...

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 1057 - Zittingsperiode : 55


Auteur Anneleen Van Bossuyt, N-VA (07354)
Departement Vice-eersteminister en Minister van Justitie, belast met de Noordzee
Sub-departement Justitie, Noordzee
Titel Gemeen kooprecht. - Verborgen gebreken.
Datum indiening22/02/2022
Taal N
Status vraagAntwoorden ontvangen
Termijndatum29/03/2022

 
Vraag

In het gemeen kooprecht (bijv. verkoop onroerend goed) is het zo dat als een goed een verborgen gebrek heeft, herstel in natura (herstel of vervanging) geen mogelijkheid is. De wet voorziet het niet en het wetsartikel wordt in België limitatief geïnterpreteerd door de rechtspraak. Dit in tegenstelling tot bijv. Frankrijk waar herstel in natura ook niet wordt voorzien in het wetsartikel, maar niet wordt uitgesloten door de rechtspraak. In consumentenkoop (B2C) anderzijds is herstel in natura wel de primaire remedie. Ontbinding is een secundaire remedie (wanneer herstel in natura niet mogelijk is). Ik geef een voorbeeld van Belgische rechtspraak (Hof van Cassatie): in de zomer worden enkele appartementen verkocht. Pas na de winter worden er problemen vastgesteld met de centrale verwarming. Na analyse bleek dat er verborgen gebreken waren aan de installatie van de centrale verwarming. Verschillende kopers van de appartementen vorderden de ontbinding van de koop van hun appartement. Omwille van de kennelijk onredelijke kosten die een ontbinding met zich meebrengt, bood de verkoper aan om de centrale verwarming te repareren (herstel in natura). Dit werd door het Hof van Cassatie echter als onontvankelijk beschouwd, omdat de optie "herstel" bij wet niet bestaat bij verborgen gebreken in gemene koop. 1. Hoe evalueert u deze praktijk dat herstel in natura wordt uitgesloten bij verborgen gebreken in gemeen kooprecht? Staat u hierachter? Of heeft u hier bedenkingen bij? 2. Hoe evalueert u deze bestaande praktijk en de wetgeving in het licht van het gelijkheidsbeginsel?


 
Status 1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord
Publicatie antwoord     B082
Publicatiedatum 05/04/2022, 20212022
Antwoord

1. In een arrest van 23 maart 2017 (C.15.0232.F/1) heeft het Hof van Cassatie inderdaad gesteld dat uit artikel 1644 van het oud Burgerlijk Wetboek volgt dat de koper, in geval van een verborgen gebrek van de verkochte zaak, de keuze heeft tussen de actio redhibitoria (vordering tot ontbinding van de verkoop), met andere woorden de zaak teruggeven en zich de prijs doen terugbetalen, en de actio aestimatoria (vordering tot prijsvermindering), met andere woorden de zaak behouden en zich een gedeelte van de prijs doen terugbetalen. Het Hof van Cassatie heeft inderdaad besloten dat - in het gemeen verkooprecht - de verkoper niet gerechtigd is om de koper aan te bieden dat hij de verkochte zaak op zijn kosten zal laten herstellen. Wat verkopen aan consumenten betreft, bepaalt artikel 1649quinquies van het oud Burgerlijk Wetboek daarentegen dat de consument, in geval van een gebrek aan overeenstemming van het verkochte goed, het recht heeft van de verkoper de herstelling of de vervanging van het goed te eisen en dat de consument slechts in subsidiaire orde het recht heeft van de verkoper een passende vermindering van de prijs of de ontbinding van de overeenkomst te eisen. In het kader van de huidige voorbereidingen voor een nieuw Burgerlijk Wetboek heb ik een commissie opgericht die de opdracht heeft een voorstel tot hervorming van het overeenkomstenrecht uit te werken dat specifiek geregeld wordt door het Burgerlijk Wetboek. Deze commissie heeft haar werkzaamheden reeds aangevat, meer bepaald door een eerste analyse van de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek inzake de koopovereenkomst, met inbegrip van het voornoemde artikel 1644. De commissie zal zich zeker buigen over de voornoemde discrepantie tussen artikel 1644 en artikel 1649quinquies van het oud Burgerlijk wetboek. 2. Uiteraard wens ik niet vooruit te lopen op de conclusies van deze commissie. In dit stadium kan ik er enkel op wijzen dat de bestaande discrepantie tussen de regels die vervat zijn in de artikelen 1644 en 1649quinquies wordt verklaard door een verschillende benadering van de verplichtingen van de verkoper. Het oude Burgerlijk Wetboek maakt een onderscheid tussen de vrijwaring voor verborgen gebreken, die wordt geregeld door de artikelen 1641 tot 1649, en de leveringsplicht van de verkoper van consumptiegoederen, die betrekking heeft op conformiteitsgebreken en gebreken die zichtbaar zijn op het tijdstip van de levering (en die gesanctioneerd worden volgens het gemeen recht). In het stelsel van de artikelen 1649bis tot 1649octies van het oud Burgerlijk Wetboek heeft de verplichting van de verkoper om een conforme zaak te leveren zowel betrekking op zichtbare gebreken als op verborgen gebreken. Een ander verschil betreft ook het feit dat de voornoemde bepalingen beperkt zijn tot de verkoop van consumptiegoederen.

 
Eurovoc-hoofddescriptorBURGERLIJK RECHT
Eurovoc-descriptorenBURGERLIJK RECHT | GEBREKKIG PRODUCT | VERKOOP