|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 17 september 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 17 septembre 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.15 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 15 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série de
communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la
Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans
le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:
Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:
Bart De Wever, Bernard Quintin, Rob Beenders.
De voorzitter (voor de staande vergadering): Dames en heren, geachte collega's, op vrijdag 28 augustus overleed op 89-jarige leeftijd koning Harald V van Noorwegen.
Au nom de notre Assemblée, j’ai présenté mes sincères condoléances au président du Parlement norvégien, M. Masud Gharahkhani.
Mag ik u verzoeken een minuut stilte in acht te nemen ter nagedachtenis van koning Harald?
Puis-je vous demander d’observer une minute de silence en mémoire du roi Harald?
De Kamer neemt een minuut stilte in acht.
La Chambre observe une minute de silence.
We gaan over tot de eedaflegging van de opvolgster die in aanmerking komt om de heer Jeroen Soete, ontslagnemend op 1 september 2026, te vervangen.
Nous procédons à la prestation de serment de la suppléante appelée à siéger en remplacement de M. Jeroen Soete, qui a démissionné le 1er septembre 2026.
De opvolgster die hem zal vervangen, is mevrouw Jessy Salenbien, opvolgster voor de kieskring West-Vlaanderen.
La suppléante appelée à le remplacer est Mme Jessy Salenbien, suppléante de la circonscription électorale de la province de Flandre occidentale.
De geloofsbrieven van mevrouw Jessy Salenbien werden tijdens onze vergadering van 10 juli 2024 geldig verklaard.
Les pouvoirs de Mme Jessy Salenbien ont été validés en notre séance du 10 juillet 2024.
Daar het aanvullend onderzoek, door artikel 235 van het Kieswetboek voorgeschreven, uitsluitend slaat op het behoud van de verkiesbaarheidsvereisten, gaat het, gelet op de verkregen stukken, in de huidige omstandigheden om een loutere formaliteit.
Comme la vérification complémentaire, prévue par l'article 235 du Code électoral, ne porte que sur la conservation des conditions d'éligibilité, il apparaît que cette vérification, n'a, au vu des pièces obtenues, qu'un caractère de pure formalité.
Ik stel u dus voor tot de toelating over te gaan van dit lid.
Je vous propose donc de passer à l'admission de ce membre.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Ik memoreer de bewoordingen van de eed: "Ik zweer de Grondwet na te leven" "Je jure d'observer la Constitution" "Ich schwöre die Verfassung zu befolgen".
Je rappelle les
termes du serment: "Je jure d'observer la Constitution" "Ik
zweer de Grondwet na te leven" "Ich schwöre die Verfassung zu
befolgen".
Ik verzoek mevrouw Jessy Salenbien de grondwettelijke eed af te leggen.
Je prie Mme Jessy Salenbien de prêter le serment constitutionnel.
Jessy Salenbien legt de grondwettelijke
eed achtereenvolgens af in het Nederlands, in het Frans en in het Duits.
Jessy Salenbien prête le serment
constitutionnel successivement en néerlandais, en français et en allemand.
Mevrouw Jessy Salenbien zal deel uitmaken van de Nederlandse taalgroep.
Mme Jessy Salenbien fera partie du groupe linguistique néerlandais.
(Applaus)
(Applaudissements)
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 16 september 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 9 septembre 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
Goede collega's, onze vergadering van vandaag heeft een beetje weg van 1 september, de opening van het schooljaar, al denk ik dat de vergelijking niet helemaal opgaat. Het schooljaar opent na de vakantie, deze zitting opent na het reces. Ik mag hopen dat daar een verschil tussen is. Ik heet u natuurlijk van harte welkom na een ongetwijfeld deugddoend reces omringd door geliefden.
Zelfs tijdens een recesperiode staat de wereld niet stil, gelukkig maar, en dat geldt ook voor ons Parlement. In onze wereld van steeds kortere nieuwscycli worden we op onze schermen continu gebombardeerd met informatie.
Cet été, plusieurs grands sujets ont marqué l'actualité: les incendies de forêt, l'immigration, le climat. On m'a plusieurs fois demandé de convoquer une commission. Même si vous n'êtes pas tous d'accord – ce que je peux bien m'imaginer –, j'ai essayé d'appliquer les critères, notamment celui de l'urgence.
Zo hadden wij dit reces drie bijzondere commissievergaderingen.
Voor ik verder ga, wil ik graag collega Vandemaele feliciteren met zijn aanstaande benoeming tot fractievoorzitter van Ecolo-Groen. Op die manier incarneert hij toch nog altijd consequent de kracht van verandering die bepaalde partijen drijft in hun politieke handelen.
Vorig jaar heb ik u hier om de oren geslagen met het inmiddels wereldberoemde De Rooveralgoritme. Het deed me de afgelopen maanden veel plezier dat dat algoritme hier in deze gewijde zaal af en toe vermeld werd, bijvoorbeeld door collega Vandemaele. Doorgaans werd het gebruikt om initiatieven van anderen te beoordelen. Dat mag, maar het zou mij plezier doen mocht het ook gebruikt worden om de eigen initiatieven aan die beoordeling te onderwerpen.
De prachtige titel op onze visitekaartjes, volksvertegenwoordiger, betekent in mijn ogen dat wij de allermooiste stiel mogen bedrijven die er bestaat. Wij zijn hier geplaatst door de kiezer, als mannen en vrouwen die op een warme zondag in juni 2024 in al hun wijsheid of eigenzinnigheid – maar ook dat is toegestaan – een bepaalde partij en bepaalde namen hebben aangekruist. Zij zijn degenen die maken dat wij hier met 150 verzameld zijn.
Nous sommes ici pour une durée fixée par la Constitution, nous sommes les représentants de tous les citoyens, afin de défendre leurs intérêts. Chacun le fait à sa manière, pour une certaine idée, pour un parti qui essaie, du mieux qu'il peut, de représenter et de défendre ses idées.
Dat verschil in hoe wij allen de wereld zien, hoe wij juist, hoe wij rechtvaardig, hoe wij verkeerd, hoe wij fout interpreteren, maakt fundamenteel deel uit van onze democratie. Daar is niets mis mee, integendeel. Democratie is het systeem bij uitstek om met meningsverschillen constructief te werk te gaan.
Permettez-moi un appel! N’étiquetons pas trop vite ceux qui pensent autrement de "moralement condamnables" ou de "malveillants"! Au bout du compte, nous sommes tous citoyens; ici, adversaires dans l’arène politique, certes, mais animés, je veux le croire, par une même envie de servir la res publica.
Los van de recente heisa of wij al te langdurig reces/vakantie zouden hebben – en ik mag hopen dat dat niet het geval is – leeft in onze westerse contreien al langer het idee dat parlementen, ons Huis, en meer in het algemeen democratieën, ons systeem, niet meer in staat zouden zijn om de uitdagingen van onze tijd te pareren.
Je trouve cette idée dangereuse. Nous ne sommes pas parfaits, nos institutions non plus. Mais l'histoire nous montre qu'il n'existe pas de meilleure solution. C'est pourquoi j'espère que vous serez tous mes alliés dans cette conviction. Montrons-nous dignes de nos institutions démocratiques par notre comportement et notre engagement!
Ik wens u allen een fijn, deugddoend, maar vooral ook uitdagend parlementair jaar toe, gevuld met veel hoogstaande debatten. Vandaar tot slot mijn warme oproep om deze zaal en dit spreekgestoelte te gebruiken om de brede politieke lijnen van uw politieke ideeën, opvattingen, bezwaren dan wel instemming te formuleren en ellenlange technische voorleessessies te mijden.
Tot zover de eerste lezing volgens De Roover. Laten we er in die geest een onvergetelijk parlementair jaar van maken, zodat we de onvervangbare waarden van deze instelling ook in de praktijk mogen illustreren. Ik reken daarbij op u aller medewerking.
05.01 Paul Magnette (PS): Monsieur le premier ministre, vous avez déclaré dans une interview récente en français – comme quoi, tout arrive! –: "Mon budget, tout le monde va le sentir". Je peux vous dire qu'il y a beaucoup de gens qui le sentent déjà. Les pensionnés, qui ont perdu 1 000 euros, le sentent. Les malades, les invalides, qui ont perdu 1 000 euros, le sentent. Les travailleurs, qui voient que tous les prix explosent et que leur salaire n'augmente pas et qui, pour beaucoup, vont perdre du salaire avec la suppression des primes de nuit, les heures supplémentaires moins payées, le double demi-saut d'index qui va faire perdre plus de 500 euros à la moitié des travailleurs, les travailleurs le sentent. Et, quand ils doivent remplir leur cuve à mazout et faire leur plein d'essence, ils ne vous disent pas merci.
Ceux qui le sentent aussi, ce sont les petits commerçants, les indépendants. Tous me disent qu'ils ont beaucoup moins de clients qu'avant et que ces clients dépensent beaucoup moins qu'avant. Car, quand les gens n'ont plus les moyens, ils font attention et ils dépensent moins, et c'est toute l'économie qui va mal.
À côté de cela, monsieur le premier ministre, il y en a d'autres qui ne l'ont pas du tout senti: les banques, qui ont fait 8 milliards de bénéfices l'année dernière; le secteur de l'énergie, 8 milliards de bénéfices l'année dernière; les très hauts salaires, ceux qui gagnent plus de 250 000 euros par an, non seulement vous ne leur demandez rien, mais de plus vous allez leur octroyer une réduction de cotisations. Et les super riches, soit 600 personnes en Belgique, qui détiennent 49 milliards, ont obtenu l'année dernière, sans rien faire, 7,5 milliards de bénéfices. Et eux non plus n'ont rien senti!
Ma question, monsieur le premier ministre, est celle que tous les Belges se posent: allez-vous enfin faire contribuer ceux qui en ont les moyens et arrêter de faire payer les étudiants, les travailleurs, les pensionnés, qui n'en peuvent plus?
05.02 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de premier, ik heet u welkom terug hier in het Parlement, hoewel uw echte politieke rentree gisteren was. Wij hebben ze gezien. Het is tijd voor een nieuwe staatshervorming, dat verklaarde u. Ik moet erkennen dat u het politiek heel handig speelt door daar nu mee aan te komen, op het moment waarop u op zoek bent naar 10 miljard euro.
Anderhalf jaar geleden werd u premier van dit land. U hebt toen beloofd om dit land op orde te zetten. Dat zou lukken met uw coalitiepartners. Hervormen en besparen, dat waren uw recepten. Staatshervorming en het communautaire gedoe gingen de koelkast in, althans tot gisteren.
Nu moet u immers echt met een begroting komen. Laten wij eerlijk zijn, u gelooft er niet in. U denkt niet dat het zal lukken en u bent nog niet eens begonnen met het echte werk. Stop eens met dat doemdenken. Stop daarmee. Zelfs de heer Bouchez vraagt dat. Dat is immers erg slecht voor onze economie en voor de groei. Wat heeft dit land echt nodig? Dat is groei, groei, groei, groei. Ik heb de indruk dat hoe meer wij over groei spreken en hoe meer jullie daarover spreken, hoe minder er gedaan wordt.
Het traject is nochtans duidelijk. Ten eerste, stel een begroting op en doe dat deze keer op tijd. Ten tweede, stop met allerlei nieuwe taksen en regeltjes in te voeren. Ten derde, bespaar. U hebt zelf gezegd dat het probleem van de begroting aan de uitgavenkant ligt. Wij zullen u daarin steunen. Ten vierde, laat ondernemers doen wat zij willen doen, namelijk zorgen voor de welvaart, de groei en de jobs.
Premier, het is mogelijk. Wij hebben een besparingsplan opgesteld van 17 miljard euro. Uw coalitiepartner van de MR heeft dat ook gedaan. Het kan dus. Laat de overheid efficiënter werken en laten wij dan samenwerken.
Kunnen wij samenwerken aan een begroting, een besparingsplan en (…)
05.03 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer De Wever, hebt u de prijs van benzine en diesel aan de pomp al eens gezien? Vindt u 2,50 euro voor een liter diesel betaalbaar? Kunnen we daar verder op ingaan? Ja, u betaalt dat zelf niet, ik weet dat wel. Dat is het probleem. De mensen moeten dat echter wel betalen, mijnheer de eerste minister. Dat is het probleem.
Het is al zo duur en toch stelt de N-VA voor om de budgettaire problemen in ons land op te lossen door de btw op benzine en diesel van 21 naar 22 % te brengen, en de btw op gas en elektriciteit van 6 naar 9 % te brengen. Komaan! Nog meer btw betalen op zulke goederen, maar enfin.
Vous êtes fous? On paie déjà 2,50 euros le litre de diesel et les partis de l'Arizona ont, parmi les pistes sur la table, une augmentation de la TVA à 22 % sur l'essence et le diesel! Mais vous vivez vraiment sur une autre planète! C'est n'importe quoi!
Arrêtez d'aller chercher l'argent dans la poche
des gens! Allez chercher l'argent chez ceux qui ont les moyens! On a calculé
que, lors de la première année de l'Arizona, le pourcent le plus riche en
Belgique a vu son patrimoine augmenté de combien, à votre avis? De 22 milliards
d'euros! Ce n'est pas la crise pour tout le monde! Pour le peuple, c'est la
crise. Mais là-haut, pour le pourcent le plus riche, le patrimoine continue
d'augmenter. Allez
chercher l'argent là-bas!
Stop met zeggen dat dat moedig is! De heer Mahdi is ook met voorstellen gekomen: de werklozen, langdurig zieken en gepensioneerden aanvallen. De zwaksten valt hij aan, maar de sterkste schouders aanvallen durft hij niet! Daar is niets moedigs aan!
(Tumult en applaus)
Altijd de zwakkeren aanvallen, daar is niets moedigs aan, mijnheer Mahdi. Echt waar.
Mijn vraag is dus heel duidelijk, mijnheer de eerste minister. Gaat u eindelijk durven het geld te gaan halen waar het zit, bij de superrijken, en niet altijd bij de werkende klasse? Dat gaat onze economie kapotmaken. U weet het, de binnenlandse vraag is belangrijk voor ons, mijnheer De Wever.
05.04 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, c’est la rentrée politique, nous y sommes. Chacun, dans son parti et dans cette Assemblée, fourbit ses armes, réorganise son plan de bataille et revoit ses priorités politiques pour être en ordre de marche face à une nouvelle année qui s’annonce pleine de défis. Et tandis que chacun semble plutôt bien s’organiser, du côté de l’Arizona, cela semble être un peu moins le cas.
Ces derniers jours, nous avons pu le constater: du côté du MR, des déclarations ouvertes pour critiquer vos méthodes et vos objectifs; du côté des Engagés, on est à court d’idées, alors on lance une consultation citoyenne pour demander aux citoyens de venir aider à trouver des idées d’économies; et du côté du cd&v, on est plutôt dans le chantage affectif, où l’on menace d’avaler une ampoule si l’on touche à son joujou.
Monsieur le premier ministre, votre responsabilité est de vous présenter ici, devant le Parlement, mais surtout devant les Belges, avec un budget pour le 13 octobre, c’est-à-dire dans moins de quatre semaines. Un budget qui doit répondre à des enjeux: au pouvoir d’achat qui s’érode, bien sûr, mais aussi aux conséquences de l’été meurtrier que nous venons de traverser, marqué par plus de 3 000 morts et plus de 3 000 hectares partis en fumée.
Monsieur le premier ministre, je ne vous demande pas d’enfiler un sarouel ni d’aller prier le dieu de la pluie. Ce que nous vous demandons, c’est de préparer ce pays aux prochains événements climatiques extrêmes. Car, nous le savons, et les scientifiques nous le répètent depuis des décennies: ces événements vont se multiplier et s’intensifier.
Monsieur le premier ministre, comment allez-vous intégrer cette réalité dans vos plans et revoir votre stratégie pour garantir aux Belges qu’ils ne revivront pas un été comme celui-ci et qu'ils seront protégés par leur gouvernement?
05.05 François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, un président de parti avec lequel, paraît-il, vous êtes ami vous a dernièrement adressé des reproches, non pas sur vos actions, mais sur votre ton. Il vous a reproché de ne pas être suffisamment enthousiaste, de faire du Churchill – notamment avec le sang, les larmes, etc. –, mais sans la victoire ni les lendemains qui chantent.
Ce président de parti, qui est pourtant intelligent, ne se rend pas compte que vous n'avez absolument pas le même attachement à la Belgique fédérale que Churchill en avait pour l'Empire britannique. Il ne comprend pas qu'il vous est impossible de vous projeter dans une Belgique à long terme et que, si cela ne tenait qu'à vous, nous fêterions le bicentenaire de ce pays avec deux bouteilles d'eau et trois paquets de chips de la buvette. Je suis convaincu que vous souhaitez assainir ce pays. Nous pouvons diverger sur les moyens, mais votre objectif est réel.
En revanche, ce que vos partenaires francophones ne comprennent toujours pas, c'est que vous ne le faites pas pour que la Belgique soit encore là dans 50 ans, mais bien comme le liquidateur d'une société qui assainit les comptes avant de la démanteler ou de la revendre. Et il est frappant de constater que cet objectif ne vous quitte pas.
Hier encore, en commission, alors que ce n'était pas a priori le sujet, vous avez indiqué que le présent assainissement serait le dernier assainissement "normal" et que le suivant serait une réforme de l'État. Or, pour vous, une réforme de l'État ne peut être que le démantèlement de ce pays, toujours dans le même sens. Pourtant, nous pourrions tout aussi bien soutenir que si l'État fédéral va si mal, c'est notamment parce qu'il a été trop démantelé.
J'en viens avec un exemple, qui constitue ma seule question: celui de la prévention. Si demain, nous renouions avec une politique fédérale unique en matière de soins de santé et de prévention, nous pourrions économiser des milliards et sauver des milliers de vies. Qu'en pensez-vous? Êtes-vous intellectuellement prêt, monsieur le premier ministre, à admettre qu'un assainissement pourrait peut-être passer par davantage de Belgique, ce pays que, désormais, vous aimez tant?
Je vous
remercie.
05.06 Barbara Pas (VB): Mijnheer de premier, gisteren gaf u mij het antwoord dat België nog een saneringsronde aankan. Onzin! Deze federale Titanic krijgt men niet meer gerepareerd, dat zei u letterlijk jaren geleden al. Met zulke saneringsrondes aanmodderen is al jaren kostbaar tijdverlies, waarvoor telkens de Vlaming de rekening betaalt. U doet exact hetzelfde.
Nog één saneringsronde en dan een staatshervorming. De vertaling van die doorzichtige demarche is: ik ga het eerst nog wat verder voor jullie verknoeien en dan ga ik in verkiezingsmodus. Maak u geen zorgen, mijnheer Magnette, hij doet dat alleen maar om kiezers te lokken. De Wever krijgt zelfs de weinige communautaire kruimels in zijn eigen regeerakkoord nog niet eens uitgevoerd.
Maar de volgende keer zal een staatshervorming lukken. Serieus? De volgende keer, met een groter mandaat van de kiezer. Zal dat het riedeltje zijn? In 2014 haalde u meer dan 30 % en de toen beloofde grote staatshervorming kwam er niet. Er kwam zelfs geen kleine.
U belooft het elke verkiezing opnieuw. Ook de vorige keer, toen was het: confederalisme of niets. Het werd niets. Mijnheer de premier, wie gelooft dat nog? U bent de vleesgeworden onbetrouwbaarheid. Weet u wat het nog het ergste is? Door uw beloftes in de vuilbak te gooien, stelt u helemaal geen orde op zaken. U bent wel de meest gepluimde kip ter wereld helemaal aan het uitbenen.
Mijnheer de premier, zult u, in plaats van de btw te verhogen en zo de koopkracht te laten wegsmelten, werk maken van uw belofte van fiscale autonomie? Zult u in plaats van de prijzen aan de pomp nog te verhogen, besparingen doen op de uitgaven? Om het in uw woorden te zeggen: show me the money.
De voorzitter: Ik geef het woord aan de premier, die vijf minuten spreektijd heeft om te antwoorden.
05.07 Bart De Wever, premier ministre: Chers collègues, je vous remercie pour vos questions à l'occasion de cette première séance plénière de l'année parlementaire. Elles nous donnent l'occasion de totalement revivre le débat d'hier en commission. Vous démontrez une nouvelle fois que cette Assemblée est fidèle à ses traditions.
Une autre tradition veut également qu'à l'approche de l'élaboration du budget, vous me posiez toute une série de questions de fond auxquelles je ne peux actuellement pas répondre au nom du gouvernement en ma qualité de premier ministre. Vous comprendrez que je ne pourrai le faire qu'après avoir conclu un accord au sein du gouvernement. Au cours des prochaines semaines, toute mon attention sera consacrée à la conclusion de cet accord.
Nous travaillons à un exercice qui doit permettre de réduire d'au moins 10 milliards d'euros le déficit attendu à l'horizon 2029. Si nous y parvenons, nous aurons comblé, aux deux tiers, l'écart entre la trajectoire budgétaire édictée par ce gouvernement et celle que le FMI juge adéquate pour diminuer le taux d'endettement.
Ik waardeer natuurlijk zeer de inbreng en de plannen van partijen die nu in de oppositie zitten en ideeën hebben om op te lossen wat ze hebben nagelaten. Dat wordt zeer gewaardeerd.
Ik heb zelf persoonlijk uiteraard heel wat ideeën over hoe we dit kunnen afronden en hoe we daarna kunnen verdergaan om de oefening bij het begin van het volgende decennium helemaal te voleindigen. Ik heb het daar gisteren inderdaad in de commissie over gehad.
Dat is nu uiteraard niet aan de orde. Nu moeten we de oefening uitvoeren die voorligt. Over de rest zal de bevolking zich in 2029 ook nog kunnen uitspreken. De oefening die voorligt, is op zichzelf al meer dan uitdagend en precair genoeg om ons daar en alleen daarmee bezig te houden in de komende periode.
Sommige politieke strekkingen zullen de komende weken alles doen om deze sanering te demoniseren en de bevolking daartegen op te zetten. Dat is eigenlijk vandaag al begonnen. Sommige partijen hebben er namelijk hun volledige ledenaantal voor gemobiliseerd op de publiekstribune. Dat is uiteraard hun democratisch recht.
Ik roep alle constructieve politieke krachten echter op om zich daardoor niet te laten beïnvloeden, laat staan te verlammen. Als we ons laten verlammen, betekent dat dat we het wantrouwen van de internationale markten over ons afroepen op een vreselijk slecht moment.
Als we dat doen, leidt dat ertoe dat de oefening daarna alleen maar veel zwaarder zal worden. De maatregelen zullen nog veel ingrijpender moeten zijn voor minder resultaat. Ik denk dat niemand daarbij gebaat is, wat uw ideologische overtuiging ook mag zijn.
Voor het overige – en ik weet dat dit
inhoudelijk geen antwoord is, maar u weet dat ik dat niet kon geven –
verwijs ik naar wat ik gisteren over dit thema in de diverse commissievergaderingen
zeer uitgebreid heb gezegd. Ik
dank u.
05.08 Paul Magnette (PS): Monsieur le premier ministre, nous n’attendions pas grand-chose de votre réponse; mais là, nous ne sommes pas déçus, parce que nous n’avons rien du tout.
Vous aimez vous présenter un peu comme le Churchill belge. Vous êtes en réalité plutôt le Edward Smith, le capitaine du Titanic, pour ceux qui ont oublié son nom. Tous les signaux étaient tirés. Tout le monde lui disait: "Vous allez dans l’iceberg. Vous allez couler."
Tout le monde vous dit la même chose. Tout est au rouge. Zéro croissance. Zéro création d’emplois. Le chômage repart à la hausse. Les prix explosent. Le taux d’inflation monte. Le déficit double. Tout va très, très mal dans ce pays. Jamais on n’a vu une situation économique qui allait aussi mal. Et vous, vous dites: "Moi, je continue. Je continue à faire la même chose."
Mais, monsieur le premier ministre, vraiment, je vous en prie! Entre deux voyages au Japon et en Inde, allez un peu vous balader dans les rues. Écoutez les Belges qui vous disent qu’ils n’en peuvent plus et qu’il faut d’urgence changer de cap!
05.09 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de premier, ik weet niet of u naar mij hebt geluisterd, maar dat is niet zo belangrijk. Eigenlijk hoeft u niet naar mij te luisteren. U dient te luisteren naar onze ondernemers, onze zelfstandigen en onze hardwerkende middenklasse; dat zijn de mensen naar wie u moet luisteren.
Wat zien wij? De groei staat op nul. Het aantal faillissementen is ongezien. De belastingen zijn torenhoog. U hebt zelfs nieuwe belastingen ingevoerd.
Wat is uw antwoord vandaag? Dat is een analyse, een heel interessante analyse trouwens, en een staatshervorming. Ik heb u niet horen spreken over groei. Ik heb dat woord niet uit uw mond gehoord.
Wij hebben groei nodig. Groei geeft mensen kansen. Groei creëert welvaart. Groei geeft mensen de ruimte om te groeien en keuzes te maken. Wat wij vandaag nodig hebben, is geen staatshervorming. Wij hebben minder staat, minder overheid en een efficiëntere overheid nodig.
05.10 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de eerste minister, u gaf een wel heel kort antwoordje. Ik had toch op wat meer gehoopt. U had eigenlijk niet veel te vertellen in vier minuten.
Ik zie wel het proces. U probeert er een apolitieke discussie van te maken, alsof er geen ideologieën waren. Het IMF heeft aangegeven dat het wel ziet wat u probeert te doen, namelijk een budgettaire discussie voeren en stellen dat there is no alternative, zoals Margaret Thatcher dat deed. Er is geen keuze bij een begrotingsoperatie van tien miljard euro. Wij zullen allemaal moeten afzien.
Met uw politiek geldt dat echter niet voor iedereen. De rijkste 1 % lijdt niet. Zij hebben gewoon 22 miljard euro erbij.
Uw politiek uit het verleden zorgt er nu al voor dat het volk afziet. Er is een klassenanalyse nodig. Als u zo doorgaat, gaat onze groei kapot. Als u opnieuw de werkende klasse zult aanvallen, gaat onze groeimotor kapot en gaat ook de binnenlandse vraag kapot.
Kom dus met enige hoop en toekomst voor het volk en niet altijd met (…)
05.11 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, nous n'avons toujours pas entendu un seul mot de votre part depuis le mois de juin en rapport avec la catastrophe que nous avons vécue cet été. Plus de 3 000 morts, et pas un mot du premier ministre! Dans n'importe quel autre contexte, cela serait perçu comme l'attitude d'un premier ministre totalement indigne de sa fonction. Comment osez-vous manquer de dignité à ce point envers les personnes décédées, leurs familles et leur entourage? Comment pouvez-vous vous livrer à ce jeu politique consistant à refuser à ce point de parler du climat, au point d'en devenir méprisant envers votre propre population?
Nous voulons que vous agissiez aujourd'hui pour que cela ne se reproduise pas l'année prochaine. Vous devez intégrer cette donnée dans votre budget parce que la crise de cet été, vous a coûté 6 milliards d'euros, si c'est cela que vous préférez entendre. Je vous remercie.
05.12 François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le premier ministre, pour vos réponses.
Pour ma part, je ne vous ai pas posé les mêmes questions qu'hier. Et donc j'espérais quand même une réponse un peu plus élaborée.
Pourquoi la question du projet est-elle essentielle? On n'a toujours pas senti d'enthousiasme, et cela fait partie du problème. Les citoyens qui ont voté pour les partis de l'Arizona, et les autres, vous ne pouvez les emmener vers un trajet qui peut être difficile – ce que certains peuvent entendre, même si les réformes de l'Arizona sont beaucoup trop dures – que si vous les mobilisez autour d'un projet, d'un avenir.
Mais, en fait, votre vision de la Belgique, c'est qu'elle doit de moins en moins exister. Vous êtes très mal à l'aise de devoir le rappeler, mais c'est vrai. Nous évoluons dans un monde extrêmement difficile, avec une guerre en Europe, une guerre au Moyen-Orient. Les difficultés sont telles que, demain, pour affronter ce monde de plus en plus dur, rien ne vaudra, certes, un budget en ordre, mais aussi un bon vieil État-nation d'au moins 11 millions d'habitants.
05.13 Barbara Pas (VB): Mijnheer de premier, u stelt geen orde op zaken. U laat nog maar eens een ballonnetje op over een staatshervorming. Ondertussen zijn dat al 10.000 luchtballonnen, met de nadruk op lucht.
U bent de kapitein van het schip die de mensen schrik aanjaagt, een kapitein Ahab die iedereen wijsmaakt dat hij de grote begrotingswalvis Moby Dick wel zal overwinnen. We weten allemaal hoe dat verhaal afliep. De strijd was al verloren nog voor hij begon en hij sleurde heel zijn bemanning mee de dieperik in.
Mijnheer de premier, u sleurt de Vlaming, die nu al de hoogste belastingen betaalt, mee omdat u geen werk maakt van de nodige hervormingen. U maakt geen werk van fiscale autonomie. Pluim de Vlaming niet verder met extra belastingen en met hogere btw, maar bespaar waar het de burger niet treft: bespaar op ontwikkelingssamenwerking, op asielopvang, op het politiek systeem. Maak daar werk van.
Persoonlijk feit
Fait personnel
05.14 Sammy Mahdi (cd&v): Mijnheer de voorzitter, ik vraag het woord voor een persoonlijk feit.
Mijnheer Hedebouw, wanneer u leugens verkondigt, wil ik tussenkomen. Helaas zou ik dat dus elke week moeten doen, maar ik zal het houden bij deze week.
Mocht de werkzaamheidsgraad in ons land even hoog liggen als in Duitsland of Nederland, dan was deze hele begrotingsdiscussie niet eens nodig. Dan hadden we die 10 miljard euro zo gevonden. De essentie van de oefening is mensen aan het werk te krijgen. Uw partij heet de PVDA, maar het is meer de PVDB. Uw partij is niet de partij van de arbeid, maar de partij van de belastingen. Als het van u afhangt, gaan we het oplossen door spaargeld te belasten, door de gepensioneerde te belasten op het appartementje dat hij verhuurt en door mensen die elke dag hun stinkende best doen lastig te vallen.
De frustratie in de samenleving is groot en daar hebt u ook terecht op gewezen. Mensen komen op straat. De grote frustratie vandaag is dat de mensen die werken moeten vaststellen dat er anderen zijn die geen inspanning leveren. Sommigen omdat ze gebruikmaken van fiscale achterpoortjes, anderen die geen inspanning leveren omdat ze kunnen werken, maar dat niet doen. De werkzaamheidsgraad in Wallonië en Brussel ligt respectievelijk op 67 % en op 64 %. Als we het sociaal contract dat we hier allemaal samen moeten tekenen om onze welvaartsstaat overeind te houden, willen beschermen, dan is er maar één oplossing: iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid en iedereen werkt dus.
Daarom vindt mijn partij het normaal dat de index van gepensioneerden en werkende mensen beschermd moet worden. In deze begrotingsoefening moeten we dus zeker ook naar de indexering van de werkloosheidsuitkeringen kijken om het verschil tussen werken en niet werken groot genoeg te maken. De werkende mens is genoeg gepluimd. Het is nu tijd om iedereen die geactiveerd moet worden te activeren.
05.15 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer Mahdi, ik weet nog altijd niet waar u de leugen hoorde in wat ik zei, maar ik zal over de grond van de zaak antwoorden. Laat ons het eens over de gepensioneerden hebben en over de gloeilampen die de laatste jaren al werden ingeslikt. Wat stond er in uw programma? Stond er in uw programma dat de mensen die niet tot 67 jaar werken een malus zouden krijgen? Neen. Eerste gloeilamp ingeslikt. Stond er in uw programma dat de indexering van alle pensioenen boven 2.000 euro aangevallen zouden worden? Neen. Tweede gloeilamp ingeslikt. Stond er in uw programma dat u de lonen van de werkende klasse in ons land zou blokkeren met een loonwet? Neen. Derde gloeilamp ingeslikt.
Dat is het probleem met cd&v, a zeggen voor de verkiezingen en b zeggen na de verkiezingen. Mijnheer Mahdi, u hebt in een interview gezegd dat u moedig bent en dat u de werklozen durft aanpakken. Daar is niets moedigs aan. Ik ben moedig en pak de langdurig zieken aan. Daar is niets moedigs aan. Echt moedig zijn in de politiek, durven raken aan de fiscale achterpoortjes van de 1 % procent rijksten, dat is taboe. U hebt het altijd over Daens. Daens zou die 1 % rijksten wel durven aanpakken. Dat was nog eens een volkspartij, maar niet cd&v. Het is gemakkelijk om altijd naar omlaag te meppen, maar u durft nooit naar omhoog te gaan en dat is het probleem van cd&v. Dat de N-VA dat doet, dat weten we, dat is de partij van de rijken. Le MR, c'est le parti des riches, on le sait. Maar dat cd&v daaraan meedoet, daar is niets moedigs aan. Slik uw gloeilampen maar in.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
06.01 Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de eerste minister, Europa loopt mank en draait niet meer mee op wereldvlak. Tijdens haar State of the Union maakte Ursula von der Leyen duidelijk dat het tijd is om alliances for the future aan te gaan. Canada kan zo het eerste geassocieerde lid van de Europese Unie worden.
We tasten daarbij niet in het donker, want al negen jaar levert het bestaande akkoord met Canada voordelen op. Onze kmo’s halen er profijt uit, de goederenhandel nam al met 75 % toe en de dienstenhandel steeg maar liefst met 97 %. Het akkoord versterkt ook onze bevoorradingsketens. Zulke handelsrelaties doen ons Europa economisch groeien. Dat is echt nodig om onze competitiviteit aan te wakkeren.
Eén ding is zeker: de grootste dreiging voor de economie in elk Europees land is de logheid van het Europese beest, met administratieve rompslomp en overregulering. Dat is iets wat we in ons gelaagde België maar al te goed kennen.
België hoeft echter niet te wachten tot Europa beweegt. Tijdens uw bezoek aan India hebt u zelf het belang van het Belgisch-Indisch handelsakkoord benadrukt en gewezen op de kansen voor de Belgische bedrijven. U wilt de bilaterale handel verdubbelen tegen 2031.
We juichen uw daadkracht toe en vragen u welke initiatieven België zal nemen om binnen de Europese Unie het partnerschap met Canada mee vorm te geven. Welke initiatieven uit uw akkoord met India wilt u gebruiken om binnen de EU te tonen hoe het effectief sneller en efficiënter kan?
06.02 Eerste minister Bart De Wever: Mevrouw van Riet, mijn visie inzake handel is eigenlijk heel eenvoudig. We zijn een open economie, een exportnatie, dus we moeten economische opportuniteiten met beide handen grijpen, zeker in een veranderende geopolitieke context, waarmee we elke dag op een bijzonder onaangename manier worden geconfronteerd.
Ik was dan ook blij met de uitnodiging van eerste minister Modi om naar India te gaan. Tijdens mijn korte trip heb ik vastgesteld dat er opportuniteiten in overvloed zijn. U weet dat we met de Europese Unie een FTA met India aan het sluiten zijn.
In twee dagen tijd hebben we daar zes intergouvernementele akkoorden kunnen sluiten, allemaal gericht op het versterken van de economische relaties en de samenwerking inzake veiligheid. Ook dat is economie. In ons kielzog werden meer dan dertig investeringen en samenwerkingsverbanden afgezegend tussen onze bedrijven en bedrijven in India. Die zijn gespreid over tal van sectoren, van defensie en havenindustrie tot bier en chocolade, twee van onze meest sympathieke exportproducten.
Naast India hebben nog tal van andere landen interesse in wat wij economisch te bieden hebben. Canada is dan uiteraard een bereidwillige partner en wat mij betreft cultureel een zeer evidente partner. We hebben dat inderdaad geleerd uit CETA, waarvoor het enthousiasme door iedereen in dit halfrond werd gedeeld. De handel is daarna met 75 % toegenomen. De door sommigen voorspelde negatieve gevolgen hebben wij nooit gezien. Ik hoop dat iedereen daar lessen uit trekt voor de toekomst en voor de te volgen weg. In een wereld die verandert, moeten we immers de hand reiken naar iedereen die samen met ons op een eerlijke manier handel wil drijven. We are open for business.
06.03 Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de eerste minister, bedankt voor uw antwoord.
De ervaring met India toont ons dat wanneer we de deuren openzetten for business en de administratie niet eerst een paar toertjes rond de tafel laten draaien, we op korte termijn best heel wat resultaten kunnen boeken. Laten we die aanpak dan ook Europees doortrekken naar Canada en andere betrouwbare partners. Als België dat op twee dagen kan, dan moet de Europese Unie er toch ook in slagen om op redelijke termijn iets gedaan te krijgen qua economische groei en slagkracht.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
07.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, 3.000 hittedoden, waaronder ook jonge mensen, 3.000 hectare verwoest natuurgebied, maar er was het pintje aan het zwembad van Theo. Dat is ongeveer de samenvatting van deze zomer. De stilte van u en uw regering is echt stuitend. Waren er 30 doden gevallen bij een aanslag of bij een grote ramp, dan was het kot hier te klein. We zouden alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat dat nooit meer zou gebeuren. Nu is er alleen stilte.
Mijnheer de premier, mijn vraag is heel eenvoudig. Hoe zult u ons land weerbaar maken? Het gaat niet meer over iets binnen 30 jaar aan de andere kant van de wereld, het gaat over hier en nu. Misschien was u zo stil omdat u bezig was met de begroting. Ik mag hopen dat er in die begroting, in die State of the Union, ook aandacht is voor dé uitdaging van onze tijd, met name hoe we de klimaatverstoring zullen beperken en hoe we ons zullen aanpassen om de klimaatverandering op te vangen.
Ik ben geen pessimist - die rol laat ik graag aan u - maar een realist. Er zijn oplossingen. We kennen die oplossingen. Het is tijd om die oplossingen uit te voeren. Dat is mijn vraag aan deze regering. Wanneer stopt u met het uithollen van de Green Deal? We hebben niet minder Europa nodig, we hebben meer Europa nodig. Wanneer stopt u met het uithollen van onze eigen Belgische klimaatambities? Wanneer maakt u werk van echte klimaatweerbaarheid als onderdeel van een nationale veiligheidsstrategie?
Het beschermen van haar burgers is een kerntaak van de overheid, dus ook hen beschermen tegen hitte, tegen overstromingen en tegen natuurbranden. Het is een basistaak. Dat kunt u alleen maar doen door de oorzaken en de gevolgen aan te pakken. Mijnheer de minister, wanneer zal deze regering de Belgen de bescherming geven die ze verdienen? Niet binnen tien jaar, maar nu.
07.02 Eerste minister Bart De Wever: Ik dank u voor de vraag.
Het was inderdaad een bijzonder warme zomer met meerdere hittegolven, die op veel plaatsen in Europa, ook bij ons, destructieve gevolgen hebben gehad. Onze empathie en de empathie van ons allen gaat uiteraard uit naar iedereen die daardoor getroffen is. Dat is evident. Het siert echter niemand om menselijk leed politiek te instrumentaliseren. Dat is onkies.
Zoals u weet, zijn verschillende federale ministers op hun manier bevoegd voor de materie. De minister van Volksgezondheid is bevoegd voor de ziekenhuizen en de gezondheidszorg; de minister van Binnenlandse Zaken, die hier zopas nog aanwezig was, is dat voor het Nationaal Crisiscentrum, de Civiele Bescherming en de gevolgen van branden en overstromingen. De minister van Defensie kan, als dat wordt gevraagd - want dat moet worden gevraagd aan Defensie - materiële en logistieke ondersteuning bieden waar nodig. Uiteraard is er ook de minister van Klimaat, die bevoegd is voor onder meer de coördinatie van het klimaatbeleid met de deelstaten, die het merendeel van de relevante bevoegdheden hebben inzake adaptatie en mitigatie.
Ik kan hier vandaag uiteraard alleen spreken voor de federale regering. Namens de federale regering stel ik vast dat de ministers die ik net heb opgesomd stuk voor stuk hun verantwoordelijkheid ten volle en adequaat hebben genomen binnen hun respectieve beleidsdomeinen. De diensten zijn permanent blijven functioneren en hebben zoals altijd het beste van zichzelf gegeven. Onze grote dankbaarheid gaat uit naar de mensen die zich deze zomer in dat kader op het terrein hebben geëngageerd.
Wij bespreken morgen in de ministerraad een federaal actieplan ter bestrijding van natuurbranden. Dat moet de samenwerking tussen de bestaande diensten nog versterken, hen beter uitrusten en de reeds aanwezige expertise doelmatiger benutten.
Voorts spreekt het voor zich dat wij de uitvoering en effectiviteit van alle huidige procedures zullen evalueren en waar nodig bijsturen met het oog op de toekomst. Voor meer details verwijs ik u heel graag door naar de commissies van de bevoegde ministers.
07.03 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, ik vind dat u er zich bijzonder gemakkelijk van afmaakt.
U laat het gaan over de ramp, maar het gaat hier over 3.000 klimaatdoden in ons eigen land. Het gaat over 3.000 mensen met familie en vrienden. U maakt er zich van af met de boodschap dat alle ministers op hun niveau wel iets zullen doen.
Is dat het antwoord dat u geeft aan die 3.000 slachtoffers en hun familie? Is dat het antwoord dat u geeft aan 10 miljoen Belgen? Is dat het antwoord dat wij krijgen? Ik zie alleen een regering en een premier die de afgelopen twee jaar niets anders hebben gedaan dan het klimaatbeleid afbouwen en samen met Meloni Europees ten strijde trekken om ook daar het klimaatbeleid af te bouwen, terwijl u niet verder raakt dan te zeggen dat dit niet politiek gerecupereerd mag worden. Politiek gaat over het leven van mensen. In dit geval gaat het over 3.000 levens. Uw antwoord is echt gênant.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
08.01 Kurt Moons (VB): Mijnheer de eerste minister, de beperking van de werkloosheid in de tijd had het koninginnenstuk van deze regering moeten worden, met als belangrijkste doel de werklozen aan het werk te zetten en de werkzaamheidsgraad te verhogen tot 80 %. Uit de recentste Statbel-cijfers blijkt dat die werkzaamheidsgraad in België op een jaar tijd zelfs achteruitgaat, van 73,3 % in het tweede kwartaal van 2025 naar 72,8 % in het tweede kwartaal van 2026. Wat wel sterk toenam, is de instroom in het leefloon.
Uit cijfers van uw collega, minister Van Bossuyt, blijkt dat in de eerste vier maanden van 2026 30.000 mensen van de werkloosheidsuitkering doorstroomden naar het leefloon. Het totale aantal leefloners steeg daardoor met 16,4 %. Achter dat cijfer schuilt een grote regionale kloof. In Vlaanderen steeg het aantal leefloners met 10 %, in Brussel met 16 % en in Wallonië met 21 %. Brussel en Wallonië tellen daardoor samen vijf keer zoveel nieuwe leefloners als Vlaanderen, terwijl Vlaanderen meer inwoners telt dan beide regio's samen. Deze bijkomende instroom kost de federale schatkist naar schatting 425 miljoen euro extra per jaar.
Ten eerste verneem ik graag of u erkent dat de beperking van de werkloosheid in de tijd de werkzaamheidsgraad niet heeft doen toenemen en dus heeft gefaald. Ten tweede, bent u verrast dat eenzelfde federale hervorming zulke verschillende resultaten geeft in Vlaanderen ten opzichte van Brussel en Wallonië? Ten derde, bent u bereid om de financiële responsabilisering van de regio's op het vlak van arbeidsmarktbeleid eindelijk door te zetten? Ik dank u voor uw antwoord.
08.02 Eerste minister Bart De Wever: Goede collega, uw vraag betrof vooral de opportuniteiten van de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid. Ik zal mijn antwoord daarop focussen. Dat neemt niet weg dat de beperking van de werkloosheid in de tijd een zeer goede maatregel is. Ik denk dat uw partij daar ook altijd achter heeft gestaan en dat het hoog tijd was dat we in de club van de normale landen terechtkwamen.
Dit is niet het koninginnenstuk van de regering, maar wel een van de koninginnenstukken van de vele arbeidsmarkthervormingen die we hebben doorgevoerd. We hebben sinds de jaren 70 een aantal staatshervormingen gekend die ons land stap voor stap hebben omgevormd tot een federale Staat. Het arbeidsmarktbeleid is voor een groot deel bij de regio's terechtgekomen, die inderdaad, zoals u hebt aangegeven, geconfronteerd worden met verschillende sociaaleconomische realiteiten. Dat ziet men ook in de effecten van het beleid dat federaal wordt gevoerd. Die zijn namelijk erg verschillend.
De arbeidsmarktbevoegdheden moeten hen in staat stellen om op maat te kunnen werken. Ze hebben heel wat hefbomen, bijvoorbeeld arbeidsbemiddeling, activering, opleiding, economisch beleid en sociale economie.
Er zijn inderdaad een aantal instrumenten op het federale niveau gebleven. Het gaat dan in het bijzonder over het arbeidsrecht of de werkloosheidsreglementering, waarover we het hier vandaag hebben. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat die versnippering het niet eenvoudig maakt om een coherent en doeltreffend beleid te voeren.
Denkoefeningen om die bevoegdheidsverdeling homogeen te maken, zijn absoluut zinvol en gebeuren ook. In het regeerakkoord is voorzien dat die moeten gebeuren en voorbereid moeten worden. Ik heb echter nooit weggestoken – dat stelt u volgens mij ook zelf vast – dat in dit halfrond de opvattingen niet bepaald in dezelfde richting gaan over wat zo'n homogenisering precies moet inhouden, laat staan dat we de vereiste parlementaire meerderheden zouden kunnen mobiliseren.
Dit is een actualiteitsdebat. Het lijkt mij niet direct aan de orde dat de meerderheden die we nodig hebben om een hervorming in die zin institutioneel in gang te zetten, zich hier zouden tonen. Of dat in de toekomst anders zal zijn, help ik u hopen. Dat zal moeten blijken. Ik vind het verstandig om te trachten die meerderheden te vinden. Ik zal daar uiteraard mijn best voor doen.
08.03 Kurt Moons (VB): Dank u wel, mijnheer de eerste minister.
De cijfers liegen niet, uw beleid wel. U beloofde werk en u leverde leefloon. De werkzaamheidsgraad daalde naar 72,8 %. Uw eigen doelstelling van 80 % is verder weg dan ooit.
30.000 nieuwe leefloners: 5.000 in Vlaanderen en 25.000 in Brussel en Wallonië samen. Die zijn goed voor 426 miljoen euro extra per jaar, federaal verdeeld, en dus betaalt de Vlaming het leeuwendeel. Dit is geen activeringsbeleid die naam waardig. Toch is de oplossing even logisch als duidelijk: een volledige regionalisering van het arbeidsmarktbeleid, met een financiële responsabilisering, waarbij elke regio verantwoordelijk is voor zijn eigen centen.
Mijnheer de eerste minister, u activeert geen werklozen. U activeert verder de regionale transfers op kosten van de Vlaming. Laat u de Vlamingen nu echt nog langer wachten – tot een tweede ambtstermijn – op enige communautaire stoutmoedigheid?
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
09.01 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, deze week verscheen er een interview met de topman van de socialistische mutualiteit, de heer Callewaert. Hij reageerde op een nota van uw administratie waarin staat dat mutualiteiten en vakbonden wel degelijk belast kunnen worden op de winst die ze maken. De heer Callewaert ontkent dat en meent dat de administratie van Financiën de situatie verkeerd voorheeft, omdat mutualiteiten helemaal geen winst maken. Ze schrijven 18 miljoen per jaar bij op hun rekening, maar dat is geen winst. Dat is geen winst, dat is een overschot. Ze boeken dat als een overschot en overschotten worden niet belast. Dat is briljant. Het is het ei van Columbus voor elke zelfstandige ondernemer in dit land. We boeken vanaf nu geen winst meer, we boeken overschotten en we betalen geen belasting meer. Voilà, dat is ook weer opgelost.
Die socialistische topman zei ook dat hij dat geld nodig heeft om te investeren in zijn eigen organisatie. Dat vond ik wel een interessant inzicht. Eigenlijk heeft hij daar een punt. Winst die men maakt, dient om te investeren, te innoveren, jobs te creëren en welvaart te genereren. Winst die men maakt of overschotten die men boekt, moeten inderdaad niet worden belast.
Maar dan moet dat wel voor iedereen gelijk onbelast blijven. Men belast geld pas als men het uitkeert aan de aandeelhouders, niet als het wordt gebruikt om vooruit te gaan en de economie te stimuleren.
U hebt gezegd dat de economische groei is stilgevallen, dat u niet alleen gaat voor een goede begroting, maar ook voor een economie die groeit. Welnu, een groeiende economie heeft baat bij een lagere vennootschapsbelasting, bij de afschaffing van die vennootschapsbelasting. Ik vraag u dus of u dat fantastische socialistische idee, namelijk geen belastingen meer op overschotten, geen belastingen meer op winsten, op tafel legt bij de regering tijdens de begrotingsbesprekingen om de economische groei te stimuleren.
09.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Coenegrachts, ik bevestig dat de FOD Financiën op onze vraag een interne nota heeft bezorgd met verschillende pistes voor de hervorming van de inkomstenbelasting van de non-profitsector. De voorstellen worden, zoals het hoort, binnen de schoot van de regering bekeken.
Het uitgangspunt, en ik denk dat we elkaar daarin kunnen vinden, is helder: gelijke activiteiten moeten op een gelijke manier fiscaal behandeld worden. Wanneer twee organisaties een identieke commerciële activiteit uitoefenen, maar vandaag fiscaal verschillend worden behandeld, dan lijkt het me logisch dat we dat aanpassen.
Waar er sprake is van reële oneerlijke concurrentie door een verschillende behandeling van dezelfde commerciële activiteiten, bekijken we hoe we de noodzakelijke aanpassingen moeten doen. De problematiek is niet nieuw, ze bestaat al jaren. Daarom voorzien we in het regeerakkoord van Arizona een aanpassing van de rechtspersonenbelasting. Die nota, waarnaar u verwijst, maakt deel uit van het bredere debat.
Als u de debatten van de afgelopen twee dagen hebt gevolgd, dan weet u dat ik geen voorafnames doe op de voorstellen die mogelijks op de regeringstafel komen bij de voorbereiding van de begroting. We zullen onze lijnen verdedigen aan de onderhandelingstafel, maar ik ben bijzonder gemotiveerd om in de volgende dagen en weken de resultaten van die besprekingen hier in het Parlement toe te lichten.
De voorzitter: Dat is veelbelovend, mijnheer de minister.
Mijnheer Coenegrachts, bent u tevreden?
09.03 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, u zegt dat u geen lijn hebt. Dat zou de slogan van uw regering kunnen zijn. We zien daar ook niet veel lijn in.
Samen hebben wij onder de Zweedse regering, waarin u ook minister was, de vennootschapsbelasting verlaagd. We weten immers dat een lagere vennootschapsbelasting groei en jobs creëert en innovatie in de economie brengt. Daar hebben we absoluut nood aan. Ik heb u dat niet horen zeggen en dat vind ik jammer, maar ik wijt dat aan de schrik voor de socialisten. U durft het niet eens op tafel te leggen. U durft niet eens te praten over lagere lasten voor zelfstandigen en ondernemers. U durft ook geen stelling in te nemen over een belasting op de winst die mutualiteiten en vakbonden boeken, want u weet niet of u de toestemming krijgt van Vooruit om dat ook uit te voeren. Ik hoop echt dat u ergens de moed en de kracht zult vinden om dit op de regeringstafel erdoor te duwen. Iedereen gelijk voor de wet, ook vakbonden en mutualiteiten.
L'incident est
clos.
Het incident is gesloten.
10.01 Victoria Vandeberg (MR): Madame la ministre, c'est une image bien déplorable de notre pays qui fait l'actualité chez nos voisins français: celle d'un système pénal totalement aberrant qui permet à Mohamed Bakkali, condamné à 30 ans de prison pour son rôle dans les attentats du 13 novembre, de demander déjà une libération conditionnelle.
En France, il devrait purger au moins 20 ans de prison avant de pouvoir bénéficier d'une telle libération. Mais il a été transféré en Belgique et, ici, il peut déjà en faire la demande après dix ans. La condamnation reste la même, les crimes restent les mêmes, mais le simple fait de purger sa peine de l'autre côté de la frontière lui permet de demander à sortir dix ans plus tôt. Comment voulez-vous que les victimes puissent comprendre cela?
Pour les familles, la douleur est toujours présente. Pour les victimes, cette nuit ne s'est jamais vraiment arrêtée et elles doivent aujourd'hui déjà se préparer à l'éventualité de voir sortir celui qui a organisé la logistique et qui a permis à cette nuit de l'horreur d'avoir lieu. Nous n'aimons pas que nos voisins français nous donnent des leçons, mais cette fois, madame la ministre, comment leur donner tort? Leur indignation est évidemment légitime, et elle devrait être la nôtre. Elle est, en tout cas, la mienne.
Madame la ministre, quand allez-vous enfin faire évoluer notre système pour que les peines prononcées soient à la hauteur des crimes commis, y compris dans leur exécution? Une condamnation à 30 ans de prison doit avoir un sens pour celui qui la reçoit, pour la société, mais également pour les victimes. L'indépendance de la justice ne vous dispense pas de votre responsabilité politique en la matière. Alors, avez-vous eu un contact avec votre homologue français à ce sujet? Quelles mesures concrètes allez-vous prendre et dans quel délai?
10.02 Annelies Verlinden, ministre: Chère collègue, comme vous probablement, j'ai pu lire dans la presse qu'une audience aura lieu le 29 septembre prochain dans cette affaire. Notre réglementation en matière d'exécution des peines s'applique à tous les détenus condamnés en Belgique ou à l'étranger.
Mohamed Bakkali a été condamné par la Cour d'assises de Paris à une peine de 30 ans de réclusion. À la suite de sa condamnation et de son transfèrement en Belgique à l'initiative des autorités judiciaires françaises - et même en tenant compte d'une réduction de peine de près de cinq ans accordée par la justice française - les décisions relatives aux modalités d'exécution de sa peine relèvent du tribunal d'application des peines (TAP).
Après un examen, un juge indépendant doit évaluer si Mohamed Bakkali est éligible à une libération anticipée en se basant notamment sur l'avis du ministère public, dont nous avons appris qu'il est négatif. Sans préjuger de la décision judiciaire, je comprends qu'elle puisse susciter de vives émotions, en particulier chez les victimes et leurs proches.
Pour cette raison, et forts des bonnes relations entre la justice française et la justice belge, une séance d'information a été organisée hier à Paris avec les victimes. Des représentants du parquet et de la maison de justice de Bruxelles y ont fourni des explications détaillées sur leurs droits et sur la procédure et, malgré les émotions compréhensibles, cette réunion a été accueillie favorablement.
Je suis bien évidemment prête à mener sans délai le débat sur l'exécution des peines dans les affaires de terrorisme. Votre parti avait annoncé, en mai, une proposition de loi à ce sujet et, dès que nous la recevrons, nous pourrons avancer ensemble. Le terrorisme n'a, malheureusement, pas disparu et nous continuons à le combattre. Les victimes doivent être protégées en toutes circonstances et nos systèmes juridiques doivent être conçus dans cette optique. Dès que nous pourrons mettre en place des garanties supplémentaires, nous le ferons. Moi, je le ferai sans attendre.
10.03 Victoria Vandeberg (MR): Madame la ministre, je vous remercie pour cet exposé des faits.
Quand j'entends de la part d'une des victimes qu'il s'agit d'un crachat sur le système français, je ne peux évidemment que le comprendre et mon idéal de justice en prend un coup, principalement quand on parle de mon pays. J'entends que vous parlez de cette proposition que nous avons faite concernant le relèvement du seuil d'éligibilité à la libération conditionnelle. Si elle n'a pas encore été déposée, elle le sera très prochainement, mais je pense qu'elle l'a été effectivement.
Nous devons absolument pouvoir avancer en ce sens. Nous devons élargir le débat aux peines incompressibles et pouvoir donner aux citoyens, aux victimes, la fermeté qu'ils attendent dans ce type de fait, dans ce type de crime, car les citoyens doivent avoir confiance en leur pays. Cela passe évidemment par la fermeté de notre système et des peines qui sont infligées aux criminels.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
11.01 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, elke week horen we in de commissie van
de PS hetzelfde liedje: in Brussel is er meer geld nodig, meer budget. Meer, meer, meer: un manque de moyens, pas
de budget.
Als we de pers lezen, zien we echter een hallucinant beeld: de 55 miljoen euro die Brussel jaarlijks krijgt in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit, voor veiligheid en preventie, wordt gewoon verbrast. Waar gaat dat geld naartoe? Naar een tripje naar Disneyland.
Terwijl we federaal zien dat er ongelooflijk veel inspanningen worden geleverd, dat er ongeziene middelen gaan naar de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit en we op het terrein zien dat politiemensen dagelijks hun leven riskeren en dat er zelfs burgerslachtoffers vallen, gaan die middelen niet naar datgene waarvoor ze bedoeld zijn. Elke euro die naar puur wanbeleid gaat, is een euro die niet geïnvesteerd wordt in de recherche, in de wijkwerking, in camera’s en in de veiligheid van de Brusselaar. Ondertussen zijn er 170 schietpartijen geweest.
Mijnheer de minister, waar zitten die bestuurders dan in Brussel? Zitten die met hun hoofd in Disneyland? Wie meer geld vraagt, moet ervoor zorgen dat eerst zijn eigen huis op orde is.
Zult u deze middelen gaan doorlichten? Op welke manier kunt u ervoor zorgen dat er voorwaarden gekoppeld worden aan dit soort middelen, die vanuit het federale niveau aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden verstrekt? Kunt u garanderen dat die 55 miljoen euro wel degelijk gebruikt wordt in de strijd tegen de drugscriminaliteit?
11.02 Denis Ducarme (MR): Monsieur le ministre, alors que Bruxelles lutte contre l'insécurité avec nos forces de l'ordre depuis trois ans dans un combat qui est sans doute, à l'exception de la période des attentats, le plus important qu'elle livre sur le front de la sécurité, je travaille depuis quelques mois sur un dossier connexe et je ne pensais pas déterrer pareille affaire, voire pareil scandale.
Il s'agit en effet, comme vous l'avez lu hier dans la presse, de la dotation fédérale de 55 millions d'euros destinée aux politiques de sécurité et de prévention à Bruxelles. Plusieurs millions d'euros, monsieur le ministre, ont été dévoyés, détournés pour alimenter des frais de personnel dans les communes, des frais de fonctionnement, le logement social ou la STIB.
J'ai ici une lettre de l'administration adressée à Rudi Vervoort. On lui réclame, en 2023, de justifier la dépense de 2,280 millions d'euros pour un cybercentre qui n'a jamais vu le jour, un "cybercentre fantôme". Il répondra qu'il n'a rien à justifier. Chers amis socialistes, continuerez-vous à nier toute responsabilité en la matière à Bruxelles? La lettre que je tiens ici explique que près de trois millions d'euros ne seront pas justifiés, en toute conscience, en rapport avec un centre de cybersécurité fantôme.
Nous aimons Bruxelles, monsieur le ministre. Nous aimons Bruxelles. Et vous êtes en colère, monsieur le ministre. Je vous demande de prendre des dispositions qui fassent la clarté (micro coupé)
11.03 Bernard Quintin, ministre: Mesdames et messieurs les députés, comme beaucoup d'entre nous ici, j'ai bien lu l'article paru dans la presse.
Je peux vous confirmer qu'il existe bel et bien, chaque année, dans le cadre des missions de sécurité entourant la tenue des Sommets européens, une dotation de 55 millions d'euros octroyée à Bruxelles. Sur ce montant, 35 millions d'euros sont directement attribués aux zones de police et les 20 millions d'euros restants aux communes.
Depuis 2017, il s'agit d'une dotation et non plus d'un subside. Dès lors, le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur que je suis n'a malheureusement pas de droit de regard sur la manière dont ces fonds sont utilisés. Je le regrette, car c'est dommage, régulièrement agaçant et, par principe, assez révoltant.
Ma prédécesseure avait tenté d'en savoir davantage, mais elle fut éconduite par le ministre-président bruxellois de l'époque, M. Vervoort. J'ai évidemment demandé au service idoine, d'une manière ou d'une autre, d'obtenir un rapport sur l'utilisation de cet argent.
Het principe is toch heel eenvoudig: publiek geld moet worden gebruikt voor datgene waarvoor het bestemd is. Dat geldt voor elke overheid, elke dotatie en euro belastinggeld. De burgers hebben het recht om te weten wat er met hun belastinggeld gebeurt. Geld voor wegen moet naar wegen gaan, geld voor politie en veiligheid, moet naar politie en veiligheid gaan. Zo simpel is het. Dat geldt ook voor de middelen die Brussel ontvangt in het kader van de Europese toppen. Laat mij duidelijk zijn, ik doe niet mee aan Brusselbashing. Dit principe geldt voor iedereen en overal en voor de bijna 2 miljard euro aan dotaties die vanuit de budgetten van politie en Binnenlandse Zaken onder meer naar de politiezones en de hulpverleningszones vloeien.
C’est d’autant plus fondamental que la guerre contre le crime organisé lié au narcotrafic est, comme je l'ai dit il y a quelques semaines, une urgence nationale. Cela signifie que tous les niveaux de pouvoir doivent mobiliser tous les moyens nécessaires pour garantir la sécurité de nos concitoyens.
Pendant trop longtemps, certains se sont mis la tête dans le sable, nous expliquant parfois qu’ "il n’y avait pas de problème de sécurité à Bruxelles, ni dans d’autres villes d’ailleurs". Alors que j’appelais encore récemment les communes à mobiliser, elles aussi, tous les moyens dont elles disposent, j’ai été reçu assez froidement, parfois même dans cette Assemblée.
Je vous avoue être un peu fatigué de ces petits jeux du chat et de la souris. Et je pense que nos concitoyens le sont tout autant. Les habitants d’Arlon, où j’étais hier, comme ceux de Bruxelles ou de La Panne, se fichent bien de savoir comment nous allons vaincre le crime organisé.
Zij willen concrete
resultaten.
Nous devons toutes et tous, à tous les niveaux de pouvoir, faire le boulot. C'est le cas du fédéral, oui, avec encore plus d’actions décisives de la police sur le terrain, notamment grâce à l’appui des militaires, avec davantage de places dans les prisons, comme dans les centres fermés, pour ne pas devoir libérer les illégaux qui sont très souvent utilisés dans le cadre du narcotrafic. Par ailleurs, les entités fédérées doivent également prendre leurs responsabilités. Je pense notamment aux IPPJ, sous la responsabilité des communautés.
Et puis, je pense au niveau de pouvoir le plus
proche de nos concitoyens: la commune, qui bénéficie d'outils et de pouvoirs
importants que lui confère la loi sur l'approche administrative et dont elle
doit pleinement user. Il faut les utiliser. Tout le monde doit faire le boulot,
à chaque niveau. C’est par cette responsabilité partagée, pleinement assumée,
que nous assurerons l’un des rôles premiers de l’État envers ses citoyens:
garantir leur sécurité. Vous
pouvez compter sur moi. Je vous remercie.
11.04 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, het wanbeleid in Brussel, de vriendjespolitiek in Brussel, de verspilling van middelen in Brussel, als ik dat alles zie, zijn we echt nog niet bij het einde van de verantwoordelijkheden aangekomen. U hebt de fusie van de politiezones opgestart, maar voor onze partij mag dat geen eindpunt zijn. Er is ook een politieke verantwoordelijkheid. Die 19 gemeenten moeten gefusioneerd worden, om te komen tot een efficiënt Brussel.
Onze partij heeft ook een heel groot hart voor Brussel. Ons hart bloedt als we zien wat daar momenteel gebeurt. Momenteel is het zo dat het federale niveau geeft en dat de PS-staat in Brussel verbrast. Mijnheer de minister, dat moet onmiddellijk stoppen. Ik hoop dat die audit er komt, maar ook in het Parlement, collega Ducarme, zullen wij tot op het bot uitzoeken wat er precies gebeurd is met dat geld.
11.05 Denis Ducarme (MR): Monsieur le ministre, merci pour votre réponse.
Je pense en effet que demander un rapport à votre administration sur ce à quoi le ministre-président Vervoort a vraiment attribué la dotation fédérale, pourtant prévue pour des dépenses de sécurité et de prévention, est essentiel pour faire la clarté et, surtout, pour arrêter de dévoyer et de détourner des moyens liés à la sécurité des Bruxellois, mais également à la sécurité de tous les Belges, parce que ce qui se passe à Bruxelles concerne évidemment l’ensemble du pays.
Nous aurons, et je le proposerai à mes collègues en commission de l’Intérieur, des auditions afin d’exercer le contrôle parlementaire qui a fait défaut en la matière. Nous devons recevoir en audition l’Inspection des Finances, un certain nombre d’administrations et, pourquoi pas, le ministre Vervoort dont nous avons parlé, afin de tirer au clair une situation extrêmement grave.
Je vous
remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: De minister van Werk bevindt zich momenteel in het buitenland; minister Quintin vervangt hem.
(Het antwoord zal door de minister van
Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris worden gegeven / La
réponse sera donnée par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de
Beliris)
12.01 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, stel u voor, u bent jong, u komt van de schoolbanken, u wil aan uw toekomst beginnen in een nieuwe job. Of u bent 50 jaar, uw vertrouwde werkgever is failliet en u overweegt om voor een nieuwe kans te gaan. Of u hebt een tijdje voor de kinderen gezorgd, maar u wilt opnieuw aan de slag. U schuimt de vacaturewebsites af en begint met volle overtuiging te solliciteren. Collega's, twee van die drie mensen zullen nooit een antwoord krijgen op hun sollicitaties. Voor 50-plussers is dat 70 %, voor jongeren is dat zelfs 75 %. Dat zijn cijfers, maar achter die cijfers zitten ook mensen. Ik zie het zelf bij mijn dochter die volle bak aan het solliciteren is, maar zelden een antwoord krijgt. De eerste keer denkt men: spijtig, volgende keer beter. Als die stilte zich evenwel blijft herhalen, dan begint men te twijfelen aan zichzelf. Ligt het aan mij? Doe ik iets verkeerd? Ben ik niet goed genoeg misschien? Dat is demotiverend.
Als wij aan mensen voorstellen om initiatief te nemen, te solliciteren en hun kansen te grijpen, dan mogen we toch ook wel van werkgevers verwachten dat zij respect hebben voor de mensen die solliciteren. Vooruit zegt al twintig jaar dat wie solliciteert, een antwoord verdient. Zelfs al wordt men niet aangeworven, toch verdient men te weten waar men staat.
Mijnheer de minister, bent u bereid om die kwestie aan te pakken en om in overleg te gaan met de sociale partners, zodat mensen die solliciteren eindelijk een antwoord kunnen verwachten?
12.02 Minister Bernard Quintin: Mevrouw Vanrobaeys, ik begrijp de frustratie van een werkzoekende die geen antwoord krijgt, zeker na meerdere gesprekken of testen. In dergelijke gevallen is feedback uiteraard een goede praktijk.
We moeten echter ook rekening houden met de realiteit van werkgevers en in het bijzonder van kmo's. Zij beschikken niet altijd over een uitgebreide hr-dienst en kunnen soms zeer veel sollicitaties ontvangen, ook voor profielen die weinig aansluiten bij de vereisten van de openstaande functie. Het is voor hen niet altijd haalbaar om elke kandidatuur individueel en uitvoerig op te volgen. Ik zou dan ook voorzichtig zijn met het invoeren van een nieuwe administratieve verplichting.
Er bestaat trouwens ook frustratie aan werkgeverszijde. Al jaren hebben heel wat ondernemingen moeite om vacatures in te vullen, zeker in knelpuntberoepen, kritieke functies en beroepen waar grote tekorten bestaan. Daarom moeten we vooral inzetten op een arbeidsmarkt die beter functioneert. Dat betekent dat werkzoekenden goed worden opgeleid en begeleid, actief naar werk worden toegeleid en gericht solliciteren naar functies die aansluiten bij hun competenties en bij de noden van de arbeidsmarkt. De gewestelijke arbeidsbemiddelingsdiensten spelen daarin vanzelfsprekend een belangrijke rol.
Onze gezamenlijke uitdaging is vooral om de werkzaamheidsgraad te verhogen en ervoor te zorgen dat beschikbare jobs ook daadwerkelijk worden ingevuld. Dat is noodzakelijk voor onze ondernemingen, onze economie en de financiering van onze sociale zekerheid. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid van werkzoekenden, werkgevers, de gewestelijke arbeidsbemiddelingsdiensten en de overheid. De prioriteit moet blijven om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen, niet om aanwervingen nog complexer te maken.
12.03 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, ik begrijp dat werkgevers en zeker kleine ondernemingen heel veel op hun bord krijgen, maar we dan eens kijken naar de andere kant, dan zien we dat sollicitanten heel veel tijd en energie in een goede cv en een motivatiebrief steken. Een kort antwoord opstellen vergt geen uren, maar betekent wel een wereld van verschil voor mensen die naar een nieuwe job zoeken. Achter elke sollicitatie zit immers iemand die hoopt op een nieuwe kans, iemand die misschien al 20, 50 of zelfs 100 brieven heeft gestuurd en geen antwoord krijgt.
Voor Vooruit is het duidelijk. Al meer dan twintig jaar zeggen wij dat mensen die solliciteren recht hebben op een antwoord. Ik stel vast dat u daar niet mee aan de slag wilt. Alles is inderdaad moeilijk en uitdagend, maar Vooruit heeft een wetsvoorstel klaar om ervoor te zorgen dat iedereen die solliciteert wel degelijk een antwoord krijgt.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
(Het antwoord zal door de minister van
Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris worden gegeven / La
réponse sera donnée par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, chargé de
Beliris)
13.01 Nahima Lanjri (cd&v): Mijnheer de minister, u zult waarschijnlijk denken: daar is Nahima weer met een vraag over het geboorteverlof. Inderdaad, net als op 22 januari, 4 juni, 17 juni, 15 juli en 16 juli sta ik hier opnieuw met dezelfde vraag. Mijn vraag blijft: waar blijft die extra week geboorteverlof die beloofd is aan alle ouders van kinderen die dit jaar geboren zijn en aan ouders die in verwachting zijn? Ik had hier vandaag liever niet gestaan met dezelfde vraag, maar ik sta er niet alleen mee. U kunt zich niet voorstellen hoeveel mails en berichten we krijgen van ouders die vragen wanneer die week er komt. Dat was toch vorig jaar beslist? Hoeveel tijd zal ik nog krijgen om die week op te nemen? Zal ik die nog wel effectief kunnen opnemen?
Ook werkgevers willen weten waar ze aan toe zijn. Zij geven aan hun werkplanning te moeten kunnen opmaken. Toekomstige vaders onder hun werknemers weten namelijk niet of ze nu vier of vijf weken geboorteverlof kunnen nemen. Het blijft dus voor iedereen onduidelijk, hoewel de regering dat vorig jaar en in de zomer al beslist heeft. De wet is er nog altijd niet.
Mijnheer de minister, hoe moeilijk kan het zijn om van vier weken naar vijf weken geboorteverlof te gaan? Hoe moeilijk kan het zijn om een beslissing van de begroting van vorig jaar uit te voeren? Ouders hebben nog altijd geen duidelijkheid, geen perspectief. Net zoals de ouders ben ook ik het wachten op duidelijkheid hierover beu. Ik ben het moe hier telkens weer dezelfde vraag te moeten stellen. Mijnheer de minister, ik hoop ditmaal een duidelijk antwoord te krijgen.
Wanneer komt dat geboorteverlof er eindelijk? Zullen ouders minstens een jaar de tijd krijgen om het op te nemen?
13.02 Minister Bernard Quintin: Het is dezelfde vraag, maar ditmaal antwoordt een andere minister. Ik zal zo duidelijk mogelijk proberen te zijn.
Ter herinnering, het familiekrediet is een eerste stap in de uitvoering van het regeerakkoord, dat voorziet in de invoering van een familiekrediet om ouders beter in staat te stellen hun beroeps- en gezinsleven te combineren. Het ontwerp voorziet in een recht op vijf bijkomende dagen per kind, die al dan niet opeenvolgend kunnen worden opgenomen binnen twaalf maanden na de geboorte. De regeling geldt voor werknemers, zelfstandigen en personeelsleden van de overheidsdiensten.
Wanneer meerdere begunstigden voor eenzelfde kind het recht openen, komt het recht in de eerste plaats toe aan de vader of de meeouder, die evenwel afstand kan doen van de uitoefening ervan ten voordele van de moeder.
Het familiekrediet zal van toepassing zijn op kinderen die vanaf 1 januari 2026 geboren zijn.
Inzake de wetgevende procedure werden de adviesaanvragen bij de bevoegde instanties opgestart, onder meer bij de Raad van State en de betrokken overlegorganen. Ook worden de werkzaamheden voortgezet. Er wordt tegelijk verder gewerkt aan de voorbereidende regelgeving, met name aan de nodige uitvoeringsbesluiten voor de concrete tenuitvoerlegging van het systeem.
Zo duidelijk was ik.
De voorzitter: Mevrouw Lanjri, het ging om dezelfde vraag aan een andere minister. Is uw repliek dezelfde?
13.03 Nahima Lanjri (cd&v): Mijnheer de minister, u bent inderdaad de zoveelste minister die hier komt antwoorden. Soms lijkt het alsof de hete aardappel naar elkaar wordt doorgespeeld.
Het familiekrediet is alleszins iets waarvoor cd&v heeft gepleit. Een eerste stap is inderdaad een week extra geboorteverlof.
Dat dat er moest komen, wisten wij al. Zoals u zelf zegt, was echter beslist om dat verlof toe te kennen voor elk kindje dat vanaf 2026 wordt geboren. Ondertussen zijn wij september 2026, dus negen maanden later. Wie iets van kinderen afweet, weet dat zij ondertussen minstens rondkruipen of zelfs rondlopen. Het kan dus niet de bedoeling zijn dat u zegt dat het recht binnen één jaar na de geboorte moet worden opgenomen. De tijd dringt immers. Wanneer de wet er eindelijk zal zijn, is dat jaar immers al verstreken.
Collega’s, wij zullen er dus voor moeten zorgen dat iedereen dezelfde rechten krijgt en dat ook de ouders van kindjes die in januari 2026 zijn geboren een jaar de tijd krijgen om het recht op te nemen. Daarvoor zal cd&v blijven pleiten en zal onze partij op die nagel blijven kloppen. Desnoods kom ik hier elke week terug, maar wij zullen dat dossier niet lossen.
De voorzitter: Er is alvast één fractie enthousiast mocht u elke week terugkomen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
14.01 Peter Mertens (PVDA-PTB): Blijkbaar is de minister van Defensie ook minister van Justitie.
We hebben in dit Parlement altijd gewaarschuwd dat de nieuwe antiterrorismewetgeving niet tegen oppositiepartijen mocht worden toegepast. Men beloofde ons dat dat niet zou gebeuren. Welnu, die wet was nauwelijks acht dagen oud toen een minister van de regering opriep om de wet toe te passen om een festival te verbieden.
Waarom? Omdat u de ideeën en de inhoud van dat festival niet leuk vindt, mijnheer de minister. U geeft trouwens zelf een heel bijzondere invulling aan de vrijheid van meningsuiting. Als het gaat om Dries Van Langenhove, veroordeeld voor het aanzetten tot haat, dan moet het vrije woord namelijk onbeperkt zijn.
Als het gaat om Israël en de genocidaire campagne die Israël voert, dan noemt u dat een logische militaire operatie. Als een collaborateur, een antisemiet zoals Bob Maes, een verjaardagsfeestje geeft, bent u daar zelfs aanwezig. Als het gaat om staatsterrorisme, oorlog en racisme, dan moet voor de N-VA, het Vlaams Belang en de minister blijkbaar alles kunnen. Weg met woke, alles moet kunnen!
Als het echter gaat om mensen die opkomen tegen racisme, voor Palestina en tegen militarisering, dan is het kot te klein. Dan komt de echte rechtse cancelcultuur in actie. Dan moet Manifiesta verboden worden. Dan moet een rapper zoals Macklemore van het podium worden weggevoerd omdat hij Free Palestine zegt op het podium. Dat mag allemaal niet.
Mijn vraag is dus heel eenvoudig, mijnheer de minister. U bent geen minister van Justitie. U bent minister van Defensie. Met welke legitimiteit roept u een andere minister op om een festival te verbieden?
14.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Mertens, Hasan Piker verklaarde dat Amerika de aanslagen van 11 september verdiend had. Hij noemde Hamas duizend keer beter dan Israël en zei ook na de gruwel van 7 oktober dat hij elke keer opnieuw voor Hamas zou kiezen. Manolo De Los Santos, een andere gast dit afgelopen weekend, omschreef de aanval van 7 oktober op de dag zelf, terwijl vrouwen werden verkracht, baby's werden vermoord en burgers massaal werden uitgemoord, als heldhaftig verzet en als een voorbeeld voor alle revolutionaire bewegingen, zoals de uwe. Dat zijn de woorden van de mensen die uw partij met open armen ontving op Manifiesta.
Ik heb nergens opgeroepen om Manifiesta te verbieden. Ik heb erop gewezen dat de verheerlijking van terrorisme strafbaar is en dat dergelijke uitspraken mogelijk juridische gevolgen hebben. De wet is de wet. Ze is aangenomen door het Parlement. De toepassing ervan behoort uitsluitend tot de bevoegdheid van de onafhankelijke rechterlijke macht. De bewering dat ik politici van de oppositie zou afdreigen met vervolging is dan ook pure framing. U voelt zich aangesproken omdat uw partij die figuren een podium gaf en weigert afstand te nemen van hun uitspraken.
Mijnheer Mertens, neemt u afstand van die uitspraken? Zo wekt u ten minste de indruk dat u hun verheerlijking van terreur aanvaardbaar vindt. Die keuze heeft de PVDA zelf gemaakt en daarvoor is ze ook volledig verantwoordelijk. Terreurpredikers en extremistische organisaties zoals Samidoun en vele andere kregen in ons land veel te lang vrij spel. Eindelijk beschikt justitie over de wettelijke instrumenten om dat aan te pakken. Daar draait het om en daar neem ik geen woord van terug.
14.03 Peter Mertens (PVDA-PTB): Ik heb dat niet gezegd. Ik zal u gewoon citeren: "Vanaf 1 september is het nieuwe Strafwetboek van kracht. Terrorisme verheerlijken is nu strafbaar. Goed zo, dan kunnen we dat eindelijk toepassen op het commie-festival Manifiesta." U hebt dat toch getweet? Dat was toch niet uw verbindingsofficier? U hebt dat zelf getweet.
U dreigt inderdaad om een festival te verbieden. Het gaat niet om Hasan Piker. Als u wilt weten wat Hasan Piker zegt, lees dan De Morgen, lees het interview in De Standaard. Dan kunt u zien waarover het gaat.
U wordt een beetje nerveus als het gaat om tegenstemmen. U wordt een beetje nerveus als het gaat over de PVDA, het ABVV, het ACV en de vakbonden. Net als uw fractieleider wordt u een beetje nerveus. U wordt nerveus als het gaat om de mutualiteiten en de openbare omroep.
U kunt niet omgaan met tegenstemmen. Van mij mag u boos gaan slapen en boos opstaan. U mag echter de wetgeving niet gebruiken om tegenstemmen te smoren, mijnheer de minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
15.01 Funda Oru (Vooruit): Mevrouw de minister, collega's, ondertussen kennen we allemaal het aangrijpende verhaal van Oléa. Oléa was amper 14 jaar toen ze vorige maand uit het leven stapte. Haar mama ontdekte pas na haar overlijden dat haar dochter online gepest werd. Het verhaal van Oléa toont ook heel duidelijk hoe onzichtbaar online pesten is. Het stopt niet aan de schoolpoort, maar gaat mee naar huis, naar de slaapkamer en mee in bed. Het gaat dag en nacht door.
De techgiganten van vandaag weten dat maar al te goed, collega's. Met hun algoritmes houden ze onze kinderen en jongeren 24/7 vast. Ze verdienen er miljarden aan. Rechtszaken die worden geopend, kopen ze af. Het mentale welzijn van onze kinderen is de laatste van hun bezorgdheden.
Mevrouw de minister, ik lig samen met duizenden ouders wel wakker van het mentale welzijn van onze kinderen, online en offline. Met Vooruit hebben we ook een heel duidelijk voorstel ingediend om een socialemediaverbod in te voeren voor kinderen en jongeren tot 15 jaar, met ook een heel duidelijke leeftijdsverificatie. We zien vandaag ook dat de Europese Unie eindelijk met plannen komt rond sociale media voor kinderen om hen ook daar veilig te houden.
Dat is natuurlijk een goede zaak, maar de vraag dringt zich op of we wachten op Europa, dan wel zelf in actie schieten. We weten dat het, als we op Europa moeten wachten, heel lang kan duren.
U steunde eerder ook al ons voorstel voor een socialemediaverbod voor kinderen. Ik heb eigenlijk maar één vraag voor u: hoever staat het daarmee? Wanneer zal België werk maken van een socialemediaverbod voor kinderen? Dank u wel.
15.02 Franky Demon (cd&v): Mevrouw de minister, we laten onze kinderen vandaag veel te gemakkelijk over aan big tech, aan platformen die zo zijn ontworpen dat onze kinderen blijven scrollen, blijven klikken en blijven terugkeren; eindeloos doomscrollen. Automatisch afspeelbare video's en algoritmes houden gebruikers vast en voeden dwangmatig gebruik. Het is een thema dat leeft.
De Vlaamse regering kondigde al een wettelijke minimumleeftijd aan en zelf kondigde u eerder al aan actie te zullen ondernemen. Ook cd&v pleit al langer voor striktere regulering en een duidelijke leeftijdsgrens op 15 jaar.
Collega’s, sociale media zijn verslavend. Zoals onze voorzitter al zei, we duwen gokverslaafden toch ook niet in een casino? Waarom zouden we dan wel onze kinderen, die we zouden moeten beschermen, zomaar loslaten op verslavende algoritmes en gewelddadige content?
Nu beweegt ook Europa. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen kondigde in haar State of the Union de Europese Kids Act aan. Met cd&v zeggen we duidelijk: geen verslavende en schadelijke algoritmes, geen kinderen als verdienmodel voor Meta en TikTok. De bescherming van onze jeugd primeert op de winst van big tech.
Mevrouw de minister, steunt u het voorstel van de cd&v-fractie inzake een totaalverbod op sociale media voor kinderen tot 15 jaar?
Welke stappen ter zake zult u mee verder zetten ten aanzien van de Europese Commissie?
15.03 Ismaël Nuino (Les Engagés): Madame la ministre, vous avez sans nul doute, comme nous, écouté le discours de la présidente de la Commission européenne hier. Beaucoup de pays attendaient qu'elle s'exprime sur la question de la régulation de l'accès des jeunes aux réseaux sociaux. En attendant, vous aviez pris vos responsabilités, madame la ministre. Faute d'actions au niveau européen, vous avez fait progresser le dossier, tant sur le plan technique que dans le débat public. Je suis heureux d'entendre aujourd'hui que ce débat vit en Belgique pour faire en sorte de mieux protéger nos jeunes sur les réseaux sociaux.
Ce discours ne nous a pas déçus. Vous avez été entendue et la Belgique a été entendue. Depuis le début, notre pays fait figure de précurseur en la matière, non seulement par son ambition, mais aussi par la méthode qu’il défend. C'est important, parce que, depuis le départ, nous ne défendions pas simplement le fait de limiter l'âge. Nous défendons aussi le fait que la vérification de l'âge ne soit pas laissée aux seules plateformes. Cela n'aurait aucun sens de vouloir protéger nos jeunes de ces plateformes tout en leur demandant, dans le même temps, de contrôler l'âge et de collecter toutes les données de ces mêmes enfants. Nous devons nous réjouir de l'initiative annoncée par la Commission européenne afin de contrôler l'âge des jeunes en ligne et de faire en sorte que cette vérification soit indépendante et réelle.
Madame la ministre, il s'agit d'un règlement qui a été annoncé. C'est positif, parce que cela pourrait éviter que nous ayons du gold plating (surréglementation). C'est donc, à mes yeux, une très bonne chose. Quel délai pensez-vous pouvoir espérer pour ce règlement? Quelle temporalité envisagez-vous et à quoi peut-on s'attendre?
Comment faire en sorte que, lorsque ce règlement sera adopté, la Commission européenne veille effectivement à sa bonne application? En matière de réseaux sociaux, il y a toujours cet enjeu. Le cadre légal peut exister, mais il faut parfois aussi le courage, au niveau européen, de l'appliquer. Je n'ai aucun doute sur le fait que vous serez là pour rappeler la Commission européenne à ses responsabilités lorsque ce sera nécessaire.
15.04 Dieter Keuten (VB): Collega's, het gaat niet goed met de geloofwaardigheid van de Europese Unie. De Europese Commissie belooft al jaren een oplossing voor onze industrie, maar we hebben daar nog niets van gezien. Mevrouw von der Leyen zei gisteren dat Europa onze welvaart veilig stelt en alles doet om onze boeren te ondersteunen en de grenzen te bewaken. We zien in de realiteit het tegendeel.
Naast loze beloftes doen, is deze Europese Unie wel goed in het bedenken van nieuwe regels. We hadden al de GDPR, de Digital Services Act, de AI-verordening en sinds gisteren weten we dat er een Kids Act komt, een verbod voor kinderen op de toegang tot sociale media. Wij delen allemaal de analyse, want niet alleen jongeren, maar ook wij allemaal worden te veel beïnvloed door de sociale media. We zijn overgeleverd aan algoritmes die het daglicht niet zien. Dat moet aangepakt worden. De grote spelers moeten gedwongen worden tot transparantie. Laten we bijvoorbeeld gsm's verbieden tijdens schooltijd, laten we online pesterijen harder aanpakken en laten we meer inzetten op ouderlijk toezicht.
Een verbod op sociale media betekent evenwel een verplichte identiteitscontrole voor iedereen. Dat is niet wenselijk en niet uitvoerbaar. Dat bewijzen de voorbeelden uit Frankrijk en Australië, waar men dat al probeerde.
Mevrouw de minister, volgt u het voorstel van mevrouw von der Leyen van de Europese Commissie, of sluit u zich aan bij de rechters uit Frankrijk die dat voorstel eerder al naar de prullenbak verwezen?
15.05 Minister Vanessa Matz: Mevrouw Oru, mijnheren Demon, Nuino en Keuten, ik ben blij met het voorstel dat de Europese Commissies vandaag op tafel legt.
Elle rejoint très largement ce que je défends depuis des mois, à savoir fixer à 15 ans l'âge pour ouvrir un compte autonome sur les réseaux sociaux et imposer une vérification fiable de l'âge, tout en obligeant les plateformes à mieux protéger les jeunes. Cette vérification est essentielle, car nous savons aujourd'hui qu'un enfant peut contourner les limites en indiquant simplement une fausse date de naissance au moment de son inscription. La Commission propose de passer par des solutions certifiées, indépendantes des plateformes, qui confirmeraient uniquement si l'utilisateur a l'âge requis, sans transmettre son identité. Chaque État devrait proposer une solution gratuite comme le portefeuille digital, et les comptes existants seraient également concernés.
Door een verordening voor te stellen kiest de Commissie voor ambitie. We gaan voor één Europese aanpak, met dezelfde sterke bescherming voor alle kinderen in Europa. Mijnheer Demon, mevrouw Oru, ik ben blij te horen dat u dat voorstel steunt. Ik hoop dat u dat standpunt ook laat horen binnen de Vlaamse regering, waaraan uw partijen deelnemen. Als Europa stappen zet om de kinderen beter te beschermen, moeten we die op elk beleidsniveau voluit steunen.
Nous avons encore été bouleversés, il y a quelques semaines, par un drame en région liégeoise. Oléa avait 15 ans, et ce qui lui est arrivé nous rappelle combien les violences vécues en ligne peuvent détruire la vie d'un enfant et celle de toute une famille.
Nous avons une responsabilité politique. Nous ne pouvons pas nous habituer à ces drames, ni laisser les familles affronter seules des risques sur lesquels elles ont si peu prise. Nous devons protéger les enfants face à des plateformes conçues pour capter leur attention et les inciter à revenir sans cesse.
Chaque notification, chaque vidéo qui s'enchaîne, chaque recommandation peut prolonger le temps passé sur les plateformes, qui ne les protègent pas suffisamment des contenus dangereux, du harcèlement ou des personnes malveillantes.
Les entreprises qui conçoivent ces services ont, jusqu'à présent, décidé seules de leurs règles, de leurs fonctionnalités et des contenus que les algorithmes mettent en avant. Elles doivent, aujourd'hui, répondre de ces choix. Nous devons leur imposer des obligations fermes, en contrôler le respect et sanctionner les manquements.
La responsabilité de Meta a, d'ailleurs, été très clairement établie lors du récent procès aux États-Unis – nouvelle preuve que nous ne pouvons plus nous contenter des assurances que ces entreprises nous donnent sur leur volonté de protéger les jeunes.
La Commission propose justement de renverser la charge de la preuve. Les très grandes plateformes devront démontrer, avant que leurs services ne soient accessibles aux enfants, qu'ils sont conçus pour assurer leur sécurité au moyen d'un rapport préalable vérifié par des auditeurs indépendants.
Ouders spelen uiteraard een grote rol, maar zij kunnen niet alleen opboksen tegen algoritmes die kinderen zo lang mogelijk aan het scherm gekluisterd willen houden. Wij moeten van de platformen eisen dat ze jongeren beschermen. We kunnen de verantwoordelijkheid niet alleen bij ouders en gezinnen leggen.
Je serai d'ailleurs particulièrement attentive aux fonctionnalités autorisées dans les mini-comptes prévus entre 13 et 15 ans avec l'accord des parents. Il faudra s'assurer que les restrictions sur les contacts, les recommandations des contenus et le temps d'utilisation protègent réellement les enfants, sans faire reposer toute la sécurité sur la vigilance des familles.
België heeft hierin al het voortouw genomen. Ik ben blij dat Europa nu dezelfde ambitie toont. Wij zijn klaar om deze verordening zo snel mogelijk uit te voeren.
Les familles attendent de nous une protection sur laquelle elles puissent compter. À nous de faire en sorte que la sécurité et la santé de leurs enfants passent enfin avant les intérêts des plateformes.
15.06 Funda Oru (Vooruit): Mevrouw de minister, ik wil u bedanken voor uw antwoord.
Wij hebben net van verschillende sprekers gehoord dat ze allemaal heel blij zijn dat Europa eindelijk in actie schiet en dat er plannen zijn om de sociale media voor kinderen te verbeteren.
Ursula von der Leyen zei het gisteren: enough is enough. Ik spreek denkelijk namens heel veel ouders wanneer ik stel dat het inderdaad genoeg is.
De ouderlijke verantwoordelijkheid en de afspraken die rond de keukentafel worden gemaakt over de schermtijd, zijn onvoldoende om de strijd tegen de techgiganten aan te gaan. Die giganten maken elke seconde en elke minuut winst op de kap van onze kinderen. Het is heel duidelijk, ouders hebben ouderlijke verantwoordelijkheid maar dit kunnen zij niet alleen oplossen. Zij rekenen op de politiek.
Daarom hoop ik dat wij ook snel werk maken van het sluitstuk in het debat, namelijk een duidelijke leeftijdsgrens voor sociale media met een heel duidelijke leeftijdsverificatie die afdwingbaar is.
15.07 Franky Demon (cd&v): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Onze kinderen worden op die platformen immers dagelijks geconfronteerd met gewelddadige beelden, misleidende content en radicaliserende groepen die er actief ronselen. Dat mogen wij nooit uit het oog verliezen. Een totaalverbod op sociale media tot 15 jaar is voor cd&v de juiste weg. U vraagt het ons en wij stellen dat hier in het federaal Parlement, in het Europees Parlement en zeker ook in het Vlaams Parlement. Onze fractie rekent ook op u om het werk verder op te nemen voor dat verbod en zodoende ook de bredere veiligheid van onze jongeren mee te garanderen.
15.08 Ismaël Nuino (Les Engagés): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse, qui est claire. Il faut le rappeler à tous les collègues ci-présents: le seul objectif des réseaux sociaux est avant tout commercial: capter l'attention pour vendre du temps de cerveau disponible aux annonceurs publicitaires. Je pense que la seule question que nous devons nous poser est la suivante: souhaitons-nous continuer de vendre le temps de nos enfants à ces réseaux sociaux? À cette question, nous répondons non! La Commission répond non! Il est donc temps d'avancer vite et bien. En effet, il est plus que temps de mettre fin à ce Far West dans lequel les seules victimes sont nos enfants.
15.09 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de minister, collega’s, de veiligheid van onze kinderen, van onze jongeren, online, op sociale media, is belangrijk. Dat vinden we hier allemaal en dat wordt nu een prioriteit op Europees niveau. Dat België daarin het voortouw heeft genomen, acht ik factueel niet bewezen, maar dat is minder belangrijk.
Collega’s, weet u wat voor het Vlaams Belang de echte prioriteit moet worden? Dat is de veiligheid van onze jongeren op straat, aan de schoolpoort, aan de bushalte en in de treinstations, want daar gebeurt het elke keer weer. Elke week opnieuw krijgen we verschrikkelijke beelden te zien, deze week nog uit Geel. Beelden die veel te erg zijn om online te delen. Beelden van zware agressie, die onze jongeren steeds opnieuw moeten ondergaan. Het wordt steeds erger en dat moet stoppen. Elke week opnieuw zien we wie de daders zijn, maar het mag niet benoemd worden. Jong of oud, wie zwaar geweld gebruikt, hoort hier niet thuis en moet keihard gestraft worden. Dit moet hier de (…)
L'incident est
clos.
Het incident
is gesloten.
16.01 Anne Pirson (Les Engagés): Madame la ministre, c'est une validation importante du sérieux de nos réformes. La Cour constitutionnelle a validé le cœur de la réforme du chômage, elle reconnaît la légitimité de ses objectifs: augmenter le taux d'emploi, préserver la sécurité sociale et mieux accompagner chacun vers l'emploi. Pendant des mois, l'opposition a hurlé que la limitation des allocations de chômage dans le temps était injustifiable et que notre réforme serait balayée d'un revers de la main par la Cour constitutionnelle. Aujourd'hui, la Cour a tranché: l'opposition avait tort, et j'espère qu'elle aura l'humilité de le reconnaître.
Durant la campagne, Les Engagés avaient promis de sortir du chômage illimité tout en maintenant un véritable filet de sécurité pouvant aller jusqu'à deux ans ainsi que des protections ciblées. Cet engagement, nous l'avons tenu parce que nous sommes convaincus que maintenir indéfiniment des personnes dans le chômage ne constitue pas un projet sociétal.
La Cour annule toutefois une disposition du régime transitoire. Le droit aux allocations de chômage pour certaines catégories de chômeurs devait être maintenu au-delà des six, huit ou neuf mois qui leur ont été accordés. Entre-temps, plusieurs milliers de personnes ont reçu un revenu d'intégration. L'État de droit commande aujourd'hui que cette correction soit exécutée rapidement et sérieusement.
Alors, madame la ministre, quelle directive précise allez-vous transmettre aux CPAS, et dans quel délai, pour assurer une application uniforme de l'arrêt et une coordination efficace avec le ministre Clarinval, l'ONEM et les organisations de paiement?
Et puis, comment les revenus d'intégration sociale devenus indus, finalement, seront-ils récupérés ou imputés? Et pouvez-vous surtout garantir que les CPAS ne devront ni multiplier les recours contre les bénéficiaires ni supporter une quelconque (…)
16.02 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Pirson, je vous remercie pour votre question et je me réjouis avec vous de constater que la Cour constitutionnelle ne se rallie pas à la position des syndicats concernant le fondement de la réforme, à savoir la limitation des allocations de chômage dans le temps.
La Cour est très formelle, cette réforme historique et indispensable n'est pas appliquée en violation des articles 10, 11 et 23 de la Constitution. Ce gouvernement tient ses promesses et rectifie une situation qui s'est dégradée au fil des décennies. La Cour estime toutefois, comme vous l'indiquez, qu'il existe une discrimination par rapport au régime habituel qui prévoit un délai de 12 mois. Le nouveau système étant entré en vigueur par vagues, certaines personnes ont perdu leurs allocations de chômage au bout de 6, 8 ou 9 mois. Tout le monde n'a donc pas pu bénéficier d'une période de transition de 11 mois. À mon avis, la Cour n'a, en l'occurrence, pas tenu compte du fait que ces personnes ont perçu des allocations pendant plus de 2, 8 ou 20 ans. De plus, des filets de sécurité sociale étaient également en place, comme le revenu d'intégration.
Cela dit, ce gouvernement agit avec responsabilité, sans pour autant délaisser les personnes qui ont droit à une aide sociale et qui en ont besoin. Un financement compensatoire particulièrement généreux a été décidé au profit de nos CPAS pour prendre en charge ce groupe de personnes, les soutenir et les accompagner vers le marché du travail. Les administrations concernées, à savoir le SPP Intégration sociale et l'ONEM, analysent l'arrêt et examinent la possibilité d'élaborer une solution efficace et juridiquement inattaquable.
Dans le cadre de mes compétences, j'attache une attention particulière à éviter d'imposer de nouvelles charges administratives inutiles aux collaborateurs de nos CPAS.
16.03 Anne Pirson (Les Engagés): Je vous remercie, madame la ministre, pour vos réponses.
Je répète que, pour nous, l'État de droit exige vraiment que cette correction soit exécutée rapidement et sérieusement. Nous y serons vraiment attentifs.
Aujourd'hui, la situation est préoccupante pour les CPAS, qui sont très inquiets. En tout cas, il est certain qu'ils ne peuvent pas être laissés seuls face à une situation dont ils ne sont absolument pas responsables. Il leur faut donc des directives très rapides, claires et uniformes de la part du SPP Intégration sociale.
Nous devons vraiment éviter que chaque CPAS soit contraint d'imposer sa propre procédure ou de multiplier les démarches auprès des bénéficiaires. Les régularisations doivent être les plus automatiques possible, car ni les citoyens concernés ni les CPAS ne doivent faire les frais de cette correction qui nous est aujourd'hui exigée.
Je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17.01 Patrick Prévot (PS): Madame la ministre, la hausse des carburants coûte cher aux indépendants. Prenons un électricien indépendant. Son véhicule est son outil de travail. Chaque jour, il roule pour aller voir des clients, pour aller chercher du matériel, pour aller sur ses chantiers. Quand le diesel dépasse les 2,40 euros, chaque kilomètre grignote sa marge.
Pour la population, c'est la même chose. L'aide-soignante à domicile, si elle ne se déplace pas, ne peut pas travailler. L'aide-ménagère travaille autant, mais à la fin du mois, il lui reste moins en poche. Les gens sont à la corde. Ils paient parfois le double pour remplir leur cuve à mazout.
Madame la ministre, partout en Europe, des aides sont mises en place. L'Espagne intervient à raison de 20 centimes par litre. En France, plus d'un milliard d'euros a été mobilisé pour amortir la crise. Et en Belgique: rien! Ha si, de la com’!
On a entendu votre ministre David Clarinval, le ministre Mathieu Bihet, on a même entendu votre président de parti, Georges-Louis Bouchez, réclamer à cor et à cri le cliquet inversé, depuis le mois de mars. Pire, au mois d'avril, votre président de parti disait même: "Si nous n'obtenons pas le cliquet inversé, nous démissionnons du gouvernement."
Résultat: en avril, le plein de 50 litres de diesel coûtait 115 euros. Aujourd'hui, il s'élève à 123 euros. De la musculation politique!
Madame la ministre, votre communication ne passe plus et les gens ne croient plus à vos mensonges. Aujourd'hui, votre gouvernement doit prendre des mesures pour tout le monde: la population, les travailleurs, les indépendants, les salariés et les pensionnés, parce que moins de pouvoir d'achat, c'est aussi moins de commandes pour les électriciens, moins de clients pour les restaurateurs et moins de chantiers pour les entrepreneurs.
Ma question sera simple. Madame la ministre, quelle réponse votre gouvernement apportera-t-il pour enfin aider la population?
17.02 Eléonore Simonet, ministre: Monsieur Prévot, je mesure pleinement les difficultés que rencontrent aujourd'hui de nombreux indépendants face à des factures d'énergie et à des coûts à la pompe qui ne cessent d'augmenter. Pour l'entrepreneur, vous l'avez rappelé, ces coûts réduisent directement la marge et parfois même la viabilité de l'activité.
Sur le plan structurel, ce gouvernement a fait des choix importants: maintenir et relancer l'activité nucléaire en Belgique, tout en poursuivant le développement des énergies renouvelables, dépassant ainsi le clivage qui voudrait les opposer. Cela étant dit, ces décisions produiront leurs effets dans la durée, mais elles ne dispensent pas d'agir rapidement lorsque les prix s'emballent. C'est dans cet esprit que le MR demande l'introduction du cliquet inversé dans le cadre du conclave budgétaire. La hausse des prix génère, en effet, des recettes supplémentaires pour l'État, et nous estimons légitime que celles-ci soient rendues à nos citoyens et à nos entreprises.
En parallèle, le gouvernement poursuivra l'élaboration du Plan social pour le climat afin d'alléger la facture d'électricité de nos micro-entreprises vulnérables. Dès 2027, la réforme sur la clarté et la transparence des factures d'énergie rendra celles-ci plus lisibles et plus facilement comparables pour nos concitoyens et nos entreprises. Dans le cadre de mes propres compétences, j'ai lancé la révision du code de conduite qui encadre les relations entre les fournisseurs d'énergie et les indépendants ainsi que les PME. Je partage l'avis du Conseil supérieur des indépendants et des PME. Il faut renforcer l'efficacité de ce code, mais aussi le rendre contraignant pour l'ensemble des fournisseurs.
Dès avril 2026, j'ai mis en place des facilités de paiement pour les cotisations sociales provisoires dues par nos indépendants impactés par la crise. Je continuerai à suivre la situation de près et, si la crise devait malheureusement persister, je n'hésiterais pas à prolonger ces mêmes facilités de paiement.
17.03 Patrick Prévot (PS): Madame la ministre, je ne peux malheureusement pas me contenter de votre réponse. Elle est beaucoup trop faible. Vous avez évoqué, en fin de réponse, le fait que vous aviez obtenu, dès le mois d’avril, des facilités de paiement pour les indépendants. Mais soyons clairs: cela ne fait que reporter le poids de la charge et accumuler davantage de dettes pour les indépendants.
Dans la presse, votre collègue, le ministre Clarinval, a reconnu que la hausse des prix de l’énergie avait permis à l’État d'engranger des recettes supplémentaires grâce aux taxes et aux accises. La réalité est simple: quand les ménages et les indépendants paient plus, l’État s'enrichit. Et en pleine crise énergétique, qu’avez-vous décidé? D’augmenter les taxes sur le mazout et sur le gaz.
Je ne parle même pas de votre plan des 80 millions d’euros annoncé au mois d’avril. Nous vous avions dit à l’époque que ce montant n'était que des cacahuètes et que cela n’aiderait personne. Évidemment, les citoyens n’en ont pas vu la couleur. Hier encore, Bart De Wever déclarait qu’il ne prendrait aucune mesure supplémentaire. Et aujourd'hui, vous revenez avec une nouvelle annonce concernant le cliquet inversé, cette véritable arlésienne que vous appelez de vos vœux depuis le mois d'avril.
Encore une fois, cela ressemble davantage à de la communication politique. Les gens en ont assez de vos mensonges. Ce qu’ils veulent, ce sont des solutions concrètes!
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Bedankt, collega’s en ministers. Hiermee sluiten we het vragenuurtje af.
Voorstel ingediend door:
Proposition
déposée par:
Wim Van der Donckt, Charlotte Verkeyn, Steven Vandeput, Koen Van den Heuvel, Benoît Piedboeuf.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La discussion générale est ouverte.
De rapporteur, de heer Steven Matheï,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
Le rapporteur, M. Steven Matheï,
renvoie au rapport écrit.
18.01 Wim Van der Donckt (N-VA): Mijnheer de minister, dit wetsontwerp krijgt, zoals u weet, brede steun in de Kamer. Als ik me niet vergis, hebben alle fracties voorgestemd, behoudens een onthouding van het Vlaams Belang en de PVDA. De reden is natuurlijk dat het een goed wetsontwerp is met betrekking tot administratieve vereenvoudiging en de verlaging van allerhande kosten. Dat moet als muziek in de oren klinken van eenieder die de politieke stiel ernstig neemt.
Uw wetsontwerp, waaraan mijn wetsvoorstel is aangehecht, heeft het voorwerp uitgemaakt van een uitvoerige bespreking in de commissie. Ik zal die hier niet herhalen. Daarover is een mooi verslag opgemaakt door collega Matheï en de diensten, uiteraard.
Toch wil ik kort nog even stilstaan bij de administratieve vereenvoudiging, met name de afschaffing van het dagontvangstenboek en het ontvangstbewijs van contante gelden.
Waarom vind ik het belangrijk om dat even aan te kaarten? Uiteraard omdat het initiatief daartoe vanuit de N-VA is gekomen. Dat initiatief werd trouwens al in de vorige legislatuur genomen, via een wetsvoorstel van mijn hand. De reden van de afschaffing van die fiscale verplichtingen die nog steeds zijn opgenomen voor de vrije beroepen, is natuurlijk dat die compleet achterhaald zijn door het feit dat vrije beroepen sinds 2018 ook worden beschouwd als ondernemingen. Ze dienen dus ook een economische boekhouding te voeren. Eigenlijk was het een beetje dubbelop. Men diende aan de ene kant die klassieke boekhouding te voeren, maar tegelijkertijd diende men dan toch nog de dagontvangsten over te boeken, zoals in mijn tijd bijna over te schrijven, in een dagboek. Ook het ontvangstbewijs was buiten gebruik geraakt. Toch waren de vrije beroepen nog verplicht om daarvan in het bezit te zijn. Het is dus een goede zaak dat uiteindelijk, na zes jaar, die fiscale verplichting wordt afgeschaft.
U hebt mijn wetsvoorstel niet volledig gevolgd, mijnheer de minister, omdat er een uitzondering wordt gemaakt voor de medische en paramedische beroepen. U hebt evenwel beloofd dat u daar verder werk van zult maken. De reden waarom de aanpassing op dit ogenblik nog niet van toepassing is op de medische en paramedische beroepen, is het belang van de patiënt. Die documenten zijn immers belangrijk voor de patiënt om de kosten terugbetaald te krijgen door de verzekeringsinstellingen en ziekenfondsen. U hebt dus wel beloofd dat u daar werk van zult maken, zodat die verplichtingen voor de medische en paramedische beroepen door middel van bijkomende digitalisering ook zullen verdwijnen.
Andermaal betuig ik dus mijn steun aan dit wetsontwerp, ook voor de andere punten die u hebt aangepast.
18.02 Lode Vereeck (VB): Mijnheer de voorzitter, collega's, mijnheer de minister, wie de commissiebespreking van dit wetsontwerp heeft gevolgd, weet dat deze wet bijna geruisloos is gepasseerd. Er staat ook weinig controversieels in. Ik denk immers dat niemand bezwaren heeft tegen de afschaffing van verouderde formaliteiten, zoals de huurbijlagen in de boekhouding, de vereenvoudiging en verhoging van de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers, de schrapping van accijnzen op koffie en thee of het wegwerken van de fiscale straf op schenkingen aan goede doelen. Dat zijn stuk voor stuk maatregelen waar mijn fractie en de meeste fracties zich probleemloos achter konden scharen.
Er blijven ook na de bespreking in de commissie echter vragen open die ik graag aan de minister had gesteld en waarvan ik hoop dat hij ze uit het vuistje kan beantwoorden, in het voordeel van de huurders, de koffiedrinkers en de kleine ondernemers van dit land. Ik zal ze niet allemaal herhalen, maar enkele punten verdienen wel een korte herneming, precies omdat de antwoorden die we in de commissie kregen, mij eerlijk gezegd niet hebben overtuigd.
Zoals ik in de commissie al aangaf, blijft het een beetje wringen dat de afschaffing van de huurbijlage – dat is formulier 270 MLH – wordt gekoppeld aan het platform MyRent, dat daarvoor nog moet worden aangepast. Het is al gezegd dat de minister hoopt dat alles up and running zal zijn tegen 1 januari 2028. Hij heeft trouwens meerdere keren zijn hoop uitgesproken. Nu moet ik u eerlijk zeggen, collega's: hopen is geen wetgevingstechniek. We stemmen vandaag een afschaffing waarvan de inwerkingtreding de facto wordt overgelaten aan de snelheid van een IT-project.
Eerlijk gezegd, IT is nu niet iets waar onze federale regering bijzonder sterk in is. Ik zou de minister dan ook willen vragen wat er gebeurt als die snelheid, zoals wel vaker, tegenvalt. IT-projecten zijn zoals gezegd niet bepaald het sterke punt van de overheid. Bestaat er een vangnet of staan we hier binnen dik een jaar opnieuw met een bijkomend uitstel? Eigenlijk is mijn vraag gewoon, mijnheer de minister: wat is de stand van zaken, mocht ik dat gemist hebben?
Ook de kwestie van het dagontvangstenboek is in de commissie uitvoerig en terecht besproken. Collega Verdonk heeft er daarnet nog naar verwezen. Bijna elke fractie, van links tot rechts in deze zaal, heeft gewezen op een merkwaardige asymmetrie: alle vrije beroepen worden verlost van deze decenniaoude verplichting, behalve de medische en paramedische beroepen, die nu net dankzij eFact en eAttest hun facturatie volledig elektronisch verrichten.
De minister antwoordde dat hij opnieuw hoopte dat hij in een volgende wet lagere kosten zou kunnen meenemen, maar met alle respect, collega's, een belofte voor eventuele lagere kosten III of lagere kosten IV, als de regering niet valt natuurlijk, is geen juridische zekerheid. Ik nodig de minister vandaag dan ook uit om misschien wat concreter te zijn dan een vage verwijzing naar de toekomst.
Ik weet wel dat die documenten – collega Verdonk heeft het daarnet herhaald – nodig zijn voor sommige patiënten en dat dit uiteraard een gedeelde verantwoordelijkheid is met de minister van Volksgezondheid, maar mijn vraag is of u toch een tijdschema kunt geven.
Met betrekking tot de eBox, de digitale kloof en de garanties voor wie in deze samenleving niet digitaal vaardig is, werd in de commissie gelukkig voldoende geruststelling geboden. Dat geef ik eerlijk toe, ik ben daar blij om.
Dan kom ik tot de punten die in de commissie niet besproken werden en die niet minder belangrijk zijn. Vooreerst ter verduidelijking: de accijnzen op koffie en thee worden dankzij deze wet volledig afgeschaft. De minister heeft in de commissie al toegelicht waarom er voor thee een nieuwe wettelijke definitie wordt ingevoerd. Dat is net om het begrip met voldoende juridische precisie te kunnen uitsluiten uit artikel 7. Die wetgevingstechniek, waarbij men iets precies definieert om het te kunnen uitsluiten, begrijp ik wel en volg ik. Niet alleen thee van de theeplant, maar ook kruideninfusies, vruchteninfusies en bloemeninfusies, dus kruiden-, munt-, kamille-, rooibos- en gemberthee, alsook maté worden voortaan fiscaal op gelijke manier behandeld. Het is thee, ook al is het eigenlijk geen thee, maar het wordt niet belast.
Mijnheer de minister, ik zit nog met een vraagje dat u zeker kunt beantwoorden. Het feit dat de accijnzen zijn afgeschaft, betekent niet noodzakelijkerwijs dat de douanerechten worden afgeschaft. U weet dat al die verschillende soorten thee zijn gebaseerd op GN-codes, de gecombineerde nomenclatuur. Het is dus wel degelijk zo dat niet alle soorten thee invoerrechtenvrij zijn. Denken dat thee niet belast wordt, is dus een illusie.
Mijnheer de minister, kunt u daar enige duidelijkheid over scheppen? Het is wel degelijk zo dat sommige soorten thee en sommige soorten kruidenmengelingen zijn vrijgesteld en andere niet. Ik zal niet vooruitlopen op uw antwoord, maar het zou wel interessant zijn om dat te weten.
Collega's, belangrijker dan de accijnzen op koffie en thee zijn de verpakkingsheffingen op water. Ik doel dan op het volume, op het economisch effect op de markt. Dat is natuurlijk de reden waarom Vlaamse en Waalse consumenten massaal gaan shoppen in Frankrijk, waar water substantieel goedkoper is. Het regeerakkoord raakt dit ook aan, het staat erin, maar het is nog wachten op een concreet initiatief. Mijn vraag is dus waar dat vastzit. Wat moet er gebeuren? Wat gaat er nog gebeuren? Nogmaals, het gaat om echt grote prijsverschillen tussen Frankrijk en dit land.
Ten tweede en ernstiger is er de geleidelijke verhoging van de btw-vrijstellingsdrempel voor kleine ondernemers. Zij moeten geen btw doorstorten, maar ze kunnen die natuurlijk ook niet aftrekken zolang hun omzet beperkt is. Het gaat dan over ongeveer 25.000 euro. Ook daarover werd in de commissie ruim gedebatteerd.
Ter informatie, ik sta hier niet om enige compassie van u te verwachten, maar ik geef het maar mee, wij dienden aan het begin van deze legislatuur krek hetzelfde voorstel in, wat natuurlijk door de genieën van de meerderheid werd weggestemd. De officiële reden – we kennen de echte reden natuurlijk - was dat mijn vrijstellingsdrempel te hoog was, die lag namelijk op 35.000 euro. Ik had namelijk een kleine marge ingebouwd, omdat de vrijstellingsdrempel van 25.000 euro, die al ingevoerd is in 2016, dus tien jaar geleden, al die jaren niet geïndexeerd is en ook nu niet automatisch geïndexeerd wordt.
Het gevolg laat zich raden en was perfect te voorspellen. Vandaag ligt hier een regeringsontwerp op tafel dat natuurlijk onvoldoende is om nog maar de inflatie in rekening te brengen. De vrijstellingsdrempel die de regering voorstelt, wordt opgetrokken van 25.000 naar 30.000 euro in 2031, dus over vijf jaar, terwijl het geïndexeerde bedrag vandaag, in prijzen van september 2026, al 34.632 euro bedraagt. Geef toe, dat komt toch wel aardig dicht in de buurt van mijn voorstel van 35.000 euro.
Laat ik duidelijk zijn, het regeringsvoorstel is onder de maat.
Wat nog niet aan bod kwam in de commissie, is de vraag naar het zogenaamde bunching effect. Dat betekent dat elke harde omzetdrempel, niet alleen in dit wetsvoorstel, maar ook in andere wetsvoorstellen, een prikkel voor kleine ondernemers creëert om daar net onder te blijven, ten koste van de eigen groei. Waarom is dat relevant? Die nieuwe drempel van 30.000 euro tegen 2031 die de regering wil invoeren, ligt ver onder het Europese maximum van 85.000 euro. We bouwen daar dus zelf een plafond in waar al die mensen natuurlijk net niet boven gaan, alhoewel er daar misschien nog tig businessopportunity’s, tig zakelijke opportuniteiten liggen, maar ze zitten dit jaar nu eenmaal aan hun drempel, ver onder dat Europese maximum van 85.000 euro.
Collega's, u verwijst zo graag naar Europa, maar andere lidstaten hanteren drempels die twee tot drie keer hoger liggen. Nu de regering eens aan gold-plating mag doen, doet ze het omgekeerde en doet ze aan tin-plating. Ik weet niet of u die term kent, maar dat is net het tegenovergestelde. U neemt een waardeloos metaal en doet aan tin-plating en gaat dus voor het minimum waarmee u nog enigszins zonder gêne naar buiten kunt komen. Er bestaat trouwens ook brass-plating. Brass is messing. U legt een dun laagje messing om het voor de schone schijn op goud te laten lijken. Mijnheer de minister, ik vraag u dan ook heel duidelijk of er een reden is waarom België zo behoedzaam – sommigen zouden zelfs zeggen zo benepen – omspringt met de ruime marge die Europa ons toestaat.
Ik rond af. Dit wetsvoorstel bevat veel goeds, ondanks het gebrek aan een inflatiebestendige en dus toekomstbestendige wetgeving rond de btw-vrijstelling en ondanks het gebrek aan ambitie om ondernemerschap te ondersteunen.
We hebben getwijfeld of we dit wetsontwerp toch niet zouden goedkeuren, maar mijn fractie zal zich, net zoals in de commissie, onthouden omdat, collega's van de oppositie, helemaal op het einde van de wet, in artikel 26, dat ondertussen is hernummerd tot artikel 28, een reeks koninklijke besluiten bekrachtigd worden. Het gaat onder meer om het koninklijk besluit dat de schlemielige btw-hervorming uit het vorige begrotingsakkoord regelt. Dat staat in het vijfde lid en daarmee waren we het toen niet eens, en zijn we het ook vandaag nog altijd niet eens.
Ik vind dat een redelijk slinkse wetgevingstechniek, waar we uiteraard niet in trappen.
Ik dank u voor uw aandacht en kijk uit naar het antwoord van de minister.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vereeck. Ik heb dus geleerd dat de behandeling in commissie niet uitputtend was.
Het woord is aan de heer Piedboeuf.
18.03 Benoît Piedboeuf (MR): Merci, monsieur le président.
Je peux dire, comme mon précédent collègue, qu'il manque encore des choses, mais justement nous en avons plein en réserve, qui vont arriver. Ce projet est le deuxième d'une série de simplifications. Le message est simple, une fois de plus: moins de paperasse, moins de contraintes inutiles et davantage de liberté pour ceux qui entreprennent et travaillent.
Nous y trouvons le relèvement progressif du seuil de franchise TVA, qui était réclamé par certains depuis des années; moins d'obligations administratives pour les PME et les indépendants; la suppression de certaines obligations comptables quand elles sont inutiles, notamment pour les professions libérales; la suppression de l'annexe au bail professionnel, qui créait une obligation pour le locataire, mais qu'il n'était vraiment pas utile de maintenir; enfin, la possibilité, importante du point de vue social, de donner des produits qui sont soumis à accises en exonération d'accises, plutôt que de les jeter. C'est une démarche très positive pour toute une série d'associations.
Nous faisons confiance aux citoyens, aux indépendants et aux entreprises; nous supprimons des formalités qui n'apportent pas de valeur pour renforcer notre compétitivité. C'est une logique de simplification, de responsabilité et de liberté d'entreprendre que nous devons et que nous allons continuer à défendre.
Je vous remercie de votre attention.
18.04 Hugues Bayet (PS): Monsieur le ministre, je voudrais revenir sur quelque chose qui ne va vraiment pas dans votre texte: l'article 26. Vous vous en doutez, puisque vous renvoyez vers les arrêtés royaux.
"Il n'y aura pas de hausse de la TVA", ce n'est pas moi qui le dis, mais le président d'un parti de votre majorité qui, depuis des jours, des semaines et des mois, le chante sur tous les plateaux et dans la presse. Et vous, ministre des Finances, mauvais élève, que faites-vous? Vous venez aujourd'hui avec une nouvelle taxe, qui consiste en une augmentation de la TVA. Encore une promesse faite à nos concitoyens qui ne sera pas respectée!
Vous me direz que ce n'est pas une hausse généralisée de la TVA, car elle concerne uniquement les nuits au camping et à l'hôtel. Mais la question reste entière, monsieur le ministre, car chat échaudé craint l'eau froide! À partir du moment où ce gouvernement a déjà décidé d'augmenter la TVA sur certains secteurs, qu'est-ce qui garantit que vous n'allez pas continuer à l'augmenter pour d'autres?
Et je crains, comme malheureusement beaucoup de nos concitoyens, qu'à l'aube de la confection du budget 2027, cette rage taxatoire que vous aimez tant ne revienne au galop. Alors, vous allez me dire: “Mais non, mais non, rassurez-vous!”. Malheureusement pour vous, monsieur le ministre des Finances, les faits sont têtus.
À l'heure actuelle, nous n'avons jamais atteint de tels sommets pour le prix du litre de mazout, d'essence ou de diesel. Quelle a été la seule et unique décision de votre gouvernement? Augmenter les accises! Comme beaucoup de nos concitoyens, nous avons vraiment très peur de ce que l'avenir nous réserve. Qui cette hausse va-t-elle toucher? Ne nous mentons pas: qui va dans les campings? Les familles. Une fois de plus, ce sont donc les familles qui vont devoir payer, alors qu'elles n'arrivent déjà plus à joindre les deux bouts. Rappelons que vous avez décidé, avec votre double saut d'index, de ne pas augmenter les salaires. Depuis que ce gouvernement est en place, tout coûte plus cher. Je ne vais pas vous refaire la liste de l'ensemble des mesures que vous avez fait voter. Et pour ces familles qui n'arrivent pas à joindre les deux bouts, vous avez décidé de leur imposer encore une petite taxe, de sorte leurs pauvres petites vacances vont coûter encore plus cher, alors que le tourisme est un secteur essentiel en Belgique.
Vous avez décidé que, même s'il est agréable de passer quelques nuits en camping en Ardenne ou de faire une petite virée à la mer du Nord dans un petit hôtel, il faudra encore taxer le secteur du tourisme. Peut-être estimez-vous que, depuis deux ans, grâce à toutes les bonnes mesures que vous avez fait voter, la croissance est devenue tellement exponentielle que le secteur du tourisme ne ressentira aucun impact. Monsieur le ministre, permettez-moi d'en douter puisque la croissance est nulle.
Malheureusement, deux éléments ne changent pas:
votre méthode et vos objectifs. La méthode reste identique: être fort avec les
faibles et faible avec les ultra-riches. Votre objectif ne change pas non plus:
des taxes, des taxes, des taxes et encore des taxes. Les familles et le secteur
du tourisme ne vous remercieront pas, monsieur le ministre, et nous non plus. Nous ne soutiendrons pas cette
partie du texte.
18.05 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, zoals vaak bij uw wetsontwerpen met het woord "diverse" in de titel zijn er zaken die positief zijn en andere die minder positief zijn.
Ten eerste, wij steunen absoluut de afschaffing van de accijnzen op thee en koffie. Zoals u en veel leden weten, zijn wij tegen belastingen op consumptie. Consumptiebelastingen zoals accijnzen of btw wegen immers veel zwaarder door voor de gewone man, een werknemer of een zelfstandige, dan voor een miljardair. Een miljardair gaat immers niet duizend keer meer thee of koffie drinken dan een gewone mens. Proportioneel gezien weegt een dergelijke consumptiebelasting dus veel zwaarder door op het inkomen van een gewone mens.
Daarom ook dienen wij hier regelmatig wetsvoorstellen in om bijvoorbeeld de belastingen op water, voedsel of medicijnen te verlagen. U, uw partij, uw regering, maar ook andere rechtse partijen, zijn daar altijd tegen geweest. U wilde die belastingen in het begin van dit jaar zelfs verhogen. Wij horen dat u de btw opnieuw wilt verhogen en dat dat nu op tafel ligt bij de onderhandelingen.
Een kritiek die wij altijd horen als wij de btw op water of voedsel willen verlagen, is dat de prijzen niet automatisch zullen dalen. Die extra marge gaat dan naar de producenten of verkopers. Dat is op zich een redelijke kritiek. Daarom voeren wij in ons wetsvoorstel een prijsbeschermingsmechanisme in, net om ervoor te zorgen dat die btw-verlaging ten goede komt aan de consument en niet aan de verkoper of de producent.
Ik wil die kritiek dus naar u terugkaatsen. Ik herhaal dat wij de afschaffing van de accijnzen op koffie en thee steunen. Hebt u echter enige garantie dat de prijzen voor de consument zullen dalen, of hoopt u daar niet op, omdat dat helemaal niet de bedoeling van die afschaffing is? Wilt u net dat de marges van de verkopers en producenten verhogen? Ik ben benieuwd naar uw antwoord.
Ik heb al gezegd dat er positieve zaken in
uw wetsontwerp staan. Het ontwerp bevat echter ook negatieve zaken, die ook
naar voren zijn gebracht door voorgaande collega's. U zult op basis van artikel 26
een aantal KB's bekrachtigen, zoals toevallig een btw-verhoging. Het is voor
ons dan ook onmogelijk om dit wetsontwerp te steunen. We zullen ons opnieuw onthouden, zoals in de
commissie.
18.06 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, je tiens à préciser et j'insiste que je souhaite ici exprimer la position de notre groupe sur ce projet de loi visant à réduire les coûts.
Vous ne douterez pas que notre groupe soutiendra ce texte et cela ne sera pas une surprise pour vous. Nous le soutiendrons d'abord parce qu'il poursuit un objectif auquel nous sommes particulièrement attachés: simplifier la vie des citoyens, des indépendants et des entreprises, en particulier celle de nos PME.
Nous parlons beaucoup de simplification administrative dans cet hémicycle, mais celle-ci ne peut pas rester un simple slogan. Elle doit se traduire concrètement dans le quotidien de celles et ceux qui travaillent, qui entreprennent et qui font vivre notre économie. C'est précisément ce que permet ce texte.
Je pense d'abord à la suppression de l'annexe relative aux loyers professionnels. Aujourd'hui encore, nous faisons reposer sur le locataire la responsabilité de transmettre à l'administration toute une série d'informations concernant son bailleur, alors même que l'administration dispose déjà de ces informations.
Dans mon expérience professionnelle, j'ai trop souvent constaté combien il pouvait être compliqué, pour certains locataires, d'obtenir les renseignements nécessaires afin de remplir correctement cette annexe, avec le risque, à terme, de rencontrer des difficultés vis-à-vis de l'administration. Au fond, nous demandons aux contribuables de rechercher et de transmettre des informations dont l'administration dispose déjà ou qu'elle peut obtenir par d'autres moyens. Ce n'est pas notre conception d'une administration moderne.
Demain, grâce à l'utilisation de MyRent, nous pourrons progressivement sortir de cette logique. Une information déjà connue de l'administration ne doit pas être demandée une seconde fois au citoyen. C'est simple, c'est logique et c'est la direction que doit prendre la simplification administrative.
La même philosophie se retrouve dans le relèvement progressif du seuil permettant aux petites entreprises de bénéficier de la franchise de TVA. Moins de formalités pour les plus petites activités, c'est aussi davantage de temps consacré à leur véritable métier. Je pense également à la suppression du livre-journal et du carnet de reçus pour certaines professions libérales. Là encore, je peux parler d'expérience. Nous savons combien ces documents peuvent être fastidieux à compléter et combien ils génèrent régulièrement des erreurs.
À l'heure de la facturation électronique et de la digitalisation croissante de notre économie, il est nécessaire de remettre ces obligations en question.
Deuxième élément que je souhaite souligner: la poursuite de la digitalisation de notre administration fiscale. La Belgique dispose déjà d'une administration fiscale fortement digitalisée. Ce projet poursuit cette évolution et permet de réduire progressivement les échanges papier et les démarches inutiles.
Mais je veux aussi formuler un point d'attention: digitaliser ne peut jamais signifier exclure. Cette transformation doit donc continuer à s'accompagner d'un effort en matière d'inclusion numérique. Plus largement, l'éducation numérique et financière de notre population doit rester une priorité. Une administration plus moderne n'est réellement une administration plus simple que si chacun est capable d'y accéder et de la comprendre.
Enfin, chers collègues, je voudrais terminer par une mesure qui me paraît particulièrement importante: la suppression d'une aberration fiscale qui pénalisait le don, à des associations caritatives, de certains produits invendables.
Le principe devrait pourtant être évident: notre fiscalité ne doit jamais rendre la destruction d'un produit plus intéressante que son don. Or, pour certains produits soumis à accises, notre législation pouvait encore conduire à une situation dans laquelle le traitement fiscal du don était moins favorable que la destruction.
Ce texte vient corriger cette incohérence en permettant, sous certaines conditions, le remboursement des accises également lorsque ces produits invendables sont donnés à des organisations caritatives. C'est une demande portée depuis longtemps par le secteur associatif. Derrière une disposition qui peut paraître très technique, il y a quelque chose de très concret: davantage de produits qui peuvent être donnés plutôt qu'être détruits, et donc davantage de ressources qui peuvent bénéficier à celles et ceux qui en ont besoin.
Chers collègues, ce projet rassemble finalement plusieurs mesures très différentes, mais avec un même fil conducteur: simplifier lorsque les règles sont inutilement complexes, digitaliser lorsque c’est possible et que cela permet d'éviter certaines démarches inutiles, et corriger notre fiscalité lorsqu'elle produit des effets absurdes. Moins de paperasse lorsqu'elle n'apporte rien, une administration plus moderne et une fiscalité qui ne pénalise plus le don par rapport à la destruction.
Je me permets de le rappeler une nouvelle fois: pour toutes ces raisons, Les Engagés soutiendront pleinement ce projet de loi..
18.07 Steven Matheï (cd&v): Mijnheer de minister, met dit tweede wetsontwerp lagere kosten en diverse bepalingen zetten we een goede traditie verder die we eind vorig jaar zijn gestart, met allerlei maatregelen die specifiek gericht zijn op onze zelfstandigen, kleine ondernemingen, verenigingen, feitelijke verenigingen, vzw's, kortom, alle organisaties die zich inzetten voor het maatschappelijk leven en voor economische groei. Het is goed dat we daarvoor op zoek gaan naar maatregelen die zorgen voor minder rompslomp en minder kosten.
Als we er een paar uitpikken, denk ik bijvoorbeeld aan de maatregelen die zorgen voor vereenvoudiging door het op termijn afschaffen van de huurbijlagen. Het is goed dat er voor bepaalde zaken een controle is, maar we moeten ervoor zorgen dat die controle natuurlijk niet zorgt voor een administratieve meerlast voor bepaalde personen. Door die controle op termijn te integreren in MyRent, denk ik dat we een goede evolutie zien. Net zoals het afschaffen van het dagontvangstenboek, fiscaal gezien conform artikel 320 van het WIB, denk ik dat ook dat een maatregel is die op zich logisch is en waarvan het goed is dat dat nu wordt aangepakt. In de commissie hebben we ook al de suggestie gegeven om in de volgende wet lagere kosten en diverse bepalingen te kijken naar het dagontvangstenboek voor de btw, waarvoor we ook een wetsvoorstel hebben ingediend.
Daarnaast zit er ook een stukje modernisering in, met de verdere uitrol en uitbouw van de eBox, en ook een stukje fiscale rechtvaardigheid. Daar heeft collega Lasseaux net ook al op gewezen. Wanneer de vernietiging van bepaalde producten voordeliger is dan ze te schenken aan instellingen die er iets mee kunnen doen, aan liefdadigheidsinstellingen, dan zit er iets fout. Door ter zake de accijnzen aan te pakken, nemen we dat probleem weg. Dat kan alleen maar de liefdadigheidsinstellingen en alles wat daaromheen hoort, en vooral de mensen die geholpen worden, ten goede komen.
Dan hebben we natuurlijk ook het optrekken van de btw-vrijstelling voor kleine ondernemingen, zoals men dat noemt. In een verder verleden is dat gestart op 5.580 euro, vervolgens is dat naar 15.000 euro gegaan en sinds 2016 bedraagt dat 25.000 euro. Het is een heel goede zaak dat we die vrijstelling nu stelselmatig verhogen. Wanneer men immers een beroep doet op die vrijstelling, heeft dat heel wat minder rompslomp tot gevolg. Men moet dan wel de btw betalen, men kan die niet aftrekken en men hoeft geen btw aan te rekenen, maar het grote voordeel is vooral dat men geen btw-aangiftes en dergelijke meer moet doen. Dat kan een hulp zijn voor de kleine zelfstandigen, maar ook voor de zoveel feitelijke verenigingen en vzw's die actief zijn in ons maatschappelijk leven en die her en der wat verkopen of doen, of het nu in een cafetaria is of in een kleine webshop. Zij zijn erbij gebaat dat het bedrag stelselmatig wordt opgetrokken.
Ik heb u in de commissie ook gevraagd om te bekijken of eenzelfde vrijstelling als die voor de jeugdhuizen, die ook sinds 2016 in de circulaire staat en op 80.000 euro ligt, stelselmatig kan worden opgetrokken. Dat kunt u zelf doen. U kunt ook daarvoor een zelfgroeitraject opzetten. Dat zou onze jeugdhuizen en vooral de werking errond ten goede komen.
Het gaat dus om heel wat zaken, misschien kleinere zaken en niet de grote hervormingen, maar wel concrete maatregelen die een verschil maken voor burgers, zelfstandigen en verenigingen op het terrein: minder administratie en nutteloze formaliteiten en een modernere overheid. Hier en daar zijn er ook kostenbesparingen. Dat zijn ingrediënten die wij met cd&v natuurlijk ten volle zullen steunen.
18.08 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, met heel veel plezier hebben we dit wetsontwerp besproken en bediscussieerd. Soms kan men met heel kleine dingen het verschil maken. Ik was onlangs op Waregem Koerse, de hoogmis van Oost- en West-Vlaanderen, al heb ik er ook een aantal Antwerpenaars gezien. Toen kwam een Oostendse beenhouwer naar me toe. Hij zei me dat ik ooit het controleboek voor de beenhouwers heb afgeschaft. Dat gebeurde twintig jaar geleden, in 2006, toen ik staatssecretaris was. Hij zei dat hij dat nooit vergeten was. Kafka, juist. Het nu voorliggend initiatief sluit daarbij aan, zoals collega Matheï heeft verteld. Soms maakt men met kleine dingen het verschil.
Ik wil u een rapport geven in drie delen.
Ten eerste: grote onderscheiding. U krijgt grote onderscheiding voor de afschaffing van de accijnzen op koffie en thee.
Laat me Kortrijk als voorbeeld nemen. Er zitten verschillende Kortrijkzanen in het Parlement. De voorzitter heeft ooit zelfs gezegd dat er een heuse Kortrijkcoup wordt gepleegd op het Parlement, maar zover durf ik niet te gaan. Kortrijk is een echte koffiestad. We hebben veel koffiebars, geen coffeeshops, maar koffiebars. Ik ben blij dat collega Ronse hier is. Hij kent waarschijnlijk Julia’s, aan het station. We hebben Kaffee Renée en zelfs een koffiebar, Wilmandas Coffee, die vandaag op Google Maps 88 beoordelingen en een score van 5 op 5 heeft. Ze schenken daar Indonesische koffie, die daar wordt gebrand. Collega Ronse is er ook al geweest. Die mensen zijn dolenthousiast. We kunnen dus stellen dat de uitbaters van koffiebranderijen en koffiebars voortaan voor de N-VA zullen stemmen.
Dan zijn er de theemensen. Ook de accijnzen op thee worden afgeschaft, maar niet de douanetarieven. Dat is een andere zaak, met name invoerrechten, zoals collega Vereeck heeft gezegd.
Het grootste probleem was echter niet zozeer de taks, maar wel de administratieve verplichtingen die gepaard gaan met accijnzen. Weet u hoeveel verplichtingen er zijn als men aan accijnzen moet voldoen? Men moet vergunningen aanvragen voor een erkend entrepothouder. Men moet alle voorraden bijhouden. Men moet alle in- en uitgaande bewegingen registreren. Men moet de administratie gedurende een wettelijke termijn bewaren. Men moet een EAD opmaken, een elektronisch administratief document. Men moet periodiek aangiften doen. Men moet zich financieel borg stellen. Men moet controles toelaten en dan heeft men nog de verplichting tot facturen, EMCS et cetera. Dat is waanzinnig. Trouwens, weet u hoe ik dat weet? Omdat ooit de fameuze fruitpersen in de supermarkten ook onderworpen waren aan accijnzen. Dat heeft toen geleid tot hallucinante situaties, maar dat is intussen rechtgezet.
De koffiesector is u dus zeer dankbaar. De koffielobby heeft goed gewerkt. De theelobby is iets minder georganiseerd, heb ik me laten vertellen, maar dat is een goede zaak. Het is dus een taks die afgeschaft wordt en zo verdwijnen er veel verplichtingen.
Wat ik echter niet begrijp, is het volgende. Op water is er ook een accijns, maar die staat op nul. Die accijns staat op nul, maar het gevolg is wel dat water onderworpen is aan al die accijnsverplichtingen. Dat is absurd. Ik heb tijdens deze lange vakantie gezocht naar redenen waarom water onderworpen is aan die accijnsverplichtingen. Niemand heeft het mij kunnen vertellen. Ze hebben mij gezegd dat ik moest wachten tot 17 september, de eerste plenaire vergadering, waar de minister mij een antwoord zou geven. Mijnheer de minister, waarom haalt u water – gewoon water, ik heb het niet over speciaal water, maar over plat en bruiswater – niet uit de accijnzen en doet u niet dezelfde operatie als voor koffie en thee?
U krijgt een grote onderscheiding, maar geen grootste onderscheiding. In het regeerakkoord staat immers op pagina 41 dat u de accijnzen op koffie en thee zult afschaffen, maar u zou dat ook doen voor zerodranken, de zogenoemde suikertaks, wat geen helemaal correcte benaming is, want ook zero wordt belast.
Er staat ook in dat u de verpakkingstaks voor herbruikbare verpakkingen zou afschaffen. Ik heb in de commissie met twee flessen water omstandig het bedrag van de verpakkingstaks aangetoond. Een fles water in de Auchan kost 9 eurocent per liter, terwijl dezelfde fles in de Colruyt 19 eurocent per liter kost. Collega's van Vooruit, het koopkrachtverschil bedraagt dus 10 eurocent per liter en dat is exact het bedrag van de verpakkingstaks.
Wijlen Jean-Luc Dehaene voerde die fameuze verpakkingstaks in 1993 bij de zoveelste staatshervorming in om de steun van de groene partijen te krijgen. Die taks slepen we zoveel jaren later nog altijd met ons mee. De regering heeft beloofd om die taks af te schaffen en ik dacht dat dit toch de perfecte gelegenheid was om dat te doen. Zij doet dat echter niet omdat de afschaffing van die verpakkingstaks voor water en herbruikbare verpakkingen en de afschaffing van de accijnzen op zerodranken 200 miljoen euro kost, terwijl in de begroting slechts 100 miljoen euro werd ingeschreven. Er is dus een gat van 100 miljoen euro.
Mijnheer de minister, ik zal het u vrank en vrij vragen. Kunt u hic et nunc, gelet op de moeilijke begrotingsbesprekingen die eraan komen, garanderen dat de voor de afschaffing van de accijnzen en verpakkingstaks voorziene 100 miljoen euro, behouden blijft? Bestaat het risico dat men in de zoektocht naar 10 miljard euro beslist om die belastingverlaging van 100 miljoen euro te schrappen? Iets in mij zegt dat dat wel eens zou kunnen gebeuren en daar vrees ik voor. Kunt u die belastingverlaging van 100 miljoen euro garanderen of niet?
Op het tweede deel van het rapport krijgt u onderscheiding. Dat is iets minder, maar nog steeds goed. Ik kom tot het wetsvoorstel van collega Van der Donckt, de pionier in de strijd tegen het verplicht uitreiken van het ontvangstbewijs uit een erkend boekje en het dagboek van ontvangsten en uitgaven. Die verplichting wordt afgeschaft, en terecht. Hij heeft ook uitgelegd waarom. Vroeger werden vrije beroepers niet beschouwd als ondernemers. Sinds het Wetboek van economisch recht is dat wel het geval. Tegenwoordig zijn die mensen boekhoudplichtig, waardoor die verplichtingen overbodig en obsoleet zijn.
Het punt werd aangehaald door collega Van der Donckt. Zijn wetsvoorstel nr. 752 wil die verplichting afschaffen voor alle mensen met een vrij beroep, inclusief de zorgsector. Hij legt ook uit waarom het ook voor hen kan worden afgeschaft. Hij verwijst zelf naar de geleidelijke invoering van het elektronisch getuigschrift sinds 2018. Ook collega Vereeck heeft daarnet omstandig uitgelegd waarom dat kan worden afgeschaft.
Mijnheer de minister, ook de Raad van State zegt dat het onbegrijpelijk is dat u die verplichting afschaft voor de meeste vrije beroepen, maar niet voor de medische sector. Dat betekent dat dokters, tandartsen, specialisten, kinesisten en thuisverplegers met die papierlast blijven opgezadeld zitten. Ik vraag mij af wat daar is gebeurd. Heeft meester Frank gezegd dat u van zijn beroepen af moet blijven?
Collega Van der Donckt, het grootste probleem is echter iets anders. Het is ook een bescheiden les met betrekking tot administratieve vereenvoudiging. Als men iets dat eigenlijk niet meer in gebruik is afschaft, maar het laat bestaan voor een bepaalde groep, dan laat men een oude papierdemon weer tot leven komen.
Fiscale controleurs in ons land zijn zeer creatief. Onlangs was er het verhaal van een mama van vijf, met die fiscale controle in Knokke. Misschien hebt u dat gevolgd. U knikt. Als die fiscale controleurs dit debat volgen, zullen ze stellen dat die mensen met een vrij beroep het fiscaal dagboek van ontvangsten en uitgaven en het ontvangstbewijs moeten blijven bewaren. En dan zullen ze daarop controleren. Men ziet die fiscale controleurs weer langskomen, met dat fameuze pv'tje van 100, 50 of 200 euro. Ik zie ze komen.
Mijnheer de minister, kunt u hic et nunc zeggen dat bij de fiscale controle van dokters en tandartsen dit soort zaken niet actief zal worden opgespoord?
Ik kom aan mijn derde vraag. Een voldoende betekent nog steeds erdoor. Het betreft de fameuze omzetdrempel voor vrijstelling van btw-verplichtingen. U trekt die op van 25.000 naar 30.000 in 2031. De vraag is, en collega Vereeck heeft die vraag ook gesteld, of dat voldoende is.
Ik heb een schrijven gekregen van de Vlaamse Sportfederatie. Ik weet dat er veel sportievelingen hier in de zaal zijn. Er zijn ook mensen die gaan fitnessen, dat is goed.
De Vlaamse Sportfederatie telt 1,4 miljoen sporters, 20.000 clubs en 300.000 vrijwilligers. Zij heeft gevraagd of het verhogen van die drempel voldoende is. Het antwoord is neen, want als men die drempel overschrijdt, dan heeft men nood aan btw-expertise bij vrijwilligers, moet men een boekhouder aanstellen en komt daar dus een heel complexe administratie bij te kijken.
Wat is het gevolg? Dat onze sportclubs, in plaats van te willen groeien, dat niet doen, omdat ze onder dat plafond willen blijven. Ik heb hier de getuigenis van Annelies Moens van Skimasters, die zegt dat de btw-drempel ervoor zorgt dat ze elk jaar op de rem gaan staan om bijkomende leden aan te werven. Nele Verhofstadt – ik weet niet of ze familie is van – van de Lokerse Badmintonclub zegt dat wie probeert extra inkomsten te genereren voor de sportclub wordt geconfronteerd met een disproportionele administratieve last.
Mijnheer de minister, die drempel van 25.000 euro is sinds 2016 niet meer geïndexeerd. Stel dat die geïndexeerd zou zijn geweest, dan zou die vandaag op 32.870 euro liggen. Wij stellen met ons amendement voor om die drempel te indexeren, af te ronden naar 33.000 euro en er elk jaar 1.000 euro bij te doen. Dat lijkt ons redelijker te zijn en ook te beantwoorden aan wat onder meer de Vlaamse Sportfederatie vraagt.
Collega's, met de wet lagere kosten I is iets historisch gebeurd in dit Parlement. Er zijn amendementen van de oppositie goedgekeurd. Dat is nooit gezien met deze coalitie en de minister verdient daarvoor alle lof. De vraag is of dit vandaag een tweede keer zal gebeuren met het wetsontwerp lagere kosten II. Ik heb een aantal amendementen ingediend. Ik heb ze in de commissie toegelicht, dus ik zal dat hier niet opnieuw doen. We zijn benieuwd naar het stemgedrag van de collega's van de meerderheid.
Tot slot, ondanks al die goede vermeldingen en het mooie rapport, kunnen we, zoals collega's Bilmez en Vereeck ook hebben gezegd, dit volledige werkstuk natuurlijk niet goedkeuren omdat door de bekrachtiging van de koninklijke besluiten de btw in bepaalde sectoren wordt verhoogd. Dat zou onheus zijn. Stel dat we dat wel zouden doen, dan zou ons dat ons hele leven blijven achtervolgen.
Er zijn veel zaken die iedereen inderdaad achtervolgt. Dat is evident. Wij blijven lopen en volgen. Mijnheer de minister, los van die onthouding lijkt ons dat echter een lichtpuntje in wat voor het overige een fiscale woestijn is.
De immer minzame heer Frank Beckx van Voka is ooit mijn collega geweest op een kabinet maar dat is iets anders. Dat zal hem niet achtervolgen. Frank Beckx zei onlangs in een interview dat hij voor een belastinglawine vreest. Ik zei hem dat hij daarvoor niet hoefde te vrezen want dat ze al volop bezig was. Als wij vandaag lezen wat de heer Mahdi stelt over de managementvennootschappen, dan weten wij waar de mensen zullen worden gepluimd.
Ik zou u dus willen verzoeken om de managementvennootschappen en de flexi-jobs te vergeten en u te focussen op wetten die de kosten verlagen. In dat geval zult u in ons een bondgenoot vinden.
De voorzitter: Uit alle boeiende uiteenzettingen onthoud ik dat wij hier omgekeerde geschiedenis meemaken. De Boston Tea Party wordt hier omgekeerd, want toen werden accijnzen ingevoerd en ze worden nu prompt opnieuw teruggeschroefd.
Mijnheer de minister, hebt u nog andere elementen van antwoord?
18.09 Minister Jan Jambon: Collega’s, er zijn een paar vragen gesteld waarop ik zeker wil antwoorden.
Ik wil de heer Van Quickenborne antwoorden dat wij vandaag al de rest vergeten en alleen over de wet lagere kosten II spreken. Wanneer ik zo dadelijk het halfrond verlaat, kan ik echter niet garanderen dat wij alleen nog bij de wet lagere kosten II blijven. Er zijn nog andere katten te geselen.
Wij hebben in de commissie een goede bespreking over deze wet gehad. Ik hoef niet meer op te sommen wat de wet bevat, de sprekers hebben de verschillende onderwerpen al aangekaart. Ik zal dus gewoon ingaan op de gestelde vragen.
Ik begin bij de heer Vereeck. Mijnheer Vereeck, ik kan toch niet nalaten om even te citeren uit het verslag: "De heer Lode Vereeck, VB, bedankt de minister voor de inhoudelijke antwoorden op vrijwel al zijn vragen."
Ik dank u daarvoor maar blijkbaar is dat nog niet genoeg en moet er in de plenaire vergadering nog meer gebeuren. Maar goed, er is ook een hele vakantieperiode verstreken tussen de bespreking in de commissie en de bespreking in de plenaire vergadering.
De voorzitter: Het is de recesperiode.
18.10 Minister Jan Jambon: Het is inderdaad de recesperiode. Hebben wij vakantie en hebben jullie reces? Ik weet het niet.
Mijnheer Van Quickenborne, er is in ieder geval een hele periode verstreken waarin niet iedereen heeft stilgezeten. Er zijn mensen die gewerkt hebben. De heer Vereeck heeft gewerkt, want hij heeft nog bijkomende vragen waarop ik met plezier zal antwoorden.
Mijnheer Vereeck, uw eerste vraag betrof MyRent. U vroeg of dit up and running zal zijn tegen de inwerkingtreding. U vroeg ook naar de stand van zaken. Uiteraard heb ik mijn administratie gevraagd wanneer deze applicatie up and running zou kunnen zijn. Ik heb dat ook toegelicht in de commissie. Mijn administratie moet hiermee het komende anderhalf jaar inderdaad aan de slag, want op 1 januari 2028 moet het er zijn. Vandaag hebben we nog geen enkele klare indicatie ontvangen dat de voorziene timing niet zou kunnen worden nageleefd. Het wetsontwerp is daarop voorzien. In artikel 5 is de inwerkingtreding afhankelijk van een KB. Met een KB kunnen we spelen. De ambitie is echter natuurlijk om de informaticatoepassing op tijd klaar te hebben.
Dan stelde u vragen over het dagontvangstenboek. De medische en paramedische beroepen zijn al volledig digitaal. U vroeg naar een tijdschema. Ik ben alleszins vragende partij om er verder mee vooruit te gaan. Ik kijk naar de collega's van Vooruit, want dat is voor een stuk iets wat we samen moeten doen. Zoals ik in de commissie zei, werd het deel rond de medische beroepen inderdaad uit het ontwerp gehaald. Ik zal daar nog verder over in overleg gaan, zodat ook in de medische sector het dagontvangstenboek kan worden geschrapt. Ik blijf mij inzetten voor de verdere vereenvoudiging van deze wetgeving. Dat weet u.
U stelde vragen over de accijnzen op thee, kruiden en vruchteninfusies, over de douanerechten en invoerrechten. Dat betreft Europese wetgeving. De federale regering kan niet eenzijdig wijzigingen aanbrengen. Over de verpakkingsheffing op water heb ik in de commissie al gezegd dat dit inderdaad op tafel ligt, al dan niet in het witte kaftje van de heer De Wever. We leggen dat inderdaad op tafel bij de begrotingsbesprekingen, die volop bezig zijn.
U vroeg ook naar de btw-drempel. U vroeg waarom er geen automatische verhoging of indexering van die drempel is. Ook dat is in de commissie aan bod gekomen. In een oefening moet men steeds evenwichten zoeken. Er moet rekening worden gehouden met eenmanszaken of vennootschappen die net boven die btw-drempel uitkomen. Dat kan namelijk zorgen voor concurrentieverstoringen tussen bijvoorbeeld vennootschappen die net boven of net onder de drempel zitten.
U zegt dat de nieuwe drempel ver onder de Europese drempel van 85.000 euro ligt. Ook die vraag heb ik in de commissie beantwoord. Het is een kwestie van evenwicht te zoeken tussen de vereenvoudigingen die we beogen en de budgettaire impact die dat met zich meebrengt. Ik zal dus niet verhelen dat daar een zekere budgettaire bekommernis meespeelt. U weet dat de budgettaire situatie noopt tot enige voorzichtigheid.
Mijnheer Bilmez, u vroeg of ik garantie heb dat
de prijzen zullen dalen door de afschaffing van de accijnzen. Misschien in
tegenstelling tot u ben ik een believer in de vrije markt. Ik geloof in de vrije markt.
Je ne suis pas d'accord avec M. Bayet lorsqu'il dit que tout a augmenté. Regardez les prix dans les supermarchés! Tout le monde peut le constater. Il suffit d'analyser l'évolution des prix: ils ont diminué. Le caddie, aujourd'hui, est moins cher qu'il ne l'était auparavant.
Dat is zo omdat de vrije markt heeft gespeeld, mijnheer Bilmez. Er zijn nieuwe spelers op de markt gekomen die Colruyt en anderen hebben uitgedaagd. Die zorgen voor een prijsverlaging. Daar moeten we de oplossing zoeken: in de vrije markt. Ik ben op dat vlak een believer. Daarom zijn we natuurlijk tegenstanders.
Vervolgens kom ik bij u, mijnheer Van Quickenborne. Ik sluit ineens aan bij de grote onderscheiding. Dank u voor het rapport dat u mij gegeven hebt. Ik hoop dat die beoordeling zich de volgende maanden zal verderzetten. Dat ligt aan ons, niet aan u.
Ik beantwoord nu uw vragen, allereerst over de accijnzen op water. Het afschaffen van accijnzen op water ligt op tafel, het staat in het regeerakkoord. We gaan dat bij de begrotingsbespreking proberen te realiseren. Ik ben het met u eens. Ik denk dat we door accijnzen en verpakkingheffing, door de lasten die we op water leggen, mensen naar het buitenland doen gaan. We geven daar dus een deel weg. Ik ben het met u eens dat we daar in de oefening die nu voor ons ligt naar moeten kijken. Een belastingverlaging kan soms leiden tot hogere inkomsten. Ik denk dat dat de Laffercurve is, waarover we het al veel hebben gehad. Ik denk dat die in dezen zeker aan de orde is.
Op de vraag betreffende het dagontvangstenboek voor de medische en paramedische beroepen heb ik daarnet al geantwoord. We moeten dat samen met de collega van Vooruit bekijken. Het is alvast de bedoeling om die maatregel te aligneren.
Vervolgens uw amendement over de btw-drempel voor sportclubs. We zullen straks zien of we hier dezelfde historische evolutie of hetzelfde fenomeen zullen meemaken als bij de eerste wet lagere kosten. Ik volg dat samen met u met veel aandacht. Collega's, dank u voor de bespreking die we daarover gehad hebben.
De voorzitter: Mijnheer Van der Donckt, u had geen persoonlijk feit bij de uitspraak van de heer Vereeck, want die had het over de heer Verdonk. U kon dus geen persoonlijk feit inroepen.
18.11 Lode Vereeck (VB): Mijnheer de minister, mijnheer de voorzitter, mijnheer Piedboeuf, is dit wetsontwerp uitvoerig besproken? Ja, het is inderdaad uitvoerig besproken. Zoals u zelf al aangaf, mijnheer de minister, is er echter een reces geweest. Voor sommige mensen betekent dat vakantie. Voor mij betekent dat gewoon dat ik al die dossiers nog eens van onder het stof haal en bekijk of we alles goed hebben afgewerkt.
U geeft mij de pap in de mond. Ik zou gezegd hebben dat ‘vrijwel al zijn vragen goed beantwoord zijn’. Inderdaad, vrijwel, want ze zijn niet allemaal beantwoord. Ik heb u er twee of drie opnieuw gesteld. Nogmaals, er is wel wat tijd verstreken sinds onze laatste bespreking.
Voor ik terugkom op uw antwoord, mijnheer de minister, wil ik kort aangeven, mocht dat niet duidelijk zijn geweest, waarom ik tevreden ben over de manier waarop de fiscus met de eBox zal omgaan. Mijn tevredenheid ligt er precies in dat de fiscus er niet mee zal omgaan. Onze burgers worden dus niet verplicht om via de eBox met de fiscus te communiceren. Het feit dat die verplichtingen wegvallen en dat men op een gewone manier met de fiscus kan communiceren, stemt mij tevreden.
Mijnheer de minister, misschien wil ik nog even kort terugkomen op een discussie die we ook hebben gevoerd. Het feit dat de supermarktprijzen zijn gedaald, is een goede zaak. Ik vind de vraag van collega Bilmez echter zeer terecht. Om het iets chiquer te zeggen: wat is de elasticiteit van dit product? Hoe zal de consument reageren? Hoe zullen de producenten reageren? Zal de afschaffing van die kostprijsverhogende belasting – want het gaat om een accijns – uiteindelijk ook ten goede komen aan de consumenten of zal alles uiteindelijk toch naar de koffie- en theeaanbieders gaan? Ik vind dat een zeer terechte vraag, temeer omdat er natuurlijk ook budgettaire consequenties aan verbonden zijn. Uit het antwoord dat u gegeven hebt, blijkt dat u het niet weet. Ook het Planbureau weet het niet en rekent dus eigenlijk gewoon met elasticiteiten van drank, niet specifiek van koffie en thee.
Ik vind het jammer dat voor de aanpassing van het platform MyRent – op zich geen slecht idee – geen duidelijkere datum kan worden gegeven.
Misschien was ik iets te braaf in mijn omschrijving toen ik over het dagontvangstenboek voor de paramedische en medische beroepen zei dat dit uiteraard een gedeelde verantwoordelijkheid is met de minister van Volksgezondheid. Ik zal het dan maar zeggen: ik heb begrepen dat het daar vastzit. U bent vragende partij en ik hoop dat ook de fractieleider en de voormalige kabinetschef van de minister goed meeluisteren en vragen om daar werk van te maken.
Als er nu iets gedigitaliseerd is, dan is het inderdaad in de paramedische sector, met eFact en eAttest.
Dat de afschaffing van de waterheffing op tafel komt, is een goede zaak. Het zou dus toch nog kunnen dat er in het witte kaftje niet alleen belastingverhogingen, maar ook belastingverlagingen zitten.
Wat de evenwichten betreft, ben ik het met u eens. Wat is met andere woorden de ideale drempel? Op een bepaald moment vindt u die concurrentieverstorend, maar jullie zijn hier allemaal toch zulke grote fans van de Europese Unie? Als die de drempel op 85.000 euro legt, waarom zouden we dat dan niet doen? De budgettaire impact is natuurlijk ook relatief beperkt, in die zin dat er inderdaad geen btw wordt doorgestort, maar er ook geen wordt teruggevorderd. Dat valt eigenlijk nog wel mee.
Verder wens ik u veel succes met ‘lagere kosten III’.
18.12 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ik ben niet zeker dat ik u goed heb gehoord. Ik had u een heel specifieke vraag gesteld, namelijk of de accijnsafschaffing al dan niet in een prijsverlaging zal resulteren. U hebt daar niet op geantwoord. U zei dat u gelooft in de vrije markt en dat we moeten kijken naar de prijzen in de supermarkt, want die zijn lager geworden.
Dat werd op gejuich onthaald door u allen, leden van uw partij, van Anders. en MR, omdat de producten in de supermarkt zogezegd goedkoper zijn geworden. In welke wereld leeft u? Deze zomer zijn de prijzen met 0,5 % gedaald, na jaren van heel sterke verhogingen van de prijzen. Waarom juichen jullie? De prijzen zijn de laatste vijf jaar enorm gestegen, maar er is een kleine daling in de zomer en dat zit u hier te vieren. Vrije markt, vrije markt. Op vijf jaar tijd zijn de prijzen met 20 % gestegen. Dat is echt waanzinnig.
Kom uit die ivoren toren, mijnheer de minister. De prijzen zijn helemaal niet gezakt. Mensen betalen zich blauw in de supermarkt, om te eten en om iets deftigs te kunnen drinken.
Ik vind het echt schandalig dat u dat hier beweert en dat u allen met uw dikke pree hier zit te vieren dat de supermarkt goedkoper zou zijn geworden. Ik vind dat schandalig.
De voorzitter: De heer Lasseaux en de heer Matheï vragen het woord niet meer.
18.13 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik zal het niet hebben over de dikke pree, want elk parlementslid heeft hier exact dezelfde dikke pree. Dat is de realiteit. Ik apprecieer collega Bilmez ten zeerste, maar als hij dat soort dingen begint te vertellen, dan ben ik hem kwijt.
Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord.
Een goed rapport is echter geen garantie voor een goed rapport in de toekomst. Het hangt echt van u af. Het is zoals een historisch rendement: het biedt geen garantie voor de toekomst. Ook hier zijn we benieuwd naar wat er komt.
Ik heb toch twee dingen genoteerd.
Ten eerste, u toont de bereidheid om water eventueel uit de accijnsverplichtingen te halen. Dat is een zeer interessant idee. Dat zal niets kosten. Het kost geen geld, zoals collega Vanbesien zegt, en het betekent minder administratie.
Ten tweede heb ik, zoals collega Vereeck ook heeft genoteerd, van u gehoord dat die 100 miljoen euro lastenverlaging op verpakking en ook op accijnzen op de tafel ligt tijdens de begrotingsbesprekingen. Zoals ik u begrepen heb, zult u dat ook effectief uitvoeren. Ik dacht niet dat het de bedoeling is om die 100 miljoen euro in te trekken en ze te gebruiken voor de 10 miljard.
18.14 Minister Jan Jambon: Wie zal leven, zal zien.
18.15 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Wie zal leven, zal zien. Een vermeende garantie wordt plotseling onduidelijk. Dat betekent niet meteen dat u gebuisd zult zijn; het resultaat zullen we op het einde zien. Ik denk dat bepaalde kabinetsleden waarschijnlijk zullen meeluisteren en misschien vinden dat ik een interessante suggestie heb gedaan, meer bepaald door 100 miljoen van de verpakkingstaks uit die 10 miljard euro te halen. Dat maakt de rit iets makkelijker.
We will see. Wie zal leven, zal zien. We zullen u zeker nog zien en tegenkomen, mijnheer de minister.
De voorzitter: Collega Van Quickenborne, ik zou u toch willen vragen om op te letten met uw betogen, zodat u niet te veel suggesties doorspeelt, want u dreigt op die manier veel te kosten aan de mensen.
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion
des articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1593/4)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1593/4)
Het wetsontwerp telt 28 artikelen.
Le projet de
loi compte 28 articles.
Ingediende amendementen:
Amendements déposés:
Art. 8
• 19 – Vincent Van Quickenborne (1593/5)
• 18 – Vincent Van Quickenborne (1593/5)
Art. 13
• 14 – Vincent Van Quickenborne (1593/5)
Art. 13/1
• 11 – Vincent Van Quickenborne (1593/5)
• 15 – Vincent Van Quickenborne (1593/5)
Art. 13/2
• 12 – Vincent Van Quickenborne (1593/5)
Art. 16/1
• 16 – Vincent Van Quickenborne (1593/5)
Art. 19/1
• 13 – Vincent Van Quickenborne (1593/5)
Art. 26
• 17 – Vincent Van Quickenborne (1593/5)
Besluit van de artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la discussion des articles:
Aangehouden: de amendementen en de artikelen 8, 13
en 26.
Réservés: les amendements et les articles 8, 13
et 26.
Artikel per artikel aangenomen: de artikelen 1 tot
7, 9 tot 12, 14 tot 25, 27 en 28.
Adoptés article par article: les articles 1 à 7,
9 à 12, 14 à 25, 27 et 28.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, de aangehouden artikelen en over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et articles réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend door:
Proposition
déposée par:
Christoph D'Haese, Kristien Van Vaerenbergh, Sophie De Wit.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, mevrouw Marijke Dillen en
de heer Alexander Van Hoecke, verwijzen naar het schriftelijk verslag.
19.01 Christoph D'Haese (N-VA): Collega's, we hebben iets goeds gedaan in de commissie voor Justitie. Ik dank alle collega's die daaraan hun medewerking hebben verleend.
Dit wetsvoorstel strekt ertoe het Burgerlijk Wetboek te wijzigen teneinde in het centraal erfrechtregister publiciteit te geven aan gegevens van zuivere aanvaarding van een nalatenschap nadat iemand die nalatenschap verworpen had. Waarom is dit een goed voorstel? Omdat het gaat over iets heel fundamenteels. Het gaat over rechtszekerheid en betrouwbaarheid. Wanneer men in ons land denkt dat er een aanzienlijke som ligt te wachten bij een erfenis, kan men drie zaken doen. Men kan de erfenis onmiddellijk aanvaarden, authentiek of onderhands, men kan ze aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving of, als men vreest dat er meer schulden dan opbrengsten zullen zijn, kan men de erfenis verwerpen.
Wanneer iemand een nalatenschap verwerpt en die verwerping vervolgens rechtsgeldig wil intrekken, werd die geconfronteerd met een lacune in de wetgeving. Derden die het erfrechtregister consulteerden, werden daarover niet correct geïnformeerd omdat er geen registratieverplichting was voor die hypothese.
Er zijn drie argumenten die deze wijziging rechtvaardigen. Ten eerste, het is geen verzwaring voor de erfgenamen. Het gaat uitsluitend om de uitzonderlijke situatie waarin een verwerping wordt ingetrokken. Dat komt niet heel veel voor, maar het komt soms wel voor in belangrijke zaken. Ten tweede, we hebben gekozen voor een realistische inwerkingtreding, zodat die rechtszekerheid en betrouwbaarheid op een goede manier in de wet worden verankerd. Dat gebeurt via het centraal erfrechtregister. Dat moet nu technisch aangepast worden om dat te kunnen doen. Wij voorzien in een inwerkingtreding de maand na de normale wettelijke termijn. Het geldt voor elke vorm van intrekking, ook een intrekking die zich in het verleden situeert en die men wil herroepen. Ten slotte, een belangrijk argument is dat de informatie in het centraal erfrechtregister, dat toch een bron van rechtszekerheid is, vollediger, consistenter en betrouwbaarder wordt. Wie op een authentieke bron vertrouwt, moet er immers op kunnen rekenen dat de gegevens die daarin vervat zijn met de werkelijkheid overeenstemmen en die ook weergeven.
Ik dank de collega's die na een goede bespreking deze technische aanpassing mogelijk hebben gemaakt. Dit is eigenlijk een soort wetsevaluatie, in samenwerking met de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. Ik denk dat dit een goede ingreep is en reken op uw steun om dit goed te keuren, waarvoor dank.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (419/4)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (419/4)
Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek teneinde de gevolgen en de publiciteit van de intrekking van de verwerping van een nalatenschap te regelen".
L'intitulé a été modifié par la commission en "proposition de loi modifiant le Code civil en vue de régler les effets et la publicité de la rétractation de la renonciation à une succession".
Het wetsvoorstel telt 6 artikelen.
La
proposition de loi compte 6 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 6 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 6 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend
door:
Proposition déposée par:
Éric Thiébaut, Ridouane Chahid.
Discussion
De bespreking is geopend.
La
discussion est ouverte.
De rapporteurs, de dames Katja Gabriëls en
Maaike De Vreese en de heer Wim Van der Donckt, verwijzen naar
het schriftelijk verslag.
Les rapporteurs, Mmes Katja Gabriëls
et Maaike De Vreese et M. Wim Van der Donckt, renvoient au rapport écrit.
20.01 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de voorzitter, er ligt hier een resolutie voor van de heer Thiébaut, die heel veel geduld heeft moeten uitoefenen vooraleer wij de resolutie in de commissie volledig hebben besproken en erover hebben gestemd. Waarover wij het van bij het begin zeker en vast eens waren, is dat er transparantie moet komen over het aantal mensen dat daadwerkelijk bij onze politiediensten werkt. Als wij immers overgaan tot een herstructurering van onze politie, waarvan Arizona en de minister overtuigd zijn en waarvoor zij gaan, is het eerst en vooral belangrijk om te weten wie waar werkt, bij welke dienst, wat die mensen doen en dies meer.
Daarover bestaat tot grote frustratie van velen al jaren heel veel onduidelijkheid. Er zijn verschillen in de cijfers, die moeilijk te verklaren zijn. Tijdens verschillende legislaturen hebben wij daarover ook al heel veel schriftelijke vragen gesteld.
Daar komt nu eindelijk een oplossing voor, want vanaf oktober komt er telkenmale een rapport over het personeelsbestand. Concreet vragen wij met de resolutie om jaarlijks in oktober een overzicht te publiceren van zowel de federale als de lokale politie. Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen operationeel personeel en burgerpersoneel en moeten de cijfers zowel in aantal personen als in voltijdsequivalenten worden gegeven.
De resolutie kijkt ook verder vooruit. De cijfers moeten onder meer aangeven hoeveel laureaten er in het lopende jaar zijn, hoeveel mensen de politie verlaten, bijvoorbeeld door pensionering of uitstroom naar een andere sector, hoeveel uitstroom de komende vijf jaar wordt verwacht, hoeveel personeelsleden de komende vijf jaar moeten worden aangeworven, wat natuurlijk ook niet onbelangrijk is, en wat de budgettaire impact daarvan is. Ook moet worden aangegeven hoeveel mensen via externe aanwerving instromen en hoeveel personeelsleden via sociale promotie doorstromen.
Dat zijn heel wat elementen die voor onze fractie heel belangrijk zijn en waarvoor wij ook de nodige steunamendementen hebben ingediend. Ik wil de commissieleden dan ook bedanken voor hun steun.
Objectieve, vergelijkbare cijfers zullen ervoor zorgen dat we de juiste keuzes maken en dat zowel de federale als de lokale politie over voldoende personeel beschikt om haar kerntaken uit te voeren. De politie staat immers wel degelijk voor grote uitdagingen.
Het personeelsbestand van de federale en lokale politie is de laatste tien jaar toegenomen. Dat er nood is aan meer transparantie, blijkt ook uit de bestaande cijfers. Volgens het jaarverslag van de federale politie steeg het personeelsbestand van 11.248 medewerkers in 2015 naar 14.214 in 2025. Dat is een stijging met 2.966, dus bijna 3.000 medewerkers, of 26 %. Daarover bestaat ook heel wat verwarring. Het lijkt steeds alsof er veel minder mensen werken bij onze politiediensten, maar de cijfers zeggen iets anders. Tegelijkertijd circuleren er ook andere cijfers. Zo rapporteerde IDEWE 17.108 werknemers bij de federale politie in 2024. Die verschillen vallen te verklaren door de gehanteerde definities en telmethodes.
Net dat verschil in cijfers toont aan dat we nood hebben aan transparante en vergelijkbare cijfers. Het debat over de politie mag niet afhangen van welke definitie en telmethode men gebruikt. We moeten weten hoeveel mensen er effectief bij de politie werken. Die telmethodes en definities moeten we dan ook verder harmoniseren.
Dat mag echter geen reden zijn om vandaag niets te doen. Met de jaarlijkse rapportering zetten we alvast een zeer belangrijke stap naar meer transparantie. Wie een sterke politie wil, moet ook weten hoeveel mensen er werken, hoeveel politiemensen vertrekken en hoeveel mensen nodig zijn.
We stellen daarover elk jaar heel wat vragen, onder meer ook over wie op welke taalrol wordt ingeschreven en wat het verschil op dat vlak is. Ook daarover zullen wij verder vragen blijven stellen, in het belang van de dienstverlening aan de burger, in het belang van de veiligheid van dit land.
20.02 Ortwin Depoortere (VB): Ik wil de kans aangrijpen om vanop deze plaats een PS-collega te feliciteren, omdat het waarschijnlijk niet vaak zal gebeuren. Collega Thiébaut, mijn felicitaties voor uw geduld. U kunt wellicht ook aanspraak maken op een vermelding in het Guinness Book of Records. Uw voorstel moest immers niet minder dan tien keer geagendeerd worden in de commissie vooraleer het goedgekeurd raakte. Dat verdient toch een pluimpje, zelfs van de vermaledijde partij Vlaams Belang. Ik som even de agenderingsdata op: 5 november 2024, 13 november 2024, 3 juni 2025, 1 juli 2025, 23 september 2025, 22 oktober 2025, 3 december 2025, 30 januari 2026, 31 maart 2026 en 7 juli 2026. Nochtans gaat het maar over een resolutie met het verzoek aan de regering om transparantie te bieden over het personeelskader van de geïntegreerde politie. Ik meen dat het noch voor de meerderheid, noch voor de oppositie een probleem zou mogen zijn om daar snel werk van te maken.
Tijdens de vorige legislatuur zwaaide minister Verlinden bijna wekelijks met haar belofte om 1.600 extra politieagenten per jaar aan te werven. Ik heb daar nooit iets wettelijk van op papier gezien en ik wil zeker minister Quintin er niet van verdenken in dezelfde val te trappen. Integendeel, hij is een integer man die het beste voorheeft met onze politie. Het kan dan ook geen probleem zijn om het Parlement in volle transparantie dat personeelskader te tonen.
Mevrouw De Vreese, het klopt inderdaad dat daar wel een aantal technische opmerkingen bij geformuleerd konden worden. Om een lang verhaal kort te maken, want het duurt al lang genoeg: voor mij had dit voorstel twee jaar geleden al mogen worden goedgekeurd.
20.03 Catherine Delcourt (MR): Monsieur le président, chers collègues, je salue ici l'initiative du collègue Thiébaut, que le groupe MR a soutenue pleinement. Dès le début, nous avons partagé l'objectif et l'exigence de transparence qui étaient contenus dans ce texte. Nous avons travaillé longuement en commission pour rendre ce texte tout à fait praticable. Il nous est apparu opportun que le Parlement dispose, de manière très régulière, de données fiables, lisibles et comparables sur les effectifs de la police intégrée, tant au niveau fédéral qu'au niveau local.
Il est bon de rappeler, comme on l'a fait en commission à plusieursreprises, qu'une transparence utile ne peut pas se limiter à l'addition de chiffres bruts. Il faut pouvoir distinguer les effectifs opérationnels, le personnel administratif, CALog, examiner la situation au regard du cadre organique, tenir compte des équivalents temps plein, des détachements et des formes de travail à temps partiel. Autant de variables techniques dont nous avons tenu compte au fil de nos travaux dans le texte afin de le rendre praticable par les services fonctionnels et informatiques. Faire en sorte que les banques de données puissent être compatibles et qu'on puisse en extraire des chiffres qui reflètent la réalité.
Cette démarche était d'autant plus nécessaire que les défis au niveau de la police sont considérables: des besoins opérationnels croissants, une évolution des missions, une nécessité de moderniser l'organisation et de nombreuses contraintes budgétaires.
À travers ce texte, personne ne prétend résoudre les difficultés de la police intégrée, mais il permet de disposer d'une vision complète, régulière, partagée de la réalité des objectifs. C'est une avancée qui est tout à fait remarquable pour la qualité du contrôle parlementaire, pour la bonne gestion des moyens publics et, surtout, pour l'efficacité des services de police au bénéfice de nos concitoyens. Pour ces raisons, le groupe MR votera en faveur de la proposition de résolution amendée au fil de nos travaux.
20.04 Éric Thiébaut (PS): Je dirai quelques mots à ce sujet. Il s'agit d'une proposition qui émane de notre groupe. J'ai été très patient au sujet de cette proposition, puisqu'elle a été mise, une dizaine de fois, à l'agenda de la commission de l'Intérieur. Je sentais bien le désir de soutien des collègues et que nous allions conclure. Je sentais bien qu'à un moment donné, avec quelques amendements des groupes de la majorité, nous allions aboutir à un texte susceptible de recueillir la majorité des votes en commission. J'en suis vraiment très heureux. Cela valait la peine, parce que la situation sécuritaire dans notre pays est quand même difficile: la drogue qui arrive via Anvers, les fusillades à Bruxelles, la criminalité organisée qui progresse dans notre pays, etc. Nous nous en rendons compte quotidiennement.
Ce texte ne va pas changer cette situation par magie. Cependant, il joue un autre rôle: il doit permettre d'objectiver, de cartographier et d'identifier les effectifs de nos forces de police locales et fédérales sur l'ensemble du Royaume. Combien y a-t-il de policiers fédéraux? Combien de postes sont ouverts à Anvers? Combien de départs à la pension dans la petite commune d'Hensies? Les objectifs de recrutement sont-ils atteints à Bruxelles? Ce sont des exemples.
Durant les débats sur les plateaux de télévision, pendant les campagnes électorales, lors des débats parlementaires ou encore dans les congrès politiques, les chiffres des effectifs de police circulent dans tous les sens. Aujourd'hui, ces informations sont éparpillées et ne permettent pas d'avoir une vision claire et comparable de l'évolution des effectifs. Pourtant, elles sont essentielles pour évaluer les moyens réellement consacrés à la sécurité et répondre aux besoins du terrain. En tant que bourgmestre, je constate, que la situation est grave. La police de proximité est sous pression. Le ministre de l'Intérieur sollicite l'armée pour obtenir une présence dans les rues de nos villes ou demande aux zones locales de renforcer la police judiciaire.
Les effectifs de nos forces de police, qu'elles soient locales ou fédérales, ont souvent fait l'objet de débats au sein de la commission de l'Intérieur, notamment sur la manière de comptabiliser les recrutements, les mouvements internes ou les départs. Ces dernières années, une politique proactive a été menée en vue de renforcer nos forces de police. Elle doit se poursuivre afin, d'une part, de permettre l'accomplissement des missions essentielles de la police fédérale et judiciaire et, d'autre part, de garantir les missions de police de proximité via nos zones de police. C'est la raison pour laquelle il est urgent de mener une réflexion sur la charge de travail administrative des policiers et de renforcer les effectifs de celles et ceux qui, dans l'ombre, les appuient: les CALog, comme on dit dans le jargon policier.
Cette proposition vise, dès lors, à rendre plus transparents les effectifs et recrutements au sein de la police intégrée, via l'obtention, sur une base annuelle, d'une série de données chiffrées. Il est demandé au ministre de les remettre à la Chambre en octobre chaque année. J'avais initialement inscrit "à la ministre" dans le texte, parce que j'avais déjà déposé ce texte du temps de la ministre de l'Intérieur, avant l'arrivée de M. Quintin. Je dois donc adapter mon intervention. Il est bel et bien demandé au ministre de les transmettre à la Chambre, en octobre de chaque année. J'insiste, chaque année, on pourra enfin établir une comparaison, année après année, législature après législature, sur une base commune.
Sans chiffres clairs sur les effectifs, les recrutements et les départs à la pension, on navigue à vue. Cet objectif a été rassembleur, comme nous l'avons constaté lors des échanges dans cet hémicycle. Tous les avis écrits ont été largement positifs, y compris ceux des premiers concernés. Alors, je tiens vraiment à remercier mes collègues de la majorité qui ont accepté de travailler sur notre texte. Cela a conduit, certes après de nombreux reports et de nombreuses réunions, à un consensus et in fine à un vote à l'unanimité. C'est cela aussi, je pense, nos positions constructives. Ce vote unanime nous permet de sortir des slogans et d'enfin piloter la sécurité sur la base de faits établis et de données objectives.
20.05 Greet Daems (PVDA-PTB): Collega's, veiligheid is een grondrecht en dat vereist sterke openbare politiediensten met voldoende personeel en middelen om hun werk goed te kunnen doen. Als Parlement moeten wij dan kunnen controleren of die middelen er werkelijk zijn. Vandaag is dat moeilijk, hoeveel plaatsen zijn er voorzien, hoeveel zijn er ingevuld, waar zitten die vacatures, hoeveel mensen vertrekken… Ook politievakbonden zeggen dat een dergelijk helder totaalbeeld vandaag ontbreekt. Ik zal twee actuele voorbeelden schetsen om dat te duiden.
Ten eerste, de schietpartijen in Brussel die hebben opnieuw de tekorten bij de federale gerechtelijke politie blootgelegd. Enerzijds zegt procureur Moinil dat er tientallen onderzoekers ontbreken en anderzijds zegt minister Quentin dat de FGP in Brussel versterkt werd. Zolang we niet duidelijk weten hoeveel onderzoekers werkelijk inzetbaar zijn, hoeveel mensen er structureel bij kwamen en hoeveel er tijdelijk werden verschoven, blijft dat debat vertroebeld door cijfers die moeilijk verkrijgbaar zijn. Het is duidelijk dat als we de aanpak van de georganiseerde criminaliteit ernstig willen doorlichten, concrete en transparante cijfers daarbij essentieel zijn.
Dan een tweede voorbeeld, de nabijheidspolitie. Wij willen wijkagenten die hun buurt kennen, zichtbaar zijn, tijd hebben om met bewoners te werken. Ook daar moeten we evenwel kunnen zien over hoeveel personen een politiezone werkelijk beschikt tegenover wat nodig en wat voorzien is. In Brussel heeft Brulocalis alleen al de concrete federale onderfinanciering van de politiezones tijdens deze legislatuur op 412 miljoen euro becijferd.
Die twee voorbeelden illustreren een veel bredere kwestie. Politiepersoneel werkt in zeer uiteenlopende diensten en voeren zeer verschillende opdrachten uit. Eén groot nationaal totaalcijfer zegt dus weinig. We moeten kunnen zien waar dat personeel zit, waar die tekorten ontstaan, waar de rekrutering achterblijft en wat besparingen of politieke keuzes concreet betekenen voor de dienstverlening en voor de werkdruk van het personeel.
Deze resolutie maakt die cijfers eindelijk structureel zichtbaar en beschikbaar. Dat is een stap vooruit. Voor de federale politie krijgen we onder meer die opsplitsing van cijfers per directie, een uitsplitsing tussen personen en vte’s, operationeel personeel en CALog, en een vergelijking met het personeelskader. Rekrutering en uitstroom worden eveneens beter opgevolgd. Dat is heel belangrijk ook voor de democratische controle op de werking van de politie.
Wat ons betreft, zou het nog beter kunnen. Bij de lokale politiezones bijvoorbeeld ontbreekt nog een systematische vergelijking tussen het voorziene kader en de effectieve bezetting. Ook het federale referentiekader is achterhaald. De formele organieke tabel dateert van 2015 en voorziet 13.500 plaatsen, terwijl er sindsdien 2.641 bijkomende functies voor nieuwe opdrachten en versterkingen werden toegevoegd.
Globaal gezien is dit voorstel van resolutie
dus zeker een vooruitgang voor de democratische controle op het
veiligheidsbeleid en op de mensen die dat beleid iedere dag moeten uitvoeren. We zullen het dus zeker steunen. Dank u wel.
20.06 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le président, je tiens à remercier les collègues du Parti socialiste pour cette excellente initiative et à souligner la persévérance de notre collègue Thiébaut, ainsi que son écoute et son calme chaque fois qu’il est venu présenter ce texte.
Bien sûr, nous avons ici une proposition de résolution de l’opposition. Elle touche cependant à un enjeu essentiel: les ressources humaines de notre police intégrée. Pour mener une politique de ressources humaines efficace, il faut pouvoir s’appuyer sur des données objectives. Il faut pouvoir objectiver la situation et, pour ce faire, disposer de chiffres fiables et comparables.
En matière de police, nous sommes régulièrement amenés à demander des données chiffrées. Nous recevons effectivement ces chiffres, mais il est souvent difficile de les comparer dans le temps. Or, si nous voulons véritablement mener une politique cohérente et tirer des conclusions pertinentes des mesures qui sont prises, nous devons disposer de chiffres clairs et savoir précisément comment ils sont comptabilisés dans l’ensemble des composantes de notre police intégrée.
Nous partageons donc pleinement l’objectif de transparence concernant les effectifs de la police intégrée. Cette transparence doit aussi être réaliste. C’est pour cette raison que la majorité a accepté de travailler sur cette proposition et d’y apporter une série d’amendements.
Ce qui est important, ce n’est pas seulement de connaître la situation des effectifs à un moment donné. Il faut également pouvoir disposer des données des années précédentes, afin de pouvoir comparer les évolutions dans le temps et, à l’avenir, tirer les bonnes conclusions de la gestion des ressources humaines au sein de notre police.
Je pense qu’ici, nous avons dépassé la logique habituelle majorité contre opposition. Vous avez posé une question essentielle: comment disposer d’une vision claire, objective et transparente des effectifs de notre police? Vous avez proposé une structure, que nous avons complétée à travers nos amendements. Cela permettra d’avoir un outil clair, régulier et structuré, qui pourra être présenté chaque année en complément des données budgétaires transmises par le ministre. Au fond, il s’agit d’une question de transparence. C’est surtout un outil qui doit nous permettre d’améliorer et de conforter notre politique de sécurité, une politique qui en a véritablement besoin, et ce à tous les niveaux de pouvoir.
Je remercie donc à nouveau les collègues pour cette initiative et, bien entendu, nous soutiendrons cette proposition de résolution telle qu’amendée.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De bespreking is gesloten.
La
discussion est close.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De stemming over het voorstel zal later plaatsvinden.
Le vote sur la proposition aura lieu ultérieurement.
Brengen ons ter kennis dat zij ter vergadering van die dag voor wettig en voltallig verklaard zijn:
Nous font connaître qu'ils se sont constitués en leurs séances de ce jour:
- bij brief van 2 september 2026: het Waals Parlement;
- bij brief van 3 september 2026: het Parlement van de Franse Gemeenschap.
- par lettre du 2 septembre 2026: le Parlement wallon;
- par lettre du 3 septembre 2026: le Parlement de la Communauté française.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 16 september 2026 stel ik voor de heer Axel Weydts aan te wijzen als voorzitter van de commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat (art 19, nr. 3, derde lid, Rgt).
Conformément l’avis de la Conférence des présidents du 16 septembre 2026, je vous propose de désigner M. Axel Weydts en qualité de président de la commission de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat (art. 19, n°3, al. 3., Rgt).
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation ? (Non)
Il en sera ainsi.
Overeenkomstig de beslissing van de plenaire vergadering van 9 juli 2026 werd in het Belgisch Staatsblad van 16 juli 2026 een oproep tot kandidaten bekendgemaakt voor de mandaten van Nederlandstalig effectief en Nederlandstalig plaatsvervangend lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen (CTRG).
Conformément à la décision de la séance plénière du 9 juillet 2026, un appel à candidats a été publié au Moniteur belge du 16 juillet 2026 pour les mandats de membre néerlandophone effectif et membre néerlandophone suppléant du Conseil central de surveillance pénitentiaire (CCSP).
De volgende kandidaturen werden binnen de voorgeschreven termijn ingediend:
Les candidatures suivantes ont été introduites dans le délai prescrit:
voor het mandaat van effectief lid:
de heer Pierre Lefranc, Kamervoorzitter in de Raad van State, afdeling Wetgeving (tot 1 oktober 2026)
mevrouw Louise Reyntjens, attaché voor het Nationaal Preventie Mechanisme bij de CTRG
mevrouw Martien Schotsmans, directeur van het FIRM
mevrouw Joëlle Van Ex, rechter bij de Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel
pour le mandat de membre effectif:
M. Pierre Lefranc, Président de chambre au Conseil d’État, section législation (jusqu’au 1er octobre 2026)
Mme Louise Reyntjens, attaché pour le Mécanisme national de prévention au sein du CCSP
Mme Martien Schotsmans, directrice de l’IFDH
Mme Joëlle Van Ex, juge au tribunal du travail néerlandophone de Bruxelles
Er werden voldoende kandidaturen ingediend voor het mandaat van Nederlandstalig effectief lid.
Les candidatures pour le mandat de membre effectif néerlandophone ont été introduites en nombre suffisant.
Evenwel werden geen kandidaturen ingediend voor het mandaat van Nederlandstalig plaatsvervangend lid.
Cependant aucune candidature n’a été introduite pour le mandat de membre suppléant néerlandophone.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 9 september 2026 stel ik u voor om, enerzijds, een nieuwe oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken voor het mandaat van Nederlandstalig plaatsvervangend lid, en, anderzijds, de cv’s van de kandidaten voor het mandaat van effectief lid over te zenden aan de politieke fracties en de kandidaten te horen in de commissie voor Justitie.
Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 9 septembre 2026, je vous propose, d’une part, de republier un appel à candidats au Moniteur belge pour le mandat de membre suppléant néerlandophone, et d’autre part, d’envoyer aux groupes politiques le curriculum vitæ des candidats pour le mandat de membre effectif et d’entendre les candidats en commission de la Justice.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Wegens een gebrek aan kandidaturen voor de twee openstaande mandaten van Franstalig plaatsvervangend lid van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen (CTRG) werd in het Belgisch Staatsblad van 2 oktober 2025 een nieuwe oproep tot kandidaten bekendgemaakt.
À la suite d'un manque de candidatures pour les deux mandats vacants de membre suppléant francophone du Conseil central de surveillance pénitentiaire (CCSP), un nouvel appel à candidats a été publié au Moniteur belge du 2 octobre 2025.
Er werden geen kandidaturen ingediend.
Aucune candidature n’a été introduite.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 9 september 2026 stel ik u voor om opnieuw een oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken voor deze twee mandaten.
Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 9 septembre 2026, je vous propose de republier un appel à candidats au Moniteur belge pour ces deux mandats.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Overeenkomstig de beslissing van de plenaire vergadering van 23 april 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad van 22 mei 2026 een tweede oproep tot kandidaten voor het mandaat van Nederlandstalig plaatsvervangend lid voor de categorie 'doctor in de geneeskunde' voor de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie.
Conformément à la décision de la séance plénière du 23 avril 2026, un second appel à candidats a été publié au Moniteur belge du 22 mai 2026 pour le mandat de membre suppléant néerlandophone pour la catégorie 'docteur en médecine' pour la Commission de contrôle et d’évaluation de l’euthanasie.
Er werden geen kandidaturen ingediend.
Aucune candidature n'a été introduite.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 9 september 2026 stel ik u voor een nieuwe oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken voor dit mandaat.
Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 9 septembre 2026, je vous propose de publier un nouvel appel à candidats au Moniteur belge pour ce mandat.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd, met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2023/977 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 betreffende de uitwisseling van informatie tussen de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en tot intrekking van Kaderbesluit 2006/960/JBZ van de Raad, nr. 1665/1.
Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi transposant la directive (UE) 2023/977 du Parlement européen et du Conseil du 10 mai 2023 relative à l'échange d'informations entre les services répressifs des États membres et abrogeant la décision-cadre 2006/960/JAI du Conseil n° 1665/1.
Ik geef
het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.
Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.
26.01 Eléonore Simonet, ministre: La directive européenne 2023/977 devait être transposée au plus tard le 12 décembre 2024. Ce délai étant largement dépassé, il importe que la Belgique mette fin, dans les meilleurs délais, à cette situation de transposition tardive.
Cette directive vise à rendre les échanges d'informations entre les services répressifs des États membres plus rapides, plus efficaces et plus sûrs. Elle prévoit notamment des délais stricts pour la transmission des informations demandées, en particulier lorsque la demande présente un caractère urgent.
Je vous
remercie.
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over
deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt aangenomen bij zitten en opstaan.
L'urgence est adoptée
par assis et levé.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de
inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het
Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden. (art. 75, nr. 5, Rgt)
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je
considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je
renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
(art. 75, n° 5,
Rgt)
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus
wordt besloten.
Pas
d'observation? (Non)
Il en sera
ainsi.
Demandes d'urgence
Chers collègues, plusieurs demandes d'urgence ont été déposées.
Tout d'abord, Mme Dedonder demande
l'urgence pour la proposition de loi des collègues Dedonder et consorts visant
à rectifier la discrimination à l'encontre des travailleuses et travailleurs
des arts causée par la loi du 22 juillet 2026, n° 1711/1.
27.01 Ludivine Dedonder (PS): Monsieur le président, chers collègues, avant l'été, la loi limitant les périodes assimilées dans le calcul de la pension a, malheureusement, été adoptée dans ce Parlement. Or, cette loi contient énormément de discrimination pour tous les travailleurs, pour toutes les travailleuses, y compris à l'égard des travailleurs et des travailleuses des arts. En effet, les périodes de travail artistique assimilées à des périodes de chômage complet pour lesquelles le travailleur ou la travailleuse des arts a bénéficié d'un régime particulier ne sont prises en compte pour le calcul de la pension qu'à partir de 2014. Évidemment, c'est une catastrophe pour tous les artistes qui arrivent prochainement à l'âge de la pension et qui vont voir des années effacées purement et simplement de leur carrière. Ceux-ci risquent donc de perdre des centaines d'euros pour leur pension.
Alors, le ministre, comme votre majorité, a défendu cette mesure en prétextant qu'il était impossible d'identifier ces périodes de chômage spécifiques aux travailleurs des arts avant 2014. C'est totalement faux, puisque depuis 1992 au moins, et même depuis 1973, l'ONEM peut identifier ces périodes de régime de chômage. Nous vous l'avions dit pendant les débats et nous avions déposé un amendement que cette majorité a rejeté.
Aujourd'hui, si je vous demande l'urgence sur cette proposition de loi, c'est pour corriger la loi en étendant la prise en compte des périodes de travail artistique liées au 1er régime que l'ONEM peut réellement identifier dans ce domaine, à partir du 1er juillet 1973, ce qui répond aux inquiétudes légitimes de tout un secteur. C'est un sujet d'inquiétude qui est d'ailleurs remonté jusqu'à la Mostra de Venise.
Je vous remercie d'avance pour votre soutien.
Le président: Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
L'urgence
est rejetée par assis et levé.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan.
Monsieur Aouasti et consorts, vous demandez l'urgence pour une proposition de résolution visant à l'accès effectif à la mobilité académique des étudiants et chercheurs gazaouis admis dans des établissements d'enseignement supérieur belge, n° 1722/1.
27.02 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le président, chers collègues, l'urgence est effectivement demandée pour l'examen de cette proposition de résolution, car l'année académique a déjà commencé. Il s'agit de ne pas abandonner à leur sort 13 étudiants et chercheurs palestiniens qui ont pourtant été sélectionnés pour leurs qualités scientifiques par des universités et des hautes-écoles belges.
Conformément aux règles en vigueur en droit belge, leurs dossiers sont complets et respectent l'ensemble des procédures nécessaires pour pouvoir venir légalement en Belgique. Pourtant, pour le gouvernement belge, organiser la venue légale de ces 13 étudiants et chercheurs semble rester un tabou. Après des semaines de tergiversations, et même un kern spécialement consacré à cette question, le gouvernement semble avoir choisi de ne pas choisir. Pendant ce temps, ces personnes restent enfermées à Gaza.
Cette incapacité à décider est d'autant plus grave que Gaza demeure le théâtre de bombardements touchant des civils, que la destruction d'écoles est documentée, tout comme la privation d'accès à l'enseignement. Aujourd'hui encore, en campagne électorale, le ministre de la Défense, Israel Katz, affirme qu'il faut aller à Gaza, terminer le travail et vider le territoire de Gaza de ses deux millions d'habitants.
Face à ce que l'on ne peut qualifier autrement que de nettoyage ethnique, ces 13 étudiants ne demandent pas un traitement de faveur. Ils ont été sélectionnés sur la base de leur mérite académique par des institutions belges, qui ont elles-mêmes mobilisé les financements nécessaires pour les accueillir. À travers eux, c'est aussi la question de la reconstruction de l'État palestinien qui est en jeu, un État que nous souhaitons toutes et tous voir vivre en paix.
Cette urgence est manifeste. Elle est importante. En réalité, un refus de l'urgence équivaudrait déjà à un refus sur le fond. La rentrée académique a eu lieu lundi, et tout retard dans l'examen de cette résolution nous conduira au-delà du mois d'octobre, qui constitue la date limite pour les inscriptions et leur enregistrement. Face à cette situation, nous ne pouvons pas rester de simples observateurs. Il faut donner instruction au gouvernement de soutenir les universités et de délivrer ces visas.
Le président: Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en
opstaan.
Monsieur Chahid et consorts, vous demandez l'urgence pour votre résolution de loi visant à réduire la nuisance sonore générée par le survol aérien autour de l'aéroport de Bruxelles-National et à supprimer la "route Crucke", n° 1739/1.
27.03 Ridouane Chahid (PS): Le nombre d'habitants et de Bruxellois qui sont affectés par cette "route Crucke" est de 450 000. Cette "route Crucke" entraîne aujourd'hui des conséquences néfastes pour la santé des Bruxelloises et des Bruxellois. Cette route était censée être temporaire, c'est en tout cas ainsi que le ministre nous l'a présentée à chaque question orale et à chaque interpellation qui lui ont été adressées. Cette "route Crucke" ne respecte aujourd'hui aucune des normes de bruit en vigueur à Bruxelles.
Nous demandons aujourd'hui l'urgence parce que le ministre nous a affirmé à maintes reprises qu'il s'agissait d'une route temporaire et que son utilisation ne serait pas prolongée. Or nous apprenons à présent qu'elle sera à nouveau prolongée jusqu'à la fin du mois d'octobre. Vous comprendrez que, pour les Bruxelloises et les Bruxellois qui en subissent les conséquences, cela devient un véritable harcèlement aérien. L'objectif est donc évidemment de pouvoir examiner ce texte afin de mettre fin, une bonne fois pour toutes, à l'utilisation de cette route.
Le président: Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en
opstaan.
Finalement, nous passons à la proposition de résolution de Mme Farah Jacquet et consorts visant à charger la Cour des comptes d'examiner le contrat conclu avec la SA Northern Diabolo, la transparence de son exécution et l'impact pour la collectivité, n° 1745/1.
27.04 Farah Jacquet (PVDA-PTB): Monsieur le président, en effet, nous demandons l'urgence parce que nous estimons que ce petit jeu autour du contrat Diabolo a assez duré. Cela fait des années que nous posons des questions sur ce partenariat public-privé. La réponse a toujours été la même: le contrat est confidentiel.
Or il s'agit d'un contrat qui engage une entreprise publique et organise des transferts financiers vers un partenaire privé jusqu'en 2047. Ce contrat prévoit une contribution des entreprises ferroviaires, une redevance payée par Infrabel ainsi que le fameux supplément Diabolo payé par les voyageurs.
Selon les informations dont nous disposons, il est question de plusieurs centaines de millions d'euros. Ce n'est donc pas rien. Malgré cela, ni les parlementaires ni même les ministres ne peuvent encore avoir connaissance de l'ensemble des conditions du contrat. Ce n'est pas normal.
Le gouvernement explique aux travailleurs qu'il faut faire des économies. Il demande des efforts aux pensionnés, aux malades, aux cheminots et aux services publics. Mais lorsqu'il s'agit d'examiner sérieusement le coût d'un partenariat public-privé conclu il y a près de 20 ans, on nous répond soudainement que ce n'est pas possible parce que le contrat est confidentiel. À un moment donné, il faut que cela cesse.
Nous voulons donc faire toute la transparence sur ce contrat, afin que le Parlement puisse savoir précisément combien le partenaire privé perçoit, à quelles conditions, quelles garanties lui ont été accordées et quelles possibilités existent pour revoir ce contrat.
Avant de demander toujours plus d'efforts aux travailleurs, commençons par examiner jusqu'au dernier euro ce que coûte à la collectivité ce genre de contrat douteux conclu avec un partenaire privé. Le contrat Diabolo court jusqu'en 2047. Nous n'allons tout de même pas attendre encore 20 ans pour savoir exactement ce que la collectivité paie.
Le président: Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en
opstaan.
Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.
Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.
Zijn er stemafspraken?
Y a-t-il des accords de pairage?
28.01 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, ma collègue, Mme Rajae Maouane, va pairer pour Mme Charlotte Deborsu.
28.02 Alexia Bertrand (Anders.): Mijn collega Kjell Vander Elst heeft een stemafspraak met Vincent Scourneau van de MR.
De voorzitter: Bedankt.
Dan gaan we nu over tot de naamstemmingen.
Nous allons donc maintenant procéder aux votes nominatifs.
Stemming over amendement nr. 19 van Vincent
Van Quickenborne op artikel 8. (1593/5)
Vote sur l'amendement n° 19 de Vincent Van
Quickenborne à l'article 8. (1593/5)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 1) |
||
|
Ja |
32 |
Oui |
|
Nee |
93 |
Non |
|
Onthoudingen |
19 |
Abstentions |
|
Totaal |
144 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 18 van Vincent
Van Quickenborne op artikel 8. (1593/5)
Vote sur l'amendement n° 18 de Vincent Van
Quickenborne à l'article 8. (1593/5)
Mag de uitslag van
de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on
considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
1)
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 8 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 8 est adopté.
Stemming over amendement nr. 14 van Vincent
Van Quickenborne op artikel 13. (1593/5)
Vote sur l'amendement n° 14 de Vincent Van
Quickenborne à l'article 13. (1593/5)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 2) |
||
|
Ja |
64 |
Oui |
|
Nee |
78 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
144 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 13 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 13 est adopté.
Stemming over amendement nr. 11 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 13/1(n). (1593/5)
Vote sur l'amendement n° 11 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 13/1(n). (1593/5)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
2)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 15 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 13/1(n). (1593/5)
Vote sur l'amendement n° 15 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 13/1(n). (1593/5)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
2)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 12 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 13/2(n). (1593/5)
Vote sur l'amendement n° 12 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 13/2(n). (1593/5)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
2)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 16 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 16/1(n). (1593/5)
Vote sur l'amendement n° 16 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 16/1(n). (1593/5)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
2)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 13 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 19/1(n). (1593/5)
Vote sur l'amendement n° 13 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 19/1(n). (1593/5)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 3) |
||
|
Ja |
56 |
Oui |
|
Nee |
86 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
144 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 17 van Vincent
Van Quickenborne op artikel 26. (1593/5)
Vote sur l'amendement n° 17 de Vincent Van
Quickenborne à l'article 26. (1593/5)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 4) |
||
|
Ja |
49 |
Oui |
|
Nee |
78 |
Non |
|
Onthoudingen |
17 |
Abstentions |
|
Totaal |
144 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 26 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 26 est adopté.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 5) |
||
|
Ja |
86 |
Oui |
|
Nee |
1 |
Non |
|
Onthoudingen |
55 |
Abstentions |
|
Totaal |
142 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d’abstention ? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 6) |
||
|
Ja |
144 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
144 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 7) |
||
|
Ja |
143 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
143 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van regering gebracht worden.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d’abstention? (Non)
We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van 24 september 2026.
Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour de la séance du 24 septembre 2026.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 24 september 2026 om 14.15 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 24 septembre 2026 à 14 h 15.
De vergadering wordt gesloten om 18.08 uur.
La séance est levée à 18 h 08.
|
De
bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 140
bijlage. |
|
L'annexe est reprise dans une brochure
séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 140 annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Naamstemming - Vote nominatif: 1
|
Ja |
32 |
Oui |
Aerts Staf, Bertrand Alexia, Bury Katleen, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
93 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
19 |
Abstentions |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Maouane Rajae, Meunier Marie, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Vander Elst Kjell
Naamstemming - Vote nominatif: 2
|
Ja |
64 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
|
Nee |
78 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Maouane Rajae, Vander Elst Kjell
Naamstemming - Vote nominatif: 3
|
Ja |
56 |
Oui |
Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Van Hoecke Alexander, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
|
Nee |
86 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Maouane Rajae, Vander Elst Kjell
Naamstemming - Vote nominatif: 4
Wegens technische redenen is het detail van de stemming niet beschikbaar.
Pour des raisons
techniques, le détail du vote n'est pas disponible.
|
Ja |
49 |
Oui |
|
Nee |
78 |
Non |
|
Onthoudingen |
17 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 5
|
Ja |
86 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
1 |
Non |
Aouasti Khalil
|
Onthoudingen |
55 |
Abstentions |
Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 6
|
Ja |
144 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 7
|
Ja |
143 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Salenbien Jessy, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |