|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 25 juni 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 25 juin 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.17 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 17 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:
Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:
David Clarinval,
Maxime Prévot.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 24 juni 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 24 juin 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
01.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, het is hier vandaag weer een grote doorschuifoperatie, een stoelendans. We stellen een vraag aan de premier over de coördinatie van het klimaatbeleid en we doen dat trouwens niet als enige, maar ik begrijp dat de premier als Vlaams-nationalist niet graag aan coördinatie doet. Dit is een moeilijke vraag voor hem en we zien telkens opnieuw dat hij wegduikt wanneer het moeilijk wordt. Deze vragen waren gericht aan de premier, maar we zien hier minister Prévot opduiken. Verder hadden we ook een vraag gericht aan minister Prévot, maar die wordt doorgeschoven naar minister Van Peteghem.
De voorzitter: Mevrouw Bertrand, u hebt zelf ook deel uitgemaakt van een regering en u weet dat ik daar niets aan kan doen. U stelt mij een vraag over iets waar ik niets aan kan doen. Ik zie dat de regering geregeld schuift met degenen die zullen antwoorden. Ik stel dat samen met u vast, maar ik kan de privileges van de regering daaromtrent niet beïnvloeden.
01.02 Alexia Bertrand (Anders.): Dat is niet waar, u moet dat opnemen met de regering. Het is uw rol om het Parlement te verdedigen en ervoor te zorgen dat wij de vragen mogen stellen en onze controlefunctie kunnen uitoefenen.
De voorzitter: Ik zal dat op uw vraag, en wellicht op vraag van vele collega's, met de regering opnemen, maar ik vrees dat ik niet over wapens beschik om dat af te dwingen.
01.03 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Beste collega's, wij wilden vandaag een vraag stellen aan de eerste minister van België om te vernemen hoe het zit met de hittegolf en met de coördinatie van de vele ministers die daarmee bezig zijn in ons land. We hebben gisteren de minister van Klimaat horen zeggen dat het moeilijk is in België en dat hij een brief zal richten aan alle ministers om daar een beetje coördinatie in te brengen. Naar hoeveel ministers heeft onze Klimaatminister een brief gestuurd? Naar 21 ministers.
De voorzitter: Mijnheer Hedebouw, ik ontneem u het woord, want u neemt hier een politieke stelling in. Ik heb u net gezegd dat ik een en ander met de regering zal opnemen.
01.04 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): (…)
De voorzitter: Mijnheer Hedebouw, u zult geen derde vraag uitlokken met uw tussenkomst. Uw tussenkomst wordt niet geregistreerd. U bent hier niet op een betoging, u bent in het Parlement.
01.05 Barbara Pas (VB): Uw Huis lijkt wel een circus, voorzitter.
Voorzitter, u zegt dat u samen met ons die vaststelling doet. Ik wil twee vaststellingen doen. Ten eerste, het is de zoveelste keer dat de premier de vragen die aan hem gericht zijn doorschuift. Ook wij hadden een vraag over de coördinatie van…
De voorzitter: Mevrouw Pas, u valt in herhaling. Uw collega’s hebben dit ook al gezegd.
01.06 Barbara Pas (VB): Ik was nog maar aan mijn eerste vaststelling begonnen, voorzitter.
Dan ga ik over naar mijn tweede vaststelling. Het is bijzonder triestig om vast te stellen dat u, die destijds als fractievoorzitter altijd deze zelfde opmerking maakte wanneer ministers niet wilden antwoorden en de vraag doorschoven, nu als eerste zegt dat u daar niets aan kunt doen.
De voorzitter: Mevrouw Pas, ik ga ook u de mond snoeren. Alle interventies hier komen neer op hetzelfde feit. U hebt geen nieuw element aangebracht. U beklaagt zich over het feit dat leden van de regering de aan hen gestelde vragen doorschuiven. Ik zal dit met de regering opnemen.
Ik herhaal dat ik - denk ik, maar u mag suggesties doen - reglementair over zeer weinig middelen beschik om de regering tot ander gedrag of tot het door u gewenst gedrag te brengen. We gaan hier niet elke week opnieuw hetzelfde nummer opvoeren. Ik stel voor dat we nu overgaan tot het stellen van de vragen.
Mensen, ik weet niet wat u wilt veroorzaken. Ik heb een antwoord gegeven en u zult geen nieuwe elementen aanbrengen.
02.01 Sophie Thémont (PS): Monsieur le ministre, "L'inégalité salariale entre les hommes et les femmes n'existe pas en Belgique". C'est ce que nous avons entendu dire par certains il y a quelques jours encore – des propos complètement hors sol.
Pourtant, les chiffres ne mentent pas: les femmes gagnent presque 20 % de moins que les hommes. Par ailleurs, nous découvrons aujourd'hui dans la presse que, dès les jobs étudiants, les filles gagnent moins que les garçons. Pourquoi? Parce que les employeurs préfèrent déjà confier des postes avec plus de responsabilités ou des tâches prétendument difficiles aux garçons plutôt qu'aux filles. Peut-être me direz-vous: "Allez, madame Thémont, une différence de quelques cents par heure, ce n'est quand même pas grand-chose". Mais il s'agit avant tout d'une question de principe et, au bout du compte, d'argent en moins pour les étudiantes. Sur une année, cela se compte en centaines d'euros.
Monsieur le ministre, n'êtes-vous pas choqué par le fait que l'inégalité salariale commence dans les jobs étudiants et que les filles apprennent, dès leur premier contact avec le monde du travail, qu'elles gagneront moins que leurs camarades garçons et qu'elles seront sans doute moins en mesure de bien remplir leur travail qu'eux?
Nous, les femmes, traînons cette injustice tout au long de notre vie à cause des temps partiels, des interruptions de carrière pour s'occuper d'un proche ou d'un enfant, etc. Nous la traînons jusqu'à la retraite, avec 25 % de moins pour les femmes – 25 %, monsieur le ministre! Et, vous, que faites-vous? Vous demandez un délai à l'Europe pour transposer la directive sur la transparence salariale. C'est bien pratique de fermer les yeux sur les inégalités: si on ne les voit pas, on peut aisément s'imaginer qu'elles n'existent pas.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me confirmer, en tant que ministre de l'Emploi, que vous reconnaissez ces inégalités et que vous ne les trouvez pas normales?
Il faut toutefois objectiver le débat en cette matière. La Belgique affiche un très bon résultat. D'après Statbel, l'écart salarial harmonisé était entre moins de 1 % et 0,7 % en 2023, contre 12 % en moyenne en Europe. La Belgique est donc, de très loin, un des meilleurs élèves en matière d'égalité salariale horaire. Nous sommes sur le podium!
De plus, les inégalités salariales sont souvent multifactorielles: recours plus fréquents des femmes au temps partiel, ségrégation sectorielle et professionnelle, moindre présence des femmes dans certaines fonctions mieux rémunérées, interruption de carrière liée aux contraintes familiales, etc. Face à ce constat, l'Institut pour l’égalité des femmes et des hommes (IEFH) publie un rapport annuel sur l'écart salarial, ainsi qu'un rapport approfondi tous les quatre ans en collaboration avec le SPF Emploi. Ces rapports comportent des ventilations par secteur, par statut, par régime de travail et caractéristiques sociodémographiques.
Par ailleurs, les fiches sectorielles du SPF Emploi, établies par la commission paritaire, permettent d'identifier les écarts spécifiques et d'alimenter le dialogue au sein des secteurs. Ces deux outils constituent une très bonne base pour cibler les actions là où les inégalités sont les plus marquées.
La mise en œuvre des règles européennes en matière de transparence salariale permettra également de renforcer davantage l'égalité salariale entre les femmes et les hommes en identifiant plus rapidement les écarts injustifiés au sein des entreprises. Nous travaillons activement sur ce dossier. Pour finir, je tiens à rappeler que la Belgique dispose déjà (...).
02.03 Sophie Thémont (PS): Monsieur le ministre, le seul point commun que nous aurons aujourd'hui, c'est "à travail égal, salaire égal".
Je le répète quand même: vous êtes dans un gouvernement qui n'aime pas les femmes. Étudiantes, elles gagnent moins. Travailleuses adultes, elles gagnent toujours moins. Pensionnées, elles gagnent encore moins. Qu'allez-vous me dire? Qu'on n'a qu'à s'adapter à ces inégalités, qu'on n'a qu'à s'habituer.
Mais moi ça me rend dingue, monsieur le ministre, d'entendre que, dans votre parti, on dit que cela n'existe pas. Alors bougez-vous, monsieur le ministre, transposez cette directive! Pourquoi l'avoir reportée?
Permettez que les femmes gagnent la même chose que les hommes, monsieur le ministre! Permettez-le, même si elles portent des enfants, même si elles partent en congé parental ou encore en congé de maternité! Des jobs d'étudiants jusqu'à la retraite, cela commence à faire beaucoup, monsieur le ministre. Alors, faites quelque chose!
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03.01 Lieve Truyman (N-VA): 18,3 miljard euro, voor zoveel werd er in dit land in 2025 online gekocht. E-commerce is niet meer weg te denken uit onze samenleving, maar toch komt dat onze ondernemers niet ten goede.
De groei is voornamelijk bij de Aziatische landen te situeren, terwijl onze ondernemers wél belastingen betalen, investeren in jobs en onderworpen worden aan strenge controles. Uit cijfers blijkt dat de Economische Inspectie veel minder aandacht schenkt aan klachten over buitenlandse webshops dan aan klachten over Belgische webshops. Voor buitenlandse webshops werd in 2025 niet eens 1 % van de klachten gecontroleerd. Zet dat tegenover de Belgische webshops, waarbij 80 % van de klachten werd gecontroleerd. De cijfers tonen gewoon aan dat de Belgische ondernemers strenger gecontroleerd worden dan hun buitenlandse concurrenten. Dat creëert een oneerlijk speelveld en zet onze economie onder druk. De kernvraag luidt dan ook hoe we de concurrentiepositie van onze ondernemers versterken.
Zal onze regering de eigen e-commerce ondersteunen? Is ons land operationeel klaar voor de invoering van de Europese pakjestaks die op 1 juli volgende week start?
03.02 Julie Taton (MR): Monsieur le ministre, la fast fashion et l'ultra fast fashion connaissent une croissance très importante grâce aux plateformes d'e-commerce. Ce modèle a un impact environnemental, exige le respect de normes européennes et concurrence nos commerçants et nos entreprises locales.
Dans le même temps, l'Union européenne travaille à renforcer les règles concernant les petits colis importés directement d'autres pays, mais certaines plateformes adaptent leur logistique en développant des grands entrepôts en Europe. Leur but est accélérer les livraisons et limiter l'impact de ces nouvelles mesures.
Monsieur le ministre, vous avez annoncé la mise en place d'une task force pour encadrer l'e-commerce et garantir des pratiques commerciales loyales. Votre task force analyse-t-elle l'impact sur le marché belge et sur nos commerçants du développement de grands entrepôts en Europe? Quelle sera la position de la Belgique au niveau européen au moment de renforcer l'encadrement des acteurs de l'ultra fast fashion?
03.03 Minister David Clarinval: Mevrouw Truyman, e-commerce biedt opportuniteiten, maar mag de deur niet openzetten voor gevaarlijke producten, oneerlijke concurrentie of een omzeiling van onze regels. In 2025 kwamen elke dag 3,6 miljoen pakjes door e-commerce, vooral via de luchthaven van Luik, Europa binnen. In 2026 werd soms zelfs de kaap van 4,7 miljoen pakjes per dag overschreden, waarvan meer dan 90 % afkomstig was uit China.
Tot 40 % van de gecontroleerde producten voldoet niet aan de veiligheids- en kwaliteitsnormen en bijna 90 % is niet volledig in overeenstemming met de Europese regelgeving. Daarom heb ik een taskforce e-commerce opgericht. De werkzaamheden daarvan hebben geresulteerd in de opmaak van het federaal plan E-commerce PLUS, dat in mei 2026 werd goedgekeurd door de bevoegde ministers. Dat plan vormt een duidelijk gecoördineerde strategie om de controles te versterken, de consumenten te beschermen, onze bedrijven te ondersteunen en de stem van België in Europa te laten horen.
Wij zullen de controles versterken door een nauwere samenwerking tussen de douane en de controle-instanties, performantere digitale instrumenten en mysteryshopping in de Benelux te ontwikkelen. De Economische Inspectie zal ook een voortrekkersrol blijven spelen in het Europese Consumer Protection Cooperation Network tegen Temu, Shein en de nieuwe praktijken van de onlinehandel, met name via influencers. Wij zullen ook de controles op dropshipping versterken om de transparantie van het model te verbeteren. Omdat de uitdaging onze grenzen overstijgt, zal België een non-paper presenteren om te pleiten voor Europese actie. In het licht van die initiatieven heeft de federale regering ook 80 miljoen aan budgettaire middelen uitgetrokken voor de modernisering van de controles ten gunste van de douane.
Tot slot, de Europese douanehervorming betekent een keerpunt. Vanaf 1 juli 2026 zal een forfaitair douanerecht van 3 euro van toepassing zijn op pakjes met een waarde van minder dan 150 euro. Boven op die maatregel komt in 2026 nog een handling fee.
Madame Taton, les grandes plateformes exercent en effet une forte pression sur nos PME. Le plan fédéral E-commerce PLUS renforcera leur position, notamment par la modernisation de l'outil e-commerce ou encore par une approche plus restrictive lors de l'octroi du ".be" pour les sites internet.
Le développement d'entrepôts en Europe devra s'accompagner d'un strict respect de la réglementation européenne. Lorsque les produits sont stockés en Europe, il est plus facile d'y effectuer des contrôles physiques et un responsable établi dans l'Union est ainsi accessible.
Les contrôles douaniers seront également moins mis sous pression, mais il ne peut en aucun cas s'agir d'un moyen de contourner la régulation.
Au niveau européen, la Belgique défend dans tous les cas une position claire et cohérente. Les règles doivent s'appliquer de manière équivalente à tous les acteurs qui opèrent sur le marché intérieur, quel que soit leur pays d'origine ou leur modèle logistique.
La Belgique plaide pour davantage de responsabilité des plateformes, une meilleure cohérence des règles européennes et des contrôles coordonnés entre les États membres. L'e-commerce ne doit pas être une zone de non-droit, il doit être un espace de confiance.
Anticiper, coopérer, moderniser, protéger et soutenir: voilà notre engagement.
03.04 Lieve Truyman (N-VA): Dank u wel, mijnheer de minister.
Het werk van de taskforce e-commerce is inderdaad enorm belangrijk, want de gevaren van e-commerce situeren zich op verschillende domeinen. Een groeiend probleem, dat u ook hebt aangehaald, is dropshipping. Daarbij denkt de consument dat hij in eigen land iets heeft aangekocht, terwijl de website uiteindelijk gewoon een doorgeefluik blijkt te zijn en het pakje uit een niet-EU-land komt. Wanneer de consument dan ontevreden is of het product stuk is en hij het wil terugsturen, blijkt de site plots verdwenen te zijn of wordt hij geconfronteerd met torenhoge retourkosten.
Daarom heb ik ook een wetsvoorstel ingediend waarmee we ondernemingen verplichten een retouradres binnen Europa te hebben. Op die manier verleggen we een steen in het e-commerceverhaal en beschermen en ondersteunen we onze ondernemers.
Ik ben eveneens enorm tevreden dat de regering al verdere stappen heeft genomen en het e-commerceplan intern al heeft goedgekeurd.
03.05 Julie Taton (MR): Je vous remercie pour vos réponses, monsieur le ministre.
Les chiffres que vous citez montrent l’ampleur du défi, avec plusieurs millions de colis entrant chaque jour en Europe, notamment via Liège. Il est donc évident que les contrôles doivent suivre.
Nous saluons la mise en place de la task force et du plan fédéral E‑commerce PLUS. Il est essentiel de mieux responsabiliser les plateformes, de renforcer les contrôles et de garantir une transparence bien plus grande, notamment dans le dropshipping.
Nous soutenons également votre ligne européenne. Les mêmes règles doivent s’appliquer à tous les acteurs qui vendent sur notre marché, quelle que soit leur origine. Comme vous l'avez dit, l’objectif doit rester clair: faire de l’e‑commerce un espace de confiance, protecteur pour les consommateurs et équitable pour l’ensemble de nos entreprises.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
04.01 Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, naar aanleiding van de geplande hervormingen hebben de brandweervakbonden gisteren een staking van onbepaalde duur aangekondigd. Ons land telt meer dan 16.900 brandweerlieden, vrouwen en mannen die elke dag het beste van zichzelf geven. Ongeveer drie vierde van hen zijn vrijwilligers. Zonder hen kunnen onze brandweerkorpsen niet werken.
Toch zien we het aantal vrijwillige brandweerlieden jaar na jaar stelselmatig dalen. Dat is volgens ons een probleem. Cd&v steunt de ambitie van de regering om het personeelsbeleid te moderniseren met Vrijwilliger 2.0, het nieuwe statuut van de hulpverlener, meer autonomie voor de zones bij aanwervingen en een betere eindeloopbaan voor onze brandweerlieden. Dat zijn stuk voor stuk goede maatregelen, mijnheer de minister.
Een goed plan zonder draagvlak blijft echter dode letter. Daar zit vandaag duidelijk een probleem. De vakbonden voelen zich te weinig en te laat betrokken bij de voorstellen. Ook het feit dat zij niet vertegenwoordigd zijn in het nationaal brandweerorgaan speelt daarin mee.
Voor cd&v speelt het middenveld een absolute sleutelrol. Zonder sociaal overleg is er geen goed beleid. Het is aan u om alle betrokkenen samen te brengen en gehoor te geven aan de brandweerlieden en vrijwilligers die zich elke dag opnieuw inzetten voor onze veiligheid.
Ik heb dan ook maar twee vragen voor u. Welke initiatieven zult u nemen om het sociaal overleg opnieuw vlot te trekken? Hoe schat u de impact in van de aangekondigde staking op de operationele werking?
04.02 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, avant toute chose, je crois qu'il faut saluer l'engagement remarquable de nos pompiers durant cette période caniculaire. Ils sont à la disposition des citoyens jour et nuit et travaillent dans des conditions particulièrement difficiles.
Malheureusement, le nombre de pompiers diminue dans ce pays depuis des années. Beaucoup de zones de secours connaissent de grosses difficultés de recrutement, en particulier – je le sais en tant que président de zone – pour recruter des pompiers volontaires, qui sont pourtant vraiment nécessaires au fonctionnement des services de secours. Voilà des années que je plaide dans ce Parlement pour améliorer le statut des pompiers et l'attractivité du métier. J'ai même fait approuver une résolution à l'unanimité de ce Parlement, qui va dans ce sens.
Aujourd'hui, vous le savez, les pompiers ont déposé un préavis de grève nationale. En vérité, le problème est que les discussions qu'ils ont avec vous portent essentiellement sur une remise en question de leur statut et de leur pension. Évidemment, c'est inacceptable pour eux. Monsieur le ministre, comment réagissez-vous à ce préavis de grève? Quand allez-vous répondre aux attentes de nos pompiers? Avez-vous déjà fixé un agenda pour une nouvelle concertation avec les acteurs de terrain?
04.03 Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onze brandweerlieden tonen enorme moed daar waar er problemen zijn. Als andere mensen vluchten en zich in veiligheid brengen, gaan zij het gevaar tegemoet, in het belang van de veiligheid van onze bevolking.
Er zitten heel veel hervormingen in de pijplijn om het brandweerberoep aantrekkelijker te maken. De vraag is hoe we dat gaan betalen. Op dat vlak hebt u een zeer goed initiatief genomen, dat u onlangs ook hebt aangekondigd op de Nationale Brandweerconferentie, namelijk de oprichting van een gemeenschappelijke aankoopcentrale, om via groepsaankopen de kostprijs van het materiaal voor onze brandweerlieden te doen dalen. Het is immers al lang een doorn in het oog van onze overheid, van onze fractie, maar ook van de brandweerzones, dat zij tot 30 % meer betalen voor hetzelfde materiaal dan in Frankrijk.
U wilt ook het statuut aantrekkelijker maken en verbeteren voor de brandweer. Op dat vlak is het cruciaal dat zowel beroepsbrandweerlieden als vrijwillige brandweerlieden dezelfde fiscale vrijstellingen krijgen voor overuren als bij flexi-jobs. Er ligt al een wetsvoorstel klaar, zowel van de MR-fractie als van de N-VA-fractie, om dat te realiseren. Dat gaat dus de goede kant op.
U doet ook zeer veel voorstellen om de opleiding flexibeler te maken en om meer respect voor onze brandweer te tonen. Onze vraag aan u is dan ook wat u concreet in de komende periode op dat vlak wilt realiseren. Hoe wilt u bijvoorbeeld die aankoopcentrale financieren?
Ik wil vooral ook een oproep doen aan de vakbonden, want ik vind niet dat men u kan verwijten dat u niet in overleg wilt gaan. We hadden die Nationale Brandweerconferentie, u organiseert vandaag opnieuw een groot overlegmoment. Mijn oproep aan de vakbonden is dan ook om in overleg te gaan in plaats van te staken.
04.04 Bernard Quintin, ministre: Messieurs les députés, si quelqu'un reconnaît l'engagement exceptionnel dont font preuve nos pompiers, c'est bien moi. Ils le font au quotidien. Et je sais aussi combien leur métier est dangereux, pour l'avoir vu au quotidien, parfois dans des conditions absolument dramatiques.
L'objectif de ce gouvernement est clair: renforcer nos services d'incendie et leurs moyens humains et matériels pour protéger au mieux notre population, et aussi prendre des mesures pour protéger nos pompiers qui, en effet, font trop souvent l'objet d'agressions. C'est entre autres l'intérêt de les doter de bodycams.
Mais ce renforcement passe par un financement renforcé. Les moyens fédéraux alloués aux pompiers ont été augmentés de 17,5 millions d'euros par an, de manière structurelle. Et les dotations de l'ensemble des zones de secours seront indexées à partir du 1er janvier 2027 de manière automatique. Cela a été fait, et contrairement à ce que j'ai pu entendre ici parfois, c'est bien structurel.
Cela passera également par du personnel, volontaire ou professionnel, disponible et toujours mieux formé.
In uitvoering van het regeerakkoord heb ik het BB-SPB, dat bij koninklijk besluit belast is met de officiële vertegenwoordiging van de brandweer op federaal niveau, gevraagd samen met het werkveld en met alle betrokken partners de doelstellingen van het regeerakkoord concreet voor te bereiden met het oog op de politieke besluitvorming.
Dit resulteerde eind 2025 in een conceptnota, opgesteld via verschillende thematische werkgroepen. Gedurende het volledige traject werden alle stakeholders uitgenodigd op diverse klankbordsessies, waar de voortgang werd toegelicht en feedback verzameld werd. Ook de syndicale organisaties werden daarvoor uitgenodigd. De opmerkingen van verschillende deelnemers werden telkens zorgvuldig afgewogen en waar mogelijk verwerkt in de opeenvolgende versies van de nota.
Depuis la remise du rapport fin 2025, mon cabinet a mené des analyses supplémentaires sur le plan social, financier et juridique. Sur cette base, je chargerai prochainement l’administration d’élaborer plus en détail les propositions qui recueillent le plus large soutien afin d’aboutir à une réglementation concrète, qui fera ensuite l’objet d’une concertation formelle telle que prévue par les textes.
Gisteren organiseerde ik bovendien het brandweerconclaaf. De vier workshops hebben bijkomende inzichten opgeleverd over de loopbaan van zowel vrijwilligers als beroepsbrandweerlieden en over de samenwerking tussen de vrijwilliger, de hulpverleningszone en de hoofdwerkgever. Ik stel evenwel vast dat de vakorganisaties ervoor hebben gekozen niet constructief deel te nemen aan dat traject en ik betreur dat. Nochtans heb ik hen herhaaldelijk uitgenodigd voor overleg, meest recent nog vorige week. Ik heb hen ook persoonlijk ontvangen. Het nationaal bureau van de brandweervrijwilligers heeft daarentegen actief meegewerkt aan zowel een conceptnota als het conclaaf.
Je regrette donc que les syndicats aient une nouvelle fois renoncé hier à participer aux travaux qui avaient précisément pour but d'associer au maximum tous les acteurs de terrain à l'élaboration des politiques à venir pour leur secteur. Je peux inviter des gens, nous sommes encore dans un État de droit libéral. Je ne peux pas les obliger de venir ni les obliger à participer constructivement aux discussions.
De plus – et il convient de le souligner face à ce que j’entends parfois sur la concertation sociale –, le dialogue social formel se poursuit activement, y compris au sein du Comité C. Plusieurs réunions se sont déjà tenues cette année et une prochaine est prévue le 10 juillet. Je me réjouis donc de poursuivre ce dialogue constructif. Nous continuerons à travailler avec les acteurs de terrain, pour le terrain, aux côtés de toutes celles et tous ceux qui souhaitent travailler avec nous.
Mijnheer Bergers, met betrekking tot uw vraag over de aankoopcentrale kan ik u meedelen dat ik gisteren op het conclaaf met de brandweer nogmaals mijn wens – om het diplomatisch uit te drukken – heb gedeeld om de verdere uitbouw van de aankoopcentrale te verwezenlijken. Ik heb mijn administratie opgedragen – dat is minder diplomatisch – dit verder uit te werken om het zo spoedig mogelijk te kunnen implementeren en misschien zo naar de 21e eeuw te evolueren.
En Belgique, une autopompe de pompiers coûte environ 30 % plus cher qu’en France. Pourquoi? Parce que, dans chaque zone de secours, chacun pense pouvoir faire mieux que son voisin et disposer d’un matériel plus performant. Pourtant, lorsqu’il s’agit de matériel de base, la logique est implacable: définir un standard commun de qualité et centraliser les achats permettrait de réaliser des économies, qui sont actuellement plus que nécessaire.
04.05 Franky Demon (cd&v): Dank u voor de antwoorden, mijnheer de minister.
De brandweerlieden staan mijns inziens voor een hete zomer. Waarschijnlijk zullen er wel wat hevige branden zijn.
Overstromingen kunnen er komen. En ook op festivals zullen de brandweerlieden nodig zijn.
Mijnheer de minister, iedereen is het er dan ook over eens dat deze hervormingen nodig zijn om van de brandweer een aantrekkelijkere werkgever te maken. Ook het aantal vrijwilligers moeten we op peil houden. Wij steunen u daarin volmondig.
Ik herhaal echter mijn oproep om in goed
overleg te gaan met de vakbonden. We hebben in de vorige legislatuur het
nationaal brandweerorgaan opgericht. De bonden waren vanaf het begin ongerust
over het feit dat ze er niet in vertegenwoordigd waren. Ik denk alvast dat u
dat opnieuw moet evalueren. In de tussentijd moeten we proberen om waar
mogelijk antwoorden te bieden op hun bezorgdheden. Ik denk dat we samen met hen
van die hervormingen een succes kunnen maken. Dank u wel.
04.06 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, après les militaires, après les policiers, ce sont maintenant les pompiers qui dénoncent les mesures antisociales de votre gouvernement.
Les augmentations de budget pour nos services de secours ne sont pas suffisantes – clairement; et je pense que c’est irresponsable, dans la mesure où l’on sait que nos services vont devoir faire face de plus en plus souvent à des catastrophes naturelles résultant du dérèglement climatique.
Monsieur le ministre, j'espère que vous allez changer votre fusil d’épaule et que vous allez entendre les revendications de nos pompiers, qui garantissent chaque jour la sécurité de nos citoyens.
04.07 Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, onze brandweerlieden tonen uitzonderlijke moed en staan ook voor uitzonderlijke tijden. U neemt maatregelen en investeert in onze brandweer. U hebt ervoor gezorgd dat de werkingsmiddelen van onze hulpverleningszones verankerd worden en geïndexeerd. U zorgt er met de aankoopcentrale voor dat eindelijk het prijsverschil tussen materiaal bij ons en in Frankrijk daalt.
Doe dus voort, mijnheer de minister. Werk verder, mijnheer de minister en collega's. Er ligt een wetsvoorstel van collega Verkeyn voor, er ligt een wetsvoorstel van collega Piedboeuf voor, om ervoor te zorgen dat onze beroepsbrandweerlieden en onze vrijwillige brandweerlieden een flexibeler fiscaal regime krijgen, dat hun extra uren worden gelijkgesteld met flexi-jobs. Dat zijn goede wetsvoorstellen.
Laten we niet alleen naar de minister kijken, maar ook onze eigen verantwoordelijkheid nemen en die wetsvoorstellen goedkeuren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
(Het antwoord zal door de vice-eersteminister
en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking
worden gegeven / La réponse sera donnée par le vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération
au développement)
05.01 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, we beleven een ongeziene hittegolf. Iedereen heeft het warm, maar voor veel mensen is het totaal onleefbaar. Denk aan mensen die wonen in een klein appartement zonder terras, zonder zonnewering. Denk aan mensen in huizen die niet geïsoleerd zijn en aan mensen die zware fysieke arbeid verrichten, elke dag opnieuw in de bouw, als afvalophaler of als wegenwerker. Denk ook aan mensen die ervoor zorgen dat oververhitte gebouwen worden gepoetst. Denk aan ouderen in een woonzorgcentrum die de hele dag achter de gordijnen zitten, hopend op een koelere nacht. Blijkbaar heeft ook Bart De Wever veel last van de hitte en kan hij vandaag niet komen werken.
Wat is het antwoord van de regering? Drink voldoende water en zorg voor elkaar. Dat doen we elke dag van het jaar, maar blijkbaar is dat ook het antwoord van de regering op een acute en uitzonderlijke crisis. Wat moeten we denken, collega's, van het advies van minister Francken? Drink een pint aan uw zwembad, leef en stop met zagen. Leef!
Vanmorgen vernamen we dat er ziekenhuizen zijn waar operaties moeten worden stilgelegd en niet kunnen doorgaan. In het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en het Sint-Lucas Ziekenhuis in Gent heeft deze hitte een grote impact. Operaties worden uitgesteld, spoeddiensten draaien overuren, schoolgebouwen zijn ovens en sluiten vroeger, en ook crèches ondervinden hinder. Treinen worden geschrapt omdat er geen airconditioning is. De hitte heeft een grote impact op de hele samenleving en maakt één ding duidelijk: ons land is niet klaar om dat soort extreem weer goed te managen.
Als er dan een minister is die wil samenzitten met de collega's en 21 uitnodigingen verstuurt, wordt hij wandelen gestuurd door de N-VA en uitgelachen. Voor Arizona is het blijkbaar veel gemakkelijker om de taliban aan tafel te krijgen dan samen te zitten met de regionale ministers om klimaatbeleid te voeren. Dat is de realiteit.
Mijnheer de minister, hoe zult u die crisis
aanpakken? Hoe zult u samenwerken
(…)
Que fait votre gouvernement face à cela? Le Centre de crise conseille aux Belges de boire de l’eau et de porter des vêtements légers. Nous vous remercions pour ce conseil, car, sans vous, nous aurions sûrement opté pour le bonnet et la doudoune. Cependant, monsieur le ministre, les Belges n’ont pas besoin d’un mode d’emploi pour survivre à l’été, mais attendent des actes.
Sur le climat, votre gouvernement n’a aucune vision. Vous échangez des courriers, vous tentez d’élaborer un plan, et vous attendez que les régions vous répondent, alors même que vous dirigez ces mêmes régions. Cherchez l’erreur!
Pourtant, les 11 millions de Belges n’attendent qu’une chose: que quelqu’un prenne enfin ses responsabilités. Pendant ce temps, votre collègue Théo Francken conseille de profiter du beau temps avec une bière et les pieds dans une piscine. Avez-vous avez une piscine, vous? Moi, non. Pour la plupart des Belges, la réalité n’est pas une piscine, mais bien un appartement ou une maison transformé en four.
Monsieur le ministre, force est de constater que, depuis l’arrivée de l’Arizona le défi climatique s’évapore. Pendant que certains ironisent sur le réchauffement climatique, les Belges, eux, tirent la langue. Ils s’inquiètent pour leurs grands‑parents, pour leurs enfants dans les crèches, pour leurs trajets quand les transports en commun s’arrêtent, et pour tenir au travail quand il fait 35°C dans une classe, un bureau ou un atelier.
Monsieur le ministre, vous répondez aujourd’hui au nom du gouvernement. Dites‑nous donc où est votre plan chaleur? Quelles mesures concrètes prenez‑vous pour protéger la population? Et surtout, où est la stratégie climatique permettant de faire face à la multiplication d’événements extrêmes qui, eux, ne nous laissent aucun répit.
05.03 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, er lijken verkiezingen op komst te zijn. Les Engagés vertoeven blijkbaar in campagnemodus. Daarin passen ook de uitlatingen van uw collega, partijgenoot en klimaatminister, Jean-Luc Crucke. Hij vindt dat er onvoldoende interfederale coördinatie is inzake de extreme weersomstandigheden. De heer Crucke wil blijkbaar 21 ministers samenbrengen.
Mijnheer de minister, Vlaanderen wil, heel terecht, zijn klimaatbeleid voeren vanuit zijn eigen bevoegdheden. Er is geen nood aan een Belgicistisch interfederaal hitteplan, dat vooral veel complexiteit dreigt toe te voegen zonder de besluitvorming te versterken. Alleen is het wel merkwaardig dat de heer Crucke binnen een regering waarin de N-VA de grootste meerderheidspartij is, ter zake zomaar eigengereid kan optreden en voorstellen voor meer interfederalisme de ether in kan sturen, die dan vervolgens door de door de N-VA geleide Vlaamse regering worden afgeschoten.
Tegelijkertijd stellen we vast dat ook ons energiebeleid niet voorbereid is op de extreme weersomstandigheden. Het elektriciteitsverbruik piekt. Wanneer de zon ondergaat, draaien de airco’s, heel begrijpelijk, verder. Het is windstil. Het aanbod aan hernieuwbare energie is er dan niet langer. Ook de import van elektriciteit uit kernenergie botst op zij grenzen. Daardoor komen we terecht bij dure piekcentrales. Dat zijn gascentrales. Eergisteren kwam 52 % van onze elektriciteit uit een gascentrale, met alle gevolgen voor de stroomprijs. Ondertussen ligt het nucleaire park in België, dat voor stabiele productie en minder prijsfluctuatie kan zorgen, drie zomers lang volledig stil.
Mijnheer de minister, wat zult u doen als zich in de volgende weken of maanden nog hittegolven aandienen?
Zal binnen de regering de heer Crucke aangaande zijn interfederale wensdromen worden teruggefloten?
Erkent u dat de piekende elektriciteitsprijzen wel degelijk ook te maken hebben met (…)
05.04 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, ik zal het niet hebben over de hitte. Ik nodig iedereen uit in de mooiste gemeente aan de kust. Daar is er een fantastisch briesje en een Middellandse Zeeklimaat.
Ik zal het hebben over de catastrofe die zich vandaag in de energiesector voltrekt. In de winter is er soms sprake van een dunkelflaute. Dat betekent dat onze energiesector zo kwetsbaar is geworden dat als de hernieuwbare energie in de winter uitvalt, we allemaal in de kou zitten. Nu valt de energie ook uit in de zomer: er is sprake van een Hitzeflaute, een fantastisch woord. De Duitsers noemen dat een Kühlkraftkrise. Dat betekent dat de koelkast in crisis is en ook de airco in crisis verkeert.
Zelf heb ik last van een appelflauwte, mijnheer de minister. Dat komt door de hoge energieprijzen, door u allemaal.
(Tumult)
Nee, u niet; dat is juist.
Door de sluiting van de kerncentrales zijn we vandaag afhankelijk geworden van gascentrales. Wat gebeurt er dan? We hebben een back-up nodig. Anders krijgen we situaties zoals in Spanje, waar de elektriciteit op 28 april 2025 uitviel. We moeten dat compenseren, want ons elektriciteitsnet moet voortdurend in evenwicht zijn. Daartoe verstoken we gas. In Flémalle hebben we een centrale gebouwd waarvoor 900 miljoen euro subsidie werd toegekend. Toch is dat niet genoeg, mijnheer de minister. De vorige regering heeft zelfs acht straalmotoren moeten inschakelen. U hoort het goed, acht straalmotoren die elk voor 7.000 euro kerosine per uur verbruiken, opdat we genoeg energie zouden hebben en het licht 's avonds niet zou uitgaan. Hoe belachelijk kan het vandaag worden?
Mijnheer de minister, wat zult u daaraan doen?
05.05 Tine Gielis (cd&v): Mijnheer de minister, het WK voetbal lijken we niet te zullen winnen, maar voor de wereldtitel van warmste treinwagon zijn we voorlopig wel nog in de running, want wie vandaag de trein neemt, voelt zich als een sardientje in een heel warm blik. Ik pendel zelf van de Kempen naar Brussel en zie elke dag welke problemen dat geeft: geschrapte treinen, overvolle rijtuigen en wagons die aanvoelen als sauna's.
Nu zelfs Groen fan van airco's blijkt te zijn, kan ons openbaar vervoer niet achterblijven. Hittegolven zullen vaker terugkeren. Ons land blijkt onvoldoende uitgerust voor dit extreme weer. Ook in de winter zien we immers dat, als er enkele sneeuwvlokjes neerdwarrelen, een halve dienstverlening ontregeld dreigt te worden.
Volgens cd&v moet en kan dat beter. Het gaat immers om meer dan alleen de NMBS. Het gaat over investeringen in treinen en stations, maar ook in scholen, ziekenhuizen, woonzorgcentra en publieke gebouwen.
Mijnheer de minister, de vraag is dus niet of er vandaag een hitteplan bestaat. De vraag is of België voldoende robuust is voor de zomers van morgen. Een land dat klaar wil zijn voor de toekomst, mag niet smelten bij de eerste hittegolf.
05.06 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, we beleven een van de ergste hittegolven van de afgelopen jaren. Mensen moeten werken in temperaturen tot 35 graden op de werkplekken.
En wat horen we als tip van regeringslid Theo Francken, minister van Defensie? Cool! Doe normaal en stop met klagen. We moeten allemaal doen zoals de minister van Defensie en à l’aise aan het zwembad gaan liggen in de tuin met een pintje.
Dans quel monde vit-il? C'est facile pour lui de dire cela, il a une piscine! Que pense-t-il, que tout le monde a une piscine à la maison? Que tout le monde a la possibilité de boire un verre tranquillement chez soi? Que les journées sont composées de petites réunions entre ministres avec de l'air conditionné toute la journée? Ce n'est pas la vie des Belges! Comment peut-on vivre dans un monde complètement coupé de la réalité?
Pour les gens, ce n'est pas de la rigolade: pour ceux qui travaillent sur les chantiers, sur les routes, dans les crèches, dans les écoles, pour tous ces gens qui travaillent dans le secteur des soins sous 30 °, il n'y a pas toujours d'air conditionné. Malgré le fait que le ministre dise qu'il suffit de se mettre près de sa piscine dans le jardin, ce n'est pas une blague.
Hier, une réunion de trois heures s'est tenue, avec comme conclusion et comme conseil à la population: "Buvez de l'eau." Vous allez faire comme en France? "Vous ouvrez le robinet, vous fermez le robinet, etc". Mais enfin, vous vous moquez des gens! Vous êtes payés pour trouver un plan canicule, et le conseil que vous donnez aux gens, c'est de boire de l'eau. Tiens, il fait chaud, nous n'avions pas pensé à boire de l'eau! Chers ministres, merci pour vos conseils.
Quel est le plan canicule du gouvernement belge?
05.07 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, klimaatbeleid is een ernstige aangelegenheid, te ernstig om ermee te lachen op de socials en te ernstig om er een communautaire kwestie van te maken. Wat zijn de gevolgen immers? Wij zien de concrete gevolgen: treinen worden geschrapt, scholen sluiten, mensen hebben geen kinderopvang en zieke mensen zien hun operaties uitgesteld.
Wat verwacht de burger dan van de overheid? Hij verwacht geen duizend regeltjes. Hij verwacht geen betutteling. Hij verwacht oplossingen. Hij verwacht uiteraard dat de overheid aan die oplossingen begint. Wat moeten wij doen? Wij moeten samenwerken en oplossingen zoeken voor de toekomst.
Mijnheer de minister, de kerntaken van de overheid komen in het gedrang. Er is inderdaad geen magische oplossing. Wij zullen het probleem niet in een-twee-drie oplossen. Wij moeten er wel aan beginnen. Wij moeten de infrastructuur aanpassen, wij moeten innoveren, wij moeten inzetten op klimaatadaptatie.
De heer Crucke komt met een plan. Wij kunnen daarover spreken. Hij steekt dus de hand uit. Doch het antwoord luidt dan: u wilt samenzitten, maar dat zullen wij zeker niet doen; u wilt samenwerken, maar dat zullen we niet doen, want dat is niet nodig. Mijnheer de minister, mijn vraag is dus heel eenvoudig. Wat vindt u van een Vlaams-nationalist die het probleem verdrinkt in communautaire spelletjes door te weigeren met een federale collega te spreken?
05.08 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le vice-premier ministre, cher collègue, je ne vais pas vous apprendre que le réchauffement climatique existe. Je ne vais sûrement pas vous dire que les vagues de chaleur sont uniquement l'occasion de sortir le barbecue et une petite bière pour en profiter. Les gens étouffent et ne sont pas suffisamment préparés. Nous devons nous en inquiéter. Avec 38 degrés annoncés, les écoles et les commerces ferment. Les hôpitaux s'encombrent. La vague de chaleur que nous connaissons aujourd'hui n'est pas un simple épisode météorologique. Elle met sous pression nos services d'urgence et nos hôpitaux. Elle touche encore plus les personnes âgées, les malades, les travailleurs exposés et les personnes détenues. Elle a aussi un impact direct sur la productivité de notre économie et sur notre cohésion sociale.
Le réchauffement climatique est un enjeu environnemental qui touche aussi à la santé et, carrément, aux droits humains. Plus inquiétant encore, les scientifiques nous rappellent que cet été sera sans doute le plus frais de notre vie. Soyons clairs: notre pays s'est davantage adapté au froid qu'aux fortes chaleurs, et les citoyens en paient le prix fort ces derniers jours. Face à cette réalité, la Belgique ne peut évidemment pas agir seule. Le réchauffement climatique ne connaît pas de frontières.
J'ai donc quelques questions, monsieur le ministre. Comment la Belgique compte-t-elle renforcer la coopération, je l'ai entendu tantôt, entre les régions, les communautés et nos partenaires européens pour faire face aux vagues de chaleur de manière plus structurelle, être mieux préparée, se parler, disposer d'un plan concerté et d'une stratégie globale? Comment notre pays défend-il, aux plans européen et international, les politiques d'adaptation aux chaleurs extrêmes? Enfin, la Belgique soutient-elle une approche qui considère les vagues de chaleur non seulement comme un défi environnemental, mais aussi comme un enjeu de santé publique et de compétitivité?
Je voudrais également répondre à quelques-uns des intervenants précédents. Je voudrais vous rappeler et vous confirmer que le ministre Crucke travaille sérieusement, avec application, et consacre toute son énergie à la transition pour décarboner nos usages et diminuer notre production de CO₂. Pas par dogmatisme, mais par réalisme et par nécessité stratégique. Je vous remercie.
Le premier ministre ne veut pas répondre aux questions ici au Parlement. Il se cache. Il renvoie vers le ministre du Climat, qu’il sait absent. C'est donc vous qui êtes envoyé au feu pour venir répondre aux questions des parlementaires et assumer.
Que lisons-nous? "J'ai envoyé des courriers, mais personne ne m'a répondu. Que voulez-vous que je fasse? J'aimerais bien, mais je ne peux point."
Pourtant, monsieur le ministre, vous avez des leviers concrets ici, rien qu'au niveau fédéral. Que nous proposez-vous – enfin plutôt, que proposez-vous à la population? Des actes individuels – ou plutôt une culpabilité individuelle. "Buvez de l'eau, n'oubliez pas d'appeler votre grand-mère pour savoir si elle va bien."
Mais les populations qui, aujourd'hui, vivent dans des bouilloires thermiques, qui sont dans des appartements sur lesquels personne n'a pensé à mettre des pare-soleils, qui attendent le bus place Saint-Lambert – où, hier, a été mesurée une température au sol de 73°C, sans un arbre autour pour leur faire de l'ombre –, ces populations-là en attendent davantage que d'entendre simplement qu'il faut mettre une casquette.
Monsieur le ministre, pourquoi votre gouvernement ne met-il pas sur la table aujourd'hui, par exemple, un plan avec la Régie foncière? Vous avez des bâtiments à disposition. Ils peuvent constituer un point fraîcheur pour des populations qui habitent aux alentours. C'est possible.
Quid des navetteurs? Des personnes se retrouvent dans des gares, parfois pendant des heures en raison de trains annulés. Il faut mettre en place des points d'eau et s'assurer qu'il y ait un point refuge fraîcheur.
Les musées fédéraux également peuvent être rendus gratuits, comme certaines villes l'ont fait, pour (...)
05.10 Minister Maxime Prévot: Beste collega’s, ons land wordt al enkele dagen geconfronteerd met een hittegolf van uitzonderlijke intensiteit. Laat ik het duidelijk zeggen: het gaat niet om een gewoon weersverschijnsel. Het is niet louter een zomer die iets warmer is dan andere. Wat we vandaag meemaken, is een concreet gevolg van de klimaatverandering.
Te lang is klimaatverandering voorgesteld als een toekomstig risico. Vandaag is het een dagelijkse realiteit. Ze heeft nu al gevolgen voor de gezondheid van onze medeburgers, voor onze infrastructuur, voor onze openbare diensten en voor onze economie.
Wat we vandaag zien, is waarschijnlijk slechts een voorproefje van wat ons morgen te wachten staat. De vraag is dus niet langer of we ons moeten aanpassen. De vraag is of we bereid zijn op te treden op een manier die recht doet aan de uitdagingen, die voor ons liggen.
Experten waarschuwen ons al jaren. Het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac) heeft ons gewaarschuwd. Het Federaal Planbureau heeft ons gewaarschuwd. Gezondheidsdeskundigen waarschuwen ons. De veiligheidsdiensten waarschuwen ons. De signalen zijn overal. Daarom is niets doen geen optie meer.
L'absence de coordination ne peut plus être une excuse. C'est précisément pour cette raison que mon collègue Jean-Luc Crucke a pris l'initiative, voici plus d'un an déjà, de tenter de réunir l'ensemble des autorités concernées afin de préparer notre pays aux conséquences des phénomènes météorologiques extrêmes. Il a effectivement adressé des courriers aux différents niveaux de pouvoir. Il a proposé un dialogue, une méthode, un plan de travail. Il a tendu la main. Malheureusement, cette main – l'honnêteté m'impose de le dire – n'a pas toujours été saisie. Certaines autorités ont estimé qu'une telle coordination n'était pas nécessaire. D'autres ont considéré qu'il ne fallait pas ouvrir ce chantier. Certains ont même explicitement refusé de participer à l'élaboration d'un plan interfédéral sur les phénomènes météorologiques extrêmes.
Ik respecteer uiteraard iedereens bevoegdheden, maar we kunnen niet om de feiten heen. Een hittegolf stopt niet aan de grenzen tussen gewesten. Droogte houdt geen rekening met de verdeling van bevoegdheden. Een bosbrand vraagt niet of het betreffende perceel onder de bevoegdheid van de federale overheid, het gewest of een gemeente valt. Het klimaat kent geen administratieve grenzen noch regeringsmeerderheden.
Als we met een gemeenschappelijke dreiging worden geconfronteerd, moet het antwoord collectief zijn. Daarom heeft minister Crucke opnieuw zijn verantwoordelijkheid genomen. Op 1 juli vindt een interfederale vergadering plaats. Ik heb één eenvoudige wens: ik hoop dat iedereen aanwezig zal zijn. Onze medeburgers verwachten immers geen institutionele debatten van ons. Ze willen niet weten wie waarvoor bevoegd is. Ze zitten niet te wachten op bevoegdheidsconflicten. Ze verwachten dat wij hen beschermen. Ze verwachten dat wij anticiperen. Ze verwachten dat wij samenwerken. De vergadering moet tot concrete resultaten leiden.
Minister Crucke heeft twaalf voorstellen op tafel gelegd, twaalf pragmatische maatregelen, twaalf actiepunten waarmee we onmiddellijk aan de slag kunnen, want we moeten de zaken nu onder ogen zien. Voorts zijn de ministers Vandenbroucke en Quintin sinds maandag ook bezig met de coördinatie van acties via het Nationaal Crisiscentrum. Het Nationaal Crisiscentrum neemt in nauw overleg met de FOD Volksgezondheid de nodige initiatieven en volgt de situatie op.
À ceux qui appellent au déclenchement d'une phase fédérale, je rappelle que la phase d'alerte a déjà été proclamée lundi par le Risk Management Group. Ceci n'implique pas pour autant un plan national avec de nouvelles mesures mais, au contraire, une phase mettant surtout l'accent sur la sensibilisation et les recommandations.
Aanpassing aan de klimaatverandering is geen ondergeschikt onderwerp meer.
05.11 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik hoor mooie, duidelijke woorden over de ernst van de situatie, maar ik zie geen daden. Meer nog, u bevestigt dat coördinatie en overleg worden geweigerd, terwijl veel mensen vandaag nood hebben aan concrete oplossingen.
Heel veel burgers hebben vandaag nood aan koele plekken en alle overheden weten dat. Ze beschikken over veel gebouwen waar het koel is, zoals musea, bibliotheken en andere publieke gebouwen. Stel die open, ook ’s nachts, voor wie thuis niet weet waar te kruipen, en dat zijn veel mensen. Niet iedereen heeft een zwembad zoals Theo Francken om even af te koelen. Regel het dus vandaag, niet morgen.
De regering gaat ervan uit dat de crisis over drie dagen voorbij is, dat de kous daarmee af is en dan tot de orde van de dag overgaat. Zij vergist zich. Er is nood aan niet alleen crisismaatregelen, maar ook aan structureel beleid om de klimaatcrisis af te remmen. Vandaag is het extreem warm, maar laat het niet de koelste zomer van de rest van ons leven worden.
05.12 Patrick Prévot (PS): C'est donc au ministre qui a la plus grosse empreinte carbone du gouvernement que revient l'honneur de répondre à cette question sur la canicule que nous sommes en train de vivre! Soyons de bon compte, je n'ai pas entendu chez vous l'envie ou le besoin d'évoquer une pause dans la politique climatique – je pense qu'il faudrait pour cela être aveugle ou climatosceptique. C'est pourtant ce qu'avait fait votre ministre Clarinval, il y a moins d'un an.
On constate qu'avec le gouvernement Arizona, le climat a disparu des priorités. Au niveau de l'Europe, on ralentit. En Wallonie on détricote et, au fédéral, on réduit le climat à une ligne dans un tableau Excel: les contraintes pour les entreprises. Et pourtant, les conséquences pour les gens sont bien présentes: des maisons et des appartements qui ressemblent à des fours.
Vous avez annoncé une réunion interfédérale climat le 1er juillet prochain. Permettez-moi de vous donner un petit conseil pour cette réunion: enfermez les ministres, coupez la climatisation et peut-être que même les plus climatosceptiques autour de la table viendront enfin avec de vraies solutions.
05.13 Kurt Ravyts (VB): Het raadsel is opgelost waarom premier De Wever niet kwam antwoorden. Kan hij zich akkoord verklaren met de tekst die minister Prévot zonet gebracht heeft? Kan de N-VA, als grootste meerderheidspartij, zich er akkoord mee verklaren? Ik denk van niet.
De federale bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de federale regering. De Vlaamse bevoegdheden ter zake kunnen perfect worden uitgevoerd door de Vlaamse regering, en de Waalse door de Waalse regering. We hebben geen nood aan partijpolitieke profilering inzake deze klimaattoestand. We hebben wel nood aan een beleid dat de meest kwetsbaren onder ons helpt bij deze weersomstandigheden.
05.14 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, er bestaat zoiets als klimaatadaptatie. Ik heb een goede raad voordat de acht straalmotoren in Noordschote, Zelzate en zelfs Deux-Acren stilvallen en voor de kerosine op is: open de kerncentrales. Met alle nu geplande hernieuwbare energie komt men in 2037 immers amper aan 37 %. Open de kerncentrales dus nu.
Ik heb ook een boodschap voor de heer Hedebouw. Adaptatie, mijnheer Hedebouw! U weet dat uw Chinese vrienden na de dood van Mao drie airco’s hadden in China. Drie! Die stonden bij de communistische partij in Zhongnanhai. In 2023 stonden er 863 miljoen, en het energieagentschap verwacht tegen 2050 dat er 4,5 miljard airco’s zullen zijn in het communistische gebied.
Groene deugneuzen, luister, en investeer in klimaatadaptatie. Iedereen een airco! (…)
05.15 Tine Gielis (cd&v):
Mijnheer de minister, ik hoor u zeggen dat minister Crucke aan de slag zal gaan
met twaalf actiepunten. Ik ga ervan uit dat eentje daarvan het openbaar vervoer
is, met name de NMBS. Over de hydration breaks in het voetbal zijn de
meningen erg verdeeld, maar op onze treinen denkt iedereen vandaag hetzelfde:
afkoeling, nú. Vooral voor onze ouderen, kinderen en mensen met
gezondheidsproblemen moeten we alles op alles blijven zetten om ons land
hittebestendiger te maken en vooral ons openbaar vervoer. Daarvoor rekenen we op u.
05.16 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, j’aurais voulu vous voir arriver avec des solutions. Or ce n’est pas le cas. Le PTB vous a pourtant apporté des pistes, parmi lesquelles des solutions à court, moyen et long terme.
À court terme, il faut adapter les règlements de travail. Lorsque la chaleur devient excessive, les travailleurs devraient pouvoir interrompre la journée ou prendre congé. C’est intenable autrement. À court terme également, il faut rendre gratuites les piscines et l’accès aux musées pour permettre à chacun de se rafraîchir. En cas de fermeture des écoles, les parents devraient pouvoir bénéficier de congés pour accueillir leurs enfants. Voilà des mesures à court terme. Il faut aussi un plan de climatisation pour les crèches, les écoles et les hôpitaux. Tout cela est à faire à court terme.
À moyen terme, il nous faut un véritable plan d’isolation des bâtiments et de verdurisation de nos villes.
À long terme, il faudra enfin s’attaquer à la racine du problème climatique: arrêter de laisser les multinationales extraire des millions de tonnes de pétrole et rejeter ensuite le CO₂ dans l’atmosphère, contribuant ainsi à la destruction de notre planète. Voilà les solutions.
Monsieur le ministre, je ne sais pas si vous allez y arriver avec 21 ministres, mais en tout cas (…)
05.17 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, dank voor uw woorden. Dergelijke hitte wordt het nieuwe normaal. Ik denk niet dat Bart De Wever dezelfde woorden had kunnen uitspreken. Dus dank voor de realitycheck. De waarheid is dat we niet klaar zijn voor de nieuwe realiteit. Om onze kritieke infrastructuur aan te passen, hebben we samenwerking nodig. De burger ligt niet wakker van wie iets beslist, maar wel van de hitte. Dus bedankt voor de bevestiging.
Het wordt puur communautair gespeeld, ten koste van de belangen van de burgers. Ik dacht dat de communautaire demonen weg waren, maar ik zie dat ze, ondanks spiegelregeringen in alle gewesten, helemaal terug zijn.
05.18 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, sortons un peu des slogans. Cette vague de chaleur nous rappelle que la lutte contre les températures extrêmes est un véritable enjeu de société, qui attend une réponse collective; une réponse collective pour nous adapter, aussi. On ne peut plus considérer les vagues de chaleur comme un simple phénomène météorologique passager. Il faut au contraire les traiter comme un véritable enjeu géopolitique européen.
On l'a dit ici, nous sommes tous touchés, mais pas tous égaux face aux températures infernales. Combien de personnes sont encore mal logées, vivent sous les toits, sans moyen de se rafraîchir? Ces phénomènes extrêmes vont revenir comme un boomerang. Vous l'avez dit, nous ne sommes plus dans les probabilités, c'est aujourd'hui notre réalité et on n'est qu'au début.
Monsieur le ministre, nos concitoyens ont besoin d'une réponse collective, hors conflits de compétences, comme le rappelle sans cesse le ministre du Climat, qui y travaille. J'exhorte donc, monsieur le ministre, votre gouvernement à avoir une politique climatique volontariste, soutenue par l'ensemble des partenaires. Et je compte sur eux.
05.19 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, vous nous parlez ici d'une réunion le 1er juillet. Aux personnes qui sont en train de suffoquer dans des appartements surchauffés, avec des enfants dont les écoles sont fermées et un boulot à gérer, vous dites que vous allez vous réunir dans six jours pour discuter. On n'est pas du tout à la hauteur de la situation!
Ce qu'il se passe actuellement est la conséquence de choix politiques, ou plutôt d'inaction politique coupable. La bonne nouvelle, c'est qu'il y a des leviers concrets qui doivent être activés par le politique. Pour cette raison, nous avons rédigé avec Ecolo un plan "fraîcheur", qui reprend des actions qui se déclinent au niveau fédéral, au niveau régional et au niveau communal. Il y a 69 bourgmestres Les Engagés; au niveau régional et communautaire, vous avez des ministres des Bâtiments scolaires, de la Santé, de l'Accueil de la petite enfance. Vous avez le pouvoir d'agir. Utilisez les leviers qui sont à votre disposition, monsieur le ministre!
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
(Het antwoord zal door de vice-eersteminister
en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking
worden gegeven / La réponse sera donnée par le vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération
au développement)
06.01 Britt Huybrechts (VB): Minister, de voorbije jaren werden we meermaals geconfronteerd met het verschrikkelijke nieuws van jonge kinderen die stierven doordat ze in een te hete wagen waren achtergelaten. Vaak gaat het om een tragische menselijke vergissing. Net daarom moeten we bekijken hoe bestaande technologie dergelijke drama's kan helpen voorkomen. Er bestaan namelijk alarmsystemen die het detecteren wanneer een kind in een voertuig achterblijft en de bestuurder onmiddellijk waarschuwen. Italië heeft die stap jaren geleden al gezet. Daar zijn dergelijke systemen verplicht voor jonge kinderen. Ze zijn bovendien spotgoedkoop.
Daarom heeft Vlaams Belang hierover in de vorige legislatuur en ook deze legislatuur al een voorstel ingediend. Dat werd zowel vorige legislatuur als recent, eerder dit jaar, door alle meerderheidspartijen verworpen.
Vandaag mochten we echter vaststellen dat cd&v plots met hetzelfde idee naar buiten komt. Blijkbaar heeft men daar eindelijk het licht gezien en beseft men dat het een goede maatregel is. Dat is natuurlijk positief nieuws, maar tegelijk bijzonder wrang. Dezelfde partij die vandaag het idee omarmt, heeft het de voorbije jaren meermaals weggestemd.
Daarom heb ik de volgende vragen. Is het voorstel vooraf afgestemd met u of met de regering of speelt cd&v hier soloslim, terwijl die partij enkele maanden geleden nog beweerde dat politici zich beter niet op dit thema zouden profileren? Het kan verkeren. Bent u bereid om zelf werk te maken van een wettelijk kader hieromtrent?
Als u hier effectief werk van wilt maken, wil ik u bovendien wat werk besparen, want u mag ons voorstel gerust kopiëren en opnieuw indienen. Voor ons maakt het namelijk niet uit wie er met de eer gaat lopen. Het belangrijkste is dat er geen kinderen meer sterven terwijl er allang betaalbare oplossingen bestaan.
06.02 Minister Maxime Prévot: Laat mij eerst stilstaan bij de families die met dergelijke drama's geconfronteerd worden. Het verlies van een kind is altijd een absolute tragedie, maar zeker in deze omstandigheden, die ons eraan herinneren hoe enkele minuten onoplettendheid onomkeerbare gevolgen kunnen hebben.
Hoewel dergelijke ongevallen gelukkig zeer zeldzaam blijven, is één dodelijk slachtoffer er al een te veel. Daarom verdient elke oplossing die de veiligheid van kinderen kan vergroten onze zorgvuldige aandacht. Waarschuwingssystemen die aangeven dat er een kind in een voertuig aanwezig is, vormen in dat opzicht een veelbelovende mogelijkheid. Ze zullen de waakzaamheid van ouders nooit vervangen, maar ze kunnen een extra vangnet vormen in situaties van vergeetachtigheid, die helaas in verschillende landen zijn gedocumenteerd.
Aangezien de normen voor voertuigen grotendeels op internationaal en Europees niveau worden vastgesteld, is het essentieel om binnen een geharmoniseerd kader te handelen. In de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties wordt momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van een regelgevend kader voor deze systemen. België volgt die werkzaamheden op de voet en zal elke stap ondersteunen die de veiligheid van kinderen concreet kan versterken, maar naast technologie blijven preventie en bewustmaking van essentieel belang.
06.03 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, ik weet dat de partijen van de regering-De Wever politieke spelletjes niet schuwen, maar een politiek spelletje op kap van kinderlevens is een nieuw dieptepunt. Zowel cd&v als alle andere meerderheidspartijen hebben ons voorstel voor alarmsystemen voor kinderzitjes dit jaar immers weggestemd. Vanmorgen doet cd&v dan alsof zij het warm water hebben uitgevonden. Men moet het maar durven. Daardoor is kostbare tijd verloren gegaan.
Het is goed dat men ons nu wel wil volgen, want zoals u weet bestaan die systemen al. Ze werken en zijn spotgoedkoop. Kijk maar naar Italië. Neem ons voorstel dus gewoon over en wij zullen het met veel overtuiging goedkeuren, want in tegenstelling tot velen in het halfrond beoordelen wij wetgevend werk op zijn inhoud, niet op basis van de indiener.
Als de enige echte gezinspartij van dit land zullen wij altijd blijven inzetten op de veiligheid van kinderen, niet alleen wanneer dat politiek goed uitkomt. Daarvoor moet u blijkbaar bij een andere partij zijn.
L'incident est
clos.
Het incident is gesloten.
07.01 Julie Taton (MR): Monsieur le ministre, ce dimanche avait lieu la Journée des aidants-proches. En début de semaine, vous avez annoncé un plan d'action pour leur offrir un meilleur soutien. Ce plan a été lancé aux côtés de nos ministres Simonet, Clarinval et Beenders. En Région wallonne, un budget a également été débloqué pour améliorer l'offre de répit.
Après les avancées obtenues en février dernier par notre ministre Clarinval, il importait de continuer à soutenir toutes ces personnes. Les mesures annoncées vont dans la bonne direction: mieux informer les aidants-proches, faciliter les démarches et mieux les accompagner. Ce sont des avancées qui répondent à une demande du terrain.
Je rappelle que ces personnes n'ont pas choisi cette situation. Chaque jour, elles accompagnent leur bébé gravement malade, leur enfant en situation de handicap, un parent âgé ou un conjoint en perte d'autonomie. Elles leur donnent tout leur temps, toute leur énergie, et mettent leur propre vie entre parenthèses pour être présentes et pouvoir s'occuper de ces gens qu'ils aiment.
Monsieur le ministre, pouvez-vous détailler les mesures de votre plan pour les aidants-proches actifs sur le marché, mais également pour ceux ne pouvant pas travailler? Comment comptez-vous aller à la rencontre des aidants-proches qui, aujourd'hui encore, ne se reconnaissent pas eux-mêmes comme aidant-proche ou ne connaissant pas les dispositifs qui leur sont destinés? Enfin, une concertation avec les Régions et les Communautés est-elle prévue afin d'assurer un accompagnement plus global, plus général et cohérent des aidants-proches sur l'ensemble du territoire?
Comme vous l'avez dit, madame Taton, des mesures importantes ont déjà été prises en matière de chômage par M. Clarinval. D'autres améliorations ont été décidées par le Parlement en ce qui concerne le congé pour les aidants proches qui travaillent. Cela dit, je crois qu'il faut encore avancer sur d'autres points.
D'abord, nous voulons simplifier les démarches administratives pour que les aidants proches ne se perdent plus dans les formalités obscures. Nous voulons aussi veiller à une meilleure information. Nous allons créer un point de contact accessible, où les aidants proches trouveront tous les renseignements dont ils ont besoin. Les informations relatives à la situation de soins spécifiques et aux initiatives de contact entre pairs doivent être plus accessibles, tout comme la vaste offre d'aides psychologiques, car les aidants proches peuvent, eux aussi, traverser des moments difficiles.
Nous voulons également que les aidants proches aient accès aux données de santé partagées et soient impliqués dans le plan de soins de leurs proches. C'est pourquoi nous souhaitons créer un cadre juridique avec les entités fédérées en la matière. Comme vous l'avez signalé, il importe évidemment que les entités fédérées prennent aussi des initiatives et que nous développions une politique cohérente.
Je vais donc présenter, comme prévu, un plan au gouvernement portant sur l'information pour les aidants proches, le dialogue avec les médecins et autres soignants, ainsi que sur la nécessaire flexibilité et simplification dans toutes les procédures. Je crois que c'est absolument essentiel. Je vous remercie de votre attention.
07.04 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Je vous ai déjà interrogé la semaine dernière sur le même sujet. J'assiste aujourd'hui à une question du MR, donc d'une membre de votre majorité, qui vient vous interroger sur un plan dont, j'imagine, son parti connaît déjà le contenu et qu'il n'y a pas de projet de votre part en vue de créer un véritable statut d'aidant proche, celui qui a été promis aux personnes concernées. On se demande quand même un peu à quoi on assiste ici.
Est-on est en train de se moquer des aidants proches? Est-ce qu'on est en train d'essayer de leur faire croire que le MR se bat pour obtenir ce statut, alors qu'en fait ce n'est absolument pas la volonté politique du ministre qui porte ce dossier? Aujourd'hui, ces personnes se retrouvent avec 760 euros pour vivre par mois, qu'elles soient cohabitantes ou isolées. Imaginez-vous la situation dans laquelle elles se trouvent? Je pense donc qu'elles méritent un peu mieux que ce petit jeu politique. Je vous remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega's, de zelfstandigen en de ondernemers zijn het beu. Ze worden langs alle kanten gepluimd. Eerst was er de afschaffing van de federale woonaftrek, dan heeft men de effectentaks verdubbeld en de roerende voorheffing op kleine vennootschappen (VVPRbis) met 30 % verhoogd. Daarna kwam de meerwaardetaks en toen ik dacht dat het plafond bereikt was, kwam daar plots de rijkentaks. Ik vroeg me af of dat van de PVDA, van de communisten kwam, maar dat was niet het geval. Ik vroeg me af of dat dan misschien van de neocommunisten van Vooruit kwam, maar neen, het kwam ook niet van hen. De rijkentaks kwam van de centristen, van Les Engagés, Ecolo in de peau van een mouton.
Het voorstel van Les Engagés is waanzin. Iedereen die 500.000 euro vermogen of aandelen heeft, moet een rijkentaks betalen. Een zelfstandige die heel zijn leven spaart om een pensioen te hebben op het niveau van een ambtenaar, moet de rijkentaks betalen. Iemand met een vennootschap, een bakker, een beenhouwer, een architect, een aannemer, noem maar op, moet de rijkentaks betalen. Vous êtes devenu fou? Bent u gek geworden bij Les Engagés? Denkt u nu werkelijk dat als u al die mensen die welvaart creëren in ons land, al die zelfstandigen en ondernemers, samen met hun team, attaqueert, u daarmee alles oplost?
Het onderwijs, uw Franstalig onderwijs, de ambtenaren, de wegen, wie betaalt dat? De zelfstandigen, de ondernemers en hun team. Mijnheer de minister, de zelfstandigen zijn dat beu, niet alleen in Vlaanderen, maar zeker in Wallonië. De heer Fabien Pinckaers van Odoo zegt "ça suffit", maar zo zijn er honderdduizenden zelfstandigen die zeggen "ça suffit".
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag
voor u. Bent u voor of tegen de rijkentaks van uw zusterpartij, van die andere
tjeven? Ik vraag u om mij geen
tjevenantwoord te geven.
08.02 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, il faut avouer qu’avec l’Arizona, nous ne nous ennuyons jamais. En effet, à cause de votre quête perpétuelle d'assainissements budgétaires, le débat fiscal est devenu permanent. Heureusement pour l’opposition, aucun président de parti ne respecte la consigne du premier ministre de s’abstenir de lancer des idées.
J’en viens donc à cette proposition des Engagés de taxer les patrimoines de plus de 500 000 euros. Pour moi, c’est l’exemple type d’une intention louable qui débouche sur une mauvaise idée. Pourquoi est-ce une intention louable? Parce qu’il est vrai qu’aujourd’hui, le capital produit davantage de richesses que le travail. Et donc, taxer moins les revenus du travail pour taxer davantage les revenus du capital, cela va dans le bon sens. En revanche, il faut s’entendre sur ce que l’on appelle le capital.
L’erreur des Engagés, c’est de confondre les entrepreneurs et les rentiers. C’est d'ailleurs exactement la même erreur que l’Arizona avait commise avec la taxe sur les plus‑values. L’entrepreneur qui possède des actifs immobilisés, qui lui permettent d’avoir un effet de levier et de créer de la richesse, ne dispose pas nécessairement de liquidités. Taxer ce capital‑là revient dont à se tirer une balle dans le pied, car ce capital produit des richesses, crée des emplois et génère des taxes et des cotisations sociales.
Je sais que le débat fiscal est explosif, parce qu’il cristallise toutes les tensions d’une société. Qu’appelle‑t‑on le mérite? Qu’appelle‑t‑on l’effort? Qu’appelle‑t‑on être riche? Pour moi, la clé est de différencier clairement les entrepreneurs et les rentiers.
S’il y a vraiment dans ce pays plus de 500 000 euros qui dorment sur un compte bancaire sans créer la moindre activité, alors oui, il y a une justification pour que ces sommes contribuent par principe, pour que les épaules les plus larges participent, mais aussi comme levier pour pousser à ce que ces sommes soient investies dans notre économie. Par contre, si ce patrimoine est un actif financier qui sert à créer de la richesse, alors cela n’a aucun sens, chers collègues. Les seuls à qui l’on peut demander un effort supplémentaire aujourd’hui, ce sont les rentiers. Dans notre pays, nous ne pouvons taxer davantage ni les travailleurs ni les entrepreneurs.
08.03 Charlotte Verkeyn (N-VA): Mijnheer de minister, collega’s, ik begin met een bekentenis. Ik sta hier vandaag voor u met enorm veel hoofdpijn. De reden is niet de warme temperatuur maar de takshysterie, die al een hele week bezig is. Plots voelt iedereen hier in ons midden de drang om zijn briljante licht te laten schijnen op het genereren van inkomsten om de dramatische begroting te redden. Welnu, een vraag van algemeen nut, kunnen we daar alstublieft mee ophouden, collega's?
Dat briljante licht doet immers niet alleen pijn aan mijn eigen hoofd, maar ook aan onze welvaart. Alleen al het lanceren van bepaalde boodschappen jaagt investeerders weg. Kameraden van de communisten, u zit hier te applaudisseren, maar vanochtend nog hoorde ik een topondernemer, die zijn eigen centen in zijn bedrijf steekt. Hij geeft honderden mensen werk, honderden gezinnen die aan het einde van de maand brood op de plank willen. Hij spendeert daar zijn eigen geld aan. Is dat hetgeen wij willen? Voor de N-VA mag werken voor welvaart lonen. Dat is ons standpunt van gisteren, dat is ons standpunt van vandaag en dat zal morgen ook ons standpunt zijn.
Vorige week gingen zelfs stemmen op om de lastenverlaging op arbeid van 4 miljard te schrappen, in een land waar de lasten op arbeid de hoogste zijn. Wij begrijpen het niet meer, collega's. Ik heb één simpele vraag voor onze minister. Mijnheer de minister, u kent ons standpunt. Wat is uw standpunt?
08.04 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Étant donné que nous sommes dans les confidences, je vous ferai une également: je suis de bonne humeur. En effet, Les Engagés ont rejoint le front pour la justice fiscale.
Taxer les riches, taxer les millionnaires, c'est ce que demande le PTB depuis 2009. Au début, nous étions bien seuls. Depuis, toute la gauche nous a rejoints et, aujourd'hui, Les Engagés. Bienvenue à vous.
Il est bien normal que cette idée prenne aujourd'hui une telle ampleur: trois Belges sur quatre veulent une taxe sur les millionnaires. Il y a deux raisons à cela.
La première est le problème budgétaire. Aujourd'hui, on demande des efforts aux pensionnés, aux travailleurs, aux enseignants, aux enfants, mais pas aux ultra-riches. Eux, ils échappent à tout.
La deuxième est la justice fiscale. La Belgique est aujourd'hui un enfer fiscal pour les travailleurs et un paradis fiscal pour les ultra-riches. Ceux qui travaillent paient vite 40 voire 50 % d'impôts. Mais certains sont assis sur 5 milliards d'euros et se plaignent en disant qu'ils ne veulent pas payer 0,6 %. Mais, mon Dieu, c'est scandaleux. Comment osent-ils dire une chose pareille?
Ils menacent de s'exiler. Mais, monsieur le ministre, vous conviendrez – même Vooruit l'a dit et toutes les études le montrent – qu'en réalité, l'exil fiscal est limité dans le cadre de l'impôt sur les fortunes et que des mesures peuvent être prises à cet encontre.
Monsieur le ministre, le débat est désormais ouvert. Que ferons-nous? Quelle forme prendra ce genre de taxe? Il est en effet important de viser vraiment les ultra-riches, ce fameux 1 %. C'est ce que nous proposons: taxer à partir de 5 millions d'euros.
Voilà, monsieur le ministre, nous attendons votre réponse.
08.05 Ismaël Nuino (Les Engagés): Monsieur le ministre, nous connaissons la situation budgétaire de la Belgique, il n'est pas nécessaire que je vous la rappelle. Le défi est gigantesque et nous ne voulons pas laisser cette dette aux suivants. Pour y arriver, ce gouvernement s'est déjà engagé à réaliser 30 milliards d'euros d'économies, pour rendre l'État plus efficace et pour dépenser moins.
Malheureusement, ce n'est pas suffisant. Dans les prochaines semaines, nous allons devoir trouver plusieurs milliards d'euros supplémentaires afin de protéger les suivants.
Chers collègues, nous devons être honnêtes: nous ne pouvons pas faire croire que nous pourrons fournir des efforts budgétaires supplémentaires sans encore toucher aux gens. C'est faux.
Nous allons devoir nous poser cette question collectivement et avec responsabilité: à qui allons-nous demander de consentir cet effort? D’autant que beaucoup ont déjà largement contribué. Chez Les Engagés, nous pensons que les plus nantis doivent eux aussi prendre leur part de cet effort historique. Non pas pour les stigmatiser, mais simplement parce que c’est une question de justice.
J'entends énormément de caricatures et de quolibets dans l'Assemblée. De quoi parle-t-on concrètement? Je connais personnellement quelqu’un qui a un million d'euro en sa possession, et je ne parle pas d'immobilier ou de ce qu'il a économisé pour acheter sa maison. Il a un million d'euro qu'il a investi. Sur ces trois dernières années, le rendement moyen par an est de 10 %, il a donc gagné 100 000 euros par année sans rien faire.
Monsieur le ministre, est-ce injuste de lui demander de donner 750 euros sur ces 100 000 euros? Je ne crois pas. Est-ce injuste étant donné que l'on a demandé à tout le monde de faire des efforts? Est-ce injuste alors que nous avons demandé aux fonctionnaires de fournir des efforts, que nous avons demandé aux travailleurs de voir leur salaire moins indexé, que nous avons demandé aux demandeurs d'emploi ainsi qu'aux professeurs de faire des efforts?
Monsieur le ministre, je ne crois pas que cela
soit injuste. L'effort qui vient sera compliqué, mais nous avons ici une
proposition améliorable et modifiable. Je pense qu'elle est juste.
08.06 Minister Vincent Van Peteghem: Collega’s, ik moet ook iets bekennen. Ik had nog geen hoofdpijn voor ik naar de Kamer kwam. Dat is enigszins veranderd.
Als u zoals ik weet voor welke enorme begrotingsuitdaging wij staan, dan is het logisch dat zowel de uitgaven- als de inkomstenzijde onder de loep moet worden genomen. Dat bevestigen de analyses van verschillende nationale en internationale instellingen. Het huidige debat maakt duidelijk dat iedereen daarbij uiteraard vrij is om voorstellen te doen. Dat is eigen aan het democratische debat.
De oefening waarvoor wij vandaag staan om ons land morgen, maar ook overmorgen opnieuw weerbaar te maken en onze welvaart te verzekeren, is bijzonder omvangrijk.
À cet égard, le gouvernement doit être attentif à notre protection sociale, mais tout autant à la productivité, aux investissements et à la compétitivité. Des finances publiques saines et une économie forte se renforcent mutuellement. Ce n’est qu’en conciliant les deux que nous pourrons garantir notre prospérité à long terme.
Het is dan ook onze verantwoordelijkheid om elk voorstel dat op tafel ligt van nabij te bekijken en uiteraard ook te bespreken binnen de regering. Voor verschillende van die voorstellen maakt het Federaal Planbureau momenteel trouwens berekeningen, zodat het debat kan worden gevoerd op basis van objectieve analyses, rekening houdend met de budgettaire impact.
U kunt er dus op rekenen dat de regering die verantwoordelijkheid zal opnemen. We zullen de nodige keuzes maken op een zorgvuldige, evenwichtige en onderbouwde manier, met respect voor zowel de houdbaarheid van onze financiën, als de koopkracht van onze burgers en de toekomst van onze economie.
08.07 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Eerst mevrouw Verkeyn, u zegt dat u hoofdpijn krijgt van al die ballonnetjes van uw coalitiepartners. Weet u waar al die ondernemers en zelfstandigen hoofdpijn van krijgen? Van al die belastingen en taksen die u invoert.
Collega's, deze regering heeft trouwens twee exittaksen ingevoerd voor ondernemers die naar het buitenland verhuizen. U hebt dat ingevoerd, dat is uw verantwoordelijkheid.
Mijnheer de minister, u bent een echte
tjeef. U hebt opnieuw een tjevenantwoord gegeven. U sluit niet uit dat de
rijkentaks van Les Engagés er komt. Ik zie de heer Mahdi in de zaal zitten en
zie hem ook ja knikken. Collega's, wat is het probleem? Deze regering wordt
opgejaagd door de socialisten, die zeggen dat al die ondernemers luiaards zijn,
profiteurs aan hun zwembad, met de Porsche voor de deur. Collega's, in plaats
van alsmaar taksen op te leggen, moet men besparen, zoals wij hebben
voorgesteld in ons besparingsplan, 17 miljard euro. Mijnheer de minister, u en
ik kunnen naar de dokter gaan voor 5 euro. Als we daarvan 10 euro maken, halen
we 2 miljard euro op. Dat is besparen, in plaats van de welvaart te taxeren. Dat moeten we doen.
Concernant le capital qui dort, on pourrait légitimement dire que, de la même manière que, quand la force de travail n'est pas utilisée, on force les gens à trouver un moyen de travailler et on met fin aux allocations de chômage, le capital qui dort doit aussi contribuer. C'est très clair.
Mais, en vous attaquant au capital que des entrepreneurs misent, alors qu'ils n'ont pas de liquidités, pour créer, développer de l'emploi et pour que toute la collectivité s'enrichisse, vous frappez à côté de la cible. À mon avis, c'est très contreproductif, mais on se doute que cette idée ne sera pas totalement suivie par le gouvernement.
08.09 Charlotte Verkeyn (N-VA): Dank u, collega Van Quickenborne, maar ik heb goed nieuws, mijn hoofdpijn is al verbeterd. Dankzij kameraad Merckx is het voor mij toch een geruststelling dat ik niet bij de partij van de armoede zit. Dat is immers wat u doet. Door tal van dergelijke voorstellen is uw slogan ‘iedereen arm’. Dat zal nooit de slogan van onze partij worden. Ons standpunt is dat wie werkt voor welvaart daar ook mag voor worden beloond.
Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U onderschrijft de standpunten van uw regering. We kunnen maar gezond worden wanneer er ook gekeken wordt naar de moeilijke beslissingen die er nog aan zullen komen. Dit omhelst ook de taksen als we de sociale hervormingen volhouden. Er mag ook eens worden gekeken naar hoe we kunnen besparen op ons eigen staatsapparaat.
De voorzitter:
Collega Van Quickenborne oefent het medische beroep onrechtmatig uit. Ik vrees
dat u zich achter uw parlementaire onschendbaarheid zult moeten verschuilen om
deze wetsovertreding goed te praten. Maar mevrouw Merckx mag dat wel doen.
08.11 Ismaël Nuino (Les Engagés): Chers collègues, il faut éviter les caricatures. Personne ne veut pénaliser l'effort, personne ne veut pénaliser l'entrepreneuriat. Oui, l'entrepreneuriat est synonyme de création d'emplois et de création de richesses. Mais, par ailleurs, si l'on veut préserver notre modèle social, celui-ci nécessite aussi de la justice fiscale.
Alors, vous connaissez Les Engagés. Notre proposons une solution, mais nous ne sommes pas dogmatiques. Si nous pouvons l'améliorer et faire en sorte qu'elle vise plus juste et qu'elle évite de pénaliser ceux qui créent de la richesse tous les jours, nous devons pouvoir en débattre et, si nous le pouvons, faire contribuer ceux qui ont les épaules les plus larges.
À ceux qui sont étonnés de me voir tenir de tels propos aujourd'hui, je réponds que c'est cela être "engagé". Dans des temps historiquement si difficiles, nous devons être capables de voir loin, de parler vrai et, surtout, d'agir juste!
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
09.01 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Bienvenue Jules, Jean, Eric et
Jonas.
Mijnheer de minister, dat zijn vier maaltijdkoeriers van bij Takeaway. Buiten is het bakken en braden, maar al die maaltijdkoeriers brengen op hun fiets nog altijd eten aan huis. Takeaway heeft er echter voor gekozen hen als werknemers in dienst te nemen, met een arbeidsovereenkomst, met sociale bescherming, met werknemersrechten.
Dat zou de normaalste zaak van de wereld moeten zijn, maar dat is het niet, want de concurrenten, Uber Eats en Deliveroo, hebben jarenlang het peer-to-peersysteem misbruikt, dat eigenlijk bedoeld is voor vriendendiensten, bijvoorbeeld het gras maaien of boodschappen doen voor de buurvrouw.
Daardoor komen bedrijven als Takeaway onder druk te staan. Die druk voelen die maaltijdkoeriers als eersten. Vroeger kregen ze een bedrijfsfiets, nu moeten ze hun eigen fiets gebruiken. Vroeger waren er hubs waar ze konden schuilen of iets fris drinken, nu verdwijnen die. De concurrentie is moordend.
Gelukkig, mijnheer de minister, zijn de rulings inzake peer-to-peer afgelopen. Ik vind het echt een stap vooruit dat dit achterpoortje gesloten is. De maaltijdkoeriers rekenen echter op een sterke overheid die hun bescherming afdwingt. Hun platformen staan nog altijd op de lijst van erkende deelplatformen.
Vandaar mijn vragen, mijnheer de minister. Bent u bereid om duidelijk te stellen dat het peer-to-peerstatuut voor maaltijdbezorging niet langer aanvaard wordt en te garanderen dat de gevolgen daarvan niet worden afgewenteld op de maaltijdkoeriers?
09.02 Minister Jan Jambon: Mevrouw Vanrobaeys, de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken heeft mij inderdaad bevestigd dat de rulings zijn stopgezet. De fiscale situatie van zowel de platformen als de koeriers, in het bijzonder de fiscale kwalificatie van hun inkomsten, moet worden beoordeeld rekening houdend met de specifieke omstandigheden van elk afzonderlijk geval en met de beoordeling van de rechtspraak op sociaal vlak.
De sociale kwalificatie van die inkomsten – hoewel dat niet onder mijn bevoegdheid valt, maar onder die van minister Vandenbroucke – evenals de evolutie van de wetgeving in het kader van de genoemde Europese richtlijn, zijn eveneens criteria waarmee rekening wordt gehouden bij de beoordeling.
Er bestaat al sinds 20 december 2020 een fiscaal stelsel waarbij inkomsten uit de deeleconomie worden belast aan 20 % na aftrek van een kostenforfait van 50 %. Dat blijft bestaan. In dat geval moet het gaan om erkende digitale deeleconomieplatformen. Het niet langer afleveren van een ruling zal er dus niet automatisch toe leiden dat die inkomsten worden belast als beroepsinkomsten aan de progressieve tarieven. Zoals ik al zei, hangt dat af van arbeidsrechtelijke beslissingen. In die zin kan de fiscale behandeling afhankelijk zijn van sociaalrechtelijke beslissingen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer de minister.
Mevrouw Vanrobaeys, we waren een beetje blind aan het varen, maar u bent binnen uw twee minuten gebleven.
09.03 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, ik vind het eigenlijk wel straf. Als men de regels respecteert, gaat men ten onder, zoals Takeaway.com. Als men de regels omzeilt, wint men op de kap van de fietskoeriers.
Nu zegt u eigenlijk dat we daarmee verdergaan. Het zijn niet de multinationals die opnieuw de prijs betalen, maar wel de fietskoeriers die verder kunnen worden uitgebuit, die zonder enige bescherming op straat moeten blijven fietsen en die telkens opnieuw naar de rechtbank moeten trekken om hun rechten af te dwingen. Eerlijk gezegd, voor mij ça suffit. Vooruit is daar zeer duidelijk over: alle maaltijdkoeriers moeten werknemers zijn.
Mijnheer de minister, de keuze is echt aan u. Wie beschermt u vandaag eigenlijk: Jonas, Erik, Jules en Jean of de platformen die telkens opnieuw valsspelen?
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Monsieur Michel, on m’a demandé pourquoi cette question n’était pas jointe aux questions adressées à M. Van Peteghem, mais votre chef de groupe m’a dit que cela concerne autre chose. Nous vous écoutons.
10.01 Mathieu Michel (MR): Je m'y engage, monsieur le président. Je vais faire très attention. Je ne vais pas vous parler des causes, mais des conséquences, monsieur le président, monsieur le ministre.
Je vais vous parler d'une petite histoire. En 2005, une société se crée à Louvain-la-Neuve, en Brabant wallon, dans un kot. Elle s'appelle Tiny ERP. Un petit jeune développe une petite start-up pour aider son papa qui est indépendant.
TinyERP devient en 2008 OpenERP, et en 2014 elle devient Odoo. Odoo aujourd'hui, c'est quoi? C'est près de 20 000 clients partout dans le monde, c'est 3 000 (…)
Le président: Monsieur Michel, je pense qu’il est clair que cette organisation est dans l'actualité à cause de la proposition du président des Engagés. Si vous voulez, posez votre question, mais pas sur cette situation s'il vous plaît.
10.02 Mathieu Michel (MR): Monsieur le président, pas du tout. Ce que je vous explique aujourd'hui, c'est qu'il y a des sociétés qui non seulement nourrissent des familles tous les jours – 3 000 familles en l'occurrence – mais qui contribuent aussi pour plusieurs centaines de millions par an au modèle social que nous défendons ici. C'est ce que je vous explique aujourd'hui.
L’objectif de ma question n'est pas du tout d'évoquer les causes; c'est d'évoquer les conséquences, monsieur le président. Les conséquences, que sont-elles? C'est qu'une entreprise qui, aujourd'hui, nourrit notre modèle social, pense pour la première fois de sa vie quitter notre territoire. Quitter notre territoire avec sa capacité contributive. Quitter notre territoire avec ses emplois. C'est de cela dont je vous parle, monsieur le président, et non des causes. Il faut effectivement comprendre de quoi on parle.
Ma question ne porte en fait pas sur les nouvelles créations fiscales des uns ou des autres. Aujourd'hui, elle porte sur un élément.
Je constate qu'en France, par exemple, tout récemment, une étude a été menée pour voir le nombre de sociétés ayant quitté le territoire suite à une pression fiscale mal calculée au regard de l'impact qu'elle produit. Une pression fiscale crée évidemment des rentrées, mais elle crée aussi des départs.
En l'occurrence, ma question, monsieur le ministre, est très simple. Dispose-t-on aujourd'hui au Belgique d'une étude identifiant quel type de grands investisseurs sont partis et à quel niveau de taxes? Quelque part, cette question, c'est de savoir, pour un pays comme le nôtre, où se situe l'équilibre entre une fiscalité efficace et une fiscalité contre-productive.
10.03 Jan Jambon, ministre: Monsieur Michel, à ma connaissance, cette étude n'existe pas encore. En effet, la proposition me paraît intéressante et peut-être devrait-on prendre votre suggestion en considération.
Nous sommes aujourd'hui confrontés à un exercice budgétaire extrêmement difficile. Il est clair que, en ce qui me concerne, la décision que nous prendrons, quelle qu'elle soit, devra garantir la compétitivité, la productivité et la croissance de notre économie. C'est dans cet esprit que je ferai cet exercice. Merci pour votre suggestion.
10.04 Mathieu Michel (MR): Merci beaucoup pour votre réponse, monsieur le ministre. Notre position est effectivement qu'à vouloir taxer toujours davantage, nous risquons de perdre ceux qui financent justement notre modèle social. Odoo n'est pas la première à y penser, certains ont déjà fait le pas depuis bien longtemps.
L'objectif, très clairement, ne devrait pas être de taxer plus mais de créer davantage de richesse, d'élargir l'assiette fiscale, plutôt que d'augmenter sans cesse le taux d'imposition. Nous avons l'obligation d'être plus attractifs et de faire des choix ambitieux en termes de fiscalité, comme l'ont fait l'Italie, la Suisse et le Portugal.
Aujourd'hui plus que jamais, un principe économique fondamental mérite d'être rappelé: trop d'impôt tue l'impôt. Les récentes déclarations de M. Pinckaers ne sont pas les propos d'un pleurnicheur de comptoir – cette idée m'a véritablement heurté. Les propos de M. Pinckaers sont un ultime signal d'alarme (…)
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
11.01 Funda Oru (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, het verhaal van Valerie dat afgelopen week bekend werd, liet niemand onberoerd. Valerie deelde twintig jaar lang haar leven met een man die zij volledig vertrouwde, tot zij ontdekte dat die man, ook de vader van haar kinderen, haar jarenlang stiekem had gefotografeerd. Het ging om foto's van haar meest intieme momenten, om foto's onder de douche en om foto’s terwijl ze sliep. Hij nam duizenden ongepaste beelden en naaktfoto's, collega's, die hij vervolgens online ook met andere mannen deelde. Niet alleen die beelden deelde hij, ook haar naam en gegevens over haar werk, zodat iedereen wist wie Valerie was en vooral waar men haar kon vinden. Ik heb daar maar één woord voor, afschuwelijk.
Het erge is dat Valerie vandaag niet alleen is. Mevrouw de minister, in ons land zijn minstens twintig dergelijke digitale platformen actief waarop mannen duizenden foto's en naaktbeelden van meisjes en vrouwen met elkaar delen. Veel slachtoffers, als ze al weten dat dergelijke foto’s van hen circuleren, durven de stap naar de hulpverlening niet te zetten, omdat zij bang zijn, zich schamen of van mening zijn dat toch niets met hun klacht wordt gedaan.
Wie de moed wel vindt, zoals Valerie, moeten wij snel helpen. Valerie wacht vandaag echter al vier jaar op een proces. Al vier jaar leeft zij in angst. Al vier jaar circuleren de foto's online. De dader blijft al vier jaar buiten schot.
U kondigde gisteren aan dat slachtoffers van seksuele misdrijven vanaf het eerste verhoor kunnen rekenen op juridische bijstand. Dat is natuurlijk een heel goede zaak, maar daarmee zijn Valerie en alle andere vrouwen die vandaag op een proces wachten, niet geholpen.
Is er al overleg geweest met Europese collega's, aangezien het fenomeen niet alleen hier voorkomt?
Wat zult u bijkomend doen om vrouwen ook tegen dergelijk seksueel misbruik te beschermen?
11.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Oru, de schokkende getuigenissen over mannen die zonder toestemming intieme beelden van hun partner op onlineplatformen delen, roepen terecht grote verontwaardiging op. Als samenleving kunnen we hierover maar één boodschap geven: dat is volstrekt laakbaar en normloos gedrag. Ik spreek mij uiteraard niet uit over individuele dossiers en lopende onderzoeken.
Eén zaak staat echter vast: justitie neemt het fenomeen bijzonder ernstig. Het maken van intieme beelden zonder toestemming en het verspreiden daarvan zijn strafbare feiten. Wanneer die feiten plaatsvinden binnen een familiale relatie of andere vertrouwensrelatie, wordt dat vandaag terecht als een verzwarende omstandigheid beschouwd. Eind vorig jaar werd door justitie bovendien bevestigd dat in die dossiers sneller zal worden opgetreden. Dat is belangrijk, want voor elk slachtoffer telt elke dag.
Bovendien mogen slachtoffers zich niet nog eens verloren voelen, als ze de stap naar justitie zetten. Daarom nemen we vandaag samen met de politie en advocatenordes stappen om slachtoffers al vanaf het eerste verhoor juridische ondersteuning te bieden in het systeem van de rechtsbijstand. Daarnaast investeren we in opleidingen voor politie en magistraten en zorgen we ervoor dat er voldoende mensen zijn om dat soort dossiers te behandelen. We investeren ook in welzijnsloketten in gerechtsgebouwen, in slachtofferonthaalruimtes en in duidelijke communicatie, zodat slachtoffers op de hoogte worden gehouden van elke volgende stap in hun dossier.
Tot slot richt ik mij tot alle slachtoffers van seksueel geweld. Ik besef hoe moeilijk het is om aangifte te doen. Toch wil ik hen daartoe aanmoedigen, want zoals mevrouw Gisèle Pelicot treffend zei, moet de schaamte van kamp veranderen. Niet het slachtoffer moet zich schamen, maar de dader. Daaraan wil ik als minister van Justitie elke dag bijdragen door slachtoffers beter te beschermen en hen met respect en zorg te begeleiden enerzijds, en door daders zo snel mogelijk verantwoordelijk te houden voor hun daden anderzijds.
11.03 Funda Oru (Vooruit): Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord en ben zeer tevreden over de stappen en maatregelen die u wilt nemen om meisjes en vrouwen tegen dat nieuwe seksuele geweld te beschermen. Ik blijf echter, in alle eerlijkheid, bezorgd als vrouw en als mama van een dochter, omdat het fenomeen waarbij vaders, partners, echtgenoten dergelijke beelden van de vrouwen, meisjes waarmee er een vertrouwensrelatie is, verspreiden, inderdaad toeneemt. Dat mogen we natuurlijk nooit aanvaarden. Mevrouw de minister, u hebt de sleutel in handen om ervoor te zorgen dat daders snel worden aangepakt en vrouwen sneller worden geholpen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Dank aan alle ministers en aan de collega's die opnieuw allen pertinente vragen hebben gesteld.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La discussion générale est ouverte.
De rapporteur, de heer Koen
Van den Heuvel, verwijst naar het schriftelijk verslag.
12.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, we dachten dat de hoofdpijn over de nieuwe belasting al was doorgebroken en dat u met migraine vertrokken was, maar we zijn blij dat u zich ondertussen terug in ons midden bevindt.
Voorzitter:
Sophie De Wit, oudste lid.
Présidente:
Sophie De Wit, doyenne d'âge.
Mijnheer de minister, collega's, het is met de regering-De Wever een beetje zoals met de Rode Duivels op het WK. Aan het begin van het toernooi zijn de verwachtingen altijd torenhoog. Er worden grote beloftes gemaakt, er wordt gesproken over een nieuw systeem, een nieuwe aanpak en een nieuwe generatie die eindelijk het verschil zal maken. De supporters worden warm gemaakt en wie kritiek heeft, krijgt te horen dat hij of zij vooral vertrouwen moet hebben. Naarmate het toernooi vordert, volgt echter de ontnuchtering. De resultaten vallen tegen, de fouten stapelen zich op, de zenuwen nemen toe, de spelers beginnen elkaar verwijten te maken en uiteindelijk blijkt dat de tegenstander niet eens nodig is om te verliezen.
Het is met deze begroting exact hetzelfde. Toen deze regering-De Wever aantrad, werd ons een budgettaire heropstanding, een renaissance beloofd. Er zou eindelijk orde op zaken worden gesteld, de tekorten zouden dalen, de schuld zou onder controle worden gebracht en het rotten zou stoppen. België zou opnieuw een geloofwaardig traject richting gezonde overheidsfinanciën inslaan.
Vandaag moeten we echter vaststellen dat het van kwaad naar erger gaat. Dat is wellicht de meest correcte samenvatting van deze begrotingscontrole 2026, het gaat van kwaad naar erger. Vandaag, anderhalf jaar na het aantreden van uw regering, moeten we vaststellen dat er van die grote beloftes bijzonder weinig overeind blijft, integendeel. De begroting ontspoort verder, de schuldenberg groeit verder aan en de rentelasten lopen verder op. De economische groei vertraagt, de koopkracht daalt, collega's van Vooruit, en de werkloosheid neemt toe. Dat is de realiteit achter de communicatie van deze regering-De Wever.
Deze begrotingscontrole is, zoals de vorige begrotingen van de regering-De Wever, gebouwd op drijfzand. Het Rekenhof stelt vast dat belangrijke maatregelen ernstige vertragingen oplopen. Ondertussen kunnen we ook vraagtekens plaatsen bij heel wat maatregelen die in zeven haasten door het Parlement werden gejaagd, zoals de centenindex en de praktische problemen daarvan, de meerwaardebelasting en de blijvende grondwettelijke bezwaren, de btw-kamelen die steeds blijven terugkomen en de inderhaast opgezette energiemaatregelen.
Alsof dat allemaal nog niet volstaat, baseert deze begrotingscontrole zich nog altijd op de cijfers van het Monitoringcomité van maart en de economische vooruitzichten van het Planbureau van februari. Ondertussen zijn we maanden verder. De oorlog in het Midden-Oosten heeft de prijzen en de onzekerheid omhoog gejaagd.
De economische vooruitzichten zijn verslechterd. De groeiverwachtingen werden neerwaarts bijgesteld. Deze regering bestuurt evenwel verder op basis van achterhaalde cijfers.
Een begroting die gebaseerd is op verouderde cijfers is zoals een automobilist die in de achteruitkijkspiegel kijkt terwijl hij richting de afgrond rijdt. Dat eindigt meestal tegen de vangrail of, erger nog, in de afgrond zelf.
Ook de politieke toestand binnen deze regering stemt weinig hoopvol. De voorbije weken zagen we een regering die vooral met zichzelf bezig is. Partijen vallen elkaar openlijk aan – minister Verlinden is net vertrokken. Ministers wantrouwen elkaar. Woorden als karaktermoord vallen. Er wordt openlijk op de man en de vrouw gespeeld. Dossiers raken geblokkeerd door koppelingen die inhoudelijk nergens op slaan. Men spreekt ondertussen al over de vivaldisering van de regering-De Wever. Eerlijk gezegd bestaat er nauwelijks een groter verwijt. Wat zien we vandaag? Geen daadkracht, geen hervormingsregering, maar een regering-De Wever die steeds meer lijkt op de regering-De Croo.
Laten we even kijken naar de cijfers van deze regering, want cijfers liegen niet. Volgens de Nationale Bank en het Federaal Planbureau zal het begrotingstekort zonder bijkomende maatregelen aan het einde van de regeerperiode groter zijn dan aan het begin ervan. U hoort het dus goed, groter. Na anderhalf jaar van zogenaamde hervormingen, na anderhalf jaar van zogenaamde besparingen en na anderhalf jaar van grote verklaringen wordt alles groter, wordt het tekort groter. Dat betekent dat de regering-De Wever er niet in slaagt om de fundamentele budgettaire problemen van dit land op te lossen. De stijgende rente, de oplopende schuld en de vertragende economie vreten de beperkte inspanningen van deze regering opnieuw op.
Dan kom ik tot de staatsschuld. Het gevolg van die tekorten is uiteraard dat de schuld verder oploopt. België blijft een van de meest schuldzieke landen van Europa. Elke stijging van de rente maakt die situatie nog gevaarlijker. Het Planbureau waarschuwt ondertussen voor een waar rentesneeuwbaleffect.
Vanaf 2031 zullen de rente-uitgaven zodanig groot zijn dat de schuld zal aangroeien zoals een sneeuwbal die de afgrond inrolt. Het Rekenhof wist te vertellen dat dit nu zelfs al het geval is wanneer we enkel naar entiteit I kijken. Vandaag rolt de rentesneeuwbal dus al voor de federale overheid en de sociale zekerheid samen. Dat is geen orde op zaken, dat is een totaal verlies van controle over de begroting.
Laten we dan eens kijken naar de overheidsuitgaven. De regering-De Wever probeert ons wijs te maken dat er wordt bespaard. De werkelijkheid is echter dat de totale overheidsuitgaven blijven stijgen. België behoort vandaag al tot de landen met de hoogste overheidsuitgaven van Europa. Volgens het IMF dreigen we tegen 2031 zelfs op te schuiven naar de absolute wereldtop. Niet op het WK voetbal zijn we de top, maar we zijn dat wel op het vlak van overheidsuitgaven. Dat is geen reden tot trots. Dat is een alarmsignaal.
Dan kom ik tot de groei. De Nationale Bank voorspelt voor 2026 nog slechts 0,6 % economische groei. Dat is met uitzondering van het coronajaar het zwakste groeicijfer sinds het einde van de eurocrisis. Meer dan tien jaar is de groei nooit zo laag geweest, behalve dan tijdens de coronapandemie. De oorlog in het Midden-Oosten, de hogere energieprijzen, de stijgende onzekerheid, ze treffen allemaal onze economie. Maar een regering zoals de regering-De Wever die ondernemers blijft belasten, wegpesten en bedrijven blijft opzadelen met extra lasten maakt die situatie alleen nog maar erger.
Ik wil het ook over de koopkracht hebben, collega's van Vooruit. Ook de koopkracht daalt. Behoud van koopkracht was nog een van de grote verkiezingsbeloftes van een aantal regeringspartijen. Vandaag zien we duidelijk een daling van de koopkracht. De regering-De Wever voerde de zogenaamde centenindex in. Het gevolg is dat mensen met een loon boven de 4.000 euro, gepensioneerden en mensen met een uitkering hun koopkracht zien afnemen. Daarbovenop komen de hogere brandstofprijzen, hogere energiekosten, een duurdere winkelkar. Voor veel gezinnen voelt het alsof ze elke maand steeds harder moeten werken om steeds minder over te houden.
In zijn regeerverklaring sprak premier De Wever hier, op deze plaats, over een col buiten categorie. Hij had gelijk. Alleen blijkt die col elke maand hoger te worden. In februari sprak de premier nog over een bijkomende inspanning van 3 à 4 miljard euro. Enkele maanden later sprak u, mijnheer de minister, over 7 miljard euro. De gouverneur van de Nationale Bank heeft het ondertussen al over 14 miljard euro. Voor wie denkt dat daarmee alles opgelost zou zijn, die 14 miljard euro brengt ons in het beste geval naar een tekort van 4 %. Dat is nog ver verwijderd van die mythische 3 %, de fameuze Maastrichtnorm, en ruim onvoldoende om de schuld te stabiliseren. Dat is de rekening die deze regering nalaat. Dat is de realiteit achter alle communicatie. Na anderhalf jaar wordt de uitdaging dus niet kleiner, ze wordt alleen maar groter.
Mijnheer de minister, ik heb daar een aantal vragen bij.
Wat is voor u nu eigenlijk de omvang van de begrotingsinspanning? Premier De Wever heeft gisteren in de commissie voor Binnenlandse Zaken die vraag wijselijk ontweken. Ik stel ze dus aan u. Welk bedrag beschouwt u ondertussen als de noodzakelijke begrotingsinspanning tegen 2029? Is dat de 4,9 miljard euro die De Wever begin dit jaar noemde? Is dat nog steeds de 7 miljard euro waarover u in de lente sprak? Is dat de 11 miljard euro die werd genoemd? Is dat de 14 miljard euro van gouverneur Wunsch? Of is het nog meer en gaat het eerder richting 20 miljard euro, om de norm van 3 %, die ook in uw regeerakkoord staat, te bereiken? Ik hoop dat u die vraag vandaag kunt beantwoorden.
Mijnheer de minister, dit voorjaar werd vanuit de regering, ook door u, verwezen naar 21 juli als richtdatum om tot een begrotingsakkoord te komen. Ondertussen vernemen we dat de regering eerst een aantal andere dossiers wil afwerken alvorens de eigenlijke begrotingsonderhandelingen ten gronde aan te vatten. We lezen dat overal in de pers. De regering stelt de begroting verder uit, zoals u ook eind vorig jaar hebt gedaan, om eerst een aantal hete hangijzers binnen uw regering, waarover u geen akkoord hebt, op te lossen. Het kind van de rekening is uiteraard de begroting, die opnieuw wordt vooruitgeschoven.
Dat brengt mij bij mijn tweede vraag. In de berichtgeving wordt steeds vaker verwezen naar de indiening van de begroting bij de Europese instellingen in oktober als de werkelijke deadline. Beschouwt de regering 21 juli nog steeds als streefdatum voor een begrotingsakkoord? Als dat niet het geval is, wanneer verwacht de regering de begrotingsonderhandelingen dan wel af te ronden? Kunt u daarover duidelijk zijn?
Collega's, wat horen we ondertussen van de regeringspartijen? Nieuwe belastingen, nieuwe taksen, nieuwe heffingen, belastingen op vermogen, hogere lasten op arbeid, extra belastingen op bedrijfswagens, nieuwe btw-verhogingen. Dat zijn stuk voor stuk belastingen op de Vlamingen. Waar zitten immers de meeste vermogens? Waar wordt het meest gewerkt en met de bedrijfswagen gereden? Waar wordt de meeste btw in dit land betaald? Juist, in Vlaanderen.
Het probleem van België is nochtans niet een gebrek aan inkomsten. België behoort vandaag al tot de landen met de hoogste belastingdruk van Europa. Gisteren werd nog bekend dat de fiscus vorig jaar een recordbedrag aan belastingen inde. Het probleem zit aan de uitgavenkant. Sinds 2007 zijn de overheidsuitgaven met bijna 6 % van het bbp gestegen. Daar zit het probleem, niet bij de mensen die werken, niet bij de mensen die sparen, niet bij de mensen die ondernemen, maar bij een overheid die veel te veel uitgeeft.
Ook op het vlak van defensie zien we dezelfde Belgische aanpak. Grote verklaringen, grote engagementen, maar geen financiering en nauwelijks transparantie. België heeft zich opnieuw geëngageerd voor hogere NAVO-uitgaven. Met veel kunst- en vliegwerk, met de hakken over de sloot en met veel goede wil werd die NAVO-norm uiteindelijk gehaald. Waar het geld vandaan komt, weet niemand. Men schuift de rekening opnieuw door naar de volgende regering, naar de volgende generaties, zoals dat altijd al gebeurde in dit land.
Ook op het vlak van energie is er, net als op vele andere vlakken, onvoldoende transparantie over het beleid. Volgens het Rekenhof is het energiebeleid moeilijk na te gaan via de begrotingsstukken die de parlementsleden kregen. De regering kondigde met veel bombarie miljardendeals aan, maar geeft tot op vandaag niet de minste inzage in het kostenplaatje. We krijgen niet de nodige transparantie.
Een bijzonder pijnlijke vaststelling doen we ook bij asiel en migratie. De regering beloofde het strengste migratiebeleid ooit, maar haar eigen cijfers tonen iets anders. Besparingen die werden ingeschreven, blijken fictief. Voor 2026 alleen al worden in deze begrotingscontrole opnieuw tientallen miljoenen extra voor Fedasil gevraagd. Ondertussen blijft de asielfactuur boven 1 miljard euro per jaar hangen, terwijl de regering aan de Vlamingen vraagt om langer te werken, terwijl ze de koopkracht aantast en terwijl ze op zoek gaat naar nieuwe belastingen. Voor asielopvang blijft het geld blijkbaar altijd beschikbaar.
De regering schreef honderden miljoenen aan besparingen in, maar vervolgens bleek uit haar eigen nullijnoefening dat die besparingen grotendeels fictief zijn. Voor 2026 alleen al wordt een enorme kloof vastgesteld tussen de aangekondigde en de gerealiseerde besparingen. Tegen het einde van de legislatuur loop die misrekening zelfs op tot meer dan 1 miljard euro. Met andere woorden, men heeft besparingen ingeschreven die helemaal niet bestaan, men heeft zich voor de zoveelste keer rijk gerekend, men heeft de bevolking verteld dat de rekening zou dalen, terwijl de begroting iets helemaal anders zegt. Die belofte van een streng asiel- en migratiebeleid is een grove leugen.
En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, collega’s, dreigt ook Europa opnieuw een extra factuur te sturen. Volgens de eerste voorstellen voor de Europese meerjarenbegroting zou België jaarlijks gemiddeld 2,5 miljard euro extra moeten bijdragen, een stijging van 56 %. Mijn vraag is eenvoudig. Waar gaat de regering dat geld halen? Bij de Vlaming? Bij onze gezinnen? Bij onze ondernemers, opnieuw? Als er zogezegd geen geld is voor onze pensioenen, voor onze zorg en voor onze koopkracht, dan kan er toch ook geen blanco cheque naar Europa vertrekken?
Premier De Wever zou nu wel een korting voor de Belgische bijdrage op tafel leggen. Dat is al heel lang een voorstel van het Vlaams Belang, opnieuw een voorstel dat gekopieerd wordt door andere partijen. De geesten zijn blijkbaar aan het rijpen. De premier heeft nu blijkbaar ook het licht gezien.
Daarover heb ik nog een duidelijke vraag, mijnheer de minister. Kunt u in dit Parlement bevestigen dat de regering eindelijk zal pleiten voor een korting op de bijdrage aan de Europese Unie tijdens de onderhandelingen over de nieuwe Europese middelen? Wat moet de budgettaire impact van die korting zijn? Hoeveel wil u daarmee realiseren? Mijnheer de minister, kunt u daar heel duidelijk over zijn?
Collega’s, de regering beweert dat er geen alternatief bestaat. Ze zegt dat de oppositie niet met voorstellen komt. Dat hebt u letterlijk gezegd in de commissie, mijnheer Vandeput. Dat is onwaar. Het Vlaams Belang legt 16 miljard aan structurele besparingen op tafel: besparingen op de politieke structuur, besparingen op migratie, besparingen op de Europese bijdrage, besparing op ontwikkelingssamenwerking, een kordate aanpak van sociale fraude en een afscherming van de sociale zekerheid voor nieuwkomers. Niet besparen op onze mensen, wel besparen op de verspilling in deze Belgische Staat. Dat is het verschil met een partij als de N-VA.
Collega's, ik rond af. Deze begrotingscontrole bevestigt voor ons vooral één zaak: de begrotingscrisis van België is geen tijdelijk maar een structureel probleem. Steeds meer economen, juristen en begrotingsexperts wijzen op dezelfde oorzaak, met name een Belgische staatsstructuur zonder responsabilisering, een systeem waarbij wie uitgeeft niet noodzakelijk betaalt, een systeem waarin Vlaanderen steeds opnieuw de rekening gepresenteerd krijgt.
De regering vraagt de Vlamingen om langer te werken, meer belastingen te betalen en meer inspanningen te leveren. Ze weigert echter de fundamentele vraag te stellen. Waarom moeten de hardwerkende Vlamingen blijven betalen voor een systeem dat niet werkt? Waarom blijven wij vasthouden aan structuren die begrotingstekorten produceren? Waarom blijft men hervormingen aan de structuur van dit land in de diepvries stoppen, terwijl steeds meer experts aangeven dat precies daar een deel van de oplossing ligt?
Wie verantwoordelijk wil zijn, moet responsabilisering invoeren. Wie gezonde financiën wil, moet ervoor zorgen dat wie uitgeeft ook betaalt. Wie een duurzame begroting wil, moet Vlaanderen de instrumenten geven om zijn eigen beleid te kunnen voeren.
De begrotingscrisis bewijst meer dan ooit dat België niet werkt. Daarom blijft onze conclusie nog altijd dezelfde, namelijk geen nieuwe belastingen, geen nieuwe schulden, geen nieuwe Belgische compromissen maar meer Vlaamse autonomie, meer Vlaamse verantwoordelijkheid en meer Vlaamse vrijheid.
Alleen met eigen bevoegdheden, eigen middelen en eigen verantwoordelijkheid kunnen wij immers eindelijk een begrotingsbeleid voeren dat vertrekt vanuit de belangen van onze mensen. Dat is de weg vooruit. Dat is de weg van de verantwoordelijkheid. Dat is de weg van de Vlaamse autonomie. Dat is waar wij allen voor zouden moeten staan, eerst onze mensen.
De voorzitster: Ik geef nu het woord aan de heer Vandeput.
12.02 Steven Vandeput (N-VA): Collega's, mevrouw de voorzitster, minister, de haas moest altijd lachen wanneer hij de schildpad zag lopen, want hij ging zo langzaam. "Ik begrijp niet waarom jij ooit naar iets onderweg gaat.", zei hij pesterig. "Als jij eindelijk aankomt, is het altijd te laat en is het voorbij." De schildpad lachte een beetje. "Vlug ben ik niet", zei hij, "maar toch durf ik te wedden dat ik eerder aan de overkant van het veld zal zijn dan jij. Zullen we een wedstrijd houden?"
"Goed", zei de haas. Hij sprong ervandoor. Zo snel als hij kon, was hij vertrokken. De schildpad begon heel rustig aan zijn tocht. Die dag was het, zoals vandaag, erg warm. De haas had zo’n voorsprong, dat hij dacht dat hij wel even aan de kant kon gaan liggen. Zelfs als die schildpad hem voorbij zou lopen, dacht hij dat hij hem nog steeds kon inhalen. De schildpad kroop intussen gestaag voort onder een helhete zon.
Na lange tijd werd de haas wakker, veel later dan hij gedacht had. Hij keek eens rond. Er was geen schildpad te bekennen. "Nou, nou", mompelde hij, "waar zit dat vriendje?" "Wacht maar, ik zal hem eens laten zien."
Als een pijl uit een boog schoot hij weg, door het korte gras, door het koren, over sloten, langs braamstruiken. Bij de laatste bocht bleef hij even staan om te zien waar de eindstreep lag. Daar, nog geen halve meter ervoor, zag hij de schildpad, die nog altijd stilletjes aan het kruipen was. Hoe hard hij ook sprong en liep, de haas kon hem niet meer inhalen. "Zie je nu wel?", zei de schildpad. En de haas, die had geen adem meer om nog te antwoorden.
Collega's, deze regering doet wat nodig is en zal dat blijven doen. Als we kijken naar de debatten in de commissie en naar de steeds herhaalde argumenten, die we ook zojuist opnieuw hebben gehoord, dan komen die allemaal terug op dezelfde realiteit die we moeten onderkennen, namelijk dat de budgettaire uitdagingen voor dit land groot zijn.
Het debat van vandaag, collega's, gaat over de begrotingsaanpassing, de begrotingscontrole die op dit ogenblik loopt.
De voorzitster: Mijnheer Vandeput, de heer Vermeersch heeft een vraag voor u.
12.03 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vandeput, heel wat collega's vragen zich af wie de schildpad is, maar ik heb nog een andere vraag.
U zei dat de begrotingsuitdaging heel groot is. Hoe concreet ziet u die? Ik heb het tijdens mijn betoog al even beschreven. Uw premier, de heer De Wever, zei aan het begin van de legislatuur dat het ging om een uitdaging van ongeveer 3 à 5 miljard euro. Minister Van Peteghem heeft in het voorjaar gezegd dat het om 7 miljard euro gaat. De gouverneur van de Nationale Bank van België, de heer Wunsch, zegt ondertussen dat we zeker een inspanning moeten leveren van 14 miljard euro.
Mijn eenvoudige vraag is welk bedrag de N-VA vandaag beschouwt als de werkelijke begrotingsinspanning die moet worden geleverd tussen nu en 2029? Kunt u daar heel concreet op antwoorden, dus niet met een sprookje, maar met een heel concreet cijfer?
12.04 Steven Vandeput (N-VA): Wel, mijnheer Vermeersch, het is natuurlijk zo dat u best eerst naar een betoog luistert voordat u vragen gaat stellen die straks nog aan bod zullen komen. Dat gezegd zijnde, zal de regering bepalen wat de uitdaging is. Ik stel samen met u vast dat de budgettaire uitdaging zeer groot is. U noemt een heel aantal mensen op.
Een begrotingstraject begint, zoals altijd in dit land, met een aantal economische vooruitzichten. Vervolgens zal het Monitoringcomité zich daarover buigen. Daarna zal de regering samenkomen om te bepalen wat zij als de uitdagingen beschouwt. Op dat moment zal dat dan ook de uitdaging zijn.
Wat mij betreft, is het duidelijk, de uitdaging is enorm groot. Ze is buitenproportioneel groot. De oorzaken daarvan zijn veelvuldig, niet in het minst het feit dat in het verleden heel veel schuld is opgebouwd, het feit dat economisch een en ander tegenzit en het feit dat we internationaal met heel wat onzekerheden worden geconfronteerd. We zullen dus alles in het werk moeten stellen om dat onder controle te krijgen. Dit debat gaat echter over de begrotingscontrole die vandaag aan de orde is.
De voorzitster: Mijnheer Vermeersch, de heer Vandeput heeft net gezegd dat hij in de loop van zijn betoog nog op uw vraag zal terugkomen. U mag repliceren, maar de heer Vandeput moet natuurlijk ook zijn betoog kunnen ontwikkelen.
12.05 Wouter Vermeersch (VB): Het is natuurlijk de bedoeling dat wie ondervraagd heeft ook de kans krijgt om een repliek te geven. Ik heb inderdaad even gewacht. Ik heb veel woorden gehoord, maar ik heb geen concreet cijfer gehoord van de heer Vandeput.
Mijnheer Vandeput, het zomerreces komt eraan na 21 juli, de fameuze deadline van uw regering. Misschien moet u dan even de tijd nemen om het regeerakkoord er nog even bij te nemen. Daarin schreef Bart De Wever anderhalf jaar geleden dat de begrotingsinspanning die zou worden geleverd een enorme uitdaging was. Ik wil er u aan herinneren dat daar zelfs instond dat wij in 2029 of 2030 voor entiteit 1 op een doelstelling van 3 % zouden landen. Van dat alles is er geen enkel spoor meer terug te vinden. Niemand herhaalt die woorden nog. Eigenlijk kan het regeerakkoord in de prullenbak.
Ten tweede, als we dan logische vragen aan u stellen over welke inspanning nu moet worden geleverd of wat is eigenlijk nog de doelstelling van uw regering, dan draait u allemaal rond de pot. Als u het vraagt aan de cd&v krijgt u een ander antwoord dan van de N-VA. Als u het vraagt aan Vooruit krijgt u weer een ander antwoord dan van Les Engagés. Ook over de maatregelen zijn jullie het niet eens.
Het is begrotingschaos. U hebt met de N-VA orde in de begroting beloofd en u creëert vandaag alleen maar chaos.
12.06 Steven Vandeput (N-VA): Ik neem nota van wat u zegt. Bij mijn weten is het regeerakkoord niet aangepast in de voorbije weken of maanden. In dat kader zijn er dus geen grote wijzigingen. Ik wil ook verwijzen naar wat van in het begin is gezegd.
Maar het is natuurlijk soms moeilijk om een verhaal te volgen. Ik herinner mij dat hier vooraan - niet in het minst door de premier zelf - in het verleden al is gezegd dat dit een aangehouden oefening zal zijn, dat er continu zal moeten worden bijgestuurd, dat er zal moeten gemonitord worden en dat het op orde zetten van deze begroting een werk is dat langer zal duren dan één legislatuur.
Het zijn dingen die u allemaal aan de kant legt. U hebt zelf liever uw eigen waarheid. Ik heb dat al begrepen, maar dat is geen enkel probleem. Iedereen heeft uiteraard recht op zijn waarheid. Dat is zo.
Maar goed, het debat vandaag gaat dus over de begrotingscontrole. Zoals gezegd, u hebt mij al twee vragen, of beter gezegd een vraag en een repliek gegeven over de opmaak van de begroting voor 2027. We zullen zien en het debat te gepasten tijde daarover wel voeren.
Vandaag is het zo dat wij hierover in de commissie ruimschoots van gedachten hebben gewisseld, verschillende rapporten hebben kunnen bekijken en een onderhoud hebben gehad met het Rekenhof. Het Rekenhof heeft ons tijdens dat onderhoud een aantal dingen onmiskenbaar bevestigd. Dat is wat telt ten aanzien van deze begrotingscontrole.
Ten eerste heeft het Rekenhof bevestigd dat de begrotingscontrole technisch van aard is. Als we kijken naar 2026 is de zaak eigenlijk min of meer stabiel. Het ziet er niet goed uit voor de toekomst, dat is een feit. Maar de zaak voor 2026 is eigenlijk zelfs iets beter dan initieel werd gedacht.
In tegenstelling tot wat in het verleden vaak gebeurde, legde de regering niet meer vragen op tafel, maar koos zij ervoor om zich toe te spitsen op de technische oefening, waarbij cijfers worden aangepast en ramingen bijgestuurd. Een dergelijke aanpak kunnen wij als partij alleen maar ondersteunen.
Ten tweede, alle beweringen ten spijt stellen we vast dat de regering wel keuzes maakt. Zij kiest namelijk voor soberheid. De regering kiest ervoor om een technische controle uit te voeren en de cijfers in lijn te houden met wat zij initieel besliste. Dit jaar voorziet ze niet in verdere afwijkingen of nutteloze extra uitgaven. Ze houdt zich aan beslist beleid.
Collega’s, het is genoegzaam bekend dat de cijfers door de huidige onstabiele economische situatie, de cijfers de volgende jaren helaas nog zullen verslechteren. De situatie ziet er niet goed uit en opnieuw maakt de regering een keuze, wat natuurlijk voor enige ongerustheid bij de oppositie zorgt. De regering start namelijk nu al met de begrotingsopmaak voor 2027, wat men misschien niet meteen had verwacht. Er dient duidelijk een extra inspanning, die substantieel is, te worden geleverd. Wij als partij zullen die inspanning steunen op het moment dat die zich aandient. Daarover moeten wel een aantal afspraken worden gemaakt.
12.07 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vandeput, ik heb heel goed naar u geluisterd. U had het over keuzes maken, over de begrotingsopmaak en over een extra inspanning. U beantwoordde mijn vorige vraag naar de omvang van die inspanning niet. Ik heb een andere vraag voor de leden van de N-VA-fractie. Welke keuzes zullen zij maken, als blijkt dat de huidige inspanningen en alles wat tot nu toe is gepland, onvoldoende blijken. Waar zal de N-VA-fractie dan de bijkomende middelen zoeken?
Wij hebben 16 miljard aan besparingen op tafel gelegd, ik heb ze net ook beschreven tijdens mijn uiteenzetting. Wat is de visie van de N-VA? Mijnheer Vandeput, kunt u vandaag ook uitdrukkelijk uitsluiten dat de N-VA niet zal instemmen met nieuwe belastingen of met hogere lasten op de werkende Vlaming? Kunt u daar heel duidelijk over zijn? Ik denk dat heel wat ondernemers, heel wat hardwerkende Vlamingen door de vele verklaringen van de leden van de regering-De Wever en de coalitiepartners, vandaag op een positief antwoord op die vraag wachten. De Vlamingen en de Vlaamse ondernemers, alsook de Vlaamse werknemers willen een duidelijk signaal dat partijen niet gaan voor nieuwe belastingen en voor bijkomende lasten. Kunt u vandaag heel nadrukkelijk belastingen uitsluiten?
12.08 Steven Vandeput (N-VA): Ook al stelt u alweer geen vraag over de begrotingscontrole, ik zal er zo dadelijk op antwoorden. Aangezien u het kennelijk absoluut noodzakelijk vindt om mij zelfs tijdens een gewone opsomming te onderbreken, verwijs ik u naar het betoog van mijn collega Verkeyn van ongeveer een uur geleden, waarin zij duidelijk heeft aangegeven waar het voor ons over gaat.
Er zijn in de regering afspraken gemaakt over de verhouding tussen de maatregelen aan de inkomstenzijde en die aan de uitgavenzijde, oplossingen die vooral van de uitgavenzijde moeten komen. Het zou netjes zijn als u mij eens zou laten uitspreken. Dan zou u kunnen vaststellen waar voor ons het zwaartepunt ligt. Het staat u uiteraard vrij om mij te onderbreken en vragen te stellen, net zoals het mij vrij staat om daarop te antwoorden zoals ik dat verkies.
In ieder geval, ik stel alleen vast, mijnheer Vermeersch, dat van alle voorstellen die ik van u al heb gehoord, er nog geen enkel werd uitgevoerd. Bovendien leveren ze, zo blijkt uit de berekening door een hogere instantie, namelijk de Hoge Raad van Financiën, geen enkele besparing op. Integendeel, er hangt een kostprijs van meer dan 5 miljard aan vast. U zult dat wel anders zien. U hebt uiteraard recht op uw eigen waarheid.
12.09 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vandeput, u geeft aan dat een aantal van onze voorstellen niet realistisch zouden zijn. Ik stel, ten eerste, vast dat uw eigen premier ondertussen ons voorstel om bij Europa een korting te op die bijdrage bedingen, heeft overgenomen. Hij heeft daar afgelopen week zelfs nog lippendienst aan bewezen. Ten tweede kan ik alleen maar vaststellen dat ons voorstel inzake een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers realiteit is, regeerbeleid en zelfs uitgevoerd wordt door socialisten in Denemarken. Het zijn dus absoluut geen onrealistische voorstellen.
Ik wil het over u hebben, mijnheer Vandeput, en over uw partij. In uw regeerakkoord, waarnaar u zelf ook verwijst, is er een verdeelsleutel afgesproken waarbij een derde van een derde van de inspanningen door de sterkste schouders moet worden geleverd. Dat betekent dat ongeveer 11 % van de inspanning uit nieuwe belastingen mag komen; zo staat het in uw regeerakkoord. Wanneer we de jongste begrotingsinspanningen onder de loep nemen, dan blijkt dat u die verdeelsleutel volledig overboord hebt gegooid. In 2026 bestaat het grootste deel van de inspanning uit nieuwe belastingen.
Dit is het grote probleem: uw regering-De Wever is, net zoals de regering-De Croo, een onvervalste belastingregering. Als ik uw coalitiepartners vandaag bezig hoor, dan is het allemaal nog niet genoeg. Dan moeten er nog heel veel belastingen bij komen, en dan vooral belastingen voor de Vlamingen. Het Vlaams Belang zal die de komende weken en maanden in het Parlement bestrijden.
12.10 Steven Vandeput (N-VA): Ik wens u daarbij heel veel plezier.
Collega’s, ik keer terug tot mijn uiteenzetting over de begrotingscontrole. Ten derde, onderhavige begrotingscontrole, die een technische oefening is, houdt, zo stelt het Rekenhof ook vast, nogal wat verschuivingen in de tijd in, doordat het wetgevend werk in het Parlement achterop liep op de maatregelen die de regering nam en die het moet goedkeuren. Het gaat dus om vertragingen in het wetgevend werk. Welnu, mijnheer Vermeersch, ik stel vast dat uw partij net zoals sommige andere partijen, zodra er voorstellen tot effectieve besparingen aan de orde komen en vooruitgang te maken in onder andere het arbeidsmarktbeleid, geen inhoudelijke argumenten gebruikt tegen die maatregelen, maar lustig alles uit de kast haalt, ook zuiver technische instrumenten, om ze tegen te houden. Dat is natuurlijk uw recht, maar wees dan wel eerlijk en geef toe dat het op orde brengen van de begroting in dit land uw laatste bekommernis is. Als u de begroting in dit land op orde wilt krijgen en iets wil doen voor de welvaart van de Vlaming, zult u nu en dan toch ook eens moeten durven te bekennen dat u sommige hervormingen kunt en moet steunen en bepaalde maatregelen nodig zijn.
De voorzitster: Mijnheer Vandeput, de heer Vermeersch wenst te reageren.
12.11 Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, als te veel leugens worden verteld in het Parlement, moeten wij uiteraard de spreker onderbreken.
Mijnheer Vandeput, ik roep u op de feiten en de chronologie ervan correct te benoemen. Wat is er gebeurd in december 2025? Uw regering, de regering die orde op zaken zou stellen en die de begroting als prioriteit naar voren schoof, is er voor het eerst in jaren en misschien zelfs voor het eerst ooit niet in geslaagd om in december 2025 met een begroting naar het Parlement te komen. U hebt zelfs gebruik moeten maken van voorlopige kredieten voor een regering in volle bevoegdheidsuitoefening. Dat is nog nooit vertoond.
De vertraging is dus helemaal niet veroorzaakt door het Parlement, maar door uw regering, die het over heel wat maatregelen niet eens raakte en dus grandioos te laat haar begroting in het Parlement indiende. Dat is de realiteit.
Mijn vraag aan u is heel duidelijk. In uw fameuze regeerakkoord neemt uw regering zich voor dat twee derde van de inspanning van dit land uit structurele hervormingen moet komen. U beschrijft zelf dat het hervormingstrein van uw regering al grotendeels is ontspoord en grandioos achteroploopt.
Ik ben blij dat minister Van Peteghem hier in ons midden is. Hij heeft de fameuze nulmetingoefening opgesteld waaruit blijkt dat heel wat van de hervormingen met vele miljarden euro achterlopen op wat hier in het Parlement is beloofd. Ik zie hem knikken.
Mijn vraag aan u is hoe u dat wilt oplossen en of u daarop een antwoord kunt geven.
Dit is de ware toedracht, mijnheer Vandeput: u zit aan het stuur, niet wij. Wij doen als parlementsleden ons werk. Wij controleren, wij vragen tweede lezingen als u met heel complexe wetgevingen naar het Parlement komt, zodat we ons werk kunnen doen. Als er een vertraging is, dan is die in de eerste plaats te wijten aan u en uw regering. U bent te laat, u staat vele miljarden euro's achter. Hoe zult u dat probleem in de komende weken en maanden oplossen? Ik hoor het graag van u als regeringspartij.
12.12 Steven Vandeput (N-VA): We gaven destijds grif toe dat de begroting te laat werd ingediend. Echter, het op orde krijgen van onze overheidsfinanciën doen we niet met tabellen en cijfers. Dat doen we door maatregelen te nemen en net daartegen heeft ook uw partij allerlei vertragingsmanoeuvres uitgevoerd. Maar goed, laat dat zo maar zijn. Ik kan maar vaststellen dat u graag één lezing geeft van de opmerking van het Rekenhof dat er vertragingen zijn. De conclusie van de voorliggende teksten en cijfers in de begrotingscontrole is evenwel dat er een verbetering is voor 2026 in vergelijking met wat initieel werd gedacht, tot spijt van wie het benijdt, mijnheer Vermeersch.
Willen we graag debatteren over de toekomst? Graag, maar op het moment dat zich dat aandient. Vandaag staan we voor een begrotingscontrole. Die is op tijd en geeft ook een aantal zaken aan waarover ik het zal hebben, als u mij ten minste mijn betoog laat doen.
12.13 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vandeput, dat is larie. U zegt maar iets. U spreekt zelfs van verbeteringen. Ik weet niet of u in de afgelopen weken en maanden nog een expert over verbeteringen hebt horen spreken. Dat u dat zelfs nog durft te zeggen in het Parlement. De toestand is op dit moment ronduit dramatisch. U weet heel goed, als voorzitter van de commissie voor Financiën en Begroting, dat er inzake de begroting geen procedurele maatregelen mogelijk zijn vanuit het Parlement. Die cyclus ligt vast. Als de regering op tijd naar het Parlement komt, weten we wanneer we kunnen stemmen. We kunnen bijvoorbeeld geen tweede lezing vragen voor een begroting.
Het grootste gat dat dit jaar is gevallen, mijnheer Vandeput, dat weet u goed, want u kent de cijfers, zit natuurlijk in de btw-hervorming. Daarvoor werden vele miljarden euro’s aan inkomsten ingeschreven, maar uw eigen regering is nog nooit met een voorstel naar het Parlement gekomen. We hebben zelfs niet de kans gehad om die wetteksten te vertragen. Die vertraging is louter uw eigen fout. Het is te wijten aan de chaos binnen uw regering.
U slaagt er niet in om de 9 miljard euro die u zogenaamd eind vorig jaar zou hebben gevonden ook maar te realiseren. De grootste bedragen zijn zelfs nog niet in het Parlement gepasseerd. Dat is de realiteit en die moet u durven te erkennen. Hier rond de pot draaien en de begrotingschaos en de enorme begrotingsproblemen ontkennen en spreken over verbeteringen, is schuldig verzuim.
12.14 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Vandeput, u spreekt over een verbetering. Laten we daar eens cijfers op plakken. Het gaat over 617 miljoen euro. Dat klinkt gigantisch, maar eigenlijk is dat een druppel op een hete plaat, want nu moeten we op zoek naar 15 miljard euro, eigenlijk zelfs meer volgens de experts.
Ik heb een vraag voor u. Welk bedrag of welke percentage van die 617 miljoen euro aan verbeteringen is te danken aan uw inspanningen en hoeveel aan meevallers en technische elementen?
12.15 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Bertrand, u bent zelf minister van Begroting geweest. Dat was niet zo heel succesvol, herinner ik me. Ik bedoel, we hebben daar toch een en ander van geërfd. Maar laten we het daar nu niet over hebben.
U weet dat een begroting een geheel is. Daar zitten meevallers in en daar zitten tegenvallers in. Er is een aantal tegenvallers, waar ik niet op zal terugkomen, want het meeste is al gezegd. Er is een stijgende rente, er is een stijgende schuldenlast, er zijn internationale tegenvallers, er is een afname van de economische groei, er is het feit dat we meer moeten investeren en zullen investeren in onze Defensie. Er zijn zoveel feiten die, allemaal bijeengeteld, maken dat er op het einde van het jaar een lichte verbetering van het primair saldo is. Zo eenvoudig is het.
Ook het Rekenhof heeft dat bevestigd. Het geheel, samen, maakt wat uiteindelijk het resultaat is voor het primair saldo. Dat weet u, vermoed ik, zelfs beter dan ikzelf.
12.16 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Vandeput, eigenlijk was onze begroting succesvoller dan uw begroting. Ik heb één begroting opgesteld, namelijk voor het jaar 2024. Ik heb toen een inspanning van 5 miljard euro gedaan. Dat hebt u tot nu toe nooit kunnen doen. Het eerste jaar hebt u een inspanning gedaan van 224 miljoen euro.
12.17 Steven Vandeput (N-VA): (…)
12.18 Alexia Bertrand (Anders.): Absoluut. Dat staat in het rapport van het Rekenhof, maar u kent uw cijfers niet. We komen daar nog op terug.
Het tweede jaar moest u voor 2 miljard aan inspanningen doen. U zit echter diep onder de grens van 1 miljard, met uw btw-hervorming, de pakjestaks, het uitstel van de pensioenhervorming, en noem maar op.
U hebt nog nooit een inspanning gedaan vergelijkbaar met de inspanning die ik gedaan heb in 2024. De realisaties zijn er gewoon niet. U spreekt veel, u kondigt veel dingen aan, 32 miljard euro. Die ballon is al doorprikt door een aantal goede journalisten. U zit zelfs niet aan 10 miljard voor de volledige legislatuur. Ik meen dus niet dat u me de les moet spellen. Ik zat op 2,7 % tekort, federaal. Uw ambitie is onder 3 % te geraken.
Maar dat was mijn vraag niet. Mijn vraag was: hoeveel van die 617 miljoen euro zijn technische correcties? Het antwoord is 84 %. Dus 517 miljoen euro zijn meevallers. Dat betekent dat u eigenlijk een inspanning hebt gedaan van 100 miljoen euro. Waar spreken we over?
Waarom verliezen we onze tijd aan deze begrotingsaanpassing? Collega’s, we zijn onze tijd gewoon aan het verliezen.
Jullie hebben niets gedaan. Dit is puur een technische oefening die nergens naar lijkt. Ik zou niet weten waarom we die vandaag bespreken. Ik zou liever wachten tot na de zomer, want deze zomer zal het niet meer lukken. Dat heeft collega Ronse net bevestigd. In de herfst waarschijnlijk ook niet, want we kennen jullie ondertussen, met jullie akkoorden. Het zal waarschijnlijk voor de winter zijn, en dan zien we wel.
Deze begrotingsaanpassing heel lang bespreken, heeft, met mijn verontschuldigingen, eigenlijk weinig nut. We zijn over 100 miljoen euro aan het spreken. Dat is de reële inspanning van deze regering in deze oefening.
12.19 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vandeput, ik wil nog even verder ingaan op de verbeteringen waarover u het hebt. U beloofde de kiezer orde op zaken te stellen.
Mijn vraag is heel eenvoudig. Kunt u mij één begrotingsindicator noemen waarop u na anderhalf jaar regering-De Wever effectief een verbetering ziet? Is dat het tekort? Is dat de schuld, is die verbeterd? Zijn de rentelasten verbeterd? Is de koopkracht verbeterd, collega's van Vooruit, zoals beloofd? Of zijn de overheidsuitgaven verbeterd? Of misschien is er nog een andere factor die u kent, een begrotingsindicator waarop ik niet onmiddellijk zicht heb? Kunt u mij concreet noemen welke begrotingsindicator na anderhalf jaar regering-De Wever is verbeterd?
12.20 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik denk dat ik voldoende vragen heb beantwoord. Ik ga verder met mijn betoog.
De voorzitster: Mijnheer Vermeersch, wenst u nog te repliceren?
12.21 Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, als collega Vandeput niet antwoordt, zal ik antwoorden.
Mijnheer Vandeput, het begrotingstekort zal na de doortocht van de regering-De Wever slechter zijn dan toen de regering begon. De schuldgraad zal na de doortocht van de regering-De Wever toenemen, want er zal bijna 200 miljard euro aan schuld bijkomen. De rentelasten ontsporen, want we dreigen tegen 2031 een rentesneeuwbaleffect te krijgen. De koopkracht is verslechterd. Dat heeft de Nationale Bank van België ons bevestigd. De koopkracht – ik zie u knikken – gaat onder uw regering-De Wever achteruit. Over de overheidsuitgaven zegt het IMF dat wij naar de absolute wereldtop gaan. Het bilan van uw regering is dus ronduit beschamend en u neemt daarvoor vandaag geen enkele verantwoordelijkheid. Wij betreuren dat.
12.22 Steven Vandeput (N-VA): Goed, ik kom terug tot de kern van mijn betoog.
Mijn derde punt was dat een aantal herschikkingen moeten gebeuren omdat er vertragingen zijn opgetreden. Het verschil inzake de begroting wordt maar gemaakt in de uitvoering. We stellen vast dat degenen die de eersten zijn om te zeggen dat de begroting op orde moet komen, op het moment dat er goede hervormingen voorliggen, alle middelen aanhalen, ook middelen die niet inhoudelijk zijn, om die hervormingen te vertragen en vervolgens komen zij hier een groot verhaal vertellen.
Ik kom terug op de begrotingscontrole, want die geeft, tot spijt van wie het benijdt, bevestigd door het Rekenhof, toch een aantal lichtpunten aan.
Ten eerste, het overheidsbeslag daalt. Voor het eerst in jaren zorgt de regering ervoor dat de uitgavengroei wordt getemperd en trager verloopt, zelfs bij een afnemende economische groei. Daardoor kent het primaire saldo, zoals zojuist ook door collega Bertrand is bevestigd, een lichte verbetering. Dat is niet voldoende. Mevrouw Bertrand betwijfelt of deze regering daar wel iets aan heeft gedaan. Mevrouw Bertrand heeft altijd gezegd dat alles samen moet worden bekeken en dat het daarop aankomt, maar vandaag geldt dat blijkbaar niet. Men moet een en ander…
12.23 Alexia Bertrand (Anders.): (…)
12.24 Steven Vandeput (N-VA): Mag ik nu alstublieft eerst mijn derde punt aanhalen, mevrouw Bertrand? Dit wordt echt wel... Komaan.
Het primaire saldo kent dus een lichte verbetering, zojuist ook bevestigd, en dat ondanks hogere rente-uitgaven, ondanks meer uitgaven voor defensie en ondanks alle vertragingen die de oppositie al heeft ingeroepen.
Ten derde, ondanks al het lawaai dat door de oppositie wordt gemaakt over taksen, heeft het Rekenhof daar, heel specifiek op mijn vraag, op geantwoord dat de overheidsontvangsten minder snel toenemen dan de economische groei, waardoor de belastingdruk daalt. Dat is de inzet van deze regering, als het van ons afhangt.
12.25 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Vandeput, ik weet niet of u uw cijfers niet kent of gewoon niet de volledige waarheid vertelt. Het primair saldo daalt uiteraard lichtjes dit jaar, maar stijgt opnieuw in de jaren nadien. U moet dus wel het volledige verhaal vertellen. Dat is ook logisch, want uw tekort stijgt bij ongewijzigd beleid in de richting van 8 % tegen 2035. Vanaf 2027 stijgt het primaire tekort opnieuw. Proficiat voor 2026, maar dat gaat ons echt niet redden.
12.26 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Bertrand, u hebt niet echt een vraag gesteld, maar u bevestigt het inderdaad, voor 2026 is een en ander onder controle. Voor 2027 en later zullen verdere ingrepen nodig zijn. Ik heb het hier niet anders gezegd. Ik heb hier niets anders gezegd dan dat verdere maatregelen nodig zullen zijn en dat we verder zullen moeten gaan met de zaken waarmee we bezig zijn. We zullen nog meer versnelling moeten zetten op de hervormingstrein die aan het rijden is. Daar komt het op neer. Dat is wat ons betreft de enige uitweg uit die miserie, waarvoor trouwens wij niet alleen verantwoordelijk kunnen worden gesteld. Zulke zaken ontstaan niet van vandaag op morgen, zelfs niet op anderhalf jaar tijd. Ze zijn het gevolg van jarenlang misbeheer.
12.27 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vandeput, u hebt daarnet even Defensie vermeld. Ik wil daarover toch nog een vraag stellen. De N-VA werpt zich op als de partij van de budgettaire orthodoxie. Uw regering haalt met de hakken over de sloot en met veel goede wil die 2 %. Dan moeten we al heel wat zaken erbij sleuren. U belooft ook om in 2034 2,5 % van het bbp te realiseren en vervolgens in 2035 plots een verdubbeling naar 5 %. Zowel die 2 % als die 2,5 % en 5 % in 2034 en 2035 zouden structureel gefinancierd worden.
De minister is weggelopen. Mevrouw de voorzitster, kan de minister aanwezig zijn deze bespreking?
Ik heb de minister die vraag ook gesteld in de commissie. Ik heb de vraag ook gesteld aan het Rekenhof. Hoe zit het nu eigenlijk met die structurele financiering? Mijnheer Vandeput, u bent ooit minister van Defensie geweest, dus u kent er wel iets van. Hebt u misschien zicht op de structurele financiering van die belangrijke bedragen? Hoe zit het juist met dat Defensiefonds? Dat is allemaal heel intransparant. Wanneer zal die duidelijkheid eindelijk worden geboden aan het Parlement?
Herinner u, toen die belofte van 2 % werd geuit en daartoe door de regering werd beslist, werd ons een defensieplan beloofd en ook structurele financiering. Uw regering is ondertussen anderhalf jaar bezig, maar van structurele financiering heb ik nog niets gemerkt. Misschien kunt u mij van het tegendeel overtuigen en mij tonen waar die structurele financiering terug te vinden is, in deze begrotingscontrole of in de komende begrotingen.
12.28 Steven Vandeput (N-VA): Bij mij weten is er een defensieplan voorgesteld, dus daarover hoef ik verder geen uitspraken te doen. Wat betreft het structureel onder controle krijgen van die meeruitgaven, denk ik dat dat juist een van de uitdagingen is die moet worden meegenomen in de oefeningen die aan de orde zijn voor de toekomst.
12.29 Wouter Vermeersch (VB): U was er toen ook bij, mijnheer Vandeput, want u hebt zich weinig of niet laten vervangen in de commissie. Uw eigen minister Jambon heeft mij geantwoord dat het defensieplan vooral bedoeld is om ervoor te zorgen dat onze eigen bedrijven een graantje kunnen meepikken van die stijgende defensie-uitgaven. Dat is eigenlijk de bedoeling, maar die structurele financiering staat daar los van.
Dat is natuurlijk het probleem. Wij worden met een kluitje in het riet gestuurd. U belooft een structurele financiering, maar wat doet u de facto? U doet wat elke Belgische regering al heeft gedaan. Ik denk aan De Croo, Verhofstadt en Leterme. U neemt belangrijke beslissingen, maar schuift de factuur door naar de volgende generatie, naar de volgende regering. Dat is ook de reden waarom dit land vandaag met enorme budgettaire problemen wordt geconfronteerd, omdat geen enkele regering de verantwoordelijkheid heeft genomen om die extra uitgaven structureel te financieren.
Vandaag zien we exact hetzelfde gebeuren. U tilt de factuur gewoon over de verkiezingen heen. U hoopt nog uitstel te krijgen van Europa om die uitgaven zo lang mogelijk buiten de begroting te houden, maar van een structurele financiering is er geen spoor. Dat is schuldig verzuim, dat is de factuur doorschuiven naar de volgende generaties en vooral naar de Vlamingen. Dat is beschamend voor een partij die zogenaamd staat voor meer Vlaamse welvaart.
12.30 Steven Vandeput (N-VA): Collega's, ik probeer te komen tot datgene waarover deze regering eigenlijk gaat. Laat ons eens kijken wat de inzet is van die schildpad. We werken aan het onder controle krijgen van onze overheidsfinanciën en dat in steeds wisselende omstandigheden. Wij hervormen de pensioenen om het systeem betaalbaar te houden en eerlijker te maken. We zetten in op werken meer lonend maken en meer mensen aan het werk krijgen. We zetten in op de aanpak van misbruik en inefficiëntie in onze sociale zekerheid. We zetten in op economische groei door modernisering van onze arbeidsmarkt. We gaan verder op onze weg naar meer zekerheid en betaalbaarheid van onze energiebevoorrading. We zetten in op een eerlijk en rechtvaardig asiel- en migratiebeleid. We zetten in op veiligheid en defensie.
Collega's, de haas heeft niet veel gerust, maar hij heeft wel heel veel gedaan om het parcours moeilijker te maken voor de schildpad. Die schildpad heeft echter, tot spijt van wie het benijdt, het voorbije anderhalf jaar stevige stappen vooruit gezet op elk van die velden. Dat is waarover deze begrotingscontrole gaat.
Dat zal die schildpad moeten blijven doen, stap voor stap, met vallen en opstaan.
Collega's, ik kom tot het antwoord waarop u zo lang hebt gewacht. Voor ons lijkt de weg duidelijk. Er is een regeerakkoord en onze inzet daarin is het laten dalen van het overheidsbeslag. Dat is de enige manier om onze uitgaven structureel onder controle te krijgen. Door die daling van het overheidsbeslag moet op lange termijn ook mogelijk worden wat nodig is voor dit land.
We hebben daarover deze middag tijdens het zeer boeiende Vragenuurtje al van gedachten kunnen wisselen. Mevrouw Verkeyn heeft daar duidelijk aangegeven wat bij ons vooropstaat. Er worden veel ideeën gelanceerd over hoe het allemaal snel en eenvoudig zou kunnen, maar collega's, neem van mij aan dat dat de hazenaanpak is. Dat is niet de juiste keuze, als het van ons afhangt.
Onze overheid moet focussen op haar kerntaken. Ze moet zich richten op het terugdringen van het overheidsbeslag en ze moet alle kansen geven aan degenen die willen meewerken om de mensen in dit land een goed leven te bezorgen, om onze welvaart te verzekeren en om onze veiligheid te waarborgen.
Mijnheer de minister, in dat kader zullen wij de begrotingscontrole 2026 uiteraard steunen. We wensen de regering veel doorzettingsvermogen, veel kracht, veel inventiviteit, maar vooral ook veel vastberadenheid, zoals de schildpad, bij de uitdaging voor de begroting van 2027. Wij zullen blijven besturen voor Vlaamse welvaart, voor welzijn en voor veiligheid.
12.31 Wouter Vermeersch (VB): Ik heb natuurlijk het einde van de tussenkomst van de heer Vandeput afgewacht. Ik heb nog een drietal onderwerpen die in zijn tussenkomst niet aan bod kwamen, waarover ik nog drie vragen heb.
Mijnheer Vandeput, ten eerste, in uw opsomming over veiligheid, welzijn en dergelijke had ik gehoopt dat u ook het woord migratie zou gebruiken, maar dat heb ik niet gehoord in uw tussenkomst, of misschien heel kort. U hebt het ook gehoord in mijn tussenkomst. De regering-De Wever heeft het strengste asiel- en migratiebeleid ooit beloofd. Wat zien we echter in de feiten? Ook in deze begrotingscontrole wordt heel concreet weer 41 miljoen euro extra voor Fedasil gevraagd. Uit een nullijnoefening van de minister blijkt dat heel wat van die besparingen, vooral op asiel en migratie, niet worden gerealiseerd.
Mijn vraag is heel duidelijk. Erkent u dat die begrotingscontrole bewijst dat de beloofde besparingen inzake migratie voorlopig niet worden gerealiseerd, ja of neen?
12.32 Steven Vandeput (N-VA): Ik erken dat de migratiecijfers dalen en dat het aantal mensen dat hier toestroomt afneemt. Ik erken ook dat het niet zo eenvoudig is om die cijfers op korte termijn terug te dringen. Daar zou u misschien eens over moeten nadenken als u denkt daar zeer zwaar op te kunnen inzetten voor uw plannen voor 2026 of 2027.
12.33 Wouter Vermeersch (VB): Ik herinner u eraan, mijnheer Vandeput, dat toen u deel uitmaakte van de regering-Michel, uw eigen minister van Asiel, Theo Francken, bij gelijkaardige cijfers sprak van een absolute asielcrisis. Blijkbaar is de N-VA vandaag van mening veranderd en zijn die cijfers voor u wel voldoende. Wij zien in die cijfers vooral het bewijs dat nog altijd meer dan 1 miljard euro wordt uitgegeven aan asiel alleen. Dan heb ik het nog niet over de kosten van migratie. Meer dan 1 miljard euro.
Van de vele besparingen die u hebt vooropgesteld, is geen enkel spoor te bekennen. Uw eigen minister van Begroting heeft dat ook met zoveel woorden erkend in zijn zogenaamd geheime document, dat gelekt is naar Het Nieuwsblad. Van het strengste asiel- en migratiebeleid ooit is dus helemaal geen sprake. Theo Francken sprak bij de huidige cijfers van een asielcrisis. Wat probeert u hier dan allemaal te vertellen? Er is nog steeds een enorm migratieprobleem. Op die nagel zal onze partij blijven kloppen.
Mevrouw de voorzitster, met uw goedkeuring zal ik ook mijn volgende vraag stellen. Ik had gehoopt dat de heer Vandeput daarop al was ingegaan in zijn tussenkomst.
Uw premier stelde recent dat er op de Belgische bijdrage aan de Europese Unie moet worden bespaard en dat een korting moet worden bedongen. U hebt daarmee een voorstel van onze partij overgenomen. Wij hebben dat de voorbije jaren hier geregeld als amendement op de begroting ingediend. Ook vandaag doen wij dat opnieuw consequent.
Mijn vraag is heel duidelijk. In het herfstakkoord dat uw regering heeft opgesteld om de begroting voor 2026 te realiseren, werd een post van 500 miljoen euro ingeschreven om de deelstaten te laten bijdragen aan de Europese bijdragen. U wilt dus eigenlijk extra middelen uit de deelstaten aanwenden om de geldhonger van de Europese Unie te stillen. Hoe rijmt u dat? Enerzijds zegt uw premier dat de bijdrage moet worden verlaagd. Anderzijds vraagt u op hetzelfde federale niveau extra geld aan de deelstaten om meer middelen naar Europa te laten vloeien. Hoe zit het precies met die 500 miljoen euro? Voor ons is dat totaal onduidelijk.
Hoe staat uw eigen Vlaamse regering daartegenover? Hoe zal die bijdrage uiteindelijk over de deelstaten worden verdeeld? Zal opnieuw vooral Vlaanderen die 500 miljoen euro moeten ophoesten, of zal ook van Wallonië en Brussel een eerlijk aandeel worden gevraagd?
Welk deel? Is er daarover al een akkoord? Hebt u daar zicht op? Ik heb als parlementslid die lijn zien verschijnen in de begrotingstabel, maar voor de rest hebben we daar nooit meer extra informatie over gekregen.
Vandaar mijn vraag aan uw fractie, die de premier ook levert. Schep eerst duidelijkheid over die bijdrage van de deelstaten aan de Europese Unie.
12.34 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Vermeersch, ik hoop dat de beelden van deze tussenkomst nuttig zullen zijn voor uw filmpje op sociale media. Maar ik denk dat u op dit ogenblik wel heel ver aan het gaan bent in de dingen die u hier allemaal probeert erbij te sleuren. Ik verwijs hiervoor graag naar de minister van Begroting die hier aanwezig is, want dit is nu typisch een vraag die u aan de minister van Begroting zal kunnen stellen.
Ik kan u maar zeggen dat wij als partij in deze regering deel uitmaken van een regering waarin loyaal een aantal akkoorden moeten worden uitgevoerd. Ook een begrotingscontrole is zo'n akkoord. In dat kader – en dit is trouwens het einde geweest van mijn betoog - is het zo dat wij deze begrotingscontrole dan ook gaan steunen.
De voorzitster: Mijnheer Vermeersch, uw laatste punt.
12.35 Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, ik heb dan nog een vraag. Met uw goedkeuring een laatste vraag. Daar zal ik ook duidelijk over zijn.
Meneer Vandeput, ik doe een poging om u concrete, technische, correcte, inhoudelijke vragen te stellen. Ik heb u cijfers gevraagd, ik heb u begrotingsindicatoren gevraagd. En ik vraag het aan u, want uw partij heeft die budgettaire orthodoxie, die orde op zaken beloofd. Ik vraag van uw partij onder andere een engagement dat er geen nieuwe extra belastingen zullen komen. Ik vraag u welke begrotingsindicatoren u concreet wil verbeteren en welke u al hebt verbeterd in het afgelopen anderhalf jaar.
Ik heb op al die vragen vandaag in dit debat geen enkel antwoord gekregen. Dat is beschamend voor een partij die dit bovenaan op de politieke agenda heeft gezet. Ik had een veel duidelijker antwoord verwacht.
Ik ga nog een laatste vraag stellen. Een allerlaatste vraag, mevrouw de voorzitster. Wat ik net heb gegeven, was mijn repliek. Ik heb een vraag over het meerjarenplan dat in maart 2025 bij de Europese Unie werd ingediend. In dat plan wordt aan alle deelstaten gevraagd om een inspanning te leveren. Behalve Brussel. Brussel staat daar niet tussen. Het gewest heeft geen concrete doelstellingen opgenomen. Waarom? Omdat er op dat moment helemaal geen regering was. Nu blijkt dat in Vlaanderen, geleid door de heer Diependaele, uw eigen minister-president van uw partij, de begroting 443 miljoen euro extra in het rood zal gaan. In Brussel gaat dit over 298 miljoen euro. En het blijkt dat ook Wallonië - dat weet u - in bijzonder slechte papieren zit.
Hoe kijkt uw partij nu naar die toestand? Vindt u dat die nog houdbaar is? Denkt u dat het zogenaamd historische akkoord dat de minister van Begroting, de heer Van Peteghem, heeft gesloten met de deelstaten een oplossing zou kunnen bieden? Ik denk dat we hierop een antwoord mogen verwachten van een partij die toch meent nog een zekere communautaire reflex te hebben.
De voorzitster: Mijnheer Vermeersch, u moet wel bij het thema blijven. Ik heb u al heel veel vrijheid gelaten, maar nu gaat het toch wel erg ver. Ik begin mij stilaan af te vragen wat er in de commissie dan nog gebeurt.
12.36 Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, met alle respect, het gaat over de miljardenbegroting van Europa. Dat is de basis van de begroting en de essentie van de begrotingscontrole. Als ik geen technische vragen meer kan stellen in het Parlement, hebben wij wel een ernstig probleem.
De voorzitster: Mijnheer Vermeersch, ten eerste, technische vragen lijken mij precies waarvoor commissies dienen.
Ten tweede, u bent Vlaming. U kunt die vragen misschien in een paar zinnen stellen in plaats van in eindeloze betogen.
12.37 Wouter Vermeersch (VB): Ik heb al mijn vragen heel beknopt, heel duidelijk en heel concreet gehouden. Ik heb geen ellenlange betogen gehouden. Het is totaal ongepast dat u als voorzitster uw eigen partijlid uit de wind zet. Dat kan niet in een Parlement. Wij moeten vragen kunnen stellen aan andere parlementsleden.
De voorzitster: Mijnheer Vermeersch, u gaat buiten het thema.
Mijnheer Vandeput, u kunt nog antwoorden op de laatste vragen.
12.38 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Vermeersch, ik stel alleen maar vast dat u een voorbereiding hebt waarin inderdaad heel veel cijfertjes staan. U hebt een voorbereiding met vragen die u hier aan mij wilt stellen en voorleggen. Die vragen had u beter in de commissie aan de minister gesteld. Hij had u in dat geval een technisch correct antwoord kunnen geven.
Ik stel ook vast dat u niet hebt geluisterd naar mijn woorden. Daar komt het op neer. U zit hier vragen te stellen. U zit hier uw eigen punt te maken. Ik hoop dat uw filmpjes allemaal lukken. Ik hoop dat dat op sociale media allemaal goed zal lukken. Ik hoop dat het filmpje van uw partijgenoot waarin ik een beetje verveeld luister naar uw steeds opnieuw terugkerende onderbrekingen, goed zal lukken en dat het voor u oplevert wat de bedoeling was van alle onderbrekingen, die weinig ter zake doen.
Collega’s, waar gaat het hier immers over? Het gaat hier over een begrotingscontrole. Mijnheer Vermeersch, geef mij eens één wapenfeit waarin uw partij ook maar één stap heeft gezet om de welvaart en het welzijn van de Vlamingen vooruit te brengen. U vindt er niet één. U zou beter ook eens luisteren als iemand hier vooraan staat die niet van uw eigen partij is.
Ik zal het nog eens herhalen. In de voorliggende begrotingscontrole zijn een aantal vaststellingen gedaan. Ten eerste, het overheidsbeslag daalt. Ten tweede, voor 2026 is de situatie stabiel, maar er zijn grote uitdagingen voor de toekomst. Ten derde, de relatieve belastingdruk daalt in dit land. Dat is onze inzet in de regering. Dat is onze bijdrage aan de welvaart van de Vlamingen. Dat is waar wij voor staan.
12.39 Wouter Vermeersch (VB): Ik hoor een verhaal van schildpadden en hazen, maar ik merk vooral heel wat angsthazen bij de N-VA.
Ik heb u heel concreet gevraagd hoe groot de N-VA de begrotingsinspanning ziet. Geen antwoord. Ik heb een engagement gevraagd om geen nieuwe belastingen in te voeren. Geen antwoord. Ik heb u gevraagd welke begrotingsindicator door uw regering concreet is verbeterd. Geen antwoord op die vraag. Ik heb u gevraagd hoe u Defensie structureel zult financieren. Geen antwoord op die vraag. Ik heb u gevraagd welke bijdrage u verwacht van Vlaanderen en de deelstaten inzake Europa. Geen antwoord op die vraag. Ik heb u gevraagd hoe u de situatie in Brussel ziet. Geen antwoord op die vraag.
Ik stel alleen maar vast dat uw partij elke vraag over de begroting uit de weg gaat, als de camera's draaien, maar als er lastige vragen komen van de oppositie, dan blijkt het blijkbaar niet mogelijk om een antwoord te geven. De angsthazen zitten vooral bij uw partij, bij de N-VA.
(Applaus.)
Premièrement, ils sont périmés. Souvenons‑nous des douzièmes provisoires, conséquences directes du retard pris par votre majorité.
Deuxièmement, ils sont déconnectés des réalités, car tous les budgets de l’Arizona demandent systématiquement des efforts aux travailleurs, aux ménages, aux patients, en tapant dans le pouvoir d’achat, dans les pensions et dans les soins de santé. À côté de cela, les budgets de l’Arizona préservent largement les épaules les plus larges.
Troisièmement, ils sont en trompe-l'œil. Souvenons‑nous de l’épure budgétaire qui accompagnait l’accord de gouvernement, fondée sur près de 8 milliards d’euros d’effets retour. Ces 8 milliards de recettes annoncées se sont depuis évaporées.
L’ajustement budgétaire 2026 ne fait malheureusement pas exception.
Il est périmé, parce qu’il repose déjà sur des hypothèses dépassées. En effet, les effets de la crise au Moyen‑Orient ne sont pas intégrés à ce budget. Par ailleurs, le gouvernement est occupé à réaliser en parallèle un exercice sur l'évaluation du rendement de l’ensemble de ses mesures: recettes attendues, économies annoncées, effets retour, impact budgétaire global. Le ministre du Budget a déjà transmis un document au gouvernement, mais nous, députés, ne disposons pas de cette évaluation. La Cour des comptes ne l’a pas reçue non plus.
Comment pouvons‑nous examiner sérieusement un ajustement budgétaire alors que le gouvernement lui‑même est en train d’en revoir les hypothèses fondamentales? Quelle est la pertinence de cet exercice? N’aurait‑il pas été plus respectueux du contrôle parlementaire d’attendre que l’ensemble des données soit disponible ou, à tout le moins, de transmettre cette évaluation aux députés et à la Cour des comptes avant ce débat?
Et puis, cet ajustement est déconnecté des réalités parce qu’il poursuit les mêmes choix injustes. Après plusieurs semaines de crise, et malgré les déclarations tonitruantes de certains partis de la majorité sur le cliquet inversé ou le plafonnement des prix de l’énergie, le gouvernement a finalement présenté un plan minimaliste, fort éloigné des enjeux auxquels les citoyens sont confrontés.
Cette réponse est totalement déconnectée de la réalité vécue par les ménages. Pour les familles qui doivent conduire leurs enfants à l’école, pour les aidants proches qui s’occupent d’un parent âgé, pour les travailleurs qui n’ont d’autre choix que de prendre leur voiture chaque matin, pour les millions de Belges qui voient leurs factures énergétiques augmenter, il n’y a pratiquement rien.
C'est aussi un ajustement en trompe-l'œil. Pourquoi? Parce qu'il masque de plus en plus difficilement la réalité budgétaire de ce gouvernement. Le budget ajusté que vous présentez affiche un solde prétendument stabilisé par rapport à l'initial, un solde stabilisé à près de 24 milliards d'euros de déficit. Cette présentation mérite d'être largement relativisée.
La première raison est que la trajectoire reste extrêmement préoccupante. Le déficit est passé d'environ 17 milliards d'euros en 2024 à près de 24 milliards en 2026. C'est une dégradation de plus de 7 milliards d'euros en deux exercices budgétaires du gouvernement Arizona.
Et, surtout, cette apparente stabilisation entre l'ajusté et le budget initial repose sur une série de mécanismes qui améliorent artificiellement le solde. Je pense notamment à l'annulation d'une diminution de recette de 180 millions d'euros, contrairement aux estimations du SPF Finances; à l'inscription d'une recette exceptionnelle liée au régime du précompte réduit pour plus de 335 millions d'euros; aux corrections SEC, singulièrement aux traitements comptables des dépenses de défense qui améliorent le solde de 2026 d'environ 700 millions d'euros par rapport au budget initial. Enfin, je pense aux mesures non réparties, qui améliorent encore le solde de plusieurs centaines de millions d'euros. Or ces mesures restent à concrétiser alors même que nous sommes déjà à la fin du mois de juin.
Lorsque l'on retire ces artifices, la réalité apparaît beaucoup moins favorable que celle présentée aujourd'hui. Quel est votre avis, monsieur le ministre du Budget, face à cette réalité? Le problème n'est pas seulement l'ampleur du déficit. Le problème, c'est aussi que le gouvernement s'appuie de plus en plus sur des recettes exceptionnelles, des corrections comptables, des mesures encore virtuelles pour afficher un solde moins dégradé qu'il ne l'est réellement.
La dernière estimation du Bureau fédéral du Plan, des experts sérieux, table plutôt que le déficit 2030 devrait s'élever à 42 milliards d'euros. Vous avez bien entendu: 42 milliards! Il y a une différence, un écart de 20 milliards entre l'accord de gouvernement et la trajectoire réelle actuelle du gouvernement, selon le Bureau fédéral du Plan. C'est tout simplement inédit.
Que nous dit encore le Bureau fédéral du Plan? Il indique que le taux d'emploi stagne. Le gouvernement n'atteindra pas non plus son objectif du taux d'emploi à 80 %. Certes, ce n'est pas un scoop; mais allonger les carrières, envoyer les demandeurs d'emploi vers les CPAS, s'attaquer brutalement aux travailleurs malades, cela ne crée pas d'emploi ni de l'activité économique.
Le Bureau fédéral du Plan nous indique également que le solde primaire de la Belgique se détériorerait de nouveau à l'horizon 2030. Visiblement, la stratégie du gouvernement, qui consiste à faire des économies sur le dos des entités fédérées et des pouvoirs locaux, n'est pas la bonne, car le solde et la dette de l'ensemble du pays se creusent fortement. Avec une dette qui atteindrait 119 % du PIB à l'horizon 2030, le gouvernement, loin d'améliorer la situation budgétaire, l'a aggravée.
Face à cela, le gouvernement a annoncé un exercice d'environ 7 milliards d'euros à l'horizon 2030. Nous ne savons pas s'il y parviendra. Nous attendons de voir impatiemment et entendons les annonces des Engagés. C'est intéressant, mais si c'est comme les promesses de campagne, cela ne vaut pas grand-chose.
Avec ce gouvernement, nous savons aussi que ce sont toujours les mêmes qui paient la facture de l'Arizona: les ménages, les travailleurs malades qui sont continuellement stigmatisés, les pensionnés, les travailleurs – avec le double saut d'index partie et, la diminution des primes de nuit – ou encore l'ensemble de la population – avec les coupes budgétaires drastiques dans les soins de santé.
Et pourquoi tous ces efforts? Pour aboutir à un déficit qui fait plus que doubler entre 2024 et 2030 et à une dette qui explose.
Mais un budget ne se résume pas à une liste de dépenses à réduire. Des finances publiques solides reposent également sur une économie dynamique, sur l'investissement, sur l'emploi, sur le pouvoir d'achat et sur des recettes fiscales justes. C'est précisément là que se situe l'angle mort de l'Arizona. Le gouvernement regarde presque exclusivement la colonne des dépenses. Il additionne des économies et des rendements budgétaires, mais il néglige les conséquences de ses choix sur l'activité économique, sur la consommation, sur l'investissement et, finalement, sur les recettes futures de l'État.
Il demande des efforts aux travailleurs, aux pensionnés, aux ménages, mais il refuse toujours de mettre davantage à contribution les ultra-riches, les multinationales, les banques, les entreprises qui réalisent des surprofits.
Le résultat est aujourd'hui sous nos yeux. Malgré les sacrifices demandés à une partie de la population, les perspectives budgétaires continuent de se dégrader. Ce constat n'est pas un accident. Il est la conséquence directe d'une vision réductrice des finances publiques.
Un bon
budget, ce sont des dépenses efficaces, mais ce sont aussi des recettes justes
et une stratégie économique qui soutient l'activité, l'emploi, le pouvoir
d'achat. C'est tout simplement cela qui manque aujourd'hui à l'Arizona. C’est
pour toutes ces raisons que nous ne voterons pas pour cet ajustement et que
j'ai les pires craintes, monsieur le ministre, pour l'exercice
budgétaire à venir. Je vous remercie de votre attention.
12.41 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, we hadden het graag gehad over de begrotingsbespreking die eraan komt, begroting waarover al heel wat discussie is. Spijtig genoeg hebt u ook vannamiddag niet echt in uw kaarten laten kijken. We hebben het vandaag dus over de technische aanpassing van de begroting 2026.
Ik wil eigenlijk beginnen met een verwijzing naar Margaret Thatcher, mevrouw Thatcher waarvan de woorden nog steeds weerklinken, aldus de heer De Wever op wat enkele maanden geleden haar honderdste verjaardag zou geweest zijn. Ook de heer De Wever zegt altijd dat er eigenlijk geen alternatief is. Het debat van de voorbije dagen toont alvast dat er wel degelijk een alternatief is. Laat ik er toch even aan herinneren hoe mevrouw Thatcher in de jaren 80 niet alleen sociale voorzieningen ontmantelde, maar ook het arbeidsrecht sloopte en probeerde de solidariteit van de werkende klasse te breken met haar onderdrukking van de historische mijnwerkersstaking en de invoering van antivakbondswetten. Bovendien droeg zij bij tot twee recessies, stijgende ongelijkheid en werkloosheid en desindustrialisatie.
Ik ben dan ook verbaasd dat mevrouw Thatcher als voorbeeld naar voren wordt geschoven. Dat is echter ook wat de regering vandaag doet. Voorlopig zit zij enkel in een besparingslogica, om nog maar te zwijgen van haar antisociale logica en haar antivakbondslogica. De vraag is of we op die manier uit de problemen zullen geraken.
Het Rekenhof formuleert alvast waarschuwingen in zijn advies. Ondanks de zogenaamde grote inspanningen die worden geleverd – u vraagt enorm veel besparingen van de mensen –, zien we dat de budgettaire put alsmaar dieper wordt. Het begrotingstekort stijgt van 4,9 % in 2026 naar 5,5 % in 2029. De schuld neemt toe en ook de rentelasten lopen verder op. Het stelt ook vast – zijn rapporten zijn altijd interessant – dat de ontvangsten dalen van 30,4 % van het bruto binnenlands product in 2026 naar 29,5 % in 2029.
Professor Paul De Grauwe berekende in een onlangs verschenen studie daarover dat we in vergelijking met 2013 bijna 21 miljard aan belastinginkomsten missen, en noemde als oorzaken de daling van inkomsten uit de personenbelasting en uit de sociale bijdragen enerzijds en de vrij beperkte stijging van de inkomsten uit de vennootschapsbelasting door het fenomeen van de vervennootschappelijking, waarbij hogere inkomens hun opbrengsten in hun vennootschap steken en zichzelf slechts een zeer kleine wedde uitkeren. Het is toch wel eigenaardig dat bijvoorbeeld de baas van Odoo, waar we het daarstraks over hadden, maar een klein inkomen zou hebben. De vervennootschappelijken gebeurt natuurlijk om minder belasting te moeten betalen.
Ik verwijs in dat verband trouwens naar de conclusie van een studie van André Decoster en van de Nationale Bank dat de belastingdruk voor de rijkste 1 % 23 % bedraagt en ik heb het niet over het vermogen, tegenover 43 % voor de gewone Belg.
Professor De Grauwe ziet ook de verlaging van de sociale bijdragen, zogezegd om de competitiviteit te versterken, als een oorzaak. Welnu, verschillende studies tonen aan dat het geld van de fameuze taxshift vooral de aandeelhouders ten goede is gekomen, taxshift die echt een probleem is voor onze sociale zekerheid.
De aanpak komt neer op een strategie van sabotage van de sociale zekerheid, waarmee de N-VA twee regeringen geleden begonnen is. Zij hanteerde inderdaad de tactiek van starve the beast om daarna te kunnen stellen dat we nog meer op onze sociale zekerheid moeten besparen. Dat is ook de weg die de regering-De Wever is ingeslagen met haar zeer straffe pensioenhervorming, die wij nu aanvechten voor het Grondwettelijk Hof en die niet meer of niet minder vrouwen discrimineert. Het is niet normaal dat men werknemers, nadat ze dertig jaar pensioenrechten hebben opgebouwd, in hun pensioen de wacht aanzegt voor wat ze destijds hebben gedaan.
Het probleem zit niet alleen bij de inkomsten. Het Federaal Planbureau, de Europese Commissie, het Rekenhof en het Monitoringcomité wijzen ook op een ander probleem, namelijk de verhoogde militaire uitgaven. Het zal geen verrassing zijn, collega's, dat ik het daarover heb, want zij zijn duidelijk mee een oorzaak van het oplopende begrotingstekort.
De regering voorspelde aanvankelijk dat het begrotingstekort dankzij de saneringen zou verminderen, maar wat besliste zij, waardoor het begrotingstekort blijft oplopen? Zij besliste om de militaire uitgaven vervroegd te verhogen naar 2 % van het bruto binnenlands product.
Trouwens, dat men de uitgaven voor Defensie uitdrukt als een percentage van het bruto binnenlands product, is eigenlijk echt absurd. In 2026 moet er door een stijging van het bruto binnenlands product 188 miljoen euro extra naar Defensie gaan. Ik heb nog altijd niet begrepen waarom de uitgaven voor Defensie als een percentage van het bruto binnenlands product moeten worden uitgedrukt. Natuurlijk moeten we kijken wat we nodig hebben om ons land te verdedigen, maar dat uitdrukken als een percentage van het bruto binnenlands product vind ik absurd. Er werd beslist om de uitgaven voor 2026 te verhogen van 13,1 naar 13,3 miljard euro.
Alsmaar meer burgers hebben er hun buik van vol, zo leren hun getuigenissen mij. Onlangs bleek nog uit De Stemming, een opiniepeiling van VRT NWS, dat de steun voor de stijgende militaire uitgaven en de zogenaamde Trumpnorm afneemt. De steun voor de verhoging van het defensiebudget is gedaald van 71 naar 54 %. In Wallonië en Brussel zakt die steun zelfs onder 50 %.
Wat zien de mensen immers? Er wordt bespaard op onze pensioenen, op ons onderwijs en op onze openbare diensten. Zelfs onze gezondheidszorg ontsnapt er niet aan. We vernemen vandaag dat er zelfs ziekenhuissites zullen moeten sluiten, ook al noemt de regering het geen sluiting. Echter, als een bepaalde site geen spoeddienst meer huisvest of als patiënten er niet meer kunnen worden gehospitaliseerd en er enkel terechtkunnen voor consultaties en eendagsoperaties, dan komt het erop neer dat men niet meer dicht bij huis verzorgd kan worden.
De mensen moeten meer betalen voor hun medicatie en binnenkort ook meer voor de dokter, terwijl minister Francken zoveel mag uitgeven en aankopen als hij maar wil. De mensen stellen zich daar alsmaar meer vragen bij.
Dan is er ook nog de vraag waartoe al die militaire uitgaven zullen leiden. Zullen die tot vrede leiden, of omgekeerd, zullen die er net voor zorgen dat er meer conflicten zijn? Eens die militaire aankopen gedaan zijn en die militaire industrie er is, dan moet die machine natuurlijk ook blijven draaien.
12.42 Axel Ronse (N-VA): (…)
12.43 Sofie Merckx (PVDA-PTB): U hebt mij uit mijn concentratie gebracht, mijnheer Ronse. Ik weet niet meer wat ik wilde zeggen.
Eens men die wapenwedloop inzet en die wapenindustrie er is, dan moet die industrie ook blijven draaien en de enige manier om een oorlogsindustrie te doen draaien, is door meer oorlog te voeren.
De mensen stellen zich ook vragen bij die contracten die worden gesloten, want we hebben al het eerste droneschandaal gehad. Het Rekenhof zal zich daar nu over uitspreken, maar dat ziet er toch niet echt koosjer uit. We weten ook dat de regering steeds sneller beslissingen wil nemen, zonder alle controles te doen. Ook daarbij stellen de mensen zich meer en meer vragen. We hebben dat ook gezien op 14 juni. Toen waren we met 10.000 betogers in Europa, een echte vredesbetoging voor welzijn en tegen de oorlog.
Wat we de afgelopen maanden hebben gezien in het debat, is dat er zich ook binnen de regering mensen vragen stellen bij de verhoging van dat defensiebudget. Ministers Vandenbroucke en Beenders van Vooruit en hun partijvoorzitter hebben gesuggereerd om de militaire uitgaven te verminderen. De heer Mahdi heeft er zelfs een cijfer op geplakt. Hij zei dat als we het doel van 2 % van het bbp naar 1,8 % zouden brengen, dan zou dat al 600 miljoen opleveren. Ik vind dat goed gezegd van hem. We moeten ons effectief die vraag stellen en kijken naar de vermindering van de militaire uitgaven of alleszins die verhoging stopzetten.
Er is ook een groot probleem om de budgettaire discussie verder te voeren, want er is nog iets gebeurd. De regering dacht dat ze er als een bulldozer zou kunnen doorgaan, maar er is nu al 19 maanden heel veel protest tegen de maatregelen, met heel veel betogingen, heel veel mobilisaties.
U dacht de mensen tegen elkaar te kunnen opzetten, jongeren tegen ouderen, privé tegen publiek enzovoort. De mensen hebben zich evenwel verenigd en zijn massaal op straat gekomen tegen uw beleid. Wat zien we in de cijfers? We zien in het verslag van het Rekenhof dat die protesten echt concrete resultaten hebben gehad, zoals voor de btw-hervorming. Voorlopig hebt u die hervorming moeten afvoeren. Het gaat uiteindelijk om belastingverhogingen die de mensen vandaag niet moeten betalen.
Alle discussies die zijn gevoerd en al het protest dat er is geweest met betrekking tot de pensioenhervorming, hebben ervoor gezorgd dat de pensioenhervorming minder opbrengt voor de Staat dan gedacht. Dat betekent eigenlijk dat dat geld naar de gepensioneerden gaat. Het gaat toch over 600 miljoen euro tegen het einde van de legislatuur. Daarom wil ik ook tegen de mensen zeggen dat op straat komen en mobiliseren effectief resultaat heeft. Doordat de pensioenmalus zoals hij is goedgekeurd iets minder streng is, zullen ongeveer 5.000 mensen per jaar die pensioenmalus ontlopen. We hebben ook gezien dat de steun en het begrip voor de sociale beweging toenemen. Twee derde van de inwoners van het land, in de drie gewesten, steunen of begrijpen het sociaal protest tegen de regering.
Nu wachten we op de budgettaire discussie, die moet plaatsvinden vóór 21 juli. Blijkbaar hebt u zelf al begrepen dat u die deadline niet zult halen. Misschien wordt het dan opnieuw 15 oktober, of zal de discussie net zoals deze keer met zeer veel vertraging plaatsvinden. Ondertussen is het duidelijk dat er alternatieven zijn. We hebben de suggesties van het Planbureau gehad. Dat er alternatieven zijn, hebben ook de vakbonden aangetoond. Zij hebben een burgerpetitie ingediend met voorstellen voor een eerlijke begroting en een eerlijke fiscaliteit. We hopen dan ook dat we de vakbonden de komende tijd nog zullen horen in de commissie voor Financiën en Begroting, omdat zij hun burgerpetitie moeten toelichten.
De voorzitster: Mevrouw Merckx, ik moet u onderbreken. De heer Ronse heeft een korte vraag.
12.44 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw Merckx, ik vind het heel interessant dat u cijfers noemt over onderzoeken naar wat mensen wel en niet steunen. Ik vraag me af waarom u ook niet vermeldt dat de overgrote meerderheid, ik denk ongeveer 80 % van de Vlamingen, de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd steunt en dat bijna 80°% vindt dat er een veel betere controle moet komen op langdurig zieken en dat er hervormingen nodig zijn. Ik vraag me af waarom u die cijfers niet aanhaalt, want dat zijn toch zeer frappante cijfers. Het gaat immers om een hele grote meerderheid, bijna stalinistisch.
De voorzitster: Ik wil in het algemeen vragen om bij het thema te blijven.
12.45 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer Ronse, als ik een sterk punt aan de regering mag geven, dan kan ik bevestigen dat uw regering wel slaagt, weliswaar deels, in verdeel en heers, mensen tegen elkaar opzetten. Daarin zijn jullie wel geslaagd. In het begin was daarvoor steun en daar is nog steun voor.
Laten we het voorbeeld belichten van de beperking van de werkloosheid de tijd. Veel mensen hebben dat aanvankelijk gesteund, maar vandaag zien we dat werkende mensen hun werkloosheidsuitkering toch verliezen, bijvoorbeeld omdat ze te weinig uren hadden. Mensen die bijvoorbeeld interimcontracten aan elkaar rijgen om te werken, verliezen toch hun werkloosheidsuitkering.
Ik heb onlangs nog met een vrouw gesproken. Zij had een halftijds contract en kreeg daarnaast een aanvullende werkloosheidsuitkering. Ze werkte in een tankstation en werd onlangs ontslagen. Wat gebeurt er nu? Ze verliest haar werkloosheidsuitkering, ondanks het feit dat ze al jaren halftijds werkte. Welnu, ik denk dat mensen vandaag beginnen te zien dat jullie iedereen aanvallen.
Hetzelfde geldt voor de pensioenhervorming. Met die hervorming zouden jullie ervoor zorgen dat mensen die niet werken een lager pensioen krijgen. Wat hebben jullie uiteindelijk gedaan? Jullie nemen het pensioen van heel veel werkende mensen af. Dat komt niet overeen met wat jullie vooraf hadden aangekondigd.
Ik weet niet of dat antwoord voldoende is, maar daarmee heb ik de regering ook een punt gegeven.
Ik kom tot het besluit van mijn uiteenzetting. Het gaat over de begroting, dus heeft onze partij ook vandaag allerlei amendementen ingediend om de alternatieven, die er zijn, alvast te laten goedkeuren. We rekenen op uw stem. Tijdens de mondelinge vragen vanmiddag is de begroting ook al aan bod gekomen. Les Engagés pleit nu ook voor een vermogensbelasting. Dat is een positieve zaak, zelfs al stelt Les Engagés voor om een vermogensbelasting te heffen vanaf 500.000 euro. Met PVDA zeggen we dat er een miljonairstaks moet komen, maar die taks moet echt de ultrarijken treffen. Daarom stellen wij een vermogensbelasting van 2 % vanaf 5 miljoen euro voor, zodat we de 1 % superrijken raken, en 3 % vanaf 10 miljoen euro. Dat is ons concreet idee. Dat zou tot 8 miljard euro kunnen opleveren en zodoende een echt budgettair alternatief kunnen zijn.
We zien dat de Belgen daar ook massaal achter staan. Mijnheer Ronse, luister goed. U vraagt mij om te luisteren naar wat de Belgen steunen. De Belgen staan er ook wel echt achter om de allerrijkste mensen te belasten. Driekwart van de Belgen staat daarachter.
We hebben ook een aantal amendementen ingediend om de militaire uitgaven te verminderen, onder andere om die elf extra F-35’s niet aan te kopen.
Een ander amendement behelsde de sluiting van fiscale achterpoortjes, en ging erover dat er in de meerwaardebelasting natuurlijk geen belasting op meerwaarde in de vennootschapsbelasting zat. Daarover hebben we toen al een amendement ingediend en we dienen dat nu opnieuw in.
Waar veel mensen natuurlijk op zitten te wachten, zijn besparingen op de politiek. Daar vragen de mensen natuurlijk naar. Het is gemakkelijk om te beslissen dat 1.700 euro pensioen nog te veel is als je zelf 7.000 euro netto per maand verdient. Daarom stellen wij een halvering van de lonen voor politici voor.
Mijnheer de minister, u hebt alvast begrepen dat wij deze begrotingsaanpassing niet zullen goedkeuren en dat wij een aantal alternatieven voorstellen.
12.46 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le ministre, chers collègues, ce projet d'ajustement est basé sur le rapport du Comité de monitoring du 23 mars 2026. Ce rapport a mis en évidence un écart significatif par rapport aux prévisions du budget initial. Il a fait apparaître, en quelque sorte, un trou de 500 millions d'euros. L'objectif de cet ajustement, de ce contrôle budgétaire, est donc de remédier à ce manque et c'est ce qu'il fait.
Le résultat est un déficit de l'entité I de 24,5 milliards d'euros, soit 3,7 % du PIB. Il y a une amélioration de 100 millions d'euros par rapport au budget initial. Dans le même temps, ce qu'il est important et nécessaire de souligner, c'est que nous continuons à respecter nos engagements européens au regard du critère des dépenses nettes, c'est-à-dire du critère de croissance de nos dépenses. En fait, nous faisons même mieux que ce qui était prévu, puisque l'ensemble des pouvoirs publics belges pouvaient prétendre à une croissance des dépenses de 2,5 %, alors que nous sommes à 2 %.
Bien sûr, nous ne nous en sommes pas cachés, l'ajustement présenté ici est essentiellement technique. Il y a plusieurs points à souligner. Il y a une augmentation des recettes issues des droits de douane à hauteur de 141 millions d'euros. Il y a une réévaluation du rendement du régime VVPRbis pour 334,5 millions d'euros. De notre côté, nous tenons à souligner l'augmentation importante de la dotation à Fedasil, avec 41 millions d'euros supplémentaires. Lors du budget initial de 2026, des critiques avaient été formulées quant au montant prévu. On voit qu'ici, les besoins sont bien présents et que les moyens sont mobilisés. Le gouvernement répond donc à ses engagements.
Tout cela ne signifie évidemment pas que tout va bien. La Cour des comptes nous le rappelle dans son rapport. La trajectoire pluriannuelle demeure préoccupante, les déficits sont importants et la charge de la dette continue à augmenter. Cela signifie que, chaque année, nous payons de plus en plus de milliards d'euros en intérêts, au lieu de pouvoir utiliser cet argent pour des priorités collectives comme la santé, la justice, la sécurité ou encore la recherche.
Il faut être lucides, nous avons une responsabilité et nous devons poursuivre le travail que nous avons engagé. Depuis le début de cette législature, nous avons lancé toute une série de réformes courageuses et importantes. Nous nous sommes attaqués à nos dépenses en matière d'activation, de pensions et de fonctionnement même de l'État. Ces efforts étaient nécessaires, ils le sont encore et d'autres devront bien entendu être réalisés en matière de dépenses. Mais il faut aussi être honnête et souligner que le débat budgétaire ne se limite pas à examiner les dépenses. Il doit aussi amener le gouvernement à regarder ses recettes. Le ministre l'a d'ailleurs dit cet après-midi, dans le cadre des questions d'actualité. Le ministre le dit, nous le disons, mais également la Cour des comptes. En examinant l'évolution de nos dépenses et de nos recettes, elle met en évidence une stabilité des recettes entre 2026 et 2029 par rapport au PIB. Elle indique que les dépenses représentent 32,4 % du PIB en 2026 et passeraient à 32,5 % en 2029. En revanche, les recettes passeraient de 30,4 % du PIB à 29,5 % du PIB en 2029.
Pour rappel, la Cour des comptes souligne que ce ratio s’élevait à 30,8 % en 2022. Ces chiffres témoignent d’une érosion progressive mais importante de notre base fiscale et, par conséquent, de nos recettes.
Ce constat n’est pas seulement celui de la Cour des comptes. De nombreux économistes et professeurs attirent également l’attention sur ce phénomène. Le professeur Paul De Grauwe a notamment consacré une étude à cette question. Il y identifie plusieurs facteurs explicatifs, parmi lesquels la multiplication des niches fiscales, les exonérations de toutes sortes ou encore l'ampleur prise par les sociétés de management. Autant de mécanismes qui contribuent à un manque à gagner important.
Je pense que cette situation mérite toute notre attention. Selon les estimations du professeur De Grauwe, le manque à gagner pourrait atteindre environ 21 milliards d’euros par an. Cela ne signifie évidemment pas que l’on puisse récupérer cette somme du jour au lendemain. Mais cela démontre qu’il existe un véritable espace de réflexion sur nos recettes.
Ce qui est important pour nous, c’est de disposer d’une fiscalité simple, transparente et compréhensible. Une fiscalité qui puisse être appliquée efficacement et contrôlée correctement. La fiscalité doit être contrôlable, car c’est une condition essentielle pour garantir davantage de transparence, de justice et d’efficacité. C’est aussi la meilleure manière d’assurer une perception optimale des recettes liées aux taxes existantes.
Dire cela ne signifie pas que nous souhaitons augmenter les impôts de manière aveugle ou à tout prix. Cela signifie simplement que nous voulons faire preuve de réalisme et de pragmatisme. Lorsque des niches fiscales n’atteignent plus leurs objectifs, il est légitime de les réévaluer.
De même, lorsque certains mécanismes conduisent à ce que certains contribuent proportionnellement moins que d’autres, il est nécessaire de les remettre en question et de les repenser. Notre priorité est donc d’aboutir à une fiscalité plus simple, plus efficace et finalement plus juste pour l’ensemble des citoyens. Si des réformes permettent d’atteindre cet objectif, nous devrons naturellement les soutenir.
Le travail revient désormais au gouvernement, qui devra se saisir de cet enjeu majeur. Il faudra du courage. Nous en avons déjà fait preuve; il en faudra encore demain.
Monsieur le ministre, je vous souhaite beaucoup de courage dans ce travail. Pour notre part, nous soutiendrons cet ajustement et suivrons avec attention la poursuite des travaux du gouvernement en matière budgétaire.
12.47 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Collega's, voor ik begin, wil ik de heer Vandeput bedanken. We zijn hier immers allemaal al een aantal maanden bezig om een alternatief te vinden voor 'stinkende kameel'. Dat begint echter een beetje afgezaagd te worden. Ik ben daarom blij dat hij vandaag een nieuw dier heeft geïntroduceerd, namelijk de schildpad. Arizona is dus vanaf nu de schildpad. Bedankt daarvoor.
Daarnaast wil ik nog een waarschuwing geven. Mevrouw Verkeyn heeft daarnet gezegd dat zij al een hele week hoofdpijn heeft van de verschillende ideeën die circuleren rond de begroting. Ik wil u dus even verwittigen, mevrouw Verkeyn, dat er mogelijk nog wat hoofdpijnmateriaal in mijn tussenkomst zit. Alvast mijn excuses daarvoor.
Collega's, misschien herinneren sommigen onder u het zich nog, maar een van de grootste kritieken die onze fractie had op de begroting voor 2026, was het overmatige gebruik van begrotingsruiters. Een begrotingsruiter is een toelating aan de minister om op eigen houtje binnen zijn departement budgetten te verschuiven zonder dat daarvoor een begrotingswijziging nodig is en dus zonder parlementaire controle. Vooral de domeinen politie, Justitie en Landsverdediging maken hiervan op een nooit geziene manier gebruik.
De controle daarop achteraf is bijzonder moeilijk. Uit wat wij hebben kunnen vaststellen, blijkt dat vooral Defensie al uitgebreid gebruik heeft gemaakt van de budgettaire macht die de bevoegde minister daarvoor heeft gekregen. Bij Defensie zien we dat sinds eind april honderden miljoenen euro aan vereffeningskredieten zijn verschoven en maar liefst 2 miljard euro aan vastleggingskredieten.
Ik zeg sinds eind april, want herinner u dat de begroting pas in april van dit jaar is gestart. De eerste drie maanden van het jaar hebben we gewerkt met voorlopige twaalfden. Een mens vergeet zulke dingen snel, maar dat was wel degelijk het geval. Er is dus al 2 miljard euro verschoven, op twee maanden tijd.
Waarom vinden wij het gebruik van die begrotingsruiters zo problematisch? Waarom blijven wij daarop terugkomen? De reden is dat het gebruik van die ruiters drie fundamentele problemen creëert.
Ten eerste is er een machtsverschuiving weg van het Parlement richting de uitvoerende macht. Ten tweede leidt het tot een gebrek aan transparantie in de begroting, waardoor het toezicht van het Parlement en van de bevolking op de regering wordt bemoeilijkt. Ten derde houdt het een risico in voor een goed budgettair beheer. Ik licht dat even toe.
Het eerste probleem is de machtsverschuiving richting de regering. De regering heeft geen enkele noemenswaardige reden gegeven voor het gebruik van de begrotingsruiters. Er is geen enkel degelijk argument waarom ook die drie departementen niet op een normale manier kunnen werken en eventuele budgetverschuivingen kunnen doorvoeren op momenten zoals een begrotingscontrole of een begrotingsaanpassing via het Parlement. De enige reden die overblijft, is dat de regering dat doet omdat het kan en omdat ze op die manier minder last heeft van dat vervelende Parlement.
Veelzeggend was de reactie van minister van Defensie Theo Francken toen de heer Staf Aerts hem daarover ondervroeg in de commissie voor Landsverdediging. Ik zal het antwoord van de minister hier weergeven. Ik zal proberen de ‘euhs’ achterwege te laten, maar dat antwoord ging ongeveer als volgt: "Ik snap eigenlijk het probleem niet. Dat is altijd zo. Het is niet juist dat er cijfers van de ene tabel naar de andere worden gegooid."
Tussen haakjes, beste Theo, dat is dus wel juist. “Er wordt altijd verschoven tussen posten. Dat gebeurt lokaal ook zo, in schepencolleges. De voorzitter van de commissie is schepen van Financiën. Die zal dat wel weten." Ik meen dat het over de heer Buysrogge gaat. Klopt het wat de minister beweert, namelijk dat het in een schepencollege ook op die manier gaat? Uw non-verbale reactie is duidelijk.
Ik ga door met het antwoord van de minister: "U moet nu niet doen alsof wij chipoteren. Het is vreemd dat u doet alsof wij dat hebben uitgevonden bij Defensie. Alle ministers doen dat. Dat wordt goedgekeurd door de minister van Begroting." Tussen haakjes, beste Theo, dat is niet waar. Dat geldt voor politie, Justitie en vooral voor Defensie. Dat geldt niet voor alle ministers.
Collega's, dat waren antwoorden op de vraag welke verschuivingen er zijn gebeurd en waarom. Als mijn arme collega Aerts dan doorvraagt naar de details van die verschuivingen, wordt Theo boos en bitsig. Dat is gewoon niet normaal.
Ter herhaling citeer ik nog eens Theo Francken, die tijdens de vorige legislatuur het volgende heeft verklaard: "Er stelt zich een principieel probleem aangaande het feit dat voorzien wordt in dermate hoge provisionele kredieten. Het is beter om indien nodig en op basis van een grondig dossier bijkomende middelen te vragen bij de begrotingscontrole. Dat zet de dienst en het kabinet van de bevoegde minister aan tot waakzaamheid met betrekking tot de toewijzing van de middelen."
Dat ging toen over een bedrag van 90 miljoen. De begrotingsruiter bij Defensie gaat over 10 miljard. Tot zover dus de consistentie bij minister Theo Francken.
Dan kom ik aan het tweede probleem, namelijk het gebrek aan transparantie van de begroting. Hetgeen hier vandaag voorligt, collega's, is een aanpassing van de uitgavenbegroting. Het wetsontwerp, dat u allemaal tot in detail hebt doorgenomen, is een document van 1.096 pagina's, waarvan 640 pagina's toelichting bij de aanpassingen en daarbovenop nog eens 195 pagina's algemene toelichting.
In al die toelichtingen kunnen we van naaldje tot draadje volgen wat er allemaal gebeurt met de centen, van de budgetten voor de fotokopieën bij Justitie tot het geld voor de werkkledij, het wordt allemaal uitgelegd in meer dan duizend pagina's. Voor de verschuiving van 2 miljard bij Defensie moet het Parlement het echter doen met één blaadje papier, zonder enige toelichting bij die verschuivingen. Ik heb die tabel hier bij mij. Die is onleesbaar. Nergens vinden we ook maar één toelichting. Het zijn een paar getalletjes en een paar codes. Vanuit het oogpunt van de transparantie van de begroting lijkt het ons totaal onaanvaardbaar dat budgetten die groter zijn dan het volledige budget van sommige andere departementen, zonder toelichting aan het Parlement worden verschoven.
Dan kom ik aan het derde probleem. Het is geen goed budgettair beheer. Bij de omvangrijkste herverdelingen met betrekking tot Defensie vinden we alleen de handtekening terug van de minister van Defensie en die van de Inspectie van Financiën. Zelfs de handtekening van de minister van Begroting is daar niet meer nodig. Dat zet de deur wagenwijd open naar slordig en onzorgvuldig beheer. Als het over zulke astronomische bedragen gaat, moet er voorzichtig gehandeld worden. Dan is het niet meer dan normaal dat meer mensen daarnaar kijken en dat bestuderen.
Men zou denken dat ten minste Theo Francken ondertussen begrepen heeft dat zijn budget best secuur beheerd wordt, omdat iedereen met argusogen naar de besteding van het budget van Defensie kijkt. Dit staat dus goed budgettair beheer in de weg. Mijnheer de minister, ik hoop uit de grond van mijn hart dat ook u deze bezorgdheid deelt en dat de begroting van 2027 komaf zal maken met begrotingsruiters en provisies van deze omvang.
Dan kom ik tot de begroting van 2026 en de aanpassingen die voorliggen. Het Rekenhof heeft daarover een aantal interessante opmerkingen gemaakt. Ik wil er enkele van overlopen.
Wat de fraudebestrijding betreft, werd bij de opmaak van de begroting voor 2026 luid getoeterd dat er veel nieuwe mensen zouden worden aangeworven: bijkomende personeelsleden bij de Bijzondere Belastinginspectie en extra mensen bij Justitie voor een nieuw fiscaal parket dat zou worden opgericht.
Natuurlijk moet die investering renderen en opbrengsten genereren. Dat is logisch. Die inkomsten zijn dan ook ingeschreven in de begroting voor 2026. Het Rekenhof stelt echter samen met ons vast dat al die aanwervingen vertraging oplopen. Ik kan dat ergens begrijpen. Het gaat om zeer specifieke profielen die niet voor het rapen liggen. Dat vergt tijd.
Het Rekenhof merkt echter op dat een vertraging in de aanwervingen logischerwijs ook leidt tot een vertraging van de opbrengsten. Die correctie wordt evenwel niet aangebracht in deze begroting. De mensen zijn er niet, maar ze zouden wel evenveel moeten opbrengen. Ik stel voor om even af te wachten of dat werkelijk zo is, want als die inkomsten toch vanzelf binnenkomen, kunnen we het beter zo laten. Dan hoeven we die mensen zelfs niet aan te werven.
Een andere opmerking betreft de lineaire besparingen die worden doorgevoerd bij alle overheidsdiensten. Er wordt bezuinigd op personeel, ook bij de FOD Financiën. Volgens het Monitoringcomité zal dat een negatieve impact hebben op de resultaten van andere maatregelen die de regering heeft genomen op fiscaal en sociaal vlak, onder meer door een tekort aan controlepersoneel.
In het kader van die oefening heeft de FOD Financiën een nota overgemaakt waarin de impact van die besparingen op de belastinginkomsten wordt geraamd. De FOD Financiën rekent voor 2026 op ongeveer 180 miljoen euro minder inkomsten als gevolg van de personeelsafbouw. Dat bedrag werd door het Monitoringcomité voor 2026 meegenomen. Het Monitoringcomité heeft die raming gevalideerd en opgenomen in zijn cijfers. In de begrotingsaanpassing die vandaag voorligt, schrijft de regering die 180 miljoen euro aan inkomsten echter opnieuw expliciet in de boeken, ondanks het rapport van het Monitoringcomité.
Dat is opmerkelijk. Het Rekenhof zegt daarover dat die nota een belangrijke wake-upcall is vanwege de fiscus, maar de regering houdt er geen rekening mee.
We hebben de vraag uiteraard gesteld in de commissie. Minister Jambon antwoordde daarop dat die 180 miljoen niet wordt meegenomen omdat volgens hem de impact van de inkrimping van het personeel in 2026 veel beperkter zal zijn dan de inschatting van de FOD Financiën en het Monitoringcomité.
Goed, ik hoop dat hij gelijk heeft. Maar over zo’n nota van de administratie, gevalideerd door het Monitoringcomité, zou ik toch niet zo licht over gaan, zeker als het gaat over 180 miljoen euro. We zullen de resultaten volgend jaar bij de rekening zien, zeker?
Over het beleidsdomein Energie, dat eerder vandaag ook al ter sprake is gekomen, zegt het Rekenhof dat de manier waarop men daar te werk gaat eigenlijk niet de juiste is. Het gevolg daarvan is dat heel veel dingen onduidelijk zijn en moeilijk te controleren zijn. Het Rekenhof heeft ter zake een aantal aanbevelingen geformuleerd. Mijnheer de minister, ik ga ervan uit dat die aanbevelingen om een en ander transparanter te maken, worden meegenomen.
Inzake energie staat een andere grote vraag natuurlijk nog open. Wat met de intentieverklaring over de overname van de kerncentrales? Het Rekenhof heeft geen extra informatie. Zo kunnen we lezen in het rapport: "De budgettaire impact is nu te onzeker, daarom is er bij de opmaak van de aangepaste begroting voor 2026 geen rekening mee gehouden."
Het gaat potentieel over heel veel geld. De eerste minister heeft gisteren eindelijk verklaard wie ter zake het verdere onderzoek zal doen, de zogenaamde due diligence die aangekondigd was. De bank Rothschild & Co zal voor meer duidelijkheid moeten zorgen over de modaliteiten om tot een beslissing te kunnen komen tegen oktober. Op dit moment is het onduidelijk welke budgettaire impact dat zal hebben.
Kortom, mijnheer de minister van Begroting, welke budgettaire limieten zijn voor u als minister van Begroting in deze regering aanvaardbaar voor die operatie?
Dan wil ik ingaan op de ETS-middelen. Dat is ook een verhaal dat al jaren meegaat. België heeft recht op 1,9 miljard euro uit de Europese pot, maar we kunnen dat geld niet gebruiken. Het staat geblokkeerd omdat de Vlaamse, de Waalse, de Brusselse, en de federale regeringen het al drie jaar niet eens geraken over de verdeling ervan.
Nochtans zou dat geld goed kunnen worden gebruikt om renovaties en warmtepompen goedkoper te maken of om de vergroening van de industrie te steunen. Telkens opnieuw vragen we naar de stand van zaken van dat overleg en telkens opnieuw wordt gezegd dat het wel in orde komt.
Tijdens het debat over deze begrotingsaanpassing heb ik de vraag uiteraard opnieuw gesteld. Minister Van Peteghem heeft toen gezegd dat de week na onze bespreking een IKW-werkgroep daarover zou samenkomen.
Mijnheer de minister, is die werkgroep daadwerkelijk samengekomen? Wat is het resultaat van die vergadering? Wanneer mogen we verwachten dat die 1,9 miljard euro gedeblokkeerd raakt? Het gaat over veel geld en het is hoog tijd.
Nu wil ik nog even ingaan op asiel en migratie. De heer Vermeersch heeft daarnet gezegd dat hij ontgoocheld was dat de N-VA niet sprak over asiel en migratie, maar ik zal hem niet teleurstellen, ik zal er wel over spreken. Misschien zijn het niet de zaken die hij wil horen, maar dat zullen we dan wel zien.
Collega's, we weten dat Asiel en Migratie het beleidsdomein is met het grootste verschil tussen de cijfers uit het regeerakkoord en de realiteit. Dat blijkt nu ook uit de aanpassing van de begroting en uit het rapport van het Rekenhof. Dat is geen verrassing. Iedereen kon dat voorspellen en wij hebben dat in februari 2025 ook al voorspeld. De minister van Asiel en Migratie kondigt nu nog verschillende bijkomende maatregelen aan om dichter bij de oorspronkelijke doelstelling te komen. Sorry, maar zo werkt het niet. Dat is gewoon slecht beleid. Men zit met een realiteit die men gewoonweg niet kan ontkennen. Ook al gaat men voor het strengste migratiebeleid ooit, dan nog moet men een begroting opstellen op basis van een realistische situatie, zoals die zich vandaag aandient, anders maakt men zichzelf blaasjes wijs.
Vandaag zou de afbouw van het opvangnetwerk niet aan de orde mogen zijn, want er slapen nog altijd mensen op straat. Asielzoekers wachten gemiddeld nog altijd 17 maanden op een antwoord op hun asielaanvraag, waardoor ze langer dan nodig een bed bezetten. Zelfs als er plaatsen vrijkomen, is er nog nood aan voldoende buffercapaciteit om fluctuaties op te vangen. Als de conflicten in het Midden-Oosten voor een onverwachte komst van asielzoekers zorgen, is het systeem niet voorbereid als er geen buffercapaciteit is.
Bij dezen lanceer ik dus een warme oproep. Voer dat beleid op basis van geloofwaardige projecties en een menselijk beleid. Als het verder gaat zoals nu, riskeren verzonnen cijfers immers te leiden tot nog meer onmenselijke situaties.
Ik weet dat de N-VA en Vooruit keihard asiel en migratie willen kapotbesparen, maar er zitten ook een aantal menselijke partijen in de regering. Gelukkig behoort de minister van Begroting tot een van die partijen. Ik heb er dus alle vertrouwen in.
Mijnheer de minister, na de begroting van 2026 komt normaal gezien ook een begroting voor 2027 en voor de jaren daarna. Dat is een oefening waaraan u heel binnenkort zult beginnen en waarmee u achter de schermen waarschijnlijk al bezig bent. Het is natuurlijk ook een oefening waar niemand blij van wordt. Rapport na rapport dat binnenkomt, van de Nationale Bank van België, het Federaal Planbureau en het Monitoringcomité, toont aan dat de situatie telkens opnieuw dramatischer wordt. Het wordt tijd dat het rotten wordt gestopt.
We hebben het al vaak over de alternatieven gehad en ik vermoed dat we het er hier nog vaak over zullen hebben. Volgens de eerste minister is er geen alternatief en moet het gat in de begroting vooral worden gedicht met vier maatregelen. Het klavertje vier van De Wever omvat een indexsprong, een btw-verhoging, besparingen op langdurig zieken en besparingen op de gezondheidszorg. Dat zijn de maatregelen die de N-VA ongetwijfeld opnieuw op tafel zal leggen. Mijnheer de minister, u hebt al vaak gesproken over alternatieven. Wij hebben al vaak gesproken over alternatieven. Het Federaal Planbureau heeft op uw vraag alternatieven gezocht en u een lijst met 264 alternatieven aangeboden.
Mijnheer de minister, zo vlak vóór de opmaak van een nieuwe meerjarenbegroting en de zoektocht naar ettelijke miljarden geef ik u graag nog eens een greep uit onze alternatieven mee. Ik vermoed dat u ze ondertussen wel kent, maar een korte opfrissing vlak vóór het examen kan nooit kwaad. Mevrouw Verkeyn, opgepast, hier komt het hoofdpijnmoment.
Ten eerste, stop de lekken aan de inkomstenzijde. Op 1 juni heeft professor Paul De Grauwe nog een tekst geschreven over een verwatering van de inkomsten met 21 miljard euro tussen 2013 en vandaag. Daar moet toch iets van te herstellen zijn, daar moet toch iets van te recupereren zijn. Dat kan toch niet anders?
Een tweede punt is afkomstig van Fednot, de federatie van notarissen, met een speciale vermelding voor collega Van Quickenborne. Fednot heeft gisteren bekendgemaakt dat het aantal managementvennootschappen maar blijft stijgen. Het gaat van kwaad naar erger. Ik weet dat u dat aanmoedigt, mijnheer Van Quickenborne. U hebt deze week nog in de commissie gezegd dat iedereen die er baat bij kan hebben, een dergelijke vennootschap zou moeten oprichten. Sta me toe om het daarmee niet eens te zijn. Het probleem is dat die vehikels daar niet voor dienen. Daar dienen die managementvennootschappen niet voor.
Mijnheer de minister, zoek naar maatregelen om die vervennootschappelijking tegen te gaan en stop de nieuwe lekken die worden georganiseerd. De meerwaardebelasting van 500 miljoen bevat een enorme achterpoort voor grote investeerders en de minister van Financiën weigert die te sluiten. Doe daar iets aan. Ga met een kam door de bedrijfssubsidies. De Nationale Bank heeft daarover gerapporteerd. Dat gaat over 25 miljard en een deel daarvan is nuttig, maar van een ander deel zegt de Nationale Bank dat die niets opleveren voor de economie. Ga daar met een kam door en schrap de subsidies die niets opleveren. Dat zijn uitgaven, geen inkomsten. Ga met een kam door de fossiele subsidies. De federale regering geeft daar nu 16 miljard aan uit. Die kunnen niet allemaal afgeschaft worden, zeker niet onmiddellijk, maar een deel wel en een ander deel moet worden geheroriënteerd. Pak dat aan.
Mevrouw Merckx en zeker de collega's van Les Engagés, heb het lef om een echte vermogensbelasting te heffen voor de multimiljonairs en de miljardairs. Heb het lef om dat te doen. We zijn blij dat die steun groeit. Groen heeft daarover een voorstel laten doorrekenen. Ons voorstel kan 2 miljard opleveren tegen 2029, maar we zijn ook heel benieuwd naar het voorstel van de collega's van Les Engagés. We willen hen zeker volgen in hun denkpatroon en ik hoop dat de rest van de meerderheidspartijen dat ook doet.
Mijnheer de minister, ga voor een degelijke digitaks voor de techgiganten. Dat zijn multinationals, mijnheer Van Quickenborne, die niet fysiek aanwezig zijn in ons land, die hier vandaag niets bijdragen, maar in ons land wel een valse concurrentie organiseren met onze zelfstandigen en onze kmo's. Ik denk dat zelfs u daar oren naar moet hebben.
De voorzitster: Mijnheer Vanbesien, de heer Vermeersch heeft een vraag.
12.48 Wouter Vermeersch (VB): Collega, gewoon uit oprechte interesse. Les Engagés spreekt over vanaf 500.000 euro. De PVDA heeft het over meerdere miljoenen euro. Wat is uw voorstel? Vanaf welk vermogen moet men een aanslag vestigen of een onteigening doorvoeren?
12.49 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Het is geen onteigening. Het voorstel dat wij gedaan hebben, begint vanaf 3 miljoen euro. Ik denk dus dat 500.000 euro een beetje kort door de bocht is. Collega's hebben gezegd dat het geen voorstel is dat te nemen of te laten is, het is amendeerbaar. Als iemand het beter kan maken, mag die het beter maken. Het is ook nog niet berekend volgens mij. Er staat nog geen bedrag op.
12.50 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik ga daar heel kort iets over zeggen. Ik heb het volgende begrepen van Les Engagés.
Ce que moi j'ai compris des Engagés – ils sont très engagés –, c'est que c'est un peu comme avec le cd&v.
Mijnheer Dubois, bij cd&v is het steeds enerzijds, anderzijds. De heer Van den Heuvel vindt dat heel belangrijk. De heer Van Peteghem ook. D’une part, d’autre part.
Ik heb echter daarnet begrepen, toen ik de zaal kortstondig verliet, dat op de banken van Les Engagés werd gezegd niet met ons. Met andere woorden, zij zijn niet voor die taks.
Ik heb een klein vermoeden dat de heer Dubois ook in dat kamp zit en dat niet wil doen. De heer Dubois is immers een intelligent man, veel intelligenter dan anderen hier in de zaal. Ik weet niet of hij vermogend is, maar hij is een intelligent man. Hij weet zeer goed dat als men zoiets invoert, men alle zelfstandigen, bakkers, beenhouwers, aannemers, architecten enzovoort zal treffen. Mijnheer Dubois, steunt u voor de volle 100 % het idee van uw voorzitter of niet?
Iemand die nu binnenkomt, is trouwens niet zo enthousiast over die rijkentaks van Les Engagés.
Monsieur Dubois, je m'adresse à vous car nous sommes dans un débat que je trouve important.
De voorzitster: Het is een beetje offtopic. U mag antwoorden als u dat zelf verkiest.
12.51 Xavier Dubois (Les Engagés): Je ne suis pas président de parti et je ne suis pas non plus ministre. Une idée a été mise sur la table. Cette idée sera débattue au Conseil des ministres, dont je ne fais pas partie.
Dans mon intervention précédente, j'ai souligné le fait qu'il fallait regarder à la fois les dépenses et les recettes. Je pense qu'avant d'intégrer des nouvelles taxes, il faut déjà faire en sorte que les taxes qui existent soient vraiment bien perçues. C'est ce que j'avais déjà dit en commission, je reste donc assez cohérent.
Bien entendu, l'enjeu est extrêmement important et les efforts qu'on devra faire le seront tout autant. Toutes les pistes qui sont mises sur la table devront être examinées. Je pense toutefois qu'il y a un effort à fournir pour faire en sorte que les taxes qui existent soient bien perçues.
Bien entendu également, il y a toute une série de niches fiscales et d'exonérations qu'on doit examiner. Il y a aussi la problématique des sociétés de management, sur lesquelles nous devrions aussi ouvrir les yeux.
Nous pourrons ainsi très concrètement récupérer une bonne quantité de moyens, en travaillant de manière précise et réaliste sur ces différentes thématiques. Toutes les pistes sont sur la table, comme le ministre l'a dit tout à l'heure, et elles doivent toutes être analysées de manière sérieuse.
De voorzitster: Mijnheer Van Quickenborne, we proberen wel stilaan terug naar de begrotingsaanpassing te gaan.
12.52 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Zeker, maar het was collega Vanbesien die de kat de bel aanbond.
J’apprécie énormément votre sincérité et votre réponse, parce que vous dites qu’il faut commencer par garantir que les taxes existantes soient bien perçues avant d’en créer de nouvelles.
Dat is interessant, want uw voorzitter heeft dat niet gezegd. Die zei namelijk dat dat een nieuwe taks is.
Mais il est vrai qu’il faut garantir la bonne perception des taxes existantes.
Grâce à mon excellente cheffe de groupe, j’ai reçu le rapport qui vient d’être publié sur le site de la RTBF portant notamment sur l’augmentation des recettes dans notre pays. Que constate-t-on en 2025? Une diminution, entre autres, des accises.
De accijnzen verlagen,
collega’s.
Monsieur Dubois, vous êtes bien au courant de la courbe de Laffer ?
Wanneer men dus de accijnzen verlaagt, zal men waarschijnlijk minder grensaankopen zien en zullen de inkomsten stijgen. Dat is de oefening die u moet doen met deze regering: u moet de taksen verlagen. Dan zult u meer inkomsten genereren.
Hetzelfde geldt voor beleggen. Als u kiest voor onze Einsteinrekening in plaats van de meerwaardetaks zullen er veel meer mensen beleggen op de beurs en zullen de opbrengsten voor de overheid veel groter zijn.
Dat is dus wat u moet doen. Het is zeer positief dat u de hand reikt, maar laat alstublieft de nieuwe taksen achterwege. Laat de ondernemers en zelfstandigen met rust, anders zult u een ongeziene kapitaalvlucht creëren. Zelfs uit Wallonië zullen mensen vertrekken door die taks! Ik dacht dat daar alleen maar bossen waren, maar blijkbaar zijn daar ook ondernemers. Er gaan ondernemers vertrekken uit de Ardennen door die nieuwe taks.
12.53 Xavier Dubois (Les Engagés): Je n'ai pas à m'engager dans un débat sur la diminution des accises. En revanche, je redis ce que j'ai dit dans mon intervention, je pense qu'il faut faire en sorte que nous ayons un système fiscal simple, clair et transparent. De cette manière, je pense que tout le monde s'y retrouvera et que nous travaillerons réellement en faveur d'une plus grande justice fiscale. C'est dans cette direction que nous devons tous travailler. Je pense que le chantier est de taille, mais il faut regarder toute la palette de nos recettes fiscales pour parvenir à atteindre les objectifs fixés.
Comme je le disais, l'enjeu est très important.
Il faut absolument que nous arrivions à trouver des solutions tant en matière
de dépenses que de recettes. Je pense que j'ai clairement fixé les priorités.
12.54 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Het belangrijkste woord dat ik van mijnheer Van Quickenborne onthoud is het woord waarschijnlijk. Als je de taksen verlaagt, zullen de inkomsten waarschijnlijk stijgen. Dat is uiteraard ideologisch getint, maar dat is geen vaste wetenschap.
Ik had het ondertussen niet meer over die miljonairstaks of die vermogenstaks, ik had het ondertussen over een bijdrage van de techgiganten, de multinationals, waarover we volgende week een debat over zullen hebben en waarvan ik had gedacht dat mijnheer Van Quickenborne dat ging steunen. Ik heb in elk geval vanmiddag twee meerderheidspartijen zich daarover horen uitspreken. Mevrouw Truyman van de N-VA en mevrouw Taton van de MR hebben daar allebei voor gepleit. Nadien heeft mevrouw Verkeyn wel gezegd dat ze hoofdpijn krijgt van al die nieuwe ideeën. Misschien zal de N-VA nog een fractievergadering moeten organiseren om te zien of ze die ideeën dan echt wil lanceren of niet.
In elk geval, collega's, zal onze fractie volgende week in de commissie voor Financiën en Begroting een voorstel indienen om precies dat te doen: die multinationals, die techgiganten, die Chinese webshops op een legaal degelijke manier belasten, zodat de oneerlijke concurrentie met onze eigen middenstand en onze eigen kmo's voor een stukje wordt weggemasseerd. Ik ben blij dat er bij de N-VA en de MR toch al zeker interesse is. Mijnheer de minister, als alles in de commissie vlot verloopt, dan mag u die inkomsten verwachten vanaf 2027 en kunt u die mee opnemen in uw begroting. Graag gedaan.
Dat gaan we laten berekenen door het Rekenhof, maar volgens ons zal dat toch boven een miljard euro uitkomen, omdat we niet alleen over de diensten gaan praten, maar ook over goederen. Dat is echter een debat voor volgende week. Het gaat dan vooral over die webshops, Bol.com, SHEIN, Amazon, noem maar op.
Niet voor een bedrijf hier in België, mijnheer Van Quickenborne. We gaan die anderen aan ons laten betalen voor de infrastructuur die ze hier natuurlijk gebruiken. Dat debat komt eraan.
Mijnheer de minister, met de nieuwe begrotingsopmaak die er nu aankomt, kan deze regering tonen dat ze toch nog openstaat voor rechtvaardige begrotingsmaatregelen. Ik zou zeggen, grijp die kans, laat ze niet liggen. Ik wens u daar alle succes mee. Tot het zover is, zal onze fractie deze begrotingscontrole echter niet steunen.
12.55 Jan Bertels (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, ik heb het in mijn uiteenzetting, net zoals de heer Dubois en voor een stuk ook de heer Vanbesien, over de begrotingscontrole 2026. Vooreerst dank ik de medewerkers van de FOD BOSA voor hun harde werk – ik ben het eens met het lof van de heer Vanbesien – aan de uitgebreide verantwoording van heel wat – niet allemaal – posten.
Wat is nu de essentie voor de Vooruitfractie? Misschien stel ik er sommigen mee teleur, maar de voorliggende begrotingscontrole 2026 is voornamelijk een technische oefening, waarbij er technische correcties ten opzichte van de initiële begroting 2026 worden aangebracht om de begroting 2026 op koers te houden. Daarnaast bevat ze een aantal noodzakelijke maatregelen. Ik bespreek er enkele, die wij gelukkig na de discussies daarover in de bevoegde commissie de voorbije weken hebben goedgekeurd. Ten eerste, er werden middelen ingeschreven voor het DG Paraatheid en Respons inzake noodsituaties op Gezondheidsgebied, zijnde het nieuwe DG in het kader van crisissen. Het DG Paraatheid is aldus de waarnemende directeur-generaal gelukkig nu operationeel, goed voorbereid en klaar om crisissen aan te pakken. Dat komt zeker van pas, denk maar aan de dossiers rond ebola en het hantavirus, die in de commissie aan de orde kwamen.
Ten tweede, dankzij onze correctie kan het centrum voor Cybersecurity België nu, gelukkig, ook meer doen tegen cybercriminaliteit.
Collega's, ik kom nu bij het bredere plaatje. Een begroting bestaat uit twee luiken, namelijk inkomsten en uitgaven. Zullen wij de uitgaven moeten bekijken? Ja, dat moeten wij doen voor alle soorten uitgaven, zowel die in het kader van het overheidsapparaat, als die voor subsidies. Zo moeten we ook een aantal fiscale uitgaven met een kritische blik tegen het licht houden.
Moeten wij kijken naar de inkomsten? Ook dat moeten wij doen. Er is al naar verwezen en ook het Rekenhof heeft het aangegeven. Het percentage inkomsten ten opzichte van het bruto binnenlands product daalt. Dat is deels het gevolg van maatregelen waarvan de impact vooraf was ingeschat.
Anderzijds is de daling het gevolg van het feit dat we inkomsten rateren, omdat het systeem niet voldoende goed werkt. Voor de Vooruitfractie, zoals voor de meeste fracties, is een correcte en rechtvaardige inning van de fiscaliteit belangrijk.
De voorbije 25 jaar hebben we bij de opmaak van begrotingen zowel naar de inkomstenzijde als naar de uitgavenzijde gekeken. We hebben nooit iets anders gedaan, ook u niet, mevrouw Bertrand en mijnheer Van Quickenborne. U noemt zich nu wel Anders., maar ook u hebt altijd gekeken naar uitgaven en inkomsten. Dat zal ook nu weer voor de begroting gebeuren. Onder andere de ernstige situatie inzake ons schuldratio met oplopende rente-uitgaven, waarover we allemaal bekommerd zijn, noopt ons ertoe om de begroting in orde te brengen en dat zal tijd kosten. Voor de Vooruitfractie moet dat een evenwichtige oefening worden waarbij wij aandacht hebben voor de bescherming van de koopkracht.
Ik herinner de heer Vermeersch er even aan dat bij de opmaak van de begroting 2026 het Planbureau nog uitging van een stijging van de koopkracht, 1,4 % of 1,1 % , afhankelijk van het moment, en van een stijging van het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen. Voor de Vooruitfractie zal het belangrijk zijn, bij elke oefening die we doen, dat we koopkracht blijven beschermen. Het Planbureau heeft recentelijk gewaarschuwd dat de energiecrisis en de oorlog in het Midden-Oosten een impact op de koopkracht zullen hebben. Uiteraard besef ik dat de koopkracht zal dalen. Het Planbureau heeft echter niet gezegd dat de koopkracht negatief wordt.
12.56 Wouter Vermeersch (VB): Ik heb het natuurlijk over de cijfers van de Nationale Bank, die heel duidelijk zegt dat dit jaar de koopkracht zal dalen. Uw partij is naar de verkiezingen getrokken met de belofte van het behoud van de koopkracht. De ramingen mogen zijn wat ze willen, we zien in de realiteit dat de koopkracht dit jaar zal dalen, met u en uw regering. U hebt dus een verkiezingsbelofte gedaan, die u vandaag niet waarmaakt.
Bovendien houden de cijfers van de Nationale Bank niet volledig rekening met de actuele ontwikkelingen. We zien vandaag enorm energieprijsstijgingen. We zien ook nog altijd dure prijzen aan de pomp.
De impact van de centenindex is nog niet volledig bekend. Wellicht zal de situatie dus nog verergeren. Hoe verklaart u dat aan uw kiezers, aan wie u hebt beloofd de koopkracht te behouden? In de feiten zien we dat de koopkracht wel degelijk daalt onder de regering-De Wever.
12.57 Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer Vermeersch, misschien neemt u uw wensen voor werkelijkheid. De koopkracht beschermen is een belangrijk issue. De Nationale Bank van België en het Federaal Planbureau hebben daarover cijfers gepubliceerd: de koopkracht gaat niet achteruit. De koopkracht zal worden beschermd. U zult dat zien aan de hand van de rekeningen. De koopkracht zal gemiddeld niet achteruitgaan, althans in de huidige omstandigheden, tenzij de hemel op ons hoofd valt. Dat kan ik niet voorspellen. Meer nog, de regering-De Wever heeft toch maar maatregelen genomen ter verbetering van de koopkracht van de lageloonverdieners. Wij maken toch maar werk van de vrijwaring van de koopkracht en dat is beter dan maar te klagen dat het slecht gaat.
We moeten inderdaad de koopkracht van onze burgers beschermen en daarvoor moet men zijn botten aantrekken, hervormen en investeren, en dat zullen we blijven doen. Er worden allerhande ballonnetjes opgelaten, maar weet dat we zullen blijven investeren in een toegankelijke en kwalitatieve gezondheidszorg in ons land. Dat is wat onze mensen nodig hebben. We zullen dat op een vastberaden en correcte manier doen, in samenspraak en in evenwicht met al onze partners in de regering.
12.58 Wouter Vermeersch (VB): Collega, u bent een beetje in hetzelfde bedje ziek als collega Vandeput. U ontkent de realiteit.
Ik lees even voor: “Onze koopkracht zal dit jaar met ongeveer 0,5 % dalen. Dat is vooral het gevolg van de centenindex, die de indexering van de lonen boven 4.000 euro en van pensioenen en uitkeringen boven 2.000 euro beknot. Daarnaast vertaalt de oorlog in het Midden-Oosten zich onder andere in een stijging van de benzineprijs.”
Daarbij komt nog dat de energieprijzen vandaag opnieuw de pan uit swingen. Tot op vandaag heeft uw regering de meerinkomsten die aan de pomp zijn ontstaan, niet volledig teruggegeven aan de bevolking, hoewel dat wel beloofd was. U hebt slechts een fractie daarvan teruggegeven, en dan nog via een omweg waarbij het erg onduidelijk is hoe dat concreet bij de mensen zal terechtkomen. Heel wat andere Europese landen hebben onmiddellijk en met duidelijke maatregelen ingegrepen. De regering heeft dat niet gedaan. Daarom zien we nu al de gevolgen: de koopkracht zal dit jaar dalen. U zegt dat de koopkracht wel degelijk zal stijgen. Dan hebt u een aantal rapporten gemist en ontkent u de realiteit.
12.59 Minister Vincent Van Peteghem: Ik kom niet graag tussen in debatten tussen parlementsleden, maar als u het rapport van de Nationale Bank volledig zou lezen, mijnheer Vermeersch, zult u inderdaad zien dat de koopkracht tijdelijk terugvalt vanwege de redenen die u net hebt opgesomd. Er staat echter ook dat er in de periode 2026-2028 een gemiddelde groei van de koopkracht van 0,9 % is.
Ik begrijp natuurlijk dat u, om een verhaaltje te vertellen, alle negatieve elementen naar voren brengt. Als u echter naar het volledige rapport van de Nationale Bank kijkt, ziet u dat er een gemiddelde groei van 0,9 % wordt verwacht in de komende drie jaar.
12.60 Wouter Vermeersch (VB): Hadden we dit debat een jaar geleden gevoerd, dan had u ook gezegd dat de ramingen voorspelden dat de koopkracht zou stijgen. We zien echter dat dit niet gebeurt. Ik voorspel u dat het beleid van deze regering, met het fnuiken van ondernemerschap en de vele budgettaire maatregelen die zij heeft genomen, zoals die centenindex, wel degelijk een negatief effect heeft op de koopkracht. Voor dit jaar is dat alleszins al het geval. Hoewel de ramingen – en daarin had de heer Bertels wel gelijk – hadden voorspeld dat de koopkracht zou stijgen, blijkt dat in de feiten niet het geval te zijn door het beleid van deze regering.
Waar u maatregelen had om bijvoorbeeld op de energieprijzen in te grijpen en waar u hebt beloofd de meerinkomsten terug te geven aan de bevolking, hebt u dat niet gedaan. U bent er als regering niet uitgekomen. Vandaag betaalt de burger dus de rekening in de winkelkar, aan de pomp en via zijn energiefactuur. Dat is de realiteit en die moeten we hier in het Parlement durven erkennen.
12.61 Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer Vermeersch, de minister heeft net uitgelegd waarom ik zei dat de koopkracht niet is gedaald. U hebt gelijk dat op basis van de eerste prognose een koopkrachtstijging van meer dan 1 % werd verwacht. We zitten nu, zoals de minister heeft gezegd, aan een koopkrachtstijging van 0,9 %.
Wat we hebben gedaan, mijnheer Vermeersch, is niet roepen vanaf de zijlijn. Wij hebben de koopkracht van de laagste inkomens beschermd. Dat zullen we blijven doen.
12.62 Wouter Vermeersch (VB): Misschien leeft u hier te veel in de parlementaire bubbel, maar er zijn daar ondertussen onderzoeken naar geweest. De meeste Vlamingen, ik dacht 7 op 10, hebben in die onderzoeken aangegeven dat hun koopkracht is gedaald sinds het aantreden van deze regering-De Wever. Dat is de realiteit, dat is wat de mensen aanvoelen en dat is ook wat blijkt uit de cijfers van de Nationale Bank. Dat is dus geen illusionair gegeven, maar wel een realiteit die bevestigd wordt door de Nationale Bank
12.63 Alexia Bertrand (Anders.): Collega's, mijnheer de minister, ik zal vandaag niet vanop de tribune spreken. U weet dat ik dat meestal wel doe, maar ik zal dat nu niet doen omdat deze aanpassing dat niet verdient. Wat we vandaag bespreken, is geen begrotingsaanpassing. Het is gewoon een grote uitsteloperatie en ik zal hieraan dan ook niet te veel woorden vuil maken. Ik zal evenveel tijd aan dit betoog besteden als u moeite hebt gestoken in deze begrotingsoefening. Ik zou nu al moeten stoppen, maar ik beloof u binnen zeven minuten rond te zijn, waarschijnlijk zelfs minder. Ik pas vandaag de omgekeerde filibuster toe, mijnheer Van Quickenborne. Dat is wat deze begrotingsoefening verdient.
Na de bespreking in de commissie denk ik dat de conclusie duidelijk is, mijnheer de minister. U schuift de hete aardappel gewoon door naar de zomer. Ik ben eigenlijk te optimistisch, want ik heb net naar de heer Ronse in Villa Politica geluisterd. Wat heeft hij daar gezegd? Dat we niet klaar zullen zijn tegen 21 juli. Niet te veel druk, want de situatie is nog niet zo erg. Blijkbaar hebben we volgens hem de bodem van de oceaan bereikt, maar het zal voor de herfst zijn, vrees ik. We hebben het vorig jaar al meegemaakt met die voorlopige twaalfden. Ik hoop dat dat niet voor herhaling vatbaar is, maar met Arizona weet men nooit.
Conclusie, dit is een puur technische oefening, nul inspanning, nul politieke keuzes. Het verslag van het Rekenhof bevestigt dit duidelijk. Dat is alweer vernietigend. Waar u zich op de borst klopt, doorprikt het Rekenhof de ballon meteen. U zegt dat het saldo verbetert met 615 miljoen euro en de heer Vandeput heeft dat daarnet herhaald, maar wat zegt het Rekenhof? Dat van die 615 miljoen euro 517 miljoen niks met uw beleid, met uw keuzes te maken heeft, maar dat het over meevallers gaat.
Dat is geen beleid, mijnheer de minister. Dat is boekhouding. Ik heb veel respect voor boekhouders, maar ik denk niet dat het dat is wat de overheid in deze tijden nodig heeft. Wat doet u? U stelt gewoon uitgaven uit tot 2027.
Ik geef het voorbeeld van de 100 miljoen euro voor onze gevangenissen, alsof er geen nood is aan die bedragen, alsof er geen overbevolking in die gevangenissen is. U verplaatst de factuur naar later en ondertussen ontploft de operationele druk op het terrein. Op middellange termijn ontspoort dat volledig, mijnheer Van den Heuvel. Het federaal tekort escaleert. Het gaat van 24,5 miljard euro in 2026 naar 36,2 miljard euro in 2029.
Ik denk dat u ook het laatste verslag van de Nationale Bank van België hebt gelezen. De heer Van Quickenborne heeft dat alleszins wel gedaan. Hij heeft ook gemerkt dat het tekort in 2035 stijgt naar 8%. Dat is ongezien. Dat is zoals de temperatuur vandaag, mijnheer Vandeput. Zo'n hittegolf hebben we nog nooit gezien. Hetzelfde is van toepassing op de begroting. We gaan richting 8%. Daar zie ik geen zwembad van de heer Francken om de zaken op te lossen. Voor de begroting werkt dat niet.
12.64 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Bertrand, van twee zaken één. Tijdens de bespreking van deze begrotingscontrole in de commissie werd door het Rekenhof bevestigd dat het primaire saldo daalt. U hebt heel veel respect voor boekhouders, zegt u. Dan weet u dat boekhouders naar het geheel kijken. Het is het geheel van het resultaat dat telt: de optelling van alle meevallers, tegenvallers, uitzonderingen en noem maar op.
U zegt in uw betoog dat het alleen maar technische aanpassingen zijn en niets anders. In de volgende zin zegt u dat ervoor wordt gekozen om een aantal zaken niet te doen. Neen, daar zijn niet altijd keuzes mee gemoeid. Een begrotingscontrole is net het aanpassen van ramingen aan de realiteit.
Ik wil nu toch eens een duidelijk standpunt van u horen. Wat is het nu eigenlijk? U hebt altijd gezegd dat een ongewijzigd beleid niet telt. Het is de rekening van het jaar die telt.
U zegt altijd dat u als begrotingsminister daar bent geëindigd. Wij zeggen dat wanneer u geen beleid voert, als u uitgaat van ongewijzigd beleid net zoals de Nationale Bank van België (NBB), het tekort verder zal toenemen. Er is niemand in dit halfrond die dat ontkracht. Integendeel, ik heb zelf benadrukt dat we niet ver genoeg zijn gegaan en dat we duidelijk stappen zullen moeten blijven zetten in de sanering van onze overheidsfinanciën, want anders loopt het helemaal vast. Er is niemand die dat heeft ontkracht.
Wat ik niet begrijp, is dat het tot vandaag altijd luidde dat men daar niet naar moest kijken, dat dat allemaal niet telde en dat alleen vandaag telt. De essentie van beleid is juist ingrijpen in wat er gebeurt. Die toekomst telt dan blijkbaar niet. Vandaag komt u hier met het grote argument dat het tekort zal stijgen naar 8%. Er is niemand in dit halfrond die dat ontkracht. De regering zal de handschoen moeten opnemen. Bij ongewijzigd beleid, mijnheer Van Quickenborne, zal het tekort verder toenemen. Dat heeft te maken met alle huidige omstandigheden, met alle erfenissen uit het verleden inzake permanente uitgaven, met cadeaus die zijn uitgedeeld.
Tegelijkertijd - en dat was daarnet mijn betoog - staan al een aantal hervormingen op de rails en zijn die al in uitvoering. Die hervormingen zullen in de toekomst ook hun effect moeten hebben. Ik herhaal wat wij altijd hebben gezegd. Het zal niet voldoende zijn. Het zal een werk van lange adem zijn. De erfenis die we hebben gekregen, was allesbehalve gunstig. Daarnaast zien de internationale en economische omstandigheden er niet rooskleurig uit. We kunnen niet rekenen op veel meevallers.
Ik zou van mevrouw Bertrand graag eens willen weten wat het nu eigenlijk is. Gaat het over waar we vandaag staan, of over wat de toestand in de toekomst zou kunnen zijn bij ongewijzigd beleid? Vandaag voeren we het debat over waar we staan. Dat is een begrotingscontrole. Vandaag voeren we het debat over waar we staan. Het debat over waar we in de toekomst naartoe moeten, is uiteraard zeer belangrijk en lijkt mij vanzelfsprekend aan de orde. Dat is precies het werk dat deze regering, in tegenstelling tot het verleden, heeft gezegd te zullen opnemen. Ik vermoed ook dat de minister daar straks nog op zal terugkomen.
12.65 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Vandeput, het is steeds leuk om met u te debatteren. Ik kijk ook naar het geheel. U zegt dat het primair saldo dit jaar daalt, maar de volgende jaren stijgt het opnieuw. U kunt zich dus op de borst kloppen omdat het in 2026 lichtjes daalt, maar daarna stijgt het opnieuw. Dan zegt u dat ik uitga van ongewijzigd beleid, terwijl u daar niet in gelooft. Ik spreek echter uw taal, ik ben zeer empathisch, ik pas mij aan, mijnheer Vandeput. U gebruikt dat als uw belangrijkste parameter, dus gebruik ik die ook. U hebt gelijk, eigenlijk zouden we die niet mogen gebruiken.
Laten we daarom kijken naar vandaag. We zitten vandaag op 3,7 % federaal, terwijl ik de begroting heb achtergelaten op 2,7 %. Het gezamenlijk tekort bedraagt 5,2 %, terwijl het onder mijn toenmalig beleid 4,6 % was. Beter is het er dus niet op geworden. Met uw parameter van ongewijzigd beleid zal het ook niet beter worden. Het wordt alleen maar slechter en slechter.
De hervormingen waarnaar u verwijst, worden meegerekend in dat verhaal. Zelfs met die hervormingen, die u ondertussen ook hebt uitgesteld, zitten we op 6 % tegen het einde van de legislatuur en nog veel hoger in de volgende legislatuur. U kunt dan toch niet beweren dat het de goede richting uitgaat?
Wij hebben wel een plan, we hebben een plan voorgelegd van 17 miljard euro aan besparingen, dat ik aan de minister heb voorgelegd. Dat gaat niet over nieuwe taksen. Ik hoor iedereen spreken over nieuwe belastingen, vanaf 500.000 euro zelfs voor de heer Dubois. Dat heeft de PVDA zelfs niet gedurfd, want PVDA begint op 5 miljoen euro. PVDA vertrekt van 5 miljoen omdat ze zo bang zijn dat ze de middenklasse zouden raken. Zelfs de PVDA wil dat niet. Maar Les Engagés komt af met 500.000 euro. Tof voor de middenklasse, fantastisch. Dat is een strike, zo noemt men dat.
Mijnheer Vandeput, neen, u bent niet goed bezig. U creëert nieuwe extra putten, die onder de vorige legislatuur zelfs niet eens bestonden, toen we covid, de Oekraïnecrisis, de energiecrisis en nog veel meer hebben meegemaakt. De reden is omdat wij de kaasschaaf moesten hanteren. We moesten overal zoeken naar besparingen en naar inkomsten, die de middenklasse nooit hebben getroffen. Wij hebben nooit een belasting op de middenklasse ingevoerd.
In 2024, de enige begroting die ik heb opgesteld, hebben we een inspanning van 5 miljard euro gedaan. Waar ik trots op ben, is dat wat we hebben aangekondigd, wel degelijk gerealiseerd bleek te zijn. Daarom hebben we ook nooit een kredietverlaging meegemaakt. Ik zei immers tegen de agentschappen waar we het daaropvolgend jaar zouden uitkomen en dat klopte ook. De kredietagentschappen kwamen terug en zagen dat het gerealiseerd was.
Wat hebt u meegemaakt? Die agentschappen geloven zelfs niet meer dat u nog in staat bent om iets te doen. Ze geloven dat niet meer. Ze hebben gelijk, want u spreekt nu over een besparing of een inspanning van 7 miljard euro. Dat is geen besparing, want de heer Van Peteghem heeft vandaag bevestigd dat we zowel aan de inkomstenzijde als aan de uitgavenzijde moesten kijken. Ik ken u ondertussen. U begint met 7 miljard. Dan wordt dat 5 miljard. En in de praktijk levert het nog geen 3 miljard op. Dat hebben we al meermaals meegemaakt.
Ik maak me dus grote zorgen, mijnheer Vandeput, omdat we nog nooit zo dicht bij een rentesneeuwbal zijn geweest. U kent dat goed, ik hoef u dat eigenlijk niet uit te leggen. Als het verschil tussen de nominale groei en de rentelasten negatief wordt, zitten we in een rentesneeuwbal. Weet u op hoeveel we federaal aan het einde van de legislatuur zullen zitten? Op 0,01 %. Beste collega's in het halfrond, u bent moedig om hier aanwezig te zijn, al is het hier ook wel frisser dan in de rest van het Parlement. U moet dat echt eens horen. We zitten vandaag op 0,01 %! Dat is de marge die we hebben. Als dat cijfer negatief wordt, zitten we in een rentesneeuwbal.
Het is de allereerste keer, ik kan u dat verzekeren, dat het Rekenhof in een verslag zoiets zegt. Dat is nog nooit gebeurd. Meestal zegt het Rekenhof dat een rentesneeuwbal in de toekomst niet kan worden uitgesloten, dat de richting niet goed is, maar dat er vandaag geen rentesneeuwbal is. Voor de allereerste keer heeft het Rekenhof echter gezegd dat we gevaarlijk dicht bij een rentesneeuwbal zitten. Dan nog is er blijkbaar geen sense of urgency, want u bent zelfs niet begonnen aan uw oefening. Iedereen gaat deze zomer met vakantie. U zult niet klaar zijn tegen 21 juli. Ik weet niet of we dit jaar wel een State of the Union krijgen op de tweede dinsdag van oktober. Misschien wel, misschien niet. Eerst abortus oplossen, waarschijnlijk in december. U moest zes uur onderhandelen over een datum. Dus neen, mijnheer Vandeput, ik ben niet gerustgesteld.
De voorzitster: Mevrouw Bertrand, de heer Vandeput wenst u te onderbreken.
12.66 Steven Vandeput (N-VA): Ja, ik zal zo dadelijk het woord aan de collega's laten.
Mevrouw Bertrand, ik heb goed geluisterd. Ja, het is anders. Het is anders tegenwoordig, want de argumentatie die u hebt aangehaald tot vandaag, gooit u in de vuilnisbak. Nu telt alleen nog maar wat voorspeld wordt. Het resultaat van vandaag telt niet meer, alleen wat voorspeld wordt voor de toekomst. Dat is wat u hier komt zeggen.
Ten tweede, u zegt dat u voorstellen formuleert zonder belastingverhogingen, en dat levert 17 miljard euro op.
Ik zat in een ander parlement tijdens de vorige legislatuur, maar ik heb de parlementaire werkzaamheden van de Kamer wel een klein beetje gevolgd. Ik zal niet ingaan op de inhoud van die voorstellen van 17 miljard die u voorlegt. Dat debat zullen we een andere keer wel eens voeren.
Misschien kan ik wel even ingaan op wat meneer Van Quickenborne hier zo-even kwam vertellen, en wat neerkomt op een verhoging van het remgeld van 5 euro naar 10 euro. Dat is natuurlijk geen besparing. Dat is een maatregel die mensen rechtstreeks in hun portefeuille raakt. Dat als besparing willen verkopen, dat is ook Anders, punt, dat lijkt mij ook Anders, punt. Een particuliere bijdrage verhogen is geen besparing. Dat is meer inspanningen vragen aan de mensen. Ik doe daarmee geen uitspraak over uw voorstel. Ik stel alleen vast dat ook Anders, punt, zich voor de vraag ziet staan wat nu eigenlijk een lastenverlaging is, wat een besparing is, en wat een verhoging is van kosten voor anderen.
Samen met vele anderen buiten het Parlement, vraag ik me iets af over die 17 miljard euro, die vandaag de hazenaanpak van uw partij is, van Anders, punt. Waar was die aanpak, waar waren die voorstellen, wat is daarvan gerealiseerd op het ogenblik dat u in de regering zat? Twee van de leden van de vorige regering zijn hier aanwezig. Waar waren die voorstellen? Waar zie ik de realisaties op het ogenblik dat u zelf aan de knoppen zat of aan het stuur zat in de federale regering? Niet alleen ik vraag me dat af, ik zie die vraag ook voorbijkomen als die voorstellen gelanceerd worden op andere kanalen dan in dit halfrond. Dus ook daar is het Anders, punt, denk ik. De geloofwaardigheid om vandaag met dat soort voorstellen te komen, maar om die in de broekzak te houden op het ogenblik dat u het voor het zeggen hebt, is op zijn minst Anders, punt.
12.67 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Vandeput, we kunnen heel lang over geloofwaardigheid spreken, maar met deze cijfers staat vandaag uw geloofwaardigheid op het spel. Ik snap dat het voor u heel vervelend is om nog te spreken over ongewijzigd beleid. U vindt dat criterium best wel lastig, toch? Als de Nationale Bank zegt dat we tegen 2035 richting 8 % gaan, zou ik dat ook lastig vinden in uw plaats. Ik zou dat ook niet aangenaam vinden.
U vraagt mij waarom ik die term nog gebruik. Ik gebruik die omdat u hem gebruikt. U hebt die niet nodig om te bewijzen dat de situatie al heel erg is. Ik heb de cijfers van het primair saldo opgezocht. Vandaag is dat 12,2 miljard en tegen het einde van de legislatuur evolueert het naar 18,7 miljard tekort. Dat komt doordat de uitgaven sneller evolueren dan de inkomsten. Dat is toch erg voor een partij als die van u?
Vandaag lazen we in het rapport van de Nationale Bank dat de inkomsten eigenlijk op een recordniveau zijn, 153 miljard euro. Die blijven stijgen. Niet in percentage van het bbp, uiteraard. Dat komt doordat de uitgaven zo snel groeien. In absolute cijfers blijven de inkomsten natuurlijk wel stijgen.
Dus, ja, ik begrijp dat het heel lastig is voor u om te spreken over ongewijzigd beleid. U kunt die parameter ieder jaar bekijken, in alle verslagen van het Rekenhof, de Nationale Bank, het Federaal Planbureau, het zit niet goed. Maar, we zullen de rekening maken in 2029. Maak u geen zorgen. Ik heb “ongewijzigd beleid” niet nodig om de rekening te maken.
Nu wil ik even ingaan op het remgeld. Ja, dat is een besparing. Die maatregel heeft als doel de overconsumptie aan te pakken. Vandaag betaalt het RIZIV. Als u het remgeld lichtjes verhoogt, zullen sommige mensen, diegenen die daar misbruik van maakten, weliswaar niet allemaal, misschien twee keer nadenken. Dan zal dat uiteraard een besparing betekenen voor de gezondheidszorg.
Mensen als u en ik hebben daar geen probleem mee. Ik hoop althans dat u er geen probleem mee hebt om 10 euro te betalen. Dat geldt natuurlijk niet voor de mensen met een verhoogde tegemoetkoming. Er zijn er veel te veel in ons land. Vergeet niet dat die mensen ook nog een maximumfactuur van 500 euro genieten. De meest kwetsbare mensen worden tegen die maatregel dus beschermd.
Wat waren de realisaties? Ik heb eigenlijk niet voldoende tijd om al onze realisaties op te sommen, want de lijst is veel te lang. Ik zal u twee voorbeelden geven.
De groeinorm staat op 1,5 %. Weet u met hoeveel de gezondheidszorgkosten dit jaar gestegen zijn? Alleen al door de indexering, meer dan 800 miljoen euro. Met de groeinorm erbij komt daar nog meer dan 700 miljoen euro bij, dat is 1,5 miljard euro, op één jaar tijd.
Wij hebben die groeinorm samen met mevrouw De Block op 1,5 % gebracht. Dat is perfect werkbaar, omdat die groeinorm in geen enkel ander land bestaat dan in België. Dat is opnieuw een Belgische uitvinding, net zoals de in de tijd onbeperkte werkloosheidsuitkeringen. Ook dat was een Belgische specificiteit. Het is goed dat wij daaraan een einde hebben gemaakt.
Een andere realisatie is het aantal ambtenaren dat is gedaald.
De voorzitster: Mevrouw Bertrand, de heer Bertels is getriggerd door de groeinorm. Wij geven hem dus best even het woord.
12.68 Alexia Bertrand (Anders.): Dat kan ik mij inbeelden.
De voorzitster: Hoewel wij allang niet meer over de begrotingscontrole bezig zijn, mag de heer Bertels reageren.
12.69 Jan Bertels (Vooruit): Mevrouw Bertrand, ik hoor hier allerlei hallucinante zaken over de maximumfactuur en over het remgeld maar daarover zal ik het niet hebben. Daarover wil ik zelf geen vraag stellen. U moet daar maar eens over praten met mevrouw De Knop.
U beweert hier altijd en niet voor de eerste keer dat de groeinorm van 1,5 % onder minister De Block realistisch was. Kunt u mij echter vertellen welk tekort er was bij de laatste begroting van het RIZIV onder mevrouw De Block? Wat was de overschrijding van die 1,5 %? Hoeveel bedroeg ze?
12.70 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Bertels, zelfs met uw RIZIV-begroting met een groeinorm van meer dan 2 % en de indexering waarbij u tegen het einde van de legislatuur naar 3 % gaat, kunt u zich niet aan de afspraken houden. Dat is net het probleem. U krijgt een grote enveloppe die uw minister volledig uitgeeft aan meer gratis, meer gratis, meer gratis. Het is altijd meer geld in plaats van efficiënter te werk te gaan en zich te houden aan de begroting die u hebt gekregen. U hoeft ons dus zeker geen lessen te spellen op dat vlak.
De voorzitster: Mevrouw Bertrand, de heer Bertels wil nog reageren.
12.71 Jan Bertels (Vooruit): Ik wens nog even te reageren. Mevrouw Bertrand, het ging in die tijd om meer dan 1 miljard euro. Dat was het gat dat werd achtergelaten. Dat bedroeg meer dan 1 miljard euro. Dan ben ik nog heel voorzichtig met dat bedrag.
Ten tweede, ik hoor u hier stellen dat te veel geld wordt uitgegeven aan bepaalde domeinen. Echter, alle voorstellen die ik van uw partij krijg in de commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen, zijn meeruitgaven.
De voorzitster: (…) in Volksgezondheid was de nuance die werd gemaakt, als ik het goed heb begrepen.
12.72 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Bertels, u hebt het plan van Anders. denkelijk nog niet goed gelezen.
Ten eerste, u zit met een overschrijding die, gezien de middelen die u krijgt, proportioneel veel hoger is.
Ten tweede, het is de N-VA die de regering toen heeft laten vallen. We zaten toen in een situatie waarin het begrotingstekort, met de liberalen in de regering, geëindigd is op 0,9 %. Nadat de N-VA de regering had laten vallen, is dat op één jaar tijd opgelopen tot 1,9 %. Vervolgens kwam de covidcrisis en zaten we op een tekort van meer dan 9 %. Dat is wat er gebeurd is. Dat is de realiteit.
De voorzitster: Mijnheer Vandeput, u krijgt het woord, maar ik stel voor dat we daarna terugkeren naar het onderwerp.
12.73 Steven Vandeput (N-VA): Ik denk, mevrouw de voorzitster, dat we inderdaad best terugkeren naar de begrotingscontrole. Ik stel echter vast, samen met mevrouw Bertrand, dat er op het ogenblik dat de N-VA de regering verliet een tekort van 0,9 % was. Dat is de verdienste van de N-VA. Een jaar later bedroeg het tekort 1,9 %. Dat is het verschil, maar dat is ook een beetje anders.
Daarnaast is er, mevrouw Bertrand, één zaak die u uit mijn betoog blijft concluderen, namelijk dat ik niet zou willen spreken over ongewijzigd beleid. Ik wil dat juist wel. Ik denk dat dat belangrijk is. Ik denk ook dat de regering net de hand aan de ploeg slaat om het in de toekomst voorspelde tekort aan te pakken. Dat is de essentie van beleid voeren. Daar stel ik gewoon vast – dat was mijn vaststelling in het begin – dat ongewijzigd beleid vroeger niet telde en nu wel. Anders. is een klein beetje tjeef. Daar komt het op neer.
12.74 Alexia Bertrand (Anders.): Ik ga verder met mijn betoog, maar ik wil toch een aantal onwaarheden corrigeren. U zegt dat de stijging van 0,9 % naar 1,9 % het verschil is tussen met of zonder de N-VA, maar dat klopt niet. Dat is het verschil tussen een volwaardige regering en een regering in lopende zaken. Als u dat verschil niet kent… U hebt zelf in voorlopige twaalfden gezeten. Dat was immobilisme. Dat is het. Wat vertelt u nu? Doe niet aan populisme, mijnheer Vandeput. U bent meer waard dan dat.
Ik ga verder met mijn verhaal. Ik had het over een tekort van meer dan 5 %, richting 8 %. Het probleem is dat u zich achter Europa verstopt, achter de netto primaire uitgavennormen. U bent er trots op dat u daar in 2026 formeel aan voldoet. Dat is toch ongelooflijk? Het Rekenhof was daar de voorbije weken glashelder over: die norm volstaat absoluut niet. Het respecteren van die Europese regel creëert een vals gevoel van veiligheid. We gaan zelfs niet in de buurt van 3 % geraken door de groeinorm te respecteren.
Wat voor een absurde parameter is dat? De minister die hier zit, kent dat dossier goed, want hij heeft dat zelf onderhandeld. Hij weet dus ook dat de Maastrichtnorm niet verdwenen is in de nieuwe Europese regels. Die 3 % blijft gelden. Het volstaat dus niet om te voldoen aan een Europese groeinorm die ons zelfs niet in de buurt van die 3 % zal brengen.
Ik heb het al gehad over de rentesneeuwbal. Mijnheer de minister, ik wil uw aandacht toch nog eens op dat gevaar vestigen, want ik heb de indruk dat die sense of urgency gewoon niet bestaat. Ik heb die cijfers ook gecontroleerd: 0,01 % en 0,06 % voor de gezamenlijke overheid. Wij zaten nog boven 1,5 % in 2024. Van 1,5 % naar 0,06 %, wat een degradatie. Ik zou mij daar toch zorgen over maken.
Ik wil niet dat we in een Grieks scenario belanden, maar dan is er wel een gigantische inspanning nodig. Jullie spreken vandaag over 7 miljard euro, maar de experts, de gouverneur van de Nationale Bank en de onafhankelijke instellingen spreken eerder over 15 miljard euro. Ze hebben gelijk. Dat is geen astrofysica, maar een eenvoudige regel van drie, mijnheer Vandeput. U kunt dat ook berekenen. We weten allemaal dat die 7 miljard euro niet volstaat.
Als we kijken naar uw eerder geplande inspanningen, is het niet veel beter. Het Rekenhof is daar vernietigend over. Kijk naar uw plannen voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering, mijnheer Bertels. U rekent op een besparing dankzij een nieuw jaarlijks getuigschrift voor invaliditeit, maar de invoering daarvan is opnieuw uitgesteld tot 1 september. Dat slaat meteen een gat van 110 miljoen euro in uw begroting. Het Rekenhof waarschuwt dat zelfs die datum van 1 september vandaag onzeker is, omdat u nog steeds geen akkoord met de artsen hebt. Ik zou mij daar ongemakkelijk bij voelen, mijnheer Bertels.
Dan is er nog uw solidariteitsbijdrage voor werkgevers, een zoveelste bijkomende belasting, mijnheer Vandeput. Werkgevers moeten voortaan 30 % van de uitkering in de vierde en vijfde maand van ziekte betalen, maar de wettelijke basis daarvoor bestaat nog niet eens. U hebt nog geen wettelijke regeling aangenomen. U rekent zich weer rijk met geld dat er niet is. Diezelfde illusie bestaat in elk departement.
Mijnheer de minister, u hebt mij uw nullijnoefening jammer genoeg niet willen geven, maar u hebt ze wel aan Het Nieuwsblad en aan de pers gegeven. Ik heb ze daar moeten ontdekken en lezen. Ik begrijp niet waarom er zo weinig transparantie is voor het werk van dit Parlement. Wie moet immers een controlefunctie uitoefenen? Niet alleen de pers moet dat doen, maar in de eerste plaats moeten wij dat doen.
Laten we even kijken naar wat er is gerealiseerd bij Fedasil. U belooft 247 miljoen euro aan besparingen, maar op het terrein haalt u amper 110 miljoen en ik kan diezelfde oefening ook maken voor een aantal andere lijnen in de begroting. We zouden kunnen denken dat dit symptomatisch begint te worden voor deze overheid. Mooie plannen en goede intenties, dat hebben wij heel vaak gezegd op een aantal vlakken. Wat goed is, steunen wij ook. Wij zijn Anders., mijnheer Vandeput, wij zijn de constructieve oppositie.
Mooie plannen, maar de uitvoering hangt met haken en ogen aan elkaar. Dit alles maakt ons bijzonder ongerust voor het komende zomerakkoord, want de put is diep en we weten wie de factuur weer zal moeten betalen. Arizona kijkt naar de burger, naar de middenklasse, naar de zelfstandigen, mijnheer Van den Heuvel, en jammer genoeg ook naar de ondernemers. Dat hebben we net nog gehoord, met het nieuwe idee van Les Engagés. Ze hadden het nog niet gedaan, maar ook zij slaan op de ondernemers om nieuwe inkomsten binnen te rijven.
We zien de roep naar nieuwe taksen. Dat is blijkbaar een behoefte van de arizonapartijen. Het is sterker dan henzelf. België heeft geen inkomstenprobleem, mijnheer Van den Heuvel, maar wel een immens uitgavenprobleem. Mijnheer Van Quickenborne heeft gelijk, niet altijd, maar vandaag wel. Onze belastingdruk breekt alle records, met 45,1 %.
De voorzitter: Mevrouw Bertrand, mijnheer Vandeput vraagt het woord.
12.75 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Bertrand, u zei daarnet iets heel interessants. U zei dat de heer Van Quickenborne soms gelijk heeft, maar niet altijd. Wij zijn vooral geïnteresseerd in wanneer hij geen gelijk heeft, dus kunt u daar een paar voorbeelden van geven?
Maar dat is niet de grond van mijn tussenkomst.
Hoe dan ook, mevrouw Bertrand, u zegt dat België geen inkomstenprobleem heeft. Dat is ook door het Rekenhof bevestigd. Onze inkomsten, zeker onze fiscale inkomsten, dalen ten opzichte van het bbp. U bevestigt dus dat de belastingdruk globaal daalt. Ik hoor hier van alle zijden, ook van regeringsleden, voorstellen van mogelijke maatregelen, maar laat het duidelijk zijn dat het vandaag slechts om freewheelen gaat. Pas wanneer men hier met concrete maatregelen komt, kunnen we daarover het debat ten gronde voeren. U bevestigt dus dat, zoals het Rekenhof in de commissie al heeft bevestigd, globaal genomen en relatief bekeken, de belastingdruk aan het dalen is. Er is dus op zijn minst een probleem met uw argumentatie tegen nieuwe inkomsten om onze overheidsfinanciën op orde te brengen.
12.76 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Vandeput, dat had ik niet van u verwacht. Dat u nu begint te pleiten voor nieuwe inkomsten, vind ik echt frappant. U kent toch het probleem van de belastingen in ons land. Wat bent u eigenlijk aan het zeggen? Zegt u dat we nieuwe belastingen moeten invoeren? U moet het artikel in de kranten vandaag lezen. Het gaat om een recordbedrag aan inkomsten. Het cijfer is, dacht ik, mijnheer Van Quickenborne, 153 miljard euro aan inkomsten. Ik heb u het artikel gestuurd. Op de website van de RTBF staat dat er nooit zoveel inkomsten zijn geweest. Wat is dan het probleem? Het probleem is dat de uitgaven blijven stijgen. Door de groeinorm en de jaarlijkse indexatie blijven de uitgaven stijgen. Ook dit jaar stijgen ze sneller dan de inkomsten. Dat zegt het Rekenhof. De uitgaven stijgen met 21,2 miljard euro, terwijl de ontvangsten met 12,8 miljard euro toenemen. De uitgaven evolueren dus sneller dan de ontvangsten. Daar zit de wonde, daar ligt het probleem.
12.77 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mevrouw Bertrand, ik ben heel geduldig en ik had mij voorgenomen het woord niet te nemen, maar u maakt het toch wel heel bont.
Op een populistische manier zegt u nu dat de miljardeninkomsten van de federale overheid een recordhoogte bereiken. Natuurlijk, de overheid verdient inderdaad meer dan 20 jaar geleden, maar in absolute cijfers. Dat is geen juiste vergelijking.
Het Rekenhof heeft de enige correcte maatstaf om te meten hoe de inkomsten evolueren, uitgedrukt in bbp-punten. Het Rekenhof heeft duidelijk gezegd dat die 1% van het bbp lager liggen dan twee jaar geleden. Dat is de enige correcte maatstaf. Het Rekenhof heeft heel duidelijk gewaarschuwd dat, als we over de grote berg van de sanering van onze overheidsfinanciën op een duurzame manier moeten, dat alleen met een en-en-en-verhaal zal lukken, waarbij alles zal moeten worden bekeken.
Voorzitter:
Peter De Roover, voorzitter.
Président:
Peter De Roover, président.
12.78 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Bertrand, u kunt niet anders dan de woorden van collega Van den Heuvel te beamen. Lees het verslag van de hoorzitting met het Rekenhof er gerust nog eens op na. Het Rekenhof heeft daar duidelijk bevestigd dat de relatieve belastingdruk in dit land in dat kader afneemt, wat mij doet concluderen dat uw verhaal van taks taks taks weinig steek houdt. Dat is een.
Ten tweede, als u daaruit afleidt dat ik hier een pleidooi heb gehouden om buitensporig nieuwe inkomsten te zoeken, dan hebt u niet goed geluisterd naar mijn rede. Dan hebt u ook niet goed geluisterd naar wat collega Verkeyn daarstraks zei. U zegt dat u graag met mij debatteert, maar dat betekent dat men elkaars standpunten toch al een beetje kent op voorhand. U weet dat ik dat pleidooi nooit zou houden. Ik heb daarnet nog in antwoord op de heer Vermeersch gezegd dat in het regeerakkoord een aantal afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen. Ik heb geen weet van wijzigingen in die afspraken. In dat kader blijf ik een loyaal lid van mijn partij en van mijn fractie. Wij blijven de regering ondersteunen in de maatregelen die zij zal nemen, als die voldoen aan de afspraken die destijds zijn gemaakt.
12.79 Wouter Vermeersch (VB): Ik pik even in op wat collega Van den Heuvel en collega Vandeput zopas hebben opgeworpen. De minister van Begroting zit hier bij ons en zal mijn cijfers ontkennen dan wel bevestigen. Weet u wanneer er voor het laatst een begroting in evenwicht was in dit land? Dat was in 2007. Wat is sindsdien gebeurd? Het klopt dat de overheidsinkomsten sindsdien met 0,9 % van het bbp zijn gedaald. De uitgaven zijn echter met 5,8 % gestegen sinds dat laatste begrotingsevenwicht. Dat is net de stelling die ik onderschrijf. Het grote probleem zijn de uitgaven en niet de inkomsten.
De minister zit hier en kent de cijfers ongetwijfeld beter dan ik. Hij zal dat bevestigen of ontkennen. Dat zijn echter de cijfers: sinds het laatste begrotingsevenwicht in 2007 zijn de inkomsten met 0,9 % van het bbp gedaald, terwijl de uitgaven met 5,8 % zijn gestegen. Daar ligt het grote probleem.
12.80 Alexia Bertrand (Anders.): Ik voel wat spanning in de coalitie. Ik stel voor dat u een meerderheidsoverleg houdt. De heer Van den Heuvel betreurt eigenlijk de daling van de ontvangsten. Wat is volgens de vrienden van cd&v dan de oplossing? Dat zijn nieuwe inkomsten. Dat hebben we ook van de minister gehoord. Men zal moeten kijken naar zowel de inkomsten- als de uitgavenzijde.
De heer Vandeput verwerpt maatregelen met het oog op nieuwe inkomsten en claimt dat, aangezien de inkomsten als percentage van het bbp gedaald zijn, de belastingdruk is gedaald. Dat is echter zeker niet het gevolg van uw beleid, mijnheer Vandeput! U hebt dit jaar namelijk nog geen enkele beslissing genomen die een effect zou kunnen hebben op de belastingdruk. Van twee zaken een.
Als we naar het meerjarenplan kijken, zult u veel hoger uitkomen dan wat in het regeerakkoord werd beloofd. We hebben dat berekend. Het zal gaan om een belastingverhoging van 5 miljard euro. U zult de belastingen immers met meer dan 12 miljard euro verhogen en met een zevental miljard euro verlagen. Per saldo blijft dat een belastingverhoging.
We zullen dat allemaal moeten bekijken aan het einde van de legislatuur, mijnheer Vandeput. Als er een daling is van de ontvangsten als percentage van het bbp, dan is dat zeker niet het resultaat van het beleid van de regering-De Wever. Dat is overduidelijk.
12.81 Axel Ronse (N-VA): Om het in de woorden van de heer Van den Heuvel te zeggen: foei, foei, foei, mevrouw Bertrand! U legt hem namelijk stoute dingen in de mond die hij nooit zou durven te zeggen, laat staan durven te denken.
Men kan inderdaad betreuren dat er minder inkomsten zijn, maar dat betekent helemaal niet dat men meer belastingen wil, wel integendeel. Men kan betreuren dat de economische groei vertraagt en minder uitgesproken is dan voorspeld. Door die lagere economische groei zijn er natuurlijk ook minder ontvangsten.
Het is dus niet correct wat u zei.
12.82 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Ronse, ik vind het eigenlijk mooi en genereus van u dat u het opneemt voor meneer Van den Heuvel. Maar ik zou toch verrast zijn dat meneer Van den Heuvel niet op dezelfde golflengte zit als zijn minister. En u was hier niet in het halfrond toen de minister gesproken heeft, maar die heeft heel duidelijk herhaald dat ze ook de inkomsten moeten bekijken en iets moeten doen aan de kant van de inkomsten.
Als u dat nog niet weet, dan raad ik aan dat u een meerderheidsoverleg houdt, want het is heel duidelijk dat de cd&v niet alleen gaat snoeien in de uitgaven, maar ook de ondernemers, de zelfstandigen weer gaat aanpakken in de managementvennootschappen, met extra belastingen.
12.83 Sammy Mahdi (cd&v): (…).
12.84 Alexia Bertrand (Anders.): Maar dat heeft uw minister gezegd, mijnheer Mahdi. Dus ik zou heel gelukkig zijn om het omgekeerde te horen. U mag reageren, mijnheer Mahdi. U bent nog de voorzitter van deze partij, dus reageer gerust. Als het niet waar is dat u nog iets aan de inkomstenzijde gaat doen, dan wil ik het horen. Dan wil ik het nu horen.
De minister heeft het meermaals herhaald in de commissie, in de plenaire vergadering, in de pers. Duidelijker kan de heer Van Peteghem niet zijn - wat niet altijd het geval is. Neem dat niet persoonlijk, mijnheer Van Peteghem. Soms is dat toch een beetje onduidelijk of enerzijds anderzijds. Maar hierover was hij wel zeer gericht en duidelijk. Dus de inkomsten, de belastingen - ik vertaal dat in mensentaal voor de gewone mensen op straat - die gaan stijgen.
12.85 De voorzitter: De heer Van den Heuvel vraagt het woord. Ik heb de indruk dat we naar intenties aan het gaan zijn en niet naar de aanpassing van de begroting, wat eigenlijk de agenda van de avond was.
12.86 Koen Van den Heuvel (cd&v): Heel even, meneer de voorzitter. We zitten hier inderdaad al twee uur en we hebben weinig over de technische begrotingscontrole gepraat. Dat vinden we ook niet erg. Maar ik wil toch nog een andere onduidelijkheid uit de wereld helpen. Voor de mensen van Anders. is het blijkbaar heel duidelijk. De inkomsten kunnen alleen maar omhoog door belastingverhogingen. Ik denk, mevrouw Bertrand, dat we met dit land voor de grote uitdaging staan om de inkomsten te verhogen zonder belastingverhogingen.
Belangrijk is hierbij om meer mensen aan het werk te krijgen. Daarom is het voor cd&v heel erg belangrijk dat die fiscale hervorming wordt doorgevoerd, dat mensen die aan de slag gaan meer loon krijgen, dat werken loont. We zijn heel blij dat deze regering daar werk van maakt. We hebben dus in de commissie al fiscale hervormingen goedgekeurd. In de vorige regering, mevrouw Bertrand, zijn we door jullie daar niet in geslaagd om die fiscale hervorming door te voeren. We zijn heel erg blij dat de regering werk maakt van de fiscale hervorming zodat arbeid meer zal lonen.
De voorzitter: Dat betekent dat, als daarvan werk wordt gemaakt, wij hier een boeiend debat zullen hebben op basis van het bedoelde wetsontwerp. Nu keren wij echter terug naar de eerste aanpassing van de begroting.
12.87 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Van den Heuvel, dat u trots bent op de dertig extra taksen van de regering, laat ik aan u. Echter, beweren dat alles zonder taksen gebeurt, is gebeurd of zal gebeuren, is niet de waarheid.
Ik ben wel heel blij te horen dat u beseft dat aan de groei moet worden gewerkt, dat er alternatieven zijn voor belastingen en dat het anders kan. Vincent Van Quickenborne vermeldt de Einsteinrekening. Dat is natuurlijk iets, maar wat wij vooral nodig hebben, is een echt industriebeleid. Ondertussen is de werkzaamheidsgraad onder de huidige regering immers gedaald.
Wat hebben wij precies nodig? Wij hebben een lastenverlaging en geen lastenverhoging nodig. Wat lezen wij echter? De mensen zullen tegen het einde van de legislatuur 40 euro extra in handen hebben. Geef toe dat dat toch geen ernstige lastenverlaging is. U moet de taart groter maken. Daarover zijn wij het eens. Wij zijn bereid daaraan mee te werken. Dat staat ook in ons plan.
Ik wilde afronden. Ik wilde zeven minuten van uw tijd gebruiken, maar ik ben natuurlijk onderbroken geweest waardoor dat niet is gelukt. Inderdaad, foei, foei, foei.
Mijnheer Vandeput, ik wil afronden door ons plan van 17 miljard euro nog eens in herinnering te brengen want dat is precies het bedrag dat nodig is. Geen 7 maar 17 miljard euro, dat is wat nodig is.
Wat is ons plan? Het omvat zeven punten. Ten eerste, er moet minder geld gaan naar structuren. Ik zal dat niet allemaal detailleren. U kunt het op onze website lezen. Ten tweede, de zorg moet efficiënter. Ten derde, er moet responsabilisering zijn. Dat gaat over de deelstaten. Ten vierde, voer de gemaakte afspraken uit. Dat is belangrijk voor de minister van Begroting. Voer de gemaakte afspraken uit en lever geen lelijke kamelen meer af. Ten vijfde, er moet een eerlijke prijs voor de zorg zijn. Dat gaat over het remgeld. Dat hebt u ondertussen begrepen. Ten zesde, heel belangrijk is een slanke overheid. Ten zevende, minder overheidsgebouwen zijn ook bijzonder belangrijk. Wij hebben het dan over de Regie der Gebouwen.
12.88 Wouter Vermeersch (VB): (…).
12.89 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Vermeersch, daarover gaat het niet.
Collega's, mijnheer de minister, ons plan geeft structurele ademruimte voor 17 miljard euro tegen het einde van de legislatuur. Dat kan zonder de burger extra te belasten, zonder extra taksen, mijnheer Van den Heuvel, zonder extra inkomsten, maar wel inkomsten vanuit de groei, want we moeten de taart groter maken.
De begrotingsaanpassing die vandaag voorligt, is geen oplossing. Dat weet u toch, mijnheer de minister? De heer Jambon benoemt het dan nog eerlijk als het een lelijke kameel is, bijvoorbeeld over de meerwaardetaks. U mag dat ook zeggen over uw begroting. Dit is geen oplossing. U schuift de problemen voor u uit. Wij weigeren daaraan mee te werken; dat zult u begrijpen. Mijn fractie zal dan ook resoluut tegen deze begroting stemmen.
Ik dank u voor uw aandacht, met mijn excuses dat mijn uiteenzetting langer was dan 7 minuten, maar ik vond het wel een goed debat.
De voorzitter: Mevrouw Bertrand, u bent een vrouw met een plan. We verwijzen nu naar anders punt, punt be. Is dat met twee punten of met één punt? Als het met één punt is, is het eigenlijk Anders, zonder punt, punt be.
We gaan dat niet meteen doen, want het woord is nu aan de heer Van den Heuvel. Hij vraagt onze volle aandacht.
12.90 Koen Van den Heuvel (cd&v): Collega’s, ik zal het heel kort houden, want ik meen dat we onze boodschap al hebben overgebracht.
Wat nu voorligt, is een begrotingscontrole, en voor de collega’s die het niet zouden weten, gaat het in essentie om een relatief beperkte technische oefening, zoals dat normaal gebeurt.
Het doel van begrotingsramingen is de begroting opnieuw in overeenstemming te brengen met de initiële begroting. Belangrijk daarbij is dat de aanpassing het meerjarentraject niet bezwaart. Er worden vandaag geen bijkomende structurele maatregelen genomen die de toekomstige begrotingsruimte verder zouden hypothekeren. De fundamentele keuzes worden terecht meegenomen – dat is heel belangrijk – in de begrotingsopmaak voor de periode 2027-2031, die momenteel wordt voorbereid, en waar we in het najaar, hopelijk ten laatste in oktober, een uitgebreid debat over zullen kunnen hebben.
Wel kunnen we vaststellen dat er voor 2026 een stabilisatie van het tekort op 3,7 % wordt gerealiseerd. Mevrouw Bertrand, we gaan ermee akkoord dat we niet op onze lauweren mogen rusten, want de budgettaire uitdaging voor de komende jaren is bijzonder groot. De internationale context is de voorbije maanden alleen maar onzekerder geworden. Geopolitieke spanningen wegen op de economische vooruitzichten en wanneer de economische groei vertraagt, voelen de overheidsfinanciën dat onmiddellijk. Elke terugval van de groei vertaalt zich immers in lagere ontvangsten en een groter tekort. U kent de cijfers evengoed als ik. Bij een bbp groeivertraging van ongeveer 0,5 % verslechtert de federale begroting met 0,2 bbp-punt. Voor de gezamenlijke overheid bedraagt dat 0,3 bbp-punt. Dat betekent dat voorzichtigheid vandaag meer dan ooit aangewezen is.
Het Monitoringcomité wees erop dat er een inspanning van minstens 5 miljard nodig is om opnieuw op het Europese begrotingstraject te komen. Intussen weten we dat een inspanning van minstens 7 miljard noodzakelijk zal zijn en de Nationale Bank heeft intussen inderdaad laten weten dat een inspanning van ongeveer 14 miljard noodzakelijk zal zijn om de schuldgraad op de middellange termijn te stabiliseren. We verwachten nog een nieuwe raming van het Monitoringcomité tegen 6 juli, waarop we wellicht de definitieve grootteorde van de inspanning kunnen baseren. Het is alleszins alvast duidelijk dat de noodzakelijke begrotingsinspanning minstens 7 miljard zal moeten zijn en, als het kan, wellicht enkele miljarden extra.
Dat kan nu worden gerealiseerd met één enkele maatregel, of vanuit één invalshoek. Wanneer we kijken naar het middellangetermijntraject, dan zien we bovendien een aantal tendensen. De primaire uitgaven blijven stabiel, wat op zich al positief is, en moeten dat ook in de toekomst blijven. De rentelasten blijven aanzienlijk stijgen, terwijl de ontvangsten het voorbije jaar in aandeel van het bbp zijn afgenomen. Als we de overheidsfinanciën op een structurele en duurzame manier op orde willen brengen, dan zal het een en-en-enverhaal moeten zijn. De uitgaven moeten onder controle blijven, de rentelasten moeten zoveel mogelijk worden beperkt, maar ook de ontvangsten moeten op peil blijven.
Dat betekent niet noodzakelijk dat er nieuwe belastingen moeten komen, zoals ik daarnet al zei. Belangrijk is dat meer mensen aan de slag gaan, want meer mensen die werken, betekent dat meer mensen bijdragen tot onze welvaartsstaat en dat de belastinginkomsten in hun totaliteit zullen stijgen. We moeten absoluut blijven inzetten op een stijging van de werkzaamheidsgraad tot 80 %.
De geplande lastenverlaging die werken meer doet lonen, is dan ook absoluut noodzakelijk. Voor ons blijft dat een absolute prioriteit. Wij zijn als cd&v fier dat er eindelijk werk wordt gemaakt van een verlaging van de belastingen op arbeid.
De voorzitter: Mijnheer Van den Heuvel, mevrouw Bertrand heeft daarnet nog iets vergeten.
12.91 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Van den Heuvel, ik vond het boeiend dat u zei dat dat "niet noodzakelijk" betekent dat er nieuwe belastingen moeten komen. Wat houdt dat in, niet noodzakelijk?
Kunt u ons garanderen dat cd&v alle nieuwe belastingen zal weigeren bij de begrotingscontrole en dat u zult strijden voor groei en nieuwe inkomsten via groei, maar ook voor besparingen in de uitgaven, zonder extra belastingen? Kunt u ons dat beloven, mijnheer Van den Heuvel?
12.92 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik denk dat ik gewoon kan herhalen wat ik daarnet heb gezegd: geen nieuwe belastingen.
(…): Bravo!
12.93 Koen Van den Heuvel (cd&v): We zetten in op meer mensen aan de slag. Er moet ook werk worden gemaakt van een doeltreffendere strijd tegen fiscale en sociale fraude. Voor ons zijn het aanpakken van achterpoortjes en inefficiënte uitzonderingsmechanismen in belastingtarieven, evenals een betere inning van bestaande belastingen, de prioriteiten om de ontvangsten op peil te houden.
12.94 Alexia Bertrand (Anders.): Dit is toch een heel belangrijk moment. Ik weet niet of er nog pers in de zaal zit, maar cd&v heeft voor de allereerste keer gezegd dat er geen nieuwe belastingen komen, zoals de heer Bouchez ook zei: “Au nom de ma formation politique, il n'y aura plus de nouvelles taxes”.
U bent er zich van bewust dat u al twintig of dertig nieuwe belastingen hebt ingevoerd, afhankelijk van hoe men het berekent, maar u zegt nu dus duidelijk dat er tijdens de komende begrotingsoefening deze zomer geen nieuwe belastingen zullen komen. Ik richt me ook tot de heer Mahdi. U bent het dus niet eens met het voorstel van uw zusterpartij om een rijkentaks vanaf 500.000 euro in te voeren.
Dat vindt u dus geen goed idee. Goed, dat is genoteerd.
Mijnheer de minister, ik ben verrast. Ik hoop dat u toch nog de steun hebt van uw fractie. U hebt ons immers heel vaak gezegd dat het niet zal lukken zonder ook naar de inkomstenzijde te kijken. Ik ben blij te horen dat het gaat over fraudebestrijding, groei en extra inkomsten, maar niet over nieuwe belastingen. Het is de allereerste keer dat we dat van cd&v horen, want u hebt dat in de commissie nooit gezegd, mijnheer de minister. Dat er geen nieuwe belastingen komen, hebben we niet gehoord. U hebt de meerwaardebelasting ingevoerd. U hebt al die nieuwe taksen ingevoerd. Vanaf nu zult u dus op zoek gaan naar 7 miljard euro zonder nieuwe taksen. De meerderheid erkent uiteindelijk dat het al veel te veel is geweest met taks, taks, taks.
12.95 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Van den Heuvel, ik wil terugkomen op het begin van uw uiteenzetting. U zegt dat de begrotingscontrole een puur technische oefening is. Herinnert u zich vorig jaar nog, toen de regering aantrad? Toen zei de minister dat er een aantal correcties zouden worden doorgevoerd bij de begrotingscontrole. Het Rekenhof heeft uiteindelijk bevestigd dat er vorig jaar gewoonweg geen begrotingscontrole heeft plaatsgevonden. Ik heb opnieuw opgezocht wat de minister daarover in de plenaire vergadering van 19 maart, aangezien de begroting ruimschoots te laat werd ingediend, heeft verklaard. Toen heeft de minister hier gezegd dat er de volgende dagen zou worden gestart met de begrotingscontrole. Ik citeer hem uit het verslag: "Op basis van de recentste parameters zullen we beoordelen waar bijsturingen nodig zijn om onze doelstellingen te realiseren." Hij heeft toen gezegd dat als de doelstellingen niet werden gehaald, de uw fameuze nullijnoefening, tijdens het jaar zou worden bijgestuurd. Nu zegt u dat het om een puur technische oefening gaat. U voert een aantal technische correcties door, maar dat is helemaal niet wat aan het Parlement is beloofd. Uw eigen minister heeft vorig jaar gezegd dat er een degelijke begrotingscontrole zou komen en dat er zou worden bijgestuurd. Dat is niet gebeurd binnen uw regering. Ook dit jaar, in maart, heeft de minister verklaard dat er een begrotingscontrole zou komen en dat er zou worden bijgestuurd. Wat we krijgen, is een puur technische oefening. Ook dit jaar ziet het ernaar uit dat dat scenario wordt herhaald. Uw eigen minister heeft opnieuw gezegd dat er tegen 21 juli begrotingsmaatregelen zullen worden genomen. Al uw coalitiepartners zeggen echter al: 21 juli, forget it. Ze willen de begroting gewoon tegen 2027 of in 2028 opstellen. Alles wordt vooruitgeschoven. Ook in 2026 zullen er geen correcties komen.
Mijnheer Van den Heuvel, hoe rijmt u dat allemaal? Kunnen wij nog geloven wat uw partij hier verklaart en wat uw eigen minister hier in het Parlement verklaart? Niets van wat hij zegt, is ooit gerealiseerd, noch de deadlines, zoals die van 21 juli, noch de begrotingscontrole van vorig jaar, noch de aangekondigde bijsturingen van dit jaar. Hij wordt telkens door zijn coalitiepartners met de rug tegen de muur gezet.
12.96 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer Vermeersch, dit is een technische begrotingscontrole. De minister heeft dat ook altijd gezegd. De uitdaging is nu om het meerjarentraject aan te pakken. Het Federaal Planbureau heeft al een aantal vooruitzichten gegeven. Het Monitoringcomité komt samen op 6 juli. We hopen dat de regering een aantal krijtlijnen kan uitzetten en hier ten laatste in oktober een degelijke begrotingsoefening kan maken, met een duidelijk perspectief tot het einde van deze legislatuur.
Mevrouw Bertrand, ik wil toch nog eens zeggen dat het debat op een eerlijke en overtuigende manier moet worden gevoerd. Als wij zeggen dat het een en-en-enverhaal is, dan moeten we ten eerste de rentelasten in het oog blijven houden, ten tweede de uitgaven onder controle houden en ten derde de inkomsten op peil houden. Dat staat echter niet synoniem met een verhoging van of nieuwe belastingen. Er zijn andere manieren om de inkomsten te verhogen: meer mensen aan het werk krijgen dankzij fiscale hervormingen, achterpoortjes en uitzonderingsregimes afschaffen, bestaande belastingen beter innen en de strijd tegen fiscale en sociale fraude opvoeren. Dat zijn ook manieren om de inkomsten op peil te houden.
De voorzitter: Ik geef eerst het woord aan de heer Vermeersch en daarna aan de heer Van Quickenborne. Ik hoor hier rechts fluisteren dat u nooit iets mag zeggen, dus ik ga u na de heer Vermeersch toch eens het woord verlenen.
12.97 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, ik ga repliceren op het antwoord van de heer Van den Heuvel op mijn vraag.
Alle deadlines die uw minister naar voren heeft geschoven, alle uitspraken die hij hier in het Parlement heeft gedaan, zijn niet gerealiseerd. In 2025 heeft hij gezegd dat er een begrotingscontrole zou komen. Die is er nooit geweest. In maart heeft hij hier verklaard dat men de begrotingscontrole zou bijsturen. Nu blijkt dat een louter technische oefening te zijn. Eind vorig jaar heeft hij gezegd dat men voor 16 miljard euro aan inspanningen zou leveren. Dat was uiteindelijk maar 9 miljard euro. In het voorjaar hebt u gezegd dat men tegen 21 juli de begrotingsoefening zou afronden. Al uw coalitiepartners zeggen dat het oktober zal zijn, of misschien zelfs later.
Niets van wat uw partij vertelt en niets van wat uw minister hier over de begroting heeft verklaard werd gerealiseerd. Ik durf de verklaringen van u en uw minister hier in het Parlement dan ook ernstig in vraag te stellen.
12.98 Koen Van den Heuvel (cd&v): Deze begrotingscontrole betekent voor ons een stabilisatie van het tekort, en dat is dus oké. We staan nu in de startblokken om een goede begrotingsoefening te maken voor de volgende jaren.
De voorzitter: Ik heb al een paar keer telkens hetzelfde horen zeggen. Ik vond uw vraag, in de mate dat ik dat mag beoordelen, absoluut relevant binnen het kader van het thema. Uw repliek was eigenlijk een herhaling van uw vraag en het antwoord van de heer Van den Heuvel was opnieuw een herhaling. Maar goed, als u daar nog iets op wilt zeggen, is dat natuurlijk uw recht.
12.99 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, de waarheid wordt geweld aangedaan en het is het recht van het Parlement om een aantal zaken te corrigeren. De collega zegt dat het tekort stabiliseert, maar kijk elk rapport na. De situatie verslechtert dag na dag, week na week, maand na maand. Het wordt slechter en dramatischer. Men waarschuwt ondertussen voor een sneeuwbaleffect. Dat wordt trouwens naar voren geschoven, het is al vroeger dan 2031. Op het niveau van entiteit I, de federale overheid en de sociale zekerheid, realiseert het rentesneeuwbaleffect zich op dit moment zelfs al. Dat zeggen de rapporten. Ze trekken allemaal aan de alarmbel en u zegt dat de situatie stabiliseert.
Bij de N-VA was het nog erger. Daar hoorden we zelfs spreken over verbeteringen. Het is hallucinant, collega's. Laat ons de situatie onderkennen. Ze is dramatisch. Het wordt hoog tijd dat deze regering aan de bak gaat, of dit land zal in ernstige problemen komen.
12.100 Minister Vincent Van Peteghem: Ik word altijd ongemakkelijk van die uiteenzettingen van de heer Vermeersch. Dit gaat over een begrotingscontrole. Een begrotingscontrole kijkt naar het afgesproken pad, naar waar we wilden gaan. Met de cijfers die we hadden, was dat een tekort van 3,8 %. Toen we met de begrotingscontrole begonnen stelden we vast dat voor 2026 een tekort van 3,9 % was vastgesteld. We hebben inspanningen geleverd om dat tekort terug te brengen naar 3,7 %.
Is dat de oplossing voor de begrotingen van 2027, 2028 en 2029? Neen, daarvoor dient een begrotingscontrole niet. Een begrotingscontrole zorgt ervoor dat de cijfers opnieuw op orde komen. We hebben zelfs meer gedaan dan de cijfers op orde zetten, want het resultaat is 0,1 % beter dan oorspronkelijk was voorzien.
12.101 Wouter Vermeersch (VB): Ik zit al een tijdje in dit Parlement. Normaal komt de regering in december met een begroting naar de Kamer en wordt er in maart bijgestuurd. U hebt zich, heel bewust, beperkt tot een puur technische oefening, door de complete onenigheid binnen uw regering en doordat u grandioos te laat naar dit Parlement bent gekomen. Door die omstandigheden hebt u zich beperkt tot een puur technische oefening, terwijl de situatie dramatisch is. U hebt een kans gemist om in te grijpen, want het wordt hoog tijd. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe erger de situatie wordt. Dat zien we dag na dag, week na week.
De urgentie wordt vandaag grotendeels onderschat door u en uw regering. Nochtans dacht ik dat die regering van de begroting een absolute prioriteit had gemaakt, maar dat zien we niet in de feiten.
De voorzitter: De heer Ronse heeft nog iets nieuws ontdekt.
12.102 Axel Ronse (N-VA): Ik vind dat het debat hier eigenlijk niet correct wordt gevoerd. We doen hier een begrotingsaanpassing. De meerderheid spaart geen enkel woord of geen enkele term om te zeggen hoe slecht we ervoor staan.
(Rumoer op de Vlaams Belangbanken)
Mag ik uitspreken? Doe niet zo boertig als de heer Vereeck. U bent zo niet.
(Nog meer rumoer op de Vlaams
Belangbanken)
Ja, ik ben blij dat hij er niet is. Ik dacht mij misschien eens rustig te kunnen uitspreken, maar nu onderbreekt u mij. Is het zo moeilijk om elkaar te laten uitspreken? Ik heb toch ook niet gesproken toen u sprak.
We zitten met een tekort van 577 miljard en betalen daarop veel intresten. Sinds we aan de macht zijn, stijgt die rente. Is er iemand in dit huis die zegt dat die stijgende rente de schuld is van Arizona of van ons beleid? Nee. Dan zijn we het daar al over eens.
Die rente stijgt dus. Als men kijkt naar onze uitgaven en onze inkomsten, ziet men dat we elk jaar een tekort hebben. Trekt men daar de rente van af, dan ziet men ons primair saldo. Dat is voor mij relevant. Zoals de minister op het einde van zijn tussenkomst ook zei, is ons primair saldo verbeterd. Dat toont aan dat deze regering op korte tijd wel degelijk nuttig werk heeft verricht. Het is door die rentekosten erbij te rekenen dat we dieper en dieper in de miserie terechtkomen. Dat is een eerste punt.
Ten tweede wordt hier nogal minnetjes en lacherig gedaan over een zeer sterke tussenkomst van collega Van den Heuvel. Hij heeft namelijk een uitspraak gedaan die eigenlijk helemaal niet nieuw is. In het regeerakkoord staat zelfs dat de belastingdruk in totaliteit moet dalen. Het aandeel van de belastingen op het bbp moet dalen. Wat ik deze legislatuur eigenlijk beu ben, is die voortdurende goedkope oppositie met telkens weer taks, taks, taks. U hebt echter niet de moed om erbij te zeggen waar we belastingen verlagen!
Twee weken geleden hebben we in de commissie voor Financiën en Begroting gesproken over de werkbonus, de belastingvrije som en de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid. Dat gaat verdorie in totaliteit over 4 miljard euro. Daarvan is 1 miljard voorzien voor 2030, maar 3 miljard wordt al deze legislatuur gerealiseerd. Dat betekent minder lasten op arbeid in een van de duurste landen ter wereld op het vlak van belastingen. Er gaat 4 miljard af. Ja, op andere posten komt er wat bij. In totaliteit, collega's, daalt de fiscale druk met deze regering.
Met een lagere economische groei dan voorzien, met een hogere rente dan voorzien en met extra onverwachte investeringen in defensie, waarvoor quasi alle partijen die hier aanwezig zijn met uitzondering van de PTB zich hebben geëngageerd, zorgt de regering ervoor dat het primair saldo verbetert.
Hier nu lacherig opmerken dat het een nieuwtje is dat cd&v stelt dat er nieuwe belastingen komen, is belachelijk. De hele coalitie heeft aangegeven dat de belastingdruk moet dalen.
Mevrouw Bertrand, ik kan mij inbeelden dat die waarheid pijn doet. Uw partij heeft 25 jaar lang mee een regering geleid waaronder de belastingdruk is gestegen, met uitzondering van de Zweedse regering waarvan wij toen deel uitmaakten met de taxshift. Uw partij is er niet in geslaagd te doen wat de heer Van den Heuvel net terecht opmerkte.
Nu snap ik ook waarom u het niet goed begrijpt. De heer Van den Heuvel stelde dat wij nood hebben aan nieuwe inkomsten. U reageert meteen voor Anders. dat cd&v nieuwe belastingen wil. Dat klopt niet. Er kunnen ook nieuwe inkomsten worden gegenereerd door het arbeidsrecht te moderniseren, iets waarvoor u 25 jaar lang de kans hebt gehad maar waaraan u nauwelijks iets hebt gedaan.
De maatregelen die de huidige regering al heeft getroffen om het arbeidsrecht te moderniseren zijn ongezien. U zult zien dat dat ook voor nieuwe inkomsten zal zorgen. Ik geef dus een grote pluim aan Arizona, aan alle fractieleiders van de meerderheid voor hun uiteenzettingen hier en zeker ook aan de sprekers van de meerderheid. Ik zie de heer Vandeput ook enigszins als onze fractieleider en mentor.
(…): (…).
12.103 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw Pas, ik heb hem wel gehoord. Ik heb goed naar hem geluisterd ondanks het geroezemoes en ondanks het feit dat u doorheen zijn tussenkomst aan het praten was. Ik hing aan zijn lippen. Ik hing aan de lippen van de heer Vandeput. Hij had het over de haas en de schildpad.
(…): (…).
12.104 Axel Ronse (N-VA): Ik was hier wel. Ik heb naar de heer Vandeput geluisterd. Gelukkig is er een VAR. De heer Ducarme heeft dat hier uitgevonden. Ik was hier.
Voor de rest, applaus voor de heer Van den Heuvel.
De voorzitter: Mevrouw Pas, de heer Vermeersch en de heer Vanbesien hebben het woord gevraagd.
Mijnheer Van Quickenborne, u wilt ook het woord. De heer Van Quickenborne was minstens chronologisch degene die nu het woord mag voeren.
12.105 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik heb het indruk dat we in herhaling vallen. We hebben het debat over het primair saldo daarnet gevoerd. De heer Ronse was toen niet in het halfrond, we hebben dat gevoerd met de heer Vandeput. We hebben dat debat uitgeput en nu begint de heer Ronse opnieuw over iets. We zouden misschien beter wat nieuws nemen.
Ik wil een nieuw element inbrengen, met name de belofte van de cd&v om geen nieuwe belastingen in te voeren met de begroting die komt. De heer Mahdi bevestigt dat ook, er komen geen nieuwe belastingen. Tjevenklap is altijd dat er geen nieuwe belastingen komen, maar ze sluiten natuurlijk niet uit dat ze de bestaande belastingen zullen verhogen. Dat hadden ze niet gezegd. Wat hebben ze tot nu toe gedaan? Ze hebben bestaande belastingen verhoogd. Zo hebben ze bijvoorbeeld voor de 250.000 kleine vennootschappen de roerende voorheffing verhoogd van 13,65 % naar 18 %.
Deze regering heeft ook heel wat nieuwe belastingen ingevoerd. Uw trackrecord op dat punt is niet zeer zuiver. De carried interest tax is een nieuw ingevoerde taks en er zijn twee nieuwe exittaksen. Dat is de fameuze prikkeldraad die men rond België spant om te vermijden dat mensen verhuizen. Wat heeft de heer Jambon gezegd? Nieuwe taksen. De DBI-beveks taks van 5 % die zelfstandigen nu moeten betalen. Dat is een nieuwe taks, mijnheer Mahdi. De afschaffing van de federale wooninterestaftrek is een nieuwe taks voor 250.000 mensen. De meerwaardetaks, is dat een nieuwe taks? Ik dacht het wel.
Mijnheer de voorzitter, er was ooit een Amerikaanse president die zei "Read my lips: no new taxes". Dit is het read my lips-moment van de cd&v. Ik voorspel u, mjinheer Mahdi, dat een keer dat de begroting er zal zijn – het zal dus niet op 21 juli zijn, maar misschien in oktober, of misschien hebben we weer voorlopige twaalfden, zoals we al iedere keer hebben meegemaakt –, er veel belastingen zullen stijgen en er ook nieuwe taksen zullen bij komen. Ik voorspel u dat, want dat is een belofte van de cd&v. Het is zoals met de centenindex: we zijn ertegen, maar we stemmen ervoor. We kennen intussen de soepkiekens van de cd&v.
Ten tweede, u spreekt over fraude. We zullen geld halen uit de fraude. Dat is een nieuw element, mijnheer de voorzitter, waarover tot nu toe nog niet werd gesproken. Kunt u mij dan eens uitleggen, mijnheer Van den Heuvel of minister Van Peteghem, over wiens aanwezigheid in ons midden wij ons verblijden, hoe het komt dat het antifraudeplan van deze regering al zes keer op de tafel van de ministerraad is gekomen, maar nog altijd niet is goedgekeurd? Dat geraakt er gewoon niet door.
De regering belooft in 2026 200 miljoen euro extra inkomsten uit de bestrijding van fiscale fraude, maar ze heeft daar nog altijd geen wet voor goedgekeurd. Straks is het juli en augustus. Nu lees ik dat het zal worden opgelost in het kader van de begrotingsbesprekingen en dat men het tegen het einde van het jaar gestemd zal krijgen. Hoe ernstig is dat allemaal?
De heer Vermeersch heeft gelijk. Het jaar 2025 was een verloren begrotingsjaar. In 2026 wordt het, zoals mijn fractieleidster al heeft gezegd, door de technische correcties opnieuw een verloren begrotingsjaar. Wat schiet er eigenlijk nog over voor de regering? Niets. Keer op keer slaagt ze erin haar begroting te laten verzuipen. Dat is de realiteit. Ze verzuipt in haar eigen begrotingsmiserie.
De schulden nemen toe. De heer Ronse is nu weer verdwenen, maar hoe komt het dat de rentelasten stijgen? Omdat de regering de schulden niet onder controle krijgt. Dat is de reden waarom de interestlasten blijven oplopen.
Mijnheer de voorzitter, ik denk dat de beloften van cd&v duidelijk zijn. U hebt ze ook gehoord. Ik ben blij dat u dat als voorzitter hebt kunnen vaststellen. No new taxes, read my lips. We zullen het zien in oktober, mijnheer Van den Heuvel en mijnheer Mahdi. Afspraak in oktober. Dan zullen we zien of u uw belofte hebt waargemaakt.
12.106 Alexia Bertrand (Anders.): Ik wilde ook reageren op iets wat de heer Ronse heeft gezegd, namelijk of iemand werkelijk gelooft dat de rentelasten stijgen door het beleid van deze regering.
Een eerste antwoord werd al gegeven door collega Van Quickenborne, namelijk omdat u de schulden niet onder controle krijgt, maar er is ook een tweede element. Wanneer een kredietrating wordt verlaagd, stijgen de rentelasten. Waarom werd de kredietrating verlaagd? Dat is heel eenvoudig. Ik raad iedereen aan de documenten van Moody's en S&P te lezen. Daarin staat heel duidelijk dat zij niet geloven dat deze regering nog in staat is de nodige inspanningen te leveren.
Sorry, maar dat is toch niet de verantwoordelijkheid van het verleden? Dat heeft niets met het verleden te maken. Dat is de verantwoordelijkheid van deze regering. Als u niet meer in staat bent de nodige inspanningen te leveren en de ratingbureaus dat na overleg met verschillende regeringsleden niet meer geloven, dan kunnen wij daar weinig aan doen. Dat is uw verantwoordelijkheid, dus, ja, ik geloof dat een deel van het probleem wel degelijk bij uw beleid ligt.
12.107 Wouter Vermeersch (VB): Ik heb hier toch wel een aantal opmerkelijke zaken gehoord van collega Ronse en hij heeft een deel van het debat gemist, onder andere rond het primair saldo en de discussie daarover. Maar ik wil toch op drie zaken ingaan die u hebt opgenoemd.
Ten eerste, de belastingdruk. We hebben vandaag ongeveer een belastingdruk van 42,3 %. Eind 2026 zullen we weten of die gestegen of gedaald is. Ik kan u dus niet zeggen of hij is gestegen of gedaald onder deze regering. Wat u wel kunt zeggen is dat er in uw regeerakkoord stond dat u 11 % uit nieuwe belastingen zou halen. Een derde van een derde, dat stond in uw regeerakkoord. Wat blijkt? De begrotingsinspanning dit jaar bestaat voor het overgrote deel uit nieuwe belastingen en dus heeft het er schijn van dat de belastingdruk zal stijgen. Volgend jaar zullen we dat bij dit debat kunnen bespreken.
Ten tweede, over het tekort zelf. De Nationale Bank zegt dat deze regering zal eindigen met een tekort dat groter is dan waar de vorige regering mee geëindigd is. De situatie is dus helemaal niet onder controle, ze is verder aan het ontsporen.
Ten derde, wat u over de rente zegt. Wat collega Ronse zegt, houdt helemaal geen steek. Uw rente-uitgaven bestaan natuurlijk uit twee factoren. Uw rente maal uw volume. Uw schuld. Aan de rente kun je inderdaad niet veel doen. Dat is internationaal bepaald. Maar aan uw schuld kunt u wel iets doen. De regering-De Wever zal 200 miljard euro staatsschuld toevoegen door de enorme tekorten van de komende en afgelopen jaren. Dat is de realiteit. Rente maal volume, rente maal schuld. Dat neemt toe.
U draagt dus wel een verpletterende verantwoordelijkheid dat die rentesneeuwbal op gang komt, omdat u natuurlijk de tekorten laat ontsporen. U hebt in 2025 niet ingegrepen, u hebt in 2026 onvoldoende ingegrepen. Het is maar de vraag of u er nog zult in slagen om dat in de komende jaren te doen. Sowieso zult u de rente laten ontsporen door uw eigen beleid en daar draagt u wel de verantwoordelijkheid voor. Niet over de rente, maar wel over de staatsschuld die verder aangroeit.
12.108 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Ronse, ik ga ook even reageren op uw tussenkomst. U hebt daarnet gesproken over een van de belangrijkste maatregelen die eraan komen om de belastingdruk te doen dalen. Dat is die grote fiscale hervorming. U zegt dat die vorige week of twee weken geleden in eerste lezing in de commissie is goedgekeurd. U spreekt over het stijgen van de belastingvrije som en de overuren die goedkoper worden.
U zei dat het een belastingvermindering zal zijn van 4 miljard euro, waarvan weliswaar 1 miljard euro zal doorgaan in 2030, maar waarvan 3 miljard tijdens deze legislatuur zal plaatsvinden. Dat is een groot koninginnenstuk.
Nu, ik was aanwezig in die commissievergadering. U was daar niet. Misschien was u er volgens uzelf wel, maar ik heb u daar niet gezien. Ik heb die commissievergadering meegemaakt, en ik heb aan uw minister Jambon de vraag gesteld: mijnheer Jambon, u laat ons hier nu over stemmen, maar kunt u garanderen dat het niet opnieuw teniet gedaan wordt voor het einde van het jaar? Minister Jambon heeft geantwoord dat hij dat niet kon garanderen. Maar waar zijn we dan mee bezig?
Mijn tweede punt betret de rentestijging, waarom mevrouw Bertrand ook al heeft gealludeerd. U zegt dat de rentestijging niet uw schuld is. De heer Vermeersch bevestigt dat de rentestijging iets internationaals is, waaraan u zelf inderdaad niets kunt doen. Het is echter wel een feit dat u er in de voorbije jaren niet in geslaagd bent om de ratingsbureaus te overtuigen dat u zult geraken waar u belooft hebt dat we moeten geraken. Daardoor zijn de ratings verlaagd voor ons land. De markt heeft daarop geanticipeerd door de rente voor ons land te verhogen. Kortom, minstens voor een stuk hebt u daar wel zelf invloed op. Het is wel het gevolg van uw beleid.
12.109 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Vanbesien, u zegt dus dat ons beleid de reden is dat de ratingbureaus onze ratings verlagen en dat de rente daardoor stijgt. Ik stel voor dat we samen de verslagen van de ratingbureaus lezen. Daarin staat dat Arizona op papier de maatregelen neemt die genomen moeten worden, dat die opnieuw vertrouwen wekken, maar dat procedureslagen en het aanhoudend verzet van onder meer Groen…
Dat staat in de verslagen van de ratingbureaus.
12.110 Wouter Vermeersch (VB): (…)
12.111 Axel Ronse (N-VA): … en tot zeker voorbehoud.
12.112 Wouter Vermeersch (VB): (…)
12.113 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Vermeersch, is het nu zo moeilijk om even te zwijgen als ik spreek? Dat is toch een basiscompetentie beleefdheid die men in de kleuterschool leert? Als iemand het woord heeft, luistert men en laat men die spreken. Opvoeding, dat is het minimale van een beschaving. U bent echt de manieren van de heer Lode Vereeck aan het overnemen.
De voorzitter: Gaat u verder, mijnheer Ronse.
12.114 Axel Ronse (N-VA): Ja maar, het is ambetant, mijnheer de voorzitter, zeer ambetant.
De voorzitter: Collega's, er is in de zaal altijd wel enig geroezemoes, maar de heer Ronse heeft wel gelijk.
12.115 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, sorry, maar als u me verwijt dat ik niet in dit debat aanwezig ben, kan ik u zeggen dat ik hier al veel debatten heb meegemaakt waar u nauwelijks was, maar dan plots binnenkomt en zelf allerlei zaken herhaalde.
De voorzitter: Collega’s, ik stel voor dat we de whereabouts eruit laten.
12.116 Axel Ronse (N-VA): Mag ik nu alstublieft mijn betoog voortzetten, mijnheer de voorzitter? Ik word hier onderbroken. Ik krijg de kans niet (…)
De voorzitter: Ik onderbreek u nu. Gisteren in de Conferentie van voorzitters werd op dat aspect nog gewezen. Ik zou willen dat diegene die het woord heeft, zijn punt laten maken. Dan kan daarop gereageerd worden.
Het is niet de regel dat wie het laatst iets zegt gewonnen heeft, want anders blijven we bezig. Sommigen interpreteren dat wel zo.
Mijnheer Ronse, aan u het woord.
12.117 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Vanbesien, met alle sympathie, maar als u intellectueel eerlijk bent en u citeert de ratingbureaus, dan komt daaruit naar voren, ik hoop dat u dat kunt bevestigen, dat de koers die Arizona uitzet, met grote pensioenhervormingen en een grondige hervorming van de arbeidsmarkt, de juiste is. Hun voorbehoud in de rating betreft net het sociaal verzet dat u mee aangeeft en procedureslagen.
Mijnheer Vermeersch, idem voor u, want u geeft ruiterlijk toe dat de stijgende rente vooral internationaal moet worden gekaderd, maar tegelijk zegt u dat dit ook te maken heeft met het feit dat deze regering haar besparingen niet op orde krijgt. Elke keer dat wij met Arizona een deftige besparing wil doorvoeren die die naam waardig is, is uw fractie de eerste om vieze coalities met de PS te sluiten en om te proberen om die maatregelen te vertragen, tegen te houden of er fakenieuws over te verspreiden. Met alle sympathie, maar leer toch allemaal eens om consequent te zijn. Ik zeg dat niet omdat ik een N-VA'er ben of sympathie heb voor cd&v, Vooruit of Les Engagés, onze coalitiepartners.
Deze generatie politici, de arizonageneratie, doet wat vandaag nodig is in ontzettend moeilijke tijden. We zitten in een perfecte storm. De economische groei is extreem vertraagd en dreigt mogelijk in een recessie terecht te komen. We zitten met een historisch hoge schuld en een stijgende rente. Dat zijn bijzonder moeilijke en delicate omstandigheden om hervormingen door te voeren, maar we zijn het verdorie wel aan het doen. Als u ziet wat hier de voorbije zestien maanden al is gebeurd en welke tegenwind we hebben gehad binnen een coalitie met een ruime bandbreedte, dan zeg ik: chapeau.
De voorzitter: We gaan naar de afrondende opmerkingen. Mijnheer Vermeersch, u hebt het woord.
12.118 Wouter Vermeersch (VB): Collega Ronse, uw rente-uitgaven worden bepaald door twee factoren: de rente maal de schuld. Op de eerste factor hebt u geen invloed, want die wordt internationaal bepaald, maar op de tweede factor, de schuld, natuurlijk wel. Als u tekorten opstapelt, stijgt uw schuld en dus ook uw rente-uitgaven.
Een tweede feit is dat uw regering miljarden mist. De fameuze nullijnoefening van de minister is geen gevolg van parlementaire werkzaamheden, maar van twee zaken. Ten eerste, uw regering realiseert een aantal maatregelen niet. Ten tweede, de regering is grandioos te laat. Kijk naar uw begroting. U hebt met een noodbegroting moeten werken. U bent grandioos te laat doordat u pas in maart de oorspronkelijke begroting voor 2026 kon doorvoeren.
Een ander voorbeeld is de btw-hervorming. Die staat ingeschreven in de begroting voor 2026. Ik heb daarover nog niets gezien in het Parlement. We hebben zelfs nog niet de kans gehad om dat te vertragen, omdat we daarover nog geen enkele wettekst hebben gezien. Dat is de realiteit. Collega Ronse, laten we bij de feiten blijven. Dank u.
12.119 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Ronse, de begroting is veel te laat ingediend, de programmawet is veel te laat ingediend. Inzake de meerwaardebelasting werd een jaar gediscussieerd over de modaliteiten. Maar nu komt u zeggen dat ik verantwoordelijk ben voor de vertraging van het beleid van Arizona, dat ik het beleid van Arizona mee bepaal en dat de ratingbureaus daardoor de rating naar beneden halen. Sorry, mijnheer Ronse, maar die eer laat ik aan mij voorbijgaan.
12.120 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Ronse, u kunt niet zomaar dingen vertellen. Als het over cijfers gaat, is het duidelijk. We hebben het debat over het primair saldo al gehad. In 2024 bedroeg het primair saldo 1,1 %. Dat is met uw regering gestegen tot 2 %. Vervolgens is het dit jaar licht gedaald tot 1,8 % en tegen het einde van de legislatuur zal het opnieuw stijgen tot 2,5 %. Dat betreft entiteit I, voor alle duidelijkheid. Daarover bestaat dus geen twijfel.
Wat de ratingagentschappen betreft, zal ik u voorlezen wat zij schrijven. Moody's schrijft op pagina 2, ik citeer, vertaald naar het Nederlands: "De regering heeft een omvangrijk en politiek moeilijk hervormingspakket goedgekeurd." Dat hebben we ook altijd erkend. "Maar deze maatregelen schieten nog steeds tekort om de schuld te stabiliseren en vertegenwoordigen waarschijnlijk een budgettaire consolidatie die dicht aanleunt bij het maximum", luistert u goed, "het maximum dat deze coalitie haalbaar kan verwezenlijken." Daarom verlaagt Moody's de rating. Dat heeft dus niets met het verleden te maken. Dat is uw verantwoordelijkheid.
De voorzitter: Collega’s, zoals ik daarnet aankondigde, sluit ik nu dit deel af. Het is niet omdat ik met mevrouw Bertrand eindig, dat zij gewonnen heeft en dat dit het unanieme besluit is van de zaal.
12.121 Minister Vincent Van Peteghem: Ik zal niet te lang tussenkomen, want er is uiteraard al heel veel gezegd. Ik dank u voor de boeiende besprekingen van de voorbije week, maar ook van vandaag. We zijn weer heel wat wijzer geworden door alles wat hier gezegd is.
Ik wil toch nog even terugkomen op een punt waarvoor ik daarnet ook al het woord nam. Dit gaat over een begrotingscontrole. Een begrotingscontrole is een oefening om te bekijken wat we hebben ingezet, wat onze rendementen waren, welke maatregelen we moesten nemen en wat er nodig is om uiteindelijk het beoogde tekort van het begrotingsjaar te halen.
Dat moeten we uiteraard loskoppelen van die grote oefening, namelijk de begrotingsopmaak, die we nu ook gaan opstarten. Dat heb ik altijd heel duidelijk gemaakt. Eerst is er een controle om ervoor te zorgen dat de cijfers van dit jaar in orde zijn. Daarna gaan we effectief van start met de begrotingsopmaak voor de komende jaren.
Over die begrotingscontrole wil ik nog een aantal zaken zeggen. Sommige tussenkomsten gingen ook over het Rekenhof. Ik ben nogal gevoelig voor de tussenkomst van de heer Vanbesien. Hij sprak over de transparantie van de begroting. Op dat vlak moeten we voldoende intellectuele eerlijkheid aan de dag leggen. Dat gaat dan natuurlijk vooral over die provisies en die toewijzingsfondsen. Niemand zal mij horen zeggen dat dit een ideale situatie is. Het is belangrijk dat we daar op termijn effectief meer transparantie in brengen.
Tegelijkertijd blijf ik erbij dat sommige uitgaven op het moment van een begrotingsopmaak zeer moeilijk geconcretiseerd kunnen worden of een zeer uitgesproken interdepartementaal karakter hebben. Op dat moment is een provisie uiteraard wel aangewezen, om voldoende flexibiliteit te behouden.
We moeten er uiteraard voor zorgen dat we op termijn de parlementaire controle kunnen versterken. Ik denk dat de uitdaging op dat vlak - we hebben het daarover in de commissie ook gehad - erin moet bestaan die provisies niet dogmatisch af te schaffen, maar om een beter evenwicht te vinden tussen transparantie, flexibiliteit en controle. Dat is in ieder geval de richting waarvan we de komende periode verder werk willen maken.
Een tweede punt, naast die opmerking van onder andere het Rekenhof maar ook van u, is de nullijnoefening, waarmee ik al even de brug naar de begrotingsopmaak maak.
Ik heb al een aantal keer gezegd, ook in de commissie, dat wij bij die nullijnoefening altijd twee zaken moeten onderscheiden. Enerzijds gebeurt er telkens een herraming van maatregelen door de administratie. Ze doet dat natuurlijk in het kader van de opmaak van het rapport van het Monitoringcomité. Anderzijds is er de nullijnoefening, die ook een interne politieke opvolgoefening is en die onze eigen begrotingsbesprekingen zal voeden. Ze vertrekt vanuit het idee dat wij eerst moeten uitvoeren wat wij hebben afgesproken om nadien te bekijken welke inspanning nog nodig zal zijn. Dat is precies wat wij nu doen.
Die herraming, die continu gebeurt, vertaalt zich trouwens ook in de voorliggende begrotingsdocumenten. Ze bevat een aantal elementen uit zaken die niet zijn gerealiseerd. Denk aan de btw-aanpassingen en aan een aantal aanpassingen op het vlak van pensioenen, maar ook aan asiel en migratie en aan de leeflonen die neerwaarts zijn bijgesteld. Dat zorgt er echter wel voor dat de oefening die wij hebben gemaakt in onze nullijnoefening, ertoe leidt dat de afspraken die wij hebben gemaakt ook effectief worden uitgevoerd.
Dat brengt mij bij de oefening waar wij nu voor staan. Ik heb velen onder u al een aantal cijfers horen aanhalen. Sommigen hadden het over 3 of 4 miljard euro, sommigen over 7 miljard euro en anderen over 14 miljard euro. Ik heb, weliswaar niet vandaag maar wel in de commissie, zelfs al 20 miljard euro horen vermelden. Dat is allemaal bijzonder ambitieus, zeker die hogere bedragen. Ik zal natuurlijk de laatste zijn om onze begrotingsdoelstelling naar beneden bij te stellen. Ik weet dat velen mij verwijten dat ik te veel vasthoud aan de uitgavennorm, maar qua omvang meen ik dat die norm in ieder geval de minimuminspanning is die wij tegenover Europa moeten leveren.
Wie die inspanning wil minimaliseren, mist eigenlijk de essentie van dat nieuwe Europese kader. Dat kader is ingevoerd om ervoor te zorgen dat we evolueren naar evenwichtige en houdbare overheidsfinanciën. Het legt ook de nadruk op wat deze regering effectief doorvoert, namelijk structurele hervormingen en investeringen die de groei en de werkgelegenheid in ons land, en eigenlijk ook in de hele Europese Unie, moeten stimuleren.
Voor mij is dat het uitgangspunt qua grootteorde. Enerzijds moeten we op korte termijn een significante inspanning leveren, waarmee we aan Europa duidelijk maken dat we ons engagement naleven. Anderzijds moeten we die inspanning realiseren via hervormingen en ervoor zorgen dat we met investeringen in groei en werkgelegenheid onze overheidsfinanciën op lange termijn effectief duurzaam maken. We moeten dat niet doen met oplapwerk, zoals we dat soms deden, maar met een structurele sanering, waarbij we zowel naar de lekken aan de uitgavenzijde als aan de ontvangstenzijde durven kijken.
Naast de omvang heb ik ook een paar opmerkingen over de timing. Uiteraard zou 21 juli een goed moment zijn om naartoe te werken. Ik heb het echter al een aantal keer gezegd: ik heb liever een goed akkoord dan een snel akkoord. Laten we daar dus effectief werk van maken.
Zoals ik bij elke begrotingsoefening ook gezegd heb, we weten wanneer zo'n oefening start, maar we weten niet altijd wanneer ze eindigt. Op 6 juli zullen we in ieder geval, met de publicatie van het rapport van het Monitoringcomité, weten welke inspanning deze regering zal moeten leveren.
Ik denk in ieder geval dat iedereen beseft dat de budgettaire situatie van ons land bijzonder ernstig is en dat we daar werk van moeten blijven maken. Ik ben ervan overtuigd dat dat exact is wat deze regering doet. We hebben al veel voorbereidend werk gedaan. We hebben advies gevraagd aan experten en zijn scenario's aan het doorrekenen. We gaan de begrotingsbesprekingen dus veel vroeger dan in het verleden effectief opstarten. Opnieuw gebeurt dat met een begrotingsopmaak die niet alleen kijkt naar volgend jaar, maar die ook durft te kijken naar de lange termijn en naar de budgettaire uitdagingen waarmee dit land op middellange termijn zal worden geconfronteerd. We hebben die uitdagingen in het verleden al te vaak uitgesteld. Nu pakken we ze effectief aan.
Wat vandaag voorligt, is natuurlijk de begrotingscontrole. Die begrotingscontrole vormt het startschot voor onze begrotingsopmaak, die opnieuw een kritisch ijkpunt zal zijn voor deze regering. Ik denk dat de richting van die begrotingsopmaak duidelijk is. De structurele kostendrijvers moeten worden aangepakt. Onze inkomsten moeten op een rechtvaardige manier op peil worden gehouden. Onze economie moet worden versterkt. Onze begroting moet opnieuw robuust worden gemaakt, niet alleen vandaag, maar ook om ervoor te zorgen dat onze welvaartsstaat morgen standhoudt. Dat is wat ik hier al een aantal keer heb gezegd. Het gaat over de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Zij moeten als beleidsmakers van morgen hun keuzes in een vrije budgettaire context kunnen maken.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ga nu eerst het woord verlenen aan de heer Boukili, want hij heeft nog een aantal amendementen die hij wil verantwoorden.
12.122 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, je voudrais présenter deux amendements, notamment en lien avec l’ajustement budgétaire. En effet, comme vous le savez, monsieur le ministre, la situation est aujourd’hui très difficile dans l’ensemble des CPAS du pays. Ce sont surtout les communes les plus pauvres qui paient l’addition.
Par exemple, à Molenbeek – commune déjà fortement appauvrie –, alors qu'un tiers des dépenses du CPAS devrait être pris en charge par le fédéral, la commune doit assumer elle‑même une part croissante des coûts du CPAS et de la police. Cela représente près de 70 millions d’euros, soit un tiers du budget communal.
Votre réforme ne fait qu’aggraver la situation. À Molenbeek toujours, 65 % des personnes exclues du chômage se tournent vers le CPAS. Pourtant, dans vos prévisions, vous évoquiez un tiers. En l'occurrence, nous sommes à 65 %, ce qui représente une charge supplémentaire de 2,4 millions d’euros pour la commune.
Les communes sont étranglées par les transferts de charges du fédéral que sont la police, les pompiers, les pensions et la précarité, les fameux "4 P" comme on les appelle. Depuis des années, les communes, surtout les plus pauvres, sont structurellement sous‑financées. Aujourd’hui, elles sont poussées au bord de l’asphyxie financière.
Le PTB refuse cette austérité imposée d’en haut. Nous refusons que les communes soient contraintes de supprimer des services, de reporter des investissements essentiels ou de faire payer la facture à la population. Avec les syndicats, les associations et les citoyens, nous continuerons à nous mobiliser pour un refinancement des communes à la hauteur des besoins, car sans ce refinancement, les coupes budgétaires n’auront pas de fin.
Pourtant, lorsqu’il s’agit de financer 11 F‑35 supplémentaires, il n’y a soudainement plus aucun problème budgétaire. Dans ce cas, vous trouvez l’argent facilement, alors que ces nouveaux F‑35 ne sont pas nécessaires pour protéger notre espace aérien. Par ailleurs, la Belgique dispose déjà de 34 appareils, et les F‑35 sont avant tout des avions offensifs destinés à des opérations militaires à l’étranger. Cela n'est pas un scoop, vu que le ministre de la Défense l'a confirmé. De plus, leur achat nous rend encore plus dépendants des États‑Unis pour les logiciels, la maintenance et les systèmes essentiels.
Dès-lors, monsieur le ministre, quelles sont vos priorités et celles de votre gouvernement? S'agit-il d'investir des milliards dans une nouvelle escalade militaire ou d'investir dans la vraie sécurité des citoyens?
En effet, la véritable sécurité, ce n'est pas
la course à l'armement, mais bien des pensions dignes, des soins de santé
accessibles, des écoles de qualité et des CPAS capables d'aider celles et ceux
qui en ont besoin. C'est précisément pour ces raisons que nous avons déposé des
amendements visant, d'une part, à supprimer les crédits prévus pour la charge
de ces 11 F-35 supplémentaires et, d'autre part, à donner des moyens pour le
refinancement des CPAS cette année, afin de répondre à la catastrophe que vous
avez vous-mêmes créée avec votre gouvernement. Je vous remercie.
De voorzitter: Dan komen wij aan de afrondende tussenkomsten. Mevrouw Bertrand, het woord is aan u.
12.123 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter. Ik ga het kort houden.
We hebben vanavond heel veel dingen bijgeleerd. Ik ga ze over een minuutje samenvatten, maar ik was verrast door uw inleiding, mijnheer de minister. U vond de hoge bedragen die hier werden geciteerd bijzonder ambitieus en wat te hoog. Sommigen hebben heel hoge bedragen vermeld. Maar u hebt zelf vorig jaar op 27 september een bedrag vermeld van 16,6 miljard euro dat u wilde besparen. Dus u hebt het woord besparen gebruikt. Ik hoop dat u die ambitie niet hebt losgelaten. Ik hoor deze geluiden wel niet bij de coalitiepartners en dat is ook niet duidelijk gezegd geweest. Ik heb de indruk dat uw ambitieniveau eerder rond 7 miljard ligt en we weten uit ervaring dat dat meestal ook niet gehaald wordt omwille van het aantal lelijke kamelen die erbij horen. Maar ik heb vanavond vooral gehoord dat er geen nieuwe belastingen komen, tenminste niet als het van cd&v afhangt.
Collega's, mijnheer Mahdi, mijnheer de minister, laat ons duidelijk zijn, de begrotingscontrole betekent ook niet de huidige belastingen verhogen. Daar zijn jullie wat minder duidelijk over. Hebben wij elkaar slecht begrepen? Is er ambiguïteit? Dan moeten jullie dat misschien nu al duidelijk maken. Ik hoop dat er geen nieuwe belastingen komen, want jullie hebben al een nieuwe belasting ingevoerd. Dat is typisch tjeef. Dat is weer typisch.
Collega’s, men zegt dat er geen nieuwe belastingen komen, maar de nieuwe belastingen moet men wel verhogen. Dus ik neem dat terug. Het klopt niet dat men zegt er geen nieuwe belastingen komen, er gaan er dus toch komen, maar in de vorm van huidige belastingen die dan verhoogd worden. Dat is jammer.
Wat hebben wij nog vernomen? Dat er veel voorbereid is geweest. Jullie hebben experten geraadpleegd en zijn veel vroeger gestart. Dat vind ik een goede zaak, mijnheer de minister. U hebt lessen getrokken uit vorig jaar. U gaat dan waarschijnlijk in augustus werken of veel vroeger beginnen, want voor 21 juli gaat dat niet lukken. Maar als wij de State of the Union hier dit halfrond, de tweede dinsdag van oktober, willen horen, dan gaan jullie veel vroeger moeten beginnen.
Dat is wat ik onthoud.
Ik ben wel teleurgesteld over de nieuwe belastingen, want uiteindelijk heb ik u slecht begrepen. Dat is geen grote verrassing, mijnheer Van den Heuvel, voor alle duidelijkheid. Ik was eigenlijk verrast door uw stelling, maar het is ondertussen verduidelijkt. Er komen dus wel nieuwe belastingen, maar het gaat om verhogingen van bestaande belastingen. Voor wie dat nog niet duidelijk was, is dat nu wel het geval.
12.124 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, ik wil u uiteraard danken voor uw antwoord, maar eerlijk gezegd stel ik vast dat u vooral een aantal symptomen hebt beschreven, zonder het probleem echt te benoemen en zeker zonder het aan te pakken, ook dit jaar opnieuw niet.
U hebt in uw antwoord gezegd dat de cijfers voor dit jaar op orde zijn gezet. Dat is echter net niet wat een begrotingscontrole moet doen. U kunt een aantal technische aanpassingen doorvoeren. Het was in essentie een technische oefening. Het Rekenhof heeft echter zelf vastgesteld – u hebt het rapport ook gelezen – dat tal van maatregelen vertraging oplopen en dat verschillende belangrijke risico’s zelfs niet in de cijfers zijn verwerkt. Dat staat letterlijk in het rapport van het Rekenhof. De fundamentele budgettaire problemen hebt u met deze begrotingscontrole dus niet opgelost. U hebt ze gewoon doorgeschoven naar de toekomst. Dat is stilaan een rode draad aan het worden in het beleid van de regering.
Vervolgens hebt u, mijnheer de minister, verwezen naar uw fameuze nullijnoefening en gezegd dat die een raming is. Goed, het is een raming, maar waarom krijgt het Parlement die niet te zien? Waarom krijgt Het Nieuwsblad die wel te zien? Waarom krijgen journalisten dat document wel en de volksvertegenwoordiging niet? Wij vinden dat nog altijd zeer problematisch. De parlementaire controle kan onmogelijk ernstig worden genomen als de pers uiteindelijk beter geïnformeerd is dan de parlementsleden.
Mijnheer de minister, u zegt ook dat het nieuwe Europese begrotingskader ons naar houdbare financiën moet brengen. Dat wordt letterlijk tegengesproken door de Nationale Bank van België en door het Rekenhof in de commissie. Uw kabinetsmedewerkers waren daarbij aanwezig. Beide instellingen stellen zeer duidelijk dat het respecteren van de Europese uitgavennorm niet zal volstaan om de Belgische schuld te stabiliseren.
Dat kan men lezen in de verslagen.
Mijnheer de minister, als u hier in het Parlement het omgekeerde komt vertellen, maakt u alle parlementsleden blaasjes wijs, dat klopt gewoonweg niet. Met andere woorden, zelfs al volgt u de Europese regels, dan nog zal de Belgische schuld ontsporen en zullen we dat fameuze rentesneeuwbaleffect niet kunnen vermijden. Dat is bijzonder verontrustend.
Verder hebt u ook gesproken over een structurele sanering. Zelfs de structurele financiering van de grootste uitgavenpost van deze legislatuur, namelijk Defensie, is vandaag compleet onduidelijk. Daar tasten we volledig in het duister. Het defensiefonds, de verkoop van de activa, de trekkingsrechten, niemand lijkt nog precies te weten welke middelen uiteindelijk waarvoor moeten dienen. De structurele financiering hebben we uiteindelijk nog niet gezien.
U hoopt dat de puzzel op een bepaald moment in elkaar zal vallen. U hoopt ook dat Europa ons na 2028 nog verder uitstel zal geven. U blijft echter op de vlakte over de structurele financiering van die miljardenuitgaven die we deze legislatuur zullen doen.
Ten slotte, we hebben u opnieuw horen zeggen dat u bij voorkeur tegen 21 juli een akkoord zou willen. Mijnheer de minister, we horen dat al maanden van u. Uw eigen regeringspartners verwijzen heel duidelijk naar oktober. Ik heb het hier gezegd en een aantal voorbeelden gegeven. Vorig jaar hebt u een begrotingscontrole beloofd, die er nooit is gekomen. U hebt hier in maart in dit Parlement gezegd dat het een begrotingscontrole met bijsturingen zou zijn. Het is een puur technische oefening geworden.
Laten we eerlijk zijn, deze regering heeft ondertussen de zeer slechte gewoonte ontwikkeld om telkens te laat naar dit Parlement te komen, te laat met de begroting, te laat met heel wat wetgevend werk. Dit is dus geen uitzondering meer. Het begint stilaan de bestuursstijl van de regering-De Wever te worden.
Mijnheer de minister, voor ons is de conclusie dan ook duidelijk. Deze begrotingscontrole was de kans, de gelegenheid om anderhalf jaar na de start van de regering orde op zaken te stellen en de daad bij het woord te voegen. U hebt dat niet gedaan. U had de kans om die ontsporende schuld onder controle te krijgen, om duidelijkheid te scheppen over bijvoorbeeld de financiering van Defensie en om de begroting aan te passen aan de verslechterde economische realiteit. Die kans heeft deze regering laten liggen.
Dit is geen begrotingscontrole die de boel opnieuw onder controle brengt. Integendeel, de begroting ontspoort verder. Dat zien we dagelijks in de media wanneer we de rapporten en publicaties over uw begrotingswerk raadplegen. Wie vandaag geen structurele keuzes durft te maken, zal morgen met nog zwaardere keuzes worden geconfronteerd. Dat is ook wat we zien.
Waar het aanvankelijk 3 tot 4 miljard was, spreekt u nu al van 7 of 14 miljard. Het wordt steeds meer omdat uw regering immobiel is en niet in staat is om drastisch in te grijpen. Dat is onze conclusie bij deze begrotingscontrole.
Nog twee punten. Ten eerste, ik denk dat het stilaan duidelijk wordt. Als u het begrotingswerk ernstig zou nemen, mijnheer de minister, dan zou er dit jaar nog een tweede begrotingscontrole nodig zijn. Deze begrotingscontrole mag niet het eindpunt zijn voor dit jaar. Uw eigen nullijnoefening, de uitgestelde maatregelen van uw regering, onder andere de btw-hervorming, de economische verslechtering die we nu zien door de oorlog, onder andere in Iran, de oplopende rente waarmee we geconfronteerd worden, al die elementen wijzen in dezelfde richting, in de negatieve richting. De vraag is dus niet langer of er nog moet worden bijgestuurd, maar wanneer er moet worden bijgestuurd.
Ten tweede, misschien wel het belangrijkste politieke punt en dat verontrust ons nog het meest. Deze regering lijkt totaal geen begrotingsdoelstelling meer te hebben. In het regeerakkoord werd nog gesproken van een tekort van 3 % voor entiteit 1, maar in de commissie en ondertussen ook in de pers hebt u verklaard dat er geen enkel engagement meer richting die belofte in het regeerakkoord is. Zelfs tegen het einde van de regeerperiode wil de regering zich daar niet meer toe verbinden.
De vraag die ik u al vaak gesteld heb, is wat nu eigenlijk het einddoel van uw regering is. Waar wilt u in 2029 landen? Het was Bart De Wever die in de verkiezingscampagne zei dat België een zinkend schip was, maar na de verkiezingen is hij tegen wil en dank kapitein geworden van dit schip. Ondertussen is duidelijk geworden dat dit schip vaart zonder enig doel, zonder enige bestemming en dat iedereen die zo verder blijft varen uiteindelijk op een ijsberg zal botsen. Dat is bijzonder problematisch.
Ik zal u blijven vragen waar u in 2029 wil landen. De doelstelling die u hebt gesteld in het regeerakkoord wordt immers helemaal niet meer gerespecteerd. Die is op vandaag onhaalbaar geworden. Daarvoor moet u die fameuze inspanning van 20 miljard doen om op 3 % te kunnen landen. Dat is vandaag politiek onmogelijk geworden binnen België. Dus mijn open vraag in deze discussie is de volgende. U hebt de kans gemist om die begrotingscontrole aan te wenden om drastisch in te grijpen en u blijkt helemaal zonder doel te zijn. Uw begrotingsdoelstelling is totaal onduidelijk. Wordt dus zeker vervolgd.
De voorzitter: Voor alle duidelijkheid, iedereen mag nog tussenbeide komen, maar we gaan geen reactie meer geven op elkaar. We hebben het debat gehad. Het zijn nu afsluitende bedenkingen.
12.125 Frédéric
Daerden (PS): Monsieur le ministre, je serais tenté
de dire simplement merci pour votre réponse. En effet, il s'agit d'un
ajustement restreint, mais le déficit objectivement se dégrade, et cela
m'inquiète. J'ai eu l'impression d'entendre beaucoup de personnes inquiètes
aujourd'hui, même vous d'ailleurs. Dans ce contexte, je me réjouis, si je puis
dire, de notre débat suivant sur les bases budgétaires 2027 et les
projections pour 2030. Je
crains le pire.
De voorzitter: Collega Daerden, ik huldig graag uw zin voor beknoptheid.
12.126 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer de voorzitter, het is een boeiend debat geweest. Wij hebben het in het debat nog niet gehad over de warmte. Bij deze temperaturen bestaat de heer Vermeersch het zelfs om ijsbergen te vermelden.
De voorzitter: Mijnheer Vandeput, u mag niet repliceren, want anders ontneem ik u het woord.
12.127 Steven Vandeput (N-VA): Ik mag wel mijn repliek geven op het debat.
De voorzitter: U mag echter geen reactie geven op de heer Vermeersch.
12.128 Steven Vandeput (N-VA): Collega’s, ik heb vandaag een aantal zaken geleerd. Kennelijk heeft de hitte ook invloed op het gehoorvermogen van vele leden hier. Ik heb immers de indruk dat ikzelf en de minister over een aantal zaken heel duidelijk zijn geweest. Misschien is het gewoon wegens fysieke redenen dat niet alle leden dat gehoord hebben, maar het kan ook aan de hitte liggen of mogelijk maakt men om andere redenen graag een eigen waarheid van wat men denkt te hebben gehoord. Daarbij wordt veel verwezen naar zaken die helemaal niet zijn uitgesproken hier in de zaal.
Dat gezegd zijnde, een aantal zaken blijven duidelijk en waarheid, tot spijt van wie het benijdt.
De werking van deze regering heb ik daarstraks even vergeleken met de aanpak van een schildpad, namelijk noest voortwerken en het doel niet uit het oog verliezen. Verschillende leden hebben allusie gemaakt op het feit dat er geen doel meer voor ogen zou zijn op begrotingsvlak. Op dat vlak heb ik echter, voor alle duidelijkheid, geen aanpassingen gezien aan het regeerakkoord.
Enkele leden stellen dat er geweldig veel belastingen aankomen. Ook op dat punt heb ik meermaals aangehaald en ook van de minister gehoord dat er afspraken zijn gemaakt. Die afspraken blijven gerespecteerd.
In dat kader is de voorliggende begrotingscontrole een technische oefening. Dat is ook wat een begrotingscontrole hoort te zijn. Dat is ook wat het Rekenhof heeft aangegeven. De begrotingscontrole is duidelijk, helder en transparant, transparanter dan in het verleden. Wij boeken op dat vlak vooruitgang.
Wij stellen vast dat de zaken voor 2026 onder controle zijn. Wij stellen eveneens vast dat de uitdaging die voor ons ligt, enorm is als wij onze doelstellingen voor ogen blijven houden.
Feit is ook, ik heb heel goed geluisterd, dat de minister zich niet heeft uitgesproken. We pakken de begroting aan zoals steeds. Er komt een rapport van het Monitoringcomité. Op basis daarvan zal de doelstelling worden bepaald. De ultieme doelstelling is ongewijzigd. Ik heb in elk geval nog niemand van de regering horen verklaren dat die doelstelling is losgelaten. Binnen dat kader zien wij de toekomst.
12.129 Wouter Vermeersch (VB): (…)
12.130 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer de voorzitter, hoe dikwijls is het …
De voorzitter: Gaat u gewoon voort, mijnheer Vandeput, laat u niet intimideren.
12.131 Steven Vandeput (N-VA): Alstublieft, zeg. Ik denk dat de opmerking die collega Ronse daarnet heeft gemaakt, echt wel terecht is. Voor de collega aan mijn rechterzijde is het blijkbaar onmogelijk om gewoon netjes te luisteren, zoals wij dat doen als hij aan het woord is. Dat gedrag wil ik aan de kaak stellen. Mijn rechteroor werkt goed, jammer genoeg, want soms zou het zou beter zijn als mijn rechteroor iets minder goed werkte. Dan zou ik daardoor niet afgeleid zijn.
Collega's, ik kom even terug op mijn uiteenzetting. Het Rekenhof heeft, ten eerste, bevestigd dat deze cijfers juist zijn. Dat heeft de minister ook gezegd. Ten tweede, er is voor het primair saldo, waarover we uitvoerig hebben gedebatteerd, voor 2026 een verbetering merkbaar. Uitdagingen blijven. Ten derde, het overheidsbeslag daalt. Dat is voor ons de inzet in deze regering.
12.132 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, quand vous avez dit que l'exercice budgétaire qui nous attend était de 4, 7, 10 ou 20 milliards d'euros, j'ai cru un instant que vous alliez enfin révéler le montant réel. Mais, bien sûr, vous n'en avez rien dit, ce qui est particulièrement regrettable. De toute façon, le rendez-vous est pris dans quelques semaines pour l'analyse du rapport du Comité de monitoring.
Comme M. Daerden, la situation géopolitique étant ce qu'elle est, je suis inquiète. Peut-être en avons-nous trop peu parlé dans le débat mais celle-ci a une influence importante sur le budget tant de l'État que des ménages.
Quant à la guéguerre éternelle qui se répète à chaque fois ici entre la N-VA et Anders., qui se rejettent la faute, j'ai envie de dire que la responsabilité vous incombe à tous les deux: Anders. étant au pouvoir depuis très longtemps, et la N-VA ayant mis en œuvre le tax shift dès 2014. Pourtant, vous intervenez aujourd'hui comme si vous découvriez la situation.
Pour la N-VA, M. Ronse ou M. De Wever s'expriment comme si cet héritage avait uniquement été creusé par la Vivaldi. Ce n'est pas vrai. La décision du tax shift en 2014 et la diminution de l'impôt des sociétés ont eu des conséquences énormes sur notre budget. Aujourd’hui, nous portons cet héritage très important qui s'élève à 8 milliards d'euros sur une base annuelle.
Enfin, monsieur le ministre, je ne suis pas d'accord que l'on présente cet ajustement budgétaire comme un exercice purement technique. Ce n'est pas vrai. S'il y a bien un suivi technique à assurer, un ajustement budgétaire permet également d'adapter les trajectoires en fonction de la situation budgétaire ou des nouveaux éléments politiques. Le fait que le rating de la Belgique a été revu à la baisse aurait déjà pu vous pousser à prendre des mesures. C’est précisément la raison pour laquelle nous avons introduit plusieurs amendements.
Face à la situation financière des CPAS de nos villes et à l'explosion des dépenses militaires, nous nous demandons s'il est vraiment nécessaire d'acquérir 11 avions F-35 supplémentaires. Il faut, d'une part, assurer le refinancement des CPAS et, d'autre part, renoncer à l'acquisition de ces F-35. Enfin, comme nous l'avons rappelé cet après-midi, il y a urgence à taxer les ultra-riches.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen aan
van het wetsontwerp houdende de eerste aanpassing van de Middelenbegroting voor
het begrotingsjaar 2026. De door de commissie aangenomen tekst geldt als
basis voor de bespreking. (Rgt 85,
4) (1469/1)
Nous passons à la discussion des articles du projet
de loi contenant le premier ajustement du budget des Voies et Moyens pour
l'année budgétaire 2026. Le texte adopté par la commission sert de base à
la discussion. (Rgt 85, 4) (1469/1)
Het wetsontwerp telt 13 artikelen.
Le projet de loi compte 13 articles.
Ingediende amendementen:
Amendements déposés:
Art. 2
• 3 - Sofie Merckx cs (1469/6)
• 5 - Sofie Merckx cs (1469/6)
• 6 - Sofie Merckx cs (1469/6)
• 4 - Sofie Merckx cs (1469/6)
• 2 - Frédéric Daerden cs (1469/6)
Besluit van de artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la discussion des articles:
Aangehouden: de amendementen, artikel 2 en de
tabellen in bijlage.
Réservés: les amendements, l’article 2 et les
tableaux en annexe.
Artikel per artikel aangenomen: de artikelen
1 en 3 tot 13.
Adoptés article par article: les articles 1 et 3
à 13.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et l’article réservés, les tableaux annexés, ainsi que sur l'ensemble du projet de loi contenant le premier ajustement du budget des Voies et Moyens pour l'année budgétaire 2026 aura lieu ultérieurement.
Nous passons à la discussion des articles du projet de loi contenant le premier ajustement du Budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2026. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1470/1)
Het
wetsontwerp telt 25 artikelen (Art. 1.01.1 tot art. 7.01.1).
Le projet de loi compte 25 articles (Art. 1.01.1 à art. 7.01.1).
Ingediende amendementen:
Amendements déposés:
Art. 1.01.2
• 41 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 42 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 79 - Sofie Merckx cs (1470/10)
• 43 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 44 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 77 - Sofie Merckx cs (1470/10)
• 45 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 76 - Sofie Merckx cs (1470/10)
• 51 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 46 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 72 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 78 - Sofie Merckx cs (1470/10)
• 52 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 60 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 63 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 47 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 48 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 49 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 54 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 55 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 56 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 64 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 65 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 57 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 58 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 59 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 80 - Sofie Merckx cs (1470/10)
• 81 - Sofie Merckx cs (1470/10)
• 70 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 61 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 82 - Sofie Merckx cs (1470/10)
• 74 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 71 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 75 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 73 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 50 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 62 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 69 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 67 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 83 - Sofie Merckx cs (1470/10)
• 68 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 66 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
• 53 - Wouter Vermeersch cs (1470/10)
Besluit van de artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la discussion des articles:
Aangehouden: de amendementen, artikel 1.01.2 en de tabellen in bijlage.
Réservés: les amendements, l'article 1.01.2 et les tableaux en annexe.
Artikel per artikel aangenomen: de artikelen 1.01.1, 1.01.3, 2.12.1, 2.13.1
tot 2.13.3, 2.16.1, 2.16.2, 2.17.1, 2.17.2, 2.23.1, 2.25.1 tot 2.25.4, 2.32.1,
2.33.1, 2.44.1, 2.44.2, 3.01.1, 4.01.1, 5.01.1, 6.01.1 en 7.01.1.
Adoptés article par article: les articles 1.01.1,
1.01.3, 2.12.1, 2.13.1 à 2.13.3, 2.16.1, 2.16.2, 2.17.1, 2.17.2, 2.23.1, 2.25.1
à 2.25.4, 2.32.1, 2.33.1, 2.44.1, 2.44.2, 3.01.1, 4.01.1, 5.01.1, 6.01.1 et
7.01.1.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, het aangehouden artikel, de tabellen in bijlage en over het geheel van het wetsontwerp houdende de eerste aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2026 zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et l’article réservés, les tableaux annexés, ainsi que sur l'ensemble du projet de loi contenant le premier ajustement du Budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2026 aura lieu ultérieurement.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 25 juni 2026 om 21.05 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 25 juin 2026 à 21 h 05.
De vergadering wordt gesloten om 20.49 uur.
La séance est levée à 20 h 49.
|
Dit
verslag heeft geen bijlage. |
|
Ce compte rendu n'a pas d'annexe. |