|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 18 juni 2026 Avond ______ |
du Jeudi 18 juin 2026 Soir ______ |
De vergadering wordt geopend om 20.50 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 20 h 50 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:
Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l'ouverture de la séance:
David Clarinval.
Hervatting van de algemene bespreking
Reprise de
la discussion générale
De algemene bespreking wordt hervat.
La
discussion générale est reprise.
01.01 Nathalie Muylle (cd&v): Collega Van der Donckt zegt dat ik kort moet zijn en dat zal ik ook zijn.
Er is al veel gezegd bij de eerste en tweede lezing van dit ontwerp en in de tussenkomsten van de collega's. Voor ons is het duidelijk dat wij dit ontwerp zullen steunen. Ik heb altijd voor dit dossier gepleit. De collega's weten dat ook uit de werkzaamheden in de commissie.
Dit dossier hangt voor mij samen met twee andere belangrijke hervormingen die we in de commissie hebben gerealiseerd. Ten eerste, de studentenarbeid. De collega's weten dat ik mee aan de kar heb meegetrokken om de studentenarbeid uit te breiden en de fiscaliteit daarop mogelijk te maken. Ten tweede, de vrijwillige overuren, een heel belangrijk dossier voor ons. We hebben altijd gezegd dat als men extra wil werken, men dat in de eerste plaats bij de eigen werkgever moet kunnen doen. Wij hebben de vrijwillige overuren uitgebreid naar alle sectoren en dan nog verder verruimd voor de horeca. Wat we vandaag doen, is het sluitstuk daarvan.
Ik wil ook mevrouw Vanrobaeys steunen. Zij heeft gewezen op de voordelen van het hebben van een job. Men is in een andere omgeving, men heeft sociale contacten, men verdient iets bij. Daarvan maakt men hier al snel het verhaal dat de uitkeringen, de lonen en de pensioenen te laag zouden zijn, maar vergeet niet dat mensen vandaag graag iets extra bijverdienen. De samenleving van vandaag is niet meer die van tien jaar geleden.
Ik wil graag een anekdote meegeven. Deze week zei mijn vader tegen mij: "Nathalie, ik ben kwaad op jou." Ik antwoordde dat dat wel vaker gebeurt. Hij zei: "Ik heb in de krant gelezen dat jullie deze week flexi-jobs gaan goedkeuren. Waarom heb je dat niet jaren eerder gedaan?”
Mijn vader werkte in de bouw en werd op 58-jarige leeftijd door zijn werkgever verplicht om te stoppen. Dat heette toen nog brugpensioen. Hij is altijd heel sportief geweest en zag dat helemaal niet zitten, maar moest het toch doen. Ik denk dat iedereen in de familie een nieuwe badkamer heeft gekregen en dat ieders woning geschilderd was tegen de tijd dat hij 65 werd. Hij is dan weer beginnen werken. Hij heeft dat gedaan tot de leeftijd van 76 jaar. Hij heeft elf jaar gewerkt, twaalf uur per week. Hij deed dat in het bedrijf waar hij jarenlang had gewerkt. Ik heb die man opnieuw zien openbloeien. De meerwaarde om iemand met zoveel ervaring opnieuw in het bedrijf te hebben, was enorm. Hij kon jonge medewerkers uitleggen hoe een bouwwerf vroeger verliep, waar bepaalde installaties zich bevonden en waar leidingen lagen. Die expertise was bijzonder waardevol. Hij was daardoor ook mee met nieuwe technieken en was mee met zijn stiel en met de evoluties. Natuurlijk waren die extra centen ook welkom. Tegelijkertijd is mijn vader al die jaren belastingen blijven betalen. Hij is ook sociale bijdragen blijven betalen, voor pensioen, maar na die 11 jaar had hij geen euro extra pensioen.
Er is hier al veel gezegd. De cijfers van de RSZ hebben mij eigenlijk enigszins verrast. We hebben gezien dat mensen die met pensioen zijn vandaag wel wat meer doen, maar daar is niets mis mee, zeker als het gaat om mensen die jong of recent met pensioen zijn, die in goede gezondheid verkeren en nog extra activiteiten willen opnemen. Collega’s hebben al gesproken over lokale besturen en kinderopvang. Men ziet vandaag wat gepensioneerden maatschappelijk rechttrekken in een gemeente of een stad. Wie gaat dit anders doen? Het is echt belangrijk dat we dit mogelijk maken.
Men moet naar de cijfers kijken. Het gros van de mensen met een flexi-job werkt voltijds. Het gaat gemiddeld over 126 uur per jaar. Er zijn enkele excessen, maar diezelfde cijfers van de RSZ zeggen ook dat degenen die boven het huidige plafond van 12.000 uitkomen, bijna uitsluitend mensen zijn die met pensioen zijn. Zij bereiken dat plafond op jaarbasis. Dat betekent ook dat het systeem gebruikt wordt waarvoor het bedoeld is, namelijk om pieken op te vangen. Werkgevers gebruiken het op speciale momenten, wanneer zij veel mensen nodig hebben en moeilijk mensen vinden. Dit kan vandaag niet opgevangen worden door reguliere arbeid. Dat blijkt heel duidelijk uit de cijfers. Collega Vanrobaeys heeft daar een punt.
We hebben dat ook samen aangehaald tijdens de bespreking. Evaluatie is cruciaal. De collega's van de oppositie wijzen sterk op de evaluatie van het huidige systeem. De evaluatie na de uitbreiding is nog belangrijker, om te bekijken of de tendensen die we nu zien bij flexi-jobs, dezelfde blijven wanneer het aantal sectoren wordt uitgebreid. Een aantal sectoren vreest immers voor verschuivingen. De horeca vreest daarvoor, net als de handel. Zij vrezen dat door de uitbreiding van sectoren een deel van de mensen zich zal verplaatsen en dat vraag en aanbod minder evident zal zijn. Dat moeten we heel goed in de gaten houden. De evaluatie van de uitbreiding moet daarom volgens ons dan ook regelmatig gebeuren, mijnheer de minister, zodat we kunnen bijsturen wanneer dat nodig blijkt.
Een tweede punt waarop ik heb gewezen en waarop u ook tijdens de tweede lezing uitgebreid hebt geantwoord, betreft de rechtszekerheid voor onze bedrijven. Heel veel sectoren zitten te wachten op de uitbreiding van de flexi-jobs. In het advies van de Raad van State bij dit ontwerp werd ook gesproken over de mogelijke discriminatie van werknemers die vier vijfde werken. U hebt argumenten aangebracht om aan te tonen waarom dat niet het geval is. U zei dat dit grondig werd onderzocht en dat u heel goede argumenten hebt om aan te tonen dat daarvan geen sprake is. Ik heb u gevraagd daar heel zeker van te zijn, omdat we hier lang op hebben gewacht, verschillende stappen hebben doorlopen en rechtszekerheid voor onze bedrijven in dezen essentieel is.
Een derde punt betreft het respect voor het sociaal overleg. Voor ons is het cruciaal dat een opting-out mogelijk is. Dat hoeft echter niet altijd een opting-out te zijn. Vandaag zien we dat bepaalde sectoren op sectoraal niveau, bijvoorbeeld in de industrie, afspraken maken om voorlopig niet met flexi-jobs te werken. Om redenen van veiligheid, maar ook omdat kennis van machines en technologie vereist is, vinden zij het vandaag nog te vroeg. Zij willen stap voor stap bekijken wat er mogelijk is. Het feit dat het sociaal overleg de mogelijkheid biedt om daarover het gesprek te voeren, is echter bijzonder belangrijk.
Daarnaast zijn er in dit dossier een aantal zaken waarover wij ons zorgen maken, mijnheer de minister. Dat heeft niets te maken met een afwijzing van flexi-jobs of van flexibele arbeid, integendeel, maar er zijn vandaag een aantal situaties die maatschappelijk zeer moeilijk uit te leggen zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan de combinatie van langdurige ziekte met het opnemen van een flexi-job. Daarop is veel reactie gekomen. Intussen zijn daarover voorstellen besproken in de commissie en hebt u aangegeven dat bepaalde elementen nader onderzocht moeten worden.
Ik krijg bijvoorbeeld veel reacties over mensen die langdurig ziek zijn en daarnaast in bijberoep als zelfstandige actief worden en in dat kader tot 23.000 euro kunnen verdienen. Er zijn een aantal situaties die niet logisch zijn. Omgekeerd zijn er ook andere anomalieën. Opeenvolgend werken als student en als flexi-jobber kan bijvoorbeeld niet. Ook voor werkgevers is niet alles altijd even duidelijk.
Er zijn dus een aantal anomalieën en moeilijk uitlegbare situaties. U hebt daarop geantwoord dat u die zaken verder wilt onderzoeken en wilt bekijken hoe dergelijke problemen kunnen worden samengebracht en aangepakt. Hopelijk kunnen we daarover een debat voeren, na de zomer, om te zien of we nog aantal zaken kunnen zeggen.
Tot slot, kom ik terug op het debat van daarjuist. Laat ik heel duidelijk zijn, mijn partij steunt dit en we zullen het met volle overtuiging goedkeuren. Het is voor ons het sluitstuk van het drieluik dat ik daarnet heb uitgelegd. Wat we wel willen – en dat is niet nieuw; ik heb het ook bij de eerste lezing gezegd en ik heb het ook over de overuren gezegd en over de studentenarbeid – is dat we dit op een bepaald ogenblik moeten evalueren.
Wij geloven heel sterk dat we mensen die willen werken, massaal moeten ondersteunen. Maar we mogen ook niet discrimineren. We moeten kijken op welke manier we de sterke sociale zekerheid die we vandaag hebben, kunnen behouden. Er zijn vandaag te veel verschillen, op het vlak van de fiscaliteit en op het vlak van de sociale zekerheid. In het ene statuut bouwt men pensioenrechten op, in het andere doet men dat niet. De fiscaliteit is verschillend. Er gelden andere percentages voor de sociale bijdragen die de werkgevers betalen.
Er zijn vandaag zoveel verschillende systemen in ons land. Ik krijg nu al signalen dat sommigen hun vrijwillige overuren uitputten, om dan over te gaan naar een flexi-job omdat ze dan in een fiscaal gunstiger systeem komen. Dat heeft niets te maken met het feit dat cd&v tegen flexi-jobs zou zijn, terwijl anderen als enigen voor flexi-jobs zouden zijn. Nee, het gaat over een stuk gelijkheid. We moeten ook kijken op welke manier we die mensen kunnen beschermen, zodat er sociale zekerheid wordt opgebouwd en dat de dingen gelijklopen tussen de vele verschillende systemen die we vandaag hebben op de flexibele arbeidsmarkt. Wij staan daarachter, maar we willen een gelijk speelveld creëren.
Tot zover ons standpunt. Wjj zullen dit met heel veel enthousiasme goedkeuren.
01.02 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, chers collègues, pour commencer mon intervention, j’aimerais aborder la question de la forme, c’est-à-dire les conditions dans lesquelles nous sommes en train d’examiner ce projet de loi: à la hâte, dans des conditions qui ne sont pas propices à prendre des décisions éclairées.
Dans la loi de 2023, il est prévu qu’une évaluation doit être réalisée endéans les deux ans. Aujourd’hui, nous sommes en train de réformer un système pour l’étendre tous azimuts, sans disposer des données précises qui nous permettraient de baliser correctement ce dispositif ou même de savoir s’il s’agit réellement d’une bonne idée.
Ici, nous sommes un peu au café du commerce: nous entendons les uns et les autres donner leur avis, raconter la petite histoire de la boulangère ou du marchand de glaces. En réalité, nous n’avons pas les données nécessaires pour nous positionner sur ce dossier.
Cela me pose réellement un problème quant à ce que dit la loi. Elle indique que, deux ans après l’entrée en vigueur de la présente loi, une évaluation de la loi portant des dispositions diverses en matière sociale est effectuée. Cette évaluation a pour but de vérifier si le dispositif des flexi-jobs atteint ses objectifs et d'en examiner les impacts, notamment sur le budget de la sécurité sociale, sur les revenus et les dépenses publiques, l’évolution et la structure de l’emploi, ainsi que sur les pics de travail, les pénuries sur le marché du travail et la santé des travailleurs.
01.03 Denis Ducarme (MR): Je réagis brièvement sur ce que vous venez de qualifier de "débat de café du commerce". Je ne pense pas que nous ayons eu un débat de café du commerce à deux reprises dans le cadre de la commission des Affaires sociales, où le ministre est tout de même arrivé avec un certain nombre de données très précises et tangibles. Vous nous parlez d'évaluation. Nous l'avions déjà dit en commission.
Madame Schlitz? Non, j'ai eu peur que vous vous en alliez! Je me suis demandé où vous alliez. Mais les données, madame Schlitz… Vous dites qu'on ne sait pas si c'est une bonne idée. Pourtant, vous savez que le nombre de contrats flexi-jobs croît chaque année. C'est un premier élément tangible. Le système fonctionne, la demande se multiplie et croît chaque année. L'autre élément tangible, que nous avons encore rappelé tout à l'heure pour démontrer que c'est une bonne idée, a trait au pouvoir d'achat ainsi qu'à la masse salariale d'un milliard d'euros que cela a généré.
Madame Schlitz, j'entends bien vos remarques sur les éléments d'évaluation inscrits dans la loi. Du reste, nous avons rappelé en commission qu'une évaluation était en effet prévue, comme l'ont indiqué plusieurs partenaires de la majorité. Mais vous ne pouvez tout de même pas nier que nous disposons d'éléments concrets prouvant que le système fonctionne, qu'il crée du pouvoir d'achat et que la demande croît chaque année.
01.04 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Je vous remercie, monsieur Ducarme.
Ce n’est pas parce qu’un phénomène est en augmentation qu’il est positif. Si, par exemple, il y a davantage de trafic de drogue, ce n’est pas positif. Nous sommes bien d’accord. Ici, mon sentiment est qu’aujourd’hui, les entreprises sont devenues dépendantes des flexi‑jobs. Évidemment, cela leur apporte plus de flexibilisation pour moins de salaire à payer. Il est évident que c’est intéressant pour elles. Mais nous, nous sommes ici pour défendre l’intérêt général, l’État et l’organisation collective de la vie en société.
Les entreprises ne sont pas idiotes. Supposons qu'on leur demande si elles préfèrent payer leur travailleur 27 euros de l’heure ou 19 euros de l’heure pour le même travail, il est évident qu'elles vont choisir de le payer 19 euros de l’heure. Et je ne leur jette pas la pierre, car il est logique que, pour optimiser leur profit, elles se tournent vers ces formes de travail.
Nous sommes là pour organiser les règles du jeu. Même un ministre de votre majorité dit que nous allons avoir un problème avec les flexi‑jobs. D’une part, ils vampirisent des emplois dont les demandeurs d’emploi ont cruellement besoin, notamment en raison de vos réformes. Et, d’autre part, ils définancent structurellement le budget de l’État. Mais c’est écrit, bien entendu. Et c’est précisément l’objet de ma démonstration, que je vais vous expliquer. Nous n’avons pas d’évaluation. Cela ne nous permet pas de nous positionner réellement sur l’ampleur des conséquences de cette réforme sur l’emploi et sur le fonctionnement du marché du travail. Nous le regrettons.
J’espère que, par la suite, des ajustements pourront être opérés à l’aune des résultats de l’étude qui nous parviendront dans deux semaines. J’imagine que c’est cela, la logique et le sérieux de cette majorité qui pourra alors tirer les conclusions de cette étude.
Nous avons effectivement reçu des chiffres, mais c'était en pleine deuxième lecture. Je précise la manière dont ces chiffres nous ont été communiqués pour les collègues qui ne suivent pas les travaux de la commission des Affaires sociales. Au cours des travaux de la commission, M. Clarinval nous dit tout à coup: "Tiens, avec ma casquette de ministre de l'Économie, j'ai justement reçu des chiffres que je peux vous communiquer".
C'est sympa de les partager, mais nous aurions préféré disposer de ces éléments plus tôt, en complément de l'étude prévue par la loi, afin de pouvoir nous positionner en connaissance de cause. Au lieu de cela, nous avons reçu ces chiffres oralement pendant les débats, puis cette feuille annexée au rapport de la commission présentant la ventilation des flexi-jobbers par secteur. Ce sont effectivement des informations intéressantes, mais nous aurions préféré les recevoir avant la première lecture, au moment où nous analysions les textes, plutôt qu'au cours de la réponse du ministre lors de la deuxième lecture.
Nous avons donc le sentiment que les choses sont faites à l'envers et qu'il n'y a pas de réelle volonté de la part du gouvernement de mettre en place un système fondé sur des éléments d'évaluation tangibles. Nous avons plutôt le sentiment qu'il existe une volonté idéologique de sous-financer structurellement l'État pour ensuite nous expliquer qu'il n'y a plus d'argent. À un moment donné, il faut aussi regarder les causes de cette situation. Et celle-ci en est une fameuse.
Mais venons-en au fond du débat.
Je voudrais commencer par une précision importante. Je l'ai déjà dit, je n'ai aucun grief à l'égard des employeurs qui s'orientent vers un système qui leur est favorable. Ils seraient de mauvais gestionnaires s'ils ne le faisaient pas. Je n'en veux à l’évidence pas davantage aux travailleuses et aux travailleurs qui acceptent un deuxième emploi parce qu'ils ne parviennent pas à vivre correctement avec ce que leur premier boulot leur rapporte. Je comprends parfaitement qu'une personne accepte un flexi-job lorsque les factures d'électricité et d'énergie augmentent, comme c'est le cas actuellement, alors que les aides du gouvernement sont inexistantes ou dérisoires. Je le comprends aussi alors que les gens sont confrontés à une hausse généralisée du coût de la vie, à l'explosion des loyers et à l'envolée des prix de l'immobilier. On se croirait à Paris alors qu’on est à Huy!
Aucune mesure n'est aujourd'hui mise en place, à quelque niveau de pouvoir que ce soit, pour freiner cette envolée des prix de l'immobilier, alors même que le logement constitue un droit fondamental. Nous devrions pourtant tous nous fixer comme objectif collectif que chaque personne en Belgique puisse disposer d'un toit au-dessus de sa tête et, si possible, d'un logement décent et exempt de mérule.
Toute une série de mesures mises en place par vos gouvernements eux-mêmes augmentent le coût de la vie. L'académie pour les enfants de moins de 12 ans passe à 95 euros. Avant, c'était gratuit. La gratuité des repas scolaires est supprimée. On peut aussi penser à la fin des primes à l'isolation. Toute une série de mesures prises par ces gouvernements augmentent structurellement le coût de la vie, diminuent la qualité des services publics et contraignent les travailleurs à prendre un deuxième travail pour arrondir leurs fins de mois et arriver à faire face aux dépenses. On le comprend très bien. C'est cela qui devrait nous alerter. C'est le fait qu'en réalité, il y a de plus en plus de travailleurs pauvres dans notre pays, qui n'arrivent pas à s'en sortir avec leur boulot principal quand ils travaillent à 4/5e ou à temps plein. Cela devrait nous inquiéter en tant qu'élus, en tant que décideurs politiques. C'est le problème auquel on devrait répondre. Et ce n'est pas dans une fuite en avant, en travaillant toujours plus, qu'on va résoudre ce problème.
Le succès des flexi-jobs ne dit pas que nous avons trouvé le bon modèle social. Il dit qu'en gros, beaucoup de travailleurs ne vivent plus correctement de leur premier emploi. Il dit que certains pensionnés continuent de travailler.
Pourquoi? Parce que leur pension est trop basse pour arriver à faire face aux dépenses, notamment aux dépenses de santé qui, quand on est plus âgé, explosent, ou pour payer la maison de repos d'un conjoint qui est en situation de dépendance lourde. Ce sont des choses auxquelles nos pensionnés doivent faire face.
Ce succès dit aussi que les employeurs trouvent que ce régime est une forme de flexibilité qui est moins coûteuse. Il dit aussi que nous sommes en train d'habituer notre marché du travail à des prestations qui donnent lieu à moins de cotisations et qui sont moins intégrées au modèle classique de protection sociale.
Ce projet de loi part de problèmes qui sont bien réels. Nous sommes complètement d'accord. La diminution du pouvoir d'achat et les pénuries existent. Mais il y répond, selon nous, par le mauvais instrument. Il donne du net immédiat aux travailleurs, de la flexibilité moins chère aux employeurs, mais la conséquence dont on ne parle pas mais qui devrait en fait occuper toutes nos discussions, vu que cette majorité nous adresse perpétuellement les problèmes budgétaires auxquels il fait face, c'est le déplacement des coûts vers la sécurité sociale, vers les travailleurs réguliers, vers l'emploi stable.
C'est ce dont on ne parle pas avec ce projet de loi, alors qu'en fait, c'est la conséquence qu'il aura sur le financement de l'État.
Bien sûr qu'un flexi-job peut aider quelqu'un à boucler ses fins de mois, mais un travailleur qui a besoin d'un deuxième boulot pour boucler ses factures ne vit pas une victoire sociale. Il subit l'insuffisance de son salaire et cela réduit son temps disponible pour du repos, pour prendre soin de sa santé, pour sa famille et pour faire face à ses obligations familiales. Mais c'est aussi du temps pour récupérer de son premier emploi. Quand j'entends que des personnes, qui ont un premier emploi qui consiste en tout ou en partie à du travail de nuit, peuvent faire un flexi-job, je suis inquiète. Cela m'inquiète que des infirmières qui ont du travail de nuit prestent des heures en flexi-job en journée. Ce sont des personnes qu'on pousse à tirer sur la corde et qui, à un moment, ne pourront plus y arriver. À ce moment-là, elles deviendront des malades de longue durée!
Ici, on est en train de fabriquer une bombe à retardement de malades de longue durée, alors que ce gouvernement se fixe l'objectif de réduire de 100 000 le nombre des malades de longue durée. Dans quel film est-ce que cela va marcher? Il n'y a pas une mesure qui est mise en place pour le bien-être au travail, pour la prévention. Et, ici, c'est encore pire car on pousse les gens à travailler toujours plus.
Ce projet de loi change la nature du régime général des flexi-jobs tel qu'il a été pensé au départ. On passe d'un régime d'exception, qui était prévu en 2015 pour faire face aux pénuries dans le secteur de l'horeca, à une règle générale qui comporte quelques exceptions. De plus, les pénuries dans l'horeca ne sont pas du tout résolues. Je ne comprends pas comment on pense que c'est une bonne idée d'étendre à tous les secteurs le système des flexi-jobs, soi-disant pour répondre à des pénuries, alors que le projet pilote, le premier test n'a pas fonctionné. Je trouve cela très inquiétant en termes de choix politique de prétendre résoudre un problème avec ce système, alors que le premier test n'est pas concluant.
Ce projet de loi inverse la logique. Avant, il fallait justifier pourquoi un secteur devait entrer dans le régime. Maintenant, tous les secteurs y entrent par défaut, sauf s'ils obtiennent une exclusion. On passe d'un outil ponctuel, présenté comme une réponse à des pics d'activité, à un instrument général de l'organisation du travail.
J’en reviens à ma question de concurrence déloyale. Il est évident qu'un système dans lequel, pour 15 euros nets de l'heure, un flexi-job ne coûte que 19 euros, tandis qu'un emploi classique en coûte 27, eh bien oui, c'est un problème. Cela crée une concurrence entre deux types de travailleurs qui remplissent exactement la même mission.
Les flexi-jobs, c'est 31 700 équivalents temps plein en 2025. C'est énorme. Nous avons besoin de ces emplois. Rappelons quand même qu'au premier trimestre 2026, les entreprises belges n'offraient que 140 462 emplois pour 271 965 chômeurs complets indemnisés en février. Nous avons là clairement un problème. Et nous ne parlons, en l'occurrence, que des chômeurs complets indemnisés, pas des jeunes qui sortent des études et qui n'ont pas accès au chômage. N’ayant pas encore ouvert leurs droits, ils ne bénéficient pas de ces indemnisations et ils ne rentrent pas dans ces chiffres. Où sont les opportunités pour toutes ces personnes qui cherchent un premier boulot? C'est ce qui devrait nous animer ici. C'est ce qui devrait nous mobiliser: créer ces emplois.
Par ailleurs, rappelons quand même que la situation est loin d'aller en s'améliorant. L’Echo titre que nous sommes dans une période de "record absolu de faillites". Record absolu: 3 048 faillites en Belgique depuis le début de l'année. C'est énorme! Nous n’allons pas vers une période faste de plein emploi. Loin de là!
Aujourd'hui, la concurrence est énorme. Elle est extrêmement difficile pour les demandeurs d'emploi qui, en plus, sont mis en concurrence avec des formes d'emploi moins chères, objectivement, et donc plus intéressantes, alors que ce sont des personnes qui ont déjà un premier boulot. Vous voyez quand même un peu l'absurdité de la chose.
Un flexi-job peut en effet ponctuellement répondre à un besoin, mais il peut également remplacer du travail qui aurait été presté autrement, dans le cadre d’un emploi classique, avec des cotisations normales et une protection complète du travailleur, une place stable dans l’organisation du travail, la possibilité de contracter un crédit si l’on veut s’acheter une maison ou louer un appartement, et des fiches de paie permettant d’obtenir une location. Or, ici, c'est tout le contraire.
Par ailleurs, un autre élément m’a alertée. Je pense d’ailleurs qu’il devrait se retrouver dans une des évaluations: l’impact des flexi-jobs sur la qualité des emplois dans lesquels ils s’inscrivent. Je m’explique: j’ai récemment rencontré une puéricultrice flamande qui m’expliquait que, depuis l’introduction des flexi-jobs dans sa structure, ses conditions de travail se sont dégradées. Elle dispose de la formation, de l’expérience et de la régularité du travail dans la structure depuis des années. Lorsque des flexi-jobbers arrivent dans la structure, ils ont peu ou pas d’expérience, connaissent mal le fonctionnement interne et n’ont pas la confiance des parents qui confient leur nourrisson. Elle se retrouve alors avec les horaires résiduels que les flexi-jobbers ne veulent pas assurer. Elle travaille tôt le matin, puis est invitée à rentrer chez elle lorsqu’il y a suffisamment de flexi-jobbers, avant de revenir pour assurer le service du soir jusqu’à 19 h. C’est un véritable problème: l’impact des flexi-jobs dégrade la qualité du travail des travailleurs. Et cela contribue à aggraver les pénuries. On a donc un véritable serpent qui se mord la queue.
Par ailleurs, un des chiffres que nous avons pu obtenir, car il a fuité dans la presse révèle qu'un employeur sur huit n'engage plus un seul salarié, mais exclusivement des flexi-jobs. C'est également très inquiétant. Il s'agit là d'une balise qu'il aurait fallu poser. Avec mon collègue Van Lysebettens, nous avons d'ailleurs déposé un amendement pour faire en sorte que cela ne puisse pas arrive. Une structure ne peut pas employer uniquement des flexi-jobs, et j'espère que vous êtes d'accord avec moi sur ce point, monsieur le ministre.
Venons-en à un autre point qui me touche beaucoup, c'est la question de l'augmentation collective du temps de travail qui résulte de cette réforme. Nous assistons à une division de la population en deux catégories: d'un côté, ceux qui travaillent beaucoup trop, tout le temps, et n'ont plus de temps pour rien et, de l'autre, ceux qui ne trouvent pas de boulot, qui n'arrivent pas à s'insérer ni à mettre le pied à l'étrier. Ce clivage est dangereux, et vous êtes en train de le creuser.
Certes, c'est électoralement intéressant, car cela permet de dresser les uns contre les autres et de désigner des boucs émissaires. C'est en effet un contexte propice à des campagnes électorales agressives où l'on désigne son voisin comme le profiteur, le problème ou le parasite. Mais est-ce vraiment cela, l'objectif de la politique aujourd'hui? Ne faudrait-il pas plutôt essayer de faire en sorte que ces personnes s'insèrent sur le marché de l'emploi? Aujourd'hui, il n'y a pas une seule mesure sur ce plan.
Par ailleurs, un élément en matière de santé m'inquiète beaucoup. La surcharge de travail a un impact certain sur la capacité de concentration des travailleurs. Des études scientifiques le montrent: prester à partir de 55 heures par semaine entraîne des conséquences néfastes sur la santé. Je citerai notamment les troubles du sommeil – qui sont documentés –, une moindre adoption d’habitudes de vie saines, un moins bon régime alimentaire, une consommation d’alcool plus élevée, un risque accru d’obésité et, par ailleurs, davantage de risques d’accidents de la route en raison de la fatigue. Ce sont des éléments que nous devons également prendre en compte pour mesurer l’impact que cette réforme aura sur le système de soins de santé.
Au lieu de mettre en place un modèle d’emploi durable et sain, capable de tenir sur le long terme et permettant aux travailleurs et aux travailleuses de s’insérer durablement sur le marché de l’emploi – condition que vous érigez par ailleurs en obligation dans le cadre de la réforme des pensions, en augmentant significativement les exigences en matière de carrière stable, pleine et inscrite dans la durée –, nous allons ici nous retrouver avec des travailleurs qui vont s’user jusqu’à la corde.
Par contre, toute une série d’heures prestées compteront pour du beurre. Ces personnes ne cotisent pas pour leur pension ni pour ouvrir leurs droits au chômage. Quand elle seront usées à 45 ou 50 ans et n’arriveront plus à travailler ou à se réinsérer sur le marché de l’emploi, que ferons-nous d’elles? Elles deviendront des malades de longue durée. Et elles ne pourront pas valoriser toutes ces heures de travail qu’elles auront pourtant prestées, sonnant et trébuchant, pour le collectif.
Vous affirmez que c’est positif, que cela fait circuler l’argent, crée de la dépense et donc du PIB. Pourtant, au bout du compte, ces personnes seront perdantes sur toute la ligne. C’est de l’argent rapidement gagné, mais qu’elles paieront deux fois ensuite.
Il est vraiment important d’expliquer ces éléments aux personnes concernées, car je crois qu’elles n’en ont pas conscience. En outre, avec vos conditions des 156 jours par an qui doivent être prestés pour qu’une année compte pour la pension, une personne qui aura travaillé 300 jours sur une année, avec les flexi-jobs, ne pourra pas valoriser ces années‑là si elle connaît un problème de santé ou si elle doit prendre soin d'un proche en situation de dépendance pendant cinq ans. Alors même qu’elle aura travaillé comme une dingue pendant 10 ans auparavant, ces cinq années ne pourront pas être comptabilisées. C’est vraiment malaisant!
Les jeunes sont un public auquel il faudra être particulièrement attentif et qui sera également touché par cette réforme. Aujourd'hui, je pense qu'il est vraiment temps d'accorder une réelle attention à l'insertion des jeunes sur le marché du travail et à leur rapport à l'emploi. Ils sont confrontés à des conditions bien plus difficiles que celles que nous avons connues. Avec l'émergence et la généralisation de l'intelligence artificielle, de grandes entreprises nous expliquent qu'elles ne remplacent plus systématiquement les collaborateurs qui partent à la retraite. Cela signifie que des postes se libèrent, mais ne sont plus nécessairement pourvus. Par ailleurs, l'allongement des carrières retarde également la libération de certains postes, ce qui réduit les opportunités pour les jeunes travailleurs.
Des agences de marketing et des cabinets d'avocats indiquent également, dans différentes enquêtes, qu'ils ont désormais moins besoin de profils juniors. Les entreprises réduisent en outre leurs équipes administratives. Tout cela représente des pertes d'emplois structurelles liées à la transformation du marché du travail. Or ces évolutions ne sont absolument pas prises en compte dans les réformes proposées.
À cela s'ajoutent des réformes antérieures qui pénalisent elles aussi l'emploi des jeunes. Je pense notamment à l'augmentation du quota des jobs étudiants à 650 heures, qui met directement en concurrence un jeune travailleur diplômé et un étudiant qui prolonge artificiellement son statut en se réinscrivant afin de conserver les avantages qui y sont liés. Je pense également à la suppression du quota de 3 % de jeunes dans les entreprises ou encore à la réintroduction des périodes d'essai. Toutes ces réformes rendent déjà aujourd'hui plus difficile l'insertion des jeunes sur le marché du travail.
Et avec la réforme dont nous débattons aujourd'hui, il sera encore plus difficile pour les jeunes diplômés d'accéder à un emploi salarié. Un employeur sera en effet davantage incité à engager un travailleur en flexi-job ou un étudiant plutôt qu'un jeune diplômé sans expérience professionnelle. C'est précisément là que réside le problème. Si vous demandez à un jeune qui cherche du travail quelles difficultés il rencontre, il vous répondra presque toujours qu'on lui reproche son manque d'expérience.
Mais comment acquérir de l'expérience lorsqu'on vous reproche systématiquement de ne pas en avoir? Or aucune réponse n'est apportée à cette difficulté. Par ailleurs, je pense aussi que ce que nous réservons aux jeunes générations, c'est toujours davantage de travail. Ce sont elles qui auront le plus souvent recours aux flexi-jobs. Elles seront attirées par la promesse d'un revenu rapide et exonéré d'impôt. Lorsque l'on constate qu'une maison mitoyenne ou trois façades coûte aujourd'hui en moyenne 280 000 euros, soit environ 120 000 euros de plus qu'en 2010, on comprend cette réalité. C'est énorme.
Les salaires, eux, n'ont pas suivi une telle évolution. Ça se saurait! Si les salaires avaient augmenté dans cette proportion-là, je pense que les choses se passeraient autrement. Ce n'est pas le cas. Aujourd'hui, le logement occupe une part de plus en plus énorme du budget, à tel point qu'aujourd'hui, les jeunes n'ont pas d'autre choix, s'ils veulent devenir propriétaires, que de recourir à un flexi-job. Ces personnes vont en fait entamer leur capital travail mais, par la suite, ne pourront pas faire reconnaître ces heures-là. C'est donc aussi du travail qui est accompli pour rien.
Monsieur le ministre, vous nous parlez souvent du modèle hollandais. C'est l'un de vos modèles préférés. Vous nous dites que la Hollande est déjà bien plus avancée que nous, notamment en matière de flexibilisation. Nous sommes en retard, à la traîne, on pourrait avoir tous ces emplois créés chez nous, et ils ne le sont pas. Regardez, en Hollande, cela fonctionne bien.
Je suis justement tombée sur un article du Volkskrant, un journal hollandais, qui devrait vous alerter sur les conséquences de ce qui est en train de se faire. Ils ont déjà le recul sur la situation, vu qu'ils ont mis en place ces réformes voici des années. Que dit cet article? "Les risques ont progressivement été transférés des entreprises vers les travailleurs, sous l'effet de la flexibilisation, de la logique de marché et du recul des filets de sécurité. Les jeunes entrent ainsi dans une économie marquée par des contrats temporaires, un accès au logement dégradé et une angoisse climatique devenue toile de fond. Aux Pays-Bas, cette vulnérabilité est particulièrement visible. Le pays compte parmi les champions européens des contrats temporaires, avec une forte concentration chez les jeunes et les personnes issues de l'immigration. La précarité qui en découle n'est donc pas d'abord une responsabilité individuelle, elle résulte de choix collectifs – autrement dit de législation. La pression psychologique en est un symptôme majeur. En 2025, le Conseil pour la santé publique estimait que les Pays-Bas étaient allés trop loin. Le coût social des problèmes de santé mentale atteindrait au moins 18 milliards d'euros par an. En 2022, un actif sur quatre de 18 à 34 ans présentait des symptômes de burn-out, deux fois plus qu'en 2015."
Je pense que ces éléments-là, pour des gens qui veulent faire des économies dans tous les secteurs, notamment dans le secteur des soins de santé, devraient sérieusement vous alerter.
Chers collègues, on ne peut honnêtement pas dans le même temps dire que la sécurité sociale coûte trop cher, durcir le discours sur les malades de longue durée, demander des efforts aux futurs retraités, exclure des hommes et des femmes du chômage sans leur proposer un emploi de qualité, alors que c'était prévu dans votre programme, et généraliser des régimes qui définancent structurellement la sécurité sociale.
Cela va commencer à se voir! Vos réformes sont idéologiques. Vous transformez le marché du travail à l'image de la société que vous souhaitez et que les grands employeurs souhaitent. Mais ne venez pas nous dire que vous n'avez pas le choix et que vous devez prendre ces mesures. C'est faux!
Je le disais plus tôt à M. Ducarme, le ministre du Budget de votre gouvernement a lui-même alerté sur ce point, en disant: "Notez-le bien, dans 10 ans, on parlera du problème des flexi-jobs". C'est quand même incroyable! Pourquoi avance-t-on à toute berzingue sur cette réforme, alors que le ministre du Budget, qui n'est pas n'importe qui, dit que c'est une bombe à retardement pour la sécurité sociale? Je ne le comprends pas.
Une inquiétude particulière concerne l'ouverture aux soins de santé. Clairement, la pénurie est réelle. Mais pourquoi l'est-elle? Pas parce qu'il n'y a pas assez de diplômés, mais parce que les travailleurs et les travailleuses quittent ce secteur en raison des mauvaises conditions de travail.
Je pense qu’il serait quand même plus que temps de s'attaquer aux causes profondes de cette crise structurelle qui génère des pénuries dans le secteur des soins de santé, notamment en améliorant les conditions de travail, en réduisant la pénibilité des métiers, en revalorisant les salaires, en renforçant l'accès aux études et en stabilisant les équipes. Ce sont des éléments tangibles sur lesquels travailler pour réduire les pénuries dans le secteur des soins de santé. Ce n'est pas avec des flexi-jobs et du bricolage que nous allons parvenir à un système de soins de santé résilient et robuste.
Des avis ont été transmis, parce que nous avons également réformer les flexi-jobs sous la Vivaldi. Je peux donc vous citer un extrait d'un avis qui avait été rendu: "Les flexi-jobs peuvent apparaitre comme une réponse d'urgence, mais ils ne règlent pas le problème structurel et peuvent même fragiliser le secteur à terme. Les risques identifiés sont clairs: qualité des soins, continuité, communication dans les équipes, relation de confiance avec les patients et différence de statut entre les travailleurs." C'était déjà dit en 2023.
On sait sur quoi on doit travailler. Seulement, on décide de ne pas le faire. On sait sur quoi il faut travailler pour résoudre les pénuries; et ce n'est pas avec les flexi-jobs qu'on va atteindre cet objectif.
Par conséquent, j’ai deux questions. Comment garantissez-vous, monsieur le ministre, que concrètement, les flexi-jobs dans les fonctions de soin ne dégraderont pas la continuité et la qualité des soins? Pourquoi commencer par cette réponse-ci, alors que tout le monde sait que la vraie réponse est structurelle?
Enfin, des éléments sur l'intérim et les entreprises liées. J'ai reçu pas mal de questions du terrain au sujet de ces deux assouplissements dans ces secteurs. Je commencerai par l'intérim.
Concernant la dimension des emplois liés, le projet va également plus loin que le régime actuel. Jusqu’à présent, l’interdiction visait à éviter qu’un travailleur soit occupé dans une entreprise et exerce un flexi-job dans une entreprise liée. Cette interdiction était importante pour nous: c’était une balise forte, car elle empêchait des montages consistant à déplacer une partie du temps de travail normal vers du flexi-job au sein d’un même groupe ou d’une même réalité économique.
Le projet lève cette interdiction lorsque le travailleur dispose déjà d'une occupation régulière à temps plein. Je reconnais que le risque n’est pas exactement celui d’un temps plein transformé en un 4/5e temps complété par un flexi-job, mais le travailleur doit être à temps plein. Cela pose tout de même une vraie question: doit-on permettre à des entreprises liées d’organiser, au sein d’un même groupe, du travail complémentaire défiscalisé en plus d’un emploi à temps plein?
Le gouvernement va certainement répondre que, puisqu’il a déjà un temps plein, il n'y a pas de substitution directe. C’est trop court. Ici, le risque ne réside pas seulement dans la substitution individuelle du temps plein vers un 4/5e temps, même si elle existe bel et bien. Le risque est que les groupes organisent une partie de leurs besoins non pas via de l’emploi régulier ni via des heures complémentaires correctement cotisées ou des engagements classiques, mais par des flexi-jobs entre entreprises liées. C’est un risque qu’il faut mesurer.
C’est pour cette raison que la notion d’ "entreprises liées" ne suffit pas toujours. Il faudrait regarder la réalité économique de l’organisation du travail: les groupes, les unités techniques d’exploitation, les entreprises qui fonctionnent ensemble et les employeurs qui partagent une même organisation concrète.
Mes questions sont les suivantes à ce sujet. Pourquoi assouplir ces règles au moment même où vous généralisez les flexi-jobs à tous les secteurs? On aurait pu le faire en deux temps ou éventuellement attendre d'avoir obtenu la fameuse évaluation. Ensuite, pourquoi ne pas maintenir des garde-fous plus stricts pour les entreprises liées? Pourquoi ne pas raisonner en termes d'unités techniques d'exploitation, afin d'éviter que la personnalité juridique de l'employeur ne masque une organisation du travail en réalité commune? Ce que nous voyons, c'est un texte qui ouvre de nouveaux canaux de développement de flexi-jobs, via l'intérim et via les entreprises liées.
Cela confirme notre inquiétude plus globale: le flexi-job n'est plus pensé comme un outil ponctuel pour répondre à un besoin exceptionnel. Comme il y a une canicule, le marchand de glace est débordé, on va vite engager un flexi-job. Non, ici, clairement, cela devient progressivement un outil ordinaire d'organisation du travail.
Pour terminer, je regrette que l'analyse d'impact soit si light. Celle-ci affirme qu'il y a un impact positif sur l'emploi et la pauvreté, sous prétexte que davantage de personnes pourront exercer un flexi-job. C'est vraiment court! Elle ne documente pas sérieusement les effets sur la sécurité sociale, sur les salaires, sur l'emploi régulier, sur les conditions de travail, sur l'égalité des genres sur le marché du travail. Cela a été dit tout à l'heure, les femmes sont plus nombreuses à recourir à un flexi-job. Cet élément doit aussi nous alerter. Rien non plus sur les soins de santé ni sur le secteur public.
Quand on nous dit que c'est pour lutter contre le travail au noir, je ne pense pas que les services publics engagent des personnes au noir. Il faudrait m'expliquer pour quelles raisons précises on ouvre la possibilité de créer des flexi-jobs dans le secteur public? Il a été demandé tout à l'heure à l'intervenante qui défendait cette proposition de citer une seule mission qui pourrait répondre à un besoin ponctuel de flexi-jobs dans la fonction publique. Aucune réponse n'a été apportée, mais on continue d'avancer.
J'ai plusieurs questions à ce sujet. Combien d'emplois seront réellement créés? Combien de flexi-jobs remplaceront des emplois existants? Quel est le coût pour la sécurité sociale? Quels sont les effets sur les travailleurs à temps partiel, sur les pensions futures et sur la santé des travailleurs qui cumulent plusieurs emplois? Ce sont toutes les questions auxquelles on doit précisément répondre avant de pouvoir étendre le système. Mais nous n'avons pas les réponses. Nous ne connaissons pas le coût pour la sécurité sociale.
La flexibilité existe déjà dans le droit du travail. Lorsqu’on a besoin d’un travailleur ponctuellement, des solutions existent déjà: des temps partiels, des CDD, de l’intérim, des heures supplémentaires, des contrats de remplacement ou du travail occasionnel dans certains secteurs. Tout cela existe déjà pour répondre à des besoins ponctuels. On ne peut donc pas faire croire que le flexi‑job répond au besoin de travailleurs ponctuels. C'est faux.
Le problème ici n’est pas l’absence de dispositifs mais bien que le flexi‑job est fiscalement et socialement plus avantageux que l’emploi ordinaire. Et c’est précisément pour cela qu’il fallait une évaluation sérieuse.
Pour terminer, il y a quand même quelques éléments préoccupants. Il n’y a pas que l’opposition qui vous le dit – même si j’ai bien compris que cela vous passe un peu au‑dessus de la tête – mais également des experts, des éditorialistes, et même un ministre de votre gouvernement qui s’inquiètent légitimement de l’impact de cette réforme sur l’emploi. Vous devriez être attentifs à ce que disent toutes ces personnes. Par exemple, à l’Université d’Anvers, Ive Marx s’inquiète du fait que deux travailleurs ne seront pas traités de la même manière.
Nous allons tout de même nous retrouver dans une situation où deux personnes accomplissent exactement la même mission mais sont traitées différemment, ne constituent pas les mêmes droits et ne bénéficient pas des mêmes protections sociales. C’est un problème, et il est soulevé par un universitaire. Il aurait fallu organiser des auditions, ce que vous avez refusé. Nous aurions pu entendre cet académique, qui aurait pu venir exposer ce type de problématiques.
Il existe également des craintes que les employeurs n’engagent plus du tout de travailleurs salariés. Nous en avons déjà parlé. La cannibalisation des emplois stables par les flexi‑jobs est réelle. Les chiffres le montrent.
Dans l’horeca, les intérimaires passent de 15 % à 8 %, tandis que, dans le même temps, les flexi‑jobs passent de 9 % à 30 %. Il y a une corrélation directe. Dans le secteur administratif, les intérimaires passent de 64 % à 10 %. Dans le commerce, les engagements passent de 64 % à 59 %, et les temps partiels de 36 % à 30 %. Dans le même temps, les flexi‑jobs passent de 3 % à 11 %. Il existe une corrélation directe.
Une autre inquiétude est soulevée par l'économiste Eva Van Belle, de la VUB. Elle estime que cette mesure est en réalité favorable avant tout aux employeurs. Selon elle, la flexibilité du travail est mise en place de manière unilatérale au bénéfice de l'employeur, tandis que les employés doivent s'adapter sans bénéficier eux-mêmes d'une flexibilité comparable pour leur situation personnelle. Eux sont suspendus à un clou. Ce n'est donc pas pour eux que le système est flexible. Au contraire, il renforce les contraintes liées au travail. La flexibilité profite avant tout à l'employeur.
Eva Van Belle estime également que les groupes déjà défavorisés qui aujourd’hui pataugent dans le marché du travail risquent d'être encore davantage relégués au second plan. Elle exprime une réelle inquiétude pour les personnes peu qualifiées. Selon elle, la concurrence entre demandeurs d'emploi et flexi-jobbers pour les mêmes emplois risque d'entraîner une exclusion accrue des demandeurs d'emploi peu qualifiés.
Un éditorial de Bart Eeckhout exprime quant à lui des inquiétudes quant aux conséquences pour le bénévolat. Ces préoccupations proviennent davantage de Flandre, où les flexi-jobs sont plus répandus, mais ce sont malgré tout des signaux qui devraient vous interpeller, chers collègues flamands. Lorsque des flexi-jobbers entrent en concurrence avec des bénévoles, cela devient problématique. Certaines structures reposent en effet largement sur l'engagement bénévole et nous en avons besoin. Je pense notamment aux hôpitaux, aux structures de soins de santé ou encore aux maisons de repos. Aujourd'hui, certaines de ces organisations voient leurs bénévoles s’évaporer au profit d’emplois en flexi-job. C'est une évolution à laquelle nous devons être attentifs.
On observe un phénomène comparable concernant les jobs étudiants. Les mouvements sportifs et les mouvements de jeunesse signalent eux aussi une concurrence accrue, les jeunes privilégiant parfois un emploi rémunéré plutôt qu'un engagement bénévole. Pourtant, ces mouvements jouent un rôle essentiel.
Je pense que nous avons toutes et tous été actifs, à un moment ou à un autre, dans un club sportif ou un mouvement de jeunesse. Ce sont des expériences fondatrices. Elles forgent les individus, leur permettent d'acquérir de l'expérience. Mais lorsque nous privons les jeunes de ces expériences pour les orienter vers un emploi à la caisse d'un Delhaize, je pense que nous commettons une erreur à l'égard de la génération qui arrive. Je le pense fondamentalement. Vous devez l'entendre. Je pense qu'on aurait dû auditionner les scouts pour qu'ils nous expliquent ce malaise qui est en train de grandir chez les jeunes. Ce sont des éléments qui auraient dû aussi faire partie de la réflexion.
Il y a également des craintes pour les secteurs déjà en pénurie. Étant donné que près d'un cinquième de tous les travailleurs en flexi-jobs exercent leur activité principale dans les soins de santé ou dans l'enseignement, selon les chiffres de l'ONSS, la Banque Nationale met en garde contre une pénurie dans ces deux secteurs.
L'éditorialiste du Tijd nous dit également que si les employeurs comptent de plus en plus sur des étudiants ou des travailleurs en flexi-jobs, cela réduit l'incitation à embaucher des jeunes de manière durable. Donc, à nouveau, cela a un impact sur les jeunes. Ce n'est pas moi qui le dis. Pourquoi investir dans un jeune employé à temps partiel ou à temps plein, si la même flexibilité peut être trouvée ailleurs?
Un autre élément nous vient de SD Worx. C'est vraiment important parce que c'est un argument qui revient souvent: la question du choix. Soi-disant, il s'agirait d'un choix libre. "Vraiment, c'est trop chouette, je vais prendre un flexi-job en plus de mon premier boulot; c'est génial!" Non, en réalité, 83 % des employés belges sont contre l'idée de travailler au lieu de profiter de leur pension. Oh, surprise! Les pensionnés n'ont pas envie de travailler alors qu'ils ont déjà travaillé toute leur vie. C'est très étonnant. Non. Donc, ce n'est pas par choix, ce n'est pas un choix libre et éclairé, c'est par contrainte, c'est par besoin de boucler ses fins de mois que ces personnes prennent un flexi-job.
Par ailleurs, il y a des chiffres qui doivent peut-être un peu vous éveiller par rapport à la dimension de contrainte de ces flexi-jobs. Un parent sur deux dit ne pas savoir encaisser une dépense inattendue de 500 euros – un parent sur deux en Wallonie, d'après le grand baromètre. Évidemment, ces profils-là vont essayer de compléter leurs revenus avec des flexi-jobs, mais pas par choix.
Un autre élément est mis en avant par le professeur Van Belle: la crainte du coût social que cette généralisation va avoir en complément d'autres formes d'emploi. C'est également un élément qui revient et qui est mentionné par des scientifiques.
Chers collègues, j'ai terminé mon intervention et je me réjouis d'entendre la suite des débats.
01.05 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega's, eerst en vooral wil ik mij excuseren omdat ik vandaag geen das aanheb, maar het is een beetje te warm.
Het mooiste compliment over de flexi-jobs heb ik gekregen van mevrouw Moscufo. Ze begon zich te ergeren en zei dat Anders. de flexi-jobs meer verdedigt dan de regering. Dat is juist. Ze vroeg zich af waarom Anders. dat doet. Dat is omdat wij, samen met de Franstalige liberalen, in 2015 de founding fathers van de flexi-jobs waren. Wij hebben de wet van 16 november 2015 toen behandeld in de commissie voor Sociale Zaken en wie was er toen een eerbiedwaardig lid van die commissie? De heer Clarinval. Er was zelfs een voorzitter van die commissie, maar die zal ik hier niet vermelden.
We verdedigen dat omdat we de founding fathers van de flexi-jobs zijn en we zijn daar heel trots op. Mevrouw Vanrobaeys en mijnheer Somers, wie had in 2015, bij de totstandkoming van die wet, kunnen denken dat we iets meer dan 10 jaar later zouden vaststellen dat 260.000 mensen intussen in dat statuut gestapt zijn? Wie had dat kunnen voorspellen? Ik had dat nooit durven voorspellen. Ik had dat nooit durven dromen. Niemand van ons had dat kunnen denken.
Het is de grootste arbeidsmarkthervorming van de laatste 50 jaar. Het is jammer dat collega Ronse hier nu even niet is, want hij gebruikt vaak de woorden historisch en fantastisch, maar dit is inderdaad historisch. Voor Groen is het natuurlijk niet fantastisch – ik kom daar straks op terug: degrowth, zero growth en dat soort zaken. De heer Ronse zei daarnet iets waarin hij zich volgens mij heeft vergist. Hij zei de voorzitter dat we een standbeeld moesten geven aan de minister, aan de heer Clarinval. Ten eerste is de heer Clarinval veel bescheidener dan we denken. Hij is tenslotte een bescheiden Waal. Hij zegt bij zichzelf dat de prijzen aan de meet worden uitgedeeld. C’est à l'arrivée qu'on donne les prix, c'est vrai. Bovendien, collega's, aan wie moet er eigenlijk een standbeeld worden gegeven? Aan die 260.000 mensen die een flexi-job doen. Zij verdienen een standbeeld.
Ik ben blij dat mijnheer Ronse terug is. Mijnheer Ronse, ik was net bezig over standbeelden. U zei dat we een standbeeld moeten geven aan de heer Clarinval. Dat klopt, hij is een goede minister, de eerste liberale minister sinds 1923. Eigenlijk moet men een standbeeld geven aan die 260.000 mensen die een flexi-job doen. Zij verdienen dat standbeeld. Waarom verdienen zij dat standbeeld? Omdat het mensen zijn die allemaal extra werken. Als iedereen in ons land extra zou werken, zouden we geen probleem hebben met de begroting. We zouden geen probleem hebben met de werkzaamheidsgraad. We zouden geen probleem hebben met de uitgaven. We zouden veel van onze problemen kunnen oplossen.
De flexi-jobs zijn gestart in november 2015. Intussen zijn we tien jaar verder. Er zijn 260.000 mensen die, volgens cijfers van de RSZ, in totaal 360.000 vacatures invullen. Staan we wel voldoende stil bij die cijfers? Er wordt vaak gesproken over autofabrieken in ons land, terwijl er niet veel meer zijn. Ik denk dat we er nog één hebben, als ik mij niet vergis: Volvo Gent. De Vlaamse regering wil daar nog eens 119 miljoen subsidies aan geven. Ik was goed bezig. Ik ga het federaal houden. Er wordt dus heel veel aandacht besteed aan die ene autofabriek. Weet u hoeveel autofabrieken die 260.000 mensen vertegenwoordigen? Als men uitgaat van een autofabriek met 5.000 à 6.000 werknemers, dan gaat het om 52 autofabrieken. We hebben nooit 52 autofabrieken in ons land gehad. Die mensen hebben natuurlijk geen vakbond, ze komen voor zichzelf op. Dat zijn de stille werkers in onze maatschappij.
Mijnheer de voorzitter, ik zei het daarnet in het debat al, men zegt dat het gaat over mensen in slechte arbeidsomstandigheden, uitbuiting, dwangarbeid, noem maar op. Het zijn echter voor 41,8 % mensen tussen 25 en 39 jaar. Dat zijn mensen die aan het begin van hun carrière staan en die er nog iets bij willen doen. Ze verdienen misschien niet slecht. De lonen in ons land zijn toch niet de slechtste van Europa, denk ik. Maar ze willen iets extra verdienen. Misschien omdat ze dan in plaats van een kleine badkamer een grotere badkamer kunnen hebben. Is dat een probleem? Neen, dat doet de bouw draaien.
01.06 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur Van Quickenborne, vous qui êtes un vrai libéral – une espèce en voie de disparition –, n’êtes-vous pas d’accord avec moi pour reconnaître que les travailleurs devraient pouvoir négocier librement les augmentations salariales quand des bénéfices records sont faits dans une entreprise? Ne trouvez-vous pas que c’est injuste? Pourquoi est-ce que, d’une part… Quand même! Je prends l’exemple du groupe D’Ieteren, qui reverse 4 milliards de dividendes à la suite de bénéfices records. Pourquoi les travailleurs ne pourraient-ils pas aussi avoir leur part de cette belle réussite commerciale? Me suivez-vous?
01.07 Vincent Van
Quickenborne (Anders.): (…)
01.08 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Pourquoi un travailleur qui travaille dans cette
entreprise et qui contribue à sa réussite, plutôt que d’avoir aussi sa part du
gâteau, devrait-il aller prendre un autre boulot, alors qu’il fait super bien
son boulot, vu que visiblement, ça roule à fond? C’est cela que je ne comprends pas.
01.09 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik wil daar gerust op repliceren – ik ga geen enkel debat uit de weg –, maar het gaat hier eigenlijk over de flexi-jobs.
De voorzitter: Wij blijven graag bij het thema.
01.10 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Het was inderdaad ver van het thema; ik probeer het kort te houden.
Ten eerste, de beursgenoteerde groep D’Ieteren is eigenaar geworden van Thermote Vanhalst Parts (TVH). Kent u dat verhaal?
De voorzitter: Ik vrees dat u het zult vertellen.
01.11 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik zal dat even uitleggen. Dat bedrijf is begonnen in een garage van twee mensen met een oplegger. Intussen heeft TVH 6.000 à 7.000 jobs gecreëerd. Mijnheer de minister, ik stel voor dat u eens met de auto tussen Waregem en Kortrijk rijdt. U zult daar een aantal kleine bedrijven zien. 7.000 mensen hebben een job gekregen, omdat 2 mensen een bedrijf hebben opgericht. Het is toch verdomme normaal dat bedrijven winst maken, gelukkig maar. Hoe meer winst bedrijven maken, hoe beter onze economie draait. Wat is er nu schandalig aan het feit dat bedrijven winst maken? Wat wilt u eigenlijk? Allemaal vzw's, een gesubsidieerde boel? Verdedig onze bedrijven toch eens.
In verband met uw vraag over de lonen, het is mijn persoonlijke mening dat we inderdaad het best kiezen voor een vrije loonvorming, maar wel zonder indexeringen. Dat wilt u echter niet. U wilt zowel indexeringen als vrije loonvorming, maar dat zullen we niet doen.
De voorzitter: Mag ik vragen, collega's, om bij het thema te blijven, want het debat duurt al vrij lang. Het dreigt uit te waaieren naar een debat over onder andere de vrijemarkteconomie en de loonvorming. Het is vrij duidelijk dat we het over flexi-jobs hebben. Ik stel voor dat we het daarbij houden. We zullen ongetwijfeld nog vele debatten in dit Huis over allerlei andere zaken voeren.
De heer Ronse heeft een vraag over flexi-jobs.
01.12 Axel Ronse (N-VA): Ja, ik heb een vraag over flexi-jobs in het kader van het flexi-jobdebat. Mijnheer Van Quickenborne, collega Schlitz sprak over uitmelking door flexi-jobs en ze maakte daarbij de vergelijking met D’Ieteren, dat winst maakt en dividenden uitkeert, terwijl hun arbeiders niets krijgen. Welnu, als de arbeiders een flexi-job willen doen, kunnen ze dat doen, maar kunt u aan mevrouw Schlitz uitleggen …
De voorzitter: Mijnheer Ronse, ik onderbreek u; op die manier gaan we hier niet verder. Ik geef het woord aan de heer Van Quickenborne.
01.13 Vincent Van Quickenborne (Anders.): De heer Ronse heeft 100 % gelijk. Wij zijn absoluut voor initiatieven in het kader van aandeelparticipaties in bedrijven.
De voorzitter: Ik heb niet gezegd dat hij ongelijk heeft.
01.14 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Op dat punt heeft hij wel gelijk. Als wij ook aandeelparticipaties voor werknemers tot stand kunnen brengen, dan zijn wij daar volledig voor. Wij zijn voor volkskapitalisme. Laat dat duidelijk zijn.
Ik kom terug op de flexi-jobs. Collega’s, er is dus een standbeeld voor de 40 % werknemers tussen 25 en 39 jaar oud met een flexi-job. Er is echter ook het interessante fenomeen van de gepensioneerden die een flexi-job uitoefenen. Hun aantal groeit.
Op een bepaald ogenblik was ik in een bedrijf, Concordia, een textielbedrijf in de buurt van Thermote & Vanhalst in Waregem, bekend bij de heer Vermeersch, en ontmoette er Sybille, een gepensioneerde werknemer. Zij vertrouwde mij toe dat zij een flexi-job bij een bakker deed, maar liever bij Concordia wou blijven voortwerken, weliswaar niet voltijds, maar twee dagen per week om wat zij had geleerd, door te geven aan de jonge generatie. Zij wilde dat doen, maar kon dat niet, omdat flexi-jobs beperkt waren tot een aantal sectoren. Daarop stelde Fedustria dat dergelijke jobs ook in de textielsector mogelijk zouden moeten zijn. Mevrouw Schlitz vond het daarnet een schande: 15 euro versus 27 euro. Zij vergeet dat het verschil tussen 15 en 27 euro uit taksen en sociale lasten bestaat. Precies doordat op de flexi-jobs geen taksen worden geheven voor dat extra werk, houden flexi-jobbers netto het brutobedrag over.
Collega’s, de voorgestelde uitbreiding naar alle sectoren is vrij revolutionair. Ik voorspel u dat er over vijf à zes jaar waarschijnlijk 400.000 à 500.000 mensen een flexi-job zullen doen. Hopelijk zullen we ooit een tijd meemaken waarin er meer flexi-jobs zijn dan langdurig zieken. Ik hoop dat die tijd ooit komt. Wat de flexi-jobberss betreft, zijn wij op de goede weg; wat de langdurig zieken betreft, dat is een ander verhaal en dat zullen we op een ander moment behandelen.
01.15 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): C'est l'illustration parfaite du fait que cette discussion se déroule comme au café du commerce. M. Ducarme n'était pas d'accord tout à l'heure, mais nous y revenons.
M. Van Quickenborne nous cite une petite histoire personnelle – ou bien l'a-t-il inventée? –, où il connaît une dame qui… Fait-on de la politique sur cette base? Non. On ne prend pas des décisions pareilles à partir d' "une dame qui…" En revanche, nous avons les chiffres de SD Worx que je viens de citer, qui attestent que 83 % des travailleurs ne souhaitent pas travailler lorsqu'ils seront retraités. Voilà des chiffres!
Si les
flexi-jobbeurs sont si heureux et si libres dans leur choix, j'aimerais bien
lire des études qui l'attestent. Organisons un sondage, lancez une enquête!
Mais dire que Mme Sybille est si contente de continuer à travailler, et ma
voisine, mon voisin, mon boulanger et mon couturier… Ce n'est pas comme cela
que l'on prend des décisions. Je suis désolée.
01.16 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik vind dat een heel vreemde opmerking. Ik heb daarnet al cijfers gegeven aan mevrouw Moscufo, gebaseerd op antwoorden die ik op schriftelijke vragen heb gekregen. Als ik u of mevrouw Moscufo confronteer met de cijfers over arbeidsongeschiktheid bij flexi-jobbers versus arbeidsongeschiktheid in reguliere jobs, dan komt er geen antwoord meer van de linkerzijde. Ik heb aan mevrouw Moscufo gevraagd of dat klopt.
Mijnheer de voorzitter, misschien kunt u voor mij opzoeken in welk bulletin dat staat. Dat is bij ons niet gemakkelijk terug te vinden. Het gaat om schriftelijke vraag nr. 59 van 27 februari 2025 aan de heer Vandenbroucke hoe het staat met flexi-jobbers en arbeidsongeschiktheid? In het vierde kwartaal van 2024 waren er 2.415 gevallen. Dat komt neer op 1,2 %. Het aantal arbeidsongeschikten op de arbeidsmarkt bedraagt 12,2 %. Dan zegt men hier dat flexi-jobbers mensen ziek en kapot maken.
Dat gaat niet over één anekdote. Het gaat over een substantieel cijfer. Als ik u daarmee confronteer, blijft het gewoon stil aan de linkerzijde. Dan zegt men daar niets meer. Dan brengt men het verhaal dat flexi-jobs mensen ongelukkig maken. U bent aan het lachen, maar u kunt daar gewoon niet meer op antwoorden, omdat de feiten u totaal tegenspreken, mevrouw Schlitz. Dat is het probleem met uw verhaal. U maakt hier voortdurend het proces van 260.000 mensen die extra werken. Eigenlijk zou u voor hen moeten applaudisseren en hen loven – hoed af – dat zij onze sociale zekerheid ondersteunen. Dat zou u moeten doen in plaats van hen belachelijk te maken.
Of zij dat nu doen voor het geld of voor de sociale contacten, omdat ze graag onder de mensen zijn, wie zijn wij om te oordelen waarom mensen werken? Mensen doen toch wat ze willen? Kent men het woord vrijheid nog aan de linkerzijde?
Ik heb gezien dat de heer Prévot van Les
Engagés vandaag heeft ingezien dat vrijhandel eigenlijk wel iets goeds is,
zelfs voor de boeren. Dus men leert bij. Ik hoop dat de linkerzijde vanavond of
vannacht ook nog iets bijleert. Vooruit is intussen al overtuigd, heb ik
begrepen. We zullen zien hoe dat verder evolueert. En wat PTB betreft, in
commissie voor Sociale Zaken hebben we iets unieks meegemaakt – de heer Ronse
was er getuige van. Mevrouw Moscufo gaf op een bepaald moment toe dat het
allemaal genuanceerder was dan dat. Herinnert
u zich nog?
Madame Moscufo, êtes-vous toujours là? En commission, vous avez dit que le débat était quand même plus nuancé que cela. Et, à ce moment‑là, vous avez commencé à défendre les personnes qui effectuent des flexi‑jobs, notamment dans un café, dans une boulangerie ou dans une boucherie.
C’est fantastique! Si même les communistes commencent à dire que le travail n’est peut‑être pas si mal, nous pourrions même, éventuellement, convaincre les écologistes. Oui, espérons‑le! Mme Schlitz est partie. Mais c’est vrai.
Ik denk dat de parlementsleden van Groen al overtuigd zijn, ook al zeggen ze het niet. Die van Ecolo moeten we nog overtuigen.
01.17 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Nous siégeons dans la même commission. Ce n'est pas que nous sommes potes mais nous nous connaissons un peu. Je reprends la parole pour le rapport, comme je le dis souvent à M. Ducarme, car le rapport est très important à mes yeux. En effet, lorsque les générations futures liront les rapports de nos travaux, si je ne réagis pas à vos propos, mon silence vaudra consentement, ce qui n'est évidemment pas le cas.
Permettez-moi donc de préciser l'une ou l'autre chose.
D'abord, là où vous avez raison, ce n'est pas que j'ai défendu le système des flexi-jobs fondamentalement en tant que système de société. C'est vous et vos amis du gouvernement qui le mettez en place. Nous portons, quant à nous, une autre vision de l'organisation du travail. Néanmoins, puisque ces flexi-jobs existent, il est vrai que je commence régulièrement mes interventions par des exemples concrets de personnes pour qui ce statut, individuellement, ne reflète pas, selon moi, quelque chose de destructeur, notamment quand j'ai ces personnes en face de moi. Mais ne me faites pas dire ce que je n'ai pas dit, pour mon parti et moi-même, un flexi-job n'est pas équivalent à un emploi régulier.
Je comprends néanmoins que vous souteniez le contraire, car vous défendez tellement ce dispositif que l'on sent – et ce n'est pas qu'un sentiment – que c'est le système que vous voulez fondamentalement. À vous entendre, le flexi-job, c'est le travail et vous trouvez, par ailleurs, intéressant que les collègues du PTB défendent désormais le travail. Nous défendons le travail, monsieur Van Quickenborne. Ne vous permettez plus de dire que nous ne défendons pas le travail. Ce que nous refusons de défendre, c'est ce travail que vous voulez détruire en précarisant les conditions de travail dans ce pays pour faire plaisir à vos amis, cette minorité de multinationales qui n'attend qu'une chose: avoir plus de pognon!
Et pour y parvenir, elles n’ont pas 36 solutions: elles diminuent les salaires et augmentent la flexibilité sans aucune compensation, etc. C'est précisément ce que vous avez soutenu à travers les mesures de ce gouvernement. Mais vous avez raison sur un point, je n'ai pas critiqué toutes les personnes qui recourent aux flexi-jobs, car j'en connais à qui cela convient. En revanche, je crains fort qu'avec ce que vous voulez mettre en place, le système ne déborde et que nous allons faire face à des dérives, comme le souligne le ministre du Budget. Il est donc de notre devoir de réfléchir à ces dérives et de déposer des amendements sur le projet du ministre pour l'améliorer. Pourtant, je ne vous vois pas venir avec des amendements en ce sens. Chez vous, c’est vollenbak, n'est-ce pas? C’est vollenbak pour vous!
01.18 Vincent Van Quickenborne (Anders.): "Vollenbak", j’aime bien. Cela veut dire "du gaz", du pétrole, comme certains ici.
J’ai compris que vous restez quand même nuancée sur les flexi-jobs. Peut-être que le PTB va s’abstenir tout à l’heure, c’est intéressant. Madame Moscufo, vous êtes sous le contrôle des caméras ici. En commission, vous avez un peu plus de liberté.
01.19 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): (…)
01.20 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Oui, c’est vrai, vous êtes une femme
libre, une Jeanne d'Arc. Même si je ne suis pas d'accord sur ce que vous dites,
j'aime bien votre style.
Chers collègues, vous dites qu'on sert une
minorité de multinationales. Mais c'est quand même ridicule tot en met. La
plupart des gens qui engagent des flexi-jobs sont des petits commerces et des
petits indépendants. Monsieur le ministre, vous le confirmerez. Chers
collègues, combien de multinationales utilisent aujourd'hui le système de
flexi-jobs? Uniquement
un faible pourcentage.
U hebt daarnet de verhalen gehoord van mevrouw Vanrobaeys, over de vader van mevrouw Muylle, over de gepensioneerden en het vrijwilligerswerk. Dat betreft allemaal kleine zelfstandigen en misschien hier en daar een franchisewinkel. Wat is het probleem? De flexi-job zou blijkbaar een soort machinatie van multinationals zijn om iedereen uit te buiten. Er kan toch geen grotere karikatuur gemaakt worden. Dat klopt dus niet.
Mijnheer de voorzitter, de eerste winnaars zijn natuurlijk de mensen die een flexi-job doen. De tweede winnaars zijn, geloof mij, de consumenten. Ik zal u zeggen waarom. Ik ben in de politiek gestapt in de vorige eeuw, dat is aan mij te zien. Ik deed vier beloftes toen ik in de politiek stapte. Ik stond op de lijst VU-ID voor de Senaat. De eerste belofte kent u. De heer Vermeersch kent die zeer goed. Die belofte is nog steeds niet gerealiseerd, maar goed, we zien wel. De tweede belofte was om van dit land een republiek te maken. Dat is nog steeds niet gelukt. Ik ben steeds republikein geweest, natuurlijk.
De voorzitter: Collega's, dit thema valt buiten het bestek van de flexi-jobs, tenzij het een flexi-job zou zijn.
01.21 Vincent Van Quickenborne (Anders.): De derde belofte was: stem mij in de Senaat en ik schaf de Senaat af. Ik hoop dat dit binnenkort zal gebeuren, hoewel ik hoor dat het Vlaams Belang vandaag begint te twijfelen, maar we zien wel. Mevrouw Pas zegt dat het in orde komt. Help ons alstublieft, anders geraken we er niet.
De vierde belofte was de winkels open op zondag. In 1999 was dat vloeken in de kerk. Toen was Annelies Verlinden er nog niet, maar cd&v was daar totaal tegen. Er werd wel goed gelobbyd voor de tuincentra op zondag. Mevrouw Miet Smet heeft dat allemaal geregeld.
Steve Stevaert zei dat men op zondag pateekes moet gaan eten bij grootmoeder, dat men op zondag niet naar de winkel moest gaan. Steve stond graag bij de bomma's. Het is goedbedoeld, u moet er niets achter zoeken.
Het is nu 2026, 27 jaar later. Sinds enkele jaren zijn de winkels open op zondag. Dat is allemaal begonnen dankzij Delhaize. Delhaize is in franchise gegaan tijdens de vorige legislatuur. Dat is niet onze verdienste, voor alle duidelijkheid. De winkels openen daardoor wel op zondag. Aldi volgt. Waar is Sammy van de Aldi? Aldi is aan het volgen. Colruyt twijfelt nog. Hoe komt het dat dit vandaag mogelijk is? Dat is mogelijk omdat vandaag heel veel studenten en flexi-jobbers op zondag werken.
01.22 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mijnheer Van Quickenborne, ik heb een vraag voor u. Kunt u mij zeggen hoeveel voltijdse werknemers er waren bij Delhaize in 2023 en hoeveel dat er nu nog zijn?
01.23 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Is dat een schriftelijke vraag die ik nu onmiddellijk moet beantwoorden? Wat ik weet van Delhaize is dat ze zijn overgestapt op het franchisesysteem. Mevrouw Schlitz, u moet mij verontschuldigen dat het even wat concreter wordt, maar in mijn stad zijn er twee Delhaizes die zijn overgenomen door twee zelfstandigen. Zij hebben al de vaste contracten overgenomen, ze hebben niemand ontslagen en ze hebben zelfs extra mensen aangeworven, waaronder ook flexi-jobbers en studenten. Wat zeggen zij tegen ons? Dankzij het feit dat flexi-jobbers daar willen werken, moeten ze hun vaste medewerkers niet vragen om op zondag te werken en hebben die de zondag vrij. Op zondag zijn het de flexi-jobbers die werken, waardoor de winkels op zondag ook open kunnen zijn. Dat is goed voor de winkels, het personeel en de consumenten.
De voorzitter: Ik vermoed dat mevrouw Van den Bosch het antwoord op haar quizvraag zal geven.
01.24 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Inderdaad, mijnheer de voorzitter, want ik denk niet dat de heer Van Quickenborne het weet. In 2023 waren er nog 11.780 voltijdsequivalenten bij Delhaize, in 2025 waren dat er nog 3.423. Leg mij dus eens uit wie het werk daar nu doet.
De voorzitter: De heer Van Quickenborne zal daar natuurlijk op reageren. In Nederland werd er een vraag gesteld aan een minister en zijn antwoord was dat zij toen samen de grenzen van zijn parate kennis verkenden. Ik vond dat een heel mooi antwoord, maar u zult zeker ook een antwoord formuleren voor collega Van den Bosch.
01.25 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik zal daarop antwoorden. Ik weet niet of u uw vraag hebt afgetoetst met uw collega-kameraad, de heer Hedebouw. Hij heeft af en toe iets gezegd over de winst bij Colruyt, iets wat totaal naast de kwestie was. Mevrouw Van den Bosch, het antwoord staat in het artikel waaruit u die cijfers haalt. Het is natuurlijk normaal dat wanneer de winkels van Delhaize, dat vroeger een groep was zonder franchise en met meer dan 11.000 werknemers, nu allemaal franchises worden, die mensen op de payroll komen te staan van de franchisenemers. Dan is het normaal dat die van 11.000 naar 3.000 gaan. We moeten naar het totaalplaatje kijken, maar dat is communistische rekenkunde en daar geraken we niet ver mee.
Dat is het antwoord, mijnheer de voorzitter. Het stond in het artikel van De Tijd. Delhaize is vandaag een van de meest succesvolle... Ik zal geen reclame maken, ik moet opletten. Trouwens, ik heb gelezen dat enkel de kiezers van Anders. de Delhaize verkiezen, de rest gaat allemaal naar de Colruyt, maar dat doet er nu niet toe. Het punt is dat Delhaize het vandaag fantastisch doet, onder meer door de franchisering, door de zondagopeningen, door lokale verbinding en dankzij gemotiveerde mensen. Moesten alle supermarkten op die manier functioneren, dan zouden we al veel verder staan en dit los van al het syndicaal geweld van onze communistische vrienden.
Voorzitter, ik ga verder. Wie zijn de derde
winnaars bij de flexi-jobs? De zelfstandigen, de ondernemers. Vandaag zijn er
53.000 zelfstandigen en ondernemers die gebruikmaken van het systeem van
flexi-jobs, 53.000! Toen David Clarinval en wij van toen nog Open Vld
ermee begonnen, kon men ze gewoon op de handen tellen. Het ging over enkele
cafétjes en hier en daar een hotel, een camping. Er was bijna niets. Ik bedoel,
die aantallen stelden toen niets voor. Daarom nodig ik u uit te herbeluisteren
wat de voorzitter van onze commissie, de heer Ducarme, gezegd heeft: l’augmentation
des chiffres, c’est spectaculaire.
A un certain moment, c’était le privilège de la Flandre.
De heer Moons zei: dat is alleen maar in Vlaanderen. Maar we zien sinds kort dat het ook doorbreekt in Wallonië en in Brussel, altijd met een beetje vertraging. We weten dat, dat is zo, maar goed, zo zit het leven in elkaar. Maar het draait ook daar.
Er zijn dus 53.000 zelfstandigen en ondernemers die daar een beroep op doen. Als ik zeg dat we zonder flexi-jobs geen cafés meer zouden hebben, geen restaurants, geen hotels, geen bakkers, geen beenhouwers, geen viswinkels, geen supermarkten, geen autorijscholen, geen busbedrijven, geen bioscopen, geen fitnesscentra, geen events, geen vastgoedbeheer, geen syndici, geen kappers, geen autogarages, geen verhuisbedrijven, geen sport en zelfs geen cultuur, dan zijn die er wel dankzij de flexi-jobs, die wij doorheen de jaren met hand en tand zijn blijven verdedigen.
De vierde winnaar, collega’s, is onze economie.
C’était le président de notre commission qui a posé la question : ministre, on parle ici de quelle masse salariale ?
Er is 960 miljoen euro verdiend door die flexi-jobbers. Dat is per hoofd 3.700 euro netto per jaar.
De voorzitter van de commissie Financiën is bij ons. Hij kan getuigen dat dit gedeeld door 12 iets meer dan 300 euro per maand is. Netto erbij, 300 euro netto erbij, dat is niet slecht, hé? Extra koopkracht voor die mensen. Dat geld wordt ook geïnvesteerd in de economie.
Ik herinner me dat de heer Dedecker, die hier nu niet is maar straks waarschijnlijk terugkomt, zei dat zwart geld de olie van de economie is. Dat zei Jean-Marie Dedecker in zijn bekende stijl: zwart geld is de olie van de economie.
Vandaag zijn de flexi-jobs de olie van onze economie. Al dat geld wordt uitgegeven, in badkamers, in restaurants, in hotels, noem maar op. Het wordt uitgegeven en doet onze economie draaien. Ik ben ervan overtuigd, collega's, dat wat men investeert in die flexi-jobs, op zich ook weer nieuwe activiteit met zich meebrengt. Cafés en hotels kunnen uitbreiden, ook dankzij het systeem van de flexi-jobs.
Men zou dan wellicht denken dat iedereen dit als een grandioos succes beschouwt en het steunt, maar we zien iets typisch Belgisch of Vlaams, hoe men het ook wil noemen: op het moment dat iets succesvol wordt in ons land, beginnen de twijfels. Als men in ons land zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt, zeggen ze onmiddellijk: de kop eraf.
Collega's, de onvoorwaardelijke steun voor flexi-jobs in het Parlement is aan het slinken. Ik zie zelfs de collega van Vooruit knikken. In het begin waren alleen de vakbonden tegen. Zij zijn trouwens in 2016 naar het Grondwettelijk Hof gestapt tegen de flexi-jobs, maar het is hen niet gelukt om het systeem te vernietigen. Lees maar het arrest 107 van 2017.
Daarnaast waren natuurlijk ook de linkse partijen tegen. Ik wil er echter aan herinneren dat zelfs onder de verfoeide Vivaldiregering, waarin wij ook zaten, het systeem net werd uitgebreid, mijnheer Metsu. Nochtans zaten de PS, Groen en Ecolo allemaal in die coalitie. Het zou zogezegd de sociale zekerheid ondergraven, maar het systeem werd wel uitgebreid tot 23 sectoren. Goed gedaan, PS. Ook mevrouw Schlitz, nu even niet aanwezig, zat in die regering. Ze zat erbij toen die uitbreiding werd goedgekeurd. We hebben misschien wat druk moeten zetten, maar uiteindelijk is het toch gelukt.
Ik herinner mij nog dat minister Vandenbroucke toen tegen mij zei dat er één rode lijn was waar men nooit over zou gaan, namelijk de zorgsector. De heer Bertels weet dat zeer goed. Ze zouden nooit toelaten dat verpleegkundigen via een flexi-job in woonzorgcentra en ziekenhuizen zouden werken. Hij gebruikte daarvoor zelfs het woord duiventil.
Ik had vóór de verkiezingen van 2024 een debat met Frank Vandenbroucke in Terzake. Een van de thema's was flexi-jobs in de zorg. De heer Vandenbroucke zei toen: nooit, nooit gaan we dat toelaten. Wat gebeurt er ondertussen? Flexi-jobs zijn wel degelijk mogelijk in de zorg. Well done.
Waarom is dat nodig? Omdat er tekorten zijn, ook in de ziekenhuizen en de woonzorgcentra. Ze zullen zich zodanig organiseren dat er geen duiventil ontstaat. Heb een beetje vertrouwen in de werking van onze ziekenhuizen en woonzorgcentra. Indien u niet akkoord gaat, moet u zeker het woord vragen.
Ik ben blij dat mevrouw Farih aanwezig is. Inderdaad, minister Van Peteghem wordt hier voortdurend gebruikt door de communisten, want de communisten verwijzen naar minister Van Peteghem, ik wist niet dat de communisten zoveel vertrouwen hadden in minister Van Peteghem. Inderdaad, minister Van Peteghem is op oorlogspad, niet in de Straat van Hormuz, maar hij is op oorlogspad. Hij zegt dat er twee grote vijanden zijn. Allereerst de managementvennootschappen, die de baarlijke duivels zijn, maar daarop komen we later in het debat nog terug. Dat zeggen de socialisten trouwens ook over die managementvennootschappen. Dat is een probleem. Het tweede problematische element volgens minister Van Peteghem zijn natuurlijk de flexi-jobs. Ik weet niet of u zijn interview in De Tijd hebt gelezen, begin juni, een weekendinterview. Hij zei daarin, ik citeer: "In een normale economische omgeving is de meest flexibele arbeid de duurste en bij ons is dat de goedkoopste." Einde citaat. Minister Van Peteghem zegt dat, maar het is wel deze regering die de overuren volledig heeft gedefiscaliseerd, in de horeca zelfs tot 450 uur. Op het moment dat hij zijn interview geeft, op 6 juni, bespreken we hier in het Parlement volop het wetsontwerp over de uitbreiding van de flexi-jobs, voor alle sectoren. Zijn uitspraken verbazen mij.
Mijnheer de minister, dat brengt me tot mijn eerste vraag aan u. Minister Van Peteghem is net als u lid van het kernkabinet. Lag hij te slapen tijdens de discussie over de flexi-jobs of heeft hij het wetsontwerp moeten slikken? De twee kunnen natuurlijk samengaan, slapen en slikken. Wat is er gebeurd met minister Van Peteghem? Ik lees in de krant dat hij ertegen is, maar hier is hij ervoor. U zult mij waarschijnlijk zeggen dat mevrouw Farih met de centenindex al heeft getoond hoe een dergelijke houding kan. Men kan ergens tegen zijn en toch voorstemmen. Waarschijnlijk is dat de nieuwe houding van cd&v: men is ergens tegen, maar toch voor. Misschien kan dat ons ook helpen in het debat over abortus, maar dat komt straks.
01.26 David Clarinval, ministre: Je répondrai tout à l’heure à toutes les questions, mais je vous invite à lire ce que M. Van Peteghem, le ministre du Budget, a écrit officiellement dans le dossier des flexi-jobs. Il a rendu un avis, à la suite d'un avis de l’Inspection des finances. Il faut se référer aux écrits officiels du ministre du Budget. Vous pourrez être rassurés quant à son opinion. Il n’était pas endormi quand nous avons traité de ce dossier.
01.27 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, u strooit nog wat zout in de wonde. Dat is positief. Ik waardeer dat. Uw oprechtheid is veelzeggend. Er is een positief advies van de minister van Begroting. Dat is heel juist. Dat hebben wij ook kunnen zien.
Mevrouw Farih, de cd&v zou natuurlijk de cd&v niet zijn, mocht behalve minister Van Peteghem, die twijfels heeft, plots ook mevrouw Crevits niet de grootste pleitbezorger zijn van flexi-jobs bij politici. Ik kom daar straks echter op terug.
01.28 Kurt Moons (VB): Mijnheer Van Quickenborne, u hebt zojuist gesproken over de voordelen van de flexi-jobs voor de werknemers, de consumenten, de zelfstandigen en de economie, maar met geen woord hebt u gerept over de voordelen voor de overheid.
U verwijst naar een loonmassa van 950 miljoen euro in 2025. Ik weet niet of u weet hoeveel de totale loonmassa in België bedraagt. Dat is 300 miljard euro. De flexi-jobs vertegenwoordigen dus 0,3 % in de totale loonmassa. Mochten de flexi-jobs door reguliere jobs zijn ingevuld, dan zou dat toch een verschil van een klein half miljard euro betekenen.
U zult mij niet horen verklaren dat ik tegen flexi-jobs ben. Dat ben ik helemaal niet. Ik wil gewoon weten waar een en ander naartoe gaat. Blijkbaar verliezen wij immers inkomsten in de sociale zekerheid en de fiscaliteit, maar breiden we de regeling toch uit. Er is bovendien geen enkele evaluatie geweest. We weten evenmin wat de situatie zou zijn geweest zonder de flexi-jobs. De opportuniteitskosten worden niet benoemd. Er is immers geen evaluatie geweest.
Mijnheer de minister, minister Van Peteghem heeft trouwens duidelijk gesteld dat het niet mogelijk is om de begrotingsweerslag van de flexi-jobs nauwkeurig te ramen. Er bestaat dus een grote onzekerheid over de financiële impact van de uitbreiding van de flexi-jobs.
01.29 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Moons, u beweert dat wij daardoor bijna een half miljard euro aan inkomsten missen. U vertolkt daarmee exact wat de vakbonden stellen. Volgens hen verliezen wij door de flexi-jobs een half miljard euro aan inkomsten. Ik wist niet dat u zo dicht bij de vakbonden stond. Dat is een interessante coalitie die ontstaat.
De vraag is echter of die redenering klopt. Klopt het, als al die flexi-jobs gewoon reguliere jobs zouden zijn, dat we als overheid dan 500 miljoen euro meer inkomsten zouden hebben?
Zou het echter niet kunnen dat, mochten wij geen flexi-jobs hebben, dat werk gewoon als zwartwerk zou worden verricht? Denkt u van niet?
Bij Delhaize zou er geen zwartwerk zijn, maar geen enkele Delhaize zou open zijn op zondag. Dat is misschien uw keuze. Doe zoals in Duitsland, waar de winkels op zaterdag om 16.00 uur sluiten. Sluit ze op maandag en dinsdag. Laat de mensen maar shoppen op het internet. Mijnheer Moons, denkt u niet dat dat allemaal weer zwartwerk zou worden? Ik denk het wel.
Ten tweede, brengen de flexi-jobs vandaag op voor de sociale zekerheid? Ja. Hoeveel? Een loonmassa van 960 miljoen euro maal 28 % socialezekerheidsbijdrage. Mevrouw Pirson heeft het gezegd. Geen 25 %. De heer Ronse zei dat het een schande was dat Vivaldi dat heeft verhoogd naar 28 %, maar u hebt ze niet weer verlaagd, mijnheer Ronse, dus blijkbaar was het toch een goede keuze. Maar we gaan vanavond niet ruziemaken. Ik heb het even uitgerekend, collega's, 28 % op 960 miljoen is 270 miljoen aan opbrengsten voor de schatkist, dankzij de flexi-jobs.
Ten derde, men zegt dat die flexi-jobbers maar 28 % betalen en geen taksen. Collega's, die mensen hebben allemaal een fulltime job en betalen dus reeds de volle pot aan sociale zekerheid en aan belasting. Van die 28 % krijgen ze niks terug, het is allemaal voor de uitkeringstrekkers. Zij financieren dat systeem. Niet zij profiteren daarvan, zij maken het mogelijk dat anderen soms profiteren. Dat is de realiteit.
Mijnheer Moons, ik acht u positief in, maar stop met de vakbond achterna te lopen. Dat is verkeerd. Doe dat niet. Geloof die mensen niet, want zij komen niet op voor werk, maar wel voor iets anders.
01.30 Kurt Moons (VB): Mijnheer Van Quickenborne, ik probeer het debat een beetje intellectueel eerlijk te houden. U hebt berekend dat 950 miljoen euro aan 28 % uitkomt op 266 miljoen. Ik heb dat trouwens ook berekend en in mijn speech vermeld. Als men dat zou berekenen, wat we in de voorwaardelijke wijs moeten formuleren, want we weten niet hoeveel er ingevuld zou zijn door reguliere jobs, dan gaat het om 25 %, dus 238 miljoen patronale bijdrage, 13 % werknemersbijdrage is 124 miljoen en dan is er 40 % belastingen na aftrek van de werknemersbijdrage, zijnde 329 miljoen. Dat is in totaal 691 miljoen. Ik heb die berekening gemaakt. Men kan voor of tegen zijn, maar het is duidelijk. Als het volledig ingevuld zou worden door reguliere jobs, dan is er een verschil van 425 miljoen euro.
Ik zeg niet dat dat zo is, maar aangezien u het niet weet en aangezien ik het niet weet, zijn we dus inderdaad aan het discussiëren over wat het zou zijn. We weten het niet, maar we beslissen wel om het hele systeem uit te breiden voor een uitzonderingsmaatregel die goed bedoeld was en is gebleken, ook voor de jobs en de werkgevers die u allemaal hebt opgesomd, perfect. De vraag is alleen hoever we dat doortrekken.
Ik heb overigens ook niet gezegd dat er een profitariaat is. De mensen die reguliere jobs doen, hebben uiteraard al bijgedragen, maar de vraag is alleen hoe we met het extra aspect omgaan. Er zijn ook mogelijkheden tot een profitariaat op een andere manier. Daar zullen we toch even over moeten nadenken. Er is geen evaluatie gebeurd. Toch gaan we blindelings met de voeten vooruit en breiden we dit systeem uit naar alle werkgevers en alle sectoren.
Mijn vraag is dan waar dat zal eindigen. Kunnen we geen rekensom maken? Niemand kan bepalen hoeveel dat aan de staat zal kosten. Dat is toch hallucinant? Er is geen enkel veiligheidsnet voorzien. Binnen een jaar gaan we eens kijken. Ik hoop dat we niet te ver uit de band springen. Dat is mijn enige bekommernis. Ik wil dat op een intellectuele manier aanbrengen. Vakbonden of niet, dat speelt geen rol. Ik ben als werkgever zeker voorstander van flexi-jobs, maar de vraag is waar dat eindigt als we dat volledig opentrekken. Dat is mijn eerlijke vraag.
De voorzitter: De heer Ronse vraagt het woord.
01.31 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, kunt u aan de heer Moons uitleggen dat in zijn berekening...
De voorzitter: Mijnheer Ronse, ik merk op, en dit geldt voor iedereen, dat het niet de bedoeling is dat u een debat voert met de heer Moons.
01.32 Axel Ronse (N-VA): Neen, ik vraag het aan de heer Van Quickenborne.
De voorzitter: Het is ook niet de bedoeling dat u het via de heer van Quickenborne aan de heer Moons vraagt.
01.33 Axel Ronse (N-VA): Hij gaat er in zijn berekening vanuit dat al de mensen dat een flexi-job doet, ook allemaal een gewone job doen. Dat gaat absoluut niet op.
Een tweede element, dat hier nog niet aan bod is gekomen, is dat flexi-jobs niet jobvernietigend zijn, maar net voor meer werkgelegenheid zorgen. Een Delhaize kan bijvoorbeeld op zondag open zijn, waardoor ook meer vaste werknemers op zondag werken en dus meer bijdragen.
Elke evaluatie die men zou doen, zou veel geld en tijd kosten, want het gaat om zware scenarioberekeningen. Daarenboven zitten de ontvangsten van de overheid altijd in de plus. De vierde winnaar is ook de overheid, want de overheid ontvangt meer dankzij dat systeem.
De voorzitter: Dat zou de vijfde winnaar zijn, want ik meen dat er al vier waren opgenoemd.
Mijnheer Van Quickenborne, u krijgt het woord.
01.34 Vincent Van Quickenborne (Anders.): De vierde winnaar was de economie. De voorzitter volgt goed, wat zeer positief is.
De cijfers met betrekking tot het aantal vaste jobs van de RSZ tonen enige terugdringing van kleine deeltijdse jobs. Daarnet zei collega Schlitz dat het aantal flexi-jobs van 9 % naar 30 % toenam, terwijl het aantal uitzendjobs van 11 % naar 4 % daalde. Ik wist niet Groen zo'n voorstander is van uitzendwerk, maar goed de wonderen zijn de wereld nog niet uit. In ieder geval men ziet inderdaad een daling bij kleinere deeltijdse jobs. In de plaats komen er inderdaad flexi-jobs en dat is ook normaal. Ik weet niet of de linkerzijde de kleine deeltijdse jobs verdedigt. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Het is toch nooit uw model geweest, dames en heren ter linkerzijde? We kiezen toch niet voor het systeem van mini-jobs zoals in Duitsland. Ik ben liberaal, maar dat verdedig ik ook niet.
Hoe dan ook, collega’s, analyse van de evolutie van de arbeidsmarkt leert ons dat het aantal vaste jobs tussen 2015 en nu gegroeid is. Ook de economie groeit. Kent u het concept van economische groei? Iemand werkt en verdient iets en als hij dat uitgeeft, zorgt dat voor groei. Groei is goed. U hoeft daarvan geen schrik te hebben. Mochten we wat meer economische groei hebben in ons land, dan zouden we onze problemen, van begroting tot de schuld, veel sneller kunnen oplossen. Eigenlijk is dit de kern van het debat: links vreest economische groei; Groen links verkiest zelfs negatieve groei.
De flexi-jobs zijn in globo een zegen voor onze economie. Mijnheer Moons, u twijfelt over de flexi-jobs en argumenteert dat we te weinig gegevens hebben. A la limite kan ik daar in komen. Voor mij zijn overuren bij de eigen werkgever echter eigenlijk exact hetzelfde. Wat is een flexi-job immers? Dat is overuren presteren bij iemand anders. Overuren bij de eigen werkgever hebben we gedefiscaliseerd, 360 uur en 450 uur in de horeca, waarbij netto gelijk is aan bruto voor de eerste 240 uur. We zijn daarmee begonnen met 120 uur, met de relanceoveruren. Het Vlaams Belang heeft dat goedgekeurd, terecht. Waarom hebt u toen de vraag niet gesteld of de gedefiscaliseerde overuren geen werk afnemen van anderen, die daar in de plaats zouden kunnen werken. Dat is toch net hetzelfde debat? In het debat daarover hebt u die vraag niet gesteld. Dat hebt u blind goedgekeurd.
Eerlijk gezegd, de filosofie van onze fractie is: op de eerste 38 uur betaalt men sociale bijdragen en belastingen, maar vanaf uur 39 werkt men voor zichzelf. Men heeft dan genoeg afgedragen aan de overheid. Ik weet dat hier veel fans van de overheid zitten, terwijl ik vooral wil dat de mensen winnen. Sommigen noemen de overheid zelfs de roverheid, mijnheer de voorzitter, maar die term vind ik ongepast.
De voorzitter: Dat is ongepast, vandaar geef ik nu het woord aan de heer Moons. Hij zal nog even zijn standpunt verduidelijken. Daarna kunnen we verdergaan met het betoog van de heer Van Quickenborne.
01.35 Kurt Moons (VB): Mijnheer Van Quickenborne, u hebt, ten eerste, gelijk dat alles over groei gaat. Dat is net het eerste wat we hier niet bepalen. We hebben de minister van Werk hier trouwens nog niet veel gezien.
Ten tweede, als men onder andere overuren en flexi-jobs defiscaliseert, komen steeds meer mensen in jobs terecht die minder bijdragen opleveren. Ik ben geen voorstander van hoge bijdragen aan de overheid. Ik weet wat ik vandaag door de regering-De Wever extra moet betalen. Dat is een schande. Ze is de slechtste belastingregering, die we ooit gehad hebben.
We moeten het anders aanpakken, maar daar slaagt de regering ook niet in. Ze slaagt er niet in om alle belastingen op arbeid te herbekijken. We blijven hangen in fiscale koterijen en proberen de belasting op arbeid te verminderen via allerlei nevenconstructies, terwijl de reguliere arbeid, die nodig is, vooral dan in Wallonië en Brussel, en moet worden aangemoedigd, veel minder aandacht krijgt.
Dat men flexi-jobs mogelijk maakt in een arbeidsmarkt met krapte of in sectoren die piekmomenten kennen en nood hebben aan flexibiliteit, lijkt me logisch. Dat vergt echter selectiviteit en niet een uitbreiding naar alle sectoren, want dan weten we niet waar we eindigen.
Overigens, ik ken geen enkele organisatie die een plan maakt zonder assumpties. Hier hebben we geen enkele assumptie. We weten niet wat het wordt; we weten niet wat de gevolgen zullen zijn.
De voorzitter: Dat punt hebt u al gemaakt, dacht ik.
01.36 Kurt Moons (VB): Ja, maar ik reageer nog op de heer Ronse, wat natuurlijk niet mag, want ik moet op de heer Van Quickenborne reageren.
De voorzitter: Dat klopt. Hij heeft niet op u gereageerd en u mag dus niet op hem reageren.
01.37 Kurt Moons (VB): Uiteindelijk komt het daarop neer: een plan zonder assumpties is geen plan. Het is een stap in een onzekere toekomst, waar de regering-De Wever blijkbaar achter staat.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, u kunt uw interessante betoog voortzetten.
01.38 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Of het interessant is, weet ik niet. Het is aan de luisteraar om dat uit te maken.
De voorzitter: Ik ben een van de luisteraars.
01.39 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik ben het wel eens met de heer Moons dat de huidige regering de slechtste belastingregering ooit is. Ik meende dat wij met de vivaldiregering de slechtste waren, maar de huidige regering is blijkbaar nog slechter. Dat is interessant om te noteren.
Mijnheer Ronse, u mag nu niet reageren tenzij u mij een vraag stelt.
De voorzitter: Dat zou buiten het thema gaan.
01.40 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, wat ik wou meegeven over de flexi-jobs, is dat de tegenstand groter en groter wordt.
Ik verwijs naar de interessante opmerking van de heer Ronse – ook de heer Moons alludeerde erop – dat we af moeten van de koterijen en het systeem radicaal moeten vereenvoudigen, zodat we flexi-jobs niet meer nodig hebben. Ik heb echter nog geen alternatief gehoord. Wil hij zeggen dat we allemaal in plaats van 40 à 50 % belasting betalen, nog maar 28 % betalen of 21 % zoals in Estland? Ik zou dat idee kunnen volgen. Wat de regering echter voorstelt, gaat alvast niet in die richting.
C'est maigre. Monsieur Bouchez! Puisque vous êtes là, je vais vous donner un exemple: dans notre pays, savez-vous que l'on paie le tarif de 50 % à partir de 45 000 euros? C'est incroyable! Et on dit que le managementvennootschappen est le plus grand scandale.
Mijnheer Ronse, als u echt het systeem wilt vereenvoudigen en de koterijen afbouwen, schaf dan het tarief van 50% af voor de middenklasse, echt voor de middenklasse. U zegt dat we het systeem moeten veranderen. De werkgeversbijdrage in ons land bedraagt 25%. In de Zweedse regering hebben we die verlaagd van 33% naar 25%. Ik wacht nog altijd op een initiatief van de regering-De Wever om die bijdrage van 25% naar 20% te verlagen. Ik heb nog niets gezien. Dat is de realiteit, mijnheer Ronse. U zegt dat de regering-De Wever revolutionair is, maar als ik kijk naar de belastingen en de verlaging van de sociale bijdragen, dan is dat niet zo. De regering-Michel deed veel fundamentelere ingrepen. Dat is ook normaal, u zit samen met socialisten in uw regering. Had Anders. erbij gezeten, dan had u de meerwaardetaks niet moeten invoeren. Dan hadden we de lasten echt kunnen verlagen en hadden we het 50%-tarief kunnen afschaffen. Dat hadden we moeten doen, collega's. Dat was veel beter geweest en een stap in de juiste richting.
Collega's, ik kom terug op de flexi-jobs. Welnu, de heer Dedecker – ik hoop dat hij meeluistert; misschien zit hij wel in het casino, waar men dankzij de uitbreiding van de regeling met Groen en Ecolo nu ook kan flexi-jobben; dank u mijnheer Van Hecke – schoot wel de hoofdvogel van het jaar af. In een interview in Knack klaagde hij namelijk aan dat de flexi-jobs de sociale zekerheid ondermijnen. Ik begreep het niet en vroeg me af hij lid was geworden van het ACV, het ABVV of de FGTB. Hij zei letterlijk dat de flexi-jobs de sociale zekerheid ondermijnen. Hebt u dat gelezen? Dat is dus de zelfverklaarde liberaal die plots ook de vakbonden begint na te praten. Eerst het Vlaams Belang, nu de heer Dedecker. Wat gebeurt er allemaal?
Monsieur le ministre, nous sommes encore les seuls à défendre le système. Monsieur Bouchez, il n'y a plus que les libéraux qui défendent le système, pendant que tous les autres hésitent en invoquant les conditions, le contrôle, le règlement, etc.
Mijnheer de minister, u kunt op ons rekenen vanavond. Mochten we twee keer kunnen stemmen, dan zouden we twee keer stemmen. Mochten we drie keer stemmen, dan zouden we drie keer stemmen.
Zijn we er dan al, collega's? De heer Orlians is nieuw in het Parlement. Hij denkt dat we eindelijk iets hebben binnengehaald. Neen, we zijn er nog niet. Waarom zijn we er nog niet? De heer Ronse neemt mij de woorden uit de mond, de zelfstandigen. Collega's, er zijn ook nog zelfstandigen in ons land. Dat zijn er veel. UNIZO publiceerde onlangs de cijfers. In België zijn er 1,3 miljoen zelfstandige ondernemers. Zij vragen of zij ook een flexi-job mogen doen. Voor een beginnende zelfstandige is het immers niet evident.
Voor Vooruit is een zelfstandige iemand die aan het zwembad gaat liggen, een zak opendoet om het geld dat uit de hemel komt vallen op te vangen. En dan is men rijk, men koopt een Porsche, men heeft een vennootschap en alles is in orde. Ik ken zelfstandigen die zelfs hun huis hebben moeten verkopen om in het begin te kunnen overleven. Die mensen willen een flexi-job doen. Zij willen in het weekend een beetje gaan werken om minstens het hoofd boven water te kunnen houden.
Mijnheer Van Hecke, u maakt er nu een beetje een karikatuur van, maar voor een beginnende zelfstandige is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Mensen denken vaak dat ondernemers gemakkelijk geld verdienen, maar dan zeg ik: begin er zelf eens aan. Schrijf u in als ondernemer, vraag een ondernemingsnummer aan, richt een vennootschap op en betaal een boekhouder. Dan zijn er nog de belastingen, de provinciebelasting en allerlei andere heffingen.
Mijnheer de minister, waarom zitten die zelfstandigen niet in uw ontwerp? Misschien zult u zeggen dat mevrouw Simonet ook nog wat werk moet kunnen verrichten in de regering. We hebben inderdaad nog niet veel van haar gezien. Toch had dat in uw ontwerp moeten zitten. Waarom zit dat er niet in? Ze heeft dat beloofd aan de heer Vander Elst. De heer Vander Elst staat iedere morgen op met de vraag of die belofte al is waargemaakt. Als dat niet het geval is, klopt hij op tafel.
Zelfstandigen mogen dat dus niet doen, maar wat blijkt nu? Politici die zelfstandige zijn, mogen dat wel doen. Maarten Forceville, ik weet dat hij meeluistert, schepen in Herent voor cd&v, deed gisteren zijn beklag in De Standaard. Hij zei: "Ze gaan mijn flexi-job afpakken." Hebt u dat gelezen? Mevrouw Crevits zei dat Maarten zijn flexi-job moet behouden. Ze eist dat. Het staat vandaag ook in de krant. Dus, als het gaat over politieke zelfbediening, doe maar flexi-jobs, maar voor een gewone zelfstandige wil men er niet van weten.
Wees eens consequent! Als u vindt dat zelfstandigen, mensen die winsten of baten hebben, moeten kunnen flexi-jobben, dan moet dat voor alle zelfstandigen gelden en niet alleen voor die schepenen en burgemeesters. Echt waar, dat vind ik politieke zelfbediening.
Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk een
vraag voor u. Mag een minister ook flexi-jobben, of niet? Mag dat? Ik weet het
niet. Er zijn enkele ministers in uw regering die niet veel te doen hebben.
Misschien kunnen die in het weekend eens een flexi-job uitoefenen? Mag een parlementslid flexi-jobben?
Troisièmement, monsieur le ministre, j’ai lu dans la presse que l’ONSS interdirait, à partir du 1er juillet, qu’un échevin ou un bourgmestre exerce encore un flexi‑job. Cette instruction vient‑elle de vous ou de Frank Vandenbroucke? Sinon, d’où vient‑elle? Parce que je ne pense pas que l’ONSS ait décidé cela.
01.41 Jan Bertels (Vooruit): (…)
01.42 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Wat zegt u?
01.43 Jan Bertels (Vooruit): (…)
01.44 Vincent Van Quickenborne (Anders.): De heer Bertels weet het antwoord al. Het beheerscomité heeft dat beslist. En wie is dat dan, het beheerscomité?
01.45 Nahima
Lanjri (cd&v): (…)
01.46 Vincent Van Quickenborne (Anders.): De sociale partners.
Est‑il vrai que les partenaires sociaux l'ont décidé? Vous dites? Oui, très bien. Mais la question qui reste en suspens est de savoir ce que peuvent faire les ministres et les parlementaires.
Dat was nog een vraag die ik had.
Mevrouw Muylle is er nu niet, maar er is wel een positieve evolutie bij de heer Ronse. Enkele maanden geleden zei ik al dat ik die 8.000 arbeidsongeschikten die een flexi-job uitoefenen, echt van de pot gerukt vind. Er zijn dus kleine zelfstandigen die smeken om in het weekend in de horeca een flexi-job te mogen uitoefenen, maar dat niet mogen. Ondertussen zijn er wel 8.000 arbeidsongeschikten, mijnheer Demon, die dus ziek zijn, niet kunnen werken, maar wel een flexi-job uitoefenen.
(…): (…)
01.47 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Nee, nee, 8.000. Die 2.400 is iets anders, maar Anja zal
u dat uitleggen. Geen probleem.
Er zijn dus
8.000 arbeidsongeschikten …
Monsieur Bouchez, nous avons donc 8 000 malades
de longue durée qui exercent un flexi‑job. Trouvez‑vous cela
normal? C’est incroyable, mais c’est la réalité. J’ai donc déposé un amendement.
Ik heb een amendement opgesteld, dat ik straks zal voorleggen. Ik hoop dat cd&v het zal steunen, want ik zal eerlijk zijn, ik heb het gekopieerd van mevrouw Muylle. Mevrouw Muylle zei: “Copyright, right to copy, doe maar.”
MR is echter absoluut tegen. De N-VA is ook tegen. Cd&v is tegen. Mevrouw Vanrobaeys heeft ook al gezegd in de commissie dat ze dat niet normaal vindt. Ik heb het niet over moederschapsrust, maar alleen over langdurig zieken. Ook het Vlaams Belang is daartegen. Wat met de PVDA? Bent u voor, collega’s van de PVDA? Ah, die volgen niet meer.
Er is dus een grote meerderheid om dat onmogelijk te maken. Collega's, laten we dat dan ook onmogelijk maken. Dat is een amendement dat ik namens onze fractie heb ingediend.
Wat heb ik nog ingediend? Dat is belangrijk,
mijnheer Ronse. In de horeca mag het flexiloon maximaal 150 % bedragen van
het minimumloon dat van toepassing is in de sector. Voor de horeca geldt
inderdaad een uitzondering van 21 euro, geïndexeerd. Dat is een stap vooruit, en dat is goed.
Mais quel est le problème, monsieur Bouchez? Le problème c’est que, si vous engagez un chef ou un sous-chef dans un bon restaurant avec 21 euros, vous n’y arriverez pas.
Dat zal niet lukken met 21 euro. Ik heb contact gehad met de horecasector en daar heeft men mij gezegd dat 21 euro voor bepaalde restaurants gewoon te weinig is. Wat zullen ze dan doen? Ze zullen 21 euro betalen en de rest in het zwart.
Willen we dat dan? Mijnheer Ronse, dat willen we toch niet? De heer Ronse denkt bij zichzelf dat ik gelijk heb.
Monsieur Bouchez, vous le pensez aussi, quand même. Je propose dans un amendement de mettre ce plafond à 30 euros net. Je ne pense pas que ce soit la révolution. Cela permettrait d’engager des chefs et des sous-chefs. Même les gens de Vooruit le savent. Il y a des gens de Vooruit qui mangent parfois au restaurant – M. Magnette aussi, peut-être. Ils comprennent quand même que nous ne voulons pas pousser les gens vers le noir.
Monsieur le ministre, vous êtes partisan. Votre réponse, en commission: "Oui, mais c’est dans l’accord de gouvernement." Le centenindex, était-ce dans l’accord de gouvernement? Non. L’augmentation du VVPRbis de 15 à 18 %, était-ce dans l’accord de gouvernement? Non. Tout l’alphabet de taxes, était-ce dans l’accord de gouvernement? Non. C’est donc maintenant à vous de décider. Augmentez ce plafond!
Collega's, er is nog iets. We hopen ten stelligste met onze fractie dat met de veralgemening van de flexi-jobs ook het systeem van thuisflexi zal kunnen worden toegepast. Ik zal u uitleggen wat dat is.
Wat is een grote nood in onze samenleving, in Vlaanderen, in Brussel en in Wallonië? Twee hardwerkende ouders, velen van u kennen dat verhaal, gaan om 08.00 uur werken en komen pas om 18.00 uur 's avonds thuis. De school van de kinderen is echter al uit om 16.00 uur of om 15.30 uur.
Dan moet men grootouders en schoonouders vragen om te helpen. Sommige mensen hebben een nanny, maar ik denk niet dat veel mensen zich dat kunnen veroorloven. Dus zoekt men een oplossing. Sommigen gebruiken of misbruiken daarvoor het systeem van de dienstencheques om kinderopvang te organiseren. Dat mag niet.
De oplossing zou erin kunnen bestaan dat men via een systeem van thuisflexi bijvoorbeeld gepensioneerden de mogelijkheid geeft om te helpen gedurende twee of drie uur per dag. Ze kunnen dan de kindjes afhalen en hun een boterham geven. Mevrouw De Wit heeft veel kinderen en vraagt zich ook af hoe zij dat allemaal moet oplossen. Wij hopen dat door de veralgemening, mijnheer de minister, in combinatie met uitzendarbeid een markt kan ontstaan waarbij thuisflexi-mensen ouders uit de nood helpen. Dan moet men misschien 16 of 17 euro per uur betalen. Dat is natuurlijk meer dan een dienstencheque, dat klopt. Dienstencheques worden echter vanuit de overheid voor miljarden euro's gesubsidieerd. Bij een flexi-job is er daarentegen nul euro subsidie vanuit de overheid.
Collega's, er is toch een zeer belangrijke paradox zichtbaar in de cijfers. Weet u dat 28 % van alle flexi-jobbers een hoofdberoep heeft in de publieke sector? Meer dan een op vier mensen die een flexi-job doen, werkt dus in de publieke sector. De drie populairste sectoren zijn het onderwijs, de zorgsector en, inderdaad, politie en brandweer.
Ik hoor van heel veel burgemeesters – ik ben dat nu niet meer, dus ik sta er op enige afstand van – dat hun politiemensen liever flexi-jobben dan in het korps overuren te doen. Mevrouw Vanrobaeys, dat is de realiteit.
Weet u dat ze in het onderwijs zelfs geen overuren mogen doen? Dat is toch van de pot gerukt. Misschien is dat in het gemeentelijk onderwijs in uw gemeente Halle anders, maar mij is verteld dat men in het onderwijs geen overuren mag doen.
Nu ontstaat er in Wallonië al een revolutie omdat men van 20 naar 22 uur gaat. Er zijn mensen die meer willen werken dan 28 uur. Die mensen bestaan nog in ons land. Wat gebeurt er dus in het onderwijs, collega's? Er is geen mogelijkheid om overuren te doen, dus lopen ze allemaal naar flexi-jobs.
Wat is dan de oplossing? Zorg ervoor dat die overuren mogelijk zijn. Zorg er ook voor dat bij de politie die overuren even fiscaal vriendelijk zijn als bij flexi-jobs en het probleem is opgelost. Dat moet u doen. In plaats van al die overuren weg te belasten of ze in de publieke sector onmogelijk te maken, moet u de arbeid bevrijden. Zorg ervoor dat mensen meer kunnen werken, ook bij hun eigen werkgever. Dan gaan we er tenminste allemaal op vooruit, in plaats van wat we nu meemaken.
01.48 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): U daagt mij uit, mijnheer Van Quickenborne. Voor zover ik weet, zijn de meeste agenten die flexi-jobben voltijdse agenten die vier vijfde zijn gaan werken om vervolgens het laatste vijfde als flexi-job in te vullen. Dat horen we op het terrein. Wat gebeurt er dus in de praktijk? Als er een grote politieactie is, zeggen een aantal van die agenten dat ze niet langer kunnen blijven omdat ze naar hun flexi-job moeten. Als er roosters moeten worden ingevuld voor grote politieacties, zeggen zij dat die acties niet te combineren vallen met hun flexi-job. Mocht het effectief zo zijn, mijnheer Van Quickenborne, dat die voltijdse agenten met een flexi-job een centje bijverdienen, dan zou ik dat nog kunnen aanvaarden. De praktijk, zowel lokaal als bij de federale politie, is echter dat de acties vandaag op het terrein onder druk komen te staan omdat die agenten vier vijfde werken om te kunnen flexi-jobben. Dat is toch een probleem, mijnheer Van Quickenborne.
01.49 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Vandemaele, u beschuldigt de lokale en de federale politiemensen er hier dus eigenlijk van het systeem te misbruiken? Dat ze van vijf vijfde naar vier vijfde gaan om te flexi-jobben? U zegt dat dat zo is, maar geef mij eens de cijfers.
Mijnheer de minister, ik ben blij dat u meedoet aan het debat, maar in het debat in de commissie bleek dat 83 % van de mensen die flexi-jobben een fulltime job hadden. Slechts 17 % doet een vier vijfde job. U zegt hier dat al die politieagenten dat allemaal aan het omzeilen zijn. Wilt u de vriend van de politie zijn of gaat u ze wat afstoten? Ik vind zo'n opmerking niet heel verstandig. Ik geloof niet dat de politiemensen dat systeem massaal misbruiken. Ik denk dat de politiemensen extra willen werken bij de politie, maar als de helft van hun overloon wordt afgepakt door taksen en belastingen, dan moet men toch een ezel zijn om dat te doen. Bevrijd die overuren, ook in de publieke sector. Zorg dat dat mogelijk is. Dan zullen al die politieagenten met veel plezier dat extra werk doen. Daar ben ik van overtuigd, net zoals ook onze burgemeesters en lokale mandatarissen dat zijn.
01.50 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer Van Quickenborne, ik zeg dat de agenten het systeem gebruiken, u zegt 'misbruiken'. Dat is voor uw rekening. Het is in dit land perfect legaal om te zeggen dat men voltijds werkt, maar dat men liever vier vijfde zou werken. Dat mag. Uiteraard mogen agenten dat doen. Daar is geen enkel probleem mee.
Het probleem dat ik aankaart, is dat het feit dat zoveel agenten vier vijfde gaan werken om te kunnen flexi-jobben een negatieve impact heeft op de dagelijkse werking van onze politiezones als het gaat over grote acties. U moet dat eens navragen bij de burgemeester van onze mooie stad Kortrijk, maar ook in vele andere zones. Dat is een reëel probleem, mijnheer de burgemeester, of ex-burgemeester of misschien toekomstige burgemeester, wie zal het zeggen. De essentie is dat het systeem gebruikt wordt. Op die manier zorgen we niet voor extra arbeid, maar wel voor misbruik van het systeem - zoals u zelf noemt - zorgen aan de ene kant en aan de andere kant onze politiediensten geweldig in de shit brengen.
01.51 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Er is maar één iemand die daarop kan antwoorden, mijnheer Vandemaele, en dat is de minister. Die zal straks antwoorden.
Mijnheer de minister, welkom in ons midden. U zult natuurlijk zeggen dat het voor mevrouw Matz is, maar goed, de overheid spreekt hier vanavond met één stem en dat is minister Clarinval. Kunt u mij straks vertellen hoeveel mensen er vier vijfde werken en dat combineren met een flexi-job? U kunt perfect checken in de databank hoe het precies zit bij de politie. Die cijfers zijn perfect te verifiëren, dus de regering kan straks antwoorden en zal ons verlossen van het Vandemaeledilemma dat hij vandaag aan ons voorlegt.
Ik geloof niet dat de politie massaal is overgestapt naar een vier vijfde. Dat is niet wat ik destijds in ons korps heb gehoord. Misschien heeft de heer Vandemaele andere, vaak ook interessante bronnen bij de politie. Dat weten we intussen. Ik weet dat hij op dat punt goed is ingelicht, dus ik denk dat hij eerder wat aan het provoceren is.
Voorzitter, ik begin stilaan af te ronden.
Collega's, flexi-jobs maken mensen blijkbaar gelukkig maken, want slechts 1,2 % van de mensen met een flexi-job is arbeidsongeschikt. Op de gewone arbeidsmarkt is dat 12,2 %. Dat is toch opvallend? Eigenlijk zou men dus iedereen een flexi-job moeten laten doen om het aantal arbeidsongeschikten te doen dalen. Misschien is dat de oplossing voor mijnheer Vandenbroucke: de vijfde golf. Eerst waren er vier golven die niets hebben opgebracht en nu kan de vijfde golf komen. Iedereen wat extra laten werken en hen daardoor ook wat gelukkiger laten worden.
Ik word echter tegengesproken door de heer Van Lysebettens, ook van de Ecolo-Groenfractie.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, ik kan u geruststellen dat ik de zaak in het oog houd. U hoeft de regie dus niet over te nemen.
01.52 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Dank u wel, voorzitter. Ik laat in het midden wie die rol dan opnam.
De voorzitter: Dat is inderdaad een algemene term.
01.53 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer Van Quickenborne, ik heb het u in de commissie al gevraagd. U hebt daar geen duidelijk antwoord op gegeven. Nochtans zou die vraag een aantal van uw andere vragen over ons standpunt daarover kunnen beantwoorden. Kunt u mij uitleggen wat het verschil is tussen correlatie en causaliteit?
01.54 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik kijk naar uw uiteenzetting. Ik heb begrepen dat u in de tweede ronde tussenkomt. Eerlijk gezegd denk ik niet dat u mij met dat argument en die cijfers zult overtuigen dat veel flexi-jobs mensen ongelukkig en ongezond maken.
Ik rond af met een filmpje van de heer Seuntjens. Ik kreeg vandaag via WhatsApp een filmpje van de heer Seuntjens over de achturige werkdag. De heer Weydts heeft het gezien. Hij zegt: "Wij socialisten hebben gezorgd voor de achturige werkdag." Hij loopt door Brussel en verwijst naar de 17de en de 18de eeuw. Dat is boeiend. Hij zegt dat er toen mensen waren die onder meer kinderarbeid moesten doen en dat zij als socialisten dat allemaal hebben opgelost. Nadat de heer De Wever hier nog verwees naar 1980 en Willy De Clercq en ik gesuggereerd had om terug te grijpen naar de regering-Frère-Orban van 1835, gaan de socialisten nog een tijdje verder terug. Dat was heel interessant.
Het is trouwens jammer dat de heer Seuntjens vanavond niet aanwezig is. Eigenlijk gaat het in de discussie over de 8-urige werkdag over de vraag of we mensen de mogelijkheid zullen geven om meer dan acht uur te werken als zij dat willen. Dat kwam ook terug in het debat daarjuist met de vraag hoe men zou controleren dat men het maximum van 48 uur respecteert.
Le ministre a répondu quatre mois et 48 heures.
Mijnheer de minister, persoonlijk ben ik van mening dat vandaag veel flexi-jobbers boven de 48 uur arbeidstijd uitkomen. Ik zou u willen vragen om dat niet te controleren. Als mensen 55 of 60 uur willen werken, laat hen dat doen. In West-Vlaanderen wordt weleens gesteld dat zij 24 uur op twee dagen doen. Zo is het nu eenmaal.
Sommige fabrieksarbeiders werken twee nachten na mekaar, vrijdagnacht en zaterdagnacht, van telkens 10 uur. Dan hebben ze 20 uur nachtarbeid in het weekend verricht. Dat is zwaar werk. Daarmee hebben zij eigenlijk al een werkweek gedaan. Die mensen doen tijdens de week een flexi-job. Dat is hun keuze. Zij kiezen of zij dat willen doen. Vaak gaat het om jonge koppels die willen bouwen. (Protest van mevrouw Vanrobaeys)
Mevrouw Vanrobaeys, wat zegt u? Het begint al. Als die mensen tijdens de week een flexi-job willen doen, laat hen dan een flexi-job doen. What's the problem?
Mijnheer de minister, ik zou niet graag zien dat u daar sociaal inspecteurs op afstuurt. Laat mensen die veel werken, gewoon werken. Dat is al meer dan genoeg.
Ten slotte, ik maak mij toch zorgen. Collega's, ik ben nu bitter ernstig. Ik heb het advies van de Raad van State gelezen en dat is heel kritisch. Hij legt in negen pagina's, van pagina 40 tot en met 49, uit dat de wet die straks zal worden goedgekeurd, met vanzelfsprekend onze steun, weleens zou kunnen worden vernietigd door het Grondwettelijk Hof. Hij wijst daarbij naar de antecedenten. De eerste wet, die dateert van 16 november 2015, werd door de vakbonden aangevochten bij het Grondwettelijk Hof. Het is hun niet gelukt om die te laten vernietigen, arrest nr. 107/2017.
Dan heeft de regering het systeem twee keer uitgebreid. Eerst gold de regeling alleen voor de horeca, daarna voor de bakker en de beenhouwers en mochten ook gepensioneerden flexi-jobben. Met de vorige regering hebben we, samen met de socialisten, de groenen en Ecolo, het systeem verder uitgebreid.
Welnu, de Raad van State oordeelt dat de toenmalige regering dat goed heeft geargumenteerd. Dat was ook zo. Die vorige regering was natuurlijk subliem. Fantastisch. Historisch was die regering. Echter, de argumentatie in de memorie van toelichting bij onderhavig wetsontwerp van de regering is bedroevend kort: twee alinea's voor een kritiek van negen pagina's. In der Beschränkung zeigt sich der Meister, u weet dat ik daar niet zo sterk in ben, maar ik denk dat die onderbouwing niet sterk genoeg is, mijnheer de minister. De Raad van State adviseert immers dat men de flexi-jobs op basis van piekarbeid kan verantwoorden, maar dat men, als men het systeem uitbreidt naar alle sectoren, goed moet motiveren waarom men mensen verschillend behandelt.
Ik vind dat de regering op dat punt haar werk niet goed heeft gedaan. Ik vind het onzorgvuldig werk. Dat mag ik hier toch zeggen, want ik ben een grote fan van het systeem. Ik heb schrik, mijnheer de minister, want ik ben ervan overtuigd dat de vakbonden, de PVDA, Groen, Ecolo, de hele bende naar het Grondwettelijk Hof zullen stappen om de wet te laten vernietigen. Mijnheer de minister, we rekenen straks op uw uitvoerig antwoord en geen antwoord van vijf minuten.
Nous attendons une longue réponse substantielle pour motiver pourquoi cette loi est nécessaire et conforme à la Constitution. Nous sommes en séance plénière, monsieur le ministre, et nous comptons sur vous.
Mijnheer de voorzitter, collega’s, wij zullen dit uiteraard steunen. Zonder maar, zonder als, zonder dit of dat. We zullen dat doen met volle overtuiging, omdat we vinden dat die flexi-jobs, en de 260.000 mensen die dat werk doen, ons aller steun verdienen.
De voorzitter: Het woord is aan collega Van den Bosch.
01.55 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, als ik goed opgelet heb, zijn we hier bezig over flexi-jobs en met de uitbreiding ervan tot alle sectoren. Men mag ook meer verdienen met dat flexwerk.
Maar waarom is dat eigenlijk nodig? Flexi-jobs zijn goedkoper dan vaste jobs. Daar zijn we het allemaal over eens. Flexwerkers zijn goedkoper voor het bedrijf dan vaste werknemers. Niet alleen ik zeg dat, want minister Van peteghem, de minister van Begroting, zei: door het systeem van de flexi-jobs in te voeren en telkens te versoepelen, is flexibele arbeid in België goedkoper geworden dan vaste arbeid; zo is men niet bezig met flexibilisering, maar wel met het uithollen van de sociale zekerheid.
Daarin heeft hij gelijk. Jullie hebben het maximuminkomen tot 18.000 euro per jaar. Dat betekent dat iemand meer dan 17 uur per week kan bijklussen als flexwerker, wel te verstaan 17 uur per week extra, bovenop een viervijfde job. Dat is meer dan twee dagen per week belastingvrij werken, twee dagen minder inkomsten voor de sociale zekerheid.
We zien ook dat werkgevers steeds meer kiezen voor flexwerkers in plaats van voor vaste werknemers. Vandaag heeft één op acht werkgevers geen enkele vaste werknemer in dienst. Eén op acht werkt enkel met flexwerkers of met studenten.
Wie is daar het slachtoffer van? De vaste werknemers. Ik heb dat met mijn eigen ogen zien gebeuren bij Delhaize. Na de franchisering van hun 128 winkels werden vaste werknemers duurder dan de nieuwe contracten, en al zeker duurder dan studenten en flexwerkers, terwijl die allemaal hetzelfde werk doen. Mijn collega’s die er al jaren werkten en die voor die vele jaren dienst terecht een hogere vergoeding hadden opgebouwd, werden zwaar onder druk gezet om te vertrekken. Velen werden gedwongen om hun ontslag te ondertekenen en dat gebeurt nu nog steeds, want ze moeten plaats maken voor de goedkopere flexwerkers.
Na mijn betoog in de commissie heb ik heel veel berichten gekregen van mensen die exact hebben meegemaakt wat ik net heb verteld. Ik geef een voorbeeld. Anna schrijft: "Ik ben een alleenstaande mama met twee kinderen. Ook ik heb begin dit jaar mijn ontslag gekregen, na 29 jaar dienst, wegens economische redenen. Ik ben te duur, terwijl de eigenaar van de winkel nog andere winkels aan het overnemen is. Ik vind dit zo verschrikkelijk oneerlijk. Ik moet een opzeg doen van twee jaar. Daar nog twee jaar werken is echt niet motiverend meer, zeker niet om te zien dat iedereen vervangen wordt door studenten of flexi’s. Dus ik moet nu maar zelf op zoek naar ander werk na zo'n lange tijd."
Mijnheer de minister, u beweerde dat flexi-jobs enkel in kleine ondernemingen worden gebruikt en daarom geen vaste contracten vervangen. Alle gefranchiseerde Delhaizes zijn kleine ondernemingen, want elke winkel is een aparte juridische entiteit. Dat zijn allemaal kleine ondernemingen, maar ze worden wel uitgebaat door dezelfde baas. Dat is exact wat ook de baas van Anna doet. Hij is eigenaar van 15 winkels. Hij neemt er nog twee over en bouwt ondertussen nog een nieuwe winkel. Straks is hij eigenaar van 18 kleine ondernemingen, maar Anna moet vertrekken omdat ze te duur is? Ze zal worden vervangen door flexwerkers.
Daar klopt iets niet. Vaste werknemers zijn daar het slachtoffer van. Dat kunt u niet ontkennen. Dat is wat mensen meemaken. Dat is de realiteit. Alleen wilt u die realiteit niet zien. U vergeet keer op keer naar de mensen zelf te kijken. In plaats van respect te tonen voor het werk dat zij jaar na jaar verrichten, keert u hen de rug toe. U keert de rug naar de mensen die rekken vullen, de boodschappen afrekenen, broodjes beleggen en alle andere mensen die elke dag hard werken in winkels, in de industrie, bij de vuilnisophaling en in de zorg.
Met één druk op de knop in het Parlement blokkeert u de lonen, doet u mensen langer werken, beweert u dat mensen doen alsof ze ziek gewerkt zijn en gooit u nu de arbeidsmarkt open voor nog meer flexibilisering.
De PVDA staat wél aan de kant van de hardwerkende mensen. De PVDA luistert wel naar de werkende klasse. Mensen trekken het niet langer. Werknemers voelen elke dag de druk toenemen: meer flexibiliteit en steeds minder zekerheid over hun inkomen en hun toekomst.
De uitbreiding van de flexi-jobs naar alle sectoren vergroot de druk op vaste jobs, loon- en arbeidsvoorwaarden. Ook de financiering van onze sociale zekerheid wordt verder uitgehold.
Werknemers vragen degelijke jobs, correcte lonen en respect voor hun werk. Daarom roep ik de meerderheid op om te luisteren naar wat er leeft op de werkvloer. Trek uw steun in voor deze uitbreiding van de flexi-jobs, want de arbeidsmarkt heeft nood aan meer zekerheid en niet aan meer flexibiliteit ten koste van de werknemers.
De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Van Lysebettens.
01.56 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, collega's, ik zal het niet te lang maken, want ik denk dat heel veel argumenten al aangebracht zijn.
Mijnheer de voorzitter, ik wil wel even terugkeren naar het begin van dit parlementaire jaar, waarin u een algoritme heeft geïntroduceerd. Ik wou dat op het debat van vandaag toepassen, maar het liep al snel uit de hand. Wat was immers de eerste vraag van uw algoritme, mijnheer de voorzitter?
De voorzitter: Stel u voor dat ik dat niet meer wist. Is het een probleem?
01.57 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Is het een probleem? Inderdaad, maar om dat te kunnen vaststellen, moeten we wel eerst weten wat het probleem is. Waarom doen we de uitbreiding van de flexi-jobs? In dit wetsontwerp schrijft minister Clarinval letterlijk: "In heel wat sectoren blijft de arbeidsmarktkrapte bovendien groot en raken talrijke vacatures, vooral in knelpuntberoepen, moeilijk ingevuld. Flexi-jobs kunnen alvast een oplossing bieden om deze openstaande functies op te vullen en zo de continuïteit van de ondernemingen te waarborgen."
Nu hebt u hier heel veel andere redenen gehoord, mijnheer de voorzitter, maar die staan niet in het wetsontwerp. Het wetsontwerp zegt dat we dit doen om de arbeidsmarktkrapte op te vullen. Verschillende experts zeggen dat dat niet klopt, dat het niet zal helpen. Ik begrijp waar die verwarring vandaan komt, want in zekere zin heeft de heer Van Quickenborne het antwoord daarop gegeven. Ik gebruik hem als voorbeeld, want we mogen toch wel zeggen dat hij de vurigste verdediger van dit wetsontwerp is.
Die verwarring bestaat omdat die doelstelling wel opgaat voor de initiële bedoeling van de flexi-jobs. In de horeca, waar de flexi-jobs in eerste instantie werden ingevoerd, kan men inderdaad zeggen dat er heel grote, onvoorspelbare pieken zijn. De werknemers die die pieken kunnen invullen, hebben geen maandenlange opleiding nodig en kunnen flexibel, vrij vlot en snel ingeschakeld worden.
Dat geldt natuurlijk niet voor heel veel sectoren in dit land. In het bijzonder de sectoren waar arbeidskrapte heerst, worden gekenmerkt door gekwalificeerde beroepen. Dat zeggen ook die experten, dat zeggen ook de mensen op het terrein. Wat ze nodig hebben, zijn opleidingen en mensen die bij hun werken, maar die ook over de juiste vaardigheden beschikken om aan de slag te gaan. Daar zal dat wetsontwerp niet bij helpen. Erger nog, het wetsontwerp dreigt in een aantal van die sectoren het probleem nog groter te maken. Ook daar heeft de heer Van Quickenborne ongewild een aantal voorbeelden van gegeven. Veel van die gekwalificeerde werkkrachten kunnen vandaag al een flexi-job doen en zullen dat dankzij het wetsontwerp nog meer kunnen doen. Daardoor zullen zij in sectoren waar arbeidskrapte heerst minder werken, waardoor die arbeidskrapte mogelijk nog toeneemt.
Collega's, ik denk dat minister Clarinval en de hele regering dat soort studies ook lezen. Hij is een slimme man, een slimme minister, niemand ontkent dat. Hij heeft die studies gelezen en hij weet dat. De vraag is dan waarom we dat toch doen. Ik denk dat de heer Ducarme daar in de commissie het juiste antwoord op heeft gegeven.
Monsieur le ministre, peut-être vous vous souvenez de ce que monsieur Ducarme vous a répondu quand vous demandiez pourquoi vous faites cela. Il a dit: "C'est bien simple, c'est de l'idéologie."
Dat denk ik ook. Ik denk dat dit de reden is waarom deze regering dit doet. Het is een ideologische maatregel, die geen ander doel heeft dan flexi-jobs in te voeren vanwege de flexi-jobs. De flexi-job is de heilige koe van het arizonabeleid.
Dat verklaart natuurlijk een aantal zaken. Waarom wordt er niet gewacht op een evaluatie? Zoals mevrouw Thémont in haar uiteenzetting ook zei, waarom wachten we niet op die evaluatie die in de wet is ingeschreven? Het is simpel. Daarom. Men wil de flexi-jobs uitbreiden naar alle sectoren. Een evaluatie kan dat alleen maar verhinderen. Ze kan alleen maar argumenten opwerpen om dat niet te doen. Zelfs al is die evaluatie honderd procent positief, dan kan het nog altijd niet beter zijn dan vandaag. Vandaag voert men het immers in voor alle sectoren, ongeacht de argumenten.
Waarom bestudeert men de arbeidsmarkteffecten niet beter? Ik zal daar straks nog even op terugkomen, maar verschillende collega's hebben het al aangegeven. De ene zegt dat er meer jobs bijkomen door de flexi-jobs. De andere zegt dat er jobs verdwijnen. De waarheid is dat er geen omvattende studies zijn over de Belgische situatie die in de ene of de andere richting een conclusie formuleren. Waarom wacht men daar niet op? Waarom doet men dat niet? Daarom. Men wil de heilige koe van de flexi-jobs invoeren.
Waarom maakt men niet structureel werk van de hele mikmak in ons arbeidsrechtelijk systeem rond deeltijdse arbeid, overuren, seizoensarbeid, studentenjobs en bijverdienen en trekt men die niet recht in één eenvormig systeem? Dat zou een veel robuustere maatregel zijn en veel minder verdringingseffecten hebben. Waarom gebeurt dat niet? Daarom. Men wil de flexi-jobs invoeren voor alle sectoren.
Elke ratio, elke vorm van goed bestuur moet wijken voor de heilige koe van de flexi-jobs. Dat werd het treffendst geïllustreerd door de uiteenzetting van collega Ronse, die niet verder kwam dan: “Hosanna, hosanna, ere zij David in den hoge en de flexi-jobs moeten er komen.”
Collega's, het algoritme-De Roover is volledig van de rails, want de reden waarom is volledig onduidelijk. Ik val dus terug op een meer kwalitatieve benadering van het wetsvoorstel.
Ik wil eerst toch even gezegd hebben - ik heb dat in de commissie ook gezegd, maar ik heb de indruk dat zeker de heer Van Quickenborne het al vergeten is - dat ik niet betwist dat flexi-jobs in individuele gevallen voor werknemers, werkgevers en zelfstandigen een goede zaak kunnen zijn. Voor werkgevers kan het een goede zaak zijn om op een bedrijfseconomisch logische manier een bedrijf beter te runnen. Voor werknemers kan dat een welkome bijverdienste zijn in ruil voor extra werk. Daar heb ik geen problemen mee.
Iets waarmee ik wel problemen heb, zijn de systeemeffecten van het geheel. Daar wil ik even op ingaan. Ten eerste, dit wetsvoorstel maakt flexi-jobs in alle sectoren mogelijk. Dat is eigenlijk al fout geformuleerd, want vandaag was dat al mogelijk in alle sectoren. Vandaag kon men in alle sectoren al een flexi-job invoeren, maar daarvoor was een akkoord met de sociale partners nodig. Met dit wetsvoorstel gaat men over van een opt-in naar een opt-out. Men keert het dus om. Flexi-jobs zijn overal de standaard, tenzij de sociale partners iets anders beslissen. Dat maakt het natuurlijk lastiger om iets anders te beslissen. Men heeft een sociaal akkoord nodig met alle sociale partners. Zodra er een niet akkoord is, blijft men standaard bij flexi-jobs voor iedereen. Een van de gevaren waarop ook de Raad van State wijst, is dat dit zorgt voor een parallelle arbeidsmarkt, waarbij op termijn heel veel werk zou kunnen verschuiven naar het systeem van de flexi-jobs in plaats van naar volwaardige jobs.
Ten tweede - ook dat hebben vele collega's aangeduid, zowel collega's die eerder tegen het wetsvoorstel zijn als collega's die voor het wetsvoorstel spreken – is er toch enige juridische onzekerheid over de stabiliteit en de robuustheid van dit wetsontwerp. De Raad van State heeft daarover een vrij kritisch advies geschreven, dat twijfels doet rijzen over de mate waarin dit wetsontwerp overeind zal blijven.
Natuurlijk moet de volgende vraag worden gesteld. Zelfs als de regering flexi-jobs wil invoeren, is het dan beter om iets goed te keuren wat juridisch wankel is en wat over drie maanden of een aantal maanden later wordt vernietigd? Ik weet niet helemaal hoe snel het gerecht werkt. Daardoor wordt iedereen echter opnieuw in onzekerheid gestort. Ik heb daar mijn twijfels bij.
Ten derde, over de uitholling van de sociale zekerheid en de staatsfinanciën kunnen wij lang debatteren en allerlei rekensommetjes langs deze en gene kant maken maar de minister van Begroting lijkt toch eerder geneigd te zijn vast te stellen dat dat geen goede zaak is voor de staatsfinanciën. De staat loopt immers inkomsten mis en dat maakt de begrotingsoefening moeilijker. Dat is een vreemde keuze aan de voet van de col buiten categorie die wij moeten beklimmen.
Vervolgens kom ik bij iets wat ik daarnet al heb gezegd. De arbeidsmarkteffecten van het wetsontwerp zijn onduidelijk. De NAR spreekt van een precarisering van de arbeidsmarkt. Het ontwerp dreigt volwaardige jobs weg te duwen naar onzekere, precaire statuten. Klopt dat? Ik had daarover graag cijfers gehad. Ik had daarover graag een studie gezien maar ze is er niet. Er bestaan een aantal kleinere studies. Wij hebben daarover in de commissie een gedachtewisseling gehad. Minister Clarinval, u hebt mij gewezen op een studie van een Leuvens onderzoekscentrum dat stelt dat flexi-jobs geen volwaardige jobs verdringen, maar wel andere tijdelijke statuten zoals interimjobs. Dat is natuurlijk een studie die werd uitgevoerd naar aanleiding van de invoering van flexi-jobs in de horeca, waar deeltijdse statuten vaker worden gebruikt, omdat volwaardige jobs geen oplossing bieden voor het seizoeneffect in de horeca.
Een algemene studie over wat het ontwerp zou betekenen, ontbreekt echter. Dat betekent dat deze regering blind vaart op haar eigen ideologie.
Collega's, ten slotte wil ik nog eens wijzen op wat ik in het begin al zei over de risico's bij gekwalificeerde beroepen. Enerzijds kampen we daar al met een zeer sterke arbeidsmarktkrapte. Als mensen vanuit die gekwalificeerde beroepen gaan flexi-jobben in andere sectoren, dreigt de arbeidsmarktkrapte in die beroepen nog toe te nemen.
Anderzijds maakt dit wetsvoorstel in die sectoren natuurlijk flexi-jobs mogelijk, maar dreigt het risico te ontstaan dat bepaalde taken waarvoor veel opleiding, kennis en kunde nodig zijn, worden uitgevoerd door mensen die niet de tijd hebben gehad om die te verwerven. Zeker in de zorg en het onderwijs ben ik daar heel bezorgd over. Ik heb veel vertrouwen in onze ziekenhuizen dat zij dat goed zullen aanpakken, maar ik denk ook dat er een zekere druk zal zijn. Het zal een taak zijn van ieder van ons in die raden van bestuur om dat goed op te volgen. De heilige koe van de flexi-jobs achternalopen mag er immers niet toe leiden dat de kwaliteit van onze zorg en ons onderwijs achteruitgaat. Alleen al daarom zullen we tegen dit wetsvoorstel stemmen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Lysebettens.
Mijnheer de minister, ik denk dat we de voorbije uren alle standpunten hebben gehoord. Ik denk zelfs dat we alle standpunten veelvuldig hebben gehoord. Dat betekent dat u nu de kans krijgt om te repliceren.
01.58 David Clarinval, ministre: Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, permettez-moi d'abord, comme le collègue Ronse l'a rappelé tout à l'heure, et je l'en remercie chaleureusement, que ce que nous avons accompli en quelques mois avec ce gouvernement est vraiment important à souligner.
Nous avons réformé le chômage afin de renforcer l’incitation au travail. Nous avons élargi les possibilités de travail offertes aux étudiants. Nous avons avancé sur le travail de nuit, notamment dans l’e-commerce. Nous avons pris des mesures structurelles concernant les heures supplémentaires. Nous avons réintroduit les périodes d’essai, Madame Schlitz, une belle mesure pour les jeunes, contrairement à ce que vous avez dit tout à l’heure.
Nous avons diminué les cotisations sociales qui pèsent sur le travail. Nous avons pris des mesures pour améliorer le retour au travail des personnes qui n'étaient pas ou plus malades. Nous avons modernisé et flexibilisé notre marché du travail comme il ne l’avait plus été depuis des dizaines d’années, comme nous aurions sans doute dû le faire depuis bien longtemps.
Pourquoi avons-nous entrepris tout cela? À chaque fois avec les mêmes objectifs: lever les obstacles qui empêchent de travailler de manière moderne, donner davantage de souplesse à notre marché du travail, récompenser les personnes qui travaillent en augmentant leur pouvoir d’achat, améliorer la compétitivité de notre économie – nous en avons d’ailleurs encore abondamment parlé cet après-midi lors de la séance de questions-réponses –, mais aussi améliorer la qualité de vie des travailleurs dans notre pays. Tous ces éléments sont fondamentaux pour permettre à nos travailleurs et à nos entreprises d’affronter le monde dans lequel nous vivons aujourd’hui.
Aujourd’hui, nous poursuivons la mise en œuvre de ces réformes avec le dossier très important de l’extension des flexi-jobs à l’ensemble des secteurs. Chers collègues, au cours des derniers mois, nous en avons longuement débattu. Ce débat était utile et nécessaire. Les préoccupations et les attentes exprimées lors des discussions ne m’étaient pas inconnues, et je pense avoir pu apporter les réponses qui étaient demandées.
Aujourd’hui, nous exprimons un choix clair: celui du travail, de la liberté et du pragmatisme. L’extension des flexi‑jobs répond à une réalité très concrète du marché du travail et répond clairement à une demande des citoyens.
D’un côté, de nombreux employeurs, dans pratiquement tous les secteurs, sont confrontés à des difficultés de recrutement et à des pénuries de main‑d’œuvre. Il y avait encore 140 462 emplois vacants au premier trimestre de cette année. Au premier trimestre 2026, nous étions le deuxième pays de l’Union européenne en termes de taux d’emplois vacants.
De l’autre, de nombreux travailleurs et retraités souhaitent pouvoir travailler davantage pour augmenter leurs revenus. Notre rôle n’est clairement pas d’empêcher cette rencontre. Non, notre rôle est de l’encadrer, de la sécuriser et de l’organiser.
Je vois déjà les questions venir. Est‑ce que je crains des pertes pour la sécurité sociale? Je peux déjà vous dire que non. Contrairement à certaines idées reçues, encore abondamment relayées cet après‑midi, les flexi‑jobs contribuent au financement de notre modèle social, puisque les employeurs continuent tout simplement à verser une cotisation spécifique de 28 %. Nous sommes face à un revenu complémentaire, et non à un remplacement du travail classique.
Est‑ce que je crains des pertes d’emplois fixes? Je peux déjà vous dire que non. Les chiffres disponibles aujourd’hui ne vont pas dans ce sens. Les données de l’ONSS montrent que la grande majorité des flexi‑jobbers occupent déjà un emploi principal à temps plein. Les études montrent que les entreprises recourent principalement aux flexi‑jobs pour répondre à des besoins complémentaires ou à des pics d’activité.
Est‑ce que je crains que des flexi‑jobbers quittent un emploi principal à temps plein pour prendre des flexi‑jobs? Bien sûr que non. Selon les chiffres de l’ONSS, la plupart des flexi‑jobbers conservent un emploi principal à temps plein. Cela contredit l’idée selon laquelle les travailleurs réduiraient massivement leur temps de travail dans leur emploi principal afin de compléter ensuite leur revenu au moyen d’un flexi‑job. Il s’agit de personnes qui contribuent déjà pleinement à notre sécurité sociale et qui choisissent de travailler davantage.
Il est dès lors défendable que ces prestations complémentaires bénéficient d’un traitement plus favorable. Je peux également vous rappeler que, bien que nous ouvrions ce système à l’ensemble des acteurs, ceux‑ci peuvent décider d’exclure totalement ou partiellement les flexi‑jobs de leur périmètre, sans remettre en cause les exigences de qualification ou les normes professionnelles.
Les règles d'accès aux professions protégées restent évidemment pleinement d'application. Pour les plus hésitants, ceux qui douteraient encore du succès de cette réforme, ne vous inquiétez pas: cette loi prévoit également plusieurs mécanismes d'évaluation et de suivi. Tant les partenaires sociaux que les administrations compétentes pourront suivre de près les effets de cette mesure afin que, le cas échéant, des ajustements puissent être apportés sur la base de données objectives et d'expériences concrètes de terrain.
Laissez-moi aussi être clair: nous avons examiné en détail les avis reçus. Nous avons aussi analysé les chiffres en détail. Une constatation s'impose: la demande de possibilités accrues de revenus complémentaires via les flexi-jobs est largement partagée, tant par les employeurs que par les travailleurs; et ce, dans la quasi-totalité des secteurs de notre économie.
Prenons donc aujourd'hui une décision qui réponde à une demande réelle de la société, avec les garanties nécessaires pour les travailleurs, avec les évaluations nécessaires et avec confiance dans celles et ceux qui souhaitent travailler.
Je vais maintenant répondre aux différentes questions. La première est de M. Ronse, qui me demande un update des secteurs qui ont fait un opt-out.
Mijnheer Ronse, u vroeg me een update over de sectoren die voor een opt-out gekozen hebben. De volgende sectoren bevestigden hun bestaande opt-out. Het paritair comité nr. 320, voor de begrafenisondernemingen zal enkel flexi-jobs gebruiken voor de gelegenheidsarbeid. Het paritair comité nr. 323 zal geen flexi-jobs gebruiken voor de dienstboden. Ook de Vlaamse kinderopvang heeft de bestaande beperking bevestigd. Ook de opt-out in de land- en tuinbouw en in de zeevisserij blijft behouden. Het koninklijk besluit zal goedgekeurd worden op de volgende vergadering van de ministerraad, morgen dus. De RSZ bevestigt me dat hij wel een aantal vragen om informatie, maar geen nieuwe aanvragen voor een opt-out, ontvangen heeft.
Ik heb ook de artikelen in de krant gelezen, mevrouw Moscufo, maar het is niet op basis van een krantenartikel dat we een koninklijk besluit nemen, wel op basis van een formele vraag van het paritair comité.
In antwoord op de vraag van de heer Moons, er bestaat geen enkel beginsel dat voorschrijft dat alle vormen van arbeid noodzakelijkerwijs op identieke wijze belast moeten worden. De wetgever beschikt over een ruime beoordelingsmarge om verschillende fiscale en parafiscale regimes in te voeren, voor zover daarvoor een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. Dat gebeurt vandaag overigens al in tal van situaties. De vraag is dan ook niet waarom sommige arbeidsvormen gunstiger wordt behandeld, maar waarom we bijkomende arbeid zouden belasten alsof het om een eerste arbeidsuur gaat. Wie reeds voltijds werkt of met pensioen is en ervoor kiest extra te werken, draagt of droeg al substantieel bij aan onze sociale zekerheid en fiscaliteit. Het is dan ook verdedigbaar die bijkomende inspanning anders te behandelen, zodat werken, ondernemerschap en economische activiteit worden aangemoedigd, terwijl tegelijkertijd degenen die ervoor kiezen meer te werken, daarvoor beloond worden.
Mme Thémont me demandait quels secteurs procurent le plus de flexi-jobs. J'avais déjà évoqué le tableau de Sigedis en deuxième lecture. Les secteurs les plus consommateurs, ou en tout cas qui utilisent le plus les flexi-jobs, sont les secteurs de l'industrie, de la santé, de l'enseignement, du retail et le secteur public, notamment la Défense.
Nous voyons, madame Moscufo, que les enseignants, par exemple, mais les militaires également, sont très friands du système de flexi-jobs, déjà avec la législation actuelle. Personne, pourtant, n'oblige ces enseignants ou ces militaires à réaliser ces flexi-jobs. Peut-être ces fonctionnaires n'ont-ils pas la possibilité de réaliser des heures supplémentaires dans leur école ou à la Défense et souhaitent-ils donc tout simplement pouvoir en faire un peu, car ils souhaitent augmenter leur pouvoir d'achat. Ils sont libres de le faire. Personne ne les y oblige, et c'est déjà sur la base de la législation actuelle.
Madame Schlitz et madame Moscufo, vous me posez également une question sur les entreprises qui n'ont pas de travailleur classique. En effet, 3 114 employeurs, au quatrième trimestre 2025, ne disposaient d'aucun travailleur. Cela représente 7,3 % d'employeurs qui recourent exclusivement à des flexi-jobs.
Excusez-moi, mais il ne s'agit pas d'une condition imposée aux indépendants de disposer déjà de personnel pour pouvoir recourir à un flexi-job. Comme je l'ai déjà expliqué en commission, cela n'a absolument rien de problématique.
Quand on connaît un peu la vie des entreprises, on comprend aisément que certaines petites entreprises, avant d'avoir un chiffre d'affaires suffisant pour pouvoir engager un travailleur à temps plein, passent par un emploi intérimaire, un étudiant ou un emploi partiel, voire un flexi-job.
C'est la vie normale des entreprises que de veiller à ce que les coûts salariaux ne croissent pas plus vite que le chiffre d'affaires. Une fois un chiffre suffisant atteint, elles passent alors à des emplois plus classiques et structurels, combinés avec des emplois flexibles. Il est donc tout à fait normal qu'une petite entreprise en croissance fasse ses premiers recrutements via ce genre de contrats.
Je voudrais vous donner deux autres chiffres: 88,2 % des entreprises emploient également des travailleurs sous contrat classique – neuf entreprises sur 10 recourant aux flexi-jobs ont des emplois classiques – et 66 % font aussi appel à des jobs d'étudiants. C'est tout à fait normal et je ne comprends même pas que ces informations vous choquent.
Mme Moscufo me pose des questions par rapport au secteur public. Madame la députée, j'ai déjà indiqué en commission que l'extension des flexi-jobs au secteur public constitue une mise en œuvre de l'accord de gouvernement, ce qui démontre qu'il existait manifestement, au travers de cette demande, un besoin en ce sens. Aujourd'hui, les flexi-jobs sont déjà possibles dans le secteur public, bien que cela soit limité à certains domaines, notamment celui de l'accueil de l'enfance.
J'ai également précisé en commission que chaque ministre compétent ou niveau de pouvoir conserve la possibilité d'adopter des lignes directrices ou des mesures complémentaires si cela s'avère nécessaire. Je pense également aux fonctionnaires, aux policiers, aux militaires ou aux autres agents du secteur public qui, après leur départ à la pension, pourront exercer un flexi-job, ce qui leur permettra de continuer à transmettre leur expérience et leur savoir-faire à leurs jeunes collègues. Je considère qu'il doit être possible de valoriser cette expertise et cette transmission des connaissances.
Je ne suis pas choqué qu'un enseignant pensionné effectue quelques heures en flexi-job dans son ancienne école en cas de pénurie d'enseignants. Cela ne pose aucun problème; au contraire, c'est un atout pour les organisations concernées, pour les jeunes collègues qui bénéficient de cette expérience, mais aussi pour les pensionnés eux-mêmes qui peuvent ainsi rester actifs socialement, garder un lien avec le monde du travail et percevoir bien sûr un revenu complémentaire.
Mme Moscufo me pose la question du report de l'entrée en vigueur de la loi au 1er janvier 2027. Ceci n'est pas à l'ordre du jour. Cette réforme a été largement débattue, préparée et annoncée. De nombreux travailleurs, employeurs et secteurs attendent sa mise en œuvre et se sont organisés en conséquence. Reporter l'entrée en vigueur aujourd'hui créerait de l'incertitude juridique et opérationnelle pour tous les acteurs concernés. Par ailleurs, cette réforme répond à une demande réelle du terrain. Le gouvernement entend donc respecter le calendrier prévu.
Madame Moscufo, madame Schlitz, vous me demandez également pourquoi nous avons élargi la possibilité de fixer une limite au pourcentage du volume total de travail pouvant être effectué sous le régime des flexi-jobs. La possibilité de limiter le recours aux flexi-jobs à une part proportionnelle du volume total de travail a été étendue au secteur des soins de santé, en plus du secteur de l’accueil de l’enfance.
Si les évaluations prévues démontrent que d'autres secteurs ont également besoin d'un mécanisme similaire, cette question pourrait être examinée et discutée à ce moment-là. Le secteur des soins de santé était le seul secteur explicitement mentionné dans l'avis du Conseil National du Travail (CNT) à cet égard. Le gouvernement a donc suivi cette recommandation. Nous sommes convaincus que les soins de base doivent avant tout continuer à être assurés par des travailleurs réguliers. Cela est essentiel afin de garantir la continuité des soins ainsi que la relation de confiance entre le patient et le prestataire de soins.
En outre, des exigences en matière de diplômes, de qualifications et d'agréments doivent également être respectées. Pour les autres secteurs, aucun argument comparable ni aucune raison objective ne nous ont été présentés, qui justifieraient l'instauration d'une limitation spécifique du recours aux flexi-jobs.
L'impact budgétaire a été mentionné à plusieurs reprises. Plusieurs d'entre vous m'ont interpellé, notamment en ce qui concerne certains commentaires de mon collègue Van Peteghem. En ce qui concerne l'impact budgétaire, madame Moscufo, madame Schlitz, vous avez une nouvelle fois fait référence aux déclarations du ministre dans la presse. Pour ma part, je préfère me référer à ce qu'il a écrit officiellement et approuvé en sa qualité de ministre du Budget dans l'accord budgétaire. Cet accord indique clairement qu'il n'est pas possible d'évaluer avec précision l'impact budgétaire des flexi-jobs dès lors que le comportement des employeurs demeure difficile à anticiper. Il est donc complètement faux de dire que le ministre du Budget estime que les flexi-jobs auront un impact négatif sur le budget de la sécurité sociale.
Madame Moscufo, vous me demandez comment on va contrôler individuellement les quotas d'heures, notamment la limite de 48 h, sujet sur lesquels j'ai déjà pu m'exprimer plus tôt. La limite européenne à respecter est de 48 h par semaine, sur une période de quatre mois. Cette limite s'applique par employeur.
Mmes Moscufo et Schlitz ont également soulevé la question de la santé des travailleurs et ont pris l'exemple d'un chauffeur de bus. L'employeur a l'obligation de mettre en place une organisation du travail sûre et respectueuse du bien-être des travailleurs. Dans le même temps, le travailleur est également tenu de prendre les dispositions nécessaires afin d'être en mesure d'exécuter correctement les obligations découlant de son contrat de travail.
Mme Moscufo a évoqué le cas d'un accident du travail dans le cadre d'un flexi-job. Comme je l'ai déjà indiqué lors des discussions en commission, en ce qui concerne vos questions relatives à un travailleur occupé dans le cadre d'un flexi-job qui serait victime d'un accident du travail, je ne peux que constater que nous n'avons apporté aucune modification à cette partie de la réglementation. Cette question relève par ailleurs de mon collègue Frank Vandenbroucke, compétent en matière d'accidents du travail. Mais, je le répète, nous n'avons rien modifié dans ce domaine. Il n'y a donc pas lieu d'avoir des inquiétudes à cet égard.
Mme Vanrobaeys évoque également la question de l'évaluation et de la sécurité.
Het wetsontwerp voorziet erin dat, om veilige arbeidsomstandigheden te verzekeren en arbeidsongevallen te voorkomen, de bevoegde comités van de private en de publieke sector een jaar na de inwerkingtreding van onderhavige wettekst aan de minister van Werk en de minister van Sociale Zaken een evaluatie bezorgen over het gebruik van flexi-jobwerknemers in hun sector. De opmaak van die evaluaties behoort tot de verantwoordelijkheid van de betrokken sector.
Wat mij betreft, heb ik er echter geen bezwaar tegen dat, met het oog op de transparantie, die rapporten ook publiek worden gemaakt. Ik wil daarnaast benadrukken dat veilige en gezonde werkomstandigheden in alle gevallen een prioriteit blijven van een goed beleid en van mijn optreden als minister. Elke nieuwe maatregel moet steeds de regels inzake veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk respecteren.
Mme Vanrobaeys me demande également comment le contrôle s’exercera.
Ik verwees in de commissie reeds naar de beslissing van de regering om arbeidstijdsregistratie voor reguliere werknemers in te voeren, eraan toevoegend dat die verplichting eveneens zal gelden voor flexi-jobbers. Op de website van de RSZ zijn reeds diverse opties opgelijst, waaronder het geregistreerde kassasysteem in geval van tewerkstelling in de horeca en de digitale tachograaf in geval van tewerkstelling in de sector van het autobus- en autocarvervoer.
Mevrouw Muylle en mijnheer Van Quickenborne, u stelde vragen over de flexi-maladie. Ik herhaal graag het engagement dat ik ben aangegaan in de commissie voor Sociale Zaken om samen met minister Vandenbroucke te onderzoeken welke maatregelen kunnen worden genomen om dat misbruik tegen te gaan. We moeten echter een onderscheid maken tussen personen die arbeidsongeschikt zijn verklaard en van de adviserend arts toestemming hebben gekregen om een beroepsactiviteit uit te oefenen. Het is positief dat zij het werk kunnen hervatten via onder meer een flexi-job. Wat uiteraard niet kan en wat ik streng veroordeel, is de situatie waarbij mensen zich ziek melden bij hun werkgever om elders een flexi-job uit te oefenen. Dat is onaanvaardbaar. Ik verwijs ook naar een analyse die door de bevoegde diensten werd opgemaakt. Ondertussen kan ik u meedelen dat de medewerkers van minister Vandenbroucke en mijn medewerkers hierover reeds meermaals overleg hebben gepleegd, zelfs vannamiddag nog. Minister Vandenbroucke en ik zullen de nodige maatregelen nemen in onze respectieve beleidsdomeinen om misbruiken tegen te gaan. Ik streef er alvast naar om in het najaar een voorontwerp van wet voor advies aan de NAR voor te leggen.
Mme Schlitz m'interroge à propos de l'intérim et des entreprises liées.
S'agissant du secteur de l'intérim, il sera possible, pour une agence d'intérim, d'employer une même personne à la fois comme travailleur intérimaire et comme flexi-jobiste, à condition que cela ne se fasse pas auprès du même utilisateur. Cette possibilité répond à une demande du secteur et présente un intérêt pratique évident. Elle permet aux travailleurs de conserver le même bureau intermédiaire, tout en exerçant, selon les circonstances, des prestations sous des régimes différents auprès d'utilisateurs distincts. Le concept de société liée est défini par le Code des sociétés et des associations et constitue une notion juridique bien établie. Il n'existait dès lors aucune raison de modifier cette définition ou d'intégrer à sa place, ou en complément, la notion d'unité technique d'exploitation.
Mijnheer Van Quickenborne, u had een vraag over de omvang van de ondernemingen. Uit een recente studie die door de FOD WASO werd uitgevoerd in het kader van de rondetafelgesprekken met de retailsector, blijkt dat flexi-jobs in de praktijk voornamelijk worden gebruikt door kleine en middelgrote ondernemingen. Het zijn vooral die ondernemingen, die nood hebben aan een flexibel instrument om tijdelijke pieken in de activiteit op te vangen, bijvoorbeeld tijdens soldenperiodes, feestdagen, promotieacties of andere drukke momenten. De studie werd afgelopen week online geplaatst op de website van de FOD WASO. Ik zal de linken naar de studie aan het Parlement bezorgen, zodat ze kunnen worden toegevoegd aan het verslag.
Ook de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO wees al op de belangrijke rol van flexi-jobs voor veel kmo’s als belangrijke aanvulling op hun vaste personeelsbestand. Zij beschikken vaak niet over de schaalgrootte of de interne personeelsreserves, waarop grotere ondernemingen kunnen terugvallen. Flexi-jobs bieden hun daarom de mogelijkheid om snel en op een administratief eenvoudige manier bijkomende arbeidskrachten in te schakelen wanneer de nood zich voordoet.
Mijnheer Van Quickenborne, u had ook een vraag over flexi-jobs voor politieke mandatarissen. De beslissing van de RSZ om mandatarissen niet langer de mogelijkheid te geven een flexi-job uit te oefenen, vloeit voort uit een vraag van de bevoegde inspectiedienst. Lokale mandatarissen verrichten geen prestaties in ondergeschikt verband. Zij staan niet onder het gezag van een werkgever en zijn noch een statutair benoemde ambtenaar noch een werknemer met een arbeidsovereenkomst. Vaak maar niet altijd oefenen zij naast hun mandaat ook een andere job uit. Wanneer in die job minstens viervijfdeprestaties worden geleverd, kan de mandataris ook een flexi-job uitoefenen. Als de mandataris echter geen andere job heeft, zal hij geen flexi-job kunnen uitoefenen.
In het derde kwartaal van 2025 waren er in totaal 32 mandatarissen die een flexi-job uitoefenden. Van dat totaal waren er 10 lokale mandatarissen zonder een andere job. Deze kunnen dus niet flexi-jobben. Tweeëntwintig hebben naast een mandaat wel een andere job. Als die job minstens vier vijfde wordt uitgeoefend, kan de betrokkene wel flexi-jobben. Dezelfde redenering gaat ook op voor ministers en Kamerleden.
Wat betreft de vraag van de heer Van Quickenborne over zelfstandigen en flexi-jobs, wat betreft de mogelijkheid voor zelfstandigen om onder bepaalde voorwaarden een flexi-job als werknemer uit te oefenen, verwijs ik graag naar minister Simonet, die bevoegd is voor het sociaal statuut van de zelfstandigen en hieromtrent over de nodige expertise beschikt. Ik stel vast dat het Algemeen Beheerscomité voor het Sociaal Statuut der Zelfstandigen zich hierover gunstig heeft uitgesproken. Het is vervolgens aan elke bevoegde minister om binnen zijn of haar bevoegdheidsdomein en op basis van de beschikbare expertise de maatregelen uit te werken die het best aansluiten bij de realiteit van de betrokken sectoren en statuten. Voor verdere toelichting verwijs ik u naar mijn collega.
Mijnheer Van Quickenborne heeft ook een vraag over het salaris tot 21 euro voor de chef en de souschef. Ik heb inderdaad verwezen naar het regeerakkoord, waarin het loon voor de horeca wordt vastgelegd op 21 euro. Ik verwees reeds naar de evaluatie die een jaar na de inwerkingtreding van de wet zal worden gemaakt door de sectoren. Indien er zich in de praktijk daadwerkelijk een probleem zou stellen, lijkt het mij in de eerste plaats aan de betrokken sector om dit te signaleren en waar nodig concrete aanbevelingen of voorstellen te formuleren. Op basis daarvan kan vervolgens worden beoordeeld of bijkomende initiatieven aangewezen zijn.
Mijnheer Van Quickenborne heeft nog een vraag over thuisflexi, dat een nieuw idee is.
Wat betreft uw vraag om flexi-jobs via uitzendarbeid mogelijk te maken voor huishoudhulp of opvang van kinderen, heb ik tot op vandaag nog geen enkele vraag daartoe gekregen van de uitzendsector. Bovendien hebben de sociale partners al beslist dat dienstboden uitgesloten worden van flexi-jobs. Dergelijke maatregelen kunnen dan ook niet zomaar of automatisch worden ingevoerd.
De heer Van Quickenborne heeft ook een vraag gesteld over hoeveel politiemensen een flexi-job uitoefenen. Ik beschik momenteel niet over cijfers over hoeveel mensen bij de politie vier vijfde werken en dit combineren met een flexi-job. Dat zijn ook geen cijfers die in de standaardstatistieken van de RSZ voorkomen.
De heer Van Lysebettens heeft een vraag gesteld over de Raad van State. Ik verwijs graag naar het zeer uitgebreide antwoord dat ik in eerste lezing in de commissie voor Sociale Zaken heb gegeven naar aanleiding van het advies van de Raad van State. Dat antwoord, dat uitgebreid gemotiveerd en onderbouwd werd, geeft een duidelijk antwoord op de bemerkingen van de Raad van State. Het antwoord is ook integraal opgenomen in het verslag, waar u het kunt nalezen. Ik ga het dus niet herhalen.
Er bestaat inderdaad een risico dat een nieuw beroep wordt ingesteld bij het Grondwettelijk Hof. Tegelijkertijd kennen we allemaal mensen die vandaag reeds een flexi-job uitoefenen of die binnenkort van dit systeem gebruik willen maken. Er zijn ook tal van werkgevers die reikhalzend uitkijken naar deze hervorming als gevolg van de grote noden op het terrein.
Wanneer een maatregel zo duidelijk tegemoetkomt aan een reële behoefte van werknemers, gepensioneerden en ondernemingen, is het onze verantwoordelijkheid om hem uit te voeren. Ik reken er dan ook op dat het gezonde verstand zal zegevieren en dat de noodzakelijke rechtszekerheid voor werknemers en werkgevers niet nodeloos in het gedrang wordt gebracht door langdurige gerechtelijke procedures.
De heer Van Lysebettens heeft ook een vraag gesteld, net als mevrouw Schlitz en mevrouw Thémont, over de evaluatie. Ik herhaal wat ik al meermaals heb benadrukt in mijn vorige uiteenzettingen.
De analyses die nodig zijn voor de werkzaamheden binnen de NAR werden uitgevoerd door het Rekenhof en het Federaal Planbureau. Ik weet dat de besprekingen hierover nu lopen binnen de Nationale Arbeidsraad. Een eindrapport wordt verwacht tegen het einde van deze maand.
Monsieur le président, je pense avoir apporté des réponses à toutes les questions qui m'ont été posées dans la cadre de ce débat.
Pour conclure, je voudrais souligner
l'importance de ce texte, qui permet d'apporter une réelle plus-value pour les
travailleurs et leur pouvoir d'achat, ainsi que pour la flexibilité du marché
du travail. Je pense pouvoir dire qu'il est le fruit d'un compromis très
important et apprécié. Chers collègues, je vous invite à soutenir ce texte le
plus possible. Merci
pour votre attention.
De voorzitter: Collega’s, dit debat duurt ondertussen al zesenhalf uur. Ik wil opmerken - het is een beetje contra-intuïtief - dat de behandeling van deze zaak in eerste lezing in de commissie zes uur heeft geduurd. Dat betekent dat wij een langer debat hebben in plenum dan in de commissie. Dat lijkt mij niet de normale verdeling. Misschien werd in de commissie onvoldoende tijd besteed aan dit wetsontwerp, dat is een mogelijkheid.
Zonder iemand ook maar enige spreektijd te
willen afnemen, wil ik er toch op aandringen om de debatten beknopt af te
ronden. Uiteraard is het laatste
woord aan het Parlement.
Comme je vous l'ai dit, monsieur le ministre, mon groupe ne soutiendra évidemment pas votre projet de loi. En effet, je vous ai attentivement écouté. Il est vrai que nous avons eu des débats très longs pendant deux jours. Aujourd'hui, nous avons eu aussi des débats importants. J'ai l'impression que vous dites chaque fois que cette réforme va récompenser le travail, renforcer le pouvoir d'achat et résoudre les pénuries. En réalité, c'est complètement faux. C'est vraiment tout le paradoxe de votre politique. Au moment même où vous prenez des décisions comme la limitation des allocations de chômage et que vous exigez aussi des demandeurs d'emploi qu'ils retrouvent rapidement du travail, vous développez un système réservé à ceux et celles qui travaillent déjà. Entre temps, aucun emploi n'est créé parce que vous donnez déjà du boulot à ceux qui en ont.
Vous avez dit tout à l'heure que les flexi-jobs étaient vraiment la réponse aux pénuries, et même ce pourquoi ils avaient été créés à la base dans l'horeca où ils existent déjà depuis des années. Si les pénuries persistent, c'est pour des raisons structurelles. Et les premiers constats de la Cour des comptes et du Bureau du Plan ne démontrent aujourd'hui ni un effet sur les pénuries de main-d'œuvre ni sur le travail au noir. Par contre, ils pointent vraiment un risque de substitution entre les flexi-jobs et les emplois.
Je terminerai, monsieur le ministre, en vous disant que vous êtes en train de créer un marché du travail avec moins de stabilité, moins de garanties collectives et des droits sociaux affaiblis. Ce n'est pas spécialement le PS qui le dit aujourd'hui, monsieur le ministre. C'est la société civile et ce sont les syndicats. Nous en avons parlé tout à l'heure, même le Conseil d'État alerte sur les risques de vos réformes.
01.60 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Je vous remercie, monsieur le ministre, mais j’ai tout de même quelques réflexions à formuler suite à vos réponses.
Concernant les services publics, vous confirmez que les ministres compétents pourront, s’ils le souhaitent, exclure une partie des secteurs. Cependant, vous ne répondez pas aux préoccupations du Conseil d’État, qui estime que, pour protéger la sécurité juridique, il serait préférable que ce soit le législateur – c’est‑à‑dire vous – qui exclue lui‑même de telles fonctions du champ d’application.
Toujours à propos du service public, vous confirmez évidemment que cette mesure vise à répondre à une demande des employeurs et des travailleurs. Mais alors, quand allez‑vous nous fournir la liste des fonctions visées par ces demandes? La liste que les représentants des travailleurs du service public avaient sollicitée auprès de votre cabinet n'a jamais été reçue.
Ensuite, je disais, à moitié en boutade, que nous avions “Madame Non” et que maintenant nous avons “Monsieur Non”. Impact des flexi‑jobs sur la sécurité sociale? Non. Impact des flexi‑jobs qui remplaceraient des contrats réguliers? Non. Problèmes liés aux accidents du travail dans votre projet de loi? Non.
Je comprends donc mieux pourquoi vous n’avez pas souhaité attendre l’évaluation qui doit arriver dans quelques jours. C'est parce que, dans les faits, vous êtes à vous seul l’évaluation. Tout va bien.
Pourtant, concernant l’impact sur la sécurité sociale, vous confirmez bec et ongles qu’il n’y en aura pas. Pourtant, le Bureau du Plan estime que le coût pour la sécurité sociale et le budget de l’État à l’horizon 2030 se situera entre 106 et 213 millions d’euros. Manifestement, cela n’entre pas dans votre tête.
Concernant la directive européenne et le maximum de 48 h, vous précisez qu'il s'agit de 48 h par semaine calculées sur une base de quatre mois. Ce n'est pas un scoop mais une information complémentaire que j'ai obtenue aujourd'hui et qui ne change en rien ma question. Comment vérifierez-vous que cela se passera concrètement ainsi?
Quant à votre affirmation sans aucune nuance – vous n'êtes pas toujours nuancé, monsieur le ministre – selon laquelle les flexi-jobs n'auraient aucun impact sur les contrats réguliers, des experts de la KU Leuven, de l'ONSS, du Bureau du Plan et de la Cour des comptes avancent pourtant des chiffres au sujet du remplacement d'autres contrats par des flexi-jobs. On cite notamment l'exemple des intérimaires. Je vous donne immédiatement le chiffre le plus parlant, étant donné que je dois être brève.
Le président: Madame Moscufo, si je ne me trompe, ces éléments ont déjà été discutés lors du débat.
01.61 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Oui mais le ministre les nie dans sa dernière réponse, si je comprends bien.
Le président: On le constate.
01.62 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Dans les services administratifs, la part des embauches d'intérimaires est passée de 64 % à 10 %. Et vous continuez, fermement et sans nuance, à soutenir qu'il n'y a pas d'impact des flexi-jobs sur les contrats réguliers! Vous maintenez que les flexi-jobs serviront uniquement lors des pics de travail. Nous apprenons donc que, dorénavant, vous prévoyez des pics d'activité dans tous les secteurs de ce pays, puisque vous autoriserez légalement les flexi-jobs partout. À vous entendre, nous courons vers la croissance économique! Face aux faillites survenues ces jours-ci, les gens ne doivent pas se tracasser car il y aura de l'emploi partout.
Vous reconnaissez quand même qu'il y aurait éventuellement un risque de recours à la Cour constitutionnelle concernant, entre autres, les remarques du Conseil d'État. Vous assumez qu’il y aura des recours et que tout ira bien.
Je constate que vous n'avez pas de chiffres concernant les policiers qui exercent un flexi-job. Je trouve que c’est vraiment un problème que nous n’ayons pas ce chiffre. J'espère que vous allez faire en sorte de l’avoir. Je ne me focalise pas sur la police, mais à un moment donné, il faudra bien s’appuyer sur du concret.
Je terminerai sur votre argument selon lequel les flexi-jobs renforcent le pouvoir d'achat et résolvent les problèmes de pénuries. Ce n'est évidemment pas du tout la réalité. Ma collègue l'a dit, dans l'horeca, les flexi-jobs, qui y existent déjà depuis quelques années, n'ont pas du tout réglé la problématique des pénuries.
Sans étonnement, nous n'allons pas soutenir votre projet de loi. Mais surtout, monsieur le ministre, nous allons nous appuyer sur les syndicats et la société civile pour continuer à lutter contre cette loi, d'une manière ou d'une autre parce quand les lois sont injustes, nous avons le devoir de les changer.
De voorzitter: Mevrouw Van den Bosch, hebt u nog nieuwe elementen? U weet dat u niet in herhaling hoort te vallen.
01.63 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Hoelang wilt u hier nog zitten, mijnheer de voorzitter?
De voorzitter: Ik kan bij herhalingen ingrijpen en u het woord ontnemen. Ik doe dat zeer ongaarne. Ik zal dat ook niet doen, maar als u een afrondende interventie wil houden, krijgt u het woord.
01.64 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Ik wil gewoon meegeven wat ik heb zien gebeuren bij Delhaize met de vaste contracten. Mijn collega’s moeten plaatsmaken voor flexwerk, voor goedkope arbeid dus. Dat is de realiteit. Vaste contracten worden wel structureel vervangen door flexwerkers. Dat is de realiteit die zich zal uitbreiden over alle sectoren. Dat is geen goed nieuws.
De voorzitter: Dank u wel, ook voor de beknoptheid.
01.65 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Merci pour vos réponses, monsieur le ministre.
Je serai brève, d'autant plus qu'une journée du personnel est prévue demain pour les équipes de la Chambre. Je tiens donc à présenter nos excuses pour la prolongation des débats et pour le fait que certaines personnes ne pourront peut-être pas participer à cette journée ou y participeront en étant fatiguées. Ce qui se passe ce soir n'est évidemment pas très agréable pour les services.
Pour ma part, monsieur le ministre, j'ai envie de vous dire: rendez-vous lorsque le rapport sera publié. J'espère que nous aurons alors l'occasion d'avoir une véritable discussion sur la base des données qu'il contiendra, car je regrette que nous entendions toujours les mêmes arguments, répétés encore et encore. Lorsque vous dites, monsieur le président, que vous avez le pouvoir de mettre fin aux redites, c'est précisément ce que nous entendons depuis la première lecture. Je pense donc que nous n'obtenons pas réellement de véritables réponses à nos questions.
01.66 Georges-Louis Bouchez (MR): (…)
01.67 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur Bouchez, si vous souhaitiez participer au débat, il vous suffisait de venir ici. Nous venons encore d'en débattre pendant six heures.
01.68 Georges-Louis Bouchez (MR): (…)
01.69 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Ne me dites pas de me calmer et ne me dites pas que tout va bien se passer, d'accord? Et je répète que si vous souhaitiez participer à cette discussion…
Le président: Mme Schlitz a la parole. Je vous en prie, poursuivez.
01.70 Georges-Louis Bouchez (MR): (…)
01.71 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Je déplore une nouvelle fois, que nous n'ayons pas droit à un minimum de franchise sur ce qui est en train de se passer avec ce projet de loi. Il s'agit de choix politiques. Vous avez simplement envie que les gens travaillent plus.
01.72 David Clarinval,
ministre: (…)
01.73 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Mais ce n’est pas en plafonnant l'index que les gens vont gagner plus. C'est quand même contradictoire! Plusieurs choses ne sont pas assumées. Le fait que les flexi-jobs vampirisent en partie des emplois stables ne peut pas être nié catégoriquement, à aucun moment. Nous l'observons tous dans notre vie quotidienne. Lorsque nous faisons nos courses et discutons avec les personnes qui travaillent dans les magasins, elles nous disent souvent que nombre de leurs collègues ont été remplacés soit par des flexi-jobbers, soit par des étudiants.
À un moment donné, il faut quand même tenir un minimum de discours-vérité sur ce qui va advenir concrètement sur le terrain. On ne peut pas affirmer qu'il n'y aura aucune conséquence. On ne peut pas non plus prétendre que le fait de travailler 20 heures supplémentaires par semaine n'a aucun impact sur la santé ou sur le sommeil. Ce n'est pas vrai, des études scientifiques le démontrent.
Je pense que vous devriez tenir un minimum de discours-vérité sur les conséquences et les objectifs que vous vous fixez.
Lorsque vous nous dites en conclusion qu’il s’agit d’un beau projet de loi pour les travailleurs, pour l’emploi et pour l’économie, je pense que vous avez quand même oublié les employeurs, qui sont quand même les principaux bénéficiaires de ce projet de loi. Selon moi, vous devriez également l’assumer.
Rendez-vous lorsque le rapport sera disponible.
Nous pourrons alors avoir des discussions plus intéressantes, sur la base
d’éléments concrets et de chiffres. Je vous remercie.
01.74 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik wil twee elementen meegeven. Over de minister van Begroting stelt u dat hij in zijn advies het volgende zegt: “Il n'est pas possible d'indiquer l'impact”. U schijnt dat als iets positiefs te beschouwen. Ik zie dat eerlijk gezegd als vrij negatief. De regering staat voor een grote begrotingsoefening. De minister van Begroting zegt over die maatregel dat de regering met de beste wil van de wereld niet kan inschatten hoe groot de impact zal zijn. Dat is voor alle duidelijkheid een negatieve commentaar.
Over de Raad van State heb ik u niet gevraagd om het nog eens uit te leggen. Ik heb uw antwoord in de eerste lezing gehoord. Ik volg uw antwoord weliswaar niet helemaal, maar goed. Ik heb hier vandaag tijdens de plenaire vergadering gehoord dat leden van uw eigen meerderheid en de founding father van de flexi-jobs evenzeer twijfelen aan uw uitleg. Zij twijfelen evenzeer aan de juridische zekerheid.
Dat ik als simpel lid van de oppositie daaraan twijfel is tot daaraan toe, maar als uw eigen meerderheid daaraan twijfelt, is er stront aan de knikker. U hebt dus nog enig werk om de juridische soliditeit van dit wetsontwerp beter te motiveren.
01.75 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Voorzitter, eerst en vooral wil ik erop wijzen dat het debat inderdaad lang heeft geduurd. Ook collega's van de meerderheid zijn echter tussengekomen in de debatten: mevrouw Pirson, de heer Ronse, de heer Ducarme en anderen. Op bepaalde momenten was het debat interessant en zeer leerrijk. Niet iedereen was aanwezig, maar de afwezigen hebben ongelijk en in het Parlement zijn er vaak meer afwezigen dan aanwezigen.
Ik heb vier nieuwe dingen geleerd.
Mevrouw Crevits, vice-minister-president in de Vlaamse regering, zei vandaag, of gisteren, want het is al na middernacht, in De Standaard dat zij geen flexiverbod voor schepenen en burgemeesters wil. U stuurt haar echter wandelen. De conclusie is dat op 1 juli een flexicumul voor schepenen en burgemeesters onmogelijk wordt. De heer Ronse zegt dat dat terecht is. Mevrouw Crevits bijt dus in het zand. Ik vind ook dat, als het voor zelfstandigen niet kan, het ook voor politici niet mag kunnen. Het is dus duidelijk dat mevrouw Crevits in het zand bijt.
Ten tweede wil ik het hebben over een andere cd&v'er, de heer Van Peteghem. In de krant verkondigt hij allerlei zaken over flexi-jobs en het ondermijnen van de sociale zekerheid. Nu vernemen we echter dat hij aan de regeringstafel gewoon een positief advies geeft over dit wetsontwerp. Hoe schizofreen kan men zijn? Cd&v maakt in de kranten veel lawaai door te zeggen dat dit niet kan, dat het de sociale zekerheid ondermijnt en dat het een probleem vormt. Aan de regeringstafel zegt men echter dat er geen probleem is. Vindt u dat niet ongelooflijk? Dat is de cd&v ten voeten uit. We hebben dat gezien met de centenindex en nu opnieuw. Mevrouw de minister van Justitie is hier, dus misschien maken we straks nog zoiets mee.
Mijnheer de minister, ik heb een advies voor u. De heer Van Peteghem valt ook de managementvennootschappen aan. Dat is het nieuwe doelwit van cd&v. Volgens hem zitten de grootste fraudeurs bij de 150.000 managementvennootschappen in ons land. Er zijn er trouwens ook veel georganiseerd binnen de advocatuur, maar dat is een ander debat. Mijn advies is dus om stand te houden.
Monsieur Bouchez est ici. Je sais qu'il n'y a pas beaucoup de management companies en Wallonie, mais cela augmente petit à petit. C'est très bien. Résistez à Van Peteghem qui a fait grand bruit dans la presse. Ne nous confrontons pas encore avec l'augmentation du précompte mobilier de 15 à 18 %.
Ten derde, wat heb ik nog bijgeleerd? De minister zegt tegen mevrouw Vanrobaeys dat men de uren die men gewerkt heeft, gaat controleren met de prikklok. De heer Ronse heeft altijd gezegd dat er geen prikklok zou komen. De minister heeft hier net gezegd, mevrouw Vanrobaeys zit nu te knikken, dat men die 48 uur zal controleren met de prikklok. Mijnheer Bouchez, goed meeluisteren. Er komt nu bij alle ondernemers een prikklok.
Mijnheer Bouchez, u moet nu niet naar minister Clarinval zitten Whatsappen.
Vous le faites déjà. C'est très bien, c'est incroyable! Je ne n'ai même pas lu le message.
Mijnheer Clarinval, alsjeblieft, vermijd die prikklok. Dat is echt miserie. De socialisten zitten daarop te azen, maar doe dat niet.
Wat ik ook heb bijgeleerd, dat is nog altijd het derde punt, is dat die 48 uur tellen per werkgever, niet per werknemer. Dat is nieuw, mevrouw Moscufo. Wordt u nerveus? Als een werknemer bij drie werkgevers telkens 48 uur werkt, kan hij dat perfect doen. Zo kan men dus heel vaak boven de 55 uur uitkomen. Dat is nieuw. Dat is interessant.
Het vierde punt gaat over de thuisflexi. De heer Ducarme zat naast mij. Hij zei dat hij dat wel interessant vond. Dat is bijvoorbeeld iemand die de kinderen kan ophalen van school en vervolgens naar huis kan gaan.
De voorzitter: U hoeft niet opnieuw uit te leggen wat u daarstraks hebt uitgelegd.
01.76 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ja, chef.
De oplossing van paritair comité 323, in combinatie met uitzendarbeid, kan wel een oplossing zijn. Ik weet dat men voor een opt-out heeft gepleit. Er is een cao gesloten, maar die is nog niet bevestigd. Ik denk dat dat een mogelijkheid moet zijn.
Mijnheer de minister, ik zal u een schriftelijke vraag stellen over de politie, het dilemma van Vandermaele, de 4/5-regeling, de 5/5-regeling en de flexi-job. Ik begrijp dat u vanavond niet onmiddellijk op die vraag kunt antwoorden.
Ik hoop dat dit wetsontwerp standhoudt. Ik denk dat we er alles aan moeten doen om mensen die extra willen werken te beschermen.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1526/4)
Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1526/4)
Het wetsontwerp telt 17 artikelen.
Le projet de loi compte 17 articles.
Amendements déposés:
Ingediende
amendementen:
Art. 6/1(n)
• 6 – Vincent Van Quickenborne (1526/8)
Art. 7
• 5 – Vincent Van Quickenborne (1526/8)
Art. 10/1(n)
• 7 – Vincent Van Quickenborne (1526/8)
• 8 – Vincent Van Quickenborne (1526/8)
Art. 10/2(n)
• 9 – Vincent Van Quickenborne (1526/8)
Art. 10/3(n)
• 10 – Vincent Van Quickenborne (1526/8)
Art. 10/4(n)
• 11 – Vincent Van Quickenborne (1526/8)
Art. 10/5(n)
• 12 – Vincent Van Quickenborne (1526/8)
Art. 10/6(n)
• 13 – Vincent Van Quickenborne (1526/8)
Conclusion de la discussion des articles:
Besluit van de
artikelsgewijze bespreking:
Réservés: les
amendements et l'article 7.
Aangehouden: de
amendementen en artikel 7.
Adoptés article par
article: les articles 1 à 6 et 8 à 17.
Artikel per artikel
aangenomen: de artikelen 1 tot 6 en 8 tot 17.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et l'article réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, het aangehouden artikel en over het geheel zal later plaatsvinden.
02.01 Caroline Désir (PS): Madame la ministre, de quoi et de qui parle-t-on aujourd'hui au travers des interpellations qui vous sont adressées? On parle des femmes, de leur droit à disposer de leur corps, de leur droit de décider si elles veulent ou non avoir un enfant, de leur droit de décider quand elles veulent en avoir un. On parle ici d'une liberté fondamentale conquise de haute lutte.
Aujourd'hui, madame la ministre, je voudrais vous demander de penser à toutes ces femmes qui ont avorté ou qui veulent avorter.
Pensez par exemple à cette jeune fille qui fait la démarche de se rendre dans un centre de planning familial pour mettre un terme à une grossesse non désirée et à qui l'on dit "Non, mademoiselle, vous devez encore attendre six jours pour bien réfléchir. Est-ce que vous pensez sincèrement, madame la ministre, que cette jeune fille n'a pas réfléchi avant de prendre cette décision, qui est sans doute une des décisions les plus difficiles à prendre de sa vie? Pourquoi lui impose-t-on au juste ce délai? Pour la punir? Pour lui permettre de ressentir pendant six jours de plus les symptômes de cette grossesse dont elle ne veut pas? Pour l'infantiliser?
Pensez, madame la ministre, à cette étudiante sous contraception et donc convaincue qu'elle ne peut pas tomber enceinte et qui découvre sa grossesse trop tard pour pouvoir avorter en Belgique. Pensez à cette mère de famille qui, prise par les contraintes du quotidien, n'a pas réussi à obtenir un rendez-vous à temps dans un planning et qui, de ce fait, a dépassé le délai légal. Pensez à cette femme, victime de violences conjugales, sous emprise, dont la situation rend chaque démarche médicale plus difficile et qui, en plus, craint des sanctions pénales en cas de dépassement des fameuses douze semaines.
Ces femmes ne correspondent peut-être pas au cliché d'une décision tardive ou prise à la légère, et pourtant elles existent bel et bien. Chaque année, ce sont entre 400 et 500 femmes qui doivent se rendre à l'étranger, principalement aux Pays-Bas, parce qu'elles ne sont plus dans les conditions pour recourir à une IVG chez nous.
Avec des coûts qui peuvent aller jusqu'à 2 000 euros, la nécessité de s'absenter du travail, d'organiser la garde des enfants, l'isolement face à une intervention réalisée loin de leur environnement médical habituel. Pour les femmes les plus vulnérables, tous ces obstacles sont parfois tout simplement insurmontables.
Face à ces réalités, face aux besoins de ces femmes en termes d'autonomie, de dignité, de santé, que leur répondez-vous? Qu'elles ne doivent finalement rien attendre de ce gouvernement, parce que vous et votre parti ferez barrage à toute avancée en matière d'IVG, à toute avancée pour le droit des femmes, comme vous l'avez d'ailleurs toujours fait.
Madame la ministre, il y a une dizaine de jours, nous avons lu dans la presse – comme vos partenaires de majorité d'ailleurs – qu'il y avait un compromis pour porter le délai légal de 12 à 14 semaines. Quatorze semaines: un chiffre qui n'est ni celui de la science ni celui de la médecine. Un chiffre qui est celui du cd&v. Ces 14 semaines ne changeront absolument rien pour 80 % des femmes contraintes aujourd'hui de partir aux Pays-Bas.
Vous ne me ferez pas croire que cette fuite dans la presse arrive par hasard. Cette fuite, c'est une stratégie de musculation de votre parti. C'est votre manière de dire: "C'est à prendre ou à laisser".
Mme Farih, qui est montée à cette tribune juste après moi la semaine passée, l'a dit assez clairement: "Si avec le cd&v, nous fixons une limite éthique, nous n'avons pas à en avoir honte. Ce n'est pas la science qui déterminera les choix politiques."
Mais ce qui m'a finalement le plus interpellée, c'est l'appel de Mme Farih au premier ministre à respecter les accords. De quel accord parle-t-on ici, puisque l'accord de gouvernement est muet sur les modalités de modernisation de la loi? Cela signifie-t-il que ces 14 semaines ont d'ores et déjà fait l'objet de petits arrangements conclus en marge de cet accord dans le cahier Atoma du premier ministre, comme il se murmure dans les couloirs du Parlement?
Pourtant, madame la ministre, vous le savez, la science a bel et bien parlé. En avril 2023, 35 experts, francophones et néerlandophones, médecins, juristes, psychologues, philosophes, éthiciens, de toutes les universités du pays – y compris, je le rappelle, de la KUL et de l'UCL – ont remis un rapport d'envergure sur notre législation relative à l'IVG.
Ce rapport n'est pas un document militant. Ce n'est pas une prise de position idéologique. C'est un travail scientifique, interdisciplinaire, mandaté par la précédente majorité à laquelle vous apparteniez, madame la ministre.
Que dit ce rapport, justement? D'abord, il dit que la loi de 1990 ne correspond plus aux réalités médicales et sociales actuelles. Ensuite, il dit que les connaissances scientifiques ont considérablement évolué, notamment en matière d'IVG médicamenteuse, d'imagerie et d'appréciation du développement fœtal. Enfin, il dit qu'un ajustement du cadre légal est nécessaire pour garantir un accès effectif, sécurisé et cohérent à l'IVG. Parmi les recommandations unanimes de ces experts figure notamment l'allongement du délai pour recourir à une IVG à un délai minimum de 18 semaines, la suppression du délai obligatoire de réflexion et la reconnaissance de l'IVG comme un soin de santé à part entière.
Madame la ministre, votre proposition permettant un allongement du délai à 14 semaines n'est qu'une proposition contrainte au rabais, dictée non pas par la science ou la médecine, mais par votre obsession de faire de l'IVG l'étendard de votre conservatisme, en imposant votre vision de la société, en totale opposition par rapport aux recommandations formulées par les experts.
Vous dites que les victimes de viol pourront avorter jusqu'à 18 semaines. Pour nous, on touche le fond. Vous leur imposez de prouver qu'elles ont été violées. Comment? Qu'allez vous dire à cette jeune fille qui n'a pas osé déposer une plainte et qui n'a pour seule preuve que sa parole? Que direz-vous à cette mère de famille violée par son mari? Comment osez-vous les placer dans de telles situations? Comment osez-vous faire du droit à l'IVG une monnaie d'échange?
Je vous ai lue dans la presse, où vous affirmiez refuser de faire du marchandage. Dans le même temps, vous pratiquez tout de même une forme de chantage: pas de modernisation de la loi sur l’IVG si le texte de la collègue Van Hoof relatif à un accès élargi à la contraception n’est pas adopté. Pour le coup, nous sommes plutôt d'accord quant à l'accès élargi à la contraception mais, que personne ne s'y trompe, des textes – dont les nôtres – sont sur la table depuis des mois, voire des années. Le cd&v ne les a jamais soutenus.
Madame la ministre, pour comprendre ma colère d'aujourd'hui, je souhaiterais rappeler le chemin parcouru. En 1990, la loi Lallemand-Michielsen constitue une avancée historique, mais déjà très encadrée: une dépénalisation partielle de l'IVG, assortie de conditions strictes et de sanctions pénales. Il s’agit d’une avancée que vous et votre parti n’avez évidemment pas soutenue.
Lorsque cette législature s’achèvera, cette loi aura près de 40 ans. En 40 ans, elle n’aura été modernisée qu’à la marge. Chaque fois qu’une évolution a été possible, votre parti s’y est opposé.
En 2016 déjà, les socialistes déposaient un texte visant la dépénalisation totale de l’IVG. Vous étiez contre, alors que les auditions menées au Parlement nous montraient déjà que l’urgence était aussi d’allonger le délai légal et de supprimer le délai de réflexion.
En 2018, nous sommes revenus avec une proposition allant dans ce sens. Comme vous vous en souvenez, une majorité s’est dégagée en commission de la Justice et notre texte a été adopté, mais il n’a jamais été soumis au vote en séance plénière, parce que votre parti l’a bloqué, notamment en demandant à quatre reprises son renvoi au Conseil d’État.
Lors de la législature précédente, nous avons finalement obtenu que le Parlement puisse travailler sur les dossiers éthiques et nous avons demandé qu’une expertise scientifique indépendante soit menée. Les fameux 35 experts, issus de toutes les universités du pays, ont alors rendu un rapport unanime recommandant notamment un délai minimum de 18 semaines et la suppression du délai de réflexion.
Ce rapport a même fait évoluer les positions de certains partis – n’est‑ce pas, chers collègues des Engagés? – mais pas la vôtre. En effet, au cd&v, vous estimez manifestement savoir mieux que les 35 experts que vous aviez pourtant contribué à mandater. Ces experts ont travaillé sérieusement pendant des mois et ont rendu un rapport unanime. Comme il ne vous plaît pas, vous décidez simplement de l’ignorer.
Si vous décidez qu’on ne peut pas pratiquer d’avortement au‑delà de 14 semaines, c’est votre opinion personnelle, mais en aucun cas vous ne pouvez mépriser un consensus scientifique d’experts que vous avez vous‑même, avec d’autres, mandatés. L’IVG est une liberté individuelle, et vos croyances ne peuvent pas empêcher d’autres femmes d’exercer leur liberté dans un cadre plus large que celui que vous imposez avec vos œillères.
Madame la ministre, aujourd’hui, sur quelles données et sur quelles évaluations vous êtes-vous basée pour déterminer ce chiffre de 14 semaines? En tant que femme ministre de la Justice, avez‑vous conscience de la violence qu’il y a à obliger une femme ou une fille à justifier sa demande par le viol (…)
Les grossesses non désirées peuvent toucher toutes les femmes, toutes les classes sociales. Cela peut même arriver sous contraception. C'est un fait: la majorité des femmes qui ont recours à une IVG utilisent un moyen contraceptif. Il y aura donc toujours des IVG, car aucun moyen contraceptif ne fonctionne à 100 %.
Comme notre collègue l'a bien expliqué, notre législation sur l'IVG n'a plus été adaptée depuis de nombreuses années et ne correspond plus aux besoins des femmes. Chaque année, environ 400 femmes belges se rendent aux Pays-Bas parce qu'elles ont dépassé le délai légal. Face à cela, nous pouvons soit fermer les yeux sur cette réalité et perpétuer cette situation hypocrite soit décider que ces femmes ont droit à des soins de santé en Belgique.
Madame Verlinden, nous avons pris connaissance dans la presse de votre proposition, dont nous avons déjà débattu. Vous proposez de modifier la loi pour passer de 12 à 14 semaines et de réduire le délai d'attente en le maintenant à deux jours. Non seulement cette proposition ne vient en aide qu'à 20 % des femmes qui se rendent aujourd'hui aux Pays-Bas, mais elle est aussi surprenante, parce qu’elle nie le rapport que les experts ont fait.
Ce qui est également surprenant dans votre proposition, c'est que vous prévoyez un délai de 14 semaines, mais de 18 semaines en cas de viol. Indépendamment de ce raisonnement et des problèmes posés par vos arguments, cette proposition n'est ni éthique ni applicable. À un moment où une femme vit déjà une grossesse non désirée à la suite d'un viol et souhaite recourir à une IVG, vous lui imposez de fait de démontrer qu'elle a été victime d'un viol ou de revivre ce traumatisme en devant l'expliquer. Vous ajoutez du traumatisme au traumatisme.
Par ailleurs, vous considérez que les femmes devraient encore être soumises à un délai de réflexion obligatoire. Or une IVG ne se déroule pas immédiatement après être entrée dans un centre de planning familial. Une IVG se planifie, bien entendu. Les médecins qui pratiquent ces interventions exercent en conscience et déterminent du moment où ils vont la pratiquer. Concernant le délai de réflexion obligatoire, l'Organisation mondiale de la santé est très claire: il s'agit d'une mesure paternaliste avec laquelle il faut en finir.
Madame la ministre, je pense que le temps des discussions est désormais révolu. Tous les arguments et tous les faits sont sur la table. Nous connaissons les besoins des femmes. Il est temps de respecter leur volonté, de leur faire confiance et de les laisser disposer de leur corps.
“Baas in eigen buik” was ooit het motto. Daar moeten we misschien opnieuw over nadenken.
Le président: Merci, madame Merckx.
02.03 Katja Gabriëls (Anders.): Mevrouw de minister, de eerste minister stelde vorige week zelf voor dat wij u hier vandaag zouden ondervragen, want in de regering had men duidelijk geen kennis van uw voorzet in de krant omtrent het abortusdossier. De communicatie loopt voorwaar prima in de arizonaregering, nietwaar?
U vertelde hier in plenum drie weken geleden dat het akkoord of beter de oplossing in het dossier van de overbevolking van de gevangenissen, die geen oplossing is, vooral niet het plan-Verlinden is, maar wel dat van uw coalitiepartners. In het aangekaarte dossier doet u net het omgekeerde. U stuurt gewoon het eenzijdige plan-Verlinden, uw veto, naar de pers. Geen overleg met de coalitiepartners, geen overleg met het Parlement, maar wel een interview in de krant waarin u uw grens vastlegt en uw veto aankondigt.
Eerlijk gezegd vind ik dat bijzonder triest voor een dossier als dat over abortus. De ethische thema's zijn veruit de gevoeligste thema's in het Parlement. Al jaren vragen mensen op het terrein aanpassingen aan zowel de wetgeving over abortus als die over euthanasie. Al jaren leveren experten en wetenschappelijke comités ernstig werk. Zij zijn met onafhankelijke adviezen en ernstige conclusies naar ons gekomen. De arizonaregering slaagt er echter niet in om nog maar gewoon rond de tafel te gaan zitten. Volgens de eerste minister weet de regering nog van niets en volgens de heer Seuntjens waren er zelfs nog geen onderhandelingen. Nochtans zeiden alle regeringspartijen vorig jaar in de commissie dat vooruitgang zou worden geboekt op alle ethische thema's, en dat nog voor de zomer. Wat stellen we vandaag vast? Wat hebt u intussen gedaan? Niets, blijkbaar. Het veto dat drie jaar geleden al door cd&v werd gesteld, hebt u opnieuw in de pers gegooid. Niks vooruitgang, alleen stilstand.
Gisteren stelde uw partij zelfs dat er geen afspraken zijn om de dossiers aan elkaar te koppelen, terwijl alle regeringspartijen toen in de commissie verklaarden dat er een historisch akkoord op komst was over die ethische thema's. Grote woorden, weinig concrete beloften. Ik zou bijna durven te zeggen: wie gelooft die mensen eigenlijk nog. Dat is echt beschamend.
U voert een politiek steekspel, maar daar hebben de mensen geen enkele boodschap aan. Integendeel, elke dag moeten mensen zware beslissingen nemen over leven en dood, over hun gezondheid en hun toekomst en u laat hen zwaar in de steek. U legt uw eigen geloof, uw eigen grens op aan anderen. Uw voorzitter ging vorige week zelfs nog een stap verder. Hij noemt partijen met andere meningen partijen die waardeloos omgaan met leven en dood. Ik voel mij niet aangesproken. Hoe ver kan men eigenlijk gaan om zijn eigen gelijk te krijgen?
Volgens ons liberalen kunnen mensen in 2026 perfect zelf beslissen over hun eigen lot, met de steun van een goed zorgsysteem in ons land. Daar hebben ze geen enkele politieke partij voor nodig. Er is op uw vraag een wetenschappelijk rapport gekomen met een unaniem advies. U bent uiteraard vrij om daarvan af te wijken, maar wees daar dan ook eerlijk over. Zeg dan niet dat u de wetenschap volgt en vertel geen wetenschappelijke onzin. Zeg dan dat u gewoon een andere politieke keuze maakt. Ik heb alle respect voor een andere keuze, maar er moet ook respect zijn voor de ja-stem. Dat is nu eenmaal democratie.
Wat mij misschien nog het meest stoort, mevrouw de minister, is dat het debat uiteindelijk niet gaat over wat u denkt of waar uw persoonlijke grens ligt. Ik kan perfect begrijpen en ook aanvaarden als u voor uzelf een bepaalde grens trekt, maar het wordt problematisch wanneer u die grens wil opleggen aan alle vrouwen in ons land en het wordt al helemaal problematisch wanneer u die grens wil opleggen aan een parlement waarin de meerderheid anders denkt. In een democratie maakt niet de minister van Justitie de wet; in een democratie maakt het Parlement de wet.
Daarom heb ik de volgende vragen voor u en ik zou daar graag concrete antwoorden op hebben. Heeft de coalitie een afspraak in Atoma om niet het unanieme advies van het wetenschappelijk comité te volgen, maar om gewoon de visie van cd&v in een wettekst te gieten? Hebt u teksten klaar om in dat andere belangrijke dossier, euthanasie voor mensen met dementie, stappen vooruit te zetten? Of is er daar nog geen enkel overleg geweest, geen enkele tekst voorhanden? Zijn de dossiers voor u gekoppeld? Er bestaat daarover vandaag wat verwarring. Tot slot, misschien de belangrijkste vraag, denkt u nu werkelijk dat u door die manier van werken (...)
02.04 François De Smet (DéFI): Madame la ministre, depuis le temps, nous connaissons tous par cœur la formule de l'accord de gouvernement: "Nous modifions la législation actuelle sur l'avortement après consensus au sein des partis de la majorité". Deux lignes pour un droit fondamental. Deux lignes pour ce que des centaines de femmes vivent chaque année comme un parcours du combattant. Deux lignes qui sont, comme nous l'avions prévu, non pas une ouverture, mais un verrou.
Au début du mois de juin, vous avez annoncé à la presse, sans aucune concertation apparente avec vos partenaires de majorité, votre intention de porter le délai légal de l’IVG de 12 à 14 semaines, avec une exception portant le délai à 18 semaines pour les seules femmes victimes de viol et une réduction de six à deux jours du délai de réflexion obligatoire.
Réduire ce délai, renforcer l'anonymat, sécuriser l'accès des femmes vulnérables, cela pourrait paraître être des avancées, mais cela reste des demi-mesures. La principale d'entre elles, le délai de 14 semaines, consacre même un recul par rapport à ce que la science, les instances d'évaluation et désormais la recherche de terrain nous indiquent.
D'une part, on le sait, un groupe d'experts indépendants a conclu en 2023 que l'avortement devait être autorisé jusqu'à 18 semaines. Ce n'est pas une revendication militante; c'est un consensus scientifique et médical. Vous proposez 14 semaines, non pas parce que la science l’indique, mais parce que ce chiffre correspond au programme électoral de votre formation politique. Autrement dit, vous substituez une limite partisane à une recommandation scientifique.
D'autre part, la Commission nationale d'évaluation de la loi relative à l'IVG a recommandé en 2025 d'allonger le délai légal et de supprimer le délai d'attente de six jours. Vous ne supprimez pas ce délai; vous le ramenez à deux jours. Vous reconnaissez donc qu'il pose problème – sinon, pourquoi le réduire? – mais vous refusez d'en tirer la conséquence logique, qui est son abolition.
Je voudrais amener dans le débat cette étude de l'université d'Anvers, qui est sortie cette semaine et qui a été relayée notamment par De Standaard. Elle a suivi plus de 500 femmes ayant traversé un parcours d'IVG, qui y ont répondu.
Le premier enseignement est accablant pour la logique du délai de réflexion: 93 % des femmes interrogées étaient déjà certaines de leur décision au moment où elles se sont présentées au centre d'avortement. – plus de neuf femmes sur 10. La décision n'est pas prise dans le bureau d'un soignant. Elle est mûrie bien avant, au terme d'un cheminement personnel que l'étude documente précisément.
Dès lors, à quoi sert un délai d'attente imposé par la loi? À rien, sinon à prolonger l'inconfort et à envoyer un message que cette décision exigerait par nature qu'on la pèse davantage. La chercheuse le formule clairement: "Le délai obligatoire, aussi court soit-il, demeure une expression sociale du stigmate qui entoure l'avortement, le signal qu'il faudrait y réfléchir longuement et profondément".
Or, ce stigmate n'est pas une abstraction. L’étude mesure les effets concrets de cette situation. Quatre femmes sur 10 déclarent être déçues d’elles-mêmes à l’idée d’envisager l’intervention, et une proportion similaire éprouve un sentiment de honte. Un quart d’entre elles hésitent plus longtemps, précisément en raison de ce poids social.
Le délai de réflexion ne protège pas les femmes; il alourdit au contraire la charge émotionnelle, ce qui pousse certaines à retarder leur décision et, dès lors, à se présenter plus tard.
L’enquête met également en lumière un parcours bien plus semé d’obstacles qu’on ne l’imagine. Un quart des femmes peinent à trouver le bon moment pour effectuer un test de grossesse. Plus d’une femme sur cinq traverse une phase de déni; 13 % repoussent le test par crainte de la réaction de leur partenaire. Enfin, un quart des femmes ne savent pas immédiatement vers qui se tourner pour obtenir des soins liés à l’avortement.
À ces obstacles personnels s'ajoutent des obstacles administratifs, que la loi elle-même engendre. Certaines femmes subissent le délai de réflexion deux fois, car leur généraliste ou leur gynécologue croit à tort que délai court à partir de leur consultation, alors qu'il ne débute qu'à l'entretien d'accueil au centre.
De même, l'exigence selon laquelle la première consultation et l'intervention devraient avoir lieu dans le même centre pour obtenir le droit au remboursement décourage et retarde.
Madame la ministre, voilà l'argument décisif: un délai de 14 semaines assorti d'un délai de réflexion résiduel de deux jours ne tient aucunement compte du fait que les femmes arrivent déjà tard, non pas par décision, mais parce que le système accumule les freins. Repousser le seuil à 18 semaines et abolir le délai de réflexion, ce n'est pas banaliser l'avortement, mais tenir compte de la réalité documentée de cette trajectoire.
Madame la ministre, premièrement, cet allongement du délai à 14 semaines constitue-t-il une initiative qui fait réellement consensus au sein de votre majorité ou s'agit-il d'une démarche exploratoire, qui doit encore être soumise à des arbitrages? Deuxièmement, pour quelles raisons votre proposition ne rejoint-elle pas le délai de 18 semaines, recommandé par le groupe d'experts indépendants de 2023, et largement partagé au sein de la communauté scientifique? Reconnaissez-vous que le seuil de 14 semaines procède d’un choix politique et non d’une évaluation scientifique? Troisièmement, la commission nationale a recommandé en 2025 la suppression du délai de six jours. À la lumière de l'étude de l'université d'Anvers, qui établit que 93 % des femmes sont déjà certaines de leur décision lors du premier contact, comment peut-on justifier le maintien de ce délai aussi court? Enfin, pouvez-vous démentir formellement que l'aboutissement de cette réforme soit conditionné à l'adoption d'autres textes, qu'il s'agisse de la proposition relative au remboursement de la contraception ou d'autres dossiers (…)
02.05 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, als men als minister een voorstel lanceert, zeker over zo’n delicaat onderwerp als abortus, mogen we toch verwachten dat men dat doet als minister en niet als cd&v-politica die haar eigen ethiek wil opdringen aan de hele samenleving. Want dat is wat vorige week gebeurd is. Het voorstel dat u lanceerde, was een cd&v-voorstel. In het regeerakkoord staat dat er een voorstel uitgewerkt zou worden in consensus, op basis van het wetenschappelijk rapport uit 2023. Maar daar trekt u zich niets van aan.
Er is een wetenschappelijke consensus om de termijn te verlengen van 12 naar 18 weken. Daar trekt u zich niets van aan. Er is een consensus om de wachttijd van 6 dagen af te schaffen, want die is betuttelend. Maar u trekt zich daar niets van aan. U negeert de grote wetenschappelijke consensus en dringt uw eigen ethische grens op aan het Parlement, aan de samenleving en vooral aan al die vrouwen die ongewenst zwanger zijn.
Jullie ontnemen vrouwen hun eigen keuze en dwingen hen tot een zwangerschap en een kind dat ze niet willen. Jullie dwingen hen naar Nederland te trekken om daar wel de nodige zorg te krijgen.
Vrouwen moeten een ruimer kader krijgen om zelf te kunnen beslissen over hun eigen lichaam en hun leven. Dat is voor Groen essentieel. En ja, jaarlijks gaan zo’n 400 vrouwen naar Nederland om hun zwangerschap te doen afbreken. Wie zo’n aartsmoeilijke beslissing neemt, moet in eigen land de nodige fysieke en psychische zorg kunnen krijgen. Die vrouwen stuurt men niet naar het buitenland.
Collega’s, het wansmakelijke en plastische taalgebruik dat mevrouw Farih vorige week gebruikte, kwam recht uit de conservatieve pro-lifebeweging uit de Verenigde Staten en was beneden alle peil. Vrouwen in nood hebben nood aan zorg. Ze hebben geen nood aan een moraliserend cd&v-vingertje. Totaal ongepast. Bedenkelijk.
Dan is er ook de discussie over de wachttijd.
02.06 Nawal Farih (cd&v): (…)
02.07 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): U kon ook interpelleren, mevrouw Farih.
Die wachttijd wil cd&v niet afschaffen, maar op 2 dagen brengen. Nu zijn de abortuscentra verplicht tegen die zwangere vrouw te zeggen dat zij 6 dagen later maar eens moet terugkomen. Dat is doen alsof een vrouw niet heel grondig heeft nagedacht vooraleer zij de stap naar een abortuscentrum zet.
Dat een vrouw dat niet lichtzinnig doet, wordt bevestigd door recent onderzoek van de Universiteit Antwerpen, waaruit blijkt dat 93,3 % van de vrouwen al zeker waren van hun beslissing op het moment dat zij zich aanboden in een abortuscentrum. Overigens, collega's, de gemiddelde leeftijd van een vrouw die kiest voor abortus is 29 jaar. Het gaat vaak over vrouwen die al een gezin hebben, maar wier situatie op dat moment tot die beslissing noopt.
De enige uitzondering die u wilt maken, is bij een zwangerschap na verkrachting. In dat geval zou abortus wel kunnen tot 18 weken. Voor wie in die situatie zit, betekent dat een extra zwaar proces. Wie moet dan vaststellen of aan die voorwaarde van verkrachting werd voldaan? Is dat de arts die de abortus zal uitvoeren? Dat is het werk van justitie.
Dat onderscheid slaat ook nergens op. Wie geen kind wil, hoort niet te worden gedwongen tot de voortzetting van een zwangerschap en een bevalling, ongeacht of de zwangerschap na verkrachting is ontstaan of niet. Er zijn nog vele andere situaties waarin een vrouw pas in een laat stadium ontdekt dat zij zwanger is. Die situaties kunnen ook heel erg schrijnend zijn, maar daar kunnen jullie blijkbaar geen begrip voor opbrengen.
Opvallend is ook dat ik vorige week tot tweemaal toe hoorde vragen aan de premier om zich aan de afspraken te houden. Opnieuw stel ik mij net als de andere interpellanten de vraag welke afspraken dan concreet zijn gemaakt. Graag had ik daar ook een antwoord op gekregen.
Ik richt mij dan ook tot Vooruit. Leden van Vooruit, hoe zit het nu? Jullie zijn in de pers niet tevreden over die 14 weken, maar dat zou blijkbaar wel zo afgesproken zijn in de onderhandelingen. Wat is het nu? Kiezen jullie voor vrouwenrechten en voor de wetenschappelijke consensus of doen jullie dat alleen op sociale media?
Collega's, op 8 oktober 2025 heeft de meerderheid ons voorstel om de termijn te verlengen en de wachttijd af te schaffen weggestemd in de commissie voor Justitie. De meerderheid beloofde toen tegen het einde van het werkjaar, dus over enkele weken, met een oplossing te komen. Ze zal er niet zijn. Die einddatum wordt niet gehaald. Daarom zullen wij volgende week ons voorstel opnieuw ter stemming voorleggen aan de plenaire vergadering. Dan krijgen jullie opnieuw de kans om te stemmen. Onze boodschap is heel duidelijk: laat het Parlement zelf beslissen.
02.08 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, sous la précédente législature, c'est le cd&v qui nous a exhortés au respect, qui nous a demandé de tenir compte de son point de vue et de sa sensibilité dans un contexte où il existait effectivement de profondes divergences au sein du gouvernement. Nous vous avons témoigné de ce respect. Nous avons commandé cette étude, en avons attendu les conclusions et avons pris connaissance de celles-ci. Ces conclusions vous ayant déplu, vous avez décidé de vous asseoir dessus.
C'était déjà, selon moi, un premier manque d'élégance. Mais depuis, vous avez atteint des sommets. Ce dossier était entre vos mains et il l'est toujours. En tant que parti le plus réticent sur cette question, vous aviez une opportunité de défendre une vision rassembleuse et de porter avec responsabilité et apaisement ce dossier sensible, si important pour la vie de milliers de femmes dans notre pays.
Je pense que vous avez vraiment manqué d’élégance et raté une occasion de rassembler autour de ce dossier en venant avec une stratégie dont nous ne connaissons d'ailleurs toujours pas tous les tenants et aboutissants. Ce sera d'ailleurs l'une de mes questions.
Le 6 juin dernier, toutes et tous, nous avons découvert dans la presse votre intention de soumettre au gouvernement une proposition de réforme de la législation relative à l'IVG. Je dis "nous", parce que le premier ministre nous a indiqué ici même la semaine dernière qu'il avait lui aussi découvert cette proposition dans la presse. Est-ce vrai? Je n'en sais rien. Toujours est-il que les propositions avancées s'éloignent très fortement des recommandations formulées par les experts.
Vous proposez ainsi de porter le délai légal à seulement 14 semaines seulement au lieu de 18. Vous souhaitez également maintenir un délai de réflexion obligatoire, alors que tous les experts et témoignages recueillis s'accordent à dire que cet outil n'a plus de sens dans la pratique actuelle. Une femme qui se présente pour demander un avortement a déjà pris sa décision dans une immense majorité des cas. Et puis, de toute façon, une personne aura toujours le temps de réfléchir après son premier rendez-vous, si elle le souhaite.
Vous savez très bien qu'une personne qui souhaite avorter le fera dans tous les cas. La question, aujourd’hui, n’est donc pas de savoir si un avortement aura lieu ou non, mais dans quelles conditions il aura lieu. Nous savons qu’une femme déterminée à avorter cherchera le moyen de le faire. C’est le cas de 400 à 500 femmes qui, chaque année, se rendent aux Pays‑Bas.
J’ai déjà parlé du délai légal, mais il y a aussi cette question de la possibilité d’avorter en cas de viol. Cela me pose un problème fondamental parce que vous établissez une hiérarchie de valeurs entre les victimes. Il y aurait d'abord les bonnes victimes, celles qui avortent pour des raisons "sérieuses"; et puis, il y aurait celles qui avorteraient de manière frivole, pour de "mauvaises" raisons. Chaque femme qui avorte a ses raisons, qui sont parfaitement légitimes. Comment pouvez‑vous même en douter?
Madame la ministre, sur quelles études scientifiques, médicales ou juridiques vous êtes‑vous fondée pour retenir les conditions que vous avez proposées à vos partenaires de majorité? Pour quelles raisons maintenir le délai de réflexion obligatoire? Pour quelles raisons fixer la limite à 14 semaines? Ensuite – et c’est la question centrale – existe-t-il un accord au sein de votre gouvernement autour de votre proposition de loi? Est‑il vrai que le premier ministre l'a découverte dans la presse?
Je vous remercie.
02.09 Annelies Verlinden, ministre: Monsieur le président, chers collègues, comme je l’avais préalablement indiqué au Parlement, mon absence en séance plénière jeudi dernier s’expliquait par un déplacement à Rabat, à l’invitation de mon homologue marocain, afin d’aborder la question du retour des ressortissants marocains détenus dans nos prisons surpeuplées.
J’avais alors précisé que je serais disponible cette semaine pour fournir les éclaircissements souhaitables, et c’est donc avec respect que je réponds aujourd’hui à vos questions.
L'interruption volontaire de grossesse est une thématique qui touche profondément de nombreuses personnes au sein de notre société en ce qu'elle soulève des considérations éthiques, sociétales et personnelles fondamentales. Chacun peut donc avoir des convictions très différentes sur ce sujet, et c'est précisément pour cette raison que ce dossier n'admet ni affirmations péremptoires ni formules provocatrices, mais appelle au contraire la rigueur et la sérénité qui s'imposent.
Dans ce contexte, je souhaite vous présenter l'état d'avancement des travaux en cours dans le cadre des engagements pris à ce sujet par le gouvernement et ce Parlement.
Omdat ik het zelf belangrijk vind te kunnen beschikken over een weloverwogen en geschikt actueel wettelijk kader voor de meest fundamentele menselijke vraagstukken, heb ik van deze dossiers in mijn hoedanigheid van minister van Justitie van bij de aanvang van deze legislatuur dan ook prioritair werk gemaakt.
De framing over vertraging zit er dus volledig naast. We hebben immers onmiddellijk aan het begin van deze legislatuur de verschillende ethische werven opgestart en er is al ontzettend veel werk verricht. Het gaat om zeer complexe dossiers. Dat discussies over ethische thema's zich niet in een strikt tijdskader laten dwingen, is nogal wiedes. We voeren deze werkzaamheden dus met een realistische en gepaste tred uit en houden daarbij vanzelfsprekend, zoals het hoort, ook rekening met de regelingen hierover tussen de regeringspartijen.
Vanuit het belang dat ik zelf aan deze kwesties hecht en loyaal aan mijn opdracht vanuit de regering heb ik, wat de justitiebevoegdheid betreft, wetgevende teksten voorbereid inzake de vrijwillige zwangerschapsafbreking. Tegelijkertijd hebben we sinds de start van deze regering voor Justitie tekstvoorstellen opgemaakt omtrent de regulering van draagvrouwschap. Hierover hebben we ook al met alle meerderheidspartijen zeer constructieve en inhoudelijk interessante overlegmomenten gehouden.
Over onze justitietekstvoorstellen van
eerder dit jaar verwachten we nog de feedback en insteken van onder meer de FOD
Volksgezondheid en het FAGG. Ook andere stakeholders, zoals de
fertiliteitscentra, zullen nog worden geraadpleegd, waarna de besprekingen
binnen de regering kunnen worden voortgezet. Dit loopt dus, collega's.
En plus, les engagements figurant dans l'accord de gouvernement en vue de l'élaboration d'un cadre légal pour l'euthanasie des personnes souffrant de démence sont déjà mis en œuvre. Il va sans dire que cette question appelle, elle aussi, un débat à part entière, particulièrement serein et attentif. Comme toujours et comme il est habituellement d'application pour ces dossiers, le SPF Justice examine ce dossier et fera part de ses travaux dans les prochains mois. Le débat pourra ensuite se poursuivre avec les différentes parties prenantes, dans et en dehors du gouvernement. Dans ce dossier également, le travail est en cours.
En ce qui concerne les dons anonymes, un dossier découlant de la jurisprudence et porté par mon collègue de la Santé publique, les discussions sont encore en cours au sein de la majorité, à l'issue desquelles le texte pourra être soumis à l'avis du Conseil d'État.
Zijn deze ethische thema's gemakkelijke thema's? Dat zou het zonlicht ontkennen zijn. Bestaan daarover sterk uiteenlopende overtuigingen in de samenleving en in het Parlement? Ook dat is kristalhelder. Past de discussie over vrijwillige zwangerschapsafbreking in het gevoelige evenwicht tussen de autonomie van de vrouw en de beschermwaardigheid van het ongeboren leven? Weinig discussies zijn zo delicaat als deze. Juist in die omstandigheden wordt een beroep gedaan op politiek en moreel leiderschap, op basis waarvan we weloverwogen stappen vooruitzetten.
Dat ik voorafgaand aan het reces van dit jaar een voorstel over vrijwillige zwangerschapsafbreking heb voorgelegd, past in die benadering en kan bezwaarlijk als een verrassing worden voorgesteld. Ik heb gedaan wat door het Parlement en de regering werd gevraagd. Noch de timing, noch de inhoudelijke krachtlijnen van dit voorstel komen dus onverwacht. De timing volgt immers uit de expliciete vraag die vorig najaar vanuit dit Parlement aan de regering werd gesteld om vóór het zomerreces met een voorstel te komen, dat vervolgens als wetsvoorstel kan worden behandeld. Onze fractie heeft in de commissie voor Justitie op 8 oktober nog bevestigd dat wij op dat moment al aan een tekst werkten, met de bedoeling om die tegen het einde van het politieke werkjaar 2025-2026 in te dienen bij het Parlement. Dat is dus gewetensvol de gevolgde timing.
Ook over de inhoudelijke krachtlijnen van het voorstel kan verbazing alleen geveinsd worden, aangezien die hun oorsprong vinden in de afspraken die hierover tijdens de regeringsonderhandelingen werden gemaakt.
Dat sommigen verrast zijn door de rechtlijnigheid van onze partij in dit dossier, vind ik op zijn minst opmerkelijk. Bij het voorstel is, na kennisname van de wetenschappelijke inzichten, maar ook met veel respect voor de uiteenlopende ideologische en diepmenselijke overtuigingen van de partijen rond de tafel, vertrokken van een evenwicht tussen de autonomie van de vrouw en de bescherming van het ongeboren leven. Dat evenwicht, zoals opgenomen in het voorstel, weerspiegelt de realiteit van een pluralistische samenleving.
Ter illustratie daarvan kan ik onder meer verwijzen naar de vele berichten die ik de afgelopen weken heb ontvangen van mensen die vinden dat veertien weken na de conceptie veel te ver gaat, vaak met uitgesproken plastische foto's als bijlage. Net zo goed heb ik berichten ontvangen van mensen die vasthouden aan achttien weken en alles daartussen.
De autonomie van de vrouw is inderdaad een fundamentele waarde. We zijn niet tegen vrouwenrechten, zoals sommigen hier vanavond heel simplistisch hebben voorgesteld. We pleiten ook niet voor de afschaffing van abortus, uit respect voor de autonomie van de vrouw.
Tegelijkertijd leeft bij velen de overtuiging dat het ongeboren leven, dat niet voor zichzelf kan opkomen, respect en bescherming verdient. Zorgen voor wie niet voor zichzelf kan zorgen, zie ik overigens als een diepmenselijke opdracht. Die overtuiging beperkt zich geenszins tot één levensbeschouwelijke stroming, maar is breed verankerd in onze samenleving en loopt, voor zover ik kan afleiden uit de gesprekken die ik heb gevoerd, ook dwars door verschillende politieke partijen heen.
Het is de verantwoordelijkheid van de politiek om, rekening houdend met al die verschillende overtuigingen, een zorgvuldig evenwicht na te streven. Overigens zijn degenen die, in naam van liberale of progressieve standpunten, een overtuiging die niet de hunne is, zoals bijvoorbeeld mijn persoonlijke mening, zonder omhaal en terstond wegzetten als schandelijk of afschuwelijk, in mijn ogen ideologisch niet erg rechtlijnig.
We leven bovendien in een representatieve democratie. Wetenschappelijke inzichten zijn daarbij onmisbaar om het democratisch debat te informeren, maar - en dat zeg ik met veel respect voor allerlei experten - zij kunnen de politieke afweging en besluitvorming niet vervangen, zeker niet bij een onderwerp als dit. Het is aan politici om, rekening houdend met die inzichten op basis van een ethische en maatschappelijke overtuiging, keuzes te maken, daarvoor verantwoordelijkheid op te nemen en verantwoording af te leggen. Overigens, mocht er altijd een absolute grondslag bestaan voor het doorzetten van wetenschappelijke adviezen in regelgeving, dan hadden de vorige ministers van Justitie ook niet beslist om de straffen tot drie jaar op dat moment volledig uit te voeren, mevrouw Gabriëls.
Conformément aux accords conclus, la proposition relative à l'interruption volontaire de grossesse prévoit un allongement du délai légal ainsi qu'une réduction du délai de réflexion obligatoire à deux jours. Si, sur certains points, la proposition va au-delà de ce qui avait été initialement convenu, c'est avant tout dans un souci de protection des femmes victimes de violences sexuelles. Pour ces femmes, la décision d'interrompre une grossesse peut s'accompagner de circonstances particulièrement traumatisantes et bouleversantes, qui peuvent requérir davantage de temps et de réflexion. C'est la raison pour laquelle un équilibre spécifique est prévu afin de tenir compte de leur situation particulière.
Enfin, des mesures d'accompagnement sont également proposées en vue d'améliorer l'accessibilité aux soins et d'en développer le cadre. Une attention particulière est notamment accordée au renforcement de l'accompagnement physique et psychologique des femmes qui interrompent leur grossesse au cours du deuxième trimestre. Au-delà des dimensions juridique et éthique de ce débat, nous ne devons jamais perdre de vue la réalité humaine qui le sous-tend.
La décision d'interrompre une grossesse à ce stade ainsi que la lourde intervention médicale qu'elle implique peuvent avoir des répercussions physiques et émotionnelles considérables. L'accent est également mis sur des initiatives destinées à faciliter l'accès aux soins pour les femmes en situation de vulnérabilité ainsi que sur un accès élargi à la contraception. La situation de certaines femmes confrontées à des IVG à répétition, comme cela arrive parfois aujourd'hui, est loin d'être souhaitable. Notre objectif est de construire une société plus solidaire et attentive à chacun. Sur ces aspects également, nous nous inscrivons dans le prolongement des engagements pris dans l'accord de gouvernement.
Collega's, de vaststelling moet zijn dat wat we de voorbije maanden hebben uitgewerkt, wat we hier bespreken en wat we de komende tijd zullen afmaken, voortbouwt op de politieke besprekingen tussen de regeringspartijen tijdens de regeringsonderhandelingen. Die afspraken omvatten inderdaad ook een wetgevende opdracht voor de minister van Justitie inzake de verschillende ethische thema's. Gelet op het feit dat ik enorm veel gewicht geef en waarde hecht aan morele kwesties, werk ik verder aan die opdracht binnen het afgesproken kader. Dat de tijdens de regeringsonderhandelingen gemaakte afspraken over de ethische thema's ondertussen door bepaalde politici worden weggezet als iedereen was het beu, het was al laat, er zijn in het verleden afspraken rond een zogenaamd ethisch pakket gemaakt tot de houding van cd&v is deloyaal, terwijl het voorstel over vrijwillige zwangerschapsafbreking op de gemaakte afspraken is gebaseerd, is al te gemakkelijk, zeker als het gaat over thema's die raken aan leven en dood.
Transparantie wordt niet plots minder charmant wanneer ze niet door de ene of andere partij wordt geregisseerd. Elk ethisch thema verdient wat mij betreft een volwaardig eigen debat. We staan dus niet stil en werken voorstellen uit voor elk thema, met de ernst en de sérieux die die thema's verdienen.
Pour conclure, je souhaite m’associer aux propos tenus par le premier ministre la semaine dernière dans cet hémicycle concernant les tensions personnelles, les débordements et les clameurs. Dans cette enceinte et en dehors de celle-ci, de tels comportements doivent absolument être évités lorsque sont abordées des thématiques aussi sensibles. Telle est également ma conviction.
En tant que ministre de la Justice au sein du gouvernement Arizona, je continuerai à œuvrer sur ces questions éthiques.
La vraie question est de savoir ce que vous allez faire, chers collègues de Vooruit, du MR et des Engagés. Vous battrez-vous pour une réforme ambitieuse? Tiendrez-vous parole en gardant comme boussole le consensus scientifique? Ou céderez-vous et ferez-vous de l'avortement un objet de marchandage au service d'autres équilibres politiques?
D'ailleurs, sur quel accord secret se fonde cette proposition prétendument d'équilibre à 14 semaines? M. Prévot n'a-t-il pas déclaré, lors de la formation de ce gouvernement, que Les Engagés auraient une totale liberté de vote et d'opinion sur cette question de l'avortement? Il avait même précisé qu'une majorité au sein de votre groupe, chers collègues des Engagés, soutenait l'allongement à 18 semaines. M. Bouchez n'a-t-il pas affirmé dans cette Assemblée que la liberté de vote était garantie et que cette promesse s'accompagnerait, avec le MR, d'avancées concrètes sur ce dossier? Et vous, chers collègues de Vooruit, va-t-on vous permettre de voter en votre âme et conscience sur notre texte, par exemple, sans vous imposer une discipline de majorité?
La question n'est, aujourd'hui, plus seulement celle du seuil retenu. Elle est plus fondamentale: qui, dans cette majorité, est encore prêt à défendre les conclusions des experts lorsque celles-ci ne coïncident pas avec la ligne idéologique du cd&v? Parce que, si chaque parti commence à ajuster ses positions pour éviter le blocage, alors ce n'est plus un compromis, c'est une capitulation progressive. Dans cette logique, je vais vous le dire, chers collègues, ce sont toujours les femmes qui en paient le prix. Je vous remercie et je dépose une motion
Le président: Je remercie Mme Désir, qui dépose également une motion de recommandation
02.11 Sofie Merckx (PVDA-PTB):. Le débat sur l'IVG est un débat sérieux et important qui touche au droit des femmes. Quand j'entends, une fois de plus, les discussions ici, mais aussi dans les médias, je me dis que les femmes méritent mieux que ce marchandage qui dure depuis tant d'années et que ce profilage politique.
Si vous dites vouloir défendre le droit des femmes, je tiens seulement à vous rappeler que la science et la réalité du terrain démontrent précisément que c'est dans les pays dotés d'une législation étendant assez largement le délai légal que les femmes peuvent prendre pleinement possession de leur corps, libérer la parole et parler ouvertement de l'IVG et aussi que le risque que cela se reproduise soit réduit.
Aujourd'hui, je voudrais m'adresser à toutes ces femmes qui, depuis sept ans que je défends ce dossier ici, sont venues se confier à moi en me disant: "Sophie, moi aussi j'ai fait une IVG, j'ai été aux Pays-Bas, je suis contente que vous vous battiez pour cela et je vous en parle." En effet, qu'avez-vous fait, avec votre discours? Vous avez rajouté encore une couche de culpabilisation des femmes qui prennent ces décisions. C'est ce que vous faites, alors qu'elles n'en ont pas besoin. Et je m'adresse à toutes ces femmes qui ont décidé un jour de faire une IVG, à toutes ces femmes qui, au moment d'avoir une grossesse non désirée, décident de faire une IVG. Oui, elles ont le droit de disposer de leur corps. Oui, vous avez le droit de disposer de votre corps. Oui, vous avez le droit de faire une IVG. Oui, nous vous faisons confiance. Et oui, votre corps, c'est votre choix.
Monsieur le président, j'ai aussi une motion de recommandation à vous transmettre.
Le président: Merci, madame Merckx.
02.12 Katja Gabriëls (Anders.): Mevrouw de minister, u wist toch dat u naar Marokko ging. Het was u, het was uw partij die een persbericht lanceerde dat iedereen zich in zijn koffie deed verslikken op zaterdagochtend. Uw partij koos er vorige week nog eens voor om de boel hier op te poken. U zegt dat u al hard hebt gewerkt, maar niemand weet van iets. Dat is wel bijzonder vreemd, want er ligt geen tekst voor. Ik zie de mensen van Vooruit knikken. Er is zeker geen overlegde tekst. Dat u hier nu, na 40 jaar abortusrechten, komt zeggen dat u niet voor de afschaffing van abortus bent, waarop slaat dat eigenlijk? Wie heeft dat hier vandaag gezegd? Dat is toch echt volledig naast de kwestie. U verwijst naar een passage in het regeerakkoord en naar afspraken die u kent en de anderen niet. Uw parlementsleden van de meerderheid hebben wel beloftes gemaakt over de voortgang in dat dossier. We zijn intussen anderhalf jaar verder. Het rapport ligt er al drie jaar en u kreeg van Arizona de verantwoordelijkheid om het dossier te trekken. Waarschijnlijk, mijnheer Seuntjens, was dat de eerste verkeerde beslissing in dat Atomaschriftje.
In 2026 is het niet aan één partij om haar eigen wil op te dringen. Mensen kunnen die keuzes echt wel zelf maken. U zegt dat niet de wetenschap de politiek bepaalt. Uiteraard klopt dat. Politici moeten zich laten informeren door de wetenschap en op basis daarvan hun eigen beslissingen nemen. Daarom heb ik twee vragen.
Waarom hebben we er in 2020 dan weken over gedaan, ook op uw vraag, om ervoor te zorgen dat dat comité zorgvuldig werd samengesteld? Toen hebben 35 experten uit allerlei universiteiten in België en uit verschillende vakgebieden unaniem advies gegeven. U hebt echter, zoals ik een week geleden al zei, op de dag zelf het rapport in twijfel getrokken en uw eigen grens bepaald, los van dat advies. U kwam toen al met 14 weken en een uitzondering voor verkrachting. Intussen zijn er drie jaar voorbijgegaan. U mag uiteraard altijd uw conclusies trekken, dat betwist hier niemand. Heb echter ook respect voor de wetenschap en voor het feitelijke werk dat die experten hebben geleverd en vertel geen onwaarheden.
Uiteraard geldt het primaat van de politiek; daarvoor zijn we hier ook. We leven in een democratie. Het is dus de bedoeling dat we met al die wetenschappelijke kennis eindelijk gaan stemmen, dat we het Parlement zijn werk laten doen en dat we respect hebben voor die scheiding der machten.
Vooral de mensen zijn vandaag van belang. Het gaat niet om ons en niet om de keuzes die we zelf maken, het gaat om al die mensen die vandaag, op dit eigenste moment, voor zichzelf zware keuzes moeten maken. U steunt hen niet.
Wanneer die mensen langskomen met open brieven, petities en schrijnende verhalen over een keuze voor een te vroege dood of over een eenzame weg naar Nederland, dan luistert u wel, maar u stuurt hen weg met wat sussende woorden, een schouderklopje en vooral loze beloftes. Dat is heel schrijnend, het is eigenlijk een politiek schouwspel waar ik geen deel van wil uitmaken.
Ik ben het wel over één ding met u eens, mevrouw de minister: elk thema verdient ook voor ons een eigen, ernstig debat. Ik vraag me alleen af hoe u zaterdag tot een overeenkomst zult komen. Daarnet zagen we het nog in Villa Politica: mevrouw Farih zei letterlijk dat iedereen van de afspraak op de hoogte is, terwijl de heer Seuntjens twee minuten later zei dat hij geen weet heeft van afspraken. Ik heb ook niet het gevoel dat u door uw antwoord van daarnet, mevrouw de minister, naar elkaar toe bent gegroeid, maar dat kunt u natuurlijk zelf beoordelen. Daarom zou ik zeggen, ook tegen Vooruit en de anderen: stop de hypocrisie. Ethische thema's verdienen veel beter dan dit.
Collega's, eigenlijk is dit gewoon een oproep aan u. Het is nu aan u, aan de 150 vertegenwoordigers van het volk. Stem volgens uw eigen overtuiging, uw eigen normen en waarden. Voor alle duidelijkheid: ieder van ons heeft een ethisch kompas. Ook wij hebben waarden en normen. Dat is niet alleen voorbehouden aan de christendemocratie.
Denk vooral, tot slot, aan al wie echt nood heeft aan dat nieuwe wetgevende kader, zodat ze in ons land perfect uitstekende zorg en begeleiding kunnen krijgen.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Gabriëls. U hebt ook een motie van aanbeveling ingediend.
02.13 François De Smet (DéFI): Je vous remercie, madame la ministre.
Je crois qu’il faut prendre le temps de décrypter les sous‑titres de votre discours, parce que vous nous avez apporté des informations.
Premièrement, vous avez assez fortement suggéré – sans le dire clairement – qu’il y a bel et bien un accord sur les 14 semaines au sein de l’accord de gouvernement. C’est peut‑être implicite, mais c’est tout de même la manifestation la plus proche de l’Atoma, chers collègues, que nous ayons eue depuis un an et demi.
Et si l’on pousse l’interprétation, on a l’impression que vous avez pris vos collègues par surprise en faisant cette annonce dans la presse. Peut‑être l’avez‑vous fait parce que vous en aviez un peu assez que les autres n’assument pas ces 14 semaines. Dès lors, à un moment donné, vous avez décidé de faire pression sur eux.
Deuxièmement, vous avez annoncé que nous allons nous retrouver devant un grand marchandage bioéthique. Je trouve cela assez choquant. Vous avez évidemment évoqué l’IVG, mais aussi la loi sur l’euthanasie ainsi que les dons anonymes. Ces dossiers sont extrêmement importants, chacun à leur manière, mais ne devraient pas, selon moi, être liés. Nous avons l'impression qu'on parle d’un accord socio‑économique dans lequel on aurait la TVA ou l’IPP. Ce grand marchandage bioéthique ne doit pas se dérouler de cette manière.
J’ai bien observé les applaudissements qui ont suivi votre discours. Ni Vooruit, ni le MR, ni la N‑VA n’ont applaudi. Les Engagés ont applaudi, ce qui m’a surpris, parce qu’on nous avait dit que vous aviez eu le courage de changer. Mais à part Les Engagés – et votre parti –, vous êtes ici relativement seule. Et tout de même, chers collègues, depuis combien de temps, depuis combien de législatures existe‑t‑il une majorité démocratique qui souhaite en finir avec cette histoire d’IVG et aboutir à un délai de 18 semaines? Très longtemps. Trop longtemps.
Combien de temps allons‑nous encore être bloqués par un seul parti? Il est vraiment temps de libérer le vote des parlementaires. Je sais que notamment Vooruit et le MR partagent cette conviction. Nous ne pouvons rester avec ce verrou plus longtemps. Chers collègues de la majorité, libérez enfin vos ouailles et libérez le vote de ce Parlement.
02.14 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, uw antwoord was verhelderend en u hebt opmerkelijke uitspraken gedaan. Ik noteer dat er afspraken zijn gemaakt tijdens de regeringsonderhandelingen, dat u werkt binnen die afspraken en dat u verbaasd bent over de wat u geveinsde onwetendheid bij sommigen noemde. De sfeer is blijkbaar bijzonder goed in uw regering.
U blijft vasthouden aan de wachttijd, maar kunt u dan echt niet begrijpen hoe moeilijk het is voor een vrouw met een ongewenste zwangerschap om verplicht minstens zes dagen of twee dagen in uw voorstel – in de praktijk is het soms langer – te moeten wachten? Rein Bellens, die 40 jaar als abortusarts heeft gewerkt, pleit voor een wachttijd op maat. Dat houdt in dat de vrouw, in overleg met de hulpverlening, zelf de timing bepaalt. Dat is zelfbeschikkingsrecht van de vrouw. Soms zal dat resulteren in geen wachttijd, wat dan ook wettelijk mogelijk moet worden gemaakt, en soms zal er wel tijd genomen worden, zolang als de vrouw dat zelf wil. Daarom moet de verplichte wachttijd verdwijnen.
Dan is er de discussie over het aantal weken. In sommige situaties valt de beslissing voor een zwangerschapsafbreking na 12 of 14 weken. Die situaties kunnen bijzonder schrijnend zijn. Mensen zeggen wel eens dat men toch wel binnen de 12 of 14 weken zou moeten weten dat men zwanger is, maar dat is niet zo. Ik verwijs opnieuw naar een boek van Rein Bellens en raad u aan het te lezen. Zij geeft daarin een aantal voorbeelden uit haar praktijk. Een vrouw van 43 jaar denkt dat ze in de menopauze is. Ze heeft geen argwaan, want ze heeft zich vijf jaar tevoren laten steriliseren, maar toch wordt ze zwanger. Dat gebeurt, maar dat negeert u, collega's. Of een huisarts interpreteert een bloeduitslag foutief. Hormonen in het bloed stijgen in het begin en dalen daarna. De waarde bij 8 weken zwangerschap kan dezelfde zijn als bij 16 weken en het gebeurt soms dat een arts ten onrechte tegen een vrouw zegt dat ze 8 weken zwanger is, terwijl ze 16 weken zwanger is.
In uw voorstel is er dan geen oplossing meer. Zo zijn er tal van situaties waarbij de zwangerschap pas na 12 of 14 weken wordt vastgesteld. Voor Groen hebben ook die vrouwen recht op passende zorg. Om die reden is de beperking tot 14 weken in uw voorstel onvoldoende, want u zegt eigenlijk aan die vrouwen dat ze de zwangerschap maar moeten uitdoen. Wie dat niet wil, wordt door u gestigmatiseerd. Wie kan, gaat naar Nederland, maar evengoed zijn er situaties waarbij vrouwen gevaarlijke dingen doen. Een korte abortustermijn betekent niet minder abortussen, maar wel meer abortussen in het buitenland of meer illegale abortussen.
Collega’s, ik heb enorm veel respect voor ieders mening en voor ieders grens. Als sommige collega’s hier in het halfrond 12 weken, 14 weken of 18 weken te verregaand vinden en niet in overeenstemming kunnen brengen met hun geweten en die grens in eer en geweten voor zichzelf trekken, heb ik daar alle respect voor. Mogen we dan ook vragen dat er respect is voor de andere meningen? Nu blokkeert een minderheid het hele Parlement en blokkeert ze op die manier levensbelangrijke zorg voor vrouwen die daar vandaag nood aan hebben.
Collega’s, er is in het Parlement een meerderheid om de wet aan te passen in lijn met de wetenschappelijke consensus. Er is een meerderheid om de termijn te verlengen van 12 naar 18 weken en om de wachttijd af te schaffen.
Mevrouw de minister, u zei terecht dat we leven in een representatieve democratie. Wel, laat de representatieve democratie dan ook haar werk doen. Laat het Parlement dus vrij stemmen, zodat de 150 leden zich in eer en geweten kunnen uitspreken over de voorliggende voorstellen. Ook dat is democratie. Het blijft maar bij discussies; die te lang aanslepen. Vrouwen wachten al veel te lang op een ruimer recht om over zichzelf, over hun eigen leven en lichaam te kunnen beslissen. De argumenten zijn bekend. Alle argumenten zijn bekend. Alle studies zijn er. Alle experten hebben hun zeg gedaan. Alles ligt op tafel. Het is nu tijd om te beslissen en niet langer toe te geven aan de chantage van cd&v.
02.15 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Merci, madame la ministre. Je dois vous avouer que je vous ai trouvée culottée de nous appeler au respect, à la sérénité et à nous interdire de faire des déclarations péremptoires. Mais qui a jeté un énorme pavé dans la mare en diffusant un communiqué de presse contenant des propositions qui, nous dit-on aujourd'hui, n'auraient pas été concertées, mais qui semblent pourtant l'avoir été? Des propositions qui ne correspondent ni à la réalité vécue par les femmes de ce pays, ni à leurs besoins, ni au consensus scientifique.
Qui, sinon vous? Et de qui vient l'idée, d'ailleurs? Je pense que c'était celle de M. Mahdi. Je pense bien. Ne pensez-vous pas aujourd'hui que cette petite stratégie – dont j'ignore les motivations exactes – a causé beaucoup de tort? S'agissait-il de réactiver un électorat conservateur? De remonter dans les sondages? C’était ça, le plan?
Quoi qu'il en soit, vous avez fait beaucoup de mal.
Lorsque vous dites que ce débat est complexe, je vous réponds qu'il est mûr. Parce que des discussions, nous en avons eu pendant des dizaines et des dizaines d'heures. Sous la précédente législature, nous avons organisé des auditions auxquelles ont participé des dizaines d'intervenants. Nous disposons aujourd'hui d'un rapport scientifique qui éclaire pleinement les besoins des femmes et ce qu’il y a lieu de faire. Nous recevons également chaque année les chiffres et recommandations de la Commission nationale d'évaluation de l'interruption volontaire de grossesse. Les cartes sont donc sur la table et les éléments sont connus.
Vous avez parfaitement le droit d'avoir vos convictions. Mais je pense par contre que vos convictions religieuses ne devraient pas empêcher certaines femmes d'avoir recours à un avortement lorsqu'elles en ont besoin, quelles que soient leurs raisons. Car leurs raisons sont légitimes.
Madame la ministre, faites confiance aux femmes. Faites confiance aux femmes. Les femmes ne sont pas des enfants qu'il faut protéger d'elles-mêmes. Une femme qui décide d'avorter a ses raisons et sait pourquoi elle prend cette décision. Faites-lui confiance.
Personne ne sera jamais obligé d'avorter s'il ne le souhaite pas. Mais nous devons garantir l'accès à ce soin de santé. C'est essentiel. Faites également confiance aux médecins. Ils savent ce qu'ils font. C'est leur métier.
Aujourd'hui, ce que nous vous demandons, c'est de laisser ce Parlement voter en son âme et conscience. Nous ne demandons à personne de voter pour ce texte. Nous demandons simplement que celles et ceux qui souhaitent le soutenir puissent le faire. Libérez cette décision. Ne la liez pas à de grands accords.
Libérez ce texte, s'il vous plaît, pour elles toutes.
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Caroline Désir en luidt als volgt:
"De Kamer,
gehoord de interpellaties van de dames Caroline Désir, Sofie Merckx, Katja Gabriëls en Sarah Schlitz en van de heren François De Smet en Stefaan Van Hecke
en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee,
geeft de regering de aanbeveling
de abortuswetgeving te moderniseren overeenkomstig de aanbevelingen van het interuniversitair, multidisciplinair en onafhankelijk comité belast met de studie en de evaluatie van de praktijk en de wetgeving inzake vrijwillige zwangerschapsafbreking, en meer bepaald
- de wettelijke termijn voor een abortus op 18 weken vast te stellen;
- de bedenktijd van zes dagen af te schaffen;
- de strafrechtelijke sancties voor vrouwen te schrappen; en
- abortuszorg te erkennen als een volwaardige vorm van gezondheidszorg."
Une première motion de recommandation a été déposée par Mme Caroline Désir et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mmes Caroline Désir, Sofie Merckx, Katja Gabriëls et Sarah Schlitz et de MM. François De Smet et Stefaan Van Hecke
et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord,
recommande au gouvernement
de procéder à la modernisation de la législation relative à l’IVG en suivant les recommandations formulées par le Comité interuniversitaire, multidisciplinaire et indépendant en charge de l’étude et de l’évaluation de la pratique et de la loi relatives à l’interruption de grossesse, notamment
- en portant le délai légal pour recourir à une IVG à 18 semaines;
- en supprimant le délai dit de réflexion de 6 jours;
- en supprimant les sanctions pénales pour les femmes;
- et en reconnaissant l’IVG comme un soin de santé à part entière."
Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Sofie Merckx en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de dames Caroline Désir, Sofie
Merckx, Katja Gabriëls en Sarah Schlitz en van de heren François De Smet
en Stefaan Van Hecke
en het
antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee,
- overwegende dat abortus een recht is;
- overwegende dat de huidige wet de toegang tot dat recht belemmert;
- overwegende dat het expertenadvies, gedragen door een brede groep academische en medische specialisten, unaniem aanbeveelt om de abortustermijn uit te breiden tot minstens 18 weken en de verplichte wachttijd af te schaffen;
- overwegende dat jaarlijks ongeveer 400 vrouwen uit België uitwijken naar Nederland om een abortus te kunnen laten uitvoeren buiten de Belgische wettelijke termijn;
- overwegende dat verplichte wachttijden een bijkomende drempel vormen voor zorg, zoals bevestigd in wetenschappelijke literatuur;
- overwegende dat het huidige voorstel van Verlinden de wetenschap en de realiteit van vrouwen naast zich neerlegt;
vraagt de regering
- om de wettelijke abortustermijn op te trekken tot 18 weken;
- om de verplichte wachttijd af te schaffen."
Une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mme Sofie Merckx et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mmes Caroline Désir, Sofie Merckx, Katja Gabriëls, Sarah Schlitz et de MM. François De Smet et Stefaan Van Hecke
et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord,
- considérant que l'avortement est un droit;
- considérant que la loi existante entrave l'accès à ce droit;
- considérant que dans l'avis qu'ils formulent et qui est soutenu par un vaste groupe de spécialistes médicaux et universitaires, les experts recommandent unanimement d'étendre le délai de l'avortement à 18 semaines au moins et de supprimer le délai d'attente obligatoire;
- considérant qu'environ 400 femmes quittent la Belgique chaque année pour se rendre aux Pays-Bas, afin de pouvoir se faire avorter en dehors des délais légaux en vigueur en Belgique;
- considérant que les délais d'attente obligatoires constituent un obstacle supplémentaire aux soins, tel que confirmé dans la littérature scientifique;
- considérant que la proposition actuelle de Mme Verlinden ne tient pas compte de la science et de la réalité des femmes;
demande au gouvernement
- de porter le délai légal de l'avortement à 18 semaines;
- de supprimer le délai d'attente obligatoire."
Een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Katja Gabriëls en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de dames Caroline Désir, Sofie
Merckx, Katja Gabriëls en Sarah Schlitz en van de heren François De Smet
en Stefaan Van Hecke
en het
antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee,
vraagt de regering om
- de scheiding der machten te respecteren;
- het wetenschappelijk advies van het interuniversitair, multidisciplinair en onafhankelijk comité belast met de studie en de evaluatie van de praktijk en de wetgeving inzake vrijwillige zwangerschapsafbreking niet naast zich neer te leggen;
- het Parlement in alle vrijheid én in eer en geweten te laten stemmen over de wetsvoorstellen met betrekking tot zwangerschapsafbreking."
Une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Katja Gabriëls et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mmes Caroline Désir, Sofie Merckx, Katja Gabriëls et Sarah Schlitz et de MM. François De Smet et Stefaan Van Hecke
et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord,
demande au gouvernement
- de respecter la séparation des pouvoirs,
- de ne pas faire fi de l'avis scientifique du Comité interuniversitaire, multidisciplinaire et indépendant en charge de l'étude et de l'évaluation de la pratique et de la législation relatives à l'interruption volontaire de grossesse,
- de laisser le Parlement voter en toute liberté et en âme et conscience sur les propositions de loi relatives à l'interruption de grossesse."
Een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de dames Caroline Désir, Sofie
Merckx, Katja Gabriëls en Sarah Schlitz en van de heren François De Smet
en Stefaan Van Hecke
en het
antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee,
- overwegende dat het regeerakkoord van de arizonacoalitie met betrekking tot ethische kwesties en meer bepaald abortus de volgende zin bevat: "Na consensus tussen de meerderheidspartijen passen wij de huidige abortuswetgeving aan";
- overwegende dat de minister van Justitie begin juni 2026 tegenover verschillende Nederlandstalige media heeft aangekondigd dat ze de wettelijke abortustermijn van 12 weken tot 14 weken wil optrekken;
- overwegende dat een groep onafhankelijke experts in 2023 geconcludeerd heeft dat abortus toegestaan moet worden tot 18 weken; dat die wetenschappelijke consensus onbetwistbaar is en moet primeren op ethische grenzen;
- overwegende dat de Nationale Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wetgeving betreffende de zwangerschapsafbreking geadviseerd heeft om de wachttijd van zes dagen tussen het eerste consult en de zwangerschapsafbreking af te schaffen;
- overwegende dat honderden vrouwen jaarlijks leed ondervinden doordat ze noodgedwongen een abortus ondergaan in Nederland;
vraagt de regering
- de wettelijke termijn voor een abortus te verlengen tot 18 weken, in lijn met de wetenschappelijke bevindingen van de groep onafhankelijke experts van 2023;
- de wachttijd van zes dagen tussen het eerste consult en de zwangerschapsafbreking af te schaffen;
- abortus volledig uit het Strafwetboek te lichten."
Une quatrième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mmes Caroline Désir, Sofie Merckx, Katja Gabriëls et Sarah Schlitz et de MM. François De Smet et Stefaan Van Hecke
et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord,
- considérant l’accord du gouvernement Arizona, pour ce qui concerne les questions éthiques et plus particulièrement celle liée à l’IVG, qui stipule: “Nous modifions la législation actuelle sur l’avortement après consensus au sein des partis de la majorité“;
- considérant les propos de la ministre de la Justice ayant annoncé au début du mois de juin 2026, à plusieurs médias néerlandophones, vouloir allonger le délai légal d’IVG de 12 à 14 semaines;
- considérant qu’un groupe d’experts indépendants avait conclu en 2023 que l’avortement devait être autorisé jusqu’à 18 semaines; que ce consensus scientifique est indubitable et doit prévaloir sur les limites justifiées par l’éthique;
- considérant par ailleurs que la commission nationale d’évaluation de l’application de la loi sur l’interruption de grossesse avait préconisé de supprimer le délai d’attente de six jours entre la première consultation et l’interruption de grossesse;
- considérant la souffrance de plusieurs centaines de femmes contraintes chaque année de subir un avortement aux Pays-Bas;
demande au gouvernement
- de prolonger le délai légal lié à l’IVG à 18 semaines, dans le respect des conclusions scientifiques émises par le groupe d’experts indépendants en 2023;
- de supprimer le délai d’attente de six jours entre la première consultation et l’interruption de grossesse;
- de dépénaliser totalement l’interruption volontaire de grossesse."
Een vijfde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Stefaan Van Hecke en mevrouw Sarah Schlitz en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de dames Caroline Désir, Sofie
Merckx, Katja Gabriëls en Sarah Schlitz en van de heren François De Smet
en Stefaan Van Hecke
en het
antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee,
- gelet op het expertenrapport van 2024 dat onder meer pleit voor een uitbreiding van de termijn voor vrijwillige zwangerschapsafbreking tot 18 weken en het afschaffen van de verplichte wachttijd van zes dagen,
- gelet op het recht op zelfbeschikking van eenieder en het recht op zelfbeschikking over het eigen lichaam;
- gelet op de luide en legitieme vraag van vrouwen om de regels voor vrijwillige zwangerschapsafbreking te moderniseren;
vraagt de minister
om haar voorstel tot hervorming van de wetgeving betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking in lijn te brengen met de wetenschappelijke consensus zoals vervat in het expertenrapport waarvan hierboven sprake en
vraagt de regering
om in het andere geval de behandeling van het dossier aan het Parlement te laten en fracties toe te staan naar geweten te stemmen."
Une cinquième motion de recommandation a été déposée par M. Stefaan Van Hecke et Mme Sarah Schlitz et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mmes Caroline Désir, Sofie Merckx, Katja Gabriëls et Sarah Schlitz et de MM. François De Smet et Stefaan Van Hecke
et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord,
- eu égard au rapport d'experts de 2024, dans lequel ceux-ci préconisent notamment un allongement du délai de l'interruption volontaire de grossesse à 18 semaines et la suppression du délai d'attente obligatoire de six jours;
- eu égard au droit de tout un chacun à l'autodétermination ainsi qu'au droit de disposer de son propre corps;
- eu égard à la demande ferme et légitime formulée par des femmes en faveur d'une modernisation des règles relatives à l'interruption volontaire de grossesse;
demande à la ministre
d'aligner sa proposition de réforme de la législation relative à l'interruption volontaire de grossesse sur le consensus scientifique tel qu'il ressort du rapport d'experts mentionné plus haut et
dans le cas contraire, demande au gouvernement
de confier l'examen du dossier au Parlement et de permettre aux groupes politiques de voter en leur âme et conscience."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Nawal Farih, de heren Benoît Piedboeuf, Axel Ronse en Oskar Seuntjens en mevrouw Aurore Tourneur.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme Nawal
Farih, MM. Benoît Piedboeuf, Axel Ronse et Oskar Seuntjens et Mme Aurore
Tourneur.
02.16 Nawal Farih (cd&v): Mijnheer de voorzitter, we vragen de urgentie voor de stemming over de eenvoudige motie.
De voorzitter: Aangezien de urgentie
voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks
over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6,
tweede lid, Rgt.)
Étant donné que l'urgence de la motion pure et
simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions
tout à l'heure. (art. 140, n° 6,
deuxième alinéa, Rgt.).
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
De bespreking is gesloten.
La
discussion est close.
De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1226 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de definitie van strafrechtelijke delicten en van sancties voor de schending van beperkende maatregelen van de Unie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/1673 en andere bepalingen (nr. 1600/1).
Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi portant transposition de la directive (UE) 2024/1226 du Parlement européen et du Conseil du 24 avril 2024 relative à la définition des infractions pénales et des sanctions en cas de violation des mesures restrictives de l’Union et modifiant la directive (UE) 2018/1673 et autres dispositions (n° 1600/1).
Ik geef
het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.
Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.
03.01 Minister Annelies Verlinden: De urgentie wordt gevraagd om een inbreukprocedure te vermijden, omdat het ontwerp voor het zomerreces zou moeten worden goedgekeurd door de plenaire vergadering.
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over
deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt aangenomen bij zitten en opstaan.
L'urgence est adoptée
par assis et levé.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
04.01 Sophie Thémont (PS): Monsieur le président, chers collègues, en effet, vous savez que les vagues d'exclusion se poursuivent et, on l'entend de plus en plus, les demandeurs d'emploi qui ont plus de 55 ans et qui ont travaillé durant de longues années comme indépendants se voient aujourd'hui mis de côté.
En effet, la réforme du chômage sanctionne ce choix de devenir indépendant, puisque les années qui ont été effectuées en qualité d'indépendant ou fonctionnaire ne sont pas prises en compte dans les 35 années de carrière requises pour pouvoir éviter l'exclusion du chômage. À titre d'exemple, quand vous avez travaillé pendant 38 ans, dont 13 comme indépendant, que vous perdez malheureusement votre emploi à 60 ans et que vous cherchez éperdument à retrouver du boulot, vous vous retrouvez parfois sans job. Un jour arrive où l'on vous annonce que vous n'avez plus droit aux allocations de chômage. Vos 13 années en tant qu'indépendant sont donc perdues; seules les 25 années de salarié comptent. C'est totalement injuste.
C'est pourquoi, chers collègues, nous avons déposé une proposition de loi qui supprime cette discrimination incompréhensible, en prenant en compte ces années au même titre que celles des salariés. Je sais que de nombreux collègues ici ont à cœur de soutenir les indépendants. J'espère donc que vous soutiendrez cette urgence.
Le président: Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
De
urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan.
Pairages
Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.
Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.
Zijn er stemafspraken?
Y a-t-il des accords de pairage?
04.02 Pierre-Yves Dermagne (PS): M. Philippe Courard assurera le pairage pour Mme Carmen Ramlot.
De voorzitter: Dan gaan we nu over tot de naamstemmingen.
Nous allons donc maintenant procéder aux votes nominatifs.
Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.
Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.
Zes moties werden ingediend (MOT nr. 277/1):
- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Caroline Désir;
- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Sofie Merckx;
- een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Katja Gabriëls;
- een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet;
- een vijfde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Stefaan Van Hecke en mevrouw Sarah Schlitz;
- een eenvoudige motie werd ingediend door de mevrouw Nawal Farih, de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens en mevrouw Aurore Tourneur.
Six motions ont été déposées (MOT n° 277/1):
- une première motion de recommandation a été déposée par Mme Caroline Désir;
- une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mme Sofie Merckx;
- une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Katja Gabriëls;
- une quatrième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet;
- une cinquième motion de recommandation a été déposée par M. Stefaan Van Hecke et Mme Sarah Schlitz;
- une motion pure et simple a été déposée par Mme Nawal Farih, MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens et Mme Aurore Tourneur.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 1) |
||
|
Ja |
74 |
Oui |
|
Nee |
53 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
129 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 2) |
||
|
Ja |
93 |
Oui |
|
Nee |
37 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 3) |
||
|
Ja |
100 |
Oui |
|
Nee |
21 |
Non |
|
Onthoudingen |
10 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
(Mevrouw De Knop heeft gestemd zoals
haar fractie.)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
4) |
||
|
Ja |
123 |
Oui |
|
Nee |
8 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Overeenkomstig artikel 4, laatste lid, van de Grondwet, moeten de bepalingen en het geheel van het ontwerp van bijzondere wet aangenomen worden met de meerderheid van stemmen in elke taalgroep, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de uitgebrachte stemmen bereikt.
Conformément à l'article 4, dernier alinéa, de la Constitution, les dispositions et l'ensemble du projet de loi spéciale doivent être adoptés à la majorité des suffrages de chaque groupe linguistique, à condition que la majorité des membres de chaque groupe se trouve réunie et pour autant que le total des votes positifs émis dans les groupes linguistiques atteigne les deux tiers des suffrages exprimés.
Voordat wij overgaan tot de naamstemming
over het ontwerp van bijzondere wet, dien ik u erop te wijzen dat het
stemsysteem iets anders zal functioneren bij deze bijzondere stemming. Zodra de
naamstemming is geopend, zal er een blauw icoontje oplichten. U drukt dan eerst
op dit blauw icoontje, zodat het quorum per taalgroep juist wordt
geregistreerd. Vervolgens gaan de gebruikelijke stemknoppen vanzelf
verschijnen, waarna u kan stemmen. U
moet dus tweemaal op een knopje drukken.
Avant de procéder aux votes nominatifs sur le
projet de loi spéciale, je tiens à vous signaler que le système de vote
fonctionnera légèrement différemment pour ce vote particulier. Dès que le vote
nominatif est ouvert, une icône bleue s’allumera. Vous devrez alors d’abord
appuyer sur cette icône bleue afin que le quorum soit correctement enregistré
pour chaque groupe linguistique. Ensuite, les boutons de vote habituels
apparaîtront automatiquement, après quoi vous pourrez voter. Vous devrez donc appuyer deux fois
sur un bouton.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 5) |
||||
|
|
N |
Tot. |
F |
|
|
Ja |
81 |
131 |
50 |
Oui |
|
Nee |
0 |
0 |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
0 |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
81 |
131 |
50 |
Total |
De meerderheid van de stemmen in elke
taalgroep is bereikt. De meerderheid van de aanwezigen in elke taalgroep is
bereikt. De tweederdemeerderheid is bereikt. Bijgevolg neemt de Kamer het
bijzondere wetsontwerp aan. Het
zal aan de Senaat worden overgezonden.
Le quorum des suffrages dans chaque groupe est
atteint. Le quorum des présences dans chaque groupe linguistique est atteint.
La majorité des deux tiers des suffrages est atteinte. En conséquence, la
Chambre adopte le projet de loi spéciale. Il sera transmis au Sénat.
Stemming over amendement nr. 6 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 6/1(n). (1526/8)
Vote sur l'amendement n° 6 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 6/1(n). (1526/8)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?
/ Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 6) |
||
|
Ja |
9 |
Oui |
|
Nee |
94 |
Non |
|
Onthoudingen |
26 |
Abstentions |
|
Totaal |
129 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 5 van Vincent
Van Quickenborne op artikel 7. (1526/8)
Vote sur l'amendement n° 5 de Vincent Van
Quickenborne à l'article 7. (1526/8)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 7) |
||
|
Ja |
8 |
Oui |
|
Nee |
104 |
Non |
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
|
Totaal |
130 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over artikel 7. (1526/4)
Vote sur
l'article 7. (1526/4)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 8) |
||
|
Ja |
77 |
Oui |
|
Nee |
29 |
Non |
|
Onthoudingen |
25 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer artikel 7 aan.
En conséquence, la Chambre adopte l'article 7.
Stemming over amendement nr. 7 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 10/1(n). (1526/8)
Vote sur l'amendement n° 7 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 10/1(n). (1526/8)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 9) |
||
|
Ja |
8 |
Oui |
|
Nee |
105 |
Non |
|
Onthoudingen |
16 |
Abstentions |
|
Totaal |
129 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 8 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 10/1(n). (1526/8)
Vote sur l'amendement n° 8 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 10/1(n). (1526/8)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 9)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 9 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 10/2(n). (1526/8)
Vote sur l'amendement n° de Vincent Van Quickenborne tendant à insérer
un article 10/2(n). (1526/8)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 9)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 10 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 10/3(n). (1526/8)
Vote sur l'amendement n° 10 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 10/3(n). (1526/8)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 9)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 11 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 10/4(n). (1526/8)
Vote sur l'amendement n° 11 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 10/4(n). (1526/8)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 9)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 12 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 10/5(n). (1526/8)
Vote sur l'amendement n° 12 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 10/5(n). (1526/8)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 9)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 13 van Vincent
Van Quickenborne tot invoeging van een artikel 10/6(n). (1526/8)
Vote sur l'amendement n° 13 de Vincent Van
Quickenborne tendant à insérer un article 10/6(n). (1526/8)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 9)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
|
(Stemming/vote 10) |
||
|
Ja |
85 |
Oui |
|
Nee |
29 |
Non |
|
Onthoudingen |
17 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van volgende week.
Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour de la séance de la semaine prochaine.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 25 juni 2026 om 14.15 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 25 juin 2026 à 14 h 15.
De vergadering wordt gesloten om 01.56 uur.
La séance est levée à 01 h 56.
|
De
bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 129
bijlage. |
|
L'annexe est reprise dans une brochure séparée,
portant le numéro CRIV 56 PLEN 129 annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Naamstemming - Vote nominatif: 1
|
Ja |
74 |
Oui |
Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
53 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Bacquelaine Daniel, Cornillie Hervé
Naamstemming - Vote nominatif: 2
|
Ja |
93 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
37 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hugon Lecharlier Claire, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
Courard Philippe
Naamstemming - Vote nominatif: 3
|
Ja |
100 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
21 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Chahid Ridouane, De Knop Irina, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Hugon Lecharlier Claire, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Onthoudingen |
10 |
Abstentions |
Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Courard Philippe, D'Amico Roberto, Eggermont Natalie, Merckx Sofie, Moscufo Nadia, Ribaudo Julien, Tonniau Robin, Van den Bosch Annik
Naamstemming - Vote nominatif: 4
|
Ja |
123 |
Oui |
Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
8 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Hugon Lecharlier Claire, Schlitz Sarah, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 5
|
Ja |
131 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 6
|
Ja |
9 |
Oui |
Bertrand Alexia, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Orlians Arthur, Scourneau Vincent, Vander Elst Kjell, Van Quickenborne Vincent
|
Nee |
94 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
26 |
Abstentions |
Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, D'Amico Roberto, De Smet François, Dillen Marijke, Eggermont Natalie, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Merckx Sofie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Van Hoecke Alexander, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 7
|
Ja |
8 |
Oui |
Bertrand Alexia, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Orlians Arthur, Vander Elst Kjell, Van Quickenborne Vincent
|
Nee |
104 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, D'Amico Roberto, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
Bury Katleen, De Smet François, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Lutgen Benoît, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 8
|
Ja |
77 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
29 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, D'Amico Roberto, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Eggermont Natalie, Hugon Lecharlier Claire, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Onthoudingen |
25 |
Abstentions |
Bertrand Alexia, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, De Knop Irina, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Orlians Arthur, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 9
|
Ja |
8 |
Oui |
Bertrand Alexia, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Orlians Arthur, Vander Elst Kjell, Van Quickenborne Vincent
|
Nee |
105 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, D'Amico Roberto, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
16 |
Abstentions |
Bury Katleen, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 10
|
Ja |
85 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
29 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, D'Amico Roberto, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Eggermont Natalie, Hugon Lecharlier Claire, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Onthoudingen |
17 |
Abstentions |
Bury Katleen, Courard Philippe, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter