|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Woensdag 10 juni 2026 Avond ______ |
du Mercredi 10 juin 2026 Soir ______ |
De vergadering wordt hervat om 19.17 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est reprise à 19 h 17 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is hervat.
La séance est reprise.
Hervatting van de algemene bespreking
Reprise de
la discussion générale
De algemene bespreking is hervat.
La
discussion générale est reprise.
De heer Moons heeft het woord in de algemene bespreking.
01.01 Kurt Moons (VB): Mevrouw de minister, voor een “volledig’ halfrond is het mij een genoegen u toe te spreken. Ik meen dat er nog mensen aan het genieten zijn van hun diner. Wij hebben het heel snel naar binnen moeten spelen, maar dat is niet erg, het is voor de goede zaak.
Collega’s, ik zal het hebben over de arbeidsmigratie, die toch te maken heeft met de gevolgen van het EU-migratiepact dat omgezet wordt in nationale wetgeving. Wie de regelgevingsimpactanalyse van wetsontwerp 56K1401 leest, stoot op een opmerkelijke conclusie. Over de werkgelegenheid staat er immers dat er geen impact wordt verwacht op de Belgische arbeidsmarkt. Geen.
Ik weet dat collega Vereeck al een meer uitgebreide analyse gegeven heeft in de commissie. Ik verwijs dus naar het betoog van mijn collega, die deze later vanavond zeer deskundig en helder zal presenteren. Voor de werkgelegenheid is er dus “geen impact.” Dat is natuurlijk een bijzonder krachtige stelling voor een wetsontwerp dat de Belgische omzetting vormt van het Europese migratiepact, dat de positie van asielzoekers en beschermingsgerechtigden verder verankert, dat de weg naar langdurig verblijf verkort en dat deel uitmaakt van een ruimer Europees beleid dat expliciet inzet op de bijkomende legale migratie.
Ik moet u eerlijk zeggen, mevrouw de minister, dat ik het bijzonder moeilijk heb met die conclusie. Niet alleen omdat ze afkomstig is van jullie regering, maar wel omdat ze haaks staat op zowat alle cijfers en analyses die we vandaag kennen inzake migratie en arbeidsmarktintegratie in ons land. Voor ik inga op enkele technische bepalingen en cijfers, wil ik even stilstaan bij wat dit wetsontwerp in historisch perspectief betekent. Het wetsontwerp 56K1401 is immers geen breuk met het verleden. Het is er de voortzetting van.
Na de Tweede Wereldoorlog haalde België op grote schaal gastarbeiders uit Italië, Marokko en Turkije binnen. Wat kenmerkte dat beleid? Een naïef geloof in volledige controleerbaarheid. Men haalde mensen binnen. Men zou hen wegsturen als het niet meer nodig was.
In 1974 – ik heb dat nog meegemaakt – na de oliecrisis volgde een officiële immigratiestop.
De gastarbeiders gingen echter niet terug. Ze lieten hun families overkomen en de Belgische Staat stond versteld, want niemand had ooit de vraag gesteld wat er zou gebeuren als de economische nood zou verdwijnen, maar de mensen zouden blijven. De redenering was eenvoudig. Wanneer de economie arbeidskrachten nodig had, werden die aangetrokken. Wanneer die behoefte zou verdwijnen, zou de instroom stoppen en zouden velen terugkeren naar hun land van herkomst. Dat is niet gebeurd. Zo is het niet gelopen.
Wat als tijdelijke arbeidsmigratie begon, groeide uit tot permanente vestiging. Arbeidsmigratie werd gezinsmigratie. Tijdelijke aanwezigheid werd duurzame aanwezigheid. De Belgische overheid had nauwelijks nagedacht over de vraag hoe die mensen zouden worden geïntegreerd wanneer hun verblijf niet langer tijdelijk bleek te zijn. Vandaag herhaalt wetsontwerp 1401 die fundamentele fout. Dezelfde logica wordt gevolgd. We verankeren rechten voor een populatie waarvan de arbeidsmarktintegratie structureel onvoldoende is en we stellen ons niet de vraag wat er gebeurt als de economische context verandert.
Nihil novi sub sole. Al bijna 50 jaar kennen we deze problematiek. Al 50 jaar veronachtzamen de voorbije regeringen de ernstige en terechte waarschuwingen van het Vlaams Belang. We kenden geen veranderingen in het beleid. Integendeel, de situatie werd en wordt erger met de dag. Precies daar zie ik een fundamentele gelijkenis met dit wetsontwerp, want de logica blijft dezelfde.
Laat ons dan die regelgevingsimpactanalyse, die claimt dat er geen impact is, toetsen aan de beschikbare data. Als in dit wetsontwerp wordt gesteld dat er geen impact is op de arbeidsmarkt, kan ik me perfect voorstellen dat een soortgelijke formulering is gebruikt in de wetsontwerpen met betrekking tot migratie gedurende de voorbije 50 jaar. Mevrouw de minister, bij wijze van spreken heeft elke nieuwkomer echter een impact op de arbeidsmarkt.
Elke nieuwe inkomer is een arbeidsmarktproblematiek. De cijfers daarover liegen niet. Professor Stijn Baert van de Universiteit Gent stelde vast dat 44,2 % van de niet-EU-burgers tussen 25 en 64 jaar inactief is. Ze zijn niet werkloos in de formele zin, maar inactief. Ze zoeken niet naar een job en zijn niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Bijna de helft neemt niet deel aan de arbeidsmarkt.
Die vaststelling heeft ook de premier zelf uitgesproken. De premier zei in een gastcollege aan de UGent: "44,2 % van onze niet-Europese bevolking is niet actief op de arbeidsmarkt.
Wij halen kansarmoede binnen en slagen er niet in ze om te turnen bij de volgende generaties." Dat zijn diens woorden. Dat is de diagnose van de premier. Vervolgens stemt zijn coalitie een wetsontwerp dat de instroom in diezelfde categorie versnelt.
De werkgelegenheidsgraad volgens Statbel schetst hetzelfde beeld. Bij personen van Belgische herkomst bedraagt de werkzaamheidsgraad 77 %. Bij niet-EU-burgers bedraagt hij 59 %. Wij scoren daar trouwens het slechtst van alle Europese landen. Ook hier opnieuw een triest Belgisch record. Bij vrouwen met een niet-Europese migratieachtergrond is dat nog schrijnender met een werkzaamheidsgraad van 49 % tegenover 75 % voor vrouwen van Belgische origine. Dat is een kloof van 26 procentpunten. Bij vrouwen met een Noord-Afrikaanse achtergrond bedraagt de werkzaamheidsgraad zelfs maar 39,4 %. Bijna twee op drie Noord-Afrikaanse vrouwen werkt niet.
De werkloosheidsgraad versterkt dat beeld. De werkloosheid van autochtone Belgen bedraagt 3,3 %, maar voor niet-EU-migranten bedraagt ze rond 10 %. Bij migranten met een Noord-Afrikaanse herkomstnationaliteit bedraagt ze zelfs 15,5 %. Mevrouw de minister, uw collega-minister Clarinval bevestigde dat zelf in de commissie. Meer dan 57 % van de betaalde werklozen heeft een niet-Belgische herkomst. Dat is bijna zes op tien dus, terwijl zij slechts of toch al 36 % van de bevolking uitmaken.
Als de eerste minister zelf erkent dat er fundamentele problemen bestaan inzake arbeidsmarktintegratie, hoe kan zijn regering dan tegelijk volhouden dat een wetsontwerp dat de juridische positie van diezelfde migratiestromen verder versterkt, geen impact zal hebben op de arbeidsmarkt? De huidige situatie is immers het resultaat van ongecontroleerde migratiestromen en een compleet gebrek aan immigratiestrategie. Bij voorliggend omvolkingspact is de doelstelling zelfs helemaal anders. De doelstelling van het pact is niet minder migratie. De doelstelling is een verschuiving van illegale naar legale migratie en het creëren van bijkomende legale migratiekanalen.
Het is hier al naar voren gebracht, maar ik
herhaal het toch nog even. Europees commissaris Ylva Johansson verklaarde in 2021 letterlijk en
duidelijk het volgende: "We need migration in the EU, but we need to
manage it in a way that counters irregular migration and instead promotes legal
pathways both for labour opportunities and for refugees. We initiated the
talent partnerships with third countries to assist people to come to the EU in
a regular way."
Over die talent partnerships zal ik het later nog hebben.
Mevrouw de minister, gelooft u zelf nog dat de implementatie van dit EU-migratiepact werkelijk geen enkele impact zal hebben op onze arbeidsmarkt?
Er is een andere dimensie die het arbeidsargument voor dit wetsontwerp fundamenteel weerlegt. De vraag is niet alleen of migranten na aankomst effectief aan het werk gaan, de vraag is ook of we hen überhaupt nodig hebben. In dit land zijn er vandaag naar schatting 1,2 miljoen betaalde niet-werkenden op beroepsactieve leeftijd: ongeveer 280.000 leefloners, meer dan 300.000 betaalde werklozen, 576.000 langdurig zieken bij het RIZIV en 87.000 ambtenaren met medisch pensioen.
Uit diverse onderzoeken is gebleken dat ongeveer een derde van de langdurig zieken mogelijk nog aan het werk zou kunnen. We trekken dus de werkelijk langdurig zieken af van het totaal; hun aantal schatten we op 450.000. Dan houden we 800.000 potentiële arbeidskrachten over.
Weet u hoeveel vacatures er zijn? Dat zijn er 150.000. Er zijn 800.000 potentiële arbeidskrachten en 150.000 vacatures. Toch durven sommigen nog te zeggen dat er arbeidskrachten bij moeten komen. Hoe rijmt men dat? Het gaat hier allicht om hogere wiskunde die mijn petje te boven gaat.
Ik probeer het toch nog even. Ten eerste vermoeden we een krapte op de arbeidsmarkt. Tegelijk stellen we vast dat er 800.000 mensen beschikbaar zijn voor diezelfde arbeidsmarkt. We hebben echter slechts 150.000 vacatures om die mensen aan het werk te zetten. Zelfs in het beste geval blijven er dan nog 650.000 werkbekwame inactieven over. Toch vinden we het nodig om extra arbeidsmigranten aan te trekken. Mevrouw de minister, dat is toch hallucinant?
De prioritaire volgorde is voor ons heel duidelijk. Activeer eerst wie er al is. Zet eerst die leefloners aan het werk. Heractiveer de langdurig werklozen en zieken. Pas daarna, als er na al die inspanningen nog een aantoonbaar structureel tekort zou zijn, kan er een gesprek over arbeidsmigratie worden gevoerd voor echte knelpuntberoepen. Het wetsontwerp 1401 slaat die stap gewoon over.
Creëer bovenal de juiste omkadering, zodat de bedrijven jobs kunnen creëren. Daarvoor zult u wellicht verwijzen naar uw collega-minister David Clarinval, die er samen met uw regering grandioos in slaagt net minder jobs te creëren en de faillissementen zich aaneen te laten rijgen.
Om de beleidslogica van dit wetsontwerp te begrijpen, moeten we de vier legale migratiekanalen naast elkaar leggen. U weet dat we alle migratiekanalen willen verstrengen, maar ik wil even uw logica duiden.
Het eerste kanaal is de studiemigratie. Een student uit een derde land moet een visum aanvragen, zijn toelating door een erkende instelling aantonen, meer dan 1.000 euro per maand beschikbaar hebben en jaarlijks zijn studiepunten bewijzen. Na het afstuderen heeft hij 12 maanden om een job te vinden die voldoet aan de loondrempel voor hooggeschoolden. Lukt dat niet, dan vervalt zijn verblijfsrecht. Helder.
Het tweede kanaal is de single permit voor arbeidsmigranten. Een werkgever doorloopt twee procedures, doorstaat een arbeidsmarkttoets en respecteert een loonbarema. Wie in de eerste vijf jaar structureel een beroep doet op sociale bijstand, kan zijn verblijfsrecht verliezen. Sociale bijstand en arbeidsmigratie via de single permit zijn immers wettelijk onverenigbaar.
Het derde kanaal is de gezinshereniging, met circa 50.000 toekenningen per jaar het grootste legale migratiekanaal. Na vijf jaar voorwaardelijk verblijf verkrijgt de familiemigrant een onvoorwaardelijk permanent verblijfsrecht. Eventuele latere werkloosheid of langdurige inactiviteit heeft geen enkel gevolg meer voor dat verblijfsrecht. Het verband tussen verblijfsrecht en economische zelfredzaamheid verdwijnt dus volledig.
Het vierde kanaal is asiel en internationale bescherming. Daarvoor is er geen enkele financiële drempel. Na erkenning is er onmiddellijke en onvoorwaardelijke toegang tot het leefloon. Voor een persoon met een gezin ten laste bedraagt dat 1.800 euro per maand netto via het OCMW, met een permanent verblijfsrecht na vijf jaar, ongeacht de arbeidsparticipatie.
De conclusie volgt vanzelf. Uit studies blijkt dat migratie via studie of met arbeid als doel de meeste kans biedt op een effectieve toegevoegde waarde voor de samenleving. Dat zal later ook nog nader worden toegelicht door collega Vereeck.
België hanteert echter de zwaarste administratieve en financiële drempels voor de migranten die economisch het meest productief zijn en de lichtste drempels voor het kanaal met de laagste arbeidsmarktparticipatie. Dat is een omgekeerde logica, die door dit pact opnieuw bestendigd wordt.
Artikel 14 breidt immers de definitie van gezinsleden van erkende vluchtelingen uit. Voortaan vallen daar onder meer ook meerderjarige kinderen ten laste en hun partners onder. Artikel 18 schrapt de halvering van de asielprocedure voor de berekening van de vijfjarige wachttijd voor permanente sociale rechten.
Ook hier wordt de weg dus systematisch verkort.
Er is nog een element van dit wetsontwerp dat ik wil belichten, meer bepaald artikel 5 van de EU-verordening 2024/1351 – als bewijs dat ik ze wel degelijk gelezen heb, want anders zouden sommigen kunnen zeggen dat ik er niets van ken. Artikel 5 van de verordening verwijst naar legale migratie en goed georganiseerde mobiliteit, onder meer door versterking van bilaterale, regionale en internationale partnerships.
De Europese Unie wenst de legale migratie dus te bevorderen via zogenaamde talentpartnerships. Dat zijn bilaterale akkoorden tussen de EU en derde landen, waaronder – godbetert – Marokko, Tunesië, Egypte, Pakistan en Bangladesh, voor sectoren als de bouw, de landbouw en de zorg. Dat zijn geen instrumenten voor hooggeschoolde, selectieve arbeidsmigratie, maar geïnstitutionaliseerde migratiekranen. De arbeidsmarkttoets, die zou moeten aantonen dat er geen Belgische of Europese kandidaat beschikbaar is, wordt in richtlijn 2024/1346 omschreven als een facultatieve mogelijkheid voor de lidstaten en is dus geen verplichting.
In die richtlijn zijn trouwens nog diverse andere maatregelen opgenomen waarbij de toegang tot de arbeidsmarkt voor gelukzoekers onmiddellijk en prioritair moet worden gefaciliteerd en verzekerd. Bij de omzetting van de richtlijn zal hierover later nog een stevig debat worden gevoerd. Terwijl we een inactiviteitsgraad van 44,2 % kennen bij niet-EU-burgers, terwijl 15,5 % van de Noord-Afrikaanse gemeenschap werkloos is en terwijl 800.000 mensen op beroepsleeftijd niet worden geactiveerd, zegt de richtlijn dat we nieuwe rekruteringslijnen naar derde landen moeten organiseren. Activeer niet wat er al is, maar haal meer mensen binnen.
Waarom organiseert Europa nieuwe migratiekanalen naar derde landen, terwijl België er niet eens in slaagt de mensen die vandaag al aanwezig zijn aan het werk te krijgen? Waarom zouden we nieuwe arbeidsreserves importeren wanneer we de bestaande arbeidsreserves nauwelijks benutten?
Er zou geen arbeidsmarktimpact zijn, maar wie betaalt dan de volgende rekeningen? In 2024 bedroegen de leefloonuitgaven voor personen met een buitenlandse nationaliteit meer dan 1,1 miljard euro. De grootste ontvangers waren bijvoorbeeld Syriërs met 108 miljoen euro, Afghanen met 50 miljoen euro, Marokkanen met 40 miljoen euro, Eritreeërs met 36 miljoen euro en Palestijnen met 34 miljoen euro.
Voeg daar nog de werkloosheidsuitkeringen aan toe. Als 57 % van de werklozen een buitenlandse herkomst heeft en de totale werkloosheidskosten 4,3 miljard euro bedragen, gaat naar schatting 2,5 miljard euro naar mensen met een buitenlandse herkomst.
In totaal betaalt de Belgische belastingbetaler dus jaarlijks minstens 3,6 miljard euro aan inactieve niet-Belgen. Is het dan de bedoeling om nog meer gelukzoekers te ontvangen en nog meer sociale kosten te betalen? Meer dan 44 % van die buitenlanders werkt immers niet en draagt niet bij aan onze sociale zekerheid.
Kan het ook anders? Dat is de vraag. Denemarken toont inderdaad aan dat een andere aanpak rendeert. In 2015 registreerde het 21.000 asielaanvragen, tegenover 2.500 in 2023, een daling met 88 % op acht jaar tijd. Niet door geweld, maar door een coherent en integraal migratie- en integratiebeleid. Denemarken geeft prioriteit aan studenten en hooggeschoolde arbeidsmigranten en maakt asielmigratie structureel minder aantrekkelijk. Het resultaat is een betere arbeidsmarktparticipatie van migranten bij een lagere instroom. Nederland verankert de activeringsplicht wettelijk. Wie kan werken, moet dat ook doen, met sancties bij niet-naleving. Duitsland bundelt arbeidsbemiddeling, uitkeringsbeheer en activering in één instelling, met een betaalkaart die misbruik beperkt. Frankrijk koppelt elk uitkeringsrecht aan een wederzijds verbinteniscontract met concrete doelstellingen en juridische gevolgen bij niet-naleving. Vier landen, één rode lijn: sociale zekerheid is een recht dat gepaard gaat met verantwoordelijkheid. Wetsontwerp 1401 doet het omgekeerde. Het verruimt rechten, bestendigt de structuren en laat de activeringsplicht precies zo tandeloos als ze vandaag al is.
Ik wil u nog één bron voorleggen die bezwaarlijk partijdig kan worden genoemd. In 2018 publiceerde de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, wetenschappelijk ondersteund door de Nationale Bank van België, het verslag Immigranten geboren buiten de Europese Unie op de Belgische arbeidsmarkt. Het betreft een uiterst gedetailleerde en onderbouwde studie van niet minder dan 178 pagina's. Het is bijzonder interessante lectuur. Acht jaar geleden al liet de openingszin van de samenvatting niets aan duidelijkheid te wensen over. Ik citeer letterlijk: "De aanzet voor dit verslag was de bevinding dat de integratie van de buiten de Europese Unie geboren immigranten op de Belgische arbeidsmarkt mislukt is. Hun in België geboren kinderen, en zelfs de volgende generaties, krijgen eveneens af te rekenen met moeilijkheden bij de inschakeling op de arbeidsmarkt." De arbeidsmarktintegratie van niet-EU-immigranten is mislukt.
Ook over de migratiekanalen was de Raad ondubbelzinnig. Ik citeer opnieuw: “De kansen voor degenen die naar België gekomen zijn in het kader van een gezinshereniging of om internationale bescherming aan te vragen, zijn significant geringer dan de andere kanalen.” De kanalen die dit wetsontwerp verankert, zijn precies die kanalen waarvoor de arbeidsmarktintegratie het meest problematisch is. De Raad besloot, ik citeer opnieuw: “Er is nochtans spoed geboden, want de huidige situatie ondermijnt de sociale cohesie en weegt op de economie van het land.”
De bevindingen van de Raad ter zake zijn onweerlegbaar. Spoed geboden, ondermijning van de sociale cohesie, weegt op de economie, die bevindingen zijn onweerlegbaar. Dat zijn de woorden van de eigen federale adviesraad van 2018. Acht jaar later keurt deze coalitie wetsontwerp nr. 1401 goed, zonder één enkel nieuw activeringsmechanisme of zonder enig handhavingsinstrument, met een regelgevingsimpactanalyse die zegt dat er geen impact is. Mevrouw de minister, waarom werd er acht jaar na dit rapport niet eens een nieuw onderzoek besteld? Waarom negeert u de bevindingen van uw eigen adviesraden?
Wat stelt het Vlaams Belang daar tegenover?
Ten eerste, geen talent partnerships. Wij maken een ondubbelzinnige keuze en dat is – de heer Vandemaele zou het zeker willen horen – een duidelijkheid over de arbeidsmigratie: geen laag- en middengeschoolde arbeidsmigratie uit niet-EU-landen. Als arbeidsmigratie van hooggeschoolde profielen noodzakelijk is, zoeken we die bij voorkeur binnen de EU of in westerse of Aziatische landen met een cultureel verwante achtergrond en een bewezen trackrecord van arbeidsmigratie en integratie, en zelfs dat pas nadat is aangetoond dat de vacature niet kan worden ingevuld door de 800.000 mensen op beroepsleeftijd die vandaag in dit land niet werken, maar dat wel zouden kunnen. Eerst activeren wat er is, dan pas rekruteren wat ontbreekt. Dat is een heel duidelijk standpunt, dat het Vlaams Belang trouwens al jaren inneemt.
Ten tweede, sociale rechten dienen gekoppeld te zijn aan voorwaarden. Volledige sociale rechten na acht jaar legaal verblijf, met minimaal drie jaar aantoonbare arbeidsmarktparticipatie en bewezen taalbeheersing. Intussen ook een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers. Collega Vereeck zal dat punt straks nader toelichten, zoals we overeengekomen zijn, want we mogen natuurlijk niet hetzelfde zeggen.
Ten derde, rechten koppelen aan plichten. Wie een uitwijzingsbevel niet naleeft, verliest zijn sociaalrechtelijke aanspraken. Geen symboolmaatregelen, maar effectieve handhaving.
Ten slotte, versterkte fraudebestrijding, meer inspectiecapaciteit, strengere sancties voor misbruik en effectieve terugvordering.
Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, ik kom tot mijn conclusie. De premier noemde ons systeem zelf een sticky floor, een vloer die kansarmoede bestendigt in plaats van mensen op te stuwen in de samenleving. In landen als Canada en Australië scoren kinderen met een migratieachtergrond beter op PISA-testen dan autochtone kinderen. In België is het omgekeerde waar. Ons systeem intervenieert niet, het bestendigt. De coalitie van de premier keurt nu een wet goed die deze sticky floor nog uitbreidt, meer rechthebbenden, sneller, zonder een enkel activerings- of handhavingsinstrument.
Ik vat onze vijf bezwaren nog even samen.
Ten eerste, de regelgevingsimpactanalyse is ongeloofwaardig. Een inactiviteitsgraad van 44,2 % bij niet-EU-burgers, een werkloosheidsgraad van 15,5 % bij Noord-Afrikanen, 57 % buitenlandse herkomst bij de werklozen, en de conclusie luidt: geen impact op de arbeidsmarkt. Dat is geen analyse, er is zelfs geen analyse gemaakt.
Ten tweede, ons migratiebeleid hanteert omgekeerde prikkels. De zwaarste drempels rusten op migranten die economisch het meest productief zouden kunnen zijn. De lichtste drempels liggen op de kanalen met de laagste arbeidsmarktparticipatie. Wetsontwerp nr. 1401 hervormt die logica niet, maar bestendigt die.
Ten derde, de sociale factuur is reëel, gedocumenteerd en stijgend. Meer dan 1,1 miljard euro aan buitenlandse leeflonen en 2,5 miljard euro aan werkloosheidsvergoedingen. Artikel 18 versnelt de instroom in de sociale zekerheid structureel. Geen enkel instrument in dit wetsontwerp maakt die kostenstijging beheersbaar.
Ten vierde, er zijn naar schatting 800.000 mensen op beroepsleeftijd in dit land die niet werken, maar dat wel zouden kunnen. Het EU-migratiepact stelt voor hen geen enkel activeringsplan voor. Het wenst via talent partnerships nieuwe arbeidskrachten van buiten Europa binnen te halen, terwijl de eigen arbeidsreserve braak ligt en er wel 150.000 vacatures zijn.
Ten slotte, de juridische architectuur van artikel 18 en andere bepalingen biedt geen enkele nationale beleidsmarge. De weg naar volledige sociale rechten is verlegd, sneller, zonder arbeidsmarktparticipatie als voorwaarde.
De les van de twintigste eeuw is helder. Gastarbeid die niet door een ernstige integratiepolitiek wordt begeleid, leidt tot gesegmenteerde arbeidsmarkten, sociale kwetsbaarheid en politieke spanningen. In 1974 wilde men een immigratiestop invoeren. Niemand had voorzien dat de mensen zouden blijven. Vandaag wordt met dit wetsontwerp dezelfde fundamentele fout herhaald. We verankeren rechten voor een populatie voor wie de arbeidsmarktintegratie gedocumenteerd mislukt is, zonder ons af te vragen wat er gebeurt als de economische context verandert.
Meermaals worden we geconfronteerd met de onvoorstelbaar kortzichtige en naïeve inzichten van de Europese Unie. Al vele jaren worden in de Europese cenakels verkeerde beslissingen genomen. Vandaag zijn alle Europese burgers het slachtoffer van de catastrofale gevolgen van een irrationeel en ongefundeerd energie- en klimaatbeleid en slachtoffer van de catastrofale gevolgen van een parasiterend defensiebeleid op Europees en NAVO-niveau. Alle Europese burgers zijn het slachtoffer van de catastrofale gevolgen van een handelsbeleid dat aanvankelijk economisch verantwoord leek, maar later naïef bleek en geopolitiek negatief uitdraaide. Ze zijn het slachtoffer van de catastrofale gevolgen van een onbesuisde massamigratie, het “wir schaffen das” van een echt omvolkingsscenario.
Voor al die catastrofale gevolgen van de ondoordachte Europese beleidsbeslissingen heeft onze partij, Vlaams Belang, steeds gewaarschuwd. Toch worden we telkens uitgelachen, veronachtzaamd en weggezet als doemdenkers. Helaas krijgen we steeds gelijk. Na zoveel jaren geven de feiten ons gelijk. Ik weet dat geen van de andere partijen dat publiekelijk met zoveel woorden zal beamen, maar ik vermoed dat vele collega's voor zichzelf wel een en ander zullen durven te bevestigen.
Ook hier waarschuwen we opnieuw voor alle mogelijke negatieve gevolgen voor onze samenleving, de cohesie, de economie en de toekomst van Europa. Het verval van het Europese Avondland dreigt met dit wetsontwerp bestendigd en zelfs versneld voortgezet te worden.
Mevrouw de minister, u en uw collega's dragen een grote verantwoordelijkheid met de goedkeuring van dit wetsontwerp. Net als alle regeringen vóór u denkt u echter alleen aan vandaag en niet echt aan de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.
Het Vlaams Belang stemt tegen dit wetsontwerp. Ik heb verklaard waarom, op basis van cijfers en toekomstinzichten. We hebben u gewaarschuwd.
01.02 Marijke Dillen (VB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, de nationale toepassing van dit migratiepact zal zeer ingrijpende gevolgen hebben voor het justitiesysteem in dit land. De focus ligt daarbij op drie cruciale thema's. Ten eerste is er de hervorming van de beroepsprocedures met het oog op een snellere terugkeer. Die hervorming bevat een aantal goede elementen; ik heb er geen probleem mee om dat toe te geven. Ten tweede is er de problematiek van asielzoekers en illegalen in onze gevangenissen. Ten derde zijn er de financiële lasten van de kosteloze juridische bijstand. Ik zal me beperken tot die laatste twee thema's.
Mevrouw de minister, het Europees migratiepact verankert het recht op juridische ondersteuning in de verschillende fases van de procedure. Het pact bepaalt dat er in de administratieve fase, die loopt van de registratie tot de indiening van het asielverzoek, een nieuwe vorm van begeleiding komt, namelijk juridische counseling. Die zal volledig kosteloos zijn. Het doel is blijkbaar om de verzoeker te informeren over de procedure, zijn rechten en plichten, en hem of haar bij te staan bij de eerste stappen van het verzoek. De modaliteiten van die counseling, de kwaliteitsnormen en de voorwaarden, en het profiel waaraan de counselors moeten voldoen, zijn niet vastgesteld. Dat zal de Koning bepalen.
Wie zal in aanmerking komen voor die counseling, advocaten, juristen, maatschappelijk werkers? Mevrouw de minister, ik durf nu al een voorspelling te doen. Door die macht aan de Koning te geven, weten we nu al met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wie dat zal doen: links-liberale ngo's en geitenwollensokkendragende maatschappelijk werkers die geen grenzen kennen. In plaats van meer te investeren in gesloten centra en snellere uitwijzingen, zal deze regering investeren in begeleidingstrajecten en juridische waarborgen. Wij zeggen duidelijk: stop met dat pamperbeleid. Wij willen geen kosteloze counseling. Die counseling in de administratieve fase zal in de praktijk niets anders zijn dan een stoomcursus: hoe omzeil ik, als asielzoeker, mijn uitwijzing? De counselors zullen hem of haar wel duidelijk maken welke verhaaltjes ze moeten verzinnen om de procedure maximaal te rekken.
Wie zal dat betalen? De Europese Unie erkent, zoals ik gelezen heb, de last en voorziet in financiële ondersteuning vanuit het fonds voor asiel, migratie en integratie. Er zit echter een addertje onder het gras, want de ondersteuning wordt beperkt tot de counseling. Voor de volgende stappen in de procedure komt er geen financiële ondersteuning.
Om de kosten te beheersen, behouden de lidstaten wel de mogelijkheid om die rechtsbijstand te weigeren als een beroep geen reële kans van slagen heeft of bij tweede beroepen.
Hoe zal dat echter worden toegepast? Wie zal dat beoordelen? Ook dat is niet bepaald. Zal het Bureau Juridische Bijstand het doen? Dat heeft die bevoegdheid niet. En indien het die bevoegdheid toch krijgt, zal het niet vlug geneigd zijn die te weigeren. Moet een rechter dat beoordelen? Dan moet er een procedure worden opgestart. Dan zitten we niet meer in de fase van counseling. Een rechter zal daar ongetwijfeld niet vlug toe geneigd zijn, uit vrees dat er door gehaaide advocaten beroep wordt aangetekend tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Kortom, er is geen duidelijkheid.
Zal de volledige kostprijs hiervan gedekt worden met Europese middelen? Of zal die gedeeltelijk worden doorgeschoven naar de begroting? Welke begroting dan? Uw begroting of die van de minister van Justitie, waar de middelen vandaag al absoluut ontoereikend zijn?
Dan komt de beroepsfase voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het recht op bijstand door een advocaat in het kader van de tweedelijnsbijstand wordt opnieuw automatisch toegekend. Wanneer een verzoeker een negatieve beslissing aanvecht, verschuift de focus dus van de algemene counseling naar de formele juridische bijstand. Maar ook hier is de vraag wat het kostenplaatje is. Mevrouw de minister, er is nu al onvoldoende budget. De uitgaven voor de pro-Deoadvocaten zijn in de voorbije jaren sterk gestegen, door verschillende oorzaken. Denken we maar aan hogere vergoedingen voor advocaten, de stijgende instroom van dossiers, de uitbreiding van inkomensgrenzen en het aantal dossiers van personen die automatisch bijstand krijgen, zoals asielzoekers en gedetineerden, voor die twee laatste categorieën trouwens zonder enige vorm van onderzoek naar de inkomsten en de eigen middelen.
Mevrouw de minister, het wordt hoog tijd de automatische toekenning te beperken en paal en perk te stellen aan de asielindustrie op kosten van de Vlaming. Met voorliggende wetsontwerp bereikt de waanzin werkelijk een nieuw dieptepunt. Terwijl de gewone Vlaming de grootste moeite heeft zijn rekeningen te betalen, rolt de regering de rode loper uit voor iedereen die hier op onze kosten geluk komt zoeken. Laten we de dingen bij naam noemen. Het is een gefinancierde wegwijzer voor asielzoekers.
Collega’s, waar is de counseling voor onze gepensioneerden om hen te begeleiden in de zoektocht naar een rusthuis? Waar is de kosteloze juridische bijstand voor de kleine zelfstandige die verstrikt raakt in de bureaucratie en in alle verstikkende regels van dit land? Waar is de kosteloze bijstand voor de alleenstaande moeder van wie het inkomen één euro te hoog is en die geen beroep kan doen op een gratis pro-Deoadvocaat in een huurgeschil of een echtscheiding?
Collega's, voor die mensen bestaat die gratis hulp niet. Zij hebben daar geen recht op, ook al hebben zij heel hun leven vaak veel belastingen betaald. Voor gelukszoekers uit verre oorden wordt echter alles voorzien.
Mevrouw de minister, u creëert een geprivilegieerde klasse van vreemdelingen, die meer rechten hebben dan onze eigen burgers. Dat is geen opvangbeleid meer. Dat is een georganiseerde transfer van Vlaams en Waals belastinggeld naar een leger van counselors en asieladvocaten, die er alle belang bij hebben dat de instroom nooit stopt! Zij hebben er ook alle belang bij dat de procedures zo lang mogelijk duren. Na de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kan er immers nog cassatie worden ingediend bij de Raad van State en nadien zijn er nog andere mogelijkheden tot en met het Europees Hof voor de Rechten van de Men. En dat alles wordt gefinancierd met geld van de Vlaamse en Waalse belastingbetaler.
Collega's, de werkelijke budgettaire impact werd ook niet berekend. Heeft hierover overleg plaatsgevonden met de minister van Justitie? Zal alles moeten kaderen binnen het huidige budget van de kosteloze juridische bijstand of zal de regering bijkomende middelen ter beschikking te stellen? Die bereidheid is er vandaag alvast niet om de inkomensgrenzen van onze eigen mensen te verhogen. Vele Vlamingen blijven dus in de kou staan en kunnen geen beroep doen op kosteloze rechtsbijstand. Dan zwijg ik nog over de kosten van vertalers en tolken. Ook daaraan is immers een behoorlijk kostenplaatje verbonden. Voor het Vlaams Belang is dat absoluut onaanvaardbaar.
Dat brengt mij, tot slot, mevrouw de minister, bij de overbevolking in onze gevangenissen. Dat probleem, dat bijna wekelijks in de plenaire vergadering en in de commissie voor Justitie aan bod komt, raakt maar niet opgelost. Buitenlandse gedetineerden, asielzoekers en illegalen zijn dé belangrijkste oorzaak van de overbevolking, die al jarenlang aansleept. Niemand kan dat ontkennen. De cijfers van gedetineerden met een buitenlandse nationaliteit zijn bekend: meer dan 45 % van onze gedetineerden. Dan zwijg ik nog over de vele gedetineerden met een dubbele nationaliteit. Er zijn echter geen officiële cijfers over het aantal gedetineerden in een lopende asielprocedure. Die worden angstvallig verzwegen.
Collega's, ik rond af. Eén zaak staat als een paal boven water: de aanwezigheid van personen zonder verblijfsrecht draagt bij aan de structurele overbevolking van de gevangenissen, met alle nadelige gevolgen die daaraan verbonden zijn, voor de gedetineerden zelf en in het bijzonder voor het penitentiair personeel, dat vandaag in onaanvaardbaar moeilijke omstandigheden moet werken. Mevrouw de minister, wees kordaat en stuur die asielzoekers zo snel mogelijk terug naar hun land van herkomst en de overbevolking zal aanzienlijk dalen.
01.03 Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, die hier vanavond nog met een handvol aanwezig bent, ik zal niet alles herhalen wat ik in commissie heb gezegd, maar een samenvatting geven, om vervolgens in te gaan op het probleem van de mensensmokkel, wat ik in commissie niet meer kon behandelen.
In commissie hadden we het uitgebreid over de eengemaakte procedure voor de leeftijdsbeoordeling van niet-begeleide minderjarige asielzoekers die met het migratiepact en het wetsontwerp wordt ingevoerd. Ik heb toen met veel cijfers en gegevens proberen toe te lichten waarom ik denk dat het migratiepact op dat vlak niet een ernstig probleem – dat is een understatement – vormt, maar een ware catastrofe is. Waarom is het zo cruciaal – we hadden daarstraks een korte discussie met de heer El Yakhloufi, maar hij is jammer genoeg niet meer aanwezig – om de kwestie van de niet-begeleide minderjarige asielzoekers aan te kaarten? Dat is omdat zij natuurlijk een aanzienlijk deel uitmaken van de asielzoekers en omdat cijfers uit alle landen van de Europese Unie ons leren dat bij controle van de leeftijd van de zogezegd minderjarigen, er in bijna de helft van de gevallen sprake is van fraude.
Dat is ook logisch, want de voordelen van minderjarigheid van een asielzoeker zijn groot, heel groot. Zo wordt er een voogd toegewezen en die kan de facto een tweede advocaat zijn en geniet de minderjarige asielzoeker psychosociale begeleiding en onderwijs, om nog maar te zwijgen van het feit dat men wie eenmaal erkend wordt als minderjarige asielzoeker, nog moeilijk het land uit krijgt. Er zijn niet alleen enorm veel voordelen aan verbonden. Er zijn ook geen nadelen. , maar
Behalve het feit dat er enorm veel voordelen zijn, zijn er natuurlijk ook geen nadelen. Ze zijn er gewoon niet. Wie wordt betrapt op liegen over zijn leeftijd, wordt daarvoor niet gesanctioneerd, terwijl in elk ander domein van onze samenleving fraude gevolgen heeft en wie die pleegt, daarvoor moet opdraaien. In de asielprocedure zijn er geen sancties aan fraude gekoppeld; de betrokkene wordt alleen als meerderjarige behandeld. Er is dus samengevat low risk, high reward. Een asielzoeker zou ongelooflijk dom zijn om wanneer hij of zij er jong genoeg uitziet, niet te liegen over zijn of haar leeftijd.
Vandaag werken wij in België met medische tests, namelijk een botscan, een medische scan en een onderzoek van het gebit, zoals ik in commissie uitlegde. Welnu, mijn analyse van zoveel mogelijk rechtspraak en een vergelijking van de praktijken in andere Europese landen, deed mij concluderen dat het systeem in ons land –ik zeg dit niet heel vaak over dit land – een van de beste en medisch-wetenschappelijk verantwoorde systemen in Europa is om fraude op te sporen en te detecteren of iemand al dan niet liegt over zijn of haar leeftijd, een conclusie die ik naar verluidt met andere collega’s deel. Nu wordt er echter met het migratiepact en voorliggend wetsontwerp, waarvan u zo een grote voorstander bent, mevrouw de minister, een systeem ingevoerd dat de tot nu toe gebruikte methode, die tot de top van Europa behoort, gewoon van tafel veegt. Het huidige systeem wordt vervangen door een drietrapssysteem, waarbij stap één inhoudt dat de documenten die een zogezegd niet-begeleide minderjarige vreemdeling bij zich heeft, geacht worden authentiek te zijn.
Er geldt een vermoeden van authenticiteit. De bewijslast ligt volledig bij de overheid om aan te tonen dat die documenten niet authentiek zijn. We hebben daarover ook de discussie gevoerd. Begin er maar aan om met een land als Somalië of Afghanistan gegevens uit te wisselen om na te gaan of iemand effectief de opgegeven geboortedatum heeft en of de documenten die hij bij zich heeft ook daadwerkelijk authentiek zijn.
De tweede stap in het drietrapsysteem treedt in werking als de overheid er toch in slaagt twijfel vast te stellen. Die twijfel is overigens niet gedefinieerd. We weten dat die zal worden ingevuld door de Europese rechtspraak en vermoedelijk zeer nauw zal worden afgebakend. Als er dan toch twijfel bestaat en die kan worden vastgesteld, begint er iets nieuws, een multidisciplinair onderzoek.
De collega van Vooruit zei daarnet dat hij dat een geweldig systeem vindt. Als we kijken naar wat dat in de praktijk betekent, begrijp ik ook waarom de collega's van Vooruit dat een fantastisch systeem vinden. U zei bij de eerste lezing immers – u hebt dat deels herhaald bij de tweede lezing, mevrouw de minister – dat dat multidisciplinair systeem iets nieuws is in Europa en dat de meeste Europese landen daar nog nooit van hadden gehoord.
We hebben vastgesteld dat dat niet klopt. Er zijn landen die al een volwaardig multidisciplinair systeem hebben. Er is zelfs één land dat als blauwdruk heeft gediend voor het multidisciplinair systeem dat wij nu invoeren, meer bepaald Italië. Italië heeft een volledig protocol uitgewerkt en richtsnoeren opgesteld over hoe dat multidisciplinaire systeem eruit moet zien. We hebben dat uitvoerig besproken in de commissie. Daaruit bleek dat heel dat multidisciplinaire onderzoek, waarvoor wij onze medische tests en ons wetenschappelijk onderzoek opzij moeten schuiven, bestaat uit gesprekjes met maatschappelijk werkers, interculturele bemiddelaars en zogenaamde experts. Alleen kunt u niet definiëren wie die zogenaamde experts zijn.
Ik heb uw antwoorden bij de tweede lezing gevolgd en gelezen, maar u hebt daar nog altijd geen antwoord op gegeven. U zei dat het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen eigenlijk al een duidelijk idee heeft van hoe dat proces eruit zal zien en dat de voorbereidingen volop bezig zijn, maar u bent niet ingegaan op hoe dat proces concreet zal verlopen. U hebt gezegd dat de vacatures voor de experts die die gesprekken zullen voeren, zijn uitgeschreven, maar u hebt niet gezegd welke experts dat zijn. Zijn dat interculturele bemiddelaars, psychologen, maatschappelijk werkers of masters in gender, diversiteit en interculturaliteit?
Op die vragen is geen antwoord gekomen. Als die vacatures zijn uitgeschreven, vermoed ik dat u weet om welke experten het gaat. Dan vermoed ik ook dat u weet hoe die procedure eruit zal moeten zien. Als u daar vandaag eindelijk een antwoord op kunt geven, zou mij dat alleszins tevreden stemmen. Niet gelukkig, maar tevreden.
Ik heb het daarnet gezegd en ik zeg dat alleen als ik het meen. De testen die we vandaag hebben, vormen pas de derde stap. De medische testen worden met het migratiepact eigenlijk helemaal achteraan in de rangorde geplaatst. Ze worden overboord gegooid. In uw repliek, uw antwoord in tweede lezing, stelde u iets wat mij bijzonder opviel. U zei dat het u eigenlijk niet geheel duidelijk was waar het Vlaams Belang voorstander van is. Nadat ik u dat vier uur en een half met handen en voeten heb proberen uit te leggen, nadat ik zowat elk interessant Europees land heb aangehaald en meermaals heb gezegd dat het systeem dat we vandaag hebben, de medische testen, tot de top van Europa behoort, begrijp ik niet dat u niet weet waarvoor wij staan. Ik beschouw dat een beetje als mijn persoonlijke falen.
Ik begrijp niet hoe u nog altijd niet kunt inzien welk systeem onze voorkeur geniet, welk systeem de voorkeur van de wetenschap geniet en welk systeem de voorkeur geniet van iedereen die fraude wil tegengaan. Dat zijn eenvoudigweg objectieve wetenschappelijke tests. Met het migratiepact doen we de tests echter niet. Met het migratiepact, waarvoor u staat te juichen, wordt de detectie van fraude zo moeilijk mogelijk gemaakt. Er wordt een systeem ingevoerd met zoveel mogelijk achterpoortjes. Al het voorgaande wordt van tafel geveegd en u kiest voor gesprekken met intercultureel bemiddelaars. Op basis daarvan zult u vanaf volgende week fraude op het vlak van leeftijd moeten detecteren. Ik heb u daar in de commissie ook op gewezen. Ik word daar kwaad van. Dat beleid is op maat gemaakt van open-grenzen-ngo's, dat is op maat gemaakt van asieladvocaten die natuurlijk gewoon hun werk doen en zoveel mogelijk achterpoortjes proberen te vinden in die wetgeving. Het betreft een leeftijdsbeoordeling op maat van asielfraudeurs.
Dan kom ik bij het punt dat ik in de commissie niet meer kon of mocht aanhalen omdat het allemaal te lang duurde voor de meerderheid, namelijk mensensmokkel. Als we sommige communicatie over het migratiepact mogen geloven, dan is de aanpak van mensensmokkel en mensenhandel een van de grote prioriteiten van dat migratiepact.
Bij elk beleidsdocument over migratie is er wel iemand die stelt dat daarmee de mensensmokkel wordt aangepakt en dat dat een van de prioriteiten is.
De vraag is natuurlijk of we met dit migratiepact mensensmokkel aanpakken. De vraag die er dan toe doet, is wat de precieze impact is van dit migratiepact en dit wetsontwerp op mensensmokkel en zelfs op mensenhandel. Daar wil ik nog even dieper op ingaan, want ik denk dat er vanaf volgende week en in de komende maanden en jaren enorme, catastrofale gevolgen zullen zijn. Ik denk dat niet alleen, ik weet dat. Ik kan dat onderbouwen met veel rechtspraak, maar die mocht ik in de commissie niet meer verduidelijken. Ik heb ze hier allemaal bij me.
Eerst is het misschien belangrijk om het onderscheid te maken tussen mensenhandel en mensensmokkel, mevrouw de minister. Mensenhandel is uitbuiting. Dat komt alsmaar meer voor in ons land: seksuele uitbuiting, economische uitbuiting, bedelarij, al die zaken. Mensensmokkel is de oorzaak van die mensenhandel. Mensensmokkel wordt gedefinieerd in de wet als het illegaal helpen oversteken van grenzen met het oog op financieel voordeel. Dat laatste is zeer belangrijk, want dat is eigen aan het Belgische rechtssysteem. Mensensmokkel in België is alleen mensensmokkel als er een financieel voordeel wordt nagestreefd.
Met andere woorden, een mensensmokkelaar die geen winst maakt, is in België geen mensensmokkelaar. Dat is fundamenteel, mevrouw de minister, want dat is niet overal in Europa het geval. We hoeven de grens niet ver over te steken. In Nederland bestaan twee soorten van mensensmokkel, namelijk mensensmokkel waarbij winst wordt gemaakt en mensensmokkel waarbij geen winst wordt gemaakt. Tal van andere Europese landen maken eveneens dat onderscheid.
Mensensmokkel waarbij geen winst wordt gemaakt, is een vorm van mensensmokkel die al jaren compleet onbestraft blijft in dit land, in grote delen van Europa en vanaf volgende week ook in heel Europa. Wie iemand illegaal helpt om het land binnen te komen en weet dat die persoon het recht niet heeft om het land binnen te komen, pleegt vandaag in België een strafbaar feit. Dat is echter een ander misdrijf. Dat heet hulp bij illegale migratie, maar is een ander soort misdrijf dan mensensmokkel.
Het belangrijkste is dat men dat niet kan bestraffen als het zogezegd om humanitaire redenen gaat. Dit migratiepact volgt één duidelijke logica. Die logica wordt telkens opnieuw gevolgd, zoals in de crisisrichtlijn en in andere verordeningen, namelijk dat humanitaire hulp nooit mag worden bestraft.
Dat wordt volledig buiten de wet gesteld. We weten echter allemaal dat een opengrenzen-ngo die bootvluchtelingen oppikt voor de kust van Tunesië, om ze dan naar Italië te brengen in plaats van ze terug in Tunesië af te zetten, geen vermogensvoordeel heeft. Men kan niet bewijzen dat die ngo winst maakt. Die doet dat om humanitaire redenen.
In een land als Nederland of Italië, waar zoiets vandaag wel als mensensmokkel kan worden bestraft, wat in Griekenland ook al is gebeurd, zijn er mensensmokkelaars en hulpjes van mensensmokkelaars. Collega Vandemaele had het op een bepaald ogenblik over de vakbond van mensensmokkelaars. Ik dacht dat hij het over ons had. De echte vakbond van mensensmokkelaars zijn die opengrenzen-ngo's. Zij komen volledig buiten de wet te staan in heel Europa. Zij kunnen dankzij het migratiepact, dat u toejuicht, in heel Europa genieten van straffeloosheid.
Mevrouw de minister, ik vat even samen. Mijn vrees, en niet alleen de mijne, maar ook die van iedereen die het migratiepact goed leest – het staat er letterlijk in –, is tweeledig. Enerzijds zijn er de landen die het echt proberen en die elke dag geconfronteerd worden met de werkwijze van die mensensmokkelaars. Dat zijn landen als Italië, Griekenland en ons buurland Nederland. Zij weten heel goed dat mensensmokkelaars in heel veel gevallen enkel kunnen opereren met de steun van die opengrenzen-ngo's. Die landen zullen hun definitie moeten aanpassen. Zij zullen niet langer opengrenzen-ngo's kunnen bestrijden. Zij zullen medewerkers van die ngo’s die letterlijk in contact staan met mensensmokkelaars niet meer kunnen bestraffen. Dat kan niet meer met dit migratiepact.
Anderzijds betekent dat ook dat u ons en uzelf klem zet, mevrouw de minister, want u zult nooit meer de definitie van mensensmokkel kunnen uitbreiden. U zult dat nooit meer kunnen doen, maar niet alleen u zal dat nooit meer kunnen doen, u zet daarmee ook elke regering die na u komt, elke minister die na u komt, voor het blok. Die opengrenzen-ngo's blijven straffeloos, blijven onbestraft. Met andere woorden, u beperkt vandaag bewust uw eigen beleidsruimte en die van toekomstige regeringen.
Dat is geen theoretische discussie. Ik kan ze niet allemaal aanhalen binnen dit tijdsbestek, maar er zijn voldoende zaken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar ook van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die aantonen dat er wel degelijk in die richting wordt gedacht, dat het onmogelijk moet worden gemaakt om de hulpjes, de vakbond van mensensmokkelaars, de opengrenzen-ngo’s nog te kunnen bestraffen.
Ik wilde het ook nog hebben over de impact op het terrein bij de vervolging van mensensmokkel, maar daarvoor heb ik jammer genoeg geen tijd meer.
Ik beperk mij daarom tot een overzicht, een zeer interessant overzicht, van de straffen die in dit land werden uitgedeeld voor mensensmokkel. De straffen die deze daders krijgen, zijn laks. Ik heb er geen ander woord voor. Dat is zelfs nog een understatement.
In 2023, het zijn de recentste cijfers, werd over 401 straffen beslist. Dat zijn er meer dan het aantal veroordelingen, omdat sommige mensen bijvoorbeeld een gevangenisstraf en een boete krijgen. Het aantal gevangenisstraffen is beperkt, mevrouw de minister. Slechts 111 keer werd een gevangenisstraf uitgesproken. Meer dan de helft daarvan, namelijk 63 keer, met uitstel. Niemand daarvan heeft een dag in de gevangenis gezeten. Er waren 115 veroordelingen tot boetes. Van de hoogte van die boetes heb ik geen flauw idee. Er waren 82 gevallen van ontzetting uit burgerlijke rechten en 76 gevallen van verbeurdverklaring. Heel sporadisch kwamen ook andere soorten straffen voor.
Ik vind dat ronduit schandalig. Ik vind dat echt schandalig. Is dit hoe dit land, dit justitieapparaat, deze overheid omspringt met criminelen van het ergste soort? Het gaat over mensen die er alles aan doen om ons migratiesysteem onderuit te halen, mensen die misbruik maken van andere mensen, mensen die zich als beesten gedragen tegenover andere mensen, spelen met hun levens. Mevrouw de minister, ik word daar eerlijk gezegd stil van.
Wat mij kwaad maakt, is het feit dat dit migratiepact die mensensmokkelaars nog een handje toesteekt. De hulpjes van die mensensmokkelaars, de mensen die de mensensmokkelaars zo veel mogelijk als partner willen beschouwen - en ik wik en weeg mijn woorden – spuien zo veel mogelijk mist over wat mensensmokkel eigenlijk is, om die organisaties te beschermen en te verdedigen.
Ik kom tot de essentie van het probleem in dit migratiepact, namelijk de vraag die we ons hier allemaal zouden moeten stellen als het over mensensmokkel gaat. Waarom staat Europa aan de top als het gaat over mensensmokkel? Waarom zijn er meer mensensmokkelaars actief met het regelen van overtochten naar Europa dan in gelijk welk ander deel van de wereld? Waarom steken wij er met kop en schouders bovenuit?
Het antwoord is eenvoudig. Mensen betalen duizenden euro's, in totaal gaat het over miljarden euro's per jaar, aan mensensmokkelaars omdat zij weten of geloven dat eenmaal zij één voet in Europa zetten, zij veilig zijn, dat zij niet meer uitgezet kunnen worden, dat als ngo’s hen overzetten van de Libische kust naar Italië, wij hen nooit meer wegkrijgen.
Om dat argument kracht bij te zetten, heb ik maar één voorbeeld nodig. Kijk naar wat Australië gedaan heeft. De Australische overheid heeft één centrale boodschap voor mensensmokkelaars en iedereen die illegaal Australië wil binnenkomen. Die centrale boodschap staat gewoon op de website van de Australische overheid. Het is in feite één zin: "If you come by boat without a visa, you will never settle in Australia." Met andere woorden, vergeet het om nog maar te proberen één voet in Australië te zetten. Nooit, maar dan ook nooit, zul je dan bescherming krijgen.
De Australische overheid heeft daar jarenlang zeer expliciete campagnes rond gevoerd. Ik vraag me af waar onze campagnes blijven. Waar blijft die boodschap op uw website, mevrouw de minister? Waar blijft de boodschap op de website van deze regering? Op de website van de Australische overheid staat bijvoorbeeld ook: "You will be either turned back, returned to your country of origin, or transferred to regional processing." In drukletters staat er: "You will never settle in Australia." Onze partij heeft dat wel gedaan. Wij hebben zelf een campagne gevoerd in Kaboel met die boodschap: "We don't want you here, you will not get here."
Het resultaat van die Australische aanpak? Sommigen hoor ik altijd zeggen dat die onmenselijk is. Het resultaat is echter dat het aantal bootmigranten volledig is ingestort. Het resultaat dat er werkelijk toe doet, mevrouw de minister, is dat er in Australië geen slachtoffers meer vallen. Er vallen geen doden meer. Er verschijnen geen foto's van kinderen die verdrinken, van bootvluchtelingen die mishandeld zijn, die wekenlang gemarteld werden. Dat is de reden waarom Australië het veel beter doet dan wij.
Dit migratiepact zal die Australische aanpak compleet onmogelijk maken. U legt zich daarbij neer. Ik lees in interviews dat u dat afschuwelijke migratiepact toejuicht. U zegt dat het moet van Europa. U wilt daar geen debat over, omdat we toch niets te zeggen zouden hebben. Niets is minder waar, en u weet dat. Het getuigt vooral van een gebrek aan moed en een gebrek aan overtuiging om daadwerkelijk de hakken in het zand te zetten.
Mevrouw de minister, wij hebben er alles aan gedaan om u te waarschuwen. We hebben er alles aan gedaan om alle aspecten van het migratiepact te belichten. 50.000 burgers hebben in minder dan een week tijd hun verzet geuit. Wij hebben u gewaarschuwd. U bent niet voorbereid op wat u te wachten staat en het zal niet min zijn. Dit land en Europa gaan met dit migratiepact fundamenteel de verkeerde richting uit. U ondersteunt dat en draagt daarvoor een loodzware verantwoordelijkheid, mevrouw de minister.
01.04 Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de voorzitter, collega's van het Vlaams Belang en enkele collega's van de andere fracties, sta mij toe om als voorzitter van de commissie voor Binnenlandse Zaken toch enkele woorden te wijden aan de werkzaamheden in de commissie. Ik wil ook de minister bedanken voor de volgehouden inspanning om vele uren bij ons aanwezig te zijn en ook een inhoudelijk goed antwoord te bieden, zoals het trouwens hoort. Ik wil tevens van de gelegenheid gebruikmaken om de ondervoorzitter van de commissie te bedanken om aanwezig te zijn en mij op tijd en stond te hebben vervangen, al was dat in de laatste momenten.
Waarom zeg ik dat? Omdat er blijkbaar toch wel wat heisa is ontstaan over de werkzaamheden in de commissie, omdat ik als commissievoorzitter niet neutraal zou hebben opgetreden, omdat het Vlaams Belang de commissie zou hebben gegijzeld, omdat voorrang zou zijn gegeven aan bepaalde sprekers en omdat de onderwerpen van de tussenkomsten niets met het voorliggende wetsontwerp te maken zouden hebben gehad.
Sommigen spraken van een show, anderen van gefilibuster. Iemand van de MR vond het zelfs nodig om een brief te sturen naar de Kamervoorzitter en naar alle leden van de commissie voor Binnenlandse Zaken om zijn ongenoegen over de werkzaamheden te uiten. In mijn korte politieke loopbaan in deze Kamer heb ik dat nog nooit meegemaakt en ik betreur dat ten zeerste. Waarom? Omdat ik, mijnheer de Kamervoorzitter, niets anders heb gedaan dan het Reglement toe te passen.
De collega's van de commissie weten zeer goed dat ik een pragmatische voorzitter probeer te zijn, met woord en wederwoord. Daarnaast heb ik de vele keren dat het quorum er niet was – ik begrijp dit tijdens de nachtelijke uren – ook niet vastgesteld. Ik heb de vergadering gewoon laten verderlopen zoals ze bezig was. Dat noem ik een pragmatische manier van werken.
Anderzijds heb ik ook artikel 46 ruim geïnterpreteerd.
Artikel 46 bepaalt dat een spreker bij het onderwerp moet blijven, niet het ontwerp maar het onderwerp. Welnu, het ontwerp gaat over een migratiepact. Een migratiepact heeft nu eenmaal impact op verschillende facetten van het openbare leven. Ik kan u verzekeren – voor de collega’s die de vele betogen in de commissie Binnenlandse Zaken gemist hebben maar die deze kunnen nalezen in het verslag – dat alle betogen wel degelijk te maken hadden met migratie. Ze behandelden telkens een bepaald facet, een bepaalde impact op het openbaar leven.
De meerderheid probeerde de definitie van het onderwerp eng te interpreteren. Het moest gaan over de technische aspecten van het ontwerp. Maar ik heb artikel 46 ruim geïnterpreteerd, namelijk dat de betogen wel degelijk iets te maken hadden met het ontwerp zoals het voorlag en ook vandaag voorligt.
Dit gezegd zijnde, collega’s, ik wil even de link maken met het luik veiligheid. Waarom zeg ik dat? Ik zou een heel lang betoog kunnen houden, maar ik zal dat niet doen omdat ik vind dat onze migratiespecialiste, Francesca Van Belleghem, in haar repliek de nodige tijd moet krijgen om nog eens zeer duidelijk, in een twintigtal punten meen ik, aan te duiden waarom onze fractie dit migratiepact niet zullen steunen.
Ik wil de beperkte tijd die ons is toegemeten in dit plenaire debat niet misbruiken om nog eens een lang betoog te houden over veiligheid en over de feiten die zich afspeelden in de afgelopen dagen – of eigenlijk in de afgelopen jaren telkens als er een risicomatch was waarbij een buitenlandse nationale voetbalploeg betrokken was – of over de feiten die zich afspeelden als het wat warmer werd in onze contreien en de recreatiedomeinen hun deuren openden, of over de feiten die zich afspeelden op de overvolle treinen naar onze Vlaamse kust. Dan merkten wij steeds – het is een constante geworden – dat relschoppers het te bont maken.
Ik heb altijd gezegd – onze partij is bijna de enige die de olifant in de kamer durft te benoemen – dat die relschoppers geen Zweden zijn, geen Noren of Denen. Het zijn hoofdzakelijk allochtone relschoppers.
01.05 Jeroen Soete (Vooruit): Collega Depoortere, ik ben een Oostendenaar. Ik ben dus van Oostende, een van die kuststeden die toeristisch zeer in trek zijn. We leven van het toerisme in Oostende en we zien graag toeristen komen. De middenstand regeert het land en leeft van de handel en het toerisme. Oostende kan ik u trouwens aanraden voor een weekend. Het is een prachtige stad, met mooie stranden, heel veel activiteiten en goede horeca. Het is absoluut een aanrader.
Belangrijker is echter even in te gaan op uw inhoudelijke opmerking dat het altijd dezelfden zijn. Ik volg u inderdaad: het is altijd het Vlaams Belang.
Mijnheer de voorzitter, kan ik straks een nieuwe vraag stellen? Ik wil even een punt maken. Ik moet hier vijf uur naar het Vlaams Belang luisteren, maar ik moet op een minuut mijn punt maken. Ik zal mijn tijd dus laten lopen en straks een nieuwe vraag stellen, want ik wil echt wel een punt maken.
De voorzitter: Dan mag u daarop reageren, mijnheer Depoortere.
01.06 Ortwin Depoortere (VB): Het is natuurlijk moeilijk om te reageren op een vraag die niet gesteld is. Ik ken Oostende wel.
De voorzitter: Mijnheer Soete, we volgen hier de regels. Uw tussenkomst mag één minuut duren. Ik zal voor u geen uitzondering maken. Nu heeft mijnheer Depoortere het woord.
U hebt zelfs nog een minuut om te repliceren, mijnheer Depoortere.
01.07 Ortwin Depoortere (VB): Goed, collega, ik ken Oostende. Mijn mama komt van de kust, dus ik ken de stad zeer goed. Ze is zelfs geboren in Oostende. Maakt u zich niet ongerust: Oostende blijft een toeristische trekpleister. We zullen daar trouwens zaterdag met veel mensen aanwezig zijn voor onze meeting tegen de illegalen die ook onze kust teisteren.
Door die twee problemen – allochtone relschoppers en illegalen die onze kust overspoelen – wordt het inderdaad zeer moeilijk voor onze middenstanders aan de kust om het hoofd boven water te houden en aantrekkelijk te blijven voor toeristen. Maak echter gerust uw punt.
01.08 Jeroen Soete (Vooruit): Mijnheer Depoortere, we hebben het debat over de drukte aan de kust ook in de Oostendse gemeenteraad gevoerd. Uiteraard beschikten we onder meer over de beelden van de kusttram in De Haan. Het Vlaams Belang heeft die filmpjes massaal gedeeld. Achteraf bleek echter dat het echte Belgen pur sang waren die het te bont hadden gemaakt.
Op de vraag van de Vlaams Belang-fractie in de gemeenteraad van Oostende antwoordde de korpschef van Oostende dat de grootste incidenten werden veroorzaakt door pure Belgen uit West-Vlaanderen. Er zijn arrestaties gebeurd, want als honderdduizenden mensen zich op een kleine oppervlakte bevinden, ontstaan er conflicten.
Het feit dat jullie altijd systematisch moeten stigmatiseren, dat is jullie handelsmerk, maar het staat vaak ook ver van de waarheid.
01.09 Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer Soete, u kunt uw ogen blijven sluiten. Van de socialisten zijn we dat gewoon, maar het is niet omdat u een leugen herhaalt dat die plots waarheid wordt. Wij weten - en de bevolking weet maar al te goed - wie die relschoppers zijn. Uw kort pleidooi van één minuut zal daar niets aan veranderen.
Ik kom even terug op het veiligheidsaspect van het migratiepact. Ik wil erop wijzen, mevrouw de minister, dat het pact voorziet in een screeningsprocedure aan de buitengrenzen.
De voorzitter: Het is niet de bedoeling dat de spreker permanent wordt onderbroken. Ik zal u straks het woord geven.
01.10 Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de voorzitter, ik vind die manier van werken zeer vervelend.
Het pact, mevrouw de minister, voorziet in een screeningsprocedure aan de buitengrenzen van maximaal zeven dagen. Op papier klinkt dat als een stap vooruit, maar ik houd mijn hart vast, mevrouw de minister – u en andere excellenties misschien ook – voor wat dat in de praktijk zal betekenen. Een termijn van zeven dagen kan toch niet volstaan om criminele antecedenten, valse identiteiten of radicalisering grondig te verifiëren, zeker niet wanneer herkomstlanden weigeren mee te werken aan identiteitscontroles. Jammer genoeg zijn nogal wat herkomstlanden in dat bedje ziek.
Ook voor bepaalde categorieën – men spreekt dan van de zogenoemde kwetsbare personen – bepaalt het pact dat screeningsprocedures kunnen worden afgezwakt. Ik vrees, zoals andere collega's al hebben aangehaald, dat dit een achterpoort kan creëren die mensensmokkel-ngo's systematisch kunnen misbruiken.
Mijn collega Van Hoecke heeft er al naar verwezen en daarom zal ik er niet te lang bij stilstaan: de fraude met valse minderjarigen is een acuut probleem. We weten dat die minderjarigen meestal in zeer precaire omstandigheden in ons land terechtkomen. Het is eigenlijk een schrijnende toestand dat die minderjarigen op ons grondgebied terechtkomen en vervolgens helemaal niet op het rechte pad blijven. Dat kan ook moeilijk anders als men hier op een illegale manier probeert te overleven. Ook dat zonlicht hoeven we niet te ontkennen, mevrouw de minister en collega van Vooruit. Politie- en inlichtingendiensten hebben al meermaals aangehaald dat minderjarige asielzoekers en minderjarige illegalen steeds vaker worden ingeschakeld door de drugsmaffia om het vuile werk op te knappen. Dat is een zeer groot probleem, zeker in onze grootsteden zoals Brussel en Antwerpen.
Dan kom ik bij Eurodac, met zijn biometrische registratie de digitale ruggengraat van het beleid. Het gaat in feite om veiligheidsvlaggen bij risico's voor de binnenlandse veiligheid. Ook dit, mevrouw de minister, klinkt in theorie goed. Ook wij zijn voorstander van Eurodac. We hebben dat trouwens ondersteund op Europees niveau. Maar, collega's, als er amper capaciteit is bij de Europese veiligheidsdiensten, die al overweldigd worden door de zeer vele asielaanvragen en al dan niet gevaarlijke niet-Europese vreemdelingen, en als de landen van herkomst archaïsch of chaotisch georganiseerd zijn en weigeren mee te werken, hoe kan men dan in godsnaam verzekeren dat migranten en asielzoekers geen veiligheidsrisico vormen? Dat is een gevaar dat we moeten onderkennen.
Ik sluit af, mijnheer de voorzitter. Wie de massamigratie wil afremmen – dat is wat we moeten doen – en wie iets wil doen aan de vele illegalen die hier nu al zijn... Er bestaan uiteraard slechts schattingen, want het gaat om illegalen en niemand beschikt over een exact cijfer. Ik verwijs onder meer naar een vroegere schatting van minister Jambon, die uitging van 200.000 illegalen op het Belgisch grondgebied.
Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat dat aantal ondertussen verminderd is, maar als wij dat alles willen aanpakken, zeker de illegalenproblematiek, dan zullen ook de daden moeten volgen op woorden. Volgens ons kan dat niet via dit Europees migratiepact. Dat kan alleen door de bevoegdheden die de nationale staten hadden in eigen handen te houden.
In plaats van te versoepelen, moet men verstrengen. Dat is wat de bevolking wil. De bevolking wil dat illegalen worden opgespoord. De bevolking wil dat illegalen worden opgepakt. De bevolking wil dat illegalen worden teruggestuurd. Zolang de huidige regering, net zoals de voorgaande regeringen, daar geen werk van maakt, blijft het dweilen met de kraan open.
Er zijn intussen al een aantal voorstellen van het Vlaams Belang gekopieerd, toch met woorden. Ik denk aan de heer Rousseau, die plots de bootcamps heeft ontdekt in ons programma. Ik denk aan minister Francken, die hetzelfde voorstel heeft gedaan. Ik denk aan minister Quintin, die ons voorstel heeft overgenomen om relschoppers effectief voor de schade te laten opdraaien.
Ik roep de regeringspartijen op om werk te maken van het opsporen, oppakken en terugsturen van illegalen. Dat kan alleen als binnen de politie een gespecialiseerde federale dienst wordt gecreëerd. Ik noem dat de illegalenpolitie. U mag dat noemen zoals u wilt maar het opzet moet duidelijk zijn. Wij moeten de illegalen hier aanpakken en het probleem niet laten sudderen zoals vandaag het geval is.
In plaats van ons na te praten om vruchteloos, zoals ik u kan verzekeren, onze kiezers terug te proberen winnen en onze voorstellen te kopiëren zonder daadkracht, roep ik u op een Vlaams veiligheidsbeleid te voeren. Stop met immigratie en start remigratie.
01.11 Lode Vereeck (VB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, migratologen, ik begin met een citaat waarmee ik ook de commissievergadering ben geëindigd, maar het is gewoon te mooi om te laten liggen.
"Zo de wettelijke en morele waarborgen die aan de vreemdelingen worden toegekend in de mate van het mogelijke moeten worden uitgebreid, is het even noodzakelijk aan de openbare macht, de overheid, de mogelijkheid en de middelen te laten om een dam op te werpen tegen de massale binnenkomst van vreemdelingen die zich op onregelmatige wijze in ons land vestigen. Ons land is niet groot genoeg om zomaar zijn grenzen wijd open te stellen voor alle vreemdelingen. Ieder jaar pogen een groot aantal vreemdelingen op onregelmatige wijze het land binnen te komen en moeten zij aan de grens teruggedreven worden. Talrijk waren anderzijds de vreemdelingen die in België werkten zonder de vereiste machtiging, tegen lonen die lager lagen dan het wettelijke minimum en voor dewelke de werkgevers de door de sociale wetgeving voorziene bijdragen niet verrichtten. Deze misbruiken, die een sociaal systeem zouden kunnen ondermijnen wiens totstandkoming jarenlange inspanningen heeft gevergd, moeten beteugeld worden. De clandestiene immigratie moet bestreden worden en het systematisch regulariseren van de toestand van vreemdelingen die op onregelmatige wijze naar hier zijn gekomen, loopt onvermijdelijk uit op het benadelen van diegenen die zich wel op regelmatige wijze in ons land gevestigd hebben."
Ik ga verder met het lange citaat: "Evenzo is het nodig de bescherming van onze gemeenschap en in het bijzonder van onze jeugd te verzekeren tegen de handelingen van vreemdelingen die zonder middelen van bestaan de openbare orde verstoren en van voorlopige middelen leven. In dit opzicht is het symptomatisch vast te stellen dat het aantal verwijderingsmaatregelen, terugwijzingen en uitzettingen, die inzonderheid gemotiveerd worden hoofdens handel in of gebruik van verdovende middelen, gedaald is. Dat dit aantal gedaald is, vloeit voort uit het feit dat niet meer systematisch verwijderingsmaatregelen worden getroffen tegen kleine verbruikers, die met meer goedertierenheid worden behandeld.
Men stelt vast dat de hoeveelheid verhandelde kilo’s veel groter is, wat bewijst dat sjacheraars steeds stoutmoediger worden in hun handel. Niemand kan voor een dergelijke dreiging ongevoelig blijven.”
Laat dat citaat even inzinken. De auteur spreekt over een overheid die over de middelen beschikt om een dam op te werpen tegen de massale immigratie van vreemdelingen, omdat die het sociaal systeem ondermijnt en de lonen ondergraaft, en over een overheid die vreemdelingen aan de grens terugdrijft om onze jeugd te beschermen tegen vreemdelingen die de openbare orde verstoren en op onze kosten leven, en om onze maatschappij te beschermen tegen de gevaren van druggebruik.
Geef toe, het zou geschreven kunnen zijn door het Vlaams Belang, maar de tekst is vijftig jaar oud. Onze partij bestond toen nog niet eens. Nee, de tekst is geschreven – luister goed, collega's Orlians en Di Nunzio – in 1975 door de liberale minister van Justitie Herman Vanderpoorten, in de memorie van toelichting bij de zogenaamde Vreemdelingenwet. Herman Vanderpoorten, u wellicht wel bekend, was een vooraanstaand liberaal politicus, met gezond verstand, zou ik zeggen, en met een lange staat van dienst. Hij is de vader van Marleen Vanderpoorten en de oom van Patrick Dewael, beiden oud-ministers en oud-parlementsvoorzitters.
01.12 Axel Ronse (N-VA): Uw vorige partijleider.
01.13 Lode Vereeck (VB): Ja, maar ik heb gestemd tegen het migrantenstemrecht. Dat weet u niet. Dat gebeurde in 2003 en ik heb toen meteen mijn partijkaart ingeleverd. Dat weet u evenmin. Zo ben ik bij LDD terechtgekomen.
De vraag die ik u wil stellen, is wat die liberale voorman vandaag zou denken van de migratiechaos in dit land. Wat zou hij vinden van dit migratiepact? Van welke partij zou hij vandaag lid willen zijn en op welke partij zou hij stemmen? Zijn antwoord is duidelijk. Hij zou kiezen voor een partij die een dam opwerpt tegen massamigratie, een partij die de sociale zekerheid beschermt en voorbehoudt voor wie eraan bijdraagt en heeft bijgedragen, een partij die vreemdelingen het land uitzet als zij de veiligheid van onze burgers in gevaar brengen en als ze drugs verhandelen. Zo is er vandaag maar één partij en dat is het Vlaams Belang.
Collega Ronse, ik weet zelfs niet of die gasten geboren waren in 1975, ik denk het niet, dus ik zal u dat ook niet voor de voeten werpen, maar het is toch interessant om te zien hoe de rechts-liberale geesten geëvolueerd zijn.
Eigenlijk is dit eerder een waarschuwing voor de collega's van de N-VA. Als u ooit begint met zulke strenge teksten, zoals Vanderpoorten, of met strenge uitspraken, zoals Francken en De Wever, maar uiteindelijk alles door de vingers laat glippen, dan eindigt u op 5,9 %.
Collega's, ik heb uit de nachtelijke vergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken geleerd dat er twee soorten migratie-experts zijn, enerzijds de echte experts en anderzijds de vakidioten, die enkel willen en kunnen spreken over de juridische details. Over de maatschappelijke gevolgen blijven ze doodstil, of toch niet? Wanneer die maatschappelijke impact dan toch aan bod komt, raken zij geïrriteerd en vragen ze gillend waar dat in het wetsontwerp staat en wat dat met deze wet te maken heeft. Welnu, ik zal het u zeggen: alles.
Collega's, we schrijven geen wetten voor de sport of als juridische bezigheidstherapie. In de impactanalyse bij dit wetsontwerp wordt over de impact met geen woord gerept en dan denken de vakidioten waarschijnlijk dat als het niet in de impactanalyse staat, het wel geen impact zal hebben. Met een stalen gezicht durft deze minister te beweren dat de Europese aanpak van immigratie dus geen impact heeft, niet op kansarmoede noch op sociale cohesie, terwijl de problemen van integratie volgens mij genoegzaam bekend zijn. De Europese aanpak heeft geen impact op economische ontwikkeling of werkgelegenheid, niet op mobiliteit, niet op de gelijkheid van vrouwen en mannen, niet op ontwikkelingslanden, ondanks het verlies van die mensen die het land verlaten. De Europese aanpak heeft geen impact op de overheid of op de overheidsfinanciën, nergens op. Het lijkt alsof de regering bang is dat een beetje studiewerk een wetgevend initiatief zou ontmaskeren als inefficiënt of nefast voor de welvaart.
Zo modderen wij vrolijk verder, zonder impactanalyse, zonder data en zonder de bereidheid om de financiële consequenties onder ogen te zien. De regering weigert te weten wat migratie kost, omdat de realiteit het Europese en Belgische migratiebeleid wel eens failliet zou kunnen verklaren.
Dat dit zomaar passeert, is des te opmerkelijk omdat de Europese Commissie wel systematisch inzet op goed onderbouwde impactanalyses. Dat zijn degelijke studies, maar het hier voorliggend wetsontwerp over de implementatie van het migratiepact is een stapeltje verordeningen zonder een concreet prijskaartje. Daarom moesten we dus zelf ingaan op de financieel-economische gevolgen van massamigratie.
Voorafgaand wil ik verhelderen, zeker voor de mensen ter linkerzijde, dat onze kritiek gericht is tegen systemen, niet tegen mensen.
Migratie is inderdaad van alle tijden, maar massamigratie is dat niet. Dat is geen wetmatigheid, geen natuurverschijnsel, zoals de heer Matti Vandemaele beweerde, maar het resultaat van een blinde politieke keuze.
Blind, want waar is de kosten-batenanalyse? Waar is het antwoord op de eenvoudige vraag die volgens mij elke huisvader en huismoeder stelt, elke ondernemer, elke gemeentebestuurder, ook de minister van Begroting, namelijk wat kost dit, wat brengt dit op, wie betaalt het en hoelang houden we dit vol?
Aangezien de regering geweigerd heeft om de rekenmachine boven te halen, heb ik die taak met veel plezier overgenomen. Ik heb een antwoord gezocht op de vraag of massale immigratie voordelig of nadelig is voor onze samenleving, voor de economie en voor de schatkist, niet voor één jaar, niet voor één persconferentie, maar structureel.
Helaas beschikken we in België slechts beperkt over gegevens volgens herkomst. België lijkt wat dat betreft in een soort van statistische middeleeuwen te leven. Daarom hebben we ons gebaseerd op de schaarse cijfers die wel voorhanden zijn, met name de studie van de Nationale Bank uit 2020 over de fiscale baten en kosten van migratie en de recente bevolkingscijfers van Statbel uit 2025 over de samenstelling van de Belgische bevolking naar herkomst. Ik denk dat beide instellingen in België als gezaghebbende instituten worden erkend en ga er dus van uit dat hun data niet ter discussie staan.
Eerst wil ik even ingaan op de methode zelf. Men kan migratie beoordelen via een momentopname of via een levensloopanalyse. Een momentopname bekijkt één jaar, bijvoorbeeld een begrotingsjaar, en dat is wat collega Vermeersch straks zal doen. Een levensloopanalyse, wat ik zal doen, bekijkt de volledige periode waarin een persoon belastingen betaalt en gebruikmaakt van de publieke voorzieningen. De levensloop, vanuit maatschappelijk perspectief bekeken, valt uiteen in drie periodes, namelijk de jeugd en de pensioenleeftijd, met voornamelijk kosten, en de werkzame leeftijd, met doorgaans voornamelijk baten. Dat verschil in methode is echt wel cruciaal. Een 30-jarige werknemer levert vandaag veel op voor de schatkist. Diezelfde persoon heeft vroeger onderwijs genoten, wat dus geld kost, en zal later mogelijk pensioen- en zorgkosten veroorzaken. Wie dus één enkel jaar bekijkt, ziet slechts een deel van de werkelijkheid. Dat is een foto, een jaar, een ogenblik. Een film toont de volledige werkelijkheid en is dus betrouwbaarder. Zij berekent de volledige nettobijdrage. Het is een kosten-batenanalyse over de hele levensloop van een migrant en trouwens ook van een autochtoon.
Wat leren de cijfers ons? Uit de gegevens van de Nationale Bank van België, verrekend over de volledige levensloop, blijkt dat bijna alle groepen migranten meer kosten dan bijdragen. Dat is niet zo verrassend, want veruit de meeste migranten komen niet naar hier als topwetenschappers of CEO's. Ze zijn veelal laaggekwalificeerd, ze spreken de taal niet en ze hebben, zoals daarnet ook al is gezegd, vaak heel wat trauma's in hun rugzak.
Er bestaan wel aanzienlijke verschillen tussen migrantengroepen, afhankelijk van de leeftijd bij aankomst, de herkomstregio, het migratiemotief en het emigratiegedrag, als ze terug vertrekken naar een derde land of naar het land van herkomst. U moet vooral onthouden dat opleiding doorslaggevend is. Opleiding blijkt de beste voorspeller te zijn van de vraag of mensen hier bijdragen dan wel kosten met zich meebrengen.
Dit zijn de resultaten. De gemiddelde immigrant, over alle motieven en regio's heen, kost de Belgische Schatkist 146.000 euro over zijn hele leven. Een gemiddelde autochtoon draagt 150.000 euro bij aan de Schatkist. Het verschil is dus een diepe kloof van bijna 300.000 euro. Dan hebben we het over één enkele persoon.
Er zijn aanzienlijke verschillen tussen de herkomstregio's. Een gemiddelde immigrant uit de oude en de nieuwe EU-lidstaten kost onze schatkist over zijn hele leven respectievelijk 30.000 en 124.000 euro. Alleen een Noord-Amerikaanse immigrant uit de Verenigde Staten of Canada stijft de schatkist met 94.000 euro. Ze komen hier aan, hebben vaak hun opleiding al achter de rug en vertrekken weer wanneer ze zien hoeveel belastingen ze hier moeten betalen. Alle andere herkomstregio's zorgen voor rode cijfers in onze openbare financiën. Vooral de zogenaamde MENAPT-landen, een acroniem van het Deense ministerie van Financiën, springen daarbij in het oog. Immigranten uit het Midden-Oosten, Pakistan en Afghanistan kosten gemiddeld 285.000 euro. Immigranten uit de Maghreblanden, inclusief Marokko, kosten gemiddeld 329.000 euro. Immigranten uit de EU-lidstaten, inclusief Marokko, kosten gemiddeld 361.000 euro. Die negatieve cijfers hebben niet zozeer met herkomst of kleur te maken, maar met de reden van migratie en het opleidingsniveau. Studiemigratie kost gemiddeld 96.000 euro. Uit onderzoek weten we ook dat vaak de zwakkere studenten hier blijven hangen, terwijl de sterkere profielen vertrekken naar landen waar ze meer kunnen verdienen.
Gezinsmigratie kost 249.000 euro. Dat is ook best te begrijpen. Die groep komt niet naar hier om te werken en dat voelt de schatkist genadeloos.
Asielmigratie kost een onthutsende 411.000 euro per migrant over de hele levensloop.
Wat dan met arbeidsmigratie? Wel, dat hangt van het opleidingsniveau af. Enkel een hoogopgeleide migrant uit een westers land met minstens een bachelorsdiploma, dus hoge school of universiteit, brengt op voor de schatkist: gemiddeld 34.000 euro. Laagopgeleide migranten, zowel van binnen als van buiten de EU kosten tussen 300.000 en 377.000 euro aan de schatkist over de hele levensloop. De poorten dus wijd openzetten voor migranten betekent dan ook het bankroet van de sociale welvaartsstaat, waar onze voorouders generaties lang voor gezwoegd hebben.
Een genereuze verzorgingsstaat – en dit is eigenlijk de kern – en een opengrenzenbeleid gaan domweg niet samen. Migratie is pas een probleem wanneer ze massaal is en wanneer ze samenvalt met een uitgebreide verzorgingsstaat. Dat is geen complottheorie, collega’s. Dat is een waarheid als een koe, feilloos verwoord door Herman Vanderpoorten, alsook door Nobelprijswinnaar Milton Friedman en zelfs door een Vlaamse socialist pur sang, John Crombez, uit Oostende. We hebben een zeer uitgebreide verzorgingsstaat en daarbovenop voeren we een migratiebeleid waarvan de financiële gevolgen niet doorgerekend zijn. Dat is geen humanitair beleid. Dat is bestuurlijke nonchalance. Ik zou het bijna een cheque zonder dekking noemen. Men kan niet tegelijkertijd zeggen dat elke euro in de sociale zekerheid moet worden omgedraaid, dat werklozen strenger moeten worden opgevolgd, dat langdurig zieken sneller opnieuw aan het werk moeten, dat we langer moeten werken en dan in geval van migratie doen alsof de begroting plots een elastiekje is. Is dat verantwoordelijk bestuur? Of, is dat het land op orde zetten, collega’s? Ik meen van niet.
En dan is er nog de hardnekkige mythe dat de migratie de redder in nood zou zijn voor onze vergrijzing en voor onze stijgende pensioenfactuur. Dat ziet er mooi uit op papier, maar men vergeet natuurlijk één ding: migranten worden zelf ook oud. Migratie is geen pensioenplan. Het is een piramidespel. Het is een ponzischema met een humanitair strikje eromheen.
Elke verzorgingsstaat kent twee vormen van herverdeling: van rijk naar arm en van actieven naar inactieven. Dat brengt ons dus bij de cruciale vraag: wie draagt bij, en wie ontvangt. Als migratie effectief de tikkende tijdbom is voor onze sociale welvaartstaat en de begroting, moeten we ook durven te spreken over manieren om die bom te ontmantelen.
Het is simpel: wie massamigratie wil behouden, zal de verzorgingsstaat moeten afbouwen en wie de verzorgingsstaat wil behouden, zal de immigratie moeten beperken. Het is duidelijk dat asielmigratie, gezinshereniging en studiemigratie negatief zijn voor de schatkist.
Arbeidsmigratie – en dit bleek de heer Vandemaele ook weer niet begrepen te hebben – kan positief zijn voor de schatkist, maar in de praktijk geldt dat alleen voor hoogopgeleide migranten uit westerse landen, dus houders van een bachelordiploma. Als we dat allemaal weten, dan kunnen we daar een gezond migratiebeleid op enten. Helaas kiezen vandaag veel westerse beleidsmakers ervoor de stijgende migratiekosten op te vangen door geleidelijk te besparen op sociale voorzieningen. Ook in België zien we dat gebeuren. De regering-De Wever zet het mes in delen van de sociale zekerheid, omdat de factuur van het huidige model steeds moeilijker betaalbaar wordt. Dat is niet de keuze van het Vlaams Belang. We komen op voor onze mensen. Ik vind dat we echt niet de factuur van de hele wereld kunnen en moeten dragen.
Ik geef een paar macrocijfers. Tussen 2000, het begin van deze eeuw, en 2025 steeg de bevolking in België van 10,2 naar 11,8 miljoen inwoners, een toename met 1,6 miljoen. De autochtone bevolking daalde in dezelfde kwarteeuw van 8,4 naar 7,6 miljoen. De allochtone bevolking steeg de afgelopen 25 jaar van 1,8 naar 4,2 miljoen. De kosten van migratie volgens de generatierekening, dus berekend over de levensloop, stegen daardoor van 207 miljard euro in 2000 naar 638 miljard euro vandaag. Dat is 431,5 miljard euro extra in 25 jaar tijd of een verdrievoudiging. Per jaar bedraagt de factuur, alles inbegrepen, 16,5 miljard euro. Ook dat is een verdrievoudiging in 25 jaar tijd. Dat is geen klein bier. Het is ook geen jaarlijks begrotingspostje, maar een structurele budgettaire schok.
Mevrouw de minister, wie bij 16,5 miljard euro nog altijd beweert dat migratie geen impact heeft, verwart volgens mij de impactanalyse met een preek van de paus. Die hogepriester van de open grenzen spreekt over solidariteit, maar vergeet de solvabiliteit.
Met zo'n hallucinante miljardenfactuur op tafel kunnen we niet langer stil blijven toekijken hoe de demografische trein ons mee de afgrond in sleurt.
Cijfers zijn cijfers; ze zijn geen morele uitspraken. De vraag is niet of een mens uit deze of gene regio meer of minder waard is. Die vraag is verwerpelijk. De vraag is of ons migratiesysteem mensen toelaat op een manier die de samenleving en de sociale welvaartsstaat sterker maakt. Als het antwoord daarop neen is, is het onze plicht om dat systeem te veranderen.
Ik beperk mij tot twee aanbevelingen en verwijs verder naar het verslag van de commissie. Ten eerste, mevrouw de minister, laat enkel nog arbeidsmigratie toe en dan nog uitsluitend voor hoger opgeleide immigranten vanaf het bachelorniveau. De heer Kurt Moons heeft het daarnet al uitgebreid toegelicht. Wat wij niet nodig hebben, is arbeidsmigratie als excuus voor goedkope arbeid, want goedkope arbeid is duur voor de samenleving. De werkgever krijgt de tijdelijke voordelen en de samenleving betaalt de structurele kosten.
Laat daarom de werkgevers volledig borg staan voor de financiële toekomst van hun arbeidsmigranten. Organiseer een streng ingangsexamen voor migranten en doe in de eerste plaats een beroep op de beschikbare werklozen in Wallonië en de Europese Unie, vooraleer u de poorten openzet voor de rest van de wereld.
Ten tweede, verdedig de nationale bevoegdheid over migratie. Europese samenwerking kan nuttig zijn, zeker op economisch vlak, maar Europese dwang zonder nationale draagkracht is geen samenwerking maar een dictatuur met een factuur.
Start de onderhandelingen over een opt-out naar Deens voorbeeld. Ik weet dat dat moeilijk is. Volg tot die tijd het voorbeeld van de Deense socialistische regering met een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers. Als wij dat niet doen, verandert dit hele land in een bende stinkende kamelen en soepkiekens.
Ik kom tot mijn conclusie. Mijnheer de voorzitter, ik weet dat het debat gevoelig ligt. Het is ook niet gemakkelijk om een en ander in korte tijd toe te lichten. Daarom heb ik mijn woorden zo zorgvuldig mogelijk gekozen. Wij kunnen erkennen dat migranten mensen zijn met waardigheid en tegelijkertijd stellen dat massale, niet-selectieve migratie en een verzorgingsstaat niet samengaan.
Wanneer onze burgers horen dat er geen geld is voor hun pensioen, voor kinderopvang, voor veiligheid, voor fatsoenlijke zorg en betaalbare ouderenopvang, maar tegelijkertijd merken dat de migratiekosten niet eens grondig worden doorgerekend, dan groeit het wantrouwen. Dat is niet, omdat onze burgers hardvochtig zijn, maar omdat ze ook kunnen tellen. De burger heeft echt geen doctoraat in de economie nodig om te begrijpen dat een emmer overloopt, als u er water in blijft gieten.
De regering vraagt ons nu in wezen om een migratiebeleid goed te keuren waarvan de impact niet is doorgerekend, terwijl een ernstige doorrekening net waarschuwt voor heel grote structurele kosten.
Collega's, de rekening komt altijd, ook als men ze onder het tapijt probeert te schuiven. De politieke vraag is dan eenvoudig: waarom zouden wij vandaag een blanco cheque ondertekenen, terwijl de cijfers in de rode inkt op tafel liggen. We krijgen daarop geen antwoord. Daarom kan mijn fractie de implementatie van het EU-migratiepact niet goedkeuren.
01.14 Wouter Vermeersch (VB): Ook van mijn kant wil ik de diensten bedanken, niet alleen voor de vele uren waarin zij het debat hebben ondersteund, maar ook vanavond voor het bed, bad en brood dat wij krijgen.
Vandaag bespreken we het wetsontwerp dat volgens de regering een technische omzetting zou moeten zijn van het Europees migratie- en asielpact. Laten we echter eerlijk zijn, dit gaat niet over techniek, noch over juridische details. Dit gaat over de toekomst van het Belgische migratiebeleid.
Lode zei het al, dit gaat vooral over de factuur die opnieuw bij de belastingbetaler terechtkomt. Lode had het over het macro-economische aspect, de kosten van migratie over de volledige levensduur. Ik wil mij daarentegen specifiek richten op mijn specialiteit, namelijk de begroting. Achter elke nieuwe procedure, achter elke nieuwe screening, achter elke nieuwe administratieve verplichting en achter elke nieuwe opvangverplichting schuilt immers uiteindelijk één eenvoudige vraag: wie betaalt de rekening?
De regering vraagt ons morgen vertrouwen te hebben. Vertrouwen dat dit pact zal leiden tot meer orde, meer controle, meer efficiëntie en meer terugkeer. Dat verhaal hoor ik echter al elk jaar sinds 2019. Ik heb dat uitgebreid overlopen in de commissie en daarvoor verwijs ik uiteraard naar het verslag. Steeds opnieuw kregen we te horen dat het systeem uiteindelijk onder controle zou komen. Steeds opnieuw kregen we te horen dat de procedures sneller zouden verlopen. Steeds opnieuw kregen we de boodschap dat de instroom zou dalen.
Telkens wanneer men de begroting openslaat, ziet men echter iets anders, mevrouw de minister. Men ziet stijgende uitgaven, stijgende opvangkosten, stijgende dotaties voor Fedasil, stijgende provisies en stijgende tekorten, mevrouw de minister. Kortom, uw politieke communicatie, mevrouw de minister, spreekt streng over migratie. Ik denk dat u daar nu zelfs zeer streng over aan het praten bent met uw collega's. De begroting spreekt echter van dure migratie.
Collega's, toen ik in 2019 in deze Kamer werd verkozen en lid werd van de commissie voor Financiën en Begroting, ben ik de federale begrotingen systematisch beginnen te analyseren. Ik wilde begrijpen waarom België jaar na jaar grotere tekorten opstapelt, waarom de schuld blijft stijgen en waarom de belastingdruk blijft toenemen. Telkens opnieuw kwam ik uit bij hetzelfde dossier: migratie. Niet als ideologisch debat, niet als theoretische discussie, maar als begrotingsrealiteit. Migratie duikt op in de opvang. Migratie duikt op in de sociale zekerheid. Migratie duikt op in de gezondheidszorg. Migratie duikt op bij Justitie. We hebben hier net ook twee collega's over Justitie horen spreken. We hebben ook de voorzitter van de commissie aan het woord gehoord. Migratie duikt op in veiligheid. Vooral duikt migratie op in de federale begroting. Neem nu Fedasil. In 2019 bedroeg de federale dotatie ongeveer 411 miljoen euro. Dat leek toen al bijzonder veel. Vandaag spreken we over een systeem dat evolueert naar meer dan 1 miljard euro per jaar. Dat zijn geen tijdelijke kosten meer. Dat zijn geen uitzonderlijke uitgaven meer. Dat is een structurele begrotingspost geworden, die jaar na jaar groot blijft. Ook in de laatste begrotingscontrole werd opnieuw 41 miljoen euro extra gevraagd voor Fedasil.
Toch ligt vandaag een wetsontwerp voor dat bijkomende procedures invoert, bijkomende verplichtingen creëert en bijkomende administratieve structuren uitbouwt, zonder dat de regering, zonder dat u, mevrouw de minister, duidelijk kunt zeggen wat de totale kostprijs zal zijn. Voorzitter, dat is precies het fundamentele probleem. We krijgen honderden pagina's juridische wijzigingen, maar geen ernstig antwoord op de vraag wat dit beleid binnen vijf jaar zal kosten, of binnen tien jaar, of binnen vijftien jaar. Dat is geen verantwoord bestuur. Dat is een blanco cheque. Deze Kamer, dit Parlement, mag geen blanco cheques meer uitschrijven. We hebben daar simpelweg geen geld meer voor.
Collega's, de situatie wordt nog pijnlijker wanneer men kijkt naar de cijfers van de regering zelf. De regering-De Wever beloofde het strengste migratiebeleid ooit. Ze schreef honderden miljoenen euro's aan besparingen in. Vervolgens bleek echter uit haar eigen nulmetingoefening, het interne document van minister Van Peteghem dat is gelekt, dat die besparingen grotendeels fictief zijn.
Voor 2026 alleen al wordt een enorme kloof vastgesteld tussen de aangekondigde en de gerealiseerde besparingen, mevrouw de minister. Tegen het einde van de legislatuur loopt die misrekening zelfs op tot meer dan 1 miljard euro.
Met andere woorden, men heeft besparingen ingeschreven die niet bestaan. Men heeft zichzelf rijk gerekend. Men heeft de bevolking verteld dat de rekening zou dalen, terwijl de begroting iets helemaal anders zegt.
Mijnheer de voorzitter, dat brengt ons bij de essentie van dit debat. Dit pact wordt verkocht als een oplossing, maar wat gebeurt er als de instroom hoog blijft? Wat gebeurt er als de terugkeer achterblijft? Wat gebeurt er als de procedures uiteindelijk langer duren dan voorzien en de beloftes opnieuw niet worden gerealiseerd, zoals ook de voorgaande regeringen daarin niet zijn geslaagd? Dan gebeurt hetzelfde als de voorbije jaren: de uitgaven stijgen opnieuw, de opvangcapaciteit stijgt opnieuw, de dotatie aan Fedasil stijgt opnieuw en de factuur loopt verder op. Uiteindelijk komt die factuur terecht waar ze altijd terechtkomt, bij de belastingbetaler, wat in dit land betekent vooral bij de hardwerkende Vlaming.
Zelfs de minister erkende tijdens de bespreking dat de uitvoering van dit pact bijkomende middelen zal vergen. Daarvoor wordt onder meer gerekend op Europese fondsen. Europese middelen zijn echter geen gratis middelen. Het blijft belastinggeld, alleen maakt men eerst een omweg via de Europese instellingen.
Ondertussen moeten we volgens de huidige afspraken zelfs bijdragen aan het solidariteitsmechanisme van het pact. Een aantal collega's heeft dat hier al aangehaald. Dat kost ons 13 miljoen euro. Bovenop de al gigantische asiel- en migratiefactuur komt er dus nog een bijkomende Europese factuur. Ook daarover verdient de bevolking eerlijkheid.
Mevrouw de minister, ik weet niet of u deze namiddag Belga hebt gevolgd, maar daar is het volgende bericht verschenen: “De Europese Commissie vindt nog wat extra geld voor migratie.” In dat bericht staat te lezen: “Daarnaast voorziet de Commissie ook 1,2 miljard euro extra voor de verdere uitrol van het nieuwe asiel- en migratiepact, dat later deze week van kracht wordt. Het totale budget voor migratie en grensbewaking stijgt tot 5,7 miljard euro.”
Via de Europese weg betaalt de Vlaamse belastingbetaler, die de grootste nettobetaler is aan de Europese Unie, dus ook nog eens voor asiel en migratie. Er wordt verschillende keren langs de Vlaamse kassa gepasseerd.
Mijnheer de voorzitter, laat ons daarom de discussie voeren waarover het uiteindelijk gaat. Dat is niet de juridische techniek, dat zijn niet de Europese slogans die we hier horen, maar de resultaten. Stijgt de terugkeer? Dalen de opvangkosten? Daalt de druk op de begroting? Daalt de factuur voor de belastingbetaler? Dat zijn de enige criteria die voor ons, het Vlaams Belang, tellen. Op basis van de ervaring van de voorbije jaren hebben wij daar bijzonder weinig vertrouwen in. De cijfers tonen immers telkens hetzelfde patroon: de instroom blijft hoog, de uitgaven blijven stijgen, de begroting blijft ontsporen en de belastingbetaler moet blijven betalen.
Collega's, daarom kan het Vlaams Belang dit wetsontwerp niet steunen, mocht dat ondertussen nog niet duidelijk zijn uit de voorgaande uiteenzettingen. Dit pact biedt geen antwoord op de fundamentele vraag. Het vertrekt opnieuw van procedures in plaats van resultaten. Het vertrekt opnieuw van structuren in plaats van terugkeer. Het vertrekt opnieuw van een Europese theorie in plaats van een Belgische slechte realiteit.
Niemand kan vandaag eerlijk zeggen wat de uiteindelijke kostprijs zal zijn. Wij weigeren opnieuw een blanco cheque uit te schrijven. Wij weigeren opnieuw de belastingbetaler op te zadelen met een rekening waarvan niemand de omvang kent. Wij weigeren mee te stappen in een Europees migratiebeleid dat meer vertrouwen vraagt dan het resultaten oplevert. Ik dank u, collega's.
01.15 Sam Van Rooy (VB): Dames en heren politici, ik begin met een simpele ja-neevraag. Denkt u dat dit EU-migratiepact zal leiden tot meer of minder rellen van zogenaamde jongeren? Rellen die we, zoals we vorige week weer, maar eens moesten ondergaan en de zomer is nog niet eens begonnen.
Wellicht vindt u dit zelfs geen een relevante vraag, aangezien u niet eens durft te erkennen dat dit soort rellen, mede aangevuurd door islamocommunisten, in wezen een straatjihad tegen onze samenleving is, een fenomeen dat werd geïmporteerd via massa-immigratie uit de islamitische wereld. Of valt het u echt nog altijd niet op dat de daders van zulke straatrellen nooit joden, hindoes, boeddhisten of katholieken zijn? Denkt u echt dat dat toeval is? Te veel politici, inclusief deze regering, beschouwen de steeds driester wordende straatjihad niet als een geïmporteerd probleem, en zelfs de facto als het nieuwe normaal, als een typisch grootstedelijk probleem waar we moeten mee leren leven, dat we moeten beheren. Dit soort straatrellen komt echter nooit voor in Boedapest en Tokio, nochtans ook grootsteden. Deze straatjihad, of het nu tijdens oudjaar, een voetbalwedstrijd of een studentenprotest is, zal met dit EU-migratiepact alleen maar erger worden.
Dames en heren, met recht en reden noemen wij dit migratiepact een omvolkingspact. Dat heeft alles te maken met de retorische vraag die de schrandere Amerikaanse auteur Christopher Caldwell stelde, namelijk Can Europe be the same with different people in it? Geen zinnig mens kan op die vraag ja antwoorden, maar er zijn helaas heel wat politici, inclusief deze regering, die blijkbaar niet eens willen dat Europa hetzelfde blijft, met dezelfde superieure normen en waarden, dezelfde cultuur en dezelfde vrije samenlevingen. Uniek in de geschiedenis, uniek in de wereld. Niet één keer staat de term islamisering in dit migratiepact. Nochtans is islamisering een fundamenteel en verwoestend gevolg van dit pact. Dit migratiepact zal Europa verder doen verworden tot Eurabië, het zal België verder doen verworden tot Belgistan. Ik moet dit migratiepact dan ook bestempelen als een islamiseringspact, wat wij door middel van een aantal amendementen, die we straks zullen toelichten, zullen proberen tegen te gaan.
Vrij naar de Duits-Franse schrijver Peter Scholl-Latour: wie de islamitische wereld blijft binnenhalen, wordt uiteindelijk zelf de islamitische wereld.
Dit EU-migratiepact houdt niet alleen onze grenzen wagenwijd open, het maakt ook geen enkel onderscheid tussen landen of culturen van herkomst. Welke etnisch-religieuze achtergrond een asielzoeker heeft, speelt volgens dit islamiseringspact geen enkele rol. De theorie, maar ondertussen ook de praktijk, van meer dan 60 jaar massa-immigratie naar dit land laat nochtans zien dat de etnisch-religieuze achtergrond van een migrantengroep een doorslaggevende factor is, zowel op financieel-economisch vlak als wat de socioculturele integratie betreft.
Of denkt u nu echt nog steeds dat het toeval is dat de immigratie van Brazilianen of Portugezen geen noemenswaardige culturele problemen met zich meebrengt, maar die van Palestijnen of Marokkanen wel? De man in de straat heeft dit al lang begrepen. In tegenstelling tot deze regering begrijpt hij donders goed dat wanneer er bijvoorbeeld weer maar eens 1.000 Syrische moslims worden binnengelaten, de plek in België waar zij terechtkomen weer wat meer op het sterk geïslamiseerde Syrië zal gaan lijken. Het tegendeel zou toch verbazen, zeg eens eerlijk. Verhuis 1.000 Vlamingen naar een district in pakweg New Delhi en het zal daar een beetje minder Indiaas en een beetje meer Vlaams worden. Dat is de logica zelf.
Als geboren en getogen Antwerpenaar en Antwerps gemeenteraadslid zou ik elk parlementslid en vooral elke minister wel eens een rondleiding willen geven in Oud-Borgerhout of Antwerpen-Noord. Bezoekt u het liefst Klein-Marokko of Klein-Afghanistan? Zegt u het maar.
Het getuigt van complete wereldvreemdheid of van sinistere intenties te geloven dat mensen die migreren massaal hun eeuwenoude cultureel-religieuze wortels, tradities, normen en waarden overboord zullen gooien, zeker wanneer die ver van de onze staan, er zelfs haaks op staan of er zelfs vijandig tegenover staan, zoals in het geval van de islam.
01.16 Nahima Lanjri (cd&v): Ik wil mij even opwerpen als mogelijke gids want ik ben geboren en getogen in Borgerhout – stel u voor – en ik heb migratieroots – stel u voor. Ik zit hier in het Parlement – stel u voor. Iedereen die interesse heeft om Borgerhout of Borgerokko zoals u het noemt, te leren kennen, nodig ik van harte uit. Borgerhout is, na een stad ergens in India, de meest toffe buurt om te wonen. Iedereen is van harte welkom.
Daarstraks is hier heel chauvinistisch gedaan over Oostende. Ik wil dat doen voor Borgerhout. Trouwens, de voorzitter heeft niet zo lang geleden in Antwerpen-Noord gewoond. De voorzitter kan u dus ook nog uitnodigen in Antwerpen-Noord.
01.17 Lode Vereeck (VB):
Hij is er gaan lopen. (Gelach)
De voorzitter: Ik ben absoluut ook beschikbaar.
Ik stel wel vast dat om een of andere vreemde reden Kortrijk hier nog amper aan bod komt. Normaal gesproken is dat het onderwerp van elke zitting maar nu gaat het anders.
Mijnheer Van Rooy, u mag uiteraard reageren op mevrouw Lanjri.
01.18 Sam Van Rooy (VB): Mevrouw Lanjri, ik ben geboren en getogen in Deurne-Zuid. Ik ken Antwerpen en de districten dus heel goed. U spreekt natuurlijk over Borgerhout als een buurt. Ik heb verwezen naar Oud-Borgerhout. Dat is een bepaald deel van Borgerhout.
01.19 Nahima Lanjri (cd&v): (…).
01.20 Sam Van Rooy (VB): Mevruow Lanjri, ik feliciteer u. Laat mij echter even uitpraten.
Als u daar zelf woont, bent u vast op de hoogte van het feit dat daar niet zo lang geleden een burgercampagne is opgestart tegen straatintimidatie van vrouwen. Misschien zat u achter de campagne. Ik weet het niet. Het liep daar immers zwaar de spuigaten uit. Het was er zo erg met dames die werden lastiggevallen dat burgers zich ten einde raad zijn beginnen te organiseren om een campagne tegen straatintimidatie van vrouwen op te starten, niet alleen in Borgerhout maar ook in Antwerpen-Noord.
De voorzitter: Mevrouw Lanjri zal u kunnen vertellen of zij daarbij betrokken was. Ik weet het niet. Zij heeft een spreektijd van een minuut voor haar repliek.
01.21 Nahima Lanjri (cd&v): Ik was er niet bij, maar waar ik ook zou wonen of waar ik ook woon, ongeacht of dat nu in Borgerhout is of waar dan ook, als het over vrouwen gaat, zal ik altijd opkomen voor de rechten van vrouwen. Wij mogen dat nooit tolereren van eender wie. Voor mij heeft dat geen kleur of afkomst. Straatintimidatie mag nooit worden toegelaten, niet in Oud-Borgerhout, niet in Borgerhout, niet in Deurne en niet in Brussel of waar dan ook en ook niet in Kortrijk. Als er niemand is om voor Kortrijk te spreken, zal ik dat misschien ook doen.
De voorzitter: Mijnheer Van Rooy, u mag uw tussenkomt voortzetten.
01.22 Sam Van Rooy (VB): Dat dit EU-migratiepact de islamisering van onze samenleving zal blijven voeden, zal blijven voortstuwen, is een existentieel probleem. Islam betekent immers onderwerping. De islamitische leer, zoals vervat in de Koran en in de Hadith, zet aan en roept op tot het minachten, haten, bestrijden, en onderwerpen van de ongelovige, de kufar, de niet-moslim. Islamisering is de kernopdracht van de islam. Het betekent islamitischer worden, namelijk zich steeds meer onderwerpen, of onderworpen worden, aan de islam.
Islamisering betekent dat steeds meer facetten van een samenleving, van een cultuur, van een beschaving, worden beïnvloed en uiteindelijk worden beheerst door islamitische tradities, gebruiken, regels, normen en waarden, om finaal gedomineerd te worden door de sharia of de islamitische wetgeving.
Islamisering duidt dus op processen, mechanismen, dynamieken die een ongelovige, of andersgelovige, niet-islamitische samenleving omschakelen naar een islamitische maatschappij, of uiteindelijk kalifaat. Het is vaak een graduele, geleidelijke evolutie die kan verlopen via gewelddadige demografische, politieke, economische en socioculturele weg. Jihad wordt op diverse manieren gevoerd, tot zelfs hier in dit Parlement.
Het fundament van de islamisering van onze samenleving is de veranderende demografie, de demografische verschuiving die uiteraard een rechtstreeks gevolg is van het asiel- en migratiebeleid en dus van dit EU-migratiepact. Vandaag is het aantal moslims in België naar schatting ongeveer een miljoen, 8 % tot 10 % van de bevolking. Dit cijfer houdt geen rekening met illegalen, dus het werkelijke aantal is hoger.
Van even groot belang is het aantal moslims op wijk- en gemeenteniveau. In gemeenten als Anderlecht, Beringen, Brussel, Koekelberg, Schaarbeek, Sint-Gillis, Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Vorst, Antwerpen, Luik, Vilvoorde, Evere en Heusden-Zolder gaat het aandeel moslims al vlotjes boven 20 %, 30 % of zelfs 50 %. Op wijkniveau vinden we al percentages boven 80 %. In Antwerpen is al meer dan de helft van de leerlingen in het stedelijk onderwijs moslim.
Ik raad u allen wat dit betreft het boek aan, getiteld Slavery, Terrorism and Islam - the Historical Roots and Contemporary Threat. Dat boek laat zien dat naarmate moslims met meer zijn in een land, de islamitische eisen van aard veranderen, in aantal toenemen en dwingender of zelfs gewelddadig worden.
Zolang moslims ongeveer 1 % van de bevolking van een land uitmaken, worden ze beschouwd als een vredelievende minderheid die voor niemand een bedreiging vormt. Bij 2 tot 5 % beginnen ze onder etnische minderheden en ontevreden groepen bekeerlingen te maken, ook in gevangenissen en bij straatbendes. Bij 5 % of meer oefenen ze een disproportioneel grote invloed uit in verhouding tot hun aandeel in de bevolking. Zo wordt bijvoorbeeld aangedrongen op halalmaaltijden. Het zal ook niet lang meer duren alvorens moslims binnen de moslimgemeenschap druk beginnen uit te oefenen om shariaregels of islamitische wetten toe te passen.
Indien moslims ongeveer 10 % van de bevolking uitmaken, hebben ze de neiging om, als beklag over hun levensomstandigheden, de wetteloosheid te doen toenemen. Denk aan de eerder genoemde straatrellen, de straatjihad. Elke niet-islamitische actie die de islam beledigt of vermeend beledigt, zal leiden tot opstanden of dreigementen. Wanneer 20 % van de bevolking moslim is, zal er niet veel meer nodig zijn om rellen te ontketenen, worden jihadmilities gevormd, worden er her en der moorden gepleegd en wordt af en toe een kerk of synagoge in brand gestoken. Bij een moslimpercentage van 40 % horen wijdverspreide bloedbaden, aanhoudende terreuraanvallen en voortdurende oorlogsvoering door middel van milities. Vanaf 60 % neemt de vervolging van de niet-gelovigen, de infidels, toe, inclusief sporadisch etnische zuiveringen, het gebruik van de sharia als wapen en het invoeren van djizja, een belasting voor ongelovigen. Wanneer 80 % van de bevolking moslim is, kan men dagelijkse intimidatie en gewelddadige jihad verwachten, een etnische zuivering door de staat en zelfs een genocide. Die landen verdrijven de ongelovigen en evolueren naar een samenleving die voor 100 % uit moslims bestaat.
Zeg maar welke toekomst u voor België wilt, beste verdedigers van dit islamiseringspact, want het aantal en het percentage moslims blijft groeien en dit migratiepact zal die trend niet stoppen. Iedereen die ogen in zijn hoofd heeft, ziet onze cultuur in onze steden geleidelijk islamiseren en dus verdwijnen. Er is daar een etnocide bezig. Op wijkniveau is die soms al zo goed als voltooid. Sommige wijken zijn dermate sterk geïslamiseerd dat men er nog amper significante tekenen ziet van een westerse Europese samenleving. De kerk werd er grotendeels vervangen door de moskee, de minirok en het decolleté door de islamitische sluier, de haram- door de halalzaak en de bibliotheek door de Koranschool.
Dat zien we in heel West-Europa, in elk land dat een hoge instroom van moslims heeft gekend.
Natuurlijk is niet elke persoon die zich moslim noemt problematisch. Wanneer onderzoek echter uitwijst dat een grote meerderheid van de moslims in bijvoorbeeld Afghanistan de sharia verkiest, inclusief de islamitische opvattingen over niet-moslims, afvalligen, vrije meningsuiting, homoseksuelen en vrouwen, waarom zou men als samenleving dan nog elk jaar vele honderden van die mensen willen opnemen?
Volgens een grootschalig onderzoek van de Nederlandse hoogleraar sociologie Ruud Koopmans, u vast bekend, want hij stond in de editie van Knack van vorige woensdag, is meer dan de helft van de moslims in dit land consistent fundamentalistisch, tegenover amper 3 % christenen. België telt dus reeds zo'n half miljoen moslimfundamentalisten. Laat dat toch eens tot u doordringen. Wilt u meer of minder moslimfundamentalisten, beste verdedigers van dit islamiseringspact?
Maar liefst 86 % van de personen in de databank extremisme en terrorisme is moslim. Dat is een gigantische oververtegenwoordiging. Jihadistisch terrorisme, een permanent verhoogde terreurdreiging, alsmaar zwaardere beveiliging voor kerstmarkten en synagogen, woekerende islamiserende bewegingen zoals de Moslimbroederschap en Diyanet, oproepen tot intifada en verheerlijking van de jihad, steun voor terreurorganisaties zoals Hamas, Hezbollah en de IRGC, salafisme en shariaprediking, Koranscholen voor kinderen, radicale moskeeën en haatimams, kindhuwelijken, de opmars van de vrouwenonderdrukkende islamitische sluier, ook bij piepjonge meisjes, boerka's, nikabs en boerkini's, polygamie, eerwraakmoorden, genitale verminking bij meisjes, zelfcensuur of censuur inzake spot met of kritiek op de islam, leraren die geen les meer durven te geven over de Holocaust of over Darwin en die worden geconfronteerd met leerlingen die voortdurend de islam willen opdringen, sterk geïslamiseerde wijken die meisjes en vrouwen, herkenbare joden en homoseksuelen uit angst vermijden of waar zij hun kledij en/of gedrag aanpassen, interislamitische clangevechten, niet-islamitische asielzoekers die worden geïntimideerd of bedreigd in onze opvangcentra, enzovoort, en zo verder.
Ik heb het hier niet over het Midden-Oosten of over Afrika, maar over België. Al dit soort verwerpelijke importfenomenen, symptomen van een islamiserende samenleving, nemen al decennialang toe in dit land en zullen met dit EU-migratiepact, dit islamiseringspact, blijven toenemen.
De PVDA heeft het hier vandaag liever over Soedanese vissers. Wij hebben het over de Soedanese vluchteling.
(…): Senegal!
01.23 Sam Van Rooy (VB): Senegalese, Soedanese, het zal mij worst wezen. Wij hebben het liever over de Soedanese vluchteling, die gisteren nog in Ierland op straat een man met een keukenmes probeerde te onthoofden. Bekijk die beelden maar eens, globalistische politici van dit halfrond. Wij hebben geen migratie-, maar een remigratiepact nodig, want als het zo doorgaat, ik waarschuw, stevenen we af op een burgeroorlog. Dat is, mag ik toch hopen, het allerlaatste wat iedereen hier zou willen.
Dames en heren politici, omdat wij niet willen dat België verder verwordt tot Belgistan, zeggen wij met trots als enige partij neen tegen dit islamiseringspact.
01.24 Kristien Verbelen (VB): Collega's, ik zal hier kort twee amendementen toelichten. Ze komen eigenlijk neer op dezelfde vraag, namelijk of dit wetsontwerp een procedure op papier zal blijven dan wel of het ook effectief zal werken op het terrein? Dat is namelijk de kern van het probleem met dit pact. Er komt een screening en er komt een terugkeergrensprocedure, maar werkt die ook? Of creëren we opnieuw een administratief systeem dat in de praktijk vastloopt?
Ons eerste amendement gaat over artikel 7, over die screening. Artikel 7 wijst de Dienst Vreemdelingenzaken en de politiediensten aan in het kader van de screeningsprocedure. Op papier lijkt dat logisch, maar daarmee is natuurlijk niet gezegd dat die screening snel, grondig en veilig zal kunnen gebeuren. Daarom vragen wij dat duidelijk wordt ingeschreven dat de screeningsautoriteiten over voldoende personeel, infrastructuur en technische capaciteit moeten beschikken. Dat lijkt mij geen onredelijke vraag. Het is gewoon een manier om die procedure daadwerkelijk te laten werken. Als de Dienst Vreemdelingenzaken en de politie extra taken krijgen, maar niet de nodige mensen, lokalen en systemen om die taken uit te voeren, creëren we namelijk geen strenger beleid. Dan ontstaat gewoon een nieuw knelpunt.
Die screening mag geen administratief loket worden waar mensen worden doorgeschoven zonder echte opvolging. Het moet gaan om een grondige controle van identiteit, veiligheid en verdere procedure. Ons amendement vraagt daarom dat er minimale capaciteitsvereisten komen en dat duidelijk wordt geregeld hoe de informatie-uitwisseling met de betrokken diensten moet verlopen. Komen die er niet, dan zal artikel 7 te vrijblijvend zijn.
Het tweede amendement gaat over artikel 92, over de vasthouding tijdens de terugkeergrensprocedure. Ook hier klinkt het op papier erg streng. Iemand die aan de grens geen recht krijgt om te blijven, kan tijdens de grensprocedure worden vastgehouden. Ook hier geldt echter dat die procedure niets waard is als ze in de praktijk niet werkt. Terugkeer lukt alleen als er voldoende gesloten capaciteit is, als er genoeg personeel is, als de betrokkenen beschikbaar blijven, als de identiteit en reisdocumenten snel worden geregeld en als het land van herkomst meewerkt. Zonder die voorwaarden is dat allemaal niets waard.
Dat is vandaag net het probleem. In ons migratiebeleid wordt vaak beslist dat iemand moet terugkeren, maar heel vaak gebeurt dat gewoon niet.
Daarom vragen we met ons amendement dat de minister de nodige operationele en administratieve maatregelen neemt om die terugkeergrensprocedure mogelijk en uitvoerbaar te maken. De vraag is dus niet alleen of dat juridisch allemaal mogelijk is. De vraag is of de overheid ook de capaciteit heeft om iemand beschikbaar te houden, te identificeren, aan reisdocumenten te helpen en effectief te laten terugnemen. Anders stemmen we vandaag gewoon voor procedures waarvan we weten dat ze in de praktijk vastlopen.
Collega's, die twee amendementen vertrekken vanuit dezelfde eenvoudige vaststelling. Screening moet uitvoerbaar zijn. Een terugkeergrensprocedure moet ook werkelijk tot terugkeer leiden. Anders blijft het wetsontwerp steken in dezelfde fout: veel procedures, maar weinig resultaat. Die logica ontbreekt hier eigenlijk in het wetsontwerp. Er worden procedures ingevoerd, maar er zijn te weinig garanties dat ze op het terrein echt werken. Daarom vragen we steun voor die amendementen. Zo vermijden we dat we opnieuw krijgen wat we al veel te vaak gezien hebben: registratie zonder controle, procedures zonder terugkeer en, kortom, beloftes zonder resultaat.
De voorzitter: Ik heb nog een spreker op de lijst, maar die is niet aanwezig. Dan geef ik het woord aan mevrouw de minister.
01.25 Francesca Van Belleghem (VB): Graag zouden we nog enkele amendementen toelichten. Als we dat op dit moment kunnen doen, kunnen we dat allemaal samen afronden. Ik wil ook mijn collega Verbelen danken om die twee amendementen toe te lichten. Iedereen heeft kennis kunnen nemen van onze 95 amendementen, die we inhoudelijk hebben opgesteld. Heel onze fractie heeft daar haar schouders onder gezet, niet alleen onder die amendementen, maar ook onder de tussenkomsten, waarvoor ik hen eveneens wil danken. Het is niet de bedoeling dat ik hier alle 95 amendementen toelicht. Dat zal ik zeker niet doen. We willen er gewoon een paar uitpikken. Het zijn er niet zo veel, dus u hoeft geen schrik te hebben. We zullen ons aan de afspraken houden.
Ik ben er zeker van dat iedereen al onze amendementen heeft gelezen, zodat dit niets nieuws voor u is. Amendement nr. 2 is voor ons een zeer symbolisch amendement. Hetzelfde geldt voor amendement nr. 3. In die artikelen van het wetsontwerp wordt verwezen naar de richtlijnen en verordeningen.
Om het signaal te geven dat we een opt-out willen, schrappen wij die verwijzingen in het ontwerp. Dat is voor ons heel symbolisch. Die richtlijn en verordening verankeren immers een uitgebreid pakket aan rechten voor asielzoekers dat in tal van opzichten verder gaat dan noodzakelijk, proportioneel en zelfs financieel haalbaar is. Zo wordt een minimumlevensstandaard gegarandeerd vanaf het eerste moment dat iemand zijn wens tot asiel kenbaar maakt. De opvangrechten zijn bovendien gegarandeerd, ongeacht de medewerking van de verzoeker. Lidstaten worden verplicht tot uitgebreide kwetsbaarheidsbeoordelingen, die naar alle waarschijnlijkheid een gigantische kostprijs met zich zullen brengen. De procedure zal daardoor opnieuw worden vertraagd en bemoeilijkt. Ook dat vormt een aanzienlijke kostenpost. Daarom willen wij die verwijzingen naar de richtlijn en de verordening gewoon schrappen. Daarmee heb ik al twee amendementen toegelicht.
Dan is er nog amendement nr. 18. Met het EU-migratiepact komt het Eurodac-systeem, waarin men verplicht kan worden om biometrische gegevens te delen. Men kan echter ook weigeren die biometrische gegevens te verstrekken. Wij zeggen dat daaraan concrete gevolgen moeten worden gekoppeld. Dat moet kunnen leiden tot vasthouding van de migrant in kwestie gedurende een bepaalde periode, zodat hij wel degelijk kan worden gedwongen om mee te werken.
Amendement nr. 19 stelt duidelijk dat een gebrek aan samenwerking gevolgen moet hebben. Het minimum aan respect dat men kan tonen wanneer men naar hier migreert, is uiteraard medewerking. Als men niet meewerkt, moet dat leiden tot een afwijzing van de asielaanvraag. Het volstaat niet dat dit enkel kan worden meegenomen in de beoordeling van de asielaanvraag, neen, dat moet leiden tot een afwijzing ervan.
Ook amendement nr. 56 wil ik even toelichten. Daarin staat dat de opzettelijke vernietiging van identiteits- en reisdocumenten, waarvan we weten dat het een gangbare praktijk is, automatisch leidt tot een afwijzing van het verzoek om internationale bescherming. Dat is ook weer de logica zelve. Wie tijdens een asielaanvraag zijn identiteit niet kenbaar wil maken, kan niet verwachten dat wij onze samenleving en onze sociale rechten volledig openstellen. Dat is niet logisch. Daarom pleiten wij voor een afwijzing van de asielaanvraag.
Tot slot – ik rond af, dus uw kleine hartaanval van daarnet was niet nodig – wil ik nog iets toelichten over de bewoording juridische counseling. Wij willen dat vervangen door "een eenmalig gestandaardiseerd informatiemoment over de procedure en de verplichtingen van de verzoeker."
Waarom? Collega Marijke Dillen heeft al goed uitgelegd dat met die juridische counseling eigenlijk de doos van Pandora wordt geopend. De kosteloze, gratis rechtsbijstand zorgt voor een zeer grote kostenpost voor de overheid. Daarom stellen wij voor om die mensen gewoon een eenmalig, gestandaardiseerd informatiemoment over hun rechten en plichten te geven. Dat lijkt me niet meer dan logisch en ook kostenefficiënter.
Mevrouw de minister, ik denk dat ik u met onze amendementen en onze inhoudelijke argumenten zeker heb kunnen overtuigen van het feit dat het EU-migratiepact niet voor de noodzakelijke paradigmashift zal zorgen. Twee jaar geleden heeft men op Europees niveau, net voor de federale en Europese verkiezingen, beslist om dat migratiepact in te voeren. De beslissing op Europees niveau werd in mei 2024 genomen. Op 9 juni 2024, vandaag twee jaar en één dag geleden, vonden de verkiezingen plaats. De kiezer heeft toen massaal rechts gestemd. De kiezer heeft toen duidelijk kenbaar gemaakt dat hij een strenger migratiebeleid wil. Dat migratiepact, dat net tevoren tot stand is gekomen, doet het tegenovergestelde. Het zorgt niet voor een strenger beleid. Daar bestaat dan ook geen democratisch draagvlak voor.
Mevrouw de minister, ik hoop dat we u nieuwe inzichten hebben kunnen aanreiken. Ik wil al mijn collega's daarvoor nogmaals danken. Ik kijk uit naar uw antwoorden.
De voorzitter: Dan stel ik voor dat we aan die vraag tegemoetkomen en de minister laten antwoorden.
01.26 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer de voorzitter, ik begin met een meer algemene opmerking. Ik heb hier heel veel verwijten gekregen, ten aanzien van mijzelf of ten opzichte van onze partij, zelfs het verwijt dat we een identiteitscrisis zouden doormaken, dat ik in een artikel in De Tijd inderdaad toegaf dat het geen toverpact is en dat we, ook al hadden we ten tijde van de stemming in het Europees Parlement inderdaad kritiek, soms ook felle kritiek, we het, nu we deel uitmaken van de regering, zullen toepassen.
Ik herhaal – dit is kennelijk echt nodig, getuige de uiteenzettingen – dat er een verschil is tussen een verordening en een richtlijn. Blijkbaar is dat niet bij iedereen van de Vlaams Belangfractie bekend. Mevrouw Van Belleghem, u sprak over richtlijnen. Mijnheer de professor, u zei dan weer dat we het pact moeten implementeren. Dat klopt niet. Het wetsontwerp slaat op 10 verordeningen. Die moeten we niet implementeren. Enkel richtlijnen moeten geïmplementeerd worden. Verordeningen hebben rechtstreekse werking. Met onderhavig wetsontwerp zorgen we ervoor dat onze wetgeving conform de Europese wetgeving is, die al twee jaar geleden werd aangenomen.
Ik zal het over een andere boeg gooien, zodat u het misschien wel begrijpt. Ik raad u aan om eens met uw Nederlandse zusterpartij de PVV te praten. U kunt dan vragen dat zij uitlegt hoe het systeem echt in elkaar zit. Dan zult u het misschien echt begrijpen.
Wat is de historiek tussen de PVV, uw Nederlandse zusterpartij, en dat pact? De voorzitter van de PVV, Geert Wilders, was zeer negatief over het pact en veroordeelde het onder andere met zeer scherpe quotes. Marjolein Faber, de Nederlandse minister van Asiel en Migratie, minister van de PVV, stuurde in september 2024 een brief naar de Europese Commissie waarin ze een opt-out vroeg, eraan toevoegend dat zij, aangezien zulks alleen kan bij een verdragswijziging – ik heb u dat in commissie uitgelegd –, in afwachting van de opt-outregeling in het kader van een eventuele verdragswijziging, die Europese wetgeving zou blijven uitvoeren. Dezelfde dag nog antwoordde de Europese Commissie dat Nederland de Europese wetgeving moet toepassen en dat een verdragswijziging er niet zat aan te komen, waarna Geert Wilders in oktober 2024 verklaarde dat het Europees migratiepact al was overleden, voordat het was ingevoerd, dat de Europese buitengrenzen gatenkaas zijn en dat Nederland zijn eigen grenzen moest bewaken.
Wat doet Marjolein Faber, minister van Asiel en Migratie van de PVV, daarop? In december 2024 dient zij het Nationaal Implementatieplan in. Dat is een document dat beschrijft hoe de Europese asiel- en migratieregels zullen ingevoerd worden in Nederland. Ze heeft daar zelfs een heel specifieke verklaring bijgevoegd. Luister goed: “Het indienen van dit plan is belangrijk voor een goede implementatie van het pact. We gaan gezamenlijk in Europa onder andere zorgen voor beter bewaakte buitengrenzen, betere screening en snellere procedures. Daarmee zetten we een belangrijke stap richting een strenger asielbeleid. Dat is waar het mij om gaat.”
Als ik het goed begrijp – en ik vat het even samen –, is uw zusterpartij, de PVV, extreem negatief over het pact, vraagt ze een opt-out, die ze niet verkreeg net omdat, zoals ik in de commissie heb uitgelegd, er daarvoor een verdragswijziging nodig is. Daarna dient de bevoegde minister van de PVV een plan in bij de Europese Commissie dat beschrijft hoe Nederland dat pact zal invoeren en nu zegt u dat wij wel een opt-out zouden moeten kunnen krijgen of dat we het nog kunnen wegstemmen of dat we gewoon op de Europese tafel moeten slaan na een petitie of een volksraadpleging en neen zeggen, nog een suggestie dat ik hier hoorde, kortom, dat we de hele wetgeving naast ons kunnen leggen. Het ene na het andere idee slaat letterlijk nergens op. Ik stel voor dat u een keer bij uw Nederlandse zusterpartij wat uitleg vraagt over hoe het nu eigenlijk echt in elkaar zit.
In plaats van dat wij ons met dergelijke dwalingen bezighouden, voeren wij een beleid waar de Vlaming inderdaad om vraagt, met resultaat. Dat zien we aan de dalende instroomcijfers, dubbel als het Europees gemiddelde, een stijging van de terugkeercijfers uit de gevangenis met 25 %, het hoogste aantal in de voorbije zeven jaar. Er is inderdaad nog een lange weg te gaan, maar we gaan in de juiste richting. Het was toch belangrijk om dat eventjes te schetsen, na alles wat ik hier heb gehoord.
Ik kom nu tot de bijkomende vragen. Mevrouw Van Belleghem, u vroeg wat er nu concreet staat in de common understanding met Griekenland en of er al een akkoord is met Italië inzake Dublin. Er is nog geen akkoord met Italië, maar met Griekenland is er een common understanding, die erop neerkomt dat in het kader van de solidariteitscyclus, de historische impact van de secundaire migratie in rekening wordt gebracht.
Op die manier proberen wij onze bijdrage te drukken. Dat is nu eenmaal beleid voeren. Griekenland verbindt zich ertoe het nieuwe wettelijke kader toe te passen. Ik heb het altijd gezegd en ik blijf het ook zeggen: solidariteit en verantwoordelijkheid moeten hand in hand gaan.
Een volgende vraag betrof het solidariteitsmechanisme, dat u een chantagemechanisme noemt. U vroeg vanaf wanneer we die boete moeten betalen. U weet dat dat foutieve framing is. Zoals ik heb gezegd, gaat het over gelijkwaardige vormen van solidariteit, waarbij de lidstaten een vrije keuze hebben. Het bedrag van 12,9 miljoen euro is het maximale bedrag dat België momenteel zou moeten betalen. Zoals ik heb vermeld, onderhandelen we om dat bedrag nog te verminderen. De betaling gebeurt rond februari 2027.
Ik heb begrepen dat u straks van het uur en de twaalf minuten spreektijd die u nog hebt, gebruik zult maken om de twintig zaken die u op X hebt gepost, een voor een te brengen. Het gaat daarbij over zaken die volgens u in het pact zouden staan en die daarmee worden ingevoerd. U herkauwt blijkbaar graag telkens opnieuw dezelfde elementen, die u voorstelt als nieuw of wereldschokkend. Ofwel hebt u het nog niet begrepen, ofwel verspreidt u al dan niet bewust verkeerde informatie. De meeste zaken die u opsomt, zijn immers niet nieuw. Het betreft gewoon een status quo en bovendien is een en ander vaak veel genuanceerder dan u het voorstelt. Om te beginnen, hebt u het over de niet-verkozen EU-coördinator, die mee zou beslissen over de migrantenverdeling in dit land. Dat is fake news, mevrouw Van Belleghem. U zou beter de verordening goed lezen. De solidariteitscyclus is nieuw en er wordt inderdaad een coördinator aangesteld. Dat lijkt mij logisch, want het gaat over 27 lidstaten. Als u het artikel in de verordening effectief zou lezen, zou u weten dat de solidariteitscoördinator de operationalisering van de solidariteitsbijdragen op technisch niveau coördineert. Die persoon beslist uiteraard niets. Het zijn nog altijd de lidstaten, die beslissen.
U hebt het ook over UNHCR (United Nations Refugee Agency), maar dat agentschap heeft wettelijk toegang tot elke individuele asielprocedure. Dat betreft een status quo. Het pact voert niets nieuws in. De tussenkomst van UNHCR vereist de toestemming van de asielzoeker, zoals elk mandaat, en dat verandert niets aan de onafhankelijkheid van de beslissing die wordt genomen.
U klaagt ook aan dat met het pact er een gratis tolk bij elke procedurestap wordt toegewezen. Dat klopt niet. Dat is een status quo ten opzichte van voor het pact.
Met het pact komt er volgens u ook een gratis advocaat, een geluidsopname en een interviewer van het gewenste geslacht bij elk verhoor. De bijstand door een advocaat is niet nieuw. De vraag om een interviewer van hetzelfde geslacht wordt alleen gevolgd als dat mogelijk is en wanneer gendermotieven worden aangehaald. Dat is dus zeker geen automatisme. Er zal inderdaad een geluidsopname zijn. Wat is het punt? Daardoor zal de procedure bij het CGVS trouwens sneller kunnen verlopen. Wij hebben het daar overigens over gehad in de commissie. Er moet immers niet worden gewacht op de opmerkingen bij het verhoorverslag.
U bekritiseert dat de procedure wordt uitgesteld tot 21 maanden bij een tijdelijk onzekere situatie en daar zijn er veel van. Dat is evenwel geen verplichting maar het laat net toe meer tijd te nemen voor de beslissing en een grondig onderzoek te voeren. Mijn vraag is dan wat uw voorstel is.
U verwerpt dat inburgering verplichten mag maar altijd volledig gratis moet zijn. U weet ter zake heel goed dat inburgering en integratie bevoegdheden van de regio's zijn.
Wanneer u opwerpt dat geen documenten geen versnelde procedure betekent en mensensmokkelaars zich daar maar al te goed van bewust zijn, raad ik u aan de volledige overweging te lezen. Het gebrek aan documenten wordt alleen aanvaard als er gegronde redenen zijn. Als documenten mogen worden verwacht en er geen zijn, wordt de versnelde procedure wel degelijk toegepast.
Een ander punt van kritiek is dat met het pact de bewijslast verder verlaagd wordt, want geen documenten nodig, late verklaringen, verborgen identiteit, alles telt mee. Ook dat is een status quo en niet nieuw door het pact. Het gaat trouwens om strikte cumulatieve voorwaarden waaronder iemand het voordeel van de twijfel kan worden toegekend. Een verborgen identiteit voldoet dus sowieso niet.
U kaart aan dat de leeftijdscontrole op vier punten moeilijker wordt gemaakt, waardoor er minder controle en dus meer fraude is. Er is een procedure met meer stappen. Wij hebben het er in de commissie ook over gehad. De procedure garandeert net dat fraudeurs er door een gesprek, een beoordeling door een expert of een medisch onderzoek worden uitgehaald.
Uw kritiek dat de grensprocedure vol uitzonderingen zit en dat de meerderheid in de praktijk er buiten valt, is absolute nonsens. De procedure zit niet vol uitzonderingen. België past trouwens al lang een grensprocedure toe en wij zullen dat ook maximaal blijven doen. De grensprocedure is vanaf de inwerkingtreding van het pact trouwens verplicht in tegenstelling tot nu. Bovendien valt iedereen die uit een land met een erkenningspercentage van 20 % of minder afkomstig is, eronder, net zoals personen die frauderen of een gevaar vormen. Er zullen dus meer grensprocedures mogelijk zijn in de hele Europese Unie.
Ik kom tot uw elfde punt. Definitief afgewezen personen kunnen opnieuw een aanvraag indienen met nieuwe elementen en de procedure herstart. Hiervoor raad ik u aan om dat opnieuw beter te lezen. Er geldt net een verruimde definitie van wat een volgend verzoek is. Dat krijgt nu een Europese in plaats van een louter nationale notie. Dat is heel belangrijk voor ons in het kader van de opvang.
Ook alle verzoeken van personen die eerder een beslissing kregen in een andere lidstaat, of die nu negatief of positief was, worden in België als een volgend verzoek beschouwd. Die kunnen dan sneller worden afgewezen en de opvang kan op individuele basis worden ontzegd. Ik denk dus dat dat alleen maar een goede zaak is.
Uw twaalfde punt: vanaf dag één gratis woning, voedsel, kleding en zakgeld. Dat heeft betrekking op de bevoegdheden van Fedasil, die vervat zijn in de opvangrichtlijn, die nog moet worden omgezet. Dat is niet het voorwerp van het wetsontwerp van vandaag.
Ook hier betreft het echter een status quo, zonder verandering door het pact. Asielzoekers krijgen bed, bad, brood en een dagvergoeding. De opvangrichtlijn voorziet trouwens in de mogelijkheid om die materiële hulp te beperken, bijvoorbeeld als de asielzoeker over eigen bestaansmiddelen beschikt.
Uw dertiende punt: de dagvergoeding moet altijd een geldbedrag bevatten en het aanbieden van enkel natura is verboden. Ook dat betreft opnieuw Fedasil. Ik raad u aan om artikel 2 van de opvangrichtlijn volledig te lezen. De ondersteuning kan ook in natura worden verstrekt, bijvoorbeeld in de vorm van producten, tegoedbonnen of een combinatie daarvan. Het is dus geen verplicht geldbedrag. Verzoekers kunnen daarmee persoonlijke producten kopen. Dat bedrag kan bovendien worden verlaagd of ingetrokken.
Uw veertiende punt: de wachttijd tijdens de procedure telt mee voor een permanente EU-verblijfsstatus. Dat is geen nieuwigheid. Dat principe was al opgenomen in de huidige richtlijn inzake langdurig ingezetenen. De berekeningstermijn wordt nu alleen gewijzigd door de kwalificatieverordening. Dat is een verplichting die uit die verordening voortvloeit.
Uw vijftiende punt: een ruimere gezinsdefinitie. Wie onderweg trouwde, meerderjarige kinderen en broers of zussen van minderjarigen zouden daar allemaal onder vallen. Dat ligt natuurlijk veel genuanceerder. Hiermee wordt vaste Europese rechtspraak verankerd. Om gezinsleden niet te discrimineren op basis van de plaats waar het gezin is gevormd, moet het begrip gezin ook gezinnen omvatten die buiten het land van herkomst van de verzoekers, maar voor hun aankomst op het grondgebied van de lidstaten zijn gevormd. Het gaat dus niet alleen om gezinnen die in het land van herkomst zijn gevormd, zoals u beweert.
Uw zestiende punt: gezinsleden zonder eigen asielgrond krijgen automatisch verblijf, werk en sociale zekerheid. Dat gaat over een zeer beperkte groep van meereizende familieleden, een categorie die trouwens al in de oude kwalificatierichtlijn stond. Het betreft de instandhouding van het gezin en is alleen maar een afgeleide verblijfstitel voor familieleden van begunstigden van een internationale beschermingsstatus, die in verband met het verzoek om internationale bescherming in dezelfde lidstaat aanwezig zijn en die zelf niet in aanmerking komen voor een dergelijke bescherming. Het gaat dus om gezinsleden die tegelijk met de internationaal beschermde al op het grondgebied aanwezig waren tijdens de asielaanvraag van de later beschermde en die later geen statuut kunnen krijgen. Die worden uitdrukkelijk niet vermeld in artikel 31 over de toegang tot sociale bijstand. Dat is dus een flagrante leugen wat u daarover vertelt.
Trouwens, over de toegang tot sociale bijstand voor gezinsherenigers zijn we duidelijk. U weet dat ons wetsontwerp, dat bepaalt dat er gedurende de eerste vijf jaar geen toegang tot de sociale bijstand zal zijn, er binnenkort aankomt.
Uw zeventiende punt: een erkende vluchteling krijgt dezelfde sociale rechten als een Belg met 40 jaar bijdragen, zonder opbouwtijd. Er is een gelijkschakeling met de eigen onderdanen, maar niet met iemand die 40 jaar heeft bijgedragen. Ik heb dat al overvloedig uitgelegd. We zullen voorzien in een versterkt integratietraject, waarbij de hoogte van het leefloon voor internationaal beschermden afhankelijk zal worden gemaakt van hun mate van integratie.
Uw achttiende punt: lidstaten mogen alleen soepeler zijn, nooit strenger. De enige toegestane richting is meer. Dat is eigen aan een richtlijn die voorziet in minimumnormen. Ik neem aan dat u een amendement zult indienen om het juridisch concept van een Europese richtlijn vanuit het federaal Parlement te wijzigen. Speciaal.
Uw negentiende punt: legale migratie bevorderen is een expliciete EU-doelstelling. Ik nodig u uit om het volledige artikel te lezen. Dat gaat over de externe componenten van een alomvattende aanpak inzake migratie. De definitie van alomvattend is dat alle aspecten van migratie worden omvat. Ook het bestrijden van illegale migratie en het versterken van terugkeer staan daarin. Over legale migratie hebben we verschillende standpunten van uw fractie mogen aanhoren tijdens die urenlange uiteenzettingen.
Wat ik nog het meest flagrante vind, is dat ene punt waarop nog niet is gewezen, met name het feit dat het Vlaams Belang pleit voor meer opvang.
Dat vond ik eigenlijk nog de hoofdvogel die afgeschoten werd.
Het twintigste punt in uw opsomming: migranten opnemen of betalen, er is geen derde optie, dat is wat de EU solidariteit noemt. Opnieuw, er zijn drie opties, mevrouw Van Belleghem: herplaatsingen, financiële bijdragen of alternatieve steun, bijvoorbeeld onder de vorm van operationele steun. U klaagt dat er geen optie is om niets te doen. Maar goed, dat is nu eenmaal het gevolg van verplichte solidariteit.
Mevrouw Pas, uit uw betoog heb ik eigenlijk maar één vraag genoteerd. U had heel veel overwegingen en bedenkingen, maar slechts één vraag. U maakte de vergelijking met het Marrakeshpact, en vroeg waarom we toen wel uit de regering zijn gestapt en nu niet. Ik meen dat u heel goed weet dat het Marrakeshpact goed te keuren was of niet. Hier gaat het om reeds goedgekeurde Europese wetgeving. We moeten dat tot in den treure herhalen, blijkbaar.
Mijnheer Moons, van u heb ik geen vraag gehoord.
Mevrouw Dillen, u begon over de juridische counseling, op een toch vrij dramatische manier. Ik meen dat u de informatie ter zake niet op een correcte manier verspreid hebt. Het gaat om de juridische counseling bij de indiening van een verzoek. Dat gaat dus over twee medewerkers van de Dienst Vreemdelingenzaken die in het registratiecentrum beschikbaar zijn om de asielzoekers van de eerste informatie over de procedure te voorzien, bijvoorbeeld over het feit dat ze een medewerkingsplicht hebben en wat de gevolgen zijn als ze die niet naleven. Nogmaals, het gaat over twee medewerkers van de DVZ, niet van een of andere ngo, die tijdens het uurtje waarin iemand zich in het registratiecentrum bevindt, objectieve informatie geven. Die kosten worden trouwens gedekt door middelen uit de Europese fondsen die specifiek bestemd zijn voor de implementatie van het pact. Aan al de rest wat rechtsbijstand betreft, wijzigt het pact niets. Daar geldt gewoon de bestaande situatie.
Mijnheer Van Hoecke, u begon over het multidisciplinair onderzoek van Italië. U vroeg welke profielen we rekruteren voor het CGVS. Het CGVS zal geen beroep doen op culturele bemiddelaars zoals Italië dat doet. De experts die aangeworven worden, hebben het profiel van socioloog, antropoloog, psycholoog en pedagoog.
Zij zullen dus de multidisciplinaire beoordeling uitvoeren.
Voor uw vragen over mensenhandel en mensensmokkel verwijs ik u graag naar de minister van Justitie.
Mijnheer Vereeck, ik heb het al gezegd, het gaat hier over het implementeren van het pact.
Mijnheer Vermeersch, u verwees daarnet naar een bericht van de Europese Commissie. U zei dat het toch wel ongelooflijk is dat er nu meer middelen worden vrijgemaakt voor grensbewaking. De toon waarop u dat zei, deed vermoeden dat u dat iets heel slechts vindt. Daarna kwam uw collega, mijnheer Van Rooy, die zei dat met dat pact de grenzen hier allemaal wagenwijd open zouden staan. Vervolgens zei mevrouw Verbelen dat er meer middelen moeten komen. We hebben hier dus opnieuw een voorbeeld gezien van hoe drie sprekers van het Vlaams Belang een verschillend verhaal hebben verteld. Met andere woorden, als er middelen worden vrijgemaakt voor grensbewaking, voor een betere bewaking van onze buitengrenzen, dan krijgt dat kritiek van het Vlaams Belang. Als ik het goed begrijp, mogen er van u nationaal noch Europees middelen in grensbewaking worden geïnvesteerd. Tegelijkertijd wordt er geklaagd dat onze buitengrenzen wagenwijd openstaan. Ik begrijp het niet.
De amendementen die zijn ingediend, heeft
mevrouw Van Belleghem hier gedeeltelijk toegelicht. We hebben kennis mogen
nemen van federale amendementen op de Vreemdelingenwet waarmee u Europese
verordeningen gaat amenderen. Dat
is heel bijzonder.
S’agissant de la question relative à l’absence supposée de certaines dispositions dans le projet de loi – notamment le mécanisme de contrôle –, cette affirmation n’est pas exacte. En effet, ce mécanisme est mentionné dans l’exposé des motifs et ne nécessite aucune transposition ni mise en œuvre supplémentaire dans le présent projet de loi, le règlement relatif au filtrage – le screening – étant directement applicable.
Comme indiqué en commission, un projet de loi sera déposé afin de modifier la loi relative aux médiateurs fédéraux, qui seront amenés à jouer un rôle dans le cadre du screening et du monitoring, de manière à leur conférer un droit d’initiative, conformément à ce que prévoit le règlement.
En ce qui concerne les missions de la police, le contrôle sera exercé par le Comité P, dont le mandat ne requiert aucune modification.
Vous m’avez également interrogée sur ma position concernant l’enfermement d’enfants en Belgique et sur la possibilité de garantir que cela n'aura pas lieu. Comme vous le savez, il existe actuellement en Belgique – vous y avez, d’ailleurs, fait référence dans votre intervention – une interdiction de maintenir des mineurs dans un centre fermé. Par ailleurs, l’accord de gouvernement prévoit une évaluation de cette question. Dans l’attente des conclusions de cette évaluation, aucun mineur ne sera maintenu dans un centre fermé.
Vous dites qu’un juge spécialisé doit se prononcer sur l’évaluation de l’âge. En fait, la procédure de recours ainsi que la compétence du Conseil d'État ne sont pas reprises dans le présent projet de loi. Ces éléments ont été largement discutés dans le cadre du projet de loi relatif au CCE, dont nous avons beaucoup parlé au sein de la commission.
Mevrouw Daems, u sprak over de Senegalese vissers. Het was de derde keer dat we die situatie hebben gehoord. Wat mij vooral opviel, was uw stuk over het terugsturen van Afghanen. Ik zal u een heel concreet voorbeeld geven en u ook een vraag stellen.
Gisteren moest ik als minister brieven ondertekenen, ik moet veel zaken ondertekenen. Het ging om een bevel om het grondgebied te verlaten voor iemand met de Afghaanse nationaliteit die ons land was binnengekomen. Die persoon had verklaard minderjarig te zijn, namelijk 15 jaar oud. Na medisch onderzoek bleek echter dat die persoon 20 jaar was. Die persoon heeft twee minderjarige meisjes seksueel aangerand en heeft daarvoor een gevangenisstraf gekregen. Na zijn vrijlating heeft diezelfde persoon een meerderjarige vrouw verkracht. Die persoon heeft geen bescherming gekregen van het CGVS, een onafhankelijke instelling. Er is een analyse gebeurd op basis van artikel 3 van het EVRM. Er bleek geen sprake te zijn van een schending van het non-refoulementbeginsel als die persoon zou worden teruggestuurd. Het werd zelfs bevestigd door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Over dergelijke personen gaat het. Houd dat goed in gedachten. U wilt die mensen op ons grondgebied houden. U sprak over het terugsturen van Afghanen. Dat mag van u blijkbaar niet. De enige logische conclusie is dan, als u die persoon op ons grondgebied wilt houden, dat we die een verblijfstitel geven.
Mevrouw Daems, ik kom bij mijn concrete vraag aan u. We mogen niet praten met Afghanistan en we mogen geen Afghanen terugsturen, zo hebt u het gezegd. Wilt u die persoon, die actieve verkrachter – ik heb er geen ander woord voor – hier op ons grondgebied houden? Als u zegt, neen, ik wil dat niet, waarom hebt u dan kritiek op het feit dat wij bekijken op welke manier we dergelijke personen kunnen terugsturen naar Afghanistan, met een toetsing, zelfs door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, waaruit blijkt dat het non-refoulementbeginsel niet geschonden zou worden? Daarop had ik heel graag een antwoord gekregen van u.
Je remercie les membres du MR qui sont présents pour leur soutien.
Mijnheer Vandemaele, u hebt opnieuw veel overwegingen gemaakt, maar ik ga even in op de concrete vragen die u hebt gesteld.
Wat betreft het concept veilige landen vroeg u of er een extra toetsing zal zijn voor kwetsbare profielen uit veilige landen. U gaf het voorbeeld van, als ik me goed herinner, iemand uit de lgbtqi+-gemeenschap uit Egypte. Het concept van veilig land van herkomst betekent natuurlijk niet dat iemand geen asielaanvraag meer kan indienen noch dat die aanvraag niet individueel wordt beoordeeld. Het betekent gewoon dat ervan wordt uitgegaan dat wanneer iemand uit een dergelijk veilig land van herkomst komt, er in het licht van de beoordelingscriteria voor de nood aan eventuele internationale bescherming een hogere bewijslast geldt, juist vanwege de lage erkenningsgraad van asielzoekers uit die landen.
In het geval van de Europese lijst – er bestaat ondertussen een Europese lijst van veilige landen van herkomst – gaat het over een EU-erkenningsgraad van minder dan 5 %. Wie behoort dan nog tot die 5 %? Dat zijn bijvoorbeeld personen die vanwege hun geaardheid vervolgd zouden worden.
U vroeg zich ook af of we er wel in zullen slagen de termijn van zes maanden te halen wegens de hoge werkvoorraad en de beperktere middelen. U zegt dat we de historische achterstand nu een werkvoorraad moeten noemen, maar ik noem dat zo, omdat het CGVS dat zelf zo noemt. Uit respect voor de diensten noem ik dat ook een werkvoorraad en geen historische achterstand, maar u weet wel hoe die werkvoorraad tot stand is gekomen, mijnheer Vandemaele.
Ik denk dat ik daarmee op uw vragen heb geantwoord.
Mijnheer de voorzitter, voor het overige ging het vooral over opmerkingen.
Mijnheer Di Nunzio, dank u wel voor uw tussenkomst, maar ik heb geen nieuwe vragen gehoord, tenzij ik me vergis.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw de minister. Vanzelfsprekend heeft het Parlement het laatste woord. Daar gaan we naar luisteren. Mevrouw Van Belleghem, u hebt het woord.
01.27 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik neem akte van de denigrerende wijze waarop u antwoorden geeft, maar ik laat dat voor uw rekening. Uit alle uiteenzettingen van vandaag en de afgelopen weken blijkt dat migratie alle facetten van de samenleving raakt. Dit wetsontwerp werd besproken in de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid en Migratie. Dat is niet meer dan de logica zelve, maar als men het opentrekt, zou dit wetsontwerp ook in heel veel andere commissies besproken moeten worden, want migratie raakt elk facet van de samenleving.
Ik geef er u zeven. De procedures, de beroepsmogelijkheden, de gratis rechtsbijstand, de bewaring, de leeftijdsfraude bij niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, de gevangenisbevolking en de oververtegenwoordiging in de criminaliteitscijfers, dat alleen al voor Justitie
Sociale Zaken, Werk en Pensioenen, 40 % van de leeflonen gaat naar vreemdelingen. Dit pact geeft erkende vluchtelingen volledige toegang tot onze sociale zekerheid, gelijkgesteld aan Belgische burgers en dat terwijl 44 % van de niet-EU migranten in dit land niet werkt en ook geen werk zoekt. De rekening is dus voor wie wel werkt, voor de werkende Vlamingen die al de hoogste belastingen betalen.
Financiën en begroting, op dit moment bedraagt het opvangbudget van Fedasil 1,1 miljard euro, samen met het CGVS. We zien dat dit migratiepact voor de begroting een bijkomende kostenpost zal vormen. Buitenlandse Betrekkingen, mevrouw de minister, als u over één iets gezwegen hebt in uw antwoord, dan was het toch wel over de terugkeer en over de prangende vragen die wij gesteld hebben over de terugkeerverordening. De reden waarom u zwijgt, is natuurlijk omdat deze regering gewoon niet mee mag doen op het vlak van terugkeer.
U weet dat, maar u zegt het niet. Ik heb u de vraag gesteld, maar u hebt er niet op geantwoord. Dat is een heel spijtige zaak, maar als u illegalen niet zult terugsturen naar het land van herkomst, dan kunnen we hier nog lang bezig zijn. Uit uw stilzwijgen maak ik op dat deze regering niet mee zal doen aan de terugkeerverordening. Dat is een ware blamage. Als landen zoals Nederland, dat nu bestuurd wordt door D66, daaraan meedoen en wij niet, wat zegt dat dan over ons?
Over Afghanistan, u was aan het fulmineren op de PVDA, maar denkt u nu werkelijk dat u met Les Engagés in de regering één illegaal gedwongen zult terugsturen? Ik geloof daar niks van.
Ik hoop dat u mij het tegendeel kunt bewijzen.
Ik kan alleen maar vaststellen dat jaar na jaar het aantal illegalen toeneemt. Tien jaar geleden stelde Jan Jambon dat er in dit land 200.000 illegalen verblijven. Als het Vlaams Belang dat vandaag zegt, krijgen we van Knack een valse factcheck. Dat laat ik voor hun rekening.
Tien jaar geleden zei Jan Jambon dat er 200.000 illegalen zijn in dit land. Ik kijk naar de cijfers van het aantal terugkeerbesluiten. In 2022 waren dat er 25.000. In 2023 waren dat er 33.000. In 2024 waren dat er 35.000. In 2025 waren dat er 31.000. Dat zijn in vier jaar dus 124.000 bevelen om het grondgebied te verlaten. Als daarvan 25 % vertrekt – ik ben gul voor u in mijn berekening, want u zegt zelf altijd dat 80 % niet vertrekt – dan betekent dat een aanwas van 93.000 illegalen. Dat wil zeggen dat er nu al bijna 300.000 illegalen in het land zouden zijn. We stellen dus vast dat dat aantal fors wordt onderschat.
De terugkeerhubs zijn een ware blamage voor dit land. We staan gewoon met onze broek op onze enkels. Ik ben daarover doodbeschaamd.
Dan kom ik bij werk en economie. De Europese Commissie zegt zelf dat het strategische doel erin bestaat illegale migratie te vervangen door legale paden, omdat Europa vergrijst en de arbeidsmarkt krimpt. Dat is een drogreden, een Ponzi scheme. De heer Lode Vereeck heeft vakkundig uitgelegd waarom.
Een volgend punt betreft landsverdediging en grensbewaking. Geen asiel na illegale migratie is de beste grensbewaking die er bestaat. Men moet echter ook fysiek de grenzen durven te bewaken. Twee op de drie Vlamingen willen dat boten worden onderschept en teruggestuurd. Die pushbacks zijn dus ook breed gedragen in de bevolking.
Migratie raakt alle facetten van de samenleving. Het migratiepact is niet alleen een migratiedossier. Het is een economisch dossier, een sociaal dossier, een veiligheidsdossier, een budgettair dossier, een diplomatiek dossier en een demografisch dossier. Het is dus ook het meest fundamentele dossier dat dit Parlement de afgelopen jaren heeft behandeld. Dat blijkt ook uit de belangstelling in het Parlement.
Er zitten goede zaken in het migratiepact. Een pact wordt echter niet beoordeeld op de beste pagina's of de beste elementen die het bevat. Het moet op zijn fundamenten worden beoordeeld. Die fundamenten zitten fundamenteel fout. Dan spreken wij natuurlijk over de soevereiniteit.
Mevrouw de minister, die hypocrisie is gewoon te zot voor woorden. Ik heb daar geen woorden meer voor. In uw eigen partijprogramma staat: "Wij vragen een opt-out naar Deens model." Hier zit u plots te declameren dat wat het Vlaams Belang vraagt, belachelijk is want dat een opt-out naar Deens model niet realistisch is. U moet echter het ene of het andere kiezen. U kunt niet stellen dat iets onrealistisch is en het dan in uw partijprogramma zetten. Dat slaat nergens op.
Ik kom nu bij uw uitspraken over de PVV. Kijk echter eens naar uw eigen woorden en naar uw eigen daden. Als u stelt dat het migratiepact perfide is en in hetzelfde bedje ziek is, kijk dan eens naar uw eigen woorden en in uw eigen boezem. Het pact is inderdaad perfide, maar blijf dan ook op die lijn staan. Blijf daarin rechtlijnig. Ga het dan niet plots verdedigen alsof het pact het beste pact ter wereld is. Dat werkt niet.
Mijn mening over de Dublinregels zal ik blijven herhalen. In theorie klinkt dat allemaal goed. In theorie zitten daar verbeteringen in, zoals de wachttermijn. Dublin I heeft echter niet gewerkt, Dublin II heeft niet gewerkt. Dublin III heeft niet gewerkt. Dublin IV zal ook niet werken.
U hebt het hier net zelf ook aangegeven. Wij hebben dat akkoord met Griekenland bekomen. Met Italië is er nog altijd geen akkoord. Zij zullen die Dublinregels wel stelselmatig een beetje toepassen, misschien in de toekomst of over een paar weken. Dat pact treedt overmorgen echter in werking. Overmorgen zouden zij die regels dus al moeten handhaven. Nu waarschuwt u al dat zij die regels wel stelselmatig zullen toepassen. Ook dat is compleet ongeloofwaardig. U weet dat zelf ook.
Ik kom nu bij het chantagemechanisme. U vindt "chantage" een foute framing. Een foute framing is echter dat Theo Francken vóór de verkiezingen opperde dat alle asielzoekers zouden worden afgekocht voor 240 miljoen euro en dat wij er dan geen enkele meer zouden moeten opvangen. Dat was foutieve framing. Dat was gewoon een flagrante leugen. Nu zitten wij met een asielbudget van 1,1 miljard euro. Daarbovenop mogen wij nog eens een boete betalen. Dat is werkelijk chantage boven op de leugens van Theo Francken.
Goed, ik zal de passie wat proberen te bedaren.
Ja, we moeten legale migratie bevorderen. Dat staat ook letterlijk in verordening 1351. Dat is echter een heel gevaarlijk zinnetje. In die verordening staat namelijk dat we legale migratie moeten bevorderen. Wat zal er gebeuren wanneer we hier onze legale migratiekanalen willen beperken of stopzetten? Rechters zullen dat zinnetje in die verordening aangrijpen om te zeggen dat dat niet mag, omdat we legale migratie moeten bevorderen en we die kanalen helemaal niet mogen lamleggen. Dat is wat er zal gebeuren en dat is mijn fundamentele kritiek daarop.
Een zeer belangrijk element is natuurlijk – en dat is de basis van alles – dat illegale migratie niet stopt. Het zijn geen twee poelen waarin dezelfde vissen zitten. Sorry, het zijn gewoon andere mensen die legaal naar hier migreren dan degenen die illegaal migreren. Illegale migranten hebben vaak een laag opleidingsniveau, terwijl legale migranten hoogopgeleid zouden moeten zijn. Zij beschikken over de nodige middelen om naar hier te komen. Anderen hebben die niet. Dus nee, illegale migratie zal niet stoppen.
80 % van wie naar hier komt en geen recht heeft op erkenning, blijft ook gewoon in dit land. Het feit dat we nu al de hoogste belastingdruk op arbeid hebben van de OESO-landen en dat er zoveel kosten verbonden zijn aan migratie, verandert daar niets aan. Die kosten zullen namelijk alleen maar stijgen. We zitten hier met een barslechte begroting. Dit is gewoon rationeel. Zelfs wanneer men een voorstander is van open grenzen, is dit financieel gewoon niet meer haalbaar voor ons.
Dat is nog een fundamentele kritiek. Dit pact legt geen verband tussen verblijf en bijdrage. Als men naar hier komt, krijgt men uitgebreide gratis rechtsbijstand en een uitgebreide kwetsbaarheidsbeoordeling. Dat brengt een pak kosten mee voor de belastingbetaler. Het zijn dan misschien geen interculturele bemiddelaars, maar sorry, minister, een socioloog is voor mij gewoon exact hetzelfde.
Ook de gespleten houding van de N-VA in dit dossier ergert mij mateloos. Maandag zei u in dat HLN-dossier dat het een slecht pact is. U somde bijna alle slechte zaken op. De dag erna hoor ik u in De Tijd positief praten. Het biedt toch enkele goede elementen, zei u. Ik voel dat u gewrongen zit met die gespleten houding, met het feit dat u zo tegen dit pact was. Nu moet u als minister plots alle positieve elementen eruit halen.
Er zitten positieve elementen in, maar u wilt de negatieve elementen niet meer benoemen. Daar is het ons net om te doen. Het meest flagrante of symbolische aspect is natuurlijk dat Groen nu uw grootste bondgenoot is geworden. Terwijl Les Engagés u in de regering voortdurend saboteert, zou u eigenlijk beter in coalitie stappen met Groen. Zij zijn u hier immers al de hele dag aan het verdedigen. Twee jaar geleden, minister, hebben zij het Europees migratiepact mogelijk gemaakt. De enige reden waarom ze vandaag tegenstemmen, is dat ze tegen alles stemmen en de inhoud nooit beoordelen.
Dan die twintig maatregelen die wij verwerpen. U doet alsof bepaalde zaken die wij in die twintig maatregelen aanhalen, al bestonden. Maar dat maakt het toch helemaal niet minder erg? Het was nu net een kans geweest om die zaken af te schaffen. Dat is fundamenteel. We hadden hier een momentum om alle slechte elementen te veranderen. Wat doen we? We bestendigen ze. Op bepaalde vlakken maken we ze zelfs nog veel erger.
Punt één, die solidariteitscoördinator. Dat is een nieuwe, niet-verkozen eurocraat die we zullen moeten betalen. De verplichte solidariteit is gewoon chantage.
Punt twee, UNHCR mag in elke individuele asielprocedure interveniëren. Wie denkt u dat UNHCR betaalt? Die organisatie leeft van subsidies. Maakt het feit dat dat al bestond het nu minder erg dat het opnieuw wordt bevestigd? Nee. Dit was een momentum geweest om dat af te schaffen en die subsidies af te bouwen.
Punt drie, een gratis tolk bij elke procedurestap. Dat is volgens u niet nieuw, maar wie denkt u dat dat betaalt? Daar gaat het om. Het gaat om het feit dat we met een dieprode begroting zitten en opnieuw een gratis tolk zullen moeten voorzien.
Punt vier, een gratis advocaat. Ook dat bestond al, maar wordt verder uitgebreid. Wie betaalt dat? De belastingbetaler.
Punt vijf, de procedure wordt bij een onzekere situatie uitgesteld tot 21 maanden. Wat betekent dat? Dat mensen langer in een bed-bad-broodtraject blijven en langer in die procedure zitten. Daardoor blijven de kosten van 2.600 euro per maand langer doorlopen. Wie betaalt dat? De Vlaamse belastingbetaler. Wat zeggen wij? Geen asiel na illegale migratie, minister. Dat is ons antwoord daarop.
Punt 6, verplichte inburgering moet gratis zijn. U zegt dat we dat aan Vlaanderen moeten vragen. Sorry, mevrouw de minister, maar dat is opnieuw te absurd voor woorden. We krijgen zaken opgelegd waarvoor de belastingbetaler zal moeten opdraaien. U zegt dat we dat aan Vlaanderen moeten vragen, maar dat is voor ons geen antwoord op de vraag. Als België inburgering verplicht stelt voor erkende vluchtelingen, moeten die cursussen gratis zijn. Dat is toch niet vanzelfsprekend, dat slaat toch nergens op? De beste inburgering is bijdragen aan de samenleving. Zodoende kunnen we ook een bijdrage voor die inburgering verwachten.
Punt 7, geen documenten, is geen reden voor versnelde procedures. Ons punt is dat dit gewoon voer is voor gratis pro-Deoadvocaten, die de procedure zullen misbruiken, opnieuw op kosten van de Vlaamse belastingbetaler.
Punt 8, de soepelere bewijslast voor de asielaanvraag. U zegt dat dat een status quo is, maar dat betekent daarom niet dat het goed is. Ook dat is weer voer voor die gratis pro-Deoadvocaten, op kosten van de Vlaamse belastingbetaler.
Punt 9, de leeftijdsfraude zal structureel toenemen. Die multidisciplinaire leeftijdsbeoordeling maakt het moeilijker om de leeftijd die men beweert te hebben, te weerleggen. Meer tussenstappen betekenen natuurlijk ook meer kosten. Al die experts, die niet-interculturele bemiddelaars die wel sociologen of wat dan ook zijn, kosten ook geld. Ik denk niet dat de valse niet-begeleide minderjarige vreemdelingen daarvoor ooit één eurocent zullen betalen.
Punt 10, de grensprocedure. Dat klinkt goed op papier, maar het zit vol uitzonderingen. Die uitzonderingen zijn voer voor de gratis pro-Deoadvocaten. Opnieuw zien we gaten in het beleid.
Punt 11, volgende verzoeken. Men kan het gewoon opnieuw proberen met nieuwe elementen. Ook dat is voer voor die gratis pro-Deoadvocaten, die dat zullen misbruiken, aangezien ze dat in het verleden al deden.
Punt 12, ik heb al vaak gezegd dat ik dit het summum van het absurde vind. Als men in dit land zegt dat men asiel wil aanvragen, dan heeft men recht op bed, bad en brood, gratis een advocaat, gratis een tolk, gratis een niet-interculturele bemiddelaar die ook socioloog is. Dat is gewoonweg een absurd systeem. Wij zijn tegen dit systeem waarin alles gratis wordt uitgedeeld. Neen, mevrouw de minister, dat is niet nieuw, maar er was nu wel een momentum om dat aan te pakken.
Punt 13 gaat over de verplichte dagvergoeding in cash. Er staat dat alleen tegoedbonnen onvoldoende is en dat een deel van de betaling wel degelijk een cashvergoeding moet uitmaken. We zijn daar tegen. Op dit moment gaat het over 10 euro per week, maar in andere Europese landen ligt dat bedrag veel lager. Daardoor maken wij ons opnieuw aantrekkelijker ten opzichte van andere landen. Is dat wat we willen? Ik denk het niet.
Punt 4, de wachttijd tijdens de asielprocedure telt mee voor de permanente EU-verblijfstatus. Ook hier zegt u dat we de Europese verordening moeten volgen. Er was nu nochtans het momentum om dat net aan te pakken, om het strenger te maken. Neen, we gaan het met die verordening zelfs nog versoepelen.
Punt 5, ruimere gezinsdefinitie. U antwoordt opnieuw dat u vaste Europese rechtspraak verankert. Dat is net ons probleem. Die Europese activistische rechtspraak zorgt ervoor dat wij onze regels niet streng kunnen maken. Ik denk trouwens dat u die analyse deelde, althans voor u minister was.
Punt 16, gezinsleden zonder eigen asielgrond krijgen toch een verblijfstitel en alle bijhorende rechten, opnieuw op kosten van de Vlaamse belastingbetaler.
Punt 17, volledige sociale zekerheid, gelijkgesteld aan Belgen. U spreekt dan over een versterkt integratietraject. Mevrouw de minister, als over dat versterkt integratietraject geen akkoord bestaat met de deelstaten, is dat volgens mij evenzeer dode letter als de nieuwkomersverklaring, die al tien jaar dode letter is. Dat is er toen ook onder de N-VA gekomen, maar we hebben het nog steeds altijd niet gezien. Hopelijk heb ik ongelijk, maar ik vrees dat we opnieuw een dode letter in de wet zullen zien.
Punt 18, lidstaten mogen soepeler zijn en nooit strenger. U zegt dat dit eigen is aan een richtlijn. Dat is natuurlijk eigen aan de Europese Unie. Men mag steeds meer rechten aan migranten uitdelen en nooit minder, terwijl het democratisch draagvlak net is om asielzoekers minder rechten toe te kennen. Dat is onze fundamentele kritiek.
Punt 19, legale migratie bevorderen is een expliciete EU-doelstelling. Rechters zullen dat zinnetje gebruiken, misbruiken. Ik voorspel hier dramatische gevolgen.
Punt 20, opnemen of betalen. Dat wil zeggen dat we volgens de EU meer asielzoekers moeten opvangen ofwel die boete van 13 miljoen euro moeten betalen. U hebt nog steeds geen akkoord om dat bedrag naar nul te herleiden. Opnieuw zien we hier dus kosten voor de Vlaamse belastingbetaler. Ik noteer dat we dat in februari 2027 effectief zullen moeten betalen. Tot februari 2027 kunt u van mij daarover dus vragen verwachten.
Dat zijn de twintig punten. Niet één van die punten maakt het makkelijker om migratie te beheersen. Niet één van die punten maakt het makkelijker om migratie te stoppen. Niet één van die punten versterkt de positie van de belastingbetaler. Elk van die punten afzonderlijk is op zich al voldoende om tegen dit pact te stemmen. Samen vormen al die punten een waterdicht systeem dat massamigratie zal bevorderen, maar zeker niet stoppen.
Buiten deze parlementaire muren, waar op dit moment blijkbaar ook veel Parlementsleden zitten, zitten mensen die weten wat ze zien, die dagelijks de gevolgen van massamigratie ervaren. Ze betalen hun rekeningen, brengen hun kinderen naar school en zien gewoon hun stad veranderen. Die mensen hebben het recht om te weten dat wij ons hiertegen verzetten, in gewone woorden, in mensentaal. Een probleem in dit pact is immers dat heel veel zaken zeer technisch zijn, maar wel een uitwerking hebben op bepaalde facetten van de samenleving. Dat maakt het soms heel moeilijk te definiëren wat er exact verandert. Maar al onze Parlementsleden hebben hun stinkende best gedaan om dat duidelijk te maken. Dat is hier vandaag opnieuw duidelijk gebleken. Ik wil hen, voor de derde maal, daarvoor hartelijk bedanken.
Maar betekent is dit pact in mensentaal? Wie een job heeft, wie belastingen betaalt maar niet rondkomt, bijvoorbeeld een alleenstaande moeder die een sociale woning nodig heeft, moet tien jaar op de wachtlijst staan. Wie geen enkele band heeft met dit land en via mensensmokkelaars naar de Europese Unie gekomen is na tig veilige landen te zijn gepasseerd, en hier asiel aanvraagt, krijgt vanaf dag één recht op gratis bed, bad, brood, zakgeld, en in sommige gevallen maaltijdcheques. Die fundamentele ongelijkheid kaarten wij al jaar en dag aan. Wij zullen ons altijd tegen die ongelijkheid blijven verzetten. Want 70 % van de mensen die ik net beschreven heb, is asielfraudeur. Ze hebben helemaal geen recht om naar hier te komen. Ze komen naar hier voor een betere levensstandaard, maar niet omdat ze effectief vrezen voor geweld.
Nochtans moet de Vlaamse belastingbetaler die volledige opvangketen financieren. Dat is nooit vanzelfsprekend geweest, maar met de huidige begrotingssituatie is het dat nog minder. Dat is echter het uitgangspunt van dit pact, dat is de realiteit, en het wordt alleen maar erger. Het gaat om steeds meer mensen.
Ik zie hier vandaag een meerderheidspartij die haar eigen migratiepact vóór de verkiezingen zwak, onwerkbaar en perfide noemde. Die partij vroeg een asielstop van tien jaar en dreigde met nul asielzoekers, maar vandaag verdedigt zij vanuit de ministerpost datzelfde pact met overtuiging. Die politieke acrobatiek kan niemand nog geloofwaardig noemen.
Trouwens, wie had zonder ons verzet geweten dat het migratiepact op 12 juni in werking zou treden? Wie had anders geweten dat er een momentum was om al die regels wel degelijk aan te passen en zich daartegen op Europees niveau te verzetten? Men voelt immers dat er een politiek draagvlak bestaat om het migratiepact van tafel te vegen en opnieuw te beginnen. Dat draagvlak is er, maar de beleidsmakers dienen dat natuurlijk op tafel te leggen.
Niemand wist ervan en niemand had erom gevraagd, maar op enkele dagen tijd hebben meer dan 50.000 mensen onze petitie ondertekend. Dat zijn gewone mensen uit alle gemeenten en van alle leeftijden, die zeggen dat het genoeg is geweest. We krijgen daarop het antwoord dat het pact op Europees niveau werd beslist, wat een democratisch besluitvormingsproces is. U kunt niet negeren dat de Belgische regering, die dat pact in 2024 democratisch goedkeurde, in strijd handelde met de wil van de bevolking. Wij weten wat de Vlaming wil, want dat is gedocumenteerd: 83,5 % wil strengere buitengrenzen en 81,4 % wil strengere instroomregels. Die cijfers gelden over alle politieke partijen heen. De Belgische volksvertegenwoordigers die in het Europees Parlement voor dit pact stemden, deden dat ondanks hun kennis van de wil van de bevolking.
Het punt van democratie is dat beslissingen indien nodig herzienbaar zijn. Een parlementaire meerderheid vandaag kan dus een beslissing van gisteren herzien. Een nieuw democratisch mandaat kan het oud beleid vervangen. Als destijds goedgekeurde democratische beslissingen voor altijd onaantastbaar zouden zijn, dan kan geen enkele politieke verandering ooit plaatsvinden. Trouwens, op 9 juni 2024, de dag van de Europese verkiezingen, heeft die massale shift naar rechts plaatsgevonden, dus dan moest al duidelijk geweest zijn dat dat mandaat er nooit is geweest. Dat was een ondubbelzinnig signaal.
Wat willen wij wel? Dat is u wel bekend, mevrouw de minister. U hebt misschien het boek Immigratiestop gelezen, dat ik met Tom Van Grieken heb geschreven, een aanrader. Een eerste basisbeginsel is dat wie Europa illegaal binnenkomt, geen recht kan krijgen op asiel. Een tweede basisbeginsel is dat elke lidstaat het recht heeft om zijn eigen migratiebeleid te bepalen. Mensen doen alsof de hel zal losbarsten als plots elke lidstaat zijn eigen migratiebeleid kan bepalen, maar kijk gewoon naar Denemarken. Ik meen niet dat Denemarken de hel is.
Collega's, ik rond af met de mensen waarover weinig wordt gesproken. Ik denk aan een leerkracht die met veel kunde voor een klas staat waarin heel veel kindjes geen woord Nederlands spreken. Die leerkracht probeert te differentiëren, te begeleiden en te herhalen. Hij heeft het beste voor met al die kindjes, maar hij weet dat als hij voor de kindjes moet zorgen die geen Nederlands spreken, andere kinderen daarvoor de prijs zullen betalen. Wat hij denkt, zegt hij echter niet hardop, want dan wordt hij weggezet.
Ik denk aan de verpleegkundige die een sociale woning aanvraagt en te horen krijgt dat ze tien jaar moet wachten, maar dan wel ziet hoe anderen dankzij dit migratiepact vanaf de eerste dag worden voorgetrokken.
Zij vraagt zich af waarom, maar zegt het niet luidop, want anders wordt ze weggezet. Ik denk aan de huisarts die zijn praktijk sluit voor nieuwe patiënten, omdat hij te veel patiënten heeft, die de druk voelt toenemen en de rekening kent, maar het niet luidop zegt, want anders wordt hij weggezet. Ik denk aan de buschauffeur van De Lijn die 's ochtends, wanneer hij naar het weer kijkt, schrik krijgt, omdat de zon schijnt. Hij weet dat het recreatiedomein op zijn rijroute ligt. Hij weet ook wie er zal instappen. Hij doet zijn werk en houdt zijn mond, want anders wordt hij weggezet. Ik denk aan de wijkagent die zijn buurt goed kent, die weet wat er speelt en die dagelijks met de gevolgen van het beleid wordt geconfronteerd. Bepaalde dingen zegt hij niet luidop, want anders wordt hij weggezet. Ik denk aan de grootmoeder in Borgerhout die na zeven uur 's avonds niet meer naar buiten komt en die haar gewoonten in de loop der jaren stilletjes heeft aangepast. Als men haar vraagt waarom, zegt ze dat ze gewoon liever thuisblijft. Ze zegt het niet luidop, want anders wordt ze weggezet. Ik denk aan het personeel van de gesloten terugkeercentra, mensen die het uitwijzingsbeleid in de praktijk moeten uitvoeren en die dagelijks of wekelijks geweld meemaken in die centra. Ze moeten dat incasseren. Ze praten er onderling over, maar verder niet, want anders worden ze weggezet. Ik denk aan de cipiers in onze gevangenissen. 44 % van de gevangenisbevolking in dit land is vreemdeling. Zij weten wat dat dagelijks betekent, shift na shift, maar ze zeggen het niet luidop, want anders worden ze weggezet. Ik denk aan de conducteur van de NMBS die op bepaalde trajecten de wagons niet meer inloopt voor ticketcontrole. Hij heeft geleerd dat dat te gevaarlijk is en dat het de moeite niet meer loont. Hij schrijft incidentenrapporten, die ergens in een map verdwijnen. 's Avonds zegt hij het wel tegen een collega, maar niet tegen anderen, want anders wordt hij weggezet. Ik denk aan het meisje dat 's avonds de tram neemt en op een bepaald moment begint te letten op het uur, het traject en de wagon. Zij vindt het normaal dat ze zichzelf beschermt. Dat is echter niet normaal. Ze zegt het niet, want anders wordt ze weggezet. Ik denk aan de burgers van Brussel die de zogenoemde scholierenprotesten van dichtbij hebben meegemaakt. Zij zagen dat het geen scholierenprotesten waren. Ze zagen wat erachter schuilging en wachten tot iemand het bij naam durft te noemen. Zelf doen ze het niet, want anders worden ze weggezet.
Ik denk aan de toerist die met zijn gezin naar het strand trekt, vanop zijn handdoek een vechtpartij ziet ontbranden, zijn kinderen bij de hand neemt en gewoon weggaat. Thuis vertelt hij zijn vrienden dat het druk was op het strand maar niets anders, want anders wordt hij weggezet. Ik denk aan de maatschappelijk werker bij het OCMW die weet welke dossiers de meeste middelen opslorpen, die ziet welke patronen zich herhalen en welke aanvragers altijd terugkomen. Hij schrijft echter neutrale rapporten, want anders wordt hij weggezet.
Al die mensen hebben niet gesproken in de commissievergaderingen, geven geen persconferenties en zijn niet uitgenodigd voor hoorzittingen, die er toch niet komen. Zij bestaan echter wel. Die mensen verdienen een stem. Die mensen mag het zwijgen niet worden opgelegd. Die mensen hebben ook recht van spreken. Die mensen verdienen een stem die niet zwijgt, omdat het ongemakkelijk is. Dit is volgens mij het belangrijkste. Leden van het Vlaams Belang zullen nooit zwijgen, zelfs al is het ongemakkelijk.
01.28 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik zal niet te lang meer uitweiden na de uren debat over het pact.
Mevrouw de minister, u hebt punt voor punt heel gedegen geantwoord op de vragen, de zaken in hun context geplaatst en foute informatie weerlegd. Dat is ook wat u moet doen. De mensen hebben immers recht op correcte informatie, zeker over een gevoelig thema als migratie. Dat hebt u vandaag volgens mij ook met veel overtuiging gedaan.
Het zijn natuurlijk de resultaten van uw beleid, die tellen, de stappen, die u zet, en de wijzigingen, die u ondertussen al hebt doorgevoerd. Niet alleen op nationaal niveau neemt u uw verantwoordelijkheid. Ik zie u ook op het toneel van de Europese Unie echt op tafel kloppen.
Ik kom nog kort even terug op de bewering van het Vlaams Belang dat het inburgeringsbeleid volledig gratis zou zijn. Dat klopt niet. In de tekst staat er namelijk een uitzondering waardoor voor het versterkt integratietraject wel een bepaald bedrag kan worden gevraagd. Laat het nu net dezelfde partijen die ook het regeerakkoord hebben ondertekend en die in de deelstaten hun schouders zetten onder de kwestie van het versterkt integratietraject voor mensen die sociale bijstand ontvangen. Wij zijn er immers van overtuigd dat wij ook die aantrekkingsfactoren moeten aanpakken.
Deze regering pakt niet alleen die aantrekkingsfactoren aan, ze maakt ook werk van terugkeer en daar zien we nu al de resultaten van. Ik denk dat we in het vervolg nog veel meer resultaten daarvan zullen zien, mevrouw de minister.
Wat de amendementen van het Vlaams Belang betreft, die strekken ertoe om Europese verordeningen te wijzigen. Dat slaat natuurlijk nergens op. Wij zullen ze dan ook niet goedkeuren.
Ik vond het ook aandoenlijk dat een aantal sprekers hier vooraan aan de minister het Australische model kwamen uitleggen, verwijzend naar een boek dat in 2024 geschreven is door collega's van het Vlaams Belang, terwijl Theo Francken en Joren Vermeersch in 2018 in het boek Continent zonder grens heel duidelijk ons partijstandpunt daaromtrent hebben omschreven. Dat partijstandpunt, dat ook de basis voor onze grote kritiek op het migratiepact dat op Europees niveau is goedgekeurd en vrijdag in werking treedt, geldt tot op vandaag. Mevrouw de minister, u hebt er nu voor gezorgd dat onze nationale wetgeving voldoende kader biedt en dat er geen juridisch vacuüm ontstaat. Gelukkig laat u zich op dat vlak niet tegenhouden. Doe zo voort.
01.29 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le président, je ne vais pas répliquer. Je pense que nous avons suffisamment échangé avec la ministre. Nous avons fait part de nos désaccords, qui se maintiennent aujourd'hui. Mais, quand j'entends tout ce que j'ai entendu lors de ce débat, j'ai surtout envie de penser aux interprètes qui ont dû traduire tout cela très rapidement. Je pense aussi à celles et ceux qui travaillent au compte rendu intégral, à la traduction et qui ont dû porter leur voix pour traduire parfois des propos qui, à mon sens, devaient leur être désagréables.
01.30 Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoorden. Ik heb over het EU-migratiepact gesproken in eerste lezing, in tweede lezing en nu ook nog eens in de plenaire zitting. Ik vind het dan ook bijzonder dat u alleen antwoordt op mijn opmerkingen over de taliban, maar niet op alle andere zaken die ik heb gezegd. Ik heb u vorige week nochtans aangemoedigd, of warm aanbevolen, om zeker te reageren op mijn beschouwingen. Ik zei toen dat ik dat zou appreciëren.
Ik heb u de kritiek gegeven dat het migratiedebat in Europa nooit gaat over de oorzaken van migratie. Ik heb u verteld dat een goed Europees migratiebeleid ook moet kijken naar de echte oorzaken van migratie, om die bij de wortel aan te pakken, zeker als we willen voorkomen dat mensen naar Europa vluchten. Daarover hebt u echter gezwegen.
Ik heb u inderdaad drie keer verteld over die Senegalese vissers en over die oneerlijke vis- en handelsverdragen. Daarover hebt u het daarnet wel gehad. Ik heb ervoor gepleit die te stoppen. Ik heb gepleit om te stoppen met de export van wapens en de steun aan illegitieme oorlogen. Ik heb gezegd dat er moet worden geïnvesteerd in klimaatrechtvaardigheid, eerlijke handel en duurzame internationale solidariteit. Ik vind het jammer dat u daar niet op hebt gereageerd.
U hebt wel gereageerd op wat ik heb verteld over de taliban. Ik zal daarop dan ook antwoorden. Ik heb in mijn tussenkomst gesproken over Afghanen die geen internationale bescherming hebben gekregen. U hebt alleen geantwoord op opmerkingen over Afghaanse verkrachters. U bent het toch hopelijk ook met mij eens, mevrouw de minister, dat er ook Afghanen zijn die geen verkrachters zijn en geen misdaden plegen? Ik hoop dat we het daarover eens zijn.
Ik kan u geruststellen, iemand die verschillende vrouwen heeft verkracht, hoort natuurlijk thuis in een gevangenis. Ik ben wel kritisch. Als u die Afghaanse man, die verkrachter waarover u sprak, terugstuurt naar Afghanistan, welke garanties hebt u dan dat hij daar effectief in de gevangenis belandt? Als dat niet zo is, wat doet u dan? Dan brengt u in Afghanistan ook heel wat andere vrouwen en kinderen in gevaar.
Daarover had ik het daarnet echter niet. Ik had het over de vele Afghanen die geen internationale bescherming hebben gekregen en die niets hebben misdaan, die geen misdaden hebben gepleegd.
Mevrouw de minister, dit verwart mij wel een beetje, want ik vraag mij af wat u met hen gaat doen. Zij zitten nu wel in dat juridisch limbo. Wilt u dan alleen die Afghanen terugsturen die een misdaad hebben begaan, of ook al die andere Afghanen die niets hebben misdaan?
Wij vragen om die mensen die niet kunnen terugkeren en die niets hebben misdaan een tijdelijk verblijf te geven. Of regulariseer hen individueel, op basis van objectieve criteria. Mevrouw de minister, welke toekomst wacht hen immers in het Afghanistan van de taliban? Meisjes mogen niet naar school, vrouwen worden uit het openbare leven geweerd, ze riskeren zweepslagen, critici worden opgesloten en de taliban hebben een officieel systeem van klassenjustitie ingevoerd, waarin geestelijken vrijwel boven de wet staan en arme mensen zwaarder worden bestraft dan de elite.
Mevrouw de minister, wie bescherming nodig heeft, verdient veiligheid en respect. De PVDA weigert mee te stappen in een politiek die migranten tegen elke prijs wil uitwijzen.
01.31 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le président, je conclus simplement en remerciant encore une fois l’ensemble des services qui ont accompagné ces nombreux et longs débats, tant en commission que ce soir, ainsi que les interprètes. Je remercie aussi la ministre pour ses nombreuses réponses et pour sa présence longue et attentive pendant ces nombreuses heures en commission et ce soir.
Concernant le Pacte, il n’est sans doute pas
parfait. C’est, comme nous l’avons dit, le fruit de plus de 10 ans de
négociations au niveau européen. C’est un certain équilibre. C’est un
compromis. J’entends qu’au niveau de l’extrême gauche, on estime qu’il est trop
strict; que pour l’extrême droite, il est trop faible. Même pour Groen, il y a
de bonnes et de mauvaises choses. Finalement, c’est peut-être un bon compris.
01.32 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik zal niet in herhaling vallen. Dat is een strategie die ik ook de collega's kan aanraden. Mevrouw de minister, ik ken uw standpunt ondertussen en u kent het mijne. We zullen elkaar niet meer kunnen overtuigen op dit late uur.
Beste collega’s, ook al ben ik het fundamenteel oneens met de gemaakte keuzes en met de voorliggende tekst, ik vind dat we toch iets meer moeten discussiëren met elkaar op basis van feiten en op basis van een eerlijk debat. Ook dat kan ik iedereen aanraden.
Het is voor mij de voorbije weken duidelijk geworden waarom ik en mijn partij nooit of te nimmer zullen samenwerken met het Vlaams Belang. Zoveel leugens, zoveel angst aanjagen, zoveel onversneden racisme, zo weinig goesting om de zaken echt op te lossen… Beste collega’s van Vlaams Belang, blijf roepen aan de zijlijn, maar laat de democraten ondertussen gewoon hun werk doen.
01.33 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik heb toch nog een korte repliek, zeker na het uitgebreide betoog waarin werd gepleit voor sterke nationale regels, zeggende dat dit geen probleem hoeft te zijn, dat elk land, ook in de Europese Unie, een eigen beleid kan voeren, met eigen procedures en eigen voorwaarden. Zo heb ik het toch letterlijk gehoord van het Vlaams Belang.
Helaas moeten we die dromen doorprikken. We leven in een Europese Unie met een Schengenzone, waar men eenmaal binnen vrij kan bewegen. Er zijn open binnengrenzen.
De enige oplossing voor een goed asiel- en migratiebeleid is dus meer regie geven aan Europa. Dat is de enige oplossing. Als men dat niet doet, krijgt men versnippering en werkt men asielshoppen in de hand. Dat spreekt voor zich.
Collega’s van het Vlaams Belang, de oplossingen die u voorstaat, zijn geen oplossingen. Een Europese regie, een sterker Europees, gecoördineerd beleid is de enige juiste weg.
Collega’s, het asiel- en migratiepact is een stap in de goede richting. Dat is ook de reden waarom wij het wetsontwerp mee zullen steunen, als enige oppositiepartij. Dit is de weg die we moeten inslaan.
Mijn enige randbemerking is nog dat, als we dit steunen, het volgende stuk ook moet volgen. Dat is het sluitstuk, namelijk de EU-terugkeerverordening. Daarop hebt u niet gerepliceerd, mevrouw de minister. Ons land moet die steunen als daarover in de Raad wordt gestemd. Het mag zich niet onthouden. Als de regering zich onthoudt, dan is dat een blamage, want dat sluitstuk is absoluut noodzakelijk voor een sluitend asiel- en migratiebeleid.
Mevrouw de minister, ik hoop dat we bij volgende ontwerpen wel degelijk, op basis van adviezen en inhoud, nu en dan eens een meerderheidsamendement mogen verwachten om de wetsontwerpen die u naar het Parlement brengt robuuster te maken. Ik dank u.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1401/6)
Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1401/6)
Het wetsontwerp telt
104 artikelen.
Le projet de loi compte 104 articles.
Amendements déposés:
Ingediende amendementen:
Art. 1
• 1 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 2
• 2 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 3
• 3 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 4
• 4 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 5 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 7 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 6 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 8 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 7
• 9 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 10 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 11 – Francesca Van Belleghem cs (1401/7)
• 12 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 13 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 8
• 14 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 15 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 16 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 19 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 17 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 18 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 10
• 20 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 21 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 22 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 23 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 24 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 11
• 25 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 26 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 27 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 28 – Marijke Dillen cs (1401/7)
• 29 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 30 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 12
• 31 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 13
• 32 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 14
• 33 – Marijke Dillen cs (1401/7)
Art. 15
• 34 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 16
• 35 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 36 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 37 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 18
• 38 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 39 – Kurt Moons cs (1401/7)
• 40 – Kurt
Moons cs (1401/7)
• 41 – Francesca Van
Belleghem (1401/7)
• 42 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 18/1(n)
• 43 – Ortwin Depoortere cs (1401/7)
Art. 20
• 44 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 21
• 45 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 22
• 46 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 23
• 47 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 24
• 48 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 49 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 25
• 50 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 52 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 51 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 53 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 54 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 55 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 56 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 26
• 57 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 58 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 28
• 59 – Francesca Van Belleghem cs (1401/7)
Art. 29
• 60 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 61 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 62 – Francesca Van Belleghem cs (1401/7)
• 63 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 30
• 64 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 65 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 66 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 67 – Francesca Van Belleghem cs (1401/7)
• 68 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 69 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 32
• 70 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 71 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 72 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 73 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 74 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 75 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 33
• 76 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 35
• 77 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 79 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 78 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 80 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 39
• 82 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 41
• 83 – Marijke Dillen cs (1401/7)
Art. 62
• 84 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 70
• 85 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 72
• 86 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 85
• 87 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 88 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 88
• 89 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 91
• 90 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
• 91 – Francesca Van Belleghem (1401/7)
Art. 92
• 92 – Annick Ponthier cs (1401/7)
Art. 105(n)
• 93 – Wouter Vermeersch cs (1401/7)
• 94 – Wouter Vermeersch cs (1401/7)
Art. 106(n)
• 95 – Wouter Vermeersch cs (1401/7)
Conclusion de la
discussion des articles:
Besluit van de
artikelsgewijze bespreking:
Réservés: les
amendements et les articles 1 à 4, 7, 8, 10 à 16, 18, 20 à 26, 28 à 30, 32, 33,
35, 39, 41, 62, 70, 72, 85, 88, 91 et 92.
Aangehouden: de
amendementen en de artikelen 1 tot 4, 7, 8, 10 tot 16, 18, 20 à 26, 28 tot
30, 32, 33, 35, 39, 41, 62, 70, 72, 85, 88, 91 en 92.
Adoptés article par
article: les articles 5, 6, 9, 17, 19, 27, 31, 34, 36 à 38, 40, 42 à 61, 63 à
69, 71, 73 à 84, 86, 87, 89, 90, 93 à 104.
Artikel per artikel
aangenomen: de artikelen 5, 6, 9, 17, 19, 27, 31, 34, 36 tot 38, 40,
42 tot 61, 63 tot 69, 71, 73 tot 84, 86, 87, 89, 90, 93 tot 104.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, de aangehouden artikelen en over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et les articles réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
De debatten hebben lang geduurd, collega's, maar dit thema verdient een goed en uitgebreid parlementair debat. Er is een verschil tussen commissiewerk en plenaire werkzaamheden. In de commissie moet er effectief ruimte zijn om tot in de kleinste details door te dringen. Ik meen dat een debat in de plenaire vergadering meer een politiek en synthetiserend karakter moet hebben. Ik had de indruk dat dat vandaag het geval was. Ik wil alle deelnemers aan het debat daarvoor danken. Ik denk dat we op een bijzonder menselijk uur kunnen afsluiten. We zien elkaar morgen terug.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 11 juni 2026 om 14.15 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 11 juin 2026 à 14 h 15.
De vergadering wordt gesloten om 23.02 uur.
La séance est levée à 23 h 02.
|
Dit
verslag heeft geen bijlage. |
|
Ce compte rendu n'a pas d'annexe. |