|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 04 juni 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 04 juin 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.21 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 21 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter:
De vergadering is geopend.
La séance est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série
de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la
Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans
le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:
Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:
Geen /
Aucun.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 3 juni 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 3 juin 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
01.01 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le président, j'avais adressé une question sur la situation budgétaire au premier ministre, et il l'a renvoyée au ministre Van Peteghem.
Comme presque chaque semaine, quand il a envie de répondre et qu'il a des bonnes nouvelles à communiquer, il est là; mais ce n'est pas le cas quand de vraies questions se posent. Cette semaine, nous avons appris qu'il existait des solutions alternatives à la politique d'austérité de ce gouvernement, comme taxer les millionnaires, diminuer les dépenses en Défense, etc. En définitive, le premier ministre n'est pas là et a renvoyé la question au ministre du Budget. Or, quand nous lui avons posé la question cette semaine, ce dernier nous a renvoyés vers les autres ministres. C'est quand même M. De Wever qui a élaboré la note de départ sur les discussions budgétaires. Nous voulons donc demander au premier ministre quel est le calendrier et quels sont les plans budgétaires de ce gouvernement, qu'il a lui-même érigés en priorité.
Je regrette qu'il ne vienne pas nous répondre et je voudrais par conséquent que vous lui transmettiez ce message.
De voorzitter: Ik neem aan dat de premier kennis neemt van het verslag en dat hij dus weet dat u zijn afwezigheid betreurt.
02.01 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, er zijn 300 verkeersleiders in ons land. Een paar van hen moeten verhuizen van de luchthavens van Luik en Charleroi naar de supermoderne verkeerstoren in Namen. Die lui behoren tot de best betaalde ambtenaren van het land, met weddes van 13.000 euro per maand en pensioen op 55 jaar.
Omdat een paar van hen moet verhuizen, gaan die 300 verkeersleiders in staking, ondanks het feit dat zij een premie krijgen van 16 % opslag, een forfaitaire toelage van 254 euro per maand, een extra kilometervergoeding en twee extra vakantiedagen.
Wij zouden kunnen zeggen dat het in principe nooit genoeg is. Waar stopt de graaicultuur en waarom staken zij? Mevrouw Merckx, dat is eigenlijk geen staking, dat is een gijzeling.
Het is niet de eerste keer dat dat gebeurt. In 2023 is al een staking vermeden en in 2019 hebben zij ook al een week gestaakt. Toen is die staking gebroken door luchtvaartmaatschappij Ryanair, die naar de rechter stapte en een dwangsom verkreeg van 250.000 euro per uur dat het luchtruim gesloten was.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om dergelijke chantagemiddelen en de gijzeling van tienduizenden mensen in de toekomst te verhinderen? De economische kostprijs voor ons land is enorm. Bent u bereid om een minimumdienstverlening in werking te stellen?
Ik vraag u niet te doen zoals president Ronald Reagan in de Verenigde Staten in 1981, die toen 11.389 stakende verkeersleiders heeft ontslagen en vervangen door militairen. Ik vraag u alleen wat u in de toekomst zult doen met een dwangsom of met een minimumdienstverlening om dergelijke situaties te vermijden? Het gaat hier immers niet om een staking maar om een gijzeling.
02.02 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, als ons land records begint te verbreken, is dat meestal geen goed teken. Vorig jaar zijn alle stakingsrecords op de luchthaven van Zaventem verbroken: 2.400 geannuleerde vluchten, 330.000 reizigers gekloot, 25 miljoen euro schade per stakingsdag.
Dit jaar gaat men gewoon op dat elan verder. Vandaag staken de luchtverkeersleiders van skeyes. Laat het duidelijk zijn, verkeersleider is een belangrijke functie en de verkeersleiders worden redelijk goed betaald, maar ze hebben letterlijk de volledige luchthaven platgelegd. Dat veroorzaakt imago- en reputatieschade voor de luchthaven en wekt bijzonder veel terechte frustratie bij de reizigers, die al niet meer door de paspoortcontrole geraken, omdat geen enkele vlucht nog landt of vertrekt, om nog maar te zwijgen van de economische schade. Het is echt niet normaal dat één dienst de hele luchthaven plat kan leggen. Zij doen alsof de luchthaven werkt zoals een knipperlicht, dat men aan en uit kan zetten. Zo werkt een luchthaven niet, mijnheer de minister.
We moeten aan oplossingen werken en die oplossing ligt voor de hand, met name de gegarandeerde dienstverlening. Een minimale dienstverlening bestaat al bij De Lijn en de NMBS. Overigens, de trein rijdt nooit stipter dan op stakingsdagen bij de NMBS wanneer de gegarandeerde dienstverlening van toepassing is.
Mijnheer de minister, bent u, omwille van alle luchtreizigers en onze economie, bereid om met uw regering de gegarandeerde dienstverlening bij de luchtverkeersleiding in te voeren?
02.03 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, er heerste de voorbije dagen totale chaos op de luchthaven. Tot tweemaal toe werd het luchtverkeer stilgelegd door acties van de luchtverkeersleiders. Honderden vluchten werden geschrapt. Dat leidt natuurlijk tot economische miljoenenschade.
Luchtverkeersleiders dragen een grote verantwoordelijkheid, maar worden daarvoor ook zeer goed beloond. Dus iedereen zou er toch wel een beetje op mogen rekenen dat zij gewoon hun job doen. Zij veroorzaken nu enorme schade, op een bijzonder drieste manier, want het was een heel brutale aanval op de luchthaven en de hele sector. Dat raakt onze luchthavengemeenschap recht in het hart.
De luchthaven is de tweede economische motor van dit land. Wie daarmee speelt, wie economische schade uitstrooit alsof het hem niet interesseert, wie duizenden passagiers keihard treft, moet op geen enkel begrip rekenen. Dan hoeft men ook niet verbaasd te zijn dat alle ruiten zijn ingegooid.
Mijnheer de minister, er moet worden ingegrepen. Er moeten stappen worden gezet. Al jarenlang vragen verschillende partijen om de minimale dienstverlening in te voeren. Ook mijn fractie heeft daar altijd voor gepleit. Die roep wordt alleen maar luider en luider en dat is niet meer dan terecht.
Mijnheer de minister, welke stappen zet de regering om dat een realiteit te maken?
02.04 Minister Maxime Prévot: Geachte collega’s, de spontane staking van de luchtverkeersleiders in de nacht van 1 op 2 juni en in de middag van 2 juni heeft een aanzienlijke impact gehad op de werking van de luchthavens. Er waren meer dan 200 vluchten gepland voor deze periode van werkonderbreking, wat belangrijke vertragingen tot gevolg had voor de reizigers en voor de luchtvaartmaatschappijen.
Deze staking kwam er naar aanleiding van de invoering van een centrum van digitale torens voor de luchthavens van Luik en Charleroi, in Namen, een mooie stad. Voor deze transitie is het afsluiten van een sociaal akkoord noodzakelijk. Daarover werd onderhandeld binnen de sociale dialoog binnen het bedrijf.
Deze dialoog is al enkele maanden aan de gang en heeft geleid tot een voorakkoord dat werd ondertekend door de belangrijkste vakorganisatie die de luchtverkeersleiders vertegenwoordigt. Dit voorakkoord moest aan het paritair comité worden voorgelegd op 12 juni. De spontane actie heeft dit proces jammer genoeg onderbroken.
Het syndicale statuut voorziet nochtans in duidelijke procedures, die strikt moeten worden nageleefd bij sociale acties. Volgens de beschikbare informatie werden deze procedures in dit geval niet gevolgd. Skeyes heeft intussen de nodige stappen ondernomen om de rust te herstellen en blijft zich engageren voor een constructieve dialoog met de representatieve vakorganisaties. Er wordt trouwens een minimale dienstverlening gewaarborgd via het beheerscontract. Dit verplicht skeyes in alle omstandigheden de essentiële dienstverlening van het luchtverkeer te waarborgen, met name voor bijstand aan vliegtuigen in nood, vluchten voor humanitaire doeleinden, zoek- en reddingsmissies die door de bevoegde overheid werden goedgekeurd, gedwongen terugkeer, vluchten die uitgevoerd worden door de douane, de politie of het Belgisch leger en medische vluchten.
Deze minimale dienstverlening werd gewaarborgd tijdens de stakingen van 1 en 2 juni. In tegenstelling tot andere sectoren, zoals het spoor of bepaalde overheidsdiensten zoals de gevangenissen, wordt er in dit stadium niet voorzien in het behoud van een gedeeltelijk aanbod voor de gebruikers. Elke eventuele uitbreiding van deze minimale dienstverlening naar een uitgebreider model, dat tot doel heeft een gedeeltelijke continuïteit van de dienstverlening aan de passagiers te waarborgen, naar het voorbeeld van wat bij de NMBS bestaat, vereist een wetgevend initiatief.
De diensten van minister Crucke analyseren de mogelijkheid van een dergelijke optie om een juist evenwicht te waarborgen tussen enerzijds de naleving van het stakingsrecht en anderzijds de nood om de impact van de sociale acties op de gebruikers en op de economie te beperken, rekening houdend met het essentiële karakter van de controle van het luchtverkeer. Minister Crucke heeft de CEO van skeyes eveneens gevraagd om zich bij dit initiatief aan te sluiten, dat ik essentieel en gerechtvaardigd acht. Het spreekt voor zich dat dit onderwerp, dat tot doel heeft de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, het voorwerp zal uitmaken van een grondig overleg met alle betrokken partijen.
02.05 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik hoor u dat graag zeggen, maar ik zou liever zien dat er een echt wetgevend initiatief komt dat verder reikt dan het huidige beheerscontract.
U zegt dat er een beheerscontract bestaat, maar dat het niet werd nageleefd. Het werd voorgelegd aan de vakbonden, maar ook dat werd niet gevolgd. Geef de vakbonden rechtspersoonlijkheid en dan zullen ze het wel volgen.
Het gaat erom een minimale dienstverlening te garanderen voor iedereen, zowel voor onze economie als voor het vrachtverkeer en de passagiers. Dat moet gebeuren. Er moet een minimale dienstverlening komen zodat de luchthavens niet meer moeten sluiten.
02.06 Kjell Vander Elst (Anders.): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Collega's, ik hoor hier vaak dat er een wetgevend initiatief nodig is. Dat wetgevend initiatief ligt klaar: een wetsvoorstel tot invoering van een gegarandeerde dienstverlening bij skeyes, ingediend door de Andersfractie in het Parlement. Ik hoop dus dat degenen die zeggen dat we een wetgevend initiatief nodig hebben, zoals onder meer de collega's van de N-VA, ervoor zullen zorgen dat we dat voorstel zo snel mogelijk kunnen goedkeuren.
Mijnheer de minister, staken is een recht, maar er bestaat geen recht op misbruik van het stakingsrecht. Het feit dat één dienst, een goedbetaalde dienst, de hele luchthavengemeenschap kan platleggen, kan niet door de beugel. Dat schaadt onze economie, onze reizigers en onze luchthavengemeenschap. We hebben al genoeg tijd verloren, mijnheer de minister. In het belang van onze luchthaven, onze reizigers en onze economie hoop ik dat we snel kunnen overgaan tot de gegarandeerde dienstverlening bij skeyes.
02.07 Bert Wollants (N-VA): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Ik denk dat het voor iedereen duidelijk is welke stappen er moeten worden gezet. We moeten evolueren naar een uitgebreidere minimale dienstverlening, om ervoor te zorgen dat we onze luchthavens kunnen beschermen tegen dit soort acties.
Ik ben blij dat minister Crucke daarin het voortouw zal nemen en verdere stappen zal zetten. Hij is bovendien zeer goed geplaatst om dat te doen. Toen hij minister was in de Waalse regering, bevoegd voor de luchthavens, was hij immers een van de eersten die op tafel klopten om de minimale dienstverlening te eisen.
Laten we dat verhaal opnieuw naar voren brengen en er samen voor zorgen dat gebeurt wat eigenlijk iedereen in deze zaal wil, namelijk dat we op onze luchthaven en op onze luchtverkeersleiders kunnen rekenen en dat de luchthaven als economische motor maximaal kan blijven draaien. Daar moeten we voor gaan en daarin zullen wij de minister absoluut steunen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
À l’instar de ce qui s’est produit dans l’État voisin de Géorgie, le pays subit une série de pressions préoccupantes de la part de la Russie. Moscou a en effet imposé, il y a quelques jours, une série de restrictions visant de nombreux produits agricoles arméniens. Cette décision a été officiellement justifiée par des motifs phytosanitaires, mais dont le calendrier et l'ampleur ne font, évidemment, planer aucun doute quant aux raisons véritables. L'impact économique risque d'être considérable. Ces restrictions frappent des secteurs extrêmement vulnérables en pleine saison de production et d'exportation.
La Russie menace également de suspendre ses accords relatifs à la fourniture de gaz, mais aussi de pétrole et de diamants bruts. L'ambassadeur russe en Arménie a, pour sa part, été rappelé à Moscou. Dans le même temps, les autorités arméniennes ont renforcé les contrôles aux frontières et ont arrêté plusieurs individus de nationalité russe, qui transportaient d'énormes sommes d'argent non déclarées, des faits qui posent évidemment question.
Dans ce contexte, l'Union européenne peut se limiter à un soutien politique ou mieux: elle peut aussi accompagner plus concrètement ce processus démocratique sous tension.
Monsieur le ministre, quelle est votre analyse concernant ces menaces d'ingérence et ces restrictions russes visant les produits arméniens? L'Union européenne envisage-t-elle, selon vous, un soutien concret au secteur arménien touché par ces restrictions et ces menaces? Quel est le message politique que la Belgique entend porter à l'égard de l'Arménie en ces moments particulièrement cruciaux?
Je peux vous assurer que la Belgique et l'Europe demeurent fermement aux côtés de l'Arménie. La présidente de la Commission européenne, Mme von der Leyen, s'est entretenue avec le premier ministre Pachinian aujourd'hui et a annoncé plus de 50 millions d'euros de soutien immédiat, ainsi que des mesures pour faciliter l'accès des produits arméniens au marché européen, ce que nous soutenons.
La pression russe est révélatrice d'une nervosité. Elle traduit la crainte russe que la population arménienne confirme sa volonté de poursuivre son chemin sur la voie européenne. C'est pourquoi la Russie mène une campagne intensive de désinformation tous azimuts en amont des élections du 7 juin prochain.
À la demande arménienne et avec notre appui, l'Union européenne soutient une série d'actions concrètes pour lutter contre ces agissements russes. Le gouvernement arménien a pris des actes courageux, que je salue encore une fois, en cherchant à signer un accord de paix avec l'Azerbaïdjan. Notre premier ministre a récemment inauguré notre nouvelle ambassade à Erevan, soulignant notre soutien et notre volonté de renforcer nos relations bilatérales.
Je le réaffirme donc avec clarté: l'Arménie est un État souverain, un État indépendant, et il appartient à son peuple, et à lui seul, de choisir librement la voie qu'il souhaite emprunter, y compris et surtout si c'est la voie européenne. Je vous remercie de votre attention.
03.03 Michel De Maegd (Les Engagés): Je vous remercie, monsieur le ministre.
Chers collègues, un pays qui regarde vers l’Europe ne doit subir ni menaces, ni embargo, ni chantage. Et c’est pourtant ce que subit l’Arménie. Je suis donc heureux, monsieur le ministre, que la Commission européenne en prenne pleinement la mesure en aidant le pays à encaisser le choc des restrictions russes grâce aux 50 millions d’euros débloqués.
Comme Moscou l’a fait lors des élections en Géorgie, elle tente de ramener un pays dans sa zone d’influence par la peur, par la dépendance et par la pression économique. Mais, vous l’avez dit, l’Arménie est un pays souverain, un pays qui a le droit de renforcer ses liens avec l’Union et un pays qui a le droit de réduire sa dépendance à Moscou. L’Arménie a surtout le droit d’organiser des élections sans que des puissances étrangères ne s’y immiscent.
Et si son choix souverain se tourne vers l’Europe, nous devrons soutenir l’Arménie, sa résilience démocratique, économique, mais aussi énergétique. Gardons une voix ferme, fidèle à nos valeurs, rappelant que la souveraineté d’un peuple ne se négocie pas, ne se marchande pas et ne se sacrifie jamais.
Je vous remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04.01 Alexia Bertrand (Anders.): Collega’s, 2 miljoen mensen in ons land genieten van de verhoogde tegemoetkoming. Dat is 20 % van onze bevolking. Eén op de drie Brusselaars geniet ervan, hetzelfde geldt voor Antwerpen. Nochtans ligt het armoederisico in dit land slechts op 10 %. Toch krijgen dubbel zoveel mensen dat voordeel. Dat kost miljarden per jaar aan de sociale zekerheid. Het heeft immers tal van sociale voordelen: voor 1 euro naar de dokter, goedkopere energieprijzen, gratis sportkampen, noem maar op.
Deze week konden we vernemen dat we bijna een minister met dat statuut hadden. Het is hallucinant. Mevrouw Simonet werd gecontacteerd door haar ziekenfonds om te bekijken of ze in aanmerking komt voor dat statuut. Ik viel van mijn stoel. Ik weet niet of ze met een Porsche rijdt of aan haar zwembad lag, want ik weet dat dat belangrijk is voor de socialisten, maar ik veronderstel dat haar inkomen gekend is.
Dat mutualiteiten klanten ronselen, wisten we al. Er is een opbod. Solidaris, de socialistische mutualiteit, betaalt zelfs het remgeld terug. Remgeld, het woord heeft nochtans een betekenis. Mijnheer de minister, dat is echter een nieuwe en zeer verregaande stap.
We kunnen ons afvragen dat als een minister gecontacteerd wordt, wie nog proactief wordt gecontacteerd. Hoeveel brieven werden door de ziekenfondsen verstuurd?
Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van die praktijk en wat zult u eraan doen?
04.02 Frieda Gijbels (N-VA): Ja, hallo? Ach, minister Vandenbroucke, het is Frieda hier, de dossierbeheerder van uw ziekenfonds. U hebt misschien al gehoord dat we uw collega, minister Simonet, wat extra sociale voordelen hebben willen aanbieden. We zijn u niet vergeten. We willen u eigenlijk hetzelfde voorstel doen. We hebben namelijk nog een paar verhoogde tegemoetkomingen in de aanbieding. Die zijn echt superpopulair. Eén op vijf heeft daar al op ingetekend. In Brussel is dat één op drie. Brussel loopt, zoals we weten, altijd een beetje voor op de rest van België. We weten ook dat de N-VA zegt dat we daar wat zuiniger mee moeten zijn en dat we die verhoogde tegemoetkomingen niet aan iedereen moeten toekennen, maar die mensen willen het niet begrijpen, mijnheer de minister. Dat sociaal statuut dient eigenlijk om te voorkomen dat men ooit een risico loopt op armoede. Eigenlijk is het dus een statuut voor iedereen. We weten wel, mijnheer de minister, dat u nu minister bent, maar wat zal het morgen zijn?
Even serieus, dat was natuurlijk een kleine sketch. Moeten we dat normaal vinden? Onze sociale zekerheid kost 150 miljard euro per jaar. We doen moeite om dat potje elk jaar opnieuw te vullen, om solidair te kunnen zijn met wie dat nodig heeft. Maar het systeem blijkt zo lek als een zeef. Ziekenfondsen hebben echt een rol te spelen in onze samenleving. Ze moeten hun leden informeren. Ze moeten hen op weg zetten naar een goede gezondheidszorg. Ze moeten hen helpen om zo gezond mogelijk te blijven. Wat ze niet moeten doen, is ministers contacteren om te bekijken of die misschien sociale voordelen nodig hebben. Dat is een slag in het gezicht van ons allemaal, maar zeker van de mensen die het moeilijk hebben.
Mijnheer de minister, wilt u samen met ons nadenken om dat systeem, dat toch compleet kaduuk blijkt te zijn, volledig te hervormen?
04.03 Daniel Bacquelaine (MR): Nous sommes évidemment favorables à la solidarité. Le BIM, l’intervention majorée, est un système qui permet cette solidarité. Toutefois, nous avons le devoir éthique et moral d’utiliser correctement les ressources de la sécurité sociale en faveur des personnes les plus vulnérables, de celles qui en ont réellement besoin. Or nous assistons aujourd’hui à un laxisme irresponsable de certaines mutualités en ce qui concerne le contrôle de l’attribution du statut BIM. Ce n’est plus un contrôle, cela se transforme en démarche commerciale, en démarche de concurrence non régulée, ce qui conduit les mutualités à se partager un marché. Ce n’est pas acceptable et ce contrôle doit être renforcé.
Monsieur le ministre, nous savons qu’après une période d’énervement face à ces questions – nous l’avons bien compris –, vous avez désormais pris à bras-le-corps la réalité de ce problème. Vous avez annoncé votre intention d’entreprendre un certain nombre de démarches. Je souhaiterais donc connaître aujourd’hui la manière dont vous allez enfin faire en sorte que ce système soit contrôlé efficacement.
Quelles démarches allez-vous entreprendre à l’égard des mutualités, notamment en ce qui concerne leur déontologie? Ce contrôle devrait-il être effectué par un organisme public indépendant qui ne soit pas soumis à cette logique commerciale des mutualités? Quelles mesures concrètes allez-vous prendre afin que la solidarité bénéficie effectivement à celles et ceux qui en ont le plus besoin?
De voorzitter: Mijnheer de minister, er werden u drie vragen voorgeschoteld. Dat betekent dat u vijf minuten spreektijd hebt om te antwoorden.
04.04 Frank Vandenbroucke, ministre: Chers collègues, ce qui circule à propos de l’intervention majorée devient de plus en plus absurde. Selon certaines informations, la ministre Simonet aurait déclaré hier que sa mutualité voulait lui accorder l’intervention majorée. Selon mes informations, ce n’est pas ce qui s’est passé. Mme Simonet n’aurait d’ailleurs jamais reçu l’intervention majorée, et à juste titre, car j’aurais été le premier à le dénoncer.
Que s’est‑il donc passé dans son cas? En 2025, alors qu’elle était ministre, elle a reçu une lettre de sa mutualité l’informant que, sur la base des données fiscales disponibles, elle pourrait avoir droit à l’intervention majorée et qu’elle pouvait contacter sa mutualité pour examiner la question. La mutualité précise clairement qu’il faut tenir compte de tous ses revenus ainsi que de ceux de toutes les personnes de son ménage et qu’elle devra, si elle le souhaite, remplir une déclaration sur l’honneur concernant l’ensemble de ses revenus.
Mme Simonet a reçu cette lettre d’invitation sur la base des données fiscales connues pour l’année 2024. À l’époque, elle était avocate et députée. Je ne me prononcerai pas sur ses revenus déclarés en tant qu’avocate – peut‑être doit‑elle éclaircir cela – mais les revenus parlementaires ne sont pas repris dans le flux fiscal classique. L’administration fiscale n’a donc pas tenu compte, lors de la notification à la mutualité, de son revenu parlementaire. La mutualité a envoyé le courrier sur la base des données connues.
Que les choses soient claires! Mme Simonet n’aurait jamais bénéficié de l’intervention majorée. Si elle ne répond pas à la lettre d’invitation, la mutualité ne lui accorde pas le droit. Et si elle avait répondu malgré tout, la mutualité aurait mené une enquête sur ses revenus et elle aurait dû déclarer son salaire parlementaire ainsi que ses autres revenus dans sa déclaration sur l’honneur. Il n'est donc pas question de démarchage ni d'octroi automatique et non demandé.
De plus, cette lettre d’invitation n’aurait jamais été envoyée si la mutualité avait pu obtenir des signaux des bases de données disponibles concernant l’ensemble de ses revenus.
Que faut-il faire, monsieur Bacquelaine, madame Gijbels, madame Bertrand, pour ne plus avoir de cas tels que celui-là? Vous trouvez cela tellement scandaleux qu'on ait proposé le statut BIM à Mme Simonet. C'est simple comme bonjour: acceptez la proposition que j'ai faite au gouvernement!
J'ai proposé formellement que toutes les bases de données disponibles soient utilisées pour garantir que les personnes qui en ont besoin bénéficient de l'intervention majorée, mais que les personnes qui n'en ont pas besoin n'en bénéficient pas. C'est équitable et solidaire. Il se fait que les trois partis qui se manifestent ici et trouvent cette situation scandaleuse sont les trois partis qui empêchent la solution.
Il y aura encore beaucoup de "cas Simonet", sauf si vous acceptez ma proposition qui élimine le problème.
Collega’s, de mutualiteit in kwestie heeft gedaan wat ze moest doen. Ze heeft een brief gestuurd om te melden dat de fiscale gegevens die zij ontvangt, aangeven dat de betrokkene een bijzonder laag inkomen heeft en een beroep kan doen op dat statuut, indien zij dat wenst. Indien mevrouw Simonet niet had gereageerd, was er overigens geen enkel probleem geweest. Indien zij dat statuut had willen verkrijgen, had zij al haar inkomsten moeten aangeven en die waren uiteraard veel te hoog.
Als we die middeleeuwse rompslomp in de eenentwintigste eeuw willen vermijden, stel ik voor om die fiscale gegevens automatisch en op een vertrouwelijke manier beschikbaar te maken. Dat is wat ik heb voorgesteld, maar u bent daar alle drie absoluut tegen. Hoe hypocriet kunt u zijn, mijnheer Bacquelaine, mevrouw Bertrand en mevrouw Gijbels?
04.05 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, uw systeem is gewoon totaal ontspoord, totaal ontploft. Twee van de drie partijen die dat schandalig vinden, zitten in uw meerderheid. Ik hoor hen niet applaudisseren voor een vermogenskadaster.
Mijnheer de minister, als de ziekenfondsen de tijd hebben om een minister te vragen of zij dat statuut nodig heeft, dan zit er nog vet op de soep. Ik wens u veel succes met de begroting, met deze sfeer in de meerderheid.
Ja, u gebruikt dit als een instrument om uw vermogenskadaster erdoor te krijgen. De situatie met mevrouw Simonet is echter het beste bewijs dat u geen vermogenskadaster nodig hebt. U kunt op basis van haar inkomen weten dat dit absoluut onrechtvaardig is. Mensen proactief contacteren is gewoon een démarchage. U hebt niet gezegd of u op de hoogte was van die praktijk. Waarom niet? Omdat u niet alleen op de hoogte bent, u moedigt het ook aan. Dit is het resultaat van uw beleid.
04.06 Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de minister, het is gewoon een feit dat ziekenfondsen zoveel mogelijk middelen uit de sociale zekerheid proberen op te zuigen, om die vervolgens onder hun leden te verdelen. Dat is gewoon een commerciële logica die daar speelt. Dit kan niet, want dit leidt tot belangenvermenging. Dit leidt tot overconsumptie van middelen die we elders keihard nodig hebben.
Wie denkt sociale voordelen te mogen genieten, moet die ook aanvragen. Die persoon moet dan wel enige transparantie bieden. Dat hoeft niet proactief te gebeuren. Daar hoeven geen ziekenfondsen tussen te zitten. Als ziekenfondsen vandaag ministers contacteren om te bekijken of sociale voordelen nodig zijn, dan zijn we echt verkeerd bezig.
04.07 Daniel Bacquelaine (MR): Monsieur le ministre, vous avez préféré passer votre temps de réponse à calomnier et à suspecter votre collègue, dont je n'avais d'ailleurs pas cité le nom et dont je n'avais pas soumis le cas. Je constate cette nervosité et cette façon de faire. Vous n'avez pas plus de déontologie que les mutualités, manifestement. Je le constate.
J'ai déposé une proposition de loi qui précise exactement qu'il faut tenir compte, pour l'attribution du statut BIM, de la situation matérielle globale des personnes qui prétendent pouvoir bénéficier de l'intervention majorée. J'ai défendu cette proposition. Actuellement, vous n'avez manifestement entrepris aucune démarche. En tout cas, vous ne nous le dites pas. C'est cela qui est scandaleux: laisser perdurer une situation tout à fait inacceptable et irresponsable de la part des mutualités en matière de contrôle de l'attribution du statut BIM.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Nahima Lanjri (cd&v): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, moeders lopen twee keer meer kans op een burn-out en depressies dan vaders. Die ernstige vaststelling mag ons vooral niet verbazen. Vandaag zijn het nog steeds de moeders, die de kinderen klaarmaken om naar school te gaan, de boterhammen smeren, de kinderopvang regelen, tussendoor verlof nemen om voor een ziek kind te zorgen en ook instaan voor de was en de plas, waardoor ze vaker deeltijds werken. Tegelijk proberen ze ook op het werk goed te presteren, tegemoetkomend aan de verwachting dat ze ook op het werk alles perfect doen. Het is verre van evident om al die ballen in de lucht te houden.
Dat kan zo echt niet blijven duren. We moeten het mogelijk maken dat iedereen die werk en gezin wil combineren, dat ook kan. Dat kan door flexibel zorgverlof en door een betere verdeling van de zorgtaken tussen beide partners. Met het voorstel van cd&v voor een familiekrediet krijgen ouders meer vrijheid om de zorgtaken onderling beter te verdelen en kunnen vaders vanaf de geboorte betrokken zijn bij de opvoeding van hun kinderen. Dat is goed voor de kinderen, voor de gezinnen en voor de mentale gezondheid van beide ouders.
Eind vorig jaar hebben we afgesproken om in het kader van dat familiekrediet alvast werk te maken van een week extra geboorteverlof. In januari pleitte ik er nog voor om die uitbreiding retroactief in werking te laten treden en van toepassing te maken op alle kinderen die vanaf 1 januari geboren zijn. Vandaag zijn we zes maanden verder en is er nog altijd geen geboorteverlof.
Mijn vragen zijn dan ook eenvoudig. Waarom is het geboorteverlof nog altijd niet geregeld? Hoe moeilijk kan het zijn? Het is onaanvaardbaar dat ouders daar zes maanden op moeten wachten. Hoe ver staat u met het familiekrediet? Ons voorstel ligt klaar. Werk het uit, want we moeten vaart maken.
05.02 Minister Frank Vandenbroucke: Vele vrouwen zijn buitenshuis aan het werk, vaak voltijds, en vele vrouwen hebben ook thuis heel wat taken, terwijl die jammer genoeg slecht verdeeld zijn. Ik stel dat tot mijn spijt zelfs bij jongere generaties vast. Bovendien zijn vrouwen vaker aan de slag in sectoren die mentaal heel veel vragen en waar men veel van zichzelf geeft, zoals het: onderwijs en de zorg. We begrijpen dus goed waarom zoveel vrouwen het zo moeilijk hebben. Dat is dan ook de reden waarom we ons moeten inzetten – we doen dat samen met andere bevoegde ministers –, opdat ouders en met name vrouwen in staat zijn hun werk en privéleven beter te combineren.
Ik kan er nu niet dieper op doorgaan, mevrouw Lanjri, maar in ons beleid inzake mentaal welzijn moeten we daar inderdaad bijzondere aandacht aan geven, net zoals in ons terug-naar-werkbeleid voor werknemers die uitgevallen zijn door een burn-out. We zoomen op die kwestie ook in in het Federale Plan Mentale Gezondheid en Werk, dat we binnenkort aan de regering zullen voorleggen. Overigens is het belangrijk dat de deelstaten werk maken van goede kinderopvang.
Hoe dan ook is er een echte mentaliteitsverandering nodig. Dat betekent dat men de zorgtaken anders moet verdelen, terwijl de overheid daar voldoende ruimte voor moet maken. Dat is de reden waarom ik er heel enthousiast voor ben een extra week geboorteverlof toe te kennen. Ik wil dat nog voor zomerreces aan de ministerraad voorleggen. Ik vind het heel belangrijk dat ook vaders op die manier aangemoedigd worden bij de geboorte zorgtaken op te nemen.
Er ligt nog heel veel werk op de plank, mevrouw Lanjri en wij zijn in het aangehaalde dossier absoluut bondgenoten.
05.03 Nahima Lanjri (cd&v): Mijnheer de minister, de analyse is bekend, al heel lang. De analyse is er, de cijfers zijn er, u kent ze. Vrouwen werken ongeveer dubbel zoveel uren thuis als mannen, zowel voor de zorg van de kinderen als in het huishouden. 70 % van de werknemers die langdurig thuiszit met een burn-out of een depressie, is vrouw.
De oplossing ligt er ook al een heel jaar. Al vorig jaar deze periode had cd&v een volledig uitgewerkt plan klaar voor het familiekrediet. We hebben afgesproken, mijnheer de minister,– en ik hoop dat u zich eraan houdt – dat we alvast één week geboorteverlof zouden toekennen. Op 22 januari vroeg ik al ongeduldig waar het geboorteverlof blijft. Het is ondertussen begin juni en het is er nog altijd niet. Ja, ik weet dat u eraan werkt, maar met enthousiasme en communicatie alleen zullen de ouders niet geholpen worden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06.01 Natalie Eggermont (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ik kom net van de zorgbetoging en ik heb daar met heel veel mensen gesproken. De rode draad is duidelijk: het zorgpersoneel is op. Er zijn te weinig handen, er is te weinig tijd, er zijn te weinig middelen. Er zijn vandaag meer mensen die vertrekken dan er bijkomen en voor degenen die overblijven, is wat hen rechthoudt hun passie, namelijk zorgen voor anderen.
Op een gegeven moment is het vat echter wel af. Al twee jaar lang komt de zorgsector op straat en telkens antwoordt u dat ze moeten wachten. Ondertussen moeten de mensen wel langer werken voor minder pensioen, moeten ze flexibeler zijn en moeten ze meer betalen aan de pomp, maar investeren, dat kan wachten. Mijnheer de minister, kom uit uw ivoren toren. U denkt altijd dat u het zo goed weet, maar wanneer hebt u voor het laatst een ochtendshift gedaan met een zorgkundige, die moet wassen, plassen, medicatie klaarleggen, of een dag in de crèche gestaan, niet wetend waar u moet beginnen, of een nacht met een verpleegkundige, helemaal alleen op een afdeling? Dat geldt ook voor iedereen die geapplaudisseerd heeft voor de helden in de zorg. Ga een dag meedoen, want blijkbaar is de ernst van de situatie toch nog niet helemaal duidelijk.
Deze regering wil nu nog 7 miljard extra besparen en verschillende partijen vinden dat er in de zorg nog wel wat geraapt kan worden. Mijnheer de minister, uw partij doet zich voor als dé partij van de zorg, maar u staat op de eerste rij om de ziekenfondsen aan te vallen, om ziekenhuizen te sluiten en om de patiënten meer te laten betalen voor medicatie en een doktersbezoek. U laat het zorgpersoneel en de patiënten in de steek.
Mijn vraag is heel duidelijk: zult u opnieuw zeggen dat het zorgpersoneel moet wachten of komt er nu een sociaal akkoord, niet binnen twee jaar? Zult u in het kader van de besparingsronde toelaten dat er aan het budget van de zorg wordt geraakt of niet?
06.02 Minister Frank Vandenbroucke: Collega's, als wij een goede gezondheidszorg willen voor de mensen, moeten wij zorgen voor het personeel dat er werkt en investeren in dat personeel. Wij zullen dat ook doen. Ik zit maandelijks samen met de vertegenwoordigers van de hele federale non-profit om het daarover te hebben. Wij bereiden een goed sociaal akkoord voor. Wij hebben daar ook geld voor uitgetrokken voor de laatste jaren van de legislatuur. Dat is inderdaad niet voor morgen, maar wij hebben voor de jaren 2028 en 2029 een heel belangrijke enveloppe opzijgezet waaruit wij honderden miljoenen euro’s kunnen putten voor een goed sociaal akkoord. Wij willen immers meer handen aan het bed en het werk aantrekkelijker maken.
Er is meer dan dat. Wij hebben een taskforce opgericht met de sociale partners en met de vertegenwoordigers van het personeel en de werkgevers om heel concreet en zonder vage verklaringen maar met tastbare maatregelen de lasten van registratieverplichtingen en administratieve verplichtingen te verminderen. Wij hebben ook een taskforce opgericht met de mensen op het terrein rond agressie. Wij werken aan burn-out, zoals ik daarnet ook heb aangegeven, wat belangrijk is wegens de emotionele last die weegt op de zorgsector.
Er wordt dus op alle fronten gewerkt en geïnvesteerd. Dat is voor mij een absolute prioriteit voor de rest van de legislatuur. Ik wil dat wij dat alles goed voorbereid kunnen aanpakken, omdat de middelen die door de regering opzij zijn gezet – dat gaat over honderden miljoenen euro’s – zo goed mogelijk moeten worden gebruikt voor ons zorgpersoneel. Daar gaan wij echt voor.
06.03 Natalie Eggermont (PVDA-PTB): U hebt meteen gezegd dat er investeringen komen maar dat ze er morgen niet zullen zijn. Dat is echter net wat het zorgpersoneel aangeeft: het moet nu gebeuren, want het vat is af en de ernst dringt nog altijd niet door.
U zegt dat er nu geen geld is maar dat klopt niet. Er is wel geld. Als minister Francken 50 miljoen euro nodig heeft om antidronematerieel aan te kopen, dan ligt dat geld er met een vingerknip. Het personeel van de zorgsector moet echter nog wat wachten. Daarvoor worden dan allerlei taskforces opgericht. De regering vindt dus miljarden euro’s voor oorlog maar de zorgsector moet wachten.
Weet u wat ik vandaag heb gehoord van iemand? Een samenleving kan zonder F-35's, maar een samenleving kan niet zonder mensen die zorgen. Jullie lijken de enigen te zijn die dat niet beseffen.
De mensen zijn het niet eens met uw keuzes. De zorgsector komt op straat in een ongeziene sociale golf. Er is geen draagvlak voor de keuzes die u maakt. Het sociaal verzet groeit en de regering staat aan de verkeerde kant van de geschiedenis.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07.01 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, beste collega's, kennen jullie Tina nog? Tina is de goede vriendin van onze eerste minister. Ze zijn onafscheidelijk. Tina staat voor there is no alternative.
Volgens De Wever zijn er maar vier mogelijke maatregelen om de begroting op orde te zetten, namelijk een btw-verhoging, een indexsprong, besparen op langdurig zieken en besparen op gezondheidszorg. Dat is zijn klavertje vier en er zijn volgens hem geen alternatieven mogelijk.
Mijnheer de minister, u en ik weten dat dat onzin is. U komt zelf regelmatig met alternatieven naar voren. Onze fractie legt regelmatig alternatieven op tafel. Maar ja, als Vanbesien dat zegt, maakt dat niet veel indruk. Als Van Peteghem dat zegt, maakt dat al wat meer indruk, maar nog niet voldoende.
De vraag is dus hoe we Tina wegkrijgen uit de Wetstraat 16 zonder op de tenen van de eerste minister te trappen. U hebt daar een oplossing voor gevonden. U hebt het Planbureau ingeschakeld, een onafhankelijk en ernstig instituut dat de regering helpt met het cijferwerk. Via het Planbureau hebt u ideeën gevraagd aan een hoop experts, aan academici, economen en fiscalisten. U hebt nu een rapport ontvangen met 264 alternatieven, 264 ideeën om de begroting op orde te krijgen.
Daarbovenop krijgt u nog de hulp van Europa, dat gisteren ook een aantal aanbevelingen gaf, onder andere een afbouw van subsidies op fossiele brandstoffen en een beperking van het gebruik van bedrijfswagens. Opnieuw, als Europa dat zegt, maakt dat toch alweer wat meer indruk dan wanneer Vanbesien dat zegt.
Mijnheer de minister, wat zult u doen met die 264 ideeën? Wanneer mogen we een begroting verwachten die gebruikmaakt van ten minste een deel van die 264 alternatieven? Ik kijk uit naar uw antwoord.
07.02 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, cette semaine, nous avons appris deux choses. D’un côté, le budget n’est pas du tout en ordre. Le gouvernement allait mettre les comptes en ordre, mais la situation est de pire en pire.
De l’autre côté, vous dites – et M. De Wever le dit très souvent – qu’il n'y a pas d'alternative à votre politique d'austérité et de recherche d'argent dans la poche des gens et des pensionnés. Cette semaine, nous avons appris qu’en fait, ce n'est pas vrai.
Le gouvernement lui-même a demandé l'avis au Bureau du Plan et aux experts. Le Bureau du Plan a publié une liste de 264 propositions. Il est clair qu'il y a des alternatives.
J'en donne quelques-unes, un peu différentes de celles de mon collègue Vanbesien: fermer les niches fiscales, réduire les subsides accordés aux grandes entreprises et taxer les millionnaires, bien sûr. C'est aussi dans la liste. Il est donc tout à fait possible de faire autrement.
Mais le Bureau du Plan dit aussi autre chose, monsieur le ministre. Le Bureau du Plan nous dit clairement que la hausse des dépenses s'explique très largement par la hausse des dépenses en défense.
Tout le monde le remarque. Aujourd'hui, les enseignants, le non-marchand étaient encore dans les rues; et ils le voient. D'un côté, il n'y a pas d'argent pour l'enseignement. Il n'y a pas d'argent pour nos étudiants. Des hôpitaux craignent la fermeture. Les pompiers n'ont même pas de moyens. Les pompiers, vous l'avez entendu, ont dit qu'ils n'avaient même pas les moyens de faire face aux inondations. Mais de l'autre côté, pour M. Francken, pour les F-35, c'est open bar. Il y a de l'argent.
Ma question est claire. Allez-vous revoir les dépenses militaires?
Prenons les chiffres. Le déficit atteignait 17 milliards d'euros en 2024, avant l'Arizona; il sera de 38 milliards en 2030. Le déficit a plus que doublé: 16 milliards d'écart entre votre accord de gouvernement, estimé à 22 milliards, et le déficit réel. Face à cela, vous cherchez un responsable: les taux d'intérêt, la défense, l'Iran, la situation internationale, les mutualités. Mais un écart de 16 milliards d'euros entre vos promesses et la réalité, ce n'est plus de la malchance. C'est simplement l'échec de votre politique.
Et qui paie la facture? Ce sont les travailleurs, les pensionnés, les services publics, les soins de santé; jamais les ultra-riches, jamais les multinationales, jamais ceux qui ont les épaules les plus larges!
Dès lors, j'aimerais vous poser deux questions simples, monsieur le ministre. Allez-vous enfin être efficace et chercher l'argent là où il est? Comptez-vous déposer certaines mesures du Bureau du Plan qui vont dans ce sens, notamment en matière de taxation des revenus du patrimoine et du capital?
07.04 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, het Planbureau heeft uw huiswerk teruggegeven. Het rapport zegt wat iedereen al wist, namelijk dat de Belgische begroting in brand staat, de rentelasten exploderen en deze regering niet langer mag treuzelen.
U probeert experts voor uw regeringskar te spannen, met meer dan 250 maatregelen als resultaat. Het is een menukaart zo dik als een telefoonboek, maar zonder prijzen, zonder rangorde en zonder politieke keuzes. Met andere woorden, de experts mochten koken, maar de regering durft nog altijd niet te bestellen.
Intussen spreken de cijfers voor zich. Minstens 7 miljard euro moet gevonden worden om Europa tevreden te houden. Volgens het Rekenhof is zelfs 15 tot 20 miljard euro nodig om de begroting nog enigszins recht te trekken. De rentelasten stijgen naar 17 miljard euro tegen het einde van de legislatuur. Dat is geen col buiten categorie meer oprijden, maar recht het ravijn in rijden.
Wat ligt er op tafel? Hogere btw, belastingen op huurinkomsten, het schrappen van fiscale voordelen, verder morrelen aan de index, duurdere doktersbezoeken en belastingen op kinderbijslag. De gewone Vlaming mag weer eens opdraaien voor het Belgische wanbeheer. Uw regering beloofde de zwaarste sanering uit de moderne geschiedenis, zonder stijging van de belastingdruk. Dat staat letterlijk in uw regeerakkoord. Vandaag zien we echter vooral werkgroepen, politieke koehandel en uitstelgedrag.
Mijnheer de minister, wanneer zal deze regering eindelijk zelf politieke keuzes maken? Garandeert u hier dat de begrotingsoefening niet opnieuw zal gebeuren via hogere belastingen voor de hardwerkende en sparende Vlamingen?
07.05 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Vanbesien, mevrouw Merckx, mijnheer Dardenne en mijnheer Vermeersch, dank voor uw vragen.
Ik denk inderdaad dat de boodschap van het Planbureau duidelijk is: there is no time to waste. Met het rapport van het Planbureau doen we exact wat velen al jarenlang bepleiten. We maken ons begrotingsproces grondiger, transparanter en professioneler. Dat hebben we trouwens al gedaan door verder te kijken dan één begrotingsjaar en door de samenwerking met de deelstaten te versterken. Ook nu betrekken we systematisch expertise.
De voorstellen van het Planbureau leggen natuurlijk geen kant-en-klaar begrotingsakkoord op tafel. Dat was trouwens ook niet de opdracht. Het Planbureau brengt pistes, budgettaire hefbomen en uitdagingen in kaart. Het bevestigt inderdaad een realiteit die niemand nog kan ontkennen, namelijk dat de uitdaging groot is en dat er weinig tijd is om in te grijpen.
Ce rapport réserve-t-il de grandes surprises? Non! Cela démontre précisément qu’un consensus existe quant aux défis auxquels nous sommes confrontés, ainsi que sur les leviers dont nous disposons, tant en matière de dépenses que de recettes. La nouveauté ne réside donc pas dans une proposition en particulier, mais dans la méthode.
Voor het eerst wordt expertise ingeroepen uit de academische wereld en bij onafhankelijke instellingen zoals het Federaal Planbureau, de Nationale Bank van België en de administraties, om op een gestructureerde manier de begrotingsopmaak te ondersteunen.
Cela garantit une plus grande transparence, des choix plus clairs et une préparation mieux structurée. Mais qu'il n'y ait aucun malentendu: les experts émettent des avis; c'est le gouvernement qui décide.
We zijn de werkgroepen binnen de regering inderdaad al gestart om na te gaan hoe we de uitdaging met betrekking tot de hier al opgesomde onderwerpen zullen aangaan. Het Federaal Planbureau heeft zijn werk gedaan en zal op vraag van de regering nog een aantal voorstellen becijferen. Het is aan de regering om haar verantwoordelijkheid te nemen en de noodzakelijke keuzes te maken.
07.06 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, we weten allebei dat het probleem niet schuilt in een gebrek aan ideeën. Uw coalitiepartners lachen u ten onrechte uit met uw plan om inspiratie op te doen bij de experten. Luisteren naar experten is altijd een goed idee. Het probleem ligt echter in de tegenstellingen binnen uw regering. Die 264 voorstellen die u hebt gekregen, vormen een buffet waaruit men kan kiezen. Wat voor de socialisten een lekker hapje is, is voor de N-VA onverteerbaar en omgekeerd. Niemand durft echter uit zijn schaduw te treden.
Mijnheer de minister, neem het heft in handen. Stop met geld te halen bij de gewone mensen. Zij hebben al genoeg gegeven, hun zakken zijn leeg. Richt uw aandacht op de sterkste schouders, zijnde de grote techgiganten die hier geen euro bijdragen, de grote vervuilers en de overwinsten van de oliebedrijven. Ga het eindelijk eens in de juiste zakken zoeken.
07.07 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je tiens tout de même à vous remercier. L’idée que vous avez eue de demander l’avis des experts et du Bureau fédéral du Plan montre clairement qu’il existe des alternatives. C’est aussi pour cette raison que je souhaitais aujourd’hui entendre la réponse du premier ministre, M. De Wever, car la question est de savoir quel choix le gouvernement va faire. Une chose est claire, aujourd’hui, les enseignants, les travailleurs du non-marchand et les élèves sont dans la rue. Ils demandent des moyens pour nos écoles et nos soins de santé, et non pour la guerre. Le Bureau fédéral du Plan le dit également, les dépenses militaires sont trop importantes.
Au sein même du gouvernement, cette question suscite des divergences, notamment chez Vooruit et au cd&v. Vous l’avez dit vous-même. Il faut le reconnaître et en tirer les conséquences. Pour notre part, nous serons dans la rue le 14 juin pour demander l’arrêt de la militarisation de notre société.
07.08 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, j’entends votre réponse. Il est donc temps de prendre vos responsabilités. Pour le Bureau fédéral du Plan, tout est une question de choix politiques. Or quels sont vos choix? Rester spectateurs, imposer des sauts d’index et bloquer les salaires, réduire les pensions, notamment celles des femmes, épargner les ultra-riches, fragiliser les enseignants et compromettre l’avenir de nos jeunes. Ceux-ci sont aujourd’hui mobilisés et c’est aussi à ce gouvernement qu’ils s’adressent. La Belgique figure parmi les plus mauvais élèves de la zone euro. Monsieur le ministre, à force de protéger les privilégiés et de faire payer les travailleurs, vous n’avez réussi qu’une seule chose, affaiblir notre économie et dégrader nos finances publiques.
07.09 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, u mag bij wijze van spreken nog 100 experten voorstellen laten formuleren. Politiek is keuzes maken. Als er keuzes moeten worden gemaakt om de financiële puinhopen van de regering-De Wever en de voorgaande Belgische regeringen op te ruimen, dan moeten de taboes nu eindelijk op tafel.
Bespaar op asielzoekers en niet op onze mensen. Bespaar op het politieke systeem en niet op de hardwerkende Vlaming. Maak een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers en behoud de rechten van de Vlamingen die jarenlang hebben gewerkt en bijgedragen. Zelfs de experten raden u aan om te besparen op het politieke systeem en op asiel en migratie.
Laatst maar niet in het minst, iedere expert zal u vertellen dat u de boekhouding van dit land niet op orde kunt krijgen zonder te kijken naar de structuur van dit onwerkbare land. Vlaams belastinggeld moet in Vlaamse handen blijven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.01 Jeroen Soete (Vooruit): Negen op de tien slachtoffers van phishing zien niets van hun geld terug. Negen op de tien slachtoffers krijgen geen hulp van hun bank. Negen op de tien slachtoffers krijgen van hun bank te horen: eigen schuld, dikke bult. Collega's, dat is compleet onaanvaardbaar. Het gaat ook in tegen de wet, want die is vandaag duidelijk. Banken moeten bij niet-toegestane transacties meteen terugbetalen. Alleen achteraf, in tweede instantie, als ze kunnen bewijzen dat de klant eventueel grof nalatig is geweest, kunnen ze proberen dat geld terug te vorderen. Dat is de wet vandaag, niet omgekeerd.
Mijnheer de minister, in de afgelopen maanden waarin ik met dit thema bezig ben geweest, heb ik heel wat schrijnende verhalen gehoord. Een alleenstaande mama met twee kinderen uit Ichtegem, niet ver van waar ik woon, zag in één nacht 60.000 euro, al het spaargeld, de toekomst van haar kinderen, weggesluisd worden. Die vrouw is gebroken en zit volledig aan de grond. Het wordt dus hoog tijd dat de banken hun maatschappelijke rol opnemen, maar vooral dat ze de wet respecteren.
Gelukkig was er in dit verband deze week eindelijk goed nieuws. Voor de eerste keer heeft een rechter de banken klaar en duidelijk gewezen op hun wettelijke verplichting. Ze moeten meteen terugbetalen, punt. Mijnheer de minister, u weet echter ook dat één vonnis de lente niet maakt. We kunnen moeilijk verwachten dat al die slachtoffers dure procedures voor de rechter aanspannen om hun hun rechten af te dwingen en hun geld terug te krijgen. U zat daarom vandaag samen met de banken om hen aan te sporen hun inspanningen op te drijven, maar ook in de hoop hun beleid bij te sturen.
Ik heb dus maar één vraag voor u, mijnheer de minister. Wat is het resultaat van dat overleg?
08.02 Minister Rob Beenders: Mijnheer Soete, ik had vanmiddag inderdaad een overleg met de banken, omdat ze op mijn vraag werken aan een actieplan dat tegen de zomer klaar moet zijn. Daarin moeten ze versneld bijkomende veiligheidsmaatregelen nemen om het geld van de klanten beter te beschermen, zodat criminelen niet meer met een rekening kunnen doen dan de klant zelf. Het is immers onverantwoord dat een crimineel sneller meer geld kan overschrijven dan de klant zelf, boven de limieten die de klant heeft ingesteld.
Ik heb hen ook aangesproken over de vonnissen die deze week in de media kwamen en ik heb hen gevraagd om hun interne werking aan te passen en zich aan de wet te houden, net zoals u en ik dat ook moeten doen. Het antwoord was helaas niet positief, teleurstellend zelfs. Er werd geen enkel signaal gegeven dat men zich aan de wet wil aanpassen. De wet bepaalt nochtans dat mensen moeten worden terugbetaald nadat een klacht wegens phishing is ingediend, waarna een onderzoek kan worden gevoerd om te bepalen of verdere procedures nodig zijn.
Daarom heb ik de banken ook laten weten dat er nieuwe wetgeving komt. Ik ben daarover momenteel in overleg met de regering, niet omdat de huidige wetgeving onduidelijk is, maar omdat het gewoon nog strenger en duidelijker moet worden voor de banken.
Ik wil ook een oproep doen aan de banken. Phishing gaat over mensen. Men zal vandaag maar het slachtoffer van phishing zijn. Stel dat u bij een bank werkt en u moet een dossier behandelen van uw mama of papa, uw zoon of dochter, uw tante of nonkel. Wat wilt u dan dat er op dat moment gebeurt? Wilt u dat de wet wordt gerespecteerd, dat die persoon zijn geld terugkrijgt en een eerlijk onderzoek krijgt om na te gaan of die persoon al dan niet fout is? Of wilt u dat de banken doen wat ze vandaag doen? Zij zeggen nu vanaf dag één: u bent gephished, het is uw fout, u bent dom of naïef. Ik hoop dat de banken recht in de spiegel kijken, hier een antwoord op geven en hun processen eindelijk aanpassen.
08.03 Jeroen Soete (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en voor al uw inspanningen op dit vlak. Ik had gehoopt dat de banken eindelijk de boodschap begrepen zouden hebben, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Dat is enorm teleurstellend.
Dit is dermate urgent en actueel, collega’s van de N-VA, dat Vooruit vandaag een wetsvoorstel indient om het baanbrekend vonnis van deze week wettelijk te verankeren, met boetes en sancties. Weet u waarom? Omdat niemand boven de wet staat. Slachtoffers van phishing hebben rechten en verdienen onze bescherming. Dat is geen kwestie van links of rechts, dat is een ethische kwestie en ik hoop dat eenieder van u ons voorstel in eer en geweten zal steunen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, le directeur de la prison de Haren vient de démissionner. En quittant ses fonctions, il a déclaré: "On m'a demandé d'ouvrir ici une prison aussi humaine que possible, où il y avait une réelle possibilité de travailler à la réinsertion des détenus, or je me retrouve à diriger une boîte à sardines". Mais au fond, qui peut encore être surpris? Qui pouvait sincèrement croire que ce mastodonte, de 1 100 détenus, construit en partenariat peu transparent avec le privé, pensé selon une logique industrielle de gestion de la détention, ouvert avant d'être pourvu en personnel en suffisance, serait la prison humaine du futur? L'échec était écrit d'avance et même ses plus fervents défenseurs devraient se rendre à l'évidence. Les chiffres sont accablants: plus de 1 500 personnes incarcérées aujourd'hui dans cette prison de 1 100 places.
La prison de Saint-Gilles n'a toujours pas été fermée. Il serait même question de rouvrir d'autres ailes. Près de 250 personnes dorment aujourd'hui sur des matelas par terre à Haren. Au niveau belge, c'est plus de 740 personnes.
À Haren, rien ne va. Conditions de détention, conditions de travail du personnel pénitentiaire, manque de matériel, dysfonctionnements technologiques, équipe médicale surchargée; mener des politiques de formation et de réinsertion dans de telles conditions est évidemment impossible.
Mais Haren n'est qu'une illustration, certes emblématique, du dysfonctionnement systémique du système carcéral en Belgique. Cela fait des dizaines d'années qu'on prétend vouloir endiguer la surpopulation tout en prenant des décisions politiques qui produisent de façon entièrement prévisible l'effet inverse.
Je veux faire un lien avec la manifestation dont je reviens, qui est en cours devant le Parlement de la Communauté française pour protester contre les coupes brutales et néfastes dans l'enseignement menées par le MR et Les Engagés.
Victor Hugo disait: "Ouvrir une école, c'est fermer une prison". Qu'est-ce qu'il dirait aujourd'hui en voyant vos gouvernements définancer les écoles et investir toujours plus dans les prisons? Madame la ministre, que répondez-vous au cri d'alerte de M. Van Poecke?
09.02 Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, uw aanpak van de overbevolking en de grondslapers in onze gevangenissen wil maar niet lukken. Gisteren zaten er 13.731 gedetineerden in de gevangenissen. Dat is een overschrijding van de capaciteit van meer dan een vijfde. Er waren 738 grondslapers.
U werkt nu blijkbaar aan een nieuwe noodwet, die de uitstroom van gedetineerden via elektronisch toezicht moet versnellen. Gelukkig zijn er nog uitzonderingen die niet onder de toepassing van het elektronisch toezicht zullen vallen, gelukkig maar, want anders zou de straffeloosheid helemaal zegevieren.
Volgens perslekken zit de regering duidelijk helemaal niet op één lijn en krijgt u niet van alle partijen de nodige steun. Er is echter meer. Uw plannen kunnen ook op weinig genade rekenen bij de Inspectie van Financiën. Sterker nog, de Inspectie van Financiën maakt werkelijk brandhout van uw plannen. Ik citeer: "Geconfronteerd met de harde realiteit van de cijfers lijkt dit doel onhaalbaar en zelfs illusoir," zo luidt het vernietigende advies. Verder stelt de IF: "Het aantal grondslapers zal zelfs toenemen."
Mevrouw de minister, hoe is het toch mogelijk dat uw plannen steeds gedoemd zijn te mislukken? Wanneer zal de regering eindelijk een echte oplossing voor de overbevolking en de grondslapers bieden? Daarmee bedoel ik uiteraard niet dat de vele gedetineerden die veroordeeld zijn tot een effectieve gevangenisstraf, worden vrijgelaten met een enkelband. Dat is immers absoluut geen kordate aanpak van de criminaliteit. Dat vraagt onze bevolking niet.
Haren, parlons-en. Effectivement, le directeur de la prison de Haren vient de démissionner. On lui avait demandé de transformer des cellules individuelles en cellules doubles, en installant des lits superposés. Il démissionne en nous disant qu'il aurait ainsi eu l'impression d'officialiser cette surpopulation.
Madame le ministre, soyons honnêtes. Vous avez répondu par une série de mesures, essentiellement par un plus grand recours au bracelet électronique. Mais là aussi, ça bloque; faute de moyens, semble-t-il, et faute d'un accord avec les communautés. Comme nous sommes en Belgique, rien n'est simple. L'application de la surveillance électronique relève des entités fédérées, mais son financement du fédéral. Or, semble-t-il, vous ne parvenez pas à trouver une solution technique pour que ces bracelets puissent être préfinancés, y compris en Flandre. Qu'en est-il?
Madame la ministre, cette surpopulation est intenable. Elle est intenable, bien sûr, pour les prisonniers concernés parce que, même si ce n'est jamais populaire à dire et à répéter, l'honneur d'un pays se mesure aussi à la manière dont il traite ses détenus. Mais c'est aussi un danger pour toute la société. C'est un danger pour les gardiens pénitentiaires, qui sont une population mal rémunérée, exposée en première ligne et qui devrait au moins pouvoir bénéficier de conditions de travail dignes. Et puis, c'est un danger pour toute la société, parce que nos prisons aujourd'hui sont des machines à récidive. Ce sont des lieux dont les gens ressortent pires que l'état dans lequel ils arrivent.
Quand allez-vous passer la seconde, madame la ministre? Quand allez-vous refaire de ce pays un État de droit, dans lequel les agents pénitentiaires n'ont plus peur d'aller travailler et où les détenus ne dorment plus par terre? Je vous remercie.
Or, à Haren, comme dans toutes les prisons du pays, on entasse les détenus. Malgré 155 nouveaux lits, 254 détenus dorment encore aujourd'hui au sol. À Haren, comme dans toutes les prisons du pays, les détenus n'ont pas accès aux soins, singulièrement aux soins de santé psychiatriques. Certains détenus n'ont pas vu de psychiatre ou d'expert depuis trois mois.
À Haren, comme dans toutes les prisons du pays, les détenus ne mangent pas à leur faim, les quantités sont insuffisantes, la chaîne du froid n'est pas respectée et les prix de la cantine sont exorbitants, de sorte que seuls ceux qui ont les moyens peuvent compléter ces repas déjà indigents.
À Haren, comme dans toutes les prisons du pays, il n'y a pas assez d'agents pénitentiaires, et ceux qui y travaillent ne se sentent pas en sécurité. Aujourd'hui, il manque 100 agents à la prison de Haren. En outre, il y a deux mois, quatre membres du personnel ont encore été violemment agressés.
Alors, madame la ministre, je vais vous le dire, je suis en colère. En colère, mais je ne me résignerai jamais. Je ne me résignerai jamais et je n'abandonnerai jamais les détenus et les agents pénitentiaires à leur sort. Je ne cesserai jamais de venir à cette tribune pour dénoncer la situation dans les prisons, pour vous indiquer que vos lois d'urgence – deux lois d'urgence! – ne fonctionnent pas et que les coups de com' de toute la majorité, à 1 milliard d'euros, ne suffisent pas à endiguer cette gangrène.
Madame la ministre, je n'abdiquerai pas. Je n'aurai de cesse de vous rappeler votre devoir le plus fondamental, celui d'assurer la dignité humaine. Alors, quand allez-vous cesser de détourner le regard et quand allez-vous engager des moyens dans les prisons?
09.05 Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, lorsqu'on a construit la prison de Haren, on nous a vendu la prison du futur, pas une prison classique, un village pénitentiaire, un lieu pensé pour la réinsertion, un lieu pensé pour préparer le retour dans la société. Quatre années plus tard, le directeur claque la porte. Et ses paroles sont terribles: "Je n'ai pas eu d'autre choix que de créer une autre boîte à sardines. Je dis non! C'est honteux! C'est dégueulasse!" Et c'est un directeur de prison qui croyait en ce projet qui abandonne.
Madame la ministre, il y a trois jours, vous étiez à Haren. Vous avez pu constater vous‑même les conditions de détention qui y règnent. Notre pays compte 13 773 détenus pour 11 000 places: cela signifie que 740 personnes dorment littéralement à même le sol. À Haren, un seul agent doit parfois gérer jusqu’à 70 détenus. Vous vous rendez compte!
Chaque jour, il y a des agressions. Hier encore, une agression à Haren. Le week‑end dernier, trois agressions dans deux établissements pénitentiaires. Les agents se rendent au travail la boule au ventre. Les détenus, eux, passent parfois jusqu’à 22 heures sur 24 dans une cellule de 9 m² occupée par trois personnes. Ce n’est plus de la détention, ce n’est plus de la réinsertion, c’est la gestion de la misère humaine. Dans notre pays, sept détenus sur dix récidivent. Nous avons touché le fond, et vous prenez votre pelle pour continuer de creuser.
La loi d’urgence, qui était censée atténuer les effets de la crise, a en réalité produit l’effet inverse. En moins d’un an, le nombre de personnes dormant au sol a triplé. Sur le terrain, agents, directions et administration répètent que la situation est devenue dangereuse. Quant à l’Inspection des finances, elle a littéralement démoli votre avant‑projet de loi, estimant que ses objectifs sont irréalisables voire illusoires.
Madame la ministre, pourquoi continuer à défendre des mesures qui ne fonctionnent pas? Allez-vous enfin écouter ceux qui travaillent sur le terrain et changer de cap? Et allez-vous prendre au sérieux la détresse des agents qui tiennent encore le système à bout de bras?
09.06 Annelies Verlinden, ministre: Monsieur le président, chers collègues, la surpopulation carcérale est un problème que plus personne ne peut nier. Nous connaissons les chiffres: 692 détenus dorment aujourd'hui à même le sol. Les condamnations pour conditions de détention inhumaines et les plus de 200 millions d'euros d'astreintes qui pèsent sur notre pays si nous restons inactifs sont tout aussi éloquents.
Mais derrière ces chiffres se cache une réalité concrète: la surpopulation met à rude épreuve le personnel et les directions et fragilise le fonctionnement global de nos prisons. Il ne s'agit donc pas uniquement d'une question de capacité mais bien de fonctionnement du système pénitentiaire, d'exécution des peines et, en fin de compte, de sécurité de notre société.
Daarom heb ik vanaf dag één van deze kwestie een prioriteit gemaakt. Ons land en onze strafrechtketen verdienen beter. Ik heb dit dossier op de tafel van de regering gelegd, en samen met de regeringspartners heb ik gewerkt aan oplossingen die een tastbaar verschil kunnen maken voor het personeel en de gedetineerden op het terrein, en die de veiligheid in onze samenleving versterken.
Dat heeft geleid tot een eerste pakket maatregelen, waaronder de noodwet van vorig jaar. Die noodwet heeft geleid tot een oplossing om de aanzienlijke wachtlijst van veroordeelden, aangelegd door mijn voorganger, die niet opgeroepen werden om hun straf uit te zitten, te verkleinen van 5.000 tot 2.300.
Omdat het probleem daardoor, zoals ik steeds zei, niet zou verdwijnen, was meer nodig. In maart bereikte de regering vervolgens een bijkomend akkoord over verdere maatregelen om de overbevolking terug te dringen.
Je tiens à être honnête à ce sujet. Comme je l’ai dit depuis le début, l’accord du 20 mars n’est pas l’accord Verlinden. J’ai toujours défendu des mesures plus ambitieuses, plus importantes et plus durables.
Cet accord est néanmoins le fruit d’un compromis politique au sein d’une coalition. Dans une démocratie, il faut déterminer ensemble ce qui est faisable. Toutes les mesures approuvées en mars sont le résultat de cette responsabilité commune.
J’ai dû m’en tenir à l’idée selon laquelle la politique est l’art du possible. En ce sens, je n’ai donc pas été surprise par l’avis de l’Inspection des Finances. Pour la problématique des détenus dormant à même le sol, il a été décidé de prolonger les mesures d’urgence de 2025 en les combinant avec des sorties supplémentaires sous surveillance électronique pour certaines catégories de condamnés.
Un principe reste toutefois inchangé: les peines doivent être purgées. Certains condamnés seront placés sous surveillance électronique dans des conditions strictes, de manière à libérer des places en prison pour ceux qui représentent un risque plus élevé pour la société et pour ceux dont le maintien en détention reste indispensable.
De premier was over het specifieke onderdeel van het akkoord dat moet inzetten op de vermindering van het aantal grondslapers heel duidelijk in zijn communicatie. The proof of the pudding is in the eating. De effecten van dit onderdeel van het afgesproken maatregelenpakket zullen dan ook heel nauwgezet worden opgevolgd.
Het is belangrijk om te onderstrepen dat het akkoord van maart verder gaat dan de maatregelen uit de hervormde noodwet. Vorig jaar is al een plan goedgekeurd voor bijkomende investeringen door de Regie der Gebouwen, een akkoord over een versnelde uitstroom van geïnterneerden naar aangepaste zorgvoorzieningen en over maatregelen om veroordeelden zonder wettig verblijf sneller te laten terugkeren naar hun land van herkomst. Zonder de inspanningen van mijn collega-ministers bevoegd voor de Regie der Gebouwen, Volksgezondheid en Asiel en Migratie zal het immers niet mogelijk zijn om de overbevolking structureel aan te pakken.
Malheureusement, la situation de surpopulation n’est pas étrangère aux décisions que certaines personnes prennent quant à la poursuite ou non de leur carrière dans certains établissements pénitentiaires. Mardi dernier, je me suis rendue à la prison de Haren, où j’ai pu m’entretenir avec la responsable ad interim de l’établissement ainsi qu’avec les équipes présentes sur le terrain. La direction est actuellement assurée à titre temporaire. Dans le même temps, la procédure visant à pourvoir définitivement ce poste a été lancée et fait l’objet d’un traitement prioritaire.
Ten slotte wil ik mijn waardering uitdrukken voor alle medewerkers van het gevangeniswezen. Zij leveren elke dag belangrijk werk, in moeilijke omstandigheden. Het is onze verantwoordelijkheid om hen daarin maximaal te ondersteunen. Daarom blijven we onverminderd werken aan de aanpak van de overbevolking.
09.07 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, je vous remercie. Vous l'avez rappelé, une loi d'urgence l'été dernier, un nouveau plan d'urgence supplémentaire annoncé en mars que l'Inspection des finances vient récemment de qualifier d'irréaliste voire d'illusoire, je dois reconnaître que vous êtes lucide sur le fait que cela ne suffit vraiment pas. On sait bien que la prison est la réponse à la fois la plus coûteuse et la moins efficace contre la récidive. À long terme, cela ne protège donc ni les victimes ni la société, d'autant plus dans les conditions actuelles.
Pourtant, on continue à y engloutir des centaines de millions d'euros. C'est un des seuls domaines de politique publique pour lesquels il y a de l'argent, alors que dans les autres on est à l'os et on ne peut plus rien faire. Je ne parle même pas des astreintes que vous avez également mentionnées.
Ce dont on a besoin, ce n'est pas de plans d'urgence successifs qui échouent les uns après les autres à répondre à la catastrophe humanitaire, sociale, financière du système carcéral. Ce dont on a besoin aujourd'hui, ce n'est pas de nouvelles prisons non plus mais d'un changement radical de logiciel.
09.08 Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, de Inspectie van Financiën is duidelijk. U rekent zich rijk. U bent niet in staat om een inschatting te maken van de impact van het nieuwe voorstel. In werkelijkheid zult u het tegenovergestelde bereiken. Er zal een toename komen van de gevangenispopulatie in plaats van een afname.
Erger is nog dat de regering de straffeloosheid niet aanpakt. Een gevangenisstraf moet een gevangenisstraf blijven en moet volledig worden uitgezeten. In het andere geval zal de straffeloosheid alleen maar zegevieren.
Illegale en buitenlandse gedetineerden vormen het grote probleem van de overbevolking. U weet dat net zo goed als ik. Zij moeten versneld worden teruggestuurd naar hun land van herkomst in plaats van, zoals nu gebeurt, bij mondjesmaat. Weigeren die landen? Pak dan hun toelagen voor ontwikkelingssamenwerking af en zet alle handelsakkoorden stop. Maak daarvan versneld werk. Enkel dat is kordaat beleid.
09.09 François De Smet (DéFI): Merci, madame la ministre, pour votre réponse. Une réponse qu'honnêtement, on a sentie peu empreinte de solidarité gouvernementale. Vous avez rappelé à quel point l'accord de mars n'était pas entièrement satisfaisant pour vous. On a aussi noté l'appel fait à vos collègues, notamment à celle en charge de l'Asile et de la Migration pour pouvoir renvoyer des détenus qui n'ont pas de titre de séjour. Cela confirme quand même une impression que l'on a depuis le début de ce gouvernement, à savoir que la politique pénitentiaire n'est pour l'Arizona qu'une variable d'ajustement.
09.10 Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, je vous ai entendue et très sincèrement, à ce stade, je n'ai toujours pas de réponse. Le directeur de la prison de Haren démissionne. Le président du tribunal de première instance de Liège démissionne. Deux responsables d'institutions fondamentales dans le monde carcéral et dans le monde de la justice vous indiquent qu'ils démissionnent tous les deux pour les mêmes motifs: l'absence de moyens suffisants pour remplir leurs fonctions et assurer la mission de service public qu'est la mission de justice.
Et que répondez-vous? Vous répondez que l'accord sur la surpopulation n'est pas l'accord Verlinden. Effectivement, cet accord, nous l'avions dénoncé. Vous l'aviez pourtant beaucoup endossé. On vous avait dit qu'il ne réglerait rien et aujourd'hui, on a les chiffres. Vraisemblablement, votre accord permettra de libérer trois personnes sur une population de 13 000 détenus. Dire que l'accord sur la surpopulation n'est pas l'accord Verlinden me renvoie finalement à un proverbe chinois, madame la ministre, qui dit que sans responsabilité, on se sent le corps léger. Avoir le corps léger n'est pas suffisant. Ici, ce qu'il faut, c'est prendre des décisions.
09.11 Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Ma question était pourtant simple, madame la ministre. Quand allez-vous arrêter de faire l'autruche et reconnaître que votre politique ne fonctionne pas? Et vous me répondez: "Ce n'est pas moi, ce sont les autres". Vous savez que construire toujours plus de prisons et ouvrir la porte au privé ne réglera rien du tout.
Vous savez que la situation est dangereuse et votre administration vous a dit qu'il y aura des morts. À Haren, vous avez expliqué aux travailleurs que le gouvernement ne pourra pas faire plus. Que doivent alors faire les agents? Vous dites qu'il n'y a pas d'argent pour revaloriser les travailleurs, mais il y en a pour faire la guerre.
Il y en a pour payer 2 millions par mois pour une prison vide à Anvers. Il y en a pour payer 415 euros par jour pour des détenus qui dorment à même le sol à Haren. C'est de l'argent public qui finit dans les poches du privé.
Madame la ministre, vous êtes en train de fabriquer une bombe à retardement pour les détenus, pour les travailleurs et pour la société en général. Et pour reprendre les mots de l'ancien directeur de la prison de Haren, c'est tout simplement honteux et dégueulasse!
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10.01 Georges-Louis Bouchez (MR): Merci monsieur le président. Il est intéressant que ce thème suive le précédent. J'ai entendu des collègues qui, manifestement, ont des grandes idées sur le monde: la prison ne serait plus adaptée. Donc, assumez de faire sortir ces gens en rue, des gens qui représentent des dangers publics manifestes. Je vais vous donner deux petits exemples au hasard, issus de l'actualité.
Il y a, d'abord, M. Kabunda. Ne riez pas, parce que votre parti a une fameuse responsabilité! M. Kabunda, c'est quelqu'un qui a tué une petite fille de 18 mois. Il a laissé sa compagne pour morte, après avoir tué la grand-mère de celle-ci. Il a été condamné à la réclusion à perpétuité en 2010. Eh bien! Figurez-vous, mesdames et messieurs, qu'il va pouvoir sortir en 2026. La vie d'une petite fille de 18 mois, d'une dame âgée qui n'avait rien demandé, la situation de sa compagne, cela vaut 16 ans en Belgique. Après ça, vous pouvez sortir, cela ne pose aucune difficulté…
L'autre cas, très intéressant, est celui de M. Bakkali. Figurez-vous que M. Bakkali est l'un des cerveaux des attentats du 13 novembre 2015 et également de l'attentat déjoué dans le Thalys. Il a été condamné en France. Les Français n'étaient pas très enthousiastes à l'idée de nous le transférer, parce qu'ils connaissent notre système. Figurez-vous qu'il va pouvoir bénéficier de congés pénitentiaires, parce qu'on espère peut-être que cette personne va un jour retrouver le droit chemin et le sens de nos valeurs communes.
Alors, madame la ministre, je voudrais vous dire une chose. Votre rôle n'est pas de faire sortir des gens de prison. Votre rôle est de faire en sorte que les personnes dangereuses pour la société y restent; parce que, oui, et mon parti l'assume, il y a des gens qui ne sont pas réinsérables. C'est la raison pour laquelle je vous interroge aujourd'hui pour savoir quand nous allons appliquer les peines incompressibles prévues dans l'accord de gouvernement, parce que, pour les terroristes, les pédophiles, les violeurs et certains meurtriers, la prison est la seule solution.
10.02 Alexander Van Hoecke (VB): Een seriemoordenaar vermoordt op de meest gruwelijke wijze 6 personen, waaronder een 13-jarig meisje en een heel gezin. Die seriemoordenaar wordt terecht veroordeeld tot een levenslange celstraf. Een paar jaar later beslissen gerechtspsychiaters dat die seriemoordenaar niet meer gevaarlijk is en dus het recht heeft de gevangenis te verlaten. Om overduidelijke redenen, mevrouw de minister, wordt die seriemoordenaar niet meteen vrijgelaten. Wat gebeurt er dan? Die seriemoordenaar start met zijn advocaten een procedureslag. Daardoor wordt de Belgische belastingbetaler uiteindelijk veroordeeld tot het betalen van dwangsommen, namelijk 1.000 euro per dag dat die seriemoordenaar nog in de gevangenis zit. Die dwangsommen zijn ondertussen opgelopen tot 750.000 euro.
Dat is, mevrouw de minister, het verhaal van seriemoordenaar Freddy Horion, dat iedereen hier ondertussen kent. Vandaag mag Horion de gevangenis verlaten met een enkelband, ondanks dat het openbaar ministerie een advies gaf aan de rechter waarin heel duidelijk en letterlijk stond dat Horion een tikkende tijdbom is met een zeer hoog risico op recidive. De rechtbank heeft dat advies gewoon genegeerd en naast zich neergelegd. Vandaag mag Freddy Horion naar een zorghuis.
U bent de minister van Justitie van dit land. Hoe is dat mogelijk? Hoe legt u dat uit aan de mensen? Hoe legt u dat uit aan de slachtoffers en de nabestaanden van Horion? Vooral, hoe legt u dat uit aan alle slachtoffers in dit land die opnieuw met de neus op de feiten worden gedrukt dat een straf in België nooit, maar dan ook nooit, effectief wordt uitgevoerd?
10.03 Minister Annelies Verlinden: Collega’s, de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank in de zaak-Horion riep de voorbije dagen bijzonder sterke emoties op, in het bijzonder bij de nabestaanden van de slachtoffers. Met het grootst mogelijke respect en met veel nederigheid wil ik zeggen dat ik dat heel goed begrijp. Ik sprak hen eerder ook al over dit dossier. Wanneer mensen dierbaren verliezen door dergelijke uitzonderlijk gewelddadige feiten gaat dat verdriet nooit meer weg.
Toen Horion deze week na 47 jaar de gevangenis mocht verlaten, heeft dat onvermijdelijk oude wonden opengereten. We moeten er alles aan doen om die emoties een plaats te geven in de manier waarop we als overheid en Justitie met dergelijke dossiers omgaan.
Zelfs al zou ik als mens allerlei zaken willen vinden over deze of gene uitspraak, zoals de uitspraak waarnaar collega Bouchez verwees, ik kan en mag binnen onze rechtsstaat dergelijke rechterlijke beslissingen over de toekenning en de uitvoering van straffen echter niet becommentariëren. De vele rechterlijke beslissingen, ook in deze dossiers, worden genomen door onafhankelijke rechters op basis van een kader dat door dit Parlement wordt vastgelegd. Dat principe geldt voor elk strafrechtelijk dossier, ongeacht de aard van de feiten.
Ik sta uiteraard open voor elk debat in deze Kamer om te delibereren over hoe we op een zo rechtvaardig mogelijke manier met ons strafrechtbeleid kunnen omgaan. Collega Ducarme kondigde twee weken geleden aan dat hij vorige week met een nieuw wetsvoorstel zou komen om het over deze problematiek te hebben.
En novembre 2023, la cour d'appel d'Anvers a décidé que M. Horion devait être admis en résidence dans un établissement spécialisé hors de la prison, en vue d'une préparation progressive à un éventuel retour dans la société. Cette décision a été assortie d'astreintes.
Par la suite, un parcours d'accompagnement intensif a été mis en place pendant plusieurs années avec la participation du service psychosocial de la prison de l'établissement concerné, de l'intéressé lui-même et de son avocat. Le tribunal d'application des peines a rendu sa décision sur la base des résultats de ce parcours et des critères légaux, malgré l'avis rendu par le ministère public.
En fin de compte, pour moi, ce dossier touche à un principe fondamental, à savoir la manière dont nous organisons notre société en tant qu'État de droit, lequel signifie que les règles qui régissent notre société résultent d'un processus démocratique et parlementaire et que les juges peuvent prendre des décisions sur la base de ces règles et des faits qui leur sont soumis, à l'abri de pressions politiques, d'influence de l'opinion publique ou d'indignation sociale.
Over die regels kunnen en mogen we een debat voeren. Dat debat is legitiem en, zoals ook aangetoond in het maatschappelijk debat van de laatste dagen naar aanleiding van het dossier-Horion, wat mij betreft zelfs noodzakelijk.
De plaats bij uitstek daarvoor is dit Parlement, waar wetten worden gemaakt en gewijzigd, niet door middel van kritiek op individuele rechters die binnen het bestaande wettelijk kader beslissingen nemen. Dat onderscheid bewaken, is voor mij essentieel, niet alleen voor deze zaak, maar voor het vertrouwen in onze rechtsstaat als geheel.
Ik ben meer dan wie ook ter jullie beschikking om dit debat verder te zetten en bijvoorbeeld te discussiëren over het wetsvoorstel van de heer Ducarme, zodra mij dat wordt bezorgd.
10.04 Georges-Louis Bouchez (MR): Merci, madame la ministre. Vous avez parlé de l’État de droit. Je pense qu’il faut tout de même rappeler dans cet hémicycle que l’État de droit, c’est aussi protéger les personnes innocentes. L’État de droit, c’est permettre aux victimes d’obtenir réparation. L’État de droit, c’est permettre à la société de se prémunir contre des personnes qui, manifestement, ne sont pas faites pour vivre en son sein. Vous avez évoqué les deux propositions déposées par le député Denis Ducarme: l’une visant à porter les peines incompressibles à trois cinquièmes de la peine, l’autre visant à permettre au parquet, au ministère public, d’introduire des recours contre les décisions du tribunal d’application des peines concernant leurs aménagements.
Néanmoins, madame la ministre, je voudrais vous dire que toutes ces mesures figurent déjà dans l’accord de gouvernement. Vous ne devez pas consacrer tout votre temps à chercher comment faire sortir des personnes de prison. Votre mission consiste à appliquer l’accord de gouvernement, y compris en ce qui concerne l’expulsion des détenus étrangers.
10.05 Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, we moeten ons echt eens afvragen waarom we in dit land überhaupt nog gevangenisstraffen uitspreken. Waarom veroordelen we nog seriemoordenaars, verkrachters en pedofielen tot gevangenisstraffen van x aantal jaar of levenslang, als die straffen toch nooit worden uitgevoerd? Dat debat moeten wij voeren, want een land waar een seriemoordenaar die een heel gezin heeft uitgemoord en kinderen heeft vermoord, na enkele jaren vrijkomt, terwijl het openbaar ministerie zegt dat hij een tikkende tijdbom is, is een land dat ziek is.
Mijnheer Bouchez, ik hoor u heel graag zeggen dat het tijd is om te stoppen met strafkortingen. Frankrijk doet het, wij kunnen het ook doen. U hebt dat voorstel echter al gedaan in de plenaire vergadering. Wie houdt u tegen? Ik vermoed dat u daarvoor geen steun van de hele regering zult krijgen. Onze steun hebt u. Wij reiken u daarvoor de hand. Als iemand u tegenhoudt, laat dan alstublieft weten wie dat is. Is het Vooruit, is het cd&v of is het de minister zelf? Het wordt tijd om dat effectief aan te passen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11.01 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le ministre, chers collègues, ce week‑end, notre pays a été touché par d’importants orages, accompagnés de grêle, de fortes pluies et provoquant des inondations dans le Hainaut, dans le Namurois et dans le Brabant wallon.
Ces événements nous rappellent malheureusement ceux de 2021, qui avaient causé la perte de 39 personnes. Ils nous rappellent aussi à quel point nous sommes vulnérables face à des phénomènes climatiques qui, hélas, se répètent de manière de plus en plus fréquente.
Bien sûr, ces épisodes provoquent des dégâts matériels, mais ils entraînent aussi des dégâts psychologiques importants. Les victimes sont en état de stress au moment de la crise, le lendemain, et finalement de manière quasi permanente. À chaque alerte de l’IRM, à chaque bulletin météo, à chaque goutte de pluie, ces personnes replongent dans cet état de stress, ce qui est compréhensible. Il est malheureusement difficile de leur apporter une réponse pleinement rassurante.
Ce que nous pouvons faire, nous, autorités publiques, c’est apporter une réponse structurée, coordonnée et efficace. Cette réponse doit être à tous les niveaux: celui de nos pouvoirs locaux, de nos régions, mais aussi du fédéral, notamment via nos zones de secours. C’est précisément sur ce point que je vous interpelle, monsieur le ministre.
Plusieurs zones de secours ont tiré la sonnette d’alarme en mettant en avant la difficulté de mobiliser des pompiers en suffisance pour faire face à cette nouvelle crise ce week‑end. Il n’est évidemment pas acceptable de laisser la population dans une situation de manque de sécurité.
Monsieur le ministre, où en est la mise en œuvre concrète de l’ensemble des actions prévues dans le livre blanc élaboré au lendemain des inondations de 2021? Où en est le refinancement structurel des zones de secours, inscrit dans l’accord de majorité, afin de rétablir un équilibre correct entre le fédéral et les pouvoirs locaux? Où en est la revalorisation du statut et du métier de pompier?
11.02 Bernard Quintin, ministre: Monsieur Dubois, en effet, les intempéries qui ont touché notre pays entre le 30 mai et le 1er juin ont une nouvelle fois mis en lumière l'engagement exemplaire de nos services de secours dans des situations difficiles. Des centaines d'interventions ont été menées pour venir en aide à la population, parfois et même souvent dans des conditions particulièrement difficiles.
Je rappelle que la protection civile, qui dépend du fédéral, contrairement aux zones de secours, a également été mobilisée à la demande des centrales 112, des zones de secours et des autorités locales. Elle est intervenue pour ses missions spécialisées, que vous connaissez bien: pompage des eaux, évacuation des boues et débris, approvisionnement en eau potable et mise à disposition de sacs de sable. Des moyens lourds ont aussi été déployés en appui aux autorités locales.
Face à l'augmentation attendue des phénomènes météorologiques extrêmes, nous continuons à renforcer la résilience de nos services de secours.
Je réponds à votre question, et vous rappelle que le financement dépend en premier chef des autorités locales. Le fédéral y contribue via une dotation. J'ai renforcé le financement fédéral des zones de secours. J'ai doté les pompiers bruxellois de 10 millions d'euros. Les autres zones de secours ont reçu une augmentation globale de 7,5 millions d'euros de leur dotation, respectivement en fonction de la clé de répartition. Ces dotations sont aujourd'hui automatiquement indexées, puisque c'est ce que nous avons inscrit dans la loi que vous avez votée il y a quelques mois.
Au-delà des moyens financiers, nous renforçons la coopération entre les zones de secours, la protection civile et l'ensemble des partenaires concernés. Le premier élément de la résilience est en effet qu'il y ait une bonne coordination entre tous les services.
Mes services travaillent à l'analyse des capacités nécessaires sur base du livre blanc, au renforcement des synergies, à l'adaptation de notre gestion des crises face aux risques de demain.
Pour ce qui est de l'attractivité du métier de pompier, comme je l'ai fait pour le métier de policier à la fin de l'année dernière, un conclave se penchera sur cette question en fin de mois.
11.03 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Des moyens complémentaires ont effectivement été débloqués, mais ces moyens sont des one shot. Or, dans l'accord de gouvernement, il est question d'une trajectoire pluriannuelle avec un renforcement qui doit rassurer l'ensemble des zones de secours.
Par ailleurs, il faut bien se rendre compte que l'équilibre 50-50 n'est pas encore atteint au niveau de nos zones de secours. Il y a encore du travail, un effort du fédéral est à réaliser à cet endroit.
Concernant le livre blanc que vous avez évoqué très rapidement, j’aimerais que nous puissions avoir un débat beaucoup plus développé sur l'ensemble des mesures qui y sont reprises. Il y a des actions à tous les niveaux, bien au-delà de la simple indexation des dotations des zones de secours, avec des mesures très concrètes pour l'ensemble des services.
Enfin, je suis heureux d’apprendre qu'il va y avoir un conclave sur le statut des pompiers. Ce travail est fondamental, car nous avons de plus en plus de difficultés à les attirer. Il faut que nous les protégions et il faut qu’ils soient là pour nous protéger, tant les pompiers volontaires que professionnels.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Daarmee is de vragensessie voor vandaag afgelopen.
Voorstel ingediend door:
Proposition
déposée par:
Nahima Lanjri.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Anja Vanrobaeys,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
Pourtant, les premiers indicateurs allaient clairement dans le bon sens. Votre collègue Jan Jambon a lui-même reconnu qu'on observait une baisse significative des demandes de pension pour inaptitude auprès du Medex. On était donc sur la bonne voie avec un système cohérent: maintenir le lien avec l'employeur, organiser un retour progressif au travail, responsabiliser les administrations sans exclure immédiatement les agents malades. Ce dispositif commençait donc à produire des effets tangibles. Or vous le supprimez avant même qu’il ait pu être évalué objectivement.
Monsieur le ministre, votre projet découle directement de cette suppression. Il vise, d’une part, à organiser un transfert de moyens afin d’éviter une charge excessive pour l’INAMI, étant donné que les fonctionnaires malades basculeront vers le régime des indemnités de maladie. D’autre part, il entend empêcher que ce transfert n’entraîne aucun coût pour les employeurs publics lorsque ceux-ci mettent fin à la carrière d’un agent pour des raisons médicales. Il s’agit donc aussi d’un mécanisme de responsabilisation des employeurs publics.
Sur le principe, c'est certes défendable peut bien sûr se défendre. Encore faut-il donner aux employeurs publics les moyens d’assumer véritablement cette responsabilisation: des services RH, des conseillers en prévention et des parcours de retour au travail qui ne se limitent pas à des démarches formelles. À défaut, le risque est réel de voir ce coût supplémentaire compensé par d’autres formes d’économies: non-remplacement des départs, réduction de l’offre de services ou encore pression accrue sur les équipes en place.
Il faut également souligner que vous opérez un basculement lourd de conséquences. En effet, lorsqu’un agent passe sous le régime de l’INAMI, il cesse de se constituer une pension de fonctionnaire. Pour les années de carrière restantes, il cotisera alors sous le régime des travailleurs salariés. Concrètement, cela signifie une pension moins élevée en fin de carrière.
Monsieur le ministre, nous ne soutiendrons pas votre projet, car il consacre la suppression d'un système encore tout neuf qui semblait pourtant faire ses preuves et que vous refusez d'évaluer. Nous ne le comprenons pas. Je vous remercie de votre attention.
12.02 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, uw wetsontwerp, dat rechtstreeks samenhangt met de pensioenhervorming die vorige week werd goedgekeurd en die niet zo populair is – de bevolking verzet zich ertegen en wij zullen ze blijven bestrijden, tot zelfs voor het Grondwettelijk Hof –, bereidt de geleidelijke afschaffing voor van het pensioen wegens medische ongeschiktheid voor statutaire ambtenaren en organiseert de overgang naar het stelsel van de ziekte-uitkering.
Voor ons blijft het fundamentele probleem echter hetzelfde. Wij zijn tegen de afschaffing van het medisch pensioen voor ambtenaren. We mogen niet vergeten dat achter het debat met vrij technische argumenten veel ambtenaren schuilgaan, ambtenaren die ziek zijn, soms door hun werk of omstandigheden, en die daardoor in een minder gunstige situatie terecht dreigen te komen. We hebben het hier niet over mensen die misbruik maken van een systeem. We hebben het over ambtenaren die gezondheidsproblemen krijgen en soms een functie niet meer kunnen uitoefenen zoals voorheen, maar wel nog kunnen werken, indien een werkpost wordt aangepast of indien ze worden overgeplaatst.
De overheid als werkgever kan zich niet zomaar ontdoen van een zieke ambtenaar. Vooraleer de statutaire band wegens medische ongeschiktheid wordt verbroken, moet eerst alles worden gedaan om de werkpost aan te passen of moet er een andere functie binnen dezelfde dienst worden gezocht of moet de betrokken ambtenaar worden begeleid, zodat de band met het werk waar mogelijk behouden blijft. Wij steunen dus het idee dat een zieke ambtenaar eerst moet worden begeleid, herplaatst of aan het werk gehouden wanneer dat mogelijk is. Dat mag echter niet dienen om een bredere hervorming door te drukken, hervorming die wij bestrijden. Men kan geen beschermend stelsel afschaffen zonder duidelijk te garanderen dat de betrokken ambtenaren geen rechten, inkomen of zekerheden verliezen.
Sommige elementen in uw wetsontwerp gaan in de goede richting. De overheid moet bijvoorbeeld aantonen dat ze als werkgever re-integratie-inspanningen heeft geleverd vooraleer zij andere maatregelen kan nemen. Dat is een belangrijke garantie. Een overheidswerkgever kan niet zomaar vaststellen dat een ambtenaar ziek is en de statutaire band verbreken. Hij moet eerst bewijzen dat hij echt heeft geprobeerd de ambtenaar betrokken te re-integreren. Dat is een goede zaak.
Precies over die re-integratie blijft de tekst onduidelijk en ontoereikend. De Raad van State heeft u gevraagd wat er concreet gebeurt als de werkgever niet kan aantonen dat hij voldoende inspanningen heeft geleverd. Uw antwoord is duidelijk. In dat geval is de aanvraag tot onderzoek door Medex onontvankelijk. Dan blijft de ambtenaar op de personeelslijst van de werkgever staan, kan hij niet medisch ongeschikt worden verklaard en kan zijn statutaire band om die reden niet worden verbroken. Dat is een belangrijk antwoord van u.
De Raad van State merkt op dat zulks wel in de tekst van de wettekst zelf moet worden verduidelijkt. Dat is het probleem. U geeft een schriftelijk antwoord aan de Raad van State, maar u neemt dat niet duidelijk genoeg op in de wettekst zelf. Voor ons kan zo'n essentiële garantie niet in een administratief antwoord blijven staan. Dat moet zwart op wit worden in de wettekst opgenomen.
De echte vraag is ook of de middelen zullen volgen. Als men nieuwe verantwoordelijkheden aan overheidswerkgevers oplegt, zonder hun de nodige middelen te geven, is het risico duidelijk. Zij zullen dat elders compenseren door personeel niet meer te vervangen, door meer druk te leggen op de bestaande teams of door bepaalde diensten af te bouwen. Uiteindelijk zullen de werknemers en de burgers daarvoor opnieuw betalen.
Er was ook een concrete vraag over het RIZIV. In de memorie van toelichting leggen de ministers zelf uit dat de afschaffing van het pensioen wegens medische ongeschiktheid zal leiden tot een massale instroom van ambtenaren in het stelsel van de uitkeringen van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Dat betekent concreet dat we een stijging zullen zien van de uitgaven in het budget voor ziekte en invaliditeit, dat vandaag al zwaar onder druk staat. U erkent zelf dat de instroom van langdurig zieke ambtenaren in het systeem van ziekte-uitkeringen van het RIZIV volgens ramingen aanzienlijke meerkosten zal veroorzaken, namelijk van 300 tot 500 miljoen euro per jaar op kruissnelheid.
Uw antwoord ter zake voldoet niet. U organiseert een overdracht van de lasten naar het RIZIV, maar u voorziet niet in duidelijke financiering die overeenstemt met de overgedragen lasten. U voorziet in een opvolgingsrapport vanaf 2027. U mag niet de budgettaire impact pas achteraf vaststellen; u moet nu vooruitzien en de nodige middelen uittrekken, zodat u kunt garanderen dat de overdracht niet ten koste van andere sociaal verzekerden gaat. Zoals zo vaak schiet u eerst en mikt u daarna pas.
Er is tot slot ook een zeer concrete bezorgdheid voor de betrokken ambtenaren zelf. De overgang naar het stelsel van ziekte-uitkering kan immers belangrijke gevolgen hebben voor hun inkomen, hun sociale bescherming en ook hun pensioenrechten. De regering moet duidelijk garanderen dat die ambtenaren niet gestraft worden door een hervorming waarvoor zij niet gekozen hebben.
Om al die redenen zal de PVDA-PTB-fractie de voorliggende tekst vandaag niet steunen.
Voorzitter: Wouter Vermeersch, ondervoorzitter.
Président: Wouter Vermeersch, vice-président.
12.03 Isabelle Hansez (Les Engagés): Monsieur le président, chers collègues, le projet qui nous est soumis aujourd’hui est sans doute moins médiatique que d’autres réformes actuellement débattues dans cette assemblée. Il touche pourtant à une question fondamentale: la manière dont notre société accompagne les personnes confrontées à des problèmes de santé au cours de leur carrière. Pendant longtemps, lorsqu’un fonctionnaire était déclaré définitivement inapte à exercer sa fonction, la réponse était relativement simple. Il quittait définitivement le marché du travail et basculait vers une pension pour inaptitude physique. Ce système a incontestablement joué un rôle de protection. Il a permis à de nombreux agents publics confrontés à des problèmes de santé sérieux de bénéficier d’une sécurité financière et d’une reconnaissance de leur situation.
Toutefois, chers collègues, il faut également constater que ce modèle appartient à une autre époque: une époque où l’on considérait souvent qu’une incapacité de travail signifiait automatiquement la fin de toute activité professionnelle; une époque où les dispositifs de réintégration étaient peu développés; une époque où l’espérance de vie était plus faible et où les carrières étaient plus courtes. Aujourd’hui, la réalité est différente. Grâce aux progrès de la médecine et à une meilleure prise en charge des maladies chroniques, de nombreuses personnes confrontées à un problème de santé conservent encore des capacités, parfois partielles, parfois adaptées, mais bien réelles.
Notre responsabilité collective est donc de ne pas considérer trop rapidement qu’une personne est définitivement sortie du monde du travail. Derrière chaque dossier, il y a une femme ou un homme qui souhaite souvent continuer à exercer une activité, conserver un lien social, préserver son autonomie et valoriser ses compétences. C’est précisément la philosophie qui inspire cette réforme. Nous passons progressivement d’une logique de sortie à une logique d’accompagnement, d’une logique d’exclusion à une logique de réintégration, d’une logique passive à une logique active. Ce changement de paradigme s’inscrit pleinement dans la direction prise par le gouvernement depuis le début de la législature. Nous l’avons fait avec la réforme du retour au travail. Nous le faisons avec les politiques de prévention de l’incapacité de longue durée. Nous le faisons avec les efforts visant à augmenter le taux d’emploi dans notre pays. Nous le faisons également aujourd’hui dans la fonction publique. Dans le fond, la question est simple. Lorsqu’une réintégration est possible, même partiellement, avons-nous réellement tout mis en œuvre pour la permettre? Pendant trop longtemps, la réponse a parfois été négative. Or notre modèle social ne doit pas uniquement protéger; il doit aussi accompagner. Il doit également offrir des perspectives à celles et ceux qui peuvent encore exercer une activité adaptée à leur état de santé.
Le projet de loi, chers collègues, traduit concrètement cette philosophie. D’une part, il prépare la suppression progressive de la pension pour inaptitude physique. D’autre part, il organise le basculement vers le régime général des indemnités d’incapacité de travail.
Lorsque toutes les possibilités d'adaptation du poste ont été examinées, lorsque toutes les pistes de réaffectation ont été explorées, lorsqu'aucune solution n'est possible, alors, en effet, une sortie du marché du travail peut naturellement se justifier. Mais cette sortie doit devenir l'ultime solution, et non pas la première réponse. C'est exactement le signal que le projet de loi que nous examinons souhaite envoyer. Il s'agit d'encourager les administrations à investir davantage dans la prévention, dans l'accompagnement et dans les politiques de retour à l'emploi, parce qu'une réintégration réussie est toujours préférable à une exclusion définitive, lorsque celle-ci peut être évitée.
Cette réforme poursuit également un objectif d'équité. Depuis plusieurs années, notre pays cherche à rapprocher les différents statuts, car les citoyens comprennent de moins en moins pourquoi des situations comparables conduisent parfois à des règles radicalement différentes, selon que l'on soit salarié, indépendant ou fonctionnaire. Sans nier les spécificités de chacun des régimes, il est légitime de rechercher davantage de cohérence. Cette harmonisation progressive participe à la lisibilité et à la crédibilité de notre système de protection sociale.
Évidemment, soutenir cette réforme ne signifie pas non plus ignorer les défis qu'elle soulève. Selon moi, ils sont au nombre de trois. Le premier sera celui de la mise en œuvre. Les obligations de réintégration devront être appliquées de manière effective et homogène. Il ne s'agit pas de créer une formalité administrative supplémentaire, mais bien de développer une véritable culture de l'accompagnement dans l'ensemble des administrations publiques.
Le deuxième défi concerne les personnes elles-mêmes. Nous devons veiller à ce que la transition entre les différents régimes soit correctement accompagnée. Personne ne doit avoir le sentiment d'être abandonné ou fragilisé par la réforme. L'activation n'a de sens que lorsqu'elle s'accompagne d'un soutien réel, individualisé et humain.
Enfin, il faudra assurer un suivi rigoureux des effets de la réforme. Le mécanisme de monitoring prévu dans le texte est, à cet égard, particulièrement important parce qu'une bonne réforme est une réforme que l'on évalue, une réforme dont on mesure les résultats et que l'on adapte si nécessaire.
Pour toutes ces raisons, chers collègues, Les Engagés soutiendront le présent projet de loi. Je vous remercie.
12.04 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, collega's, ik heb hier daarnet de PVDA horen stellen dat ambtenaren niet mogen worden gestraft voor een hervorming die zij niet willen. Ik vraag mij dan af of die partij dat meent. Immers, het systeem van het ziektepensioen zoals het bestaat, dat was pas een straf. Vaak werden mensen op heel jonge leeftijd gewoon in de vergeetput geduwd. Zij moesten rondkomen met een habbekrats. Ze zaten in het definitieve ziektepensioen en daar gebeurde niets meer mee. Er zijn massaal veel getuigenissen in de krant verschenen van ambtenaren die met 300 à 400 euro moesten rondkomen. Het waren allemaal schrijnende verhalen van mensen die smeekten om opnieuw aan de slag te mogen gaan.
Ik ken zelf ook een aantal mensen die mij hebben gecontacteerd. Zij zijn aan de kant geschoven, staan op definitief ziektepensioen en krijgen slechts een kleine uitkering waarmee ze gewoon niet kunnen rondkomen. Zij vroegen mij allemaal waarom zij worden gestraft.
Dat is zeker het geval bij mensen met een burn-out. De sfeer op het werk bij de betrokkenen was compleet toxisch. Ze konden daar niet meer tegen en vielen uit. Op de werkvloer gaat echter alles gewoon door en volgen er nieuwe slachtoffers. Zij voelen zich gestraft, terwijl ze daar niet voor hebben gekozen. Ze zijn gewoon slachtoffer van het systeem. Zij zitten nu met een burn-out, maar er verandert niets. Ze willen niets liever dan dat de situatie op hun werk verandert en dat zij opnieuw aangepast werk kunnen krijgen, liefst bij hun eigen werkgever. Mensen zitten immers tussen hun collega's en doen hun werk graag. Ze zijn echt fier op hun werk.
Daarom is het een goede zaak dat eindelijk een einde wordt gemaakt aan het definitieve ziektepensioen.
Uiteraard moet de overheidswerkgever ook worden geresponsabiliseerd. Dat zou er nog aan mankeren. Op dat gebied zitten te veel gaten. De bijdrageregeling moet ook dezelfde zijn. De monitoring is heel belangrijk, want het kan niet de bedoeling zijn dat er gewoon een verschuiving gebeurt van het ene systeem naar het andere.
Ik moet ook opmerken dat mensen in het andere systeem, waarin zij uiteindelijk zouden kunnen terechtkomen, toch iets meer zullen krijgen dan de bedragen waarop zij nu moesten terugvallen.
Belangrijk is dat ze begeleiding krijgen en dat er opvolging is, maar die overheidswerkgevers moeten ook veel meer inspanningen doen. Tijdens de commissiewerkzaamheden stelde minister Matz dat er heel wat plannen op stapel staan om zaken aan te pakken. Vooruit zal dat heel nauwgezet opvolgen, want ik vind dat superbelangrijk. Ik krijg nog steeds te veel mails en berichten van mensen die bij de overheid werken en toch geen kansen krijgen van hun werkgever. Het is dus belangrijk dat daarop voluit wordt ingezet, want dat is eigenlijk de doelstelling. Mensen die ziek zijn, moeten uiteraard kunnen rekenen op onze solidariteit, maar we moeten hun ook kansen geven, er moet aangepast werk worden voorzien, zodat zij opnieuw aan de slag kunnen, want daar smeken zij eigenlijk om.
We zullen dit wetsontwerp uiteraard steunen.
12.05 Nahima Lanjri (cd&v): Mijnheer de minister, ik wil beginnen met een concreet voorbeeld, want achter elke beleidstekst, achter elke wettekst, zoals deze, schuilt een mens. Daarom geef ik het concrete voorbeeld van een jonge kunstleerkracht die arbeidsongeschikt geraakte, ziek werd, ze ontwikkelde een latexallergie. Ze kon haar job niet meer uitoefenen. Ze werd, volgens het oude systeem, dat tot vandaag nog steeds in voege is, op ziektepensioen gezet, zonder enig perspectief en zonder enige begeleiding naar een andere job. Zij was pas 30 jaar oud.
Dat is wat ziektepensioen betekent voor mensen. Er is niets aantrekkelijks aan. Men wordt definitief afgesloten van de arbeidsmarkt, ongeacht leeftijd, talent, capaciteiten of de zaken die men eventueel nog wel kan. Iemand met een latexallergie, kan vaak nog wel iets anders doen. Zo was dat ook bij haar.
Dat is heel moeilijk uit te leggen, zowel aan de zieke ambtenaren zelf, aan de betrokkenen, als aan de samenleving. We hebben elk talent nodig als we een werkzaamheidsgraad van 80 % willen bereiken. Dit systeem zet mensen gewoonweg onherroepelijk aan de kant.
Een ziektepensioen bedraagt gemiddeld wel 1.500 euro, maar daarvoor moet men al heel wat jaren op de teller hebben. In het geval van die leerkracht, die ik persoonlijk ken, ging het om een pensioentje van 150 euro per maand. Houd u vast, collega's, dit is een echt voorbeeld. Ze kreeg slechts 150 euro per maand, met 150 euro per maand werd zij thuisgezet.
Die mevrouw is niet alleen, het gaat over heel veel ambtenaren. Jaarlijks werden zowat 3.000 mensen onherroepelijk aan de kant gezet en dus definitief afgeschreven. Tot nu toe gaat het over bijna 87.000 ambtenaren die definitief met ziektepensioen zijn gezet. Dat kost de overheid maar liefst 2,5 miljard euro.
Dat zijn mensen die het systeem definitief heeft opgegeven. Het is niet alleen financieel onhoudbaar voor de sociale zekerheid, voor de overheid, maar het is ook onmenselijk en onrechtvaardig voor de betrokken mensen.
Dit is een dossier waar ik al jaren voor pleit, wat u overigens kunt afleiden uit het gegeven dat mijn resolutie eraan gekoppeld is. Al eind 2021 heb ik hier op het spreekgestoelte gepleit voor de afschaffing van dat onmenselijke oubollige systeem. Ik heb toen gezegd dat het niet kan dat we mensen zomaar afschrijven. Waarom doen we niet hetzelfde als voor de mensen in de privésector? In de privésector krijgen mensen als ze ziek zijn een ziekte-uitkering, en dan zal men trachten om hen opnieuw te activeren. Bij een aantal mensen lukt dat uiteraard en die zijn daar dan ook zelf tevreden over. Sommige mensen zijn jarenlang ziek of kampen met een ziekte waardoor ze nooit mee kunnen werken, maar de mensen die wel genezen, krijgen tenminste nog een eerlijke kans. Dat is niet het geval voor ambtenaren met een ziektepensioen.
Daarom heb ik in 2023 een eerste keer mijn resolutie ingediend, een resolutie die ik opnieuw heb ingediend en die gekoppeld werd aan het wetsontwerp dat vandaag voorligt. We roepen daarin op tot een doorgedreven responsabilisering van alle betrokken actoren. Ik ben dan ook blij dat we dit vandaag behandelen en dat we eindelijk een definitief punt kunnen zetten achter de uitsluiting van mensen via het ziektepensioen. Daartoe heb ik ook opgeroepen in de resolutie: schaf dat systeem af. Het systeem mag niet hervormd worden tot iets tijdelijks dat in de praktijk toch definitief blijkt te zijn. Neen, het moet worden afgeschaft. Voor ambtenaren moet hetzelfde systeem van toepassing worden als voor werknemers. Vooral moet worden ingezet op een beleid voor re-integratie van die langdurig zieke ambtenaren, want dat zal ook nodig zijn.
Vorige week hebben we in de commissie het ziektepensioen goedgekeurd. We hebben daar uitvoerig over gedebatteerd, met twee lezingen van het wetsontwerp. Zonder in detail te treden over het wetsontwerp zelf, denk ik dat dit een goed voorstel is. Het geeft arbeidsongeschikte ambtenaren dezelfde rechten als werknemers. Net zoals werknemers zullen zij een ziekte- of invaliditeitsuitkering kunnen krijgen. De werkgever – in dit geval de overheid – zal daarvoor uiteraard een bijdrage betalen. Dat past binnen het solidariteitsprincipe. Het uitgewerkte systeem lijkt mij logisch en zeker verdedigbaar. De te betalen bijdrage varieert namelijk naargelang de periode die een ambtenaar nog actief kan zijn. Voor jongere ambtenaren zal die bijdrage dus hoger zijn dan voor oudere ambtenaren, met een plafond van 62.500 euro.
Uit de cijfers die we hebben ontvangen, blijkt ook dat dit een budgettaire verschuiving zal teweegbrengen. De uitgaven voor het ziektepensioen verschuiven naar ziekte-uitkeringen. Gelukkig is dat niet volledig het geval, maar slechts gedeeltelijk. We weten dat dit systeem, eenmaal op kruissnelheid, jaarlijks tussen 300 en 500 miljoen euro zou kosten. Dat is echter nog altijd 93 miljoen euro minder dan de uitgaven die normaal zouden worden gemaakt als al die mensen in het ziektepensioen zouden blijven. Die besparing van 93 miljoen euro kan zelfs groter worden als we werk maken van een degelijk re-integratiebeleid voor die ambtenaren. Daar geloof ik sterk in. We zullen veel meer kunnen doen, niet omwille van de budgettaire effecten, maar omdat ik geloof in mensen een tweede kans geven.
Tot nu toe was het zo dat ambtenaren, zodra hun ziektedagen opgebruikt waren, onherroepelijk aan de kant werden gezet. Dat gebeurde ook wanneer zij bijvoorbeeld na twee jaar opnieuw genezen waren. Zij kregen geen kans meer om aan het werk te gaan. Met het nieuwe systeem dat we nu invoeren, zal dat wel mogelijk zijn. Ik geloof dan ook dat we veel meer zullen kunnen doen en veel meer zullen kunnen betekenen voor die ambtenaren. Zij zullen opnieuw de kans krijgen om te re-integreren op de arbeidsmarkt, misschien in dezelfde functie, misschien op een andere dienst en misschien zelfs buiten de overheid. Daar zullen we dus aan werken.
Als we dit willen doen slagen, dan ligt de sleutel in preventiebeleid, re-integratie en responsabilisering van alle actoren, zowel de ambtenaar zelf als de overheidswerkgevers en alle andere betrokken actoren, zoals de ziekenfondsen die voor deze zieke mensen een rol zullen spelen, zoals ze dat doen voor de zieke werknemers uit de privésector. Ik vergeet daarbij nog de gewestelijke arbeids- en bemiddelingsdiensten. Die moeten daar uiteraard ook bij betrokken worden.
We moeten er alles aan doen om uitval te voorkomen en als iemand toch uitvalt, dan moeten we hem of haar zo snel mogelijk opnieuw aan het werk helpen en eventueel aangepast werk voorzien. Dat kan, zoals ik net heb gezegd, een andere functie of een andere werkplek zijn.
Er zijn drie pijlers. De eerste pijler is preventie. Dat lijkt mij heel belangrijk. We moeten ervoor zorgen dat mensen niet uitvallen. Voorkomen is altijd beter dan genezen. Ook bij de overheidswerkgevers is het belangrijk dat daarop wordt ingezet. We zijn dan ook blij dat er ook bij de overheid wordt ingezet op bijvoorbeeld een welzijnsplan, dat moet worden opgemaakt, en dat managers tegen het einde van dit jaar welzijnsopleidingen moeten volgen, zodat zij vroege signalen kunnen oppikken van mensen die dreigen uit te vallen. Het is ook nodig om maatregelen te nemen om dat preventiebeleid verder te versterken. Dat is een belangrijk debat, want als we de groep langdurig zieken niet groter of niet te groot willen maken, zullen we vooral op preventie moeten inzetten.
De tweede pijler is re-integratie, als iemand toch ziek zou worden. Die re-integratie moet zo vlot mogelijk verlopen en daarvoor zijn er 41 federale gespecialiseerde coaches die een geleidelijke terugkeer naar het werk zullen begeleiden. Dat zijn belangrijke spelers. Er is ook de heroriëntatie via de competentiebalans van de FOD BOSA. Dat is een krachtig instrument dat mensen helpt om terug te keren naar de werkvloer met werk op maat.
De derde pijler ten slotte is responsabilisering. Als een zieke ambtenaar genezen is en niet wil meewerken aan die re-integratie, dan riskeert hij om op non-actief te worden gezet en te worden gesanctioneerd. Dat kan een schorsing zijn of geen wedde, wachtgeld of ander vervangingsinkomen. Dat is net als in de privésector, waar er ook sancties kunnen volgen. Dat is een stok achter de deur die we liefst zo weinig mogelijk gebruiken, maar men moet die wel hebben.
Iedereen is immers verantwoordelijk. De ambtenaar draagt verantwoordelijkheid, maar uiteraard ook de leidinggevenden. Ook zij moeten worden geresponsabiliseerd. Zij moeten effectief inspanningen leveren om de re-integratie mogelijk te maken.
Doen zij dat niet of onvoldoende, dan heb ik er ook in de commissie al op aangedrongen dat ook de leidinggevenden worden afgerekend op hun inspanningen om werk te maken van de re-integratie. Men kan immers niet alle verantwoordelijkheid bij de ambtenaar leggen als die bijvoorbeeld nood heeft aan aangepast werk of aanpassingen om zijn werk opnieuw te kunnen doen. Dat kunnen aanpassingen zijn omdat hij een blijvende handicap heeft. Dan moet men die kansen ook geven.
Collega's, ik rond af. Deze hervorming is noodzakelijk. Ze is misschien technisch, maar ze gaat echt over mensen. Het gaat op dit ogenblik over 87.000 mensen die die kansen op re-integratie niet hebben gekregen. We willen vermijden dat die groep alleen maar groter wordt. We willen mensen het signaal geven dat iedereen ziek kan worden, maar dat men kansen zal krijgen om opnieuw aan de slag te gaan. Daarom is wat we vandaag goedkeuren geen eindpunt. Er moet zeker en vast ook worden ingezet op een sterker en ambitieuzer re-integratiebeleid waarin we iedereen de kans geven om actief deel te nemen aan de arbeidsmarkt.
Wij reiken u, mijnheer de minister, de hand om verder werk te maken van blijvende ondersteuningsinstrumenten, zoals onder meer de toegang voor ambtenaren tot het Terug-naar-werkfonds. U weet dat ik daar in de commissie voor gepleit heb. U stond daar ook voor open, waar ik blij mee ben.
Wij zullen het wetsontwerp straks zeker mee goedkeuren, want de conclusie is dat te veel mensen vandaag worden afgeschreven terwijl ze willen en kunnen werken. Het is goed dat we eindelijk komaf maken met het ziektepensioen voor ambtenaren, waardoor mensen definitief aan de kant worden geschoven en dat daarvoor een echt re-integratiebeleid in de plaats komt, met echte kansen om opnieuw aan de slag te gaan.
We moeten er bovendien voor zorgen dat de kosten niet zomaar worden doorgeschoven van pensioen naar ziekte-uitkering. Een groot deel van die mensen kan en wil werken. Het is onze verantwoordelijkheid en onze plicht om daar werk van te maken. Er wacht ons dus zeker nog werk, maar wij zullen dit wetsontwerp straks alvast goedkeuren.
12.06 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, pour commencer, je voudrais rétablir une vérité à la suite des déclarations que j'entends ici. La situation des fonctionnaires malades à vie, décrite par certains collègues, n'existe plus. Elle a été réformée par la Vivaldi voici deux ans lors de la réforme de la pension pour inaptitude physique portée par Petra De Sutter. M. Vandenbroucke était d'ailleurs présent, comme d'autres collègues ici. Il n'y a donc plus lieu de dire – et pour nous, c'était en effet un véritable problème – que des personnes sont aujourd'hui laissées sur une voie de garage, abandonnées parce que jeunes et malades dans la fonction publique, et ainsi rejetées du monde du travail.
La pension pour inaptitude physique a produit, en effet, des situations humainement et socialement problématiques. Des agents parfois encore jeunes et malades pouvaient être sortis définitivement de la fonction publique avec une carrière courte, une pension faible, peu de perspectives de retour au travail et un vrai risque d'appauvrissement. Aujourd'hui, ce n'est déjà plus le cas. Vous avez pourtant décidé de modifier cette législation sans avoir procédé à une évaluation, et sans avoir véritablement laissé le temps à cette réforme de produire ses effets.
J'aimerais aussi rappeler que, sous la Vivaldi, l'une des lignes rouges était d'éviter un basculement pur et dur des fonctionnaires malades vers un régime calqué à 100 % sur le privé. Il y avait déjà à l'époque, dans le chef de certains partis, une volonté de faire basculer le système des fonctionnaires vers les régimes d'incapacité applicables aux salariés. Cela avait été évité, dans le respect des droits acquis des personnes concernées et dans le cadre d'une concertation avec les partenaires sociaux. Or le texte dont nous parlons ne crée pas seulement une cotisation, il organise la conséquence financière d'un déplacement beaucoup plus profond. Il s'agit de sortir d'un régime lié aux pensions publiques pour basculer vers le régime de l'assurance soins de santé et indemnités.
C'est bien là notre point de vigilance. Ce qui avait été évité sous le précédent gouvernement revient aujourd'hui par la fenêtre. On ne conteste évidemment pas le principe de responsabilisation des employeurs publics. Un employeur ne doit pas pouvoir se défaire d'un agent malade sans avoir réellement envisagé l'adaptation du poste, la réaffectation ou une forme de réintégration.
Mais cette responsabilisation doit rester un levier de réintégration et de protection concrète au service du bien-être du travailleur. Elle ne peut pas se résumer à un transfert de charge vers l'INAMI et à une simple mesure d'économie.
Le premier point qui m'inquiète, c'est la responsabilisation financière, qui ne peut pas remplacer la réintégration réelle. Le cœur du texte, c'est bien ce mécanisme de cotisation. Plus l'agent est éloigné de l'âge légal de la pension, plus l'employeur contribue. Le raisonnement du gouvernement est compréhensible afin d'éviter qu’un transfert de charge vers l'INAMI se fasse sans participation suffisante de l'employeur public. D’accord.
Mais le risque, c'est que l'on transforme un objectif social – accompagner des agents malades, préserver leurs droits, permettre un retour quand il est possible – en un mécanisme de simple sanction financière, dont le travailleur subira finalement les conséquences.
Pour nous, la bonne question dans le cadre d'une réforme d'un système comme celui-là, c'est: qui paie? Mais aussi, que devient la personne? Est-elle réellement accompagnée? Son état de santé est-il respecté? Son revenu est-il protégé, pour que cette personne puisse vivre dans la dignité? Ses possibilités de retour au travail sont-elles concrètes ou tout simplement théoriques?
Les balises de la réforme Vivaldi étaient importantes. Elle prévoyait un maintien du lien statutaire, un accompagnement, une réintégration possible, un cumul plus favorable avec un revenu professionnel et une transition progressive.
Mon deuxième point de vigilance concerne les efforts de réintégration. D'ailleurs, Mme Hansez a cité ce point également, et je pense que c'est à raison, parce que le texte prévoit que l'employeur doit démontrer des efforts de réintégration avant de pouvoir aller plus loin.
C'est positif; mais le Conseil d'État a pointé une faiblesse importante: la conséquence de l'absence d'efforts n'est pas clairement inscrite dans la loi. C'est un vrai problème. Alors, oui, le gouvernement a expliqué que si l'employeur ne peut pas démontrer ses efforts, la demande d'examen par Medex sera irrecevable, l'agent resterait dans les effectifs de l'employeur et son lien statutaire ne pourrait pas être rompu pour cette raison.
Mais cela ne figure pas clairement dans la loi. C'est un problème. Si on veut envoyer ce signal aux travailleurs, on doit s'assurer que cela soit inscrit de manière claire et intelligible dans la législation, et ce n'est pas le cas.
Troisième point. Concernant les petits employeurs publics, j'ai toujours des craintes. Je les ai mentionnées pendant la commission. Il nous semble que les capacités de réaffectation d'un travailleur à un poste ne sont pas les mêmes chez un gros employeur public, comme un gros CPAS d’une grosse ville, que dans une petite école. Ce n'est vraiment pas les mêmes possibilités, les mêmes leviers, les mêmes aptitudes à réintégrer et à proposer une alternative de mission pour les travailleurs en question.
Le quatrième point concerne le transfert vers l’INAMI. Vous assumez que cette réforme entraînera un basculement d’une série de personnes vers l’assurance maladie. Mais ce qui me pose problème ici, c’est qu’il y a à nouveau une incohérence manifeste entre, d’une part, des politiques annoncées de diminution du nombre de malades de longue durée dans ce pays et, d’autre part, une mesure qui va en réalité envoyer toute une série de personnes vers l’assurance maladie.
Il me semble donc qu’il aurait été nécessaire d’intégrer cette mesure dans vos projections concernant votre capacité à atteindre l’objectif de remise au travail de 100 000 malades de longue durée. Nous ne pensons pas que cet objectif sera atteint, et nous constatons qu’à chaque nouvelle mesure adoptée en la matière, vous vous en éloignez davantage.
C’est la même chose lorsqu’on parle de la limitation des possibilités d’aménagement de fin de carrière. Nous savons que cela enverra également toute une série de profils vers l’assurance maladie, avec des personnes qui, au lieu de pouvoir continuer à travailler avec un temps de travail aménagé, ne pourront plus travailler du tout et se retrouveront sur l’assurance maladie. Vous continuez de prétendre une chose tout en faisant concrètement l’inverse, ce qui est problématique.
Pour conclure, monsieur le ministre, je regrette qu’à nouveau, cette législation soit basée sur une suspicion généralisée vis‑à‑vis des fonctionnaires, qui vient s’ajouter à la suspicion qui pèse déjà sur les enseignants, les chômeurs, les pensionnés et les malades. Toutes ces personnes, selon votre lecture du monde, travailleraient davantage si on leur imposait plus de contraintes ou si on les menaçait de sanctions. Elles pourraient même être contraintes de travailler alors qu’elles sont malades.
Pour moi, il est problématique de fonctionner systématiquement avec des mécanismes de sanctions, et d'avoir, à côté de cela, des mécanismes très légers et très flous en matière de véritable politique de bien‑être au travail et d’accompagnement des travailleurs. Cette politique ne repose pas sur des bases dignes de construire des politiques fondées sur la confiance envers les travailleurs et les citoyens, ni de s’inscrire dans la durée.
Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.
12.07 Minister Frank Vandenbroucke: Voorzitter, ik wil gewoon zeggen dat ik goed heb geluisterd naar de verschillende interventies. Ik denk dat die in hun geheel aangeven dat het voorliggende onderwerp belangrijk, gevoelig, delicaat en niet eenvoudig is. Het is niet eenvoudig omdat het inderdaad gaat over de re-integratie van mensen die getroffen zijn door ziekte, soms langdurige ziekte en soms ernstige ziekte. Mensen kunnen niet altijd gere-integreerd worden en hebben in dat geval ook recht op fatsoenlijke uitkeringen. Daarvoor zijn inspanningen nodig. Dat is op zichzelf een moeilijk debat. Er zijn inderdaad ook aspecten van statuut en van de regeling waaronder men valt.
Entre-temps, il faut, comme on l'a bien souligné, responsabiliser l'employeur public tout comme on essaie de responsabiliser l'employeur privé. S'agissant des remarques de M. Tonniau et de Mme Schlitz, ainsi que de l'avis du Conseil d'État quant à l'ambition du gouvernement, je crois que ma réponse a été assez claire, puisque j'ai parlé de la responsabilité de l'employeur public et de la recevabilité d'un dossier pour le MEDEX. C'est assez clair. Je ne vais donc pas tout répéter dans le détail.
Il est aussi vrai, comme Mme Schlitz et M. Tonniau l'ont dit, que la conséquence évidente est que toute une catégorie de personnes vont désormais entrer dans le système INAMI. Bien entendu, nous en tiendrons compte dans la manière dont sera évaluée la réforme d'une extension du retour au travail au sein du système INAMI. Nous ne l'oublierons pas quand nous évaluerons les chiffres. C'est certain.
Collega's, mevrouw Vanrobaeys, mevrouw Lanjri en andere leden hebben duidelijk aangegeven waarom het systeem moet worden hervormd. Het was een onrechtvaardig systeem. Ik heb daar zelf jarenlang naar gestreefd. Ik ben blij dat wij hier een volledige hervorming van dat onrechtvaardige systeem hebben. Ik heb daar in het verleden overigens ook over gepubliceerd met academische collega's. Dat stond ook in het expertenrapport dat wij in 2014 hebben bezorgd aan toenmalig premier Charles Michel. Ik ben dus blij dat wij 12 jaar later eindelijk zover zijn.
Daarmee wil ik niet stellen dat de halve stap die wij met de vivaldiregering hebben gezet, een slechte stap was. Dat was een goede stap. Wij trekken de logica nu gewoon door.
Ik geef toe dat veel op het terrein zal moeten worden bewezen door de publieke werkgevers, door de manier waarop Medex werkt en door de manier waarop wij binnen de ziekteverzekering omgaan met mensen die dan een plaats vinden in het systeem van de ziekteverzekering, met invaliditeit.
Het gaat inderdaad om mensen. Het gaat niet om nummers. Het gaat niet om papieren dossiers. Hun zaak moet met alle mogelijke menselijke zorg worden aangepakt. Daarmee ben ik het helemaal eens.
Wat hier voorligt met het ontwerp, is helemaal geen verhaal van sancties. Daar ben ik het eens met degenen die dat hebben onderstreept. Wij lossen het probleem van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, kansen op re-integratie en het zoeken naar aangepast werk niet op door met sancties te zwaaien. Dat is niet de bedoeling. Dat is ook niet wat hier voorligt. Wat hier voorligt, is een echt nieuw systeem, met een grote verantwoordelijkheid voor de publieke werkgever.
Dat is wat ik nog even wilde toevoegen.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1475/3)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1475/3)
Het wetsontwerp telt 10 artikelen.
Le projet de loi
compte 10 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 10 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 10 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstellen
ingediend door:
Propositions déposées par:
- 1508: Peter De Roover
- 1509: Peter De Roover
- 1510: Peter De Roover
- 1511: Peter De Roover
Ik stel u voor één enkele algemene bespreking aan deze vier voorstellen te wijden.
Je vous propose de consacrer une seule discussion générale à ces quatre propositions.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, de heer Wim
Van der Donckt en mevrouw Anja Vanrobaeys, zijn niet aanwezig en verwijzen
bijgevolg naar het schriftelijk verslag. Het woord is aan niemand minder dan de
primus inter pares, collega De Roover.
13.01 Peter De Roover (N-VA): Collega's, onderhavig voorstel omvat vier vooral technische aanpassingen aan het Reglement van de Kamer. Ook al is reglement de leidraad voor onze werkzaamheden en helpt het ons door de woeste baren van de debatten, wij ondervinden soms dat er wat gaten in zitten. Het is dus niet dwaas om dat reglement af en toe onder de loep te nemen.
Ik wil de ambities op korte termijn, namelijk voor de vergadering vandaag, toch temperen. Wat vandaag voorligt, is de vrucht van de opdracht aan de juridische dienst om technische aanpassingen door te voeren, waarvoor ik hem dank trouwens. Tijdens de bespreking in de commissie deed een aantal collega’s inderdaad voorstellen die iets verder gingen dan het louter technische, en diende zelfs amendementen in, wat mij deed opmerken dat we wel openstaan voor debat, maar dat we hier puur opkuiswerk zouden willen verrichten.
Bedankt, mijnheer de voorzitter, om de bespreking van de vier voorstellen te bundelen. Ik zal proberen enige haast en spoed aan de dag te leggen. In artikel 1 wordt de term "elke betrokken persoon in de bezwaarprocedure" vervangen door "getuige". Dat is een puur begripsmatige aanpassing die meteen de toon zet voor het gros van de voorstellen die ik hier moet verdedigen.
In artikel 2 hebben we een aanpassing van de tekst gevraagd naar aanleiding van een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In de commissie werd gevraagd of die aanpassing volledig tegemoetkomt aan de rechtspraak. Het antwoord daarop is ja.
Bij artikel 3 waren er geen opmerkingen. Het Bureau vergadert volgens het reglement de laatste week van elke maand. In de praktijk is dat niet altijd de laatste week van de maand. Daarom wordt dat gewijzigd in minstens één keer per maand. Ik ben hier als het ware verslag aan het uitbrengen, maar goed.
"Arrondissement Brussel" wordt vervangen door "de kieskring Brussel-Hoofdstad". De collega's van het Vlaams Belang hebben zich daarbij onthouden, omdat zij principieel tegen die kieskring zijn. We hebben gewoon de terminologie willen overnemen, zonder daarover een inhoudelijk standpunt in te nemen.
De vergadering van de Conferentie van voorzitters gebeurt volgens het Reglement op woensdag of donderdag. Dat is echter niet altijd het geval. Stel dat we een plenaire vergadering hebben op woensdag, wat al is gebeurd, dan komt de conferentie bijeen op dinsdag. Daarom is dat aangepast.
Er wordt voortaan voorrang gegeven aan wetsvoorstellen die beogen tegemoet te komen aan een EU-inbreukprocedure en niet alleen aan voorstellen die de EU-wetgeving implementeren.
De verplichting om fractiemedewerkers voor elke commissievergadering aan te melden, wordt geschrapt. Jawel, collega's, dat is een verplichting, die in de praktijk natuurlijk nooit wordt nageleefd. Het volstaat nu dat bij het begin van de zitting een lijst aan de griffier wordt bezorgd en dat later namen worden doorgegeven.
De commissie voor Verzoekschriften en de commissie voor de Comptabiliteit worden geschrapt uit de lijst van commissies waartoe medewerkers geen toegang hebben. Zij zullen daar dus wel toegang toe hebben, omdat dat ook in de praktijk al zo is.
De voorzitter van elke vaste commissie is automatisch europromotor. Die rol werd in de praktijk zelden ingevuld. Op die manier wordt dat verzekerd en hopelijk ook opgewaardeerd.
In artikel 10 wordt de term "parlementair document" vervangen door "parlementair stuk". Ik zie dat u alsmaar opgewondener wordt over de inhoud van het voorstel waarover we ons nu buigen.
In artikel 11 wordt de bevoegdheid om woorden uit het verslag te schrappen, uitdrukkelijk voorbehouden aan de voorzitter van de Kamer. Daarnaast wordt ook de mogelijkheid toegevoegd om woorden uit het digitaal verslag te laten schrappen.
Het adviescomité voor Europese Aangelegenheden krijgt een vaste structuur met een voorzitter, een eerste en een tweede ondervoorzitter. Daarmee wordt het in lijn gebracht met de andere adviescomités.
Wanneer een amendement wordt goedgekeurd, bepaalt het Reglement dat er minstens 48 uur moet verlopen tussen de ronddeling van de aangenomen tekst en de stemming over het geheel. In de commissies wordt die regel zelden toegepast. Daarom stellen we voor die regeling optioneel te maken. Optioneel betekent dat het volstaat dat één commissielid dat vraagt. De drempel ligt dus laag.
De 48-urige regel geldt niet voor een lijst van grote wetsontwerpen, zoals de begroting, die als formele wetten kunnen worden samengevat. Voor de duidelijkheid wordt die lijst van uitzonderingen aangevuld met wetsontwerpen of voorstellen tot bekrachtiging van een koninklijk besluit of wetsontwerpen tot het verlenen van de staatswaarborg of tot instemming met een samenwerkingsakkoord.
Artikel 15 wordt geschrapt, omdat in de mogelijkheid daartoe hoe dan ook voorzien is. De volgende artikelen krijgen dan vanzelfsprekend een ander nummer, als men dat artikel schrapt.
Voorts wordt in het vroegere artikel 16 de bepaling dat alleen de hoofdindiener een wetsvoorstel kan intrekken, niet de medeondertekenaars verduidelijkt, in die zin dat medeondertekenaars wel het recht hebben om hun handtekening in te trekken of het voorstel over te nemen, als de hoofdindiener het voorstel intrekt.
Met artikel 16 waarbij de spreektijd 5 minuten bedraagt voor de rapporteur bij en de indiener van een voorstel tot verwerping door de commissie, wordt het beroemde artikel 88 in het Reglement verankerd. Dat is de codificatie van een bestaande praktijk.
De verplichting een aparte lijst op te stellen van de zogenaamde “zaken zonder verslag” wordt afgeschaft. De voorzitter plaatst die rechtstreeks op de agenda. Die lijst heeft namelijk geen praktisch nut meer, omdat de informatie al in het parlementair stuk staat.
Artikel 18: alle amendementen zullen voortaan vertaald worden en niet enkel de aangenomen amendementen, zoals dat nu al in de praktijk het geval was.
Het vroegere artikel 20 wordt geschrapt. Het is sinds de Zesde Staatshervorming overbodig geworden.
Er zijn voorts twee aanpassingen inzake raadpleging van de Raad van State. De vermelding van de contactpersoon bij een adviesaanvraag wordt verplicht. De termijn waarbinnen de Raad van State zijn advies moet verlenen, wordt van rechtswege verlengd met 15 dagen wanneer die termijn begint te lopen tussen 15 juli en 31 juli, of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 augustus. In overeenstemming met de wetten op de Raad van State wordt dat aangepast naar een van rechtswege verlenging met 15 dagen, wanneer die termijn begint te lopen tussen 15 juni en 15 augustus.
Titel II, hoofdstuk 2 bepaalt de werkwijze in begrotingszaken. De aanpassingen daar zijn ook allemaal zonder opmerkingen en eenparig aangenomen, omdat het puur terminologische aanpassingen zijn. Zo wordt de term van rijksmiddelenbegroting vervangen door die van middelenbegroting. Bepaalde benamingen worden in overeenstemming gebracht met de prakrijk.
Collega’s, laat die puur praktische aanvullingen u niet ontmoedigen om in de commissie Reglement andere voorstellen in te dienen. Ik richt me bijvoorbeeld tot collega Dermagne en mevrouw Pas, die in de commissie een aantal inhoudelijke voorstellen suggereerden. Wij staan zeker open voor debat, maar meenden dat eerst de puur technische aanpassingen konden gebeuren. Er is trouwens zeer binnenkort een nieuwe vergadering voor de bevoegde commissie gepland.
13.02 Barbara Pas (VB): Mijnheer de Kamervoorzitter, ik dank u voor uw voorstel. Ik dank ook de diensten om deze technische zaken er allemaal uit te halen.
Het Reglement is inderdaad aan verfraaiing toe. Er staan heel wat zaken in het Reglement die in de praktijk niet toegepast worden. Het is dus een nobele doelstelling om het Reglement in overeenstemming te brengen met de praktijk. Uw voorstellen komen daar grotendeels aan tegemoet. U weet dat wij het Reglement steeds pogen te volgen. “Reglement, mijn botten” zult u uit mijn mond nooit horen, dat laat ik aan anderen. Wij dienen constructieve voorstellen in om het te verbeteren. Ik ben blij dat we eerstdaags ook de inhoudelijke discussie zullen voeren om het Reglement aan te passen.
Deze voorstellen betreffen louter technische aanpassingen en dienen louter om het in overeenstemming te brengen met de praktijk. We hebben ons bij het eerste voorstel onthouden. De andere drie voorstellen hebben we goedgekeurd.
We hebben ons bij het eerste voorstel onthouden omdat er een aantal aanpassingen in staan die we uiteraard niet goed vinden. Dan denk ik in eerste instantie aan artikel 16 of 17, waarin de spreektijd wordt vastgelegd over artikel 88. Als een voorstel wordt weggestemd in de commissie, kan men dat op basis van artikel 88 hier in de plenaire zitting opnieuw verdedigen. Naar de geest van het Reglement moet dat een korte uiteenzetting zijn, maar de tijdslimiet lag niet vast. Die tijdslimiet wordt nu vastgelegd op vijf minuten. We hadden liever tien minuten gezien.
Vooral het zinnetje dat dit behoudens strijdige beslissing van de voorzitter is, baart mij toch wel wat zorgen. Dat kan natuurlijk in twee richtingen gaan. Men kan die vijf minuten uitbreiden, maar een kwaadwillige voorzitter zou wel eens kunnen beslissen om daar minder dan vijf minuten van te maken of om dat zelfs helemaal op nul te zetten. Daarom en ook om een aantal andere redenen die ik in de commissie al heb toegelicht en die ik nu niet ga herhalen, hebben wij ons op dat eerste voorstel onthouden.
Collega De Roover, we hebben inderdaad amendementen ingediend. De inhoudelijke amendementen waarnaar u verwees, heb ik inderdaad teruggetrokken. Die zullen wel opnieuw aan bod komen als we - hopelijk eerstdaags - de inhoudelijke discussie over het Reglement zullen voeren.
We hebben ook een aantal amendementen ingediend die puur technisch van aard zijn en die er ook puur toe dienen om iets dat nooit wordt nageleefd te schrappen.
(Mevrouw Pas staat recht aan haar bank)
Er is een reden waarom ik hier rechtsta. Het is geen gebrek aan nachtrust dat mij zotte dingen doet doen, maar er is wel degelijk een reden waarom ik rechtstaand mijn tussenkomst houd. Als er namelijk één praktijk is die in dit Reglement staat en nooit wordt toegepast, dan is het wel dat een parlementslid ook vanop zijn bank altijd staande moet spreken. Als het uw ambitie is om alles te schrappen wat toch niet wordt nageleefd, dan moet u ons amendement zeker steunen dat artikel 44, 4 schrapt, waarin wordt bepaald dat de leden die staande spreken, dat ook vanop hun plaats moeten doen.
Het tweede amendement dat we hebben ingediend, betreft iets wat in de praktijk eveneens absoluut niet gebeurt. Daarnet waren de rapporteurs zelfs niet aanwezig. Zij verwijzen doorgaans naar het schriftelijk verslag. Af en toe wordt hier wel eens verslag uitgebracht door een rapporteur, maar dan schrijft het Reglement van de Kamer voor dat die rapporteurs daarvoor plaats moeten nemen op een voor hen voorbehouden bank. Ik weet niet welke bank dat is, mijnheer de voorzitter. Ik heb dat nog nooit zien gebeuren, dus ik heb er geen flauw idee van welke voorbehouden bank dat is. Als ons amendement niet wordt goedgekeurd en die bepaling niet wordt geschrapt, dan stel ik voor dat we tegen de volgende keer wel weten welke bank dat is, want een reglement moet nu eenmaal worden toegepast.
Een amendement dat we ook hebben behouden omdat het puur technisch van aard is, betreft de tijdsbepaling van de plenaire zitting. We hebben in uw voorstel terecht gezien dat u het woord ‘donderdagnamiddag’ hebt geschrapt, omdat een plenaire zitting nu eenmaal ook op andere dagen kan plaatsvinden. Gelet op de vaak overvolle agenda die we krijgen omdat de regering niet altijd op tijd met wetsontwerpen naar hier komt, wordt die agenda vaak over verschillende plenaire zittingen verdeeld. Dan is er ook op woensdag zitting.
Een artikel in het Reglement bepaalt dat de commissievergaderingen niet gelijktijdig met de plenaire vergaderingen kunnen plaatsvinden op donderdagnamiddag. Als u die donderdagnamiddag een technische aanpassing vindt in andere artikelen, dan denk ik dat dat ook een technische aanpassing is in artikel 23, derde lid van het Reglement. Een taalkundige aanpassing lijkt mij eveneens puur technisch. Dit zijn dus absoluut geen inhoudelijke amendementen. Zoals u zelf hebt gezegd, komt het louter neer op het in overeenstemming brengen van het Reglement met een praktijk die niet wordt nageleefd.
We hebben ook een amendement ingediend voor artikel 40, vierde lid van het Reglement. Dat artikel bepaalt dat de plenaire zitting aanvangt om 14 u. Van mij mag u gerust de middagpauze wat inkorten, maar in de praktijk begint de plenaire vergadering altijd om 14.15 u. Ofwel begint u volgende week om 14 u, ofwel brengt u ook dat in overeenstemming. Leef de praktijk dan ook na in het Reglement en keur straks ook dat amendement goed.
Tot slot had ik eigenlijk nog een paar amendementen van de meerderheid verwacht. Misschien komen die er nog bij de inhoudelijke amendementen. Ik had een amendement verwacht over iets wat mij ook eerder technisch lijkt, namelijk om een VAR te laten vaststellen wanneer iemand een commissiezaal of een plenaire zaal binnenkomt of verlaat, om het quorum vast te stellen. Dat is immers iets waarover er de laatste tijd bijzonder veel discussie is.
Collega's van de meerderheid, ik had ook een amendement verwacht om artikel 34 te schrappen. Als het uw betrachting is om de naleving van de praktijk te weerspiegelen in het Reglement, dan moet u ook artikel 34 schrappen. Dat artikel bepaalt dat in dit Huis leden van het Europees Parlement mogen deelnemen aan debatten wanneer het gaat over EU-verordeningen, EU-richtlijnen of EU-verdragen. Ondanks mijn jeugdige leeftijd zit ik hier toch al enige tijd en ik heb dat nog nooit meegemaakt. Het lijkt mij nochtans bijzonder interessant om te vernemen hoe die wetgeving tot stand komt. Dat heeft heel veel voordelen en zou het debat verrijken. Wat blijkt echter wanneer men van dat artikel gebruik wil maken? Als er Europarlementsleden zijn die zich in een belangrijk debat, zoals dat over het EU-migratiepact, willen mengen, dan wordt dat afgewezen. Ik zal het helaas wellicht ook nooit meemaken dat hier een Europarlementslid zich in de debatten zou komen moeien. Als u consequent bent, dien dan nog een amendement in om ook dat artikel uit het Reglement te schrappen, zodat ook dat in overeenstemming wordt gebracht met de praktijk.
13.03 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, je voudrais à mon tour, et au nom de mon groupe, remercier M. le président De Roover pour le travail qui a été effectué et, à travers lui, bien entendu, l'ensemble des services pour ces propositions de modification, mais surtout de modernisation de notre Règlement.
Je vous remercie aussi, monsieur le président, pour l'engagement que vous avez pris en votre nom, mais aussi, je pense, au nom des groupes de la majorité, de réunir prochainement à nouveau la commission du Règlement, afin de pouvoir aborder toute une série de propositions que vous avez estimées être des propositions de fond, plutôt que des propositions de forme ou légistiques. J'en prends acte et je me réjouis de cet engagement. C'est la raison pour laquelle j'ai retiré une série d'amendements que nous avions déposés.
J'en maintiens toutefois un, que je me permets de présenter très brièvement. Je l'ai d'ores et déjà évoqué lors de notre réunion de commission voici une semaine. Cet amendement concerne l'article 1er de votre proposition, monsieur le président, qui vise à uniformiser la pratique de vérification des pouvoirs de notre Parlement avec celles des parlements des entités fédérées.
La justification que vous apportez est d'ailleurs précisément d'uniformiser notre procédure, et notamment de pouvoir entendre des témoins. On parlait jusqu'alors de "personnes concernées". Je pense que la notion de "témoins" est plus adéquate. Cependant, les règlements des parlements des entités fédérées, singulièrement celui du Parlement de Wallonie ou du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale, visent la possibilité d'entendre des témoins ou de se faire produire des pièces.
Cet amendement vise donc simplement à compléter l'analogie avec les règlements des parlements des entités fédérées pour permettre à notre Parlement, dans sa mission de vérification des pouvoirs, à la fois d'entendre des témoins, mais aussi de solliciter la production de pièces de la part des personnes intéressées et des témoins.
Voilà donc, messieurs les présidents, chers collègues, l'amendement que nous avons déposé. Il vise, en réalité, à aller au bout de la réflexion et du travail de mise en conformité de notre Règlement et de nos procédures de vérification des pouvoirs avec celles qui ont cours dans d'autres parlements.
13.04 Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer De Roover, u hebt mij gisteren geconfronteerd met een bepaling uit ons Kamerreglement, namelijk artikel 25, om het quorum vast te stellen in een commissie. In de vorige legislatuur en nu ook nog probeer ik een zo pragmatisch en neutraal mogelijke commissievoorzitter te zijn en ik probeer ook de artikelen van ons Kamerreglement correct toe te passen. Ik denk dat mijn vraag over het vaststellen van het quorum niet alleen geldt voor de commissie voor Binnenlandse Zaken, maar ook voor andere commissies.
In het verleden was het altijd zo dat men, om het quorum vast te stellen, keek of de leden van de politieke meerderheid aanwezig waren. Op basis daarvan bepaalde men of de commissie al dan niet rechtsgeldig verder kon vergaderen. Gisteren is echter gebleken dat dit eigenlijk niet zo is. Integendeel, u stelde dat alle leden die op het moment van het vaststellen van het quorum fysiek aanwezig zijn in de commissiezaal, meetellen voor het quorum. Dat is een interpretatie van het Reglement, want dat staat er helemaal niet zo in gestipuleerd.
Ik wil vandaag duidelijk van u weten of die toepassing en interpretatie van het Reglement, die u gisteren niet als Kamerlid maar als Kamervoorzitter gaf, geflankeerd trouwens door een aantal andere commissievoorzitters uit de meerderheid, de juiste toepassing en de juiste interpretatie is van artikel 25 van ons Kamerreglement en of we vanaf nu, in de toekomst, telkens op die manier te werk moeten gaan wanneer we het quorum van een commissie willen vaststellen. Ik kijk alvast uit naar uw antwoord.
De voorzitter: Collega De Roover, wenst u te reageren?
Wat het amendement van de PS betreft, dat wordt verwezen naar de parlementen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest. Dat wordt dus niet in alle deelstaalparlementen toegepast, maar naar de lezing van het Reglement zoals we dat nu kennen, is het absoluut niet onmogelijk om stukken op te vragen. Het is niet zo dat daarmee een mogelijkheid zou geopend worden. Laat daar geen misverstand over bestaan, die mogelijkheid bestaat vandaag ook.
Wat de Europese collega's en parlementsleden betreft, het artikel is toegepast, mevrouw Pas. Ik moet dat niet schrappen, want het is toegepast. Het is namelijk de commissie die daarover beslist, wat ze ook heeft gedaan en waarover ik dan verder geen oordeel moet vellen. Als er dan eens een artikel wordt toegepast, zullen we dat zeker niet schrappen.
Wat de quorumkwestie betreft, mevrouw Pas, ik denk niet dat we een VAR nodig hebben. Er was zelfs geen fotofinish nodig, want iedereen kon de visu zien wat de toestand was. Ik denk echter en dat geldt ook voor de heer Depoortere, dat het allemaal pragmatischer kan bekeken worden. Mijnheer Depoortere, wanneer in de praktijk – niet altijd, ik heb daarnaar verwezen in de commissie – wordt vastgesteld dat de “meerderheid”, dus de coalitie, niet in aantal is, kan men eventueel beslissen om de werkzaamheden te schorsen of stop te zetten. Dat is een pragmatische manier om daarmee om te springen, omdat het vragen dat men de zaal zou verlaten, zoals dat technisch hoort, geen verschil maakt. Als men de zaal verlaat, zal men niet in aantal zijn.
De kwestie zoals die zich gisteren heeft voorgedaan, is dat als wie niet langer wenst deel te nemen aan de commissie de zaal verlaat, het quorum wel bereikt was. Dan is het wel of niet verlaten van de zaal bepalend om te zien of er genoeg mensen zijn of niet. Maar ik denk als bijvoorbeeld de meerderheid met zeven aanwezig is en iedereen weet dat er geen achtste en negende in de buurt is, of men dan het nummer moet opvoeren om iedereen eerst de zaal te laten verlaten, dat lijkt mij om pragmatische redenen een overbodig nummertje. Dan moet de meerderheid er zich bij neerleggen dat ze niet in aantal is en dat ze ofwel volk optrommelt, ofwel zal moeten wachten tot de namiddag.
Puur technisch wil ik wel onderstrepen dat het quorum geleverd wordt door de parlementsleden, niet door de meerderheid alleen. Het is perfect mogelijk dat mensen van de oppositie wensen deel te nemen aan een vergadering en het quorum wensen te verlenen. Dus dat moet kunnen vastgesteld worden.
Mevrouw Pas, collega’s, wat het rechtstaan betreft, de heer Dewael zal ongeveer de laatste zijn geweest die daarvan gebruikmaakte. De reden waarom ik dat niet doe, is van technische aard. Ik zie het de heer Dewael immers nog doen. Hij stond recht en knoopte het bovenste knoopje van zijn vest dicht. Dat is bij mij om technische redenen niet meer mogelijk. Om die reden beslis ik dus om mijn betoog zittend te doen.
Ik beloof u echter wel dat ik mijn vestimentaire uitrusting opnieuw zal aanpassen aan de fysieke ontwikkeling van mijn lichaam en dat ik een volgende keer, wanneer ik hier nog eens een uiteenzetting geef, ze rechtstaand zal houden. Ik moet immers eerlijk bekennen dat ik dat wel iets vind hebben.
Ik ben eigenlijk niet voor de schrapping van dat punt, maar voor de activering daarvan, zodat degene die het woord voert, inderdaad ook een klein beetje het centrum vormt van het halfrond op dat ogenblik. Als wij daar een compromis in kunnen vinden, stel ik voor dat wij dat artikel niet schrappen, maar gewoon uitvoeren. Ik ben daar voorstander van.
Ik beloof dat ik dan een nieuw pak aanschaf.
13.06 Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, dat zijn esthetische redenen en geen technische redenen. Daar doe ik niet aan mee.
Vooraleer ik inga op het rechtstaand spreken, heb ik nog een vraag voor u. Hebt u het extra bankje voor de verslaggevers al gevonden? Ik weet niet welk bankje het is, maar dat is ook een gebruik dat al heel lang niet meer wordt toegepast. Het lijkt mij eveneens een technische aanpassing om dat uit het Reglement te schrappen samen met de donderdagnamiddag, gelijkaardig aan artikelen die u wel in uw eigen voorstel hebt opgenomen.
U bent het dus denkelijk met mij eens bent dat dat geen inhoudelijke amendementen zijn maar, zoals gevraagd, technische amendementen en aanpassingen aan de praktijk. De inhoudelijke discussie volgt wel.
Ik behoud dus het amendement over het rechtstaand spreken. Als iets in het Reglement staat, moet het worden toegepast. Is het niet duidelijk, dan moet het Reglement worden aangepast. Staat het echter in het Reglement, dan moet het worden toegepast.
Als u vandaag aangeeft dat u om esthetische redenen of om welke reden dan ook, zoals vestjes die moeten worden dichtgeknoopt, dat artikel niet wilt schrappen, dan moet u het als Kamervoorzitter toepassen. Dan moet u vanaf nu aan elke spreker meegeven dat hij of zij volgens dat bepaalde artikel van het Reglement zijn of haar uiteenzetting rechtstaand moet houden. Het is het een of het ander. Als u het behoudt, moet u het ook toepassen.
U mag het van mij gerust behouden. Ik vind dat ook wel iets hebben. Misschien is de geluidskwaliteit voor grote mensen niet zo goed en zullen minder mobiele mensen dat ook niet appreciëren. Wij blijven echter even goede vrienden. Als u mijn amendement wegstemt en de bepaling behoudt, moet u ze wel toepassen net zoals het aparte bankje voor de verslaggevers.
Ik hoop dat de volgende verslaggever het zal weten te vinden.
Ik reken erop dat u als Kamervoorzitter, als u dat niet schrapt, het Reglement wel toepast.
De voorzitter: Collega Depoortere, u vraagt nog het woord. Mag ik u oproepen om dat staande te voeren, conform het Reglement?
13.07 Ortwin Depoortere (VB): Geen probleem, na 33 uur commissievergadering in de commissie voor Binnenlandse Zaken, waar ik op een stoel vastgeplakt moest zitten luisteren naar al die boeiende tussenkomsten van oppositie en meerderheid, zullen alle leden van de commissie voor Binnenlandse Zaken wel kunnen beamen, mijnheer De Roover, dat ik probeer om een zeer pragmatische commissievoorzitter te zijn. Ik schors de commissie zeker niet telkens wanneer iemand naar het toilet moet of een telefoontje wil plegen om te kijken of het quorum wel gehandhaafd wordt.
Ik houd uw uitleg van vandaag echter zeker in gedachten voor de komende uren en deze nacht om te kijken of het quorum wel degelijk gerespecteerd wordt in de commissie voor Binnenlandse Zaken. Ik heb immers moeten vaststellen, al weet ik dat het soms niet gemakkelijk is voor de meerderheid om te blijven luisteren naar tussenkomsten vanuit de oppositie, dat verschillende keren het quorum niet werd bereikt. Hoewel ik het quorum had kunnen vaststellen, heb ik dat verschillende keren niet formeel gedaan om de werkzaamheden van de commissie niet te veel in het gedrang te brengen.
Ik kan u echter nu al verzekeren, mijnheer De Roover, dat ik dat de komende uren en vannacht wel degelijk zal doen. Dank u wel voor uw uitleg van vandaag.
13.08 Barbara Pas (VB): Nu collega Ronse is binnengekomen, wil ik nog een extra argument inroepen om steun te vinden voor het staande spreken. Door staande te spreken, wordt veel minder afgelezen. Ik reken dus op uw steun om de voorzitter erop te wijzen dat hij vanaf nu altijd artikel 44.4 van het Reglement toepast, als die bepaling niet wordt geschrapt.
De voorzitter: Collega De Roover vraagt het woord. Mag ik u vragen om dat staande te doen, collega, conform het Reglement?
13.09 Peter De Roover (N-VA): Het is evenwel niet conform mijn vest.
Collega Pas, staand kan men eigenlijk perfect nog een tekst voorlezen, dus dat is op zich geen probleem.
Ik ben zeker niet tegen dat punt en zal het aansnijden op de volgende Conferentie van voorzitters. Indien toch blijkt dat we die bepaling niet wensen, moeten we ze uit het Reglement weglaten.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking aan van de artikelen
van het voorstel tot wijziging van het Reglement van de Kamer van
volksvertegenwoordigers teneinde er technische verbeteringen aan te brengen in
titel I en titel II. De door de commissie aangenomen tekst geldt als
basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1508/6)
Nous passons à la discussion des articles de la
proposition de modification du Règlement de la Chambre des représentants visant
à y apporter des corrections techniques au titre Ier et au
titre II. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1508/6)
Het voorstel telt 20 artikelen.
La
proposition compte 20 articles.
Ingediende amendementen:
Amendements déposés:
Art. 1
• 21 –
Pierre-Yves Dermagne cs (1508/7)
Art.5bis(n)
• 15 –
Barbara Pas cs (1508/7)
Art.5ter(n)
• 16 –
Barbara Pas cs (1508/7)
Art.8bis(n)
• 17 –
Barbara Pas cs (1508/7)
Art.10bis(n)
• 18 –
Barbara Pas cs (1508/7)
Art.10ter(n)
• 19 –
Barbara Pas cs (1508/7)
Art.10quater(n)
• 20 –
Barbara Pas cs (1508/7)
Besluit van de artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la
discussion des articles:
Aangehouden: de amendementen en artikel 1.
Réservés: les amendements et l'article 1.
Artikel per artikel aangenomen: 2 tot 20.
Adoptés article par
article: 2 à 20.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, het aangehouden artikel en over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et l'article réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Nous
passons à la discussion des articles de la proposition de modification du
Règlement de la Chambre des représentants visant à y actualiser la procédure
budgétaire. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt
85, 4) (1509/1)
Het voorstel telt 6 artikelen.
La
proposition compte 6 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 6 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 6 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Nous
passons à la discussion des articles de la proposition de modification du
Règlement de la Chambre des représentants visant à y actualiser la terminologie
budgétaire. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt
85, 4) (1510/1)
Het voorstel telt 7 artikelen.
La
proposition compte 7 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 7 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 7 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Nous
passons à la discussion des articles de la proposition de modification du
Règlement de la Chambre des représentants visant à y actualiser les
dénominations des organes de la Chambre. Le texte adopté par la commission sert
de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1511/1)
Het voorstel telt 34 artikelen.
La
proposition compte 34 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 34 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 34 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend door:
Proposition
déposée par:
Els Van Hoof, Leentje Grillaert, Steven Matheï.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, mevrouw Charlotte Verkeyn
en de heer Patrick Prévot, verwijzen naar het schriftelijk verslag.
14.01 Lieve Truyman (N-VA): Moet ik nu gaan rechtstaan? Dan zal ik dat maar doen.
Dit wetsvoorstel ligt in de lijn van het wetsvoorstel van 2024 over de aanpassing van de hospitalisatieverzekering. Toen hebben we beslist dat een zelfmoordpoging geen reden tot uitsluiting meer mag zijn. Het is verdedigbaar om die redenering door te trekken naar de reisannulatie- en reisbijstandsverzekering. We hebben dit uitvoerig besproken in de commissie voor Economie, in meerdere vergaderingen.
Voorzitter:
Peter De Roover.
Président:
Peter De Roover.
Namens de N-VA-fractie wil ik er ook op wijzen dat we niet alleen op psychisch lijden mogen focussen, hoe ernstig dat ook is, maar ook op chronisch lijden. Er zijn immers ook tal van chronische aandoeningen, zoals diabetes type 1. Wij vragen daarom om bij verdere beleidsbesprekingen ook diverse chronische aandoeningen te onderzoeken, met het oog op een mogelijke uitbreiding.
Mevrouw Van Hoof, u hoort het, wij ondersteunen dit wetsvoorstel zeer zeker.
De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Van den Bosch.
14.02 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, ik ga lekker tegendraads doen en ik ga blijven zitten.
De PVDA steunt dit wetsvoorstel, omdat het een noodzakelijke stap is om discriminatie van mensen met psychische kwetsbaarheden bij verzekeringen tegen te gaan. Het feit dat men een reisverzekering wil afsluiten, is een teken dat men de zin van het leven weer heeft opgenomen. Niemand mag levenslang gestraft blijven voor een donkere en pijnlijke periode die achter de rug is. Dit voorstel sluit al een beetje aan bij ons principe van gelijke toegang tot rechten en bescherming voor iedereen, zonder stigma of financiële straf.
Toch is dit voorstel nog te beperkt. Wij pleiten voor een uitbreiding van dit verbod naar alle verzekeringstakken en voor een structurele hervorming van het verzekeringswezen. Een publiek en solidair systeem zonder winstoogmerk zou de enige echte oplossing zijn om kwetsbare groepen volledig te beschermen. Dit voorstel is echter al een stap in de goede richting.
14.03 Serge Hiligsmann (Les Engagés): Chers collègues, comme ce fut le cas en commission, Les Engagés soutiennent cette proposition des collègues du cd&v qui s'inscrit dans une avancée nécessaire en matière de santé mentale.
La Belgique reste malheureusement touchée par les suicides et les troubles psychiques ainsi que l'exclusion systémique des tentatives de suicide dans les assurances voyage, qui contribuent à la stigmatisation de ces personnes.
Nous devons considérer la problématique de santé mentale comme les autres problèmes de santé. Une tentative de suicide n'est pas un choix mais l'expression d'une souffrance profonde. Nous entendons néanmoins les préoccupations techniques évoquées, notamment sur l'équilibre assurantiel. Elles doivent toutefois être relativisées. Il ne s'agit pas d'un phénomène massif susceptible de déséquilibrer le système. Des balises existent déjà comme en assurance hospitalisation depuis 2014, sans mise en péril du secteur.
Par ailleurs, refuser l'accès ou pénaliser ces personnes reviendrait à s'éloigner de la logique du droit à l'oubli et à maintenir une discrimination structurelle. Cette réforme est donc un pas supplémentaire vers une société plus juste qui protège sans stigmatiser, tout en nous rappelant la nécessité d'investir davantage dans la prévention et les politiques de santé mentale.
En conséquence, nous soutiendrons ce texte.
14.04 Jeroen Soete (Vooruit): Mevrouw Van Hoof, ik wil u nogmaals danken voor uw initiatief. We hebben het in de commissie uitgebreid besproken. Ik merk aan de reacties van de meerderheid en de oppositie dat er een kamerbrede steun is voor uw voorstel, of daar ga ik althans van uit. Die steun heeft natuurlijk te maken met het feit dat we ons allen achter de doelstellingen ervan kunnen scharen. Het is een logische stap vooruit. Nadat eerder, in 2014, de uitsluiting van de poging tot zelfdoding verboden werd wat betreft de hospitalisatieverzekering, zetten we nu een verdere en absoluut noodzakelijke stap. Ik wil u nogmaals danken voor dit wetsvoorstel, dat wij met veel plezier zullen goedkeuren.
14.05 Els Van Hoof (cd&v): Collega's, alvast bedankt voor de steun. Met het voorliggende wetsvoorstel zetten we opnieuw een stap in het doorbreken van een van de grootste taboes in de samenleving, namelijk zelfdoding en zelfdodingspogingen. De cijfers liegen helaas niet. Jaarlijks verliezen in België ongeveer 2.000 mensen het leven door zelfdoding. Het is niet iedereen bekend, maar het aantal pogingen wordt geschat tussen 22.000 en 40.000 per jaar. Met gemiddeld 14 overlijdens op jaarbasis per 100.000 inwoners zitten we bovendien ruim boven het Europees gemiddelde van 11 overlijdens.
Achter die cijfers zitten mensen, families, ouders, kinderen en vrienden. Het is nog schrijnender, want wie financieel kwetsbaar is, loopt vaker het risico op mentale problemen. Wanneer vandaag iemand geconfronteerd wordt met een zelfdodingspoging, volgt vaak soms een tweede klap, want de verzekering komt niet tegemoet. Dat is een schoolvoorbeeld van hoe arm ziek maakt en ziek ook arm.
Stel u even voor dat uw zoon of dochter een zelfdodingspoging onderneemt vlak voor een geplande reis. Vertrekt u dan nog op vakantie? Natuurlijk niet. Vandaag komt een reisannuleringsverzekering vaak niet tussen. Of stel dat een familielid tijdens een reis een zelfdodingspoging onderneemt – we lezen dat soms in de krant – en dringend moet worden gerepatrieerd. Dat kost duizenden euro's.
Een verzekering komt daarin vandaag niet tussen, terwijl ze voor een auto-ongeval, dat men soms wel zelf heeft veroorzaakt, wel tussenkomt. Waarom zou een hospitalisatie door een fysieke aandoening op reis beter moeten worden behandeld dan een opname na psychisch lijden? Dat verschil is moeilijk uit te leggen. Wie al in de put zit, nog dieper duwen, kan echt niet de bedoeling zijn.
Cd&v wil die discriminatie en stigmatisering stoppen. In de vorige legislatuur deden we dat al met mijn wetsvoorstel rond hospitalisatieverzekeringen, zoals de heer Soete zei. Vandaag trekken we die lijn door naar reisbijstandsverzekeringen en reisannulatieverzekeringen.
Dit wetsvoorstel is helder. Een zelfdoding of een zelfdodingspoging mag niet langer automatisch uitgesloten worden uit die verzekeringen. Het is belangrijk om te benadrukken dat ook de verzekeringssector zelf dat probleem erkent. Assuralia gaf aan dat sommige reisannulatie- en reisbijstandsverzekeringen, het gaat om twee types verzekeringen, vandaag zelfdoding al niet uitsluiten. Andere doen dat wel, zonder hogere basispremies aan te rekenen. Als sommigen dat vandaag al doen, kunnen we die praktijk beter uitbreiden en bescherming bieden aan iedereen. Dat ontkracht meteen ook het argument dat dat economisch onmogelijk zou zijn.
Vandaag zetten we opnieuw een stap richting een samenleving die mensen met mentale problemen ondersteunt in plaats van stigmatiseert, een samenleving waarin psychisch lijden niet anders wordt behandeld dan fysiek lijden, een samenleving waarin we mensen die het moeilijk hebben niet brandmerken, maar bijstaan.
Dit wetsvoorstel sluit bovendien perfect aan bij de doelstellingen die in het regeerakkoord werden geformuleerd. Daarin staat expliciet dat verschillen in behandeling tussen psychische en fysieke aandoeningen moeten worden aangepakt, ook in de verzekeringssector. De regering werkt trouwens breder aan die strijd, zoals mevrouw Truyman zei. We zullen ook gezondheidsdiscriminatie in verzekeringen aanpakken. Zo werkt de regering aan maatregelen om het recht om vergeten te worden uit te breiden naar het consumentenkrediet.
Ik wil dan ook alle collega's bedanken voor de unanieme steun in de commissie over meerderheid en oppositie heen. Ik vertrouw en hoop erop dat u die steun ook vandaag zult verlenen. Dank u wel.
14.06 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Na de indienster het woord krijgen, betekent dat men eigenlijk nog weinig heeft toe te voegen. Ik sluit mij heel graag aan bij de reeds uitgesproken woorden.
Met dat voorstel neemt ons land internationaal overigens een voortrekkersrol op. Ik vind het belangrijk om dat te benadrukken, want hopelijk inspireert dat andere landen om die uitsluiting op te heffen, Familieleden kunnen immers niet op vakantie vertrekken en soms zelfs een stoffelijk overschot niet gerepatrieerd krijgen, omdat de kosten niet worden vergoed als bijvoorbeeld een familielid op vakantie zelfmoord pleegt. De psychische impact van een dergelijke gebeurtenis is voor de nabestaanden enorm groot en daarom is het belangrijk om daarvoor een oplossing te bieden. Ik ben blij dat het Parlement daarin een voortrekkersrol opneemt. Wij zullen het voorstel dan ook met veel plezier steunen.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (951/5)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (951/5)
Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, teneinde de uitsluiting van de poging tot zelfdoding of van de zelfdoding in reisverzekeringen te verbieden".
L'intitulé a été modifié par la commission en "proposition de loi modifiant la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances en vue d’interdire l’exclusion de la tentative de suicide ou du suicide dans les assurances voyage".
Het wetsvoorstel telt 7 artikelen.
La proposition de loi compte 7 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 7 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 7 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend door:
Proposition
déposée par:
François
De Smet.
De commissie voor Binnenlandse Zaken,
Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken stelt voor het wetsvoorstel te verwerpen.
(36/2)
La commission
de l’Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives
propose de rejeter cette proposition de loi. (36/2)
Overeenkomstig
artikel 88 van het Reglement spreekt de plenaire vergadering zich uit over
het voorstel tot verwerping, na de rapporteur en eventueel de indiener te
hebben gehoord.
Conformément
à l'article 88 du Règlement, l'assemblée plénière se prononcera sur cette
proposition de rejet après avoir entendu le rapporteur et, éventuellement,
l’auteur.
Le rapporteur, Mme Maaike De Vreese, renvoie
au rapport écrit.
Sur le sujet des sans-papiers, a priori, il n'y a politiquement rien à gagner; rien à gagner à défendre les étrangers en général et les sans-papiers en particulier, parce que les citoyens ont peur – et on les comprend –, peur de l'avenir, peur pour leur emploi, peur du terrorisme, peur pour leur identité. Il est donc facile de taper sur les étrangers, de parler des statistiques des prisons et de dire qu'on va renvoyer toute personne en séjour illégal chez elle.
Politiquement, oui, il faut être un peu fou pour s'avancer sur le sujet, défendre ces sans-papiers qui ne votent même pas et, encore plus, si l'on n'est même pas clairement de gauche et qu'on est centriste comme moi. Pourtant, je veux défendre devant vous cette proposition inscrivant dans la loi des critères de régularisation, pour vous confronter tous à la réalité. Cette réalité, c'est qu'il y a dans ce pays 150 000 personnes sans papiers qui ont des vies de fantômes. Un grand nombre travaillent – au noir, évidemment, parce qu'ils n'ont pas le droit de travailler légalement et de faire rentrer dans le système des impôts et des cotisations sociales. Beaucoup ont des promesses d'emploi et travailleraient si le droit leur en était donné. Certains sont des enfants. Certains sont perdus dans cette vie de fantôme et se retrouvent coincés entre deux mondes, dans des gares ou des stations de métro, et sont la proie de narcotrafiquants, comme consommateurs, souvent pour oublier leur non-vie, ou comme petites mains de la délinquance, recrutées comme chair à canon par les marionnettistes criminels qui les utilisent sans se salir les mains.
D'autres, oui, bien sûr, sont dangereux et constituent une menace ou sont même en prison. Ceux-là ne peuvent pas rester sur le territoire; mais ce n'est pas de ceux-là que je parle aujourd'hui.
Je ne demande pas non plus de régulariser tout le monde. Que les partis de droite et d'extrême droite cessent avec cette ficelle. Je voudrais régulariser ceux qui sont déjà intégrés ici, ceux qui travaillent, ceux qui pourraient contribuer à notre économie et à notre société. Nous nous privons de talents et c'est dommage. Même les employeurs l'ont compris et le demandent. Ces personnes, en outre, aideraient votre gouvernement à atteindre votre illusoire taux de 80 % de taux d'emploi, en faisant rentrer des contributions dont vous avez bien besoin.
Songeons, chers collègues, que l'Espagne et l'Italie, pourtant gouvernées par des majorités complètement différentes, ont l'une et l'autre choisi de régulariser une main-d'œuvre étrangère déjà présente sur leur sol. L'Espagne de Pedro Sánchez l'a fait par décret, pour environ 300 000 personnes. Même l'Italie de Giorgia Meloni, pour prendre un exemple un peu plus Arizona-compatible, en dépit d'une rhétorique de fermeté assumée, est arrivée au même résultat par un autre chemin: combler les pénuries de main-d'œuvre dans des secteurs en tension (l'agriculture, l'hôtellerie, les soins aux personnes âgées). Que des exécutifs aussi éloignés convergent sur cette nécessité devrait vous faire réfléchir.
Surtout, pourrions-nous être un peu rationnels? Quelle est la solution de l'Arizona face à ces 150 000 personnes? Allez-vous vraiment faire croire aux citoyens que nous allons expulser 150 000 personnes avec vos deux fois 600 places en centres fermés et vos visites domiciliaires? La vérité est que c'est impossible, sauf à multiplier par 20 les centres fermés et à transformer l'Office des Étrangers en ICE. C'est d'ailleurs ce qui justifie la méfiance évidente et justifiée par rapport à votre projet de visites domiciliaires.
Dès lors, chers amis de Vooruit, chers amis des Engagés, chers éventuels libéraux sociaux encore égarés au MR, je vous invite aujourd’hui à trouver le courage de voter contre la logique mortifère de votre majorité. Ayez le courage de soutenir ce texte, qui ne demande rien d’autre que d’apporter davantage de bras à notre économie, davantage de recettes dans les caisses de l’État, mais aussi, et surtout, davantage d’humanité et de raison dans notre approche de la migration.
Je vous remercie.
De voorzitter:
Geen
andere spreker mag het woord nemen.
Plus
personne ne peut prendre la parole.
De
stemming over het voorstel tot verwerping van dit wetsvoorstel zal later
plaatsvinden.
Le vote sur
la proposition de rejet de cette proposition de loi aura lieu ultérieurement.
16.01 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, patiënten hebben uiteraard recht op een gezondheidsverstrekker, een arts, een tandarts of een verpleegkundige, in wie zij vertrouwen kunnen hebben en die op tuchtrechtelijk of strafrechtelijk vlak een blanco strafregister heeft. We hebben dus de morele plicht, u hebt de morele plicht als uitvoerend minister om ervoor te zorgen dat dit in de praktijk wordt waargemaakt. Dat zijn we onze patiënten verplicht.
De enkele gevallen van buitenlandse artsen die hier de perceptie van de gezondheidszorg komen bezoedelen, moeten eruit. Meer nog, we moeten voorkomen dat zij hier kunnen beginnen, want zij vormen een gevaar voor het draagvlak van onze gezondheidszorg, maar vooral ook voor de patiënten zelf.
Ik verwijs naar enkele persberichten. Op 2 oktober 2025 publiceerde De Tijd een artikel over het feit dat geschrapte buitenlandse artsen in België zonder problemen kunnen blijven werken, ondanks een waarschuwing in het Europees Internal Market Information System, het zogenaamde IMI-systeem. Dat bleek uit het internationale onderzoek Bad Practice, waaraan de krant meewerkte. Collega’s, een IMI-bericht waarschuwt voor sancties die aan artsen zijn opgelegd. Het gaat niet zomaar om een sanctie. Denk maar aan schorsingen, tijdelijke beroepsverboden of zelfs veroordelingen.
Op 21 oktober 2025 hadden we in de commissie voor Gezondheid voor het eerst een debat over het functioneren van buitenlandse artsen in ons land en over de redenen waarom zij hier kunnen blijven werken, terwijl zij in hun land van oorsprong geschorst zijn of gerechtelijk veroordeeld werden.
Op 18 december ondervroeg ik u naar aanleiding van dat onderzoek van De Tijd opnieuw. Toen beloofde u dat uw administratie opnieuw navraag zou doen bij de Zweedse collega’s, om uit te klaren hoe het precies zit met het attest van de betrokken zorgverlener. U erkende ook dat het IMI-systeem vandaag niet of nauwelijks wordt gebruikt en dat het geen eenvoudig dashboard met duidelijke alarmlichtjes is. U gaf aan dat elk vermoeden van inbreuk moet worden gemeld aan de Toezichtcommissie. U zou die Toezichtcommissie ook versterken en bij Europa aandringen op een beter hanteerbaar IMI-systeem.
Tegelijk zei u ook dat we in eigen boezem moeten kijken en dat u wilde nagaan of u parallel een efficiënter systeem of databank zou kunnen uitwerken. Mijnheer de minister, u hebt zelf beloofd dat u daarvan werk zou maken. Dat zei u eind 2025.
Mijnheer de minister, u weet hoe dat gaat. Belofte maakt schuld. Wat zien we? We zijn vandaag juni, zes maanden verder en er is niets veranderd. Integendeel, we zien steeds meer berichten in de kranten en op televisie over buitenlandse artsen die hier nog steeds verder werken.
Wat hebben we ondertussen geleerd? Meer dan 8.000 IMI-berichten over zorgverleners komen binnen en die worden nog steeds niet proactief geopend. Er is ook geen automatische koppeling met federale databanken, noch van de FOD Volksgezondheid, noch van het RIZIV, noch van de Orde van Geneesheren. Uit een steekproef, waarbij journalisten 500 berichten hebben gescreend, bleek dat amper 9 berichten over artsen werden geopend door de FOD. Van alle berichten die binnenkomen over artsen of verzorgers waar iets mis mee is, wordt amper 1,8 % geopend. Dat is opmerkelijk, vooral als we zien dat verschillende Europese landen die IMI-waarschuwingen wel systematisch opvolgen. Zo opent Spanje 96 % van alle waarschuwingen, Nederland 94 %, Ierland 89 %, Italië 85 % en Duitsland 83 %, maar België slaagt daar niet in. We slagen er zelfs niets eens in om meer dan 1 % van alle berichten te openen.
De gevolgen zijn dramatisch. Dat hebben we allemaal kunnen horen, lezen en zien in de media. Dit is bijkomend problematisch, wetende dat 1 op 7 artsen die in België actief is een diploma heeft behaald in het buitenland. De risico's zijn dus niet verwaarloosbaar en, mevrouw Gijbels, ik heb mij laten vertellen dat het aandeel bij de tandartsen nog hoger ligt.
Het is dus wel degelijk noodzakelijk om dringend iets aan dit systeem te veranderen en om dit aan te pakken. Vandaag vaart men blind. Als men naar een arts gaat, weet men niet of het een bonafide dan wel een malafide beoefenaar van de geneeskunde is. Erger nog, het is niet de overheid die de mensen alarmeert, het zijn de persberichten die de mensen bang maken. Sta mij toe om enkele voorbeelden te geven, zodat de collega's die dit niet systematisch volgen, en eventueel ook de mensen thuis weten hoe ernstig deze problematiek is. Op 7 mei kregen we een bericht over een cardioloog die in Frankrijk werd veroordeeld voor seksuele agressie tegen patiëntes.
Hij kreeg in 2024 zijn kwalificatie als cardioloog in België. In 2025 waarschuwde Frankrijk via een IMI-bericht. Wat veranderde er op korte termijn? Helemaal niets. Een Franse huisarts werd levenslang geschorst omwille van het betasten van patiënten, maar was actief in België. Een Franse gynaecoloog werd in Frankrijk geschorst na de dood van een pasgeboren baby, waarvoor hij voor een Franse rechtbank moest verschijnen. Hij werkt in België.
Ik geef een ander voorbeeld, van fraude en valsheid in geschriften. Een Franse arts had aanzienlijke hoeveelheden morfine gekocht op eigen voorschrift en op een vals voorschrift van een collega. Hij werd levenslang geschorst. Hij kreeg een voorwaardelijke celstraf van drie jaar voor onopzettelijke doodslag tijdens een operatie in 2015. Collega's, hij werkt in België.
Nog een andere zaak ging om incompetentie en zware medische fouten. Een Nederlandse arts voerde ingrepen uit die voorbehouden zijn aan een plastisch chirurg. Hij werd in Nederland geschrapt omdat een patiënte een gezichtsverlamming had opgelopen. Dit zijn zeer ernstige feiten. Tot heel kort geleden was hij actief. Pas nadat dit in de media was bekendgemaakt, werd hij op non-actief geplaatst. Dat heeft dus erg lang geduurd.
Ik heb nog een voorbeeld van een Zweedse tandarts die in 2020 haar licentie verloor wegens ernstige incompetentie en een groot risico voor patiënten. Ook daarover werd een IMI-bericht verstuurd. Ze kreeg haar visum hier en pas vijf jaar na de feiten, na vragen van journalisten, werd de waarschuwing voor het eerst geopend.
Mijnheer de minister, al deze feiten en casussen, die telkens opnieuw een lijdensweg van patiënten aan het licht brengen en grote risico's inhouden voor onze gezondheidszorg, worden telkens door journalisten aanhangig gemaakt. U hebt ondertussen verklaard dat de FOD op uw vraag onderzoekt hoe de controles kunnen worden versterkt binnen het Europese en juridische kader, met inbegrip van een evaluatie van de manier waarop het IMI-systeem wordt gebruikt. Dat is geen dag te vroeg, mijnheer de minister.
In antwoord op mijn vraag van 2 maart jongstleden deelde u mee dat u op Europees niveau pleit voor een evaluatie of een evolutie van het IMI-systeem naar een structuur die een veilige koppeling met nationale databanken mogelijk maakt. Dat moet de opvolging van relevante dossiers versnellen, maar de realiteit op het terrein is jammer genoeg dat de patiënten in ons land voor hun veiligheid afhankelijk zijn van het speurwerk van journalisten.
Mijnheer de minister, ik kom bij mijn vragen. Tot wat heeft uw opdracht aan de FOD Volksgezondheid tot nu toe geleid? U hebt gezegd dat u op Europees niveau zou ijveren voor een beter systeem. Wat is de stand van zaken? Gisteren hebt u in de commissie aangekondigd dat er volgende week een vergadering plaatsvindt van de FOD. Wat is voor u het doel van die vergadering? Binnen welke termijn kunnen patiënten resultaat verwachten?
16.02 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, il y a environ un mois, j’ai été contacté par une équipe du journal télévisé de France 2, L’Œil du 20 heures, qui, dans un consortium de journalistes avec Le Monde et De Tijd, s’inscrit dans le cadre du projet BadPractice et souhaitait m’interviewer.
Ils sont d’ailleurs venus ici pour le faire, car ils suivaient la piste d’un cardiologue français de 65 ans – dont ma collègue vient de parler – condamné par le tribunal judiciaire d’Aix‑en‑Provence à quatre ans de prison, dont 30 mois avec sursis, pour agression sexuelle sur 12 patientes, définitivement radié par l’Ordre des médecins français et qui a pourtant repris l’exercice de la médecine au contact de patients dans un hôpital bruxellois.
Cette équipe de télévision est venue filmer ce médecin dans cet hôpital bruxellois en caméra cachée, puis est venue m’interviewer pour recueillir ma réaction, car je vous avais déjà interrogé sur ce sujet en commission. Et il est vrai que la chronologie est édifiante. Ce praticien s’est inscrit au registre de l’Ordre des médecins belges deux mois avant que sa condamnation ne devienne définitive, en mars 2024, exploitant ainsi la fenêtre entre la décision pénale et la radiation définitive. Il a recommencé à exercer une fois sa peine sous bracelet électronique purgée. Une alerte IMI le concernait pourtant déjà.
Ce dossier n’est pas isolé. Nous avons débattu de cette question le 21 octobre dernier, et Mme De Knop vous a interpellé à ce sujet, aujourd’hui comme hier, concernant le médecin esthétique néerlandais exerçant à Genk. La répétition de ces affaires – entre la France et Bruxelles ainsi qu'entre les Pays‑Bas et Genk – démontre qu’il ne s’agit pas d’accidents individuels, mais d’une faille systémique dans le traitement des signalements européens.
L’enquête met d’ailleurs en lumière un paradoxe troublant: sur un échantillon de plus de 2 000 alertes IMI analysées entre 2021 et 2025 – toutes relatives à des suspensions ou radiations pour motifs graves liés à l’exercice de la profession –, l’historique de consultation atteste de leur ouverture par les autorités roumaines, polonaises, italiennes, espagnoles, maltaises ou portugaises.
La Belgique, elle, transmet correctement ses propres signalements à ses partenaires, mais – selon le constat que vous avez vous‑même partagé – n’ouvre pas systématiquement ceux qu’elle reçoit. En clair, chers collègues, nous protégeons mieux les patients des pays voisins que les nôtres.
Hier en commission, en réponse à Mme De Knop, vous avez reconnu vous-même plusieurs limites structurelles. À la réception d’une alerte, votre administration ne reçoit qu’un numéro et doit ouvrir manuellement chaque notification pour la confronter au registre national, ce qui devient matériellement décourageant au regard des milliers d’alertes annuelles.
Vous avez rappelé que, sur quelque 30 000 visas délivrés chaque année, environ 2 000 concernent des professionnels formés à l’étranger, pour lesquels le SPF Santé publique exige un extrait de casier judiciaire, une attestation de bonne conduite et désormais une preuve de maîtrise linguistique.
Vous avez enfin annoncé un renforcement de la commission de surveillance via la loi du 13 mai votée ici, la mobilisation de ressources cet été pour mieux intégrer l’IMI au processus de visa, des contacts avec la Norvège ainsi qu’une réunion le 11 juin avec le SPF Santé publique, la Commission européenne et l’Ordre des médecins.
Je prends acte de ces bonnes intentions, mais je m’inquiète qu’elles relèvent, une fois encore, de l’étude et de la concertation, alors que le constat est posé depuis l’automne 2025.
À une semaine de votre réunion du 11 juin, je me permets de vous poser ces quelques questions. Oui ou non, monsieur le ministre, ce type de situation, telle que celle de ce médecin français, est-il encore possible aujourd'hui? Est-il toujours possible qu'un médecin étranger radié exerce en Belgique, notamment s'il a été inscrit avant sa condamnation définitive?
Quelles mesures ont été prises pour éviter que ces personnes passent à travers les mailles et puissent exercer dans notre pays? Entendez-vous continuer à plaider pour un renforcement du système IMI et, plus généralement, pour un espace disciplinaire européen harmonisé en la matière?
Enfin, confirmez-vous le fait qu'il n'est pas possible d'établir une liste des prestataires de soins visés par une interdiction d'exercer pour des raisons liées au RGPD? Dans l'affirmative, comment juridiquement mieux protéger les citoyens au regard des situations révélées par ce reportage?
La presse fait son métier, et c'est très bien. Mais il y a quelque chose d'un peu angoissant à constater que ce sont des journalistes qui mettent au jour ce genre de situations. Les patients de notre pays ont le droit de se dire qu'ils peuvent aller consulter un praticien sans courir le risque qu'on vienne leur dire que ce médecin a été condamné et radié dans un autre pays. C'est le minimum que nous, comme autorité publique, devons pouvoir assurer.
16.03 Dominiek Sneppe (VB): Mijnheer de minister, dat een Nederlandse arts ondanks een zware tuchtprocedure en schrapping in Nederland volgens een persbericht toch in de Wellness Kliniek in Genk kon blijven werken, is bijzonder verontrustend. Een patiënte liep zware schade op, maar de betrokken kliniek verklaarde dat ze niet op de hoogte was van een disciplinaire procedure. Dat dossier toont opnieuw aan dat het federale controlesysteem faalt. Wie in een ander land uit het beroep wordt gezet wegens ernstige medische fouten, grensoverschrijdend gedrag, fraude of andere zware feiten, mag niet zomaar opnieuw aan de slag kunnen in België. Onze patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat wie zich arts noemt, ook effectief veilig, wettelijk en betrouwbaar kan werken.
Sinds ons debat van oktober vorig jaar is dat niet het enige ernstige dossier dat aan het licht is gekomen. Vorige maand bleek dat meerdere Franse artsen die in eigen land waren veroordeeld, geschrapt of geschorst, toch hier konden werken. Het ging onder meer om dossiers van seksuele agressie, een levenslang beroepsverbod, een tijdelijke schorsing na de dood van een pasgeborene en ernstige tekortkomingen in de beroepsuitoefening. In die concrete gevallen werden kennelijk de buitenlandse beroepsbeperkingen niet tijdig of niet doeltreffend worden vertaald naar Belgische patiëntveiligheid.
Mijnheer de minister, hoe zorgt u ervoor dat de Federale Toezichtcommissie binnen haar bevoegdheden automatisch en tijdig op de hoogte wordt gebracht van dergelijke buitenlandse beslissingen, zodat zij proportioneel maar kordaat kan optreden, voordat patiënten schade lijden?
Vorig jaar in oktober heb ik u al over het onderwerp geïnterpelleerd. Toen ging het over het internationale onderzoek Bad Practice, waaruit bleek dat artsen, tandartsen en andere zorgverleners die in het buitenland geschorst of geschrapt werden, in België nog steeds geregistreerd konden zijn bij de Orde der artsen, bij Volksgezondheid of bij het RIZIV. De Orde der artsen wees toen zelf op een gebrek aan synchronisatie tussen het Europese IMI-waarschuwingssysteem en het Belgische register. U erkende toen dat het IMI-systeem inderdaad ernstige tekortkomingen vertoont en kondigde verscheidene maatregelen aan.
Vandaag moeten wij vaststellen dat de feiten u hebben ingehaald. Ondanks de waarschuwingen, het parlementaire debat en uw beloften is opnieuw een patiënt het slachtoffer geworden van een systeem dat niet sluitend werkt. Dat is des te pijnlijker, omdat Vlaamse studenten geneeskunde zware toelatingsexamens moeten afleggen en aan quota en controles worden onderworpen, terwijl buitenlandse artsen kennelijk nog altijd door de mazen van het net kunnen glippen. Dat is niet ernstig, niet rechtvaardig en bovenal niet veilig voor onze patiënten.
De vraag rijst of u of de regering eigenlijk wel weet wie hier veilig en wettig zorg mag verlenen. Als een arts in Frankrijk of Nederland wordt geschrapt wegens zware feiten, moet de Federale Toezichtcommissie dat onmiddellijk weten en proportioneel kunnen optreden door gebruik te maken van een sluitend systeem dat de patiënten beschermt tegen wie aantoonbaar een gevaar vormt, zonder een heksenjacht op de bonafide zorgverleners te ontketenen.
Mijnheer de minister, u beweert de Toezichtcommissie te versterken. U hebt daarvoor een wetsontwerp laten goedkeuren. Kunt u bevestigen dat die commissie vandaag ook effectief kan voorkomen dat een arts die in Nederland of in een ander land is geschrapt, in België patiënten blijft behandelen?
Kan ze binnen enkele dagen optreden in plaats van pas na vele maanden en nadat de zaak in de pers is gekomen?
Worden werkgevers en privéklinieken automatisch verwittigd?
Ten slotte, welke maatregelen zult u nemen om het IMI-systeem performanter te maken?
16.04 Minister Frank Vandenbroucke: Wij zijn het er allemaal over eens dat patiëntveiligheid en volksgezondheid een absolute prioriteit zijn. Wie in ons land als arts met een buitenlands diploma wil starten, moet inderdaad bewijzen dat hij of zij over de juiste diploma's beschikt. Die persoon moet een bewijs van goed gedrag en zeden voorleggen en via een attest van professioneel gedrag aantonen dat er geen beperkende maatregelen van kracht zijn. Bovendien moet ook een taalcertificaat worden voorgelegd. Dat wordt allemaal gecontroleerd, ook bij buitenlandse zorgverleners. Die attesten worden afgeleverd door de bevoegde instanties van het land van herkomst. In veel gevallen is dat het equivalent van onze administratie. Voor alle duidelijkheid, tot 2024 waren het de deelstaten, die die controles uitvoerden.
Jaarlijks worden 30.000 visa uitgereikt. Een tweeduizendtal daarvan wordt toegekend op basis van een buitenlands diploma. Dat zijn grote aantallen. Laat ik er meteen aan toevoegen dat zorgverleners te boek staan als mensen die oprecht begaan zijn met het welzijn van anderen. Fraude zit jammer genoeg in alle domeinen van de samenleving, niet zoals grensoverschrijdend of crimineel gedrag. Daar moeten we hard tegen optreden, ook wat deze aangelegenheid betreft.
Mevrouw De Knop, met betrekking tot de recente casus die aanleiding gaf tot uw vraag, heb ik gisteren laten weten dat er onderzoeken lopen. In overeenstemming met artikel 61 van de kwaliteitswet geeft mijn FOD hierover geen commentaar, zolang die lopen. Ik neem aan dat u daar begrip voor hebt.
Monsieur De Smet, j'ai déjà répondu de manière assez détaillée en commission de la Santé publique au sujet des cas cités dans l'enquête Bad Practice. Je ne vais pas entrer dans les détails maintenant. Il s'agissait d'un ensemble de cas de médecins qui exerçaient ou non en Belgique. Entre-temps, tous les noms sont connus de notre SPF et une suite appropriée sera définie pour chacun de ces cas.
Laat het duidelijk zijn, elke casus die wordt gemeld aan onze Toezichtcommissie, ongeacht of die melding afkomstig is van de pers, een collega of een burger, wordt geanalyseerd. In het geval van een buitenlandse verstrekker die aan de Toezichtcommissie wordt gemeld en waarvoor ook een IMI-melding blijkt te bestaan, wat relatief gemakkelijk kan worden vastgesteld omdat die naam in de IMI-melding kan worden teruggevonden, neemt onze administratie steeds contact op met de bevoegde buitenlandse instantie om meer informatie op te vragen over de reden van het IMI-alert. Die informatie wordt geverifieerd in samenwerking met de beroepsverenigingen en, wanneer dat gerechtvaardigd is, wordt zonder uitstel een dossier geopend.
Mevrouw Sneppe, wanneer het noodzakelijk is, kan, zoals u weet, een spoedprocedure worden opgestart op grond van artikel 57 van de kwaliteitswet, waardoor snel maatregelen kunnen worden genomen. Daarbij zijn, zoals u zelf tijdens de bespreking hebt benadrukt, uiteraard de rechten van verdediging en het proportionaliteitsbeginsel belangrijk. Het antwoord op uw vraag is dus ja, er bestaat een urgentieprocedure. Dat is inderdaad, maar goed ook, een kwestie van dagen en niet van maanden.
U hebt in uw ingediende tekst ook de suggestie opgenomen dat de werkgever van een dergelijke verstrekker, als die er is, zou worden geïnformeerd. Ik wil daarover samen met de Toezichtcommissie nadenken. Dat is niet geheel evident, om redenen van onder andere proportionaliteit en privacy, maar het is wel iets waarover ik wil nadenken.
Monsieur De Smet, je souligne aussi que l'absence de communication publique de dossiers individuels ne signifie en aucun cas une inaction, mais reflète une gestion rigoureuse, juridiquement encadrée et proportionnée des situations, visant à garantir le respect du droit, des droits de la défense, et à prévenir tout risque d'irrégularité procédurale dans un domaine sensible.
Enfin, il appartient à la Belgique, en tant qu'État souverain, d'apprécier les conséquences d'une décision prise à l'étranger et de déterminer les mesures à adopter dans son propre cadre juridique.
Mevrouw Sneppe, ik wijs u erop dat een sanctie in één land niet automatisch wordt omgezet in een sanctie in een ander land. De feiten moeten immers getoetst worden aan ons wettelijk kader. Uiteraard kunnen zowel onze ordes als onze Toezichtscommissie op basis van de feiten in een ander land actie ondernemen. U zult zich herinneren dat dat bij het ontwerp van WUG, dat we recentelijk besproken hebben, meteen werd ingeschreven. We hebben een toevoeging gemaakt aan artikel 145 van de WUG. Ik citeer: “Elke beslissing tot beroepsbeperking of beroepsverbod, zelfs tijdelijk, die ten aanzien van de aanvrager wordt opgelegd door deze nationale autoriteiten of rechtbanken die in het kader van de bevoegdheden van de Toezichtscommissie, opgericht onder de voorwaarden van de Wet van 22 april 2019 (…), wordt medegedeeld aan de commissie. De Toezichtscommissie is bevoegd om gevolg te geven aan deze beslissing op het Belgische grondgebied.”
Ik kom tot de kern van de zaak, namelijk het probleem met het IMI-systeem. Ik heb er in de voorbije maanden zeer sterk op aangedrongen bij mijn FOD dat hij ter zake de nodige acties moet nemen. Ik ben het met u eens dat we, zelfs als de systemen niet optimaal zijn, alles moeten inzetten om incidenten maximaal te vermijden.
Verschillende acties worden nu op de rails gezet. Ten eerste, er wordt een proactieve methodologie getest, gebaseerd op risicoanalyse. De bedoeling is de casusgerichte aanpak waarbij men dus dossier per dossier moet openen, te overstijgen en prioriteit te geven aan situaties met het hoogste risico voor de volksgezondheid. Die aanpak is gebaseerd op vergelijkingen van IMI-meldingen met nationale databanken op basis van objectieve criteria als het land van herkomst, het betrokken beroep of de aard van de sancties.
Ik geef nog eens de cijfers. In 2021 en 2022 werden ons respectievelijk ongeveer 7.000 en 9.000 IMI-alerts toegestuurd. Dat aantal is een beetje teruggevallen, naar 4.000 tot 5.000 per jaar. Die cijfers gaan dus uitsluitend over alerts in verband met de zorgberoepen. Het blijft wel een groot aantal. We willen daar nu wat op inzoomen met een proactieve methode, gebaseerd op een risicoanalyse.
À la suite de l'application de cette méthode et dans un esprit d'efficience basé sur les risques, un outil concret d'exploitation est également en cours d'élaboration permettant d'identifier plus rapidement des correspondances entre alertes étrangères et professionnels actifs en Belgique. Cela renforce de manière significative notre capacité de détection, malgré les limites actuelles du système européen.
Mon administration a également pris une initiative proactive au niveau européen: en l'absence d'approche coordonnée, elle a interpellé, en février, la Commission européenne et, par la suite, sollicité directement les États membres. Les premiers retours confirment que les difficultés rencontrées sont largement partagées. Ces contacts avec les différents États membres permettront, lors d'une prochaine étape, d'échanger sur les bonnes pratiques.
Nous travaillons, d'ailleurs, activement au développement de solutions plus automatisées, afin d'améliorer la réactivité du système dans le respect des règles de protection des données.
Collega's, zoals ik gisteren ook al aangaf, zoeken mijn FOD en de Orde der artsen op Europees niveau actief naar oplossingen. Automatisering zal daarbij belangrijk zijn. Nog deze maand staat daaromtrent inderdaad een vergadering met de Europese Unie gepland.
Parallel bevraagt onze FOD ook de andere lidstaten over hun gebruik van IMI om van hen te leren en best practices op te zoeken. Onze FOD neemt ook actief contact op met de buurlanden, bijvoorbeeld Frankrijk en Nederland, wanneer het IMI-meldingen betreft van zorgverleners die uit een buurland komen met als doel de communicatie met de buurlanden te versterken, zodat er sneller duidelijkheid is over de inhoud en de redenen van een IMI-melding.
En résumé, monsieur De Smet, face aux limites d'un système européen encore perfectible, la Belgique agit de manière proactive maintenant, structurée et responsable, en développant ses propres solutions tout en contribuant activement à une amélioration du cadre européen, dans l'intérêt premier de la sécurité des patients.
Collega’s, ik heb er dan ook op aangedrongen, nog op basis van de vele vragen die hierover gesteld werden in de commissie, dat mijn FOD dit echt met bekwame spoed en zo goed mogelijk aanpakt. Ik ga nu geen tijdslijn geven, maar ik wens wel dat dit snel vooruitgaat.
Een derde actie is dat de Toezichtcommissie wordt versterkt. De wijziging van de kwaliteitswet, recent aangenomen in het Parlement, voorziet in een versterking van de bevoegdheid van de inspecteurs en tegelijk ook in betere procedures. Niet onbelangrijk daarbij is de toevoeging waarbij de Toezichtcommissie gevolg mag geven op het Belgische grondgebied aan elke beslissing die door een autoriteit van een andere lidstaat wordt genomen, zoals een beroepsverbod of een tijdelijke beroepsbeperking. Daarnaast is ook de verplichting ingevoerd voor werkgevers om aan de Toezichtcommissie mee te delen wanneer een zorgverlener wordt geschorst of uit zijn ambt wordt gezet wegens ernstig gevaar voor de patiënt.
Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik besluit. Patiëntveiligheid en volksgezondheid zijn inderdaad de hoogste prioriteit. We hebben de voorbije jaren ingezet op een effectief toezicht op de zorgkwaliteit, door stap voor stap onze Federale Toezichtcommissie te versterken. Dit begint vruchten af te werpen, maar we zijn er nog lang niet. We blijven inzetten op een versterkt toezicht en op het gebruik van alle mogelijke instrumenten, ook wanneer dat moeilijk is. IMI hoort tot die laatste categorie. Met de acties die zijn afgesproken, zullen hier op korte termijn de nodige stappen moeten worden gezet. Ik zal dit van zeer nabij opvolgen.
16.05 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, uw antwoord was erg voorspelbaar. Ik had het ook zelf kunnen schrijven. Het is heel erg dat u na meer dan zes maanden niet verder komt dan aankondigingen en beloftes.
Ik heb u zaken horen zeggen als “met bekwame spoed”, “snel actie”, “dringend werk van maken”, “mijn FOD opdracht geven”. Dat zijn exact dezelfde zaken als diegene die we zes maanden geleden hebben gehoord. U komt er zelfs niet toe om ons een tijdslijn mee te geven. U antwoordt gewoon niet op mijn vragen. Wat is dan de hoogdringendheid of de urgentie die u ziet?
Wat een verschil tussen uw woorden en uw daden.
Uiteraard verwijst u naar de Toezichtcommissie - heel voorspelbaar - naar de kwaliteitswet en naar de attesten die zorgverleners moeten voorleggen. Dat zijn nu net de maatregelen die vandaag ook al onvoldoende blijken. Als een attest niet correct is, als mensen u voorliegen, kunt u niet optreden. Ook de Toezichtcommissie kan pas optreden als ze weet dat er een probleem is. Ze werkt vandaag reactief.
Buitenlandse artsen opsporen die hier zonder vergunning werken, kan juist wel via het IMI-systeem. In tijden van AI kan het toch niet zo moeilijk zijn om dat te organiseren? Ik begrijp dat het technisch moeilijk kan zijn, maar het is een kwestie van prioriteiten stellen. U moet ervoor zorgen dat deze artsen hier niet aan de slag kunnen gaan en daar loopt het vandaag mis. U zei dat er heel veel berichten binnenkomen. U had het over 2.000 berichten over buitenlandse artsen en dan over 5.000. Afhankelijk van het aantal dat we nemen, gaat het over 12 tot 21 berichten per dag die geopend moeten worden. Dat kan voor een FOD Volksgezondheid toch niet heel erg moeilijk zijn?
Het gaat hier niet over een administratief detail, maar wel over zorgverleners die in het buitenland geschorst, geschrapt of veroordeeld zijn vanwege zware feiten. Ik heb ze daarnet opgesomd. U glimlacht, mijnheer Bertels, maar ik vind het niet om te lachen dat een gynaecoloog die veroordeeld is voor seksuele feiten hier aan de slag kan blijven. Het is vooral ook niet ernstig voor onze artsen die hier elke dag hard werken, die, zoals collega’s terecht hebben gezegd, heel zware studies hebben moeten volgen en aan quota onderworpen worden om dan geconfronteerd te worden met mensen uit het buitenland die zelfs geen recht hebben om dat werk te doen.
Het is dus geen kwestie van onmogelijkheid, maar wel van politieke prioriteit en daar wringt het schoentje. U stelt de verkeerde prioriteiten en focust liever op sancties, controles op ereloonsupplementen voor dokters die goed werk leveren, op vermogenskadasters, op hervormingen waarmee iedereen verliest en artsen gedemotiveerd geraken. U steekt uw tijd heel graag in verbieden en verplichten. Wat hebben we al gezien, collega’s? Een rookverbod op terrassen, krantenwinkels die moeten sluiten wanneer ze hun voorraad moeten aanvullen, mysteryshoppers en uitbaters die de leeftijd tot 25 jaar moeten controleren.
Dat kan allemaal, maar even controleren of hier mensen aan de slag zijn die veroordeeld zijn, is te moeilijk. Zes maanden hebben we u daarvoor gegeven.
(Applaus)
Mijnheer de minister – ik word weer kalm – patiënten mogen niet afhankelijk zijn van onderzoeksjournalisten om te weten of een arts in een ander land geschorst of geschrapt is. Maak dus eindelijk werk van de automatische koppeling tussen het IMI-systeem en eCad. Ik heb begrepen dat de Orde der artsen u daarin wil ondersteunen. Het enige wat nodig is, is dat u er prioriteit aan geeft, ons een tijdslijn geeft en dat die tijdslijn eerder kort dan lang is. Anders zullen we hier snel opnieuw staan met een interpellatie.
16.06 François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Je vous mentirais en vous disant que je suis complètement rassuré. Encore heureux qu'effectivement tous les cas exposés par l'enquête journalistique Bad Practice soient suivis et poursuivis, le cas échéant, sur le plan disciplinaire et judiciaire! C'est bien la moindre des choses.
J'entends ce que vous mettez en place, j'entends que vous élaborez notamment un outil concret qui va permettre le croisement de données. Je comprends qu'on parle de milliers et de milliers de signalements. Toutefois, comme la collègue vient de le dire, cela fait tout de même six mois qu'on parle de ces dossiers. Ce qui m'inquiète, c'est encore une fois la faille spécifique révélée par le dossier de ce cardiologue français, c'est-à-dire l'inscription en Belgique avant qu'une sanction étrangère ne devienne définitive. J'ai quand même l'impression que nous ne nous sommes pas définitivement prémunis de cela. Vous amenez beaucoup de moyens, mais vous n'êtes pas capable aujourd'hui de nous garantir qu'aucun patient ne court demain le risque de constater qu'il est en train d'être soigné par un médecin qui est radié à l'étranger et dont le signalement n'a pas été traité ici. Je reste donc inquiet.
Nous assurerons évidemment le suivi en commission de ce que vous avez annoncé, même si vous vous refusez à vous enfermer dans un calendrier. Je crois pourtant qu'après six mois, on pourrait envisager de le faire. Je me permets, moi aussi, de déposer une motion pour demander que le gouvernement fédéral, de manière prioritaire, prenne les mesures permettant d'éviter que les citoyens de notre pays soient confrontés à des praticiens de santé interdits d'exercer leur profession à l'étranger. Je vous remercie.
16.07 Dominiek Sneppe (VB): Mijnheer de minister, u hebt de Federale Toezichtcommissie meer taken, bevoegdheden en middelen gegeven. De patiënt heeft evenwel niets aan een commissie die pas achteraf vaststelt dat een gevaarlijke arts al maanden of jaren aan de slag is. U treedt zeer streng en veelvuldig op tegen onze goed menende zorgverleners en voert als het ware een heksenjacht tegen hen, terwijl buitenlandse, malafide, pseudo of fake zorgverstrekkers hier wel lustig kunnen blijven prutsen. Het feit dat u geen concrete tijdslijn geeft voor al uw mooie plannen, lijkt mij gevaarlijk en is vooral weinig hoopgevend. Collega De Knop zei dat we u al zes maanden tijd hadden gegeven, maar eigenlijk hebt u reeds in oktober vorig jaar de tijd gekregen om snel werk te maken van een sluitende keten van buitenlandse waarschuwing, automatische registratie, snelle beoordeling, onmiddellijke opschorting waar nodig, melding aan de werkgever en duidelijke informatie voor de patiënt. Zonder die keten blijft de Federale Toezichtcommissie een soort van brandweer die pas wordt opgebeld wanneer het huis al is afgebrand. Voor het Vlaams Belang is dat onaanvaardbaar. Goede zorgverleners moeten hun werk ongestoord kunnen verrichten en patiënten moeten beschermd worden tegen malafide zorgverstrekkers vooraleer er slachtoffers vallen en niet pas nadat de pers het dossier aan het licht heeft gebracht.
Om die redenen dienen we een motie van aanbeveling in waarin we u vragen om een audit uit te voeren van elke zorgverlener met een buitenlands diploma of een buitenlandse beroepsgeschiedenis, om een sluitende informatieketen uit te bouwen en om rechtszekerheid en proportionaliteit te garanderen, zodat gevaarlijke en onbevoegde zorgverleners kordaat worden aangepakt, maar goed menende zorgverleners niet het slachtoffer worden van willekeur of een heksenjacht.
Motions
De voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Irina De Knop en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van mevrouw Irina De Knop, de heer François De Smet
en mevrouw Dominiek Sneppe
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
belast met Armoedebestrijding,
- overwegende het onvermogen van de Belgische overheden om buitenlandse zorgverleners die gesanctioneerd zijn in andere Europese landen waarvoor een IMI-bericht is of wordt verstuurd te weren als zorgverleners in ons land;
vraagt de regering, en in het bijzonder de minister van Volksgezondheid,
- met spoed een methodiek te ontwikkelen voor het lezen van de IMI-berichten over zorgverleners met het oog op het voorkomen dat zorgverleners die in andere Europese landen gesanctioneerd zijn in België actief kunnen worden."
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mme Irina De Knop, M. François De Smet et Mme Dominiek Sneppe
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté,
- considérant l’incapacité des autorités belges à interdire les prestataires de soins étrangers sanctionnés dans d’autres pays européens et faisant l’objet ou en voie de faire l’objet d’une notification IMI d’exercer dans notre pays;
demande au gouvernement, et en particulier au ministre de la Santé publique,
- de développer dans les plus brefs délais une méthodologie pour la lecture des notifications IMI sur les prestataires de soins afin d’éviter que des prestataires de soins sanctionnés dans d’autres pays européens puissent exercer en Belgique."
Een tweeede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van mevrouw Irina De Knop, de heer François De Smet
en mevrouw Dominiek Sneppe
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
belast met Armoedebestrijding,
- gelet op de recente onthullingen in de media en de onderzoeken van een aantal mediabedrijven waaruit blijkt dat in het buitenland geroyeerde artsen in België op onwettige wijze de geneeskunde beoefenen;
- overwegende dat deze praktijken een systemische disfunctie in de verwerking van de Europese meldingen in het IMI-waarschuwingssysteem blootleggen en dat de Europese controlemechanismen nog altijd niet volstaan om te voorkomen dat bepaalde beroepsbeoefenaars die een sanctie opgelegd kregen, in het buitenland kunnen blijven werken;
- overwegende dat, niettegenstaande het feit dat de FOD Volksgezondheid het certificaat van goed professioneel gedrag van Europese zorgverleners en hun bewijs van taalkennis verifieert, die controle niet afdoend blijkt;
- overwegende dat de minister aangekondigd heeft dat er op 11 juni aanstaande een vergadering zal plaatsvinden tussen de FOD Volksgezondheid, de Europese Commissie en de Orde der artsen;
verzoekt de regering
- binnen afzienbare tijd de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat inwoners van ons land te maken krijgen met gezondheidszorgbeoefenaars die in het buitenland geroyeerd werden."
Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mme Irina De Knop, M. François De Smet et Mme Dominiek Sneppe
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté,
- considérant les révélations médiatiques récentes et les enquêtes d’investigation démontrant l’exercice illégal de la médecine en Belgique par des médecins radiés à l’étranger;
- considérant que ces pratiques révèlent une faille systémique dans le traitement des signalements européens dans le système d’alerte IMI et que les mécanismes de contrôle européens restent insuffisants pour empêcher certains praticiens sanctionnés de poursuivre leur carrière au-delà des frontières;
- considérant qu’en dépit du fait que le SPF Santé publique vérifie le certificat de bonne conduite professionnelle des prestataires de soins européens ainsi que de leurs connaissances linguistiques, ce contrôle ne s’avère pas suffisant;
- considérant que le ministre a annoncé le 11 juin prochain une réunion entre le SPF Santé publique, la Commission européenne et l'Ordre des médecins;
demande
- que le gouvernement fédéral prenne dans un délai rapproché les mesures permettant d’éviter que les citoyens de notre pays soient confrontés à des praticiens de santé interdits d’exercer leur profession à l’étranger."
Een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Dominiek Sneppe en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van mevrouw Irina De Knop, de heer François De Smet
en mevrouw Dominiek Sneppe
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
belast met Armoedebestrijding,
- overwegende dat recente dossiers aantonen dat zorgverleners die in een andere lidstaat geschorst, geschrapt of beperkt werden in hun beroepsuitoefening, toch in België actief konden zijn of blijven;
- overwegende dat dit geen kwestie is van financiële fraude of foutieve facturatie, maar van patiëntveiligheid, beroepsbekwaamheid, visumcontrole en naleving van de wet betreffende de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg;
- overwegende dat patiënten erop moeten kunnen vertrouwen dat elke zorgverlener die in België actief is, wettig, bekwaam en veilig zijn beroep mag uitoefenen;
- overwegende dat de Federale Toezichtcommissie bijkomende taken en bevoegdheden krijgt, maar dat deze versterking enkel zinvol is indien zij tijdig over volledige en correcte informatie beschikt;
- overwegende dat het Europese IMI-waarschuwingssysteem vandaag onvoldoende sluitend werkt;
- overwegende dat buitenlandse tuchtbeslissingen, beroepsverboden of beroepsbeperkingen snel, zorgvuldig en proportioneel moeten worden beoordeeld binnen het Belgische kader van de Kwaliteitswet;
- overwegende dat bonafide zorgverleners niet het slachtoffer mogen worden van willekeur, overhaaste sancties of een algemene sfeer van wantrouwen;
- overwegende dat patiëntveiligheid en rechtszekerheid voor zorgverleners moeten samengaan;
vraagt de regering
- een audit uit te voeren van elke zorgverlener met een buitenlands diploma of buitenlandse beroepsgeschiedenis die in België actief is;
- een sluitende informatieketen uit te bouwen tussen IMI, diplomatieke controleorganen, FOD Volksgezondheid, de Federale Toezichtcommissie, de Orde der Artsen, het RIZIV en werkgevers/zorginstellingen, zodat buitenlandse waarschuwingen niet verloren gaan;
- te verplichten dat elke buitenlandse melding over een beroepsverbod, beroepsbeperking, schrapping of zware tuchtsanctie binnen 48 uur wordt geregistreerd, geopend en beoordeeld door de bevoegde Belgische instantie;
- de Federale Toezichtcommissie automatisch te laten optreden wanneer een buitenlandse beslissing kan wijzen op een inbreuk op de Kwaliteitswet of op een ernstig risico voor patiënten;
- rechtszekerheid en proportionaliteit te garanderen, zodat gevaarlijke of onbevoegde zorgverleners kordaat worden aangepakt, maar bonafide zorgverleners niet het slachtoffer worden van willekeur of een heksenjacht."
Une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Dominiek Sneppe et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mme Irina De Knop, M. François De Smet et Mme Dominiek Sneppe
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté,
- considérant que des dossiers récents montrent que des prestataires de soins ayant fait l'objet d'une mesure de suspension, de suppression ou de restriction de leur droit d'exercer leur profession dans un autre État membre ont tout de même pu être ou rester actifs en Belgique;
- considérant que cette question porte non pas sur une fraude financière ou sur une erreur de facturation, mais sur la sécurité des patients, sur l'aptitude professionnelle, sur le contrôle des visas et sur le respect de la loi relative à la qualité de la pratique des soins de santé;
- considérant que les patients doivent pouvoir avoir l'assurance que tout prestataire de soins actif en Belgique est autorisé à exercer sa profession en toute légitimité et avec toute la sécurité et la compétence requises;
- considérant que la Commission fédérale de contrôle se voit confier des missions et des compétences additionnelles mais que ce renforcement n'a de sens que si la Commission dispose rapidement d'informations complètes et correctes;
- considérant que le mécanisme européen d'alerte IMI présente actuellement des lacunes;
- considérant que les décisions disciplinaires, les interdictions d'exercer ou les restrictions professionnelles infligées à l'étranger doivent être évaluées rapidement, soigneusement et dans le respect du principe de proportionnalité en prenant en considération le cadre belge de la loi relative à la qualité de la pratique des soins de santé;
- considérant que les prestataires de soins de bonne foi ne doivent pas être victimes de mesures arbitraires, de sanctions précipitées ou d'un climat général de méfiance;
- considérant que la sécurité des patients doit aller de pair avec la sécurité juridique des prestataires de soins;
demande au gouvernement
- de réaliser un audit sur chaque prestataire de soins actif en Belgique ayant un diplôme étranger ou un passé professionnel à l'étranger;
- de mettre en place une chaîne d'information parfaitement fiable entre l'IMI, les organes de contrôle diplomatique, le SPF Santé publique, la Commission fédérale de contrôle, l'Ordre des médecins, l'INAMI et les employeurs/établissements de soins pour que les avertissements émis à l'étranger ne se perdent pas;
- de veiller à ce que l'organisme belge compétent soit tenu d'enregistrer, d'ouvrir et d'évaluer dans les 48 heures toute notification étrangère d'une interdiction d'exercer, d'une restriction professionnelle, d'une radiation ou d'une sanction disciplinaire grave;
- de faire intervenir automatiquement la Commission fédérale de contrôle lorsqu'une décision prise à l'étranger donne à penser qu'une infraction à la loi relative à la qualité de la pratique des soins de santé a pu être commise ou que les patients pourraient être confrontés à un risque grave;
- de garantir la sécurité juridique et le principe de proportionnalité pour que les prestataires de soins dangereux ou incompétents fassent l'objet de mesures fermes, mais que les prestataires de bonne foi ne soient pas victimes de mesures arbitraires ni d'une chasse aux sorcières."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Oskar Seuntjens, Axel Ronse en Benoît Piedboeuf en de dames Nawal Farih en Aurore tourneur.
Une motion pure et simple a été déposée par MM. Oskar Seuntjens Axel Ronse et Benoît
Piedboeuf et Mmes Nawal Farih et Aurore tourneur.
16.08 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, we vragen de urgentie voor de stemming over de eenvoudige motie.
De voorzitter: Aangezien de urgentie
voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks
over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6, tweede lid, Rgt.)
Étant donné que l'urgence de la motion pure et
simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions
tout à l'heure. (art. 140, n° 6,
deuxième alinéa, Rgt.)
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
De bespreking is gesloten.
La discussion est close.
De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 17 augustus 2013 tot creatie van het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen en tot wijziging van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, en tot wijziging van de wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid (nr. 1570/1).
Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi modifiant la loi du 17 août 2013 portant création du cadre pour le déploiement de systèmes de transport intelligents et modifiant la loi du 10 avril 1990 réglementant la sécurité privée et particulière, et modifiant la loi du 2 octobre 2017 réglementant la sécurité privée et particulière (n° 1570/1).
Ik geef
het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.
Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.
17.01 Mathieu Bihet, ministre: Monsieur le président, chers collègues, le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi modifiant la loi du 17 août 2013 portant création du cadre pour le déploiement de systèmes de transport intelligents et modifiant la loi du 10 avril 1990 réglementant la sécurité privée et particulière, et modifiant la loi du 2 octobre 2017 réglementant la sécurité privée et particulière (n° 1570/1).
L'urgence est justifiée par le fait que ce projet de loi vise à accélérer et à coordonner le déploiement et l'utilisation des systèmes de transport intelligents (STI) appliqués au transport routier et à ses interfaces avec d'autres modes de transport dans le cadre de la directive 2010/40. Le bon fonctionnement et l'application des STI sont essentiels à l'organisation d'une politique de transport et de mobilité efficace et durable.
En septembre 2025, le gouvernement s'est engagé à ramener le déficit de transposition sous la norme européenne. À cette fin, toutes les autorités compétentes doivent veiller à ce que les directives européennes soient transposées intégralement et correctement, et dans les délais. Le délai de transposition de la directive visée par ce projet de loi est le 21 décembre 2025. Comme pour une série d'autres directives en retard de transposition, le ministre des Affaires étrangères, dans une note adressée au Conseil des ministres le 3 avril 2026, a rappelé l'engagement susmentionné pris en septembre 2025 et a demandé que les ministres concernés fassent le nécessaire au plus tard avant le 5 juin 2026.
De voorzitter:
Ik stel u
voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt aangenomen bij zitten en opstaan.
L'urgence
est adoptée par assis et levé.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Demande
d'urgence
Er is een voorstel van resolutie van Peter Buysrogge, Hervé Cornillie, Stéphane Lasseaux, Axel Weydts en Koen Van den Heuvel om het Rekenhof een onderzoek te laten uitvoeren naar de aankoop van antidrone-apparatuur door Defensie, nr. 1588/1.
Die resolutie sluit natuurlijk aan bij andere resoluties, die de urgentie al verkregen hebben. Het lijkt me evident om die eraan te koppelen.
18.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Hoewel we het met de inhoud van het voorstel van resolutie eens zijn, is de behandeling hiervan echt schandalig te noemen. Ongeveer twee weken geleden hebben we hier unaniem de urgentie voor de voorstellen van resolutie van verschillende partijen voor een versnelde audit door het Rekenhof van het dronesdossier goedgekeurd, met alle partijen, over de partijgrenzen heen, meerderheid en oppositie. Er werden geen politieke spelletjes gespeeld. Dat was een zeer goede zaak.
Gisteren werden de voorstellen van resolutie, omdat de kwestie urgent is, in de commissie voor Landsverdediging besproken. Als iets urgent is, is het logisch dat men snel tot een stemming overgaat. De arizonameerderheid heeft toen beslist te stemmen over de vraag of we over de voorstellen van resolutie mochten stemmen. Ik vind dat hallucinant, collega's. Het is hallucinant dat wij allemaal unaniem de urgentie goedkeuren om een audit van het dronesdossier door het Rekenhof te laten uitvoeren, om snelheid te maken en om de mist over heit dossier weg te nemen, om vervolgens vast te stellen dat de meerderheid niet het lef heeft om daarover te stemmen, omdat het voorstel van de oppositie komt – oei, oei, oei, dramatisch; het voorstel komt van de oppositie – en nu twee weken na de feiten zelf met een voorstel van resolutie op de proppen komt. Dat zijn pure politieke spelletjes. Ondertussen hebben we tijd verloren, collega's.
Neen, mijn fractie zal de vraag tot urgentie niet steunen.
18.02 Kristien Verbelen (VB): Wij zullen de urgentievraag wél steunen, uiteraard. Dat betekent echter niet dat we het politieke schouwtoneel errond goedkeuren.
Gisteren lag er in de commissie voor Landsverdediging een hele reeks voorstellen op tafel om het Rekenhof te gelasten met een audit inzake de anti-droneaankopen. Dat is ook de enige logische keuze, aangezien FIA dat blijft weigeren.
Wat deed de meerderheid echter? Ze wilde geen stemming. Meer nog, ze stemde tegen de vraag van de oppositie om over haar voorstellen te stemmen. De redenering was dat zij haar eigen tekst had en dus niet daar en toen over de voorgelegde voorstellen kon stemmen, waardoor alles op de lange baan werd geschoven. Men moest nog palaveren over de scope van het voorstel en er moesten zelfs nog hoorzittingen komen.
Wat zien we nu plots? De meerderheid vraagt de urgentie voor het voorstel, terwijl men gisteren al een tekst had kunnen goedkeuren om het Rekenhof een onderzoek te laten voeren. Dat is gewoon kafkaiaans in het kwadraat. Als het zo urgent is dat het Rekenhof een onderzoek voert naar de droneaffaire van minister Francken, waarom wilde men gisteren dan niet stemmen over het voorstel? Collega Buysrogge zei dat er geen politieke spelletjes gespeeld zouden worden. Dat zijn geen politieke spelletjes meer, dat is gewoon een politiek circus!
Hoe dan ook, het is zeker urgent en van het hoogste belang dat er duidelijkheid komt. Tot dan blijft het veto van Conner Rousseau tegen nieuwe legeraankopen immers ook gelden. Vraag het Rekenhof dus vandaag nog om een onderzoek, want de onderste steen moet boven komen. Dat is de enige manier waarop we met ons defensiebeleid vooruit kunnen.
18.03 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Collega’s, dit zijn echt vijgen na Pasen. Het is ondertussen anderhalve maand geleden dat minister Francken verklaarde dat hij wil dat er een onderzoek gebeurt naar die hele dronesaga. Er blijkt echter heel duidelijk geen haast bij te zijn van zijn kant. Het antwoord van de FIA, dat het onderzoek wat de FIA betreft niet kan doorgaan, heeft weken stof liggen vergaren op zijn bureau. Daarna kwam het uit en pas dan zijn de verschillende partijen in actie geschoten. Twee weken geleden hebben we hier spoed gevraagd, unaniem gesteund. Iedereen vond het op dat moment blijkbaar belangrijk dat er spoed achter werd gezet.
Vervolgens begonnen opnieuw de vertragingsmanoeuvres. Ik vroeg om dat onmiddellijk te behandelen. Commissievoorzitter Buysrogge, niet toevallig van dezelfde partij, stelde het nog een week uit. Het gevolg is dat we het uiteindelijk gisteren konden behandelen.
Gisteren stonden vijf resoluties over het Rekenhof op de agenda. We hebben de moeite genomen, want er zat spoed achter, om onmiddellijk amendementen in te dienen en zo tot een gemeenschappelijke, gedragen tekst te komen. Vanuit de meerderheid is daar geen enkel inhoudelijk debat over gevoerd. Er zijn alleen vertragingsmanoeuvres toegepast, om uiteindelijk opnieuw te landen bij een stemming die moest verhinderen dat we over onze resoluties konden stemmen. Een vertragingsmanoeuvre.
Eén dag heeft de meerderheid het lef om hier de urgentie te vragen voor het eigen voorstel, een dag nadat met betrekking tot alle voorstellen werd gezegd dat we daarover niet gingen stemmen. Zijn het politieke spelletjes, is het politieke spielerei? Ik weet het niet. Ik kan er absoluut niet bij. Ik vind het echt totaal denigrerend ten opzichte van dit dossier en de ernst die het dossier zou moeten krijgen. Het gaat hier over miljarden die Defensie mag uitgeven. Ik verwacht daar meer ernst en meer spoed – effectieve spoed – in plaats van deze spelletjes.
Vanuit dat standpunt zullen we principieel deze spoedaanvraag niet steunen.
18.04 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, nous sommes le 4 juin, à quelques jours du 6 juin, anniversaire d'un événement historique, le débarquement en Normandie qui a inspiré une grande production cinématographique, avec notamment Le Jour le plus long, le plus récent exemple étant sans doute Il faut sauver le soldat Ryan (Saving Private Ryan en anglais).
Aujourd'hui, nous assistons ici au remake de ce film par l'Arizona: Saving Private Francken. Semaine après semaine, alors que nous entendons les expressions viriles de parlementaires de la majorité réclamant la transparence sur les achats militaires, singulièrement sur ce dossier de systèmes anti-drones, les épisodes s'enchaînent. C'est la version Netflix de l'Arizona de Saving Private Francken. Chaque fois, on invente une manière particulière d'organiser nos travaux, de temporiser, de renvoyer ou d'essayer d'encommissionner, alors que les choses sont claires. Un jour ou l'autre, il y aura un audit de la Cour des comptes sur la manière dont ce dossier d'achat de systèmes anti-drones par le cabinet et par le ministre Francken a été réalisé.
La majorité, soudée aujourd'hui malgré les déclarations des uns et des autres exigeant la transparence, essaie simplement de gagner du temps par des mesures dilatoires et des expressions fortes. Voici quinze jours, nous avons eu droit à des applaudissements lors du vote sur la demande d'urgence de la résolution. Puis hier, en commission de la Défense, nous avons assisté à un revirement de situation, une courbe rentrante, pour venir au secours du ministre Francken.
Nous
demandons ici, monsieur le président, mesdames et messieurs les membres de la
majorité, la fin de l'hypocrisie pour que toute la lumière soit enfin faite sur
la gestion de ce dossier. Qui d'autre que la Cour des comptes peut le faire de
manière indépendante? Je vous remercie.
18.05 Peter Buysrogge (N-VA): Collega's, er vallen hier grote woorden. Ik wil toch wel wat sereniteit houden in het debat. Al vanaf de eerste dag zeggen de minister en alle mensen van de meerderheid dat er een audit moet komen. Het voorkeursscenario was om de FIA daarmee te gelasten, en eind vorige week is voor de tweede maal gebleken dat de FIA geen audits doet wegens capacitaire redenen of omdat er een gerechtelijk onderzoek loopt. De meerderheid en de minister zeggen dat er een audit moet komen. Met onze resolutie willen we het Rekenhof daarmee gelasten. Collega's, gisteren hebben een goede bespreking gevoerd. De teneur verschilt soms en soms worden er dictatoriale termen gebruikt, soit. Alleszins verliep de bespreking positief en als commissie hebben we beslist om het Rekenhof uit te nodigen om de scope van de audit exact te kunnen bepalen. Dinsdag zal die vergadering plaatsvinden en dan kunnen we verder aan de slag, want de commissie kan dan, op basis van de verschillende voorliggende teksten die aan het Rekenhof zullen worden bezorgd, beslissen welke opdracht exact aan het Rekenhof zal worden gegeven. Voor ons is de vraag niet of er een audit moet komen, maar wel wat exact de scope van die audit zal zijn. Onze resolutie, die vandaag hopelijk de hoogdringendheid krijgt toegekend, kan om die reden een meerwaarde bieden.
De voorzitter:
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie wordt verleend bij zitten en opstaan.
L'urgence est accordée par assis et levé.
Pairages
Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.
Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.
Zijn er
stemafspraken?
Y a-t-il des accords de pairage?
18.06 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, nous avons reçu une demande de pairage de la part du groupe Vooruit pour Mme Lambrecht. C’est M. Bayet qui assurera le pairage.
De voorzitter:
Dank u wel.
Dan gaan we nu over tot de naamstemmingen.
Nous allons donc maintenant procéder aux votes nominatifs.
Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.
Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.
Vier moties werden ingediend (MOT nr. 273/1):
- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Irina De Knop;
- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet;
- een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Dominiek Sneppe;
- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Oskar Seuntjens, Axel Ronse en Benoît Piedboeuf en de dames Nawal Farih en Aurore Tourneur.
Quatre motions ont été déposées (MOT n° 273/1):
- une première motion de recommandation a été déposée par Mme Irina De Knop;
- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet;
- une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Dominiek Sneppe;
- une première motion pure et simple a été
déposée par MM. Oskar Seuntjens, Axel Ronse et Benoît Piedboeuf, et Mmes Nawal
Farih et Aurore Tourneur.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring?
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?
Nous allons évidemment voter la motion pure et simple. Cela étant dit, je dois reconnaître que nous restons sur notre faim quant au déroulement de la séance de questions en début d’après-midi. Je pense à la réponse apportée par un ministre à la question de notre collègue Daniel Bacquelaine, qui avait le droit de la poser au gouvernement au regard d'une situation interpellante. Une telle question appelait, à tout le moins, une réponse technique précise et, en tout cas, une explication à propos de la situation soulevée.
En lieu et place de cela, nous avons eu droit à une espèce de mise en cause personnelle d'une collègue du gouvernement, allant jusqu'à nourrir des soupçons quant à sa déclaration de revenus lorsqu'elle exerçait en qualité d'avocate. Or la lettre relative à la proposition de statut BIM ne lui a été adressée qu’en 2025. Il n'y a donc pas si longtemps.
Dès lors, plutôt que d'entendre pendant de longues minutes une mise en cause personnelle d'une collègue du gouvernement, nous étions en droit d’attendre une réponse beaucoup plus sérieuse de la part du ministre Vandenbroucke.
Néanmoins, nous voterons la motion pure et simple. Mais, franchement, nous avons hésité!
De voorzitter:
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
1) |
||
|
Ja |
77 |
Oui |
|
Nee |
52 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
|
Totaal |
130 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.
Deze interpellaties werden gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen van 26 mei 2026.
Ces interpellations ont été développées en réunion publique de la commission des Relations extérieures du 26 mai 2026.
Drie moties werden ingediend (MOT nr. 265/1):
- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Greet Daems;
- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Khalil Aouasti;
- een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Michel De Maegd.
Trois motions ont été déposées (MOT n° 265/1):
- une première motion de recommandation a été déposée par Mme Greet Daems;
- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Khalil Aouasti;
- une motion pure et simple a été déposée par M. Michel De Maegd.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 2) |
||
|
Ja |
74 |
Oui |
|
Nee |
55 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
|
Totaal |
130 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.
Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van 27 mei 2026.
Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives du 27 mai 2026.
Twee moties werden ingediend (MOT nr. 270/1):
- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Khalil Aouasti;
- een eenvoudige motie werd ingediend door de mevrouw Maaike De Vreese.
Deux motions ont été déposées (MOT n° 270/1):
- une motion de recommandation a été déposée par M. Khalil Aouasti;
- une motion pure et simple a été déposée par Mme Maaike De Vreese.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 3) |
||
|
Ja |
76 |
Oui |
|
Nee |
54 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 4) |
||
|
Ja |
92 |
Oui |
|
Nee |
30 |
Non |
|
Onthoudingen |
9 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
Stemming over amendement nr. 21 van
Pierre-Yves Dermagne cs op artikel 1. (1508/7)
Vote sur l'amendement n° 21 de Pierre-Yves
Dermagne cs à l'article 1. (1508/7)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 5) |
||
|
Ja |
53 |
Oui |
|
Nee |
77 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 1 aangenomen.
En conséquence, l'amendement est rejeté et l’article 1 est adopté.
Stemming over amendement nr. 15 van Barbara
Pas cs tot invoeging van een artikel 5bis(n). (1508/7)
Vote sur l'amendement n° 15 de Barbara Pas cs
tendant à insérer un article 5bis(n). (1508/7)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 6) |
||
|
Ja |
15 |
Oui |
|
Nee |
116 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 16 van Barbara
Pas cs tot invoeging van een artikel 5ter(n). (1508/7)
Vote sur l'amendement n° 16 de Barbara Pas cs
tendant à insérer un article 5ter(n). (1508/7)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
6)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 17 van Barbara
Pas cs tot invoeging van een artikel 8bis(n). (1508/7)
Vote sur l'amendement n° 17 de Barbara Pas cs tendant
à insérer un article 8bis(n). (1508/7)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
6)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 18 van Barbara
Pas cs tot invoeging van een artikel 10bis(n). (1508/7)
Vote sur l'amendement n° 18 de Barbara Pas cs
tendant à insérer un article 10bis(n). (1508/7)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
6)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 19 van Barbara
Pas cs tot invoeging van een artikel 10ter(n). (1508/7)
Vote sur l'amendement n° 19 de Barbara Pas cs
tendant à insérer un article 10ter(n). (1508/7)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
6)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 20 van Barbara
Pas cs tot invoeging van een artikel 10quater(n). (1508/7)
Vote sur l'amendement n° 20 de Barbara Pas cs
tendant à insérer un article 10quater(n). (1508/7)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
6)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 7) |
||
|
Ja |
77 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
54 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel aan. Deze wijziging zal bekendgemaakt worden in het Belgisch Staatsblad.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition. La présente modification sera publiée au Moniteur belge.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 8) |
||
|
Ja |
131 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel aan. Deze wijziging zal bekendgemaakt worden in het Belgisch Staatsblad.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition. La présente modification sera publiée au Moniteur belge.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 9) |
||
|
Ja |
131 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel aan. Deze wijziging zal bekendgemaakt worden in het Belgisch Staatsblad.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition. La présente modification sera publiée au Moniteur belge.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 10) |
||
|
Ja |
130 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
130 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel aan. Deze wijziging zal bekendgemaakt worden in het Belgisch Staatsblad.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition. La présente modification sera publiée au Moniteur belge.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 11) |
||
|
Ja |
131 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.
Overeenkomstig artikel 17, nr. 2, van het Reglement mag de aan de Kamer ter goedkeuring voorgelegde agenda na advies van de Conferentie van voorzitters slechts worden gewijzigd door een stemming uitgebracht:
ofwel op initiatief van de voorzitter van de Kamer;
ofwel op initiatief van de regering;
ofwel op initiatief van een lid van de Kamer, wiens voorstel dan de steun moet hebben van acht leden.
Conformément à l’article 17, n° 2, du Règlement, l'ordre du jour soumis pour approbation à la Chambre après avis de la Conférence des présidents ne peut être modifié que par un vote émis :
soit sur l’initiative du président de la Chambre;
soit sur l’initiative du gouvernement;
soit sur l’initiative d’un membre de la Chambre dont la proposition doit être appuyée par huit membres.
Ik heb een voorstel ontvangen van de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens en de dames Aurore Tourneur en Nawal Farih, die de volgende wijziging van de agenda voorstellen:
"Verzoek tot organiseren van plenaire vergadering:
op 10 juni om 13.00 uur en 20.00 uur;
op 11 juni om 9.00 uur, 14.15 uur en 20.00 uur met als agendapunten:
- het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen ter uitvoering van het Migratie- en asielpact van de Europese Unie, nrs. 1401/1 tot 6 (pro memorie);
- het wetgevende werk dat reeds voorzien was voor de vergadering van 11 juni om 14u15, overeenkomstig de agenda voorgesteld door de Conferentie van voorzitters."
J’ai reçu une proposition de MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens et de Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih, qui proposent la modification de l’ordre du jour suivante:
"Demande d'organisation d'une réunion plénière:
le 10 juin à 13 h 00 et 20 h 00;
le 11 juin à 9 h 00, 14 h 15 et 20 h 00 avec les points suivants à l'ordre du jour:
- le projet de loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers en vue de la mise en œuvre du Pacte sur la migration et l'asile de l'Union européenne, n°s 1401/1 à 6 (pour mémoire);
- les travaux législatifs déjà prévus pour la séance du 11 juin à 14h15 conformément à l'ordre du jour proposé par la Conférence des présidents."
Er wordt geen afbreuk gedaan aan het vragenuurtje op 11 juni om 14.15 uur.
La séance des questions orales prévue le 11 juin à 14 h 15 est maintenue.
Ik breng het voorstel ter stemming.
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 12) |
||
|
Ja |
78 |
Oui |
|
Nee |
45 |
Non |
|
Onthoudingen |
6 |
Abstentions |
|
Totaal |
129 |
Total |
Bijgevolg is de agendawijziging aangenomen.
En conséquence, la modification de l’ordre du jour est adoptée.
Vraagt
iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un
demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 13) |
||
|
Ja |
97 |
Oui |
|
Nee |
31 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
130 |
Total |
Bijgevolg
neemt de Kamer het voorstel tot verwerping aan. Het wetsvoorstel nr. 36/1
is dus verworpen.
En
conséquence, la Chambre adopte la proposition de rejet. La proposition de loi
n° 36/1 est donc rejetée.
Reden van
onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van volgende week.
Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour de la séance de la semaine prochaine.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering woensdag 10 juni 2026 om 13.00 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le mercredi 10 juin 2026 à 13 h 00.
De vergadering wordt gesloten om 19.02 uur.
La séance est levée à 19 h 02.
|
De bijlage
is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 124 bijlage. |
|
L'annexe
est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 124
annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Naamstemming - Vote nominatif: 1
|
Ja |
77 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
52 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
Bayet Hugues
Naamstemming - Vote nominatif: 2
|
Ja |
74 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
55 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
Bayet Hugues
Naamstemming - Vote nominatif: 3
|
Ja |
76 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
54 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
Bayet Hugues
Naamstemming - Vote nominatif: 4
|
Ja |
92 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
30 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Chahid Ridouane, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dermagne Pierre-Yves, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Onthoudingen |
9 |
Abstentions |
Bayet Hugues, Bertrand Alexia, De Knop Irina, De Smet François, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Orlians Arthur, Vander Elst Kjell, Van Quickenborne Vincent
Naamstemming - Vote nominatif: 5
|
Ja |
53 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
77 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
Bayet Hugues
Naamstemming - Vote nominatif: 6
|
Ja |
15 |
Oui |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
116 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 7
|
Ja |
77 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
54 |
Abstentions |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Orlians Arthur, Pas Barbara, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 8
|
Ja |
131 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 9
|
Ja |
131 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 10
|
Ja |
130 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 11
|
Ja |
131 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 12
|
Ja |
78 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
45 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
6 |
Abstentions |
Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Orlians Arthur, Van Quickenborne Vincent
Naamstemming - Vote nominatif: 13
|
Ja |
97 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Orlians Arthur, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
31 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Chahid Ridouane, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dermagne Pierre-Yves, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Meunier Marie, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Bayet Hugues, Lutgen Benoît