|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Woensdag 27 mei 2026 Voormiddag ______ |
du Mercredi 27 mai 2026 Matin ______ |
De vergadering wordt geopend om 12.03 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 12 h 03 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:
Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l'ouverture de la séance:
Frank Vandenbroucke.
Collega’s, misschien zitten we hier vandaag wel even en dan is het geen gek idee om tijdig te beginnen. Er heerst hier een uitgelaten zomerse sfeer.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 26 mei 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergaderingen van vandaag en morgen ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 26 mai 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour les séances d'aujourd'hui et de demain.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
We gaan over tot de eedaflegging van de opvolger die in aanmerking komt om de heer Paul Van Tigchelt, ontslagnemend op 22 mei 2026, te vervangen.
Nous procédons à la prestation de serment du suppléant appelé à siéger en remplacement de M. Paul Van Tigchelt, qui a démissionné le 22 mai 2026.
De opvolger die hem zal vervangen is de heer Arthur Orlians, opvolger voor de kieskring Antwerpen.
Le suppléant appelé à le remplacer est M. Arthur Orlians, suppléant de la circonscription électorale de la province d'Anvers.
De geloofsbrieven van de heer Arthur Orlians werden tijdens onze vergadering van 10 juli 2024 geldig verklaard.
Les pouvoirs de M. Arthur Orlians ont été validés en notre séance du 10 juillet 2024.
Daar het aanvullend onderzoek, door artikel 235 van het Kieswetboek voorgeschreven, uitsluitend slaat op het behoud van de verkiesbaarheidsvereisten, gaat het, gelet op de verkregen stukken, in de huidige omstandigheden om een loutere formaliteit.
Comme la vérification complémentaire, prévue par l'article 235 du Code électoral, ne porte que sur la conservation des conditions d'éligibilité, il apparaît que cette vérification, n'a, au vu des pièces obtenues, qu'un caractère de pure formalité.
Ik stel u dus voor tot de toelating over te gaan van dit lid.
Je vous propose donc de passer à l'admission de ce membre.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Ik memoreer de bewoordingen van de eed: "Ik zweer de Grondwet na te leven" "Je jure d'observer la Constitution" "Ich schwöre die Verfassung zu befolgen".
Je rappelle les
termes du serment: "Je jure d'observer la Constitution" "Ik
zweer de Grondwet na te leven" "Ich schwöre die Verfassung zu
befolgen".
Ik verzoek de heer Arthur Orlians de grondwettelijke eed af te leggen.
Je prie M. Arthur Orlians de prêter le serment constitutionnel.
Arthur Orlians legt de grondwettelijke
eed achtereenvolgens af in het Nederlands, in het Frans en in het Duits.
Arthur Orlians prête le serment
constitutionnel successivement en néerlandais, en français et en allemand.
De heer Arthur Orlians zal deel uitmaken van de Nederlandse taalgroep.
M. Arthur Orlians fera partie du groupe linguistique néerlandais.
Aan de orde is de bespreking van de tweede lezing van de artikelen 56 tot 88 van het ontwerp van programmawet, die artikelen betreffen de centenindex, maar de heer Dermagne vraagt eerst het woord.
03.01 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre, chers collègues, je me permets d'intervenir concernant l'ordre du jour de notre séance plénière, non pas sur le texte de la loi-programme mais sur la réforme des pensions, sachant que, sauf erreur de ma part, nous ne disposons toujours pas de l'avis définitif de la section de législation du Conseil d'État.
En tant que président de l'ensemble des députés, je voulais savoir comment vous envisagez – ainsi que les membres de la majorité et le gouvernement – d'organiser la suite de nos travaux, sachant que nous ne disposons pas encore de l'avis définitif du Conseil d'État sur les amendements qui y ont été renvoyés il y maintenant une dizaine de jours.
Vous comprendrez que pour nous, il est inenvisageable de commencer la discussion sans disposer de l'avis du Conseil d'État en bonne et due forme, comme ce fut le cas lors de la précédente législature avec les différents renvois successifs au Conseil d'État s'agissant de l'IVG ou encore de la réforme de l'Autorité de protection des données. Il est essentiel à nos yeux de disposer de l'avis officiel du Conseil d'État pour pouvoir débuter nos travaux.
Je me permets donc de vous interroger, ainsi qu'à travers vous l'ensemble des collègues, et plus particulièrement ceux de la majorité, sur la manière dont on envisage de travailler.
De voorzitter: Collega Dermagne, ik neem aan dat we het niet hebben over de start van de plenaire vergadering als zodanig, maar over het onderdeel betreffende de pensioenhervorming.
De heer Ronse vraagt het woord.
03.02 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, het advies telt elf pagina's en zou nog vertaald moeten worden. Ik ga ervan uit dat dat doenbaar is. Mijnheer Dermagne, ik wil u alleszins met veel plezier helpen bij de vertaling. In ieder geval denk ik dat dat een bespreking van de pensioenhervorming absoluut niet kan verhinderen. Laten we in blijde afwachting zijn van de vertaling, die ongetwijfeld op dit moment wordt gemaakt.
De voorzitter: Intussen is er natuurlijk de bespreking van de programmawet. Ik denk dat we de volledige formele vertalingen zeker moeten hebben ontvangen voordat we de artikelsgewijze bespreking kunnen aanvatten. Het gaat immers over de vertaling van het advies met betrekking tot bepaalde artikelen van die wetgeving. Daarzonder kunnen we niet beginnen.
03.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik denk dat mijnheer Dermagne gelijk heeft. Ik denk dat we geen enkele bespreking kunnen aanvatten over de pensioenwet zolang dat advies niet in beide talen beschikbaar is. Dat is de regel in dit Huis. Dat is ook bevestigd door de diensten en dat zal moeten worden gerespecteerd.
Mijnheer de voorzitter, de programmawet ligt nu voor ter bespreking. Mag ik vragen dat minister Clarinval aanwezig is? Zowel hij en minister Vandenbroucke zijn verantwoordelijk voor dit hoofdstuk.
De voorzitter: De regering is aanwezig. Minister Clarinval zal hier zijn om 13.00 uur.
03.04 Vincent Van Quickenborne (Anders.): De pensioenhervorming is een belangrijk onderwerp dat veel mensen beroert. Het is een hoofdverantwoordelijkheid van minister Clarinval en van minister Vandenbroucke. Dat is ook gebleken uit de commissiebesprekingen. Ook vorige donderdag hebben wij vragen kunnen stellen aan beide ministers en hebben beide ministers antwoorden gegeven. Ik ga ervan uit dat bij de bespreking in de plenaire zitting beide bevoegde ministers aanwezig zijn, zodat wij alle aspecten aan hen kunnen voorleggen, ook de aspecten die tot hun particuliere bevoegdheid behoren.
Zoals enkele weken geleden vraag ik de aanwezigheid van minister Clarinval, samen met minister Vandenbroucke, zodat we beide bevoegde ministers kunnen ondervragen.
De voorzitter: Formeel gezien is de regering aanwezig, maar u kunt altijd een minister vorderen volgens een welbepaalde procedure.
03.05 Kim De Witte (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, heb ik goed begrepen dat we de bespreking van de pensioenwet pas kunnen aanvatten wanneer we het officiële advies van de Raad van State in de twee talen hebben ontvangen?
De voorzitter: Het komt aan de Kamer toe om te oordelen of de algemene bespreking kan starten. Ik denk dat het onmogelijk is om de artikelsgewijze bespreking aan te vatten zonder dat advies, een advies dat per definitie betrekking heeft op de artikelen.
Ik hoor parlementsleden protesteren, maar ik neem daarin geen standpunt in. Ik zeg alleen dat de Kamer daarover moet oordelen, niet ik.
03.06 Kim De Witte (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, ik heb nog een tweede punt.
Dat tweede punt gaat over het advies van de Raad van State, waarvan we de vertaling krijgen en dat, zoals net ook gezegd werd, bijzonder kort is. We bespreken vandaag in principe een wetsontwerp van meer dan 1.300 pagina's, collega's. De Raad van State was in zijn eerste advies over het voorontwerp bijzonder kritisch over die wet. De Raad stelde dat verschillende maatregelen onvoldoende verantwoord zijn, mogelijk discriminerend zijn, het vertrouwen van de burgers schaden en een aanzienlijke achteruitgang van de sociale bescherming betekenen. Dat zijn geen details, collega's, dat zijn fundamentele opmerkingen over een zeer belangrijk recht van mensen. Wat doet de regering? In plaats van die kritiek ernstig te nemen …
De voorzitter: Mijnheer De Witte, mag ik u vragen om dat debat te voeren wanneer we het over de pensioenwet hebben? Nu staat de programmawet op de agenda. Ik denk dat we op deze manier twee debatten door elkaar aan het mengen zijn. Er is een vraag gesteld en ik heb daarop geantwoord wat niet kan; voor de rest komt het de Kamer toe te beslissen. Ik stel voor dat we ons daarover uitspreken vanaf het ogenblik dat dat punt wordt aangesneden. Tenzij we beslissen om dat nu te behandelen en daar nu een standpunt over innemen. Dat kan voor mij ook. Ik wil dat even duidelijk maken, want we waren eigenlijk begonnen met de programmawet.
Dan stellen we de behandeling van de programmawet even uit om eerst de procedurekwestie te behandelen over hoe we omgaan met de pensioenwet? (Instemming)
03.07 Kim De Witte (PVDA-PTB): Dank u wel, mijnheer de voorzitter.
Collega’s, zoals ik al zei is het advies van de Raad van State op het wetsontwerp van meer dan 1.300 bladzijden, dat heel veel mensen aanbelangt, zeer beperkt. De Raad van State legt ook uit waarom het advies zo beperkt is. Hij zegt namelijk expliciet dat, binnen de tijd die is voorzien in het kader van de urgentieprocedure, hij onmogelijk een advies kan geven over de meer dan 50 amendementen die de oppositie heeft ingediend teneinde het wetsontwerp minder discriminerend te maken, minder de grondwettelijke principes te doen schenden; ik heb het dan over het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het standstillbeginsel. De Raad van State zegt dat hij onmogelijk op een inhoudelijke manier kan reageren binnen die korte tijd.
Dus vragen wij om de Raad van State meer tijd te geven, en dit wetsontwerp, samen met een aantal nieuwe amendementen die we indienen, opnieuw naar de Raad van State te sturen. Dat is ons voorstel.
De voorzitter:
Uw vraag is dus om de termijn van de Raad van State te verlengen? De Kamer zal zich daarover uitspreken.
03.08 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, nous nous joignons à cette proposition du PTB d'accorder plus de temps au Conseil d'État, comme il le demande, pour pouvoir rendre un avis circonstancié sur les précédents amendements.
Nous avons également transmis aux services trois nouveaux amendements pour lesquels nous souhaitons solliciter l'avis du Conseil d'État.
Les deux premiers concernent les conditions de carrière pour la pension anticipée à 60 ans pour ceux qui ont travaillé 42 ans. Cette modalité était censée être la seule mesure en matière de pénibilité. C'est la seule porte de sortie pour ceux qui ont commencé à travailler très jeunes, qui ont eu une carrière longue et qui s'inscrivent souvent dans des métiers pénibles. D’abord, nous proposons d'abaisser le nombre de jours travaillés de 234 à 156 jours, comme pour les autres régimes. C’est simplement faire en sorte que cette porte de sortie soit identique aux autres carrières. Ensuite, nous incluons dans les périodes assimilées pour accéder à cette pension anticipée le congé parental, le congé d’aidant proche, le congé de naissance et le congé d'adoption. Ce n'est que justice de permettre à ces personnes de pouvoir valoriser ces périodes de la vie dans leur possibilité d'accéder à la pension anticipée.
Le troisième amendement supprime le rehaussement du seuil pour la pension anticipée prévu par le projet de loi, le faisant passer de 104 à 156 jours. Cette mesure va frapper en premier lieu les femmes et ne fait l'objet d'aucune justification par le gouvernement quant à l'absence d'effets discriminatoires indirects fondés sur le genre, alors que le Conseil d'État l'a expressément demandé. Nous proposons de rectifier cette injustice.
Comme je l'ai déjà, nous demandons l'avis du Conseil d'État.
03.09 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, je perçois bien le flottement dans l'Assemblée sur la manière de travailler ou plutôt d'entamer les travaux ici, en plénière, sur le dossier des pensions. Nous sentons quand même un malaise – et il est légitime – au sein de certains groupes de la majorité, à l’idée de débuter avec un avis du Conseil d'État qui n'est pas définitif. Cela n'a jamais été fait par le passé au sein de cette Assemblée. On a toujours attendu la production et la transmission d'un avis officiel de la section de législation du Conseil d'État.
J'entends la demande légitime, qui a été faite par notre collègue De Witte, de donner le temps nécessaire et suffisant au Conseil d'État pour rendre un avis circonstancié sur un projet de loi, un projet de réforme dont nous ne devons plus rappeler – cela été fait de manière objective, transparente, indépendante par le Bureau fédéral du Plan – qu'il va renforcer toutes les inégalités, pour toutes les catégories de travailleuses et de travailleurs dans ce pays, et singulièrement pour les travailleuses, puisque c'est une réforme qui va durement et brutalement frapper les femmes.
C’est la raison pour laquelle, monsieur le président, nous avons déjà déposé des amendements, qui ont été envoyés au Conseil d’État, pour lesquels nous attendons un avis définitif ainsi que le temps nécessaire pour pouvoir prendre connaissance de la substance de cet avis. C’est également la raison pour laquelle nous continuons à déposer des amendements afin de revoir cette réforme si contestée et d’essayer, ici et là, de faire en sorte que les inégalités renforcées par les décisions de la majorité ne produisent pas d’effets. Dans un second temps, nous solliciterons aussi un vote sur un renvoi au Conseil d’État pour d’autres amendements relatifs à cette réforme des pensions. Mais notre première demande est de laisser au Conseil d’État le temps suffisant pour remettre un avis circonstancié et complet, et que les services puissent ensuite le traduire.
De voorzitter: Voor alle duidelijkheid, collega's, zodat we weten waar we mee bezig zijn, er zijn nieuwe amendementen. Die kunnen naar de Raad van State gestuurd worden als ze gesteund worden door een derde van de leden. Dat valt ook binnen de termijn van de urgentie, maar komt nog niet tegemoet aan de verzuchting van collega De Witte, die gedeeld wordt door een aantal collega's.
Een tweede gegeven is dat de amendementen die de vorige keer naar de Raad van State verstuurd werden, daar gedurende een langere termijn ter beschikking zouden zijn. Ook daarover dient de Kamer zich uit te spreken. Als die langere termijn ondersteund wordt, kunnen de adviezen die eventueel vandaag ook naar de Raad van State gestuurd worden, binnen die termijn bekeken worden.
Er zijn dus nieuwe amendementen. Er is een vraag om die naar de Raad van State te versturen. Dat is de eerste vraag binnen de context van de urgentie. Wie dat steunt, duwt op het groene knopje. De anderen doen niets.
Mijnheer De Witte, u zit hier al een tijdje op de stoel van de heer Boukili.
04.01 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, we gaan hier constant van het ene naar het andere debat, over de programmawet en de centenindex. Mijn vraag is heel eenvoudig. Kan het ook een optie zijn om de vergadering even te schorsen en met de Conferentie van voorzitters een en ander uit te klaren?
De voorzitter: We zijn al een tijdje niet meer bij de programmawet. Als u een Conferentie van voorzitters wilt, dan wil ik die organiseren. Wat is de kwestie die u uitgeklaard wilt zien?
04.02 Axel Ronse (N-VA): Volgens onze fractie kan een bespreking perfect starten met een advies van de Raad van State dat volgens ons volwaardig is en alleen nog een vertaling nodig heeft. Ik ga er ook van uit dat die vertaling in aantocht is. Misschien kan een korte schorsing van de vergadering een indicatie geven wanneer die vertaling er zou zijn. Dan is alles opgelost en zijn we hier nu voor niets aan het discussiëren.
De voorzitter: Ik moet de vergadering wel de illusie ontnemen dat er tussen nu en een half uur een vertaling zal liggen. Ik vrees dat dat niet het geval zal zijn.
Wie steunt het verzoek om de nieuwe amendementen voor advies naar de Raad van State te sturen?
Het
verzoek wordt niet gesteund door een derde van de leden.
La
demande n'est pas soutenue par un tiers des membres.
Dat is onvoldoende om de amendementen naar de Raad van State te sturen.
Collega’s, de tweede vraag betreft het verzoek om de Raad van State een langere termijn te gunnen om een advies te bezorgen. Ik veronderstel dat een termijn van 30 dagen de suggestie is? (Instemming)
Wie het bij urgentie verleende advies wil terugsturen naar de Raad van State en daar een termijn van 30 dagen op wil zetten, stemt groen. Wie daartegen is, stemt rood.
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
1) |
||
|
Ja |
33 |
Oui |
|
Nee |
75 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
108 |
Total |
De Kamer verwerpt het verzoek.
La Chambre rejette la demande.
Dat betekent dat de amendementen niet terug naar de Raad van State verzonden worden.
Collega's, dan hebben we nog een laatste kwestie, die daarnet aangeroerd werd door collega Ronse. Eigenlijk is het een voorlaatste kwestie, want de andere betreft de vordering van de minister. We zullen het niet moeilijker maken dan het al is. We zijn ook nog maar een half uur bezig.
Ik leg u de kwestie voor of we de algemene bespreking van de pensioenwet aanvatten. De artikelsgewijze bespreking vatten we uiteraard pas aan wanneer de vertaling van het advies van de Raad van State bezorgd is.
Collega’s, wie de algemene bespreking van de wetsontwerpen houdende de pensioenhervorming wil aanvatten, stemt groen.
(Alle aanwezige oppositieleden verlaten
het halfrond.)
(Tous les membres de l'opposition présents
quittent l'hémicycle.)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
2) |
||
|
Ja |
73 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
73 |
Total |
De heer Ducarme en ikzelf hebben ook voorgestemd. Dat zijn er dus 75, maar dat speelt geen rol. Het quorum is bereikt, collega’s. U hoeft verder geen moeite te doen. Ik zie hopen volk.
Samenvattend, de nieuwe amendementen worden niet naar de Raad van State gestuurd. De oude adviezen worden niet terug naar de Raad van State gestuurd. We behandelen eerst de programmawet. Na de programmawet beginnen we met de algemene bespreking van de wetsontwerpen houdende de pensioenhervorming en niet met de artikelsgewijze bespreking. Die volgt wanneer de adviezen van de Raad van State binnen zijn.
Dan moeten we nog stemmen over de vraag van de heer Van Quickenborne om minister Clarinval te vorderen. Wie minister Clarinval nu wil vorderen – hij komt sowieso om 13.00 uur – stemt groen.
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
3) |
||
|
Ja |
1 |
Oui |
|
Nee |
69 |
Non |
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
|
Totaal |
71 |
Total |
Minister Clarinval wordt niet gevorderd.
We vatten nu de bespreking aan van de programmawet, maar ik geef eerst mevrouw Pas het woord.
06.01 Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, we hebben in de Conferentie van voorzitters hele nota’s gekregen over hoe het quorum vast te stellen in de plenaire vergadering. Ik stel vast dat alles conform die nota’s verlopen is, maar dat ik aan de hand van de stemming moet vaststellen dat er geen quorum is, dat u de bespreking dus niet kunt aanvatten en dat u minstens de vergadering zult moeten schorsen.
De voorzitter: Waarom schorsen?
06.02 Barbara Pas (VB): Omdat er geen quorum is. De jongste stemming heeft dat nog maar eens vastgesteld, net als de vorige stemming. Er is geen quorum.
06.03 Georges-Louis Bouchez (MR): (…)
06.04 Barbara Pas (VB): Er mag één iemand in de zaal blijven om het quorum vast te stellen, collega Bouchez. Zo staat het in het Reglement en in alle nota’s van de diensten beschreven. Dat heb ik dan ook gedaan. Er is geen quorum.
De voorzitter: Datgene waarin ik u gelijk moet geven, is dat ik de laatste stemming niet kan valideren. Maar goed, de stemming ging dan ook over het vorderen van de minister. De minister wordt dus niet gevorderd, want er was onvoldoende steun voor die vordering.
06.05 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik vrees dat ik collega Pas moet bijtreden.
Dit is één van de belangrijkste debatten van de legislatuur. Het gaat over de pensioenhervorming. Die treft heel veel mensen. Eigenlijk treft ze iedereen. U bent niet in aantal. Ik zou beschaamd zijn in uw plaats. Beschaamd!
Wat moet u nu doen als voorzitter van het hele halfrond, van heel het Parlement en niet alleen van de meerderheid? U moet de vergadering schorsen en u moet ervoor zorgen dat uw meerderheid in aantal is, anders zijn er geen regels meer in dit Parlement. Dit is een basisregel van het Parlement.
Ik kan heel veel dingen volgen. Wij hebben niet gevraagd om advies van de Raad van State; dat doen wij niet. Wij doen aan constructieve oppositie, maar een quorum lijkt me toch fundamenteel. Als er geen quorum is, zullen we dit wetsontwerp niet bespreken.
Ik weet niet wat we nu moeten doen, mijnheer de voorzitter, om aan te tonen dat u niet in aantal bent, maar wij hebben strikt de nota van de diensten gevolgd. Wij hebben de regels gevolgd. Wij waren niet in het halfrond. U bent gewoon niet in aantal voor het belangrijkste debat van de legislatuur. Shame on you!
De voorzitter: Mevrouw Bertrand, hier worden altijd registers opengetrokken die niet in verhouding staan tot het thema dat hier voorligt. Er bestaat een gebruik, een regel, dat wie in het halfrond aanwezig is als aanwezig wordt beschouwd. Ik vind dat niet uit. Hier wordt altijd de indruk gewekt dat ik dat uitvind pour le besoin de la cause. Dat is niet zo. Het gaat om een bestaande regel die altijd is toegepast. Het is niet omdat u … (Hevig protest van sommige oppositieleden) Dat betekent, collega's …
06.06 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): (…)
De voorzitter: Mijnheer Hedebouw… Om een of andere reden zijn er leden die denken dat hun eigen opvatting automatisch ook de reglementaire opvatting is. Er bestaan tradities, gebruiken en regels en ik wens dat die worden gevolgd.
Ik geef het woord aan mevrouw Merckx, maar ook voor haar zal ik moeten antwoorden dat ik het Reglement toepas.
06.07 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, vorige week hebt u gezegd dat er genoeg leden in het halfrond aanwezig waren. Wij hebben daaruit besloten dat wij het halfrond moeten verlaten opdat het quorum niet zou worden bereikt. Dit Parlement bestaat sinds 1830, er is meer dan 100 jaar parlementaire democratie. In de vorige legislatuur was de N-VA telkens de eerste om op te merken dat de meerderheid niet in aantal was en om te vragen dat er zou worden gestemd. De meerderheid moet in aantal zijn. De meerderheid van 150 parlementsleden is 76. De meerderheid moet met 76 zijn.
Als de meerderheid procedurespelletjes wil spelen, mijnheer de voorzitter, door urgentie te vragen voor het advies van de Raad van State waardoor de Raad van State zijn werk niet volledig heeft kunnen doen, dan is het wel het minste dat de meerderheid hier in aantal is. Dat is fair play. Dat is de parlementaire democratie zoals die hier al jarenlang wordt toegepast. Het is niet normaal dat u daarvan profiteert door te stellen dan men in de zaal was en dus meetelt voor het quorum. Wij moeten ook kunnen vaststellen dat er geen quorum is. Daarom zijn wij hier.
De voorzitter: Mevrouw Merckx, … (Tumult in het halfrond)
Ik weet niet welke duiventil men er hier van wil maken. Er is een meerderheid aanwezig. Stelt u zich voor dat er nu stemmingen plaatsvinden en u bent niet aanwezig, dan zou het kunnen dat die stemmingen niet kunnen plaatsvinden. Dat klopt.
06.08 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): (…)
De voorzitter: Ja, maar u stond daar met 30, 40 mensen. Mijnheer Hedebouw, als u denkt dat u de revolutie dichterbij brengt met dat soort gepietepeuter, dan vrees ik dat dat niet waar is. Er waren meer dan 76 leden aanwezig in dit halfrond. Ik kan u geruststellen, als er nog stemmingen moeten plaatsvinden en u de zaal verlaat, dan zullen die wellicht niet het quorum halen. Ik kan niet anders dan het Reglement toepassen en dat is het laatste dat ik daarover zeg. Ik maak nu een einde aan de debatten hierover.
Ik open de debatten over de programmawet. Ik discussieer niet over de toepassing van het Reglement. Hoe is dat toch mogelijk? Welke winst beoogt u hiermee?
06.09 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik wil een uittreksel lezen uit de nota van de diensten over dit onderwerp. Het zal iedereen heel duidelijk worden. Mijnheer Bacquelaine, het is een nota van de diensten. Als een nota van de diensten niet geldt, dan moet u mij zeggen wat dan wel geldt.
Ik citeer: "Zowel bij het begin van de plenaire vergadering als tijdens de plenaire vergadering geldt er een fictie dat de Kamer in aantal is, zolang die fictie niet doorbroken wordt door een naamafroeping waaruit blijkt dat het vereiste aanwezigheidsquorum niet langer bereikt is. Wanneer die fictie doorbroken is" – wat ondertussen het geval is – "moet eerst vastgesteld worden dat het quorum hersteld is alvorens de parlementaire werkzaamheden verdergezet kunnen worden." Dat is de nota van onze juridische diensten. Ik vraag u om die nota toe te passen.
De voorzitter: Die nota is niet in tegenspraak met wat wij hier doen. In de voetnoot bij artikel 60 staat het volgende: "Alle leden die op het ogenblik van de stemming aanwezig zijn en niet stemmen, worden geacht een blanco stem te hebben uitgebracht."
06.10 Vincent Van Quickenborne (Anders.): (…)
De voorzitter: Er staat nergens dat u op uw stoeltje moet zitten. Het Reglement wordt toch niet elke week heruitgevonden omdat u dat wilt? Ik geef het woord niet meer over het thema. Ik sluit het debat af en open de debatten over de centenindex.
(Hevig protest van de heer Van
Quickenborne)
Over uw vraag is gestemd, maar er was geen quorum. Er waren echter wel voldoende leden aanwezig. Waar denkt u dat dat nu toe moet leiden? Mijnheer Van Quickenborne, het debat over de procedure is gesloten. U kunt nog roepen zolang u wilt.
(Aanhoudend en heel hevig protest van de
heer Van Quickenborne)
Ik geef het woord aan de heer Moons. Mevrouw Pas, wilt u de heer Moons roepen of geeft hij geen uiteenzetting? Ik geef het woord aan de heer Moons.
(De heer Van Quickenborne is woedend en
roept naar de voorzitter.)
Collega's, de heer Moons heeft het woord. Het debat over de centenindex is geopend en de heer Moons krijgt het woord.
Als de heer Moons het woord niet neemt, geef ik het aan de heer Ronse.
(…): (…)
De voorzitter: Collega’s, ik vraag u in de buurt te blijven, want ik kan u nu al meedelen wat het resultaat van de bijeenkomst van de Conferentie van voorzitters zal zijn. Ik zal namelijk in de Conferentie van voorzitters vragen of iemand wenst dat de vergadering opgeheven wordt. Als daar geen consensus over bestaat – de conferentie werkt bij consensus – komen we terug en hervatten we de besprekingen. Ik stel de vraag en daarop zal men antwoorden; er zal geen debat plaatsvinden. Hier speelt men met het Huis en de normale werking van het parlementaire debat. Binnen vijf minuten zijn we hier terug.
De vergadering wordt geschorst van 12.42 uur tot 13.41 uur.
La séance est suspendue de 12 h 42 à 13 h 41.
Collega's, we hervatten de vergadering.
We beleven allerhande nieuwigheden en nu maakt u ook kennis met een nieuwe interpretatie van het begrip vijf minuten.
Bespreking in tweede lezing – Toepassing van art. 94 Rgt
Discussion en deuxième
lecture – Application de l'art. 94 Rgt
De artikelsgewijze bespreking is geopend.
La
discussion des articles est ouverte.
De door de commissie aangenomen tekst geldt
als basis voor de bespreking. (Rgt
85, 4) (1378/40)
Le texte adopté par la commission sert de base
à la discussion. (Rgt
85, 4) (1378/40)
De rapporteur, de heer Tonniau, verwijst naar het schriftelijk verslag.
Ik nodig de
heer Moons uit voor zijn betoog. Gelieve
hem de nodige aandacht te geven.
07.01 Kurt Moons (VB): Mijnheer de voorzitter, heren ministers, collega’s, het is al de tweede keer dat u moest wachten op mijn uiteenzetting. Ik begrijp dat u daar in volle spanning, met tromgeroffel, op zit te wachten. De gang van zaken daarstraks gaf echter geen blijk van enig respect voor de oppositie. Het was immers duidelijk dat de meerderheid niet in aantal was, wat het Reglement daar ook over zegt, en de interpretatie ervan. Dat wil ik toch even kwijt. Het getuigt in ieder geval van een bepaalde dedain voor de oppositie, zeker bij de bespreking van dergelijke belangrijke wetsontwerpen. (Rumoer op de banken)
De voorzitter: Collega’s, het halfrond is zo gebouwd dat uiteenzettingen in de zaal een redelijke weerklank krijgen, behalve bij geroezemoes, ook al weet ik dat het kennelijk minder effect heeft, wanneer ik spreek.
07.02 Kurt Moons (VB): Mijnheer de voorzitter, heren ministers, collega's, we hebben al uren besteed aan de befaamde centenindex of de dubbele indexsprong, en terecht. Door de druk van de oppositie kon de stemming daarover toch een aantal keren worden uitgesteld, en met reden. Niet alleen dragen de tientallen belastingverhogingen in de programmawet onze goedkeuring niet weg, maar ook de onzalige centenindex kan ons helemaal niet bekoren. Wie in de regering heeft dat mechanisme eigenlijk uitgedacht? Wie heeft in godsnaam een dergelijke draak van een constructie uit zijn mouw geschud? Was dat de eerste minister zelf? Ik weet het niet. Minister Vandenbroucke? Gelet op zijn starre houding ligt dat wel in de lijn der verwachtingen als minister van Sociale Zaken. Hoe kunt u het bedenken? De centenindex is een budgettair, juridisch, economisch, administratief en sociaal gedrocht. De dubbele indexsprong is ook amper uit te leggen. In feite begint iedereen dat nu een beetje te beseffen. Voor ons is dat allemaal niet nieuw, want stilaan lijkt het erop dat de regering-De Wever een patent heeft genomen op dergelijke onduidelijke, onoverzichtelijke en half afgewerkte wetsontwerpen.
Ik kan gerust nog eens verwijzen naar het dossier van de meerwaardebelasting, waarin enkel nog experts hun weg terugvinden, en naar het nooit te vergeten btw-probeersel.
Het is toch niet te vatten dat de regering het alternatief van de Groep van Tien, waarmee zowel werkgevers als werknemers zich akkoord verklaarden, zomaar naast zich neer legt. Meer zelfs, in de meerderheid wordt er openlijk ruzie over gemaakt. Het gaat hier nochtans om een maanden aanslepende discussie over een maatregel waarvan ondertussen duidelijk is geworden dat buiten de meerderheidspartijen eigenlijk niemand die nog begrijpt, laat staan verdedigt.
Laat ik even de frappantste tekortkomingen van de regering-De Wever en ook haar grandioos falen in het nakomen van haar parlementaire verplichtingen aankaarten. Het Parlement heeft een controlefunctie, maar wij kunnen die als volksvertegenwoordigers niet behartigen, als we dezelfde informatie als de regering niet ruim op tijd ter beschikking krijgen. Welnu, de regering heeft het nagelaten het Parlement tijdig, correct en exhaustief te informeren over de evolutie van het dossier van de centenindex.
Ze heeft gefaald in haar verplichting tot transparantie en betrouwbaarheid. Dat toont het gebrek aan respect voor de democratie aan van de heer De Wever en co. De start van de plenaire vergadering vandaag was daar een perfect voorbeeld van. Het begon al met het laattijdig opvragen van de adviezen aan de NAR en de CRB, de sociale partners. Toen vervolgens duidelijk werd hoe complex de dubbele indexsprong was, hoeveel administratieve verplichtingen eraan vasthingen en hoe beperkt de budgettaire opbrengst bleef, kwamen werkgevers en werknemers samen met een alternatief voorstel. De regering legde dat alternatief dan voor aan het Federaal Planbureau, dat vervolgens met drie opeenvolgende rapporten kwam, telkens gebaseerd op nieuwe assumpties en nieuwe cijfers. Het Parlement kreeg tijdens de plenaire vergadering van 12 mei een rapport daterend van 8 mei, en tijdens de daaropvolgende plenaire vergadering van 13 mei ontvingen we het rapport dat dateerde van 12 mei. Dat hebben we dan op een halfuurtje mogen bekijken, bestuderen en onderzoeken. Dat getuigt toch van een aanpak die minstens chaotisch is en vooral respectloos is tegenover de volksvertegenwoordiging.
De premier zelf wilde niets weten van een wijziging van het wetsontwerp. Volgens hem verbeterde het voorstel van de Groep van Tien noch de koopkracht van de meest kwetsbaren, noch de competitiviteit van de ondernemingen, noch het budgettaire saldo. Hij bleef koppig vasthouden aan de consensus in zijn regering, zelfs toen zijn argumenten een voor een inhoudelijk werden weerlegd en zelfs toen de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven stelde dat het alternatief van de Groep van Tien jaarlijks 100 tot 133 miljoen euro meer zou kunnen opbrengen dan de centenindex.
Dat intussen alleen nog Vooruit en de partij van de premier, de N-VA, hardnekkig vasthouden aan het oorspronkelijke ontwerp, toont nochtans aan dat aanhoudend oppositiewerk soms wel een effect heeft op mensen die bereid zijn om toch nog eens te luisteren. Dat alleen nog die twee partijen vasthouden aan het voorliggende misbaksel, bleek vorige week ook duidelijk tijdens het vragenuurtje en de uitzonderlijke nachtelijke vergadering van de commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen.
Terwijl de MR en Les Engagés een oorverdovende stilte bewaren in het debat over de centenindex en er koele minnaars van zijn, verbaasde cd&v iedereen met de stelling dat ze het alternatief van de Groep van Tien toch beter vond en dat het sociaal overleg alle kansen moest krijgen. Dat die partij vervolgens bevestigde alsnog de centenindex mee goed te keuren, veroorzaakte hoongelach op alle banken, zeker toen de fractieleidster er met overtuiging aan toevoegde dat ze het alternatieve voorstel tijdens de komende begrotingsonderhandelingen nog ter discussie zou voorleggen.
Het moment suprême kwam toen minister Vandenbroucke zich niet kon inhouden van het lachen, voor hem toch een zeer uitzonderlijke houding, ostentatief neen knikte en zei dat dat een memorabel moment zou worden in de geschiedenisboekjes van de regering-De Wever. De stelling dat de centenindex niet meer tijdens de begrotingsdiscussie zal worden besproken, werd vervolgens klaar, helder en zonder enige twijfel bevestigd door schaduwpremier Vandenbroucke tijdens de daaropvolgende commissievergadering. Ook minister Clarinval meldde zonder verpinken dat hij de komende dagen geen gesprek meer zou aangaan met vertegenwoordigers van de Groep van Tien. Dat maakt het verhaal compleet.
Terwijl dat natuurlijk het voordeel van de duidelijkheid heeft, bewijst het ook dat het rommelt in de regering-De Wever.
We kijken dus met belangstelling uit naar het vervolg van de saga.
Ik wil ook van de gelegenheid gebruikmaken om opnieuw de leugenachtigheid van de regering bloot te leggen, meer bepaald over de manier waarop zij zogezegd met de sociale partners zou samenwerken. In het regeerakkoord staat letterlijk, onder de veelbelovende titel Modern sociaal overlegmodel: ʺGelet op de grote uitdagingen en fundamentele hervormingen die zich aandienen in het arbeidsmarktbeleid en de sociale zekerheid, gaan we het overleg hierover aan met de sociale partners en deelstaten.ʺ Verder lezen we: ʺIndien het sociaal overleg na een vooraf vastgelegde en voldoende ruime termijn geen akkoord bereikt over deze dossiers, beslist de regering binnen de vooraf bepaalde budgettaire marge en respecteren we zo de democratische besluitvorming.ʺ
Welnu, in de lange geschiedenis van de centenindex heeft de regering exact het tegenovergestelde gedaan van wat zij beloofde. Ten eerste zou de regering de sociale partners vragen een voorstel of advies te formuleren. Quod non. Het is de oppositie, die daarop heeft aangedrongen. Ten tweede zou de regering een vooraf vastgelegde en voldoende ruime termijn geven. Quod non. Er was geen enkele termijn vastgelegd, laat staan voldoende tijd gegeven. De Groep van Tien moest op enkele dagen tijd zelf een alternatief uitwerken. Ten derde zou de regering zelf beslissen, als er geen akkoord kwam bij de sociale partners. Quod non. De sociale partners zijn akkoord geraakt en toch beslist de regering anders. De regering doet dus opnieuw exact het omgekeerde van wat zij zelf in haar regeerakkoord heeft geschreven. Ook de introductie van de dubbele indexsprong is flagrant in tegenspraak met het regeerakkoord, waarin de regering beloofde niet te zullen morrelen aan de automatische indexering. Dan mogen we toch stilaan de vraag beginnen te stellen wat dat regeerakkoord eigenlijk nog waard is.
We staan hier opnieuw, na commissiebesprekingen, na adviezen van de Nationale Arbeidsraad (NAR), na adviezen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB), na analyses en simulaties van onder andere het Federaal Planbureau en de FOD RSZ en na het historische akkoord van de Groep van Tien waarbij werkgevers en vakbonden unaniem de centenindex verwerpen en een alternatief op tafel leggen, omdat de programmawet het niet verdient om zonder verzet te worden goedgekeurd. We hebben tijdens vorige vergaderingen al uitvoerig uitgelegd wat de centenindex werkelijk betekent: een dubbele indexsprong, vermomd als technische maatregel, gecombineerd met een geconsolideerde loonmatigingsbijdrage, die in werkelijkheid gewoon een nieuwe permanente belasting is, waarbij men later via koninklijk besluit zelfs nog hogere tarieven zal kunnen invoeren.
Ik zal hier dan ook enkel nog wat opvallende, maar misschien tot nu wat onderbelichte aspecten van de centenindex, vooral met betrekking tot de pensioenen, aanhalen. De centenindex wordt voorgesteld als een ingreep op de lonen, maar zijn schaduw reikt veel verder dan de loonbrief alleen. Ook gepensioneerden worden getroffen, zelfs op een bijzonder cynische manier. Voor pensioenen ligt de grens immers niet op 4.000 euro, maar op amper 2.000 euro bruto per maand. Alles boven die grens krijgt slechts 2 % indexatie, met een maximum van 40 euro. Een pensioen van 2.000 euro bruto is echter geen luxepensioen. Dat is het pensioen van iemand die een hele carrière gewerkt heeft, belastingen betaald heeft en bijgedragen heeft aan dit land en die nu te horen krijgt dat zijn pensioen plots niet langer volledig zal worden geïndexeerd.
Bovendien begint de schade al tijdens de actieve loopbaan, want wie vandaag meer dan 4.000 euro bruto verdient, ziet zijn loon minder snel stijgen. Pensioenen worden echter berekend op basis van de opgebouwde brutolonen over de volledige carrière, dus de indexsprong van vandaag wordt de pensioenfactuur van morgen. Jaar na jaar stapelt de schade zich op, zonder ooit nog rechtgezet te worden.
En dat speelt nog meer bij de ambtenaren. De centenindex zal voor hen, zoals trouwens voor iedereen met een loon boven de 4.000 euro, nu al zorgen voor een gecumuleerd loonverlies over de hele loopbaan dat kan oplopen tot duizenden euro's. Daarnaast past de regering voor de ambtenaren echter ook nog eens de referentiewedde aan. Die zal nu worden berekend op meerdere jaren carrière in plaats van op de laatste 10 jaar, zoals dat nu gebeurt. Politie, militairen, magistraten, alle vastbenoemde personeelsleden van de overheid worden dus dubbel geïmpacteerd, omdat zij onderhevig zijn aan twee verschillende, van elkaar losstaande ingrepen van de regering De-Wever. Dat gaat dan over tienduizenden euro's.
Ik vraag mij af of de ministers wel goed overleg hebben gepleegd en onderzocht welke impact hun verschillende wetsontwerpen op elkaar en op de mensen kunnen hebben. Hebben zij dat bestudeerd? Weten ze van elkaar dat dat mogelijk een impact heeft op de burger? Als dat niet het geval is, dan is dat een probleem en het neigt zelfs naar perversie als dat wel het geval is.
Daar stopt het echter niet. De regering zegt tegelijk dat zij een aanvullend pensioen verplicht wil maken voor alle werknemers. Waarop worden die bijdragen berekend, denkt u? Precies, op het brutoloon. Dat is de zoveelste tegenstrijdigheid in het beleid van de regering.
Enerzijds wil de regering de tweede pensioenpijler versterken, maar anderzijds ondermijnt ze tegelijk de berekeningsbasis ervan. Werknemers verliezen daardoor niet alleen duizenden euro aan loon tegen hun pensioenleeftijd, maar ook duizenden euro aan aanvullend pensioen. Sterk werk voor een regering die voortdurend roept dat werken meer moet lonen.
Dan zijn er nog de gezinspensioenen. Daarvoor voorziet de regering in geen enkele uitzondering. Een koppel met een gezinspensioen van meer dan 2.000 euro, vaak één pensioen waarvan twee mensen moeten leven, wordt volledig getroffen. Wij vroegen een uitzondering, maar het antwoord van de minister was dat dat te complex zou zijn. Tegelijk voert de regering wel de meest complexe indexeringsformule van de voorbije jaren in. Dat kan blijkbaar wel. De centenindex kan worden ingevoerd, maar een uitzondering voor gezinspensioenen zou plots te ingewikkeld zijn. Dat is toch vrij surrealistisch.
Heren ministers, vindt u het eigenlijk rechtvaardig dat een gepensioneerde met een pensioen van bijvoorbeeld 2.200 euro wordt geraakt door de dubbele indexsprong, terwijl iemand met een pensioen van 1.700 euro en bijvoorbeeld 500 euro flexi-jobinkomen volledig buiten schot blijft? Beide personen hebben hetzelfde inkomen, maar omdat ze dat inkomen via een ander statuut ontvangen, krijgt de ene een beperkte indexatie en de andere een volledige. Hoe bedenkt u zoiets?
Ook de moederschapsuitkering wordt door de centenindex getroffen. Jonge moeders in moederschapsrust worden geraakt op een moment dat zij net alle middelen nodig hebben om voor hun kind te zorgen. Heren ministers, welk gezinsbeleid schuilt daarachter?
Mijnheer de voorzitter, collega's, heren ministers, iedereen wordt geraakt. We willen vandaag nog een eenvoudige oefening maken. Wie wordt eigenlijk getroffen door de centenindex? Het antwoord is eenvoudig: iedereen. Van de eerste dag moederschapsverlof tot de laatste dag pensioen. De werknemer in de privésector, de statutaire ambtenaar, de contractuele ambtenaar, de gepensioneerde, de zieke, de langdurig zieke, de werkloze, de jonge moeder in moederschapsrust, ze worden allemaal getroffen.
Van de wieg tot het pensioen, iedereen levert in. Of toch niet, want er is één groep die volledig buiten schot blijft, namelijk de leefloners. Leefloners vallen immers niet onder de sociale zekerheid, maar onder de sociale bijstand. Daarom geldt de centenindex voor hen niet. Hun leefloon blijft volledig geïndexeerd.
Tot daar zou men dat nog enigszins kunnen verdedigen. Het probleem komt echter met cumulaties. Een leefloner kan zijn leefloon combineren met kinderbijslag, bijkomende leeflonen binnen het gezin, sociale huisvesting, aanvullende OCMW-steun en allerlei andere voordelen. Vandaag kan dat gecumuleerde bedrag nog steeds oplopen tot 4.668 euro netto per maand voor een gezin, zonder dat ze één dag gewerkt hebben. Ondanks de zogenaamde hervormingen van deze ministers is dat nog altijd mogelijk. Dat is echter veel meer dan gezinnen waarin beide partners gaan werken. Hun uitkering wordt dus wel volledig geïndexeerd, terwijl de werkende middenklasse moet inleveren.
Een ander probleem dat in dit verband niet onbesproken mag blijven, is de vraag wie die leefloners nu precies zijn. 86 % van de leefloners in dit land zijn ofwel niet-Belg ofwel Franstalig. Slechts 14 % van de leefloners zijn Vlamingen met de Belgische nationaliteit. Dat betekent concreet dat de centenindex vooral opnieuw de werkende Vlaming treft, de Vlaamse werknemer, de Vlaamse gepensioneerde en de Vlaamse ambtenaar. Die leefloner blijft volledig buiten schot.
Heren ministers, is dat nu echt de verdeling die u voor ogen hebt? Wie werkt, levert in. Wie leeft van sociale bijstand, grotendeels niet-Belg of Franstalig, wordt beschermd. Dat is geen toeval, maar een bewuste keuze.
Waarom wordt steeds opnieuw de werkende burger geviseerd? De fundamentele vraag blijft natuurlijk dezelfde. Waarom grijpt men telkens opnieuw naar de portefeuille van de werkende burger en de gepensioneerde? We begrijpen dat er gesaneerd moet worden. We begrijpen echter niet waarom men structurele besparingen aan de uitgavenzijde opnieuw weigert door te voeren.
Laat me dat concretiseren. De vakbonden krijgen jaarlijks 220 miljoen euro om feitelijk enkel overschrijvingen uit te voeren, terwijl in 2026 iedere burger of ieder bedrijf dat volledig gratis, automatisch en instant kan doen met een app. In tijden van artificiële intelligentie is dat totaal onbegrijpelijk en kan dat volgens ons volledig digitaal gebeuren door de overheid zelf. Dat wetsvoorstel om die besparing door te voeren, werd onlangs spijtig genoeg vakkundig weggestemd in het Parlement, ook door de N-VA en door Anders., die steeds zo’n spel maken over het profitariaat van het systeem.
Voorts zijn er de werkingskosten van de ziekenfondsen, die 1,4 miljard euro per jaar bedragen. Dat zijn kosten voor administratieve taken die de overheid ook zelf zou kunnen uitvoeren, maar die nu door de overheid worden gefinancierd. Daar kan toch zeker een serieus stuk af, wetende dat elk ziekenfonds een eigen overhead heeft, niet efficiënt werkt en zelfs een structureel belangenconflict heeft dat leidt tot meer langdurig zieken. Dat is in het verleden genoegzaam aangetoond.
Dan is er natuurlijk ook de asiel- en migratiefactuur van meer dan 1,1 miljard euro per jaar. Ook dat is een politieke keuze. U laat die factuur ongemoeid, maar tegelijk bespaart u op de werkende Vlaming.
Vervolgens is er ook de leefloonfactuur voor buitenlanders. Eigenlijk zijn dat verborgen kosten die bij de asiel- en migratiefactuur zouden mogen worden bijgeteld, nog eens 1,1 miljard euro.
Er zijn nog tig miljarden euro aan besparingen mogelijk op ontwikkelingssamenwerking, op klimaatuitgaven, op de EU-bijdragen, op de politiek zelf, op fraude en misbruik van uitkeringen. Zo zitten we toch snel aan een paar miljard euro die u nodig zult hebben. Misschien moet u die eens meenemen in de komende begrotingsgesprekken. Waarom worden steeds weer de Vlamingen belast?
Heren ministers, collega's, het Vlaams Belang zal tegen de centenindex stemmen, een centenindex die in werkelijkheid gewoon een dubbele indexsprong is onder een nieuwe naam. Het is een systeem dat de lonen afremt, de pensioenen aantast, de uitkeringen beperkt en zelfs jonge moeders in moederschapsrust viseert.
Het is een mechanisme dat tegelijk sociaal onrechtvaardig, administratief onwerkbaar en economisch twijfelachtig is.
Wij stemmen tegen een regering die haar eigen regeerakkoord met de voeten treedt zodra de sociale partners eens tot een akkoord komen. Vooral stemmen wij tegen de zoveelste factuur die wordt doorgeschoven naar de werkende Vlaming.
Dat is immers de essentie van deze programmawet. Wie werkt, betaalt. Wie spaart, betaalt. Wie een volledig pensioen heeft opgebouwd, betaalt. Aan de echte uitgaven wordt echter niet geraakt. De regering noemt het hervormen, maar in feite is het gewoon politieke lafheid.
Weet u wat misschien nog het meest hallucinant is? U blijft met de regering koppig vasthouden aan een systeem waarvan experten zeggen dat het ten opzichte van het alternatief van de Groep van Tien niet substantieel beter is qua koopkracht voor de meest kwetsbaren, dat het de bedrijven opzadelt met meer loonkosten en administratie en dat het zelfs minder opbrengt voor de staatskas.
Wetende dat meer dan 90 % van de Belgen tegen dat misbaksel is, aangezien eigenlijk enkel Vooruit nog openlijk voorstander van de centenindex is, mist eerste minister De Wever de kans om voor één keer een Belgische maatregel te treffen die de Vlaming beter beschermt.
Het koppige karakter van hemzelf en zijn schaduw-eerste minister Vandenbroucke is de enige reden die ik kan bedenken voor het feit dat alle redelijke argumenten ostentatief in de vuilbak werden gekieperd.
Aan het echte alternatief, namelijk besparingen op het systeem en niet op de mensen, durft u, kunt u of wilt u niet raken.
Na het zoveelste negatieve rapport van het Rekenhof gisteren blijkt nogmaals duidelijk dat de regering-De Wever dezelfde inefficiënte methodes en alle reeds lang beproefde maatregelen gebruikt als alle Belgische regeringen vóór haar. Op die manier sleept het aftandse, oude, versleten, afgeleefde, afgetakelde en kaduke België zich weerom wat verder naar het ravijn. Wordt er orde op zaken gezet? Laat mij niet lachen.
07.03 Axel Ronse (N-VA): Fijne collega's, goedemiddag allemaal. Collega Moons, dank voor uw begeesterend betoog.
We hebben al zeer vaak en lang over de centenindex gesproken. De centenindex heeft veel vijanden, maar ook zeer veel vrienden. Wat is de clou van heel de centenindex? Ik denk dat er een dubbele clou is. Onze lonen en bruto loonkosten zijn te hoog in vergelijking met economieën waarmee we concurreren, punt aan de lijn. Mensen verdienen hier netto te weinig, omdat we arbeid veel te veel belasten. Werkgevers betalen bruto te veel, wat onze concurrentiekracht echt geen goed doet.
De centenindex is een maatregel die twee keer wordt toegepast en die mensen met de laagste lonen ontziet. Die zorgt er eigenlijk voor dat zij nog hun volledige index krijgen. Dat wordt veel te weinig gezegd in het Parlement. Ik denk dat er weinig landen zijn – ik denk zelfs geen – waar mensen met lonen onder 4.000 euro een volledige index krijgen zoals hier in dit land. Is er een collega die mij kan zeggen of er nog andere landen zijn waar dat kan? Mevrouw Dillen? Niemand? Dus eigenlijk is iedereen het eens. Ik wist niet dat u zo beschroomd was, mevrouw Dillen. Normaal bent u altijd...
07.04 Marijke Dillen (VB): Mijnheer Ronse, ik ben helemaal niet beschaamd om de microfoon te nemen. Als u mij uitdaagt, dien ik u van repliek. Als u een vergelijking maakt met andere landen, moet u wel een volledige vergelijking maken, niet alleen van de indexeringen van de lonen, maar ook van de belastingen op die lonen. We kunnen toch zeggen dat dit land absoluut de koploper is van de belastingen die moeten worden betaald. Meer dan de helft van ons inkomen gaat naar de overheid. Maak dus een correcte vergelijking. Ik krijg liever minder indexatie, maar dan ook minder belastingen. U vindt dat zowel de indexatie lager moet, als de belastingen hoger. Dat is voor onze partij absoluut onaanvaardbaar.
07.05 Axel Ronse (N-VA): ik heb u zelden zo’n verstandige dingen horen zeggen, mevrouw Dillen. Arbeid wordt in ons land het hardst belast. Daarom gaan wij ook naar een taxshift, waarbij we meer op consumptie en minder op arbeid gaan belasten. We zijn wel het enige land ter wereld waar lonen onder de 4.000 euro bruto nog op die manier worden geïndexeerd. Ik heb nog geen enkele collega dat horen weerleggen. Dat is toch straf.
Lonen boven de 4.000 euro bruto zullen voor 2 % van de index worden afgetopt, op een index van een loon op 4.000 euro bruto. Dat wordt twee keer toegepast.
07.06 Kurt Moons (VB): Mijnheer Ronse, over die 4.000 euro bruto zeggen experts vandaag dat de meest kwetsbaren door het alternatief van de Groep van Tien veel beter beschermd worden op lange termijn. U moet het niet op één jaar bekijken. U moet het effect spreiden in de tijd, zoals dat ook geldt voor de energiemaatregel, waarvan het effect afgevlakt wordt, wat in het voordeel is van de bedrijven, maar dat bent u blijkbaar ook vergeten. U moet de meest kwetsbaren blijven beschermen en tegelijkertijd de mensen die boven de mediaan zitten de gelegenheid geven toch een beetje mee te profiteren, niettegenstaande alle belastingen die u met deze regering in hun nek duwt, al twee jaar aan een stuk.
07.07 Dieter Keuten (VB): Ik wil de woorden “onbeleefd populisme” hier toch even doorprikken, die ik daarnet hoorde. Ik vond die toch onbeleefd tegen mijn collega.
Er bestaat zoiets als de Gini-coëfficiënt. Die meet de loonsongelijkheid op wereldschaal. Er zijn 15 landen die daar hoger op scoren dan België. Ik wil ze gerust met u overlopen. Dan kunnen we discussiëren over of het in die landen beter of slechter is dan in België. Maar daar bestaat dus ergens een theorietje voor. Misschien moet u dat eens opzoeken.
07.08 Axel Ronse (N-VA): Ten eerste en vooral, onbeleefd zijn, zou ik hier nooit durven doen, laat staan tegen mevrouw Dillen.
Ten tweede, als het over ongelijkheid gaat, is er zoiets als de Gini-index. Daar scoort ons land het beste op. De ongelijkheid is het kleinst in ons land.
Ten derde, mijnheer Moons, ik wil graag met u eens naar de vakbond gaan, want het is voor mij nog altijd een zeer groot mysterie waarom de vakbond kon meegaan met dat voorstel van de Groep van Tien. Ik meen dat de communisten zich ook afvragen hoe dat komt. Er moet ongelooflijk veel overleg geweest zijn met het ABVV over hoe het in godsnaam kan meegaan in dat voorstel.
Ik heb alle mogelijke simulaties gemaakt, maar het beschermen van een werknemer met een laag loon zal altijd, in alle gevallen die ik bestudeerd heb, beter zijn in het voorstel van de centenindex. Mensen met een loon onder 4.000 euro bruto zijn altijd beter af met de centenindex dan met het voorstel van de Groep van Tien. Ik ben heel benieuwd of er iemand van de PVDA is die dat tegen durft te spreken. Is iemand met een loon onder 4.000 euro bruto beter af in het voorstel dat hier voorligt, of in het voorstel van de Groep van Tien? Volgens mij is er ruzie onder de kameraden en zeggen die van de PVDA: “Engelaar, waar ben jij in godsnaam mee ingestapt? Dat is onverdedigbaar; wij moeten ons in 20.000 bochten wringen.”
Daar klopt iets niet. Ik weet niet wat. Dat is voor mij nog altijd een mysterie, maar ik ben zeer geprikkeld te weten wat daar gebeurd is.
In elk geval is die centenindex een eerste manier om ons indexmechanisme overeind te houden en tegelijk onze competitiviteit in de gaten te houden. Is het voldoende om onze competitiviteit te handhaven? Neen.
Ik heb hier vorige week nog ondernemers ontvangen, onder wie iemand die een bouwbedrijf heeft in Veurne en ook in Duinkerke actief is. Hij stelt dat hij voor hetzelfde type medewerker qua pure bruto loonkost 25 % minder betaalt in Frankrijk en dat veel activiteiten en veel contracten gewoon verloren gaan. Ik heb ook het bedrijf Lano bezocht in Kortrijk, dat kunstgras en tapijten maakt in 3D. Daar hoorde ik exact hetzelfde verhaal. Werknemers moeten meer verdienen en meer netto overhouden. De lasten op arbeid moeten naar beneden. De regering doet dat ook, via de werkbonus, de belastingvrije som en de bijzondere bijdrage sociale zekerheid. Dat is geen evident verhaal, want de kas is leeg. Het Rekenhof stelde gisteren nog in commissie dat het al om 15 miljard gaat. Ik las in de voorbereidende nota voor het pensioendebat, dat we naar een rentelast van – hou u vast – 24 miljard euro gaan.
Het zal dus geen sinecure zijn om fiscale tax cuts goed door te voeren deze legislatuur. Wat nu op tafel ligt, is al zeer ambitieus. Ik ben liever eerlijk tegenover de mensen, want ik wil hen ook niet zeggen dat we nu iets geven, terwijl ze later via een dikke rente de lening moeten terugbetalen.
Die centenindex is dus een maatregel waarop we fier mogen zijn. Mensen die zeggen dat ze de koopkracht willen beschermen, kunnen fier zijn. Ik zal het voor hen zeggen, want Vooruit wordt vaak belaagd door de kameraden van de PVDA, maar het is wel degelijk onder meer Vooruit dat die index hier mee overeind heeft gehouden. De centenindex betekent immers het behoud van de index. Dat mag ook gezegd worden.
We zijn erin geslaagd om voor een stuk onze competitiviteit in de gaten te houden. Het is een systeem dat morgen hopelijk zal worden goedgekeurd. Op een bepaald moment dacht ik dat het hier nooit meer goedgekeurd ging worden, maar kijk, we zijn er. Volgens mij is het ook net op tijd, want de spilindex zou in juni overschreden kunnen worden. Dit is toch maar weer een realisatie van deze mooie, fijne arizonaploeg.
07.09 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Ik weet niet of minister Clarinval nog aanwezig is, want hij ging er zijn om twee uur. Hij was hier al even.
De voorzitter: Hij is gevorderd, maar er waren niet genoeg mensen aanwezig. Ik weet niet waar hij nu is. We zullen bellen, maar ik kan hem niet naar hier sleuren.
07.10 Robin Tonniau (PVDA-PTB): De heer Vandenbroucke is hier, waarvoor dank.
Mijnheer de voorzitter, collega's, de laatste maanden hebben we al een paar keer gedebatteerd over de index, over de centenindex, over ons automatische indexeringssysteem en hoe dat het best werkt en hoe dat eigenlijk wordt aangevallen. We hebben daarover gedebatteerd in commissies, in de plenaire zitting, meerdere keren tijdens het Vragenuurtje. Er wordt ook een groot maatschappelijk debat gevoerd, zoals we hebben kunnen volgen in de pers. We hebben heel veel nieuwsuitzendingen en heel veel krantenartikelen met inhoudelijk sterke argumenten gehad. Er werden ook discussies gevoerd bij de mensen, op straat, naar ik aanneem aan de keukentafels en aan de toog op café.
Onze index stond eigenlijk in het middelpunt van de belangstelling, zeker en vast ook op de werkvloer. Op de werkvloer, in de fabrieken, in de ziekenhuizen en bij de ambtenaren werd veel gesproken over onze index:ʺWat gaan ze doen met onze index? Heb je het gelezen in de gazet? Heb je het gehoord op het nieuws? Ze zijn weer bezig met onze index.ʺ Er zijn ook superveel acties geweest, betogingen en stakingen. Ze zijn bijna niet meer bij te houden. Vaak stond ook het behoud van de automatische indexering centraal. Dat was een centrale en belangrijke eis. De mensen houden duidelijk van hun index. Ik denk dat iedereen nu beter weet hoe dat systeem werkt, hoe het zorgt voor het behoud van de koopkracht.
Ondertussen moet het ook wel duidelijk zijn, vooral voor de parlementsleden hier, dat ons automatische indexeringsmechanisme heel complex en delicaat is. Dat is de vrucht van een langdurig overleg tussen werkgevers en werknemers. Elk paritair comité heeft vaak een andere manier van indexering. Er zijn zelfs paritaire comités, bijvoorbeeld in de scheepvaart, die geen automatische indexering hebben. Er zijn andere waarbij die maandelijks, driemaandelijks of jaarlijks gebeurt.
Het is dus heel delicaat en heel moeilijk om daar centraal aan te beginnen prutsen, zoals u doet. Eigenlijk moet de politiek zich niet bemoeien met het automatische indexeringssysteem. Dat is een delicaat evenwicht dat werd bereikt tussen krachtsverhoudingen, tussen werknemers en werkgevers. Dat is het resultaat van jarenlang akkoorden sluiten en bijschaven. De index hoort de politiek niet toe. U hebt daar geen beslissingsrecht over. Dat is van de werknemers, van de toekomstige werknemers en ook van de gepensioneerde werknemers. Dat is hun systeem, hun resultaat van sociale strijd, van sociaal overleg. Dat hebben zij bekomen en de politiek moet zich daar ver van houden.
Waarom bemoeit deze regering zich met iets wat enkel de werkgevers en werknemers aanbelangt? Dat is mijn eerste vraag. Waarom morrelt u aan de index? U doet dat trouwens nog geen klein beetje, want vorig jaar werd er al een indexrem ingevoerd. U spreekt daar niet meer over, maar dat is amper een jaar geleden. U hebt toen de indexering vertraagd voor veel mensen, ook voor mensen die een uitkering krijgen omdat ze een beperking hebben. De indexering van hun uitkering werd al met drie maanden vertraagd. Ik vind dat schabouwelijk. Dat is erg als u beweert de laagste lonen of de uitkering van mensen met een beperking te beschermen. Die indexering werd vorig jaar al vertraagd en nu wilt u een centenindex invoeren die meer dan de helft van de werkende mensen en ongeveer de helft van de pensioneerden zal raken.
Waarom doet u dat? Diezelfde mensen met een gezinspensioen worden allemaal getroffen door die centenindex. Ik bedoel daarmee dat ze elke maand opnieuw aan koopkracht zullen verliezen. De index heeft de mensen beschermd tijdens eerdere economische crisissen en moeilijke periodes. Iedereen is het daarover eens. Dat wordt niet betwist en wordt zelfs aanzien als een voorbeeld. Als de heer Ronse zegt dat er geen of bijna geen andere landen zijn die een automatisch indexeringsmechanisme hebben, maar misschien is Malta een slecht voorbeeld omdat het zo klein is. Vaak zijn de werkende mensen in die landen jaloers op ons automatisch indexeringssysteem. Zij moeten immers actie voeren om loonsopslag te krijgen in tijden van crisis en daarmee zijn de werkgevers in die landen natuurlijk ook niet tevreden. Die andere landen hebben ook geen loonblokkeringswet. België is het enige land ter wereld waar de politiek zich zo hard bemoeit met de lonen van de mensen door een loonblokkeringswet in te voeren, in stand te houden en die keer op keer te verlengen, waardoor de werknemers geen collectieve looneisen mogen stellen.
Het is de regering die beslist hoeveel opslag ze mogen eisen, en dat is de voorbije jaren vaak 0,0 % geweest.
Waarom doet u dat? De index beschermt de koopkracht en zorgt ervoor dat onze interne consumptie op peil blijft. Dat zorgt voor economische stabiliteit. Die index heeft ons al meermaals door economische crisissen geholpen. Vandaag staan we opnieuw aan de vooravond van zo'n crisis, of beter gezegd we zitten er al middenin.
We worden geconfronteerd met veel duurdere grondstoffen door de illegale oorlog van de VS en Israël tegen Iran. We hebben te maken met torenhoge importtarieven van de VS en we weten niet hoe snel dat verder zal evolueren. Als we president Trump mogen geloven, is dat eigenlijk niet te voorspellen. Dat zet een zware rem op onze economie. Vraag het maar aan ArcelorMittal of Volvo Car Gent. Door de torenhoge importtarieven op staal en op Europese wagens krijgen we vandaag te maken met een recordaantal faillissementen, met grote investeringen die worden uitgesteld door economische onzekerheid, met een stijgend aantal werkzoekenden en tegelijk een dalend aantal vacatures.
Een mechanisme zoals de index, dat onze koopkracht en onze economie beschermt, is dus van goudwaarde. Dat moet men koesteren. Die automatische indexering zorgt er immers voor dat onze interne economie ten minste op peil blijft.
Vooruit is zogezegd in deze regering gestapt om de index te redden. Dat is bijna de bestaansreden van Vooruit geworden. Ik weet niet of u nog rode lijnen hebt, maar waarom respecteert u uw eigen rode lijnen niet? Het kan toch niet moeilijk geweest zijn om in deze regering de volledige automatische indexering te redden. Daarvoor moest men gewoon niets doen. Men moest gewoon van de index afblijven en hij was gered: geen indexrem, geen centenindex, geen indexdiefstal. U hebt de index niet gered.
De index was gered geweest als Vooruit niet in de regering was gestapt. Zonder Vooruit was er geen indexrem. Zonder Vooruit was er geen centenindex.
De index redden was niet moeilijk. Geen enkele regeringspartij wilde namelijk de automatische indexering aanpassen. Iedereen wilde die behouden. Dat hebben ze meermaals gezegd in de debatten tijdens de verkiezingscampagne.
U hebt het eigenlijk zelf in het regeerakkoord geschreven. Ik vond dat een heel mooie passage, onder het stukje over loonvorming die de koopkracht en de concurrentie beschermt. Daar schrijft u: “We behouden het principe van de automatische indexering om de lonen te beschermen, zodat werknemers hun levensstandaard kunnen behouden, ook wanneer de prijzen van goederen en diensten stijgen. Dat is een garantie voor stabiliteit, niet alleen voor de burgers, maar ook voor de economie. Het biedt namelijk een belangrijke bescherming aan de particuliere consument.” Ik ben volledig akkoord met die passage in het regeerakkoord.
Geen enkele partij wilde dus de index aanpassen. U schreef dat samen in het regeerakkoord. De Wever zou zeggen dat het behoud van de index zoals die was, in marmer gekapt staat. Ik heb hem dat vandaag horen zeggen tegen VTM als het gaat over defensie-uitgaven: “Dat staat in marmer gekapt.” Het behoud van de automatische indexering staat ook in marmer gekapt.
Waarom komt u daar niet voor op? Waar bent u eigenlijk in godsnaam al maanden over aan het discussiëren als het in het regeerakkoord staat? U respecteert uw eigen regeerakkoord niet en Vooruit overschrijdt zelf zijn eigen rode lijnen door aan de index te prutsen.
Eind vorig jaar moet er dus ergens een vergadering zijn geweest tussen de heer De Wever en, vermoed ik, de heer Rousseau. Daar hebben zij een deal gesloten: we gaan voor een dubbele indexsprong, maar we gaan het wel een populaire naam geven en dan hebben ze maar de centenindex bedacht.
De Wever denkt zo geld te besparen voor zijn begroting en Rousseau mag overal verkondigen dat de index gered is, dat De Wever die anders helemaal op zijn eentje zou afschaffen en dat dankzij de socialisten de index gered is. Ik denk dat dat grosso modo de deal geweest moet zijn, maar dat klopt natuurlijk niet. Het is juist door de socialisten van Vooruit dat we een centenindex hebben. Het is door de socialisten van Vooruit dat de helft van de bevolking koopkracht zal verliezen. Er is een consensus dat dat het idee van minister Vandenbroucke was.
Hij ontkent dat ook niet en dat is goed, want dan is het duidelijk.
Ondertussen is iedereen tegen de centenindex, zowel de arbeiders en de bedienden als de ambtenaren en de gepensioneerden. Alle vakbondsacties, alle stakingen en alle betogingen met tot 140.000 betogers in de straten van Brussel waren voor koopkracht en tegen de centenindex. Zelfs de werkgevers willen uw centenindex niet, terwijl ook de politieke steun afbrokkelt met de intrekking van de steun bij de MR, Les Engagés en cd&v. Vorige week verklaarde de fractieleidster van cd&v, mevrouw Farih, nog dat cd&v geen centenindex meer wil, ook al men die wel goedkeuren. Zij blijven nu eenmaal tjeven bij cd&v. Daar is het altijd van we zijn tegen, maar keuren een maatregel goed.
Heeft de peilingkoorts de partij misschien getroffen? Dat is een smerige, besmettelijke ziekte. Misschien was dat wel het argument om even fel uit te pakken in de media maar hier straks, morgen, toch op het groene knopje te duwen en akkoord te gaan met de centenindex, waarvan de partij beweert tegen te zijn.
In feite houdt alleen de bromance tussen de heer Rousseau en de heer De Wever stand. Daarmee komt ook de boodschap op de mooie folder met onder de foto van de heer Rousseau en de heer De Wever de woorden “gezocht voor indexdiefstal, gezocht voor pensioendiefstal, die we met de PVDA een tijd geleden hebben gedrukt en in de bus steken volledig uit, want die twee personen blijven zich met hun partijen niet achter de sintenindex, maar achter de centenindex scharen.
Aangezien alle verdere politieke steun ontbreekt, vraag ik mij af hoe dat dan werkt in de regering. Bepalen die twee wat er in marmer gebeiteld staat en welke bepalingen in het regeerakkoord niet belangrijk zijn? Vooruit wil de defensie-uitgaven verlagen en wil over de 2 % heronderhandelen, omdat de begroting er zo slecht aan toe is, dat de regering niet anders kan dan op defensie te besparen. De partij wil dus niet alles aan Theo Francken gunnen. Aangezien dat evenwel in marmer gebeiteld staat voor de heer De Wever, komt men daar niet aan. Als de rest echter aangeeft dat er ook een en ander met betrekking tot de centenindex in het regeerakkoord staat, dan wordt dat genegeerd.
De centenindex is bovendien gewoon onuitvoerbaar, aldus de werkgevers, de sociale secretariaten en de interimkantoren, die de lonen van alle werknemers zullen moeten berekenen en herberekenen. Ik kan me goed voorstellen hoe complex dat is. Zij riskeren door de al te complexe centenindex fouten in de loonberekening te maken. Zijn dat dat geen goede argumenten om de centenindex opnieuw te bespreken en te hertekenen en dus de invoering uit te stellen? Wanneer zij waarschuwen dat zij fouten dreigen te maken bij de berekening van de lonen van de werknemers, gaan bij mij alle alarmbellen af, maar blijkbaar is dat geen goed argument voor de regering.
De centenindex zorgt ook voor concrete problemen op de werkvloer. Werknemers met meer anciënniteit of met een leidinggevende functie, bijvoorbeeld ploegbazen, worden slachtoffer van de centenindex. Ze verliezen een stuk indexering. Doordat werknemers met minder anciënniteit of zonder leidinggevende functie, die dus geen ploegbaas zijn, misschien wel de volledige indexering van hun loon zullen genieten, zal het verschil in loon verminderen en moeit u zich eigenlijk met de loonschalen in de bedrijven. Die loonschalen zijn het resultaat van het sociaal overleg. Ze zijn het resultaat van de krachtsverhoudingen door de jaren heen. En daarmee zult u zich nu moeien! U breekt eigenlijk in op de loonschalen in de bedrijven, in heel België. Ik vind dat niet normaal. Aangezien de loonschalen het resultaat zijn van sociale onderhandelingen, moet u die respecteren.
Ondertussen leren we dat de centenindex volgens het Rekenhof veel minder zal opbrengen dan gepland. Het spreekt van een minderopbrengst van 500 miljoen. Wat zegt u daarop? Hebt u zich misrekend? Moet u daar niet een klein beetje rekening mee houden? De centenindex zal voor de begroting minder opbrengen dan verwacht, maar hij zal misschien wel meer kosten aan de bevolking.
Alle economen zijn tegen. Geen enkele econoom looft de centenindex als een fantastisch instrument, dat al veel langer van toepassing zou moeten zijn geweest.
Knackjournalist Tex Van berlaer merkte op in De Afspraak dat een mystiek huwelijk tussen de N-VA en Vooruit de centenindex in stand houdt en dat de band tussen de N-VA en Vooruit sterker is dan die tussen Vooruit en de vakbonden enerzijds en die tussen de N_VA en de werkgevers anderzijds.
Sinds de regering-De Wever met de centenindex is gekomen, is de wereld echter grondig veranderd, op economisch vlak, met de illegale oorlog in Iran, en op sociaal vlak. De vakbonden en werkgevers hebben ondertussen zelf een alternatief voorstel op tafel gelegd. Dat is geen fait divers, want zo'n onderhandeling is nooit gemakkelijk voor hen. Vandaag is het de eerste keer sinds de jaren 70 dat de Groep van Tien zelf een akkoord over de index heeft gemaakt. Dan zou men denken dat een zichzelf respecterende regering dat voorstel ernstig neemt, haar tijd neemt om dat te te bestuderen en dat bespreekt in de ministerraad bijvoorbeeld, dat men rondbelt met de economen op de contactlijst, dat Vooruit aan de heer Engelaar vraagt om eens langs te komen op het partijbureau, dat men de sociale partners ontvangt, niet één keer voor een koffie, maar meerdere keren voor een deftige discussie, maar neen, na een half uur had de studiedienst van Vooruit het G10-akkoord al kapotgeschoten. Een half uur heeft die partij erover gedaan om dat historisch akkoord kapot te schieten. Ik snap dat niet.
Hoe zal Vooruit uitleggen aan alle geëngageerde leden en syndicalisten die volgende week zondag op haar familiedag in Plopsaland aanwezig zijn? Zullen de politici van Vooruit op het podium in Plopsaland durven te zeggen dat zij de index gered hebben? Zullen zij daar durven toe te geven dat de vakbonden en sociale partners niets meer te zeggen hebben in België, dat zij moeten luisteren naar de regering? Zullen zij durven te zeggen dat het primaat van de politiek regeert dankzij de socialisten? Zullen zij durven te zeggen dat zij gestreden hebben tegen de MR, tegen Les Engagés en tegen cd&v om toch maar samen met de N-VA de centenindex goedgekeurd te krijgen? Zullen zij dat op dat Plopsalandpodium durven te erkennen?
De centenindex zal de mensen veel centjes kosten. Niet eenmalig, niet tweemalig, maar elke maand opnieuw verliezen ze een stuk van hun loon. Maand na maand. Bovendien werkt de maatregel door, zelfs nadat ze op pensioen gaan, want het pensioen wordt berekend op het loon, levenslang.
In onze folder staat de mooie getuigenis van Sven, die werkt in de logistiek. Hij heeft berekend, via de site indexdiefstal.be, een aanrader voor iedereen, dat hij in de 26 jaar, die hij nog moet werken, 24.648 euro aan indexering zal verliezen. Wie weet, gaat Sven volgende week ook naar Plopsaland om naar uw uitleg te luisteren over hoe u de index zogezegd gered hebt. Hoe legt u het uit dat Sven 24.648 euro op zijn carrière zal verliezen?
Hoe legt u het uit dat u daar voorstander van bent en dat u de indexering hebt gered? De arizonaregering met Vooruit en cd&v heeft geen respect meer voor de sociale partners. Ze heeft geen respect meer voor de akkoorden die zij maken. Ik vind dat zeer opvallend.
Zo was het vroeger nooit. De regering had zelfs toen ze de centenindex in het Parlement voorstelde, nog niet eens het advies gevraagd aan de NAR of de CRB! Zij was dat gewoon vergeten. De heer Vandenbroucke had het niet gevraagd. De heer Clarinval had het niet gevraagd. Nee, de heer De Wever vroeg pas het advies, nadat de werkgevers op zijn deur kwamen kloppen met de boodschap dat zij de centenindex niet zagen zitten en dat zij vooralsnog niet de kans hadden gekregen om via de NAR, waarin werkgevers en werknemers vertegenwoordigd zijn, hun advies te geven. Terwijl we al uren in commissie hadden gedebatteerd, beschikten we niet eens over dat advies, omdat de meerderheid de forcing voerde, de adviezen niet nodig achtte en de bespreking wou starten.
Het respect voor de sociale partners is bij de arizonacoalitie gewoon nul komma nul. Zelfs als studies niet van de studiedienst van Vooruit, maar van de CRB concludeert dat het voorstel van de Groep van Tien beter is voor de koopkracht van de mensen dan dat van de regering, verwerpt zij die als koppige steenezels.
Eigenlijk kan ik zelfs vraagtekens plaatsen bij het feit dat men het voorstel van de Groep van Tien verwerpt. Intussen heeft de heer De Wever immers al toegegeven daarin geïnteresseerd te zijn en dat hij het wel bekijken, maar na de goedkeuring van de centenindex. De Wever gaat dus akkoord om nog verder te gaan dan de centenindex. Mijnheer Vandenbroucke, mijnheer Clarinval, dames en heren van cd&v, gaat u daarmee akkoord? Gaat u ermee akkoord dat de heer De Wever tijdens de volgende begrotingsbesprekingen nog meer zal prutsen aan de index dan vandaag het geval is? Het is duidelijk: als we de regering niet stoppen, zal zij daarmee nog verder gaan. We hebben de indexrem gehad, nu de centenindex en nog zal het niet genoeg zijn. Mijnheer Vandenbroucke, zult u daar ten minste eens een rode lijn trekken, alstublieft? Vooruit, zult u dat weer laten passeren?
Soms is het goed om eens in eigen hart te kijken en te controleren of u doet waarvoor de mensen op u gestemd heeft. Ik heb daar grote twijfels bij. Vorige week donderdag, tijdens de extra commissievergadering voor tweede lezing, die na de plenaire vergadering plaatsvond, antwoordde de heer Clarinval op de vraag of hij de sociale partners nog zou uitnodigen om te debatteren over het voorstel van de Groep van Tien gewoon met neen. Men is dat blijkbaar niet van plan, men heeft genoeg gedebatteerd en het interesseert de regering eigenlijk niet wat de sociale partners daarover nog te vertellen hebben, dixit de heer Clarinval. Hij wil dus niet eens luisteren naar nieuwe argumenten en rapporten.
Kortom, tot op vandaag negeert de regering de sociale partners compleet, schuift ze die aan de kant en maakt ze die belachelijk. Nochtans worden de sociale partners 41 keer vermeld in het regeerakkoord. Daarin staat hoe belangrijk sociaal overleg is. Er staan zinnetjes in over de inbreng van sociale partners; er staan zinnetjes in over de samenwerking met sociale partners. Enfin, dat is eigenlijk allemaal cinema, want u saboteert keer op keer het sociaal overleg. Als de sociale partners een deal overeenkomen, negeert u die compleet. Waarom zouden we vandaag of morgen de centenindex goedkeuren, als er niet eens politieke steun meer is in de regering, noch steun van de vakbonden, noch steun van de werkgevers, noch steun van de bevolking?
Waarom gedraagt u zich als koppige steenezels met oogkleppen op? We hebben het al heel vaak gehad over kamelen. Ik heb mij daar misschien slechts één keer aan bezondigd, omdat ik daarvoor te veel respect heb voor kamelen. Kamelen zijn in mijn ogen superbeesten, ze passen zich aan een woestijnomgeving aan waarin een renpaard of ander dier geen twee dagen overleeft. Welnu, in de staat Arizona – ik heb dit even opgezocht – leven er geen kamelen, maar is die staat in de VS wel bekend om de vele ezels, daar door mijnwerkers en goudzoekers na de goldrush achtergelaten. Ze vormen er zelfs een toeristische attractie. De steenezel is dus een mooi symbool voor de regering.
Mijnheer Vandenbroucke, mijnheer Clarinval, ik heb niet veel vragen gesteld, maar ik wil wel een antwoord op de volgende vraag. Het is duidelijk dat de centenindex goedgekeurd zal worden – u bent nu eenmaal koppige steenezels –, maar wat zult u doen tijdens de begrotingsbespreking? Zult u opnieuw aan de index morrelen? Of zult u nu eindelijk eens uw voet neerzetten, uw lijn doortrekken en de heer De Wever wandelen sturen wanneer hij zegt dat hij het voorstel van de G10 wil bespreken?
Voorzitter:
Wouter Vermeersch, ondervoorzitter.
Président: Wouter Vermeersch, vice-président.
07.11 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik zal in de eerste ronde het woord voeren en collega Schlitz in de tweede ronde.
Collega's, we zitten hier vandaag opnieuw om de programmawet, toch een cruciale wet te bespreken in het arizonabeleid, al doet het aantal aanwezige leden van de meerderheid soms iets anders vermoeden. Een belangrijk deel van die wet is de introductie van de centenindex. Hoewel de regering die presenteert als een noodzakelijke maatregel voor budgettaire sanering en ondersteuning van ondernemingen, horen we toch veel andere geluiden. Niet alleen uit de linkse oppositie, maar ook de vakbonden en de werkgevers geven hetzelfde signaal: de centenindex is onrechtvaardig, onwerkbaar en onwenselijk. De regering negeert dat signaal gewoon. Dat de regering de oppositie negeert, à la bonne heure, maar ook het sociaal overleg, zelfs de eigen meerderheidspartijen, niets mag baten. De regering kiest voor een eigen idee-fixe die de middenklasse zuur opbreekt, terwijl die vandaag eigenlijk al veel betaalt. Die idee-fixe werd vorige week in de historische commissievergadering nog eens bevestigd. We vroegen op aangeven van een aantal meerderheidspartijen of de centenindex in de volgende begrotingsbespreking opnieuw besproken zal worden. Antwoord van minister Vandenbroucke: neen. Zal de regering opnieuw overleggen met de sociale partners, zoals de sociale partners vragen? Antwoord van minister Clarinval: neen. Dat is de idee-fixe van de regering. De centenindex moet en zal er komen, terwijl ondertussen vriend en vijand zegt dat die onrechtvaardig, onwerkbaar en onwenselijk is.
Ik leg dat even uit. De centenindex is onrechtvaardig, ook al wordt hier vaak gedaan alsof dat een rechtvaardige beslissing is. Eerst en vooral treft de centenindex de helft van de werkende mensen. Die zullen allemaal voor een stuk aan koopkracht inboeten. Het is een inbreuk op hun rechten, op hun koopkracht en een keuze tegen solidariteit. Het zijn werknemers uit de middenklasse die daardoor getroffen worden. Het is geen tijdelijke maatregel. Het deel loon dat men niet krijgt door de niet-toepassing van de volledige index, krijgt men permanent niet. Dat is voor altijd. Het leidt tot een cumulatief inkomensverlies dat iedereen treft die meer dan 4.000 euro bruto verdient.
Op termijn zal echter iedereen de impact voelen door verschuivingen in de barema's. Er zal op sectoraal niveau allicht opnieuw moeten worden onderhandeld over die barema's, omdat de kloof ertussen kleiner zal worden door de toepassing van de centenindex. Ik zal daar straks nog dieper op ingaan.
Het gaat bovendien verder dan de werkende middenklasse. Ook uitkeringen van 2.000 euro bruto en meer worden getroffen, zoals de gezinspensioenen, waarvan twee mensen moeten leven. Dat zorgt ervoor dat een deel van het inkomen van mensen die vandaag al een bijzonder laag inkomen hebben, niet volledig geïndexeerd zal worden.
De onrechtvaardigheid zit zelfs nog dieper dan de centenindex zelf. De keuze van deze regering om de centenindex in te voeren, is immers op zich al onrechtvaardig. Die keuze betekent dat de regering een deel van de besparingen zoekt bij de middenklasse. Daarom zoekt ze die niet bij de miljonairs en niet bij de grote vermogens. Ze kiest er daarentegen bewust voor om een deel van de besparing bij de middenklasse, de werkende burgers, te zoeken met de centenindex en niet bij de grote vermogens. Dat is de keuze die Arizona en de Vlaamse socialisten hier met hand en tand verdedigen.
De centenindex is onrechtvaardig, onwerkbaar en onwenselijk. Hij is onwerkbaar om de volgende reden. Of het nu een soepkieken, een stinkende kameel, een gedrocht of een historische vergissing is, over één ding zijn zelfs de meerderheidspartijen het eens: de centenindex is uitermate technisch en administratief complex. De sociale partners spreken onomwonden over een mechanisme dat extreem complex, ondoorzichtig en administratief belastend is.
Dat komt omdat de regering ten eerste volledig voorbijgaat aan de realiteit op de werkvloer. In de privésector bestaan er verschillende indexeringsregelingen per sector. Ze zijn vastgelegd in talloze collectieve arbeidsovereenkomsten, die specifiek zijn voor elk paritair comité. Het opleggen van een eenzijdig mechanisme boven op die bestaande afspraken creëert een domino-effect, waarbij elk loonbarema op termijn volledig zal moeten worden herzien, zoals ik daarnet al vermeldde.
Er zijn specifieke berekeningen nodig voor mensen die jobs combineren over verschillende paritaire comités heen. Met meer dan 100 paritaire comités en evenveel indexeringsmechanismen in dit land is het aantal mogelijke combinaties eindeloos. Dat maakt dat veel gevallen maatwerk zullen vergen. Men zal het geval per geval moeten uitzoeken.
Dat is niet alleen een gigantische klus voor de sociale partners, maar ook voor de hr-diensten en de sociale secretariaten, die dat zullen moeten vertalen naar de loonbrief. Intussen horen we signalen vanuit diezelfde hr-diensten en sociale secretariaten dat een aantal sectoren eenvoudigweg niet klaar is.
Zo wachten bijvoorbeeld de interimkantoren – ik heb dat voorbeeld donderdag aangehaald in de commissie en de ministers hebben het bevestigd – op de juiste interpretatie van de loonmatigingsbijdrage en het nog te publiceren koninklijk besluit daarrond. Op dit moment varen we daar blind, net als de werkgevers en de sociale secretariaten. De wet voorziet in maar liefst vier verschillende bijdragen die elkaar deels overlappen, wat de berekening bijna onmogelijk maakt.
De cruciale details over de geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdragen ontbreken vandaag volledig in het wetsontwerp dat voorligt. Dat moet later via een koninklijk besluit worden geregeld. We vragen werkgevers en sociale secretariaten dus om een systeem te implementeren waarvan de definitieve spelregels nog niet eens bestaan. Qua flexibiliteit die we van hen vragen, kan dat tellen.
De centenindex is onwenselijk, een lose-lose voor de economie. Dat is de eerste vraag die het Parlement zich moet stellen. Ik heb die vraag gisteren ook gesteld in het debat over de flexi-jobs. Zijn de maatregelen die wij hier nemen überhaupt wenselijk? Dragen ze iets bij aan ons maatschappelijk belang, aan onze economie? Zelfs de werkgevers, die in theorie toch voorstander zouden moeten zijn van een vorm van loonmatiging, plaatsen grote vraagtekens bij deze centenindex. Ze wijzen erop dat het vermeende voordeel van 0,3 % op de loonkosten op middellange termijn gewoon weg is.
Door de werking van de loonnormwet van 1996 en de zogenaamde wage drift, waarbij lonen toch stijgen door individuele onderhandelingen in een krappe arbeidsmarkt – het grote argument van de meerderheid voor de flexi-jobs was dat de arbeidsmarkt in België heel krap is, wat hier het geval is –, zal het voordeel snel verdwijnen. Wat wel blijft, is de nieuwe structurele loonmatigingsbijdrage.
Zoals ik de vorige keer ook heb gezegd, gegeven de centenindex, waarvan ik geen voorstander ben, ben ik wel voorstander van een structurele bijdrage van de werkgevers. De werknemers dragen structureel bij, dus dan vind ik het maar normaal dat de werkgevers ook structureel iets bijdragen. Op dat vlak ben ik het wel eens met dat deeltje van de wet, maar natuurlijk niet met de centenindex in zijn geheel.
Die onzekerheid en die hogere structurele loonkosten zorgen er natuurlijk wel voor dat de budgettaire basis van dit hele plan bijzonder wankel is. Het laatste rapport van het Rekenhof bevestigt dat ook nog eens. Wat het nu eigenlijk opbrengt, is heel onzeker en gebaseerd op verouderde data en een onzeker begrotingskader, waarbij misschien nog een groot aantal besparingsmaatregelen op ons afkomt, op de werknemers, op de werkgevers, op ons allemaal.
De centenindex is ook onwenselijk, omdat die een fundamentele aanval is op de autonomie van het sociaal overleg. Verschillende sprekers hebben daar al op gewezen. Wat de overheid hier eigenlijk doet, is eenzijdig inbreken op de akkoorden die tussen werkgevers en werknemers zijn gesloten op sector- en ondernemingsniveau. Dat is niet alleen in strijd met Europese aanbevelingen over sociale dialoog, het schendt ook het recht op collectieve onderhandelingen en het is zelfs in strijd met het eigen regeerakkoord.
In de beleidsnota van minister Clarinval wordt duidelijk gezegd dat sociaal overleg een prioriteit is. Vandaag blijkt echter wat daarmee eigenlijk bedoeld wordt. Er is sociaal overleg en, sterker nog, er is een sociaal akkoord. Wanneer we dan vragen of de regering daarmee aan de slag gaat, antwoorden zowel minister Vandenbroucke als minister Clarinval neen.
Dat zorgt er dan weer voor dat er geen sociale vrede is en dat we nog wat meer onrust tegemoet gaan. Dan zullen de meerderheidspartijen, met de heer Ronse op kop, hier weer komen klagen in het actua-uurtje over de economische kosten van de stakingen, terwijl de regering zelf aan de bron ligt van de sociale onrust en die stakingen.
De centenindex is onrechtvaardig, onwerkbaar en onwenselijk. Dat zegt niet alleen de linkse oppositie, maar ook zowel de vakbonden als de werkgevers. De regering negeert gewoon dat oorverdovende signaal. De regering kiest voor een eigen idee-fixe waarbij iedereen verliest. De werknemers verliezen koopkracht. De werkgevers krijgen meer complexiteit. De sociale partners worden genegeerd. Cd&v mag straks een soepkieken op het schild hijsen. De MR en de N-VA doen de lasten op arbeid stijgen. Vooruit kan de index redden die ze zelf uithollen. Kortom, ondanks alle signalen vanuit de maatschappij, de oppositie en zelfs de meerderheid, zet men koppig door. Het doet me denken aan een oud Vlaams gezegde: we zullen zien, zei de blinde, en hij sukkelde de beerput in.
De voorzitter: Op de sprekerslijst staat collega Van Quickenborne als volgende ingeschreven, maar ik zie hem niet aanwezig. Dat is ook zo voor collega De Smet, dus beginnen we aan de tweede ronde met collega Vereeck.
07.12 Lode Vereeck (VB): Collega’s, minister Clarinval, ik heet u van harte welkom en dank u om zo dadelijk mee te luisteren. Ik dank ook minister Vandenbroucke daarvoor.
Waarom is de centenindex een slecht idee? Waarom houdt De Wever daaraan vast? Collega’s, ik moet u eerlijk bekennen dat ik daarover de voorbije dagen en weken echt al mijn hoofd heb gebroken. De Wever is immers een verstandig man. Hij is ook een democraat. Niettemin zet hij door.
Misschien moet ik even kort uitleggen dat de centenindex voor mij in essentie een belastingverhoging op arbeid is door de invoering van een zogenaamde loonmatigingstaks. Dat is al vaak toegelicht en ik zal dat dus niet herhalen. Dat wil zeggen dat de helft van het voordeel en dus van de zuurstof die de gedeeltelijke indexsprong aan de bedrijven geeft voor lonen boven 4.000 euro bruto per maand, integraal wordt afgeroomd door de fiscus.
Ik moet u meegeven dat ik, toen de programmawet verscheen en ik mijn voorbereiding met vragen aan het maken was, gewoon ben blijven doorwerken tot en met de centenindex. De eerste 51 artikelen gaan over allerlei belastingen, zoals vliegtaksen. Ik heb gewoon doorgewerkt tot en met de centenindex, omdat ik meende dat hij tot de bevoegdheid van de commissie voor Financiën en Begroting behoorde. In essentie is de centenindex immers een belastingverhoging.
Wat zijn daarvan de gevolgen?
Ten eerste, het is een lastenverhoging op arbeid. Dat is altijd slecht voor de werkgelegenheid, omdat arbeid daardoor structureel duurder wordt. Er is een periode geweest waarin regeringen als doelstelling ‘jobs, jobs, jobs’ voorhielden. Die regeringen zouden de maatregel dus alvast niet treffen. Vandaag is het mantra ‘het land op orde zetten’.
In ieder geval maakt de lastenverhoging die voortvloeit uit de centenindex, arbeid duurder en doet ze de loonkosten stijgen. Door die lastenverhoging stijgen dus de loonkosten. Dat betekent ook dat er door de loonnormwet veel minder ruimte is voor reële loonstijgingen. Daardoor neemt de koopkracht op lange termijn dus af.
Het komt eigenlijk neer op het volgende. Arbeid wordt duurder. Dit wordt verrekend in de loonkosten. De loonnormwet zorgt ervoor dat we in lijn moeten blijven met onze belangrijkste handelspartners. En dus vreet die centenindex eigenlijk elke ruimte op die er mogelijk zou zijn voor een stijging van de koopkracht in de toekomst. Mijnheer Ronse, dat is onder andere de reden waarom het voorstel van de G10 superieur is aan de centenindex. Ik kom daar straks nog op terug.
Dan kom ik aan mijn derde punt. En nu zou ik toch graag hebben dat de heer Clarinval mee luistert, mijnheer de voorzitter.
De voorzitter: Mijnheer de minister, ik wil u toch vragen dat u de aandacht bij de bespreking houdt. We verwachten ook van de leden dat zij niet voortdurend zitten te bellen in de plenaire vergadering. Het staat de leden natuurlijk vrij om extern te gaan bellen, maar u moet als minister natuurlijk aanwezig blijven. We zouden er toch de voorkeur aan geven dat u niet voortdurend telefoneert.
07.13 Benoît
Piedboeuf (MR): Monsieur le président, tout à
l'heure, on reprochait à M. le ministre d'être sorti pour téléphoner.
Maintenant qu'il téléphone à l'intérieur, on lui reproche d'être présent et de
téléphoner. Il faudrait
savoir!
De voorzitter: De minister moet aanwezig zijn. Bovendien is het toch het gebruik dat er niet voortdurend gebeld wordt in de plenaire vergadering. De conclusie is dus logisch. Intussen zie ik dat u het telefoongesprek hebt beëindigd. Dank u, mijnheer de minister.
Collega Vereeck, u mag uw tussenkomst voortzetten.
07.14 Lode Vereeck (VB): Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Dank u wel, mijnheer de minister. Dat is zeer geapprecieerd.
De kern, het derde probleem met de centenindex en misschien wel het belangrijkste probleem, heb ik hier eigenlijk nog nooit horen vermelden. De centenindex beperkt, zoals gezegd, de indexering van de lonen boven 3.000 euro bruto per maand tot 80 euro per maand. Dat is nefast voor de productiviteit, omdat de link tussen prestatie en verloning steeds zwakker wordt. Ik zal straks een voorbeeld geven.
Voor alle duidelijkheid, om onze welvaart te behouden en opnieuw aan te knopen bij de economische groei, moet onze productiviteit omhoog. Daarvan is zowat elke econoom overtuigd en ook de premier, als ik zijn boekje tenminste goed gelezen heb.
Natuurlijk is de economie vandaag veel productiever dan vroeger, dankzij allerlei nieuwe productiemethoden en nieuwe technologieën. In ontwikkelde economieën is de toename van de arbeidsproductiviteit de belangrijkste bron van economische groei. De productiviteit in ons land ligt hoog in vergelijking met veel andere landen, maar de toename van de productiviteit is wel stilgevallen. In de voorbije tien jaar bedroeg de productiviteitsgroei amper 0,3 % per jaar, terwijl dat in de jaren 80 en 90 nog ruim 2 % was. De terugval is scherper dan in andere landen en doet zich vooral voor in de dienstensector.
Een van de oorzaken, er zijn er verschillende, die onder andere door professor Peersman wordt geciteerd, is de zwakke link tussen arbeidsprestatie en verloning. De centenindex maakt die link nog zwakker. Ook de microsimulaties van de hervorming van de personenbelasting leren dat de link tussen prestaties, hoe hard men zich inzet, en de verloning steeds zwakker wordt, wat natuurlijk nefast is voor de productiviteit.
Ik zal het anders proberen te zeggen. Werken moet lonen. Natuurlijk moeten ook de laagste lonen erop vooruitgaan. Dat is een natuurlijke sociale reflex. Dat vinden we hier allemaal, denk ik. De maatregelen voor de verhoging van de laagste lonen zijn trouwens allemaal heel goed bedoeld en terecht.
Meer en harder werken, met andere woorden productiever zijn, moet echter ook meer en harder lonen. Dat betekent dat de middelste of hogere lonen evenveel vooruit mogen gaan, maar daarvoor zorgt deze regering niet en dat is nefast voor de welvaart.
Ik geef twee voorbeelden. Het eerste komt uit de hervorming van de personenbelasting, het scenario 1c uit de memorie van toelichting voor een alleenstaande met twee kinderen. Een alleenstaande die 2.200 euro bruto verdient, ongeveer het minimumloon, houdt daar nu 2.278 euro netto van over. Dat wordt na de hervorming 2.422 euro – plus 143 euro – en dat is hem of haar van harte gegund. Wie echter het dubbele verdient, wie 4.400 euro verdient of 100 % meer, houdt daar nu 2.977 euro netto of 31 % meer van over. Van die 100 % extra die men verdient door in principe dubbel zo hard te werken, houdt men slechts 31 % over. Na de belastinghervorming wordt dat 3.087 euro of nog slechts 27 % meer. Dus men verdient dubbel zoveel en houdt daar slechts een kwartje extra van over. De centenindex doet daar nog eens 1 procentpunt van af. Werken moet lonen, ook voor de laagste lonen, daarmee ga ik akkoord. Hard werken en meer werken, dat loont evenwel niet. Dat loont steeds minder door de hervormingen van deze regering en dat is nefast voor de productiviteit, wat op zijn beurt weer nefast is voor de groei en de welvaart.
Ten vierde, de centenindex is administratief erg complex door de verschillende indexmechanismen in de private sector en de extra administratieve lasten doen het voordeel voor de bedrijven zo goed als teniet. Volgens zakenkrant De Tijd is het zo complex dat de overheid en de uitzendsector zelfs helemaal niet klaar zijn om die centenindex in te voeren. Vervolgens kwam er een alternatief voorstel van de sociale partners, die voorstellen om de berekening van de index aan te passen aan de realiteit. In concreto betekent dat dat men de gemiddelde energieprijzen – en niet de energiepieken – toepast op alle werkenden in dit land, laat dat duidelijk zijn. De Groep van Tien heeft niks te zeggen over de publieke sector, over ambtenaren, maar het is natuurlijk de bedoeling dat dat over het hele land wordt uitgerold.
Dit voorstel is superieur om zes redenen.
Ten eerste, het leidt niet tot een structurele verhoging van de loonkosten en dus niet tot de destructie van jobs. Dat doet de centenindex wel. Niet van vandaag op morgen, niet op 1 juni, maar over enkele maanden zult u daar de gevolgen van merken.
Ten tweede, en dit stoort me het meeste – het is dus echt jammer dat minister Vandenbroucke al weg is – het voorstel van de sociale partners doet de koopkracht van alle mensen stabiel groeien. Ook die van de mensen met de laagste lonen. Ik heb hier al een paar keren horen vertellen door Vandenbroucke en door De Wever, dat de oppositie het maar eens moet uitleggen dat de laagste lonen er door dat voorstel op achteruitgaan.
Voor alle duidelijkheid, de laagste lonen gaan door dat voorstel van de sociale partners niet op achteruit. Ze gaan erop vooruit, aan het tempo van een correcte indexering, waar de gemiddelde energieprijs meegerekend is. De laagste lonen, de middelste lonen en de hoogste lonen. De index wordt dus volledig behouden. De lonen stijgen gelijkmatiger. En nu komt het. Daar heeft de heer Ronse daarnet niet naar verwezen. Ze zullen in de toekomst ook meer kunnen stijgen.
Als men de lonen tot 2.600 euro netto natuurlijk op korte termijn koppelt aan energiepiekprijzen, terwijl de Groep van Tien voorstelt ze aan een gemiddelde prijs te koppelen, zal dat in de komende maanden even een beetje minder zijn, maar de volledige indexering, waarin de energieprijzen verwerkt zijn, is nog altijd groter.
Door het feit dat er geen loonmatigingstaks in zit, stijgen de loonkosten niet en is er in de toekomst ruimte om reële loonstijgingen binnen de loonnormwet mogelijk te maken. Dat is met de centenindex niet mogelijk. Op lange termijn schieten we daarmee dus in eigen voet.
Ten derde, – en het is jammer dat u daarnet even weg was, mijnheer de minister – de centenindex fnuikt de productiviteit doordat de hogere en de middeninkomens niet op dezelfde manier kunnen groeien en meer en harder werken dus niet langer gelinkt is aan meer verdienen. Het voorstel van de Groep van Tien maakt die fout niet. Die fnuikt de productiviteit niet, omdat alle werknemers op dezelfde manier behandeld worden.
Ten vierde is het voorstel administratief heel simpel.
Ten vijfde, en dat is ondertussen een welles-nietesspelletje geworden, de budgettaire impact van de centenindex, wat die moet opbrengen, blijkt veel lager te zijn. Het verschil met het voorstel van de sociale partners blijkt ook veel kleiner te zijn en op lange termijn zelfs positief. De budgettaire impact is dus verwaarloosbaar en op lange termijn zelfs gunstiger.
Ten slotte, we kunnen dit niet genoeg herhalen, het voorstel van de G10 is het resultaat van sociaal overleg tussen werkgevers en vakbonden. En dus kan het een stap betekenen naar sociale vrede in een land dat toch zwaar geplaagd wordt door betogingen en stakingen.
Ik ga een citaat voorlezen uit De Tijd. Het komt van een van de sociale partners, ik denk maar ben niet honderd procent zeker van de topman van UNIZO. Hij zegt: “Als een door vakbonden en werkgevers gedragen akkoord al geen solide basis meer kan vormen om de sociale verhoudingen in dit land vorm te geven, dan is er veel chaos op komst.” Als ik de premier was, zou ik in elk geval het woord Rijnlandmodel niet meer durven uitspreken of neerschrijven, want nu ligt er een gedragen voorstel en wordt dat zomaar opzijgeschoven.
Ondanks die zes pluspunten blijft premier De Wever alle rationele, economische en ook democratische argumenten naast zich neerleggen. Nochtans is in dit Parlement een driekwartmeerderheid voor het indexvoorstel van de sociale partners, namelijk de constructieve meerderheid van cd&v, Les Engagés en MR, samen met de linkse en rechtse oppositie en alles wat daartussen ligt. Voor de centenindex tel ik de stemmen van de N-VA, 23 plus 1 onafhankelijke N-VA’er, en 13 stemmen van Vooruit. Dat zijn samen 37 stemmen op 150, of bijna een kwart, namelijk 24,7 % van de stemmen.
Voor de index van de sociale partners voel ik goedkeuring vanuit cd&v, 11 stemmen, ook MR, na de uitspraken van Georges-Louis Bouchez, 18 stemmen, Les Engagés, 15 stemmen, Vlaams Belang, 20 stemmen, PS, alle 16 stemmen, PVDA, 15 stemmen, Groen, 9 stemmen, Anders, 8 stemmen, en DéFI, 1 stem. Als er hier een vrije stemming zou zijn in dit Parlement, dan waren er 113 stemmen voor op 150. Dat is 75,3 %.
Minder dan een kwart is dus nog voor de centenindex. Meer dan drie kwart is tegen.
Als wij ervan uitgaan dat drie kwart van de volksvertegenwoordigers ook drie kwart van het volk vertegenwoordigen, dan kunt u eigenlijk concluderen dat drie kwart van de bevolking er storm tegen loopt.
Dan is voor mij althans de vraag waarom Bart De Wever toch vasthoudt aan de centenindex. Het is voor mij natuurlijk onmogelijk om in het hoofd van Bart De Wever te kijken. Is dat trots? Is dat gekrenkte trots? Dat zou kunnen. Opnieuw geef ik een citaat van een sociale partner, die zegt dat de ego's van sommige politici zwaarder doorwegen dan het algemeen belang.
Ik heb daar lang over nagedacht. Voor mij is de meest plausibele verklaring dat De Wever en eigenlijk u ook, mijnheer Clarinval, binnen de regering wordt gegijzeld door de socialisten van Vooruit. Het is niet langer de regering-De Wever maar de regering-Vandenbroucke. Het is een regering die niet zorgt voor welvaart maar die door haar fiscaal beleid tot armoede zal leiden. Men kan zich immers niet uit een crisis wegbelasten.
Ik zou dan ook aan de premier en aan de heer Clarinval willen vragen om, als hij nog een klein beetje intellectuele eerlijkheid in zijn pink heeft zitten, de centenindex te vervangen door het indexvoorstel van de sociale partners. Als u ook nog een klein beetje respect hebt voor de democratie – in uw kleine teen dan – dan vervangt u de centenindex opnieuw best door het voorstel van de sociale partners. Doet u dat niet, dan hebt u de kloof tussen burger en politiek alweer heel wat dieper gemaakt. U toont dan immers dat dit land geen democratie is maar een particratie.
Heren vicepremiers, collega's, de centenindex is geen stinkende kameel, het is een soepkieken (toont speelgoedkip). Het is een poule au pot, naar ik heb begrepen.
Mevrouw Farih is er niet maar ik zie wel de heer Matheï. Mevrouw Farih is er wel, collega's van de cd&v-fractie. Mevrouw Farih, wat wil uw voorzitter? Wat wil uw voorzitter dat er wordt gedaan met dat soepkieken van de centenindex? Verdrinken in de soep?
Ik herbegin. Mevrouw Farih, mijnheer Matheï, wat wil uw voorzitter dat er gebeurt met dat soepkieken van de centenindex? Ik vraag en beetje meer enthousiasme. Wil hij het verdrinken in de soep?
Mevrouw Tourneur is er ook niet. Mijnheer Kompany, mevrouw Hansez, mijnheer De Maegd, leden van Les Engagés, ik heb een vraag voor jullie.
Chers collègues des Engagés, honnêtement, que
voulez-vous vraiment faire avec la poule du centenindex? La noyer dans la soupe?
Mevrouw Merckx, collega's van de PVDA-PTB,
wat moet er gebeuren met dat soepkieken van de centenindex? Verdrinken in de soep, collega's.
Chers collègues d’Ecolo-Groen, que voulez-vous faire? Mijnheer Van Lysebettens, wat wilt u doen met dat soepkieken van de centenindex? Verdrinken in de soep.
Mevrouw Bertrand en de collega's van
Anders., wat moet er gebeuren met dat soepkieken van de centenindex? Verdrinken in de soep, collega's.
Andere vraag.
Chers collègues du MR, qu'est-ce que Georges-Louis Bouchez veut faire avec la poule du centenindex? Qu'allez-vous allez faire avec la poule du centenindex? La noyer dans la soupe!
Mevrouw Pas, collega’s van het Vlaams Belang, wat moet er gebeuren met dat soepkieken van de centenindex? Verdrinken in de soep. U hebt het goed begrepen.
Ik wil eindigen met een boodschap aan de premier en de vicepremiers. Verdrink dat soepkieken en laat meester Frank en Vooruit gaar stoven in de eigen soep van betweterigheid en arrogantie.
De voorzitter: Minister Vandenbroucke vraagt het woord.
07.15 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer de voorzitter, ik wil na dit nummertje toch een vraag stellen aan de heer Vereeck, waarop ik graag een eenvoudig en helder antwoord zou krijgen.
U zegt dat er hier een grote meerderheid is voor het alternatief van de Groep van Tien. Ik zal eerst de vraag aan u stellen en straks ook aan andere mensen. Zou u dus onverkort zeggen dat het voorstel van de Groep van Tien het voorstel is dat we moeten uitvoeren, omdat dit volgens u budgettair interessanter en beter is? Zou u dat onverkort zo zeggen?
07.16 Lode Vereeck (VB): Het Vlaams Belang pleit altijd voor de volledige doorvoering van de index. Wij vinden dat er een bruto indexering moet gebeuren van de lonen. Wij zouden dus sowieso niet kiezen voor een indexsprong en dus al zeker niet voor de centenindex. Als er een index… Collega Vandenbroucke, met alle respect, ik ben nog maar aan mijn derde zin bezig en u doet al zo. Ik mag toch eerst uitleggen wat de achtergrond is van waaruit ik mijn antwoord geef?
Wij zijn principieel voorstander van een bruto indexering. We vinden dat er andere maatregelen moeten worden genomen om de openbare financiën op orde te stellen. Het is u misschien niet opgevallen, maar er zijn hier bij de bespreking van de begroting voor 14 miljard aan besparingsvoorstellen van het Vlaams Belang gepasseerd.
Als er straks moet worden gestemd over de centenindex, zullen wij tegenstemmen. Nu moet u goed luisteren. Er is hier een democratische meerderheid. Ik ga nog een klein omwegje maken, dan wordt het meteen duidelijk. Toen wij het hadden over de meerwaardebelasting, waren hier natuurlijk een aantal partijen mordicus ideologisch en inhoudelijk tegen, maar we weten natuurlijk dat er een meerderheid is die dat zal goedkeuren. Op dat moment verandert de insteek van de oppositie. Wij hebben een heleboel constructieve voorstellen gedaan om de meerwaardebelasting, maar ook money control en de pensioenhervorming te verbeteren.
Jullie luisteren daar trouwens niet naar. Er wordt altijd gevraagd naar een constructieve oppositie, maar ik zie geen constructieve meerderheid. Dat zal tot gevolg hebben, collega, dat er veel van de discussies die wij nu in het Parlement voeren – meerwaardebelasting, money control, pensioenhervorming, centenindex – uiteindelijk naar de rechtbank verschuiven, terwijl wij heel simpele oplossingen aandragen.
Dus mocht dit het voorstel zijn waarmee jullie uiteindelijk op de proppen komen, dan zullen wij daar zeker niet tegen stemmen en zullen we wel tegen de centenindex stemmen. Is dat een voldoende genuanceerd antwoord?
07.17 Minister Frank Vandenbroucke: Nee, dat is volstrekt geen antwoord en ik zal daar straks ongetwijfeld nog op terugkomen, mijnheer Vereeck. U kunt echter niet gedurende een lang betoog zeggen dat er hier een alternatief voorligt van de Groep van Tien dat dan overtuigend moet zijn. Een steunpijler van het voorstel van de Groep van Tien is immers dat de centenindex wél van toepassing zal zijn op een hardwerkende politieman die vastbenoemd is. Dat is een essentieel onderdeel van alle berekeningen die de Groep van Tien ons gestuurd heeft, waar we vragen over hebben.
Een essentiële steunpijler van het voorstel van de Groep van Tien is dat de centenindex van toepassing is op een hardwerkende leerkracht. Dat soepkieken of kameel, of hoe u het ook noemt, zal wél van toepassing zijn op de politieman, op de leerkracht en op iemand die hard aan het werk is in een lokaal bestuur, als vastbenoemde, om mensen te helpen. Dus kunt u hier niet – vandaag een half uur, de voorbije weken uren – zeggen dat daar een geweldig alternatief voorligt, namelijk het alternatief van de sociale partners, dat daar een ruime meerderheid voor is – ik zie ook de heer Tonniau twijfelen – en dat wij dat moeten doen. De centenindex is wél van toepassing op de leerkracht en de politieman, want dat is het voorstel van de Groep van Tien. Daarvoor hebt u een lofrede gehouden. Daarvan stelt u dat er geweldig veel goede argumenten voor zijn.
Wij denken dat dat moeilijk kan. Om iemand te citeren in het debat: als men zegt dat de centenindex niet van toepassing mag zijn op mensen in de privésector die meer dan 4.000 euro per maand verdienen, hun stinkende best doen en inderdaad gewone mensen zijn uit de middengroep, dan geldt dat toch ook voor een leerkracht die haar stinkende best doet, voor een politieofficier die dag en nacht zijn stinkende best doet of voor iemand die in een lokaal bestuur vastbenoemd is en zijn stinkende best doet om mensen te helpen. Het voorstel van de Groep van Tien heeft als essentiële steunpijler dat de centenindex op die mensen wél van toepassing is. Dus misschien, mijnheer de voorzitter, moeten we eens vragen dat wie dat een goed idee vindt, eens recht gaat staan.
Wie vindt het een goed idee? De heer Van Quickenborne is de enige die daar eerlijk over is geweest in de commissie. Wie vindt het een goed idee dat de hardwerkende leerkracht, zoals de Groep van Tien voorstelt, wel de centenindex als mechanisme krijgt, de hardwerkende politieofficier ook, maar de even hardwerkende bediende of arbeider, technisch geschoolde, die terecht meer dan 4.000 euro verdient, dat mechanisme dan niet krijgt? Wie dat een goed voorstel vindt, sta recht. Mijnheer Tonniau, vindt u dat een goed voorstel? We zullen zien hoe groot de democratische meerderheid voor dat alternatief is. Mijnheer Vereeck, in uw bochtenwerk na een zeer leuk nummertje hebt u daar echt niet op geantwoord. Echt niet. Soms moet u op een groen of een rood knopje duwen. U hebt het zorgvuldig niet gedaan. Ik zal er straks op terugkomen, maar collega’s, het is een debat waarin men op de meest onwaarschijnlijke manier langs de echte vraag fietst. In uw bochtenwerk hebt u niet geantwoord en mijnheer Tonniau antwoordt ook niet.
De voorzitter: Collega Tonniau vraagt het woord.
07.18 Minister Frank Vandenbroucke: Als men het voorstel van de Groep van Tien goed vindt, zegt men: het is een uitstekend voorstel. De leerkracht krijgt wel de centenindex, de hardwerkende politieofficier ook.
07.19 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Ik heb inderdaad het woord gevraagd. Het valt mij op dat u tegen het voorstel van de Groep van Tien bent. Afgelopen weekend heeft de heer De Wever gezegd dat hij voor het voorstel van de Groep van Tien is, maar dat hij het pas wil bespreken na de stemming over de centenindex. Ik zie de heer Ronse knikken. Wat zult u doen in die ministerraad, mijnheer Vandenbroucke? Zult u nu eindelijk eens uw rode lijn doortrekken en De Wever wandelen sturen en zeggen: tot hier en niet verder? We zien het al gebeuren. U zult de centenindex ruilen voor vapes met smaakjes of zoiets, zoals is gebeurd met de flexi-jobs. Voor welk smaakje bent u bereid onze index op te geven? Kiwi, appelsien, mandarijn? Ik weet niet wat er allemaal bestaat. Zo wordt hier aan politiek gedaan.
De voorzitter: Collega Van Quickenborne vraagt het woord. Eerst collega Ronse, dan collega Vanrobaeys en daarna collega Van Quickenborne.
07.20 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Vereeck, mocht er binnen het Vlaams Belang een groep van tjeven van het Vlaams Belang bestaan, dan bent u er zeker een. Ik heb nog nooit zo een wollige Vlaams Belanger vooraan zien staan als u.
De voorzitter: Gelieve de scheldwoorden in het Parlement te beperken.
07.21 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, het is de tweede keer dat ik de ministers doe lachen in het Parlement, dus ik ben fier.
Mijnheer Vereeck, ik wil u het volgende vragen. U bent professor. U doceert onder meer in Argentinië. Kunt u mij een land in de wereld opnoemen waar de lonen, ook na de centenindex, beter beschermd zijn tegen inflatie? Kunt u mij één land in de wereld noemen waar de lonen, na de goedkeuring van de centenindex, beter beschermd zijn tegen inflatie?
Ten tweede, u hebt ook een echt tjevenantwoord gegeven op de vraag van minister Vandenbroucke. U antwoordde dat, als het voorstel van de Groep van Tien hier zou voorliggen, uw fractie niet zou tegenstemmen. Zou u dan echter voor het voorstel stemmen of doet het Vlaams Belang dat dan niet?
Ik ben heel benieuwd naar uw antwoorden. Ik hoop dat daar geen tjeef van het Vlaams Belang meer vooraan zal staan, maar dat er veeleer duidelijkheid zal komen.
Ik zie de heer Moons een kruis maken richting de heer Vereeck om aan te geven om niet concreet op de vraag te antwoorden en op te letten voor de partijlijn.
07.22 Annick Ponthier (VB): Kunt u gedachten lezen?
07.23 Axel Ronse (N-VA): Ik kan inderdaad gedachten lezen. Ik lees nu in uw ogen dat u boos bent op mij omdat ik op een zwakke plek duw.
De voorzitter: Nu is het woord aan mevrouw Vanrobaeys en daarna aan de heer Van Quickenborne. Vervolgens krijgt de heer Vereeck de kans om te reageren.
07.24 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer Ronse, ik denk dat er meerdere tsjeven in het Parlement zijn. De heer Tonniau van de PVDA heeft daarnet een hele litanie afgestoken, met flyers en altijd dezelfde argumenten die ik al gehoord heb. Hij vraagt nu aan de minister of de minister dat alternatief op tafel zal leggen tijdens de begrotingbespreking. Daarnet verwijt de PVDA ons van Vooruit en onze minister dat, toen cd&v heeft gezegd dat ze voor de centenindex zullen stemmen en daarna het alternatief op tafel zullen leggen, hij hier heel hard neen heeft geschud. Uiteraard heeft hij neen geschud. Dat heb ik ook gezegd in de commissie, mijnheer Tonniau. U valt ons aan, maar wij verdedigen de index van de laagste lonen, van de kleine pensioenen, van de laagste uitkeringen. Net daarom willen we dat het alternatief niet meer op tafel komt: omdat iedereen dan dubbel gepakt wordt met de index, zoals ik al zei, en dan eindigt u niet met een soepkieken, maar met afgekloven botjes.
07.25 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik merk dat het debat eindelijk wordt gevoerd, ook door de meerderheid. Dat is positief, na weken en maanden stilzwijgen van de meerderheid. Ik zie ook dat de minister zich in het debat mengt. Ik apprecieer dat.
Mag ik u dan ook een vraag stellen, mijnheer de minister? U bevraagt voortdurend het Parlement, maar eigenlijk moet het Parlement de regering ondervragen. Ik heb daar geen probleem mee. U weet dat ik graag met u in debat ga.
Mijnheer de minister, u brandt het voorstel van de sociale partners af als asociaal, als onrechtvaardig. U verwijst naar het lot van een leerkracht, het lot van een politieman of -vrouw, het lot van een verpleegster. U zegt dat het voorstel van de sociale partners voor die mensen asociaal is. U bevestigt dat hier. Het is asociaal. U probeert dan de linkse oppositie wat uit elkaar te spelen. We kennen die truken van de foor.
Er is echter een nieuw element. Het laatste debat dat we voerden, vond plaats van donderdagnacht op vrijdag en werd beëindigd rond 02.00 uur. Iedereen dacht dat het debat gevoerd is, het is gedaan.
Wat gebeurt er? Dit weekend zegt uw eigen eerste minister, Bart De Wever, dat hij na de stemming het voorstel van de Groep van Tien in het debat wil brengen. Dat heeft hij gezegd. Over dat asociale voorstel van de Groep van Tien zegt de eerste minister dus dat hij het in het debat zal meenemen.
Ik heb dus een vraag voor u, mijnheer de minister. Donderdagnacht was het non, non, non. We gingen er niet meer over spreken. U zei dat de vraag zich zelfs niet stelde. De eerste minister zei daarna echter dat de regering er toch over zal spreken.
Hoe zit het nu eigenlijk, mijnheer Vandenbroucke? Spreekt premier De Wever de waarheid, of u? Dat zou ik eens willen weten.
De voorzitter: Collega Vereeck krijgt nu het woord en daarna komt de minister aan de beurt.
07.26 Lode Vereeck (VB): Er zijn heel wat vragen gesteld. Ik heb geprobeerd om ze netjes te noteren. Ik zal ook proberen ze een voor een af te werken.
Mijnheer de minister, u verwijt mij dat ik hier al uren het woord heb gevoerd over de centenindex. Dat moet ik toch wel logenstraffen. Het is eigenlijk niet echt mijn thema. Het hoort thuis in de commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen en het is mijn goede collega Kurt Moons die die discussie heeft gevoerd.
Ik wilde vandaag eigenlijk de nadruk leggen op de desastreuze gevolgen van de centenindex in combinatie met dat fiscaal hervormingsplan voor de productiviteit, voor de link tussen prestatie en verloning, die verder wordt uitgehold. Productiviteitsgroei is nu net de cruciale voorwaarde om de komende jaren onze welvaart te kunnen behouden.
Wat de laagste lonen betreft, voor alle duidelijkheid, ook in het voorstel van de Groep van Tien zullen zij natuurlijk vooruitgaan. Hun lonen zullen worden geïndexeerd met een iets anders samengestelde index. Die discussie zal ten gronde moeten worden gevoerd, maar het eerste voorstel dat zij doen, is in ieder geval al een redelijk voorstel.
Wat de lonen van de ambtenaren betreft, dat de Groep van Tien daar niet veel over gezegd heeft en dat, wanneer er geen initiatief komt van de regering, de centenindex, als hij goedgekeurd zou zijn, wel van toepassing zou zijn, is heel simpel, omdat het uw verantwoordelijkheid zou zijn om het voorstel van de Groep van Tien uit te breiden naar alle werkenden, bedienden, arbeiders, werknemers én ambtenaren.
Buiten België is er maar één land waar men zo goed beschermd is tegen inflatie door een volledige indexering en dat is Luxemburg. Het is dus een uniek systeem en dat is ook de reden waarom wij er absoluut voorstander van zijn en waarom wij dat systeem niet willen uithollen. Als er maatregelen moeten worden genomen om het land op orde te krijgen, dan zult u die, als het van het Vlaams Belang zou afhangen, ergens anders moeten zoeken.
Het is de eerste keer dat mij wordt verweten een tjeef te zijn. Meestal word ik geradicaliseerd genoemd, maar nu ben ik dus blijkbaar net iets te soft. Ik zie dat niet echt als een zware belediging. Er zijn wel zaken die het Vlaams Belang vanuit de christendemocratische ideologie, en trouwens ook uit de liberale ideologie, op prijs kan stellen, zoals het Rijnlandse model. Wij gaan daar voor, niet zoals deze regering daar lippendienst aan bewijst, maar als er dan één voorstel van de sociale partners op tafel ligt waarover er consensus bestaat, wordt dat meteen in de vuilbak gooien Mijnheer Ronse, ik zou zeggen it takes a tjeef to recognize a tjeef. Ik heb immers begrepen dat u uit die partij afkomstig bent.
Tot slot, mijnheer de minister, waarover ik eigenlijk graag had gehad dat zowel minister Clarinval als uzelf en eigenlijk ook eerste minister De Wever hadden geantwoord, aangezien immers het Parlement de regering controleert, is de problematiek die wordt aangekaart door Gert Peersman. Hij zegt dat deze centenindex, in combinatie met de hervorming van de personenbelasting, de link tussen prestatie en verloning verder verzwakt. Die sterke link is nodig om ervoor te zorgen dat de arbeidsproductiviteit groeit. Het gaat om veel procenten.
Ik had nog cijfers bij, ik heb ze niet allemaal opgesomd. Weet u bijvoorbeeld dat door uw hervormingen een alleenstaande met twee kinderen van min 2 tot min 3 % naar min 8 % belastingdruk gaat? Dat is min 6%. Iemand met een gemiddeld loon van 4.400 euro, die gaat naar 1 %. Die gaat er zelfs relatief nog op achteruit. Dat is wat mij hier bang maakt als het dan echt gaat over het behoud van de welvaart. Ik gun het de laagste lonen absoluut dat zij meer verdienen, dat zij netto meer uit bruto zouden overhouden. Of ze daar ook meer koopkracht uithalen, dat is een heel andere discussie die we nog op een ander moment zullen moeten voeren, want u stuurt een enorme vloedgolf van allerlei taksen op hen af, van de btw tot de vliegtaks, de echtscheidingstaks of de eenverdienerstaks. Dat zijn echt forse bedragen die al uw fiscale hervormingen tenietdoen.
Het beangstigt me evenwel vooral dat men steeds minder overhoudt van meer en harder werken. Wat we nodig hebben: ia dat mensen die meer en harder werken, ook meer en harder worden beloond. Dat is niet langer het geval wanneer deze centenindex wordt toegepast. Dat is wel het geval wanneer de index van de G10 wordt toegepast. Dat is ook het geval wanneer de gewone indexering zou worden toegepast.
Mijnheer de minister, vreest u niet voor de zogenaamde promotieval die al uw voorstellen veroorzaken en voor de negatieve impact op de productiviteit en dus op het behoud van de welvaart?
De voorzitter: Minister Vandenbroucke vraagt het woord.
07.27 Minister Frank Vandenbroucke: Er is mij een vraag gesteld. Ik heb, denk ik, in het debat altijd gereageerd op alle mogelijke vragen, maar ik vind het nu eerlijk gezegd wel een interessant moment in het debat, omdat blijkt dat men voortdurend een zeer grote bocht maakt rondom waar het echt over gaat.
Waar het om te beginnen echt over gaat, is dat we een enorme inspanning zullen moeten leveren om onze begroting op orde te zetten. Dat is belangrijk voor de toekomst. Om te kunnen blijven investeren in sociale zekerheid, in veiligheid, in defensie, in gezondheidszorg, moet die begroting op orde zijn. De mensen die beweren dat men dat kan doen zonder maatregelen die grote groepen mensen op een of andere manier raken, liegen. Mensen beweren hier dat de middenklasse moet worden gespaard. Wij als Vooruit vinden de koopkracht van mensen uiterst belangrijk en die koopkracht moet worden beschermd. De maatregelen moeten eerlijk zijn. Wat voor mij in marmer gebeiteld staat, is dat we de begroting in orde moeten brengen, want anders zullen we iedereen schaden. Wat voor mij in marmer is gebeiteld, is dat we de meest kwetsbare mensen daarbij echt moeten beschermen. Wat in marmer is gebeiteld, is dat men aan de echte sterke schouders een inspanning moet vragen. Dan gaat het niet over mensen die 4.000, 5.000 of 6.000 euro per maand verdienen, want dat zijn middenklassemensen. Degenen die hier beweren dat men de begroting op orde krijgt zonder maatregelen die grote groepen treffen, zullen hun historische verantwoordelijkheid niet nemen. De vraag zal later dus zijn of we populair wilden zijn in het debat, of we wilden meedraaien met elke gunstige wind, een snel bochtje wilden maken, of de mensen in de ogen wilden kijken en de waarheid spreken? Dat is een eerste punt.
Ten tweede, het systeem van de index, die voor ons cruciaal is. De automatische bescherming van de koopkracht van mensen is cruciaal voor mijn partij en ik denk niet alleen voor mijn partij. We beseffen heel goed dat met name mensen die weinig verdienen en een klein inkomen hebben, bijzonder veel uitgeven aan energie, verwarming, voeding en basisproducten. Als de index belangrijk is voor iedereen, dan is die superbelangrijk voor wie een laag inkomen heeft, een klein pensioentje geniet, voor werknemers met een minimumloon, voor de verpleegkundige die 3 000 euro per maand verdient. Daarover gaat het. Dus hebben we gezegd, overigens niet met goesting, dat, als we dan toch moeten nadenken over de toepassing van het mechanisme, men uitzonderlijk twee keer een plafond kan voorzien, waardoor de mensen voor wie die index superbelangrijk is, volledig gevrijwaard blijven. Dan moet men dat overal doen en dat brengt mij bij het volgende punt.
Mijnheer Vereeck, u beweerde dat er hier een democratische meerderheid is voor het alternatief van de Groep van Tien. De allereerste spreker uit uw zogenaamde democratische meerderheid - ik geef daar verder geen commentaar op – die na u het woord nam, met name een parlementslid van de PVDA, sprak dat al tegen en verklaarde tegen het voorstel van de G10 te zijn. De PVDA heeft er hier al in alle toonaarden op aangedrongen dat we het voorstel van de G10 in de regering moeten voorleggen en uitvoeren, maar de allereerste keer dat de partij moet verduidelijken of ze voor of tegen is, onderstreept ze tegen te zijn. Ik heb al redelijk lang zitting in het Parlement, misschien te lang, maar dat heb ik nog nooit meegemaakt. Men durft hier een debat te voeren waarbij men urenlang betoogt dat Vooruit dat voorstel van de G10 moet uitvoeren, dat het fantastisch is, maar als de vraag wordt gesteld of men voor dat voorstel is, dan luidt het antwoord dat men tegen is. Mensen toch, waar zijn we mee bezig?
Ik wil bijzonder duidelijk zijn over het voorstel van de Groep van Tien en daarmee antwoord ik op de vraag van de heer Van Quickenborne. In het voorstel van de Groep van Tien zitten twee aspecten. De Groep van Tien zegt dat men de nieuwe formule waarbij men energiecontracten anders inrekent en uitsmeert over de tijd, op iedereen moet toepassen, van de politieman, de leerkracht, de gepensioneerde, de bankbediende in de privésector tot de verpleegkundige met een arbeidscontract en de vastbenoemde verpleegkundige. De heer De Wever heeft daarop gerepliceerd dat hij daarover wil nadenken. Ik geef daar geen commentaar op, want ik vind dat verre van evident, omdat we niet graag de bescherming verminderen bij een risico van een prijsschok.
Het andere aspect van het voorstel van de Groep van Tien is dat de centenindex wél van toepassing is op de vastbenoemde politieman, de leerkracht, de ambtenaar, de verpleegkundige in UZ Gent of in een ziekenhuis in Willebroek, waar men vastbenoemd is. Dat is een steunbeer van zijn voorstel, want anders moet de groep al zijn berekeningen intrekken. Daarvan zeg ik dat dat asociaal is en volgens mij juridisch en bestuurskundig onuitvoerbaar. Hoe kan de federale regering immers beslissen dat de centenindex van toepassing is op vastbenoemden in lokale besturen, terwijl dat dat geen algemene maatregel is. Dat hebben we iedereen met handen en voeten uitgelegd, maar niemand gaat daar ernstig op in.
Ik kan de mensen niet recht in de ogen kijken en oordelen dat het schandalig zou zijn om twee keer een geplafonneerde centenindex toe te passen op hardwerkende mensen, implicerend dat de politieman dus geen hardwerkende mens is en de leerkracht helemaal zijn best niet doet, aangezien de maatregel essentieel is in het voorstel van de G10. Dat kan en zal ik niet uitleggen. Dus zullen we dat soort voorstel niet uitvoeren.
Mijnheer Tonniau, u gaat blijkbaar nu ineens toch akkoord met mij. Dat is toch al vooruitgang.
Mijnheer Vereeck, ik zal straks in mijn repliek even ingaan op een aantal van uw opmerkingen, die zo manifest onwaar zijn dat ze de moeite zijn om even op te pikken. U hebt onwaarschijnlijke denkfouten, redeneerfouten, feitelijke fouten gemaakt. Die zal ik straks uitleggen, maar ik heb daar wat tijd voor nodig. Intussen is het alvast zeker: uw democratische meerderheid is er helemaal niet.
Wees nu eens duidelijk. Er ligt geen alternatief voor de centenindex voor. Ik waardeer de weigering door de sociale partners van de toepassing van de centenindex voor de privésector. Ze vragen dat de regering dat elders doet. Wij vinden dat dat wat tekortschiet, met al onze waardering.
07.28 Lode Vereeck (VB): Om de collega's ook de mogelijkheid te geven om zo snel mogelijk aan het woord te komen, zal ik zo bondig mogelijk proberen te reageren. Ik heb vier vragen genoteerd.
Mijnheer de minister, u zegt dat we al die oefeningen moeten zien in het kader van de grote begrotingsuitdagingen, waarvoor we staan, en dat we niets zullen kunnen doen zonder groepen mensen te raken. Wel, ik heb mijn lijstje van voorstellen wat wij zouden doen om de begroting op orde te krijgen, hier altijd in mijn binnenzak steken. Het is nu heel plezierig dat u die vraag stelt. U zult vaststellen dat wij daarbij raken aan het politieke bestel, maar niet aan de mensen, niet aan de burgers. Pas op, we zullen niet in de anekdotes van de provincies en de Senaat blijven hangen. Op het politieke bestel is het inderdaad mogelijk om ongeveer 2,5 miljard te besparen. Daar zit inderdaad qua instellingen – en ik heb hier alle deelcijfers als u wilt – de afschaffing van de Senaat in, goed voor 44,6 miljoen euro, de halvering van het aantal kaderleden, goed voor 98 miljoen euro, de halvering van de partijdotaties, een voorstel dat we elk jaar indienen, goed voor 18 miljoen euro. De afschaffing en beperking van consultants – ik weet dat u daar graag mee werkt – levert 65 miljoen euro op, enzoverder. In totaal gaat het om ongeveer 296 miljoen euro.
Er kan ook nog – en dit is volgens mij de grootste sloef in de 2,5 miljard euro aan besparingen op instellingen – bespaard worden op onze bijdrage aan de Europese Unie. Wij wensen daar een korting, niets speciaals, een korting zoals Duitsland die geniet. Duitsland heeft een korting van 3,7 miljard euro, Nederland een korting van 1,9 miljard euro, Zweden een korting van 1,1 miljard euro, Oostenrijk een korting van 1,5 miljard euro en Denemarken een korting van 377 miljoen bedongen. Als wij, een beetje naar analogie met de omvang van onze bevolking en economie, een gelijkaardige korting kunnen onderhandelen, dan komt dat inderdaad neer op 1,6 miljard euro. Alles samen is dat al 2, miljard euro.
Voorts zien wij in de domeinen van asiel en migratie heel wat besparingen mogelijk. Daar kan 1,5 miljard euro bespaard worden. Dat is op zich ook niet voldoende om de begroting op orde te zetten, maar het moet wel gebeuren. Bij Fedasil kan er 826 miljoen euro gevonden worden en allerlei andere dotaties kunnen worden ingekrompen. We hebben nog een zeer interessant voorstel, omdat u het toch hebt over het feit dat we groepen zullen moeten raken: wij zijn voorstander van een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers.
Dat model bestaat al in Denemarken. Volgens de vorige doorrekening door het Federaal Planbureau, dat waarschijnlijk nog niet goed op de hoogte was van zijn mandaat – nu mag het dat niet meer –, zou een aparte sociale zekerheid, waarbij nieuwkomers zoals in Denemarken de eerste acht jaar dat ze hier zijn, bijdragen en pas na acht jaar tot het reguliere Belgische systeem toetreden, een besparing van 1,9 miljard opleveren.
We zijn ook bondgenoten als het gaat over de bestrijding van fiscale fraude. Dat levert 2,5 miljard euro op. Een en ander heeft wel voor een groot stuk te maken met de btw-kloof. Waarom geraakt die niet opgelost? Het gaat niet zozeer over de frauderende kapitalisten of frauderende ondernemers, maar gewoon over het feit dat wij er niet in slagen om onze btw op een correcte manier te innen. De btw-kloof bedraagt volgens de Europese Commissie ongeveer 12,3 %, goed voor 4,9 miljard. In Nederland is dat 7 %, in Frankrijk 5,6 % en in Duitsland 9,7 %. Als we dat percentage nog maar kunnen halveren, van 12 % naar 6 %, iets tussen het Nederlandse en het Franse niveau in, dan bespaart ons dat 2,4 miljard euro.
Wij zijn ook voorstanders van besparingen op ontwikkelingssamenwerking en klimaatuitgaven. Dat levert ook 1,8 miljard euro op, door er in ieder geval veel strengere voorwaarden aan te koppelen.
Als u dat allemaal bij elkaar optelt, dan zit ik in een Belgische context aan ongeveer 11 miljard euro besparingen – we hebben intussen nog andere besparingsposten gevonden –, zonder dat men de bevolking raakt. Ik heb er geen probleem mee om het geld te halen bij de instellingen, de nieuwkomers en de fraudeurs. Tot zover wat de begroting betreft.
Als u echter de problemen structureel wil oplossen – u hebt vandaag waarschijnlijk ook de krant gelezen –, dan is er maar één mogelijkheid: een staatshervorming met fiscale autonomie voor Vlaanderen en Wallonië. Voor mijn Waalse vrienden wil ik heel duidelijk zijn. Wanneer fiscale autonomie wordt doorgevoerd, dan zullen de eerste drie à vier jaar niet gemakkelijk zijn voor Wallonië. U moet er echter alle vertrouwen in hebben dat u er zult komen wanneer u op eigen benen staat.
Ik heb 25 jaar in Limburg gewoond en heb twee reconversies meegemaakt. Het geheim van die reconversies en de succesfactoren zijn gekend. Wees dus ook niet bevreesd, Waalse collega's, om op eigen benen te gaan staan. Elf professoren pleiten inderdaad voor een staatshervorming en fiscale autonomie.
Ten tweede, voor wat de breedste schouders betreft…
Ja, ja, ja, mijnheer De Smet, dat is zo. Fiscale autonomie zal eventjes slikken zijn, maar u zult er komen. Op die manier zult u er echt komen. Ik zal u zeggen wat er nu gebeurt. Als er in Wallonië bijvoorbeeld extra jobs bij komen, verlaagt de solidariteitsbijdrage. Hoe slechter ze het doen, hoe meer solidariteitsbijdrage ze krijgen. Als ze autonoom zijn en extra bedrijven en extra jobs creëren, gaat de opbrengst van de vennootschapsbelasting en de personenbelasting natuurlijk naar de Waalse schatkist. Dan gaan ze erop vooruit. Nu gaan ze er soms op achteruit.
Het onderzoek van de Spaanse micro-econoom Mas-Collel, die u waarschijnlijk wel kent, mijnheer de minister, een heel befaamde micro-econoom, toont aan dat transfers in alle landen de zaak toch een klein beetje hebben geholpen, behalve in dit land.
Voor wat de breedste schouders betreft, wij zijn natuurlijk voor horizontale en voor verticale rechtvaardigheid, maar we moeten wel oppassen. Al uw microsimulaties gaan over lonen tot 7.500 euro bruto. Vindt u dat al een hoog loon? Nee, dat is een middenklasseloon en die mensen gaan er hoe langer, hoe minder op vooruit. Dat is het grote probleem.
Nogmaals, ik gun mensen met een laag inkomen natuurlijk dat ze er goed op vooruitgaan, maar we moeten ervoor zorgen dat de midden- en hogere inkomens – dan bedoel ik tot 7.500 euro, want meer simulaties hebben we niet gekregen – er ook niet relatief op achteruitgaan.
De index die uiteindelijk voorligt, is cruciaal. Ik dacht eerlijk gezegd dat dat bij de onderhandelingen in de zomer van 2025, mijnheer de minister, een echte rode lijn was. Ik dacht dat de socialisten echt niet zouden pikken dat daar ook maar enigszins aan zou worden gemorreld. Dat is natuurlijk ook heel vaak gezegd in debatten. Tot spijt van wie het benijdt, zouden wij daarin bondgenoten zijn, want wij willen ook niet morrelen aan de index.
Er moet inderdaad één systeem komen voor de publieke sector en voor de privésector. Laat dat heel helder zijn. Het zal inderdaad heel moeilijk te verantwoorden en uit te voeren zijn. Als u de mensen dus recht in de ogen wil kijken, stel ik voor dat u met een gelijkaardig voorstel komt voor de publieke sector als het voorstel van de sociale partners.
Over de index nog het volgende. U vindt die cruciaal omdat u vindt dat de lage lonen er veel op vooruit moeten gaan, door een negatieve belastingdruk, omdat ze het meeste last hebben van de energiepieken. Is het dan niet een beetje cynisch, mijnheer de minister, dat u in de programmawet een verhoging van de accijnzen gestoken hebt? Een verhoging van de accijnzen op stookolie en op aardgas, op benzine en op diesel, vanaf januari. Het zijn inderdaad de laagste lonen die daar het meeste last van hebben. Maar u gaat ze verhogen.
Morgen worden er enkele energiemaatregelen besproken die de regering genomen heeft. Ons voorstel en dat van enkele andere partijen, was om direct via de accijnzen te werken. Die voelt iedereen direct aan de pomp, ook de laagste lonen. U weet natuurlijk ook dat de prijzen aan de pomp vandaag voor ongeveer de helft uit accijnzen bestaan en belastingen. Het is dan toch veel makkelijker in plaats van voor die mensen alles duurder te maken, ervoor te zorgen dat het product betaalbaar wordt?
Kortom, wij willen zoals in heel wat landen – en ik kom daar nog op terug wanneer we de energiemaatregelen bespreken – lagere accijnzen op energie. Ik ken eigenlijk bijna geen land meer waar op dit moment de accijnzen op energie niet verlaagd zijn. Ik weet niet of ik het lijstje bij me heb. Ik had het klaarliggen voor een volgende interventie.
De voorzitter: Collega Vereeck, er zijn al een aantal collega’s die willen repliceren.
07.29 Lode Vereeck (VB): Dat is tof. In welke landen worden de accijnzen verlaagd? In Italië, Hongarije, Ierland, Frankrijk, Oostenrijk, Kroatië, Australië, Polen, Zweden, Slovenië, Cyprus, Nederland en Duitsland. Daar neemt men maatregelen en men moet die natuurlijk ook wel kaderen. Als ik naar Nederland kijk, daar is de prijs aan de pomp nog hoger, maar men moet dat ook kaderen binnen het nettoloon dat Nederlanders overhouden van hun brutoloon.
Dat is de laatste opmerking. Ik zou eerder gaan voor een accijnsverlaging.
07.30 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Vereeck, u was nogal persoonlijk in uw repliek, met uw it takes a tjeef to recognize a tjeef. Ik vond dat wel een mooie om te horen van een man die al de meeste partijen heeft aangedaan, Open Vld, Lijst Dedecker, terug Open Vld. Volgens de bookmaker zit u de volgende legislatuur hier op de banken naast Raoul, bij de PVDA, kameraad Vereeck.
Hoe langer u spreekt, hoe minder ik weet waarvoor u staat. U zit hier precies in een kersenpluk. Eerst begint u over competitiviteit en productiviteit en zegt u terecht dat de bruto loonkosten hier te hoog zijn, om daarna kritiek te geven op het voorstel over de centenindex. Daarna begint u te zeggen dat de mensen erop achteruit zouden gaan, om dan het voorstel van de Groep van 10 erbij te nemen en te zeggen dat dat een beter voorstel is, om het dan vervolgens te hebben over de overheidsfinanciën, goed wetende dat de Groep van 10 de publieke sector helemaal niet waarborgt en dat we daar een serieuze zuurstofbel voor onze overheden zien.
Ik blijf dus bij mijn standpunt. U bent echt de tjeef van het Vlaams Belang. U bent eigenlijk de Stefaan De Clerck van het Vlaams Belang. Hoe langer u spreekt, hoe minder ik weet waarvoor u staat. Ik vond Kurt Moons op dat vlak iets helderder.
07.31 Barbara Pas (VB): Collega Ronse, ik ga eerst in op iets wat de minister heeft gezegd. Dat was eigenlijk de reden waarom ik net al het woord had gevraagd. Mijnheer de minister, het is zeer opmerkelijk dat u hebt gezegd dat u die centenindex niet met volle goesting invoert, maar dat die nodig is om de begroting in orde te krijgen. U hebt gezegd dat wie beweert dat het niet nodig is aan de index te morrelen om de begroting op orde te krijgen, liegt. Dat was toch wat u hebt gezegd? Wie zegt dat die ingrepen niet nodig waren, liegt. Dat was wat u hebt gezegd. Ik wil de video gerust opnieuw afspelen, want dat is alleszins wat ik heb genoteerd.
07.32 Minister Frank Vandenbroucke: Ik heb gezegd dat wie beweert dat men de begroting op het goede spoor kan krijgen zonder maatregelen waarbij grote groepen mensen betrokken zijn, ook hardwerkende mensen die niet te veel verdienen, liegt. Dat is één.
Twee, ik heb gezegd dat voor mij een paar dingen in marmer zijn gebeiteld. Men moet de meest kwetsbare mensen zo goed mogelijk proberen te vrijwaren. Mensen die miljonair zijn - en dat zijn niet die hardwerkende politieman, niet die man of vrouw die 4.000, 5.000 of 6.000 euro per maand verdient - moeten een serieuze bijdrage leveren. Dat is wat ik heb gezegd. Ik heb ook gezegd dat men vanuit die principes, tegen de goesting maar omdat het nog een aanvaardbare oplossing is, uitzonderlijk kan instemmen met een plafonnering van de index. Dat is wat ik heb gezegd.
Bovendien zou u snel moeten zeggen of u voor of tegen het voorstel van de Groep van Tien bent, waarbij de politieman en de leerkracht wel de centenindex hebben.
07.33 Barbara Pas (VB): Het is op die woorden dat ik wilde ingaan. U zegt dat men liegt als men dat beweert, maar in wat u zegt, zitten zelf al twee onwaarheden. Ik ga het op onwaarheden houden, want liegen is nog altijd geen parlementair taalgebruik. Ik weet niet of dat ondertussen al in het verslag wordt opgenomen.
Met de maatregel die de regering neemt, met de centenindex en de 101 belastingen en belastingverhogingen die u doorvoert, brengt u de begroting helemaal niet op orde. We hebben officieel het grootste begrotingstekort van de hele eurozone. Kijk naar de lentevooruitzichten van vorige week van de Europese Commissie die zeggen dat het tekort op 5,2% blijft bij ongewijzigd beleid van deze regering en dat het zelfs nog zal oplopen in 2027. Dus u hebt de begroting met die maatregelen absoluut niet op orde. U hebt een geweldig groot begrotingstekort. Dat is onwaarheid nummer één.
Ten tweede, als u beweert dat zij die aangeven begrotingen op orde te kunnen stellen zonder dat de hardwerkende Vlaming en grote groepen daardoor geraakt worden liegen, dan is dat de leugen. Dat is immers net de hele essentie van het verhaal. Wij hebben in Vlaanderen een werkzaamheidsgraad van 80 %. Elke econoom kan u vertellen dat pensioenen met een werkzaamheidsgraad van 80 % perfect betaalbaar zijn. Vlaanderen zit aan 79 %. Daarvoor zijn helemaal geen maatregelen nodig die wij straks zullen bespreken en die de pensioenen naar beneden halen.
De essentie is dat er budgettair geen orde op zaken kan worden gesteld zonder fiscale autonomie. De heer Vereeck heeft daarnet 14 miljard euro aan maatregelen opgesomd die de grote groepen wel ontzien en die zelfs nog binnen een Belgische context blijven. Als wij structureel orde op zaken willen stellen, is fiscale autonomie nodig.
Dat zijn niet alleen die elf proffen die dat stellen. Dat zijn ook andere partijen en niet alleen het Vlaams Belang die die analyse maken. Mijnheer Ronse, ook uw partij doet dat. Daar gebeurt echter niets mee. Aan die responsabilisering die nodig is, gebeurt niets. Daar doet de regering niets aan. U zult in een volgende begrotingscontrole nog meer belastingen zoeken en nog meer morrelen aan indexen of andere zaken om uw begrotingstekort toch maar enigszins binnen de marges te proberen te houden. Dat is echter aanmodderen. Dat is geen structurele oplossing en u weet dat.
De voorzitter: De heer Vereeck wenst te reageren. Daarna krijgt de heer Tonniau het woord.
07.34 Lode Vereeck (VB): Ik wil heel kort reageren op de heer Ronse. U moet wel weten wat u wilt. Nu verwijt u mij dat mijn betoog alle kanten uitgaat. Ik heb gewoon geantwoord op de vier vragen van de minister. Dat ging onder andere – ik heb het genoteerd – over de begroting, grote groepen, de zware schouders, de index, de energie, het onderscheid tussen privé en publiek. Ik antwoord daar braaf en gestructureerd op en nu zegt u dat het alle kanten uitgaat.
Mijnheer Ronse, ik weet dat het voor u een beetje moeilijk is en dat u een aandachtsspanne hebt van ongeveer twee minuten, waarin u met wat pompons zwaait om de regering te bejubelen.
Laat mij heel duidelijk zijn: ik heb het niet gehad over brutolonen en over de loonkosten. Ik heb het gehad over het nettoloon. Zoals professor Peersman dat glashelder uitlegt, wordt de link tussen verloning en zware prestaties, tussen harder werken en meer verdienen, geleidelijk aan doorgeknipt door deze regering. Het is nochtans essentieel om een groei van de productiviteit te bewerkstelligen. Daarover heb ik het gehad, maar ik heb begrepen dat u dat niet hebt begrepen. Dat is jammer.
07.35 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u hebt de chronologie wat uit het oog verloren. In het regeerakkoord staat dat de arizonaregering een advies vraagt aan de sociale partners tegen eind 2026 over een hervorming van de index. U bent een jaar op voorhand, een jaar ervoor, zelf op de proppen gekomen met die centenindex. De Groep van Tien heeft een alternatief uitgewerkt maanden voor de deadline om een advies uit te brengen. Dus de Groep van Tien heeft zijn werk gedaan, hij heeft meer gedaan dan u gevraagd hebt.
Nu doet u alsof de regering van plan was om de centenindex in te voeren, alsof dat in het regeerakkoord staat. Dat is niet zo. Dat stond er niet in. In het regeerakkoord staat dat de regering ten eerste de index zou beschermen en ten tweede de sociale partners advies zou vragen tegen eind 2026. Punt aan de lijn.
Ten tweede, wat dat voorstel van de Groep van Tien betreft, bazuint u rond dat de hier aanwezige partijen zich daar niet durven over uit te spreken.
Hebt u afgelopen donderdagnacht in die extra commissie voor de tweede lezing liggen slapen? We hebben daar gestemd over het voorstel van de Groep van Tien, dat de heer Van Quickenborne had ingediend in de vorm van amendementen. Daarover is gedebatteerd en vervolgens gestemd. We hebben tegengestemd en uitgelegd waarom, onder andere omdat we benzine en brandstof opnieuw in de index willen opnemen. Wat is dus het probleem? We spreken ons daarover uit. We willen de huidige index behouden. Dat moet erg gemakkelijk zijn, want dat staat zo in het regeerakkoord. We willen die centenindex weg. We spreken ons ook uit over de Groep van Tien. Wat probeert u eigenlijk te insinueren?
Het is me nog niet duidelijk wat deze regering zal doen nadat de centenindex is goedgekeurd. U zegt dit voorstel niet te zullen gebruiken, omdat u het een slecht voorstel vindt. Zult u nog onderhandelen over een voorstel? Zult u dat een beetje aanpassen zodat het goed is voor Vooruit? De Wever heeft al gezegd dat hij dat wil bespreken, want aan het defensiebudget zal men niet raken. Ze zullen het dus wel gaan zoeken bij de massa. U hebt al gezegd dat het voor u in steen gebeiteld staat dat de begroting op orde moet worden gebracht. Wie durft te beweren dat daarvoor de massa financieel geraakt moet worden, die liegt. Ik stel voor dat we het bij een erg kleine groep mensen gaan zoeken, bij de 1 % rijksten. Daar valt nog veel te halen. Waarom verdedigt u dat niet?
Dit jaar zal de centenindex volgens het Rekenhof 24 miljoen euro opbrengen. Daarvoor zet u alles op het spel en gooit u het hele sociale overleg overboord. Volgens mij kunt u die 24 miljoen euro per kwartaal ophalen bij Fernand Huts alleen. We zien wat die mensen allemaal uitsteken op het vlak van belastingontduiking en fiscale fraude. Zoek die 24 miljoen euro eens bij die mensen. Daarvoor zwiert u alle adviezen van de vakbonden en werkgevers opzij en jaagt u iedereen in het harnas. U zegt dat het voorstel van de Groep van Tien discriminerend is omdat het alleen over de privésector gaat. Dat is logisch, want de Groep van Tien is alleen bevoegd voor de privésector. Ze spreken zich voor de centenindex ook niet uit over de rest, bijvoorbeeld voor de ambtenaren. Luister daar ook naar. U hoeft dat niet uit te voeren. Dat is een non-argument. Wat zeker discriminerend is, is die centenindex zelf.
Is dat plafond van 4.000 euro dan geen discriminatie voor wie 4.010 euro bruto verdient? Is dat dan geen discriminatie tegenover mijn collega’s bij Volvo, omdat zij daarvan wel slachtoffer zijn? Is die plafonnering van de pensioenen op 2.000 euro, het feit dat een gezinspensioen daarvoor in aanmerking komt - want alle gezinspensioenen zitten boven die limiet en dat is dan voor twee personen - dan niet discriminerend? Wie discrimineert u en wie discrimineert u niet? Dat is uw voorstel van de centenindex. Dat is ook discriminatie.
Ik zei het vorige week al, moest ik op uw stoel zitten, ik zou op de pauzeknop duwen. Die centenindex kunnen we gemakkelijk uit de programmawet halen. Ga aan tafel zitten met de G10 en leg voorstel A en voorstel B op tafel en kijk waar u landt. Neem daarvoor de tijd, want eigenlijk hadden ze de tijd om advies te geven tot eind dit jaar. Niets verplicht u om hierover vandaag een beslissing te nemen.
Luister naar uw achterban. Ik doel dan niet op de parlementsleden, want die applaudisseren voor alles, maar luister naar uw achterban op straat, naar de mensen die op straat komen, die in verzet komen, die werken in de fabrieken en in de zorg. Doe het voor die mensen. Haal die 24 miljoen op bij Fernand Huts en niet via de index. Bescherm de index. Zeg dat dit de rode lijn van Vooruit is. Dat is mijn advies aan u, mijnheer de minister.
07.36 Arthur Orlians (Anders.): Collega’s, hier is vandaag al een paar keer gezegd dat, als men tegen de centenindex is en evenmin superenthousiast over het voorstel van de Groep van Tien, dat neerkomt op nieuwe tjeverij. Daar ben ik het fundamenteel mee oneens, want kijk eens hoe de tjeven zich de voorbije weken hebben gedragen. Ze zijn radicaal tegen de centenindex en absoluut voor het voorstel van de Groep van Tien, maar zullen de centenindex wel mee goedkeuren. Begrijpe wie begrijpen kan.
Er wordt hier een valse keuze voorgesteld. Er wordt gezegd dat, als men niet enthousiast is over de centenindex, men nu in het Parlement recht moet staan en zich absoluut voor het voorstel van de Groep van Tien moet uitspreken, maar dat voorstel had ook nog kunnen worden bijgestuurd. Men had daarover verder in gesprek kunnen gaan en een nieuw compromis kunnen zoeken! Mijnheer de minister, omdat u persoonlijk geen superfan bent van het voorstel van de Groep van Tien, zal de meerderheid nu de lelijkste draak ooit goedkeuren, een draak waar niemand enthousiast over is. De Groep van Tien is er niet enthousiast over, de regering niet en de oppositie niet. U legt het Parlement een valse keuze voor.
De voorzitter: Collega Orlians, ik feliciteer u met uw maidenspeech in het Parlement. (Applaus)
07.37 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Eerst en vooral, u hebt iets gezegd over de begroting. U hebt gezegd dat het land budgettair op orde zetten voor u in marmer gebeiteld is. U hebt dat prioriteit nummer één genoemd. Dat zal niet gemakkelijk zijn, omdat we niemand zullen kunnen sparen, maar daarover moet men eerlijk zijn zegt u.
Het probleem is dat u spreekt over in marmer gebeiteld, maar als ik deze regering bezig zie doet het me denken aan een soort mousse die eruit ziet als marmer, maar die eigenlijk pure mousse is, niets meer. Het is een spons. Uw marmeren uitspraak, komt neer op een tekort van 34 of 35 miljard euro in 2029, zoals mijn fractieleider heeft gezegd, en het tekort gaat er alleen maar op achteruit.
Hoe komt dat, mijnheer de minister? Dat is mee uw verantwoordelijkheid. U bent immers niet bereid om in te grijpen in één van de grootste uitgavenpost van dit land, zijnde de gezondheidszorg. Dat doet u niet. U hebt een taboe. U wilt aan de groeinorm niet raken, terwijl die groeinorm ervoor zorgt dat ons budget verder ontspoort.
Uw voorgangster als minister van Volksgezondheid heeft dat wel gedaan. Ze heeft wel de moed gehad om dat uit te leggen aan de mensen, en ze heeft de groei minder sterk doen stijgen. Ik herhaal dat het gaat om de groeinorm boven op de index. U doet dat niet.
Wat is het gevolg? Het enige wat u en uw partij doen, is uw taboes allemaal sparen, maar voortdurend ondernemers en zelfstandigen viseren met die fameuze campagnes. We hebben het gehad over Michiel, de campagne van Charles en Henri, de Franstalige naam voor een managementvennootschap. Dat zijn kleine vennootschappen, het niet de miljardairs van dit land. Het gevolg is dat 250.000 kleine vennootschappen, bakkers, beenhouwers, aannemers, architecten, door u en door deze regering 30 % meer belastingen moeten betalen. Het tarief van de roerende voorheffing gaat immers van 13,65 % naar 18 % door deze programmawet. Dat is een stijging van 30 % van de taksen op kleine zelfstandigen, op kleine vennootschappen.
U vindt het geen enkel probleem om alle zelfstandigen in dit land hard te treffen met een belastingverhoging van 30 %, maar weet u wie de gezondheidszorg in ons land betaalt? Wie zorgt voor die tientallen miljarden euro? Dat zijn de zelfstandigen en de ondernemers met hun medewerkers. Zij betalen dat, mijnheer de minister. Als er morgen nul zelfstandigen zijn en nul ondernemers, dan hebt u nul voor de gezondheidszorg. Degenen die de gezondheidszorg financieren, melkt u dus uit tot op het bot. Dat is wat u doet. Als men u dan vraagt om in de gezondheidszorg te besparen en te hervormen, wat mevrouw Bertrand en mevrouw De Knop telkens zeggen, zegt u: niet bij mij. Dat is de essentie van het probleem van de begroting. Daarom zakt die begroting almaar verder weg, omdat u niet bereid bent om in de grootste uitgavenpost te hervormen en maatregelen te nemen.
Dan kom ik tot uw antwoord over de heer De Wever. Ik vond uw antwoord eerlijk en op zich zeer interessant. Iedereen dacht dat morgen over de centenindex wordt gestemd en dat het debat dan afgelopen is, maar dat is niet zo, want het debat gaat gewoon verder. Ik dacht dat er een conflict was tussen cd&v en de MR aan de ene kant en de heer De Wever en de heer Vandenbroucke aan de andere kant. Intussen weten we echter dat in dit dossier zowel cd&v als de MR puur dood gewicht zijn en nul komma nul relevantie hebben. De soepkip van de heer Vereeck was zeer interessant, maar het blijft bij die grap. Voor de rest gebeurt er niets.
Nu wordt het interessant. Er ontstaat immers een nieuw conflict over dit dossier tussen Frank Vandenbroucke en Bart De Wever. De heer De Wever heeft dit weekend iets nieuws gezegd. Hij heeft verklaard dat we het voorstel van de Groep van Tien toch in het debat zullen meenemen. Het gaat dan over de fameuze lissage. Nu wordt de evolutie van de energieprijzen maand per maand verwerkt in de index. In het voorstel van de Groep van Tien wordt dat over twaalf maanden gespreid. De Wever zegt dat hij daarover wil spreken. U zegt: dat gaan we niet doen. Het conflict over de centenindex zal dus blijven duren. Het is de molensteen rond de nek van deze regering.
U schildert het voorstel van de Groep van Tien af als asociaal. U hebt daarnet bevestigd dat u het asociaal vindt.
De waarheid is echter dat de huidige indexering overshoots als de prijzen stijgen en undershoots als de prijzen dalen. De huidige index geeft bij energieschokken te veel geld aan de mensen en bij dalende prijzen te weinig geld aan de mensen. Dat is het essentiële probleem met de index zoals hij nu is. Hoe komt dat? In de huidige index gaan we ervan uit dat iedereen elke maand een nieuw energiecontract neemt. Dat is wat de index nu doet, maar dat staat los van de realiteit. De realiteit is dat mensen met een vast contract zitten en door dat vast contract worden beschermd. Wat doet de Groep van Tien? Ze wil de index aanpassen aan de realiteit en hem correcter maken. Dat noemt u asociaal. Dat vind ik onbegrijpelijk. Ik vind het juist moedig van de sociale partners en ook van de vakbond, zelfs van de socialistische vakbond, om daarvoor te pleiten, omdat dat een veel correctere berekening is.
Dat is ook wat Bart De Wever stelt. Bart De Wever ziet daar wel brood in maar u weigert. De discussie over de index zal dus blijven sluimeren, maar zal nog veel grote problemen met zich brengen.
Immers, het regeerakkoord bepaalt letterlijk, zoals de heer Tonniau heeft opgemerkt, dat de sociale partners voor het einde van 2026 met een voorstel tot hervorming moeten komen. Zij doen dat nu, zes maanden voor het verstrijken van de deadline en zonder dat het geld kost.
Wat doet de regering? Ze doet net het tegenovergestelde. De regering is gewoonweg veel te laat met alles en kost ons zakken geld. Ze kost de zelfstandigen en de ondernemers zakken geld.
Mijnheer de minister, de sociale partners verrichten, als u er eerlijk over bent, werk dat nog nooit door sociale partners is verricht. Voor de eerste keer sinds 1970 wordt een index hervormd vanuit de basis, vanuit de sociale partners. U zou daar eigenlijk respect voor moeten opbrengen en stellen dat dat de weg is die wij moeten volgen. U zit echter vast in een soort stockholmsyndroom, zoals de heer Orlians heeft gezegd, waarbij u van oordeel bent dat de regering moet volharden omdat het die maatregel heeft uitgewerkt.
Ik apprecieer u en ik waardeer u. U bent een intelligent man. U hebt ook een overtuiging en dat siert u. In voorliggend dossier moet u echter doen wat de heer Orlians zegt. U moet met de sociale partners rond de tafel zitten en de zaak volledig uitdiscussiëren. Dat moet u doen. Dat is uw verdomde opdracht, in plaats van obstinaat te stellen dat het voorstel slecht is.
U hebt drie keer aan het Federaal Planbureau gevraagd om de berekening te maken. De laatste keer was op 12 mei. Dat zijn de laatste gevalideerde cijfers. De sociale partners doen de moeite en klaren de laatste discussiepunten uit met de RSZ en met het Federaal Planbureau. Daarna vragen de sociale partners om hun voorstel te valideren en definitief te beslissen. U zegt gewoon botweg neen, non. Dat kan toch niet?
Mijnheer de minister, als u het sociaal overleg serieus neemt, dan geeft u hen de kans om daarover te spreken. U zegt echter neen, no way. Dat kan toch niet? In het regeerakkoord staat 28 keer dat u de sociale partners zult respecteren. Mevrouw Vanrobaeys, mijnheer Bertels, mijnheer Seuntjens, mensen van het sociaal overleg, van de socialistische vakbond, u praat niet met hen, u zegt neen, non. Net als mevrouw Milquet zegt u non.
Daardoor zet u alle andere akkoorden die u verwacht van de Groep van Tien op het spel, zoals het interprofessioneel akkoord, het herenakkoord en de stakingen. U vraagt dat de Groep van Tien zich daarover buigt, maar u zet alles op het spel. U creëert sociale chaos. Dat is uw verantwoordelijkheid.
Dat moet stoppen. Daarom zijn we zo onverzettelijk tegen die centenindex. Daarom willen we die weg. Die centenindex moet weg!
07.38 Kurt Moons (VB): Mijnheer de voorzitter, vooraleer mijn collega zijn betoog kan afronden, wil ik toch nog graag reageren op de discussie hier. Wat gebeurt er? Wij wegen de centenindex af ten opzichte van een ander voorstel, namelijk dat van de Groep van 10, maar dat is heel raar. Wat gebeurt er? Er is een bestaand systeem en iemand komt met een nieuw voorstel, waarvan men zegt dat het toch niet 100 % goed is en er komen nog anderen met een ander voorstel. Dat gebeurt regelmatig. Daardoor wordt men verplicht om naar die twee systemen te kijken, terwijl het bestaande systeem geen aandacht meer krijgt.
Er wordt gevraagd wat men van de centenindex vindt en men antwoordt dat men ertegen is, want dat het niet goed is. Dan vraagt men wat men vindt van het alternatief van de Groep van 10. Het is misschien beter, maar of dat nu het beste systeem ooit is, weet ik niet. Ik denk dat de Groep van 10 heel snel heeft moeten reageren. Er zijn toch een aantal opmerkingen daarover. Het is natuurlijk een hele prestatie dat de werkgevers en werknemers op een paar dagen tijd tot een akkoord kwamen. De vraag is natuurlijk of dat alles wel heel doordacht is gebeurd en of alle in en outs zijn afgecheckt. Daar kunnen we ons vragen bij stellen. Dat was misschien ook de reden waarom ze meer tijd hadden moeten krijgen, naar het einde van het jaar toe, zoals dat ook in het regeerakkoord staat.
Het standpunt dat we in de commissie hebben ingenomen over de centenindex is dat we daar grandioos tegen zijn, maar dat we ook tegen het alternatief van de Groep van 10 zijn. We hebben ons daarover onthouden. Waarom? We hebben het afgecheckt tegen de drie criteria die u zelf hanteert.
Ten eerste, de koopkracht. Is er nu een beter bestaand systeem dan het bestaande automatisch indexeringssysteem? Ik denk het niet, want de twee andere morrelen echt aan het systeem.
Ten tweede, de competitiviteit. Er bestaat vandaag zoiets als de loonnormwet, wat die automatische indexering deels kan compenseren in het voordeel van de bedrijven, zodat de lonen niet sneller stijgen ten opzichte van onze buurlanden. We hebben er ook voor gepleit om heel snel met energiemaatregelen te komen, want dat is ook een heel belangrijk punt voor die bedrijven. Ook daar kan men die competitiviteit heel snel verdedigen op basis van de bestaande wetgeving.
Ten derde, de begroting. Er zijn geen wijzigingen nodig aan het systeem om de burgers te treffen – daar bent u heel goed in, zowel met belastingen als met de centenindex –, er zijn wel besparingen mogelijk op het systeem, maar daar raakt u niet aan. Het zou veel sneller en efficiënter gaan en op die manier kunt u misschien uw begrotingstekort aanpakken, dat vandaag het grootste is van de hele eurozone en dat ook zal blijven.
Wij hebben de alternatieven in handen en u die aangeboden, maar de vraag of de centenindex dan wel het alternatief van de Groep van Tien de beste oplossing biedt, is een strikvraag die we niet beantwoorden.
De voorzitter: Minister Vandenbroucke vraagt het woord.
07.39 Minister Frank Vandenbroucke: Uw grotesk verhaal van daarnet over die democratische meerderheid. Nu zegt uw eigen fractie echter dat ze niet voor het voorstel van de Groep van Tien is. Nadat ik dat hier nog eens heb uitgelegd, stuift iedereen weg. Iedereen stuift weg. Het grote democratische front van het Vlaams Belang, de PVDA voor het voorstel van de Groep van Tien…
De heer Tonniau had echter al duidelijk gemaakt dat de PVDA helemaal niet voor het voorstel van de Groep van Tien is. De Vlaams Belangfractie zegt nu ook zelf dat ze daar niet voor is. Mijnheer Vereeck, u hebt zich vergist. U sprak waarschijnlijk in eigen naam, want de fractie is daar niet voor. Anders. voerde een rationeel pleidooi. De mensen van Anders. zeggen dat we daarop hadden moeten doorgaan. Dat is rationeel. Dat pleidooi hangt aaneen, maar de rest stuift in alle richtingen weg zodra ze op een rood of groen knopje moeten duwen om iets te beslissen.
Het voorstel van de regering is slecht, maar dat van de Groep van Tien is ook slecht. Dat u tegen alles bent, mijnheer Tonniau, weten we. Het Vlaams Belang is ook tegen alles. Verantwoordelijkheid nemen zit inderdaad niet in uw DNA. Dat is duidelijk. Zodra u een moeilijke keuze moet maken, stuift u in alle richtingen weg. Dat leren we deze namiddag in dit debat.
Mijnheer Vereeck, ik denk dat u opnieuw met uw eigen fractie moet spreken. Die democratische meerderheid van u zie ik niet. Uw eigen fractie heeft u net tegengesproken. Fantastisch, daarvoor staat u al uren op de tribune.
07.40 Kurt Moons (VB): Mijnheer de minister, ik denk dat de democratische minderheid heel duidelijk is. U en de N-VA, hoeveel stemmen hebt u samen? De rest is tegen of onthoudt zich omdat het voorstel ofwel beter, ofwel slechter is. U hoeft ons niet te overtuigen om te kiezen tussen de pest en de cholera. Dat gaan we niet doen.
Er zijn immers andere manieren – dat is juist ons alternatief, mijnheer de minister – dan de burgers te straffen. Ik denk dat de heer Vereeck en ik exact hetzelfde zeggen. Wij stellen de automatische indexering nog altijd bovenaan, boven al de rest.
07.41 Lode Vereeck (VB): Dank u, minister en collega’s, voor uw replieken en uw vragen.
Voor mij is het duidelijk, die centenindex deugt niet. De vier elementen zijn al herhaaldelijk besproken. Het is uiteindelijk een belastingverhoging, slecht voor de jobs en ook slecht voor de koopkracht op lange termijn van iedereen. Bovendien is die centenindex administratief bijzonder complex. Daarom denk ik inderdaad dat we ertegen zullen stemmen, zoals trouwens tegen alles in de programmawet.
We zijn trouwens niet tegen alles, mijnheer de minister. U moet daar ook geen karikatuur van maken. Ik zal u een voorbeeld geven. We waren bijvoorbeeld ook voor de beperking van de werkloosheid in de tijd, met drie sociale correcties, namelijk voor mantelzorgers, voor 55-plussers en voor werklozen die aan een opleiding voor een knelpuntberoep waren begonnen. Uiteindelijk hebt u gezegd dat u maar twee van die correcties meenam. Ik heb daarbij nog verwezen naar een persoonlijk feit, namelijk mijn tante, die mantelzorger was voor mijn grootvader. Een half jaar later hoor ik hier op de banken zeggen dat u iets zult doen voor mantelzorgers.
Laten we dus stoppen met die clichés. We zijn een partij – en daar ben ik heel blij om – die elk voorstel op zijn inhoudelijke waarde beoordeelt. Daarbij maken we geen enkel onderscheid tussen partijen. Als het een goed voorstel is, is het een goed voorstel en zullen we dat steunen, ongeacht of het van de N-VA komt, van de PVDA of van alles wat daartussen ligt. Dat is in het verleden al gebleken.
Voor wat de centenindex betreft, is er een driekwartmeerderheid, als u wilt, om die af te schaffen en daar niet mee verder te gaan. Zoals ik daarnet ook heel duidelijk heb gezegd, denk ik dat er ook een driekwartmeerderheid is om met het voorstel van de sociale partners aan de slag te gaan. Dat voorstel is niet perfect, om de eenvoudige reden dat het onderscheid tussen publieke en private sector niet kan. Zoals ik u heb gezegd, hebben we ons daarover dan ook onthouden in de commissie. Dat is toch een zeer helder standpunt?
Ik zou u willen vragen om, wanneer het ontwerp hier zou worden weggestemd, met de sociale partners rond de tafel te gaan zitten, hun voorstel ter hand te nemen en het te corrigeren waar dat eventueel nodig is.
07.42 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Chers collègues, j'interviens en complément de mon collègue Jeroen Van Lysebettens, qui a déjà bien exprimé notre position, pour répondre aux explications du ministre Vandenbroucke. Celui-ci nous dit qu'il n'y a pas d'alternative, qu'on n'a pas le choix et qu'on ne peut que procéder de la sorte vu les contraintes budgétaires dans lesquelles nous nous trouvons.
Je pense que la loi-programme est la moins bonne des réponses à ce problème. Aujourd'hui, nous sommes face à un texte qui n'a plus aucun sens dans le contexte actuel. Je rappelle qu'il s'agit de la transposition de l'accord budgétaire 2026, qui aurait dû être adopté avant la fin de l'année précédente – et qui ne l'est toujours pas fin mai 2026. Il manque certains aspects de cet accord, qui étaient présentés comme des éléments d'équilibre vis-à-vis de ce qui nous est présenté aujourd'hui.
Dans cet accord se trouvait une proposition, certes farfelue, d'augmenter la TVA sur une partie de la culture – le rap, mais pas l'opéra –, d'augmenter le prix des plats à emporter – seulement sur le thé fait maison et pas sur un Ice Tea d'une grande marque multinationale. Cette proposition a été supprimée, d'une part, en raison d'une opposition générale du secteur et, d'autre part, à cause de son impraticabilité dénoncée par de nombreuses institutions.
Nous nous retrouvons aujourd’hui face à une loi dont il manque déjà tout un pan. Ensuite, on nous annonce que la taxe sur l'aviation va finalement être annulée. En d’autres termes, on nous demande de voter aujourd'hui une disposition qui, dans quelques mois, va être supprimée de la même main que celle qui l'a faite. Ici, nous aurions souhaité qu'il y ait un correctif et une solution alternative. Or il n'y en a pas.
Par ailleurs, le ministre Vandenbroucke nous dit qu'on ne pourra pas rétablir un équilibre budgétaire sans toucher à certains groupes, et que ceux qui prétendent que c’est possible sont des hypocrites. En réalité, voilà des mois que nous proposons des solutions alternatives. Voilà des mois et des mois que nous alertons, que nous proposons à ce gouvernement des solutions qui sont plus justes, des solutions qui feraient partie d'une véritable réforme fiscale, qui mettraient en avant la justice fiscale dans le pays.
Aujourd'hui, on ne peut pas continuer à faire peser autant d'efforts sur les travailleurs. Et ce n'est pas Ecolo-Groen qui le dit mais des experts, des analystes qui se penchent sur la situation actuelle du marché du travail et qui voient notamment le remplacement d'une énorme masse de travailleurs – une masse qui va d'ailleurs s’accroître – par l'intelligence artificielle. Ils nous disent aujourd'hui qu'il faut que les gouvernements, que les dirigeants intègrent cette dimension-là dans leur logiciel et qu'à un moment, on puisse envisager une taxation des entreprises sur la base des outils de production et pas uniquement sur la base des travailleurs.
En fait, on est en train de réduire la masse salariale au profit d'autres outils qui, par contre, génèrent des bénéfices. Ces bénéfices-là, il faut pouvoir aller les rechercher. Ce sont des possibilités qui existent et qu'aujourd'hui, vous refusez d'envisager.
On sait également qu'en tant que gouvernement, vous êtes censé apporter des réponses aux problèmes de la population. Alors bien sûr, il y a des contraintes et des enjeux. Par exemple, une étude publiée la semaine dernière montre qu'une famille wallonne sur cinq ne pourrait pas faire face à une dépense imprévue de 500 euros. Voilà un enjeu qui vous est adressé en tant que gouvernement. Lorsqu’une telle situation se produit, une alarme doit s'allumer dans votre cerveau pour vous inciter à trouver les moyens d’éviter que ces familles-là ne basculent dans la pauvreté.
Or ce gouvernement est tellement empêtré dans des guerres intestines et dans des tensions terribles qu’en réalité, vous ne parvenez pas à réagir efficacement face à des difficultés. Regardez le temps que vous avez mis pour trouver des solutions dans le cadre de la crise énergétique! Ce sont des solutions qui sont complètement en-deçà des besoins exprimés par la population et qui, par ailleurs, ne tapent pas au bon endroit étant donné que vous n'allez même pas rechercher les surprofits – qui, soit dit en passant, sont une arnaque monumentale. On laisse des entreprises énergétiques augmenter les factures sur le dos du citoyen, qui se retrouve à payer 45 euros en moyenne de trop par mois, et on laisse faire. On laisse faire, on laisse de l'argent échapper à la fois au pouvoir d'achat des citoyens et aux finances publiques.
Nous ne trouvons pas cela normal et nous pensons que des alternatives sont possibles.
Par ailleurs, nous estimons que réforme après réforme, ce gouvernement fait toujours contribuer les mêmes. D'une part, ce n'est pas pour cela que les gens ont voté, ce n'est pas sur cela que vous avez fait campagne. D'autre part, c'est demander trop d'efforts alors que d'autres ne contribuent pas du tout suffisamment à l'effort général qui est demandé ici.
Quand 1 % de la population possède autant de richesse en Belgique que 75 % des plus pauvres, nous pensons que c'est chez ce 1 % qu'il faut aller rechercher des fonds. Oui, nous pensons que c'est de ce côté-là qu'il faut plutôt se tourner. Or vous allez chercher l'argent, par exemple, d'une infirmière qui gagne 3 150 euros net par mois. Elle va être mise à contribution par ce gouvernement dans le cadre du plafonnement de l'index. Il existe des éléments conjoncturels qui font augmenter les prix mais c'est quand même l'indexation qui permet d'y répondre, étant donné que l'augmentation des salaires n'est pas possible en Belgique en raison du blocage par la loi de 96.
Par contre, toute une série de décisions politiques prises par ce gouvernement et par les gouvernements des entités fédérées contribuent à faire augmenter le coût de la vie. Je pense notamment à l'augmentation du minerval, au fait de rendre payants les cours d'académie en dessous de 12 ans à partir de la rentrée. Ces nouveaux coûts vont venir s'ajouter au budget des ménages.
Nous pensons que ce gouvernement fait fausse route en faisant en sorte de diminuer le pouvoir d'achat en même temps qu'il augmente le coût de toute une série de services.
Par ailleurs, en ce qui concerne les pensionnés, nous estimons également qu'il n'est pas raisonnable de toucher ceux qui gagnent 2 000 euros brut par mois et qu'il y avait des alternatives.
Pour toutes ces raisons, nous pensons que ce gouvernement devrait corriger sa copie et adopter aujourd'hui des mesures qui vont véritablement chercher l'argent là où il se trouve et qui répondent aux enjeux qui lui sont adressés par la population. Ces enjeux sont relayés semaine après semaine, mois après mois par différentes instances de monitoring et des associations de terrain. Mais ce gouvernement décide de n'écouter personne et reste bloqué dans des décisions qui sont obsolètes, déjà périmées. Nous nous opposons donc fermement à cette loi-programme. Je vous remercie.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schlitz.
Het woord is nu aan de heer Van Quickenborne.
07.43 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik denk dat vanmorgen zeer veel leden van de meerderheid hierheen zijn gekomen met het idee dat er voor de zoveelste keer wordt gedebatteerd over de centenindex. Alles is toch al gezegd? Waarom moet het Parlement blijven discussiëren over die centenindex? Ze hebben zich echter vergist, want ik heb minister Vandenbroucke nog nooit zo in vorm gezien. Hij antwoordt altijd op vragen, mengt zich in het debat en doet dat met verve. Ik ben het niet met hem eens, maar hij doet dat met verve. Die andere minister die we gevorderd hebben, is nu aanwezig, maar zegt niets. Hij zegt er helemaal niets meer over, omdat zijn partij natuurlijk alles heeft moeten slikken.
Collega Bouchez zei drie weken geleden letterlijk: “Het is niet omdat we de centenindex in het Parlement zullen goedkeuren, dat we er binnen twee of drie weken niet op kunnen terugkomen.” Dat is typisch Bouchez: grote verklaringen in het Parlement, maar in de realiteit gebeurt er helemaal niets. Minister Clarinval is dus stil. Hij kan niets meer zeggen, want eerst was hij ervoor, dan was hij ertegen, daarna opnieuw tegen en dan weer voor.
Collega’s, wie denkt dat dit debat voorbij is, vergist zich, want elke week, elke dag, duikt er iets nieuws op in dit dossier. We hebben het daarnet gehad over eerste minister De Wever, die op VTM in een interview op de Sinksenfoor iets over de centenindex zei. Hij amuseerde zich daar. Iedereen heeft het recht zich te amuseren, ook u, mijnheer Vandenbroucke, als u dat wilt. Eerste minister De Wever zei echter dat de regering erop zal terugkomen. Dat is een nieuw feit. Er zijn echter nog nieuwe feiten opgedoken sinds het debat afgelopen donderdag in de commissie voor Financiën en Begroting. We zijn nu 137 uur later en in dit dossier zijn alweer nieuwe feiten opgedoken.
Dat is niet de schuld van de oppositie. De meerderheid doet zichzelf dat keer op keer aan.
Collega’s, hoe zijn we hier eigenlijk beland? Dit is een saga die al een hele tijd duurt en waarvan men zich soms afvraagt hoe die eigenlijk begonnen is. Ik zal het heel kort schetsen voor de nieuwelingen in dit Parlement. Mijnheer Orlians, ik verwelkom u. U hebt het misschien vanop afstand gevolgd, vanuit Mechelen.
We hebben de langste begrotingsbespreking ooit meegemaakt in de geschiedenis van dit land. Het was zelfs zo erg dat er een crisis nodig was in de regering en dat we tijdens de legislatuur in lopende zaken zijn gegaan, los van lokale verkiezingen. Dat is hetgeen er is gebeurd. Stel dat het stadsbestuur in Mechelen, de heer Somers en de heer Orlians, zouden zeggen dat ze er niet meer uit geraken en gewoon in lopende zaken gaan. Dat is ondenkbaar in Mechelen. Hier is dat gebeurd. Collega Bertrand heeft toen gezegd dat dit ongezien is. Ze heeft gelijk.
Collega’s, we zijn intussen 27 mei en het blijft duren. De facto zitten we nog steeds in lopende zaken, want de programmawet is nog steeds niet goedgekeurd. Het is vandaag 27 mei, voor alle duidelijkheid 2026. Het debat is begonnen in 2025. We zijn nu bijna juni 2026 en er is nog steeds geen begroting. De meerderheid zegt dan dat dit de fout is van de oppositie.
De regering maakt een begroting, krijgt die niet rond voor het einde van het jaar en brengt die pas in februari naar het Parlement. Dan begint een ongeziene tocht. Ik herinner mij de krokusvakantie zeer goed. De vrijdag voor de krokusvakantie zegt de regering dat ze een akkoord heeft over de programmawet. De vlijtige parlementsleden stellen dan de krokusvakantie te zullen gebruiken om dat te bestuderen. De maandag na de krokusvakantie komt de commissie voor Financiën samen en we vragen waar die programmawet is, want we zijn ondertussen al tien dagen verder. Dan luidt het dat het de schuld van de Koning is. Dat werd letterlijk gezegd. Het is de schuld van de Koning, want hij heeft zijn werk niet gedaan en zijn handtekening niet geplaatst. Het paleis reageert daarop, dat is heel uitzonderlijk, via De Standaard en zegt dat de Koning beschikbaar was om te tekenen en dat het kabinet van de eerste minister zei dat het kon wachten.
Daar stonden we dus al midden à eind februari. Dan begint de bespreking in de verschillende commissies. In de commissie voor Sociale Zaken begint het debat over de centenindex.
Minister Vandenbroucke was daar aanwezig, minister Clarinval was daar aanwezig en de commissieleden waren daar aanwezig. Dat was een lange zitting. Dank ook aan de PVDA om het debat daar grondig te voeren.
Ik herinner mij nog zeer goed dat ik midden in de nacht, om 3.30 uur, wakker werd. Het was nog pikdonker. Het was in de winter. We hebben hier bijna alle seizoenen gezien. Ik dacht, ik ga eens kijken of de collega's van de PVDA nog bezig zijn in de Kamer. Mevrouw Moscufo had net het woord gevoerd en de heer Tonniau was net begonnen met de geschiedenis van de index. Dat was interessant. Echt waar, als u ooit een doctoraat moet schrijven over de index, kijk dan naar de uiteenzetting van de heer Tonniau. Gebruik die en het zal goed zijn. Voor alle duidelijkheid, het ging over de feiten, niet over wat hij van de index vindt.
Ik stuurde toen een WhatsAppbericht naar iemand die in het Parlement zat en vroeg: heeft het nog zin dat ik kom? Kom maar af, was het antwoord. Onderweg luister ik in mijn auto naar de livestream. Ik vond dat interessant. Toen ik daar was, kregen wij de kans om te discussiëren.
Ook collega Dermagne was daar trouwens bij. De PS is opvallend stil vandaag. Ik weet niet of er een deal tussen de PS en de regering in de maak is. Ik hoor kwatongen beweren dat men eraan denkt om een partij uit de regering te halen en in te ruilen voor de PS. Ik vind dat sciencefiction, maar dat circuleert blijkbaar. Het is misschien daarom dat de PS heel rustig is gebleven en opnieuw niet tussengekomen is in dit dossier.
We hebben dus een debat in de commissie, met collega Dermagne. Men heeft de centenindex in het Parlement ingediend, maar waar is het advies van de sociale partners? Men hervormt of plafonneert de index. We vragen wat de werkgevers en de vakbonden daarvan denken. We hebben dat advies eigenlijk niet gevraagd, zegt men. Hoe zit dat dan, vragen wij. Er is iets verstuurd door De Wever naar de sociale partners, antwoordt men. Dan begint er een discussie over welke dag dat was. Eerst was het een dinsdag, dan een donderdag. Dan zei Frank Vandenbroucke dat het een vrijdag was. Uiteindelijk bleek het een zondag te zijn geweest.
Dan begint de saga, collega's. De meerderheid laat de sociale partners gewoon links liggen. Het is de oppositie die zegt dat men hen moet consulteren. Dan begint de shit. Dan begint de miserie. Het is uw fout, mijnheer Vandenbroucke.
C'est de votre faute, monsieur Clarinval, parce que vous avez consulté si tardivement les partenaires sociaux, que nous en sommes arrivés là.
Collega’s, de realiteit is dat de centenindex, zoals de heer Tonniau zei, niet in het regeerakkoord staat. Ik weet hoe hij er gekomen is. De heer De Wever – jullie kennen hem allemaal – had een nieuw woord: klavertjevier. Daarmee ging hij de begroting redden.
Het eerste punt van zijn klavertjevier was iets doen aan de btw. De btw-regeling vloog echter in de vuilnisbak. Dan ging hij iets doen aan de sanering van de overheid. Niets. Dan ging hij iets doen met de langdurig zieken. Herinner het u, voor 1,9 miljard. Intussen zien we dankzij het goede werk van collega De Knop dat de uitgaven blijven stijgen. Mevrouw De Knop heeft onze fractie verteld dat het niet min 1,9 miljard is, maar plus 1,9 miljard. Ze heeft gelijk.
Het vierde punt van zijn klavertjevier was de index. De Wever wou een indexsprong. De Wever wou zoals onder de regering-Michel een indexsprong doen. Hij zei dat een indexsprong onder de regering-Michel gezorgd heeft voor een betere competitiviteit en voor een uitgavenbesparing bij de overheid. Natuurlijk is zo’n indexsprong goed voor de overheid en voor de competitiviteit van onze bedrijven.
Vandenbroucke heeft echter onmiddellijk gezegd: no way, dat gaan we niet doen; ik ben niet in de regering gestapt om een indexsprong te slikken. Dan heeft De Wever gezegd tegen Vandenbroucke – want intussen draaide de as N-VA-MR niet goed meer, want wat Bouchez zegt, klinkt wel sympathiek maar het is niet gemakkelijk om ermee samen te werken – “Frank, weet je wat, kom met iets anders.”
Le président: Monsieur Piedboeuf, vous souhaitez réagir.
07.44 Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le président, je voudrais simplement appeler M. Van Quickenborne à la modération, parce qu'en termes d'efficacité et de résultats, Georges-Louis Bouchez n'a rien à lui envier.
07.45 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Monsieur Piedboeuf, vous voulez dire qu'à chaque fois qu'il dit qu'il n'y a pas de nouvelle taxe, les nouvelles taxes arrivent. Est-ce bien cela? J'attendais une intervention du MR sur le fond.
Ik heb er echter nog niets van gehoord. Ik weet nog altijd niet wat de MR denkt over de centenindex.
Collega's, premier De Wever vroeg dus een voorstel van minister Vandenbroucke. Hij is natuurlijk niet de eerste de beste. Hij is een verstandig man, zoals ik al heb gezegd. Ik zal dat niet te veel herhalen, anders denkt men dat ik op een of andere manier nog iets wil goedmaken. Minister Vandenbroucke heeft hem geantwoord dat hij over een voorstel zou nadenken. Hij vroeg een nacht om daarover na te denken. Het eerste plan was om een centenindex alleen in de publieke sector in te voeren.
De reden daarvoor was dat men in de publieke sector met de spilindex werkt en dat dus veel minder complex is dan in de privésector. Er is maar één spilindex. Na een overschrijding van die spilindex worden de lonen in de publieke sector na drie maanden aangepast, een aantal uitzonderingen niet te na gesproken.
Volgens minister Vandenbroucke moest die centenindex dan ook in de private sector worden toegepast. Hij wilde niet toelaten dat alleen de publieke sector moest besparen, want als die moest bloeden, zou ook de privésector moeten bloeden. Uiteindelijk hebben ze beslist om de centenindex in te voeren voor de hele economie, dus zowel in de private als de publieke sector.
Ze hadden er evenwel niet aan gedacht, collega's, dat men in de private sector helemaal niet werkt met die spilindex, een aantal sectoren niet te na gesproken. Het zou ons waarschijnlijk een dag en een nacht kosten om het hele systeem van de index uit te leggen met de 200 paritaire comités. Mijnheer Tonniau kent dat allicht zeer goed. Iemand die actief is als vakbondsman, heeft dat wellicht meegemaakt in zijn sectoren, met de barema's en de index. Dat schijnt onwaarschijnlijk complex te zijn.
Minister Vandenbroucke had echter gesproken: "We zullen dat toepassen op de private sector en ik zal dat wel fiksen." Toen begon de discussie met de sociale secretariaten. Zo is het gegaan. Zij zeiden dat dat onmogelijk is. Hoe krijgt men een kameel door het oog van de naald? Dat is immers de bedoeling. Laat ons eerlijk zijn, op het eerste gezicht lijkt het relatief eenvoudig om de centenindex in te voeren. Het doel is immers te indexeren tot 4.000 euro bruto, bij een uitkering tot 2.000 euro bruto, en daarboven krijgt men niets.
Toen rezen er vragen in het Parlement. Is dat bedrag van 4.000 euro met of zonder premies? Herinnert u zich dat debat? Als dat bedrag inclusief premies is, zouden er heel veel mensen onder de regeling vallen. De regering antwoordde dat het om het bedrag exclusief de premies ging. De regering zou immers niet werken met het loonbegrip dat bekend is bij de overheid via de DmfA, de multifunctionele aangifte, en de Dimona, dat is bij indiensttreding, als mensen beginnen te werken. De regering zou een loonbegrip nemen dat men nog nooit gebruikt heeft.
Dat zal tweemaal worden toegepast, een eerste keer op 1 juni 2026. Dat is over vier of vijf dagen. Mijnheer Vandenbroucke, u bent goed bezig. Over vier dagen wordt de maatregel al toegepast, sowieso in de sectoren waar er een maandelijkse indexering is, onder meer in de energiebedrijven.
Collega’s, mijnheer de minister, als donderdag 28 mei 2026 rond 10 uur ’s ochtends de inflatiecommissie bijeenkomt, zullen wij live berichtgeving krijgen via professor Stijn Baert. Dat is zijn nieuwe missie. Hij rapporteert dan op X. Binnenkort zullen wij ook weten of er côte à l’os is bij de indexcommissie of niet. Hij rapporteert daarover als nieuwe verslaggever. Dan komt het cijfer uit en bestaat de kans dat er donderdag een overschrijding is van de spilindex, met als gevolg dat vanaf 1 juni 2026 in de non-profit de centenindex moet worden toegepast. Dat gaat over relatief veel mensen. Dat zal dus gebeuren in 2026 en in 2028.
De centenindex is voor de publieke sector een puur budgettaire maatregel. Daar kunnen wij het over eens zijn. Dat heeft niets te maken met competitiviteit. Voor de privésector heeft de regering geoordeeld dat als de maatregel puur budgettair is en er dus niks naar de privésector gaat, dat dan een vestzak-broekzakoperatie voor de bedrijven is. De conclusie was dat de maatregel toch iets van competitiviteit moest inhouden.
Toen heeft Frank Vandenbroucke beslist de peer in twee te doen, namelijk een deel voor de overheid en een deel voor de privésector, dus voor de bedrijven.
Mijnheer Vereeck, het dossier was toen al zo complex dat in het debat tussen professor Peersman en de heer Vandenbroucke, denkelijk op 26 november 2026 – ik weet de exacte datum niet meer – professor Peersman opmerkte dat de helft van het voordeel naar de overheid gaat. Frank Vandenbroucke antwoordde toen dat daar niks van klopte. Dat klopte helemaal niet. Een en ander was volledig voor de privésector. De minister heeft zich de dagen daarna moeten excuseren en toegeven dat hij fout zat.
In die uitzending wierp hij op dat hij aan tafel zat en het wel beter zou weten. Peersman kende alleen maar de theorie. Peersman wist het echter beter dan Vandenbroucke. Hij hallucineerde in dat debat of in het debat binnen de regering.
Mijnheer de minister, u hebt dat dan toegegeven. Ik zou het echter fijn vinden, mochten wij opnieuw een debat hebben tussen Peersman en u over de fond van het dossier. Dat zou interessant zijn, want tot nu toe heeft nog geen enkele econoom Peersman tegengesproken. De maatregel is dus puur budgettair in de publieke sector. Bij de privésector gaat het om budget en competitiviteit. Op die manier wil de regering toch proberen dat spel te verkopen aan de werkgevers. Dat was het idee van Vandenbroucke. De Wever wou geen schaduwpremier blijven en vond dat hij toch nog ergens iets moest kunnen vertellen aan de werkgevers en de bedrijven.
Toen het stof begon neer te dwarrelen en de teksten in de commissie kwamen, moest men die dingen uitbenen: artikelen lezen en nagaan wat daarin staat. Dat is ook de taak van het Parlement. Toen begon de discussie, want er werd gezegd dat dit een zogezegd te technisch dossier was dat men maar gewoon moet goedkeuren, zonder al te veel discussie, maar toen kwam naar boven waarover het eigenlijk ging. Het gaat niet over één loonmatigingsbijdrage, maar over vier verschillende soorten loonmatigingsbijdragen, met een taal die sinds Jean-Luc Dehaene niet meer was gebruikt. De geglobaliseerde definitieve loonmatigingsbijdrage, dat zijn termen zoals in het Globaal Plan. Dehaene was daar fantastisch in. Die gebruikte woorden zoals de BBSZ, alsof het een model van een auto was. Nee, dat is de Bijzondere Bijdrage voor de Sociale Zekerheid, die trouwens nog altijd bestaat. Men kwam dus met een ongeziene complexiteit.
Mijnheer de minister, ik wil toch wel duiden dat de centenindex toepassen in de publieke sector zeer makkelijk uitvoerbaar is. Het is misschien voor sommigen niet rechtvaardig – dat kan ik begrijpen – maar het is simpel uit te voeren. Het gaat over uitkeringen en over de lonen van mensen. Dat is perfect uitvoerbaar. Het gaat over één spilindex, that's it.
In de private sector spreken we echter over bijna 200 paritaire comités, met een loonbegrip dat niet bekend is bij de overheid. In de private sector gaat het over maandelijkse indexering, driemaandelijkse indexering, jaarlijkse indexering en indexering gekoppeld aan de spilindex. De complexiteit is niet te overzien.
Ten tweede, men zei telkens - in het begin toch - dat het een voordeel is voor de bedrijven, want de helft van het voordeel gaat naar de bedrijven en de andere helft komt bij de overheid terecht. Dat voordeel is echter tijdelijk van aard, want het gebeurt maar twee keer: een eerste keer in 2026 en een tweede keer in 2028. Nu komt de aap uit de mouw. Het deel dat men moet afstaan aan de overheid, de fameuze loonmatigingsbijdrage - ik bespaar u de details over de vier verschillende soorten, want ik wil dat gerust uitleggen, maar dan zult u zeggen dat het te technisch is en dat ik u daar niet mee moet lastigvallen – gaat wel over honderden miljoenen euro’s, over honderdduizenden mensen en over tienduizenden bedrijven die dat allemaal zullen moeten toepassen. Het voordeel dat naar de overheid gaat – de helft dus – blijft definitief. Dat is de loonmatigingsbijdrage, die men zoals Jean-Luc Dehaene in de tekst omschrijft als de geglobaliseerde definitieve loonmatigingsbijdrage. Dat is permanent, eeuwig.
Dat betekent dat een bedrijf dat wordt opgestart na 2028 en dus niet heeft kunnen genieten van de centenindex, die sociale bijdrage zal betalen. Daarover gaat het. Mijnheer de minister Clarinval, ik heb dat keer op keer uitgelegd in het Parlement. Ik heb u gezegd dat als u zich engageert om te zeggen dat die loonmatigingsbijdrage stopt nadat de centenindex is gestopt, dat we dit debat niet hadden gehad. Want dan was het duidelijk. Dan waren de werkgevers voor en de vakbonden tegen. Dan had men de sociale partners, met elk hun standpunt. Het is echter de loonmatigingsbijdrage die de werkgevers op de kast heeft gejaagd.
Dat heeft lang geduurd, maar dat was ook een debat in de regering. Minister Clarinval, ook een sympathieke man, ik was misschien te stout daarnet, is iemand waar ik mij ideologisch meer verwant mee voel, zei “Vincent, ne t’inquiètes pas, ce sera limité dans le temps.” Het zal beperkt zijn in de tijd. De vraag werd ook gesteld aan Frank Vandenbroucke. Het was mijn vriend en collega Steven Coenegrachts die als eerste in de plenaire vergadering vroeg of die loonmatigingsbijdrage definitief is. Minister Vandenbroucke antwoordde dat die inderdaad definitief is. Het is door grondig parlementair werk dat dat naar boven is gekomen. U rolt met uw ogen en zegt dat dat allemaal niet juist is. Ik ben benieuwd naar uw antwoord straks.
Voorzitter:
Peter De Roover, voorzitter.
Président: Peter De Roover, président.
De stelling van de minister is dat die centenindex de lonen wat naar beneden duwt en dat dat voordeel eeuwig meegaat. Hij heeft daar een woord voor gebruikt, dat ik nu even ben vergeten. Het was zoiets als dat wordt ingekapseld of dat daalt in. Het probleem is dat er zoiets bestaat als loondrift. Dat betekent, zeker bij de hoogste lonen, dat als men op het terrein onderhandelt, interprofessioneel en ook individueel, de lonen weer meer stijgen, los van inflatie en los van indexering. De dynamiek van de loonvorming speelt daar een belangrijke rol in. Trouwens, de krapte op de arbeidsmarkt duwt de lonen ook verder omhoog.
Dat fameuze voordeel van een centenindex evaporeert dus. Economen zeggen dat het in 2032 uitgefaseerd zal zijn, dat dat voordeel tegen dan weg zal zijn, maar die loonmatigingsbijdrage blijft bestaan.
Wat is het probleem? Ten eerste, de loonmatigingsbijdrage blijft bestaan. De impact van de centenindex wordt niet geneutraliseerd voor de berekening van de loonnorm. Nu wordt het zeer complex, maar ik probeer het uit te leggen, want ik probeer de collega's te overtuigen. Dat is onze job hier. Hoe werkt het voordeel van de centenindex? Als men gaat onderhandelen, zal men aan werkgeverszijde zeggen dat men dat niet zal gebruiken om de lonen te verhogen. Neen, men zal dat willen gebruiken als competitiviteit.
Om dat te garanderen, moeten we doen wat we in 2015 gedaan hebben, mijnheer de minister, namelijk in de loonnorm inschrijven dat dat voordeel niet gebruikt wordt om te onderhandelen. Dat hebben we toen geneutraliseerd in de wet, in 2015. We hebben in die zin trouwens een amendement ingediend. Maar minister Vandenbroucke zegt neen, u zult daar perfect over kunnen onderhandelen. Dus zullen de lonen stijgen en zal het voordeel voor de werkgevers wegsmelten.
Het tweede probleem heeft te maken met de structurele loonmatigingsbijdrage. Die loonmatigingsbijdrage is een fundamenteel probleem omdat die op korte termijn een winst betekent voor de werkgevers, maar dat ze op lange termijn meer kost. Dat is de essentie van alles. Het tijdelijke voordeel voor de werkgevers staat tegenover de permanente loonmatigingsbijdrage die ze zouden moeten betalen.
Mijnheer de minister, als u hier straks in het Parlement antwoordt en zegt dat u garandeert dat die bijdrage verdwijnt in 2031 of 2032, zet u een stap vooruit. Maar dat doet u niet.
Er is dus geen evenwicht tussen het voordeel voor de werkgevers en de budgettaire winst voor de sociale zekerheid, wat het uitgangspunt was van de centenindex. Uiteindelijk blijkt het vandaag een puur budgettaire maatregel te zijn. De heer Peersman noemt het: een pure platte taksverhoging, een belastingverhoging, voor de werknemers omdat ze niet de volledige index krijgen, én voor de werkgevers omdat ze nieuwe loonmatigingsbijdragen moeten uitbetalen. Een pure platte belastingverhoging, met een dikke saus erop, zei Peersman. De saus is waarschijnlijk de 200 of 300 bladzijden van de programmawet.
07.46 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Collega Van Quickenborne, ik denk dat u daarnet de essentie noemde. Eigenlijk heeft de minister dat daarnet ook zelf gezegd. Wie het ernstig meent met deze begroting, zal niet anders kunnen dan de middenklasse voor een stuk te belasten en moet daarrond een maatregel nemen. Hij heeft dat daarnet gezegd, dus ik denk dat hij het daarmee eens is. De vraag die voor mij openblijft en die ik hier zelf ook al verschillende keren op tafel heb gegooid, is dat als men er dan toch van overtuigd is dat men de middenklasse voor een stuk moet belasten, waarom men dan kiest voor zo’n complex instrument als de centenindex. Los van wat dat aan belastingen kost, brengt die ook nog een hele hoop administratieve kosten mee voor de bedrijven en de werknemers. Ik weet niet of u daar als ex-vicepremier inzicht in hebt, waarom men dan voor zo’n complex mechanisme kiest.
07.47 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dat is een erg interessante vraag. Ik zat echter niet aan de regeringstafel, zoals u weet. Ten tijde van de regering-Michel, een hervormingsregering, hebben we voor een veel eenvoudigere oplossing gekozen. Minister Vandenbroucke wil dat dus niet. Compromissen sluiten is nooit makkelijk, dat is evident. Is men gedoemd om het zo complex te maken dat het onuitvoerbaar is? Het antwoord is natuurlijk neen. Dat is echter een traditie geworden bij deze regering.
De btw-brol is daar het beste voorbeeld van. Minister Vandenbroucke zei: takeaway is takeaway. Na drie maanden bleek dat er niets meer van over was. Wat is dat, takeaway? Geldt dat ook voor afhalen in de frituur en in ijsjeszaken? Niemand begreep het nog. Vandenbroucke hield vast aan "takeaway is takeaway”. Probeer dat echter eens te definiëren. Collega Van Lysebettens, uw opmerking is dus terecht. Men had het anders kunnen aanpakken, Anders., eenvoudiger, maar dat heeft men dus niet willen doen.
Wat is er gebeurd op het moment dat dat allemaal naar boven komt in het Parlement, in de commissievergadering? De sociale partners zeggen: nu is het genoeg geweest. Dat had u van kilometers ver kunnen zien aankomen. Ze overhandigden de regering een brief met een hervormingsvoorstel het indexsysteem aan te pakken. De regering wil daar echter niets van weten.
Wat houden die aanpassingen in? Het zijn er twee. Ze grijpen rechtstreeks in de berekening van de index in. Ze gelden voor alle werknemers en alle lonen van de ondernemingen. De Groep van Tien spreekt zich uiteraard uit over de private sector. Mijnheer de minister, u blijft hen allerlei zaken verwijten en u zegt zelfs dat ze spreken over de centenindex in de publieke sector. De Groep van Tien spreekt zich uit over de private sector.
Dat is hun domein, punt. Ze hebben zich niet uit te spreken over de publieke sector. Dat is hun domein niet. Iedere keer zegt u dat de publieke sector uw business is. That’s your business. Comité A en Comité B, als ik me niet vergis, en de regeringen. Artikel 23 van de Grondwet zegt dat het de sociale partners zijn die onderhandelen over de private sector. Dus zij onderhandelen en stellen een hervorming voor. De heer Tonniau is daar radicaal tegen, ik begrijp dat.
In 1994 heeft Jean-Luc Dehaene benzine en diesel uit de index gehaald. Men noemde dat dan de gezondheidsindex. Op die manier worden stijgende prijzen niet meer doorgerekend in de index. Dat was in 1994 een hervorming, ingevoerd door de regering, niet de sociale partners. Weliswaar - herinner u Poupehan, als u de geschiedenisboeken leest - met een zekere back-up van de sociale partners. Dat waren de grote vakbondsmannen van toen, mijnheer de minister. Zij zeiden tegen Jean-Luc Dehaene dat ze zouden staken, maar de hervorming à la limite niet zouden tegenhouden.
De laatste keer dat de sociale partners - en u moet het betoog van de heer Tonniau beluisteren over de geschiedenis van de index - de index hebben hervormd, was in 1973, tijdens de oliecrisis, als ik me niet vergis. Dat is mijn geboortejaar, maar dat heeft er niets mee te maken. Dat is 53 jaar geleden. We zijn 53 jaar later en deze Groep van Tien slaagt erin de index te hervormen. Die hervorming komt neer op de uitvlakking van energieschokken. Men zou, collega's, nog een stap verder kunnen gaan. De index wordt elke maand berekend. U zou die kunnen uitvlakken, niet alleen voor de energieprijzen die er nog in zitten - gas en elektriciteit - maar voor alle elementen in de index. Dat zou nog een verdergaande stap zijn.
Zover gaat de Groep van Tien echter niet. De Groep van Tien vlakt enkel uit voor gas en elektriciteit. Als er een prijspiek is, wordt die niet onmiddellijk vertaald in de index, maar wordt er gekeken naar wat het voortschrijdende gemiddelde over twaalf maanden doet. Dat betekent dat de index bij hoge pieken minder sterk stijgt. Als de prijzen zeer sterk dalen, daalt de index ook minder snel. Men vlakt dat uit, in plaats van pieken en dalen te hebben.
Waarom doet men dat, collega's? Men doet dat omdat een energieschok door de bedrijven twee keer wordt betaald. De energieprijzen stijgen enorm en veel bedrijven hebben energie nodig om hun activiteiten draaiende te houden, de transportsector, de chemie, noem maar op. Daarnaast leidt die energieschok tot hogere lonen via de index, waardoor de bedrijven dus twee keer betalen. Dat is de reden waarom de sociale partners en de werkgevers voor die lissage zijn.
Mevrouw Vanrobaeys, u zou dat voorstel perfect kunnen steunen. Omgekeerd, als de prijzen weer heel sterk dalen, daalt de index minder sterk en dat is dan weer goed voor de werknemers. Dat evenwicht hebben de sociale partners gevonden. Nu wordt het heel absurd, collega's. Dat voorstel om de index te hervormen, heeft tijdens de arizona-onderhandelingen op de tafel gelegen. Lees de teksten.
Uiteindelijk stond het niet in het regeerakkoord. Waarom? Omdat er aarzeling en discussie was. U hebt dat daarnet gehoord. De heer Vandenbroucke heeft gezegd dat een lissage verre van evident is. Dat klopt hé, mijnheer Vandenbroucke? De Wever vindt dat evident. Wij vinden dat ook evident. Niet omdat het asociaal is, mijnheer de minister. U gebruikt vaak de woorden liegen en onzin, ik ga dat niet doen, maar u vertelt daar niet de waarheid, want de huidige index correspondeert niet met de werkelijke evolutie van de prijzen. De huidige index overshoot als de prijzen stijgen en undershoot als de prijzen dalen. Het indexmechanisme of de hervorming die de sociale partners op tafel leggen, vlakt dat uit.
Dat is positief. Waarom is dat positief? Ten eerste, het maakt het veel voorspelbaarder, mijnheer de voorzitter van de commissie voor Financiën en Begroting. Als er energieschokken komen, weet men niet wat er gaat gebeuren, maar als het afgevlakt wordt, zal het minder zwaar zijn. De bedrijven zullen dat ook veel minder snel zien aankomen of aanvoelen. Het brengt ons meer in lijn met de buurlanden. De hervorming van de sociale partners zorgt ook voor meer stabiliteit dan het huidige systeem, mijnheer de minister.
Ten tweede, voor de twaalfmaandelijkse verdeling van de energieprijzen wordt een voortschrijdend gemiddelde gehanteerd. Bovendien houdt de indexkorf, in het voorstel van de sociale partners, in de toekomst niet alleen rekening met nieuwe contracten, nieuwe contracten zijn immers vaak duurder, maar ook met het feit dat heel veel mensen een bestaand contract hebben, mijnheer Bertels. Dat bestaande vast contract beschermt hen als de prijzen stijgen. Dat is de realiteit. De huidige index houdt alleen rekening met nieuwe contracten.
Mijnheer Vandenbroucke, u kent de heer Vande Lanotte uiteraard zeer goed. Johan Vande Lanotte, voor wie ik veel respect heb, zou dit absoluut verdedigd hebben.
Hij heeft het trouwens ooit ook aan mij voorgesteld. Ik ben vicepremier geweest. In de regering-Di Rupo heeft hij dat toen al voorgesteld. Hij verklaarde dat het niet normaal is dat, als de prijzen zo sterk stijgen, de index zo sterk meestijgt. Dus het is ook perfect uit te leggen.
Mijnheer de minister, u verklaart telkens opnieuw dat het voorstel van de sociale partners asociaal is, omdat het slecht is voor de verpleegsters, de leerkrachten en de politiemensen. Als het ABVV, waarvan ik en mijn partij zeer ver af staan, dat verdedigt …
07.48 Steven Vandeput (N-VA): (…)
07.49 Vincent Van Quickenborne (Anders.): U mag tussenkomen, ik ben benieuwd naar uw tussenkomst, collega Vandeput. Ik nodig u uit om tussen te komen en het debat te voeren. Het is geen probleem als u wilt repliceren.
Als het ABVV dat verdedigt, is dat moedig. Om echter te zeggen, mijnheer de minister, dat de heer Engelaar op dit ogenblik op dit punt moediger is dan de heer Ronse… Ik heb al veel meegemaakt, maar u bent nu dus linkser dan de heer Engelaar. U bent goed bezig. De N-VA is linkser dan de heer Engelaar.
Het was aandoenlijk om eerste minister De Wever hier te horen zeggen dat dat voorstel asociaal is. Ik vroeg me even af wat we meemaakten. Dat is linkser dan de heer Engelaar en het ABVV. Als men met Frank Vandenbroucke in de regering zit, begint men dat natuurlijk vroeg of laat te voelen.
Dat is zeker het geval als men dan al die filmpjes ziet tegen die ondernemers, mijnheer Ronse. Uiteindelijk begint men te denken dat de regering de taksen met 30 % zal verhogen, als ze die toch al 13,65 % naar 18 % verhoogt. The sky is the limit. Het is één cijfertje aanpassen en we pakken het geld binnen. Ondertussen worden de zelfstandigen gepluimd. Ik blijf het herhalen, mijnheer de minister, 30 % taksverhoging is uw verantwoordelijkheid en uiteraard ook die van de N-VA.
Collega's, het voorstel van de sociale partners is correcter. Mijnheer de minister, ik verzoek u zich daar straks over uit te spreken. Dat voorstel beantwoordt meer aan de realiteit dan de huidige index. Het zorgt ervoor dat er stabiliteit en voorspelbaarheid is en het stemt meer overeen met de regeling in de buurlanden. Nu kom ik tot de essentie. Het voorstel is dus correcter, het stemt meer overeen met de regeling in de buurlanden, het zorgt voor stabiliteit, maar er is nog één punt dat veel belangrijker is, mijnheer de minister.
Het is – ik mag dat woord niet gebruiken, want uw bitchman, de heer Rousseau, gebruikt dat vaak. Het F-woord mag ik hier niet gebruiken, want mijn dochter zal boos zijn. "He's back, bitches." Het F-woord zal ik niet gebruiken. De heer Vander Elst doet dat af en toe. Hij is echter jong en ik ben een oude zak. Het is … fucking eenvoudig. Het is zo eenvoudig. Men past gewoon het indexcijfer aan en men kan het toepassen op iedereen in de private sector. Waarom niet in de publieke sector? Het is gezegd geweest. Het is zo eenvoudig. Men moet zelfs niet eens op een knop duwen. Het indexcijfer wordt aangepast en al de rest volgt.
Minister Vandenbroucke verklaart echter dat hij een compromis heeft gesloten en wil dat dat wordt uitgevoerd. De kelk moet tot de bodem worden geledigd.
Op 1 juni – en we zijn ondertussen 27 mei – zal voor de mensen in de non-profitsector de indexering moeten worden toegepast. Hoeveel mensen werken er in de non-profitsector, de ziekenhuizen, de rusthuizen, de kinderopvang? Ik denk dat het er honderdduizenden zijn. Als de spilindex donderdag overschreden wordt – en we zullen dat via Stijn Baert om 11.30 uur weten –, dan moet op 1 juni de centenindex voor die werknemers worden toegepast. Dat is waanzin. De FOD BOSA zei al niet klaar te zijn. Op het einde van het artikel in De Standaard, waarin Federgon al waarschuwde niet klaar te zijn, citeerde men wel een woordvoerster, zonder naam, die men nadat men alle woordvoerders van BOSA had opgebeld, had gevonden – Frank Vandenbroucke had gezegd dat iemand met de journalist contact moest opnemen –, dat het wel zou lukken. Mijnheer de minister, gelooft u dat nu echt zelf? Gelooft u echt dat het systeem perfect in orde zal zijn op 1 juni 2026? Voor alle duidelijkheid, we zullen de zaak niet nog een keer vertragen.
De administratie beweert dat ze de maatregel niet kan uitvoeren, maar de meerderheid zal die vanavond wel goedkeuren. Dat is kafka in het kwadraat. De regeling is complex, maar men moet doorgaan.
Mijnheer de minister, wat ik het opvallendst vond, is het volgende. Toen de sociale partners een brief naar de regering stuurden, was er binnen de 30 minuten een reactie van een partijvoorzitter, met name van de heer Rousseau, de man die de meerwaardetaks in onze maag gesplitst heeft en in een podcast toegeeft dat hij niet van beleggen kent, maar aankondigt dat de meerwaardetaks er komt. Die Rousseau, het genie van de Karpaten, zei binnen het halfuur dat het voorstel van de sociale partners op niets trekt. Hij brandde het in De Tijd volledig af. Dat is toch opvallend? Men zou verwachten dat men het eerst bekijkt, maar binnen de 30 minuten veegde Rousseau het van tafel. Ik vermoed – maar ik kan mij vergissen – dat er een telefoontje geweest is tussen Rousseau en Frank Vandenbroucke met de vraag wat hij daarop zou moeten zeggen, waarna het antwoord ongetwijfeld luidde dat hij toch weet dat alles bij de sociale partners geld kost, antwoord waarmee hij gered zou zijn. Vervolgens zei Conner Rousseau inderdaad in De Tijd dat het voorstel geld kost en dat er gesmeten wordt met centen.
Inderdaad, de sociale partners kosten geld. Ik geef dat toe. Mijnheer Vandenbroucke, we hebben samen in de regering gezeten en zij kwamen vaak met een voorstel van nog eens 20 miljoen, 30 miljoen. Wat blijkt nu evenwel? Het voorstel van de sociale partners kost geen geld!
Zij vragen niets om te smeren. Hun eerste voorstel wees ook in die richting. Gelukkig was op dat ogenblik de oppositie nog bezig met het debat in het Parlement, debat dat de heer Vandenbroucke wou sluiten, omdat het de regering irriteerde. Het moest worden gesloten en worden afgerond. Het debat liep dus in het Parlement en de sociale partners werpen op dat hun voorstel budgettair neutraal is. Dat wil zeggen dat het in vergelijking met de centenindex niets meer kost aan de overheid. De regering aanvaardt de stelling en vraagt aan het Federaal Planbureau om het voorstel door te rekenen. Dat gebeurde in april 2026. Het Planbureau gebruikt daarvoor – neem mij niet kwalijk dat ik even technisch word – het HERMES-model – Hermes is de god van de handel, als ik mij niet vergis – en dat gaf een ander resultaat. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, de RSZ, nog een overheidsdienst in ons land, kwam dan weer tot andere resultaten dan het Planbureau. Dat is de realiteit. Dus er waren de cijfers van de sociale partners, die van het Federaal Planbureau en die van de RSZ. Voor de RSZ bedroegen de loonmatigingsbijdragen geen 790 miljoen euro, zoals het Planbureau had aangegeven, maar 570 miljoen euro. Op dat punt waren er dus verschillen en discussies. Er was dus onduidelijkheid – ik word nu iets technischer maar het is belangrijk om dit te weten – over drie parameters.
Ten eerste, als de centenindex wordt ingevoerd en er boven de 4.000 euro brutoloon geen indexering gebeurt, verliest de Staat inkomsten. Ik bedoel daarmee RSZ-bijdragen en belastingen. Mensen krijgen minder nettoloon en betalen dus minder belastingen en minder RSZ-bijdragen. De hamvraag is dan hoeveel minder dat is. Als de centenindex niet wordt ingevoerd, zijn die opbrengsten er wel.
Ten tweede, over de loonmatigingsbijdrage heb ik daarnet meegegeven dat de RSZ het over 570 miljoen euro heeft en het Federaal Planbureau afgerond over 780 miljoen euro. Dat is een gap van 210 miljoen euro . Dat is niet weinig.
Ten derde is er discussie over de elasticiteit. Dat is een moeilijk woord en wat bedoel ik daarmee? Als bij een hoog loon niet wordt geïndexeerd, is het werkgelegenheidseffect kleiner dan wanneer bij een laag loon niet wordt geïndexeerd. Hoge lonen zijn daaraan minder gevoelig en lage lonen gevoeliger. Dus als bij een laag loon niet wordt geïndexeerd, komt er meer werkgelegenheidseffect. Vanwaar haal ik dat? Dat komt uit economische studies. De heer Vereeck is professor economie. Hij kan dat perfect bevestigen. Het probleem is dat het HERMES-model van het Federaal Planbureau geen rekening houdt met die elasticiteit. Het Federaal Planbureau geeft dat trouwens ook toe. Dat zijn dus de drie grote componenten. Bent u nog mee?
Het eerste debat vond plaats op 24 april met de eerste rudimentaire cijfers van het Federaal Planbureau. Het tweede debat vond plaats op 8 mei, met nieuwe cijfers van het Federaal Planbureau. Op 13 mei volgden opnieuw nieuwe cijfers van het Federaal Planbureau. Dat zijn de laatste officiële cijfers. Wat blijkt daaruit? Het Federaal Planbureau schrijft – dit is dus officiële informatie van de overheid – in de laatste zin: “Het voorstel van de sociale partners lijkt budgettair neutraal, tenzij voor entiteit I.”
Normaal is daarmee de discussie afgerond, want, als het voorstel van de Groep van Tien budgettair neutraal is ten opzichte van de centenindex en het bovendien veel eenvoudiger is, doe het dan gewoon. Zoals collega Orlians heeft gezegd, zie ik niet in waarom men op dat moment daarover blijft discussiëren.
Aangezien het Planbureau concludeert dat het voorstel van de sociale partners budgettair neutraal is, tenzij voor entiteit I, gaan ze met die opmerking aan de slag. Let wel, eigenlijk is dat niet zo relevant, omdat de begroting maar één aanspreekpunt kent, namelijk België. De voorzitter van onze commissie weet dat zeer goed. Als een voorstel dus budgettair neutraal is voor de totale overheid, dan is het niet relevant of dat voor entiteit I al dan niet het geval is. De voorzitter zegt dat dat min of meer zo is, dus als men dat zegt vanuit de meerderheid, zijn we al ver.
Ik kom terug op mijn redenering. Wat doen de sociale partners dan? Ze bekijken of hun voorstel à la limite ook voor entiteit I niet budgettair neutraal is. Dat leidt tot de fameuze discussie in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de CRB. De CRB is nog een organisatie – we hebben er veel in ons land – waarin de werkgevers en de werknemers zitting hebben. De CRB nodigt de heer Regout, de commissaris van het Federaal Planbureau, en een vertegenwoordiger van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid om een en ander in zijn vergadering uit te klaren. Dat gebeurt na 13 mei, dus nog niet zo lang geleden. Men stelt vragen aan de RSZ en aan het Federaal Planbureau over de loonmatigingsbijdrage en hoe dat nu precies zit. Daar wordt gezegd dat de loonmatigingsbijdrage van de RSZ geloofwaardiger lijkt dan die van het Federaal Planbureau.
Waarom? Het cijfer van 575 miljoen is gebaseerd op het begrip loon dat het nauwst aansluit met het loonbegrip uit de wet, zijnde het referteloon uit het betreffende artikel in de programmawet. Dat is het eerste punt.
Ten tweede, als men de centenindex invoert, verliest men RSZ opbrengsten op de hoge lonen en ook belastingopbrengsten. De vraag rijst hoeveel die dan bedragen. Wat blijkt uit het gesprek met de RSZ? In het Globaal Financieel Beheer van de RSZ had men op 30 maart het exacte bedrag berekend, namelijk een verlies van 513 miljoen in 2029 en een van 227 miljoen in 2030 bij de invoering van de centenindex. Die bedragen worden dan overgezet in de tabel van de CRB.
Dan blijft de derde vraag: hoeveel minder personenbelasting zal er door de invoering van de centenindex worden geïnd. Het probleem is dat de RSZ niet bevoegd is voor de personenbelasting en dat er niemand van de FOD Financiën daar aanwezig is, waarna men dan maar de cijfers van het Planbureau overneemt, ook als die voor de overheid minder interessant zijn. Men is zo correct dat te doen.
Dat brengt ons dan bij het CRB-rapport, dat u misschien gelezen hebt en dat ook werd uitgedeeld. De sociale partners hadden inderdaad het Planbureau en de RSZ gevraagd om alles uit te klaren, zodat ze de discussie konden afronden en met de regering het overleg zouden kunnen aangaan. Welk loonbegrip is immers het juiste, met welke cijfers inzake de personenbelasting moest men rekening houden en hoe moest men tot een correct cijfer komen?
En toen, collega’s, werd het heel interessant. Op het ogenblik dat men kennelijk een laatste poging deed om alles in een discussie met de regering uit te klaren, zegt de regering donderdagnacht bij monde van minister Clarinval non. Minister Clarinval is nochtans l’homme de oui. De passage daarover in het verslag van de commissiewerkzaamheden deed bij mij de vraag rijzen hoe het nu eigenlijk zat met het standpunt van cd&v, zoals trouwens ook bij de heer Van Lysebettens. Mevrouw Lanjri en mevrouw Muylle hebben immers zitting in die commissie, maar we hoorden hen niet, ook al hadden de heer Mahdi en mevrouw Farih die middag stoer verklaard er bij de begrotingsbesprekingen erop terug te komen. De heer Clarinval had echter non gezegd en de heer Vandenbroucke hield zelfs vol dat de vraag niet meer gesteld zal worden, want dat men er niet op terug zal keren. Dat hebt u gezegd, mijnheer de minister.
En hoe komt dat? Dat komt, collega’s, doordat de cijfers steeds beter werden.
Mijnheer de minister, u bent bang dat het eindresultaat van het voorstel van de sociale partners uiteindelijk positiever wordt. Op dit ogenblik is het in de cijfers van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven of CRB gemiddeld elk jaar 102 miljoen euro beter. Stel dat daar nog wat zaken van worden weggehaald. Stel dat het rendement plus 50 miljoen euro is. Opgeteld over al die jaren is het resultaat beter. De regering heeft daar zoveel schrik van dat ze besliste de discussie gewoon stil te leggen.
In plaats van te doen wat de heer Orlians, de wijze man uit Mechelen, aanraadt, namelijk de discussie te voeren tot het einde om daarna de conclusie te trekken, beslist de regering om dat niet meer doen, omdat het te gevaarlijk wordt. Ze heeft een hemelse schrik dat het voorstel van de Groep van Tien budgettair beter zou zijn dan het voorstel dat zij heeft gedaan.
Dan komt het. De heer Vandenbroucke gebruikte in de commissie het woord gebricoleer. Hij heeft dat daarnet opnieuw gebruikt. Hij heeft dat daarnet als asociaal vertaald. Hij heeft de woorden niet gebruikt maar het komt erop neer dat de Groep van Tien foefelt met cijfers om zijn gelijk te halen. Dat klopt dus niet. Immers, ten eerste, het cijfer van de loonmatigingsbijdrage dat sociale partners gebruiken, komt van de RSZ. Ten tweede, het cijfer van het verlies aan RSZ komt van de RSZ. Ten derde, het cijfer van het verlies aan personenbelastingen komt van het Federaal Planbureau. De sociale partners hebben die cijfers niet uitgevonden.
U beweert dat ze de cijfers hebben genomen die hun het beste uitkwam. Dat klopt echter niet. Het cijfer van de personenbelastingen dat de RSZ hanteert, is immers minder goed voor de overheid dan het cijfer dat het Federaal Planbureau hanteert.
Bovendien, collega's, is er discussie over de elasticiteit, die altijd beter uitkomt voor de sociale partners omdat zij natuurlijk wel volledig indexeren, weliswaar aangepast en gelisseerd. Het voorstel van de sociale partners komt qua elasticiteit altijd beter uit, omdat zij ook lonen boven de 4.000 euro blijven indexeren, terwijl de centenindex dat niet doet.
Er is discussie daarover. De heer Clarinval heeft in het verslag gelezen dat het gaat over een discussie van 80 à 90 miljoen euro. Echter, zelfs als het voorstel van de sociale partners minder interessant is, zal het altijd positief zijn.
Mijnheer de minister, u noemt dat gebricoleer. Dat is echt weinig respectvol. Ik ben het niet gewend van u dat u dat beweert over de sociale partners. U moet met die mensen nog door één deur.
Van de heer Vandenbroucke zal ik nooit beweren dat hij bricoleert. Hij maakt een en ander immens complex maar de term gebricoleer is toch weinig respectvol. Vindt u dat niet? Vindt u dat niet weinig respectvol?
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister mag mij onderbreken.
De voorzitter: Mijnheer de minister, u krijgt het woord.
07.50 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer Van Quickenborne, er is een simpele reden waarom ik dat gezegd heb. Ik ga even op één technisch punt in. Voor de rest zal ik straks nog wel reageren. In die oefening met de CRB is het volgende gebeurd. Het Federaal Planbureau heeft een gedetailleerde, op microgegevens gebaseerde inschatting van het verlies aan personenbelasting door het mechanisme van de centenindex gemaakt. Die inschatting is gedetailleerd op basis van microgegevens. Die microgegevens zeggen dat er in de publieke sector veel meer mensen zijn die geïmpacteerd worden door de centenindex dan in de private sector. Het Federaal Planbureau berekent op die basis wat de impact op de personenbelasting is in de privésector en wat de impact op de personenbelasting is in de publieke sector. Dat leidt tot een totale som.
Wat heeft men dan bedacht in de CRB? Men neemt die totale som en herverdeelt die op basis van een andere bron, die zegt wat de verhouding is in de totale loonmassa tussen de publieke sector en de private sector. Dat is bricoleren. Dat is niet ernstig. Men komt met een gedetailleerde berekening over wat de impact hier en wat de impact daar is op basis van cijfers. Men voegt die samen en iemand anders zegt dan: ik zal dat op microsimulatie gebaseerd cijfer gebruiken, maar weet u wat? Aangezien de loonmassa in de privésector en de loonmassa in de publieke sector zo verdeeld zijn, zullen we dat getal herverdelen. Dan gaat men totaal voorbij aan wat aan de grondslag ligt van die berekening, namelijk hoe de loonniveaus in die twee segmenten op basis van microcijfers zijn samengesteld. Dat is dus niet ernstig.
Los daarvan ga ik het nu toch maar zeggen en ik zeg het voor iedereen. Daar hebt u een punt en daar ga ik wat mij betreft bij blijven. Een ingreep waarbij men de indexering twee keer plafonneert, de centenindex, is voor iedereen of voor niemand. Als u zegt dat u dat niet wilt doen voor hardwerkende mensen in de privésector, dan ook niet voor hardwerkende leerkrachten. Er is hier net iemand die met een soepkieken heeft gezwaaid. Ik vind dat een lelijke uitdrukking. Noteer het echter: als men vindt dat dat een soepkieken is dat niet mag opgediend worden in de privésector, waarom zou de leerkracht dat dan moeten verorberen, collega's? Waarom zou de leerkracht dan dat soepkieken wel moeten verorberen?
Met andere woorden, zelfs die technische discussie - die ik inderdaad gebricoleer vind, want dat is het bijeenklutsen van een micro- en een macro-redenering, die men bij elke student onmiddellijk van tafel zou vegen - verandert daar niets aan. Zelfs los daarvan, als u mij zou volgen in het principe dat als men dat soepkieken niet wil opdienen in de privésector, men het ook de leerkrachten niet moet laten verorberen, want die mensen werken ook hard, net als de politiemannen, staat u voor de volgende vraag. Wat zou het betekenen als men de centenindex inderdaad voor niemand toepast? Niemand kan ontkennen dat men dan een groot budgettair probleem heeft. In de simulatie van het Federaal Planbureau, waarbij men maximaal is tegemoetgekomen aan de hypothese die de Groep van Tien wilde laten testen - dus een gepimpte simulatie - kost het nog altijd meer dan een half miljard als men nergens de centenindex toepast. Meer dan een half miljard.
Ik wil daar iets aan toevoegen. Dat bespaart het mij om straks opnieuw het woord te nemen. Voor degenen - ik zie dat de heer De Roover geïnteresseerd is, dus het is belangrijk - die zeggen dat we hier bezig zijn met een belastingverhoging, neem ik gewoon het cijfer voor 2030. U hebt allemaal die tabel gekregen. Ik neem de meest gepimpte simulatie, om toch maar tegemoet te komen aan de sociale partners. De meest gepimpte simulatie. Geen centenindex, voor niemand dan. Want wat verschrikkelijk is voor de ene, zullen we toch ook niet voor de andere toepassen. Daar zullen alle collega's het toch mee eens zijn. Dan zegt het Federaal Planbureau dat daar een budgettair gat van 568 miljoen euro tegenover staat. Dat is toch niet weinig, dat zijn ook honderden miljoenen euro’s. Weet u hoe dat ontstaat? Het voorstel van de centenindex leidt ertoe dat de ontvangsten van de gezamenlijke overheden dalen. Ze dalen, ze stijgen niet. Voor degenen die hier bezig zijn over belastingverhogingen, ja, er zit een bijdrage-element in. De ontvangsten van de overheid dalen evenwel met 1,056 miljard euro in dat jaar 2030, in die simulatie. De uitgaven dalen nog meer, met 1,624 miljard euro. Nog meer dus. De ontvangsten dalen door die centenindex overal op iedereen toe te passen. Ze stijgen niet, ze dalen. De uitgaven van de globale overheden dalen nog meer. In saldo voert men dus een budgettaire operatie door die de globale overheden 568 miljoen euro oplevert, in een simulatie die totaal gepimpt is om toch maar tegemoet te komen aan allerlei rooskleurige hypotheses.
Ja, mijnheer Vereeck, u bent verbaasd. U had die tabel beter moeten bekijken.
Er zit een element bijdragen in. Dat is wel juist. Zo zit dat in elkaar. Iedereen kijkt hier verbaasd, maar kijken jullie niet naar die tabellen waar jullie mee zwaaien? Dat staat daarin.
Ik kom terug op uw punt, mijnheer Van Quickenborne. De oefening van de CRB is gebricoleer. Je persiste et signe.
Het is zelfs een nevendiscussie, want ik heb wel een principe: een soepkieken gaan we niet opdienen aan de ene en niet aan de andere. Mensen hebben daarvoor gepleit, maar we gaan dat niet doen. Het is voor iedereen de centenindex of voor niemand. Dat is mijn opvatting. Sommige mensen zeggen dan voor niemand. Goed, gelieve dan te zeggen hoe dat voor de globale overheden een budgettair probleem van minstens een half miljard euro oplost, bij al degene die we al hebben en die nog voor ons liggen. Hoe gaan we dat oplossen? Gelieve daar nu eens op te antwoorden.
07.51 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Challenge accepted. Ik vraag u wel om te luisteren, mijnheer Ronse. Ik heb uw stelling goed begrepen. U hebt gezegd: als het een soepkieken is, dan moet het voor iedereen een soepkieken zijn. Dat is uw stelling.
Ten eerste, het systeem van de centenindex is een soepkieken voor de private sector, maar niet voor de publieke sector, omdat de complexiteit in de private sector met de centenindex duizend keer groter is dan in de publieke sector. Dat is een feit.
Ten tweede, u zegt als er geen soepkieken komt, voor niemand, dan zit men met een gat van 500 miljoen euro. Collega's, dat is net het punt. Het gat dat jullie vullen, die 500 miljoen euro, is de loonmatigingsbijdrage. Dat is de 500 miljoen euro die u oplegt aan de werkgevers. Jawel, de loonmatigingsbijdrage van 570 miljoen euro zorgt ervoor dat er geen gat is. Het is taks die u de werkgevers oplegt.
Ten derde, de discussie over wat u net zegt, het Federaal Planbureau, micro, en de verdeelsleutel die men gewoon misbruikt, loopt tussen het Federaal Planbureau en de Groep van Tien, want de discussie daar gaat over de loonmassa. Hoeveel zit er in de private sector, met de centenindex, en hoeveel in de publieke sector?
De Groep van Tien zegt 70 % voor de personenbelasting in de private sector, 30 % in de publieke sector. Het Planbureau zegt 50 % en 50 %. Die discussie is niet uitgeklaard. Dat is de reden waarom de sociale partners vragen om met de regering aan tafel te zitten, om dat definitief uit te klaren. Dat gesprek wilt u net niet. Dat is het probleem. De discussie met de sociale partners is niet uitgeklaard. Nu vraagt u dat we gewoon tot de orde van de dag overgaan, dat we erover stemmen en het achter ons laten.
Het voorstel van onze fractie, in die vijf amendementen, zegt inderdaad geen centenindex in de private sector, wel een centenindex in de publieke sector. U zult zeggen dat het wreed is om de publieke sector anders te behandelen dan de private sector, maar deze regering doet niet anders.
Trouwens, collega Bertrand zal dat straks – als dat nog lukt – ook uitleggen in de pensioendiscussie. Pensioenen in de publieke sector zijn anders dan pensioenen in de private sector. In de publieke sector zijn statutairen veel beter beschermd dan gewone werknemers. Er is heel veel onderscheid tussen die twee sectoren. Men kan dat perfect verantwoorden.
Natuurlijk geldt voor minister Vandenbroucke - en dat kennen we, het is vintage Vandenbroucke - het credo dat als jij pijn hebt, ik u ook pijn ga doen. Het doet mij een beetje denken aan de discussie destijds in de coronaperiode, toen men zei dat als de cultuursector moet sluiten, de winkels ook dicht moeten. Dat was dezelfde discussie. Hier is dat juist hetzelfde.
Ik vind dus dat wat wij op tafel leggen, wat onze partij voorstelt, zeer consistent is. Het is budgettair in orde en legt zelfstandigen en ondernemers geen bijkomende taksen op. Dat is de essentie.
07.52 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, als ik u hier bezig hoor over de heer Vandenbroucke, dan denk ik dat een aantal recente trauma's naar boven komen en dat u nog pijn hebt. Ik denk dat u beiden misschien eens een onderonsje moet houden.
Ik wil het hebben over de loonmatigingsbijdrage, met alle sympathie. Ik geef een voorbeeld. Stel dat een werkgever voor een bepaalde werknemer in een situatie zonder centenindex, na overschrijding van de spilindex, in plaats van 100 euro 120 euro loon zou moeten betalen. Dankzij de centenindex zal dat getemperd worden tot 110 euro. Dat is een verschil van 10 euro. Daarop zou de loonmatigingsbijdrage de helft zijn, dus 5 euro. Dan gaat die werkgever 115 euro betalen en geen 120 euro. Kunt u mij nu eens uitleggen op welke manier dat een belastingverhoging is? Ik zie daar alleen een loonkostenverlaging in.
07.53 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Ronse, ik zal het nog eens uitleggen: kortetermijnwinst en langetermijnkosten. Op korte termijn, van 2026 tot 2028, is er een voordeel voor de werkgever, omdat de helft van het voordeel naar de werkgever gaat. Dan stopt echter de centenindex en komt de definitief geglobaliseerde loonmatigingsbijdrage, die niet in de tijd beperkt is en dus blijft duren.
Ik heb dat daarnet omstandig uitgelegd. Het is net dat probleem, goede vriend Ronse - want u bent een interessante figuur om tegen te debatteren - dat de werkgevers zo tegen de borst stuit, want dat is een loonkostenverhoging. Als u straks, mijnheer Ronse, zegt dat u die loonmatigingsbijdrage doet stoppen na 2028, dan hebt u 100 % gelijk en vervalt de kritiek van de werkgevers terecht.
Het amendement is trouwens klaar, maar wilt u het goedkeuren? Die vraag stellen is natuurlijk ze beantwoorden. We weten dat al. Collega Ronse, Axel, als ik dat mag zeggen, dat is het fundamentele probleem. Als u zou zeggen dat het stopt in 2028, dan is de discussie weg.
Dat is het enige wat ik daarover wil zeggen. Dat lukt echter niet. Minister Clarinval wil dat, maar minister Vandenbroucke wil dat niet. Ik zie dat de heer Magnette die loonmatigingsbijdrage als een kraantje in de muur beschouwt. Hij vindt dat fantastisch. De volgende keer wil hij dat kraantje nog meer opendraaien en moeten de werkgevers en de ondernemers extra betalen. Dat is het probleem, Axel.
De voorzitter: Mijnheer Moons, u wilde daarstraks antwoorden op de minister. Ik zal u die ruimte geven wanneer de minister heeft gereageerd, want anders zal de tussenkomst van de heer Van Quickenborne gekaapt worden. Straks krijgt u dus de mogelijkheid om daarop te reageren. U hebt een volledige tweede ronde. U hebt geen vraag aan de heer Van Quickenborne natuurlijk.
De vraag blijft intact. Ik hinder u niet om die te stellen. Ik vrees dat die straks ook nog zeer actueel is. De minister zal straks antwoorden en er komt een tweede ronde waarin u zelfs uren de tijd krijgt om daar nog op te reageren.
07.54 Axel Ronse (N-VA): Hey Vincent, alles goed? U maakt abstractie van het feit dat die werkgever aan persoon X tien euro minder loon betaalt, waarvan hij vijf euro loonmatigingsbijdrage betaalt. Zolang persoon X in dienst blijft, zullen de twee centenindexen die op persoon X zijn toegepast, minder meer zijn voor die werkgever dan als de centenindex niet zou bestaan.
Er is in de commissie meermaals gezegd dat er per koninklijk besluit zal worden beslist hoe die loonmatigingsbijdrage zal worden gecapt.
Ik ben ervan overtuigd dat dat voor een werkgever altijd minder zal zijn. Het is pure wiskunde. De tijd zal mij gelijk geven dat dat een competitiviteitsmaatregel is.
Ten tweede, u hebt gelijk dat de publieke sector totaal anders is dan de private sector. We zullen dat straks in het pensioendebat ook zien, omdat we de ambtenarenpensioenen toch een stukje meer richting de private sector brengen.
U kunt zich vragen stellen over wat het Grondwettelijk Hof zou doen. Eén ding weet ik echter zeker: de Groep van Tien is op geen enkele manier gevat of kan de publieke sector überhaupt vatten. Net daar, in de publieke sector, zorgt de toepassing van de centenindex voor een broodnodige zuurstofbel. Gisteren is nog eens door het Rekenhof becijferd dat de cijfers nog erger zijn dan we dachten. Ik ben er dus van overtuigd dat deze maatregel het beste van twee werelden biedt. Ten eerste matigen we op het vlak van competitiviteit letterlijk de stijging van de loonkosten. Ten tweede creëren we op budgettair vlak met 100 % zekerheid een zuurstofbel voor de gemeenten, voor de regio’s en voor de federale overheid. Ik denk dus dat dit een goede maatregel is.
07.55 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Ronse, u spreekt over die 5 euro voor bestaande werknemers, maar wat antwoordt u op het volgende? Ik neem het voorbeeld van een bedrijf dat opstart na 2028 en een nieuwe werknemer in dienst heeft die meer dan 4.000 euro bruto verdient. Dat bedrijf heeft de centenindex nooit toegepast en wordt geconfronteerd met de definitieve loonmatigingsbijdrage. Dan verhoogt u de loonkosten. Wat antwoordt u daarop?
07.56 Axel Ronse (N-VA): Stel nu dat de centenindex er niet zou zijn en er een indexering plaatsvindt, dan moet dat bedrijf zich houden aan de barema’s van het paritair comité en zou het zonder centenindex in feite een hoger loon betalen door de klassieke indexering, na de overschrijding van de spilindex, dan met de centenindex. Ik steek er dus mijn hand voor in het vuur: deze maatregel is een competitiviteitsmaatregel, ook voor een bedrijf dat opstart na 2028. Mocht die centenindex er niet zijn en mocht dat bedrijf opstarten, dan zou het worden geconfronteerd met barema’s in het paritair comité van lonen die al geïndexeerd zijn tegenover nu. Met alle sympathie, dit is een competitiviteits- en begrotingsmaatregel en die zit eigenlijk goed in elkaar.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, als u het mij toestaat, er zijn nog twee collega’s die op hete kolen zitten. Eigenlijk zitten ze een beetje in uw debat. Ik geef eerst het woord aan de heer Moons en daarna aan de heer Van Lysebettens.
07.57 Kurt Moons (VB): Dank u wel, voorzitter, dat ik een vraag mag richten aan mijn collega-parlementslid in deze zaak.
Het ging daarnet over het verschil tussen de privésector en de publieke sector inzake de centenindex. Ik vond dat een heel interessant debat. Het komt eigenlijk neer op wat u in uw inleiding zei, mijnheer Van Quickenborne. U zei daarin dat het initieel de bedoeling was om die centenindex enkel in de publieke sector toe te passen.
Waarom was dat? Heel eenvoudig, omdat als men daar de centenindex toepast, een deel van de lonen en de bijdrage niet meer betaald hoeven te worden door de overheid. Dat wil zeggen dat er effectief minder uitgaven zullen zijn. Dat ziet men in de tabel.
07.58 Vincent Van Quickenborne (Anders.): (…)
07.59 Kurt Moons (VB): Dank u. Ik weet niet of het als een compliment geldt, maar enfin.
Omgekeerd, als men het ook voor de privésector doet, moet men toch een systeem vinden waarbij toch wat centen naar de overheid getrokken kunnen worden. Hoe gebeurt dat? Wie meer dan 4.000 euro bruto verdient, zal bij een indexering altijd 2 % missen. Die 2 % moet inderdaad niet door de werkgever betaald worden, en ook de patronale bijdrage daarop niet, maar de overheid vraagt er wel de helft van op.
U zegt dat dat wel beter is dan gewoon de indexering toe te passen. Het probleem is evenwel dat belastingen worden geheven op loon dat niet uitbetaald wordt. Feitelijk wordt de sociale bijdrage dus hoger, terwijl dat loon nooit uitbetaald zal worden. Dat leidt tot de gestructureerde definitieve loonmatigingsbijdrage, die effectief voor eeuwig zou gelden, maar waarvan de meerderheid zelfs nog niet beslist hebben hoeveel de bijdrage zal bedragen, want dat zal bepaald mogen worden via een koninklijk besluit. Hier komen dus heel wat zaken naar boven. Blijkbaar stelt de meerderheid dat die twee moeten samengaan, maar het doel is het punt van de regering te maken, namelijk: om putten te delven en begrotingstekorten weg te werken. Uiteindelijk is putten delven de ultieme en de enige bedoeling van deze regering. Op wiens kosten? Op kosten van de werknemers. Dat vind ik weerom verkeerd.
Men zegt dat er geen alternatief is, maar ik meen dat het Vlaams Belang genoeg alternatieven heeft voorgesteld.
07.60 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Collega Van Quickenborne, ik ben, zoals ik in de commissie al verschillende keren heb gezegd, het eens met de minister als hij zegt dat het soepkieken er voor iedereen is of voor niemand. Voor mij is het heel duidelijk: het is voor niemand.
De minister vroeg tijdens het begrotingsdebat wat dan onze alternatieven zijn om het budgettair gat toe te rijden. Mijn collega, de heer Vanbesien, heeft inderdaad een aantal alternatieven naar voren geschoven die niet in het regeerakkoord staan.
Dat terzijde, in het licht van uw discussie met collega Ronse, denk ik dat het instructief kan zijn om uw visie te geven over hoe de barema's in de paritaire comités zullen evolueren met de centenindex en zonder de centenindex.
07.61 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, vond u de tussenkomst van de heer Moons ook zo goed als ik?
Ten eerste heeft hij aangegeven dat we op de publieke sector een besparing realiseren doordat we minder moeten uitgeven.
Ten tweede heeft hij correct geschetst dat werkgevers, als de spilindex wordt overschreden, door de twee toepassingen van de centenindex minder meer loon zullen moeten uitgeven.
Het enige wat ik niet goed begrijp, is dat de heer Moons het er dan uiteindelijk niet mee eens is. Hij is zelf ondernemer geweest. Hij heeft zelf veel mensen tewerkgesteld.
Kunt u aan de heer Moons vragen wat hij verkiest. Verkiest hij, nadat de spilindex is overschreden, een situatie zonder centenindex, waarbij hij 120 euro per werknemer moet betalen? Of verkiest hij 110 euro per werknemer te betalen en 5 euro aan de staatskas, wat hem in totaal 115 euro kost? Volgens mij is 115 euro nog altijd 5 euro minder dan 120 euro.
Ik denk inderdaad dat heel veel ondernemers wakker liggen van het grote overheidstekort dat jarenlang is opgebouwd, van de vieze, vuile rentesneeuwbal van, hou u vast, 24 miljard euro aan rente in 2029.
De centenindex is net een fantastische maatregel. We zorgen ervoor dat de lonen in de private sector minder snel stijgen door twee keer de centenindex toe te passen. We ontzien de laagste lonen. We zorgen ervoor dat bedrijven minder meer loon moeten uitgeven. Tegelijk versterken we de overheidsfinanciën om het begrotingstekort terug te dringen. Dat is eigenlijk het beste van twee werelden. Men versterkt de competitiviteit en men doet tegelijk iets aan de begroting.
Mijnheer Van Quickenborne, Vincent, als ik dat mag zeggen, kunt u mijn goede collega Moons overtuigen? Mag ik Kurt zeggen? Neen, dat mag niet. Kunt u mijn goede collega, de heer Moons, ook overtuigen?
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, ik had voorspeld dat u naar de hoek zou worden gedrumd door een debat waarbij u niet meer bent betrokken. Bon, er is een expliciete vraag gesteld aan de heer Moons, dus ik ga hem de kans geven om daarop te antwoorden.
De argumenten beginnen zich wel een klein beetje te herhalen, als ik dat in algemene termen mag zeggen. Ik heb het ook niet over de spreker, maar over de interveniënten. Ik denk dus dat hier en daar iets is opgemerkt dat ik al had vernomen.
07.62 Kurt Moons (VB): In feite is dat ook weer een strikvraag. Ik bedoel, wat zou u doen als ondernemer? Ik kan ook tellen en op dat punt hebt u inderdaad gelijk. Natuurlijk zijn er een aantal zaken die ermee gepaard gaan. Als ik meer kan geven aan mijn werknemer, zal die misschien ook beter gemotiveerd zijn om te werken. Dat zult u in deze discussie ook niet meenemen.
Het grote probleem is dat we telkens kleine wijzigingen doorvoeren in bepaalde wetten. Die wijzigingen worden stuk voor stuk apart bekeken, maar vormen uiteindelijk samen misbaksels, waarbij helemaal niet wordt gekeken naar de grootste problematiek in het arbeidsmarktbeleid. Als werkgever zou ik veel meer voordelen kunnen halen uit het feit...
Bent u aan het luisteren, mijnheer Ronse? Ik ben wel aan het antwoorden op uw vraag. Kunt u dan herhalen wat ik heb gezegd?
Het grootste probleem is dat het arbeidsmarktbeleid als dusdanig volledig moet worden herbekeken. Als men de lasten op arbeid eens volledig zou aanpakken, maar niet altijd met drogredenen of met kleine, absurde maatregelen zou komen, dan zou dat een verschil maken. Die maatregelen zijn amper haalbaar, amper bereikbaar en amper realiseerbaar. De centenindex... Als ik u de formule van de indexatie zou uitleggen, is er niemand die dat nog snapt. Lees ze gewoon eens voor. Het is hallucinant. Dat is iets anders dan huurgeld dat men zou indexeren. Uiteindelijk gaat het altijd over dezelfde fout die in dit Parlement wordt gemaakt, namelijk stukje bij beetje dingen veranderen in plaats van de problematiek structureel te bekijken en het volledige arbeidsmarktbeleid eens in zijn totaliteit te bekijken. Dan zouden werkgevers er veel beter van worden.
Als men zich zorgen maakt over de tekorten in dit Belgenland, wel wij wijzen al vijftig jaar op het probleem, maar er wordt hier niets aan gedaan. Waarom? Omdat we altijd op dezelfde manier blijven werken in dit Belgenland. Altijd een beetje meer naar links, een beetje meer naar rechts, maar nooit structureel. Dat is het grootste probleem van dit land.
07.63 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik zal dat doen. Ik wil eerst nog een antwoord geven op de vraag die collega Van Lysebettens heeft gesteld over de barema's. Dat is complexiteit ten top. Een ploegbaas in de bouwsector die vandaag meer dan 4.000 euro verdient, heeft een barema dat 20 % hoger ligt dan iemand die onder de 4.000 euro zit. Door de centenindex verkleint die 20 % en dus moeten de barema's heronderhandeld worden. I wish you good luck. In alle sectoren, in al die bedrijven, ontstaat er ongeziene complexiteit door twee keer de centenindex toe te passen. U bent daarvoor gewaarschuwd door de sociale partners, maar de regering antwoordt daar zelfs niet op.
Ten tweede, collega Ronse, ik kom terug bij u, de loondrift. Ik heb dat concept daarnet uitgelegd. Dat betekent dat door onderhandelingen en ook individueel, zeker bij de hogere lonen, die lonen meer stijgen, bovenop de index, wat het voordeel van de centenindex uitvlakt. Dat voordeel verdwijnt, door onder meer de loondrift. In een studie van 2010 van het Steunpunt Werk wordt dat zwart op wit bewezen. Dat wordt niet tegengesproken door de regering.
Ten derde, en nu kom ik tot de essentie, collega Ronse. Ik wil u dat toch nageven en ik heb daarvoor veel respect voor u, collega Ronse. U zegt namelijk zonder blikken of blozen dat dit een competitiviteitsmaatregel is. Dan moet u mij toch eens uitleggen waarom er geen enkele werkgever, geen enkele ondernemer, geen enkele werkgeversfederatie – niet UNIZO, niet Voka en niet het VBO/FEB – en geen enkele econoom zegt dat dit competitiviteitsbevorderend is.
Als de heer Pieter Timmermans, die u ‘den baron’ noemt, zegt dat dit competitiviteitsvernietigend is, als de heer Bart Buysse van UNIZO, voor wie ik veel respect heb, zegt dat dit competitiviteitsvernietigend is, als Frank Beckx van Voka – ik dacht dat Voka de baas was van de N-VA, van de heer De Wever, maar we weten intussen dat dat Frank Vandenbroucke is – zegt dat dit competitiviteitsvernietigend is, hoe komt het dan dat al die werkgevers tegen het systeem zijn? Zij zijn allemaal tegen. U hebt geen enkele werkgever gevonden die ervoor is.
U zegt dat dit systeem, de centenindex, beter is dan de klassieke indexering. Neen, het gaat over de juiste vergelijking, de centenindex met de hervormde index die de Groep van 10 op tafel heeft gelegd.
U zegt dat als de spilindex overschreden wordt door een energieschok, er onmiddellijk zal moeten worden betaald. Het voorstel van de sociale partners vlakt dat uit en stelt niet te betalen in april, maar misschien pas twee of drie maanden later.
Mijnheer Ronse, u hebt niemand bij de werkgevers, niemand bij de ondernemers, niemand bij de zelfstandigen die het systeem verdedigt. U lijkt op Comical Ali: "There are no Americans in Baghdad", terwijl heel Irak bezet was. Comical Ronsi zegt: "There are no problems with the centenindex", terwijl alle werkgevers zeggen blijf ervan af, weg ermee. Ik begrijp er niets meer van.
De voorzitter: Ik merk gewoon even op dat de plenaire behandeling wellicht langer zal duren dan die in de commissie. Geen verwijt aan uw kant, het is gewoon een algemene vaststelling.
07.64 Axel Ronse (N-VA): Toen ik u leerde kennen, zei men mij dat als de Quick komt met het gezagsargument – anderen zeggen dat – hij zijn kaarten kwijt is, want normaal doet hij dat niet. In dit geval bent u uw kaarten kwijt. Zij steunen dat inderdaad niet, omdat zij telkens abstractie maken van het feit dat er een koninklijk besluit komt omtrent die loonmatigingsbijdrage. Zo simpel is dat.
U hebt geen antwoord kunnen geven op mijn simpele vraag. Stel, de nv Van Quickenborne, producent van gemberthee, heeft 100 medewerkers. In een wereld zonder centenindex betaalt de nv Van Quickenborne na overschrijding van de spilindex 120 euro per medewerker. In een wereld met centenindex betaalt hij 115 euro. Dat is beter voor de competitiviteit, punt aan de lijn.
De voorzitter: Mijnheer Ronse, het komt mij voor dat u die vraag al hebt gesteld. Ik kom erop terug dat die kwestie al gesteld is.
07.65 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter van de Kamer, ik ben blij dat u opmerkt dat die laatste vraag al beantwoord is. Ik heb ze wel beantwoord, u moet leren luisteren. Ik heb u gezegd dat men moet vergelijken wat men moet vergelijken. Ons voorstel is het voorstel van de sociale partners versus de centenindex. Als ik als werkgever moet kiezen, of het nu een nv is of een bv, of het nu gember is of rabarber, kies ik steeds het voorstel van de sociale partners.
Met betrekking tot wat u zegt over die gezagsargumenten, als zelfs economen zoals Peersman zeggen dat het zo is. Ik heb nog een beetje respect voor wetenschappers en economen. Dit heeft niets te maken met gezagsargumenten. Dit heeft te maken met de realiteit. U zegt dat het VBO, Voka en UNIZO er allemaal niets van kennen met betrekking tot dit dossier. Dat is hetgeen ik eruit afleid. U spreekt dan over een gezagsargument. Dit is onwaarschijnlijk. Alle economen zeggen dat dit een pure belastingverhoging voor de werkgevers is.
Mijnheer Ronse, u verklaart dat dat niet waar is. Sorry, u overtuigt mij niet. U overtuigt geen enkele werkgever en geen enkele zelfstandige.
Collega's, de minister zegt dan dat het voorstel van de sociale partners gebricoleer is en dat het asociaal is. Mijnheer de minister, beseft u dat de centenindex echt gebricoleer is? Geeft u nu gewoon toe dat die centenindex veel complexer is dan het voorstel van de sociale partners? Denkt u niet dat, als op 1 juni die centenindex moet starten – we zijn 27 mei – er hier en daar een wiel zal aflopen? Kunt u garanderen dat alles vlot zal verlopen?
Ik voorspel u veel problemen en chaos. Men moet individuele werknemers met een loon van meer dan 4.000 euro uitleggen dat hun loon niet meer is wat het was en dat men dat werknemer per werknemer heeft moeten berekenen. De toepassing gebeurt dus niet gewoon in alle bedrijven op dezelfde manier. Nee, dat hangt af van de individuele situatie.
Kijk eens in de spiegel. Uw centenindex is puur gebricoleer, pure kafka, pure complexiteit. U knikt ontkennend, maar ik heb contact met sociale secretariaten. Die mensen zeggen allemaal dat de complexiteit van de centenindex ongezien is, terwijl die amper twee keer wordt toegepast.
De voorzitter: Ik merk op, mijnheer de minister, dat u straks nog tijd hebt voor een reactie.
07.66 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer de voorzitter, ik zal nu nog het laatste element toevoegen dat ik in mijn repliek wil zeggen. Dan heb ik geen repliek meer nodig.
De centenindex is ongetwijfeld complex. Dat is natuurlijk zo en zullen we niet ontkennen. Dus ik heb in het begin van het debat gezegd, mijnheer de voorzitter, dat ik op een punt ben gekomen in mijn politieke activiteiten dat ik graag in waarheid leef en geen zever vertel. Dus natuurlijk is dat ingewikkeld.
Ik heb veel respect voor het werk van de sociale partners. Dus het is jammer dat we elkaar daar niet in vinden. Zij doen een voorstel dat inderdaad een soort eenvoud heeft, maar in zijn eenvoud ook wel van toepassing is op de publieke sector. Dat is geen keuze. In die zin is die discussie wat moeilijk. De sociale partners doen een voorstel dat ook impact heeft op de publieke sector en op alle sociaalverzekerden. Ze doen dus geen voorstel dat alleen maar impact heeft op werknemers in de privésector.
Ik verwijt hun dat niet. Dus ik verwijt hun niet dat zij een voorstel doen over wat zij in de privésector beter vinden. Dat heeft echter impact op elke ambtenaar, elke gepensioneerde, iedereen die met een ziekte-uitkering leeft, iedereen in moederschapsrust. Dat heeft invloed op iedereen, ook in de publieke sector.
Het is inderdaad simpel, daar hebt u gelijk in. Men moet de berekeningsformule gewoon aanpassen. Wanneer ik het heb over bricolage, dan slaat dat op de berekeningswijze, die mijns inziens niet klopt. Ik noem dat zo, maar met alle respect voor wat de sociale partners drijft.
Ja, wat wij voorstellen – dit is mijn laatste punt van repliek –, brengt complexiteit mee. De regeling is wel zeer uitvoerig besproken met de sociale secretariaten. Die vinden dat toepasbaar.
De maatregel inzake de loonmatigingsbijdrage moeten we inderdaad nog uitwerken, dus daarover kunnen de sociale secretariaten nog niets zeggen. We doen iets wat complex is, maar we lopen niet weg voor onze verantwoordelijkheid. Ik zeg niet dat u dat doet, mijnheer Van Quickenborne. U gaat als een van de weinigen mee met het voorstel van de Groep van Tien om leerkrachten op een andere manier te behandelen en de centenindex er wel op van toepassing te maken, in tegenstelling tot de werknemers in de privésector, aangezien die daar niet van wil weten. U bent daar iets meer consistent in dan vele anderen in het debat. Uiteindelijk heeft ook Groen nu duidelijk toegegeven dat het tegen het voorstel van de Groep van Tien is, Met andere woorden, iedereen behalve Anders. verwerpt het voorstel van de Groep van Tien. Dat toont dat we voor een relatief complex debat staan, waarin er hierbuiten niet iets geweldigs goed is voorgesteld dat we zomaar kunnen aanvaarden. Bijna niemand in het halfrond, behalve dan de Anders.-fractie, heeft na vele uren debat en met nuance gezegd dat ze daar toch wel mee zouden werken. Dat is de conclusie. Ik hoef dus niet meer te repliceren.
07.67 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik heb hier mijn verklaring van in de commissie herhaald, namelijk dat we tegen de centenindex zowel in de publieke als in de private sector zijn. Zoals de heer Van Quickenborne het in zijn lange betoog vandaag ook heeft opgemerkt, is het voorstel van de sociale partners van toepassing op de privésector. Wanneer het gaat over de publieke sector, komt het de overheid toe om een akkoord te sluiten. Daarover zeg ik duidelijk: wij willen geen centenindex. En ja, dat slaat een budgettair gat. Wij hebben tijdens het begrotingsdebat evenwel andere voorstellen gedaan om dat budgettaire gat dicht te rijden.
Ik snap dan ook niet wat u hier constant probeert te verdedigen, namelijk dat wij onrechtvaardige of onmogelijke zaken proberen te doen. Wij hebben daar een andere politieke visie op. Dat is waar. Dat onderschrijf ik ook in elk debat. Het is blijkbaar de politieke visie van de Vlaamse socialisten dat een stuk van de begrotingsinspanning moet worden gehaald uit indexmaatregelen. Met die visie ben ik het niet eens. Tegen die visie zeg ik neen.
Over de afgevlakte index moet er nog worden gedebatteerd. Die is ook niet opgenomen in de programmawet. Op dit moment doe ik daar geen grote uitspraken over. Het is een verdienstelijk voorstel van de sociale partners om naar een robuuster indexmechanisme te gaan. Dat voorstel verdient echter ook een eigen discussie. Ik zal dat hier niet bij de huidige discussie sleuren en aangeven of wij daar voor of tegen zijn. De discussie daarover zal, naar ik veronderstel, zelfs met de centenindex later nog op ons afkomen.
U maakt altijd weer dezelfde grote denkfout. Voor de publieke sector zal de centenindex en de afgevlakte index dubbel pijn doen. Het is echter niet omdat hier vandaag of morgen de centenindex wordt goedgekeurd – ik zal voor alle duidelijkheid tegenstemmen –, dat de afgevlakte index is verdwenen. De regering heeft de opdracht gegeven om tegen eind 2026 met een voorstel ter zake te komen. Dat voorstel ligt daar. Ik ben er absoluut van overtuigd dat het nog zal terugkomen.
Wat de regering hier dus dreigt te doen, is iedereen dubbel pijn doen. Dat is enigszins wat de heer Van Quickenborne daarnet ook stelde met zijn uitroep “pijn, pijn, pijn”. Pijn voor mij is pijn voor iedereen.
Mijnheer Van Quickenborne, wij hebben hier vandaag heel veel tjeven gehad. Ik meen dat er ook een lid van Opus Dei onder ons is.
07.68 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, u zegt dat het systeem van de centenindex uitvoerbaar is, maar de kosten van dat systeem bedragen miljoenen euro's. Elk sociaal secretariaat vraagt mij – ik heb veel contacten gehad en gewerkt op het dossier – om hen dat te besparen. Een dienst die hier geld aan verdient, vraagt dus om hem daarvan te sparen, omdat de regeling al te complex is. Zelfs een sociaal secretariaat dat eraan verdient – men verdient centen aan de centenindex, pun intended –, wil er niet van weten. Dat weet u toch? Ook zij willen dat niet en toch gaat u koppig door, terwijl er een alternatief is. Ik heb het u geschetst.
Ik kom tot mijn laatste punt: nieuwe feiten, namelijk de uitspraak van de heer De Wever afgelopen weekend op de Sinksenfoor in Antwerpen. Eerlijk gezegd, ik vind het wel positief dat De Wever veranderd is. Is dat de invloed van de voorzitter van de Kamer? Ik weet het niet, maar sinds kort begint hij opnieuw te antwoorden op vragen in het Parlement. Twee keer op rij heeft hij hier een vraag over de centenindex beantwoord. Misschien komt er morgen, donderdag, opnieuw iets nieuws en zal hij hier weer zijn. Hij doet dat goed.
Overigens, hij heeft uw antwoord, dat u had voorbereid – ik zag op het einde van het blaadje staan: groetjes, Frank Vandenbroucke, met de groetjes van Vooruit –, goed voorgelezen, mijnheer de minister. Hij leest trouwens veel voor.
Nu deed hij op de Sinksenfoor een uitspraak – typisch De Wever –, maar niet op basis van een geschreven tekst. Hij had in ieder geval geen blaadje bij zich en zo beging hij opnieuw een uitschuiver. Collega Vander Elst, herinnert u zich de uitschuiver over Netanyahu? De meerwaardetaks zou niet gelden voor Vlamingen die hun aandelen meer dan tien jaar aanhouden. Nu kwam er opnieuw een uitschuiver. Hij zei dat het voorstel van de Groep van Tien toch nog eens zal worden bekeken en meegenomen in het debat. U zegt daarnet dat de regering dat niet zal doen. Wie heeft er nu gelijk: u of De Wever, mijnheer de minister?
Ik zeg u: in het dossier van de centenindex zal Vandenbroucke gelijk krijgen. De loonmatigingsbijdrage zal permanent zijn en de discussie over de index komt niet meer terug. Hij zal argumenteren dat de centenindex hem al zoveel politieke energie heeft gekost – j’ai déjà donné –, dat de regering daar niet meer over zal spreken.
Dat is het eerste nieuwe feit. Er is een tweede nieuwe feit en mijn fractieleider heeft daarop gewezen, want zij spit de begrotingsdossiers uit. Collega’s, hebt u het advies van het Rekenhof gelezen? Normaal is het Rekenhof zeer gematigd. Rudy Moens, die meestal de geit en de kool probeert te sparen, was deze keer toch bijzonder scherp en heeft het zelfs over de rentesneeuwbal. Het is niet mooi om aan te zien. Zelfs de heer Ronse begint te zeggen dat er op dat vlak een probleem rijst. Men legt altijd de schuld bij De Croo, die met mevrouw Bertrand een tekort van 2,8 % heeft nagelaten– welkom in het Parlement, mijnheer Orlians –, en bij Verhofstadt. Vorige week was het nog de schuld van Willy De Clercq. Bart De Wever verwees naar de jaren tachtig. De volgende keer zal hij zeggen dat het de schuld is van Frère-Orban en Charles Rogier, de eerste liberalen in een Belgische regering. Men heeft het daarbij dan over ongewijzigde beleid, maar lees het jaarverslag van de Nationale Bank van België, collega’s. Bij ongewijzigd beleid van de regering loopt het tekort op tot 8% in 2034.
Hoe komt dat?. Mijnheer Ronse, laten we eerlijk zijn. Bij de start van de regering hebt u zogezegd een ongezien saneringstraject voorgelegd. Daar bleken 8 miljard euro terugverdieneffecten in te zitten. Juist of niet? Dat was lucht, klopt toch? U hebt die 8 miljoen terugverdieneffecten er immers uit moeten halen. Dat is dus 8 miljard euro lucht. De heer De Wever heeft in een interview toegegeven dat hij die lucht, die terugverdieneffecten ter waarde van 8 miljard erin had moeten pompen, anders had hij na maandenlang onderhandelen nog steeds geen regering. Die worden eruit gehaald. Dat is een gat van 8 miljard euro. Is dat de fout van De Croo? Zijn die 8 miljard euro terugverdieneffecten de fout van De Croo? Is dat de fout van de vivaldiregering? Neen.
Ten tweede, De Wever zei in november dat de regering het tekort echt serieus zou aanpakken. Men zou de lat op 10 miljard euro besparingen leggen. Voor minder was het niet waard om te besturen. Hij zou zelfs naar de Koning gaan, indien er geen voorstel kwam, en hield vol dat hij het meende. Iedereen werd bang en er volgden alweer de langste onderhandelingen. We discussiëren trouwens nog altijd over de programmawet. Wat blijkt nu, dankzij het werk van onze fractieleider? Ik ben blij dat de minister de Anders.-fractie complimenteert; we zijn een kleine fractie, maar we doen ons best. We doen ons werk. Wat blijkt uit het onderzoek van onze fractieleider? Het blijkt dat die 10 miljard euro helemaal geen 10 miljard euro is.
Wij geraken met moeite aan 5 miljard euro. Juist, hè? Waar die 1,9 miljard euro van de langdurige zieken zit, is voor alle duidelijkheid nog een discussiepunt. Die moet men nog vinden. Volgens mevrouw De Knop is het plus 1,9 miljard euro. Daar gaan we nu niet over discussiëren.
Wat blijkt nu? Op pagina 15 van het advies van het Rekenhof staat de herraming van de totale budgettaire impact van de twee centenindexen. Collega’s, nu komt de kat op de koord en opnieuw de aap uit de mouw. De Wever schrijft in november in zijn budgettaire meerjarentabel bij de opbrengst voor entiteit 1… Mevrouw Bertrand, hoeveel was het? Dat moet heel precies zijn. Dat was 883 miljoen euro.
Wat zegt het Rekenhof? Ik heb het hier voor mij. Dat is een nieuw feit, want wanneer hebben we het rapport gekregen, mijnheer de voorzitter? Vrijdag. Dank u, mijnheer de voorzitter van de commissie, onze steun en toeverlaat.
De opbrengst voor entiteit 1 bedraagt 363 miljoen euro. Wat? Het zou toch 883 miljoen euro zijn en het is maar 363 miljoen euro? Dat is dus een gat van meer dan 500 miljoen euro. Dat is een bijkomend gat van een half miljard euro. Is dat de schuld van De Croo? Is dat de schuld van Vivaldi? Is dat de schuld van Van Quickenborne, mijnheer Ronse? Zegt u het maar. Is dat onze schuld? Of hebt u een beetje zelfrespect en zegt u: oké, dat is een fout die wij hebben begaan?
Mijnheer de minister, wat gaat u doen met dat gat van 500 miljoen euro? Wat gaat u daarmee doen? Mag ik u die vraag stellen? Wat gaat u daarmee doen? Wat zegt u? U wilt er niet op antwoorden. Hebt u geen antwoord meer?
Op dat vlak is de heer Vandenbroucke correcter dan de heer Ronse en de N-VA. De N-VA zegt altijd dat het de schuld is van Vivaldi. Frank moet altijd zeggen dat het de schuld is van Vivaldi. Altijd. Vandenbroucke zegt: dat kan ik niet meer zeggen. In dit dossier heeft dat niets te maken met Vivaldi, niets met De Croo. Dat is de verantwoordelijkheid van deze regering.
De lijst van budgettaire gaten wordt groter met de dag. Het is mevrouw Bertrand die daar week na week op wijst.
Het wordt bijna zo groot als de Etna. Kent u die, niet Dame Edna, maar de vulkaan Etna. Die gaten zijn zo groot dat men erin verzuipt, omdat deze regering de begroting niet ernstig aanpakt.
Ja, ze voert een aantal hervormingen door, dat is juist. We hebben die trouwens ook gesteund. Ze zijn echter niet zo spectaculair dat men kan zeggen dat dit de grootste hervormingsregering ooit is. Dat is onzin. De pensioenhervorming van de heer Bacquelaine was in percentage van het bbp groter dan wat deze regering doet. Dat is zo. Check de cijfers. De belastinghervorming van de regering-Michel was twee keer zo groot als deze belastinghervorming. Ik heb dat uitgelegd in de commissie.
Mijnheer de minister, hoe gaat u dat gat van een half miljard oplossen? Mag ik die vraag stellen? Wat is het antwoord?
07.69 Minister Frank Vandenbroucke: Het antwoord is dat we het probleem niet nog erger gaan maken door uw adviezen hier te volgen.
07.70 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ook dat is onzin. Ons voorstel levert 102 miljoen euro meer op dan het voorstel van de regering. Dat is duidelijk. Het budgettaire probleem met het voorstel van de sociale partners en de centenindex in de publieke sector is budgettair beter dan wat u doet. Dat zijn de cijfers, ze zijn heel duidelijk.
U antwoordt echter niet op de vraag wat u gaat doen met die 500 miljoen. U begint weer over iets anders. Het is uw probleem, het is uw verantwoordelijkheid. U beweerde in november dat het ging over 883 miljoen en het is 363 miljoen. Dat is toch ongelooflijk. Het is uw verantwoordelijkheid, keer op keer.
Ik heb in september 2025 samen met de heer Ronse een interview gegeven aan De Tijd. Ik zei toen dat De Wever zal verzuipen in zijn budgettaire probleem. Toen was het nog steeds heel de bazaar van Vivaldi en De Croo. Maar kijk naar de grafieken, het gaat keer op keer achteruit. De rentesneeuwbal, mijnheer Ronse, die dichterbij komt, kan misschien te maken hebben met de terugverdieneffecten van 8 miljard euro. Dat kan misschien te maken hebben met een btw-hervorming die compleet mislukt is. Dat kan misschien te maken hebben met dit, met de optelsom daarvan, mijnheer de minister.
U zegt dat voor u de begroting saneren in marmer gebeiteld is. Wel, ziehier de waarde van uw marmer: niets. Het is gewoon niet ernstig. Het is niet ernstig. De vorige regering die heeft hervormd, namelijk de regering-Michel heeft het budget wel op orde gezet. Er was bijna een evenwicht op het einde. Daarna is de N-VA weggelopen voor Marrakesh, een totaal idioot vertrek. Die regering heeft hervormd.
Voorzitter:
Sophie De Wit.
Président: Sophie De Wit.
Ze heeft de werkgeversbijdrage van 33 % naar 25 % gebracht. Ze heeft de vennootschapsbelasting naar 20 % gebracht voor kmo’s. Ze heeft een belastingtarief afgeschaft, een indexsprong gedaan, gecompenseerd in de lonen. Dat is toen allemaal gebeurd. Die regering heeft veel meer hervormd dan deze, tot de N-VA gewoon haar klak gedraaid heeft, haar kar gekeerd heeft. Daar betalen we nog altijd de prijs voor, voor die lafheid van de N-VA om toen weg te lopen. Dat is het probleem!
07.71 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, ik hoor u graag de regering-Michel bejubelen. We hebben hier vandaag al van u lange en vrij boeiende betogen gehoord. Ook uw historische interventies vind ik altijd zeer waardevol.
Feit is natuurlijk dat iedereen de historiek kleurt. Dat is tegenwoordig bon ton in het historisch onderwijs ook, de geschiedenis te bekijken door de bril van vandaag, eruit te plukken wat goed uitkomt en te veroordelen wat vandaag niet meer goed zou uitkomen. Dat is typisch iets wat gebeurt met geschiedenis. Dat is ook voor een stuk zo voor u. Wat ik vaststel, is ten eerste dat de regering-Michel inderdaad een heel pak hervormingen gedaan heeft. Dat is zo. We hebben destijds de schuld heel sterk teruggedrongen. We zijn begonnen met opnieuw te investeren in onze defensie en onze veiligheid. We hebben de begroting zo goed als onder controle gekregen.
U zegt dat wij weggelopen zijn. Ik herinner mij dezelfde periode vanuit een andere stoel. Het is interessant. U hebt zelf ooit gezegd: u moet eens naar The War kijken op Netflix. The War is een serie over de Tweede Wereldoorlog, bekeken vanuit de ogen van de Amerikanen. Geloof het of niet, maar als men kijkt naar de Tweede Wereldoorlog vanuit Europa, zoals onze geschiedenis die onderricht, of men kijkt naar die oorlog door de ogen van de Amerikanen, dan krijgt men een heel andere soort geschiedenis.
Die andere soort geschiedenis zie ik ook. U zegt dat we zijn weggelopen. Ik zeg dat uw Alexander De Croo en anderen van die coalitie niet konden wachten en stonden te jubelen op het ogenblik dat ze iets gevonden hadden om te zeggen: dit is nu eens een thema waarmee we de N-VA kunnen hebben, waarop ze niet kan teruggaan, omdat de N-VA, zoals steeds, kijkt naar de toekomst en kijkt naar de gevolgen van wat mogelijk is als men vandaag domme beslissingen neemt. Of we toen weggelopen zijn of eruit gezet zijn, dat doet er niet meer toe.
U kunt het omschrijven zoals u wilt: met een Amerikaanse of een Europese bril naar de Tweede Wereldoorlog kijken. Hoe de regering-Michel geëindigd is, maakt niet uit. We hebben dat op een verschillende manier beleefd. Ik kan alleen maar vaststellen dat heel dit land gezien heeft wat uw partij heeft gedaan in de vorige regering, waarin ze niet kon wachten om als kleinste partner, als dweil van alle anderen, de leiding te nemen. Heel het land heeft gezien wat uw partij daar gedaan heeft en het resultaat bij de laatste verkiezingen was dan ook navenant.
Mijnheer Van Quickenborne, de huidige meerderheid heeft de regering gevormd. U bent vandaag bevrijd. U bent liberaal, ik ben Vlaams-nationalist. Ik heb de PVV altijd een pest voor Vlaanderen gevonden, u niet. U was ooit lid van ID21, dat was toen handig, bij de Volksunie. Dat behoort tot het verleden, maar ook het verleden is interessant en kent zijn rechten. Toen er bij de PVV destijds een jonge gast kwam met De Burgermanifesten, dacht ik: verdorie, die kadee heeft wel iets te vertellen, dat is eigenlijk een verhaal waarin ik geloof. Tijdens de Volksunie was het van alles een beetje, een beetje links naar mijn gevoel. Maar goed, misschien had die Verhofstadt toch iets te vertellen. Ik was echter goed opgevoed en wist dat de PVV de pest voor Vlaanderen was en dat ik daarvan weg moest blijven. Daarom ben ik trouw aan mezelf gebleven. We zijn van daaruit vertrokken.
Vandaag zit u in de positie waarin u bevrijd bent van elk juk om u in te houden en u maakt daar ook gebruik van. U hebt dat 40 uur gedaan bij de bespreking van een bepaalde wet. U hoeft zich niet in te houden. Ik begrijp echter niet dat u nu als een van de nieuwe liberalen, de Anders.-liberalen van dit land, hier een voorstel verdedigt waarvan ik mij moeilijk kan voorstellen dat de man van De Burgermanifesten, die vernieuwing bracht in de toenmalige PVV, dit vandaag zou verdedigen. Ik denk dat die verder zou gaan.
Moest ik een echte liberaal, een echte ondernemer, een echte zelfstandige zijn, wat ik ooit geweest ben, met alle zorgen van dien, dan zou ik van een liberale partij iets anders verwachten. Misschien ben ik een van de weinigen in dit halfrond die ooit wakker heeft gelegen van de vraag of hij ‘s anderendaags zijn personeel zou kunnen betalen, van de onzekerheid of die ene klant die nog moest betalen effectief zijn factuur op tijd zou betalen zodat hij zijn verplichtingen zou kunnen nakomen.
Ik zou op zulke momenten van een liberale partij iets anders verwachten. Daarom stel ik u de vraag. Het Rekenhof is gisteren de cijfers komen voorstellen. Het kan haast niet slechter. Het ziet er slecht uit en het zag er al slecht uit. We hebben een aantal maatregelen genomen en u zult eerlijk moeten erkennen, mevrouw Bertrand, dat we niet echt meevallers hebben. Als u vraagt naar 500 miljoen euro in verband…
(rumoer)
Voilà, daar zijn de schreeuwers van de straat weer. Mevrouw de voorzitster, kunt u alstublieft vragen dat ik het woord mag voeren?
De voorzitster: Ik zou het zeer appreciëren dat iedereen zwijgt wanneer iemand anders spreekt. De heer Vandeput heeft het woord.
07.72 Steven Vandeput (N-VA): U vraagt hoe het komt dat wat in de overheid kan worden bespaard door de centenindex, opnieuw terugkomt, maar u kunt zich evengoed afvragen, als u eerlijk bent, wat op de datum van overschrijding van de spilindex het vooruitzicht was op het ogenblik dat de begroting werd opgesteld en wat dat vooruitzicht vandaag is. Die vraag kunt u stellen, maar u hoeft dat niet te doen, want u zit in de oppositie. Dan zeg ik wel opnieuw dat ik u uitdaag. Met de regering waarvan u deel hebt uitgemaakt, hebt u een aantal maatregelen genomen die ons structureel met een aantal bijkomende kosten heeft opgezadeld die vandaag moeten worden opgelost. Dat zijn een aantal verworvenheden waarop niet kan worden teruggekomen.
Er is vandaag een meerderheid om dat systeem te steunen. Geloof me vrij, in campagnetijd zal ik dit systeem ook niet voor honderd procent verdedigen. Ik zeg wel dat dit vandaag een stap is die ons een stuk dichter bij een begrotingssanering brengt die, zoals mijn fractieleider heeft aangehaald, iets doet aan de competitiviteit. Dat is niet voldoende. Dat kan ik me voorstellen. Als werkgever zou ik liever de indexsprong volledig hebben en alles bij mij houden, natuurlijk. Ik kan ook begrijpen dat u vanuit de oppositie zegt dat het zo zou moeten zijn.
Feit is vandaag echter dat we zitten met een begrotingssituatie zitten die ons anderhalf jaar geleden is overgeleverd en dat we allemaal samen – ik hoop dat iedereen in het halfrond daarvan overtuigd is – de hand aan de ploeg moeten slaan om dat in orde te krijgen, om ten minste aan onze kinderen nog enige kans te geven om iets anders te doen dan de schulden van het verleden af te betalen. Daarom vroeg ik wat vandaag uw antwoorden zijn en wat u zou doen.
De discussie over de Groep van Tien hebben we hier ondertussen gehad. Het is heel twijfelachtig of haar voorstel zou renderen of budgettair zou opbrengen wat het zou moeten opbrengen. Als dat het dan niet is, wat dan wel?
Voorzitter:
Peter De Roover, voorzitter.
Président:
Peter De Roover, président.
Ik stel alleen vast dat wij destijds op een bepaald moment zijn gestopt met deel uit te maken van een regering waarop u altijd terugkijkt en die ook met betrekking tot de index een aantal zaken heeft gedaan. Wat hebt u intussen gedaan? Wat hebt u die tien jaar daartussenin gedaan?
U hebt inhaalmanoeuvres gemaakt in de uitkeringen. U hebt verhogingen doorgevoerd van de tussenkomsten bij sociale partners. U hebt cadeaus uitgedeeld à volonté. U hebt met uw regering maatregelen getroffen inzake energie waarvoor wij vandaag zwaar de bonen eten, zoals dat wordt genoemd. Ik kan op die manier nog wel even doorgaan, maar dat zal ik niet doen. Ik zal hier afronden.
Mijnheer Van Quickenborne, qua geloofwaardigheid van wat u hebt gedaan en waarop u terugkijkt, stelt u dat het zonder de N-VA of zonder uw partij, welke naam ze ook heeft, niet zal lukken.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, iets doet mij vermoeden dat u daarop wilt reageren.
07.73 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Vandeput, ik dank u voor uw bemerkingen. Ze gingen alle kanten uit, maar ik ben het wel met u eens dat The War van Ken Burns een prachtige serie is. Het is trouwens de serie die mij het meest is bijgebleven van de voorbije tien à vijftien jaar. Ze is vandaag niet meer te zien op Netflix. Ik heb ze vier of vijf keer herbekeken. Het is een prachtige reeks en ik raad iedereen aan om ze te bekijken.
The War van Ken Burns gaat over het verhaal van een aantal jonge mensen die zijn gaan strijden, die dat hebben overleefd en daar hun verhaal vertellen. Ik meen trouwens dat intussen al die getuigen overleden zijn. Tot daar ben ik het dus met u eens.
Vertel echter niet aan Ken Burns, de regisseur van die prachtige serie, dat de N-VA in 2018 uit de regering is gezet. Ik heb iedereen hier beschaamd zien kijken toen u dat uitsprak, zowel partijen in de oppositie als partijen in de meerderheid. (Rumoer.)
Mag ik nu even mijn betoog voltooien? U hebt tien minuten het woord gevoerd. Ik wil nu toch mijn punt maken.
De voorzitter: Ik heb u niet onderbroken.
07.74 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Vandeput, u zegt hier en nu dat de N-VA in 2018 uit de regering is gezet. Dat is toch onwaarschijnlijk. Ken Burns zou spreken over alternative facts. Wat u hier beweert, is gewoon Trumpiaans. Het is zoals minister Francken die zegt dat de oorlog in Iran absoluut noodzakelijk en gerechtvaardigd is. Dat staat zo ver van de realiteit en van de feiten. Mijnheer Vandeput, wat zegt u hier toch? Ik versta het niet.
De voorzitter: Mijnheer Vandeput, u wenst daar toch nog op te reageren?
07.75 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, goed dat we het over één zaak eens zijn: The War was een geweldige serie. Ik heb net The War aangehaald, omdat u weet dat als u naar die serie kijkt, u naar een ander soort Tweede Wereldoorlog kijkt dan wanneer u kijkt naar een Europese serie of een programma over de Tweede Wereldoorlog dat vanuit het Europese perspectief vertrekt. Laten we louter nog maar de wereldkaart bekijken. Wij zijn het gewoon om de wereldkaart te zien met een bepaalde ligging van Europa, daaronder ligt Afrika. Daar ligt het oosten en daar ligt het westen. Kijkt u in VS naar een wereldkaart, dan zult u zien dat die heel anders is. Daarom heb ik ook gezegd dat ik ervan af wil zijn of we uit die regering zijn gezet of eruit zijn gestapt. Ik kan alleen met u vaststellen dat men op het ogenblik dat men iets gevonden had waarvan men wist dat de N-VA principieel niet zou kunnen meegaan, niet gewacht heeft om het tot het einde te laten gaan. Ikzelf maakte toen net geen deel meer uit van de regering, maar ik heb het wel van op de eerste rij meegemaakt. Het punt is dat ik me niet kan herinneren dat op dat ogenblik iemand heeft gezegd: zouden we verdorie die laatste hervormingen die we ons hadden voorgenomen, alsnog realiseren? Neen, iedereen vond het op dat moment fijn was, premier Michel ging door en daarna zag men de kans om te doen wat men gedaan heeft. Ik gun u dat allen, maar vandaag zijn wij wel de shit aan het opruimen die u hebt gecreëerd.
De voorzitter: Ik raad ook iedereen aan om een atlas van Australië te bekijken. Daar vindt u Europa amper in terug.
07.76 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, dat heb ik gedaan. Dat was mijn jongensdroom. Ik ben een cartofiel, ik hou van kaarten. Toen ik zestien jaar was, heb ik imaginaire routes uitgestippeld in Australië. Ik hoop dat ik ze ooit kan doen, maar dat is volledig naast de kwestie. Ik repliceer slechts op uw aanzet over Australië.
Mijnheer Vandeput, de belangrijkste les van The War is dat oorlog tegelijkertijd heroïsch en verwoestend is, en dat vooral gewone mensen de dupe zijn. Dat geldt voor zowel Europa, Amerika als alle andere landen. Dat is de les van die reeks.
De les van die reeks is niet dat men perfect de waarheid kan verdraaien en dat uiteindelijk iemand dat wel zal geloven. Dat is helemaal niet de conclusie van The War.
Collega's, het probleem is dat de begroting er slecht uitziet, maar met deze regering ziet ze er echter nog slechter uit. Het probleem is dus dat deze regering onvoldoende doet, veel te weinig om het probleem op te lossen.
Mevrouw De Wit, de regering doet veel te weinig. U kunt blijven klagen over het verleden en over Willy De Clercq en over ik weet niet wat. Uw budgettair traject gaat echter gewoon de ravijn in. Het is de slechtste begroting van Europa en dat is uw verantwoordelijkheid. U zou het rotten stoppen. U doet het niet. Integendeel, u maakt het rotten alleen maar erger. Hoe langer deze regering duurt, hoe duidelijker dat blijkt.
Mijnheer de minister, dat geldt ook voor dit dossier. Er komt zelfs geen antwoord van de meerderheid. De kwestie van het gat van 500 miljoen euro door deze centenindex wordt niet beantwoord. Is het uit schaamte? Is het omdat men het dossier niet kent? Ik denk nochtans dat het dossier intussen bekend is. Het wordt niet beantwoord.
De heer Vandeput heeft over The War, over de Volksunie en over ID21 gesproken.
(…): (…)
07.77 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Natuurlijk. Het punt is dat de combinatie van het voorstel van de sociale partners en de centenindex in de overheid, wat wij voorstellen, budgettair beter is dan dit voorstel, veel eenvoudiger is, en de sanering veel beter aanpakt. In die zin hebben wij amendementen ingediend. Dat is de essentie. Dat is wat wij verdedigen. Het is budgettair beter dan uw centenindex, die inderdaad, zoals collega Orlians vertelde, de grootste en lelijkste draak is ooit gemaakt, met een ongeziene complexiteit.
Ik rond af.
Het zou mij niet verwonderen dat de Groep van Tien voor de eerste keer in de geschiedenis van het sociaal overleg collectief naar het Grondwettelijk Hof stapt. Dat is ongezien. Het zou mij niet verwonderen.
Minister Vandenbroucke, de schade die u bij
de sociale partners hebt aangericht, is ongezien. Eigenlijk mag u de sociale
partners dankbaar zijn dat ze zo correct blijven. Die mensen hebben dag en
nacht aan dat voorstel gewerkt, dat uitgerekend en bediscussieerd. Op het
einde, op het moment van de waarheid, krijgen ze gewoon de deur tegen de neus.
Die sociale partners krijgen gewoon een dikke fuck you. (De spreker maakt
het bijbehorende gebaar.)
U vraagt hen om over een nieuw interprofessioneel akkoord te onderhandelen. U vraagt hen om een oplossing te vinden voor het herenakkoord inzake sociale conflicten. U vraagt een advies over de loonvorming. U vraagt al die zaken aan de sociale partners, maar voor het allerbelangrijkste dat ze hebben gedaan, zegt u tegen hen gewoon: de boom in.
Ze hebben gewaarschuwd voor sociale chaos. Ze hebben gewaarschuwd voor ernstige problemen. Het najaar en alles wat erop volgt, zal voor veel onrust zorgen. Wij hebben met onze partij een voorstel gedaan. We hebben gevraag om het voorstel van de sociale partners te omarmen en sociale vrede te kopen. Vraag om te stoppen met die stakingen en betogingen die onze economie zo schaden, die onze zelfstandigen en ondernemers zoveel kosten.
Elke staking kost 300 tot 500 miljoen euro. Wij zijn intussen kampioen in stakingen geworden. Dat kost ons miljarden. Eén staking vermijden, levert u 300 tot 500 miljoen euro op. Wat doet deze regering? Ze zegt gewoon dat het sociaal overleg hen niet meer interesseert. U bent verantwoordelijk voor de sociale chaos die er is.
Ik rond af, collega's.
Mijnheer Vandenbroucke, u zaait Kafka, u zult chaos oogsten. De centenindex is de molensteen rond de nek van deze regering en die molensteen zal u nog lang blijven achtervolgen.
De voorzitter: Dank u, mijnheer Van Quickenborne.
Dan geef ik het woord aan de minister voor een repliek … De minister heeft alles gezegd wat hij kwijt wilde over deze aangelegenheid.
07.78 Kurt Moons (VB): Mijnheer de voorzitter, ik zal het heel kort houden.
Ik heb enkel vastgesteld dat geen enkele, maar dan ook geen enkele Franstalige partij is tussengekomen. Noch de MR, noch Les Engagés, noch de PS heeft dat gedaan. Zij zijn volledig buiten beeld gebleven. Ik vraag mij dus af of de centenindex bepaalde partijen aan de andere kant van de taalgrens misschien nog niet zo slecht uitkomt. Dat is een vraag aan de minister als die tenminste nog wil antwoorden. Het is immers de Vlaming die weer zal betalen.
Het is duidelijk dat de centenindex er zal komen, met alle problemen van dien. Die zijn hier uitgebreid geschetst. De enige bedoeling van de centenindex is de begroting een beetje op orde te stellen, maar dat is heel relatief, gezien alle maatregelen die nodig zijn en gezien de complexiteit die op alle bedrijven en medewerkers afkomt. Het is heel raar dat wij weerom moeten vaststellen dat er heel weinig contestatie is tegen deze maatregelen vanwege de Franstalige partijen, maar eigenlijk is dat niet raar, met de N-VA in de regering.
07.79 Axel Ronse (N-VA): Collega Moons, ik deel uw analyse niet. De Franstalige linkse partijen, PS, PTB en Ecolo, zijn zo ontgoocheld in het Vlaams Belang dat ze geen extra advies van de Raad van State gevraagd hebben op hun amendementen om dit tegen te houden. Ik denk dus dat uw analyse helemaal geen steek houdt.
Collega Schlitz heeft hier een beklijvende uiteenzetting gehouden over de centenindex. Collega Tonniau heeft hier ook een beklijvende uiteenzetting gehouden – collega Tonniau identificeert zich soms ook als Franstalig, denk ik, niet altijd. Mevrouw Moscufo heeft er een hele nacht over gesproken, toute une nuit. Ik droom er nog steeds over, soms word ik badend in het zweet wakker. Dat was een nacht die ik niet zal vergeten.
Collega Moons, uw analyse klopt totaal niet.
07.80 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, ik zal het heel kort houden.
Straks zal mevrouw Merckx u geruststellen, mijnheer Moons, door ook nog een repliek in het Frans te geven, want wij zijn en blijven natuurlijk een unitaire partij.
Ik had graag geantwoord op alle interessante antwoorden van de heer Clarinval, maar ik ga dat niet meer doen, want hij is al om 17.30 uur vertrokken.
Mijnheer Vandenbroucke, bent u bereid om uw hamer en beitel op te nemen en in marmer te kappen dat er na het invoeren van de centenindex niets, maar dan ook niets meer verandert aan het indexmechanisme? Bent u bereid om daarvoor hamer en beitel op te nemen? Ja of neen?
07.81 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik meen dat mijn fractieleider nog iets wil zeggen.
De voorzitter: Ik ga eerst de fracties af, en daarna …
07.82 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Excuseer me. Ik kan alleen maar zeggen dat ik het ten zeerste betreur dat de minister op de allerbelangrijkste vraag niet heeft geantwoord. Het gat van 500 miljoen, een half miljard, daarop heeft hij niet geantwoord. U hebt daar niet op geantwoord, mijnheer de minister.
Ik vind dat een fundamenteel probleem. We spreken over een half miljard euro extra tekort. Het is zelfs meer. Het is 530 miljoen extra tekort. Door deze regering. Door de centenindex. Maar u hebt daar niets over te zeggen? Dat zegt eigenlijk alles over deze regering. Zodra er budgettaire problemen zijn, is het enige antwoord van de regering dat het de schuld is van een ander. In plaats van hier te zeggen dat het hun schuld is, dat zij die fout hebben gemaakt en dat zij het zullen rechtzetten.
Ik vind dat onbegrijpelijk. Dit is een budgettaire aangelegenheid. Dit bewijst dat deze regering budgettair tot bijna niets in staat is. Het niet antwoorden op zo’n belangrijke vraag zegt alles over het gebrek aan ernst van deze regering.
De voorzitter: Het woord is aan de heer Vereeck.
07.83 Lode Vereeck (VB): Wat wordt er van mij verwacht, mijnheer de voorzitter?
De voorzitter: Het moet niet. Ik vraag of de sprekers nog een repliek geven.
07.84 Lode Vereeck (VB): Ik heb nog één repliek nu u het zegt, maar ik wist niet dat ik nog aan de beurt zou komen.
Er is een interessante claim gelegd, namelijk dat de centenindex zou zorgen voor een belastingverlaging. Ik wil die heel graag logenstraffen. Als u graag de cijfers nakijkt, ik heb ze op X gezet, voor diegenen die het nog gebruiken. Daar kan men zien dat de centenindex voor alle brutolonen tot 4.000 euro, geen enkele impact heeft op de fiscale of parafiscale druk. Alles gaat gewoon, in nominale cijfers, gelijk met 2 % omhoog.
De fiscale druk die men ziet voor lonen van 2.500, 3.000 en 4.000 euro bruto is dezelfde na één centenindexsprong en na twee centenindexsprongen. Dat is natuurlijk wel anders vanaf 4.000 euro bruto. Ik heb de brutolonen 5.000, 6.000, 7.000 en 8.000 euro genomen. Daar ziet men bijvoorbeeld dat na de eerste indexsprong de parafiscale druk op een loon van 5.000 euro van 51,17 % naar 51,25 % stijgt. Het gaat dan over alleenstaanden. Voor iemand die een loon heeft van 6.000 euro komt er 0,12 % bij. Ik zal niet alle procenten noemen. Voor iemand met een loon van 7.000 euro 0,15 %, en dan 0,17 %. De tweede keer wanneer de indexsprong wordt toegepast, is dat volledig geïnternaliseerd.
Dus, collega Ronse, men krijgt inderdaad tijdelijk wat zuurstof, maar de centenindex zorgt echt voor een procentueel relatief hogere fiscale en parafiscale druk op de lonen. En dat is waar de collega’s, onder andere de heren Van Quickenborne en Coenegrachts op gewezen hebben.
De loonmatigingsbijdrage is structureel en leidt dus echt tot een structureel hogere belasting op arbeid. Ik vind dat dat hier vandaag eigenlijk niet aan bod is gekomen. Ik zou dit als afrondende gedachte nog even willen meegeven: de centenindex zorgt ook voor een hogere belastingdruk op arbeid.
07.85 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijn betoog was opgebouwd rond drie punten: de centenindex is onrechtvaardig, onwerkbaar en onwenselijk.
Over het onrechtvaardige aspect heb ik een uitwisseling met de minister gehad. De regering vindt het wel rechtvaardig om een deel van de begrotingsbesparing uit indexmaatregelen te halen. Wij vinden dat niet. Goed, daarover verschillen we van mening.
Ik noem de regeling onwerkbaar; de minister noemt ze complex. Dat is ongeveer hetzelfde zeggen, maar minder sterk uitgedrukt.
Dat ze ook onwenselijk is, wordt aangetoond door de talloze opmerkingen van de verschillende fracties en door het debat buiten het Parlement.
Ik kan de regering alleen maar oproepen om de centenindex op te bergen, zodat ons die miserie bespaard blijft.
De voorzitter: Die oproep is duidelijk.
07.86 Alexia Bertrand (Anders.): De centenindex was, zeker voor partijen zoals de N-VA, bedoeld als een competitiviteitsmaatregel. Dat is echter niet het geval. In het advies van de Groep van Tien van 31 maart staat heel duidelijk dat op middellange termijn het loonmatigingsvoordeel van de centenindex waarschijnlijk zal worden uitgehold en dat de positieve effecten van de maatregel binnen een termijn van vier tot acht jaar voor de werknemers zouden verdwijnen, omdat de bijdrage een duurzaam karakter heeft. Dat is heel simpel.
U vertelt onwaarheden. Wees ten minste eerlijk. Het was een begrotingsmaatregel, mijnheer Ronse. Het is geen competitiviteitsmaatregel. De werkgevers zeggen zelf dat de maatregel op termijn zal leiden tot, ik citeer: "een structurele verhoging van de loonkosten en tot een verslechtering van het concurrentievermogen en de slagkracht van de Belgische ondernemingen". Ik vind het erg dat u daar geen rekening mee houdt.
Erger nog, de centenindex is ook geen begrotingsmaatregel. De heer Vandenbroucke heeft dat net toegegeven door geen antwoord te geven op de vraag van collega Van Quickenborne over het gat van 500 miljoen euro, dat nu wordt gecreëerd. Volgens de meest recente ramingen gaat het namelijk over een besparing van 200 miljoen euro in plaats van 883 miljoen euro tegen 2029.
Mijn conclusie is zeer eenvoudig: het is noch een competitiviteitsmaatregel, noch een begrotingsmaatregel. Het is gewoon een puinhoop. U was veel beter ingegaan op het voorstel van de sociale partners. Dan had u minstens getoond het sociaal overleg te respecteren.
07.87 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le président, je voulais dire un dernier mot étant donné que nous clôturons aujourd'hui les débats sur le centenindex, ou double plafonnement de l'index, et qu'il sera en toute logique bel et bien adopté demain.
Le centenindex est un nouvel outil, dans la boîte à outils du patronat et du gouvernement, à utiliser contre la classe travailleuse. On connaissait déjà le saut d'index classique, on avait déjà vu aussi le fait d'indexer de manière nette mais d'exonérer les cotisations. Aujourd'hui, on a ce nouvel outil, le centenindex – pour lequel on n'a pas encore trouvé une bonne traduction –, qui est surtout signé par Vooruit. Je pense que ce nouvel outil est un précédent dangereux. Je pense aussi qu'on n'a pas encore dit notre dernier mot là-dessus.
D'abord, il est très complexe, comme cela a été expliqué longuement dans le débat. Ensuite, on ne sait toujours pas ce que cela va rapporter au budget, parce que les rentrées pour l'État diminuent, quand on regarde les cotisations sociales et les impôts des hauts salaires. Les rentrées sont en diminution et on nous dit que cela va être compensé par la cotisation de modération salariale. Quand on voit tous ces calculs, je pense que le dernier mot n'a pas encore été dit à ce sujet.
Le centenindex crée une discrimination entre des personnes qui, par exemple, gagnent 3 800 euros bruts avec une voiture de société – ces personnes-là auront une indexation complète – et celles qui ont un salaire brut de 4 500 euros – elles auront un plafonnement de leur index. Non seulement, une discrimination est créée, mais en plus c'est de nouveau un incitant à rémunérer sans cotiser à la sécurité sociale. Il s'agit à nouveau d'un définancement de notre sécurité sociale.
Cela crée une autre discrimination pour les pensionnés, qui vont avoir un plafonnement de l'index à partir de 2 000 euros, mais sans tenir compte de leur composition de ménage. On va appliquer le plafonnement de l'index, que ce soit pour une personne isolée qui a une pension de 2 000 euros, ou que ce soit une pension de ménage pour deux personnes qui vivent avec ces 2 000 euros, ou un peu plus de 2 000 euros. Cette discrimination pourrait susciter des recours devant la Cour constitutionnelle.
Voilà donc pour le centenindex. Toutefois, le débat politique d’aujourd'hui portait sur la question de savoir ce qui sera décidé au moment du budget. Si on en croit le premier ministre, qui a pris la parole ce week-end à la foire d'Anvers, la proposition du Groupe des 10 de lisser l'indexation des salaires et d’opter pour une indexation réduite à l’égard des citoyens est intéressante. Intéressante parce qu'il a 7 milliards d’euros à trouver et qu'il est confronté à un défi. Le tout est donc de savoir si les citoyens vont subir et le double plafonnement et le lissage de l'index des salaires, et donc s'ils vont payer deux fois. Ce serait vraiment très grave, mais nous n'avons pas vraiment obtenu de réponse à cette question.
Monsieur Vandenbroucke, M. Tonniau vient de répéter la question qu'il a déjà posée à trois reprises aujourd'hui. Vooruit affirme-t-il aujourd'hui qu’il est question du centenindex et pas d’autre chose et que, pour le reste, il va protéger l'indexation des salaires. Quant à M. Clarinval, le débat ne l'intéresse déjà plus depuis longtemps, alors qu’il est ministre fédéral du Travail. Normalement, il devrait être là pour répondre à cette question. Qu'en est-il de l'indexation des salaires? À cet égard, je rappelle qu’il est précisé dans l'accord de gouvernement et dans l'ensemble des programmes que l'indexation automatique des salaires allait être maintenue.
En tout état de cause, il est clair que nous ne voterons pas en faveur du centenindex aujourd'hui ou demain.
07.88 Kurt Moons (VB): Mijnheer de voorzitter, het is wellicht vijgen na Pasen, want de meeste mensen zullen het al vergeten zijn na zoveel uiteenzettingen, maar ik wil nog even reageren op de heer Ronse. Ik benoemde natuurlijk de Franstalige partijen van de meerderheid en niet de andere, en het niet verlenen van een quorum had niets te maken met de centenindex maar wel met de pensioenhervorming. Laat ons het daarbij houden.
Wij zullen tegen de centenindex stemmen zoals die voorligt en tegen de hele programmawet, omdat het niet anders dan belastingen zijn, links, rechts, boven en onder. Dat is typisch voor deze regering-De Wever, waar wij helemaal tegen zijn.
07.89 Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le président, s'agissant de ces remarques, nous pensons que le débat a assez duré et qu'il a été suffisamment reporté. Nous voudrions pouvoir enfin voter cette loi-programme, qui n'est pas parfaite, bien entendu.
En tout cas, certains ici s'autostimulent jusqu'à l'extase en parlant et reparlant. Ils sont la caricature d'eux-mêmes. Nous avons déjà tout entendu et nous avons débattu. Le ministre Clarinval a déjà assisté à des dizaines d'heures de réunions en commission, tout comme son collègue. Il a répondu. Il ne sert à rien de répéter chaque fois quelque chose à partir du moment où la réponse a été apportée. Donc, nous ne voulions pas ajouter de la longueur à ces sempiternelles contestations.
07.90 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik wil reageren op de heer Piedboeuf, want wat de heer Piedboeuf zegt is dat het allemaal veel te lang heeft geduurd en al lang had moeten zijn goedgekeurd.
Ten eerste, de MR heeft over de fond van het dossier zelfs niet gesproken.
Ten tweede, interessanter is het volgende. De heer Bouchez, die u waarschijnlijk wel kent en die ook lid is van de Kamer, hoewel hij niet zo vaak commissies bijwoont, heeft vier weken geleden het enige standpunt van de MR over het dossier gegeven. Hij deed namelijk de hiernavolgende uitspraak. Hij heeft aangegeven dat het niet is omdat zijn partij de centenindex goedkeurt dat ze daar over twee, drie of vier weken niet op kan terugkomen. Mijnheer Piedboeuf, u vraagt dus om het debat eindelijk te beëindigen en over het dossier te stemmen maar uw partijvoorzitter stelt zelf dat u over twee of drie weken het debat opnieuw zult openen.
Ik vraag die verlenging dus niet maar u pleit nu al opnieuw voor een verlenging. Dat is de essentie. De MR is in het dossier dood gewicht, zoals cd&v dood gewicht is. De betekenis van die partijen in het dossier is nul. De maatregel is gewoon een uitvinding van Vandenbroucke, gesteund door De Wever, met een massale belastingverhoging tot gevolg.
Mijnheer Moons, ondernemers, niet alleen in Vlaanderen maar ook in Brussel en Wallonië, zullen het slachtoffer zijn van dat systeem, omdat de fameuze loonmatigingsbijdrage overal zal moeten worden betaald.
Het stilzwijgen van de MR in het dossier is erg veelbetekenend.
07.91 Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le président, afin de respecter ce que je viens de dire, cela sera évidemment ma dernière réponse.
Nous avons encore débattu toute la journée sur la proposition du Groupe des 10. Il y a aussi eu des interventions de Bart De Wever. Nous pouvons nous réjouir que les partenaires sociaux se soient mis d’accord sur quelque chose. Comme cela a été dit à maintes reprises par M. Vandenbroucke et par M. De Wever, la proposition a été analysée. Elle comportait des défauts, même si, sur le principe, elle contenait des éléments intéressants. Comme elle comportait des défauts, nous n’avons pas retenu cette proposition et nous avons maintenu la nôtre. Cela empêche-t-il tout débat ultérieur sur un système qui paraissait intéressant? Bien sûr que non! Bart De Wever et Georges-Louis Bouchez n’ont rien dit d’autre.
À partir du moment où un accord des partenaires sociaux pourrait constituer une piste pour l’avenir, évidemment que nous voulons y revenir. Mais nous n’allons pas débattre avec vous du principe de savoir si, oui ou non, nous allons continuer à travailler. Nous n’arrêtons pas de le faire, tandis que vous, vous pratiquez une autostimulation permanente.
07.92 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik dacht dat het de laatste opmerking van de heer Piedboeuf was. Dit zal ook mijn laatste opmerking zijn.
Mijnheer Piedboeuf, als het allemaal autostimulation zou zijn, dan vraag ik me af waarom de minister zoveel is tussengekomen en waarom de meerderheid nu pas heeft gesproken. Als het allemaal overbodig zou zijn, mijnheer de voorzitter, hoe komt het dan dat er een debat is geweest waarnaar behoorlijk veel mensen hebben geluisterd, zelfs uzelf? Als het allemaal zo overbodig zou zijn, dan vraag ik mij af: wat zitten wij hier te doen? Ik vind dit eigenlijk weinig respectvol voor alle mensen die zich in dit dossier hebben ingespannen. Ook de heer Vandeput, de heer Wollants, minister Vandenbroucke, zelfs mevrouw De Wit hebben geluisterd in dit dossier. Alle collega's, mevrouw Vanrobaeys, de heer Weydts, hebben geluisterd.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, ik verzoek u niet iedereen op te sommen die geluisterd heeft.
07.93 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik zal ze niet allemaal opsommen.
Mijnheer Piedboeuf, als u dat autostimulation vindt, dan zegt dat veel over hoe u naar het Parlement kijkt. U vindt dat waarschijnlijk overbodig en vervelend, maar ik zal u iets vertellen. Als u echt het Parlement opnieuw betekenis wilt geven, mijnheer Piedboeuf, zorg er dan voor dat uw leden in aantal zijn. Toon wat meer respect. Wees aanwezig. Dat is de reden waarom wij betaald worden in dit Parlement en inderdaad veel centen verdienen. Kom werken, in plaats van het verwijt autostimulation uit te spreken.
07.94 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur Piedboeuf, ce que vous dites a en tout cas le mérite d’être assez clair. Le MR, qui se dit être le parti qui défend les travailleurs, s’en prend au pouvoir d’achat de ces derniers avec ce qui va être voté demain, à savoir le double plafonnement de l’indexation des salaires, donc une perte de pouvoir d’achat net.
Le MR accueille également favorablement la proposition de lisser l’indexation des salaires, c’est-à-dire que le mécanisme d’indexation automatique des salaires sera moins important et entraînera, encore une fois, une perte de pouvoir d’achat pour les travailleurs et les travailleuses de ce pays.
Les travailleurs et les travailleuses de ce pays doivent savoir que le MR ne défend pas leur pouvoir d’achat mais s’y attaque.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
Amendements déposés:
Ingediende
amendementen:
Art. 57
• 156 – Vincent
Van Quickenborne (1378/41)
Art. 58
• 157 – Vincent
Van Quickenborne (1378/41)
Art. 65
• 158 –
Vincent Van Quickenborne (1378/41)
Art. 88/1(n)
• 159 –
Vincent Van Quickenborne (1378/41)
• 160 –
Vincent Van Quickenborne (1378/41)
Art. 88/2(n)
• 161 –
Vincent Van Quickenborne (1378/41)
Besluit van de
artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la discussion
des articles:
Aangehouden: de
amendementen en de artikelen 57, 58 en 65.
Réservés: les
amendements et les articles 57, 58 et 65.
Artikel per artikel
aangenomen: de artikelen 56, 59 tot 64 en 66 tot 88.
Adoptés article par
article: les articles 56, 59 à 64 et 66 à 88.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et les articles réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, de aangehouden artikelen en over het geheel zal later plaatsvinden.
Wegens technische redenen schorsen we de vergadering een kwartier. Aangezien we intussen de vertaling van de adviezen van de Raad van State hebben ontvangen, vatten we zo meteen het pensioendebat aan.
We zien elkaar terug om 19.30 uur.
De vergadering wordt geschorst om 19.16 uur.
La séance est suspendue à 19 h 16.
|
De
bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 119
bijlage. |
|
L'annexe est reprise dans une brochure
séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 119 annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Naamstemming - Vote nominatif: 1
|
Ja |
33 |
Oui |
Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Meunier Marie, Moscufo Nadia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Nee |
75 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 2
|
Ja |
73 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 3
|
Ja |
1 |
Oui |
Lanjri Nahima
|
Nee |
69 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Delcourt Catherine, Demesmaeker Eva, Demon Franky, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
1 |
Abstentions |
Cornillie Hervé