|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 21 mei 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 21 mai 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.17 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 17 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:
Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l'ouverture de la séance:
Bart De Wever.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 20 mei 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 20 mai 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
01.01 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, à nouveau, une question qui était adressée au premier ministre concernant les arrestations de civils belges sur les flottilles, a été renvoyée vers le ministre Prévot. Comme le ministre Prévot est en mission à l'étranger, comme tout le monde le sait, ma question sur l'absence de réaction du premier ministre – qui est ici présent, d'ailleurs –, sur les arrestations, mais aussi les traitements inhumains et dégradants de civils et de personnel humanitaire par les autorités israéliennes, sera traitée par le ministre de la Mobilité et du Climat, M. Crucke!
Nous considérons que le premier ministre doit prendre ses responsabilités sur ce dossier, comme le font d'autres chefs d'État en Europe. Il y a un silence assourdissant de la part de ce gouvernement et de notre premier ministre. Et, d'autre part, nous estimons que le premier ministre doit répondre aux questions qui lui sont adressées par l'opposition.
De voorzitter: Mevrouw Schlitz, het probleem is al verschillende keren aangekaart. Ik kan zoals steeds alleen maar zeggen dat de regering ervoor kan kiezen om een vraag aan de eerste minister te laten beantwoorden door een andere minister. Die praktijk was ook gangbaar onder vorige regeringen. Ik kan dat slechts vaststellen.
01.02 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, Ik kan niet anders dan vaststellen dat de eerste minister wel antwoordt op bepaalde vragen over buitenlandse betrekkingen, voornamelijk van leden van de N-VA-fractie. Voor het overige heerst er willekeur, in die zin dat hij vragen van oppositieleden over thema’s of gevoelige dossiers waarin hij geen zin heeft, niet zelf beantwoordt, ook al is hij wel aanwezig. Het meten met twee maten en twee gewichten ten aanzien van u als voorzitter en van parlementsleden wil ik wel bij u aankaarten. Het gaat er dus niet om wat de regering al dan niet intern kan beslissen. Die willekeur stoort ons.
De voorzitter: U hebt dat punt gemaakt en ik neem daar akte van. Dat zal in het verslag worden opgenomen. Jammer genoeg beschik ik niet over middelen om wat dat betreft in te grijpen.
Je clos le débat sur ce sujet car je n'ai rien de plus à ajouter.
02.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de eerste minister, ik heb u al veel vragen gesteld over de centenindex, maar één vraag werd nog niet beantwoord. Waarom laat u zich gijzelen door de socialisten? Waarom laat u de wet dicteren door Frank Vandenbroucke? Ik heb erover nagedacht en ik denk dat het antwoord duidelijk is. De centenindex is gewoon een gigantische belastingverhoging op kap van de werknemers en de ondernemers. Het is vintage socialisten.
Het is belastingverhoging voor de werknemers, omdat iedereen die een loon heeft dat hoger is dan het gemiddelde, meer belastingen betaalt, een inflatietaks. Het is ook een belastingverhoging voor gepensioneerden, want mensen met een pensioen van meer dan 1.700 euro netto krijgen boven dat bedrag geen index meer. Het is ook een belastingverhoging voor ondernemers, want het is een loonkostenverhoging van een half miljard euro.
Ik denk dat de socialisten intussen al een volgende social klaar hebben staan om de ondernemers nog eens te bashen. Ik heb een suggestie voor de socialisten: centenindex, minder loon voor de werknemers en meer kosten voor de werkgevers, met de groetjes van Vooruit.
Mijnheer de eerste minister, hoe langer het dossier aansleept, hoe absurder het wordt. Vanochtend las ik in de krant dat de overheid als werkgever niet klaar is om het systeem in te voeren en om uitstel vraagt, terwijl dezelfde overheid het vanavond zal invoeren. Ik ben veel surrealisme gewoon, maar dat is niet één, maar meerdere bruggen te ver. Ik begrijp dat niet.
Mijnheer de eerste minister, vorige week antwoordde u dat er drie bezwaren zijn tegen het indexvoorstel dat werd voorgesteld door de sociale partners van werkgevers en werknemers. De sociale partners hebben begin deze week die bezwaren vakkundig, een voor een, weerlegd. Ze hebben zelfs aangetoond dat hun voorstel de Schatkist gemiddeld 100 miljoen euro extra oplevert.
Mijnheer de eerste minister, dat Frank Vandenbroucke graag de belastingen verhoogt, weten we, maar u bent niet verplicht die man te volgen. Waarom houdt u die man niet tegen?
02.02 Kurt Moons (VB): Mijnheer de eerste minister, vorige week verdedigde u hier de centenindex met drie argumenten. Volgens u voldeed het alternatief van de groep van Tien immers niet aan de doelstellingen van de regering. Ten eerste, de koopkracht van de meest kwetsbaren zou onvoldoende worden beschermd. Ten tweede, de competitiviteit van onze ondernemingen zou niet verbeteren. Ten derde, het budgettaire doel zou niet worden gehaald.
Intussen hebben diverse experten die argumenten compleet onderuitgehaald. Een correctere verwerking van de energiekosten in de index is niet sociaal onrechtvaardig. Integendeel, op langere termijn komt dat iedereen ten goede. Een stabielere indexering zonder pieken geeft werkgevers meer voorspelbaarheid over de loonkosten en vermijdt bovendien bijkomende belastingen op niet-uitbetaald loon.
Eergisteren stelde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven bovendien dat het alternatief jaarlijks 100 tot 133 miljoen euro meer kan opleveren voor de schatkist. Ook de juridische bezwaren werden door grondwetspecialisten van tafel geveegd. Tegelijkertijd wordt een enorme administratieve rompslomp vermeden.
Mijnheer de premier, het is dus duidelijk dat geen van uw oorspronkelijke argumenten nog standhoudt. Ook in uw regering staan de neuzen niet langer in dezelfde richting. Sommigen lijken zelfs de neus op te trekken voor een volgende stinkende kameel, om in uw eigen terminologie te blijven. Waarom houdt u dan vast aan een systeem waarvan ondertussen zowat iedereen stelt dat het slechter is? De programmawet ligt vandaag voor, maar fouten toegeven is nooit te laat.
Mijn vraag is dus eenvoudig. Behoudt u de centenindex, ondanks dat uw argumenten zijn weerlegd of schrapt u de centenindex en vervangt u hem door het voorstel van de groep van Tien? Krijgen wij misschien opnieuw compromiswerk à la belge, met name een knip- en plakoperatie waaruit niemand nog wijs geraakt?
Tout le monde le sait, votre double saut d'index ou double plafonnement d'index est un nouveau "chameau qui pue", pour reprendre votre propre expression. Sammy Mahdi a recouru, me semble-t-il, à l'expression d'un "poulet qu'il fallait noyer dans la soupe" – c'est une expression néerlandophone que je ne connaissais pas. Il est amusant de constater que ce sont surtout les partenaires de l'Arizona qui trouvent toujours les meilleures métaphores animalières pour qualifier les mesures de l'Arizona.
La contre-proposition du Groupe des 10 était pourtant raisonnable: un lissage de douze mois sur les prix de l'énergie dans le calcul de l'index, le maintien du principe de l'index automatique, une simplification administrative évidente par rapport à votre propre mécanisme, un impact budgétaire équivalent à celui de la réforme Arizona – voire meilleur que le sien.
Alors que les partenaires sociaux démontrent leur capacité à élaborer des compromis équilibrés, pourquoi l'Arizona n'y parvient-elle pas? Pourquoi ne suivez-vous pas cette réforme? Pourquoi continuer à refuser une proposition raisonnable que même les employeurs, parce que ce sera inapplicable en effet, vous supplient de suivre?
Monsieur le premier ministre, pourquoi refusez-vous à ce point de vous simplifier vous-même la vie?
02.04 Nawal Farih (cd&v): Mijnheer de premier, de index staat al lang ter discussie in de regering en ook in het huis hier. Het zijn al moeilijke onderhandelingen geweest. Telkens er een indexsprong op tafel lag, hebben wij met cd&v steeds een rode lijn getrokken: er zou geen indexsprong komen. Wij hebben altijd één principe aan tafel verdedigd, met name het inkomen van de werkende middenklasse moet worden gevrijwaard en beschermd. Dat resulteerde in – eerlijk is eerlijk – een compromis.
Vandaag doet het sociaal overleg wat het al jaren geleden had moeten doen, een akkoord tot stand brengen waarin zowel werkgevers en werknemers zich kunnen vinden, een alternatief dat blijkbaar beter zou zijn voor de competitiviteit van onze werkgevers en de koopkracht van onze werknemers en dat ook voor onze begroting positiever blijkt te zijn, mijnheer de premier.
Het sociaal overleg is voor cd&v geen kiezel in onze schoen. Het sociaal overleg is de brug tussen het middenveld en de politiek. Het sociaal overleg is voor ons de brug tussen de huishoudens en ons huis hier, tussen de beslissingen die wij hier maken, en de directe impact daarvan op het leven.
Ik heb slechts een oproep voor u, mijnheer de premier. Geef het alternatief van de groep van Tien een eerlijke kans in de aanloop naar de begrotingsonderhandelingen. (Applaus van de cd&v-fractie en de oppositie)
De voorzitter: Mijnheer Tonniau, de applauslat ligt hoog, maar u mag toch proberen.
02.05 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de premier, het verzet tegen de centenindex groeit met de dag. We weten al lang dat de bevolking tegen is en beetje bij beetje begint dat door te sijpelen in de politieke bubbel.
We hebben de heer Mahdi, voorzitter van cd&v, afgelopen zondag goed gehoord op VTM Nieuws. Hij noemde de centenindex een soepkieken, dat men best zo snel mogelijk in de soep zou verdrinken. Dat is straffe taal, mijnheer de premier, maar wat mij vooral choqueert, is de manier waarop u omgaat met de lonen van de mensen. U speelt met de lonen van de mensen alsof het de uwe zijn. Eerst sluit de regering een akkoord over de centenindex, zonder te overleggen met de werkgevers- en de werknemersfederaties. Vervolgens komen die sociale partners met een alternatief voorstel en u schiet dat meteen af, zonder het ook maar ernstig te bestuderen. En wat zien we nu? De MR, Les Engagés en cd&v trekken hun steun voor die centenindex in, maar Vooruit en de N-VA doen koppig voort.
Hand in hand met minister Vandenbroucke kiest u ervoor om het sociaal overleg naast u neer te leggen. Het gaat zelfs zover dat minister Vandenbroucke de vakbonden aanvalt in plaats van ze te verdedigen. Hoe zijn we hier in godsnaam in beland? Vooruit hand in hand met de N-VA tegen de vakbonden.
Mijn vraag is eenvoudig. Mijnheer de premier, waarom vraagt de regering eigenlijk advies aan de sociale partners om er daarna toch geen rekening mee te houden? Voor de PVDA is het duidelijk: blijf met uw handen af van de index, respecteer het sociaal overleg en laat dat soepkieken in godsnaam verdrinken.
02.06 Bart De Wever, premier ministre: Monsieur le président, je ne pense pas que j'aurai besoin de cinq minutes pour répondre.
Je remercie tous les collègues pour les
questions. J'ai déjà largement répondu, la semaine dernière, à toutes les
imprécisions qui circulent autour de ce thème. En outre, monsieur
Van Quickenborne, il existe également des solutions en ce qui concerne
d'éventuels freins techniques liés au déploiement de l'index plafonné; il n'y a
donc pas d'obstacle non plus à cet égard. Je pense que rien n'a changé depuis
la semaine dernière dans la position du gouvernement. Je résume encore brièvement.
Wat het alternatief van de sociale partners betreft, is het me niet duidelijk, mijnheer Tonniau, of u dat steunt. Misschien moet u dat in uw replieken verduidelijken. We hebben dat alternatief goed bekeken. We hebben dat welwillend bekeken. We zijn blij dat het sociaal overleg functioneert. We botsen echter op drie problemen die overeind blijven.
Ten eerste blijven onafhankelijke berekeningen op basis van realistische parameters - dat zijn twee belangrijke voorwaarden - wijzen op een groot budgettair risico.
Ten tweede is er een negatief juridisch advies van zowel de FOD Sociale Zekerheid als de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dat vormt toch een groot struikelblok. In het voorstel van de sociale partners is de indexmaatregel niet meer algemeen van karakter. Dan zal men dus een onderscheid moeten maken tussen de private en de publieke sector. De vraag is dan of men dat wil doen. Voor de publieke sector is dat dan dubbelop. Stel dat men het zou willen doen. Kan dat dan wettelijk? Dat kan. Dan moet men echter alle regionale en lokale overheden, naast de federale overheid, afzonderlijk voor hun personeel vragen om die centenindex in te voeren. Ik weet niet of dat realistisch is, tenzij de collega's van Anders. mij nu bijvoorbeeld zouden bevestigen dat ze dat in de coalitie met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregeld zouden krijgen met de collega's van de PS en zich nu engageren om het alternatief van de sociale partners, als Anders. samen met de PS in Brussel, door te voeren, en tenzij de heer Magnette, die de krant leest, zich engageert om dat in alle steden en gemeenten te doen waar de PS bestuurt. Ik heb daar mijn twijfels bij. Diegenen die het voorstel van de sociale partners verdedigen, moeten consequent zijn en moeten zeggen dat ze dat alternatief zullen toepassen, juridisch correct, en zich ertoe engageren om dat overal waar zij besturen aan het personeel op te leggen. Ik denk dat dat moeilijk is.
Derde probleem, last but not least, zoals ik vorige week aanstipte, was voor de regering de sociale correctie, de sociale component, essentieel. We willen met die maatregel niet raken aan mensen die gaan werken voor een laag tot een mediaan loon. We willen met die maatregel niet raken aan de koopkracht van mensen die moeten leven met een bescheiden pensioen. Hoe men het ook draait of keert, het alternatief zou dat op korte termijn wel degelijk doen, en dat wensen wij niet.
Gezien die drie problemen moeten wij helaas vaststellen dat het voorstel van de sociale partners geen geldig alternatief is voor wat wij hebben beslist en dus blijven we bij het originele akkoord.
Ik geef een kleine historische parenthese mee, want ik heb toch nog tijd. Onze inspiratie hebben we trouwens gehaald bij wat de regeringen onder Martens in de jaren 1980 hebben gedaan. Daar zaten geen socialisten in. Dat was u, mijnheer Van Quickenborne, samen met de christendemocraten, in 1984, 1985 en 1986. Toen voerde u drie keer een indexsprong door waarvan het voordeel voor de bedrijven voor 100 % is afgeroomd door de overheid. Dat was voor 100 % taks, taks en nog eens taks. Wij laten de helft van het voordeel bij de bedrijven, die daar uiteraard globaal competitiviteitswinst aan overhouden. Dat is het verschil. Als ons voorstel vintage socialisme is, dan moet u in de repliek maar eens uitleggen wat u destijds zelf hebt gedaan, niet eens gehinderd door de aanwezigheid van socialisten in de regering. (Gelach) Ik bedoel in zijn optiek, collega’s; niet muggenziften alstublieft.
Permettez-moi enfin d'ajouter qu'à la suite de
la précédente crise énergétique, Eurostat a recommandé, en 2024 déjà, à tous
les États membres d'adapter la méthodologie relative l'intégration des prix de
l'énergie dans l'indice harmonisé des prix à la consommation. La Commission de
l'indice de Statbel se penche d'ailleurs sur cette question depuis un certain
temps déjà. Ce dernier
élément est peut-être important à relever.
02.07 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de eerste minister, bij de indexsprong van de jaren ’80 was er geen centenindex. Daar was geen centenindex. Absoluut niet. Die vergelijking slaat nergens op.
Mijnheer de eerste minister, u zei dat er geen nieuwe feiten zijn. Er zijn wel nieuwe feiten. Ten eerste, de sociale partners hebben een voorstel op tafel gelegd dat budgettair beter is dan uw voorstel. Ten tweede, uw eigen coalitiepartner, cd&v, heeft gezegd dat ze daar niet meer aan mee doen.
Mevrouw Farih, wat ik moedig vind van u is dat u intervenieert. Maar ik begrijp niet goed wat u zegt. U zegt dat het een soepkip is. Dat is juist. Inderdaad, het is een soepkip. Goed beschreven. Uw voorzitter, die u goed kent, heeft het goed geformuleerd. Maar u zult die soepkip hier straks wel opdienen. U zult voor stemmen. Die soepkip wordt opgediend.
Er is ook uw dreigementje om daar bij de begroting op terug te komen. Hoe absurd is dat? Eerst gaat u die centenindex invoeren. Die kost miljoenen aan de ondernemers. Kafka tot en met. En dan, over twee maanden gaat u zeggen dat het maar om te lachen was. Allez, neem uzelf toch een beetje ernstig. Mevrouw Farih, cd&v, recht uw rug en toon dat het u menens is.
02.08 Kurt Moons (VB): Mijnheer de eerste minister, dank u voor uw antwoorden, maar het is duidelijk dat er nergens nog enig draagvlak bestaat voor uw dubbele indexsprong. Blijkbaar ook niet binnen uw eigen regering. De heer en mevrouw Mahdi vallen u openlijk af. Les Engagés en de MR zwijgen, maar hun enthousiasme is ver te zoeken. Enkel minister Vandenbroucke, uw enige overblijvende compagnon de route, blijft herkenbaar koppig volhouden. Uiteindelijk staat u daar alleen met de socialisten. Het kan verkeren.
Maar wat wrang blijft, is dat deze maatregel opnieuw onevenredig hard de Vlaming treft, de werkende Vlaming, de ondernemende Vlaming en de gepensioneerde Vlaming. Dat weet u. Ik raad u dan ook aan toch voor één keer uw vermeende politieke behendigheid te gebruiken, maar dan eindelijk eens voor de Vlaming. Want het ironische is dat zonder Vooruit meer dan 90 % van de Belgen gewonnen is voor het alternatief.
Kortom, mijnheer de eerste minister, profiteer ervan dat heel België het voor één keer eens is met de maatregel die de Vlaming beter beschermt.
02.09 François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, merci pour votre réponse.
C'est intéressant: à la fin de votre intervention, vous avez comparé votre mesure aux trois sauts d’index des gouvernements Martens. C’est intéressant parce, jusqu’il y a cinq minutes, toute la communication de l’Arizona était de nous dire que cette mesure n'a rien à voir avec un saut d'index. Merci pour cet aveu.
Ensuite, sur le fond, je crois que c’est une occasion manquée pour la concertation sociale et aussi pour les employeurs. Pourquoi M. Timmermans et la Fédération des Entreprises de Belgique (FEB) se battent-ils contre cette mesure? Parce que, nous expliquent-ils, la cotisation de modération salariale va coûter plus d’un milliard aux entreprises. C’est donc aussi une mauvaise nouvelle pour la compétitivité. Et donc, à tous niveaux, ceci est une occasion manquée!
02.10 Nawal Farih (cd&v): Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Obstakels in de politiek zijn er om te overwinnen. Dat is onze opdracht, zeker wanneer wij merken dat wij op die manier de middenklasse kunnen beschermen. Dat is trouwens een hoofdlijn die cd&v altijd opnieuw op tafel zal leggen.
Dat ik hier sta, is trouwens omdat ik mijn rug recht. Wij zullen straks inderdaad tot de stemming overgaan. Wij hebben echter wel duidelijk aangegeven dat wij het dossier opnieuw op tafel zullen leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. Wij zullen het opnieuw op tafel leggen tijdens de begrotingsonderhandelingen. (Tumult) Collega’s, mag ik nog een boodschap meegeven?
De voorzitter: Collega's, mevrouw Farih heeft het woord. Mag mevrouw Farih haar betoog afronden?
02.11 Nawal Farih (cd&v): Graag kreeg ik nog twintig seconden spreektijd want ik zie de heer Vandenbroucke naar mij grimassen.
Mijnheer Vandenbroucke, ik meende en hoopte dat u ook in het sociaal overleg zou geloven. Helaas zijn wij vandaag de enige partij in de regering die daar wel voor vecht. Daarom zit cd&v in de huidige regering.
02.12 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer De Wever, u hebt geantwoord dat er niets is veranderd in de regering. Ik weet niet of u net hebt opgelet maar de laatste twee minuten is er heel veel gebeurd.
U hebt geen steun voor de centenindex die op tafel ligt. U hebt geen steun van de MR, geen steun van Les Engagés en geen steun van cd&v.
Mevrouw Farih, het is wel superhypocriet om in de media te verkondigen dat uw partij tegen de centenindex is, maar de maatregel straks wel mee goedkeuren. U moet juist niets in de regering. Er staat niets in het regeerakkoord over de centenindex. U hoeft niets te veranderen aan de automatische loonindexering die vandaag bestaat. Er is niets wat u verplicht om straks hier in de Kamer daarover te stemmen. Dus ga straks gerust een soepkieken eten hier in de buurt. Cd&v hoeft hier niet te zijn. Duw niet op het stemknopje en er verandert juist niets voor de bevolking.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Collega Boukili heeft me er terecht op attent gemaakt dat er een aantal ordemoties zijn neergelegd. Ik breng ze u ter kennis.
Ik heb een eerste ordemotie van de heer Nabil Boukili ontvangen en deze luidt als volgt:
"- gelet op de in de pers verschenen informatie waaruit duidelijk werd dat de Federale Interne Audit niet bereid is een onderzoek te voeren naar de controversiële spoedaankoop van countredronesystemen;
- gelet op het feit dat een onafhankelijk onderzoek naar mogelijke belangenconflicten, buitensporig hoge prijzen, het omzeilen van regels of andere onregelmatigheden in verband met deze aankoop absoluut noodzakelijk is;
verzoekt de PVDA-PTB-fractie bij deze motie de Kamer het Rekenhof conform artikel 5 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof te vragen de manier waarop het dossier over de acute hybride dronedreiging en de spoedaankoop van counter unmanned aerial systems (C-UAS) voor Defensie beheerd werd te analyseren."
J'ai reçu une première motion d'ordre de M. Nabil Boukili libellée comme suit:
"- vu les informations parues dans la presse selon lesquelles l’Audit fédéral interne ne souhaiterait pas mener d’enquête sur l’achat urgent controversé d’armes antidrones;
- vu le fait qu’une enquête indépendante sur les possibles conflits d’intérêts, les prix excessifs, les règles contournées ou d’autres irrégularités liées à cet achat est absolument nécessaire;
le groupe PTB, par la présente motion, demande à la Chambre: de demander à la Cour des comptes, conformément à l’article 5 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l’organisation de la Cour des comptes, de procéder à une analyse de la gestion du dossier 'Menace hybride aiguë liée aux drones – Acquisition urgente de moyens Counter Unmanned Aerial System (C-UAS) pour la Défense'."
Ik heb een tweede ordemotie van de dames Annick Ponthier, Kristien Verbelen en Barbara Pas ontvangen en deze luidt als volgt:
"Wegens de weigering van de Federale Interne Auditdienst om een onderzoek te voeren naar de spoedaankoop van anti-dronematerieel door de Belgische Defensie, omwille van een gebrek aan de vereiste expertise en middelen; verzoeken wij de Kamer – met toepassing van artikel 54 van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers – bij deze motie het Rekenhof, conform artikel 5 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof te verzoeken een onderzoek uit te voeren naar het beheer van het contract over de spoedaankoop van anti-dronematerieel door de Belgische Defensie."
J'ai reçu une deuxième motion d'ordre de Mmes Annick Ponthier, Kristien Verbelen et Barbara Pas libellée comme suit:
"Eu égard au refus du Service fédéral d'audit interne de procéder à une analyse de l'achat urgent, par la Défense belge, de matériel antidrones, en raison d'un manque d'expertise et de moyens à cet effet;
nous demandons à la Chambre, en application de l'article 54 du Règlement de la Chambre des représentants, par la présente motion, de demander à la Cour des comptes, conformément à l'article 5 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, de procéder à une analyse de la gestion du contrat relatif à l'achat urgent, par la Défense belge, de matériel antidrones."
Ik heb een derde ordemotie van de heren Christophe Lacroix, Philippe Courard en Ridouane Chahid ontvangen en deze luidt als volgt:
"- aangezien de Federale Interne Audit geweigerd heeft een onderzoek in te stellen naar de spoedaankoop van antidronewapens door de Belgische Defensie, daar deze dienst geoordeeld heeft dat hij niet over de nodige middelen beschikt om dat dossier te behandelen;
vragen wij de Kamer, met toepassing van artikel 54 van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers, bij deze motie het Rekenhof, conform artikel 5 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof te verzoeken een analyse te verrichten van het beheer van het contract over de spoedaankoop van antidronewapens door de Belgische Defensie."
J'ai reçu une troisième motion d'ordre de MM. Christophe Lacroix, Philippe Courard et Ridouane Chahid libellée comme suit:
"- vu que l’Audit fédéral interne a indiqué refuser d’enquêter sur l’achat urgent d’armes anti-drones par la Défense belge, estimant ne pas disposer des moyens nécessaires pour traiter ce dossier;
- en application de l’article 54 du Règlement de la Chambre des représentants,
nous demandons à la Chambre, par la présente motion de demander à la Cour des comptes, conformément à l’article 5 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l’organisation de la Cour des comptes; de procéder à une analyse de la gestion du contrat 'achat urgent d’armes anti-drones par la Défense belge'."
Ik heb een vierde ordemotie van de heren Staf Aerts en Stefaan Van Hecke en de dames Rajae Maouane en Sarah Schlitz ontvangen en deze luidt als volgt: "Gelet op de weigering van de Federale Interne Audit om een onderzoek te voeren naar de toewijzing van contracten in het kader van urgente antidronecapaciteit en de aankopen van antidronesystemen voor Oekraïne, gelet op de vele vragen die in de pers werden opgeworpen omtrent deze contracten, en gelet op de dringendheid waarmee klaarheid moet worden gebracht in deze dossiers, verzoeken wij de Kamer om bij toepassing van artikel 54 van het reglement bij deze ordemotie het Rekenhof conform artikel 5 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof te gelasten een onderzoek uit te voeren naar wettigheid, de regelmatigheid en de kostenbeheersing in de dossiers 'Acute hybride drone dreiging – Dringende verwerving van Counter Unmanned Aerial System (C-UAS) middelen ten behoeve van Defensie' en de aankopen van antidronesystemen in het kader van het 'Steunpakket 2026 aan Oekraïne'."
J'ai reçu une quatrième motion d'ordre de MM. Staf Aerts et Stefaan Van Hecke et Mme Rajae Maouane et Sarah Schlitz libellée comme suit:
"- considérant le refus du Service fédéral d'audit interne d'examiner l'attribution des contrats dans le cadre de la capacité antidrones urgente et des achats de systèmes antidrones pour l'Ukraine, considérant les nombreuses questions soulevées dans la presse au sujet de ces contrats, et considérant la nécessité urgente d'apporter de la clarté dans ces dossiers,
- en application de l'article 54 du Règlement,
nous demandons à la Chambre, par la présente motion d'ordre, de charger la Cour des Comptes, conformément à l'article 5 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, d'examiner la légalité, la régularité et la maîtrise des coûts dans les dossiers concernant l'acquisition urgente de moyens antidrones (Counter Unmanned Aerial System, C-UAS) pour la Défense en réaction à la menace hybride aigüe, et concernant les achats de systèmes antidrones dans le cadre du train de mesures de soutien à l'Ukraine pour 2026."
Ik dank collega Boukili om mij erop te wijzen dat ik nagelaten had om voorlezing te doen van deze ordemoties. Dat is bij deze gebeurd. Ik zal later deze zitting een oordeel vellen over de ontvankelijkheid ervan.
04.01 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, het is ondertussen voor iedereen duidelijk dat het systeem met langdurig zieken rot is tot op het bot. De ziekenfondsen falen compleet op het vlak van de controle voor langdurig zieken, waardoor minstens 25 % van alle mensen onterecht een ziekte-uitkering krijgt. U weet dat, mijnheer de minister. Uiteraard weet u hoe scheef het zit. De moeder van Conner staat aan het hoofd van de socialistische mutualiteit en dat is de slechtste leerling van de klas.
U weet dus dat het grondig fout zit, maar deze week konden we lezen dat u met een hervormingspact komt. Wauw, wat een titel. Daar mag men wel het een en ander van verwachten. Er zit hier en daar ook wel iets goed in dat plan, zoals het voorstel dat u hebt overgenomen van mijn collega Bertrand om ervoor te zorgen dat remgelden niet langer kunnen worden terugbetaald. Maar iets essentieels staat niet in dat plan. Mijnheer Ronse, wat niet in dat plan staat, is de aanpak van langdurig zieken. Mijnheer Ronse, hoe hoger u de lat legt met de N-VA, hoe lager de uitkomst is. U wilt de ziekenfondsen uit het RIZIV, maar minister Vandenbroucke zegt dat dat niet zal gebeuren. De N-VA zegt weg met de controle van langdurig zieken door de ziekenfondsen, weg met rechter en partij tegelijk, maar minister Vandenbroucke zegt dat dat niet zal gebeuren.
Wij weten allemaal waarom. Mijnheer de minister, de reden is dat u eigenlijk de echte socialistische premier van dit land bent. U beslist.
Collega's, weet u wat er zal gebeuren met het systeem van de langdurig zieken? Helemaal niets, tenzij de minister ons nu iets anders komt vertellen.
04.02 Isabelle Hansez (Les Engagés): Monsieur le ministre, depuis plusieurs semaines, les débats sur l'avenir des mutualités prennent une ampleur considérable. Comme nous avons pu le rappeler lors des auditions organisées récemment en commission avec les mutualités et l'INAMI, une chose est évidente: face à l'explosion du nombre de personnes en incapacité de longue durée, les changements sont devenus indispensables. Oui, nous devons renforcer les politiques de prévention, d'accompagnement et de retour au travail. Oui, le secteur mutualiste doit continuer à évoluer, à se moderniser et il en est conscient.
Mais réformer exige de la rigueur, de la nuance et du respect des acteurs de terrain. Les mutualités ne sont pas les boucs émissaires des difficultés de notre système de soins et de l'explosion des maladies de longue durée. Elles sont des acteurs historiques et importants de notre sécurité sociale, profondément ancrées dans l'économie sociale et dans l'accompagnement humain des citoyens.
Or plusieurs annonces récentes nous forcent à réagir, monsieur le ministre. En évoquant la possibilité de réduire certains remboursements proposés dans les assurances complémentaires et de limiter certaines actions préventives pourtant essentielles sur le terrain, beaucoup de citoyens s'interrogent aujourd'hui sur l'évolution future de l'accessibilité aux soins dans notre pays. Enfin, l'augmentation très importante de la part variable du financement des mutualités, liée à des objectifs de résultats parfois difficilement maîtrisables, pose aussi des questions importantes en matière de gouvernance. La santé au sens large ne peut pas devenir une simple variable d'ajustement budgétaire.
Monsieur le ministre, quand une véritable concertation avec les mutualités, conformément à l'accord de gouvernement, sera-t-elle organisée? Selon quel calendrier entendez-vous proposer cette réforme? Sur un sujet aussi fondamental pour notre modèle social, la co-construction de la réforme avec les mutuelles est essentielle.
04.03 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, il y a quelques mois, mon fils a quitté le nid. J’ai dû lui téléphoner quatre fois pour lui rappeler d’être en ordre de mutuelle. Tous les parents le font, sans doute, parce qu’avoir sa mutuelle, c’est hyper précieux. Cela donne accès aux soins de santé.
Les mutuelles nous accompagnent du berceau au tombeau. Elles remboursent les soins de santé, mais elles interviennent aussi pour l’achat de lunettes ou pour les traitements orthodontiques. Elles permettent également aux enfants de participer à des camps de vacances à des prix abordables. Les mutuelles ne font pas que rembourser ou aider. Elles sont la solidarité organisée par la classe travailleuse. C’est nous qui les avons organisées.
Elles pèsent dans l’organisation des soins de santé. Par exemple, négocier le prix des médicaments serait très fastidieux sans les études de la Mutualité chrétienne et de la Mutualité socialiste sur le prix des médicaments, sur le prix des hospitalisations ou sur l’accessibilité aux soins de santé de manière générale. Les mutuelles mènent le combat avec nous.
Nous savons que la droite veut briser les mutuelles. Elle veut briser les contre-pouvoirs dans ce pays. Voilà son projet politique! Elle veut aussi, bien sûr, faire en sorte que les assurances privées soient avantagées par rapport aux assurances solidaires, parce que c’est là qu’il y a du bénéfice à faire.
Par contre, monsieur le ministre, je ne
comprends pas qu'en tant que ministre socialiste, vous veniez ici présenter un
plan d’attaque contre les mutuelles. Je n’ai qu’une seule chose à vous dire: "Les
mutuelles sont à nous. Touche
pas à nos mutuelles!"
04.04 Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, dat er over de ziekenfondsen gesproken moet worden, ontkent niemand. Toch schrik ik van uw recente doelwit en uw offensief tegen de zomerkampen van de mutualiteiten, zoals naar Heer-sur-Meuse, de Zwitserse bergen of De Barkentijn aan de Belgische kust.
U schrijft die kampen af als iets voor de happy few. Bij Kazou, de jeugddienst van de CM, gaat het nochtans over 41.000 kinderen en jongeren, onder wie kinderen met een speciale zorgnood, en over 7.900 vrijwilligers die de boel doen draaien. Dat gebeurt niet alleen in zomerkampen, maar ook in ziekenhuizen en revalidatiecentra, mijnheer de minister, en dat allemaal op een betaalbare manier. Noemt u dat echt de happy few?
U morrelt daardoor ook aan het mentale welzijn. Onder meer de SIGMA-studie van de KU Leuven toont aan dat sociale interacties het mentale welzijn van jongeren bevorderen. Daarnaast zijn er ook de ouders die alle balletjes in de lucht moeten houden. Ik denk aan de combinatie van werk en gezin. Zulke zomerkampen zijn daarbij geen detail. Integendeel, ze ontlasten werkende ouders en zorgen voor een sociaal vangnet.
Dat er over de ziekenfondsen gesproken moet worden, ontkent niemand. Als u echter zegt dat mutualiteitsvakanties niet bijdragen tot het mentale welzijn en goed onderzocht moeten worden, dan trekken we met cd&v een rode lijn. Als socialist zou u volgens mij beter moeten weten. (applaus van cd&v en van de oppositie)
Ik heb dan ook maar één vraag voor u. Bent u nog steeds niet overtuigd dat mutualiteitskampen bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van onze kinderen en jongeren?
04.05 Caroline Désir (PS): Monsieur le ministre, une mutuelle, ce n'est pas une entreprise à laquelle on fixe un objectif de rentabilité. Les mutuelles sont un pilier de notre société et le fruit de l'histoire sociale de notre pays. Comme les syndicats et le tissu associatif, elles jouent un rôle primordial en termes d'accès aux droits (…)
04.06 Georges-Louis Bouchez (MR): (…)
04.07 Caroline Désir (PS): C'est insupportable, monsieur Bouchez!
Le président: Monsieur Bouchez, je vous en prie!
04.08 Caroline Désir (PS): Comme les syndicats et le tissu associatif, les mutuelles jouent un rôle primordial en termes d'accès aux droits, d'inclusion sociale et bien sûr d'accès à la santé. Monsieur le ministre, on ne réforme pas les mutuelles comme des entreprises cotées en bourse. Pourtant, elles subissent aujourd'hui un tir nourri de la part de l'Arizona. Les mutuelles seraient les grandes coupables de l'explosion des malades de longue durée. "Trop laxistes", "fraudeuses", "dilapidant l'argent public", les attaques sont absolument sans nuances. Et vous, monsieur le ministre, vous sortez dans la presse des annonces au bazooka sur ce qu'il faut faire.
L'Arizona ne se pose jamais la question du pourquoi les gens tombent malades, alors que la réponse est pourtant très claire: les gens craquent physiquement et parfois mentalement, parce qu'on leur demande toujours plus avec moins de moyens et que la pression est énorme, et parce qu'on part de plus en plus tard à la pension, sans tenir compte de la pénibilité.
Vos réformes vont aggraver tout cela. Rien n'est mis en place pour éviter que les travailleurs et les travailleuses ne tombent malades et les mutuelles devraient trouver des solutions miracles visant à remettre toujours plus de malades au travail, peu importe leur profil, peu importe le manque criant de médecins-conseils et peu importe, le cas échéant, la mauvaise volonté des employeurs. Vous voulez leur imposer de revoir leur soutien à la baisse, de supprimer le remboursement pour une série de soins, alors qu'il faudrait au contraire renforcer la prévention où, justement, les mutuelles sont un rempart pour garantir un véritable accès aux soins et à une série de traitements.
Monsieur le ministre, quelle est votre intention? Allez-vous vraiment réduire les mutuelles à un rôle d'activation et de contrôle plutôt qu'à un rôle de solidarité et de prévention?
04.09 Frank Vandenbroucke, ministre: Chers collègues, je me bats chaque jour pour des soins abordables et de qualité. Et si nos soins sont accessibles et performants aujourd'hui, c'est grâce à un modèle social unique, fondé sur la solidarité. Les mutualités sont un maillon essentiel de ce modèle. Elles ont une position intermédiaire entre l'État et le marché, une position proche des gens qui fait toute leur valeur en tant que contre-pouvoir social, défenseur des patients et rempart contre une privatisation poussée des soins. C'est ma conviction profonde.
Nous voulons que les mutualités puissent continuer à jouer ce rôle au sein d'une société qui a profondément changé depuis la naissance des mutualités. En effet, la durée de vie s'allonge et le nombre de malades chroniques ou de longue durée augmente. Une société qui change demande aussi une évolution de l'organisation pour que les mutualités puissent continuer à jouer ce rôle entre l'action étatique pure et le marché pur. C'est dans ce but que je propose un pacte de réforme centré sur des résultats sociaux, sur l'efficacité sociale ainsi que sur la transparence et le renforcement de la solidarité. Voilà la voie à suivre.
Dès lors, madame Hansez, si j'utilise le mot "pacte", ce qui est d'ailleurs littéralement l'expression de l'accord de gouvernement, c'est parce qu'il s'agit de quelque chose qui se négocie. Cela se négocie au sein du gouvernement et avec tous les acteurs concernés, en l'occurrence les mutualités. C'est clair.
Je propose au gouvernement une série d'actions
concrètes qui peuvent alimenter ce pacte. Je veux que l'on avance et, d'ici
octobre, il faut pouvoir trouver un consensus en la matière. C'est absolument nécessaire.
Collega’s, ik kom nog heel even tot het probleem van de langdurig zieken. Dat is een gezondheidsprobleem en ik wil dat we daarover op een menselijke manier spreken. Het gaat over mensen. Er zijn mensen die falen. U kunt dat jammer vinden, maar die mensen moeten ook geholpen worden om niet te falen. Er zijn mensen die soms de kantjes ervan aflopen. Dat kan niet. We moeten zeer zorgvuldig omgaan met de solidariteit van ons systeem. Dat mensen die vandaag effectief wegens ziekte thuiszitten al die zo veralgemeende beschuldigingen horen, vind ik onaanvaardbaar. Dat moet stoppen. We moeten langdurig zieken helpen.
Mevrouw De Knop, dit plan doet daar heel veel aan, omdat ik vind dat we de ziekenfondsen inderdaad ook moeten afrekenen – niet alleen de ziekenfondsen, maar ook de ziekenfondsen – op resultaten inzake het bieden van kansen aan mensen die langdurig ziek zijn, net zoals we werkgevers ook zullen afrekenen op wat er in hun bedrijf gebeurt met mensen die uitvallen. Iedereen is mee verantwoordelijk, ook de ziekenfondsen.
Collega’s, ik wil daarom inderdaad de opdrachten en de rol van de ziekenfondsen scherpstellen om hun een toekomst te geven in een solidair systeem.
Mijnheer Demon, ik denk dat u iemand anders hebt geciteerd, alleszins niet mij. Absoluut niets van wat u hebt gezegd, heb ik gezegd. Ik heb volgens mij iets zeer evidents gezegd, namelijk dat ziekenfondsen hun acties moeten concentreren op doelstellingen van gezondheid en welzijn en dat ze al hun acties moeten kunnen rechtvaardigen. Een journalist vroeg mij wat dat inhield voor zomerkampen. Ik heb gezegd dat men zal moeten uitleggen dat activiteiten zoals zomerkampen beantwoorden aan sociale doelstellingen in de sfeer van welzijn en gezondheid. Ik heb er geen enkel probleem mee dat ziekenfondsen daarvoor brede acties ondernemen. Ik heb er vertrouwen in dat ze dat kunnen uitleggen. Ik heb één voorbeeld gegeven dat ik evident vond, namelijk de terugbetaling van homeopathie, wat middeleeuws bijgeloof is. Laten we daarmee stoppen. U mag het aan alle journalisten vragen, maar wat u hier hebt geciteerd, is waarschijnlijk door iemand anders uitgesproken. Ik heb daar geen a priori in.
Ik geloof in brede initiatieven. Ik geloof ook dat we alles wat we doen aan de publieke opinie moeten uitleggen in termen van zorgvuldige solidariteit en resultaten inzake welzijn en gezondheid. Dat is de toekomst van de ziekenfondsen. Daar geloof ik absoluut rotsvast in. Dat is wat privatisering zal (…)
04.10 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, u speelt het zoals altijd slim in uw antwoord. U haalt enkele boutades boven waar uiteraard niemand in het halfrond tegen kan zijn. Ja, het gaat over mensen. En net omdat het over mensen gaat, mensen die echt ziek zijn, en we er gezien de vergrijzing voor moeten zorgen dat er nog genoeg geld is voor die mensen, moeten we nu ingrijpen in dat systeem.
De feiten zijn wat ze zijn. U bent zes jaar bevoegd en de resultaten zijn dramatisch. U bent mee verantwoordelijk voor de slechte resultaten die de ziekenfondsen boeken. U laat de boel verrotten. U hebt het dossier voor de langdurig zieken echt op de lange baan geschoven en laten etteren. U grijpt niet in, maar beschermt de macht van bevriende mutualiteiten. Dat is in het nadeel van de mensen die echt ziek zijn.
04.11 Isabelle Hansez (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, mais je pense qu’il faut garder une chose essentielle à l’esprit: derrière ce débat budgétaire et organisationnel, il y a des patients, des familles et des réalités humaines extrêmement lourdes.
Pour Les Engagés, notre ligne est claire. Nous voulons une sécurité sociale plus efficace, plus préventive et plus soutenable, mais toujours profondément humaine, accessible et solidaire, conformément à notre accord de gouvernement. La prévention, l’accompagnement social et l’accessibilité financière des soins ne peuvent pas devenir de simples variables d’ajustement budgétaire.
Monsieur le ministre, vous le savez, la réforme des mutuelles ne pourra mener à une quelconque régionalisation à terme. Oui, des réformes sont nécessaires. Oui, le secteur doit continuer à évoluer, et il en est conscient. Ces changements devront impérativement se construire dans la concertation – vous avez parlé de négociation – et dans le respect des acteurs de terrain qui assurent chaque jour un travail essentiel auprès de nos citoyens.
04.12 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, de ziekenfondsen, dat zijn wij, dat is de georganiseerde solidariteit van de werkende klasse in dit land. Via de ziekenfondsen kan men toegang krijgen tot gezondheidszorg. De ziekenfondsen zijn ledenorganisaties, die zelf beslissen wat zij doen met hun geld.
Ik begrijp dat de rechtse partijen dromen van de afbouw van de ziekenfondsen, niet alleen omdat private verzekeringen dan natuurlijk dikke winsten kunnen boeken, maar ook omdat die tegenmacht en dat middenveld op die manier worden gebroken. Dat u als socialist daarin meegaat, begrijp ik niet. Vooruit zou de index redden, maar breekt die uiteindelijk af. Vooruit zou de ziekenfondsen redden, maar uiteindelijk komt u met een plan om hen te verzwakken.
04.13 Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, sinds het begin, in 1947, zijn met de Kazou-vakanties van de CM meer dan 2 miljoen kinderen en jongeren op vakantie gegaan. 70 % van de jongeren die daar als vrijwilliger actief zijn, hebben zelf aan een vakantiekamp deelgenomen. Tijdens die kampen leert men wat sociaal engagement en gemeenschapsvorming inhouden en werkt men aan preventieve gezondheid.
U wilt hier niet zeggen dat de ziekenfondsen hun engagement voor welzijn en gezondheid niet hoeven te bewijzen. U zegt dat de ziekenfondsen moeten bewijzen dat ze werken aan welzijn en gezondheid. Dat begrijp ik niet. Wij zijn als cd&v met uw partij in de regering gestapt om dat kostbare middenveld te verdedigen. Blijf alstublieft onze partner, want dat ligt ons na aan het hart.
04.14 Caroline Désir (PS): Monsieur le ministre, vous faites systématiquement comme si le problème venait des malades ou des mutuelles. Mais c'est bien le marché du travail qui fabrique aujourd'hui des malades en masse. Et l'Arizona a encore décidé d'accélérer le mouvement. Ce ne sont pas les mutuelles qui créent de l'emploi ou qui contrôlent les employeurs.
Monsieur le ministre, vous demandez des efforts aux malades, aux médecins, aux mutuelles; mais quid des employeurs? Ils sont à peine responsabilisés et rien n'est fait sérieusement pour améliorer les conditions de travail. Je vous rappelle qu'une personne malade sur cinq travaille déjà partiellement. Donc, ce n'est pas la motivation qui manque, ce sont des conditions décentes et supportables.
Monsieur le ministre, attaquez-vous à l'explosion du nombre de malades de longue durée, mais dans la bonne direction, en vous posant les bonnes questions sur les causes, sur les évolutions du marché du travail, sur ce qui rend les gens malades au travail! Et respectez et protégez les droits des travailleuses et des travailleurs!
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, op 23 januari 2025 vroeg een bevlogen fractievoorzitter, Axel Ronse, u hoe u het kon verantwoorden aan de mensen die werken dat 12.000 langdurig zieken op vakantie zijn in Pattaya, aan de Costa del Sol, aan de Franse Rivièra. Het ging niet alleen om 12.000 mensen die een jaar langdurig ziek waren, maar ook om 7.000 mensen die meer dan vier jaar langdurig ziek waren.
Ik heb het nagekeken en u hebt toen geantwoord: “Wij zijn gebonden aan de Europese wetgeving. Wij moeten dat toelaten. Als zij naar andere landen gaan, gelden in toenemende mate strikte regels. Zij moeten zich aan de afspraken houden. Wat houden die afspraken in? Men moet kunnen blijven controleren of iemand arbeidsongeschikt is. Wij moeten dat kunnen betrekken in ons werk voor de re-integratie”.
U hebt toen toegegeven dat er een stilstand van tien jaar was. U was op dat moment zelf al vijf jaar minister. Wat zei de minister van loze beloftes dan? “Ik ga dat aanpakken. Ik heb een werkgroep opgezet en afspraken gemaakt, omdat ik inderdaad vind dat men dit onvoldoende controleert en dat men daarin onvoldoende optreedt. De werkgroep geeft nu andere richtlijnen. Wij zullen binnenkort de tekst goedkeuren en dit in uitvoering brengen.”
We zijn nu anderhalf jaar later. Het ging toen over 12.000 mensen. Vandaag zitten er 14.713 langdurig zieken in het buitenland. Mijnheer de minister, ik heb slechts één vraag. Hebt u gecontroleerd? Hebben de ziekenfondsen dit gecontroleerd? Zijn zij naar het buitenland gegaan? Hebben zij verdragen afgesloten? (…)
05.02 Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, ik wil mijn vraag beginnen met een fundamentele opmerking. Ik moet hier vandaag in de plenaire vergadering eigenlijk een schriftelijke vraag van januari 2025 komen stellen. U vond het blijkbaar in al die maanden niet nodig om te antwoorden op een toch zeer relevante kwestie. Dit getuigt toch van weinig respect voor dit Parlement. Maar goed, het RIZIV en het ziekenfonds blijven verdedigen tegen beter weten in, slorpt wellicht het grootste deel van uw tijd op.
Blijkbaar hebben ze die verdediging broodnodig. Vandaag gaat het immers over de zoveelste ongerijmdheid in uw RIZIV- en ziekenfondsverhaal, het grote aantal langdurig zieken in het buitenland
Nu, de stijging van dat aantal is hallucinant. Tussen 2020 en 2025 kwam er 58 % bij, ik herhaal, 58 %. Niemand heeft daar een sluitende verklaring voor, het RIZIV niet en de ziekenfondsen evenmin. Dit is opnieuw een voorbeeld van een totaal ontspoord en falend controlebeleid.
Mijnheer de minister, kunt u zeggen in welke landen die langdurig zieken verblijven? Gaat het ook over mensen buiten de Europese Unie, in landen waarmee België geen duidelijke afspraken heeft? Zo ja, waarom blijven hun uitkeringen gewoon doorlopen?
Hoe vaak vinden er controles plaats en wie voert die controles uit? Hoeveel mensen verloren hun ziekte-uitkering na zo’n controle?
Vooral, mijnheer de minister, welke sluitende maatregelen neemt u nu eigenlijk? Vandaag lijkt het erop dat iemand gewoon kan verhuizen naar het buitenland terwijl zijn Belgische ziekte-uitkering gewoon verder blijft lopen zonder regelmatige en aantoonbare controle. Dat, mijnheer de minister, is voor het Vlaams Belang onaanvaardbaar.
05.03 Minister Frank Vandenbroucke: Collega’s, er is inderdaad een groep mensen die een uitkering krijgt uit de Belgische sociale zekerheid en in het buitenland woont, dat is zo. Wat de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen betreft, gaat het in belangrijke mate over mensen die in de buurlanden wonen, zelfs in grensstreken. Een relatief recent cijfer zegt dat ongeveer 60 % van die mensen in grensstreken wonen, van wie een groot aantal waarschijnlijk ook grensarbeider was. Dit zijn mensen die hier effectief gewerkt hebben, bijgedragen hebben aan het systeem en daar ook rechten uit putten. Die rechten liggen ook Europees vast. Die liggen overigens ook Europees vast voor Belgen, mensen die hier geboren zijn, en met hun pensioen of uitkering naar het buitenland gaan.
Tegenover rechten staan echter ook plichten. U weet dat ik dat evenwicht absoluut essentieel vind. Deze individuele mensen hebben plichten en ook de ziekenfondsen hebben effectief verplichtingen. Laat het duidelijk zijn, als we zeggen dat mensen op tijd geëvalueerd moeten worden, dan moet dat ook gebeuren voor deze mensen. We zijn de pas daar aanzienlijk aan het versnellen. Sinds 2024 zeggen we dat wanneer iemand instroomt in primaire arbeidsongeschiktheid, er na 4 maanden, na 7 maanden en na 11 maanden een evaluatie nodig is.
Belangrijker nog, in wetgeving die hier voorligt en die ik hopelijk binnenkort met jullie kan bespreken, stellen we dat men nooit langer dan één jaar in invaliditeit kan zijn zonder een nieuwe aanvraag en een nieuwe evaluatie. Als dit niet gebeurt, stopt de uitkering. Dat is de wetgeving die ik zal voorleggen.
Bovendien hebben we afgesproken dat we de komende jaren 218.000 dossiers van mensen in invaliditeit opnieuw zullen openen, ook van mensen die daar al enige tijd in zitten. Bij die 218.000 zullen ook mensen zijn die in het buitenland verblijven.
Heel het verhaal dat we nu uitrollen, een verhaal van rechten, ondersteuning, maar ook plichten, geldt evengoed voor iemand die in Frankrijk, Nederland, Duitsland, Portugal of eender waar woont.
De Europese regelgeving verplicht die landen overigens om controles die wij vragen ook uit te voeren. Gemakkelijk is dat inderdaad niet. Mijnheer Dedecker, in het kader van wat ik net heb geschetst, zijn we inderdaad in overleg met de ziekenfondsen over de maatregelen die we kunnen nemen om mensen die aan deze nieuwe, scherpere toepassing van bestaande verplichtingen zullen moeten beantwoorden, daarin effectief mee te nemen. Ik vind dat ook essentieel.
05.04 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, wat een calimerogedrag is dat opnieuw. U staat hier opnieuw met riedeltje over wat u zult doen. Ik heb daarnet voorgelezen wat u anderhalf jaar geleden zei dat u zou doen en wat onmiddellijk zou ingaan. Ondertussen is er niets gebeurd. Niets.
U staat hier nu te verkondigen dat u straks de wet zult voorleggen waarover u anderhalf jaar geleden hebt gesproken. Er is geen enkele controle gebeurd, niets, van geen enkele overeenkomst, van geen enkel ziekenfonds met alle controleurs. De 300 zijn daar geweest. Vandaar de verhoging. We gaan van 12.000 naar bijna 15.000 mensen.
Stop ook met dat riedeltje over één jaar, mijnheer de minister. Meer dan de helft verblijft al langer dan vier jaar in het buitenland zonder ooit een keer opgeroepen te zijn geweest, zonder ooit een controle te hebben gehad. Dat is uw schuld. U bent al zes jaar minister van Volksgezondheid en u hebt daar niets aan gedaan. Dat is het probleem.
(De heer Weydts maakt een opmerking aan
mevrouw Farih, omdat zij klapt op het einde van het betoog van de heer
Dedecker, waarop tumult ontstaat)
De voorzitter: Collega’s, alstublieft. Mag ik het woord geven aan mevrouw Samyn?
05.05 Ellen Samyn (VB): De sfeer is goed.
Mijnheer de minister, de cijfers zijn hallucinant. Het aantal langdurig zieken in België blijft stijgen, maar vooral het aantal langdurig zieken dat in het buitenland verblijft, schiet door het dak: een stijging van 58 % sinds 2020. Bijna 15.000 mensen.
Wat krijgen we? Vage antwoorden en beloftes. Geen sluitende verklaring. Geen duidelijk zicht op controles. Alles kan en blijkbaar moet niets.
Ik heb u hierover maanden geleden ondervraagd en u antwoordde niet. Vandaag weten we waarom: omdat dit beleid niet uit te leggen valt. De ziekenfondsen controleren onvoldoende, het RIZIV volgt onvoldoende op en u blijft het systeem verdedigen alsof er niets aan de hand is.
Onder uw beleid wordt niet alleen het aantal langdurig zieken groter, onder uw beleid wordt België zelf langdurig ziek, ziek van gebrek aan controle, ziek van vrijblijvendheid en ziek van socialistisch wanbeheer met ons belastinggeld.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
06.01 Jan Bertels (Vooruit): We gaan er wat sereniteit in brengen. Collega’s, een miljonair met een beursgenoteerd bedrijf, huurinkomsten uit appartementen aan zee, een groot vermogen en een verhoogde tegemoetkoming, dat is compleet absurd. Daarover zijn we het bijna allemaal eens, neem ik aan. De verhoogde tegemoetkoming is er net om mensen te ondersteunen die het echt nodig hebben. De kleine gepensioneerden, invaliden en personen met een handicap hebben die nodig om ervoor te zorgen dat ze noodzakelijke zorg niet uitstellen uit schrik voor de factuur. Ziek maakt arm en arm maakt ziek. Niet met ons. Daarom wordt die verhoogde tegemoetkoming zo veel mogelijk automatisch toegekend. Dat is enorm belangrijk voor honderdduizenden gezinnen in dit land. Dat werkt. Ik spreek uit ervaring, dat werkt. Net voor al die mensen moeten we ons sociaal zorgsysteem en die verhoogde tegemoetkoming beschermen.
De kern van het probleem, collega’s, is niet hoe we die miljonair uit het systeem krijgen. De kern is waarom die miljonair tot het systeem heeft kunnen toetreden. Dat is de essentie van het probleem. Die man had van in het begin geen toegang mogen hebben tot het beschermingssysteem. De inkomenstoets moet ruimer en beter. Alle inkomens moeten meetellen. Met een vorm van vermogenstoets was al lang duidelijk geweest dat die man helemaal geen nood had aan extra bescherming. Voor ons is het dus duidelijk dat een vermogenstoets de logica zelf is.
Mijnheer de minister, wat zult u doen om het systeem daartegen te beschermen en de intrede van de verhoogde (…)
06.02 Minister Frank Vandenbroucke: U bent tegen verhoogde tegemoetkomingen, juist? Dat is het hele verschil. Wij vinden dat mensen die het moeilijk hebben, mensen die weinig geld in hun portemonnee hebben, mensen die weinig geld op hun rekening hebben staan, ook zonder zorgen naar de apotheker moeten kunnen gaan, ook zonder zorgen naar de huisarts moeten kunnen gaan, ook zonder zorgen naar de kinesitherapeut moeten kunnen gaan. Dat kan u weinig schelen. We weten dat, liberale collega's. Dat kan u weinig schelen, maar ons wel.
Iets als de verhoogde tegemoetkoming, liberale collega's, is dus hard nodig. Alleen moet het een recht zijn voor mensen die het nodig hebben. Als mensen dus wel veel geld op hun rekening hebben staan, als mensen een tweede woning hebben, dan vind ik dat zij automatisch van dit voordeel moeten worden uitgesloten.
Mevrouw Bertrand, ik heb dat al voorgesteld toen u nog staatssecretaris voor Begroting was, maar u hebt mij niet geholpen. U vindt misschien toch dat men tegen dat soort mensen niet te hard mag optreden. Dat is uw mening.
Goede liberale collega's die nu plotseling zo nerveus worden, er is één heel goed antwoord op het voorval dat in Het Nieuwsblad wordt geschetst. Laat ons dus elk jaar opnieuw alle inkomens, ook dividenden, ook roerende inkomens, van mensen checken. Laat ons elk jaar opnieuw checken wat het vermogen van mensen is. Mensen die voldoende vermogen hebben om naar de huisarts te gaan, moeten geen verhoogde tegemoetkoming krijgen. Dat is mijn voorstel.
06.03 Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer de minister. Dat lijkt me een sterk voorstel, want we moeten ons solidair systeem beschermen. We moeten ervoor zorgen dat wie nood heeft aan toegang tot gezondheidszorg, die ook krijgt. Daarvoor moet het beschermingssysteem solidair en gericht zijn.
Collega’s van Anders., we willen die automatische toekenning behouden. Het is belangrijk dat mensen daarvan kunnen genieten. Het is niet de bedoeling om een systeem op te zetten waarbij mensen moeten toegeven aan sommige artsen die hen onder druk zetten om de verhoogde tegemoetkoming te weigeren of niet meer in te roepen, zodat ze ereloonsupplementen kunnen vragen. Op dat vlak verschillen we van mening en zullen we van mening blijven verschillen, mijnheer Van Quickenborne.
Fait
personnel
De voorzitter: Collega's, ik ben zeer terughoudend om een persoonlijk feit toe te kennen tijdens het vragenuurtje, maar ik meen dat collega Bertrand hier intenties in de schoenen werd geschoven.
06.04 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik apprecieer dat, want de minister heeft uiteraard zijn woedende kant laten zien. We hebben gezien dat u soms moeite hebt om kalm te blijven, mijnheer Vandenbroucke.
Ik ben het niet met u eens, want u moet die automatische toekenning afschaffen. Dat heb ik u al maanden geleden gevraagd. Had u die automatische toekenning niet ingevoerd, dan hadden die mensen dat niet gekregen, want die mensen hebben dat niet nodig. Ja, we willen solidair zijn. We vinden dat de mensen die het nodig hebben, dat moeten krijgen, maar niet één op de drie Brusselaars en niet één op de drie Antwerpenaren. Dat klopt niet. Iedereen voelt dat aan.
Pak de misbruiken aan. Haal de profiteurs uit het systeem. Dat hoeft niet met een vermogenskadaster, mijnheer de minister. Dat is ook niet nodig. U had op het moment van de invoering ook beloofd dat u controles ging uitvoeren. Dat hebt u al twee jaar lang niet gedaan, want u wilt die mensen niet controleren. Het is net zoals bij de langdurig zieken. U wilt hen niet controleren. Ondertussen kennen we het resultaat van zes jaar Frank Vandenbroucke op die stoel: nul resultaat. We zien het aantal langdurig zieken – zoals mijn collega Irina De Knop heel goed heeft uitgelegd – ontploffen. Daar liggen de grote kosten voor de maatschappij.
Dus, solidariteit? Absoluut! Wij zijn solidair met de mensen die dat nodig hebben, maar niet met misbruikers, fraudeurs en profiteurs. Daar gaat het over. En dus, mijnheer de minister, schaf de automatische toekenning af. Dat is de eenvoudigste oplossing, maar dat wilt u natuurlijk niet doen en we weten heel goed waarom. Blijkbaar is dat een vorm van cliëntelisme bij u. Zo werkt dat.
06.05 Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw Bertrand, de automatische toekenning is geen belangrijke evolutie geweest. Dat gaat ook over mensen waarvan men effectief kan veronderstellen dat ze het echt moeilijk hebben.
Dit is de 21ste eeuw en we hebben heel veel informatie die toelaat om te weten dat mensen behoeftig zijn. Zij moeten dat niet zelf komen bewijzen, ze moeten niet komen smeken, ze moeten niet jaar na jaar met een bundeltje papieren aan een loket staan wachten. Dat is niet de samenleving van de 21ste eeuw. Als we in staat zijn om mensen hun rechten toe te kennen zonder dat ze jaar na jaar hun hand moeten uitsteken met een bundeltje papieren, laat ons dat dan doen. Dat is de samenleving van de 21ste eeuw. Laat ons met de gegevens waarover we beschikken degenen die er geen nood aan hebben, er gewoon uithalen. We kunnen dat. Dat was mijn voorstel, maar dat wilt u niet.
06.06 Alexia Bertrand (Anders.): (…)
De voorzitter: Mevrouw Bertrand, het persoonlijk feit is toegepast zoals dat in het Reglement voorzien is.
06.07 Alexia Bertrand (Anders.): (…)
De voorzitter: Mevrouw, u hebt beroep gedaan op de formule van het persoonlijk feit en ik pas het Reglement toe zoals dat bij het persoonlijk feit van toepassing is. Ik denk trouwens dat u allebei uw standpunt uitgebreid hebt kunnen uiteenzetten.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
07.01 Alexander Van Hoecke (VB): Collega’s, het was een verschrikkelijke week vol geweld en hypocrisie. Het is vandaag exact een week geleden dat de beelden naar buiten kwamen van de veertienjarige jongen in Turnhout die op zijn knieën werd gezet, met een vuist in zijn gezicht werd geslagen en zich moest verontschuldigen ten overstaan van jongeren voor zijn geaardheid.
Dat is exact een week geleden. Nog geen uur later werd dat voorval al misbruikt door verzameld links, met Vooruit op kop, om de sociale media vol te spammen over het feit dat de echte daders niet die allochtone gasten op dat filmpje waren maar dat de echte daders rechts waren. Zij stonden zelfs hier, waar ik nu sta, rood van woede en opgefokt te roepen en te tieren dat rechts het echte probleem was.
Vorig weekend was er de Pride in Brussel. Bijna iedereen hier in de zaal stond te zwaaien met regenboogvlaggen. Na die Pride gingen een aantal deelnemers echter naar huis en werden zij lastiggevallen, overvallen en in elkaar getimmerd door Brusselse ‘jongeren’. Het bleef opnieuw muisstil bij de collega’s aan de linkerzijde.
Dinsdag was er de fameuze studie van de VRT, waaruit zou blijken dat een op vijf jongeren het slaan van vrouwen geen probleem zou vinden. Opnieuw dezelfde zever: het probleem was rechts. Het probleem waren de sociale media.
Vervolgens kwam de apotheose van de week. Wat bleek immers? De VRT had meer cijfers. De VRT had cijfers over herkomst en afkomst maar ze mochten niet meegedeeld worden.
Na een dergelijke week vol hypocrisie en
geweld heb ik hier eigenlijk maar één vraag. Ik richt mijn vraag zelfs niet
alleen aan de regering maar aan iedereen hier aanwezig. Wanneer stopt dat
circus in godsnaam eindelijk? Wanneer zullen wij eindelijk de olifant in de
kamer benoemen? Wanneer zal er eindelijk iemand zeggen, behalve (…)
De voorzitter:
Ik merk graag op dat de essentie van de vragenronde is dat een vraag aan de
regering wordt gesteld en niet aan 150 parlementsleden. Alleen de minister zal
dus antwoorden. (Commotie bij de Vlaams Belangfractie)
Ik heb gewoon de geplogenheden herhaald. Ik begrijp uw opwinding niet. Ik herhaal dat de vraag ... Er is mij duidelijk iets ontgaan.
07.02 Minister Annelies Verlinden: Collega’s, inderdaad hebben deelnemers aan de Brusselse Pride in de media getuigd over schokkend en totaal onaanvaardbaar geweld na afloop van het evenement zaterdag. Op de terugweg werden ze op straat aangevallen door een groep van twintig tot dertig belagers. De slachtoffers van dat geweld spreken over geweld, over het bekogelen met voorwerpen en over het roepen van kwetsende, haatdragende teksten.
Deze feiten, collega’s, zijn inderdaad bijzonder ernstig, net als de feiten in Turnhout en andere feiten die we gezien hebben. Het gaat immers niet alleen om fysiek geweld maar het gaat ook om een aanval op de identiteit en de kern van het menszijn.
Liefde is liefde en laten we daarover in dit Parlement opnieuw zeer stellig zijn: dergelijke agressie moet ondubbelzinnig en absoluut veroordeeld en aangepakt worden. Het Brussels parket heeft een onderzoek geopend. Over een lopend onderzoek kan ik geen details geven, maar de procureur des konings hanteert terecht een zeer streng vervolgingsbeleid voor dergelijke feiten, met een systematische strafrechtelijke reactie.
Een omzendbrief biedt ook duidelijke richtlijnen voor de aanpak van haatmisdrijven. Binnen het Brussels parket is een gespecialiseerde afdeling actief in het onderzoek naar haatmisdrijven.
Dit incident staat helaas niet alleen. Hoewel we een sterk wettelijk kader hebben, met onder meer antidiscriminatiewetgeving, blijven lgbtqia+-personen nog te vaak het slachtoffer van geweld en intimidatie. Dat moet altijd kordaat worden bestraft, met een maximale bescherming voor de slachtoffers. Maar ook de kern van het probleem moet worden aangepakt. We moeten ook de onderliggende oorzaken van dit geweld tegengaan, en dat via een eensgezinde inspanning waarin ouders, de entourage van de daders en ook het onderwijs een cruciale rol kunnen spelen. Samen streng dus voor wie onze normen en waarden naast zich neerlegt, maar ook verdraagzaam voor wie zich wel gedraagt.
07.03 Alexander Van Hoecke (VB): Een kwart van de moslimjongeren in België vindt geweld tegen holebi’s gerechtvaardigd. De helft van de Turken in Duitsland vindt homoseksualiteit een ziekte en de helft van de moslims in Europa wil geen homo’s als vrienden. Ik weet dat het gevoelig ligt, maar dat zijn de cijfers die er toe doen.
Er moet mij ook nog iets persoonlijks van het hart. Ik meen dat echt. Ik ben dat beu, en samen met mij heel veel andere Vlaamse homo’s en lesbiennes. Ze zijn het kotsbeu, kotsbeu om misbruikt te worden als propaganda-instrument door linkse partijen die een discours voeren dat doorspekt is met leugens, zoals het discours dat Vooruit in de afgelopen week heeft gevoerd. Ze zijn dat kotsbeu.
Het enige wat moet gebeuren vandaag is het
probleem eindelijk benoemen, maar dat lukt hier vandaag nog altijd niet, omdat
jullie de olifant in de kamer blijven ontkennen. Het blijft gevoelig liggen,
maar er zal één partij zijn die het altijd zal opnemen, er zal één partij zijn
die hier elke week zal staan, voor iedereen en voor veiligheid, en dat is mijn
partij, dat is het Vlaams Belang. (Luid applaus bij de Vlaams
Belangfractie en protest van mevrouw Almaci)
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
08.01 Koen Metsu (N-VA): Mevrouw de minister, op 21 augustus 2015 stapte Ayoub El Khazzani hier iets verder, in Brussel-Midi, op de Thalys richting Parijs. Zwaarbewapend verschanste hij zich in de toiletten. Net over de grens met Frankrijk werd hij door vier heldhaftige burgers overmeesterd, vlak voordat hij een bloedbad kon aanrichten. De leider van die terreurcel werd nadien aangeduid: Mohamed Bakkali. Een paar maanden later was het 13 november 2015. We weten allemaal wat er toen is gebeurd. Het Stade de France, de Bataclan, de restaurants, de supermarkten, 129 onschuldige burgers werden koelbloedig afgeslacht, in het nauw gedreven en vermoord. Meer dan 350 mensen raakten gewond. Als we die cijfers optellen, gaat het over meer dan drie keer dit plenum, mochten we voltallig zijn.
Het meesterbrein achter die aanslagen was Mohamed Bakkali. Die medemoordenaar werd in Frankrijk veroordeeld tot 30 jaar cel en werd naar België overgebracht. Hij heeft onlangs penitentiair verlof aangevraagd. Het Brusselse parket heeft een negatief advies gegeven. Heel logisch, denkt u dan. De Brusselse strafuitvoeringsrechtbank heeft dat negatieve advies echter naast zich neergelegd en beslist dat die terrorist zes keer 36 uur op voorwaardelijk vrije voeten mag. Een verschrikkelijke beslissing, ingegeven door het feit dat hij zich kalm en respectvol had gedragen in de gevangenis.
De scheiding der machten indachtig, kunnen we daar niets aan veranderen. We kunnen wel de wet veranderen. In het regeerakkoord wordt daar ook gewag van gemaakt.
Mevrouw de minister, mijn vraag aan u is wanneer wij die gunstregimes voor terroristen zullen afschaffen.
Les choses ne peuvent pas rester en l'état. Quelle initiative allez-vous prendre?
08.03 Annelies Verlinden, ministre: Collègues Metsu et Ducarme, les informations relayées par les médias peuvent être confirmées. Le tribunal de l'application des peines (TAP) a en effet accordé à l'intéressé, sous des conditions très strictes, six congés pénitentiaires de 36 heures, chacun sur la base d'un examen approfondi de son dossier. Le TAP avait, du reste, déjà accordé auparavant des permissions de sortie à ce condamné. Il a appliqué la loi sur le statut juridique externe qui lui confère, à titre exceptionnel, cette compétence. Le condamné doit satisfaire aux conditions de temps pour pouvoir prétendre à ces modalités. Le TAP doit juger qu'aucune contre-indication ne s'oppose à leur octroi.
Daarbij neemt de strafuitvoeringsrechtbank onder meer mogelijke risico’s voor de fysieke integriteit van derden en slachtoffers eveneens in overweging. Tevens kan de strafuitvoeringsrechtbank waar ze dat nodig acht, slachtoffergerichte voorwaarden opleggen, onder meer een regioverbod, ook tijdens het penitentiair verlof.
Ik begrijp uiteraard uw commotie en de commotie in de samenleving over die rechterlijke uitspraak. In het licht van de scheiding der machten, waarbij een rechter uitspraak doet en niet de administratie van Justitie, heb ik mij als minister van Justitie niet uit te spreken over deze beslissing. Ik kan en mag er in mijn publieke rol niets van vinden en ik kan er ook niet in interveniëren.
Ik kan u wel bevestigen dat er over dit dossier contact was tussen het federaal parket en de Franse collega’s en dat betrokkene in het kader van de Strategie T.E.R. nauwgezet wordt opgevolgd door de LTF, de politie, het OCAD, de Veiligheid van de Staat en alle andere veiligheids- en inlichtingendiensten, ook tijdens zijn penitentiair verlof.
Ik ben het met u eens dat terroristen, mensen die onze normen en waarden niet naleven, streng en kordaat moeten worden aangepakt en gestraft. We moeten ook de mogelijkheid hebben om die mensen in de gevangenis te houden zolang een rechter daarover oordeelt. Zo kunnen we onze samenleving veilig houden en onschuldige slachtoffers eer aandoen.
Tien jaar na de aanslagen van 22 maart, die ons land en Brussel diep geraakt hebben en die we recent met alle respect hebben herdacht, blijven onze veiligheids- en inlichtingendiensten waakzaam in de strijd tegen terrorisme. Dat is niet weg. Het is zo mogelijk nog moeilijker geworden, omdat het vaak niet meer gaat om terrorismenetwerken, maar over lone actors die snel radicaliseren en willen overgaan tot geweld, ook dankzij het gebruik van sociale media.
Ik weet dat in dit dossier de veiligheidsdiensten de opvolging op een uiterst nauwgezette manier doen en dat alle bevoegde diensten nauwgezet overleggen binnen het kader van onze rechtsstaat en met respect voor de scheiding der machten. Net daarin ligt de kracht van onze democratische rechtsorde.
Geachte Kamerleden, ik ga zeer graag met u verder in gesprek over welke sancties en welke maatregelen we bijkomend kunnen nemen om ons strafrechtbeleid en onze strafrechtketen ten aanzien van de vreselijkste terroristen zo streng en kordaat mogelijk te maken.
08.04 Koen Metsu (N-VA): Bedankt, mevrouw de minister.
U spreekt over een regioverbod. Voor een terrorist is er maar één vorm van regioverbod en dat is de gevangenis. Een terrorist heeft immers niet één slachtoffer, die kiest zijn slachtoffers random. Het kan iedereen zijn. Wat gaan we dan opleggen? Een terrorist mag nergens komen en moet dus naar de gevangenis.
Nog geen twee maanden geleden zaten we hier
de slachtoffers te herdenken. We gingen hen niet in de steek laten. We gingen
forser optreden tegen terroristen. Weten we het nog allemaal? Vandaag krijgen
zij de volgende mokerslag te verwerken. In België kan een veroordeelde
terrorist sneller een voorwaardelijke invrijheidstelling genieten dan dat onze
terreurslachtoffers enige steun kunnen genieten. Laat dat maar eens even
bezinken. (Applaus)
08.05 Denis Ducarme (MR): Madame la ministre, pour rappel, Mohamed Bakkali a été condamné en 2022. Nous sommes en 2026 et il a des congés pénitentiaires. C’est tout à fait inacceptable. Nos policiers sont écœurés. Le ministère public se demande pourquoi il dépense autant d’énergie sur les dossiers du terrorisme.
Je vous prends donc au mot, parce que nous n’allons pas, au MR, rester les bras ballants. Nous allons déposer dès la semaine prochaine deux propositions de loi: l’une visant, pour les crimes terroristes, à remonter le seuil d’un tiers pour ce qui concerne la libération conditionnelle; l’autre permettant au parquet de faire appel des décisions du juge du tribunal de l’application des peines pour ce qui concerne les crimes terroristes, la grande criminalité et la pédocriminalité.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09.01 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le ministre, je ne sais pas ce que vous faisiez samedi soir dernier, mais visiblement, vous n’avez pas été invité à Froidchapelle. Pourtant, il y avait du monde là-bas: entre 300 et 500 véhicules, un millier de personnes présentes, des acharnés du volant, de la vitesse et de pneus qui crissent pour un énième rodéo urbain.
Ce n’est pas le seul rassemblement du genre. Il y en a eu un à Fernelmont, au début du mois, et un autre au Heysel, il y a dix jours. Le suivant aura probablement lieu durant ce beau week-end de Pentecôte, mais reste à savoir où et quand.
Ce qui s’est passé le week-end dernier au barrage de l'Eau d'Heure, monsieur le ministre, n’est qu’une énième manifestation d’un phénomène qui prend de l’ampleur et qui, malheureusement, nous échappe. Un phénomène illégal, dangereux, qui met des vies en danger – celles des conducteurs, des spectateurs, mais aussi des autres usagers de la route. Au barrage de l'Eau d'Heure, une jeune femme a même été grièvement blessée après avoir été percutée par un véhicule. N'oublions pas non plus les riverains qui subissent le bruit des moteurs en pleine nuit, les pétarades, l’insécurité, et j’en passe.
Les autorités locales sont interpellées par des habitants excédés, et les communes comme les zones de police sont bien souvent démunies.
Monsieur le ministre, quels sont les moyens mis à disposition de nos forces de police pour lutter contre ces rodéos urbains? Comment anticiper ces rassemblements, bien souvent organisés et diffusés via les réseaux sociaux?
09.02 Bernard Quintin, ministre: Madame la députée, je vous remercie pour votre question, qui concerne en effet une réelle problématique de sécurité routière, mais également de tranquillité au sens large.
Ces rodéos urbains empoisonnent bien entendu la vie des riverains, qui doivent en subir les nuisances, mais ils posent aussi des défis pour les autorités locales, comme vous l’avez d’ailleurs signalé. Ils s’accompagnent souvent de délits de droit commun, tels que des coups et blessures, des dégradations de biens publics, voire de lourdes confrontations avec la police elle-même.
De tels événements sont par nature dynamiques et s’étendent souvent sur plus d’une zone de police. Ils nécessitent donc une réponse coordonnée de l’ensemble des services de police, qu’ils soient locaux ou fédéraux. C’est pourquoi une stratégie nationale, chapeautée par le directeur-coordinateur fédéral du Limbourg, est en cours d’élaboration. Je me rendrai d’ailleurs la semaine prochaine dans le Limbourg afin de prendre connaissance de l’avancée des travaux sur le projet de draaiboek, qui sera diffusé comme guide de bonnes pratiques à la police intégrée en matière de lutte contre les rodéos urbains.
Par ailleurs, il me semble évident que la confiscation des véhicules devrait être appliquée de manière systématique. Quand je parle de confiscation, je pense que l'on pourrait même aller plus loin, mais cela ne concerne pas mon département directement. La voie publique n'est pas un circuit et ceux qui ne le comprennent pas doivent en payer le juste prix.
09.03 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le ministre, cela me fait vraiment plaisir d'entendre qu'une vraie stratégie va être mise en place. Je pense que la confiscation du véhicule fait partie des décisions importantes qui peuvent être prises pour freiner ces rodéos urbains. Sachez aussi que nous avons déposé une proposition de loi qui vise à incriminer spécifiquement ces rodéos urbains et à les sanctionner sévèrement, en créant une infraction distincte pour clarifier le cadre législatif et faciliter l'intervention des forces de l'ordre. Gageons que nous aurons le soutien de toute cette Assemblée. Je vous remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10.01 Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de minister, vier op tien Vlamingen voelen zich soms onveilig, vooral op en rond het openbaar vervoer. Dat blijkt uit De Foto van Vlaanderen, het grootschalige onderzoek van de VRT.
Zich veilig voelen op straat zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn, maar dat is het voor veel mensen duidelijk niet. Veel mensen hebben net een gevoel van onveiligheid. Ik hoor zelf ook getuigenissen van scholieren die liever niet te lang alleen op het perron staan, ouders die hun dochter na een avondje uit niet meer alleen op de bus durven te laten stappen, senioren die na valavond de stationsomgeving vermijden wanneer ze de hond uitlaten. Dat is toch compleet onaanvaardbaar.
Zich overal veilig voelen is een basisvoorwaarde. Zonder veiligheid is er geen aantrekkelijk openbaar vervoer en dus voor veel mensen ook geen vrijheid. Zonder veiligheid is er ook geen solidariteit, mijnheer de minister. Meer dan ooit hebben we nood aan verbinding. Stations zijn net de plek waar mensen elkaar ontmoeten. Ze moeten dat met een gerust gevoel kunnen doen. Mensen rekenen voor hun veiligheid en die van hun kinderen op een sterke overheid die hen beschermt.
Hun veiligheid is uw bevoegdheid, mijnheer de minister. Daarom is mijn vraag wat u van de cijfers vindt. Wat zult u doen om het veiligheidsgevoel van mensen opnieuw te versterken?
10.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Meuleman, dank u voor uw vraag. Vorige maand hadden we het nog over de veiligheid in en rond de stations. Het is duidelijk dat er ter zake bij de bevolking bezorgdheid leeft. Ik deel die bezorgdheid.
De enquête Foto van Vlaanderen bevestigt dat veel te veel mensen zich onveilig voelen in de buurt van stations en op het openbaar vervoer. Mensen moeten zich op elk moment van de dag veilig kunnen verplaatsen, ook 's avonds, ook in en rond onze stations. Voor de regering is dat een absolute prioriteit. Agressie, geweld en criminaliteit in stationsbuurten dulden we niet. Daar treden we kordaat tegen op.
Daarom nemen we concrete maatregelen. De 8.000 camera's van de NMBS zijn vandaag toegankelijk voor alle federale en lokale politiediensten. Daardoor kunnen we sneller ingrijpen, daders beter identificeren en feiten efficiënter vervolgen.
We willen ook dat de 4.500 camera’s van Infrabel in de strijd tegen geweld en criminaliteit kunnen worden ingezet. Wij voeren daartoe gesprekken met de maatschappij, evenals met De Lijn, TEC en de MIVB. Dat is niet zo gemakkelijk. Dus alle steun voor het overleg met de regionale vervoermaatschappijen is welkom.
Daarnaast versterken we de samenwerking tussen de spoorwegpolitie en Securail. Conform het regeerakkoord zal de operationele capaciteit van Securail onder mijn bevoegdheid worden gebracht. Dat vergroot onze slagkracht op het terrein en dat is een belangrijk element van het veiligheidscontinuüm dat ik aan het ontwikkelen ben.
Tot slot wordt morgen op de ministerraad het wettelijk kader besproken om bodycams mogelijk te maken voor onder meer treinbegeleiders en Securailagenten. Ik hoop te kunnen rekenen op de steun van alle partijen, ook de uwe, mijnheer Meuleman. Onze boodschap is duidelijk (…)
10.03 Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ken u als iemand van actie. Uw politiehervorming is daar een bewijs van. Ik vind het goed dat we niet blijven steken in loze beloftes. We hebben hier al genoeg luister-naar-mijn- woorden-maar-kijk-vooral-niet-naar-mijn-daden gehad.
Mijnheer de minister, ik roep u op om het voorstel van resolutie van Vooruit tot invoering van een discreet meldingssysteem via sms of WhatsApp volmondig te steunen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
(La réponse sera donnée par le ministre de la
Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du
Développement durable/ Het antwoord zal door de minister van Mobiliteit,
Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling worden
gegeven)
11.01 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, on le redoutait, et c'est arrivé. La dernière flottille a été illégalement interceptée par l'armée israélienne. Parmi ses passagers, il y a de nombreux Belges. D'après les témoignages qui nous arrivent maintenant, ils auraient subi des violences physiques graves, des humiliations, des faits de harcèlement sexuel. Ils auraient également subi l'usage fréquent de tasers, ou de balles en caoutchouc. C'est évidemment bien peu de choses par rapport au sort réservé aux prisonniers palestiniens.
L'attitude du ministre israélien de la Sécurité nationale, que nous avons tous pu voir sur les réseaux sociaux, est glaçante. Il se met en scène, fanfaronne, au milieu d'otages agenouillés et menottés. Il se gargarise de leurs arrestations en agitant un drapeau israélien. Ne soyons pas naïfs. Ces images s'inscrivent totalement dans la ligne de l'ensemble du gouvernement Netanyahu. Et cela ne doit évidemment pas occulter la situation bien pire des Gazaouis, qui sont sous blocus depuis 18 ans et subissent encore aujourd'hui des actes de torture, qui sont soumis à la famine, alors que des épidémies font rage à Gaza et que les journalistes y sont encore aujourd'hui interdits d'accès.
Monsieur le ministre de la Mobilité et du Climat, c'est vous qui avez tiré la courte paille pour répondre à la place du premier ministre aujourd'hui. Allez-vous, comme votre collègue des Engagés, nous faire part de votre opinion personnelle, avec une petite larme de crocodile? Ou bien allons-nous enfin connaître la ligne de ce gouvernement et, encore mieux, ce qu'il s'apprête à mettre en place pour enfin stopper cet État génocidaire?
Monsieur le ministre, où en est la mise en œuvre de vos engagements, qui datent d'il y a un an? Où en sont les sanctions contre les colons israéliens? Où en est la fin de l'importation des produits issus des colonies israéliennes? À quand la fin de nos partenariats économiques, de nos relations diplomatiques et culturelles? Où en est l'exécution des visas pour rapatrier des familles palestiniennes? Où en sont les enquêtes sur les Belges qui combattent actuellement dans l'armée israélienne?
11.02 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, nous sommes aujourd'hui le 21 mai 2026 et, pour la énième fois, j'interviens dans ce Parlement pour dénoncer la barbarie de l'État d'Israël. Cette barbarie s'est manifestée cette semaine par le piratage et l'enlèvement de citoyens au sein d'une flottille, dont l'objectif était de briser le blocus imposé depuis le début du génocide à la population de Gaza. Un génocide et un blocus qui ont des conséquences, notamment le développement de la famine et l'aggravation de la souffrance des Gazaouis. C'est précisément la raison pour laquelle ces activistes se mobilisent aujourd'hui.
C'est dans ce contexte que nous avons posé cette question au premier ministre. Mais le premier ministre fuit sa responsabilité. Pourtant, les faits sont graves. Nous avons vu ces activistes être traités de manière inhumaine, ligotés et plaqués au sol, pendant que le ministre Ben Gvir fanfaronne de façon totalement méprisante, montrant ainsi le vrai visage de l’État d’apartheid. Monsieur le ministre, quel rôle le gouvernement belge joue-t-il aujourd’hui pour protéger ces activistes? Car, parmi eux, il y a des Belges. Que fait le gouvernement pour assurer leur protection et garantir qu’ils ne seront pas maltraités à l'image des Palestiniens, des Gazaouis?
Monsieur le ministre, ces activistes agissent, là où les États n’agissent pas. Ils interviennent parce qu’Israël reste toujours impuni aujourd'hui. Aucune sanction économique n'est prise contre l’État d’Israël. La Belgique demeure le septième pays européen partenaire commercial d’Israël, et l’Union européenne reste son premier partenaire commercial et économique. À quand les sanctions contre l’État génocidaire, monsieur le ministre?
11.03 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, aujourd'hui, c'est une véritable flottille de la honte qui s'échoue sous nos yeux. Des militants humanitaires, partis porter de l'aide à Gaza aux Palestiniens décimés, se retrouvent agenouillés, mains liées, humiliés, exhibés dans une mise en scène indigne et filmés comme un trophée politique par un ministre israélien d'extrême droite.
Après les crimes de génocide et d'apartheid du gouvernement israélien, qui déshumanise totalement les Palestiniens, on en arrive aujourd'hui à déshumaniser des citoyens européens. Et parmi les citoyens européens de la flottille, il y avait des citoyens belges. Des citoyens belges solidaires tentaient pacifiquement de pallier l'inaction de votre gouvernement. Ils ont été littéralement kidnappés et traités de manière honteuse. Même au sein d'Israël, ça choque. En Europe, ça indigne. L'Italie parle même d'un traitement inadmissible qui porte atteinte à la dignité humaine.
Et la Belgique? Alors oui, le ministre des Affaires étrangères a doctement convoqué l'ambassadeur d'Israël autour d'une tasse de thé pour lui dire "Monsieur l'ambassadeur, ce que vous faites, ce n'est pas bien. Il faudrait quand même un peu arrêter."
Et vous? Mais enfin, combien de temps allons-nous encore rester à quai à commenter les vagues? Cela fait des mois qu'on évoque des sanctions, qu'on blablate partout, qu'on parle de droit international, de génocide en cours, qu'on dénonce des violations répétées. Pourtant, notre action ressemble toujours à quoi? Au Radeau de la Méduse.
Aujourd'hui, la question est très claire. La Belgique va-t-elle enfin larguer les amarres et passer de la parole aux actes? Allez-vous demander explicitement que la question des sanctions contre Israël soit inscrite à l'ordre du jour du prochain Conseil européen?
Beaucoup de bruit jusqu'à l'instant, mais peu d'action!
11.04 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Ik heb een vraag aan de eerste minister, die hier toevallig aanwezig is, maar opnieuw geen duidelijkheid wil geven over zijn positie rond Israël.
Een hulpvloot van 430 mensen, onder wie 7 Belgen, werd in internationale wateren geënterd. Die mensen werden ontvoerd, omdat ze hulp wilden brengen naar een bezet gebied dat eigendom is van de Palestijnen, al jarenlang het slachtoffer van massamoord – dat is wat genocide betekent –, slachtingen en recordaantallen aanvallen op infrastructuur en gewone burgers. De hulpvloot wilde babymelk en medicijnen naar de Palestijnen brengen. Dat was de misdaad van die vloot. Dat volstond voor Israël om degenen aan boord 500 kilometer van Gaza, het bezette gebied, van hun boot te lichten. Minister Prévot was boos omdat onder meer 7 Belgen werden vernederd en mishandeld. Die mensen bevinden zich nu in Istanbul.
Terwijl minister Prévot boos was, eiste mevrouw Meloni, niet bepaald mijn vriendin, excuses. Ze zei dat dat onaanvaardbaar was en eiste de onmiddellijke vrijlating. Terwijl onze eerste minister wegdook en afwezig bleef, heeft Spanje, nadat we daar veel mooie woorden over hadden gehoord, een boycot ingesteld. Onze regering is daar nog altijd over aan het palaveren. Onze regering sleept met de voeten. Onze premier krijgt het woord genocide zelfs niet uitgesproken wanneer jongeren hem daarnaar vragen.
Wanneer zal de heer De Wever eindelijk de
rode lijn trekken? Dat is de reden waarom de regering geen enkele deuk durft te
slaan en Israël laat begaan. Wanneer
stopt de hypocrisie van onze premier?
11.05 Jean-Luc Crucke, ministre: Chers collègues, permettez-moi de préciser que je réponds à vos questions d'actualité initialement adressées au premier ministre et au ministre Prévot, ce dernier étant en route pour une réunion des ministres des Affaires étrangères de l'OTAN en Suède.
Vous avez grandement raison de souligner l'aspect choquant et inacceptable du traitement des membres des flottilles, apparu sur les images circulant depuis hier. Le ministre des Affaires étrangères a immédiatement réagi publiquement en déclarant notre profonde indignation. Nous avons vu des images de personnes retenues captives, ligotées, forcées de se mettre face contre terre, et un ministre du gouvernement israélien diffusant leur humiliation sur les réseaux sociaux. Cette situation est inacceptable, et viole les normes les plus élémentaires de la dignité humaine. Même le premier ministre Netanyahu et le ministre israélien des Affaires étrangères Sa'ar ont réagi en désavouant ce ministre.
Notre ministre des Affaires étrangères a immédiatement donné instruction à ses services afin que l'ambassadrice d'Israël soit convoquée dès hier soir afin d'exprimer l'indignation de la Belgique, demander des explications et insister pour que tous les détenus soient traités avec dignité et libérés sans délai. Il a également été insisté sur la nécessité pour l'une des personnes de recevoir sans délai les médicaments dont elle a besoin.
Er bevinden zich eveneens meerdere Belgische burgers onder de gevangenen. De diensten van de FOD Buitenlandse Zaken onderhouden nauwe contacten met hun families en stellen hen in kennis van de informatie die de Belgische ambassade in Tel Aviv, die de situatie uiteraard nauw opvolgt, ontvangt van de Israëlische overheid.
Volgens de informatie waarover wij nu beschikken, worden alle gevangenen vannamiddag overgevlogen vanuit Eilat naar de luchthaven van Istanbul. De Belgische consul in Istanbul zal aanwezig zijn op de luchthaven om eventueel de nodige bijstand te verlenen.
Enfin, sachez que la situation au Moyen-Orient sera à l'ordre du jour de la prochaine réunion du Conseil européen.
11.06 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): C'est tout? Je ne m'attendais pas à grand-chose, mais vous ne nous amenez aucun engagement, vous nous répétez les mots de Maxime Prévot qui, j'imagine, ont été savamment concertés avec le gouvernement. On est en dessous de tout! Ici, ce dont nous avons besoin, c'est d'une ligne rouge claire, d'un stop. Nous avons besoin de dire à cet État génocidaire ce que l'on n'accepte plus. Tout ce qui se passe aujourd'hui, ce que vous condamnez du bout des lèvres, est rendu possible par la passivité de nos démocraties européennes, par leur complicité. Ces démocraties continuent à faire du commerce avec un État génocidaire.
Et en fait, ce qui s'est passé, ce qu'on voit sur les réseaux sociaux, c'est le symptôme de ce sentiment d'impunité qui est nourri et légitimé. Il grandit grâce à cette passivité, monsieur le ministre. Ce que nous voyons sur les réseaux, et le sort réservé aux militants, aux civils, aux humanitaires, nous en sommes les complices. C'est scandaleux!
11.07 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, la réaction que j'ai entendue de votre part, dans le sens où vous vous limitez à dire que c'est inacceptable de la part d'Israël, est vraiment insuffisante et scandaleuse. Vous nous avez lus le tweet de M. Prévot. Dans ce cas, je n'aurais pas posé la question aujourd'hui, je me serais contenté de lire le tweet, et cela aurait été suffisant.
J'ai posé la question au premier ministre qui a fui le débat, parce que le premier ministre est un soutien inconditionnel d'Israël, et l'a déjà exprimé. Aujourd'hui, ce sentiment d'impunité existe, parce que si Israël agit de la sorte, c'est parce qu'il se sent impuni, et à juste titre. Ce sentiment d'impunité est renforcé par votre passivité, et par le fait qu'il n'y a, jusqu'à aujourd'hui, aucune sanction économique contre l'État génocidaire. Cela nous rend complices du génocide actuel, et de la barbarie israélienne. C'est de votre responsabilité, et de la responsabilité de votre gouvernement.
11.09 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Collega’s, voor de zoveelste keer heeft de eerste minister de kans gemist om no pasarán te zeggen ten aanzien van onze landgenoten op de hulpvloot die werd tegengehouden, alsook ten aanzien van de gebeurtenissen in de regio. Terwijl Israël elke rode lijn op de meest onmenselijke manier heruitvindt, kan de regering geen enkele rode lijn trekken. Ze kan zelfs de groots aangekondigde beslissingen van vorig jaar niet realiseren. Terwijl Spanje al een boycot heeft, zit zij al wekenlang in de eindfase van de discussies. De erkenning van Palestina? Vergeet het maar! Minister Prévot heeft zelf al gezegd dat er aan dit tempo van kolonisatie binnenkort niets meer te erkennen valt. Deze eerste minister zal pas zijn mond opendoen, als alle Palestijnen zijn uitgemoord of verdreven. Tot daar de hypocrisie van de regering en de eerste minister, die daarmee aan de verkeerde kant van de geschiedenis zal staan.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
12.01 Wouter Raskin (N-VA): Mevrouw de minister, ik meen dat ik gisteravond niet de enige was die de Pano-reportage van de VRT gezien heeft, over de Anderlechtse Haard. Ik meen ook dat ik niet de enige was die dat een stuitende reportage vond. Opnieuw ging het over cliëntelisme en over vriendjespolitiek, over oneigenlijk gebruik van publieke middelen, met in de hoofdrol:opnieuw dezelfde clan, dezelfde groep, de Brusselse PS, meer bepaald de Anderlechtse PS, met als absolute ster opnieuw de heer Mostefa, die gepromoveerd is van OCMW-voorzitter tot voorzitter van de sociale huisvestingmaatschappij.
De reportage deed me denken, en naar ik meen, mij niet alleen, aan de affaire in het OCMW van Anderlecht. Ik herinner me nog goed dat we in de werkgroep waarin we spraken met alle hoofdrolspelers, heel wat stakeholders en experts konden horen, en dat we toen kwamen tot veertien concrete aanbevelingen.
Als we het oneigenlijke gebruik van publieke middelen en die vormen van sociale fraude willen tegengaan, moeten we ingrijpen waar we moeten ingrijpen. We stellen echter vast dat heel wat controlemechanismen verspreid zijn over de verschillende beleidsniveaus. Dat is dus niet zo evident.
Wel heel duidelijk was een federale aanbeveling, namelijk de vraag om u burgerlijke partij te stellen in die zaak.
Mevrouw de minister, de onverkwikkelijke uitzending van gisteren vind ik een moment om eens achterom te kijken, en om de tijd te nemen om de collega’s in het Parlement een stand van zaken te geven van de uitvoering van die veertien aanbevelingen, in het bijzonder de aanbeveling inzake de burgerlijke partijstelling.
12.02 Georges-Louis Bouchez (MR): Madame la ministre, je vais vous raconter l'histoire du système PS, qui est très simple. Il s'agit d'utiliser des moyens publics, et surtout les moyens dédiés à l'aide sociale, pour essayer de prospérer électoralement, pour essayer d'avoir des voix et de rester au pouvoir. Alors on pourrait dire que je dis ça parce que je n'aime pas le PS. Je vais prendre trois exemples concrets: trois communes différentes; deux en Wallonie, une à Bruxelles.
La première, c'est la ville de Mons. On en a moins parlé dans les journaux, mais figurez-vous, madame la ministre, que la ville de Mons a 26 millions d'euros de créances non recouvrées, 20 % de son budget. Ce sont des avances qu'ils ont données à un certain moment et qu'ils n'ont jamais récupérées. Ce sont des revenus d'intégration sociale (RIS) qui ont été octroyés alors qu'ils n'auraient pas dû l'être. Ce sont des chèques-mazout qui ont été donnés à des gens qui n'étaient pas dans les conditions. Mais ils sont les premiers à vous demander plus d'argent à cause des exclusions du chômage, parce qu'ils en ont besoin, qu'ils souffrent.
Alors on va changer de région. C'est peut-être le cas de Mons, ça peut arriver. Peut-être qu'avec la gare, ils sont un peu distraits. On va aller à Anderlecht. À Anderlecht, vous avez le CPAS, qu'on a déjà dénoncé il y a un an. Il y a deux jours, on s'est rendu compte que la même personne, M. Lofti Mostefa, a attribué des logements sociaux de la même manière. Il a donné plus de 60 attributions de logements sociaux à deux jours des élections. Il utilise des bâtiments pour coller des affiches électorales. Il a fait la même chose pour l'attribution de revenus d'intégration sociale.
Troisième cas, Charleroi. Le CPAS de la ville de Charleroi finance des loyers ou des aides à des locataires de La Sambrienne. Figurez-vous, madame la ministre, que cette Sambrienne a perdu des dizaines de millions d'euros et a plusieurs milliers de logements vides en raison de sa mauvaise gestion.
Alors mes questions sont très simples. Un, quid du contrôle? Et deux, quid de la (...)
12.03 Ellen Samyn (VB): Mevrouw de minister, dag op dag één jaar geleden rondde de Kamercommissie voor Sociale Zaken haar werkzaamheden af over het OCMW-schandaal in Anderlecht, met het formuleren van aanbevelingen. Er werd toen veel gesproken over kordaat optreden, strengere controles en het beschermen van belastinggeld.
Eén jaar later is de vraag zeer eenvoudig. Wat is daarvan concreet uitgevoerd? Werden er al effectief verantwoordelijken aangeduid? Werden er al sancties uitgevaardigd? Werd er al één euro teruggevorderd? Werd het OCMW van Anderlecht onder curatele geplaatst? Hoeveel aanbevelingen van de werkgroep zijn vandaag effectief uitgevoerd, niet aangekondigd, niet in voorbereiding, maar daadwerkelijk uitgevoerd?
Daar komt nog iets bij. U communiceerde exact één jaar geleden zelf dat u zich burgerlijke partij in het fraudeonderzoek bij het OCMW van Anderlecht zou stellen. Recent klonk het in de commissie plots dat dat niet kan zolang geen procedure was opgestart. Nochtans weten we dat het arbeidsauditoraat alle mogelijke vormen van uitkeringsfraude onderzoekt. Zodra een gerechtelijk onderzoek loopt, kan men zich wel degelijk burgerlijke partij stellen. Hoe zit het nu, mevrouw de minister? Bent u burgerlijke partij of niet? Zo niet, waarom communiceerde u daar vorig jaar wel zo over?
Collega’s, Pano bracht gisteren opnieuw een schandaal aan het licht in Anderlecht, ditmaal bij de Anderlechtse Haard. Sociale huisvesting is uiteraard geen federale bevoegdheid, maar politiek is de link bijzonder pijnlijk. Opnieuw duikt dezelfde naam op, namelijk die van Lotfi Mostifa van de PS, de voormalige OCMW-voorzitter die vorig jaar ook in dat dossier centraal stond.
Mevrouw de minister, hoe kan het dat iemand die al zo zwaar in opspraak kwam in het OCMW-dossier, nadien gewoon in een andere sleutelpositie kon blijven functioneren?
12.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Raskin, monsieur Bouchez, mevrouw Samyn, ik herhaal wat ik vorig jaar al zei. De praktijken in het OCMW van Anderlecht zijn absoluut verwerpelijk. Ik heb niet nagelaten om de nodige stappen te zetten om de betrokkenen aansprakelijk te stellen.
De Pano-reportage van gisteren over de sociale woningen geeft mij helaas weinig hoop dat alle malafide praktijken in Anderlecht zijn stopgezet.
Inzake het OCMW van Anderlecht werd door de procureur-generaal bevestigd dat er een onderzoek loopt. Vervolgens heb ik een raadsman aangesteld en hebben wij als benadeelde partij inzage gevraagd in het dossier. Onze raadsman kreeg vorige week toegang tot het dossier.
Het auditoraat vraagt intussen de buitenvervolgingstelling wegens onvoldoende bewijzen, maar onze raadsman adviseert om ons burgerlijke partij te stellen en bijkomende onderzoeksdaden te vragen. Dat advies zal ik volgen.
Ik begrijp dat u snel resultaten wilt zien, maar een gerechtelijk onderzoek vraagt tijd. Ik kan u garanderen dat ik dat dossier niet loslaat en dat ik elke euro wil recupereren die de federale overheid heeft verloren.
Bovendien heb ik in 2025 het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aangeschreven om zijn toezichtrol ten aanzien van het OCMW van Anderlecht maximaal op te nemen. Toenmalig minister-president Rudy Vervoort bevestigde dat er een audit zou komen en dat gepaste maatregelen zouden worden genomen.
Tegelijk werken wij volop aan de
aanbevelingen van de parlementaire werkgroep. Wij versterken de inspectie- en
auditmethodologie en ik heb ook een dossier klaar om extra inspecteurs aan te
werven, zodat dergelijke uitwassen in de toekomst sneller kunnen worden
aangepakt. Dat is ook de
doelstelling van de regering.
Monsieur Bouchez, j’ai lu, tout comme vous, que le CPAS de Mons a plus de 26 millions d’euros de créances impayées. Je ne dispose d’aucune information quant à la nature de ces créances ou à l’identité des débiteurs. Toujours est-il que le service d’inspection de mon administration vérifie si les revenus d’intégration ont été correctement versés et si les montants indûment octroyés ont été récupérés.
Si ce n’est pas le cas, la récupération des subventions fédérales peut également s’effectuer auprès du CPAS lui‑même. Les autres formes d’aide sociale ne relèvent pas du contrôle fédéral.
Lors des derniers contrôles effectués à Mons, nous avons constaté des problèmes techniques au niveau du logiciel de comptabilité ainsi que des problèmes de codification. Le service d’inspection suit le dossier. En ce qui concerne les revenus d’intégration octroyés en 2023 et contrôlés en 2025, un montant d’environ 900 000 euros a été récupéré. Ce débat dépasse cependant le cas de Mons.
Je ne connais pas la composition exacte de ces 26 millions d’euros de créances impayées, mais il est probable qu’une part importante concerne les avances sur d’autres allocations. J’ai déjà évoqué cette problématique à de nombreuses reprises. Un dossier de revenu d’intégration sur cinq concerne une avance sur une autre allocation. Je reçois régulièrement des signaux à ce sujet de la part des acteurs de terrain.
J’ai créé l’année dernière un groupe de travail pour résoudre la problématique des avances. Je me réjouis que vous attiriez à nouveau l’attention sur cette question car, selon moi, des mesures peuvent être prises dans le cadre du dispositif existant, à savoir le paiement d’avances par les syndicats et les mutualités, la responsabilisation de ces organismes pour qu’ils remplissent leur rôle et soient aussi accessibles et efficaces que nos CPAS, ainsi que l’optimalisation de l’échange de données.
J’invite dès lors mes collègues ministres Clarinval, Vandenbroucke et Beenders à demander à leur administration de coopérer pleinement au plan d’action et à intensifier la pression sur les organismes de paiement pour qu’ils remplissent leurs obligations.
Het staat als een paal boven water dat OCMW's alle onterecht uitbetaalde sommen moeten terugvorderen, of dat nu rechtstreeks bij de betrokkenen is dan wel bij uitbetalingsinstellingen of ziekenfondsen. Het probleem zou slechts een fractie zijn als iedereen zijn taak zou opnemen.
12.05 Wouter Raskin (N-VA): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik wil vooral zeggen dat ik met u te doen heb. Wanneer we in de commissie debatten voeren over het schip dat van koers is veranderd, over de responsabilisering van OCMW's of het ongebreidelde cumuleren van leeflonen in eenzelfde gezin dat u ongedaan maakt, dan komt u een ongenadig harde PS tegen, net alsof u de meest asociale vrouw op deze planeet bent.
Welnu, ik wil mij ook richten tot de PS. De
grote baas Magnette is er helaas niet, maar er is nog schoon volk hier in de
vergadering. Stop daarmee! De oppositie die u voert tegen minister Van Bossuyt
is compleet ongeloofwaardig. De parvenu's die Di Rupo al heeft aangeduid, zijn
gisteren met naam en toenaam genoemd in de aflevering. Los dat op, schop ze buiten!
12.06 Georges-Louis Bouchez (MR): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse mais je pense qu'on doit se doter de nouveaux outils et se donner les moyens d'aller plus loin dans le contrôle de ces CPAS, qui ne sont pas les derniers à réclamer plus d'argent, comme je l'indiquais tout à l'heure, et qui n'ont manifestement pas compris que l'aide sociale devait aller aux usagers et non pas à leur campagne électorale.
Pour ce faire, le Mouvement Réformateur déposera un texte qui permettra beaucoup plus facilement de pouvoir envoyer un commissaire de gouvernement pour contrôler la gestion directement sur le terrain dans des conditions plus faciles, mais aussi une mise sous tutelle du paiement des RIS qui concerne effectivement le côté fédéral.
Nous vous invitons également, madame la ministre, à travailler avec les gouvernements régionaux, puisque ces compétences sont partagées, pour pouvoir aller beaucoup plus loin dans le contrôle et le suivi. Il ne faut jamais oublier que cet usage des moyens publics se fait au détriment des gens qui en ont réellement besoin et du budget de l'État.
12.07 Ellen Samyn (VB): Mevrouw de minister, één jaar na de aanbevelingen is er nog altijd geen duidelijke terugvordering, geen curatele en geen verantwoordelijke. Ondertussen duikt in Anderlecht opnieuw eenzelfde schandaal op, in dezelfde gemeente, met dezelfde politieke netwerken, met dezelfde PS-spilfiguur. Hoe kan dat? Hoe kan het dat een systeem van fraude en cliëntelisme gewoon is blijven functioneren?
De meerderheid draagt hier een zware verantwoordelijkheid. U weigerde een echte onderzoekscommissie om sociale fraude, vriendjespolitiek en cliëntelisme bloot te leggen. U koos voor een werkgroep zonder tanden. Vandaag zien we het resultaat van uw aanpak, namelijk veel woorden, maar weinig sancties en, erger nog, meer van hetzelfde en opnieuw een sociaal schandaal.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Daarmee hebben we de vragenronde gehad en beginnen we met de bespreking van de wetsontwerpen en voorstellen.
13.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik dien een motie in, getekend door acht leden, waarin we verzoeken om op basis van artikel 94 van het Reglement van de Kamer ten aanzien van het ontwerp van programmawet, stuk nr. 1378, een tweede lezing te houden in plenaire zitting. Ik zal de motie nu bij u indienen. Dank u.
De voorzitter:
Ik heb van de fractie Anders. een ordemotie ontvangen en deze luidt als volgt:
"De Kamer,
- gelet op artikel 94 van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers;
- gelet op het wetsontwerp houdende diverse bepalingen (programmawet), stuk nr. 56K1378/037;
- overwegende dat tijdens de behandeling van dit ontwerp ernstige bezorgdheden werden geuit over de invoering van de zogenaamde "centenindex" als mechanisme voor de indexering van de lonen en sociale uitkeringen;
- overwegende dat intussen binnen de Groep van Tien een akkoord werd bereikt tussen de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers over een alternatief mechanisme;
- overwegende dat dit alternatief erin bestaat de indexkorf aan te passen zodat voortaan rekening wordt gehouden met een gewogen gemiddelde van de energieprijzen, hetgeen een stabielere, sociaal evenwichtigere en economisch meer verantwoorde indexeringsmethode mogelijk maakt;
- overwegende dat dit akkoord tussen de sociale partners een nieuw en wezenlijk element vormt waarmee de Kamer bij haar beraadslaging rekening dient te houden;
- overwegende dat het parlementaire debat en de eindstemming over de programmawet slechts op zorgvuldige wijze kunnen plaatsvinden indien de Kamer kennis kan nemen van de concrete modaliteiten en budgettaire gevolgen van dit alternatief;
vraagt, overeenkomstig artikel 94 van het Reglement, dat het wetsontwerp nr. 56K1378/037 opnieuw in beraadslaging wordt genomen in tweede lezing alvorens tot de eindstemming over te gaan."
J'ai reçu une motion d'ordre de groupe Anders. libellée comme suit:
" La Chambre,
- considérant que durant l'examen de ce projet de loi, de sérieuses réserves ont été formulées concernant l'instauration de l' "indexation en centimes" proposée comme mécanisme d'indexation des salaires et des allocations sociales;
- considérant qu'au sein du Groupe des 10, les organisations représentatives des employeurs et des travailleurs sont parvenues entre-temps à un accord sur un mécanisme alternatif;
- considérant que cette solution de substitution consiste à adapter le panier de l'index de manière à tenir compte désormais d'une moyenne pondérée des prix de l'énergie, ce qui permet d'obtenir une méthode d'indexation plus stable, socialement plus équilibrée et économiquement plus responsable;
- considérant que cet accord conclu entre les partenaires sociaux constitue un élément nouveau et essentiel, dont la Chambre doit tenir compte dans ses délibérations;
- considérant que le débat parlementaire et le vote final sur la loi-programme ne pourront se faire rigoureusement que si la Chambre peut prendre connaissance des modalités précises et des conséquences budgétaires de cette alternative;
demande conformément à l'article 94 du Règlement, que le projet de loi n° 56K1378/037 soit repris en délibération en deuxième lecture, avant qu'il soit procédé au vote final."
Collega's, de vraag die wordt neergelegd betreft de toepassing van artikel 94 en komt er samengevat op neer dat we een tweede lezing organiseren. De vraag moet worden gesteund door een derde van de Kamer, zijnde vijftig leden. Ik stel voor dat we overgaan tot de stemming daarover.
13.02 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le président, je voudrais quand même dire pourquoi nous soutenons cette demande de deuxième lecture. Il s’agit du double plafonnement d’index, appelé centenindex, que le gouvernement veut imposer à la moitié des travailleurs de ce pays. C’est une perte directe de pouvoir d'achat; parce que oui, l’augmentation (…)
De voorzitter: Het Reglement voorziet niet dat daarover een debat plaatsvindt, maar wel een stemming.
We stemmen over de toepassing van artikel 94.
50 leden steunen de toepassing van artikel 94.
50 membres soutiennent l'application de l'article 94.
Mijnheer Van Quickenborne, wenst u als indiener dat die verwijzing naar de commissie nu plaatsvindt? Trouwens, in principe hebben we meerdere betrokken commissies. Ik neem aan dat u het over de centenindex hebt en dat we ons kunnen beperken tot de commissie voor Financiën?
13.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Eerst en vooral dank aan de collega's die de motie mee hebben gesteund. Dit is absoluut noodzakelijk, omdat de sociale partners unaniem vragen om hun voorstel op een ernstige manier te willen overwegen. Ik weet dat minister Clarinval, die in ons midden is, dat ook steunt.
We weten
intussen ook dat …
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, ik kan moeilijk mevrouw Merckx het woord ontnemen om dan ...
13.04 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Excuseer, u wilt een antwoord op uw vraag hoe ik te werk wil gaan. Ik ben natuurlijk niet de voorzitter van deze Kamer, maar wat ik voorstel, is dat we een commissievergadering houden zoals voorzien in het Reglement. We willen het inderdaad hebben over de centenindex, dat is evident. Dat gaat dan over de commissie voor Sociale Zaken, mijnheer de voorzitter.
Ik stel
echter voor, aangezien het eerste ontwerp op onze agenda vanmiddag ook Sociale
Zaken betreft, dat we natuurlijk niet parallel vergaderen in de commissie en in
de plenaire vergadering. Voor ons kan dat perfect volgende week worden
behandeld in de commissie en daarna in de plenaire vergadering. Wij hebben daar geen
bezwaar tegen.
13.05 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, wij stellen met de meerderheid voor om het vandaag te behandelen en af te handelen.
De voorzitter: Vanzelfsprekend zullen we de regel handhaven dat we parallel met de plenaire vergadering geen wetgevend werk doen. In dat geval moeten we een beslissing nemen.
Voor alle duidelijkheid, de toepassing van artikel 94 wordt door 50 leden gesteund. Daarover is er geen discussie. Dat betekent dat het ontwerp naar de commissie wordt verzonden. Voor de initiatiefnemers gaat het over de centenindex. Daarom betreft het de commissie voor Sociale Zaken. Daarover zijn geen discussies. Het wordt verzonden naar de commissie voor Sociale Zaken. We moeten alleen beslissen wanneer dat gebeurt. Daarin is er ook maar één beperking, namelijk dat we dat niet parallel met de plenaire vergadering doen. We kunnen dat dus doen na deze vergadering. We kunnen ook nu de vergadering schorsen. Ik weet niet of dat nodig is. Ofwel doen we het volgende week. We zullen de Kamer daarover laten beslissen.
Ik heb geen voorstel om nu te schorsen. Daarover moeten we dus niet stemmen. Ik heb een voorstel om, aansluitend op de vergadering en voor de stemming, de commissie samen te roepen. Er is een tweede voorstel om dat volgende week te doen. Dat zijn de twee voorstellen.
Collega's, wij zullen daarover stemmen. Ik neem aan dat alle collega's in de buurt zijn.
13.06 Aurore Tourneur (Les
Engagés): Monsieur le président, je souhaiterais demander une petite suspension
de séance afin de permettre à tout le monde d'arriver. Ils sont dans leur bureau, ils arrivent.
13.07 Axel Ronse (N-VA): Ik dank de collega’s voor de grote interesse in de programmawet en het herlezen van de programmawet. Ik vind het ook heel goed dat er straks zal worden gestemd over een voorstel om dat aansluitend op deze vergadering of volgende week te doen, want stemmen is waar wij allemaal goed in zijn. Als iets wordt goedgekeurd, dan staat daar een meerderheid achter en dan…
De voorzitter: Mag ik u vragen, mijnheer Ronse …
13.08 Axel Ronse (N-VA): Nee, ik heb het vrije woord. Ik ben bezig met spreken.
De voorzitter: Nee, mijnheer Ronse. U hebt het vrije woord niet, want ik heb dat ook ontnomen aan mevrouw Merckx.
13.09 Axel Ronse (N-VA): Ik zie dat de heer Seuntjens zijn hand heeft opgestoken om ook iets te zeggen.
De voorzitter: Collega’s, na de heer Seuntjens gaan we over tot de stemming. Mijnheer Seuntjens, brengt u nog een nieuw element aan omtrent de procedure?
13.10 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, de procedure is wat ze is. We
hebben het Reglement er ook op nagelezen. Ik ben het daarom eens dat wij hier
... (Tumult)
Collega's, ik zou graag mijn punt willen afmaken. Onze fractie zou graag hebben dat we vandaag nog de commissie laten samenkomen. Onze fractie zal straks dus waarschijnlijk ook op die manier stemmen.
De voorzitter: Goede collega's, luister goed naar de procedure. Degenen die vinden dat de commissie moet plaatsvinden na de afhandeling van de agenda van vandaag, maar voor de stemmingen, drukken op het groene knopje.
Degenen die van mening zijn dat we dat
volgende week moeten doen … (Geroezemoes)
Het zou heel prettig zijn als u mij de kans gaf om de procedure te verduidelijken. Anders wordt er straks gezegd dat men het niet heeft begrepen.
Degenen die dus willen dat de commissie samengeroepen wordt na de afhandeling van de agenda, maar vóór de stemmingen, vandaag dus, stemmen groen.
Degenen die willen dat de commissie volgende week plaatsvindt, stemmen rood. Er is hoe dan ook een commissie.
Is dat duidelijk? Dan open ik de stemming.
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
1) |
||
|
Ja |
72 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
72 |
Total |
De vraag om de commissie vandaag nog samen
te roepen, heeft meer stemmen gehaald dan de vraag om dat volgende week te
doen. (Protest)
Collega's, dit is geen quorumkwestie, want als mijn gezicht mij niet bedriegt, zijn hier meer dan 76 aanwezigen. We gaan over tot het vervolg van de vergadering.
13.11 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Collega's, we hebben net kunnen vaststellen dat de meerderheid niet in aantal is. Er zijn slechts 72 stemmen uitgebracht en dat is geen meerderheid zoals het hoort. Mijnheer de voorzitter, het quorum is dus niet bereikt, waardoor deze vergadering niet kan worden verdergezet. U moet het Reglement respecteren, zoals dat steeds gerespecteerd wordt. Ik vraag u dus het Reglement toe te passen. De meerderheid is niet in aantal. Dit is opnieuw het zoveelste bewijs dat deze meerderheid voor de zoveelste keer geen respect heeft voor het Parlement.
(De Vlaams Belang-, PVDA-PTB-,
Ecolo-Groen- en Anders.-fracties verlaten het halfrond.)
De voorzitter: Collega's, we zullen de zitting verderzetten. We zijn in aantal. Voor het verslag en met het oog op de toekomst verwijs ik naar artikel 60 van het Reglement: “Ieder lid dat in de Kamer aanwezig is terwijl een vraagpunt in stemming wordt gebracht, en dat zich bij die stemming onthoudt, wordt, na de naamafroeping of de naamstemming, door de voorzitter verzocht de beweegredenen te doen kennen die hem nopen niet aan de stemming deel te nemen.”
Volgens het verslag over de wijziging – dit is een voetnoot in het Reglement – van dit artikel de dato 6 februari 1956 – het is even geleden – moet het als volgt worden verstaan: alle leden die op het ogenblik van de stemming aanwezig zijn en die niet stemmen, worden geacht een blanco stem te hebben uitgebracht. (Applaus)
Vandaar, collega's, dat ik de dringende bede
van collega Van Quickenborne om het Reglement toe te passen, zal naleven. (Applaus
en gejuich)
Ik ben wel blij over het enthousiasme, collega, dat u teweeggebracht hebt. Ik hoop dat dat enthousiasme blijft bestaan, want wij zullen hier nog even verwijlen.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Anja Vanrobaeys,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
Het
is fantastisch te zien hoe het Parlement nu is samengesteld. Allemaal
gelijkgezinden. Ik hoor niemand van de oppositie die me tegenspreekt. Werkelijk
niemand.
Collega’s van de oppositie, uw stilte …
Mes excuses, mes chers camarades du PS! Vous êtes la vraie et seule opposition. Si le choix m'appartenait, vous resteriez dans l'opposition! Mais vous êtes la plus charmante opposition. Nous vous remercions. Merci! J'ai appris mes leçons chez M. Denis Ducarme, mais aujourd'hui c'est M. Denis Ducharme!
Collega’s, alle gekheid op een stokje, fijn dat u opnieuw aandachtig luistert. De proefperiode.
Kent hier iemand een werkgever die graag mensen ontslaat? Niemand? Als een werkgever iemand aanwerft, steekt hij tijd en energie in die persoon. Die moet het bedrijf leren kennen. Hoe functioneert het bedrijf? Hoe zit de stiel in elkaar? Die moet collega’s leren kennen, banden smeden. Een werkgever die een werknemer aanneemt, dat is een investering in tijd en in middelen. Als het fout loopt na een aanwerving is dat een drama. Een drama, een verlies aan middelen, een verlies aan mensen, een verlies aan hoop, verlies van perspectief.
Niemand ontslaat graag iemand. Niemand. Indertijd heeft men een droom gehad en heeft men gezegd: we gaan die vreselijke proefperiode afschaffen. Dat heeft er echter voor gezorgd dat de drempel om iemand aan te werven veel hoger geworden is.
Wat is er gebeurd? Kijk naar de cijfers van Federgon. Ik ben een fan van de interimsector, van de uitzendarbeid. Wat is daar gebeurd? Op het moment dat de proefperiode afgeschaft is, heeft de interimsector een grote boost gekregen. Wat hebben de werkgevers gedaan? Ze hebben gezegd: we gaan iemand aanwerven, maar we gaan dat doen met een interimcontract om bij een ontslag het opgebouwde sociaal passief te vermijden
Door de proefperiode opnieuw in te voeren, zorgen wij ervoor dat de drempels worden weggehaald om iemand aan te werven waarover de werkgever nog twijfels heeft. Voorliggend wetsontwerp geeft mensen kansen. Het zorgt ervoor dat de drempels om iemand aan te werven worden weggehaald.
Mijnheer de minister, onze fractie heeft na heel rijp beraad beslist om het wetsontwerp te steunen.
Ik dank u en dank in het bijzonder les chers amis et camarades du PS.
De voorzitter: De heer Moons is niet aanwezig. Ik geef het woord aan de heer Ducarme.
14.02 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, j'adore cet hémicycle sans l'extrême gauche et sans l'extrême droite, je m'y sens bien aujourd'hui, d'autant mieux que je trouve que le projet du ministre Clarinval est vraiment important pour nos entreprises.
Monsieur le ministre, nous sommes en effet en train de réparer une erreur ayant été commise lors de la législature 2014-2019, avec la suppression de cette période d'essai. Si je dis une "erreur", c'est parce que c'est ce que l'on a constaté sur la base d'un certain nombre de sondages ayant été produits par l'Union des Classes Moyennes (UCM) et l'Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO), des institutions tout à fait crédibles, qui représentent les petits indépendants. On ne parle bien entendu pas des géants du pharmaceutique, mais des petites structures. On néglige souvent combien il est difficile pour une petite entreprise de mal embaucher. En effet, dans un certain nombre de structures qui comptent l'indépendant lui-même et deux ou trois salariés, si le salarié embauché ne se sent pas bien dans l'entreprise et si des difficultés apparaissent rapidement, cela peut déséquilibrer toute la dynamique au sein de la structure. D'après l'UCM et l'UNIZO, cela a conduit à une baisse de l'embauche dans ce type de structures. À l'inverse de ce que certains pensent, cela a plutôt fait mauvais effet que bon effet, et a conduit à freiner l'embauche.
Je regrette que Mme Thémont ne soit pas là. Cela me fait mal au cœur, parce que c'est avec elle que nous avons débattu de la question en commission des Affaires sociales. Je la sentais très opposée à la réinstauration de la période d'essai. Je voulais l'apaiser et la rassurer par rapport à cela.
Savez-vous, membres du PS, qui a instauré la période d'essai en 1978? C'est Guy Spitaels, alors ministre de l'Emploi et du Travail, qui a mis en place la période d'essai. Vous pouvez donc être tout à fait apaisés. Et je ne vous ferai pas l'injure de vous rappeler que c'est un président historique du Parti Socialiste.
La mesure qui est aujourd'hui portée par le ministre Clarinval ne se limite pas à être produite en l'honneur de Guy Spitaels. Nous pensons que cette mesure n'est pas un recul social; en effet, au vu d'un certain nombre de productions, de rapports de l'UCM et d’UNIZO, mais aussi sur la base du travail de terrain que nous opérons chacun en écoutant les entrepreneurs et les salariés, nous estimons que cette période d'essai peut aussi souvent se révéler positive pour le salarié qui ne se sent pas bien dans une entreprise et qui souhaite la quitter souplement.
Monsieur le ministre, nous espérons que cela va redonner confiance aux petites entreprises et aux petits indépendants qui pourront engager sans crainte d'être tenus pendant des mois dans une dynamique négative tant pour l'entreprise que pour le salarié. Cela remet de la souplesse et colle à l'esprit de flexibilisation du travail que nous souhaitons mettre en œuvre.
Nous réparons une erreur et nous rendons honneur à Guy Spitaels.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ducarme.
Intussen is de heer Moons weer onder ons. Ik geef hem het woord.
14.03 Kurt Moons (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, het Vlaams Belang zal dit wetsontwerp steunen. Het geeft de werkgever en de werknemer een periode om elkaar beter te leren kennen, zonder meteen vast te zitten aan lange opzegtermijnen. Dit is een maatregel die de arbeidsmarkt beweeglijker en flexibeler maakt. Het biedt voordelen langs beide kanten. Voor de werkgever wordt het risico op een mismatch kleiner en als het niet klikt, kan er snel en zonder grote financiële schade een keuze worden gemaakt. Ook voor de werknemer biedt dit voordelen. Als hij na een paar weken merkt dat de job hem niet bevalt of als hij elders een betere kans heeft gevonden, dan kan hij snel vertrekken. Mocht het helemaal misgaan, dan blijft de werkloosheidsvergoeding bestaan als terugvalpositie. Het risico voor de werknemer is dus ook beperkt.
Dit is een maatregel voor een gezonde, dynamische, flexibele en vrije arbeidsmarkt, maar we hebben wel enkele constructieve bemerkingen. Ten eerste, het is te laat. We vragen ons af waarom deze maatregel nu pas wordt ingevoerd. De proefperiode werd immers al in 2014 afgeschaft, meer dan 10 jaar geleden. Intussen is er toch de regering-Michel geweest met de MR, cd&v en de N-VA, toen samen met Open Vld, toch een coalitie die daar voorstander van moet zijn geweest? We hebben een aantal jaren verloren, maar beter laat dan nooit. We kennen de problematiek in dit onzalige België.
Voorzitter: Sophie De Wit, oudste lid.
Président: Sophie De Wit, doyenne d'âge.
Ten tweede, het is niet alleen te laat, het is ook onvoldoende. Voor ons is dit een stap in de goede richting, maar het is zeker niet voldoende. De cijfers spreken voor zich. In het vierde kwartaal van 2025 bedroeg de werkgelegenheidsgraad in Vlaanderen 77 %, terwijl dat in Wallonië slechts 67 % was en in Brussel 64 %. Dat is een kloof van meer dan 10 procentpunten. Een verkorte opzegtermijn in de eerste zes maanden van een contract zal dat niet oplossen, zeker niet in Wallonië. Dit is een kleine maatregel, noodzakelijk, maar niet voldoende.
Dan kom ik tot het derde punt. Wat Vlaanderen nodig heeft, is niet wat Wallonië nodig heeft. In Vlaanderen gaat het om arbeidskrapte, om vacatures die niet ingevuld geraken. In Wallonië gaat het om te weinig economische activiteit om de werkloosheid op te vangen. Een federale maatregel helpt overal een beetje, maar lost het eigenlijke probleem nergens volledig op.
Mijnheer de minister, daarom blijven we pleiten voor de enige structurele oplossing, namelijk de volledige overheveling van het arbeidsmarktbeleid naar de gewesten. Elk gewest zijn eigen aanpak, elk gewest zijn eigen verantwoordelijkheid, financieel en beleidsmatig. Dat is het enige eerlijke en effectieve beleid dat dit land nodig heeft.
Dat is, maar ik denk dat ik helaas was moet zeggen, een van de hoofddoelen van de heer Ronse, die hier niet meer aanwezig is. Voordat hij naar het federale Parlement kwam, zei hij dat dit gewoon geregionaliseerd moet worden en dat als we dat niet doen, we naar problematische toestanden zullen gaan. Waarom hebt u dat doel dan zo snel opgegeven, mijnheer Ronse?
Ten slotte, het Vlaams Belang steunt dit wetsontwerp. Het is een goede maatregel, te laat ingevoerd en op zichzelf onvoldoende, maar we zijn constructief voor elke maatregel die de flexibiliteit op de arbeidsmarkt verhoogt zonder extra kosten, die werkgevers sneller doet aanwerven en die werknemers meer vrijheid geeft in de keuze van een werkgever.
14.04 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ook al hebben we de discussie over onderhavig wetsontwerp in commissie al gevoerd, wij blijven met vragen. Er zijn twee fundamentele problemen met uw wettekst om de proefperiode opnieuw in te voeren. Ten eerste, u bouwt de bescherming van werknemers af. Ten tweede, de re-introductie van de proefperiode zal de sociale zekerheid en dus ook de begroting van de arizonaregering geld kosten. Dus, ten eerste, u bouwt de zekerheid voor werknemers af. Ten tweede, dat kost ons geld.
De afbraak van de bescherming van werknemers is heel concreet. Vandaag heeft een werknemer die na vijf maanden wordt ontslagen, recht op vijf weken ontslagvergoeding. Dat is helder. Wie vijf maanden in een bedrijf werkt en ontslag krijgt, krijgt vijf weken ontslagvergoeding. Dat zijn vijf weken loon. Dat zijn ook vijf weken die de betrokken werknemer de tijd geven om een nieuwe job te zoeken of een aangepaste opleiding op te starten.
Dat geeft ontslagen werknemers enige ademruimte, financieel en mentaal. Wie ontslag krijgt, ook al werkte hij of zij maar vijf maanden voor een bedrijf, heeft tijd nodig om dat te verwerken. Dat heeft altijd een ernstige weerslag op de betrokkene, omdat het aanvoelt als een afwijzing van een persoon. Wie ontslag krijgt, moet dat dus ook kunnen verwerken.
Met uw voorstel wordt de vergoeding tijdens de eerste zes maanden teruggebracht tot een vergoeding van amper één week. Mensen hadden een ontslagvergoeding voor vijf weken en u maakt daar één voor een week van. Dat is amper één week ontslagvergoeding en dus ook amper één week tijd om een nieuwe job te zoeken of een nieuwe opleiding te vinden. Dat is geen sociale vooruitgang. Voor de ontslagen werknemers is dat een heel concrete sociale achteruitgang. Dat is een verarming voor wie zijn werk verliest.
Daar stopt het niet. De re-introductie van de proefperiode, die eerder in 2013 was afgeschaft, zal de sociale zekerheid geld kosten. Het geld is op, maar blijkbaar niet om de sociale achteruitgang van werknemers te financieren. Terwijl u klaagt dat het geld op is, kost de maatregel geld. Waarom is dat? Op een opzegvergoeding worden natuurlijk sociale bijdragen betaald. Daarop worden belastingen betaald enerzijds door de werknemer, anderzijds door de werkgevers. Wanneer men meerdere weken opzegvergoeding, bijvoorbeeld vijf weken, vervangt door één week, verminderen dus ook de inkomsten voor de sociale zekerheid. Dan vergroot u het gat in de begroting. Dat is een feit.
Hoe kunt u daarachter staan? Hoe kan de N-VA, die altijd argumenteert dat het geld op is, dat steunen? Dat vergroot het gat in de begroting. Tegelijkertijd zorgt u ervoor dat mensen sneller in de werkloosheid terechtkomen. Die vijf weken opzeg worden nu één week. We zullen toch niet doen alsof iedereen na één week een andere job heeft en dus geen beroep op de werkloosheidsuitkering hoeft te doen. Er worden dus minder lasten betaald, minder belastingen op de ontslagvergoeding en de overheid zal sneller en dus meer werkloosheidsuitkeringen moeten betalen. Met andere woorden, minder inkomsten voor de sociale zekerheid en meer uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen. De sociale zekerheid verliest hier twee keer. De enigen die hierbij winnen, zijn de werkgevers.
In de commissie hebt u opgeworpen dat de invoering van de proefperiode geen geld zal kosten, maar geld zal opbrengen. Wie gelooft dat echt, mijnheer de minister? We hebben geen enkele impactanalyse gezien, we hebben geen berekeningen gezien, we hebben geen enkele onderbouwde studie gezien, die dat kan staven. We hebben niets gekregen.
U hebt in de commissie de verwachting uitgesproken dat de invoering van de proefperiode jobs zal creëren, dat dat goed zal zijn voor de economie en dus geld zal opbrengen, maar u filosofeert. Dat is op niets gebaseerd. Dezelfde filosofie stoelt uw beleid inzake flexi-jobs. Ook wat dat betreft hebben we nog altijd geen cijfers gekregen.
Een beleid voeren op basis van verwachtingen, gokken en filosoferen, zoals de arizonaregering doet, lijkt mij gevaarlijk in budgettair moeilijke tijden. De economische verwachtingen zijn negatief, mijnheer de minister. De economische groei stokt. Het aantal faillissementen stijgt. Het aantal collectieve ontslagen stijgt. Het aantal werklozen stijgt vandaag dus.
Volgens het ACV zou de invoering van de proefperiode ons 100 miljoen euro per jaar kunnen kosten. U spreekt dat tegen en baserend op uw filosofie argumenteert u dat de herinvoering van de proefperiode – we zullen het wel zien – vanzelf geld zal opbrengen, omdat meer mensen zullen werken en we dus er dus minder moeten beschermen.
Mijnheer de minister, het herinvoeren van de proefperiode is slecht voor de werknemers, het is slecht voor de sociale zekerheid, het is slecht voor de begroting, maar het is wel goed voor de werkgevers. Eén groep wint, de groep die u in de regering vertegenwoordigt. Blijkbaar gaan ook de partijen cd&v en Vooruit er akkoord mee om de werkgevers dat cadeautje te geven. De redenering is: wat er later met de sociale zekerheid gebeurt, dat zien we wel, want de heer Clarinval stelt dat de maatregel geld zal opleveren, ook al is dat op niets gebaseerd.
Zijn stelling is inderdaad op niets gebaseerd, want we hebben uw kabinet meermaals gecontacteerd, gebeld en gemaild om de berekeningen te krijgen waarop u zich baseert voor de stelling dat de herinvoering van de proefperiode geld zal opbrengen. Mijnheer de minister, kunt u die berekeningen nu met ons delen? Hebt u die bij u? Kunt u die eens naar voren brengen?
Probeer dat maar eens uit te leggen aan de mensen thuis of aan de toog. Als mensen mij vragen wat er vandaag in het Parlement is gedaan, zeg ik dat er werd gedebatteerd over het herinvoeren van de proefperiode. Hun repliek luidt dan: een proefperiode invoeren is goed, maar dan wel voor ministers, zodat we hen daarna nog weg kunnen stemmen, maar niet voor ons. Een proefperiode van zes maanden voor ministers vinden zij fantastisch. Ik denk dat u allemaal na zes maanden zou worden weggestemd, want u laat hen langer werken voor een lager pensioen, flexibiliseert de arbeidsmarkt, respecteert het sociaal overleg niet en prutst aan de index.
Ik ben dus voor een proefperiode voor ministers, maar tegen een proefperiode voor de werkende mensen. Het is vandaag al flexibel genoeg. Er zijn dagcontracten, interimcontracten, IBO-contracten, alles wat u wilt. Dat volstaat en dat is het probleem niet. De arbeidsmarkt is vandaag superflexibel. Er is een reden waarom de proefperiode in 2013 werd afgeschaft. Dat was een vrucht van het sociaal overleg, opnieuw iets waar u zich vandaag niets meer van aantrekt. U gaat als een bulldozer door alle sociale verworvenheden, door de pensioenen en door de sociale zekerheid, zonder om te kijken. Achteraf zult u wel zien hoeveel de schade bedraagt. Op een bepaald moment zult u met uw bulldozer tegen een betonnen muur rijden. Mijnheer de minister, wij zien die betonnen muur, maar u blijkbaar niet.
Het mag duidelijk zijn: wij zijn geen fan van het herinvoeren van de proefperiode. We gaan daar niet mee akkoord. We zullen daar niet voor stemmen, tenzij u nog een amendement indient voor een proefperiode voor ministers.
Le Conseil d'État l'énonce clairement: il s'agit d'une vraie régression. Votre texte viole le principe de standstill inscrit à l'article 23 de notre Constitution. Il soulève aussi de graves questions de conformité avec l'article 4 de la Charte sociale européenne. Pourtant, il vous avait invité à différencier les délais selon l'ancienneté, en vous demandant de corriger le tir. Vous ne l'avez pas fait.
Nous commençons à avoir l'habitude de l'entêtement borné de l'Arizona. Peu importe ce que disent le Conseil d'État, la Cour des comptes, le Bureau du Plan, les partenaires sociaux, vous foncez tout droit sans vous arrêter et poursuivez votre course en direction de la destruction des droits des travailleurs. Votre logique reste la même: transfert du risque économique vers le travailleur, flexibilisation accrue du travail, réforme des pensions. Vous promettez un double saut d'index, alors que les prix explosent et qu'on annonce une inflation à 4 %. Chaque fois, sous couvert de modernisation, vous détricotez les protections sociales. Chaque fois, sous prétexte d'économies et de nécessité budgétaire, vous appauvrissez encore les travailleuses et les travailleurs.
Vous nous parlez sans cesse d'équilibre, mais où se situe-t-il lorsqu'un salarié licencié après cinq mois de travail n'a qu'une seule semaine pour se retourner, retrouver un revenu, éviter de basculer dans la précarité? Avez-vous seulement évalué l'impact concret de cette réforme sur le risque de chômage, de perte de revenu ou de pauvreté. Monsieur le ministre, je vous le dis, la précarité ne crée par d'emploi durable; elle favorise le turn-over, fragilise les parcours et élève l'insécurité de revenu au rang de norme.
Comme si cela ne suffisait pas, votre régime transitoire crée une inégalité incompréhensible entre travailleurs. Deux personnes engagées à quelques semaines d'intervalle pourront relever de régimes complètement différents. Où est la cohérence? Où est la justice sociale? Après l'assouplissement du travail de nuit, l'explosion du nombre d'heures supplémentaires sans sursalaire, la durée minimale du travail réduite à trois heures, la limitation du préavis à 52 semaines, vous précarisez encore un peu plus les jeunes et les moins jeunes qui peinent déjà à trouver un emploi stable.
Qu'allez-vous encore leur offrir dans les prochains mois, monsieur le ministre? Les flexi-jobs débridés! Merveilleux! Est-ce vraiment là votre modernisation du travail? Est-ce cela votre récompense à donner aux travailleuses et aux travailleurs? Monsieur le ministre, ce texte n'est pas une avancée, c'est encore un nouveau recul social.
14.06 Anne Pirson (Les Engagés): Madame la présidente, chers collègues, je ne serai pas longue, parce que tout le monde connaît finalement la réalité de terrain. Tout le monde sait ce qui s'est passé depuis la suppression de la période d'essai en 2014. L'intention était louable et visait à renforcer immédiatement la protection des travailleurs, mais la réalité économique et humaine du marché du travail n'a pas disparu par décret. Les entreprises ont continué à avoir besoin d'un temps d'évaluation. Elles ont continué à devoir vérifier si une collaboration fonctionne, si un recrutement est adapté et si une équipe trouve aussi son équilibre.
Lorsque le droit refuse de reconnaître une réalité, cette réalité finit toujours par revenir d'une certaine manière. Et c'est exactement ce qui s'est produit. La période d'essai n'a pas disparu, elle s'est simplement déplacée. Elle s'est transformée en une succession de CDD, en intérims prolongés, en contrats précaires répétés avant un éventuel CDI. Autrement dit, nous avons supprimé un cadre clair et transparent pour laisser finalement se développer des mécanismes beaucoup plus flous et souvent plus précaires. Et ce sont toujours les mêmes qui en subissent les conséquences: les jeunes qui cherchent un premier emploi, les personnes peu qualifiées, les personnes qui reviennent après une longue période de chômage ou d'incapacité; bref, tous ceux qui n'entrent pas immédiatement dans les cases d'un CV parfait.
Parce qu'il faut avoir le courage de dire une chose simple: lorsqu'un embauché devient trop risqué dès le premier jour, certains employeurs hésitent à engager. Et quand l'embauche ralentit, ce sont toujours les plus fragiles qui restent au bord du chemin.
Il faut arrêter d'opposer de manière caricaturale flexibilité et protection. Un droit du travail n'est pas plus juste simplement parce qu'il est plus rigide, car une rigidité excessive finit par produire l'effet inverse de celui recherché. Cela donne moins d'opportunités, moins d'embauches, plus de contournements et davantage de précarité cachée.
Ce texte a au moins le mérite de remettre de la cohérence dans notre droit du travail. Oui, il réintroduit davantage de souplesse durant les premiers mois de la relation de travail, mais dans les deux sens. Nous l'assumons pleinement, parce que les premiers mois dans un emploi sont particuliers. C'est une phase d'intégration, d'apprentissage, d'adaptation mutuelle, de création du lien de confiance qui est essentiel entre un employeur et un travailleur.
Un contrat de travail n'est pas qu'une construction juridique abstraite. C'est aussi une relation humaine, une relation concrète de travail, une confiance qui doit se construire progressivement. Nous ne sommes pas ici dans une logique de démantèlement social. Les protections demeurent, les droits sociaux demeurent, le chômage demeure, l'ancienneté continue à produire pleinement ses effets après cette phase initiale.
Le système reste protecteur mais, surtout, il redevient réaliste, car la première protection sociale est pour nous l'accès à l'emploi. Un système extrêmement protecteur en théorie ne protège personne s'il finit par décourager l'embauche. Il faut sortir d'une vision trop idéologique du monde du travail. L'immense majorité des employeurs ne cherche pas à précariser les travailleurs. Ils ont plutôt intérêt à ce que les travailleurs soient bien dans leur entreprise. Ils veulent engager durablement, former, stabiliser les équipes. C'est aussi dans leur intérêt, mais encore faut-il leur permettre de prendre ce premier risque de l'embauche dans des conditions soutenables.
Protéger le travail, ce n’est pas seulement protéger ceux qui ont déjà un emploi, mais c’est aussi permettre à ceux qui en cherchent un d’avoir enfin une chance d’entrer sur le marché du travail. Avec ce texte, nous faisons vraiment le choix d’un droit du travail qui protège sans empêcher d’engager, d’un droit du travail qui regarde enfin la réalité en face.
14.07 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la présidente, chers collègues, monsieur le ministre, comme vous le savez, nous ne soutenons pas ce projet de loi.
Aujourd'hui, on assiste à une flexibilisation généralisée de l'emploi à travers différentes mesures: généralisation des flexi-jobs, assouplissement des contrats de travail et possibilité de signer des contrats d'une demi-journée. Cette flexibilisation se fait systématiquement au service de l'employeur. Elle amène à plus de rigidité et plus de contraintes pour le travailleur. Aujourd'hui, on fait face à des mesures qui sont en réalité des attaques contre les droits du travail. En abaissant les standards qui encadrent le travail, ce sont les travailleurs qui voient leurs droits réduits.
C'est la professeure en droit du travail de l'ULiège, Fabienne Kéfer, qui exprime d'ailleurs que cette mesure permettra surtout aux entreprises d'employer de nouveaux éléments, même si elles ne sont pas certaines d'être en mesure d'assumer leur salaire six mois plus tard. Cela signifie donc bien que ce serait un usage détourné de cette législation qui viserait simplement à utiliser ces contrats-ci plutôt que des contrats à durée déterminée (CDD). C'est ce qu'elle exprime, notamment en raison de la période de préavis réduite à une semaine, alors qu'elle pouvait s'étaler jusqu'à cinq mois actuellement: "Plus le préavis est long, plus le travail est stable. Pour des emplois qui nécessitent un diplôme rare, ce n'est pas un problème, car on peut imaginer que le travailleur négociera un contrat sans période d'essai. Mais pour les emplois plus communs, les personnes qui sont moins diplômées, cela risque de s'imposer. Au final, on ne peut pas dire qu'il s'agit d'une mesure permettant d'insérer durablement les travailleurs sur le marché de l'emploi."
En fait, vous offrez simplement aux employeurs une nouvelle alternative, celle d'employer des travailleurs à court terme. C'est vrai que c'est un peu contraignant, les CDD! Il faut les respecter jusqu'au bout. Sinon, des indemnités de rupture sont dues. Ici, vous offrez encore une nouvelle voie aux employeurs pour traiter les travailleurs comme des kleenex.
Vous prétendez vouloir coller aux réalités du terrain; vous dites qu'il y avait, en effet, des dérives, des employeurs peu scrupuleux, qui contournaient les intentions du législateur et qui multipliaient les CDD ou bien usaient abusivement de l'intérim. Mais plutôt que de contrecarrer ces stratégies qui font du tort aux travailleurs et qui, finalement, ne permettent pas d'insérer durablement ceux-ci sur le marché de l'emploi, ce qui devrait normalement être votre objectif, vous vous dites: "Tant pis, vu qu'il y en a qui trichent et qui contournent, même si ce n'est pas tout le monde, on va généraliser cette situation problématique à l'ensemble des contrats."
Est-ce vraiment le rôle du politique? Notre rôle n'est-il pas plutôt d'agir pour faire en sorte de renforcer et de structurer davantage ce cadre de travail? Vous allez niveler par le bas les conditions d'emploi de tous les nouveaux travailleurs, alors que, en effet, certains employeurs peu scrupuleux usaient de manière problématique des contrats à durée déterminée. À présent, vous insécurisez l'ensemble des premiers mois de tous les nouveaux travailleurs et de toutes les nouvelles travailleuses. Cela entraîne des conséquences sur leur stress, mais il s'agit également d'un problème pour qu'ils puissent se projeter dans l'avenir. Lorsque vous avez un contrat qui fait que vous pouvez sauter n'importe quel jour et être dehors en une semaine, cela signifie qu'aucune banque ne vous prêtera de l'argent pour acheter une maison, et qu'aucun propriétaire ne vous louera son appartement si vous n'avez pas plus de 6 mois d'ancienneté dans une entreprise, parce qu'il saura que les périodes d'essai existent et que ce revenu peut s'évaporer soudainement.
Vous nous dites que le cadre tel qu'il existait était très contraignant et rigide, mais nous avions justement un cadre qui rétablissait de l'égalité entre travailleurs et employeurs, étant donné la nature déséquilibrée de la relation entre un employeur et un employé. En cas de licenciement entre 0 à 3 mois de contrat, 1 semaine de préavis devait être respectée. Cette possibilité existait donc déjà. Entre 3 et 4 mois, cela se transformait en 3 semaines de préavis, et ainsi de suite. C'était une manière progressive de faire correspondre l'insertion du travailleur dans l'entreprise et la durée du préavis. En revanche, du côté du travailleur, le délai de démission était plus court, afin de lui permettre de se dédire du contrat. Étant donné la nature déséquilibrée de la relation entre l'employé et l'employeur, le législateur avait prévu de faire en sorte que le travailleur ait plus de facilité à quitter un emploi dans lequel il ne se sentait pas bien. De 0 à 3 mois, c'était 1 semaine de préavis, de 3 à 6 mois, 2 semaines de préavis et de 6 à 12 mois, 3 semaines de préavis. Cette solution était équilibrée et collait à une forme de logique: plus on restait dans l'entreprise, plus les périodes de préavis s'allongeaient, mais pas de manière disproportionnée. Aujourd'hui, en instaurant une limite d'une semaine stricte, même à 6 mois moins 1 jour, nous ouvrons la porte à des effets pervers où les entreprises vont engager des profils peu qualifiés et les licencier la veille des 6 mois, avec seulement 1 semaine de préavis.
Nous avons interrogé le ministre en commission sur les possibles effets pervers de cette législation, et nous n’avons pas obtenu de réponse à la question. Pour nous, c’est un vrai problème, y compris pour le financement de la sécurité sociale, parce que cela signifie que des personnes vont se retrouver au chômage après seulement une semaine, alors qu’il vaudrait mieux contraindre certains employeurs peu scrupuleux à assumer leurs responsabilités.
Ce qui m’inquiète tout particulièrement dans ce projet de loi, c’est qu’il s’agit à nouveau d’une attaque contre le travail des jeunes. Après avoir supprimé les quotas de 3 % de jeunes de moins de 26 ans dans le privé et de 1,5 % dans les associations, après avoir diminué les contrats de remplacement, voilà que c’est encore l’employeur qui assumera le coût. En effet, votre mesure de responsabilisation des employeurs prévoit que ceux-ci assumeront plus longtemps le congé maladie de leurs employés, même lorsqu’ils n’ont absolument rien à voir avec la maladie en question. Il peut très bien s’agir d’un employé qui s’est cassé la jambe en jouant au football le week‑end. Pour nous, cela pose clairement problème.
Oui, les employeurs doivent être responsabilisés, mais pas de façon aveugle. Nous considérons qu’il faut les responsabiliser lorsqu’il y a un manquement en matière de prévention du bien‑être au travail ou en matière de maladies professionnelles, et non pénaliser tous les employeurs lorsqu’un employé est malade, quelle que soit la cause de cette maladie.
Un des effets pervers que vous n’avez pas mesuré non plus dans cette mesure, c’est qu’actuellement beaucoup de jeunes bénéficient de contrats de remplacement. Après un mois, un employeur peut engager un jeune et lui donner une chance pendant quelques mois, le temps de la période de maladie d’un employé. Cette possibilité disparaîtra avec votre réforme.
Un autre problème est le manque d’opportunités qui se multiplie pour les jeunes. D’une part, il est lié à l’intelligence artificielle, qui remplace de plus en plus les profils juniors, problématique contre laquelle aucune mesure n’a été mise en place par ce gouvernement. D’autre part, il est lié au fait que les heures créées dans certaines entreprises sont accaparées par les flexi-jobs, les heures supplémentaires ou les jobs étudiants. Toute une série d’opportunités professionnelles n’existeront donc plus pour les jeunes pour s’insérer sur le marché de l’emploi. Cette mesure vient à nouveau pénaliser l’insertion et la stabilité des jeunes. Nous sommes particulièrement inquiets des impacts pour tous ceux qui sortent des études et craignons qu'ils ne puissent s’insérer durablement sur le marché du travail. Cette mesure les éloignera de la possibilité de s’épanouir et de s’autonomiser à travers un emploi.
Nous ne comprenons pas comment vous pouvez, d’une part, affirmer à quel point le travail est important, qu’il devrait structurer la vie, et d’autre part, proposer des mesures qui dégradent les conditions de travail, précarisent l’emploi et rendent les lendemains des travailleurs incertains.
14.08 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega’s, dit wetsontwerp komt op een bijzonder moment voor onze economie. Onze economie gaat momenteel immers door zwaar weer. DOMO Chemicals ging recent failliet en 2.000 banen sneuvelen daardoor. De Vlaamse regering overweegt om in te stappen in het bedrijf Vynova, waar 600 banen op de tocht staan. De jobdestructie in de chemische sector is op dit ogenblik zeer groot.
Mijnheer de minister, we worden geconfronteerd met het hoogste aantal faillissementen in jaren. De toekomst ziet er absoluut niet beter uit, want door de oorlog tegen Iran, die enthousiast gesteund wordt door sommige leden van deze regering - de heer Francken en ook de heer Bouchez vinden dat een zeer legitieme oorlog - komen er nog donkere wolken op ons af. De inflatie stijgt richting 4 %. De groei zal waarschijnlijk gehalveerd worden. We zien ook dat de werkloosheid aan het keren is. Nadat we jarenlang een daling van de werkloosheid zagen, merken we nu dat onze economie door zwaar weer gaat.
Mijnheer de minister, op zo’n ogenblik is het belangrijk om zuurstof te geven aan die economie. Dat doet deze regering op vele vlakken helemaal niet. We gaan straks in de commissie een debat hebben over de centenindex. Die centenindex verhoogt de loonkost met meer dan een half miljard euro. Dat is nog eens slecht nieuws voor de bedrijven. U hebt ook allerlei taksen verhoogd en nieuwe taksen ingevoerd. De meerwaardetaks is daar één voorbeeld van. Die zorgt toch voor heel wat discussie en onzekerheid op de markt. Ik word elke dag geconfronteerd met mensen die een maatschap hebben en niet weten wat ze nu precies moeten doen. Er zijn ook de maatregelen uit de programmawet, met de bevriezing van onder meer een aantal belastingverminderingen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling, nachtarbeid en ploegenarbeid, waardoor de taksen op de industrie verhogen. Dat zijn allemaal heel slechte maatregelen, die onze economie allerminst deugd doen.
Straks komt daar nog eens de loontransparantierichtlijn bij. Ik zie dat de heer Beenders ons ook heeft vervoegd. Mijnheer Beenders, u hebt met een persbericht duidelijk gemaakt dat die loontransparantierichtlijn zal moeten worden omgezet en dat u niet meedoet aan het fameuze stop de klok. Dat hebt u gezegd, ik heb dat gelezen in uw persbericht. Dat persbericht is trouwens verschenen onmiddellijk na een discussie in commissie waar de N-VA zei de klok te gaan stoppen. Ook dat komt dus nog eens op ons af, de prikklok. Dat zijn allemaal maatregelen die de industrie en de economie bezwaren en het almaar moeilijker maken.
Er is echter ook wat hoop. Voor de hoop moeten we naar u kijken.
Wij steunen dit punt, omdat u zorgt voor meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Die arbeidsmarkt, minister Beenders, is de voorbije jaren grondig veranderd. We hebben niet alleen de laagste loonkloof tussen mannen en vrouwen van Europa – daarom is die loontransparantierichtlijn totale onzin –, maar we hebben ook een arbeidsmarkt die veranderd is en waar we meer nood hebben aan wendbaarheid, aan flexibiliteit.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u De Tijd leest. Daar staat nu een hele reeks in over artificiële intelligentie en de impact ervan op de arbeidsmarkt. Er zijn banken die tot duizenden mensen ontslaan wegens AI. Ik meen dat we zelfs het begin van de impact van AI nog niet gezien hebben. Ik ben eerder een optimist. Ik meen dat AI inderdaad een aantal dingen bedreigt, maar dat ze ook een aantal dingen ongelooflijk mogelijk maakt. Misschien kunnen we de helft van ons overheidsbeleid met de helft van het aantal ambtenaren doen dankzij AI. Dat zou een goede zaak zijn.
Ik meen dat er in het Parlement ook mensen zijn die dat steunen. Ik zie de heer Wollants met veel interesse kijken.
We hebben nood aan meer flexibiliteit, meer wendbaarheid. Het idee dat men een carrière heeft bij één bedrijf gedurende heel de loopbaan is voorbij. Er is meer wendbaarheid nodig. Die moet dus mogelijk gemaakt worden, niet alleen aan de kant van de werkgevers, maar ook aan de kant van de werknemers, mevrouw Vanrobaeys. Want ook werknemers kijken nu anders naar werk. Anders, wat een prachtig woord toch. De heer Wollants volgt. Jonge mensen willen nu sneller ontdekken of een job bij hen past. Ze zoeken veel minder een lineair loopbaanpad van 40 jaar bij dezelfde werkgever. Een moderne arbeidsmarkt moet met die realiteit rekening houden.
Mijnheer de minister, dit voorstel om de proefperiode opnieuw in te voeren, is daarvoor een klein stapje in de goede richting. Die aanpassing van de proefperiode is niet alleen in het voordeel van de werkgever, maar ook in het voordeel van de werknemer. Ook de werknemer moet immers wanneer hij afscheid neemt op eigen initiatief rekening houden met een zekere opzegtermijn. Als die korter is, zeker in het begin van de carrière, is dat ook in zijn, haar of x voordeel. De maatregel werkt dus in twee richtingen en creëert een duidelijk kader voor beide partijen.
Ik meen dat als men door de proefperiode – en daar verschil ik van mening met mijn eerbare collega, de heer Tonniau, die opnieuw blijk gegeven heeft van veel werkkracht inzake dit dossier, en inzichten die niet de mijne zijn – de drempel verlaagt om mensen aan te werven, er meer aanwervingen zullen volgen. Mijnheer Tonniau, u zegt het omgekeerde. U zegt dat de economische kosten groter zullen zijn. Dat hebt u betoogd. Op zich is het interessant om dat te beluisteren, maar ik meen dat men door de drempel te verlagen meer werkgevers sneller zal overtuigen om mensen aan te werven, waardoor de arbeidsmarkt een interessante stimulans kan krijgen.
Vandaag, collega’s, aarzelen de werkgevers soms om iemand een kans te geven, zeker als het gaat om mensen die al een lange tijd van de arbeidsmarkt weg zijn. We hebben nu door de beperking van de werkloosheid in de tijd een groep mensen die vrijkomt voor de arbeidsmarkt. Werkgevers zijn van nature niet snel geneigd om mensen aan te werven die lang van de arbeidsmarkt zijn weggeweest. Met een proefperiode is voor de betrokkenen de kans groter om een arbeidskans met beide handen te kunnen grijpen. Dat is een heel goede zaak. Mijnheer de minister, hetzelfde geldt voor mensen wier profiel niet perfect aansluit bij een vacature. Ook in dat geval kan een proefperiode een goede maatregel zijn. Door het aanwervingsrisico te beperken, kunnen net die mensen sneller een echte eerste of nieuwe kans krijgen. Dat is sociaal belangrijk maar uiteraard ook economisch.
Ik heb het al aangegeven, artificiële
intelligentie of AI zal onze arbeidsmarkt veel sneller doen evolueren dan wij
dachten. Weet u wat teleurstellend
is?
Monsieur le ministre, j'ai posé une question sur l'impact de l'intelligence artificielle sur les différents départements de notre gouvernement.
Ik heb vijftien vragen gesteld aan de vijftien ministers. Het antwoord was bedroevend. Weet u wat het antwoord was van de minister van Buitenlandse Zaken, de heer Prévot, die hier nu niet aanwezig is vanwege zijn missie in het buitenland? De vraag was wat de impact van AI op het departement is. Wat is het plan? Wat is de visie? Gaan er mensen verdwijnen? Hoe lost u dat op? Het enige antwoord dat de heer Prévot kon geven, is dat hij 30 Copilot-licenties heeft die dit jaar verstrijken en dat hij overweegt om ze eventueel te verlengen. Dat is de visie van minister Prévot op de impact van AI op zijn departement. Dat is toch om te blèten? Ik weet dat u intussen al geantwoord hebt, mijnheer de minister, op die schriftelijke vragen. U weet dat ik nogal veel vragen stel. Dat is ook het recht van een parlementslid. Dat is om te blèten. Er komt heel wat op ons af. De overheid is daar niet klaar voor, zoals steeds, maar de arbeidsmarkt moet daar wel rekening mee houden.
Het voordeel van het voorliggend wetsontwerp, mijnheer de minister, is dat het ook duidelijkheid brengt. In de praktijk bestonden er al informele vormen van proefperiodes, vaak via tijdelijke contracten of andere constructies. Dat was niet altijd transparant. Dat leidde soms tot onzekerheid. Dit wetsontwerp kiest voor een duidelijker kader, met regels die voor iedereen kenbaar zijn.
Wat ik niet begrepen heb, mijnheer de minister, is de discussie… Ik ben blij dat mevrouw Muylle zich ook bij ons heeft vervoegd, want zij is dé expert op het vlak van arbeidsmarkt voor haar partij. Zij heeft een lange ervaring en is een gewaardeerd minister van Werk geweest in ons land. Mevrouw Vanrobaeys – ik waardeer haar ook, hoewel ze een andere visie heeft – zegt dat, nu we de proefperiode opnieuw invoeren, we het leven voor de uitzendsector weer wat moeilijker moeten maken. Dat is blijkbaar de ruil die Vooruit wil maken. Vooruit wil soepel zijn over de proefperiode, maar de uitzendsector is duivels voor hen. Ik overdrijf wat, maar in elk geval ziet u die sector niet zo graag, mevrouw Vanrobaeys. U spreekt over de misbruiken in de uitzendsector en er zouden volgens u nieuwe regels moeten komen om dat moeilijker te maken.
Ik denk niet dat u het ene kunt uitspelen tegen het andere, collega. Ik zie collega Depoorter ook met enige interesse volgen. Ik denk dat beide systemen een eigen functie hebben.
De voorzitster: Mijnheer Van Quickenborne, mevrouw Vanrobaeys wil reageren.
14.09 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dat is zeer goed voor het debat.
14.10 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer Van Quickenborne, eerlijk gezegd, uw betoog gaat van de ene kant naar de andere. Wat u hier allemaal uitkraamt, tart voor mij elke verbeelding.
Ik wil eerst nog iets zeggen over artificiële intelligentie. Weet u wat ik om te blèten vond? Ik had onder de vorige regering een voorstel van resolutie ingediend om de overheid voor te bereiden inzake artificiële intelligentie. Ik had gevraagd dat de sociale partners en de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid dat zouden onderzoeken, zodat iedereen zich ten minste kon voorbereiden, maar uw partij was daartegen. Daardoor heb ik dat voorstel van resolutie nooit gestemd gekregen. Dat is heel spijtig, want toen was dat al volop in ontwikkeling. Ik had liever gezien dat we daar beter op voorbereid waren. Dat is mijn eerste punt.
Punt twee gaat over die misbruiken in de uitzendsector. Voor mij en voor Vooruit hangt die kwestie niet af van een proefperiode of geen proefperiode. Al jaren strijden we hier tegen misbruiken in de uitzendsector. We strijden al jaren tegen misbruiken met dagcontracten. We hebben daar al jaren wetsvoorstellen over. Al jaren voeren we die strijd.
Er is een akkoord tussen de sociale partners om misbruik aan te pakken met een aantal bijdragen, wanneer dat misbruik zich voordoet. Een evaluatie heeft aangetoond dat er nog steeds een probleem van misbruik is en dat er een verschuiving gaande is naar tweedagencontracten en naar dagcontracten buiten de uitzendarbeid. Daaromtrent is dus ook een sociaal akkoord gesloten waarin men aangeeft dat dat misbruik verder moet worden aangepakt. Wij volgen dat akkoord en dan is het plots voor u niet goed. Als het u uitkomt, moeten de sociale partners wel gevolgd worden. Als het u niet uitkomt, moeten ze niet gevolgd worden. Eerlijk gezegd, hoe hypocriet kunt u eigenlijk nog zijn? De ene keer blaast u koud, de andere keer blaast u warm. Ik kan u niet meer volgen, het spijt mij.
14.11 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dank u, mevrouw Vanrobaeys, om het debat te willen voeren.
Ten eerste, over AI. Ik denk niet dat we met een resolutie het probleem zullen oplossen. De oplossing hangt af van de plannen of het gebrek aan plannen die ministers hebben. Dat is het probleem. Een resolutie verandert niets aan het probleem. U moet geen resolutie stemmen, u moet plannen maken en een visie ontwikkelen. Deze regering heeft die absoluut niet.
Dan over de sociale partners. Ik vind het toch wel straf, mevrouw de voorzitster, dat mevrouw Vanrobaeys hier spreekt over respect voor de sociale partners, op een ogenblik, collega's, waarop de sociale partners de index hervormen, wat decennialang niet is gebeurd. De sociale partners vragen om naar dat voorstel te kijken en de meerderheidspartijen zeggen dat het hun geen fluit interesseert. Ze tonen hen de middelvinger. Dan komt u mij vertellen dat wij een beetje respect moeten hebben voor sociale partners? Waar bent u eigenlijk mee bezig? Dat is toch ongelooflijk. Hoe kunt u dat nu zeggen? Uw timing is bijzonder ongepast om nu te spreken over de sociale partners. Tenzij we straks in de commissie voor Sociale Zaken een ander geluid horen. Het andere geluid van cd&v, van mevrouw Farih, die altijd zegt dat er respect moet zijn voor de sociale partners. Het geluid ook van de MR, het geluid van Les Engagés. Misschien zult u straks in de commissie ook zeggen dat het tijd is om die sociale partners te respecteren. We zien elkaar straks in de commissie voor Sociale Zaken.
Wat die misbruiken betreft, als de sociale partners daar een akkoord over gesloten hebben, moet dat akkoord gehonoreerd worden. Ik lees evenwel in verklaringen van uw partij en van bepaalde partijgenoten dat men nog verder wil gaan en nog strenger wil reglementeren. Dat is voor ons absoluut niet aan de orde.
Waarom zeg ik dat, mevrouw Vanrobaeys? Omdat uitzendarbeid iets anders is dan de proefperiode. Uitzendarbeid is een belangrijk instrument voor het sluiten van een arbeidsovereenkomst en heeft de voorbije decennia bewezen dat het voor veel mensen een opstap naar werk kan zijn. U betwist dat? Interessant. Dit is een debat, mevrouw de voorzitster. Daarvoor zijn we in het Parlement, niet om koffie te drinken.
14.12 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Dat is nu net het probleem. Dat blijkt voor veel mensen helemaal geen opstap te zijn. Mensen blijven daar 10, 15 of 20 jaar en zijn elke dag afhankelijk van een sms waarin staat dat ze vandaag mogen komen en morgen niet. Zo kunnen zij hun leven niet echt aanvatten. Zeggen dat het een opstap is, is fakenieuws. Veel mensen blijven gewoon steken in een carrousel van 10, 15 of 20 jaar dagcontracten. Wij vinden dat dat niet kan. Uiteraard kunnen dagcontracten wel op bepaalde momenten, maar dat mag niet worden misbruikt om bepaalde vergoedingen en zaken waarop werknemers recht hebben te omzeilen en mensen jarenlang aan het lijntje te houden. Daarover gaat het.
14.13 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Als dat de visie is van de regering, mijnheer de minister. U hebt net mevrouw Vanrobaeys gehoord. Zij zegt dat uitzendarbeid eigenlijk geen opstap naar werk is, dat mensen blijven hangen in de uitzendarbeid. Ik vind dat een zeer negatief beeld over uitzendarbeid, maar u krijgt straks het woord om te antwoorden. Is de visie van mevrouw Vanrobaeys de visie van de regering of hebt u toch een andere visie? Ik hoop toch dat laatste.
We zijn ooit nog samen lid geweest van de commissie voor Sociale Zaken. Ik was toen voorzitter en u was een van de allerbeste leden van die commissie. Vandaag hebben we de beste voorzitter, de heer Denis Ducarme. Is dat de visie van de regering op uitzendarbeid? Dat het een circuit is waarin mensen blijven hangen en geen opstap naar werk? We zijn hier weer bij de collega's van Vooruit. Ik denk dat de volgende social al klaarstaat, “Uitzendarbeid met Charles en Henri, misbruik, uitbuiting van arbeiders”. Ziet u de social al komen, collega's? Misschien nog een Porsche erbij zetten en dan is het helemaal af.
Dat is het probleem, mevrouw Vanrobaeys, het feit dat dat uw visie op uitzendarbeid is, voorspelt weinig goeds. Nietwaar, mijnheer D’Haese? Ik denk niet of u een grote fan bent van dat soort uitspraken van Vooruit. We zullen wel zien hoe heet de soep wordt opgediend, zoals men dat in mooi Aalsters zegt. Uitzendarbeid is de opstap naar werk, vóór men aan een job begint, terwijl de proefperiode een eerste opstapje is binnen de job die men heeft. Dat zijn dus twee verschillende zaken.
Mijnheer de minister, ik heb nog enkele vragen voor u. Werden de Nationale Arbeidsraad (NAR) en de Conseil National du Travail (CNT) geconsulteerd? Ik meen dat u een adviesaanvraag hebt uitgestuurd, maar heeft u intussen al antwoord gekregen? Het kan zijn dat ze geen antwoord geven omdat ze bezig waren met de centenindex. Dat kan een verklaring zijn. Hoe zit dat? Wat is het standpunt van de sociale partners over die hervorming? Zijn er bepaalde bezorgdheden geformuleerd?
Dan kom ik tot een van de allerbelangrijkste indicatoren voor de arbeidsmarkt in ons land, namelijk de fameuze werkzaamheidsgraad van 80 %. Deze maatregel heeft immers tot doel die 80 % dichterbij te brengen. In Vlaanderen bedraagt de werkzaamheidsgraad volgens mij 78 %, maar we moeten niet zelfgenoegzaam worden. De rest van het land moet zeker volgen. Maar goed, er is sinds vorig jaar een Waalse minister van Werk, de eerste liberale minister van Werk sinds 1923. Zo lang was het al geleden. Tussen het tweede en het derde kwartaal van 2025 is de werkzaamheidsgraad gezakt van 73,3 % naar 72,7 %. Ik dacht dat de regering de ambitie had om 80 % te bereiken, maar ik heb de indruk dat de ambitie van de regering 70 % is, een daling in plaats van een stijging.
Mijnheer de minister, hoe verklaart u die terugval? Wijst dat op een structureel probleem? Gelet op de economische situatie denk ik dat dit misschien wel eens een structurele tendens zou kunnen worden.
Een laatste vraag betreft de uitzendarbeid. Overweegt u effectief strengere regels? Los van het akkoord van de sociale partners, komen er nog strengere regels? Zo ja, welke? Hoe zult u vermijden dat u enerzijds voor meer flexibiliteit zorgt en anderzijds de bestaande toegangspoorten opnieuw vernauwt?
Collega's, dat waren de belangrijkste vragen die wij nog wilden stellen in dit plenum.
14.14 Minister David Clarinval: Dames en heren, in het regeerakkoord staat dat de proefperiode opnieuw wordt ingevoerd. De proefperiode is de beginfase van een arbeidsovereenkomst, waarin zowel de werkgever als de werknemer kunnen nagaan of de samenwerking goed werkt. Concreet betekent dit dat de werknemer kan bekijken of de job, de werkomgeving en de functie bij hem of haar passen. De werkgever kan beoordelen of de werknemer geschikt is voor de functie.
Tijdens de eerste periode van de tewerkstelling gelden doorgaans soepelere regels voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Vandaag moet een werkgever echter rekening houden met een opzegtermijn van vijf weken, wanneer hij de arbeidsovereenkomst van een werknemer met minder dan zes maanden anciënniteit beëindigt. Een werknemer die binnen de eerste zes maanden van job wil veranderen, moet op zijn beurt een opzegtermijn van twee weken naleven.
D'autre part, la réintroduction de la période d'essai offre également des avantages clairs aux travailleurs. Elle leur permet d'évaluer si une fonction, un environnement professionnel et une culture d'entreprise leur conviennent véritablement sans être immédiatement engagés sur le long terme. Cela réduit le seuil pour accepter un nouvel emploi ou, si celui-ci ne correspond pas aux attentes, pour y mettre fin plus rapidement, sans long délai de préavis.
En outre, cette mesure favorise la mobilité sur le marché du travail et contribue à le rendre plus dynamique et susceptible d'accueillir plus rapidement les talents pour qu'ils y trouvent leur place, de sorte que les inadéquations sont corrigées plus promptement.
Non, madame Schlitz, cette mesure ne constitue pas une attaque contre les jeunes, comme vous n'avez eu de cesse de le répéter au cours de ces dernières semaines. Le prétendre revient à vraiment méconnaître le marché du travail. Au contraire, cette mesure est très favorable aux jeunes qui, trop souvent, se voient refuser un poste de travail au profit d'un autre candidat qui dispose, lui, d'une expérience professionnelle. Comment acquérir de l'ancienneté si l'on ne vous donne jamais la chance de bénéficier d'un premier emploi? C'est cela que nous allons permettre à travers ce projet de loi. Il s'agit donc, madame Schlitz, d'une mesure favorable aux jeunes – au contraire de ce que vous affirmez.
Inzake de vraag van de heer Van Quickenborne over het advies van de Nationale Arbeidsraad, kan ik meegeven dat de tekst werd voorgelegd aan de NAR, maar dat de sociale partners daarover geen advies hebben uitgebracht.
Mijnheer Tonniau, uw vraag heb ik in de commissie al beantwoord. Ik heb uw bezorgdheden over de impact van de maatregel gehoord. Zoals ik al in de commissie heb aangegeven, heeft de vermindering van de opzegtermijn enkel betrekking op werknemers met een anciënniteit tussen drie en zes maanden. De overige opzegtermijnen blijven ongewijzigd. Ik verwacht dan ook dat deze maatregel een positief effect zal hebben.
Over de budgettaire impact heb ik al bij de eerste lezing aangegeven dat de Inspectie van Financiën geen enkele opmerking heeft geformuleerd bij het wetsontwerp en geen negatieve impact op de begroting verwacht. Het tegendeel is waar. Mijnheer Tonniau, de hervorming zal dus geen negatieve impact hebben op de begroting, in tegenstelling tot wat u laat uitschijnen.
Verschillende studies tonen bovendien aan dat de creatie van een bijkomende job inkomsten tussen 38.000 euro en 44.000 euro voor de staat genereert.
Door de proefperiode opnieuw in te voeren, gaan wij ervan uit dat mensen die de stap hebben gezet om hun eigen job te creëren, morgen ook sneller de stap zullen zetten om jobs voor anderen te creëren. Door dat aanwervingsrisico opnieuw aan te durven, zullen bovendien positieve terugverdieneffecten ontstaan voor de sociale zekerheid en de Staat in het algemeen.
Madame la présidente, voilà les réponses aux différentes questions qui m'ont été posées.
La présidente: Je vous remercie, monsieur Clarinval.
14.15 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb u nog enkele andere vragen gesteld, maar daarop hebt u niet geantwoord.
De eerste ging over de werkzaamheidsgraad, de evolutie, het feit dat die achteruitgaat.
De tweede betrof de uitzendsector, de verstrengingen die op het schap liggen. Gaan die verstrengingen verder dan hetgeen de sociale partners willen doen?
Daarbij hoort uiteraard ook de vraag of uitzendarbeid een volwaardige opstap naar werk is dan wel, zoals de socialisten zeggen, de mensen in een carrousel duwen.
Voilà trois questions que j’avais encore. Je voudrais bien connaître votre position là-dessus.
De voorzitster: Mijnheer de minister, zult u nog antwoorden?
14.16 David Clarinval, ministre: Je pense avoir déjà répondu à ces questions. Les partenaires sociaux n’ont pas répondu. Je les ai consultés. Ils n’ont pas répondu à la consultation. Nous avons envoyé un rappel. Ils n’ont toujours pas répondu. Ils ont certes envoyé un courrier, mais qui n’était pas signé par les deux bancs, et qui n’engage donc qu’un banc.
Quant aux critiques du Parti Socialiste, j’ai déjà répondu.
Enfin, je peux vous dire que Mme Vanrobaeys et moi sommes souvent d’accord.
De voorzitster: Dank u wel. Bent u nog niet voldaan, mijnheer Van Quickenborne?
14.17 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mevrouw de voorzitster, een debat is woord en wederwoord. U hebt zelf vastgesteld dat ik een aantal vragen heb gesteld die de minister niet wil beantwoorden. Op mijn vraag over de werkzaamheidsgraad antwoordt hij niet.
Mijnheer de minister, het interessante is dat u zegt: “On est souvent d’accord.” Ja, souvent, maar in dit dossier niet. U geeft hier een beleefdheidsantwoord. We kennen elkaar. We hebben niet veel woorden nodig, mijnheer de minister. Ik weet goed wat u bedoelt.
Collega’s, zeker de collega’s van de N-VA, u moet zeer waakzaam zijn. Mevrouw Demesmaeker, het mag niet gaan zoals bij de wet op de werkloosheid. Toen heb ik u in de commissie gewezen op het achterpoortje, waardoor mensen die een opleiding volgen voor een knelpuntberoep nog tot 2030 kunnen gaan doppen. Vervolgens komt men hier in het Parlement en Het Laatste Nieuws verontwaardigd doen: “Kijk eens hoeveel mensen een opleiding volgen.” Ik heb u daarvoor gewaarschuwd, maar toen hebt u oogkleppen opgezet, en nu bent u plots verontwaardigd. Dat is zeer vreemd.
Voor de uitzendarbeid geldt juist hetzelfde, mijnheer de minister. Collega’s van de N-VA, boer, let op uw ganzen, zegt men, niet alleen in West-Vlaanderen, maar in heel Vlaanderen. In het dossier van de uitzendarbeid moet u heel goed opletten, want de socialisten zijn op dat vlak voor geen haar te betrouwen. Ook als het gaat om de ziekenfondsen zijn ze niet te betrouwen. Dat weet u zelf ook. Dat is intussen al bekend.
Mijnheer de minister, heb respect voor de uitzendsector, zorg voor meer zuurstof voor de uitzendsector, want die jobs zijn een volwaardige opstap naar volwaardig werk.
14.18 David Clarinval,
ministre: Monsieur Van Quickenborne, vous regrettez que je ne donne
pas les chiffres. Je vous invite à me transmettre une question écrite, de
manière à ne pas énumérer une liste de chiffres ici. J'y répondrai avec grand plaisir.
14.19 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ik heb in mijn pleidooi verwezen naar een persbericht van het ACV dat stelt dat het herinvoeren van de proefperiode wel 100 miljoen per jaar kan kosten aan de sociale zekerheid en dus aan de begroting. U zegt dat dit niet klopt, de Inspectie van Financiën gaf geen opmerkingen.Het herinvoeren van een proefperiode zal integendeel geld opbrengen, want de werkgevers zullen sneller aanwervingen doen.
Om hoeveel miljoen gaat dat precies? Dat is mijn vraag. Waarop is dat gebaseerd? Wat zegt de Inspectie van Financiën? Als we die redenering doortrekken, moet u toch ook weten hoeveel het afschaffen van de proefperiode ons in 2013 gekost heeft? Als u beweert dat de proefperiode geld opbrengt, hoeveel heeft het afschaffen ervan in 2013 ons dan gekost? Wij hebben daarnaar gezocht, maar daar is geen info over te vinden. U kunt dat verband niet leggen. U filosofeert er op los. U gaat ervan uit dat het heel goed gaat in de economie en dat er volle bak aanwervingen zijn. Oké, stel dat er sneller aangeworven wordt door het herinvoeren van een proefperiode. Zouden de werkgevers dan niet ook sneller durven te ontslaan, volgens u? Zal het enkel over aanwervingen gaan en nooit over ontslagen? Zou het niet mogelijk zijn dat werkgevers dan sneller ontslaan, maar minder ontslagvergoedingen moeten uitkeren, waardoor er minder belastingen op betaald worden en de sociale zekerheid minder inkomsten heeft en meer uitgaven, omdat die werknemers sneller in de werkloosheid zullen belanden? Ik bedoel dat uw redenering opnieuw niet gebaseerd is op feiten, maar enkel op filosofie.
Tot slot, er is door de heer Van Quickenborne verwezen naar interimarbeid als opstap naar vast werk. Ik heb daar wel wat ervaring mee. Er zijn hier waarschijnlijk niet zoveel mensen aanwezig die interimarbeid verricht hebben. Ik heb dat gedaan, bijvoorbeeld van mijn 18 jaar tot mijn 21 jaar. Met interimcontracten, week na week. Elke vrijdag moest ik een papier ondertekenen om maandag terug te komen.
Misschien meent u dat ik dan veel verschillende werkgevers gehad heb, maar nee, dat was drie jaar bij dezelfde werkgever, aan één stuk. Dat was bij Volkswagen Vorst. Tot het moment dat er een collectief ontslag viel. Toen was ik natuurlijk mijn job kwijt. Ik heb het nadien meegemaakt, onder andere bij Volvo Car Gent, dat ik na anderhalf jaar met interimcontracten een IBO-contract kreeg, een individuele beroepsopleiding. Normaliter krijgt men een individuele beroepsopleiding op dag 1 als men ergens aan de slag gaat, want daar worden heel veel sociale kortingen voor gegeven. Dat is heel interessant voor de werkgever en zogezegd ook voor de werknemer. Men heeft mij eerst gedurende ongeveer anderhalf jaar interimcontracten laten ondertekenen. Daarna kreeg ik gedurende zes maanden een IBO-contract. Heel die tijd was ik eigenlijk een gesubsidieerde arbeider. Ik heb tijdens die zes maanden IBO niet eens een opleiding gekregen, terwijl de werkgever daartoe wel verplicht was. Ik deed gewoon exact hetzelfde werk.
Iedereen had natuurlijk heel goed door welk spelletje die werkgever met ons speelde, want we zaten met 100 mensen tegelijk in een grote zaal. Men werd ’s ochtends ontslagen als interimarbeider en in de namiddag tekende men een IBO-contract en werd opnieuw aangeworven.
Interimarbeid kan leiden naar vast werk. In sommige gevallen zal dat zo zijn. Er wordt echter ook veel misbruik van gemaakt en ik vind dat de wetgever daarin tekortschiet. We zijn niet akkoord met het feit dat een werkgever mensen jaar na jaar in interimarbeid kan houden, terwijl zij exact dezelfde functie uitvoeren, en hen nadien zelfs nog een IBO-contract kan geven, opnieuw gesubsidieerd door de Staat. Daar wint niemand bij.
Natuurlijk krijgen sommigen uiteindelijk op het einde van de rit, soms pas na jaren, een vast contract. In tussentijd zijn er echter heel veel mensen uitgevallen. Als men op dat moment in zijn carrière een arbeidsongeval heeft, krijgt men geen nieuw interimcontract meer, uiteraard niet. Als men langdurig ziek is, dan krijgt men geen interimcontract meer. Men wordt het zelf ook beu, want misschien krijgt men geen lening bij de bank. Men is het beu om steeds in die onzekerheid te blijven werken en zoekt dus ander werk.
Voor sommige mensen is interimarbeid een goede opstap. Ik wil dat niet afschaffen. Het moet echter echt wel ingeperkt worden en dienen voor mensen in een bepaalde situatie, alleen bij vermeerdering van tijdelijke arbeid. Vaak is dat concreet, in de gevallen die ik heb aangehaald, in mijn ervaring absoluut niet het geval.
Werkgevers verschuilen zich daar ook niet achter. Ze zeggen het gewoon in uw gezicht. Ze zeggen dat het eerste jaar op interimbasis zal zijn, daarna volgt misschien een tijdelijk contract, van misschien zes maanden, en daarna zullen we wel zien. Dat hangt vaak vast aan collectieve onderhandelingen op de werkvloer. Als men een goede vakbond heeft, zal men snel een vast contract krijgen, want zij voeren collectieve onderhandelingen voor de hele groep. Heeft men geen vakbond op de werkvloer, dan zal het heel moeilijk zijn om die cyclus te doorbreken. Dan hangt het volledig af van de goodwill van de werkgever en dat is meestal niet in het voordeel van die werknemers.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1346/3)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1346/3)
Het wetsontwerp telt 6 artikelen.
Le projet de
loi compte 6 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 6 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 6 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend door:
Proposition
déposée par:
Stefaan Van Hecke, Sarah Schlitz,
Claire Hugon Lecharlier.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Kristien Van Vaerenbergh,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
15.01 Christoph D'Haese (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, collega’s, het woord rechtsstaat is niet meer weg te denken uit het publieke debat. In dat publieke debat is publieke participatie uiteraard essentieel voor een democratische rechtsstaat.
Vandaag ligt een wetsontwerp voor dat ertoe strekt een richtlijn om te zetten van het Europees Parlement en de Europese Raad betreffende de bescherming van personen die bij publieke participatie betrokken zijn tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht, de SLAPP-wetgeving, zoals ze ook wordt genoemd.
Onze fractie zal het ontwerp steunen. Wij willen de minister en ook de leden van de commissie voor Justitie danken voor het open en goede debat, dat wij daarover hebben gehad. Graag sta ik even stil bij de betekenis van de implementatie van de betreffende richtlijn voor het juridische landschap vooral in het licht dat een rechtsstaat strijdbaar en weerbaar moet zijn.
Waarom steunen wij het ontwerp? Wij doen dat omdat het vertrekt van een bijzonder goed uitgangspunt dat voor de N-VA-fractie heel belangrijk is. Het gaat over alle aspecten van het recht op vrijheid van meningsuiting. Die vrijheid moet er zijn voor academici, professoren, journalisten en mensenrechtenverdedigers. Ze moet er ook zijn voor elke persoon die een mening of informatie mededeelt over een zaak van algemeen belang, ongeacht vanwaar hij of zij ook mag komen.
Dat die persoon het zwijgen zou worden opgelegd, kan eigenlijk nooit en onder geen enkele omstandigheid. Er kan niet worden verwacht dat mensen die hun vrijheid van meningsuiting maximaal gebruiken, de mond wordt gesnoerd of dat hun pen in het betere geval wordt afgenomen. Dat wordt niet aanvaard in een volwassen rechtsstaat.
Wat ligt vandaag voor? Er ligt een heel evenwichtige tekst voor. Soms maken wij in het Parlement wel eens de fout om de implementatie van een Europese richtlijn heel vlug te laten passeren. Dat is een behoorlijk courant gebruik. Heel veel zaken van supranationale wetgeving passeren hier en sourdine, zowel in de commissies als hier in de plenaire vergadering. Wat voorligt, is echter zo belangrijk dat wij er toch even bij moeten stilstaan.
Waarover gaat het? Het gaat er immers over dat degenen die opkomen voor het algemeen belang, worden beschermd. In essentie veranderen we drie wetgevingen. We doen heel wat aanpassingen in het Gerechtelijk Wetboek. We doen ook wat aanpassingen in het internationaal privaatrecht. Daarnaast zeggen we ook iets over het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens. U zult onze partij er dus niet van kunnen verdenken dat we daar niet mee bezig zijn. We moeten daar wel op een evenwichtige manier mee omgaan.
Ik denk dat zowel de minister als de leden van de commissie vooral goed hebben geluisterd. Ze hebben zich gelaafd aan de ontvangen adviezen en dat waren goede adviezen, namelijk van de advocaten van de Orde van Vlaamse Balies en van Avocats.be en van het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens. Ook de Vlaamse Vereniging van Journalisten heeft ons geadviseerd. Daarnaast hebben we ook de Raad van State gedeeltelijk gevolgd. We zijn dus niet over een nacht ijs gegaan. Ik denk dat de voorliggende tekst een goede tekst is.
Wat veranderen we in het Gerechtelijk Wetboek? Europa vraagt ons bepaalde mensen te beschermen, evenwel door een nieuwe ongelijkheid in te voeren. Dat is iets heel raars. We zien dat soms bij grondwettelijke discussies, maar vooral wanneer we over Europese richtlijnen spreken: men vraagt ons iets te doen in de nationale wetgeving, maar daarin zit eigenlijk een occulte, een verborgen nieuwe ongelijkheid. De nieuwe ongelijkheid bestond erin dat de bepalingen volgens Europa alleen van toepassing waren op grensoverschrijdende geschillen. De minister en de commissie hebben dat anders benaderd en gezegd dat we niet mogen vervallen in een nieuwe ongelijkheid en dat we de bepalingen dus ook van toepassing zullen maken in het interne recht. Nuance, het toepassingsgebied van de richtlijn wordt wel beperkt tot het civiele gebied. Op strafrechtelijk gebied doen we dat niet.
Er wordt ook voorzien in iets heel speciaals en nieuws in het Belgisch recht. Er kan namelijk een volledige terugbetaling zijn van de kosten voor de vertegenwoordiging in rechte van een SLAPP-slachtoffer. Dat is dat fameuze artikel 5. Die wijziging heeft niet alleen betrekking op SLAPP. Ze kan ook ingezet worden – het is belangrijk dat we dat ook in de parlementaire werkzaamheden terugvinden – bij misbruik van procesrecht gericht tegen het publiek debat, en tegen elke andere vorm van misbruik van procesrecht.
Dat is een enorm belangrijke wijziging, want – ik raad advocaten van zowel eisers als verweerders aan goed te luisteren – het betekent dat we een beetje het pad van de klassieke rechtsplegingsvergoeding verlaten. Dat zal misschien in een latere fase nog moeten worden gecorrigeerd, maar dat is ook niet erg. We maken die keuze weloverwogen. We nemen de definities over, zoals ze ons zijn aangereikt.
Er zit nog een dubbele nieuwigheid in. De rechter kan een zekerheid bevelen als een vordering wordt ingesteld tegen een persoon vanwege zijn betrokkenheid bij het publiek debat. Dat is bijzonder interessant. Wanneer iemand wordt gedagvaard voor de rechtbank en de rechter ziet dat dat kennelijk onredelijk is, wordt een waarborg gevraagd om eventueel de kosten af te dekken. Dat is ook vrij innovatief. Wat nog belangrijker is, is dat een rechter de vordering vroegtijdig kan afwijzen. Dat zou Justitie efficiënter, straffer, sneller en menselijker kunnen maken. De heer Van Quickenborne is er nu niet meer, maar hij zou daar eens naar mogen luisteren. Hij is hier niet altijd, maar wel heel veel. Ik moet overigens de collega's bedanken, want zo kunnen we op een volwassen manier wetgeving maken. Vetrekken is nu eenmaal gemakkelijk.
Alle gekheid op een stokje, een rechter heeft dus de mogelijkheid om een vordering die kennelijk onredelijk is, in het justitiële proces zeer snel af te wijzen. Dat is heel positief, want zo kan ruimte worden vrijgemaakt voor andere rechtszaken. Dat komt de efficiëntie van Justitie ten goede.
De Raad van State heeft ook een minder belangrijke opmerking gemaakt over een deel van de omzetting, maar we hebben daar wel naar geluisterd. Er zijn ook een aantal indicatoren van wat een SLAPP is en wat niet. Het is geen exhaustieve lijst, want het is een richtlijn.
Ik wijs nog op een nieuwigheid – ik haal hier mijn Latijn boven; in mijn arbeidscontract staat dat ik af en toe een woordje Latijn moet spreken; dat is typisch, anders lukt het niet bij ons, aldus mijn voorzitter –, namelijk de vrienden van de rechtbank – het staat in het enkelvoud, maar mag eigenlijk in het meervoud –, de amici curiae en niet amicus curiae Als men een evenwichtige regeling beoogt, moeten er natuurlijk verschillende standpunten naar voren komen. Men biedt dus de mogelijkheid aan organisaties en verenigingen om een standpunt aan de rechtbank mee te delen.
Dat zijn dan de vrienden van de rechtbank. Ik hoop dat er veel vrienden van de rechtbank zijn. Die kunnen op die manier hun mening laten kennen en de verweerder in het debat of minstens degene die zich belaagd of bedreigd voelt in de vordering– want dat zal het dan meestal toch zijn – bijstand verlenen en ter hulp komen.
Persoonlijk ben ik meer voorstander van een meer klassieke structuur. Hoe meer partijen en hoe meer meningen er in een geding komen, hoe moeilijker het immers wordt. Er is gekozen voor de regeling dat de rechtbank van bijkomend advies kan worden voorzien, als men daarom verzoekt.
Er is ook een internationaal gerechtelijk aspect aan. Er wordt een bijzondere grond voor weigering van erkenning en tenuitvoerlegging van SLAPP’s toegevoegd. Wanneer een dergelijk vonnis of arrest uit het buitenland in België moet worden uitgevoerd, dan kan dat in bepaalde omstandigheden, zoals omschreven in de artikelen 20 en 21, worden tegengehouden.
Ik rond af. Het centrale contactpunt is het FIRM. Europa vraagt dat we de uitvoering van de richtlijn ook monitoren. Ik denk dat het ook heel belangrijk is dat we nagaan wat de toepassing ervan in de praktijk veroorzaakt en dat de wetgeving desgevallend in een later stadium kan worden verfijnd. Het is een heel belangrijke wetgeving, omdat ze de personen die kwetsbaar zijn in de rechtsstaat, bescherming verleent op een weloverwogen wijze en duidelijk omschreven in de wet en geïntegreerd, zoals ons dat door Europa wordt gevraagd. We hebben de bepalingen niet klakkeloos overgenomen, maar een evenwichtige regeling uitgewerkt en wij mogen die ons volste vertrouwen geven.
15.02 Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, voor de Vlaams Belangfractie vormt de vrijheid van meningsuiting een fundamenteel beginsel van onze democratische rechtsstaat. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om kritiek te uiten, maatschappelijke problemen aan te kaarten en deel te nemen aan het publieke debat, zonder daarbij via gerechtelijke procedures financieel of zelfs psychologisch onder druk te worden gezet. Dat geldt voor journalisten, opiniemakers, academici, activisten en burgers die zich uitspreken over aangelegenheden van algemeen belang. Dat geldt zelfs voor politici. Strategische rechtszaken die uitsluitend worden aangewend om critici, activisten of burgers het zwijgen op te leggen, zijn wat onze fractie en ik denk wat heel de Kamer betreft onaanvaardbaar. We bekijken de omzetting van de SLAPP-richtlijn dan ook vanuit die optiek.
Tegelijkertijd wil ik toch een aantal belangrijke bedenkingen formuleren die we ook in de commissie hebben geformuleerd, voornamelijk over de manier waarop de omzetting van die richtlijn vandaag gebeurt.
Ten eerste stellen we vast – en dat is niet nieuw – dat de Europese Unie zich met die richtlijn steeds nadrukkelijker begeeft op domeinen die traditioneel tot de bevoegdheid van de lidstaten behoren. Dit is daar een goed voorbeeld van, want procesrecht is natuurlijk bij uitstek een nationale bevoegdheid. Uiteraard moet België, als een richtlijn is goedgekeurd op Europees niveau, en zeker deze richtlijn, die omzetten, maar dat ontslaat ons niet van onze verantwoordelijkheid om daarbij de coherentie van onze eigen rechtsorde te bewaken. Daar lijkt het toch wel wat problemen op te leveren. Dat blijkt ook uit een aantal adviezen.
Uit die adviezen blijken een aantal voorbehouden. Zo loont het om bijvoorbeeld te kijken naar de opmerkingen van de Orde van Vlaamse Balies en Avocats.be. Beide organisaties van de advocatuur benadrukken dat België zich eigenlijk het best zou beperken tot een strikte omzetting van die richtlijn, zonder verdere uitbreidingen waarbij we verder gaan dan wat Europa minimaal voorschrijft. Volgens mij stellen zij ook terecht de vraag of die regeling wel moet worden uitgebreid. België heeft sowieso al vaker de neiging om Europese regelgeving ruimer om te zetten in nationale wetgeving dan strikt noodzakelijk. Dat leidt tot een pak meer juridische complexiteit en rechtsonzekerheid en daar zit de essentie van het probleem
De Hoge Raad voor de Justitie merkt in haar advies op dat het wetsontwerp op meerdere punten afwijkt van de huidig bestaande regels van het Gerechtelijk Wetboek. Daardoor is de samenhang van het ontwerp niet altijd duidelijk. Volgens ons verdient dat toch echt meer aandacht. Het invoeren van nieuw procesrecht mag absoluut niet lichtzinnig gebeuren, zeker niet wanneer fundamentele procedureregels worden gewijzigd.
Een ander belangrijk aandachtspunt is de regeling inzake proceskosten. Dat is ook in de commissie besproken. Vandaag voorziet het artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek in het systeem van rechtsplegingsvergoeding. Met het voorliggende wetsontwerp en met de omzetting van die richtlijn wordt echter in de mogelijkheid voorzien om in zaken die als SLAPP-zaken worden geïdentificeerd de volledige verdedigingskosten ten laste van een partij te leggen. Daarbij kunnen we ons toch ernstige vragen stellen. Er wordt een nieuwe regeling ingevoerd, terwijl de bestaande regeling voor alle niet-SLAPP-zaken blijft bestaan. Dat doet meteen de vraag rijzen of we hier niet te maken hebben met een bijkomende ongelijkheid tussen twee verschillende procedures, de SLAPP-procedures en alle andere procedures.
Ook bij de proportionaliteit van het wetsontwerp kunnen we vragen stellen. Volgens de ramingen van het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens zou het jaarlijks gaan om een beperkt aantal dossiers, waarvan slechts een handvol aanleiding tot gerechtelijke procedures zou geven. Dat betekent dat voor dat relatief kleine aantal zaken een volledig nieuw procesrechtelijk kader wordt ingevoerd, waarbij we toch ernstige vragen kunnen stellen. Dan is het des te belangrijker dat de nieuwe regeling juridisch volledig sluitend is, dat we een coherent procesrecht hebben en vooral dat het geheel praktisch werkbaar blijft.
Collega's, we hebben het in de commissie al uitgebreid over dit onderwerp gehad. We hebben ons in de commissie bij de stemming onthouden. We erkennen zonder enige twijfel het belang van een bescherming tegen de zogenaamde SLAPP-procedures. Dat is de logica zelf. Procesrecht en gerechtelijke procedures mogen niet worden misbruikt. We moeten ons daartegen kunnen wapenen. Tegelijkertijd stellen we vast, mede op basis van heel wat adviezen, dat het ontwerp dat vandaag ter stemming voorligt op meerdere aspecten juridische onduidelijkheden bevat, afwijkt van bestaande procedureregels en verder gaat dan wat strikt noodzakelijk is voor de omzetting van die richtlijn.
Om die redenen zullen wij ons als fractie bij de stemming onthouden.
15.03 Khalil Aouasti (PS): Madame la présidente, madame la ministre, chers collègues, je ne vais pas faire de mystère. Comme dit en commission, nous allons soutenir ce texte, mais nous allons lui offrir un soutien qui est réservé. Pourquoi? Parce que nous arrivons au délai de transposition de la directive anti-SLAPP. Pour celles et ceux qui ne le savent pas encore malgré les explications des collègues, ce sont les fameuses procédures-bâillons. Ce sont ces actions judiciaires introduites au civil ou au pénal – j'y reviendrai – pour tenter de faire taire des personnes, singulièrement des journalistes.
Ces procédures-bâillons, entamées par divers acteurs, visent à dissuader par pression judiciaire mais aussi financière, car se défendre en justice exige des moyens que n'ont pas toujours les personnes qui tentent de dénoncer certains éléments.
Cette procédure qui dérive de la directive européenne est donc une bonne chose. C'est une bonne chose, notamment parce que la transposition faite aujourd'hui – iI faut le reconnaître – va au-delà des seules procédures visées par la directive européenne, puisque cette dernière ne vise qu'à interdire ces fameuses procédures-bâillons transfrontalières. Le projet de loi que nous nous apprêtons à voter va plus loin en englobant aussi les procédures-bâillons nationales, opposant un Belge à un autre Belge. Celles-ci pourront être poursuivies dans le cadre de la législation qui vous est présentée et qui sera votée.
Mais, même si cette avancée doit être saluée et reconnue, le texte présente à notre sens deux angles morts et deux insuffisances. Il y a tout d'abord l'absence des procédures pénales dans le cadre des procédures-bâillons. Je l'ai longuement souligné en commission en indiquant que, malheureusement, seules les procédures-bâillons civiles feront l'objet de cette procédure. À l'avenir, si des citations directes sont introduites pour diffamation ou autre motif contre des personnes, pour celles-là, la "couverture" de ces procédures-bâillons ne pourra pas intervenir. C'est un réel regret.
Certes, cela suppose des adaptations techniques un peu plus complexes que pour la procédure civile – tout le monde le reconnaît – et nous disposions du temps de la transposition pour y parvenir. Or, aujourd'hui, ce n'est pas fait. Ce n'est pas fait, et on s'apprête à le voter.
En réalité, le paradoxe dans votre majorité, madame la ministre, c'est que c'est un peu "je veux bien, mais je ne peux point". J'ai encore lu ce matin une interview de la collègue Mme Tourneur, qui dit "nous allons le voter avec conviction et nous allons encore déposer une proposition de loi pour que ce soit étendu aux procédures pénales".
Mais pourquoi ne pas le faire tout de suite? Il y avait la possibilité d'y travailler dans le cadre gouvernemental, de le faire de manière sérieuse. Pourquoi ne pas le faire tout de suite?
C'est un engagement que je note. Je ne sais pas quand il sera en réalité traduit en un texte législatif. Nous allons l'attendre, peut-être, mais il y avait la possibilité de le faire.
En tout cas, aujourd'hui et demain, quand cette loi entrera en vigueur, les procédures pénales ne seront pas visées. Il va donc rester, en réalité, un trou dans le filet; un trou dans le filet que vont exploiter de manière très certaine toute une série de personnes mal intentionnées pour pouvoir poursuivre ces procédures-bâillons.
Deuxième chose: par contre, il était demandé une chose simple, une chose facile à faire et qui nécessitait simplement un article. D’ailleurs, nous avons déposé l'amendement en commission et il n'a pas été validé. Il s’agissait de donner un rôle à l'Institut Fédéral des Droits Humains.
Pourquoi donner un rôle à l'Institut Fédéral des Droits Humains? Pour qu'il puisse opérer le reporting des procédures-bâillons qui sont menées en Belgique et venir donner, dans le cadre de son rôle de consultant du Parlement, un rapport annuel qui nous permette d'améliorer la législation au besoin, de l'évaluer.
Cela ne nécessite pas de grande procédures. Cela ne nécessite pas de grande proposition de loi. C'était un article qu'il fallait intégrer. Mais c'est aussi, derrière cela, des moyens qu'il faut allouer à l'Institut Fédéral des Droits Humains. Or, lorsque l'on parle de moyens à l'Institut Fédéral des Droits Humains, c'est peut-être là que le bât blesse. L'Institut, pour faire ce travail de reporting, pour faire ce travail d'évaluation, avait effectivement besoin de pouvoir recruter l'une ou l'autre personne pour suivre cela.
C'est un second trou dans le filet; puisque demain, nous allons voter cette procédure SLAPP sans avoir un organe officiel et indépendant qui nous permette d'avoir ce reporting au niveau parlementaire et de faire évoluer cette loi et ce droit fondamental.
Madame la ministre, chers collègues, nous soutiendrons ce texte, puisqu'il s'agit d'une avancée certaine. Nous le soutiendrons parce que cela va au-delà de la directive européenne qui se limite purement aux procédures transfrontalières.
Mais nous gardons à l'esprit qu'il faut encore que ce texte, pour qu'il puisse être opposé aux procédures-bâillons menées en Belgique, reçoive au moins deux pansements: l'un quant aux procédures pénales, l'autre quant au reporting formel par un institut indépendant. À ce jour, ils sont absents. Ils doivent être amenés rapidement pour éviter que ce que nous faisons aujourd'hui soit détourné très rapidement demain.
15.04 Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la présidente, madame la ministre, chers collègues, aujourd'hui, nous votons pour mettre le droit belge en conformité avec la législation européenne contre les poursuites judiciaires abusives (SLAPP). Ce n'est pas une formalité, c'est un pas très important pour la liberté d'expression et pour tous ceux et celles qui jouent un rôle de contre-pouvoir démocratique.
De quoi parle-t-on exactement quand on parle de SLAPP? Vous l'avez déjà entendu mille fois aujourd'hui, mais je vais le répéter. Ce sont des actions en justice qui sont infondées, intentées par ceux qui ont les moyens d'engager de longues procédures contre des journalistes, des chercheurs, des associations, des militants, des lanceurs d'alerte, tous ceux et celles qui osent critiquer ou enquêter sur des questions d'intérêt général. L'objectif de ces procès, de ces procédures, n'est pas de gagner. L'objectif est d'épuiser, d'intimider, de ruiner.
Les journalistes qui doivent débourser 70 000 euros de frais d'avocat pour une affaire qu'ils finissent par gagner, en fait, ont quand même perdu: du temps, de l'argent, de l'énergie. Et pendant qu'ils sont mobilisés devant les tribunaux, ils ne font plus leur travail.
C'est précisément ce que veut celui qui poursuit. Ces procès bâillons ne visent pas uniquement les journalistes, ils visent tous ceux qui révèlent ce que certains préfèrent garder dans l'ombre: la corruption, l'abus de pouvoir, la fraude fiscale, les atteintes aux droits fondamentaux.
On connaît les révélations d'Edward Snowden, l'affaire WikiLeaks, les Panama Papers, tout ça n'aurait jamais vu le jour sans des femmes et des hommes qui sont prêt(e)s à prendre d'énormes risques personnels pour défendre l'intérêt général.
Notre histoire compte aussi des figures qui ont joué ce rôle: Edmund Morel, qui dénonça l'esclavage au Congo, et Victor Martin, qui révéla les premières informations fiables sur la déportation des juifs vers Auschwitz. Ces personnes méritent une protection réelle, pas symbolique.
Donc, le PTB soutiendra ce projet de loi. Mais nous avons le devoir de dire clairement où ce projet de loi s'arrête et où il aurait dû aller plus loin.
Le premier angle mort est le pénal. Des collègues l'ont déjà soulevé. C'est un texte qui ne protège que dans les affaires civiles. Dans le cas d'une citation directe devant le juge pénal, d'une plainte avec constitution de partie civile, il n'y a aucune protection.
Le Conseil d'État avait soulevé des questions techniques, certes, mais le Conseil supérieur de la Justice (CSJ) et la Commission européenne plaidaient tous les deux pour une extension. Le gouvernement n'aurait pas dû utiliser l'avis du Conseil d'État comme une raison pour abandonner l'extension, mais bien pour être créatif.
Le deuxième angle mort a trait à l'Institut Fédéral des Droits Humains (IFDH). Cet Institut demandait un rôle plus large, un rôle de soutien, de suivi, de rapportage. Et le gouvernement lui accorde un rôle de point d'information. C'est insuffisant.
Le troisième angle mort que je voudrais soulever concerne la formation et la sensibilisation. Car une loi que les juges ne savent pas appliquer et que les victimes ne connaissent pas ne protège personne. Il aurait fallu un volet formation et sensibilisation plus important dans ce projet de loi.
Ces trois lacunes ont été identifiées par les collègues d'Ecolo-Groen, mais la majorité a choisi de ne pas les retenir.
Nous voterons en faveur de ce texte, parce qu'il va dans le bon sens, mais la liberté d'expression ne se protège pas aux trois quarts. Tant qu'il y aura des journalistes, des militants ou des lanceurs d'alerte qui pourront être ruinés pour avoir dit la vérité, notre travail, ici, ne sera pas terminé.
La directive européenne constitue un premier pas. Nous avons choisi d'aller plus loin parce qu'une victime doit être protégée partout, qu'un élément transfrontalier soit présent ou non dans le dossier. Il nous semble normal de les protéger aussi dans des dossiers nationaux.
En revanche, Les Engagés estiment que le texte actuel ne va pas assez loin: les victimes sont protégées au civil, mais pas au pénal. Il existe donc un risque de contournement. Certaines procédures pourraient en effet être déplacées vers le pénal pour échapper à cette protection. Comme nous le savons, au pénal, les conséquences sont bien plus lourdes, notamment avec le casier judiciaire, mais surtout en raison des peines d'emprisonnement. Nous saluons par conséquent le travail accompli et voterons avec conviction ce projet de loi. Nous souhaitons ouvrir la porte à un élargissement au pénal de cette procédure au plus vite. Je compte, du reste, sur mon collègue Aouasti, qui a d'excellentes lectures, pour nous aider à, dixit, "combler les trous du filet".
15.06 Alain Yzermans (Vooruit): Mevrouw de minister, dit wetsontwerp raakt ons in de kern van onze democratie. De vrije meningsuiting is een fundamenteel recht dat koste wat het kost verdedigd moet worden. Wie zei ook weer: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal het recht het te mogen zeggen met mijn leven verdedigen?”
We zien dat de traditionele waakhonden van onze samenleving, journalisten en alle groepen die daarnet zijn genoemd door de collega’s, steeds vaker geconfronteerd worden met intimiderende, tergende, kwellende rechtszaken, met soms onredelijke schade-eisen, rechtszaken die enkel tot doel hebben de SLAPP-slachtoffers psychologisch of financieel te treffen of zelfs het zwijgen op te leggen.
Ja, deze regelgeving vormt een buffer voor de democratie en schept een boei voor onze rechtsstaat. Maatregelen tegen strategische rechtszaken zijn we dus zeer genegen. Wij van de Vooruitfractie zullen ons volmondig scharen achter het wetsontwerp en wij zullen u onze steun verlenen, omdat in de eerste plaats de bescherming van het publieke debat wordt versterkt, omdat de rechtsstaat zelf versterkt wordt en omdat rechters instrumenten krijgen om ongegronde vorderingen versneld af te wijzen of om strategisch misbruik vroegtijdig neer te slaan. Tot slot bevat deze wetgeving ook krachtige afschrikmiddelen, bijvoorbeeld het verplichten voor de rechter om de rechtsplegingsvergoeding te verhogen, zoals collega D’Haese al had gezegd, om bijvoorbeeld de volledige terugbetaling van de advocatenkosten aan het slachtoffer te voorzien. Met andere woorden, dit is een duidelijk signaal dat doelbewust instrumentaliseren van het rechtssysteem niet getolereerd wordt.
Om die redenen zijn wij het volmondig eens met dit wetsontwerp en zullen we het volledig steunen.
15.07 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, zoals daarnet al werd gezegd, dit gaat over veel meer dan enkel de omzetting van een richtlijn. Het gebeurt vaak dat richtlijnen worden omgezet en dat dit op een vrij vlotte manier gebeurt en vrij technisch is. Deze tekst is echter veel belangrijker dan een loutere omzetting. Het is een heel belangrijk wetsontwerp omdat er keuzes zijn gemaakt die breder gaan dan wat de richtlijn voorschreef.
Men zal maar een journalist zijn en een deurwaarder op bezoek krijgen met een dagvaarding om te verschijnen voor een burgerlijke rechtbank, met een schadeclaim van enkele tienduizenden of honderdduizenden euro's vanwege een artikel dat men heeft gepubliceerd, een onderzoek dat men heeft gevoerd voor een krant of een ander medium. Men zal maar een wetenschapper zijn die wordt gedagvaard vanwege een bepaald onderzoek dat men doet, vanwege een bepaalde mening die men formuleert, of een vereniging, vanwege het werk dat ze doet, conform haar statuten.
Men zal dan misschien wel twee keer nadenken voor men als journalist in een onderzoeksdossier verder op zoek gaat naar corruptie of andere misdrijven en op de tenen van machtige economische of politieke spelers trapt. Het risico bestaat dat men aan zelfcensuur begint te doen, dat men schrik heeft en zijn werk niet meer kan doen. Dan wint diegene die geviseerd wordt.
Wie wordt vooral beschermd? Als het gaat over journalisten, dan zal het probleem zich niet onmiddellijk stellen voor de individuele journalist die is tewerkgesteld in een groot mediaconcern. Die zal immers juridisch ondersteund worden wanneer hij geconfronteerd wordt met alle problemen die zich kunnen stellen. Het zal heel vaak gaan om journalisten die in een kleiner medium werken, die als zelfstandige of freelancer werken, die niet de grote structuren achter zich hebben. Om de juridische kosten te dragen, moeten zij dan vaak aan crowdfunding doen, want procederen kost veel geld.
Daarom is die SLAPP-wetgeving broodnodig. Terecht wordt de omzetting breder uitgewerkt in dit wetsontwerp dan wat er voorzien is in de richtlijn. Het gaat breder, want, en de collega's hebben er ook al op gewezen, het is niet alleen geregeld voor partijen uit verschillende landen, maar ook voor procedures tussen partijen in ons land. Dat is terecht, want er bestaat een anti-SLAPP-werkgroep die de SLAPP’s die worden geïnitieerd heel goed bijhoudt. Wanneer we naar hun overzicht kijken, dan zien we dat zowat 90 % van de SLAPP’s louter intern Belgisch zijn. Het zou dus weinig zin hebben om een regeling uit te werken voor grensoverschrijdende procedures met eisers en verweerders uit verschillende landen, als men dat het niet ook meteen regelt voor partijen binnen België.
Heel terecht wordt de omzetting dus breder gedaan. Door Europa is trouwens ook uitdrukkelijk aan de lidstaten gevraagd om breder te gaan en een gelijkaardige regeling uit te werken voor de interne rechterlijke procedures. Dat was niet de bevoegdheid van de Europese Unie, maar het werd wel sterk aanbevolen. Dat was dus terecht positief.
Wij zullen de tekst uiteraard steunen, hoewel er wel nog opmerkingen te maken zijn. Andere sprekers hebben daar ook al op gewezen. Ik ben daar in de commissiebesprekingen ook dieper op ingegaan. Het gaat vooral over het gebrek aan bescherming in strafrechtelijke procedures. Misschien typisch voor ons land is dat in België in ons strafprocesrecht ook is opgenomen dat een klacht met burgerlijke partijstelling kan worden ingediend bij de onderzoeksrechter. Er kan ook een rechtstreekse dagvaarding worden uitgebracht waarbij een partij rechtstreeks voor de strafrechter kan worden gedaagd.
Het risico bestaat dat wanneer de SLAPP-procedure, zoals ze vandaag is uitgewerkt, enkel betrekking heeft op burgerrechtelijke procedures, er steeds meer gebruik wordt gemaakt van de strafrechtelijke procedure om druk te zetten op de verwerende partijen en op mensen met een bepaalde mening die men wil bestrijden, dus op mensen die men monddood wil maken. Dat kan door beschuldigingen van laster, eerroof, belediging, belaging of wat dan ook.
Verschijnen voor een strafrechter is absoluut geen fijne ervaring, maar ook het voorwerp uitmaken van een strafrechtelijk onderzoek, dat vaak heel lang kan duren met alle onzekerheden tot gevolg, kan bijzonder zwaar wegen op personen. Een strafrechtelijke procedure kan heel intimiderend werken, misschien nog meer dan een burgerrechtelijke procedure. Ze kan ook heel lang duren.
Zoals ik opmerkte, bestaat het risico dat voor de strafrechtelijke weg zal worden gekozen. Derhalve moeten wij ons toch de vraag stellen of daardoor geen ongelijkheid wordt gecreëerd, aangezien wij wel in bescherming voorzien tegen burgerrechtelijke procedures, maar geen wetgeving uitwerken voor personen die slachtoffer worden van een strafrechtelijke procedure.
Mevrouw de minister, bij de bespreking in de commissie hebt u op die opmerking gereageerd door aan te geven dat, indien zou worden vastgesteld dat misbruik wordt gemaakt en meer gebruik wordt gemaakt van strafrechtelijke procedures, er zou kunnen worden nagedacht over een uitbreiding naar het strafrechtelijke luik. Ik heb u gevraagd daar niet op te wachten. Anticipeer daarop. Wij kunnen verwachten dat dat zal gebeuren of toch dat de kans reëel is dat meer via de strafrechtelijke weg zal worden gewerkt. Wij willen toch niet wachten tot wij hebben vastgesteld dat dat inderdaad het geval is? In dat geval zullen er immers opnieuw extra slachtoffers zijn. Laten wij daar dus op anticiperen.
Ik besef meteen ook – eerlijkheidshalve – dat dit niet zo simpel is. Het is complexer om het strafrechtelijke deel te regelen dan het burgerrechtelijke deel. Op ons wetsvoorstel, dat we enige tijd geleden hebben ingediend en dat ook voor advies naar de Raad van State is gestuurd, zijn immers heel wat opmerkingen gekomen. Die tonen aan dat grondig moet worden nagedacht over hoe dit strafrechtelijk kan worden georganiseerd. Ik zeg niet dat dat op een, twee, drie kan. Daarom hebben we geen amendementen ingediend en we willen de behandeling van deze tekst zeker niet vertragen. Onze oproep aan de regering, aan iedereen, aan het Parlement is om gezamenlijk en op korte termijn werk te maken van een regeling voor een gelijkaardige strafrechtelijke bescherming en een gelijkaardige strafrechtelijke procedure.
Een tweede punt van kritiek gaat over de mogelijkheid om schadevergoeding te eisen in België wanneer iemand slachtoffer wordt van een SLAPP-procedure buiten de Europese Unie. Het wetsontwerp voorziet dat Belgische rechters zo’n schadeclaim automatisch moeten opschorten zolang de buitenlandse procedure nog loopt. We hebben die discussie ook gevoerd in de commissie. We hebben daarover ook amendementen ingediend, om de volgende reden. Het is ook een belangrijke opmerking van de anti-SLAPP-werkgroep, die dat naar voren heeft gebracht in haar advies. In plaats van dat zo strak te bepalen, zou men beter de Belgische rechters de mogelijkheid geven om die procedure op te schorten en het te laten afhangen van de beoordeling van de rechter. We vinden het jammer dat dit amendement niet is aanvaard, want dat zou Belgische rechters wat meer soepelheid geven wanneer ze geconfronteerd worden met de behandeling van die zaak.
In globaliteit is dit een heel grote en
belangrijke stap vooruit. We
zullen straks met veel overtuiging deze wet goedkeuren.
15.08 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, comme cela a été dit en commission, les écologistes vont soutenir le texte que vous nous avez présenté ici. La transposition, presque à temps – ce n'est pas toujours le cas –, de cette directive très importante était attendue et est la bienvenue. Il s'agit d'une directive visant à lutter contre les fameuses procédures-bâillons, ces utilisations abusives de procédures judiciaires pour étouffer le débat public, intimider et pour réduire au silence celles et ceux que l'on appelle "les chiens de garde de la démocratie". Ce sont des journalistes, des universitaires, des chercheurs, des ONG, des défenseurs des droits humains, des organisations de protection de l'environnement, des initiatives citoyennes et j'en passe, toutes ces personnes jouant un rôle de vigilance, qui viennent demander des comptes aux puissants et qui exposent des pratiques contraires aux intérêts publics.
Pour les écologistes, il est indispensable que la loi belge ne se limite pas aux procédures transfrontalières, mais qu'elle inclue les procédures nationales, puisque ces procédures constituent l'immense majorité des procédures-bâillons recensées. Nous soutenons donc entièrement le choix ayant été fait.
Au-delà de tout ce que l'on salue, il y a également des choses que l'on regrette. D'abord le fait que le projet de loi n'inclue pas les procédures pénales. C'est sans doute la plus grosse lacune de ce projet de loi à nos yeux, et elle est largement soulignée par les acteurs ayant travaillé sur le sujet en Belgique: le groupe de travail anti-SLAPP Belgique, l'Association des journalistes professionnels (AJP) et l’Institut Fédéral des Droits Humains (IFDH). La directive ici transposée n'exigeait certes pas que l'on inclue les procédures pénales, mais la Commission a formulé une recommandation qui va en ce sens et la coalition européenne contre les procédures-bâillons nous demandait de réformer les lois pénales afin d'éviter cette menace. Il y a également des spécificités qui auraient rendu utile et nécessaire que l'on étende dès maintenant les protections au droit pénal. En Belgique, il est possible de saisir le tribunal correctionnel par citation directe ou de déposer une plainte avec constitution de partie civile directement auprès du juge d'instruction. En Belgique, ces dispositions du droit pénal permettent vraiment d'entamer des SLAPP au niveau pénal, comme le souligne également le Conseil supérieur de la Justice (CSJ) dans son avis.
J'ai également lu l'interview de Mme Tourneur de ce matin, dans laquelle elle annonce qu'elle va déposer une proposition de loi pour veiller à cet élargissement. Elle y a mentionné les excellentes lectures du collègue Aouasti. C'est d'ailleurs dommage qu'elle ne soit pas là, car j'aurais également voulu lui proposer une excellente lecture, à savoir celle de la proposition de loi concernant les procédures-bâillons que nous avons déposée de longue date et qui inclut les procédures pénales.
Ce texte a déjà fait l’objet d’avis qui peuvent être utilisés pour faire avancer le travail sur notre propre texte. Je continue donc à espérer qu’il pourra évoluer dans le bon sens dans les prochains mois, parce qu’il est documenté et qu’il existe aussi des procédures-bâillons au pénal – il y en a déjà eu en Belgique. Le groupe anti‑SLAPP Belgique documente plusieurs cas dans notre pays, dont l’un implique d’ailleurs des protagonistes bien connus de cette assemblée.
L’exemple récent des menaces proférées à l’encontre d’une journaliste par l’ancien bourgmestre Claude Eerdekens montre bien, une fois encore, qu’il existe un danger de SLAPP au niveau pénal en Belgique. Claude Eerdekens a perdu son procès civil contre cette journaliste. Il menace désormais d’aller au pénal, de l’accabler de procédures longues et coûteuses. Il annonce qu’il investira son argent personnel et qu’il fera traîner l’affaire pendant des années.
Tous ces "efforts" lui ont d’ailleurs valu, le mois passé, un prix européen: le jour même où nous votions en commission, il a décroché le titre de "politicien SLAPPeur de l’année", octroyé par la coalition européenne contre les procédure-bâillons. Je pense qu’en Belgique, nous aurions pu nous passer de cette distinction. En tout cas, nous pouvons constater que le texte, tel qu’il est aujourd’hui et tel que nous allons le voter tout à l’heure, permettra à M. Eerdekens de mettre sa menace à exécution.
Un autre aspect me préoccupe. Je regrette vraiment que nous n’ayons pas saisi l’occasion de renforcer encore le texte pour prévoir un soutien individuel, indépendant et multidisciplinaire aux victimes – et aux victimes potentielles – de procédures-bâillons. Les victimes de SLAPP subissent souvent non seulement des dommages financiers, mais aussi des pressions psychologiques, des atteintes à la réputation, de nombreuses difficultés pratiques. Il ne suffit donc pas de veiller à ce qu’elles soient simplement informées des mécanismes de soutien existants.
Il faut aussi mettre en place un soutien spécifique et effectif pour les victimes. Il doit être multidisciplinaire. Cela peut vraiment jouer un rôle important pour permettre aux victimes de se défendre efficacement contre les procédures-bâillons et pour en compenser les effets négatifs qui en résultent pour elles.
Comme le collègue Ribaudo l’a rappelé, le groupe Ecolo‑Groen avait déposé des amendements en commission visant à confier cette compétence de soutien, de manière résiduaire, à l’Institut Fédéral des Droits Humains, vu qu'il dispose déjà d’une expérience en la matière grâce à son travail auprès des lanceurs d’alerte.
Nous proposions également d’articuler cette compétence résiduaire avec celle des organisations qui, aujourd’hui déjà, offrent un soutien à leurs membres, notamment aux associations de journalistes professionnels. La majorité n’a pas souhaité soutenir ces propositions, et nous le regrettons, car cela aurait constitué plus‑value importante.
Nous aurions aussi voulu que l’IFDH soit chargé officiellement, en collaboration avec les autres acteurs concernés, d’une mission de rapportage sur les procédures-bâillons en Belgique. Nos amendements le prévoyaient également. Cela n’a pas été retenu non plus, et c’est dommage. Ce sont des occasions manquées pour aller plus loin et rendre la Belgique encore plus protectrice à cet égard.
Néanmoins, comme M. Van Hecke l’a rappelé, nous considérons que le texte tel qu’il est aujourd’hui constitue déjà un grand pas en avant, nécessaire et très attendu. Nous allons donc le soutenir, tout en nous engageant à poursuivre le travail pour étendre encore les protections et les rendre plus adéquates pour celles et ceux qui se battent pour exposer des vérités qui dérangent.
De voorzitster: Geen andere sprekers zijn ingeschreven.
Mevrouw de minister, u krijgt het woord.
15.09 Minister Annelies Verlinden: Geachte Kamerleden, dank u wel voor dit opnieuw constructieve en zeer inhoudelijke debat over een heel belangrijk wetsontwerp, niet alleen voor de Kamer, maar voor de bescherming van onze hele democratische rechtsstaat. Zoals velen onder u hebben opgemerkt, zijn SLAPP-procedures immers niet alleen gericht tegen en hebben ze niet alleen een impact op individuele personen, maar hebben ze tot doel om kritische stemmen af te schrikken, te intimideren en het zwijgen op te leggen, niet alleen bij journalisten, maar ook bij klokkenluiders, onderzoekers en allerlei actoren uit het middenveld.
Cette transposition de la directive européenne a comme ambition de garantir un meilleur équilibre entre le droit d'accès à la justice et la protection effective de la liberté d'expression et du débat démocratique, pas seulement évidemment dans cette Chambre, mais aussi dans la société. Je me réjouis que les débats en commission aient montré un très large consensus, dépassant le cadre majorité-opposition, sur la volonté de préservation de ces valeurs en Belgique, même si certains auraient voulu aller plus loin ou proposer des solutions alternatives comme cela a été exprimé encore aujourd'hui en séance.
Mijnheer D’Haese, u hebt de inhoud van het wetsontwerp perfect samengevat en uiteengezet, waarvoor mijn dank. Ik zal verder zelf geen commentaar meer geven bij de tekst.
Mijnheer Van Hoecke, ik wil benadrukken dat wij bij de omzetting zo nauw mogelijk bij de tekst van de richtlijn zijn gebleven, zoals ons als EU-lidstaat werd gevraagd. Bepaalde uitbreidingen werden evenwel ingevoerd om te vermijden dat er een ongelijke behandeling zou ontstaan tussen vergelijkbare situaties. Ik wil er graag aan herinneren dat de keuzes die we hebben gemaakt om buiten de tekst van de richtlijn te gaan bij de omzetting gevalideerd zijn door de Raad van State.
Comme j'ai pu l'expliquer en commission et comme cela a été rappelé ici par les collègues, le champ d'application de la loi anti-SLAPP n'a pas été étendu aux procédure pénales. Je comprends vos réactions et on s'attend déjà à des propositions visant à élargir le champ d'application, mais je tiens à souligner que la directive elle-même exclut les procédures pénales de son champ d'application et a spécifiquement été conçue pour s'appliquer aux procédures civiles.
Vous l'avez dit, monsieur Van Hecke, il n'est pas si facile d'appliquer ces règles aux procédures pénales, et on ne peut donc pas simplement appliquer les dispositions de la directive aux procédures pénales. Comme cela a été souligné en commission, les procédures civiles et pénales sont de natures complètement distinctes.
Pour être tout à fait complet, le Conseil d'État a confirmé dans son avis sur ce projet que la volonté d'étendre le champ d'application aux procédures pénales rendrait les choses plus complexes. Il a ainsi validé le fait que nous limitions aujourd'hui le champ d'application aux seules procédures civiles, conformément à ce que prévoit la directive elle-même. Il n'y a donc aucune difficulté concernant l'effet utile de la transposition de la directive en législation interne, ni aucune discrimination, puisque le champ d'application de la directive elle-même se limite aux procédures civiles. Cela n'exclut pas que, si des dérives liées à l'utilisation abusive de la procédure pénale en vue d'entraver le débat public sont constatées à l'avenir, une réflexion soit menée sur une éventuelle extension au niveau pénal. J'ai d'ailleurs déjà entendu les premières attentes exprimées à cet égard par certains collègues ici au Parlement.
Voor de uitbreiding van het toepassingsgebied naar strafprocedures zal in elk geval ook een grondige analyse nodig zijn van de impact op de procedure, afhankelijk van de gekozen opties bij de toepassing. Ik denk dat dat een volwaardig debat vraagt, want uiteraard willen we ook vermijden dat strafrechtelijke procedures zouden worden misbruikt of op oneigenlijke wijze zouden worden gebruikt in het kader van SLAPP-dossiers. Ik twijfel er niet aan dat we met zijn allen een en ander nauwgezet zullen opvolgen.
Par ailleurs, le rôle de l'IFDH a été calibré comme prévu par la directive. De plus, diverses associations professionnelles telles que celles des journalistes ont un rôle de premier plan à remplir, vu leur expertise particulière. Nous tenons à soutenir ce rôle.
Enfin, collègue Hugon Lecharlier, en ce qui concerne le soutien juridique par l'IFDH, le Conseil d'État a émis une remarque selon laquelle cette aide doit être entendue comme une aide juridique au sens de la loi spéciale du 8 août 1980 et que ce point relève, par conséquent, des communautés, et non des autorités fédérales. D'autres types d'aide existent déjà et peuvent dès lors servir dans ce contexte.
Ik wil de Kamerleden nogmaals bedanken voor de constructieve en inhoudelijke gedachtewisseling, zowel in de commissie als in de plenaire vergadering vandaag. Ik denk dat we tijdens de uiteenzettingen en uitwisselingen belangrijke aandachtspunten naar voren hebben kunnen brengen, onder meer inzake het toepassingsgebied, maar ook inzake de uitzetting van strafrechtelijke procedures. We zullen dat opvolgen, maar ik begrijp dat ook de leden de handschoen verder zullen opnemen.
Je resterai attentive à l'évaluation pratique de cette législation et à l'évolution du phénomène des procédures-bâillons, notamment concernant un éventuel recours abusif à la procédure pénale. Aujourd'hui, il est essentiel d'adresser un signal clair, comme vous l'avez souligné, avec un consensus. Dans un État démocratique, l'instrumentalisation abusive de la justice pour faire taire le débat public n'a pas sa place. Avec le vote sur ce texte, nous allons faire un pas important pour la protection de notre État démocratique.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1464/5)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1464/5)
Het wetsontwerp telt 22 artikelen.
Le projet de loi
compte 22 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 22 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 22 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend
door:
Proposition déposée par:
Niels Tas, Oskar Seuntjens, Annick Lambrecht,
Achraf El Yakhloufi, Serge Hiligsmann.
Discussion
De door de commissie aangenomen tekst geldt
als basis voor de bespreking. (Rgt 85,
4) (1085/4)
Le texte adopté par la commission sert de base
à la discussion. (Rgt 85,
4) (1085/4)
De bespreking is geopend.
La discussion est
ouverte.
De rapporteur, mevrouw Dorien Cuylaerts,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
16.01 Frank Troosters (VB): Mevrouw de voorzitster, ik ga het kort houden. Het gaat over een voorstel van resolutie dat me eigenlijk een beetje een déjà-vugevoel heeft gegeven naar het eerdere wetsvoorstel dat we hebben goedgekeurd in verband met de verbeurdverklaring van wagens. Eigenlijk hebben we toen ook iets goedgekeurd om iets goed te keuren. Als men dan verder kijkt en de vraag stelt wat we nu eigenlijk aan het stemmen zijn en wat dat nu bijbrengt, dan is me dat niet helemaal duidelijk.
Met de verbeurdverklaring kwam het er eigenlijk op neer dat men iets mocht doen, maar het niet moest. Dat werd toen omgedraaid: men mocht afwijken.
Eigenlijk is het nu ongeveer hetzelfde. Het idee achter het voorstel van resolutie is natuurlijk best wel oké. We hebben absoluut niets tegen het feit dat mensen zich met de fiets verplaatsen. Dat is gezond en ecologisch en het is goed dat we dat proberen te stimuleren. Dat mag allemaal. Alleen is dat natuurlijk iets wat we al langer promoten in het Parlement.
Er worden ook een aantal problemen erkend: fietsdiefstallen, te weinig fietspunten, eventuele fietssupplementen op de trein, toegankelijkheid enzovoort. Dat wordt allemaal aangekaart. Men geeft in het voorstel van resolutie eigenlijk een samenvatting van wat in het verleden al in gang is gezet of waartoe al aanzetten zijn gegeven, wat in het beheerscontract is opgenomen en wat in de regeerverklaring is opgenomen. Eigenlijk zegt het voorstel van resolutie dat we gaan doen waarvan we al gezegd hebben dat we het gingen doen. Dat is een beetje de teneur. Alsof we hier per se iets vernieuwends gaan doen, terwijl dat niet echt zo is.
Er bestond namelijk al een BE CYCLIST-actieplan van minister Gilkinet uit de vorige legislatuur. De vraag die ik mij dan stel, is natuurlijk wat de echte evaluatie daarvan is. Die hebben we niet. We weten niet welke punten allemaal zijn gerealiseerd, welke niet, met welke resultaten, waar we precies zitten in dit verhaal, wat het heeft gekost en wat het budget ervoor was. Eigenlijk is dat allemaal onduidelijk.
Toch zijn we tot een stemming overgegaan, terwijl er nog vier of vijf adviezen achterwege waren gebleven. Die adviezen waren toch wel relatief belangrijk. Daar beschikten we dus niet over. De NMBS had daarnaast wel wat vragen – daarvan hadden we wel een advies, dat vrij kritisch was. Het ging onder meer over plaatsen op de trein. Er werd ook verwezen naar de Fietsersbond, die evenmin onverdeeld positief was.
Ik ga er kort door.
Wat betreft de coördinatie met regionale fietsplannen, mobiliteit is uiteraard een gewestelijke bevoegdheid, dus het lijkt me logisch dat we daarmee afstemmen. Wat die coördinatie precies betekent, weet ik niet. Het mag alleszins niet zo zijn dat het federale niveau het lokale niveau voor een stuk gaat bepalen. Ik vraag me dan vooral af hoe dat in Brussel zit. Er wordt concreet gesproken over Good Move, maar Good Move zelf ligt in Brussel op apegapen. Daar heb ik dus wel wat vragen bij.
De actievere rol voor de FOD Mobiliteit was er al. Als men het vorige plan bekijkt, ziet men dat er al heel veel samenkomt bij de FOD Mobiliteit. Ook op dat gebied zie ik dus weinig nieuwe elementen in dit voorstel staan.
Een ander element is dat de Fietsersbond en Avello hierbij zullen worden betrokken. Ik vraag mij af waarom alleen die twee partijen zijn geselecteerd. Misschien is het nuttig om ook de werkgevers en de zelfstandigen nog eens te bevragen, want ook zij zijn actoren die hierbij moeten worden betrokken. Ik denk ook aan gezinsorganisaties, pendelverenigingen en misschien zelfs automobilistenorganisaties. Zij worden immers allemaal door dit plan beïnvloed. Het is dus geen evenwichtige consultatie.
Men gaat ook het afschaffen van het fietssupplement tijdens daluren, weekends en schoolvakanties onderzoeken. Ook dat stond al in het regeerakkoord. We gaan dus nog eens zeggen dat we gaan doen wat we al gezegd hadden dat we gingen doen.
Het aanbod van fietsplaatsen in de trein verhogen stond ook al in de beheersovereenkomst. Dan vraag ik me af hoe we dat gaan doen. Dat mag voor ons zeker niet ten koste gaan van de capaciteit aan zitplaatsen voor gewone reizigers. Hoeveel treinstellen in het contingent van de NMBS zijn specifiek uitgerust voor fietsen? Hebben we voldoende wagens? Heeft men dergelijke wagens besteld? Gaan we er nog bestellen? Wat gaat dat kosten? Dat zijn eigenlijk allemaal vragen waarop geen antwoord is gegeven.
Er komen ook meer deelfietsen aan de stations. Ik denk dat de lokale besturen dit zelf moeten inschatten. Het combiticket wordt nu ook met deelfietsen uitgebreid. Toen wij een combiticket van trein en parking vroegen, wat heel gemakkelijk zou zijn, kon dat niet. Nu gaan we wel externe firma’s met deelfietsen vragen. Dat lijkt me allemaal zeer complex. We zijn die oefening trouwens al aan het maken. Er zou al een ontwerp moeten zijn.
Ik heb nog een heel aantal punten, maar ik zal het hierbij houden. Het is zeker geen slechte intentie, maar er is nog zoveel onduidelijk dat wij ons bij de stemming over dit voorstel zullen onthouden.
16.02 Gilles Foret (MR): Chers collègues, le groupe MR votera en faveur de cette proposition de résolution parce qu'elle va dans le sens d'une mobilité plus fluide, plus complémentaire et plus pragmatique. La combinaison du vélo et du train est un levier concret d'intermodalité. Pour de nombreux citoyens, le vélo permet de rejoindre la gare ou de parcourir les derniers kilomètres après un trajet en train.
Le train, lui, reste structurant pour les déplacements de moyenne et longue distance. Ces deux modes ne doivent pas être opposés, ils doivent être mieux articulés. Ce débat n'est pas neuf. Il y a une dizaine d'années, la Chambre s'était déjà penchée sur la promotion de la combinaison vélo-train. J'avais moi-même cosigné des amendements sur ce dossier, notamment sur le transport des vélos ordinaires dans les trains ainsi que sur l'amélioration des accès cyclables vers les gares. Le texte que nous votons aujourd'hui s'inscrit donc dans une continuité.
Plusieurs éléments vont dans le bon sens: des parkings vélos plus nombreux et mieux sécurisés, une lutte renforcée contre le vol, une meilleure accessibilité des quais et des trains, le développement de vélos partagés et une intégration plus lisible des différentes solutions de mobilité. C'est pleinement cohérent avec la vision du MR, une mobilité multimodale équilibrée qui part des besoins réels des usagers et qui ne caricature aucun mode de transport.
Nous resterons toutefois attentifs à l'équilibre opérationnel. Promouvoir le vélo-train ne doit pas se faire au détriment de la capacité assise dans les trains, ni créer des charges mal équilibrées, mal calibrées pour la SNCB ou pour les voyageurs. La multimodalité doit améliorer l'offre globale, pas déplacer les problèmes.
Cette ambition nécessitera aussi une vraie coordination avec les régions, les communes, la SNCB et Infrabel. Les accès cyclables, les parkings, la sécurité autour des gares et l'offre ferroviaire relèvent de responsabilités partagées. Nous soutenons donc ce texte parce qu'il va dans le sens d'une mobilité plus simple, plus accessible et plus complémentaire. Le vélo et les trains peuvent former un duo gagnant à condition de rester pragmatiques et centrés sur l'usager.
16.03 Serge Hiligsmann (Les Engagés): Madame la présidente, chers collègues, notre groupe défend depuis de nombreuses années une mobilité fondée sur l'intermodalité. À cet égard, le vélo et le train sont pleinement complémentaires.
Faciliter la combinaison vélo-train permet de répondre à plusieurs défis majeurs. D'abord, celui de la congestion automobile, qui pénalise quotidiennement des milliers de citoyens. Ensuite, celui de la transition climatique, puisque le transfert modal vers des transports plus durables contribue directement à la réduction des émissions de CO2. Enfin, il y a aussi un enjeu de qualité de vie: moins de stress pour les navetteurs, davantage d'activité physique avec l'utilisation du vélo pour se rendre à la gare, et donc des bénéfices réels pour la santé mentale et physique.
Le contrat de service public de la SNCB prévoit déjà de poursuivre ces ambitions intermodales, et nous nous en réjouissons. La SNCB a d'ailleurs développé ces dernières années un véritable plan vélo avec des avancées concrètes.
Mais certains freins demeurent. Le premier obstacle reste clairement la question de la sécurité des vélos dans les gares. Beaucoup de citoyens hésitent encore à se rendre à la gare à vélo par peur du vol ou du vandalisme. Aujourd'hui, des vélos représentent un investissement important. Les vélos électriques, notamment, coûtent cher. Les gens ne vont pas laisser leur vélo à la gare sans surveillance ni garantie de sécurité. Lorsqu'ils partent travailler, ils doivent être rassurés et avoir la certitude de retrouver leur vélo en fin de journée – a fortiori, un vélo en parfait état de marche, avec ses deux roues, la selle, le guidon, etc. Ces éléments 0disparaissent parfois dans les parkings vélos trop peu sécurisés de la gare, par exemple, que j'utilise au quotidien. Des parkings vélos sécurisés et d'accès simple sont donc indispensables. Ils constituent une condition essentielle pour encourager davantage les personnes à combiner le train et le vélo.
La question du confort du trajet est également importante. Nous saluons le fait que la SNCB prévoit progressivement davantage d'espaces réservés aux vélos à bord des trains. Cette évolution doit se poursuivre, notamment dans le cadre du développement de l'offre de trains aux heures creuses et le week-end. Dans cette perspective, il serait intéressant d'analyser la possibilité de supprimer le supplément vélo durant les heures creuses, les week-ends et les congés scolaires. Cela pourrait encourager une utilisation plus souple et plus attractive du train pour les déplacements touristiques et à des fins de loisirs. Il conviendrait également d'examiner la faisabilité des abonnements vélo, autant que celle des abonnements combinés.
Nous soutenons cette résolution, qui permet de réaffirmer plusieurs priorités essentielles, en particulier en matière de sécurité et d'accessibilité, pour favoriser l'intermodalité entre le vélo et le train.
16.04 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Collega’s, het zal u niet verbazen, Groen steunt natuurlijk alle initiatieven die fietsers en treinreizigers ondersteunen. We moeten de zachte weggebruikers maximaal ondersteunen en ervoor zorgen dat verplaatsingen voor hen aangenamer worden. Hoe aantrekkelijker die zijn, hoe meer mensen die duurzame keuze zullen maken. Elke fietser en elke pendelaar die voor bus, trein of tram kiest, maakt de files natuurlijk korter. Zelfs de automobilist heeft er dus voordeel bij. We zullen onderhavig voorstel van resolutie goedkeuren.
Tegelijkertijd mogen we niet uit het oog verliezen dat de tekst slaat op het traject van thuis of van ergens anders tot aan het station. Voor het gebruik van het openbaar vervoer is het natuurlijk cruciaal dat ook het traject met het openbaar vervoer zelf aantrekkelijk is. Wat dat betreft, zit er toch wat spanning op het verhaal. In Vlaanderen worden heel wat buslijnen geschrapt. Ook het spoorverkeer staat onder druk. Tussen Antwerpen en Brussel, de twee grootste stations van België, gaan we van vier naar drie treinen per uur. Vanuit Mortsel rijdt nog maar één rechtstreekse trein naar Brussel. Blijkbaar hebben de reizigers daar dan nog geluk, want vanuit het Waasland is er geen rechtstreekse verbinding meer met Brussel. En we moeten ook afwachten welke besparingen de regering aan de spoorbedrijven zal opleggen.
Collega’s, we steunen absoluut inspanningen om het voor treinreizigers, gebruikers van het openbaar vervoer en fietsers aangenamer te maken, maar dan wel over de hele lijn. We moeten toch ook vaststellen dat nog echt wel extra tanden bijgestoken moeten worden met het oog op de uitbreiding van de spoorverbindingen en aangenamere stations.
16.05 Niels Tas (Vooruit): Het voorliggende voorstel van resolutie ligt mij na aan het hart, niet alleen omdat het het eerste voorstel van resolutie was – ik ben hier iets meer dan een jaar geleden gestart – dat ik in de commissie voor Mobiliteit indiende, maar ook omdat ik op lokaal niveau de voorbije jaren veel bezig ben geweest met fietsmobiliteit, zoals trouwens ook heel wat collega’s hier in de zaal, in het bijzonder collega’s Weydts en Lambrecht, als voormalige schepenen van Mobiliteit. De bijnaam van de heer Weydts was trouwens schepen Velo.
De voorbije tien jaar zagen we een gigantische evolutie in de manier waarop we naar de fiets in het mobiliteitsverhaal kijken. De fiets is niet langer alleen een vervoermiddel voor korte of recreatieve verplaatsingen, maar maakt steeds vaker deel uit van dagelijkse woon-werkverplaatsingen. België is echt een fietsland geworden. Dat kan natuurlijk alleen dankzij de inspanningen van zovele beleidsmensen en de overheden op federaal en deelstatelijk niveau. Ik volg collega Aerts zeker dat ook het lokale niveau belangrijk is, niet alleen voor het openbaar vervoer, maar ook voor de lokale fietsinfrastructuur om mensen veilig tot aan het station te krijgen, des te meer aangezien de fiets niet alleen goed is voor de mentale en fysieke gezondheid, maar ook een goedkoop verplaatsingsmiddel is – fietsen is gratis –, de luchtkwaliteit ten goede komt en files helpt aan te pakken. We zien die evolutie trouwens ook in het aantal fietsers dat zich naar het station begeeft, namelijk bijna 1 op de 5 pendelaars, en een kleine 10% stapt ook voor het natraject op de fiets.
Zoom ik specifiek in op Vlaanderen, dan is de opgang van het fietsgebruik groot: bijna 1 op de 3 fietsers fietst minstens 1 keer per maand, tegenover 18% in 2022. Wout Baert, programmamanager van Fietsberaad Vlaanderen, merkt in dat verband op – ik citeer -: ʺDit is mogelijk het gevolg van een beleidsfocus op combimobiliteit en van de steeds grotere vanzelfsprekendheid waarmee de fiets wordt gebruikt.ʺ Die combimobiliteit is net het onderwerp van vandaag, waarin we stappen vooruit willen zetten. Het uitgangspunt is heel simpel. De trein is belangrijk voor middellange en lange verplaatsingen, zoals verschillende collega’s al hebben gezegd. De fiets is daarop een uitstekende aanvulling. We hebben daaromtrent tal van acties en voorstellen uitgewerkt. Ik dank ook de collega's voor hun verschillende amendementen op dat vlak, zodat we een maximaal gedragen voorstel tot stand konden brengen.
Mijnheer Troosters, ik heb begrip voor uw opmerkingen. Er zijn inderdaad in tal van beleidsdocumenten, intentieverklaringen en beheerscontracten al heel wat engagementen en maatregelen opgenomen. Ik heb in de bijna twintig jaar dat ik politiek actief ben, echter geleerd dat men elke dag opnieuw voor idealen moet strijden. Zullen we er nu voor zorgen dat plots alle problemen van fietsdiefstal en fietsmobiliteit en van onvoldoende capaciteit op het terrein worden opgelost? Nee. Wij zijn er wel van overtuigd dat het voorstel, eens goedgekeurd, er bijvoorbeeld voor kan zorgen dat in de toekomst bij het aankoopbeleid van de NMBS voor nieuwe treinstellen veel meer rekening zal worden gehouden met die aspecten dan vandaag. Ik ben ervan overtuigd dat we door op de kwestie te blijven hameren en door een sterk signaal met alle volksvertegenwoordigers te geven, dat we vooruitgang kunnen boeken. Vanuit dat perspectief betreur ik het oprecht dat uw fractie het voorstel van resolutie niet zal steunen. Het had net een heel sterk signaal geweest indien we vanuit het Parlement in consensus unaniem het voorstel van resolutie ter attentie van de NMBS hadden kunnen steunen.
Tot slot wil ik nogmaals alle collega's danken. Ik wil ook in het bijzonder minister Crucke bedanken, die in zijn beleidsnota al zijn steun heeft uitgesproken. U kunt erop rekenen dat wij met onze fractie op die nagel zullen blijven kloppen om meer mensen te stimuleren voor de combinatie van fiets en trein.
16.06 Frank Troosters (VB): Ik wil er hier geen lang debat van maken, maar omdat men mij verwijt het voorstel van resolutie niet te steunen, verduidelijk ik een en ander graag.
Mijnheer Tas, ik ben het deels met u eens, maar ik wil wel dat we gewoon ons gezond verstand gebruiken. Ik had drie keer zo lang kunnen praten over alles wat er scheef zit in de tekst. Er wordt gesproken over de aanpassing van de perrons zodat ze beter toegankelijk worden voor de fietsers. Ik dacht dat de prioriteit lag bij de toegankelijkheid voor personen met een beperking? Men heeft ter zake beloften gedaan. Daarna heeft men die beloften teruggeschroefd, omdat er geen geld was. Maar nu zal men wel investeren in toegankelijkheid voor fietsers?
Er zijn in mijn ogen toch wel andere prioriteiten voor de NMBS? Ik geef er nog twee voorbeelden bij. Men wil het gebruik van de fiets fiscaal stimuleren. Wat met de pendelaars die niet in de mogelijkheid zijn met de fiets tot het station te geraken, omdat er geen aanbod van openbaar vervoer is of omdat ze te veraf wonen? Die krijgen niets? Dat is een ongelijkheid.
Of nog, wij zijn absoluut voor de strijd tegen fietsdiefstallen, maar men zal het programma myBike verder uitrollen, volgens het voorstel van resolutie. Welnu, dat programma loopt al en wat blijkt? Dankzij het goede werk over myBike van mijn collega, Wouter Raskin, begin dit jaar, hebben we geleerd dat het ons 800.000 euro gekost heeft om 244 fietsen terug te vinden. Dat is disproportioneel en we moeten ons beraden over de voortzetting van het programma op de huidige manier, heeft hij gezegd. Ik ben het daar volkomen mee eens. Ik snap dat men de strijd tegen fietsdiefstal moet voortzetten, maar ik zie hierin geen oplossing hoe we fietsdiefstal zullen aanpakken. Eigenlijk doet men gewoon verder wat men aan het doen is. Dat is een blanco cheque en die willen wij niet geven. Wij zijn niet tegen de strijd tegen fietsdiefstallen, maar dat is de reden waarom wij voorzichtig zijn en ons onthouden.
16.07 Niels Tas (Vooruit): De heer Troosters heeft hier drie elementen aangehaald.
Ten eerste had hij het, terecht over de toegankelijkheid. Als wij investeren in toegankelijkheid voor de fiets, zorgen wij net voor een win-winsituatie. Immers, een aanpassing van de perrons voor personen die minder goed te been zijn, is ook goed voor de fiets. Dat is exact wat ik daarnet bedoelde. Op die nagel blijven kloppen, zorgt net voor dubbele winst.
Ten tweede, het hele debat gaat uiteindelijk over mobiliteit. U stelt dat wij ook iets voor de auto moeten doen. Welnu, hier gaat het over de combinatie fiets-trein. Dat is ook de titel van het voorstel. Net die combinatie willen wij stimuleren. U kunt er honderdduizend zaken bij halen en op dat vlak redenen zoeken. Ik kan dat alleen maar betreuren.
Ten derde, het voorstel somt wel degelijk tal van maatregelen tegen fietsdiefstal op. Wij vragen om de fietsstallingen en de infrastructuur te verbeteren, om in afgesloten en beveiligde fietsstallingen te voorzien en om de sociale economie met fietspunten opnieuw kansen te geven. De NMBS heeft dat stelselmatig afgebouwd. In tal van stations heeft dat tot problemen geleid. Wij vragen net om dat te keren.
Zullen die maatregelen alles oplossen? Natuurlijk zullen ze niet alles oplossen. Die nuance moeten wij altijd maken. Dat heb ik ook opgemerkt. Wij blijven echter wel op die nagel kloppen. Het is jammer dat u dat niet doet.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De bespreking is gesloten.
La
discussion est close.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De stemming over het geheel van het voorstel zal later plaatsvinden.
Le vote sur l’ensemble de la proposition aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
17.01 Lotte Peeters, rapporteur: De commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen heeft dit wetsontwerp in eerste lezing besproken tijdens haar vergadering van 28 april 2026. Het wetsontwerp verkreeg de urgentie op 30 april 2026. De tweede lezing vond plaats op 20 mei 2026, waarbij de commissie besliste om te werken met een mondeling verslag, vandaar mijn korte uiteenzetting.
Tijdens de tweede lezing is alleen mevrouw Bury tussengekomen. Zij zei dat zij, na alle opmerkingen die in eerste lezing door leden van de meerderheid en de oppositie zijn gemaakt, had verwacht dat er nog wijzigingen aan het wetsontwerp zouden worden aangebracht. Aangezien dat niet is gebeurd, wenste zij het wetsontwerp niet te steunen.
Na die tussenkomst is het wetsontwerp in naamstemming aangenomen met 9 stemmen voor, 2 tegenstemmen en één onthouding.
Voor de eerste lezing verwijs ik naar het schriftelijke verslag.
17.02 Kathleen Depoorter (N-VA): Mevrouw de voorzitter, collega's, dit is een vrij technische aanpassing van een aantal zaken, die uitgebreid in de commissie zijn besproken.
Een belangrijk element in de werking van de farmaceutische sector is de aanpak inzake geneesmiddelentekorten. Die tekorten zijn een groot probleem. Mensen die in de officina werken, weten dat maar al te goed. Zij zijn urenlang op zoek naar ontbrekende geneesmiddelen. Dat werd al vaker gesignaleerd, ook in onze commissie.
In dit wetsontwerp wordt een opening gemaakt, waarbij bij onbeschikbaarheid van geneesmiddelen een preferentiële belevering van de ziekenhuisapotheken mogelijk is.
Ik heb mijn bezorgdheid daarover geuit bij de minister, omdat het niet de bedoeling kan zijn dat officina-apothekers, wanneer een geneesmiddel ontbreekt, niet zouden kunnen beschikken over die geneesmiddelen wanneer hun patiënten ze nodig hebben. De minister heeft mij in eerste lezing bevestigd dat het niet de bedoeling is dat dit een courante maatregel wordt, maar dat dat enkel in noodzakelijke situaties zo zou gebeuren. Het is uiteraard de bedoeling dat geneesmiddelen zo toegankelijk mogelijk zijn, zo dicht mogelijk bij de patiënt aanwezig zijn. De minister heeft bevestigd dat dit ook zal geëvalueerd worden. Wij zullen die evaluatie mee opvolgen.
Dan is er een administratieve vereenvoudiging wat betreft de vergunningen voor laboratoria. Wanneer we als overheid een sector organiseren, moeten we erover waken dat de administratieve lasten zo minimaal mogelijk zijn. Dat geldt voor de vergunningen van laboratoria, maar ook voor de zonet aangehaalde geneesmiddelentekorten. We zijn ons daarover aan het buigen en ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om ook voor stockpiling, het monitoren van de voorraden in ons land, de administratieve lasten te minimaliseren, maar die discussie is nog lopende. Een praktisch probleem dat wordt aangepakt, is het feit dat sluitingen van minder dan zestig dagen voor apotheken eenvoudiger gemaakt worden en er daarvoor minder regularisatie nodig is.
Een laatste punt dat ik wil aanstippen, is de regelgeving inzake wetenschappelijk onderzoek en klinische proeven. Klinische studies zijn essentieel voor de toegankelijkheid van innovatie. Het geeft onze academici de mogelijkheid om met nieuwe geneesmiddelen te werken en het geeft onze patiënten de mogelijkheid om heel snel aan die cirkel van innovatie te kunnen deelnemen.
In dit wetsontwerp wordt een voorstel gedaan waarbij medicijnen aan huis geleverd kunnen worden. Dat komt vanuit de sector, maar ook voor dat aspect wil ik een zekere voorzichtigheid bepleiten. Farmaceutische zorg is essentieel, ook wat klinische studies betreft. Ook dat zal dus opgevolgd worden.
Collega’s, om te besluiten, dit is een wetsontwerp zonder grote ideologische keuzes, maar, zoals het altijd betaamt, het komt ons als Parlement toe om ervoor te zorgen dat maatregelen ten goede die worden ingelast ook correct worden uitgevoerd voor de sector.
We zullen dit wetsontwerp steunen.
17.03 Katleen Bury (VB): Collega's, mijnheer de minister, Ik kom even op het spreekgestoelte om het verhaal te doorprikken dat we het enkel over technische aanpassingen hebben. Er zijn enorm veel fundamentele opmerkingen geformuleerd, waaronder, wat mij opviel, opmerkingen van de meerderheid. Ik heb dat ook in de commissie aangegeven. Het ging over de twee collega-apothekeressen die hun bezorgdheden hebben geuit over het doodknijpen van de officina-apothekers. Ook was er een heel pertinente opmerking over de aanhuisleveringen van medicijnen, met name de vraag op welke manier ter zake zal worden gewaarborgd dat de identiteit van die personen niet wordt vrijgegeven. Die zaken zijn aangehaald en worden nu nog eens aangehaald, maar ik merk dat u daar totaal niet aan tegemoetkomt.
Wij hebben weinig tijd gehad om alles door te nemen. We kregen de tekst op een vrijdagnamiddag doorgestuurd en vervolgens mogen wij onmiddellijk de week erna dat hele pakket op onze boterham verwachten. U beweert immers dat het maar om technische aanpassingen gaat.
Wat heb ik echter vastgesteld? Het gaat helemaal niet over technische aanpassingen. Een heel aantal wetten wordt immers aangepast. Bepaalde artikelen worden uit die wetten genomen.
Ik kijk bijvoorbeeld naar het eerste punt, vanaf artikel 11 of artikel 12. Daarin schrapt u expliciet de verplichting om voor een bloedafname de bloeddruk en het hartritme te controleren. Nu vraag ik mij het volgende af. Dat zijn toch wel de basisvereisten als een bloedafname moet plaatsvinden. Vaak wordt 10 % van het bloed afgenomen. U wilt dat verhogen van 13 % naar 15 %. Het staalvolume telt daarbij niet langer mee. U moet eerlijk toegeven dat meer bloed wordt afgenomen, terwijl u de objectieve cardiovasculaire controles afbouwt.
Wij hebben u daarop gewezen. Wij krijgen daarop niet echt een ernstige weerlegging van u of studies die aantonen dat dat allemaal zomaar kan. Integendeel, er wordt nauwelijks ingegaan op mensen met een lage bloeddruk, een laag lichaamsgewicht, lichtere donoren, vrouwen of warme omstandigheden. Voor ons is het dus niet ernstig om de minimumcontrole gewoon te schrappen en dat een technische aanpassing te noemen.
Ook het meten van de bloeddruk en het hartritme duurt eigenlijk maar enkele seconden. De schrapping van de verplichting daarvan is een soort van administratieve vereenvoudiging, maar volgens ons is het elementaire voorzichtigheid dat die zaken blijvend gecontroleerd worden.
De maximale toegelaten afname verhoogt u tot 15 %. Ik heb daarover van u eigenlijk geen inhoudelijke onderbouwing gekregen. Ik ben geen arts, zei u. Dat is natuurlijk wel een problematisch antwoord. We mogen vanuit het Parlement toch op zijn minst verwachten dat u die keuze onderbouwt, dat u met duidelijke medische evidentie komt, risicoanalyses en zo meer. Ik heb dat allemaal niet gekregen. Tot zover de artikelen over de bloedafname.
Verder zien we ook een ander fundamenteel probleem, namelijk de toezichtstaken die van het FAGG worden uitbesteed aan andere instanties. Uw ontwerp maakt het nu mogelijk om dienstverleningen aan ondernemingen al dan niet op te schorten op basis van beslissingen binnen het FAGG. Er wordt ook bijkomende manoeuvreerruimte gecreëerd binnen het directiecomité en de directieraad. Artikel 23 schaft de verplichte voorlegging van ontwerpen aan het wetenschappelijk comité af. Ook dat vinden wij problematisch.
Er zijn al heel veel discussies geweest over de werking van het FAGG. We zijn daar ook nog altijd mee bezig. We wachten nog altijd op het finale rapport over het FAGG. Onze fractie zou nu wel verwachten dat die wetenschappelijke toetsing net wordt versterkt, dat de regering het FAGG toch iets meer controleert, zodat we zeker zijn dat de dingen gebeuren zoals ze moeten gebeuren. Er zijn toch al feiten geweest waaruit blijkt dat daar het een en ander fout is gelopen. In uw technische correcties zien we echter het tegenovergestelde, namelijk minder toetsing, minder transparantie en minder controle. Opnieuw, tijdens de tweede lezing bent u niet tegemoetgekomen aan die kritiek. U hebt dat gewoon gelaten voor wat het was.
Mijn derde punt betreft een heel aantal artikelen rond diergeneesmiddelen waarvan de Europese conformiteit nog moet worden gecontroleerd. U zegt dat u dat weet en dat het nog wordt voorgelegd aan de Europese Commissie. Als er dan een probleem zou zijn, zegt u, komt u gewoon terug naar het Parlement en trekken we die artikelen terug in. Ik vind het vreemd dat dit al ter stemming voorligt en dat we niet gewoon afwachten wat de Europese Commissie daarover te zeggen heeft. Anders is dat dubbel werk. Dat is de wereld op zijn kop.
Mijnheer de minister, we erkennen zeker dat er goede elementen in dit ontwerp staan. De strijd tegen geneesmiddelentekorten is zeer belangrijk. Daarover bestaat geen discussie. Ook de maatregelen tegen wanbetaling kunnen nuttig zijn. Op bepaalde punten werd rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State, bijvoorbeeld inzake het hoorrecht bij willig beroep. Dat hebt u telkens aangepast.
Bij een aantal bepalingen zien we echter, zoals steeds, dat het fundamenteel opnieuw de verkeerde richting uitgaat. Daarin zie ik steeds hetzelfde patroon. Er zijn minder expliciete waarborgen. Er is meer delegatie naar de administratie. Er zijn meer bevoegdheden, zonder voldoende controle. En uiteraard is er ook steeds minder parlementaire controle en wetenschappelijke toetsing.
Dat is waarom wij tegen dit ontwerp zullen stemmen, niet omdat we tegen efficiëntie of modernisering zijn, maar efficiëntie mag nooit een excuus zijn om veiligheid af te bouwen, noch om de rechtszekerheid af te bouwen.
Ik denk ook aan het artikel dat u schrapt, waardoor bepaalde financiële cijfers niet langer in het Belgisch Staatsblad moeten worden gepubliceerd. Het is voor ons onduidelijk wat u daarmee wilt bereiken, behalve dan de rechtszekerheid op de schop te nemen.
Ik ben ook bijzonder ontgoocheld dat u
nauwelijks tegemoetkomt aan heel veel pertinente en inhoudelijke bezwaren en
dat daarop nauwelijks een antwoord komt. Wij willen gewoon constructief
meedenken. Ik heb de indruk dat u daarvoor steeds opnieuw Oost-Indisch doof
blijft. Daarom zullen we
tegenstemmen op het geheel.
17.04 Carmen Ramlot (Les Engagés): Chers collègues, le projet de loi qui nous est soumis aujourd'hui est un texte particulièrement dense, puisqu'il apporte des modifications à de nombreuses législations relatives aux médicaments et aux produits de santé. Je ne reviendrai pas sur l'ensemble des dispositions, mais je souhaiterais mettre en avant quelques éléments qui nous paraissaient importants et qui pourront expliquer pourquoi Les Engagés soutiendront ce projet de loi.
Tout d'abord, ce texte renforce les outils de lutte contre les pénuries et les indisponibilités de médicaments. Une pénurie de médicaments représente une véritable source d'angoisse pour les patients, parce que ne pas trouver son traitement peut générer de l'inquiétude, un sentiment d'insécurité voire, pire, une interruption de soins. Sur le terrain, les pharmaciens consacrent énormément de temps à chercher des solutions et à accompagner les patients. Nous soutenons donc les mesures permettant d'agir plus efficacement face à ces indisponibilités, notamment en amont des pénuries.
Nous avons toutefois insisté sur l'importance de garder des mécanismes applicables concrètement sur le terrain, notamment pour les pharmacies ouvertes au public, qui jouent, je le rappelle, un rôle essentiel de proximité et de continuité des soins, et cela aux côtés des grossistes répartiteurs. L'objectif doit être de renforcer le système sans le fragiliser et sans fragiliser les acteurs qui le font fonctionner au quotidien. Le projet de loi étend également la préparation de médication individuelle (PMI) à tout type de médicament.
Cette évolution permettra davantage de flexibilité dans la prise en charge des patients, notamment les patients qui sont polymédiqués et qui sont dépendants. Mais cette évolution implique également une charge technique importante pour les pharmaciens – préparation, contrôle, sécurisation, traçabilité. Nous serons donc très attentifs à ce que cette évolution s'accompagne d'un soutien adapté aux réalités du terrain.
Le texte modernise également le système applicable aux laboratoires chargés du contrôle des médicaments afin de renforcer les garanties de qualité et la sécurité des médicaments, parce qu'un médicament n'est jamais un produit banal et que derrière chaque traitement, il y a un enjeu de sécurité et de santé publique.
Le projet de loi comporte également plusieurs dispositions relatives à l’Agence fédérale des médicaments et des produits de santé (AFMPS). La collaboration entre différentes instances peut améliorer l'efficacité des contrôles, à condition de garantir l'efficacité de ceux-ci, la clarté des responsabilités mais aussi la protection de la santé des citoyens. Nous soutenons également les mesures permettant à l'AFMPS de récupérer plus efficacement certaines dettes impayées.
Ensuite, le texte adapte plusieurs dispositions relatives aux professions de soins de santé afin de mieux tenir compte des réalités de terrain, notamment les fermetures temporaires des officines ouvertes au public, ou encore la délivrance automatisée de préparations depuis un site extra-muros pour des personnes vivant en communauté. Ces adaptations vont dans le sens d'une simplification pragmatique qui modernise certaines pratiques.
Ce projet de loi contient également plusieurs adaptations relatives aux essais cliniques et à la délivrance des médicaments expérimentés, y compris à distance, afin de rendre les procédures plus opérationnelles. Là aussi, nous y serons plus attentifs afin que la sécurité et la dispensation des médicaments se fasse par des professionnels du médicament.
Enfin, plusieurs dispositions concernent les matières premières utilisées par les pharmaciens et renforcent le cadre applicable aux préparations magistrales qui sont réalisées par eux-mêmes.
Chers collègues, ce projet de loi contient de nombreuses mesures techniques, mais qui sont très importantes. Il vise à moderniser certaines procédures, à renforcer la sécurité et la qualité, à améliorer la gestion des pénuries et à rendre plusieurs politiques plus efficaces et plus opérationnelles. Dans un domaine aussi essentiel que celui du médicament, nous devons garder une priorité constante: garantir aux citoyens un accès sûr, continu et de qualité, parce qu'au bout de chaque disposition technique, il y a toujours une réalité humaine.
Pour l'ensemble de ces raisons, Les Engagés soutiendront ce projet de loi.
17.05 Jan Bertels (Vooruit): Collega’s, ik hoop dat we straks iets kunnen doen waarvoor we hier eigenlijk zetelen in dit Parlement, in deze volksvertegenwoordiging, namelijk wetten vereenvoudigen, moderniseren, updaten, aanpassen aan nieuwe tijden. Dit is wat we doen met deze wet, die verschillende wetten wijzigt.
Dit is ook wat we moeten doen. Er staan een aantal zaken in die we moeten aanpassen, bijvoorbeeld inzake de good medical practices in de labs. Laten we dat doen. Dat is het aanpassen van wetten. Daarover zijn er geen grote ideologische debatten. Het is meegaan met de tijd, zou ik tegen de Vlaams Belangfractie zeggen.
Vereenvoudigen betekent dat we van bepaalde zaken die in de wet staan maar niet werken, gewoon zeggen dat we ze niet meer doen. Dat geldt voor het Wetenschappelijk Comité. Dat is een papieren iets. Dat heeft nooit gewerkt.
De actoren zijn daarmee akkoord gegaan en er zijn heel veel actoren betrokken bij het FAGG, van apothekers en apothekersverenigingen tot de farmaceutische industrie en alles daartussenin, groothandelaars. Die zijn allemaal betrokken bij de werking van het FAGG. Die zitten daar ook in, in het Doorzichtigheidscomité. Laten we die zaken, die allemaal afgesproken zijn in overleg, met het respect voor kwaliteit en veiligheid aanpassen. Laten we ze beter maken.
Ik zal twee voorbeelden geven die van belang zijn voor de volksgezondheid en die het beter maken. Met deze wetgeving, via technische aanpassingen en een aantal inhoudelijke aanpassingen, laten we toe dat er proactief opgetreden kan worden bij onbeschikbare geneesmiddelen. Een aantal collega’s hebben al aangehaald dat die effectief een groter wordend probleem kunnen zijn als we onze autonomie binnen Europa niet kunnen versterken.
We kunnen nu proactief optreden, als dit ontwerp goedgekeurd wordt, opdat er geen of minder onbeschikbare geneesmiddelen zijn. Dat is goed voor de volksgezondheid, meen ik. Dat zou ik doen. We kunnen nu proactief optreden indien er dreigende onbeschikbaarheid is. Tot nu toe konden we enkel optreden wanneer er een onbeschikbaarheid was. Nu kan het iets vroeger. Dat is een goede zaak, meen ik.
Er wordt wat mist over gespuid door mevrouw Bury, maar er zitten ook maatregelen in die toelaten de bloedvoorraad te vergroten. Ik zal het zo zeggen, dat heeft te maken met bloedafnames en bloeddonaties. Ook daar is er heel veel overleg geweest met de mensen die er iets van kennen. Vooral in West-Vlaanderen is er overleg geweest over hoe die kunnen plaatsvinden in alle veiligheid en kwaliteit. Mevrouw Bury, daarvoor bestaan richtlijnen en die richtlijnen worden toegepast. Die zijn onderbouwd. Dus ja, de actoren van Het Rode Kruis die in Vlaanderen die bloedafnames doen, zullen die richtlijnen rigoureus toepassen. Ze zijn slim en ervaren genoeg om geen onnodige risico’s te nemen.
Ik hoop dat u zelf al eens een bloeddonatie gedaan hebt, mevrouw Bury, dan kon u goed vaststellen dat die goed georganiseerd zijn door Het Rode Kruis.
Tot daar, mevrouw de voorzitter.
De voorzitster: Dank u wel, mijnheer Bertels.
17.06 Minister Frank Vandenbroucke: Collega's, dank u voor de verschillende tussenkomsten, ook van de oppositie. Ik denk dat die duidelijk maken dat we over een nogal technisch ontwerp ook een maatschappelijke discussie hebben gevoerd.
Mevrouw Depoorter en mevrouw Ramlot hebben nog eens een aantal terechte zorgen aangestipt. Ik ga ze niet herhalen, maar ik denk dat dat terecht is.
Mevrouw Depoorter, ik maak van de gelegenheid gebruik om te zeggen dat we met betrekking tot de stock monitoring, die belangrijk is in de strijd tegen onbeschikbaarheden, alle betrokken actoren, of het nu de ziekenhuisapothekers zijn, de organisaties van de apothekers, de apothekers op het terrein of de farmaceutische industrie, moeten kunnen geruststellen dat we dit implementeren op een proportionele manier, maar vooral op een manier die geen extra werklast met zich meebrengt. Ik denk dat dat moet kunnen, maar dat is wel een uitdaging voor het FAGG. We zijn daar echt mee bezig. Ik wil u en mevrouw Ramlot toch mijn engagement duidelijk maken, al zullen we vandaag misschien van mening verschillen over de details daarvan. We moeten komen tot een werkbaar systeem. Dat is wel belangrijk.
Mevrouw Bury, ik ben het niet eens met het feit dat u aanstoot neemt wanneer ik zeg dat ik zelf geen arts ben. Ik heb, zoals de heer Bertels, zeer uitdrukkelijk verwezen naar de verantwoordelijke actoren, het Rode Kruis. Daar volgen artsen mee op wat er gebeurt.
Minstens even belangrijk of misschien wel nog belangrijker is het European Directorate fort he Quality of Medicines and HealthCare en de guidelines die daar worden ontwikkeld. Ik heb gezegd dat er geen enkel conflict is tussen die guidelines, die officieel zijn en die op Europees niveau worden bediscussieerd, en wat we hier voorstellen. Meer kan ik daarover niet zeggen. Een minister is de intendant van het gebeuren en is inderdaad niet zelf de medische expert, maar ik heb verwezen naar de medische expertise zoals die georganiseerd is en die in die guidelines op papier wordt gezet.
De heer Bertels heeft gelijk, niet alleen feitelijk door te verwijzen naar de rol van het Rode Kruis en de expertise die daar aanwezig is, maar ook omdat er een zeer groot engagement bij het Rode Kruis en andere bloedinstellingen leeft.
Collega's, we mogen niet vergeten dat het toch ook wel een gevecht omhoog is om voldoende bloeddonaties te krijgen. Vandaag zitten we opnieuw met moeilijkheden, laten we eerlijk zijn. Ik denk dat verschillende collega's hier hun best doen, op verschillende manieren op het terrein en ook in het Parlement, om mensen warm te maken voor bloeddonatie. Ik waardeer dat ook enorm. Het is een uphill battle, zoals men in het Engels zegt. We nemen dus maatregelen die natuurlijk het evenwicht zoeken tussen veiligheid en voldoende mensen aanmoedigen, maar ook voldoende bloed collecteren. Dat is essentieel in termen van gezondheidszorg, volksgezondheid en ook strategische autonomie in de wereld. Ik ga daar echter niet verder op terugkomen, collega's. Ik denk dat de opmerkingen die ik heb gehoord een goede weerspiegeling waren van het debat.
Last but not least, het is inderdaad zo dat het FAGG dat in essentie goed moet doen slagen. We hebben bij de Federale Interne Audit (FIA) een audit in brede zin besteld over het FAGG. Ik moet die audit nog krijgen. Dat is inderdaad een belangrijk moment. Overigens heb ik met de crisismanager die we naar aanleiding van de donatiecrisis hebben aangesteld een hele weg afgelegd om de werking van het FAGG opnieuw op poten te krijgen, op een manier die volgens mij ook beantwoordt aan de publieke doelstellingen. Daar is inderdaad het laatste nog niet over gezegd, dus we zullen daar in het Parlement nog over discussiëren.
17.07 Katleen Bury (VB): Mevrouw de voorzitter, ik wil kort reageren, want ik merk dat ik weer geen gehoor krijg.
Mijnheer de minister, toen u het had over de expertise van het Rode Kruis en zei dat u geen arts bent, dan ging het voornamelijk over de verhoging van de bloedafname. Ik heb geen enkel argument voor of studie gehoord over de combinatie tussen de verhoging van de bloedafname en het stopzetten van de bloeddrukmeting en de hartslag. De koppeling die daartussen wordt gemaakt is levensgevaarlijk. Daar stelt u mij niet gerust. Het ging over de verhoging van de bloedafname naar 15 %, wat verschrikkelijk veel is. Er zullen daar ongelukken gebeuren en er zal veel minder bloeddonatie zijn. Als er 10 of 15 % bloed wordt afgenomen, dan kan er een enorm verschil in bloeddruk ontstaan. Het is levensgevaarlijk dat die zaken niet meer zullen worden gecheckt. Dat is waarvoor ik u wilde waarschuwen, maar u stopt dat weg. Ik hoop dat er geen ongelukken zullen gebeuren.
Wat betreft het FAGG, ik ben blij dat u bevestigt dat we de audit van de FIA over het FAGG afwachten, maar wat zien we in deze wet diverse bepalingen? Dat u het FAGG heel veel nieuwe verantwoordelijkheden geeft. Dat kan absoluut niet de bedoeling zijn vóór we die audit onder ogen hebben gekregen. We moeten te weten komen wie daar aan de knoppen zit en wie daar al zaken naar de knoppen heeft geholpen.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1488/5)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1488/5)
Het wetsontwerp telt 61 artikelen.
Le projet de
loi compte 61 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 61 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 61 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Dit voorstel is aangenomen door de bijzondere commissie Buitenlandse Betrekkingen met toepassing van art. 76 van het Reglement.
Cette proposition a été adoptée par la
commission des Relations extérieures en application de l'art. 76 du Règlement.
Discussion
De door de commissie aangenomen tekst geldt
als basis voor de bespreking. (Rgt 85,
4) (1514/2)
Le texte adopté par la commission sert de base
à la discussion. (Rgt 85,
4) (1514/2)
De bespreking is geopend.
La discussion est
ouverte.
18.01 Meyrem Almaci, rapporteur: Alle fracties hebben in de commissie unaniem hun bezorgdheid uitgesproken over de catastrofale situatie in Libanon en over de noodzaak voor België om zich samen met de internationale gemeenschap uit te spreken over de situatie. Op het einde van de vergadering werd een resolutie aangenomen met twaalf stemmen voor en drie onthoudingen. De tekst neemt het VN-Handvest en de historische spanningen tussen Israël en Libanon als uitgangspunt, met name de invasie van 2024, die een diepe humanitaire crisis veroorzaakte.
Het staakt-het-vuren van 27 november 2024, waarbij Libanon toezegde Hezbollah en andere gewapende groepen te ontwapenen en Israël beloofde geen offensieve acties meer te ondernemen, vormde een belangrijk keerpunt. Ondanks die afspraken en de hervormingsinspanningen van de Libanese regering, zoals het plan voor een staatsmonopolie op wapens en het verbod op militaire activiteiten van Hezbollah, escaleerde het conflict opnieuw op 2 maart 2026, mede door raketaanvallen van Hezbollah als reactie op Iraanse acties en Israëlische bombardementen. De humanitaire gevolgen zijn catastrofaal: meer dan 2.450 doden, onder wie 124 kinderen en 50 hulpverleners, 7.658 gewonden en 1,2 miljoen vluchtelingen in een land dat al een van de hoogste vluchtelingencijfers ter wereld kent.
Israëlische luchtaanvallen hebben hele dorpen in Zuid-Libanon verwoest, evenals woonwijken in Beiroet en cruciale civiele infrastructuur. Ook landbouwgronden, ziekenhuizen, scholen en medische voorzieningen werden systematisch aangevallen, wat de voedselzekerheid en de toekomst van de bevolking in gevaar brengt. Bovendien werden journalisten, medisch personeel en VN-vredeshandhavers geviseerd, wat duidelijke schendingen van het internationaal humanitair recht vormt. De situatie bedreigt de kwetsbare politieke stabiliteit van Libanon, waar de constitutionele machtsbalans tussen verschillende religieuze gemeenschappen onder zware druk staat.
De VN-vredesmissie UNIFIL, waarvan het mandaat in 2027 eindigt, riskeert een machtsvacuüm achter te laten, wat Hezbollah opnieuw ruimte zou kunnen bieden. Internationaal is er wel steun. De Europese Unie nam in maart en april 2026 besluiten om Libanon te ondersteunen en België doneerde al 11 miljoen euro aan humanitaire hulp. Toch blijft de respons ontoereikend, zoals blijkt uit de VN-noodoproep van 308 miljoen euro, die in maart 2026 slechts voor 29 % was gefinancierd.
De resolutie roept de federale regering op tot een krachtige reactie. Het land moet, enerzijds, de raketaanvallen van Hezbollah veroordelen en, anderzijds, de disproportionele Israëlische militaire acties afkeuren, inclusief de verwoesting van burgerdoelen en plannen voor annexatie van Zuid-Libanon. Ook pleit de tekst voor versterkte humanitaire steun, steun aan ontwapening en de versterking van het Libanese leger, alsook een actieve rol op EU-niveau.
België zou moeten ijveren voor sancties tegen schenders van het internationaal recht, voor een verlenging van het mandaat van de United Nations Interim Force in Lebanon of UNIFIL en voor een internationale conferentie voor de wederopbouw van Libanon.
Tot slot wordt benadrukt dat diplomatieke kanalen tussen Libanon en Israël essentieel zijn voor een duurzame vrede met erkenning van elkaars grenzen.
Collega’s, dat was het mondeling verslag dat is goedgekeurd door de commissie en dat straks normaal op het einde van de plenaire vergadering moet worden goedgekeurd. De commissie heeft gevraagd het vandaag in de plenaire vergadering te behandelen. Daarom heb ik het verslag moeten voorlezen. Dat viel echter mee.
18.02 Kathleen Depoorter (N-VA): Collega's, die geopolitieke dossiers komen steeds terug in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen en de crisissen rijgen zich aan elkaar. Wanneer we het hebben over geopolitiek, hebben we het niet alleen over grenzen, verdragen of internationale verhoudingen, maar uiteraard ook over mensen. Over ouders die hun kinderen midden in de nacht wakker maken omdat de sirenes opnieuw afgaan. Over families die hun woning achterlaten zonder te weten of ze ooit zullen kunnen terugkeren. Over hulpverleners die levens proberen te redden en dan zelf een doelwit worden. Over journalisten die aangevallen worden. Dat is vandaag de realiteit in Libanon.
Wanneer we het over die geopolitieke crisissen hebben, mogen we ons niet onverschillig laten worden voor cijfers. Cijfers die nog altijd binnenkomen. Wanneer we het hebben over een staakt-het-vuren, geeft de Wereldgezondheidsorganisatie heel duidelijk aan dat dat staakt-het-vuren zo slecht wordt gerespecteerd dat er toch nog heel wat doden vallen. Wanneer we zien dat er nog altijd aanvallen zijn, dat 1 miljoen mensen op de vlucht zijn, dat er geen scholen zijn, dat het leven van mensen helemaal ontwricht is en dat dorpen verwoest zijn, moeten we beseffen dat achter al die cijfers mensen zitten. Heel vaak weten ze niet waar ze zullen slapen en weten ze niet of hun kinderen effectief onderwijs zullen krijgen.
Vandaar, collega's, dat het ook vandaag echt belangrijk is dat we de raketaanvallen van Hezbollah op Israël veroordelen. Wat daar gebeurt, kan niet. Hezbollah is een terreurorganisatie die Israël heeft aangevallen. Tegelijkertijd moeten we benoemen dat ook in de reactie van Israël de proportionaliteit niet werd gerespecteerd. Het recht om een bevolking te beschermen is er en dat respecteren we, maar ook dat recht heeft grenzen.
Als ik terugkeer naar de discussie die we in de commissie hebben gehad, stel ik vast dat de oppositiepartijen steeds opnieuw roepen dat we niet genoeg doen en medeplichtig zijn, maar dat wil ik hier toch met kracht ontkennen. Opnieuw komt de arizonameerderheid immers met een resolutie waarin we zeggen dat we voor humanitaire hulp gaan, dat we achter het internationaal recht staan en meer doen dan alleen een signaal geven.
Voorzitter: Peter De Roover, voorzitter.
Président: Peter De Roover, président.
Daarnet nog hoorde ik hier Spanje noemen als het grote voorbeeld. De boycot van Spanje werd hier vernoemd, maar die boycot is teruggefloten door het Spaanse hooggerechtshof. Het ging om een communicatie. De communicatie van de heer José Manuel Albares, de minister van Buitenlandse Zaken, deze week over de flotilla luidde dat het monstruoso, indigno en inhumano is en hij stelde dat de ambassadeur van Israël op het matje wordt geroepen. Dat is net hetzelfde als wat onze minister Prévot heeft gedaan.
Deze meerderheid staat absoluut achter het akkoord dat we in september hebben gesloten en dat onze regering ook heeft onderschreven. Het is een akkoord waarbij we krachtdadig optreden tegen malversaties en mistoestanden ten aanzien van de Gazaanse bevolking.
Wij staan hier ook met beide voeten op de grond voor de Libanese bevolking, die wij willen ondersteunen. Wij willen de heropbouw van Libanon ondersteunen. Dat hebben we ook verdedigd op de Europese top en zullen we verder blijven ondersteunen. Het gaat om de financiële inzet van humanitaire middelen die naar de mensen zullen gaan. Ook onderschrijven we de steun aan UNIFIL, de VN-troepenmacht die de grens van Libanon zal beschermen.
Collega's, het is heel gemakkelijk om in een plenaire vergadering te scanderen dat er oplossingen zijn, die wij van hieruit niet zouden ondersteunen. Die oplossingen zijn echter niet eenvoudig. Het gaat erom krachtdadig als regering, als Parlement en als burger achter de burgers te staan die worden aangevallen, om werk te maken van wederopbouw, om humanitaire hulp te voorzien en ervoor te zorgen dat diplomatie, waarin we echt sterk zijn, overeind blijft en dat het internationaal recht wordt toegepast.
18.03 Britt Huybrechts (VB): Collega’s, ik begin met de essentie: wat vandaag in Libanon gebeurt, is een menselijke ramp. Dorpen worden weggevaagd, gezinnen slaan op de vlucht en meer dan 1 miljoen mensen zijn ontheemd.
Wie vandaag over Libanon spreekt zonder Hezbollah en Iran centraal te zetten, vertelt echter maar de helft van het verhaal. Hezbollah is geen klassieke partij, maar een terroristische organisatie, een zwaarbewapende militie, een staat binnen de staat en vooral een verlengstuk van het Iraanse regime, dat Libanon meesleurt in conflicten, die niet in het belang zijn van het Libanese volk. Net daar wringt het voorstel van resolutie toch wel. Hezbollah wordt ergens wel vermeld en veroordeeld voor de raketaanvallen, maar veel te voorzichtig en veel te soft voor de desastreuze rol die die terreurorganisatie al jarenlang speelt in Libanon. Zolang men Hezbollah blijft behandelen als zomaar een van de vele spelers in het conflict, zal men nooit de kern van het probleem aanpakken. Dat is net het grote drama van Libanon. Het Libanese volk betaalt vandaag de prijs voor buitenlandse geopolitieke agenda’s, voor Iran, voor Israël en voor Hezbollah.
Ik maak hier dan ook een zeer duidelijke vaststelling. België en Europa maken humanitaire middelen vrij, terecht, maar tegelijk bestaat het reële risico dat Hezbollah via zijn schimmige structuren mee profiteert van die hulpstromen. Ik hoor u voortdurend spreken over het internationaal recht, over proportionaliteit en over de bescherming van burgers, terecht, maar dan moet men ook de moed hebben om duidelijk te benoemen wie Libanon al jarenlang gegijzeld houdt.
Zolang Hezbollah als parallelle macht blijft bestaan, zal Libanon immers nooit echt stabiel worden. Een land kan niet functioneren wanneer een militie sterker is dan het eigen leger, wanneer een gewapende organisatie zelfstandig over oorlog en vrede beslist.
Collega’s, wat mij misschien nog het meest stoort aan onderhavig voorstel van resolutie, is wat er niet in staat. Men spreekt uitvoerig over cultureel erfgoed, over ontheemding en over de bescherming van burgers, maar zodra het gaat over de christelijke gemeenschappen die letterlijk dreigen te verdwijnen uit delen van Zuid-Libanon, wordt het plots heel ongemakkelijk stil. Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom de meerderheid tegen onze amendementen die dat wilden rechtzetten, heeft gestemd. Wij vroegen gewoon om expliciet aandacht te hebben voor de vernieling van christelijke dorpen en de beschadiging van het christelijk erfgoed zoals kerken en religieuze infrastructuur door Hezbollah en de ADF. Christelijke gemeenschappen maken al bijna 2.000 jaar deel uit van Zuid-Libanon. Wanneer zulke gemeenschappen verdwijnen door oorlog, extremisme en ontheemding, verliest men niet alleen mensen, maar ook een stuk van de ziel van het land. Blijkbaar was zelfs dat te veel gevraagd.
Dan kijk ik toch naar een partij met een c in de naam, want het is heel opvallend. Men heeft voortdurend de mond vol over minderheden en kwetsbare groepen, behalve wanneer het over vervolgde christenen gaat. Het Vlaams Belang zal daar nooit over zwijgen, want volgens Open Doors worden wereldwijd bijna 400 miljoen christenen vervolgd of gediscrimineerd. Dat is een op de zeven christenen wereldwijd. Ook in Libanon dreigt die historische aanwezigheid langzaam weggevaagd te worden.
Collega's, een stabiel Libanon kan alleen bestaan als alle gemeenschappen worden beschermd en als de Libanese staat opnieuw de enige autoriteit op zijn eigen grondgebied worden. Laat ik ook duidelijk zijn, ondanks onze kritiek zullen wij het voorstel van resolutie steunen. Waarom? Dat is omdat wij constructief oppositie voeren. Wij beoordelen voorstellen op hun inhoud, niet naar de politieke kleur van degene die ze indient. Wanneer elementen in een tekst bijdragen aan stabiliteit en meer respect voor de soevereiniteit van Libanon, erkennen wij dat ook. Dat onderscheidt ons misschien van alle andere partijen in het halfrond, die vaak automatisch voor- of tegenstemmen, afhankelijk van wie het voorstel heeft geschreven. Wij doen daar niet aan mee. Wij bepalen ons stemgedrag op basis van overtuiging, de inhoud en het positief antwoord op de vraag of de tekst in het belang is van de mens en de samenleving.
Le premier problème est posé par le fameux deux poids, deux mesures. Dans le texte, on parle toujours de "toutes les parties", parce qu'on redoute de nommer certains responsables. Mais enfin, qui peut nier aujourd'hui l'asymétrie totale de la situation: d'un côté, une armée parmi les plus puissantes du monde et, de l'autre, des populations civiles prises au piège, déplacées, bombardées et livrées à elles-mêmes, ainsi qu'au bon vouloir des bombardements israéliens? Mettre cela sur le même plan, je regrette, chers collègues, malgré votre bonne volonté, ce n'est pas être équilibré. Sans attaquer qui que ce soit personnellement ici, bien évidemment, c'est une forme de lâcheté politique.
Le deuxième problème est que ce texte est vide de toute conséquence. C'est un peu le mal du travail parlementaire: on parle beaucoup, on vote des textes, mais on ne vote ni les conséquences ni les sanctions. On n'y trouve aucune sanction, aucune conditionnalité, aucun levier. On condamne, mais si les condamnations ne sont pas respectées, on n'agit pas, on ne fait rien. Pourtant, même au sein du débat politique belge, certains le disent clairement: les condamnations sans acte n'emportent aucun effet sur le terrain; on continue à vivre comme auparavant, sauf cette fameuse population libanaise qui subit pour l'instant un martyre. Alors à quoi sert ce texte? À donner simplement bonne conscience. Nous refusons, quant à nous, cette politique du communiqué.
Le troisième problème, c'est qu'on refuse de nommer dans le texte les responsables, les responsabilités. On parle effectivement, assez timidement d'ailleurs, de violations du droit international, mais on évite de dire directement qui frappe, qui détruit, qui impose les blocus. On édulcore, on dilue, on arrondit, bref, c'est un compromis et pas le plus merveilleux. Mais, à force de ne pas nommer, on finit par couvrir, et cela, ce n'est pas acceptable.
Et puis, il y a la réalité brutale que ce texte refuse de regarder en face: c'est le Liban, cette merveille, qui est en train de devenir le nouveau Gaza. Des milliers de morts, des civils, des femmes, des enfants, près d'un million de personnes déplacées, des infrastructures détruites de manière totalement indiscriminée, une escalade régionale que tout le monde voit venir, sauf dans nos textes où tout semble encore sous contrôle, comme si tout était pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles.
Mais non, chers collègues, et vous le savez pourtant car vous êtes des personnes intelligentes et travailleuses dans cette commission des Relations extérieures, rien n'est sous contrôle. Dites-le! Notre responsabilité ici n'est donc pas de minimiser, mais d'anticiper et d'agir. Ce que nous aurions attendu, c'est un texte beaucoup plus clair qui désigne les vrais responsables, les responsabilités, dont celle majeure d'Israël. Un texte qui demande des sanctions limpides et qui met la Belgique du bon côté de l'Histoire, résolument du bon côté de l'Histoire. Pas un texte un peu comme de l'eau tiède, pas un texte de compromis, pas un texte qui, au fond, permet que finalement tout continue.
Nous nous abstiendrons, parce que nous refusons de cautionner ce texte tel qu'il est, mais aussi parce que nous refusons de nous résigner. Notre abstention est donc un message contre les doubles standards, contre une forme d'inaction, contre cette diplomatie qui parle fort mais agit peu. Chers collègues, l'Histoire jugera nos mots, mais elle jugera surtout ce que nous aurons fait ou ce que nous n'aurons pas fait. Et aujourd'hui, franchement, ce texte n'est pas suffisamment à la hauteur.
18.05 Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Chers collègues, le PTB s'abstiendra sur cette résolution sans aucune hésitation. Parce que ce texte est faible, profondément faible, et surtout parce qu'il travestit la réalité de ce qui se passe aujourd'hui au Liban et dans toute la région.
Soyons clairs sur ce que cette résolution ne dit pas. Elle ne dit rien sur la colonisation israélienne et le projet expansionniste mené depuis des décennies à Gaza, en Cisjordanie, en Syrie, au Liban. Elle ne dit rien sur les violations répétées du cessez-le-feu par l'État d'Israël. Elle ne dit rien sur les bombardements constants, continus de l'État d'Israël. Elle ne dit rien sur les violations systémiques systématiques du droit international et du droit humanitaire. Et surtout, elle ne prévoit aucune mesure concrète contre l'État génocidaire d'Israël qui agit dans l'impunité la plus totale. Pas de sanctions, pas de suspension de l'accord d'association, rien. Ce texte, chers collègues, ce n'est pas une politique étrangère, c'est une politique de bonne conscience. Une manière pour la majorité de dire "nous avons agi", mais sans jamais s'attaquer aux causes profondes, sans jamais nommer les responsabilités.
Encore une fois, on se cache derrière l'Union européenne, encore une fois, on attend le consensus, on attend le bon moment. Mais pendant qu'on attend, les bombes tombent. Pendant qu'on temporise, les civils meurent. Pendant qu'on rédige des textes édulcorés, l'impunité règne. Alors les chiffres sont là, plus de 3 000 morts, plus de 1,2 million de déplacés. Les frappes se poursuivent dans le Sud du Liban et la vallée de la Bekaa, malgré les annonces de cessez-le-feu. Des forces israéliennes occupent toujours une bande de territoire libanais de près de 10 km. Voilà la réalité, chers collègues, voilà ce que cette résolution refuse de nommer.
On a d'abord cru, peut-être très naïvement, que ces lacunes étaient des oublis. Donc, on a déposé des amendements minimaux, vu qu'on est constructifs dans notre opposition. Il s'agissait de dénoncer explicitement le projet colonial israélien dans la région, d'appeler à cesser les violations du cessez-le-feu et du droit international, d'exiger que le gouvernement applique enfin les mesures prévues dans son propre accord gouvernemental de septembre 2025, de fixer un calendrier clair avec des échéances précises. Il s'agissait enfin d'activer les mécanismes des articles 79, paragraphes 2 et 82 de l'accord d'association Union Européenne-Israël pour en suspendre l'application.
C'étaient des demandes minimales, chers collègues, cohérentes avec le droit international et avec les engagements pris par ce gouvernement lui-même. Tous ces amendements ont été rejetés. Parce que la majorité a fait un choix politique clair: laisser Israël agir sans conséquences. Le MR et la N-VA ont choisi de poursuivre leur soutien inconditionnel à un projet colonial qui piétine le droit international depuis des décennies; et les autres partis de la majorité les suivent.
Qu'on ne vienne pas nous parler de paix, de droit international ou de protection des civils si, au moment d'agir concrètement, on refuse la moindre mesure contraignante. Le PTB refuse de cautionner cette mascarade. C'est pourquoi nous nous abstiendrons.
Puis, il y eut la réponse israélienne une fois encore, il faut le dire, disproportionnée. Vingt personnes ont encore perdu la vie dans le Sud du Liban ce mardi à la suite d'une nouvelle frappe israélienne. Hier, une autre frappe a fait au moins dix-neuf morts. Jour après jour, le bilan s'alourdit, malgré le cessez-le-feu théorique qui a été prolongé de quarante-cinq jours la semaine dernière.
Souvenez-vous du 8 avril dernier, en dix minutes à peine, plus de 150 frappes ont touché simultanément le territoire libanais, tuant plus de 300 personnes. Notre ministre des Affaires étrangères Maxime Prévot, présent ce jour-là à Beyrouth, a parlé de "mercredi noir". Ces frappes ciblent aussi des infrastructures vitales. Des ponts menant aux communautés du Sud-Liban ont été détruits, privant des milliers de Libanais de l'accès à la nourriture et aux soins de santé. Israël a, en réalité, détruit neuf des dix ponts enjambant le Litani, coupant le Sud du Liban du reste du pays. Le Bureau de la coordination des Affaires humanitaires des Nations Unies (OCHA) a qualifié ces destructions de "perturbations considérables à la circulation et l'accès humanitaire".
Chers collègues, c'est l'ensemble du Liban qui est frappé. La Force intérimaire des Nations Unies au Liban (FINUL) paie, elle aussi, un lourd tribut: deux soldats français et trois soldats indonésiens y ont perdu la vie, tandis que ses convois sont régulièrement entravés dans leurs mouvements. Les appels constants à l'évacuation de villages, les frontières fermées, l'incertitude permanente, tout cela laisse des centaines de milliers de familles dans le désarroi le plus total, dans l'impossibilité de se projeter vers un avenir stable.
Une question s'impose. Où s'arrête la légitime défense et où commence la punition collective d'un pays entier? Le droit international et, spécialement, le droit international humanitaire sont bafoués chaque jour. Je le disais, les Libanais ne méritent pas cela, ce pays ne le mérite pas. Il faut, du reste, souligner ce que le Liban fait pour lui-même, avec retard certes, mais résolument désormais. Son premier ministre Nawaf Salam a interdit au Hezbollah toute activité militaire. L'armée libanaise a repris, pour la première fois depuis des décennies, le contrôle opérationnel au sud du Litani. Ce gouvernement me semble mériter notre soutien plein et entier dans cette action.
Le cessez-le-feu entré en vigueur le 16 avril 2026 puis prolongé doit être garanti, respecté, mais il doit aussi être rapidement complété par des volets sécuritaires et politiques. C'est pourquoi nous ne voulons pas seulement rapporter, constater, mais aussi agir.
Cette résolution, soutenue par l'ensemble des membres de la majorité et certains membres de l'opposition, que je remercie d'ailleurs, demande au gouvernement de condamner fermement les bombardements israéliens. Elle condamne également les tirs du Hezbollah et appelle à leur arrêt immédiat. Elle exige le plein respect de la souveraineté et de l'intégrité territoriale du Liban. Elle réaffirme notre solidarité avec le peuple libanais et soutient la mise en œuvre de la résolution 1701 du Conseil de sécurité des Nations Unies. Elle souligne l'importance du plan en quatre points du président libanais Joseph Aoun d'avril 2026 visant à parvenir à un cessez-le-feu durable et au désarmement du Hezbollah avec l'appui de la communauté internationale. Et enfin, elle appelle à une action belge concrète sur le plan humanitaire, notamment par l'intermédiaire de B-FAST, mais aussi à une réflexion européenne sur les possibilités d'agir dans le cadre de la politique de sécurité et de défense commune ainsi qu'à un engagement international en faveur de négociations de paix durable.
Voici quelques semaines, chers collègues, à cette même tribune, je disais que nous ne pouvions pas laisser le Liban devenir un autre Gaza. Il y a urgence. Ce pays, qui a survécu à tant d'épreuves et qui porte en lui une diversité unique au Moyen-Orient, ne peut pas être sacrifié sur l'autel de dynamiques régionales qui le dépassent. La seule issue acceptable est un Liban libre, souverain, stable, un Liban qui décide de son destin. Pas un Liban sous occupation. Pas un Liban sous la coupe des terroristes du Hezbollah. Pas un Liban instrumentalisé.
C'est pourquoi mon groupe soutiendra, bien évidemment, cette résolution.
18.07 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, collega’s, na de horror in Gaza voltrekt er zich nu in Libanon een nieuwe, ongeziene humanitaire catastrofe, een ongelooflijk menselijk drama. Op amper enkele weken tijd tellen we minstens 3.000 doden, onder wie heel veel kinderen en moedige hulpverleners.
Meer dan 1,2 miljoen mensen, een kwart van de Libanese bevolking, is op de vlucht. Ondanks een theoretisch staakt-het-vuren blijven er elke dag slachtoffers vallen. Als we de parallellen niet willen zien met wat er in Gaza gebeurt, dan zijn we blind. Het is een tactiek van collectieve bestraffing. Wanneer extreemrechtse Israëlische ministers openlijk verklaren dat ze Libanon tot een tweede Gaza willen omvormen of wanneer ze steden herscheppen tot puinhopen zoals de vernietigde steden in Gaza, dan komen we heel duidelijk op het terrein van oorlogsmisdaden. Dat mag niet ongestraft blijven.
Deze resolutie spreekt duidelijke taal. We veroordelen de buitenproportionele militaire acties en de flagrante schendingen van het internationaal humanitair recht en herbevestigen tegelijkertijd de soevereiniteit van de Libanese staat. We steunen de Libanese regering en het nationale leger in hun legitiem streven naar een staatsmonopolie op wapens en de ontwapening van Hezbollah en andere milities. We steunen ook het vierpuntenplan van president Aoun voor een duurzame vrede met directe, internationaal gecontroleerde vredesonderhandelingen.
Collega's, als we echt vrede willen, dan moeten we ook onze politieke en economische hefbomen gebruiken. Daarom vraagt de meerderheid met deze resolutie aan de regering om ten eerste individuele sancties op te leggen aan de politieke en militaire leiders die verantwoordelijk zijn voor deze schendingen, gaande van Europese reisverboden tot het bevriezen van financiële tegoeden.
Ten tweede vragen we om op Europees niveau onmiddellijk te pleiten voor een gedeeltelijke opschorting van het Associatieakkoord EU-Israël. Als de mensenrechtenclausule in dat verdrag nog iets waard is, dan is het nu het moment om ze te activeren.
Ten derde willen wij de wapenexportregels strikt handhaven en internationaal ijveren voor een embargo op wapenleveringen aan de strijdende partijen.
Ten vierde pleiten wij ervoor om de humanitaire hulp maximaal te blijven ondersteunen, zoals wij dat nu al in België doen, met extra budgetten en via B-FAST.
De intenties van de regering-Netanyahu zijn pijnlijk duidelijk. Wie ze niet ziet, is blind. Er mag geen tweede Gaza komen in Libanon. Collega’s, de internationale gemeenschap en België hebben de morele plicht om de wet van de sterkste te counteren met de kracht van het internationaal recht. Daarom stuurt ons land met de voorliggende resolutie een belangrijk signaal tegen straffeloosheid, voor een duurzame vrede en voor de bescherming van onschuldige burgers.
18.08 Els Van Hoof (cd&v): Vandaag dreigt Libanon voor de zoveelste keer weg te zinken in een catastrofe. Het land gaat al decennialang gebukt onder een economische malaise, een institutionele verlamming en een enorme vluchtelingendruk. Bovendien is het een heel fragiele samenleving, met een complexe religieuze en politieke balans.
Er zijn inderdaad ook christelijke gemeenschappen aanwezig. Dat staat heel duidelijk in considerans U – dus u moet goed lezen voor u commentaar geeft – en daar is sprake van ontwrichting en ontheemding. Dat wordt wel degelijk vermeld.
Hezbollah had inderdaad nooit mogen starten met raketaanvallen, maar de disproportionele reactie van Israël is de waanzin voorbij. Volledige woonwijken en ziekenhuizen worden gebombardeerd. Hulpverleners en journalisten worden bewust geviseerd. Er zijn meer dan een miljoen vluchtelingen. Daarom mogen we niet zwijgen.
Het recht op zelfverdediging, collega’s, is geen blanco cheque om dood en verderf te zaaien. Opnieuw zijn de gewone burgers de grootste slachtoffers van het inferno in Libanon. We moeten goed beseffen dat als Libanon verder verzwakt, er opnieuw een vacuüm ontstaat waarin extremisme, buitenlandse inmenging en instabiliteit groeien, met een grotere vluchtelingenstroom als gevolg.
Vandaar, en ook collega De Maegd heeft ernaar verwezen… Ik hoor dikwijls zeggen: er gebeurt niets, maar minister Prévot is wel ter plaatse geweest en heeft de bombardementen aan den lijve ondervonden. Ik vind het dus niet opgaan dat men stelt dat we niets doen. We geven humanitaire hulp, B-FAST is gestuurd. We zeggen in deze resolutie ook heel duidelijk dat Europa en België de Libanese instellingen voort moeten ondersteunen, de rechtsstaat en de economische hervormingen, de defensie en het veiligheidsapparaat. We stellen ons zeer duidelijk achter VN-resolutie 1701, waarin heel duidelijk gesproken wordt over inspanningen, waaronder onder andere dat Hezbollah moet worden ontwapend. Dat is een duidelijke politieke lijn die we ook in deze resolutie aanhouden.
Belgische of Europese steun is echter niet genoeg. Dat beseffen we ook heel duidelijk. De voortdurende bombardementscampagnes van Israël in Libanon maken het voor de regering onmogelijk om die VN-resolutie uit te voeren. Ook spreken Israëlische beleidsmakers openlijk over een bezetting van Zuid-Libanon, waar ze nu inderdaad rustig mee bezig zijn, of zelfs van een Gazascenario. Die stemmen ondermijnen het vredesproces. Daarom zullen we, op suggestie van verschillende leden, ook sancties vooropstellen. Die zijn wel duidelijk vermeld.
Ik hoorde de collega van de PTB daarnet zeggen dat het opzeggen van het Associatieverdrag niet wordt vermeld. U moet wel goed lezen. Het staat in punt 16. Er wordt ook gesproken over individuele sancties. De Magnitsky Act op Europees vlak word vermeld. Zeggen dat het er niet in staat, is pertinent onjuist.
We zetten ook in op accountability, op verantwoordelijkheid. Wie oorlogsmisdaden pleegt of het internationaal humanitair recht schendt, moet ter verantwoording worden geroepen. Wat kunnen we meer doen dan pleiten voor een VN-onderzoekscommissie, pleiten voor de steun aan het Internationaal Gerechtshof, pleiten voor de steun aan het Internationaal Strafhof? Dat zou u ook doen en dat staat er ook letterlijk in.
Collega’s, het internationaal recht is geen menukaart waaruit men selectief kiest. Het is universeel en geldt altijd. Wij moeten ook veiligheidsgaranties koppelen aan het internationaal recht en diplomatie verkiezen boven permanente escalatie. Dat is waar deze resolutie om draait. Geweld en escalatie brengen immers nooit duurzame veiligheid, niet voor Israël, niet voor Libanon, niet voor Gaza en niet voor de regio. Daarom ondersteunt onze partij deze resolutie.
18.09 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Ik heb goed geluisterd naar de leden, zowel in de commissie als hier in de plenaire vergadering. Ik zal niet ontkennen dat de intenties goed zijn. Vele consideransen hebben wij ook absoluut gesteund.
Echter, voor het verzoek aan de federale regering is er een schril contrast met alle goede intenties. Op dat moment wordt het plots heel vreemd. Dan beginnen wij plots met het besluit van Hezbollah om aanvallen op Israël uit te voeren. Nochtans heeft de regering nog op geen enkel moment de illegale en roekeloze oorlog veroordeeld die Israël is gestart en die heeft geleid tot die reacties van Hezbollah. Ik zou verwachten dat dat het begin zou zijn.
Hezbollah moet natuurlijk effectief worden veroordeeld. Daarna kunnen wij echter doorgaan en in herinnering brengen dat Israël het recht heeft zijn grondgebied en bevolking te verdedigen. U hebt zelf punt 2 afgezwakt, waarin oorspronkelijk stond dat Israël Libanon al zes keer is binnengevallen, lang voor de recente escalatie van 2 maart 2026. Dat is uit de tekst gehaald. Die voorgeschiedenis is geschrapt met een amendement van de meerderheid.
De tekst gaat ook over de ontheemding en de veroordeling daarvan. Wij zullen aanvallen op medisch personeel veroordelen, ontheemding veroordelen en herhaaldelijke dodelijke aanvallen veroordelen. Scherp zullen wij ze veroordelen. Wij zullen vragen om dialoog. Wij zullen de solidariteit met het Libanese volk bevestigen. Wij zullen ondersteunen. Er is inderdaad financiële steun van ons land.
Wij vragen ook een staakt-het-vuren zoals iedereen. Wij vragen een ontwapening van Hezbollah. Wij vragen internationale hulp. Wij vragen directe onderhandelingen. Wij vragen van alles en wij veroordelen van alles. Wanneer het echter aankomt op wat België kan doen, is het enige halfslachtige dat oorspronkelijk in de tekst stond, door de meerderheid met een amendement achteraf ook nog eens geschrapt. Erger nog, het associatieakkoord, waarover in september 2025 nog werd gezegd dat wij het volledig zouden schrappen, is in de voorliggende tekst een gedeeltelijke schrapping geworden.
In september 2025 is met veel bombarie gecommuniceerd dat u voor een volledige schrapping ging van het handelsluik en van het luik innovatie en onderzoek. Nu zet u een stap achteruit, hoewel u allemaal vaststelt hoe sterk de situatie nog is verergerd en stelt dat u geen tweede Gaza wilt. Dat is wel interessant. U keurt nu naar aanleiding van een verdere escalatie een resolutie goed die minder ver gaat dan wat hier in 2025 is gecommuniceerd.
Collega’s, een nationaal importverbod voor nederzettingenproducten moet mogelijk zijn. Het nationale verbod van Spanje is alive and kicking. Wat is vernietigd? Dat zijn de lokale boycots. Het nationale verbod is echter alive and kicking. Er is niet alleen een wapenembargo dat gigantisch hard wordt toegepast. Ook het verbod op de Spaanse import van producten uit illegale nederzettingen is formeel in werking getreden en werkt als een tierelier.
Voor Spanje hebt u aangekondigd dat u daarvan werk zou maken. De minister heeft herhaaldelijk, week na week, wanneer wij hem daarover bevroegen, gesteld dat dat bijna klaar was. Het werd besproken in werkgroepen en wij waren er bijna. Ondertussen is dat al drie weken geleden.
We zijn een jaar verder na uw triomfantelijke aankondiging. Spanje heeft het gewoon gedaan. Het werkt met postcodes. Dat is dus gewoon een drogreden. De erkenning van Palestina heeft deze regering niet doorgevoerd. Nationale sancties tegen gewelddadige kolonisten, die nu ook al ten zuiden van Libanon aan het adverteren zijn waar ze willen gaan wonen en waar ze geld uit willen slaan, geholpen door het Israëlische leger onder de mom van een zogenaamde bufferzone, blijven uit. Terwijl mevrouw Van Bossuyt evacuaties vanuit Gaza en vanuit die gebieden bevriest en onmogelijk maakt en de visa niet wil verlengen – dat is een beslissing van deze regering – blijven die nationale sancties tegen gewelddadige kolonisten uit. Dat is iets wat België kan doen. Dat blijft uit. Over de weigering van die visa voor langer verblijf aan Israëlische kolonisten in ons land heeft mevrouw Van Bossuyt gezegd: “Ik ga dat niet doen.” Voor de wederopbouw van Palestina is er geen plan en zijn er geen middelen.
Sta mij toe een beetje kritisch te zijn over de daden die aan die intenties gekoppeld zouden moeten worden, want er staat geen enkele daad in die onze lidstaat België zou kunnen stellen. Alles gebeurt onder de koepel van Europa. Alles. U verschuilt zich volledig achter Europa en u zet stappen terug tegenover wat u vorig jaar hebt gecommuniceerd, terwijl de situatie op het terrein erger is geworden. Collega’s, wie maken we dan wat wijs? Wat ik daarnet zei over de premier laat zich voelen in de resolutie, namelijk het grote verschil tussen woorden en daden en het gewoon nog niet elementair kunnen zeggen waar de effectieve problemen zitten. Daarom zullen we ons onthouden bij deze tekst.
18.10 Sandro Di Nunzio (Anders.): Collega's, vandaag ligt er een tekst op tafel die de realiteit op het terrein eindelijk durft te benoemen. De tekst veroordeelt niet alleen de aanvallen van Hezbollah op Israël, maar ook het buitenproportionele militaire geweld en de militaire acties van Israël. Dat is zeer belangrijk, collega's.
We horen al maanden vanuit de meerderheid tegenstrijdige geluiden op de vraag hoe er met Israël moet worden omgegaan en wat onze houding moet zijn ten opzichte van de acties die daar worden ondernomen. Sommige partijen hebben het blijkbaar moeilijk om Israël even scherp te veroordelen voor schendingen van het internationaal recht, zoals ze dat doen bij andere landen, bijvoorbeeld Iran of Afghanistan. We zijn dus blij dat er een tekst ligt waarin de meerderheid een compromis heeft gevonden. Daarom zullen we hem mee steunen.
Ik begrijp dat sommige collega's hadden gehoopt op sterkere veroordelingen, straffere sancties en een minder tandeloze aanpak. Voor ons had het ook verder mogen gaan en had het ook straffer mogen zijn. Daar ben ik het volmondig mee eens. Deze keer kijken we daar echter anders naar. Onze fractie is tevreden dat het voorstel van resolutie expliciet het geweld tegen burgers veroordeelt, ongeacht wie de trekker overhaalt. Dat is voor de meerderheid al een grote stap vooruit. Dat wil uiteraard niet zeggen dat Israël niet het recht heeft om zichzelf te verdedigen. Integendeel, dat erkennen we ook zeer expliciet in de tekst. Het gaat hier echter over de buitenproportionele militaire acties van de Israëlische staat.
Ik zal niet herhalen wat de collega's al hebben gezegd, maar ik wil nog even kort stilstaan bij het lot van de journalisten. Ik dank de collega's ook voor hun steun aan onze amendementen met betrekking tot de veroordeling van de aanvallen van Israël op journalisten. Collega's, de bescherming van journalisten in conflictgebieden is van essentieel belang. Volgens het Eerste Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève genieten journalisten bescherming als burgers en mogen zij niet als legitiem militair doelwit worden beschouwd. Dat is zeer belangrijk.
In dat verband wil ik toch enkele cijfers met u delen. Sinds maart 2026 zijn minstens acht journalisten gedood door Israëlische aanvallen. Op 28 maart werd een duidelijk gemarkeerde perswagen onder vuur genomen. Dat was geen ongeluk en geen collateral damage. Die wagen werd letterlijk onder vuur genomen. Volgens experten van de Verenigde Naties gaat het bij zulke aanvallen vaak om bewuste dubbele of zelfs drievoudige aanvallen. Dat is ongelooflijk.
Collega's, het bewust aanvallen van journalisten is onvergeeflijk. Als een journalist wordt gedood, sterft ook een stukje van de waarheid. Zonder verslaggevers op het terrein is er geen onafhankelijke documentatie van oorlogsmisdaden. Zonder verslaggevers verdwijnt de stem van onschuldige slachtoffers. Het systematisch uitschakelen van wie verslag uitbrengt, is een strategie om de publieke opinie te verblinden en straffeloosheid te organiseren. Israël moet begrijpen dat de wereld meekijkt en dat het doden van getuigen de feiten niet zomaar kan uitwissen.
Daarom vinden we het essentieel dat het lot van journalisten in het voorstel van resolutie mee wordt opgenomen. Er kan immers nooit vrede zijn zonder onderzoek en zonder rekenschap. Met onze amendementen roepen we in de tekst de Belgische regering op om de herhaalde dodelijke aanvallen op journalisten in Libanon scherp te veroordelen en om zich ook actief in te zetten voor een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de aanvallen.
Collega's, de tekst had verder kunnen gaan. Ik heb veel sympathie voor die oproepen. De tekst is zeker niet perfect, maar zo gaat dat bij compromissen. We zullen die duidelijk steunen, omdat hiermee zowel de acties van Hezbollah als die van Israël worden veroordeeld en omdat ons voorstel voor de veroordeling van de aanvallen op journalisten mee werd opgenomen.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De bespreking is gesloten.
La discussion est close.
Ingediende
amendementen:
Amendements déposés:
Cons. I
• 1 – Ellen Samyn cs (1514/3)
Cons. V
• 2 – Ellen Samyn cs (1514/3)
Verzoek/demande 11/1(n)
• 3 –
Ellen Samyn cs (1514/3)
Aangehouden: de
amendementen.
Réservés: les amendements.
De stemming over de aangehouden amendementen en over het geheel van het voorstel zal later plaatsvinden.
Le vote sur les amendements réservés et sur
l’ensemble de la proposition aura lieu ultérieurement.
Ik heb begrepen dat minister Beenders zal antwoorden. Het is een regering van experten.
19.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur le président, les ricochets de renvoi sont de plus en plus surprenants au sein du gouvernement.
Monsieur le ministre, chers collègues, j'aurais vraiment préféré avoir le ministre Prévot en face de moi ce soir, mais vu qu'il n'est pas là, nous allons faire sans lui.
C'est désormais confirmé, la Commission européenne a invité des représentants de l'autorité de fait en Afghanistan – à savoir le régime des talibans – pour mener des négociations concernant des retours forcés vers l'Afghanistan. Cette rencontre doit se dérouler sur le sol belge, à Bruxelles, dans un timing qui n'est pas encore connu. Cette annonce de la venue sur notre territoire de représentants du régime taliban suscite légitimement une indignation profonde, renforcée par le fait que Maxime Prévot a indiqué qu'il était prêt à octroyer des visas.
Tout d'abord, rappelons-nous de qui et de quoi il s'agit quand on parle du régime des talibans. Il s'agit d'un régime qui n'est reconnu ni par la Belgique ni par l'Union européenne, et c'est tout simplement un des pires régimes existant à ce jour, un régime faisant l'objet de sanctions du Conseil de sécurité des Nations Unies et qui accueille et maintient des liens avec des groupes djihadistes internationaux.
En juillet 2025, la Cour pénale internationale (CPI) a délivré des mandats d'arrêt contre deux des plus hauts dirigeants du régime taliban: le chef suprême et le président de la Cour suprême. La CPI estime qu'il y a des motifs raisonnables de croire qu'ils ont commis le crime contre l'humanité de persécution pour des raisons de genre et de politique. Selon la CPI, les talibans ont mis en œuvre une politique gouvernementale ayant entraîné de graves violations des droits et libertés fondamentaux de la population civile en Afghanistan, en lien avec des meurtres, des emprisonnements, des actes de torture, des viols ainsi que des disparitions forcées.
Pourrait-on avoir un peu de calme, s'il vous plait? Je n'arrive même plus à parler! Si cela vous fait rire, vous pouvez sortir rire dans le couloir!
De voorzitter: De collega heeft gelijk.
19.02 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Pour donner une idée un peu plus palpable de ce à quoi la vie peut ressembler en Afghanistan, (…)
De voorzitter: Collega’s, er is terecht opgemerkt dat er vele gangen zijn in dit Huis. Wie in het halfrond aanwezig is, wordt geacht de spreker de ruimte te geven, ook achteraan, collega’s, collega Ronse.
Weet dat deze zaal eigenlijk gebouwd is om zonder micro’s te kunnen spreken. Dat betekent dat daar een akoestisch voordeel aan verbonden is. Dat wordt een nadeel wanneer u spreekt terwijl iemand anders aan het woord is. Ik stel dus voor dat we de collega de volgende acht minuten aan het woord laten.
19.03 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci, monsieur le président. Pour donner une idée un peu plus palpable de ce à quoi peut ressembler la vie en Afghanistan aujourd'hui, on peut se tourner vers de nombreuses sources, qui documentent précisément ce régime épouvantable.
Prenons le rapport 2026 d'Amnesty International concernant l'Afghanistan: les femmes et les filles sont privées de presque tous leurs droits fondamentaux; les violences contre elles ont augmenté de 40 % sous le régime taliban; il y a de nombreuses exécutions extrajudiciaires – l'ONG parle de 251 personnes concernées, juste pour le premier semestre 2025 –; de graves entraves à la liberté d'expression et de réunion; des oppressions; des arrestations de journalistes; de la censure; des arrestations et des incarcérations arbitraires de manifestants et de personnes critiques du régime; des pratiques discriminatoires envers des minorités ethniques et religieuses; une quasi-impossibilité de bénéficier d'un procès équitable; l'existence d'une grave crise humanitaire, avec près de 23 millions de personnes – la moitié de la population – qui a besoin d'une aide pour survivre et 90 % des enfants en situation de pauvreté alimentaire. Et ce tableau est loin d'être exhaustif.
Plus particulièrement, sur la situation des personnes qui sont renvoyées de force vers ce pays, le rapport indique que certains pays ont déjà commencé à renvoyer des Afghans, violant ainsi le principe de non-refoulement, ces personnes risquant leur vie. Amnesty n'est pas seule à dire cela, il suffit de consulter le rapport 2025 de Human Rights Watch pour retrouver exactement les mêmes constats. Et, toujours en 2025, le rapport du Comité pour l'élimination de la discrimination à l'égard des femmes de l'ONU a lui aussi mis en évidence des violations flagrantes à l'égard des femmes et le refus des talibans de coopérer avec les instances internationales pour améliorer la situation.
Et, comme si cela ne suffisait pas, j'apprends aujourd'hui qu'une nouvelle loi vient d'être adoptée en Afghanistan, qui entre autres dispositions parfaitement infectes, contient un article qui autorise implicitement les mariages d'enfants, donc les mariages de petites filles. Le viol conjugal, même sur des filles très jeunes, est également rendu possible par cette nouvelle loi. Et c'est aux représentants de ce régime effroyable que la Belgique s'apprête à octroyer des visas. Oui, le ministre Prévot a d'emblée dit qu'il était prêt à octroyer ces visas. Quand il a répondu à ma collègue Maouane en plénière il y a quelques semaines, il a évoqué la politique de siège, qui découle du fait que la Commission européenne a son siège à Bruxelles.
Selon Maxime Prévot, le fait que nous soyons le pays hôte du siège de la Commission européenne justifierait en soi qu'on octroie des visas. Il se dit tenu à cet égard. Trouvant cela étonnant, j'ai soumis la question à l'examen de spécialistes, qui sont nettement moins catégoriques que le ministre. L'accès au territoire reste une compétence nationale, et le protocole sur les privilèges et l'immunité de l'Union européenne ne contient pas, à leur avis, d'obligation d'octroyer des visas à des membres d'une délégation telle que celle qui est prévue ici, donc une délégation temporaire ad hoc.
Je pense donc que le ministre renonce un peu vite à son pouvoir de décision et d'appréciation et qu'il conclut un peu vite à son impuissance politique pour s'opposer à cette visite. Ce serait commode pour lui, évidemment, de pouvoir dire: "je n''y peux rien", de se cacher derrière la politique de siège pour dire: "j'ai les mains liées, bien sûr, je ne les aime pas et je ne veux pas les légitimer, mais je n'ai pas le choix". C'est toutefois un petit peu court, et c'est même d'autant plus limite de venir suggérer qu'on n'a pas le choix, quand on sait que toute cette question d'inviter les talibans à Bruxelles a été pilotée, orchestrée par une autre ministre de ce gouvernement, en l'occurrence la ministre Van Bossuyt.
Le gouvernement Arizona est mouillé du début à la fin dans cette affaire. Et pourtant, l'accord de ce gouvernement affirme que la politique migratoire respectera les droits humains. Or, on sait déjà ce qu'il en est! La note de politique générale 2026 du ministre Prévot affirmait que la Belgique poursuivra la défense de nos intérêts stratégiques tout en défendant les droits fondamentaux. Il faut bien constater que la pratique nous dit bien autre chose. Si le principe de non-refoulement n'est cité nulle part dans l'accord du gouvernement, il fait pourtant bien, lui aussi, partie des obligations qui s'imposent à la Belgique.
Et le principe de non-refoulement, c'est le principe qui interdit de renvoyer une personne vers un lieu où cette personne risque d'être victime de violations graves des droits humains. Ce principe s'applique à chaque personne, quel que soit son statut administratif. C'est le principe fondamental de la Convention de Genève qui est aussi inscrit à l'article 19 de la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne, et dans la Convention de 1984 contre la torture.
Tous ces instruments lient la Belgique. Or, Human Rights Watch nous dit que l'Afghanistan n'est sûr pour aucun réfugié renvoyé de force. Le rapporteur spéciale de l'ONU pour l'Afghanistan, Richard Bennett, nous dit que tout retour risque de violer le principe de non-refoulement en raison des violations généralisées des droits humains, notamment à l'encontre des femmes, des défenseurs des droits humains et des anciens fonctionnaires. Dans ce contexte, affirmer comme le fait la ministre Van Bossuyt qu'on va renvoyer dans leur pays d'origine tous ceux qui ont reçu une décision de retour et qui ne courraient pas de risque de persécution, cela devrait tout simplement mener à ce qu'aucun Afghan ne soit renvoyé dans son pays d'origine puisque tout le monde court un risque en étant renvoyé.
Mes questions sont dès lors les suivantes.
Entre la ministre belge à l'initiative de l'invitation aux représentants des
talibans et le ministre belge qui se dit contraint et forcé d'y donner suite,
quelle est finalement la position du gouvernement fédéral concernant les
négociations avec le régime des talibans pour permettre les retours forcés?
L'ensemble du gouvernement est-il favorable à ce que des retours forcés soient organisés vers l'Afghanistan des talibans? Comment réconcilier les obligations de la Belgique concernant les droits humains et en particulier le principe de non-refoulement d'un côté; et de l'autre côté, l'ouverture de négociations pour des retours forcés avec l'autorité de fait d'un pays qui figure aujourd'hui parmi les plus dangereux au monde, qui mène un apartheid de genre, un régime sous sanction avec lequel la Belgique a coupé toute relation diplomatique, un régime dont certains dirigeants font l'objet d'un mandat d'arrêt de la CPI?
Qui seraient les personnes concernées par ces retours? Selon certains interlocuteurs, il s'agirait de personnes dangereuses pour la sécurité. On sait ce que la N-VA veut parfois mettre là-derrière mais, par ailleurs la ministre Van Bossuyt souhaite inclure des personnes qui n'ont eu affaire ni à la justice ni à la police. Qu'en est-il?
Par définition, une négociation comporte des avantages pour les deux parties. Si l'Union Européenne trouve un avantage à réussir à renvoyer de façon forcée des personnes vers l'Afghanistan, quelle est la contrepartie consentie par l'Union européenne et par la Belgique? Nous avons vu par le passé quel usage font les dictatures avec lesquelles l'Union européenne collabore des personnes migrantes pour influencer la politique européenne à leur égard. Est-ce qu'il ne faut pas s'attendre à la même chose ici? Même si le ministre affirme que l'octroi de visas ne constituera en rien une reconnaissance du régime taliban, est-ce qu'il ne contribue pas à le normaliser, à le banaliser? Est-ce qu'il n'est pas paradoxal d'octroyer aussi facilement des visas pour permettre la venue de représentants d'un tel régime, alors que tant d'autres personnes, des artistes, des touristes, des familles de nos concitoyens, peinent à obtenir des visas?
Quelles quels contrôles préalables à l'octroi des visas seront effectués? Quelles mesures seront prévues une fois que ces personnes seront sur le sol belge? D'autres missions de ce type sont-elles planifiées à l'avenir? Cette invitation intervient à la suite d'un voyage du directeur l'Office des étrangers à Kaboul en janvier dernier. Quelle a été l'assistance des Affaires étrangères pour ce voyage-là? N'était-ce pas là aussi une forme de banalisation, de légitimation des relations avec le régime taliban sur la scène internationale? Enfin, quelle garantie avez-vous que la Belgique ne soit jamais complice d'un refoulement vers l'Afghanistan?
19.04 François De Smet (DéFI): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, incroyable mais vrai, la Belgique s’apprête à octroyer des visas à des représentants du régime taliban d’Afghanistan.
Ce régime est le régime le plus moyenâgeux de la planète. Il opprime les femmes, torture ses opposants et pratique la lapidation. C'est un véritable enfer sur terre, synonyme de l’application de l’islamisme le plus rigoriste, dans le pays le plus dangereux du monde, dont les dirigeants sont poursuivis par la Cour pénale internationale.
Monsieur Beenders, c'est sympathique de votre part d'être venu, car la position du ministre Prévot est connue. S'il était présent, il dirait que sur le plan diplomatique, la Belgique ne reconnaît pas le régime afghan et que tout octroi de visa à des membres de ce mouvement est systématiquement refusé. Cependant, il ajouterait, en se citant lui-même, comme il l'a déjà dit ici, que si, par exemple, la Commission européenne, dans le cadre de son mandat, devait faire formellement la demande à la Belgique de laisser venir sur son territoire des représentants talibans, la Belgique serait tenue de donner une suite favorable, dans le cadre strict de la "politique de siège". Quels mots magiques!
Or, c’est précisément là que réside le problème. Aujourd’hui, une invitation existe bel et bien. Elle a été émise par la Commission européenne à l’égard de représentants du régime, afin d’aborder la question du retour, forcé ou volontaire, de personnes déboutées de l’asile vers l’Afghanistan. Comme cela a été invoqué par M. Prévot – et comme cela le sera sans doute aussi par vous-même tout à l'heure –, nous devons respecter l'invitation européenne: "Politique de siège, pas le choix, merci, au revoir."
Mais c'est un peu facile, un petit peu trop du genre "on passe entre les gouttes". Si cette invitation de la Commission existe, c’est grâce à la Belgique, à l'Arizona et à tous les partis qui la composent, ainsi qu'à d'autres états membres. En effet, notre pays, avec d'autres pays européens, a porté au niveau européen cette demande de collaboration avec le régime taliban en vue de renvoyer des ressortissants afghans. La Belgique, votre coalition Arizona a même eu un rôle moteur dans cette démarche.
Le 18 octobre 2025, 20 pays européens ont adressé une lettre commune à la Commission européenne pour exiger le retour volontaire ou forcé des Afghans résidant irrégulièrement en Europe. Cette lettre a été initiée par la ministre belge de l’Asile et de la Migration, Mme Van Bossuyt, et 19 autres États membres ont suivi. C’est donc la Belgique qui a mené la charge. C'est votre gouvernement qui a demandé à la Commissions européenne d'ouvrir des voies diplomatiques avec le régime taliban pour organiser des expulsions.
Finalement, monsieur Beenders, cela tombe bien que ce soit vous qui soyez présent, car j’aimerais que l’ensemble des partis de l'Arizona – y compris Les Engagés et Vooruit – assument le fait que cet octroi de visa n’est pas un acte diplomatique technique. Il constitue le prolongement de la politique du gouvernement à laquelle Vooruit et Les Engagés ont choisi de donner vie et qui vous engage tous.
La politique de ce gouvernement, c'est de renvoyer les Afghans chez les talibans, même si ceux-ci sont en danger. C'est d'assurer la politique migratoire la plus stricte et la plus dure que ce pays n'ait jamais connue. C'est de considérer que les droits humains sont une variable d'ajustement. Et c'est de cela que, par l'octroi de ces visas, votre diplomatie, notre diplomatie, se rendra demain complice.
Monsieur le ministre, voici donc mes questions. Quel mandat préalable a-t-il été donné au gouvernement belge pour s'associer à ces démarches? S'agit-il d'une application de l'exception relative à la politique de siège? Par ailleurs, la Belgique a-t-elle posé des conditions explicites – et, si oui, lesquelles – relatives aux droits des femmes, des minorités et au respect des engagements humanitaires, conditions sans lesquelles ces visas ne seraient pas accordés?
Je pense qu'il n'y a pas de bonnes raisons, monsieur le ministre, et il n'y a jamais de bonnes raisons d'octroyer des visas à des talibans. Pas de bonnes raisons et aucune bonne excuse!
19.05 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le ministre, le 12 mai 2026, à la demande de 19 États membres, dont la Belgique, la Commission européenne a adressé une invitation officielle au régime taliban pour une réunion technique concernant le renvoi de ressortissants afghans.
Il faut être clairs, cette initiative marque un tournant majeur. Elle ouvre la voie à des contacts directs avec un régime que l'Union européenne ne reconnaît pas, et dont les violations massives et systématiques des droits humains sont documentées année après année.
Dans le même temps, le gouvernement envisage des retours vers l'Afghanistan, malgré les alertes répétées des organisations internationales, dont Amnesty International, qui appellent à suspendre tout renvoi forcé, y compris pour les personnes déboutées, en raison du risque élevé de violations graves et du principe absolu de non-refoulement.
L'Afghanistan est aujourd'hui sous contrôle d'un régime responsable d'une politique de terreur: exclusion des femmes et des filles de la vie publique, interdiction d'accès à l'éducation et au travail, restriction de mouvements, châtiments corporels, exécutions sans procès équitable. Le Haut-Commissaire des Nations Unies aux droits de l'homme a parlé même d'apartheid de genre. La mission d'assistance des Nations Unies et le Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l'homme évoquent un véritable cimetière des droits humains.
Vous dites toujours que vous ne reconnaissez pas ce régime. Mais dans les faits, le directeur de l'Office des étrangers s'est rendu à Kaboul. Votre collègue en charge de l'Asile et Migration, Mme Van Bossuyt, évoque des "discussions techniques".
Monsieur le ministre, appelons les choses par leur nom. Parler de "contacts techniques", pour moi, c'est vraiment une fiction politique. Ce que vous organisez, c'est une coopération de facto avec un régime non reconnu pour préparer des retours forcés vers un pays où l'ONU documente des tortures, de la persécution et des violations systématiques.
Monsieur le ministre, où est votre ligne rouge? Où placez-vous la frontière entre la non-reconnaissance et la collaboration?
D'ailleurs, nous venons d'apprendre qu'au moins un ressortissant afghan est actuellement détenu en centre fermé en vue de l'éloignement. Dois-je vraiment vous rappeler la loi du 15 décembre 1980? Elle prévoit, pour maintenir une personne en détention au-delà de deux mois, trois conditions claires. Il faut des démarches lancées dans les sept jours, poursuivies avec diligence, et surtout une possibilité réelle d'éloignement dans un délai raisonnable.
Or, jusqu'à aujourd'hui, ces démarches n'existaient pas. Et pourquoi n'existaient-elles pas? Parce qu'il n'y avait pas d'interlocuteur légitime, parce que le principe de non-refoulement s'imposait, et aujourd'hui, soudainement, ces démarches reprennent. Je me pose donc une question qui est simple: avec qui êtes-vous en train de discuter sur place? Parce que si ces démarches sont bien réelles, cela signifie une chose qui est extrêmement grave, à savoir des contacts opérationnels avec une autorité non reconnue, sans mandat européen, et avant même la réunion que vous nous aviez annoncée! C'est bien cela la réalité, et votre ligne est bien celle-là, alors que le régime taliban n'est reconnu par aucun membre.
Ce régime est responsable de violations massives et systématiques des droits humains. Dès lors, participer à l'organisation de ces retours, et cela sous couvert de contacts techniques, cela revient à franchir à une ligne rouge. Savoir que deux représentants des talibans, qui font l'objet d'un mandat d'arrêt international par la CPI pour crimes contre l'humanité et pour des persécutions liées au genre, sont présents sur le territoire belge impliquerait un devoir d'arrestation immédiate.
Monsieur le ministre, vos collègues des
Engagés, dans leur programme, prévoyaient de créer une société qui était plus
humaine, de soutenir une politique migratoire humaine qui respectait les
individus, les droits des femmes, des personnes migrantes et des demandeurs
d'asile. Ma question est donc la suivante: négocier avec les talibans, un
groupe qui a inscrit dans sa loi le droit pour les maris de frapper leurs
femmes, est-ce donc cela une politique humaine pour vos collègues des Engagés?
Étiez-vous informé de la participation du directeur de l'Office des étrangers à
une mission à Kaboul? Qui a pris cette décision ? Sur quelle base juridique un
régime non reconnu pourrait-il être accueilli sur le territoire belge? Des
visas ont-ils été ou pourraient-ils être délivrés aux représentants des
talibans? Comment évaluez-vous la cohérence entre la non-reconnaissance
officielle du régime des talibans et l'accueil potentiel de ses représentants à
Bruxelles et l'envoi du directeur de l'Office des étrangers en mission à
Kaboul? La Belgique plaide-t-elle au niveau européen pour qu'aucun État membre
ne procède à des retours forcés vers l'Afghanistan tant que les droits humains
n'y sont pas respectés? Pouvez-vous garantir que le gouvernement ne participera
à aucune des réunions européennes organisées à Kaboul? (…)
19.06 Francesca Van Belleghem (VB): Het zal u allicht niet verbazen dat mijn invalshoek anders zal zijn dan die van de vorige sprekers. Mijn insteek vandaag is technisch, maar heeft wel gevolgen voor alle Afghanen, die illegaal in dit land zijn. Ik snap ook wel waarom ministers Prévot, Crucke en Matz hier niet aanwezig wilden zijn om te antwoorden. Zij zijn immers allen lid van dezelfde partij, les sabotés.
Ik verklaar mij nader. Vóór de zomer wordt een talibandelegatie in Brussel verwacht voor technische besprekingen over de gedwongen terugkeer van illegale Afghanen. Meer dan vier jaar na de machtsovername, zonder dat ooit één Afghaan, die illegaal in dit land was, gedwongen werd teruggestuurd, is het plots superdringend om dat te doen.
In Duitsland wordt dat nu ook volop gedaan. Die formele uitnodigingen gaan uit van de Europese Commissie, met Zweedse steun. Dat land is, op basis van het visumbeleid, als gaststaat verplicht om dat goed te keuren en de visums voor die talibandelegatie te faciliteren.
Tijdens de plenaire vergadering van 23 april bevestigde minister Prévot van les sabotés dat België geen diplomatieke relaties onderhoudt met de taliban, ook niet op technisch niveau. Dat laatste is superbelangrijk, want los van enige onderhandelingen op Europees niveau heeft de regering reis- en identificatiedocumenten nodig om ook maar één illegale Afghaan terug te kunnen sturen. Om die documenten te krijgen, zijn onderhandelingen op technisch niveau nodig. Men zal dus altijd moeten spreken met de de-factoautoriteiten van Afghanistan om illegale Afghanen terug kunnen sturen.
Ik richt mij nu tot u, minister Beenders, maar eigenlijk wil ik graag van de voltallige regering het volgende weten. Als u elk contact op technisch niveau uitsluit, sluit u dan ook niet de mogelijkheid uit om die documenten te krijgen?
Mijnheer de minister Beenders, ik vind het eigenlijk wel tof dat u hier zit, want nu kan ik eindelijk ook eens te weten komen wat het standpunt van Vooruit daarover is. Voel u dus vrij om daarover uit te weiden.
Concreet wil dat dus het volgende zeggen. Geen enkel technisch contact betekent geen enkele identificatie en afgifte van documenten. Het betekent geen enkele terugkeer voor al die duizenden illegale Afghanen, die hier in dit land zijn.
Uw collega, minister Van Bossuyt, heeft 14 maanden lang in het Parlement verklaard dat zij in de luwte onderhandelt over de terugkeer van illegale Afghanen. De vraag is echter of zij op de hoogte was van het standpunt van minister Prévot, misschien ook uw standpunt, dat er eigenlijk nooit illegale Afghanen teruggestuurd zullen worden? Is er dus gelogen in het Parlement?
Is het een officieel en doorsproken regeringsstandpunt dat geen enkel contact, ook niet op technisch niveau, mogelijk is met de Afghaanse de-factoautoriteiten? Hoe wilt u dan ooit de reisdocumenten en identificatiedocumenten verkrijgen die noodzakelijk zijn voor de terugkeer?
Stemde minister Prévot dat standpunt af met minister Van Bossuyt?
Wat vindt Vooruit
hiervan?
19.07 Rob Beenders, ministre: Chers collègues, permettez-moi tout d'abord de vous rappeler que je réponds à vos interpellations au nom du ministre Prévot, qui est actuellement en Suède.
Il est important de rappeler le cadre dans lequel cette éventuelle visite d'une délégation de talibans pourra se tenir à Bruxelles, visite qui ne sera que de nature technique et de très courte durée.
Le statut de Bruxelles comme capitale de l'Union européenne et siège de plusieurs institutions et organes n'efface pas notre souveraineté quant à la délivrance de visas, il l'encadre. La tenue de réunions multilatérales nécessaires au fonctionnement des institutions européennes peut, dans des conditions strictes, impliquer des représentants d'entités ou de régimes que nous ne reconnaissons pas. Cela ne vaut pas reconnaissance, cela ne vaut pas invitation et cela ne nous prive pas de la possibilité d'apprécier juridiquement chaque demande au cas par cas.
Maar als we op Belgisch niveau de Europese instellingen zouden vervangen bij de beoordeling van de politieke opportuniteit van de uitnodigingen die ze voor hun eigen activiteiten versturen, zouden we het risico lopen de positie van Brussel als internationale en diplomatieke hoofdstad te verzwakken.
Notre politique de siège nous impose de faciliter les réunions organisées par les institutions européennes et de ne pas créer d'obstacles à leur tenue. Soyons clairs, ceci ne serait pas une mission d'identification; aucun dossier individuel ne serait discuté lors de cette éventuelle réunion à Bruxelles.
Door de kwestie te ontwijken, verdwijnt ze echter niet. Voor mensen die zich onwettig op ons grondgebied bevinden, moeten we werken aan een beleid dat door de Europese Unie wordt gesteund, aan een structurele oplossing en aan een duidelijk Europees kader. We zijn er oprecht van overtuigd dat deze elementen essentieel zijn om tot een geloofwaardig systeem van duurzame terugkeer te komen.
Cette approche européenne peut justement garantir le respect des droits fondamentaux des personnes concernées, tout en nous permettant de réfléchir à des procédures de retour efficaces et à nos relations plus larges avec les pays d'origine.
La Belgique doit pouvoir défendre une ligne à la fois juste, cohérente et conforme à ses engagements internationaux. Elle doit être juste parce qu'il n'est pas question de créer une forme d'immunité pour des personnes en séjour illégal, surtout celles qui commettent des infractions du seul fait de leur nationalité afghane. Elle doit être cohérente parce que cette réponse doit s'inscrire dans un cadre européen. Enfin, elle doit être conforme à nos principes parce que nous ne souscrirons pas à une démarche qui n'offre pas de garantie suffisante en matière de droits humains et de respect du droit international.
Het is die balans die de regering voor ogen heeft. Ervoor zorgen dat Brussel zijn diplomatieke rol ten volle kan blijven vervullen, zonder afbreuk te doen aan onze soevereiniteit of onze normen op het gebied van veiligheid, de rechtsstaat en de fundamentele rechten.
Soulignons que la Belgique est un État de droit et que nous continuerons de le défendre. Cela signifie que les décisions prises par des instances indépendantes, telles que le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides et le Conseil du Contentieux des Étrangers, seront respectées. S'ils jugent qu'il y a un risque de refoulement ou de traitement inhumain, il est évident qu'un retour ne sera pas organisé. Jamais!
Pour conclure, nos services n'ont pas encore reçu de demande de visa de la part d'une délégation de talibans en réponse à une invitation de la Commission européenne. Mais, dès que ce sera le cas, nous ferons tout le nécessaire en matière de consultation et d'implication des services compétents, en ce compris de sécurité, tant avant l'octroi des visas que, le cas échéant, une fois ces personnes sur le sol belge.
19.08 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, vous vous doutez bien que la réponse n'est pas du tout à la hauteur de ce que représente, tant symboliquement que concrètement, dans les faits la venue de représentants des talibans en Belgique sur une invitation de la Commission européenne suscitée par la Belgique, avec des visas qui vont être octroyés par la Belgique.
Sur la tentative de dissocier un niveau de négociation technique qui serait différent du niveau politique, je ne vais même pas passer du temps à en discuter, parce que c'est complètement ridicule. Les personnes qui vont composer la délégation seront des personnes sous l'autorité des talibans, qui viennent en leur nom, en tant que leurs représentants. Cela ne fait aucune différence.
Sur la possibilité de renvoyer des gens après une analyse individuelle, vous évoquez au nom de M. Prévot d'illusoires garanties suffisantes. On va aller demander à un régime, dont on a décrit tout à l'heure toutes les atrocités, de nous garantir qu'ils vont respecter les droits humains quand on renverra des gens chez eux? Cela n'a aucun sens. Si on renvoie des Afghans vers l'Afghanistan, on les exposera à des risques. Human Rights Watch le dit, le rapporteur spécial de l'ONU sur l'Afghanistan le dit aussi, mais vous refusez d'écouter. Ici, on va se rendre doublement complices, en demandant des négociations avec ces gens, et puis en facilitant leur venue avec des visas, de ce qui va inévitablement entraîner de graves violations des droits humains, si cela aboutit.
J'ai l'impression que le ministre Prévot, et donc le gouvernement, se comporte comme si la Belgique était une sorte de concierge diplomatique de la Commission européenne, qui doit dire amen à tout, parce qu'on accueille le siège de la Commission. Vous avez été un peu plus nuancé que M. Prévot, mais je répète qu'à mon avis il est en train de surjouer la contrainte qui pèse sur lui ici, parce qu'il est ennuyé et qu'il sait très bien le rôle que sa collègue Van Bossuyt a joué pour pousser la Commission à travailler avec les talibans. Qu'il se sente un peu obligé d'octroyer les visas à cause du rôle de la Belgique, je peux l'entendre, mais c'est un peu court de penser qu'il va s'en tirer simplement en invoquant la politique de siège.
Deuxièmement, la Belgique n'est pas juste le siège de la Commission européenne. Elle est aussi un membre à part entière de l'Union européenne, et un membre du Conseil. Et là, on a une capacité d'action. Et, au lieu d'aller susciter une invitation aux talibans, on aurait évidemment dû s'y opposer formellement! Cette décision de collaboration avec le pouvoir taliban, si elle aboutit, va mener à des refoulements. Elle va réduire, de facto, l'espace disponible pour les forces démocratiques en exil, en plus de mettre en danger la vie de centaines de milliers de personnes.
Cette tendance constitue une menace sérieuse non seulement pour les droits humains, mais aussi pour la gouvernance et pour la responsabilité. Entretenir des contacts et des formes de partenariat avec les talibans leur permet de considérer les expulsions comme une occasion de prendre pied diplomatiquement en Europe. Et nous, on se prête au jeu avec les talibans qui répriment la liberté d'expression, démantèlent les institutions juridiques qui protégeaient les droits fondamentaux. Ceci donne lieu à des auto-censures généralisées. C'est un régime qui n'est pas capable de se transformer en un gouvernement inclusif, qui serait sensible aux besoins et aux aspirations de son peuple. Les talibans ne peuvent pas être une entité avec laquelle on entame une collaboration, sous quelque forme que ce soit, ni au niveau belge, ni au niveau européen.
On doit, au contraire, accroître la pression diplomatique sur le régime taliban, utiliser les sanctions pour tenir ses dirigeants responsables des violations massives des droits humains qu'ils sont en train de commettre, et trouver des moyens créatifs de soutenir l'éducation et la société civile sur le terrain. Vraiment, une fois de plus, on doit constater que malgré les professions de respect des droits humains que Les Engagés répètent tant qu'ils peuvent, qu'ils se prêtent en réalité jour après jour à une politique gouvernementale qui n'arrête pas de franchir des lignes rouges en matière de droits humains, avec leur bénédiction.
Les écologistes refusent que la Belgique se compromette en négociation avec ce régime atroce. Les écologistes refusent que la Belgique soit complice de refoulements vers l'Afghanistan, un pays où tout ce qui n'a pas prêté allégeance aux talibans est en danger. Ce ne sera pas en notre nom.
Le président: Avez-vous une motion?
19.09 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): La voici, monsieur le président.
19.10 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. M. Prévot, par votre voix, a commencé par essayer de nous rassurer en parlant, si ces représentants talibans viennent ici, "d'une visite technique et de courte durée". Je dois avouer que je ne l'avais pas vu venir. Jadis, on nous avait parlé des talibans inclusifs, et c'est à peu près du même niveau. On se doute bien que les talibans ne vont pas venir ici pour prendre des photos ou faire du tourisme, mais le symbole de leur venue, même pour une visite technique pour préparer un renvoi forcé de ressortissants, est évidemment inacceptable.
Vous avez rappelé quelque chose d'important: malgré ce que l'on peut dire sur la politique de siège, la souveraineté belge reste totale. Je suis tout de même saisi de la réponse du gouvernement, qui met effectivement la politique de siège en avant, et fait comme si l'Arizona n'était pour rien dans l'organisation de l'invitation européenne. C'est là que se trouve le problème! Le problème n'est pas juste que Bruxelles est une plaque tournante diplomatique, mais que notre pays a été proactif dans l'organisation de ce voyage et que c'est la raison pour laquelle – alors qu'il pourrait refuser – le ministre Prévot nous dit qu'en fait, il est prêt à accorder ces visas. C'est cela qui est fou. Lorsque vous parlez de garanties – et là effectivement, on rigole –, avez-vous demandé des garanties de respect des droits fondamentaux aux talibans? Sérieusement? Comment l'absurdité-même de la proposition ne vous vient pas au moment où vous l'énoncez, même si vous lisez le texte de quelqu'un d'autre?
La conclusion est très simple, les garanties sont impossibles à fournir. Nous avons un ministre des Affaires étrangères qui a le pouvoir de refuser d'octroyer ces visas, mais qui ne peut politiquement pas le faire, parce la politique du gouvernement Arizona – auquel il a donné vie – exige que ces visas soient octroyés, puisque sa politique est de renvoyer les Afghans chez eux et donc de négocier avec les talibans. Ce seul fait devrait tout de même pousser Les Engagés et Vooruit à se poser des questions. Comment pouvez-vous être à l'aise dans ce gouvernement? Je ne comprends pas comment c'est possible. Même si je ne m'attends pas à des miracles, je dépose également une motion, toute simple, qui demande quelque chose qui n'est pas lunaire, qui est de demander au gouvernement de notre pays de bien vouloir s'abstenir d'octroyer des visas à des talibans d'Afghanistan.
Comme mes collègues, je vais évidemment déposer une motion de recommandation. Nous allons demander au gouvernement de suspendre immédiatement tout retour forcé vers l'Afghanistan, y compris des personnes qui sont déboutées de leur demande d'asile, tant que la situation des droits humains ne permettra pas de retour sûr, digne et volontaire, qui se conforme strictement aux recommandations des Nations Unies. Nous demandons également de veiller à ce que toute politique de retour respecte pleinement le principe de non-refoulement.
De plus, nous allons vous demander de préciser les circonstances de la participation du directeur de l'Office des étrangers à la mission de l'Union européenne à Kaboul. Nous vous demanderons également de définir clairement et publiquement ce que vous entendez par "contacts techniques". En effet, jusqu'à présent, nous ne comprenons pas cette notion. Vous devez en préciser la portée, la limite et les objectifs.
En outre, il faut que vous garantissiez que ces contacts ne puissent en aucun cas être interprétés comme une forme implicite de reconnaissance diplomatique du régime taliban et que vous soumettiez ces contacts à un contrôle parlementaire régulier et transparent. Par ailleurs, vous devez évidemment vous opposer, à l'échelle européenne, à toute initiative qui serait susceptible de conférer une légitimité politique ou symbolique aux autorités talibanes.
Nous vous demandons aussi de vous abstenir de toute invitation officielle des représentants des talibans, aussi bien sur notre territoire belge que sur le territoire européen, en dehors des cadres qui sont strictement humanitaires ou multilatéraux et de refuser bien sûr la délivrance de visas à ces représentants, sauf lorsqu'il y a une exception qui est dûment justifiée par des impératifs humanitaires internationaux clairement encadrés.
Nous vous demandons également de plaider activement au sein de l'Union européenne pour une position commune qui interdit les retours forcés vers l'Afghanistan tant que le respect des droits fondamentaux n'est pas garanti et de promouvoir une politique européenne cohérente fondée sur la défense des droits humains, dont ceux des femmes et des filles ainsi que la protection internationale de la solidarité.
En outre, nous vous demandons de respecter
strictement les engagements internationaux, notamment ceux qui découlent du
Statut de Rome et de procéder à l'arrestation de tout représentant taliban qui
fait l'objet d'un mandat d'arrêt international délivré par la CPI si celui-ci
devait se trouver sur notre territoire. Nous demandons par ailleurs que toute
invitation, facilitation de déplacement ou délivrance de visas soit exclue afin
d'éviter toute situation où la Belgique manquerait à ses obligations internationales.
Je vous remercie.
19.12 Francesca Van Belleghem (VB): Er verblijven in dit land duizenden illegale Afghanen. De overheid heeft de plicht om hen terug te sturen naar het land van herkomst. Maar dat vereist natuurlijk op nationaal niveau gesprekken met de autoriteiten die Afghanistan op dit moment de facto besturen, hoe verwerpelijk die autoriteiten ook zijn. Laat me dat helder stellen.
De vicepremier van les sabotés heeft een harde rode lijn getrokken: geen gesprekken, al durft die partij dat zelf niet luidop verdedigen. Het gevolg van die lijn is even eenvoudig als onthutsend: geen enkele illegale Afghaan keert gedwongen terug. In Duitsland doet men dat nochtans wel.
Ik wil toch nog eens duidelijk stellen waarom ik Les Engagés omgedoopt heb tot les sabotés. Ik zie dat er grote interesse is vanuit het publiek. Les sabotés heeft onlangs ook dwangsommen betaald, 12.000 euro, aan vier asielzoekers, drie Afghanen en één Burundees. Eén van hen is intussen zelfs illegaal geworden.
Het was iets wat de linkse vivaldiregering nooit gedaan heeft, en zei nooit te zullen doen, ondanks Groen in de regering. Vivaldi heeft geen dwangsommen betaald aan asielzoekers, maar met les sabotés in de regering is men erin geslaagd om dat te doen. Ze zijn er duidelijk nog trots op ook.
Ik geef u een belangrijke tijdslijn. Op 22 april verklaarde minister Van Bossuyt in het Parlement: "Ik benadruk dat ik die dwangsommen niet kan en niet zal betalen." Dat was op 22 april. De dag nadien, op 23 april, werden er toch dwangsommen betaald aan asielzoekers. Dat is toch vreemd? De dag ervoor verklaarde de minister in het Parlement dat we dat niet gaan doen, maar de dag erna is het wel gebeurd.
Het ergste was, uit een artikel in HLN blijkt dat les sabotés die dwangsommen hadden betaald. In dat artikel stond bovendien dat minister Van Bossuyt op de hoogte was gebracht.
Gisteren heb ik minister Matz, die hier nu ook weer niet is, daarover ondervraagd. Zij zei dat er inderdaad een mail is gestuurd. Ze wilde mij evenwel niet zeggen op welke datum die mail was verstuurd. Ofwel heeft minister Van Bossuyt dus op 22 april in het Parlement gelogen, ofwel was ze niet op de hoogte. Ik weet eigenlijk niet wat er erger is.
Het wijst natuurlijk wel op het symptoom dat
we hier vandaag eigenlijk allemaal kunnen vaststellen: dit is een regering die
niet werkt. Het patroon van les sabotés is duidelijk, of het nu gaat
over het blokkeren van de terugkeer van illegale Afghanen, het uitbetalen van
dwangsommen aan asielzoekers, het verhinderen van woonstbetredingen, het actief
steunen van rechtszaken tegen de eigen regering, of het ervoor zorgen dat we
ons op Europees niveau moeten onthouden op de lijst van veilige landen voor
asielzoekers, of op Europees niveau ervoor zorgen dat we ons moeten onthouden
op de terugkeerverordening. (Rumoer in de zaal)
Ik snap niet wat er zo grappig is, collega El Yakhloufi.
Steeds dezelfde fractie werpt obstakels op: les sabotés, Les Engagés. Het is duidelijk dat met les sabotés in de regering een streng migratiebeleid structureel onmogelijk is. De partijen die vandaag dan ook luid beweren dat anders wel mogelijk is, die kunnen vaststellen dat dat niet klopt. De partijen die coalities vormen met les sabotés, dragen eigenlijk evenveel verantwoordelijkheid.
Ik wil vandaag een eenvoudige motie indienen om over te gaan tot de orde van de dag, want ik vind dat systeem van die moties een stom systeem.
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Claire Hugon Lecharlier en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van mevrouw Claire Hugon Lecharlier, de heer François
De Smet en de dames Lydia Mutyebele Ngoi en Francesca Van Belleghem
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken
en Ontwikkelingssamenwerking,
- overwegende dat de Europese Commissie vertegenwoordigers van de 'feitelijke autoriteit' in Afghanistan, namelijk het talibanregime, heeft uitgenodigd voor onderhandelingen op Belgisch grondgebied over de gedwongen terugkeer van vluchtelingen naar Afghanistan;
- overwegende de talrijke mensenrechtenschendingen door de taliban en de vele andere door hen begane wreedheden, én de verergering van de humanitaire crisis in Afghanistan;
- overwegende het onvervreemdbare recht op integriteit en het non-refoulementbeginsel;
verzoekt de regering
- onderhandelingen met het talibanregime over migratie of enige andere kwestie af te wijzen;
- af te zien van elk initiatief dat het talibanregime zelfs impliciet zou kunnen legitimeren of banaliseren;
- ervoor te zorgen dat België zijn internationale verplichtingen nakomt en in het bijzonder het non-refoulementbeginsel in acht neemt, dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn administratieve status;
- er daarom bij de Europese Unie op aan te dringen dat zij haar uitnodiging aan de vertegenwoordigers van het talibanregime voor een bezoek aan Europa intrekt;
- te weigeren een Belgisch visum te verlenen aan vertegenwoordigers van het talibanregime;
- op te komen voor de eerbiediging van de mensenrechten in Afghanistan en zich in te zetten voor een verbetering van het lot van de Afghaanse bevolking.."
Une première motion de recommandation a été déposée par Mme Claire Hugon Lecharlier et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mme Claire Hugon Lecharlier, M. François De Smet et Mmes Lydia Mutyebele Ngoi et Francesca Van Belleghem
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,
- considérant que la Commission européenne a invité des représentants de "l’autorité de fait" en Afghanistan, à savoir le régime des Talibans, en vue de négociations sur le sol belge concernant des retours forcés vers l’Afghanistan;
- considérant les nombreuses violations des droits humains et autres atrocités perpétrées par les Talibans et l’aggravation de la crise humanitaire en Afghanistan;
- considérant le droit inaliénable à l’intégrité et le principe de non-refoulement;
demande au gouvernement
- de refuser toute négociation avec le régime Taliban, en matière migratoire ou en toute autre matière;
- de s’abstenir de toute initiative pouvant, même implicitement, légitimer ou banaliser le régime Taliban;
- d’assurer le respect des obligations internationales de la Belgique, en particulier le principe de non-refoulement, qui s’applique à toute personne, quel que soit son statut administratif;
- dès lors, d’insister pour que l’Union Européenne retire son invitation aux représentants du régime Taliban pour une mission en Europe;
- de refuser l’octroi de visas belges aux représentants du régime Taliban;
- d’agir pour le respect des droits humains en Afghanistan et pour une amélioration du sort de la population afghane."
Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van mevrouw Claire Hugon Lecharlier, de heer François
De Smet en de dames Lydia Mutyebele Ngoi en Francesca Van Belleghem
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken
en Ontwikkelingssamenwerking,
- overwegende dat de Europese Commissie, op initiatief van ons land en met steun van andere Europese landen, vertegenwoordigers van het talibanregime uitgenodigd heeft in Brussel om de gedwongen of vrijwillige terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers naar Afghanistan te bespreken;
- overwegende dat de regering zich verschuilt achter een mandaat van de Raad van de Europese Unie waarbij een "operationele verbintenis" met Kaboel toegestaan wordt in het kader van een technische en logistieke demarche;
- overwegende dat de regering de uitzondering van het zetelbeleid toepast, met als rechtvaardiging dat de Europese Commissie, in het kader van haar mandaat, België formeel verzocht heeft vertegenwoordigers van het talibanregime op zijn grondgebied toe te laten en ons land daaraan gevolg moet geven, aangezien er in België tal van Europese en internationale instellingen gevestigd zijn;
- overwegende dat België op diplomatiek vlak het Afghaanse regime op geen enkele wijze officieel erkent en dat de toekenning van een visum aan leden van deze groepering in alle andere gevallen systematisch wordt geweigerd;
- overwegende dat België expliciete voorwaarden moet stellen met betrekking tot de rechten van vrouwen, minderheden en de eerbiediging van de humanitaire verbintenissen van Afghanistan en dergelijke visa niet zouden worden verleend zolang er niet aan deze voorwaarden is voldaan;
- overwegende dat deze voorwaarden zwaarder wegen dan elke uitzondering op grond van technische en territoriale overwegingen;
verzoekt de regering
- geen visum te verlenen aan vertegenwoordigers van het talibanregime waarmee ze toegang tot ons grondgebied zouden krijgen, onverminderd een mandaat van de Europese Commissie op grond van de uitzondering van het zetelbeleid."
Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mme Claire Hugon Lecharlier, M. François De Smet et Mmes Lydia Mutyebele Ngoi et Francesca Van Belleghem
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,
- considérant que la Commission Européenne à l'initiative de notre pays et avec le soutien d’autres pays européens, a invité de représentants du régime taliban à Bruxelles en vue d’ aborder le retour forcé ou volontaire de personnes déboutées d’asile vers l’Afghanistan;
- considérant que le gouvernement se retranche derrière un mandat du Conseil de l'Union européenne autorisant un "engagement opérationnel" avec Kaboul, dans une démarche technique et logistique;
- considérant que le gouvernement fait application de l’exception de la politique de siège justifiée par le fait que la Commission européenne, dans le cadre de son mandat, a formellement exprimé la demande à la Belgique de laisser venir sur son territoire des représentants des talibans, cette dernière devant y donner une suite favorable , vu que la Belgique est le siège de nombreuses institutions européennes et internationales;
- considérant que, sur le plan diplomatique, la Belgique n'entretient aucune reconnaissance officielle du régime afghan et tout autre octroi de visa à des membres de ce mouvement est systématiquement refusé;
- considérant que la Belgique doit poser des conditions explicites relatives aux droits des femmes, des minorités et au respect des engagements humanitaires de l'Afghanistan, conditions sans lesquelles pareils visas ne seraient pas accordés;
- considérant que ces conditions priment sur toute exception justifiée par des considérations techniques et territoriales;
demande au gouvernement
- de refuser tout visa à des représentants talibans leur permettant d’accéder à notre territoire, sans préjudice d’un mandat conféré par la Commission européenne motivée par l’exception de la politique de siège."
Een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Lydia Mutyebele Ngoi en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van mevrouw Claire Hugon Lecharlier, de heer François
De Smet en de dames Lydia Mutyebele Ngoi en Francesca Van Belleghem
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken
en Ontwikkelingssamenwerking,
verzoekt de regering
- elke gedwongen terugkeer naar Afghanistan onmiddellijk op te schorten, ook voor de uitgeprocedeerde asielzoekers, zolang een veilige, menswaardige en vrijwillige terugkeer in het licht van de mensenrechtensituatie niet mogelijk is, en zich zodoende strikt te conformeren aan de aanbevelingen van de Verenigde Naties, met name deze van UNAMA en van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten, en erop toe te zien dat het non-refoulementbeginsel bij elk beleidsinitiatief met betrekking tot de terugkeer geëerbiedigd wordt;
- de omstandigheden van de deelname van de directeur van de Dienst Vreemdelingenzaken aan de missie van de Europese Unie in Kaboel toe te lichten;
- het begrip "technische besprekingen" duidelijk en publiekelijk te definiëren en de scope, de grenzen en de doelstellingen ervan te preciseren, te garanderen dat die besprekingen in geen geval geïnterpreteerd kunnen worden als een vorm van impliciete diplomatieke erkenning van het talibanregime en die besprekingen regelmatig en in alle transparantie aan parlementaire controle te onderwerpen; zich op het Europese niveau te verzetten tegen elk initiatief dat het talibanregime politieke of symbolische legitimiteit zou kunnen verlenen;
- vertegenwoordigers van de taliban niet officieel op het Belgische of Europese grondgebied uit te nodigen, behalve in het kader van strikt humanitaire of multilaterale aangelegenheden, en geen visums aan die vertegenwoordigers af te leveren, tenzij een uitzondering behoorlijk gemotiveerd wordt door duidelijk omkaderde humanitaire of internationale noodwendigheden;
- bij de Europese Unie actief te pleiten voor een gemeenschappelijk standpunt dat strekt tot een verbod op gedwongen terugkeer naar Afghanistan zolang niet gewaarborgd wordt dat de grondrechten geëerbiedigd worden, en een coherent Europees beleid te bepleiten dat gefundeerd is op de verdediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van vrouwen en meisjes, het recht op internationale bescherming en het recht op solidariteit;
- niet deel te nemen aan Europese vergaderingen op het Belgische grondgebied waarbij vertegenwoordigers van de taliban aanwezig zijn, behalve in een strikt multilaterale context en met een expliciet internationaal mandaat;
-te waarborgen dat elke operationele interactie met de vertegenwoordigers van het talibanregime in overeenstemming blijft met het standpunt dat men dat regime niet erkent;
- publiekelijk toe te lichten over welke tegenprestatie België bereid zou zijn te onderhandelen in het kader van een eventueel mechanisme voor terugkeer naar Afghanistan en geen politieke, diplomatieke of operationele toegevingen te doen die als een vorm van legitimatie van dat feitelijke regime of als een verzwakking van de internationale garanties inzake mensenrechten geïnterpreteerd zouden kunnen worden;
- de aangegane internationale verbintenissen strikt te eerbiedigen, met name deze welke uit het Statuut van Rome voortvloeien, en elke talibanvertegenwoordiger die het voorwerp uitmaakt van een door het Internationaal Strafhof uitgevaardigd aanhoudingsbevel aan te houden als hij zich op het Belgische grondgebied zou bevinden. Tevens vragen we om hen niet uit te nodigen, geen verplaatsingen te faciliëren en geen visums af te leveren, teneinde elke situatie waarbij België zijn internationale verplichtingen niet zou naleven, te voorkomen."
Une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Lydia Mutyebele Ngoi et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mme Claire Hugon Lecharlier, M. François De Smet et Mmes Lydia Mutyebele Ngoi et Francesca Van Belleghem
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,
demande au gouvernement
- de suspendre immédiatement tout retour forcé vers l’Afghanistan, y compris pour les personnes déboutées de l’asile, tant que la situation des droits humains ne permet pas des retours sûrs, dignes et volontaires en se conformant strictement aux recommandations des Nations unies, notamment celles du UNAMA et du Haut-Commissariat aux droits de l’homme et de veiller à ce que toute politique de retour respecte pleinement le principe de non-refoulement;
- de préciser les circonstances de la participation du directeur de l’Office des étrangers à la mission de l’Union européenne à Kaboul;
- de définir clairement et publiquement la notion de "contacts techniques", en précisant leur portée, leurs limites et leurs objectifs, de garantir que ces contacts ne puissent en aucun cas être interprétés comme une forme implicite de reconnaissance diplomatique du régime taliban et de s’assurer de soumettre ces contacts à un contrôle parlementaire régulier et transparent. De s’opposer, au niveau européen, à toute initiative susceptible de conférer une légitimité politique ou symbolique aux autorités talibanes;
- de s’abstenir de toute invitation officielle de représentants talibans sur le territoire belge ou européen en dehors de cadres strictement humanitaires et multilatéraux, et de refuser la délivrance de visas à ces représentants, sauf lorsqu’une exception est dûment justifiée par des impératifs humanitaires ou internationaux clairement encadrés;
- de plaider activement, au sein de l’Union européenne, pour une position commune interdisant les retours forcés vers l’Afghanistan tant que le respect des droits fondamentaux n’est pas garanti et de promouvoir une politique européenne cohérente fondée sur la défense des droits humains dont ceux des femmes et des filles, la protection internationale et la solidarité;
- de refuser toute participation à des réunions européennes sur le territoire belge impliquant des représentants talibans, sauf dans un cadre strictement multilatéral et sous mandat international explicite;
- de garantir la cohérence entre la position de non-reconnaissance du régime taliban et toute interaction opérationnelle avec ses représentants;
- de préciser publiquement quelles contreparties la Belgique serait prête à négocier dans le cadre d’un éventuel mécanisme de retour vers l’Afghanistan, et de s’abstenir de toute concession politique, diplomatique ou opérationnelle susceptible d’être interprétée comme une forme de légitimation du régime de facto ou comme un affaiblissement des garanties internationales en matière de droits humains;
- de respecter strictement ses engagements internationaux, notamment ceux découlant du Statut de Rome, et de procéder à l’arrestation de tout représentant taliban faisant l’objet d’un mandat d’arrêt international délivré par la Cour pénale internationale, si celui-ci devait se trouver sur le territoire belge. Nous demandons également que toute invitation, facilitation de déplacement ou délivrance de visa soit exclue, afin d’éviter toute situation où la Belgique manquerait à ses obligations internationales."
Een eerste eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Aurore Tourneur, de heren Axel Ronse en Oskar Seuntjens, mevrouw Nawal Farih en heer Benoît Piedboeuf.
Une première motion pure et simple a été
déposée par Mme Aurore Tourneur, MM. Axel
Ronse et Oskar Seuntjens, Mme Nawal Farih et M. Benoît Piedboeuf.
Een tweede eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Francesca Van Belleghem.
Une deuxième motion pure et simple a été
déposée par Mme Francesca Van Belleghem.
19.13 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le président, je demande l'urgence pour le vote sur la première motion pure et simple.
De voorzitter: Aangezien de urgentie
voor de eerste eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich
straks over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6,
tweede lid, Rgt.)
Étant donné que l'urgence de la première motion
pure et simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions
tout à l'heure. (art. 140, n° 6,
deuxième alinéa, Rgt.)
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
De bespreking is gesloten.
La
discussion est close.
Gevolg gevend aan het verzoek van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel van 1 maart 2024 heeft de plenaire vergadering van 14 maart 2024 het dossier om de onschendbaarheid van een gewezen minister op te heffen, doorverwezen naar de commissie voor Vervolgingen.
Faisant suite à la demande du procureur général près la cour d'appel de Bruxelles du 1er mars 2024, la séance plénière du 14 mars 2024 a renvoyé le dossier relatif à la levée de l'immunité d'une ancienne ministre à la commission des Poursuites.
Bij brief van 29 april 2026 heeft de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel meegedeeld dat de kamer van inbeschuldigingstelling van Brussel bij arrest van 10 maart 2026 het voorstel van een verruimde minnelijke schikking in strafzaken ten aanzien van de betrokken gewezen minister heeft gehomologeerd en dat derhalve de strafvordering is vervallen.
Par courrier du 29 avril 2026, le procureur général près la cour d'appel de Bruxelles a fait savoir que la chambre des mises en accusation de Bruxelles avait homologué, par un arrêt du 10 mars 2026, la proposition de transaction pénale élargie à l'égard de l'ancienne ministre concernée et que, par conséquent, l'action publique était éteinte.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 20 mei 2026 stel ik u voor om het verzoek om de ministeriële onschendbaarheid op te heffen zonder voorwerp te verklaren.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 20 mai 2026, je vous propose de déclarer la demande de levée de l'immunité ministérielle dès lors sans objet.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen (nr. 1537/1).
Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi modifiant la loi du 29 avril 1999 relative à l’organisation du marché de l’électricité et la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations (n° 1537/1).
Ik geef
het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.
Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.
21.01
Minister Rob Beenders: De regering vraagt de
urgentie voor de behandeling van dit wetsontwerp om voor consumenten snel
rechtszekerheid en transparantie op de energiemarkt te bieden. Men stelt immers
alsmaar vaker vast dat leveranciers aanbiedingen voortijdig wijzigen en onder
gelijkaardige namen opnieuw aanbieden. Dat zorgt voor verwarring en misleiding.
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.
L'urgence est adoptée par assis et levé.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Demandes
d'urgence
Er zijn enkele urgentieverzoeken, waaronder als eerste het wetsvoorstel van collega Van den Bosch en consoorten tot wijziging van het Wetboek van economisch recht teneinde de minister tot wiens bevoegdheid de economie behoort, in staat te stellen maximumprijzen vast te leggen voor basisgoederen en de evolutie van de prijzen structureel te reguleren, nr. 1528/1.
22.01 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Collega’s, ik vraag de urgentie voor ons wetsvoorstel betreffende het invoeren van maximumprijzen voor bepaalde voedingsmiddelen en een verbod om die middelen boven die maximumprijs te verkopen.
Deze arizonaregering valt de koopkracht van de mensen frontaal aan. Ze voert een centenindex en een pensioenmalus in. Door de geopolitieke onzekerheden met de illegale oorlog in Iran en de onzekerheden van een wispelturige president swingen de prijzen aan de pomp de pan uit en zijn de energieprijzen in stijgende lijn. Door die onzekerheden voelen de mensen niet alleen de prijsstijgingen aan de pomp of op hun energiefactuur. Door die illegale oorlog in Iran, die niet de onze is, worden ook meststoffen duurder. Samen met duurdere brandstof en energie duwt dat de kosten van landbouwers omhoog. Omdat transport, verwerking en distributie duurder worden, komt dat uiteindelijk allemaal bij de consument terecht.
Die prijsstijgingen zitten vandaag nog niet in de winkelprijs, omdat supermarkten en leveranciers werken met contracten die maar om de zoveel maanden worden heronderhandeld. Testaankoop zegt het letterlijk: prijsstijgingen in de winkels worden pas zichtbaar wanneer er opnieuw wordt onderhandeld over contracten. Met andere woorden, de echte klap aan de kassa moet dus nog komen. Als we wachten tot die doorrekening er is, zijn we te laat. Daarom vragen wij de dringende behandeling van dit wetsvoorstel. Wij willen de koopkracht beschermen door maximumprijzen voor basisgoederen mogelijk te maken: brood, pasta, rijst en aardappelen, de dingen die iedereen elke dag (…)
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
L'urgence est également demandée pour la proposition de loi déposée par M. Thiébaut cs instaurant une contribution de solidarité temporaire à charge du secteur pétrolier, n° 1547/1.
22.02 Patrick Prévot (PS): Je demande effectivement l'urgence pour cette proposition de loi car cela fait maintenant plus de 11 semaines que la crise énergétique a débuté. Et le constat est implacable: les Belges n'ont pas reçu un euro d'aide pour leurs factures qui explosent! Or, pour les surprofits, aucun euro non plus n'a été capté. Il y a eu beaucoup d'effets d'annonce, de musculation intra-Arizona, sans qu'un quelconque résultat n'ait finalement été atteint. Alors que les compagnies pétrolières réalisent des profits énormes, strictement rien n'a été mis en place. Cette proposition de loi vise donc à imposer une taxation pour capter ces surprofits et utiliser les recettes qui en seront issues pour permettre de financer des aides aux ménages et aux PME. Cela est faisable car nous l'avons déjà fait lors de la précédente crise: nous avions alors récupéré 600 millions d'euros des compagnies pétrolières. Il faut juste un peu de conviction politique et, vu que ces mesures sont possibles, nous demandons évidemment l'urgence et nous espérons pouvoir être suivi.
Le président: Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en
opstaan.
Vervolgens hebben we het wetsvoorstel van mevrouw Bertrand en consoorten tot wijziging van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, om de tenlasteneming van het wettelijk persoonlijk aandeel via de aanvullende diensten te verbieden, nr. 1555/1.
22.03 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik vraag de urgentie voor mijn wetsvoorstel over het remgeld. Ik heb in de pers gelezen dat minister Vandenbroucke hetzelfde wil doen als wat mijn wetsvoorstel beoogt. Dat is een perfecte timing.
Waar gaat dit over? Vandaag betalen
ziekenfondsen het remgeld terug aan patiënten, maar dat is toch te zot voor
woorden? Het remgeld werd precies in het leven geroepen om overconsumptie te
vermijden, om ervoor te zorgen dat er een drempel bestaat, zodat mensen twee
keer nadenken voordat zij naar de dokter gaan. Ça s’appelle le ticket modérateur, pour modérer
la consommation, Mme Merckx.
Het gaat over 1 euro of 4 euro, dat aan de patiënten wordt terugbetaald. Dat is uiteraard schandalig, want wie draait daarvoor op? De overheid en dat zijn wij allemaal. Een patiënt die onnodig een zorgverlener consulteert, zorgt voor extra kosten voor het RIZIV. Het is eigenlijk absurd dat ziekenfondsen de houdbaarheid van het systeem op deze manier zelf ondermijnen.
Collega's, mijn wetsvoorstel ligt klaar om de terugbetaling te verbieden. Er is geen enkele reden om dit dossier uit te stellen, zeker nu de minister dat ook wil bereiken. Hij heeft mijn wetsvoorstel gewoon overgenomen, dank daarvoor. Hij heeft het licht gezien. De overconsumptie is er nu. De kosten voor de overheid zijn er nu. De noodkreet van de dokters is er nu. De minister wil het nu. De neuzen staan dus in dezelfde richting. Ik vraag u dan ook om geen tijd te verliezen, beste collega's, en voor de urgentie van dit wetsvoorstel te stemmen en vandaag nog tempo te maken.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bertrand. Wij zullen de neuzen tellen.
Ik stel u
voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt verworpen bij zitten en opstaan.
L'urgence est rejetée
par assis et levé.
Er is een urgentieverzoek betreffende het wetsvoorstel van mevrouw De Knop en consorten tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar de organisatie, de effectiviteit en de onafhankelijkheid van de opvolging en de controle van de arbeidsongeschiktheid in België, nr. 1557/1.
Mevrouw De Knop, u hebt het woord.
22.04 Irina De Knop (Anders.): Collega’s, de recente onthullingen en de aankondiging van het pact van de bevoegde minister maken duidelijk dat de opvolging en de controle bij de ziekenfondsen en het RIZIV ronduit stuitend zijn. De hoorzitting van vorige week had eigenlijk klaarheid moeten scheppen, maar het tegendeel is waar. Die hoorzitting heeft ons achtergelaten met veel meer vragen dan antwoorden. Iedereen trekt de paraplu open en dus komen we weer bij een situatie waarin iedereen bevoegd is en niemand verantwoordelijk.
Er blijven vandaag cruciale pertinente vragen op tafel liggen over belangenvermenging, over de grote verschillen in aanpak tussen ziekenfondsen en hun adviserend artsen en vooral over gebrekkige informatiedoorstroming. Waarom stroomt cruciale informatie niet door en blijven rapporten in de kast liggen? We waren daarover evenzeer verontwaardigd.
Voor onze fractie is dan ook de maat vol. Het is hoog tijd om de zaak tot op het bot uit te spitten. Het is hoogdringend om een aantal redenen. Zoals ik al zei, gaf de hoorzitting geen antwoord op cruciale vragen over waarom het rapport is achtergehouden. Wie wist wat op welk moment? De N-VA-commissaris zei tijdens de hoorzitting dat men graag weet had gehad van het rapport bij de regeringsvorming. We begrijpen dat.
Het hervormingspact van de minister maakt duidelijk dat hij wil overgaan tot de orde van de dag en die pagina liefst zo snel mogelijk wil omslaan. Nochtans weten we allemaal dat een grondige hervorming nodig is om budgettair orde op zaken te stellen en om de sokkel van solidariteit van onze sociale zekerheid te bewaren. Het kan dus niet hoogdringender zijn.
De reactie van de minister spreekt boekdelen. Het is overduidelijk dat hij potjes bedekt wil houden. Dus, collega’s van de N-VA, zullen (…)
De voorzitter:
Ik stel u voor om
ons over de vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande
De urgentie
wordt verworpen bij zitten en opstaan.
L'urgence est rejetée
par assis et levé.
Collega’s, dan hebben we een aantal voorstellen in dezelfde richting. Het oudste stuk hieromtrent is van de heer Vander Elst. Hij vraagt de urgentie voor het voorstel van resolutie tot het gelasten van het Rekenhof met een onderzoek naar de wettigheid en regelmatigheid van de federale overheidsuitgaven inzake dringende verwerving van Counter Unmanned Aerial System (C-UAS)-middelen en het uitvoeren van een financiële audit, nr.1558/1.
De urgentie wordt eveneens gevraagd voor de voorstellen nrs. 1559/1 van de heer Aerts cs, 1560/1 van de heer Lacroix cs en 1563/1 van mevrouw Ponthier cs.
22.05 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega's, ik denk dat iedereen weet waarover het gaat. Het gaat over het dronedossier, dat al heel wat deining heeft veroorzaakt en waaromtrent de regering en de minister een federale audit hebben gevraagd. De Federale Interne Audit heeft gezegd dat ze dat niet gaan doen, dat ze daarvoor niet bemand zijn en dat ze daarvoor niet klaar zijn.
De minister verklaarde gisteren in de commissie dat hij het meest gegeneerd van iedereen is door het feit dat die audit er niet komt. De minister is dus gegeneerd. Het is bijna aandoenlijk dat de minister zich gegeneerd voelt omdat de audit er niet komt. Hij zei heel duidelijk dat hij wil dat die er komt, maar dat we moeten wachten op wat de regering gaat doen. Vrijdag is er ministerraad.
Tegelijkertijd zei minister van Defensie Theo Francken dat als men een audit bij het Rekenhof wil bestellen, er een meerderheid in de Kamer nodig is. Men moet dat dus hier voorleggen, aan de parlementsleden. Eindelijk nog eens een kans om het Parlement zijn werk te laten doen.
Collega's, het is bijzonder belangrijk dat we de urgentie vragen voor deze resolutie, om een audit door het Rekenhof van dat dronedossier te vragen en alle mist rond dat dossier weg te nemen. Het gevolg van dit dossier is immers dat alle geloofwaardigheid en elk draagvlak voor defensie-uitgaven verdwijnen als sneeuw voor de zon.
Collega's, alstublieft, over meerderheid en oppositie heen, steun deze vraag om urgentie, zodat we voort kunnen.
22.06 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, nous soutiendrons cette urgence. Nous avons nous-mêmes introduit un texte qui va être joint à celui dont on va voter l'urgence aujourd'hui.
La situation l'exige. Rappelons-nous ce qui s'est passé avec le reportage Pano, qui a mis en lumière tous les dysfonctionnements de la procédure mise en place par M. Francken pour l'achat des drones: une dépense de 50 millions d'euros sans appel d'offres public, un contrat attribué à une entreprise proche de l'entourage de M. Francken, un potentiel conflit d'intérêts, un risque de prix excessifs et des avis négatifs de l'Inspection des finances. Malgré tout cela, M. Francken a foncé pour cet achat de 50 millions d'euros.
Puis, il a été très mal à l'aise quand on l'a confronté aux différents dysfonctionnements. Un audit a été demandé auprès de l'Audit fédéral interne pour faire toute la clarté sur ce dossier, mais il a refusé de s'en charger. C'est la raison pour laquelle nous demandons que la Cour des comptes se penche sur la question. Il faut qu'un audit soit réalisé par la Cour des comptes pour faire la lumière, révéler tous les conflits d'intérêts et pointer tout ce qui n'a pas fonctionné dans cette procédure. Car, je vous le rappelle, nous parlons ici de 50 millions d'euros, mais 34 milliards seront encore dépensés. Il faut de la transparence sur ces dépenses. Déjà, on s'interroge sur les raisons qui motivent le dépense de ces 34 milliards d'euros, tout en s'attaquant à notre sécurité sociale et à nos pensions. Si, en plus, cela se fait dans le copinage et l'opacité, c'est inacceptable pour nous.
C'est pourquoi nous soutenons cette urgence. Nous voulons faire toute la clarté sur ce dossier.
22.07 Pierre-Yves Dermagne (PS): Chers collègues, nous allons soutenir la demande d’urgence concernant cette proposition, même si nous estimons qu’en réalité, nous ne devrions pas nous prononcer sur l’urgence.
En effet, il y a, à l’ordre du jour de cette plénière, des motions d’ordre déposées par plusieurs groupes de l’opposition qui concernent la demande d’un audit indépendant, réalisé par la Cour des comptes, sur la manière dont le plan anti‑drones du ministre Francken a été décidé et sur les conditions dans lesquelles il a été négocié, manifestement en urgence – en tout cas prima facie –, sans respecter une série de procédures et sans tenir compte de la concurrence et de la transparence nécessaires pour certains moyens.
Monsieur le président, je suis à nouveau désolé de devoir intervenir sur des points de procédure, mais il a été évoqué en Conférence des présidents que les motions d’ordre étaient subsidiaires par rapport à des propositions de résolution déposées. Je peux l’entendre a priori si ce n’est que nous avons un précédent récent au sein de cette Assemblée. En effet, à l'époque, des propositions de résolution et des motions d’ordre– en l’occurrence par des groupes de la majorité – avaient été déposées et ces motions ont été considérées comme recevables par vous, monsieur le président. Nous les avons votées à l’unanimité. Le dossier concerné est connu et je pense qu'il alimentera encore nos débats dans les prochains jours, les prochaines semaines et les prochains mois: il s'agit d’i-Police.
Monsieur le président, j’en appelle donc à la
cohérence, à la vôtre, mais aussi à celle des 150 députés que nous sommes.
Nous avons, dans un cas précédent, accepté une motion d’ordre demandant à la
Cour des comptes de réaliser un audit indépendant sur le dossier i-Police. Je (…)
22.08 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de voorzitter, de voorbije weken hebben wij in de commissie voor Landsverdediging verschillende keren gedebatteerd over dit dossier, maar we stellen vast dat er nog altijd meer vragen zijn dan dat we antwoorden hebben gekregen.
Niemand betwist de waarnemingen die er geweest zijn en het feit dat Defensie zich moet beschermen tegen nieuwe dreigingen, maar daarover gaat het debat niet. De kern van de zaak is dat tientallen miljoenen euro belastinggeld via een spoedprocedure werden uitgegeven en dat op basis van een dreigingsanalyse die tot op vandaag niet publiekelijk onderbouwd wordt.
Ook de Inspectie van Financiën heeft bezwaren geuit. Bovendien heeft de minister in dit dossier en in alle andere dossiers volledige transparantie beloofd en een audit aangekondigd. De Federale Auditdienst blijkt echter te weigeren om dat onderzoek uit te voeren, naar eigen zeggen wegens een gebrek aan middelen en expertise en om het gerechtelijk onderzoek niet te hinderen.
Wij mochten gisteren tijdens de commissievergadering van de minister vernemen dat dat onderzoek zich momenteel nog in een prematuur stadium bevindt. Er zijn nog geen gerechtelijke onderzoekshandelingen verricht en er is zelfs nog geen onderzoeksrechter aangeduid. Er is enkel een voorlopig feitenonderzoek opgestart. De aangegeven redenen om te weigeren op dit moment de zaak te onderzoeken, houden dus geen steek. Intussen verwijt men de oppositie dat ze geen aantijgingen en bewijzen heeft, maar het is niet gemakkelijk om bewijzen te verzamelen als er geen onderzoek gevoerd kan worden.
Daarom willen wij ons tot het Rekenhof richten. Het Rekenhof beschikt immers wel over de expertise en de onafhankelijkheid om na te gaan of die belastingmiddelen rechtmatig, doelmatig en zorgvuldig werden besteed. Wij vragen daarom de steun van alle collega’s voor deze ordemotie waarmee we een onafhankelijk onderzoek door het Rekenhof vragen. Dat belangt immers iedereen aan. Wij vragen dus de urgentie voor ons voorstel ter zake.
22.09 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Collega’s, het dossier rond dat noodpakket aan maatregelen voor drones heeft al heel wat stof doen opwaaien en van in het begin waren er heel veel vragen rond. We zijn dat misschien allemaal al vergeten, maar al begin november, onmiddellijk na de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopen, konden we in de defensiepers lezen dat de coalitiepartners er ernstige vragen bij hadden. “Het dossier houdt in dat men toont dat men iets doet, goed wetende dat het niets zal uithalen.”, zei een coalitiepartner, een Waalse coalitiepartner. Van een Franstalig kabinet kwam: ʺHet is paniekvoetbal. We geven eigenlijk 50 miljoen euro uit aan een communiqué van minister Francken.ʺ
Dat is niet alles. Er is ook een zeer negatief verslag van de Inspectie van Financiën. Dat wordt in twijfel getrokken door Defensie, maar dan doet minister Van Peteghem er een laag boven op door te zeggen dat hij zich aansluit bij de mening van de Inspectie van Financiën, er is een groot probleem. De ministerraad beslist uiteindelijk toch om het pakket goed te keuren, net nadat minister Theo Francken een filmpje had doorgestuurd van wat volgens hem een drone was, maar wat een politiehelikopter bleek te zijn. Hij speelde een zeer kwalijke rol. Het is vandaag nog altijd niet duidelijk hoe hij die rol eigenlijk heeft gespeeld en waarom dat anoniem moest gebeuren. Op al die vragen weigert hij te antwoorden.
Er is dan de reportage van Pano geweest, met een heel aantal pijnlijke claims. Er is te veel betaald voor verkeerde middelen. Het was een paniekreactie in plaats van doordacht beleid. Blijkbaar kan men met goede connecties meer opdrachten toegewezen krijgen. Dat zijn claims uit die reportage. We hebben daar uitvoerig over gesproken in de commissie, maar minister Theo Francken geeft aan dat hij een audit bestelt. Er zijn tien dagen verstreken tussen het aanvragen en het versturen van de brief voor die audit. De Federale Interne Auditdienst kan op één dag antwoorden dat hij die audit niet zal uitvoeren. Vervolgens ligt die brief drie weken stof te vergaren.
Wat mij betreft, is het duidelijk dat minister Francken daar niet per se urgentie aan wenst te koppelen. Onze fractie doet dat alvast wel. Daar moet klaarheid over komen. Het gaat om veel te veel belastinggeld.
22.10 Peter Buysrogge (N-VA): Collega’s, in het lange en boeiende actualiteitsdebat in commissie gisteren drukte iedereen de vaste wil uit dat er een audit moet komen.
Al vanaf dag één stelt minister Francken dat er transparantie en duidelijkheid in het aankoopdossier van drones en counterdrones gegeven moet worden. Het draagvlak bij de bevolking voor sterk investeren in onze veiligheid en in ons defensieapparaat is groot en groeit. Het is ons aller taak heel verantwoordelijk met de overheidsmiddelen om te gaan.
De minister gaf inderdaad de FIA de opdracht een audit op te stellen, met als antwoord een voorlopige weigering. Er loopt ook een gerechtelijk informatieonderzoek. De minister stelde trouwens vanmiddag, zoals gisteren gevraagd door de collega’s, de correspondentie met de FIA ter beschikking van het commissiesecretariaat.
Het voorkeursscenario, collega’s, is heel duidelijk: het is de taak van de FIA, de Federale Interne Audit, de audit uit te voeren. Morgen zal de regering zich over de kwestie buigen en een beslissing nemen. Uiteraard kunnen we altijd, mocht het opnieuw fout lopen via de FIA, het Rekenhof vragen een audit te verrichten.
Collega’s, vanuit die redenering lijkt het volgens ons logisch vandaag nog geen opdracht te geven aan het Rekenhof. Eventuele actuamoties hierover ter stemming leggen, lijkt ons dus niet aan de orde. We kijken wel met belangstelling uit naar de behandeling van de voorstellen van resoluties in de commissie.
Vandaar dat we met de meerderheid de urgentie zullen steunen.
22.11 Axel Weydts (Vooruit): Voor Vooruit is die audit superbelangrijk. We hebben die afgedwongen in de regering en die is ook besteld door minister Francken, omdat het zo belangrijk is dat er volledige transparantie komt over dat dossier. Voor Vooruit is het echter ook belangrijk dat er transparantie komt over de hele aankoopprocedure bij defensie en dat die zich niet alleen toespitst op het dossier van het counterdronemateriaal.
Aangezien we met Vooruit ook zelf hebben gepleit om de audit te laten plaatsvinden, vinden we het niet meer dan normaal dat we de hoogdringendheid voor dit voorstel van resolutie zullen steunen.
De voorzitter: Het is misschien niet nodig om twee keer hetzelfde te zeggen.
(…): (…)
De voorzitter: Laten we zeggen dat het op die twee minuten niet zal aankomen.
22.13 Christophe Lacroix (PS): Effectivement, le ministre que l'on peut qualifier aujourd'hui de ministre de la Dépense nationale puise sans limites dans les caisses de l'État pendant que le ministre Prévot justifie l'inaction du gouvernement pour aider les Belges face à l'explosion des prix de l'énergie en disant que les caisses sont vides – mais apparemment pas pour tout le monde –, et pendant que ce gouvernement impose des sauts d'index, des coupes dans les soins de santé et des diminutions du montant des pensions, les euros coulent à flot pour approvisionner la carte américaine Francken Express, celle du ministre bien nommé Theo Franken.
Le reportage de la VRT sur les drones a ainsi démontré que, d'une part, de fausses informations ont été données à la Chambre et aux citoyens et que, d'autre part, son achat en urgence de systèmes anti-drones serait entaché d'irrégularité. De son côté, le parquet de Bruxelles a ouvert une enquête judiciaire, mais pendant ce temps-là, le gouvernement semble fermer les yeux et espère que cela passe. Il faut évidemment sauver le soldat Francken qui dépense non seulement sans compter, mais également sans contrôle.
Mais c'est la fin de la récréation pour nous! Nous disons stop à celui qui, chaque jour, communique pour expliquer sa liste d'achats et de souvenirs ramenés de la mairie de Trump. Il est temps de rétablir la transparence, la confiance et la vérité.
L'Audit fédéral interne sollicité par le ministre a indiqué refuser d'enquêter sur l'achat matériel anti-drones. Alors, nous nous tournons vers la Cour des comptes, dont l'indépendance et l'expertise ne sont plus à démontrer, d'autant plus que cette même Cour des comptes a participé à la commission Achats militaires qui examinait le dossier des achats anti-drones. Donc, on ne peut trouver mieux ni rêver mieux qu'un audit indépendant de la Cour des comptes, un organe qui dépend de ce Parlement, de vous-même et de vous tous, chers collègues.
22.14 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de voorzitter, de cd&v-fractie zal dit urgentieverzoek steunen. In deze krappe budgettaire tijden is er een broos draagvlak bij de bevolking voor de extra defensie-uitgaven. We moeten dat absoluut bewaken.
Voor ons zijn er drie belangrijke zaken. Ten eerste, een gepaste communicatie, dus niet al te enthousiast. Ten tweede, efficiëntie, minder versnippering, een meer Europese aanpak. Ten derde, ook transparantie is in dit dossier nodig.
Wij steunen de urgentie, maar we geven eerst de kans aan de FIA om nog een ernstig onderzoek te doen. Als dat niet lukt, kunnen we naar het Rekenhof gaan.
De voorzitter: Collega’s, de urgentie
wordt dus gevraagd voor de voorstellen nrs. 1558/1, 1559/1, 1560/1 en
1563/1.
Ik stel u
voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt aangenomen bij zitten en opstaan.
L'urgence est adoptée par assis et levé.
Motions d'ordre (continuation)
Bij het begin van de vergadering heb ik een aantal ordemoties gekregen. Daar is gisteren in de Conferentie van voorzitters al naar verwezen. Ik heb toen de suggestie gedaan – en daar is toen ook gevolg aan gegeven – dat men een voorstel van resolutie zou indienen. Daar hebben we het daarnet over gehad. Die zijn net goedgekeurd, althans wat de urgentie ervan betreft.
De regel is dat ordemoties toegepast kunnen worden wanneer er geen andere middelen zijn. Er zijn andere middelen. Die zijn namelijk net gebruikt.
Er is net verwezen naar de toestand van de i-Police. Ik wil erop wijzen dat er toen unanimiteit was in het Huis, die nu niet vastgesteld is. Ik moet dus – al meen ik niet dat het enig effect heeft – die motie onontvankelijk verklaren. Daarover wordt geen debat gevoerd.
22.15 Pierre-Yves Dermagne (PS): (…)!
De voorzitter: Daarover wordt geen debat gevoerd. Ik pas het Reglement toe.
Collega's, in uitvoering van de stemming van daarstraks zouden we nu de zitting moeten schorsen, zodat de commissie voor Sociale Zaken in zaal Yourcenar kan aanvatten met de tweede lezing. Ik heb een rondje gedaan. Daaruit zou moeten blijken – dat zal nu bevestigd worden of niet – dat we de agenda zouden kunnen wijzigen, de stemming over de programmawet uit de agenda kunnen lichten en dus vandaag niet overgaan tot die stemming. We laten dan eerst de andere stemmingen plaatsvinden, heffen de zitting op en laten vervolgens de commissie voor Sociale Zaken het werk doen waartoe we haar opdracht hebben gegeven. Als u daarmee kunt leven, dan acht ik die agendawijziging aanvaard. Anders wil ik daarover laten stemmen, maar ik denk dat daar algemene steun voor was.
Pairages
Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.
Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.
Zijn er stemafspraken?
(Neen)
Y a-t-il des accords de pairage? (Non)
Dan gaan we nu over tot de naamstemmingen.
Nous allons donc maintenant procéder aux votes nominatifs.
Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.
Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.
Vijf moties werden ingediend (MOT nr. 263/1):
- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Claire Hugon Lecharlier;
- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet;
- een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Lydia Mutyebele Ngoi;
- een eerste eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Aurore Tourneur, de heren Axel Ronse en Oskar Seuntjens, mevrouw Nawal Farih en heer Benoît Piedboeuf;
- een tweede eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Francesca Van Belleghem;
Cinq motions ont été déposées (MOT n° 263/1):
- une première motion de recommandation a été déposée par Mme Claire Hugon Lecharlier;
- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet;
- une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Lydia Mutyebele Ngoi;
- une première motion pure et simple a été
déposée par Mme Aurore Tourneur, MM. Axel Ronse et Oskar Seuntjens,
Mme Nawal Farih et M. Benoît Piedboeuf;
- une deuxième motion pure et simple a été déposée par Mme Francesca Van Belleghem.
Daar de eerste eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La première motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring?
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
2) |
||
|
Ja |
77 |
Oui |
|
Nee |
58 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
135 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 3) |
||
|
Ja |
78 |
Oui |
|
Nee |
50 |
Non |
|
Onthoudingen |
8 |
Abstentions |
|
Totaal |
136 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp zoals geamendeerd aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi, tel qu'amendé. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 4) |
||
|
Ja |
105 |
Oui |
|
Nee |
32 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
137 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 5) |
||
|
Ja |
119 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
|
Totaal |
137 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 6) |
||
|
Ja |
117 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
|
Totaal |
135 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 7) |
||
|
Ja |
87 |
Oui |
|
Nee |
18 |
Non |
|
Onthoudingen |
32 |
Abstentions |
|
Totaal |
137 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Stemming over amendement nr. 1 van Ellen
Samyn cs op considerans I. (1514/3)
Vote sur l'amendement n° 1 de Ellen Samyn cs au
considérant I. (1514/3)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 8) |
||
|
Ja |
18 |
Oui |
|
Nee |
119 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
137 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 2 van Ellen
Samyn cs op considerans V. (1514/3)
Vote sur l'amendement n° 2 de Ellen Samyn cs au
considérant V. (1514/3)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 8)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 3 van Ellen
Samyn cs tot invoeging van een artikel 11/1. (1514/3)
Vote sur l'amendement n° 3 de Ellen Samyn cs
tendant à insérer un article 11/1. (1514/3)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 8)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 9) |
||
|
Ja |
105 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
31 |
Abstentions |
|
Totaal |
136 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergaderingen van volgende week, met dien verstande dat ook de behandeling van het ontwerp van programmawet op de agenda wordt geplaatst.
Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour des séances de la semaine prochaine, étant entendu que l’examen du projet de loi-programme sera également inscrit à l’ordre du jour.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering woensdag 27 mei 2026 om 12.00 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le mercredi 27 mai 2026 à 12 h 00.
De vergadering wordt gesloten om 22.03 uur.
La séance est levée à 22 h 03.
|
De
bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 118
bijlage. |
|
L'annexe est reprise dans une brochure
séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 118 annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Naamstemming - Vote nominatif: 1
|
Ja |
72 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Metsu Koen, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 2
|
Ja |
77 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
58 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 3
|
Ja |
78 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
50 |
Non |
Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
8 |
Abstentions |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Hugon Lecharlier Claire, Schlitz Sarah, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
Naamstemming - Vote nominatif: 4
|
Ja |
105 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
32 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 5
|
Ja |
119 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 6
|
Ja |
117 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 7
|
Ja |
87 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
18 |
Non |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
32 |
Abstentions |
Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Tonniau Robin, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Quickenborne Vincent, Van Tigchelt Paul
Naamstemming - Vote nominatif: 8
|
Ja |
18 |
Oui |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vermeersch Wouter
|
Nee |
119 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 9
|
Ja |
105 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Lutgen Benoît, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
31 |
Abstentions |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen