|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 23 april 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 23 avril 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.18 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 18 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:
Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l'ouverture de la séance:
David Clarinval.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 23 april 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 23 avril 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y
a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
02.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, kent u Erik van Looy van het programma De Slimste Mens ter Wereld? Zijn bekendste uitspraak is: "’T is gebeurd." Collega’s, ‘t is gebeurd. Er is namelijk iets unieks gebeurd want de sociale partners, de vakbonden en de werkgevers vormen nu één front. Ze zijn eensgezind. Weet u hoe dat komt, mijnheer de minister? De arizonaregering doet maar één ding, namelijk aan de lopende band stinkende kamelen produceren. Er was de btw-brol en het meerwaardemonster. Zelfs het energieakkoord, collega’s, is zo complex dat niemand er nog iets van begrijpt en zelfs de fractieleider van de N-VA durft het debat met mij in Villa Politica niet aan te gaan.
Mijnheer de minister, nu gaat het over de centenindex. Die is zo complex dat voor elke werknemer die meer dan 4.000 euro bruto verdient, moet worden uitgerekend wat hij of zij zal verdienen. Hij is zo duur dat er een nieuwe werkgeversbijdrage komt, de loonmatigingsbijdrage, die alle werkgevers zullen moeten betalen. We zeggen al weken, mijnheer de minister, dat die centenindex een stinkende kameel is en dat u hem beter afvoert. Nu zeggen de sociale partners precies hetzelfde. Ook de socialistische vakbond vraagt om dat af te voeren. Waarom? Omdat het zo complex is.
Mijnheer de minister, het probleem is dat deze regering aan de lopende band gedrochten produceert die elke voeling met de realiteit missen. U blijft doorgaan, terwijl de sociale partners zich afvragen waarmee u bezig bent. Ik heb pagina 10 van het regeerakkoord meegebracht en lees kort voor wat daar staat: "De kennis en de inzichten van de sociale partners zijn cruciaal om hervormingen te laten aansluiten op de realiteit van de werkvloer." Collega’s, die centenindex staat mijlenver van de realiteit van de werkvloer.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Zult u het advies van de sociale partners respecteren?
02.02 Kurt Moons (VB): Mijnheer de minister, de centenindex van de regering-De Wever is in werkelijkheid niet alleen een dubbele indexsprong die mensen hard in hun portemonnee treft, maar ook een bijzonder complex en administratief gedrocht. Intussen is dat een patroon dat wij kennen. De regering komt steeds met ingewikkelde en onvolledige maatregelen die niemand nog begrijpt. Denk aan de btw-hervorming, de meerwaardebelasting, de pensioenhervorming en deze week nog de energiemaatregelen.
Op onze vraag in de commissie hebt u zelf geantwoord dat dat allemaal zo ingewikkeld niet is en dat de impact op de RSZ en de sociale secretariaten beperkt blijft. Daarop heeft uw collega-minister Frank Vandenbroucke u tegengesproken en voor één keer de waarheid verteld, namelijk dat de complexiteit nu eenmaal het gevolg is van compromissen.
Wat blijkt nu? Na het vernietigende advies van de Nationale Arbeidsraad komen de sociale partners in de Groep van Tien, dus zowel vakbonden als werkgevers, met een gezamenlijk alternatief voorstel en vragen zij de regering om de centenindex te schrappen. Het voorstel houdt in dat de stijgende energieprijzen in de berekening van de index worden afgevlakt via een gemiddelde over twaalf maanden en dat ook de bestaande vaak goedkopere energiecontracten worden meegeteld. Dat voorstel lijkt ons redelijker en alleszins eenvoudiger dan de centenindex.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Zal de regering dat voorstel grondig onderzoeken en alsnog de centenindex afvoeren?
02.03 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, de PVDA zegt al maanden dat de centenindex van Vooruit een slecht idee is, omdat het de koopkracht van ongeveer de helft van de werkende mensen ondermijnt. Het is een slecht idee, omdat het ook de koopkracht van ongeveer de helft van de gepensioneerden ondermijnt. Het is een slecht idee, omdat het ook een precedent schept. U maakt het mogelijk voor elke volgende regering om onze index elk jaar opnieuw te blokkeren. Het is ook een slecht idee, omdat het te complex is en werkgevers het risico lopen fouten in hun loonberekening te maken.
Met de PVDA voeren we hier al maanden oppositie tegen, op straat samen met de vakbonden, maar ook hier in het Parlement. We hebben u in de commissie gedurende dertig uur uitgelegd hoe onze index werkt. We hebben u uitgelegd wat de geschiedenis van onze index is en hoe die via sociale strijd tot stand is gekomen. We hebben amendementen ingediend om de centenindex uit de programmawet te halen. We hebben samen met andere oppositiepartijen de programmawet geblokkeerd, zodat de centenindex vandaag nog altijd niet goedgekeurd is. Gelukkig maar, want na de bevolking en de vakbonden zijn nu zelfs de werkgevers tegen de centenindex van Vooruit. Zelfs de werkgevers steunen nu de sociale strijd die de PVDA tegen de centenindex voert. De centenindex moet gewoon weg.
Mijnheer de minister, wat denkt u daarover?
Wat zult u met dat advies doen? Bent u nog altijd voorstander van de
centenindex? Wat zal de meerderheid volgende week woensdag doen, wanneer de
programmawet ter stemming voorligt? Zult
u dat nog altijd steunen, mijnheer de minister?
02.04 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le vice-premier ministre, lors de l'installation de votre gouvernement, vous aviez fait deux grandes promesses. La première: redresser les finances publiques de ce pays. La deuxième: enfin revaloriser le travail. Depuis lors, vous avez fait chaque semaine le contraire.
Le déficit aura été doublé en quelques mois seulement et, depuis lors, on ne compte plus les attaques quotidiennes envers le pouvoir d'achat des travailleuses et des travailleurs de ce pays: réduction des primes de nuit, augmentation de la TVA sur toute une série de produits ou encore volonté d'aller chercher de l'argent dans la poche d'un travailleur sur deux et d'un pensionné sur deux dans ce pays avec votre double saut d'index partiel.
Depuis le début de l'installation de ce gouvernement, nous vous avons dit, avec le Parti Socialiste, que nous ferions tout pour vous empêcher, vous et votre majorité, de prendre ces mesures à la fois injustes socialement et inefficaces économiquement.
Ce travail d'opposition a porté ses fruits. Nous vous avons fait reculer sur l'augmentation des accises sur l'énergie – pas encore totalement, nous verrons dans les prochains jours si le report ou la suspension deviendra un abandon de cette augmentation. Le travail d'opposition a également permis aux partenaires sociaux de retrouver un espace de dialogue. Il a permis à la concertation sociale d'aboutir à une proposition consensuelle.
Monsieur le ministre, ce travail d'opposition, nous allons continuer à le mener. Sur chaque mesure injuste, sur chaque mesure inhumaine, sur chaque mesure inefficace, vous trouverez sur votre route le Parti Socialiste et ses troupes pour s'y opposer. Ce travail, comme je le disais, a porté ses fruits aujourd'hui.
Monsieur le ministre, la question est claire: allez-vous enfin entendre le message de la société civile, le message de la rue, le message des représentants des travailleurs et des employeurs en revenant sur toutes vos mesures injustes, insociales et économiquement inefficaces?
02.05 Minister David Clarinval: Collega’s, ik heb gisterochtend kennis genomen van het akkoord van de sociale partners. Als minister van Werk vind ik het altijd positief dat de sociale partners kunnen dialogeren en onderling akkoorden sluiten. De regering heeft akte genomen van dit akkoord, dat beoogt het indexeringsmechanisme aan te passen, zodat het de werkelijke evolutie van de energieprijzen beter weerspiegelt en de geloofwaardigheid ervan versterkt in een context van grote volatiliteit.
Dit akkoord voorziet met name in een verbetering van de manier waarop de gas- en elektriciteitsprijzen in de gezondheidsindex worden opgenomen, in een annualisering over 12 maanden om schokeffecten te dempen en in de afschaffing van de centenindex in de privésector, die als te complex wordt beschouwd.
Les propositions issues de cet accord ont été transmises par le premier ministre et par moi-même au Bureau fédéral du Plan, à l’ONSS et au SPF Sécurité sociale, afin que ces instances évaluent leurs impacts économiques, budgétaires et sociaux. Dès réception de ces avis, le gouvernement sera amené à se prononcer sur les suites à réserver à ce dossier.
Je souhaiterais toutefois, avant de conclure, souligner que cette évaluation devra s’inscrire dans un cadre clair de responsabilité budgétaire et se fonder sur une triple exigence: tout d’abord, préserver le pouvoir d’achat des travailleurs; ensuite, garantir l’assainissement durable des finances publiques et, enfin, renforcer la compétitivité des entreprises.
Je rappelle que l’accord de gouvernement prévoit que nous refuserons que le coût des accords sociaux se répercute automatiquement sur les contribuables.
Cela étant dit, je pense que ma réponse est claire.
02.06 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, u geeft aan positief te zijn over die maatregel en dat moet u eigenlijk ook zijn. Ten eerste zorgt die voor een economische winst, want door de vertraagde index wordt de competitiviteit beter gerespecteerd. Ten tweede gaat ook de overheid erop vooruit. Een volledige indexering is altijd beter dan een centenindex. Dit voorstel heeft alleen winnaars.
Wat is het probleem? Deze minister is positief, maar Vooruit blokkeert dat omdat het voortdurend zijn wil oplegt aan deze regering, met de meerwaardetaks. Straks gebeurt dat ook met de overwinsttaks en nu opnieuw met de centenindex. Mijnheer de minister, doe wat uw partijvoorzitter voortdurend zegt en snij in de overheidsuitgaven. Die stijgen naar 57 % op het einde van de legislatuur. Snij in de overheidsuitgaven. Dat moet u doen, in plaats van de belastingen te verhogen.
02.07 Kurt Moons (VB): Mijnheer de minister, deze regering-De Wever heeft het grootste begrotingstekort van de eurozone. Zij krijgt de ene kredietverlaging na de andere, belast arbeid het zwaarst ter wereld en blijft belasting na belasting opstapelen. Steeds opnieuw voelt de hardwerkende burger dat in de portemonnee. Toch wilt u nog meer centen afpakken van de Vlaming die elke dag zijn best doet om dit land economisch vooruit te helpen.
Na vele jaren inertie komen werkgevers en werknemers eindelijk opnieuw tot een akkoord en doen zij een constructief voorstel als alternatief voor de centenindex. Een grotere blamage kan een regering zich moeilijk indenken. Dat gebeurt echter wanneer men niet luistert naar constructieve kritiek van de oppositie en volhardt in het eigen gelijk. Het doet mij wel plezier dat nu blijkbaar ook het sociale middenveld alle bezorgdheden ter zake van het Vlaams Belang deelt en ermee aan de slag gaat, en hopelijk – en blijkbaar – u ook.
02.08 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u geeft dus toe dat de index tot stand is gekomen door afspraken tussen werkgeversfederaties en vakbonden. Dat klopt. Zij hebben nu samen beslist dat die centenindex van tafel moet. Het is goed dat u zegt dat we dat dossier zullen bespreken. Ik neem daar akte van. We zullen hun voorstellen bekijken, becijferen en een beslissing nemen. Dat wil wel zeggen dat wij hier volgende week woensdag niet over kunnen stemmen, mijnheer de minister. U kunt niet verwachten dat we dat hier op vier werkdagen even door het Parlement jagen. Het betreft ernstige maatregelen die heel ingrijpend zullen zijn voor de koopkracht van iedereen die werkt, van alle gepensioneerden, niet alleen vandaag en morgen, maar levenslang, net vóór we voor een economische crisis staan.
Mijnheer de minister, houd gewoon woord. Doe wat u belooft, namelijk dat u rekening houdt met die adviezen, en stel die stemming over die centenindex alvast uit.
02.09 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le ministre, il est effectivement positif que les interlocuteurs sociaux puissent se retrouver autour d'une table, discuter, débattre et tendre vers des compromis. Pour cela, encore faut-il les consulter.
Je vous rappelle que vous aviez oublié de solliciter l'avis des partenaires sociaux sur ce double saut d'index partiel. Un monument dans l'histoire politique récente de la Belgique! Un double saut d'index pour lequel on n'interroge pas les partenaires sociaux, c'est du jamais vu!
C'est le travail de l'opposition qui a permis que ces partenaires sociaux soient interrogés, et c'est le travail de l'opposition qui leur a donné le temps de parvenir à un accord.
Monsieur le ministre, l'avis des partenaires sociaux est important. Il est important aussi de leur laisser du temps pour pouvoir débattre et tendre vers un compromis, comme ils y sont arrivés ces derniers jours.
Si vous voulez continuer à avancer avec la loi-programme, la semaine prochaine, mercredi et jeudi, il est absolument essentiel que l'avis de ces partenaires sociaux soit intervenu et que nous puissions en débattre en toute connaissance de cause.
De voorzitter:
Mijnheer Ronse vindt dat hij onterecht geciteerd is, meen ik. (Tumult)
Nee, nee. Er is maar één fractieleider van de N-VA, maar ik heb ook goed nieuws, mijnheer Van Quickenborne, want u kunt ook weer repliceren.
Persoonlijk feit
Fait
personnel
02.10 Axel Ronse(N-VA): Mijnheer de voorzitter, het is wel straf dat de heer Van Quickenborne zegt dat ik niet met hem in debat durf te gaan, maar als ik dan het woord vraag, probeert hij ervoor te zorgen dat de voorzitter mij het woord niet kan geven.
Mijnheer Van Quickenborne, als ik aan mijn mama mag vragen wat ik voor mijn verjaardag wil, dan zeg ik altijd: een debat met Van Quickenborne! Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u alle overheidsgebouwen voor een appel en een ei hebt verkocht om ze daarna tegen een hoge prijs te huren. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u het initiatief hebt geblokkeerd om asbestbedrijven die mensen ziek hebben gemaakt aansprakelijk te stellen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u het overheidsbeslag al die jaren hebt laten stijgen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u niets hebt gedaan aan de overbevolking in de gevangenissen. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u boetes hebt ingevoerd voor bedrijven waar mensen bovengemiddeld langdurig ziek zijn. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u de FLA mee hebt ingevoerd, die wij weer hebben afgevoerd. Ik wil met u debatteren over de vraag waarom u mee de rentesneeuwbal hebt gecreëerd.
Mijnheer Van Quickenborne, ik kan nog tientallen thema’s opsommen waarover ik graag met u in debat wil gaan. Ik vind het jammer dat u de zeer integere redactie van Villa Politica in diskrediet brengt. Zij hebben mij inderdaad gevraagd voor een debat met u over de energiemaatregelen. Ik heb hen eerlijk gezegd dat het beter is dat het Parlement debatteert over hoe we geld kunnen besparen, in plaats van over al het geld dat wordt uitgegeven. Vervolgens hebben ze mij gezegd dat ik dat straks op Villa Politica kan komen uitleggen. Ik raad de vele honderdduizenden, miljoenen kijkers dan ook aan om naar Villa Politica te kijken, want daar leg ik haarfijn uit hoe we veel geld kunnen besparen zonder mensen pijn te doen. Dank u wel, en ik hoop dat u ingaat op al mijn verzoeken tot debat.
02.11 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Ronse, hebt u aan uw mama al gevraagd waarom u eigenlijk niet durft in te gaan op een debat met mij? Dat is de essentiële vraag: waarom loopt u weg van het debat?
Collega’s, waarom loopt de heer Ronse weg van het debat? Omdat hij de energiemaatregelen niet durft te verdedigen, omdat het een zoveelste stinkende kameel is, omdat hij niet durft in te gaan op het feit dat de sociale partners eensgezind zeggen dat er een ander indexsysteem nodig is, met een vertraagde index, en dat de regering daarover hopeloos verdeeld is. Als een journalist aan de heer Ronse vraagt hoe dat zit, kan hij daar niet op antwoorden. Hij kan ook niet antwoorden op vragen over het feit dat ratingagentschap Moody’s heeft beslist om de rating van ons land te verlagen. Dat gaat niet over het verleden, maar over de vraag of de regering nog in staat is om nog inspanningen te leveren. Hij kan ook niet antwoorden op de vraag van de heer Van Craeynest van Voka, die vandaag post dat de overheidsuitgaven in ons land van 54 naar 57 % stijgen tegen het einde van deze legislatuur.
Dat zijn allemaal heel moeilijke vragen, maar de heer Ronse zegt dat de grond hem te heet onder de voeten wordt en durft dus niet in debat te gaan met Van Quickenborne. Ik vind dat jammer.
Wie ik wel een pluim wil geven, is mevrouw Farih, de fractievoorzitter van cd&v. Zij zal straks wel in debat gaan met mij. Zij is iemand die in het Parlement geen debat uit de weg gaat, die zegt waar het op aankomt en die ook haar mening heeft over de centenindex.
Dat is het verschil met u, mijnheer Ronse. Ook al bent u nochtans de fractievoorzitter van de grootste partij, u loopt weg. Dat doet mij denken aan iemand die persoonlijk wordt wanneer de grond hem te heet onder de voeten wordt. Ik heb datzelfde ervaren met uw eerste minister. Herinnert u de discussie over money control? Ik vroeg aan de eerste minister toen om zijn mening over money control en toen antwoordde hij me dat mijn persoonlijk gedrag op niets trekt, en daartoe beperkte hij zich. Mijnheer Ronse, ik apprecieer u. U bent een interessante debater en leest geen debatfiches voor, in tegenstelling tot andere collega’s, wat u siert. Wat ik echter jammer vind, is dat u geen debat met mij durft aan te gaan. Wat hebt u te vrezen? Laten we debatteren voor Villa Politica. Waar hebt u schrik voor? Ik zal u niet opeten, ik bijt niet. Ga in debat, mijnheer Ronse.
Er resten vijf seconden spreektijd, die ik doorgeef aan mevrouw Farih.
De voorzitter: Collega's, ik wil u erop attenderen dat het Reglement niet toelaat om mekaar op te eten, figuurlijk misschien wel, maar niet letterlijk.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
03.01 Eva Demesmaeker (N-VA): Mijnheer de minister, deze legislatuur krijgen de vakbonden 80 miljoen extra boven op het bedrag voor de normale werkingskosten voor de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen. Dat is bijzonder veel, zeker in een context waarin het aantal werklozen halveert. Dat is niet meer normaal.
We weten allemaal hoe moeilijk de begrotingsoefening is. Het is dan ook maar fair dat iedereen zijn bijdrage levert. Daarom doen wij u een voorstel: door de PS-bonus in de vuilnisbak te gooien, kunnen ook de vakbonden hun eerlijke bijdrage leveren. Voor alle duidelijkheid gaat het dus niet om de middelen voor de normale werkingskosten, maar om de extra middelen die door de vorige minister werden toegekend.
Dat extraatje is hoe dan ook moeilijk te verdedigen. Een van de redenen voor de invoering ervan was om te vermijden dat werklozen nog fysiek naar de vakbond moesten gaan of telefonisch contact opnemen. In de praktijk stellen we vast dat daarin weinig is veranderd. Daarom is die bonus in onze ogen ook niet te verantwoorden.
Mijnheer Dermagne, u weet goed genoeg dat de financieringsformule werd aangepast om te vermijden dat de middelen voor de vakbonden in dezelfde mate zouden dalen als het aantal werklozen. Dat is ook het gelukt: dat cadeautje bedroeg destijds 7,6 miljoen euro, maar is intussen opgelopen tot 20 miljoen euro per jaar, en dat terwijl onze grote hervormingen het aantal werklozen halveerden. Dat bedrag is volgens ons dus niet langer te verantwoorden.
Mijnheer de minister., wat hebben de
vakbonden met die extra middelen gedaan? Hoe ver staat de digitale omslag
vandaag? Misschien nog belangrijker, wie controleert de kwaliteit van de
dienstverlening? Zo niet geven we
gigantische financiële middelen (…)
03.02 Florence Reuter (MR): Monsieur le ministre, je pense que nous rêvons tous d'un service public efficace et doté d’outils numériques à la pointe, surtout s’il est au service de la population.
En 2017, avec un financement en parallèle, nous avons demandé au service de traitement des allocations de chômage la numérisation de ses outils. Cinq ans plus tard, un recalcul a effectivement été effectué et un montant supplémentaire a été ajouté, ce qui nous amène aujourd’hui à 20 millions d’euros par an. Il est vrai que cette somme va essentiellement aux principaux organismes chargés du paiement des allocations de chômage, à savoir les syndicats.
Actuellement, nous savons que la situation budgétaire est ce qu’elle est. Nous savons aussi, monsieur le ministre, que la numérisation et les outils à la pointe ne sont pas encore tout à fait au rendez-vous. Il subsiste encore beaucoup de lourdeurs dans le traitement des informations. Au vu du nombre de chômeurs qui diminue, nous nous demandons surtout si cet argent ne pourrait pas être affecté ailleurs, là où les besoins sont plus importants.
Monsieur le ministre, ces 20 millions d'euros sont-ils aujourd’hui justifiés? Existe‑t‑il effectivement des indicateurs montrant que cette numérisation a réellement progressé et que nous disposons désormais d’outils véritablement à la pointe? Je pense déjà connaître la réponse. Enfin, au regard du nombre de dossiers en baisse, est‑il encore normal d’allouer autant d’argent à des organismes qui – nous en reparlerons sans doute souvent au cours de cette législature –, jouent parfois un double jeu? En effet, ils représentent les travailleurs tout en assurant le paiement des allocations, ce qui les place un peu en situation de juge et partie.
L'accord de gouvernement prévoit en effet la mise en œuvre de l'eGov 3.0, dont l'importance est primordiale. Ce projet met l'accent sur l'orientation "usager", une politique fondée sur les données et une prestation de services intégrés. Il doit permettre de moderniser en profondeur le fonctionnement de la sécurité sociale.
Par ailleurs, l'accord de gouvernement prévoit également que chaque service public garantisse que toutes les interactions avec les citoyens et les entreprises puissent s'accomplir numériquement. Nous sommes en 2026. Le service numérique est ce que les citoyens sont en droit d'attendre de leurs autorités. Des procédures plus rapides, une qualité accrue et des coûts maîtrisés: cela va dans l'intérêt du contribuable comme de l'ensemble des acteurs de la sécurité sociale.
Meer digitalisering voor wie dat wenst en ermee om kan gaan, betekent evenwel ook meer tijd en ruimte voor wie nood heeft aan een persoonlijk contact, waarvoor er door gebrek aan efficiëntie steeds minder tijd en ruimte is. Dat gaat me na aan het hart.
De digitalisering is een inclusief project. Dames, u herinnert er terecht aan dat de uitbetalingsinstellingen in de vorige legislatuur substantieel bijkomende financiële middelen verkregen. Echter heb ik sindsdien geen gevoelige verbetering op het vlak van digitalisering en betere toegankelijkheid voor de sociaal verzekerden vastgesteld. Ik ben daarom van mening dat de vooruitgang die op vlak geboekt is, onvoldoende is om de vooropgestelde modernisering van de werkloosheidsverzekering te realiseren, en dat een koerswijziging zich opdringt. Ik heb dus het beheercomité van de RVA aangeschreven, opdat het de beslissingen neemt die zich opdringen. Indien men niet tot bevredigende antwoorden komt, zal ik de nodige initiatieven nemen.
03.04 Eva Demesmaeker (N-VA): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik voel heel veel goede wil van uw kant. Dat geeft me vertrouwen dat de hervormingen die we hadden ingeschreven, ook volbracht zullen worden en dat het deze keer niet voor niets zal zijn geweest.
De begrotingsoefening wordt zeer moeilijk. Daarom vragen we te besparen waar het kan. Welnu, in het betreffende domein moet die oefening zeker worden gemaakt. Die oefening is er ook mogelijk. Laten we eerlijk zijn, de druk – ik merk het als burgemeester en met mij ongetwijfeld de vele parlementsleden hier met een lokaal mandaat – verschuift en ligt niet meer bij de uitkeringsinstellingen maar bij de OCMW’s. Het kan niet zijn dat als er werk verdwijnt bij de ene instelling en meer werk is bij een andere instelling, de financiering niet mee volgt. Iedereen moet zijn deel doen, dus ook de vakbonden.
03.05 Florence Reuter (MR): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Vous êtes d'accord avec moi, on ne dépense pas l'argent qu'on n'a pas. C'est la base. En plus, quand on met de l'argent public à disposition d'un organisme, celui-ci doit être efficace.
Je vous remercie donc d'évaluer les choses, de voir si l'argent utilisé l'a été à bon escient, de revoir le système si c'est nécessaire.
J’aimerais aussi, et le MR le soutient depuis longtemps, que les syndicats ne soient pas à la fois l'organisme qui s'occupe des demandeurs d'emploi, qui s'occupe des travailleurs, et celui qui paie les allocations; parce que là, il y a un conflit d'intérêts quelque part. Je citerai des pays comme la France ou l'Allemagne, où ce ne sont pas les mêmes organismes qui paient et qui s'occupent de leur métier premier.
Le métier premier d'un syndicat, c'est de s'occuper de la défense du travailleur, du respect des droits, des règlements de travail. C'est le métier d'un syndicat. Ce n'est pas payer les allocations de chômage financées par l'État. Je vous remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04.01 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheerde minister, drie weken geleden heeft Arizona de meerwaardetaks, het meerwaardemonster, goedgekeurd. Ik weet, mijnheer de minister, dat het wat tegen uw goesting was. De leden van de N-VA van de MR hebben met lange tanden op dat groene knopje moeten duwen, denkende: un moment de honte est vite passé, dan zijn we er vanaf en kunnen we eindelijk vooruit met Arizona.
Drie weken later komt Vooruit echter opnieuw met een voorstel om een nieuwe belasting in te voeren. Als een bedrijf meer winst maakt dan gedacht, dan moet dat wegbelast worden. Collega Seuntjens, het is mooi vandaag weer. Er zijn ijsjesverkopers die dat niet hadden ingeschat, die verkopen vandaag meer ijsjes dan ze hadden ingeschat en maken meer winst dan ze hadden ingeschat. Collega’s, collega Seuntjens vindt dat men dat moet wegbelasten. Volgende week gaat het regenen. Er zijn mensen die paraplu’s verkopen en die hadden dat ook niet ingeschat. Die gaan dus volgende week meer winst maken. Collega Seuntjens vindt dat men dat moet wegbelasten.
Van Vooruit verwacht ik dat nog, dat is eigenlijk niet het probleem. De heer Georges-Louis Bouchez beloofde echter pas de nouvelles taxes. Ik geloofde hem, totdat hij dinsdag onze premier naar de Europese top stuurde en vroeg om hem een plezier te doen en in Europa te pleiten pour une nouvelle taxe. Ik begrijp daar niks van, collega’s.
Mijnheer de minister, ik wil van u het volgende weten. Kunt u hier bevestigen dat u eindelijk gaat stoppen met het invoeren van nieuwe belastingen en eindelijk gaat besparen waar het geld echt zit, namelijk bij de overheid?
.
04.02 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, de energiecrisis veroorzaakt door Trump wordt door iedereen gevoeld. Dat weet iedereen ook. Iedereen beseft ook dat een klein land als België die stijgende energiekosten niet zomaar kan wegtoveren. Een regering die er een erezaak van heeft gemaakt om werken meer te doen lonen, moet ook op de juiste momenten durven in te grijpen, zeker voor de mensen die het hardst getroffen zijn. Denk maar aan de dokwerker die elke dag naar de haven moet, denk maar aan de thuisverpleegkundige die om 6 uur opstaat om mensen te gaan helpen of aan de alleenstaande moeder die haar energiefactuur ziet ontsporen. Die mensen helpen we nu.
Maar dat is niet genoeg. Tegelijkertijd, mijnheer Coenegrachts, zijn er anderen die miljarden binnenrijven. In een recent rapport van Transport & Environment staat dat de overwinst in 2026 in Europa van de petroleumsector alleen al op meer dan 20 miljard wordt geraamd. Die overwinst wordt geboekt ten koste van anderen, zonder dat daar iets tegenover staat. Blijkbaar gesteund door Anders. denken die aandeelhouders laat maar komen, en dat op de kap van de mensen die zich blauw betalen. Mijnheer Coenegrachts, dat is onrechtvaardig, dat is oneerlijk en daar moet de regering iets aan doen. Daarom hebben we er met Vooruit inderdaad voor gepleit om met België een voortrekkersrol te spelen en in Europa te pleiten voor een sterke overwinstbelasting.
Mijnheer de minister, mijn vraag is dan ook eenvoudig. Wanneer komt die eerlijke overwinstbelasting er?
04.03 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de roekeloze en illegale oorlog die Trump is begonnen in het Midden-Oosten bedreigt de energiebevoorrading in Europa, met stijgende energierekeningen als gevolg. De oorlog toont hoe afhankelijk fossiele brandstoffen ons maken van autoritaire regimes en hoe onze zuurverdiende euro’s de oliebaronnen verder spijzen. Die oliebedrijven hebben ondertussen meer dan 37 miljard euro overwinsten gemaakt in Europa, zonder iets te doen. Dat is bijzonder onrechtvaardig want die bedrijven zijn bovendien de grootste veroorzakers van de klimaatopwarming en van natuurvervuiling.
Voor Groen is de oplossing helder. Op heel korte termijn moeten wij onze energieonafhankelijkheid verzekeren door te investeren in zon en wind en door mensen te helpen overstappen naar elektriciteit. Om dat te financieren, is het niet meer dan rechtvaardig dat ook wordt gekeken naar een eerlijke bijdrage op de extreme winsten die Total en co maken. Wij hebben dat zelf gedaan in de vorige regering. Groen bepleit dat al sinds het begin van de huidige crisis.
Als deel van het akkoord rond de energiemaatregelen kondigde de regering nu eindelijk aan om actief te kijken naar een Trumptaks op Europees niveau. Dat is goed, maar niet voldoende. Ook de regering zelf kan vandaag al maatregelen treffen. De Belgische wet van 16 december 2022 voerde al een dergelijke bijdrage in voor extreme winsten op aardolieproducten, uitgewerkt en geïnd door de FOD Financiën en goedgekeurd door MR en Anders.
In afwachting van het resultaat van de eerste minister kan de regering het wetgevende werk al op orde zetten, zodat ook dat niet in het zwarte gat van eindeloze arizonavertragingen verdwijnt.
Mijn vraag is eenvoudig. Onderneemt de regering vandaag wetgevende actie om de Trumptaks te realiseren?
04.04 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, les mesures annoncées par votre gouvernement sont à la fois trop limitées et trop tardives. Où est le cliquet inversé, cher au MR? Je ne le vois pas. Où est le blocage des prix annoncé par Les Engagés? Je ne le vois pas. Où est la taxe sur les surprofits, chère à Vooruit? Je ne la vois pas non plus.
Finalement, pendant sept semaines, nous n’avons assisté qu’à de l’inaction, hormis de la musculation sur les réseaux sociaux et dans les médias. Sept semaines à ne rien faire pour, finalement, arriver à des mesurettes qui aideront peut‑être une partie des travailleurs.
Monsieur le ministre, vos mesures aideront-elles les aides‑soignantes, les infirmières et les travailleuses des titres‑services? Non. Vos mesures aideront-elles les enseignants qui doivent faire le plein pour aller travailler? Non. Vos mesures aideront-elles les pensionnés qui doivent aller chercher les petits‑enfants, faire leurs courses et se rendre à l’hôpital? Non. Qui bénéficiera de vos mesures en matière de chauffage, sachant qu’en Wallonie un habitant sur deux se chauffe au mazout?
On nous dit qu’il n’y a pas d’argent. Pourtant, ExxonMobil et Total ont distribué 15 milliards d’euros de dividendes en trois ans. L’Espagne met cinq milliards sur la table pour aider la population, et les Pays‑Bas un milliard.
Monsieur le ministre, maintenant que nous connaissons votre plan de communication, quand aurons-nous votre vrai plan pour aider les gens?
Alors qu'il aurait été si simple d'enclencher le cliquet inversé, vous avez opté, après six semaines, pour une voie tordue qui, en réalité, ne va pas aider grand monde. Pour les travailleurs, vous vous targuez de consacrer 60 millions d'euros au trajet domicile-travail, mais de quoi parle-t-on? On parle de mesures qui vont rapporter en définitive 20 euros mensuels par travailleur. De plus, vous placez la charge sur les employeurs, en comptant sur leur bon vouloir pour avancer l'argent, alors qu'ils subissent eux-mêmes la crise de plein fouet. Pour les indépendants, comme d'habitude, ce sera un cadeau empoisonné. On leur propose un report de cotisations sociales, mais reporter ce n'est pas aider; c'est simplement déplacer le problème, alourdir leur situation financière et même affecter leurs droits sociaux, notamment en matière de pension.
Et puis, monsieur le ministre, cette séquence interroge une fois encore la crédibilité de l'Arizona. Vous avez mis six semaines à prendre des mesures alambiquées à hauteur de 60 millions, en passant à nouveau par la séquence des crisettes, du spectacle lamentable des ultimatums et des déchirements publics qui font, a posteriori, passer la Vivaldi pour un club de boy-scouts. Sommes-nous vraiment supposés croire que la même équipe va trouver 5 milliards avant l'été et qu'elle va surmonter les crises d'égo, arrêter de faire campagne et commencer enfin à gouverner? Non, monsieur le ministre, parce que le problème le plus grave de ce gouvernement n'est même pas votre manque de vision, mais bien votre manque de maturité.
04.06 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, de toestand in dit land is blijkbaar hopeloos, maar nog altijd niet ernstig.
Drie weken geleden stonden we hier allemaal om de meerwaardetaks goed te keuren, althans de meerderheid moest dat doen, om met de opbrengst van dat geld, wat ik onteigening van de spaarder en de belegger noem, het gat in de begroting te dichten, een gat dat bijna een bomkrater is. Twee weken geleden vernamen we dat we het grootste tekort van de eurozone hebben, zo’n 34 miljard euro. Vorige week verlaagde Moody’s onze rating, wat ons twee miljard per jaar kost. Eergisteren las ik dat de faillissementsgolf in ons land de ergste is van de laatste 20 jaar.
Maar wat doet deze regering? Ze zal geld uitdelen. Ze heeft niets, maar ze zal voor Sinterklaas spelen en wie zal dat in de eerste plaats betalen? De ondernemers, want zij moeten dat voorschieten voor het woon-werkverkeer, en dat ten bedrage van 60 miljoen euro. Binnen twee jaar kunnen ze dat via hun belastingen terugkrijgen, tenminste als ze winst maken en nog niet failliet zijn, want anders zijn ze het definitief kwijt.
Sinterklaas doet nog meer, met 15 miljoen voor de OCMW’s. Waarschijnlijk zal dat zoals gewoonlijk voor Brussel en Antwerpen zijn. Tot mijn verwondering lees ik dat zelfs de Boerenbond iets krijgt, want de boeren mogen ook aan de kassa passeren. Mijnheer de minister, u bent van de stad, maar weet u dat de boeren met rode mazout rijden en daar al geen accijnzen op betalen?
Zo is er opnieuw 80 miljoen verdwenen, terwijl dit land - ik gebruik de woorden van de eerste minister - virtueel failliet is. Wij doen dat alleen maar om onze achterban te plezieren, want er bestaat een index, die de koopkracht beschermt. Daar zitten stookolie, gas en elektriciteit in en als de index stijgt, dan wordt de koopkracht gecompenseerd. Ik begrijp het allemaal niet meer.
04.07 Axel Ronse (N-VA): Ik ben blij dat mijn goeie vriend Jean-Marie hier net aan bod kwam, want voor zijn tussenkomst vroeg ik me af wat voor een absurde situatie dit hier is. We worden met rapporten om de oren geslagen dat dit land megafailliet is, dat het leent om leningen af te betalen en dat het interest op interest betalen is. Die interest stijgt steeds meer. Het is totaal hopeloos.
Veel collega’s stellen hier echter vragen om geld uit te geven. Het is vanzelfsprekend dat mensen in miserie geholpen moeten worden. Wie vindt echter dat we geld moeten uitgeven dat we niet hebben? We moeten vooral kijken naar onze begroting, anders gaan alle belastingen naar interest. De N-VA-fractie heeft een voorstel, un grand accord de dépilarisation, een ontzuilingsakkoord, zoal collega De Wit het heeft genoemd.
In dit land zitten we terecht in met en zorgen we voor mensen die het moeilijk hebben, die ziek zijn en die hun werk niet meer kunnen doen. Het probleem is echter dat we de poortwachter, degene die de controle moet doen, niet meer kunnen vertrouwen. Daar zijn zware disfuncties en doorlichtingen en rapporten werden verborgen gehouden, onder andere door de ziekenkassen. Als men er ten minste voor zorgt dat de controle correct gebeurt, dan kan men ervoor zorgen dat het geld terechtkomt bij de mensen die het echt nodig hebben. Dan doet men niemand pijn. Ik kan mij niet voorstellen dat er hier iemand tegen ons ontzuilingsvoorstel is.
04.08 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, les prix à la pompe deviennent impayables. Cela fait déjà plusieurs semaines. C'est plus de 2,2 euros le litre. C'est impayable. Le MR nous avait annoncé qu'il allait faire des choses, un cliquet inversé ou une diminution des accises. Et que fait-on? Il n'y a pas de diminution d'accises, rien du tout. On va aller chercher 80 millions d'aide.
950 miljoen in
Nederland, 5 miljard in Spanje.
Mais que font le MR, le cd&v, la N-VA?
Qu'avez-vous raconté pendant toute la campagne, et ces dernières semaines? C'est incroyable.
Mijnheer de minister, ik begrijp echt niet dat er zo weinig gebeurt. U komt steeds met het argument dat er geen geld is. Wij betalen meer aan de pomp, waar gaat dat geld heen? Dat geld gaat toch ergens heen? Dat geld gaat gewoon naar die grote oliebedrijven. Die hebben sinds het begin van de oorlog en die duurt nog geen maanden, 11,4 miljard overwinst gerealiseerd, 6,9 miljard upstream met ruwe olie en 4,5 miljard downstream in de raffinaderijen, in totaal 11 miljard overwinst in de sector.
Dan rijst de vraag of we dat geld daar niet moeten halen, in plaats van uit de zakken van de werkende klasse in ons land. Ik hoor dan – een positief puntje - dat men aan Europa zal vragen om een overwinstbelasting in te voeren. De Commissie antwoordde daarop dat dit niet haar bevoegdheid is en dat de lidstaten dat mogen doen. U speelt dus gewoon pingpong. Accijnzen verhogen, is geen probleem. Dat is gewoon voetbal, paf in de goal. Maar met betrekking tot overwinstbelasting wordt pingpong gespeeld.
Cela ne va pas, monsieur le ministre!
Zo gaat dat niet, mijnheer de minister. De lidstaten kunnen die overwinstbelastingen zelf organiseren. Italië, Spanje, Griekenland, het Verenigd Koninkrijk, Roemenië, Bulgarije hebben het in de vorige crisis allemaal gedaan. Waarom doet België dat niet autonoom? We kunnen zelf die overwinst belasten. Waarom doen we dat niet, mijnheer de minister?
04.09 Lode Vereeck (VB): Mijnheer de minister, overwinst is eigenlijk het gevolg van toeval, niet van verdiensten of ondernemerschap. Overwinst kan in theorie dus volledig weg worden belast, zonder dat het de economie schaadt. Het heeft geen enkele invloed op productie of investeringen, om de eenvoudige reden dat er gewoon niet op werd gerekend.
In de praktijk is het onderscheid tussen winst en overwinst echter niet zo duidelijk, met uitzondering van de nucleaire rente. Welke bedrijven boeken bijvoorbeeld overwinst in de olie-industrie? Zitten die in de ontginning, in de raffinage, in het transport? De meeste overwinst zit in de beginfase, in de ontginning en dus in het buitenland, bij multinationals en bij staatsbedrijven die niet door de Belgische fiscus worden gevat. Het is dus, om het in het Frans te zeggen, een fausse bonne idée. Vergeet ook niet dat er naast overwinsten ook onderwinsten of verliezen kunnen opduiken, als er te duur is ingekocht.
Voor ons is het duidelijk, energie is een basisbehoefte, een basisrecht dat voor iedereen betaalbaar moet blijven, niet alleen voor werkenden zonder tankkaart. Om de koopkracht te beschermen, is een verlaging van de accijnzen op brandstof de meest aangewezen oplossing, de simpelste ook. Een verlaging met 9 cent per liter kost de Schatkist niets, want dat wordt volledig door stijgende btw-opbrengsten gecompenseerd. Een verlaging met 17 cent, zoals in Duitsland, kost 85 miljoen euro per maand. Dat is niet onoverkomelijk. Europa laat zelfs toe om accijnzen te verlagen met 27 cent.
Echter, het geld is op, zingen de N-VA-toppers in koor. Dat is natuurlijk onzin. De overheid heeft bijna 300 miljard euro aan inkomsten. Het geld is helemaal niet op. Het wordt gewoon uitgegeven aan de verkeerde dingen en niet aan onze mensen.
Mijnheer de minister, zult u echt pleiten
voor een overwinstbelasting? Waarom
worden de accijnzen aan de pomp niet verlaagd?
04.10 David Clarinval, ministre: Chers collègues, tout d'abord, avant de répondre sur le fond, je tiens à signaler que le premier ministre et le ministre de l'Énergie sont tous deux absents, l'un à Chypre, l'autre à Madrid, afin de défendre la Belgique sur ces questions importantes en matière d'énergie.
Chers collègues, ce mardi, le gouvernement a pris ses responsabilités. Nous avons dégagé un accord concret pour protéger le pouvoir d'achat, en particulier celui des personnes qui travaillent et des personnes les plus vulnérables, face à la hausse du prix de l'énergie. Outre les mécanismes existants, spécifiques au système belge, comme l'indexation automatique des salaires, le tarif social et le système de plafonnement des prix, qui constituent déjà des remparts solides pour protéger le pouvoir d'achat des citoyens, nous avons décidé de prendre des mesures additionnelles. Celles-ci sont ciblées, temporaires et responsables, pour un montant de 80 millions d'euros sur trois mois.
Pourquoi 80 millions? Tout simplement, monsieur Hedebouw, parce que ces montants correspondent aux recettes fiscales supplémentaires engrangées par l'État via la hausse des prix des carburants. Cette enveloppe pourra être augmentée si la crise se prolonge. Nous faisons le choix de l'efficacité et non celui de la démagogie. Concrètement, nous agissons là où la pression est la plus forte. Tout d'abord, en ce qui concerne les déplacements domicile-lieu de travail, avec, d'une part, un incitant totalement déductible fiscalement pour l'employeur afin d'augmenter les indemnités kilométriques des travailleurs et, d'autre part, en renforçant temporairement le forfait kilométrique des déplacements de service. En outre, nous agissons pour les ménages vulnérables qui dépendent des énergies fossiles, et nous octroyons un soutien accru des fonds sociaux, ainsi que le report de certaines hausses d'accises. Par ailleurs, nous n'oublions pas les indépendants et les agriculteurs, qui bénéficieront de facilités de paiement et de mesures fiscales ciblées, comme le carry-back.
Ces mesures relèvent des compétences ministérielles de mes collègues Jambon et Bihet, qui assureront leur mise en œuvre rapide et efficace.
Voor de regering is het van essentieel belang dat al die steunmaatregelen zo snel mogelijk terechtkomen bij de begunstigden, die momenteel onder de crisis lijden.
Naast de urgentie is onze koers duidelijk: we beperken ons niet tot het beheersen van de crisis, we bereiden de toekomst voor. Dat betekent dat we op budgettair vlak geen maatregelen nemen die massale en permanente uitgaven impliceren die de staatsbegroting belasten, zoals in het verleden al te vaak is gebeurd, maar wel gerichte en tijdelijke interventies. Daarnaast versterken we onze energieproductie met offshore windenergie, kernenergie en de veiligstelling van de gasvoorziening vanuit het buitenland. We zullen ook een communicatiecampagne opstarten om een verstandige vermindering van het verbruik te bevorderen.
Omdat die uitdagingen onze grenzen overstijgen, handelt België volledig binnen het Europese kader. Dat is de reden waarom onze collega Jean-Luc Crucke naar Colombia zal reizen in het kader van het initiatief Transition Away from Fossil Fuels, met het oog op een transitie naar energie die minder afhankelijk is van fossiele brandstoffen.
Wat de overwinsten betreft, heeft de regering bovendien beslist dat we ons zullen afstemmen op de toolbox van de Europese Commissie, die nog moet worden beslist.
À l'heure où je vous parle, il n'y a en effet rien de décidé à ce sujet-là.
Geachte Kamerleden, met dit akkoord maakt de regering een duidelijke keuze, namelijk van bescherming zonder onverantwoordelijkheid, van solidariteit zonder budgettaire blindheid, van een duurzame energiezekerheid voor ons land.
04.11 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Als bedrijven in een jaar winst maken, onverwacht, per toeval, staat Vooruit klaar om dat weg te belasten. Als bedrijven in een jaar per toeval, per ongeluk, verlies maken, zegt Vooruit: mij niet bellen.
Die logica om ondernemers als boeman te zien in onze samenleving, zit als een sluipend gif in deze coalitie, mijnheer de minister. Uw akkoord houdt 10 cent extra per kilometer voor de werknemers in, maar wel op kosten van de werkgever. Dat is een extra belasting. Telewerk wordt verplicht, maar dat is een betutteling voor onze ondernemingen. Waarom doet u zoiets?
Ik wil u dus het volgende vragen.
Au nom de ma formation politique, monsieur le ministre, pas de nouvelles taxes!
04.12 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer Coenegrachts, ik weet niet of u geheugenverlies hebt, maar uw partij heeft exact hetzelfde gedaan tijdens de coronacrisis. Nu doen we opnieuw hetzelfde.
U zegt dat we niet voor de bedrijven zijn, maar deze regering beslist voor bijna 1 miljard euro een energiekorting te geven aan energie-intensieve bedrijven. Welnu, ik ben heel blij dat u het verschil toont tussen Vld en Vooruit. Jullie zijn voor een volledige indexsprong. Jullie willen de mensen vandaag niet helpen.
Mijnheer de minister, wij staan nog voor een fundamenteel probleem. Dit is op vier jaar tijd de tweede keer dat we een majeure energiecrisis meemaken in dit land. Als we een fundamentele oplossing willen, moeten we in dit land zelf meer energie bouwen. Ik ben blij dat u dat ook aanhaalt, want elke windmolen die we bouwen, elk zonnepaneel dat we leggen, elke kabel die we trekken, zal ons sterker, onafhankelijker en weerbaarder maken. Daar moet deze regering absoluut een prioriteit van maken.
04.13 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer Ronse, de Trump-taks betreft inkomsten. Dat levert op voor de begroting, dat is geen uitgave.
Mijnheer de minister, uw antwoord zegt eigenlijk veel en ik hoop dat de collega’s van Vooruit geluisterd hebben. Er is nog niets beslist over de Trump-taks. De premier neemt het mee naar Europa. Ik geef het u op een briefje, dat is gewoon een vertragingsmanoeuvre om niets te beslissen, om opnieuw het geld in de verkeerde zakken te gaan zoeken, de zakken van de burgers.
Dat is het bilan van deze Vooruitregering. Dat is de kant die men stelselmatig kiest, de kant van de vervuiler, van de oliesector, van Trump.
Mijnheer de minister, ik kan u alleen maar oproepen om met de regering zelf wel iets te doen. Bereid uw wetsontwerp voor de Trump-taks voor. Dien het in, ga aan de slag en zoek het geld in de juiste zakken.
04.14 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, il faut arrêter de dire qu'il n'y a pas d'argent. Il faut oser aller chercher l'argent dans la poche de ceux qui font des surprofits indécents sur le dos de cette crise énergétique. Chaque jour, rien que sur les carburants, les sociétés pétrolières font 2,3 millions d'euros de bénéfices. C'est indécent! Et vous parlez de 80 millions. Sous la précédente législature, le gouvernement avait quand même été chercher 600 millions sur les surprofits rien qu'en deux ans. Donc, ne me dites pas que ce n'est pas possible!
Comme pour la TVA, on avait besoin d'un cheval de course, et vous avez de nouveau donné naissance à un chameau qui pue. Bravo!
04.15 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Il y a les mesures prises et il y a l'anticipation des prochaines crises. Il y a un point commun entre la Vivaldi et l'Arizona, c'est que ces deux gouvernements se sont fait surprendre par une crise énergétique engendrée par un conflit à l'étranger. C'est assez remarquable de voir que dans vos mesures, vous en profitez pour dire que vous allez accélérer sur le redéploiement nucléaire, sur les appels d'offres pour le renouvelable et l'île Princesse Élisabeth. N'est-ce pas un peu curieux d'attendre une telle crise pour enfin passer la seconde sur les dossiers du nucléaire et du renouvelable?
Vous vous êtes laissé surprendre par cette crise, c'est aussi votre devoir pour l'avenir de faire en sorte que notre pays et l'Europe de manière générale soient moins impactés par les énergies fossiles et d'avancer de manière beaucoup plus volontariste sur ces deux chantiers-là.
04.16 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Collega’s, ik hoor hier een heel hoge graad van hypocrisie. Mijn hele leven al heb ik de benzineprijs zien stijgen, met als doel dat we minder zouden verbruiken. Vandaag móeten we minder verbruiken, maar nu vraagt men subsidies om opnieuw met de benzinewagen te kunnen rijden.
Ik hoor de groene collega hier sterk pleiten voor duurzame energie. Als we vandaag het gas moeten subsidiëren, komt dat echter doordat u vijf van de zeven kernreactoren hebt gesloten. In plaats daarvan zijn er windmolens op zee gekomen, beste vriend, maar daar moet ook iets tegenover staan, namelijk gascentrales. Vandaag moeten we dus gas invoeren en opnieuw subsidiëren. Dat is de realiteit.
Mijnheer de minister, als we een oplossing willen, moeten we snijden in de uitgaven en niet kijken naar de inkomsten.
04.17 Axel Ronse (N-VA): Een modaal West-Vlaams gezin – ik ben West-Vlaming – dat aan de keukentafel zit en ons debat volgt, zal zeggen: "Ze zijn weer allemaal aan het klappen geld uitgeven dat ze niet hebben en dan zitten er ook nog van die slimmeriken tussen die zeggen dat er geen geld meer is en dat ze het dan maar uit andere zakken moeten halen. Stop daarmee!" (uitgesproken met West-Vlaamse tongval)
Het is eigenlijk zeer simpel: ons ontzuilingsakkoord. Daarover heb ik hier geen woord kritiek gehoord. Dat is misschien het allereerste consensusvoorstel. Niemand in het Parlement kan het daarmee oneens zijn. Iedereen is het toch eens met mij?
Mijnheer Hedebouw, het eerste principe is dat we geen geld afnemen van kwetsbare mensen. Het tweede principe is dat de controle over het geld dat we geven aan kwetsbare mensen, correct verloopt. Ik garandeer u dat dat miljarden euro’s zal opleveren, in de pocket. Daarom wijs ik op ons ontzuilingsakkoord. Het is vijf na twaalf. Mijnheer de minister, let’s go.
De voorzitter: Over het eerste deel van uw repliek, collega Ronse, hebben de tolken toch enige bezwaren geuit.
04.18 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, beste collega’s, hier wordt voortdurend gesproken over de uitgaven van de staat, uitgaven, uitgaven, uitgaven, maar spreekt iemand hier ook over de uitgaven van de gezinnen? Wie spreekt over de uitgaven van de werkende klasse die elke dag naar het werk moet rijden en steeds meer moet betalen? Dat is blijkbaar geen probleem, daar kan iedereen blijkbaar mee slapen.
Daar ga ik niet mee akkoord. Die uitgaven worden onbetaalbaar voor die mensen. Wie naar de mensen luistert, weet dat het onbetaalbaar wordt, maar dat is hier taboe.
Le deuxième tabou, ce sont évidemment les rentrées. Le tabou! Trente-deux secondes de réponse sur la question des rentrées, bravo! Sur cinq minutes, cela a pris trente-deux secondes pour nous dire que vous allez attendre la Commission européenne. Mais en fait, vous savez que vous n'allez rien faire. Vous le savez.
04.19 David Clarinval, ministre: (…)
04.20 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Il vient de dire: "Exact." Le gouvernement est clair. Je vous remercie de votre honnêteté, monsieur le ministre.
Geen overwinstbelasting. Dat is het feit van deze namiddag. Collega’s van Vooruit, laat u niet doen. Ga ervoor (…)
04.21 Lode Vereeck (VB): Collega’s, de regering-De Wever is echt een historische regering. Ze zal de geschiedenis ingaan als de grootste oplichterij van de bevolking. Er wordt 1.000 euro extra nettoloon voor tweeverdieners beloofd in 2030, dus na de volgende verkiezingen. Gepensioneerde eenverdieners, gescheiden ouders en uitkeringstrekkers gaan er netto echter op achteruit en zelfs van die 1.000 euro extra netto voor tweeverdieners schiet er op het einde niets over, integendeel. Dat komt door de hogere energieprijzen, de hogere energietaksen, de hogere belastingen op van alles en nog wat en door de centenindex. Dan nog kan die regering het rotten niet stoppen.
Er werd beloofd dat het land op orde zou worden gezet, maar de schuld explodeert, terwijl u niet eens uw eigen mensen kunt helpen.
Mijnheer de minister, trek uw conclusies. Bespaar zelf energie en trek de stekker eruit.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Tine Gielis (cd&v): Mijnheer de minister, een verlies van zo'n 1.600 jobs, een exportdaling van bijna 5 % en amper perspectieven op nieuwe investeringen: het is duidelijk dat de chemie zich vandaag op een cruciaal kantelpunt bevindt. Dat zeg ik niet, maar dat stelt essenscia, de beroepsfederatie van de chemie, in haar jaarrapport.
De uitdagingen waarmee de sector momenteel wordt geconfronteerd, zijn zeer groot: de sterk gestegen energieprijzen, de doelstelling om versneld te vergroenen, en dat onder druk van sterke internationale en vaak ook oneerlijke concurrentie. Nochtans is de sector een kroonjuweel van onze economie, creëert hij veel jobs, onder meer in Antwerpen en in de Kempen en is hij nog altijd goed voor bijna een derde van de totale Belgische export.
De situatie is kritiek, mijnheer de minister. De studie van essenscia bevat evenwel ook positieve elementen. Hoewel het in Europa vaak moeilijk gaat, blijft onze Antwerpse chemiecluster met voorsprong de sterkste van Europa.
Het is absoluut tijd om de strijd aan te gaan en die ook te winnen. Er zitten een aantal maatregelen in de pijplijn op het federale niveau, zoals de aangekondigde korting op de transmissienettarieven. Ik verwacht van u, mijnheer de minister, dat u uw collega’s aanspoort om op te komen voor mijn oud-collega’s uit de chemiesector en dat u vecht voor de sector. Bent u daartoe bereid?
05.02 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, wij maken ons grote zorgen over onze industrie. Ik kom zelf uit Antwerpen. In Antwerpen leven duizenden gezinnen, van de chemie en de haven. Volgens recente cijfers gingen de voorbije twee jaar al meer dan 2.700 jobs verloren bij onder andere BASF, Envalior, Total, Exxon, Agfa-Gevaert, de lijst is eindeloos. Daarmee gaat enorm veel knowhow verloren, terwijl die jobs enorm belangrijk zijn voor ons land. Ze betalen namelijk de school van onze kinderen en de winkelkarren en stutten onze economie. Ik heb veel vrienden in die sector. Zij moeten zich constant aanpassen aan de herstructureringen van hun bedrijf, terwijl jobverlies als een zwaard van Damocles hun boven het hoofd blijft hangen.
De maakindustrie, het kloppende hart van onze welvaart, bloedt leeg en het is door de torenhoge energieprijzen nog niet gedaan. De eerste crisis was al een slag van de hamer en vandaag volgt er alweer een mokerslag. De voorbije jaren wordt nog amper geïnvesteerd in onze industrie. De door de werknemers gecreëerde winsten worden met miljarden versluisd naar het buitenland in plaats van hier opnieuw te worden geïnvesteerd. Er wordt met miljarden gestrooid voor defensie maar voor onze industrie is er geen geld.
Wat doet de regering? Er is veel blabla en weinig boem boem. Zij laat alles over aan de markt. Dat werkt niet. Onze industrie gaat daaraan kapot. Er is nood aan economische planning en massale investeringen in energie en in onze industrie.
Mijnheer de minister, heeft de industrie voor u nog wel een toekomst in België?
Zult u ingrijpen en zelf massaal investeren in goedkope en groene energie en bedrijven (…)
05.03 Minister David Clarinval: Mijnheer de voorzitter, als minister van Werk en Economie neem ik het signaal van essenscia zeer ernstig. Het banenverlies, de terugval van de export en de daling van de investeringen vormen een duidelijk signaal. Onze competitiviteit staat onder druk en het risico op industriële achteruitgang is reëel, als wij niet handelen.
Dat gezegd zijnde, de regering heeft al talrijke maatregelen genomen om de tendens om te buigen en te werken aan duurzame groei. In eerste instantie verwijs ik naar het initiatief MAKE 2025-2030, dat de industriële heropleving centraal in onze economische strategie plaatst. De doelstelling is duidelijk, namelijk de belemmeringen voor investeringen wegnemen en de competitiviteit van onze industrie duurzaam versterken.
Bovendien zijn belangrijke hervormingen aan de gang om onze arbeidsmarkt te moderniseren. De regering voorziet in een vermindering van de loonkosten met 1 miljard euro tegen 2029 om de werkgelegenheid te ondersteunen en de competitiviteit van de ondernemingen te versterken. Die maatregelen strekken ertoe de ondernemingen de nodige flexibiliteit te bieden, terwijl een adequate bescherming van de werknemers behouden blijft.
De regering heeft zich tot doel gesteld de werkzaamheidsgraad op 80% te brengen. Wij bereiken dat peil door bestaande jobs in ons land te verankeren en de nodige voorwaarden voor nieuwe kansen op een job te creëren. Daartoe stimuleren wij de economische groei, trekken wij buitenlandse investeringen aan en pakken wij onze competitiviteitshandicap gericht aan.
Ik deel ook verschillende verzuchtingen van de sector, namelijk dat de energiekosten moeten worden beperkt en dat de Europese instrumenten, met name ETS en CBAM, moeten worden aangepast om de competitiviteit te vrijwaren en om onze handelsbescherming tegenover oneerlijke praktijken te versterken. De invoering van een energienorm vormt alvast een essentiële hefboom om de competitiviteit van onze industrie te versterken. Door de energiekosten te beheersen en voorspelbaarder te maken, creëren wij de nodige voorwaarden om investeringen te ondersteunen en de werkgelegenheid te vrijwaren. Kortom, wij nemen concrete maatregelen omwille van een aantrekkelijk investeringsklimaat en slagkrachtige competitiviteit van onze ondernemingen. Mijn doel is duidelijk: onze industriële basis behouden, investeringen ondersteunen en jobs beschermen, met name in sleutelsectoren zoals de chemie.
05.04 Tine Gielis (cd&v): Mijnheer de minister, ik hoop dat uw actieplan met focus op de chemie snel in werking treedt; het is broodnodig.
Ik ben zelf 36 jaar lang werkzaam geweest als communicatieverantwoordelijke bij het chemisch bedrijf INEOS Aromatics te Geel, in de Kempen. Ik begeleidde er bedrijfsbezoeken en we hebben daar heel veel studenten warmgemaakt voor de chemie. Er was toen één rode draad: denk chemie weg uit het dagelijkse leven en het zou er heel anders kunnen uitzien. Daarmee bedoelden we dat chemie aan de basis ligt van heel wat producten die we allemaal dagelijks gebruiken of dragen. Vandaag krijgt dat echter een heel andere betekenis. Als de huidige trend voortgezet wordt, dan zien we heel wat chemische bedrijven wegtrekken en daarmee verdwijnen ook de hoogwaardige jobs en onze welvaart.
Cd&v diende een voorstel van resolutie in waarin we erop aandringen om hierin een kentering te brengen. We hopen op kamerbrede steun hiervoor.
05.05 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ik hoor weer heel veel blabla. U weigert in te grijpen op de energiemarkt. U blijft weigeren voorwaarden aan subsidies te stellen, die blijven zonder garanties rond jobs en verankering. U blijft geloven in de vrije markt, terwijl het bewijs dat die methode niet werkt, u rond de oren slaat.
De alternatieven liggen al 25 jaar op tafel. Hoe zei een délégué uit de sector het ook alweer – ik citeer -: “Steun koppelen aan investeringen, aan verankering, aan opleiding, aan echte activiteit. Geen geld meer voor bedrijven die enkel komen halen en niks geven. Een massale investering in groene, goedkope energie.” Hoog tijd voor boem boem, mijnheer de minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
06.01 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, Gaza is vandaag een vergeetput, een hellhole. Leven in uw eigen shit, kiezen tussen eten of hygiëne, overleven tussen ratten, trauma’s zonder tijd om te helen, dat is wat Artsen Zonder Grenzen ons daarover heeft gezegd. De Gazanen leven in angst door Israëlische beschietingen, dag na dag. Het is een plek waar het internationaal recht niet langer telt. Zeker gelet op het afgesproken staakt-het-vuren is dat onaanvaardbaar. In Zuid-Libanon dreigt zich hetzelfde scenario af te spelen. Op de Westelijke Jordaanoever maait de bezettingsmachine vrolijk verder. Israël volhardt in de boosheid.
In september sloot de regering een duidelijk akkoord met concrete tegenmaatregelen en een importverbod uit de illegale nederzettingen, zoals cd&v vroeg. De uitvoering daarvan ligt bij u. Wat zien we week na week? Geen vooruitgang, geen teksten, geen timing, geen actie.
Mijnheer de minister, waarom kunt u niet doen wat minister Prévot wel doet? Hij doet zijn huiswerk en vraagt de gedeeltelijke opschorting van het associatieakkoord op Europees niveau. Waarom kunt u in zeven maanden niet wat Spanje in enkele weken kan met de invoering van een importverbod? Waarom doet België niet wat Frankrijk en Zweden nu ook voor de Europese Commissie bepleiten? Ja, het dossier is complex en ja, Europese afstemming is wenselijk. Dat is echter niet langer een alibi. Neem uw verantwoordelijkheid. Vanuit cd&v vragen we dan ook maar één ding: waar blijft de uitvoering van het importverbod.
06.02 Minister David Clarinval: Mevrouw Van Hoof, de regering heeft zich ertoe verbonden concrete initiatieven te nemen met betrekking tot de import vanuit de door Israël illegaal bezette gebieden, in overeenstemming met de engagementen van België inzake internationaal recht. In dat licht heeft mijn administratie overleg gepleegd met de FOD Financiën, meer bepaald met de douane, om de beslissing van het kernkabinet uit te voeren om op nationaal niveau de import te verbieden van goederen geproduceerd, gewonnen of verwerkt in de door Israël illegaal bezette gebieden.
De technische besprekingen worden voortgezet. Het werk is bijzonder complex, aangezien het handelsbeleid onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie valt. Het vereist dan ook een nauwe coördinatie met de bevoegde diensten om een juridisch solide en operationeel mechanisme tot stand te brengen. Het koninklijke besluit moet volledig in overeenstemming zijn met onze internationale juridische verplichtingen. Zodra het werk van de administraties en vervolgens de beleidscellen is afgerond, zullen de teksten zo spoedig mogelijk in een IKW van de regering worden besproken.
06.03 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, dat moet zo spoedig mogelijk gebeuren. De tijd van talmen is voorbij. De technische nuance is voor cd&v geen alibi meer. Elke dag uitstel betekent elke dag meer trauma’s en meer lijden.
Wij vinden Hezbollah en Hamas natuurlijk ook verwerpelijk, maar dat verantwoordt niet dat het Palestijnse volk moet lijden onder een apartheidsstaat. Dat verantwoordt niet dat er dagelijks oorlogsmisdaden worden gepleegd in Zuid-Libanon. U kent het akkoord, dat u mee hebt onderhandeld. U kent het engagement. Laat dat geen dode letter zijn, voer het uit. Elke dag vallen er nieuwe slachtoffers. Het is een kwestie van verantwoordelijkheid en hoogdringendheid; met spoed betekent voor ons liefst volgende week.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07.01 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, votre collègue la ministre de l'Asile et de la Migration vous met bien dans l'embarras aujourd'hui et, avec vous, la Belgique toute entière. Il y a quelques mois, elle a écrit à la Commission européenne pour lui demander d'inviter les talibans à Bruxelles! Résultat, la Belgique pourrait se retrouver à délivrer des visas et accueillir sur son sol des représentants d'un régime que nous ne reconnaissons même pas.
Pour rappel, le régime des talibans exécute ses opposants, pratique le châtiment corporel et la conversion forcée, arrête arbitrairement, réprime les médias, réduit les femmes au silence et empêche les petites filles d'aller à l'école. Et ces faits sont documentés, ils ont encore été rappelés cette semaine par Amnesty International. C'est un régime dont certains dirigeants sont visés par la Cour pénale internationale. Et vous voici en train de dérouler le tapis rouge aux talibans pour mieux renvoyer les Afghans habitant en Belgique dans les bras de ces terroristes.
Ce n'est pas la première fois qu'il y a un énorme malaise à cause de décisions qui sont prises par le MR ou la N-VA. Rappelez-vous, la ministre Hadja Lahbib, MR, avait octroyé un visa au maire de Téhéran, qu'on appelait "le boucher de Téhéran" et qui a pu se balader pépouze à Bruxelles. On se souvient aussi de la délégation soudanaise invitée par Theo Francken, qui était venue jusqu’au parc Maximilien pour identifier des exilés, des personnes qui avaient fui ce régime où elles risquaient la mort.
Monsieur le ministre, je n'aurais jamais imaginé devoir, un jour, vous poser les questions que je vous pose aujourd'hui. Avez-vous été informé de cette initiative de la ministre? Si oui, quand? A-t-elle été validée par le gouvernement ou s'agit-il d'une décision unilatérale? Allez-vous octroyer des visas belges aux talibans? Enfin, avez-vous pleinement mesuré l'embarras diplomatique et moral dans lequel cette décision place notre pays?
07.02 Francesca Van Belleghem (VB): 14 maanden lang, 10 keer, heb ik de minister van Asiel en Migratie, Anneleen Van Bossuyt, gevraagd waarom er nog geen enkele illegale Afghaan werd teruggestuurd. 14 maanden lang zei ze dat ze hun best gingen doen en dat ze aan het onderhandelen waren. We moesten nog even geduld hebben. Ze heeft haar showtje telkens kunnen opvoeren in de pers, maar intussen is er nog niemand teruggestuurd naar het land van herkomst.
In diezelfde periode zijn er wel 2.000 illegale Afghanen bijgekomen. En afgelopen dinsdag bleek waarom er niemand teruggestuurd werd. Dinsdag verklaarde u in De Morgen dat het een regeringsstandpunt is dat er geen diplomatieke relaties zijn met Afghanistan, ook niet op technisch niveau.
Begrijpt u eigenlijk de impact van die uitspraak? Dat betekent dat die 2.000 illegale Afghanen die er in die 14 maanden bijgekomen zijn, nooit ofte nimmer teruggestuurd zullen worden naar hun land van herkomst. Want zelfs al ontvangt de EU en niet België, een delegatie uit Afghanistan, als men daarna die illegale Afghanen wil terugsturen, heeft men Afghaanse papieren nodig. Maar als men geen diplomatieke relaties heeft met dat land, kan men die papieren nooit krijgen.
Ik heb twee vragen, minister. Heeft de minister van Asiel en Migratie me 14 maanden aan een stuk aan het lijntje gehouden? Is het een regeringsstandpunt dat er nooit gesproken zal worden, ook niet op technisch niveau, met Afghanistan? Want dat impliceert dat er nooit illegale Afghanen teruggestuurd zullen worden naar Afghanistan.
07.03 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Maouane, mevrouw Van Belleghem, het lijkt verrassend dat wij overwegen om vertegenwoordigers uit te nodigen van een regering die wij niet erkennen. Ik wil nogmaals benadrukken dat België de legitimiteit van het talibanregime niet erkent en bijgevolg geen diplomatieke relaties met de taliban onderhoudt. Als vertegenwoordigers van de-facto-autoriteiten, zelfs op technisch niveau, een visum voor België zouden aanvragen, zou dit bijgevolg systematisch worden geweigerd. De enige uitzondering hierop heeft betrekking op het zetelbeleid van ons land.
La Belgique héberge en effet un grand nombre d'organisations européennes et internationales. Il nous revient l'honneur de les accueillir avec fierté, mais nous avons aussi le devoir de faciliter leur travail. Si l'une de ces institutions, par exemple la Commission européenne, dans le cadre de son mandat, devait faire formellement la demande à la Belgique de laisser venir sur son territoire des représentants des talibans, la Belgique, en tant que pays hôte, serait tenue, dans le cadre strict de cette politique de siège, de donner une suite favorable. À ce jour, nous n'avons toutefois reçu aucune demande de ce type.
Met betrekking tot de inhoud van het dossier, ik begrijp dat mijn collega op zoek is naar een oplossing voor de vele Afghanen aan wie de toegang tot ons grondgebied is geweigerd en die zich hier illegaal bevinden. Gezien het talibanregime en de wandaden ervan, moet er echter in ieder geval gezocht worden naar een mechanisme dat op Europees niveau wordt voorzien en dat de absolute bescherming van de mensenrechten waarborgt.
07.04 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
J'en comprends une partie. Pour le reste, je vois bien que vous essayez de noyer le poisson sous des éléments techniques. Soyons clairs, il ne s’agit pas ici d’une contrainte européenne, mais bien d’une initiative belge. La Commission européenne répond à la demande d’une ministre N-VA de votre gouvernement. C’est cette dernière qui a mis en place ce processus de toutes pièces.
Technique ou pas, la discussion que nous devons avoir aujourd’hui porte sur le fait de savoir si nous voulons renvoyer des personnes vers un pays qui torture et exécute ses opposants, qui empêche les petites filles d’aller à l’école et qui pend les homosexuels. Avons-nous envie de renvoyer des personnes vers ce pays-là? Ce n’est pas digne de notre pays.
Répondre sur le volet technique est une chose, répondre sur le volet démocratique en est une autre. Et je suis désolée de le dire, c’est votre collègue, membre de votre gouvernement, qui a pris l’initiative d’écrire à la Commission européenne.
07.05 Francesca Van Belleghem (VB): Ik noteer dat de arizonaregering nooit ofte nimmer illegale Afghanen zal terugsturen naar het land van herkomst. U vindt dus de belangen van die illegale Afghanen in dit land belangrijker dan de belangen van onze eigen bevolking. Laat het mij helder stellen. Afghanen worden in Duitsland 14 keer vaker verdacht van criminele feiten.
Vorig jaar kwamen er 2.000 Afghanen bij en al die mensen moeten volgens u in dit land blijven. Ondertussen vertrekken in Duitsland quasi wekelijks vluchten – chartervluchten en lijnvluchten – om die illegale Afghanen terug te sturen. Hier is er stilte en onwil. Als er morgen een Afghaan vrijkomt uit de gevangenis die u had kunnen terugsturen, dan is dat uw verantwoordelijkheid. U zult die niet ontlopen.
(Mevrouw Van Belleghem overhandigt een
document aan minister Prévot.)
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
08.01 Georges-Louis Bouchez (MR): Monsieur le ministre, le Conseil supérieur de l'emploi indique que la Belgique est la championne d'Europe des maladies de longue durée et des personnes qui sont en incapacité de travail pour cette raison. Je me suis demandé comment c'était possible, alors que nous avons l'un des droits du travail les plus protecteurs. Du reste, la gauche se targue en permanence de dire: "Chez nous, le droit est très dur, en prévoyant de longues périodes de préavis et des règles très strictes. Le bien-être au travail est essentiel." Pourtant, nous sommes – et de très loin – les leaders européens en termes d'incapacité de longue durée.
Monsieur le ministre, plusieurs rapports ont été publiés par l'INAMI. Nous vous avons déjà interrogé sur les deux premiers. En l'occurrence, un troisième a été divulgué par la presse. Venant d'être établi en 2026, il s'intéresse aux données 2024. Que dit-il? Il a analysé les décisions des mutuelles de placer en incapacité, jusqu'à la retraite, des groupes de personnes. L'INAMI a voulu vérifier s'il était justifié que celles-ci restent en incapacité jusqu'à l'âge de leur pension. Eh bien, figurez-vous, chers collègues, que seulement dans 16 % des cas, l'INAMI considère que ces personnes doivent rester en incapacité de longue durée jusqu'à leur retraite. Dans 67 % des cas, ces personnes pourraient reprendre un emploi dans leur profession de référence.
Monsieur le ministre, je sais que, la dernière fois, vous nous aviez recommandé de ne pas nous fier aux échantillons. Puis, vous nous avez affirmé que c'étaient les conséquences de la Suédoise. Ici, cela commence à être compliqué. En effet, c'est la troisième fois que l'on travaille sur des échantillons et que l'on débouche sur les mêmes résultats. En 2024, vous étiez déjà ministre de la Santé.
Monsieur le ministre, ma question est très simple. Quand allons-nous mettre fin à cette mascarade et reprendre le contrôle au moyen d'une gestion par l'État, et non par les mutuelles?
08.02 Frank Vandenbroucke, ministre: Le rapport que vous citez, monsieur Bouchez, présente
les résultats définitifs d'un contrôle que j'ai moi-même décidé, conçu et lancé
en 2024, qui a déjà été débattu largement dans la presse en octobre, et
largement débattu en plénière et en commission, plusieurs fois. En ce sens,
vraiment merci de répéter à nouveau que j'ai pris une bonne initiative en
lançant cette enquête.
Donc, il n'y a rien de nouveau. Ce qui est important, ce sont les conclusions. Les conclusions ont été tirées, et on va les appliquer. On les applique déjà en partie parce que depuis 2024, il y a une convocation physique le quatrième mois, le septième mois, le onzième mois. J'ai obligé les mutuelles à l'organiser pour vraiment réévaluer la situation des personnes concernées. Deuxièmement, ce qui est absolument crucial, c'est qu'on prévoit maintenant qu'après 12 mois d'invalidité au plus tard, il faudra une nouvelle évaluation. Sans nouvelle évaluation et contrôle, l'allocation prendra fin. C'est ce qu'il faut faire. D'ailleurs, les mutualités seront responsabilisées financièrement de façon très conséquente sur les résultats liés à ces contrôles thématiques que j'ai moi-même lancés en 2024. Donc, merci vraiment pour l'intérêt que vous leur portez. Je crois que le gouvernement doit continuer à faire ce qu'il a décidé, mais rien d'autre.
08.03 Georges-Louis Bouchez (MR): Monsieur le ministre, j'ai beaucoup aimé votre réponse, vous essayez d'avoir les rieurs de votre côté et c'est toujours bien. Cependant, ce qui ne fait pas rire les contribuables alors que votre parti réclame de la fiscalité supplémentaire sans cesse, c'est que la Belgique va se retrouver avec près de 700 000 malades de longue durée en 2030. C'est indigne de demander aux femmes et aux hommes qui se lèvent tôt le matin pour aller travailler de payer pour un système où il y a tant de fraude. C'est indigne de réclamer des augmentations d'impôts et de tuer l'économie alors que nous dépensons de l'argent à des choses qui ne sont pas utiles.
Monsieur le ministre, je suis désolé de vous le dire mais vous ne pourrez pas vous en sortir avec des pirouettes. Dans tous les pays normaux, c'est l'État qui gère l'argent qu'il a collecté. Le problème, c'est que votre formation politique et d'autres formations politiques dans ce gouvernement ne sont même plus les lobbys des mutuelles; ils sont eux-mêmes les représentants des mutuelles à la table du gouvernement. Je peux vous dire que si l'on veut un accord sur le budget, il faudra avancer sur la question.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
09.01 Carmen Ramlot (Les Engagés): Monsieur le ministre, le Royaume-Uni a fait un choix fort: interdire progressivement l'accès au tabac aux générations nées après 2008. L'objectif est clair: obtenir une génération sans tabac. Le constat est sans appel: fumer tue. Il s'agit de la première cause évitable de cancer. Dans notre pays, cela représente 10 000 décès par an et des centaines de milliers de malades. Au-delà du drame humain, c'est aussi un coût énorme pour notre sécurité sociale.
Alors oui, une génération sans tabac doit rester notre cap, notre boussole. Soyons toutefois lucides, cela ne se décrète pas du jour au lendemain. Il n'y a pas de temps à perdre, mais, pour être efficace, il faut agir avec les gens et non contre eux, et donner du temps au temps.
Monsieur le ministre, où en êtes-vous concrètement dans la mise en œuvre des mesures prévues dans l'accord de gouvernement en matière de lutte contre le tabac? Envisagez-vous d'aller plus loin pour renforcer notre stratégie, notamment en matière de prévention et d'accompagnement au sevrage tabagique?
09.02 Frank Vandenbroucke, ministre: Chère collègue, la mesure décidée au Royaume‑Uni montre que de plus en plus de pays prennent très au sérieux la lutte contre le tabagisme. Nous partageons cette ambition d’atteindre une génération sans tabac d’ici 2040. J’applaudis donc la mesure adoptée par le Royaume‑Uni. En revanche, notre stratégie est un peu différente. Elle est plus large, car nous avons misé sur des mesures visant à éliminer la présence de la cigarette dans les lieux publics, en particulier ceux où se trouvent des enfants et des jeunes.
L’étape suivante, absolument cruciale, est la lutte contre le vapotage. C’est précisément ce qui manque dans le dispositif décidé au Royaume‑Uni. Les jeunes commencent à vapoter massivement à cause des innombrables arômes (fraise, bubblegum, etc.). Ces arômes peuvent sembler inoffensifs, mais ils ne le sont pas. Les liquides sont remplis de substances nocives, et l’industrie du tabac les utilise pour créer une dépendance chez toute une nouvelle génération. C’est pourquoi il faut absolument mettre fin à cette panoplie d’arômes et se limiter à des arômes liés au tabac ou à des arômes neutres. C’est ce que je propose au sein du gouvernement. Il est essentiel de prendre cette décision, ainsi que d’autres mesures encore à l’étude, dans le cadre de la lutte contre le tabagisme en général.
Pour mon parti et pour moi, la santé de nos jeunes, leur réelle autonomie, la lutte contre la dépendance à la nicotine et la santé des générations futures passent avant tout. Et je ne peux qu’espérer qu’il en va de même pour votre parti et pour les autres partis représentés au sein du gouvernement.
09.03 Carmen Ramlot (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse complète.
L'objectif est clair: obtenir une génération sans tabac. Mais le chemin pour y arriver doit être crédible et efficace. Avançons avec détermination, pragmatisme et empathie, plutôt que de miser exclusivement sur une approche autoritaire et coercitive. Ce sont des mesures concrètes et coordonnées, telles que la prévention, l'accompagnement, l'information, l'éducation et la pédagogie, qui feront la différence, plutôt que la contrainte, l'interdiction et la sanction. Parce qu'au final, derrière cet objectif, il y a du concret: moins d'assuétudes, des vies sauvées, des maladies évitées et une sécurité sociale soulagée.
Oui, monsieur le ministre, nous sommes d'accord. Alors avançons ensemble afin d'obtenir des résultats, et cela sans stigmatiser, mais en accompagnant chaque fumeur. L'arrêt du tabac ne se décrète pas en interdisant (…)
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
10.01 Niels Tas (Vooruit): Mijnheer de minister, België is wereldkampioen in belastingen op arbeid. Het is niet Niels Tas die dat zegt, niet Vooruit die dat zegt, maar wel de OESO. Meer dan de helft van het loon van alleenstaanden zonder kinderen gaat naar belastingen. Tegelijkertijd zijn er mensen die hun inkomsten halen uit vermogen, die een aandelenportefeuille hebben of zichzelf een laag loon uitkeren via een managementvennootschap en die duidelijk minder bijdragen. Collega’s, dat kan niet, want een euro is een euro en elke euro moet gelijk worden belast, of die nu uit vermogen komt of uit arbeid.
Het doel van deze regering is dan ook zeer duidelijk: werken moet meer lonen en iedereen moet zijn eerlijk deel bijdragen. Daarom verlaagt deze regering, onder druk van Vooruit, de lasten op arbeid en zorgen we ervoor dat de belastingen op vermogen stijgen, zoals het IMF trouwens ook al jaren in zijn rapporten vraagt. Door een heel pakket aan maatregelen zullen tegen 2029 de sterkste schouders tot 4,5 miljard euro extra structureel bijdragen. Dat is veel meer dan welke regering ook ooit eerder heeft gedaan, dankzij de historische invoering van de meerwaardebelasting, dankzij een verdubbeling van de effectentaks en ga zo maar door.
We maken ook onze beloften waar. Wie werkt, zal de komende jaren netto meer overhouden. De minimumlonen gaan dit jaar nog met 45 euro omhoog. Een alleenstaande moeder met twee kinderen zal tegen 2030 tot 2.000 euro extra overhouden. Wie werkt, zal tegen 2030 1.000 euro netto overhouden. Mijnheer de minister, de kentering is ingezet. Kunnen we op u rekenen om nog voor het zomerreces de hervorming (…)
10.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Tas, ik heb ooit het kortste antwoord gegeven dat in het Parlement ooit is gegeven. Dat is niet echt in dank aanvaard, maar goed. Ik zou nu ook een heel kort antwoord kunnen geven, want u weet dat het wetsvoorstel in het Parlement ligt. Pas binnen twee à drie weken zal de bespreking ervan worden aangevat.
U hebt natuurlijk gelijk als u het over de belastingdruk op arbeid hebt. Ik wil u er ook aan herinneren dat we op een niet benijdenswaardige plaats staan als het over de druk op vermogen gaat. We hebben ook de tweede hoogste belastingdruk op vermogen van de Europese Unie en ons begrotingstekort is gigantisch groot. Naargelang van hoe men de rankschikking draait, bengelen we aan het staartje of staan we aan de kop. We hebben dus maatregelen genomen: de meerwaardebelasting en de effectentaks. U hebt ze vermeld. Die maatregelen zullen we uitvoeren, ze staan ook in het regeerakkoord. Om de begroting te saneren, zullen we evenwel moeten hervormen, hervormen en hervormen, en op geen enkel vlak nog extra belasten.
De voorzitter: Mijnheer Tas, ik zei bijna mijnheer Taks, dat was een flauwe woordspeling geweest.
10.03 Niels Tas (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoord. Het is voor ons duidelijk dat die fiscale hervormingstrein in gang is gezet en dat de mensen dat trouwens nog dit jaar zullen voelen en op hun rekening zullen zien verschijnen.
We rekenen er ook op dat u deze zomer met het rapport van de OESO, met het rapport van het IMF onder uw arm naar de begrotingsbesprekingen trekt. Want de conclusie is wel duidelijk: we moeten ervoor zorgen dat wie werkt de komende jaren netto meer kan overhouden, maar ook dat wie inkomen haalt uit vermogen netto meer moet en kan bijdragen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
(Het antwoord zal door de vice-eersteminister
en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de
Federale Culturele Instellingen worden gegeven / La réponse sera donnée par le vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie
Nationale et des Institutions culturelles fédérales)
11.01 Pierre Kompany (Les Engagés): Monsieur le ministre, ce dont je vais parler ici est un problème qui est généralisé dans tout le pays, c'est-à-dire la circulation de drogue, les dealers qui se retrouvent partout. Des incidents arrivent tels que ce qui est arrivé à Anderlecht. Je sais qu'Anderlecht est assez cité à ce sujet. À Namur, maintenant, on joue avec des explosifs. En conséquence, 300 habitants et habitantes de Cureghem – c'est une cité d'Anderlecht – ont écrit au Roi pour lui signifier la situation invivable de leur cité. Je crois qu'on a prévu une task force pour arriver à résoudre ces problèmes de dealers qui aujourd'hui s'accaparent les rues, s'accaparent les quartiers et rendent la vie impossible aux occupants.
Monsieur le ministre, la task force sur les
crimes organisés est chargée de mettre en œuvre l'accord Arizona, qui prévoit
une cinquantaine de mesures pour lutter contre le trafic de drogue. Dans ce
cadre, quelles mesures ont déjà été concrètement mises en œuvre à court terme?
Quelles actions sont prévues à moyen terme et selon quel calendrier? Quelles réformes structurelles sont
envisagées?
De voorzitter: De vraag was gericht aan de eerste minister, maar die bevindt zich momenteel in Cyprus.
11.02 Jan Jambon, ministre: Merci, monsieur Kompany, pour votre question au premier ministre, qui est aujourd'hui au sommet européen. Je vais donc répondre en son nom.
Soyons clairs, le gouvernement fédéral prend très au sérieux la situation à Anderlecht et dans d'autres quartiers fortement touchés. Les habitants sont trop souvent confrontés à la criminalité, aux nuisances et à l'insécurité.
Au niveau fédéral, nous assumons pleinement notre responsabilité. C'est précisément pour cette raison qu'une task force a été mise en place auprès du premier ministre afin de lutter contre la criminalité organisée. Elle réunit les départements fédéraux concernés non seulement pour réagir aux incidents, mais surtout s'attaquer aux structures qui sous-tendent cette criminalité.
Cela se fait sur plusieurs fronts. Nous travaillons à une meilleure circulation de l'information entre les services et les partenaires. Nous voulons également briser le modèle économique criminel, car s'attaquer aux flux financiers, aux montages-écrans et aux entreprises frauduleuses, c'est aussi s'attaquer au terreau de la criminalité de rue.
C'est pourquoi nous renforçons notamment les services de contrôle social afin de pouvoir agir plus rapidement et plus fermement contre la fraude et contre les entreprises servant de couverture à des activités criminelles. Par ailleurs, nous réexaminons la législation en matière d'approche administrative pour permettre aux autorités locales d'intervenir plus rapidement et plus efficacement. Avec des projets tels que High Trouble, la police et les services de migration collaborent plus étroitement afin d'assurer un suivi plus rapide des auteurs de troubles persistants et, lorsque cela est possible, de les renvoyer.
Chacun doit assumer ses responsabilités. Le fédéral le fait, mais les autorités locales doivent également le faire. Ceux qui disposent de compétences sur le terrain doivent les utiliser.
11.03 Pierre Kompany (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie. J'ai entendu que vous étiez déterminé à éradiquer ce problème dans ce pays. Le quartier que je vous ai cité à Cureghem me connaît. J'y ai été professeur – vous allez peut-être être surpris – pendant 10 ans aux Arts et Métiers de Bruxelles – mécanique, hydraulique, pneumatique. Ce quartier me connaît et je serai vraiment heureux de pouvoir leur dire que j'ai parlé au ministre – qui répond à la place du premier ministre. Le message est donc arrivé plus haut, et ils sauront qu'on fera attention à ce quartier et qu'ils n'auront plus à écrire des lettres au Roi pour signifier (…)
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Daarmee is de vragenronde afgerond.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, de heer Denis Ducarme en
mevrouw Francesca Van Belleghem, verwijzen naar het schriftelijk verslag.
Les rapporteurs, M. Denis Ducarme et
Mme Francesca Van Belleghem, renvoient au rapport écrit.
12.01 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, vandaag stemmen wij over een belangrijk wetsontwerp. Voor de arizonaregering staat de strijd tegen terrorisme bovenaan de prioriteitenlijst. Met de maatregel geven wij de Dienst Vreemdelingenzaken en onze veiligheidsdiensten extra handvatten om de strijd zo optimaal mogelijk te voeren.
Mensen die hier illegaal verblijven en terroristische feiten plegen, mogen levenslang geen voet meer binnenzetten op ons grondgebied. Wij voeren een levenslang inreisverbod in voor mensen die flagrant misbruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om naar hier te komen en die hier illegaal verblijven, alsook voor mensen die hier terroristische feiten plegen. Mevrouw de minister, u moet hun verblijf intrekken en voorzien in een levenslang inreisverbod.
In de Zweedse regering hebben wij de inreisverboden al aangescherpt wanneer het gaat over openbare orde en fraude. Nu zijn wij echter heel duidelijk in onze wetgeving. Wij zorgen voor een heel duidelijke formulering waarbij een bepaalde termijn voor ons ook levenslang moet kunnen zijn.
Wij weten dat er een databank is, met name de databank T.E.R., waarin haatpredikers en terroristen zijn opgenomen. Daar zitten ook minderjarigen bij die heel ernstige feiten hebben gepleegd. Wij weten dat onze veiligheids- en inlichtingendiensten zich erg ongerust maken over het feit dat die leeftijd heel vaak daalt. Ook voor die minderjarigen is het mogelijk om hen een levenslang inreisverbod op te leggen. Natuurlijk moet dat proportioneel zijn en moet rekening worden gehouden met de minderjarigheid van de daders. Dat is het geval. Er wordt rekening gehouden met artikel 3 en artikel 8 van het EVRM, waarbij ook altijd de mogelijkheid bestaat om beroep aan te tekenen tegen bepaalde beslissingen die worden opgelegd. Dat is hier niet anders. Daarover ging immers de discussie in de commissie.
Wat wij hier doen, is erg belangrijk. Iedere dag vroeger waarop wij het ontwerp kunnen goedkeuren, is een gewonnen dag. Ik hoop dat de diensten er heel snel mee aan de slag kunnen. Gaat het over een duizendtal dossiers? Natuurlijk is dat niet het geval. Dat is maar goed ook. Voor iedere persoon die hier terroristische daden pleegt, moet dat kunnen gebeuren.
Ik ben dus al benieuwd naar de resultaten zodra het ontwerp is gepubliceerd en u het kunt toepassen.
12.02 Francesca Van Belleghem (VB): Ik kan hier kort over zijn. Wij zullen dit wetsontwerp
steunen. Wij vinden dit een logische keuze. Dat hebben we ook gezegd in de
commissie. De enige opmerking die we toen hadden, is dat we de omvang van dit
wetsontwerp niet kennen. U hebt nooit echt cijfers willen of durven of kunnen
plakken op hoeveel mensen hiervoor in aanmerking komen. Dat is een spijtige
zaak, want zo kunnen we niet beoordelen of dit louter een symboolwetgeving is,
of dat dit in de toekomst wel genoeg en zo veel mogelijk zal kunnen worden
toegepast. Niettemin zullen wij
dit wetsontwerp steunen.
12.03 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, je me suis longuement exprimé en commission sur ce texte. Nous avons pu faire valoir nos divergences. Par conséquent, je ne reviendrai pas dans le détail sur les éléments qu'il contient. Je ne rappellerai donc pas à quel point ce texte, comme d'autres, est sans effet réel sur la sécurité et que les déclarations sécuritaires ne sont que des contre-feux allumés pour faire oublier l'essentiel, à savoir le désinvestissement véritable dans les services publics de sécurité, au premier rang desquels la justice et la police. C'est en effet avec des agents de police, des serviteurs de l'État et des magistrats que l'on garantit la sécurité des gens, et non pas en délivrant des interdictions d'entrée à vie à des personnes qui peuvent déjà être interdites d'entrée sur le territoire pour un minimum de 30 ans.
En revanche, chers collègues, puisque toutes et tous n'avez pas assisté à nos débats, je souhaite prendre un petit moment pour revenir sur quelque chose que je considère comme gravissime et qui entretient un lien évident avec le projet de loi puisque celui-ci s'y réfère. Le 26 mars dernier, voici quelques jours à peine, le Parlement européen a décidé d'entreprendre des négociations institutionnelles sur le règlement Retour. Pour cette institution, cela revient à considérer que cette proposition peut être adoptée à l'unique condition qu'elle soit validée par la Cour de justice de l'Union européenne ou bien que les textes soient modifiés par l'Union européenne. Or le texte qui est en discussion à l'échelle européenne marque un véritable basculement. Il ouvre en effet la voie à une intensification drastique de la répression des migrations et durcit considérablement les mesures d'éloignement au mépris manifeste des droits fondamentaux. De plus, tous les acteurs l'ont dénoncé, que ce soient des organisations non gouvernementales telles que Caritas, le CNCD, la Ligue des droits humains, le CIRé, un large panel d'académiques, des professionnels ou encore les ordres d'avocats, et même des magistrats.
Or ce recul évident de l'Union européenne en matière de droits fondamentaux n'aurait pas été possible, et il faut pouvoir le dire ici, sans une alliance entre la droite, représentée au Parlement européen par le PPE, et l'extrême droite. Il faut le dire avec clarté: parmi les députés belges affiliés à des partis démocratiques, certains ont choisi de soutenir cette orientation. C'est le cas d'un seul député MR, M. Benoît Cassart, et d'un député de la N-VA, M. Kris Van Dijck, qui ont contribué à fragiliser encore davantage le cordon sanitaire qui était déjà largement poreux.
Ce qui s'est joué le 26 mars au niveau européen est une nouvelle contribution de la droite à l'affaiblissement des digues qui protègent nos démocraties. C'est un signal politique lourd de conséquences, celui d'une Europe qui accepte de sacrifier des principes fondamentaux, à savoir le refus de l'extrême droite, pour répondre à des logiques de peur et de repli: la peur de l'étranger.
Face à ce glissement, notre responsabilité en tant que socialistes – et j'ai envie de dire en tant que démocrates – aurait été de rappeler que la protection des droits humains, comme la protection du droit international qui est affirmée par ailleurs, devrait rester la boussole fondamentale de l'Union européenne. La crédibilité de nos institutions repose précisément sur notre capacité à résister aux populismes, aux dérives et à la tentation de céder à la peur ou au rejet de l'autre.
Certains vont minimiser, d'autres vont considérer et allumer des contre-feux. Mais, je le dis, ce que rend possible le texte que vous votez aujourd'hui ne le sera qu'à la condition qu'un texte soit voté au niveau européen avec le concours de l'extrême droite. Indépendamment de toutes les remarques, de toutes les observations et de toutes les critiques sur l'inefficacité que je peux faire sur ce texte, il s'agit là – à tout le moins, j'ose l'espérer – d'une boussole, d'un guide, d'une frontière indépassable chez de nombreux collègues. Nous le verrons dans quelques minutes ou dans quelques heures.
Pour ces motifs, nous ne soutiendrons pas ce texte qui nous est présenté.
12.04 Greet Daems (PVDA-PTB): Collega’s, dit wetsontwerp wil de DVZ de mogelijkheid geven om een levenslang inreisverbod op te leggen aan terroristen, potentieel gewelddadige extremisten en haatpredikers die illegaal op ons grondgebied verblijven en geregistreerd zijn in de Gemeenschappelijke Gegevensbank Terrorisme, Extremisme, Radicaliseringsproces, de T.E.R.-lijst, die ook wel de OCAD-lijst wordt genoemd.
Ik wil eerst één punt zeer duidelijk maken. Ik vind het enorm belangrijk dat ons land een veilig land is. Dat vinden we hier allemaal. Veiligheid is een grondrecht. Terrorisme vormt een ernstige bedreiging die we krachtdadig moeten aanpakken. Het is dus iets wat we ernstig moeten nemen en waarmee we zeker niet lichtzinnig mogen omgaan.
Net daarom vonden we het bij de bespreking van dit wetsontwerp in de commissie zo opvallend dat er geen adviezen bij de tekst waren gevoegd. We stelden ons dan ook de vraag of er überhaupt adviezen waren opgevraagd. Aan het begin van de zitting kwam vanuit de oppositie het verzoek om alsnog adviezen in te winnen, of om de adviezen die eventueel al waren opgevraagd te mogen inkijken. We wilden immers wel weten wat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, de Orde van Advocaten, het OCAD, het COC en de Kinderrechtencommissaris van dit wetsontwerp vinden. De meerderheid heeft dat verzoek echter resoluut afgewezen. Het resultaat was dat het verzoek door de meerderheid werd verworpen. Byebye transparantie en byebye respect voor degelijk parlementair werk. Ik vind dat echt schandalig.
In de commissie werd bovendien vrij gemakkelijk geargumenteerd dat dit wetsontwerp noodzakelijk is voor de veiligheid van iedereen. De meerderheid verwachtte dan ook unanimiteit, zonder bedenkingen en zonder kritische analyse. Hoe verwacht u onze steun te krijgen als het Parlement niet de nodige informatie krijgt?
Tijdens de besprekingen in de commissie werd bovendien een en ander duidelijk. Vandaag bestaat er al de mogelijkheid om een inreisverbod van 30 of zelfs 40 jaar op te leggen. Het doel, namelijk personen die een gevaar vormen voor de veiligheid van het grondgebied weghouden, wordt daarmee dus al bereikt.
Dit wetsontwerp is dan ook louter symboolwetgeving. Het laat u toe te beweren dat u hard optreedt tegen terrorisme, terwijl er in werkelijkheid weinig zal veranderen aan wat vandaag al mogelijk is en gebeurt.
De T.E.R.-gegevensbank staat onder het beheer van het OCAD. Het is het OCAD dat bepaalt wie op die lijst wordt geplaatst. Het OCAD zet soms personen op die lijst en probeert hen vervolgens via begeleiding te deradicaliseren. Als men daarin slaagt, geldt het dreigingsniveau niet meer, waarna het OCAD die mensen van de lijst zal halen.
Volgens dit wetsontwerp zou de DVZ een levenslang inreisverbod kunnen opleggen aan iemand die op de OCAD-lijst staat, maar dat inreisverbod wordt dan niet automatisch ingetrokken als het OCAD besluit dat die persoon helemaal geen gevaar meer vormt voor ons land. Dat is duidelijk een lacune in deze wet. Dat is niet rechtgezet. Nochtans heeft zo’n levenslang inreisverbod grote consequenties. Het lijkt me niet de bedoeling dat het wordt opgelegd aan mensen die geen gevaar vormen voor onze samenleving.
Collega’s, kinderen van 12 jaar oud kunnen ook een levenslang inreisverbod krijgen. De Raad van State stelt in zijn advies dat een levenslang inreisverbod voor minderjarigen disproportioneel kan zijn. Ook ik vraag me af of het niet veel beter is om in te zetten op deradicalisering dan een twaalfjarige een levenslang inreisverbod op te leggen.
Terrorisme bestrijden is enorm belangrijk. Iedereen hier deelt die mening. Maar, zoals ik daarnet al zei, veiligheid is een grondrecht voor iedereen die in dit land leeft. Dat wil echter niet zeggen dat alles moet wijken voor die veiligheid. Zeker niet als de huidige middelen, zoals het opleggen van een inreisverbod van 40 jaar, al volstaan.
Wij van de PVDA steunen het doel van de wet, zeker wel, en ook het bestrijden van terrorisme en het zorgen voor een veilig België, maar ik zie niet hoe dit wetsontwerp daarvoor een meerwaarde is. Vandaag is al heel wat mogelijk om zeer lange inreisverboden op te leggen. Dit wetsontwerp blijft dus vooral symboolpolitiek.
Bovendien roept dit wetsontwerp te veel onbeantwoorde vragen op inzake proportionaliteit, inzake rechtsstatelijke waarborgen, inzake de bescherming van minderjarigen en inzake de Europese conformiteit om het in deze vorm goed te keuren.
12.05 Denis Ducarme (MR): Madame la ministre, pour moi, c'est un jour important. Je suis heureux de vous voir aujourd'hui à la Chambre porter, défendre ce projet dont nous avons débattu assez largement en commission. Si c'est un jour important, ce n'est pas le seul; parce qu'à travers les projets que vous portez en matière de réformes de l'immigration et de l'asile, dans le fil de l'accord de gouvernement, vous aidez ce pays à prendre un vrai virage sur les politiques d'immigration et d'asile, un virage qui était attendu depuis longtemps. D'autres projets ont en effet fait la démonstration de votre volonté de porter ces changements. Celui qui nous est présenté aujourd'hui, nous en avons besoin.
Si je vous dis que c'est un jour important pour moi, c'est parce que j'étais déjà dans cet hémicycle depuis quelques années, le 22 mars 2016. J'ai mis en place avec les collègues la commission d'enquête qui a mis au jour nos faiblesses par rapport au risque terroriste, au risque de radicalisme. Cette commission d'enquête a fait assez clairement la démonstration de combien la Belgique était depuis trop longtemps une forme de refuge pour un certain nombre de radicaux et de terroristes. Nous avons représenté, je l'avais dit en commission, pendant très longtemps un refuge, je dirais même une sorte de poubelle européenne, en matière de radicalisme et d'islamisme.
Vous êtes la ministre de la Migration et de l'Asile, mais votre proposition est aussi là pour protéger les Belges. Ce n'est pas seulement une mesure que vous prenez pour notre politique d'immigration, c'est aussi une mesure que vous prenez pour la sécurité. À l'image, d'ailleurs, du projet que vous préparez sur les visites domiciliaires, qui est déjà, avant qu'il ne soit sur les tablettes de la Chambre, largement conspué par la gauche. Celle-ci ne dit jamais, madame la ministre, que votre projet consiste évidemment à viser et expulser des personnes qui sont sur les listes terroristes, sur les listes du radicalisme, sur les listes de l'extrémisme, et qui sont en irrégularité sur le territoire. Ce sont bien ces personnes‑là qui sont visées dans le cadre de votre projet sur les visites domiciliaires.
Nous pensions, madame la ministre, que les travaux en commission allaient avancer beaucoup plus vite, puisque le projet que vous portez est simplement un projet de bon sens. Il consiste à dire qu’en Belgique, nous n’allons pas accueillir des terroristes, des radicaux ou des extrémistes, et que nous souhaitons naturellement interdire l'entrée sur le territoire belge pour ces personnes. Pourtant, certains estiment encore dans ce Parlement que ce n’est pas bien, que c’est excessif, qu’il ne faudrait pas, que ces gens ont des droits. Cependant, notre devoir est de veiller à la protection des Belges.
Comme je vous l'ai dit, mon engagement politique a été marqué par les attentats. Il l’a aussi été très rapidement après, lorsque j'ai constaté – avec un certain nombre de mes amis du MR – combien toute une série de leçons n’avaient toujours pas été tirées, même après les attentats. D'ailleurs, à ce jour, près de 30 % des recommandations de la commission "attentats" ne sont toujours pas mises en œuvre.
Vous soulevez aujourd’hui un certain nombre d’éléments que le MR avait déjà soulignés en 2016. Il est plus que temps. Je vous remercie pour cette volonté que vous avez de faire prendre à notre pays le virage qui s’impose et qui est réclamé par les Belges, du Nord comme du Sud. Nous vous apporterons notre soutien.
12.06 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, nous examinons aujourd'hui un projet de loi qui vise à intégrer dans la loi sur les étrangers la possibilité de prononcer une interdiction d'entrée à vie à l'égard d'étrangers inscrits dans la banque de données commune "Terrorisme, Extrémisme et Processus de Radicalisation" (TER). Ce texte vise à combler une lacune dans notre arsenal juridique en permettant, dans des cas exceptionnels et strictement encadrés, de prononcer une interdiction d'entrée non plus seulement pour une durée déterminée, mais également à vie à l'encontre de personnes constituant une menace grave pour l'ordre public, la sécurité publique ou la sécurité nationale. Il s'inscrit dans la continuité de la directive 2008/115/CE qui permet déjà de dépasser la limite de cinq ans dans de tels cas.
L'objectif est clair: mieux protéger notre société face à des profils particulièrement dangereux, notamment ceux liés au terrorisme, à l'extrémisme violent ou aux processus de radicalisation. Nous savons aussi qu'une politique migratoire efficace nécessite des règles claires mais surtout des règles respectées. Sans cela, c'est l'ensemble du système qui perd en crédibilité.
Il faut également rappeler une réalité trop souvent éludée: la migration ne concerne pas uniquement l'entrée sur le territoire, mais implique aussi une politique de retour effective. Si les décisions d'éloignement ne sont pas suivies d'effets, c'est la cohérence même de notre politique migratoire qui est remise en cause.
Dans certains cas, lorsque la sécurité de notre pays est en jeu, il est de notre responsabilité de prévoir des mesures fortes. Ce texte en fait partie. Il ne s'agit pas de renoncer à nos principes, mais de garantir que l'État dispose des moyens nécessaires pour faire face à des menaces graves.
Ce projet de loi s'inscrit également dans le respect de nos engagements européens. Nous savons, pour en avoir parlé en commission, que la Cour de justice de l'Union européenne (CJUE) est actuellement saisie d'une question essentielle concernant la possibilité de prévoir une interdiction d'entrée d'une durée illimitée. Nous attendons naturellement cet arrêt avec grande attention et nous prenons acte de l'engagement de la ministre de réévaluer, si nécessaire, le dispositif à la lumière de la décision de la Cour afin de garantir sa pleine conformité au droit de l'Union européenne. C'est une approche responsable et nécessaire.
Par ailleurs, je souhaite aborder la question sensible des mineurs, qui a également été évoquée par mes collègues. Le texte vise des entités validées pouvant inclure des personnes dès l'âge de 12 ans. Cela soulève la question de la proportionnalité des mesures envisagées ainsi que celle du respect de l'intérêt supérieur de l'enfant, principe fondamental consacré tant au niveau international qu'européen. Même dans un contexte de fermeté, cet impératif doit rester une boussole. Il conviendra donc de veiller à ce que les garanties nécessaires soient pleinement assurées. Nous y veillerons.
Finalement, il est nécessaire d'élargir la réflexion au niveau européen. Nous constatons à ce jour un manque d'harmonisation entre les 27 États membres. Les décisions prises par un État ne produisent pas toujours pleinement leurs effets dans les autres, ce qui nuit à l'efficacité globale de notre politique migratoire. Il aurait été souhaitable qu'une décision d'entrée ou d'interdiction adoptée par un État membre soit reconnue et applicable à l'échelle de toute l'Union européenne. Une telle évolution renforcerait la cohérence et la crédibilité de notre action commune.
Chers collègues, ce texte vise à renforcer notre cadre juridique, à répondre à des menaces réelles et à assurer une meilleure effectivité de notre politique migratoire. Pour toutes ces raisons, notre groupe soutiendra ce projet de loi.
12.07 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, wie de fundamenten van onze vrije samenleving met geweld wil slopen, wie haat predikt, wie enkele jaren geleden naar Syrië is vertrokken om te moorden, wie nu in een genocide vecht in Israël, heeft hier niets meer te zoeken. Vandaag trekken we met dit wetsontwerp definitief een streep in het zand. Met dit ontwerp maken we de weg vrij voor een levenslang inreisverbod voor terroristen en voor extremisten.
Dat is ons asielbeleid. Dat is de keuze die wij met Arizona hebben gemaakt. Wij kiezen voor een helder, streng, rechtvaardig en duidelijk migratiebeleid. Kritiek op ons beleid tegenover mensen die onze samenleving willen kapotmaken, laat ik voor rekening van de criticasters. Als de volksvertegenwoordigers van dit land is het onze taak om de veiligheid van onze mensen hier te beschermen.
Mijnheer Ducarme, u sprak over de linkse partijen, maar wij zijn een linkse partij en wij steunen dit wetsontwerp, samen met u. Ook inzake de woonstbetredingen zijn we een partner, want ook dat steunen wij, mijnheer Ducarme. Wij zijn het niet altijd eens, maar over die punten alvast wel.
Ik merk dat er enig rumoer in de zaal ontstaat. U krijgt straks het woord, mijnheer Vandemaele.
Wie wordt door dit ontwerp eigenlijk geviseerd? Er worden geen willekeurige personen geviseerd, maar wel gevalideerde entiteiten uit de T.E.R.-databank, de vroegere databank van het OCAD. Het gaat om foreign terrorist fighters, haatpropagandisten en potentieel gewelddadige extremisten.
Wat verandert er? De Dienst Vreemdelingenzaken kan nu een permanent inreisverbod opleggen. Geen administratieve zever meer, maar een duidelijk signaal. Bent u gevaarlijk voor de samenleving? Wilt u haat prediken? Allemaal goed en wel, maar niet meer in ons land. U komt hier niet meer binnen. Dat is duidelijk. We moeten ervoor zorgen dat we rechtvaardigheid waarborgen.
De oppositie zal hier op verschillende manieren roepen dat ze veiligheid belangrijk vindt, maar voor ons is er geen ‘maar’. Het gaat om onze veiligheid.
Ja, de rechtsstaat blijft overeind. Daarover heb ik de minister bevraagd en de minister zal er straks misschien nog op ingaan. Elke beslissing blijft onderworpen aan een proportionaliteitstoets. Familiale banden worden gewogen en de rechter kijkt mee. Dat is het verschil. Herzieningen blijven mogelijk. U hoort het goed, herzieningen blijven mogelijk. Na twintig jaar kan wie levenslang verbannen is, een herziening aanvragen. Dat is humaan, maar die lat ligt terecht extreem hoog.
We lopen hiermee voorop en ik ben er trots op dat we vooroplopen in die Europese trend. De nieuwe terugkeerverordening zet in op verstrenging en België wacht niet af, maar neemt de leiding.
Het wetsontwerp kan ook gelden voor minderjarigen, zoals de minister in de commissie op mijn vraag heeft geantwoord. Dat klinkt hard, maar – ik zal zelf de nuancering aanbrengen – de realiteit is veel harder. Ik ben de laatste persoon die daar blij om is, maar de realiteit is nog veel harder. Het OCAD zegt heel duidelijk dat radicalisering niet stopt aan de grens van 18 jaar. We moeten de samenleving beschermen tegen gevaar, ongeacht de leeftijd, al zullen we uiteraard met de grootste juridische omzichtigheid te werk gaan.
Mevrouw de minister, u hebt onze volle steun voor dit ontwerp. De veiligheid van onze Belgen is gigantisch belangrijk. Vooruit zal dan ook een partner zijn om duidelijkheid en veiligheid in migratie altijd voorop te stellen.
12.08 Franky Demon (cd&v): Mevrouw de minister, waken over de veiligheid van dit land en onze burgers is een van de belangrijkste, om niet te zeggen dé belangrijkste, kerntaken van onze overheid. In een veilige samenleving kunnen we dan ook geen ruimte laten voor wie onze manier van samenleven actief bedreigt of verstoort, in het bijzonder wanneer die personen sowieso geen recht hebben om op ons grondgebied te verblijven.
Met dit wetsontwerp zorgen we ervoor dat terroristen, haatpredikers en extremisten die illegaal in ons land verblijven en een bedreiging vormen voor dit land, een levenslang verbod om ons land in te reizen kunnen krijgen wanneer zij worden uitgezet. Nogmaals, heel belangrijk, wie onze samenleving bedreigt met terrorisme, haat en extremisme, heeft hier geen plaats. Ik begrijp dan ook niet dat sommige oppositiepartijen niet willen inzien dat het gaat over – ik herhaal – terrorisme, haat en extremisme.
Dat neemt niet weg dat cd&v er veel belang aan hecht dat er voor elk dossier een individuele beoordeling wordt gemaakt en er steeds rekening wordt gehouden met de fundamentele rechten en vrijheden. De minister heeft in haar antwoorden in de commissie heel duidelijk gemaakt dat dit hier ook het geval is.
Bovendien voorziet het ontwerp ook in een regeling op basis waarvan een opschorting of opheffing van het reisverbod zal kunnen worden gevraagd na 20 jaar, bijvoorbeeld om professionele of studieredenen, en dit naast de bestaande mogelijkheden om een opschorting of opheffing te vragen omwille van humanitaire redenen.
Nogmaals, cd&v kiest voor een veilige samenleving en voor een migratiebeleid dat zeer streng is, maar ook humaan. In die zin zullen wij het voorliggend wetsontwerp dan ook met heel veel enthousiasme steunen.
12.09 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, collega's, mevrouw de minister, toen dit wetsontwerp werd ingediend in de commissie en we met de eerste lezing begonnen, ben ik de zaal binnengekomen met het idee dat we dat zouden steunen. Hoe kan men immers tegen het aanpakken van terroristen en haatpredikers zijn? Niemand kan daar toch tegen zijn?
Ik dacht dus dat het snel geregeld zou zijn.
We hebben toen een aantal vragen gesteld aan de minister, waarop we echter geen
of slechte of zwakke antwoorden kregen. Hoe langer de bespreking aansleepte,
hoe meer mijn goesting afnam om dit wetsontwerp goed te keuren. Als u geen
antwoord wilt geven, dan zegt u op het einde van de discussie altijd dat we het
niet begrijpen, dat we dom zijn. Dat is de nieuwe mantra van de N-VA die ik de
hele tijd hoor. So be it.
Ik besliste om het bij de inhoud te houden en nam het axioma van de voorzitter over. Die zei een tijdje geleden dat als er wetgevend werk op tafel ligt, we moeten kijken of er aan een aantal voorwaarden voldaan is. Mijnheer de voorzitter, verbeter me gerust als dat niet juist zou zijn. De eerste voorwaarde is of we een probleem oplossen. Welk probleem wordt hier opgelost? Dan zou men de vraag kunnen stellen wie men met dit wetsontwerp wil vatten die men op vandaag niet kan vatten. Een van de vragen aan de minister was dus wat de termijn is die nu al gebruikt wordt. We hebben een aantal antwoorden gekregen en een van die antwoorden was dat er nu al mensen zijn die een inreisverbod tot 40 jaar krijgen.
Beste collega’s, een dergelijk inreisverbod begint pas te lopen nadat iemand een straf heeft gekregen als haatprediker of terrorist. Men komt uit de gevangenis na meestal niet de kortste straffen en pas dan begint die termijn van 40 jaar te lopen. Het aantal mensen dat in voorkomend geval meer dan 40 jaar nodig zou hebben, is dus bijzonder klein. Ik heb nagekeken of er in de huidige wetgeving een maximumtermijn is bepaald. Er staat helemaal geen maximumtermijn in de huidige wetgeving. Vandaag zou men dus ook al 50 jaar kunnen opleggen. Dat kan perfect.
Beste collega’s, het gaat hier eigenlijk over een oplossing voor een onbestaand probleem. Het antwoord op de eerste vraag betreffende het axioma van de voorzitter is dus nee. We lossen geen bestaand probleem op. Ik ben vervolgens op zoek gegaan naar een andere reden waarom de collega’s hier zo gedreven zijn en het thema zo belangrijk vinden. Na wat navragen, vernam ik de reden. Men wil het strengste en stevigste asiel- en migratiebeleid ooit voeren. U zegt altijd dat u de strengste en de stoerste bent, als een soort resterend Gallisch dorp omsingeld door Romeinen dat als enige streng en rechtvaardig kan zijn. Die wet zonder doel heeft dus maar één reden, namelijk het beeld uitdragen dat u stoer en streng bent en geweldig grote stappen zet.
Beste collega’s, ik hoor hier dat die wet geen enkele terroristische daad zal tegenhouden, geen enkele. Het is jammer dat de heer Ducarme weg is. De collega’s die hier orakelen dat we een enorme stap zetten voor de veiligheid van België dwalen, want hiermee zet men helemaal geen grote stappen om ons land veiliger te maken. Was dat wel zo, dan had ik u gesteund, zelfs zonder antwoorden van de minister.
De tweede vraag die we ons kunnen stellen, is of we het probleem werkelijk oplossen, in de veronderstelling dat er een probleem is. Ook daar leg ik een eenvoudige situatie aan de minister voor. Stel, iemand komt op de lijst te staan en mag 25 jaar of levenslang België niet meer binnen. Die persoon vliegt op Zaventem en wordt daar uiteraard tegengehouden, want men ziet dat hij op de lijst staat en België niet binnen mag. Stel evenwel dat die persoon beslist om op Lille-Lesquin International Airport te vliegen, net naast Wevelgem en Rijsel. Daar ligt inderdaad ook een luchthaven. Als men daar aankomt, gaat het systeem niet automatisch aangeven dat men niet binnen mag. Die persoon zal dus gewoon binnenkomen. Vervolgens neemt men een bus, een auto, gaat men te voet of met de fiets en gaat men eenvoudigweg de grens over. Er zal misschien een signaal zijn dat men op een lijst staat, maar het uitsluiten van het grondgebied geldt niet voor de volledige Schengenzone.
Mevrouw de minister, op basis van de wet die vandaag voorligt, kunt u mensen een inreisverbod geven voor België, niet voor de hele Schengenzone. Impliciet is het antwoord op de tweede vraag dus ook dat het probleem niet alleen blijft bestaan, maar ook niet wordt opgelost, omdat het systeem niet zal werken.
De derde vraag in het axioma luidt als volgt. Is de oplossing een oplossing zonder grote negatieve neveneffecten? Het kan zijn dat een maatregel een bepaald probleem oplost, maar dat de neveneffecten zo groot zijn dat het sop de kool niet meer waard is.
Dan kom ik bij de twaalfjarigen. Beste collega’s, in deze tekst staat dat men een levenslang inreisverbod kan geven aan een twaalfjarige. In de praktijk betekent dit dat, als men dat wil toepassen op iemand van twaalf jaar, het gaat om feiten die gepleegd zouden zijn toen die persoon acht, negen of tien jaar oud was. Het aantal haatpredikers en terroristische kinderen van acht, negen en tien jaar is blijkbaar bijzonder groot. Die groep zullen we dus een levenslang inreisverbod geven. Voor Vooruit vormt dat blijkbaar geen enkel probleem, want in de tekst staat ‘het hoger belang van het kind’. Telkens wanneer dat wordt vermeld, zeggen ze bij Vooruit en bij Les Engagés dat er geen probleem is en dat ze de kinderrechten even in de frigo steken.
Mevrouw de minister, ik blijf het herhalen. Hoe kan een levenslang inreisverbod proportioneel zijn voor een twaalfjarige? Ik begrijp dat met de beste wil van de wereld niet. Collega’s zeggen dat men na twintig jaar kan vragen om van die lijst geschrapt te worden. Stel u voor dat men als twaalfjarige op die lijst komt. Na vier jaar maakt het OCAD een nieuwe inschatting en beslist dat een persoon verkeerdelijk op die lijst gezet werd. Toch blijft het inreisverbod dan gehandhaafd. Men moet zelf een aanvraag indienen en zeggen dat men het niet eens is met een beslissing die genomen is toen men twaalf was. Dat is de tekst zoals die voorligt. Beste collega’s, als u goed nadenkt over waarover we hier stemmen, dan zult u vaststellen dat de bijwerkingen niet opwegen tegen het antwoord op een probleem dat eigenlijk niet groot is.
Mijnheer de voorzitter, ik heb dus uw axioma toegepast. Dat zou hier meer moeten gebeuren. Ik moet drie keer ‘neen’ antwoorden, en dus, als men drie keer ‘neen’ moet antwoorden, geldt dat men het wetsontwerp beter afvoert. Ik ging ervan uit dat dat zou gebeuren, maar helaas is dat niet het geval en ligt het ontwerp vandaag ter stemming voor. Wij zullen het uiteraard niet steunen, terwijl anderen dat wel zullen doen, wat hun volste recht is.
De vraag rijst echter waarom het wetsontwerp nu wordt ingediend. Men zou kunnen zeggen dat men snel wil aantonen dat men streng en kordaat optreedt. Er loopt echter nog een prejudiciële vraag bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Logischerwijs zou men moeten wachten op een uitspraak alvorens hiermee verder te gaan. De meerderheid kiest er echter voor om dat niet te doen en gewoon door te gaan. Men zou ook kunnen zeggen dat, aangezien de terugkeerverordening wordt aangepast, er een kader zal komen dat wellicht vergelijkbaar is met wat hier voorligt en dat men dat tempo zou volgen, maar ook dat gebeurt niet. Dat zijn twee elementen waarvan de meerderheid zegt dat ze niet relevant zijn en dat ze toch doorgaat.
Mevrouw de minister, ik heb u die vragen eerder al gesteld. Misschien zult u ze nu wel beantwoorden. Dat zou kunnen en zou ik bijzonder waarderen. Dan weet ik voortaan dat ik minder vragen in de commissie moet stellen en ze beter allemaal in de plenaire vergadering stel. Ik zie de voorzitter al glunderen. Hij ziet dat helemaal zitten. Ik ben daar helemaal voor, mevrouw de minister.
Ik vraag u dus om te antwoorden op de vragen die ik hier voorleg. U was daarnet aan het gesticuleren over de Schengenzone en het feit dat men nergens de Schengenzone zou kunnen binnenkomen als men op de Belgische lijst staat. Ik heb dat in eerste lezing gevraagd en geen antwoord gekregen. In tweede lezing heb ik het opnieuw gevraagd en opnieuw geen antwoord gekregen. Ik heb het dan maar zelf aan juristen voorgelegd en zij delen mijn visie, maar misschien kunt u straks toelichten waarom ik daarin toch geen gelijk zou hebben.
Mevrouw de minister, ik rond af. Ik was de commissie binnengekomen met het idee dat dit een goed ontwerp was. Terroristen aanpakken en ons land veiliger maken, dat klonk fantastisch. Vervolgens kwam de uitleg, zagen we de teksten, werden er vragen gesteld, maar bleven antwoorden uit. Met alle respect, mevrouw de minister, u bent erin geslaagd om mij van mening te doen veranderen. Dat toont aan dat ik elk debat begin met de ingesteldheid dat ik bereid ben me te laten overtuigen. In elk debat kunt u mij overtuigen. Ik wil met plezier naar mijn fractie gaan om aan mijn collega’s te zeggen dat we daar aanvankelijk tegen waren, maar dat de minister zo fantastisch was in haar uitleg dat ik daarom vraag om voor te stemmen. In dit geval hebt u echter het omgekeerde bereikt. Ik ben hier namens mijn fractie gekomen met het aanvankelijke idee dit goed te keuren, maar na uw toelichting hebben we moeten besluiten dat wij het ontwerp helaas niet kunnen goedkeuren.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vandemaele, ook vooral voor het gebruik van mijn algoritme. U bent één stap vergeten, namelijk stap twee, maar goed. Het mechanisme werkt overigens niet zo dat men drie keer ‘neen’ moet zeggen. Eén keer ‘neen’ volstaat al. Daarmee zeg ik niet dat u gelijk hebt, maar ik stel wel met tevredenheid vast dat de toepassing ervan het debat zeker structureert. Ik hoop dat we dit als algemene regel kunnen invoeren en dat we bij elk debat dat algoritme gebruiken. Het blijft uiteraard aan de andere collega’s om de vragen eventueel anders in te vullen dan hoe u dat hebt gedaan.
12.10 François De Smet (DéFI): Madame la ministre, chers collègues, je n'étais pas dans les débats parlementaires parce que malgré tous mes efforts, je n'arrive pas à être partout à la fois. J'ai quand même lu attentivement le rapport de ces débats, qui furent visiblement de qualité.
Pourquoi introduire dans la législation des interdictions d'entrée à vie alors qu'on peut déjà interdire d'entrée pour 30 voire 40 ans ? En commission, madame la ministre, vous avez déclaré que la plus-value de votre projet de loi résidait dans le fait qu'il semble nécessaire pour garantir la sécurité juridique, étant donné qu'une interdiction d'entrée à vie n'était jusqu'à présent prévue ni dans le cadre juridique national ni dans le cadre européen. Alors, bien évidemment que notre pays doit se protéger du terrorisme, comme notre collègue de Groen le disait. Moi, en lisant le titre, je me disais qu'a priori, c'est du bon sens, même si je me permets de rappeler que les attentats terroristes, en ce compris ceux subis ici, ont plutôt montré que la menace première était malheureusement d'abord intérieure. Mais soit, c'est vrai, ce n'est pas une raison pour ne pas se protéger aussi des prédicateurs de haine extérieurs.
Mais cette protection doit se faire sans rien céder aux principes fondamentaux, parce qu'un tel équilibre est notre plus-value comme démocratie. Et dans les principes démocratiques, vous avez la proportionnalité, qui est un pilier de notre système juridique. Or, a priori, une interdiction à vie s'apparente à une mort civile territoriale.
Inscrire une interdiction à vie de manière quasi automatique heurte le principe de l'examen au cas par cas. L'administration ne devrait pas, dans un monde idéal, se substituer au juge en prononçant des sanctions définitives sans une évaluation constante de l'évolution de la menace ou de la situation personnelle de l'individu.
Ma deuxième réserve concerne le périmètre du dispositif. Il s'agit de l'interdiction d'entrée des mineurs à partir de l'âge de 12 ans. En commission, il a été justement précisé que cette législation a pour objectif de créer un outil de collecte et de traitement d'informations relatives au terrorisme, y compris concernant certains mineurs, mais qu'elle n'a pas pour finalité de mettre en œuvre des conséquences administratives pouvant découler de cette inscription pour les mineurs. L'un des groupes de votre majorité s'en est ému, estimant que la proportionnalité d'une telle décision à l'égard d'enfants de cet âge peut légitimement être interrogée.
Cette question est d'autant plus pertinente que les entités fédérées ont développé, en matière de justice des mineurs, une approche protectionnelle reposant sur le principe selon lequel les mineurs ne disposent pas nécessairement du discernement suffisant pour apprécier la portée pénale de leur acte.
Il existe dans le droit communautaire une présomption irréfragable liée à l'absence de conscience de la commission d'une infraction pénale pour ces enfants.
En commission, vous avez toutefois indiqué que le principe de l'intérêt supérieur de l'enfant n'était en aucun cas remis en cause et que le contrôle de proportionnalité serait toujours effectué dans le cadre de la loi sur les étrangers et donc également en cas d'interdiction d'entrée. Dont acte, mais je reste réservé.
Et puis se pose la question juridique de savoir si cette mesure va simplement pouvoir subsister.
L'interdiction d'entrée à vie prévue dans le projet de loi se heurte à une objection de temporalité. Je pense évidemment à la question préjudicielle relative à l'interprétation de la directive 2008/115, qui est en effet pendante devant la Cour de justice de l'Union européenne, en ce qui concerne la possibilité d'instaurer une interdiction d'entrée à vie. Il est permis de s'interroger sur l'opportunité d'adopter dès à présent un dispositif à l'échelle fédérale alors que l'interprétation du droit européen reste incertaine. Dans son avis, le Conseil d'État indique que la compatibilité du dispositif envisagé avec le droit de l'Union dépendra de la réponse que la Cour de justice apportera à cette question préjudicielle et que le dispositif devra, le cas échéant, être réévalué à la lumière de cet arrêt.
Au regard du non-respect récent par le gouvernement de certaines décisions de justice en matière d'asile et de migration dont on a fait grand cas, cette nouvelle confrontation organisée entre la jurisprudence d'une juridiction nationale ou européenne et le respect par le gouvernement met indirectement à nouveau à l'épreuve l'État de droit. Vous avez indiqué, madame la ministre, que la Cour devrait rendre son arrêt en 2026, qu'il serait respecté et que la législation serait modifiée, le cas échéant. Toutefois, dans le même temps, vous affirmez que les évolutions européenne – nouvelle question préjudicielle, arrêt, entrée en vigueur d'un nouveau règlement en matière de retour – restent incertaines. C'est pourquoi vous ne voulez pas attendre la décision de la Cour et estimez que, dans l'intervalle, la politique doit être poursuivie, considérant que l'avocat général dans le cadre du contentieux devant la Cour et le projet de règlement européen vont dans le même sens. Par conséquent, vous habilitez dès à présent l'Office à infliger au maximum des interdictions d'entrée, même si ce sera peut-être, finalement, à titre temporaire.
Une interdiction d'entrée devrait rester une mesure de sûreté proportionnée et limitée dans le temps, même dans un temps très long, et révisable de manière effective. En instaurant une forme de perpétuité administrative, ce texte franchit une ligne que notre État de droit aurait dû se refuser à dépasser. Je déplore ce symbolisme législatif qui, sous couvert de fermeté, fragilise les fondements de nos libertés publiques. C'est pourquoi je ne soutiendrai pas ce texte.
12.11 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, je vais parler du fond du texte dans un instant. Notre collègue Vandemaele a déjà amplement démontré que nous ne percevions pas bien quel problème trouverait ici sa solution, ni en quoi cette solution serait appropriée.
J’ai envie de dire que qu'il est normal d'avoir des affrontements politiques sur le fond des projets entre la majorité et l’opposition – a fortiori entre la N‑VA et les écologistes. Je serais plutôt inquiète du contraire. En revanche, madame la ministre, j'ai une difficulté assez fondamentale – qui dépasse ce texte-ci – avec la façon dont vous travaillez avec le Parlement.
Ayant été vous-même parlementaire d’opposition, vous savez le travail que cela représente. J’avoue être étonnée, depuis mon retour ici, de la manière dont vous organisez les travaux avec le Parlement. Elle témoigne d’une forme de mépris pour notre délibération parlementaire.
Vous refusez de nous transmettre les avis sur lesquels vous vous appuyez. Vous refusez, par le biais de votre majorité, de nous permettre, au moment de la délibération, de recueillir des avis et des expertises. Ainsi, malgré des demandes répétées, nous n’avons aucun moyen d’obtenir des éclairages supplémentaires sur le texte. C’est regrettable. Nous avons tout juste pu apprendre – via votre collègue parlementaire de la N-VA – que des concertations avaient eu lieu avant l’élaboration du projet de loi. Mais cela ne nous avance guère si nous n’avons pas accès aux informations appropriées.
Une autre caractéristique de votre manière de travailler avec nous est que vous êtes toujours pressée, même lorsqu’il n’y a, comme ici, aucune urgence objective. La précipitation consiste ici à vouloir absolument avancer maintenant sur ce projet, alors que la Cour de justice de l’Union européenne doit prochainement se prononcer sur le sujet. Comme cela a été rappelé, une question préjudicielle a été posée concernant l’interprétation de la directive à cet égard, notamment sur la possibilité d’instaurer légalement une interdiction d’entrée à vie.
Vous avez vous-même admis qu’il existait probablement déjà suffisamment de dispositifs nécessaires en droit belge, mais vous avez insisté sur la nécessité, pour la sécurité juridique, d’ancrer cela explicitement dans la loi. Il faut quand même le faire pour prétendre augmenter la sécurité juridique en adoptant une mesure qui pourrait devoir être retirée dans quelques semaines ou quelques mois si la CJUE décide le contraire. Vous l’avez dit vous-même et notre collègue De Smet vient rappeler le rapport de commission.
Vous avez évoqué les évolutions européennes, les nouvelles questions préjudicielles, les arrêts, la mise en place d’un nouveau règlement en matière de retour, dont l’issue serait incertaine. Vous avez d'ailleurs expliqué que c'était pour cela que vous ne souhaitiez pas attendre la décision de la CJUE. Vous nous avez dit vouloir avancer immédiatement, même si ce n’est possible qu’à titre temporaire. Je ne vois pas en quoi une mesure qui pourrait n’être en vigueur que quelques mois augmenterait la sécurité juridique.
Voorzitter: Wouter Vermeersch,
ondervoorzitter.
Président: Wouter Vermeersch,
vice-président.
La Belgique n'a donc pas le temps d'attendre une décision européenne. Il est tout de même fascinant de constater que, dans d'autres domaines, lorsqu'il s'agit par exemple de protéger la population et l'environnement contre des pesticides dangereux ou cancérigènes, la Belgique n'a jamais envie de jouer le rôle de précurseur. Il faut toujours attendre l'Europe. Ici, en revanche, lorsqu'il s'agit de migration, il n'est jamais question d'attendre, même lorsque la sécurité juridique et la légalité des décisions sont en jeu.
12.12 Denis Ducarme (MR): (…)
12.13 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Vous avez eu votre temps de parole, je pense, monsieur Ducarme.
Le président: M. Ducarme demande la parole.
12.14 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Et à quel titre la reçoit-il?
Le président: Monsieur Ducarme, vous avez la parole.
12.15 Denis Ducarme (MR): Dans une démocratie parlementaire, madame, lors d'un débat à la Chambre sur un projet, il est possible de demander la parole et d'échanger de manière démocratique avec les collègues de l'opposition et de la majorité, ce que je viens de faire. J'espère que cela ne vous dérange pas trop.
Vous dites que nous n'avons pas le temps d'attendre. Pour ma part, et pour les miens au sein du Mouvement Réformateur, ce type de projet est attendu depuis 30 ans. Cela fait 30 ans que nous aurions dû agir. Nous accusons un retard considérable dans le virage à prendre en matière de migration et d'asile dans notre pays. Cet accord de gouvernement est fondamental sur ces questions, car nous avons décidé de cesser d'attendre et de passer aux actes. Oui, nous n'attendons plus. Nous passons aux actes avec cette majorité.
Le président: Madame Hugon Lecharlier, je vous rends la parole pour répondre et poursuivre votre intervention.
12.16 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur Ducarme, cette partie de l'accord de majorité est manifestement un trophée du MR. Je comprends que vous le défendiez beaucoup, mais d'autres collègues de la majorité sont peut-être un peu plus lucides sur l'effectivité réelle du projet, puisqu'ils parlent de signal, et que la ministre elle-même admet qu'il y a déjà probablement dans la loi tout ce qu'il faut.
Par ailleurs, comme le collègue De Smet l'a très opportunément rappelé, vous vous êtes amplement appuyé sur la question des attentats qui ont eu lieu ici en Belgique, qui n'étaient pas le fait de personnes sans titre de séjour. Le dispositif dont nous parlons ici ne s'appliquerait en conséquence pas à elles.
J'essaye de reprendre le cours de mon exposé. J'en venais à un problème qui a été souligné par le collègue Aouasti, que je rejoins totalement dans ses observations. La ministre table ici sur des évolutions européennes futures, des évolutions qui, si elles adviennent, pourront le faire uniquement en raison d'une alliance au niveau européen entre la droite conservatrice et l'extrême droite, une alliance que la N-VA, au niveau européen, a soutenue par son vote, mais pas les autres partis de la majorité, qui ont voté contre ou qui sont abstenus sur le mandat du Parlement européen, justement en raison de l'alliance avec l'extrême droite. Donc, ici, ils vont voter des évolutions en droit belge qui dépendent directement de ce qui se prépare au niveau européen. Je pense qu'il faut le noter, car cela constitue un précédent dangereux.
Comme je viens de le dire, dans la majorité, on entend des lectures très différentes à propos de la réelle portée du texte, entre le MR qui parle d'un véritable virage dans la politique d'asile et de migration, et de la sécurité; là où Vooruit, par exemple, admet que ce n'est qu'un signal, même s'il considère ce signal important. Lors des discussions en commission, on n'a pu nous donner aucun exemple concret, aucune situation réelle dans laquelle les dispositifs existants n'auraient pas suffi, aucun cas pour lequel ce qui va être voté aujourd'hui serait réellement nécessaire.
Il existe déjà, cela a été rappelé, une interdiction d'entrée très extensive. La ministre a indiqué en commission que, l'année passée, des interdictions d'entrée avaient été prononcées pour une durée qui a pu aller jusqu'à 40 ans. Et mon collègue Vandemaele a d'ailleurs rappelé qu'il n'existe aucune limite légale dans la loi à ce sujet.
Cette interdiction pourrait concerner des enfants à partir de 12 ans. Je ne vois pas quel examen individualisé pourrait garantir une protection suffisante aux enfants concernés. Il a également rappelé le cadre communautaire protecteur des mineurs en la matière, je ne vais donc pas y revenir davantage.
Pour résumer, personne ici, je suis désolée de le dire, n'a pu apporter la démonstration de la nécessité, de l'effectivité ou de la proportionnalité de ce projet. Nous n'avons pas pu bénéficier d'expertises pertinentes qui auraient peut-être pu nous éclairer à ce sujet. En raison de la question qui est pendante devant la CJUE, ce qui va être voté aujourd'hui pourrait devoir être retiré prochainement; donc, on diminue la sécurité juridique au lieu de l'augmenter. Enfin, on compte sur une évolution européenne qui ne pourra être obtenue qu'avec les voix de l'extrême droite.
Pour ces raisons, sans vouloir dédire mon collègue Vandemaele, je peux vous dire qu'il est particulièrement improbable que nous soutenions ce texte.
Le président: M. De Smet souhaite-t-il prendre la parole? (Non) Madame la ministre, vous avez la parole.
12.17 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Monsieur De Smet est déjà intervenue, monsieur le président.
Beste collega’s, we hebben in de commissie lang van gedachten gewisseld over dit wetsontwerp.
Je rejoins le collègue Ducarme lorsqu'il dit que ce n'est que du bon sens.
Als men aan iemand in de straat zou vragen of men iemand die illegaal in ons land is en zich op een lijst bevindt, niet zomaar een lijst, maar de OCAD-lijst, waarop mensen staan die bekend staan voor terrorisme, extremisme of radicalisering, een levenslang inreisverbod mag opleggen, dan zou die waarschijnlijk verbaasd vragen of dat nog niet bestaat. Ik meen dat de mensen in de straat het heel onlogisch vinden dat dit nog niet zou bestaan, precies omdat het zo belangrijk is om die mensen niet langer tot ons grondgebied toe te laten, omwille van de veiligheid van de burger. Als er nu één kerntaak bij uitstek is voor een overheid, dan is het wel het beschermen van de veiligheid van de burger.
De realiteit is wat ze is. Sommige mensen lijken te denken dat dergelijke profielen niet bestaan, maar die bestaan wel en ze worden jammer genoeg steeds maar jonger. We kunnen dat alleen betreuren, maar zoals collega El Yakhloufi zei: de realiteit is hard. Ze is misschien zelfs nog harder, nu die profielen altijd maar jonger worden. Maar dat is nu eenmaal de realiteit.
Voici
quelques clarifications.
Mijnheer Vandemaele, ik kom straks nog bij uw twee andere vragen.
U bent te overtuigen. U zei immers dat u in de commissie geen antwoorden hebt gekregen. Dat is heel vreemd, want anderen citeren uit het verslag van de commissie net de antwoorden die ik nu zal geven, terwijl u stelt dat u geen antwoord hebt gekregen. Misschien helpt het als ik ze nog eens herhaal, zodat u ze beter kunt verwerken en alsnog uw axioma’s bevestigd kunt zien.
Wat betreft uw eerste vraag, die ook werd gesteld door collega Aouasti, namelijk wat de meerwaarde is van dit wetsontwerp, het is vreemd dat u zegt dat u daarop geen antwoord hebt gekregen, want uw fractiegenoot mevrouw Hugon Lecharlier heeft daarnet letterlijk geciteerd wat ik u nu in het Nederlands zal zeggen. Misschien lag het eraan dat het in het Frans in het verslag stond, hoewel de verslagen tweetalig zijn.
Ik zal het in het Nederlands herhalen, zoals ik het ook in de commissie heb gezegd en zoals uw collega het net heeft geciteerd. Het is voor de rechtszekerheid belangrijk om het levenslange inreisverbod wettelijk te regelen. We hebben tot nu toe in België in de praktijk immers nog geen levenslange inreisverboden opgelegd. Dat komt niet alleen doordat ons nationaal juridisch kader die mogelijkheid niet kent, maar ook doordat er pas onder deze regering een duidelijke politieke wens is ontstaan om dat te doen.
In de praktijk kunnen we vandaag al steeds langere termijnen opleggen, wat ook gebeurt. Een levenslang inreisverbod was echter niet duidelijk verankerd in het bestaande juridische kader. Daarom is het belangrijk om die mogelijkheid expliciet in de wetgeving op te nemen.
Er waren ook vragen over de bezorgdheid inzake minderjarigen. Elke beslissing wordt individueel genomen. Het is niet zo dat iemand die op een lijst staat en illegaal in het land verblijft, automatisch zo wordt behandeld. Er gebeurt telkens een individuele toets, ook wat de proportionaliteit van de maatregel betreft.
Monsieur De Smet, vous avez dit qu'il
s'agit de décisions quasi automatiques, ce n'est pas du tout juste. Chaque décision est individuellement
motivée.
Mijnheer Vandemaele, ik kom aan uw twee andere axioma’s. Uw eerste vraag was of hiermee iets wordt opgelost. Die heb ik al beantwoord. Het is duidelijk ja.
In uw tweede vraag stelde u dat we hiermee niets oplossen, want dat als iemand niet op Zaventem vliegt maar op Lille-Lesquin, dan zou dat allemaal foutu zijn en niet meer gelden. Dat klopt natuurlijk niet. Als iemand uit een derde land op Lesquin aankomt, dan zijn er die seiningen in het Schengeninformatiesysteem. Frankrijk zal dan zien dat die persoon geseind staat. Frankrijk kan perfect zeggen dat het hem ook weigert. Frankrijk neemt dan vaak contact op met het land dat het inreisverbod heeft ingevoerd en vraagt waarom dat levenslange inreisverbod werd opgelegd. Dan zullen wij vanuit België zeggen dat het gaat om iemand die illegaal in ons land verbleef en gekend stond op die lijst wegens radicalisme, terrorisme enzovoort. De kans is dan vrij groot dat Frankrijk zal zeggen dat het die persoon ook niet op zijn grondgebied wil. Zegt Frankrijk dat het die persoon wel op zijn grondgebied wil, dan is dat voor Frankrijk, maar die persoon zal alleszins niet in België komen.
U laat uitschijnen dat die persoon toch nog via een andere weg in België zal kunnen komen. Dat klopt dus niet, mijnheer Vandemaele. Met andere woorden, ook op uw tweede axioma is een afdoend antwoord gegeven.
Dan kom ik aan uw laatste axioma, over het feit dat het gaat over minderjarigen vanaf 12 jaar. U zult nu zeggen dat ik weer over de vorige regering begin. U wordt daar niet graag aan herinnerd. Ik weet dat u niet graag wordt herinnerd aan wat uw partij in de vorige regering allemaal heeft gedaan. De wetgeving die het mogelijk heeft gemaakt om kinderen vanaf 12 jaar op die lijst GGB T.E.R. in te schrijven, komt van de vivaldiregering. In 2024 zijn daarover lange debatten geweest in het Parlement, om te bepalen vanaf welke leeftijd we mensen op die lijst gingen inschrijven. Toen is beslist, onder Vivaldi, dat het geldt voor minderjarigen vanaf 12 jaar.
Dus voilà, mijnheer Vandemaele, als u een ander antwoord had gewild op uw derde axioma dan wat ik u heb gegeven, dan moet u misschien naar uw eigen partijgenoten in de vorige regering kijken. Dat kunt u deze regering alvast niet verwijten.
U hebt dus zelfs driemaal een ja. Ik weet niet of de Kamervoorzitter zou zeggen dat één ja al volstaat, want hij is er nu niet, maar het is zelfs drie keer ja. Ik veronderstel dat u straks, mijnheer Vandemaele, alvast op het groene knopje zult drukken. Dat zou niet meer dan logisch zijn, eerlijk gezegd.
12.18 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, u herhaalt hier inderdaad wat u al in commissie zei. Ons land is net zoals andere Schengenlanden verplicht om inreisverboden in SIS te registreren. Dat betekent dat een bij ons geseinde persoon bijvoorbeeld in Frankrijk ook onmiddellijk wordt gepingd en niet zomaar tot het Franse grondgebied kan worden toegelaten, tenzij Frankrijk motiveert waarom de in SIS geseinde persoon toch wordt toegelaten.
SIS-seiningen hebben gevolgen voor de hele Europese Unie. Ook al heeft men de scope van het registratiesysteem uitgebreid tot de Schengenzone, het betekent niet dat landen zich niet zouden moeten houden aan onder andere de SIS-verordening.
12.19 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw De Vreese, ik ben niet de slimste, maar ik was wel aanwezig tijdens de les waarin werd uitgelegd dat kunnen en zullen geen synoniemen zijn. Ik heb het goed genoteerd. De minister heeft op mijn vraag over Schengen geantwoord dat een persoon die in België in het systeem geseind staat, bijvoorbeeld bij zijn landing in Lesquin, gepingd wordt in het systeem daar en dat Frankrijk vervolgens kan weigeren om de betreffende persoon toegang tot het grondgebied te geven. Kan weigeren is niet hetzelfde als zal weigeren. Als Frankrijk kan weigeren, dan betekent het dat Frankrijk ofwel weigert ofwel niet weigert. Stel u voor dat men in Frankrijk bij de landing in Lesquin van de geseinde persoon de bevoegde Belgische instanties bij de ping van het systeem contacteert, niet overtuigd is van de Belgische informatie en de betrokken persoon laat doorlopen. Een kwartier later staat die geseinde persoon dan wel in mijn mooie thuisstad Kortrijk.
Mevrouw De Vreese, u stelt dat Frankrijk de
toegang zal weigeren. Moet ik nu luisteren naar de minister of naar de
schaduwminister? Dat is mij niet duidelijk. Wie van de twee spreekt de
waarheid? Gaat het over kunnen of
zullen?
12.20 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le président, je souhaite simplement préciser un point, car j'ai l'impression que nous nous écartons vers des considérations techniques. Autant être précis.
Il faut rappeler, collègue De Vreese – et madame la ministre l'avait d'ailleurs indiqué en réponse à une question que je lui avais moi-même posée, ainsi que le collègue Dubois en commission –, que la mesure votée ici est une mesure purement nationale. Il ne s'agit pas d'une mesure européenne.
En effet, une mesure européenne n'est possible que dans le cadre de la législation européenne, qui doit encore être modifiée. La ministre a clairement indiqué que cette mesure purement nationale n'est pas signalée au niveau européen. Dès lors, seul le cadre européen des interdictions d'entrée, tel qu'il est actuellement autorisé, peut faire l'objet de votre ping si une personne se présente par exemple à l'aéroport de Lille, de Cologne ou de Rotterdam.
Pour le reste, le régime des interdictions à vie – qui était précisément au cœur de la question, tant sur son utilité que sur sa portée en matière de sécurité – relève d'une logique nationale. À partir du moment où il s'agit d'une mesure purement nationale, la question se pose de savoir comment organiser une concertation sécuritaire au niveau européen. Cela signifierait en effet que des mesures connues uniquement des services de sécurité belges devraient être appliquées par d'autres États.
Ce ping-là a été confirmé par la ministre dans ses réponses, non seulement à ma question, mais également à celles d'autres députés qui l'ont interrogée de manière précise. Dès lors, ce qui est proposé ici constitue bien une mesure exclusivement nationale.
Collega Vandemaele, ik probeer u nogmaals te overtuigen, Onze levenslange inreisverboden worden in het SIS ingevoerd, want anders hebben ze weinig zin. Dat wil zeggen dat een ping hier ook in de Schengenzone wordt gehoord. Als er bijvoorbeeld iemand in Frankrijk op de luchthaven aankomt of bij een controle wordt gevat en het systeem hem pingt, omdat hij het land illegaal is binnengekomen, wat nog altijd kan, dan kan Frankrijk die ping niet negeren en moet het handelen volgens artikel 25 van de verordening. Dat wil zeggen dat het land overleg moet plegen met België en ook juridisch moet motiveren waarom het de geseinde persoon alsnog toelaat.
Denkt u nu werkelijk dat Frankrijk als lidstaat van de Europese Unie dat nog verder moet onderhandelen over verordeningen op het vlak van asiel en migratie en veiligheid na alles wat we in de Europese Unie hebben meegemaakt, iemand die van ons land een levenslang inreisverbod opgelegd kreeg, op zijn grondgebied zal toelaten? Denkt u dat nu werkelijk? Verordeningen en ons inreisverbod betekenen wel iets. Als een inreisverbod, of dat nu levenslang, 30 of 40 jaar geldt, in de Schengenzone niet zichtbaar is voor de andere Schengenlanden, waar zijn we dan mee bezig? Dan zou dat nutteloos worden. Er is echter regelgeving, zodat onze inreisverboden ook in de Schengenzone kunnen worden opgevolgd. U kunt straks met een gerust hart op de groene knop drukken.
12.22 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw De Vreese, ik ben blij dat de minister en u gealigneerd zijn. Het antwoord is dus niet zullen, maar wel kunnen. Dat is duidelijk.
12.23 Maaike De Vreese (N-VA): Dan stel ik voor dat we samen met Groen in de Europese Unie pleiten voor een verplichting, zonder rekening te houden met de proportionaliteit of humanitaire en andere overwegingen. Zo niet stelt u eigenlijk dat u een grote tegenstander bent van elke vorm van een inreisverbod. U geeft daarmee het signaal dat men terroristen dan maar naar hier moet laten komen. U wilt het zo niet formuleren en u haalt allerlei redenen aan om maar niet op de groene knop te hoeven te drukken. Ecolo-Groen wil eigenlijk – dit is ook al gebleken in de vorige legislatuur – dat dit land een vrijhaven wordt voor extreem geradicaliseerden en terroristen. Dat vind ik straf.
12.24 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw De Vreese, u legt ons telkens die woorden in de mond. Wij willen gewoon dat men robuust wetgevend werk indient. Ik toon hier aan dat uw wettekst niet robuust is. Dat is niet hetzelfde als zeggen dat wij van België een vrijhaven voor terroristen maken. Ik wijs erop dat het uw minister is, die de taliban in Brussel uitnodigt. Niet de Ecolo-Groenfractie, maar uw minister doet dat. Ik zou toch enige bescheidenheid aan de dag leggen.
12.25 Denis Ducarme (MR): Je voudrais apporter mon soutien à Mme De Vreese, pour lui dire que ce qu'elle dit est juste mais surtout pour ramener ce débat à la réalité. J'ai entendu la représentante d'Ecolo dire: "Vous avez fait allusion au 22 mars 2016, tous ces terroristes étaient en situation régulière sur le territoire". Mais le 16 octobre 2023, Abdesalem Lassoued, qui a frappé dans une attaque terroriste en assassinant deux Suédois, était en situation irrégulière.
Il y a quelques mois, M. Mohannad Al-Khatib, membre du Hamas, qui a participé aux évènements du 7 octobre dernier, a déposé une demande d'asile en Belgique. Il a vécu en Belgique. On a seulement pu bloquer sa demande d'asile sur base du fait qu'il avait fait une première demande d'asile en Grèce, pas parce qu'il était membre du Hamas. Voilà aussi pourquoi vous prenez ces mesures pour protéger les Belges et pour empêcher ces terroristes, ces radicaux de prendre le chemin de l'asile. C'est quoi le chemin de l'asile? C'est le chemin de l'humanisme. C'est recevoir des gens qui sont en danger chez eux. Sans aucun scrupule, un certain nombre d'extrémistes et de terroristes prennent ce chemin. Nous devons naturellement veiller à ce que le chemin de l'asile dans notre pays et l'immigration restent exempts de ces personnes qui sont un danger pour les Belges et qui ne doivent pas avoir accès au territoire.
12.26 Maaike De Vreese (N-VA): De minister handelt correct wanneer ze daders van ernstige criminele, radicale of terroristische feiten probeert te repatriëren, ook als dat Afghanen zijn. Ook Duitsland repatrieert weliswaar enkel zeer zware criminelen naar Afghanistan. Overigens, ik denk dat het Vlaams Belang het andere deel van de Duitse deal over terugkeer waarbij het land ook een deel vluchtelingen uit Afghanistan om humanitaire redenen overneemt, minder genegen is. Hoe dan ook, België mag geen vrijhaven zijn voor de Afghanen die een groot gevaar vormen voor onze veiligheid. Wij moeten die terugsturen.
Collega Vandemaele, als de werkwijze met de SIS-seiningen in de Europese Unie de enige reden is waarom u tegen het ontwerp bent, dan kan ik niet anders dan concluderen dat u tegen de SIS-verordening bent en dus tegen dergelijke seiningen, terwijl u als reden opgeeft dat er niet van de regel of inreisverboden van 30 of 40 jaar mag worden afgeweken.
Collega Hugon Lecharlier en collega Vandemaele, u hebt er bezwaar tegen dat minderjarigen eveneens onder de wetgeving vallen. Ik herinner u eraan dat voor de databank T.E.R., die onder de vivaldiregering het licht zag, zeer uitdrukkelijk werd beslist om er minderjarigen in op te nemen. Minderjarigen worden daarin niet zomaar geregistreerd. Het is de bedoeling dat men met hen aan de slag gaat en proportioneel aan bepaalde maatregelen zoals die waarover het hier gaat, onderwerpt. Het zou trouwens absurd zijn om die zeer gevaarlijke jongeren in een databank op te nemen en er vervolgens niets mee te doen. Het kot zou te klein zijn als een veertienjarige hier een aanslag pleegt terwijl we met hem of haar niet aan de slag zouden zijn gegaan, omdat die minderjarig is. Onze veiligheidsdiensten waarschuwen er net voor dat twaalf-, dertien- en veertienjarigen al in staat zijn om dergelijke feiten te plegen. Wat we dan zullen doen, is een levenslang inreisverbod voor individuen die zo gevaarlijk zijn, instellen. Daarmee maakt de regering duidelijk dat ze hier in onze samenleving, waar ze zo op spuwen en die ze ten gronde willen richten, absoluut niet meer welkom zijn en hun leven maar ergens anders moeten uitbouwen.
Ik vind het frappant dat uw partij het ontwerp niet zal goedkeuren onder het mom dat de tekst niet proportioneel is ten aanzien van minderjarigen en onder het mom dat de bepaling inzake de SIS-seiningen ontoereikend zijn. U zoekt opnieuw een uitvlucht om toch maar het migratiebeleid niet te verstrengen. Als er dan iets gebeurt, staat u op uw achterste poten en wijst u naar de inlichtingendiensten, naar de Dienst Vreemdelingenzaken en naar de regering. Op die manier komen we er natuurlijk nooit.
12.27 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw De Vreese, u weet niet wat het Vlaams Belang vindt van het terugsturen van illegale Afghanen. Ik heb daarnet nochtans een plenaire vraag aan minister Prévot daarover gesteld. Ik heb er mevrouw Van Bossuyt gisteren over ondervraagd. De clou van de zaak is net dat de regering niet weet wat ze met illegale Afghanen moet aanvangen. U kunt dan nog veertien maanden lang zeggen dat u hen zo graag wil terugsturen, maar als er iemand dwarsligt in de regering en technische onderhandelingen met Afghanistan absoluut verwerpt, dan zal er nooit een illegale Afghaan worden teruggestuurd. U weet dat, want u hebt zelf bij de Dienst Vreemdelingenzaken gewerkt. U weet dus dat technische onderhandelingen met Afghanistan nodig zijn om de illegalen terug te sturen.
Minister Prévot zei daarnet luid en duidelijk dat we dat nooit zullen doen, dat die onderhandelingen er met de regering-De Wever nooit zullen komen. Zelfs gesprekken op Europees niveau hebben geen enkele zin, omdat ons land nadien altijd nog technische onderhandelingen zal moeten voeren. Het is duidelijk dat de regering zelf niet weet wat ze wil en dat u dat eerst moet uitklaren.
12.28 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): De heer Ducarme heeft daarnet drie of vier voorbeelden gebruikt, maar geen enkel van die voorbeelden van terroristische aanslagen of van haatpredikers zou, mocht deze wet vijf jaar geleden bestaan hebben, voorkomen zijn.
Ik ben het eens met het basisidee van wat de regering wil. Dat heb ik zowel in de commissie als hier gezegd. Dat we haatpredikers en mensen die veroordeeld zijn wegens extreem terrorisme, een inreisverbod geven, daarvan kunt u me overtuigen, zelfs een heel lang inreisverbod. Het net dat u sluit, moet u dan wel ook echt sluiten.
Waarom ga ik zo door op Schengen? Omdat u hier een vals gevoel van veiligheid geeft. U zegt: het net is gesloten. Ik stel dat het niet gesloten is, en maak ik ook op uit de antwoorden die ik heb gehoord. Frankrijk kan tegenhouden. Kán, en niet: zál tegenhouden.
Ik zal de rest van mijn reactie straks geven, want anders zitten we hier nog tot morgen.
12.29 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer Vandemaele, ik kan alleen concluderen dat het een drogreden is om dit niet te hoeven goedkeuren. Het geldt inderdaad voor alle inreisverboden binnen de Europese Unie, momenteel. Het is een drogreden om dit niet te hoeven goedkeuren.
Tegen het Vlaams Belang heb ik eigenlijk alleen gezegd dat ik me afvraag wat jullie van het tweede deel van het Duitse beleid vinden. Daar neemt men ook Afghanen binnen onder het mom van humanitaire redenen. Ik meen dat jullie van dat deel van het beleid dan weer geen voorstander zijn.
12.30 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw De Vreese, eigenlijk rijst die vraag niet, want jullie voeren geen beleid. Jullie sturen die illegalen, die criminelen, niet terug. Binnenkort komt hier een illegale Afghaanse allicht vrij uit de gevangenis die jullie zouden kunnen terugsturen, maar deze regering weigert dat te doen. Dat is dus jullie schuld. Als die persoon binnenkort nieuwe criminele feiten pleegt, dan komt dat op jullie conto wegens jullie onwil om illegale Afghanen terug te sturen. Dat staat op uw rekening, mevrouw De Vreese.
12.31 Maaike De Vreese (N-VA): (…)
12.32 Francesca Van Belleghem (VB): U zit toch in de meerderheid?
De clou van de zaak is dat de vraag niet aan de orde is omdat er hier helemaal niet zo’n beleid is en dat er ter zake onenigheid is binnen de regering, die jullie duidelijk niet opgelost krijgen. Wat ik vermoed, is het volgende. Ik heb in de afgelopen veertien maanden, zoals ik al zei, tien of elf vragen gesteld aan minister Van Bossuyt over de terugkeer naar Afghanistan. Ik ben daar wel degelijk al heel lang mee bezig. Ik krijg echter altijd dezelfde antwoorden, want de minister zegt: ik werk in de luwte verder; ik werk discreet verder; ik werk in alle stilte verder.
Het is echter duidelijk dat er gewoon niet gewerkt mag worden van Les Engagés. Zij willen nooit dat illegale Afghanen worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Dat zal er niet komen, tenzij die angel wordt weggenomen. Ik hoop dat ik met deze druk daartoe een beetje kan bijdragen.
12.33 Maaike De Vreese (N-VA): Wij voeren tenminste beleid, collega Van Belleghem. We werken binnen een regeringscontext en ik denk dat ik ons partijstandpunt zeer duidelijk heb gemaakt. De minister heeft ook duidelijk geantwoord op uw vragen. Zij heeft daar gisteren nog een antwoord op gegeven in de commissie.
Mevrouw de minister, ik kan alleen maar hopen dat er vooruitgang komt in dat dossier, want we weten hoe prangend de problematiek is, zeker ook voor mensen met de Afghaanse nationaliteit in onze gevangenissen. We weten dat iemand die vrijkomt uit de gevangenis en hier illegaal verblijft en blijft rondlopen, zo snel mogelijk gerepatrieerd moet worden. De kans op recidive is immers enorm groot.
12.34 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, u zit niet vaak op de voorzittersstoel, maar het debat dat nu wordt gevoerd, heeft helemaal niets meer te maken met het wetsontwerp dat voorligt.
De voorzitter: Het komt mij toe om dat te beoordelen, collega. Als u hier zit, kunt u dat beoordelen.
12.35 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Geen enkel probleem. U hebt als voorzitter de taak om het debat bij het wetsontwerp te houden, maar dat is een andere discussie.
Ik wil graag enkele dingen zeggen. Ik vind het oprecht jammer dat linkse partijen, met uitzondering van Vooruit, niet durven spreken over veiligheid. Dat is problematisch. De reden waarom extreemrechtse zotten zoals het Vlaams Belang groeien, is precies omdat jullie als linkse partijen dat thema vermijden. Het is nochtans heel sociaal om over veiligheid te spreken. Het behoort tot de kern van het socialisme om de belangen van de gemeenschap en de samenleving te verdedigen.
De excuses die ik hier hoor tegenover mensen die een gevaar vormen voor de samenleving, terroristen in al hun vormen, of ze nu uit Syrië komen of van de IDF uit Israël, zijn onaanvaardbaar. Geen enkele terrorist is hier welkom. Wanneer men dat bestempelt als symboolpolitiek, dan zeg ik: als dat een symbool is, een signaal dat we terroristen hier niet tolereren en hen hier niet binnenlaten, dan zal ik dat symbool altijd steunen. Stop dus die zever en steun dit wetsontwerp, want radicale mensen en terroristen, van waar ook afkomstig, mogen wij nooit aanvaarden in ons land in het belang van de veiligheid van onze burgers.
De voorzitter: Collega, ik heb de indruk dat u nu ook wat buiten het onderwerp van dit wetsontwerp bent gegaan, maar ik zal er alles aan doen opdat u in het Parlement uw mening kunt uiten.
12.36 Francesca Van Belleghem (VB): Collega El Yakhloufi, u kunt niet enerzijds zeggen dat Vlaams Belangers zotten zijn en anderzijds in de wandelgangen stellen dat ik nog wel een goede ben en dat er met mij nog te spreken valt. Dat is niet coherent. Een beetje integriteit zou welkom zijn!
(rumoer in de zaal)
De voorzitter: Collega El Yakhloufi, u mag zo dadelijk reageren, maar het woord is eerst aan collega Vandemaele.
12.37 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik begrijp dat er een beetje agitatie in de zaal is, met die liefdesverklaringen tussen de vrienden van Vlaams Belang en Vooruit. Blijkbaar ligt u dichter bij elkaar dan u zou denken.
Alle gekheid op een stokje, collega El Yakhloufi, u kunt veel zeggen over veiligheid, maar minister Quintin wordt zot van het feit dat ik wekelijks in de krant sta over veiligheid. Ik kom ook wekelijks meermaals tussen in de commissie, tot spijt van wie het benijdt. U kunt veel beweren, maar de stelling dat wij niet bezig zijn met veiligheid, is bullshit. Ik ben het er wel mee eens dat er decennia geleden keuzes zijn gemaakt door bepaalde partijen om daar onvoldoende op in te zetten. Vandaag kunt u echter niet stellen dat wij daar niet mee bezig zijn.
Precies daarom kom ik hier zo nadrukkelijk tussen. De meerderheid wekt immers de indruk dat met dit wetsontwerp een zeer grote stap wordt gezet om terrorisme in ons land onmogelijk te maken. Dat is echter niet het geval. Wat de basisdoelstelling betreft, namelijk mensen zonder verblijfsrecht die zeer zware terroristische aanslagen plegen een levenslang inreisverbod opleggen, ben ik het met u eens. Dat doet u echter niet met de tekst die hier voorligt. Ik zal dat in mijn repliek straks opnieuw uiteenzetten en aantonen dat u niet realiseert wat u beweert te realiseren.
De voorzitter: Collega El Yakhloufi, over de inhoud van het wetsontwerp graag.
12.38 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Goed, mijnheer de voorzitter, als het over de inhoud van het wetsontwerp moet gaan, had u enkele tussenkomsten geleden al moeten ingrijpen, maar ik dank u om mij daarop te wijzen.
Ik wens nu te repliceren op wat collega Van Belleghem zei. Wanneer Vlaams Belang een voorstel doet om een ICE-politie in ons land op te richten, zal ik dat nooit steunen, ongeacht van wie dat komt. In andere landen zien we dat dergelijke radicale voorstellen enkel vanuit extreemrechtse hoek komen. Die zal ik nooit steunen. Migratie moet worden aangepakt, maar op een menselijke en duidelijke manier.
Le président: D'autres collègues souhaitent-ils réagir? La parole est à M. Dubois
12.39 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le président, je voudrais répliquer pour marquer mon étonnement face à tous ces échanges qui partent un peu dans tous les sens. On parle un peu de tout, et je pense qu'il faut se concentrer sur le texte en question. De quoi parle le texte? Il parle de personnes qui figurent sur une liste pour des faites de terrorisme, d'extrémisme et de radicalisme. Je pense que c'est cela le plus important. Bien entendu, le texte ne va pas répondre à tous nos problèmes, on en est bien conscients, mais il faut maintenant avancer.
Cela n'empêche qu'il y a des points d'attention. Je les ai rappelés dans mon intervention et je tiens à les rappeler une nouvelle fois. Il y a la question des mineurs. La ministre a indiqué que le texte est une possibilité, et non une obligation. Il y aura une analyse au cas par cas des personnes concernées et la proportionnalité devra être prise en compte ainsi que l'intérêt supérieur de l'enfant. Il conviendra d'être vigilant sur la manière dont ce sera appliqué, mais il importe de rappeler que c'est une possibilité.
Concernant les échanges par rapport à ce qui se passe dans les autres pays européens, comme je l'ai dit, il aurait été préférable que ce type de décision puisse s'appliquer de manière ferme et complète dans tous les pays de l'Union, mais ce travail peut encore être mené. Avançons en Belgique et nous verrons par la suite le travail à mener en Europe.
12.40 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, dank voor het wetsontwerp. Deze regering heeft een duidelijke visie om weer greep te krijgen op migratie en dat doet ze met dit wetsontwerp. Ik ben teleurgesteld in de collega’s die drogredenen zoeken om toch maar tegen te stemmen. Ik heb vooral ’s lands belang voor ogen en daarom steun ik dit ontwerp. Ik ben benieuwd of de resterende kiezers van Groen blij zijn dat hun partij hier niet voor zal stemmen. Ofwel kiest men ervoor om het beleid te wijzigen om grip te krijgen op migratie, ofwel kiest men ervoor om Kumbaya te zingen rond het kampvuur. Dat laatste is dat wat Groen volgens mij zal blijven doen.
12.41 Franky Demon (cd&v): Ik houd mijn hart vast. We zijn traag gestart, maar nu zien we dat het ene ontwerp na het andere naar onze commissie komt. Daarmee tonen we dat we werk maken van een correct migratiebeleid. Ik wil niet spreken over het strengste beleid of andere labels plakken, ik wil een correct beleid. Dat we hier al meer dan een uur moeten discussiëren omdat we het er niet over eens zijn dat we terroristen, haatpredikers en extremisten gewoon niet in ons land wensen, baart mij zorgen. Wat mij betreft mogen zij hier definitief buiten worden gehouden. Ik houd mijn hart vast voor de uren, nachten en dagen die ons nog te wachten staan als Groen hier al problemen mee heeft.
12.42 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer Demon, ik weet niet hoe vaak ik dit het afgelopen uur al heb gezegd, maar ik steun de basisdoelstelling, namelijk haatpredikers en terroristen zonder geldige verblijfspapieren een levenslang inreisverbod geven. Hoeveel duidelijker kan ik nog zijn? U mag kwaad zijn op mij, maar ik moet mijn werk doen als parlementslid. Wij moeten de tekst zoals die voorligt beoordelen op zijn merites. Dat is onze taak.
Ik schets even het niveau van het debat. Men begint met: "Als men vandaag iemand op straat zou vragen…" Mevrouw de minister, dat zal wel waar zijn. Ik denk dat men in dit halfrond niemand principieel hoeft te overtuigen van de doestelling van wat hier voorligt.
De praktijk verandert echter niet met wat u hier op tafel legt. Dat is het grote verschil. Het past in de stoerdoenerij. U zult achteraf zeggen dat u terroristen aanpakt en dat Groen met zijn Kumbaya voor terroristen is. Ik weet dat u dat soort filmpjes zult maken. Dat is allemaal sympathiek. Doe gerust, geen enkel probleem. De waarheid heeft echter ook haar rechten. Wat hier voorligt, dat zal het probleem niet oplossen. Ons land wordt daarmee niet veiliger. Of u dat nu wilt of niet, met symboolmaatregelen zal het niet gebeuren.
Ik hoor hier ook veel collega’s zeggen dat die grens van 12 jaar logisch is, want er zijn heel veel twaalfjarige terroristen, met een vraagteken. Beste collega’s, er zijn twaalfjarige drugsrunners op de hoek van de straat. Daarnaar is empirisch onderzoek gedaan, die leeftijd daalt steeds. Over het aantal terroristen van 12 jaar of jonger bestaat echter heel weinig empirisch onderzoek. De aanname om die twaalfjarigen als terrorist te beschouwen en op zo’n lijst te zetten, wil ik dus graag onderbouwd zien.
Mevrouw De Vreese, ik zie dat u wilt reageren. Ik ben zeer benieuwd naar die onderbouwing.
12.43 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer de voorzitter, ik was eigenlijk niet van plan om nog het woord te nemen.
Mijnheer Vandemaele, u begint alweer. U bent hier heel sterk in, in de commissie doet u dat ook, mensen woorden in de mond leggen of bepaalde conclusies trekken. Nu is uw conclusie dat verwijzen naar de realiteit het niveau van het debat bepaalt. Als men verwijst naar wat er op straat leeft en gebeurt, zet u vraagtekens bij het niveau van het debat.
Dat is volgens mij het probleem van uw partij. U leeft los van de realiteit of in een andere realiteit dan die van vandaag. Vandaag is dit een probleem, dat wij willen oplossen. U spreekt over die twaalfjarigen en minderjarigen, maar stel dat een minderjarige – er moet er slechts één zijn - hier een aanslag pleegt. Zult u dan ook zeggen aan alle slachtoffers of hun familieleden dat het om een minderjarige ging en dat het voor u daarom oké is? Dat is de realiteit, mijnheer Vandemaele. Dat zijn zaken waarvoor wij hier een oplossing willen bieden.
12.44 Maaike De Vreese (N-VA): Het is inderdaad de realiteit waarnaar u verwijst, namelijk de steeds jonger wordende drugscriminelen. Wij zien ook steeds jongere mensen die op heel korte termijn volledig radicaliseren. Onlangs was er nog een jongen van twaalf jaar oud die van plan was een aanslag te plegen. Dat is jammer genoeg de realiteit waarin wij leven.
U pleit hier voor iets anders. U zegt dat het allemaal niet sluitend is en niets zal veranderen aan de realiteit, omdat Frankrijk tegen dan via artikel 25 van de Europese Unie en de SIS-verordening na overleg met België toch zelf kan beslissen om iemand om een of andere bizarre reden alsnog toe te laten. Voor u kan dat niet. U pleit er dus eigenlijk voor om constant 100 % onze grenzen te bezetten. Dat is dan vanaf nu het standpunt van Groen.
12.45 Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer de voorzitter, ik was totaal niet van plan om hier te spreken maar doe het toch door de uitspraken van de heer Vandemaele daarnet.
Mijnheer Vandemaele, wij hebben vorige week nog een heel ernstig debat gehad over het jaarrapport van het federaal parket, waarin onder meer melding wordt gemaakt van het stijgende aantal minderjarige terreurverdachten. Wij zijn van 15 minderjarige terreurverdachten in 2021 naar meer dan 50 minderjarige terreurverdachten gegaan. U beweert nu dat er absoluut geen empirisch onderzoek naar is gedaan. Wat hebt u nog meer nodig? De toename van het aantal minderjarige terreurverdachten is enorm. Wat u hier allemaal beweert, is gewoon waanzin. De feiten spreken u volledig tegen. Alle seinen staan op rood als het gaat over terrorisme en minderjarige verdachten.
12.46 Denis Ducarme (MR): Monsieur Vandemaele, je serai moins dur que la droite flamande avec vous, parce que je trouve quand même que votre discours, en comparaison avec la branche Ecolo de votre groupe, vous confère presque un air "droitard" sur certains volets. Je n'ai donc pas envie de caricaturer votre approche. Tout à l'heure, vous disiez: "J'ai presque été convaincu et j'aurais pu inciter mon groupe à faire voter ce projet parce qu'on y parle de radicaux et de terroristes." Et je vous ai cité tout à l'heure un certain nombre d'individus en situation irrégulière qui sont entrés sur notre territoire, par la voie migratoire, alors qu'ils avaient commis des attentats ou qu'ils sont membres de groupes terroristes.
En tout cas, je tiens à appuyer ce que Mme De Vreese a dit et je tiens sincèrement à réconforter mon collègue des Engagés. Des petits garçons de 12 ans tout sages, il y en a, mais il existe de très jeunes gens de 12 ou 14 ans qui sont utilisés dans le narcotrafic. La radicalisation commence aussi très tôt sur les réseaux sociaux. Cela aurait pu être 14 ans. Peut-être que cela aurait pu mettre le cœur de certains plus à l'aise. Mme De Vreese souligne une réalité. Ce sont des situations telles que des adolescents deviennent des menaces à travers des processus de radicalisation. Ce choix de 12 ans a été mesuré; ce n'est pas un excès. Il correspond à la réalité.
J'appuie ce qui a été dit par le collègue des Engagés. Il s'agira naturellement d'examiner l'ensemble des cas un par un, avec mesure, dans l'intérêt de l'enfant. Mais il s'agit aussi de prendre des dispositions réglementaires qui collent à de malheureuses réalités.
12.47 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik wil nog even reageren op wat de collega van het Vlaams Belang heeft gezegd. U moet wel kijken naar waarover we het hier hebben. Het gaat over mensen zonder papieren. Het aantal min-12-jarigen dat verdacht wordt van het beramen van een terroristische aanslag in ons land is heel laag.
Ik ben het er wel helemaal mee eens dat elke aanslag er een te veel is. Dat brengt ons tot de essentie van wat hier voorligt. Mocht ik weten dat het voorliggende wetsontwerp echt zou helpen om aanslagen te voorkomen, dan zou ik het volmondig steunen, maar wat hier voorligt, helpt ons daar niet bij. Het geeft ons alleen een vals gevoel van veiligheid.
Collega’s, ik denk dat ik alle andere punten al heb besproken. Ik heb heel veel partijadvies gekregen, dus hou u vast aan de takken van de bomen, want mijn partij zou door het dak gaan als ik al uw adviezen de komende jaren zou opvolgen.
Ik kom terug op het algoritme van de Kamervoorzitter. Ten eerste, mevrouw de minister, u hebt mij niet overtuigd dat u een oplossing biedt voor het probleem waarvoor u vandaag geen oplossing zou hebben. Ten tweede, de oplossing zoals ze voorligt, werkt aantoonbaar niet. Ten derde, ook wat betreft de 12-jarigen kunt u mij niet overtuigen. Hoewel ik de intentie van wat hier voorligt deel, denk ik dat de meerderheid haar huiswerk opnieuw moet maken en ervoor moet zorgen dat u komt met materiaal dat de realiteit aankan.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1377/3)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1377/3)
Het wetsontwerp telt 6 artikelen.
Le projet de loi
compte 6 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 6 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 6 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend door:
Proposition
déposée par:
Brent Meuleman.
Discussion
De door de commissie aangenomen tekst geldt
als basis voor de bespreking. (Rgt 85,
4) (956/4)
Le texte adopté par la commission sert de base
à la discussion. (Rgt 85,
4) (956/4)
De bespreking is geopend.
La discussion est ouverte.
De rapporteur, de heer Matti Vandemaele,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
Le rapporteur, M. Matti Vandemaele,
renvoie au rapport écrit.
13.01 Maaike De Vreese (N-VA): Dit voorstel van resolutie komt van de Vooruitfractie, van collega Meuleman. Hij probeert tegemoet te komen aan iets waarover we het in het regeerakkoord al eens waren, namelijk dat klachten die een burger wil indienen tegen de politie op een gemakkelijke, eenduidige manier gemeld moeten kunnen worden via een uniek platform.
Op dit moment, collega’s, kunnen klachten tegen de politie via allerlei verschillende instanties en wegen worden ingediend: de AIG, het Vast Comité P, rechtstreeks bij de lokale politie, bij de federale politie of bij het openbaar ministerie. Met deze resolutie is het precies de bedoeling dat burgers op een toegankelijke manier, op een zeer laagdrempelige manier, via een uniek portaal, hun klacht kunnen indienen.
We vermijden zo dat ze door het bos de bomen niet meer zien, maar ook dat we beschikken over een correcte registratie en over een overzicht van die klachten. Dit zorgt ervoor dat als we cijfermateriaal willen hebben inzake die klachten, als we willen weten waarover ze precies gaan en door wie ze behandeld zijn, we dat uit dat systeem kunnen halen.
Bovendien zorgt het ervoor dat er geen shopping meer zal plaatsvinden. Als iemand niet weet waar hij terecht moet, heeft hij de reflex via verschillende kanalen zijn klacht in te dienen. Nu zal dat één keer gebeuren en bij de juiste dienst terechtkomen.
We krijgen dus een uniforme databank met alle klachten. Dit zorgt er ook voor dat er een bepaalde transparantie is over de klachten die burgers indienen. Ik meen dat die transparantie over die klachten heel belangrijk is om het vertrouwen te vergroten en dat ze ook het vertrouwen in onze diensten ten goed komt.
Vanuit onze fractie zullen we deze resolutie natuurlijk volmondig steunen.
13.02 Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de voorzitter, als de vertegenwoordiger van 1 miljoen extreemrechtse zotten zou ik toch graag een stemverklaring afleggen over dit voorstel van resolutie. Het is een beetje spijtig dat minister Quintin het binnenland in het buitenland aan het bestuderen is, maar ik veronderstel dat het debat van vandaag hem alsnog zal bereiken.
Dit gezegd zijnde, mijnheer de voorzitter, zien we in dit voorstel zeker een aantal positieve elementen. Het idee van één enkel loket – waar mevrouw De Vreese terecht naar verwees – is op zich zeker verdedigbaar. Het kan zorgen voor een meer uniforme behandeling van klachten en een uniform klachtenreglement kan bijdragen tot meer duidelijkheid, zowel voor de burger als voor de politiediensten. Dat zijn stappen die de transparantie en de rechtszekerheid kunnen versterken, wat op zich toe te juichen is.
Collega’s, laat ons ook niet vergeten dat de politie vandaag al tot de meest gecontroleerde overheidsdiensten ter wereld behoort. Ik heb dat al meermaals als boutade in de commissie geponeerd, maar het is ook zo. Dat blijkt ook uit de adviezen die werden ingewonnen bij verschillende toezichtsorganen. Dat gaat van de Algemene Inspectie van de Federale Politie en van de Lokale Politie tot het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten en het Controleorgaan op de politionele informatie. Daarnaast zijn er nog verschillende toezichthoudende overheden, zoals burgemeesters en lokale politiezones, die eveneens toezicht uitoefenen. Het geheel is dus al zeer veelzijdig en uitgebreid. Als dit voorstel kan bijdragen tot een vereenvoudiging en een betere afstemming van die controlemechanismen, dan is dat zonder meer een goede zaak.
Mijnheer de voorzitter, collega’s, er is echter ook een keerzijde. Wat mij zorgen baart, is de politieke sfeer die soms rond dit soort voorstellen wordt gecreëerd. Ik richt mij daarbij niet tot de partijen aan de rechterzijde van het politieke spectrum, maar er ontstaat te vaak de indruk dat onze politiediensten structureel in de fout zouden gaan, alsof zij eerder een probleem vormen dan een oplossing. Dat beeld klopt eenvoudigweg niet.
Onze politiemensen – ik hoop dat iedereen daarvan doordrongen is – staan elke dag opnieuw paraat om de veiligheid van onze burgers te garanderen. Zij doen dat vaak in moeilijke omstandigheden, die met de dag gevaarlijker worden. Soms gebeurt dat zelfs met risico voor eigen lijf en leden, zeker in onze grootsteden, waar zij, net als de hulpdiensten, steeds vaker met agressie en geweld worden geconfronteerd. Dat is de realiteit op het terrein.
Tegen die achtergrond, die we niet uit het oog mogen verliezen en waarop we nog meer nadruk zouden moeten leggen, is het bijzonder problematisch wanneer bepaalde extreemlinkse stemmen systematisch iedereen die een uniform draagt met de vinger wijzen. Dat discours ondermijnt het gezag van de politie en van alle veiligheidsdiensten die een uniform dragen. Dat draagt niet bij tot een veiligere samenleving, integendeel.
Daarom moeten we waakzaam zijn. Hervormingen en verbeteringen zijn nodig, maar ze mogen nooit vertrekken vanuit een eenzijdig wantrouwen tegenover onze politie en veiligheidsdiensten. Het evenwicht dat moet worden bewaard, is hier cruciaal. Zie de onthouding van de Vlaams Belangfractie ook in dat licht. Het is een stap vooruit op het vlak van transparantie en het uniform maken van de klachtenbehandeling, maar ik wens niet mee te stappen in een frame waarin onze politiediensten met de vinger worden gewezen.
13.03 Éric Thiébaut (PS): Chers collègues, l'immense majorité de nos forces de l'ordre accomplissent leurs missions essentielles avec intégrité et sérieux, et mon groupe les a toujours soutenues face à toute forme de violence à leur égard. Cependant, l'importance de ces missions et le monopole de la violence légitime impliquent qu'aucune violence policière ne peut être laissée sans suite. Les victimes et leurs proches ont droit à la vérité, au suivi qui s'impose à leurs plaintes et, le cas échéant, les sanctions éventuelles doivent être appliquées.
Cependant, actuellement, les victimes sont parfois perdues face aux différents organes compétents, la justice évidemment, mais aussi le Comité P, l'Organe de contrôle de l'information policière (COC), l'Inspection générale de la police (AIG), entre autres. Nous soutiendrons donc cette proposition. Celle-ci vise en effet à créer un guichet numérique unique et centralisé qui sera habilité à recevoir et à enregistrer les plaintes à l'encontre de la police intégrée.
Sa gestion sera confiée au Comité P, qui est un organe à dotation de la Chambre des représentants, je vous le rappelle. Il est urgent de restaurer la confiance entre les Belges, singulièrement les plus jeunes, et leur police, en assurant des interventions respectueuses des droits fondamentaux et en investissant dans une police proche des citoyens. La police doit inspirer la confiance et non la peur.
Je pense que ce guichet unique sera une pièce importante dans un ensemble de mesures plus larges. Pas l'unique pièce cependant – nous le savons et on ne cesse de le demander –, les policiers doivent être mieux accompagnés et formés sur la maîtrise de la violence, la proportionnalité et le respect des droits humains tout au long de leur carrière.
Je terminerai avec un regret et une remarque. Je m'adresse à mon camarade auteur du texte, mon regret est que nous ne portions pas ensemble une proposition de loi – au lieu d'une proposition de résolution – demandant un tel guichet unique sur la précédente législature. Je pense en effet qu'une loi aurait été plus appropriée qu'une résolution et qu'il s'agit d'un travail qui dépasse la logique de majorité contre opposition.
Enfin une remarque budgétaire, car cette résolution s'adressait erronément au gouvernement. En effet, le Comité P agit, encadré par le Parlement fédéral, comme une instance externe par rapport au pouvoir exécutif. À la suite du vote de ce texte en commission, le Comité P a remis un avis d'initiative dans lequel il souligne, je cite, que "la mise en œuvre des demandes formulées dans la résolution aura un impact budgétaire, étant donné que des effectifs supplémentaires ainsi que des investissements en informatique seront nécessaires".
J'espère donc, réellement et rapidement, que ce guichet unique verra le jour, parce qu'il est indispensable, mais vous me permettrez d'avoir de sérieux doutes au regard des amendements que vient de déposer la majorité et en particulier l'amendement 11, qui supprime tout simplement la demande au gouvernement fédéral de fournir sa pleine coopération à la réalisation de ce projet et de mettre à disposition les moyens nécessaires à cette fin. À travers ça, tout est dit, je pense.
Monsieur le président, j'espère que la commission de la Comptabilité pourra rapidement se réunir afin d'entendre le Comité P sur les moyens nécessaires à la mise en œuvre de cette résolution. Je vous remercie.
13.04 Xavier Dubois (Les Engagés): Le texte qui nous est soumis aujourd'hui constitue une avancée importante, en ik bedank collega Meuleman voor dit initiatief. La mise en place d'un portail central unique pour le dépôt de plaintes contre la police est clairement une très bonne mesure. Loin d’une simple intuition politique, il s’agit d'un constat objectivé par un rapport détaillé qui accompagne cette proposition.
Aujourd'hui, notre système est fragmenté, comme cela a été rappelé. Un citoyen qui souhaite introduire une plainte peut utiliser différents canaux: les services de police eux-mêmes, les services d'inspection interne, les autorités judiciaires ou encore le Comité P. Cette multiplicité nuit à la lisibilité du système et peut décourager les démarches. Elle rend également plus difficile le suivi global des plaintes. Le rapport le montre très concrètement: en 2023, plus de 2 500 dossiers de plaintes ont été ouverts, avec une dispersion importante dans leur traitement. Une part significative est traitée directement par les services de police, d'autres par les services de contrôle interne et les autorités judiciaires. Cela pose une question fondamentale: comment garantir une vision d'ensemble cohérente et transparente dans un système aussi éclaté?
C'est précisément là que le portail unique prend tout son sens. Il permettra de simplifier l'accès pour les citoyens, d'orienter correctement les plaintes dès leur introduction et, surtout, de centraliser l'information afin de mieux comprendre les phénomènes et in fine d'améliorer les politiques publiques. Au-delà de cette simplification, ce portail doit être un outil de transparence.
C'est ici que la proposition rejoint une actualité récente qui nous a interpellés. Elle a mis en évidence un autre problème majeur: l'absence de traçabilité claire concernant le nombre de blessés et de morts lors d'interventions policières. Ce manque de données consolidées n'est pas anodin. Sans données fiables, nous ne pouvons ni objectiver les débats ni adapter efficacement nos politiques. Le rapport souligne déjà les limites actuelles en matière de suivi et de centralisation des informations. Nous devons aller plus loin, ce qui signifie d'abord faire de ce portail un véritable outil de pilotage public en y intégrant des données consolidées, anonymisées et exploitables, y compris sur les conséquences des interventions policières. Cela signifie ensuite garantir un traitement indépendant, rapide et crédible des plaintes en renforçant les organes de contrôle et en clarifiant les responsabilités de chacun. Cela signifie aussi investir dans la prévention, dans la formation et dans la diffusion des bonnes pratiques au sein des services de police.
Enfin, aller plus loin, c’est assurer un principe simple dans une démocratie: la confiance; et la confiance repose sur la transparence; et la transparence, elle, repose sur des outils fiables.
Chers collègues, en votant ce texte, nous
faisons un pas important. Nous devons aussi envoyer un message clair: ce n’est
que le début. C’est dans cet esprit que nous voterons en faveur de cette
proposition de résolution. Je vous remercie.
13.05 Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik meende dat ik best eerst zou spreken om de amendementen aan te kondigen. Het voordeel dat een aantal sprekers mij al zijn voorgegaan, is dat ik meteen op een aantal punten kan reageren.
Het eerste punt waarop ik wil reageren, is op de collega die het had over de politieke sfeerscherping die door linkse partijen zou worden gecreëerd rond het thema. Ik weet niet wie hij daarmee voor ogen heeft, maar ik voel mij ter zake niet aangesproken. Hij zal dat kunnen beamen op basis van de bespreking in de commissie.
Mede door mijn ervaring als burgemeester op het terrein heb ik immers bijzonder veel respect voor het politiepersoneel in ons land. Bij elke uiteenzetting die ik geef, zal ik ook benadrukken dat het overgrote deel van alle politiemensen die elke dag bezig zijn met onze veiligheid, dat op een bijzonder integere manier doet.
De voorzitter: Mijnheer Meuleman, de heer Depoortere wil reageren.
13.06 Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer Meuleman, maakt u zich vooral niet ongerust. Als u mij goed hebt beluisterd, dan hebt u gehoord dat ik over de extreemlinkerzijde heb gesproken. U hoeft zich dus geen zorgen te maken, tenzij u zichzelf beschouwt als een extreemlinkse burgemeester in Zelzate, maar dat is denkelijk niet het geval.
De voorzitter: Mijnheer Meuleman, ga door met uw uiteenzetting. Ik moet mij verontschuldigen, want bij de bespreking van een resolutie is er normaal geen onderbreking mogelijk. Neem mij niet kwalijk. U mag uw betoog voortzetten.
13.07 Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik neem het u zeker niet kwalijk. Ik ben niet vies van een goed debat.
Over die politieke sfeer wil ik echter heel duidelijk zijn. Nu ik toch door het Vlaams Belang ben aangesproken, moet ik opmerken dat het vreemd is dat er over een onthouding wordt gesproken, omdat de politie zelf vragende partij is om met dat portaal dringend vaart te maken. Alle adviezen op de voorliggende resolutie waren positief. Dus iedereen die het goed voorheeft met onze politie, doet er goed aan om de resolutie te steunen.
Over de sfeerschepping en het geweld wil ik ook nog meegeven dat elke vorm van geweld verwerpelijk is, vanwaar het ook komt. Ik stel in ons politiecollege vast dat de gevallen van geweld tegen politie vele malen vaker voorkomen dan in de omgekeerde richting. De procedure voor een politieagent om dat geweld aan te kaarten, is duidelijk en helder en dat verloopt vlot. In de omgekeerde richting is er echt nood aan een eenvormige procedure en een uniek portaal. Ik herhaal dat alle actoren daar zelf vragende partij voor zijn. Wij komen daar met de resolutie aan tegemoet.
Ik wil nog even reageren op wat collega Thiébaut daarnet zei, maar hij is blijkbaar koffie gaan drinken. Hij vindt dat we met een wetsvoorstel moeten werken in plaats van met een resolutie. Toen ik nog geen Kamerlid was, is een gelijkaardig idee in een wetsvoorstel gegoten, maar door allerlei praktische problemen en bezwaren is er nooit iets van in huis gekomen. Ik stel vast dat het Comité P op dit moment al nadenkt over het klachtenreglement. Ik ben dus blij dat we op deze manier echt stappen vooruit kunnen zetten.
Ik zou ook nog amendementen aankondigen en collega Thiébaut heeft er ook al naar verwezen. De titel is dus een uniek portaal voor het gecentraliseerd en uniform registreren en opvolgen van klachten tegen de politie. Het gaat dus over het centraliseren en het uniform maken van de werkwijze.
Nadat we de tekst in de commissie hadden aangenomen, ontvingen we van het Comité P een spontaan advies. Het Comité P formuleerde een aantal praktische bezwaren, waarmee ze eigenlijk zeiden te vrezen dat het op deze manier opnieuw niets zou worden. Vandaar dat we met de meerderheid amendementen hebben ingediend om toch stappen vooruit te kunnen zetten.
Die amendementen hebben tot doel om de praktische modaliteiten over de werking van dat uniek portaal uit die resolutie te halen, zodat de resolutie zich beperkt tot de eerste noodzakelijke stap, namelijk de opdracht geven aan het Comité P om dat uniform klachtenreglement voor te bereiden. Zoals ik al zei, heeft het Comité P na de goedkeuring van het voorstel van resolutie in de commissie erop gewezen dat de bepalingen omtrent de praktische modaliteiten op korte termijn ook operationele uitdagingen met zich meebrengen. Dat maakt het moeilijk of mogelijk zelfs onhaalbaar om binnen de vooropgezette termijn resultaten te boeken. Door die praktische modaliteiten uit die resolutie te halen, wordt vermeden dat we nodeloos tijd verliezen door de moeilijkheden die dat met zich zou meebrengen. We kunnen nu dus onverkort focussen op die essentiële eerste stap, waarvoor het Comité P ook zelf had gepleit tijdens de bespreking in de commissie.
Dat uniform klachtenreglement is bovendien niet alleen nuttig als belangrijke voorwaarde voor de latere ontwikkeling van dat uniek portaal, maar het is ook absoluut noodzakelijk om te waarborgen dat voortaan elke klacht die een burger tegen de politie indient een behandeling van gelijkwaardige kwaliteit krijgt, ongeacht de dienst die de klacht behandelt. Het uniform reglement vormt zo als het ware een draaiboek dat garant moet staan voor een kwalitatieve afhandeling van klachten, waarbij dezelfde kwaliteitsnormen worden gehanteerd door elke dienst die de klacht behandelt.
Ik reken op Kamerbrede steun voor dit voorstel van resolutie en voor onze amendementen. Het is op vraag van alle actoren op het terrein zelf dat we hiermee aan de slag zullen gaan.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De bespreking is gesloten.
La discussion est close.
Ingediende amendementen:
Amendements déposés:
Considerans/Considérant
H
• 7 – Brent Meuleman cs (956/5)
Verzoek/Demande
1
• 8 – Brent Meuleman cs (956/5)
Verzoek/Demande
3
• 9 – Brent Meuleman cs (956/5)
Verzoek/Demande
4
• 10 – Brent Meuleman cs (956/5)
Verzoek/Demande
5
• 11 – Brent Meuleman cs (956/5)
Aangehouden: de
amendementen.
Réservés: les amendements.
De stemming over de aangehouden amendementen en over het geheel van het voorstel zal later plaatsvinden.
Le vote sur les amendements réservés et sur
l’ensemble de la proposition aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend door:
Proposition
déposée par:
Maaike De Vreese, Jeroen Bergers, Wim Van der Donckt.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
14.01 Catherine Delcourt, rapporteur: Je renvoie au rapport écrit.
14.02 Maaike De Vreese (N-VA): Collega’s, ik ben blij dat we straks kunnen stemmen over een wetsvoorstel dat heel breed wordt gesteund en dat een einde maakt aan onder andere politieke bevorderingen tot hoofdcommissaris. Commissarissen die op een kabinet werkten, beschikten namelijk over een achterpoortje waardoor zij, zonder te voldoen aan zeer strenge criteria, toch bevorderd kunnen worden tot hoofdcommissaris. Dat gold eveneens voor wie een tijd in het buitenland als verbindingscommissaris verbleef.
Om hoofdcommissaris te worden, moet een kandidaat normaal gezien aan zeer strikte voorwaarden voldoen: minstens negen jaar kaderanciënniteit in het officierskader en een directiebrevet. Dat directiebrevet vergt een zware selectie, kennisproeven, een diepgaande beoordeling van managementvaardigheden en jobpotentieel, een jurybeoordeling en een opleiding van twee academiejaren aan de Nationale Politieacademie, inclusief een stage. Daarop was er echter een uitzondering, vastgelegd in artikel 135ter van de exoduswet. Die leidde tot misbruik en onzekerheid, creëerde een perceptie van vriendjespolitiek en veroorzaakte ook heel wat frustratie bij degenen die wel aan de zeer strikte criteria voldeden.
Met het wetsvoorstel willen wij dat artikel 135 dus schrappen en pleiten voor eerlijke en professionele bevorderingen op basis van objectieve criteria, zodat de beste mensen aan het stuur staan van onze politie. Transparantie over de procedure en geen vriendjespolitiek meer zullen de integriteit van onze politie zeker ten goede komen.
Ik bedank de collega’s voor de bespreking van het wetsvoorstel dat voor weinig discussie zorgde, aangezien we het er allemaal volmondig over eens waren dat het tijd is om het betreffende artikel te schrappen.
14.03 Catherine Delcourt (MR): Monsieur le président, chers collègues, je confirme effectivement qu'au sein du Mouvement Réformateur, nous sommes aussi profondément attachés à la valorisation de parcours professionnels et de perspectives d'évolution de carrière, tant dans le secteur public que dans le secteur privé.
Singulièrement au sein des services de police, cette évolution doit nécessairement reposer sur des critères clairs, objectifs, équitables et non s'apparenter à des promotions magiques.
Bien sûr, nous allons soutenir avec enthousiasme, et c'est pour cette raison que nous ne pouvons plus accepter l'existence de promotions qui s'écartent des exigences normales de mérite et de transparence, par exemple suite à un passage au sein d'un cabinet ministériel.
Cette problématique est d'autant plus préoccupante lorsqu'il s'agit de l'accès au grade de commissaire divisionnaire, une fonction stratégique impliquant des responsabilités majeures au sein de notre police.
Dans ce contexte, l'existence d'une procédure uniforme, en l'occurrence notamment l'obtention du brevet de direction au terme d'une année de formation – formation rigoureuse et exigeante –, n'est pas une contrainte excessive, mais bien une garantie essentielle pour préserver l'intégrité, la crédibilité et l'exemplarité de nos services de police.
Les fonctions les plus élevées doivent être confiées à des profils dont le parcours est cohérent, solide et irréprochable.
Les mécanismes prévus à l'article 135 de la loi du 26 avril 2002 créent des disparités entre candidats, remettant en cause le principe fondamental d'égalité. Une telle situation n'est plus acceptable. C'est pourquoi nous estimons qu'il est indispensable de supprimer cet article afin de rétablir des conditions de sélection justes, transparentes et identiques pour tous.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1240/4)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1240/4)
Het wetsvoorstel telt 2 artikelen.
La
proposition de loi compte 2 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
15.01 Natalie Eggermont (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ook al had ik het hier al vaker over de prijsverhoging van medicatie, inzonderheid van cholesterolverlagers en maagzuurremmers, een nieuw element in de discussie noopt mij er eens te meer toe om het woord te nemen. Dat doe ik trouwens niet alleen.
In de discussies over maagzuurremmers en cholesterolverlagers werpt u vaak op dat men daar te snel naar grijpt, dat men er niet bij nadenkt, dat men ze inneemt als snoepjes, kortom dat er overconsumptie is. Over maagzuurremmers luidt het zelfs dat patiënten er maar mee moeten stoppen, dat dat wel even pijn doet, maar dat het daarna over is.
Belangrijk aan de hervorming, die een besparing is, is dat niet alleen maagzuurremmers en cholesterolverlagers veel duurder worden, maar dat ook levensreddende medicatie die tot nu toe gratis was, betalend wordt. Ik heb het over medicijnen voor de behandeling van epilepsie, kanker, diabetes en hiv. Dat is geen detail. Ik hoop dat we het daarover eens zijn, mijnheer de minister. U blijft bij uw beslissing om de prijs van cholesterolverlagers en maagzuurremmers te verhogen en wij zijn het daar niet mee eens. Dat is des te meer het geval wanneer het gaat over de prijsverhoging van levensreddende medicatie. U kunt toch patiënten niet zeggen dat ze daarmee maar moeten stoppen en dat het wel zal overgaan. U kunt evenmin argumenteren dat patiënten ze nemen als snoepjes. Die mensen hebben die medicatie nodig om te overleven. Wanneer u die medicatie betalend maakt, is dat een structurele aanpassing. Het is al erg genoeg dat de betrokken personen lijden aan een chronische of zeer ernstige, levensbedreigende ziekte. Daar komt nu nog een prijsverhoging bovenop.
Tot die groep levensreddende geneesmiddelen
behoren ook de geneesmiddelen voor de behandeling van besmettelijke ziektes
zoals hiv en tuberculose. Ook die patiënten moeten nu betalen voor hun
medicatie. Dat is heel verontrustend. Heel wat artsen hebben daarvoor al aan de
alarmbel getrokken. In maart waarschuwden de tuberculoseartsen in De Morgen
voor een gevaar voor de volksgezondheid. Recent verscheen ook een open brief in Le Soir.
Des collègues francophones m'ont dit qu'ils allaient suivre la discussion avec beaucoup d'intérêt, je vais donc continuer en français pour ceux qui nous écoutent.
Dans Le Soir, une lettre ouverte a été publiée avec le titre "Déremboursement des médicaments à caractère vital: une décision inquiétante". Elle a été signée par 480 personnes, dont au moins 150 prestataires de soins. Il ne s'agit pas de n'importe qui: ce sont de grosses institutions, des médecins, le Fonds des affections respiratoires (FARES), Médecins du Monde, Belta-TBnet et l'Institut de Médecine Tropicale (IMT). Les signataires avertissent: "L'introduction d'un paiement pour les médicaments à caractère vital constitue une rupture grave et profondément inquiétante."
Monsieur le ministre, les médecins qui
travaillent quotidiennement avec des patients atteints de tuberculose et de VIH
disent que cette mesure est dangereuse. Il n'est pas trop tard pour les écouter.
Tot vorig jaar was hiv- en tuberculosemedicatie volledig gratis. Vandaag kosten de medicijnen per maand ongeveer 8 euro voor tb en voor hiv kan de prijs oplopen tot 10 euro per maand. Dat is niet niets, want die patiënten hebben ook heel veel andere hoge kosten.
Een Brusselse vriend van mij, Elias, is bij zijn geboorte besmet geraakt met hiv. Het is al heel triestig zo aan het leven te beginnen. Voorts heeft hij nog andere gezondheidsproblemen ontwikkeld als chronische pancreatitis en daardoor diabetes. Hij neemt ook cholesterolverlagers en maagzuurremmers. Hij heeft recht op een verhoogde tegemoetkoming, gelukkig, maar zelfs dan komt hij nu door de prijsverhoging aan 150 euro meerkosten per jaar, en dat terwijl het leven sowieso al duurder wordt. Hij heeft ook nog heel wat andere kosten, want ereloonsupplementen tellen bijvoorbeeld niet mee voor de verhoogde tegemoetkoming. Hij komt ook niet aan de maximumfactuur, mijnheer de minister, want de maximumfactuur bedraagt voor mensen met een verhoogde tegemoetkoming 550 euro.
Ik hoef u niet te vertellen dat de betrokken groep heel wat kwetsbare patiënten telt. Hiv- of tuberculosepatiënten zijn vaak psychologisch, sociaal of economisch extra kwetsbaar en elke euro telt.
La hausse du prix est donc un danger pour le patient, mais également pour la santé publique au sens large, car les tuberculoses et le VIH sont des maladies contagieuses. Si les personnes arrêtent leur traitement, elles risquent non seulement de transmettre la maladie mais aussi de développer une résistance aux médicaments. Dans notre pays, ni les cas de tuberculoses ni les cas de VIH ne sont sous contrôle. Le nombre d'infections à la tuberculose augmente et la tendance à la baisse observée au cours des dernières années pour le VIH s'inverse; il y a 1,8 nouveaux diagnostics par jour.
Les raisons pour lesquelles les chiffres ne baissent pas sont principalement l'augmentation de la pauvreté, le manque d'éducation à la santé et l'accès difficile aux soins. Au lieu de s'attaquer aux causes profondes de ces problèmes, le gouvernement va augmenter les freins pour accéder aux soins.
Met uw beslissing gaat u volledig in tegen de prioritaire gezondheidsdoelstelling van de regering om de zorg voor iedereen financieel toegankelijker te maken en de remmingen en de onverantwoorde verschillen in behandeling van verschillende sociaal-economische groepen weg te werken.
Les experts avertissent, en outre, que vous ignorez les recommandations de l'Organisation mondiale de la Santé (OMS). En effet, elle demande un traitement gratuit dans la lutte contre la tuberculose. La majorité des pays, 122 pour être précise, suivent cet avis. Manifestement, la Belgique se fout de la directive de l'OMS et se range, de la sorte, dans le camp de Donald Trump et des états-Unis, qui partagent la même opinion sur l'OMS. Il n'y a pas de quoi être fiers! Votre mesure ignore donc non seulement les experts belges, par exemple ceux de l'IMT, mais également une institution telle que l'OMS.
U verdedigt de maatregel als een noodzakelijke besparing om het zorgbudget onder controle te houden.
Mijnheer de minister, het gaat uiteindelijk over een zeer klein bedrag, 25 miljoen euro, voor levensreddende medicatie. Die medicatie was tot nu altijd gratis. De regering-De Wever zegt nu dat het geld daarvoor op is en dat er zal worden bespaard, waardoor de behandelingen betalend worden, terwijl 25 miljoen euro de helft is van wat Theo Francken in een vingerknip heeft gekregen om drones te kopen tegen helikopters, die er niet waren. Voor patiënten die voor hun leven afhankelijk zijn van medicatie, is het geld blijkbaar wel op.
Het risico bestaat dat de beslissing als een boemerang in ons gezicht terugkomt. Een hiv-patiënt die zijn medicatie niet correct inneemt, ziet zijn virale lading stijgen, wordt besmettelijk en veroorzaakt meer besmettingen. Tuberculose die niet onder controle is, kan leiden tot de ontwikkeling van resistente tuberculosebacillen. Dat maakt de behandeling complexer en leidt tot ziekenhuisopnames. In termen van uitgaven in de sociale zekerheid zal de maatregel dus geen besparing opleveren, maar net zorgen voor meerkosten, omdat de toegankelijkheid tot de betreffende medicatie wordt bemoeilijkt.
U laat de meest kwetsbaren meer betalen voor hun medicatie, zonder dat aan de winsten van de farmaceutische sector wordt geraakt. Daar ligt nochtans het budgettaire probleem, zoals ik hier al herhaaldelijk heb gezegd. Het budget voor geneesmiddelen bedraagt 7 miljard euro en 40 %, dus bijna 3 miljard euro, gaat naar de duurste, nieuwe medicijnen. Vorige week onthulden verschillende kranten dat één medicijn, Keytruda, onze sociale zekerheid op tien jaar tijd 2,6 miljard euro heeft gekost. Dat gebeurt op basis van geheime contracten en tegen vraagprijzen die volledig losstaan van de productieprijzen. In de plaats van te kijken naar al het geld dat naar big pharma gaat, haalt u het geld bij de meest kwetsbare patiënten.
Voorzitter:
Peter De Roover, voorzitter.
Président:
Peter De Roover, président.
U schermt met allerlei oplossingen, maar die lossen het probleem niet op. U verwijst naar de maximumfactuur, maar 90 % van de patiënten komt daar niet eens aan. Dat is dus geen oplossing.
U zegt ook dat patiënten met tuberculose die niet kunnen betalen, terechtkunnen bij het OCMW of bij BELTA-TBnet. De federale regering bespaart echter op alles en iedereen die in de problemen komt, moet dan maar naar het OCMW gaan. In de commissie hebt u ook gezegd dat verpleegkundigen van BELTA-TBnet wel een paar euro’s op zak hebben, die ze desnoods aan patiënten kunnen geven. Dat is geen structurele oplossing.
De open brief van artsen toont aan hoe onrechtvaardig de besparing is. U onderschat ook de impact op de patiënten, neemt risico's met de volksgezondheid en spreekt van solidariteit, maar u raakt de meest kwetsbare patiënten. (…)
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Eggermont. Twintig minuten is heel ruim bemeten.
15.02 Caroline Désir (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, il y a quelques semaines, je me suis rendue en visite à l’hôpital Saint-Pierre avec quelques-uns de mes collègues de la commission de la Santé. Cette visite de terrain a été très utile, et même nécessaire, pour voir la réalité du terrain, mais aussi pour écouter ce que les soignants avaient à nous dire.
Sur place, lors de l’échange avec la docteure Charlotte Martin, cheffe du service des maladies infectieuses, nous avons été confrontés à une réalité très concrète. Elle nous a parlé de ces patients touchés par le VIH ou par la tuberculose, parfois même par les deux. Elle nous a fait part de leur fragilité et nous a rappelé une chose toute simple: lorsqu’on ajoute un obstacle, même petit, comme quelques euros, certains arrêtent tout simplement leur traitement. Ce que nous avons entendu ce jour-là fait directement écho à la carte blanche publiée la semaine dernière dans Le Soir, signée par 300 personnes, dont 150 soignants.
Depuis le 1er janvier 2026, votre gouvernement a en effet décidé de rendre payants des médicaments d’importance vitale: des médicaments contre le cancer, contre le diabète, mais aussi des traitements contre le VIH et la tuberculose. Ces médicaments étaient jusqu’ici intégralement remboursés, et fort logiquement, puisque la vie de ces patients en dépend.
Cette carte blanche, monsieur le ministre, est sans appel. L’augmentation du prix de ces médicaments, en particulier des traitements contre le VIH et la tuberculose, constitue un recul majeur. Cette hausse s’élève à 1 euro par boîte pour les bénéficiaires de l’intervention majorée et à 2 euros pour les bénéficiaires ordinaires. Cela peut sembler minime sur le papier, mais c’est déjà un obstacle bien réel dans la réalité vécue par les patients. Il s'agit d'un obstacle parce que ces traitements sont longs, parfois à vie, et parce que les patients concernés cumulent déjà différentes vulnérabilités. Ce ne sont pas des mots en l’air, mais bien des constats de terrain, partagés par les professionnels de santé qui ont signé ce texte.
Ce que vous considérez comme une mesure de responsabilisation est en réalité une barrière supplémentaire. Comme vous le disent les soignants eux-mêmes, cette barrière est infranchissable pour de nombreux patients. De plus, il ne s’agit d’ailleurs pas seulement de santé individuelle, mais aussi de santé publique. Là encore, la carte blanche est très claire: un patient vivant avec le VIH et correctement traité ne transmet plus le virus, et un patient atteint de tuberculose cesse d’être contagieux après quelques semaines de traitement.
Introduire un frein, même financier, à l'accès à ces traitements, c'est donc simplement prendre le risque de relancer des dynamiques épidémiques. C'est ce que vous disent 150 soignants. Pas des députés de l'opposition, non, des praticiens, des docteurs en médecine, monsieur Vandenbroucke; des femmes et des hommes qui, chaque jour, voient les conséquences concrètes de ce type de décision. Pour les auteurs de cette carte blanche, les économies à court terme risquent, finalement,, de générer des coûts bien plus élevés demain, avec des rechutes, des hospitalisations et des nouvelles contaminations.
Pendant que vous demandez cet effort aux patients, le budget pour le remboursement de certains médicaments explose. Nous en avons discuté hier encore en commission. Selon une enquête du Consortium international des journalistes d'investigation, le médicament anticancéreux Keytruda, commercialisé par MSD, exerce une pression croissante sur notre assurance maladie.
Soyons clairs, parce qu'il faut bien qu'il n'y ait aucun doute sur nos intentions à ce sujet, personne ici ne remet en cause l'intérêt et l'efficacité de ce traitement. Il sauve des vies, et il doit continuer à être remboursé pour les patients qui en ont besoin, bien évidemment. Mais on ne peut pas non plus rester les bras croisés face au chantage exercé par l'industrie pharmaceutique.
L'enquête pointe justement ces négociations opaques, ces contrats secrets et cette industrie pharmaceutique qui impose ses conditions pour faire des surprofits colossaux. Nous parlons ici d'un traitement qui peut atteindre près de 100 000 euros par patient, dont les indications ne cessent de s'élargir et dont le prix réel reste largement inconnu. Résultat, ce sont plusieurs milliards d'euros dépensés par la sécurité sociale au profit d'une seule firme, qui tire une part énorme de ses revenus du Keytruda.
Autrement dit, d'un côté vous demandez quelques euros à des patients parmi les plus vulnérables et, de l'autre, vous soutenez des mécanismes de prix qui échappent largement au contrôle public. Est-ce vraiment une politique de santé publique responsable?
Monsieur le ministre, ma question est simple, parce que le temps est court. Allez-vous continuer à ignorer cet appel venu du terrain ou allez-vous entendre l'appel de ceux et celles qui vous demandent de réagir et de faire cesser ces injustices?
15.03 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le ministre, depuis le 1er janvier, sur décision du gouvernement et sans aucune concertation avec le secteur, la gratuité des médicaments qu'on dit d'importance vitale a pris fin. Que ce soit des antirétroviraux, des antituberculeux, de l'insuline pour les diabétiques, des chimiothérapies pour les malades du cancer, des traitements contre la drépanocytose, tous sont désormais facturés 2 euros par boîte, 1 euro pour les bénéficiaires de l'intervention majorée.
Dans une carte blanche publiée dans Le Soir, plus de 300 signataires, dont 150 soignantes et soignants, tirent la sonnette d'alarme, monsieur le ministre. Cette mesure est désastreuse tant pour la santé individuelle que pour la santé publique.
Les faits, pourtant, sont connus. En Belgique, le VIH et la tuberculose ne sont toujours pas maîtrisés. Presque deux personnes découvrent chaque jour qu'elles sont séropositives et la tuberculose, malheureusement, progresse à nouveau. Ces pathologies sont contagieuses. Un traitement interrompu, et c'est la reprise de la contagion et l'émergence possible de résistance. Huit euros par mois pendant 6 à 12 mois pour la tuberculose, cela fait presque 100 euros de traitement. On parle de 2 à 10 euros par mois. Dit comme ça, cela peut paraître peu, mais sur le long terme, cela pèse. Pour des personnes qui sont déjà fragilisées, qui sont déjà en souffrance, cela peut devenir un obstacle réel. En effet, on parle ici de personnes qui cumulent déjà des difficultés ou des vulnérabilités. Ce sont des personnes qui sont parfois sans-abri, des personnes qui sont parfois des travailleurs ou des travailleuses précaires, des personnes qui sont isolées, ou encore des personnes en incapacité de travail.
Sur le terrain, les soignants et les soignantes nous disent que certains patients ont déjà renoncé à leur traitement depuis l'entrée en vigueur de la mesure. Derrière le prix qui augmente, il y a aussi un poids supplémentaire, celui de la stigmatisation. En effet, payer pour se soigner, surtout quand la maladie est encore taboue, c'est aussi porter la honte et la culpabilité.
Plus largement, ce choix politique nous interroge grandement, puisque vous semblez justifier la mesure par le financement à hauteur de 25 millions d'euros du programme Early and Equitable Fast Access (procédure EEFA), dont l'objectif est d'améliorer l'accès des patients belges aux médicaments innovants. La question que nous nous posons ici est: "Pourquoi faire peser cet effort sur des patients qui sont déjà fragilisés par des traitements longs, voire à vie, plutôt que sur l'industrie pharmaceutique?" En 2024, par exemple, l'État a dépensé plus de 6 milliards d'euros en médicaments contre près de 5 milliards en 2022. Selon Solidaris, jusqu'à 1 milliard pourrait être économisé par une politique de prix transparente et négociée. Aujourd'hui, on demande un effort à celles et ceux qui sont malades et pendant ce temps, les profits de l'industrie, eux, ne bougent pas.
Monsieur le ministre, comment pouvez-vous nous expliquer l'absence totale de concertation avec les acteurs de terrain avant l'adoption d'une mesure aux conséquences lourdes? Concrètement, avez-vous anticipé les conséquences sanitaires et économiques de cette mesure augmentant le risque d'abandon de traitement et de rebond épidémique? Êtes-vous prêt à revenir sur cette décision pour les médicaments de catégorie A – les médicaments d'importance vitale – et à plutôt actionner le levier des prix négociés avec l'industrie pharmaceutique, comme le recommandent par exemple les mutuelles? Finalement, quelles garanties concrètes pouvez-vous nous apporter pour qu'aucun patient, quelle que soit sa situation socio-économique, ne renonce à un traitement vital pour des raisons financières?
15.04 Minister Frank Vandenbroucke: Collega’s, we hebben dit debat al eens gevoerd in de commissie. Waarom vragen we inspanningen? Aan wie vragen we die inspanningen? Waar moeten we op letten om ervoor te zorgen dat die inspanningen rechtvaardig zijn?
L'objectif est de pouvoir continuer à financer l'entrée dans notre système de toute une série de nouveaux médicaments qui sont absolument nécessaires pour sauver des vies. C'est ce que nous faisons quotidiennement. Presque chaque jour, je signe le remboursement de nouveaux médicaments qui sont absolument essentiels. Afin de maintenir l'équilibre budgétaire dans une norme de croissance, il faut demander des efforts. Qui fournit l'effort? C'est d'abord l'industrie pharmaceutique. Nous allons demander une estimation. La contribution à l'effort que nous allons lui demander va monter jusqu'à un milliard d'euros cumulés pour la fin de la législature. Par conséquent, dire que nous faisons uniquement peser l'effort sur les citoyens et les patients est complètement inexact. C'est l'industrie pharmaceutique même qui va essentiellement contribuer à l'effort.
Ik kom dan bij de vraag hoe men, als men toch ook een inspanning vraagt van burgers en patiënten, dat moet doen. We hebben inderdaad gezegd dat we in de apotheek – ik spreek niet over het ziekenhuis of over chemotherapie – een minimumbedrag van één of twee euro per verpakking zullen vragen. Dat klopt.
Er zijn dus medicamenten die tot nu toe zeer weinig of niets kosten, waarvoor men dan één of twee euro per verpakking zal betalen. We beschermen mensen daar echter ook tegen op twee manieren. Om te beginnen doen we dat via de maximumfactuur.
Ik wil toch nog eens terugkomen op dat debat, mevrouw Eggermont, want u stelt het op een eigenaardige manier voor. U stelt dat de maximumfactuur veel patiënten niet beschermt. Natuurlijk beschermt de maximumfactuur de meest kwetsbare mensen. Niet iedereen is kwetsbaar. De maximumfactuur beschermt, denk ik, ongeveer 750.000 mensen in ons land. Dat zijn de meest kwetsbaren. De lakmoestest van rechtvaardigheid is niet of men voor iedereen hetzelfde doet. De lakmoestest van rechtvaardigheid is wat de samenleving doet voor wie het meest kwetsbaar is.
Uw voorbeeld is interessant. U hoort mij niet zeggen dat we in de perfecte wereld leven. Dat zeg ik hier niet. Ik zou niet graag verkeerd geciteerd worden. U zegt echter dat een kennis van u niet aan de maximumfactuur komt. U geeft zelf het voorbeeld dat de maximumfactuur voor die persoon vermoedelijk 540 euro per jaar bedraagt. Als die persoon chronisch ziek is, is dat eigenlijk maar 440 euro. Laten we er echter van uitgaan dat het 540 euro is. Voor alles wat die persoon moet betalen – dokters, kinesitherapie, apotheek, logopedie, alles samen – is dat op jaarbasis maximaal afgerond 540 of 440 euro.
Die persoon komt vandaag niet aan dat bedrag. U zegt dat die persoon met onze maatregelen redelijk veel zal moeten bijbetalen, namelijk 150 euro. Dan komt die persoon nog altijd niet aan dat plafond. Dan behoort die inderdaad niet tot de groep die wij als financieel het meest kwetsbaar beschouwen, die wordt beschermd door de maximumfactuur.
Als die kennis van u vandaag 500 euro per jaar zou uitgeven aan dokters, apothekers en kinesisten, dan zal die met deze maatregelen 0 euro bijbetalen. Als die vandaag slechts 250 of 300 euro per jaar betaalt, dan bereikt die inderdaad de maximumfactuur niet. Ik beweer daarmee niet dat het leven voor die persoon gemakkelijk is. Ik beweer ook niet dat wij daarmee in de perfecte wereld leven. Dat is ook de reden waarom ik het systeem van de maximumfactuur verder verbeter. We hebben immers ook beslist dat categorieën van medicamenten die daar nog niet in zaten, waaronder belangrijke zoals antihistaminica, daar nu in worden opgenomen. We hebben ook beslist dat mensen die lang in de psychiatrie verblijven en die dus tot de meest kwetsbaren behoren, nu ook volledig door de maximumfactuur worden beschermd. Dat is iets waarvoor Muylle destijds sterk heeft gepleit. We verbeteren dus een systeem dat de meest kwetsbaren beschermt.
Als er een dergelijk systeem is, dan vind ik dat men aan de burgers mag vragen om 1 euro of 2 euro te betalen voor een verpakking. U zult natuurlijk meteen opmerken dat mensen voor de maximumfactuur correct verzekerd moeten zijn. Dat is misschien wel een antwoord. Patiënten met tbc zijn echter misschien mensen die helemaal niet verzekerd zijn, die helaas in de marginaliteit zitten of die van elders gekomen zijn. Dat erken ik volledig. Daarvoor investeren we per jaar 1,8 miljoen voor medicamenten via Belta-TBnet, een organisatie die specifiek bezig is met tuberculosepatiënten, en 0,5 miljoen voor therapiebegeleiding van die mensen.
Ik heb het al gezegd, ik zeg niet dat dit de beste der werelden is, maar via dat initiatief betalen we de remgelden terug van mensen die kwetsbaar zijn, die tbc hebben en die niet verzekerd zijn. Dus ook die mensen hebben, als dat goed werkt, geen probleem met die 1 of 2 euro. Dat wordt voor hen vergoed - soms zelfs voorgeschoten - door de subsidie die we geven aan Belta-TBnet. Ik heb u gezegd dat de verantwoordelijken van Belta-TBnet, met wie we veel overleg plegen, want we vinden dat een belangrijke organisatie, mij hebben gezegd dat ze tot heden geen belangrijke problemen hebben ervaren door die maatregel van 1 euro of 2 euro.
J'accepte que d'autres disent que c'est un très grand problème. Et j'accepte même le fait qu'il faut toujours être vigilant quant à ce qu'on avance comme politique et autocritique. Je le suis, et je crois que je dois l'être. Et donc, je suis en concertation continue avec ce type d'organisations. S'il y a des problèmes, il faut intervenir.
Il y a trois semaines, je vous ai dit que les responsables de ce secteur, qui s'occupent de ces patients précarisés, qui souvent ne sont pas assurés convenablement et ne bénéficient donc pas du maximum à facturer, m'ont affirmé que, jusqu'ici, le système BELTA-TBnet fonctionne. Je ne dis pas que c'est un système parfait, mais je trouve que si l'on prend une mesure générale et si, en même temps, les plus précarisés et les plus vulnérables ont des mécanismes de protection spécifiques, cela me semble être un choix défendable. Ce n'est pas votre choix, mais le nôtre.
Concernant le budget des médicaments en général, l'industrie pharmaceutique va y contribuer jusqu'à 1 milliard vers la fin de cette législature. Certains me disent qu'il faut arrêter de passer des accords confidentiels, que tout cela doit être discuté et négocié en public – ce qui est totalement différent de ce que les autres pays européens font –, mais c'est cela que Trump aimerait voir! Il est d'accord avec vous, il veut savoir ce que nous payons réellement. Mais, si on fait comme ça, toute une série de médicaments ne seront plus remboursés. Ces industries diront simplement qu'elles se passent de la Belgique. Il s'agit d'un dilemme réel, pas fantaisiste. C'est le dilemme de la responsabilité.
Je ne choisirai pas de ne pas négocier en secret, et de laisser mourir des patients. Non, ce n'est pas mon choix. Nous négocions de façon dure. Nous avons introduit des éléments de transparence supplémentaires dans ce système. La critique qui dit qu'il faut simplement arrêter ces négociations est extrêmement simpliste. Et c'est terrible, quand on réfléchit aux conséquences. Et moi, je ne veux pas porter ces conséquences-là.
Collega’s, u hoort mij niet zeggen dat dit allemaal perfect is, dit zijn moeilijke keuzes. U hoort mij niet zeggen dat de maximumfactuur perfect is, zeker niet. U hoort mij niet zeggen dat het voorbeeld dat u hebt gegeven dat is van iemand met een gemakkelijk leven, integendeel. U hoort mij evenmin zeggen dat Belta-TBnet perfect functioneert en dat die mensen geen administratieve problemen kunnen hebben. Daarover moeten we met hen overleggen.
Keuzes moet men wel maken. Men moet elke patiënt in de ogen durven kijken. Ik wil patiënten die vandaag geholpen worden met CAR-T-celtherapieën, die zeer duur zijn, ook in de ogen kunnen kijken. Ik wil in de ogen kijken van patiënten voor wie we recent beslissingen hebben genomen over nieuwe medicatie, waarmee zij kunnen overleven, maar die zeer duur is. Ik ga niet in de ogen van die patiënten kijken, zeggen dat ik geweldige principes heb en dat ik die onderhandelingen gewoon niet meer voer omdat dit tegen mijn principes is. Dat ga ik niet doen. Dat zijn de keuzes die we moeten maken. Ik denk dus dat we hier eigenlijk solidariteit zoeken op een moeilijk moment, in het belang van iedereen. Vanuit dat standpunt vind ik dat het beleid dat we voeren verdedigbaar is. Ik denk dat we die keuzes moeten blijven maken.
15.05 Natalie Eggermont (PVDA-PTB): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Wat solidariteit betreft, maken de honderden artsen die de open brief ondertekenen duidelijk dat het gaat over zeer kwetsbare patiënten.
U verwijst opnieuw naar de maximumfactuur om uw visie op solidariteit toe te lichten. Als men niet aan die 550 euro komt – of 400 euro voor chronische patiënten – is het dus volgens u niet erg. Voor Elias betekent de prijsverhoging echter 150 euro, boven op alle andere facturen die hij moet betalen. Ook voor een tuberculosepatiënt zonder middelen is 60 euro voor een volledige behandeling een immens bedrag. Dat zijn de meest kwetsbare patiënten en zij worden getroffen door wat hier gebeurt.
U zegt dat we keuzes moeten maken. Dat is net het punt. Waarom is er wel geld voor militair materiaal, voor wat eerst drones leken, maar politiehelikopters bleken te zijn? Het bedrag dat nodig is om deze levensreddende medicatie gratis te houden, is slechts de helft daarvan. Dat zijn de keuzes die u maakt. Er is 34 miljard euro voor wapens, terwijl het behoud van gratis medicatie, die tot nu toe altijd kosteloos was, 25 miljoen euro vergt. En dan zegt u dat we keuzes moeten maken.
U stelt dat het slechts om enkele euro’s gaat, maar wat hier gebeurt, is de invoering van een mechanisme. Dat is een kwalitatieve, structurele stap. Het is vergelijkbaar met wat u doet met de pensioenmalus of met de aftopping van de index. Het lijkt beperkt, maar er wordt structureel iets ingevoerd. Levensreddende medicatie was vroeger gratis, nu wordt ze betalend.
Zodra dat mechanisme is ingevoerd, wordt het eenvoudig om in de toekomst het bedrag te verhogen. Plaats u in de positie van een patiënt die afhankelijk is van medicatie om te overleven en ziet dat de politiek die medicatie gebruikt voor besparingen en zo de deur openzet voor verdere besparingen. Vanaf nu geldt het principe dat levensreddende medicatie gratis is niet langer, dankzij Vooruit.
De invoering van dat structurele mechanisme vormt het kernprobleem. U kunt stellen dat het om slechts 1 of 2 euro gaat, maar hoelang zal dat zo blijven, mijnheer de minister? Zo schrijft u vandaag asociale geschiedenis.
U zegt dat iedereen die een probleem maakt van geheime contracten, zegt dat men dan maar niet moet onderhandelen. Dat heb ik nog nooit gezegd. Wij zeggen het volgende. Voer een eerlijkprijzenmodel in en ga dan met die eerlijke prijzen naar de onderhandelingstafel.
De dag nadat de open brief werd gepubliceerd, is ook een nieuwe wetenschappelijke studie verschenen over het eerlijkeprijzenmodel. Daarin berekent men wat we in de sociale zekerheid kunnen besparen als we dat eerlijkeprijzenmodel toepassen. In die studie staat een hiv-medicament, namelijk Triumeq. Dat is een tripeltherapie in één pil, dus dat wordt veel gebruikt. Door de toepassing van het eerlijkeprijzenmodel op dat medicament kunnen we 90 % van de kosten besparen.
Dat zijn de keuzes die moeten worden gemaakt. Niemand zegt dat er niet meer moet worden onderhandeld of dat die mensen dan maar moeten sterven. Dat is een non-debat. Het echte debat is, voer het eerlijkeprijzenmodel in. U gaat dat volledig uit de weg door er een karikaturaal debat van te maken. Men kan immers niet zeggen dat er geen geld is voor de pensioenen, maar ondertussen wel miljarden vrijmaken voor de farma-industrie.
U zegt dat u hard onderhandelt en hogere kortingen bekomt, maar we zien ook dat de brutoprijzen oplopen. Dat is het mechanisme dat we de voorbije jaren overal zien. De farmasector vraagt steeds hogere prijzen en geeft daarbij hogere kortingen. Dat is wat alle industrieën doen in hun brochures, namelijk hoge prijzen met een hoge korting. Dan kan men zeggen dat men een goede korting heeft bekomen. De nettoprijs blijft eigenlijk echter nagenoeg gelijk.
Het gaat dus niet over hard onderhandelen.
Het gaat over de vraag of er democratische controle is en of er eerlijke
prijzen worden toegepast. Op die vragen hebt u niet geantwoord. Uw keuze is dus
om het te halen bij de patiënten, bij de kwetsbaarste mensen, bij de
gepensioneerden en bij de werkende klasse. Dat is niet onze visie op
solidariteit, mijnheer de minister. Ik
heb dan ook een motie van aanbeveling.
15.06 Caroline Désir (PS): Monsieur le ministre, pour justifier l'augmentation du prix de ces médicaments vitaux, des médicaments pour l'estomac et contre le cholestérol, vous invoquez souvent la nécessité de financer un accès plus rapide à des traitements innovants. Cependant, comme le soulignent les auteurs de la carte blanche, cela ne peut pas se faire au détriment des patients les plus vulnérables. Il y a là pour nous un signal politique extrêmement préoccupant, et les auteurs eux-mêmes parlent d'une rupture grave. Nous ne pouvons que partager ce constat. En rendant plus chers des médicaments vitaux, c'est-à-dire des médicaments littéralement indispensables pour vivre, vous ouvrez la porte à une remise en cause progressive de l'accès équitable aux soins. Vous installez, pas à pas, l'idée qu'une médecine à deux vitesses serait acceptable. Ni les 300 signataires de cette carte blanche, ni les 150 soignants qui l'ont portée, ni les patients qui les accompagnent, ni nous-mêmes ne pouvons l'accepter.
Je souhaite insister sur les propos du docteur Martin. Un euro supplémentaire à avancer pour un patient qui cumule déjà des difficultés de santé et financières peut devenir un obstacle insurmontable. Cela peut être l'élément qui conduit à l'arrêt du traitement du jour au lendemain. C'est une réalité observée sur le terrain, notamment à Saint-Pierre, où les équipes connaissent parfaitement la situation des patients vulnérables. Vous avez vous-même visité cet hôpital, monsieur le ministre, vous le savez. Vous reconnaissez qu'il existe des problèmes et qu'il faut intervenir. Dès lors, il faut agir.
Vous avez pu échanger avec ces médecins et entendre leurs témoignages. L'accès aux soins ne peut pas être un privilège, il doit rester un droit. Ce que nous constatons avec l'Arizona, c'est un deux poids deux mesures. Vous n'hésitez pas à faire peser des efforts sur les patients les plus fragiles, tandis que, dans le même temps, vous refusez même d'ouvrir un débat en commission au Parlement sur les prix parfois exorbitants pratiqués par l'industrie pharmaceutique.
Nous constatons donc que, d'un côté, les surprofits sont protégés, et de l'autre, les patients les plus fragiles ne le sont pas. C'est cela qui motive notre réaction aujourd'hui, monsieur le ministre. Il est temps que ce double standard de l’Arizona cesse. Rien ne semble trop coûteux lorsqu'il s'agit de certains investissements, notamment en matière de matériel anti-drone, alors que, parallèlement, on demande un ou deux euros supplémentaires à des patients ultra vulnérables pour des traitements vitaux.
C'est une situation que nous ne pouvons pas accepter. C'est pourquoi je dépose une motion de recommandation.
15.07 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. J'ai plusieurs choses à dire. D'abord, je voulais préciser un élément: en ce qui concerne les chimiothérapies, certaines se font en dehors de l'hôpital, sous forme de gélules.
Premièrement, concernant la méthode, il n'y a pas eu de concertation préalable avec le secteur. C'est un problème. Lorsqu'il y a une carte blanche avec 300 signataires dont 150 soignants et soignantes, c'est un désaveu massif.
Ensuite, cette mesure souligne l'incohérence sanitaire.
15.08 Axel Ronse (N-VA): (….)
Le président: Collega Ronse? Nog even, en
je krijgt meer aandacht dan de spreker. Dat is niet de bedoeling.
15.09 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Pourquoi un ministre socialiste de la Santé introduit-il un ticket modérateur sur des médicaments vitaux alors qu'on sait qu'il y a des pathologies qui sont hors contrôle en Belgique? On sait que le VIH continue d'augmenter ainsi que la tuberculose. C'est une mesure qui, même en termes sanitaires, n'a pas de sens, surtout à un moment précis où il faudrait renforcer l'accès au traitement.
Troisièmement, vous avez évoqué l'aide médicale urgente et le BELTA-TBnet. Ces dispositifs sont effectivement efficaces mais ne couvrent qu'une partie du public concerné. Les travailleurs pauvres, les chômeurs, les personnes en incapacité de travail et les parents solos précarisés n'ont pas accès à ces dispositifs-là. Par exemple, l'aide médicale urgente dépend des CPAS qui sont eux-mêmes sous pression budgétaire croissante grâce aux collègues de votre gouvernement. Le BELTA-TBnet ne couvre quant à lui que la tuberculose. Il y a certes un filet, mais ce dernier est troué précisément là où la précarité mériterait qu'il soit un peu plus robuste.
Concernant le maximum à facturer (MàF), c'est un remboursement se faisant a posteriori. Les patients doivent avancer l'argent. Or c'est précisément à ce moment-là que les médicaments ne sont pas accessibles pour qui n'a pas les sous. Le MàF ne résout pas tout pour les personnes qui n'ont pas l'argent. Vous dites que c'est une contribution modeste, mais ce qui est modeste pour l'un n'est peut-être pas modeste pour l'autre. Pour les personnes vivant sous le seuil de pauvreté – et ce gouvernement fait augmenter le taux de pauvreté –, il ne s'agit pas juste d'un ou deux euros, mais c'est l'accumulation mensuelle de factures qui, dans le cadre du VIH, se répercute sur toute une vie.
Par ailleurs, c’est une porte que vous ouvrez. Qu’est-ce qui nous garantit que ce ticket modérateur ne sera pas augmenté demain?
Monsieur le ministre, vos réponses confirment malheureusement ce que craignent les soignants et les soignantes, ce qu’ils dénonçaient dans leur carte blanche et quand on discute avec eux.
Vous invoquez des filets de sécurité. Vous venez avec un ton très professoral donner des leçons. C’est votre style. C’est fine, mais quand même. Ces filets de sécurité ne captent pas toute la population concernée. Ils ne protègent pas tout le monde. Vous justifiez une mesure qui fragilise celles et ceux qui sont déjà fragilisés.
Le vrai levier d’économies, vous savez où il se trouve. Elles sont peut-être à aller chercher chez votre collègue, M. Francken, qui invente des images pour avoir des sous pour ses drones. Le vrai levier d’économies n’est pas à aller chercher dans le portefeuille des patients et des patientes. Il ne faut pas aller chercher les sous dans la poche des personnes qui sont déjà en très grande souffrance et qui luttent pour leur vie.
Motions
De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Natalie Eggermont en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de dames Natalie Eggermont,
Caroline Désir en Rajae Maouane
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
belast met Armoedebestrijding,
overwegende dat
- de besparing van minister Vandenbroucke op medicijnen ertoe leidt dat ook medicatie voor tuberculose en hiv, die voorheen gratis waren, betalend worden;
- zowel hiv als tuberculose in België nog niet onder controle zijn en een blijvend risico vormen voor de volksgezondheid;
- verschillende artsen en experts op 20 maart aan de alarmbel trokken in De Morgen;
- op 15 april een open brief, ondertekend door 150 zorgverleners, opnieuw waarschuwde voor de impact van de prijsstijging;
- de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanbeveelt om tbc-behandeling kosteloos aan te bieden;
- de experts waarschuwen dat deze prijsstijging een gevaarlijk precedent schept om het remgeld in de toekomst verder op te trekken en indruist tegen het begrip van rechtvaardigheid in de gezondheidszorg;
- deze beperkte besparing op korte termijn dreigt te leiden tot aanzienlijk hogere maatschappelijke en gezondheidskosten op lange termijn;
verzoekt de minister en de regering om
- de prijsverhoging voor levensreddende medicatie tegen besmettelijke ziekten terug te draaien;
- te garanderen dat behandelingen voor hiv en tuberculose voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijven."
Une première motion de recommandation a été déposée par Mme Natalie Eggermont et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mmes Natalie Eggermont, Caroline Désir et Rajae Maouane
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté,
considérant que:
- en raison des économies du ministre Vandenbroucke dans le domaine des médicaments, les traitements contre la tuberculose et le VIH, auparavant gratuits, deviendront payants;
- ni le VIH ni la tuberculose ne sont encore sous contrôle en Belgique et que ces maladies constituent un risque persistant pour la santé publique;
- plusieurs médecins et experts ont tiré la sonnette d'alarme dans le quotidien De Morgen le 20 mars;
- le 15 avril, une lettre ouverte signée par 150 prestataires de soins a une nouvelle fois mis en garde contre les conséquences de la hausse des prix;
- l'Organisation mondiale de la Santé (OMS) préconise la gratuité du traitement de la tuberculose;
- des experts préviennent que cette hausse des prix crée un dangereux précédent susceptible de mener à de nouvelles augmentations du ticket modérateur à l'avenir, et qu'elle va à l'encontre du principe d'équité dans les soins de santé;
- ces économies limitées à brève échéance risquent d'entraîner des coûts sociaux et sanitaires nettement plus élevés à long terme;
demande au ministre et au gouvernement
- d'annuler la hausse des prix des médicaments vitaux contre des maladies infectieuses;
- de garantir que les traitements pour le VIH et la tuberculose demeureront accessibles et abordables pour tous."
Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Caroline Désir en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van de dames Natalie Eggermont,
Caroline Désir en Rajae Maouane
en het antwoord
van de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
belast met Armoedebestrijding,
vraagt de regering:
- het minimumremgeld per verpakking, dat sinds 1 januari 2026 van toepassing is, af te schaffen, met name voor levensnoodzakelijke geneesmiddelen (categorie A)."
Une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mme Caroline Désir et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mmes Natalie Eggermont, Caroline Désir et Rajae Maouane
et la réponse du vice-premier ministre et ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté,
recommande au gouvernement
- de supprimer le ticket-modérateur minimum par conditionnement d’application depuis le 1er janvier 2026, en particulier pour les médicaments d’importance vitale (catégorie A)."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens en door de dames Nawal Farih en Aurore Tourneur.
Une motion pure et simple a été déposée par
MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens et Mmes Nawal
Farih et Aurore Tourneur.
15.10 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, we vragen de urgentie voor de stemming over de eenvoudige motie.
De voorzitter: Aangezien de urgentie
voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks
over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6,
tweede lid, Rgt.)
Étant donné que l'urgence de la motion pure et
simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions
tout à l'heure. (art. 140, n° 6,
deuxième alinéa, Rgt.)
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
De bespreking is gesloten.
La
discussion est close.
Overeenkomstig de beslissing van de plenaire vergadering van 26 februari 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad van 3 maart 2026 een oproep tot kandidaten voor het mandaat van Nederlandstalig plaatsvervangend lid voor de categorie 'doctor in de geneeskunde' voor de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie.
Conformément à la décision de la séance plénière du 26 février 2026, un appel à candidats a été publié au Moniteur belge du 3 mars 2026 pour le mandat de membre suppléant néerlandophone pour la catégorie 'docteur en médecine' pour la Commission de contrôle et d’évaluation de l’euthanasie.
Er werden geen kandidaturen ingediend.
Aucune candidature n'a été introduite.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 22 april 2026 stel ik u voor een nieuwe oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken voor dit mandaat.
Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 22 avril 2026, je vous propose de publier un nouvel appel à candidats au Moniteur belge pour ce mandat.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen (nr. 1475/1).
Le gouvernement a demandé l'urgence
conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi modifiant la loi du 20 juillet 1991
portant des dispositions sociales et diverses (n° 1475/1).
Ik geef
het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.
Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.
17.01 Minister Jean-Luc Crucke: Mijnheer de voorzitter, de toekenning van de urgentie wordt gemotiveerd door het feit dat dit wetsontwerp gelijktijdig in werking moet treden met de pensioenhervorming, die in werking treedt op 1 juni 2026. De koppeling aan de timing van de pensioenhervorming is noodzakelijk. De pensioenhervorming schaft het ziektepensioen definitief af, waardoor langdurig zieke ambtenaren voortaan bij het RIZIV zullen terechtkomen. Ze doen dit middels een mechanisme van retroactieve verzekering die in de wet van 20 juli 2021 staat.
Het huidige bedrag dat betaald moet worden voor deze retroactieve verzekering staat manifest niet in verhouding tot de potentiële kosten voor het RIZIV. Het wetsontwerp verhoogt die bedragen aanzienlijk en voorziet zo in een compensatie voor het RIZIV. Zonder een gelijktijdige inwerkingtreding bestaat het risico dat een significant aantal ambtenaren retroactief verzekerd wordt bij het RIZIV tegen een bedrag dat klaarblijkelijk te laag is.
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over
deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt aangenomen bij zitten en opstaan.
L'urgence est adoptée
par assis et levé.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Demandes d'urgence
Er zijn twee vragen tot urgentie. Een eerste urgentieverzoek betreft een wetsvoorstel van de collega’s Huybrechts, Troosters en Barbara Pas tot de afschaffing van de taks op de inscheping van een luchtvaartuig, nr. 1485/1.
18.01 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de voorzitter, collega’s, hoe legt men aan mensen uit dat hun vliegticket duurder wordt door de crisis en door een extra belasting van de overheid zelf? Dat is exact waarom dit voorstel dringend is.
Laten we eerlijk zijn, die taks is asociaal. Ze treft niet de rijksten, maar de gewone Vlaming die wil reizen voor zijn plezier of voor zijn werk. Net vandaag zien we wat er gebeurt. Luchtvaartmaatschappijen schrappen vluchten omdat de kerosineprijzen exploderen. Vliegen wordt vandaag door die realiteit dus al duurder, maar wat doet deze regering? Nog meer belasten.
Laat ons ook stoppen met te doen alsof dat een klimaatmaatregel is, want die taks heeft niets te maken met vergroening. De opbrengsten gaan niet naar duurzamere, groenere en stillere vliegtuigen. Ze verdwijnen gewoon in de staatskas, om vervolgens opnieuw te worden uitgegeven aan de dronevrienden van Theo Francken, aan migratie en ontwikkelingssamenwerking en dus niet aan onze mensen.
Mijnheer de voorzitter, ik heb een goed gevoel bij deze urgentie, want sommige partijen zaten in de vorige legislatuur nog naast ons om deze taks mee te bekritiseren en te bevechten. Ik denk bijvoorbeeld aan de N-VA, die toen ook vond dat die taks een slecht idee was. Vandaag zien we echter dat zij die taks niet alleen hebben behouden, maar ze ook hebben verdubbeld en laten stijgen.
Dan zijn er ook nog de liberalen. Ze hebben die taks zelf ingevoerd, maar zeggen vandaag dat ze hem willen afschaffen.
Collega’s, vandaag is het moment van de waarheid. Steun deze urgentie, zodat we die asociale en economisch schadelijke taks eindelijk kunnen afschaffen.
Ik ben benieuwd of de partijen die zich in de commissie of op sociale media kritisch hebben uitgelaten vandaag ook de moed zullen hebben om met ons mee te stemmen.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Huybrechts.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie
wordt verworpen bij zitten en opstaan.
L'urgence est rejetée
par assis et levé.
De urgentie wordt ook gevraagd voor het voorstel van resolutie van de collega’s Di Nunzio, Vander Elst, De Knop en Van Tigchelt over de veroordeling van de invoering van de doodstraf in Israël, nr. 1492/1.
18.02 Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank u wel, mijnheer de voorzitter, collega’s. Er gaat geen week voorbij in het Parlement zonder dat we het hebben over Israël en de rol van het Israëlische regime in de oorlog in Iran en in Libanon en ook over wat er is aangericht in Gaza. Met al die feitelijkheden zouden we bijna vergeten dat daar een maand geleden opnieuw de doodstraf is ingevoerd.
De meeste internationale waarnemers zijn het erover eens dat dit een flagrante schending vormt van de internationale regelgeving. Het schendt het internationale recht en onze westerse normen en waarden. Collega’s, wij vinden dat we dit niet zomaar kunnen laten passeren. Uiteraard is de strijd tegen terrorisme en tegen terroristische organisaties zoals Hamas en Hezbollah bijzonder belangrijk. Die strijd moet worden gevoerd, maar het aannemen van deze wet door het Israëlische parlement gaat veel te ver.
Daarom hebben wij een voorstel van resolutie ingediend om de regering te vragen om de intrekking van die wet te bepleiten op alle diplomatieke niveaus en te pleiten voor Europese sancties. In het Parlement wordt daar vaak over gesproken, ook over het associatieverdrag, en daarom nemen we dat eveneens op in dit voorstel van resolutie.
Bij dezen wil ik daarvoor de urgentie vragen. Deze wet is vandaag van toepassing, dus we hebben geen dag te verliezen om dit aan te kaarten en daar duidelijk en helder in te zijn. Ik ga ervan uit, collega’s, dat dit over de grenzen van meerderheid en oppositie heen op een meerderheid kan rekenen. Ik hoor in het Parlement immers vaak – ik kijk in het bijzonder naar Vooruit, Les Engagés en cd&v – dat men zich het lot van de Palestijnen aantrekt en geregeld vraagt om bijkomende druk en sancties ten aanzien van Israël. Wel, dit is uw opportuniteit om kleur te bekennen. Voeg de daad bij het woord en steun de urgentie. Ik dank u.
De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en
opstaan.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
Pairages
Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.
Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.
Zijn er stemafspraken?
Y a-t-il des accords de pairage?
18.03 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, nous avons reçu une demande de pairage de
la part de notre collègue Marc Lejeune des Engagés. M. Patrick Prévot assurera
ce pairage. (Applaudissements)
18.04 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik zal mijn stemgedrag aanpassen ter wille van onze goede collega Steven Matheï.
De voorzitter: Dank u wel.
Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Grondwet en Institutionele vernieuwing van 15 april 2026.
Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de la Constitution et du Renouveau institutionnel du 15 avril 2026.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Barbara Pas.
Une motion de recommandation a été déposée par Mme Barbara Pas.
De Kamer kan zich nu uitspreken over de motie van aanbeveling.
Á présent, la Chambre peut se prononcer sur la motion de recommandation.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring?
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?
19.01 Barbara Pas (VB): Collega’s, het is niet de eerste keer dat ik een motie van aanbeveling indien om de taalwetgeving toe te passen. Ik interpelleer daarover naar jaarlijkse gewoonte de minister van Binnenlandse Zaken op basis van het rapport van de vicegouverneur. De vorige motie hebt u weggestemd. Deze keer heb ik de premier daarover geïnterpelleerd. Het blijkt dat ook de premier helemaal niet van plan is om de taalwetgeving af te dwingen. In mijn motie van aanbeveling heb ik twee duidelijke verzoeken.
Ten eerste, nu er een Brusselse regering is, vraag ik om er bij de Brusselse minister-president op aan te dringen dat de door de vicegouverneur uitgesproken schorsingen van alle benoemingen en bevorderingen in Brussel die in strijd zijn met de taalwetgeving – dat gaat om 80 à 90 % van de dossiers – effectief in vernietigingen worden omgezet. Dat is wettelijk verplicht, maar men weigert dat te doen. Daarover moet met de minister-president van Brussel worden gesproken, meer vraag ik niet.
Ten tweede, ik vraag om, als er onwil blijkt – zoals al decennia het geval is – de vernietigingsbevoegdheid in Brussel wordt weggehaald en bij de vicegouverneur wordt gelegd, zodat de taalwetgeving kan worden uitgevoerd. Niet meer of niet minder.
Ik hoorde vorige week parlementsleden van de N-VA hier zeggen in het vragenuurtje dat de taalwetgeving moet worden gerespecteerd. Dat is terecht. Diezelfde parlementsleden waren het voorbije weekend ook aanwezig op manifestaties van de Vlaamse Beweging waarin werd gepleit voor respect voor de taalwetgeving. Dat is eveneens terecht. Het grote verschil tussen de militanten en de parlementsleden daar aanwezig is echter dat men er hier in het Parlement iets aan kan doen. Men kan de daad bij het woord voegen, want anders blijven die woorden hol en blijven die aanwezigheden bijzonder hypocriet.
U kunt zich vandaag niet wegsteken achter een laffe, eenvoudige motie. Ik vraag twee eenvoudige dingen. Als u het meent met wat u zegt en met uw aanwezigheden, dan kunt u niet anders dan de eenvoudige motie steunen.
De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
1) |
||
|
Ja |
21 |
Oui |
|
Nee |
115 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
136 |
Total |
De motie is verworpen.
La motion est rejetée.
Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Justitie van 15 april 2026.
Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de la Justice du 15 avril 2026.
Twee moties werden ingediend (MOT nr. 245/1):
- een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen;
- een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï.
Deux motions ont été déposées (MOT n° 245/1):
- une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen;
- une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring?
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?
20.01 Marijke Dillen (VB): Voorzitter, collega’s, de magistraten hebben opnieuw, en terecht, aan de alarmbel getrokken. Deze keer gebeurde dat op een toch wel merkwaardige wijze, namelijk via een open brief, rechtstreeks gericht aan de bevolking, met een duidelijk signaal: uitgeputte justitie doet uw rechten wankelen.
Terecht wordt erop gewezen dat het structurele tekort aan mensen en middelen de rechtsstaat onder druk zet. Deze actie past in een reeks protesten die al meer dan een jaar aanslepen. De magistraten zijn duidelijk, de boodschap wordt wel gehoord maar onvoldoende gevolgd door concrete maatregelen. Problemen als onderbezetting, verouderde IT-systemen en verwaarloosde gebouwen blijven maar aanslepen.
Collega’s, deze keer richtten de magistraten zich expliciet tot de bevolking, want het is die die rechtstreeks de gevolgen ondervindt, bijvoorbeeld doordat slachtoffers langer moeten wachten op erkenning, doordat familiale conflicten blijven aanslepen, doordat werknemers en zelfstandigen trager duidelijkheid krijgen in juridische procedures enzovoort.
Ook voor kwetsbare groepen wordt het moeilijker om hun rechten af te dwingen. De magistraten zijn duidelijk, de extra middelen waarin de regering voorziet, zijn onvoldoende. Hoewel er één miljard euro werd aangekondigd, gaat een groot deel daarvan naar infrastructuur als gevangenissen en niet naar de werking van rechtbanken en parketten. De aanhoudende werkdruk en de hervormingen, onder meer op het vlak van de pensioenen, zorgen ervoor dat het beroep van magistraat steeds minder aantrekkelijk wordt.
Vandaar dat wij vragen dat er eindelijk voldoende middelen en budgetten worden vrijgemaakt om op een structurele wijze tegemoet te kunnen komen aan de terechte eisen van de magistratuur.
De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
2) |
||
|
Ja |
99 |
Oui |
|
Nee |
39 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.
Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.
Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.
Drie moties werden ingediend (MOT nr. 255/1):
- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Natalie Eggermont;
- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Caroline Désir;
- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens en de dames Aurore Tourneur en Nawal Farih.
Trois motions ont été déposées (MOT n° 255/1):
- une première motion de recommandation a été déposée par Mme Natalie Eggermont;
- une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mme Caroline Désir;
- une motion pure et simple a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens et Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih.
Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.
La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
3) |
||
|
Ja |
76 |
Oui |
|
Nee |
60 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.
La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Twee moties werden ingediend:
- een eerste motie werd ingediend door de heer Pierre Jadoul;
- een tweede motie werd ingediend door mevrouw Greet Daems.
Deux motions ont été déposées:
- une première motion a été déposée par M. Pierre Jadoul;
- une deuxième motion a été déposée par Mme Greet Daems.
Ik stel u voor om over de moties stemmen in de volgorde van indiening.
Ik breng de motie van de heer Pierre Jadoul in stemming
Je mets aux voix la motion de M. Pierre Jadoul
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring?
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de
stemming / Fin du vote.
Uitslag van de
stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote
4) |
||
|
Ja |
126 |
Oui |
|
Nee |
12 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
De motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de andere motie.
La motion est adoptée. Par conséquent, l'autre motion est caduque.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 5) |
||
|
Ja |
102 |
Oui |
|
Nee |
33 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
137 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Stemming over amendement nr. 7 van Brent
Meuleman cs op considerans H.(956/5)
Vote sur l'amendement n° 7 de Brent Meuleman cs
au considérant H.(956/5)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 6) |
||
|
Ja |
85 |
Oui |
|
Nee |
12 |
Non |
|
Onthoudingen |
41 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
Bijgevolg is het amendement aangenomen.
En conséquence, l'amendement est adopté.
Stemming over amendement nr. 8 van Brent
Meuleman cs op verzoek 1.(956/5)
Vote sur l'amendement n° 8 de Brent Meuleman cs
à la demande 1.(956/5)
Mag de uitslag van
de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on
considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote
6)
Bijgevolg is het amendement aangenomen.
En conséquence, l'amendement est adopté.
Stemming over amendement nr. 9 van Brent
Meuleman cs op verzoek 3.(956/5)
Vote sur l'amendement n° 9 de Brent Meuleman cs
à la demande 3.(956/5)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 6)
Bijgevolg is het amendement aangenomen.
En
conséquence, l'amendement est adopté.
Stemming over amendement nr. 10 van Brent
Meuleman cs op verzoek 4.(956/5)
Vote sur l'amendement n° 10 de Brent Meuleman
cs à la demande 4.(956/5)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 6)
Bijgevolg is het amendement aangenomen.
En
conséquence, l'amendement est adopté.
Stemming over amendement nr. 11 van Brent
Meuleman cs tot weglating van verzoek 5.(956/5)
Vote sur l'amendement n° 11 de Brent Meuleman
cs visant à supprimer la demande 5.(956/5)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 6)
Bijgevolg is het amendement aangenomen.
En
conséquence, l'amendement est adopté.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 7) |
||
|
Ja |
113 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
25 |
Abstentions |
|
Totaal |
138 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie, zoals geamendeerd, aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution, telle qu'amendée. Il en sera donné connaissance au gouvernement.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une
déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de stemming
/ Début du vote.
Heeft iedereen gestemd
en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 8) |
||
|
Ja |
134 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison
d'abstention? (Non)
We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergaderingen van volgende week.
Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour des séances de la semaine prochaine.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering woensdag 29 april 2026 om 09.00 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le mercredi 29 avril 2026 à 09 h 00.
De vergadering wordt gesloten om 19.28 uur.
La séance est levée à 19 h 28.
|
De bijlage
is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 109 bijlage. |
|
L'annexe est reprise dans une brochure
séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 109 annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Naamstemming - Vote nominatif: 1
|
Ja |
21 |
Oui |
Bury Katleen, Dedecker Jean-Marie, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
115 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Yzermans Alain
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 2
|
Ja |
99 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
39 |
Non |
Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Mertens Peter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 3
|
Ja |
76 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
60 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Magnette Paul, Maouane Rajae, Mertens Peter, Meunier Marie, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Prévot Patrick, Vanbesien Dieter
Naamstemming - Vote nominatif: 4
|
Ja |
126 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
12 |
Non |
Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Mertens Peter, Ribaudo Julien, Tonniau Robin, Van den Bosch Annik
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
Naamstemming - Vote nominatif: 5
|
Ja |
102 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
33 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Magnette Paul, Maouane Rajae, Mertens Peter, Meunier Marie, Mutyebele Ngoi Lydia, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Prévot Patrick, Vanbesien Dieter
Naamstemming - Vote nominatif: 6
|
Ja |
85 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
12 |
Non |
Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Mertens Peter, Ribaudo Julien, Tonniau Robin, Van den Bosch Annik
|
Onthoudingen |
41 |
Abstentions |
Aouasti Khalil, Bayet Hugues, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Daerden Frédéric, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Magnette Paul, Meunier Marie, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 7
|
Ja |
113 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Meunier Marie, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yzermans Alain
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
25 |
Abstentions |
Bertrand Alexia, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 8
|
Ja |
134 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lasseaux Stéphane, Magnette Paul, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |