|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 2 april 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 2 avril 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.17 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 17 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:
Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:
Bart De
Wever, David Clarinval.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 1 april 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 1er avril 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er
dienaangaande opmerkingen?
Y a-t-il une observation à ce sujet?
Verzoek om advies van de Raad van State
Demande
d'avis au Conseil d'État
01.01 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, concernant l'ordre du jour de cette séance plénière, vous savez que revient à l'ordre du jour l'examen de la loi-programme, qui est contestée par une grande partie de l'opposition. Elle contient des mesures totalement en décalage, en opposition même avec les attentes d'une grande partie de la population belge face à l'explosion des coûts de l'énergie. Cette loi-programme prévoit en effet une limitation et des attaques du pouvoir d'achat à travers un double saut d'index partiel, mais aussi une augmentation des accises sur l'énergie.
Les interlocuteurs sociaux ont finalement remis un avis au pas de charge, puisque le gouvernement avait omis, ou n'avait pas voulu solliciter leur avis. Cet avis est incendiaire: cinq pages de critiques à propos du double saut d'index partiel, des critiques inédites, qui se résument en une formule: les partenaires sociaux ne veulent pas de cette mesure injuste, inefficace, contre-productive, que ce soient celles et ceux qui représentent les futures victimes de ce saut d'index, les travailleuses et les travailleurs, ou les représentants de ceux qui devraient normalement bénéficier d'une partie de ce double saut d'index partiel, à savoir les représentants des employeurs.
Sur cette base, monsieur le président, chers collègues, et à la suite de l'avis rendu par les partenaires sociaux, l'opposition a déposé toute une série d'amendements pour revenir sur ces mesures, en amener d'autres, faire en sorte que l'on réponde effectivement aux attentes de la population belge. Et nous estimons qu'ils devraient, légitimement, être soumis à l'avis de la section Législation du Conseil d'État. Monsieur le président, nous vous demandons de solliciter l'avis de cette Assemblée quant à ce renvoi.
01.02 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, wij krijgen alsmaar meer berichten van het volk dat de prijzen voor benzine en diesel, meer dan 2 euro per liter, onbetaalbaar zijn geworden. We krijgen ook alsmaar meer signalen van kmo’s dat die prijzen economisch niet meer te dragen zijn. Wij verwachten dus dat de regering ingrijpt.
Wat vernemen we echter vandaag, op donderdag 2 april om 14.20 uur? De regering stelt voor om de accijnzen op gas, diesel, benzine en mazout te verhogen. Heeft ze niet goed geluisterd? Cd&v, Vooruit en MR zijn toch de partijen van de koopkracht? Zij zeggen dat ze de koopkracht van de mensen veilig willen stellen, maar wat stellen ze voor? Ze vragen om een verhoging van de accijnzen op al die producten goed te keuren.
Dat laten wij niet gebeuren. Met PVDA zeggen we duidelijk: neen, stop. Die verhoging is waanzin. We zullen alle middelen inzetten om te voorkomen dat die accijnzen worden verhoogd. Daarom dienen wij hier vandaag, op donderdag 2 april om 14.21 uur amendementen in en vragen wij het advies van de Raad van State. Wij willen die wettekst blokkeren. Vandaag is er geen verhoging van de accijnzen nodig, maar een verlaging. Dat is wat er moet gebeuren.
Kom mij niet vertellen dat er geen middelen zijn. We hebben berekend dat er vandaag 74 miljoen euro per maand extra via btw op diesel en benzine in de staatskas terechtkomt. Zeg dus alstublieft niet dat er geen geld is. Beste collega’s, wij vragen hier duidelijk om de accijnzen te verlagen in plaats van ze te verhogen.
Mijnheer de voorzitter, we zullen dus amendementen indienen.
Je le lis ici, et il est sévère, chers collègues: "(…) le manque de considération du gouvernement pour la concertation sociale. Les deux Conseils estiment que la mesure relative à l'indexation en centimes est très complexe, manque de lisibilité et repose sur un cadre budgétaire insuffisamment défini". Donc, l'avis est très critique.
Je vous rappelle le fameux index en centimes, qui consiste à faire payer les travailleurs – "les riches", qui touchent 4 000 euros bruts. Ce sont donc "les riches" pour le MR, la N-VA et Les Engagés: 4 000 euros brut, soit 2 600 net. C'est cela être riche? Non, être riche, pour le PTB c'est lorsqu'on détient 5 millions en patrimoine. Pour le MR et Les Engagés, vous êtes riche avec 4 000 euros brut. Donc, on attaque votre index. Nous ne sommes pas d'accord avec cela.
C'est pourquoi nous introduisons aussi des amendements que nous renvoyons au Conseil d'État parce que nous avons le droit, chers collègues, de recevoir son avis à propos de cette mesure qui ne tient pas la route. Même les employeurs sont en train de dire que cela ne va pas. Les secrétariats sociaux ajoutent qu'ils ne peuvent pas calculer tout ce bazar. C'est donc n'importe quoi. Votre but est d'éviter de reconnaître que vous vous en prenez au pouvoir d'achat des travailleurs.
C'est
la raison pour laquelle, chers collègues, nous demandons le renvoi au Conseil
d'État. Nous sommes sûrs
et certains que l'ensemble de cette opposition constructive qui trouve
justement le dialogue pour s'opposer à ces mesures antisociales permettra de
trouver les 50 voix nécessaires à ce renvoi au Conseil d'État. Je vous remercie, cher collègues.
01.03 Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, vorige week werd de behandeling van de programmawet verdaagd. De bespreking werd een week uitgesteld omdat de regering advies had gevraagd van de Nationale Arbeidsraad, dat advies er nog niet was en de termijn zelfs nog niet verstreken was. Men vroeg advies, waarvoor de NAR tijd had tot 31 maart, voor een wetsontwerp waarvan men de maatregelen van kracht wilde laten worden op ten laatste 31 maart. Dat was weeral illustratief voor het geknoei en de laattijdigheid van deze regering. Gezien de termijnen kan men dan immers niet ernstig rekening houden met een advies.
Het staat vandaag opnieuw op de agenda, maar het Vlaams Belang wil die programmawet opnieuw uitstellen. Ik hoop dat van uitstel afstel komt. Ik zal u ook zeggen waarom. In tijden dat de energieprijzen stijgen, in tijden dat de gasprijzen exploderen door een oorlog in Iran die wij niet gevraagd hebben en die wij ook helemaal niet wensen, gaat de regering die accijnzen nog eens verhogen, op stookolie en gas. In die programmawet staan zelfs taksverhogingen op benzine en diesel vanaf volgend jaar. Dat is waanzin als men weet welke taksen daarop nu al worden geheven.
Accijnsverhogingen op brandstoffen zijn in dit geopolitieke klimaat, met deze exploderende prijzen bijzonder asociaal. De mensen kunnen vandaag al amper hun facturen betalen. Veel bedrijven staat het water al aan de lippen. Deze regering doet het tegenovergestelde van wat ze zou moeten doen, namelijk taksen op brandstoffen en energie verhogen in plaats van verlagen, zoals momenteel trouwens al heel wat landen, zij het al dan niet tijdelijk, doen.
We hebben amendementen ingediend. Amendementen over de accijnzen op brandstoffen, stookolie en gas. We hebben amendementen ingediend zodat de verlaging op elektriciteit onmiddellijk naar voren wordt gehaald, zodanig dat de Vlamingen worden ontlast in plaats van verder worden belast. We hebben amendementen ingediend over de centenindex, waaraan men wil morrelen, en ook over de loonmatigingsbijdragen, die deze regering ongelimiteerd in de tijd wil doorvoeren.
We willen al die amendementen graag aan de Raad van State voorleggen voor advies, voorzitter. Ik neem aan dat u dat reglementair aan de Kamer zult voorleggen. Het is een noodzakelijk uitstel. De regering kan dan – hopelijk – intussen de teksten aanpassen aan de kritiek van de Nationale Arbeidsraad, want het was niet voor niets dat aan hem advies gevraagd is.
We hopen vooral dat de regering ondertussen zal stoppen met treuzelen en dat ze het voortschrijdend inzicht heeft de taksen te verlagen in plaats van die te verhogen.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Pas.
01.04 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, chers collègues, depuis la dernière séance plénière, nous avons reçu l'avis du Conseil National du Travail (CNT) au sujet de la loi-programme. Heureusement que ce texte avait été retiré de l'ordre du jour de la précédente plénière car cet avis – pourtant central – n'était pas arrivé, non pas à cause d'un retard du CNT, mais bien à cause de l'oubli ou de la négligence du gouvernement quant à la demande de cet avis. Le CNT était toujours bien dans les temps pour rendre cet avis endéans le délai de 30 jours. Cela a été fait. Aussi bien le banc des employeurs que celui des représentants des travailleurs s'accordent pour dire que cette mesure ne fonctionne pas. Il y a déjà beaucoup de critiques quant à la forme de cette dernière: le manque de respect des corps intermédiaires et le fait de ne pas écouter, ni de respecter les avis. On le remarque d'ailleurs bien ici: lorsqu'on demande un avis, le gouvernement n'a aucune intention d'en suivre la moindre ligne, orientation ou correction technique pour que la mesure soit davantage applicable. Le CNT relève également la confusion du texte qui le rend difficilement applicable dans la réalité. Chers collègues de la majorité, nous pensons qu'il serait raisonnable de retirer cette mesure afin de revoir votre copie. Je ne pense pas que vous allez le faire cette semaine. Je vois un collègue qui acquiesce, peut-être que quelque chose se profile.
Nous avons déposé deux amendements pour corriger cette loi. Le premier vise à supprimer ce plafonnement de l'index, qui est injuste envers les travailleurs et les travailleuses: il s'agit du seul outil dans notre pays faisant en sorte que les salaires puissent continuer de suivre l'augmentation du coût de la vie. Il est complètement anormal de vouloir plafonner les salaires de ceux qui gagnent 2 600 euros nets par mois; ces derniers ne sont pas les épaules les plus larges devant davantage contribuer à l'effort dans la crise dans laquelle nous nous trouvons.
Deuxièmement, nous demandons également un report de l'augmentation des accises, car il est pour nous anormal d'augmenter le prix du gaz et du mazout dans une période comme celle-ci. Il n'est pas normal que l'État s'enrichisse sur le dos des personnes qui doivent se chauffer ou se déplacer en voiture, et ce sans avoir d'alternative.
Par ailleurs, nous demandons également une diminution du prix de l'électricité jusqu'au minimum permis par l'Union européenne afin de réduire les factures de tous les ménages, ce qui pourrait permettre une réduction annuelle de 180 euros.
Monsieur le président, nous demandons également que l'avis du Conseil d'État soit rendu sur ces deux amendements.
Je vous
remercie.
01.05 Alexia Bertrand (Anders.): U hebt misschien het artikel gelezen in De Tijd met de titel ‘De Wetstraat is nog altijd niet klaar met 2025’. Dat klopt. Vandaag bespreken we de programmawet. Die had eigenlijk eind vorig jaar ter stemming gebracht moeten zijn. Eind vorig jaar was er geen begroting. We zijn maanden kwijt met stilstand, met voorlopige twaalfden, en nu moeten we de programmawet bespreken. In de huidige geopolitieke context gaat het opnieuw over taks, taks, taks. Waar gaat die programmawet over, beste collega’s? Over de inschepingstaks. Als u het vliegtuig neemt, zult u meer betalen. Het gaat over de premietaks. Uw verzekering wordt duurder. Omdat die taks te laat werd ingevoerd, moeten de verzekeringen die nu terugbetalen, aangezien het illegaal was. Wat een chaos! Denk ook aan de auteursrechten, de zelfstandigentaks, die voor 100.000 kmo’s met 20 % stijgt, VVPR-bis en de liquidatiereserve.
Daarnaast zijn er de accijnzen op gas, op stookolie en op brandstoffen zoals benzine. In deze context wil niemand helikoptergeld, voor alle duidelijkheid, beste collega’s. De omgekeerde cliquet is iets dat de vorige regering, of wij zelf, jaren geleden hebben ingevoerd. Wij begrijpen niet waarom daarvan geen gebruik wordt gemaakt. Ik heb die vraag gesteld aan de gouverneur van de Nationale Bank van België. Hij is deze week langsgekomen in de commissie. Ik heb hem gevraagd wat hij vindt van de omgekeerde cliquet. Hij was zeer negatief over steunmaatregelen en zeer algemene maatregelen. Hij zei evenwel dat de omgekeerde cliquet iets anders is en dat hij daarmee kan leven. Dat is logisch, want zo vermijdt men dat de overheid extra geld verdient op de rug van de burgers. Wanneer de btw-inkomsten stijgen, kan men ervoor zorgen dat de accijnzen dalen op het moment dat de prijzen stijgen. Daar gaat het over.
Waar wacht u op? Ik heb gezien dat de heer Bouchez vanochtend een persconferentie heeft gegeven. Dat is vrij ongezien. Wanneer zult u handelen? Wanneer zult u eindelijk handelen, terwijl de burgers betalen? Hebt u recent nog getankt? Als men naar de pomp gaat, ziet men onmiddellijk de prijs.
Beste collega’s, wij hebben ook amendementen ingediend, voor alle duidelijkheid, maar van een totaal andere strekking dan de linkse collega’s. Dat zijn andere amendementen. We willen ook graag het advies van de Raad van State over die amendementen. Waarover gaat het? Over de zelfstandigentaks, een stijging van 20 % voor onze kmo’s.
U hebt zeker gelezen dat er vanmiddag een petitie over de meerwaardetaks komt, ondertekend door 1.000 kmo’s. Zij krijgen niet alleen de meerwaardetaks in de maag gesplitst, maar ook de zelfstandigentaks. Ook dat is contractbreuk. Ik zie de heer Van der Donckt instemmend knikken. Zij zullen 20 % meer moeten betalen. Technisch gezien is dat de VVPR-bis en de liquidatiereserve verhogen van 15 % naar 18 %, wat dus een stijging met 20 % is.
Zowel Agoria als Fedustria dringen aan op een einddatum voor de bevriezing van de loonlastenverlaging. Anders zal het effect daarvan voor de industrie wegsmelten door de inflatie. Die lastenverlaging is broodnodig. Zet daar een einddatum op. Met ons amendement schrijven wij daarvoor een einddatum in.
De centenindex, hoe complex is die toch? Dat zal de werkgevers meer kosten. De NAR zegt dat ook letterlijk in zijn advies. Dat is absurd, terwijl de werkgevers net een loonkostenverlaging nodig hebben, gelet op de huidige context en de toestand van de economie vandaag. Maar wat zult u doen? U verhoogt de loonkosten met de nieuwe sociale bijdrage. Die moet in de tijd worden beperkt en ook daarvoor hebben wij een amendement ingediend.
We hebben een indexsprong nodig om onze industrie zuurstof te bieden. We hebben die broodnodig om de jobs die er nog zijn te beschermen. Met een inflatie die naar meer dan 3 % stijgt, hebben we een indexsprong nodig.
U verdubbelt de effectentaks, maar ook voor tak 23, voor de kleine belegger. Dat is toch absurd? Die kleine beleggers worden het slachtoffer van de verdubbeling van de effectentaks, dus ook voor die mensen hebben wij een amendement ingediend.
01.06 Georges-Louis Bouchez (MR): Monsieur le président, sur le fond, je vais être assez bref, puisqu’on a déjà eu de très longs débats sur l’ensemble de ces sujets. L’opposition nous fait exactement le même sketch depuis l’installation du gouvernement. Ils sont en tournée, mais au même endroit. Je voudrais faire une remarque de fond très rapide, puis une remarque de forme qui intéresse nos travaux.
Sur le fond, je trouve très intéressant de recevoir des leçons de la part de personnes qui ont assuré la gestion du budget et nous ont laissé un déficit de plus de 6 % en vitesse de croisière. Vous étiez en charge du budget, il faut l’assumer. Je peux comprendre que cela suscite des réactions. Madame Bertrand, Georges-Louis n’était pas le secrétaire d’État au Budget, c’était vous. Un peu d’humilité sur le sujet!
Pour le reste, je trouve assez extraordinaires les débats que nous avons dans cette Assemblée. Nous avons des formations politiques qui, dans le même temps, nous reprochent toute diminution de dépenses publiques, toute création d’impôt et l’état du budget. Il va falloir m’expliquer l’équation. Les débats politiques ici sont gentils, mais les débats économiques deviennent complètement stupides. On peut être dans l’opposition et être cohérent. Soit vous défendez une ligne de diminution des dépenses publiques – ce que nous défendons –, soit vous défendez une opinion en faveur de l’augmentation de la fiscalité – comme le fait le PTB, qui est à ce titre beaucoup plus cohérent –, et au moins les citoyens savent à quoi s’en tenir. Nous reprocher tout, l’inverse et son contraire, est grotesque.
Sur la forme, je voulais signaler aux collègues, avant qu’ils ne procèdent au vote, qu’ils doivent le faire en connaissance de cause. Vous savez, surtout du côté francophone, ma formation politique reçoit depuis des mois des leçons sur notre rapport à la démocratie et nos liens avec l’extrême droite. "À juste titre", dit M. Dermagne. Monsieur Dermagne, puisque vous êtes juriste, comme moi, je vais me permettre un petit rappel mathématique. Pour que vous puissiez faire votre flibuste parlementaire et renvoyer le texte au Conseil d’État, alors qu’il en vient, vous avez impérativement besoin, pour atteindre les 50 votes, des voix du Vlaams Belang.
Si vous posez cet acte, monsieur Dermagne, monsieur Magnette et tous les donneurs de leçons de gauche, vous rompez le cordon sanitaire politique.
01.07 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Le Sénat! Le Sénat! Le Sénat!
01.08 Georges-Louis Bouchez (MR): Je peux comprendre que certains soient extrêmement mal à l'aise avec le sujet, mais je peux vous dire une chose en vous regardant, c'est que vous pouvez faire toutes les leçons que vous voulez à ma formation politique, jamais nous n'avons obtenu une majorité, quelle qu'elle soit, avec les voix de l'extrême droite et de l'extrême gauche. Et vous le verrez encore demain, puisque nous ne voterons pas si les voix du Vlaams Belang sont indispensables. Alors gardez vos leçons! On ne le votera pas.
01.09 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Le Sénat! Le Sénat! Le Sénat!
(…): Le Sénat! Le Sénat! Le Sénat!
De voorzitter: Collega’s!
01.10 Georges-Louis Bouchez (MR): Je sais que parfois M. Van Quickenborne a quelques problèmes comportementaux, mais il serait quand même intéressant de laisser terminer les interlocuteurs au Parlement.
Mais en tout cas, je peux vous dire une chose: vos réactions sont la meilleure preuve du fait que vous êtes mal à l'aise de faire la leçon chaque jour et aujourd'hui de vous appuyer sur le Vlaams Belang pour empêcher l'action du gouvernement qui veut soutenir ce pays.
De voorzitter: Collega's, ik geef het woord aan de heer Ronse. (Rumoer)
01.11 Axel Ronse (N-VA): Ik heb nog nooit zo veel applaus gekregen na zo weinig gezegd te hebben, waarvoor dank, collega's.
(…): Houden zo!
01.12 Axel Ronse (N-VA): De vele jonge mensen in de publiekstribune zullen zich waarschijnlijk afvragen of dit nu de mensen zijn die in het Parlement beslissingen nemen over hun toekomst. Ten aanzien van alle jonge mensen in de tribune, alle mensen die vandaag hun kas afdraaien en alle gepensioneerden die in hun loopbaan hard gewerkt hebben, heb ik last van plaatsvervangende schaamte voor de theatraliteit van de oppositie in het Parlement.
Mijnheer de voorzitter, aangezien men zelfs de beleefdheid en de basisopvoedkundige competentie niet heeft om mij te laten uitspreken, stel ik voor dat u de aftelklok voor mijn spreektijd pauzeert.
Collega's, iets wat al veel langer geweten was in dit Parlement, wordt nu met veel theater en bravoure aangekondigd.
Sinds we het wetsontwerp betreffende de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd hebben behandeld, de btw-verlaging op sloop en nieuwbouw hebben doorgevoerd en het statuut van de mantelzorgers hebben gewijzigd, is er een coalitie ontstaan tussen het Vlaams Belang en de linkse en extreemlinkse Waalse partijen. Zie ze glunderen! Ze zijn met 51. Wat zullen ze doen? Ze zullen samen alle truken uit de doos halen om de voor dit land broodnodige economische hervormingstrein te vertragen die onze brutoloonkosten moet aanpakken, onze arbeidsmarkt moet moderniseren en ervoor moet zorgen dat bedrijven hier blijven en er geen jobs verdwijnen.
Collega's van de oppositie, u zult niets anders doen dan obstructie voeren. Daar mag u fier op zijn. Maar ik zeg u één ding: we laten ons daar niet door verstoren. We verliezen ons niet in de waan van de dag. We blijven met de blik op de lange termijn moeilijke beslissingen nemen om onze economie weer op orde te stellen.
Wat mij het meest verbaast, is dat wat nog overblijft van Open Vld, de mensen van Anders., nog de culot hebben om zich bij die coalitie aan te sluiten. De rente op de schulden die zij de afgelopen jaren hebben gemaakt maakt het ons nog moeilijker. Ze hebben nog geen enkele deftige oplossing aangebracht. In plaats daarvan roept u hier als een bende kleuters, met verwijzingen naar de Senaat en andere onzinnigheden.
Collega’s, ik roep u allen op om het debat in het Parlement opnieuw ernstig te voeren. Er is maar één antwoord op de uitdagingen waar we voor staan: geen procedureslagen voeren, maar deftig parlementair werk leveren, onze competitiviteit herstellen en uit de waan van de dag blijven, met de blik op de toekomst voor al wie werkt, spaart en onderneemt.
Dank u wel.
01.13 François De Smet (DéFI): Monsieur le président, chers collègues, je n’avais pas prévu d’intervenir, mais l’intervention de M. Bouchez me motive et me pousse à lui poser une question. Selon son raisonnement, faut‑il déduire que chaque fois qu’il y a un vote majorité-opposition dans ce Parlement, il y a rupture du cordon sanitaire? Si tel est le cas, je l’informe qu’il y a rupture du cordon sanitaire chaque semaine, tout le temps. Pour moi, ce n’est pas cela, le cordon sanitaire: c’est une entente, c’est le fait de savoir si plusieurs partis pactisent avec l’extrême droite pour gouverner ou pour obtenir un vote.
Moi, par exemple, je n’ai pactisé avec personne ici. J’ai écouté les arguments. Je vous épargne le fait que, moi aussi, monsieur le président, j’ai un amendement que j’aimerais bien renvoyer au Conseil d’État pour arrêter l'augmentation des accises. C’est tout de même mon droit, par exemple, de considérer que je n’ai pas envie d’attendre ni de savoir ce que votera le Vlaams Belang, pour éventuellement voter moi‑même, seul, comme un grand, en âme et conscience.
Néanmoins, prenons un peu de hauteur sur l’accusation de flibuste. Objectivement, même si je me joindrai au reste de l’opposition, cela ne peut pas se transformer éternellement en carrousel. Nous avons déjà connu cela avec la question de l’IVG, où Les Engagés avec d'autres, dont le Vlaams Belang, ont réussi à faire renvoyer une réforme à quatre reprises, réforme qui n’a finalement jamais abouti. Je trouve normal de s’y livrer une fois, vu l’importance du sujet et le fait qu'il s’agit d’amendements qui n’ont pas été examinés par le Conseil d’État. Cependant, je ne jouerai pas à cela deux, trois ou quatre fois, parce qu’à un moment donné, la démocratie devra tout de même fonctionner. Dans ce cas-ci, c’est pleinement légitime, et nous avons le droit de le faire sans être tous accusés de rompre le cordon sanitaire.
01.14 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de voorzitter, welke schijnvertoning wordt hier opgevoerd? Welke carrousel wordt hier in gang gezet? Ik hoor de oppositie opwerpen dat er besluiten moeten worden genomen. Tegelijk doet ze er alles aan om een carrousel in gang te zetten om net geen besluiten te moeten nemen.
Wij bevinden ons in een crisis, een energiecrisis. Wat hier gebeurt, komt neer op niets meer of niets minder dan de uitputting van het systeem op een valse, administratieve manier. Het advies van de Raad van State werd gevraagd en is intussen binnen. Wat hoor ik nu? De oppositie zal opnieuw amendementen indienen om de zaak te vertragen en vervolgens daarover nog eens advies vragen aan de Raad van State.
Dames en heren van de oppositie, u kunt dat blijven doen tot in de eeuwigheid. U kunt hier blijven zitten, maar stop dan met te beweren dat er een oplossing moet komen voor de crisis.
Mevrouw Bertrand, ik zie u knikken. U bent mee verantwoordelijk voor het gat in de begroting, want u was minister van Begroting en, mijnheer Van Quickenborne, u staat hier te roepen en te tieren, terwijl er geen ministerfunctie is die u de voorbije twintig jaar niet hebt uitgeoefend.
Mijnheer de voorzitter, ik doe een voorstel. Leg dit ter stemming voor, begin aan de vergadering en maak komaf met de kleuterklas.
De voorzitter:
Zijn er nog fracties die het woord vragen? (Nee)
Ik stel voor dat we door een telling nagaan of 50 leden dit verzoek steunen.
Je propose que nous procédions à un comptage pour vérifier si 50 membres soutiennent cette demande.
Er wordt overgegaan tot een telling bij
zitten en opstaan.
Il est procédé au comptage par assis et
levé.
Ten minste 50 leden steunen het
verzoek om advies van de Raad van State.
Au moins 50 membres soutiennent la
demande d'avis au Conseil d'État.
Bijgevolg zal de voorzitter het advies
van de Raad van State vragen met toepassing van artikel 98, § 3, van
het Reglement.
En conséquence, le président demandera
l'avis du Conseil d'État en application de l'article 98, § 3, du Règlement.
De amendementen nrs. 1 tot 18, 31 en
49 tot 80 zullen voor advies naar de Raad van State worden verzonden.
Les amendements nos 1 à 18, 31 et
49 à 80 seront envoyés au Conseil d’État pour avis.
Aan de orde is de geheime stemming voor de aanwijzing van een Nederlandstalig, vrouwelijk plaatsvervangend lid van de raad van bestuur van Unia en Myria.
L’ordre du jour appelle la désignation d’un membre suppléant néerlandophone de sexe féminin du conseil d’administration d’Unia et Myria.
De kandidaturen werden aangekondigd tijdens de plenaire vergadering van 26 maart 2026.
Les candidatures ont été annoncées en séance plénière du 26 mars 2026.
Het stuk met de naam van de kandidaten werd
rondgedeeld. (1433/1)
Le document portant le nom des candidats a été distribué. (1433/1)
De stembiljetten zullen worden uitgedeeld in zaal 3, waar u uw stem kunt uitbrengen vanaf nu tot 16.30 uur.
Les bulletins de vote seront distribués en salle 3, où vous pouvez émettre votre vote à partir de maintenant jusqu'à 16 h 30.
Daar de stemming geheim is, mogen de stembiljetten niet worden ondertekend.
Le scrutin étant secret, les bulletins ne peuvent être signés.
Om geldig te stemmen, dient men het vakje naast de naam van de gekozen kandidate aan te kruisen.
Pour un vote valable, il convient de tracer une croix dans la case figurant en regard du nom de la candidate choisie.
Zijn ongeldig: de stemmen uitgebracht op meer dan één kandidate.
Sont nuls, les suffrages exprimés en faveur de plus d'une candidate.
Ik herinner eraan dat enkel de leden het stembiljet in ontvangst kunnen nemen, het ter plaatse dienen in te vullen en in de stembus te deponeren.
Je rappelle que seuls les membres peuvent recevoir le bulletin de vote, celui-ci doit être rempli sur place et déposé dans l’urne.
Zodra de geheime stemming gesloten is, stel ik u voor dat de stembiljetten van de geheime stemming geteld worden in zaal 3, in aanwezigheid van de stemopnemers.
Dès que le scrutin secret est clos, je vous propose de procéder au dépouillement du scrutin secret dans la salle 3, en présence des scrutateurs.
Ik stel u voor om voor de stemopneming de jongste twee leden, de heer Jeroen Bergers en mevrouw Britt Huybrechts, aan te wijzen.
Je vous propose de désigner les deux membres les plus jeunes pour dépouiller les scrutins, M. Jeroen Bergers et Mme Britt Huybrechts.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
03.01 Steven Coenegrachts (Anders.): Premier, vanochtend ben ik gaan tanken, samen met heel veel andere mensen die voor de auto geen alternatief hebben, mensen die met de auto hun kinderen naar school brengen, boodschappen doen en gaan werken. Probeer als verpleegkundige maar eens in het ziekenhuis te geraken als je shift om 6.30 uur begint.
Die mensen hebben allemaal dezelfde vraag, premier. Waarom helpt deze regering mij niet? Waarom grijpt de regering niet in op de prijzen aan de pomp? Het antwoord op die vraag is heel simpel. De begroting van deze regering is aan het kapseizen. Om te vermijden dat die kapseist, zegt u: tank maar vol, tank mijn zakken maar vol met btw en accijnzen, dan lost alles zich vanzelf op.
Wat is de realiteit? U rekent op een pakjestaks, maar Europa heeft die overgenomen. U rekent op een pensioenhervorming, maar u hebt die hier te laat ingediend. U rekent op twintig arizonataksen, maar die zijn hier nog niet goedgekeurd. U rekent op een btw-hervorming, maar u hebt er een stinkende kameel van gemaakt en we horen daar niets meer van.
Voor veel mensen was dat slechte theater van de voorbije maanden een ver-van-mijn-bedshow. Dat speelde zich af in Brussel, in de Wetstraat. Vandaag voelen ze uw slechte theater rechtstreeks in hun portemonnee, waar het pijn doet. Er is wel een silver lining. Optimism is a moral duty. Ik voel consensus ontstaan voor een omgekeerde cliquet. De MR is voor, Vooruit is voor, Les Engagés is voor. Cd&v zegt: enerzijds en anderzijds, we zullen wel zien.
Premier, zult u vrijdag eindelijk die omgekeerde cliquet invoeren?
03.02 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, we worden geconfronteerd met een enorme aanbodschok in het energielandschap. Die treft de gezinnen, de bedrijven en uiteraard ook de overheid. Stijgende prijzen, stijgende inflatie, stijgende tekorten. Het is niet de eerste keer en het zal ook niet de laatste keer zijn, zolang jullie ons blijven vastkoppelen aan het fossiele infuus, dat afhankelijk is van de grillen van buitenlandse dictators.
Terwijl de regeringspartijen over elkaar buitelen met allerlei ideeën en het ene voorstel na het andere lanceren, blinkt de regering, en zeker de minister van Energie, uit in nietsdoen en in uitstellen. Nochtans moeten jullie de energietransitie nu versnellen. Haal die 180 euro aan federale belastingen uit de elektriciteitsfactuur. Versterk het elektriciteitsnet en verhoog onze eigen productie via de uitbouw van windenergie op de Noordzee. Die is stopgezet vorige zomer en nog altijd niet opnieuw opgestart, terwijl hernieuwbare energie nooit vastzit in de Straat van Hormuz en niet afhankelijk is van de constante import uit het Midden-Oosten of Rusland.
Dat is het meest evidente wat jullie nu moeten doen, namelijk onze windcapaciteit uitbouwen. Dat zeg ik niet alleen, dat zei ook Bart De Wever in Hamburg. Ook Vlaams minister-president Diependaele zei in Noorwegen dat we alle expertise hebben om in België offshorewindparken te bouwen. Herinner u dat wanneer u terug in België bent. Doe dat ook in onze Noordzee. Ga nu eindelijk aan de slag om onze economie robuuster te maken, onze energieonafhankelijkheid uit te bouwen en onze burgers mee te laten delen in de energiewinsten via burgerparticipatie en via een stabiele energiefactuur.
Vandaar mijn vraag, premier. Zult u minister Bihet tot spoed aanmanen om eindelijk te werken en die windenergie te realiseren?
03.03 Barbara Pas (VB): Mijnheer de premier, u herhaalt regelmatig hoe moeilijk en zwaar uw taak wel is, bijna alsof u zelf niet voor de regering hebt gekozen. Blijkbaar geldt dat ook voor de oppositie. Voor de arizonaregering kunnen wij nooit goed doen. Als wij inhoudelijk terechte kritiek hebben, als wij ons verzetten tegen uw asociale en kille belastingverhogingen op gas en brandstof bijvoorbeeld of als wij zaken wegstemmen, zoals wij dat vandaag met volle overtuiging zullen doen met uw schandalige meerwaardebelasting, dan is dat obstructie. Als wij willen voorstemmen, is het weer niet goed. Franstaligen zijn voor de afschaffing van de Senaat, maar als het Vlaams Belang voor is, zijn zij tegen. Werkelijk alle redenen zijn goed voor de MR en Les Engagés om het enige kleine institutionele hervormingspunt in uw regeerakkoord te saboteren. Het zal plezant worden op het kernkabinet morgen, want dezelfde partijen koppelen daaraan ondertussen maatregelen om de energieprijzen te temperen, terwijl u weigert daarop in te grijpen.
Mijnheer de premier, zou u met uw kibbelkabinet niet beter eens aan de burgers denken en eindelijk iets doen aan de stijgende energieprijzen? Ik heb hier vorige week verwezen naar Italië, Hongarije, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Griekenland, Portugal en Kroatië. Intussen hebben ook Australië, Polen, Zweden, Slovenië, Cyprus en Ierland energiemaatregelen genomen. Wanneer volgt u? Wanneer zult u eindelijk maatregelen nemen, door taksen te verlagen in plaats van te verhogen om tanken, gas en stookolie betaalbaar te houden?
Misschien vraag ik beter ook ineens of u nog vóór de stemming in de Senaat morgen een etentje met Bouchez hebt gepland.
03.04 Patrick Prévot (PS): Monsieur le premier ministre, cela fait cinq semaines que les gens sont inquiets, que les gens passent à la caisse et que votre gouvernement regarde ailleurs. Je ne sais pas si vous avez fait le plein récemment. Moi oui, et, si vous l'aviez fait, vous auriez vu les mines déconfites des gens qui sont en train de faire le plein à la pompe.
Entre le 28 février et aujourd'hui, le plein a pris plus de 20 euros. C'est 20 euros de plus juste pour aller travailler, conduire les enfants à l'école ou à la crèche. Et, pour remplir sa cuve à mazout, c'est 3 000 euros, uniquement pour se chauffer.
Alors, oui, monsieur le premier ministre, à ce prix-là, les gens pensent à vous. Tous les jours, mais, je vous rassure, pas toujours en bien car, cinq semaines plus tard, qu'avez-vous fait? Rien. Même pas un geste, même pas un signal.
Pendant ce temps-là, les pétroliers, eux, se portent très bien: 2,3 millions d'euros de profits excessifs chaque jour en Belgique, 2,3 millions d'euros par jour! Visiblement, eux, ils ont réussi à vous convaincre.
Monsieur le premier ministre, quand vous entendez ces montants, ne pensez-vous pas qu'il y a de quoi financer des mesures concrètes? Aujourd'hui, ce que les gens voient, c'est un gouvernement lent et des factures très, très rapides. Et, aujourd'hui précisément, nous, le groupe PS, déposons un texte pour lequel nous demanderons d'ailleurs l'urgence. Notre proposition est claire: bloquer le prix des carburants et du mazout avec compensation, ce qui est faisable très rapidement. Puisque vous n'avez pas d'idée, nous vous en donnons.
Monsieur le premier ministre, face à votre inaction, je n'aurai qu'une seule question. Qu'attendez-vous?
Qu'avons-nous appris hier par la voix de M. Crucke sur le plateau de la RTBF? Nous avons appris qu'aucune mesure ne serait présentée demain en Conseil des ministres. Comment est-ce possible? Certes, Les Engagés et le MR montent au créneau et diffusent des vidéos sur les réseaux sociaux, mais rien de concret ne se décide.
Pendant que les gens souffrent, certains en profitent. D'abord, les multinationales du pétrole font du bénéfice à crever, mais il y a aussi l'État. En effet, quand le prix à la pompe monte, les rentrées fiscales augmentent automatiquement, étant donné que la TVA est un pourcentage calculé sur le prix. Nous avons estimé que cela faisait environ 74 millions d'euros par mois. Qui les paie? Ce sont les gens, quand ils vont faire le plein.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me dire si figure à l'ordre du jour de demain une initiative relative aux rentrées fiscales? Pouvez-vous me confirmer l'existence de rentrées supplémentaires consécutives à la hausse des prix? Envisagez-vous, par exemple, de taxer les surprofits des multinationales du pétrole?
03.06 Georges-Louis Bouchez (MR): Monsieur le premier ministre, je trouve cette Assemblée assez extraordinaire en termes de pensée magique! Ceux qui vous disent aujourd'hui qu'on doit intervenir quant au prix de l'énergie et qui nous disent qu'on doit être autonomes, sont les mêmes qui ont lutté contre le nucléaire pendant plus de 25 ans – je regarde du côté gauche de l'hémicycle –, ce qui nous a amené aujourd'hui à cette situation de dépendance. Ce sont également ceux qui ont voté des législations comme RED III et ETS2 au Parlement européen, qui auront pour conséquence que le prix de 2 euros à la pompe sera le prix à l'avenir, c'est-à-dire le prix normal à partir de 2028.
Monsieur le premier ministre, pendant ce temps-là, tous ceux qui viennent pleurer devant vous pour des interventions sont ceux qui qui s'opposent à ce que nous puissions participer à une coalition avec la France et la Grande-Bretagne pour sécuriser le détroit d'Ormuz, ce qui permettrait de libérer des quantités de pétrole sur le marché. Ce sont ceux qui nous ont demandé de boycotter la Coupe du Monde au Qatar, alors que nous avons plus que jamais besoin du Qatar pour notre approvisionnement en gaz. Ce sont ceux qui nous demandent de couper les relations avec les États-Unis, dont nous avons besoin pour notre approvisionnement énergétique.
Monsieur le premier ministre, cette pensée magique les met manifestement fort mal à l'aise.
À court terme – et vous connaissez notre position – , une intervention immédiate est nécessaire pour venir en aide aux femmes et hommes qui travaillent dans notre pays. Au-delà, nous devons également garantir une sécurité d'approvisionnement en pétrole et en gaz pour les années à venir ainsi que mettre un terme à ces législations européennes qui rendent l'énergie trop chère pour nos concitoyens.
03.07 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le premier ministre, 2,33 euros, c'est le prix d'un litre de diesel à la pompe ce matin. Pour beaucoup de nos concitoyens, ce n'est plus une hausse, c'est une impasse. C'est le travailleur qui hésite à prendre sa voiture pour aller travailler. C'est l'indépendant qui voit ses coûts exploser et son entreprise en péril. Les transporteurs, les soins à domicile, les aides ménagères, tout le monde est en difficulté. C'est la famille qui doit arbitrer entre se déplacer et boucler ses fins de mois.
Dans le même temps, les contrats de fourniture d'énergie explosent. Face à cela, une question simple se pose: peut-on rester les bras croisés? La réponse est clairement non. Oui, nous devons aussi préserver nos finances publiques, c'est indispensable; mais non, nous ne pouvons pas accepter une telle escalade des prix sans réagir.
Par ailleurs, comme l'indique l'Agence internationale de l'énergie, vu le risque potentiel de pénurie, on ne peut pas non plus se passer de recommandations visant à diminuer la consommation pour ceux qui le peuvent.
Au-delà de cela, Les Engagés veulent être clairs: des solutions immédiates existent, comme nous le proposons depuis plusieurs semaines. En temps de crise, et de manière ciblée, nous proposons d'agir autour de différentes priorités: plafonner les prix et appliquer le cliquet inversé. En effet, nous plaidons pour le cliquet inversé afin d'aider la classe moyenne, plus particulièrement au moyen de mesures ciblées comme les aides aux gens qui en ont le plus besoin.
Dans la réalité budgétaire que l'on connaît, il est hors de question de laisser exploser les coûts. Nous devons éviter des pics de prix insoutenables et faire baisser les prix à la pompe. Il faut aussi maintenir la TVA à 6 % sur le gaz et l'électricité, je le rappelle. Surveiller et empêcher les surprofits dans le secteur énergétique nous semble aussi prépondérant. Aujourd'hui, il faut agir concrètement, ici et maintenant.
Monsieur le premier ministre, le gouvernement va-t-il freiner cette hausse des prix à la pompe à l'aide de mesures ciblées et temporaires, à l'inverse du gouvernement précédent, qui a laissé courir des mesures inutiles quand les prix sont revenus à la normale? Êtes-vous prêt à envisager un mécanisme de plafonnement des recettes fiscales, activable en période de crise, qui protège les citoyens sans mettre en péril les finances publiques?
Nos concitoyens attendent des réponses (…)
03.08 Steven Matheï (cd&v): Mijnheer de premier, als politici komen we vaak onder de mensen. Momenteel houden twee zaken de mensen bezig. Ten eerste, de oorlog in het Midden-Oosten en de vragen wanneer die zal stoppen en wat we er nog van kunnen verwachten. Ten tweede, de hoge energieprijzen, de prijzen aan de pomp en de vraag of men beter kan overstappen van een variabel naar een vast energiecontract. Wij moeten oor hebben naar die grote bezorgdheid bij onze bevolking.
Mijnheer de premier, u en uw regering hebben enkele weken geleden beslist om de prijzen te monitoren. Dat is absoluut een goede zaak. Ondertussen blijft de druk op de koopkracht stijgen. Voor ons moet u ook de meeropbrengsten bij de overheid, bijvoorbeeld door meer btw en meeropbrengsten bij bedrijven, in de gaten houden. Als er echt sprake is van meeropbrengsten, moeten die voor ons gaan naar degenen die ze het meeste nodig hebben, naar de ondersteuning van de gezinnen. Het kan niet dat de overheid, de bedrijven of eender wie rijker worden door de crisis, terwijl de gezinnen hun facturen niet kunnen betalen, hun verwarming een paar graden lager moeten zetten of tegen 70 km per uur op de snelweg naar hun werk moeten rijden.
Mijnheer de premier, bent u van plan om ook de meeropbrengsten te monitoren? Welke gevolgen zulle u en uw regering daaraan koppelen?
03.09 Bert Wollants (N-VA): Collega’s, mijnheer de eerste minister, de energieprijzen houden de bevolking bezig en we hebben daar zeker begrip voor. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat het aanbod van gas en andere brandstoffen onder druk staat en dat zien we in de prijzen. Experts zijn daarover duidelijk. Zij zeggen dat als men daar nu op ingrijpt, men er alleen maar voor zorgt dat die prijzen langer hoog blijven.
Dat is dus geen oplossing. Het zorgt er niet voor dat de burgers beter af zijn. Integendeel, men zorgt er net voor dat de miserie langer blijft duren. Men kan, zoals Vivaldi, helikoptergeld gaan uitstrooien. Vivaldi heeft daar indertijd 10 miljard euro tegenaan gegooid, maar wat heeft dat de burgers uiteindelijk opgeleverd? Economen zijn daar zeer duidelijk over. Dat was volgens hen een foute manier om dat dossier aan te pakken en dat moeten we dus ook niet meer doen.
Er zijn natuurlijk altijd partijen die daar anders over denken en zeggen dat we de beurzen zo ver mogelijk moeten opentrekken en met geld moeten smijten om toch maar te tonen dat we iets doen. Laat ons eerlijk zijn, dat is niet de oplossing. Men moet daar met een verantwoorde blik naar kijken en het bredere plaatje in ogenschouw nemen, want dat is absoluut belangrijk.
We moeten echter ook eerlijk zijn. Dit is niet de eerste energiecrisis en het zal jammer genoeg ook niet de laatste zijn. We moeten dus onafhankelijker worden en ervoor zorgen dat we dat ook effectief doen. We moeten niet zoals de vorige regering verbieden om nog kerncentrales te bouwen, maar integendeel onze nucleaire capaciteit uitbouwen en ervoor zorgen dat we op die manier weerbaarder worden.
Mijnheer de eerste minister, het is duidelijk wat we moeten doen voor de toekomst, namelijk die veiligstellen. Het regeerakkoord voorziet dat ook. Daarom vraag ik u op welke manier u deze situatie wilt aanpakken en hoe de regering ervoor zal zorgen dat we weerbaar worden, in plaats van de zakken van onze burgers verder leeg te kloppen door extra belastingen te heffen ten gevolge van al dat sinterklaasbeleid.
03.10 Eerste minister Bart De Wever: Mijnheer de voorzitter, collega's, dank u voor de vele vragen.
Wat de energieprijzen betreft, uiteraard heb ik begrip voor de bezorgdheden die in de samenleving worden geuit en die velen onder u hebben verwoord. Sta mij toe enig realisme in het debat te brengen, evenals sereniteit en enig sérieux. Velen hebben hier beweerd dat de overheid rijk zou worden van de hogere energieprijzen. Dat is natuurlijk niet juist. Ik denk dat wie dat beweert, dat eigenlijk ook wel weet, maar die waarheid niet van mij zal aanvaarden. Daarom raad ik die mensen ten zeerste aan om de analyse van professor Peersman te lezen die vandaag verschenen is in Het Laatste Nieuws, een populaire krant. Professor Peersman wijst erop dat die prijsstijgingen er niet voor zorgen dat de inkomsten uit accijnzen stijgen. Integendeel, die dalen. De btw zal uiteraard wel stijgen, maar daar kom ik nog toe, collega. Ik vraag een beetje sereniteit, sérieux en geduld. Accijnzen worden immers niet procentueel per eenheid geheven. We mogen bovendien hopen dat de vraag zal terugvallen. Het enige zinnige dat men kan doen bij een supply shock is werken op de vraag en die naar beneden halen, niet de vraag stimuleren, want ik denk dat ongeveer elke econoom en expert zal zeggen dat dat zowat het domste is wat men kan doen.
Voor de overheid wordt de energiefactuur uiteraard ook veel duurder. De inflatie zorgt voor een snellere indexatie van de ambtenarenlonen, pensioenen en uitkeringen.
Last but not least, het zal u misschien opgevallen zijn dat de rente op de schulden die we moeten afbetalen door het publieke beheer van onze financiën in het verleden pijlsnel oploopt. Het gaat om kolossale bedragen, om vele miljarden extra kosten voor de overheid. Daartegenover plaatst u een zeer kleine meeropbrengst uit de btw. Wees eerlijk, dat is niet ernstig.
De conclusie van alle experten is dan ook dat de staat niet verdient aan hogere energieprijzen. De staat scheurt er zijn broek aan, en nog geen beetje.
Alle experten die ik ken, tenzij u er kunt aanhalen die iets anders zeggen, raden aan om op een aanbodcrisis niet te reageren met maatregelen die de vraag stimuleren. Vanuit de Nationale Bank van België kwam exact hetzelfde geluid. Gouverneur Wunsch verwoordde het treffend: in een aanbodcrisis onbezonnen de vraag stimuleren, is zoals olie op het vuur gooien.
Met andere woorden, dat deze crisis budgettaire ruimte zou creëren om helikoptergeld uit te geven, klopt feitelijk niet. De begroting van het land is bovendien geen helikopter, maar een duikboot. In een helikopter kan men de deuren nog openzetten, in een duikboot zou ik dat afraden voordat die aan de oppervlakte gekomen is. Daar zijn we met onze publieke financiën nog lang niet.
Je tiens également à souligner que même des mesures fortes n'auraient qu'un effet très limité pour la population. Prenons la proposition des communistes, traditionnellement ceux qui veulent dépenser le plus d'argent public. Cette proposition se traduit par un impact de seulement quelques euros par habitant. Celui qui pense pouvoir en tirer un gain politique auprès de la population vit dans l'illusion.
Dans ce même cadre, je souhaite également remettre en perspective le grand scandale évoqué ici concernant le transfert prévu des accises de l'électricité vers le gaz. Celui-ci entraînerait, dans les mois à venir, un glissement de quelques euros par mois. Pour être clair, il s'agit d'un transfert qui, à terme, nous sera de toute façon imposé par l'Europe dans le but d'encourager l'utilisation de l'électricité par rapport au gaz, ce qui est intelligent. Compte tenu du contexte géopolitique actuel, je pense que ce n'est pas du tout une incitation déraisonnable. Bien au contraire!
Cela étant dit, je considère bien sûr que nous
devons agir d'urgence pour maîtriser nos prix de l'énergie de manière
structurelle, tant au niveau national qu'au niveau de l'Europe. Concrètement,
cela signifie contribuer à augmenter l'offre, par exemple en maintenant autant
que possible les centrales nucléaires ouvertes. Le ministre Bihet et moi-même y travaillons
activement.
Mijnheer Van Lysebettens, van Groen, als u spreekt over een fossiel infuus, moet u weten dat u ons daar heel sterk aan gehangen hebt.
Cela signifie aussi, comme l’a évoqué M. Bouchez, revoir les réglementations irréalistes – ce qui est en cours en ce moment même au niveau européen. En outre, la Commission européenne proposera prochainement une boîte à outils de mesures adaptées, ciblées et temporaires (tailored, targeted and temporary).
Ook de meeropbrengsten, mijnheer Matheï,
zullen daarin worden meegenomen, maar dat is ook iets ingewikkelder dan sommige
leden van de oppositie het voorstellen. Uit die toolbox zullen wij kunnen putten.
Si une action s’avère nécessaire, le gouvernement a convenu que cette action s’inscrira (…)
03.11 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, de eerste minister wou meer ernst in het debat brengen, maar ik denk dat u zijn microfoon hebt afgezet, vooraleer hij daaraan kon beginnen.
Mijnheer de premier, u werpt op dat de lonen door de inflatie stijgen, maar dat geldt voor alle bedrijven. De overheid zal meer betalen voor de energieprijzen van de kantoren, maar alle bedrijven moeten dat doen. Alleen is dat voor de overheid niet hetzelfde, want die krijgt automatisch de btw binnen van degenen die gaan tanken. De meeropbrengsten moet u via het omgekeerde cliquetsysteem teruggeven aan de mensen.
U hebt morgen een keuze. Mijnheer Bouchez, mijnheer Matheï, mijnheer Prévot, mijnheer Wollants, staat u aan de kant van de overheid? Kiest u voor btw en taksen? Of staat u aan de kant van de burger en voert u het omgekeerde cliquetsysteem in? Dat is uw keuze morgen. Kies voor de burger.
03.12 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de premier, zoals altijd bent u heel goed in het benoemen wat niet werkt. Wat niet werkt, is inderdaad de stimulering van de vraag, als er een aanbodcrisis is. Wat ook niet werkt, mijnheer Bouchez, is nog wat meer stoken in de Straat van Hormuz en juichen voor president Trump, als hij daar weer begint te bombarderen. Wat ook niet werkt, mijnheer Matheï, is de overwinsten monitoren.
We verwachten van de regering maatregelen die wel werken. Wat werkt wel? Meer windmolens installeren. De Prinses Elisabethzone ligt klaar om uitgebaat te worden. Zet minister Bihet, die ook niet werkt, wel aan het werk. Stimuleer de transitie en verlaag de elektriciteitsprijs. Er zit een bedrag van 46 euro per megawattuur aan belastingen in de elektriciteitsprijs. Voer de transitie door en belast de overwinsten. (…)
03.13 Barbara Pas (VB): Mijnheer de premier, u bent een goede communicator, maar het verschil tussen N-VA-communicatie en N-VA-beleid is hemelsbreed. Nog geen veertien dagen geleden kondigde uw partijvoorzitster op de nationale tv aan dat ze de Europese koolstoftaks wilde uitstellen. Gisteren heeft de N-VA dezelfde Europese koolstoftaks in het Vlaams Parlement goedgekeurd. Dat bedrog zal de Vlaming, die vandaag al moeite heeft om de prijzen aan de pomp te betalen, tot 600 euro kosten. U weigert, in tegenstelling tot een aantal landen, om in te grijpen.
Ik ben blij dat het Vlaams Belang vandaag uw nefaste taksverhogingen heeft kunnen uitstellen. Ik hoop dat van uitstel afstel komt, want de Vlaming is al genoeg uitgeperst.
03.14 Patrick Prévot (PS): Monsieur le premier ministre, vous avez pris cinq minutes pour nous confirmer que vous ne feriez rien. En revanche, nous avons encore assisté à un beau sketch avec les partis de la majorité. Au MR, chaque semaine, on nous promet des mesures et, chaque semaine, cela fait "plouf": du vent, rien que du vent. Peut-être est-ce, dans le fond, une bonne nouvelle pour notre parc éolien. Du côté des Engagés, on a trouvé des solutions par la voix de Maxime Prévot, notamment: "Vous avez froid? Mettez un pull! Le plein est trop cher? Roulez moins!"
Soyons sérieux, monsieur le premier ministre! Que dites-vous à l'aide-ménagère qui a besoin de son véhicule pour aller travailler? Que dites-vous aux petits indépendants qui ont également besoin de leur véhicule pour travailler? Et tout simplement aux femmes et aux hommes de notre pays pour qu'ils puissent se déplacer et aller travailler? Vous ne leur dites rien. En revanche, vous allez trouver un milliard pour les grandes entreprises consommatrices d'énergie, notamment celles du Port d'Anvers. Pendant ce temps, le MR et Les Engagés sont restés muets. Rien pour les PME! Pas un euro! Rien pour les ménages! Pas un euro, non plus! Alors, je vais vous le dire comme je le pense, monsieur le premier ministre: vous êtes un très mauvais (…)
03.15 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le premier ministre, je vous avais posé deux questions: existe-t-il des profiteurs de guerre et allez-vous les taxer? Vous n'en avez pas parlé. J'ai demandé quelles étaient les rentrées fiscales supplémentaires. Vous n'avez pas daigné répondre.
Ce que vous dites, en réalité, est que vous n'allez rien faire – par exemple, en n'instaurant pas le cliquet inversé. C'est clairement ce que vous avez dit. Vous estimez que les propos du MR, des Engagés et même du cd&v relèvent du n'importe quoi. Bravo à vous! Que vous ne donniez pas raison au PTB, j'en ai l'habitude. En revanche, ce qui est grave, c'est que vous décidez que les gens vont devoir payer la guerre et ses conséquences. Voilà votre plan: vous voulez que les gens aient moins de revenus et paient pour la guerre. Mais quand les gens ont moins de revenus (…)
03.16 Georges-Louis Bouchez (MR): Merci, monsieur le premier ministre. Je pense qu'il faut distinguer l'intervention immédiate, que le MR compte bien défendre avec détermination demain à la table du gouvernement, et la sécurisation de notre approvisionnement – ce qui est essentiel. Entre les avis des experts, la théorie et la réalité, il y a la vie des gens qui travaillent et qui n'ont plus que 20 euros à la fin du mois. Quand leur plein d'essence leur coûte 100 euros de plus, ils s'appauvrissent en travaillant, ce que notre gouvernement ne peut pas accepter, car c'était sa promesse de départ de mieux récompenser le travail.
Ensuite, j'entends encore beaucoup de pensées magiques à propos de la transition. Savez-vous, chers collègues, que nous sommes dépendants à 75 % des énergies fossiles? Croyez-vous que dans cinq ou 10 ans nous parviendrons à descendre à 10 %? Jamais! Nous resterons à des taux élevés pendant un long moment, et c'est la raison pour laquelle nous avons besoin d'une énergie bon marché et abondante, pour le bien-être, l'industrie et la transition.
03.17 Marc Lejeune (Les Engagés): Merci, monsieur le premier ministre, pour vos réponses. Ici, nous parlons du court terme: nous devons en finir avec les impacts de la hausse des prix de l'énergie tant que la crise continue. Nous nous rendons bien compte qu'à moyen et long terme, ces mesures disparaîtront, en espérant que les prix redeviennent compétitifs et plus alléchants pour les consommateurs.
Parallèlement, vous l'avez dit, nous devons continuer à avancer pour une plus grande autonomie énergétique – c'est la seule solution – en soutenant le nucléaire, l'éolien offshore et en favorisant la sobriété dans la consommation d'énergie fossile. La sobriété est bien sûr l'une des premières mesures que nous devons nous appliquer. Le cliquet inversé, les mesures ciblées momentanées que Les Engagés proposent aujourd'hui permettent de préserver les finances de l'État. C'est essentiel aussi pour nous. Mais, surtout, elles protègent nos concitoyens qui, pour l'instant, encaissent le choc de ce conflit, qu'ils n'ont pas demandé.
03.18 Steven Matheï (cd&v): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de premier. De meeropbrengsten zijn natuurlijk het belangrijke thema. Ik ben blij dat u een opening gemaakt hebt zodat eventuele meeropbrengsten bij de bedrijven ook bij de gezinnen terechtkomen. Ik stel voor dat we voor de overheid hetzelfde doen. We kunnen analyses maken, maar ik meen dat we echt naar de cijfers moeten kijken.
Welke maatregelen we ook nemen voor de mensen, het is belangrijk dat die tijdelijk, gericht en rechtvaardig zijn, zoals u trouwens vorige week in de commissie al hebt aangegeven.
03.19 Bert Wollants (N-VA): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de eerste minister. Ik meen dat we eindelijk iemand gehoord hebben die, in plaats van paniekvoetbal te spelen, zoals sommigen hier, op een verantwoorde manier naar het dossier kijkt, om ervoor te zorgen dat we de energiefactuur niet nog verder in brand steken en dat we de stappen zetten die absoluut noodzakelijk zijn om onze toekomst veilig te stellen, volgende generaties te behoeden van al te grote afhankelijkheid van het Midden-Oosten voor gas en andere bronnen en eigen energie te kunnen blijven produceren.
Die stappen moeten we nu doen. Die rit moeten we nu uitrijden. We moeten doen wat er in het regeerakkoord staat, namelijk gaan voor de toekomst en inzetten op kernenergie.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
04.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de premier, de afschaffing van de Senaat is iets wat letterlijk in uw regeerakkoord staat. Dat staat er onvoorwaardelijk in. Dat hebt u beslist met de N-VA, Les Engagés, cd&v, de MR en Vooruit. Wij vinden het goed dat dat erin staat, want dat betekent een ontvetting van de Staat en een goede besparing. Het is ook een goede symbolische zet, omdat het een besparing op de politiek, op de overheid is.
Mijn partij steunt dat niet alleen, maar trekt dat ook. Wij hebben met de vorige regering de weg vrijgemaakt om ervoor te zorgen dat de Senaat kan worden afgeschaft en ook vandaag dienen wij het wetsvoorstel om die afschaffing te realiseren mee in.
Wat hebben wij de afgelopen dagen echter gezien, mijnheer de premier? Quel sketch. We hebben de PS, die nog geen jaar geleden volmondig zei dat ze voor de afschaffing van de Senaat was, maar die vandaag tegenstemt. En dan de MR, wat met de MR? De MR ziet plots drogredenen om niet te moeten meestemmen, en dat voor een partij die staat voor een efficiëntere overheid en lagere belastingen, dat voor een partij waarvan de kabinetschef van de voorzitter boeken schrijft over een slankere overheid. Het is die MR die plots begint te twijfelen of het wel goed zou zijn om dat te doen. Goede vrienden van de MR, twijfel niet en stem mee voor de afschaffing, want als u niet meestemt, is dat een majeur probleem.
Dat hebben de collega’s van de N-VA ook gezegd. Dat is dan niet enkel een probleem voor de N-VA, maar ook voor u als premier is dat een bijzonder groot probleem, want het is de enige grote institutionele hervorming die u hebt kunnen bekomen bij de onderhandelingen over het regeerakkoord. Het is ook de enige echte besparing die u zou kunnen bewerkstelligen.
Mijn vraag is dus heel simpel. Zal de meerderheid de stemmen leveren die nodig zijn? Zo niet, bent u dan nog geloofwaardig en krijgt u nog iets gedaan met deze regering?
04.02 François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, chers collègues, je vais être honnête: moi, je trouve que la position visant à dire qu’il faut supprimer le Sénat, en ces temps de polarisation, est une position facile, parce que le Sénat est le bouc émissaire tout désigné à jeter aux ennemis du parlementarisme.
Je vais tenter quelque chose qui n’est pas facile. Je vais essayer de défendre le Sénat en deux minutes. D’abord, même depuis les réformes de l’État, le Sénat était le moteur principal des principales réformes progressistes en éthique. Qu'il s'agisse de l'interruption volontaire de grossesse (IVG), de la procréation médicalement assistée (PMA), de l'euthanasie ou du mariage pour tous, ces réformes n'auraient pas pu aboutir seulement ici.
Il fallait, à un moment, du temps long. Il suffit de voir, a contrario, chers collègues, à quel point cette Chambre seule n'arrive plus à avancer sur ce genre de dossier. Depuis combien de temps ne parvenons-nous pas à avancer sur la dépénalisation de l'IVG? J’aime bien le Sénat parce qu'il est l'opposé total de ce que la politique devient ici même, à savoir le refus du temps long, le refus de la réflexion, le règne des caméras et des petites phrases.
Ensuite, je veux aussi défendre le Sénat parce que ceux qui veulent le détruire veulent surtout, en partie, un trophée, un morceau de la Belgique de 1830. Le Sénat, c'est le lieu de rencontre supposé des élus des communautés et des régions. C'est donc l'antithèse complète du confédéralisme; parce que le confédéralisme n'a pas envie que les élus des régions et des communautés travaillent ensemble. Il veut seulement que des gouvernements de régions travaillent ensemble et dessinent les lignes du pays.
Quant à l'argument des économies, restons sérieux deux secondes. Quasiment tous les sénateurs sont payés par leur assemblée d'origine. À mon avis, le bâtiment est amorti depuis longtemps. Le seul coût réel du Sénat, c'est les dotations sénatoriales des partis politiques. Mais j'ai une bonne nouvelle pour vous: vous pourriez les supprimer dès maintenant. Je ne suis pas concerné. Nous n’avons pas de sénateur – mais peu importe. Vous pourriez les supprimer tout de suite. Cela, par exemple, vous ne le faites pas.
Plutôt que de supprimer ce Sénat, monsieur le premier ministre, réformons-le. Ce n'est pas parce que vos partis ont décidé de ne plus rien faire du Sénat qu’il ne sert à rien. Au contraire. Mais il faut plus de courage pour transformer (…)
04.03 Eerste minister Bart De Wever: Het gaat hier over een voorstel van wetswijziging dat voor alle duidelijkheid door senatoren is ingediend. Het voorstel is wel in het regeerakkoord opgenomen en wordt dus door de regering en zeker door mijzelf toegejuicht.
Ik heb al meermaals bespiegelingen gegeven over de Senaat. Ik zal ze niet allemaal herhalen.
Mijnheer De Smet, u hebt de Senaat verdedigd. Het zou volgens u schadelijk zijn voor België mocht de Senaat worden afgeschaft. U moet echter het commissieverslag lezen als u niet aanwezig was. Het Vlaams Belang heeft net het tegenovergestelde verklaard. Het is schadelijk voor Vlaanderen als de Senaat zou worden afgeschaft. Dat zou een herfederalisering betekenen. Ik ga ervan uit dat die stellingen niet allebei waar kunnen zijn en wellicht dus beide onwaar zullen zijn. U bent echter consequent. U bent tegen. Het Vlaams Belang heeft tegenargumenten gegeven, maar vervolgens toch voorgestemd, wat bizar is.
Ce lundi, cette modification de loi a été
approuvée en commission du Sénat par 16 voix pour, 3 contre et 1 abstention.
C'est un résultat très clair: 80 % a voté pour. Demain, le Sénat votera en
séance plénière sur cette modification de loi et, en cas d'approbation,
celle-ci sera ensuite transmise à la Chambre. Si les partis votent de manière
similaire à ce qu'ils ont fait en commission, cette modification de loi
obtiendra une majorité beaucoup plus large que les deux tiers, étant largement
soutenue donc sur le plan démocratique. En réalité, seul le PS semble encore
s'opposer à la suppression du Sénat, alors que ce parti avait, en effet, encore
indiqué récemment y être favorable. J'espère donc sincèrement que le PS changera d'avis.
Mijnheer Di Nunzio, uw partij steunt het voorstel wel vanuit de oppositie, wat zeer wordt gewaardeerd. Het is een hervorming die uw partij in theorie al lang verdedigt, maar die zij naar goede gewoonte vanuit de meerderheid in de praktijk nooit heeft kunnen realiseren.
Laat ons dus samen hopen dat het nu effectief anders zal zijn. Ik reken er ook op dat het morgen anders zal zijn.
04.04 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de premier, ik dank u voor uw antwoord.
Die laatste tik was echter hoogst onnodig, want wij steunen die hervorming en trekken ze mee. Het was absoluut onnodig om dat hier te moeten aanhoren. Onder impuls van Stephanie D’Hose in de Senaat werd de weg geëffend. U blijft op de vlakte over de ambigue signalen die wij horen van partijen binnen uw meerderheid, in het bijzonder van MR en ook van Les Engagés.
De afschaffing van de Senaat is een belofte die in uw regeerakkoord staat en die u moet waarmaken. U hebt ook verklaard dat u een hervormingsregering wilt zijn en dat u de financiën op orde zult brengen. Wat wij daarentegen zien, is taks na taks na taks, met de meerwaardetaks die wij deze namiddag ook zullen bespreken.
Als u daar niet in slaagt, zal uw regering niet de geschiedenis ingaan als een hervormingsregering, maar als een belastingregering. Stem dus de violen gelijk en zorg ervoor dat de afschaffing van de Senaat effectief wordt goedgekeurd.
04.05 François De Smet (DéFI): Je vous remercie, monsieur le premier ministre, pour votre réponse.
La quasi-totalité des États fédéraux dans le monde maintiennent deux chambres, non par archaïsme, mais parce qu’il s’agit d’un contrepoids indispensable entre le pouvoir central et les entités fédérées. Je trouve que cette course à la suppression du Sénat devient complètement irrationnelle.
Ce qui est très rationnel, en revanche, c’est qu’il faudra réunir une majorité des deux tiers. Vous avez déjà tenté de l’obtenir pour moderniser la Cour constitutionnelle, et vous n’y êtes pas parvenu. Je ne vous vois pas y parvenir davantage cette fois pour supprimer le Sénat, et j’espère très sincèrement que vous n’y arriverez pas. J’espère au contraire que les partis représentés au Sénat vont se ressaisir, investir cette institution et peut‑être la transformer: en faire, par exemple, l'instrument de contrôle des Comités de concertation, faire en sorte que le Sénat s'occupe beaucoup plus fortement des matières éthiques et qu'il se fasse le relais des propositions de loi qui pourraient être portées par des citoyens. Voilà ce que nous devrions faire, plutôt que de chercher à savoir qui sera le apte ou le plus prompt à supprimer cette assemblée qui est avec nous depuis 1830.
De voorzitter: Mijnheer de premier, daarmee hebt u de klus geklaard voor vandaag, althans hier.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
05.01 Sophie Thémont (PS): Monsieur le vice-premier ministre, qu’est-ce que le patron de Jupiler a bien pu faire pour gagner 85 millions d’euros sur une année? Ce n’est pas le seul grand patron dont le bonus se chiffre en dizaines de millions d’euros. Sur quelle planète vivent ces grands patrons pour s’auto-octroyer de tels salaires complètement déconnectés de la réalité du travail? Personne ne mérite un tel salaire et aucune réalité économique ne peut l’expliquer.
Le chef d’équipe d’AB InBev, lui, est bien connecté à la réalité puisque, toute la journée, il se casse le dos pour charger des palettes, et tout cela pour un salaire à peine au-dessus du salaire médian. Savez-vous combien cela représente comme différence? Quatre-vingt-cinq millions par an contre le salaire médian, c’est 1 500 fois plus. Quel écart salarial indécent! Le quotidien du chef d’équipe, c’est un plein de diesel à plus de 100 euros pour aller travailler, une facture de chauffage qui explose, des soins de santé plus chers, une pension rabotée et un salaire bloqué. Cerise sur le gâteau, un double saut d’index partiel!
Qu'allez-vous dire aux travailleurs de chez Jupiler? "Votre patron empoche 85 millions d’euros et moi, monsieur David Clarinval, je vous offre un double saut d’index partiel et, en pleine crise énergétique, j’augmente les taxes sur le mazout de chauffage et le gaz."
Monsieur le ministre, revenez les pieds sur terre, essayez de comprendre le quotidien des travailleurs! Garantissez la pleine indexation automatique des salaires, bloquez les prix des carburants et, surtout, retirez votre double saut d’index!
Avec l’avis assez assassin du Conseil National du Travail, regardez-moi dans les yeux, monsieur le ministre, allez-vous retirer votre blocage de l’indexation des salaires? Vous ne me regardez pas, donc apparemment non. Allez-vous augmenter le salaire des travailleurs qui font tourner notre économie?
05.02 David Clarinval, ministre: Madame Thémont, en tant que ministre de l'Emploi, il ne m'appartient pas de commenter la politique de rémunération des entreprises privées. Ces questions relèvent de leur gouvernance interne et sont de l'entière responsabilité de leur conseil d'administration. C'est dans ces instances-là que le débat doit avoir lieu à propos de votre question.
En revanche, le gouvernement peut agir sur le pouvoir d'achat des travailleurs. À cet égard, nous ne restons pas les bras croisés. Hier, une deuxième augmentation du salaire minimum est intervenue depuis l'entrée en action du gouvernement Arizona. Cela représente environ 45 euros net supplémentaires par mois pour les travailleurs concernés, et je m'en réjouis. Le gouvernement a également ajouté à cela la possibilité d'octroyer 2 euros de chèques-repas, soit un gain de plusieurs dizaines d'euros par mois.
Ensuite, vous n'ignorez pas que les travailleurs ont obtenu un gain net de pouvoir d'achat immédiat de 5,5 % via l'indexation automatique des salaires.
Toutes ces mesures nous permettent d'afficher
un salaire minimum parmi les plus les plus élevés d'Europe, après le
Luxembourg, l'Irlande, l'Allemagne et les Pays-Bas. Madame Thémont, notre
salaire minimum atteint près de 1 000 euros de plus que le salaire minimum
espagnol, qui est pourtant un modèle constamment plébiscité par votre parti. Je
le répète, 1 000 euros de plus
qu'en Espagne, pays que vous prenez comme référence!
Notre ligne
est claire: plus de salaire net pour les gens qui travaillent, plus de
personnes à l'emploi et une économie suffisamment solide pour garantir ces
avancées dans la durée.
05.03 Sophie Thémont (PS): Monsieur le ministre, vous dites ne pas pouvoir commenter les bénéfices des entreprises. Vous parlez du salaire minimum, mais qui a augmenté le salaire minimum? C'est grâce à Pierre-Yves Dermagne, un vrai ministre du Travail durant la Vivaldi. Vous dites ne pas pouvoir commenter les bénéfices des entreprises. Mais qui a bloqué la loi de 96? Je vous le donne en mille, c'est vous, c'est le MR! Quand les entreprises font des bénéfices, il faut également pouvoir redistribuer les bénéfices à celles et ceux qui travaillent.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
06.01 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, le Parlement israélien vient d'adopter une loi qui légalise la peine de mort pour les Palestiniens. Il faut le dire clairement: l'État israélien n'a pas attendu de légaliser la peine de mort pour les Palestiniens, puisque ces personnes meurent déjà en détention ou sous les balles. Depuis des années, les otages palestiniens meurent en prison dans des conditions graves qui sont documentées: tortures, violences sexuelles, absence de soins.
Cette loi ne crée pas une nouvelle réalité, elle rend officielle une violence qui existe depuis déjà trop longtemps. Pendant ce temps, certains responsables politiques israéliens s'en félicitent publiquement, sabrent le champagne et trinquent à la mort des Palestiniens. Israël franchit ainsi un cap supplémentaire dans l'horreur.
Dans un contexte où des milliers de Palestiniens sont détenus sans procès, où des centaines d'enfants sont emprisonnés, où même des médecins, comme le docteur Hussam Abu Safiya, seul médecin dans un hôpital assiégé à Gaza, sont arrêtés, et où des milliers de civils ont été tués ces dernières années dans une impunité totale, instaurer une peine de mort différenciée selon l'identité, dans un système judiciaire déjà extrêmement inégalitaire, revient à officialiser qu'Israël est un État d'apartheid qui l'assume et s'en félicite même.
Monsieur le ministre, l'article 2 de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël conditionne explicitement cet accord au respect des droits humains. Ma première question est rhétorique: la peine de mort est-elle conforme aux droits humains? Mes autres questions sont les suivantes. La Belgique est-elle prête, oui ou non, à soutenir la suspension de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël? La Belgique considère-t-elle encore qu'Israël, dans ces conditions, est un État allié?
06.02 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, après 78 ans de colonisation et de violence contre le peuple palestinien, après deux ans de génocide, cette semaine, on passe à une étape supérieure dans la barbarie. Cette semaine, le Parlement israélien a voté la peine de mort exclusivement pour les Palestiniens, une mesure qui sera jugée par des tribunaux dans lesquels le taux de condamnation est de 96 %. C'est une des lois les plus violentes et discriminatoires jamais inscrites dans son arsenal juridique. Israël s'octroie ainsi le droit de vie ou de mort sur les Palestiniens, tout en démantelant les garanties les plus élémentaires d'un procès équitable.
Cette loi viole de multiples dispositions du droit international et sa mise en œuvre pourrait même constituer un crime de guerre. Elle marque surtout une escalade mortelle dans un système déjà largement documenté de torture et de répression contre les détenus palestiniens. Ce texte ne fait pas que confirmer une pratique existante, il lui donne un cadre légal. Alors que les Palestiniens sont déjà tués au quotidien, à l'intérieur et à l'extérieur des prisons, cette loi permettrait de le faire de manière légale. Cette loi a été dénoncée par l'organisation israélienne B'Tselem et par des parlementaires israéliens qui parlent eux-mêmes d'institutionnalisation de l'apartheid.
Monsieur le ministre, vous avez twitté sur cette question, mais je n'ai pas lu de condamnation. Condamnez-vous l'adoption de cette loi par le Parlement israélien? Allez-vous enfin œuvrer pour des sanctions contre l'État d'apartheid israélien?
06.03 Maxime Prévot, ministre: Madame la députée, monsieur le député, comme vous le savez, la Belgique, tout comme l’Union européenne, adopte une position de principe contre la peine de mort, dans tous les cas et en toutes circonstances. Comme je l’ai déjà indiqué, la peine de mort nie l’essence même de la dignité humaine et n’a pas sa place dans une société qui se veut libre et juste. C’est une violation du droit à la vie, qui n’a aucun effet dissuasif et qui rend irréversibles les erreurs judiciaires.
À propos de la loi adoptée par la Knesset, la haute représentante de l’Union européenne, Kaja Kallas, a été très claire lorsqu’elle a affirmé – avec notre plein soutien – qu’il s’agit d’une grave régression par rapport aux engagements mêmes d’Israël, puisque le pays maintenait depuis longtemps un moratoire de facto à la fois sur les exécutions et sur les condamnations à mort. C’est pour cette raison que j’avais déjà exprimé notre totale réprobation et ma pleine condamnation – puisque vous appréciez le mot – la semaine passée, lors de l’adoption de cette législation par le Comité national de sécurité de la Knesset. Je partage d’ailleurs pleinement votre indignation, ainsi que celle de l’Union européenne, concernant le caractère discriminatoire de cette loi, qui vise principalement les Palestiniens.
Je m’associe pleinement à l’appel européen enjoignant Israël à respecter sa position de principe antérieure, ses obligations en vertu du droit international, ainsi que son engagement envers les droits humains et les principes démocratiques, qui sont – je le rappelle – des éléments essentiels de l’accord d’association entre l’Union européenne et Israël. Nul doute que cette question sera portée à l’attention du prochain Conseil des Affaires étrangères. Depuis la décision du Conseil des ministres du 12 septembre dernier, j’ai mandat du gouvernement pour soutenir la suspension de l’accord d’association. Encore faut-il que suffisamment de pays européens soutiennent cette perspective.
Comme pays ayant lutté de longue date contre la peine de mort partout dans le monde, la Belgique ne peut que condamner cette législation et profondément déplorer la pente glissante vers l'abîme du respect du droit international et des droits humains dans lequel Israël s'engage davantage encore.
06.04 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Merci pour la condamnation claire et explicite; je pense que c'est le minimum minimorum dans ce cas de figure. Vous avez exprimé des préoccupations que nous partageons, vous avez rappelé le droit international, mais nous avons l'impression que le rappel du droit international à Israël se fait à chaque fois dans le vide. Aujourd'hui, ces rappels et ces condamnations ne suffisent plus.
C'est largement insuffisant quand on voit la situation sur place. Le message qu'envoie l'Union européenne à Israël, c'est que ce pays peut instaurer une peine de mort discriminatoire, peut commettre un génocide, priver des millions de personnes de procès équitables, poursuivre la colonisation, poursuivre l'occupation, recommencer la même horreur qu'à Gaza au Liban, et continuer à avoir des relations privilégiées avec nous. Et, ça, c'est inacceptable. On ne peut pas le laisser faire.
Concernant la Belgique et l'accord que vous avez évoqué, vos compétences ont été remplies, mais on attend l'action des autres ministres du gouvernement sur ces sanctions. Que fait le reste du gouvernement à propos des sanctions contre Israël?
06.05 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je note ici que le gouvernement belge condamne explicitement cette loi discriminatoire et cette loi d'apartheid votée par la Knesset cette semaine. Je pense que la condamnation, c'est le minimum. Maintenant comment faire pour être cohérent avec cette condamnation? Il faut l'accompagner de sanctions. Jusqu'à quand va-t-on accepter les violations répétées d'Israël du droit international, des droits humains, sans prendre de sanctions? Quelle est notre ligne rouge pour agir? Les articles de l'accord d'association, lui-même, ne permettent pas ce que fait Israël aujourd'hui.
Depuis deux ans, nous envoyons des rappels à Israël. Maintenant il faut agir, il faut passer aux actes. Et, si ça ne marche pas au niveau européen parce que certains pays apportent un soutien inconditionnel au régime d'apartheid israélien, il faut que la Belgique prenne le lead et se distingue par des positions et des sanctions au niveau belge.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
(La réponse sera donnée par le vice-premier
ministre et ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie
Nationale et des Institutions culturelles fédérales. / Het antwoord zal door de
vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de
Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen worden gegeven.)
07.01 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, notre pays fait face à des chantiers considérables pour les prochaines années. La transition environnementale et énergétique doit plus que jamais être inscrite à l'ordre du jour. Au vu de l'actualité, qui nous montre le coût de notre dépendance aux énergies fossiles, il est impératif de pouvoir réagir. Pour relever ces défis, une politique d'investissement ambitieuse constitue une nécessité. C'est notamment la mission de notre fonds souverain, la SFPIM. Or, au-delà de la question des nominations qui sont assez régulièrement critiquées, il est impératif que sa transparence soit assurée. En effet, nous constatons aujourd'hui un manque de transparence énorme dans le choix des entreprises dans lesquelles elle investit. Par ailleurs, son contrat de gestion devra être renouvelé cette année.
À ce sujet, sur le plan environnemental, pouvez-vous nous garantir la poursuite de la mission déléguée établissant un fonds spécifique dédié à la transition écologique? Envisagez-vous d'augmenter les sommes qui lui sont allouées? Comment comptez-vous améliorer la transparence des décisions d'investissement de la SFPIM, en particulier vis-à-vis de ce Parlement et de la société civile? Une stratégie à long terme pourra-t-elle être présentée à ce Parlement? Enfin, plus généralement, pouvez-vous garantir le maintien des avancées importantes qui sont consacrées par la charte CSR, c'est-à-dire l'introduction de critères environnementaux, sociaux et relatifs à la gouvernance lors du choix de ces investissements?
07.02 Jan Jambon, ministre: Cher collègue, dans l'accord de gouvernement, un rôle très clair est attribué à la SFPIM dans le domaine de l'énergie.
Je cite: "Le rôle et la stratégie de la SFPIM seront actualisés, en mettant l'accent sur une coopération structurelle encore plus poussée avec les sociétés régionales d'investissement lorsque cela s'avère pertinent et sur davantage d'investissements propres dans l'ancrage stratégique et dans des secteurs essentiels de la politique fédérale tels que la défense, l'aéronautique, le spatial, l'énergie, la santé publique, les services financiers et la cybersécurité".
Il est donc demandé à la SFPIM d'investir dans des secteurs politiques fédéraux essentiels, comme l'énergie.
L'actuelle convention de gestion, comme vous l'avez dit, arrive à échéance après cet été. Dans le cadre de la nouvelle convention de gestion, nous devrons conclure de nouveaux accords concernant l'utilisation des moyens d'investissement disponibles. Cette convention intégrera de nouveaux engagements et des exigences d'information en matière de durabilité.
Ces discussions auront d'abord lieu au sein de la SFPIM puis au sein du gouvernement. Il ne m'est pas possible de me prononcer davantage à ce stade.
Le gouvernement prévoit que, durant cette législature, la SFPIM consacrera un budget de 250 millions d'euros à la transition écologique, c'est-à-dire à des investissements dans des entreprises à la pointe de la transition et de l'adaptation environnementale, climatique et énergétique.
En 2025 également, il a été décidé d'introduire un outil commun d'évaluation et de rapportage avec les sociétés d'investissement régionales. Dans le cadre d'un partenariat avec le secteur bancaire, les sociétés d'investissement auront accès à Kube ESG, une plateforme sécurisée pour l'échange de données ESG des entreprises. De cette manière, la collecte de données sera facilitée à l'avenir (…)
07.03 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre, pour les réponses apportées. Comme dans d'autres urgences, dans d'autres secteurs également, la transition écologique est un défi immense et demande des investissements massifs. C'est tout le rôle de la SFPIM.
Pour Les Engagés, la transition écologique est une priorité. Il est important que cela soit également le cas pour la SFPIM.
De manière générale, l'État doit avoir un rôle de stratège, en utilisant des fonds pour valoriser l'innovation dans les secteurs stratégiques pour notre bien commun. C'est ce que nous faisons en ce moment et c’est ce que nous veillerons à continuer à faire pour l'avenir.
La situation de la crise énergétique que nous connaissons aujourd'hui doit plus que jamais nous forcer à renforcer notre indépendance énergétique vis-à-vis de l'énergie fossile.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Collega’s, u kunt nog steeds uw stem uitbrengen in zaal 3. Een aantal collega’s heeft dat nog niet gedaan. U hebt daar nog tijd voor.
08.01 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister, er wordt al maanden gewaarschuwd dat de manier waarop we de veiligheid op onze luchthaven aanpakken, leidt tot ellenlange wachtrijen en hoogoplopende frustraties. De afgelopen dagen misten zowat 600 mensen hun vlucht als gevolg van de grenscontroles. Vanochtend waren er opnieuw wachtrijen die opliepen tot ongeveer 70 minuten, terwijl er nog niet eens sprake is van een echte paasuittocht, want die moet nog komen. Het is belangrijk dat we de veiligheid op onze luchthaven nauwgezet bewaken, maar wat we de afgelopen tijd hebben gezien, is niet aanvaardbaar en kunnen we niet tolereren.
Collega’s Bergers en De Vreese hebben in het verleden al meermaals aan de alarmbel getrokken. Er zijn toen maatregelen genomen, maar de vraag is of die vandaag nog volstaan. Tegelijk wordt onze luchthaven geplaagd met allerlei vormen van marginaal gedrag. Er bereiken ons beelden van mensen die ter plaatse publiekelijk hun behoefte doen, openlijk drugs gebruiken en zich bezighouden met andere ongepaste praktijken. Dat zijn zaken die we niet kunnen tolereren. We moeten resoluut de kaart van de luchthaven trekken en ervoor zorgen dat daar kordaat tegen wordt opgetreden.
Mijnheer de minister, we rekenen erop dat u hier permanent toezicht op blijft uitoefenen en dat u de belangen van onze luchthaven en de luchthavengemeenschap blijft verdedigen om verdere stappen vooruit te zetten. Dat betekent dat we u slechts één eenvoudige vraag stellen. Welke maatregelen hebt u al genomen en wat kunt u doen om nog kordater op te treden tegen deze praktijken?
08.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Wollants, het probleem van de lange wachttijden op de luchthaven van Zaventem is, zoals u weet, een oud zeer. En ik grijp in. Het is niet alleen onaanvaardbaar voor de reiziger, maar ook slecht voor het imago van onze nationale luchthaven. Die bezorgdheid deel ik met alle aandeelhouders van de luchthaven. Ik heb deze problematiek onmiddellijk aangepakt door in juni vorig jaar een zomerplan te lanceren. Dat plan heeft in 2025 bijgedragen tot een lichte verbetering van die historische situatie.
Het beheer van de Schengengrenscontrole op Brussels Airport steunt op drie pijlers: voldoende politiecapaciteit, aangepaste infrastructuur en technische automatisering. Momenteel zijn er politieagenten in opleiding om de capaciteit verder te versterken. Omdat andere voorwaarden nog niet vervuld zijn, met name de uitrol van het Europese Entry Exit System en de registratie van biometrische gegevens, heb ik begin deze week samen met mijn collega voor Asiel en Migratie, mevrouw Anneleen Van Bossuyt, beslist dit uit te stellen. Ik heb daarover vanochtend een vergadering gehad met de luchthavenuitbater, de politie, Asiel en Migratie, de premier en andere partners. Luchthavenuitbater BAC werkt nu aan een concreet plan om de infrastructuur en de uitrusting bij vertrek en aankomst aan te passen, zodat die beter aansluiten op de groeiende passagiersstromen.
Ik wil ook uw aandacht vestigen op de politiezorg binnen het luchthavengebouw. Dat is inderdaad ook een opdracht van de luchthavenpolitie. Er is een gemengde commissie met LPA, BAC en de gemeente Zaventem, maar vandaag ontbreekt er een sterke schakel. De politiezone Zaventem is te klein om die ondersteuning te bieden. Daarom wordt het tijd om werk te maken van de fusie van de politiezones in Vlaams-Brabant.
08.03 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor het feit dat u blijvend aandacht hebt voor die problematiek en dat u ervoor zult zorgen dat er verbeteringen komen. Dat is voor ons en voor de luchthavengemeenschap heel belangrijk.
Het is natuurlijk niet alleen op dit vlak dat we verbeteringen verwachten. We moeten kijken naar alles wat we voor de luchthavengemeenschap kunnen doen. We moeten over verschillende beleidsdomeinen heen goed blijven ondersteunen.
Kijk maar bijvoorbeeld naar de ombudsdienst van de luchthaven. We weten dat die beruchte persoon al heel lang ontoelaatbaar gedrag stelt, dat daar problemen zijn en dat die nu zelfs een gevangenisstraf van een jaar heeft opgelopen voor het belagen van de topman van Brussels Airport. Laten we eerlijk zijn, voor dat soort praktijken is er maar één oplossing. Die ene oplossing is voor onze fractie het onmiddellijke ontslag van die man, zodat we eindelijk voor de omwonenden en voor de luchthavengemeenschap aan de kar kunnen trekken en ervoor kunnen zorgen dat we de juiste richting uitgaan en duidelijk een grens trekken.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
09.01 Victoria Vandeberg (MR): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, hier à Charleroi, quelque chose s’est produit, qui devrait toutes et tous nous inquiéter. Il ne s’agit pas d’un simple incident ni d’une simple manifestation. Je vous pose la question: dans quelle démocratie des représentants politiques doivent-ils être exfiltrés pour qu’une réunion puisse se tenir?
Ce mercredi, la visite du vice-président de la Commission européenne, chargé de la Cohésion, à Charleroi, à l’invitation du ministre-président wallon, a été fortement perturbée par une mobilisation de la gauche radicale. Une fois n'est pas coutume, plusieurs centaines de factieux se sont rassemblés, allant jusqu’à empêcher le bon déroulement de la réunion sur ce campus universitaire, lui-même financé par des fonds européens.
Il ne s’agissait pourtant pas d’un événement anodin. Nous parlons d’une réunion essentielle pour la Wallonie: l’évaluation d’un pacte de centaines de millions d’investissements, ainsi que la préparation du budget européen et donc des moyens qui seront alloués demain à notre région et à notre pays. Comment prétendre défendre les intérêts de la Belgique et de la Wallonie si l’on refuse le dialogue avec ceux qui décident de ces financements?
Rappelons aussi un principe fondamental de l’Union: un commissaire européen représente l’intérêt général et non des intérêts nationaux ou des appartenances partisanes. Refuser d’échanger avec un membre de la Commission, c’est refuser d’échanger avec l’Europe elle-même.
Quelle solution est proposée par la gauche radicale? Une sortie de l’Union européenne, un "Belxit"? J’ai du mal à comprendre.
Deux particularités marquent ces événements d'hier. D’abord, ils ne sont malheureusement pas isolés, car depuis plusieurs mois, nous assistons à une banalisation inquiétante. Ensuite, il y a la manière et le fait que ces personnes aient pu entrer dans les bâtiments. Comment cela est-il possible, monsieur le ministre? La sécurité était-elle suffisante? Les effectifs étaient-ils assez nombreux? Quel regard portez-vous sur ces événements?
09.02 Bernard Quintin, ministre: Madame la représentante, merci pour votre question. Selon la zone de police de Charleroi, que j'ai interrogée ce matin, le risque ayant été évalué comme faible, il a été décidé que "le commissaire européen et le ministre-président wallon rentreraient par des accès discrets, de laisser libre cours à la liberté d'expression, et que l'usage de la force, à la demande des autorités universitaires, serait limité à sa stricte nécessité".
Le dispositif était-il suffisant? Je pense que la réponse a été donnée hier. Je regrette cependant profondément qu'encore une fois, on ait dû déplacer le lieu d'une réunion. Il me semble que c'est plutôt la liberté de rassemblement qui a eu tendance à être limitée, en tout cas pour certains.
Sur une note plus politique, je voudrais vous dire que l'objet de cette visite du vice-président de la Commission européenne, qui représente donc la Commission européenne et rien d'autre, était de venir constater les effets concrets des investissements, plus que substantiels, consentis par l'Union européenne via les fonds structurels européens pour la Belgique – la Wallonie, et singulièrement le Hainaut, sont largement bénéficiaires, en ce compris la même université de Charleroi et ses étudiants –, ainsi que d'aborder avec les autorités wallonnes les investissements futurs.
Je conclurai en deux points. Premièrement, les libertés fondamentales sont valables pour tout le monde et ne peuvent être confisquées, comme c'est aujourd'hui trop souvent le cas, par des groupements, comme nous l'avons encore vu hier. Le rôle des forces de l'ordre est d'assurer l'exercice des libertés fondamentales pour tous. Deuxièmement, ce n'est pas en rejetant tout ce qui n'est pas soi ou qui ne pense pas comme soi que l'on assurera le redéploiement économique d'une région qui, si je suis bien informé, en a bien besoin.
09.03 Victoria Vandeberg (MR): Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.
Il est évident que nos concitoyens attendent une sécurité assurée, une liberté d'expression également garantie, mais aussi un pays qui fonctionne, des services publics efficients, des responsables conscients de l'importance des investissements, y compris des autres niveaux de pouvoir, pour pouvoir avancer en Wallonie et en Belgique. Ils n'attendent évidemment pas des scènes de blocage ni des scènes d'intimidation envers un commissaire européen ou un ministre-président, scènes que le bourgmestre a laissé échapper à sa police.
En tant que bourgmestre, peut-on vraiment accepter qu'une réunion officielle soit empêchée de la sorte? La réponse est clairement non. Tout aurait dû être mis en œuvre pour que cette réunion se déroule dans les meilleures conditions, et que la liberté d'expression ne soit pas, une fois de plus, entravée par des comportements d'intimidation. Il est clair que nos concitoyens n'attendent pas de nous du désordre, mais de la responsabilité.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
10.01 Brent Meuleman (Vooruit): Heren ministers, in de krant van vandaag lezen we dat bijna alle Belgische stations de afgelopen tien jaar onveiliger zijn geworden. Gemiddeld worden elke dag twee mensen aangevallen in een trein of een station. Er zijn steeds meer slachtoffers van toenemende agressie en zinloos geweld. Dat is onaanvaardbaar en ronduit gevaarlijk, want elke dag nemen duizenden mensen de trein, waaronder kinderen op weg naar school, mensen op weg naar hun werk, senioren voor hun daguitstap.
Het gaat om de veiligheid van ons allen en ook om de veiligheid van het treinpersoneel. Drie maanden geleden hebben meer dan honderd Securailagenten de alarmbel geluid. De onveiligheid in onze stations dreigt te ontsporen, zeiden ze toen. Vandaag staan we hier en slaan de Securailagenten opnieuw een noodkreet. Voor hen is toenemende agressie vanwege een paar rotte appels de dagelijkse realiteit.
Met Vooruit stellen we heel duidelijk dat een veilige samenleving de eerste zorg is van een sterke overheid.
Mijnheer de minister, u beloofde met een sterk actieplan te komen om de veiligheid in onze stations te waarborgen, maar op het terrein zien we daar nog niet veel van.
Wat zult u ondernemen om de veiligheid in onze stations te verbeteren voor alle treinreizigers, voor de Securailagenten en voor de treinbegeleiders?
10.02 Dorien Cuylaerts (N-VA): Heren ministers, dat u met tweeën klaarzit, wijst op het belang van het thema. De situatie is zonet goed geschetst door mijn collega. Er zijn opnieuw bijzonder verontrustende cijfers over geweld op het spoor. Elke dag worden gemiddeld twee mensen het slachtoffer in een station of op een trein. Dat zijn geen statistieken, dat zijn mensen. Mensen zoals Tim en Bart, die maanden later nog altijd moeten leven met de gevolgen. Laten we eerlijk zijn, het is niet langer een gevoel van onveiligheid, het is vandaag gewoonweg onveilig. Sinds corona is het geweld alleen nog fors gestegen, in Vlaanderen zelfs met bijna 30 %. In Brussel is het probleem al langer gekend. Het is daar al lang duidelijk. Als voorbeeld noem ik Brussel-Zuid. Alleen al in dat station vindt een op de vijf interventies plaats. Daar blijft het niet bij. Ook Aalst, Gent, Lier en zelfs Kalmthout moeten eraan geloven. Dat is een heuse kettingreactie van onveiligheid.
Securail voert meer dan honderd interventies per dag uit. Dat is het gevolg van een beleid dat te lang te laks is geweest op het vlak van veiligheid en migratie.
Heren ministers, de signalen zijn niet nieuw. U weet dat. Op het terrein horen we telkens opnieuw dat er een tekort is aan capaciteit, aan slagkracht en aan duidelijkheid. Zulke incidenten laten sporen na bij de slachtoffers, mogelijk voor de rest van hun leven. We willen meer mensen op de trein krijgen, maar zonder veiligheid lukt dat niet.
Daarom heb ik de volgende vragen. Erkent u dat de veiligheid op het spoor onder druk staat?
Hoe kunnen we het vertrouwen bij de reizigers opnieuw opkrikken?
Wanneer zal het veiligheidspersoneel eindelijk kunnen gebruikmaken van bodycams?
Wat is de stand van zaken van het proefproject met toegangspoortjes in een aantal stations?
10.03 Frank Troosters (VB): Heren ministers, de krant Het Laatste Nieuws heeft vandaag een artikel gebracht dat duidelijk maakt dat de onveiligheid in bijna alle stations in de voorbije tien jaar toegenomen is. Het Vlaams Belang is daar niet door verrast. Het artikel deelt eigenlijk onze vaststellingen en de analyses die wij al lang brengen: de verhoging van het aantal feiten, die niet beperkt is tot het station van Brussel-Zuid, de toenemende drugsproblematiek en het toenemende wapengebruik.
De problemen zijn bekend. Vooral over het gebrek aan mankracht bij Securail en bij de spoorwegpolitie heb ik meermaals vragen gesteld aan toenmalig minister De Crem, aan minister Verlinden, en ook al aan u.
We kennen het probleem, want jaar na jaar blijkt dat de personeelskaders niet volledig worden ingevuld. Een tekort aan mankracht wordt vastgesteld. Die problemen zijn in het verleden ontstaan, na de afbouw van de spoorwegpolitie. Ik heb de cijfers meegebracht. Het klopt volledig. In 2015, onder de Zweedse regering, met NV-A minister Jan Jambon, waren er 724 agenten bij de spoorwegpolitie. Eind 2018 waren daar nog 465 agenten. De problemen die we na die afbouw vandaag kennen, hebben we dus te danken aan het toenmalige beleid van de N-VA.
Ik heb een andere, vreemde vaststelling. Toen we met het Vlaams Belang de cijfers per station opvroegen, kregen we van de minister van Binnenlandse Zaken netjes een antwoord: per station het aantal feiten voor de lokale politie en het aantal feiten voor de spoorwegpolitie. Als ik het plaatje echter volledig wil hebben en ik aan de NMBS de cijfers van Securail vraag, krijg ik die niet. Ik krijg als antwoord gewoon een algemene, nietszeggende, uitleg. Ik vind dat zeer vreemd. Ik moet immers lezen dat de journalist van Het Laatste Nieuws blijkbaar nooit eerder gepubliceerde cijfers, tot tien jaar terug, kon inkijken.
Mijnheer de minister, wat vindt u ervan dat die blijkbaar nooit eerder gepubliceerde cijfers niet ter beschikking van de parlementsleden zijn?
Heren ministers, wat zullen jullie doen om de veiligheid in al de stations te verbeteren?
10.04 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Meuleman, mevrouw Cuylaerts, mijnheer Troosters, voor deze regering is de veiligheid in en rond het openbaar vervoer een absolute prioriteit. Iedereen moet zich in ons land op elk moment van de dag veilig kunnen verplaatsen. Elke vorm van agressie of geweld in of rond stations is er een te veel. Laat daar geen enkele twijfel over bestaan. Wij treden daar kordaat tegen op.
Bij de spoorwegpolitie heb ik een historisch capaciteitstekort geërfd, maar sinds het begin van mijn mandaat heb ik concrete maatregelen genomen om dat aan te pakken. Zo heb ik in december de capaciteit in de hoofdstad al versterkt met 20 extra agenten. Wij investeren ook in technologieën. De 8.000 camera’s van de NMBS zijn vandaag toegankelijk voor alle politiediensten, zowel federaal als lokaal. Vroeger was dat onmogelijk. Dankzij die camera’s kunnen we sneller ingrijpen, beter identificeren en efficiënter vervolgen.
We gaan verder en sluiten nu ook een akkoord met Infrabel, zodat ook hun 4.500 camera’s kunnen worden ingezet in de strijd tegen geweld en criminaliteit.
Daarnaast hebben we ook Securail, de veiligheidsdienst van de NBMS. Die staat in voor de veiligheid van reizigers en personeel in de stations, op de treinen en in de NMBS-gebouwen.
Samen met mijn collega, de minister van Mobiliteit, Jean-Luc Crucke, heb ik afgesproken om de samenwerking tussen de spoorwegpolitie en Securail te versterken. Zoals voorzien in het regeerakkoord zal de operationele capaciteit van Securail onder mijn bevoegdheid worden gebracht, wat onze slagkracht op het terrein aanzienlijk zal vergroten. Voor mij is dat een cruciale maatregel om de versnippering van de veiligheid in en rond de stations aan te pakken. Dat staat hoog op de agenda van de vergadering die ik morgen zal hebben met collega Crucke.
Zoals u weet, werk ik ook aan een wettelijk kader om het gebruik van bodycams door treinbegeleiders en Securailagenten mogelijk te maken. Bij de politie hebben die camera’s hun meerwaarde al bewezen. Ze werken ontradend bij agressie en geweld en zorgen tegelijk voor een sterkere bewijslast wanneer zich incidenten voordoen. Onze aanpak is duidelijk en wie denkt dat stations vrijplaatsen zijn voor geweld, drugs of intimidatie, vergist zich.
Tot slot, maar zeker niet onbelangrijk, vanaf morgen zetten we in Brussel ook gemengde patrouilles in van politie en militairen. Agenten van de spoorwegpolitie en militairen zullen samen patrouilleren in en rond de trein- en metrostations in Brussel. De veiligheid van onze burgers stopt niet aan de ingang van de stations en/of op de trein.
Burgers moeten zich veilig voelen in de stationsomgeving, in het station, op het perron, langs de sporen en op de trein. Dat veiligheidscontinuüm is voor mij onontbeerlijk en dat is een gedeelde verantwoordelijkheid van Securail, de spoorwegpolitie en de lokale politie.
Wie overlast veroorzaakt of wie geweld pleegt, zal worden aangepakt. Dat is onze boodschap. Wie de regels niet respecteert, zal de gevolgen dragen. We kiezen resoluut voor veilige stations en voor een veilige reiziger. Ik dank u.
10.05 Minister Jean-Luc Crucke: Geachte leden, geweld in onze treinen en stations is geen perceptie – u hebt helemaal gelijk – maar een realiteit en die realiteit is onaanvaardbaar. We tellen vandaag gemiddeld twee agressies per dag op het spoorwegnet. Zo komt de hele belofte van openbare dienstverlening in het gedrang. Veiligheid is geen bijkomstig onderwerp. Het is de basisvoorwaarde om het vertrouwen van de burgers in de trein te behouden.
We hebben nauw samengewerkt met minister Quintin. Concreet zullen we morgen al samenkomen met de CEO van de NMBS. Het doel is duidelijk, namelijk een echt nationaal actieplan uitwerken voor de veiligheid in de stations en de treinen. Dat plan zal steunen op concrete maatregelen die al worden uitgerold of in voorbereiding zijn.
Om te beginnen versterken we de menselijke aanwezigheid op het terrein. Dat betekent meer politie in de stations, zichtbare patrouilles en een betere coördinatie met Securail. In dat kader heeft collega Quintin van de minister van Defensie bekomen dat het aantal militairen in de stations en metrostations in Brussel wordt verhoogd. Veiligheid moet zichtbaar zijn om afschrikkend te werken.
Vervolgens willen we de toegang en de doorstroming in de grote stations beter controleren. Er zullen proefprojecten worden opgestart om te voorkomen dat bepaalde stations no-gozones worden, onder meer via toegangscontroles zoals het installeren van toegangspoortjes in gevoelige stations. Ik wacht nog op de studie van de NMBS voordat we dit jaar met die proefprojecten kunnen beginnen.
Tegelijkertijd versnellen we de uitrol van technologische middelen, het delen van cameragegevens van de NMBS en Infrabel met de politiediensten en de invoering van bodycams voor het personeel. Het doel is voorkomen, sneller ingrijpen en doeltreffender sanctioneren.
Naast die middelen is veiligheid vooral een kwestie van organisatie. We willen een veel coherentere veiligheidsketen met een versterkte coördinatie tussen de federale politie, de lokale zones en Securail, onder meer via een gedeeltelijke aansturing van Securail door Binnenlandse Zaken.
Voor de grote stations, in het bijzonder in Brussel, willen we verdergaan met een globale aanpak. Veiligheid stopt niet op de perrons. Ze heeft ook betrekking op de omgeving, op fenomenen van marginaliteit en op de stedelijke realiteit. Daarom zullen we het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de hand reiken om samen antwoorden uit te werken op die uitdaging.
Publieke cijfers moeten gekend zijn en gepubliceerd worden. Daarover mag geen enkele twijfel bestaan. Alle cijfers waarover ik beschik, zullen worden gepubliceerd wanneer daarom wordt gevraagd.
Wat de toegangspoortjes betreft, wachten we zoals gezegd op de studie van de NMBS om die proefprojecten te kunnen opstarten.
10.06 Brent Meuleman (Vooruit): Heren ministers, uw antwoord boezemt mij vertrouwen in. Deze regering heeft aangegeven het probleem aan te pakken en ik merk dat er al heel wat initiatieven zijn genomen. Ik wil toch een belangrijk aandachtspunt meegeven. Er wordt vaak over Brussel gesproken. We hebben het over de 20 extra veiligheidsagenten, over camera’s en over militairen. We mogen echter niet vergeten dat er ook op andere plaatsen in ons land noden zijn op het vlak van veiligheid in de stations. Als ik naar mijn eigen provincie kijk, denk ik aan Aalst en Dendermonde. Ik las vanmorgen in de krant de cijfers over Gent-Sint-Pieters. Ook daar is werk aan de winkel. Overal in ons land moeten mensen veilig de trein kunnen nemen en zich veilig in de stations kunnen verplaatsen. Onze Securailagenten slaken vandaag een noodkreet en u moet daarmee aan de slag. Zij doen er alles aan om ervoor te zorgen dat kinderen veilig naar school kunnen gaan en dat mensen veilig op hun werk geraken, maar dan moet een sterke overheid er wel voor zorgen dat zij hun werk veilig kunnen doen.
10.07 Dorien Cuylaerts (N-VA): Heren ministers, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben blij te horen dat veiligheid echt de hoogste prioriteit heeft voor iedereen hier in het halfrond en dat het van belang is dat mensen zich veilig kunnen voelen.
U haalde terecht aan dat er vanaf morgen in de Brusselse stations militairen zullen patrouilleren. We mogen ons echter niet beperken tot symptoombestrijding. We moeten het probleem ook bij de wortel aanpakken. Daar moet zeker werk van worden gemaakt. Ik heb uit uw antwoord begrepen dat dat zeker wordt opgenomen.
Het is immers van belang dat personen die rondhangen in de stations, sneller en kordater worden aangesproken. Er moet ticketcontrole zijn en de aanpak van zwartrijders moet worden opgedreven. De Securailagenten zouden meer interventiemogelijkheden moeten krijgen binnen een heel duidelijk kader.
Welke weerstand er ook is van de NMBS-directie, de vakbonden of andere departementen, laat u niet tegenhouden en garandeer een snelle uitrol van maatregelen die rechtstreeks ingrijpen op het terrein.
10.08 Frank Troosters (VB): Heren ministers, ik dank u voor uw antwoord.
Het Vlaams Belang vraagt al heel lang een structurele veiligheidsaanpak voor alle stations. Met de partij willen wij u daarbij ook helpen. Zondag hebben wij in Brussel een grote veiligheidsmeeting gehouden, waarop wij onze nieuwe veiligheidsbrochure hebben voorgesteld. Daarin staan 117 concrete voorstellen om de veiligheid te verhogen. Het gaat onder meer om het verhogen van de mankracht bij spoorwegpolitie Securail, het gebruik van bodycams, het uitbreiden van de bevoegdheden van veiligheidsagenten en een betere uitrusting, betere verweermiddelen, het versoepelen van omslachtige procedures, het registreren van de afkomst van daders en werk maken van een controleerbare zwarte lijst van stations en treinverboden. Er staan heel veel voorstellen in.
De voorzitter van de veiligheidsmeeting en mijn dappere en strijdvaardige vriend en collega Ortwin Depoortere heeft speciaal voor u een exemplaar gesigneerd. Ik mag het u van hem overhandigen. Hopelijk kunt u daar inspiratie uit halen.
(De heer Troosters overhandigt een brochure.)
De voorzitter: Het betreft ongetwijfeld een collector’s item, maar nu is het de vraag wie van beiden het kleinood in ontvangst mag nemen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
(Het antwoord zal door de minister van
Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling
worden gegeven. / La réponse sera donnée par le ministre de la Mobilité, du
Climat et de la Transition environnementale, chargé du Développement durable.)
11.01 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, de ombudsman van de luchthaven van Zaventem bekleedde bijna 25 jaar een functie die draait om neutraliteit en vertrouwen. Toch is de huidige ombudsman al jaren een erg omstreden figuur. Eerst bleek dat hij jarenlang bestuurder was van een bewonersvereniging die tegen de luchthaven ageert, wat hij als ombudsman expliciet niet mag doen. Daarna volgde een eerste veroordeling door de rechtbank voor belaging en laster tegen de luchthaven. Dat is nog maar het topje van de ijsberg, want een en ander was zo ernstig dat u hem onder onze druk tijdelijk hebt geschorst.
Gisteren volgde een nieuw onsmakelijk hoofdstuk, want hij is nogmaals veroordeeld voor nieuwe feiten tegenover de luchthavenleiding. Dat is geen 1 aprilgrap. Men zou denken dat een ezel zich geen tweede keer aan dezelfde steen stoot. Een ombudsman die zich mogelijk schuldig maakte aan belangenvermenging en meerdere correctionele veroordelingen op zijn conto heeft, kan onmogelijk nog geloofwaardig functioneren.
Daarnaast toont het dossier nog iets anders. Een ombudsman zonder mandaat, zonder duidelijke evaluatie en zonder sterke wettelijke basis is gedoemd om te mislukken. Dat is exact waarom wij enkele weken geleden nog broodnodige hervormingen hebben voorgesteld, die door het Parlement werden weggestemd.
De vraag vandaag is niet langer of er een probleem is, maar of u het wilt oplossen. Mijnheer de minister, zult u de ombudsman nu definitief ontslaan? Zult u alsnog werk maken van de hervormingen die wij enkele weken geleden hebben voorgesteld?
11.02 Minister Jean-Luc Crucke: Geachte collega, ik heb gisterenochtend vernomen dat de bemiddelaar, de heer Touwaide, veroordeeld is tot een gevangenisstraf van één jaar zonder voorwaardelijke vrijlating wegens vermeende gevallen van intimidatie.
De bemiddelaar was voor een maand geschorst, Die beslissing had ik gevraagd en werd door zijn werkgever, de FOD Mobiliteit en Vervoer, bevestigd. Zodra ik kennisnam van de rechterlijke uitspraak, heb ik mijn administratie om een kopie van het vonnis gevraagd, zodat ik het volledig kan analyseren. Op dit moment beschik ik daar nog niet over, aangezien noch ik, noch mijn administratie partij was in de procedure.
Volgens de informatie in de pers zal de heer Touwaide beroep aantekenen tegen de beslissing. Dat beroep heeft een schorsende werking. Niettemin lijkt de veroordeling de tweede te zijn voor soortgelijke feiten. Aangezien de functie van ombudsman berust op de onbetwistbare integriteit van de persoon die die functie uitoefent, en op het noodzakelijke vertrouwen dat hem omringt, heb ik de voorzitter van de FOD Mobiliteit en Vervoer gevraagd de situatie te analyseren. De FOD beveelt ontslag aan, een optie waarmee ik instem. Overigens, sinds de schorsing van de heer Touwaide wordt de taak van de dienst waargenomen door een ander lid van de dienst. Tegelijkertijd heb ik een herziening van de regelgeving opgestart om de functie van luchthavenombudsman nader te omschrijven en de onafhankelijkheid van zijn taak te waarborgen.
11.03 Britt Huybrechts (VB): Minister, bedankt dat u overweegt om de ombudsman te ontslaan en dat u het Vlaams Belang alweer gelijk geeft. Ik ben ook blij dat u overweegt om het voorstel dat wij hebben ingediend, uit te voeren. Een ombudsman die al 25 jaar zonder controle in functie blijft met twee veroordelingen, bewijst niet alleen zijn eigen falen, maar ook de noodzakelijke en dringende hervorming van hele systeem. Dat is exact wat wij enkele weken geleden hebben voorgesteld en wat door iedereen in de zaal werd weggestemd.
Waarom zeggen de N-VA, Vooruit en Anders. in de pers het ene, maar tonen ze met hun stemgedrag het tegenovergestelde? Het dossier legt dus niet alleen het falen van één man bloot, maar ook uw hypocrisie. U zou zich nu allemaal één voor één moeten schamen. De luchthaven van Zaventem en haar werknemers en reizigers zijn immers te belangrijk, net als de leefbaarheid in de Vlaamse Rand en in Vlaams-Brabant. Zij verdienen een ombudsdienst die bruggen bouwt, niet één die ze afbrandt.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
12.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Beste minister, afgelopen dinsdag, 30 maart, zaten honderdduizenden Belgen gefrustreerd aan hun computerscherm. Het was bijna de laatste dag van de maand en de mensen wilden nog rap van energiecontract veranderen omdat ze schrik hebben voor de hoge energieprijzen die veroorzaakt zijn door Donald Trump en Netanyahu.
Op die dinsdagavond, twee avonden geleden, hebben heel veel mensen zich geërgerd achter hun computer. Ze botsten immers op heel wat problemen. Enerzijds waren er veel websites die maar voor de helft werkten, anderzijds – wat nog erger was – hadden veel mensen het gevoel dat ze in de zak gezet zijn door hun energieleverancier.
Wat willen die mensen vandaag vooral doen? Ze willen graag nog snel veranderen van een variabel contract naar een vast contract, omdat ze hopen dat dit hun energiefactuur toch wat meer kan stabiliseren in deze onzekere tijden. Wat blijkt echter wanneer ze dat willen doen? De welkomstkorting waarop ze zo gerekend hadden, krijgen ze mogelijk niet meer omdat ze zogezegd niet lang genoeg gebleven zijn. En wat doen ze dan? Dan hebben ze eigenlijk maar twee opties. Ofwel kiezen ze ervoor toch van energiecontract te veranderen en scheuren ze misschien hun broek doordat ze die korting niet krijgen terwijl ze daarop gerekend hadden. Ofwel kiezen ze ervoor, uit schrik die korting te verliezen, toch te blijven bij een variabel contract in plaats van te kiezen voor een vast contract dat misschien meer zekerheid biedt in deze onzekere tijden.
Mijn vraag is heel eenvoudig, mijnheer de minister. Dit is een heel groot probleem. De mensen willen vooral duidelijkheid over hun energiecontracten. Wat zult u doen?
12.02 Minister Rob Beenders: Dank u wel voor uw vragen. Inderdaad, in de afgelopen weken is het vrij perverse verhaal naar boven gekomen dat mensen die al geswitcht waren omdat prijsvergelijkers de consumenten informeerden dat het beter zou zijn van contract te veranderen daar ze dan een goede besparing zouden doen op hun energiefacturen, nu de boodschap kregen dat als ze nog eens zouden veranderen van contract, ze hun welkomstkorting verliezen.
Bij sommige contracten zou zo tot wel 800 euro gerecupereerd worden doordat de consument langer gebruik maakte van een gekozen contract waarbij hij ervan uitging dat hij er een besparing mee zou doen. Dat is redelijk pervers. In de cijfers zien we vandaag dat een op de twee gezinnen met een van de tien duurste contracten zit, ook al zijn we kampioen in het switchen.
Belgen gaan ervan uit dat als ze veranderen van contract, ze minder moeten betalen, maar in de feiten zien we nu dat Belgen veranderen van contract maar meer moeten betalen. Dat komt onder andere omdat welkomstkortingen worden beloofd waaraan zulke strenge voorwaarden gekoppeld zijn dat bijna niemand er recht op heeft. In een internationale crisis, wanneer mensen bereid zijn om misschien iets meer te betalen om van een variabel naar een vast contract te gaan, krijgen ze eigenlijk de boodschap dat ze dat beter niet doen, omdat ze veel geld zullen verliezen als ze nu switchen. Dat lijkt bijna een manier om klanten op een misleidende manier te binden. Dat kan niet.
We hebben de voorbije weken nog andere zaken gezien, zoals contracten waarvan de prijs plots werd gewijzigd zonder dat de klant werd geïnformeerd. Dat zijn allemaal perverse praktijken. Dat kan niet door de beugel. Morgen bespreken we in de regering, in tweede lezing, het pakket houdende koopkracht energie. Ik ga samen met collega Bihet met vijf maatregelen naar de regering. Het is de bedoeling om de stroomfactuur structureel eerlijker, transparanter, maar ook goedkoper te maken wanneer de consument de moeite doet om prijzen te vergelijken.
12.03 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, zoals u weet, zijn veel mensen vandaag oprecht bezorgd over hun energiefactuur. We zitten in een energiecrisis en op zo’n moment hoopt men dat energieleveranciers aan uw kant staan. Als dat niet zo blijkt te zijn, dan moet de regering of de minister wel aan de kant van de mensen staan om hen daartegen te beschermen. Ik ben blij te horen dat u dat morgen ook effectief wilt doen. We hebben het net gehad over de welkomstkorting, maar zoals u het beschrijft, denk ik dat we eerder over sjoemelkortingen moeten spreken. De mensen worden misleid. Dat mag absoluut niet de bedoeling zijn.
Ik hoop echt dat het pakket maatregelen wordt goedgekeurd, zodat we de koopkracht van de mensen maximaal kunnen beschermen in tijden van energiecrisis. Dat is waarvoor we moeten gaan.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Hiermee sluiten we de mondelinge vragen af.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, de heren Stéphane Lasseaux
en Axel Weydts, verwijzen naar het schriftelijk verslag.
13.01 Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik stel voor dat ik alvast begin, in afwachting van de komst van de minister.
De voorzitter: Hij wordt opgebeld, maar u mag beginnen, tenzij u hem onmiddellijk nodig hebt.
Voorzitter:
Wouter Vermeersch, ondervoorzitter.
Président: Wouter Vermeersch, vice-président.
13.02 Peter Buysrogge (N-VA): Dat is een delicate vraag.
Collega’s, er is vandaag een ontwerp op de agenda weggevallen en ik wil de vrijgekomen tijd gebruiken om vandaag uitgebreid het woord te voeren.
De regering is ambitieus op het vlak van defensie, eindelijk, zou ik zeggen. De geopolitieke situatie waarin we verkeren, vergt moed en investeringen en ik kan toch zeggen dat dat met deze regering gebeurt. Zoals we allemaal weten, werd het budget opgetrokken om te voldoen aan de internationale verplichtingen en vooral om ons defensieapparaat te versterken.
Eind vorig jaar keurden we hier ook de militaire programmeringswet goed die duidelijkheid geeft over de versterking van de verschillende machten en het nodige materieel. Gisteren bespraken we in de commissie ook het Kwartierplan. Meer manschappen – mannen en vrouwen – betekent ook nood aan deftige infrastructuur en voldoende territoriale spreiding. Verder wordt er gewerkt aan een goed sociaal overleg en interessante arbeidsvoorwaarden. Hopelijk beseffen alle vakorganisaties dat. Dat zorgt voor heel veel interesse bij jong en minder jong in Defensie. We merken dat op infodagen en aan de actie rond het militaire dienstjaar. Die instroom is essentieel om de verschillende ambities daadwerkelijk te realiseren.
Het voorliggende wetsontwerp verlegt niet de hele rivier, maar wel een steen in die rivier. Wat vandaag voorligt, is een gerichte modernisering van het militair personeelsstatuut, aangepast aan de realiteit. Zo krijgen beroepsofficieren expliciet de mogelijkheid om een universitaire masteropleiding te volgen en dus aan te sluiten bij de master-bachelorstructuur. Dat is belangrijk in domeinen als ICT, cyber en technologische innovatie. Het ontwerp brengt ook stabiliteit in de loopbaan van de militairen door het regime van de beperkte duur (BDL). Er zijn dus geen opeenvolgende jaarlijkse verlengingen meer, maar een duidelijke verlenging voor vier jaar in een keer. Dat betekent minder onzekerheid en meer perspectief voor onze jonge militairen.
Tot slot, collega’s, in tegenstelling tot wat ik bij aanvang aankondigde, zal ik het kort houden. Ik ben zeer tevreden dat ons amendement omtrent de inschrijvingsleeftijd voor reservisten werd goedgekeurd. Tot op heden kan men geen reservist worden, als men ouder is dan 35 jaar. Men kan geen reserveonderofficier of reserveofficier worden, als men ouder is dan 51 jaar. Collega’s, waarom zou een fitte veertiger of zelfs een fitte vijftiger – ik kan er sinds kort over meespreken – zich geen kandidaat kunnen stellen om reservist te worden?
Met wat vandaag voorligt, werken we terecht onnodige drempels weg. Het zal dan ook geen verrassing zijn dat onze fractie het ontwerp enthousiast zal goedkeuren.
13.03 Annick Ponthier (VB): Collega’s, dit wetsontwerp is een stap in de goede richting en komt geen dag te vroeg. Een modernisering van het statuut van onze militairen, met meer flexibiliteit in de instroom en de opleidingstrajecten, drong zich al heel lang op. Het systeem was nu eenmaal te rigide, wierp te veel administratieve rompslomp en drempels op en had te weinig oog voor alternatieve arbeidsprofielen en reeds opgedane ervaring van nieuwe rekruten.
Het voorliggende ontwerp wil daarom onder meer alternatieve vormingstrajecten mogelijk maken, de erkenning van verworven ervaring versoepelen en inspelen op nieuwe noden, zoals de vorige spreker heeft aangehaald, bijvoorbeeld binnen de cybercapaciteiten. Daarnaast bevat het ook maatregelen inzake loopbaanverlenging en tuchtregeling.
Onze Vlaams Belangfractie zal dit wetsontwerp steunen. De uitdagingen waar Defensie vandaag voor staat, zijn immers reëel en acuut. We kampen nog altijd met een schrijnend personeelstekort, te weinig instroom en een moordende concurrentie met de private arbeidsmarkt, zeker voor die gespecialiseerde profielen. Meer flexibiliteit kan dus helpen om die knelpunten op te vangen en talent aan te trekken dat vandaag moeilijker de weg vindt naar Defensie.
Steun betekent echter niet dat we geen kritische vragen mogen stellen. We hebben dat ook gedaan in de commissie. De voorzitter van de commissie zal dat zeker beamen. De kernvraag is voor ons hoe we ervoor zorgen dat die flexibiliteit niet leidt tot minder kwaliteit. Wanneer men vormingstrajecten inkort of alternatieve instroomroutes creëert, moet de lat minstens even hoog blijven liggen. Defensie is geen gewone werkgever. Het gaat om leiding, om verantwoordelijkheid en om inzet in soms extreme omstandigheden. Men kan zich dan ook geen enkele vorm van kwaliteitsverlies permitteren.
Daarom hebben wij aan de minister in de commissie gevraagd hoe concreet wordt gegarandeerd dat die hervormingen niet leiden tot een verlaging van de instap- en opleidingsnormen. Op basis van welke objectieve criteria wordt beslist dat een verkort traject gelijkwaardig is aan de bestaande vorming, onder meer op het vlak van leiderschap en commandovoering? De antwoorden op die vragen bleven wat ons betreft redelijk vaag. De toekomst zal moeten uitwijzen of die vragen terecht zijn.
Daarnaast blijft het onduidelijk welke opleidingen precies worden aangepast of opengesteld. Gaat het uitsluitend over specifieke knelpuntprofielen, zoals binnen ICT en cyber, of wordt dat breder opengetrokken? Transparantie daarover is wat ons betreft essentieel, zowel voor het Parlement als voor de geloofwaardigheid van het systeem.
Een tweede punt betreft de internationale context. Onze officieren en militairen opereren niet in een vacuüm, maar vaak in NAVO- of multinationale structuren. Hoe zullen de nieuwe trajecten zich verhouden tot de standaarden bij onze bondgenoten? We mogen namelijk niet het risico lopen dat onze opleidingsniveaus te sterk afwijken of minder worden erkend in internationaal verband.
Tot slot heb ik nog een korte opmerking over het amendement ingediend door de heer Buysrogge over de reservisten. Het optrekken van de leeftijdsgrens is uiteraard een positief element en kan nuttig zijn om extra capaciteit te creëren. De fitte vijftigers onder ons – nietwaar, collega Buysrogge – kunnen immers zeker een meerwaarde bieden binnen onze defensiestructuren. Dan moet echter wel duidelijk worden gedefinieerd in welke functies die profielen bij voorkeur worden ingezet. Niet elke rol binnen Defensie is immers geschikt voor oudere reservisten. Ook daar is dus een doordachte invulling noodzakelijk. Dat hebben wij ook aangekaart in de commissie.
Collega’s, ik herhaal dat we het voorliggende wetsontwerp steunen omdat het inspeelt op de reële noden binnen Defensie. Flexibiliteit mag echter nooit een synoniem worden voor vrijblijvendheid. Als we die weg inslaan, dan moet dat gepaard gaan met strikte kwaliteitsbewaking, een duidelijke afbakening en volledige transparantie.
Eén principe moet voor ons altijd primeren: bij Defensie mag de lat nooit naar beneden.
13.04 Philippe Courard (PS): Monsieur le président, chers collègues, je serai aussi bref que la considération de l'Arizona pour la concertation sociale, notamment au sein de la Défense.
Nous soutiendrons ce projet, je l'annonce d'emblée, car celui-ci a fait l'objet d'un accord avec les organisations syndicales dès juillet 2023, sous le précédent gouvernement. Il reprend une série de mesures qui améliorent le statut des militaires, notamment pour plus de stabilité professionnelle et d'opportunités dans la progression professionnelle.
Cependant, en politique, il y a toujours le fond et la forme. Ce texte me permet de rappeler la reddition sociale qui est demandée aux militaires par ce gouvernement. Le climat social au sein de la Défense est un véritable champ de bataille face au pilonnage massif des droits sociaux des militaires. Les militaires sont, pour cette majorité, une variable d'ajustement et ils verront leur carrière prolongée unilatéralement de 11 ans, ce qui pour moi est une insulte au regard de leur sacrifice pour notre sécurité.
Et les chiffres sont effarants. Imaginez-vous, les militaires à eux seuls assurent 18 % des efforts totaux de la réforme des pensions de l'Arizona, alors qu'ils ne représentent que 0,48 % de la population active. Ce sont vraiment les pigeons de l'Arizona.
Ces femmes et ces hommes sont mis à toutes les sauces, notamment par le MR et la N-VA, puisqu'ils sont aujourd'hui policiers de fortune, à bon marché, face à l'incapacité du ministère de l'Intérieur d'assurer la sécurité des Belges. En temps de paix, c'est bien entendu – il faut le rappeler – à la police qu'il revient d'assurer la sécurité intérieure dans notre pays. C'est un sparadrap pour cacher les effectifs policiers qui fondent comme neige au soleil, une police fédérale dont les moyens manquent et qui pourrait encore perdre 800 policiers d'ici 2029 à la suite des décisions du gouvernement. Ce n'est pas le groupe PS qui le dit, mais c'est la Cour des comptes. Et ce texte en est une nouvelle démonstration.
Les amendements déposés à la dernière minute par M. Buysrogge et la majorité Arizona en commission n'ont pas été discutés avec les organisations syndicales. Bref, une nouvelle fois, ce texte a été utilisé pour faire passer en catimini des réformes, telles que l'allongement de l'âge de la réserve.
Soyons clairs, notre pays et l'Union Européenne doivent assurer la sécurité, ce qui clairement se fait depuis la précédente législature. Notre pays a d'ailleurs réinvesti lors de la précédente législature dans l'appareil de la défense avec une trajectoire soutenable, mais aussi en réinvestissant dans les conditions de vie, de travail et de pension de nos militaires. Jamais on n'a fait autant de progrès pour le statut des militaires, pour leur pension que sous la précédente législature.
Notre sérieux nous a aussi conduit à revaloriser le statut des militaires et leur pension, comme je le disais, ce qui est vraiment du jamais vu depuis 20 ans. Vous préférez maintenant changer d'optique, rompre le contrat social et prolonger leur carrière de plus de 10 ans, sans tenir compte de la pénibilité de leur job. Rappelons-le, sans nos militaires, nous ne sommes rien. Nos chars et nos avions resteront évidemment dans les hangars de nos nouvelles casernes s'il n'y a pas de militaires pour les faire fonctionner. Et, pour faire un parallèle avec le point discuté hier en commission, pour que le plan déposé par M. le ministre puisse réussir, il faut des militaires expérimentés et de qualité. Or, que constate-t-on? Nous avons certes beaucoup de candidates et de candidats pour entrer dans l’armée, mais nous n’en trouvons pas pour toute une série de postes spécifiques, particuliers et déterminants. C'est notamment le cas pour les mécaniciens et les techniciens. Nous n'en trouvons pas parce que ces personnes trouvent des conditions salariales nettement supérieures dans le privé. Pire encore, elles sont formées à la Défense et partent ensuite vers le privé.
Toutes les entreprises qui travaillent dans l’armement connaîtront des jours meilleurs, vu l’importance des commandes actuelles, et continueront donc à débaucher nos militaires expérimentés. La seule façon de les retenir était de leur offrir un statut permettant d’avoir des avantages, peut‑être pas un salaire équivalent à celui du privé, mais au moins une stabilité de carrière, une pension raisonnable à un âge raisonnable. Mais même cela n’existe plus!
J’ai donc vraiment des craintes pour l’avenir. Comment va‑t‑on réparer et entretenir notre matériel? Sans doute va‑t‑on nous amener vers une thèse libérale arguant qu’il n’y a qu’à remettre cela au privé. Cela coûtera encore beaucoup plus cher que de le faire nous‑mêmes.
J’aurais aimé qu’aujourd’hui, en séance plénière, nous examinions le plan social pour nos militaires, un plan social qui n’est qu’un peu d’eau pour faire passer la très grosse pilule que vous voulez leur faire avaler. Certains diront que c’est mieux que rien.
Nous le savons, le plan social du ministre est encore plus furtif que votre très cher F‑35. De plus, nous ne disposons d’aucun agenda en la matière, ce qui me chagrine terriblement.
Je vous remercie pour votre attention. Nous soutiendrons le texte, mais resterons évidemment attentifs au plan social et au statut de nos militaires, qui sont des personnes exceptionnellement importantes pour nous.
13.05 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, chers collègues, mon intervention exprimant notre position quant à ce projet de loi sera brève. Ce projet de loi contient des dispositions positives concernant le statut des militaires, et qui sont considérées comme telles par les syndicats car il est le fruit d'un accord social datant de l'ancienne législature, et qui se concrétise aujourd'hui. Ceci dit, l'Arizona a tout de même tenu à y mettre sa petite touche personnelle: en dehors de toute concertation sociale, l'Arizona est arrivé avec des amendements de dernière minute dans le but de modifier le texte.
Il y a deux raisons pour lesquelles c'est problématique. Premièrement, il y a un non-respect de la concertation sociale. Un accord a été conclu avec les syndicats et on s'est mis d’accord sur un texte, puis on vient modifier ce texte à la dernière minute, juste avant le vote, sans concertation avec ces derniers.
Deuxièmement, on reproduit dans ce texte la logique de faire travailler tout le monde jusqu'à 67 ans, en ce compris les réservistes. C'est ce qui explique pourquoi il n'y a pas eu de concertation sociale. Elle n'a pas eu lieu parce qu'on veut augmenter l'âge de la pension des réservistes à 67 ans contre l'avis des militaires. Je vous rappelle que les militaires se sont positionnés l'année passée et ont manifesté contre la pension à 67 ans: "Il n'est pas question que la Défense devienne une maison de retraite."
Je vois que le ministre de la Défense arrive au bon moment.
Vu le non-respect de la concertation sociale et le relèvement de l'âge de la pension des militaires, y compris des réservistes, à 67 ans, le PTB ne pourra pas soutenir ce texte sans avoir reçu l'avis des syndicats, raison pour laquelle nous nous abstiendrons.
13.06 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le président, chers collègues, le projet de loi que nous approuvons aujourd'hui a recueilli un large consensus en commission, à l'exception de ceux qui, comme d'habitude, ne veulent pas soutenir notre Défense, même en ces temps très troublés, et même quand nous adoptons des mesures favorables au personnel qui dédie sa vie ou une partie de celle-ci à la défense de notre démocratie. Je vous avoue que je continue à ne pas le comprendre.
La modernisation du statut et le renforcement de l'attractivité des emplois au sein de la Défense sont essentiels. Ils doivent évoluer dans la société, en fonction des besoins de la Défense. C'est nécessaire pour avoir une défense performante, ce qui est l'objectif de notre gouvernement. J'en suis heureux et je constate que quasi l'ensemble des groupes de l'opposition est de cet avis également. Certes, les dispositions du texte qui nous est soumis aujourd'hui peuvent paraître assez techniques, mais elles peuvent aussi avoir une grande importance pour les personnes concernées.
Tout d'abord, il s'agit de mieux valoriser leur formation de départ. Ensuite, il s'agit de leur permettre de suivre plus facilement des formations à l'extérieur. C'est un enrichissement personnel et un plus pour la Défense également. Troisièmement, il s'agit de leur permettre de prolonger de quatre ans, en une fois, leur carrière à durée limitée, ce qui apportera de la sécurité aux personnes concernées. Il s'agit aussi de leur donner la possibilité de prolonger les mesures d'ordre qui peuvent assurer un apaisement de relations dégradées et, dernière chose, d'actualiser la base légale pour les soins médicaux, ce qui amène une clarté juridique et permet de sécuriser nos militaires.
Comme je le disais en commission, la disparition des mesures discriminatoires basées sur l'âge pour entrer et rester dans la réserve attirera l'attention. Cela permettra d'attirer des gens de talent, avec une belle expérience, dans la réserve. Des citoyens qui veulent donner du temps à la nation et aider à la protéger. Cela permettra également de lutter contre l'âgisme. Je reste convaincu que les personnes avec des cheveux gris ou des barbes plus claires que certains peuvent apporter beaucoup à notre Défense.
Cette mesure permettra aussi de réveiller le sens civique chez nos concitoyens. À tout âge, chacun peut participer à la défense de la Belgique. C'est pourquoi vous comprendrez que nous soutiendrons votre projet de loi.
13.07 Axel Weydts (Vooruit): Elke verbetering van het statuut van onze militairen zullen wij uiteraard met veel plezier ondersteunen. Het gaat weliswaar om kleine stapjes, maar die kleine stapjes zijn de voorbode van een grotere stap met het sociaal akkoord. Daar ben ik van overtuigd. Ik ben dus zeer blij met deze verbeteringen.
Ik wil ook de collega-hoofdindiener danken om een amendement in te dienen dat het mogelijk maakt om op een latere leeftijd tot de reserve toe te treden. Zoals u weet, ben ik zelf reserveofficier bij onze Defensie en ik kan dat iedereen aanraden. Ik zie hier collega's met veel talent, kennis en engagement voor de maatschappij. Sommigen konden zich misschien niet meer bij de reserve aanmelden wegens hun leeftijd. Ik zie dat aan de grijze haren en de haren die ontbreken, mijnheer Lasseaux. Na de goedkeuring en de publicatie in het Belgisch Staatsblad kunt u zich als reservist bij onze Defensie aanmelden. Ik kan het alleen maar aanraden. U kunt alle informatie daarvoor vinden op de website mil.be. Niets houdt u nog tegen.
De voorzitter: Collega Weydts, u maakt melding van een amendement. Onze diensten hebben tot op heden nog niets ontvangen. U hebt tijd tot het einde van de algemene bespreking om uw amendement in te dienen.
13.08 Koen Van den Heuvel (cd&v): Over dat amendement is al gestemd in de commissie. Dat is allang in orde, denk ik, mijnheer de voorzitter.
Onze fractie is blij met dit wetsontwerp, dat we volmondig zullen steunen. Ik ga ervan uit dat er een brede steun is in deze Kamer. Het is noodzakelijk dat, wanneer het leger wordt opgeschaald, niet alleen wordt geïnvesteerd in materiaal en nieuwe wapensystemen, maar ook in voldoende professionele, goed getrainde en gemotiveerde mensen om dat nieuwe materiaal en die wapensystemen te gebruiken, te onderhouden en te bedienen. Het is dan ook goed dat een aantal inefficiënte procedures worden aangepast. Op die manier moet het nieuwe statuut voor de militair meegaan met de tijd en moderne technieken kunnen omvatten, zodat nodeloze procedures die voor vertraging zorgen en minder efficiënt zijn, verdwijnen.
Tot slot, als inmiddels 60-plusser ben ik bijzonder blij dat ook voor het reservekader de leeftijdsgrens is weggevallen. Ik ben er meer dan ooit van overtuigd dat 50-plussers nog zeer nuttige en gemotiveerde krachten zijn, ook voor het reservekader binnen Defensie. Zij kunnen op een polyvalente manier worden ingezet om ons land te dienen, mijnheer de minister. Vandaar onze steun voor het amendement en voor het volledige wetsontwerp.
De voorzitter: Mijnheer de minister, u was te laat in de zaal, maar misschien wenst u toch nog te reageren.
13.09 Minister Theo Francken: Dank u. Mijn excuses. Ik ben verwittigd en ben onmiddellijk gekomen. Normaal worden we even gebeld, maar dat maakt niet uit. We zijn hier.
We hebben het debat uiteraard al uitgebreid kunnen voeren in de commissie, met een zeer positieve inbreng vanuit de Kamer via een amendement van de Kamerleden zelf op het voorliggende wetsontwerp. Dat is misschien wel het belangrijkste, omdat het gaat over de leeftijdsbepaling.
Ik ben nu 13 à 14 maanden minister en een vraag die zeer vaak terugkwam, is waarom men geen reservist kan worden. Die vraag werd bijvoorbeeld gesteld door iemand van 51 die fysiek fit is en zijn steentje wil bijdragen aan de bescherming van ons land, van het Westen en van onze waarden. Dat is nodig. Iemand kan bijvoorbeeld sterk zijn in IT of arts of tandarts zijn en toch willen bijdragen en, ondanks een leeftijd van bijvoorbeeld 51 jaar, de fysieke test perfect kunnen uitvoeren. Dat zijn soms ook mensen met een universitair diploma die zich graag willen inzetten als reservist.
Voor hen is dit een heel grote stap voorwaarts. Dat mag niet worden onderschat. Toen u de stemming in de commissie had aangekondigd, mijnheer Buysrogge, hebt u heel veel reacties gekregen, net als ik. Eindelijk! Honderden tot duizenden mensen zitten hierop te wachten. Dit heeft dus echt een directe impact.
Zodra deze wet wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, zal het effectief mogelijk zijn om ook na de leeftijd van 50 jaar deel te nemen aan Defensie. Dat zal ertoe leiden dat vele duizenden mensen zich kunnen inzetten binnen onze krijgsmacht. Tegelijkertijd geldt dat men niet verplicht is om tot 67 jaar actief te blijven. Wie wil afzwaaien, kan dat doen. Men dient enkel de nodige documenten te ondertekenen en dan is men vertrokken. Men moet dus geen reservist blijven. Een situatie waarin mensen verplicht reservist worden – ook u misschien, mijnheer Boukili, dat document zal ik graag ondertekenen – is momenteel niet aan de orde. We zijn er nog lang niet aan toe dat ik u kan oproepen om reservist te worden. Dat wordt lachen als u naar mij moet luisteren.
Ik denk dat dit een goed wetsontwerp is. Een aantal technische kwesties worden erin geregeld, wat al jaren wordt gevraagd. Naast de leeftijdsbepaling is ook het aspect van elders verworven competenties belangrijk. We evolueren steeds meer naar een modern hr-beleid, niet alleen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, met de VDAB en de Forem, maar ook binnen Defensie.
Defensie is de grootste aanwerver van het land, met ongeveer 4.000 nieuwe aanwervingen per jaar, wat neerkomt op ongeveer 20 personen per werkdag. We moeten ook mee evolueren naar een modern hr-beleid. Een burgemeester moet dat in zijn gemeente op een goede manier doen, net als de gemeentescholen en de administratie, maar dat geldt ook voor de minister van Defensie. We hadden eigenlijk geen competentiebeleid met betrekking tot de elders verworven competenties (EVC), hoewel Europa ons daarvoor een aantal verplichtingen oplegt. We hinkten achterop en zetten nu eindelijk die stap vooruit. Eindelijk zal men ook elders verworven competenties kunnen laten valoriseren. Dat is heel positief. Nu telt niet alleen het diploma, maar ook de praktijkervaring. Bijvoorbeeld, iemand die nooit voor bakker heeft gestudeerd, maar wel 30 jaar als bakkersgast heeft gewerkt en binnenkomt bij Defensie, kan die ervaring laten valoriseren. Dat zijn geen zotte dingen, maar wel stappen vooruit in het leven van heel veel militairen, reservisten en burgers bij onze krijgsmacht. Dat is dus echt positief.
Er is wat ophef over de manier waarop wij onze militairen behandelen die op straat staan. Ik wil een beetje misbruik maken van deze Kamerzitting om daarover iets te zeggen. Het is niet zo dat zij slecht behandeld worden. Ze gaan nu al een week de straat op en ik ben heel blij dat ze er staan om de Joodse gemeenschap te beschermen. Vanaf morgen zullen onze militairen worden ontplooid in de stations en metrostations in Brussel, in het kader van de strijd tegen drugs en tegen de vele overlastfenomenen die we helaas steeds meer zien in onze prachtige hoofdstad. Ze zullen ook worden ingezet voor FIPA's, geïntegreerde politieacties tegen illegaliteit en criminaliteit. Er is immers heel veel illegaliteit en criminaliteit in onze hoofdstad en in het Hoofdstedelijk Gewest.
Tegelijk moeten we ervoor zorgen dat militairen die worden ontplooid op een goede manier worden opgevangen. Momenteel verblijven ze in Peutie. Dat kwartier is niet ideaal. Het blok waarin ze verblijven, heeft nood aan renovatie. Daarom worden er nu tenten geplaatst. Ze verblijven in tenten, maar die zijn best wel degelijk uitgerust, met bedden en kastjes. In die zin klopt het niet hoe het wordt verwoord.
Er wordt ook gezegd dat zij slechts 5 euro per uur zouden krijgen. Iedereen weet dat we een sociaal akkoord hebben afgerond met de grootste militaire vakbond. Dat akkoord ligt momenteel ter onderhandeling voor in de Conego. Ik zal dat sociaal akkoord zo snel mogelijk aan de Kamer voorleggen, zodat het begin volgend jaar in werking kan treden. Dan zullen zij een veel betere vergoeding krijgen. Het is bovendien niet zo dat ze vandaag niets krijgen. Wel is het zo dat niet elk uur wordt betaald, wat tot frustratie leidt. Dat weten we. Het is ook iets wat we allemaal hebben opgenomen in onze partijprogramma’s, zeggende dat dit moet worden aangepakt. Wij hebben daarover al vaak gesproken in de commissie.
Dat zal er nu komen. Ze worden ingezet als operationele inzet, op niveau 2. Het is dus niet zo dat ze niets extra krijgen. Ze krijgen wel degelijk extra’s. Maar we zijn nog niet waar we moeten zijn. Als het sociaal akkoord wordt omgezet in wetgeving – hopelijk heel snel, voor het einde van het jaar –, dan zal het vanaf volgend jaar een heel stuk beter zijn. Ik ben daar echt mee bezig.
Het argument dat er geen juridische basis zou zijn, klopt niet. Sorry. Er zijn rules of engagement. Ik heb die uitgebreid kunnen toelichten in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies, achter gesloten deuren. Ik zal al die dingen hier niet opnieuw toelichten, want een deel daarvan valt onder de operations security. Op zich gaat het om maatregelen die men ook niet publiek hoeft toe te lichten, want dan brengt men misschien militairen in gevaar, en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Er is echter wel degelijk een juridische basis. Wat de vakbonden daarover zeggen, is manifest onjuist. We zijn met bezig de Codex. Dat weten jullie. We zullen daar zo snel mogelijk mee naar hier komen.
Ik sta uiteraard ter beschikking voor bijkomende vragen, collega’s. Proficiat aan Peter en aan de andere collega’s voor het amendement inzake de leeftijd.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1285/6)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1285/6)
Het wetsontwerp telt 12 artikelen.
Le projet de
loi compte 12 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 12 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 12 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, de heren Benoît Piedboeuf,
Niels Tas en Xavier Dubois, verwijzen naar het schriftelijk verslag.
Collega’s, ik zie dat de minister nog niet aanwezig is en wij verwachten toch dat hij aanwezig is. Ik geef hem een vijftal minuten respijt, maar daarna zal ik de vergadering schorsen. Ik hoop dus dat hij hier tijdig zal zijn.
Mevrouw Verkeyn, u hebt het woord.
14.01 Charlotte Verkeyn (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega's, de meerwaardetaks is een heikel onderwerp en discussiepunt, maar kijk, we zijn hier. We zijn een hervormingspartij en we nemen onze verantwoordelijkheid.
Voor de partijen in het halfrond die onze hervormingsregering met bepaalde bewoordingen omschrijven, heb ik ook een term die vandaag ook al herhaaldelijk aan de orde kwam, namelijk uitdelen, uitdelen, uitdelen, uitdelen, hetgeen ons jammer genoeg bracht tot het punt waar we nu staan. Mijn fractie verdedigt het regeringsbeleid dat met drie woorden kan worden omschreven. Het zijn niet de woorden die de oppositie graag hoort, maar die tonen dat de regering doet wat ze moet doen, namelijk saneren, saneren, saneren.
Het zal u niet verbazen dat de meerwaardebelasting voor de N-VA-fractie absoluut geen doel en ook geen natte droom is, maar wel een maatregel die voortvloeit uit een compromis dat nodig was om belangrijke hervormingen in een breder hervormingsbeleid te kunnen realiseren. Wij vinden het belangrijk dat we op lange termijn uit het slijk geraken. We gaan voor activering, voor hervorming en voor een verlaging van de lasten op arbeid. De hervorming van de fiscaliteit wordt gekoppeld aan budgettaire verantwoordelijkheid.
Voor de N-VA is het heel duidelijk dat vooral de lasten op arbeid in ons land te hoog zijn. De hervorming op dat vlak zal ook onze ondernemers op termijn ten goede komen. Op dit ogenblik bespreken wij de meerwaardetaks, maar over enkele weken zullen we hier een belangrijk wetsontwerp bespreken waarmee wij de belastingdruk op arbeid met tot wel 4 miljard euro zullen verlagen.
Collega’s, wie door het slijk gaat en zijn schoenen vuilmaakt, moet af en toe de tijd nemen om ze te laten drogen. Dat is exact wat hier gebeurt. Saneren, saneren, saneren gaat niet op één nacht en gebeurt niet met één maatregel. Wij mogen de maatregel ook niet isoleren van wat voor ons belangrijk is. De lastenverlaging op arbeid tot wel 4 miljard euro zal goed zijn voor onze economie.
De meerwaardebelasting is trouwens niet helemaal nieuw. Wij hebben talrijke voorbeelden uit het verleden, zoals de Reynderstaks, de aanmerkelijkbelangheffing en de belasting op meerwaarden die voortkomen uit speculatie of abnormaal beheer van het privévermogen. Wij komen hier dus niet met iets volledig nieuws aandraven waarvoor wij moeten worden gematrakkeerd, zeker niet gezien de bedoeling op langere termijn.
Wij zijn er vast van overtuigd dat de toekomst zal uitwijzen dat de huidige regering doet wat nodig is, namelijk verantwoordelijkheid dragen voor keuzes die in het verleden wel degelijk zijn misgelopen. Ik verwijs ook naar de bespreking van vanmiddag. De rentelasten door gemaakte schulden zijn niet veroorzaakt door de huidige regering, maar zij moet die wel oplossen. Dat zullen we dan ook doen.
Het is ook niet de bedoeling om kleine beleggers en investeerders te viseren. Wij willen hen beschermen. Zonder twijfel zullen we straks een uitgebreid relaas en een uitgebreide monoloog horen waarin men dat tegenspreekt, maar het wetsontwerp voorziet wel degelijk in vrijstellingen. Iedereen kan er zijn idee over hebben of de vrijstellingen al of niet voldoende zijn om normale beleggers, investeerders en ondernemers te beschermen. Ik herhaal echter dat wie zijn schoenen vuilmaakt in het slijk en ze wil laten drogen, daar enige tijd voor moet nemen om ze nadien ook te wassen. De praktijk zal uitwijzen waar bijsturing eventueel nodig is.
De essentie is voor ons duidelijk. Wij nemen met onze partij onze verantwoordelijkheid op en durven dit ontwerp te verdedigen, omdat het niet op zichzelf staat, maar deel uitmaakt van een bredere oplossing. Ik kijk uit naar de komende hervormingsmaatregelen, waarbij we aan de andere zijde ook 4 miljard euro zullen investeren.
De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer Vereeck om zijn schoenen in het slijk vuil te maken.
14.02 Lode Vereeck (VB): Collega Verkeyn, als het uw verdedigingsstrategie is om te verwijzen naar de personenbelasting, dan is dat toch wel een onwaarschijnlijk doorzichtig afleidingsmanoeuvre. Ik hoop dat u met betere argumenten komt om de historische belasting die de meerwaardebelasting is, in die zin dat we ze in België niet kenden, te verdedigen. Een afleidingsmanoeuvre richting de personenbelasting had zelfs ik niet verwacht.
Overigens, u maakt een fout. De door u aangekondigde daling ten belope van 4 miljard euro in de personenbelasting geldt pas vanaf 2030. In 2029 zou dat slechts goed zijn voor driekwart. Als de maatregel ter zake er al komt, want dat vergt inderdaad 3 à 4 miljard euro en dat is nu precies waar de regering naar op zoek is. Het zou dus weleens kunnen dat die vermindering nooit wordt gerealiseerd.
Bovendien – ik heb dat bij de begrotingsbespreking al gezegd – staat daar ongeveer 11 miljard euro aan taksen tegenover. Ik heb het dan niet over de meerwaardebelasting, want dat gaat maar over 500 miljoen euro. De bevolking gaat er dus 6 à 7 miljard euro aan koopkracht op achteruit. Als u dat wilt nalezen, vindt u alles netjes terug in een overzicht op mijn sociale media. Ik heb daar ook een duidelijk filmpje over. Die cijfers licht ik graag toe.
Mijnheer de minister, ik heb het advies bij van de Inspectie van Financiën over de meerwaardebelasting. De regering had dat in april 2025, een jaar geleden, met urgentie opgevraagd, dus binnen de twaalf werkdagen. Herkent u dat nog?
Dat is dus al een jaar geleden. Dat doet mij denken aan De Wevers uitspraak "Sire, geef me 365 dagen." Er zijn intussen 365 dagen verstreken sinds dat met urgentie opgevraagde document. Dat zegt eigenlijk alles. Als de oppositie echter och God och Here advies vraagt aan de Raad van State over toch wel technische amendementen met betrekking tot de programmawet – u moet ze maar eens lezen –, dan is het kot hier te klein. Dat advies voor toch degelijk onderbouwde amendementen vergt amper een maandje respijt, terwijl u er al een jaar mee bezig bent.
Laat ik ook nog iets duidelijk stellen over die amendementen. Ik ben er al mijn hele leven van overtuigd dat het cordon een zeer ondemocratische manier van werken is. Wij passen dat niet symmetrisch toe. Een goed voorstel van de meerderheid of van andere oppositiepartijen zullen wij consequent goedkeuren. Vandaar dat wij geen probleem hadden met de goedkeuring van de betreffende amendementen.
Na dat met urgentie gevraagde advies van de Inspectie van Financiën is intussen een jaar verstreken. Men zou kunnen zeggen dat dat een detailtje is, maar in de politiek zijn dat soort details geen voetnoten. Het uitstel en de vertraging in dit dossier en in zoveel andere dossiers zijn tekenend voor het bestuurlijk amateurisme van de regering-De Wever. Dan druk ik mij nog te vriendelijk en te zacht uit en doe ik de vele amateurs die wel inzet tonen en een minimum aan discipline aan de dag leggen om afspraken na te komen en deadlines te halen onrecht aan. Het voorliggende wetsontwerp is namelijk nog van een andere orde. De regering-De Wever bestaat niet uit amateurs, maar uit een bende knoeiers en prutsers. De vivaldiregering had de lat voor incompetentie al hoog gelegd, maar de arizonaregering heeft die nu werkelijk tegen het plafond gelegd. Het is moeilijk om daar nog over te gaan.
Collega’s, er trekt nu al maandenlang een karavaan door dit Parlement, een karavaan van verdwaalde kamelen die volgeladen zijn met falende dossiers, een rottende begroting, een exploderende schuld en exploderende rentelasten. Verder zijn er de vergeten mantelzorgers bij de beperking van de werkloosheid in de tijd, de vrouwen die bestraft worden bij de pensioenhervorming, de fiscale aanval op de huismannen en de huisvrouwen – 3.640 euro gemiddeld per gezin trouwens –, de mislukte hervorming van het Grondwettelijk Hof, de accijnsverhoging boven op de reeds snel stijgende olieprijs, de btw-chaos inzake de meeneemmaaltijden, sport en cultuur, en ga zo maar door. De meerwaardebelasting is de zoveelste stinkende kameel die hier voorbijtrekt.
Wat me opvalt, voor iemand die vroeger het vak bedrijfsmanagement heeft gedoceerd, is het complete mismanagement van het beleid. De regering-De Wever heeft bijvoorbeeld werkelijk geen clou van wat de impact van haar maatregelen is. Dit is geen oppositietaal. Het is een vaststelling die keer op keer bevestigd wordt door externe instanties.
De regering is vaak hopeloos te laat met haar wetsontwerpen en met haar programmawetten. Dat is nu weer het geval. Een half jaar geleden was dat ook het geval. Eenvoudige zaken als een agenda, daar heeft de regering blijkbaar nog nooit van gehoord. Of ze heeft die toch nog nooit gebruikt.
Ik denk ook aan, iets gesofisticeerder, een reguleringsimpactanalyse. Ik vind die absoluut geen luxe. Ze is geen academische denkoefening, zoals de minister ze probeerde weg te zetten. Ze is de absolute basis voor goed bestuur. Men moet weten wat men doet en vooral, men moet weten wat de gevolgen zijn van wat men doet.
Als het gaat over de hervorming van de personenbelasting, wat is dan bijvoorbeeld de impact op de kansarmoede? De Raad van State stelt die vraag, niet uit academische nieuwsgierigheid, maar uit noodzaak. Het antwoord is dat men het niet weet. Men rommelt maar wat aan. In de personenbelastingwet die mevrouw Verkeyn daarnet heeft aangehaald, worden allerlei fiscale experimentjes op de kap van de zwakkeren uitgevoerd. Dat zijn niet mijn woorden, collega Verkeyn, maar woorden van de Raad van State. U weet gewoon niet waar u mee bezig bent.
Kortom, de regering vaart blind en stevent recht op de klippen af. Nu het gaat over de invoering van de meerwaardebelasting rijst de vraag wat bijvoorbeeld de impact is op het ondernemerschap. Mijnheer de minister, ik neem aan dat u bij het binnenkomen de petitie overhandigd kreeg door de ondernemers.
De vraag is dus wat de impact is op dat ondernemerschap. Wat is de impact op investeringen in bedrijven, op het rendement van beleggingen, op de werkgelegenheid, op de verankering van starters en groeibedrijven en op de beurs? Men weet het niet, men berekent het niet, men beslist toch en vaart dus blind. De essentie van de meerwaardebelasting is dan ook niet dat het een stinkende kameel is, maar vooral een stinkende blinde kameel die zomaar wat ronddoolt in de woestijn.
Collega’s, ik heb al eerder gemerkt dat de minister van Financiën problemen heeft met begrijpend luisteren. Daarom wil ik het standpunt van het Vlaams Belang over een meerwaardebelasting nog eens herhalen in de plenaire vergadering, zodat daarover alvast geen misverstand kan bestaan.
Wij vertrekken van het principe dat er geen reden is om een fiscaal onderscheid te maken tussen inkomen uit aandelen, met name dividenden, en inkomen op aandelen, met name meerwaarden. Beide zijn inkomen uit kapitaal. Dat dat onderscheid tot nu toe wel werd gemaakt, is kunstmatig en dus ongerechtvaardigd. Dat blijkt uit het bestaan van fiscale vehikels zoals kapitalisatiefondsen, die de dividenden uit de aandelen die in dat fonds zitten niet uitkeren, maar in het fonds houden, waardoor de waarde van dat fonds stijgt. Bij de verkoop van dat fondsaandeel realiseert de verkoper dus geen dividend, maar een meerwaarde, die tot op heden onbelast bleef, hoewel die meerwaarde eigenlijk voortkwam uit opgebouwde dividenden.
De reden voor die kapitalisatie, namelijk het bijhouden van dividenden, was louter fiscaal, met name het vermijden van de roerende voorheffing van 30 % op dividenden. Dat is uiteraard niet correct en artificieel, aangezien inkomen inkomen is. Daarover kan weinig discussie bestaan. Het Vlaams Belang is dus niet principieel gekant tegen een meerwaardebelasting. Wij zijn daar absoluut niet tegen gekant, maar er zijn wel twee uitzonderingen.
Ten eerste, wanneer de belastingdruk al erg hoog is, zoals in dit land het geval is, dan wordt elke nieuwe belasting geen correctie, maar een belasting te veel. De invoering van een meerwaardebelasting mag dan ook geen maatregel zijn die louter bedoeld is om de begroting te spijzen. En laten we eerlijk zijn, dat is hier dus wel het geval. Dit is geen hervorming, dit is gewoon een zoektocht naar meer inkomsten, eigenlijk is het een platte belasting.
Nogmaals, een meerwaardebelasting kan voor ons, maar alleen wanneer ze ingevoerd wordt in het kader van een structurele fiscale hervorming. Dat betekent aan de ene kant een grondige fiscale vereenvoudiging en aan de andere kant een drastische verlaging van de totale belastingdruk. Dus niet een beetje minder complex, niet een beetje minder zwaar, maar fundamenteel hervormd. Als u de vraag zou stellen hoe wij dat zouden financieren, dan verwijs ik naar de 14 miljard aan saneringsvoorstellen die wij hebben ingediend.
Om het sparen en het beleggen toch niet helemaal te ontmoedigen zou men verwachten dat de invoering van zo'n meerwaardebelasting gelijktijdig gepaard gaat met een reeks begeleidende maatregelen, zoals, en de minister heeft er zelf naar verwezen, de vereenvoudiging van de fondsenreglementering, de hervorming of al dan niet afschaffing van de beurstaks, de hervorming van de private privaks, de hervorming en bij voorkeur ook verlaging van de roerende voorheffing en het gereglementeerd sparen – overigens, als er niets gebeurt, dan stijgen die roerende voorheffingen op het spaarboekje – en een verbetering van de huidige belastingvermindering voor investeringen in startende ondernemingen en groeibedrijven. Dat is die wet Cooreman-De Clercq bis, die al werd aangekondigd in het regeerakkoord.
Lees ook even na wat fiscale juristen daarover zeggen. Ik zie dat Michel Maus vandaag ook suggereert om die meerwaardebelasting te koppelen aan een verlaging van de vennootschapsbelasting. Er zijn een heleboel manieren om deze belasting in te voeren zonder daarmee de fiscale druk te verhogen. Tot nu toe blijft het echter bij aankondigingen – in het regeerakkoord natuurlijk, in de beleidsnota soms, in de commissie vooral –, veel plannen en geen uitvoering.
De vraag is – dit is een politieke vraag – of er nog wel genoeg tijd is om dat allemaal recht te zetten, want laten we eerlijk zijn, het kraakt en het piept binnen deze meerderheid. Ik heb niet de indruk dat u elkaar nog veel zult gunnen. De klok tikt.
Ten tweede, de meerwaardebelasting is werkelijk uit den boze wanneer er sprake is van slechte wetgevingskwaliteit. Collega’s, daarvoor zou ik graag even uw aller aandacht willen vragen. Op de website van de Kamer vindt u nog steeds een verwijzing naar het Parlementair Comité belast met de wetsevaluatie. Dat is bedoeld om federale wetgeving in België te evalueren en de kwaliteit daarvan te verbeteren, met suggesties vanuit het publiek trouwens, maar ook met suggesties vanuit de rechterlijke macht, wanneer men merkt dat wetten nauwelijks toepasbaar zijn. Dat Comité ligt al stil sinds 2014. Dat is een duidelijk teken aan de wand is.
Ik keek even of voorzitter De Roover hier aanwezig is, want hij is de man die ons telkens bij de les houdt en pleit voor minder wetten en betere wetten. Ik moet echter bekennen dat ik van al zijn plannen nog niet zoveel of eigenlijk niets heb gemerkt.
Het is ook jammer dat de regering niet meer rekening houdt met de opmerkingen en constructieve voorstellen van de oppositie. U doet ermee wat u wilt, maar dat is geen klacht. Dat is gewoon een vaststelling. Dat is echt een gemiste kans. De regering had bijvoorbeeld beter geluisterd naar de oppositie toen ze aangaf dat de btw-hervorming niet zou werken of dat mantelzorgers te zwaar zouden worden getroffen door de beperking van de werkloosheid in de tijd. Wij werden weggezet als asocialen die daarmee allerlei andere maatregelen blokkeerden. Zoveel maanden later komt de meerderheid dan schoorvoetend terug naar het Parlement om toe te geven dat er inderdaad wel wat mis is met de wetgeving. Vanuit de oppositie kunnen wij het natuurlijk oneens zijn over bepaalde principes, maar wanneer het over de modaliteiten en de echt technische details gaat, doen wij wel degelijk constructieve voorstellen.
Het regelgevende proces, waarnaar ik al kort heb verwezen, bestaat uit twee fases, twee stappen, twee beleidskeuzes. De eerste is de keuze voor het geschikte beleidsinstrument. U moet blijkbaar saneren, saneren, saneren en u hebt daarvoor gekozen voor de meerwaardebelasting.
Ten tweede is er de keuze betreffende de modaliteiten ervan. Dat noemt men het regulatory design, het ontwerp van reguleringsinstrument. Ik heb al gezegd dat de meningen over de opportuniteit van een meerwaardebelasting kunnen verschillen, wat normaal is in een democratie, maar over de kwaliteit van de uitvoering zou dat toch veel minder het geval mogen zijn, omdat de oppositie natuurlijk beseft dat op het einde van de dag de meerwaardebelasting zal worden doorgedrukt, meerderheid tegen oppositie.
Omdat we dat beseften, ging de discussie in de commissie al vrij snel niet over de opportuniteit van de meerwaardebelasting, maar wel over de modaliteiten van deze wet. Ook daar botsten wij echter op een muur. Technische opmerkingen werden genegeerd en weggelachen en constructieve voorstellen werden weggestemd en soms zelfs niet eens geagendeerd. We hebben wat dat betreft een heel rare modus operandi in de commissie voor Financiën. Eerst beslissen en dan niet meer willen luisteren, ik vind dat een heel merkwaardige manier van beleid voeren.
Luister misschien toch één keer goed naar wat ik hier zeg. Door onze opmerkingen en argumenten te negeren, verdwijnen die argumenten en kritieken natuurlijk niet. Ze verplaatsen zich alleen van het Parlement naar de rechtbanken, want krakemikkige wetgeving leidt tot meer conflicten in de samenleving en tot een toenemende juridisering. Het is niet zo dat burgers per se moeilijk doen, maar ze worden geconfronteerd met wetten die niet deugen. Daar bent u met uw gebrekkige wetgeving absoluut verantwoordelijk voor.
Het lijkt erop dat deze regering-De Wever na het bereiken van een politiek compromis alles snel, snel, snel in een tekstje wil gieten, ook al worden daarmee fundamentele wettelijke en fiscale regels aan de laars gelapt. Mijnheer de minister, er zijn echt grenzen aan de politieke vrijheid, ook op fiscaal vlak, alhoewel u daar iets meer vrijheden hebt dan op andere domeinen.
De regering mag zich dan ook verwachten aan tal van juridische procedures om de fiscale discriminaties en de wettelijke ongerijmdheden die in deze meerwaardebelasting zitten, aan te vechten. Dat geldt niet alleen voor de meerwaardebelasting, dat zal ook gelden voor money control. Daarvan weten we al dat men naar het Grondwettelijk Hof getrokken is en dat zal met deze meerwaardebelasting niet anders zijn. Nochtans viel dat te vermijden. Uiteraard zijn zulke procedures ongunstig voor de budgettaire doelstellingen van de regering. Ze zijn natuurlijk ook ongunstig voor het vertrouwen van de burger in de overheid.
Het grappige is dat de minister van Financiën met een soort van cognitieve dissonantie kampt. Hij lijkt blijkbaar niet te willen horen wat we zeggen, noch wat alle experts zeggen. We hebben nochtans een zeer interessante hoorzitting gehad. Dat doet mij denken aan het citaat: What a fool believes, he sees. U kent dat citaat waarschijnlijk wel, het is van The Doobie Brothers. Omdat de minister blijkbaar een beetje doof en blind is voor onze oprechte kritieken, herhaal ik onze voornaamste kritieken hier in deze plenaire vergadering. Mijnheer de minister en collega’s van de meerderheidspartij, u doet daarmee wat u wilt, maar ik geloof oprecht dat u zich veel miserie kan besparen door aandachtig te luisteren en rekening te houden met de volgende punten.
Ten eerste is er, hoe meer ik erover lees, de flagrante schending van het gelijkheidsbeginsel, waardoor de meerwaardebelasting naar alle waarschijnlijkheid een toets van het Grondwettelijk Hof niet zal doorstaan. Ook fiscale juristen, zoals professor Michel Maus, zijn die mening toegedaan. Laten we beginnen met de vraag van 1 miljoen. Oudere mensen kennen nog het programma dat door Mike Verdrengh en Luc Appermont werd gepresenteerd, maar ik zie vooral jonkies in de zaal zitten, dus ga ik snel verder.
Er is geen enkele objectieve of redelijke reden waarom kleine beleggers 10 % belasting moeten betalen en slechts voor 10.000 euro een belastingvrijstelling krijgen, terwijl grote aandeelhouders met 20 % van de aandelen, het zogenaamde aanmerkelijke belang, tussen 1,25 en 10 % moeten betalen, met een vrijstelling van 1 miljoen euro. Wat is de economische logica daarvan? Dat is de vraag van 1 miljoen.
Ik kan u het antwoord geven. Er zit geen logica achter. Die norm van 20 % is misschien meetbaar, maar daarom nog niet betekenisvol. Het is een technisch criterium, dat door het kabinet uit het boekhoudrecht, uit het vennootschapsrecht en uit het Europees recht is opgevist. Nu wordt dat plots opgeblazen tot een soort van fundamenteel onderscheid tussen kleine beleggers en grote aandeelhouders. Dat is natuurlijk niet het geval.
De minister van Financiën omschreef die grote aandeelhouders in de plenaire vergadering van 10 juli 2025 als, ik citeer, "ondernemers, geen beleggers, die zorgen voor werkgelegenheid, risico's nemen, dag en nacht hard werken en heel hun leven lang veel belastingen betalen." Dat zou de definitie van grote aandeelhouders zijn die, ik herhaal het nog eens, zorgen voor werkgelegenheid, risico's nemen, dag en nacht werken en heel hun leven lang veel belastingen betalen.
Mijnheer de minister, economie is geen woordspelletje. Het is geen semantiek. Wie risico's neemt, is een investeerder, punt. Zo simpel is het. Geldt dat dan niet evenzeer voor een ondernemer met 19,9 % van de aandelen, die ook zorgt voor werkgelegenheid, risico's neemt, dag en nacht werkt en heel zijn leven lang veel belastingen betaalt? De vraag stellen, is ze beantwoorden. Het antwoord is natuurlijk ja, maar uw antwoord was keer op keer neen. Vanaf 19,99 % is men plots een gewone belegger en geen ondernemer.
Waarom geldt dat dan bijvoorbeeld wel voor stille vennoten met 20 % van de aandelen, die niet betrokken zijn bij het actief managen van het bedrijf en geen ondernemers zijn? Waarom geldt dat dan weer niet voor de kleine beleggers, die ook hun spaarcenten in een aandeel steken en dus in een bedrijf investeren? Ook zij nemen risico's, want beurzen kunnen crashen. Ook kleine beleggers dragen bij en werken hard. Probeer als werknemer maar eens elke maand geld opzij te leggen.
Die discriminatie is echt knoeiwerk. Het is ongezien. Het getuigt niet van weinig inzicht, maar van geen inzicht in de werking en kapitaalfinanciering van bedrijven.
Het werd nog gekker toen u op een bepaald moment verklaarde dat indien er A-, B- en C-aandelen zijn, die 20 % voor het geheel moet worden beoordeeld, dus A-, B- en C-aandelen samen. Beeldt u zich dat in, collega's, C-aandelen tellen dus mee in de globaliteit van die 100 % aandelen. C-aandelen zijn aandelen met beperkte rechten. Vaak hebben die aandeelhouders zelfs geen stemrecht. Ze worden doorgaans gebruikt voor andere doeleinden, zoals werknemersparticipatie, dividenduitkeringen of een algemene publieke deelneming. Het gaat met andere woorden om aandelen zonder invloed op de bedrijfsleiding. Ze hebben dus weinig, eigenlijk niets, te maken met het ondernemerschap van het aanmerkelijk belang, maar ze verwateren wel het belang van de echte ondernemers. Het criterium van die 20 % is dus volstrekt arbitrair, heeft geen uitstaans met het ondernemerschap, waar u altijd naar verwijst, en is dus discriminerend.
Ik heb al eerder gevraagd waarom de regering niet gewoon zegt waar het op staat. Ik begrijp de logica die daarachter zit wel, maar die is slecht uitgewerkt. Waarom gebruikt u een omweg, een compleet irrelevante boekhoudkundige norm, om aan te duiden wanneer mensen ondernemers zijn? Eigenlijk gaat het om een verhoogde vrijstelling voor aandeelhouders die ook ondernemers zijn. Dat kan ik volgen, daar kan ik begrip voor opbrengen. Het gaat om mensen die een actieve rol spelen in een bedrijf, hetzij als zaakvoerder, hetzij als actieve bestuurder, hetzij als directeur of zelfs als werknemer met aandelen in wat men een labour-owned firm noemt.
Benoem dat en zeg dat het gaat om mensen die dag en nacht in een onderneming aan het wroeten zijn en dat u aan hen een extra voordeel wilt geven.
Ik moet de vraag stellen – ik weet dat ze onbeleefd klinkt, maar ik moet ze toch stellen. Begrijpt de regering, begrijpt u als minister van Financiën wat de impact is van die 20 %-regel op onze bedrijven en op onze economie? Ik durf daaraan te twijfelen, omdat u, wanneer ik u daarnaar vraag, telkens een juridisch antwoord geeft. U zegt dat de Raad van State niets heeft gezegd en dat het dus wel in orde zal zijn. Dat is een juridische reactie die losstaat van de economische realiteit.
Als u het wel begrijpt – dat hoop ik natuurlijk stilletjes –, dan maakt u zich schuldig aan schuldig verzuim, met grote negatieve gevolgen voor onze welvaart. Dan kan de premier nog zoveel boekjes schrijven als hij wil, maar met dit soort maatregelen, die ondernemerschap kapotmaken, zal het niet lukken.
Wat is hier het punt? De 20 %-voorwaarde belemmert de doorgroei van starters en kleine bedrijven naar middelgrote en grote bedrijven. Dit is nochtans wat we nodig hebben in deze economie: sterke bedrijven. Zo’n doorgroei vereist uiteraard vaak het aantrekken van nieuw kapitaal. Dat betekent nieuwe vennoten en nieuwe investeerders, waardoor het belang van de oorspronkelijke initiatiefnemers logischerwijze verwatert. De realiteit is dat groei gepaard gaat met verwatering. Wie investeerders aantrekt, ziet zijn aandeel dalen. Dat is geen probleem, dat is vooruitgang, maar uw wet bestraft dat economische groeiproces en ontmoedigt de groei van bedrijven door succes fiscaal minder aantrekkelijk te maken.
Een bewijs daarvan is de petitie van meer dan 1.100 Vlaamse kmo’s tegen deze meerwaardebelasting en vooral tegen het discriminerende karakter van het aanmerkelijk belang, dus tegen die 20 %-regel.
Het gaat niet om de eerste de beste bedrijven, maar om innovatieve, dynamische starters die een meerwaarde bieden door hun innovatie en doordat ze met nieuwe producten komen. Het zijn starters die, zoals gezegd, vaak ook nieuw kapitaal nodig hebben. Andy Coomans – zijn naam is al eerder gevallen in de commissie en hij was hier daarnet trouwens aanwezig – is medeoprichter van het opleidingsbedrijf BlackBird Business Events en initiatiefnemer van de petitie. Hij wijst op twee problemen, zoals vandaag te lezen is in De Tijd.
Ten eerste zijn er problemen voor kmo’s die bezig zijn met een overdracht, niet aan externe overnemers maar aan interne mensen binnen de onderneming. Die halen vaak de drempel van 20 % niet, wat zo’n overname fiscaal minder interessant maakt en dus bemoeilijkt.
Ten tweede schept die regel problemen voor kmo’s die via kleinere overnames willen groeien, omdat de overgenomen bedrijven mee in het kapitaal van het nieuwe moederbedrijf stappen en participeren, waardoor de belangen van de bestaande aandeelhouders uiteraard verwateren. Coomans is daarover duidelijk. Het effect zal zijn dat die bedrijven vaker in één keer door een externe partij worden overgenomen of in buitenlandse handen terechtkomen. Is het dat wat u wilt? Is dat uw economische strategie voor meer welvaart? Dat is triestig.
In de petitie pleiten de kmo’s bovendien voor de oplossing die wij maanden geleden al naar voren hebben geschoven en vandaag opnieuw verdedigen. Als de regering een onderscheid wil maken tussen een belegger en een ondernemer, doe dat dan niet op basis van die 20 %, maar op basis van de uitoefening van een bestuursmandaat. Dat is eenvoudig.
Een andere opvallende getuigenis in hetzelfde artikel is die van Thomas Van Eeckhout van het IT-bedrijf Easi, dat werkt met een uniek aandeelhoudersmodel waarbij een groot deel van het bedrijf in handen is van het personeel. Van de 700 werknemers hebben er 161 aandelen in dat bedrijf, maar het gaat vaak maar over een belang van 0,1 % of 0,2 %. Ze hebben daar hun zuurverdiende centen in gestoken en sommigen hebben daarvoor al geleend.
Toen ik dat voorstel in de commissie deed – en nogmaals, dat was maanden geleden – meende ik dat ik volledig zou moeten zijn en het ook over de labour-owned firms zou moeten hebben, de bedrijven die in handen zijn van de werknemers. Maar ik kende eerlijk gezegd niet zoveel voorbeelden. Ik ben blij dat ik nu op zo’n voorbeeld stuit. Ik moet zeggen dat ik het gewoon voor de academische volledigheid zeg. Labour-owned firms, dat was het Joegoslavische model. En dat werkte redelijk goed. De werknemers waren mede-eigenaars van de bedrijven en participeerden dus ook in de winst.
Het enige probleem was dat de oudere werknemers aanstuurden op de snelle uitkering van winsten en dividend, waardoor er te weinig winst gereserveerd werd voor nieuwe investeringen voor de volgende generaties. Dat was uiteindelijk ook de reden waarom heel het Oostblok verkommerd is. De infrastructuur is volledig naar de vaantjes gegaan. Er werd te weinig geïnvesteerd in nieuwe machines, om maar iets te zeggen.
Ik heb ondertussen een kort gesprek gehad. Er zijn wel degelijk oplossingen voor gezocht binnen dat bedrijf. Het is dus niet zo dat die 161 werknemers beslissen wat er met de winst gebeurt. Het is wel degelijk de raad van bestuur, de ondernemingsraad, die uiteindelijk beslist hoeveel er wordt geïnvesteerd in de toekomst.
Wat me uit dat artikel vooral is bijgebleven, is het citaat van de heer Van Eeckhout. Daaruit blijkt de politieke realiteitszin van die man. Ik zal hem even citeren. Ik hoop dat u er lering uit trekt. "Wat me het meest stoort, is dat je al op voorhand weet dat het tarief van 10 % een beginpercentage is, dat in de toekomst verder zal stijgen. De meerwaardebelasting wordt gezien als een trofee, maar er wordt te weinig beseft dat het ook aandeelhouders raakt die geen pure beleggers zijn."
Dat is het beruchte kraantje. U, de N-VA,
hebt dat kraantje nu in de muur geklopt en de PS zit al op vinkenslag om het
verder open te draaien. Als u nogmaals in een linkse regering stapt met linkse
partijen die u blijven chanteren, of ten minste als u daaraan toegeeft, dan zult
u dat niet kunnen tegenhouden. (Applaus)
Ik beschouw dit, collega's, als een applaus voor de heer Thomas Van Eeckhout en ik hoop dat de minister toch niet te goed slaapt vannacht, wanneer hij beseft wat hij heeft gedaan.
De regering zegt dat ze sterke bedrijven wil, maar dat blijft lippendienst. In werkelijkheid worden regels opgelegd die onze bedrijven klein houden, zoals de 20 %-drempel. Dat is geen economische strategie, maar economisch analfabetisme. U lijkt de Europese Unie wel met haar verstikkende regelgeving, maar u vertegenwoordigt de Belgische regering.
Om dit deel af te ronden, citeer ik professor Maus: "Dat er een meerwaardebelasting wordt ingevoerd, kan niet echt een probleem zijn." Dat is ook ons standpunt. Ik hoop dat dat duidelijk is. Ik ga verder met het citaat: "Maar dat deze meerwaardebelasting wordt ingevoerd, is echt wel een probleem. Daar kan ik de ondertekenaars van deze petitie enkel maar in volgen. De 20 %-benchmark of -drempel is nefast voor scale-ups, doorgroeibedrijven en generationele opvolging, familiebedrijven. De verwatering van participaties zal voor een groot fiscaal verschil zorgen." Men moet maar eens net onder die 20 % zakken. Dat is om tegen het plafond te springen. Ik citeer verder professor Maus: "Dat stimuleert het ondernemen niet. Men had dit veel beter kunnen aanpakken." Dan volgt er een reeks voorstellen van professor Maus, die ik voor zijn rekening laat. Hij eindigt met: "Een procedure bij het Grondwettelijk Hof acht ik zeker niet kansloos."
Ik wil aansluitend ook het pleidooi herhalen voor de volledige vrijstelling van meerwaarden die volledig worden geherinvesteerd, zoals in het oorspronkelijke akkoord over de meerwaarde was opgenomen. Wie een meerwaarde realiseert, dus een aandeel verkoopt met winst, en die onmiddellijk herinvesteert in productieve activiteiten, onttrekt geen middelen aan de economie, hij versterkt ze. Hij haalt geen geld uit het systeem, hij pompt dat geld er opnieuw in. Het is op zijn minst merkwaardig dat precies dat gedrag fiscaal niet wordt aangemoedigd, maar integendeel wordt behandeld alsof het consumptie is. U gaat dat afromen.
Zoals de regering zelf schrijft in haar memorie van toelichting: "Deze middelen dragen bij aan de versterking van de economische groei op lange termijn en het algemene economische weefsel, de welvaart van en de werkgelegenheid voor de maatschappij." Met andere woorden, dit is geen fiscale gunst, dit is een economische noodzaak. Maar kijk, papier is vergankelijk.
Collega’s, men zou bijna denken dat de regering-De Wever liever heeft dat kapitaal stilstaat dan dat het maatschappelijk rendeert. Nochtans bestaat in tal van landen een dergelijke vrijstelling bij herinvestering, niet omdat men daar naïef is, maar omdat men begrijpt dat economische groei niet ontstaat door kapitaal te belasten op het moment dat het zich aan het heroriënteren is. De afwezigheid van een dergelijke vrijstelling in het wetsontwerp is dus niet alleen een gemiste kans, het is werkelijk een ontmoediging van investeringsgedrag.
Laten we eerlijk zijn, laten we een kat een kat noemen, als men hier in dit land als regering tegelijk klaagt over een gebrek aan investeringen, over bedrijven die moeilijk kapitaal vinden, over start-ups die naar het buitenland trekken, dan is het op zijn minst paradoxaal om net die mechanismen die herinvestering stimuleren niet te ondersteunen. Begrijpe wie kan.
Ten tweede is er de niet-aftrekbaarheid van belastingen en kosten, waardoor er belastingen op belastingen worden geheven, dus taks op taks.
Collega’s, ik stel u de vraag die ik ook aan de minister van Financiën heb gesteld. Ik wil even kijken wat uw antwoord is. Als u een auto koopt voor 20.000 euro en u betaalt daarop 21% btw, dus 4.200 euro, dan kost die wagen u 24.200 euro. Stel dat u erin slaagt die auto te verkopen voor 25.000 euro. Hoeveel winst hebt u dan gemaakt? Kent iemand het antwoord?
Mijnheer Dubois, moet ik de vraag herhalen?
Vous achetez une voiture pour 20 000 euros, à quoi s'ajoute une TVA de 4 200 euros, soit 24 200 euros. Puis, vous vendez cette voiture pour 25 000 euros. Quel est votre profit?
Het verschil van 25.000 en 24.200 euro is 800 euro, maar niet voor minister Jambon. Neen, bij de berekening van de meerwaarde worden belastingen, taksen en kosten niet in rekening gebracht. Als het nu een meerwaarde op een aandeel zou zijn, dan had u 5.000 euro meerwaarde en winst gemaakt. Voor de regering moeten wij dus belastingen betalen op een meerwaarde van 5.000 euro, want de belastingen tellen niet mee.
Het wordt nog erger. Stel, u koopt die wagen voor 20.000 euro en 4.200 euro btw, samen 24.200 euro, maar u verkoopt die voor 23.000 euro. Dan verliest u volgens mij 1.200 euro, maar u wordt in de meerwaardebelasting toch belast op 3.000 euro, want die vergelijkt 23.000 euro met 20.000 euro. Dat is ongelooflijk absurd. Dat is economische waanzin. Meerwaarde is inkomen op aandelen en dat wil dus zeggen na aftrek van belastingen en kosten.
Mijnheer de minister, de eenvoudigste belasting is een vast bedrag, bijvoorbeeld iedereen 20.000 euro. Ik zal het straks nog hebben over de vlaktaks. We hebben nog de hele avond. U voelt natuurlijk dat dat niet strookt met het rechtvaardigheidsbeginsel, met de verticale rechtvaardigheid, met het feit dat sterke schouders nu eenmaal meer moeten betalen. Fiscaliteit moet dus niet per se heel eenvoudig zijn, maar ze moet alleszins logisch zijn. In dit geval is het principe heel eenvoudig: belast wat iemand verdient en niet wat iemand lijkt te verdienen. Toch slaagt u erin om dat onderscheid te negeren. Kosten worden niet in rekening gebracht en reeds betaalde belastingen worden genegeerd. Het resultaat is dus dat u belasting heft op bedragen die nooit een werkelijke meerwaarde hebben gevormd. Dat is geen detail, maar een systeemfout. Dat is absoluut knoeiwerk.
Concreet betekent het dat beleggers belast worden op een brutobedrag, zonder dat er rekening wordt gehouden met de fiscale werkelijkheid waarin de belegging tot stand kwam. De beurstaks, de effectentaks, allerhande transactiekosten, ze verdwijnen allemaal uit de berekening wanneer het moment van de meerwaardebelasting aanbreekt. Wat overblijft, is een soort fiscale fictie, die vervolgens wordt belast. Dat is niet alleen economisch inefficiënt, het is ook moeilijk verdedigbaar, zelfs voor een linkse partij, vanuit het principe van rechtvaardigheid. U kunt veel vragen van burgers, maar u kunt moeilijk verwachten dat zij begrijpen dat zij belastingen betalen op geld dat ze nooit effectief hebben verdiend.
Concreet zal in dit land tegen middernacht, of eigenlijk al vanaf 1 januari, een meerwaardebelasting worden geheven op de beurstaks en desgevallend ook op de effectentaks. Dat is taks op taks. Het kan niet op. Dat getuigt werkelijk van economische onwetendheid over de negatieve, cumulatieve gevolgen op het beleggingsgebeuren en de kapitaalmarkt.
Ten derde, minister Jambon, is er de niet-belasting van historische meerwaarde. Als u in 2020 een aandeel hebt gekocht voor 80 euro en vandaag is dat 120 euro waard, dan vergelijkt men dat niet met die 80 euro, maar met de waarde op 1 januari 2026, die bijvoorbeeld 100 euro was. De historische meerwaarde, alle meerwaarde die voor 1 januari 2026 is gerealiseerd, wordt dus niet belast. De wet gaat werkelijk in op 1 januari 2026. Dat is een goede zaak, voor alle duidelijkheid. De meerwaarde die vóór 1 januari 2026 is gerealiseerd, dus voor de invoering van de belasting, wordt niet belast. Waarom? Omdat ze tot dan toe ook niet belast werd. Dat is simpel. Rechtszekerheid betekent dat regels niet met terugwerkende kracht worden toegepast. Burgers organiseren hun leven op basis van vigerende regels en dat vertrouwen is essentieel.
Dan rijst natuurlijk onmiddellijk de vraag waarom dat principe selectief geldt. Waarom wordt dat principe hier gerespecteerd en elders niet? Waarom is er wel respect voor historische meerwaarde, maar niet voor historisch opgebouwde rechten elders? Dat is geen louter technische vraag, maar wel een vraag naar consistentie.
Collega's, de problemen en zelfs drama's die de retroactieve invoering van wetgeving veroorzaakt, worden vandaag pijnlijk geïllustreerd door de pensioenhervorming. Uw asociale regering straft vrouwen die dicht bij hun pensioen staan ongenadig af.
Voor alle duidelijkheid, mijnheer Jambon en collega’s van de meerderheid, we zijn tegen de retroactieve invoering van wetgeving. Burgers nemen beslissingen en richten hun leven in op basis van afspraken, die wel kunnen worden aangepast, maar niet met terugwerkende kracht. Burgers kunnen hun leven immers niet overdoen.
Aangezien ik geen antwoord heb gekregen, zal ik de vraag herhalen. Misschien wilt u in de plenaire vergadering wel antwoorden. Waarom wordt nieuwe regelgeving niet retroactief ingevoerd voor beleggers en wel voor gepensioneerden? Waarom is er wel respect voor historische meerwaarde en niet voor historisch opgebouwde pensioenrechten? Ik heb die vraag al meermaals gesteld, maar ik heb er nog nooit een antwoord op gekregen. Dat komt omdat er geen redelijk antwoord is. Het moet bijzonder moeilijk leven zijn met zo'n schizofrene situatie in uw hoofd. Weet u welk antwoord ik wel heb gekregen van u, als ik u daarmee confronteer, mijnheer de minister? U hebt dat ook meermaals op tv en radio herhaald. U argumenteerde dat men toch niet kon verwachten dat er tijdens een loopbaan van 45 jaar niets verandert. Nee, natuurlijk niet, dat verwachten wij niet. De wereld verandert. Die verandering begint echter pas te tellen vanaf het moment van de verandering. Mensen kunnen niet schakelen, omdat de tijd nu eenmaal niet terug kan worden gedraaid. De oude regels moeten gelden tot aan de invoering van de nieuwe wetgeving, en de nieuwe regels moeten gelden vanaf de inwerkingtreding ervan.
Ik maak een en ander concreet. Als iemand nu op 22-jarige leeftijd aan zijn loopbaan begint, weet hij perfect waar hij aan toe is qua pensioenopbouw en kan hij perfect beslissingen nemen rond aanvullend pensioen en dergelijke. Iemand van 60 jaar oud kan dat echter niet. Weet u bijvoorbeeld dat aanvullende pensioenen, zoals beleggingsverzekeringen en spaarverzekeringen, minstens voor tien jaar moeten worden afgesloten? Iemand die op 60-jarige of 61-jarige leeftijd begint, kan dat aanvullende pensioen eventueel opvragen op 71-jarige leeftijd. Hij of zij wil dat echter ook op 65-jarige leeftijd. Hij of zij kan dus niet schakelen. Voor wie 40 jaar is, is het heel eenvoudig. Tot aan de leeftijd van 40 jaar gelden de oude regels en vanaf de leeftijd van 40 jaar gelden de nieuwe regels.
Collega’s, het wordt nog straffer. Slechte retroactieve wetgeving is één ding. Geen wetgeving is echter van een nog heel andere orde. Het is ongehoord dat de voorliggende belasting al sinds 1 januari 2026 wordt toegepast, hoewel het Parlement tot nader order nog steeds niet over het ontwerp heeft gestemd. Dat gebeurt wellicht over enkele uren. No taxation without representation, dat kennen wij uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd. Er is geen belasting zonder politieke vertegenwoordiging, maar evenzeer geldt no taxation without legislation.
Mijnheer de minister, het formele legaliteitsbeginsel is geen formaliteit. Het is een bescherming tegen willekeur. In fiscale zaken houdt dat beginsel in dat elke belasting bij wet moet worden vastgelegd om rechtszekerheid te garanderen en willekeurige heffingen door de overheid te voorkomen. Dat vereist een duidelijke en democratisch gelegitimeerde wetgeving. Ik zie heel veel juristen op sociale media – ik geef toe dat het om gepensioneerde rechters gaat, die meer vrijheid van spreken hebben – die de invoering van de meerwaardebelasting die vandaag of morgenvroeg zal worden goedgekeurd, als retroactieve wetgeving beschouwen, omdat ze al drie maanden is ingevoerd. Zij zijn daar absoluut niet over te spreken.
Het feit dat belastingen worden toegepast voordat het wetgevende kader volledig is afgerond, is absoluut problematisch. U zet daarmee het Parlement buitenspel, u zet daarmee de rechtsstaat buitenspel en u lijkt daarmee op iemand die het liefst met executive orders wil werken. De meerwaardebelasting, collega’s, zorgt werkelijk voor een democratisch dieptepunt en er zijn toch echt grenzen aan de politieke vrijheid op fiscaal vlak.
Daarnaast is er nog de regeling rond de minwaarde. Het is terecht dat minwaarden aftrekbaar zijn binnen hetzelfde jaar, het zou er nog maar aan mankeren. Verlies is geen inkomen. Stel dat u een aantal aandelen verkoopt, sommige met winst, sommige met verlies, dan mag u dat binnen het jaar tegen elkaar compenseren. De vraag is echter waarom de minwaarden niet overdraagbaar zijn naar volgende jaren. Dat moet binnen datzelfde jaar gebeuren. Stel dat u 5.000 euro meerwaarden hebt en 6.000 euro minwaarden, dan mag u dus maar 5.000 euro aftrekken. Die 1.000 euro minwaarde blijft echter bestaan. Die is niet weg. Wat vandaag een verlies is, is morgen even reëel. Door die overdraagbaarheid naar het volgende jaar, zoals dat bij een gewoon bedrijf wel kan met kosten die worden overgedragen, ontstaat een onbegrijpelijke asymmetrie. Winsten worden volledig belast, verliezen worden slechts gedeeltelijk erkend. Dat is geen evenwichtige fiscaliteit.
Daarnaast is er nog de beperking van de historische minwaarden, wat een ander aspect is. Stel dat u een aandeel hebt verkocht aan 120 euro, terwijl het op 1 januari 100 euro waard was, maar u hebt het in 2020 gekocht aan 150 euro. Dan hebt u een historische minwaarde. U bent van 150 euro naar 120 euro gegaan. U gaat erop achteruit. De regering zegt dat ze dat niet zal belasten, uiteraard niet. Die minwaarden worden echter slechts erkend tot en met 31 december 2030. Daarna worden historische minwaarden wel in rekening gebracht. Laat dat even bezinken. De meerwaardebelasting wordt dan in feite een minwaardenbelasting. Op 31 december 2030, wanneer u van 150 euro naar 120 euro bent gegaan, is er geen belasting. Vanaf 1 januari 2031 wordt daar echter geen rekening meer mee gehouden. Men kijkt dan naar de prijs op 1 januari 2026, die 100 euro bedroeg, en dan hebt u plots een meerwaarde van 20 euro. Het is onbegrijpelijk waarom die historische minwaarden plots worden omgezet in belastbare meerwaarden. De vraag blijft waarom precies die datum is gekozen. Wat is er zo bijzonder aan 1 januari 2031 dat historische minwaarden dan fiscale meerwaarden worden die wel worden belast?
De enige uitleg die we daarover krijgen – hou u vast – is dat vijf jaar tijd genoeg is. Dat is geen argument, mijnheer de minister, dat is een gok. Dat suggereert namelijk dat de economische realiteit zich laat plannen volgens een kalender, alsof verliezen zich netjes laten afwikkelen binnen een vooraf bepaalde termijn. Waarom zou een belegger een verlieslatend aandeel niet wat langer willen aanhouden? Dat getuigt van economische wereldvreemdheid.
Ten vierde is er het niet verrekenen van de inflatie bij de berekening van meerwaarden. Dat geldt trouwens ook bij de indexering van de belastingvrijstelling van 1 miljoen, maar laten we het over de meerwaarden hebben. Dat lijkt een technisch detail, maar in werkelijkheid is het een van de meest fundamentele problemen van deze belasting. Inflatie is geen fictie, maar een reëel fenomeen dat de waarde van geld aantast. Wie een nominale winst realiseert, maar in reële termen – in koopkracht – verliest, wordt in dit systeem toch belast. Met andere woorden, men kan in dit land armer worden en toch belastingen betalen alsof men rijker is geworden.
Dat is niet alleen economisch problematisch, het is ook moeilijk uit te leggen aan wie het ondergaat. Deze meerwaardebelasting is dus niet alleen een belasting op een belasting, maar ook een belasting op inflatie. Het is een sluipende belasting en dat is ronduit economisch sadisme.
Ten vijfde blijf ik erop aandringen om de opbrengsten van de meerwaardebelasting niet te gebruiken voor de structurele financiering van de overheid, maar wel voor schuldafbouw. De reden daarvoor is eenvoudig: de opbrengsten zijn onzeker en onvoorspelbaar, net als de beurs zelf.
Dat wordt niet alleen door de oppositie gezegd. Ook de Inspectie van Financiën stelt dat "de geraamde opbrengsten gebaseerd zijn op aannames en prognoses die de daadwerkelijke opbrengst zeer onzeker maken". Dat is een diplomatieke manier om te zeggen dat men het niet weet. Toch kiest u ervoor om die onzekere inkomsten in te zetten voor structurele uitgaven. Dat staat ingeschreven in de begroting, voor 200 miljoen dit jaar, daarna 300, 400 en 500 miljoen in 2029.
Ons fiscaal huis is al een grote koterij. U zorgt er nu voor dat er ook nog rotte fundamenten onder komen. U hebt zelf verklaard dat de meerwaardebelasting een zekere conjunctuurgevoeligheid vertoont. Dat is een understatement van jewelste. De opbrengsten van deze belasting zullen schommelen met de financiële markten en met het gedrag van beleggers, en dat is veel grilliger dan de opbrengsten uit belastingen op productie, consumptie of inkomen.
Dat maakt meerwaardebelastingen per definitie ongeschikt voor structurele uitgaven. Daarom stel ik voor die te gebruiken waarvoor ze wel geschikt zijn, met name schuldafbouw. In jaren waarin de beurzen goed presteren en de opbrengsten hoog zijn, kan de staatsschuld worden afgebouwd. In slechte beursjaren of bij een beurscrash gebeurt dat niet. Dat is geen man overboord. Dat is voorzichtig, verstandig en verantwoordelijk beleid.
In het advies van de Inspectie van Financiën wordt bovendien benadrukt dat "gezien de onzekerheden en de grote volatiliteit van de inkomsten, die onder meer voortvloeien uit de onvoorspelbaarheid van de financiële markten, de veranderingen in het gedrag van belastingplichtigen en de mogelijkheid om verliezen af te trekken, een strikte monitoring van de budgettaire gevolgen noodzakelijk is".
Monitoring, daar halen ze de mosterd bij de Inspectie van Financiën. Zoals collega Matheï daarnet aangaf, zal de regering de accijnzen niet verlagen om de koopkracht van de mensen te vrijwaren, de regering zal die monitoren. Wanneer ik straks thuiskom en aan de buren moet uitleggen dat de regering ermee bezig door de prijzen aan de pomp te monitoren, dan zal dat uiteraard voor ongeloof zorgen. Dit zult u dus ook al willen monitoren. Dat wordt een fulltime job. De minister van Begroting wordt zo de minister van Monitoring.
Mijnheer de minister, de opbrengst zal bovendien nog onzekerder worden, want de meerwaardetaks kan niet alleen ontweken worden, die zal effectief ontweken worden. Dat beleggingsadvies circuleert nu al. Kijk maar op www.vincentvanquickenborne.be
Dat is maar een grapje.
Verschillende strategieën worden gedeeld. Verkoop zodra er 10.000 euro meerwaarde is en blijf zo altijd netjes onder de vrijstelling, of verkoop eind december en koop begin januari opnieuw aan. Vaak horen we nog een andere optie circuleren, die ik betreur: verhuis als jonge ondernemer naar een fiscaalvriendelijker land.
Er is nog een achterpoortje, naast die drie suggesties, waarvan de minister van Financiën op de hoogte is, maar waarover hij zedig zwijgt. Beleggers in privaatrechtelijke beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal, kortweg private privaks, kunnen aan de meerwaardebelasting ontsnappen dankzij een fiscale vrijstelling. De minister weet dat, maar hij gebaart van krommenaas.
Onder de huidige regels zijn de aandeelhouders van privaks namelijk vrijgesteld van belastingen op de winsten en de meerwaarden die zij van dergelijke private equity funds krijgen uitgekeerd. Als een fonds winst uitkeert en als die winst voortkomt uit meerwaarden op zijn aandelenparticipatie, dan moet de particuliere belegger daarop geen roerende voorheffing betalen. Dat is geen detail, geen nuance. Dat is werkelijk een ongelijke behandeling, maar oogjes dicht en snaveltjes toe. Ik hoop dat daar toch nog iets aan zal worden gedaan.
Ik heb gevraagd of dat zal worden rechtgezet. Daarop volgde het meest iconische antwoord van de minister: wie zal leven, zal zien. Dat doet me wat denken aan que sera, sera, maar dan qui vivra, verra. Mijnheer de minister, als u ooit baron wordt, want u zult waarschijnlijk wel tot de adelstand verheven worden na u passage in dit kabinet, zie ik uw wapenschild al voor me, met daaronder: qui vivra, verra, wie zal leven, zal zien.
Men kan daarmee lachen, maar als dat het niveau van antwoorden is van de hoogste gezagsdragers, "wie zal leven, zal zien," dan is dat vooral onthutsend. Het getuigt van een schrijnend gebrek aan visie en fiscale kennis, en van een gebrek aan respect voor de rechtsstaat, die vraagt om ernst, duidelijkheid en voorspelbaarheid, al die dingen waar collega Ronse en premier De Wever daarnet om vroegen.
Ten zesde, de administratieve lasten. Wie zelf geen aandelen heeft, zal waarschijnlijk menen dat die meerwaardebelasting een ver-van-mijn-bedshow is. Wie meent dat die belasting enkel beleggers zal raken, vergist zich echter. Niets is minder waar. Iedereen zal die belasting voelen. Immers, de berekening, de inning, en de doorstorting van de meerwaardebelasting worden doorgeschoven naar de banken. De fiscus doet dat niet. Dat moeten de banken doen, maar die berekening is allesbehalve eenvoudig. Er zijn negen tarieven, of zelfs meer, afhankelijk van de aanvullende gemeentebelasting. Het zijn er eigenlijk oneindig veel, waaronder complexe regels voor de waardering van het aanmerkelijk belang, verschillende aankoopmomenten en de meerwaarde bij de verkoop in buitenlandse munten. Het geheel wordt een administratieve puzzel van formaat.
Die complexiteit verhoogt natuurlijk de kans op fouten, betwistingen en bijkomende administratieve lasten voor de overheid. Het voorbeeld was een rekenvoorbeeld dat collega Van Quickenborne meebracht, berekend door een van de grootbanken, maar dat verkeerd bleek. Weliswaar niet veel, maar het was toch een verkeerde berekening.
Die administratieve lasten voor de banken worden geschat op minstens 60 tot 80 miljoen euro. Zoals steeds in dergelijke gevallen, zullen die kosten worden doorgerekend aan de klanten, niet alleen aan beleggers, maar aan alle klanten. Iedereen zal dus deze belasting voelen, ook diegene die nooit een aandeel heeft gekocht. Ik schat, als ik een regeltje van drie mag toepassen, dat de bankkosten gemiddeld zullen stijgen met ongeveer 30 euro. Dat is misschien nog wel de meest ironische vaststelling, een belasting die gericht is op of die gericht zou zijn op de sterkste schouders, wordt in de praktijk gedragen door alle schouders.
Collega's, ik rond af. Deze coalitie was er bijna niet gekomen door de meerwaardebelasting. Ik noem Georges-Louis Bouchez steeds meer de John McEnroe van de Belgische politiek. You cannot be serious! Hij produceert heel veel decibels. Hij trok bijna de stekker uit die coalitieonderhandelingen in augustus 2024, in december 2024 en in januari 2025 in de Koninklijke Militaire School, tot enkele minuten voordat men naar buiten ging. U moet het boek van Wouter Verschelden maar eens lezen. Zelfs de regeringsverklaring begin februari moest met een half uur worden uitgesteld, omdat er nog steeds onenigheid was binnen de meerderheid over deze meerwaardetaks.
Samengevat, deze meerwaardetaks getuigt van amateurisme, incompetentie, knoeiwerk, gebrek aan visie, zeker een gebrek aan strategie, onkunde, economische onwetendheid, economisch analfabetisme, economische wereldvreemdheid, economisch sadisme en misprijzen voor het Parlement en de rechtsstaat.
Bovendien is deze meerwaardebelasting verworden tot een onontwarbaar kluwen met ontzettend veel tarieven, talloze uitzonderingen en manifest ongemotiveerde discriminaties. Ze remt groeibedrijven af, jaagt beleggers weg, zonder dat er ook maar enige begeleidende maatregel is die het ondernemerschap of de investeringen ondersteunt. Niet-beursgenoteerde en familiale bedrijven worden nog steeds geconfronteerd met rechtsonzekerheid over de interne meerwaarde. Wie emigreert wordt bovendien bestraft met een persoonlijke exitheffing en een jarenlange rapporteringsplicht. De kans op jarenlange gerechtelijke procedures is, zoals gezegd, niet uit de lucht gegrepen.
Ik begrijp dat in een democratie compromissen moeten worden gesloten, en ik zou daar zelfs bereid toe zijn, maar deze knoeiboel is precies waarom een politiek compromis zo’n slechte naam heeft.
Een meerwaardebelasting kan perfect thuishoren in een modern fiscaal stelsel, maar alleen als ze kadert in een structurele fiscale hervorming, een grondige vereenvoudiging dus, en een significante verlaging van de fiscale druk. Dat is hier niet het geval. Het is de zoveelste koterij. Wat hier voorligt, is een louter budgettaire ingreep, ontworpen om begrotingsputten te dichten – collega Verkeyn steekt dat zelfs niet onder stoelen of banken – zonder enig oog voor de economische impact, de rechtszekerheid of de uitvoerbaarheid van deze taks.
Het resultaat is een belasting die zogezegd rechtvaardigheid claimt – de sterkste schouders moeten die dragen, maar dat is absoluut niet het geval, voor iemand die de moeite neemt om de verslagen van de hoorzitting na te lezen –, maar die in de praktijk vooral nieuwe ongelijkheden en nieuwe discriminaties creëert, de complexiteit vergroot en de onzekerheid verdiept. Geen hervorming dus, maar een miskleun, zoals ik in het begin al zei, een stinkende, blinde kameel.
Met deze belasting wordt ook een van de allerlaatste fiscale troeven van dit zwaarbelaste land uit handen gegeven door de regering-De Wever. Het is een botte ingreep die de welvaart ondergraaft, in het bijzonder die van de Vlamingen, dixit Georges-Louis Bouchez, die nu eenmaal meer sparen, meer beleggen en meer ondernemen.
Mijnheer Jambon, mocht het nog niet duidelijk zijn, deze belasting – en u had alternatieven om de schatkist te vullen – is economisch schadelijk, juridisch wankel en anti-Vlaams. O ironie, ze wordt ingevoerd door een neoliberale Vlaams-nationalistische partij. Het kan verkeren en daarom kunnen wij dit ontwerp in zijn huidige vorm niet goedkeuren.
14.03 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, après des mois d’un long trajet parlementaire, ce projet arrive enfin en plénière. Le trajet fut long mais instructif. J’en veux pour preuve les auditions particulièrement intéressantes que nous avons demandées et obtenues.
Je vais être honnête avec vous, aujourd’hui, le simple fait de pouvoir discuter de ce projet de loi est un tabou qui tombe. En effet, pour certains partis politiques, le fait de taxer les plus‑values financières était un pas infranchissable, faisant de notre pays l’un des derniers de l’OCDE à ne pas imposer les plus‑values financières. Un non‑sens politique, mais aussi un non‑sens économique!
L’argument des "anti" était toujours le même: trop d’impôts en Belgique. En réalité, le problème majeur n’est pas un excès d’impôts, mais bien qu'ils sont mal répartis: trop d’impôts sur le travail et la consommation, et pas assez sur le grand capital. Et c’est là l’enjeu majeur de notre pays.
Les travailleurs retirent de moins en moins de salaire de la richesse produite, tandis que la part des bénéfices et des revenus financiers augmente. Les travailleurs et les ménages supportent environ 70 % des impôts, principalement sur les revenus et la consommation.
Dans le même temps, selon les dernières études de la Banque nationale, les 20 % des ménages les plus riches détiennent plus de 50 % des actifs financiers. À y regarder de plus près, notre système de taxation permet aux milliardaires d’engranger toujours plus de richesse sans contribuer au bien commun à juste hauteur. Pourtant, tout le monde sait que les très riches peuvent être mis à contribution sans douleur.
Il y a quelques semaines, Oxfam a lancé l’alerte en soulignant que jamais la richesse ne s’est accumulée aussi vite dans les mains de quelques‑uns. En Belgique, 17 milliardaires détiennent ensemble plus que 3,6 millions de Belges. Ces chiffres démontrent que notre système fiscal crée des dispositifs injustes en ne taxant que timidement le capital.
Il y a eu des avancées ces dernières années. Nous avons augmenté la taxation de certains revenus du capital et mis en place une taxe sur les comptes-titres de plus d’un million d’euros. Nous avançons, mais c’est trop timide, trop lent, principalement à cause de freins politiques de certains partis.
Comme énoncé plus haut, le fond du problème est le suivant: le contribuable est soumis à trop d’impôts sur le travail en Belgique. Il serait donc nécessaire de continuer à diminuer la pression sur les revenus des travailleurs, avec un focus particulier sur les bas et moyens salaires; ce que vous ne faites pas, ce que ne fait pas ce gouvernement. Certains partis avaient promis 500 euros de pouvoir d’achat en plus pour les travailleurs. Nous atteindrons peut-être quelques dizaines d’euros en 2029. Clairement, face à ce constat de trop d’impôts sur le travail, votre gouvernement ne fait rien.
Deuxième problème, notre pays est relativement laxiste en matière de taxation du capital. La Belgique est notamment l’un des rares pays de l’OCDE à ne pas taxer les plus-values sur actions réalisées par des personnes physiques en dehors de toute activité professionnelle. L’argument souvent brandi par la droite, selon lequel cela ferait fuir les investisseurs, ne tient pas puisque, hormis de rares exceptions, l’ensemble des pays de l’OCDE taxent les plus-values.
Chers collègues, pour toutes les raisons que je viens d’évoquer, voter un projet qui vise à taxer les plus-values constitue un tabou qui tombe aujourd’hui. C’est un pied dans la porte, je l’admets, mais ne soyons tout de même pas dupes. Un tabou tombe peut-être, mais pour laisser la place à un texte symbolique. De nombreux experts l’ont confirmé lors des auditions. Le texte ouvre la porte à une plus grande contribution des épaules les plus larges, mais rate non seulement son objectif, mais également sa cible.
M. Colmant l’a dit très clairement, ce texte ne touche pas les bonnes personnes. Entre les exceptions, les exemptions, les taux rabotés et le choix de la perception, on ne voit pas très bien comment cet impôt pourra être efficace et perçu justement. Il semble assez clair que les grandes fortunes belges continueront de dormir sur leurs deux oreilles.
Ce qu'il faut également dénoncer dans votre texte, ce sont les différences de traitement entre contribuables. S'agissant tout d'abord de la question des taux et des exonérations pour le particulier, pour ceux et celles qui ont de l'épargne et ont décidé de l'investir dans des actions ou d'autres produits financiers, souvent sur les conseils de leur agence bancaire, le dispositif est clair: une taxe de 10 % sur chaque plus-value avec une exonération de 10 000 euros. En clair, c'est un impôt pour la haute classe moyenne. Les épargnants qui ont investi dans des instruments financiers seront taxés à 10 %, alors que l'argent utilisé pour réaliser cet investissement est le fruit de leur activité professionnelle. En réalité, ici, vous touchez le cœur du patrimoine financier des ménages actifs: cadres, indépendants, professions libérales.
Monsieur le ministre, vous avez décidé du montant de l'exonération, en tout cas, sans aucune base scientifique réfléchie. C'est la véritable faiblesse de votre gouvernement. Votre réforme de la TVA était, nous pouvons le dire, un peu loufoque, bâclée et dépourvue de tout sens économique. C'est pareil ici, aucune vision économique, aucune anticipation des conséquences. En fait, monsieur le ministre, cet impôt pourrait induire plus de justice fiscale si, et là est toute la nuance, à côté de ce nouvel impôt, vous allégiez ceux sur le travail et la consommation et si vous ne preniez pas d'autres mesures injustes qui pénalisent les travailleurs, les familles, la classe moyenne.
On l’a compris, l’Arizona est le gouvernement des taxes. Votre slogan pourrait sans difficulté être: "Taxes, taxes, taxes." Des taxes sur le chauffage, sur les chaudières, sur l’essence, sur le diesel, sur la solidarité.
Cet acharnement sur la classe moyenne – certes une classe moyenne que je qualifierais de haute au regard de cet impôt – est d’autant plus injuste et incompréhensible que vous prenez des mesures bien plus légères pour ce que vous appelez les investisseurs "substantiels", c’est-à-dire ceux qui détiennent 20 % de capital. Pour eux, pour ceux qui ont réellement les épaules larges, pour les plus riches, on n’est plus du tout dans la même pièce. Une exonération d’un million d’euros et des taux progressifs de 1,25 à 10 % – un impôt particulièrement bas, donc.
Je m’interroge toujours sur les raisons d’une telle différence entre l’investisseur de la classe moyenne et le gros, voire très gros investisseur. On peut légitimement se poser la question de la justification d’un tel écart de taux entre les plus-values avec ou sans participation importante. D’ailleurs, le Conseil d’État se pose également cette question.
Les épaules les plus larges sont épargnées jusqu’à un million d’euros de plus-values et soumises à un taux avantageux jusqu’à dix millions d’euros. En pratique, un investisseur de la classe moyenne supportera un taux effectif proche de 10 %, sans possibilité de lissage ni de report des moins-values. À l’inverse, un individu réalisant plusieurs millions d’euros de plus-values sur une participation structurée pourra afficher un taux moyen inférieur à 3 %, voire nul sous le seuil d’exonération. On assiste ainsi à une forme de dégressivité de fait: plus la plus-value est élevée et juridiquement structurée, plus le taux effectif diminue.
Le nouveau régime que vous proposez ne taxe pas la capacité contributive globale, mais la nature juridique de l’actif. Deux contribuables réalisant une plus-value identique seront imposés de manière radicalement différente selon qu’ils détiennent un actif financier repris dans la liste ou une participation sociétaire. Ce choix favorise le capital organisé, conseillé et patrimonialisé, au détriment de l’épargne accessible et transparente.
Certains invoquent la protection de l'activité économique pour justifier l'exonération d'un million d'euros, mais cet argument est contesté par les experts que nous avons entendus. Il est évidemment nécessaire de soutenir l'économie, mais cet argument ne tient pas pour défendre la hauteur de l'exception à un million, ni les taux ridiculement bas jusqu'à dix millions. Ceux qui font l'activité économique de ce pays sont les indépendants et les très petites entreprises: ils constituent le véritable tissu économique belge.
Vous entendre défendre l'attractivité économique avec toutes les autres mesures que vous prenez par ailleurs est surprenant. Vous asphyxiez la croissance et l'activité économique. Vous auriez dû rendre du pouvoir d'achat à la classe moyenne et aux travailleurs pour qu'ils consomment et soutiennent ainsi notre économie, mais vous faites tout l'inverse en les assommant de taxes. Ce que vous auriez dû faire, c'est augmenter de manière conséquente le pouvoir d'achat des travailleurs, de la classe moyenne et des pensionnés, et ce parallèlement à l'introduction d'une vraie taxe sur les plus-values. Cela aurait été de la justice fiscale.
Ensuite, je suis également dubitatif quant à la méthode de perception. Si vous aviez voulu ouvrir la voie à toutes sortes d'ingénieries, vous n'auriez pas pu mieux faire. Vous ouvrez les brèches pour que certains intermédiaires fiscaux s'engouffrent et permettent aux plus riches d'éviter l'impôt. Monsieur le ministre, nous avons le sentiment qu'il s'agit-là d'un régime de perception à la carte: on instaure une nouvelle fois une législation fiscale permettant au contribuable de choisir ce qui lui convient le mieux. Pourquoi ne pas avoir tranché sur une perception pour tous les cas de figure au lieu de complexifier encore la législation?
L'une des critiques majeures quant à ce projet peut également être que l'imposition des plus-values ne s'applique pas aux sociétés. Là aussi, les auditions nous permettent d'affirmer que ce choix de ne pas soumettre les sociétés ouvrent la voie à une certaine optimalisation. Vous allez me dire que les plus-values au sein d'une société sont déjà soumises à la déclaration à l'impôt des sociétés (ISOC), mais que pensez-vous des détournements pouvant être organisés via le régime des holdings ou des sicav RDT?
C'est vrai, vous avez en partie renforcé les dispositifs, mais je pense qu'il faut en parallèle agir sur ces mécanismes. Cela restera trop facile d'éviter l'impôt en passant par une holding ou une sicav RDT. Et, on le sait, ce n'est pas le petit investisseur classique de la classe moyenne qui prendra la peine de s'organiser via une sicav, mais bien ces fameuses épaules les plus larges qui sont pourtant censées être visées par votre projet.
Monsieur le ministre, pourquoi semblez-vous vouloir fermer les yeux sur cette réalité? Comment votre dispositif peut-il être efficace et juste, s'il laisse la porte ouverte à l'ingénierie pour les plus fortunés? En résumé, contrairement au discours politique qui prétend protéger la classe moyenne, votre projet de loi induit de l'injustice. Ce sont les contribuables intermédiaires qui financent indirectement l'exonération des plus riches, ce qui crée un effet quasi régressif. Plus on est capable de planifier, moins on paie proportionnellement, et inversement pour ceux qui ne le peuvent pas. En clair, le discours politique de protection de la classe moyenne est incohérent avec la réalité légistique du texte.
Enfin, j'aimerais évoquer le rendement budgétaire prévu: 500 millions d'euros en rythme de croisière, c'est bien insuffisant. Cela l'est d'autant plus que les experts et la Cour des comptes sont unanimes pour dire que ce rendement ne sera pas atteint avec cette version de la taxe.
Chers collègues de Vooruit, des Engagés, en campagne électorale, vos deux partis avaient, comme nous, soumis au Bureau fédéral du Plan une proposition pour taxer les plus-values à 30 %. Cela rapportait 2,9 milliards d'euros. Il est donc dommage que vous ayez cédé au cri d'alarme de la droite en acceptant toutes ces exceptions, toutes ces exemptions qui déforcent la portée de ce texte.
Voilà pourquoi, chers collègues, je parle d'un tabou qui tombe et d'une taxe symbolique. Votre proposition passe à côté de la justice fiscale. C'est dommage parce qu'en termes de justice et d'équité fiscale, l'imposition des plus-values prend tout son sens. Je vous le redis, actuellement, ce sont essentiellement les travailleurs qui financent la sécurité sociale, les pensions ou les services publics, grâce aux impôts perçus sur leurs revenus et leur consommation.
Il n'est pas acceptable que les détenteurs de capitaux ne fournissent pas leur part d'effort pour financer notre société et son mode de vie. Vous auriez dû mieux calibrer pour que les détenteurs de capitaux obtenant des plus-values lors de la vente d'actifs financiers soient justement imposés.
Mon groupe dépose des amendements qui visent à remplacer l'ensemble du dispositif de la majorité. Nous proposons un taux général d'imposition de 30 % sur les plus-values, ce qui correspond au taux harmonisé sur les revenus du capital octroyés sous forme de dividendes. Nous prévoyons un taux de 15 % pour les plus-values réalisées plus de trois ans après l'acquisition, ce qui correspond à un taux d'imposition pour les intérêts perçus de l'épargne, et un taux de 40 % pour les plus-values réalisées dans les six mois de l'acquisition, cela pour encourager l'investissement en bon père de famille et décourager les comportements spéculatifs.
En conclusion, monsieur le ministre, chers collègues, vous l'aurez compris, nous soutenons le fait que ce tabou tombe enfin. Mais, soyons clairs, ce n'est pas ce texte que nous attendions. Il faudra, à tout le moins, absolument améliorer le mécanisme, revoir l'ambition, les exemptions et les exceptions. Voilà quelques éléments que je voulais vous livrer.
14.04 Natalie Eggermont (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, fiscale rechtvaardigheid is een belangrijk thema voor de PVDA. Fiscale rechtvaardigheid was ook een belangrijk thema tijdens de verkiezingen. Alle peilingen van de laatste jaren tonen aan dat een meerderheid van de Belgen, 60 à 70 %, wil dat de grote vermogens meer bijdragen. De mensen voelen steeds meer dat de belastingen in ons land diep onrechtvaardig zijn, dat niet iedereen op dezelfde manier bijdraagt en ze hebben gelijk, collega’s, want België is een fiscale hel voor de gewone werkmensen en een fiscaal paradijs voor de superrijken.
De rijken worden steeds rijker. We hebben hier al veel gepraat over hoe moeilijk het is voor de mensen dat jullie de pensioenen aanvallen, de index aanvallen en de accijnzen op diesel en brandstof willen verhogen, maar we vergeten soms dat er een kleine groep in de maatschappij is die wel rijker wordt. Die rijkdom concentreert zich aan de top. In 2000 was er één miljardairsfamilie in dit land. Ondertussen zijn dat er al meer dan vijftig. Het is moeilijk om precies te weten hoe het vermogen is samengesteld, maar het is duidelijk dat er een gigantische concentratie is.
De studies van de Nationale Bank van België tonen dat de tien procent rijksten in ons land ongeveer de helft van het vermogen van alle Belgen bezitten. De één procent rijksten bezitten zelfs een kwart van het totale vermogen. Er zit dus een concentratie bij de rijksten en een enorme concentratie bij de allerrijkste één procent.
De belastingdruk op die rijken is ook zeer onrechtvaardig verdeeld. Een onderzoek van professor Decoster toont aan dat de rijksten steeds rijker worden en ook veel minder belastingen betalen. De één procent rijksten hebben gemiddeld een fiscale druk van 23 %, terwijl het gemiddelde voor alle andere Belgen 43 % bedraagt. De één procent rijksten hebben dus een fiscale druk die de helft minder is dan het gemiddelde van wat de Belg betaalt. Dat is fundamenteel onrechtvaardig.
Daarnaast is er nog een ander element van onrechtvaardigheid in ons belastingsysteem, namelijk de consumptiebelastingen. Studies van professor Decoster illustreren ook in welke mate de consumptiebelastingen, zoals btw en accijnzen, de ongelijkheid op het vlak van fiscaliteit nog verergeren. Dat weegt veel zwaarder op de lagere inkomens dan op de hoge inkomens. De 40 % Belgen met de laagste inkomens betalen vier à vijf keer meer aan consumptiebelastingen dan de 1 % rijksten. Wat wil de regering doen? Ze wil de btw en de accijnzen verhogen.
Wat de meerwaardetaks zelf betreft, wij zullen de voorliggende tekst steunen, omdat die taks belangrijk is en omdat wij het idee van een belasting op meerwaarden ondersteunen. Het is een anomalie in België dat er geen belasting op meerwaarde is in de personenbelasting. Wij steunen dus dat die stap wordt gezet.
Collega’s, het is heel belangrijk erop te wijzen dat die meerwaardebelasting nu naar voren wordt geschoven als de grote overwinning. 'Eindelijk zullen de sterkste schouders bijdragen.' Dat is echter fout, want de superrijken zullen die meerwaardebelasting niet betalen. Dat weet iedereen.
De maatregel zal de rijkste 10 % raken, maar de superrijken en allerrijksten, die 1 %, de miljardairs, zullen de dans ontspringen. Dat is geen detail. Dat beweert niet alleen de PVDA. Zodra de wettekst uitkwam, hebben heel veel experten in die zin gereageerd.
Michel Maus, professor fiscaal recht, stelde in juli 2025 in Terzake dat wat vandaag is goedgekeurd, een meerwaardebelasting is in het kader van de personenbelasting. In het kader van de vennootschapsbelasting verandert er niets. Iedereen weet dat de ultrarijken weinig personenbelasting betalen. Zij hebben hun vermogen gestructureerd in juridische entiteiten, vennootschappen enzovoort. Zij ontsnappen aan de meerwaardebelasting.
Isabelle Albers, hoofdredactrice van De Tijd, stelde op 30 juni 2025 dat de realiteit is dat de 1 % rijksten aan de taks ontsnapt. Bruno Colmant, voormalig kabinetschef van Didier Reynders, gaf eveneens aan dat de taks de rijksten, met name de grote families, niet zal treffen. Zij verkopen hun aandelen immers nooit aan hun persoon, maar behouden de controle over hun ondernemingen en dragen hun aandelen gewoon over aan erfgenamen. Om de sterkste schouders werkelijk te treffen, moet het vermogen rechtstreeks worden belast.
Waarom zullen die superrijken de taks niet betalen? Omdat er een vrijstelling is van meerwaarden gerealiseerd door vennootschappen via de toepassing van het stelsel van het definitief belastbaar inkomen.
De grote meerderheid van de mensen in ons land die participaties en aandelen hebben, beheren die als particulier, als persoon. Als men er winst op maakt, meerwaarde, zal die belast worden via de personenbelasting. Daarvoor is de meerwaardebelasting van tel. Maar de superrijken, de top 1 %, beheert zijn participaties niet zelf als persoon, maar via een vennootschap of een holding. Die vallen niet onder de personenbelasting, dus de meerwaardebelasting is niet van tel. Die vallen onder de vennootschapsbelasting.
Elk jaar realiseren die financiële holdings aanzienlijke meerwaarden op de verkoop van hun aandelen. Er wordt geargumenteerd dat men daarop vennootschapsbelasting betaalt, maar er is een gigantisch achterpoortje, en daar knelt natuurlijk het schoentje. Onder bepaalde voorwaarden worden de meerwaarden van vennootschappen niet belast, namelijk onder de voorwaarde dat men in een vennootschap een deelneming heeft van minstens 10 % of 2,5 miljoen euro in de vennootschap waarvan men de inkomsten ontvangt.
Dat gaat over grote bedragen, want al die miljardairs hebben dan holdings die een deelneming hebben van 11 % of 12 %, niet toevallig net genoeg om te kunnen voldoen aan de DBI-aftrek, maar zodoende hoeven ze geen belasting betalen.
Dat is een heel groot fiscaal achterpoortje. De budgettaire kosten van die fiscale niche zijn gigantisch. Tussen 2018 en 2023 heeft dat de staatskas ongeveer 3 miljard tot 5 miljard euro per jaar gekost. Volgens de recentst beschikbare cijfers van de FOD Financiën gaat dat bedrag almaar omhoog. Voor het aanslagjaar 2024 ging het over 7,2 miljard euro, collega’s, die de staatskas misliep door de fiscale achterpoortjes in de vennootschapsbelasting. De nu voorliggende meerwaardebelasting lost dat probleem helemaal niet op.
Die niche heeft de superrijken van ons land enorm goed gediend. Ik zal een paar voorbeelden geven. Eric Wittouck, de rijkste Belg, heeft een holding, Artal, die in 2024 de Amerikaanse fastfoodketen Cava met een winst van 1,7 miljard euro verkocht heeft. Hij verkoopt die keten, maar hij heeft de aandelen niet zelf, die zitten in zijn holding. Die holding heeft de aandelen. Hij verkoopt die keten aan een ander bedrijf en ontvangt 1,7 miljard euro. Hij heeft een voldoende percentage aandelen, hij betaalt daarop dus geen belasting. Hij zal aan minister Jambon dus ook geen meerwaardebelasting betalen.
Een ander voorbeeld is de familie de Spoelberch, een van de families achter AB InBev. Zij hebben via hun investeringsvennootschap Cobepa een Duits bedrijf verkocht met een winst van 620 miljoen euro, maar ze betalen op dat bedrag geen belastingen.
In 2022 realiseerde de ondernemingsgroep Ackermans & van Haaren een winst van 340 miljoen euro bij de verkoop van aandelen in het zorgbedrijf Anima en de chemicaliëndistributeur Manuchar. Zij betaalden nul euro belastingen en de meerwaardetaks zal daar niets aan veranderen.
Wij hebben in de commissie herhaaldelijk gevraagd of die miljardairs via het systeem van de meerwaardetaks wel belastingen zouden moeten betalen, maar u hebt me net geantwoord dat dat niet het geval is. Daarop wordt vaak geantwoord dat als Marc Coucke, Eric Wittouck of Jan Clarebout hun holding verkopen en daar winst op boeken, ze meerwaardebelasting zullen moeten betalen. Dat klopt, maar de realiteit is dat zij dat niet doen, omdat de allerrijksten hun investeringen via holdings structureren. Zo wordt hun kapitaal van generatie op generatie doorgegeven. Zij halen hun aandelen niet uit hun holdings. Wanneer zij aandelen van hun holding willen doorgeven aan de volgende generatie, doen ze dat met een schenking van aandelen uit de holding, waarop ook nul procent belasting wordt betaald. Dat zijn allerlei regels op maat van de allerrijksten, die binnen de vennootschapsbelasting gebruikmaken van fiscale achterpoortjes via holdings. De meerwaardebelasting zal hen niet raken.
Zij halen hun aandelen niet uit hun holdings. Integendeel, zij steken daar net alles in. De kunst bestaat erin om zo weinig mogelijk dividend of loon uit te keren en zoveel mogelijk uitgaven door de holdingfirma te laten financieren. Zo zien we vaak dat huizen, auto’s, boten en vliegtuigen door de vennootschap worden aangekocht en vervolgens geleased of ter beschikking gesteld aan de aandeelhouders. Zij halen dus weinig of geen geld uit hun onderneming, maar steken hun huis of hun vliegtuig in de familiale vennootschap en daarop betalen ze enkel een voordeel van alle aard, wat een minimale belasting is. Het argument dat superrijken, als ze hun geld uit hun holdings halen, wel meerwaardebelasting zouden betalen, is technisch juist, maar in realiteit gebeurt dat niet, omdat zij net alles in holdings onderbrengen.
Dat toont heel duidelijk – en dit is echt geen detail – dat de superrijken, de 1 %, de dans ontspringen. Er zijn twee verschillende stelsels. Er is de personenbelasting en er is ook de vennootschapsbelasting. De meerwaardebelasting is alleen van toepassing op de personenbelasting, collega's. Iedereen weet dat de superrijken, de Marc Couckes, de Clarebouten, de Fernand Hutsen van deze wereld, hun geld in holdings steken waar de personenbelasting en hetgeen hier voorligt, niet op van toepassing zijn. Er is dus een achterpoort die wagenwijd openstaat op maat van de superrijken, waardoor zij doorgaans nul euro betalen wanneer zij aandelen kopen en verkopen via hun investeringsmaatschappijen. Daardoor loopt de Staat ook jaarlijks miljarden euro’s aan inkomsten mis en de meerwaardetaks zal daar niets aan veranderen. In ons belastingstelsel hanteert men dus twee maten en twee gewichten en dat is fundamenteel onrechtvaardig.
Ik hoop dat u mij kunt uitleggen, mijnheer de minister, wat er rechtvaardig is aan dat systeem. Neem nu Jan Clarebout, eigenaar van de holding Clarebout Potatoes nv, een bedrijf in West-Vlaanderen waar werknemers wegens de verkoop van het bedrijf en de slechte werkomstandigheden hebben gestaakt. Welnu, de eigenaar heeft zijn onderneming verkocht aan een Amerikaans bedrijf en daar naar schatting 3 miljard euro winst mee gemaakt. Op die miljarden winst heeft hij 0 euro belasting betaald, omdat een en ander via een investeringsmaatschappij verloopt en niet via de personenbelasting. Als een werknemer van dat bedrijf met zijn spaargeld aandelen koopt en verkoopt, valt dat wel onder de personenbelasting en zal die wel meerwaardebelasting moeten betalen. Jan Clarebout, die tot de rijkste Belgen behoort, ontspringt dus de dans, terwijl werknemers wel moeten betalen. Legt u mij uit hoe dat verenigbaar is met het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.
De meerwaardebelasting raakt de superrijken niet. Als men de superrijken wil laten bijdragen, is er volgens alle experts een echte vermogensbelasting nodig. Nu is er een meerwaardebelasting in het kader van de personenbelasting. Uiteindelijk blijft de belasting een symboolmaatregel, die vooral dient om te doen alsof de rijken bijdragen en om mensen de asociale besparingen van de regering te doen slikken.
Men zwiert dan met het tegenargument dat de studie van de FOD Financiën zou aantonen dat de taks voornamelijk door de 1% rijksten zou worden betaald. Dat is echter niet wat die studie zegt.
De studie van de FOD Financiën toont aan dat de 1 % rijksten bijna 40 % van alle aandelen bezit en dat er dus een enorme ongelijkheid bestaat. Dat klopt, de 1 % rijksten bezit bijna 40 % van de aandelen. Als er dus een algemene meerwaardebelasting zou zijn op alle meerwaarden, dan zou de 1 % rijksten theoretisch gezien een groter deel van die meerwaardebelasting moeten betalen. Dat is echter een theoretische oefening, want de FOD Financiën heeft geen rekening gehouden met het feit dat er een gespleten belastingsysteem is en dat de superrijken de aandelen, die ze in grote mate bezitten ten opzichte van de rest van de bevolking, via vennootschappen beheren.
Voorts heeft de Inspectie van Financiën in haar advies de ramingen van de FOD Financiën zwaar bekritiseerd, omdat er ook enorm veel elementen worden genegeerd, zoals de belastingvermindering dankzij minwaarden en de gedragsverandering van belastingplichtigen, eens de taks van kracht is.
Tot slot stelt het advies van de Inspectie van Financiën ook duidelijk dat de vrijstelling van de eerste jaarlijkse schijf van meerwaarden van 1 miljoen euro en alle andere vrijstellingen voor belangrijke deelnemingen in tegenspraak zijn met het nagestreefde doel om de budgettaire inspanning op de sterkste schouders te laten rusten. Eens te meer worden de sterkste schouders minder belast.
Zelfs mijn collega’s van Vooruit hebben bevestigd dat de 1 % rijksten aan de taks zal ontsnappen. Vandaar ook dat ze aan de vooravond van het begrotingsakkoord in november naar aanleiding van de actiedagen van de vakbonden een miljonairstaks op tafel legden met de boodschap dat iedereen moet bijdragen en dat er een bijdrage moet zijn van de sterkste schouders. Dat dat voorstel op tafel kwam, toont aan dat wat in het regeerakkoord staat, namelijk die meerwaardebelasting, de 1 % rijksten niet raakt. In het uiteindelijke begrotingsakkoord zat die miljonairstaks er niet in. De allerrijksten ontsprongen opnieuw de dans.
Conner Rousseau betreurde het vervolgens dat Vooruit de miljonairstaks, dat symbooltje, niet binnen had gehaald, maar dat de rijken wel mee zouden bijdragen. Dat symbooltje zou wel 1 miljard hebben opgeleverd! Kortom, ook Vooruit geeft toe dat de 1% rijksten niet betalen. Daardoor is de opbrengst van de taks ook niet zo groot, namelijk 500 miljoen tegen 2029. Dat is logisch als men de superrijken spaart, terwijl er daar wel gigantische rijkdom is geconcentreerd.
Dan zijn er ook nog al die uitzonderingen en vrijstellingen die de taks verzwakken. Een vrijstelling van 1 miljoen euro om de vijf jaar, hernieuwbaar voor substantiële deelnemingen en een eerder laag tarief van 10 %, terwijl dat in alle buurlanden hoger is. In Duitsland is dat 26 %, in Frankrijk 30 %, in Nederland 31 % en in Italië 26 %.
Bovendien riskeert de opbrengst van de taks gezien de gecompliceerde wereldeconomische situatie nog bescheidener te zijn. Charlotte de Montpellier, econoom bij ING, heeft daarover gezegd: "Er is zojuist een taks van 10 % op de meerwaarde van financiële beleggingen ingevoerd, maar wanneer financiële beleggingen in waarde dalen, zoals momenteel het geval is, zijn er geen of nauwelijks meerwaarden en dus geen belastinginkomsten voor de Staat."
Het raakt de rijksten niet en het levert heel weinig op. Wat is dan het nut van deze taks? Waarom doet u dat dan? Het dient als symbool, als dekmantel om de sociale afbraak te rechtvaardigen. U valt de pensioenen, de index en de nachtpremies aan en u wilt de accijnzen verhogen. Om heel die asociale pil te slikken, komt er dan de meerwaardebelasting, die zogezegd de sterkste schouders belast, zodat iedereen zijn steentje bijdraagt. Het is echter heel duidelijk dat de allerrijksten niet zullen betalen. Zij ontspringen de dans en zullen hun steentje niet bijdragen, maar wie betaalt er keer op keer de factuur? De werkende klasse.
Er is nochtans een alternatief. Wij hebben een heel concreet voorstel, de Canadataks, en hebben daarvoor ook een amendement ingediend. Die Canadataks geldt dan specifiek voor de vennootschapsbelasting. De meerwaardebelasting is voor de personenbelasting, maar in de vennootschapsbelasting is er de fiscale achterpoort van de DBI, waarmee de staatskas miljarden misloopt. In 2024 ging het om 7,2 miljard. Als men onder de DBI-aftrek valt, is de meerwaarde 100 % vrijgesteld.
De vraag is waarom we dat dan niet voor een deel vrijstellen. In Canada wordt de helft van de meerwaarde die bedrijven maken op die manier belast aan het vennootschapsbelastingtarief. Dat is een heel belangrijke inkomstenbron. Het belastingstelsel voor bedrijfsmeerwaarde dat van kracht is in Canada kan ons land toch ook inspireren om het gunstige fiscale stelsel voor de multinationals en de financiële holdings af te schaffen? Als Canada de grote bedrijven eerlijk kan belasten, waarom zouden wij dat dan ook niet kunnen?
In eerste instantie stellen wij dus voor om de bestaande 100 %-vrijstelling te beperken tot een derde van de meerwaarde en de resterende twee derde te belasten tegen het standaard vennootschapsbelastingtarief. Wij dienen een amendement in die zin in. Op die manier zetten wij een eerste stap om de belangrijkste fiscale niches in ons land te sluiten. Op die manier zorgen wij ervoor dat de allergrootste bedrijven niet langer worden vrijgesteld en dat ze net als iedereen hun belastingen op een eerlijke manier betalen. Dat zal ook belangrijke inkomsten genereren. Deze maatregel zou tot 2 miljard euro per jaar kunnen opbrengen.
Collega’s, dat is een heel redelijk en constructief voorstel. Wij pleiten niet voor de volle pot maar voor een beperking van de vrijstelling voor de verkoop van aandelen onder de vennootschapsbelasting. Dat lijkt mij een heel redelijke eerste stap als u wilt waarmaken wat wordt beweerd, namelijk het belasten van de sterkste schouders.
Wij herhalen ook wat de experts zelf stellen.
Als u wilt dat de superrijken betalen, is een echte vermogensbelasting nodig. Ik
eindig met een citaat van Paul De Grauwe, die in Humo heeft verklaard
dat het larie is dat de sterkste schouders de zwaarste last dragen. Vooruit heeft zich in de zak laten
zetten.
14.05 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le président monsieur le ministre, chers collègues, aujourd’hui est un jour historique. Après de longs débats et un travail fourni, nous allons enfin doter notre pays d’une taxation sur les plus-values. Certains ici en rêvaient. Nous l’avons fait, chers collègues. Pas des paroles, mais des actes. Cette taxe sur les plus-values s’inscrit dans le cadre de la contribution des épaules les plus larges.
En rythme de croisière, cette taxe sur les plus-values devrait rapporter plus d’un demi-milliard d’euros. Elle doit être mise en lien avec les nombreuses autres mesures poursuivant ce même objectif, comme le doublement de la taxe sur les comptes-titres, la hausse de la taxe bancaire ou encore le VVPR-bis. Dans l’ensemble, ce sont ainsi près de deux milliards d’euros qui seront récoltés à l’horizon 2029.
Demander une contribution aux épaules les plus larges devient enfin une réalité. Jamais celles-ci n’avaient été autant mises à contribution. Un merci ne serait pas de trop, chers collègues. Je m’adresse d’ailleurs aux collègues du PS. Au-delà de son aspect budgétaire, cette contribution des épaules les plus larges est une question de justice.
Les Engagés défendent évidemment ceux qui travaillent. Il n’y a aucun mal à gagner sa vie, à investir ou à réussir. Certainement pas, bien au contraire. Nous pensons néanmoins que de trop grands écarts de richesse nuisent au vivre ensemble. Pour qu’une société fonctionne, chacun doit se sentir partie prenante d’un projet, être considéré comme citoyen et pouvoir contribuer comme les autres. Dans un monde où les écarts de richesse sont tels que les réalités vécues ne sont plus comparables, cela n’est plus possible.
Rappelons-le, cette taxe touche les actifs financiers, c’est-à-dire les instruments financiers tels que les actions, les produits dérivés, certains contrats d’assurance, les cryptoactifs et les devises. La Belgique était jusqu’à présent une exception parmi les pays européens en ne taxant pas les plus-values, ce qui faisait de notre pays, à cet égard, une forme de paradis fiscal. Ce projet de loi remédie à cette situation.
Le projet de loi comporte également une exit tax, permettant d'éviter le contournement de cette taxe sur les plus-values. L'exil fiscal ne constituera donc pas une solution pour que des individus se soustraient à leur devoir envers la collectivité et la nécessité d'y contribuer. Plus largement, vous engagez la mise en œuvre de la clef de voûte de notre vision de la fiscalité et la globalisation des revenus. Un euro gagné en travaillant et un euro gagné en investissant doivent être taxés de la même manière. Or, aujourd'hui, notre fiscalité sur le travail est trop élevée. Tout le monde en conviendra et le dénonce. La baisse de la fiscalité sur le travail doit s'accompagner d'une contribution accrue du capital.
Si la contribution de tous est une nécessité, tant sur le plan économique que sur celui de la cohésion de notre société, il est également crucial de préserver l'esprit d'entreprise. C'est ce que permet ce texte. En effet, premièrement, les moins-values seront déductibles. L'investissement est, par nature, une opération qui comporte un certain risque. S'ils peuvent rapporter beaucoup, les investissements peuvent également être à l'origine de pertes importantes. Il est donc logique que d'éventuels gains servent alors à éponger d'éventuelles pertes. Deuxièmement, une exonération de 10 000 euros est garantie. Tout concitoyen pourra donc continuer à engranger des gains jusqu'à cette somme sans devoir payer les 10 %. Ce n'est donc qu'à partir de plus-values déjà relativement élevées que la taxe s'appliquera. Troisièmement, un régime particulier a été introduit pour la détention de "larges parts", visant typiquement l'entrepreneuriat. L'entrepreneur qui revend sa société au terme de son activité sera ainsi exempté de la taxe jusqu'à un million et continuera à bénéficier d'un taux réduit jusqu'à 10 millions.
En conclusion, cette taxe sur les plus-values permet de faire contribuer les épaules les plus larges – c'est essentiel à notre cohésion nationale en ces temps difficiles –, tout en préservant l'investissement et l'entrepreneuriat. C'est une grande avancée pour notre pays. Par conséquent, je vous invite à soutenir largement le projet qui nous est soumis et je vous en remercie.
14.06 Niels Tas (Vooruit): Mijnheer de minister, collega’s, we zijn donderdag 2 april 2026, een historische dag voor eerlijke en rechtvaardige fiscaliteit in ons land.
Hoewel de ongelijkheid van vermogens in België de voorbije honderd jaar duidelijk is afgenomen, is de daling volgens studies de voorbije twintig jaar stilgevallen en gestagneerd. Vandaag bezitten de 1 % rijkste Belgen evenveel als de 75 % armsten in ons land.
Dan is het voor Vooruit duidelijk welke keuzes moeten worden gemaakt, met een begroting die voor gigantische uitdagingen staat. Gewone mensen die elke dag keihard werken, betalen bijna de helft van hun loon aan belastingen, omdat er anderen zijn die niet genoeg hun deel bijdragen.
Iedereen in het Parlement weet dat we moeten hervormen om de rekeningen van ons land terug op orde te krijgen. We zijn het er niet altijd over eens op welke manier, maar er moeten gigantische stappen worden gezet om de rekeningen niet langer door te schuiven naar onze kinderen en kleinkinderen, om de koopkracht van de mensen te beschermen, om de sociale zekerheid veilig te stellen voor de toekomst en om de veiligheid van iedereen in een wereld die vandaag in brand staat te beschermen.
Om die hervormingen eerlijk te laten gebeuren en de inspanningen eerlijk te verdelen, moet iedereen zijn deel doen, ook de sterkste schouders, zonder achterpoortjes.
Met deze meerwaardebelasting wordt rechtgezet wat al jaren scheefgroeit. Meer dan 70 % van de Vlamingen steunt ons in die strijd. Dankzij Vooruit wordt door deze regering niet alleen 500 miljoen euro opgehaald met de nu voorliggende meerwaardebelasting, maar dit jaar alleen al wordt 2,4 miljard euro extra opgehaald bij de sterkste schouders. Tegen 2029 zal dat zelfs oplopen tot 4,5 miljard euro extra per jaar.
Collega’s ter linkerzijde, geen enkele regering voor ons heeft dat ooit al voorgedaan. Geen enkele andere regering dan de arizonaregering heeft meer opgehaald bij de sterkste schouders met die meerwaardebelasting, met de verdubbeling van de effectentaks op financiële activa van minstens 1 miljoen euro, met een bankenbijdrage, met de exittaks, met een ongeziene aanpak van fiscale fraude, met datamining op het CAP, met de oprichting van een nationaal fiscaal parket, met het aanpakken van managementvennootschappen, enzovoort. Dat is een ongeziene inspanning in bijzonder moeilijke budgettaire tijden, op een moment dat de wereld in brand staat en dat onze samenleving, onze economie, onze bedrijven en onze werknemers worden aangevallen door landen en actoren die tot voor kort onze bondgenoten waren.
Solidariteit betekent voor ons krijgen naar noden, maar ook bijdragen naar vermogen. Net daarom hebben we in ons land ook een progressief belastingsysteem. Net daarom betalen mensen met een hoger inkomen ook meer personenbelasting. Ons hele socialezekerheidsstelsel, waarvoor men ons trouwens in het buitenland benijdt, is daarop gebaseerd.
Uit data van de Nationale Bank en de Europese Centrale Bank blijkt dat de belasting die vandaag voorligt in de praktijk voornamelijk zal worden gedragen door de rijkste 10 % van de bevolking. De rijkste 10 % van de bevolking zijn volgens mij, beste vrienden van de PVDA, de sterkste schouders. Amper 10 % van de bevolking bezit trouwens aandelen. Sterker nog, het zijn enkel de rijkste 1 % van de Belgen die conform die inschattingen meer dan 50 % van de totale opbrengst van die meerwaardebelasting voor hun rekening zullen nemen.
De overgrote meerderheid van de Belgen wordt door de hoge vrijstellingsdrempels helemaal niet getroffen. Dat ontkracht voor ons het beeld dat sommigen hier ophangen, alsof de gewone belegger het slachtoffer is. Het is een fabeltje dat die maatregel per definitie de middenklasse raakt. Het is vaak vooral de bedoeling om ervoor te zorgen dat het hun vriendjes, rijke families, zijn die op die manier worden ontzien. Het is uiteraard ook hypocriet, want als we van die sterkste schouders geen bijdrage vragen, wie zal het dan wel moeten betalen? Dan is het net de middenklasse. Dat is ook de reden waarom we de meerwaardebelasting voorleggen. Stop dus met die verklaringen, stop met die bangmakerij.
Professor Delanote heeft dat trouwens tijdens de hoorzitting ook heel helder toegelicht. Het doel van de wet, herverdeling, wordt ingelost. Hij heeft ook duidelijk benadrukt in zijn repliek dat het wetsontwerp, ondanks wat sommigen hier beweren, goed in elkaar zit.
Bovendien is het wetsontwerp zo opgebouwd dat er aanzienlijke marges zijn voor legale optimalisatie die de middenklasse beschermen. De jaarlijkse voetvrijstelling van 10.000 euro, te indexeren, kan voor elke belegger optimaal worden benut via de zogenaamde tax harvesting. Dat betekent dat een belegger elk jaar een deel van zijn winst kan verzilveren om die vrijstelling te benutten en die onmiddellijk te herbeleggen. In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp wordt expliciet bevestigd dat dit optimale gebruik van vrijstellingen niet als misbruik wordt beschouwd.
Daarnaast speelt ook het huwelijksvermogensstelsel een cruciale rol in de bescherming van gezinnen. Onder het wettelijk stelsel worden meerwaarden automatisch fiftyfifty toegekend aan beide partners, ongeacht wie de economische eigenaar is van de aandelen. Dat betekent dat koppels effectief recht hebben op een dubbele voetvrijstelling, waardoor hun belastingvrije marge per jaar stijgt tot in totaal 20.000 euro. Voor wie jarenlang niet verkoopt, kan die vrijstelling via de rugzakregeling zelfs oplopen tot 30.000 euro per koppel. Zo kan bijvoorbeeld een koppel gedurende 18 jaar 350 euro per maand beleggen voor zijn of haar kind als een spaarpot. Bij een rendement van 5 % per jaar en een indexering van de voetvrijstelling zal het koppel geen euro meerwaardebelasting betalen.
We moeten tot slot ook de totale fiscale druk in beschouwing nemen. De invoering van de meerwaardebelasting is een noodzakelijke stap naar meer fiscale rechtvaardigheid in ons land. Inkomsten uit aandelen, die voordien voor de meest vermogenden volledig onbelast waren, 0 %, worden nu belast tegen een bescheiden tarief van 10 %. Dat creëert niet alleen een moreel, maar ook een budgettair draagvlak om de belastingdruk op arbeid in ons land te verlagen. Zelfs het IMF – ik zou dat een bolwerk van kapitalisme kunnen noemen – pleit voor een beter evenwicht tussen belastingen op arbeid en belastingen op kapitaal. Het IMF stelt letterlijk: "Door de snelgroeiende internationale samenwerking op fiscaal vlak, met onder meer automatische uitwisseling van allerhande informatie, is kapitaal steeds lastiger te verbergen in het buitenland en is de prikkel om te vluchten dus kleiner geworden. Het maakt dat er sprake is van een onmiskenbaar keerpunt." Dat is ook wat we met deze regering aan het doen zijn.
De gouverneur van de Nationale Bank van België, Pierre Wunsch, heeft dat deze week eveneens toegelicht in de commissie tijdens de hoorzitting. Hij gaf duidelijk aan dat we voor grote budgettaire uitdagingen staan en een van de belangrijkste elementen om die uitdagingen aan te pakken – ik citeer de gouverneur – is "erosie in ontvangsten beperken". Tegelijk stelde hij dat hij het altijd vreemd heeft gevonden dat er in dit land geen meerwaardebelasting bestaat. Collega’s, in plaats van de gewone man te treffen, zorgt dit ontwerp ervoor dat iedereen een rechtvaardige inspanning levert en dat de lasten op arbeid kunnen dalen. Dat is ook maar eerlijk, want vergeet niet dat 80 % van de aandelen in handen is van de rijkste 10 %.
Het is uiteraard ook hoog tijd dat België een meerwaardebelasting invoert, aangezien die in andere West-Europese landen al langer bestaat. "Op een kaart van Europa is België een zeldzame witte vlek in een zee van landen met een meerwaardebelasting." Dat zijn niet mijn woorden, maar die van journalist Kris van Hamme in De Tijd.
Tot op vandaag bestaat de meerwaardebelasting niet in ons land. In de Europese Unie bedraagt het gemiddelde belastingtarief op winst uit aandelen 18,6 %. In Duitsland, Nederland en Frankrijk ligt dat tarief zelfs boven de 30 %. In dit ontwerp wordt een tarief van 10 % gehanteerd. Dat betekent dat 10 % van de rijkdom die wordt vergaard, zonder dat men daar iets voor moet doen, wordt belast. Meerwaarde verwerft men immers door te investeren en van die opbrengst wordt een klein deel als bijdrage gevraagd.
De Hoge Raad van Financiën heeft in zijn rapport van vorig jaar nog gesteld dat het verschil in belastingdruk op inkomen uit arbeid en uit kapitaal in ons land groter is geworden dan in de meeste OESO-landen en de voorbije tien jaar gevoelig is toegenomen. Daarmee wordt ook een stevige kanttekening geplaatst bij de bewering dat de kapitaalbelastingen in ons land al te hoog zouden zijn. De Hoge Raad van Financiën concludeert uitdrukkelijk het tegendeel, wat eveneens blijkt uit de cijfers. Begin januari titelde De Tijd nog dat Belgen met een financieel vermogen van 1.309 miljard euro rijker zijn dan ooit, onder meer dankzij meerwaarden op beleggingsfondsen en aandelen.
De voorbije maanden is er veel gesproken, gepubliceerd, gediscussieerd, gepost en gepalaverd over de meerwaardebelasting, vaak gepaard gaand met bangmakerij en straffe uitspraken. De heer Van Quickenborne stelde in de commissie dat wij de rijken armer zouden maken. Dank u wel voor het compliment, zou ik zeggen.
De meerwaardebelasting zou ook leiden tot een gigantische economische schade. Vandaag kwam het VBO langs met een petitie van 1.100 bezorgde ondernemers. Ik meen dat het belangrijk is daar ook goed naar te luisteren en hun bezorgdheden te respecteren. Dat doen we dan ook altijd, maar bij de bespreking in tweede lezing kwam minister Jambon met duidelijke cijfers. Vooralsnog heeft de meerwaardebelasting, die sinds begin dit jaar van kracht is, niet tot minder beurstransacties geleid. Integendeel, de inkomsten uit de beurstaks lagen in januari van dit jaar bijna de helft hoger dan in dezelfde maand van vorig jaar.
Is het wetsontwerp dat vandaag ter stemming voorligt perfect, collega’s? Zouden wij van Vooruit het ook op deze manier schrijven? Eerlijkheidshalve is mijn antwoord twee keer neen. Maar het taboe is doorbroken. Het is een heldere stap vooruit naar een eerlijke en rechtvaardige fiscaliteit.
Voorzitter: Peter De Roover, voorzitter.
Président:
Peter De Roover, président.
Collega’s, waar anderen al jaren om roepen, doet Vooruit in deze regering. Er wordt een meerwaardebelasting ingevoerd die de sterkste schouders echt meer zal doen bijdragen. En ja, dat is historisch. Ze is voor Vooruit ook de logica zelve, want gewone mensen die elke dag keihard werken, betalen bijna de helft van hun loon aan de belastingen. Dan moeten we ook de sterkste schouders hun eerlijk deel doen bijdragen. 70 % van de Vlamingen steunt ons in die strijd. Wij zullen die strijd blijven voeren.
14.07 Steven Matheï (cd&v): Ik bedank alvast de minister, het kabinet en de administratie dat zij alle vragen nauwkeurig hebben beantwoord, ook al suggereren sommigen hier het tegendeel. Dat was trouwens geen overbodige luxe, want wij creëren hier een nieuw onderdeel van fiscaliteit en dat gaat gepaard met de nodige complexiteit.
De meerwaardebelasting is een van de meest besproken voorstellen van de arizonaregering. Er is veel over te doen geweest, zowel in de fiscale wereld, omdat wij een nieuw deel fiscale regels creëren, als bij het bredere publiek. Het was niet voor niets dat artikels daarover op de website van De Tijd in 2025 wel heel vaak werden aangeklikt.
De tekst heeft een lange weg afgelegd, zelfs nog voor hij in het Parlement werd ingediend. Het leek soms alsof wij op een achtbaan zaten. Nu eens dachten we dat we ons eindbestemming hadden bereikt, dan weer moesten we opnieuw vertrekken. Wij zijn blij dat we met de goedkeuring van dit wetsontwerp het eindstation bereikt hebben.
Bij elke rit in de achtbaan hoort een fotomoment voor lachende inzittenden. Dat fotomoment is er ook met de meerwaardebelasting, namelijk 31 december. Dat is een moment om te koesteren. De regering doet iets waar de vivaldiregering niet in is geslaagd, namelijk de invoering van een meerwaardebelasting als een van de noodzakelijke hervormingen, namelijk de hervormingen op het vlak van de arbeidsmarkt en de pensioenen en in de fiscaliteit. Ik stel vast dat de Raad van State een beperkt aantal opmerkingen formuleerde over de architectuur van die meerwaardebelasting als nieuw onderdeel van de fiscaliteit, in tegenstelling tot wat sommigen suggereerden. Overigens, ook experten zoals professor Delanote bevestigden dat het ontwerp goed in elkaar steekt. Het gaat hier om een belasting op de meerwaarde van bepaalde financiële activa, zoals de klassieke aandelen, het beleggingsgoud, bepaalde verzekeringsproducten en cryptobeleggingen en alleen bij een overdracht onder bezwarende titel, dus niet bij bijvoorbeeld schenkingen en legaten, waarover sommigen mist probeerden te spuien.
De meerwaardebelasting heeft uiteraard effect in de personenbelasting voor natuurlijke personen, alsook in de rechtspersonenbelasting, met uitzondering van de belasting voor de vzw’s die fiscale attesten kunnen uitschrijven. De minister heeft duidelijk beargumenteerd waarom dat onderscheid wordt gemaakt.
In dat verband merk ik op dat ook de feitelijke verenigingen onderworpen zijn aan de meerwaardebelasting, zij het bij de volmachthouder van de rekening. Dat betekent dat men daarover bepaalde afspraken moet maken. Ik dring er bijgevolg bij de minister op aan om daarover duidelijk te communiceren, zodat de betrokkenen weten waar ze aan toe zijn en bepaalde beslissingen niet in onwetendheid neemt.
Zoals ik zei, heeft de meerwaardebelasting effect in de personenbelasting en in de rechtspersonenbelasting. Dat wil dus zeggen niet in de vennootschapsbelasting, niet omdat dat niet gewenst is, maar wel omdat men in de vennootschapsbelasting sowieso op de winst wordt belast aan een tarief van 20 of 25 %, naargelang het geval. Daar worden de meerwaarden in meegezogen. Er werd hier net gewezen op de DBI-aftrek. Ik wil daar nog aan toevoegen dat ook daaraan heel sterke voorwaarden verbonden zijn en een taxatievoorwaarde. Men valt namelijk pas onder die uitzondering, als er al eens een belasting is geheven. Bovendien moeten die gelden ook nog uit de vennootschap belast worden met een eigen fiscaal regime. Dat wordt van extreem-linkse zijde wel heel eenzijdig voorgesteld.
Voorzitter:
Sophie De Wit, oudste lid in jaren.
Président:
Sophie De Wit, doyenne d'âge.
Tot zover het toepassingsgebied, maar het ontwerp bevat ook een aantal belangrijke principes rond rechtvaardigheid. De historische meerwaarden worden niet belast, vandaar ook het fotomoment. Er wordt enkel belasting geheven op de gerealiseerde meerwaarden. Ik vind dat heel logisch. In Nederland is dat blijkbaar niet zo logisch, want daar wil men ook de niet-gerealiseerde meerwaarden belasten. De minwaarden kunnen worden verrekend. Al die aspecten tonen aan dat rechtvaardigheid in het ontwerp ingebakken is. Dan heb ik het nog niet over de maatregelen om misbruik tegen te gaan. We hebben de exittaks en de regeling rond de interne meerwaarde.
Zo komen we bij de uitzonderingen. We hebben de belasting van 10 % op de meerwaarde, maar cd&v vond het heel belangrijk om rekening te houden met de situatie bij een aantal doelgroepen. In de eerste plaats zijn dat de gezinnen, de middenklasse, ouders die elke maand een bedrag opzijzetten voor hun kinderen en daarmee beleggen. Voor ons moesten zij zeker ontzien worden en daarom is het belangrijk dat de uitzondering, de vrijstelling van 10.000 euro per persoon in het ontwerp is verankerd. Die vrijstelling kan ook oplopen tot 15.000 euro per persoon en dus tot 30.000 euro per gezin.
Ten tweede worden de pensioenspaarders ontzien, ook op onze uitdrukkelijke vraag dat er geen meerwaarde wordt geheven op pensioenfondsen, de derde pensioenpijler, groepsverzekeringen enzovoort. Mensen die hard gewerkt hebben en iets opzijgezet hebben en mensen die hun hele leven werken en uiteindelijk met pensioen gaan, worden ontlast, zodat de belasting terechtkomt bij diegenen met de sterkste schouders. Zij zullen een faire bijdrage moeten leveren.
Een derde aspect bij de uitzonderingen zijn de ondernemers. Collega’s hebben al verwezen naar de vrijstelling voor degenen die een aanmerkelijk belang hebben in een onderneming. Meestal gaat het over mensen die daar ook iets te zeggen hebben, met andere woorden eigenaars van een onderneming, mensen die iets uit de grond hebben gestampt, die iets een vennootschap hebben gestopt. Daarvoor is er in een vrijstelling voorzien van 1 miljoen euro. Dat is niet om zomaar in iets te voorzien, maar net om het ondernemerschap te vrijwaren. Ik hoor collega’s zeggen dat wie net onder die drempel van 20 % participatie in de vennootschap valt wel in het systeem terechtkomt. Dat is ook een manier om te benadrukken dat die uitzondering er juist is gekomen om ondernemers te ontzien. Ze is er gekomen om hen niet in het normale systeem te laten vallen en om rechtszekerheid te bieden aan wie dat risico neemt. Dat vormt een onderdeel van het evenwicht dat in dit ontwerp vervat zit.
Er is ook al gesproken over wie die belasting uiteindelijk zal moeten betalen. De cijfers van de Nationale Bank zijn glashelder. 10 % van de meest vermogenden bezit 80 % van de beursgenoteerde aandelen. Zij bezitten ook 76 % van de waarden in beleggingsfondsen. 20 % van de rijksten bezit 92 % van de aandelen. Het is niet moeilijk om daaruit af te leiden – experten bevestigen dat ook – dat zij het grootste deel van de opbrengst zullen leveren, dankzij de belangrijke uitzonderingen die ik net heb toegelicht.
Ook de budgettaire opbrengst is belangrijk. Op kruissnelheid gaat het om 500 miljoen euro. Naast het economische aspect is het echter ook van belang dat er een draagvlak is. Ik wil daarom ook wijzen op het maatschappelijk draagvlak. In een aantal peilingen zien we dat een meerderheid, 72,5 % van de Vlamingen, voorstander is van een bijdrage zoals een meerwaardebelasting.
Collega’s, de meerwaardebelasting moet als een schakel in een geheel worden gezien, waarbij de belasting op arbeid, die te hoog is, absoluut moet dalen en de vermogenswinsten worden belast. Dit is eigenlijk het principe van de dual income tax, dat we met cd&v al jaren naar voren schuiven en dat onder de vorige regering in de blauwdruk van Vincent Van Peteghem ook al aan bod kwam.
In deze meerwaardebelasting wordt de middenklasse ontzien, zodat sparen en beleggen zinvol blijft. Het ondernemerschap wordt gevrijwaard, zodat er ruimte is voor initiatief en groei. Misbruik wordt aangepakt. We kunnen dus besluiten dat de sterkste schouders een faire bijdrage zullen leveren. Dit is een belangrijke schakel in het geheel, waarin we met de meerwaardebelasting meer evenwicht en een meer rechtvaardige fiscaliteit zullen brengen. Met cd&v zullen we dit uiteraard goedkeuren.
14.08 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Collega's, bedankt om de zaal hier al een beetje op te warmen voor het echte werk.
Collega's, zoals we allemaal weten en al een aantal keren gehoord hebben, zijn er twee redenen waarom Vooruit vorig jaar in deze regering is gestapt en stelt zijn verantwoordelijkheid te hebben genomen. De eerste reden is dat men van de index afblijft. De tweede reden is dat men een meerwaardebelasting voor de sterkste schouders invoert. Wat de index betreft, die haan heeft ondertussen al drie keer gekraaid. Drie keer al is er gemorreld aan de automatische indexering, met als klap op de vuurpijl een dubbele centenindex. Het wordt moeilijk voor Conner Rousseau om dat argument te blijven gebruiken.
Dan blijft dus nog de meerwaardebelasting over. Het koninginnenstuk van het regeerakkoord voor Bart De Wever is de beperking van de werkloosheid in de tijd. Het koninginnenstuk van het regeerakkoord voor Vooruit is de meerwaardebelasting. De meerwaardebelasting is dé reden waarom de socialisten in de regering zijn gestapt. Het was een bron van discussie vanaf dag één van de formatie tot de eedaflegging en daarna ging dat nog door. Zonder meerwaardebelasting stapte Conner Rousseau niet in de regering, want de sterkste schouders moeten hun bijdrage betalen. Dankzij de socialisten is er dan eindelijk een eerlijke bijdrage van de top 5 % of zelfs de top 1 %, als ik de heer Tas daarnet goed heb begrepen.
We praten hier al zeer lang over, collega’s. We moesten bijzonder lang wachten tot alle modaliteiten waren afgeklopt in de regering. In mei 2025 hebben we een eerste debat daarover gehad in de commissie, tijdens de bespreking van de beleidsnota van minister Jambon. Op dat ogenblik zetelde voor Vooruit de heer El Yahkloufi nog in de commissie voor Financiën. Voor wie de heer El Yahkloufi nog niet kent, dat is de man bij Vooruit die het debat niet uit de weg gaat. Hij neemt geen blad voor de mond en zegt wat hij er echt van denkt. Vandaag zit de heer Tas in die commissie namens Vooruit. Hij is wat terughoudender, maar de heer El Yahkloufi zegt wat hij denkt.
Tijdens dat debat over de meerwaardebelasting, het koninginnenstuk van zijn partij, zei hij het volgende: "De meerwaardebelasting is een historische belasting. Mensen die miljoenen verdienen door het kopen en verkopen van aandelen, betalen vandaag nul euro belastingen. We voeren een historische belasting in. Heel die zever over de meerwaardebelasting en dat die betaald wordt door de middenklasse is quatsch. Ik wil het zelfs geen meerwaardebelasting noemen, ik wil de naam veranderen. Het is een solidariteitsbijdrage. Het is een bijdrage. Ocharme 10 %, dat is toch geen taks, dat is toch geen belasting, het is een bijdragetje."
Collega’s, ik moet zeggen dat ik echt niet goed meer kan volgen. De heer Rousseau zegt dat de rijken moeten betalen, dat de sterkste schouders een eerlijke bijdrage moeten leveren, iedereen samen in bad. De heer El Yakhloufi zegt echter dat het maar een kleine bijdrage is, dat hij het zelfs niet eens een belasting wil noemen, dat het een beetje solidariteit is.
Socialistische collega’s, u moet mij dan toch eens uitleggen waarom u zoveel lawaai hebt gemaakt over de meerwaardebelasting, waarom u zo hard roept dat de rijken moeten betalen en dan tevreden bent met een bijdragetje, met wat solidariteit.
De heer El Yakhloufi is hier jammer genoeg niet, want ik had hem het volgende graag rechtstreeks gezegd. Op het moment dat hij zijn uitspraken deed, waren we nog niet eens op de hoogte – ook hij niet – van een belangrijke modaliteit van het wetsontwerp. De meeste mensen waren daar niet van op de hoogte, maar nu blijkt dat er een monster van een achterpoort in de meerwaardebelasting zit, een joekel van een achterpoort. Die achterpoort is er natuurlijk niet voor de kleine belegger, niet voor de middenklasse, neen, het is een achterpoort voor de grote jongens. De jongens die spelen met honderdduizenden of miljoenen euro’s. Zij zullen de meerwaardebelasting niet moeten betalen. Hoe dat in elkaar zit, vertel ik straks nog.
Maar ik ben eigenlijk wel benieuwd wat de heer El Yakhloufi daarvan vindt. Is het nog steeds een solidariteitsbijdrage? Is het nog steeds een bijdrage van de mensen die miljoenen euro’s verdienen met het kopen en verkopen van aandelen? Ik denk het niet. Ik denk dat de heer El Yakhloufi daar ook ontgoocheld over is. Als hij nog altijd vrijuit mag spreken en mee in debat mag gaan, dan mag hij daar altijd op reageren.
Wat wel juist is in de redenering van de heer El Yakhloufi, is dat het gaat over een bijdragetje. De opbrengst op kruissnelheid is 500 miljoen, terwijl het tekort van onze overheidsfinanciën ondertussen richting 40 miljard fietst. Die meerwaardebelasting brengt gewoon veel te weinig op. Het is een symbool. Het is niet het resultaat dat telt, waar het om gaat is de check in the box. Men kan zeggen dat men ervoor gezorgd heeft dat het er komt en daarmee is de kous af, daarom zit men in die regering. De prijs die we daarvoor betalen, met de pensioenen, met de werklozen en met de ontwikkelingssamenwerking, die neemt men er met plezier bij, want men heeft toch zijn stempel gedrukt.
Proficiat!
Natuurlijk, er is wel iets waarin de socialisten gelijk hebben en ook alle anderen die het gezegd hebben. Met deze wet wordt het kraantje in de muur gestoken. Dat klopt. De anomalieën die er nog in zitten, kunnen er later nog uitgehaald worden en als er een progressieve meerderheid aan de macht komt die vindt dat die 10 % wat hoger kan, is dat makkelijker te realiseren als het kraantje al in de muur zit.
14.09 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): (…)
14.10 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Het kraantje in de muur.
14.11 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): (…)
14.12 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Ja, het kraantje in de muur. De socialisten van de PS dan. Verkoop uw aandelen dus nu het nog kan, Jean-Marie.
Nu, er kan misschien nog iets anders gebeuren, Jean-Marie, waardoor het toch niet zo is. Misschien blijft het kraantje niet in de muur zitten. Het zou kunnen dat het Grondwettelijk Hof de wet vernietigt. Die kans is niet onbestaande, want in de wet zit een enorme ongelijkheid ingebakken. En als er iets is waar het Grondwettelijk Hof niet van houdt, is het van ongelijke behandeling van gelijkaardige situaties.
Ik heb het over wat de minister in de wet "het aanmerkelijk belang" noemt. Kort gezegd komt het erop neer dat men door deze wet een belasting betaalt op de meerwaarde die men creëert door de verkoop van aandelen en andere financiële producten. Als men vandaag aandelen koopt voor 1.000 euro en men diezelfde aandelen over twee jaar verkoopt voor 1.500 euro heeft men meerwaarde gecreëerd van 500 euro waarop men 10 % belasting moet betalen, dus 50 euro. Men krijgt echter elk jaar een meerwaarde die niet belast wordt. Per persoon is dat elk jaar 10.000 euro. In het voorbeeld van daarnet was er een meerwaarde van 500 euro. Daarop moet men die belasting niet betalen, want 500 euro is minder dan 10.000 euro. Al bij al moet men dus redelijk wat aandelen verkopen voor men belast zal worden. Daar heb ik absoluut geen probleem mee. Ik vind dat een goede zaak. Dat is om de kleine beleggers wat te sparen. Daarmee zijn we het volledig eens.
Dan is er de tweede uitzondering. Stel dat u 20 % of meer van de aandelen hebt van eenzelfde bedrijf. Dan krijgt u geen vrijstelling van 10.000 euro, maar een vrijstelling van 1.000.000 euro. Als men de aandelen verkoopt van een bedrijf waarin men 20 % aandelen heeft, mag men een winst maken van 1.000.000 euro zonder belasting te betalen. Als de winst nog hoger is, betaalt men bovendien geen 10 %, maar 1,25 %. Die belasting stijgt progressief en pas vanaf een winst van 10.000.000 euro betaalt men het tarief van 10 % meerwaardebelasting, terwijl andere mensen dat al vanaf 10.000 euro betalen.
Men ziet dus dat het een bijzonder ongelijke behandeling betreft tussen mensen die meer dan 20% aandelen hebben in een bedrijf en mensen die minder dan 20% aandelen hebben. Eerlijk gezegd, wij zijn geen voorstander van dat onderscheid. De regels moeten eenvoudig en duidelijk blijven en iedereen moet op dezelfde manier worden behandeld. Volgens Groen is het niet gerechtvaardigd om dat verschil in de wet in te bouwen. Daarom dienen we straks ook een aantal amendementen in om dat eruit te halen.
Ongetwijfeld zal het Grondwettelijk Hof daar een stevige kluif aan hebben. De reddingsboei voor Jean-Marie Dedecker... (Rumoer) U wordt rechter in het Grondwettelijk Hof, een landingsbaan voor Jean-Marie Dedecker.
Collega’s, als men aan minister Jambon vraagt hoe hij dat grote verschil in behandeling rechtvaardigt, zegt hij dat iemand die 20 % van de aandelen van een bedrijf bezit een ondernemer is, terwijl iemand die minder dan 20% bezit een belegger is. Het gaat volgens hem dus niet om dezelfde groep, maar om twee verschillende groepen: beleggers enerzijds en ondernemers anderzijds. Die logica werd daarnet trouwens ook door de heer Matheï onderschreven. Iemand die 19,5 % van de aandelen van een bedrijf bezit, is dus een belegger. Koopt die nog een half procent bij, dan is hij plots een ondernemer. Dat is onzin.
Als men er dan toch voor kiest om beleggers en ondernemers op een verschillende manier te behandelen, doe dat dan op een verstandige manier. De minister verwijst naar ondernemers als mensen die dag en nacht werken om hun bedrijf uit de grond te stampen en in de lucht te houden, maar dat komt niet per se tot uiting in een percentage aandelen. We hebben hoorzittingen gehad met verschillende experten met diverse achtergronden en zowat elke expert had een probleem met die definitie. Het is perfect mogelijk dat aandeelhouders meer dan 20 % van een bedrijf bezitten zonder er iets voor te doen. Omgekeerd zijn er ondernemers die minder dan 20 % van een bedrijf bezitten, maar er wel dag en nacht mee bezig zijn. Dat criterium van een aanmerkelijk belang van 20 % is dus arbitrair en niet bepalend voor het al dan niet ondernemer zijn van die aandeelhouder.
Integendeel, de experten hebben uitgelegd dat deze definitie de groei van start-ups en scale-ups kan fnuiken. Ze hebben gelijk.
Ik heb in de commissie een voorbeeld gegeven dat ik ook aan de andere collega’s niet wil onthouden. Stel dat er twee vrienden zijn die een bedrijf oprichten. In het voorbeeld dat ik heb genomen, gaat het om Vincent Van Quickenborne en ikzelf. We hebben een schitterend idee en richten samen een bedrijf op. We leggen allebei hetzelfde bedrag in om in ons bedrijf te investeren en bezitten elk 50 % van de aandelen. We noemen ons bedrijf Anders en Beter. Ons idee slaat aan, we beginnen te groeien en hebben meer kapitaal nodig. We zoeken investeerders die instappen in het bedrijf. Het gevolg daarvan is dat het aandeel van mezelf en van mijn vennoot daalt. We doen de dingen effectief anders en beter en ons bedrijf blijft groeien.
Op een bepaald moment riskeren de aandelen van de twee oorspronkelijke vennoten, de heer Van Quickenborne en ik, onder de 20 % te zakken, omdat er steeds verdere investeringen nodig zijn om het bedrijf te laten groeien. Wanneer dat gebeurt, worden wij die het bedrijf hebben opgericht en die de ene innovatie na de andere op de markt hebben gebracht, die dag en nacht werken en zwoegen in dat bedrijf, plots beschouwd als beleggers in ons eigen bedrijf. Volgens de definitie van minister Jambon zijn wij dan geen ondernemers meer. Dat plaatst ons als ondernemers in een zeer nadelige situatie. Als we doorgaan met verder kapitaal ophalen, verliezen we plots het grote voordeel van het aanmerkelijk belang. We behouden dan geen vrijstelling van 1 miljoen euro, maar vallen terug op een vrijstelling van 10.000 euro.
We kunnen dan twee dingen doen. Ofwel houden we de groei van ons eigen bedrijf tegen om te vermijden dat we onder de drempel van 20 % zakken en moeten we dus ons eigen bedrijf als het ware saboteren, ofwel verkopen we ons bedrijf aan een grote multinational die ermee aan de haal gaat, waardoor ons land opnieuw een beloftevol bedrijf kwijtraakt dat in buitenlandse handen terechtkomt. Dat is hallucinant en toch echt niet wat men wil.
Er is een jonge ondernemer, de heer Andy Coomans, die u daarnet een petitie heeft overhandigd, mijnheer de minister. U hebt ze allemaal ongetwijfeld al gelezen. We hebben al een amendement-Andy Coomans gehad, maar goed. Hij windt zich ook op over deze definitie en wijst erop dat iemand die een beroep wil doen op het regime van het aanmerkelijk belang, minstens een actieve directiefunctie of een bestuurdersrol moet uitoefenen in de betrokken onderneming, zodat het effectief gaat over de ondernemer en niet over de investeerder.
Men kan perfect een ondernemer zijn met 15 % van de aandelen, terwijl iemand anders een belegger is met 25 % van de aandelen. Ik ben het volledig eens met de mening van de heer Coomans. Als u vindt, collega’s, dat familiebedrijven moeten worden beschermd tegen de meerwaardebelasting, dan is dat in elk geval een intelligentere en logischere manier om dat te doen dan de arbitraire grens van 20 % aandelen. De bedoeling van de minister is om met deze maatregel familiebedrijven te beschermen, maar het is bijzonder problematisch om dat te doen op basis van al dan niet 20 % van de aandelen in de onderneming. Er zijn tientallen scenario’s denkbaar rond de versnippering van die aandelen, zoals het voorbeeld dat ik daarnet gaf.
Ik heb een donkerbruin vermoeden dat collega Van Quickenborne straks nog andere voorbeelden zal geven van ondernemers die hij tegenkomt, bijvoorbeeld in de trein. Ik laat het aan hem over om dat verder toe te lichten.
Deze regeling van aanmerkelijk belang is alvast één reden waarom onze fractie dit wetsontwerp niet zal steunen. Dat hebben we ook in de commissie duidelijk gemaakt.
Ik kom nu tot een joekel van een achterpoort. Journalist Jef Poortmans van Trends heeft die achterpoort ontdekt en daarover een duidelijk en begrijpelijk artikel geschreven, wat niet evident is, want deze wet is een bijzonder complexe en technische aangelegenheid. Ik licht het kort toe. Het gaat over de manier waarop aandelen van niet-beursgenoteerde bedrijven worden aangekocht of verkocht. Dat kan op twee manieren.
Men kan rechtstreeks aandelen aankopen bij een bedrijf en dan wordt de naam van de koper opgenomen in het aandelenregister. Dat zijn de zogenaamde aandelen op naam. Als men die later met een meerwaarde verkoopt, dan zal men daarop vanaf dit jaar belast worden volgens de meerwaardebelasting.
Een andere manier om dergelijke aandelen te kopen, is via een private-equityfonds of een private privak, dus via een tussenpersoon. De investeerder, die het geld heeft, geeft dat geld aan die tussenpersoon, die het vervolgens investeert in niet-beursgenoteerde aandelen. Wanneer de tussenpersoon, de private privak, de aandelen verkoopt en de meerwaarde aan de investeerder uitkeert, doet hij dat via een dividend. Op een dividend betaalt men in ons land normaal gezien 30 % roerende voorheffing. Dat is hier niet de bedoeling, want het gaat eigenlijk over meerwaarde, niet over dividenden. Dus bestaat er een koninklijk besluit dat bepaalt dat die specifieke dividenden worden vrijgesteld van roerende voorheffing. Men betaalt 0 % belasting om ervoor te zorgen dat er een gelijk speelveld is tussen die twee manieren om aandelen te kopen en te verkopen en om een meerwaarde te realiseren.
Het zou logisch zijn om dat koninklijk besluit nu aan te passen, zodat die specifieke dividenden niet langer worden vrijgesteld van roerende voorheffing, maar op dezelfde manier aan een meerwaardebelasting worden onderworpen, maar dat blijkt dus niet het geval te zijn.
Collega’s, die meerwaarden zullen onbelast blijven, ook na de invoering van deze wet. Het gaat hier niet over de kleine jongens, maar over het echte grootkapitaal. Als men wil meespelen met de private privaks, moet men honderdduizenden of zelfs miljoenen inleggen, anders mag men niet meedoen. Die mensen, beleggers, geen ondernemers, mogen zomaar ontsnappen aan de meerwaardebelasting.
Vrienden van Vooruit, waarom gaan jullie akkoord met die vrijstelling voor miljonairs? Jullie roepen dat jullie vechten voor een miljonairstaks. Vervolgens halen jullie die miljonairstaks niet binnen, maar wat jullie wel binnenhalen, is de meerwaardebelasting. Wie krijgt daar een vrijstelling? Wie moet die meerwaardebelasting niet betalen? De miljonairs. Waarom? Wie kan dat nog volgen? Hoe leg je dat uit?
De journalist, Jef Poortmans, heeft trouwens een paar keer gevraagd naar een reactie bij Vooruit en cd&v. Ze geven echter niet thuis. Niemand wenst te reageren.
Voorzitter:
Peter De Roover, voorzitter.
Président: Peter De Roover, président.
In het regeerakkoord staat dat er nog een hervorming komt om de private privaks te regelen. Op dat moment zou men dus nog een aanpassing kunnen doen om ervoor te zorgen dat ook zij aan dezelfde voorwaarden met betrekking tot de meerwaardebelasting worden onderworpen.
Ik heb die vraag aan de minister gesteld. Bent u van plan om die gigantische achterpoort te sluiten, wanneer u met de hervorming van de private privaks naar het Parlement komt? Mijnheer de minister, u herinnert zich uw antwoord misschien nog: wie zal leven, zal zien. Dat kan tellen als antwoord.
Ondertussen heb ik een eerste voorontwerp van die aanpassing aan de private privaks gezien. Uiteraard wordt in dat voorontwerp met geen woord gerept over het sluiten van die achterpoort. Toen ik daar opnieuw naar vroeg bij de minister, antwoordde hij, zoals hij in het verleden al deed en in die zin dus consequent: ik geef geen commentaar op een wet die nog in opmaak is en waarover nog geen tweede lezing is geweest in de ministerraad. Dat is een andere manier om te zeggen: wie zal leven, zal zien.
14.13 Minister Jan Jambon: Zo zou u het kunnen stellen.
14.14 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Voilà.
Collega's, ideologisch is onze partij voorstander van een meerwaardebelasting op aandelen. Maar voor wat hier op tafel ligt, wil ik graag afsluiten met een citaat van Wim Moesen, een éminence grise op vlak van begrotingswerk. Hij zegt dat er veel heisa is geweest rond de meerwaardebelasting, terwijl die taks al in alle landen bestaat. De vermogens worden te weinig belast en deze versie levert maar 500 miljoen op. "Dat is een mussenstapje en bovendien inhoudelijk zeer wankel. De taks is wormstekig, vertoont schimmelplekken en heeft een raar geurtje." Dat is het taalgebruik van Wim Moesen, eigenlijk zegt hij dat het een stinkende kameel is. Het zijn niet mijn woorden, ik citeer slechts.
Door de slordige uitwerking, de grote ongelijke behandeling en de gigantische achterpoort, zullen de groenen deze versie van een wet op meerwaardebelasting niet steunen.
14.15 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, vooreerst dank ik de fractieleider van de N-VA, die zich bij ons in de zaal gevoegd heeft.
Je remercie également M. Bouchez d’être venu pour écouter et éventuellement même débattre de ce sujet important, puisque, chers collègues, c’est une journée historique pour notre pays; en effet, c’est la plus grande modification du Code des impôts sur les revenus (CIR) depuis 1962.
In 1962 werd voor de eerste keer na de Tweede Wereldoorlog een wetboek betreffende de inkomstenbelastingen opgesteld, waarbij een onderscheid werd gemaakt tussen de inkomstenbelasting, de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. Mijnheer de minister, u hebt in de commissie verklaard dat dit ontwerp een belangrijke, majeure verandering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen inhoudt. Collega’s, als wij de geschiedenis van dat wetboek bekijken, is wat voorligt, waarschijnlijk een van de belangrijkste wijzigingen van de voorbije 60 à 70 jaar in ons land. Het is echter een historische dag in mineur. Ik leg uit waarom.
Mijnheer de minister, ik weet niet waar u was, maar vorige week zaterdag was ik niet in Brasschaat en deze keer ook niet in De Groene Jager, waar ik een podcast heb opgenomen met de mensen van Discours Met De Boys. Ik weet niet of u intussen ook al een podcast hebt opgenomen met hen. Dat komt er misschien wel aan of misschien ook niet. Ik waarschuw u alvast om selectief te zijn met podcasts, maar ik was dus aanwezig in uw kiesdistrict, mijnheer de minister, op de happening van de VFB, de Vlaamse Federatie van Beleggers.
Monsieur Bouchez, j’ai de bonnes nouvelles.
Cette fédération des actionnaires a lancé une VFB-FR. C’est un peu comme le MR Vlaanderen.
Vergelijkbaar met de MR, die naar Vlaanderen
komt, gaat de Vlaamse Federatie van Beleggers nu ook naar Wallonië, de VFB-FR,
omdat men ook in Wallonië begint in te zien dat beleggen misschien wel iets kan
opbrengen. Het evenement vond plaats in Kinepolis Antwerpen. Ik ben erheen
gegaan met de trein tot het Centraal Station en vervolgens met de tram, lijn
Opera. Er zaten daar
2.500 mensen.
Ils étaient
2 500, ce n'est pas mal! Monsieur Bouchez, je pensais y trouver les
super-riches. Je suis arrivé en tram et j'ai regardé le parking. Je pensais y
voir des Bentley, des Bugatti. Et j'ai été déçu. J'ai vu quelques Tesla.
In het Nederlands spreekt men over Tesla tegenslag. Ik zag wat kleine auto’s en hier en daar een BMW, maar geen BMW zoals die witte X5 van u, mijnheer Dedecker. Het viel tegen. Ik vroeg mij af waar de superrijken waren. Ik dacht dat ik daar bijvoorbeeld een Mercedes GLB met chauffeur zou zien, mijnheer Bouchez, maar nee, niets van dat alles.
Mijnheer de minister, binnen spraken twee oudere dames mij aan en op mijn vraag wat ze daar deden, antwoordden ze dat ze al lang belegden, maar dat ze het niet meer zagen zitten en dat ze ermee zouden stoppen, omdat ze het niet meer begrepen, waarna ik hen geruststelde dat men binnen alles zou uitleggen. In een van de zalen gaf onder meer Eddy Duquenne, de CEO van Kinepolis, een woordje uitleg over het aandeel Kinepolis. Dat was trouwens niet gemakkelijk, want de cinema’s hebben het moeilijk.
Voorts was er Maarten Michielsen van EnergyVision, die op Instagram voortdurend wordt gepromoot door Marc Coucke, die ook aandeelhouder is. Maarten Michielsen gaf een toelichting over EnergyVision, een van de twee bedrijven die het voorbije jaar naar de beurs in Brussel zijn gegaan. Er zijn er maar twee. Materialise heeft een notering op de New York Stock Exchange en heeft nu ook een notering in Brussel. Daarnaast is er EnergyVision. Over Ekopak zullen we het vandaag niet hebben, maar het aantal bijkomende noteringen op die beurs is heel beperkt.
Wie was daar ook? Jan Longeval, die een aantal boeken over beleggen heeft geschreven. Zijn laatste boek is Bitcoin of Shtcoin*, een heel interessant boek waarin hij uitlegt hoe de bitcoin in elkaar zit. Collega Vermeersch is een kenner van bitcoins. Mijnheer Dedecker, ik heb twee dagen geleden met de heer Longeval een koffie en een thee gedronken in Leopold Café, het favoriete café van onze fractieleider, hier op de hoek. Hij heeft mij uitgelegd hoe die bitcoin in elkaar zit. Dat is een heel complex gegeven.
Wie was er daar nog? De heer Pieter Slegers. Kent u Pieter Slegers?
De voorzitter: Gaat u ze alle 2.500 opsommen?
14.16 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Neen, maar toch een paar. Pieter Slegers heeft een boek geschreven, De Kwaliteitsbelegger. Hij is een jongeman die ook voor Het Laatste Nieuws schrijft. Hij legt uit wat een goede aandelenstrategie kan zijn, met verschillende profielen.
Tot zover de mensen die ik wil opsommen, mijnheer de voorzitter. Ik ben blij dat u goed oplet. U was daar niet, net zomin als de minister van Financiën.
De voorzitter: U gaat nu toch niet opsommen wie er niet was?
14.17 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik ben nog maar begonnen. Dit wordt een boeiend debat.
Hoe was de stemming daar? Ik doe mijn ronde, zie daar wat mensen en praat met hen. Ik hoef u niet te vertellen dat de stemming daar niet al te best was. Het zijn op dit ogenblik geen hoogdagen voor beleggers, behalve als men een daytrader of een speculant is. Dan kan men hier en daar wel wat doen met candlesticks. Mijnheer Ronse is misschien zo iemand.
De sfeer was bedrukt vanwege de oorlog in Iran. Ik zie twee dames die mij zeggen dat ze er niets meer van begrijpen. De beurs gaat naar de wuppe en dan zijn er in het Parlement mensen die voor de oorlog in Iran zijn. Ik vraag hen of ik iets heb gemist en zij zeggen mij dat ze elke week naar Villa Politica en de uitzending in het Parlement kijken. Ze zeiden dat ze het niet begrepen, dat de heer Bouchez een paar weken geleden een betoog had gehouden waarin hij zei dat de wereld vanaf nu in twee delen is verdeeld, met aan de ene kant Rusland, Iran en China – the axis of evil, zoals George W. Bush zou zeggen – en aan de andere kant de Verenigde Staten, het vrije Westen en dat het nu het moment is om te kiezen. Nu moeten we stoppen met laf zijn en kiezen.
Volgens de heer Bouchez moesten we absoluut kiezen voor de Amerikanen, maar na zoveel weken zien we dat het niet zo goed aan het lopen is. De heer Bouchez was maar één iemand. Die dames vroegen mij ook wat er aan de hand met is Theo Francken. Die noemt zichzelf de minister van Oorlog, een beetje als Pete Hegseth. Kent u Pete Hegseth? Ik meen niet dat Theo Francken al tatoeages heeft, maar hij is een beetje de Pete Hegseth van Europa. Wat zei Theo Francken? Ik meen dat de heer Dedecker dit niet heeft gesteund, maar voor de rest is het een goede vriend van hem. Hij zei: "Die oorlog is compleet gerechtvaardigd." "Absoluut gerechtvaardigd", zei hij. De heer Vander Elst heeft dat enkele weken geleden nog aangebracht.
Die mensen zeiden: Ze trekken ons in een oorlog. Dat kost ons allemaal een fortuin, iedereen, de gewone mensen, de spaarders, de beleggers, de ondernemers, de zelfstandigen, heel de boel."
Ik zei: "Luister, ik wil me verontschuldigen voor die mensen, maar ik heb nog meer slecht nieuws voor u."
"Nog meer slecht nieuws? Dat kan toch niet?"
"Ja", zei ik, "de aandelen doen het slecht, de beurzen doen het slecht, en nu is er ook de meerwaardebelasting."
"Over die meerwaardebelasting gaan we niet spreken", zeiden ze, "we beginnen daar niet aan, we zijn gestopt met beleggen."
"Doe toch maar de moeite", zei ik, "om 13.40 uur is er in zaal 8 een uiteenzetting van Pieter van der Velden."
Ik nodig u uit, collega’s, die man ooit eens te ontmoeten. Hij is een typische Hollander. Kent u dat, een Hollander? Een Hollander is zo iemand die de dingen heel fatsoenlijk uitlegt in mooi beschaafd Nederlands, met slides in keurig Nederlands.
14.18 Axel Ronse (N-VA): (…)
14.19 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dat doet u beter dan ik, mijnheer Ronse.
In zaal 8 aangekomen, heb ik een foto gepubliceerd op de sociale media. Mijnheer Ronse, u moet maar eens kijken op de sociale media. Er zaten meer dan 1.000 mensen in die zaal. De mensen zaten op de trappen, mijnheer Weydts. Het voorwerp van de uiteenzetting was 'hoe zit de meerwaardetaks in elkaar'?
(…): (…)
14.20 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Hoe zegt u? De Nederlander die het komt uitleggen? Ze zijn heel vaak goed in het uitleggen, het doen is iets anders. Zo kennen we de Nederlanders. Wij zijn iets minder goed in het uitleggen, maar wij zijn wel beter in het doen, getuige deze meerwaardetaks. Dat zien we nu wel.
Die Nederlander zei: "Goede vrienden, ik kan u maar één vierde van het verhaal brengen. Drie vierde kan ik gewoon niet uitleggen."
Nederlanders spreken af en toe ook wat Engels, dus hij zei: "Don’t shoot the messenger. Schiet niet op de pianist, ik breng alleen de boodschap over, want het is zo complex en ik ben daar niet de oorzaak van."
Pieter van der Velden nam dus het woord en legde van alles uit over de vrijstelling van 10.000 tot 15.000 euro. Hij legde uit wat er gebeurt als men gehuwd is in gemeenschap van goederen of als men gehuwd is zonder gemeenschap van goederen, of samenwonend is.
Dan begon hij aan opt-in en opt-out. Men zag de zaal al helemaal verdwijnen. Men zag de mensen ineengezakt zeggen: "What’s happening?"
Achteraf zag ik de man, Pieter van der Velden, en sprak ik hem aan.
"Ik ken u", zei hij.
"Inderdaad, ik ben geïnteresseerd".
"Mijnheer, de mensen worden wanhopig. Ze zullen enorm veel moeite moeten doen om nog te kunnen blijven volgen."
De mensen maken zich danig veel zorgen, mijnheer Bertels. In tegenstelling tot de grote vermogens kunnen zij zich niet laten bijstaan door dure consultants. Die mensen kunnen zich dat allemaal permitteren, maar de gewone beleggers zijn wanhopig.
Ik zat ook in die zaal, mijnheer de minister. Voor alle duidelijkheid, ik heb daar niet het woord genomen of grote verklaringen afgelegd. Ik kom straks terug op de aanwezigheid van de heer De Wever een jaar eerder, mijnheer D’Haese. Hij heeft toen het hoge woord gevoerd, maar dit jaar was hij daar niet meer te zien. Dat weet u intussen ook wel.
Ik keek rond en wat zie ik? Eenvoudige mensen, mensen die zouden kunnen stemmen voor Vooruit, denk ik.
Hoe men dat ziet? Ze hebben geen das aan. Ze hebben een trui aan, een beetje zoals die van u, mijnheer Seuntjens. Ik zeg niet dat u een lelijke trui aan hebt. Mijnheer Weydts, er zijn uitzonderingen, maar u behoort tot de fans. Dat is iets anders.
Ik zag dus hardwerkende mensen, ook leraars. De heer Wouter De Both was er dan weer niet, maar daar kom ik straks op terug.
Achteraf zat ik op de tram in Antwerpen, op weg naar het station. Naast mij zat een man uit Vlaams-Brabant, een gepensioneerde leraar die heel zijn leven keihard heeft gewerkt. Hij was heel boos over die meerwaardebelasting. Ik zei: "Beheers u, blijf kalm."
In die zaal ziet men heel veel gewone mensen, veel gepensioneerden ook, die hun hele leven hebben gewerkt en zich nu toch wel bedrogen voelen. Die 2.500 mensen, mijnheer Bertels, zijn dat de superrijken? Zijn dat de sterkste schouders? Ik dacht het niet.
Kent u de heer Ben Granjé, mijnheer de minister? Hij is directeur van de Vlaamse Federatie voor Beleggers. Hij zegt: "Wij zijn niet de federatie van de breedste schouders. Wij zijn de federatie van de mensen die vooruitplannen en die aan hun toekomst denken."
Dat vond ik mooi gezegd. Het zijn mensen die aan hun toekomst denken, mensen die spaarzaam zijn, mensen die hun toekomst in eigen handen nemen. Die mensen vragen niet wat kan de overheid voor hen kan doen of wat de Staat hun allemaal zal geven, maar wel wat ze zelf kunnen doen.
Achteraf kreeg ik een mailtje van een dame
die ook aanwezig was, MD. Neen, het was niet Marijke Dillen. Ze schreef: ʺDe
voorgestelde maatregelen getuigen van een gevaarlijk kortetermijndenken dat
haaks staat op de realiteit van de bewuste belegger en de noden van onze
economie. Hier zijn de belangrijkste argumenten om tegen die plannen te
stemmen.ʺ
Ze wou mij er dus van overtuigen om tegen te stemmen. Ik heb geantwoord dat ik al overtuigd was.
Wat waren haar argumenten? Ik lees verder: "Ten eerste, beleggen is een noodzakelijke pensioenopbouw. De overheid zou burgers juist moeten aanmoedigen om zelf een comfortabel leven en een pensioenaanvulling op te bouwen. Door de vruchten van dit langetermijndenken te belasten, straft de overheid wie verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen financiële toekomst en zijn naasten."
Dat zijn wijze woorden. Kent u het verschil, mijnheer Bertels, tussen kortetermijndenken en langetermijndenken?
Ik lees verder: "Ten tweede, kapitaal voor de reële economie. Beleggers zijn geen gokkers. Ze verstrekken het risicokapitaal dat bedrijven nodig hebben om te groeien, te innoveren en banen te creëren. Als we beleggen ontmoedigen, dan maken we onze Belgische bedrijven kwetsbaar voor buitenlandse overnames. We geven onze kennis en controle letterlijk weg naar het buitenland.
Ten derde, vlucht van ondernemerschap. Een negatief investeringsklimaat jaagt goede ondernemers en kapitaal weg uit ons land. We creëren een braindrain waarbij talent liever elders de economie ondersteunt. België en Europa worden zo steeds afhankelijker van staten die onze individuele waarden niet noodzakelijk delen.
Ten vierde, inconsistentie met Europese ambities. Terwijl Europa spreekt over het stimuleren van kapitaalmarkten om strategische autonomie te bereiken, kiest België voor de omgekeerde weg. Dit gebrek aan coherent beleid hebben we al duur betaald.
Ten vijfde, focus op verkeerde doelgroep. In plaats van de burger die via de beurs bijdraagt aan de economie, te viseren, zou de focus moeten liggen op het aanpakken van echte fiscale achterpoortjes door grote spelers en het bestrijden van misbruik in de sociale zekerheid en huisvesting.
Ten zesde, investeringen in de toekomst. De middelen die nu uit de economie worden onttrokken door die belastingdruk, zouden beter vloeien naar innovatie in gezondheid en klimaat via onderwijs en private investeringen."
Ik vond haar conclusie heel leuk. Ze schreef: "Laat mensen denken als menig spaarvarken". Kent u de site spaarvarkens.be? Ik lees verder: "Zorg voor een klimaat waarin burger en bedrijfsleven samengroeien. Dit is de enige win-win voor onze staatskas op lange termijn". Dat is knap geschreven. Ik vond dat heel mooi geformuleerd door een niet-politica, althans dat denk ik toch. Vandaar dat ik het hier ook naar voren breng.
Mijnheer de minister, dat was na het evenement op zaterdag in Antwerpen. Twee dagen later, op maandagavond, had ik een debat in Gent. Ik meen niet dat Gent een stad is van licht, liefde en beleggen. Dat debat in Gent was georganiseerd door het Liberaal Vlaams Studentenverbond, dat ik nog heb opgericht in Kortrijk, door de christendemocraten van CDS en door Jong N-VA. Zij hebben ook een studentenvereniging. Het gaat om jongeren zoals de heer D’Haese. U ziet hem lachen. Het was een groots aangekondigd debat, want er zouden kopstukken naar Gent komen in de aula in de Tweekerkenstraat aan het Sint-Pietersplein. Op een bepaald moment zei de heer Ronse, die ik in Kortrijk en hier af en toe tegenkom, tegen mij dat hij uitkeek naar het debat en dat het een groot ideologisch debat zou worden over de kerntaken van de Staat. Ik vond dat boeiend en vroeg wie er nog zou deelnemen aan het debat. Hij vertelde dat hij zijn best zou doen om Oskar Seuntjens te laten komen, de fractieleider van Vooruit en de man met de visionaire ideologische inzichten in onze samenleving. Ik vroeg of er ook iemand van cd&v of CDS zou zijn. Zij moesten ook nog iemand afvaardigen. Dat zou Toon Vandeurzen worden. Ik kende hem niet. Ik vroeg of dat alles was. Volgens hen wou de studentenvereniging enkel die sprekers uitnodigen. Ik stelde voor om ook andere sprekers uit te nodigen, zoals de heer Hedebouw en de heer Vereeck, om er een nog rijker debat van te maken, maar zij wilden de sprekers beperken tot die vier mensen.
Zo kwam ik aan in Gent op maandagavond. Ik had mij goed voorbereid. Ik had de trein en daarna de bus genomen. Ik ben precies een groene jongen geworden. Ik begrijp er niets meer van, maar het was aangenaam. Toen Kris Peeters geen chauffeur meer had, wist hij niet hoe hij een bus moest nemen. Hij kende daar niets van. Ik ken echter mijn baan wel. Ik ken de weg. Als ik naar huis moet rijden, kan ik af en toe ook met de heer Ronse naar huis rijden.
Ik kwam daar dus aan en dacht dat we een groot debat zouden hebben, maar wat gebeurde er? De heer Seuntjens was niet aanwezig en liet zich vervangen door mevrouw Vanrobaeys, omdat hij op de gemeenteraad aanwezig moest zijn. Die datum was nochtans al lang op voorhand bekend, maar hij was er dus niet, jammer. Vervolgens bleek dat ook de heer Ronse niet zou komen. Hij liet zich ook vervangen.
De voorzitter: Ik wil de collega’s erop wijzen dat we hier een bepaald thema behandelen en dat het Reglement vraagt om ons daarop toe te spitsen.
14.21 Vincent Van Quickenborne (Anders.): De heer Ronse was er dus niet en liet zich vervangen door de jongerenvoorzitter van de N-VA, de heer Bergers. De heer Vandeurzen was er wel. Op een bepaald ogenblik in het debat vroeg de moderator wie van de aanwezigen belegt. Er zitten 200 jonge mensen in de zaal. Wat gebeurt er? Van hen steekt 80 % de hand op.
Ik vroeg aan de heer Bergers en aan mevrouw Vanrobaeys of dat de sterkste schouders, de superrijken, zijn. Dat bleek niet echt het geval te zijn. De heer Vandeurzen zei daarop dat zij hen wel helpen, want zij zullen dankzij de vrijstelling van 10.000 euro niet onder de meerwaardebelasting lijden.
Op het einde van het debat kwam een jonge man naar mij toe, een zekere Loïc uit De Pinte. Hij zei dat hij al vier jaar belegt met het geld dat hij verdient met studentenarbeid. Hij heeft een klein beleggingsplan en spaart 15 euro per maand. Hij is trots, want na vier jaar heeft hij al 7.000 euro meerwaarde gecreëerd. Hij zegt dat hij van plan is te blijven beleggen tot hij ouder is om zo de aankoop van zijn eerste woning deels te kunnen financieren. Hij heeft echter de indruk dat politici niets kennen van beleggen. Ik antwoord dat dat juist is. Als ik in deze zaal zou vragen wie er iets kent van beleggen, dan zijn dat enkelingen, maar wij zijn wel degenen die straks zullen beslissen over de meerwaardetaks.
Hij vroeg mij of ik de podcast Geldtaboe van Charlotte Van Brabander beluisterd had. Een zekere Rousseau was daar te gast. In dat interview op Instagram zag men de heer Rousseau, die liggend in een zetel verklaarde nog nooit in aandelen te hebben geïnvesteerd wegens een gebrek aan kennis erover. Hij gaf gewoon toe dat hij er niets van kent, maar hij ramt dat spel wel door onze strot. Als er één partij verantwoordelijk is voor dat dossier, is het zeker de socialistische. Ook cd&v heeft er een aandeel in, dat zijn altijd kwezels geweest. Ik herinner me nog dat minister Geens destijds in de Zweedse regering een meerderwaardentaks probeerde in te voeren, maar dat lukte niet door het verzet van Open Vld en N-VA. Toen stonden we nog schouder aan schouder. Toen was de cd&v met Kris Peeters de grootste voorstander van die meerwaardetaks.
De heer Rousseau verklaarde dus er niets van te kennen, maar die taks desalniettemin in te voeren. Mijnheer de minister, dat is alsof een schaker plots op een voetbalveld staat of, zoals ik in de commissie heb gezegd, alsof een tennisspeler plots een penalty moet nemen.
Als alleen de heer Rousseau die meerwaardetaks wilde, zou ik zeggen dat dat varkentje snel gewassen zou zijn. Wat blijkt nu echter? Een jaar geleden was collega Coenegrachts aanwezig op een bijeenkomst van de Vlaamse Federatie van Beleggers, waar de heer De Wever voor een volle zaal exact hetzelfde zei, hij gaf namelijk toe dat hij niets van beleggen kent. Nu weten we dat er een mystiek huwelijk bestaat tussen de N-VA en Vooruit. Ze kennen allebei niets van beleggen, maar beslissen om die meerwaardetaks in te voeren. In de zaal werden vragen gesteld aan de heer De Wever, want hij kent er niets van, maar hij kan zo goed uitleggen. Hij is zoals Ronald Reagan een great communicator, zoals mevrouw Pas net zei.
Uit de zaal kwam de volgende vraag: "Mijnheer De Wever, u gaat de laatste nog niet bestaande taks in ons land toch niet invoeren?" Hij stelde dat de N-VA, de partij die opkomt voor investeerders, ondernemers, zelfstandigen en beleggers dat zeker niet zou doen en opkomt voor hun welvaart. Hij werkte toen al aan zijn boek over welvaart. Men moest zich volgens hem geen zorgen maken.
Nu weet ik waarom de heer De Wever vorige week zaterdag in geen velden en wegen te bekennen was. Hij durft zich daar niet meer te vertonen. Ik denk dat hij uit eerlijke schaamte niet is langsgegaan.
Mijnheer Magnette, ik ben heel blij dat u erbij bent. Collega’s, de meerwaardetaks is voor hem de grootste overwinning in de oppositie.
"C'est la plus grande victoire de l'opposition."
14.22 Minister Jan Jambon: Ik moet u hier corrigeren. Daar was de heer Daerden het daarstraks niet mee eens. De PVDA wel, die zal voorstemmen. De heer Daerden ging echter niet akkoord met de meerwaardetaks.
14.23 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw zeer grote
opmerkzaamheid. De heer
Daerden ging misschien niet akkoord, maar de PS zal wel voorstemmen. De heer Magnette knikte juist 'ja'.
"C'est
la plus grande victoire pour le PS dans l'opposition." C'est bien ce que
vous avez dit, n'est-ce pas? Vous confirmez?
Als men moet kiezen tussen de heer Daerden en de heer Magnette, dan kiest men beter voor Magnette, toch?
N’est-ce pas? Ne répondez pas, monsieur le président.
Als de heer Ronse het woord richt tot de PS, spreekt hij nooit tegen de heer Daerden, maar altijd tegen de heer Magnette.
Collega’s, een taks waar de PS al 25 jaar op blote knieën om smeekt, wordt geregeld in een regering zonder PS. Mijnheer de minister, kan het nog cynischer? Het antwoord is ja, het kan nog cynischer. De PVDA, de communisten …
De voorzitter: De heer Ronse vraagt het woord.
14.24 Axel Ronse (N-VA): Ik zie een gelijkenis, mijnheer Van Quickenborne. U moet zelf met pijn in het hart vaststellen dat de werkloosheid in de tijd beperkt werd door een regering zonder Open Vld. Als u analogieën gebruikt, dan moet u ze allemaal op tafel leggen en niet zo selectief zijn.
14.25 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Ronse, ik wil op de beperking van de werkloosheid in de tijd wel even ingaan.
Mijnheer de voorzitter, u bent normaal degene die zegt dat we ons moeten focussen op het onderwerp, maar ik wil gerust het uitstapje maken met de heer Ronse.
De voorzitter: U hoeft dat uitstapje niet te maken.
14.26 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik mag toch wel repliceren? U laat toe dat hij mij aanvalt en dan moet ik mijn wapens afgeven. Dat zal ik niet doen.
Mijnheer Ronse, ik zal u het volgende zeggen. Wij hebben in de Zweedse regering de werkloosheid in de tijd proberen te beperken. Wie was daarvoor? U. Wie was daar ook voor? Wij. Klopt dat, mijnheer Jambon? U geeft dat ook toe. Wie was daar toen tegen? Cd&v, opnieuw met Kris Peeters. Dat is heel belangrijk. Het klopt dus niet dat de beperking er niet is gekomen door Open Vld, maar het kon nu wel geregeld worden omdat de cd&v haar kar heeft gekeerd. Zelfs de MR, want de heer Michel was daar destijds ook tegen…
C’est exact, monsieur Bacquelaine? Vous étiez
dans ce gouvernement. Le cd&v et le MR étaient contre, bien évidemment. Je vous connais!
Zeggen dat dat de fout van Open Vld is, is bullshit.
14.27 Axel
Ronse (N-VA): We did it.
14.28 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Inderdaad, we did it, mijnheer Ronse, de meerwaardetaks is er met u gekomen.
Wat ik wilde zeggen, is het volgende. Opvallend is dat de PTB, een partij met ook wel enkele interessante collega's, zal voorstemmen. Ze zal dit steunen. Dat klopt toch, mijnheer Bilmez? De PTB zal dit steunen. Mijnheer Bouchez is nu even weg, maar hij zei dat hij nooit meer zou meestemmen als de extremisten voorstemmen. Ik stel dus consequent vast dat de MR vanavond niet zal meestemmen. Mijnheer de minister, u hebt een probleem in de regering. De Senaat is een probleem, de meerwaardetaks komt in het gedrang en nu zullen de journalisten eindelijk weer geïnteresseerd zijn.
Het punt is dat de PTB dit steunt. Het mocht nog verder gaan, maar de PTB zal dit steunen. Mijnheer Ronse, u krijgt dus een fantastische alliantie met de N-VA, de PS en de PTB. Ik vind dat ongelooflijk. Als een oppositiepartij iets steunt van de meerderheid, dan moet het al heel belangrijk zijn om dat te doen, om het met de woorden van Kris Peeters te zeggen.
De vraag is natuurlijk hoe het mogelijk is dat we zo ver zijn gekomen dat die meerwaardebelasting wordt ingevoerd. Ik denk dat dat te maken heeft met het klimaat waarin we vandaag leven. Dat klimaat wordt gekenmerkt door polarisatie. Dat hoeft op zich niet altijd negatief te zijn, maar het leidt wel tot veel discussie. Het is ook een klimaat van oorlog en een klimaat van afgunst en jaloezie. Inderdaad, mijnheer Vermeersch. Kortrijkzanen onder elkaar kunnen nog iets leren van elkaar, mijnheer Ronse.
We leven in een maatschappij waarin succes hebben en rijk zijn, worden gezien als iets vies, iets waarvoor men zich moet schamen. Dat is wel zo. Dat gevoel leeft zelfs in dit Huis. Ere wie ere toekomt, want het is de heer Dedecker die daar systematisch tegen ingaat. Wanneer het over ons loon gaat, kruipt iedereen in zijn schulp. Dat is zo. Kijk in de spiegel. Wij durven ons eigen loon niet meer te verdedigen, omdat we permanent worden uitgemaakt voor zakkenvullers en graaiers.
Blijkbaar is de enige reactie daarop dat we meegaan in het steeds naar beneden halen van mensen die werken en vooruit willen in hun leven. Als politici durven we daardoor niet langer mensen te verdedigen die keihard werken en daarvoor beloond worden. Hoe is dat begonnen? De verantwoordelijkheid daarvoor ligt in de eerste plaats bij de partij Vooruit, die de voorbije maanden keer op keer ondernemers, succesvolle mensen en iedereen die risico neemt, heeft afgeschilderd als graaiers en zakkenvullers. Ik weet dat het pijn doet, maar dat is de realiteit.
Het is allemaal begonnen met mevrouw Gennez, Vlaams minister. Zij zei dat een CEO iemand is die languit aan het zwembad ligt en zichzelf een minimumuitkering toekent. Daarna was er een uitspraak van een politica uit Harelbeke, die stelde dat artsen "doktoors" zijn en hen omschreef als graaiers. Minister Vandenbroucke moedigde haar aan om zo door te gaan.
Daarop meende de heer Rousseau dat hij nog beter moest doen dan dat. Vervolgens kwam hij naar buiten met een afbeelding op sociale media van Charles en Henri. Mijnheer de minister, hebt u dat gezien? Ik kom straks bij u. Ik hoop dat u in uw repliek iets zult vermelden over Charles en Henri. Charles is de vader en Henri is de zoon.
Mijnheer Dedecker, het gaat niet om Karel en Hendrik, maar om Charles en Henri. Mochten zij Mohamed en Fikrit heten, dan was hij allang voor de rechtbank gedaagd wegens racisme. Rijke mensen belagen, kan echter blijkbaar perfect. Zo ver is het gekomen. Er bestaat geen instituut voor de bescherming van rijke mensen. Er bestaat alleen een instituut voor graaien bij rijke mensen.
Mevrouw, u kunt straks onderbreken zonder enig probleem. U mag u verdedigen.
Wat gebeurt er met Charles en Henri? Mijnheer Charles is eigenaar van een managementvennootschap. Zijn zoon Henri gaat studeren en maakt gebruik van een studiebeurs. Dat is zogezegd graaien. De hoofdvogel wordt echter afgeschoten door de heer El Yakhloufi, gewaardeerd lid van het Parlement, tijdelijk lid geweest van de commissie voor Financiën en een fijne collega.
Mijnheer Tas, wij missen hem nu al in de commissie voor Financiën.
De heer El Yakhloufi, die ik waardeer, die belegt en die de wereld kent, stelde op een bepaald ogenblik in de commissie dat hij ze wel kent, die ondernemers. Mijnheer El Yakhloufi, weet u het nog? Hij had het over ondernemers met 10 miljoen euro in the pocket. Tegelijk zei hij dat zij rijden op gratis wegen en profiteren van ons gratis onderwijs. Dat was de hoofdvogel. Er zijn gratis wegen en gratis onderwijs en ondernemers maken daar gebruik van. Collega’s, wie betaalt die wegen echter? Wie betaalt dat onderwijs? Wie betaalt de gezondheidszorg, de pensioenen, het staatsapparaat, de ambtenaren, de premies en de uitkeringen? Wie betaalt dat allemaal?
Mevrouw, u beweert dat het de belastingbetaler is die dat betaalt. Ik zal u vertellen waar alles begint. Weet u waar welvaartscreatie begint? De minister weet dat heel goed. Collega’s, welvaartscreatie begint met iemand die risico neemt, met iemand die het risico neemt om iets op te starten, een bedrijf op te richten, de stap te zetten, mensen aan te werven en samen met dat team vooruitgang te boeken. Zo begint welvaartscreatie.
Als er winst uitkomt, wordt die gedeeltelijk afgeroomd. Daarmee wordt het staatsapparaat betaald en gebeurt herverdeling. Zo komt een welvaartsstaat tot stand. Wat velen in deze zaal lijken te vergeten, is dat er eerst welvaart moet worden gecreëerd voor ze kan worden verdeeld. Dat is, mijnheer El Yakhloufi, die kortzichtige kijk op ondernemerschap. Die jaloezie die u voedt ten aanzien van ondernemers ligt aan de basis van dat soort nefaste jaloeziepolitiek die deze regering bedrijft.
14.29 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Eigenlijk heb ik geleerd om op een dergelijke foute uitspraak niet te reageren, maar mijnheer Van Quickenborne, u bent niet correct. U bent niet correct. U weet zelfs niet wie ik ben. Ik ben al sinds mijn twintigste ondernemer. Ik heb verdomd hard gewerkt om ondernemer te zijn, in verschillende horecazaken en nu in een kledingzaak. Al jaren werk ik enorm hard als ondernemer. Ik weet dat het hard werken is als ondernemer. Het is ook oké om als ondernemer bij te dragen aan de samenleving. Daar is niets mis mee.
Dat u durft te zeggen dat ik of mijn partij tegen ondernemers zijn, is degoutant. Wij zorgen ervoor dat ondernemers mee bijdragen aan de samenleving en dat ze kunnen meedoen. Als u hier een show wil komen opvoeren, is dat uw zaak. Ik heb geen probleem met de meerwaardebelasting. Dat is een belasting waarbij mensen die tot 10.000 euro winst maken geen belasting betalen en daarboven een bijdrage van 10% leveren. Daar heb ik geen probleem mee. Ik vind eerlijke bijdragen van iedereen belangrijk. Voor mijn partij geldt dat we niet tegen rijkdom zijn, maar wel tegen armoede.
14.30 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer El Yakhloufi, ik kan goed geloven dat u zich inspant in de samenleving, dat u ondernemer bent. Ik apprecieer en respecteer dat. Daar gaat het niet over. Het punt is dat de uitspraak die u hebt gedaan – en die vastligt op camera – zeer schadelijk is voor het ondernemerschap. U wekt de indruk dat 10 miljoen euro zomaar uit de lucht komt vallen en dat de wegen waarop mensen rijden cadeau worden gegeven. Als jonge mensen dat soort verhalen horen, hoe denkt u dat zij vandaag naar ondernemers kijken? Ze worden weggezet als miljonairs die niets bijdragen. Dat beeld wordt gevoed door dergelijke uitspraken.
Mijnheer El Yakhloufi, mensen typeren en in hokjes steken en zeggen dat ze ‘zo’ zijn, verwacht ik niet van uw partij, maar u doet het wel. Het ergste is dat u het andere partijen verwijt, terwijl u exact hetzelfde doet. Vervang het woord rijken door allochtoon, en plots bent u stil. Dat is de realiteit.
Uw partij is desastreus in het tegen elkaar opzetten van mensen, werkmensen en mensen die werk geven. Daaraan doet u mee. Dat de PVDA dat doet vanuit een marxistische theorie van kapitaal tegen arbeid, kan ik nog begrijpen. Dat uw partij en u, als jongeman, daaraan meedoen, vind ik onaanvaardbaar. U zou zich moeten verontschuldigen tegenover het ondernemerschap en stellen dat u iets fouts hebt gezegd.
Dat wordt allemaal gezegd door die socialisten, mijnheer Ronse, mijnheer Jambon, mijnheer D’Haese, mijnheer Wollants, en in dit Parlement hoor ik de N-VA daar niet over. Er werd daarnet geapplaudisseerd. Ik dacht dat de rechterzijde mee zou applaudisseren. Dat is deels gebeurd, maar niet helemaal. Mijnheer Ronse, ik heb u niet gehoord. U zit te luisteren met uw oortjes. Waar is de steun voor de ondernemers, niet alleen in daden, maar ook in woorden? Mijnheer de minister, het gaat hier over de woorden die worden uitgesproken. Het is onwaarschijnlijk dat deze coalitie dat niet heeft gecorrigeerd.
Ik heb respect voor de heer Matthias Diependaele. Hij heeft in het Vlaams Parlement, na die uitspraak van mevrouw Gennez gezegd dat dit niet hoort. Die drie andere uitspraken zijn echter nooit gecorrigeerd, nooit.
Collega’s, in dat klimaat wordt succes een vloek. In dat klimaat is geld verdienen iets voor paria’s. In dat klimaat moet men zich schamen als men rijk is. Iemand vertelde mij onlangs iets en ik vond het heel treffend. In Frankrijk is er blijkbaar een belasting op zwembaden. Ik moet opletten dat ik Arizona niet op ideeën breng, want men is nog op zoek naar geld, 4,9 miljard en al de rest. In plaats van een belasting op zwembaden in te voeren, moeten we ervoor zorgen dat iedereen een zwembad kan hebben. Dat is vooruitgang, iedereen moet een zwembad kunnen hebben. Dat hebben we nodig. Wanneer mensen rijker worden, is dat goed voor de samenleving. Zwemmen is goed voor het klimaat, dat heb ik mij altijd laten vertellen.
Dat is de tijd waarin we nu leven, mijnheer de minister, maar weet u uit welke tijd we komen? Weet u waar de beurs is ontstaan, collega’s? De familie Van der Beurze uit Brugge was een vooraanstaande Brugse familie tussen de 13de en de 15de eeuw, die actief was als financieel adviseur en makelaar. Van die familie, mijnheer Vander Elst, is het woord beurs afgeleid.
Een beurs is een gereglementeerde handelsplaats. Dat was een huis waar mensen handelden in leningen. In 1301 werd dat geïnstitutionaliseerd in de beurs van Brugge. Dat was de allereerste beurs. Correct, mijnheer Van Hecke, het was in 1309, zeven jaar na 1302. U bent goed in geschiedenis. Voor sommigen is 1302 heel belangrijk, maar 1309 is ook zeer belangrijk met de eerste beurs, en dat allemaal in West-Vlaanderen.
Wat gebeurde er, mijnheer de minister? Op een bepaald moment slibben de rivieren dicht. Damme en Brugge zijn moeilijker bereikbaar en alles verplaatst zich naar Antwerpen. In 1531 wordt daar het eerste beursgebouw opgericht.
In die handelsbeurs heeft de heer De Wever trouwens onlangs, voor hij naar Alden Biesen ging, nog iets georganiseerd met staats- en regeringsleiders.
Later is het woord beurs overgenomen in andere talen: het Italiaanse borsa, het Franse bourse het Duitse Börse, het Zweedse börs en het Deense en Noorse børs.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, gaat u Wikipedia voorlezen? De scherpte van uw tussenkomst neemt af.
14.31 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik spreek over de beurs en over het belang van het aandeel.
De London Stock Exchange in 1571 was een exacte kopie van de Antwerpse handelsbeurs. Wij lagen aan de oorsprong van de beurzen.
Het woord aandeel betekent een deel hebben in iets. Er is niets zo socialistisch als een aandeel, omdat u kunt delen in de rijkdom van een bedrijf. Het is toch fantastisch dat men kan delen in de groei van een bedrijf, ook al moet men er geen bloed, zweet of tranen aan besteden? Nvidia is een fantastisch bedrijf in AI. Men kan dankzij de beurs, dankzij aandelen, participeren aan de groei en soms ook aan de neergang van een bedrijf. Dat is evident.
De realiteit is dat mensen vandaag kunnen participeren aan iets. Aandelen zijn eigen een vorm van herverdeling, collega’s. Eigenlijk zouden de socialisten aandelen en de beurs moeten omarmen, mijnheer El Yakhloufi, omdat ze mensen in staat stellen collectief rijk te worden.
Maar niet dus, collega’s, want beleggen wordt door deze coalitie weggezet als iets vies. Toen ik in het debat daar in Gent vroeg naar de meerwaardetaks… Inzake de meerwaardetaks zijn er altijd twee debatfiches, mijnheer Seuntjens: de ene zegt dat het maar 10 % is en de andere zegt dat het gaat over de rijkste 10 %. Maar de FOD Financiën, mijnheer de minister, heeft statistieken waaruit blijkt dat de 10 % rijksten in onze samenleving 80 % van de aandelen hebben. Daar rijken een vies woord is, is het natuurlijk gemakkelijk om erop te schieten.
Hoeveel mensen beleggen in ons land? Weet u dat? Los van pensioensparen en zo, wat heel veel mensen doen. Het gaat om 11 % van de mensen. Dat is toch niet veel, mijnheer de minister?
Het idee van de socialisten is net verteld. We kunnen de armen rijker maken door de rijken wat armer te maken. Als men die mensen voldoende afroomt, kunnen we aan de armen geven.
Het probleem is, mijnheer de minister, dat die retoriek maar blijft duren. Ze stopt niet. U levert nu met de meerwaardetaks, maar het volgende station is de miljonairstaks. Dat weet u toch? Jullie hebben de taks op de effectenrekening verdubbeld. Het is te zeggen, dat zit in de programmawet, maar het is nog altijd niet gelukt. Die blijft maar aanslepen en dat is een goede zaak. We zullen zien of die ooit goedgekeurd wordt.
Ik voorspel u dat de man die het imago creëert van de voorzitter van de socialisten, de golden boy, binnenkort zal afkomen met de miljonairstaks. Binnenkort moet er weer geld gevonden worden en dan zullen we het riedeltje opnieuw kunnen lezen op de eerste pagina van HLN: de miljonairstaks.
Kijk, de heer El Yakhloufi ziet het alweer zitten. De debatfiche is klaar.
Collega's, wat als we net eens het tegenovergestelde deden en in plaats van een miljonairstaks in te voeren, van iedereen een miljonair maken? Mijnheer Tonniau, zou dat geen goed idee zijn? Als we van iedereen een miljonair maken, dan maken we de taart groter voor iedereen. Wie wint er dan? Ten eerste winnen de mensen, omdat zij erop vooruitgaan. Ten tweede winnen de bedrijven, omdat er meer in wordt geïnvesteerd. Ten derde wint ook de overheid. Stel dat iedereen in plaats van zijn geld op het spaarboekje te zetten, ermee naar de beurs gaat. De meeropbrengst voor de Staat zou veel groter zijn.
De vraag is of we van iedereen een miljonair kunnen maken. Er zijn twee antwoorden. Het eerste antwoord is te vinden in het afgelopen week verschenen boek Waarom sommigen miljonair worden en anderen gewoon moe – de sleutel om te winnen in ondernemerschap van Andy Coomans. Het is een wat provocatieve titel. In de Verenigde Staten zou het boek Waarom sommigen miljardair worden en anderen moe heten.
14.32 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer Van Quickenborne, ik kan uw stand-upshow wel appreciëren, maar wat u zegt, moet ook historisch correct zijn. U wilt iedereen miljonair maken en richting de beurs gaan. Herinnert u zich de wet Cooreman-De Clercq? Die wet maakte het mogelijk fiscaal aftrekbare aandelen te verhandelen. Wie heeft die wet afgeschaft? De regering-Verhofstadt I heeft de wet Cooreman-De Clercq in 2000 afgeschaft. Volgens mij zetelden wij hier toen samen namens de VLD in het Parlement. Ga het maar na, dat is historisch correct.
14.33 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Dedecker, ik weet dat u sterk bent in Middelkerke, maar in het Parlement ontbreekt het u af en toe wat aan dossierkennis. De Cooreman-De Clercqregeling sloeg op aandelen gekocht tussen 1982 tot 1985, drie jaar. Dat is de realiteit. In die tijd hadden twee wijze mensen, Etienne Cooreman en Willy De Clercq, het idee om mensen op de beurs te laten participeren om zo uit die diepste crisisjaren te raken en stelden zij het koninklijk besluit nr. 5 van 6 maart 1982 op. Ik ken het uit het hoofd. Kom mij dus niet vertellen dat ik mijn geschiedenis niet ken. Dat KB strekte ertoe dat men tot 40.000 Belgische frank kon aftrekken van de belasting als men investeerde in beursgenoteerde bedrijven en in groeibedrijven. Op drie jaar tijd zagen we de beurs van een kapitalisatie van 7 miljard Belgische frank naar 35 miljard Belgische frank gaan. Zij waren visionairs. In 1985 is die regeling gestopt en in 1987 vervangen door het systeem van pensioensparen. Dat is de geschiedenis en zo is het gegaan. U moet uw geschiedenis kennen en als u het woord wilt voeren, dan moet u eens naar de commissie komen en u daarover informeren.
Collega’s, de heer Dedecker heeft echter wel een punt. De regeling-Cooreman-De Clercq was inderdaad een geniale vondst. Daarin heeft hij gelijk. Ere wie ere toekomt, Willy De Clercq zaliger was geniaal. Op een moment dat ons land in de diepste crisis verkeerde, had men twee oplossingen. Ofwel kon men geld halen bij de rijken door taksen, miljonairstaksen in te voeren, ofwel kon men ervoor zorgen dat de mensen konden beleggen. Men democratiseerde beleggen. Zij hebben toen voor die tweede weg gekozen.
Vandaag staan we voor een van de grootste crisissen. We zien het nog niet, maar die komt eraan. Afgelopen week was ik op een business event met ondernemers en zag ik Jo Van Moer van Van Moer Logistics. Kent u hem? De heer Jambon kent hem heel goed. Dit is een fantastisch verhaal. De peetvader van Jo Van Moer was Willy Naessens zaliger, die hem heel veel advies heeft gegeven. Jo Van Moer vertelde mij afgelopen week dat hij elke week normaliter 1.000 containers met plastic korrels krijgt van het bedrijf Sabic, een van de grootste chemiebedrijven ter wereld uit Saoedi-Arabië, om er allerlei producten mee te maken. Weet u hoeveel containers hij nu elke week krijgt? Twintig.
Collega’s, niemand spreekt erover, maar ondernemers zoals hij hebben mij gezegd dat ze er ’s nachts wakker van liggen. We gaan naar een economische stilstand. Onze groei zal op nul uitkomen, als het al niet slechter wordt.
Stijn Baert heeft afgelopen week aangekondigd dat de inflatie, volgens de indexcommissie, is geëvolueerd naar 1,7 %. KBC voorspelt een inflatie van 3,3 %. De werkloosheid, mijnheer de minister, stijgt voor het eerst in 20 jaar in ons land.
In de commissie voor Sociale Zaken hebben we de voorbije week een interessante discussie gevoerd over de werkzaamheidsgraad. De ambitie van de regering op dat vlak is 80 %, mijnheer Dedecker. Weet u hoe de werkzaamheidsgraad in ons land het afgelopen jaar is geëvolueerd, sinds de start van de regering? Die blijft vlak: 72,8 % in het vierde kwartaal van 2024 en 72,8 % in het vierde kwartaal van 2025.
Collega’s, we gaan naar een economisch verschrikkelijk moeilijke periode. We kunnen twee dingen doen – dat is het kruispunt waar de heer Dedecker naar verwijst. Ofwel voeren we een miljonairstaks, een meerwaardetaks, een zelfstandigentaks en allerlei andere taksen in, ofwel doen we wat de heren De Clercq en Cooreman in het Parlement in 1982 op het spreekgestoelte hebben verdedigd. Die coalitie toen bestond ook uit mensen die het goed voorhadden met het ondernemerschap.
Mijnheer de minister, in plaats van u te laten inspireren door De Clercq en Cooreman en daar werk van te maken, doet u juist het omgekeerde. U gaat mee in de socialistische retoriek door te zeggen dat u van alle rijke mensen geld zult afpakken – een beetje de sympathieke Robin Hoodbenadering – en het aan anderen zult geven. Collega’s, ik vind dat zo onverstandig.
Mijnheer Dedecker, ik heb een schriftelijke vraag gesteld aan de minister van Financiën over de spaarboekjes. U bent ooit bankier geweest, dus u kent dat product zeer goed. In 2024 stond er 302,5 miljard euro op de spaarboekjes. De cijfers voor 2025 heb ik nog niet. Weet u hoeveel spaarboekjes er zijn in ons land? 18.213.000, dus elke Belg heeft er bijna twee.
Weet u hoeveel intresten er betaald zijn? De minister heeft mij dat antwoord verstrekt. U weet dat wie een vraag stelt aan minister Jambon binnen de 30 dagen een antwoord krijgt. Hij is de beste minister van de hele regering. Zijn kabinetsmedewerker is hier aanwezig. Ik wil hen daarvoor feliciteren. Ik stel veel vragen en wil mij daarvoor excuseren. De antwoorden zijn ook interessant.
Mijnheer de adjunct-kabinetschef, ik dank u en uw volledige kabinet daarvoor. De kabinetschef is hier nu niet aanwezig, maar ook mijn complimenten voor hem. Wij kennen Wesley De Visscher.
(Applausje)
(…): (…)
14.34 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Begin toch weer niet te provoceren.
Hoeveel intresten zijn er betaald? Er is 2,7 miljard euro aan intresten betaald.
Mijnheer Dedecker, weet u hoeveel die 300 miljard euro en die intresten hebben opgebracht voor de schatkist in 2024? Doe eens een gok. Wat heeft die 300 miljard euro opgebracht voor de schatkist? Wat zegt u, u doet geen gok? U bent nochtans voorstander van de goksector.
De heer Vereeck zegt 30 miljoen euro. Hij is nog slimmer dan wij vermoedden. Het bedrag is immers 28 miljoen euro. Dat heeft hij dus gelezen op mijn LinkedIn.
Collega’s, het gaat om 28 miljoen euro op 300 miljard euro.
Mijnheer Wollants, luister mee. Het gaat om 28 miljoen euro op 300 miljard euro. Weet u hoeveel die opbrengst is? Ik heb het moeten uitrekenen met mijn rekenmachine. Dat is 0,00009 %.
Mijnheer de minister, ik sprak in de commissie over Alberto Contador. Weet u het nog? Ik had het over cero cero cero cero cero cero.
Mijnheer Vanbesien, het gaat over de opbrengst van de spaarboekjes voor de Staat. Dat levert de schatkist dus 0,00009 % op.
Met andere woorden, collega’s, die spaarboekjes brengen de Staat niets op. Dat is geld dat daar staat, maar waar de Staat niets aan overhoudt. Dat is de realiteit.
Mijnheer Vereeck, stel dat wij van die 300 miljard euro een derde naar de beurs zouden brengen. De heer Vanbesien is bij de pinken; dat is 100 miljard euro. Stel dat dat bedrag wordt geïnvesteerd op de beurs en daar iets aan wordt verdiend via de roerende voorheffing, M. Dubois, dus via de précompte mobilier, die 30 % bedraagt sinds de passage van de heer Van Overtveldt op Financiën. Weet u hoeveel dat dan opbrengt? Dat brengt 1 miljard euro op.
Collega’s, wat wil ik daarmee aangeven? Het ligt zo voor de hand. In plaats van te kiezen voor taksen, kies voor groei. In plaats van te kiezen voor jaloezie, mijnheer Bertels, kies voor vooruitgang. Zorg dat iedereen mee kan participeren.
Mijnheer Dedecker, dat is uiteraard de essentie van onze Einsteinrekening. Ik zal dat blijven herhalen totdat u het kotsbeu bent.
De voorzitter:
Dat is nu dus. (Gelach)
14.35 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik vind het prettig dat de voorzitter teruggekomen is voor mijn speech, maar ik vraag mij af of de voorzitter intussen voor zijn kindje al een Einsteinrekening heeft aangelegd.
Mijnheer de voorzitter, u hebt een kaartje rondgestuurd met daarop een pamperrekening. Wat doen de meeste ouders, jong of oud? Zij vragen om een centje te storten op een spaarrekening. Nietwaar, mevrouw Dillen? Wat gebeurt er met die spaarrekening? Mensen laten dat erop staan en ze worden gewoon armer, want de inflatie is hoger dan de interest, mijnheer de minister. Een spaarboekje is dus een verliesboekje. Wat zeggen wij met onze partij Anders.? Zet dat op een beleggersrekening.
Mijnheer De Smet, wat gebeurt er als men iedere maand 100 euro belegt op een beleggersrekening, op een Einsteinrekening, en men doet dat van nul tot 65 jaar? Lees het boek van Jonas Vermeulen, de auteur van Het nieuwe sparen. Hij is de oprichter van de FIRE Community. Kent u de FIRE Community? FIRE Community staat voor Financial Independence, Retire Early. Dat laatste idee is iets voor later. Men ziet een hele beweging ontstaan bij jonge mensen die financieel onafhankelijk willen zijn.
Monsieur De Smet, of men nu Nederlands-, Frans- of Engelstalig is, als men elke maand 100 euro op die rekening belegt, met een rendement van gemiddeld 7 %, mijnheer Tonniau, dat is niet overdreven, inclusief crashes en crisissen, heeft men op het einde van de rit op 65 jaar 1,4 miljoen euro. Weet u dat u op die manier iedereen miljonair kunt maken? Dat is de vrucht van de samengestelde interest. Dat is de essentie van alles.
Dat wordt toegeschreven aan Einstein, mijnheer Vermeersch, maar het is niet duidelijk of dat citaat klopt. We hebben het gevraagd aan Petra De Sutter. We wachten nog op haar antwoord.
Collega's, als men dus 100 euro per maand belegt, kan men 1,4 miljoen euro bereiken. Daarom stel ik die vraag aan de mensen. Weet u wat de mensen mij zeggen? Ik wil weer geboren worden.
Mijnheer de voorzitter, ik ben blij dat u in ons midden bent.
De voorzitter: Dat weet ik.
14.36 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, de heer Dedecker wil nog iets zeggen.
14.37 Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer Van Quickenborne, ik wil iets rechtzetten. U hebt gedeeltelijk gelijk en ik ook. Dat doet altijd deugd.
Ik zal het voorlezen: "De heer Guy Verhofstadt was minister van Begroting van 1985 tot 1988, in de regering-Martens. Hij heeft de maatregel geschrapt, niet via een nieuwe wet, maar als lid van de regering die besliste om de regeling niet te verlengen. Toen hij minister van Begroting was, is de wet-Cooreman-De Clercq geëindigd."
Mijn fout was dus dat ik sprak over de regering-Verhofstadt. Neen, het is de bleekblauwe Verhofstadt die deze maatregel geschrapt heeft. Zo weten de collega’s waarover het gaat.
De voorzitter: Collega's, ik onderbreek het debat voor een technische pauze van 10 minuten.
Mijnheer Van Quickenborne, ik geef u dadelijk opnieuw het woord.
De algemene bespreking wordt geschorst.
La
discussion générale est suspendue.
De vergadering wordt geschorst om 21.14 uur.
La séance est suspendue à 21 h 14.
|
Dit verslag heeft geen bijlage. |
|
Ce compte rendu n'a pas d'annexe. |