Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 19 maart 2026

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 19 mars 2026

 

Matin

 

______

 

De vergadering wordt geopend om 09.10 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.

La séance est ouverte à 09 h 10 et présidée par M. Peter De Roover, président.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:

Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l'ouverture de la séance:

Vincent Van Peteghem.

 

Begrotingen

Budgets

 

01 Wetsontwerp houdende de Middelenbegroting voor het begrotingsjaar 2026 (1279/1-7)

- Wetsontwerp houdende de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2026 (1280/1-44)

- Begrotingen van ontvangsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 2026 - Algemene Toelichting (1278/1)

- Verantwoordingen van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2026 (1281/1-23)

- Beleidsnota's (1282/1-42)

01 Projet de loi contenant le budget des Voies et Moyens de l'année budgétaire 2026 (1279/1-7)

- Projet de loi contenant le Budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2026 (1280/1-44)

- Budgets des recettes et des dépenses pour l'année budgétaire 2026 - Exposé Général (1278/1)

- Justifications du budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2026 (1281/1-23)

- Notes de politique générale (1282/1-42)

 

Hervatting van de algemene bespreking

Reprise de la discussion générale

 

De algemene bespreking is hervat.

La discussion générale est reprise.

 

Ik nodig de minister van Begroting uit om u te woord te staan.

 

01.01 Minister Vincent Van Peteghem: Goedemorgen mijnheer de voorzitter, collega's, dank u voor het woord en dank u voor het debat gisteren. Het was een scherp debat, een kritisch debat, een debat dat grondig en inhoudelijk was, een debat waar er af en toe wel wat herhaling was. Hoewel de woorden juist en bravo vaak vielen, denk ik niet dat dit de inschatting van iedereen was. In elk geval mijn oprechte dank aan iedereen voor de opmerkingen die zijn gemaakt. Ik dank ook het Rekenhof voor hun grondige en kritische analyse van de begrotingsdocumenten.

 

Ik wil in het begin van mijn uiteenzetting ook mijn administratie nog uitdrukkelijk bedanken voor het vele werk dat zij in deze begroting hebben gestoken. Die mensen hebben achter de schermen de vertaalslag gemaakt van alle beleidskeuzes die wij hebben gemaakt en hebben die naar cijfers omgezet.

 

Chers collègues, un budget n'est jamais un simple exercice technique. Il reflète nos priorités, nos choix et notre responsabilité envers les générations futures. Cela est d'autant plus vrai aujourd'hui. Ce gouvernement assume ses responsabilités dans un contexte difficile et incertain, qui n'a fait que se complexifier au cours des dernières semaines. La situation géopolitique est plus instable. Les perspectives économiques se sont détériorées et les taux d'intérêt ont augmenté.

 

Een analyse van verschillenden onder jullie is dan ook correct, namelijk dat de cijfers evolueren en dat waakzaamheid over deze begroting noodzakelijk blijft. Maar precies in die omstandigheden is het onze plicht richting te geven en beslissingen te nemen. Stilstand is geen optie.

 

De begroting die vandaag voorligt, vertrekt vanuit het respecteren van de Europese uitgavennorm en van het voorzien in structurele financiering van de verhoogde defensie-uitgaven. Dit betekent een bijkomende inspanning van 9 miljard euro tegen 2029.

 

De Europese Commissie bevestigt dat België met deze begroting het vooropgestelde uitgaventraject respecteert. Dat is een belangrijk signaal, een signaal van geloofwaardigheid, een signaal van respect voor wat van ons land wordt verwacht.

 

En même temps, nous restons réalistes. Le fait de respecter aujourd'hui la norme de dépenses ne signifie pas que le défi budgétaire est derrière nous. Au contraire, la tâche structurelle consistant à garantir la viabilité à long terme des finances publiques reste considérable. Selon les prévisions du Bureau fédéral du Plan, le déficit de l'entité 1 restera important d'ici 2029 et devrait même continuer à augmenter. Des efforts supplémentaires seront nécessaires pour repasser sous la norme européenne des 3 % d'ici 2030.

 

Dat is geen kleine opdracht, daarvan hoef ik u niet te overtuigen. Dat vraagt een beleid dat verder kijkt dan één begrotingsjaar. Dat vraagt een beleid dat steunt op volgehouden discipline en een regering die beseft dat vooruitgang niet gebaat is met lamme vleugels, maar met een arendsoog op onze doelstellingen.

 

De duurzaamste manier om onze overheidsfinanciën te versterken, is door de fundamenten van onze samenleving en de fundamenten van onze economie te versterken. Daarom zet deze regering in op hervormingen die de werkzaamheidsgraad verhogen. Maatregelen zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd, de pensioenhervorming en de fiscale hervorming maken daar elk integraal deel van uit.

 

Et aujourd'hui, notre taux d'emploi est encore trop faible pour permettre de continuer à financer notre modèle social à long terme. Il ne s'agit pas là d'un simple défi fédéral mais d'une responsabilité qui incombe à tous les niveaux de pouvoir dans ce pays. Si nous voulons que notre État-providence perdure pour nos enfants et nos petits-enfants, nous devons faire des choix dès aujourd'hui.

 

Een tweede belangrijk element is uiteraard onze budgettaire geloofwaardigheid. Daar gaan we ernstig mee om. De ramingen in deze begroting zijn gebaseerd op de best beschikbare gegevens op het moment van de opmaak. Tegelijk is het evident dat we die ramingen actualiseren wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt. Dat is eigen aan elke begrotingscontrole.

 

Mes chers collègues, je suis un fervent adepte de la prévisibilité, car elle constitue le fondement d'une bonne gouvernance. C'est précisément dans un contexte géopolitique et économique incertain que le budget doit servir de point d'ancrage, garantissant stabilité et confiance. La succession d'une élaboration budgétaire et d'un contrôle budgétaire est en effet l'essence même de la bonne gouvernance. Planifier, évaluer et rectifier le tir, de manière structurelle et crédible.

 

Daarom starten we de komende dagen met de begrotingscontrole. Op basis van de meest recente parameters zullen we beoordelen waar bijsturing nodig is om onze doelstellingen te realiseren. Het moment waarop we zullen afronden hangt af van veel factoren, maar in de eerste plaats van het moment waarop het resultaat voldoet aan de hoge lat die we onszelf hebben opgelegd.

 

Geachte Kamerleden, deze begroting bevat duidelijke keuzes en weerspiegelt verschillende beleidsprioriteiten. In de eerste plaats is er uiteraard veiligheid. Deze regering voert het defensieplan consequent uit en blijft middelen voorzien voor de ondersteuning van Oekraïne. Dat is een duidelijke keuze om onze internationale verantwoordelijkheid op te nemen in een wereld waar onzekerheid troef is. Tegelijk blijven we investeren in onze binnenlandse veiligheid door extra budget voor justitie en politie.

 

Ce gouvernement s'engage également à préserver le pouvoir d'achat et à renforcer la solidarité au sein de notre société. Grâce au crédit familial, nous aidons les ménages et les personnes isolées à trouver un équilibre entre vie professionnelle et vie familiale. Par ailleurs, le principe de l'indexation automatique est préservé. Ce système a fait ses preuves ces dernières années en tant que facteur de stabilisation tant pour l'économie que pour le pouvoir d'achat des ménages et des personnes isolées.

 

Tot slot zal de fiscale hervorming ervoor zorgen dat mensen netto meer overhouden. Het is een signaal aan onze gezinnen en onze alleenstaanden dat werken loont, een signaal dat te lang op zich heeft laten wachten.

 

Collega’s, wat betreft de kritiek die werd geuit op het begrotingsbeleid en de kwaliteit van de documenten, in de commissie hebben we daarover al een grondig en technisch debat gevoerd, onder meer over het gebruik van provisies en de herverdelingsregels. Provisies worden gebruikt voor uitgaven die moeilijk exact toe te wijzen zijn. We evolueren uiteraard idealiter naar een systeem met meer rechtstreekse toewijzingen van kredieten of departementale provisies. Samen met mijn administratie zal ik, in overleg met de commissie, bekijken hoe we daarin verdere stappen kunnen zetten.

 

La situation budgétaire de notre pays est grave et exige des choix clairs. C'est précisément ce que fait ce gouvernement: assumer ses responsabilités. Nous mettons en œuvre des réformes qui ont été trop longtemps reportées et nous prenons des mesures qui renforcent les fondements de notre économie. Elles ne sont parfois pas populaires, mais elles n'en sont que plus nécessaires.

 

Dat is niet alleen een opdracht van deze regering maar van elke regering die volgt. Wie ook verantwoordelijkheid draagt, zal die uitdaging niet kunnen ontwijken.

 

De richting is duidelijk. Wij moeten de structurele kostendrijvers aanpakken, onze inkomsten rechtvaardig op peil houden en onze economie versterken en opnieuw robuust maken, niet alleen om vandaag betere cijfers voor te leggen, maar om te garanderen dat onze welvaartsstaat ook morgen standhoudt. Het gaat over de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen, namelijk dat zij als beleidsmakers van morgen hun keuzes in budgettaire vrijheid kunnen maken en dat zij het morgen beter hebben dan vandaag.

 

De voorzitter: Dan is het nu tijd voor de replieken.

 

01.02  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister, na uren debat kunnen wij eigenlijk maar één conclusie trekken. De meerderheid heeft heel veel gesproken maar uiteindelijk weinig gezegd en vooral nog minder opgelost. Wat hebben wij gisteren gezien? Wij zagen een meerderheid die elkaar tegenspreekt, een regering die geen lijn heeft en een begroting die al achterhaald was vooraleer hier iemand het woord heeft genomen.

 

Collega’s, wij hebben hier leden gehoord die beweren dat het tekort onder controle is. Dat klopt toch, mijnheer Vandeput? Mijnheer Van den Heuvel, elke ernstige instelling in dit land en daarbuiten, zoals de Nationale Bank van België, het IMF en het Planbureau, stelt nochtans exact het tegenovergestelde vast van wat u hier hebt beweerd.

 

Wij hebben zelfs collega’s gehoord die stellen dat er medailles zullen worden uitgedeeld aan de meet. Dat klopt toch, mijnheer Van den Heuvel? Als wij medailles halen, dan zullen dat de volgende zijn: België krijgt de medaille van de slechtste begroting, de medaille van de hoogste belastingen en de medaille van bij de laagste pensioenen van West-Europa te horen.

 

Wij hebben partijen gehoord die pleiten voor verantwoord beleid maar tegelijk elke ingreep voor zich uit schuiven. Wij hebben net een minister van Begroting gehoord die het heeft over des efforts supplémentaires of bijkomende inspanningen, volgehouden discipline en bijsturen als het nodig is. Mijnheer de minister, ik heb u goed beluisterd.

 

Collega’s, niet is echter minder waar vandaag. Wat wij zien met deze regering is geen beleid, maar vooral damagecontrol.

 

Laten we eerlijk zijn, dit debat heeft niet aangetoond dat deze regering haar begroting onder controle heeft. Het debat heeft aangetoond dat deze regering eveneens niet overeenkomt over haar begroting. Op de eenvoudige vraag over de grootte van het probleem kregen wij immers geen duidelijk antwoord. Op de vraag wanneer er bijgestuurd zal worden en wanneer er een begrotingscontrole komt, kregen we geen duidelijk antwoord, ook niet van uw coalitiepartners. Na de vraag over wie dit zal betalen, bleef het oorverdovend stil.

 

Er is één impliciete waarheid, namelijk dat de rekening opnieuw bij dezelfde mensen zal terechtkomen. Tijdens dit debat werd opnieuw de mantra herhaald dat iedereen een inspanning zal moeten leveren. Wie hier goed heeft geluisterd, weet dat dat helemaal niet klopt. Wie wordt hier immers geviseerd? Dat zijn niet de inefficiënte Belgische Staat, het falende migratiebeleid en de ontsporende uitgaven. Nee, het is opnieuw de Vlaming die werkt, de Vlaming die spaart, de Vlaming die onderneemt, zoals dat altijd gaat met Belgische regeringen.

 

We hebben gisteren geen ernstig begrotingsdebat gevoerd. Wat ons betreft, zijn de cijfers in dit land dramatisch. Een nieuwe energie- en economische crisis loert om de hoek. Ik weet niet of u gisterenavond en vannacht de evolutie van de energieprijzen in het oog hebt gehouden. Een aantal van mijn collega's hebben die op de voet gevolgd. Dat besef dringt echter niet door in dit Parlement. We hebben een regering die uitblinkt in uitstel van beslissingen, uitstel van hervormingen en uitstel van verantwoordelijkheid. De financiële markten stellen niet uit. De rente wordt niet uitgesteld. De evoluerende energieprijzen worden niet uitgesteld. De realiteit valt niet uit te stellen. De rekening voor de burger zal dus alleen maar groter worden.

 

Dit land heeft nood aan iets anders dan Belgische compromissen, nachtelijke onderhandelingen en begrotingen op basis van wensdromen. Het heeft nood aan duidelijke keuzes.

 

.

Dit land moet besparen waar het moet, hervormen waar het kan en vooral stoppen met de hardwerkende Vlaming telkens opnieuw als melkkoe te gebruiken.

 

Mijnheer de minister, u had het in uw betoog van daarnet ook over veiligheid. Ik heb het in mijn betoog gisterenochtend al gezegd, ongeveer 24 uur geleden. De rentelasten van dit land lopen ondertussen op tot meer dan 17 miljard euro. Die 17 miljard euro is evenveel als wat we uitgeven aan Defensie, Justitie en politie samen. Met andere woorden, we betalen meer aan interesten dan aan veiligheid. Dat is het absolute failliet van een veiligheidsbeleid.

 

-(Applaus)

 

Het betoog van collega Vereeck heeft ook heel duidelijk weerlegd wat u hier hebt gezegd. Hij heeft in detail aangetoond dat de Vlaming er netto op achteruit zal gaan in de komende jaren. U spreekt over belastingverlagingen, maar in de feiten zien we belasting na belasting die wordt toegevoegd. Netto zal de hardwerkende Vlaming er door de regering-De Wever ernstig op achteruitgaan.

 

Collega’s, laat me afronden, want de spreektijd is beperkt en mijn fractieleider kijkt me al aan. Na dit debat is er één ding duidelijk, de regering heeft geen duidelijk plan. Er is vandaag geen eensgezindheid in uw regering. U had het, mijnheer de minister, over budgettaire geloofwaardigheid. Die geloofwaardigheid is er niet. Een begroting zonder geloofwaardigheid is geen begroting, maar een risico, een risico voor onze welvaart, een risico voor onze economie en een risico voor de toekomst van onze mensen.

 

Voor het Vlaams Belang is het duidelijk dat we de begroting niet zullen steunen, omdat we wel kiezen voor onze economie, voor onze toekomst en voor onze mensen. Ik dank u.

 

01.03  Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer de voorzitter, wij hebben voldoende gehoord. Wij zullen de voorliggende begroting volmondig steunen, want er is geen andere keuze. Wij moeten voortdoen, de hervormingen versnellen. Het budget moet op orde, dat is onze verdomde plicht.

 

01.04  Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, monsieur le vice-premier ministre et ministre du Budget, chers collègues, ma réplique sera relativement brève. Elle sera en tout cas proportionnellement aussi longue que la présence du premier ministre lors de nos débats budgétaires hier, c'est-à-dire que je devrais en fait déjà m'arrêter à l'instant où je vous parle.

 

Monsieur Ronse, je tenais très sincèrement à pointer du doigt l'absence du premier ministre qui, je pense, lors de nos débats budgétaires d'hier a été présent un peu plus d'une heure sur l'ensemble de la journée. Cela témoigne vraiment, me semble-t-il, du mépris du premier ministre envers ce Parlement. Cela témoigne du mépris à l'égard des travaux budgétaires et de son propre budget. C'est conforme finalement à la posture qui a été la sienne depuis le début de ce gouvernement, c'est-à-dire qu'il est plutôt commentateur, spectateur qu'acteur de la politique menée par votre majorité.

 

Je voudrais toutefois saluer l'intervention du vice-premier ministre et ministre du Budget qui a débuté sa réponse avec un trait d'humour, tel qu'on le connaît et que je le connais, puisque celui-ci a salué et remercié la Cour des comptes pour son travail et l'avis rendu. Vous avouerez, monsieur le vice-premier ministre, qu'après avoir lu l'avis de la Cour des comptes, c'est particulier. Je ne sais pas si cela témoigne de l'humour ou d'une forme de "magnanisme" dans votre chef, mais remercier la Cour des comptes pour l'avis qu'elle a rendu sur votre projet de budget, monsieur le vice-premier ministre, c'est un peu comme si un condamné à mort remerciait son bourreau. Mais nous y reviendrons puisque vous avez renvoyé au contrôle budgétaire et à un accord budgétaire à intervenir dans les prochaines semaines et les prochains mois. Je pense que cet éventuel accord à intervenir sera de la même nature que ce à quoi vous nous avez habitués depuis le début de cette législature, c'est-à-dire un accord qui sera dépassé et périmé comme ce budget, un accord dont la crédibilité budgétaire sera proche de zéro et qui passera à côté des besoins, des enjeux et des attentes de la population belge.

 

Pire, il s'agit d'un budget qui va à l'encontre des attentes quotidiennes et des besoins de la population belge. On l'a vu avec un seul et bel exemple: celui des prix de l'énergie. Un budget d'un gouvernement qui décide d'augmenter les accises sur les prix de l'énergie alors que les citoyennes et les citoyens belges sont confrontés à une véritable crise de l'énergie, tous les jours en allant faire le plein à la pompe, en commandant du mazout ou en payant leur facture de gaz.

 

Bref, un budget, un projet politique, je le disais, dépassé, périmé, qui passe à côté des enjeux et qui va même à l'encontre des besoins et des attentes de la population.

 

Vous l'aurez donc compris, chers collègues, monsieur le vice-premier ministre, le groupe socialiste ne pourra pas soutenir votre projet de budget.

 

01.05  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le président, contrairement à ce que disait l’orateur précédent, je crois que les équipes qui fonctionnent bien n'ont pas besoin de la présence du chef en permanence. Quand on a bien formé ses équipes, elles peuvent travailler aussi sans qu’on soit là. Ce n'est pas une question de mépris. Quand on a confiance dans ses partenaires et collaborateurs, on n'a pas besoin d'être là. Les choses peuvent aller.

 

Le budget n'est évidemment pas parfait, loin de là, on le sait, parce que toutes autres choses ne restent pas en permanence égales. Il y a des changements quotidiens dans le monde dans lequel nous vivons. Il est vrai qu'il faudra faire des adaptations et un ajustement quand ce sera le moment. Ce qui compte, c'est de construire le socle pour tracer vraiment le cap du futur, pour rendre notre pays résilient et capable d'assumer ses obligations pour toutes les tranches de la population.

 

Certes, il y a le problème énergétique. Nous allons devoir le gérer, puisque là aussi la situation change d'une heure à l'autre. Il ne fait pas de doute que nous le ferons, comme tous les gouvernements l'ont toujours fait par rapport à leurs obligations. Nous viendrons au secours de la population au moment où il le faudra, certainement.

 

Pour le reste, le travail a été long et difficile, mais c'est la première étape de plusieurs autres qui vont émailler la législature et qui vont faire avancer notre pays vers un mieux.

 

Le groupe MR soutiendra évidemment ce budget.

 

01.06  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u bent gestart met het bedanken van degenen die achter de schermen werken. Ik ben het met u eens, politiek bedrijven is een kwestie van teamwerk. Ik wil dan ook alle medewerkers bedanken.

 

Wat het debat zelf betreft, u vond het interessant. Wij hebben echter weinig antwoorden op de opmerkingen gisteren gehoord en dat stelt mij toch teleur. U hebt uw inleiding van een aantal weken geleden grotendeels herhaald. U hebt niets gezegd over de accijnsverhoging. Hoe zit het daarmee? Wat zal daarmee gebeuren? Hoe reageert de regering op de prijsstijgingen? Daarover hebben we niets gehoord. U zei ook niets over de uitspraken van Theo Francken. Is de Iranoorlog ook onze? Als de heer Francken zegt dat hij onvoorwaardelijk achter de aanval op Iran door Israël en de Verenigde Staten staat, gebeurt dat dan met steun van de regering? Daar had ik graag een antwoord op gekregen. Evenmin werd iets gezegd over het feit dat de sociale beweging al een heel jaar op straat komt tegen uw beleid. Er kwam evenmin een antwoord op het gebrek aan steun voor uw beleid. Gisteren werd het nog aangekaart dat uit de enquête De Stem van Vlaanderen, die momenteel loopt, blijkt dat zeven op de tien Vlamingen de pensioenhervorming oneerlijk vinden ten opzichte van vrouwen. Toch gaat u ermee door. U neemt zelfs niet de tijd om daarop repliceren, mijnheer de minister.

 

Non. Je crois que c’est cela qui a manqué. Aujourd’hui, monsieur le ministre, on ne peut pas parler de ce budget sans évoquer la guerre qui a éclaté en Iran fin février. Cette guerre n’a rien à voir avec la liberté ou la démocratie. Elle a tout à voir avec le pétrole, le gaz et les intérêts des États-Unis, qui n’ont pas d’alliés, mais uniquement des intérêts.

 

J'ai pensé que vous alliez nous dire si, oui ou non, ce gouvernement soutient Israël et les États-Unis. Lorsque M. Francken s’exprime, parle-t-il au nom du gouvernement? Lorsque M. Bouchez déclare "c’est notre guerre", parle-t-il au nom du gouvernement ou non? J'aurais voulu le savoir.

 

Cette guerre ainsi que la position que nous adoptons à son égard ont des conséquences non seulement là-bas, pour les populations concernées, mais aussi ici. Les prix des matières énergétiques s’envolent, ce qui a des conséquences énormes tant pour les ménages que pour notre industrie.

 

Encore ce matin, à la lecture des journaux, les prévisions économiques apparaissent plus mauvaises. Cela a également une incidence directe sur le budget. J’aurais voulu que vous m’expliquiez clairement pourquoi, ce mardi, vous avez décidé d’augmenter les accises sur le gaz. Vous faites ainsi porter le coût de cette guerre à la population.

La population paiera non seulement le prix du mazout, du gaz, du diesel et de l’essence, mais également la TVA, à laquelle vous ajoutez les accises. Et avec cela, on n'a pas encore tout vu.

 

U werpt op dat u de koopkracht beschermt.

 

Vous voyez ce qui est en train de se passer? Non seulement il y a les effets que vous venez de décider, mais vous aller également bloquer l'indexation des salaires, vous inventez des nouvelles taxes et, bien évidemment, vous vous attaquez au pouvoir d'achat des pensionnés en vous attaquant aux pensions actuelles – avec l'enveloppe bien-être, par exemple – et futures.

 

Ce débat est essentiel: non, monsieur le ministre, nous ne sommes pas d'accord de payer pour vos guerres. Cette guerre ne nous appartient pas. De plus, la casse sociale que vous organisez d'un côté et la militarisation de l'autre côté ne mènent pas du tout à un budget sain. C'est ce qu'a d'ailleurs relevé la Cour des comptes.

 

De heer Seuntjens is hier vanmorgen niet. Ik vind het wel spijtig dat hij gisteren op Instagram mee fake news heeft verspreid, in plaats van te antwoorden op de kritiek van zowel de vakbonden als van het middenveld op het beleid. Hij beweerde dat ik in mijn toespraak geen alternatieven aanbracht. Er zijn wel alternatieven en ik heb het erover gehad, maar u, mijnheer Ronse, zat ook niet in de zaal, meen ik, toen ik aan het spreken was. Of u was er wel? Dan hebt u niet geluisterd. Ik zal het dus nog maar eens zeggen. Natuurlijk zijn er alternatieven.

 

Ten eerste, stop met de militarisering. Als ons budget vandaag niet in orde is – het Rekenhof beaamt dat –, is dat omdat de defensie-uitgaven de hoogte ingaan zonder dat er een financiering tegenover staat. De regering heeft beslist om de komende 10 jaar 34 miljard extra te investeren in Defensie. Waarom? Is dat om daddy Trump een plezier te doen? Het zijn inderdaad de heren Rutte en Trump, die vroegen om het defensiebudget op te trekken en u bent daar meteen op ingegaan. (Protest van de heer Weydts)

 

Mijnheer Weydts, als u straks wilt repliceren, mag u dat gerust doen. Het gaat om 4 miljard euro extra per jaar. Overigens, mijnheer Weydts, ik heb de visual gevonden waarover mevrouw Almaci het gisteren had, waarop onder de afbeelding van F-35’s de tekst te lezen was: daar vliegt ons pensioen. Waar is het Vooruit, dat indertijd de zotte uitgaven van de heer Vandeput ter discussie stelde? (Protest van de heer Weydts)

 

Mijnheer Weydts, u mag altijd het woord vragen, als u wilt repliceren. Het is toch niet normaal dat u me voortdurend onderbreekt.

 

De F-35’s zijn alvast geen defensieve wapens. Ze dienen om te bombarderen. Het CaMo-project dient om in de Sahel operaties uit te voeren. Is het niet waar? De heer Francken heeft dat hier toegegeven. Stop met de wapenwedloop.

 

Ten tweede, haal het geld waar het zit. Haal het geld bij de superrijken. Waarom ontlopen zij de dans, mijnheer Ronse? Waarom moeten zij geen echte bijdrage leveren? Waarom is er geen miljonairstaks? De heer Zucman komt in mei naar de commissie voor Financiën. Dan kunnen we het ten gronde over een echte bijdrage van de superrijken hebben.

 

Ten derde, kijk naar de beslissingen die in het verleden zijn genomen. Kijk naar de taxshift. Kijk naar de vermindering van de patronale bijdrage die u hebt doorgevoerd en die vandaag een probleem voor onze sociale zekerheid vormt. Er is een tekort van 8 miljard euro per jaar. Kijk naar de bedrijfssubsidies. Het Federaal Planbureau verwijst er ook naar. Daar gaat 15 miljard euro naartoe.

 

Kortom, er is wel geld. We kunnen echt andere keuzes maken.

 

Je terminerai par un mot pour le mouvement social. Aujourd'hui, je suis optimiste, pas à cause de la guerre, ni de vos décisions, mais grâce au mouvement social. Après plus d'un an d'un gouvernement de droite comme on en a rarement connu, qui prend des décisions asociales presque jamais vues, les gens ne se résignent pas. Ils se mobilisent, ils sont dans la rue. Il y a eu quinze manifestations et, la semaine passée, nous étions encore plus de 100 000! L'histoire du passé et les conquêtes que nous avons connues avec la classe travailleuse, comme le droit à une pension digne et des horaires de travail normal, se sont écrites dans la rue. Les conquêtes futures et la riposte s'écriront aussi dans la rue. Avec le PTB, nous ferons tout pour arrêter vos plans. Nous serons du côté de ceux qui disent non à la casse sociale, non à la guerre, et oui à une pension digne, oui à la sauvegarde de nos acquis sociaux. Nous ne soutiendrons donc pas ce budget.

 

01.07  Xavier Dubois (Les Engagés): Merci monsieur le ministre pour votre intervention. Je vais aller dans le même sens que vous et remercier la Cour des comptes, qui dit la vérité, à savoir que nous sommes dans les clous européens. Il faut entendre ce message, c'est le plus important. Nous redressons notre trajectoire au niveau des dépenses et c'est ce qui fait que nous pourrons aller vers l'avenir avec une vision assainie, qui protègera véritablement nos enfants et nos petits-enfants. En ce sens, c'est un travail important qui est réalisé.

 

Il y a bien entendu encore du travail. Je pense que ce contrôle budgétaire sera très important pour pouvoir amener les réponses manquantes et répondre aux différentes remarques et observations de la Cour. Mais nous consolidons les finances publiques, avec des bases budgétaires saines, qui permettront d'assurer notre sécurité, notre santé et le bien-être de l'ensemble de la population. C'est le principal message que nous devons retenir, et éviter ces batailles de slogans que nous avons entendues pendant de trop nombreuses heures. Merci encore!

 

De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Vanbesien, die trouwens jarig is vandaag.

 

01.08  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Collega's, normaliter wordt een mens milder met het verstrijken der jaren, maar er moet mij toch iets van het hart. Het betreft de grote afwezige vandaag, namelijk onze eerste minister. Hij is naar de Europese Raad en ik vind het jammer dat ik me niet rechtstreeks tot hem kan richten. Ik had dat gisteravond kunnen doen, maar er was geen consensus om voort te werken. Ik had het liever rechtstreeks aan hem gezegd.

 

Ik vind het gedrag van de eerste minister gisteren problematisch. Hij is gisterenochtend naar hier gekomen. Hij heeft geluisterd naar de uiteenzetting van het Vlaams Belang en van zijn eigen fractie. Daarna is hij vertrokken voor de rest van de dag, ongetwijfeld voor een goedgevulde dag. Hij heeft niet geluisterd naar de mening van de andere fracties.

 

’s Avonds laat is hij terug naar de Kamer gekomen om een antwoord te geven op vragen en beschouwingen die hij niet heeft gehoord. Hij laat de kans niet onbenut om parlementsleden op de vingers te tikken en op te merken dat zij voorafgaandelijk al hun repliek voorbereiden en die hier komen voorlezen zonder te luisteren naar de antwoorden. Welnu, hij doet exact hetzelfde. Hij had een antwoord klaar op vragen die hij niet heeft gehoord.

 

Bovendien was hij waarschijnlijk te vroeg aangekomen, vroeger dan de bedoeling was. Zijn medewerker heeft wellicht gezien dat de heer François De Smet aan het spreken was en tegen de eerste minister gezegd dat de laatste spreker aan het woord was, dat het was tijd om naar het Parlement te gaan. Die medewerker was echter vergeten dat nog een aantal collega’s in tweede ronde aan bod kwamen. Daardoor zat hij hier te vroeg.

 

Hij werd, toen hij hier aanwezig was, rechtstreeks aangesproken door een aantal collega’s, maar dat negeerde hij volledig. Hij doet alsof hij niets hoort, alsof die collega’s gewoon lucht zijn. Dat vind ik bijzonder hooghartig. Het is een teken van minachting voor het Parlement.

 

Hij stelde vroeger al dat het echte werk gebeurt door de mensen op de voorste rij, door de regering, en dat het Parlement een noodzakelijk kwaad is. We hebben echter nog steeds een parlementaire democratie en het Parlement verdient het nodige respect van de eerste minister.

 

Misschien heeft hij wel diezelfde houding tegenover zijn team van ministers, een minachting voor hun mening, omdat hij toch altijd de waarheid in pacht heeft. Misschien is dat wel de reden waarom deze regering niet werkt en waarom er geen eensgezindheid is in die ploeg.

 

Ik richt mij nu tot de minister van Begroting, die hier gisteren wel aanwezig was, waarvoor dank.

 

Mijnheer de minister, ik had gisteren twee vervelende vragen voor u. Op een daarvan bent u daarnet ingegaan, namelijk over het buitensporig gebruik van begrotingsruiters en provisies.

 

Op de tweede vraag bent u niet ingegaan. De vraag was of u als minister van Begroting op de hoogte was van het feit dat de eerste minister en de minister van Financiën vorig jaar bewust voor 8 miljard euro aan lucht in de begroting hebben gestoken, het zogenaamde chocoladegeld. Ofwel was u als minister van Begroting op de hoogte, wat betekent dat u bewust een verkeerde begroting liet goedkeuren door het Parlement. Ofwel was u als minister van Begroting niet op de hoogte en dan betekent dat dat u bewust op het verkeerde been werd gezet door de eerste minister en de minister van Financiën. Beide opties zijn problematisch en ik wil graag het antwoord weten. Ik begrijp dat het een vervelende vraag is, mijnheer de minister, maar ik zal ze toch blijven stellen tot ik er een antwoord op krijg.

 

Ondertussen werken wij verder aan het opvolgen van de begroting, beginnend met het rapport van het Monitoringcomité dat vandaag speciaal voor mijn verjaardag wordt uitgebracht. We zullen het met veel plezier lezen. Tot nader order, mijnheer de minister, collega's, zullen wij deze begroting niet steunen.

 

01.09  Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer de minister van Begroting, ik dank u voor uw toelichting en ik dank de collega's voor de gedachtewisseling – ik zal het woord neutraal houden.

 

De minister van Begroting heeft in zijn toelichting gezegd waarom het nodig is dat de regering de hand aan de ploeg slaat, namelijk dat we ons goed Belgisch sociaal model op de korte en de middellange termijn moeten vrijwaren en beschermen. Hij heeft het woord beschermen gebruikt. Daarvoor is de begroting, en de begrotingscontrole die eraan komt, een instrument dat we moeten gebruiken om richting te geven aan onze samenleving. Voor de Vooruitfractie blijft dat dus de bescherming en de duurzaamheid van ons sociaal model.

 

Dat sociaal model heeft in het verleden bewezen dat het goed werkt en dat het een buffer vormt bij crisissen. Ook in deze begrotingsoefening voor de meerjarenbegroting en zeker voor de begroting 2026, en de begrotingscontrole die eraan komt, zal de Vooruitfractie erover blijven waken, tot spijt van wie het benijdt, dat de koopkracht wordt beschermd, dat de nettolonen worden opgetrokken, zoals we in 2026 al zullen zien met de minimumlonen, en dat er wordt geïnvesteerd en hervormd in de gezondheidszorg, het liefst op basis van correcte informatie en niet van fakenieuws.

 

Ik heb het niet over u, mevrouw Merckx, maar over het fakenieuws dat gisteren is verspreid over de Toezichtcommissie. Men zou zich moeten schamen voor de manier waarop men artsen en zorgverstrekkers probeert op te jagen door valse informatie te verspreiden over de controle op artsen en zorgverstrekkers. Dat was gewoon niet juist. De mevrouw in kwestie is nu niet aanwezig, maar ze zou eens moeten nalezen wat zij heeft gezegd en wat er in de wettekst staat. Dat staat diametraal tegenover elkaar.

 

Ten derde, ook tot spijt van wie het benijdt, we zullen in die begrotingsoefening en in het meerjarenplan erover blijven waken dat er ook een eerlijke bijdrage komt van de sterkste schouders, zodat iedereen doet wat hij of zij moet. Ieder zijn deel is niets te veel. De noden en behoeften moeten worden gelenigd met een inbreng van iedereen.

 

Daarover zullen wij blijven waken, mijnheer de voorzitter. Wij zullen deze begroting dan ook volmondig steunen zodat de regering verder de hand aan de ploeg kan slaan, wat nodig is in deze turbulente tijden.

 

01.10  Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, bedankt om wél aanwezig te zijn. U bent ook gisteren de hele dag gebleven.

 

Ik vind het zeer jammer dat de premier niet aanwezig is om te antwoorden. Ik hoor dat er een Europese top plaatsvindt, maar ik vind het vooral jammer, mijnheer Ronse, dat hij gisteren de hele dag niets heeft gezegd. Wij hebben hem niet gehoord. Ik begrijp dat wel, want deze begroting valt niet te verdedigen. Er valt eigenlijk weinig te zeggen om die te verdedigen.

 

Monsieur Piedboeuf, vous avez indiqué que, lorsqu’une équipe fonctionne bien, elle n’a pas toujours besoin d’un chef. Je reconnais là votre élégance habituelle. Nous avons fait hier quelques jeux de mots sur votre nom. Je reconnais votre "patte de bœuf", et non votre "pied de bœuf". Votre élégante "patte de bœuf" a toujours défendu l’équipe. Toutefois, monsieur Piedboeuf, lorsque l’on est en pleine tempête, on ne laisse pas descendre le capitaine. C’est, me semble-t-il, l’élément essentiel à retenir.

 

Wat ik heb onthouden uit uw speech, mijnheer de minister, is dat u sprak over de volgende generatie. Dat is mij opgevallen, omdat ik dat heel gedurfd vond. Kijk eens naar de cijfers. De regering zei dat ze het tekort zou terugbrengen naar 3 %. Die belofte werd opgenomen in het regeerakkoord, hoewel het niet duidelijk was of het daarbij over de gezamenlijke overheid of over entiteit I gaat. U speelt met woorden, maar dat is een ander verhaal.

 

De eerste minister zegt echter onmiddellijk iets anders, namelijk dat de regering een inspanning van 3 à 4 miljard euro zal leveren, terwijl iedereen weet dat dat niet volstaat om het tekort terug te dringen tot onder 3 %.

 

Waar gaan we naartoe? We evolueren richting 8 % tegen het einde van de volgende legislatuur. Dat is gigantisch. Dat betekent een verdubbeling van het tekort. U spreekt vandaag over de volgende generatie. In deze budgettaire situatie is dat totaal niet gepast, mijnheer de minister. Ik zou eerder verwachten dat u zeer dringend een begrotingscontrole organiseert.

 

In de commissie werd meegedeeld dat we de cijfers van het Monitoringcomité zouden ontvangen op de verjaardag van de heer Vanbesien. Ik vrees echter dat hij geen verjaardagsgeschenk zal krijgen van de regering, want ik hoor dat de cijfers pas maandag beschikbaar zullen zijn. Kunt u dat bevestigen, mijnheer de minister? Klopt dat en is dat een bewuste keuze of zijn er nog zoveel problemen in de geactualiseerde ramingen dat het Monitoringcomité vier dagen extra nodig heeft? That’s kicking the can down the road.

 

De heer Bouchez en de premier hebben gezegd dat er geen begrotingscontrole nodig is en dat men die pas in de zomer zal uitvoeren. Dat betekent dat men een half jaar verliest. U weet even goed als ik dat een half jaar voor de inkomsten een groot verschil maakt. Dat leidt tot een zeer groot verlies aan inkomsten, zonder dat we die inkomsten overigens ondersteunen, voor alle duidelijkheid.

 

Ik stel me dan ook de vraag – u hoeft dat niet persoonlijk te nemen, mijnheer de minister – of u nog iets te zeggen hebt aan die tafel. U hebt immers zelf gezegd dat er in maart een begrotingscontrole zou komen, op basis van de cijfers van het Monitoringcomité, terwijl de heer Bouchez en de premier zeggen dat dat niet nodig is en dat de regering dat pas in de zomer zal doen.

 

U zei vorig jaar dat we voor 17 miljard euro moesten saneren, maar het is zelfs geen 9,2 miljard euro geworden. Het zal minder dan 6 miljard euro zijn. Die 9,2 miljard euro is in uw officiële documenten 8,1 miljard euro geworden. We hebben het verslag van het Rekenhof gelezen. Het is geen 8 miljard euro.

 

Vandaag hebt u nog herhaald dat jullie het begrotingstekort onder 3 % zouden brengen. Ik hou vast aan mijn belofte in het regeerakkoord, zegt u, maar daar is niets van aan. De gouverneur van de Nationale Bank zegt dat u 11 miljard euro aan inspanningen moet leveren. Men moet geen budgettair expert te zijn om te berekenen hoeveel inspanningen er nodig zijn om aan die 3 % te geraken. Dat is nog meer dan de 11 miljard euro van de gouverneur. Hij zegt: als we nu tot 4 % geraken, zou dat al niet zo slecht zijn, gezien de huidige situatie.

 

Mijnheer de minister, hebt u het verslag van het Rekenhof gelezen? Het is verschenen tijdens de krokusvakantie. Ik denk dat u tijd hebt gehad om het te lezen. Wat staat daarin? De begroting zit vol lucht, vol gebricoleerde toestanden. De enige zekerheid zijn de taksen, volgens het Rekenhof. Taks, taks, taks, de kleine verbetering komt voornamelijk uit belastingen.

 

Dat gebeurt gewoon midden in de oorlog in het Midden-Oosten, maar wat doet u? Dat is toch het summum van cynisme. U verhoogt de accijnzen nog. U verhoogt de belastingen op gas, benzine, diesel en stookolie. Hoe kan dat, mijnheer de minister? Hebt u nog voeling met de realiteit? Weet u nog wat er leeft in de maatschappij? Misschien moet u niet gaan tanken, misschien werkt uw verwarming op elektriciteit, maar de gewone mensen voelen dat wel. Diesel kost vandaag 2,10 euro. De mensen die gaan tanken voelen dat al.

 

Dan spreekt u over de grote belastinghervorming. Dat is toch niet ernstig. We hebben dat berekend. Het gaat over 6 euro per maand dit jaar. Dat is gebaseerd op een soort van Chinees eenkindbeleid, want dat zijn de mensen die er het meest uithalen. Die krijgen ongeveer 12 euro. Wie één kind heeft, krijgt het meest. Met drie kinderen krijgt men veel minder. Zonder kinderen wordt men ook benadeeld. Eén keer gaan tanken, mijnheer de minister, en het is gedaan. Men is het voordeel kwijt. Finito. Weg.

 

Ik ga afronden, beste collega’s. Op het einde van dit jaar zijn we al halverwege de legislatuur. Het gaat snel. Time flies. Wat moet ik vaststellen? Dat 2025 een verloren jaar was. U hebt een inspanning van 224 miljoen gedaan. Peanuts. Ik heb die foto van de heer Vereeck met die peanuts niet meer, ik zou die vandaag ook kunnen tonen. Peanuts. Ook 2026 is een verloren jaar. Wat heeft de heer Van den Heuvel gisteren gezegd? Ik vond dat zeer terecht. U zei, mijnheer Van den Heuvel, dat in deze begroting het grote kader ontbreekt. U hebt gelijk. Het grote kader ontbreekt en we gaan monitoren. Amai. Als we de begroting even goed moeten monitoren als de accijnzen op gas, zullen we veel moeten monitoren. Daarvoor hebben we een Monitoringcomité. Jammer genoeg gaat u niet terug naar de tafel en voert u geen begrotingscontrole uit.

 

Mijn vraag aan u, mijnheer de minister, is dus heel eenvoudig. Wanneer zult u er eindelijk aan beginnen? Wanneer legt u een begroting voor die doet wat u hebt beloofd?

 

Jammer genoeg moet ik u aankondigen dat onze fractie deze begroting niet kan steunen en niet zal goedkeuren. Foei, foei, foei.

 

De voorzitter: Zo komen we naadloos bij de heer Van den Heuvel.

 

01.11  Koen Van den Heuvel (cd&v): De regering is niet in moeilijkheden, maar blijkbaar heeft de fractieleider van de grootste partij het evenwicht een beetje verloren. U bent altijd welkom in een partij die evenwicht uitstraalt, mijnheer Ronse, als dat u zou kunnen helpen.

 

Ik wil ook, net zoals de minister, namens mijn fractie eerst en vooral alle mensen bedanken die achter de schermen hebben meegewerkt, zeker ook de mensen van het Rekenhof voor hun kritische blik.

 

Wij hebben gisteren een interessant begrotingsdebat gehad. Daaruit blijkt duidelijk dat de begroting absoluut geen abstracte oefening is. Ze is evenmin een gemakkelijke oefening, omdat wij elke dag opnieuw noodzakelijke keuzes moeten maken om te vermijden dat toekomstige generaties opdraaien voor een slechte rekening.

 

Mevrouw Bertrand, soms wordt beweerd dat er alternatieven zijn gelanceerd, maar dat wij daar niet naar luisteren. Als ik het debat van de voorbije dag overschouw, stel ik vast dat wij heel veel analyses hebben gehoord en veel cijfers. Hier en daar klonk er een goede oneliner, maar een coherent plan hebben wij niet gehoord. Wij hebben geen coherent plan gehoord waarin alles past.

 

Ik ben ervan overtuigd dat de voorliggende begroting, zoals ik gisteren heb opgemerkt, nog geen medaillemoment is. Dat komt pas op het einde van de rit. De begroting is wel een goede stap in de juiste richting.

 

Collega’s, voor ons is het dan ook duidelijk. Onze fractie moedigt onze minister van Begroting en de hele regering aan om door te gaan op die weg, met in gedachten de principes van het treffen van evenwichtige maatregelen, het vragen van een eerlijke bijdrage van de sterkste schouders en vooral het uitwerken van een duidelijk en hoopvol toekomstperspectief voor een stevige sociale zekerheid ter bescherming van onze mensen. Zij verdienen dat immers, zeker in de huidige onzekere geopolitieke tijden.

 

01.12  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. Comme malheureusement l'Arizona ne recule devant rien, vous avez inventé quelque chose de nouveau: le budget à fragmentation. Il y a les grenades à fragmentation et il y a les budgets à fragmentation avec les accords de l'Arizona – c'est-à-dire que ça explose en permanence. On ne sait pas quand, mais on sait que chaque mesure finira un jour ou l'autre par nous exploser à la figure. Vous n'avez même pas encore réussi à revenir sur l'accord TVA boiteux, censuré par le Conseil d'État. On verra peut-être en été, si tout va bien, comment nous compenserons cette histoire de livraisons et de biens culturels qui ne marche pas.

 

J'ai donc de la compassion pour vous. Être ministre du budget et devoir jongler avec des grenades à fragmentation n'est pas un exercice facile. Je crois que vous ne pourrez pas continuer longtemps à aller ainsi d'accord en accord, avec des mesures à moitié bricolées qui seront un jour censurées par le Conseil d'État ou la Cour constitutionnelle.

 

Je vous lance un appel tout de même, comme un grand nombre de partis de la majorité et de l'opposition vous l'ont lancé: ce gouvernement ne peut plus faire comme s'il n'y avait pas une guerre au Moyen-Orient et que ce chaos n'avait pas un coût et des conséquences fortes sur le prix de l'énergie – on l'a encore vu cette nuit même. Malheureusement, la conséquence d'un président américain complètement imprévisible, c'est aussi un conflit complètement imprévisible. En temps de crise, les citoyens et les entreprises ont besoin d'une chose: de la prévisibilité.

 

C'est donc votre devoir, en tant que gouvernement, d'offrir cette prévisibilité. Renoncez à cette hausse des accises et appliquez dès maintenant le cliquet inversé. S'il y a une seule chose que vous devez retenir de cette nuit budgétaire, je pense que c'est cela.

 

01.13  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Merci, monsieur Van Peteghem. Ce matin vous avez eu la lourde tâche de venir répondre à la place du premier ministre à nos treize heures de discussions, de débats et de questions. Je dois dire que votre intervention me laisse sur ma faim. Elle aurait pu constituer une introduction au budget il y a trois mois. Ce matin, vous avez enfilé votre plus beau costume pour vous donner l’air le plus sérieux possible, mais c’est toujours la même camelote que vous essayez de nous vendre ici.

 

Monsieur Van Peteghem, s’il vous plaît, ne vous comportez pas comme un charlatan. Ce budget est maquillé comme une voiture volée et plus personne n’est dupe. Vous prévoyez 17 milliards dans des enveloppes sans attribution, à dépenser comme les ministres l’entendent – un véritable open bar. Vous laissez un trou non budgété d’un milliard pour les compensations des CPAS en 2027 et 2028. Aucune réponse n’est apportée à ce sujet. Un quart des économies à réaliser d’ici 2029 repose uniquement sur la croyance que l’on va remettre 100 000 malades au travail, sans aucune mesure réaliste d’accompagnement.

 

Le premier ministre déclare dans la presse que le manque de responsabilité financière dans ce pays est insoutenable. Sur ce point, on ne peut qu’être d’accord avec lui, au vu de ce que vous faites. C'est vous qui vous présentez avec un budget périmé, incohérent, mal emmanché. Vous prétendez maîtriser le budget des prochaines années, mais ce sont précisément vos mesures qui creusent le déficit. Il atteindra 31,2 milliards en 2029 pour le seul niveau fédéral. C'est du jamais vu depuis le début de ce siècle.

 

Peut-être est-ce là la médaille pour les collègues du CD&V. Rien que l’annulation de la TVA – la fameuse idée de la TVA sur le take away et sur une partie de la culture – représente 600 millions que vous devrez trouver ailleurs.

 

Le budget n’est même pas encore voté que vous programmez déjà l’ajustement budgétaire du printemps, qui sera probablement reporté à l’été, à 2027 ou à la fin de la législature. On ne sait pas. Le résultat est que vous ajoutez du chaos et créez de l’angoisse chez les citoyens, les entrepreneurs et les associations.

 

Vous affirmez que, dans une période de crise, le budget est ce qui crée de la stabilité. Sur ce point, franchement, nous sommes d’accord avec vous. Mais où est ce budget censé nous donner un cap, une direction, du sérieux et de la stabilité? En tout cas, ce n’est pas celui que nous avons sous les yeux.

 

Aujourd’hui, vous n’assumez rien. Vous déplorez un taux d’emploi trop faible pour soutenir notre système social. Pourtant, ce sont vos décisions qui creusent le déficit et vident les caisses de la sécurité sociale: les flexi-jobs, la multiplication des heures supplémentaires, la multiplication des jobs étudiants, qui privent par ailleurs les personnes ayant besoin d’opportunités d’un véritable travail. Là encore, aucune réponse de ce gouvernement.

 

Votre premier ministre déclarait ce week-end dans la presse que les citoyens pourraient manifester pour l’éternité mais que cela ne changerait rien à vos plans.

 

Monsieur Van Peteghem, je pense qu’il faut quand même, à un moment, faire un peu attention. Aujourd’hui, deux tiers des citoyens disent qu’ils ne veulent plus de vos mesures en matière de coupes sociales et de coupes dans la santé. La majorité de votre gouvernement s’effondre du côté francophone.

 

Je pense donc qu’à un moment, il va falloir redescendre sur terre et commencer à écouter les réalités des citoyens et des citoyennes. Je vous remercie.

 

De voorzitter: Voor de techniciteit van het debat en onverminderd andere kwalificaties daarover, wilde de eerste minister gisterennacht wel zijn repliek geven. Daar werd echter geen consensus over gevonden, wat ik respecteer. Hij had zijn voorbereide tekst bij, maar wat daarin staat, weet ik niet. Anders zou ik het u wel vertellen. Hij had in elk geval minstens een reactie voorbereid.

 

01.14  Benoît Piedboeuf (MR): Monsieur le président, je ne vais évidemment pas qualifier cela de fait personnel. Vu qu'on s'amuse avec mon patronyme, j'ai l'impression d'être retombé en enfance.

 

Je rappelle, pour la culture générale des uns et des autres, que quand on rêve d'une patte de bœuf, cela peut symboliser la force, la détermination et la connexion à nos instincts profonds. Le bœuf est souvent associé à la bonté, au calme, à la force pacifique, représentant également l'effort et le travail. Je ne pouvais pas manquer de vous le rappeler!

 

(Applaudissements)

 

De voorzitter: Ik ben blij dat we niet allemaal verantwoording moeten afleggen voor onze familienaam.

 

01.15  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik had niet gepland om nog tussen te komen, maar ik wil dat toch doen om onder andere mijn excuses aan te bieden aan mevrouw Merckx. Ik heb haar inderdaad onderbroken tijdens haar discours. Dat is niet netjes – foei – maar het is soms sterker dan mezelf wanneer dergelijke onzin wordt uitgekraamd. Bij deze dus mijn excuses.

 

Ik neem toch even het woord, zoals u zelf hebt gesuggereerd, mevrouw Merckx. Een begrotingsdebat voeren we best op basis van correcte cijfers en niet op basis van boutades en oneliners die nergens op slaan.

 

Want wat heb ik in uw discours gehoord, mevrouw Merckx? Het is niet de eerste keer dat we dat horen. De PVDA zegt dat de stijging van het defensiebudget er komt omdat Trump dat heeft gevraagd. Dat is klinkklare onzin, beste collega’s. De stijging van het defensiebudget gedurende deze legislatuur naar 2 % is een afspraak die al in 2014 binnen de NAVO is gemaakt. In 2014, met premier Elio Di Rupo, hebben we in Wales afgesproken om naar 2 % van het bbp aan defensie-uitgaven te gaan. Deze regering komt voor het eerst in decennia effectief die NAVO-afspraak na. Dat heeft niets met Trump te maken.

 

De PVDA zegt ook dat die uitgaven er zijn om Trumps zakken te vullen. Ook dat is niet correct. Ik heb de cijfers opgevraagd bij de minister van Defensie. Ik heb hier een lijst van de komende miljardeninvesteringen in defensie en het aandeel dat naar de Verenigde Staten gaat. De cijfers zijn duidelijk. 7 % van onze totale defensie-uitgaven gaat naar de Verenigde Staten. 42 % zijn Europese aankopen waarover al een beslissing werd genomen. Voor de overige percentages is de afspraak binnen de regering dat, als het Europees kan worden aangekocht, we Europees zullen aankopen. Dat zijn de afspraken, dat is de waarheid, dat zijn de cijfers. In een begrotingsdebat moeten we het hebben over echte cijfers en niet over boutades.

 

Ik kom tot mijn voorlaatste punt. De PVDA eist om de militarisering te stoppen. Telkens wanneer ik dat woord uit uw mond hoor, word ik echt kwaad. Ik geef u een cijfer.

 

Als de Belgische Defensie in 2034 aan het in de Strategische Visie vooropgestelde aantal effectieve aanwervingen van zowel reservisten, burgers als militairen komt, dan komen wij op 0,45 % van onze bevolking die op de een of andere manier betrokken zal zijn bij onze defensie. Is dat militarisering?

 

Ik geef u een ander cijfer. Is er iemand in deze zaal die vindt dat Finland een gemilitariseerd land is? Raise your hand. Finland komt in de rankings van de Verenigde Naties en van alle andere organisaties naar voren als een van de meest democratische landen, landen waar het goed gaat, waar de mensen gelukkig zijn en niet als een land waar alles in het teken staat van militarisering. Weet u hoeveel mensen er in Finland betrokken zijn bij defensie? 16 procent. Is er hier iemand hier die vindt dat Finland een gemilitariseerd land is? Stop met die boutade en met te zeggen dat wij hier aan het militariseren zijn. Straks zal 0,45 % van onze bevolking betrokken zijn bij onze defensie.

 

Tot slot, de PVDA zegt dat we moeten stoppen met geld te geven aan de oorlog. Over welke oorlog hebt u het? Ons land is vooralsnog in geen enkele oorlog betrokken en laat ons hopen dat dat zo blijft. Of het moet zijn dat de PVDA de oorlog op het Europese continent, de Oekraïners die ook voor onze vrijheid vechten en de steun die wij aan hen verlenen, in twijfel trekt. Het zou mij niet verwonderen dat dat het geval is, want dat is hier ook al een aantal keer aan bod gekomen.

 

Collega's van de PVDA, nogmaals mijn excuses dat ik uw discours heb onderbroken, maar ik heb het woord gevraagd om een aantal van uw boutades te ontkrachten.

 

01.16 Minister Vincent Van Peteghem: Dank u wel voor uw opmerkingen, collega’s. Vooreerst, mijnheer Dermagne, u merkt op dat ik beleefd het Planbureau heb bedankt. Beleefdheid is een eigenschap die ook u niet vreemd is. Ik vind het alvast niet meer dan logisch dat we beleefd het Rekenhof of het Planbureau bedanken voor hun inspanningen. In al hun aanbevelingen en rapporteringen zitten elementen die we meenemen, bijvoorbeeld inzake de fiscale uitgaven, de gezondheidszorg of de terugverdieneffecten, waar ik straks op terugkom, mijnheer Vanbesien. Het is ook logisch dat we die elementen meenemen. Mevrouw Merckx, er is ook dankbaarheid en beleefdheid jegens onze medewerkers nodig. Die hebben immers in het debat in de commissie getoond dat ze een meerwaarde in het debat betekenden.

 

Laat ik nu enkele specifieke vragen behandelen, ten eerste over de prijzen voor energie. In de regering is afgesproken dat we de prijzen en de bevoorrading van energie zullen monitoren. Ik herinner eraan dat de regering in de vorige legislatuur niet tijdens maar na de crisis een prijsbeschermingsmechanisme voor gas goedkeurde, dat telkens bij een crisis zou worden geactiveerd. Het bestaat erin dat de regering, zodra zij vindt dat de energieprijs te hoog is en een drempel overschrijdt, inspanningen levert. Ik vind het inderdaad niet meer dan logisch dat we dat prijsbeschermingsmechanisme inzetten op het moment dat de prijzen zodanig stijgen. Voor de andere energiebronnen moeten de bevoegde ministers op het juiste moment met voorstellen komen.

 

Aangezien de Europese regelgeving ook een impact op de energieprijzen voor onze bedrijven en burgers heeft, bepleit de premier op dit eigenste moment in de vergadering van de Europese Raad gewijd aan het thema, mogelijke maatregelen ter zake.

 

Mijnheer Vanbesien, ik heb op de kritiek inzake de terugverdieneffecten al duidelijk in commissie onderstreept dat ik die nooit als chocoladegeld heb beschouwd, maar als de vertaling van onze ambitie in de praktijk via onze voorstellen tot noodzakelijke hervormingen en onze implementatie ervan.

 

We kregen inderdaad de aanbeveling om de terugverdieneffecten niet in onze begroting mee te nemen. Dat doen we ook niet meer; er zitten geen terugverdieneffecten in onze begroting, wat niet betekent dat we onze ambitie niet via noodzakelijke hervormingen in de praktijk zouden omzetten. Het blijft alleszins de bedoeling om de terugverdieneffecten inderdaad te realiseren.

 

Ten derde, wat de opmerking in verband met de timing van het rapport van het Monitoringcomité betreft, dat comité is baas over de eigen werkzaamheden. Het is niet aan mij als minister van Begroting om te beslissen wanneer een rapport al dan niet wordt gepubliceerd, mevrouw Bertrand. Uiteraard zullen we op basis van dat rapport onze begrotingscontrole beginnen en in de tweede helft van het jaar ook de opmaak van onze begroting voor 2027 tegen de State of the Union afronden.

 

We weten allemaal wanneer zo’n oefening van begrotingscontrole begint – herinner u dat ik eerder in het Parlement het voorbeeld van een verjaardagsfeest aanhaalde -, maar wanneer die eindigt, hangt ervan af wanneer onze hoge doelstellingen, zoals ik daarnet in mijn inleiding zei, worden vervuld.

 

Ten slotte, mevrouw Bertrand, u noemt 2026 een verloren jaar. In 2026 zullen we echter door de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd daar miljarden op besparen, iets waar uw partij nooit in is geslaagd. In 2026 zullen we beginnen met de lasten op arbeid te verlagen, iets wat u in de vorige legislatuur hebt tegengehouden. In 2026 wordt de pensioenhervorming goedgekeurd, die broodnodig is om ervoor te zorgen dat mensen langer werken. In 2026 zal collega Vandenbroucke zijn plannen doorzetten om langdurig zieken opnieuw aan het werk te krijgen. Dat noem ik geen verloren jaar. Dat noem ik een gewonnen jaar, dat de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen voorbereidt.

 

Ik wil in het Parlement alle fracties die de voorliggende begroting en de ambitieuze plannen van de regering zullen goedkeuren, danken. Ook dat is een kwestie van beleefdheid.

 

01.17  Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, ik hoop dat u vanmorgen allemaal langs het tankstation bent gereden om naar de benzineprijzen te kijken, want die moesten vandaag gemonitord worden. Dan kunt u dat afvinken, want meer doet u daar toch niet aan.

 

Gisteren hebben we hier gezocht naar de dader die de verlaging van de accijnzen tegenhield. Wie is de mol? We hebben hem hier niet gevonden. Gelukkig voor de oppositie hangt uw meerderheid met haken en ogen aan elkaar. In de wandelgangen heeft men mij dus verteld hoe de vork aan de steel zit, mijnheer de minister. U bent het. U bent de mol. U houdt het tegen. U bent tegen de verlaging van de accijnzen. U bent tegen de verlaging van de benzine- en dieselprijzen aan de pomp. In de vorige legislatuur was u daar een groot voorstander van. Wat is er vandaag anders dan toen? Is het geen vorm van beleefdheid tegenover onze burgers om die prijs te verlagen, mijnheer de minister?

 

01.18 Minister Vincent Van Peteghem: Ik weet dat en ik herhaal wat ik daarnet heb gezegd. Ik zit hier als lid van de regering en we hebben in de regering afgesproken dat de prijzen worden gemonitord en dat we daarmee, zodra er een voorstel van de bevoegde ministers komt, uiteraard aan de slag zullen gaan.

 

01.19  Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, als de minister van Begroting hiervoor niet verantwoordelijk is, dan hebt u weinig verantwoordelijkheden in de regering. Hoe dan ook, ik kan niet anders dan concluderen, goede vrienden van cd&v, die zo massaal zijn opgedaagd om voor uw minister te supporteren, dat het getuigt van tsjevenstreken, hypocrisie, wanneer uw minister maandagochtend in de krant verklaart dat de taks op verwarming uitgesteld moet worden om vervolgens maandagnamiddag te onderstrepen dat de verhoging moet worden goedgekeurd, terwijl hij de verantwoordelijke minister in de regering is om een van de gemakkelijkste maatregelen te nemen, namelijk het verlagen van de accijnzen aan de pomp, maatregel, die hij in de vorige legislatuur nog bepleitte, tegenhoudt. Dat heeft niets meer te maken met fatsoenlijk beleid. Ik vind dat verschrikkelijk.

 

01.20  Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U zei: we weten allemaal wanneer het verjaardagsfeest begint. Ik ga er van uit dat uw begrotingsfeest begint op het moment van het verslag van het Monitoringcomité. Zo heb ik het begrepen. Het wordt dus niet tot de zomer uitgesteld? Dat is goed. Dat is nieuw. De heren Bouchez en De Wever worden hier tegengesproken. Het begint niet in de zomer, maar volgende week.

 

Wat ik bedoelde met een verloren jaar, is een verloren begrotingsjaar. Voor ons is het geen verloren jaar, want wij hebben eigenlijk een aangenaam jaar achter de rug. Als men naar de cijfers kijkt, gaat het wel om een verloren begrotingsjaar, want er is een tekort van 4,6 %.

 

U zei dat u belangrijke hervormingen zult doorvoeren. Kijk naar de uitvoering, mijnheer de minister. De pensioenhervorming moest beginnen in 2026, maar is uitgesteld en begint pas in 2027. De hervormingen in de arbeidsmarkt zijn, net vorige week in de commissie, uitgesteld tot juni. De aanpassing aan de btw wordt geheel uitgesteld, we weten zelfs niet of dat er nog komt. De OCMW's worden geconfronteerd met de hervorming van de werkloosheid in de tijd. Dat is een open enveloppe en we horen dat er 500 miljoen euro meer nodig is, wegens een slechte raming. Volgens de POD Maatschappelijke Integratie zal het veel meer kosten.

 

Op begrotingsvlak is het dus echt een verloren jaar, vrees ik, maar ik hoor dat u dat allemaal op zes maanden tijd zult kunnen rechttrekken met de begrotingscontrole. Gezien uw vergelijking met het verjaardagsfeest wens ik u dan ook een zeer prettig begrotingsfeest. Ik hoop dat u er maandag aan begint.

 

01.21  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u herhaalt dat u de toestand zult monitoren en dat u een prijsbeschermingsmechanisme zult invoeren als de prijzen te hoog zijn. De vraag is natuurlijk wanneer de prijzen als te hoog worden beschouwd. Moet benzine dan al 4 euro per liter kosten of zo?

 

Mijnheer Weydts, sta me toe om ook kort te repliceren op wat u zei. Vandaag tonen de cijfers – aangezien u wilt dat we het over cijfers hebben – dat er elk jaar ongeveer 4 miljard euro extra naar defensie gaat. Dat cijfer zorgt ervoor dat ons vorderingssaldo, ofwel ons budgettaire probleem, toeneemt. Dat zegt het Rekenhof en dat bevestigt de minister ook. De minister stelt duidelijk dat we inspanningen moeten doen om onder andere de uitgaven voor defensie te financieren. Daarom moeten we begrotingsinspanningen doen en daarom wordt er ook deels in de sociale zekerheid ingegrepen.

 

Mijnheer Weydts, u hebt niet geantwoord op de vraag of we F-35’s en pantservoertuigen nodig hebben om ons land te verdedigen. Dat stellen wij in vraag. In 2014 werd inderdaad binnen de NAVO beslist om de norm op 2 % te zetten, maar wij hebben dat toen niet gevolgd. Dat was een goede zaak. De visual van Vooruit toen dateert ook effectief van die periode. Die werd daarna gepubliceerd en daarmee had u groot gelijk, aangezien een euro niet twee keer kan worden uitgegeven.

 

Wij zijn zelf bevoegd om te beslissen wat nodig is om ons land te verdedigen. Deze regering had beslist om de 2 %-norm tegen 2029 te halen. Vervolgens hebben Trump en Rutte gezegd dat de defensie-uitgaven moesten stijgen. Daarom heeft de regering beslist om dit jaar al naar 2 % te gaan. Dat weegt op ons budget, mijnheer Weydts.

 

De kern van de keuze is dus welke maatschappij we willen. Willen we blijven investeren in defensie of maken we andere keuzes? Ik maak me zorgen over de militarisering van onze maatschappij. In ons land is die nog niet zo ver gevorderd als in sommige andere landen. Dat is op zich een goede zaak, maar mensen zoals minister Francken willen die evolutie verder doordrijven en hij krijgt daarvoor van de regering een kredietkaart waarmee hij mag kopen wat hij wil, terwijl alle andere diensten in onze maatschappij op dieet staan. Dat is niet normaal in budgettair moeilijke tijden, maar dat is de keuze die de regering maakt.

 

Wat mij vooral ongerust maakt, is niet dat minister Francken dat verdedigt, maar wel dat de sociaaldemocraten daarin meegaan. Wanneer ik hoor dat onder andere minister Vandenbroucke stelt dat alle geneeskundestudenten oorlogsgeneeskunde zullen moeten aanleren, dan worden de geesten voorbereid op iets wat niet normaal is. Ik heb geen geneeskunde gestudeerd om het normaal te vinden dat er oorlogsslachtoffers zijn. Dat is niet normaal en mag niet normaal worden. Zo’n maatschappij wil ik niet.

 

Ik begrijp dat minister Francken dat standpunt inneemt, maar dat sociaaldemocraten daarin meegaan, begrijp ik niet, mijnheer Weydts. Dan vraag ik me af waar de geest van Jean Jaurès is gebleven en waar het besef blijft dat kapitalisme leidt tot oorlog en dat we daarom moeten vechten tegen het kapitalisme en voor een andere maatschappij.

 

De voorzitter: Mijnheer Weydts, u mag nog kort repliceren. Ik wijs erop dat wij straks nog het thema Defensie zullen aansnijden.

 

01.22  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, dat klopt maar u begrijpt dat ik toch even wil reageren op wat mevrouw Merckx zegt.

 

Ik herhaal dat ons land vooralsnog in geen enkele oorlog is betrokken. Laat ons hopen dat dat voor altijd zo blijft. Alle defensie-uitgaven die wij vandaag plannen, zijn erop gericht ervoor te zorgen dat wij niet in een conflict terechtkomen. Als het toch zover zou komen – laten we hopen van niet - moeten wij sterk genoeg staan om onze bondgenoten te helpen. Dat is ook een kwestie van solidariteit.

 

Ik hoor hier achter mij roepen over welke bondgenoten het gaat. Het gaat bijvoorbeeld over de Baltische Staten. Dat zijn bondgenoten van ons. Die landen hebben echt een dreiging voor hun deur staan. Finland is een bondgenoot van ons. Polen is een bondgenoot van ons. Spreek daar eens met die mensen. Spreek eens met sociaaldemocraten en met socialisten in die landen. Zij staan volmondig achter die investeringen omdat zij voelen dat het nodig is en omdat zij voelen dat het nodig is om zich te verdedigen tegen de Russische dreiging en het juk dat zij jarenlang hebben gekend onder de Sovjet-Unie. Dat is natuurlijk een regime dat jullie heel hard ondersteunen en fantastisch vinden en waar jullie graag naar zouden terugkeren.

 

Dan is er nog de boutade dat alles naar militarisering en defensie zou gaan en er geen geld meer zou zijn voor onze sociale zekerheid. Ik zal dat in perspectief plaatsen. Voor alle duidelijkheid, als socialist en als sociaaldemocraat zal ik elke euro blijven verdedigen die wordt geïnvesteerd in onze sociale welvaartsstaat en in onze sociale zekerheid. Dat onderscheidt ons van landen zoals Rusland, waar er geen sociale zekerheid is. Dat onderscheidt ons van landen zoals de Verenigde Staten, waar het ieder voor zich is en waar iedereen dure verzekeringen moet sluiten om gezondheidszorg te kunnen betalen. Onze sociale zekerheid hebben wij opgebouwd en elke euro die daarnaartoe gaat, zal ik blijven verdedigen.

 

Ik plaats dat even in perspectief. In 2025 ging er 140 miljard euro naar de sociale zekerheid en 10 miljard euro naar defensie. Dat is 14 keer meer. Stop dus met te beweren dat er geen geld is voor de sociale zekerheid en dat alles naar militarisering gaat. Ook dat klopt niet maar dat zijn wij ondertussen gewoon van jullie.

 

Mevrouw Merckx, wat de visual van Vooruit betreft, heb ik al verschillende keren gezegd dat wij ondertussen wakker zijn geworden in een andere wereld. U hebt het over een visual van tien jaar geleden. Wat komt u ons hier onder de neus wrijven? Misschien hebt u het niet gezien maar ondertussen is er een wrede oorlog bezig op het Europese continent, aan onze oostgrenzen. Die oorlog is hier en nu bezig. Ondertussen is er een hybride oorlog bezig tegen alle andere landen in Europa. U kunt daar toch niet blind voor zijn?

 

Ik begrijp het echter. De PVDA zou Poetin en consorten willen bestrijden met een boeket bloemen. Dan is het mijn taak en de taak van ons allemaal hier om onze kiezers en de mensen die wij hier in het Parlement vertegenwoordigen erop te wijzen dat die gedachtegang niet alleen naïef is maar ook gevaarlijk.

 

De voorzitter:

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

Bedankt, collega’s, voor de diverse tussenkomsten gisteren en deze voormiddag.

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Thematische bespreking

Discussion thématique

 

De thematische bespreking is geopend.

La discussion thématique est ouverte.

 

Ik breng even de spelregels in herinnering. U beschikt per fractie nog over een bepaald aantal minuten voor uw verschillende tussenkomsten. U bent uiteraard vrij om die te besteden naar goeddunken. Na uw tussenkomst wordt er gereageerd door de minister, die de eerste 10 minuten niet mag worden onderbroken. Bijkomende vragen na 10 minuten of na het antwoord van de minister zijn gebonden aan de 1 minuutregel, die zeer strikt zal worden toegepast voor de regering omdat de regering geen tijdslimiet heeft. De eerste minister zal tijdens dit debat worden vervangen door de heer Jambon. De vragen die aan de eerste minister zijn gericht, zullen dus door de heer Jambon worden beantwoord.

 

Werk – Economie – Landbouw

Emploi – Économie – Agriculture

 

We gaan van start met de bevoegdheden van de heer Clarinval, die we elk apart zullen behandelen.

 

We beginnen met Werk. Het woord is aan de heer Moons.

 

01.23  Kurt Moons (VB): Mijnheer de minister, deze regering wil in eerste instantie de begroting op orde brengen. Als we uw beleidsnota mogen geloven, moet dat grotendeels gebeuren via één centrale hefboom, namelijk een hogere werkzaamheidsgraad. Dat is correct, op voorwaarde dat de redenering is dat er meer mensen aan het werk zijn. Dat betekent enerzijds meer inkomsten via sociale bijdragen en belastingen en anderzijds minder uitgaven, namelijk minder uitkeringen. Dat is de logica van uw begroting. Ik zal echter uitleggen waarom die logica niet spoort met uw plan.

 

Probleem nummer één, de werkzaamheidsgraad waarop u rekent, is gewoon niet realistisch. U schuift een doelstelling naar voren van 78% in 2029. Uw initieel vooropgestelde terugverdieneffecten ten belope van 7,9 miljard euro in 2029 werden vorig jaar onmiddellijk neergesabeld door het Rekenhof. Volgens het recente rapport van het Federaal Planbureau blijft de werkzaamheidsgraad hangen rond 74% in 2029. Het Rekenhof stelt in zijn rapport van februari bovendien duidelijk dat de terugverdieneffecten die u in de begroting inschrijft, moeilijk haalbaar zijn. Met andere woorden, uw begroting steunt op inkomsten die realistisch gezien nooit zullen worden gerealiseerd en is dus gebaseerd op drijfzand.

 

Probleem nummer twee, u houdt vast aan uw werkzaamheidsdoelstelling, maar de vraag is hoe u die werkzaamheidsgraad wilt verhogen. Uw antwoord is in eerste instantie door de werkloosheid in de tijd te beperken. Ook daar klopt de redenering niet, want uw hele systeem steunt op de bekende hypothese dat een derde van de werklozen aan de slag gaat, een derde naar het OCMW gaat en een leefloon aanvraagt en een derde gewoon uit de statistieken verdwijnt. Het Rekenhof en de eerste resultaten sinds januari geven echter aan dat die hypothese niet klopt. In realiteit gaat meer dan een derde van de werklozen naar het leefloon en verschuift een deel zelfs naar langdurige ziekte. U voorziet 300 miljoen euro voor die instroom bij de OCMW’s, maar berekeningen van de POD Maatschappelijke Integratie gaan richting 600 miljoen euro. Zelfs als het een zogenaamd open enveloppe betreft, belooft het een extra gat in de begroting te slaan. De uitstroom naar werk is dus kleiner dan u denkt en de kost is groter dan u aangeeft.

 

Probleem nummer drie, er zijn te weinig vacatures om al die werklozen aan de slag te krijgen. Volgens de laatste cijfers van Statbel waren er in België in het laatste kwartaal van 2025 zomaar eventjes 8,6 % minder vacatures ten opzichte van het derde kwartaal van 2025, van 160.000 naar 146.000. Deze kunnen dus onmogelijk worden ingevuld door de verwachte instroom van werklozen en langdurig zieken. Misschien moet u uw belangrijkste bevoegdheid eens echt uitoefenen, minister van Werk in plaats van minister van werkloosheid. Wanneer zult u werkelijk aandacht besteden aan de creatie van werk, met de focus op onder andere de groei van ondernemingen, innovatie, productiviteit en minder regelgeving?

 

Probleem nummer vier, er is een ontstellend gebrek aan activering van werklozen. Er is het fundamentele probleem van te weinig echte activering. U beperkt de werkloosheid, maar creëert onvoldoende trajecten naar werk. U weet niet of u eerst de Franstaligen zult activeren, of de Brusselaars, of eerder de migranten, of misschien wel de vrouwen. Er is geen activeringsbeleid, geen plan. Dit is feitelijk een uitstroombeleid.

 

Probleem nummer vijf, u zet in op de verkeerde jobs. Zelfs als we aannemen dat u mensen effectief aan het werk krijgt, dan nog stelt zich een ander probleem. Welke jobs zullen die mensen invullen? Als u de begroting wilt saneren, hebt u jobs nodig die bijdragen aan de schatkist, jobs die sociale bijdragen en belastingen opleveren. Kortom, jobs die de sociale zekerheid kunnen financieren. Maar wat doet u? U zet in op flexibilisering van de arbeidsmarkt.

 

Het is op zich niet verkeerd om wat meer rek te krijgen in de huidige gebetonneerde arbeidsmarkt, maar u focust heel erg op een speciaal soort flexibilisering, een die vooral bestaande werkende mensen nog meer laat werken in plaats van nog meer mensen te laten werken. Dat is duidelijk het grote verschil: meer overuren, meer flexi-jobs en meer studentenarbeid. Dat zijn echter net de jobs die door hun voordelige sociale en fiscale statuten de Staat minder opleveren. Wat er gebeurt in de feiten is dat u op papier de werkzaamheid verhoogt, maar niet de inkomsten van de overheid. Met andere woorden, u zet weliswaar in op werk, maar op het verkeerde soort werk, werk dat uw begroting niet helpt.

 

Ik kom tot probleem nummer zes. U remt zelfs de primair structureel bijdragende jobs af. Dat is misschien nog de grootste contradictie van allemaal. De jobs die wel bijdragen, die de staatskas wel kunnen spijzen, de jobs van de middenklasse, remt u af, en wel via de zogenaamde centenindex. Dat is een gigantisch ingewikkeld systeem waarbij werkenden die meer dan 4.000 euro bruto per maand verdienen beperkt zullen worden in hun automatische indexering. De werkende middenklasse wordt beroofd van een deel van haar rechtmatige indexatie en de Staat steelt letterlijk de helft van het voordeel van die beperking via een zogenaamde loonmatigingsbijdrage.

 

Er valt veel te zeggen over die centenindex, maar het is belangrijk dat onze collega’s en de burgers beseffen dat de diefstal door de Staat van dat voordeel bij aanvang zelfs niet was voorzien. Bij nader inzicht heeft de regering beslist om toch nog extra belastingen te halen bij die werkende middenklasse. De Staat zal nu immers permanent sociale bijdragen heffen op loon dat die werknemer nooit zal hebben verdiend en ook nooit zal verdienen. Dat is een diefstal die feitelijk niet zo mag worden genoemd.

 

Deze maatregel zou aldus 272 miljoen euro moeten opbrengen in 2026. Dat bedrag zal allicht door de vertraging in de politieke uitwerking van dit dossier ook niet in 2026 kunnen worden geïnd. Dat betekent een nieuw gat in uw begroting.

 

Mijnheer de minister, in feite doet u twee dingen tegelijk. Enerzijds stimuleert u flexi-jobs, die minder opbrengen voor de Staat. Anderzijds remt u structurele jobs af die meer opbrengen voor de overheid. Heel logisch lijkt mij dit niet.

 

Had u trouwens niet nog een andere belangrijke doelstelling? Moest werken niet meer lonen? Hoe rijmt u dat met de diefstal die u pleegt op de lonen van de middenklasse?

 

Dan kom ik aan probleem nummer zeven. U voert geen gedifferentieerd arbeidsmarktbeleid. U past al deze maatregelen uniform toe op de Belgische arbeidsmarkt. U weet toch dat de Belgische arbeidsmarkt fundamenteel verschillend is per regio. Enkele cijfers spreken in dat verband boekdelen.

 

Wist u dat de arbeidsbemiddelingsdienst VDAB in Vlaanderen met een jaarlijks budget van 800 miljoen euro een werkzaamheidsgraad van 78 % behaalt? Wist u dat Actiris in Brussel met een gelijk budget van 800 miljoen euro slechts een werkzaamheidsgraad van 64 % bereikt? Wist u dat Forem in Wallonië een budget heeft van maar liefst 3.000 miljoen euro, dus 3 miljard, en erin slaagt om 68 % van de mensen aan het werk te krijgen? Dat zijn toch sprekende cijfers. De analyse is duidelijk.

 

Toch weigert u mordicus om te regionaliseren en om te responsabiliseren. Daardoor blijft uw beleid inefficiënt en blijven uw resultaten ondermaats. U blijft de werkelijkheid en de economische wetmatigheden loochenen.

 

Collega’s, ik sluit af. In zeven stappen heb ik jullie uitgelegd dat het door deze regering-De Wever uitgestippelde beleid gedoemd is te mislukken.

 

Mijnheer de minister, dit is geen doordacht beleid. Dit is het gevolg van compromissen in een centrumregering waar zowel de liberalen als de socialisten gepaaid worden, maar de burger genaaid wordt.

 

Resultaat: de regering-De Wever is een Vivaldi 2.0. Dat betekent meer van hetzelfde Belgische geknoei in de marge. De logica van uw begroting is heel eenvoudig, meer werk moet uw begroting helpen redden. Maar bij de uitwerking van uw plan klopt niet elke schakel in de redenering. De werkzaamheidsgraad is overschat. De uitstroom van werklozen naar werk is overschat. De instroom van leefloners en langdurig zieken is onderschat. Het aantal vacatures is onvoldoende. Er is geen activeringsbeleid. De bijkomende flexi-jobs leveren amper inkomsten op. Ambitieuze werknemers worden ontmoedigd. Er is geen regionaal gedifferentieerd arbeidsmarktbeleid. Deze begroting is gebaseerd op assumpties die vandaag al achterhaald zijn. Dit is geen geloofwaardige begroting, dit is een kaartenhuisje dat klaar is om weggeblazen te worden.

 

Ik heb één vraag voor u, mijnheer de minister: hebt u een plan B? Door alle nieuwe belastingen van deze regering-De Wever zal de Vlaamse werkende middenklasse immers de rekening mogen betalen. De regering-De Wever knoeit erop los en de Vlaming is de klos.

 

01.24  David Clarinval, ministre: Je n'ai pas entendu beaucoup de questions, même si plusieurs ont été posées dans le cadre du débat de cette nuit. Ces questions ont notamment été posées par Mme Merckx et par M. Dermagne, entre autres sur des chiffres que Mme Merckx voulait connaître. Je vais lui donner ces éléments.

 

À propos de la répartition de l'impact de la réforme du chômage entre les hommes et les femmes, selon les chiffres les plus récents: l'Office National de l'Emploi (ONEM) constate qu'en janvier 2026, environ 9 800 hommes ont perdu le droit aux allocations contre 7 900 femmes. Sur l'ensemble de la réforme, l'ONEM estime qu'il s'agit d'environ 95 000 hommes et 77 500 femmes.

 

Mme Merckx a également demandé des chiffres par rapport aux allocations de garantie de revenus (AGR). Selon les chiffres de l'ONEM, cela concernerait 16 030 femmes et 6 000 hommes. Il y a donc plus de deux fois plus de femmes que d'hommes bénéficiant d'une AGR, mais le gouvernement a tenu compte de cette situation puisqu'il a prévu une exception à la limitation dans le temps pour les personnes en bénéficiant. Selon les derniers chiffres de l'ONEM, il s'agit de 10 900 femmes – soit 68 % de l'ensemble des femmes – et de 3 445 hommes qui continueront à bénéficier d'une AGR. Grâce à cette exception, le gouvernement a tenu compte de manière appropriée de la situation spécifique de ces femmes.

 

M. Moons a, quant à lui, posé plusieurs questions, notamment sur les statistiques que l'on a déjà données en commission. Je fais donc référence aux réponses y ayant été données.

 

Quant à la manière dont on va récompenser le travail, il est clair que ce n'est pas uniquement grâce à la politique de l'emploi que l'on va pouvoir créer de l'emploi. Nous le ferons aussi à travers des politiques fiscales ou à travers des politiques en lien avec la mise en œuvre d'une meilleure compétitivité de nos entreprises. Il faut voir l'ensemble du travail du gouvernement et pas seulement un élément en particulier. C'est au regard de ce panel complet que nous pourrons apporter une différence de plus de 500 euros entre les gens qui travaillent et ceux qui sont dans l'inactivité.

 

01.25  Kurt Moons (VB): Mijnheer de minister, ik blijf toch op mijn honger zitten wat betreft de belangrijkste vraag. Wat zult u werkelijk doen om de productiviteit en de groei van de ondernemingen te stimuleren, zodat zij effectief meer werkenden aan de slag kunnen krijgen en meer vacatures kunnen invullen? Het blijft bij vage bepalingen en mededelingen. Er wordt niets concreet uitgewerkt, terwijl dat net de bedoeling zou moeten zijn van een minister van Werk.

 

01.26  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb een vraag over de loontransparantierichtlijn. Mevrouw Gennez heeft in De zevende dag verklaard dat werkgevers boetes zullen krijgen als zij vrouwen niet correct verlonen. Zij heeft haar verklaring later moeten intrekken, omdat de minister-president van Vlaanderen stelde dat dat niet kan en dat dat geen Vlaamse, maar een federale bevoegdheid is. De eerste minister heeft in Alden Biesen verklaard dat die loontransparantierichtlijn weer naar de tekentafel moet. “Stop de klok,” zegt VOKA. Dat is een interessant statement.

 

Wat is het standpunt van de regering over die loontransparantierichtlijn? Gaat die terug naar de tekentafel?

 

Als u die moet uitvoeren, zult u dan boetes opleggen aan werkgevers, zoals mevrouw Gennez heeft aangekondigd, of zult u dat niet doen?

 

01.27  David Clarinval, ministre: En réalité, la position est claire. La directive a été décidée et doit maintenant être mise en œuvre. Les délais sont d'application et nous travaillons actuellement à sa mise en œuvre le plus conformément possible au texte qui a été prévu. Je suis conscient des inquiétudes présentes surtout dans les milieux patronaux, qui craignent d'avoir une usine à gaz avec beaucoup de complexité administrative. Je veille donc à ce que la transposition de cette directive se fasse sans gold-plating et avec la plus grande souplesse possible pour éviter de créer trop de contraintes administratives.

 

01.28  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Et les amendes, monsieur le ministre, y aura-t-il des amendes, comme Mme Gennez l'a proposé?

 

01.29  David Clarinval, ministre: Nous mettrons la directive en œuvre loyalement. Si des amendes sont prévues, elles seront mises en œuvre. Sinon, il n'y en aura pas.

 

01.30  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Wat de eerste minister eigenlijk zegt, is dat dit terug naar de tekentafel moet. We moeten de richtlijn niet omzetten, maar op Europees niveau in de diepvries steken. Dat is wat hij zegt, dat is wat hij belooft, maar de minister zegt nu dat de richtlijn zal worden omgezet.

 

Enerzijds doet de eerste minister in Alden Biesen grote beloftes over minder planlast, minder regellast en minder administratie. Anderzijds zegt de eerste minister in België: we gaan dat uitvoeren.

 

Daar ziet men heel duidelijk wat deze regering voor werkgevers doet. Enerzijds doet men op Europees niveau grote beloftes, maar anderzijds worden in de realiteit de planlasten telkens verhoogd. Naast de loontransparantierichtlijn, met een loonkloof van 0,7 % in ons land, gaat de regering de werkgevers met tal van planlasten opzadelen. Daar komt nog eens de prikklok bij, maar dat is een ander debat. Het is niet meer te overzien.

 

Mijnheer Ronse, ik vind het ongelooflijk dat deze regering belooft om de planlasten te verminderen en tegelijk alleen maar papieren, papieren, papieren toevoegt.

 

01.31  Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, ik wil even op de Pay Transparency Directive ingaan. In het Europees Parlement heeft de N-VA tegen gestemd. Wij hebben ons daar resoluut tegen verzet. De eerste minister heeft, zoals u terecht aanhaalt, dat inderdaad als enige regeringsleider in Europa op de agenda gezet, in het kader van onze competitiviteit, om die brol zo snel mogelijk te stoppen.

 

Weet u wat Anders. in het Europees Parlement heeft gedaan? Anders. heeft zich onthouden bij de stemming over de Europese richtlijn inzake de Pay Transparency. Ik heb de uitslag van mijn collega Kris Van Dijck doorgekregen. U hebt zich onthouden. Anders. zegt: on s’en fout, als het gaat over een administratieve strop rond de nek van onze werkgevers.

 

In het Europees Parlement zegt Anders. dus dat die richtlijn niet erg is, laten we dat doen, maar hier zegt Anders. net zoals wij dat het een verschrikkelijke richtlijn is, laten we die stoppen. Ik stel voor dat Anders. een fractievergadering met haar Europese vertegenwoordigers organiseert om zich op elkaar af te stemmen. Wij gaan alleszins vol voor een 'stop de klok' van die dwaze, verstikkende richtlijn.

 

01.32  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Ronse, eerst en vooral, wij hebben daar niet voor gestemd, dat is duidelijk.

 

Ten tweede, u zegt: stop de klok. Maar de minister zegt: nee, we gaan gewoon door. Aan de ene kant zegt de heer Ronse dus: stop de klok, en aan de andere kant zegt de minister: we gaan dat uitvoeren.

 

Dat is hetgeen er gebeurt, mijnheer Ronse. U staat maar wat te roepen. Het is intussen 19 maart, maar Comical Ronse zegt: stop de klok. Die klok wordt helemaal niet gestopt, want de minister zegt: we gaan het gewoon uitvoeren.

 

Kortom, mijnheer Ronse, doe iets. Mijnheer De Wever, doe iets. Hij is nu naar de Europese top. Hij is hier niet aanwezig.

 

Ik bedoel: hij is erin geslaagd om Euroclear te redden. Natuurlijk is hij ondertussen een goede vriend van Rusland geworden, maar dat is een ander debat. Hij zou beter ook voor het dossier van de loontransparantie ervoor zorgen dat alle Europese leiders zeggen: stop de klok.

 

Minister Clarinval kunnen we het niet verwijten. Ik meen dat minister Clarinval in zijn diepste binnenste eigenlijk ook tegen is.

 

Monsieur Clarinval, je vois que vous êtes contre, que vous pensez que c'est une idiotie! On a un clivage de 0,7 %, qu'est-ce qu'on fait? Mais c'est à M. De Wever de dire à l'Europe stop the clock, arrêtez la cloche! C'est un restaurant à Mouscron, mais ça n'a rien à voir.

 

(Rires)

 

01.33  Axel Ronse (N-VA): Comical Quickie, ik ben al blij dat u hier nu toegeeft dat u er niet tegen hebt gestemd, zoals wij in het Europees Parlement. Minister Clarinval is een legalist. Hij heeft hier gewoon gezegd dat, als het niet lukt om de Europese richtlijn tegen te houden, hij niet anders kan dan die om te zetten, tenzij de eerste minister die nu een episch gevecht voert om die rommel te stoppen, in zijn opzet slaagt. Onze regeringsleider heeft alvast vrienden gemaakt op Europees niveau door de competitiviteitsagenda. Weet u wie tot de vriendenclub van De Croo behoorde? Dat waren de vrienden van de Green Deal, de vrienden van de verstikkende pamperregeltjes. Dat is het verschil tussen u en ons. U hebt moeite om dat toe te geven. Wij doen het, u hebt het geprobeerd, maar het is niet gelukt.

 

De voorzitter: Ik had begrepen dat u nog een vraag had.

 

01.34  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb nog een vraag over de centenindex. De vakbonden zijn daar natuurlijk tegen, net als de heer Magnette. Eigenlijk is iedereen tegen, want ook de werkgevers hebben grote bedenkingen. Die centenindex leidt immers tot een nieuwe sociale bijdrage. Daar is de heer Magnette natuurlijk wel voor te vinden. Hij vindt dat goed, want de loonkosten stijgen en de sociale zekerheid, het monster, blijft gevoed. Dat is dus zeer goed.

 

Mijnheer de minister, eergisteren in de commissie heb ik u de vraag gesteld of u tussen de eerste en de tweede lezing nog contact met de werkgevers had. De heer Moons was daar ook bij.

 

M. Clarinval a répondu à ce moment: "À ma connaissance, il n'y a pas eu de contact entre le gouvernement, le premier ministre et le banc patronal entre la première et la deuxième lecture". Monsieur le ministre, vous avez bien dit ça? Vous le confirmez.

 

Maar wat blijkt nu, collega's? In De Tijd, de Nederlandstalige tegenhanger van L'Echo, staat dat vorige week dinsdag een ontmoeting tussen de werkgevers en het kabinet van de eerste minister plaatsvond. Was u daar niet van op de hoogte, mijnheer de minister? Nochtans is dat uw bevoegdheid. N'étiez-vous pas au courant? Dat is toch ongelooflijk! De centenindex valt onder de bevoegdheid van ministers Clarinval en Vandenbroucke, maar de eerste minister vergadert achter hun rug met de werkgevers om allerlei afspraakjes te maken. Ik ben voor alle duidelijkheid niet tegen de werkgevers, maar wat is daar gezegd? Waar zijn ze mee bezig, mijnheer de minister?

 

01.35  David Clarinval, ministre: Je n'étais pas présent à cette réunion et ne peux donc vous dire ce qu'il s'y est dit. J'imagine toutefois que le premier ministre avait beaucoup de choses à dire au banc patronal. Il n'y a pas que l'indexation en centimes dans la vie et je suppose donc qu'il a évoqué la question de la compétitivité de nos entreprises, qui est au cœur de nos préoccupations. Je n'en doute pas mais je n'étais pas là, donc je ne saurais vous dire ce qu'il s'y est dit.

 

01.36  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Vous n'étiez même pas au courant de cette réunion.

 

Dat is ongelooflijk. Dit is een beetje de gewoonte in de regering: als iets niet lukt, dan worden er afspraakjes gemaakt, bijvoorbeeld tussen de ministers van Defensie en Binnenlandse Zaken, die met de goedkeuring van de eerste minister wat militairen sturen naar Antwerpen, terwijl de minister van Justitie zich afvraagt wat er gebeurt. Dat is blijkbaar de nieuwe stijl van de arizonaregering. De regering-De Wever vindt dat ze niets vandoen heeft van het Parlement, dat op niets trekt. Daar kijkt ze met dedain op neer. Erger nog, de ministers vinden de regering ook al niet belangrijk, want ze sluiten wat dealtjes onder elkaar om een probleem op te lossen, misschien zelfs met Poetin. Mijnheer de minister, dat is toch niet te doen?

 

Maîtrisezvous encore le dossier? Ou est-ce le premier ministre qui le maîtrise? Le centenindex relève-t-il de votre compétence ou de celle du premier ministre?

 

01.37  David Clarinval, ministre: Il s’agit d’une compétence du gouvernement. Je la porte avec mon collègue Vandenbroucke, évidemment sous la houlette du premier ministre. C’est le cas pour l’ensemble des dossiers de ce gouvernement.

 

01.38  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb een boodschap voor u. Ik weet dat u wat dat betreft aan de juiste kant staat. De werkgevers zijn terecht bezorgd over het feit dat de nieuwe socialezekerheidsbijdrage, die wordt toegejuicht door de heer Magnette en de PS, de competitiviteit van de bedrijven in het gedrang brengt. Wat zullen we krijgen? Naast de socialezekerheidsbijdrage van 25 % werkgevers komt er een nieuwe socialezekerheidsbijdrage voor de lonen van meer dan 4.000 euro. Mijnheer Magnette, die de volgende keer misschien deel zal uitmaken van de regering, zet het kraantje open en zegt dat de meerwaardetaks op 10, 20 of 30 % mag komen. Maar hij heeft nog een kraantje. Hij zet het kraantje van de socialezekerheidsbijdrage open en zegt de loonmatigingsbijdrage te zullen te verdubbelen of te verdrievoudigen, want dat we op die manier nog meer in de ruif van de sociale zekerheid kunnen stoppen. Ik breng hen op ideeën.

 

Er is dus maar één oplossing, mijnheer Ronse. Draai de kraantjes dicht, stop de klok. Arrêtez la cloche. U jaagt de bedrijven op kosten. Mijnheer Ronse, bent u op de hoogte van het probleem van de centenindex en beseft u dat die de bedrijven met extra loonkosten zal opzadelen?

 

01.39  David Clarinval, ministre: Je voudrais simplement faire remarquer à M. Van Quickenborne que "stop the clock" ne se traduit pas par "arrêter la cloche", mais bien par "arrêter l’horloge". Ce sont deux choses différentes. Pour être bien clairs, quand on dit "stop the clock", cela veut dire arrêter le dossier, pas la cloche. Les cloches sont utilisées dans nombre de situations, mais pas dans celle-ci. (Hilarité)

 

(…): (…)

 

01.40  David Clarinval, ministre: Voilà, en attendant l'accord de Pâques, nous aurons des cloches!

 

Pour le reste, nous avons déjà abondamment répondu à ces questions, avec mon collègue Vandenbroucke, lors des discussions. Je pense que vous connaissez la réponse. Je fais également référence à la notification au sein du gouvernement – dont vous n’ignorez évidemment pas l’existence – que Frank Vandenbroucke et moi avons rappelée en long, en large et en travers lors de la discussion en commission. Elle prévoit que ce dossier sur la cotisation définitive sera tranché le moment venu, sur la base des éléments que nous fournira notamment le Conseil Central de l’économie.

 

01.41  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Je compte sur vous, monsieur le ministre.

 

La Cloche est un restaurant à Mouscron que je connais bien, le préféré de mes enfants et de ma femme.

 

Mijnheer Ronse, voor alle duidelijkheid, ook in Kortrijk zijn er goede restaurants.

 

Il faut donc dire "arrêter l'horloge".

 

Het was een zeer positief en waardevol antwoord van de regering. Ook daarvoor is een debat in het Parlement nuttig.

 

De voorzitter: Dan gaan we over naar Landbouw, de andere portefeuille van de minister. Collega Van Lysebettens is al volledig opgewarmd en staat al een tijd te trappelen, in afwachting van het moment waarop de klok voor hem mag beginnen te lopen.

 

01.42  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik ga het spel met de klok misschien niet te veel spelen.

 

Mijnheer de minister, we zien elkaar normaal gezien regelmatig. Ik begon u zelfs al te missen. Volgende week zullen we het nog uitgebreid hebben over uw bevoegdheid inzake Werk en Sociale Zaken bij de bespreking van de programmawet. Daarom leek het me aangewezen om het vandaag eens over een ander onderwerp te hebben.

 

Ik wil het vandaag met u hebben over de voedselveiligheid. Tot mijn verbazing – al is dat eigenlijk exemplarisch voor de manier waarop u met dit thema omgaat – wordt dat als Landbouw gelabeld, maar goed, aangezien u het zo mooi vraagt, zullen we het straks ook even over Landbouw hebben.

 

Eerst dus voedselveiligheid. In de commissie hebben we het al even gehad over de financiering van het FAVV. In de media circuleerde destijds een besparingsbedrag van 24 % op de financiering, een cijfer dat we toen en ook vandaag niet terugvinden in de begrotingstabellen. Volgens de berichtgeving zou dit een uitspraak zijn geweest van de CEO van het FAVV op het Raadgevend Comité. U hebt dat in de commissie stellig ontkend. U hebt dit ook als fake news bestempeld en gezegd dat het uit de lucht gegrepen was, waarbij Testaankoop – de bron die in de media werd aangehaald – volgens u de bal volledig missloeg.

 

Intussen is echter het verslag van het Raadgevend Comité gepubliceerd. Daaruit blijkt dat de CEO daar wel degelijk een dergelijke communicatie heeft gedaan. Ze sprak over een besparing van 9 % op de werkingskosten en 15 % op het personeel. Tussen haakjes, volgens meerdere bronnen is het verslag van de vergadering op dit punt echter niet helemaal correct en is er in de vergadering wel degelijk enkel over een besparing van 24 % gesproken.

 

Dan rijst uiteraard de vraag of de communicatie van de CEO van het FAVV op het Raadgevend Comité correct was, dan wel of de begrotingscijfers die wij hier binnenkort zullen stemmen correct zijn.

 

Indien die uitspraak niet correct was, in welke mate hebt u, of de CEO, of uw kabinet dat rechtgezet bij de leden van het raadgevend comité? Dat is mijn eerste punt.

 

Dan kom ik tot mijn tweede beloofde deel, landbouw. Het staat niet in uw beleidsnota, noch in uw begroting, maar voor één keer ligt dat niet aan Arizona. In zijn onmiddellijke wijsheid heeft de heer D. Trump uit New York besloten Iran aan te vallen. Als gevolg daarvan is de Straat van Hormuz gesloten voor scheepvaartverkeer en het ziet er niet naar uit dat die snel opnieuw opengaat.

 

Daar ligt een bijzondere kwetsbaarheid van onze economie in het algemeen en van onze landbouw in het bijzonder bloot, namelijk de afhankelijkheid van externe grondstoffen voor de productie. Over energie zullen we het straks hebben met Atomic Boy, de sidekick van Radioactive Man, maar even cruciaal zijn die andere bouwstenen: polymeren, methanol, aluminium en kunstmest. Vooral dat laatste is zeer belangrijk voor de Belgische landbouw. Het Vlaams Instituut voor Landbouw en Technologie schat immers dat er elk jaar ongeveer 100.000 ton kunstmest wordt gebruikt in onze landbouw. Nochtans hoeft dat niet zo te zijn. Er bestaan landbouwsystemen die zonder externe inputs een gelijkaardige productie kunnen genereren, zoals agro-ecologie of de klassieke gemengde landbouwbedrijven.

 

Mijnheer de minister, ik heb aan uw collega Matz gevraagd of we niet moeten werken aan digitale soevereiniteit en zij heeft daarop positief geantwoord. Uw collega Bihet zegt terecht dat we moeten streven naar energieonafhankelijkheid. Ik begrijp dat de premier dat ook zegt. Ik stel u dan de vraag of we dat ook niet moeten doen voor onze landbouw- en voedselvoorziening. Moeten we die systemen niet zodanig uitwerken dat ze onafhankelijk worden van de grillen van buitenlandse machthebbers en dus die afhankelijkheid van kunstmest afbouwen?

 

Tot daar, mijnheer de voorzitter.

 

01.43  David Clarinval, ministre: Merci monsieur le président. Nous avons en effet débattu avec le collègue Van Lysebettens de cette erreur de communication reprise par Testachats, à propos d'une diminution de 24 % du budget de l'Agence fédérale pour la sécurité de la chaîne alimentaire (AFSCA). Il était question d'une diminution de 9 % en frais de fonctionnement et de 15 % en frais de personnel. Il avaient erronément additionné les deux pour arriver à 24 %. Cette erreur assez grossière a clairement été démentie par la suite et j'avais d'ailleurs signalé à Testachats que leur communication n'était pas juste. Celle-ci était fondée sur une réunion avec la direction de l'AFSCA, qui n'avait, semble-t-il, pas été très claire dans ses explications. Nous avons pu rétablir les chiffres corrects depuis lors. Que ce soit pour l'AFSCA ou tout autre organisme public, des réductions budgétaires sont toutefois prévues. Je vous renvoie à la ministre Matz pour plus de détails à ce sujet. Mais, vous avez raison, Testachats avait effectivement relayé une fausse information.

 

Concernant la deuxième question sur les engrais, je partage vos inquiétudes. Les engrais ont besoin de beaucoup d'énergie, notamment du gaz, pour être produits. Nous savons d'où ces engrais viennent et nous savons qu'inévitablement l'augmentation des coûts énergétiques engendre une augmentation du coût des engrais. Ceux-ci sont aussi touchés par les mesures de sanction envers la Russie, qui est un grand producteur d'engrais. Nous avons perdu cette source d'approvisionnement pour des raisons que l'on comprend aisément.

 

La souveraineté énergétique permet aussi d'avoir de l'engrais à un meilleur prix, ce qui est important pour notre souveraineté alimentaire. C'est pourquoi nous devons aussi travailler là-dessus, avec la volonté de développer des engrais alternatifs. Nous avons par exemple longuement débattu du projet RENURE, qui permet de transformer des engrais naturels en pellets disponibles sur le marché. Ce sont des engrais naturels présents en abondance dans notre pays et il s'agit d'une alternative que nous devons favoriser.

 

La question de la souveraineté ne concerne pas uniquement l'énergie, vous avez raison de le souligner. C'est aussi l'alimentation. Je pense qu'un pays qui se respecte doit être souverain en matière de défense, d'énergie, d'alimentation et d'industrie. Ce sont les quatre pieds d'une chaise sur laquelle nous pouvons être assis de manière robuste.

 

01.44  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Dank u wel voor uw antwoord, minister. Ik heb nog twee opmerkingen.

 

U zei in uw discours opnieuw dat het foute informatie van Testaankoop is. U kunt echter nagaan in het verslag van het Raadgevend Comité dat die informatie van Testaankoop is gebaseerd op wat de CEO van het FAVV gezegd heeft in het directiecomité. Het is dus geen foute informatie van Testaankoop, het is het FAVV zelf dat een foutieve interpretatie van de cijfers verspreidde bij de mensen die in het Raadgevend Comité zetelen. Men kan het hen dan toch niet kwalijk nemen dat ze op basis van die communicatie zeer hard schrikken en zelf communiceren?

 

Ik meen dat daar de essentiële taak zit voor u als bevoegd minister en voor uw kabinet, namelijk om erover te waken dat de cijfers die in deze begroting staan, zowel inzake het FAVV als inzake tal van andere overheidsorganisaties, op een juiste en correcte manier geïnterpreteerd worden en niet tot meer onrust leiden.

 

Ten tweede, in antwoord op mijn andere vraag kwam u op het einde aan boord, meen ik, maar u bleef het wel een tijdje hebben over la crise énergétique. Mijn punt is echter dat het meer is dan een energiecrisis. Een hoop grondstoffen zitten geblokkeerd. Die zullen in ieder geval structureel op de middellange termijn in prijs stijgen of veel minder beschikbaar zijn voor de Belgische economie. Het is daarvan dat we ons moeten loskoppelen. Ik hoor uw engagement om dat ook te doen. Ik wil u daar uitdrukkelijk toe oproepen. Ik wil u zelfs steunen om met een actieplan te komen om de afhankelijkheden van grondstoffen voor onze landbouw, maar ook voor onze industrie, af te bouwen en naar een toekomstgerichte economie te gaan, een groene economie die ons verder op het juiste spoor zal zetten.

 

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Lysebettens en mijnheer de minister.

 

Buitenlandse Zaken – Europese Zaken – Ontwikkelingssamenwerking

Affaires étrangères – Affaires européennes – Coopération au développement

 

We gaan verder met de bevoegdheden van minister Prévot. Er is één interventie, van collega Di Nunzio.

 

01.45  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw aanwezigheid hier en ook omdat u gisteren, weliswaar onverrichter zake, nog naar het Parlement bent gekomen. Het siert u echter dat u toch nog naar hier kwam. Als u het mij toestaat, zou ik in plaats van een lang betoog te houden u een aantal vragen willen stellen, in de hoop daar ook een antwoord op te krijgen.

 

Ik wil ten eerste mijn medeleven uitdrukken, want u hebt het niet gemakkelijk. U moet vaak brandjes blussen als het aankomt op buitenlands beleid. Dat weten wij allemaal want deze regering heeft amper een regeringsstandpunt als het gaat over internationale crisissen.

 

Als het over Gaza gaat, horen wij standpunten die alle richtingen uitschieten. Vooruit is de stokebrand om de Gazanen te steunen terwijl wij aan de andere kant de MR en andere partijen de tweestatenoplossing horen blokkeren.

 

Er is ook de oproep tot steun aan Saoedi-Arabië. Er wordt aan de ene kant gezegd dat wij steun zullen leveren terwijl dat aan de andere kant wordt ontkend. Als die dossiers opborrelen en naar boven komen, is er dus voortdurend geen eensgezindheid en worden vanuit de meerderheid telkens andere geluiden naar voren geschoven. U moet dan de gemoederen bedaren.

 

Het laatste voorbeeld was natuurlijk Rusland en de uitspraken die onze premier heeft gedaan in L’Echo. Collega’s, ik heb gehoord dat hij nu bij aankomst op de Europese top heeft erkend dat hij zijn bedenkingen beter binnenskamers had gehouden. Hoewel sommigen in het Parlement het probeerden te framen alsof wij en anderen een frame op de premier probeerden te plaatsen, heeft hij toch aangegeven dat zijn uitspraken niet verstandig waren.

 

Mijnheer de minister, de vraag die ik u daarover wil stellen, is heel eenvoudig. Wij weten dat wij met Europa evolueren naar onafhankelijkheid van Russisch gas. Wij willen daar niet langer afhankelijk van zijn. De bedoeling is dat de lng-import uit Rusland volledig wordt uitgefaseerd tegen eind 2026 en dat pijpleidinggas uiterlijk tegen 30 september 2027 ook wordt stopgezet, met slechts beperkte uitzonderingen. De Europese Commissie noemt dat expliciet een stap naar totale energie-onafhankelijkheid. Ik wil het u hier in de plenaire vergadering nog eens klaar en duidelijk vragen, want u spreekt namens de regering. Staan wij, ondanks de uitspraken die verwarring hebben gezaaid bij onze collega’s in Europa, nog volledig achter die strategie om naar volledige energie-onafhankelijkheid van Rusland te gaan? Graag kreeg ik uw antwoord op die vraag.

 

01.46 Minister Maxime Prévot: Dat is de enige vraag? Dat is een verrassing.

 

Mijnheer Di Nunzio, ik dank u voor uw medeleven. Dat raakt mij.

 

De internationale situatie is buitengewoon gespannen en veranderlijk. Dat maakt mijn taak er niet gemakkelijker op, maar het is wel boeiend. Voor de rest weet u dat men in de politiek te maken krijgt met zowel voldoening als tegenslagen en ik zorg ervoor dat ik daar goed mee omga.

 

Wat uw vraag betreft, onze bedoeling is om zeker niet afhankelijk te worden van een ander land of een ander werelddeel. We moeten onze strategische autonomie en de Europese onafhankelijkheid absoluut versterken, stap voor stap, een belangrijk thema voor Europa en voor België, waarover de staatsleiders tijdens de top van de Europese vandaag zullen discussiëren. We moeten inderdaad ter wille van de competitiviteit van onze industrie en de koopkracht van de mensen de prijzen beheersen. De voorzitter van de Europese Commissie zal vandaag verschillende maatregelen voorstellen. Ik ken de details daarvan nog niet. Het is alvast een goed teken dat de lidstaten binnen een Europees kader de mogelijkheid krijgen om op nationaal niveau maatregelen te nemen.

 

Ik ben er zeker van dat die in de komende weken of dagen op het kernkabinet zullen worden besproken.

 

01.47  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik ben blij met uw duidelijk standpunt. Het is voor het eerst in onze vaderlandse geschiedenis dat niet de eerste minister zijn minister van Buitenlandse Zaken moet bijsturen en tot de orde moet roepen, maar dat het omgekeerde het geval was. Uw optreden pleit voor u. Het voortschrijdend inzicht is aan u te danken.

 

Laten we alstublieft wegblijven van het realisme dat de eerste minister bepleit, pleidooi dat Rusland op applaus onthaalt. Dat is immers net waarop de Russen zitten te wachten, nu de energieprijzen de pan uit swingen. Ze hopen dat we zenuwachtig worden en om die reden opperen dat we met hen moeten praten. Dus wees daar helder en duidelijk in, wij rekenen op u, mijnheer de minister.

 

Dan kom ik aan mijn tweede vraag, over onze houding op het Europese toneel. Ik heb het al een aantal keren aangehaald, het gaat over de trilaterales. Wij vernemen dat ons land geen standpunt kon innemen op 17 Raadsvergaderingen en niet kon meegaan in dossiers die op tafel liggen. In uw beleidsnota en uw uiteenzetting hier in het Parlement ontbreekt enige visie op dat probleem. Dat is inderdaad een probleem, want telkens wij geen standpunt formuleren, tonen wij onze onmacht als land in Europa en verliezen wij geloofwaardigheid.

 

Hoe zult u dat aanpakken, zodat we dat verlies aan geloofwaardigheid vermijden? Het kan immers niet dat wij op federaal niveau alleen maar kunnen vaststellen dat de gewesten het niet eens zijn. Het is aan u, samen met de eerste minister, om de regie in handen te nemen en ervoor te zorgen dat we heldere standpunten verdedigen en we het voortouw op het Europese toneel kunnen nemen. Dat hoeft niet moeilijk te zijn, want de regeringspartijen maken ook deel uit van de meerderheden in Vlaanderen en Wallonië.

 

01.48 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, eerlijk gezegd, het is waar dat Belgen zich te vaak, veel te vaak onthouden. Dat is de waarheid. Dat is ook het gevolg van de manier van werken binnen DGE. U weet dat we daar absoluut een gezamenlijk standpunt moeten bereiken. Dat is niet eenvoudig en dat lukt ook niet altijd. Soms zijn er bezwaren vanuit Wallonië, soms vanuit Vlaanderen, en soms ook op het federale niveau bij de verschillende partners van de coalitie. Dat is de realiteit. Het klopt dus dat er soms initiatieven op Europees niveau worden genomen zonder dat we daar in eerste instantie bij worden betrokken, omdat de meeste van onze partners zich afvragen wat uiteindelijk de officiële positie van België zal zijn. Kamerleden die ooit een ministerfunctie vervulden, kennen dat ook. Het is enigszins frustrerend, dat klopt, maar het is de manier van werken in onze huidige federale staat.

 

Mijnheer van Quickenborne, we moeten dat proces inderdaad verbeteren. De vraag is evenwel hoe we dat kunnen doen zonder te raken aan de bevoegdheden van de verschillende deelstaten; zeker niet met de oplossing van het Vlaams Belang. We moeten de verschillende deelstaten, maar ook het federale niveau bewust maken van de realiteit dat het geen voordeel is voor de Belgische positie op het Europese toneel.

 

01.49  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik blijf wat op mijn honger zitten. In een federaal land is het belangrijk dat de federale regering de leiding neemt. U mag de politieke realiteit niet ontkennen. In Wallonië zitten Les Engagés en MR in de regering. In Vlaanderen vormen de Vlaamse meerderheidspartijen van de federale regering ook daar de meerderheid. We kunnen dus niet zeggen dat er Chinese walls zijn waardoor men niet met elkaar kan spreken. Er is nu een opportuniteit om daar effectief eensgezindheid in te creëren. Ik zou u willen vragen uw positie als minister te gebruiken om dat te doen en daarin het voortouw te nemen. De Brusselse regering heeft inderdaad een andere samenstelling, maar ik hoop dat ook met Brussel kan worden gesproken. Neem daarin zeker uw rol op. Ik ga ervan uit dat u die voortrekkersrol zult willen en moeten opnemen. Ik hoor graag hoe u dat concreet aanpakt.

 

Ik heb nog een vraag over de bevroren Russische tegoeden in ons land. Ik heb u daar al over bevraagd. Er staat voor 180 miljard euro aan tegoeden bij Euroclear. Iedereen is het erover eens dat als Europa ooit een seat at the table wil krijgen, dat de grootste hefboom is. Dat zal van belang zijn wanneer er gesproken wordt over de beëindiging van het conflict en de weg naar vrede. Ook daar blijven we als land onder ons potentieel. Het is goed dat er gewerkt wordt via de lening van 90 miljard euro. Wat is daarvan de stand van zaken, zal die gezamenlijke lening er komen, of blijft die geblokkeerd? Als minister van Buitenlandse Zaken moet u met de regering ook een visie ontwikkelen over hoe we die tegoeden kunnen inzetten om een seat at the table te krijgen wanneer er over vrede en de beëindiging van het conflict wordt gesproken. Hebt u daar een mening over? Heeft deze regering daar een idee over? Hoe zullen we dat aanpakken?

 

01.50 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, tot op heden is het Europese standpunt niet veranderd. We hebben in december een gezamenlijk besluit genomen. Het is eerlijk gezegd een schande dat Hongarije dat blokkeert vanwege binnenlandse redenen. Ik heb dat tijdens de Europese vergadering begin deze week duidelijk overgebracht aan mijn homologen en aan de Hongaarse minister van Europese Zaken.

 

Ik hoop dat we in de komende weken samen een oplossing kunnen vinden, dat is zeer belangrijk, maar onze positie op Europees en nationaal niveau is niet veranderd. We moeten de Russische frozen assets bij Euroclear laten, om die in te zetten bij de onderhandelingen en om later de opbouw van Oekraïne te kunnen financieren. Het is duidelijk de bedoeling van de Europese partners om dat Russische geld te gebruiken, niet nu voor militair materieel, maar voor de toekomstige ontwikkeling en heropbouw van Oekraïne.

 

01.51  Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank u wel, mijnheer de minister. Het blijft nog wat beschouwend, maar ik neem aan dat u aan tafel de standpunten inneemt. Ik reken op uw onvoorwaardelijke steun voor Oekraïne en ik vertrouw erop dat ook de noodzakelijke fondsen beschikbaar zullen zijn.

 

Ik zal het niet te lang meer rekken, want we hebben dit onderwerp al in de commissie besproken. Er zijn enkele posten waarvan ik vind dat de besparingslogica van deze regering niet volledig wordt doorgetrokken op Buitenlandse Zaken. Ik wil die opmerking hier nog eens kort maken. We hebben het gehad over investeringen in bepaalde gebouwen en consultancyopdrachten.

 

Binnen Buitenlandse Zaken blijven we echter op onze honger zitten. Ook op dat vlak roept de begroting vragen op. Deze doelstellingen lijken ons niet afdoende als u wilt besparen en efficiënter wilt werken. Verder heb ik geen concrete vragen. Ik dank u voor uw antwoorden.

 

De voorzitter: Nog even over de spelregels. Wie zich heeft ingeschreven, heeft onbeperkte spreektijd binnen het tegoed van de fractie. Tussenkomsten proberen we rond een minuut te houden om de spitsheid van het debat te bewaren. Ik ben daar niet streng in, maar voor de regering wel, omdat zij geen tegoed heeft en in principe onbeperkt zou kunnen tussenkomen, wat een onevenwicht zou zijn.

 

01.52  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Ik heb een heel korte vraag over Palestina. Israël is heel blij, want er wordt niet meer gesproken over Palestina. Er zijn andere geopolitieke kwesties, die even ernstig zijn, maar Palestina wordt niet meer besproken, mijnheer de minister. Israël is dus blij en verdrijft dagelijks mensen, niet alleen in Gaza, maar ook op de Westelijke Jordaanoever, 100 meter per 100 meter. We moeten daar iets aan doen en druk uitoefenen. U bent een minister die altijd heeft gestreden voor Palestina, maar het gaat nu ook om Libanon, waar exact hetzelfde gebeurt.

 

Mijn concrete vragen aan u zijn de volgende. Wat is de stand van zaken inzake het importverbod? Minister Clarinval zit naast u, maar ik hoop dat u hierover geïnformeerd bent, gezien uw betrokkenheid. Wat is de stand van zaken met betrekking tot voedselhulp? Die komt momenteel immers niet door. We zien dat Israël hiervan misbruik maakt; alle humanitaire hulp wordt tegengehouden. Hoe staat u daartegenover, mijnheer de minister?

 

Ook de opening van de grenzen voor dringende medische hulp blijft uit. Mijn laatste en misschien wel een nieuwe vraag betreft de Vredesraad. Op dit moment maken wij daar geen deel van uit. Dat is puur een Trumpverhaal. Is het een optie, mijnheer de minister, dat Europa daar een krachtig signaal geeft en mee betrokken raakt bij de heropbouw van Palestina, zodat we dat niet alleen in Amerikaanse handen laten?

 

01.53 Minister Maxime Prévot: Dank u. Ik heb, eerlijk gezegd, zelf ook veel bezorgdheden over de huidige, moeilijke situatie in Palestina. Er is momenteel meer aandacht voor de Golfstaten en voor de situatie rond Iran en ook Libanon. Ook in Libanon is er een verschrikkelijke situatie. We moeten absoluut vermijden dat Beiroet het nieuwe Gaza wordt. Dat is een van mijn aandachtspunten. Daarover heb ik dinsdag op Europees niveau duidelijke verklaringen afgelegd.

 

Gisteren heb ik hierover ook een gesprek gehad met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de heer Guterres. Dat was een vergadering die ik als zeer interessant en belangrijk heb ervaren. We hebben er gesproken over de verschillende crisissen in de wereld. Er zijn veel en zelfs te veel crisissituaties. In het bijzonder hebben we gesproken over Palestina en de onaanvaardbare houding van Israël, onder meer ten aanzien van de VN-instellingen en ten aanzien van de UNIFIL in Libanon, inclusief de VN-peacekeepers.

 

De voorzitter: Kunt u afronden, mijnheer de minister?

 

01.54 Minister Maxime Prévot: Ah, goed. Ik had niet begrepen dat mijn spreektijd beperkt was. Sorry.

 

De voorzitter: Iedereen heeft een beperkte spreektijd.

 

01.55 Minister Maxime Prévot: Wat de importban betreft, de IKW’s zijn intussen begonnen. Ik heb de indruk dat er in de komende dagen of weken een duidelijke beslissing zal worden genomen door de regering.

 

01.56  Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ben blij met uw bezorgdheid. Ik hoop dat het niet enkel bij woorden blijft. Ik weet hoe u erin staat. U vindt in mij en in onze partij, een partner om in de regering druk te blijven zetten om dit zo snel mogelijk uit te voeren.

 

De IKW’s over dat importverbod zijn volgens u al gestart. Naar mijn mening hadden die al afgelopen moeten zijn en hadden we al langer een importverbod moeten hebben. We zullen in de komende weken en maanden echt druk moeten zetten opdat we zo snel mogelijk resultaat kunnen boeken. Er was al een akkoord sinds september.

 

Ik wil u bedanken voor uw antwoorden, maar de Palestijnen zijn op dit moment kapot, moe. De oorlog is daar al jarenlang bezig. Het is onze verdomde plicht onze bijdrage, als land, voor die mensen zeker te leveren.

 

Sociale Zaken – Armoedebestrijding – Volksgezondheid

Affaires sociales – Lutte contre la pauvreté – Santé publique

 

De voorzitter: Minister Vandenbroucke wordt door de meeste collega’s bevraagd over Volksgezondheid. Daar zullen we dus mee beginnen.

 

M Gatelier est absent.

 

De voorzitter: Mijnheer Van Lysebettens, u hebt het woord.

 

01.57  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, zoals de voorzitter zonet zei, is ieders tijd beperkt in dit tranendal. Ik zal het hier dus niet hebben over de discussie die we al hebben gevoerd in de commissie voor de Volksgezondheid, maar ik wil u wel bevragen over een discussie in de commissie voor Sociale Zaken.

 

Zoals u weet, bespreken we daar met uw collega Clarinval de flexibilisering van de arbeidsmarkt, met allerlei maatregelen. Zoals u eveneens weet, bestaat er heel wat wetenschappelijke literatuur over de impact daarvan op de volksgezondheid. De collega's in de commissie waren daar nog niet helemaal van overtuigd. Mevrouw Demesmaeker, ik kan alvast de heren Raskin en Ronse geruststellen, als wij dinsdag de discussie verderzetten, zal ik nog even recapituleren waarover het gaat.

 

Het voordeel van een discussie met u, mijnheer de minister, is dat u helemaal op de hoogte bent van het corpus aan medische literatuur. Ik hoef u dus niet uit te leggen dat de kosten voor atypische uurroosters reëel en meetbaar zijn, dat die heel hoge gezondheidskosten met zich meebrengen op het vlak van cardiovasculaire ziektes, diabetes, kanker, burn-out, personeelsverloop in de gezondheidszorg en productiviteitsverlies door ziekteverzuim.

 

Aangezien het de doelstelling van de regering is om die flexibilisering door te voeren - ik ga ervan uit dat de doelstelling is meer nachtwerk en meer overuren te presteren - en gezien het corpus aan wetenschappelijke literatuur dat duidt op de negatieve gezondheidseffecten, is mijn eerste vraag hoe hoog de regering deze negatieve gezondheidseffecten inschat.

 

Ten tweede, het monitoren van de gezondheidseffecten dat die flexibilisering heeft, is één zaak, er iets aan doen is nog iets anders. Dat vind ik in deze begroting echter niet terug, dus als u kunt duiden op welke manier de regering daarvoor begeleidende en preventieve maatregelen zal nemen en welk budget daartegenover staat, dan zou ik u daar heel dankbaar voor zijn.

 

Le président: Monsieur Gatelier est arrivé.

 

01.58  Jean-François Gatelier (Les Engagés): Monsieur le ministre, avec ce gouvernement Arizona, et avec l'engagement clair des Engagés, la santé redevient une priorité politique, et en particulier la santé mentale, trop longtemps reléguée au second plan. Sur le terrain, en effet, la réalité est connue: délais d'attente trop longs, ruptures dans les parcours de soins, manque de coordination et insuffisance de structures adaptées en situation de crise, en particulier chez les jeunes et les adolescents.

 

Les acteurs que nous avons rencontrés sur le terrain sont clairs, et leurs propositions le sont tout autant. Ils ont attiré notre attention sur les besoins suivants: un véritable plan interfédéral, une meilleure coordination des soins à l'entrée et à la sortie des institutions, une continuité réelle dans les prises en charge, le renforcement des équipes mobiles de crise, les unités HIC, et une augmentation structurelle de l'offre, notamment via les lits For-K.

 

Dans ce contexte, vous avez évoqué en commission une augmentation très significative des moyens. Pouvez-vous clarifier précisément ces chiffres? S'agit-il de moyens réellement nouveaux et structurels? Quelle est la trajectoire budgétaire? Et surtout, comment ces investissements seront-ils concrètement répartis entre soins ambulatoires, soins hospitaliers, équipes mobiles et dispositifs de crise?

 

Au-delà de la santé mentale, permettez-moi d'élargir. Si nous voulons un système de santé durable, nous devons investir dans la prévention. Sur cette thématique, le budget des soins de santé manque de dynamisme et d'ambition. La Belgique consacre aujourd'hui environ 1,8 % de son budget de soins de santé à la prévention, alors que la moyenne européenne est de 3 %, certains pays comme l'Allemagne approchant les 7 %. On ne peut pas, d'un côté, vouloir freiner la croissance des dépenses de santé parce qu'elles coûtent trop cher et, de l'autre, refuser d'investir dans la prévention, qui est précisément ce qui permet de réduire ces coûts à long terme. Il y a une incohérence politique majeure: moins de prévention, c'est plus de malades, et plus de malades, c'est plus de dépenses.

 

Monsieur le ministre, la santé mentale et la prévention ne peuvent plus être les angles morts de notre politique de santé. Elles doivent devenir des priorités budgétaires assumées, cohérentes et durables.

 

Le président: Mme Maouane n'est pas là.

 

01.59 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer Van Lysebettens, ik ben het helemaal met u eens dat werk in vele betekenissen belangrijk is voor de gezondheid van mensen, zowel positief als negatief. Er zijn veel mensen voor wie werk betekenis geeft. Er zijn mensen die door ziekte zijn uitgevallen en absoluut op een of andere manier terug aan het werk willen. Ik heb op een studiedag van Kom op tegen Kanker zeer pakkende getuigenissen gehoord van kankerpatiënten voor wie de mogelijkheid om terug aan het werk te gaan absoluut essentieel was voor hun welzijn en eigenlijk ook voor hun gezondheid. Ik hoor overigens ook dat voor mensen die getroffen zijn door problemen in de sfeer van de geestelijke gezondheid de mogelijkheid om terug aan het werk te gaan, bijvoorbeeld na een zware depressie, erg belangrijk kan zijn.

 

Aan de andere kant zijn ook de werkvoorwaarden van mensen die aan het werk zijn, zeker wanneer het gaat over flexibel werk, zwaar werk, omvangrijk werk of, werk met overuren, essentieel. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik zou wel durven te zeggen dat overuren niet per se ongezonder zijn dan gewone werkuren. Ik denk niet dat dat juist is. Met andere woorden, wat u zegt is een bredere vraag. Namelijk, wat doen we inzake kwaliteit van het werk? Wat doen we op het vlak van het preventiebeleid? Hoe spreken we bedrijfsartsen en externe diensten aan over hun rol? In het kader van het terug-naar-werkbeleid hebben we de afspraak gemaakt dat bedrijfsartsen een belangrijkere rol zullen moeten spelen om mensen die uitgevallen zijn snel alternatieven aan te reiken in hun bedrijf als ze nog een arbeidspotentieel hebben. Zelfs iemand die nog niet is uitgevallen, maar voor wie een aanpassing om medische redenen nodig is, heeft het recht om een uitgewerkt voorstel van de bedrijfsarts te krijgen. De bedrijfsarts moet dat voorstel dan voorleggen aan de werkgever, die daar gemotiveerd moet op reageren.

 

Breder denk ik dat het duidelijk is dat de hele wereld van veiligheid en bescherming op het werk, met name de wijze waarop externe diensten functioneren, nood heeft aan een hervorming, omdat externe diensten vaak op een nogal routineuze en bijna bureaucratische manier bezig zijn met de gezondheidssituatie van alle werknemers van een bedrijf, maar onvoldoende tijd en energie steken in de echte risico's.

 

Dat is de bevoegdheid van mijn collega David Clarinval. Ik neem aan dat u daar met hem ook verder over zult spreken. Er bevinden zich daaromtrent ook bevoegdheden bij de deelstaten. Dat is echt de brede agenda die we moeten aanpakken, of het nu gaat over overuren of gewone uren. De brede agenda is dat er meer moet worden ingezet op gezondheid op het werk, veiligheid en bescherming op het werk. Dat vraagt ook een hervorming van hoe bedrijfsartsen en met name externe diensten werken. Wegens de huidige regelgeving moeten ze helaas vaak op een eerder bureaucratische manier werken. Dat is voor mij een belangrijke agenda. Ik zal die agenda ook echt voorleggen in een rondetafel die ik wil organiseren over het terug-naar-werkbeleid. Daarbij wil ik de externe diensten, de wereld van de bedrijfsartsen, naast de wereld van de behandelende artsen en de ziekenfondsen, de VDAB, Forem en Actiris, allemaal rond de tafel krijgen. Ook de werkgevers moeten daar hun rol in spelen.

 

Kunnen we een impactmeting maken van een regeling overuren? Ik vrees dat dat echt niet gaat. Ik denk niet dat het lukt om specifiek te bepalen wat een regeling overuren betekent voor de gezondheid van mensen. Dat moet breder worden opgevat.

 

Président: Wouter Vermeersch, vice-président.

Voorzitter: Wouter Vermeersch, ondervoorzitter.

 

Monsieur Gatelier, merci pour cette remarque et ce focus sur les investissements en soins de santé mentale. Je n'ose pas ici me lancer dans l'analyse d'un tableau avec toute une série de chiffres, notre réunion étant déjà bien avancée. Mais, ce qui est important, et vous l'avez bien indiqué, c'est qu'il faut investir – et nous le faisons – dans tout le continuum des soins en santé mentale. Nous continuons à renforcer, aussi en termes budgétaires, le dispositif des soins de santé mentale en première ligne. Vous savez qu'actuellement il y a déjà plus de 5 000 psychologues, cliniciens et orthopédagogues cliniciens qui sont entrés dans notre système de conventionnement pour les soins de santé en première ligne.

 

Le budget, qui était de 25 millions d'euros en 2020, est passé en 2025 à 205 millions d'euros et va encore augmenter, en termes de dépenses possibles, de presque 50 millions d'euros. Il s'agit d'un accroissement de ce qu'on peut débourser en pratique dans notre nouveau système des soins de santé mentale de première ligne de presque un quart, si on compare 2026 avec 2025.

 

Il y a aussi une possibilité toujours plus grande d'action de première ligne en soins de santé mentale, où nous demandons à nos réseaux, qui sont organisés sur la base des provinces ou de parties de province, de se concentrer prioritairement sur des types d'interventions innovantes, comme du travail avec des groupes, des lieux de rencontres, et l'investissement des psychologues cliniciens, des orthopédagogues cliniciens dans les cabinets des médecins généralistes, où il y a encore des budgets qui sont disponibles pour les médecins généralistes. Ces budgets ont donc augmenté entre 2025 et 2026.

 

Mais, vous avez raison, il faut aussi investir dans l'autre côté du continuum. Il faut investir en psychiatrie de crise et d'urgence, il faut investir dans la psychiatrie enfantine. C'est ce que nous faisons. Nous avons lancé de nouveaux chantiers, par exemple en ce qui concerne la psychiatrie de crise d'urgence.

 

Nous avons aussi demandé, c'est crucial, un avis au Conseil fédéral des établissements hospitaliers pour réfléchir à un élargissement de la programmation de notre capacité pour la psychiatrie enfantine. Nous voulons renforcer et élargir la programmation de nos capacités en psychiatrie pour les enfants, en basant la programmation non pas sur la cohorte de 0 à14 ans mais de 0 à 17 ans. Nous avons par ailleurs demandé de réfléchir simultanément à une approche beaucoup plus flexible de cette capacité. En effet, certaines régions ont peut-être encore surtout besoin de lits traditionnels permettant des nuitées supplémentaires tandis que le besoin d'autres régions et sous-régions réside plutôt dans des soins ambulatoires aux enfants.

 

Cette idée de flexibilité dans l'approche permettra donc aussi d'investir de façon vraiment orientée dans les besoins précis qui peuvent être différents de province en province, de sous-région en sous-région, de région en région.

 

Je ne dispose pas ici des chiffres exacts mais, tant pour les soins de santé de première ligne que pour les problèmes plus complexes, tels que la psychiatrie, etc., nous sommes en train de renforcer le dispositif et d'investir davantage.

 

Mijnheer de voorzitter, dat was wat ik wou meegeven in reactie op de aangehaalde opmerkingen.

 

01.60  Jean-François Gatelier (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

 

Je tiens tout d’abord à saluer un budget qui va dans la bonne direction, un budget qui améliore l’accès aux traitements innovants, qui accélère leur disponibilité pour les patients et qui s’engage enfin dans une logique de responsabilité en luttant contre le gaspillage, la surprescription inutile et les dépenses inefficaces. Je souhaite également souligner l’effort consenti en matière de santé mentale, attendu depuis longtemps.

 

Un budget, aussi bon soit-il, n’a de sens que s’il y a des soignants pour le faire vivre, monsieur le ministre. C’est pourquoi il est indispensable de poursuivre les efforts, de revoir les quotas de formation à la hausse et d’avancer vers un accord social ambitieux afin de revaloriser les soignants, car sans eux, aucun système ne tient.

 

Les Engagés soutiendront ce budget parce qu’il marque une avancée vers une solidarité responsable, mais aussi parce qu’il ouvre la voie à des réformes que nous devrons continuer à porter.

 

01.61  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Vooreerst, ik heb mij wat onzorgvuldig uitgedrukt. Het gaat niet om overuren an sich. Ik ben het zelfs met u eens dat overuren niet per se ongezond zijn. Het gaat meer over de atypische werkroosters, de onvoorspelbare uurroosters, de uurroosters op ongelegen tijden. De flexibilisering van de arbeidsmarkt is er natuurlijk op gericht om die vaker van toepassing te maken.

 

Ik ben het met u eens dat gezondheid op het werk een grote hervorming nodig heeft en dat er nog veel werk op de plank ligt voor de bevoegde minister, David Clarinval. Dat is ook het thema van het debat dat wij in de commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen met hem voeren. Tot mijn spijt moet ik vaststellen dat minister Clarinval wel vooruitgang maakt met onder andere de uitbreiding van de arbeidsregelingen met het oog op onder andere atypische uurroosters, het flexibiliseren van nachtwerk en meer overuren, maar dat hij over het welzijn op het werk angstvallig stil blijft. Dat brengt mij bij uw bevoegdheid, want als de ene maatregel ingang vindt, maar de andere niet, zullen wij inderdaad meer uitval en meer arbeidsgerelateerde ziektes zien en dat zal onvermijdelijk een weerslag hebben op de budgetten van Volksgezondheid en op ons zorgsysteem.

 

Daarover gingen mijn vragen aan u. U argumenteert dat u daar geen impact van kunt berekenen en dat dat ook lastig zou zijn. Ik ben alvast blij dat u toch een rondetafelconferentie wilt opstarten om een aantal zaken buiten uw bevoegdheden in gang te zetten. Ik juich dat toe en ik kan u daar alleen maar in steunen, maar ik denk dat u vooral minister Clarinval ervan zult moeten overtuigen om werk te maken van het welzijn op het werk. Of u zult meer budgetten aan de regering moeten vragen om de extra zieken die uw beleid veroorzaakt, te ondersteunen.

 

De voorzitter: Mevrouw De Knop, aan u het woord.

 

01.62  Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, we hebben het gisteren ook al besproken met collega Bertels, u houdt vast aan uw groeinorm. Op die manier komen we in 2026 aan een budget van 41,3 miljard euro voor geneeskundige prestaties. Daar omvat opnieuw een niet te besteden bedrag van 310 miljoen euro.

 

Voor alle duidelijkheid, we vinden dat geen goed idee. U zorgt er op die manier voor dat de basis waarop de begroting wordt berekend, vergroot, terwijl u perfect weet dat u maatregelen zult moeten nemen in de toekomst om het budget onder controle te houden. Eigenlijk draait u niet alleen het Parlement, maar ook de patiënten een rad voor de ogen door telkens met de groeinorm te zwaaien.

 

Ik veronderstel dat een deel van dat niet te besteden bedrag moet komen van de 125 miljoen euro aan remgeldverhoging vanaf 1 juli 2026, maar misschien kunt u dat verduidelijken. Concreet, zult u die beslissing kunnen nemen tegen 21 juli 2026? Ik verneem dat u daarover druk in overleg bent met de sector en dat u in nauwe dialoog met de sector wilt handelen. Dan nog is de vraag op welke prestaties ie verhoging zal slaan, welke patiënten erdoor getroffen worden, wat de maatregel in de praktijk betekent voor de factuur van een consultatie en waar de opbrengsten van de remgeldverhoging zullen worden besteed.

 

Voor ons is het duidelijk, de verhoogde tegemoetkomingen zijn al enorm uitgebreid, bijna 1 op 4 van alle jongeren kan daarop een beroep doen, in totaal 2,4 miljoen Belgen. De verhoogde tegemoetkoming en het lage remgeld van 1 euro, dat daaraan gekoppeld is, zorgen onbetwistbaar voor de complete overbevraging van de sector.

 

Maar ik luister graag naar uw antwoord met betrekking tot het remgeld. Hoe zult u de maatregel concreet invullen in de loop van dit jaar om uw begrotingsdoelstellingen desbetreffend te kunnen halen?

 

01.63  Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer de minister, collega De Knop zegt dat ze graag luistert naar de antwoorden van de minister. Ik hoop dat ze ook echt zal luisteren naar die antwoorden, want ik wil graag een bevestiging krijgen over de herziening van de Toezichtcommissie, die we besproken hebben in de commissie. Kunt u even zeggen wat de scope en het doel zijn van de mysteryshoppers, bijvoorbeeld? Het gaat daar om niet-professionelen in de zorg. Kunt u dat bevestigen? Blijkbaar heeft mevrouw De Knop dat in de commissie niet goed begrepen en verspreidt ze nu fakenieuws. Ze hitst mensen op door de informatie die ze probeert te geven, gebaseerd op een wettekst die blijkbaar niet goed gelezen heeft. Kunt u even de scope bevestigen van de controles die kunnen plaatsvinden?

 

01.64 Minister Frank Vandenbroucke: Om te beginnen, mevrouw De Knop, in de begrotingsnorm staan inderdaad bedragen die wel vermeld zijn, maar die we niet zullen uitgeven. Ze vormen een budgettair kader waarvan we zeggen dat dat normaal in de groeinorm zou zitten als een uitgave, maar we doen die uitgave nu niet. Die techniek gebruiken we al vele jaren, ook toen uw partij in de regering zat. Die praktijk zorgt ervoor dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen een groeipad op lange termijn en de uitgaven die nu concreet gedaan worden, waarbij inderdaad soms beslist wordt om die uitgaven niet meteen zo sterk te laten groeien als goedgekeurd in de groeinorm. De eerste reden daarvoor is dat men ruimte wil houden voor de toekomst, omdat sommige initiatieven wat trager op gang komen en in het begin minder kosten dan gepland, maar na een tijdje wel voor het volle pond aangerekend zullen moeten worden. De tweede reden is dat we weten dat de schatkist nu in grote moeilijkheden zit, en we willen de hele sociale welvaartstaat wel overeind houden, dus we leveren nu ook een inspanning vanuit de gezondheidszorg. Dat zijn verschillende redenen waarom men zo’n niet te besteden bedrag kan zien staan in de begrotingsdocumenten, binnen de groeinorm. Het heeft ook te maken met de manier waarop de afrekening gebeurt, enzovoort. We hebben daar in het verleden al over gediscussieerd. Ik heb het liever op die manier, eerlijk gezegd.

 

Ten tweede, u weet dat ik inzake de remgelden heel voorzichtig ben. Ik heb mij nooit gesloten opgesteld voor het feit dat aanpassingen in de remgelden mogelijk zijn. Enkele van de remgelden voor consultaties zijn al vele jaren niet meer aangepast aan de indexering en dus aan de levensduurte. Op een bepaald moment kan worden beslist om daarin een aanpassing te doen. We blijven op dat vlak echter voorzichtig.

 

Ik heb daarom een advies gevraagd aan de commissie Prioritaire Gezondheidszorgdoelstellingen onder leiding van professor Schokkaert over hoe we het best aankijken tegen het aanpassen van remgelden in de sfeer van de medische prestaties. Ik wacht op dat advies. Dat zal richtinggevend zijn voor het overleg dat wij daarna zullen voeren met alle actoren maar ook binnen de regering over eventuele aanpassingen.

 

Binnen de regering hebben we, omdat ik die horizon helder wil hebben, aangegeven dat het om aanpassingen zou kunnen gaan ten belope van 125 miljoen euro. Dat bedrag is niet bedoeld om vervolgens de erelonen of de honoraria voor prestaties te verbeteren; dat is niet de bedoeling. Het is wel bedoeld om een aantal prioritaire noden in de gezondheidszorg, namelijk uitgaven die nodig zijn om het systeem goed te doen draaien en terugbetalingen, sterker te ondersteunen.

 

Dat is niet voor onmiddellijk. Als wij in de loop van het jaar beslissen dat we eventueel voorzichtig bepaalde aanpassingen in de remgelden kunnen doorvoeren, is dat geld niet meteen beschikbaar. Binnen de regering hebben we wel al aangegeven over welke omvang het gaat. We hebben ook aangegeven dat dat geld kan worden gebruikt voor prioritaire noden in de organisatie van de gezondheidszorg en de terugbetalingen. Een aantal zaken is daarvoor ook al aangeduid. Dat zal in de begroting die zich nu ontwikkelt, geen belangrijke impact hebben. Dat bedrag van 125 miljoen euro zal er niet meteen zijn.

 

Waarom is het voor mij belangrijk dat we voorzichtig besturen en ruimte voorzien? Dat is omdat wij in de tweede helft van de legislatuur ook willen kunnen investeren in het zorgpersoneel en in de mensen die werken in de ziekenhuizen en in de voorzieningen, zoals verpleegkundigen, zorgkundigen en logistiek personeel. Als wij daarvoor voldoende middelen willen vrijhouden, moeten wij ervoor zorgen dat wij het kraantje van het budget voor de gezondheidszorg niet gewoon openzetten.

 

Met betrekking tot de vraag van de heer Bertels. Mijnheer de voorzitter, ik wil zeer uitdrukkelijk aan mevrouw De Knop vragen om iets recht te zetten. Mevrouw, U spreekt hier over een rad voor de ogen draaien. We hebben deze week in de commissie voor Volksgezondheid een debat gehad over een wetsontwerp. In dat wetsontwerp staat dat we bij mensen die geen arts, geen tandarts of geen kinesitherapeut zijn, maar die eigenlijk illegaal gezondheidszorg beoefenen - wat gevaarlijk is - onder bepaalde voorwaarden willen toelaten dat de inspectie van dat soort activiteiten gebeurt via de techniek van mysteryshoppen, waarbij we bovendien uitdrukkelijk aangeven dat dat geen uitlokking mag zijn. Dat staat in de tekst die u op voorhand hebt kunnen lezen. Ik heb dat zo uitgelegd en heb ik dat nog eens herhaald naar aanleiding van vragen. U zegt dat we de mensen geen rad voor de ogen mogen draaien, maar u slaagt er in om, na die parlementaire discussie, een Instagrampost te plaatsen waarin u beweert dat we artsen, kinesitherapeuten en tandartsen gaan bestoken met mysteryshoppers en dat dat uitlokking is. Dat was de vraag van de heer Bertels en dat was het antwoord op die vraag.

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, er zijn afspraken gemaakt om de replieken, antwoorden en vragen te beperken tot één minuut. U bent daar ondertussen al vijf minuten over gegaan. Gelieve dat te respecteren.

 

01.65 Minister Frank Vandenbroucke: Ik vraag dat mevrouw De Knop dat rechtzet. U kunt het publiek geen onjuiste voorstelling geven van wat er in het Parlement is gezegd. Dat was de vraag van de heer Bertels.

 

De voorzitter: Mevrouw De Knop, u krijgt een minuut voor uw antwoord. Vervolgens krijgt de minister nog een minuut, gevolgd door uw eindrepliek van een minuut. Bedankt om dit te respecteren collega’s.

 

01.66  Irina De Knop (Anders.): U hoeft zich niet zo boos te maken, mijnheer de minister. U had dit kort kunnen aanhalen, want we hebben inderdaad een wet besproken. U kunt het verslag nalezen. Ik ben op een correcte manier tussengekomen. De amendementen die wij hebben ingediend, hebben betrekking op niet-zorgbeoefenaars.

 

Ik verontschuldig me echter voor het voorbeeld van de mysteryshopper, dat niet van toepassing is op zorgverleners. U moet wel eerlijk en correct zijn. Er bestaan immers uitgebreide controlemogelijkheden voor uw inspecteurs, tot huiszoekingen toe en die gelden zowel voor zorgverleners als niet-zorgverleners. Dat is de kern van mijn boodschap, maar u gaat daar nu vrolijk aan voorbij.

 

Ik wil ook meegeven dat we de wet drie dagen voor de bespreking in de commissie hebben ontvangen. Ondertussen heeft BVAS…

 

De voorzitter: Bedankt, mevrouw De Knop.

 

01.67  Irina De Knop (Anders.): Nee, mijnheer de voorzitter, ik wil mijn punt maken.

 

Twee dagen na onze bespreking heb ik hun advies gelezen. Daarin staat: "Artikel 10 verruimt de controlemiddelen van de inspecteurs bij de Federale Toezichtscommissie aanzienlijk. Zowel de Raad van State als de Gegevensbeschermingsautoriteit hebben daarbij fundamentele bedenkingen geuit over de omvang en intensiteit van de voorziene bevoegdheden."

 

Ik zal niet verder voorlezen, maar ik heb een tweede lezing gevraagd om meer duidelijkheid te krijgen. (…)

 

De voorzitter: Bedankt, mevrouw De Knop om niet verder voor te lezen.

 

01.68 Minister Frank Vandenbroucke: Ik ben mevrouw De Knop dankbaar dat ze zich verontschuldigt voor de foutieve informatie die ze via Instagram aan artsen, tandartsen en kinesitherapeuten heeft gegeven, die in strijd was met de informatie die bijzonder duidelijk was op papier en mondeling tijdens de inleiding en repliek. Ik ben blij dat u dit wilt rechtzetten.

 

De rest van de discussie is hier enigszins naast de kwestie. Ik dank u echter dat u die verkeerde informatie nu wilt corrigeren.

 

01.69  Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb u weinig nieuws horen vertellen over het remgeld, maar misschien kan ik al een volgende vraag stellen om een en ander efficiënt te houden. U had het over het Zorgpersoneelfonds, mijnheer de minister. Voor alle duidelijkheid, er is inderdaad een tekort aan verplegend personeel en aan zorgverstrekkers en wij vinden het heel belangrijk dat dat wordt aangepakt. Als ik het goed begrijp, is er meer dan 400 miljoen euro voorzien voor het Zorgpersoneelfonds, terwijl 50 miljoen euro ervan niet werd aangewend, ondanks het grote tekort aan zorgverstrekkers en ondanks het feit dat een aanzienlijk deel van de zorgverleners ouder is dan 50 jaar, de vergrijzing van de beroepsgroep dus een grote uitdaging vormt en het, als we morgen meer handen aan het bed willen, alle hens aan dek is.

 

Mijnheer de minister, wat zult u doen opdat het Zorgpersoneelfonds wel zijn doelstellingen haalt?

 

01.70  Jan Bertels (Vooruit): Ik kan u alleen maar danken voor het verhelderende antwoord, mijnheer de minister. Ik ben verheugd dat mevrouw De Knop het verhelderende antwoord, dat inmiddels voor de derde keer werd gegeven, nu ook heeft begrepen en dat zij zich verontschuldigt voor de eerder verstrekte onjuiste informatie. Voor het overige zullen wij de discussie voeren bij de tweede lezing. De adviezen die u aanhaalt, mevrouw De Knop, zijn opgenomen in het wetsontwerp. U moet dus even de timetable erbij halen. Zo zal alles zijn opgelost tegen de tweede lezing.

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, u hebt één minuut.

 

01.71 Minister Frank Vandenbroucke: Over het Zorgpersoneelfonds heb ik het eigenlijk niet gehad, mevrouw De Knop. Ik verwees naar het budget voor een nieuw sociaal akkoord.

 

Wat het Zorgpersoneelfonds betreft, is er wel een probleem met de zelfstandigen. Van de zelfstandigen ontvangen wij geen voorstellen die ons in staat stellen het voor hen beschikbare budget volledig uit te putten. Dat is zeer jammer; ik hamer al jaren op dat pijnpunt. Men zou ons voorstellen moeten doen die toelaten om het budget uit te putten.

 

01.72  Irina De Knop (Anders.): Collega Bertels, u moet mij niet wegzetten als een leugenaar. Ik bereid mij altijd heel degelijk voor. Het enige wat niet correct was in mijn verwoording, betrof de mysteryshoppers. Al de rest is wel degelijk correct. We bespreken dat punt misschien beter in de commissie. Hoe dan ook voelt u blijkbaar de noodzaak om dat hier in de plenaire vergadering te brengen; we zullen toch wel een snaar geraakt hebben, denk ik dan.

 

Wat het Zorgpersoneelfonds betreft, mijnheer de minister, ik betreur uw verklaring dat u wacht op initiatieven uit de sector zelf. Wij horen andere dingen. Wij horen van zelfstandige verpleegkundigen dat zij zich niet gerespecteerd voelen. Er loopt nu inderdaad een project om ervoor te zorgen dat ze op een andere manier worden verloond. Dat is dringend nodig, want heel veel van die verpleegkundigen moeten andere prestaties aanrekenen, wat u fraude noemt, gewoon om ervoor te zorgen dat ze min of meer uit hun kosten geraken voor het werk dat zij doen. Die verpleegkundigen verdienen respect. U kunt hun dat geven door gepaste maatregelen te nemen.

 

01.73  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, daarnet heeft collega De Knop zich geëxcuseerd. Mijnheer de minister, ik zou wel willen dat u zich ook excuseert voor het volgende. Afgelopen dinsdag heb ik u een vraag over de centenindex gesteld, centenindex waarvoor een loonmatigingsbijdrage voor lonen van meer dan 4.000 euro moet worden betaald. Ik heb u toen gevraagd of dat ging over het RSZ-loon of het referteloon? Het referteloon is het basisloon. Het RSZ-loon is het loon dat bekend is bij de RSZ en dat alles omvat.

 

U hebt toen geantwoord dat u dat nog met de regering zou trancheren. Welnu, mijnheer de minister, u hebt het Parlement voorgelogen. Ik heb informatie ingewonnen bij de RSZ en de sociale secretariaten. Daar zegt men duidelijk dat het loonbegrip dat voor de loonmatigingsbijdrage wordt gebruikt, het RSZ-loon is. Waarom? In artikel 69 van de wet staat immers: een geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage, verschuldigd op de lonen die het bedrag van 4.000 euro overschrijden. In de artikelen 55 en 56 over de centenindex gebruikt men letterlijk het woord referteloon.

 

Mijnheer de minister, u had moeten antwoorden dat het loonbegrip betrekking heeft op het RSZ-loon. Waarom hebt u het Parlement voorgelogen?

 

01.74 Minister Frank Vandenbroucke: Sorry, maar dat is quatsch, ik moet me helemaal niet verontschuldigen. U vraagt hoe de regering de uitwerking zal voorzien van die bijzondere geconsolideerde loonmatigingsbijdrage. Ik heb gezegd dat het bij koninklijk besluit zal gebeuren. Dat koninklijk besluit moeten we nog schrijven en de wet laat ons toe om daarin allerlei modaliteiten uit te werken die we nog niet hebben vastgelegd. Die modaliteiten zullen ook uitmaken wat concreet en reëel de betekenis is van het onderliggende loonconcept.

 

Ik heb u dat met handen en voeten uitgelegd en ik moet me helemaal niet verontschuldigen, mijnheer Van Quickenborne, voor het feit dat ik zeg dat de regering een besluit zal treffen dat ze nog moet uitwerken. Welke informatie ze ook verzamelt, de regering zal dit nog uitwerken en het is niet beslist. Dat kan ik u met de hand op het hart zeggen, geen enkele verontschuldiging daarvoor.

 

01.75  Vincent Van Quickenborne (Anders.): De vraag die ik gesteld heb aan de minister is de volgende. Als het gaat over die 4.000 euro, over dat begrip loon, is dat het RSZ-loon of is dat het referteloon? De minister zegt dat de regering dat nog moet bepalen. De minister liegt. Het begrip loon dat in artikel 69 staat, is het RSZ-loon, punt aan de lijn. Mocht dit het referteloon zijn, dan had daar het woord referteloon gestaan, mijnheer de minister. Dat is het punt. Ofwel weet u niet wat er in de wet staat, ofwel bent u hier het Parlement aan het voorliegen.

 

Ik weet niet wat het ergste is, collega's, want ik denk dat de minister een slimme minister is. De realiteit is dat de werkgevers de eerste minister om uitleg hebben gevraagd. De minister wist zelfs niet dat ze bij de eerste minister zijn geweest vorige week dinsdag. Ik heb dat gelezen in De Tijd en ik heb het daarnet verteld. Achter de rug van ministers Clarinval en Vandenbroucke werd een vergadering georganiseerd bij de eerste minister met de werkgevers. De werkgevers vroegen of dat loonbegrip van 4.000 nu het referteloon of gewoon loon betreft. Het antwoord is dat het uiteraard het RSZ-loon is. De minister hier durft het gewoon niet toegeven.

 

Mijnheer Vandenbroucke, u hebt het Parlement voorgelogen. Dat hebt u gedaan. Ik vraag uw excuses op dat punt en als u ze niet geeft… Mevrouw De Knop is zo hoffelijk geweest om dat te doen, u moet het ook doen.

 

01.76 Minister Frank Vandenbroucke: Er is een zeer groot verschil tussen iemand die een Instagrampost plaatst waarin wordt gezegd – dat was de enige boodschap in die post – dat we mysteryshoppers naar artsen en tandartsen zullen sturen. We hebben uitdrukkelijk gezegd dat we mysteryshoppers zullen sturen naar mensen die zich valselijk voordoen als artsen en tandartsen. Dat is net het omgekeerde. Dat is dus een zeer groot verschil. Ik ben blij dat het betrokken parlementslid zich heeft verontschuldigd voor die manifeste misinformatie.

 

Ik luister goed naar u, mijnheer Van Quickenborne. U bent ook een slimme man. Uw juridische interpretatie van de bewegingsruimte die een regering heeft en mijn interpretatie daarvan verschillen volledig. Dat is een andere juridische interpretatie van de bewegingsruimte die die tekst toelaat. Ten tweede, wat ergens op een vergadering is gezegd, kan juist en legitiem zijn, maar dat is geen beslissing. De beslissing zullen we nemen in de regering en ze moet nog genomen worden. Ik zal u niet zeggen in welke richting ze zal gaan. Ze zal u misschien behagen, u zult ze misschien goed vinden of niet goed vinden. Ik zal dat nu niet zeggen, want ik weet het nog niet.

 

01.77  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, dit gaat over de wet. U hebt helemaal niets te interpreteren. De wet is de wet. Artikel 69 bepaalt: "een geconsolideerde bijzondere loonmatigingsbijdrage op lonen die het bedrag van 4.000 euro overschrijden." Daar staat helemaal niet 'refereteloon', daar staat 'loon'. Als het gaat over de centenindex, staat er in artikel 55, § 1: "vanaf 1 juni 2026 komt er een aangepast indexeringsmechanisme ten belope van 2 % van het referteloon, begrensd tot een bedrag van 4.000 euro." Collega’s, die discussie is niet onschuldig. Waarom is die niet onschuldig? Als die loonmatigingsbijdrage, die definitief is en die de loonkosten voor de werkgevers opdrijft, wordt geheven op het RSZ-loon, dan gaat dat over veel meer werknemers dan voor het basisloon. Dat is de schrik van de werkgevers en ze hebben gelijk.

 

De RSZ wil natuurlijk dat dat het RSZ-loon is, want daarmee kunnen ze nog meer geld binnenrijven. Mijnheer Magnette heeft dat net gezegd: die loonmatigingsbijdrage is een goede zaak, met meer geld voor de sociale zekerheid. Natuurlijk, Vooruit wil dat ook. Wat gebeurt er? De N-VA zit erbij en kijkt ernaar. Ze laat dat allemaal gebeuren. De loonkosten stijgen met die centenindex en de N-VA horen we niet. Ze laat zich gewoon in de maling nemen door Frank Vandenbroucke en Vooruit, voor de zoveelste keer. Mijnheer de minister, ik heb uw excuses niet gehoord. Het Parlement verdient die excuses.

 

De voorzitter: Collega's, heeft iemand nog een vraag voor de minister? (Nee)

 

We sluiten het luik Sociale Zaken, Armoedebestrijding en Volksgezondheid af. Ik bedank de minister voor zijn aanwezigheid.

 

Welkom, minister Jambon. Ik stel voor, in samenspraak met de Parlementsleden, om het luik Grondwet en Institutionele Vernieuwing naar voren te trekken.

 

Grondwet en Institutionele Vernieuwing

Constitution et Renouveau institutionnel

 

01.78  Werner Somers (VB): Mijnheer de voorzitter, ik had gehoopt hier de eerste minister te mogen ondervragen, maar de man is natuurlijk heel vaak afwezig. Hij heeft het heel goed gezien. Hij heeft het institutionele luik namelijk naar zich toe getrokken, zodat daarover weinig vragen kunnen worden gesteld. Dat komt de N-VA, die het communautaire aspect diep onder de permafrost heeft gestopt, natuurlijk goed uit. Dat aspect is al lang geen koelkast of diepvriezer meer. Het is meer dan dat.

 

Wij zien dat ook in de commissie, waar de heer De Wever af en toe neerdaalt om na anderhalf uur alweer te vertrekken, waardoor sommige vragen, die al sinds begin december 2025 zijn ingediend, nog altijd niet beantwoord zijn.

 

Mijnheer Jambon, dat is natuurlijk niet uw schuld.. Ik ben blij dat u hier aanwezig bent.

 

De heer De Wever heeft ook de gewoonte om zichzelf nogal eens tegen te spreken. Onlangs merkte hij bij de voorstelling van de biografie van Hugo Schiltz terecht op dat de opeenvolgende staatshervormingen in dit land een federale staat hebben voortgebracht die geldverslindend, niet transparant en inefficiënt is. Dat is logisch voor een gewezen voorzitter van de N-VA, de Nieuw-Vlaamse Alliantie, want nog voor de verkiezingen van 2024 luidde het in het partijprogramma dat een confederale paradigmashift absoluut noodzakelijk was om de Vlaamse welvaart veilig te stellen.

 

Nog niet zo lang geleden, in de Bozar op 1 december 2025, verkondigde de heer De Wever tijdens een bijeenkomst van Les Grandes Conférences Catholiques dat het confederalisme best nog een paar legislaturen kon wachten, omdat er belangrijkere zaken te regelen zijn, namelijk België sociaal-economisch op orde zetten.

 

Dat is merkwaardig. Vóór de verkiezingen is confederalisme een absolute noodzaak om sociaal-economisch orde op zaken te kunnen stellen. Na de verkiezingen moet het confederalisme wachten om, u raadt het al, sociaal-economisch orde op zaken te kunnen stellen.

 

Het was de Nationale Bank van België die de heer De Wever uit zijn droom heeft gehaald. Tijdens haar recente jaarverslag heeft de Nationale Bank van België opgemerkt dat de openbare financiën in dit land verder dreigen te ontsporen. Bij ongewijzigd beleid zal de overheidsschuld, dus de geconsolideerde overheidsschuld, stijgen van 107 % van het BBP vandaag tot 133 % van het bruto binnenlands product in 2035, onder meer door de stijgende rentelasten. Tegen dan zou het begrotingstekort 7,6 % van het BBP bedragen, tegenover 5,3 % in 2025. Ik heb het uiteraard over het gezamenlijke tekort van alle overheden. De ontsporing van de openbare financiën in dit land zit in feite ingebakken in ons institutionele bestel. We zitten nog altijd opgescheept met een dotatie- of consumptiefederalisme waarbij de deelstaten bevoegd zijn voor een groot pakket aan uitgaven, maar waarbij hun fiscale autonomie al bij al beperkt is, zodat zij onvoldoende worden geresponsabiliseerd. De sterkst stijgende uitgaven, onder meer die voor defensie en de vergrijzing, zijn federaal.

 

De Nationale Bank wijst er ook op dat de budgettaire situatie van een aantal deelstaten ronduit rampzalig is. Daarbij spant uiteraard het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de kroon, met een schuldgraad van 370 % van de jaarlijkse beschikbare ontvangsten, wat zonder ingrepen tegen 2030 dreigt op te lopen tot 500 % van de jaarlijkse ontvangsten. In Wallonië is de situatie al niet veel beter gesteld.

 

Er is dus een fundamentele ommekeer noodzakelijk. Niemand minder dan de minister van Begroting, Vincent Van Peteghem, nota bene een cd&v’er, stelde nog niet zo lang geleden, nadat er een begrotingsakkoord was bereikt, in de media dat het niet mogelijk is om de overheidsfinanciën in België duurzaam te saneren zonder een herziening van de Bijzondere Financieringswet.

 

Mijnheer de minister, bent u het eens met de uitspraak van uw collega Van Peteghem dat het onmogelijk is om duurzaam te saneren in België zonder een wijziging van die Bijzondere Financieringswet? Is de regering bezig met de voorbereiding van die herziening?

 

Hoe zit het met de voorbereiding van de wetteksten over de bevoegdheidsregels, de bevoegdheidsverdeling en de financieringsregels in dit land, zoals in het vooruitzicht gesteld in de beleidsverklaring over Institutionele Zaken van de eerste minister van 10 maart 2025? In de recente beleidsnota van de heer De Wever lezen we daar immers zo goed als niets over. Het enige wat daarin wordt vermeld, is dat de cel binnen het kabinet van de heer De Wever verder werkt aan een langetermijnproject.

 

Mijnheer Jambon, wat houdt dat project juist in? En wat bedoelt u met die lange termijn? Kan het dan inderdaad gaan om twee legislaturen? In het regeerakkoord stond immers te lezen dat het de bedoeling was dat er aan het einde van deze legislatuur wetteksten beschikbaar zouden zijn die ervoor zorgen dat vanaf de volgende legislatuur een nieuwere, efficiëntere en moderne staatsstructuur van kracht wordt.

 

Is daarvan nog altijd sprake? Of is die piste definitief verlaten? Dat wil ik graag van u vernemen.

 

01.79 Minister Jan Jambon: De eerste minister, de heer De Wever, kan hier inderdaad nu niet aanwezig zijn. U zegt dat hij het Parlement niet te woord wil staan, maar de heer De Wever vertegenwoordigt dit land nu op de Europese Top van regeringsleiders. Ik meen dat dit tot hiertoe in het Parlement altijd een voldoende verontschuldiging was.

 

De heer De Wever was ook gisteravond en vannacht hier ter beschikking om een en ander te doen. Een eerste minister heeft soms op meerdere niveaus taken en opdrachten. Ik meen dat het nadelig zou zijn, gelet op de agenda van die Top, als dit land daar niet vertegenwoordigd zou zijn.

 

Ik meen dus dat dit een geldige verontschuldiging is voor de eerste minister.

 

Mijnheer Somers, de eerste minister heeft in de commissie al op uw vraag geantwoord. Hij heeft daar gezegd dat het Belgische federalisme in zijn huidige vorm bijzonder complex en duur is en dat een verdere vereenvoudiging van structuren en bevoegdheden op termijn noodzakelijk zal zijn om het bestuur slagkrachtiger en financieel houdbaar te maken. Als we de overheidsfinanciën duurzaam op orde willen zetten, dan zullen we ook het institutionele hoofdstuk moeten aansnijden. Op dat vlak klinkt het unisono met de heer Van Peteghem.

 

Naarmate de uitvoering van het regeerakkoord verder vorm krijgt – we zijn nu een goed jaar bezig – ontstaat er natuurlijk ruimte om aan de grotere institutionele vraagstukken te werken. In het regeerakkoord is duidelijk opgenomen dat we die zaken zullen voorbereiden voor de volgende legislatuur, want deze regering heeft geen tweederdemeerderheid. In dit Parlement is het vinden van een tweederdemeerderheid voor het oplossen van die institutionele vraagstukken geen sinecure.

 

Zoals de eerste minister al meermaals heeft benadrukt, is het beleid van de regering geen kortetermijnoefening, maar een langetermijnproject. De hervormingen die we doorvoeren, zijn ingrijpend en vinden plaats op cruciale domeinen: arbeidsmarkt, begroting, migratie, energie, veiligheid en defensie. Dat gebeurt binnen de grenzen van wat vandaag mogelijk is met de bestaande staatsstructuur en met de beschikbare meerderheden in dit Parlement. Het zou bijzonder onwenselijk zijn voor de welvaart van ons land als een volgende regering dat hervormingstraject zou terugdraaien. We hebben die koers uitgezet en het is essentieel dat die koers ook na 2029 kan worden aangehouden.

 

Het is nog te vroeg om te rapporteren over het werk van de kabinetscel van de eerste minister op het vlak van voorbereiding van de staatshervorming. Het kabinet van de eerste minister heeft zich, zoals u weet, tot nu toe voornamelijk gefocust op de uitvoering van het regeerakkoord. De eerste wetteksten zijn al besproken in Kamer en Senaat. Wat u aanhaalt, maakt integraal deel uit van het regeerakkoord en zal dus ook uitvoering krijgen in het verdere verloop van deze beleidstermijn.

 

01.80  Werner Somers (VB): Ik vind het toch een merkwaardig antwoord dat het na een jaar nog te vroeg is om een stand van zaken te geven over de werkzaamheden. Het enige wat we weten, is dat het aantal voltijdse equivalenten is toegenomen. Waar die mensen precies mee bezig zijn, blijft echter voor ons een raadsel. Dat is toch een aanfluiting van onze democratie?

 

U spreekt over een langetermijnproject, maar u hebt geen enkele zekerheid dat de meerderheid ook volgende keer nog overeind biljft. Trouwens, welke zekerheid is er dat er dan wel een tweederdemeerderheid is? Zoek die dan!

 

U hebt gewoon geen plan van aanpak om te komen tot de grote institutionele hervorming. Het enige wat u doet, is de zaak laten verrotten. Het is onmogelijk, zoals de Nationale Bank van België op diplomatische wijze aangeeft, om binnen de huidige structuren orde op zaken te stellen.

 

01.81  Barbara Pas (VB): Ik heb nog twee reacties op uw antwoord, minister Jambon. Ten eerste, wat de afwezigheid van de premier betreft, het gaat niet over vandaag, want we hebben alle begrip dat hij aanwezig moet zijn op de Europese top; dat was bij vorige premiers niet anders. Mijn collega heeft echter terecht aangegeven dat wij communautaire vragen indienen en dat die maanden blijven liggen, voordat ze in commissie worden behandeld. Weet u dat de premier aanstaande dinsdag voor het eerst naar de commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing komt om communautaire vragen te beantwoorden? Daarover gaat het!

 

U zegt dat u nog maar een jaar bezig bent en dat we nog niet te veel mogen verwachten. We hebben de beleidsnota voor het komende jaar met de premier in de commissie besproken. Hij was toen wel aanwezig, want om hij is verplicht om de beleidsnota toe te lichten. Welnu, als de termijn van die beleidsnota voorbij is, zijn we halverwege deze legislatuur.

 

In uw regeerakkoord kondigde u aan dat u van de weinige institutionele kruimels, er drie letterlijk bij de start van de legislatuur zou verwezenlijken: de opmaak van de voorlopige lijst van te herziene grondwetsartikelen, de actualisering en uitbreiding van de vertegenwoordiging van de deelstaten in allerhande raden – denk aan de samenwerkingsakkoorden van 1994, waarvan u in het Vlaams Parlement altijd zei dat de kwestie federaal moet worden opgelost – en ten slotte de protocollaire rangorde. Die staan echter niet in de beleidsnota voor het komende jaar. Zodra die voorbij is, zitten we al halverwege de legislatuur. Definieer dan eens wat de aanvang of start van een legislatuur is? Zelfs de weinige communautaire kruimels geraken niet verwezenlijkt.

 

De voorzitter: Collega’s, we zitten ondertussen in de ronde waarin de spreektijd telkens 1 minuut bedraagt. Mijnheer de minister, gelieve te proberen u daaraan te houden.

 

01.82 Minister Jan Jambon: Dat zal niet moeilijk zijn, want de eerste minister heeft al herhaaldelijk gezegd dat de onderhandelingen lopende zijn en in de regering worden gevoerd, zoals het hoort. Niet alles verloopt altijd zoals men het initieel voorziet. Hoe dan ook, de onderhandelingen lopen wel degelijk. Dat is ook de taak van de regering.

 

01.83  Barbara Pas (VB): De gesprekken lopen, maar ik heb de indruk dat ze vooral vastlopen.

 

01.84  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, het wetsontwerp over de hervorming van het Grondwettelijk Hof is niet goedgekeurd geraakt. Onze partij had nochtans haar steun verleend aan dat ontwerp. Bestaat er een plan in de regering om dat nogmaals voor te leggen en te laten goedkeuren tijdens deze legislatuur of is de hervorming definitief afgevoerd?

 

01.85 Minister Jan Jambon: Ook de herziening van het Grondwettelijk Hof maakt deel uit van het regeerakkoord, dus ik denk dat er achter de schermen zal worden gezocht naar een tweederdemeerderheid. Er staan belangrijke hervormingen in het voorstel. Het is onbegrijpelijk dat sommige fracties hier hun steun niet aan hebben verleend. Er wordt voortgewerkt om alsnog een tweederdemeerderheid te bereiken, op hoop van zegen.

 

01.86  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dat is interessant, collega’s. Het is de eerste keer dat we meemaken dat wetgeving niet wordt goedgekeurd en dat de regering een tweede poging zal doen. Dat is nieuws.

 

We horen ook dat de Senaat niet zal worden afgeschaft. We zijn geen grote voorstanders van het communicataire, maar als u iets belooft, moet u dat ook doen.

 

Het Grondwettelijk Hof zou worden hervormd. Wij hebben dat gesteund, maar het is niet gelukt. Nu hoor ik van de minister die namens de eerste minister spreekt, dat men een tweede poging zal ondernemen. Dat is interessant. We kijken ernaar uit. Wij zijn in elk geval bereid om opnieuw steun te verlenen. Mag ik wel een tip geven? Om een tweederdemeerderheid te bereiken, hebt u ook steun nodig van partijen buiten de regering. Als u dat slim aanpakt, kan dat lukken. Als u dat niet slim aanpakt, hebt u een probleem.

 

01.87  Werner Somers (VB): Mijnheer Jambon, wij hebben zelf een wetsvoorstel ingediend om het Grondwettelijk Hof te hervormen. Dat is quasi identiek aan dat waarover we gestemd hebben, met dit verschil dat het geen herfederalisering inhoudt.

 

We zullen zien wat er voor u het belangrijkst is, de hervorming van het Grondwettelijk Hof of het behoud van het cordon sanitaire.

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, wenst u daar nog op te reageren?

 

01.88 Minister Jan Jambon: Ik verwijs naar de antwoorden die ik al gegeven heb.

 

De voorzitter: Hiermee kunnen we het luik Grondwet en Institutionele Vernieuwing afsluiten en naadloos overgaan naar de echte bevoegdheden van minister Jambon.

 

Financiën – Pensioenen – Nationale Loterij – Federale Culturele Instellingen

Finances – Pensions – Loterie nationale – Institutions culturelles fédérales

 

Het woord is aan mevrouw Samyn.

 

01.89  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, om de begroting te redden, of toch een poging daartoe te doen, hebt u opnieuw besloten om aan te kloppen bij de gepensioneerden. Een leven lang bijdragen geleverd hebben is blijkbaar nog altijd niet genoeg voor regering-De Wever. Eenmaal met pensioen kunnen gepensioneerden blijkbaar nog verder worden uitgeperst. Niet alleen de gepensioneerden worden geviseerd, ook de huidige werknemers worden gestraft. Uw pensioenhervorming treft immers duizenden mensen die nog met pensioen moeten gaan, in het bijzonder zij die deeltijds werken en dus vaak vrouwen. Er zijn mensen die hun loopbaan vandaag niet meer kunnen bijsturen, maar voor wie u halverwege de rit wel plots de spelregels verandert. Zij zullen de impact van de malus ten volle ondervinden. Dat komt uw begroting natuurlijk goed uit, want dat past perfect in uw goednieuwsshow. Voor deze regering betekent dat simpelweg minder pensioenuitgaven in de toekomst.

 

Daarnaast treft u ook wie al met pensioen is gegaan via de centenindex. Dat is geen eenmalige of gedeeltelijke indexsprong. De getroffen gepensioneerden dragen die ingreep de rest van hun leven mee. De impact beperkt zich niet tot wie vandaag al met pensioen is. Ook wie nog werkt, wordt geraakt. De centenindex op het loon heeft immers ook gevolgen voor de aanvullende pensioenen en voor de berekeningsbasis van het wettelijk pensioen. Iedereen die vandaag meer dan 4.000 euro bruto per maand verdient, loopt op het einde van de loopbaan duizenden tot tienduizenden euro's mis, met daarbovenop ook nog een lager wettelijk pensioen en, indien van toepassing, ook een lager aanvullend pensioen.

 

Mijnheer de minister, op de meest fundamentele vragen over die centenindex bleef u tijdens de bespreking vaag of het antwoord schuldig. Blijkbaar rekent deze regering vandaag ook gepensioneerden met een pensioen van amper 2.000 euro bruto bij die zogenaamde sterkste schouders. Ik vroeg u expliciet waarom u die centenindex toepast vanaf 2.000 euro bruto. Hoe is die grens precies tot stand gekomen? Wordt die drempel gehanteerd omdat 2.000 euro ongeveer samenvalt met het gemiddelde pensioen of is het gewoon de bedoeling om zoveel mogelijk gepensioneerden te raken? Wat met die gezinspensioenen? Waarom vallen ook zij onder deze maatregel? Vindt u 2.000 euro bruto voor een gezinspensioen werkelijk een hoog pensioen of was dat simpelweg een vergetelheid? Op geen van die essentiële vragen kwam een precieze motivering. Evenmin gaf u een uitgewerkte impactanalyse per pensioencategorie. Dat zegt veel. U voert een maatregel in die levenslang doorwerkt, maar u kunt of wilt niet helder uitleggen waarom net deze grens wordt gekozen en wie daar exact de prijs voor betaalt. Dat is lang niet het enige punt waarop uw beleidsnota en uw toekomstige beleid in het ongewisse blijven.

 

Ook over gemengde loopbanen erkent u dat er vandaag onrechtvaardigheden bestaan, maar een onmiddellijke oplossing blijft uit, wordt doorgeschoven. Over de beperking van de gelijkgestelde periodes blijft onduidelijk welke overgangsregels precies zullen gelden en hoe mensen vandaag nog rechtszekerheid kunnen hebben over hun pensioen van morgen. Over mypension zegt u dat burgers later wel zullen zien wat de hervorming concreet voor hen betekent, maar mensen moeten hun loopbaankeuze nu maken, niet pas wanneer de gegevens weer beschikbaar zijn.

 

Wie vandaag probeert te begrijpen wat uw hervorming in de praktijk zal betekenen, botst telkens opnieuw op hetzelfde probleem. Veel principes en verbloemde woorden, maar in de praktijk blijft vooral een technocratisch kluwen over waar geen kat haar jongen nog in terugvindt.

 

Mijnheer de minister, volgens Statbel waren er in het vierde kwartaal van 2025 nog 146.000 openstaande vacatures bij Belgische ondernemingen. Dat is een duidelijke daling tegenover het voorgaande kwartaal, maar tegelijk stijgt elders de druk. Het aantal faillissementen blijft hoog. Bedrijven staan onder druk en in verschillende sectoren wordt het steeds moeilijker om in het land nog te investeren en te produceren. Toch doet deze regering alsof de arbeidsmarkt dat allemaal wel zal opvangen. Het activeren van 100.000 langdurig zieken en de beperking van de werkloosheid in de tijd, volgens de RVA verliezen daardoor ongeveer 194.000 mensen hun uitkering.

 

Als we dan uw redenering volgen dat een derde daarvan doorstroomt naar de arbeidsmarkt, dan spreken we ongeveer over 64.500 extra mensen op de arbeidsmarkt. We hebben het dan nog niet gehad over de afgestudeerden. Die rekenen we zelfs nog niet mee, maar zelfs los van die cijfers klopt de redenering van deze regering niet. U behandelt de arbeidsmarkt alsof het een eindeloze parking vol vrije plaatsen is. Zo werkt dat natuurlijk niet. Een openstaande vacature op papier is nog geen duurzame job en een activeringsmaatregel is nog geen economisch beleid.

 

De echte vraag is of die jobs aansluiten bij het profiel, de gezondheidstoestand, de woonplaats en de competenties van de mensen die u richting de arbeidsmarkt duwt. Daarbovenop wil u ook mensen die dichtbij hun pensioen staan langer aan het werk houden, waardoor de uitstroom uit de arbeidsmarkt vertraagt. Ook dat verhoogt de druk op een arbeidsmarkt die nu al kampt met mismatch en onzekerheid. Dan houden we nog geen rekening met de bredere economische vertraging in Europa, die ook zwaar kan wegen op onze industrie en dus op de jobcreatie in eigen land.

 

Hoe rijmt u dus het verhaal over activering met de realiteit van bedrijven die afhaken, sectoren die slabakken en een land dat stilaan uit de industriële kopgroep verdwijnt? U kunt mensen wel uit hun uitkering duwen, maar daarmee creëert u nog geen extra job.

 

Een lege fabriekshal creëert geen werkgelegenheid, hoe creatief uw begrotingstabellen ook zijn. Als de motor stilvalt, heeft het weinig zin om nog harder op het gaspedaal te trappen. Waar ligt momenteel de focus van de huidige regering? Ze ligt bij een begroting die gewoon niet te redden valt.

 

Nieuwe werkgevers aantrekken, investeren in nieuwe technologieën, de factuur voor asiel en migratie verlagen en besparen op leefloon zijn allemaal pistes die u nauwelijks bewandelt. In plaats daarvan kiest u telkens opnieuw voor dezelfde weg, namelijk het geld halen bij de burgers in plaats van te zorgen voor meer algemene welvaart voor onze mensen. De centenindex, de pensioenhervorming, de btw-verhogingen, een hogere solidariteitsbijdrage op pensioenen en de afschaffing van de welvaartsenveloppen zijn stuk voor stuk maatregelen waarmee de regering geld uit de zakken van de burgers haalt. Platvloerse belastingen en schandalige besparingen vormen het echte beleid van de huidige regering.

 

Werken moet lonen. Laat mij niet lachen. Zullen de rusthuisfacturen dalen? Zal de elektriciteitsfactuur goedkoper worden? Zullen benzine en diesel goedkoper worden? Zullen de prijzen in de supermarkt dalen? Ik denk het niet. Wat zal wel dalen? Dat is de koopkracht en in het bijzonder de koopkracht van gepensioneerden. Dat gebeurt voor een begroting die al op drijfzand is gebouwd, maar waarvoor uw regering toch nog snel de laatste euro’s uit de zakken van de gepensioneerden probeert te halen.

 

01.90 Minister Jan Jambon: Dat was een interessant referaat van mevrouw Samyn. Heel veel vragen heb ik niet gehoord.

 

Mevrouw Samyn, wat de centenindex betreft, ik weet niet waarom wij werk doen in de commissie. Ik heb heel uitdrukkelijk en al meerdere keren op dezelfde vraag geantwoord, namelijk waar die 2.000 euro vandaan komt. De centenindex wordt inderdaad toegepast op de hoger dan gemiddelde pensioenen, dus de pensioenen boven 2.000 euro. Dat is de grens.

 

U kunt het oneens zijn met de keuze van die grens. Daar heb ik geen probleem mee. U kunt het er niet mee eens zijn, maar beweren dat wij op die vragen nooit hebben geantwoord, klopt niet. Het gaat om pensioenen hoger dan het gemiddelde pensioen, dus de pensioenen boven de 2.000 euro. De lager dan gemiddelde pensioenen worden volledig gevrijwaard.

 

Wat de gezinsdimensie betreft, is om de centenindex eenvoudig en transparant uitvoerbaar te maken inderdaad gekozen voor een eenvoudige en uniforme toepassing voor alle pensioenen en sociale uitkeringen boven de 2.000 euro. Elke andere oplossing zou bijzonder complex en onuitlegbaar zijn.

 

01.91  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, u luistert gewoonweg niet naar mijn vraag. Ik heb u gevraagd hoe u aan dat bedrag bent gekomen. U hebt daar niet op geantwoord. U zegt 2.000 euro. U vindt dus dat dat een hoog pensioen is. Dat is het besluit. U vindt dat dat een hoog pensioen is. Hoe u aan dat bedrag bent gekomen, is de vraag. 2.000 euro is voor minister Jan Jambon een hoog pensioen.

 

De voorzitter: Als er niemand nog vragen heeft over het luik pensioenen, stel ik voor dat we naadloos overgaan naar het luik fiscaliteit. Daarvoor zijn collega Bilmez en collega Van Quickenborne ingeschreven.

 

Collega Bilmez, aan u het woord.

 

01.92  Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ik was niet van plan om vandaag het woord te nemen, maar ik werd wakker en las in De Tijd de volgende titel: "Belastingclaims tegen Katoen Natie," de bedrijven van Fernand Huts, "nog groter dan gedacht."

 

In dat artikel lees ik dat Fernand Huts, de derde rijkste Belg, met een fortuin van 5,1 miljard euro, althans voor zover bekend, via een ingenieuze constructie honderden miljoenen euro's aan dividenden onbelast uit België heeft weggesluisd. De Tijd legt uit hoe dat in zijn werk gaat. Honderden miljoenen euro's worden vanuit Belgische dochterbedrijven doorgesluisd naar het moeder- en grootmoederbedrijf in Luxemburg en vervolgens naar het overgrootmoederbedrijf in het belastingparadijs Jersey. Nergens betaalt men belastingen op die miljoenen sommen. Daarna keert dat onbelast geld vanuit Jersey via Luxemburg opnieuw terug naar België. In 2020 ging het om 66 miljoen en in 2019 om 93 miljoen euro. Dat zijn dan nog maar twee jaren, want de fiscus onderzoekt nog meer dossiers.

 

Mijnheer de minister, mijn eerste vraag is wat u daarvan vindt. Ik weet dat de heer Huts u vorig jaar een open brief stuurde, zeggende dat de fiscus te ver ging. Wat vindt u daarvan? Wij spreken u al sinds het begin van de regering aan over die fameuze DBI-regeling, want wij stellen dat die misbruikt wordt door de allerrijksten van de maatschappij. U bleef dat ontkennen, maar vandaag staat uw eigen administratie tegenover Fernand Huts over die DBI-regeling en bewijst de administratie dat die regeling misbruikt wordt. Ik herhaal dat het in 2020 om 66 miljoen euro en in 2019 om 93 miljoen euro. Wat vindt u van dat dossier? Gaat u eindelijk akkoord dat die DBI-regeling een fiscaal achterpoortje is dat misbruikt wordt door de rijksten van ons land en van Europa?

 

Mijn tweede actualiteitsvraag gaat over de Nationale Loterij. Zoals iedereen weet, vloeit een groot deel van de inkomsten van de Nationale Loterij via subsidies naar allerlei maatschappelijk nuttige projecten. In principe heeft de Nationale Loterij een eigen subsidiecomité dat die aanvragen onderzoekt en daarna een beslissing neemt. Sinds 2022 heeft de Nationale Loterij 6.649 projecten aanvaard. Daarna is er nog één schakel in heel die cyclus, namelijk dat de minister zijn handtekening moet zetten. Dat is normaal een formaliteit. Van die 6.649 aanvragen heeft de minister er 2 geweigerd. Over de ene weten we niets, dat was waarschijnlijk vóór uw aantreden. Over de andere aanvraag weten we dat die door Apache werd ingediend, een magazine voor onderzoeksjournalistiek. Apache heeft in Antwerpen sommige zaken van de N-VA naar boven gebracht. Mijnheer de minister, waarom hebt u beslist om die subsidieaanvraag te weigeren?

 

01.93 Minister Jan Jambon: Mijnheer Bilmez, de aanleiding van uw vraag is een individueel dossier, maar over individuele dossiers doe ik geen uitspraken.

 

Met betrekking tot de DBI-regeling, we hebben het daarover al uitgebreid gehad in de commissie en ik heb u toen een uitgebreid antwoord gegeven. Deze regering heeft de DBI-regeling al verscherpt. Wanneer iemand misbruik maakt van zo’n regeling, zal dat uiteraard worden aangepakt, maar het komt de bevoegde instanties toe om zich daarover uit te spreken.

 

Met betrekking tot de Nationale Loterij, als de functie van minister erin zou bestaan om gewoon klakkeloos een handtekening te zetten onder iets van een niet-verkozen, technisch orgaan, dat trouwens zeer respectabel werk levert, dan heeft het geen zin en schaft men dat beter af. Natuurlijk voeren wij een ultieme controle uit om na te gaan of alles in overeenstemming is met de regels. Het subsidiecomité levert goed werk, want het is nog maar twee keer gebeurd dat een minister heeft vastgesteld dat regels werden overschreden. In het specifieke geval van Apache gaat het erover dat subsidies worden aangewend voor zaken waarvoor ze niet bedoeld zijn, namelijk voor loonvorming. Daarvoor zijn die subsidies niet bedoeld. Dat is de reden waarom ik onder dat specifieke dossier mijn handtekening niet heb gezet. Het andere dossier lag trouwens niet bij mij.

 

Als men hier vindt dat de minister alles wat het subsidiecomité voorlegt zomaar klakkeloos moet goedkeuren, dan ben ik het daarmee niet eens. Gelukkig werkt het subsidiecomité goed, want het gaat om duizenden dossiers, die de minister telkens kon ondertekenen.

 

Als u denkt dat mijn beslissing ideologisch gemotiveerd was, dan nodig ik u uit om te bekijken wie allemaal van die subsidies gebruikmaakt. Dat zijn zeker niet allemaal Vlaams-nationale organisaties, om niet te stellen dat u de Vlaams-nationale organisaties waarschijnlijk met een heel groot vergrootglas zult moeten zoeken.

 

01.94  Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ik weet inderdaad niet welke van die 6.649 dossiers Vlaams-nationale projecten zijn en welke niet. Ik weet wel dat Apache veel problemen heeft veroorzaakt voor de N-VA. Apache heeft een paar schandalen naar boven gebracht. Aan toeval hecht ik niet al te veel geloof en het is dan ook bijzonder toevallig dat van 6.649 dossiers er 2 geweigerd zijn, waarvan één de N-VA in zoveel moeilijkheden heeft gebracht. Apache heeft immers schandalen naar boven gebracht over de vastgoedmarkt, in de immokantoren, enzovoort. Die artikels heb ik gelezen en ik vind dat Apache supergoed werk levert.

 

Het dossier waarover u het hebt, met loonvorming, was een project om onderzoeksjournalisten op te leiden. Ik vind het erg spijtig dat een minister – oké, u bent van de N-VA en Apache heeft uw partij geviseerd, maar niet alleen uw partij – dat project tegenwerkt. U zegt dat aan de aanvraag loonvoorwaarden waren verbonden, of weet ik veel wat; kortom, het subsidiecomité heeft zijn werk niet goed gedaan. Dat kende de voorwaarden niet goed en heeft een foute beslissing genomen. U komt daar nu op terug, enkel daarom, en niet omdat Apache de N-VA heeft geviseerd. Sorry, maar voor mij is dat niet echt geloofwaardig.

 

Ook op de DBI-regeling wil ik nog even ingaan. U zegt dat u die verscherpt hebt. Niet echt, mijnheer de minister. Om er gebruik van te maken, moet een holding 10 % van een bedrijf bezitten, en dan wordt ze vrijgesteld van belastingen op dividenden of meerwaarden. Er is een andere voorwaarde: 10 % of 2,5 miljoen euro bezitten. U hebt daar 4 miljoen van gemaakt. Dat is de enige verscherping. Die 10 %-voorwaarde geldt nog altijd. Dat is typisch, toch? Wie bezit immers 4 miljoen of 10 % van een bedrijf? Dat zijn precies mensen als Fernand Huts.

 

Dat is wat we aanklagen. Hoe meer vermogen men heeft in dit land, hoe hoger men op de schaal zit, des te meer men gebruik kan maken van zulke dingen. We zien hier een concreet voorbeeld. Fernand Huts heeft een open brief gestuurd: wat is dat, wat doet de fiscus, waarom valt die mij aan?

 

Er zijn nog maar gegevens over twee jaren bekend, samen goed voor 150 miljoen. We kennen de andere dossiers nog niet. Gelukkig krijgen we nu info van Luxemburg, waardoor de fiscus die constructie kan zien. Ik wil niet weten hoeveel van zulke constructies er nog meer bestaan.

 

De advocaat van Katoen Natie zegt dat het perfect legaal is. Misschien heeft hij gelijk. Want dat is het probleem in ons belastingstelsel. Een gewone mens betaalt 40 % of 50 % van zijn inkomsten aan de belastingen. Dan hebben we het nog niet eens gehad over de btw of over accijnzen. Op een gewoon inkomen wordt zoveel belasting betaald. En dan is er Fernand Huts die in twee jaren minstens 150 miljoen euro aan belastingen niet heeft betaald. 150 miljoen, dat is een vierde van jullie meerwaardetaks. Eén iemand!

 

Dus alstublieft, bekijk dat systeem. Die DBI-regeling wordt misbruikt. Hoeveel voorbeelden moeten er nog komen voor u daar iets aan doet? Het is gemakkelijk om tegen de gepensioneerden sterk en hard te zijn. Durf ook eens tegen die mensen hard te zijn, mijnheer de minister.

 

De voorzitter: Mijnheer Bilmez, ook al is de heer Fernand Huts een publieke figuur, maar aangezien hij zich hier niet kan verdedigen, vraag ik u om dergelijke uitspraken tot het minimum te beperken.

 

01.95  Lode Vereeck (VB): Mijnheer de minister, ik heb gisteren geprobeerd om een overzicht te maken van de netto-impact van alle maatregelen die de regering op de bevolking afvuurt. U kreeg van de Raad van State het verwijt dat u eigenlijk volledig blind vaart. U hebt namelijk geen enkel idee van de impact van uw maatregelen op de bevolking en in het bijzonder op de kwetsbare groepen.

 

Mijnheer de minister, u en de voorzitter van de commissie hebben ons microsimulaties beloofd. Ik heb twee vragen. Ten eerste, het wetsontwerp over de hervorming van de personenbelasting werd al bijna een maand geleden in de commissie ingediend. Waarom hebben wij de microsimulaties niet onmiddellijk gekregen?

 

Ten tweede, bent u bereid om, naast de microsimulaties met betrekking tot de personenbelasting, die door de Inspectie van Financiën zijn gemaakt, ook een globaal beeld te geven van wat al die maatregelen, de btw-hervorming, de pensioenverlaging, betekenen voor een doorsnee gezin en voor de bevolking in haar geheel?

 

01.96 Minister Jan Jambon: Mijnheer Vereeck, heel simpel, wat de microsimulaties betreft kom ik gewoon de afspraken na die we in de commissie hebben gemaakt. We hebben afgesproken dat de commissie, één week voor de bespreking van de wet op de hervorming van de persoonsbelastingen wordt aangevat, de microsimulaties krijgt. De heer Vanbesien heeft dat vorige week nog eens bevestigd. Dat is een afspraak in de commissie en die zal ik, zoals ik altijd doe, nakomen.

 

U vraagt ook om nog bijkomende berekeningen te doen. Ik denk dat we in de commissie al heel veel werk op de plank hebben liggen. Laten wij eerst dat doen. Dan komt er in de toekomst misschien ruimte om nog meer berekeningen te maken.

 

01.97  Lode Vereeck (VB): Mijnheer de minister, ik begrijp niet waarom we daar zo lang op moeten wachten, want ze zijn beschikbaar. De Raad van State verwijst daarnaar. Het advies van de Raad van State zit in het document met het wetsontwerp. Wij lezen dat, maar eigenlijk weten we niet waarover het gaat.

 

Ik begrijp niet waarom we nog moeten wachten tot een week voor de bespreking. Dat brengt mij bij de volgende vraag: wanneer vindt die bespreking plaats? Volgens mij ligt dat ook nog niet vast. Normaal gezien had de bespreking van die wet over de personenbelasting gisteren moeten plaatsvinden. We waren ons daarop aan het voorbereiden, maar nu is het wachten. Ik stel daarom voor dat u die simulaties al eerder bezorgt. Als de afgesproken datum 18 maart was, dan had u ze eigenlijk al een week eerder aan ons kunnen overmaken.

 

01.98  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer Jambon, ik kom nog even terug op de heel interessante discussie over de subsidie aan Apache. Die hebt u geweigerd, omdat ze zou dienen om loonkosten te betalen. Van de meer dan 6.000 dossiers die de voorbije jaren zijn gepasseerd, zijn er eigenlijk maar twee die niet op een ministeriële handtekening kunnen bogen, waaronder het dossier van Apache. Mijnheer de minister, bent u er zeker van dat in de 99,9 % goedgekeurde dossiers, geen enkele subsidie dient om loonkosten te dekken, uw argument voor uw weigering? Dat is niet het geval. Waarom pikt u er dan net Apache uit om de subsidie te weigeren?

 

Uw weigering is natuurlijk niet toevallig, ze is ingegeven door het feit dat Apache heel kritisch is ten aanzien van uw partij en de manier waarop in Antwerpen met de vastgoedsector wordt omgegaan. Dat komt neer op willekeur. Mijnheer de minister, hebt u, ja of neen, alle dossiers gescreend op de vraag of de subsidies al dan niet worden gebruikt voor de betaling van loonkosten?

 

01.99 Minister Jan Jambon: Ik kan niet beweren dat ik alle dossiers heb gescreend. Natuurlijk bekijk ik dossiers, die mijn medewerkers nadien opvolgen. U zult vaststellen dat er op de lijst van gesubsidieerde projecten, instanties en verenigingen er zeker zijn waarvan de afstand tot mijn ideologie heel erg ruim is. Dat is dus nooit een criterium. Ik heb dat nooit toegepast, ook niet toen ik minister van Cultuur was.

 

Ik heb mijn handtekening niet onder de subsidieaanvraag van Apache gezet, omdat het dossier onvolkomenheden bevat. Als de minister maar klakkeloos een handtekening zou moeten zetten onder aanvragen en ze valideren ondanks de vaststelling van onregelmatigheden, vertrouw die taak dan maar toe aan subsidiecomités. U mag niet eisen dat een minister maar klakkeloos ondertekent.

 

01.100  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Er is niemand die beweert dat u dat klakkeloos moet doen, maar u moet wel consequent zijn. Als u op mijn vraag antwoordt of u zeker bent dat alle dossiers door u op hetzelfde criterium zijn gescreend, dan antwoordt u dat u niet kunt meegeven of ze allemaal gescreend zijn.

 

Dat doet bij mij het vermoeden rijzen dat u heel specifiek dat ene subsidiedossier hebt geviseerd. Dat u subsidieaanvragen groen licht hebt gegeven, ook al zit u ideologisch niet op dezelfde lijn, daarvan ben ik zeker. Waarom zou u anders net dat dossier eruit halen?

 

Apache is een nieuwsmedium dat te lastig is. Zoals u ook in de Vlaamse regering subsidies hebt geweigerd aan organisaties die te kritisch zijn voor de Vlaamse regering, zo doet u dat hier nu ook.

 

U hebt een duidelijke strategie die ideologisch geïnspireerd is. Nu wil u een nieuwsmedium monddood maken. Proficiat, echt waar.

 

01.101  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik wil het met u hebben over de sterkste schouders. Gisteren hebben we het daarover gehad met de heer Bertels. Er was een onderzoek van Het Laatste Nieuws naar de ziekenfondsen. Uit dat onderzoek bleek dat de ziekenfondsen op 1,45 miljard euro uit hospitalisatieverzekeringen 0 euro belastingen betalen. U hebt toen gezegd in Het Laatste Nieuws, in december van vorig jaar, dat dat eigenlijk niet kan en dat ziekenfondsen ook belastingen moeten betalen, zoals klassieke private verzekeraars dat ook moeten doen.

 

Ik heb die vraag ook gesteld aan de heer Bertels. Hij zei dat hij het niet wist, maar hij moet het gewoon vragen aan de moeder van de voorzitter van zijn partij, want zij is de chef van het socialistisch ziekenfonds en zou dat perfect kunnen uitleggen. De ziekenfondsen ontspringen dus de dans. Dat zijn de sterkste schouders en ze betalen 0 euro belastingen. De heer Bacquelaine weet dat ook, want hij heeft daarover vragen gesteld.

 

U hebt in december een belofte gedaan om wel belastingen op te leggen aan de ziekenfondsen. Wanneer zult u die belofte waarmaken? Dank voor uw antwoord.

 

01.102 Minister Jan Jambon: Mijnheer Van Quickenborne, ik heb het al een paar keer gezegd in de commissie en nu bewijst u opnieuw dat u formidabel bent in het verdraaien van iemands uitspraken, zodat ze goed in uw kraam passen. Ik vind dat u daarin een onevenaarbare artiest bent.

 

Toen dat artikel in de pers verscheen, heb ik gezegd dat we dat fenomeen zouden onderzoeken. Ik heb nooit gezegd dat we de ziekenfondsen zouden belasten. Conform het regeerakkoord wordt een hervorming van de non-profitfiscaliteit voorbereid. De vraag is of ziekenfondsen volledig onder de non-profitfiscaliteit vallen of dat er ook elementen van profitfiscaliteit zijn. We zullen dus een hervorming van de non-profitfiscaliteit doorvoeren en de specifieke situatie van de ziekenfondsen zal daarin aan bod komen.

 

01.103  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik heb het artikel van Het Laatste Nieuws bij me. Uw partij is immers goed in het zeggen dat een medium, bijvoorbeeld de VRT, heeft gelogen. Het is altijd de fout van de media bij de N-VA.  Ik citeer wat u daarin zegt: “Als we iedereen die winst maakt zwaar belasten, vind ik dat dat ook moet gelden voor de ziekenfondsen.” U zegt dus niet enkel dat u een onderzoek zult doen, u zegt dat dat ook moet gelden voor de ziekenfondsen.

 

Dat hebt u beloofd. Mijn vraag is dus wanneer u die belofte zult waarmaken.

 

01.104 Minister Jan Jambon: Dat past in het kader van de herziening van de non-profitfiscaliteit. In de non-profit worden geen winsten gemaakt. Als ziekenfondsen met heel hun activiteiten onder het non-profitstelsel vallen, maken zij geen winsten. Als de ziekenfondsen profitactiviteiten uitoefenen, dan moet een en ander als profit worden beschouwd. We zullen dat vraagstuk aanpakken in het kader van de herziening van de non-profitfiscaliteit.

 

01.105  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Er zijn precies veel kaders in het Parlement. Collega Van den Heuvel is daar ook sterk in.

 

Ik wil u één tip geven. Volg wat de heer Bouchez heeft voorgesteld. Hij heeft op een nieuwjaarsreceptie gezegd dat men minstens 300 tot 400 miljoen kan halen bij de ziekenfondsen. Als u straks een budgettaire oefening houdt, in plaats van weer het geld te halen bij de gewone mensen, via de accijnzen, de meerwaardetaks, de zelfstandigentaks en de roerende voorheffing die u hebt opgetrokken naar 18 %, haal het geld waar het echt zit. Haal het bij de rijken en bij de ziekenfondsen. Zij zitten op een budget van 6 miljard euro en ze betalen 0 euro belasting, omdat de socialisten van de heren Bertels en Rousseau de ziekenfondsen beschermen. De moeder van de heer Rousseau is daar de voorzitter en die zegt maar één iets: u moet van ons afblijven, wij zullen geen belastingen betalen.

 

Mijnheer de minister, het is tijd dat u dat rechttrekt en het geld haalt waar het effectief zit.

 

01.106  Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le ministre, je souhaiterais revenir sur la réponse que vous avez apportée à la question de M. Vereeck il y a quelques instants et à la demande que nous avons formulée hier soir, collectivement avec les partis de l'opposition, et qui visait à obtenir ces micro-simulations réalisées dans le cadre de la réforme de l'impôt des personnes physiques que vous portez avec votre gouvernement.

 

Monsieur le ministre, je ne comprends pas la réponse que vous venez de donner. En commission des Finances, vous avez pris l'engagement de mettre ces micro-simulations à la disposition des parlementaires. Elles existent donc bien. Elles ont été utilisées dans le cadre de la préparation de votre réforme, ainsi que – et le Conseil d'État y fait référence – dans le cadre des échanges avec la haute juridiction administrative. Je ne comprends donc pas pourquoi vous les gardez pour vous vu leur importance pour comprendre les impacts concrets de votre réforme. Ces micro-simulations doivent être mises à la disposition de l'ensemble des parlementaires le plus rapidement possible, voire immédiatement, de façon à ce que nous puissions, avec nos collaboratrices et nos collaborateurs, faire correctement notre travail et préparer les échanges et les débats que nous aurons avec vous à ce sujet dans quelques jours, en commission.

 

Monsieur le ministre, je ne comprends pas pourquoi vous les gardez pour vous. Avez-vous quelque chose à cacher? Pensez-vous que ces simulations pourraient générer toute une série de questions, alimenter les débats et vous mettre en difficulté? Si elles sont disponibles, monsieur le ministre, j'exige que vous les mettiez immédiatement à la disposition de l'ensemble des parlementaires.

 

01.107  Jan Jambon, ministre: Je fais référence à la réponse que j'ai donnée tout à l'heure aux mêmes questions.

 

01.108  Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le vice-premier ministre, je vous disais que le motif de ma question, c'était votre réponse, à mes yeux, insuffisante et problématique par rapport au fonctionnement et à la transparence nécessaire au travail parlementaire.

 

Ces micro-simulations existent, elles ont été réalisées et elles ont été utilisées. Pourquoi ne sont-elles pas disponibles pour l'ensemble des parlementaires? C'est totalement incompréhensible, monsieur le ministre, sauf à penser que vous avez effectivement quelque chose à cacher et que ces micro-simulations vous ennuient, parce qu'elles risquent de générer de la frustration dans la population et des questions au niveau des parlementaires, de la commission des Finances et de l'ensemble de cette Assemblée. Vous avez donc quelque chose à cacher, monsieur le ministre, si vous ne souhaitez pas mettre ces micro-simulations à disposition des parlementaires.

 

01.109  Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, ik wil nog even terugkomen op het dossier Apache. Ik begrijp de logica immers niet zo goed.

 

U zegt dat die subsidie werd gebruikt voor loonkosten en dat u ze daarom hebt geweigerd. Collega Van Hecke vroeg vervolgens of andere van die 6.600 dossiers niet ook voor loonkosten werden gebruikt. U antwoordde dat u niet alles kunt inzien.

 

U zei ook dat uw taak als minister niet is om klakkeloos te ondertekenen en dat u dus ook moet kijken naar de dossiers. U gaf echter zelf toe dat u niet naar alle dossiers kijkt. Mag ik dan concluderen dat u specifiek het dossier van Apache hebt gecontroleerd, maar niet alle andere dossiers? U wist ook niet bij de andere dossiers wat is gebruikt voor loonkosten. Mijn vraag is dan: waarom hebt u naar Apache wel gekeken en naar al die duizenden andere dossiers niet?

 

01.110 Minister Jan Jambon: Ook hier wil ik opmerken dat ik niet heb gezegd dat ik niet naar al die dossiers kijk. De heer Van Hecke heeft mij gevraagd of ik al die dossiers een voor een heb bekeken. U vroeg mij of ik daar 100 % zeker van was. Ik ben echter op een leeftijd gekomen dat ik van niets meer 100 % zeker ben. Ik  kan dus niet met de hand op het hart zeggen dat elk dossier is bekeken. Dossiers worden beoordeeld en het dossier van Apache is daarbij bekeken. Mag ik naar dossiers kijken die mij ter handtekening worden voorgelegd?

 

01.111  Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Natuurlijk mag u kijken; dat is uw taak. Ik zie echter de consistentie niet in uw antwoorden. Soms zegt u dat u niet alles hebt bekeken. U verwijst naar uw leeftijd, maar ik denk dat u nog altijd sterk genoeg bent om te weten waarom u naar Apache wel hebt gekeken en naar andere dossiers niet.

 

Het lijkt er dus op dat u specifiek een nieuwsmedium hebt gekozen dat kritisch is tegenover uw partij. Dat vind ik superspijtig voor onze werking en voor de democratie.

 

01.112  Lode Vereeck (VB): Mijnheer de minister, ik vermoed dat er op uw kabinet wel een magnetron is. Ik vraag me af of er ook internet, televisie en radio aanwezig zijn. In dat geval hebt u waarschijnlijk gezien dat de wereld in brand staat en dat er aanvallen hebben plaatsgevonden op olie- en gasinstallaties. Ik vermoed ook dat u vanochtend hebt rondgereden en tankstations hebt gezien. Mijn vraag is al eerder gesteld, maar ik wil uw antwoord graag horen. U overweegt blijkbaar om met een omgekeerde cliquet te gaan werken. Vanaf welk prijsniveau acht u de prijzen exorbitant genoeg om dit systeem te herintroduceren?

 

Vanaf welke prijs en vooral binnen welke termijn overweegt u dat? Er wordt erover gesproken, maar de mensen voelen de pijn nu. Het zou interessant zijn, zeker op een moment waarop de schatkist goed gevuld wordt met stijgende btw-ontvangsten, dat u een indicatie geeft van de kantelprijs waarop u zult ingrijpen via het omgekeerde cliquetsysteem? Op welke termijn zou dat gebeuren?

 

01.113 Minister Jan Jambon: Zoals ik hier gisteren al heb gezegd, volgen we de zaken op. We bereiden momenteel de herziening van het prijsbeschermingsmechanisme voor, het door de vorige regering ingevoerde zogenaamde omgekeerde cliquetsysteem. Veel partijen zijn daar ook vragende partij voor. De regering vraagt om voorstellen te doen, maar momenteel is dit nog niet geagendeerd binnen de regering. De regering treft alleszins voorbereidingen om dit toe te passen zodra zij dit noodzakelijk acht.

 

01.114  Lode Vereeck (VB): Ik heb de indruk dat de regering er zelf nog niet uit is. Minister Van Peteghem verwees immers naar u. U verwijst op uw beurt dan weer naar de regering en naar minister Van Peteghem. U hebt vanochtend gemonitord. Ik heb gemonitord. Wij zijn allemaal aan het monitoren. Wanneer slaat de schrik u om het hart? Is dat vanaf 2,1 euro? U houdt de prijzen in het oog, maar vanaf welke prijs zult u in actie schieten? Die vraag leeft bij de mensen. Is dat vanaf 2,4 euro per liter aan de pomp?

 

01.115 Minister Jan Jambon: De prijs is een te simpel criterium, het gaat ook over de duurtijd van de crisis. Op pieken onmiddellijk reageren, lijkt mij niet verstandig. De hoogte van de prijs is een element, maar ook de duur van de crisis. Ik kan u geen algoritme geven en ik wil dat ook niet doen. We zullen dat in de regering op het juiste moment aanpakken en beslissen.

 

01.116  Lode Vereeck (VB): Dat is een vreemde redenering. Een omgekeerde cliquet werkt in op de prijzen, niet op de periode. Ik stel u opnieuw de vraag hoelang mensen pijn moeten lijden. Hoelang is die pijnperiode voor u? Vanaf welke prijs grijpt u in?

 

01.117 Minister Jan Jambon: Ik heb net gezegd dat dit een regeringsbeslissing is en dat we daar geen strikt algoritme voor hebben.

 

01.118  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, de begroting bevat heel veel belastingverhogingen, maar er is een lichtpuntje, namelijk de verhoging van de belastingvrije som. Die oefening is gemaakt. Voor een gezin met 3 kinderen ten laste stijgt de belastingvrije som van 22.900 euro naar 22.990 euro. Dat is nagenoeg niets. Concreet betekent dat 3 euro netto per maand. Zoals mijn collega Coenegrachts al zei, als men één keer tankt, is die 3 euro foetsie en is men zelfs een veelvoud kwijt.

 

Mijnheer de minister, uit mijn onderzoek blijkt nu ook dat voor een gezin met 5 kinderen, die bestaan ook nog, de belastingvrije som daalt, van 37.390 euro naar 37.130 euro. Dat betekent dat die familie er door de fameuze belastinghervorming - en ik kijk naar gezinspartij cd&v, mevrouw Van Hoof en mijnheer Van den Heuvel - 120 euro per jaar op achteruitgaat. Dat is dus geen belastingverlaging, maar een belastingverhoging, mevrouw Muylle. Mijnheer de minister, wat vindt u daarvan?

 

01.119 Minister Jan Jambon: Als u de belastinghervorming nu wilt bespreken, kunnen we ze dan straks ook ineens goedkeuren. U zult uitgebreide simulaties ontvangen en vervolgens zullen we in de commissie ruimschoots de gelegenheid hebben om alle gevallen te bespreken.

 

De regering wil echter inderdaad de 1,3 miljoen gezinnen met 1 of 2 kinderen ondersteunen door het fiscaal voordeel voor 1 of 2 kinderen ten laste sterk te verhogen. Voor 1 kind stijgt dat voordeel tegen 2029 met ongeveer 33 %. De toeslag voor 3 kinderen ligt 6 keer hoger dan dat voor 1 kind – niet 3 keer, maar 6 keer hoger. Voor 4 kinderen loopt dat op tot bijna 10 keer hoger.

 

Het is effectief een keuze om de fiscaliteit aan te passen aan de hedendaagse realiteit, waarin meer eenoudergezinnen en gezinnen met één of twee kinderen voorkomen. Alle andere cases zullen uitgebreid aan bod komen tijdens de commissiewerkzaamheden in de komende weken.

 

01.120  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dank u, mijnheer de minister. Straks zal de meerderheid de begroting goedkeuren en dit zit in de begroting. Wat ik hier vertel, is dus geen fictie, maar realiteit.

 

U bevestigt eigenlijk dat het ondersteunen van gezinnen met 1 of 2 kinderen gebeurt ten koste van grotere gezinnen. Zij gaan er dus op achteruit. Dat hebt u net gezegd. Ik vind het dan ook onwaarschijnlijk dat een gezinspartij als cd&v dat steunt.

 

Wat heeft men plots tegen gezinnen met 4 of 5 kinderen? Men zou die mensen dankbaar moeten zijn. Neem bijvoorbeeld de heer Coenegrachts. Men ziet het niet aan hem, maar hij heeft 5 kinderen. Wat heeft hij verkeerd gedaan? Hij draagt toch bij aan de ontwikkeling van onze maatschappij? U hebt zelf gezegd dat hoe meer kinderen er geboren worden, hoe beter we onze pensioenen kunnen financieren. Wat doet de regering echter? Ze verhoogt de belastingen voor grote gezinnen. Waar zijn we mee bezig? Dat is onbegrijpelijk.

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, wenst u daarop te reageren? (Nee)

 

Collega Vereeck heeft nog een vraag.

 

01.121  Lode Vereeck (VB): De heer Van Quickenborne legt hier toch wel een heel interessante casus op tafel. Mensen nemen in hun leven bepaalde beslissingen. Ook de heer Coenegrachts heeft de beslissing genomen om twee, drie, vier, vijf kinderen te nemen. Hij doet dat natuurlijk op basis van de bestaande fiscaliteit. Op basis van gemaakte afspraken hebben mensen beslist om een klein of een groot gezin te stichten. Terwijl de kinderen ten huize Coenegrachts opgroeien, wordt de financiële situatie van dat gezin gewijzigd. Dat kan voor mij niet door de beugel.

 

Mijnheer de minister, wordt dit opnieuw een maatregel met terugwerkende kracht? Of gebeurt dit niet met terugwerkende kracht, zoals bij de meerwaardebelasting, wat ik een goede zaak vind?

 

01.122 Minister Jan Jambon: Dit gaat over de definitie van terugwerkende kracht. Dan zou men niets meer mogen wijzigen. Dat zou betekenen dat, als men uitgaat van een loopbaan van 45 jaar, het pensioensysteem ondertussen niet meer mag worden gewijzigd. Dan mag men ook de personenbelasting niet meer wijzigen.

 

Ik heb een andere definitie van terugwerkende kracht. Een maatschappij evolueert. Daar moet rekening mee worden gehouden, zeker wanneer men een catastrofaal budgettair gat moet trachten te vullen.

 

01.123  Lode Vereeck (VB): Ik vind dit hallucinant. U begrijpt het begrip terugwerkende kracht gewoon niet. Ik heb al een carrière van 42 jaar achter de rug. Stel dat men uitgaat van een loopbaan van 45 jaar. Natuurlijk zullen er dingen veranderen. Geen terugwerkende kracht betekent niet dat er gedurende 45 jaar niets verandert. De wereld verandert, de arbeidsmarkt verandert, de loopbanen veranderen. Hervormen is dus geen probleem. Als iemand 45 jaar werkt, kan ik mij best voorstellen dat er na 20 jaar iets verandert. Dan geldt dat voor de volgende 20 jaar, zodat men zich nog kan aanpassen en niet voor de eerste 20 jaar.

 

Terugwerkende kracht betekent dat verworven rechten behouden blijven en dat nieuwe maatregelen ingaan vanaf de datum van invoering. De nieuwe maatregelen gaan in vanaf het fotomoment, zoals u dat noemt. Dat is nu al de derde keer dat ik u dat hoor zeggen. U kunt toch niet geloven dat er gedurende 45 jaar niets zal veranderen?

 

Uiteraard geloven wij dat niet. Er zal iets veranderen, maar vanaf de datum van invoering. Kan iemand aan dat kabinet uitleggen wat terugwerkende kracht betekent voor verworven rechten?

 

De voorzitter: Collega’s, een aantal leden heeft mij al subtiel laten weten dat zij heel grote honger hebben. Ik wil ook zelf, zoals afgesproken, de vergadering tijdig schorsen. Ik noteer nog een vraag van de heer Van Quickenborne. Ik kijk nog even in de zaal of er nog leden zijn die vragen hebben. (Neen.)

 

In dat geval werken wij nog de vraag van de heer Van Quickenborne af. Daarna schors ik tot 14.15 u.

 

Collega Van Quickenborne, u hebt één minuut spreektijd om uw vraag te stellen.

 

01.124  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Het zal zelfs geen minuut duren.

 

Mijnheer de minister, ik wil nog even terugkomen op die grote gezinnen want dat is een belangrijk punt. Het gaat natuurlijk niet alleen over de heer Coenegrachts, maar over alle mensen met een groot gezin. Eigenlijk verklaart u dat die gezinnen zich moeten aanpassen. Zij moeten zich maar aanpassen. Zoals vrouwen zich moeten aanpassen bij de pensioenen, moeten die grote gezinnen zich maar aanpassen.

 

Het punt is echter dat zij zich niet kunnen aanpassen. Voor de pensioenen kunnen zij eventueel nog langer werken. Wat moeten zij hier echter doen? In plaats van terugwerken, moeten zij terugtrekken. Zij kunnen niet meer terugtrekken. Die kinderen zijn er. Een gezin met vijf kinderen kan toch niet beslissen om er twee aan de kant te schuiven zodat het gezin nog maar die kinderen heeft en de belasting niet moet betalen?

 

Waar bent u mee bezig? Waarom laat u grote gezinnen extra belastingen betalen? Dat is toch niet uit te leggen? Wat hebt u tegen de grote gezinnen? Zij zijn de toekomst van onze maatschappij. Ik kom zelf uit een gezin van vijf kinderen. Ik was de oudste. U had er vier. Ons gezin had zes kinderen. Wij gaan onze mama’s toch niet afvallen? Dat doen wij toch niet?

 

Wat hebt u op die vraag te antwoorden?

 

01.125 Minister Jan Jambon: Ik blijf bij wat ik daarstraks daarop heb gezegd. Ik houd bijvoorbeeld geen rekening met het opstuwende effect van de belastingvrije som op de toeslagen voor kinderen ten laste. We moeten dat geval per geval bekijken. Het is complexer dan alleen dat ene element. We zullen tijdens de commissie tijd en ruimte genoeg hebben om alle specifieke gevallen een voor een te doorgronden. Waarom is een eerste kind minder belangrijk dan een vijfde kind in het huidige fiscale systeem? Dat laten we nu evolueren. Ik stel voor dat we al die dingen in detail in de commissie bespreken.

 

01.126  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik begrijp dat u meer wilt doen voor de kleine gezinnen, maar waarom moeten de grote gezinnen erop achteruit gaan? Zorg dat iedereen erop vooruitgaat, de ene misschien wat meer dan de andere, om die ongelijkheid weg te werken. Daar hebben we geen probleem mee. Zorg dat er niemand op achteruitgaat.

 

Mijnheer Bertels, u bent van de partij Vooruit, maar voor grote gezinnen is het achteruit. Dat is uw verantwoordelijkheid. Die wet komt naar het Parlement en ik reken erop dat die wordt aangepast opdat de grote gezinnen worden gerespecteerd door deze regering, in plaats van afgeschoten.

 

De voorzitter: Dank u, collega Van Quickenborne.

 

Bij deze sluit ik het luik met minister Jambon af. Ik dank hem voor zijn aanwezigheid. Straks starten we opnieuw met minister Verlinden, de minister van Justitie.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 19 maart om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi le 19 mars à 14 h 15.

 

De vergadering wordt gesloten om 13.23 uur.

La séance est levée à 13 h 23.

 

 

Dit verslag heeft geen bijlage.

 

Ce compte rendu n'a pas d'annexe.