|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Woensdag 18 maart 2026 Avond ______ |
du Mercredi 18 mars 2026 Soir ______ |
De vergadering wordt hervat om 20.48 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est reprise à 20 h 48 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is hervat.
La séance est reprise.
Hervatting van de algemene bespreking
Reprise de
la discussion générale
De algemene bespreking is hervat.
La discussion générale est reprise.
01.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik weet niet of de nachtsessie al begonnen is; er is zo weinig volk in het halfrond dat ik me toch vragen stel. Waar is iedereen? Er is één lid van de N-VA.
De voorzitter: De belangrijkste mensen zijn er.
01.02 Alexia Bertrand (Anders.): Er is niemand van de cd&v-fractie, niemand van Les Engagés, één iemand van de MR. Ik meen dat het een truc is.
Laat ik beginnen, mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, met een eenvoudige vraag. Wat is voorliggende begroting nog waard? Morgen zullen we na drie maanden met voorlopige kredieten eindelijk een goedgekeurde begroting hebben, tenminste als de meerderheid in aantal is, want daar zijn we nog niet zeker van. Iedereen is het inderdaad ondertussen vergeten, maar we zijn nog met een noodbegroting bezig. Vandaar dat er zo laat over de begroting wordt gestemd. Het is morgen 19 maart en dan pas stemmen we over de begroting, terwijl we dat in december al hadden moeten kunnen doen.
Laten we eerlijk zijn, een begroting die met haken en ogen aan elkaar hangt, is geen begroting. Een begroting die achter de feiten aanloopt, is achterhaald. Morgen komen er nieuwe cijfers, maar ik hoor al in de wandelgangen dat die morgen niet voorgesteld worden, maar pas op maandag. Zou dat bewust zijn, zodat iedereen blind over de voorliggende begroting stemt?
Misschien weet minister Vandenbroucke waarom het Monitoringcomité zo laat de cijfers bekendmaakt? Men had morgen 19 maart eigenlijk aan de begrotingscontrole moeten kunnen beginnen op basis van het rapport van het Monitoringcomité met nieuwe cijfers. Men hoeft alvast geen budgetexpert te zijn om in te zien dat de tekorten almaar groter worden.
Dat brengt me eigenlijk bij de kern van mijn betoog, onderverdeeld in drie punten. Een speech moet gestructureerd zijn, zodat iedereen goed kan volgen. Ik volg het voorbeeld van collega Van Quickenborne.
Mijnheer de minister, ik zie drie fundamentele problemen. Ten eerste, u zou de begroting op orde brengen, maar die ambitie is weg, verdwenen.
Ten tweede, de cijfers kloppen niet.
Vous nous aviez promis un gouvernement d'ingénieurs mais, chers collègues, sur le plan budgétaire, c'est un gouvernement de bricoleurs. Ce ne sont pas des ingénieurs mais des bricoleurs! Les chiffres ne tiennent pas, et ce n'est pas moi qui le dis mais bien la Cour des comptes.
Ten derde, u zou de belastingen verlagen, maar het enige wat we tot nu toe hebben gezien, zijn nieuwe taksen en belastingverhogingen.
Laat ik ingaan op het eerste punt, namelijk de ambitie van de regering. U bent nog net op tijd, collega’s. Wat is eigenlijk de ambitie van de regering? Die vraag stel ik me al maanden. Voor wie nog niet weet wat er in het regeerakkoord staat, citeer ik er graag uit. Daarin lees ik op pagina 8: “De komende regering stelt zich tot doel tegen 2030” - dus na het einde van de legislatuur, maar goed - “op het niveau van entiteit I” – dat is de federale overheid – “het begrotingstekort te beperken onder de Europese drempel van 3 %”. Bij entiteit I gaat het alvast niet over de Europese drempel; dat dient om iedereen wat in de war te brengen. Laten we aannemen dat de ambitie duidelijk is, namelijk het federale tekort onder 3 % brengen tegen 2030. Waarom hebt u die ambitie laten varen, mijnheer de minister? U bent hier vanavond de enige vertegenwoordiger van de regering, mijnheer Vandenbroucke, dus moet ik mij tot u richten. Waarom hebt u die ambitie laten varen? Waarom heeft de heer Van Peteghem zijn woord gebroken? Hij heeft de lat verlaagd.
01.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Waar is minister Van Peteghem?
01.04 Alexia Bertrand (Anders.): Waar is de minister van Begroting, mijnheer de voorzitter? Dat is een goede vraag.
De minister van Begroting heeft de lat verlaagd en heeft gekozen voor een zeer technisch criterium: het uitgaventraject, de Europese uitgavennorm. Dat volstaat echter niet. Het Rekenhof stelt in zijn verslag – ik citeer – het volgende: “Het volgen van dat uitgaventraject volstaat niet om de overheidsfinanciën op middellange termijn te stabiliseren.” Dat is dus een illusie. Het Federaal Planbureau bevestigt dat. Luister goed naar de cijfers. Houd u goed vast, want u zult van uw stoel vallen: het tekort zal oplopen tot 6,2 % in 2030. Wat ik zeer erg vind, collega’s, is dat de regering-De Wever ons land na de verkiezingen veel slechter zal achterlaten dan bij de start.
Nog confronterender is dat we op de middellange termijn, tegen 2035, op een tekort van 7,6 %, dus richting 8 % afstevenen. Onthoud 8 %, want dat is gemakkelijker. Een tekort van 8 % is het gevolg van uw beleid, het ongewijzigde beleid - ik pas daarbij de redenering van de regering toe.
Bij ongewijzigd beleid zou het tekort 8 % bedragen tegen 2030. Wow, amai! Eigenlijk is dat zeer erg, want 6,2 % in 2030 is eigenlijk hetzelfde als zonder regering. Of u er nu was of niet, maakt geen verschil. Wat blijft er nog over van de belofte van 3 % in uw regeerakkoord? De schuldgraad – we hebben het daar vandaag nog niet over gehad – stijgt richting 122 % in 2031 en 133 % tegen 2035. Weet u hoeveel de schuldgraad bedroeg in 2024? De heer Daerden weet dat, maar hij is er nog niet. De schuldgraad bedroeg 105 %. We gaan dus richting 133 %.
Beste collega’s, u hebt waarschijnlijk niet allemaal het verslag van het Rekenhof gelezen. Dat is normaal. Ik lees ook niet alle verslagen van de commissie voor Defensie. De verslagen van het Rekenhof lees ik echter zeer aandachtig. De situatie is zo ernstig dat het Rekenhof voor de allereerste keer waarschuwt voor een mogelijk sneeuwbaleffect in 2031. Dat is zeer nauwkeurig. Wat zegt het meestal? Het stelt het risico van een sneeuwbaleffect niet te kunnen uitsluiten, maar dat het nog niet bestaat. Nu zegt het Rekenhof echter zeer duidelijk dat er waarschijnlijk een sneeuwbaleffect komt in 2031. Wie weet er wat een sneeuwbaleffect is? Mijnheer Van den Heuvel? Goed. Ik zal het voor de anderen toch even uitleggen. Dat is het moment waarop de schuld zichzelf begint te voeden: uw interestlasten groeien dan sneller dan de groei. Dat is zeer erg, want dan moet men lenen om die interestlasten te betalen. Men heeft dan geen enkele ruimte meer voor de eigen uitgaven. Dat is het moment waarop de regering alle controle verliest over de begroting.
Wanneer was de laatste keer dat wij een sneeuwbaleffect hebben gehad? Mijnheer Van Quickenborne weet dat, want die volgt dit op. Dat is geleden van de jaren ‘80. U laat dat allemaal gebeuren, mijnheer Van den Heuvel. U laat dat gebeuren. De conclusie is dat uw ambitie van 3 % weg is. Uw controle is weg. U hebt geen controle meer. Uw budgettaire putten worden groter en groter. Wat gaat u doen? Ondertussen kennen we de arizonamethode: u legt de lat gewoon lager.
Als we die verlaagde lat niet halen, leggen we ze gewoon nog lager. Waar houdt dit op? Dat was punt één, collega’s, de ambitie is weg.
Dat brengt mij bij het tweede probleem van deze begroting. Uw cijfers kloppen niet. Waarom niet? Omdat deze begroting vol lucht zit. Ik zeg dat niet, het Rekenhof zegt het: overramingen, onderramingen en rekenfouten. Het gaat niet over één maatregel, maar over een waslijst aan maatregelen.
Ik heb ze voor u samengevat, want niet iedereen heeft het verslag van het Rekenhof gelezen. Ik geef u enkele voorbeelden. Aardgas, met 195 miljoen euro overschat. Dat was gewoon een rekenfout die de minister ook heeft toegegeven. De meerwaardebelasting, met 116 miljoen euro overschat. De pakjestaks, met 210 miljoen euro overschat. De btw – de bewuste "stinkende kameel" – vertoont een gat van 475 miljoen euro. De OCMW’s hebben over de legislatuur een gat van 1,47 miljard euro. Dat is een open enveloppe! Dat hebt u vanavond allemaal bevestigd. Dat is een open enveloppe met een gat van 1,47 miljard euro tegen 2029.
Mijnheer de minister, u gaat toch niet weg? Ik ben pas begonnen. U bent de enige vertegenwoordiger van de regering in deze zaal.
Ah, u gaat een glas water halen.
Defensie kent een gat van 3,17 miljard euro. Het is niet één kameel geworden, mijnheer de minister, maar een karavaan aan kamelen. Alles samen – en dat is een zeer conservatieve berekening, want ik heb defensie niet eens meegeteld – gaat het om minstens 3 miljard euro los zand.
Wat zei de premier bij de opmaak van de begroting in november vorig jaar? Misschien bent u dat vergeten, maar ik niet. Hij zei dat de budgettaire inspanning 10 miljard euro moest bedragen. Anders was hij het niet waard om te besturen, want 6 of 7 miljard was geen optie.
Wat blijft er vandaag over van die belofte van 10 miljard euro? Minder! Minder dan die 6 miljard waarvan de premier zelf zei dat het veel te laag was. Dan begrijp ik dat men de doelstelling van 3 % laat vallen. Met dit broddelwerk is dat gewoon onmogelijk.
Collega’s, dit is nog maar het begin, want de gaten zijn nog veel groter. Neem bijvoorbeeld de beperking van de werkloosheid in de tijd, die fameuze regel van een derde, een derde, een derde.
U rekent zich rijk want u beweert dat één op drie werk zal vinden. Dat klopt niet. De feiten vertellen iets anders. Wat stelt de Nationale Bank? Slechts 10 % tot 20 % vindt effectief werk. Volgens de VDAB vraagt amper 10 % begeleiding. Dat belooft. De rest verschuift naar ziekte en invaliditeit.
Hetzelfde verhaal is er bij de langdurig zieken, met evenveel lucht en evenveel gegoochel. Opnieuw stelt het Rekenhof dat die cijfers niet kloppen. Mijnheer de minister, dat is uw materie. Die 1,9 miljard euro is compleet onhaalbaar volgens het Rekenhof.
De centenindex is pas goedgekeurd maar de spilindex was al overschreden. Opnieuw een gat dat nergens in de begroting terug te vinden is. Collega’s, dat is een constante in de voorliggende begroting. De cijfers kloppen niet en er is geen plan om het op te lossen.
Dan kom ik bij het derde punt. Wie betaalt de rekening?
Het Rekenhof geeft het antwoord. U moet het verslag lezen op pagina 18, paragraaf 4. De verbetering komt voornamelijk uit fiscale inkomsten of in mensentaal uit taks, taks, taks. Dat is de rode draad van de begroting en eigenlijk niet alleen van de begroting. Dat is de rode draad van het hele beleid van de regering.
Kijk naar wat de voorbije maanden is beslist. Om uw huis te verwarmen, betaalt u meer taksen via hogere accijnzen. Voor uw verzekering betaalt u meer taksen via de premietaks. U werkt. Dan betaalt u meer taksen via de centenindex. U spaart. U betaalt meer taksen via de woontaks. U investeert? U hebt geen geluk. U betaalt meer taks via de meerwaardetaks. U vliegt. Af en toe mag dat toch. U betaalt meer taksen via de vliegtaks. U gaat op hotel of naar de camping. U betaalt meer taksen via een hogere btw. U schenkt iets aan een goed doel. U doet dus iets goeds. U betaalt meer taksen via de gifttaks. U bouwt een tweede pijler op voor uw oude dag. U betaalt meer taksen via een hogere solidariteitsbijdrage. U gaat uit elkaar. Zelfs dan betaalt u meer taksen via de echtscheidingstaks.
Mevrouw Désir, hebt u een te hoge cholesterol? Hebt u statines nodig?
Wat deed u nog deze week? Gisteren zagen we het summum van cynisme. U verhoogt de accijnzen op gas, midden in een oorlog in het Midden-Oosten. Wat de brandstof betreft, voer het omgekeerde cliquetsysteem in. Mijn collega Steven Coenegrachts is nog steeds op zoek naar de mol. Hoe lang gaat u die situatie nog monitoren? Hoe lang zult u nog wachten? Tanken wordt peperduur. Morgen bedraagt de prijs 2,10 euro voor diesel. Wie houdt dat tegen? Wie blokkeert? We weten het nog niet, mijnheer Van den Heuvel. Zou het cd&v zijn? We zijn op zoek naar wie dat blokkeert. Ik heb tot nu toe geen verzet gehoord in het halfrond, van niemand. Houdt de N-VA dat tegen? Collega’s, die taksen raken iedereen. Ze treffen de middenklasse. We hebben gezien wat het antwoord van de regering is. (rumoer)
De voorzitter: De heer Van Quickenborne is het niet met u eens.
01.05 Vincent Van Quickenborne (Anders.): U kunt perfect aan iemand vragen of hij het al dan niet eens is.
Ik heb een vraag voor de fractieleider van Anders. U hebt het net over die omgekeerde cliquet. Ik zie dat de heer Van den Heuvel aangeeft dat hij voor is. Zijn minister van Begroting heeft dat in de vorige legislatuur trouwens ook gesteund. Ik heb ook gehoord dat de heer Bertels niet tegen is. Dat heeft hij daarnet duidelijk verklaard. De MR is ervoor. Les Engagés heeft bij monde van de heer Dubois gezegd dat zij daar niet tegen zijn. Ik vrees, mevrouw de fractieleider, dat er één partij tegen is, namelijk de N-VA, de partij van de heer Ronse. Gisteren heeft de minister van Financiën in de commissie verklaard dat zij geen brood zien in die omgekeerde cliquet en dat zij geen probleem hebben met het feit dat de accijnzen aan de pomp blijven stijgen.
Mevrouw de fractieleider, ik wil u vragen of u de heer Ronse en de N-VA kunt overtuigen om die accijnzen te laten zakken, zodat mensen betaalbaar kunnen tanken.
De voorzitter: Mevrouw Bertrand, hebt u een antwoord op die prangende vraag?
01.06 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Van Quickenborne, ik denk dat de heer Ronse morgen zal gaan tanken en dat hij dat gewoon zal voelen, zoals elke burger. Hij zal zien wat dat betekent. Als hij een tankkaart heeft, is dat natuurlijk een ander verhaal.
Ik heb nog geen reactie gehoord van minister Jambon. Integendeel, hij heeft dat gisteren laten goedkeuren zonder enig amendement namens de regering in te dienen. Dat is cynisme ten top.
Zeggen dat u zich zorgen maakt over de koopkracht van de mensen en dat u de belastingen wil verlagen, maar dan toch de accijnzen verhogen, dat is ongezien.
U hebt gelijk wanneer u zegt dat wij in de vorige regering het omgekeerde cliquetsysteem hebben ingevoerd vanaf 2 euro. We zitten morgen op 2,10 euro. Ik zal collega Coenegrachts bij het volgend betoog, de uiteenzetting van cd&v, zijn vraag laten stellen, want hij is nog steeds op zoek naar de partij die dat blokkeert. Ik denk dat we steeds meer richting de N-VA gaan. Anderen in Brussel zouden zeggen: we zullen zien.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, u krijgt het woord voor een reactie.
01.07 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik vond dat een heel interessant onderzoek. Mijnheer de voorzitter, u hebt goed geluisterd.
We zijn op zoek naar de mol. Wie is de accijnsmol in deze regering? We naderen stilaan de ontknoping en aangezien alle andere partijen zich al hebben uitgesproken voor een omgekeerde cliquet, namelijk Les Engagés, MR, cd&v en Vooruit, is er maar één partij – de partij waartoe ook u behoort, mijnheer de voorzitter –, de N-VA, die daar blijkbaar niet voor is. Die blokkeert dat dus en schept er blijkbaar genoegen in dat mensen aan de pomp meer dan 2 euro moeten betalen voor een liter diesel.
De mensen van de N-VA vinden allemaal normaal, maar zij leven waarschijnlijk op een andere planeet. Gewone mensen, mijnheer Ronse, vinden het een schande dat de staat verdient aan het feit dat de diesel- en benzineprijzen zo stijgen. De totale stilte van de N-VA zegt alles over het immobilisme van deze regering en van de eerste minister. Met andere woorden, voor de N-VA kan men de pot op wanneer men gaat tanken, want ze vindt het haar probleem niet. Het is een schande dat de N-VA daar niets over zegt.
De voorzitter: Volgens de heer Van Quickenborne is het kolonel Mustard met de kandelaar in de bibliotheek.
Mevrouw Bertrand, u hebt het woord.
01.08 Alexia Bertrand (Anders.): Beste collega's, u hebt het gehoord, die taksen raken iedereen.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne wil opnieuw tussenkomen.
01.09 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Inderdaad, mijnheer de voorzitter.
Mevrouw de fractieleider, ik vind het onwaarschijnlijk dat de voorzitter van de Kamer er een grapje over probeert te maken, maar de vraag is en blijft waarom de N-VA zich verzet tegen het omgekeerde cliquetsysteem. Waarom is de N-VA de enige partij in deze regering die zich ertegen verzet dat we de accijnzen voor gewone mensen willen verlagen? Ik begrijp dat niet. Verschillende leden van de N-VA zijn aanwezig, onder wie de heren Ronse en Vandeput. Zij krijgen van mij een uitnodiging om te antwoorden op mijn vraag, maar ze doen het niet. Dat bewijst dat de N-VA er niet mee inzit dat mensen aan de pomp hogere taksen moeten betalen. Dat zegt alles over die partij.
Verwonderlijk is dat trouwens niet, mevrouw de fractieleider, want het was ook mevrouw Van Peel, de voorzitter van de N-VA, die op haar blote knieën bij de MR smeekte om de btw van 21 naar 22 % te verhogen. "Alstublieft, laten we de belastingen verhogen in ons land, want onze partij wil meer taksen, taksen, taksen." Mevrouw de fractieleider, ik versta niet dat de N-VA daar zo over zwijgt en niets over te zeggen heeft.
Dit is schuldig verzuim. Wat vindt u daarvan?
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, u bent nogal gebeten door dit thema. Niet lang geleden stond de heer Vandeput hier. U had die vraag dan kunnen stellen, maar goed. U hebt de vraag gesteld. Ze zal dan wel beantwoord zijn.
De vraag was hier gericht aan mevrouw Bertrand.
01.10 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik vind dat een zeer terechte vraag van mijn collega. Ik stel voor dat we die vraag straks in de thematische debatten aan minister Jambon stellen. Hij moet daarop kunnen antwoorden.
De voorzitter: Die mogelijkheid zal u absoluut geboden worden.
01.11 Alexia Bertrand (Anders.): Ik wil horen wat het standpunt van de N-VA is.
De voorzitter: Mijnheer Ronse, als u het woord vraagt, krijgt u dat, persoonlijk feit of niet.
01.12 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne en mevrouw Bertrand, ik vind dit een ongelooflijk beschamend schouwspel. Jullie hebben ons in zo’n zware budgettaire toestand gebracht. Door jullie moeten we in elke begroting zeer veel interesten in onze uitgaven inschrijven, meer en meer. Collega Vandeput heeft duidelijk gezegd dat we die situatie met de grootste omzichtigheid zullen monitoren en dat we, indien nodig, samen met de regeringspartners collegiaal zullen ingrijpen.
Ik zou dus zeggen, stop met uw platte, dwaze show en biedt eerst uw excuses aan de mensen aan voor de astronomische hoeveelheid interesten die in deze begroting op staatsgeld staan, die wij nu moeten betalen en waarvoor wij middelen moeten zoeken. Voor alle duidelijkheid, in tegenstelling tot jullie, doen wij dat via besparingen, veel besparingen. Het aandeel inkomsten op het totale bbp daalt deze legislatuur. Daar kunt u misschien nog iets van leren.
De voorzitter: De heer Van Quickenborne heeft nog een vraag.
01.13 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik heb nog een repliek op wat daarnet gezegd is. Ik ben blij dat de heer Ronse zich eindelijk in het debat begint te moeien. Hij wordt wakker. Blijkbaar wordt het hem wat te veel.
Collega’s, het valt op dat de N-VA nog altijd niets gezegd heeft over de omgekeerde cliquet. Het is de enige partij die daarover niets zegt, omdat ze zich daartegen verzet. Zij kunnen dus perfect leven met 2 euro, 2,10 euro of 2,20 euro aan de pomp. Geen probleem.
Collega’s, de heer Ronse doet mij ook een beetje denken aan Trump. Trump zegt telkens als er een probleem in zijn land is dat dit de fout is van Obama en Biden. Mijnheer Ronse, als we echt eerlijk zijn – de heer Van den Heuvel is getuige – dit probleem is de fout van Gaston Eyskens en Wilfried Martens. Daar is het probleem ontstaan.
Mijnheer Ronse, wake up. U bent al meer dan een jaar aan de macht.
Uw begroting zakt zienderogen verder weg. Onze fractieleider zei het al, het gaat om een tekort van 8 % tegen het einde van de volgende legislatuur, louter door uw verantwoordelijkheid. Dat is uw probleem. Steek u niet meer weg, toon u en geef een antwoord.
01.14 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Ronse, ik zou u aanbevelen om het zeer boeiende interview met de premier in L’Echo van dit weekend te lezen. Het was niet alleen boeiend met betrekking tot Rusland en hoe wij de relatie moeten normaliseren met Rusland, maar het was vooral boeiend met betrekking tot de begroting. Hij zei en het was de eerste keer dat ik dat hoorde uit zijn mond, dat de begrotingssaldi van de vorige regering eigenlijk niet slecht waren. Hebt u dat gelezen? Ik denk het niet. Ik raad iedereen aan om dat goed te lezen. De begrotingssaldi van de vorige regering waren niet slecht. Het probleem lag echter bij ongewijzigd beleid, bij de toekomst. En nu stel ik vast dat u bij ongewijzigd beleid… Ik gebruik dat niet, ik vind dat een absurde redenering. Als er geen regering zou zijn, zou het 8 % worden met u. Chapeau. U hebt het verdubbeld. Chapeau. Indrukwekkend. Ik raad u aan om dat goed te lezen.
We hebben toen de btw verlaagd op gas en elektriciteit. Wij hebben wel ingegrepen. En toch zijn wij geëindigd met een federaal tekort van 2,7 %. U zit vandaag boven de 4 %, hoog boven de 4 %. En voor de gezamenlijke overheid gaan we richting 6,3 % en dan 8 % bij ongewijzigd beleid.
Dat brengt mij tot mijn volgend punt, namelijk al die taksen, die iedereen gaan raken, iedereen van ons en iedereen op straat, in de middenklasse vooral. En wat is het antwoord van deze regering? Er komt een belastinghervorming. Wauw. U gaat de belastingvrije som verhogen. Wel, dat hebben wij goed geanalyseerd. Mijn fractie heeft dat wetsontwerp bestudeerd. Nu blijkt dat het in 2026 - houd u goed vast, mijnheer Vandeput - gaat over 3 euro per maand.
En ik hoor al dat sommige categorieën en jammer genoeg opnieuw de vrouwen, zwaar getroffen zullen worden, want die zullen nog geld verliezen, die zullen niets winnen. Ik weet niet of u dat gaat rechtzetten, want het ligt nog ter bespreking in de regering, maar dat ziet er niet goed uit. En dan probeert u ons ervan te overtuigen dat dit een vrouwvriendelijke regering is? Dat wil ik nog zien.
Met een volledige tankbeurt is men al 3 euro kwijt en dan heb ik het nog niet over de rest. Mara liefst 3 euro. Om wie lacht u eigenlijk? Het probleem is niet dat er geen keuzes gemaakt worden. Het probleem bestaat erin dat de regering altijd dezelfde keuzes maakt: ze kijkt naar de inkomsten en niet naar het staatsapparaat.
Dat is toch jammer? Kijk naar de uitgaven in de gezondheidszorg. De heer Vandenbroucke is net weg, maar de uitgaven in de gezondheidszorg ontsporen totaal. Lees het verslag van het Rekenhof. Het staat er zwart op wit. Dat is omdat de socialisten weigeren te hervormen. Leest u wel de jongste rapporten of luistert u naar podcasts over AI? Daarin leert u dat AI een enorm potentieel heeft op het vlak van efficiënter werken, zeker voor de overheid. Heel de privésector gebruikt AI, maar wat is het plan van de regering? Is er überhaupt een plan? Er is niets, nul, nada. De overheid is moddervet. Moddervet. Zelfs de Senaat krijgt u niet afgeschaft. Moeilijke keuzes maakt u niet. Dat vraagt immers moed. Ja, dat vraagt een beetje moed. En dus kiest u voor de makkelijkste weg: de rekening doorschuiven naar de burger.
Luister goed, ik voorspel het u: er zullen nog meer taksen komen. Telkens de heer Bouchez claimt avec ma formation politique, il n’y aura pas de nouvelles taxes, komt er een nieuwe taks bij. Elke keer! Dat is toch ongelooflijk? Mevrouw Van Peel – de heer Van Quickenborne zei het al – zit bij Georges-Louis Bouchez te smeken om de btw van 21 naar 22% te verhogen. De N-VA pleit voor nieuwe taksen. Zover is het gekomen.
Collega’s, ik rond mijn betoog af. Met voorliggende begroting zet de regering het land niet op orde. Men moet geen astrofysica gestudeerd hebben om dat te zien. Het was nochtans de persoonlijke belofte van de eerste minister, die zeker naar mijn betoog luistert.
In de plaats ervan hebt u last van uitstelgedrag. Om het met een mooie Engelse uitdrukking te zeggen, de regering is kicking the can down the road. Het probleem daarbij is dat die altijd terugkomt. Studenten maakt men diets dat ze morgen niet moeten doen wat ze vandaag al kunnen doen. Dat is net wat u keer op keer doet. De begroting voor 2025? Dat was een verloren jaar. De begroting voor dit jaar? Dat is opnieuw een verloren jaar. Terwijl de helft van de legislatuur al bijna voorbij is, zakt de begroting verder weg.
In november sloot de eerste minister zijn State of the Union, waarop wij trouwens heel lang hebben gewacht, met een beroemd citaat van Winston Churchill. Herinnert u zich dat nog? Blijkbaar hebt u niet goed geluisterd. Hij concludeerde: “This is not the end. It is not even the beginning of the end. But it is perhaps the end of the beginning.” Als Churchill de toestand van onze begroting zou zien, zou hij zich omdraaien in zijn graf en zou hij zeggen: “This is not even the beginning”.
Beste eerste minister, die zeker luistert, mijnheer de minister, mijn fractie heeft dus maar één vraag voor u: wanneer begint u eindelijk aan de begroting.
De voorzitter: Mijnheer Van den Heuvel, ik zal u moeten vragen om minder gemberthee te drinken, want u bent nogal hyperactief.
01.15 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de voorzitter, ik wilde net suggereren om het verbruik van gemberthee op een even daadkrachtige manier terug te schroeven als het alcoholgebruik enige tijd geleden.
Mijnheer de minister, collega's, medailles worden pas aan de finish uitgereikt. Mevrouw Bertrand – u hebt mij elfendertig keer vernoemd, dus ik zal voor u hetzelfde proberen te doen – ik herinner u eraan dat deze regering de finish nog niet heeft bereikt. We zitten volop in de race en hebben nog een lange weg te gaan. Tegelijkertijd is goed begonnen half gewonnen. De begrotingsuitdaging waar ons land voor stond bij de start van deze regering was allesbehalve eenvoudig. Bij het aantreden van deze regering in 2024 had de federale overheid een jaarlijks begrotingstekort van 3,6 %, goed voor 23 miljard euro. De ramingen bij ongewijzigd beleid toonden een snelle ontsporing van het tekort tot 6 bbp-punten tegen 2029, wat neerkomt op een jaarlijks tekort van 38 miljard euro. Die evolutie is onhoudbaar, zeker gelet op de structurele uitdagingen in dit land.
Eén jaar later, na zowel een ingrijpend regeerakkoord als nu nog een reeks bijkomende maatregelen, kunnen we dit tekort tegen 2029 verminderen tot 4,3 bbp-punten, een inspanning van 1,7 procentpunt. Voor 2026 voldoen we hiermee aan de Europese uitgavennorm en de huidige regering is dus alvast goed begonnen. Het Rekenhof en de Nationale Bank halen in hun rapporten echter aan dat we nog niet gewonnen hebben. Het Rekenhof stelt dat het Europese traject voor de netto primaire uitgaven op zich niet zal volstaan om de leefbaarheid van de overheidsfinanciën op een duurzame manier te waarborgen.
De Nationale Bank van België stelt eveneens dat zowel het begrotingstekort als de overheidsschuld op een onhoudbaar traject blijven en waarschuwt dat dat de Belgische economie des te kwetsbaarder maakt bij een conjuncturele neergang.
Collega’s, die kwetsbaarheid moet ons zorgen baren. Wij leven immers niet in een vacuüm. Als open economie met een open blik naar de wereld is België sterk afhankelijk van en dus ook kwetsbaar voor wereldwijde schommelingen. Externe bedreigingen zoals de oorlog in Oekraïne of het recente conflict in Iran blijven, naast het menselijke leed natuurlijk, een gevaar voor onze economie en economische groei en dus ook voor de begroting. Ik wil in dat verband nog één cijfer meegeven. Een groeivertraging van een half procentpunt van het bbp zorgt immers voor een negatieve impact van anderhalf miljard euro op de federale begroting.
Internationale voorzichtigheid en waakzaamheid blijven dan essentiële eigenschappen om de overheidsfinanciën in veilige wateren te loodsen. Meegaan in oorlogsretoriek en oorlogsopbouw spoort niet met een duurzaam begrotingsbeleid.
Ook het gevaar van een rentesneeuwbal is nog altijd niet geweken. Een rentesneeuwbal ontstaat wanneer een schuld niet alleen groeit, maar steeds sneller toeneemt doordat rente op rente moet worden betaald. Zolang onze schuldgraad blijft stijgen, dreigt een situatie waarin wij steeds meer middelen moeten besteden aan intresten in plaats van aan beleid dat mensen vooruithelpt. Elke euro die naar rente gaat, kunnen wij immers niet investeren in onze veiligheid, in een sterke sociale zekerheid en in de versterking van onze economie.
Een geloofwaardig en verantwoordelijk begrotingsbeleid is en blijft daarom geen abstracte oefening. Het is een noodzakelijke keuze om te vermijden dat toekomstige generaties de rekening gepresenteerd krijgen. Ik heb het al vermeld, we zijn goed begonnen maar we zijn er nog niet. Om de begroting en de Belgische overheidsfinanciën opnieuw in veilige wateren te brengen, zullen bijkomende inspanningen nodig zijn.
Voor cd&v is dat geen steriele cijferoefening of een blinde sanering. Een begroting gaat in de eerste plaats over mensen en hun toekomst. Wie te snel en te hard wil saneren, riskeert de economische groei en de sociale cohesie in onze maatschappij te ondermijnen. Ook de Nationale Bank van België waarschuwt daarvoor. Dat moeten wij dus absoluut vermijden.
Daarom roepen wij de regering op om de begrotingsuitdaging aan te pakken volgens dezelfde principes als het voorbije jaar, namelijk met evenwichtige maatregelen, een eerlijke bijdrage van de sterkste schouders en een duidelijk, hoopvol toekomstperspectief.
De beste manier om de overheidsfinanciën in veilige wateren te brengen en tegelijk fundamenten te leggen om ze morgen beter te maken, blijft hervormen, hervormen en hervormen. We moeten wel hervormen, want als we dat niet doen, gaan we achteruit. De status quo behouden is geen optie. De regering hervormt om de economie te laten groeien, de gezondheidszorg en de sociale zekerheid betaalbaar te houden en om de veiligheid in ons land te garanderen.
Dit jaar staat in het teken van deze hervormingen. Veel maatregelen uit het regeerakkoord die de regering het afgelopen jaar heeft voorbereid, zitten in deze begroting en vinden de komende maanden hun weg naar het Parlement om er te worden goedgekeurd.
Ten eerste hervormen we om de economie te laten groeien. Wie het rotten echt wil stoppen, snijdt immers niet alleen. Wie verantwoordelijkheid durft te nemen, kijkt verder dan vandaag. Die investeert ook in groei, want zonder structurele economische groei valt er niets te verdelen. Daarom kiezen we er bewust voor om de competitiviteit van onze bedrijven te verhogen, werken minder te belasten en de sterkste schouders eerlijker te belasten.
Tijdens de verkiezingen hebben we een duidelijke belofte gedaan en vanaf 2026 maken we die waar. We verlagen de belasting op arbeid. Wie werkt, moet immers vooruitgaan. Dat is een kwestie van rechtvaardigheid maar ook van gezond verstand. De eerste effecten zullen al dit jaar voelbaar zijn. Tegen 2030 zal de fiscale hervorming volledig in werking treden: meer nettoloon, meer ademruimte en meer perspectief. Deze lastenverlaging zal niet alleen gezinnen helpen, maar ook onze economie versterken. Ze geeft opnieuw zuurstof aan de middenklasse, de ruggengraat van onze samenleving.
Tegelijk kiezen we voor een eerlijke fiscaliteit door een grotere bijdrage te vragen van de sterkste schouders. We voeren een meerwaardebelasting in, versterken de effectentaks en vragen een grotere bijdrage van de bankensector. Misbruikconstructies via de managementvennootschappen pakken we ook aan.
Als we willen dat onze economie blijft groeien, moeten we ook onze bedrijven ondersteunen. Daarom versterken we de energienorm, zodat we onze industrie kunnen blijven beschermen en tegelijk de energietransitie versnellen. Het doel is duidelijk: de elektriciteitsfactuur van onze energie-intensieve industrie verlagen en tegelijk bedrijven stimuleren om verder in te zetten op decarbonisering en energie-efficiëntie.
We kijken echter niet alleen naar de grote industrie. Met meer dan één miljoen kmo’s is België een echt kmo-land. Daarom voorzien we een aparte enveloppe om het kmo-plan concreet vorm te geven. Zo ondersteunen we het ondernemerschap, stimuleren we investeringen en geven we onze bedrijven het vertrouwen om te blijven bouwen aan groei en werkgelegenheid in ons land.
De voorzitter: Een hele reeks leden vraagt het woord. Mevrouw Bertrand, u hebt het woord.
01.16 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Van den Heuvel, ik moet zeggen dat ik veel begrip heb voor u, want u bent natuurlijk helemaal nieuw in deze regering en hebt nooit een minister van Financiën gehad. We moeten dus wat empathie hebben.
Ik vond u vanavond echter – dat is meestal niet het geval – zeer tjeef. U zei dat we nog veel inspanningen moeten doen, maar ook dat het geen steriele cijferoefening mag zijn en dat er ook niet te veel gesaneerd mag worden, aangezien zelfs de Nationale Bank van België dat zegt.
De Nationale Bank van België zegt echter ook dat nog 11 miljard euro aan inspanningen nodig is om naar 4 % te gaan. Mijn vraag aan u is dus heel eenvoudig: wat is de inspanning? Geef mij een cijfer. De premier spreekt over 3 à 4 miljard euro. De gouverneur van de Nationale Bank van België spreekt over 11 miljard euro. Uw minister van Begroting zegt dat hij zich aan de 3 % houdt, wat eigenlijk nog 17 miljard euro betekent. Wat is het nu, mijnheer Van den Heuvel?
01.17 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mevrouw Bertrand, er moet me iets van het hart. Ik ben
eigenlijk vol bewondering voor u. Het is opmerkelijk hoe u in twee jaar tijd
zo’n metamorfose hebt kunnen ondergaan, dat na anderhalf jaar de wijsheid uit
de hemel op u is nedergedaald en dat u hier aanbevelingen en richtlijnen kunt
geven aan de huidige regering. Dat is fantastisch. Het is alleen jammer voor
het land, en misschien ook voor uw partij, dat u die uitzonderlijke talenten
niet eerder hebt ontdekt. (applaus)
Om op uw vraag te antwoorden, met betrekking tot het rapport van de Nationale Bank heb ik de zaken daarnet al heel eerlijk benoemd. U hebt daarnet gezegd dat er sprake was van een rentesneeuwbal, omdat u dacht dat er iets werd verborgen. Wij kennen dat rapport en hebben het volledig gelezen. We kennen ook de uitdaging die er is. De Nationale Bank heeft echter ook duidelijk gesteld: snijd niet blind, maar doe dat op een verstandige manier, zodat de cohesie en het economisch weefsel behouden blijven. Dat is de uitdaging. De komende maanden zullen we minstens nog minstens 4 miljard extra inspanning moeten leveren. Dan is het een kwestie van monitoring, om te bekijken hoe we dat de volgende jaren verder opbouwen. De medaille wordt pas op het einde van de rit uitgereikt.
De voorzitter: Mevrouw Bertrand, na die complimenten.
01.18 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer Van den Heuvel, ik vrees dat u geen medaille zult krijgen. Ik vind het jammer dat u op een dermate eenvoudige vraag niet kunt antwoorden. Toen men mij vroeg wat de ambitie was, zei ik altijd dat ik het beter wilde doen dan bij mijn aantreden. Dat was eenvoudig en dat is ook gebeurd: ik ben geëindigd op 2,7 %.
U hebt een zeer duidelijke ambitie vastgelegd in het regeerakkoord, namelijk 3 %. Dan moet u zich ook aan die 3 % houden. Die belofte hebt u blijkbaar al gebroken. Om 4 % te halen, moet u nog 11 miljard inspanning leveren. Zoals uw voorzitter, Sammy Mahdi, heeft gezegd, moet u misschien eerst uitvoeren wat u vorig jaar hebt beslist. Zelfs dat lukt niet, want van uw inspanning van 9,2 miljard blijft waarschijnlijk nog 5 miljard openstaan. Van een medaille is dus geen sprake, mijnheer Van den Heuvel.
01.19 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mevrouw Bertrand, ik kan alleen maar zeggen dat er hier een pakket structurele hervormingen in zit en we weten allemaal dat ze iets waard zijn. Ik geef maar één voorbeeld, de pensioenhervorming, die wel nog moet worden goedgekeurd. U bent experte in het lezen van rapporten, dus lees ze allemaal goed en zie de boodschap die ze bevatten. De Studiecommissie voor de Vergrijzing heeft uitgerekend dat de pensioenlasten stijgen tot 13,7 % als we niets zouden doen. Dankzij de hervorming zal dat dus 1,5 % minder zijn. Weet u hoe groot de besparing van de Lalieux-pensioenhervorming was die u mee hebt gesteund, onderhandeld en goedgekeurd?
01.20 Vincent Van Quickenborne (Anders.): (…)
01.21 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer Van Quickenborne, het verschil is dat we hier nu ook staan om een aantal structurele hervormingen door te voeren en u hebt kritiek en zegt dat het te weinig, te slecht, te groot, te lang, te breed of te klein is. U hebt 25 jaar de tijd gehad om de overheidsfinanciën op een duurzame manier …
(Rumoer in de zaal.)
U zult nu in Brussel oefenen om dat op een goede manier te doen.
01.22 Alexia Bertrand (Anders.): Collega's, ik zei in mijn inleiding al dat we begrip moeten hebben voor de cd&v omdat ze er niet bij waren. Ze zijn nieuw in deze regering.
Mijnheer Van den Heuvel, weet u wat de impact was van de pensioenhervorming van een liberale minister, die toevallig mijn buurman is? Die was 2,1 van het bbp. Wat is de impact van deze pensioenhervorming? Die bedraagt 1,7 % van het bbp.
Zo historisch is het dus niet. Het is wel een stap in de goede richting en wij zullen dat steunen.
Op mijn vraag hoe groot de inspanning moet zijn, hebt u geantwoord dat u dat zult monitoren. Veel succes daarmee, want u zult heel veel zaken moeten monitoren, zoals onder meer de accijnzen op gas, maar vanaf nu ook de begroting en het tekort. Nee, mijnheer Van den Heuvel, u moet niet monitoren, u moet ingrijpen. Dat is wat men van deze regering verwacht, ingrijpen.
01.23 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Who needs enemies, if you've got friends like that. Vijfentwintig jaar dezelfde partijen, het geheugen is kort, maar het is wel een interessante dynamiek.
Het klopt wat u zegt. De medailles worden inderdaad aan de finish uitgedeeld. Dat dachten veel vrouwen en mannen ook over hun pensioen. Daar hebt u nochtans heel hard in gesneden. Die mensen zien geen medaille meer, maar een gebroken belofte.
De gezinspartij cd&v is erin geslaagd om een problematiek, die al zeer groot was voor veel alleenstaande ouders, nog groter te maken. Weet u dat 83 % van de eenoudergezinnen uit vrouwen bestaat? Ik heb daarnet een brief van OKRA voorgelezen. Naar aanleiding van 8 maart was er een opiniestuk van Beweging.net, waarin men er fijntjes op wees dat de deeltijdswerkenden voornamelijk vrouwen zijn en dat 60 % van de mensen met een burn-out en langdurig zieken ook vrouwen zijn.
Mijnheer Van den Heuvel, wat zal er gebeuren als u de pensioenhervorming, waarop u zo trots bent, doorvoert? Zullen er meer mensen in een burn-out terechtkomen of minder? Ik heb in ieder geval geen burn-outplan gezien. Ik zie wel de statistieken zoals ze zijn. Er is nu al een kloof tussen mannen en vrouwen op het vlak van pensioenen. Er zitten nu al ontzettend veel vrouwen in armoede, niet het minst zij die voor 180 miljard euro per jaar, een derde van het bbp, aan onbetaalde arbeid verrichten in dit land, elke dag opnieuw.
U hebt het over evenwicht. Is dit evenwichtig, volgens u? Hoe zult u die mensen uit de burn-out houden?
01.24 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mevrouw Almaci, ik heb eigenlijk een retorische vraag voor u. Wie is het rechtvaardigst? Wie is het meest sociaalvoelend? Wie is het correctst? Degenen die vandaag doen alsof er niets aan de hand is, die gouden bergen beloven, maar niet vooruitkijken en finaal met hun hoofd tegen de muur zullen botsen, of degenen die vandaag moedig een duurzaam toekomstproject uittekenen? Het antwoord is heel duidelijk. Wij kiezen voor het tweede. De pensioenhervorming past volledig in dat kader.
Enkele decennia geleden waren er 4 werknemers voor 1 gepensioneerde. Vandaag is dat 1,8. Over 10 à 15 jaar is dat 1,2. Wie sust dat er geen maatregelen in de pensioenen nodig zijn, dwalen. De pensioenhervorming wordt nu met enkele ingrepen opgestart en gespreid in de tijd. Tussen 2025 en 2029 nemen de pensioenuitgaven toe met 17 miljard, van 70 naar 87 miljard. Dat is anderhalve keer het totale defensiebudget, waarover u daarstraks een hele voormiddag hebt gesproken. Alleen al de stijging van de pensioenen de volgende jaren is dus anderhalve keer hoger dan het totale defensiebudget. Als we niets doen, rijden we met ons hoofd tegen de muur. Wij moeten dus het pensioenstelsel hervormen, willen we het financieel duurzaam maken, zodat ook onze kinderen en kleinkinderen op een degelijk pensioen zullen kunnen rekenen.
We voeren de hervorming ook door om de werkgelegenheidsgraad te laten stijgen, omdat het rechtvaardig is dat wie inspanningen levert, beloond wordt. Bovendien doen we dat op een zo rechtvaardig mogelijke manier.
Voor onze partij is het duidelijk, we zullen de komende maanden en jaren blijven vechten voor de pensioensplit voor gezinnen, omdat die split voor ons absoluut noodzakelijk is en tegemoetkomt aan onze duidelijke rechtvaardigheidseis.
01.25 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): U vergeet er wel bij te zeggen dat de pensioensplit volstrekt vrijwillig is. Eigenlijk komen uw woorden erop neer dat u de vrouwen in de steek laat. U zou kunnen toegeven dat een burn-outplan ontbreekt. U zou kunnen repliceren dat u er rekening mee zou houden dat 83 % van de eenoudergezinnen vrouwen zijn, net zoals 43 % van alle deeltijds werkenden. U zou kunnen aankondigen dat u in het Vlaams Parlement maatregelen zult nemen om de wachtlijsten voor kindercrèches weg te werken en om arbeid en gezin beter te combineren. Maar dat doet u allemaal niet.
Erger nog, u doet zelfs het tegenovergestelde. U maakt de combinatie arbeid-gezin alleen maar moeilijker. Voor een gezinspartij als de uwe, die volhoudt die soort onbetaalde arbeid echt te waarderen, is dat wel straf. Het is dat wat onze economie rechthoudt.
U hebt daarnet de cijfers over de pensioenzwaarte aangehaald en er zullen in de toekomst alleen maar ouderen bij komen. Volgens de heer Van Gorp en degenen die bezig zijn met de problematiek, zullen we die niet alleen professioneel kunnen opvangen. Maar wat doet u? U steekt gewoon de kop in het zand.
U hebt ongelooflijk veel woorden nodig om een asociaal regeringsbeleid te verdedigen dat in geen enkele omkadering voorziet om de realiteit voor mensen die onbetaalde arbeid opnemen, enigszins te lenigen. U mag het woord gezinspartij echt nooit meer gebruiken. Doe me alstublieft een lol. Gebruik dat woord nooit meer. Het is volstrekt niet duurzaam voor cd&v, als u voor dat soort beleid kiest. Het is absolute bullshit! U laat die mensen keihard in de steek. U maakt het hen alleen maar moeilijker om later, bij hun pensioen, hun welverdiende medaille op te halen.
01.26 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mevrouw Almaci, u gaat wel een beetje kort door de bocht. U zit op een snelrijdende motorfiets. Ik had dat nooit gedacht van u. Het risico is groot dat u dan uit de bocht vliegt.
U stelt het een beetje demagogisch en trouwens op de opmerking over het groter geheel hebt u niet geantwoord. Trouwens, wanneer u cd&v verwijt geen gezinspartij te zijn, herinner ik u eraan dat er heel wat sociale correcties zijn aangebracht in de pensioenhervorming. Zo tellen ziektedagen, moederschapsrust en zorgverlof allemaal als gewerkte dagen meetellen.
Vergeten we evenmin dat voor het familiekrediet, nog een strijdpunt voor onze partij, in de voorliggende begroting 40 of 50 miljoen euro is ingeschreven, om nog maar te zwijgen van ons voorstel in verband met de pensioensplit. Kortom, cd&v heeft als gezinspartij heel wat punten met onderhavige begroting binnengehaald.
01.27 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Als dat uw repliek is, dan is dat ongelooflijk pijnlijk. Immers, buiten wat gemorrel in de marge hebt u vooral een context gecreëerd die het de komende jaren voor heel veel mensen ontzettend moeilijk zal maken. Wanneer u dan prat gaat op de bochten die de arizonaregering in het licht van de dorre woestijn voor vrouwen heeft moeten nemen om de nood onderweg enigszins te lenigen, dan komt dat niet door u. Dat komt door de oppositie, die is blijven volhouden en zich erin heeft vastgebeten. Vanaf de allereerste regeringsverklaring heb ik van achteraan onderstreept dat de dorre woestijn vrouwen buitenproportioneel hard zou treffen. Toen was dat allemaal niet waar en was u even manisch en optimistisch bezig als nu. Ik voorspel u dat u over een jaar zal terugkomen en dat de burn-outcijfers en de armoedecijfers zullen zijn gestegen en dat u steeds minder mensen zal vinden voor onbetaald werk.
Dan zal men zich afvragen hoe het kan dat mensen zo weinig solidair zijn in deze tijden en waarom er zoveel mensen ziek worden. Men zal zeggen dat men dat niet begrijpt. U noemt zich een gezinspartij en zegt dat belangrijk te vinden. Ondertussen zullen wij 25, 30, 40 of 50 voorstellen en amendementen hebben ingediend, die u telkens netjes zal wegstemmen. Wanneer het te laat is, zult u hier komen zeggen dat u toch een en ander hebt aangepast. U zult verwijzen naar een maatregel die volstrekt vrijwillig is en die vrouwen en mensen die het vandaag moeilijk hebben, zogezegd zal helpen. U hebt geen burn-outplan en geen concrete maatregelen, maar wel veel gebakken lucht. Dat is cd&v vandaag. Schrap het woord gezin uit gezinspartij.
01.28 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mevrouw Almaci, u gaat echt heel kort door de bocht. Foei. Wanneer u zegt dat wij onze kernwaarden als gezinspartij verloochenen, dan verwijs ik naar de vier of vijf duidelijke voorbeelden die ik heb aangehaald. Ik had het daarnet niet willen zeggen, maar ik doe het nu toch. Uw kernpunt in de vorige regering was het sluiten van de kerncentrales. Is dat gebeurd of niet, mevrouw Almaci?
Nul hebt u gehaald!
(…): Foei, foei! (rumoer)
De voorzitter: Collega’s, verplicht me niet om foei te roepen.
01.29 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer Van den Heuvel, u streeft blijkbaar een carrière in slapstick na.
Als dat uw antwoord als parlementslid is, zegt dat veel over de manier waarop u weegt in de regering. Dat is waarschijnlijk even belachelijk, maar heeft duidelijk geen zoden aan de dijk gezet.
01.30 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer Van den Heuvel, ik moet zeggen dat ik bewondering voor u heb. Het is al even uit de mode dat mensen nog geloven in de onbevlekte ontvangenis, maar u blijft koppig volhouden. U blijft geloven in die onbevlekte ontvangenis.
Het is ergens ook mooi, maar u bent wel totaal vergeten dat u in de vorige legislatuur ook in de regering zat. U bent vergeten dat u al zestien jaar in de federale regering zit, sinds Yves Leterme. Ik begrijp dat we allemaal proberen te vergeten dat Yves Leterme ooit aan de knoppen van het bestuur van dit land zat, mijnheer Van den Heuvel, en ik begrijp zeker dat uw fractie dat het meest probeert te vergeten, maar het is toch gebeurd.
Om uw geheugen op te frissen over de vorige legislatuur, wij hebben toen de accijnzen voor diesel en benzine aan de pomp verlaagd. Waarom hebben we dat toen samen gedaan? Omdat we meenden dat 2 euro per liter te veel is voor de mensen. Dat doet de mensen te veel pijn, dus moesten we de belastingen verlagen.
We hebben dat gedaan op voorstel van de toenmalige minister van Financiën, uw partijgenoot. U en ik weten daar weinig van, want wij zaten toen in een ander parlement.
Uw collega-partijlid heeft dat voorgesteld en de regering en de meerderheid zijn daarop ingegaan.
De vraag is vandaag de volgende. Wij zijn nu die pijngrens van 2 euro voorbij. U hebt daarop niet gereageerd. Ik zoek nog altijd de mol. Ik hoor hier van de MR dat zij de omgekeerde cliquet wil. Ik hoor van Vooruit dat zij wel willen, maar dat niet hardop mogen vertellen, omdat dat het moeilijker maakt achter de schermen. Ik hoor van Les Engagés dat de omgekeerde cliquet natuurlijk kan, met de vraag waarom de regering dat niet doet.
Mijn vraag aan u is hoe u daartegenover staat. Ik zoek de mol. Bent u de mol?
01.31 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer Coenegrachts, ik dank u voor uw vraag met een verwijzing naar een populair tv-programma.
Ik wil gewoon nog even het kader schetsen, zoals ik daarnet heb gedaan. Het is belangrijk om op eenvoudige en veeleer populistische vragen niet gewoon met ja of neen te antwoorden, want dat is te gemakkelijk. Ik denk dat het in de Kamer en op deze plaats af en toe nodig is om het bredere plaatje te blijven zien.
Wij moeten even teruggaan, net zoals met de pensioenhervorming, noodzakelijk.
De accijnzen op gas maakten deel uit van de taxshift met de verlaging van de elektriciteitsprijs. Dat was zo. Dat staat duidelijk in de regeerakkoorden, ook in het Vlaamse regeerakkoord. Het betreft een shift waarbij de elektriciteitsprijs daalt en de prijs voor fossiele brandstoffen stijgt. Dat is een heel breed gesteunde maatregel, om allerlei redenen, onder andere voor de energietransitie. Ook voor de strategische autonomie is dat heel belangrijk. We moeten daarvan onafhankelijk worden, in ons land en binnen Europa. In dat kader was die oefening volgens mij helemaal terecht.
Nu is er een geopolitiek incident en stijgen de energieprijzen. Voor ons is het heel duidelijk. Dat staat mede door onze inspanningen ook in de notificaties van de vorige Nationale Veiligheidsraad. Wij zullen die stijging monitoren.
Voor ons is het nodig dat, wanneer de gasprijzen blijven stijgen, daarop ingegrepen wordt.
01.32 Steven Coenegrachts (Anders.): Collega Van den Heuvel, monitoren, dat doen we echt allemaal. We zijn hier met 150 en er zijn 11 miljoen Belgen die elke dag langs het tankstation rijden om te monitoren wat de prijzen doen. Monitoren, dat doen we allemaal. Dat is dus een zeer sterke maatregel die u hebt genomen: we moeten allemaal langs het tankstation rijden om te kijken wat de prijs is van diesel en benzine. Proficiat dat u die maatregel hebt genomen.
Waar ligt de pijngrens als de prijzen blijven stijgen? Moeten de prijzen nog een week blijven stijgen, nog drie dagen, nog een maand? Gaat het over een prijs van 2 euro, 2,5 euro, 3 euro? Wat is de pijngrens? Hoe lang moet dat aanslepen? Wanneer gaat u de mensen helpen? Wanneer gaat u stoppen met monitoren en met uw verrekijker rond te kijken? Wanneer gaat u ingrijpen? Wanneer gaat u iets doen? Wanneer gaat u maatregelen nemen?
U staat daar. Ik stel u een vraag over de prijzen aan de pomp, over mensen die gaan tanken en nerveus zijn over de rekening die ze daar moeten betalen, en u begint over de pensioenhervorming, over Iran en over kerncentrales. U begint over energie, gas en elektriciteit. U begint over de taxshift van gas naar elektriciteit.
Over die taxshift hebt u trouwens een grote leugen verkondigd. Er komt immers 340 miljoen euro bij op de gasfactuur en er gaat 170 miljoen euro af van de elektriciteitsfactuur. U verhoogt de belasting op verwarming. Met uw goedkeuring gaan gezinnen in Vlaanderen meer betalen voor hun verwarmingsfactuur.
Dat zegt u allemaal om de vis te verdrinken, omdat u niet weet wanneer de factuur aan de pomp omlaag kan of mag gaan. Misschien hebt u daarover geen mening – wat zou kunnen, want u bent tenslotte een christendemocraat – maar het zou ook kunnen dat u in de regering niet mág bewegen. Ik wil van u weten wie dat tegengehoudt. Wie is de mol?
01.33 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer Coenegrachts, nog heel kort. Ik denk dat we duidelijk hebben gezegd dat dat moet passen in een breder kader. We mogen dat niet uit het oog verliezen. Ik vind het een beetje jammer dat u dat wegwuift. Daarnaast stel ik vast dat – u woont ook niet ver van de Nederlandse grens – het in sommige buurlanden nog een heel pak erger is, want men staat in de file om in Vlaanderen en België te komen tanken. Tot slot, we moeten dat echt op de voet volgen, zoals ik daarnet heb gezegd. We moeten het elke dag opnieuw monitoren en, wanneer het nodig is, ingrijpen. We hebben echter uit de vorige crisis geleerd dat we niet impulsief mogen handelen. Laat ons dus eerst rustig bekijken wat er gebeurt. Wanneer het nodig is, zullen we de gepaste maatregelen nemen.
01.34 Steven Coenegrachts (Anders.): Collega Van den Heuvel, ik vind het indrukwekkend hoe u het niet-ingrijpen tot een kunst verheft, hoe u het zelfs tot beleid verheft. U zegt dat wij u verwijten niet concreet te zijn en dat u duidelijk hebt aangegeven dat we naar het grotere plaatje moeten kijken. Dat grote plaatje is niet vaag, dat is heel concreet. U zegt dat u blijft monitoren en dat u ingrijpt wanneer dat nodig is. Ik weet niet wat u monitort, waarschijnlijk hetzelfde als ik wanneer ik morgenvroeg langs een benzinestation rijd. Niemand weet wanneer u zult ingrijpen. Niemand die het zegt. Grijpt u in bij 2,10 euro? Nee, want dat is morgen al de prijs. Bij 2,20 euro? Misschien vindt u het dan goed om in te grijpen. Misschien wordt het 2,50 euro. Misschien vindt u het dan goed. Misschien wordt het 3 euro. Misschien vindt u het dan ook goed.
De mensen, mijnheer Van den Heuvel, betalen de rekening. Ze betalen de rekening van uw grote plan dat zogenaamd niet vaag is. Ze betalen de rekening van het niet-beslissen en van het niet-ingrijpen. Ze betalen telkens wanneer ze hun auto proberen vol te tanken. Er komt een moment - ik woon inderdaad in de grensstreek - waarop tankstations zullen overwegen te sluiten omdat ze het niet meer kunnen betalen. Ze smeken om een accijnsverlaging, omdat ze verlies draaien op tankbeurten van vrachtwagenchauffeurs. Er komt een moment waarop mensen niet meer gaan werken, omdat het goedkoper is om thuis te blijven dan hun auto vol te tanken. Er komt een moment waarop vrachtwagenchauffeurs zullen zeggen dat ze stoppen met rijden omdat ze het niet meer kunnen betalen. Er komt een moment waarop, ondanks al uw monitoring en kijken met de verrekijker, de economie zal stilvallen. Dan zult u misschien zeggen dat u iets had moeten doen, maar vandaag doet u niets en dat schaadt ons allemaal. Schande.
01.35 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer Coenegrachts, uw laatste zin ‘U doet niets’ is bijzonder pijnlijk. Ik heb het daarnet heel duidelijk gezegd. Al bij de eerste Veiligheidsraad, anderhalve week geleden, hebben wij als cd&v gepleit om het erin te zetten. In de notulen staat duidelijk dat er een dagelijkse monitoring van de energieprijzen komt en dat we ingrijpen als de prijs echt de pan uit vliegt. Dat is een duidelijke verbintenis die we hier aangaan.
De voorzitter: Mijnheer Van Hoecke, u hebt het woord.
01.36 Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer Van den Heuvel, u hebt mij getriggerd. In het begin van uw betoog weidde u uit over buitenlandse oorlogen, maar u fietste opvallend goed om de olifant in de kamer heen, het thema binnenlandse veiligheid. U hebt er tot nog toe maar één zinnetje aan besteed. U zei dat men zou hervormen om de veiligheid in ons eigen land te garanderen.
Wij hebben intussen in de commissie gezien hoe uw begroting met de grond gelijk werd gemaakt door het Rekenhof, niet alleen voor het luik binnenlandse veiligheid in het algemeen, maar zeker ook voor justitie. Het Rekenhof zegt dat minister van Justitie Verlinden voor een miljard aan maatregelen aankondigt. Ze vraagt geld aan het Parlement en wij moeten daaraan onze goedkeuring geven. Dat is wat wij hier vandaag doen, maar minister Verlinden legt niet uit wat ze met dat miljard euro zal doen. Ze heeft helemaal geen plannen klaarliggen.
Ik wil u nog een quote voorleggen, mijnheer Van den Heuvel. “Criminelen zullen hun straf volledig moeten uitzitten.” Weet u van wie die woorden waren? Dat waren de woorden die uw fractieleider nog maar een paar maanden geleden uitsprak op precies dezelfde plaats waar u nu staat. Iets meer dan twee uur geleden heeft uw minister van Justitie in een interview in VTM Nieuws echter aangekondigd dat zij net het omgekeerde zal doen, namelijk criminelen vroeger vrijlaten en strafkorting geven.
Mijn vraag is dus heel eenvoudig. Wat zijn nu de plannen van deze regering en van uw minister van Justitie om de binnenlandse veiligheid aan te pakken?
01.37 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer Van Hoecke, dit lijkt mij een fantastisch onderwerp voor het thematisch debat later op de avond of morgenochtend. Het is niet aan mij om de oplossing voor de overbevolking en militairen op straat uit te leggen. Het is aan de regering om dat te doen en de minister zal dat morgen heel uitgebreid komen doen.
U zegt dat onze minister Verlinden nog geen plan heeft voor het extra miljard dat ze samen met cd&v heeft binnengehaald, maar de minister heeft wel al een heel duidelijk plan, mijnheer Van Hoecke, en dat weet u: 600 miljoen euro voor infrastructuur, 60 miljoen euro voor de jaarlijkse structurele provisie voor de overbevolking, waarvoor nu ook een concreet plan in de maak is, meer dan 50 miljoen euro voor jaarlijkse structurele meeruitgaven, 8 miljoen euro in een jaarlijkse investering voor de aanwerving van een tachtigtal extra personeelsleden voor fiscale fraude.
Minister Verlinden heeft een uitgewerkt plan. Ik heb het volste vertrouwen in haar en haar daadkracht om met dat extra miljard de juiste zaken te doen om de binnenlandse veiligheid in ons land te versterken.
01.38 Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer Van den Heuvel, dit is toch gewoon absurd. Ten eerste, u zegt dat het Rekenhof eigenlijk gewoon liegt. Dat is allemaal niet waar blijkbaar. Minister Verlinden heeft plannen. Waarom zegt het Rekenhof dan dat zij wel bedragen inschrijft, maar dat er geen concreet plan op tafel ligt?
Ten tweede, wat is nu in godsnaam uw reactie op een fundamentele beslissing die vandaag is genomen, met name dat men criminelen massaal met een enkelband in de plaats van een gevangenisstraf gaat opzadelen en dat men veroordeelde criminelen vroeger uit de cel zal laten? Ik heb vandaag een bericht van een cd&v-kiezer gekregen, mijnheer Van den Heuvel. Ze bestaan nog. Het bericht was heel eenvoudig: “Zijn die nu helemaal zot geworden?” Ik kan dat meisje in dit geval alleen maar honderd procent gelijk geven. Zijn jullie nu helemaal zot geworden? Straffeloosheid met straffeloosheid bestrijden. U weigert dan vandaag om vragen daarover te beantwoorden. U geeft zelfs geen excuus. U probeert zelfs niet te doen alsof u daarop antwoordt. U weigert om daarop te antwoorden. Al die slachtoffers, wier daders een straf hebben gekregen, maar wier straf niet zal worden uitgevoerd, zult u en iedereen die deel uitmaakt van deze regering vanaf morgen recht in de ogen moeten kijken. Ik wens u daar heel veel succes mee.
01.39 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer Van den Heuvel, ik kom u eigenlijk alleen tegen in nachtelijke zittingen van de commissie voor Sociale Zaken, maar ik hoor dat u vlijtig alle rapporten leest. Dat treft, want ik heb daar een vraag over.
In het advies van de Raad van State over de centenindex staat dat de memorie van toelichting geen verantwoording bevat voor het onderscheid tussen mensen met een uitkering boven 2.000 euro en onder 2.000 euro. Ik heb die vraag tijdens het debat in november ook gesteld aan uw fractieleider, mevrouw Farih. Zij antwoordde toen dat ik gelijk had en dat cd&v daarvoor ging proberen te strijden.
De pensioenhervorming ligt nu voor en daarin zit bijvoorbeeld het gezinspensioen. U weet het allicht beter dan ik, een gezinspensioen boven 2.000 euro zal ook getroffen worden door de centenindex, terwijl dat wel voor twee mensen dient. In totaal zitten die twee mensen dan onder de armoedegrens en vergroot u die kloof nog.
Mijn vraag aan u is dus dezelfde als die van de Raad van State. Hoe rechtvaardigt u dit?
01.40 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik heb daarop daarnet al geantwoord. Het is belangrijk dat we het grote kader niet uit het oog verliezen, dat is in het verleden misschien veel te weinig gebeurd. We mogen de grote lijnen niet uit het oog verliezen.
Die pensioenhervorming is nodig. We hebben een aantal zaken bewaakt. We zullen dat ook in de toekomst blijven doen. De problematiek die u aanhaalt, zullen we verder bekijken.
01.41 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer Van den Heuvel, u spreekt over het grote kader. Als ik mij niet vergis, betreft het grote kader van de christendemocratie de werken der barmhartigheid die ons Heer heeft gezegd. Een van die zaken is dat men de armoede moet proberen te bestrijden. Opnieuw, deze aanpassing van de centenindex maakt voor sommige mensen, die al in armoede zitten, de kloof tot de armoedegrens nog groter.
Het is binnenkort Goede Vrijdag, mijnheer Van den Heuvel. Als een goede katholiek gaat u dan te biecht. Ik stel voor dat u aan uw biechtvader een gepaste penitentie vraagt.
De voorzitter: Mijnheer Van Lysebettens, ik heb de indruk dat u alle kwaliteiten hebt om een goede biechtvader te zijn. Misschien kunnen we achteraan in het Halfrond een biechtstoel installeren?
Mijnheer Van den Heuvel, wenst u daar nog op te reageren? Minister Vandenbroucke vraagt het woord.
01.42 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer Van Lysebettens, u doet het debat van de commissie voor Sociale Zaken over, dat mag. Er is daar uitvoerig gereageerd op de bemerkingen van de Raad van State. Ik denk dat de regering daar een zeer sterk en goed antwoord op geeft. Ik heb daar ook gezegd dat de bekendste armoedespecialist in dit land, Wim Van Lancker, professor in Leuven, die veel kritiek heeft op deze regering, heeft gezegd dat de centenindex vanuit een armoedestandpunt een zeer verdedigbare maatregel is. Hij kan u daar meer inlichtingen over verstrekken. Ik vind dat wel belangrijk, want hij applaudisseert niet echt voor veel dingen die wij doen, maar hij heeft in alle objectiviteit gezegd dat de centenindex niet leidt tot meer armoede. We hebben u dat al gezegd, u mag dat debat nog eens overdoen, maar ik denk dat dat wel duidelijk was.
01.43 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Kijk, op dit heugelijke uur is dit – denk ik – de eerste tussenkomst van de regering en men zou voor minder het geloof in hogere krachten toch beginnen te aanvaarden. Mijnheer Vandenbroucke, mijn vraag was specifiek gericht aan de heer Van den Heuvel, om te weten hoe hij dat rechtvaardigt. Over het gezinspensioen zeggen die armoede-experten immers dat in deze specifieke casus wel de armoede vergroot en niet verkleint.
01.44 Natalie Eggermont (PVDA-PTB): Ik wil even terugkomen op de kwestie van de competitiviteit en de energieprijzen. Vanochtend hebben de werknemers van Picanol in Ieper het bericht gekregen dat 25 werknemers worden ontslagen. Dat is al de derde ontslagronde op korte tijd. Er is ook een heel hoge tijdelijke werkloosheid, zoals in de hele metaal- en textielsector in West-Vlaanderen. De belangrijkste oorzaak die wordt aangehaald, zijn de energieprijzen. Er wordt nu ook al gesproken over het conflict in het Midden-Oosten als een factor die de toekomst van de industrie nog meer klappen zal geven.
Het is dus belangrijk dat wij spreken over de houding van België en het standpunt van cd&v in verband met het conflict. De N-VA steunt bij monde van de heer Francken de aanval onvoorwaardelijk. Hij is er ook voor dat wij Saudi-Arabië militair ondersteunen en heeft geopperd dat het conflict ook onze belangen dient. Echter, in wiens belang ontploffen de energieprijzen? Onze burgers betalen de rekening aan de pomp en ook de industrie zal zware klappen krijgen. Ik meen dat cd&v misschien toch een andere koers zou varen. Ik verwijs naar de stelling van Reginald Moreels bij de voorstelling van zijn boek, waar ik samen met velen onder u aanwezig was, dat wie vrede wil, vrede moet voorbereiden. Hij wil expliciet dat de Belgische regering veel meer het voortouw neemt in diplomatie, de-escalatie en niet-offensieve defensie.
Mijn vraag is dus wat uw mening is over dat conflict en over de positie van de Belgische regering. Zult u tegen Theo Francken zeggen dat hij moet stoppen met Trump en Netanyahu achterna te lopen?
01.45 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mevrouw Eggermont, het standpunt van cd&v is heel duidelijk. Wij stappen niet mee in een oorlogsretoriek, maar kiezen voor een veiligheidsretoriek en dat is absoluut nodig. Uw partij blinkt daar alvast evenmin in uit: een naïeve houding kunnen we evenzeer missen.
Wij weigeren mee te doen aan Ramboachtige verhalen. Voor ons is het noodzakelijk dat wij voldoende investeren in defensie, bij voorkeur zo veel mogelijk samen met de Europese partners, zodat Europa minder afhankelijk wordt van Rusland en van de Verenigde Staten. Wij willen een sterke Europese pijler bij de NAVO. Dat is de reden waarom wij ook volledig achter de verhoging van het defensiebudget tot 2 % staan. Voor ons hoeft dat niet meer te zijn, op voorwaarde dat het op een efficiënte manier wordt besteed. Voor ons is dat heel duidelijk via Europese samenwerking en met de Europese defensie-industrie in de spits.
01.46 Natalie Eggermont (PVDA-PTB): Er zijn enkele nuances, maar ik neem mee dat u nu nee zegt tegen deelname aan de oorlog. Daarin zullen wij u ook steunen. De naïviteit leeft bij veel regeringspartijen. Terwijl ze enkele weken geleden nog pal voor de Europese industrie stonden met de boodschap dat we de industrie moeten redden, willen ze nu meedoen aan de oorlog in Iran, zonder dat men beseft wat dat conflict zal brengen. De mensen hebben niets te winnen bij dat conflict. We zien immers stijgende prijzen aan de pomp. De mensen zullen de rekening betalen, niet alleen in de vorm van hoge brandstofprijzen maar ook via het verlies van jobs in onze industrie.
Wie wrijft ondertussen in de handen? De oorlogs- en wapenmultinationals en de multinationals van fossiele brandstoffen. Daarom ben ik erg blij met uw nee-stem tegen de oorlog, want de werkende klasse heeft niets te winnen bij de oorlog van Trump en Netanyahu, die Francken achternaloopt.
01.47 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik sta voor een dilemma. Ik had namelijk nog twee grote punten: een over de sociale zekerheid en pensioenen en een over de veiligheid in ons land, maar die zijn eigenlijk al behandeld door de vele vragen van u allen. Dank u voor de interesse en uw deelname aan het debat. Ik concludeer dus.
De voorzitter: Dat is echter buiten de heer Coenegrachts gerekend.
01.48 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer Van den Heuvel, u ontgoochelt mij een beetje, omdat er op uw lijstje niets staat over de energiefactuur onder andere voor de industrie. Ik weet dat de industrie u na aan het hart ligt, zeker de farmaceutische industrie. De industrie krijgt nu al anderhalf jaar de belofte dat de regering zal ingrijpen in de energiefactuur met de energienorm. Anderhalf jaar lang slaagt u er niet in om dat geld uit te geven. Intussen gaat het over bijna 1 miljard, bedrag dat ik trouwens ter discussie stel, want ik denk dat u zich 300 miljoen vergist, maar daarover zullen we het met de minister nog hebben.
Wanneer zult u eindelijk de industrie helpen en de energiefactuur verlagen? Wanneer zult u de energienorm daadwerkelijk realiseren?
01.49 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer Coenegrachts, dat zijn twee terechte vragen. Wij hebben reeds een top georganiseerd in Antwerpen en een top in Alden Biesen. We hebben toen ook een interessant debat gehad tijdens het vragenuurtje. Voor ons is het duidelijk dat de energieprijzen, zeker voor de energie-intensieve industrie, onder controle moeten worden gehouden. Die problematiek moet duidelijk op Europees niveau worden aangepakt. De federale overheid kan daarin een rol spelen, maar de deelstaten mogen niet worden vergeten. Ik ben heel blij dat de Vlaamse overheid daaromtrent inspanningen wil leveren. Samen moeten we de energieprijs voor onze energie-intensieve industrie verlagen. Dat is absoluut noodzakelijk voor de basisindustrie, zoals de chemie, in het bijzonder voor de Antwerpse haven. Voor ons is dat een prioriteit.
De energienorm is opgenomen in het budget en er is daarvoor ook een financiering voorzien. Daarnaast is er het kmo-plan. Ik ben ervan overtuigd dat we samen met de deelstaten in staat zijn om onze industrie, en zeker onze basisindustrie, op een daadkrachtige manier te ondersteunen.
01.50 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer Van den Heuvel, u spreekt prachtige, wollige woorden, zoals uw obediëntie dat vereist, maar de daadkracht waarover u spreekt, heeft al anderhalf jaar niet geleid tot een verlaging van de energiefactuur. Iedereen die begaan is met de industrie in ons land en met de toekomst ervan, bijvoorbeeld van de Antwerpse haven en de chemiecluster daar, maakt zich zorgen over uw daadkracht en uw intenties.
Men zal vandaag vaststellen dat u opnieuw mooie woorden heeft gesproken, maar dat er opnieuw geen concrete resultaten volgen, zoals dat de voorbije anderhalf jaar het geval was. Dat is een bijzonder spijtige vaststelling.
01.51 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer Coenegrachts, de minister van Energie heeft duidelijk die opdracht gekregen. Hij zal ook met voorstellen naar de regering en de ministerraad komen. Ik ben ervan overtuigd dat dat op relatief korte termijn kan worden afgeklopt.
01.52 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer Van den Heuvel, ik denk dat ik daarop alleen kan reageren met: foei, foei, foei.
De voorzitter: Ik heb daarnet – dat zal mij in de fractie euvel worden geduid – de heer Ronse over het hoofd gezien.
01.53 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Van den Heuvel, ik heb een delicate vraag voor u. Ik weet dat u als christendemocraat als geen ander geplaatst bent om mensen te bekeren. Ik wil u vragen om mevrouw Eggermont te bekeren, zodat zij eindelijk stopt met dat vieze fakenieuws permanent te herhalen. Maak haar duidelijk dat onze volledige fractie, onze eerste minister en ook onze minister van Defensie de oorlog in Iran een ondoordachte oorlog vinden, met zeer veel nefaste gevolgen, niet het minst voor onze economie. Een lid van onze fractie is daar destijds door het regime van die vreselijke ayatollahs gevangengenomen. Dat fractielid koestert nu voor het eerst in haar leven hoop op een seculiere samenleving.
Mevrouw Eggermont, ik weet dat uw fractie van de PVDA het niet zo heeft voor seculiere samenlevingen en liever heeft dat die ayatollahs aanblijven. Ik vraag u evenwel om te stoppen met het verspreiden van dat fakenieuws, alsof wij die oorlog zouden steunen, laat staan dat wij eraan zouden willen deelnemen. Stop daarmee. Laat ons hier debatteren op basis van waarheden en niet op basis van fakenieuws.
De voorzitter: Mijnheer Van den Heuvel, voelt u zich aangesproken in de rol van bekeerder?
01.54 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik denk dat ik daar al op heb geantwoord. Ik zie ook dat mevrouw Eggermont deze interessante ontmoeting heeft verlaten. Neen, excuses, zij is een rijtje opgeschoven, dat had ik niet gezien. In elk geval heb ik ons standpunt daarnet zeer duidelijk uiteengezet. De heer Ronse heeft de gelegenheid gehad om ook het standpunt van zijn fractie te verduidelijken, waarvan wij samen akte nemen.
De voorzitter: Mijnheer Van den Heuvel, dat brengt ons bij de voortzetting van uw betoog.
01.55 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik heb daarnet gezegd dat we onze hervormingen aan de hand van de vele vragen hebben kunnen toelichten. Hervormingen vertrekken altijd vanuit bepaalde aannames. Ze vragen daarom een voortdurende opvolging en evaluatie. Hervormingen, zoals de werkloosheidshervorming of de activering van langdurig zieken, zijn in omvang en ontwerp moeilijk één op één te vergelijken met het verleden of met buurlanden. Dat betekent dat we moeten werken met inschattingen zonder precedent. Als blijkt dat ze niet de gewenste effecten hebben of tekortschieten, moeten we ook de moed hebben om bij te sturen. Dit wordt niet alleen het jaar van hervormingen, maar ook van opvolging en bijsturing waar nodig, om de losse eindjes aan elkaar te knopen.
Dat geldt ook voor de energieprijzen voor onze burgers en onze bedrijven. Met cd&v moeten we dit goed opvolgen en ingrijpen als de prijzen van gas en olie exuberant worden en onze burgers en bedrijven pijn doen. Dat doen we niet door onmiddellijk met geld te beginnen gooien. We zullen dat op een verstandige manier doen.
01.56 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur Ronse, vous avez parlé de fake news concernant les déclarations de M. Francken. Pour moi, les fake news, c’est justement nier les déclarations de M. Francken. Je lui ai moi‑même posé la question, et il a clairement répondu qu’il était favorable à aller soutenir des pays comme l’Arabie saoudite ou les Émirats arabes unis dans la guerre contre l’Iran. Il a déclaré sur Radio 1 que cette guerre était aussi la nôtre. M. Francken souhaite donc s’impliquer de manière assez considérable dans ce conflit. La seule raison pour laquelle il ne le fait pas est que certains partenaires de son gouvernement ne partagent pas cet avis. M. Francken et M. Bouchez, eux, y sont tout à fait favorables, et cela a été dit. Alors, arrêtons de faire croire qu’il s’agit de fake news: il s’agit exactement de reprendre les déclarations du ministre Francken – ministre de la guerre, que certains nomment ministre de la Défense – qui souhaite participer à cette guerre au Moyen‑Orient.
01.57 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Van den Heuvel, u bent een fantastische missionaris. Mijnheer Boukili is al half bekeerd.
Echter, van beweren dat wij willen meedoen aan de oorlog in Iran is hij nu al overgestapt naar het feit dat de minister van Defensie op een vraag op de radio heeft geantwoord dat hij de vraag van Saoedi-Arabië en andere landen op de regeringstafel wil brengen en overwegen. Niet meer, niet minder is er daar gebeurd, dus stop met fakenieuws te brengen. Die oorlog is ondoordacht, wij steunen die niet en we worden allemaal geconfronteerd met de nefaste gevolgen ervan. Stop met het fakenieuws.
01.58 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur Ronse, ce qui est positif dans ce débat, c'est que vous avez changé d'avis. Vous avez évolué. Vous vous êtes aperçu que cette guerre n'avait pas d'issue et qu'elle était catastrophique pour les peuples sur place et pour les populations ici en Europe. Votre parti, la N-VA, a changé d'avis. C'est une très bonne chose, mais je rappelle que votre ministre de la Défense a déclaré que cette guerre était la nôtre aussi. Votre ministre de la Défense a soutenu cette guerre de manière inconditionnelle au point de justifier qu'il était nécessaire de violer le droit international. Votre ministre de la Défense est du côté des Américains et des Israéliens sans aucune concession. Je suis content que vous ayez évolué – c'est une bonne chose –, mais arrêtez de raconter n'importe quoi!
01.59 Kjell Vander Elst (Anders.): Collega Van den Heuvel, ik heb een vraag voor u over het standpunt van de N-VA, want als iets niet in het kraam past, is het meteen fake news of hebben we het allemaal niet goed begrepen. Op dinsdag 3 maart 2026 werd op de website van de N-VA een artikel gepubliceerd: “Minister Francken over het conflict in Midden-Oosten. Aanval op Iran is absoluut gerechtvaardigd. De minister steunt die aanval ONVOORWAARDELIJK,” in drukletters.
Het is echt onkies, not done, dat telkens wanneer het warm onder de voeten wordt, men naar fake news grijpt en doet alsof niemand het hier begrijpt. Weet u wie dat ook doet? Trump doet dat ook altijd.
Mijnheer Van den Heuvel, aan u de vraag wat u vindt van de uitspraken van de minister van Defensie over de oorlog in Iran en steunt u die uitspraak?
01.60 Koen Van den Heuvel (cd&v):
Ik citeer de eerste minister: “Minister Francken kan af en toe onstuimig uit de hoek komen.”
01.61 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer Van den Heuvel, ik leid daaruit af dat u, net zoals Vooruit, die uitspraken verwerpt. Ik hoop dat u het been stijf houdt, want blijkbaar ligt de vraag of wij in het Midden-Oosten militaire steun zullen bieden, nog steeds op tafel. Ik zeg het nogmaals: het is niet onze oorlog. Trump en Netanyahu zijn die oorlog gestart zonder ons medeweten. We moeten daar niet in meegesleurd worden. We hebben met onze defensie en met onze veiligheid andere prioriteiten op het Europees continent, namelijk de oorlog die Oekraïne uitvecht tegen Rusland.
01.62 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik kan u geruststellen. Mijn partijvoorzitter is daar heel duidelijk in en vorige donderdag heb ik hier hetzelfde standpunt verwoord. Het standpunt van cd& is heel eenduidig.
01.63 Kathleen Depoorter (N-VA): Collega Van den Heuvel, ik vind het heel interessant dat u het debat van vorige week aanhaalt en had dan ook graag gehad dat u de stelling rond de crisis in Iran die de eerste minister hier heeft geponeerd, ook herhaalt.
01.64 Koen Van den Heuvel (cd&v): De premier, als behoeder van de regering, heeft gezegd dat de kwestie nog op tafel ligt. Ik ben geen lid van de regering en kan alleen maar zeggen wat het standpunt van mijn partij is. De premier heeft hier vorige week duidelijk gezegd dat steun niet aan de orde was.
01.65 Kathleen Depoorter (N-VA): We zijn het erover eens dat de premier in het halfrond heeft onderstreept dat ons land de VN-verdragen en het internationaal recht respecteert, dat ook de rechten van het Iraanse volk op een democratisch Iran moeten gerespecteerd worden en dat we inderdaad heel voorzichtig moeten omgaan met de internationale crisis. We gaan helemaal akkoord met uw verklaring van daarnet.
01.66 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Chers collègues, un élément intéressant s'est passé ce soir. Nous avons appris, par le biais de M. Ronse et de Mme Depoorter, que le premier ministre contredit son propre ministre de la Défense. Ce dernier a déclaré clairement, preuves à l'appui, sur Radio 1, sur le site de la N-VA, sur RTL qu'il soutenait activement cette guerre sans condition, et qu'il voulait même participer. Il voulait même envoyer de l'aide à l'Arabie saoudite et aux Émirats arabes unis pour combattre une théocratie comme l'Iran. Pour la combattre, il veut apporter de l'aide à de grandes démocraties comme l'Arabie saoudite et les Émirats arabes unis. On sait très bien qu'ils le font pour les droits de l'homme.
Nous avons donc ici une situation assez intéressante. Le premier ministre N-VA a contredit son propre ministre de la Défense N-VA sur la situation de guerre en Iran. Cela montre qu'il n'est pas d'accord avec l'avis de va-t-en-guerre de M. Francken qui veut aller faire la guerre contre l'Iran avec les Américains et les Israéliens. M. Van den Heuvel vient de confirmer que son parti est aussi contre les déclarations de M. Francken. Il l'a dit clairement et je pense qu'il était intéressant de clarifier cette situation aujourd'hui.
De voorzitter: Ik geef voor dit onderdeel het slotwoord aan collega Depoorter. Door te citeren kan men echter geen nieuws maken. Men citeert namelijk wat eerder is gezegd.
01.67 Kathleen Depoorter (N-VA): Collega, stop toch eens met steeds te herhalen wat u zelf wilt horen.
Er is gezegd dat wanneer partners uit de Golfstaten om hulp vragen – hulp die zij ons eerder hebben verleend voor de repatriëring van onze landgenoten – dit aan de regeringstafel zal worden besproken. Dat is wat er is gezegd!
Trouwens, mijnheer Boukili, ik vind het dubbel om hier lessen in moraliteit te moeten horen van een fractie die zelfs de inval van Rusland in Oekraïne niet durfde te veroordelen. Zelfs dat hebt u niet durven doen, terwijl het op Europees grondgebied plaatsvond! Zo bent u!
De voorzitter: Ik denk dat de heer Van den Heuvel…
(…)
Ja, mijnheer Boukili, mevrouw Depoorter heeft u inderdaad genoemd en het dus uitgelokt…
De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Van den Heuvel, die ondertussen een beetje is verdwenen in het debat.
01.69 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik kom bij de conclusie, mijnheer de voorzitter. Het voorbije uur hebben we uitgebreid kunnen spreken over cijfers, maatregelen en hervormingen, maar uiteindelijk gaat de voorliggende begroting ook over iets anders, iets fundamentelers, namelijk over vertrouwen en daadkracht. Het gaat over vertrouwen dat we de moed hebben om problemen, mevrouw Pas, niet door te schuiven, maar ze aan te pakken.
Mevrouw Pas en mijnheer Depoortere, kunt u een maatregel noemen die u de voorbije jaren hebt uitgevoerd? Daar wachten we nog altijd op, een maatregel die u hier kunt laten goedkeuren en uitvoeren. Het gaat over vertrouwen dat we de moed hebben om problemen niet door te schuiven, maar ze vandaag aan te pakken. Het gaat over vertrouwen dat we de juiste keuzes maken om ons land sterker, eerlijker en toekomstbestendiger te maken.
De voorzitter: Mijnheer Van den Heuvel, als ik het goed heb gehoord, hebt u de naam van een collega genoemd, zelfs van twee collega’s.
01.70 Barbara Pas (VB): Mijnheer Van den Heuvel, wij doen veel voorstellen. Wij leggen in deze begroting elf miljard aan besparingen op tafel. Wij doen waanzinnig veel voorstellen, maar het is aan u om ze goed te keuren. Het is aan u om kleur te bekennen. Als u het hebt over vertrouwen, kijk dan ook eens naar het vertrouwen van de kiezer. Die vraagt daadkracht en verwacht de voorstellen die wij doen, maar het is aan u om ze goed te keuren als u niet nog verder wilt wegzakken in de peilingen.
01.71 Koen Van den Heuvel (cd&v): Deze regering zal tonen dat er in dit land wel degelijk kan worden hervormd, dat we tegelijk kunnen investeren in economische groei, in sterke en betaalbare zorg en in de veiligheid van onze burgers, dat we moeilijke keuzes kunnen maken op een eerlijke manier, waarbij de sterkste schouders hun verantwoordelijkheid nemen en werken opnieuw loont. De begrotingsuitdaging, collega’s, is een marathon. Het is geen sprint. Ze vraagt discipline, volharding en verantwoordelijkheid. Het is nog niet de tijd van de medailles, want we zijn nog niet aan de finish. We hebben wel de juiste start genomen, het tempo ligt goed en de richting is duidelijk.
Cd&v wil die weg consequent blijven volgen, met verantwoordelijkheidszin, met hervormingswil en met het vaste geloof dat gezondere en stevigere overheidsfinanciën geen doel op zich zijn, maar een hefboom om mensen vooruit te helpen.
Collega’s, de finish ligt voor ons. Als we op dit elan verdergaan, zullen we de finish ook halen en medailles kunnen uitreiken.
De voorzitter: Dank u, mijnheer Van den Heuvel. Dan geef ik het woord aan de heer De Smet.
01.72 François De Smet (DéFI): Messieurs les ministres, que voulez-vous que je vous dise encore sur ce budget?
Il faut aborder un premier problème. C'est la profonde anomalie de se retrouver un 18 mars 2026 pour délibérer du budget 2026 et l'approuver. C'est la première faute de ce gouvernement. Ce n'est pas une question de temps, c'est une faute de gestion. On n'est pas dans un retard d'agenda, on est dans un style de gouvernance qui ne va pas.
Depuis le début, l'Arizona tisse, retisse, détisse ses accords; vous avez sûrement tous lu l'Odyssée. Vous voyez le personnage de Pénélope qui, chaque nuit, devait détisser ce qu'elle avait fait la journée. L'Arizona, c'est un petit peu cela. Il y aura peut-être un accord ou une discussion à Pâques, s'il y a un contrôle budgétaire. Mais rien n'est moins sûr. Et même dans ce cas-là, le plus probable, c'est qu'il y aura un accord en été, notamment pour revenir sur l'accord boiteux et laborieux que vous avez conclu sur la TVA. Donc, avec un peu de chance, nous aurons un accord d'été appliquant l'accord de Pâques, appliquant l'accord d'automne, appliquant l'accord de l'été précédent, appliquant l'accord de Pâques précédent, appliquant l'accord de gouvernement. Ou inversement! Dans tous les cas, ça ne va pas, chers collègues de la majorité.
Il y a bien un moment où on est les premiers à vous souhaiter de sortir de ce cercle vicieux dont vous ne sortez pas, qui vous coûte cher et qui nous coûte cher. À force de renégocier les mêmes accords, notamment parce qu'un ou plusieurs présidents de partis font de petits chantages, ça finit par nous coûter de l'argent, par vous coûter de l'argent. Il faudra un jour se demander combien coûte à la collectivité, même du point de vue Arizona, le fait que ses propres réformes mettent autant de temps à entrer en vigueur.
L'opposition n'arrête pas de le dire, la presse aussi. C'est un budget de toute façon déjà périmé. Vous demandez aujourd'hui à cette Chambre de voter des recettes et des dépenses qui, fin février, ne disposaient d'aucune base juridique.
Vous avez un rapport particulièrement assassin de la Cour des comptes et, sincèrement, il l'est beaucoup plus que celui qu'il avait rédigé pour la Vivaldi et pour des gouvernements précédents. Il y a le mirage de l'activation. Vous pariez sur le fait qu'un tiers des chômeurs exclus et des malades de longue durée retrouveront un emploi. La Cour est formelle: c'est irréaliste. La Banque nationale prévoit que seuls 10 à 20 % y parviendront.
Vous avez la bombe sociale des CPAS. Vous avez sous-estimé le basculement vers le revenu d'intégration. On le sait, dans les grandes villes, ce seront 40 à 50 % des exclus qui finiront sans doute au CPAS et non le tiers annoncé. Le SPP Intégration sociale chiffre déjà un surcoût non budgétisé de plus de 500 millions d'euros dès 2027. J'ai entendu le collègue des Engagés parler tout à l'heure d'une enveloppe ouverte.
Je ne sais pas comment cette ouverture sera opérée, mais je crains qu’il faille qu’elle monte très haut si elle doit être à la hauteur, par exemple, de 500 millions d'euros.
La Cour épingle également vos très nombreuses erreurs de calcul et incertitudes fiscales sur les accises sur le gaz, sur la taxe sur les plus-values qui, non seulement, ne punit pas les riches mais ceux qui essaient de le devenir, et qui en plus est mal calculée.
Nous avons aussi les sujets thématiques. En analysant un département qui se porte particulièrement bien ces temps-ci, comme la Justice, on découvre cette provision de 465 millions d’euros logée de manière assez opaque chez BOSA. Le SPF Justice est incapable d’expliquer à quoi cela correspondra. Pire encore, le gouvernement instaure une cotisation patronale de 38 % sur les nouveaux agents, une mesure qui, selon la Cour des comptes, va asphyxier tous les nouveaux recrutements. Vous construisez des cellules, mais vous n’aurez plus personne pour en ouvrir les portes. Et, de manière plus anecdotique, même les frais de nourriture et d’entretien des détenus sont déjà sous-financés de 10 millions d’euros en 2026.
Nous avons ensuite le mirage de l’activation. L’objectif d’un taux d’emploi de 80 % relève davantage de l’incantation. Vous tablez sur 1,9 milliard d’euros d’économies grâce à la réintégration des malades de longue durée, alors que les mutualités et les experts sont unanimes: votre objectif de remettre 100 000 malades au travail est irréaliste. Et, en matière de chômage, vous jouez aux dés avec la vie des gens. Votre hypothèse des trois tiers n’est qu’une fiction comptable. Comme nous l’avons déjà souligné, la réalité est qu’une large partie des personnes concernées, surtout dans les grandes villes, se retrouvera malgré tout au CPAS.
Un autre domaine qui me tient à cœur est la migration. On en parle beaucoup sous ce gouvernement, notamment sous l’aspect de l’État de droit. Cependant, même en essayant de rester sur la question budgétaire, ce que vous faites n’est pas sérieux. Les économies que vous imposez à Fedasil sont, elles aussi, complètement déconnectées de la réalité. Vous sabrez le budget de Fedasil de 153 millions d'euros dès 2026, en espérant que les flux migratoires diminuent comme par miracle. La Cour des comptes rappelle pourtant que ces flux dépendent de crises internationales que nous ne contrôlons pas. Elle le disait déjà avant même le déclenchement de la guerre actuelle au Moyen-Orient. Par ailleurs, la Cour souligne l’absence de plan concret: elle n’a reçu aucune explication chiffrée sur la manière dont ces économies seraient réalisées. Là aussi, comme pour la Justice, il existe une grande opacité budgétaire sur une partie des moyens puisque près de 100 millions d’euros destinés à l’accueil sont logés dans une provision interdépartementale du SPF BOSA.
En ce qui concerne le parquet financier, nous nous félicitons bien sûr qu’il voie enfin le jour. Même si l’idée était à l’origine la nôtre, il fallait quelqu’un au pouvoir pour oser la mettre sur la table. Nous le reconnaissons volontiers. Et c’est une bonne chose que Maxime Prévot l’ait fait en plein conclave. Mais nous avons tout de même très peur, car ce qui ressemble à une belle voiture – une Ferrari – semble pour l’instant doté d’un moteur de trottinette. Un budget de 6 millions d’euros en 2026 est vraiment très peu pour espérer récolter 175 millions d’euros en 2029. Là aussi, la Cour des comptes est sévère car vous n’avez fourni aucune méthodologie pour justifier ce rendement.
Dix magistrats, c'est David contre Goliath pour tenter de briser le modèle du crime organisé. Cela nous paraît extrêmement peu.
Vous avez donc mis quasiment un an à accoucher d'un budget qui est déjà contesté par le Conseil d'État, invalidé dans ses hypothèses par la Cour des comptes, et ce nouveau testament budgétaire est un recueil de fables fiscales dont les Belges vont devoir payer le prix fort. Votre assainissement, c'est une illusion d'optique. Malgré vos mesures, le déficit de l'État fédéral va continuer à se dégrader, passant de 24,6 milliards en 2026 à 31,2 milliards en 2029, 4,3 % du PIB. On est très loin des 3 % de Maastricht que vous avez promis d'atteindre.
Que dire de la dette, puisqu'elle va franchir le cap des 90,3 % du PIB en 2029 pour l'entité 1? C'est évidemment pire si vous prenez l'ensemble des niveaux de pouvoir, mais ce n'est pas votre responsabilité directe.
Bref, en toute honnêteté, je ne vois pas comment il est possible d'être représentant du peuple et de voter ce budget, en disant que c'est la meilleure chose à faire pour l'intérêt général. Ceci n'est pas un budget, c'est un plat périmé qui ne crée aucune confiance, aucune confiance entre vous, entre vos cinq partis, puisque vous vous disputez encore plus que sous la Vivaldi, et aucune confiance non plus avec la population, ce qui est le plus grave.
C'est un budget qui ne va créer que plus de précarité, plus de pauvreté, en nous amenant petit à petit, un peu plus profondément dans ce désert bien nommé qu'est l'Arizona. C'est pourquoi je voterai contre.
Ce fut bref, mais intense! Je vous remercie de votre attention, chers collègues, et je remercie le premier ministre d'être arrivé juste à temps pour écouter mes derniers successeurs.
01.73 Lode Vereeck (VB): Voorzitter, collega’s, heren ministers, hoe later op de avond, hoe schoner het volk. Ik zou daarvan het levende bewijs kunnen zijn, ware het niet dat het nog maar 22.50 uur is. De avond is nog jong, dus er zullen nog veel schonere mensen passeren.
Met uw goedkeuring wil ik het hebben niet over de oorlog, waar dan ook in de wereld, maar over het begrotingswerk, meer bepaald over de middelenbegroting, de belastingen, de taksen, de heffingen en de bijdragen. De totale fiscale en parafiscale druk in ons land bedraagt 47,2 % van het bbp.
Collega’s, men kan in het Parlement geen debat over belastingen voeren of iemand van de meerderheid een microfoon onder de neus duwen of men verwijst naar het feit dat plots iedereen magischerwijs ergens in 2030 misschien 1.000 euro zal bijverdienen. Dat kost de meerderheid 4 miljard euro. De vraag rijst dan zoals bij het monster van Loch Ness, dat niemand ooit heeft gezien, of we inderdaad die 1.000 euro of, zoals collega Ronse beweert 150 euro per maand, zullen zien. Overigens, 1.000 euro per jaar komt overeen met 83 euro per maand en geen 150 euro.
Trouwens – en dit is het goede nieuws -, het is zelfs een beetje meer, want het verschil met de door u naar voren geschoven belastingvrije som bedraagt meer dan 4.000 euro. Als u de maatregel volledig uitrolt, zou de opbrengst voor de burger zelfs kunnen oplopen tot 1.172 euro. Alleen – en nu komt het slechte nieuws – gebeurt dat in 2030. Een kwart van de inspanning levert pas in 2030 iets op, terwijl drie vierde nu wordt gerealiseerd. Dat betekent dat het niet over 1.000 euro gaat, maar over 879 euro, of nog 73 euro per maand, met de belangrijke kanttekening dat de budgettaire ruimte voorhanden moet zijn, dus dat er geld is.
Nog een belangrijke kanttekening, de maatregel geldt alleen voor werkenden, niet voor gepensioneerden. Het voordeel dat door het optrekken van de belastingvrije som aan werkenden wordt gegeven, wordt voor gepensioneerden gecompenseerd, waardoor zij geen effect voelen.
De vraag die ik vanavond met u wil beantwoorden, is de volgende: 879 euro extra per jaar in 2029, is dat ook 879 euro meer koopkracht? Met andere woorden, wat blijft er over van 879 euro, als u rekening houdt met alle nieuwe en verhoogde belastingen van de regering-De Wever? Gaat dus de Vlaming, de meest gepluimde kip van allemaal, erop vooruit?
De eerste groep die erop achteruitgaat, zijn degenen die op aardgas verwarmen. Zij zullen 484 euro extra moeten betalen. Dat is ongeveer de helft van het voordeel. Dat heeft te maken met de hogere accijnzen. Misschien moet u eens naar het kabinet van Jan Jambon bellen, want het is geen 17 euro, maar wel degelijk 78 euro. Dat heeft ook te maken met de hogere btw op aardgas die eraan komt, de Europese koolstoftaks, die tussen 250 en 360 euro ligt - ik schat alles nog minimalistisch in -, en de Vlaamse taks op aardgas, alles samen 484 euro.
De vraag die nu op ieders lippen blijft branden, is of de verhoging van de accijnzen op 1 april 2026 wordt uitgesteld, zoals niet alleen het Vlaams Belang en andere oppositiepartijen, maar ook cd&v en de MR voorstellen.
De tweede groep die erop achteruitgaat, zijn degenen die met een wagen rijden op diesel en benzine. Zij zullen gemiddeld 90 euro verliezen. Dat is berekend op een gemiddeld verbruik van 10.000 liter. Daar komen ook nog de accijnzen op mazout bij, die gemiddeld 6,7 euro per duizend liter bedragen, dus ongeveer 17 euro.
Wij gaan er wel op vooruit door de daling van onze elektriciteitsfactuur met gemiddeld 42 euro. Voor wie met een elektrische wagen rijdt, gaat dat zelfs om meer dan 100 euro. Eerlijk is eerlijk. Die verlaging verreken ik straks.
Dan is er natuurlijk de btw-chaos. De btw op afhaalgerechten ging van 6 % naar 12 %, terwijl die op diepvriesgerechten op 6 % bleef, om nog maar te zwijgen van de btw op koffiekoeken na 12 uur, van 6 % naar 12 % – iedereen kent het bewuste filmpje van Marc Coucke –, de btw op kaasschotels zonder en met brood, de schoolmaaltijden, enzovoort enzovoort. Dat alles moet 222 miljoen euro opbrengen. Gemiddeld gaat het per gezin om ongeveer 43 euro, rekening houdend met het feit dat sommigen meer van Deliveroo gebruikmaken of vaker een afhaalmaaltijd bestellen. De btw-expert van het kabinet-Jambon heeft ondertussen ontslag genomen. Het spijt mij dat de heer Jambon niet aanwezig is, want ik wou hem vragen of er al een nieuwe expert is. Men moet de witte raaf maar vinden, de btw-expert die ook nog alles weet over koken, bakken en braden. En wie is verantwoordelijk voor de btw-chaos? Is dat Jan Jambon of is dat De Wever? Het is heel duidelijk. Daar zit de man die alle akkoorden afklopt. Het is zijn btw-chaos.
Belangrijker nog is de vraag wat er in de plaats komt van de 220 miljoen die men via de btw-maatregelen had moeten ophalen.
We weten het niet, de mensen weten het niet. Het is één grote chaos.
Hetzelfde geldt voor alles wat sport en ontspanning betreft. De btw-verhogingen moesten in totaal 253 miljoen euro opbrengen. Misschien gaat u nooit naar de cinema, misschien heel vaak. Misschien gaat u naar de fitness, misschien niet. Wanneer we dat gemiddeld bekijken, betekent het een verlies van ongeveer 79 euro voor een doorsnee gezin. Voor sommige mensen zal dat wat meer zijn, voor anderen wat minder. Maar hoe zit het daar nu precies mee, want ook daar is veel om te doen geweest. De btw op festival-, concert- en filmtickets en sport vallen onder 12 %, behalve tickets voor klassieke concerten, opera en circus. De btw voor hotelovernachtingen en campings gaat ook van 6 naar 12 %, behalve wanneer het om een camping bij een festival betreft. Men moet het maar begrijpen. Gemiddeld gaat het om 79 euro. Opnieuw luidt de vraag wat er in de plaats komt.
De vliegtaks moet ongeveer 158 miljoen euro opbrengen. Dat betekent voor een gemiddeld gezin een verlies van 35 euro. Wie meer vliegt, zal uiteraard meer betalen. Anderen nemen misschien nooit het vliegtuig. Voor een gemiddeld Belgisch gezin – ze zijn met 5,2 miljoen – gaat het om een verlies van 35 euro.
De pakjestaks waarbij de vraag is of die door België dan wel door de Europese Unie wordt geïnd, bedraagt 2 à 3 euro per pakje. Dat komt neer op gemiddeld 58 euro per gezin. Sommige mensen maken weinig gebruik van buitenlandse webshops, anderen heel veel, bijvoorbeeld via bol.com of Amazon. Gemiddeld zou dat dus 58 euro per gezin betekenen.
De verzekeringstaks bedraagt nog eens 51 miljoen euro, goed voor gemiddeld 10 euro per gezin. Dat is het kleinste bedrag, maar tegelijk een van de domste maatregelen. Men kan immers geen economie runnen en nauwelijks een activiteit organiseren, of het nu om een bedrijfsactiviteit gaat of om vrijwilligerswerk, zonder dat men degelijk verzekerd is.
Daarnaast moet er – de bevoegde minister zit hier – volgens de begrotingstabellen ongeveer 60 miljoen euro worden bespaard via het remgeld. Dat heeft betrekking op doktersbezoeken en medicijnen. Wanneer we dat omrekenen naar het gezinsbudget, komt dat voorlopig, in afwachting van nieuwe cijfers, neer op een verlies van 13 euro per gezin.
De fiscale aftrekbaarheid van giften wordt verlaagd. Die maatregel moet 40 miljoen euro opbrengen. Giften zijn nog slechts voor 30 % aftrekbaar in plaats van 40 %. Dat betekent dat een gemiddeld gezin ongeveer 8 euro belastingvoordeel via zijn giften verliest.
Dan kom ik aan de bankentaks. U vraagt zich waarschijnlijk af wat die met ons heeft te maken. Ik kijk even in de richting van de linkse partijen. U denkt wellicht dat u de banken, de grootkapitalisten, eens goed te pakken hebt. Uiteindelijk wordt die taks echter doorgerekend aan de klanten. We weten intussen dat de eerste verhoging heeft geleid tot 104 euro extra bankkosten op zicht- en spaarrekeningen. Als men kijkt naar het totaal van 400 miljoen euro die dat moet opbrengen, dan kan men berekenen dat al onze zicht- en spaarrekeningen ongeveer 166 euro duurder zullen worden.
Hetzelfde geldt voor de inning van de meerwaardebelasting. U denkt misschien dat weinig mensen meerwaarde realiseren en dat dit aantal beleggers beperkt is. Dat kan zo zijn, maar zelfs als u geen aandelen hebt en die niet met meerwaarde verkoopt, de administratieve kosten voor het berekenen, innen en doorstorten van die meerwaardebelasting bedraagt voor de banken ongeveer 70 miljoen euro – men spreekt over een vork van 60 tot 80 miljoen euro.
(…): (…) (zonder
micro)
01.74 Lode Vereeck (VB): Blijkbaar gaat het over 80 à 90 miljoen euro. Dan stijgt dit bedrag verder. Dat betreft extra kosten die niet alleen op beleggers worden verhaald, maar wordt doorgerekend aan alle klanten. De kosten voor een bankrekening en bankkaart zullen dus nog eens met 29 euro stijgen.
U denkt misschien dat 10 euro of 8 euro peanuts zijn. De vraag is wie de grootste slachtoffers zijn. Wel, nu komen de echt grote bedragen. Houd u vast.
De grote verliezers en slachtoffers van de regering-De Wever zijn om te beginnen de gezinnen met één inkomen, dus gezinnen met één verdiener, waarschijnlijk met een huisman of huisvrouw, die een beperkt of geen inkomen hebben. Hun huwelijksquotiënt wordt gehalveerd. Dat zal zo’n gezin, met een eerder traditionele huisman of huisvrouw, 3.365 euro kosten, of 280 euro per maand.
Collega Ronse, met alle respect, in uw enthousiasme loopt u zichzelf soms voorbij. U hebt hier de vorige keer ook een onwaarheid verkondigd. Wie opkomt voor gezinnen waar een partner onbetaalde zorgtaken op zich neemt, is niet tegen gezinnen of alleenstaanden die voltijds werken. Die twee hebben niets met elkaar te maken. Dat was een pertinente onjuistheid.
Voor ons is het duidelijk, de gezinskeuze moet vrij zijn. In de jaren ‘60 was het zo dat het inkomen van de vrouw bovenop dat van de kostwinner kwam. Dat was dan steeds de man. Die vrouw kwam in de hoogste schalen terecht, wat ontmoedigend en onrechtvaardig was. Weinig vrouwen hadden toen zin om te gaan werken, want ze hielden er niets van over.
Er was op dat moment – dat moeten we toegeven – een fiscale sturing naar een gezinsmodel met één verdiener, een kostwinner, en een – laten we het maar zo noemen – vrouw aan de haard. Tot er een takssplit kwam, waarbij iedereen apart belast werd. Dan gingen meer vrouwen aan het werk, want dat loonde. Mijn eigen moeder is daarvan het mooiste voorbeeld. Ze is in het begin van de jaren ’70 beginnen werken.
Maar vandaag, collega’s, is het het omgekeerde. Een gezin met twee inkomens, van 6.000 euro samen, twee keer 3.000 euro bruto, houdt netto meer over dan het gezin met één inkomen van 6.000 euro. Er is dus een fiscale sturing naar een gezinsmodel met twee verdieners, het zogenoemde all-roundmodel. Allebei van 9 tot 17 uur werken, de kinderen naar de crèche, ’s avonds allebei het huishouden, moderne man, moderne vrouw, strijken ’s avonds.
Ik vind dat absoluut prima, als dat is wat koppels willen. Maar de fiscus moet niet sturen. De fiscus moet neutraal zijn inzake het gezinsmodel. Er zijn ook gezinnen die een ander model kiezen, met één verdiener en een partner die onbetaalde zorgtaken vervult. Dat is voor alle duidelijkheid niet langer de vrouw. Als ik in mijn omgeving kijk, zie ik vooral voorbeelden waarbij de vrouw een topcarrière heeft en de man voor het gezin zorgt. Dat is het specialistische model. De reden van die keuze doet er niet toe. Het is een keuze die koppels maken en de overheid heeft zich daar niet mee te bemoeien.
Mijn vraag is dus waarom de overheid een gezin met één gezinsinkomen bestraft. Een inkomen waarvan trouwens evenveel gezinsleden moeten leven. Allebei de partners moeten van die 6.000 euro bruto leven. Het is een detail, maar de overheid bespaart ook geld op die éénverdieners. Denk maar aan de kinderopvang, de ouderenzorg, de dienstencheques, waar ze allemaal geen gebruik van maken. Mijn vraag is waarom de regering-De Wever het de financiële situatie van die gezinnen nog moeilijker maakt.
Het huwelijksquotiënt, collega’s, temperde nog een klein beetje de discriminatie tussen tweeverdieners en éénverdieners. Dat was eigenlijk een indirecte vorm van appreciatie. En dat gaan jullie nu kapotmaken. Ik weet dat jullie hier in de plenaire heel veel lippendienst verkopen aan jullie mama’s en aan jullie echtgenoten, die voor jullie en voor jullie kinderen hebben gezorgd, maar als het erop aankomt, hebben jullie nul respect voor de mannen en de vrouwen die voltijds onbetaalde zorgtaken op zich nemen.
De volgende grote groep slachtoffers is die van de gepensioneerden. Ik baseer me op de gegevens van de Vergrijzingscommissie. We weten dat een werknemer met jullie maatregelen in 2O30 gemiddeld 7,6 % minder zal verdienen.
Op een doorsnee werknemerspensioen zal men 1.338 euro gaan verliezen. Natuurlijk zijn vrouwen het slachtoffer van deze pensioenhervorming, zeker vrouwen die al dicht bij hun pensioen staan. Zij kunnen niet meer schakelen.
Ik ben blij dat cd&v dat ook gezegd heeft. Zorg voor de overdraagbaarheid van pensioenrechten tussen mannen en vrouwen. Met andere woorden, voer die pensioensplit versneld door. U hebt onze volle steun.
De gepensioneerde ambtenaren gaan er gemiddeld 6,3 % op achteruit in de periode 2030-2040. Het gemiddelde verlies van een gepensioneerde ambtenaar bedraagt 1.783 euro. Het maximumpensioen, het plafond-Wijninckx, gaat er 5.140 euro op vooruit. Dat heeft allerlei redenen, waaronder langere referentieperiodes, de schrapping van tantièmes, correctiefactoren, de centenindex enzovoort. Statutaire ambtenaren hebben een degelijk pensioen, maar hebben geen aanvullend pensioen. Zij gingen er immers van uit dat ze een degelijk wettelijk pensioen zouden krijgen. Ook hier is het zo dat oudere ambtenaren, die dicht bij hun pensioen staan, niet meer kunnen schakelen. Een 61-jarige ambtenaar die op zijn 62ste is beginnen te werken kan na een loopbaan van 42 jaar op pensioen op zijn 64ste. Als hij nu nog 3 à 4 jaar een aanvullend pensioen wil opbouwen, is hij eraan voor de moeite. Die spaarverzekeringscontracten en beleggingsverzekeringscontracten hebben immers een minimale duurtijd van 10 jaar, waardoor hij pas de uitkering ervan kan vragen op zijn 71ste, terwijl hij op zijn 64ste met pensioen wil gaan. Dat werkt dus ook al niet.
Ik kom tot een ander punt. De nieuwe grote zonde is blijkbaar uit de echt scheiden. Gescheiden personen zijn uw volgende slachtoffers. De verminderde aftrek van de oude onderhoudsuitkering van de alimentatie, zorgt ervoor dat een gemiddeld gezin waarin een partner alimentatie betaalt aan zijn ex-partner of kinderen, 720 euro verliest. De scheiding wordt blijkbaar opnieuw een soort van zonde die financieel bestraft moet worden. Ik zeg u dat daar ruzies van zullen komen. Gezinnen van alimentatiebetalers zullen in nood geraken en al die alimentatieregelingen zullen waarschijnlijk heronderhandeld moeten worden.
Wat de gewone indexering betreft, verandert er voor brutolonen onder de 4.000 euro inderdaad niets. Brutolonen boven 4.000 euro worden niet aan 2 % geïndexeerd, maar worden verhoogd met het vaste bedrag van 80 euro. 4.000 euro bruto, komt neer op 2.600 euro netto. Ik heb de berekeningen gemaakt voor mensen die tussen 5.000 en de 8.000 euro bruto verdienen. Zij hebben een nettoloon tussen 3.000 en 4.000 euro netto. Is dat een goed loon? Ja, dat is een goed loon, maar ik noem dat de werkende middenklasse. Echt rijke mensen zijn bijvoorbeeld ministers, met een brutoloon van 20.000 euro en voetballers met een brutoloon van 50.000 bruto. Er zijn er zelfs die nog meer verdienen.
Wie 5.000 euro bruto verdient, ongeveer 3.000 euro netto, verliest door die twee indexsprongen 240 euro en dat voor de rest van zijn leven. Reken dat maar eens uit. Als u nog aan het begin van uw carrière staat, mag u dat maal 40 doen. Wie 6.000 euro bruto verdient, ongeveer 3.476 euro netto, verliest 480 euro netto voor de rest van zijn leven. Doe dat maal 20 of maal 40 en u weet waar u uitkomt. Het gaat inderdaad over tienduizenden euro’s, zoals een collega hier zei. Voor iemand die 7.000 euro bruto verdient, of 3.871 euro netto, gaat het al over 720 euro netto. Dat loopt snel op. Op 40 jaar is dat 28.000 euro. Iemand die 8.000 euro bruto verdient ,of 4.275 euro netto, dat is een goed loon maar nog altijd geen toploon, verliest na die twee centenindexen 960 euro, afgerond 1.000 euro netto, en dat voor de rest van de carrière.
De kloof tussen werken en niet werken moest minstens 500 euro bedragen. Hoe doet u dat? Niet alleen door zogezegd wat meer geld te geven, maar vooral door – dit is nieuw – leeflonen en werkloosheidsuitkeringen belastbaar te maken. Een belastbare werkloosheidsuitkering betekent dat een werkloze ongeveer 1.021 euro aan belastingen zal betalen. Een alleenstaande leefloner betaalt 1.225 euro. Gemiddeld betekent de belasting op uitkeringen voor een uitkeringstrekker een koopkrachtverlies van 1.124 euro.
Dan kom ik bij de financiële taksen. U zegt misschien: ik heb geen vermogen, ik heb geen geld, dat is een ver-van-mijn-bedshow, maar de roerende voorheffing op spaarboekjes gaat van 15 % naar 30 %. Dat moet 300 miljoen euro opbrengen. Dat gaat gemiddeld 58 euro opbrengen.
Dan is er nog de effectentaks. U denkt misschien dat die alleen geldt voor mensen met meer dan 1 miljoen euro op een effectenrekening. Zo veel mensen hebben dat toch niet? Als u aan beleggingssparen doet, als u een spaar- of beleggingsverzekering hebt, met andere woorden een aanvullend pensioen, dat zit in een effectenrekening van uw pensioenfonds, dan betaalt u indirect mee. Gemiddeld zal dat 9.240 euro opbrengen, maar minstens 1.500 euro.
Dan is er ook nog de meerwaardebelasting. Alleen al de administratieve lasten zullen u minstens 29 euro kosten. Gemiddeld zal dat 1.587 euro kosten. Dat is het bedrag dat moet worden opgehaald: 500 miljoen euro, gedeeld door de vijf hoogste percentielen die dat moeten betalen. Dat zijn ongeveer 310.000 mensen, maar waarschijnlijk zal het nog veel meer zijn.
Het grappige is dat die maatregel niet met terugwerkende kracht wordt ingevoerd. De historische meerwaarden, dus van vóór 2026, worden gelukkig – ik ben dus voorstander – niet belast, terwijl historisch opgebouwde pensioenrechten wel worden afgebouwd, begrijpe wie kan. Ik heb nog nooit een deftige uitleg gekregen van iemand uit de meerderheid waarom daar met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt. Ik wijs er ook op dat het een rammelende belasting is, met discriminatie tussen kleine beleggers en grote aandeelhouders. Er worden ook minwaarden belast. Dat is eigenlijk een belasting op minwaarden vanaf 2031. Bovendien wordt er een belasting op belasting betaald.
Collega’s, de federale regering is geen eiland. Federale maatregelen moeten samen met regionale maatregelen in ogenschouw worden genomen en zijn daar vaak ook een reactie op, ook lokaal. Een daling van de belastingvrije som zorgt natuurlijk ook voor minder aanvullende belastingen voor de regio’s. Met excuses voor de Waalse collega’s, maar ik wil het toch even over Vlaanderen hebben. Op Vlaams niveau worden maatregelen genomen die nog eens 293 euro uit de zakken van de mensen halen. De zorgpremie stijgt, de schoolbonus wordt afgeschaft. Ik heb trouwens maar één kind meegerekend, dus dat is 50 euro die wegvalt. In die berekening zit dus maar één kind. De dienstencheques worden duurder en de renovatietoelagen worden afgeschaft. Er is een positieve Vlaamse taxshift, die is meegerekend, en de korting bedraagt min 16 euro. Samen is dat 293 euro.
Toen sprak hij de historische woorden: bent u ondertussen de tel kwijt? Begrijpelijk, de mensen ook. Het is echt een takstsunami die hen overspoelt.
Ik vat even samen. De winst voor de mensen bedraagt 879 euro op basis van … (gelach in het halfrond)
De voorzitter: U kunt het, zoals vroeger bij een spreekbeurt op school, rondgeven.
01.75 Lode Vereeck (VB): Ik zal het zo dadelijk op Twitter zetten, op X, voor de geïnteresseerden.
De winst bedraagt dus 879 euro. Dat is, inderdaad, de daling van de personenbelasting. Daar komt nog 42 euro bij aan elektriciteit voor een doorsnee gezin. Vergeet ook de lagere accijnzen op sojamelk, havermelk, kokosmelk, amandelmelk, erwtenmelk en rijstdrank niet. Alles samen goed voor ongeveer 921 euro.
En wie zijn de verliezers? Iedereen! Wie met aardgas stookt, verliest 1.366 euro.
Wie met mazout stookt, verliest afgerond 900 euro, of 898 euro om precies te zijn. Dat is 80 % van de bevolking. Zij zien niets, niets.
Daarbij moet worden opgeteld dat de zwaarste verliezers de werkende middenklasse is, mensen met een inkomen tussen 4.000 en 8.000 euro bruto. Dat is niet de hogere klasse, maar de middenklasse. Zij gaan er tussen 240 en 960 euro op achteruit. Dat moet erbij geteld worden. Ook de gepensioneerden worden getroffen: minimaal 1.338 euro voor werknemers en maximaal 5.140 euro voor wie het plafond-Wijninckx heeft bereikt. Eenverdieners met een partner ten laste verliezen 3.365 euro door de halvering van het huwelijksquotiënt. Gescheiden personen verliezen 720 euro. Uitkeringsgerechtigden verliezen 1.124 euro. Over spaarders en beleggers doe ik geen uitspraak, want het resultaat hangt af van hun vermogen.
Ik wil even iets voorlezen. Op basis van de beschikbare gegevens heb ik gepoogd om cijfers te koppelen aan de maatregelen. Ik citeer uit het advies van de Raad van State over de wet op de personenbelasting: “Bij gebrek aan een precieze cijfermatige toelichting van het effect van de hervorming op de betrokken belastingplichtigen wordt het onderzoek van het wetsontwerp door de Raad van State ernstig bemoeilijkt en zelfs onmogelijk gemaakt. Er is geen enkele berekening, er is geen enkele microsimulatie beschikbaar.” U weet dus niet wat het effect is van uw maatregelen.
Ik ga verder met het citaat: “Dit gebrek aan een cijfermatige analyse van de gevolgen van het wetsontwerp is des te frappanter voor regelingen die gevolgen hebben voor kwetsbare groepen van belastingplichtigen, zeker in de strijd tegen kansarmoede, gelet onder meer op de ontworpen regeling inzake de belastbaarheid van het leefloon, de beperkte toepassing tot afschaffing van de belastingvermindering voor pensioenen en de halvering van het huwelijksquotiënt voor gezinnen waarin een partner geen eigen inkomen heeft.” De regering-De Wever vaart blind.
De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Quickenborne.
01.76 Lode Vereeck (VB): Ik zal eerst mijn zin afmaken.
De voorzitter: Uw zin? Ja, ik wachtte op een punt, maar er komt er geen. (hilariteit)
01.77 Lode Vereeck (VB): Dan moet u wat beter luisteren.
Mijn punt is het volgende: deze regering vaart blind.
De voorzitter: Dat was een hoofdletter, duidelijk.
01.78 Lode Vereeck (VB): Ja, maar wacht even.
Dit is fiscaal hooliganisme op kap van de zwakkeren.
Ik rond af, mijnheer de voorzitter. Ik ben zelf altijd een groot voorstander geweest van evidencebased policy, waarbij beleid minstens wordt gebaseerd op cijfers en feiten. Hier gebeurt alles op buikgevoel. Het gevolg is dat men in het wilde weg allerlei slachtoffers maakt.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, u hebt het woord.
01.79 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Vereeck, ik dank u voor uw interessant betoog.
Collega’s, wij zijn blij dat er intussen vier ministers in ons midden zijn. Het is de eerste keer dat wij dat zien vandaag. Wij zien de minister van Buitenlandse Zaken en vice-eersteminister. Goedenavond. Wij zien de minister van Begroting en vice-eersteminister. Ook goedenavond. Wij zien ook de minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken. Goedenavond. Ik verwelkom ook onze eerste minister.
Mijnheer de eerste minister, ik heet u welkom. Hoort u ons? Bent u er?
Mijnheer Vereeck, ik kom bij het punt dat ik wil maken. U verwijst naar het wetsontwerp over de hervorming van de personenbelasting, stuk 1243. U verwijst terecht naar de Raad van State en stelt dat de Raad van State niet kon oordelen omdat er een manifest gebrek was aan microsimulaties van de impact van de belastinghervorming op de mensen.
Mijnheer de eerste minister, dat klopt. Intussen circuleren er echter blijkbaar wel microsimulaties op het niveau van de kabinetten. Die microsimulaties bestaan dus maar worden angstvallig verborgen gehouden voor het Parlement. Collega’s, waarom gebeurt dat? Dat is omdat er inderdaad gevallen zijn waarin mensen er zelfs met die belastinghervorming substantieel op achteruitgaan. Mijnheer de eerste minister, ik neem het voorbeeld van de situatie van een alleenstaande, vaak een vrouw, met twee kinderen. Hij of zij zal er met de belastinghervorming op achteruitgaan. Collega’s, het probleem is dat op kabinetsniveau de alarmbellen zijn afgegaan. Op die kabinetten is vastgesteld dat de regering met een probleem zit.
Mijnheer Vereeck, misschien kunt u aan de leden van de regering die hier aanwezig zijn, met vier van de vijf partijen die daardoor vertegenwoordigd zijn, vragen of de microsimulaties kloppen, wat het probleem precies is en hoe de regering denkt dat te verhelpen. Ik stel u de vraag. U kunt misschien gebruikmaken van de aanwezigheid van de excellenties hier, die allemaal en heel respectvol voor het Parlement op hun gsm kijken na 12 uur debat, en hen vragen hoe het zit met die microsimulaties. Wij kijken uit naar hun antwoorden.
De voorzitter: Het staat u vanzelfsprekend vrij om die vraag te stellen. Het zou mij zeer verbazen, mocht de heer Vereeck er een antwoord op hebben.
01.80 Lode Vereeck (VB): Mijnheer Van Quickenborne, mag ik u een suggestie doen? Als u de aandacht van de premier wilt, is dat eigenlijk heel eenvoudig. Spreek Duits. Dan schiet hij altijd wakker. Dan is hij er meestal wel bij. U kunt dat zelf.
Herr Ministerpräsident, sinds Sie dazu
bereit die Microsimulationen zu befragen am Parlament? Das ist meine Frage.
De voorzitter: Dat was de vraag van de heer Van Quickenborne aan u.
01.81 Lode Vereeck (VB): Ik ben het daar natuurlijk mee eens, maar wij krijgen die simulaties niet.
De voorzitter: De heer Van Quickenborne wil repliceren op uw antwoord.
01.82 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Vandenbroucke, bent u er nog? Goedenavond. Daarnet hebt u geantwoord op een vraag van collega Jeroen Van Lysebettens over de pensioenen. Dat was de eerste tussenkomst van deze regering, in een debat dat intussen bijna 14 uur duurt.
Mijnheer Vandenbroucke, mijnheer De Wever, mijnheer Van Peteghem – u bent al langer in ons midden – en mijnheer Prévot - bedankt om terug te komen uit Namen, merci d’être revenu de Namur - het is misschien de moeite om nu eens te antwoorden op vragen van parlementsleden. Zijn er microsimulaties over de hervorming van de personenbelasting? Wat is de impact op de mensen? Klopt het dat er gevallen zijn waarin mensen erop achteruitgaan, bijvoorbeeld een alleenstaande met twee kinderen? Mijnheer Vandenbroucke, hebt u daar een antwoord op of zegt uw stilzwijgen alles over de impact van uw beleid?
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, ik wil toch opmerken dat we hier bezig zijn met het algemene debat. Het feit dat de regering nog niet aan bod is gekomen, heeft alles te maken met het grote aantal vragen aan degene die op het spreekgestoelte staat. We hebben nog een ronde met ministers te doen, mag ik hopen.
01.83 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Vereeck, ik wil u geen vraag stellen, maar wil u geruststellen. U weet wat we in de commissie voor Financiën hebben afgesproken. Dat kunt u ook navragen bij uw collega Van Quickenborne, die ook aanwezig was. De minister van Financiën heeft aangegeven dat bij aanvang van de bespreking van de wet houdende fiscaliteit en inkomensbelasting de microsimulaties ter beschikking zullen zijn. Ik heb de minister deze week nog gehoord en hij heeft duidelijk aangegeven dat hij van plan is woord te houden op dat vlak. De dag dat we de bespreking aanvatten, zullen die dus beschikbaar zijn. Ik wilde u dat gewoon ter geruststelling meegeven.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, blijkbaar let u niet goed op in de commissie, want naar het schijnt is het antwoord daar gegeven.
01.84 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik ben blij dat u telkens wanneer ik aan het woord kom uit uw rol van voorzitter stapt. Dat is toch opvallend. Telkens ik iets zeg, reageert u daar persoonlijk op. Dat is geen probleem, er is plaats voor u, maar dan wel hier en niet daarboven. Dat is de realiteit.
Mijnheer de eerste minister, mijnheer Vandeput, het punt dat ik wil maken, is het volgende. Er circuleren momenteel simulaties binnen de regering die het daglicht niet mogen zien. De regering stelt dat als het Parlement dat te weten komt, ze in de problemen zit.
Mijnheer de voorzitter, dat zijn de simulaties die wij vragen. Wij hebben daar recht op. Als u een echte voorzitter zou zijn, zou u zich tot de regering richten en die nu opvragen en verdelen in het Parlement. Dat zou u sieren als voorzitter van dit Parlement.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, ik heb net vernomen dat die ter beschikking zullen worden gesteld. U wordt dus op uw wenken bediend. Dat is een goede zaak.
01.85 Pierre-Yves Dermagne (PS): Je suis aussi surpris et étonné de l’absence de réponse à la demande du collègue Van Quickenborne. Effectivement, s’il existe des simulations, des micro-simulations par rapport à l’impact de vos mesures, de vos réformes fiscales, de l’ensemble de vos décisions sur la vie quotidienne des gens, il est absolument essentiel que nous puissions tous en disposer. Il serait absolument anormal que nous décidions, que nous débattions, que nous votions sur des décisions qui concernent la vie quotidienne des gens, la fiscalité – c'est tous les jours, on l’a vu avec la réforme de la TVA, avec votre projet de réforme, etc. – sans avoir l'ensemble des données.
Si ces simulations existent, il est absolument essentiel que nous puissions tous en disposer.
Monsieur le président, je vous demande, comme l’a fait M. Van Quickenborne, de solliciter le gouvernement, le premier ministre et les vice-premiers ministres qui sont présents pour que nous puissions disposer de ces documents avant de pouvoir voter effectivement le budget qui nous est proposé.
De voorzitter: Ik heb begrepen dat die microsimulaties bij de bespreking van de wetgeving worden bezorgd, terecht. De voorzitter van de commissie voor Financiën hij mij gezegd dat de minister van Financiën zelfs heeft aangekondigd dat die bij de bespreking van de desbetreffende wetgeving ter beschikking zullen worden gesteld. Dat hoort trouwens ook zo.
01.86 Lode Vereeck (VB): Ik zal daar twee dingen over zeggen. Wij beschikken al een maand over de wettekst inzake de personenbelasting. Die moest immers eigenlijk vandaag worden besproken. We beschikken dus al meer dan een maand over die simulaties Het staat eigenlijk in het verslag van de Inspectie van Financiën, dat wij natuurlijk niet hebben gezien, maar waarnaar de Raad van State verwijst. Waarom zijn die niet al meegestuurd? Waarom moeten wij daar al een maand op wachten? Staat u mij toe dat ik dan toch een klein beetje achterdochtig word.
Daarenboven hebben die microsimulaties alleen betrekking op de personenbelasting. Dat is echter mijn vraag niet. Ik ken die microsimulatie en kan die wel ongeveer inschatten. Ik heb zelf ook wel kleine simulaties van de gevolgen voor tweeverdieners en eenverdieners in verschillende categorieën in de personenbelasting gemaakt. U sprak echter over de koopkracht. Ik moet natuurlijk een simulatie hebben met álle maatregelen en die zal niet in die microsimulatie over de personenbelasting zitten. Die zullen we dus ook vragen.
01.87 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur Vereeck, je ne parle pas seulement du pouvoir d'achat. Nous parlons toutes et tous de la vie quotidienne des Belges, des Flamands, des Bruxelloises et des Bruxellois, des Wallonnes et des Wallons. C'est absolument essentiel, comme vous le dites, que nous puissions disposer de l'ensemble des données et des documents, de tout ce qui devrait nous permettre de pouvoir voter en connaissance de cause des projets de loi et des propositions de loi qui impactent le quotidien de la population belge. C'est absolument essentiel que nous puissions en disposer avant de pouvoir voter.
01.88 Lode Vereeck (VB): Ik steun u daarin volledig; we zullen die zeker opvragen.
Collega’s, ik heb een poging gedaan om in alle objectiviteit op basis van de begrotingscijfers en op basis van het aantal huishoudens of het gemiddelde verbruik in kilowattuur een gemiddelde prijs te berekenen. Niet elke burger valt natuurlijk in elk van die categorieën. Niet iedereen is bijvoorbeeld voltijds aan het werk en gepensioneerd, of gescheiden en opnieuw gehuwd. Men kan de getallen dus niet zomaar bij elkaar optellen. Alvast volgende kleine voorafname op mijn microsimulatie geef ik u mee: zonder al de extra’s, zonder de centenindex, zonder de pensioenmalus en zonder de halvering van het huwelijksquotiënt, iedereen – dit weten we nu al met zekerheid – gaat erop achteruit, zeker wanneer men met aardgas verwarmt.
Nogmaals, men kan de bedragen in alle categorieën niet zomaar bij elkaar optellen. Sommige mensen vliegen, andere niet. De vliegtaks is dus voor de ene van toepassing en voor de andere niet. Wat men wel kan optellen, zijn de totaalbedragen in miljarden, want die raken de hele bevolking. Dan wordt het heel duidelijk. U voorziet op dit moment 3,2 miljard euro aan lastenverlaging en die bestaat uit twee delen. Daartegenover staan 7 miljard euro aan hogere taksen, van btw tot meerwaardebelasting en alles daartussen, en nog eens een besparing van 3,1 miljard euro op de pensioenen in 2030. Dat betekent een welvaartsverlies van 3,8 miljard euro. Als men de pensioenen erbij telt, komt men uit op 6,9 miljard euro. Dat kunnen we nu al vaststellen. Het is wel gemakkelijk – ik word wat cynisch - om boekjes over welvaart te schrijven. Dat is geen welvaart. Dat is begeleide achteruitgang.
Voor wie is die welvaart immers? Voor de werkende middenklasse? Ik denk het niet. Voor vrouwen en gepensioneerden? Ik denk het zeker ook niet. Voor eenverdieners, de kostwinner in het gezin? Ik denk het niet. Voor gescheiden ouders? Ik denk het niet en zij ook niet trouwens. Voor spaarders? Ook niet.
Iedereen wordt dus gepluimd en de Vlamingen nog het meest. Dat waren uw woorden. Nu doet u dat dus zelf en nog krijgt u uw begroting niet op orde.
Ik concludeer. U moet dat kleptomane gedrag stoppen, want het is een absolute fail. Steun onze amendementen, die bijna 11 miljard besparen op Europese en nationale politieke instellingen, migratiekosten, ontwikkelingssamenwerking, klimaatfinanciering en ook op de btw-kloof zonder de btw-tarieven te verhogen, kortom op alles, behalve op onze mensen. Zorg tot slot voor fiscale en parafiscale autonomie. Dat is goed voor Vlamingen en goed voor Walen.
Je vous
remercie de votre attention. Ich danke Herrn Frank fürs Zuhören en dank u voor uw aandacht.
01.89 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, chers collègues, on ne sait pas s’il vaut mieux tard que jamais. Ce débat, nous aurions dû l’avoir au mois de novembre dernier, et nous voilà fin mars, à enfin – enfin, on ne sait pas – discuter de ce budget pour l’année 2026.
Déjà un tiers de l'année est passé, alors que nous débattons, pendant des heures, du cap et des orientations principales qui devraient être donnés par ce gouvernement à la population et à ce pays, dont on nous dit qu'il va si mal et qu'il a tant besoin de ces réformes et de ces orientations stratégiques.
En fait, c’est depuis le mois de septembre de l'année dernière que nous sommes englués dans cette saga. Il y a d'abord eu des semaines de marchandages par presse interposée: les propositions concernant les petits colis, l'augmentation de la TVA générale – finalement, cela a été le coup de chapeau avec les TVA à différents niveaux – le saut d'index, alors qu'on avait promis qu'on ne ferait pas de saut d'index, etc.
À la fin, tout l'enjeu était qu'aucun partenaire de la majorité ne perde la face. Ça, c'était très important. Tous les Belges y ont perdu, mais, apparemment, peu importe. Les besoins de la population, nous n’en avons pas entendu parler durant toute la séquence budgétaire de la part de ce gouvernement.
Au final, qu'avons-nous vu arriver? Un budget dont nous pourrions, si nous n’avions pas eu connaissance de toutes ces circonvolutions, penser qu'il avait été ficelé en une nuit – mais non. Un budget incohérent, mal emmanché… L’expression "mal emmanché", à l'origine, décrit un outil. Par exemple, une pelle serait mal emmanchée dans le manche. Vous voyez un peu l'idée. Avez-vous compris?
Le président:
M. Dermagne a une question.
01.90 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, j’écoute avec attention Mme Schlitz et je constate, notamment à la lecture des avis de la Cour des comptes, de la Banque nationale de Belgique et du Bureau fédéral du Plan, que ce budget est effectivement mal emmanché. Je suis un Wallon namurois, et non liégeois comme vous, madame Schlitz, mais j’avoue ne pas avoir bien compris en quoi il est mal emmanché.
Pourriez-vous développer, en donnant des exemples concrets, afin d’expliquer en quoi ce gouvernement, à travers son budget, aboutit à une telle situation? Il me semble important, au-delà des expressions communes, de clarifier de manière précise ce que signifie un budget mal emmanché pour la population.
01.91 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Je comprends, monsieur Dermagne, l’importance des mots dans un débat budgétaire tel que celui qui nous occupe. Par "mal emmanché", on peut penser à l’image d’une pioche dont le manche serait mal fixé. Dans ce cas, l’outil devient inefficace et ne peut pas remplir correctement sa fonction. Par analogie, un budget mal emmanché est un budget mal engagé, mal conçu, qui risque de ne pas atteindre ses objectifs. Il s’agit donc d’un budget qui peut apparaître illogique et, dans certaines de ses lignes, carrément inapplicable.
Je peux vous dire que beaucoup commencent à se lasser de cette séquence. On pourrait dire qu’on en a soupé. Je souhaite néanmoins vous reconnaître un point. Je reproche souvent à ce gouvernement de vouloir aller trop vite, en stoemelings, en procédant de manière peu transparente et en maquillant le contenu du budget, de sorte que les citoyens ne comprennent pas réellement les orientations prises ni à quelle sauce ils seront mangés. Andalouse? Samouraï? On ne sait jamais trop bien.
Ici, grâce à la longueur et à la lourdeur de cette séquence, je peux vous dire que les citoyens ont très bien compris. Cependant, je ne suis pas sûre qu'ils soient convaincus, le soutien à cette majorité est largement en train de s'effriter – en tout cas au sud du pays. Je peux toutefois reconnaître et vous donner ce bon point: il y a eu un effort de pédagogie.
Depuis le premier jour, ce gouvernement a bâti tout son récit ainsi: l'empereur, la responsabilité, le redressement de la gestion financière de la Belgique. Que constatons-nous en réalité? En 2026, rien qu'au niveau fédéral, nous assistons à un déficit de 24,6 milliards qui atteindra 31,2 milliards en 2029. Je le répète: 31,2 milliards en 2029. Nous sommes donc évidemment hors des clous, monsieur Dermagne, par rapport à l'objectif de 3 % que s'était fixé ce gouvernement en accord avec les objectifs de Maastricht.
Pour rappel, les fameux poètes de la Vivaldi avaient terminé leur législature avec un déficit de 17 milliards. Finalement, ce n'était pas si mal. Or, votre gouvernement laissera au futur gouvernement un trou béant dans le budget, une dette publique qui explose à 117 % du PIB. C'est potentiellement un niveau jamais atteint depuis le début du siècle.
Pour diminuer le déficit – que vous aggravez chaque jour –, vous répétez sans arrêt vouloir diminuer les dépenses. Nous l'entendons tout le temps et à longueur de journée de la part du premier ministre et des autres ministres. J'ai personnellement deux problèmes avec cela: le premier, c'est que vous n'avez jamais eu une réflexion quant aux recettes. Comment consolider et stabiliser les recettes de ce pays? Pire encore, vous mettez en place des mesures diminuant les recettes. Dans le budget 2026, les flexi-jobs coûtent 415 millions d'euros à la sécurité sociale. Les heures supplémentaires défiscalisées représentent 383 millions. Le travail étudiant coûte 500 millions. Et vous prétendez déplorer que les caisses soient vides? C'est une blague!
Deuxième problème: quelles sont finalement ces fameuses dépenses que vous diabolisez tant? En réalité, ces dépenses, ce sont les hôpitaux, le remboursement des médicaments, les trains, les congés de maternité, les congés de paternité, la justice et la possibilité d’avoir accès à un procès équitable dans des délais raisonnables – même si l’on souhaiterait que cela aille plus vite –, ainsi que le financement des pensions.
Ces dépenses constituent simplement la juste contrepartie des impôts payés par les citoyens. Dès lors, prétendre que, d’une part, on va diminuer les salaires des citoyens et que, d’autre part, on va réduire les dépenses dans les services publics revient à frapper deux fois les mêmes cibles. Personne n’a voté pour moins de trains. Personne en manifestation ne réclame moins d’accès aux soins de santé, chers collègues. Personne. Je n’ai vu aucun panneau réclamant des trains en retard.
La méthode Arizona, on commence à la connaître. Chaque ministre est doté d’une tronçonneuse et a pour mission de mener une cure d’austérité dans son secteur. Le ministre des Pensions, plutôt que de se préoccuper des personnes concernées – en l’occurrence les pensionnés – et de s’interroger sur leur capacité à vieillir dignement dans notre pays, sur la manière dont, en tant que société, nous nous organisons pour permettre à chacun et chacune d’entre nous – car nous sommes tous concernés – de vieillir dans la dignité, avec des revenus décents et des services publics de qualité tout au long de la vie, se voit confier pour seule mission de diminuer les dépenses en matière de pensions. À aucun moment, on n’entend parler des pensionnés. Il en va de même pour l’emploi: vous allez plafonner l’indexation pour la moitié des travailleurs. Ce sont donc les travailleurs qui paient, à travers un double saut d’index, et aucune mesure ne vise réellement à créer de l’emploi. Dans la loi-programme qui a été votée en 2025, dans le chapitre consacré à l’emploi, la seule mesure qui y figurait était l’exclusion des chômeurs. Est-ce que vous êtes sérieux?
Au niveau des régions, la situation n’est pas meilleure. On réduit les moyens pour les centres d'insertion socioprofessionnelle (CISP). Des structures d’accompagnement des chômeurs de longue durée sont aujourd’hui contraintes de licencier, alors même qu’elles disposent de l’expertise nécessaire pour accompagner des demandeurs d’emploi particulièrement éloignés du marché du travail. Elles sont aujourd’hui mises en difficulté par des politiques régionales d’austérité qui les empêchent de remplir correctement leur mission.
Alors, pourquoi tout cela? Notamment pour réaliser des économies, on l'aura compris, mais c'est aussi une façon d'augmenter les bénéfices de certaines entreprises. Mais quelle naïveté, quelle naïveté à nouveau! À quel moment vous êtes-vous assurés que ces investissements, ou plutôt ces diminutions de rentrées colossales, allaient véritablement créer de l'emploi et de l'innovation? À aucun moment, vous ne vous en assurez.
On a déjà en Belgique 25 milliards d'euros d'aides aux entreprises qui ne sont pas monitorés. Alors, oui, vous espérez que… mais on n'en sait rien, en fait. Aujourd'hui, on ne dispose pas de ces données. Je prends l'exemple de l'aéroport de Charleroi. En 2024, l'aéroport a reçu, d'un côté, 35 millions d'euros de subsides. De l'autre, il distribue 21 millions de dividendes à des actionnaires, dont son actionnaire privé principal, un actionnaire italien, qui perçoit 10 millions d'euros d'un coup. Cela signifie donc que de l'argent public transite par l'aéroport de Charleroi directement vers l'Italie. Cet argent-là, on n'en reverra jamais la couleur. Il ne sera jamais investi pour innover dans quoi que ce soit, pour créer le moindre emploi ou la moindre activité sur le sol belge. À un moment, ce sont des fantasmes qui datent d'une autre époque. Les théories du ruissellement et autres m'ont d'ailleurs été présentées en cours de science politique comme des théories obsolètes et je constate que ce gouvernement continue d'y croire.
Tout ceci pour vous dire que ce que vous faites, ce n'est pas de la rigueur noble. Ce n'est pas ce que vous présentez comme étant des mesures absolument nécessaires parce qu'on n'a pas le choix. C'est de l'austérité brutale. Pire encore, on commence à voir un décalage énorme entre les exigences extrêmement élevées que vous avez envers la toute grande partie de la population et le laxisme que vous vous permettez à vous-même. Les citoyens sont de plus en plus éveillés à cette réalité et je peux vous dire qu'aujourd'hui, il y a un rejet de plus en plus fort de cette manière de faire, de ce refus d'écouter et d'entendre les retours du terrain mais aussi de cette violence qui touche certains; d'autres étant par contre épargnés alors qu'ils en ont beaucoup plus les moyens.
Venons-en maintenant aux grands problèmes de forme qu'on a trouvés dans ce budget déjà périmé, comme l'indique la Cour des comptes: recettes surestimées, hypothèses d'ores et déjà invalidées alors qu'il ne sera voté que demain, et dépenses sous-estimées, pensons au saut d'index.
Vous avez eu le culot d'inscrire ces prévisions farfelues en matière de retours du blocage de l'index dans le budget 2026, alors que vous saviez déjà, quand vous l'avez déposé, que l'indice-pivot avait été dépassé en décembre. Vous avez sciemment inscrit cette ligne en sachant qu’elle était déjà nulle et non avenue. C'est incroyable.
Mais les 10 milliards pour Theo Franken, par contre, on les donne. On ne se pose pas la question de savoir s'il y aura bien les moyens pour pouvoir les compenser.
Sur la réforme du chômage, il est également attesté que les compensations vers les CPAS, donc vers les communes, sont largement sous-estimées. La Cour des comptes estime qu'il manque un demi-million pour 2027 et un autre demi-million pour 2028. Trouvez-vous cela normal? Cela fait un milliard, sans parler du fait que cela s'appuie sur le fameux mythe des trois tiers, qui lui aussi est invalidé par la Banque nationale, et qui se confronte à la réalité des faits. On constate actuellement, maintenant que la mesure est mise en place, que seulement 10 à 20 % retrouveront un boulot et que 40 à 60 % des personnes exclues du chômage dans les grandes villes se tournent d'ores et déjà vers les CPAS.
Clairement, vos théories, et toutes les théories qui sous-tendent vos projections, sont aujourd'hui invalidées quand elles sont confrontées au réel.
Tout cela a évidemment des conséquences sur les finances des communes qui, déjà aujourd'hui, dans leur budget 2026, sont en train d'augmenter toutes les taxes et sont en train de renoncer à des projets importants au service des populations. Je pense par exemple à la création d'infrastructures. Un conseiller à l'action sociale que je connais m'expliquait que sa commune a dû renoncer à la création d'un nouveau hall sportif et augmenter le tarif de la piscine, de l’accès à la culture.
Tout ça, ce sont des coûts qui vont être répercutés sur les citoyens. Ils vont payer une troisième fois les conséquences de vos choix politiques.
Et puis, il y a évidemment ces fameux 17 milliards d'argent de poche que vous vous octroyez.
À cet égard, la Cour des comptes est très sévère. Elle explique à quel point cette façon de procéder est inédite et constitue un véritable déni de démocratie. Vous décidez d’allouer 2,5 milliards à la Justice, 1,6 milliard au ministre Quintin, et surtout 10,7 milliards au ministre Francken – à la Défense –, alors qu’il avait déjà bénéficié de budgets records en 2025, avec 4 milliards à dépenser comme il l’entendait. À cela s’ajoutent les 2 milliards de provisions interdépartementales que le gouvernement peut affecter librement.
Bien sûr, un gouvernement a le droit de choisir l’affectation de ses budgets. C’est la règle, et cela ne pose aucun problème en soi. En revanche, c’est notre rôle, en tant que députés de l’opposition, de pouvoir contrôler la manière dont vous dépensez l’argent des citoyens. C'est la moindre des choses. Cela fait partie du fonctionnement démocratique. Vous pouvez revenir lors des ajustements budgétaires pour corriger ou modifier certaines orientations, de manière marginale ou plus substantielle, mais vous devez être transparents vis‑à‑vis du Parlement et de la population. Ici, nous assistons à un déni total de démocratie. C’est inadmissible.
Un dernier élément dont je voulais parler est la fameuse saga de la TVA. Nous en avons déjà beaucoup parlé, nous ne pouvons pas ne pas l'évoquer. Dès le début, lorsque nous avons découvert votre idée de traiter différemment, dans le secteur de la culture, un opéra et un concert d’Orelsan, nous nous sommes dit que ça allait être très compliqué et nous nous sommes demandé comment vous alliez faire.
Le Conseil d’État s’est d’ailleurs longuement penché sur la question, en testant de multiples exemples. Il a notamment constaté qu’il faudrait taxer différemment un thé maison avec une rondelle de citron – taxé à 12 % – et un thé glacé d’une grande multinationale vendu en canette – taxé à 6 %.
Non seulement cette mesure aurait une conséquence que vous n’aviez manifestement pas anticipée, mais elle pénaliserait aussi les petits commerçants, ceux qui produisent des produits sans conservateurs – meilleurs pour l’économie locale et pour la santé des consommateurs – au profit de produits industriels remplis d’additifs, fabriqués par des multinationales.
Je pense que vous ne l’aviez tout simplement pas vu venir. Heureusement, vous avez fait marche arrière une fois que le Conseil d’État a rendu son avis sévère. Cependant, nous avons maintenant un trou de 400 millions dans le budget, en raison de l’annulation de cette mesure. À nouveau, nous ne savons absolument pas comment tout cela va être compensé.
Pour en revenir sur le fond du dossier, il faut savoir qu'un budget raconte toujours une histoire. Certes, c’est une suite de chiffres qui s’alignent, mais il faut parvenir à la rendre vivante pour comprendre le récit et voir vers où l’on emmène une population qui en dépend. Et nous constatons que ce budget diminue la qualité de vie des habitants, augmente les inégalités et réduit le pouvoir d’achat tout en augmentant les dépenses.
Le plafonnement de l’index en 2026 et 2028 va toucher 50 % des travailleurs, 40 % des pensionnés et 80 % des fonctionnaires retraités. J’ai été très choquée par les propos du premier ministre ce week‑end. Il nous explique qu’il s’agirait simplement d’une mesure de solidarité, où les travailleurs les plus riches seraient solidaires envers les travailleurs les plus pauvres, et qu’il serait plus utile de donner 1 000 euros par an à un travailleur qui ne gagne que 2 000 euros par mois plutôt que de permettre aux plus riches – dont je parlerai ensuite – d’épargner.
Excusez‑moi, mais 25 % des citoyens en Belgique n’ont pas d’épargne. C’est un réel problème. Cela ne permet pas de faire face aux imprévus de la vie. Par ailleurs, cela ne permet pas non plus, par exemple, d’acheter une maison, puisque les banques exigent aujourd’hui que l’on dispose d’épargne. Il faut parfois arriver avec 30 000 euros, sauf si l’on a des parents capables d’aider. Ce qui n’est pas le cas de tout le monde, figurez‑vous. Évidemment que les gens ont besoin de mettre de l’argent de côté. C’est même souhaitable. C’est une gestion saine, qui permet de faire face aux aléas de la vie. Je trouve ces propos totalement scandaleux.
Venons‑en maintenant aux fameuses "épaules les plus larges" que ce gouvernement a décidé de cibler.
Prenons l'exemple d'une enseignante du secondaire. Elle a 47 ans et gagne 2 800 euros nets: elle va perdre 127 euros cette année. Cela représente 6 338 euros sur l'ensemble de sa carrière. Voici les "épaules les plus larges" qui devront contribuer davantage, selon la décision du gouvernement.
C'est également le cas d'une infirmière gagnant 3 150 euros par mois, ou d'une bibliothécaire ayant 10 ans d'ancienneté qui touche 2 700 euros nets. Cette dernière perdra 5 000 euros cumulés sur l'ensemble de sa carrière jusqu'à sa pension dans 25 ans.
Et ce n'est pas tout! Ce sont également les travailleurs et travailleuses à temps partiel qui sont touchés. Ce plafonnement de l'indexation est calculé au prorata du temps de travail. L'indexation d'une personne travaillant à 4/5 sera freinée à partir de 2 260 euros de salaire net. On touche à l'indécence. Qu'espère-t-on? Que cette personne prenne un job d'un jour pour compléter son temps de travail? Dans beaucoup de secteurs, c'est bonnement impossible, vous le savez très bien. Ce sont des temps partiels structurels qui sont mis en place, et rien n'est fait pour augmenter de temps de travail. Bien au contraire, le ministre Clarinval étant en train de faire passer la possibilité pour les employeurs de créer des contrats de 3,8 heures par semaine. C'est super! Comment faire pour atteindre une pension complète? On voit la cohérence. À nouveau, pas de problème!
Les travailleuses à mi-temps sont également concernées. À mi-temps, il n'y aura plus d'indexation au-delà de 1 650 euros par mois. Je pense que nous ne nous sommes pas compris à propos du concept des épaules les plus larges. On ne parlait pas des profs, ni des bibliothécaires, ni des infirmières. On ne parlait pas des travailleurs de nuit qui vont perde leur prime lorsqu'ils travaillent entre 20 h et 23 h. Au contraire, on parlait des cinq nouveaux milliardaires qui viennent d'être déclarés en Belgique en 2025: eux sont épargnés par toutes vos politiques.
Une autre mesure consiste à faire reposer un quart de votre effort budgétaire d’ici 2029 sur la remise au travail des malades. Franchement, je ne l’aurais pas fait. Vous faites un va-tout, en mettant tous vos œufs dans le même panier. En revanche, les méthodes utilisées relèvent du bâton. Le surcontrôle part du principe que les gens ne sont pas vraiment malades, si je comprends bien. L’idée est que les gens se traînent un peu et qu’en les punissant, ils vont se remettre au travail.
Ce sont les seules mesures que l’on voit ici. À aucun moment, je ne vous entends parler d’améliorer la qualité du marché du travail pour qu’il rende moins malade, ni d’améliorer la qualité de l’environnement pour qu’il rende moins malade. On attend toujours la stratégie de lutte contre les PFAS, par exemple, afin de réduire le nombre de travailleurs malades en Belgique et de diminuer la prévalence des cancers, dont les PFAS seraient notamment responsables.
Au contraire, vous êtes en train de transformer le marché du travail en un marché qui rend malade, en augmentant le temps de travail. Vous organisez une augmentation du temps de travail pour ceux qui travaillent déjà. Aujourd’hui, les flexi-jobs sont déjà majoritairement occupés par des travailleurs à temps plein. Ne voyez-vous pas le problème sous-jacent? Cela signifie que l’emploi principal n’est pas suffisamment rémunérateur. Cela devrait vous alerter, vous qui prônez l’emploi comme le salut, celui qui permet l’autonomie, l’émancipation et la dignité. Comment se fait-il alors qu’autant de personnes à temps plein prennent un flexi-job? Ces flexi-jobs représentent des heures dont auraient cruellement besoin des personnes aujourd’hui exclues du chômage, mais dans le cadre d’un CDI et d’un travail de qualité. Or, concernant ces politiques-là, on est nulle part.
Concernant les pensionnés, vous avez pris la décision de transposer les inégalités de carrière dans les inégalités de pension. Sous couvert de vouloir davantage d’égalité de traitement, en traitant des situations radicalement différentes, vous générez des situations d’une profonde inégalité. Plus grave encore, vous allez plonger, en particulier des femmes, mais aussi des milliers de citoyens, dans la précarité.
À ce stade, comme je le disais, aucune mesure ne vise à créer de l’emploi, alors que vous affichez un objectif de 80 % de taux d’emploi. C’est même le rapport de la Cour des comptes qui le souligne. Il existe un décrochage entre les taux d’emploi, d’une part, qui comprennent les flexi-jobs et les heures supplémentaires défiscalisées et, d’autre part, le financement de l’État.
En multipliant les dispositifs défiscalisés, qui bénéficient en réalité aux employeurs qui les utilisent, on s’éloigne complètement de cet objectif. Tous les efforts demandés dans ce budget vont toucher 95 % de la population. Aujourd’hui, les citoyens ne vous suivent plus. Deux tiers des Belges, selon le dernier baromètre Ipsos, déclarent ne plus vouloir de coupes dans le social ou dans le secteur des soins de santé. Deux tiers! Vous êtes en décrochage complet. Au sud du pays, cette majorité perd neuf sièges. Neuf sièges! Le décrochage est total. Quelle arrogance, dès lors, de venir affirmer, du côté du MR, que les manifestants – les 100 000 personnes qui ont défilé dans les rues – n’étaient que des syndicalistes que l’on n’aurait pas à écouter. C’est un scandale! Il fallait voir ces aides-soignantes, ces sage-femmes. Il y avait aussi des ouvriers qualifiés travaillant de nuit, des pensionnés, des enseignants, des personnes actives dans le secteur culturel. Ils ont manifesté pour défendre la qualité du travail dans leur secteur, mais aussi pour défendre un projet de société plus solidaire, un projet qui n’épuise pas, qui répartit mieux le travail entre toutes et tous, plutôt que d’imposer à certains de travailler jour et nuit tandis que d’autres restent sur le carreau, que l’on exhorte à travailler sans que des emplois ne soient créés.
Terminons par le parent pauvre – que dis-je, le père absent – de ce gouvernement: le climat. Vous l’aviez reconnu, on commence à en avoir l’habitude. Depuis la mise en place de ce gouvernement, nous n’avons entraperçu aucune ambition en matière de lutte contre la crise climatique. Aucun projet, aucun investissement dans la mobilité ou dans les politiques climatiques. Ne pas investir dans le climat revient à reporter la charge et à générer une dette pour les générations futures, qui devront supporter une dette de 10 milliards d’euros par an d’ici à 2050.
Tel est le coût de l'inaction climatique, alors qu'aujourd'hui, la transition peut créer des emplois. Rien que le secteur de l'éolien offshore en mer du Nord promet la création de 91 000 emplois d'ici 2050. Ce sont des opportunités indispensables dans lesquelles il faut investir. Pourtant, ce gouvernement continue à faire du surplace en la matière.
Pour terminer, vous nous dites à longueur de temps qu'il n'y a pas d'alternative, que vous n'avez pas le choix. Mais il y a toujours des alternatives. Il y a, par exemple, la globalisation des revenus, traiter un euro comme un euro: un euro gagné en travaillant égale un euro gagné en spéculant. Ce serait quand même la moindre des choses. Le Bureau fédéral du Plan dit que cela permettrait de rapporter 6,5 milliards. Ensuite, on pourrait envisager une véritable contribution des grandes fortunes avec une taxation progressive du patrimoine net supérieur à 2,5 millions d'euros, avec un pourcentage progressif modéré allant de 0,4 % à 1,2 % pour les plus hautes tranches. Vous imaginez, 1 %! Ceci rapporterait 2 milliards d'euro par an. Là, vous résolvez tous vos problèmes budgétaires. Ou je pense encore à la mise en place d'une vraie taxation des plus-values, comme on en a déjà beaucoup parlé. Avec l'instauration de votre taxe Arizona, vous budgétez 250 millions d'euros. C'est difficile à estimer mais la Cour des comptes dit que cela ne représentera jamais 250 millions et qu'il est plutôt question d'environ 126 millions en raison des exonérations multiples et variées propres au système fiscal belge. Nous avons une proposition qui permettrait de dégager 1,5 milliard en taxant les plus-values et les personnes concernées ne le sentiraient même pas.
Chers collègues, il était possible de construire un autre chemin, plus juste, plus stable, plus apaisé, moins épuisant. Il était possible de choisir le chemin d'une société qui investit dans la santé, dans la protection sociale, dans la mobilité et dans le bien-être des citoyens. Il était possible de choisir un chemin vers une société qui écoute les besoins, qui anticipe, qui protège, une société qui organise un effort collectif équitablement réparti en fonction des capacités et des moyens de chacune et chacun. Cette société, elle était possible!
De voorzitter: Collega’s, de uitvoering van de beslissing van de Conferentie van voorzitters houdt in dat we de vergadering nu zullen beëindigen. De premier is bereid om zijn antwoord nog te geven – het komt u allen toe om daarmee in te stemmen – maar dan eindigen we na die repliek, want anders zitten we hier nog lang. Ofwel stoppen we nu, ofwel geven we de premier nog het woord.
01.92 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, nous avons convenu pour la première fois d'organiser nos débats budgétaires d'une manière particulière. Très sincèrement, je pense que les choses se sont globalement bien passées.
(…): (…)
01.93 Pierre-Yves Dermagne (PS): Si vous me permettez, c'est un débat de procédure...
(…): (…)
01.94 Pierre-Yves Dermagne (PS): Non, c'était plus fondamental que cela, monsieur Prévot. Vous n'avez malheureusement pas pu assister à l'ensemble de nos débats, mais c'était bien plus profond et fondamental que cela. Un jour cela vous manquera. J'en suis certain.
Monsieur le président, nous avions effectivement convenu d'organiser pour la première fois nos travaux avec un temps de parole limité par groupe, en ce qui compris les interruptions et les interpellations des différents groupes. Je trouve au final que c’est une formule qui fonctionne relativement bien. Ce sera à débattre entre nous au sein de la Conférence des présidents dans les heures et dans les jours qui viennent.
Par contre, j'aurais pu entendre que le premier puisse effectivement répliquer à l'issue des débats, pour autant qu'il ait été présent tout au long de la journée. Très sincèrement, je peux comprendre qu'à certains moments, le premier, comme d'autres membres du gouvernement, doive s'absenter quelques instants. Ce fut le cas tout à l'heure, et le premier l'a revendiqué, pour une pause technique que l'on peut toutes et tous comprendre.
Mais par contre, il est important, essentiel que les ministres, et singulièrement le premier d'entre eux, soient présents pour la grande part de nos débats.
Or, convenons que pendant cette journée, le premier ministre n'a pas été présent.
Je pourrais entendre que l'on doive, en fonction des agendas ministériels des uns et des autres, pouvoir conclure rapidement. J'aurais pu souscrire à cette demande. J'aurais pu comprendre que c'était une contrainte du premier vis-à-vis de son agenda européen, si au moins il avait assisté à une grande partie de nos débats. Je ne dis pas à l'entièreté de nos débats.
Mais il a été absent pour la grande majorité de cette journée, de cette après-midi et de cette soirée.
Je trouve donc très sincèrement que se plier aux exigences et à l’agenda du premier ministre, alors qu’il n’a absolument pas fait cas ni respecté les débats parlementaires, serait vraiment lui faire un cadeau qu’il ne mérite pas aujourd'hui.
De voorzitter: Mijnheer Dermagne, het is heel eenvoudig. We hebben een afspraak gemaakt. We zullen die alleen in consensus wijzigen. Als die consensus er niet is, en ik stel vast dat die er niet is, eindigt hier de vergadering.
De vergadering is gesloten.
La séance est levée.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 19 maart 2026 om 09.00 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 19 mars 2026 à 09 h 00.
De vergadering wordt gesloten om 00.08 uur.
La séance est levée à 00 h 08.
|
Dit
verslag heeft geen bijlage. |
|
Ce
compte rendu n'a pas d'annexe. |