|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Woensdag 18 maart 2026 Voormiddag ______ |
du Mercredi 18 mars 2026 Matin ______ |
De vergadering wordt geopend om 09.03 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 09 h 03 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:
Ministre du gouvernement fédéral présent lors de l'ouverture de la séance:
Bart De Wever.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 17 maart 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 17 mars 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
Collega’s. Ik zie u allemaal fris en monter klaarzitten voor wat ongetwijfeld een lange, maar even zeker een boeiende zitting zal worden.
Ik zag u allemaal trappelen van ongeduld in de koffiekamer. Het kon niet vroeg genoeg beginnen, maar één persoon in het bijzonder stond hier aan de deur te krabbelen. Dat is collega Yzermans, die ik zeer graag opnieuw verwelkom in ons midden.
(Applaus op alle banken)
(Applaudissements sur tous les bancs)
Ik stel u voor een enkele bespreking aan
deze twee wetsontwerpen te wijden. (Instemming)
Je vous propose de consacrer une seule
discussion à ces deux projets de loi. (Assentiment)
Overeenkomstig het advies van de Conferentie
van voorzitters van 4, 11 en 17 maart 2026 starten we de vergadering
vandaag, woensdag 18 maart 2026, om 9.00 uur met een pauze van
een uur om 13.00 uur en om 19.00 uur. De werkzaamheden worden beëindigd nadat de spreker
die omstreeks middernacht aan het woord is, zijn tussenkomst heeft beëindigd.
De bespreking wordt indien nodig hervat op donderdag 19 maart 2026 om
9.00 uur. 's Middags wordt een pauze ingelast. Het debat wordt indien
nodig hervat na het vragenuurtje dat plaatsvindt om 14.15 uur.
Conformément à l'avis de la Conférence des présidents des 4, 11 et 17 mars 2026, nous commençons la séance d'aujourd'hui, mercredi 18 mars 2026, à 9 h 00, avec une pause d'une heure à 13 h 00 et à 19 h 00. Les travaux seront clos après l'intervention du dernier orateur, vers minuit. La discussion reprendra, si nécessaire, le jeudi 19 mars 2026 à 9 h 00. Une pause est prévue à midi. Le débat reprendra, si nécessaire, après la séance de questions orales, qui aura lieu à 14h15.
De globale, vrij te besteden, spreektijd wordt toegekend voor de algemene en thematische bespreking inclusief de onderbrekingen, de antwoorden en de replieken:
1. oppositiefracties: maximaal 140 minuten,
waarvan 15 minuten ononderbroken bij de algemene bespreking en
5 minuten ononderbroken per thematische bespreking;
2. meerderheidsfracties:
maximaal 70 minuten, waarvan 10 minuten ononderbroken bij de algemene
bespreking en 5 minuten ononderbroken per thematische bespreking;
3. onafhankelijken: maximaal 30 minuten, waarvan 5 minuten ononderbroken bij de algemene bespreking en 2,5 minuten ononderbroken per thematische bespreking.
Le temps de
parole global est attribué comme suit pour la discussion générale et
thématique, y compris les interruptions, les réponses et les répliques:
1. groupes
d'opposition: maximum 140 minutes, dont 15 minutes sans interruption
pour la discussion générale et 5 minutes sans interruption par discussion
thématique;
2. groupes
de la majorité: 70 minutes maximum, dont 10 minutes sans interruption
pour la discussion générale et 5 minutes sans interruption par discussion
thématique;
3. indépendants:
30 minutes maximum, dont 5 minutes sans interruption pour la
discussion générale et 2,5 minutes sans interruption par discussion
thématique.
De spreektijd van de onderbrekingen bedraagt maximaal 1 minuut voor de vragen evenals voor de antwoorden (ook van de ministers) en replieken.
Le temps de parole des interruptions est de 1 minute maximum pour les questions ainsi que pour les réponses (y compris celles des ministres) et les répliques.
De volgorde van de sprekers is dezelfde als deze bepaald voor de bespreking van de regeringsverklaring en het ontwerp van programmawet, namelijk alternerend oppositie en meerderheid volgens de grootte van de fractie: VB, N-VA, PS, MR, PVDA-PTB, Les Engagés, Ecolo-Groen, Vooruit, Anders., cd&v, Défi en Jean-Marie Dedecker.
L'ordre des intervenants est le même que celui fixé pour la discussion de la déclaration gouvernementale et du projet de loi-programme, à savoir en alternance opposition et majorité selon la taille du groupe : VB, N-VA, PS, MR, PVDA-PTB, Les Engagés, Ecolo-Groen, Vooruit, Anders., cd&v, Défi et Jean-Marie Dedecker.
De thematische bespreking wordt georganiseerd volgens de orde van voorrang van de ministers, vangt aan met de ingeschreven sprekers, wordt gevolgd door de antwoorden van de ministers die de 10 eerste minuten niet mogen worden onderbroken en wordt afgesloten door de eventuele replieken.
La discussion thématique est organisée selon l'ordre de préséance des ministres, commence par les orateurs inscrits, est suivie des réponses des ministres, qui ne peuvent être interrompus pendant les dix premières minutes, et se termine par d'éventuelles répliques.
Geen bezwaar ? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d’observation (Non)
Il en sera ainsi.
Ik heb ook de wens uitgedrukt ten aanzien van de regering om tegelijk uitgebreid en ter zake te antwoorden op vragen en opmerkingen, maar ook een zekere terughoudendheid aan de dag te leggen bij het vullen van de tijd, zodat de uiteenzettingen niet al te lang worden. Omdat wij onszelf ook een beperking hebben opgelegd, geldt dat ook voor de regering. Ik stel vast dat de premier aangeeft zich daar strikt aan te zullen houden.
Vooraleer wij de activiteiten van start laten gaan, vraagt mevrouw Bertrand het woord.
02.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik denk dat het gepast is om bij de start van de vergadering het quorum te controleren. U hebt dat de vorige keer gedaan en ik wil dat nu ook vragen. Ik vraag dus een stemming.
De voorzitter: Neen. Er is geen stemming, dus er is ook geen quorumprobleem.
02.02 Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, ik vroeg me af of de minister van Begroting de begrotingsbesprekingen zal bijwonen.
De voorzitter: Ik had begrepen van wel. Minister Van Peteghem zou aanwezig zijn. De regering is in de persoon van de premier al redelijk prominent aanwezig, maar we zullen intussen navraag doen over minister Van Peteghem.
Mevrouw Bertrand, u vraagt opnieuw het woord, merk ik. Het is dankzij collega Van Quickenborne, die ik daarvoor nogmaals dank, dat we duidelijkheid hebben gekregen over de quorumproblematiek. U wilt blijkbaar nog wat proberen.
02.03 Alexia Bertrand (Anders.): Ja, mijnheer de voorzitter. De vorige keer hebt u dat wel gedaan en wij mogen dat altijd vragen bij aanvang van de vergadering. Zo werkt dat. Er moet een quorum zijn. Indien u meent van niet, kunt u dan het artikel van het Reglement vermelden waarop u zich baseert?
De voorzitter: Mevrouw Bertrand, u hebt de nota ontvangen en daarvan kennisgenomen. U kunt die nogmaals doornemen. De diensten – ik heb mij daar niet mee gemoeid – hebben dat uitgeplozen. Bovendien stel ik vast dat er meer dan 76 leden aanwezig zijn.
Mijnheer Vereeck, vraagt ook u het woord? Ik weet niet of het publiek op procedurele kwesties zit te wachten, maar goed, indien het heel belangrijk is, geef ik u het woord.
02.04 Lode Vereeck (VB): Derde keer, goede keer, mijnheer de voorzitter. Ik zou het straks willen hebben over de Middelenbegroting en dat is de bevoegdheid van minister Jambon. Ik zou hem er dus echt graag bij hebben.
De voorzitter: We zullen dat verzoek doorgeven.
Discussion générale
De
algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
Rapporteurs, de
heren Wouter Vermeersch (VB) en Benoît Piedboeuf (MR).
Het woord is aan de heer Vermeersch.
02.05 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, 9.00 uur is naar parlementaire gewoontes vroeg. Ik kijk even rond in de zaal en ik stel vast dat veel collega’s dat als uitzonderlijk vroeg ervaren. De PS-fractie is hier zelfs nog niet met twee personen vertegenwoordigd. Collega’s, we moeten goed beseffen dat het voor de Vlaming die om 5.30 uur opstaat, al bijna middagpauze is. Buiten ons gebouw hebben sommige hardwerkende Vlamingen al een halve werkdag achter de rug. Voor hen, die hardwerkende Vlamingen, komen wij op in het Parlement.
Mijnheer de voorzitter, ik kom tot de orde van de dag. Normalerwijs had ik in december 2025 hier de begroting 2026 moeten bespreken. We zijn ondertussen maart 2026, drie maanden te laat. Drie maanden al wordt dit land bestuurd met voorlopige kredieten. Drie maanden lang al bewijst de regering-De Wever dat ze niet in staat is haar kerntaak uit te voeren, namelijk waken over de welvaart van de burgers en dus tijdig een degelijke begroting indienen.
Voorlopige kredieten zijn een noodrem. Ze zijn bedoeld als een uitzonderlijk en tijdelijk instrument om de continuïteit van de overheid te garanderen. Vandaag zien we echter dat de regering-De Wever, die ondertussen al een jaar bezig is, een regering in volheid van bevoegdheid, nog steeds op een noodbegroting terugvalt. Dat is ongezien. Dat is geen detail, maar een symptoom, mijnheer de premier, van een regering die haar zaken niet op orde heeft.
Nog erger is dat de begroting die hier vandaag voorligt, al hopeloos achterhaald is. Ze is gebaseerd op de cijfers van het Monitoringcomité van september. We zijn ondertussen 6 maanden later. In tussentijd is de wereld veranderd, met geopolitieke spanningen, gestegen energieprijzen en gekelderde groeiverwachtingen. Onderhavige begroting kijkt achteruit. Ze is geen begroting voor 2026 maar een foto van 2025 en dan ook nog een slechte foto.
We hebben in het verleden nog gezien hoe begrotingen van Belgische regeringen al achterhaald waren, voor erover werd gestemd. De regering-De Wever doet daar echter nog een schep bovenop. De meerderheid beseft dat. Bij elke vraag die men hierover krijgt, verwijst men naar een toekomstige begrotingscontrole die volgens de ene in maart, volgens de andere in april en volgens nog anderen in de zomer zal plaatsvinden.
Collega's, zelfs de maatregelen die in november werden aangekondigd, zijn vandaag nog altijd niet uitgewerkt, laat staan dat erover gestemd werd. De btw-verhoging is een compleet fiasco. De meerwaardebelasting zorgt al meer dan een jaar lang voor chaos en onzekerheid. De zogenaamde centenindex is een aanval op de hardwerkende Vlaming. De pensioenmaatregelen zullen vooral vrouwen treffen. Het gaat stuk voor stuk om nieuwe belastingen en besparingen en daar bestaat vooral veel onduidelijkheid over. Laten we eerlijk zijn, wie betaalt daarvoor de rekening? Dat is de Vlaming, die werkt, spaart en onderneemt, zoals dat jammer genoeg altijd gaat in België.
Mijnheer de minister Van Peteghem, ik ben blij dat u ondertussen in de zaal aangekomen bent. Afgelopen week komt het nieuwe rapport van het Monitoringcomité en dat zal geen goed nieuws brengen. We horen overal dat de begroting verder ontspoort en u vroeg als minister van Begroting eerder al in het Parlement om een ernstige begrotingscontrole. Uw coalitiepartners zijn het echter onderling niet eens over wanneer die moet plaatsvinden. U en uw partij, cd&v, willen nu ingrijpen, maar de eerste minister en de andere partijen, waaronder de MR, wachten liever tot de zomer. Dat is geen coherente regeringscommunicatie; deze ruzieregering weet zelfs niet wanneer ze haar eigen cijfers zal herbekijken.
Mijnheer de minister, wanneer komt de begrotingscontrole er nu echt en hoe groot moet de inspanning zijn? De eerste minister spreekt over 3 à 4 miljard euro, maar de Nationale Bank zegt dat dat niet genoeg is en stelt een inspanning voorop die bijna drie keer zo groot is. De gouverneur van de Nationale Bank oordeelt dat uw beleid het tekort enkel stabiliseert op een veel te hoog niveau. Met andere woorden, u stopt het rotten niet, maar u laat de Belgische boel gewoon verder rotten. Laten we eens kijken naar de kerncijfers. Het tekort ontspoort, de staatsschuld wordt onhoudbaar, de overheidsuitgaven zitten aan ruim 54 % van het bbp, de belastingen bij de hoogste van de wereld, de pensioenen bij de laagste van West-Europa, de groei vertraagt en de inflatie dreigt opnieuw op te lopen.
Alsof dat nog niet genoeg is, bedragen de rentelasten vandaag al ruim 17 miljard euro. Dat is evenveel als we uitgeven aan defensie, politie en Justitie. We betalen dus meer aan interesten dan aan veiligheid. Dat is het failliet van een begrotingsbeleid.
Dan horen we de regering zeggen dat ze gaan bijsturen waar nodig. Collega’s, dat horen we al jaren. Dat is de klassieke Belgische methode. Eén, problemen vooruit schuiven; twee, te laat beginnen; drie, nachtenlang onderhandelen en vier, de putten opvullen met wensdromen. We kennen dat Belgische stramien ondertussen. Het is voorspelbaarder geworden dan een aflevering van FC De Kampioenen.
Collega’s, ik wil van dit debat gebruikmaken om een leugen de wereld uit te helpen, een pertinente leugen die zich in dit begrotingsdebat heeft genesteld. Die leugen luidt, we zullen allemaal een inspanning moeten leveren, we zullen allemaal ons steentje moeten bijdragen. Deze uitspraak weerklinkt voortdurend in de media en heeft zich ondertussen in de hoofden van heel wat Vlamingen genesteld.
Collega’s, die stelling is simpelweg onjuist. Ten eerste, het is niet nodig dat wij, Vlamingen, een extra inspanning leveren. Ten tweede, het is niet waar dat iedereen een inspanning levert.
Laat mij beginnen met de eerste stelling. Het is niet nodig dat wij, Vlamingen, extra inspanningen leveren. Iedere expert – er zijn er heel wat de revue gepasseerd in de afgelopen maanden – zal bevestigen dat, als we een werkzaamheidsgraad van 80 % halen, de sociale zekerheid betaalbaar is en we de pensioenen van onze mensen kunnen garanderen. Daarover bestaat een brede consensus.
In Vlaanderen ligt de werkzaamheidsgraad op 78 %, bijna 80 %. Collega’s, waarom moeten de Vlamingen nog meer belastingen betalen? Waarom moet die Vlaming nog langer werken? Waarom moeten onze Vlaamse ouderen minder pensioen krijgen? Om de uitkeringen en ontsporingen bij de Franstaligen te betalen. In Wallonië bedraagt de werkzaamheidsgraad immers 67 % en in Brussel hoogstens 64 %.
Nochtans was het toenmalig partijvoorzitter De Wever, die de Vlaming ooit omschreef als de meest gepluimde kip van allemaal. U had toen gelijk. Volgens de OESO betaalt het Vlaamse volk ondertussen meer taksen op arbeid, niet alleen in Europa, niet alleen op dit continent, maar in de hele wereld en wellicht in het hele heelal.
Maar wat doet u vandaag als premier, mijnheer De Wever? U hebt blijkbaar nog een aantal pluimpjes gevonden bij de Vlaming om verder uit te trekken. In plaats van minder belastingen legt de regering-De Wever de hardwerkende Vlaming net meer belastingen op. De regering-De Wever bombardeert gezinnen en bedrijven met belastingen: een benzinetaks, een dieseltaks, een campingtaks, een hoteltaks, een concerttaks, een festivaltaks, een fitnesstaks, een frituurtaks, een aardgastaks, een mazouttaks, een museumtaks, een pretparktaks, een elektrische autotaks, een laadstationtaks, een zelfstandigentaks, een echtscheidingstaks, een adoptietaks, een woontaks, een rechtsbijstandstaks, een giftentaks, een vliegtaks, een verdubbeling van de effectentaks, een meerwaardetaks, een bedrijfsexittaks, een persoonlijke exittaks en ik kan zo nog een tijdje doorgaan, collega's.
Taks na taks na taks, deze regering-De Wever is een onvervalste belastingregering. U, mijnheer De Wever, beloofde geen nieuwe belastingen, maar sinds het aantreden van deze regering moeten vooral de hardwerkende Vlamingen belasting na belasting slikken. België is het land met de hoogste belastingdruk ter wereld en wij zullen ons daartegen blijven verzetten. Bespaar op asiel, op migratie, op het politieke systeem en de transfers, zodat wie werkt, spaart en onderneemt in Vlaanderen eindelijk minder belastingen kan betalen.
Sta mij toe om een drietal maatregelen te overlopen. Ten eerste, de meerwaardebelasting, de Jambon-taks. De enige belasting die zelfs de PS niet durfde invoeren, wordt vandaag ingevoerd door de zogenaamd rechtse N-VA. Hebt u zich trouwens al eens afgevraagd, collega's, waarom partijvoorzitter Bouchez zich niet is blijven verzetten tegen deze taks? Omdat deze taks vooral mensen treft die werken, sparen en ondernemen en die mensen wonen vooral in Vlaanderen.
Ten tweede, de centenindex, een verkapte indexsprong die honderdduizenden gepensioneerden en de helft van alle werknemers in dit land zullen voelen. U mag een keer raden waar de gemiddelde brutolonen hoger liggen en de centenindex het hardst zal aankomen. Precies, collega's van de N-VA, u raadt het, in Vlaanderen. Of wat dacht u van het derde voorbeeld, het verhogen van de accijnzen op gas? Van alle burgers die hun woning of appartement verwarmen op gas woont 70 % in Vlaanderen.
Vroeger kon de N-VA het nog steken op die vermaledijde PS, maar vandaag is het de N-VA en alleen de N-VA die de Vlamingen doet opdraaien voor de Belgische kosten. Het is een ware schande dat u – uitgerekend u, mijnheer De Wever, die beloofde de Vlamingen te beschermen – de werkende Vlaming, net als uw voorgangers, meer gebruikt als melkkoe voor uw beleid. De Wever premier, dat zal iedere Vlaming voelen in zijn portemonnee!
Ten tweede, levert "iedereen een inspanning". Ook die leugen moeten we de wereld uithelpen. Terwijl voor de gewone Vlaming het geld op is, geldt dat niet voor uitgavenposten als ontwikkelingssamenwerking of asielopvang. Onder deze regering wordt nog steeds een recordbedrag uitgegeven en uitgekeerd aan de opvang van asielzoekers. Ruim 1 miljard, ieder jaar opnieuw. Gelukzoekers uit de hele wereld blijven hun weg vinden naar België. In 2025 klopten bijna 35.000 asielzoekers aan in ons land. In 2023 noemde Theo Francken zulke cijfers, en ik citeer: "een ramp”, en hij zei dat België "het Walhalla van de massamigratie" was. Dat zijn niet onze woorden. Dat zijn de woorden van Theo Francken.
Vandaag probeert Anneleen Van Bossuyt dat te verkopen als het strengste asielbeleid ooit. Begrijpe wie begrijpen kan. In de jongste jaren lag de focus vooral op de kostprijs van asiel. In de feiten is die echter nog maar het topje van de ijsberg. Eens erkend als asielzoeker heeft men recht op gezinshereniging, een sociale woning, kindergeld, en een leefloon van het OCMW.
Laten we eens bij dat laatste stilstaan. Het is een legitieme vraag. Hoeveel procent van alle inwoners, van alle mensen in dit land, die een leefloon krijgen, is Vlaming? Collega Ellen Samyn heeft het gevraagd via een schriftelijke vraag. Het antwoord is 14 %. 14 %, beste collega’s, terwijl wij Vlamingen 60 % van de bevolking uitmaken en 70 % van de belastingen betalen.
Dat betekent dat 86 % van iedereen die in dit land een leefloon krijgt of Franstalig, of niet-Belg is. Daar moeten we nog aan toevoegen dat die 14 % Vlamingen nog een rooskleurige weergave van de realiteit is, want met Vlamingen bedoelt men de mensen die in Vlaanderen wonen en die beschikken over een Belgische identiteitskaart. Maar zoals u weet, is het in dit land makkelijker een Belgische identiteitskaart te krijgen dan een trein te vinden die op tijd rijdt. Tien jaar geleden maakte een studie van de Universiteit van Antwerpen al duidelijk dat 70 % van de OCMW-leefloners in dit land van niet-Belgische origine is. In Brussel zelfs 90 %, collega’s.
Dan rijst de vraag of er van hen een inspanning wordt gevraagd. Wordt onze sociale zekerheid afgeschermd, zoals in Denemarken of Oostenrijk? Natuurlijk niet! Het is dus gewoon niet waar dat iedereen een inspanning levert om de begroting in stand te houden.
Collega’s, ten eerste is het dus niet nodig dat Vlamingen en Vlaanderen bijkomende inspanningen leveren, gelet op onze hoge werkzaamheidsgraad. Ten tweede is het niet waar dat iedereen een inspanning levert. Wij zullen als Vlaams Belang in de komende weken en maanden aan heel Vlaanderen duidelijk maken dat de N-VA de beloofde verandering niet brengt, dat zij meer van hetzelfde is en geen deel van de oplossing vormt, maar deel van het probleem is geworden.
Wat is er van al die beloftes en die stoere
praat in huis gekomen? In plaats van Vlaamse ontvoogding krijgen we Belgische
capitulatie. In plaats van een begrotingsevenwicht krijgen we tegen 2029 een
begrotingstekort van 5,7 %. In plaats van minder staatsschuld krijgen we
steeds meer staatsschuld. In plaats van het strengste migratiebeleid krijgen we
het duurste migratiebeleid. De N-VA is geen V-partij meer, want de V staat niet
voor Vlaanderen of voor verandering, maar wel voor verraad, het verraad aan
haar politieke beloftes. U bent vergeten, beste collega’s van de N-VA, voor wie
u hoort op te komen: de gewone Vlaming, die werkt, spaart en onderneemt. (Applaus
van de Vlaams Belangfractie)
Alsof dat nog niet genoeg is, collega’s, stijgt ook de bijdrage aan de Europese Unie spectaculair: ruim 34 % dit jaar, nog meer in 2027 en binnenkort komt er nog eens 2,8 miljard euro per jaar bij. Wat doet deze regering? Niets! Andere landen onderhandelen kortingen, maar België betaalt braaf. Wie betaalt dat uiteindelijk? Opnieuw vooral de Vlaming.
Daarom heeft het Vlaams Belang amendementen ingediend en zal het die vandaag opnieuw indienen, want wij tonen dat het anders kan. Wij stellen voor om meer dan 11 miljard euro per jaar te besparen door politieke taboes te doorbreken: minder uitgaven voor asiel en migratie, een aparte sociale zekerheid voor nieuwkomers, het schrappen van ontwikkelingshulp en klimaatmiddelen, besparen op politieke structuren en onderhandelen over onze Europese bijdrage. Niet besparen op onze mensen, wel op de Belgische uitgaven die ontsporen.
Collega’s, de situatie is ernstig, zo ernstig dat België geen buffer meer heeft. Bij een nieuwe crisis dreigen we in het vizier te komen van de financiële markten en krijgen we een rentesneeuwbal. Dan is het te laat, want dan rest nog maar één optie: brutaal saneren. Wie betaalt dan uiteindelijk de prijs? De zwaksten in onze samenleving. Dat is het Griekse scenario dat we absoluut moeten vermijden. Dat vermijdt men echter niet door niets te doen. Dat vermijdt men door vandaag in te grijpen en eindelijk politieke taboes te doorbreken.
Tot slot, collega’s, dit probleem is niet alleen budgettair, maar ook institutioneel. Op de verkiezingsdag zei u, mijnheer De Wever, dat zelfbestuur de beste kuur is. Waar staan we vandaag? Geen fiscale autonomie, geen responsabilisering, geen hervorming van dit land. De Vlamingen blijven dus betalen voor een beleid waar ze geen controle over hebben.
Collega’s, deze begroting is te laat, achterhaald, onvoldoende en oneerlijk. Dit is geen beleid dat de boel opkuist, maar een beleid dat verder laat rotten. Het Vlaams Belang zegt: genoeg. Genoeg uitstel, genoeg belastingen, genoeg Belgische stilstand. Het is tijd voor echte keuzes. Het is tijd om de begroting echt op orde te brengen. Het is tijd om Vlaanderen en de Vlamingen op de eerste plaats te zetten. Ik dank u.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vermeersch.
Het woord is aan de heer Vandeput.
02.06 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister van Begroting: ik wil het met u hebben over BLUF. In een vorig leven was ik actief in een departement. Degenen die daarmee bezig zijn, weten dat daar te pas en te onpas heel wat afkortingen worden gebruikt. BLUF staat voor Bottom Line Up Front.
Ik kan duidelijk zijn met u, wij zullen deze begroting straks steunen. De regering doet wat nodig is. We zijn er nog lang niet, maar we zijn op weg. Collega’s, laat ons ook duidelijk zijn: er is geen andere keuze.
Sta me toe om het volgende kwartier stil te staan bij de achtergrond van onze houding daarin, maar opnieuw, er is geen alternatief. Hervormen is een must. Ons budget moet op orde.
De hervormingstrein staat op de sporen en dendert voort. We zijn op weg, maar we moeten verder durven gaan. Ik zal met u een tiental vaststellingen delen die voor iedereen die de begroting heeft gelezen, onmiskenbaar zijn. Daarbij zal ik ook een aantal voorspelbare kritieken weerleggen.
Collega’s, de cijfers zijn de cijfers. Ze liegen niet. Cijfers veranderen echter ook. We hebben hier in één betoog al zes keer verschillende cijfers gehoord en dat zal vandaag nog gebeuren. Veel verschillende cijfers, verschillende berekeningen en verschillende ramingen zullen de revue passeren. Voor de hygiëne van het debat is het echter goed om te vertrekken van het effectieve vertrekpunt van de regering.
De regering heeft volgens het klassieke proces de begroting 2026 opgesteld. Dat klassieke proces vertrekt van de economische begroting van het Federaal Planbureau, die door de mangel van het Monitoringcomité gaat en van waaruit de regering vertrekt. De cijfers van het Monitoringcomité van september 2025 vormen de grondslag voor de voorliggende begroting.
Deze week zal het Monitoringcomité nieuwe cijfers naar buiten brengen en die zullen anders zijn. Dat is één zekerheid die wij hebben. Dat is trouwens nooit anders beweerd door de meerderheid hier in het halfrond. De tijden veranderen continu. Dat is de enige zekerheid die wij hebben, zeker vandaag, gezien de huidige geopolitieke volatiliteit.
Laten we beginnen bij het begin. In het monitoringrapport van september 2025 zien wij een aantal merkelijke vaststellingen.
Ten eerste, het tekort van entiteit I wordt ten aanzien van die cijfers actief afgeremd. Zonder ingrijpen zou volgens dat rapport van het Monitoringcomité het tekort van entiteit I opgelopen zijn tot min 5,4 % van het bruto binnenlands product in 2029, zijnde 39 miljard euro. De regering grijpt daarop in. Dat wordt min 4,3 %, een verbetering van 1,1 % van het bruto binnenlands product, oftewel 8 miljard euro.
Tweede vaststelling, al in 2026 is een zichtbare verbetering merkbaar. Het tekort voor 2026 daalt volgens het Monitoringcomité van 26,2 miljard euro naar 24,6 miljard euro na de regeringsmaatregelen. Dat is opnieuw een verbetering op één jaar tijd van 1,6 miljard euro.
Ten derde, tot spijt van wie het benijdt, de regering doet die inspanningen hoofdzakelijk door de vinger op de knip te houden. Let u even op. Tussen 2026 en 2029 zullen de totale ontvangsten ten opzichte van het bruto binnenlands product stabiel blijven en dalen van 30,5 % naar 29,9 %.
Ook de primaire uitgaven zullen in die periode dalen van 32,6 % naar 32,3 %. Ik weet niet hoe u dat vertaalt, collega’s, maar ik zie daarin een terugname van het overheidsbeslag.
Ik kom tot de vierde vaststelling. De uitgavengroei wordt onmiskenbaar afgeremd. We blijven binnen het Europese uitgaventraject, dat ons brengt tot maximaal 2,5 % in 2026-2027 en 2,1 % in 2028-2029. De uitgaven nemen nog toe, maar duidelijk trager dan in de vorige periode. Het is dus ook niet zonder reden dat de Europese Raad in juni 2025 haar goedkeuring gegeven heeft aan een Belgisch budgettair structureel plan voor 2025-2029.
De vijfde vaststelling is een heel belangrijke. De sociale zekerheid komt stilaan onder controle. De prestaties van de sociale zekerheid zullen dit jaar stijgen met 2,1 % of 2,7 miljard euro. Dat is relatief laag, rekening houdend met de uitdagingen met betrekking tot de vergrijzing en de indexeringen en uiteraard het jarenlang uitblijven van ingrijpen in de sector. Net daarom blijven we verder hervormen. Het vorderingensaldo van de sociale zekerheid gaat dit jaar van min 715 miljoen euro naar 678 miljoen euro, dus naar positieve cijfers. Ik weet niet of u het goed beseft, collega’s, maar dat is een verbetering van net geen 1,4 miljard ten opzichte van 2025, en dat op één jaar tijd.
De zesde vaststelling: het primaire saldo stabiliseert. Het blijft haast stabiel en verslechtert nog met 193 miljoen tot min 12,5 miljard euro. De jaren van die snelle en buitensporige ontsporing, voordat we de interestlasten in oogschouw nemen, zijn daarmee voorbij.
De zevende vaststelling is de grote bezorgdheid rond de interestlasten, die met 1,4 miljard euro stijgen in 2026. Zonder die interestlasten zou het begrotingssaldo nagenoeg stabiel zijn gebleven. Bij ongewijzigd beleid zouden die rentelasten blijven oplopen. Mijnheer de minister, we hebben het daarover in de commissie ook gehad. Dat is ons zorgenkind vandaag en voor de toekomst.
Ik kom tot de achtste vaststelling. De structurele hervormingen doen wat ze moeten doen.
Ik kom tot mijn achtste vaststelling. De structurele hervormingen doen wat ze moeten doen: ze maken onze systemen rechtvaardiger en op termijn beter betaalbaar. Daarvoor levert bijvoorbeeld de afname van de werkloosheidsuitkeringen een eerste bewijs, zo haalt het Rekenhof met woorden als spectaculaire daling aan in zijn sessie. Ook de hervorming van het stelsel van de langdurig zieken zal tegen 2029 1,9 miljard moeten kunnen opbrengen. De beheersing van onze overheidsuitgaven brengt 2,7 miljard op. Samen met andere maatregelen leidt dat tot een totale inspanning van 9,2 miljard euro, cijfers die ons doen duizelen.
Negende vaststelling, collega’s, de overheid bespaart na tien jaar eindelijk weer bij zichzelf. De regering bespaart op het politieke apparaat. Politieke lonen zijn bevroren. Het aantal vervangingen wordt beheerst. Dat maakt deel uit van de grootste sanering van de eigen werking in jaren.
Tot slot en ten tiende stel ik samen met u vast – dit heeft het Rekenhof beaamd - dat de begroting een realistisch en eerlijk traject tekent. Saneren zonder inkomstenmaatregelen is niet realistisch. De regering combineert hervormingen, uitgavenbeheersing en bijdragen van de sterkste schouders, terwijl tegelijkertijd 900 miljoen wordt geïnvesteerd in groei en sociale cohesie.
De vaststellingen, collega’s, zijn onmiskenbaar en ook al formuleerde het Rekenhof, zoals altijd trouwens en terecht – we hebben dit nodig - kritische opmerkingen, waar sommigen zeker naar zullen verwijzen, het zag wel effectief trendbreuken. Dat moeten we durven te erkennen. Zo merkt het Rekenhof, ten eerste, op dat het criterium van de netto primaire uitgaven nageleefd wordt. Vervolgens geeft het aan dat de begroting eerlijker en transparanter is in vergelijking met die van 2025. Bijna 8 miljard aan terugverdieneffecten is eruit gehaald. Dat wordt dus goedgemaakt in de begroting.
De voorzitter: Mijnheer Vandeput, uw tien ononderbroken minuten zijn duidelijk afgelopen. We stoppen dus de tijd.
02.07 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer Vandeput, mijn excuses dat ik uw goednieuwsshow onderbreek. U doet me denken aan Comical Ali, de minister van Informatie van Irak destijds, die verklaarde dat er geen Amerikanen aankwamen.
U bent blijkbaar vergeten dat er de komende zomer nog een nieuwe oefening moet gebeuren. De eerste minister en de regering moeten op zoek naar 3 à 4 miljard extra inkomsten, want de begroting voldoet al niet meer. Hoe zal men dat doen? Men zal opnieuw de afgesproken verdeelsleutel hanteren.
Wat wordt het dan? Waar haalt men de twee derde bijkomende besparingen? Wordt het dan opnieuw besparen op de pensioenen, opnieuw besparen op de arbeidsmarkt en aan de index morrelen? De besparingen die al zijn beslist voor 2029, zijn nu al acht keer groter dan de bijdrage van de sterkste schouders en daar komen nog nieuwe inspanningen bij.
Ik heb een heel concrete vraag. Zal de asociale verdeelsleutel die afgelopen zomer werd afgesproken, opnieuw worden gebruikt? Zal men de twee derde besparingen opnieuw bij de arbeidsmarkt en de pensioenen zoeken?
02.08 Steven Vandeput (N-VA): Een goednieuwsshow noemt u het, maar ik denk dat u niet luistert naar wat ik zeg. Ik breng gewoon de realiteit. Ik breng de cijfers zoals ze zijn, tot spijt van wie het benijdt. U moet ook verder kijken naar wat er nog op ons afkomt. Als u mij toestaat om mijn betoog af te maken, zal ik daar nog dieper op ingaan. Het werk is, zoals ik altijd al hier in het halfrond heb onderstreept, niet af. Voor het eerst hebben wij wel een begroting die verder kijkt dan alleen dit jaar. Wij hebben een meerjarentraject afgesproken. In dat kader mag het wel duidelijk zijn dat continu bijsturen nodig zal zijn.
De nodige bijkomende inspanningen zullen mijns inziens – ik kan wat dat betreft spreken namens mijn partij – hoofdzakelijk en in de eerste plaats aan de uitgavenzijde moeten gebeuren. Immers, wie werkt, spaart, onderneemt of dat ooit deed, houdt te weinig over.
02.09 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Aan de uitgavenzijde, zegt u, maar u hebt niet geantwoord op de vraag of de tweederdesleutel zal worden gehanteerd. Ik neem aan van wel. De mensen beginnen stilaan te voelen wat de plannen concreet inhouden. Ambtenaren verliezen al fors pensioen. Jonge leerkrachten hebben berekend dat het soms om 500 euro pensioen minder per maand gaat. Dan is er nog de centenindex, waarbij u ervoor zorgt dat de lonen en uitkeringen niet meer volledig met de stijging van de kosten mee zullen stijgen.
Het regeringsbeleid verarmt burgers die het al moeilijk hebben door ziekte, door werkloosheid. De armoedecijfers die onder de vorige regering fors zijn gedaald, zullen opnieuw stijgen. Dat is het resultaat. U zit opnieuw, zoals vorig jaar ook al gezegd, in de verkeerde zakken. De mensen zullen boos worden. Ze beginnen het te voelen. Vorige week kwamen er 100.000 mensen op straat. Als u uw beleid voortzet, zullen het er de volgende keer 200.000 zijn. Daar ben ik van overtuigd.
02.10 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer Vandeput, uw premier is hier aanwezig en misschien moet ik de vraag rechtstreeks aan hem stellen. Hij heeft het vaak over 'stinkende kamelen'.
Mijnheer de premier, u bent goed in beeldspraak, maar met de btw-brol, het meerwaardemonster en de centenindex heeft deze regering inderdaad al een aantal 'stinkende kamelen' voortgebracht. Mijnheer de premier, mijnheer Vandeput, is uw begroting niet stilaan de grootste stinkende kameel van allemaal? Het tekort wordt immers steeds groter en groter. De Nationale Bank voorspelt dat we tegen het einde van de volgende legislatuur aan een tekort van 8 % zullen zitten als deze regering geen maatregelen neemt.
Vóór u weer verwijst naar het verleden wil ik u toch graag even enkele cijfers meegeven. Het tekort bedroeg in 2024 2,8 %, in 2025 3,6 % en in 2026 loopt het op tot 3,7 %. Intussen is dat geen tekort meer van het verleden, maar wel uw tekort. Hoe zult u dat oplossen?
02.11 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Di Nunzio, u zult straks ongetwijfeld de premier zelf nog kunnen ondervragen, maar nu zal ik op uw vraag antwoorden.
U kunt zeggen wat de feiten vandaag zijn, maar u moet zich ook de vraag stellen waarvan die het gevolg zijn. Er zijn continu bijsturingen nodig. Volgens het Monitoringcomité ligt het feit dat het vivaldibeleid ons in 2029 naar een tekort van 5,4 % zou hebben gebracht aan de basis van deze begroting. Volgens de nieuwe cijfers die eraan komen, zou dat zelfs oplopen tot 6 %.
Als men blijft doorrekenen op basis van het beleid uit het verleden, dan moet er gewoonweg worden ingegrepen. Die tanker moet worden gekeerd. Collega Van Hecke zei zonet dat ons beleid de mensen verarmt. Neen, het is het beleid uit het verleden, het beleid van Vivaldi waardoor we vandaag moeten doen wat we moeten doen. Er is geen andere keuze.
02.12 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer Vandeput, ik dank u voor uw antwoord, maar zoals ik had voorspeld, blijft u verwijzen naar het verleden. Toen deze regering aantrad, intussen toch al een tijd geleden, koesterde ik de hoop dat er effectief een sanering zou komen en dat het begrotingstekort zou worden weggewerkt en onder controle gehouden. Nu ik hier al een aantal maanden zetel en ook al daarvoor zie ik dat geen enkele maatregel effectief werd beslist.
Ik hoor graag zeggen dat er verantwoordelijkheid wordt genomen en dat er historische beslissingen worden genomen, maar die komen er niet. Er wordt geschat dat we naar een tekort van 8 % gaan en dat is de verantwoordelijkheid van deze regering. Ik vraag u dus om de hoop waar te maken die u bij het aantreden van deze regering aan heel veel Vlamingen en heel veel Belgen hebt gegeven, de hoop die ik ook koesterde, ook al behoort mijn partij tot de oppositie. Neem die beslissingen, voer ze uit en stop met de goednieuwsshow, want de beslissingen worden niet genomen en het tekort loopt verder op.
02.13 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer Vandeput, als u aan een leugendetector was gelegd tijdens uw betoog, had die ongetwijfeld overuren gedraaid. Dat is geen vaststelling van het Vlaams Belang, maar een vaststelling van de Nationale Bank.
Laten we kijken naar het jongste rapport van de Nationale Bank over uw begroting. Dat is bijzonder hard en kritisch over het beleid van de regering-De Wever. De begrotingsplannen volstaan niet, in tegenstelling tot wat u beweert. Dat zegt de Nationale Bank. De tekorten dalen niet, in tegenstelling tot wat u beweert. Ze ontsporen verder en gaan naar een veel te hoog niveau.
De cijfers zijn dramatisch, maar toch vindt u het nodig op dit moment, met een geopolitieke crisis in het verschiet, hier een goednieuwsshow voor te stellen. Dat is ongepast. Mijn vraag is dan ook heel duidelijk. Hoe verklaart u dat de Nationale Bank stelt dat de begrotingsplannen van uw regering, de regering-De Wever, volstrekt onvoldoende zijn?
02.14 Steven Vandeput (N-VA): Wel, mijnheer Vermeersch, wie de cijfers niet wil lezen, is natuurlijk ziende blind.
De Nationale Bank heeft een nieuw rapport gemaakt, dat u zogezegd aanhaalt. De Nationale Bank heeft ook een aantal dingen aangegeven. De hervormingen zijn ingezet. Dat zegt de Nationale Bank. Maar ze zijn niet voldoende. We moeten verder gaan, om onze competitiviteit te verbeteren en om ervoor te zorgen dat we gewapend zijn tegen de vergrijzingskosten van de toekomst, tegen de uitdagingen van de toekomst.
Hebt u me hier vandaag al iets anders horen zeggen, mijnheer Vermeersch? Feit is wel dat we in onze commissie veel maatregelen moeten nemen, net als in andere commissies, maar daar hoor ik altijd dat deze of gene maatregel niet kan. Als we dan vragen aan het Vlaams Belang wat hun antwoord is, krijgen we als antwoord een wit blad!
02.15 Wouter Vermeersch (VB): Ik stel vast dat in de redenering van de N-VA ook de Nationale Bank ziende blind zou zijn inzake de plannen van uw regering. Niets is natuurlijk minder waar. De N-VA en uw partijvoorzitter, Bart De Wever, had voor de verkiezingen brandhout gemaakt van een regering die de tekorten en de schulden op een dergelijke manier laat ontsporen. Maar het zijn vandaag diezelfde N-VA en diezelfde premier De Wever die zo’n begroting aan het verdedigen zijn.
Vroeger kon de N-VA het nog steken op de PS, maar vandaag is het de N-VA en alleen de N-VA, die de Vlaming doet opdraaien voor de Belgische kosten.
Het is dus een schande dat u, mijnheer De Wever, en de N-VA, die in de verkiezingscampagne beloofde de Vlaming te beschermen, de hardwerkende Vlaming, net als jullie Belgische voorgangers, weer gebruiken als melkkoe voor het Belgische beleid.
02.16 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, u spreekt over de geopolitieke situatie, over de druk die deze uitoefent op ons budget en over alles wat op ons afkomt. Vandaag zien we de prijzen van gas, olie, diesel en super uit de pan rijzen. Dat zal een groot budgettair probleem zijn, maar het zal vooral ook een probleem zijn voor de mensen, de werkende klasse en onze economie.
Ten eerste, mij verwondert het volgende op geopolitiek vlak. Uw partij, de heer Francken, stelt de oorlog in Iran, de oorlog van de heer Trump, die daar voor miljarden bombardeert voor olie, gas en Amerikaanse multinationals, onvoorwaardelijk te steunen. U bent zelf ook minister van Defensie geweest. Wat vindt u van die onvoorwaardelijke steun voor die oorlog?
Ten tweede, hoe legt u uit dat u zoveel wilt halen uit accijnsverhogingen op gas, bij mensen die het vandaag al moeilijk hebben om hun factuur te betalen? U wilt 170 à 200 miljoen euro voor dit budget halen bij de mensen. Hoe krijgt u dat vandaag uitgelegd aan het volk, mijnheer Vandeput?
02.17 Steven Vandeput (N-VA): Ik stel voor dat u vragen over Defensie straks stelt in het thematische debat over Defensie.
Met betrekking tot de accijnzen, collega, deze begroting gaat gepaard met een programmawet, die een heel pakket maatregelen bevat, waarvan dit er een is. Globaal moet men durven de maatregelen te nemen die nodig zijn. Het antwoord van de regering is daarover duidelijk geweest. Er wordt gemonitord wat nodig is. De mensen laten geloven dat de regering telkens zomaar kan inspringen wanneer een probleem rijst, is de mensen blaasjes wijsmaken.
02.18 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, u durft dus niet te antwoorden op de vraag. De heer Theo Francken, uw minister van Defensie, zegt openlijk dat de oorlog in Iran een goede oorlog is en dat men moet bombarderen. Dat zegt uw minister. U bent zelf ook minister van Defensie geweest en u weigert daarop te antwoorden. Komaan, hoe durft u dat te zeggen? U hebt trouwens zelf de bestelling van die F-35’s goedgekeurd, goed voor miljarden. Dat was geen probleem voor de N-VA.
Bij een vraag over de accijnzen verwijst u naar de programmawet. Er ligt hier een budget voor. Leg eens uit waarom u wederom miljoenen zult halen uit de zakken van de mensen via accijnzen, terwijl zij vandaag al zoveel betalen aan de pomp en voor gas. Dat kan niet.
02.19 Ellen Samyn (VB): Deze regering en premier De Wever profileren zich graag als de regering van de werkenden, maar niets is minder waar. De migratiecijfers dalen niet. Het aantal asielzoekers blijft hoog en vooral niet-Belgen stromen door naar het leefloon. Op 20 jaar tijd is het aantal leefloners verdrievoudigd, vooral onder invloed van migratie.
Deze regering haalt het geld bij de werkenden en bij de gepensioneerden, maar laat leefloners, die nooit één dag hebben gewerkt, grotendeels ongemoeid. Mijn vraag is wanneer deze regering eindelijk onze sociale zekerheid zal afschermen voor mensen die nooit hebben bijgedragen, in plaats van de rekening telkens opnieuw door te schuiven naar onze werkenden en gepensioneerden.
02.20 Steven Vandeput (N-VA): Mijn tijd loopt blijkbaar verder wanneer ik lange antwoorden geef, dus ik stel voor dat u dat straks in het thematische debat aanbrengt.
02.21 Ellen Samyn (VB): Tja, quod non. U kent het antwoord blijkbaar niet als u er geen antwoord op kunt geven.
Het is niet verwonderlijk dat deze regering de deur naar onze sociale bijstand wagenwijd laat openstaan voor nieuwkomers. Het is uitgerekend de stad van premier De Wever die het grootste aantal niet-Europese leefloners van het land telt. Uit cijfers van minister Van Bossuyt blijkt immers dat de stad Antwerpen in 2024 maar liefst 14.000 leefloners telde, van wie 10.000 niet-Belgen. Dat betekent dat 70 % van alle leefloners in de stad van premier De Wever geen Belg is. Van de 121 miljoen euro aan leefloon die de stad Antwerpen uitbetaalt, ging maar liefst 85 miljoen euro naar niet-Belgen. Zoals Bart De Wever de deuren van het Antwerpse OCMW openzet voor heel de wereld, trekt hij die lijn vandaag door naar het hele land: hotel Belgica op kosten van de Vlaming.
02.22 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Vandeput, vorig jaar rekende de regering op 8 miljard euro terugverdieneffecten. U had het daar ook over in uw tussenkomst.
Alle experts, de voltallige oppositie en het Rekenhof hebben daar brandhout van gemaakt. U deed dat echter niet. U zei vorig jaar in de commissie immers dat die 8 miljard euro een onderschatting was. Nu zei u echter dat ze er gelukkig uitgehaald werd.
Ondertussen is het ook duidelijk dat die 8 miljard gewoon lucht was. De eerste minister heeft zelfs verklaard dat die er bewust werd ingezet. Wat vindt u daarvan? Zitten er in deze begroting ook maatregelen waarvan u nu al weet dat ze lucht zijn en waarover we volgende keer zullen kunnen debatteren?
02.23 Steven Vandeput (N-VA): Ik kan alleen aangeven – en daarover kunnen we van mening verschillen – dat men beleid moet voeren dat effect heeft. Stellen dat het gevoerde beleid geen effecten heeft en dat er geen terugverdieneffecten zijn, is ook met de waarheid een loopje nemen. In dat kader is vorig jaar gezegd dat we voorzichtig moeten zijn.
Ik stel vast dat, wanneer het Rekenhof op bezoek komt, wordt bevestigd dat de berekeningen met betrekking tot de werkloosheidsuitkeringen opbrengen wat ze moeten opbrengen. Er wordt ook gezegd dat een aantal doelstellingen ambitieus zijn, maar haalbaar lijken. Het Rekenhof heeft dat in onze sessie bevestigd. U kunt het verslag nalezen.
In dat kader kan ik alleen zeggen dat de terugverdieneffecten, zoals ze in de cijfers waren opgenomen, eruit zijn gehaald. Dat betekent dat we vandaag met een begroting zitten die uitgaat van een worstcasescenario.
02.24 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Het effect van de maatregelen, zoals de minderuitgaven voor de werkloosheidsuitkeringen, zit al in de begroting. Als u daarbovenop nog een terugverdieneffect rekent, telt u dat dubbel. Er blijkt dus keer op keer dat er lucht in de begroting zit. Die moet er telkens opnieuw worden uitgehaald en telkens opnieuw zijn het de gewone mensen die daarvan de dupe zijn. Intussen leeft u verder op uw roze wolk. Ik voorspel u dat het een onaangename landing zal worden zodra die wolk verdampt. Dank u.
02.25 Francesca Van Belleghem (VB): Mijnheer Vandeput, bedankt voor uw bevlogen betoog en voor de vele antwoorden op de gestelde vragen.
Er komen zoveel taksen bij, de vliegtaks, de gastaks, de hoteltaks en de indexsprong, maar asiel en migratie blijven gratis. Het is toch wel heel bijzonder dat het budget van Fedasil voor 2026 stijgt. Vorig jaar zei de N-VA dat in 2026 580 miljoen euro zou worden uitgegeven aan Fedasil. In de nieuwe begroting blijkt echter dat jullie 800 miljoen euro zullen uitgeven. Dat is een stijging van 220 miljoen euro.
Hoe kunt u verklaren dat u het strengste migratiebeleid ooit voert, terwijl het asielbudget stijgt? Leg dat eens uit.
02.26 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Van Belleghem, ik denk, opnieuw, zoals bij uw collega, dat u dat beter straks in het thematisch debat aanhaalt.
02.27 Francesca Van Belleghem (VB): U hoeft alleen nog een clownspak aan te trekken, want dit zijn werkelijk clowneske antwoorden.
Ik zal u zeggen waarom u en de N-VA meer geld nodig hebben voor Asiel en Migratie. Dat is omdat u het geld liever uitgeeft aan pretparkbezoekjes voor asielzoekers dan het aan de mensen te geven of het in de pensioenen te steken. Onder minister Anneleen Van Bossuyt heeft men bijna dubbel zoveel pretparkbezoekjes gratis en voor niets aan asielzoekers weggegeven dan onder de linkse vivaldiregering. Dat is toch bijzonder wraakroepend.
Misschien is het symbolisch, omdat het slechts over 20.000 euro gaat, maar voor mensen die elke dag moeten werken, is dat niet symbolisch. Zij moeten betalen om naar Walibi of Plopsaland te gaan, superdure tickets, terwijl asielzoekers dat gratis krijgen. U zegt gewoon dat ik die vraag aan de minister van Asiel en Migratie moet stellen. Dat is degoutant.
02.28 Reccino Van Lommel (VB): Mijnheer Vandeput, concurrentiekracht is een zeer belangrijk thema voor uw partij. Er wordt zeer vaak verwezen naar uw vrienden van de competitiviteit in Europa. Als ik de begroting bekijk, vraag ik me echter af wat jullie zelf doen. U beschikt immers over verschillende hefbomen, op vlak van onder andere arbeidskosten, fiscaliteit en energie. Er wordt een verlaging van de transmissienettarieven aangekondigd en een aantal sectoren zouden in aanmerking komen voor een subsidie. Wanneer krijgen die dat? Over welke specifieke bedrijven gaat het? Wat zult u exact doen op het vlak arbeidskosten en fiscaliteit om de competitiviteit in ons land te verbeteren?
02.29 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Van Lommel, dit is het begrotingsdebat. Ik heb al meermaals aangehaald dat we op lange termijn ons budget op orde moeten krijgen, om net ruimte te hebben om meer in te zetten op competitiviteit en concurrentiekracht en om ook mogelijkheden te creëren. Het door de regering voorziene meerjarenproject voorziet een fiscaal pakket waardoor de werkende mens meer zal overhouden. Binnenkort zullen de eerste besprekingen voor de wijziging van de personenbelasting aangevat worden in de commissie. Voor uw specifieke vragen over de modaliteiten van de energiesubsidies verwijs ik u naar de bevoegde minister.
02.30 Reccino Van Lommel (VB): Dat is niet echt een antwoord. Mijnheer Vandeput, ik neem aan dat u uw cijfers wel kent, aangezien u hier als woordvoerder en expert van uw partij staat. Maar goed, ik stel vandaag vast dat dat niet het geval is.
Ik stel herhaaldelijk vast dat de rode draad van uw regering diagnoses en studies zijn die u bestelt en die u zult uitvoeren. De regering zit intussen al meer dan een jaar in het zadel en is nog steeds aan het studeren. Tot op vandaag kunt u niet zeggen welke concrete maatregelen en welke budgetten daartegenover staan om de competitiviteit effectief te verbeteren. U draait het om en zegt dat men eerst hervormingen moet doorvoeren om daarna te kijken wat mogelijk is. Neen, de urgentie dient zich nu aan. Het moet vandaag gebeuren, of onze bedrijven zijn weg. U kunt daar echter blijkbaar niet op antwoorden. U hebt geen concreet plan, zoveel is duidelijk.
02.31 Paul
Magnette (PS): Monsieur Vandeput, j'ai une
petite devinette pour vous. Qui a dit ceci?
Ik zal het in het Nederlands citeren: "En het klopt dat de taxshift niet voldoende gefinancierd is. Men heeft doelbewust gekozen om niet alles mee te rekenen. Dat dringt op termijn een infernale besparingslogica op en dus komt men terecht bij de overheidsuitgaven waar ze nog zitten, de sociale zekerheid."
L'auteur de cette citation n'est autre que Bart De Wever en 2016. Et donc, monsieur Vandeput, quand vous nous expliquez que le déficit que vous devez résoudre, c'est celui du gouvernement précédent, ça n'est pas vrai! Les faits et les chiffres ne mentent pas. Les chiffres montrent que le déficit historique de la Belgique vient du gouvernement MR-N-VA et du tax shift qui n'a pas été financé. L'ONSS considère que ces 15 milliards d'euros que nous payons toujours, c'est votre facture que vous devez payer.
02.32 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Magnette, u komt daarmee bij de kern van het hele debat. De vraag is of wij ons budget, dat mede door toedoen van uw partij zwaar onder druk is gekomen, zullen saneren door opnieuw altijd maar te blijven hameren op meer inkomsten en meer geld uit de gemeenschap halen, of zullen wij eindelijk de maatregelen nemen en de hervormingen doorvoeren die nodig zijn om ons budget vandaag en morgen op orde te krijgen.
02.33 Paul Magnette (PS): Monsieur Vandeput, ce n’est pas la question que je vous ai posée. Ce que je vous dis, c’est que vous creusez délibérément le déficit. C'est vous qui l’avez creusé et c'est donc à vous de le reboucher. Et qui faites-vous payer? Toujours les mêmes.
Vous prétendez soutenir le travail et récompenser les travailleurs. En réalité, avec votre gouvernement, un travailleur sur deux – ceux qui gagnent 2 500 euros par mois, qui ne sont donc pas riches mais qui font partie de la classe moyenne – ainsi qu’un pensionné sur deux – ceux qui touchent 2 000 euros par mois – vont subir deux sauts d’index et perdre des milliers, voire des dizaines de milliers d’euros.
Et pendant ce temps-là, vous allez continuer à offrir des réductions de cotisations sociales aux travailleurs qui gagnent plus de 25 000 euros par mois. Comment voulez-vous que les gens ne soient pas en colère quand ils voient que c'est toujours la même chose avec votre gouvernement? Vous êtes durs avec les faibles et faibles avec les forts.
02.34 Steven Coenegrachts (Anders.): Collega Vandeput, u hebt al een paar keer gezegd dat de overheidsfinanciën moeten gesaneerd worden om marge te creëren om later te kunnen investeren. Wanneer denkt u met die sanering te beginnen? Vandaag focust u immers vooral op nieuwe inkomsten.
Het kan verkeren in het leven, maar ooit was er een tijd dat u en uw fractie tegen belastingen waren. Vandaag voert u de enige belasting in die we nog niet hadden, namelijk de meerwaardebelasting. Vandaag verhoogt u de taksen op verwarming en pleit uw voorzitter ervoor om het luxetarief van de btw te verhogen. U kent dat luxetarief, dat treft tandpasta, wc-papier, kleding, voorwaar allemaal luxeproducten. Is dat verantwoord in deze tijd, met prijzen aan de pomp die door het dak swingen? Is het niet beter om die maatregel te laten? Kunt u garanderen dat de btw op de winkelkar niet stijgt?
02.35 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Coenegrachts, u kunt natuurlijk altijd hetzelfde riedeltje blijven herhalen. Ik heb het daarnet al aangehaald, maar ik zal het nog eens proberen uit te leggen.
De uitgaven stabiliseren, maar ook de ontvangsten stabiliseren. U kunt wel de kritiek over meer taks, taks, taks blijven en herhalen en misschien pakt die ooit eens, maar de stelling dat begrotingen op orde kunnen worden gehouden zonder aan de inkomstenzijde ook maar iets te doen, is politieke folklore. U hebt dat de voorbije 25 jaar bewezen.
Er moeten wijzigingen gebeuren. Globaal macro-economisch gezien, stabiliseren de inkomsten en nemen ze zelfs af, sterker dan de uitgaven. Die stabilisatie moet op langere termijn gebeuren; de cijfers voor de periode 2026 tot 2029 maken dat duidelijk.
02.36 Steven Coenegrachts (Anders.): Ik hoor u niets zeggen over de btw op de winkelkar, waarvan akte, mijnheer Vandeput. Ik noteer dat u nog altijd voorstander bent van een extra taks op de winkelkar. We zullen op de MR moeten rekenen om dat tegen te houden.
U hebt het over de stabilisatie van de uitgaven en de verhoging van de inkomsten, die dan op een of andere manier ook gestabiliseerd zijn. Wat een gegoochel met woorden. Dat is blijkbaar allemaal zeer ingewikkeld. Als we naar de cijfers kijken, zien we bij een ongewijzigd beleid in 2029 een tekort van 5,4 %. Met een gewijzigd beleid eindigt u op meer dan 8 %. Daar komt het op neer. Dat is het resultaat van vijf jaar begrotingsdiscipline door de N-VA. Proficiat.
02.37 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, u zei net aan de heer Hedebouw dat de overheid niet iedere keer zal ingrijpen wanneer zich ergens een probleempje voordoet. Meent u dat? De illegale oorlog tegen Iran is voor u dus een 'probleempje'. Diesel aan 2,1 euro aan de pomp is voor u een probleempje. Mijnheer Vandeput, dat is een groot probleem voor al wie werkt. Dat is een groot probleem voor onze gezinnen en voor onze economie.
U grijpt trouwens wel in, want wat hebt u gisteren, nu de energieprijzen dag na dag stijgen, beslist? U zult de accijnzen op gas en mazout verhogen. In het commissiezaaltje ernaast hebt u beslist om de indexering te plafonneren. Terwijl de inflatie stijgt naar 4 à 5 %, beslist u om de automatische indexering voor de mensen grotendeels af te pakken. Mijnheer Vandeput, welke gevolgen hebben die maatregelen voor de begroting van de gezinnen?
02.38 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Tonniau, nogmaals, ik heb helemaal niet geminimaliseerd wat het voor een gezin betekent als prijzen stijgen. Ik kan mij heel goed voorstellen wat het betekent als men aan de pomp opnieuw meer dan 2 euro voor diesel betaalt.
Wat ik heb gezegd, is dat we gelet op het feit dat de overheid in het licht van de budgettaire situatie waarin ons land verzeild is geraakt, allerhande maatregelen moet nemen om op lange termijn duurzaam te kunnen blijven functioneren, onze veiligheid te kunnen blijven verzekeren, onze gezondheid te kunnen blijven waarborgen en ervoor te kunnen blijven zorgen dat onze burgers nog een pensioen genieten en bij voorkeur nog iets meer overhouden als ze werken, moeten stoppen met de mensen te beloven dat de overheid, telkens wanneer er een nieuw probleem rijst, dat een-twee-drie zal opvangen. Dat is niet het soort overheid waar ik voor sta.
02.39 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, we hebben in België een supergoed systeem dat ons beschermt tegen de stijgende levensduurte en dat is de automatische indexering. Blijf daarvan af. Alle partijen waren voorstander om dat systeem te behouden tijdens de campagne, ook uw partij. U kunt op de website van UNIZO nog de uitspraken van De Wever lezen, toen hij de automatische indexering verdedigde.
We zitten nu in een fase van stijgende levensduurte. Het gaat niet alleen over benzine en diesel, op de duur zullen alle producten in de supermarkt duurder worden. En net op dat moment beslist u om in te grijpen op de koopkracht van de mensen. Ik maak mij niet ongerust over uw koopkracht, mijnheer Vandeput, en u doet dat waarschijnlijk ook niet, maar ik doe dat wel over de mensen en over onze economie. Als men een goede interne economie wil behouden door een hoge interne consumptie, dan is er een goede manier om dat te bereiken, namelijk door het behoud van de automatische indexering.
02.40 Barbara Pas (VB): Mijnheer Vandeput, u spreekt over de hervormingen van deze regering, maar ik vraag mij af hoe deze regering consequent omgaat met verworven rechten. Wij hebben over de pensioenhervorming van Jambon nog nooit een antwoord gekregen waarom hij aan verworven rechten raakt. Ik dacht dat deze regering dat niet kende, maar als men bijvoorbeeld kijkt naar het wetsontwerp van deze regering over nachtarbeid, dan haalt deze regering daarin zelf het argument van verworven rechten aan om nachtpremies verschillend te betalen voor wie hetzelfde werk doen. Ze zullen het pas invoeren voor de nieuwe starters en het blijft behouden voor degenen die het werk al lang doen omwille van die verworven rechten. Waarom geldt dat voor de ene hervorming wel en voor de andere niet? Waarom geen respect voor verworven rechten in de pensioenhervorming?
02.41 Steven Vandeput (N-VA): Het basisprincipe moet zijn dat verworven rechten worden gerespecteerd. De vraag is natuurlijk hoe ver die reiken, hoe ver die acceptabel zijn en in welke mate we die duurzaam kunnen blijven financieren. Mevrouw Pas, als u zoekt naar oplossingen die voor iedereen altijd en op elk moment toepasbaar zijn, dan bent u, laat mij eerlijk zijn, een beetje naïef. Elke situatie zal dus op zichzelf moeten worden beoordeeld. In dat kader denk ik dat wat wordt voorgesteld, wordt voorgesteld omdat het nu eenmaal moet, omdat het nodig is om op termijn het budget te brengen waar het moet zijn, met het oog op de toekomst, voor u en voor onze kinderen.
02.42 Barbara Pas (VB): Met een werkzaamheidsgraad van nagenoeg 80%, mijnheer Vandeput, zijn de pensioenen in Vlaanderen perfect betaalbaar. Stop dus met uw riedeltje dat het nodig is. U spreekt bovendien over wat acceptabel is. Weet u wat ik absoluut niet acceptabel vind? Dat mensen die keuzes hebben gemaakt voor een loopbaan op basis van oude spelregels, nu worden geconfronteerd met contractbreuk. Dat zij niet kunnen rekenen op wat hun altijd is voorgehouden. Dat is net de essentie van verworven rechten. Dat is wat de regering aan haar laars lapt.
02.43 Dominiek Sneppe (VB): Mijnheer Vandeput, u sprak daarnet over de inspanningen die de overheid zelf levert. Ik geef toe dat die inderdaad worden geleverd. Bent u echter op de hoogte van wat uw coalitiepartner, minister Vandenbroucke, aan het doen is? Op het vlak van volksgezondheid is er helemaal geen sprake van afslanking. Integendeel, het overvette overheidsapparaat wordt verder aangedikt met een leger ambtenaren voor de versterking van allerlei administraties.
Bent u daarvan op de hoogte? Hoe verhoudt zich dat tot de zogenaamde afslanking van het overheidsapparaat?
02.44 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw, sta mij toe u daarvoor te verwijzen naar het betrokken themadebat. Ik denk echt dat het ons, in het kader van een algemene bespreking van de begroting, wel heel ver zou brengen als ik daarop in detail moet ingaan. Maar goed, het is u gegund.
02.45 Dominiek Sneppe (VB): Het is duidelijk dat u niet op de hoogte bent van wat uw coalitiepartners, uw coalitieministers, allemaal uitspoken, in het bijzonder minister Vandenbroucke, wiens ontslag u in de vorige legislatuur tot driemaal toe gevraagd hebt, maar die u toch op dezelfde post hebt laten zetelen. Ik zou denken dat u die mens wat meer in de gaten zou houden, maar blijkbaar doet u dat niet. Er komen 10 extra inspecteurs voor tabak en alcohol, 6 voor menselijk lichaamsmateriaal, 47 voltijds equivalenten voor RIZIV-handhaving en 12 voor de Federale Toezichtcommissie. Die zijn allemaal gekoppeld aan een serieus budget.
Kortom, voor er extra taksen opgelegd worden aan de hardwerkende Vlaming, zou alles uit de kast gehaald moeten worden voor de afslanking van de overheid. Dat, mijnheer Vandeput, is één van de maatregelen die het Vlaams Belang zou nemen.
02.46 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Vandeput, in deze begroting, waarover we het uitgebreid gehad hebben in de commissie, zit in totaal voor 17 miljard aan budgetten waarmee de ministers van Defensie, Justitie en Binnenlandse Zaken volledig hun eigen zin kunnen doen. Dat is een uitholling van de democratie.
Er is geen voorafgaande controle en goedkeuring van het Parlement meer nodig voor die budgetten, terwijl het perfect anders kan. U bent voorzitter van een Kamercommissie. Wat vindt u daarvan, als democraat? Vindt u het normaal dat wij, en onze commissie, worden gedegradeerd tot ruis in de marge?
02.47 Steven Vandeput (N-VA): Het is uw perceptie, mijnheer Vanbesien, dat we daardoor gedegradeerd zijn. Ik zeg dat het misschien wel goed is te bekijken of wij onze controle kunnen uitoefenen gelijk we die kunnen uitoefenen. Maar daartoe hebben we ook de middelen in dit Parlement. Voor het leger is er specifiek de commissie Legeraankopen. Elk van ons heeft het recht elke minister op elk moment te bevragen over de wijze waarop hij met zijn middelen omgaat.
Als er keuzes gemaakt worden om hier en daar gas te kunnen geven op het ogenblik waarop dit nodig is, zeker in die departementen die jarenlang ondergefinancierd geweest zijn, laten we daar dan alstublieft onze steun aan verlenen.
02.48 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Vandeput, achteraf kennisnemen is iets anders dan vooraf controleren en goedkeuren. Belangrijke documenten daarin zijn trouwens de documenten van de Inspectie van Financiën. Wanneer krijgen wij die te zien? Dat gebeurt niet, nooit. Wij krijgen die niet te zien.
Democratie is ons hoogste goed. Ze komt met de huidige regering regelmatig onder druk te staan. Het Parlement wordt buitenspel gezet bij de bepaling van de budgetten en de besteding van dat geld. Beslissingen van het Grondwettelijk Hof worden naast zich neergelegd. De infiltratie in dat Grondwettelijk Hof door uw partij gaat door. Bovendien stelt u in uw partijprogramma dat het Grondwettelijk Hof moet kunnen worden teruggefloten en overruled. De democratie staat onder druk. Help haar te redden.
02.49 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, in de begrotingstabellen staat dat u een verstrenging wilt van de malus op de pensioenen. U wilt daar 142 miljoen euro extra uithalen door te sjoemelen met de exacte jaren waarop werknemers moeten vertrekken. Het is ondenkbaar wat nu gebeurt.
De N-VA heeft een campagne gevoerd met de boodschap dat werken meer moet lonen. Wat doet u vervolgens? U sanctioneert mensen die hard werken omdat zij niet tot 67 jaar kunnen werken. Hoe kunt u zo doorgaan in die besparingslogica? Dat is gemakkelijk voor een minister maar niet voor de mensen zelf.
Wat zegt mijnheer Jambon, uw minister? Vooral vrouwen zullen getroffen worden omdat zij geen volledige loopbanen hebben. Wat stelt hij? Vrouwen moeten zich maar aanpassen. Aanpassen, dat is gemakkelijk gezegd. Mijnheer Vandeput, is dat niet gemakkelijk gezegd dat vrouwen zich moeten aanpassen? Die vrouwen werken thuis. Dat is onbetaald werk voor het gezin. De betrokkenen zullen nu aan het einde van hun carrière, terwijl daar tijdens hun loopbaan niets over is gezegd, 200 à 300 euro verliezen.
Hoe legt u dat uit? Vindt u het nog altijd correct, als u ziet wat vorige week is gebeurd, dat in de tabel nog altijd 142 miljoen euro aan besparingen wordt gehaald via de malus op de pensioenen?
02.50 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Hedebouw, mijn partij stelt dat werken meer moet lonen. Mijn partij heeft ook aangegeven dat het verband tussen bijdragen en het opbouwen van pensioenrechten moet worden hersteld. In dat kader ligt een heel pakket maatregelen voor, waarvan de malus er één is. Ik heb daarnet al het woord BLUF gebruikt. Wij zullen de maatregel straks goedkeuren.
02.51 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Wat u eigenlijk zegt, is dat al die vrouwen niet werken. Dat is evident. Dat verband moet duidelijker zijn, zegt u. De logica van de N-VA is dus zeer duidelijk. Dat is geen fout van minister Jambon. Hij zegt duidelijk dat alle vrouwen die zijn thuisgebleven een sanctie zullen krijgen, een malus op hun pensioen. Dat is fundamenteel oneerlijk, mijnheer Vandeput. Dat is gewoon oneerlijk. U weet heel goed dat onze maatschappij gebouwd is op het feit dat dat huishoudelijk werk gebeurt door vrouwen thuis – zorg voor het gezin, enzovoort. U gaat dan op het einde van hun carrière zeggen: u hebt besloten deeltijds te werken, dus u krijgt een sanctie. U hebt geen volledige carrière, dus u krijgt een sanctie. Sanctie, sanctie, sanctie. Waarom gaat u verder met die blindelings asociale politiek, mijnheer Vandeput?
Er is iets losgekomen in de maatschappij. De mensen hebben eindelijk begrepen dat de besparingen niet neutraal zijn. De besparingen worden betaald. In uw tabellen staan er miljoenen euro’s die uit de zakken van vrouwen en de werkende klasse worden gehaald door het beleid dat u vandaag verdedigt, mijnheer Vandeput.
De voorzitter: Collega’s, u stelt vast dat ik minder streng ben dan anders wat de spreektijd betreft, maar dat is omdat het uw eigen tijd is. Ik bemoei me niet graag met de manier waarop u uw leven inricht.
Mevrouw Merckx, u hebt het woord.
02.52 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Eindelijk.
Mijnheer Vandeput, mijnheer De Wever, 'orde op zaken' was de grote slogan bij het begin van uw regering, maar daar zijn we ver van verwijderd. Zowel het Rekenhof, de Nationale Bank van België als het Federaal Planbureau geven aan dat de vooruitzichten slecht zijn. Het begrotingstekort neemt toe, maar er is ook een probleem in uw begroting.
U hebt beslist om tegen 2029 voor 1,3 miljard euro extra belastingen op consumptie te heffen en dit jaar voor 475 miljoen euro extra btw. Dat zijn belastingen die de mensen direct voelen. Er is echter een probleem: de btw-verhoging op afhaalmaaltijden en sport is geannuleerd na veel protest. Dat voorstel werd sterk bekritiseerd en gaat niet door. De vraag is wanneer u daarover opnieuw zult spreken. We hebben vandaag zelfs gehoord dat er geen begrotingscontrole zal plaatsvinden. Voor een regering die orde op zaken zou stellen, is dat opmerkelijk.
Mijn vraag aan u, mijnheer Vandeput, is dan ook – ik hoop dat u antwoordt, aangezien u hier bent om het budget te verdedigen – of de N-VA nog steeds een verhoging van de btw van 6 naar 9 % en van 21 naar 22 % verdedigt?
02.53 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Merckx, het is de verdomde opdracht van deze regering om effectief orde op zaken te stellen. Alles wat u aanhaalt, toont juist aan dat dat nodig is. Er is geen alternatief. In dat kader moeten we de regering de kans geven om aan tafel te gaan en te bekijken welke maatregelen er verder kunnen worden genomen, ook met betrekking tot de btw, waar de meerderheid zich dan achter kan scharen, om ervoor te zorgen dat de vooropgestelde doelstellingen ook effectief worden gehaald. Dat is essentieel als we willen zorgen dat ons budget ooit duurzaam op orde komt.
02.54 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Ik heb nog een andere visual gevonden, die de N-VA publiceerde toen de regering eraan kwam. Ik moet zeggen dat daarvan nog niet veel in huis is gekomen. Institutioneel orde op zaken, maar de Senaat krijgt u niet afgeschaft. Budgettaire sanering, daar zijn we totaal niet. Werken moet lonen, maar u gaat de index van de mensen afpakken. Rechtvaardig sociaal beleid, maar met de werkloosheidsuitkeringen komen veel mensen in armoede terecht. Een verstandig energiebeleid, daar staan we ook heel ver van.
U hebt hier gisteren immers beslist dat de mensen, die afzien door de oorlog in Iran, niet alleen in de landen daar, maar ook hier, extra moeten betalen. De prijs van mazout, gas en aan de pomp stijgt en via die btw wordt u slapend rijk. En dan beslist u ook nog eens om de accijnzen te verhogen. Ik weet dat u ook de btw voor de gewone mensen wilt verhogen. Dat is een onrechtvaardige belasting en wij zullen ons daartegen blijven verzetten.
02.55 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer Vandeput, normaliter is dit de periode van begrotingscontroles, althans in een normale regering. Het verslag van het Monitoringcomité komt morgen, heb ik begrepen. Uw begroting komt dus, zoals we allemaal weten, te laat. Het Rekenhof stelt bovendien dat uw begroting nu al aan het ontsporen is, ook de maatregelen voor 2026. Met andere woorden, niet bijsturen is eigenlijk gewoon onverantwoord beleid.
Wanneer gaat u dat rechtzetten, of zult u doen wat de heer Bouchez vraagt, namelijk wachten tot de zomer?
02.56 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw De Knop, ik weet niet of u te laat aanwezig was, maar ik heb dat al in het begin aangehaald. Ik heb duidelijk gezegd dat als ik één zaak onthoud uit onze sessie met het Rekenhof, het is dat het Rekenhof zeer duidelijk heeft gesteld dat de begrotingscontrole essentieel zal zijn. Dat was trouwens ook de conclusie binnen de commissie en werd zelfs beaamd door de collega van het Vlaams Belang. Onze partij heeft hier nooit iets anders gezegd. We zullen voortdurend moeten blijven bijsturen. Dat is onze verdomde plicht.
02.57 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer Vandeput, u zegt dat de begrotingscontrole essentieel is, maar tegelijk wordt ze uitgesteld.
We hebben begrepen dat minister Jambon beloofd heeft om dat nu te doen, maar uw partij wordt teruggefloten door de heer Bouchez, de zogenaamde schaduwpremier. Hij wil pas in de zomer op zoek gaan naar die 4 miljard, terwijl minister Van Peteghem en de heer Mahdi erbij staan en ernaar kijken.
Wij vinden dat een totaal gebrek aan sérieux. U, samen met uw premier, stelt uit wat u altijd als prioriteit hebt gesteld. U hebt de verkiezingen gewonnen met de belofte om de begroting op orde te zetten, maar u handelt niet. U stelt uit, en uitstellen is ook een vorm van beslissen. U beslist om niets te doen, of beter, u laat het gebeuren.
Ondertussen creëert u onzekerheid voor de mensen, met een mogelijke verhoging van de btw, met bijkomende taksen en hoge accijnzen. Welk perspectief biedt u de mensen? Vooral een perspectief van grote onzekerheid. U laat het gebeuren.
02.58 Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, ik denk dat u het Reglement zult moeten aanpassen om een regeling te voorzien voor souffleurs. Ik heb daarnet al collega Ronse bij collega Vandeput een antwoordje zien influisteren en ik vermoed dat u hem daarnet hebt ingefluisterd dat hij, gezien de heel bizarre regel dat antwoorden op vragen van de spreektijd af gaan, niet verplicht is om te antwoorden en naar de thematische rondes kan verwijzen, wat het debat fnuikt.
Ik heb een ja-neevraag, zodat onze vragen tenminste allemaal kunnen beantwoord worden door de spreker. Hij heeft het daarnet gehad over wat deze regering allemaal doet voor de concurrentiekracht.
Mijnheer Vandeput, vindt u een campagne om België te promoten, Belgium is open for business, van meer dan 1 miljoen euro een goede besteding van belastinggeld?
02.59 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Pas, wij hebben ons destijds tot de kiezer gericht met de slogan "Voor Vlaamse welvaart". De vraag die men zich kan stellen is hoe men die Vlaamse welvaart kan bewerkstelligen. Hoe kan men ervoor zorgen dat ook de Vlaamse bedrijven aan concurrentiekracht en aan belangstelling vanuit het buitenland winnen? Elke euro die ervoor zorgt dat er meer business naar ons land en naar Vlaanderen komt, want Vlaanderen is ook België, jammer genoeg, elke euro die ten goede komt van de Vlaamse werkgevers, de Vlaamse werknemers en de Vlaamse welvaart is een goed bestede euro.
02.60 Barbara Pas (VB): Mijnheer Vandeput, ik denk dat uw souffleur nog eens moet langskomen. Wie in een bouwval woont, moet eerst zorgen dat de fundamenten in orde zijn voor hij de gevel met een laagje verf wil opsmukken. Als de vorige regering, de vivaldiregering, met soortgelijke imagocampagnes afkwam, dan waren u en uw partij daar terecht vernietigend over. U vond dat zinloos. Waarom? Ten eerste, omdat buitenlands beleid een Vlaamse bevoegdheid is. Want Vlaanderen is niet België, collega Vandeput, Vlaanderen ligt in België en Vlaanderen kan dat zelf beter. Ten tweede, omdat het zinloos is. Denkt u echt dat zo'n imagocampagne iets zal uithalen als u ondertussen uw cijfers niet op orde hebt, als u het grootste begrotingstekort van heel Europa hebt? Denkt u dat dat iets uithaalt als u ondertussen met uw maatregelen, zoals de Green Deal en nieuwe belastingen, alleen maar een klimaat schept dat ondernemen afstraft? Dan is een dergelijke campagne zinloos en weggesmeten geld, net zoals dat bij Vivaldi het geval was.
02.61 Youssef Handichi (MR): Monsieur Vandeput, je voudrais faire appel à votre expérience et à votre mémoire, puisque cela fait longtemps que vous êtes ici. J’ai entendu le PTB établir un lien entre l’indexation des salaires et l’augmentation des prix des produits pétroliers. Pouvez-vous me confirmer que l’essence et le diesel ne font plus partie du panier de la ménagère depuis un certain temps? Je pense que c’est aussi grâce à leurs camarades du PS que ces produits ne font plus partie du panier de la ménagère. Ces deux sujets n’ont absolument rien à voir l’un avec l’autre.
02.62 Steven Vandeput (N-VA): C’est exact, monsieur Handichi.
02.63 Youssef Handichi (MR): Merci, monsieur Vandeput, pour votre réponse. L’essence et le diesel ne font pas partie du panier de la ménagère. Cela n’a donc rien à voir avec l’indexation des salaires.
02.64 Paul Magnette (PS): Monsieur Vandeput, les prix de l’énergie explosent. C’est une catastrophe tant pour les ménages que pour les entreprises.
Que fait normalement un gouvernement lorsque les prix de l’énergie explosent? Il prend des mesures pour contrôler et faire baisser les prix de l’énergie. C’est ce que nous, les socialistes, avons toujours fait lorsque nous étions au gouvernement. Que faites-vous? Non seulement vous ne prenez aucune mesure pour aider les gens à payer leurs factures, mais vous faites pire, vous augmentez les taxes sur les carburants.
C’est du jamais vu! On ne sait pas dans quel monde vous vivez. En résumé, ce que vous dites aux travailleurs qui n’arrivent pas à faire leur plein, c’est "débrouillez-vous"; aux pensionnés qui n’arrivent pas à remplir leur cuve de mazout, c’est "débrouillez-vous"; aux petits indépendants qui voient leur facture de gaz et d’électricité exploser et qui ne s’en sortent plus, c’est "débrouillez-vous".
Franchement, monsieur Vandeput, on n’a jamais vu un tel mépris pour les gens.
02.65 Steven Vandeput (N-VA): De heer Magnette heeft niet echt een vraag gesteld. Hij geeft alleszins duidelijk aan waarvoor de PS staat. Die partij wil in ieders plaats treden en controle verwerven over alles wat in onze gemeenschap gebeurt. Wij zien dat anders. De overheid moet er staan wanneer het echt erg wordt. In dat kader verwijs ik graag naar het antwoord van de regering dat we hier in het halfrond reeds twee keer hebben gekregen. De regering heeft onderstreept dat zij de situatie in de gaten houdt en maatregelen zal nemen, indien die effectief nodig zijn.
02.66 Paul Magnette (PS): En gros, vous nous dites: "Les gens ne sont pas encore assez dans la difficulté pour qu'on les aide."
Mais allez les voir! Écoutez-les! Ils vont vous dire que déjà aujourd'hui, ils ne s'en sortent plus. N'attendez pas que la situation soit devenue totalement hors de contrôle pour prendre des mesures!
Nous, les socialistes, proposons des alternatives. Nous avons déposé une proposition de loi pour contrôler les prix des carburants. On peut en discuter ici. On peut l'adopter ici.
Nous avons voulu être tout à fait constructifs. Nous n'avons même pas indiqué de prix dans la proposition. Nous laissons cela à un arrêté royal. Cela permet de tenir compte des circonstances internationales. Mais adoptons-le maintenant, parce qu'on sait très bien que cela va arriver! On sait très bien qu'à un moment donné, les prix vont être totalement hors de contrôle. Les gens ne vont pas s'en sortir. Dans quelques jours ou quelques semaines, vous direz vous-mêmes: "Nous sommes bien obligés de faire quelque chose".
Donc, pour une fois, essayez d'être un peu préparés et de ne pas décider dans l'urgence, et votez la loi de contrôle des prix proposée par les socialistes!
02.67 Britt Huybrechts (VB): De regering houdt vol dat ze de begroting op orde zal brengen, maar haalt de middelen bij de koopkracht. Er komen hogere accijnzen op gas, ondanks een crisis, een centenindex, een Jambontaks, ingrepen in pensioenen en tal van extra lasten voor Vlaamse gezinnen, ouderen, jongeren en alleenstaanden. Ondanks al dat afromen geraakt men nog altijd niet tot een echte sanering. Waar bespaart men amper op? U bespaart amper op ontwikkelingssamenwerking, extra EU-bijdragen, staatsleningen voor vreemde staten en allerlei prestige-uitgaven om het Belgische imago in het buitenland op te krikken. De nieuwe leuze van de N-VA luidt blijkbaar: Vive la Belgique. Voor onze mensen is er blijkbaar geen geld, maar voor de rest van de wereld wel.
Minister, ik heb een eenvoudige vraag voor u. Is de regering-De Wever socialistisch en belgicistisch geworden? U steekt liever de handen in de zakken van de hardwerkende Vlaming dan te besparen op geldstromen naar Afrikaanse schurkenstaten.
02.68 Steven Vandeput (N-VA): Ik denk dat de regering handelt in het belang van elke inwoner van ons land, met name ook van de Vlaming van wie we hebben gezegd dat we zijn welvaart zouden beschermen. Mevrouw Huybrechts, u kunt afkomen met 101 ideeën, maar het feit blijft dat wie gelooft dat we hieruit kunnen geraken zonder door te zetten en zonder voortdurend bijkomende maatregelen te nemen, zich vergist. Iedereen zal dat voor een stuk voelen, jammer genoeg. Maatregelen opleggen aan alle anderen en niet voor de eigen burgers, dan geraakt men er niet. In dat licht concludeer ik dat de regering doet wat nodig is voor onze toekomst en daar sta ik achter.
02.69 Britt Huybrechts (VB): De regering kiest er dus voor om de rekening door de eigen bevolking te laten betalen en de welvaart van de Vlaming af te nemen. U snijdt niet in de uitgaven voor het buitenland en het buitenland voelt het niet. Het Vlaams Belang ziet dat fundamenteel anders. Wij zeggen: bespaar niet op gezinnen, niet op gepensioneerden, niet op jongeren, niet op alleenstaanden en dus niet op de hardwerkende Vlaming. Bespaar wel op de EU-bijdrage. Bespaar wel op ontwikkelingssamenwerking en zet die in waar ze zin heeft, als een stok achter de deur in een doordacht remigratiebeleid van criminele allochtonen en illegalen. Solidariteit begint niet aan de andere kant van de wereld, maar eerst hier bij onze mensen. Dat is het verschil tussen uw partij en de mijne.
02.70 Ellen Samyn (VB): We horen al maanden dat de sterkste schouders meer moeten bijdragen. Blijkbaar rekent de regering vandaag ook gepensioneerden met een pensioen van amper 2.000 euro bruto al tot die zogenaamde sterkste schouders. Dat is op zich al moeilijk te verantwoorden, maar ook gepensioneerden onder die grens blijven niet buiten schot. OKRA berekende dat iemand met een minimumpensioen tegen het einde van deze legislatuur tot 667 euro netto kan verliezen, onder meer door de afschaffing van de welvaartsenveloppe. Voor mensen die al met een schamel pensioen rond moeten komen, is dat een zeer zware aanslag op hun koopkracht. Hoe legt u dat uit aan de bevolking? Iemand die een leven lang heeft gewerkt en uiteindelijk een minimumpensioen trekt, wordt opnieuw geraakt, terwijl iemand die nooit heeft bijgedragen, veel vaker buiten schot blijft.
02.71 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Samyn, wat u zegt, klopt gewoonweg niet. Ik zal er zelfs niet verder op ingaan. Ik stel voor dat u dat straks doet in uw thematisch debat, maar uw opmerking is gewoon te gek voor woorden.
02.72 Ellen Samyn (VB): U kunt of wilt daar gewoon niet op ingaan, omdat het gewoon te pijnlijk is. Btw-verhogingen, een pensioenhervorming die met haken en ogen aan elkaar hangt, de centenindex, de hogere solidariteitsbijdrage en de afschaffing van de welvaartsenveloppe, het blijft gewoonweg platvloerse diefstal. De werknemers en de gepensioneerden in het land verdienen meer respect en net daar knelt het schoentje. De regering heeft geen respect voor de bevolking. De regering heeft geen plan. Het enige wat u wel kunt, is geld halen bij de mensen. Wat biedt u in ruil? Nog meer belastingen. Wordt er iets gedaan aan de onveiligheid? Nee. Wordt er iets gedaan aan de onhoudbare migratiestroom? Nee. Wordt er iets gedaan om de energieprijzen betaalbaar te houden? Opnieuw nee. Een regering die geen respect toont voor haar bevolking, moet ook niet verwachten dat zij nog respect terugkrijgt.
02.73 Dominiek Sneppe (VB): Mijnheer Vandeput, ik wil het hebben over de 25 %-regel in de zorg. Misschien weet u daar niet zoveel over, maar eigenlijk zou dat wel moeten. Uw partij heeft tijdens de bespreking ervan in de commissie Volksgezondheid gevraagd wat er zal gebeuren met de belofte om de 25 %-regel af te schaffen. Ik leg het kort even uit. De 25 %-regel is een discriminerende maatregel waarbij patiënten 25 % minder terugbetaald krijgen wanneer ze een beroep doen op een niet-geconventioneerde zorgverstrekker. Die maatregel zou afgeschaft worden, althans volgens het regeerakkoord. Maar voor de afschaffing wordt in onderhavige begroting in geen budget voorzien.
Mijn vraag is eenvoudig. Waar staat de N-VA dan met die eis? Is er nog een engagement om die in de praktijk te vertalen? Of is die stilletjes begraven?
02.74 Steven Vandeput (N-VA): Voorzitter, ik meen dat u zult begrijpen dat ik ook hiervoor wil verwijzen naar het thematische debat. Ik meen dat een antwoord ter zake in deze fase van het algemene begrotingsdebat te ver zou brengen. Ik twijfel er niet aan dat daar straks nog uitvoerig en heel interessant van mening gewisseld zal kunnen worden.
02.75 Dominiek Sneppe (VB): Het is duidelijk dat u de dossiers eigenlijk niet kent. Ik wil die vraag niet aan minister Vandenbroucke stellen, want ik heb ze hem al gesteld. Mijn vraag is expliciet: waar staat de N-VA, die toch de grootste coalitiepartner is en die in het regeerakkoord die eis op de agenda gezet heeft? Blijkbaar was het een loze belofte? De discriminerende maatregel zal dus blijkbaar niet afgeschaft worden, want daarvoor is 103 miljoen euro nodig volgens het Rekenhof. Die staan niet begroot, dus de afschaffing zal er niet komen. Geef dat dan toe. Communiceer het dan ook aan de betrokken zorgberoepen. Wees eerlijk en zeg: onze eis was eigenlijk allemaal maar om te lachen.
02.76 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, u had het daarnet over de concurrentiekracht van onze industrie in Vlaanderen en in België. Hoe komt het eigenlijk dat het vandaag crisis is in de maakindustrie? We waren het er toch allemaal over eens dat die veroorzaakt werd door de hoge energieprijzen? Die zijn al superhoog, maar door de illegale oorlog tegen Iran blijven die prijzen dag na dag stijgen.
Het zijn Kamerleden van uw partij, mevrouw Safai bijvoorbeeld, die staan te juichen bij elke Amerikaanse bom die op Iran wordt gedropt. Het is uw minister, minister Francken, die staat te supporteren voor de Israëli’s, wanneer ze Libanon binnenvallen. Het is de N-VA van premier De Wever, die de illegale oorlog tegen Iran en Libanon nog altijd niet veroordeeld heeft.
We moeten de oorlog tegen Iran stoppen. De oorlog aldaar bedreigt vandaag onze industrie en onze jobs door de stijgende energieprijzen.
Mijnheer Vandeput, durft u, ja of nee, hier vandaag te erkennen dat de oorlog tegen Iran en Libanon illegaal is?
02.77 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Tonniau, ik kan u zeggen dat de crisis in de maakindustrie het gevolg is van veel zaken, waaronder de energiekosten, maar zeker ook de loonkosten. Waarom zijn de loonkosten vandaag zo hoog? Waarom krijgen mensen in hun loonzakje maar wat ze krijgen? Dat is natuurlijk omdat we daar zoveel van afhankelijk maken. In dat kader zie ik in dit Halfrond en daarbuiten geen enkel ander voorstel van uw partij. Ik zie alleen maar dat u nog bijkomende lasten wil leggen, daar waar we ze niet kunnen dragen. Zo zet men de productiviteit nog verder onder druk.
Mensen laten geloven dat de oorlog in Iran nu de grote doorslag geeft, is de waarheid geweld aan doen. Wat wij nu moeten doen, is ons land klaarmaken voor het opvangen van de schokken waar we ze moeten kunnen opvangen. Vandaag krijgen we een schok, maar morgen en overmorgen zullen er nog volgen. Als we ons budget verder laten ontsporen, zullen we nooit gewapend zijn om maatregelen te nemen op het moment dat het echt noodzakelijk is.
02.78 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, u bent oud-minister van Defensie. Als ik u vraag of een oorlog tegen Iran, Libanon en het Midden-Oosten illegaal is of niet, antwoordt u daar gewoon niet op. Het is altijd hetzelfde bij de N-VA. Dat is vandaag wel de oorzaak van de stijgende energieprijzen.
Voorts ben ik het er niet mee eens dat de loonkosten het probleem van onze maakindustrie zijn. Luister eens naar essenscia, de Belgische Federatie van de Chemische Industrie. Zij hebben het niet eens over de loonkosten. Ik heb gewerkt bij Volvo. De loonkost bedraagt 6 %, 7 %, maximaal 8 %, per wagen die van de band rolt. Neen, zij zeggen dat de energiekosten in België en Europa veel te hoog zijn Vandaag is de prijs voor lng uit de VS bij ons vier keer hoger dan in de rest van de wereld. Wat wilt u dat die ondernemers dan doen? Zoek daarvoor een oplossing, mijnheer Vandeput.
De voorzitter: Mevrouw Safai vraagt het woord voor een persoonlijk feit.
02.79 Darya Safai (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer Tonniau, het is jammer dat u beweert dat ik elke bom toejuich. Mijn familie leeft immers onder die bombardementen en niet de uwe. Ik juich ze dus niet toe. Wij vechten al lang om te vermijden dat die oorlog naar Europa komt. Wij geven ons leven in Iran zelf om te vermijden dat die monsters van ayatollahs ons in Europa aanvallen. Dat doen wij al lang.
De PVDA heeft ons niet alleen genegeerd, maar ook altijd verzwakt in onze defensie hier in Europa. Ik pleit al zeven jaar in de commissie voor Landsverdediging voor een sterkere defensie. Wie was en is altijd tegen? Dat is de PVDA.
Die monsters hebben ons aangevallen en niet omgekeerd. Europa was een toeschouwer. Amerika heeft ook lange diplomatieke gesprekken gevoerd. Ze hebben niets opgeleverd.
U verwijt mij nu dat ik die bommen toejuich. Elke dag huilen wij echter voor onze familie. Dat verwijt aanvaard ik niet van u. U hebt nooit een hart gehad, niet voor Iraniërs en niet voor Europeanen. Ik ben van een andere oorsprong. Ik ben een vreemdeling bij u. Als nieuwe Vlaming die aanvaard is, geef ik meer om Europeanen dan u. Dat is een feit. Maak uzelf dus sterk.
De voorzitter: Ik zou willen vermijden dat wij hier helemaal buiten het thema verglijden. Het is echter uw spreektijd.
02.80 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw Safai, u beweert dat Iran ons heeft aangevallen. Waarover hebt u het dan? Gisteren heeft een veiligheidschef van de Verenigde Staten nog ontslag genomen. Hij stelde dat de inlichtingen die Trump krijgt, fout en fake zijn en dat er helemaal geen existentiële bedreiging is.
Jullie creëren oorlog. Jullie zijn voor oorlog. Geef dat dan gewoon toe. Geef gewoon toe dat jullie oorlog willen in het Midden-Oosten en dat België daaraan moet deelnemen. Dat is ook de positie van uw minister, minister Francken.
Als de vraag wordt gesteld door Saudi-Arabië om militairen en materiaal te sturen, wie is er dan voor en wie is er tegen in uw regering? Kunt u daarop antwoorden?
02.81 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, ik heb nog een kleine technische vraag. Gisteren besliste u om de accijnzen op aardgas te verhogen. In de budgettaire tabel wordt voorzien dat dat tegen 2029 365 miljoen euro moet opbrengen. Het Rekenhof heeft in zijn rapport echter heel duidelijk gesteld dat de huidige verhoging slechts 170 miljoen euro zou opbrengen. Wij hadden dus een amendement van de meerderheid verwacht om dat cijfer te corrigeren, wat vandaag echter niet gebeurt. Hoe komt het dat daar nog steeds 365 miljoen euro staat? Voorziet u eventueel om de accijnzen verder te verhogen dan gisteren beslist is?
02.82 Steven Vandeput (N-VA): Ik denk dat de wet die gisteren in de commissie voor Financiën werd goedgekeurd, nog naar het Parlement moet komen. Laat ons daarmee beginnen, mevrouw Merckx. Ik engageer mij daartoe. We zullen die wet binnen enkele weken, mogelijk volgende week, hier behandelen. Er worden grote feestelijkheden verwacht rond die wet. Die programmawet zal er echter komen en ik sta achter wat daarin is omschreven.
Wat de amendementen op de begroting betreft, u kunt zo 101 amendementen indienen. Uit de toelichting van het Rekenhof onthoud ik vooral dat er continu gemonitord en bijgestuurd zal moeten worden. Dat is de enige zekerheid die we hebben.
02.83 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Ik vind het toch bijzonder dat u dat cijfer in de begroting laat staan, ondanks de correctie die u hebt gekregen. Volgens mij moet de begroting zo waarheidsgetrouw mogelijk zijn en dat is vandaag niet het geval.
Wat de programmawet betreft, u lijkt er niet van overtuigd dat die volgende week al zal worden behandeld. Dat is voor ons dan ook een van de redenen om eventueel advies te vragen aan de Raad van State. Die programmawet gaat immers niet alleen over de accijnzen, maar ook over de centenindex. We stellen vast dat de regering zeer laattijdig advies heeft gevraagd aan de Nationale Arbeidsraad, terwijl de Raad van State alle elementen nodig heeft om een degelijk advies te kunnen formuleren. Dat was nu niet het geval en dat is voor ons een bijkomende reden om de wet naar de Raad van State te sturen.
02.84 Francesca Van Belleghem (VB): Collega Barbara Pas, ik dank u om mij te doen inzien dat het beter is om alleen ja-neevragen te stellen.
Mijnheer Vandeput, vindt u het normaal dat regeringspartij Les Engagés rechtszaken voert tegen uw eigen beleid? Ik zal straks uitleggen waarover het specifiek gaat, want anders verwijst u opnieuw naar een of andere vakminister. Ik vraag het u nu heel concreet. Vindt u het normaal dat regeringspartijen rechtszaken voeren tegen het beleid van de regering zelf?
02.85 Steven Vandeput (N-VA): Wat ik normaal vind of niet, doet in dezen en met betrekking tot dat onderwerp geheel niet ter zake.
02.86 Francesca Van Belleghem (VB): Wat staat u daar dan eigenlijk te doen? U vertegenwoordigt de N-VA. U moet het beleid verdedigen dat de N-VA in de regering voert. Ik vraag u, als vertegenwoordiger van de N-VA, of u het normaal vindt dat Les Engagés rechtszaken voert tegen uw minister van Asiel en Migratie, tegen het beleid dat u zelf hebt goedgekeurd.
Als u op alles zegt dat u niet zult antwoorden, kunt u beter gewoon stoppen. U kunt beter op uw plaats gaan zitten en zwijgen. Nu zit u hier onze tijd te verdoen.
De voorzitter: Mevrouw Van Belleghem, wanneer u vragen stelt die niets met de begroting te maken hebben, dan wordt het natuurlijk moeilijk. Ik denk niet dat er in de begroting iets staat over het thema dat u hebt aangesneden, maar u bent vrij om uw minuten daaraan te besteden.
02.87 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, die accijnskwestie heeft natuurlijk een grote actualiteitswaarde. In uw tabel had u 365 miljoen voorzien, maar dat bleek een rekenfout van ongeveer 150 miljoen, ontdekt door het Rekenhof. U zult dus maar 170 miljoen inschrijven. Mijn vraag is technisch. Zult u die accijnzen nog eens verhogen, om tot 365 miljoen te komen? Of zult u het op 170 miljoen houden?
Ten tweede, mijnheer de N-VA-vertegenwoordiger, ik zie dat de ministers vorige week een debat hebben gehad en bepaald hebben te zullen tussenkomen als de situatie op het vlak van energieprijzen erg genoeg is. Is 2 euro per liter erg genoeg? Is 500 euro per jaar extra betalen aan gas erg genoeg? Is 800 of 1.000 euro extra voor mazout erg genoeg voor de N-VA? Of beslist u nog steeds niet te zullen tussenkomen in die prijzen? Dat is uiteraard een budgettair vraagstuk, dat u vandaag moet aanpakken en waarop u een antwoord moet geven.
02.88 Steven Vandeput (N-VA): Dit is, denk ik, de derde keer dat ik dezelfde vraag krijg van uw fractie, mijnheer Hedebouw. Ik verwijs graag naar de vorige antwoorden die ik heb gegeven.
02.89 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Het probleem is natuurlijk dat u niet antwoordt, mijnheer Vandeput. U staat hier gewoon te zeggen dat dit de cijfers zijn en dat u daar niets aan kunt doen. U maakt daarin trouwens zelf een rekenfout. Over de energieprijzen zelf geeft u geen enkel antwoord. Dat betekent dus dat we moeten concluderen dat binnen de N-VA de lijn is dat de markt haar werk moet doen, dat de prijzen zullen blijven stijgen en dat de mensen zullen moeten bijbetalen. Dat is sociaal onaanvaardbaar en economisch onhoudbaar voor onze industrie, mijnheer Vandeput.
02.90 Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer Vandeput, het is niet dat ik het komend thematisch debat uit de weg wil gaan, maar de actualiteit dwingt me om u een vraag te stellen over de militairen op straat. De commissaris-generaal van de federale politie heeft een artikel uit de politiewet ingeroepen om militairen op straat in te zetten voor de beveiliging van gebouwen. Dat gebeurt omdat de capaciteit van de federale politie onvoldoende is om de veiligheid te garanderen.
Daarom vraag ik me af – dat is de kern van de zaak – waar de herwaardering van het politieambt blijft. Waar blijven de noodzakelijke capaciteiten voor de politie? Waarom wil de regering de NAVAP-regeling, de eindeloopbaanregeling voor de politie, afschaffen? Dat alles draagt niet bij tot de herwaardering van onze politiediensten. Er was een tijd dat ik samen met de N-VA stevig oppositie voerde tegen een vivaldiregering die de politie stiefmoederlijk behandelde. Mag ik u vragen om daar komaf mee te maken?
02.91 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Depoortere, ten eerste, ik denk dat de keuze om militairen in ondersteuning in te zetten waar dat nodig is, absoluut een goede keuze is, waar ik voor 100 % achter sta. Ten tweede, wat betreft de versterking van het politieambt, er zijn een aantal maatregelen gepland die ook in uitvoering moeten gaan, maar u maakt volgens mij een denkfout. U moet mij eens uitleggen in welke mate de NAVAP-regeling en de financiering daarvan zouden bijdragen tot een verhoogde inzet en beschikbaarheid van de politie. Dat begrijp ik niet helemaal.
02.92 Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer Vandeput, als de politievakbonden binnenkort de zoveelste stakingsaanzegging indienen omdat zij tegen de afschaffing van de NAVAP zijn, zult u het misschien begrijpen. Het gaat over de herwaardering van onze politiediensten, mijnheer Vandeput. Daar gaat het over. Als militairen op straat moeten patrouilleren om in te staan voor onze beveiliging, dan wil dat zeggen dat er te weinig capaciteit is bij de federale politie. Deze regering laat na om daar iets aan te doen. Dat is maar een van de vele voorbeelden en ik zal straks in het thematisch debat er nog een hele hoop andere geven. Dit is echter al één schot voor de boeg, want deze N-VA is niet de veiligheidspartij is die ze vroeger pretendeerde te zijn.
02.93 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Vandeput, u bent ook voorzitter van de commissie voor Financiën, dus u zult ongetwijfeld kunnen antwoorden op deze vraag.
Veel zelfstandigen en kleine ondernemers maken zich grote zorgen omdat deze regering de zaken nodeloos complex maakt. Ik geef u een voorbeeld van de meerwaardebelasting. Die telt negen tarieven met tientallen uitzonderingen en is zo complex dat familiebedrijven in private equity zich zorgen maken. Een tweede voorbeeld is de btw-brol, de btw-kameel. Zelfstandigen raken er niet meer aan uit en uit eerlijke schaamte heeft de regering die hervorming moeten intrekken. De centenindex is een kameel geworden waar ook werkgevers zich grote zorgen over maken, omdat die de loonkosten verder zal opdrijven. Mijnheer Vandeput, waarom maakt deze regering alles zo complex?
02.94 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, een waarom-vraag is altijd een intentievraag en ik denk dat dat niet aan de orde is.
We moeten de maatregelen nemen die we moeten nemen. Zijn die vaak complex? Ja, jammer genoeg. Ik wil in de commissie graag met u aan oplossingen werken om een en ander transparanter en eenvoudiger te maken voor alle betrokkenen. Als wij debatten voeren in de commissie, stel ik echter vast dat het niet daarover gaat. Wel worden telkens opnieuw allerlei individuele cases aangebracht, waarbij moet worden aangetoond dat in het geheel een maatregel wel of niet kan genomen worden. U weet goed genoeg waar we vandaag voor staan. Hervormingen zijn jarenlang achterwege gebleven en deze regering voert de hervormingen door die ze moet doorvoeren om het budget duurzaam in de goede richting te krijgen.
02.95 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Vandeput, u antwoordt niet op de vraag, maar geeft wel toe dat het complex is. U maakt de zaken nodeloos complex. Het probleem is dat u contractbreuk pleegt ten aanzien van al die ondernemers. Wat betreft de zelfstandigentaks, de eerste minister weigert te antwoorden op de vraag waarom de roerende voorheffing voor honderdduizenden kleine zelfstandigen stijgt van 15 naar 18 %. U pleegt contractbreuk, want u zorgt ervoor dat mensen die in het verleden winst hebben opgebouwd nu worden geconfronteerd met een belastingverhoging van 20 %.
U maakt de zaken nodeloos complex, terwijl u eigenlijk in de politiek zou moeten gestapt zijn om de zaken te vereenvoudigen. Er is een alternatief, dat wij trouwens keer op keer voorstellen in het Parlement, in de commissie, maar deze meerderheid blijft daar doofstom voor. Ze krijgt dan een advies van de Raad van State, bijvoorbeeld over de btw, en moet dat dan beschaamd intrekken. Het kan veel eenvoudiger. Zorg daarvoor en u zult de zelfstandigen een dienst bewijzen.
De voorzitter: Mijnheer Vandeput, ik weet niet of u nog weet waar u in uw betoog was, maar u mag het verderzetten.
02.96 Steven Vandeput (N-VA): Collega’s, ik had beloofd om op een aantal kritieken in te gaan, maar die zijn de voorbije minuten al grotendeels behandeld.
Ja, deze begroting komt later dan gebruikelijk, maar we bieden ook een perspectief op langere termijn. Ik denk dat ik uitvoerig heb aangetoond dat het niet alleen gaat over het verhogen van inkomsten, maar dat er ook wordt gewerkt aan de uitgavenzijde, daar waar dat moet. De bewering dat dat allemaal kan zonder iets te doen aan de inkomstenzijde, is vooral politieke folklore, geuit door leden van partijen die zelf lange tijd deel van het establishment hebben uitgemaakt.
02.97 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Vandeput, dat is interessant. U zegt dat wanneer partijen beweren dat dat kan zonder naar de inkomstenzijde te kijken, er sprake is van politieke folklore. Daarmee zegt u eigenlijk dat uw coalitiepartner, de MR en Georges-Louis Bouchez, aan politieke folklore doen. Hij is degene die in het Parlement voortdurend komt zeggen: avec mon parti politique, il n’y aura pas de nouvelles taxes. Hij herhaalt telkens dat er geen nieuwe belastingen mogen bijkomen. Wij vinden dat hij daarin gelijk heeft.
Mijnheer Vandeput, de realiteit is dat uw partij voortdurend pleit voor belastingverhogingen. Uw partij wil de btw van 21 naar 22 % verhogen. Daardoor wordt de winkelkar duurder: tandpasta wordt duurder, wc-papier wordt duurder, kledij wordt duurder, schoenen worden duurder. Uw partij pleit consequent voor hogere belastingen. Dat staat in schril contrast met de belofte die uw eerste minister vóór de verkiezingen heeft gemaakt om de belastingen niet te laten stijgen. Dat is de realiteit. Wat hebt u daarop te zeggen?
02.98 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, ik heb daarop één woord te zeggen: folklore. Wie het schoentje past, trekke het aan. U hebt dat duidelijk niet gedaan, maar bon, dat laat ik dan maar zo.
Ik zie in de commissie vaak heel moeilijke berekeningen van u. Ik probeer die altijd te volgen en meestal lukt dat ook. Al het gaat over inkomsten en uitgaven, vind ik echter dat men af en toe ook in de helikopter moet stappen om naar de algemene tendensen te kijken. Op basis van de cijfers kan ik samen met u alleen maar vaststellen dat onze inkomsten ten aanzien van het bruto binnenlands product tussen 2026 en 2029 zullen dalen. De inkomsten zullen dalen. De uitgaven zullen dalen, mijnheer Van Quickenborne.
Wat is het resultaat als u die twee bij elkaar optelt? Minder overheidsbeslag. Iets in mij zegt dat ook uw partij ooit geloofde in minder overheidsbeslag. Dat het niet van vandaag op morgen zal gaan, hebben we echter óók aan uw partij te danken.
02.99 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer Vandeput, u hebt niet geantwoord op de vraag. U beschuldigt uw coalitiepartner eigenlijk van politieke folklore. Er is veel ambiance in de regering, dat hebben we al gezien. Is de eerste minister nog in staat om zijn ploeg bij elkaar te houden? Als ik de ruzies zie, dag na dag, conflict na conflict, stel ik mij daar vragen bij.
Wat is de realiteit met betrekking tot de belastingen? De krant De Standaard heeft na de begrotingsopmaak in november berekend dat als men de belastingverhogingen en de belastingverminderingen samentelt, de mensen netto meer zullen betalen. U hebt telkens de mond vol van belastingen die zullen dalen voor mensen die werken. Dat wordt allemaal uitgesteld tot na 2029. Intussen worden de belastingen keer op keer verhoogd. De meerwaardetaks is daar een voorbeeld van, net als de accijnzen en de btw. Het houdt niet op. Dat is de realiteit. U had beloofd om de belastingen te doen dalen. Op het einde van de rit zult u een partij en een regering zijn die de belastingen voor de mensen hebben verhoogd. Dat zijn de feiten.
02.100 Steven Vandeput (N-VA): Collega’s, ik zal stilaan afronden, want we zijn al even bezig.
Mijn partij heeft zich twee jaar geleden aan de kiezer voorgesteld onder het motto 'Vlaamse welvaart'. Vandaag stellen we vast dat we een groot deel van wat we hebben beloofd, ook waarmaken. Het overheidsbeslag zal dalen. We blijven eerlijk en verbloemen de realiteit niet. We maken op termijn ruimte voor een fiscale lastenverlaging voor de mensen die werken. We ruimen het kerkhof op dat we hebben geërfd op het vlak van de begroting. We moeten de tanker keren. U weet allemaal dat we zouden evolueren naar 6 % overheidstekort. We proberen dat terug te brengen naar 3 %. Gaat dat van vandaag op morgen? Neen, dat is werk van lange adem. We zullen vandaag nog veel voorbeelden horen over buurvrouwen, tantes, garagisten, CEO’s, dokters, advocaten, miljardairs of kassiersters. Iedereen zal op een of andere manier een bijdrage leveren aan de sanering van onze overheid.
Als we echter telkens opnieuw voor elk van die groepen afzonderlijke maatregelen menen te kunnen nemen, eindigen we uiteindelijk met iets waar een kat haar jongen niet meer in kan terugvinden.
Collega’s, ik sluit mijn betoog af. Als we (…)
De voorzitter: De heer Van Hecke en mevrouw Schlitz wensen nog een vraag te stellen.
02.101 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer Vandeput, u zei daarnet: wij ruimen op. U hebt het nog niet echt gehad over de uitdagingen voor Justitie in dit begrotingsdebat. Er is 1 miljard gevraagd door de minister van Justitie. Ze was heel blij dat ze dat miljard kreeg, onder andere om de overbevolking in de gevangenissen aan te pakken. Maar we hebben gezien wat er aan het gebeuren is, dat zit volledig geblokkeerd. Met de beslissing die gisteren genomen is, wordt minister Verlinden volledig gepasseerd. De premier zou dat probleempje wegmasseren. Ik ben benieuwd hoe die massage ondertussen verlopen is. Maar hij heeft een beetje smetvrees, dus ik vrees dat het met de ellenbogen zal zijn, wat eigenlijk niet zo aangenaam zal zijn.
Het probleem blijft onopgelost. Dat miljard is er, maar het probleem is niet aangepakt.
Mijnheer de premier, nu u hier bent, is mijn vraag hoe u dat probleem zult oplossen. Masseren alleen zal niet volstaan. Wanneer zal er eindelijk een oplossing komen? Wat heeft men aan een miljard extra als dat niet gebruikt wordt, maar geblokkeerd zit in de regering?
02.102 Steven Vandeput (N-VA): Ik heb geen vraag gehoord die aan mij geadresseerd was. Ik zal dan ook geen antwoord formuleren.
02.103 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Er is dus geen antwoord? De regering heeft een miljard opzijgezet, maar dat zit volledig geblokkeerd. De premier zit hier. Hij is de regisseur. Hij heeft zelf ook voorstellen gedaan. Minister Verlinden wordt volledig in haar hemd gezet. Zij zal wat gemasseerd worden. Daarom vraag ik: hoe verloopt het verder? Wat zullen jullie met dat miljard doen? Waar zijn de oplossingen? Er komt evenwel geen antwoord.
Wij ruimen op, hebt u gezegd. U ruimt niets op! U creëert alleen extra problemen. Dat is een verantwoordelijkheid voor de hele regering. Het is niet alleen de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. Het is een verantwoordelijkheid voor de hele regering. Asiel en Migratie, Binnenlandse Zaken, Regie der Gebouwen, Volksgezondheid. Het is een collectieve verantwoordelijkheid, maar jullie falen kolossaal.
02.104 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur Vandeput, ce week-end, votre premier ministre a donné sa première grande interview dans la presse francophone, en l'occurrence dans Le Soir. Après un an de gouvernement, il est quand même assez dingue de ne pas s'exprimer plus souvent à destination des citoyens francophones. Soit! Il y exprime qu'en Belgique, des gens travaillent à temps plein, seize heures par jour pour s'occuper de tout, et qu'ils devraient payer pour les autres. Or ne considérez-vous pas qu'à cause de vos réformes, ces personnes qui, justement, parviennent à gérer leur foyer, en s'occupant de leurs enfants tout en travaillant à temps plein, se retrouvent désormais dans une situation telle que leur pouvoir d'achat diminue? Si quelqu'un gagne 4 000 euros bruts, soit environ 2 600 nets, il subira les effets de vos réformes. Par ailleurs, votre sacro-sainte envie de réduire les dépenses revient à altérer la qualité des services publics. Il faudra que vous m'expliquiez qui a voté en faveur d'une dégradation des services offerts par les transports en commun ou encore, mais c'est un autre débat, d'un moindre accès à des soins de santé de qualité. N'estimez-vous pas que cette personne endure des conséquences négatives par les mesures punitives que vous prenez? D'autres solutions n'auraient-elles pas pu être déployées, par exemple en faisant contribuer d'autres citoyens à la véritable hauteur de leurs moyens?
02.105 Steven Vandeput (N-VA): Mevrouw Schlitz, het is, ten eerste, belangrijk dat degenen die zoveel uren werken als u aanhaalt, het ook rechtvaardig vinden dat zij moeten bijdragen aan het systeem. Daarom moeten wij de systemen rechtvaardiger maken en durven te hervormen.
Ten tweede, u hebt het over de koopkracht. Welnu, wij nemen koopkrachtmaatregelen, want wie werkt, zal uiteindelijk meer overhouden. Men heeft het hier vandaag herhaaldelijk over de stijging van de energieprijzen. Mag ik u er wel op wijzen dat dat geen regeringsbeleid is, in tegenstelling tot andere zaken? Dat de energieprijzen stijgen door de oorlog in Iran, is een vaststelling die we samen met u moeten maken. Wij zullen moeten onderzoeken hoe we daar in de toekomst mee moeten omgaan.
02.106 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): C'est la Cour des comptes qui le dit, l'Arizona creuse le déficit qu'il prétend vouloir réduire avec toutes ces mesures "patchwork" qui ont été décidées. Ces mesures ne se complètent pas, elles s'opposent et sont parfois annulées par d'autres décisions parce qu'elles ne tiennent pas la route, tout comme l'augmentation de la TVA dans certains secteurs.
Ce que nous pouvons constater, c'est que les personnes qui bossent, qui se lèvent tôt le matin pour aller travailler et qui s'occupent en plus de leurs enfants vont subir une diminution de leur pouvoir d'achat et de leur qualité de vie en raison des diminutions d'investissements dans les services publics. C'est notre conclusion.
Par rapport à la crise de l'énergie que vous
citez, cela montre à quel point votre gouvernement reste insensible et aveugle
à ce qui se passe autour de lui, aux réalités des citoyens. Oui, il y a une
guerre ailleurs – ce n'est pas de notre faute – mais c'est précisément le rôle
d'un gouvernement d'apporter des solutions aux crises et aux difficultés
mondiales impactant notre population. C'est votre travail!
02.107 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, u zei daarnet dat iedereen, van de kassierster tot de miljardair, zal bijdragen. Een kassierster zal dus langer moeten werken voor minder pensioen. Zij zal overuren mogen doen zonder recup of toeslag, 's avonds later mogen werken zonder daar extra voor vergoed te worden en zondagen mogen werken zonder daarvoor extra loon te ontvangen. Haar indexering zal twee keer afgeroomd worden: ze zal meer moeten betalen om te verwarmen, omdat de accijns op gas verhoogd wordt en door de accijnsverhoging van benzine zal tanken ook duurder worden voor haar. Er bestaat dus geen enkele twijfel over dat de kassierster meer zal moeten bijdragen, daar hebt u volledig gelijk. Wat ik echter niet terugvind in de tabellen en de programmawet, is hoe dat de miljardair iets zal betalen.
In welk wetsontwerp of welk lijntje in de begrotingstabellen kan ik terugvinden dat de miljardair maar zelfs 0,01 euro meer zal betalen? Kunt u mij dat zeggen?
02.108 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Bilmez, u bent samen met mij getuige geweest van en hebt deelgenomen aan een groot debat over onder andere de meerwaardebelasting. Dat kader komt binnenkort aan de orde in de plenaire vergadering. Die maatregel is specifiek gericht op de zwaarste schouders.
02.109 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, ik ben zeer blij dat u refereert aan alle gevoerde debatten. We hebben immers zelfs een hoorzitting gehad met een aantal experten, professoren die de materie hebben bestudeerd. Herinnert u zich dat nog? Wat zeiden die experten? Sommige miljonairs zullen die taks inderdaad betalen, maar de miljardairs, de superrijken, zoals Fernand Huts en Marc Coucke, zullen die taks niet betalen. U weet dat goed genoeg. Er zijn zoveel fiscale achterpoortjes, waaronder de DBI-aftrek. Die zorgt ervoor dat hoe rijker men is in ons land, hoe meer middelen men heeft om belastingen te ontwijken. Dat is gewoon een feit. Uw regering doet de kassierster extreem veel extra bijdragen, maar de miljardair niks, niks.
De voorzitter: U zult dat betoog ongetwijfeld ondersteunen, niet waar, mijnheer Coenegrachts?
02.110 Steven Coenegrachts (Anders.): Het ging mij over belastingontwijking, mijnheer de voorzitter, want er is één belasting welke mensen niet kunnen ontwijken en dat zijn de accijnzen aan de pomp, de accijnzen op diesel. Ondertussen bedraagt de dieselprijs meer dan 2 euro per liter. Mensen krijgen het angstzweet op het voorhoofd telkens wanneer ze moeten tanken. Tegelijk zijn er extra inkomsten voor de overheid, want die accijnzen vloeien naar de overheid. De overheid profiteert dus van het angstzweet van haar burgers.
Is het dan geen idee om het omgekeerde cliquetsysteem in te voeren? Met andere woorden: als de prijzen zo hoog zijn en boven de 2 euro uitstijgen, verlaagt de overheid de accijnzen en stopt ze met profiteren van haar burgers. Ik hoor dat sommigen in de regering die idee genegen zijn. Steunen u en uw fractie die idee ook? Het wordt immers tijd dat u eens een belasting verlaagt.
02.111 Steven Vandeput (N-VA): Ik heb op die vraag al een aantal keer geantwoord, mijnheer Coenegrachts. Ik verwijs naar de antwoorden die de regering hier al twee keer heeft gegeven in het halfrond.
Het omgekeerde cliquetsysteem is technisch interessant. Ik herinner mij alvast niet dat dat systeem vaak werd toegepast toen onder een vorige regering, waarvan uw partij deel uitmaakte, de dieselprijs boven 2 euro per liter uitkwam.
02.112 Steven Coenegrachts (Anders.): Sommige leden van uw fractie kennen hun geschiedenis beter. Historici die geen hysterici zijn, kunnen u vertellen dat dat wel degelijk is gebeurd. In de vorige regering, toen de energieprijzen zo hoog waren, hebben we de accijnzen wel degelijk verlaagd.
Collega Vandeput, u argumenteert dat u de situatie blijft monitoren, dat u niet hysterisch wilt reageren en dat de mensen maar 2 euro aan de pomp moeten betalen, dat u dat niets uitmaakt. Wanneer zult u dan wel ingrijpen? Wanneer de prijs uitkomt op 2,20 euro, 2,30 euro, 2,40 euro, 2,50 euro of zelfs 3 euro? Plak daar eens een concreet cijfer op. Zeg niet tegen de mensen dat ze niet hysterisch moeten zijn en dat het niet uitmaakt of ze een rib uit hun lijf aan de pomp moeten betalen. Wat interesseert de regering eigenlijk? Blijkbaar niets. Wanneer zal de brandstofprijs u wél interesseren? Vanaf welk prijsniveau?
02.113 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer Vandeput, wij hebben het opnieuw over de brandstofprijzen. Ik heb net een flashbericht binnengekregen van de VRT. De kop luidt: "Oostenrijk pakt brandstofprijzen aan." Hoe doet Oostenrijk dat? Het verlaagt vanaf 1 april 2026 de accijnzen op benzine en diesel. De VRT zou ook kunnen schrijven: "België pakt de brandstofprijzen aan." Dan is de boodschap dat vanaf 1 april 2026 de accijnzen op onder andere mazout en gas worden verhoogd. De tegenstelling is duidelijk. De VRT schrijft erbij dat het doel is dat noch de overheid noch energiebedrijven profiteren van buitengewone inkomsten in crisistijd. Welnu, er is een oorlog gaande; we zitten in een crisis en sommige partijen profiteren daarvan, niet alleen de oliebedrijven, maar ook de overheid.
Kunt u bevestigen dat bij stijgende brandstofprijzen de overheid via btw-inkomsten meer inkomsten heeft dan normaal?
02.114 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Tonniau, of het normaal is, weet ik niet, maar ik kan bevestigen dat btw een belasting is die procentueel op een prijs wordt geheven. Als prijzen stijgen, betekent dat dus ook voor de overheid een stijging van de inkomsten. Dat is echter geen procentuele verhoging van het tarief. U hebt echter gelijk. Als prijzen stijgen, stijgen de btw-inkomsten mee, omdat die belasting procentueel op de prijs wordt berekend. Daarin hebt u gelijk.
02.115 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Dus de btw-inkomsten op brandstof door die prijsstijging zijn goed voor de begroting van de Staat maar slecht voor de begroting van de mensen.
Mijnheer Vandeput, kunnen wij het surplus dat de overheid boekt, niet teruggeven aan de mensen door de accijnzen en de btw op brandstof te verlagen, zodat dat gelijk blijft? Is dat geen bijzonder sociaal idee voor de regering?
02.116 Steven Vandeput (N-VA): Collega’s, ik rond af.
Als wij willen dat ons land concurrentieel en competitief blijft, moeten wij daarvoor de ruimte creëren. Wij moeten durven te hervormen en ons budget op orde brengen. Als wij onze veiligheid willen blijven garanderen, moeten wij daarvoor de middelen uittrekken. Wij moeten durven te hervormen en ons budget op orde brengen. Als wij ons gezondheidssysteem willen laten excelleren, moeten wij daarvoor de middelen uittrekken. Wij moeten dus hervormen en ons budget op orde brengen.
Als we ons sociaal systeem willen beschermen, moeten we hervormen, moeten we ons budget op orde krijgen. Als we onze pensioenen willen blijven garanderen, zullen we moeten hervormen, zullen we ons budget op orde moeten krijgen. Ten slotte, als we willen dat mensen die werken, die sparen en ondernemen, of dat gedaan hebben, op het einde van de rit meer overhouden, dan moeten we hervormen, dan moeten we ons budget op orde zetten.
Mijne heren ministers, collega's, dat is de inzet van de begroting 2026. Het is een stap, de rit is niet gereden, er zijn nog heel veel cols voor ons. Slechts door te hervormen kunnen we op termijn de zaak terug in orde krijgen.
02.117 Steven Coenegrachts (Anders.): Collega Vandeput, omdat u mij uitgedaagd hebt, heb ik het even opgezocht voor de zekerheid. In maart 2022 besliste de regering, op voorstel van de toenmalige minister van Financiën, de heer Van Peteghem, om de omgekeerde cliquet toe te passen, omdat de prijzen boven de 2 euro waren gestegen. Men vond het onaanvaardbaar dat benzine zo duur was en greep in. De omgekeerde cliquet werd toegepast, de accijnzen werden verlaagd.
De geschiedenis leert dat de vorige regering bij 2 euro gezegd heeft dat het moest worden verlicht voor de mensen, dat men moest ingrijpen om de mensen geen onbetaalbare tankbeurten aan te doen. Wanneer gaat u hetzelfde doen? Wat is uw pijngrens? Waar stopt u de factuur voor de mensen? Wanneer verlaagt u de prijs aan de pomp?
02.118 Steven Vandeput (N-VA): Ik denk, mijnheer Coenegrachts, dat ik opnieuw mag verwijzen naar de vele antwoorden die over dit onderwerp al zijn gegeven. Het antwoord is hier al heel vaak gegeven. De situatie wordt gemonitord. Het zal aan de regering zijn om te bepalen in welke mate, waar juist en op welke wijze men zal ingrijpen,
02.119 Steven Coenegrachts (Anders.): Ja, mijnheer Vandeput, maar wat is monitoren? Ik monitor dat elke dag. Ik rij elke dag langs DATS 24 en ik kijk hoe duur de diesel is. Dat is monitoren wat er gebeurt aan de pomp. Dat doen we allemaal elke dag. Elke Belg doet dat vandaag. We monitoren het samen, maar wanneer zult u ingrijpen? Wanneer onderneemt u actie? Wanneer gaat de prijs aan de pomp omlaag? Dat wil ik graag monitoren. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Dan mag ik dit deel van het debat afronden.
La parole est à M. Dermagne.
02.120 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, messieurs les ministres, chers collègues, nous sommes le 18 mars 2026, ce qui en soi n'a rien de surprenant ou de particulier. Nous sommes le 18 mars 2026, et ce gouvernement, cette majorité, arrive seulement aujourd'hui avec son budget initial 2026, pour cette année, après trois mois de douzièmes provisoires. Des mois de retard donc, alors qu'il s'agit seulement du deuxième budget de ce gouvernement, des mois de retard alors que cette majorité, les partis qui la constituent, les présidents qui étaient autour de la table des négociations nous avaient dit: "Nous avons pris du temps. Nous avons pris sept mois pour négocier cet accord de gouvernement."
Cet accord de gouvernement, monsieur le premier ministre, messieurs les vice-premiers ministres, chers collègues, allait être l'accord de gouvernement le plus précis de l'histoire politique de la Belgique. En vérité, aujourd'hui, on constate, ce qu'on avait déjà remarqué lors de l'atterrissage de vos négociations, à savoir qu'en fait, vous avez pris sept mois pour rédiger un brouillon d'accord de gouvernement. Un accord de gouvernement dont on constate jour après jour, ici au sein de ce Parlement, dans les médias, grâce à la mobilisation de la société civile et des interlocuteurs sociaux, qu'il n'est qu'un brouillon, voire un accord bidon. Notamment, et ce n'est pas rien, sur le plan budgétaire, où, faute d'accord dans les temps, monsieur le premier ministre, vous êtes un peu het witte konijn de Alice au pays des merveilles: "Ik ben te laat, ik ben te laat, ik ben te laat." Malgré ce retard, que vous aviez justifié en disant: "Nous allons déposer un budget, non pas seulement pour 2026, mais pour toutes les années de cette législature, une trajectoire pluriannuelle, coulée dans le béton, pour faire en sorte que nous n'ayons plus, chaque année, à entrer en conclave budgétaire, vivre des moments difficiles, des moments de tension, et prendre des décisions difficiles." Et je l'ajoute, injustes pour notre population.
Résultat, 18 mars, douzièmes provisoires et un budget qui est non seulement en retard mais aussi, d'ores et déjà, un budget périmé, dépassé et qui passe à côté des enjeux du moment.
Vous remplacez les douzièmes provisoires par un budget périmé. C'est peut-être les 48 heures de délai de consommation qui figuraient dans votre réforme de la TVA, mais, je le répète, ce budget est d'ores et déjà dépassé. Et je ne parle pas ici, monsieur le premier ministre, messieurs les vice-premiers ministres, de l'évolution des paramètres macroéconomiques dont on sait, et je le reconnais ici, qu'ils peuvent varier entre le moment de l'accord en conclave budgétaire et le vote du budget. Non, je parle ici des nombreuses erreurs, des rendements incertains, des recettes manifestement surgonflées, sous stéroïdes, et des besoins sous-estimés qui sont inscrits au cœur même de votre budget.
On peut en citer plusieurs: l'accord sur la TVA, le fameux "chameau" qui doit être revu à la suite de l'avis particulièrement sévère, lapidaire même, du Conseil d'État, le rendement de la taxe sur les plus-values hautement incertain, la compensation insuffisante pour les CPAS de notre pays, ou encore les deux milliards d'économies sur le dos des malades de longue durée. La Cour des comptes, le Bureau fédéral du Plan et même la Banque nationale de Belgique ont souligné, messieurs les ministres, ces rendements hautement hypothétiques ou basés sur des hypothèses très ou trop optimistes.
Et vous l'avez d'ailleurs vous-mêmes reconnu, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, en renvoyant finalement la suite de nos échanges et de nos débats à un nouvel accord à venir. Ce gouvernement a en effet le chic non pas pour conclure des accords mais pour invoquer le fait qu'il a conclu des accords: accord de gouvernement, accord d'été, accord de la Toussaint, accord d'automne, etc. et j'en passe des vertes et des pas mûres. Vous nous avez donc déjà dit, monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, que ce budget allait devoir être revu, modifié, rectifié, corrigé par un nouvel accord à intervenir. Alors, on ne sait pas – les choses ne sont toujours pas claires – si c'est au moment du contrôle budgétaire, c'est-à-dire demain, ou si ce sera renvoyé à l'été, comme ce fut le cas au cours de l'année précédente.
Monsieur le président, messieurs les ministres, chers collègues, un budget, c’est toujours – ou cela devrait toujours être – un moment de vérité. Mais en réalité, cela l’est toujours, monsieur Ronse, parce que la vérité se trouve aussi dans les failles, dans les erreurs, dans les approximations et dans les entêtements d’un gouvernement. Et la vérité du budget de l’Arizona, de la N-VA, du MR et des Engagés, ce sont des engagements de campagne trahis et des renoncements par rapport à votre propre accord de gouvernement.
En ce qui concerne l’amélioration du pouvoir d’achat, je ne pensais pas devoir reparler ici de la fameuse promesse des 450 à 500 euros net en plus par mois pour chaque travailleuse et chaque travailleur de ce pays. À ce sujet, une formation politique de la majorité et son président – dont je ne citerai pas le nom à cette tribune – font le tour des arrondissements, avec un modèle de conférence intitulé "Comment allons‑nous améliorer le pouvoir d’achat de la population?". Si vous avez des questions, n’hésitez pas à aller les poser à ces éminences.
Les 450 à 500 euros nets en plus par mois, nous savons qu’ils sont enterrés depuis le premier jour de ce gouvernement. Le premier ministre et le ministre des Finances l’ont eux‑mêmes reconnu à cette tribune. L’augmentation du pouvoir d’achat – indépendamment des 450 ou 500 euros – était ou devait être l’un des piliers, l’un des fondements de ce gouvernement Arizona.
Je l’ai dit, les 500 euros sont partis en fumée. Le premier ministre l’a encore rappelé ce week‑end, dans sa série d’interviews particulièrement remarquée, en Belgique comme à l’étranger, sur la scène européenne. Nous l'avons encore vu ce matin dans la presse néerlandophone. Ces 500 euros, seront au mieux 88 euros par mois, non pas en 2029, mais peut‑être en 2030, dans plus de quatre ans. Cela signifie surtout que les 500 euros en plus par mois étaient du vent, un mirage, une promesse de campagne électorale. Ces 500 euros, comme nous l'avons dit, sont oubliés.
Pire encore, on ne compte plus, dès aujourd’hui et jusqu’en 2030, l’ensemble des coups de massue, des coups de boutoir de votre gouvernement à l’encontre des classes moyennes et des classes populaires. Et la liste est longue.
(Le premier ministre quitte l'hémicycle.)
Monsieur le premier ministre, je vous en prie, je n’aurai pas terminé quand vous reviendrez.
Il y a certaines choses qui doivent se faire, mais on peut demander une suspension pour que le premier ministre puisse venir écouter les échanges avec l'opposition.
Comme je le disais, la liste des attaques de ce gouvernement contre le pouvoir d'achat des classes moyennes et populaires est longue. Elle est longue comme un jour sans pain.
Vous avez décidé d'un blocage des salaires d'abord, réaffirmé dans votre accord de gouvernement, alors que certains avaient dit ici: "On ne touchera jamais à l'index. Avec nous au sein du gouvernement, pas question de toucher à l'indexation automatique des salaires et des allocations."
Malgré ces engagements, malgré ces postures fermes, viriles, voilà un double saut d'index qui viendra s'ajouter au blocage des salaires – un double saut d'index qui ne touchera pas les très riches. J'ai entendu M. Vandeput dire à cette tribune: "Il faudra que chacun, chacune dans ce pays, quel que soit son état de richesse, contribue aux efforts d'assainissement".
Tout d'abord, les efforts d'assainissement ne sont pas là. J'y reviendrai dans un deuxième temps. Mais surtout, tout le monde ne va pas contribuer, et ce ne sont pas les très riches qui vont contribuer, contrairement à ce que le premier ministre a évoqué dans ses interviews de ce week-end.
Quand on gagne 4 000 euros bruts dans ce pays, nom de Dieu, on n'est pas riche. On ne fait pas partie des épaules les plus larges. On fait partie des classes moyennes et des classes populaires.
Quand on gagne 2 000 euros bruts de pension par mois, nom de Dieu, on n'est pas riche dans ce pays. On fait partie des classes moyennes et populaires, celles et ceux qui ont travaillé toute leur vie, celles et ceux qui se lèvent tôt le matin. On est loin effectivement des cadeaux qui sont faits à celles et ceux qui, eux, ont la chance de gagner plus de 25 000 euros par mois.
À nouveau ici, deux poids deux mesures. Un gouvernement, comme M. Magnette l'a rappelé tout à l'heure, fort avec les faibles et faible avec les forts.
Je continue ma liste de attaques sur le pouvoir d'achat: une pluie de nouvelles taxes – vous avez été quelques uns à le rappeler voici quelques instants ou dans le cadre de nos échanges – avec, en plus, une augmentation du coût du chauffage, des déplacements et de la cuisine. Demain, avec ce gouvernement, se chauffer, se déplacer et même cuisiner coûtera plus cher. Je pourrais évidemment rajouter l'augmentation du prix des médicaments, le rabotage des primes de nuit pour celles et ceux qui travaillent dans des conditions difficiles ou encore les attaques sur toute une série de statuts, les derniers en date étant celui des aidants-proches.
La liste ne sera pas, ici, exhaustive car, mesdames et messieurs les membres du gouvernement, chers membres de la majorité, il faut reconnaître que votre créativité pour taper dans le pouvoir d'achat des classes moyennes semble sans limites. On l'a déjà abordé il y a quelques instants: la performance est néanmoins ailleurs: attaquer le pouvoir d'achat en même temps qu'augmenter les taxes sur l'énergie, les accises, dans le contexte que l'on connaît aujourd'hui, c'est tout bonnement aberrant. C'est tout bonnement dingue, c'est incompréhensible pour celles et ceux qui font le plein au quotidien avec un litre de carburant, que ce soit du diesel ou de l'essence, qui atteint ou dépasse les deux euros, pour celles et ceux qui se rendent compte que pour aller travailler, pour conduire les enfants à l'école ou pour aller faire les courses, ils doivent faire des pleins à plus de cent euros à chaque fois.
Votre créativité est sans limite. Votre indécence également. Au moment où les prix de l'énergie explosent, où le litre de diesel est à plus de deux euros à la pompe: qu'à décidé ce gouvernement? Qu'à décidé cette majorité? Augmenter les taxes et les accises sur ces carburants et le mazout de chauffage. C'est tout bonnement incompréhensible, injuste et totalement inacceptable pour la population que nous représentons.
Néanmoins, messieurs les ministres, mesdames et messieurs les parlementaires de la majorité: il n'est pas trop tard. Il est encore possible de ne pas voter ces augmentations de taxes et d'accises sur le carburant et sur le mazout de chauffage. Il est possible que, d'ici quelques heures, vous ayez un sursaut de courage et de lucidité et que vous votiez les amendements que nous avons déposé et qui reviennent sur votre décision d'augmenter les taxes sur l'énergie et sur les carburants. Comme cela a été dit plus tôt par M. Magnette en effet, que ferait n'importe quel gouvernement à travers le monde confronté à une explosion des coûts de l'énergie, du carburant, du gaz et du mazout de chauffage?
Il n'y a pas que cette mesure surréaliste, mesdames et messieurs les ministres, en plein crise énergétique. En effet, le pouvoir d'achat forme un tout: ce sont des salaires corrects, des pensions décentes, des taux de TVA réduits, monsieur le ministre des Finances, des indexations automatiques de salaires et d'allocations ou encore des primes de nuit qui permettent de vivre dignement et de compenser en partie la pénibilité et la difficulté d'une profession et d'un travail. Mais vous, que décidez-vous? Des salaires corrects? Non. Vous vous obstinez à maintenir loi de 1996 sur le blocage des salaires. Pire encore, vous y ajoutez un double saut d'index, comme je le disais, pour celles et ceux qui ne sont pas les épaules les plus larges, mais qui représentent les classes moyennes et les classes laborieuses, les classes populaires dans ce pays. Des pensions décentes? Non, puisque vous faites le contraire en les diminuant et en imposant un malus pension. Des taux de TVA réduits? Vous faites également le contraire. Et vous vouliez même augmenter la TVA sur les repas scolaires et en maison de repos, ainsi que sur certaines formes de culture – le rock et le rap – ou encore les abonnements à la salle de sport ou dans des clubs de sport.
Je ne vais pas revenir, monsieur le ministre des Finances, sur cette saga surréaliste de votre réforme de la TVA parce que c'était suffisamment pénible pour vous. J'ai ressenti de la peine pour vous, monsieur le ministre Jambon, de vous voir essayer de défendre ces mesures complètement abracadabrantesques, en tentant de justifier le pourquoi du comment. Vous aviez choisi 6 % là, 12 % ailleurs, 21 % dans un autre domaine, le délai de 48 heures, les sushis avec ou sans saumon, etc.
Je ne vais pas y revenir, parce que vous allez devoir y revenir et parce que nous allons devoir y revenir au sein de ce Parlement dans quelques semaines ou dans quelques mois, en fonction du résultat de vos débats et de vos échanges au sein du gouvernement. Il est clair que les augmentations de taxes reviendront devant ce Parlement et vous pourrez compter sur le Parti Socialiste pour s’y opposer et pour défendre le pouvoir d’achat de la classe moyenne et des classes laborieuses.
Le président: Monsieur Dermagne, M. Nuino a une question.
02.121 Ismaël Nuino (Les Engagés): Monsieur Dermagne, vous avez parlé de décence. Je pense que la décence nous impose à toutes et à tous de ne pas mentir à la tribune. Ce que vous avez dit à deux reprises, c’est qu’il y aurait un double saut d’index. Ceci est faux, parfaitement faux. Je veux le redire clairement pour que ce soit clair pour chacun et chacune. Tous les travailleurs seront indexés jusqu’à 4 000 euros bruts par mois. Tous bénéficieront de l’indexation jusqu’à ce montant. Ce que nous faisons, justement, c’est préserver les salaires les plus bas et faire en sorte que ceux qui en ont le plus besoin bénéficient toujours de l’index. Face à un choix, nous avons dû prendre une décision, celle que nous avons estimée la plus juste possible.
Ma question est la suivante, monsieur Dermagne: pouvez-vous au moins avoir la décence de reconnaître que vous avez menti à deux reprises et admettre qu’il n’y aura pas de double saut d’index?
02.122 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur Nuino, j’ai parlé de décence, j'ai parlé d'essence, j’ai parlé de diesel, j’ai parlé de mazout, j’ai parlé des prix de l’énergie, j’ai parlé du pouvoir d’achat des classes moyennes et des classes populaires auxquelles vous vous attaquez, contrairement aux engagements et aux promesses que vous aviez faits lors de la campagne électorale.
Oui, il y aura bien un double saut d’index. Il est partiel, mais il aura bien lieu. Les près de 100 000 personnes qui étaient dans les rues de Bruxelles jeudi dernier ont bien compris qu’il s’agira de milliers d’euros perdus sur une carrière et sur une pension.
02.123 Ismaël Nuino (Les Engagés): Monsieur Dermagne, je pense que la décence et le respect que l'on voue aux Belges nous impose aussi de leur dire la vérité. On a essayé, depuis un an, de faire preuve de pédagogie et d'expliquer les difficultés budgétaires, mais je pense que notre responsabilité c'est aussi de ne pas leur mentir. Répéter, comme vous venez de le faire, qu'il y aura un double saut d'index, c'est malhonnête et c'est un mensonge.
Monsieur Dermagne, vous avez en fait commencé votre réponse en vous embourbant dans d'autres sujets. J'avais un professeur qui me disait souvent: "Je vous demande de répondre à ma question et pas à celle que vous auriez aimé que je vous pose". Je vous ai posé une question, vous avez mal répondu, vous avez menti et cela pose un vrai problème. Vous devez aussi dire la vérité aux 100 000 personnes qui étaient dans la rue et ne pas leur faire plus peur que la situation ne le rend actuellement nécessaire.
02.124 Anne Pirson (Les Engagés): Monsieur Dermagne, je vous ai entendu aussi parler de saut d'index. Il ne s'agit pas de saut d'index mais de limitation d'index. Quand vous gouverniez, vous acceptiez de limiter les hausses salariales. Aujourd'hui, vous refusez toute adaptation, même ciblée. Où est votre cohérence, monsieur Dermagne? Vous dites défendre le pouvoir d'achat, mais vous refusez toute adaptation, même sur la tranche supérieure des revenus – le salaire médian des Belges étant à 4 000 euros brut par mois. On se demande si votre position n'est pas finalement de refuser simplement toute responsabilité budgétaire, même quand elle est progressive et ciblée. C'est évidemment beaucoup plus facile.
02.125 Pierre-Yves Dermagne (PS): Je parlerai donc du double saut d'index partiel, monsieur Nuino et madame Pirson, et donc du double saut d'index. Je vous invite effectivement à regarder l'impact en euros. Cela se chiffre en dizaines de milliers d'euros sur une carrière complète et sur une pension complète, pour des gens qui gagnent 4 000 euros brut.
Le fait de gagner 4 000 euros brut dans ce pays, donc un peu plus que 2 500 euros net, c'est-à-dire le salaire des enseignants, des membres de la fonction publique, des travailleurs et des travailleuses classiques, des policiers et des policières, signifie-t-il être riche? Le fait de gagner 2 500 euros net par mois quand on travaille à temps plein, signifie-t-il faire partie gens qui ont les épaules les plus larges? Ma réponse – et la réponse du Parti Socialiste –, c'est non, madame Pirson!
02.126 Anne Pirson (Les Engagés): Vous continuez sur votre lancée. Cela ne m'étonne pas. Mais jusque 4 000 euros brut, les salaires vont continuer à être indexés. C'est ce qui dépasse les 4 000 euros brut.
Vous essayez de faire croire à la population que les salaires de 4 000 euros brut ne seront pas indexés. C'est tout à fait faux, faux, faux!
02.127 Pierre-Yves Dermagne (PS): Je le répète, les gens se mobilisent – et c'était une des principales revendications de la manifestation de jeudi dernier – justement contre ce double saut d’index partiel qui va effectivement, sur une carrière complète, sur une pension complète, avoir un impact sur les gens à hauteur de plusieurs dizaines de milliers d'euros. Ce n'est donc pas rien.
Je le répète, à nos yeux, quand on gagne 4 000 euros brut dans ce pays, quand un pensionné gagne 2 000 euros brut, on n'est pas riche, on ne fait pas partie des épaules les plus larges.
Pour terminer sur le pouvoir d'achat, et notamment sur l'absence de réponse du gouvernement – mais qui constitue en soi une réponse – à l'explosion du coût de l'énergie, nous n'avons pas attendu le gouvernement, parce que nous avons compris qu'il ne fallait pas l'attendre. Nous avons déposé des propositions qui permettront effectivement un blocage des prix à la pompe, comme c'est le cas dans d'autres gouvernements, avec la suppression de l'augmentation que vous aviez décidée au niveau des accises sur les carburants ou sur le mazout de chauffage. Ou encore l'élargissement du tarif social énergie, dont les crises passées ont démontré combien il avait permis de protéger la population contre l'explosion des coûts de l'énergie et lui permettre de continuer à vivre dignement.
Monsieur le président, un autre renoncement majeur, ou une autre supercherie, et cela a été évoqué tout à l'heure par M. Vanbesien, concerne le taux d'emploi à 80 %. M. Vanbesien a rappelé tout à l'heure que ce gouvernement s'était engagé à atteindre un taux d'emploi de 80 % à l'issue de cette législature, c'est-à-dire des milliers d'emplois en plus. C'était la recette miracle, la martingale budgétaire de ce gouvernement, puisque ce taux d'emploi à 80 % devait générer 8 milliards de recettes supplémentaires en effets retours in the pocket.
C'était l'un des piliers de votre accord, monsieur le ministre du Budget. Un tiers du financement de votre accord initial reposait sur ces effets retours liés à l'atteinte d'un taux d'emploi de 80 %. Un tiers de l'effort global! On doit reconnaître que ce n'est pas anodin. Ce n'est pas rien. Ce n'est pas neutre. On ne parle pas ici d'une mesure anodine.
Je me souviens très bien de nos longs débats et échanges, en séance plénière et en commission, semaine après semaine, avec le ministre de l'Économie et de l'Emploi en particulier, où légitimement les parlementaires de l'opposition et même certains parlementaires de la majorité interpellaient le ministre de l'Emploi en lui disant: "Mais, monsieur le ministre, quelles sont vos mesures? Quelles sont les mesures qui vont permettre à ce gouvernement d'atteindre ce fameux taux d'emploi à 80 % et de générer plus de 8 milliards de recettes en effets retours?" Et, il faut vous en souvenir, la réponse du ministre Clarinval, qui apporte souvent des réponses aussi précises que les termes de l'accord de gouvernement, était, ici au sein de cette Assemblée, toujours la même. Je cite: "Il y a des centaines de mesures dans l'accord de gouvernement pour y parvenir" se bornant à citer uniquement l'augmentation du quota d'heures pour le travail étudiant ou encore les flexi-jobs, en oubliant par ailleurs que les flexi-jobs ne sont pas comptabilisés dans le cadre du taux d'emploi, ou ils le sont déjà pour celles et ceux qui travaillent à 4/5 temps.
Messieurs les ministres, chers membres de la majorité, limiter le chômage dans le temps, ce n'est pas créer de l'emploi. Supprimer des aides aux travailleuses ALE, ce n'est pas créer de l'emploi. Généraliser les flexi-jobs, ce n'est pas créer de l'emploi. Réintroduire la période d'essai dans le cadre du contrat de travail, ce n'est pas créer de l'emploi. Considérer tous les chômeurs comme étant des fraudeurs et les renvoyer par milliers vers les CPAS, ce n'est pas créer de l'emploi. Faire la chasse aux malades de longue durée, en partant du principe que nous sommes majoritairement face à des fraudeurs, ce n'est pas créer de l'emploi.
Monsieur Vanbesien, comme vous l'avez vu, les 8 milliards d’euros de recettes ont disparu. Hop! Il y avait la martingale, puis la baguette magique et les 8 milliards d’euros ont disparu. Je le répète: ce n’est pas rien. C’est digne de Gérard Majax. Il faut être un fameux magicien pour faire disparaître ainsi 8 milliards d’euros.
En réalité, non, car ces 8 milliards d’euros n’existaient pas et n’ont jamais existé. Il n’y a jamais rien eu, dans le programme de ce gouvernement, qui soit de nature à faire en sorte qu’une petite partie de ces 8 milliards d'euros voie effectivement le jour et devienne demain une réalité pour ce pays et pour les finances publiques. Entre avril 2025 et fin février 2026, ces 8 milliards d’euros ont disparu.
Nous pouvons nous demander pourquoi. Entre-temps, la Cour des comptes, le Bureau fédéral du Plan et même la Banque nationale de Belgique ont indiqué que le taux d’emploi stagne, qu’il n’augmente pas et qu’au terme de la législature il avoisinera les 74 %. Depuis le début, ces 8 milliards d’euros de recettes étaient donc un mirage, un mensonge.
Pour terminer sur l’emploi, je pense qu’à l'heure où l'on se parle, le bilan de ce gouvernement, de cette majorité, en matière de taux d’emploi et de création d’emplois, s’élève à zéro – ou, en tout cas, à pas beaucoup plus.
02.128 Anne Pirson (Les Engagés): Monsieur Dermagne, vous avez-vous-même occupé le portefeuille de l'emploi pendant plusieurs années et vous savez donc très bien que l'emploi dépend de facteurs structurels, régionaux ou encore sectoriels. Pourquoi simplifiez-vous à l'extrême un sujet que vous présentiez vous-même comme étant complexe quand vous étiez ministre, comment pouvez-vous défendre la justice sociale et plaider pour des allocations de chômage à vie sous prétexte du taux d'emploi? Vous n'êtes absolument pas cohérent.
02.129 Pierre-Yves Dermagne (PS): Je n'ai pas perçu une question dans l'intervention qui avait été préparée pour madame Pirson. J'ai effectivement assumé avec responsabilité, fierté et honneur ces compétences de l'Économie et du Travail. Je me plais à rappeler que je n'étais pas ministre de l'Emploi mais bien ministre du Travail. Ce n'est pas la même chose. Ce n'est pas uniquement sémantique, c'est une autre approche du monde du travail, des travailleurs et des travailleuses. Sur les quatre années que j'ai passées à la tête de ce ministère, nous avons créé près de 400 000 emplois: un record, le double du gouvernement précédent, la "Suédoise" dont le mantra était "job, job, job". Nous avons fait plus, nous avons fait mieux. Et nous avons aussi – je réponds à votre question précédente, madame Pirson – augmenté le salaire minimum. Nous avons fait en sorte que des primes puissent être négociées et octroyées aux travailleurs et travailleuses dans les entreprises des secteurs réalisant des bénéfices. Voilà donc le modeste bilan qui fut le mien à la tête du ministère du Travail.
02.130 Anne Pirson (Les Engagés): Depuis cette nouvelle législature, vous avez plaidé pour maintenir les indemnités de chômage à vie. Comment peut-on défendre l'emploi en plaidant pour le maintien de ces allocations à vie? On constate que depuis le changement de législation par rapport au chômage, certaines personnes réagissent différemment. Des personnes qui étaient au chômage depuis de nombreuses années essaient de rentrer à nouveau sur le marché de l'emploi.
02.131 Pierre-Yves Dermagne (PS): Ce que l’on constate surtout aujourd’hui, madame Pirson, c’est que les compensations qui avaient été prévues tardivement – parce qu’elles n’étaient pas prévues initialement dans votre accord de gouvernement – pour les CPAS, afin de faire face à l’afflux de demandeurs d’emploi exclus du chômage et renvoyés quasi militairement vers ces CPAS, sont insuffisantes. Nous avons été les premiers à le dire, suivis en cela par les fédérations de CPAS. Aujourd’hui, je le redis, des instances telles que la Cour des comptes et le Bureau fédéral du Plan confirment malheureusement ces estimations.
Madame Pirson, nous n’avons pas plaidé pour le chômage à vie. Nous avons d’ailleurs déposé une proposition de loi au sein de cette Assemblée, une proposition qui vise le plein emploi et qui entend contraindre les grandes entreprises et les grands employeurs publics à engager des demandeurs d’emploi de longue durée, en aidant ces employeurs et en réorientant une partie des allocations de chômage afin d’accompagner les entreprises pour qu’elles puissent former ces demandeurs d’emploi éloignés du marché du travail. J’espère, et je le dis sincèrement, les yeux dans les yeux, que vous allez voter et soutenir cette proposition, car elle n’est pas fondamentalement différente de ce qui figurait dans votre programme électoral, dans le programme des Engagés, lorsque vous avez opéré votre évolution en matière de limitation des allocations de chômage.
02.132 Anne Pirson (Les Engagés): Vous étiez au pouvoir depuis de nombreuses années. Vous n’avez peut-être pas plaidé en faveur du chômage à vie, mais vous n’avez rien fait pour faire évoluer les mentalités sur la possibilité de percevoir des allocations de chômage à vie.
Vous parlez de bilan. Ce gouvernement est en place depuis un an seulement. Il prend ses responsabilités et son objectif est d’atteindre un taux d’emploi de 80 %. Cela ne fait que quelques mois que ce gouvernement est en place, contrairement à vous qui êtes restés au pouvoir pendant, je pense, 50 ans.
Vous parliez de création d'emplois. Nous saluons le fait que le Parti Socialiste s'en soucie à présent qu'il siège dans l'opposition. La question que je me pose reflète un problème auquel nous assistons dans beaucoup de pays européens. La croissance baisse. Créer des industries et donc de l'emploi devient de plus en plus difficile au regard de facteurs externes, sur lesquels vous pouvez me rejoindre, qui rendent la croissance de plus en plus complexe. Il serait nécessaire, et je suis convaincu que vous pouvez défendre également cette idée, de promouvoir des investissements publics massifs. J'imagine que vous en êtes d'accord. Cela tombe bien, monsieur Dermagne, puisque, sous la précédente législature, il y eut ce qui s'était appelé le "Plan de relance et de résilience", développé par l'Union européenne. Vous étiez ministre de l'Économie. M. Dermine, votre collègue du Parti Socialiste, était en charge de ce plan de relance. Si cela s'est bien passé et que l'investissement public fût aussi efficace, pourquoi ne roulons-nous pas aujourd'hui sur les emplois disponibles et pourquoi ne voyons-nous aucun résultat de ce plan de relance alors que le Parti Socialiste était aux manettes de A à Z, au fédéral, à Bruxelles et en Wallonie?
02.134 Pierre-Yves Dermagne (PS): Madame Pirson, monsieur Nuino, permettez-moi un petit rappel historique.
Je n'ai que 45 ans. Sans doute suis-je un peu plus âgé que vous, mais cela ne fait pas 50 ans que je suis au pouvoir. Et puis, comme cela a été évoqué dans les travées, vous êtes membres d'une formation politique qui est consubstantielle à l'histoire de la Belgique. C'est elle qui a été le plus souvent au pouvoir. Par conséquent, elle doit assumer la plus lourde responsabilité dans l'histoire de ce pays.
S'agissant du plan de relance, la volonté des socialistes était en effet de développer un bon et grand plan de relance grâce à des moyens débloqués à l'échelle européenne. Ce fut une première dans l'histoire des institutions européennes et de la solidarité européenne de mobiliser des fonds en vue d'investir dans des secteurs stratégiques et d'avenir. Je le répète, c'était un plan de relance, mais aussi de résilience au regard de ce que nous avions connu avec la crise du covid-19. Nous nous y sommes attelés, je le répète, avec fierté et sérieux et, surtout, avec des résultats à la clef sous forme de création d'emplois. Monsieur Nuino, vous pouvez faire comme si cela n'avait pas existé, mais ce sont les faits, les chiffres, les statistiques. Les résultats économiques de la Vivaldi en termes de création d'emplois étaient bien meilleurs que ceux de votre gouvernement. Si les créations d'emplois ne sont plus, aujourd'hui, à la hauteur des attentes et, surtout, des besoins et des nécessités, c'est parce que vous prenez des mesures qui détruisent de l'emploi et qui sont anti-économiques, c'est parce que vous prenez des mesures et des décisions qui vont à l'encontre du besoin de réindustrialisation de la Belgique et de l'Europe, c'est parce que les mesures que vous prenez sont non seulement injustes, mais également inefficaces.
02.135 Ismaël Nuino (Les Engagés): Je ne sais pas très bien quoi vous répondre, monsieur Dermagne. En fait, vous avez peiné à m'apporter une réponse, pour commencer.
Allez-vous me dire que la fermeture d'Audi Forest est le résultat de la politique de ce gouvernement? Ce gouvernement n'était pas encore mis en place. Pourquoi les milliards d'euros qui ont été mis à disposition du gouvernement fédéral et des différents gouvernements des entités fédérées n'ont-ils pas permis d'investir dans des secteurs stratégiques? On le voit aujourd'hui, notre industrie est à la peine. Et vous dites que vous avez créé des emplois, mais ces investissements devraient amener du positif aujourd'hui à l'économie belge. Nous avons bon dos; après un an, nous serions les coupables de tous les maux de la Belgique.
Aujourd'hui, ce que je constate, c'est que les milliards d'euros investis sous votre responsabilité, celle du Parti Socialiste, dans le cadre du plan de relance, n'ont donné aucun résultat. Comme d'habitude, c'était du saupoudrage, du copinage et du clientélisme.
Le président: M. Magnette a demandé la parole. Il est un peu bizarre de poser des questions à un collègue d'un même groupe. Mais comme c'est le temps de votre groupe qui est décompté, cela donne plus de souplesse.
02.136 Paul Magnette (PS): Monsieur Dermagne, vous avez été ministre de l'Économie et du Travail, vous l'avez rappelé, et vous avez créé 300 000 emplois et sorti 400 000 personnes de la pauvreté en relevant le salaire minimum de 400 euros et la pension minimum de 350 euros. Vous avez en face de vous des Engagés qui ont abandonné toutes leurs promesses. Les 450 euros de promesse des Engagés sont abandonnés. Le soutien aux pensionnés, promesse des Engagés: abandonné. Les aidants proches: abandonnés. Le refinancement de la santé, promesse des Engagés: abandonné. Le soutien au pouvoir d'achat: abandonné. Le soutien aux étudiants, aux enseignants: abandonné. Il me faudrait tout l'après-midi pour faire la liste des promesses qu'avaient faites Les Engagés et qu'ils ont abandonnées.
Alors, monsieur Dermagne, pouvez-vous, s'il vous plaît, leur dire que s'il y a bien un parti qui est mal placé pour faire la leçon aux socialistes ici, ce sont Les Engagés!
Le président: Monsieur Dermagne, avez-vous une réponse à cette critique sévère?
02.137 Pierre-Yves Dermagne (PS): C'est une invitation qui m'a été faite: dire à M. Nuino et à son groupe qu'ils sont parmi les plus mal placés au sein de ce Parlement au regard de leur poids dans l'histoire de la Belgique, pour défendre ces positions. Les plus mal placés!
Le président: Une réplique, monsieur Magnette?
02.138 Paul Magnette (PS):
Monsieur le président, ma grand-mère disait: "Qui se sent morveux se
mouche." Et depuis que M. Dermagne est monté à la tribune, les seuls
qui l'interpelle, car c'est le silence complet sur tous les bancs, ce sont
Les Engagés, parce qu'ils sont très embêtés par toutes les promesses
qu'ils n'ont pas tenues, et toutes leurs trahisons, et qu'ils essayent de
reporter cela sur les autres. Mais les citoyens, eux, y voient clair!
02.139 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Dermagne, ik wil u vragen om een boodschap over te brengen aan de heer Magnette. Kunt u aan hem zeggen dat hij très mal placé is om hier zijn show te geven over Les Engagés? U hebt het over le taux d'emploi die daalt. Weet u waarmee dat te maken heeft? Onze bedrijven hebben hoge energiekosten omdat u te lang gedraald hebt over kernenergie. Onze bedrijven hebben gigantisch hoge bruto loonkosten in vergelijking met de buurlanden vanwege uw architectuur. Mensen zijn heel lang niet bereid geweest om te werken omdat u ervoor gezorgd hebt dat de uitkeringen vaak hoger zijn dan de minimumlonen. Wij zijn dat hier samen met Les Engagés aan het omkeren, net om le taux d'emploi omhoog te krijgen. Kunt u dus aan de heer Magnette zeggen dat hij très mal placé is?
02.140 Pierre-Yves Dermagne (PS): Venant d'un expert en mauvais placements, monsieur Ronse…
J'y reviens, malheureusement pour vous et malheureusement surtout pour la population belge, les chiffres sont têtus. Les statistiques, les pourcentages sont têtus, monsieur Ronse, et les expressions directes des femmes et des hommes de ce pays sont aussi claires et dures vis-à-vis des mesures de votre gouvernement, parce que ces mesures sont à la fois injustes et inefficaces.
J'en viens maintenant, si vous me le permettez, à l'inefficacité des mesures.
02.141 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Dermagne, we delen de analyse dat we er op dit moment ongelofelijk slecht voor staan. We verliezen inderdaad jobs, maar beeldt u in dat u nog minister van Werk zou zijn op dit moment, de arbeidskosten zouden nog hoger worden en niet-werken zou nog interessanter worden gemaakt dan werken.
Zelfs uw eigen voorzitter, de heer Magnette, heeft in de krant gezegd dat hij onze wet inzake de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd niet teruggedraaid ziet worden. Ik voorspel u hetzelfde voor onze pensioenhervorming. Als de PS ooit weer aan de macht komt, zult u ook die hervorming niet terugdraaien.
Weet u dat wij op dit moment het vuile werk
aan het opknappen zijn en de grote hervormingen doorvoeren om de sociale
welvaartsstaat en de sociale zekerheid te redden? Ik hoop dat u dat in het
debat ook zult erkennen. Dank u
wel.
02.142 Anne Pirson (Les Engagés): Je voulais simplement rappeler à M. Dermagne que créer de l’emploi, c’est aussi remettre à l’emploi, notamment dans des secteurs qui manquent de main‑d’œuvre. Le chômage doit servir de rebond vers le travail mais n'est pas un projet de vie. M. Ronse m'a devancé, mais je voulais également que vous puissiez demander à M. Magnette s’il reviendrait sur la limitation dans le temps des allocations de chômage, si un jour il revenait au pouvoir.
Ma deuxième remarque concerne les compensations pour les CPAS. Vous venez de dire que les 300 millions d’euros n’étaient pas suffisants. Vous savez pertinemment qu’il s’agit d’une enveloppe ouverte. Il a donc été décidé que le budget serait ajusté si les CPAS avaient besoin de davantage.
02.143 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, l’intervention de Mme Pirson est intéressante, parce que, moi, des enveloppes ouvertes budgétairement, je ne sais pas ce que cela veut dire. Cela n’existe pas.
L’argent, madame Pirson, il faut aller le chercher quelque part. Et c’est pour cela qu’il y a des conclaves budgétaires. C’est pour cela qu’il y a des contrôles budgétaires, parce qu’à un moment, on constate que les moyens prévus ne sont pas suffisants. Cela signifie des arbitrages politiques, des nouveaux sacrifices et des catégories de la population qui vont être sacrifiées par votre gouvernement et par votre politique.
Je le répète, des enveloppes budgétaires ouvertes, je ne sais pas ce que cela veut dire.
02.144 Anne Pirson (Les Engagés): Je suis heureuse de vous entendre dire que l’argent, il faut aller le chercher quelque part et que ce n’est pas un puits sans fond. Parce que, quand on vous entend depuis plusieurs mois, on a l’impression que la Belgique n’a aucun problème budgétaire.
Le PS donne vraiment l'impression que la Belgique n’a aucun problème budgétaire et qu’on peut continuer à puiser et encore puiser pour distribuer, alors que notre pays est en difficulté financière. Nous ne sommes pas les seuls à le dire, l’Union européenne aussi.
02.145 Jean-François Gatelier (Les Engagés): Monsieur Dermagne, vous avez évoqué, dans votre discours, les renoncements des partis de la majorité. Je me demande, pour ma part, si le Parti Socialiste ne renonce pas à ses propres valeurs de solidarité.
Je veux aborder ce point parce qu’en matière de santé, je constate souvent – et très sérieusement – que vous confondez solidarité et gratuité. Cela me choque profondément car, comme vous le savez, il y a toujours quelqu’un qui paie. Et celui qui paie, c’est le travailleur, à travers ses impôts, qui cotise justement pour que nous puissions assurer correctement la gestion de l’État.
En outre, la gratuité va fragiliser le système des soins de santé. C'est pourquoi nous y sommes opposés.
Nous sommes pour une gratuité responsable, qui protège les plus faibles. Ce sont surtout eux qui vont payer le prix de cette gratuité.
Je ne sais pas si c'est parce que votre aile gauche est fragilisée que vous adoptez cette position. D'ailleurs, nous l'avons remarqué depuis les derniers sondages, puisque certains de vos militants se tournent maintenant vers les communistes du PTB. Le Parti Socialiste n'a-t-il pas oublié que la solidarité ne peut pas être confondue avec la gratuité?
02.146 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, je ne vais pas rentrer dans le débat sémantique solidarité et gratuité.
Vous avez dit quelque chose d'intéressant, monsieur Gatelier. Les soins de santé, la solidarité, ce sont les travailleurs qui doivent la payer. Notre volonté est que ce ne soit pas uniquement les travailleurs et les travailleuses qui payent effectivement cette solidarité; c'est d'aller chercher l'argent là où il se trouve, chez les vraies épaules larges – pas les gens qui gagnent un peu plus de 2 500 euros nets par mois, pas chez des infirmières et des infirmiers, pas chez des enseignantes et des enseignants, pas chez des comptables, etc.
Ce que nous voulons, c'est faire contribuer le gros capital, les ultra-riches, les multinationales, les secteurs ou les entreprises qui réalisent des bénéfices de crise, qui profitent de moments de crise, comme on l'a vécu à la sortie du covid ou avec les conséquences de la guerre en Ukraine. C'est cela, notre modèle de société, monsieur Gatelier. Ce n'est effectivement pas aller chercher systématiquement dans la poche des travailleurs et des travailleuses. C'est aller chercher l'argent là où il se trouve réellement, c'est-à-dire chez les très riches.
02.147 Jean-François Gatelier (Les Engagés): Eh bien, vous allez donc abonder dans le sens des réformes de l'Arizona, puisque, à l'horizon 2030, les réformes vont permettre d'aller chercher jusque 2 milliards d'euros chez les épaules les plus larges, ce que n'ont jamais fait les partis de gauche dans ce pays.
Le président: M. Magnette a demandé la parole.
02.148 Paul Magnette (PS): Monsieur le président, c’est un fait personnel, puisque j'ai été interpellé directement.
Madame Pirson, j'ai été chez les jésuites. La mauvaise foi, les syllogismes et l'hypocrisie, je connais, mais au niveau auquel vous les placez, c'est quand même du jamais vu!
Ce que nous avons dit, c'est que, même si l'on restaurait le chômage illimité dans le temps, cela ne réglerait rien pour les 200 000 personnes que vous avez sanctionnées. Ces 200 000 personnes ont perdu leur droit et elles ne le retrouveront pas. Il faut d'autres solutions – celles que nous proposons – pour les remettre à l'emploi.
Vous nous dites que les 200 000 personnes qui sont exclues retrouveront un travail. Il faut me les montrer! Je peux vous dire qu’à Charleroi, c'est la file devant les CPAS. Plus de la moitié ont droit au CPAS et ne retrouvent pas d'emploi. Non, vous ne les menez pas au travail! Vous les conduisez dans la misère. C'est cela que vous faites! C'est bien pire encore que toutes les mesures qui existaient auparavant.
02.149 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, j'en viens au cœur de cet exercice, même si on peut douter de sa valeur et de sa pertinence.
Le président: Avant que vous n'entamiez un autre chapitre, monsieur Dermagne, je donne la parole à M. De Maegd qui souhaite intervenir.
02.150 Michel De Maegd (Les Engagés): Monsieur le président, j'entends M. Magnette qui est effarouché par un fait personnel. M. Magnette a géré pendant toutes ces années la situation à Charleroi et se plaint de la situation économique et de l'emploi à Charleroi. Monsieur Dermagne, pourriez-vous demander à M. Magnette qui a géré la situation à Charleroi avant que M. Thomas Dermine du Parti Socialiste était aux affaires à Charleroi? Il faudrait peut-être qu'il s'en souvienne.
Et pour abonder dans le sens de mon collègue Gatelier qui rappelle les 2 milliards que l'on va chercher à l'horizon 2030, nous, ce dont vous rêviez, nous le faisons sous l'Arizona. L'Arizona réalise ce dont le PS a toujours rêvé, mais qu'il n'a jamais fait. Nous allons chercher ces 2 milliards à l'horizon 2030 sous les épaules les plus larges: la taxation sur les plus-values, sur les comptes-titres, la lutte contre la fraude fiscale par le parquet financier. Et vous, chers amis socialistes, qu'avez-vous fait à part les slogans? C'est une vraie question.
02.151 Pierre-Yves Dermagne (PS): Je vois que M. De Maegd s'exprime avec la foi des nouveaux convertis. Il a, dans son chef, la lourde tâche d'assumer à la fois le passé et le passif de son parti d'origine, le MR, et à la fois le passé et le passif historique de sa nouvelle formation, Les Engagés, alias cdH, PSC, etc.
Pour le reste, à nouveau, je pense qu'on a une majorité qui est à l'œuvre et qui veut détruire de l'emploi. Je ne vais pas me substituer aux huissières et aux huissiers de ce Parlement qui font un excellent travail, et j'en profite pour les remercier à l'instant. Merci beaucoup. Permettez-moi dès lors de ne pas être le messager continuel, même si cela me fait plaisir d'échanger avec mon président de parti et par ailleurs ami, Paul Magnette.
Le président: Monsieur De Maegd, avez-vous encore une réplique?
02.152 Michel De Maegd (Les Engagés): Monsieur le président, bien entendu, je pourrais répondre. Le problème, c'est que je n'ai pas reçu de réponse à ma question, puisque M. Dermagne ne veut pas faire le huissier avec son président de parti et passer le message. Je lui avais posé une question précise. Apparemment, il ne se souvient pas de la personne qui a géré la ville de Charleroi qui est aujourd'hui, après son passage, dans un si mauvais.
Je tiens à préciser qu'il n'y a pas de fait personnel, puisque c'est une question que je pose à M. Dermagne. J'acte qu'il ne m'a pas répondu à cette question, Monsieur le président, une absence de réponse est bien souvent plus éloquente qu'une réponse en elle-même.
Le président: Vous pouvez réagir sans problème, monsieur Magnette.
02.153 Paul Magnette (PS): Je vous réponds, monsieur De Maegd, puis nous passerons à autre chose, car les débats doivent rester sérieux. Oui, j’ai été bourgmestre de Charleroi pendant 12 ans et j’en suis très fier. En 12 ans, malgré la fermeture de Carsid et celle de Caterpillar – des décisions prises par des multinationales lointaines qui ont mis des milliers de travailleurs sur le carreau –, nous avons créé plus de 10 000 emplois à Charleroi, et j’en suis fier. Lorsque nous reviendrons au gouvernement, nous ferons ce que nous avons fait avec M. Dermagne: nous soutiendrons les entreprises, nous mettrons en place un véritable plan industriel avec un plan de relance et nous recréerons des dizaines et des centaines de milliers de postes de travail.
Sur les pensions, puisque M. Ronse m’avait interpellé à ce sujet, nous remettrons évidemment en cause vos réformes lorsque nous reviendrons au gouvernement. Il est hors de question de suivre la voie que vous avez tracée, qui pousse tout le monde à travailler toujours plus et toujours plus longtemps pour une pension plus faible, et qui conduit en réalité vers la maladie. Vous ne ferez pas un euro d’économie, vous allez simplement transférer les dépenses des pensions vers les dépenses de santé. Ce n’est pas une solution. Nous, des solutions, nous en avons.
Le président: Vous pouvez poursuivre, monsieur Dermagne.
02.154 Pierre-Yves Dermagne (PS): Cela me permet d’embrayer sur ce que les membres des Engagés viennent d’évoquer. Ils sont manifestement sensibles au chant des sirènes psalmodiés par certains membres du gouvernement, par le premier ministre qui parle de 2030 et d’un avenir prétendument radieux.
Mesdames et messieurs les parlementaires de la majorité, vous êtes les derniers à croire ce récit. Vous êtes les derniers à penser que vous améliorez structurellement la situation de ce pays, de ses finances publiques et de la solidarité. Le budget devait être la masterclass de l’Arizona, de ce gouvernement. Un premier ministre N-VA, un vice-premier ministre N-VA aux commandes des Finances, un représentant éminent du cd&v au Budget, Les Engagés de retour au fédéral, le MR à l’Emploi et à l’Économie, comme en Wallonie. On nous avait expliqué qu’on allait voir ce qu’on allait voir, que la gestion publique allait être exemplaire sans les socialistes, que le déficit serait ramené sous les 3 % d’ici la fin de la législature. Bref, les ingénieurs étaient là, ils avaient pris les commandes.
Aujourd’hui, on voit à quoi mènent les décisions et la politique de cette majorité. Le déficit ne diminue pas, contrairement à ce qui est affirmé dans vos rangs. Au contraire, vous le creusez largement entre 2024 et 2029. En quatre ans, madame Pirson – le temps que j’ai passé à la tête du ministère de l’Économie et du Travail –, vous allez doubler ce déficit.
Vous allez doubler le déficit de l'État belge tout en prenant des mesures injustes et inhumaines vis-à-vis de toute une série de catégories de population. Cette trajectoire budgétaire que vous revendiquez comme ayant été améliorée, vous ne l'améliorez pas, vous l'aggravez. Ce n'est pas moi qui le dis, c'est la Cour des comptes. Je la cite: "La viabilité des finances publiques n'est pas assurée. Les hypothèses concernant le chômage sont fragiles. Le financement de la Défense reste flou. La lutte contre la fraude est inscrite dans la trajectoire sans plan précis."
Tout à l'heure, il a eu quelques questions de politique-fiction. Prenons 30 secondes pour faire un peu de politique fiction. Imaginez-vous un premier ministre francophone, avec un déficit doublé. Imaginez-vous un ministre socialiste du Budget avec un tel rapport de la Cour des comptes, avec de tels critiques qui fusent depuis tous les bancs: les académiques, les institutions indépendantes, etc. Ces ministres, s'ils avaient été francophones et en plus socialistes, ils auraient été cloués au pilori!
Et vous, face à ces faits, ces avis, chiffres et analyses, on voit que vous êtes mal à l'aise. Vous venez au Parlement à reculons, et que, sous les enjeux budgétaires et fiscaux, il est très compliqué d'avoir des réponses claires. Nous sentons l'embarras qui est le vôtre.
Il y a quand même quelques parades à ces faits et chiffres catastrophiques et aux conséquences de votre politique. On a tout d'abord un premier ministre qui adopte une posture particulière. C'est dommage qu'il ne soit plus là, j'aurais aimé lui rappeler une petite référence historique.
(…): (…)
02.155 Pierre-Yves Dermagne (PS): Je ne critique pas son absence, monsieur Ronse, je regrette simplement qu'il ne soit pas présent. Je vous invite à lui faire part des propos que je vais donner.
02.156 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Dermagne, u vraagt om ons een francofone eerste minister van de PS in te beelden. Ik heb dat net even gedaan. We zouden uit de NAVO liggen, want jullie zouden niet meewillen in de verhoging van het defensiebudget. We zouden de bedrijven veel meer belasten, in een economie en in een geopolitiek situatie waarin we nu al de farma- en de chemiebedrijven zien kreunen. Vier jaar een handelstekort hebben, zou leiden tot een enorm jobtekort. In plaats van de werkbonus, de belastingvrije som optrekken, zouden jullie de uitkeringen optrekken.
Ik meen, mijnheer Dermagne, dat dit land op dit moment, niet virtueel maar volledig failliet zou zijn met een francofone eerste minister van de PS. Ik ben dus zeer blij dat we in deze tijden een arizonacoalitie hebben die boven de waan van de dag durft te gaan en die moeilijke beslissingen durft te nemen voor onze welvaart en voor onze competitiviteit.
02.157 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur Ronse, il se trouve que nous avons eu à la tête de ce pays un premier ministre socialiste francophone dont le bilan gouvernemental a consisté en une diminution drastique du déficit. Je vous invite à consulter le graphique publié par De Tijd voici quelques mois. Il y est démontré que tous les gouvernements fédéraux dans lesquels siégeaient des socialistes francophones avaient systématiquement réduit le déficit, malgré les circonstances difficiles et les crises. Ce fut encore le cas avec le gouvernement De Croo, donc avec la Vivaldi, dans lequel le Parti Socialiste était la première force politique francophone et dans lequel la famille socialiste constituait la première famille politique. Malgré les crises historiques inédites (covid-19, conséquences de la guerre en Ukraine, inondations en Wallonie), après avoir massivement aidé les entreprises, les travailleurs et les travailleuses ainsi que toute la population à faire face à l'explosion des coûts énergétiques – ce que votre gouvernement et votre majorité se refusent à faire aujourd'hui –, ce gouvernement a, dans un deuxième temps de la législature, réduit structurellement le déficit.
02.158 Axel Ronse (N-VA): Toen wij de deur van de 16 openden, zagen wij dat als we uw beleid zouden hebben verdergezet, we richting een begrotingstekort van 7 tot 8 % zouden zijn gegaan, mijnheer Van den Heuvel. We stelden ook vast dat u ons al een kiezel in onze schoen hebt gestoken van meer dan 11 miljard aan rente op schulden die u hebt gemaakt, dat u niets hebt gedaan aan de pensioenbom die op ons afkomt, dat het u niet kon schelen of de volgende generaties nog een pensioen zouden hebben of niet en dat u niets hebt gedaan om het soort inactiviteit en cliëntelisme dat u jarenlang hebt geïnstalleerd in steden zoals Verviers, waar mensen die hun enkel breken acht jaar lang een ziekte-uitkering kunnen krijgen, uit de wereld te helpen. Ik ben zelf afkomstig uit Kortrijk, vlakbij Moeskroen en daar zie ik ook dat het heel moeilijk om mensen naar hier te krijgen. Eindelijk waait er een nieuwe wind door dit land en u zou dat moeten toejuichen.
Le président: Madame Tourneur, vous avez la parole.
02.159 Aurore Tourneur (Les Engagés): Chers collègues, je vous ai entendu dire que nous étions un peu mal à l'aise, que nous longions les murs... Je ne pense pas du tout que ce soit le cas. En effet, nous nous tenons aujourd'hui droits devant vous et nous prenons nos responsabilités, la tête haute. Nous étions d'ailleurs présents en nombre ce matin à 9 h 00, contrairement aux membres de votre groupe politique. Je trouve important de dire les choses: il ne suffit pas de voir la paille dans l'œil de son voisin, il faut aussi pouvoir voir la poutre dans le sien.
Je voulais juste vous reparler de la Cour des comptes. Son rôle est de critiquer le travail du gouvernement, ce qui est sain et important. Vous souvenez-vous de ce que la Cour des comptes avait dit lors de l'élaboration des budgets du gouvernement Vivaldi? En bref, elle disait que le gouvernement allait droit dans le mur. Et que nous dit-elle aujourd'hui? Elle nous dit que notre budget est globalement crédible, ce qui est tout de même nettement différent.
02.160 Pierre-Yves Dermagne (PS): Il y a manifestement des réalités ou des vérités alternatives. J'ai moi-même lu l'avis de la Cour des comptes et n'ai trouvé nulle part les positions évoquées par Mme Tourneur. C'est du reste assez cocasse car j'allais, dans la suite de mon intervention, monsieur Ronse, évoquer le fait que la parade de ce gouvernement et de cette majorité depuis le début, c'est à la fois les excuses et la posture.
Les excuses avancées sont le contexte international et la nécessité d'investir davantage en matière de défense. Vous avez rappelé les engagements vis-à-vis de l'OTAN. Vous, cette majorité et ce gouvernement avez fait le choix de vous mettre à genoux devant le président des États-Unis. Vous êtes responsable de cette position et de ses conséquences, non seulement aujourd'hui mais aussi demain, avec la charge qui pèsera sur les générations futures et les prochaines majorités.
S'agissant du contexte international, je voudrais ajouter à l'adresse de M. Ronse et avant que M. Lasseaux ne prenne la parole, que c'est une fausse excuse. La nécessité d'investir 2 % du PIB en matière de défense est une fausse excuse. Il suffit pour s'en convaincre de lire votre accord de gouvernement et vos tableaux budgétaires. Je vois le ministre Jambon se réveiller en se demandant ce qui se passe. Monsieur Jambon, comme vous le savez – et je regrette que le ministre Van Peteghem soit parti – ces 2 % figuraient déjà dans les tableaux budgétaires de votre accord de gouvernement, leur objectif étant de réduire le déficit à 3 % à l'horizon 2029. Ces 2 % ne peuvent donc pas être systématiquement allégués pour justifier la dégradation des finances publiques par les besoins supplémentaires en matière de défense. Ce n'est pas ce qui figure dans votre accord de gouvernement ni dans vos tableaux budgétaires, puisque ces 2 % étaient déjà intégrés dans la base et devaient permettre d'atteindre un déficit inférieur à 3 %. Ça, c'est la première excuse.
02.161 Aurore Tourneur (Les Engagés): Vous me parlez du président Trump alors que je vous parle de la Cour des comptes.
Que nous dit encore la Cour des comptes? Que nous respectons les 2 % en matière de dépenses au niveau des normes de l'OTAN et que nous sommes dans les clous au niveau de l'Europe en matière de critères de dépenses nettes. Elle évoque également à plusieurs reprises un investissement important en matière de justice et de soins de santé. C'est quelque chose dont nous sommes fiers.
02.162 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur Dermagne, je crois qu'il faut être aveugle voire sourd pour continuer de croire que ce gouvernement pouvait choisir de ne pas réinvestir dans la Défense. Les journaux télévisés nous parlent tout de même suffisamment de la situation géopolitique dans laquelle nous nous trouvons. Le monde est en feu, et le Parti Socialiste se met la tête dans le sable en clamant que nous faisons des choix qu'il ne partage pas. Peut-être devriez-vous lire la presse de manière un peu plus précise. On a en effet pu se rendre compte dernièrement que 70 % des Belges sont d'avis qu'il faut impérativement réinvestir dans la Défense. Ces 70 % de Belges ont peur, non pas de vos déclarations et de vos discours un peu haineux selon lesquels ce gouvernement s'attaque uniquement aux petits et met tout en place pour les appauvrir – alors que, comme cela a été rappelé tout à l'heure, une taxe sur la plus-value a désormais été instaurée qui permettra d'aller chercher dans la poche des personnes les plus aisées –, mais ils se rendent compte qu'au niveau de la Défense, il faut réinvestir.
De plus, il s'agit en réalité d'une décision qui a été prise en 2014, à la sortie du gouvernement Di Rupo, mais qui n'a pas été mise en application depuis. Nous prenons donc des responsabilités et devenons un bon élève de plus dans la grande cour qu'est l'OTAN pour pouvoir faire face à nos obligations. Les Américains ont annoncé qu'ils ne quitteraient pas l'OTAN mais qu'ils laisseraient davantage l'Europe se défendre parce qu'ils se concentreraient sur la région indopacifique. Nous devons dès lors prendre nos responsabilités, ce que nous faisons.
Le président: Monsieur Dermagne, vous souhaitez réagir aux propos de M. Lasseaux.
02.163 Pierre-Yves Dermagne (PS): J'invite M. Lasseaux à écouter ce que j'ai dit précisément. Je n'ai pas dit qu'il ne fallait pas investir de manière supplémentaire et croissante dans la Défense. Nous avions du reste commencé à le faire sous la ministre Dedonder et ce, après des années d'une législature d'économie, avec un ou plusieurs ministres N-VA à la tête du département de la Défense. C'est bien la ministre Dedonder qui a lancé le plan STAR. C'est elle qui a construit une stratégie avec nos entreprises de défense en Belgique, et en particulier en Wallonie.
Nous ne sommes pas du tout contre l'idée, monsieur Lasseaux, mais nous voulons réaliser ces investissements de manière intelligente pour que chaque euro investi dans la Défense bénéficie effectivement à l'économie belge, aux travailleurs et aux travailleuses belges et qu'il y ait des retombées ici, et non dans l'Amérique de M. Trump.
02.164 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): On peut certainement parler du plan STAR, mais on peut aussi parler des investissements qui ont été lancés avant. D'ailleurs, vous ne manquez pas de les critiquer à différents moments, lors des commissions, pour préciser, notamment, que le plan CaMo (capacité motorisée) va coûter beaucoup plus cher que ce qui avait été prévu. De fait, l'analyse n'avait pas été faite de la même manière que celle qui est faite maintenant, au niveau des F-35.
Néanmoins, c'est ce que vous faites passer à la population en disant qu'il n'y a pas d'investissement qui se fait dans la défense belge. Quand je dis la défense, je parle de l'industrie. Que du contraire! Nous avons pu le voir avec le salon BEDEX, avec le nombre d'industries belges qui étaient présentes, tout à fait conscientes des enjeux et qui investissent, ce qui amènera des efforts supplémentaires au niveau économique, de manière positive, en créant de l'emploi en Belgique.
Le président: Madame Schlitz, je vous donne la parole, mais je vous prie de ne pas réagir aux propos du groupe des Engagés, sinon M. Dermagne doit rester passif. Poser une question à M. Dermagne est en revanche évidemment possible.
02.165 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): J'ai une question pour M. Dermagne. J'ai eu beau retourner le budget dans tous les sens. J'ai trouvé, en effet, les victoires du MR dans ce budget: les 5 milliards pour le ministre Quintin, le saut d'index partiel. La N-VA aussi: 10 milliards pour Theo Francken, un chèque en blanc pour investir dans la Défense. Pour le cd&v, il y le refinancement de la Justice, avec 2 milliards. Par contre, je n'arrive pas à trouver les victoires des Engagés.
Le président: Madame Schlitz, Les Engagés vont défendre leur point de vue. Vous pourrez alors poser des questions. Mais il est un peu difficile pour M. Dermagne d'expliquer que Les Engagés ont gagné beaucoup de points avec l'accord de gouvernement.
Je donne la parole à M. Nuino qui souhaite poser une question.
02.166 Ismaël Nuino (Les Engagés): Monsieur Dermagne, je voulais revenir sur la question des 2 % de PIB pour la Défense. Vous avez dit que c'était un choix politique. C'est vrai, et ce choix politique est posé par un concert de nations qui décident de se défendre de la manière la plus claire possible.
J'étais hier à une conférence à Louvain-la-Neuve, où j'ai entendu un responsable politique – vous allez deviner qui – dire qu'il faut reconnaître que les responsables politiques sont confrontés jour après jour à des décisions difficiles. Il le disait en réponse au PTB, qui avait critiqué le va-t-en-guerre de la Belgique. C'était Elio Di Rupo, qui affirmait qu'on devait pouvoir prendre des choix responsables quand c'est nécessaire.
Si vous étiez au gouvernement aujourd'hui, monsieur Dermagne, auriez-vous décidé d'investir ces 2 %; au moins, sachant que l'OTAN demande 3,5 %? Ensuite, vous parlez du matériel américain. Vu que vous étiez au gouvernement précédemment, auriez-vous décidé d'acheter des Rafales alors que nous avons déjà des F-35?
Face à l'épreuve de la réalité, quelle décision aurait prise le PS en matière de défense pour répondre aux objectifs qui aujourd'hui doivent nous mener à mieux nous sécuriser?
02.167 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, chers collègues, remarquez qu'on interroge l'opposition sur ce qu'elle aurait fait, pour se dédouaner des décisions qui ont été prises! C'est assez cocasse.
Monsieur Nuino, pour être très clair, nous nous sommes toujours inscrits dans la logique des 2 %. Mais nous avons toujours dit qu'il fallait le faire de manière intelligente. Sur les F-35, vous connaissez notre position. De nombreux pays ont deux flottes de chasseurs. Ils ont acheté des F-35 sous la pression américaine, à un certain moment, et ont par ailleurs d'autres types d'avions à réaction et de jets pour exercer des missions qui sont celles, à 95 %, d'une force aérienne classique qui n'est pas soumise aux ordres de la force aérienne américaine.
Madame Tourneur, je vous invite vraiment à lire l'avis de la Cour des comptes, de la première page à la dernière, et à réécouter les auditions qui ont eu lieu avec les conseillers de la Cour. La Cour des comptes est critique, c'est son métier. Mais il y a une différence entre un rapport de 10, 20, 50, ou de 200 pages! À chaque page, chaque ligne, chaque paragraphe, la Cour des comptes constate le manque de rigueur, de transparence budgétaire, la justification bancale des rendements et des décisions prises. Il y a vraiment une différence entre un rapport normalement critique, comme c'est le cas avec la section Législation du Conseil d'État, et un rapport cinglant, qui vous renvoie à vos études.
La preuve, madame Tourneur, que la Cour des comptes avait malheureusement raison, c'est qu'il n'a même pas fallu attendre le vote du budget pour se rendre compte que cela ne tenait pas la route. Votre réforme de la TVA a été recalée par le Conseil d'État: 500 millions de perdus. Tant mieux pour la population belge, tant mieux pour la classe moyenne qui ne sera pas – en tout cas pour l'instant – à nouveau attaquée dans son portefeuille par votre majorité.
Mais vous avez vous-même reconnu, ainsi que le premier ministre, que cette réforme de la TVA ne tenait pas la route et qu'il fallait y retravailler. On ne sait pas quand ni comment ce sera fait. Ce que nous pouvons présumer, madame Tourneur et monsieur le ministre des Finances, c'est que ce seront à nouveau la classe moyenne, les travailleurs et les travailleuses qui seront visés et touchés.
02.168 Ismaël Nuino (Les Engagés): J'avais presque oublié que j'avais posé une question, car vous avez du mal à y répondre quand j'en pose une.
J'entends que vous vous inscrivez dans la volonté d'investir ces 2 %. La question très pratique que je vous pose alors, c'est pourquoi vous ne l'avez jamais fait. Jamais vous n'avez inscrit ces 2 % dans les budgets, et aujourd'hui vous nous reprochez que nous le fassions réellement.
La conclusion que nous pouvons en tirer, monsieur Dermagne, c'est que les critiques que vous formulez aujourd'hui et ce que vous dites que vous ferez dans trois ou quatre ans, si vous êtes de nouveau au gouvernement, ne sont que des vœux pieux. Vous affirmez que vous aimeriez le faire; cependant, quand vous êtes au pouvoir, vous ne le mettez pas en place.
Sur les F-35, je note que vous auriez préféré autre chose, alors que tous les experts disent qu'il est impossible de maintenir deux flottes dans un si petit pays que la Belgique.
02.169 Pierre-Yves Dermagne (PS): Et l'Allemagne?
02.170 Ismaël Nuino (Les Engagés): Concernant l'Allemagne, peut-être que nous avons le même nombre de malades de longue durée, mais nous n'avons pas la même taille, ni les mêmes investissements en Défense!
Vous promettez un investissement de 2 % dans notre Défense, mais vous ne l’avez jamais réalisé.
Le président: Poursuivez, monsieur Dermagne.
02.171 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur Nuino, nous n’allons pas refaire le débat sur le F-35 car les visions et les positions sont divisées. De nombreux experts estiment qu’il s’agit d’une laisse vis-à-vis des États-Unis, tant sur le plan technologique que politique. Il est possible d’envisager une flotte limitée de F-35 pour les missions imposées dans le cadre de l’OTAN et de recourir à des appareils moins coûteux pour la grande majorité des missions quotidiennes d’une force aérienne classique. Par ailleurs, compte tenu de la taille du territoire – que vous faites bien de mentionner –, la Belgique est déjà trop exiguë pour ce type d’appareil.
En ce qui concerne les investissements en défense, les choses étaient claires. Avec la ministre Dedonder – dont je me réjouis de la présence –, nous nous inscrivions dans une trajectoire d’augmentation vers 2 %, mais de manière progressive et intelligente. En effet, lorsqu’on passe brutalement à 2 %, on achète sur étagère, et donc aux États-Unis. C’est d’ailleurs la stratégie poursuivie aujourd’hui par le président Trump, qui ne s’en cache plus. Vous êtes tombés dans ce piège, alors que tous les pays européens ne s’y sont pas engagés de la même manière. Je citerai l’exemple de l’Espagne de Pedro Sánchez et ça vous fera rire, qui a refusé de céder à ce chantage politique et économique.
Vous invoquez également l’héritage du gouvernement précédent. C’est devenu la carte joker de M. De Wever et de la majorité, son excuse favorite. Je cite le premier ministre et le ministre du Budget: "Nous avons enrayé la dégradation de la trajectoire à politique constante." Si vous me le permettez, je vais traduire cette formule un peu obscure et – il faut bien le reconnaître – pompeuse. C’est Mme Bertrand qui l’avait évoqué lors de nos précédents débats budgétaires puisque c’est face à elle qu’était systématiquement brandi le joker de la responsabilité du gouvernement précédent. Elle signifie, en réalité, que vous vous félicitez d’une trajectoire budgétaire qui – sur le papier uniquement, puisque nous savons tous qu’elle est fictive, qu'elle ne sera ni rencontrée ni réalisée – est moins mauvaise qu’un scénario dans lequel le pays aurait fonctionné pendant cinq ans sans gouvernement. Autrement dit, ce gouvernement de plein exercice compare son action à celle d’un gouvernement en affaires courantes, aux pouvoirs limités et à la capacité d’action fortement réduite.
Vous reconnaîtrez que la performance était facile à réaliser: se comparer à un gouvernement en affaires courantes pendant cinq ans qui ne prendrait aucune décision, où il n'y aurait aucune adaptation des politiques comme on le fait normalement quand on est à la tête d'un gouvernement et d'un pays, au moins tous les six mois, avec les conclaves et les contrôles budgétaires. Vous avez choisi cette comparaison. On voit clairement que cette excuse ne tient pas la route.
Excuse n° 3, le solde de financement se creuse à cause des charges d'intérêts liées à la dette, mais le solde primaire, c'est-à-dire le solde avant les charges d'intérêts, diminue. Comme M. Vandeput l'a évoqué à cette tribune, là encore, les chiffres disent autre chose. Le solde primaire qui était de - 2,1 % du PIB en 2024 devrait atteindre - 2,8 % en 2030. Autrement dit, monsieur le ministre, mesdames et messieurs les parlementaires de la majorité, le déficit primaire de votre budget, de votre gouvernement se dégrade, lui aussi, de plusieurs milliards.
Alors, vous pouvez continuer à chercher des excuses, à sortir les rames. On a un gouvernement qui rame. Manifestement, on l'a encore vu ces derniers jours, l'ensemble des ministres ne rament pas forcément, toutes et tous, dans la même direction. Mais ces rames, qu'il s'agisse des investissements supplémentaires nécessaires en défense, de la situation internationale, de la responsabilité bien entendu du gouvernement précédent et pas de tous les autres, des charges d'intérêts… je pense qu'à un moment, il faudra regarder la réalité en face.
Le président: Monsieur Dermagne, M. Vandeput a une question.
02.172 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer Dermagne, ik hoor het u graag zeggen. U vergelijkt met de situatie uit het verleden en zegt dan dat het primair saldo zal eindigen op 2,8 %. Durft u ook te zeggen waar het geëindigd zou zijn met uw beleid?
02.173 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur Vandeput, je l'ai évoqué juste avant que vous n'arriviez. En fait, l'élément de comparaison de votre gouvernement, c'est une trajectoire budgétaire d'un pays sans gouvernement ou avec un gouvernement en affaires courantes qui n'aurait aucune capacité de décision et d'acte à poser. C'est très facile de se comparer à un gouvernement qui est en affaires courantes et qui n'aurait pris aucune décision pendant quatre ans. Tel est votre point de comparaison. Monsieur Vandeput, à vaincre sans péril, on triomphe sans gloire. Très sincèrement, se comparer à un gouvernement en affaires courantes pendant près de cinq ans, vous m'aviez habitué à mieux et à plus ambitieux. Mais bon, voilà, c'est ainsi depuis un peu plus d'un an maintenant, avec votre majorité et avec votre gouvernement.
02.174 Steven Vandeput (N-VA): Dat is wat wij zien in Brussel.
02.175 Pierre-Yves Dermagne (PS): Fini les excuses et les rames, messieurs les ministres. Ce qu'il faut, c'est changer de cap. Il faut aussi changer d'attitude dans le chef du premier ministre. Ce à quoi on a assisté ces dernières semaines est quand même du jamais vu, en tout cas de ma mémoire de politicien de 45 ans. On a un premier ministre qui a adapté ou réinterprété la théorie d'Ernst Kantorowicz, ce philosophe politique allemand, qui a théorisé Les Deux Corps du Roi. Il y a donc le roi, l'homme, ou la reine, la femme. Ils sont charnels, faillibles, mortels, ils doutent et commettent des erreurs. Puis, nous avons la figure symbolique du roi: infaillible, transcendante, etc.
Nous avons un premier ministre qui réinterprète au quotidien la théorie des Deux Corps du Roi. On a "Les Deux Corps de Bart De Wever". Nous avons le Bart De Wever premier ministre qui peine à imprimer une dynamique à sa majorité, à imprimer de la cohésion au sein de sa majorité, à faire des propositions qui tiennent la route et qui sort d'un conclave budgétaire avec une réforme de la TVA que personne n'a comprise. Et puis, nous avons l'autre corps de Bart De Wever, réfugié sur son Aventin anversois, qui commente les actions de son propre gouvernement comme un observateur et pas comme l'acteur qu'il est par nature et par fonction en ayant accepté la charge de premier ministre de ce pays.
On ne peut pas être deux fois Bart De Wever! On ne peut pas être le Bart De Wever du kern et du Conseil des ministres, qui aboutit sur des accords qui n'en sont pas, qui présente une épure budgétaire qui ne tient absolument pas la route, qui n'arrive pas à tenir sa majorité, où l'on voit des ministres prendre des décisions en dehors de la délibération du Conseil des ministres et être le Bart De Wever tel qu'il a toujours été, tel qu'il était sous la "Suédoise" de Charles Michel, ou quand à distance, il commente en majesté en donnant des bons points ou surtout des mauvais points aux membres de son gouvernement, à l'exception de ceux de sa formation politique, monsieur Vandeput.
C'est du jamais vu! Un premier ministre qui s'exonère lui-même des décisions prises par son propre gouvernement, c'est du jamais vu.
Le premier ministre, dont je regrette qu'il soit absent à l'instant, doit sortir de cette posture. Il doit mettre fin à l'usage d'excuses telles que je les ai détaillées – mais vous m'aviez devancé, chers membres de la majorité – pour enfin assumer la responsabilité qui est la sienne aujourd'hui, celle qu'il a acceptée d'assumer, celle qu'il a peut-être aussi voulue avec d'autres desseins que celui de diriger ce pays, monsieur Jambon; mais il doit assumer ses responsabilités, ses décisions, ses échecs, ses retards. Ce sont ceux de son gouvernement, et donc ce sont les échecs, les renoncements et les retards du premier Bart De Wever.
Avant-dernier point, monsieur le président, chers collègues: les conséquences de la politique de cette majorité et de ce gouvernement, c'est aussi des services publics en danger. Nous l’avons vu lors de ce conclave, une des variables d'ajustement budgétaire, au-delà des finances et du portefeuille de la classe moyenne, a été les services publics de ce pays, avec des économies qui sont inscrites sans vision claire.
Il y a 300 millions d'économies via la réorganisation des autorités fédérales; 175 millions via le non-remplacement; 284 millions supplémentaires via l'augmentation des cotisations patronales. Tout cela, sans aucun plan précis de la part de la ministre de la Fonction publique, mais aussi des différents ministres compétents, et sans que ces ministres, ces départements, aient pris en compte les conséquences concrètes pour les services et les compétences exercées sur le terrain.
Pour la police, la hausse des cotisations patronales pourrait signifier 800 recrutements en moins, alors qu'on sait qu'on a besoin de plus de policières et de policiers. On sait qu'on a besoin d'injecter des moyens pour des profils spécialisés, notamment dans la lutte contre la grande criminalité et le narcotrafic; mais votre décision, c'est 800 recrutements en moins.
Pour la justice, une perte de 101 millions d'euros. Pour la défense, presque 300 millions d'euros à l'horizon 2034.
Quelle a été la réponse du ministre du Budget quand nous l'avons interrogé en commission sur les impacts concrets pour les différents départements, et singulièrement les départements liés à la sécurité – qui, selon toute une série de déclarations fermes, viriles des membres de la majorité, seraient renforcés et ne subiraient pas d'économies? Le ministre du Budget a répondu que les services devront compenser sur d'autres crédits. Cela signifie que, même au niveau de la police, même au niveau de la justice, même au niveau de la défense, vos mesures auront pour conséquence des économies supplémentaires, et donc moins de moyens, moins de personnel, moins d'actions sur le terrain pour garantir la sécurité de la population belge, pour lutter contre la fraude fiscale et la fraude sociale, pour permettre tout simplement à notre justice de fonctionner de manière correcte et décente.
Mesdames et messieurs les membres de la majorité, la sécurité, la défense, la justice ne sont pas uniquement des slogans, des postures, des discours le jeudi après-midi au moment des questions d'actualité face aux caméras. Ce ne sont pas des slogans. Ces compétences – sécurité, défense, justice – demandent bien entendu des moyens. Les moyens, on l'a vu, sont insuffisants, mais ils demandent aussi une vision. Et malheureusement, chers membres de la majorité, vous n'avez ni l'un ni l'autre.
Chers collègues, après environ un an, et quelques minutes passées à cette tribune, le tableau de la politique de l'Arizona est déjà particulièrement sombre. Mais, et je suis au regret de devoir le dire, le pire est à venir. Car la droite francophone et la droite flamande ont déjà démontré ce que leur alliance pouvait donner avec l'impact du tax shift de la Suédoise. M. Jambon s'en souvient. On l'a vu, et cela a été documenté. Le premier ministre actuel, qui était le shadow premier ministre à l'époque, a théorisé la manière dont ce tax shift a été mis en place et non financé avec des conséquences conscientes dans le chef du président de la N-VA de l'époque, et aujourd'hui premier ministre. Ces conséquences consistaient à affaiblir les finances publiques pour faire en sorte que des économies soient à nouveau nécessaires. Ainsi, on irait – parce qu'au niveau du fédéral, c'est très souvent au niveau de la sécurité sociale, de la solidarité entre les Belges que la droite propose ou impose de faire des économies –, à terme, réaliser les économies nécessaires sur le dos de notre État social, sur le dos de nos filets de sécurité, sur le dos de la solidarité entre les Belges.
On le voit d'ores et déjà, et le Bureau fédéral du Plan l'a évoqué, la trajectoire de la Belgique se dégrade. Elle se dégrade jusqu'à 2029 et elle se dégrade aussi après 2029: -6,3 % de déficit au lieu des 3 % envisagés dès 2031. Je le répète, je lis les simulations du Bureau fédéral du Plan et l'objectif qui était revendiqué par votre gouvernement.
Cette dynamique de déficit qui se creuse n'est pas étonnante vu les reports de dépenses décidés très courageusement par ce gouvernement Arizona sur les prochaines majorités et sur les prochains gouvernements.
Et plus le temps passe, plus la liste des reports s'allonge, et donc le coût sur les prochains gouvernements et sur les prochaines générations. Je rappelle le report d'une tranche de la réforme fiscale pour plus d'un milliard d'euros. L'engagement d'atteindre un niveau d'investissement en matière de défense à hauteur de 5 % du PIB est reporté aussi pour les prochaines législatures.
Toujours en défense – parce que ça aussi, madame Tourneur, était pointé par la Cour des comptes –, certaines sources de financement sont particulièrement fragiles et, pour certaines, toujours pas clairement identifiées. À terme, si on passe par un financement via des ventes d'actifs, cela veut dire que l'on vend des bijoux de famille, on vend des actifs qui, année après année, ne pourront plus faire en sorte que l'État belge, que les finances publiques belges, puissent bénéficier de dividendes. Et donc, c'est un choix à court terme posé par votre gouvernement. Il renverrait à nouveau la facture aux prochains gouvernements et aux prochaines générations.
C'est aussi une politique gouvernementale qui affecte durablement notre économie parce que, contrairement à ce qui a été évoqué tout à l'heure, on ne trouve aucune mesure dans son programme, dans ses tableaux budgétaires et dans ses actions concrètes qui soit susceptible de soutenir clairement et fortement notre industrie, notre économie, nos différents marchés du travail et secteurs. Nous ne trouvons rien non plus au plan stratégique, en matière d'investissements, dans la construction à l'échelle européenne d'une véritable stratégie d'autonomie et d'indépendance vis-à-vis de la Chine, de la Russie, des États-Unis, etc. C'est donc, là aussi, une double peine pour la population. En effet, aujourd'hui, ce sont les travailleurs et les travailleuses, les retraités, les jeunes ménages qui sont perdants. Ils le sont d'ores et déjà via le saut d'index partiel, la réforme des pensions, la suppression des enveloppes bien-être, etc. Donc, ils sont d'ores et déjà frappés par ces mesures et, demain, ils seront pénalisés par la situation économique, industrielle et financière qui va continuer de se dégrader.
C'est bel et bien dans un cercle vicieux que vous conduisez les travailleurs, les travailleuses et, plus largement, la population de ce pays parce que, malheureusement, en raison de vos politiques, la prospérité, monsieur Nuino, n'est pas là; si ce n'est sur la couverture d'un livre. La prospérité ne se calcule pas uniquement au travers de tableaux Excel et ne se mesure pas simplement aux coupes dans les dépenses publiques. Elle doit se construire à travers des investissements, une stratégie économique et une véritable concertation avec les forces économiques, les acteurs syndicaux, les régions qui ont un rôle crucial à jouer en la matière. Nous invitons, du reste, certaines d'entre elles, et en particulier la Wallonie, à revoir les décisions prises dans le domaine économique, ces mêmes décisions qui sont anti-économiques, qui s'opposent au redéploiement industriel et qui ont été prises lors du dernier conclave budgétaire.
Je suis heureux de pouvoir souligner que j’en vois encore quelques-uns ici arborer un petit drapeau belge au revers de leur boutonnière. Ce qui est à l’œuvre ici aussi, avec cette majorité, ce gouvernement et ce premier ministre, c’est également moins de Belgique demain. Je vois d'ailleurs que cela fait sourire M. Jambon. La régionalisation plus ou moins cachée d’une partie de la sécurité sociale implique donc moins de Belgique demain. Le premier ministre ne s’en est d’ailleurs pas caché, particulièrement à travers les médias néerlandophones.
Des centaines de millions d’euros sont reportés sur les régions, sur les pouvoirs locaux, sur les villes, les communes et les CPAS. Ils le sont via la réforme des allocations de chômage, via la contribution décidée unilatéralement par le gouvernement fédéral et imposée aux régions – il s’agit tout de même de 500 millions d’euros – ainsi que via l’impact sur l’entité 2 – c’est‑à‑dire sur les régions, villes et communes – dans le cadre de la réforme fiscale.
Quand le ministre du Budget est interrogé en commission à ce sujet, sa réponse est la même que sur beaucoup d’autres volets de cet accord budgétaire, ou de ce soi-disant accord budgétaire: "Circulez, il n’y a rien à voir. Les décisions prises au niveau fédéral vont globalement être positives pour l’entité 2 – pour les régions et pour les villes et communes. Il serait donc normal que l’entité 2 – en particulier les entités fédérées – puisse contribuer à hauteur de 500 millions d’euros au budget fédéral."
C’est du jamais vu! Manifestement, il n’y a toujours pas eu de concertation claire entre le fédéral – qui a décidé cette contribution des entités fédérées de 500 millions d’euros – et lesdites entités fédérées. Il paraîtrait que le point devrait être abordé lors d’un Comité de concertation prochainement. Il paraîtrait que, comme dans d’autres dossiers, des courriers ont été adressés. Mais à nouveau, rien de concret. Et là aussi, ces 500 millions d’euros en matière de recettes sont hautement hypothétiques.
Alors, monsieur le président, messieurs les ministres, chers collègues, rassurez-vous, je vais tout doucement terminer, il n'est de bonne compagnie qui ne se quitte. J'en viens donc tout doucement à ma conclusion, qui fait écho aux propos du premier ministre, mais aussi aux propos tenus par M. Vandeput tout à l'heure ici à cette tribune, qui nous disait en substance: "there is no alternative".
On ne peut pas faire autrement, la politique en fait menée par ce gouvernement, ce sont comme des lois de la nature: l'eau mouille, le soleil brille, etc. Il n'y a pas d'alternative, et ce sont les seules possibilités et les seules solutions à apporter aux difficultés que traverse notre pays.
On l'a dit tout à l'heure, en politique, tout est une question de choix et de responsabilité, et nous prétendons et nous sommes convaincus qu'il existe des alternatives, qu'il est possible de faire autrement, de faire mieux, de faire plus efficace, de faire surtout plus juste, notamment à travers les recettes, faire en sorte que l'on ait une véritable taxation des ultra-riches, que l'on ait une véritable taxation des plus-values, que l'on puisse effectivement aller taxer les surprofits bancaires ou ceux de certains secteurs qui profitent de la crise et des circonstances.
Il existe des alternatives en matière de meilleures dépenses publiques, en dépensant mieux et de manière plus ciblée, notamment en matière d'aide aux entreprises. En matière économique, justement, il faut miser sur une véritable stratégie de croissance qui ne pénalise pas la demande interne, qui garantit des investissements qui bénéficient à notre économie, à définir bien entendu en concertation et en bonne intelligence avec les régions, ce que semble d'ailleurs faire la Région flamande, et ne semble pas faire, c'est un euphémisme, la Wallonie.
Il faut investir dans la transition numérique et climatique, plaider aussi au niveau européen pour de véritables budgets d'investissement en matière de transition climatique et numérique, parce qu'on sait qu'on ne réussira cette double transition qu'en y apportant des moyens importants. Ils ont été chiffrés – dans les rapports Draghi et Letta –, les montants sont plus ou moins connus – ils sont importants, ils sont même colossaux au regard des défis à relever –, et nous ne pourrons le faire qu'à travers une politique cohérente au niveau européen.
Monsieur le premier ministre, messieurs les ministres, chers collègues, force est de constater aujourd’hui que, quoi qu’il advienne de ce projet de budget périmé et dépassé, qui passe à côté des véritables enjeux, votre gouvernement est d’ores et déjà en échec. Pas de 450 ou 500 euros supplémentaires pour les travailleuses et les travailleurs. Pas d’emplois supplémentaires via la création d’activité. Pas de pensions augmentées, mais des pensions rabotées. Pas d’amélioration du bien-être des travailleuses et des travailleurs, mais des conditions de travail détériorées et un bien-être sacrifié. De manière générale, une grande partie de la population belge constate déjà aujourd’hui un pouvoir d’achat sous pression, un pouvoir d’achat laminé.
Voilà, messieurs les ministres, mesdames et messieurs les parlementaires de la majorité, votre budget. Voilà l’horizon de l’Arizona, de la N-VA, du MR et des Engagés: une trajectoire en échec également. Vous annoncez comme objectif 26 milliards de déficit en 2029, puis 30, puis 31, et aujourd’hui le Bureau fédéral du Plan évoque 36 milliards. Il s’agit donc d’un budget déjà dépassé avant même d’être voté. Pendant ce temps, messieurs les ministres, les familles, les ménages, les travailleuses et les travailleurs attendent. Ils attendent de la protection et de l’aide face à la flambée des prix et face à la crise économique qui semble s’installer.
Je terminerai par quelques questions simples, partagées par une grande partie des Belges.
Allez-vous, messieurs les ministres, mesdames et messieurs les parlementaires de la majorité, annuler les augmentations de TVA et d’accises prévues, particulièrement sur les carburants et le mazout de chauffage? Allez-vous envisager un blocage des prix de l’énergie? Allez-vous vous engager à ne plus toucher aux salaires et aux pensions des travailleuses et des travailleurs? Allez-vous renoncer à remettre en cause l’indexation automatique des salaires et des allocations et abandonner votre double saut d’index partiel? Allez-vous élargir le tarif social sur le gaz et l'électricité, mesure certes coûteuse, mais qui a démontré son efficacité et ses fruits à travers les crises que nous avons traversées?
Voilà, mesdames et messieurs les membres du gouvernement et de la majorité, les mesures concrètes qui sont attendues pas une grande partie de la population. Ces mesures concrètes permettent de protéger le pouvoir d'achat de la population et de soutenir la demande intérieure dont on sait qu'elle est essentielle pour la vitalité de notre économie et de nos marchés du travail. Aujourd'hui, le temps des évaluations est terminé. Le temps d'agir justement et humainement est arrivé. Protéger les familles, défendre le pouvoir d'achat, garantir un avenir juste pour toutes et tous, ce sont les priorités. C'est cela que votre gouvernement devrait enfin faire.
Je vous remercie.
02.176 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur Dermagne, j’ai un scoop. Je vais vous faire plaisir, parce que Les Engagés ont déposé une proposition de résolution, qui est en cours de traduction, pour un plafonnement des prix à 110 euros par mégawattheure, avec une participation du gouvernement à hauteur de 50 % pour tout dépassement de ce prix, et aussi avec une possibilité pour le gouvernement de récupérer une partie lorsque les prix sont en baisse.
Ce projet qui est déposé est un projet de responsabilité et de nuance.
02.177 Pierre-Yves Dermagne (PS): Je vais saisir la main tendue de Mme Tourneur et lui dire que ce qui a été déposé, c'est une proposition de résolution. Il ne s'agit donc pas encore d'un texte concret.
Nous avons déposé des propositions de textes concrets, qui laissent effectivement – comme M. Magnette l'a rappelé tout à l'heure – une marge de manœuvre et d'interprétation au gouvernement en fonction de l'évolution des prix des carburants. Nous avons déposé des textes pour permettre un blocage des prix ainsi que la réintroduction et l'élargissement du tarif social pour celles et ceux qui en ont réellement besoin face à une crise énergétique. Nous avons également déposé des amendements – que vous avez rejetés en votant contre jusqu'à présent – pour que vous reveniez sur votre décision d'augmenter les accises sur les carburants et sur le mazout de chauffage.
Madame Tourneur, mesdames et messieurs des Engagés, cela peut être voté demain. J'ai pris votre main tendue, j'ai saisi la balle au bond et je vous invite à faire de même pour nous.
De voorzitter: Bedankt, mijnheer Dermagne.
Collega's, ik schors de vergadering. We hervatten om 14.15 uur.
De vergadering wordt geschorst om 13.14 uur.
La séance est suspendue à 13 h 14.
|
De
bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 098
bijlage. |
|
L'annexe est reprise dans une brochure
séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 098 annexe. |