Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 12 maart 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 12 mars 2026

 

Après-midi

 

______

 

De vergadering wordt geopend om 14.17 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.

La séance est ouverte à 14 h 17 et présidée par M. Peter De Roover, président.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van deze vergadering of in de bijlage ervan.

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Bart De Wever, David Clarinval.

 

Goedemiddag, collega’s, het wordt ongetwijfeld weer een boeiende vergadering.

 

01 Agenda

01 Ordre du jour

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 11 maart 2026 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 11 mars 2026, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.

 

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

 

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

 

Ik veronderstel dat u er geen bezwaar tegen hebt dat de premier straks bij de interpellaties als eerste aan de beurt komt. Ik denk niet dat dat een fundamenteel probleem oplevert.

 

Geheime stemming

Scrutin secret

 

02 Grondwettelijk Hof – Voordracht van een lijst met twee kandidaten voor een ambt van Nederlandstalige rechter

02 Cour constitutionnelle – Présentation d’une liste double de candidats pour une fonction de juge d'expression néerlandaise

 

Aan de orde is de geheime stemming over de lijst van twee kandidaten die de Kamer moet voordragen met het oog op de benoeming van een Nederlandstalige rechter in het Grondwettelijk Hof.

L'ordre du jour appelle le scrutin secret pour la liste de deux candidats que la Chambre doit présenter en vue de la nomination d'un juge d'expression néerlandaise à la Cour constitutionnelle.

 

De kandidaturen werden aangekondigd tijdens de plenaire vergadering van 5 maart 2026.

Les candidatures ont été annoncées au cours de la séance plénière du 5 mars 2026.

 

Het stuk met de naam van de kandidaten werd rondgedeeld. (1400/1)

Le document portant le nom des candidats a été distribué. (1400/1)

 

Ik herinner u eraan dat overeenkomstig artikel 32, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de lijst moet worden aangenomen met een tweederdemeerderheid van de stemmen van de aanwezige leden.

Je vous rappelle que, conformément à l'article 32, premier alinéa, de la loi spéciale du 6 janvier 1989 sur la Cour constitutionnelle, la liste doit être adoptée à la majorité des deux tiers des suffrages des membres présents.

 

De stembiljetten zullen worden uitgedeeld in zaal 3, waar u uw stem kan uitbrengen vanaf nu tot 16.30 uur.

Les bulletins de vote seront distribués en salle 3, où vous pouvez émettre votre vote à partir de maintenant jusqu'à 16 h 30.

 

Ik wijs erop dat alleen geldig zijn de stembiljetten waarop de naam voorkomt van minstens een kandidaat en waarbij in voorkomend geval de naam van de eerste kandidaat verschilt van de tweede.

J’attire l’attention sur le fait que, seuls sont valables les bulletins qui mentionnent le nom d'au moins un candidat, le nom du premier candidat étant, le cas échéant, différent de celui du second..

 

Daar de stemming geheim is, mogen de stembiljetten niet worden ondertekend.

Le scrutin étant secret, les bulletins ne peuvent être signés.

 

Ik herinner eraan dat enkel de leden de stembiljetten in ontvangst kunnen nemen, ze ter plaatse dienen in te vullen en in de stembus deponeren.

Je rappelle que seuls les membres peuvent recevoir les bulletins de vote, ceux-ci doivent être remplis sur place et déposés dans l’urne.

 

Zodra de geheime stemming gesloten is, stel ik u voor dat de stembiljetten van de geheime stemming geteld worden in zaal 3, in aanwezigheid van de stemopnemers.

Dès que le scrutin secret est clos, je vous propose de procéder au dépouillement du scrutin secret dans la salle 3, en présence des scrutateurs.

 

Ik stel u voor om voor de stemopneming de jongste twee leden aan te wijzen.

Je vous propose de désigner les deux membres les plus jeunes pour dépouiller les scrutins.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Mondelinge vragen

Questions orales

 

03 Questions jointes de

- Raoul Hedebouw à Bart De Wever (premier ministre) sur "La manifestation des syndicats contre les réformes du gouvernement" (56001474P)

- Sarah Schlitz à Bart De Wever (premier ministre) sur "Les politiques antisociales du gouvernement et les revendications des manifestants" (56001475P)

- Steven Coenegrachts à Bart De Wever (premier ministre) sur "La manifestation nationale contre les réformes du gouvernement De Wever" (56001478P)

- François De Smet à Bart De Wever (premier ministre) sur "La politique sociale du gouvernement Arizona" (56001489P)

- Sophie Thémont à Bart De Wever (premier ministre) sur "La manifestation nationale du 12 mars" (56001498P)

- Eva Demesmaeker à Bart De Wever (premier ministre) sur "Les actions syndicales" (56001499P)

03 Samengevoegde vragen van

- Raoul Hedebouw aan Bart De Wever (eerste minister) over "De betoging van de vakbonden tegen de hervormingen van de regering" (56001474P)

- Sarah Schlitz aan Bart De Wever (eerste minister) over "De antisociale beleidsmaatregelen van de regering en de eisen van de betogers" (56001475P)

- Steven Coenegrachts aan Bart De Wever (eerste minister) over "De nationale betoging tegen de hervormingen van de regering-De Wever" (56001478P)

- François De Smet aan Bart De Wever (eerste minister) over "Het sociale beleid van de arizonaregering" (56001489P)

- Sophie Thémont aan Bart De Wever (eerste minister) over "De nationale betoging van 12 maart" (56001498P)

- Eva Demesmaeker aan Bart De Wever (eerste minister) over "De syndicale acties" (56001499P)

 

03.01  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de premier, vandaag kwamen weer meer dan 100.000 mensen op straat. De mobilisatie gaat door. Dertien keer werd er nationaal gemobiliseerd en het volk komt nog steeds op straat, tegen uw beleid. De mensen zijn nog altijd kwaad en wij, volksvertegenwoordigers, zijn gaan luisteren naar wat zij te zeggen hadden. Zij hebben veel te zeggen, mijnheer de eerste minister. Heidi bijvoorbeeld zegt: "Ik heb deeltijds gewerkt om voor mijn kinderen te zorgen en om mijn man de kans te geven om carrière te maken en nu ben ik de klos. Mijnheer Jambon, ik heb heel mijn leven heel hard gewerkt. Blijf van mijn pensioen af."

 

Santina me dit aussi: "Dis-le au premier ministre: il peut venir prendre ma place, parce que, nous, on travaille chez Aldi. C'est un travail dur. Jusque 67 ans, on n'y arrivera pas. On a déjà des problèmes de santé. Qu'il prenne ma place. Moi, je veux bien prendre sa place et, lui, qu'il prenne la mienne!"

 

Dat is wat we vandaag op de betoging hebben gehoord. Honderdduizend mensen, die de overgrote meerderheid van ons land vertegenwoordigen, maken duidelijk dat ze uw politiek niet pikken: langer werken voor een lager pensioen.

 

Ze pikken het niet dat de regering de accijnzen wil verhogen, midden in een energiecrisis. Ze pikken het niet dat men het geld weeral bij de werkende klasse haalt en niet bij de supermiljonairs. Ze pikken het niet dat u volgens uw maatschappijvisie de sociale zekerheid wilt afbreken om de oorlog te betalen. Dat is wat 100.000 mensen vandaag hebben gezegd.

 

Mijn vraag is dan ook duidelijk, mijnheer de eerste minister. Zult u terugkomen op uw asociaal pensioenbeleid? Zult u terugkomen op de verhoging van de accijnzen, zodat mensen hun facturen nog kunnen betalen? Zult u terugkomen op uw beleid dat de werkende bevolking treft en de supermiljonairs ontziet?

 

03.02  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, avez-vous entendu les 100 000 manifestants et manifestantes qui ont marché ce matin dans les rues de Bruxelles? Je n'ai pas l'impression. Pour vous raconter un peu, ce matin, il y avait des profs, des fonctionnaires, des pensionnés, des ouvriers, énormément d'ouvriers. J'ai parlé avec des ouvriers notamment du secteur de la sidérurgie, qui n'en peuvent plus. Il y avait des travailleurs sociaux évidemment, des travailleurs des arts mais aussi des travailleurs et des travailleuses du secteur de la santé. Tous me parlent d'une chose: de l'injustice des mesures que vous portez. Ils me disent: "Mais comment peuvent-ils ne fût-ce que décider de cela? D'où cela leur vient-il?"

 

Monsieur le premier ministre, en réalité, ce matin, vous étiez au salon de l'armement. Donc, non, vous n'avez pas entendu, ni vu, ni rencontré les manifestants, parce que vous étiez en train de vous demander comment vous alliez dépenser leur argent. Je vais alors aussi vous dire qui n'était pas là ce matin. C'est vrai, des gens n'étaient pas là. Les patrons de la Fédération des Entreprises de Belgique (FEB) n'étaient pas là. Eux sont en effet contents de vos réformes. Ils ne devront plus payer l'index pour certains travailleurs, les primes de nuit ainsi que certaines cotisations patronales.

 

Je continue de vous parler, monsieur le premier ministre! Je vous raconte la manifestation de ce matin, vu que vous n'y étiez pas. Vous êtes un peu distrait.

 

03.03  Bart De Wever, premier ministre: (…)

 

03.04  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Essayez de l'intégrer alors dans la réforme des pensions. Votre côté féminin pourrait s'avérer utile.

 

Je vous disais que quelques personnes sont contentes, mais ce n'est pas la majorité de la population, des travailleurs et des pensionnés qui, eux, sont aujourd'hui frappés de plein fouet par vos réformes.

 

Monsieur le premier ministre, que répondez-vous à ces manifestants? Avez-vous rencontré une seule fois les représentants des travailleurs et des travailleuses dans ce pays depuis le début de votre mandat? Répondez à la question!

 

03.05  Steven Coenegrachts (Anders.): Het spijt me, mijnheer de premier, maar, mijnheer Hedebouw, ik moet met u beginnen, want de wereld staat vandaag in brand, mocht u het nog niet gemerkt hebben. Bedrijven kreunen onder de energiefacturen. Mensen staan aan het tankstation met zweetdruppels op het voorhoofd te tanken. Gezinnen laten de verwarming uitstaan uit angst voor de gasfactuur en de vakbonden kiezen ervoor om te staken. Ze gaan betogen, kiezen voor stilstand en leggen de economie lam. Ze kiezen ervoor om gastankers, die gisteren voor de haven van Zeebrugge lagen, te blokkeren en door te sturen, in plaats van onze gasvoorraad aan te vullen.

 

Collega’s, dat is een aanslag op onze jobs, een aanslag op onze welvaart. U staat hier te jubelen alsof het vandaag een feestdag is. Shame on you! Premier, ook u gaat vandaag echter niet vrijuit. U hebt veel hervormingen aangekondigd, u hebt veel mensen bang gemaakt en veel ongerustheid gecreëerd. Wat is daar vandaag al van gekomen?

 

Ofwel maakt u hervormingen zo complex, met zoveel kafka en zoveel chaos, dat u ze zelf 'stinkende kamelen' moet beginnen noemen; ofwel komt u uw beloftes niet na. Al 1,5 jaar staat er namelijk 1 miljard euro klaar voor de bedrijven om hun energiefactuur te verlichten en u krijgt dat geld niet uitgegeven, premier.

 

Ofwel stelt u beslissingen uit, ofwel hebt u gewoon slechte ideeën, zoals die accijnsverhoging op gas. Wat een idee in deze tijden, om de gasfactuur nog verder te verhogen. Door die chaos, door die onzekerheid en door uw stinkende kamelen zijn mensen boos en ongerust en komen ze op straat.

 

Wanneer hakt u knopen door? Wanneer gaat u duidelijkheid geven? Bent u bereid die accijnsverhoging op gas in te slikken en…

 

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Coenegrachts. U bent erin geslaagd zowel applaus te oogsten bij uw eigen fractie als bij de PVDA. Ik denk dat hier een interessant front tot stand komt.

 

03.06  François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, je suis moi aussi passé à cette fameuse manifestation  – où il y avait tout le monde sauf vous – pour rencontrer les exclus et les oubliés, les sacrifiés de l'Arizona. J'ai rencontré des enseignants, des infirmiers, des infirmières, des employés, même des indépendants, toute une série de gens unis par un même sentiment d'inquiétude et de colère.

 

Soyons honnêtes, je comprends la nécessité de certaines réformes. Je comprends le besoin de penser aux générations futures. Il faut reconnaître que n'importe quel gouvernement responsable aurait dû de toute façon prendre des mesures impopulaires.

 

Mais vos réformes sont particulièrement brutales, idéologiques et elles frappent surtout les plus faibles. On l'a vu avec les ALE. On l'a vu avec les aidants proches. On le voit aujourd'hui avec les pensions des femmes. Dans chaque dossier, sans exception, l'Arizona tire d'abord et discute ensuite.

 

Monsieur le premier ministre, quand on veut imposer une forme d'austérité et remettre les finances publiques en ordre, je crois qu'il faut accompagner cela d'un message d'adhésion. Ce message d'adhésion, nous ne le voyons pas.

 

J’ai une seule vraie question pour vous, monsieur le premier ministre: où sont les emplois? Où sont les emplois de l'Arizona? Quelle est votre stratégie de l'emploi, à part les flexi-jobs et le travail de nuit? Quelle est votre stratégie industrielle, à part les remontrances que vous adressez régulièrement à la Commission européenne? Où est votre stratégie sur l'intelligence artificielle, dont chacun autour de nous sent qu’elle inquiète de plus en plus un nombre grandissant de travailleurs?

 

Vous passez tellement de temps et tellement d'énergie à réformer dans tous les sens que vous passez très peu de temps à créer et à inspirer. Je ne sais pas s'il y avait 100 000, 120 000 ou 80 000 personnes dans les rues. Mais quand on a ne serait-ce que 80 ou 100 000 personnes dans les rues un an après son entrée au gouvernement, cela veut dire quand même qu'on a raté quelque chose en termes d'adhésion.

 

On ne mobilise pas une population simplement avec des mesures d'austérité. Il y a beaucoup d'action mais jusqu'ici, il n'y a pas de vision.

 

Une seule et même question: où sont les emplois de l'Arizona?

 

03.07  Sophie Thémont (PS): Monsieur le premier ministre, en effet, 100 000 personnes étaient aujourd’hui dans les rues de Bruxelles pour manifester, mais surtout pour dénoncer les mesures antisociales prises par votre gouvernement. Après la grève nationale des 24, 25 et 26 novembre – massivement suivie dans notre pays –, vous aviez le choix: les écouter ou passer en force. 

 

Force est de constater que vous avez choisi de poursuivre votre coup de force antisocial. La liste de vos mesures est violente et interminable: double saut d’index – que vous avez fait passer, je le rappelle, en force, en commission, toute la nuit et sans concertation sociale –, réforme des pensions – à laquelle les femmes vont devoir "s’adapter" –, travail de nuit élargi et contrats zéro heure.

 

Monsieur le premier ministre, qu'est-ce qu'un double saut d’index? C’est un braquage du pouvoir d’achat et une perte directe pour les travailleurs. Il arrive au moment où le prix de l’énergie explose. Votre réforme des pensions, c’est l’âge de la pension qui recule, ce sont des conditions plus dures et des pensions, encore une fois, rabotées. Quant à votre réforme du travail, elle suit la même logique: toujours plus de flexibilité, plus de pression, moins d’emplois et davantage de précarité. Et qu’observe-t-on? Zéro emploi créé!

 

Vous dites qu’il faut faire des efforts budgétaires, mais ce sont toujours les mêmes qui doivent les faire: les travailleurs, les travailleuses, les pensionnés, et surtout la classe moyenne à qui vous aviez promis 500 euros. Aujourd’hui, si des dizaines de milliers de personnes sont dans la rue, c’est parce que beaucoup ont le sentiment de ne plus s’en sortir, de travailler plus pour gagner moins, tandis que le coût de la vie ne cesse d’augmenter.

 

Monsieur le premier ministre, allez-vous revenir sur ce double saut d’index et toutes vos mesures (…)

 

03.08  Eva Demesmaeker (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, collega’s, de generaties vóór mij hebben iets keimoois opgebouwd: een sterke sociale zekerheid, goede pensioenen, bescherming voor wie werkt, en solidariteit tussen de verschillende generaties. Wie dat alles wil beschermen, moet ook op tijd durven te hervormen. Als we blijven vasthouden aan een systeem dat gebouwd is op de realiteit van vele jaren geleden, riskeren we te verliezen wat we vandaag willen verdedigen.

 

De wereld rondom ons verandert snel. Dat zien we allemaal. De concurrentie is moordend en we verliezen jobs aan het buitenland. Elke week hoor ik hier opnieuw, van extreem-links tot extreem-rechts: mijnheer de premier, doe er iets aan, die jobs moeten hier blijven. Zodra we de arbeid flexibeler willen maken of het systeem willen hervormen, zodat het financieel houdbaar blijft, staat men in België echter telkens opnieuw op straat. U bent er trots op: 15 miljoen euro verlies voor de luchthaven van Zaventem. U bent daar trots op, maar we verliezen elke dag jobs aan het buitenland. Er werd hier gezegd: shame on you. Ik zeg het in het Nederlands: schaam u.

 

De vakbonden staken vandaag opnieuw, terwijl hervormingen broodnodig zijn. Zij weigeren om te hervormen. Een sociale zekerheid die betaalbaar blijft, waar is de vakbond? Pensioenen voor de toekomstige generaties, waar is de vakbond? Bescherming voor wie werkt, de vakbond is er tegenwoordig alleen maar voor wie niet werkt.

 

Mijnheer de premier, mijn vraag aan u is eenvoudig. Hoe zorgen we ervoor dat noodzakelijke hervormingen niet worden geblokkeerd door een logica waarin alles als een onaantastbaar verworven recht wordt beschouwd, zelfs wanneer de toekomst van ons sociaal model in gevaar wordt gebracht?

 

03.09 Eerste minister Bart De Wever: Mijnheer de voorzitter, collega’s, "het kan verkeren", zei Bredero. Vorige week moest ik in dit halfrond komen antwoorden op allerlei tussenkomsten, met als voornaamste kritiek dat alles veel te traag ging. Er zouden extra inspanningen nodig zijn om de begroting op koers te krijgen. Het was allemaal niet voldoende en te ingewikkeld. Die kritiek kan ik eigenlijk nog wel aanvaarden. Ze lijkt me deels terecht. Er is inderdaad nog veel werk aan de winkel.

 

Vandaag, een week later, hoor ik net het omgekeerde. Het gaat allemaal veel te snel. Het is veel te ingrijpend. Er wordt te veel bespaard. Het sociaal weefsel wordt ontrafeld. Sommigen slagen er zelfs in het ene en het omgekeerde in één tussenkomst te beweren, il faut le faire. In grote partijen bestaat altijd een zekere tendens. Dat begrijp ik. Zolang die twee commentaren elkaar in evenwicht houden, durf ik daarin het bewijs te zien dat we al bij al een evenwichtige koers varen.

 

Het is waar dat de regering fors hervormt in de sociale uitkeringen, in de pensioenen, in de arbeidsmarkt, maar ook in de fiscaliteit. Dat doen we ten voordele van wie werkt of onderneemt. We hebben volgens mij ook geen andere keuze, want de problemen die we hebben geërfd, onder meer in de begroting, zijn gigantisch. We doen dat altijd in overleg. Het middenveld en de sociale partners worden er steeds bij betrokken. In de eerste plaats gebeurt dat in de Groep van Tien. Die heb ik inderdaad al ontmoet, al meer dan één keer, mevrouw Schlitz. Het gebeurt ook zeer regelmatig en intensief in het overleg met de kabinetten. De minister van Economie en Werk, de heer Clarinval, die hier aanwezig is, de minister van Sociale Zaken en de minister van Financiën en Pensioenen hebben al meermaals gesproken met de betrokken actoren. Dat overleg heeft resultaat, want het leidt ook tot bijsturing. Minister Jambon zal straks zeker nog antwoorden op een aantal specifieke punten die hier zijn aangehaald.

 

Het gemeenschappelijk vakbondsfront heeft mijn kabinet gisteravond laat ook een brief bezorgd met de vraag om een nieuw overleg. Ik had die brief nog niet gezien toen ik vanmorgen vroeg op de radio hoorde dat ik hem niet had beantwoord. Sta mij toe te zeggen dat ik het enigszins ironisch vind dat de vakbonden nachtwerk verwachten van het kabinet en dat wij dus ’s nachts zouden moeten antwoorden op hun brieven. Ik kan hen wel geruststellen, want ik heb de brief ondertussen ontvangen en gelezen. We zullen vandaag antwoorden, binnen de voorziene werkuren, mijnheer Hedebouw. Dat zal u plezier doen. Ik ga mijn medewerkers niet laten overwerken, toch niet daarvoor. In dat antwoord zal ik meedelen dat zij binnenkort een uitnodiging voor de Groep van Tien mogen verwachten.

 

Que les nombreuses réformes socioéconomiques puissent laisser un goût amer à certaines personnes, je peux le comprendre, d’autant plus que la désinformation ne tarit pas sur le sujet. Certains n’hésitent pas à déformer les propos des ministres afin d’attiser les tensions.

 

Le droit de grève est un droit important dans ce pays et chacun est libre d’en faire usage. Mais il faut être honnête, faire grève ne changera pas la réalité, bien au contraire. La seule solution au marasme socioéconomique et budgétaire dans lequel nous nous trouvons est la création de prospérité, pas sa destruction. Nous ne pouvons donc plus nous accrocher à des recettes du passé qui nous ont conduit à une dette colossale et à une vulnérabilité géopolitique sans précédent.

 

Il revient à mon gouvernement de laisser ce pays dans un meilleur état que celui dans lequel nous l’avons trouvé. C’est pourquoi nous ne devons pas nous laisser paralyser par l’opposition qui tente toujours de bloquer l’action d’un gouvernement qui veut mener les réformes nécessaires. Le gouvernement doit avant tout maintenir le cap, tout en restant ouvert aux remarques pertinentes et en demeurant prêt à ajuster les choses lorsque cela est justifié. Nous l’avons d’ailleurs démontré au cours de l’année écoulée.

 

Notre devoir est de maintenir le cap. Y faillir serait faire montre d’un immense égoïsme vis-à-vis de nos enfants et petits-enfants. Je vous remercie.

 

03.10  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u verwijt ons foutieve informatie, désinformation, maar de mensen hebben heel goed begrepen wat er speelt. Die 100.000 mensen die onze welvaart produceren, hebben ons heel goed begrepen. U hebt afgelopen vrijdag een akkoord over de pensioenen bereikt. U hebt twee dagen gewacht om een persbriefing met Jambon te organiseren. Twee dagen! Uw 70 powerpointslides mochten niet gefilmd worden. En waarom mochten ze niet gefilmd worden? Omdat u bang was dat Jambon er weer wat zou uitflappen. Hij zou er gewoon de waarheid uitflappen.

 

And he did it! He did it! Hij zei gewoon, echt waar, dat de vrouwen zich gewoon moeten aanpassen om tot hun 67 jaar te werken. De arbeiders en de bedienden moeten zich aanpassen.

 

Dit is uw probleem: zodra de waarheid gezegd wordt, begrijpen de mensen dat u asociaal bezig bent. Jambons probleem is niet dat hij dikke planken zaagt; hij zaagt gewoon balken, mijnheer de eerste minister.

 

De informatiestrijd gaat door. Onze strijd zal ook doorgaan.

 

03.11  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, aujourd'hui, vous nous présentez vos réformes comme une modernité, mais c'est précisément l'inverse! Ce sont ces mesures qui représentent un retour vers le passé. Travailler plus la nuit, travailler le dimanche, travailler toujours plus pour moins, travailler plus vieux, avec moins de protection sociale. Travailler plus jeune, également. Aujourd'hui, on peut travailler dès 15 ans; demain, est-ce que ce sera 14 ans, comme aux Pays-Bas, vu qu'apparemment, c'est votre modèle? Nous sommes face à une dégradation des conditions de travail, dignes d'il y a un siècle.

 

Monsieur le premier ministre, vous nous dites: "Vous ne nous arrêterez pas." Ce que vous faites, c'est passer en force en continuant d'ignorer les réalités du terrain et les véritables conséquences de vos actes. Nous ne sommes pas les seuls à vous y rappeler: quand la Cour des comptes vous dit à quel point vous êtes en train de vous planter, quand le Conseil d'État recale certaines de vos mesures, ce sont des échecs de votre gouvernement que vous auriez pu anticiper si vous aviez écouté plus tôt (…)

 

03.12  Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de premier, uw antwoord komt neer op zeggen dat iedereen vindt dat u slecht bezig bent, dus zal u het wel goed doen. Maar neen, die stinkende, lelijke kamelen van u zijn gewoon fout. Die hogere gasfactuur van u, is gewoon fout. Dat chronisch uitstelgedrag van uw regering, is gewoon fout. U creëert op die manier uw eigen protest, uw eigen betogingen en uw eigen stakingen.

 

Alstublieft, hak nu eens knopen door. Breng duidelijkheid voor de mensen. Breng rust voor die mensen. En zorg ervoor dat de gasfactuur niet stijgt. Trek die accijnsverhoging in.

 

03.13  François De Smet (DéFI): Monsieur le premier ministre, je vous remercie de votre réponse.

 

"Des réformes à l'avantage de ceux qui travaillent", nous dites-vous. Je vais rappeler quelques chiffres relatifs à la réalité que nous vivons. Rien que pour l'année 2026, 80 000 personnes seront exclues du chômage en Wallonie pour 36 000 emplois disponibles; il y aura 40 000 exclus à Bruxelles pour 21 000 emplois disponibles. En Flandre, cela va mieux, en effet. Toutefois, même là, il ne sera pas évident de trouver les bonnes cases ni les gens pour les remplir, notamment à cause des bâtons dans les roues que vous avez mis pour la formation.

 

Si vous ajoutez à cela le contexte géopolitique et la concurrence de l'intelligence artificielle, nous comprenons que nous sommes quand même assez mal barrés pour accomplir le chemin vers votre prospérité. La réalité est que, sans autre mesure – je veux parler de mesures de création d'emplois et de stimulation industrielle –, vous allez faire exploser le taux de pauvreté dans ce pays, bien avant d'avoir pu apercevoir le moindre indice de prospérité.

 

03.14  Sophie Thémont (PS): Monsieur le premier ministre, je ne vous remercierai pas pour vos réponses, étant donné que vous semblez toujours prendre tout à la légère. Aujourd'hui, les gens en ont ras-le-bol de vos slogans mensongers. "Récompenser le travail", mais avec quoi? Un double saut d'index et des primes de nuit supprimées. "Sauver les pensions"? Mais vous ne sauvez rien, puisque vous les diminuez et, de surcroît, vous punissez les femmes. Qui plus est, vous êtes en train d'affirmer que l'opposition pratique la désinformation. Or c'est grâce à l'opposition que nous vous avons fait reculer, monsieur le premier ministre. À quel propos? Au sujet des aidants proches, de votre réforme surréaliste de la TVA et du statut d'artiste.

 

Laissez-moi vous donner un petit cours d'histoire! Vous dites que les grèves ne servent à rien. Et vous pouvez bâiller! Franchement, quelle belle image! Je rappelle que les grèves constituent des conquêtes sociales. C'est grâce à elles que les femmes ont obtenu le droit de vote et que nous nous sommes battus pour avoir droit à des congés payés. Alors, vous pouvez encore continuer à bâiller, monsieur le premier ministre, parce qu'il reste encore du travail!

 

(): (…)

 

De voorzitter: Collega’s, mijnheer Bouchez, mevrouw Demesmaeker is aan het woord. Zij krijgt een minuut spreektijd.

 

03.15  Eva Demesmaeker (N-VA): Collega’s, niemand betwist het recht op staken. Het gaat er nu echter los over.

 

Bedrijven vechten elke dag tegen de concurrentie uit het buitenland. Wij verliezen elke dag opnieuw jobs. Als wij weigeren bij te sturen wanneer de realiteit verandert, maken wij ons eigen systeem gewoon kapot. Als alles een verworven recht is waaraan niemand mag raken, wordt onze maatschappij binnenkort een museum. Ze wordt een museum dat verlies lijdt, dat failliet gaat en dat sluit.

 

Dat is wat wij absoluut willen vermijden. Dat is niet de samenleving waarin wij willen belanden. Onze samenleving moet vooruit.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Question de Georges-Louis Bouchez à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le plan national de lutte contre l'antisémitisme et la désignation du coordinateur interfédéral" (56001493P)

04 Vraag van Georges-Louis Bouchez aan Bart De Wever (eerste minister) over "Het nationaal actieplan tegen antisemitisme en de aanstelling van de interfederale coördinator" (56001493P)

 

04.01  Georges-Louis Bouchez (MR): L’attentat près de la synagogue de Liège a rappelé à quel point notre pays fait face à deux menaces particulières. Il y a d'abord le terrorisme. Je tiens à rappeler que, selon le rapport d’Europol, les deux principales sources de terrorisme en Europe sont le terrorisme djihadiste et le terrorisme de gauche. Il n’est d’ailleurs pas interdit pour la presse d’en parler de temps en temps, même pour la RTBF, car je n’ai pas vu beaucoup cette information être diffusée dans les médias. Le deuxième danger, souvent révélateur de l’état de notre démocratie, est le danger de l’antisémitisme.

 

Aujourd’hui, la population juive de notre pays représente 0,3 %. Pourtant, elle figure parmi les principaux groupes faisant l'objet de signalements de racisme et de discrimination. Ces faits antisémites ont augmenté de 80 % en un an, ce qui devrait amener certains collègues dans cette assemblée à réfléchir à certains discours, et 54 % des Juifs déclarent éviter certains endroits pour des raisons de sécurité. Le même pourcentage envisage de quitter le pays.

 

Selon l’Institut Jonathas, qui a réalisé un sondage à Bruxelles, près de 25 % des Bruxellois considèrent aujourd’hui que les Juifs ne sont pas des Belges comme les autres. Près de 40 % estiment que les Juifs contrôlent le monde de la finance. Nous avons, par exemple, pas plus tard que dimanche prochain, une marche prévue: la marche d'Al Qods, qui a été au départ mise en place par Khomeini en 1979 pour diffuser les idées du régime iranien et propager la haine d’Israël.

 

Monsieur le premier ministre, je pense que l’heure n’est plus aux discours mais aux actes. Parmi ceux-ci, nous vous demandons de déployer des militaires en rue afin de garantir la sécurité, mais aussi – et enfin – de désigner un véritable coordinateur pour la lutte contre l’antisémitisme.

 

04.02  Bart De Wever, premier ministre: Merci, cher collègue, pour votre question. Comme vous le savez, le Conseil national de sécurité (CNS) s'est réuni la semaine dernière. La réunion a porté sur le conflit au Moyen-Orient et ses potentielles conséquences pour notre sécurité intérieure.

 

Les services sont pleinement mobilisés afin de suivre la situation de très près, en particulier les menaces accrues visant la communauté juive. La récente explosion près d'une synagogue à Liège montre que cette vigilance est absolument nécessaire.

 

L'enquête étant en cours, je ne peux donc pas entrer dans les détails concernant ce cas précis. Mais, permettez-moi de le dire avec prudence, un lien avec le conflit au Moyen-Orient n'est nullement exclu. Nous constatons que dans plusieurs pays européens, des avertissements sont lancés quant au réveil de cellules terroristes dormantes pilotées par l'Iran. Dans notre pays aussi, nous restons vigilants et prêts à agir.

 

Dans ce contexte, la sécurité de la communauté juive en Belgique constitue l'une de nos priorités absolues. Plus largement, la sécurité de tous nos citoyens est la mission fondamentale de l'État.

 

À côté de cela, l'Europe a légitimement appelé chaque État membre à renforcer la lutte contre l'antisémitisme, notamment par la désignation d'un coordinateur. Dans notre pays, il existe formellement un coordinateur chargé de la lutte contre l'antisémitisme, placé sous l'égide du département de l'Égalité des chances. Je pense qu'au sein du gouvernement, il conviendra d'évaluer si cela est suffisant, à une époque où l'antisémitisme est en progression.

 

04.03  Georges-Louis Bouchez (MR): Merci, monsieur le premier ministre. Je pense qu'il est grand temps en effet d'évaluer si un fonctionnaire qui, formellement, a le titre de coordinateur est suffisant, compte tenu du danger.

 

Pour ma formation politique, la réponse est claire. Nous devons désigner un responsable dont c'est la tâche unique, afin de mettre en place un plan interfédéral de lutte contre l'antisémitisme. Car l'enjeu n'est pas uniquement au niveau fédéral, mais aussi au niveau des régions et des communautés.

 

En ce qui concerne la sécurité de façon plus globale, nous devons cesser d'être naïfs vis-à-vis de certains mouvements, et donc avancer sur le texte de Bernard Quintin relatif à l'interdiction d'associations qui constituent des dangers pour notre vivre ensemble et notre démocratie, ainsi qu'enfin débloquer le dossier des militaires en rue, qui deviennent de plus en plus nécessaires.

 

De voorzitter: Mijnheer de premier, ik dank u. We zien elkaar vandaag nog terug in dit halfrond.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de Anne Pirson à David Clarinval (VPM Emploi, Économie et Agriculture) sur "Le suivi de la réforme pour les aidants proches" (56001485P)

05 Vraag van Anne Pirson aan David Clarinval (VEM Werk, Economie en Landbouw) over "De follow-up van de hervorming met betrekking tot de mantelzorgers" (56001485P)

 

05.01  Anne Pirson (Les Engagés): Monsieur le ministre, je pense que tout le monde se souvient qu’il y a deux semaines, le Parlement a adopté une solution transitoire pour éviter que les aidants proches soient brutalement exclus du chômage suite à la réforme – réforme nécessaire, je le rappelle.

 

Cette mesure permet deux choses aujourd'hui: une allocation renforcée et une dispense de recherche d'emploi.

 

Pour Les Engagés, les aidants proches ne sont pas des statistiques. Ce sont des parents qui s'occupent nuit et jour de leurs enfants. Ce sont des conjoints qui accompagnent leurs partenaires gravement malades. Ces personnes-là tiennent souvent notre système de solidarité à bout de bras, dans l'ombre.

 

Vous le savez, monsieur le ministre, nous nous sommes battus pour qu'une solution soit trouvée. Mais aujourd'hui, une inquiétude persiste: celle du non-recours aux droits. Beaucoup d'aidants proches ignorent qu'ils peuvent demander cette dispense. D'autres ne connaissent pas les démarches. Il est vrai que quand on consacre sa vie à accompagner quelqu'un, on n'a pas nécessairement le temps de prendre connaissance de toutes les subtilités administratives.

 

Le risque est donc réel que certains aidants proches se rendent compte de leur exclusion quand ils ne toucheront  tout simplement plus leur allocation. Or, monsieur le ministre, nous sommes persuadés que des mesures simples peuvent être mises en place pour éviter que certains aidants proches passent entre les mailles du filet.

 

J’ai deux questions. Quelles mesures le gouvernement a-t-il mises en place pour informer les aidants proches de cette possibilité de demande de dispense? Avez-vous demandé à l'ONEM, par exemple, d'envoyer un courrier, comme cela a été fait pour les premières vagues d'exclusions?

 

Ferez-vous preuve de souplesse administrative pour éviter que des personnes n'aient pas recours à leurs droits simplement pour une question (…)

 

05.02  David Clarinval, ministre: Madame la députée, vous le savez très bien, il y a deux semaines, nous avons apporté des améliorations importantes à la situation des aidants proches en matière d’emploi. Pour les travailleurs, il s’agit de la flexibilisation et du renforcement du congé pour aidants proches. Pour les demandeurs d’emploi, il s’agit d’une augmentation substantielle des allocations de chômage pour les aidants proches dispensés. En outre, les conditions d’accès à la dispense pour aidants proches ont été étendues. Celle-ci est désormais également ouverte aux personnes reconnues par leur mutualité comme aidants proches pour l’octroi des droits sociaux. Une possibilité temporaire permet aussi de demander la dispense avec effet rétroactif jusqu’au 31 mars 2026.

 

En réponse à vos questions, je peux dire que la possibilité de prolonger le droit en cas de dispense pour aidants proches est clairement mentionnée dans les lettres d’information envoyées par l’ONEM, ainsi que sur le site de l’ONEM depuis la publication de la loi-programme du 18 juillet 2025 au Moniteur belge. Les informations relatives aux modifications récentes ont également été mises à la disposition du public par l’ONEM au moyen d’un communiqué, de pages d’information et d’un formulaire de demande adapté. J’ai déjà dit à cette tribune que nous serions également souples dans l’application de la transition.

 

Dès lors, je crois pouvoir dire qu’en matière d’emploi, nous avons clairement pris nos responsabilités. Le chômage n’a jamais constitué une solution structurelle pour les aidants proches et ne le sera pas davantage à l’avenir.

 

Par ailleurs, la situation des aidants proches appelle des réponses adaptées à leurs besoins, qui relèvent d’autres politiques publiques fédérales, par exemple la santé et le handicap, mais également au niveau des entités fédérées, où plusieurs initiatives ont été développées, par la Flandre par exemple, depuis plusieurs années déjà. Je vous encourage donc à prendre rapidement contact avec le ministre en charge, le ministre Coppieters, afin d’examiner la mise en place de telles politiques adaptées au niveau de la Fédération Wallonie-Bruxelles.

 

Conformément à l’accord de gouvernement, nous poursuivrons nos travaux, notamment avec le plan d’action Aidants proches.

 

05.03  Anne Pirson (Les Engagés): Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.

 

Je tiens tout de même à souligner que, derrière ces questions qui peuvent sembler simplement administratives, se cachent des réalités de vie très concrètes et des situations humaines extrêmement lourdes. Ces personnes qui consacrent une partie de leur temps, de leur énergie et parfois même de leur santé à soutenir un proche méritent que leur rôle essentiel dans la société soit reconnu.

 

Il est donc fondamental pour nous que les mesures adoptées puissent atteindre toutes les personnes concernées. Nous ne voulons laisser personne au bord du chemin. Notre responsabilité collective est justement de veiller à ce que tous les aidants proches ne passent pas à côté de leurs droits par manque d’information.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van Koen Van den Heuvel aan Bart De Wever (eerste minister) over "De rol van België in het Midden-Oosten" (56001490P)

06 Question de Koen Van den Heuvel à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le rôle de la Belgique au Moyen-Orient" (56001490P)

 

(Het antwoord zal door de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking worden gegeven / La réponse sera donnée par le vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement)

 

06.01  Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, het conflict in Iran blijft aanslepen en de voorbije dagen hebben we van enkele Golfstaten de vraag gekregen om Belgische bijstand. We staan dus voor belangrijke keuzes. Zullen we ons laten meeslepen in een ondoordacht conflict, dat geen duidelijke exitstrategie kent en waarvan het einde niet in zicht is? Gaan we ons echt mengen in het kruitvat dat het Midden-Oosten vandaag is?

 

Cd&v vindt dat we niets te zoeken hebben in dit ondoordacht conflict. Wij willen niet dat de oorlogsretoriek wordt aangewakkerd en vinden dat er moet worden gekozen voor de-escalatie. Voor ons is de binnenlandse veiligheid ook erg belangrijk. Wij mogen dit conflict niet importeren in ons eigen land. Er zijn al signalen van een zekere activering van terreurcellen en er is ook de dreiging van grotere migratiestromen, zoals dat ook het geval was bij vroegere grootschalige conflicten, zoals in Syrië en Afghanistan.

 

Een hogere terreurdreiging en grotere migratiestromen zijn zaken waar onze bevolking niet op zit te wachten. Onze vraag is dus duidelijk. Welk standpunt zal de regering in dezen innemen?

 

06.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Van den Heuvel, de aanvallen gaan onverminderd door en er is een nieuw, uiterst zorgwekkend front geopend in Libanon, een land dat wij via B-FAST willen ondersteunen. Ik heb contact gehad met verschillende van mijn ambtsgenoten om te waken over de veiligheid van onze landgenoten, maar ook over die van de bevolking in de getroffen landen. De humanitaire en economische gevolgen zijn enorm. Het is tijd, ook met het oog op onze eigen belangen, dat deze conflicten stoppen.

 

Ik dank opnieuw de Golfstaten voor hun waardevolle samenwerking bij de repatriëringsoperaties. Deze landen zijn bondgenoten en partners op economisch, politiek en veiligheidsvlak. Ik steun hen tegenover de ongerechtvaardigde aanvallen van Iran, waarvan zij het slachtoffer zijn en waarvan ook wij de gevolgen ondervinden.

 

De VN-Veiligheidsraad heeft een resolutie aangenomen, gesteund door België, waarin de aanvallen van Iran worden veroordeeld en waarin het inherente recht op zelfverdediging wordt bevestigd. België geeft altijd de voorkeur aan een onderhandelde diplomatieke oplossing boven een militaire interventie. Het is in ons belang om de vijandelijkheden te doen afnemen, niet om ze aan te wakkeren.

 

Dat sluit evenwel geenszins uit dat België eventuele verzoeken van de Golfstaten – die geen aanvallen hebben ingezet en die zich willen verdedigen binnen het kader van het internationaal recht – zorgvuldig kan analyseren. De premier en collega Francken hebben het al duidelijk gezegd: het zou geenszins gaan over een oorlogsdeelname, maar over een eventuele (…)

 

De voorzitter: Dank u wel, minister Prévot.

 

06.03 Minister Maxime Prévot: (…)

 

De voorzitter: Ik zal u de kans geven om uw antwoord te vervolledigen en dan krijgt de vraagsteller 90 seconden om daarop te repliceren.

 

06.04 Minister Maxime Prévot: Dank u.

 

De premier en collega Francken hebben het al gezegd: het zou geenszins gaan over een oorlogsdeelname, maar over een eventuele uitsluitend defensieve ondersteuning. Dat moet uiteraard binnen de regering worden besproken, op initiatief van de minister, maar persoonlijk sta ik hier positief tegenover, zeker omdat deze staten, net als wij, zeer duidelijk vasthouden aan een benadering die (…)

 

De voorzitter: Dank u wel. Ik probeer een zekere orde in de debatten te krijgen, maar er wordt vaak een grijze zone gecreëerd. Het is misschien een voorafbeelding van wat ons volgende week te wachten staat.

 

Mijnheer Van den Heuvel, u hebt 90 seconden.

 

06.05  Koen Van den Heuvel (cd&v): Vanmiddag zei een belangrijk politicus in dit land dat we ons niet mogen laten misleiden in deze ondoordachte oorlog. Ik kan daar volledig achter staan. Als dit een ondoordachte oorlog is, dan is het duidelijk dat we ons niet mogen laten meezuigen in dit conflict en dat we volop moeten inzetten op de-escalatie. We hebben daarvoor een prachtig diplomatiek korps.

 

Voor cd&v is het dus duidelijk, we laten ons niet meezuigen in dit conflict, maar zetten in op de-escalatie en op een exitstrategie die heel duidelijk is voor onze mensen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Kathleen Depoorter aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken, Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding) over "Fraude in de zorg" (56001481P)

07 Question de Kathleen Depoorter à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales, Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté) sur "La fraude dans le secteur des soins de santé" (56001481P)

 

07.01  Kathleen Depoorter (N-VA): Mijnheer de minister, er is opnieuw een dossier van zorgfraude, voor 5 miljoen, in een zorgtehuis in Charleroi, Les Cygnes de l’Etang. Het is degoutant. Ik heb het dossier goed bekeken. Ik zou het zelf niet zo kunnen verzinnen, mijnheer de minister.

 

Enerzijds zijn daar patiënten met een heel kwetsbaar profiel. Patiënten die psychiatrische zorg krijgen, patiënten met een verslavingszorg, patiënten met een beperking, mensen met een hoge zorgnood. Anderzijds zijn daar de zorgverleners. De verpleegkundigen die voor die organisatie gingen werken, maar het vaak slechts heel kort volhielden. Daarom was de situatie daar zo schrijnend.

 

Daarna werden die mensen echter jarenlang het voorwerp van fraude. Hun naam werd misbruikt. Hun nummer werd misbruikt. Er werd zorg aangerekend die niet uitgevoerd was op hun naam. En dat allemaal door één spilfiguur die een criminele activiteit heeft ontwikkeld. Hij deed dat heel slim, want telkens een vennootschap in het vizier kwam, zoog hij die leeg, alle middelen eruit, failliet, en hij stichtte een volgende vennootschap. De zorgverstrekkers gingen van de ene zorgvennootschap naar de andere, maar ze waren zelfs niet op de hoogte van het feit dat hun nummer en hun naam misbruikt werden, dat ze bedot werden.

 

Dat allemaal, mijnheer de minister, gedurende jaren, onder het oog van zowel het RIZIV als de ziekenfondsen en het parket. 5 miljoen euro! Hoeveel daarvan zal teruggevorderd kunnen worden? Elke euro die naar fraude gaat, gaat niet naar zorg, mijnheer de minister. Hoe zult u dit aanpakken? Het is nu wel genoeg geweest.

 

07.02 Minister Frank Vandenbroucke: Fraude in de zorg is absoluut onaanvaardbaar, omdat ze de solidariteit kapotmaakt, de sociale zekerheid ondermijnt en vooral het vertrouwen ondermijnt in de talloze artsen en verpleegkundigen die elke dag hun uiterste best doen voor hun patiënten. Het actieplan om onze aanpak van de fraude te versterken, dat we hebben afgesproken bij de vorming van de regering, is ondertussen volledig uitgewerkt en goedgekeurd in alle instanties. U kent dat actieplan. We zullen dat ook uitvoeren.

 

U geeft aan dat de patiënt liefst zo snel mogelijk op de hoogte moet zijn van een of andere factuur die in haar of zijn naam is opgemaakt. Ook een zorgverstrekker moet op de hoogte zijn wanneer een nummer wordt gebruikt waarmee die zorgverstrekker werkt. Iedereen moet natuurlijk kunnen volgen wat er gebeurt. Vooral moeten we mensen aanpakken die steeds opnieuw beginnen met fraude. Dat is echt gangsterisme en dat was hier volgens mij ook het geval. Van mensen die steeds opnieuw beginnen met fraude, moeten we de RIZIV-nummers gewoon afpakken. U weet ongetwijfeld dat er heel veel weerstand was tegen dat voorstel, maar het is nu aanvaard. We zullen dat hier binnenkort bespreken.

 

U hebt trouwens in de pers nog een aantal andere voorstellen gedaan die volgens mij helemaal in het verlengde liggen van dat actieplan en die we ook willen uitvoeren. Ik ben echter erg blij met uw steun en verheug me dat uw fractie nu ook mee voluit gaat in die aanpak van de RIZIV-nummers.

 

07.03  Kathleen Depoorter (N-VA): Mijnheer de minister, we moeten de feiten benoemen. Het afpakken van de RIZIV-nummers had in dit geval geen gram, geen cent, geen centimeter geholpen. De zorgverstrekkers waren immers zelfs niet op de hoogte. Zij zijn het slachtoffer van een criminele organisatie die hen inzette, hun naam gebruikte en factureerde op basis van hun gegevens.

 

Hebt u het dossier bekeken? Ik heb het ingezien. De cijfers die erin worden vernoemd, tonen duidelijk aan dat het om een crimineel dossier gaat dat we moeten aanpakken. Er zit een systeemfout in het geheel die we kunnen aanpakken.

 

We hebben het RIZIV-plan inderdaad goedgekeurd. We kunnen nu verder gaan door de systeemfouten weg te werken die erin zitten en die we samen nog moeten aanpakken. Ik ben heel blij dat u meegaat in het voorstel van mijn fractie. We zullen dat ook uitvoeren en ervoor zorgen dat onze zorgverstrekkers worden gesteund en niet meer kunnen worden bedot door dergelijke criminele organisaties.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Samengevoegde vragen van

- Dieter Vanbesien aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De uitspraken van de minister over de impact van de pensioenhervorming op vrouwen" (56001472P)

- Ludivine Dedonder aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De impact van de pensioenhervorming op vrouwen, die "zich wel zullen aanpassen en meer werken"" (56001477P)

- Barbara Pas aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De uitspraken van de minister over de impact van de pensioenhervorming op vrouwen" (56001479P)

- Alexia Bertrand aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De pensioenhervorming en de uitspraken over vrouwen" (56001487P)

- Nahima Lanjri aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De pensioenhervorming" (56001488P)

- Kim De Witte aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "Het akkoord over de pensioenhervorming" (56001495P)

- Axel Ronse aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De pensioenhervorming" (56001500P)

- Anja Vanrobaeys aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De pensioenhervorming" (56001494P)

08 Questions jointes de

- Dieter Vanbesien à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "Les déclarations du ministre sur l'effet de la réforme des pensions sur les femmes" (56001472P)

- Ludivine Dedonder à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "L'impact de la réforme des pensions sur les femmes qui "s'organiseront et travailleront davantage"" (56001477P)

- Barbara Pas à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "Les déclarations du ministre sur l'effet de la réforme des pensions sur les femmes" (56001479P)

- Alexia Bertrand à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "La réforme des pensions et les déclarations sur les femmes" (56001487P)

- Nahima Lanjri à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "La réforme des pensions" (56001488P)

- Kim De Witte à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "L'accord sur la réforme des pensions" (56001495P)

- Axel Ronse à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "La réforme des pensions" (56001500P)

- Anja Vanrobaeys à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "La réforme des pensions" (56001494P)

 

08.01  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Vrouwen zullen zich moeten aanpassen aan de nieuwe pensioenregels. Mijnheer de minister, in dat ene zinnetje zitten zo veel foute dingen dat ik niet weet waar ik moet beginnen. Daarom begin ik met een uitspraak van uw premier, Bart De Wever: ʺMijn vrouw is 15 jaar thuisgebleven om mijn vier kinderen een warme thuisomgeving te bieden, iets wat ik niet kon. Ik zal dus nooit aanvaarden dat politici op haar werk spuwen en beweren dat ze zou hebben geprofiteerd.ʺ Dat is exact wat u nu doet, mijnheer de minister. U spuwt op het werk van de vrouw van de eerste minister. U en uw fractieleider hechten geen enkele waarde aan niet-betaalde arbeid. U ziet niet in dat niet-betaalde arbeid integraal deel uitmaakt van de reële economie.

 

Eigenlijk zouden alle mannen en vrouwen die niet-betaalde taken op zich nemen, eens een week moeten staken en die taken laten liggen. Ja, dat gaat voornamelijk over vrouwen. Wat zou er gebeuren? De economie ligt op haar gat. Mijnheer de minister, uw kleinkinderen geraken niet op school. Uw onderbroeken worden niet gewassen. Als u ’s avonds thuiskomt, zult u zich moeten wenden tot de meeneemchinees. Een oma die soep maakt voor haar kleinkinderen, een vrijwilliger die soep maakt voor een vereniging van daklozen en een kok die soep maakt in een restaurant, die drie mensen doen exact hetzelfde, maar voor u is er maar een, welke arbeid levert. Voor u is alleen de kok productief en de enige welke een bijdrage levert. Dat is een totaal verkeerd wereldbeeld, want zonder die twee anderen stort onze maatschappij in elkaar. Ook zij moeten dus gewaardeerd worden voor de taken die ze opnemen. Het gaat er niet over dat zij daarvoor betaald moeten worden. Het gaat erover dat zij niet mogen worden gestraft. Dat is de essentie van uw uitspraak.

 

Mijnheer de minister, bent u het met mij eens dat al die niet-betaalde taken moeten worden gewaardeerd in plaats van afgestraft?

 

08.02  Ludivine Dedonder (PS): "Tirez votre plan, débrouillez-vous!" C'est ce que vous dites à celles et ceux à qui vous voulez imposer votre malus pension. À toutes celles et ceux – une femme sur deux et un homme sur quatre – qui vont perdre de 200 à 300 euros par mois. Comment s'adapte-t-on, lorsqu'on est en milieu ou en fin de carrière? Pouvez-vous m'expliquer comment on fait marche arrière?

 

Vous dites aux femmes de changer de mentalité, de s'adapter pour ne pas avoir une pension minable. Vous nous prenez pour qui, nous les femmes? Pour des fainéantes, c'est ça? Vous êtes méprisant et hors sol. Vous inversez les rôles en termes de responsabilités.

 

Pour celles qui doivent prendre un temps partiel pour élever leur enfant, c'est à vous de créer assez de places en crèche et en milieu extra-scolaire accessibles financièrement. Sinon, en attendant, où déposent-elles leur enfant? À votre cabinet, peut-être? Celles qui ne se voient pas offrir de temps plein, que doivent-elles faire? Braquer leur patron? Non! C'est à vous de responsabiliser et d'inciter les employeurs! C'est à vous d'arrêter avec les alternatives de type "flexi" qui vont à l'encontre de contrats stables et pleins. Celles qui gagnent en moyenne 20 % de moins que les hommes – moins de salaire, moins de pension – doivent-elles prendre leur manager en otage pour modifier leur fiche de paye? Non, c'est à vous de lutter efficacement contre l'écart salarial. J'imagine que les femmes doivent aussi arrêter de tomber malade, parce que dans ce cas aussi, c'est certainement leur choix.

 

Je vais vous apprendre quelque chose, monsieur le ministre, à savoir qu'une femme s'adapte chaque jour de sa vie. Et ce n'est pas aux femmes de s'adapter à votre réforme injuste et inhumaine. C'est votre réforme qui doit s'adapter aux réalités quotidiennes des femmes.

 

08.03  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, of misschien moet ik zeggen mijnheer de kamelendrijver, met uw btw-gebroddel, met uw meerwaardebelastinggeknoei en nu met uw pensioengepruts zorgt u immers in uw eentje voor een hele karavaan aan stinkende kamelen.

 

Met enige vertraging – dat zijn we ondertussen al gewoon – mochten we vanochtend dan toch uw wetteksten met betrekking tot uw pensioenhervorming ontvangen. Die zijn asociaal en treffen vrouwen disproportioneel. Vrouwen zijn de grootste dupe van uw veelbesproken pensioenmalus, omdat ze vaker onbetaalde zorgtaken op zich nemen. Kamelen spuwen, maar u spuwt op de vrouwen. Daags na Internationale Vrouwendag deed u er nog een lompe uitspraak bovenop: vrouwen zullen zich moeten aanpassen aan de nieuwe pensioenregels. De regering-De Wever wil dus dat men gedrag wijzigt, alsof er altijd uit luxe deeltijds gewerkt wordt.

 

Mijnheer de kamelendrijver, u voert de maatregel retroactief in. Kunt u mij eens uitleggen hoe zij die zorg hebben gedragen voor een gezin, op het einde van de rit hun gedrag nog kunnen wijzigen? Hoe kan een vrouw die nu aan de vooravond van haar pensioen staat, haar loopbaan nog terugspoelen? Hoe kan iemand van eind 40, begin 50 die loopbaankeuzes heeft gemaakt op basis van oude spelregels, nu nog bijsturen? Velen staan al te ver in hun loopbaan om dat nog aan te passen.

 

U straft achteraf. Verworven rechten tellen niet voor de regering-De Wever. Dat is contractbreuk en dat is onaanvaardbaar.

 

Mijnheer de minister, ik heb dus een heel eenvoudige vraag voor u, omdat er geen parfum bestaat dat de geur van zulke stinkende kamelen kan maskeren. Zult u uw huiswerk opnieuw doen? Zult u die stinkende kameel terug de woestijn in sturen?

 

08.04  Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, we hebben altijd gezegd dat we uw pensioenhervorming wilden steunen, omdat het een stap in de juiste richting is om ervoor te zorgen dat de volgende generatie ook een pensioen van de overheid krijgt, maar u maakt het ons wel heel moeilijk. Wat bent u maandag immers komen vertellen over de vrouwen? Dat ze zich moeten aanpassen, alsof alle vrouwen gewoon meer moeten werken.

 

Geef toe dat het weinig respectvol is en een lompe uitspraak. Ik weet niet of u het beseft, maar op die manier treft u alle vrouwen in hun zijn, mijnheer de minister. Het is een emotioneel debat. Dat weet u toch. Het is gevoelig, en terecht, want het gaat over de toekomst van de mensen. Het gaat over hun oude dag.

 

De voorbije dagen heb ik heel veel telefoontjes gekregen van vrouwen die werk en gezin combineren. Zij zijn ongerust, maar vooral boos. Ze snappen niet wat u hebt beslist en dat begrijp ik. Zelfs mypension ligt tot eind 2027 plat en kan geen ramingen produceren. Dat is uw verantwoordelijkheid.

 

Neen, het is niet de fout van de journalisten die het slecht uitleggen. Het is altijd hetzelfde met de meerderheid. Kijk naar de btw-brol. Kijk naar het meerwaardemonster. Kijk naar de centenindex. Ofwel is het taks, taks, taks, ofwel is het complex, complex, complex.

 

Mijnheer de minister, u kent mij ondertussen. Ik ben constructief. Ik heb de vrouwen die mij hebben gebeld, proberen uit te leggen wat uw plannen waren. Ik wil het echter van u horen. Dat is uw taak. Leg het dus uit in mensentaal, kort en duidelijk. Is uw hervorming fair en juist voor vrouwen?

 

08.05  Nahima Lanjri (cd&v): Mijnheer de minister, 'aanpassen' is wel het woordje van de week. U kreeg een storm van kritiek over u heen toen u begin deze week zei dat u erop rekent dat vrouwen zich wel zullen aanpassen en langer zullen werken. Ik begrijp de verontwaardiging. Het komt weinig respectvol over naar vrouwen die vandaag al meer zorgtaken op zich nemen dan mannen en daardoor ook vaker deeltijds werken.

 

We hebben u al geholpen om de pensioenhervorming rechtvaardiger te maken. Alle zorgverloven tellen nu mee voor het pensioen. Tijdelijke werkloosheid en ziekte ook. Er is een korfje met pechdagen dat men kan inzetten als men een jaar dagen tekortkomt. Er wordt ook gewerkt aan een oplossing voor mensen die halftijds werken, maar door atypische shiften toch net uit de boot vallen.

 

Mijnheer de minister, er is nog meer goed nieuws. U kunt die pensioenkloof wel degelijk verder dichten en cd&v wil u daarbij opnieuw helpen. Er zijn drie concrete christendemocratische voorstellen die u kunt uitvoeren om vrouwen een beter pensioen te geven. Ten eerste, voer de pensioensplit in. Tel de pensioenen van beide partners op en deel die door twee. Zo heeft iedereen elk de helft.

 

Ten tweede, zorg ervoor dat het aanvullend pensioen een pensioen wordt voor iedereen. Vandaag zijn vrouwen oververtegenwoordigd in sectoren zoals het onderwijs en de zorg, waar dat vaak niet het geval is.

 

Ten derde, voer ons familiekrediet in. Als u zegt dat vrouwen zich moeten aanpassen, zal vooral de samenleving zich moeten aanpassen. We zullen ervoor moeten zorgen dat zorgtaken beter verdeeld worden tussen mannen en vrouwen. Dat kunnen we faciliteren met het familiekrediet, zodat de combinatie van werk en gezin beter mogelijk wordt.

 

Mijnheer de minister, ik heb dus maar één vraag. Bent u bereid om vrouwen tegemoet te komen en onze voorstellen uit te werken?

 

08.06  Kim De Witte (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, het feit dat uw hervorming vrouwen keihard raakt, is geen toeval. Dat is geen ongewenst neveneffect. Dat is een essentieel onderdeel van die hervorming. Uw eigen kabinet zegt dat zelf. Eén vrouw op drie wordt geraakt door de inperking van de gelijkgestelde periodes. Bijna vier vrouwen op tien worden geraakt door de verstrenging van het vervroegd pensioen en de malus. Verder zijn zes van de tien slachtoffers van de afschaffing van de welvaartsvastheid van het minimumpensioen vrouwen. Ook zevenenhalf op tien slachtoffers van de afschaffing van het echtscheidingspensioen zijn vrouwen. Negen op tien slachtoffers van de inperking van het overlevingspensioen zijn vrouwen.

 

Mijnheer Jambon, uw hervorming hakt er keihard in bij vrouwen. Dat is geen mening of interpretatie, maar een feit, collega’s. U zegt dat vrouwen zich wel zullen aanpassen. Als ze in het verleden hebben gekozen om minder te werken, zullen ze nu wat meer moeten werken. Mijnheer Jambon, deeltijds werken was en is voor heel veel vrouwen geen keuze. Vrouwen kiezen er niet voor dat er een gebrek is aan kinderopvang. Ze kiezen er niet voor dat de ouderenzorg in ons land onbetaalbaar is. Vrouwen kiezen er niet voor dat ze minder loon krijgen voor hetzelfde werk. Dat is geen keuze.

 

Op de grote betoging daarstraks kwam ik Beate tegen, een huishoudhulp van 55 jaar. U lacht daarmee, maar de huishoudhulpen in ons land zijn noodzakelijk. Ze is 55 jaar en heeft 36 jaar gewerkt. Ze was daar met een rollator, kapotgewerkt. Er zijn veel vrouwen kapotgewerkt, net zoals industriearbeiders, bouwvakkers en zorgkundigen. Mijnheer Jambon, ook voor hen is langer werken geen keuze. Zij moeten zich dus niet aanpassen, u moet uw hervorming aanpassen aan de realiteit van de werkende klasse in ons land.

 

08.07  Axel Ronse (N-VA): Minister, afgelopen week hebben heel veel vrouwen, mama's en oma's, mij gevraagd of ik minister Jambon kon bedanken, omdat hij ervoor zorgt dat hun kinderen en kleinkinderen nog een pensioen zullen hebben. (Rumoer op de banken)

 

Kunt u stil zijn? Ik ben de afgelopen week immers al genoeg onderbroken.

 

Zij loven dat er eindelijk een minister is opgestaan die de ballen heeft om te zeggen dat de pensioenen onbetaalbaar zullen zijn en ze durft te hervormen, zodat hun kinderen ook een pensioen zullen hebben. Voltijds werkende mama's hebben mij gevraagd of ik aan de communisten, de groenen en de extreem-linksen wil zeggen dat een voltijds werkende mama een even goede mama is als een mama die deeltijds werkt. Ook deeltijds werkende mama's hebben mij gevraagd of ik de ministers Jambon, Vandenbroucke, Clarinval, Van Peteghem en Prévot en de arizonacoalitie kon bedanken, omdat ze ervoor zorgen dat we nog altijd een van de meest lieve pensioensystemen voor vrouwen hebben. Er is geen enkel land in de wereld waar men zelfs bij deeltijds werk nog altijd met vervroegd pensioen kan gaan. Men moet maar halftijds gewerkt hebben.

 

U, mijnheer de minister, hebt ervoor gezorgd dat vrouwen nog altijd het perspectief hebben om, als ze dat wensen, goed voor de kinderen te zorgen en deeltijds te werken en vervroegd op pensioen te gaan. Ik heb ook mijn eigen mama aan de lijn gehad, die op haar 51ste gescheiden is, die ervoor gekozen had om deeltijds te werken, die heeft gestudeerd voor makelaar en die tot haar 68ste heeft gewerkt. Er is niemand in de wereld waarvoor ik meer respect heb. Zij heeft mij gezegd dat ze voor geen geld in de wereld de keren zou willen factureren dat ze mijn pampers heeft ververst en mij naar school heeft gestuurd, want dat ze dat met liefde heeft gedaan.

 

08.08  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, ik heb gisteren de aftrap gegeven van mijn pensioentour in Aalst. Wat ik daar hoorde, was echt hallucinant. Sabine, die zorgverlof opnam voor haar kinderen, meende dat dit niet meetelde. Natalie, de cafébazin van Het Volkshuis, die ergens had horen waaien dat ze 700 euro pensioen minder zou krijgen, werkte gewoon. En Christel, die heel haar carrière kleuterjuf was en die bang is dat ze minder pensioen zal krijgen omdat ze nu zorgjuf is. Allemaal vrouwen, allemaal bang voor niets.

 

Wat niet helpt, mijnheer de minister, zijn uw uitspraken maandag over vrouwen. Alsof deeltijds werk totaal niet zou meetellen voor de pensioenberekening. Wij van Vooruit hebben er mee voor gezorgd dat er meer deeltijds werk zal meetellen. Ik denk maar aan moederschapsverlof, ouderschapsverlof, geboorteverlof, mantelzorgverlof. Dat telt allemaal mee voor de pensioenberekening.

 

Het minimumpensioen is door ons op 1.700 euro netto gebracht. We hebben het beschermd en versterkt. En ja, ook deeltijds werkende vrouwen met een uitkering kunnen dankzij ons rekenen op een fatsoenlijk pensioen. Laat het voor eens en altijd duidelijk zijn, die vrouwen moeten zich niet aanpassen. Die vrouwen doen hier de boel draaien, voor hun kinderen, voor hun ouders, voor mensen met een handicap.

 

Mijnheer de minister, de beste remedie tegen fakenieuws, de beste remedie tegen onzekerheid, is duidelijke informatie. Ik begrijp dan ook niet dat precies nu mypension.be twee jaar zal worden platgelegd. Zeker voor mensen die vlak voor hun pensioen staan, is dat onbegrijpelijk. Mijn vraag is dan ook hoe u ervoor zult zorgen dat mensen die vlak voor hun pensioen staan voor deze belangrijke hervorming kunnen rekenen op duidelijke informatie.

 

De voorzitter: Bij zoveel vragen krijgt de minister vijf minuten om te reageren.

 

08.09 Minister Jan Jambon: Collega’s, dank u wel voor jullie vragen. Ik ben echt blij – bijna iedere week, maar ik ben nu echt blij – dat die vragen aan mij er gekomen zijn. Ik wil vanop dit spreekgestoelte iets heel duidelijk rechtzetten.

 

In de voorbije dagen kreeg ik veel kritiek voor een uitspraak over vrouwen, een uitspraak die ik niet heb gedaan. Ik heb nooit gezegd dat vrouwen meer moeten gaan werken. Ik heb nooit gezegd dat vrouwen hun gedrag moeten aanpassen. Nooit. Dat is wat de Vlaamse openbare omroep er ’s avonds van heeft gemaakt, waarna die karikatuur…

 

(Rumoer)

(Brouhaha)

 

Waarna die karikatuur gretig werd overgenomen en verdraaid door de linkse oppositie.

 

Collega’s, ik heb zeer veel begrip voor de zeer specifieke situatie waarin veel vrouwen zich bevinden. Zowel mijn moeder als mijn ex-vrouw als mijn vrouw zijn deeltijds of voltijds thuisgebleven om voor de kinderen te zorgen. Dat zijn vrouwen voor wie ik immense waardering en respect heb.

 

Tout comme elles, de nombreuses femmes assument encore aujourd'hui une grande part des tâches de soins. Elles combinent leur emploi avec la prise en charge des enfants, des parents ou d'autres membres de la famille. Pour cela, je leur exprime mon profond respect.

 

Ce qui me dérange tout autant, c'est l'affirmation erronée selon laquelle notre réforme toucherait massivement et intentionnellement les femmes. Or, si vous prenez la peine d'examiner les faits, vous constaterez que ce n'est pas le cas. Il est vraiment regrettable d'effrayer les citoyens sur la base de semi-vérités et de citations sorties de leur contexte.

 

Mij wegzetten als een vrouwenhater als gevolg van ongehoord foute framing overschrijdt voor mij de grens van het aanvaardbare.

 

(Applaus)

 

Met de hand op het hart stel ik dat deze pensioenhervorming vrouwen absoluut niet viseert. Integendeel, net omdat we de realiteit kennen, houden we maximaal rekening met halftijdse loopbanen, de volledige gelijkstelling van zorgperiodes en loopbaanonderbrekingen uit het verleden. Pas wanneer iemand structureel nog minder dan halftijds werkt, nadat alle zorgverloven zijn benut, kan dat mogelijk gevolgen hebben. Dan geldt het algemene principe: wie meer bijdraagt, bouwt meer pensioen op.

 

De persoon die mij de magische oplossing kan geven om de pensioenen betaalbaar te houden door mensen meer te geven en minder te laten werken, mag nu rechtstaan.

 

Het debat focust vaak op de malus. Ook daar wil ik graag even de cijfers erbij nemen. De helft van de mensen werkt tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Voor hen speelt de malus helemaal niet. Laten we vervolgens kijken naar de andere helft, die ervoor kiest vervroegd met pensioen te gaan. We hebben een steekproef genomen van 50.000 mensen uit 2023. Van die groep wordt 77 % niet getroffen door de malus. De overige 23 % kan door een beetje langer te werken eveneens een malus vermijden. Dat is het eventuele gedragseffect.

 

Ik wil nog iets rechtzetten: we gaan ervan uit dat mensen, zowel vrouwen als mannen, hun gedrag zullen aanpassen wanneer ze merken dat ze door enkele maanden langer te werken een hoger pensioenbedrag kunnen krijgen. Nog iets belangrijks: door de gelijkstelling van de ziekteperiodes worden 11 % extra vrouwen gevrijwaard van de malus. Dat is dubbel zoveel als bij de mannen.

 

Laat me tot slot nog dit zeggen: in veel landen wordt het pensioen automatisch verminderd wanneer iemand vóór de wettelijke pensioenleeftijd stopt. Wij kiezen voor een milder systeem. Door de werkvoorwaarden kan men nog altijd met vervroegd pensioen gaan zonder malus. Dat is geen strafmechanisme. Het is een noodzakelijk evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid. Willen we een pensioensysteem dat ook voor de volgende generatie nog betaalbaar is of blijven we de mensen wijsmaken dat ze meer pensioen kunnen krijgen terwijl ze minder werken? Ik kies voor eerlijkheid. De mensen hebben daar recht op.

 

08.10  Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Ronse, u zegt dat een voltijds werkende vrouw evenveel waard is als een halftijds werkende vrouw. Wel, mijnheer Ronse, het omgekeerde is ook waar. Volgens u is dat echter niet zo, want het zit in het DNA van uw partij en ondertussen in het DNA van de hele meerderheid. U kijkt neer op niet-betaalde taken. U zult die met terugwerkende kracht afstraffen en raakt dus aan verworven rechten.

 

Daarbovenop vindt u dat iedereen die niet-betaalde taken uitvoert – en dat zijn vooral veel vrouwen –, zich moet aanpassen. Zij moeten zich plooien naar uw wereldbeeld. Mijnheer de minister, u hebt dat niet gezegd; het is waarschijnlijk dus een door artificiële intelligentie geconstrueerde deepfake van de openbare omroep, die we dan gezien en gehoord hebben.

 

Mijnheer de minister, ik zal uw koude wereldbeeld, dat puur gericht is op cash en betaalde arbeid, nooit delen. Ik zal het blijven bestrijden. Die belofte maak ik u alvast.

 

08.11  Ludivine Dedonder (PS): Ce gouvernement n’aime pas les femmes. Nous le savions déjà. J’ai d’ailleurs eu l’occasion de le dire. Toutes vos mesures le démontrent. Ce malus pension touchera une femme sur deux. Ce n’est pas moi qui le dis, mais le Comité d'étude sur le Vieillissement (CEV) ainsi que de nombreuses autres instances.

 

Aujourd’hui, vous nous demandez de nous adapter face au travail, à la maladie, ou à la pension. Et demain, qu'allez-vous nous demander? D’adapter la longueur de nos jupes? D’adapter nos comportements en public? D’adapter nos revendications pour disposer de notre corps? Est-ce cela?

 

Monsieur le ministre, vous ne connaissez pas bien la détermination des femmes. Je vais vous dire comment nous allons nous adapter: nous allons nous mettre en travers de votre route, comme aujourd’hui dans les rues de Bruxelles. Et demain, avec le Parti Socialiste, en déposant des contre-propositions, nous vous ferons reculer. Et si vous respectez réellement les femmes, modifiez vous-même votre réforme des pensions au Parlement!

 

08.12  Barbara Pas (VB): Iedere expert zegt dat met een werkzaamheidsgraad van 80 % de pensioenen perfect betaalbaar zijn. Vlaanderen haalt dat percentage nagenoeg. U vraagt die Vlamingen, niet de gelukszoekers die van over de hele wereld naar hier komen – daarvoor heeft de regering-De Wever belastinggeld genoeg –, om nog maar eens een extra inspanning te leveren om andermans putten te vullen. Uw plannen zijn anti-Vlaams en antivrouw.

 

Hervormen, ja, maar niet met terugwerkende kracht. Afspraken die aan het begin van de rit met de burgers worden gemaakt, moeten worden gerespecteerd. Ze mogen niet retroactief worden bestraft, mijnheer de minister. De vrouwen zijn daar de grootste dupe van.

 

U levert nog maar eens knoeiwerk af. Zelfs tien personal brand managers zullen dat niet meer kunnen rechttrekken. Mijnheer de minister, maak uw huiswerk opnieuw, zonder op de kap te zitten van de hardwerkende Vlaming en van de vrouwen in het bijzonder.

 

08.13  Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, ik had de collega’s verwittigd voor het antwoord dat het de fout is van de pers. Ik had graag gehad dat die een persoonlijk feit mocht inroepen. U hebt letterlijk gezegd: vrouwen zullen een aanpassing doen.

 

Mag ik u een aantal goedbedoelde tips geven? Misschien moet u, ten eerste, meer KISS-en. U kent de KISS-methode: keep it short and simple. Uw hervorming is veel te complex.

 

Ten tweede, zorg ervoor dat mypension snel weer ramingen geeft. Mensen willen weten wat de hervorming voor hen betekent. Ze willen geen theoretische uitleg.

 

Ten derde, maak in de tussentijd een aantal simulaties. Wat betekent uw hervorming concreet voor vrouwen in verschillende situaties op het terrein?

 

Tot slot, misschien moet u een personal brand manager aannemen, maar dan niet op kosten van het Parlement.

 

08.14  Nahima Lanjri (cd&v): Collega’s, met welles-nietesspelletjes en met heen-en-weerverwijten wordt geen enkele vrouw geholpen, niet zij die vandaag mee heeft betoogd en ook niet zij die thuis zit om voor de kinderen te zorgen.

 

Waar het wel om draait, is zorgen voor concrete maatregelen om de pensioenen van vrouwen te verbeteren.

 

Onze voorstellen zijn duidelijk, namelijk een aanvullend pensioen voor iedereen, ook voor die vrouwen, een familiekrediet zodat werk en gezin beter combineerbaar zijn en ten derde de pensioensplit.

 

Wij willen zelfs verder gaan dan wat in het regeerakkoord is afgesproken. De pensioensplit moet er komen voor iedereen en moet automatisch zijn zodat het pensioen eerlijk wordt verdeeld tussen beide partners. Als partners immers samen de keuze hebben gemaakt dat de ene wat minder werkt om voor de kinderen te zorgen, moeten zij ook samen de gevolgen dragen.

 

Daarom vragen wij u om die drie maatregelen uit te voeren. Onze concrete voorstellen liggen op tafel. Wij hebben ze ingediend als concrete wetsvoorstellen.

 

08.15  Kim De Witte (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, een vrouw op drie die vandaag met pensioen gaan, heeft een pensioen onder de armoedegrens. Hoe komt dat? Dat komt omdat meer vrouwen deeltijds werken. Deeltijds werk wordt al afgestraft.

 

Mijnheer Ronse, deeltijds werk is gelijk aan een deeltijds loon en dus aan een lager pensioen. Het klopt helemaal niet dat al die mensen evenveel pensioen krijgen. Daarom heeft een vrouw op drie die vandaag met pensioen gaan, al een pensioen onder de armoedegrens.

 

Mijnheer de minister, de cijfers van uw eigen kabinet geven aan dat dat aantal nog zal toenemen. U stelt dat 23 % de malus krijgt. Hoeveel mensen binnen die groep zijn vrouwen? Dat zijn er vier keer zoveel.

 

Collega’s, er zijn tal van vrouwen die de malus zullen krijgen en die nog minder pensioen zullen krijgen. Niet al die vrouwen kunnen langer werken. Zij hebben niet allemaal 30 jaar in het Parlement gezeten. (…)

 

08.16  Axel Ronse (N-VA): Het is een boeiend debat. Ik had het nooit gedacht, maar Groen en het Vlaams Belang zijn vandaag exact dezelfde partijen. Zij vinden dat een deeltijds werkende mama beter is dan een voltijds werkende mama. Dat vind ik schandalig, collega’s. Schandalig! U toont allebei even weinig...

 

(Protest op de Vlaams Belangbanken.)

 

Mijnheer de voorzitter, zet u de tijd stil?

 

De voorzitter: Collega’s, collega’s…

 

(Geroep vanuit de Vlaams Belangfractie.)

 

08.17  Axel Ronse (N-VA): Dat mag u tegen uzelf zeggen inderdaad.

 

Kunnen we een beetje beschaafd zijn en naar elkaar luisteren?

 

De voorzitter: Mag ik vragen om niet te roepen en te brullen vanuit de zaal? Er is één man die het woord heeft en er is geen discussie.

 

08.18  Axel Ronse (N-VA): Ik kan goed begrijpen dat u niet graag met Groen vergeleken wordt. Dat kan ik nog begrijpen, collega’s.

 

Weet u wat u nog doet lijken op Groen? U zit allebei totaal niet in met de pensioenen van de nieuwe generatie. Deze minister, deze regering heeft hier de grootste pensioenhervorming ooit op tafel gelegd. Ze houdt rekening met vrouwen die effectief de keuze maken om deeltijds te werken. Halftijds werk kan perfect leiden tot vervroegd pensioen, zelfs zonder malus. U zou zich moeten schamen en moeten applaudisseren voor die pensioenhervorming!

 

(Protest van de Vlaams Belangfractie.)

 

De voorzitter: Collega’s, het gebeurt wel eens dat op de tribune dingen worden gezegd die andere fracties onwelgevallig zijn. Dat is de essentie van een politiek debat en dus geen reden om de spreker het onmogelijk te maken zijn discours verder te zetten.

 

Ik hoop dat u allen mevrouw Vanrobaeys de volle minuut het woord gunt.

 

08.19  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, ik heb gisteren heel wat ongeruste mensen ontmoet. Zij rekenen nu op duidelijke informatie op mypension, niet binnen twee jaar.

 

Collega’s, die pensioenhervorming is nodig. Ze is complex en moeilijk. Wat ik echter niet pik, is dat mensen onnodig bang worden gemaakt. Wat ik ook niet pik, is dat er hier partijen zijn die zondag, op Internationale Vrouwendag, dat allemaal niet meer nodig vinden, maar hier vandaag wel hypocriet staan te doen.

 

Vooruit maakt het verschil voor de pensioenen, ook voor vrouwen. Wij zullen dat blijven doen. Dank u wel.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Questions jointes de

- Éric Thiébaut à Mathieu Bihet (Énergie) sur "L'explosion des prix de l'énergie, l'absence de mesures concrètes et la réserve stratégique" (56001476P)

- Lode Vereeck à Bart De Wever (premier ministre) sur "La hausse des prix de l'énergie et les accises" (56001480P)

- Oskar Seuntjens à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Les conséquences de la guerre au Moyen-Orient sur les prix de l'énergie et notre approvisionnement" (56001482P)

- Marc Lejeune à Mathieu Bihet (Énergie) sur "L'indépendance énergétique face aux tensions internationales" (56001486P)

- Robin Tonniau à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "Les prix de l'énergie, les accises et les mesures urgentes contre l'explosion des factures" (56001491P)

- Christophe Bombled à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "Le cliquet inversé et les accises sur le carburant dans le cadre du prix de l'énergie" (56001492P)

- Roberto D'Amico à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Les prix de l’énergie, les accises et les mesures urgentes contre l’explosion des factures" (56001496P)

- Charlotte Verkeyn à Jan Jambon (VPM Finances, Pensions, chargé de la Loterie Nationale et Institutions culturelles fédérales) sur "Les accises" (56001497P)

09 Samengevoegde vragen van

- Éric Thiébaut aan Mathieu Bihet (Energie) over "De exploderende energieprijzen, het uitblijven van concrete maatregelen en de strategische reserve" (56001476P)

- Lode Vereeck aan Bart De Wever (eerste minister) over "De stijgende energieprijzen en accijnzen" (56001480P)

- Oskar Seuntjens aan Mathieu Bihet (Energie) over "De gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor onze energievoorziening en -prijzen" (56001482P)

- Marc Lejeune aan Mathieu Bihet (Energie) over "De energieonafhankelijkheid in het licht van de internationale spanningen" (56001486P)

- Robin Tonniau aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De energieprijzen, de accijnzen en de urgente maatregelen tegen de explosie van de facturen" (56001491P)

- Christophe Bombled aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "Het omgekeerde cliquetsysteem en de accijnzen op brandstof in het licht van de energieprijzen" (56001492P)

- Roberto D'Amico aan Mathieu Bihet (Energie) over "De energieprijzen, de accijnzen en de urgente maatregelen tegen de explosie van de facturen" (56001496P)

- Charlotte Verkeyn aan Jan Jambon (VEM Financiën, Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en Federale Culturele Instellingen) over "De accijnzen" (56001497P)

 

09.01  Éric Thiébaut (PS): Messieurs les ministres, la semaine dernière, je vous ai interrogé sur l'explosion des prix de l'énergie. Depuis lors, qu'avons-nous pu constater? Les prix continuent d'augmenter. Aujourd'hui, pour un litre de diesel à la pompe, il faut plus de 2 euros. Pour de nombreux ménages, il faudra désormais plus de 1 000 euros pour remplir la cuve à mazout. Pendant ce temps, qu'a donc fait votre gouvernement? Rien. Les Belges, eux, n'ont pas le choix, ils doivent continuer à se déplacer et à se chauffer, parce que l'été n'est pas encore là et que les factures de chauffage continuent à tomber.

 

Pourtant, des solutions existent. Premièrement, bloquer les prix de l'énergie, tout en compensant. Même votre partenaire Les Engagés est demandeur d'une telle mesure. Deuxièmement, annuler la hausse des accises parce que, franchement, c'est surréaliste: nous sommes sans doute le seul pays au monde qui augmente les taxes énergétiques au moment où les prix explosent. Enfin, étendre le tarif social, parce que cela fut la mesure la plus efficace à avoir été prise au cours des précédentes crises. Alors, ne me dites pas non plus que cela va coûter trop cher, puisque votre gouvernement vient encore de dépenser 2 milliards d'euros pour acheter des avions F-35.

 

Messieurs les ministres, quand allez-vous bouger? Quand allez-vous prendre des mesures pour aider les ménages à payer leurs factures qui explosent? Quand allez-vous enfin bloquer le prix de l'énergie?

 

09.02  Lode Vereeck (VB): Mijnheer de minister Jambon, door de oorlog in het Midden-Oosten is de gasprijs fors gestegen. Dat is al erg genoeg voor wie verwarmt met gas, maar u maakt het nog een stuk erger, met uw eigen Belgische Green Deal. In de nieuwe programmawet worden de accijnzen op gas immers verhoogd, waardoor de gasfactuur met 6 % zal stijgen. Daar komt nog een Europese koolstoftaks bij, een Europees verplichte btw-verhoging en een Vlaamse taxshift op gas, alles bij elkaar bijna 500 euro aan extra taksen op de gasfactuur. “Het pakket maatregelen dreigt zowel de concurrentiepositie van onze Vlaamse bedrijven als de koopkracht van de Vlaamse gezinnen aan te tasten.” U herkent het citaat wellicht, het is van uw eigen Europese N-VA-fractie.

 

Er leven grote zorgen bij wie met gas of stookolie verwarmt, dat is 80 % van de bevolking. Ik weet wat u zult antwoorden, namelijk dat mensen zich maar moeten aanpassen. De meeste mensen hebben echter geen geld klaar liggen voor een warmtepomp en vandaag zitten zij in de val, in de accijnsval.

 

Afgelopen vrijdag nam het kernkabinet de principiële beslissing om desgevallend in te grijpen, maar concrete afspraken werden niet gemaakt. U wilt liever de kat uit de boom kijken. Ik begrijp dat, want u wordt natuurlijk slapend rijk door de stijgende btw-opbrengsten. Welnu, uw kat kan de boom in voor cd&v en MR, die de accijnsverhoging willen uitstellen. Collega Matheï was daarover heel duidelijk. Ik citeer: “We hebben meegestemd, maar we hopen dat de regering zich intussen bezint.”

 

Mijnheer de minister, bent u bereid om, zolang de oorlog in het Midden-Oosten woedt, de verhoging van de accijnzen uit te stellen? Welke andere maatregelen overweegt uw regering? Komt er bijvoorbeeld een plafondprijs aan de pomp? Is daarover eigenlijk wel eensgezindheid in de meerderheid?

 

Ten slotte, zal de federale regering het voorbeeld van de Vlaamse regering volgen en een extra korting geven op elektriciteit voor mensen die met gas verwarmen?

 

09.03  Oskar Seuntjens (Vooruit): Twee weken geleden startte Trump een oorlog in Iran. Het gevolg heeft iedereen gezien: Iran heeft de Straat van Hormuz, waar olie- en gastankers passeren, afgesloten. Het antwoord van Trump was eigenlijk heel simpel. Ik weet niet of u het gezien hebt op zijn sociale media. Hij zei tegen de schepen die energie moeten leveren: show some guts. Lever gewoon energie, ga maar door, er is geen gevaar. Het resultaat hebben we ook gezien: meerdere schepen zijn aangevallen. Het signaal van Iran is heel duidelijk dat daar geen liter olie meer passeert.

 

Het gevolg is dat wij in België na Rusland nu ook het Midden-Oosten kwijt zijn voor onze energiebevoorrading. De mensen voelen dat. Voor het eerst sinds lang zijn de prijzen aan de pomp boven 2 euro per liter. Mensen zijn bang. Ze staan met het zweet op het hoofd te tanken. De regering heeft beloofd de koopkracht van de mensen daartegen te beschermen. Mijn eerste vraag aan u, mijnheer de minister, is dus hoe u dat concreet zult doen. Hoe zult u mensen beschermen tegen een oorlog waarvoor wij niet hebben gekozen?

 

Daarnaast stijgen ook de gasprijzen en dat op een moment dat onze reserves in Europa zeer laag staan. Er is zelfs beslist om strategische reserves aan te wenden, dat is echt the last resort. Ook wij hebben in België een dergelijke strategische noodreserve. Als ik het goed begrepen heb, zouden we daar ongeveer 90 dagen verder mee kunnen. Het is goed dat we die reserve nog hebben. Nog beter zou zijn dat we zelf meer energie produceren, propere energie, duurzame energie en betaalbare energie. Op lange termijn weet u, mijnheer de minister, dat kernenergie voor ons geen taboe is. Op korte termijn moet er echter meer gebeuren. We moeten meer windmolens bouwen op zee. Elke windmolen die we bouwen, maakt ons sterker. We zouden van de Noordzee eigenlijk een grote strategische motor van onze onafhankelijkheid moeten maken. Daarom heb ik eigenlijk maar één vraag voor u, mijnheer de minister: kunt u garanderen dat de Prinses Elisabethzone, met de windmolens op zee, zo snel mogelijk, asap, wordt gebouwd?

 

09.04  Marc Lejeune (Les Engagés): Messieurs les ministres, vous le savez, depuis plusieurs semaines, les prix de l'énergie augmentent et l'inquiétude grandit chez nos entreprises et nos concitoyens. On ne parle que de cela. Les marchés énergétiques sont à nouveau extrêmement volatiles. Aujourd'hui, le litre de carburant avoisine les deux euros, c'est énorme!

 

Mais, outre l'augmentation des prix, ce qui fait le plus de mal à notre économie et nos foyers, ce sont les chocs de prix brutaux et imprévisibles. Nos entreprises, nos artisans ont avant tout besoin de stabilité pour travailler et investir. Dans ce contexte incertain, une chose est sûre, nous devons penser notre politique énergétique dans la durée, parce qu'anticiper une crise énergétique coûte moins cher que la subir.

 

Au-delà des slogans faciles qu'on entend ces derniers jours, la Belgique a besoin d'une stratégie énergétique qui doit reposer, comme nous le répétons souvent, sur un mix décarboné car c'est la seule énergie qu'on ne doit pas importer et qui peut assurer notre indépendance.

 

Messieurs les ministres, à peine quatre ans après avoir subi une première crise énergétique de grande ampleur, nous le voyons, une seconde est déjà à nos portes. Les Engagés ont insisté ces derniers jours sur la nécessité de renforcer le mécanisme d'amortissement des prix qui nous semble indispensable au niveau national pour protéger toute la population. On sait que ce système a été mis en place sous la Vivaldi, mais sans concerner toutes les énergies, ce qui n'était pas assez efficace.

 

On s'étonne par ailleurs que certains groupes, hier dans la majorité, aujourd'hui dans l'opposition, réclament un système de blocage de prix qu'ils n'ont eux-mêmes pas mis en œuvre lors de la précédente crise.

 

Cependant, outre le niveau national, si nous souhaitons vraiment protéger nos entreprises et nos concitoyens, les leviers se situent surtout au niveau européen.

 

Dès lors, messieurs les ministres, quelles initiatives allez-vous prendre pour que l'Europe soit au rendez-vous? Quelle est votre stratégie pour renforcer la coopération européenne afin d'avancer pour une énergie décarbonée et des mécanismes d'aide financière?

 

09.05  Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, de oorlog van de VS en Israël tegen Iran heeft dramatische gevolgen. In de eerste plaats natuurlijk voor de bevolking daar, die de prijs betaalt met haar leven en met de verwoesting van haar land. Ook hier voelen mensen de gevolgen van die oorlog. De energieprijzen gaan door het dak. Benzine, diesel en gas worden elke dag duurder en duurder. Opnieuw dreigen de werkende mensen, de gezinnen, maar ook onze industrie hier de rekening te betalen. De absolute prioriteit van deze regering moet dan ook zijn om enerzijds die oorlog te stoppen, maar anderzijds ook de mensen hier, onze werkende klasse, de gezinnen en de bedrijven te beschermen.

 

Wat doet deze regering? Op het moment dat de prijzen zo hoog zijn, beslist deze regering om de accijns op gas te verhogen. Op 2 maart is daarover gestemd in de commissie voor Financiën. Alle regeringspartijen hebben voorgestemd om de belastingen op gas te verhogen. Iedereen herinnert zich nog de energiecrisis: de chauffage lager zetten, onder een dekentje in de zetel gaan liggen en kou lijden, besparen op een warm bad voor de kinderen. Dat willen we toch niet meer? Gas is geen luxeproduct. We gebruiken het om onze woningen te verwarmen en om te koken. We gebruiken het ook in onze productie.

 

Mijnheer de minister, laten we duidelijk zijn, de accijns op gas moet niet omhoog, maar omlaag. Zijn we het daarover eens? De bevolking eist dat u de geplande accijnsverhoging op gas intrekt. U moet zich aanpassen aan de wil van de bevolking en niet omgekeerd. Mijn vraag is zeer eenvoudig (…)

 

09.06  Christophe Bombled (MR): Messieurs les ministres, depuis quelques jours les prix de l'énergie connaissent une nouvelle flambée. Le diesel a franchi la barre symbolique des 2 euros le litre tandis que les prix du mazout de chauffage, du gaz et de l'électricité repartent à la hausse. Cette situation pèse directement sur le pouvoir d’achat des ménages et sur la compétitivité de nos entreprises. Dans un contexte international instable, marqué par les tensions persistantes au MoyenOrient, le gouvernement ne peut pas se contenter dobserver passivement l’évolution des marchés.

 

Je rappelle également quavec lentrée en vigueur des directives européennes ETS2 et RED III en 2028, le signal est clair: si nous ne faisons rien de plus, les prix de l’énergie que les Belges paient aujourdhui deviendront la norme de demain.

 

Nous devons dès lors défendre des mesures ciblées, temporaires et efficaces, capables de stabiliser la situation sans compromettre l’équilibre budgétaire. Bien entendu, il ne s’agit pas de dépenser sans compter, mais de protéger celles et ceux qui travaillent et investissent.

 

Le mécanisme du cliquet inversé, qui permet d’ajuster les accises lorsque les prix s’envolent, constitue un outil reconnu pour amortir les chocs sans créer de subventions structurelles sur les énergies fossiles. Notre ministre de l’Énergie l’a répété, la Belgique doit agir avec discernement et responsabilité, en préservant ses marges de manœuvre pour les cas de pénurie tout en soutenant la stabilité économique.

 

Monsieur le ministre des Finances, comptezvous activer ou recalibrer le cliquet inversé afin quil joue pleinement son rôle de protection automatique du pouvoir dachat face à cette nouvelle flambée? Et surtout, dans quelle mesure le gouvernement entendil anticiper une aggravation de la crise plutôt que de rester dans lattentisme, au risque de devoir réagir dans lurgence si les tensions internationales se prolongent?

 

09.07  Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Messieurs les ministres, à la suite de l'agression des États-Unis et d'Israël contre l'Iran, les prix du gaz et du carburant ont explosé. En premier, ce gouvernement doit tout faire pour arrêter la guerre. Ce n'est pas à la classe travailleuse de payer cette guerre! Aujourd'hui, le diesel a dépassé la barre symbolique des 2 euros par litre. Hier, je suis allé faire le plein et j'en ai eu pour 90 euros! Les travailleurs doivent payer toujours plus cher pour aller travailler, pour aller faire leurs courses, pour conduire les enfants à l'école. En soutenant la guerre des Américains et des Israéliens, vous nous faites payer cette crise.

 

Messieurs les ministres, il faut maintenant bloquer les prix à la pompe. Avec le PTB, nous exigeons de bloquer les prix à 1,60 euro du litre, ce qui était le prix juste avant le début de la guerre en Iran. Pour financer cette mesure, faites payer les profiteurs de guerre, les multinationales du pétrole, comme Total, Shell, Exxon, qui s'enrichissent avec cette guerre.

 

La semaine dernière, vous avez dit que vous regarderiez l'évolution des prix. Avez-vous regardé? Vous avez vu qu'ils ont augmenté. Eh bien, agissez maintenant! Messieurs les ministres, vous pouvez décider aujourd'hui de baisser les prix à la pompe. Allez-vous, oui ou non, le faire? Allez-vous baisser les accises sur le carburant, pour bloquer les prix et empêcher qu'ils continuent de s'envoler?

 

09.08  Charlotte Verkeyn (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, paniekvoetbal spelen is geen beleid. Ja, de energieprijzen zijn wispelturig. Ook al draaien en keren ze op dit ogenblik nog zoals de wind, toch vindt iedereen het opnieuw nodig om, onder het mom dat men de energiefactuur voor de burger wil bewaken, aan opbodpolitiek te doen. Voor de ene moeten er boven op het bestaande beschermingsmechanisme subsidies komen, terwijl anderen dromen van een plafond of van een blokkering.

 

Een dergelijke opbodpolitiek is alleen maar goed voor de gazetten, maar niet per se voor de burger. Als er één iets is dat we uit de vorige energiecrisis hebben geleerd, dan is het wel dat. Zelfs een voormalig regeringslid – het is jammer dat ze nu afwezig is – heeft ooit letterlijk gezegd dat ze dat ze nooit met maatregelen goed voor miljarden, gestrooid zou hebben, want de factuur – zo ook de Blankenbergse – wordt naar de volgende generaties, te beginnen met de onze, doorgeschoven. We hebben vandaag een bloedrode begroting; Een verwittigd man en zeker een verwittigde vrouw is er twee waard.

 

Mijnheer de minister, u hebt aangegeven doordacht te werk te willen gaan en hebt uw administratie de opdracht gegeven om de evolutie van de energieprijzen nauwgezet te monitoren en het bestaande beschermingsmechanisme eventueel te versterken. Kunt u ons bevestigen dat u achter die aanpak blijft staan? Kunt u ons daarover al iets meer vertellen?

 

09.09 Minister Jan Jambon: Collega's, het is primordiaal dat we het hoofd koel houden en monitoren hoe de situatie evolueert. De energieprijzen reageren momenteel heel sterk op de geopolitieke gebeurtenissen. De prijzen schieten omhoog of omlaag, telkens wanneer president Trump iets zegt of doet. Collega's, paniek is zelden een goede raadgever.

 

Chers collègues, la panique est rarement bonne conseillère. Comme je l’ai déjà indiqué la semaine dernière, le gouvernement suit la situation de très près. C’était d’ailleurs l’une des conclusions du Conseil national de sécurité (CNS) de jeudi dernier. Nous surveillons en permanence les conséquences pour notre sécurité d’approvisionnement – mon collègue Bihet y reviendra dans un instant – ainsi que l’évolution des prix de l’énergie.

 

Tegelijkertijd bestaan er vandaag al verschillende mechanismen die de meest kwetsbaren beschermen, zoals het sociaal tarief voor de gezinnen met de laagste inkomens, automatische loonindexering bij sterke inflatie en het prijsbeschermingsmechanisme. Over dat prijsbeschermingsmechanisme, ingevoerd door de vorige regering, heb ik vorige week al geantwoord dat op dit moment wordt onderzocht hoe we dit systeem kunnen verbeteren.

 

Beste collega’s, we moeten absoluut vermijden overhaast maatregelen te nemen die weinig effect hebben. Maar, zoals ik vorige week ook gezegd heb, de energieprijzen pieken nu, en als die prijsstijging structureel blijkt, kan de regering dat uiteraard niet zomaar naast zich neerleggen.

 

09.10  Mathieu Bihet, ministre: Chers collègues, permettez-moi d’abord d’apporter quelques éléments de clarification face aux inquiétudes exprimées.

 

Premièrement, garantir la sécurité d’approvisionnement énergétique du pays est la priorité absolue de ce gouvernement. À ce stade, je le répète, il n’y a pas de difficulté d’approvisionnement en Belgique. Pour cela, nous assurons un monitoring permanent de la situation sur les marchés de l’énergie, en lien étroit avec les acteurs du secteur et nos partenaires européens, afin d’évaluer les impacts potentiels et, surtout, d’anticiper différents scénarios si la situation internationale devait évoluer négativement.

 

Deze crisis herinnert ons eraan hoe belangrijk het is om onze energieonafhankelijkheid geleidelijk te versterken.

 

Mijnheer Seuntjens, ik ben het met u eens. Dit betekent dat we onze energiebronnen moeten diversifiëren, de productiecapaciteit in Europa moeten ontwikkelen en de Europese samenwerking moeten versterken om onze afhankelijkheid van geopolitieke spanningen te verminderen.

 

Deuxièmement, la Belgique dispose actuellement de stocks stratégiques de pétrole supérieurs à 90 jours, conformément aux obligations européennes. Ces réserves ne sont pas un instrument destiné à réguler les prix mais un mécanisme de sécurité prévu pour faire face à une interruption physique de l'approvisionnement. L'Agence internationale de l'énergie a effectivement lancé un appel sur base volontaire en vue d'une action collective. À ce stade, la libération de stocks par la Belgique n'est pas envisagée car la situation de notre approvisionnement ne le nécessite pas.

 

Troisièmement, s'agissant des prix de l'énergie et des différentes mesures, les tensions au Moyen-Orient provoquent naturellement une forte nervosité sur les marchés énergétiques mondiaux. Nous observons une hausse des prix du pétrole mais également du gaz. Dans ce contexte, j'ai veillé à ce que le contrat-programme sur les carburants joue pleinement son rôle d'amortisseur, notamment via le désormais très célèbre facteur k, qui permet de modérer la volatilité des prix à la pompe pour le consommateur et donc de diminuer les prix.

 

Par ailleurs – et comme indiqué jeudi dernier –, j'ai réuni l'administration de l'énergie et la Commission de Régulation de l'Électricité et du Gaz (CREG) afin d'analyser et d'actualiser les différentes mesures qui ont été appliquées par le passé en évaluant leur pertinence, leur efficacité et surtout leur impact budgétaire et le fonctionnement du marché général de l'énergie.

 

Chaque jour, nous évaluons la situation en concertation avec les acteurs du secteur énergétique afin d'en mesurer les impacts potentiels et d'anticiper les différents scénarios. Il ne s'agit pas d'agir dans la précipitation, chaque mesure éventuelle doit être analysée en fonction de son impact pour les citoyens à court mais surtout à long terme.

 

La Belgique reste en concertation étroite avec ses partenaires européens car, face à une situation internationale incertaine comme nous la connaissons, la réponse doit être coordonnée avec l'Union européenne et l'Agence internationale de l'énergie.

 

Notre ligne est claire: vigilance, responsabilité et protection des consommateurs.

 

Je vous remercie.

 

09.11  Éric Thiébaut (PS): Messieurs les ministres, la semaine dernière, vous nous annonciez que vous alliez observer l’évolution des coûts et l'évolution de la situation. Aujourd’hui, vous nous annoncez qu’il faut être prudent et que vous allez observer l’évolution des prix de l’énergie. C’est surréaliste, honnêtement! En effet, la situation est aujourd’hui claire. Il faut des mesures maintenant, car la guerre en Iran risque de durer beaucoup plus longtemps que certains ne l’espèrent. Les Belges attendent donc des mesures concrètes pour les aider à payer leurs factures énergétiques, qui sont en train d’exploser.

 

09.12  Lode Vereeck (VB): Dit is een compleet nietszeggend antwoord. Het is duidelijk gemakkelijker om een boekje over welvaart te schrijven dan om voor welvaart te zorgen. Welvaart voor wie? Voor vrouwen die plots minder pensioen krijgen? Voor huismannen en huisvrouwen wier gezinsinkomen zal dalen? Voor gescheiden mensen die meer belastingen op hun alimentatiegeld betalen? Voor mensen die met gas en mazout verwarmen?

 

Collega’s, premier De Wever is geen hystericus, maar een klepticus. Hij steelt meer en meer geld van de hardwerkende Vlamingen en dan nog slaagt hij er niet in om de begroting op orde te krijgen.

 

De verhoging van de accijnzen op energie kan voor ons niet. Energie is een basisrecht, dat betaalbaar moet blijven. Als u per se wilt doorgaan met uw Belgische Green Deal, maak elektriciteit dan goedkoper en gas niet duurder.

 

Ik eindig met een bekend citaat van een Brabantse bard: “Wijle zijn de mannen die de gas doen branden, de klinken repareren en de vrouwen ambeteren.” De vrouwen ambeteren is al gelukt, nu de gas nog laten branden.

 

09.13  Oskar Seuntjens (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoorden, heren ministers. Minister Bihet, uw collega, de minister van Energie in Qatar, was heel erg duidelijk. Al stopt de oorlog vandaag of morgen, de gevolgen dreigen wij sowieso nog dagen, weken en misschien zelfs maanden te voelen. Dat maakt mensen ongerust. Ze hebben nog altijd flashbacks naar de energiecrisis, toen Poetin Oekraïne binnenviel.

 

De vraag is dus wat we juist moeten doen. Ik kan u alvast aanraden om niet te luisteren naar de oplossingen van het Vlaams Belang. U hebt dat hier niet durven te vertellen, maar uw voorzitter was vorige week op tv wel heel duidelijk. Hij zei toen: gas uit Rusland moeten we terug bekijken, misschien is dat een optie. Het Vlaams Belang wil de oorlogsmachine van Poetin, die een oorlog tegen Europa is gestart, dus nog altijd financieren.

 

Mijnheer de minister, ik raad u om aan te luisteren naar deze duidelijke oproep: maak werk van eigen, betaalbare, zekere en propere energie. Dat is de enige oplossing, niet de nepoplossingen van het Vlaams Belang.

 

09.14  Marc Lejeune (Les Engagés): Messieurs les ministres, je vous remercie pour vos réponses.

 

Vous l’avez dit, l’attentisme n’est pas permis. La précipitation et la panique sont mauvaises conseillères.

 

Nous vous rappelons que, pour notre groupe, il faut une solution de plafonnement en cas d’aggravation de la crise, qu’il faut préparer dès aujourd'hui pour éviter, comme sous la Vivaldi, que le délai soit trop long si nous devions l’activer. Il nous faut une solution pérenne, pour que nous n’ayons plus, à chaque crise, à nous demander comment protéger notre population et nos entreprises. Nous savons que cette mesure n’est pas simple à renforcer, mais elle est indispensable et, surtout, réaliste. Les Engagés déposeront d'ailleurs prochainement une proposition de résolution sur la protection des prix à prévoir en cas d’aggravation de la crise.

 

Une stratégie à long terme, avec un mix énergétique vertueux et propre est également notre seule possibilité afin de ne plus dépendre de puissances comme la Russie, notamment, qui nous insulte en faisant des propositions dès qu’une crise survient alors que nous la sanctionnons en même temps.

 

Messieurs les ministres, aujourd'hui nos entreprises et nos concitoyens attendent tout simplement que nous soyons prêts.

 

09.15  Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, zal de regering nu de accijnzen op gas verhogen of verlagen? Zal het hoger of lager zijn? U hebt daar niet op geantwoord. Dat geeft mij een beetje hoop, want daarover is ook nog altijd niet gestemd. Er komt nog een tweede lezing in de commissie.

 

Ik doe dus een oproep aan alle regeringspartijen. Luister naar de mensen die vandaag op straat zijn gekomen en stop met die waanzin om in deze tijd van exploderende gasprijzen het gas nog duurder te maken door de belastingen te verhogen.

 

Mijnheer Jambon, u bent minister, maar veel mensen hierbuiten zijn dat niet. Zij hebben dus ook geen ministerloon. Die mensen zijn in paniek, want ze herinneren zich de vorige energiecrisis nog. Sommige mensen betalen vandaag nog altijd schulden af die ze toen hebben gemaakt. Aan die mensen vraagt u om niet te panikeren. Tegelijk krijgen zij wel een belastingverhoging te slikken.

 

09.16  Christophe Bombled (MR): Monsieur le ministre des Finances, pendant que les prix du diesel, du gaz et de l'électricité s'envolent, les ménages et les entreprises n'ont pas besoin d'un gouvernement spectateur, mais d'un gouvernement qui agisse. Bien sûr, nous refusons autant la dépense aveugle que l'attente passive. Bien entendu, nous demandons de la cohérence, de la méthode et du courage. Mais il est temps d'utiliser un outil tel que le mécanisme du cliquet inversé, qui va permettre une diminution des accises, afin de protéger le pouvoir d'achat sans compromettre les finances publiques. En effet, gouverner, c'est prendre ses responsabilités. Gouverner, ce n'est pas espérer que la crise passe; c'est y faire face. 

 

09.17  Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Messieurs les ministres, ma question était simple: oui ou non, allez-vous abaisser les accises? Vous ne m'avez pas répondu, alors qu'elle était toute simple.

 

Monsieur le ministre, comme je vous l'ai déjà dit, pas plus tard qu'hier, j'ai mis de l'essence dans ma voiture. Bien que ce fût moi qui tenais le pistolet à la pompe, c'est moi qui me suis fait braquer par votre gouvernement. Sur 2 euros du prix du diesel, 72 cents partent en taxes: 60 en accises et 12 en TVA. Ce qui est comique avec vous, le MR, c'est que vous dites que, grâce à vous, il n'y aura plus de nouvelles taxes. Non! Avec le MR, il y en a plus! À mon avis, vous aviez oublié le "s"…

 

Monsieur Jambon, vous m'avez fait rire en affirmant qu'il ne fallait pas paniquer. Bien évidemment, avec 11 000 euros, on ne panique pas. Or la classe travailleuse, qui ne reçoit pas 11 000 euros, elle panique! Toutes les semaines, elle doit mettre de l'essence dans sa voiture et (…)

 

09.18  Charlotte Verkeyn (N-VA): Er is onze minister vandaag en de voorbije dagen al veel verweten. Daarnet werd hij nog een kamelendrijver genoemd. Ik ben alvast blij dat hem niet kan verweten worden dat hij op een tapijtenmarkt staat. Alle vorige sprekers pleiten voor het uitdelen van cadeautjes. Het stemt mij tevreden dat de minister kiest voor een doordacht beleid waarbij men het bestaande beschermingsmechanisme onder de loep neemt. Tijdens de vorige energiecrisis werden immers miljarden door de ramen gegooid. We hadden hier evengoed de verwarming helemaal open kunnen zetten met alle ramen open. Toen kreeg iedereen een beetje zijn zin; iedereen kreeg een cadeautje en wie betaalt de prijs? Dat zijn mijn generatie en de volgende generaties. De begroting is bloedrood; erger nog, op die manier gaat ze dood.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van Jean-Marie Dedecker aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het sanctiebeleid bij de federale politie" (56001473P)

10 Question de Jean-Marie Dedecker à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La politique de sanctions à la police fédérale" (56001473P)

 

10.01  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, op 17 juni 2025 stonden wij hier ook voor hoorzittingen met de top van onze politie. De aanleiding was toen niet alleen misbruik van het wagenpark; dat was maar een detail. Er was ook een prachtig Corespo-rapport. Dat Corespo-rapport kwam er naar aanleiding van een ondervraging van 1.798 politiemensen over de wantoestanden die daar heersten.

 

Dat rapport was vernietigend. Een op twee had last van chronische stress, een op twee was getuige van conflicten, een op vier was slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag en een op vijf van pestgedrag. Er heerste kortom een cultuur van angst, seksisme, intimidatie, machtsmisbruik en toxisch leiderschap.

 

Er werd toen beloofd dat alles zou veranderen. In plaats van te veranderen kwamen er echter repercussies. Klachten werden geseponeerd en in de doofpot gestopt. Het ergste is dat de klokkenluiders worden geviseerd en de daders beschermd. Daarom sta ik hier vandaag. Er zijn tientallen voorbeelden, maar ik treed vandaag op voor één persoon, omdat toen één iemand zijn nek heeft uitgestoken, namelijk de heer Wynsberghe, directeur van de medische dienst.

 

Wat gebeurt er vandaag met die man, die 66 jaar oud is? Men heeft het gevonden: hij zal worden gestraft. Men zal hem overplaatsen van Brussel naar Brugge, hem vier maanden schorsen en 25 % van zijn loon afnemen. Dat betekent een verlies van brutoloon. Wat heeft hij gedaan waarvoor hij nu nog eens voor de tuchtraad wordt gebracht? Hij heeft een agent beschermd die is verlamd door een kogel en hij heeft gevraagd om 1 miljoen euro uit te trekken om het huis van die agent aan te passen.

 

Wat is er gebeurd sinds die dag? Ik zal het verhaal straks verder vertellen. Ik heb straks nog een minuutje.

 

10.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Dedecker, dank u dat u aandacht hebt voor deze specifieke kwestie. Ik ken uw bezorgdheid dat er een goed functionerende politie moet zijn, een respectvolle en een respectabele politie. U weet dat ik die visie op de politie deel. Ik besteed elk uur en elke dag van mijn werk aan het steunen van die respectvolle en een respectabele politie.

 

Ik ben dus heel droevig, omdat ik u moet teleurstellen, mijnheer Dedecker. Daar er een tuchtprocedure loopt, kan ik mij hierover niet uitspreken, gelet op de bepalingen van de AVG die in dit verband van toepassing zijn.

 

10.03  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, dat is goedkoop. Ik heb dat ene voorbeeld gegeven, maar het gaat niet alleen over de directeur van de medische dienst. Het gaat over tientallen mensen.

 

Ik weet een beetje hoe het ineenzit. U misschien ook. Men heeft iets gedaan. Men heeft weer aan oogverblinding gedaan. Men heeft een consultancybureau ingehuurd, Cohezio, om aan extra preventieadviseurs te geraken. Dat kost opnieuw veel poen. We weten hoeveel poen kost: tussen 70 en 270 miljoen voor een computer. Er is opnieuw geen transparantie.

 

Het gaat niet alleen over die persoon, maar hoe kunt u zich inzake een monument en een absolute legende bij de federale politie – want dat is die persoon – wegsteken achter een tuchtprocedure? Ik vraag me af hoe men deze man een tuchtprocedure durft aan te doen. Ik vraag u, mijnheer de minister, onderzoek het persoonlijk.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De zorgwekkende nieuwe informatie over de Iraanse sleeper cell" (56001483P)

11 Question de Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les nouvelles informations inquiétantes sur la cellule dormante iranienne" (56001483P)

 

11.01  Jeroen Bergers (N-VA): Europa werd afgelopen weekend opgeschrikt door een golf van terreur. Er werd een aanslag gepleegd op de Amerikaanse ambassade in Oslo en er was een antisemitische aanslag op een synagoge in Luik, gisterennacht opgeëist door Harakat Ashab al-Yamin al-Islamiyyah. Die lange naam staat in feite voor een Iraanse proxy. Dat die Iraanse proxy’s nu in heel Europa aanslagen plegen, is het rechtstreekse gevolg van het feit dat het Iraanse regime heeft opgeroepen om specifiek aanslagen en terreur te plegen gericht tegen de joodse en de Amerikaanse gemeenschappen. Mijnheer de minister, we delen de overtuiging dat we antisemitisme in onze samenleving nooit kunnen aanvaarden. We kunnen nooit aanvaarden dat er terreur plaatsvindt in onze samenleving, en al zeker niet wanneer die gericht is tegen specifieke gemeenschappen.

 

Mijnheer de minister, ik denk dat het tijd is om een nieuwe dreigingsanalyse te maken. Degenen die de aanslag in Luik hebben gepleegd, zijn nog niet gevat. Ze zijn er zelfs heel trots op dat ze die aanslag hebben gepleegd en zullen wellicht nog nieuwe aanslagen plegen. Onze fractie roept daarom alle mensen hier in het Parlement – dat is soms moeilijk – op om, ten eerste antisemitisme te veroordelen. Ten tweede vragen we dat het OCAD een nieuwe dreigingsanalyse maakt. Ten derde moeten we de niveaus waarop het OCAD de dreiging inschat, herbekijken. Sinds oktober 2023 zit ons land al op niveau drie. Het spreekt echter voor zich dat we nu in een andere situatie zitten dan enkele maanden geleden. Het spreekt ook voor zich dat bepaalde gemeenschappen en bepaalde locaties zwaarder worden geviseerd dan andere.

 

Mijnheer de minister, wat is uw analyse van die feiten en wat zult u doen om de veiligheid van onze bevolking te waarborgen?

 

11.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Bergers, nooit, nooit zal onze regering toestaan dat terreur zegeviert. Ik bevestig u ook dat onze veiligheidsdiensten sinds het begin van de oorlog in Iran in een verhoogde staat van waakzaamheid verkeren en nog meer na de antisemitische aanslag die in het hart van Luik werd gepleegd.

 

Het Iraanse regime is een crimineel regime dat zijn eigen volk onderdrukt en vermoordt. Het heeft ook nooit geaarzeld zijn netwerk te gebruiken om terroristische acties in derde landen te laten uitvoeren. Dat alles wordt dagelijks gevolgd door onze diensten, die de gisteren verspreide beelden verder analyseren. Volgens de informatie waarover ik vandaag beschik, was de groep die de aanslag zou hebben opgeëist, niet eerder bekend. Het onderzoek wordt voortgezet.

 

Ons systeem omvat vier dreigingsniveaus. Ik kan u verzekeren dat het huidige dreigingsniveau drie voldoende ruimte biedt om de beveiliging rond een aantal potentieel geviseerde locaties aanzienlijk te versterken, wat wij ook hebben gedaan. Ik hoop dat ik in de komende dagen tientallen militairen in Antwerpen kan inzetten om de joodse sites te beveiligen. Die beveiliging wordt vandaag verzekerd door de lokale en de federale politie. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Ik neem de mijne en stel de veiligheid van de ene niet tegenover die van de andere. Laten we wel duidelijk zijn. Ik weet dat men hier soms graag woorden in iemands mond legt. Het is uiterst betreurenswaardig dat er geen militairen op straat zijn ter ondersteuning van de politie. De politie stelt in ieder geval alles in het werk om een maximale veiligheid voor iedereen te garanderen, ondanks de politieke spelletjes.

 

11.03  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, het is alvast een goede zaak is dat het OCAD opnieuw een dreigingsanalyse zal maken. Dat is ook nodig, aangezien het Iraanse regime zijn nieuwe, slapende terreurcellen aanstuurt.

 

U pleit ook voor militairen op straat. Dat horen we al langer. Al het wetgevend werk daarrond is eigenlijk klaar om die maatregel ook effectief uit te voeren. Ik begrijp dat men in de politiek soms water bij de wijn moet doen en dat iedereen over de brug moet komen. Wat ik als nieuw en jong parlementslid niet begrijp, is dat op het moment dat onze collectieve veiligheid door een verhoogde terreurdreiging in het gedrang is en dat er concrete aanwijzingen zijn dat er een dreiging is ten opzichte van de maatschappij, er politieke spelletjes worden gespeeld in verband met onze veiligheid en in verband met onze militairen. Dat kan niet gebeuren. Dat is fundamenteel onverantwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De permanente cyberaanvallen op ons land" (56001484P)

12 Question de Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Les cyberattaques permanentes contre notre pays" (56001484P)

 

12.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, er zijn 4.000 ernstige cyberaanvallen per maand op het Belgisch leger alleen, 4.000! Dat zijn indrukwekkende cijfers, die de commandant van de Cybermacht vandaag heeft bekendgemaakt in een interview in De Morgen. Ze moeten ons zorgen baren.

 

Dan hebben we het immers nog niet gehad over de permanente cyberaanvallen op onze industrie en op onze zorginstellingen, noch over de permanente aanvallen op het vlak van desinformatie op onze sociale media en de bedreiging van onze kritieke infrastructuur op de Noordzee en elders.

 

Cyberwarfare, beste collega’s, is een belangrijk instrument geworden uit de toolbox van de hybride oorlog waarin we ons vandaag bevinden. Rusland, maar ook China, Noord-Korea en Iran bedreigen onze veiligheid op permanente basis. Onze economie wordt daarmee bedreigd en dus ook onze koopkracht.

 

Dat is een permanent probleem en dus een echte prioriteit voor deze regering. Het moet ook een echte prioriteit zijn voor onze defensie om werk te maken van wat afgesproken is in de Strategische Visie. Die Strategische Visie is heel duidelijk. Ze stelt dat we meer gaan investeren in onze Cybermacht. We gaan de capaciteit van onze Cybermacht verdubbelen.

 

Mijnheer de minister, daarom heb ik een heel korte vraag voor u. Hoever staat u intussen met die noodzakelijke uitbreiding van onze Cybermacht? Hoever staat u intussen met het in plaats stellen van die broodnodige capaciteiten om die permanente cyberaanvallen te kunnen weerstaan? Ik dank u alvast.

 

De voorzitter: Bedankt, mijnheer Weydts.

 

Ik heb zelf nog niet gestemd voor het Grondwettelijk Hof. Ik zal dat nu doen, vandaar dat collega Vermeersch mij zal vervangen. Ik doe hierbij ook een warme oproep aan wie nog niet heeft gestemd. Het is immers bijna 16.30 uur. Alvast bedankt.

 

Voorzitter: Wouter Vermeersch, ondervoorzitter.

Président: Wouter Vermeersch, vice-président.

 

12.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Weydts, bedankt voor uw vraag. Excuus dat ik een beetje later ben. Ik kom rechtstreeks van Bedex, waar ik een bilateraal overleg had met de Armeense minister van Defensie. Armenië heeft uiteraard wel wat vragen aan ons. Het is daar geen gemakkelijke situatie. Ik hoop u daar trouwens straks nog te zien. Hopelijk zijn we hier op tijd klaar.

 

Laat mij alvast duidelijk zijn: het digitale dreigingslandschap evolueert bijzonder snel. Zoals de chef Cybermacht, generaal-majoor Ciparisse, het stelde, wordt België inderdaad dagelijks geconfronteerd met duizenden cyberaanvallen, waarvan een groot deel gericht is op onze strategische sectoren of overheidsdiensten. Statelijke actoren en aan hen gelieerde groepen zitten vaak achter deze complexe aanvallen. Er zijn echter ook pogingen van criminelen en opportunisten.

 

De aanvallen zijn niet nieuw, maar we zien wel een toenemende professionalisering en automatisering, een snellere verspreiding en een bredere inzet van desinformatie en cyberspionage. In de Strategische Visie hebben we daarom een aantal lijnen uitgezet.

 

Ten eerste is er de capaciteitsuitbreiding in personeel. We gaan sowieso de teams binnen de Cybermacht en de ADIV versterken. Jaar na jaar komt er meer personeel bij en die inspanning zullen we voortzetten. We werken daarbij ook samen met universiteiten, bedrijven, private partners en internationale instellingen.

 

Ten tweede is er de technologische modernisering. Samen met de NAVO en de Europese Unie investeren we in moderne cyberdefensie-infrastructuur, met test- en opleidingsomgevingen voor realistische cyberoefeningen.

 

Tot slot is er de integratie in operaties. Cyber is niet langer puur ondersteunend, maar moet structureel geïntegreerd worden in alle aspecten van operaties, planning en paraatheid. Dat betekent dat de cyberdreigingsanalyse een essentieel onderdeel moet uitmaken van het volledige operationele missievoorbereidingsproces. Dat is geen toekomstscenario, maar de huidige realiteit. De uitbreiding van onze cybercapaciteiten is dan ook geen luxe, maar een noodzaak.

 

12.03  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik ben het volmondig met u eens. Ik ben zeer blij met uw antwoord. Het stelt mij ook gerust dat we absoluut werk maken van de uitbreiding van onze Cybermacht. Die moet er absoluut komen. Dat is de oorlog die zich hier en nu afspeelt – soms tastbaar, soms minder tastbaar, eigen aan de hybride oorlogsvoering.

 

Het moet daarom echt onze prioriteit zijn om werk te maken van weerbaarheid tegen cyberaanvallen, tegen desinformatie en tegen het in kaart brengen en bedreigen van onze kritieke infrastructuur. Kort gezegd, we moeten weerbaarder worden in de hybride oorlog die ons vandaag bedreigt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Daarmee is het vragenuurtje voorbij.

 

Voorstel van resolutie en wetsontwerpen

Proposition de résolution et projets de loi

 

13 Voorstel van resolutie betreffende de preventie van partner- en seksueel geweld en de begeleiding van daders van seksuele misdrijven (1385/1-4)

13 Proposition de résolution relative à la prévention des violences conjugales et sexuelles et à la prise en charge des auteurs d'infractions à caractère sexuel (1385/1-4)

 

Dit voorstel werd aangenomen door het adviescomité maatschappelijke emancipatie met toepassing van art. 76 van het Reglement.

Cette proposition a été adoptée par le comité d’avis émancipation sociale en application de l'art. 76 du Règlement.

 

Bespreking

Discussion

 

De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1385/3)

Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1385/3)

 

Les rapporteurs, Mmes Marie Meunier et Caroline Désir, renvoient au rapport écrit.

 

13.01  Kathleen Depoorter (N-VA): Collega's, ik kom even op het spreekgestoelte staan uit respect voor alle slachtoffers die ooit gevallen zijn en ook ter preventie van slachtoffers die nog zouden kunnen vallen.

 

Preventie van partner- en seksueel geweld en de begeleiding van daders van seksuele misdrijven, dat is de titel van deze resolutie die het Adviescomité voor de Maatschappelijke Emancipatie heeft goedgekeurd en die we vandaag ter stemming neerleggen in de plenaire vergadering. Ik dank de collega's en voorzitster Pirson voor de constructieve samenwerking.

 

We hebben het over een heel zwaar feit, een feit dat levens kraakt en dat mensen kapotmaakt. Slachtoffers leven jarenlang met de gevolgen van wat hen is overkomen. Zij zwijgen, sluiten zich in zichzelf op en durven niet meer buiten te komen. Als ik spreek met slachtoffers, zoals ik vandaag nog heb gedaan, dan blijft er een zinnetje aan mijn lijf kleven. De dader zegt: ik kan het mij niet herinneren. Het slachtoffer zegt: ik geraak het niet kwijt, ik krijg het niet uitgewist, ik leef er van 's morgens tot 's avonds tot 's nachts mee. Het blijft aan mijn lijf kleven, ook al is het 50 jaar geleden. Dat zijn de zaken die wij moeten voorkomen. Ouders komen mij zeggen dat hun dochter gestorven is door partnergeweld, dat ze er niet meer is, ondanks alle signalen die ze hebben gegeven. De partner loopt op dit moment vrij rond, omdat de feiten al van lang genoeg geleden dateren. Dat zijn de signalen die wij hebben opgevangen en die we met het Adviescomité hebben verwerkt in dit voorstel van resolutie.

 

Dan kan het een beetje technisch klinken wanneer we zeggen dat we een nulmeting nodig hebben. Ik begrijp dat een slachtoffer zegt dat het meer nodig heeft, dat het begeleiding nodig heeft. Als beleidsmakers moeten wij erover nadenken hoe we daarmee aan de slag gaan en hoe we daarop een antwoord kunnen geven. Een nulmeting – waar staan we op vandaag, wie zijn de daders, wat doen ze en hoe kunnen we het aanpakken –, dat is waarmee we van start moeten gaan.

 

Ik ben ook zeer tevreden dat de verschillende punten uit de resolutie van mijn collega Sophie De Wit en mezelf ter behandeling van daders of plegers van partnergeweld, vandaag mee zijn opgenomen. Iemand zomaar wegstoppen in een gevangenis, zal immers niet helpen. Daders moeten begeleid worden. We moeten ervoor zorgen dat een dader niet opnieuw een slachtoffer kan maken. Daarom is het belangrijk dat we in elke stap van de juridische procedure rekening houden met de status en de geest van de daders, dat we begeleiden en behandelen waar dat kan, waar het noodzakelijk is en waar wetenschappelijk bewezen is dat het helpt. Iemand die een straf heeft uitgezeten, moet blijvend ter beschikking zijn bij vrijlating. Zo kan een wetenschappelijke risicoanalyse – tegenwoordig zijn die nog veel te weinig wetenschappelijk gebaseerd – worden uitgevoerd bij elke stap van de procedure. Op die manier kunnen we het voorkomen en herhalen van zulke vreselijke feiten aanpakken.

 

Dat is geen naïviteit, dat is preventie. We zorgen ervoor dat we dat niet meer aandoen aan partners, aan kinderen, aan slachtoffers van seksueel geweld.

 

De strafketen moeten we in handen nemen. We moeten beter en sneller opsporen. Door nieuwe innovatieve technieken kan dat ook leiden tot minder seponeringen. Het ergste voor een slachtoffer is dat wanneer men naar buiten durft te komen, wanneer men de moed bij elkaar heeft geraapt om naar de politie te gaan, men te horen krijgt dat er onvoldoende bewijs is of dat het te lang geleden is en dat de zaak wordt geseponeerd. Dergelijke zaken nemen wij mee in deze resolutie.

 

Het is niet alles of niets. Jammer genoeg komen er nog steeds meldingen binnen. Nog steeds lopen jongeren, mensen, vrouwen en mannen gevaar. We moeten de meldpunten optimaliseren, we moeten de slachtoffers begeleiden, maar we moeten vooral als beleidsmakers aan alle slachtoffers zeggen: never again.

 

13.02  Kristien Verbelen (VB): Collega’s, voor slachtoffers van intrafamiliaal geweld is het niet vijf voor twaalf, maar in veel gevallen al vijf na twaalf. Intrafamiliaal geweld is geen abstract begrip. Achter ieder dossier zit een concrete realiteit. Partners die in angst leven, kinderen die in een onveilige situatie opgroeien, geweld dat achter gesloten deuren plaatsvindt. Dit probleem is helaas niet nieuw. Ook in de vorige legislatuur heeft mijn fractie hiervoor herhaaldelijk aandacht gevraagd, vragen ingediend, cijfers opgevraagd, lacunes in registratie, opvolging en bescherming aangekaart.

 

Telkens opnieuw horen we na een gezinsdrama dezelfde woorden. Er waren eigenlijk geen signalen, we hebben het niet gezien, we wisten het niet, maar wanneer we die dossiers achteraf bekijken, blijkt vaak dat die signalen er wel waren. Alleen werd er niet tijdig, niet consequent en niet doortastend genoeg op gereageerd. Het is dan dat de slachtoffers hun vertrouwen verliezen.

 

Er ligt hier vandaag een resolutie voor die Kamerbreed wordt gesteund. Over meerderheid en oppositie heen is er geluisterd naar experts en werd er gewerkt aan een tekst met duidelijke aanbevelingen. Wanneer een Parlement over partijgrenzen heen tot een gezamenlijke analyse komt, betekent dat maar één ding, namelijk dat de ernst van de situatie buiten discussie staat. De regering had hier eigenlijk niet op moeten wachten. De cijfers zijn al jarenlang bekend. De slachtoffers bestaan al jaren. Mijn boodschap aan de regering is eenvoudig, gebruik deze resolutie als een duidelijke opdracht om eindelijk werk te maken van oplossingen.

 

Voor mijn fractie zitten er in deze resolutie een aantal belangrijke pijlers. De eerste pijler is de strafuitvoering. Dat is geen detail. Het bepaalt mee of slachtoffers zich beschermd voelen en of Justitie geloofwaardig blijft. Wanneer voorwaarden, contactverboden of begeleidingsverplichtingen niet consequent worden opgevolgd of gesanctioneerd, verliest Justitie geloofwaardigheid en verliezen de slachtoffers hun vertrouwen.

 

De tweede pijler is opsporing en bewijs. Een betere opsporing kan een belangrijk deel van de oplossing zijn voor het hoge aantal sepots. Wanneer forensisch onderzoek te laat gebeurt, of wanneer er onvoldoende bewijs wordt verzameld, wordt de vervolging moeilijker en groeit het gevoel van straffeloosheid. Daarom vraagt deze resolutie de opsporing te versterken. Een betere bewijsverzameling door het gebruik van DNA-analyse en door een betere opvolging van klachten en getuigenissen. Wie geweld pleegt, moet weten dat de kans op vervolging reëel is.

 

De derde belangrijke pijler is de dadertherapie. Laat ik daar duidelijk over zijn, we zijn niet voor een pamperbeleid. Geen naïeve aanpak. Dadertherapie kan enkel zinvol zijn wanneer ze verplicht wordt opgelegd, wanneer er streng wordt vervolgd en wanneer ze deel uitmaakt van een hele ketenaanpak. En natuurlijk, wanneer niet-naleving duidelijke gevolgen heeft. Slachtoffers beschermen betekent niet alleen daders bestraffen, maar ook voorkomen dat er opnieuw slachtoffers gemaakt worden.

 

Collega’s, wat slachtoffers het meeste raakt, is niet enkel het geweld zelf. Het is het gevoel dat niemand ingrijpt, dat politie, parket, hulpverlening, Justitie, die elk een deeltje van de keten vormen, precies op dat cruciale moment falen, waardoor de slachtoffers er niet op kunnen rekenen. Daarom moet het uitgangspunt duidelijk zijn. Nultolerantie voor geweld. Nultolerantie voor recidive. Nultolerantie voor nalatigheid en opvolging.

 

Mijnheer de voorzitter, tot slot wil ik kort stilstaan bij een amendement dat wij indienen op deze resolutie. Het is een technische, maar een belangrijke correctie. In de Nederlandstalige tekst wordt er gesproken over niet-Nederlandstalige daders, terwijl er in de Franstalige versie sprake is van auteurs non francophones. Dat is geen correcte vertaling. Daarom stellen wij voor dit te vervangen door anderstalige daders, auteurs allophones, zodat beide taalversies eigenlijk dezelfde betekenis hebben en zodat er geen verschil in interpretatie kan ontstaan.

 

Collega’s, ik rond mijn betoog af. Vandaag toont het Parlement dat er verantwoordelijkheid opgenomen wordt. We erkennen de ernst van intrafamiliaal geweld. We formuleren duidelijke aanbevelingen en we geven de regering een duidelijke richting om uit te gaan. Laten we één ding echter niet vergeten, voor veel slachtoffers is het nu al vijf over twaalf. Het Parlement heeft zijn werk gedaan. Nu is het aan de regering. Geen uitstel meer. Geen nieuwe studies. Geen excuses meer, maar concrete maatregelen en de nodige middelen.

 

Dit is een heel belangrijk thema, dat we eind deze maand ook zullen aankaarten op onze veiligheidsmeeting. Voor de slachtoffers die vandaag bescherming nodig hebben en om te vermijden dat we morgen moeten vaststellen dat het alweer te laat was.

 

13.03  Anthony Dufrane (MR): Chers collègues, la résolution qui nous est soumise aujourd’hui est l’aboutissement d’un travail approfondi mené au sein du Conseil pour l’émancipation sociale. Cette contribution parlementaire, au fil des semaines, s’est nourrie de nombreuses auditions: magistrats, policiers, soignants, experts académiques et associations de terrain qui, chaque jour, sont confrontés aux violences conjugales et sexuelles.

 

Toutes ces contributions nous amènent à un constat simple: sans prise en charge structurée des auteurs, sans une meilleure collecte de données et sans une chaîne pénale plus solide, le risque de récidive reste trop élevé, avec, à la clé, de nouvelles victimes.

 

Le texte que nous examinons aujourd’hui repose sur plusieurs principes essentiels: la responsabilité individuelle des auteurs, la protection concrète des victimes, l’efficacité de l’action publique ainsi que l’ancrage scientifique des politiques de prévention. Il s’agit d’aller vers une justice plus ferme à l’égard des auteurs dangereux, notamment grâce à un suivi postlibération renforcé et à des conditions de libération plus strictes. Mais il sagit aussi dune justice plus intelligente, qui investit dans des trajectoires thérapeutiques obligatoires, adaptées aux différents profils et fondées sur des évaluations de risques dynamiques et uniformes.

 

Cette résolution propose également une méthode claire: établir un état des lieux objectif, disposer de données harmonisées et centralisées, publier des rapports publics annuels et renforcer la coopération entre le niveau fédéral et les entités fédérées. L’objectif est de garantir une chaîne cohérente entre la police, la justice, l’administration pénitentiaire, les Centres de Prise en charge des Violences Sexuelles (CPVS), les maisons de justice et les services de soins. C’est une approche exigeante, orientée vers les résultats: moins de classements sans suite, moins de récidive et, surtout, davantage de sécurité pour les victimes.

 

Je me réjouis enfin que ce texte ait été adopté par l’ensemble des groupes en commission, une belle unanimité pour un important combat.

 

13.04  Patrick Prévot (PS): Monsieur le président, chers collègues, la proposition de résolution que nous examinons aujourd’hui a un premier mérite. En effet, elle rappelle une évidence: protéger les victimes et prévenir la récidive sont deux dimensions indissociables d’une politique efficace de lutte contre les violences sexuelles et intrafamiliales. Les auditions menées au sein du comité d'avis pour l'Émancipation sociale ont d’ailleurs été très claires, limpides à ce sujet. Les études scientifiques montrent que l’absence de prise en charge spécialisée conduit à des taux de récidive significatifs, alors que des programmes thérapeutiques adaptés permettent de les réduire de manière notable. Investir dans l’accompagnement des auteurs, c’est aussi protéger les victimes, celles d’hier mais également celles de demain.

 

Ce texte proposé par la majorité met en lumière plusieurs défis importants: le manque de données centralisées exploitables, les lacunes dans l’évaluation des risques, ou encore la nécessité d’une coordination réelle entre les acteurs judiciaires, policiers, médicaux, psychosociaux et associatifs. Il souligne aussi la situation difficile des équipes spécialisées, confrontées à des pénuries structurelles, à une surcharge de travail et, malheureusement, à un manque de supervision.

 

Comme nous l’avons d’ailleurs souligné lors des discussions en comité d’avis, les recommandations formulées vont majoritairement dans le bon sens. Elles visent à mieux structurer la prise en charge des auteurs, à renforcer la prévention de la récidive, à améliorer la coordination des politiques publiques et à mettre en œuvre de manière cohérente les engagements internationaux de la Belgique, notamment ceux issus de la Convention d’Istanbul.

 

Soutenir ces objectifs implique aussi d’aborder une question centrale: celle des moyens. Plusieurs constats mis en lumière lors des auditions et posés dans la résolution elle-même pointent un sous-financement structurel et un manque de ressources pour les dispositifs existants. Or, la mise en œuvre des recommandations – qu’il s’agisse de renforcer les équipes spécialisées, d’améliorer les évaluations de risque, d’améliorer les soins dans les prisons, de développer des programmes thérapeutiques ou de soutenir les structures d’accompagnement – nécessitera des investissements réels et durables.

 

Dans ce cadre, nous nous réjouissons que le comité, dans son ensemble, nous ait entendu et ait soutenu d'ailleurs plusieurs de nos amendements. Ceux-ci visaient, d'une part, à renforcer les moyens de l'administration pénitentiaire, à garantir des conditions de détention conformes à la dignité humaine, à assurer un encadrement adapté au profil spécifique des auteurs et à développer des programmes structurés de prévention de la récidive. D'autre part, ils visaient à garantir un accès effectif, continu et de qualité aux soins de santé en prison, en particulier aux soins psychiatriques et psychologiques, en assurant un financement suffisant des équipes médicales et psychosociales, en réduisant les délais d'accès aux consultations spécialisées, en renforçant les liens avec les structures de soins externes et en garantissant la continuité des soins de l'entrée en détention jusqu'à la sortie.

 

Ces éléments ont donc été intégrés – nous nous en félicitons – aux recommandations que nous adressons au gouvernement aujourd'hui. Cependant, soyons clairs, chers collègues, dans le contexte actuel, vu les orientations budgétaires de l'Arizona, la question reste malheureusement pleine et entière. Les moyens seront-ils réellement au rendez-vous? Car, sans moyens suffisants, le risque est de créer des attentes – légitimes –, sans donner aux acteurs de terrain les capacités de les rencontrer.

 

Mon groupe, vous l'aurez compris, soutiendra cette résolution parce que les objectifs sont justes, parce qu'ils sont nécessaires, mais nous serons également très attentifs à ce qu'elle n'en reste pas à une déclaration d'intention. Si nous voulons réellement prévenir la récidive, protéger les victimes et soutenir les professionnels engagés dans cette lutte, il faudra traduire ces ambitions en moyens concrets. 

 

Le président: Collègue Prévot, je vous remercie. Deux orateurs étaient inscrits pour votre groupe, mais j'ai compris que Mme Désir ne souhaite plus intervenir.

 

13.05  Ayse Yigit (PVDA-PTB): Collega’s, geweld op vrouwen maakt ontelbare slachtoffers. De impact voor hen is enorm. Daarom is onze samenleving verplicht geweld te voorkomen. Te vaak wordt naar de slachtoffers gekeken. Waar waren zij? Wat droegen zij? Waarom bleven zij bij hun partner?

 

Toen wij in het Parlement een debat hadden over spiking in Kortrijk, riep een collega hier de meisjes nog op om zorg voor elkaar te dragen, alsof de slachtoffers verantwoordelijk zijn voor hun leed.

 

Elk geval van geweld heeft uiteraard een dader. Willen we geweld op vrouwen een halt toeroepen, dan moeten we weten wat daders drijft om dergelijk geweld te plegen tegen anderen, hoe het zo ver kan komen en wat wij kunnen doen om het te voorkomen.

 

Daartoe moeten we ook kijken naar de denkbeelden die leven in de samenleving en die uiteindelijk worden gebruikt om dergelijk geweld te rechtvaardigen. De hoorzittingen in het Parlement hebben dat bijzonder duidelijk gemaakt. Klinisch psycholoog Cécile Kowal gaf bijvoorbeeld aan dat veel daders hun gedrag rechtvaardigen met ideeën als dat dergelijk gedrag normaal is, dat een man dat nodig heeft en dat een echtgenoot daar recht op heeft.

 

De hoorzittingen hebben ook iets anders blootgelegd. Het beleid schiet vandaag tekort. Er bestaan al programma's om daders te begeleiden, maar Julien Lagneaux van de gespecialiseerde forensische teams vertelde ons dat de wachtlijsten voor de psychologische begeleiding van daders kunnen oplopen tot tien maanden. Met andere woorden: de juiste intenties zijn er, maar door een gebrek aan middelen en capaciteit in de zorg en bij Justitie loopt het fout.

 

Ook magistraten en politie bevestigen dat. Substituut-procureur Alexandre François wees erop dat het aantal opdrachten rond intrafamiliaal geweld toeneemt, maar dat de hoeveelheid personeel die het werk moet doen niet stijgt. Hoe kunnen we dan verwachten dat het werk goed gebeurt?

 

Terwijl daders op een wachtlijst staan, krijgen zij niet de hulp die zou kunnen voorkomen dat ze opnieuw geweld plegen. Dat zien we in de cijfers. Wetenschappelijke studies tonen aan dat het gebrek aan gespecialiseerde behandeling ervoor zorgt dat 10 à 15 % van de daders binnen de vijf jaar nieuwe feiten pleegt en 20 à 30 % binnen de twintig jaar.

 

Collega's, wat lange tijd een blinde vlek is geweest, is de structurele begeleiding van daders. Jean-Louis Simoens, directeur van een vzw die gespecialiseerd is in intrafamiliaal geweld, wees daarop tijdens de hoorzittingen. Hij zei dat wanneer een dader een tijdelijk huisverbod krijgt, hij simpelweg wordt weggestuurd uit de woning, zonder dat iemand zich afvraagt waar hij naartoe gaat of wie hem opvangt.

 

Dat kon iedereen vaststellen die naar de tweede aflevering keek van En nu is ze dood. Het psychologisch geweld werd Miren en haar zoon Michiel teveel, dus stapten ze naar de politie. De politie luisterde naar hun verhaal en besloot de echtgenoot van Miren te arresteren. Die avond gaf het parket de opdracht om de man vrij te laten. Hij kreeg wel een tijdelijk contactverbod opgelegd. De politie escorteerde de man naar het huis. Daar moest hij een zak met kleren aannemen en vervolgens ergens anders heen gaan. De man schreef daarop een afscheidsbrief, drong het huis binnen en beroofde Miren en Michiel van hun leven.

 

De vader van Michiel en de politie vertellen aan de reportagemakers dat dat moment voor de dader waarschijnlijk een trigger was. Waar moest hij heen? Wat moest hij zeggen tegen vrienden, familie of op het werk? Wat als dat de ronde doet in het dorp? De dader was waarschijnlijk erg woedend, wat hem dreef tot de verschrikkelijke daad. Michiels vader begreep niet dat die dader terug kon worden vrijgelaten zonder dat er door een psycholoog een inschatting werd gemaakt van de ingesteldheid van de man.

 

Dat is een terechte vraag. Hoe kan het dat daders worden vrijgelaten met een tijdelijk contactverbod zonder dat er wordt opgevolgd wat dat met de dader doet en hoe hij ermee zal omgaan?

 

Collega's, deze resolutie bevat belangrijke elementen om die blinde vlek aan te pakken en om die reden zullen we deze resolutie ook steunen.

 

Met deze resolutie zetten we verschillende stappen vooruit. Wij dienen echter ook drie amendementen opnieuw in om de resolutie effectiever te kunnen maken. Ten eerste vragen wij om expliciet te...

 

De voorzitter: Collega’s, u hebt exact vijf minuten, dus ik vrees dat ik u moet onderbreken.

 

13.06  Ayse Yigit (PVDA-PTB): Mijn excuses, mijnheer de voorzitter. Als we het geweld echt willen terugdringen, moeten we verder gaan dan straffen alleen. We moeten investeren in preventie, in hulpverlening en in sociale bescherming. Dank u wel.

 

13.07  Anne Pirson (Les Engagés): Monsieur le président, chers collègues, cette résolution est le résultat d’un travail interpartisan, qui a été mené dans un esprit de coopération et de responsabilité au sein du comité d’avis pour l’Émancipation sociale, que je préside. Je tiens à souligner un élément qui est loin d'être anodin dans cette assemblée: ce texte a été adopté à l'unanimité en commission.

 

Cette unanimité traduit une conviction qui est partagée: face aux violences sexuelles et conjugales, notre devoir collectif est d'agir avec détermination, avec sérieux et avec responsabilité.

 

Ces violences, encore trop fréquentes, constituent l'une des atteintes les plus graves à la dignité humaine. Elles provoquent pour les victimes des traumatismes profonds, souvent durables, qui touchent leur santé physique, leur équilibre psychologique, leur vie sociale et parfois aussi leur confiance dans les institutions.

 

C'est précisément pour cette raison que la résolution présentée aujourd'hui adopte une approche globale. Elle ne se limite pas à un seul volet du problème. Elle vise à agir sur l'ensemble de la chaîne: la prévention, la justice, la prise en charge des auteurs, la protection des victimes et l'évaluation des politiques publiques.

 

Le point de départ de cette réflexion est le constat, largement partagé lors des auditions par les experts, les associations de terrain et les institutions internationales: les politiques publiques en matière de violences sexuelles restent encore aujourd'hui beaucoup trop fragmentées. Les données sont souvent dispersées. La coordination entre les acteurs est insuffisante. La prise en charge des auteurs demeure inégale.

 

Pourtant, les études scientifiques sont très claires sur un point. La prévention de la récidive est vraiment essentielle pour protéger les victimes futures. Les recherches montrent que l'absence de traitement spécialisé peut conduire à un taux de récidive significatif, tandis que des programmes thérapeutiques adaptés permettent de réduire ces risques. C’est pourquoi cette résolution accorde une attention particulière à la prise en charge des auteurs. Prévenir la récidive, c’est avant tout éviter qu’il y ait de nouvelles victimes.

 

Je détaillerai ici quelques orientations importantes de ce texte. Premièrement, la réalisation d’un état des lieux complet de la situation en Belgique. Pour agir efficacement, il est essentiel de comprendre la réalité du phénomène. Cet état des lieux permettra d’objectiver les besoins et d’orienter les politiques publiques sur des bases solides. Deuxièmement, la résolution vise à renforcer la coordination entre les différents acteurs: la justice, la police, les services de santé, les services sociaux, les associations et les entités fédérées.

 

Un autre axe essentiel est l’amélioration des connaissances et des données. Cette résolution prévoit en fait le développement d’un système harmonisé de collecte et de centralisation des données relatives aux violences sexuelles et conjugales. Elle propose également de rendre obligatoire l’évaluation du risque de récidive à chaque étape de la procédure pénale. En outre, elle insiste sur l’importance de renforcer la formation et la spécialisation des professionnels confrontés à ces situations, que ce soient les magistrats, les policiers, les assistants de justice, les thérapeutes et les travailleurs de première ligne.

 

La résolution propose également la mise en place de programmes thérapeutiques spécialisés pour les auteurs, y compris en période de détention – ce qui n’est pas le cas actuellement – afin d’assurer une continuité entre la prison, les maisons de justice et les services de soins. L’objectif est d’éviter toute rupture dans la prise en charge et de réduire les risques de récidive. Mais la résolution ne se limite pas au volet judiciaire, elle met également l’accent sur la protection des victimes.

 

Ce texte souligne l’importance de la prévention et de l’éducation, notamment autour du consentement, des stéréotypes de genre et des violences numériques. En effet, la lutte contre les violences sexuelles ne peut pas se résumer à une réponse pénale; elle doit agir en amont.

 

En adoptant cette résolution aujourd’hui, notre Assemblée enverra un signal clair, celui d’une volonté commune de mieux protéger les victimes, de prévenir la récidive et de renforcer l’efficacité de nos politiques publiques.

 

13.08  Funda Oru (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, collega’s, we kunnen net zoals vorige sprekers niet genoeg het belang van onderhavig voorstel van resolutie beklemtonen. Graag leg ik heel kort uit wat voor mij en voor Vooruit de kern van het debat is.

 

Ten eerste, het voorstel komt niet zomaar uit de lucht vallen. Nadat we in het Adviescomité voor de Maatschappelijke Emancipatie verschillende hoorzittingen met experten aan het thema hadden gewijd, hebben we samen met collega’s uit verschillende partijen nagedacht over manieren om de positie en de veiligheid van vrouwen in onze samenleving te versterken. Daarbij was het meteen voor iedereen duidelijk: geweld tegen vrouwen en intrafamiliaal geweld wordt niet getolereerd, ook al legde elke partij andere accenten wat de aanpak ervan betreft, wat ook bleek uit de uiteenzettingen van de vorige sprekers hier vandaag. Net dankzij die gedeelde overtuiging wordt onderhavig voorstel van resolutie een krachtig signaal.

 

Immers, de harde realiteit is dat er in België jaarlijks meer dan 40.000 gevallen van geweld tussen partners worden gemeld en dat er elke maand gemiddeld twee vrouwen door partnergeweld sterven. Dat zijn geen abstracte cijfers. Het gaat om levens; het gaat om gezinnen die in angst leven en kinderen die opgroeien in onveiligheid. Voor Vooruit is elk slachtoffer van partnergeweld er een te veel. Net daarom moeten we alles doen wat mogelijk is om te voorkomen dat geweld zich blijft herhalen.

 

Als we recidive willen vermijden, collega’s, moeten we ook kijken naar de daders. Daarover wil ik heel duidelijk zijn. Daderbehandeling is niet bedoeld om daders te sparen, maar om hen op hun verantwoordelijkheid te wijzen en nieuwe slachtoffers te voorkomen. Wie met slachtoffers van partnergeweld spreekt, leert dat geweld zelden na één incident stopt. Het gaat vaak om patronen van controle, angst, vernedering en escalatie.

 

Mijn collega van de PVDA, Ayse Yigit, heeft ook al verwezen naar de VRT-reeks En nu is ze dood, waarin de schrijnende verhalen worden verteld van vrouwen die slachtoffer werden van partnergeweld en het daaraan voorafgaand patroon. Dat werd en wordt trouwens bevestigd door de experten in een hoorzitting van het adviescomité respectievelijk wetenschappelijk onderzoek. Als daders niet worden aangepakt wegens hun gewelddadig gedrag, zullen ze dat herhalen, soms in dezelfde, soms in een volgende relatie. Zonder gespecialiseerde behandeling kan de recidive oplopen tot 20 à 30% binnen 20 jaar. Met gespecialiseerde begeleiding daalt de recidive aanzienlijk. De vraag is dus eenvoudig: moet een overheid alleen reageren nadat er opnieuw geweld is gepleegd of moet een overheid net proberen te voorkomen dat het opnieuw gebeurt?

 

Dat is precies waar het voorliggende voorstel over gaat. Het vertrekt van een eenvoudige gedachte. Naast een straf – want geweld moet altijd consequenties hebben – moeten daders ook inzicht krijgen in hun gedrag. Zonder dat inzicht blijft het risico helaas bestaan. Een hulpverlener verwoordde het tijdens een hoorzitting heel treffend: als een dader zijn gedrag niet begrijpt en niet leert herkennen, verandert er niets en dan komt er vaak helaas een volgende vrouw in dezelfde gevaarlijke situatie terecht.

 

Collega’s, met onderhavig voorstel van resolutie willen we voorkomen dat een vrouw ergens in dit land opnieuw slachtoffer wordt van dezelfde persoon. We willen vermijden dat kinderen moeten opgroeien in huizen waar geweld zich blijft herhalen. We willen vrouwen, kinderen en gezinnen beschermen. Als vrouw en als moeder weet ik hoe fundamenteel veiligheid thuis is. Als we echt willen dat geweld stopt, moeten we ook werken aan het patroon dat erachter schuilgaat. Daders moeten verantwoordelijkheid nemen tegenover slachtoffers en wij als overheid moeten vrouwen beschermen, ook de vrouwen die we vandaag nog niet kennen, maar die morgen slachtoffer zouden kunnen worden. Daarom is de voorliggende tekst zo belangrijk. Hij vertrekt van één eenvoudige, maar essentiële gedachte: voorkomen is altijd beter dan opnieuw moeten ingrijpen, nadat het kwaad al is geschied.

 

13.09  Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de voorzitter, collega's, er werd hier al een paar keer verwezen naar de reeks die op maandag op Canvas te zien is, En nu is ze dood.

 

Het schrijnende verhaal van Sharon kwam deze maandag aan bod. Zij werd in 2018 door haar ex-partner vermoord toen hij tegen hoge snelheid tegen een bus reed. De reden? Een relatiebreuk die hij niet kon verkroppen.

 

Te vaak zien we dat feminicide het tragisch eindpunt is van een lange geschiedenis van partnergeweld. Phara de Aguirre legt dat ook heel mooi bloot in die reeks. Het herhaalde patroon, het overladen met cadeautjes, de love bombing, de controle, de jaloezie, de relatiebreuk, de klacht. En dan gebeurt het, de stoppen slaan door omdat de dader niet geïsoleerd en het slachtoffer niet beschermd wordt.

 

Daarom is daderbegeleiding geen bijkomstigheid of geen voetnoot in het beleid. Het is een onmisbare pijler in de strijd tegen partnergeweld en feminicide. Daarom moeten we, zoals we in de resolutie hebben aangehaald, de politie en de magistratuur ondersteunen met risicotaxaties, met psychologen. Psychologisch geweld en dwingende controle moeten meegenomen worden in die risicotaxaties, zodat er geen slachtoffers meer vallen zoals Sharon en Miren.

 

Collega's, we hebben nood aan een aanpak die van het begin tot het einde klopt. Preventie, behandeling en opvolging moeten naadloos in elkaar overgaan. Alleen zo kunnen we recidive verminderen en onze samenleving veiliger maken. Ik geef een aantal elementen die we aanhalen in de resolutie. Ten eerste, preventie blijft het sleutelwoord. Vandaag zijn er mensen die nog niet bekend zijn bij justitie, maar die als dader ook voelen dat er iets fout loopt, dat hun gedrag problematisch is en die hulp willen zoeken, maar niet vinden.

 

Daarom pleiten we voor de oprichting van een nationaal meldpunt. Initiatieven zoals hulplijnen en vertrouwelijke meldpunten spelen daarin een belangrijke rol. We hebben onder andere bij Stop it Now! gezien dat dat werkt omdat ze mensen vrijwillig naar de juiste hulpverleningsinstanties kunnen toe leiden. Zo geven we mensen de kans om hulp te zoeken voordat er slachtoffers vallen.

 

Ten tweede, de behandeling. Het is heel pijnlijk om vast te stellen dat we in de gevangenissen zien dat diegenen aan wie de langste straffen werden opgelegd het minst therapeutische begeleiding krijgen. Dat is geen goede zaak, want net wie zware feiten pleegt, zou een intensieve en gespecialiseerde behandeling moeten krijgen. Hun problemen verdwijnen immers niet als sneeuw voor de zon doordat ze in de gevangenis zitten. Daarom pleiten wij voor gespecialiseerde zedenunits, zoals die onder andere bestaan in de oude gevangenis van Dendermonde.

 

Dergelijke units maken het mogelijk therapie aan te bieden met de nodige expertise en begeleiding in een veilige, professionele omgeving. Die veilige omgeving is belangrijk, uiteraard voor het slachtoffer, maar ook voor de dader en voor het personeel. We moeten hiernaartoe werken in de begeleiding van daders van zwaar seksueel geweld.

 

Ook de opvolging is belangrijk. Soms komen mensen vrij zonder enige therapeutische begeleiding. De voorbereiding op de terugkeer naar de samenleving moet al tijdens de detentie starten, zoals ik eerder heb aangehaald. Justitieassistenten moeten eveneens de ruimte en het mandaat krijgen om die begeleiding te starten.

 

Daarnaast moeten de uitstroomteams worden versterkt, zodat de dader niet zomaar op de samenleving wordt losgelaten zonder enige begeleiding of controle achteraf. Als we willen voorkomen dat mensen hervallen, moeten we investeren in begeleiding die op tijd van start gaat.

 

Collega's, ik ben uiteraard ook blij dat een voorstel van cd&v in de resolutie werd opgenomen. Dat voorstel gaat over de bescherming van kinderen, want zij verdienen de hoogste bescherming vanuit onze samenleving. Bij het afleveren van een bewijs van goed gedrag en zeden, wanneer het gaat over feiten met kinderen, gebeurt het wel eens dat het eerherstel niet meer wordt meegedeeld. Het is aan de instanties zelf om te oordelen of zij het risico willen nemen om met iemand in zee te gaan die opnieuw met kinderen kan werken en zo mogelijk nieuwe feiten kan plegen. Uiteraard is het niet nodig dit bewijs af te leveren voor functies zoals bij een bank, maar wel als men met kinderen werkt.

 

Het is ook zeer belangrijk voor cd&v dat iemand die ernstige feiten met minderjarigen heeft gepleegd, een begeleiding moet hebben gevolgd in een erkende instelling alvorens eerherstel te kunnen krijgen.

 

Voor deze twee punten zijn wij dankbaar dat ze in de resolutie zijn opgenomen. Op die manier geven wij een krachtig signaal dat wij niet alleen reageren wanneer het kwaad is geschied, maar dat wij alles zullen doen om slachtoffers te voorkomen. Dat is onze verantwoordelijkheid ten aanzien van Sharon, Miren en Ilse Uyttersprot, onze partijgenote en voormalige collega die in 2020 door feminicide om het leven kwam.

 

De voorzitter: Mevrouw Van Hoof, gelieve af te ronden.

 

13.10  Els Van Hoof (cd&v): Ik dank iedereen voor de constructieve samenwerking, in het bijzonder de voorzitster. Dank u wel.

 

13.11  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, chers collègues, c'est une très bonne chose que la commission se soit penchée sur cette thématique de la prise en charge des auteurs et de la lutte contre la récidive. En Belgique, on parle beaucoup – de plus en plus, dirons-nous – de lutte contre les violences faites aux femmes, mais, par contre, un angle mort dans cette politique reste la prise en charge des auteurs. Dans d'autres pays, d'ailleurs, on parle plutôt de violences masculines, ce qui a pour avantage de mettre des mots plus justes sur l'origine, la nature des violences à combattre et la manière de les contrer.

 

Cette résolution ne s'inscrit pas nulle part. C'est la continuité d'actions portées par des femmes, qui ont mené en 1979 à la Convention sur l'élimination de toutes les formes de discrimination à l'égard des femmes (CEDAW); en 1995, à la conférence de Pékin; à la Convention d'Istanbul ratifiée en 2016 par la Belgique; aux remarques du  Groupe d'experts du Conseil de l'Europe sur la violence à l'égard des femmes (GREVIO) émises l'année dernière lors de l'évaluation de la mise en œuvre de la Convention d'Istanbul.

 

Ce texte doit s'inscrire dans la continuité de nos engagements sur le plan international, et la mise en œuvre des recommandations doit absolument s'inscrire dans les outils et l'architecture institutionnelle et législative existants, qui comprennent la loi Stop Féminicide et les Centres de Prise en charge des Violences Sexuelles (CPVS), qui sont d'ailleurs mentionnés dans le texte. C'est en effet un bon signal de ce côté-là.

 

Nous rejoignons différents éléments également sur le contenu. Il y a une demande à propos de laquelle nous n'étions pas d'accord, mais, comme il s'agit d'une résolution, nous soutiendrons évidemment ce texte. Il s'agissait de l'allongement des délais dans l'admission à la libération conditionnelle pour les auteurs, parce qu'on pense que ce n'est pas une solution. Cette demande ne rejoint aucune des prises de parole des experts qui nous ont parlé. Ce n'est pas une piste intéressante, pertinente pour répondre aux problèmes. Pour nous, cette demande n'aurait pas dû se trouver dans cette proposition.

 

En revanche, d'un autre côté, nous pensons qu'il aurait fallu – c'était d'ailleurs l'objet de nos amendements – mentionner explicitement la nécessité du financement. En effet, même avec les plus belles déclarations du monde, ce serait vraiment une honte pour les experts qui sont venus nous parler, pour les associations qui ont pris du temps bénévolement pour venir témoigner devant la commission, de classer ce document dans un tiroir, faute de moyens humains ou financiers. Cela constituera un gros point d'attention pour nous durant le reste de la législature, et nous nous assurerons que les ministres compétents fassent le suivi.

 

Permettez-moi d'émettre une petite inquiétude, certains projets initiés sous la précédente législature ayant  tendance à prendre du retard. Certains arrêtés royaux qui auraient dû être adoptés pour la mise en œuvre de la loi Stop féminicide pour faire en sorte, par exemple, que le décompte officiel des féminicides soit enfin une priorité dans notre pays se font attendre. Il en va de même pour les travaux concernant le prochain plan d'action national contre les violences de genre. Alors que c'est une obligation que nous avons, il apparait, à ce stade, que les travaux n'ont pas réellement commencé quant à sa réalisation. C'est assez inquiétant. J'attire l'attention des collègues de la majorité sur ces aspects; il convient que nous poursuivions bien les différentes actions ayant été initiées sous la précédente législature.

 

J'attire également l'attention sur le fait que le gouvernement a réduit les moyens des associations. J'ai été interpellée, la semaine dernière encore, par l'ASBL Arpège-Prélude – spécialisée dans l'accompagnement des auteurs et les alternatives à la détention – qui tirait la sonnette d'alarme parce que son projet SSADA est soumis à une forte pression financière. Les associations subissent des coupes budgétaires et vont sans doute devoir arrêter certains projets et licencier du personnel. Cela va à contre-courant de ce qui figure dans la proposition de résolution.

 

L'associatif de terrain étant au plus près des femmes victimes, il est essentiel de s'assurer du maintien des financements pour protéger ces femmes, pour faire en sorte que les auteurs ne récidivent pas et pour éviter la prison, qui coûte cher à la société pour des résultats que nous connaissons.

 

Par ailleurs, il me faut signaler qu'une série de mesures vont renforcer les difficultés financières de certaines familles et créer la dépendance de certaines femmes. Elles n'auront plus accès au chômage ou à un revenu car elles sont cohabitantes et ne pourront pas se tourner vers le CPAS pour toucher un revenu de remplacement. Il y a là des risques d'accroissement des violences économiques, qui sont souvent à l'origine du commencement d'autres violences bien plus graves. La partie la plus visible et violente est le féminicide. La limitation de l'accès aux revenus et la précarisation sont des facteurs d'accentuation des violences au sein des familles. J'attire vraiment l'attention des collègues sur cet aspect qui est souvent oublié des réformes menées par l'Arizona en ce moment. 

 

13.12  François De Smet (DéFI): Monsieur le président, chers collègues, DéFI souscrit pleinement à cette résolution, qui met en perspective l’importance de cet enjeu sociétal et des politiques publiques à implémenter en matière de prévention des violences conjugales et sexuelles, ainsi que de prise en charge des auteurs.

 

Je me permets de saluer ici le travail considérable du comité d’avis pour l’émancipation sociale, qui a consacré pas moins de huit séances d’audition, lors de l’année civile écoulée, à ce double thème. Saluons également le fait que toutes les tendances politiques présentes au sein de notre Parlement puissent ainsi, de manière collective, contribuer à faire avancer cette cause.

 

Cette résolution sollicite de faire réaliser, dans un délai raisonnable, un état des lieux complet, objectivé et ventilé par entité, de la situation actuelle en matière de prévention, de prise en charge et de suivi des auteurs de violences sexuelles et intrafamiliales, afin de permettre un suivi transparent et d’objectiver les besoins. En effet, il est connu qu’actuellement, le manque de données harmonisées, centralisées et exploitables sur les auteurs, leur profil, leur parcours et la récidive demeure significatif, ce qui entrave la planification et l’évaluation des politiques.

 

Ce faisant, nous nous alignons dans le sens du respect de l’application de la Convention d’Istanbul, ratifiée par notre pays. Elle impose aux États membres d’élaborer et de mettre en œuvre des programmes spécialisés visant à prévenir la récidive des auteurs de violences sexuelles et intrafamiliales, à favoriser leur responsabilisation et à éviter la reproduction des violences. Précisons que cette Convention impose également un renforcement de la coordination intersectorielle et une cohérence accrue des politiques publiques.

 

Un léger bémol dans ce qui constitue un consensus au sein de cette Assemblée sur cette thématique: l’échec, fin de l’année dernière, de la consécration de l'infraction autonome de féminicide dans notre Code pénal, dans le prolongement du respect de la Convention d’Istanbul, en réponse à une réalité sociétale grave et à une démarche progressiste de notre politique criminelle. Cela ne m’empêchera pas de m’inscrire, en tout état de cause, dans la lignée des demandes édictées dans cette résolution. J’en soutiendrai le vote et l’exécution.

 

De voorzitter:

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De bespreking is gesloten.

La discussion est close.

 

Ingediende amendementen:

Amendements déposés:

 

Considerans/Considérant A/1(n)

  • 2 – Ayse Yigit (1385/4)

Considerans/Considérant M

  • 1 – Katleen Bury cs (1385/4)

Verzoek/Demande 1.7(n)

  • 3 – Ayse Yigit (1385/4)

Verzoek/Demande 9.5(n)

  • 4 – Ayse Yigit (1385/4)

 

De amendementen worden aangehouden.

Les amendements sont réservés.

 

De stemming over de aangehouden amendementen en over het voorstel zal later plaatsvinden.

Le vote sur les amendements réservés et sur la proposition aura lieu ultérieurement.

 

14 Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot aanpassing van het bestaande kader inzake administratieve samenwerking op het gebied van de fiscaliteit (1249/1-5)

14 Projet de loi visant à transposer la directive (UE) 2023/2226 du conseil du 17 octobre 2023 modifiant la directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et à adapter le cadre existant en matière de coopération administrative dans le domaine fiscal (1249/1-5)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De rapporteur, de heer Hugues Bayet, verwijst naar het schriftelijk verslag.

 

Collega Lode Vereeck staat ingeschreven op de sprekerslijst, maar hij is momenteel niet aanwezig.

 

14.01  Niels Tas (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, Vooruit is in deze regering gestapt om de koopkracht van de gewone mensen te beschermen en om te blijven investeren in de beste zorg ter wereld. Dat kunnen we alleen doen met een rechtvaardige en eerlijke fiscaliteit, want dat is het fundament van onze samenleving, dat is waarvoor we elke dag vechten. Vandaag draagt wie werkt bij en wie onderneemt draagt bij, maar wie winst maakt op kapitaal moet ook zijn eerlijk deel bijdragen.

 

Met de omzetting van deze richtlijn zetten we vandaag een belangrijke stap om die rechtvaardigheid te verbeteren in een digitale wereld die razendsnel verandert. Eerlijk gezegd, de sector van de cryptoactiva is te lang een blinde vlek geweest voor de fiscus. Terwijl de brave spaarder voor elke cent interest transparant rapporteert aan de overheid, konden grote transacties en meerwaarden in de cryptowereld te lang onder de radar blijven. Dat is niet alleen onrechtvaardig tegenover de eerlijke belastingbetaler, maar het creëert ook een speelveld voor criminele organisaties, waar witwaspraktijken en belastingontwijking kunnen gedijen.

 

Dit wetsontwerp pakt dat aan op drie fronten.

 

Ten eerste is er de transparantie. Door de automatische uitwisseling van inlichtingen tussen lidstaten krijgen onze fiscale diensten automatisch die informatie binnen. De fiscus hoeft dus niet langer te gissen naar informatie over buitenlandse cryptorekeningen of transacties; die informatie komt automatisch binnen.

 

Ten tweede komen er gelijke regels voor iedereen. Of het nu gaat om traditionele banken of moderne crypto-exchanges, de rapporteringsplicht wordt gelijk getrokken. We passen de wetgeving aan de realiteit van vandaag aan.

 

Ten derde element komt er een strenge en strikte handhaving. Wie weigert mee te werken aan die transparantie, zal dat voelen. Administratieve boetes tot 50.000 euro bij fraude zijn een noodzakelijk en sterk signaal. We moeten ervoor zorgen dat grote organisaties die de regels aan hun laars lappen, effectief en afschrikwekkend worden gesanctioneerd.

 

Collega's, dit is de omzetting van een Europese richtlijn, die perfect aansluit bij de strijd van deze regering tegen elke vorm van fraude. Onze fractie steunt het wetsontwerp daarom volop.

 

De voorzitter: Collega Van Quickenborne, fris en monter in de zaal, aan u is het woord.

 

14.02  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Monter en fris, zeker, mijnheer de voorzitter.

 

Mijnheer de minister, fijn om u terug te zien. Over dit wetsontwerp hebben we een discussie in de commissie gevoerd. Ik zie overigens collega Mathieu Michel in de zaal zitten, de kenner van crypto in dit Parlement. We hebben geen probleem met de omzetting van de richtlijn, die een rapportering van de cryptoplatformen aan de overheid en een uitwisseling van informatie tussen de lidstaten beoogt.

 

Mijnheer de minister, er is wel een probleem met het artikel 315sexies. Ik heb daarop gewezen in de commissie. Dat klinkt misschien niet zo sexy, maar het artikel 3 van de wet voegt het artikel 315sexies in en bepaalt dat de fiscus de bevoegdheid geeft om onderzoeksbevoegdheden ten aanzien van de cryptoplatformen uit te oefenen. Ik merk op dat mevrouw Dillen goed aan het luisteren is.

 

Ik lees het artikel 315sexies: “De in artikel 326 bedoelde rapporterende aanbieder is gehouden om aan de administratie,” zijnde de fiscale administratie, “op haar verzoek en op elektronische wijze alle voor de controle op het naleven van de verplichtingen die hem worden opgelegd in toepassing van artikel 326 inlichtingen en documenten te bezorgen.” In de memorie van toelichting staat dat dit moet toelaten om documenten en inlichtingen op te vragen om na te gaan of de rapportering correct is gebeurd.

 

Welke bezorgdheden hebben wij geuit? Volgens artikel 315sexies krijgt de fiscus automatisch toegang tot alle mogelijke gegevens, zijnde de identiteit van de overdrachten, de wisseltransacties, adressen en sleutels.

 

Dat is volgens ons disproportioneel. Waarom?

 

Ten eerste, omdat de belastingplichtige niet eerst zelf moet worden bevraagd. De fiscus kan rechtstreeks naar de cryptoplatformen stappen, zonder aanwijzing van fraude. Herinner u de discussie over money control.

 

Ten tweede, mijnheer de minister, het gaat om gevoelige privégegevens die niet noodzakelijk zijn voor een concreet onderzoek en die dus raken aan de privacy.

 

Ten derde, wij menen dat het principe van dataminimalisatie uit de GDPR terzijde wordt geschoven.

 

Uw antwoord in de commissie was dat u gewoon de fameuze bijstandsrichtlijn hebt omgezet. U gaf ook aan dat u daarmee rekening zou houden wanneer u artikel 315sexies zou inschrijven.

 

Ik heb die bijstandsrichtlijn nog eens gelezen. Die bijstandsrichtlijn, document nr. 2023/2226, strekt tot het invoeren van rapporteringsverplichtingen voor aanbieders van cryptoactivadiensten en de automatische uitwisseling van informatie tussen belastingadministraties.

 

Het probleem is dat u verder gaat dan wat die bijstandsrichtlijn als minimumvereiste oplegt. Het gaat namelijk over geen volledige harmonisatie, zoals dat wordt genoemd. U doet dus eigenlijk aan gold-plating. U weet dat in het regeerakkoord staat dat de regering gold-plating koste wat kost wil vermijden. Toch doet u aan gold-plating.

 

Waarom doet u dat? U hebt gesteld dat die fameuze controle enkel gaat over gegevens die noodzakelijk zijn om te controleren of de cryptodienst zijn verplichtingen correct heeft nageleefd.

 

Echter, in artikel 315sexies leest u een verwijzing naar de artikelen 326/13 tot 326/17. Bij het lezen van die artikelen stelde ik vast dat artikel 326/15 betrekking heeft op de identificatiegegevens van de gebruiker, met de naam, adres, fiscale woonstaat, fiscaal identificatienummer en geboortedatum. Ook de identificatie van de uiteindelijke belanghebbenden wordt gevraagd, de naam en het adres van de entiteit en de fiscale woonstaat. Bovendien moeten ook gegevens van de transacties worden gedeeld, bijvoorbeeld of het over Ethereum, Bitcoin of NFT’s gaat, het totale brutobedrag dat voor aankopen werd betaald, het aantal transacties en ook de totale waarde van de transacties.

 

Als de fiscus al die informatie kan opvragen bij die cryptoaanbieders, controleert u niet of de rapportering correct is verlopen. U controleert gewoonweg de hele transactie. Dat is veel te verregaand. Ik begrijp dat de fiscus moet controleren of de rapportering correct is verlopen. Dat kan men echter op een veel minder intrusieve manier doen, bijvoorbeeld door een attest op te vragen waaruit blijkt dat de rapportering correct is gebeurd. Banken hanteren de werkwijze KYC, know your customer. Op vergelijkbare manier kan u aan de instelling of het cryptoplatform vragen om het bewijs te leveren dat er op die manier wordt gerapporteerd.

 

Dat artikel 315sexies gaat veel te ver en vormt dus een inbreuk op de privacy van cryptobeleggers, zeker omdat er voorafgaandelijk geen aanwijzingen moeten zijn van fraude. De omvang van de gegevens die u kunt opvragen door artikel 315sexies roept vragen op inzake proportionaliteit, gegevensminimalisatie en de bescherming van persoonsgegevens.

 

Waarom beperkt u dat niet tot een attest van rapportering of een check bij het cryptoplatform, zoals de banken de KYC-verplichting naleven?

 

14.03 Minister Jan Jambon: Mijnheer Tas, mijn dank om de omzetting van de Europese richtlijn te steunen.

 

Mijnheer Van Quickenborne, ik denk niet dat we aan gold-plating doen. We hebben daar in de commissie al over gesproken. De Europese richtlijn verplicht ons om te verzekeren dat platformen hun verplichtingen naleven. Net zoals in gelijkaardige rapporteringsregimes die door de vorige regering ingevoerd werden, bevat het ontwerp onderzoeksbevoegdheden. Aan de hand daarvan kan men interne procedures en mechanismen controleren, niet de belastingplichtigen zelf. Dat is niet de bedoeling. De bedoeling is om interne procedures en mechanismen te controleren. Daar bestaat geen discussie over en het heeft helemaal niets te maken met het fiscale bankgeheim waaraan u refereert. Over dat deeltje zijn we het dus niet eens.

 

De voorzitter: Collega Tas wenst niet meer te repliceren. Collega Van Quickenborne, vraagt u nog het woord?

 

14.04  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik zie dat de minister iets voorleest. Ik begrijp dat, maar ik had graag een antwoord gehad op mijn eenvoudige vraag.

 

Mijnheer de minister, waarom volstaat het niet om na te gaan of er correct gerapporteerd is? Waarom moet de fiscus inzicht krijgen in al die gegevens, tot en met de waarde van een transactie, het aantal transacties, de naam van de persoon? Zulke dingen zijn toch niet relevant voor de vraag of er al dan niet een rapportering is geweest?

 

Bij de banken kijkt men ook niet naar de individuele gegevens. Men verifieert of er rapportering geweest is door de bank, en dat volstaat dan. Waarom gaat men bij de fiscus veel verder dan wat strikt gezien noodzakelijk is? Dat is mijn vraag.

 

14.05 Minister Jan Jambon: Dat behoort tot de onderzoeksbevoegdheid die men heeft. Die wordt aangewend om procedures en mechanismen te controleren. Het is echt niet de bedoeling om de belastingplichtige zelf te controleren. De Europese richtlijn schrijft dat zo voor. De fiscus moet wel weten of er correct informatie van de gebruikers wordt verzameld. Dat is de reden waarom dat zo bepaald wordt.

 

14.06  Vincent Van Quickenborne (Anders.): Die uitleg overtuigt me absoluut niet. Ik vind dat veel te verregaand. Vandaar dat we een amendement hebben ingediend. Ik zal het bij dezen al toelichten.

 

Met ons amendement willen we artikel 3, dat voorziet in de invoeging van artikel 315sexies, schrappen. Dat amendement hebben we in de commissie ingediend, en nu opnieuw in de plenaire vergadering. Onze secretaris moet dat bezorgd hebben, mijnheer de voorzitter, zodat we ons daarover straks kunnen uitspreken.

 

Ik merk aan de reactie van de griffier en de adjunct-griffier dat ons amendement nog niet is toegekomen. Onze secretaris luistert mee – hij staat trouwens op de payroll van het Parlement – en kan het desgevallend subito presto aan jullie bezorgen.

 

De voorzitter: Dat zal ik laten nakijken, collega Van Quickenborne.

 

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

We vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1249/1)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1249/1)

 

Het wetsontwerp telt 43 artikelen.

Le projet de loi compte 43 articles.

 

Ingediend amendement:

Amendement déposé:

 

Art. 3

  • 2 – Vincent Van Quickenborne (1249/5)

 

Besluit van de artikelsgewijze bespreking:

Conclusion de la discussion des articles:

 

Aangehouden: het amendement, artikel 3.

Réservés: l'amendement, l'article 3.

 

Artikel per artikel aangenomen: de artikelen 1, 2 en 4 tot 43.

Adoptés article par article: les articles 1er, 2 et 4 à 43.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het aangehouden amendement, het aangehouden artikel en over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'amendement et l'article réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

15 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht (1373/1-3)

15 Projet de loi modifiant la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales, le Code pénal social et diverses dispositions de droit pénal social (1373/1-3)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

Le rapporteur, M Khalil Aouasti, renvoie au rapport écrit.

 

15.01  Marijke Dillen (VB): Collega’s, het voorliggende wetsontwerp is voor een groot deel een logisch gevolg van de hervorming van het Strafwetboek. Ook voor het Sociaal Strafwetboek zijn een aantal grondige aanpassingen nodig om ervoor te zorgen dat het coherent wordt aangepast aan de bepalingen van het nieuwe Strafwetboek. Dat is noodzakelijk.

 

We hebben, mevrouw de minister, tijdens de bespreking in de commissie voor Sociale Zaken uitvoerig de gelegenheid gehad hierover van gedachten te wisselen en het ontwerp gedetailleerd te bespreken. Wees gerust, ik ga niet alles herhalen. Ik beperk mij tot enkele fundamentele bedenkingen, in het bijzonder – dat zal u niet verwonderen – over artikel 2. Dat is echt een aanfluiting van het zeer uitvoerige werk dat tijdens de voorbije legislatuur met de hele commissie voor Justitie werd verricht naar aanleiding van de bespreking van het nieuwe Strafwetboek, met uitgebreide hoorzittingen, altijd in aanwezigheid van deskundigen die de commissie bij de uitwerking van het nieuwe Strafwetboek hebben begeleid.

 

Heel belangrijk, collega’s, is dat in het nieuwe Strafwetboek uitdrukkelijk de principes leesbaarheid, accuraatheid, coherentie en eenvoud centraal staan. Die principes worden met het wetsontwerp dat vandaag voorligt eigenlijk volledig van tafel geveegd. Ik sta niet alleen met die kritiek – ik bevind mij in zeer goed gezelschap – want ook de Raad van State is vernietigend in zijn oordeel.

 

Terecht stelt de Raad van State dat het moeilijk te begrijpen is dat in dit wetsontwerp wordt gekozen voor een aanpassing van de wet van 5 maart 1952 en dat ervoor wordt gekozen om de in het nieuwe Strafwetboek vastgestelde geldboete te verhogen met 2,5 decimen aan de hand van die afzonderlijke wet. Gezien de keuzes die bij het nieuwe Strafwetboek zijn gemaakt, zou het logischer zijn de bedragen die in een aantal artikelen van het strafwetboek vastliggen aan te passen aan de gewenste verhoging. Er anders over oordelen, betekent dat de principes van leesbaarheid, accuraatheid, coherentie en eenvoud van het nieuwe Strafwetboek, die tijdens de parlementaire discussies in de commissie voor Justitie herhaaldelijk werden beklemtoond door de experten, worden genegeerd wat betreft het toepasselijke bedrag van de geldboetes. Als voormalig minister zal collega Van Tigchelt dat zeker willen onderschrijven. Dat wordt hier overboord gegooid nog voor het nieuwe Strafwetboek van kracht is.

 

Als gevolg hiervan zal de rechter bij de toepassing van het nieuwe Strafwetboek niet moeten aannemen dat de erin vermelde bedragen gelden, maar zal er onmiddellijk toepassing moeten worden gemaakt van de wet van 1952. De Raad van State stelt dan ook terecht dat deze werkwijze in strijd is met de uitgangspunten die werden gehanteerd bij de opstelling van het nieuwe Strafwetboek.

 

Deze werkwijze, collega's, ondergraaft de geloofwaardigheid van de uitgangspunten van het nieuwe Strafwetboek. Praktische overwegingen, zoals door de minister worden voorgehouden in de toelichting, volstaan niet om de belangrijke uitgangspunten van het nieuwe Strafwetboek eenvoudigweg weg te zetten.

 

Collega's, sociale fraude is niet alleen een budgettaire diefstal van de gemeenschap, maar ook een directe aanval op de Vlaamse en Waalse sociale zekerheid en onze werknemers. Daarom is het wel belangrijk – en dat is positief – dat een aantal sancties worden verzwaard. Dat zullen wij dan ook ondersteunen. Mevrouw de minister weet dat.

 

Ook de verjaringstermijn van de administratieve vervolging en administratieve geldboetes wordt verlengd van vijf naar tien jaar om gelijk te lopen met de strafrechtelijke verjaring zoals voorzien het nieuwe Strafwetboek. Hierin zit een logica. Een langere verjaringstermijn lijkt immers nuttig om complexe fraudezaken aan te pakken. Maar, collega's, en dat mogen we toch ook wel niet ontkennen, de noodzaak tot verlenging van een termijn is eigenlijk ook het gevolg van het onvermogen van de overheid om dossiers binnen een redelijke termijn af te ronden.

 

De bijkomende straffen worden ook uitgebreid. Er wordt bijvoorbeeld heel sterk ingezet op het exploitatieverbod en de bedrijfssluiting. Dat wordt doorgetrokken naar extra inbreuken zoals sociale dumping. Dat is volledig terecht. Werkgevers, bedrijven, die de regels van de sociale wetgeving met de voeten treden, moeten dat voelen. Het moet wel gaan om ernstige inbreuken of om recidivisten die hun les niet geleerd hebben.

 

Alternatieve straffen zoals werkstraffen, elektronisch toezicht en probaties, krijgen nu ook een plaats in het sociaal strafrecht. Onze fractie is principieel niet gekant tegen de toepassing van alternatieve straffen, maar ze mogen niet toegepast worden voor zware sociale fraudeurs die de Vlaamse en Waalse sociale zekerheid voor miljoenen euro's oplichten. Voor hen is een werkstraf of een probatiestraf gewoon een lachertje. Dit is niet minder of niet meer dan een signaal van zwakte. Wie bewust de regels overtreedt om financieel gewin te boeken op kap van de Vlaamse solidariteit, verdient een effectieve gevangenisstraf en een zeer zware financiële sanctie die de winst volledig wegneemt. Anders oordelen, is een verdere uitholling van de repressieve functie van het strafrecht.

 

Collega's, dan kom ik aan een ander punt, dat trouwens de voorbije tijd al regelmatig aan bod is gekomen, maar dan naar aanleiding van het nieuwe Strafwetboek. Er geldt vanaf de inwerkingtreding een vrij complexe overgangsregeling. Dat houdt een risico in van rechtsonzekerheid en fouten bij de toepassing. Werkgevers weten dan bijvoorbeeld niet meer welk regime van toepassing is. Parketten en inspectiediensten zullen of kunnen sneller procedurefouten maken. De vraag hoe de rechters alles zullen interpreteren, mag absoluut niet worden onderschat.

 

Dit wetsontwerp is eigenlijk een aanpassingswet, maar we mogen hierbij niet vergeten dat dit een enorme druk zet op magistraten, advocaten, griffiers, de arbeidsinspectie enzovoort. Opnieuw moet er voorzien worden in extra opleidingen. Voor dit wetsontwerp is het echter werkelijk kort dag. Collega’s, 8 april, dat is minder dan een maand, nadert met korte schreden. Ik blijf de vraag stellen of alle betrokken actoren op het terrein - magistraten, advocaten, griffiers - wel voldoende gelegenheid zullen krijgen om zich voor te bereiden op de toepassing van dit wetsontwerp. Zullen er op korte termijn voldoende opleidingen kunnen worden georganiseerd voor alle betrokkenen op het terrein? Hoe kan men verwachten van alle betrokken beroepsgroepen dat zij zich grondig kunnen voorbereiden op de inwerkingtreding, want die opleidingen zijn er voor een aantal beroepsgroepen tot op vandaag nog steeds niet?

 

Mevrouw de minister, dat houdt - en ik neem aan dat ik u daarvan niet hoef te overtuigen - heel veel risico's in met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheid. Het is absoluut onverantwoordelijk dat de meerderheid dergelijk belangrijk wetsontwerp op zo'n korte termijn door het Parlement wil jagen en van toepassing wil laten worden.

 

Er moeten niet alleen vragen worden gesteld wat betreft de praktische haalbaarheid bij magistratuur, griffiers en advocaten. Ook de inspectiediensten, de administratieve instanties moeten hun procedures kunnen voorbereiden of herbekijken en vooral ook de IT-systemen. Ik blijf herhalen dat deze manier van werken onaanvaardbaar en zelfs onverantwoord is ten aanzien van de betrokkenen op het terrein.

 

Ik rond af. Ik heb immers gezegd dat ik niet de hele bespreking in de commissie zou overdoen. Ik blijf hier een pleidooi houden – niet voor de eerste keer, ik doe dat tegenwoordig bijna wekelijks – om de inwerkingtreding van het nieuw Strafwetboek en dus ook van dit wetsontwerp minstens tot 1 september uit te stellen, wat helemaal geen lang uitstel is, zoals gevraagd wordt door iedereen die hiermee op het terrein aan de slag moet. Het zijn immers zij, niet uw administratie, want u zult antwoorden dat uw administratie helemaal klaar is, die hier met kennis van zaken de vraag stellen en heel duidelijk zeggen dat zij niet klaar zijn. Trouwens, het gaat niet alleen om de toepassing zelf, maar ook over het gegeven dat de ICT-toepassingen niet zijn aangepast, om het even heel eufemistisch te zeggen.

 

Ik roep u dus nogmaals op om uw verantwoordelijkheid te nemen, mevrouw de minister. Laat het Strafwetboek niet in werking treden op 8 april, maar wel op 1 september, bij het begin van het gerechtelijk jaar. Dat zou bovendien ook een mooie opener zijn. U zult het terrein daarmee een heel grote dienst bewijzen.

 

15.02  Khalil Aouasti (PS): Monsieur le président, madame la ministre, je ne serai pas long puisque je pense que les débats ont eu lieu; j'avais même proposé, sur le plan procédural, de pouvoir mener un seul débat sur l'ensemble des textes liés au Code pénal, mais ils ont été dissociés. L'idée n'est pas de se répéter.

 

Concrètement et sur ce projet de loi, l'idée fondamentale du Code pénal était d'avoir un texte qui soit précis, cohérent et simple. Or c'est malheureusement déjà un pas raté, puisqu'avec le projet de loi relatif aux décimes additionnels, il faudra se référer à deux textes différents pour savoir quel sera le niveau de peine, lorsqu'on parle de peines d'amendes, qui sera appliqué aux personnes poursuivies.

 

Selon moi, c'est là le premier échec fondamental de ce texte. Alors même qu'il entre en vigueur le 8 avril prochain, il est déjà dépassé parce que nous allons voter une loi de 1952 et réviser une loi de 1952, et qu'il faudra aller chercher dans le nouveau Code pénal les taux de peines d'amendes et les multiplier par 1 x 25 au regard de la loi de 1952. Par conséquent, les personnes qui, le 8 avril 2026, ouvriront le Code pénal et le liront ne verront pas les bonnes peines d'amendes, de sorte qu'on perd là cette exigence de simplicité, de cohérence et de lisibilité.

 

Au-delà même de cette question et de la perte de cette exigence de simplicité, de cohérence et de lisibilité, il y a dans ce Code des relèvements des peines d'amendes – nous en avons discuté, madame la ministre – qui sont profondément injustes; en effet, à défaut de définir des peines, notamment au regard des capacités contributives de chacun, ces peines touchent identiquement tout le monde, et donc les grands patrimoines comme les petits.  Ces peines d'amende, à partir du moment où elles touchent identiquement tout le monde, sanctionnent en réalité plus durement certaines personnes que d'autres dans leurs capacités contributives. Il y avait donc cette volonté de justice sociale aussi, d'intégrer cette justice sociale à travers ces peines d'amendes et à travers le nouveau Code pénal. Nous nous en éloignons une fois de plus.

 

À partir du moment où les exigences de cohérence, de lisibilité et de simplicité ainsi que cette exigence de justice sociale ne sont pas rencontrées, nous ne pourrons malheureusement pas défendre et voter ce projet de loi qui, sur toute une série d'autres éléments, est effectivement technique et à droit constant – nous ne le contestons pas. Cependant, il apporte, par les deux éléments que j’ai indiqués, des dispositions nouvelles qui contreviennent, à notre sens, à l’esprit dans lequel le Code pénal a été voté il y a deux ans et qui en réduisent la cohérence.

 

Je réserverai mes commentaires sur les autres projets aux discussions correspondantes, plutôt que de faire une intervention globale.

 

Voilà donc les raisons pour lesquelles, avec le groupe socialiste, nous ne voterons pas ce texte.

 

15.03  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, nous sommes aujourd’hui confrontés au cinquième projet de loi déposé en urgence pour adapter notre législation au nouveau Code pénal, alors que, dans le même temps, vous demandez encore aujourd’hui l’urgence pour un autre texte, cette fois relatif à la sécurité routière. Cette accumulation de textes adoptés dans l’urgence n’est pas anodine. Elle révèle que la réforme est mise en œuvre dans la précipitation et qu’elle n’est pas prête, alors même que son entrée en vigueur est prévue pour le 8 avril. Rien qu’aujourd’hui, en séance plénière, nous allons voter trois textes, dont un particulièrement important sur la lutte contre le crime organisé. Il prévoit des adaptations très concrètes dans les cabinets d’instruction et dans les chambres correctionnelles. Nous allons les adopter aujourd’hui, mais ils devront encore entrer en vigueur.

 

Madame la ministre, au-delà de la précipitation, le projet de loi que nous examinons aujourd’hui et que nous allons voter soulève un problème de fond. Il adapte le droit existant de manière mécanique, sans cohérence avec l’esprit du nouveau Code pénal. Le projet maintient, par exemple, les décimes additionnels, alors que la réforme visait à moderniser et à simplifier le système des peines. On constate donc que l’on réforme la forme, mais que l’on ne réforme pas la philosophie pénale. On adapte la loi, mais on oublie l’esprit de la réforme.

 

Plus largement, cette adaptation reproduit des logiques anciennes dans un cadre qui est déjà dépassé. Je rappelle que les décimes additionnels ont déjà été approuvés l’an dernier et qu’ils sont entrés en vigueur le 1er février. Mon groupe s’y est opposé et continuera de s’y opposer, parce qu’une autre voie était possible. On aurait pu cibler l’augmentation des amendes sur la fraude sociale, plutôt que d’augmenter toutes les amendes pénales via les décimes additionnels. On aurait pu se concentrer sur les faits les plus graves. Aujourd’hui, par contre, tout est mis dans le même sac.

 

Au fond, cette mesure est devenue une mesure budgétaire. Le gouvernement recherche des recettes. Et si vous aviez été aussi clair que vous le prétendiez, l’avis du Conseil d’État n’aurait pas été aussi critique.

 

Bien que la réforme globale du Code pénal reste attendue, de graves inquiétudes remontent aussi du terrain. Et je profite de l’examen de ces trois textes sur le Code pénal pour relayer ces inquiétudes.

 

On entend celles et ceux qui devront appliquer cette réforme. Les magistrats se demandent s’ils auront vraiment le temps de se préparer et de comprendre l’ensemble des changements. Les greffiers, quant à eux, n’ont pas eu le temps ou de temps libéré pour se former. Ils n’ont même pas reçu le Code comparé - Ancien et nouveau Code pénal, rédigé par Marie-Aude Beernaert et Damien Vandermeersch, que certains considèrent comme la Bible pour les travailleurs de terrain et pour pouvoir s'en sortir dans l'application de la nouvelle réforme.

 

Ajoutons à cela quils ne disposent même pas dun accès à Jura pour prendre connaissance de la réforme, ce qui devrait pourtant être élémentaire. Comment pourront-ils exercer correctement leur rôle? Nous ne le savons pas. Les services d’inspection, les administrations, tous se sentent pris de court par ce calendrier extrêmement serré. À cela s’ajoutent des difficultés pratiques, les systèmes informatiques de la justice ne sont pas prêts. Comment vont-ils pouvoir envoyer des citations à comparaître si celles-ci ne sont pas à jour dans le programme informatique? On demande à tout le monde d’être prêt alors que rien ne l’est.

 

Hier encore, le Collège des cours et tribunaux a adressé un signal d’alarme très clair. Il vous a écrit, madame la ministre, dans une lettre demandant le report de l’entrée en vigueur du nouveau Code pénal. Il y souligne l’insécurité juridique, le risque de paralysie des tribunaux de police ainsi que les adaptations législatives encore nécessaires. Cette lettre est très claire. Je la cite: "Nous attirons, madame la ministre, votre attention sur le fait que le maintien du calendrier d’exécution du nouveau Code pénal risque d’entraîner des difficultés majeures pour l’ensemble de la chaîne pénale, ce qui mènera, nous le craignons, à des dysfonctionnements graves". Quand les juridictions elles-mêmes nous disent que la réforme n'est pas prête, nous devrions les écouter.

 

Madame la ministre, nous ne soutiendrons pas ce texte et nous vous demandons de prendre au sérieux les alertes du terrain et d'envisager réellement un report de l'entrée en vigueur du nouveau Code pénal, afin d'éviter l'insécurité juridique et la paralysie du système judiciaire. Nous devons garantir que cette réforme ambitieuse se fasse de manière ordonnée, réfléchie et cohérente, et non dans la précipitation.

 

15.04  Isabelle Hansez (Les Engagés): Chers collègues, le texte que nous examinons aujourd'hui peut sembler technique, mais il est en réalité structurant. Il ne s'agit pas d'un simple toilettage légistique, mais d'une adaptation nécessaire à la suite de l'adoption du nouveau Code pénal dans notre pays, qui entrera bientôt en vigueur.

 

Ce projet accomplit d'abord un travail de clarification. Il aligne les notions, harmonise les renvois, modernise la participation criminelle, ajuste les règles de prescription et corrige certaines incohérences héritées de réformes successives. Ce travail peut paraître discret, mais il est essentiel. La sécurité juridique repose précisément sur cette cohérence interne. Un droit pénal qui parle d'une seule voix est un droit plus lisible, plus prévisible et, en définitive, plus juste.

 

Ce texte renforce également l'effectivité du droit pénal social. L'actualisation des montants d'amendes n'est pas anodine. Une sanction qui ne correspond plus à la réalité économique perd son caractère dissuasif. En adaptant ces montants et en les intégrant dans la logique du nouveau Code pénal, le projet restaure la crédibilité de la norme. De même, l'alignement de la prescription sur le droit pénal commun apporte de la cohérence et permet de mieux traiter les infractions complexes, notamment celles qui s'inscrivent dans des montages structurés ou transfrontaliers.

 

Il faut aussi souligner l'évolution vers une logique plus rationnelle de sanctions, notamment lorsque le montant peut être lié au profit retiré de l'infraction. C'est un signal important: la fraude ne peut jamais devenir économiquement rationnelle. Si le gain potentiel dépasse le risque encouru, le système échoue. Ce projet corrige cette asymétrie.

 

Pour Les Engagés, le respect des règles sociales n'est pas un détail administratif. C'est une question de justice pour les travailleurs qui cotisent et respectent les règles, pour les employeurs qui assument leurs obligations et pour la collectivité qui finance un modèle de solidarité exigeant. Un droit pénal social crédible est une condition de confiance dans notre système.

 

Autre élément positif, le texte ne se contente pas de renforcer la répression. Il clarifie aussi certaines protections. Je pense notamment à l'exclusion des victimes de traite des êtres humains. Cette précision rappelle une exigence fondamentale, le droit pénal doit distinguer clairement les auteurs d'infractions des personnes contraintes ou exploitées. Cette orientation est juste et importante.

 

Cela étant dit, soutenir le texte ne signifie pas renoncer à toute vigilance. D'abord, la méthode retenue pour l'actualisation des amendes mérite d'être expliquée clairement. Le nouveau Code pénal avait choisi d'intégrer directement les multiplicateurs dans les montants afin de simplifier la lecture. Ici, l'adaptation passe par un ajustement indirect via la loi de 1952. Juridiquement, cela se défend; mais pédagogiquement, il est important que la cohérence globale soit clairement exposée.

 

Par ailleurs, l'allongement de la prescription à 10 ans est cohérent avec le droit pénal commun et renforce la capacité de poursuite des infractions sophistiquées, notamment en matière de fraude organisée. Mais nous devons rester attentifs à l'équilibre. Le droit pénal social comporte aussi une dimension régulatrice et préventive. Il ne doit pas devenir un instrument de pression disproportionnée, notamment pour les PME confrontées à des obligations administratives parfois lourdes. Une évaluation de l'impact concret de cette évolution sera utile.

 

La nouvelle notion unifiée de participation appelle également à la prudence dans son application. L'abandon de la distinction entre coauteur et complice s'inscrit dans la logique du nouveau Code pénal, mais en matière sociale, où les chaînes décisionnelles peuvent être complexes, l'individualisation des responsabilités devra rester rigoureuse.

 

Enfin, certaines observations techniques du Conseil d'État montrent qu'un travail de précision restera nécessaire pour sécuriser pleinement l'application du texte.

 

En définitive, pour Les Engagés, la ligne est claire: un droit pénal social ferme face à la fraude, cohérent dans son articulation avec le droit commun, mais toujours proportionné, prévisible et respectueux de la sécurité juridique. Soutenir ce texte, c'est renforcer la crédibilité de notre modèle social. 

 

15.05  Paul Van Tigchelt (Anders.): Mijn fractie kan het wetsontwerp helaas niet steunen. Ik zal heel kort toelichten waarom. We zijn vandaag 12 maart en 8 april nadert met rasse schreden. Dat is de datum van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek. We hebben de voorbije weken de kat de bel proberen aan te binden, beste collega’s. De invoering van dat nieuwe Strafwetboek dreigt te ontaarden - ontaarden is het juiste woord - in chaos en rechtsonzekerheid. Uiteindelijk wordt iedereen daar het slachtoffer van, de burger en diens veiligheid.

 

Het wetsontwerp is opnieuw een illustratie van laattijdig kunst- en vliegwerk, amateurisme noem ik dat, waarvan de invoering van het nieuwe Strafwetboek de voorbije maanden helaas het slachtoffer is geworden. Kunst- en vliegwerk tot daar aan toe, maar ik herhaal dat het gevaarlijk kunst- en vliegwerk is, want uiteindelijk zullen op het terrein onze diensten van justitie en politie niet kunnen handhaven, ten koste van de veiligheid.

 

Collega’s hebben het al aangehaald en ik herhaal dat er tien wetten moesten worden omgezet om de invoering van het nieuwe Strafwetboek mogelijk te maken. Twee jaar werd door iedereen in dit Parlement vooropgesteld als een realistische en haalbare termijn, op voorwaarde dat iedereen zijn werk goed benaarstigde. We hebben evenwel vastgesteld dat het werk is stilgevallen. We stellen vast dat het eerste van die tien wetsontwerpen is ingediend, beste collega’s, op 19 november 2025. Er moeten nog twee wetten worden behandeld, niet van de minste, in de commissie voor Binnenlandse Zaken, respectievelijk de commissie voor Mobiliteit. Het gaat om een wetsontwerp omtrent de GAS-wetgeving, met betrekking tot diefstal, geweld, graffiti en beschadigingen. Men riskeert straffeloosheid als men die GAS-wetgeving niet tijdig aanpast. Daarnaast gaat het ook over de verkeerswetgeving. Ik moet u er niet aan herinneren dat dat niet over tien, honderd of duizend, maar over tienduizenden zaken gaat, waarvoor ook chaos dreigt.

 

Dit wetsontwerp is inhoudelijk opnieuw een illustratie van dat kunst- en vliegwerk.

 

Mijnheer de voorzitter, kort samengevat voegt het wetsontwerp opnieuw de opdeciemen toe of handhaaft het ze, nadat het nieuwe Strafwetboek die opdeciemen heel netjes en coherent heeft afgeschaft.

 

U hoeft mij niet te geloven maar u moet wel luisteren naar de mening van gerespecteerde juristen. Waarom vragen wij anders advies? De Raad van State is vernietigend geweest voor die werkwijze. Ik citeer. Dan ben ik het niet die dat opmerkt maar zijn het goede juristen die het doen. “Hoewel de Raad van State begrijpt dat de invoering van het nieuwe Strafwetboek een complexe operatie is, moet hij” – de Raad van State dus – “erop wijzen dat deze werkwijze in strijd is met de uitgangspunten die de wetgever zelf gehanteerd heeft bij het opstellen van het nieuwe Strafwetboek. Het gaat over drie beginselen: accuraat, eenvoudig en coherent.”

 

Daarom stelt de Raad van State dat de werkwijze die ter zake wordt gehanteerd, namelijk de handhaving van die opdeciemen, de geloofwaardigheid van die uitgangspunten en van het nieuwe Strafwetboek ondergraaft nog vooraleer het in werking is getreden. De Raad van State besluit dan ook dat die werkwijze ten zeerste moet worden afgekeurd. Het is dus niet het Parlement dat dat stelt of iemand die oppositie voert, het is de Raad van State die dat aangeeft.

 

De regering heeft daarop geantwoord maar haar antwoorden zijn voor mij allerminst overtuigend. Als ik de collega’s hier hoor, delen zij die mening.

 

De minister heeft maandagavond een persbriefing georganiseerd om duidelijk te maken dat zij zich geen zorgen hoefden te maken omdat dat alles onder controle was, dat het nieuwe Strafwetboek vanaf 8 april 2026 zou worden uitgerold en dat justitie er klaar voor was.

 

Helaas was op die persbriefing de rechterlijke orde niet aanwezig. Enkele uren later liet zij immers weten dat dat niet klopt. Zij vreest het ergste. Inhoudelijk zou een en ander niet klaar zijn, omdat nog een aantal wetten moeten worden goedgekeurd. Ook op het vlak van informatica, organisatie en praktische uitvoering stelde zij niet klaar te zullen zijn als die wetgeving niet tijdig zou worden aangepast.

 

Meer hoef ik daarover niet te zeggen. Dat is de reden waarom wij het ontwerp helaas onmogelijk kunnen steunen.

 

Collega’s, Justitie verdient beter dan dit amateurisme. Wij houden ons hart vast voor 8 april 2026 en de dagen nadien.

 

De voorzitter: Ik zie geen ingeschreven sprekers meer op de lijst.

 

Mevrouw de minister, u krijgt het woord.

 

15.06 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, ik wil verwijzen naar wat ik in de commissie al over het systeem van de opdeciemen heb gezegd. Inderdaad, het was initieel de bedoeling om in het nieuwe Strafwetboek niet meer met opdeciemen te werken. De Raad van State heeft op die basis een advies gegeven.

 

Iets waar destijds echter geen rekening mee werd gehouden, is dat er heel veel bijzondere wetgeving bestaat die afwijkende boetebedragen vaststelt. Als we zouden vasthouden aan het oorspronkelijke idee om niet met opdeciemen te werken, zou dat betekenen dat die afwijkende boetebedragen in belendende of bijzondere wetgeving niet automatisch aan de inflatie worden aangepast en dat alleen de algemene boetebedragen van de strafniveaus in het nieuwe Strafwetboek zouden stijgen.

 

Collega’s, wat doet men als men vaststelt dat het beter is om bij te sturen dan zulke ongewenste gevolgen te krijgen? Als we kiezen voor een indexatie, een inflatieaanpassing van de strafboetes, moet dat ook gelden voor andere bijzondere boetebedragen in bijzondere wetgeving. Daarom hebben we voor dit systeem gekozen.

 

U gaat enigszins voorbij aan de realiteit dat in de initiële teksten geen rekening is gehouden met deze potentiële gevolgen.

 

Collègues Aouasti et Ribaudo, la simplification des amendes par niveau est un objectif que je maintiens, mais, comme je viens de l'expliquer, il existe tellement d'exceptions dans le nouveau Code pénal qu'il est malheureusement impossible de se contenter d'adapter uniquement les taux des amendes par les niveaux du Code.

 

Par ailleurs, le système des décimes additionnels est déjà bien connu et est appliqué depuis longtemps par les juges et les professionnels du droit. Vu les taux qui sont désormais déterminés dans le nouveau Code pénal, la réalité sera beaucoup plus proche des jugements auxquels sont appliqués les décimes additionnels. Je crois que ce système ne créera pas de surprise pour les juges et les professionnels du droit.

 

Collega Dillen, ook dit heb ik al herhaaldelijk gezegd: de overgangsregeling waarnaar u verwijst, is van toepassing op alle belendende wetgeving die niet voor 8 april geharmoniseerd is. Daar we met onderhavig ontwerp voor harmonisering zorgen, is die overgangsregeling hier niet van toepassing.

 

Ik herhaal dat er trouwens al heel veel opleidingen voor magistraten werden georganiseerd en dat duizenden ze hebben gevolgd, net als vele politieagenten op het terrein, opleidingen die nog steeds lopen. Er zijn dus wel degelijk opportuniteiten geboden.

 

Overigens zijn heel veel korpsen zelf aan de slag gegaan. Ze hebben intern briefings georganiseerd en het thema opgevolgd. De teksten zijn al een tijdje bekend. Wij hebben iedereen op de hoogte gehouden van de ontwerpen die aan het Parlement werden voorgelegd en men heeft de werkzaamheden dus kunnen volgen.

 

Les textes qui sont présentés aujourd’hui sont techniques et ne comportent pas de modifications substantielles. Ils ne devraient donc pas avoir d’incidence majeure sur les préparatifs sur le terrain. De plus, mes services sont en contact permanent avec la magistrature et les autres acteurs de terrain. Ces derniers ont été tenus informés à chaque étape de l’état d’avancement de ces textes, qui ne constituent donc pas une nouveauté pour eux.

 

Tot slot herhaal ik mijn antwoord van twee weken geleden hier op een interpellatie over de inwerkingtraining. Ik heb altijd gezegd dat ik akkoord kon gaan met een beperkt uitstel tot 1 september. Alleen heeft de regering daar anders over beslist. Zoals het hoort, hebben wij onze verantwoordelijkheid genomen en ervoor gezorgd dat de teksten klaar zijn.

 

Collega Van Tigchelt, het werk aan het nieuwe Strafwetboek is na de stemming erover inderdaad stilgevallen. Wij hebben de draad weer moeten opnemen in februari 2025. Er is dan zeer hard gewerkt om wat in het eerste jaar na de stemming en goedkeuring van het nieuwe Strafwetboek niet gebeurde, binnen een jaar goed te maken. Rebus sic stantibus, het Parlement moet stemmen over een eventueel uitstel van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek. Het komt niet alleen aan de minister van Justitie toe om daarover te oordelen en zo hoort dat ook. De betreffende wetten werden goedgekeurd in het Parlement. Als men daar nu anders over oordeelt, dan moet het Parlement daar iets aan doen. Wij hebben in die omstandigheden gezegd dat we ervoor zouden zorgen dat bij Justitie alles klaar zou zijn, zodat de teksten op basis van het nieuwe Strafwetboek op 8 april in werking kunnen treden.

 

Wij volgen de voortgang op met de FOD Justitie en met de contactpunten, die ter beschikking staan van collega’s met het oog op eventuele aanpassingen aan de wetgeving. Ik heb dat debat al vele keren met u gevoerd. Ik begrijp de zorgen op het terrein zeer goed en ik overleg geregeld met hen. Daarom heb ik mij in de regering vorig jaar ook akkoord verklaard met een beperkt uitstel tot 1 september, maar zij heeft daar anders over beslist. Zo ver staan we vandaag. Ik heb er in ieder geval alles aan gedaan dat Justitie op 8 april klaar is en chaos wordt vermeden, maar we vallen in herhaling.

 

15.07  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, ik hoop van niet, maar ik vrees dat u ongelijk hebt. Ten eerste, specifiek wat het Sociaal Strafwetboek betreft, de teksten ter zake zullen pas vandaag worden goedgekeurd en moeten nog gepubliceerd worden. Er zijn daarvoor op het terrein nog geen opleidingen beschikbaar en ik denk dat u dat ook weet.

 

Ten tweede, ik geloof u wanneer u zegt dat u akkoord kon gaan met een kort uitstel tot 1 september, maar dat de regering daar anders over besliste. Bij mijn weten maakt u ook deel uit van de regering. Bij mijn weten hebben noch de ministers, noch de vice-eersteminister en zeker niet de eerste minister – ik zeg dit met alle respect voor de deskundigheid, de kennis en het verstand van de eerste minister – kaas gegeten van de werking van de rechtbanken, de magistratuur en de advocatuur. Zij zijn collectief verantwoordelijk, samen met u, maar het zal in uw gezicht ontploffen, niet in dat van eerste minister De Wever of van de andere ministers. Ik begrijp echt niet dat zij niet akkoord willen gaan met een uitstel van amper een paar maanden. Het zou zelfs ordentelijk zijn om de wettekst bij het begin van het nieuwe gerechtelijk jaar in werking te laten treden. Uiteindelijk zullen zij alles in uw boot schuiven; daar zal het op neerkomen.

 

Ondertussen zijn er al een hoop wetsontwerpen goedgekeurd. Vandaag buigen we ons blijkbaar over het vijfde – ik ben de tel al kwijt – en er komen er nog. Als ik goed ingelicht ben, komen de ontwerpen van GAS-wet en van verkeerswet volgende week in de commissie aan de orde. Ook dat is al veel te laat. Ik hoor u graag zeggen dat uw administratie klaar is en haar werk heeft gedaan, ook al is dat misschien wel veel te laat. Het is echter niet uw administratie, die op het terrein al de verschillende wetten en in de eerste plaats het Strafwetboek moet implementeren. Dat zijn wel de magistraten, de politie, de advocaten en de griffiers en in dit geval de Sociale Inspectie. Zij zijn echter allemaal niet klaar. Ze zijn stuk voor stuk niet klaar, net zo min als de Orde van Vlaamse Balies.

 

Ik heb u gisteren ondervraagd over Magistratuur & Maatschappij. Noch het College van procureurs-generaal, noch het College van hoven- en rechtbanken, werkelijk niemand, mevrouw de minister, deelt uw standpunt dat al die wetgevingen op 8 april in werking kunnen treden.

 

Doe alstublieft een inspanning. U kunt nog perfect een wetsontwerp indienen of laat een van uw collega's van uw partij – collega Matheï kan dit perfect doen, dat zou ook niet de eerste keer zijn – een wetsvoorstel in de commissie aan de orde brengen. We zullen de vraag om urgentie steunen, mevrouw de minister. Ik ben zelfs bereid om speciaal tijdens de paasvakantie hierheen te komen om de inwerkingtreding van het Strafwetboek te laten uitstellen tot 1 september. U zou daarmee het terrein en ook uzelf een dienst mee bewijzen. U bent gewaarschuwd.

 

15.08  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, je vous ai indiqué que les exigences du Code pénal étaient notamment dictées par la clarté et la simplicité et que le 8 avril 2026, le Code pénal serait déjà dépassé dans les faits. En effet, celles et ceux qui l’ouvriront ne sauront pas quelle est la juste peine qu’ils encourront, puisqu’ils devront déjà se référer à une loi de 1952 que vous entendez modifier ici. Vous m'avez répondu que les professionnels du droit connaissent le système des décimes additionnels et qu’ils l’appliqueront donc sans aucune difficulté.

 

Je suis parfaitement d’accord avec vous, madame la ministre. Le seul problème, c’est que le Code pénal – comme toutes les législations que nous adoptons ici –, ne doit pas s’adresser uniquement à cette catégorie résiduaire de notre population que sont les professionnels du droit. Il faut que chaque citoyenne, chaque citoyen, de Arlon à Ostende en passant par Bruxelles, lorsqu’il ouvre ce Code, puisse savoir le lire avec clarté et comprendre quelle sera la sanction encourue visàvis dun phénomène criminel. Comment le définir afin quun étudiant en première année de droit ou quune personne ayant trente ans dexpérience au barreau puisse déterminer de manière précise, rapide et juste quels seront les taux de peine appliqués.

 

C’est exactement ce qui est reproché ici: la volonté de clarté qui présidait il y a deux ans sera malheureusement effacée par le texte que vous entendez voter dans quelques minutes. Il faut envoyer un message aux citoyens pour leur dire que le droit doit être intelligible, clair, accessible et qu’il doit être une langue communément comprise. Mais il s'agit là d'un enjeu à côté duquel vous allez passer, ce qui est profondément dommageable pour notre société.

 

15.09  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, vous nous avez répété à deux reprises que vous auriez pu prendre la décision d’allonger le délai, mais que le gouvernement en avait décidé autrement. À deux reprises, vous avez expliqué que ce n’était pas de votre ressort et que la décision venait d’au-dessus. Depuis plusieurs semaines, vous nous répétez sans cesse qu’il ne faut pas s’inquiéter et que tout ira bien, comme un mantra. Pourtant, ce discours semble davantage vous rassurer vous-même qu’il ne rassure les acteurs de terrain. Sur le terrain, personne n’est rassuré.

 

Le Collège des cours et tribunaux vous a d’ailleurs adressé une lettre pas plus tard qu’hier pour vous transmettre un signal d’alarme. L’obstination de votre gouvernement à vouloir aller plus vite que le train risque d’avoir de graves conséquences sur la justice elle-même, sur les travailleurs de la justice et, de manière générale, sur les citoyens.

 

15.10  Paul Van Tigchelt (Anders.): Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoorden. Wij zullen alleszins de terechte bezorgdheden die op het terrein leven bij justitie, de politie en de andere handhavingsdiensten blijven vertolken in het halfrond. Dat is ook onze plicht.

 

U verschuilt zich opnieuw achter de regering. De regering heeft beslist, maar u bent de minister van Justitie. Het is duidelijk dat er een gebrek is aan coördinatie en sturing, vooral coördinatie met de rechterlijke orde. U zegt wel dat u klaar bent, maar de rechterlijke orde spreekt dat flagrant tegen.

 

Er is alvast één punt dat ikzelf ook wil tegenspreken. Als u zegt dat de werkzaamheden zijn stilgevallen bij de stemming van het Strafwetboek, dus de werkzaamheden ter voorbereiding van de aanpassing van die wetgeving, is dat flagrant onjuist, mevrouw de minister. Die werkzaamheden zijn wel degelijk voortgezet. Zo nodig zal ik dat aantonen, want blijkbaar bent u daarover slecht geïnformeerd.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

We vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1373/3)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1373/3)

 

Het opschrift in het Nederlands werd door de commissie gewijzigd in "wetsontwerp tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht."

L'intitulé en néerlandais a été modifié par la commission en "wetsontwerp tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht."

 

Het wetsontwerp telt 64 artikelen.

Le projet de loi compte 64 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 64 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 64 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

16 Wetsontwerp tot verzwaring van de straffen inzake drugshandel, wapenhandel, criminele organisatie en witwassen, en tot harmonisatie van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, en de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, met het Strafwetboek van 29 februari 2024 (1163/1-8)

16 Projet de loi visant à aggraver les peines en matière de trafic de drogue, de trafic d'armes, d'organisation criminelle et de blanchiment et visant à mettre en concordance la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes et la loi du 8 juin 2006 réglant des activités économiques et individuelles avec des armes avec le Code pénal du 29 février 2024 (1163/1-8)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De rapporteurs, de dames Sophie De Wit en Aurore Tourneur, verwijzen naar het schriftelijk verslag.

 

16.01  Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer de voorzitter, collega’s, mevrouw de minister, het wetsontwerp dat vandaag voorligt, raakt aan twee zaken. In eerste instantie gaat het om het signaal dat we als samenleving moeten uitsturen dat georganiseerde criminaliteit, maar ook drugshandel, witwassen en wapenhandel, op geen enkele manier mogen worden getolereerd en dat mensen die criminele feiten plegen ook de gevolgen daarvan moeten dragen. Een tweede aspect van de wet gaat over de vraag hoe we dat signaal in de praktijk kunnen brengen.

 

De minimumstraf voor drugshandel wordt in dit wetsontwerp verhoogd van drie maanden celstraf naar een minimumstraf van drie jaar. De oude minimumstraf van drie maanden was al geen straf. We weten allemaal dat die celstraffen niet worden uitgevoerd. Dat is een minimumstraf die eigenlijk niet bestaat. De vraag is of die drie jaar wel zal worden uitgevoerd. Dat terzijde, het klinkt allemaal heel logisch. Het is goed dat er over een strafverzwaring wordt nagedacht.

 

Wat mij echter vooral zorgen baart, zoals ik in de commissie al heb gezegd, is wat de regering zelf in de toelichting bij dit wetsontwerp schrijft. Mevrouw de minister, het lijkt alsof u en deze regering meteen koudwatervrees heeft bij haar eigen wetsontwerp, bij het idee om daadwerkelijk straffen te verzwaren.

 

Wat staat er immers in de memorie van toelichting bij dit wetsontwerp? U waarschuwt dat een niet-problematische druggebruiker – wat dat betekent weet ik ook niet – met een kleine hoeveelheid cocaïne plots met strengere straffen zou worden geconfronteerd. Dat kan absoluut niet de bedoeling zijn, schrijft u in de toelichting van uw eigen wetsontwerp. In die toelichting wijst u zelf rechters – en, nooit te vergeten, ook advocaten – op de mogelijkheid om verzachtende omstandigheden toe te passen, zodat iemand met een of twee gram cocaïne op zak niet te zwaar zou worden bestraft.

 

Dat roept bij mij heel wat vragen op over wat deze regering eigenlijk verstaat onder de strafverzwaring en wat de bedoeling van het wetsontwerp is. Dat er letterlijk gewaarschuwd wordt in een wetsontwerp dat tot doel heeft om strenger te straffen, om ervoor te zorgen dat drugsgebruikers niet te zwaar bestraft worden, vind ik compleet absurd.

 

Mevrouw de minister, ik wil u vragen – het is echt geen detail, het is vrij essentieel – wat ‘een niet-problematische druggebruiker’ is. Waar is de tijd dat u en uw partij, cd&v, maar ook de N-VA bijvoorbeeld, die deze regering leidt, er keer op keer op wezen dat ook de gebruiker een verantwoordelijkheid draagt? Waar is de tijd dat u nog een boodschap van shame on you verkondigde aan drugsgebruikers? Minder dan zes maanden geleden voerde u nog een shame-on-youcampagne voor drugsgebruikers. Het zal u misschien verbazen, al mag het u niet verbazen, maar ik was het honderd procent eens met u.

 

Vandaag, nog geen zes maanden later, moet dat principe, dat idee, in de praktijk worden omgezet. Wat zien we nu? In het wetsontwerp dat u naar voren schuift, begint u zelf over niet-problematische cocaïnegebruikers, gebruikers die betrapt zijn met slechts een gram of twee coke op zak.

 

In uw eigen communicatie, met de shame-on-youboodschap, sprak u over de cokesnuivende CEO, die mee verantwoordelijk is voor het drugsgeweld en alle uitwassen van drugscriminaliteit in onze samenleving. U had daarmee honderd procent gelijk. Het is voor mij een absolute raadsel waarom u dan in de memorie van toelichting van uw eigen wetsontwerp om straffen te verzwaren die cokesnuivende CEO een niet-problematische druggebruiker noemt. Dat druist lijnrecht in tegen de zogezegde bedoeling om zwaarder te straffen.

 

Ik wil hier niet meer op alle details ingaan, we hebben dat uitgebreid besproken in de commissie, maar ik wil toch nog één ding kwijt. Ik heb het ook aangehaald tijdens de bespreking in de commissie. Met dit wetsontwerp, dat op het eerste gezicht goed oogt, met een verzwaring van de straffen voor drugscriminaliteit, door er zelf op te wijzen dat strengere straffen niet voor gebruikers mogen gelden en door er zelf op te wijzen bij rechters en advocaten dat zij verzachtende omstandigheden moeten toepassen wanneer het toch niet zo erg is, ondermijnt u het vertrouwen in justitie opnieuw.

 

Dat u, als minister van Justitie, in het Parlement een wetsontwerp indient om de straffen te verzwaren, maar op hetzelfde moment al maanden een strijd voert om de overbevolking van de gevangenissen op te lossen door strafkorting uit te delen, door criminelen vroeger vrij te laten, door uitgesproken straffen te ondermijnen, is straffeloosheid bestrijden met straffeloosheid. Dat is niet alleen absurd. Het is cynisch en het is vooral heel onrechtvaardig.

 

Keer op keer denk ik aan al die slachtoffers. U bent degene die zal moeten uitleggen dat die slachtoffers er niet op kunnen rekenen dat de dader gestraft is en dat de straf daadwerkelijk uitgezeten zal worden.

 

Wij van het Vlaams Belang willen geen wetsontwerp waarvan de titel stoer of ronkend klinkt maar waarvan de inhoud een lege doos is. Ik vrees dat het voorliggend wetsontwerp exact dat zal zijn in de praktijk. Wij hebben altijd gepleit voor een echte aanpak van drugscriminaliteit en andere vormen van criminaliteit. Dat is niet mogelijk als u in uw memorie van toelichting al meteen wijst op achterpoortjes waardoor de gebruikers van drugs aan hun verantwoordelijkheid kunnen ontsnappen.

 

Tot besluit, op zondag 29 maart, u hebt dan misschien vrij in uw agenda, houden we met Vlaams Belang een veiligheidsmeeting. Ik wil u daar van harte voor uitnodigen. Wij willen daar de broodnodige instrumenten om een echt harde strijd tegen criminaliteit te voeren op een plateau aanreiken. Wij zullen u met plezier ontvangen. U kunt er alleen maar wijzer van worden, mevrouw de minister.

 

De strijd tegen de georganiseerde criminaliteit, tegen drugsgeweld, tegen witwassen, tegen wapenhandel, wordt niet gewonnen met softe symbolische en halve maatregelen die u in uw eigen wetsontwerp al ondermijnt, maar enkel met een echt kordaat beleid dat doet wat het belooft.

 

16.02  Khalil Aouasti (PS): Je ne vais pas refaire tous les débats sur la question du Code pénal. Il y a en effet beaucoup de dispositions techniques. En revanche, il est important pour toutes et tous d'en expliquer l'élément principal qui fait que le soutien au texte, pour mon parti, est impossible.

 

L'élément essentiel est en réalité la conversion mécanique des niveaux de peines, singulièrement en matière de stupéfiants. Alors que la simple consommation, par exemple, de cannabis était passible d'une peine d'emprisonnement de trois mois au minimum, le mécanisme de conversion que vous avez appliqué va faire que la peine minimale pour une simple consommation de cannabis sera de trois ans. On passe de trois mois à trois ans.

 

Dans un contexte de surpopulation carcérale, dans un contexte où nous savons tous qu'en matière d'addictions, il faut soigner plutôt qu'enfermer. Dans un contexte où la loi de 2021 n'exigeait pas ce mécanisme de conversion et où le Code pénal ayant été adopté avait pour volonté de faire en sorte que la peine d'enfermement soit l'ultime remède et de privilégier d'autres mécaniques, il aurait été nécessaire de respecter l'esprit du Code pénal et de veiller à ce que le mécanisme de conversion ne soit pas appliqué de manière simple et brutale, mais de manière fine, afin d'empêcher la possibilité d'une dérive telle que nous la connaissons aujourd'hui.

 

On va se retrouver avec des taux de peine extrêmement élevés pour des infractions qui ne sont actuellement même pas poursuivies. À l'inverse, on lance une communication qui dit que l'on va condamner et poursuivre le trafic de stupéfiants alors même que les moyens pour la police et la justice sont aujourd'hui déficients, voire inexistants dans certains secteurs.

 

À côté de cela, il y a d'autres choses: l'augmentation des peines liées à la participation à une organisation criminelle, la question des facteurs aggravants en matière de recel et de blanchiment qui deviennent des éléments constitutifs d'une infraction aggravée. Tout cela pour donner l'illusion d'une sévérité, là où l'objectif de la peine devrait être d'une part de sanctionner – effectivement –, sans oublier – ce qui est oublié depuis trop longtemps – de réinsérer, à travers l'éducation que cette peine représente.

 

C'est à côté de cela que passe, finalement, ce projet de loi. C'est cet élément fondamental qui justifie l'opposition de notre groupe au texte qui nous est présenté ici.

 

16.03  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Monsieur le président, madame la ministre, soyons clairs, il existe un véritable problème de criminalité organisée, en particulier autour du trafic de drogue. Les réseaux criminels exploitent les jeunes, infiltrent les quartiers et génèrent une violence réelle.

 

Vivre en sécurité est un droit de base pour chacun; il est dès lors légitime que la société veuille y répondre fermement. Mais la question centrale subsiste: quelle réponse est-elle réellement efficace? Et, une fois de plus, le gouvernement choisit la solution de la simplicité qui consiste à durcir les peines dans la loi.

 

Pourtant, comme de nombreux spécialistes de la criminalité le rappellent, ce qui influence réellement les comportements criminels, ce n'est pas tant la lourdeur des peines que la probabilité d'être arrêté, poursuivi et condamné. Ce qui fait reculer les réseaux criminels, c'est une justice capable de mener davantage d'enquêtes, plus rapidement et jusqu'au bout.

 

Et, pour une justice efficace, il faut des moyens. Mais, quand on regarde le budget, on constate une contradiction frappante avec ce texte. Le commissariat national drogue, qui est central dans la lutte contre ces réseaux, ne voit son budget augmenter que de moins de 2 %. Le budget consacré aux peines alternatives, lui, va rester inchangé et le budget du personnel des juridictions ordinaires, lui, va diminuer. Autrement dit, on adopte des lois plus sévères, mais on ne donne pas à la justice les moyens de fonctionner correctement.

 

Chaque année d'incarcération supplémentaire coûte en fait très cher à la collectivité. En multipliant les peines longues, on va consacrer toujours plus d'argent à l'enfermement et toujours moins d'argent à ce qui permet réellement de lutter contre la criminalité et à la réinsertion. En choisissant l'incarcération massive, vous privez en fait la justice de moyens de fonctionner efficacement et vous privez également les politiques sociales des ressources qui lui sont nécessaires.

 

Il importe également de souligner que les organisations criminelles prospèrent là où les perspectives manquent: quartiers délaissés, écoles en difficulté, chômage des jeunes, etc. Donc, plus on investit dans l'enfermement, moins il reste pour la prévention et l'emploi, c'est-à-dire ce qui empêche réellement les jeunes de basculer dans la criminalité.

 

Nous le savons: les peines longues ne résolvent pas la criminalité, elles l’aggravent. Nos prisons sont déjà saturées. Allonger encore les peines va mécaniquement aggraver la surpopulation carcérale. Aujourd’hui, certains détenus dorment même au sol, tandis que d’autres attendent encore d’entrer en prison faute de capacité. Mais surtout, les incarcérations prolongées sont contreproductives, parce quelles fragilisent les perspectives de réinsertion. Elles renforcent la dynamique criminelle à lintérieur des prisons et augmentent le risque de récidive. On naffaiblit pas les réseaux criminels en les nourrissant de lintérieur.

 

Ce texte crée des échelles de peine extrêmement élevées – comme certains collègues l’ont déjà dit – tout en supposant que les juges invoqueront des circonstances atténuantes pour corriger les excès. Mais ce n’est pas ainsi que le législateur doit travailler. Si des peines sont manifestement excessives, c’est au législateur de les corriger, pas au juge de pallier la défaillance de la loi. Compter sur le pouvoir judiciaire pour réparer ce que le pouvoir législatif a mal construit, c’est une abdication de notre responsabilité. Par ailleurs, ce durcissement risque aussi d’avoir des effets collatéraux majeurs, notamment pour les personnes confrontées à des problèmes d’addiction. On vous l’a déjà largement répété lors des débats sur les projets de loi instaurant les dépistages de drogue dans les prisons par le personnel: l’incarcération n’a jamais constitué une réponse efficace à la dépendance.

 

Madame la ministre, si nous voulons réellement affaiblir les réseaux criminels, la priorité devrait être claire: une justice mieux financée, des enquêtes plus nombreuses et plus efficaces, des moyens réels pour démanteler les organisations criminelles et saisir leurs profits. Sans cela, nous avons ici un texte qui risque surtout de produire un effet d’affichage, sans rien changer à la réalité du terrain.

 

16.04  Ismaël Nuino (Les Engagés): Chers collègues, madame la ministre, je ne serai pas long dans mon intervention. Beaucoup de choses ont déjà été dites en commission lors des discussions que nous avons pu avoir. Je voulais simplement prendre quelques minutes pour réaffirmer le soutien plein et entier des Engagés à ce texte. Pourquoi? Parce que, chez Les Engagés, nous ne sommes évidemment pas favorables à la prison dans tous les cas. Ce n’est pas la solution dans toutes les situations. Nous connaissons les difficultés que rencontrent aujourd’hui nos établissements pénitentiaires et nous savons que, dans de nombreux cas, la prison n’aide pas.

 

Cependant, nous constatons aussi depuis des mois et des années qu’en Belgique, particulièrement à Bruxelles et à Anvers, le narcotrafic provoque des dégâts gigantesques. Une étude de Sciensano, publiée il y a quelques jours, explique encore que la cocaïne est omniprésente dans les eaux usées en Belgique. Les politiques publiques doivent donc mener une politique plus volontariste afin de lutter contre le narcotrafic et, évidemment, contre les assuétudes. Si nous voulons accompagner les personnes en situation de dépendance, nous devons aussi lutter plus fermement contre ceux qui font vivre ce trafic. Ce que l’on entend trop souvent lorsque l’on rencontre les acteurs de terrain, c’est que les dealers et les narcotrafiquants font un calcul coût-bénéfice. Aujourd’hui, dealer coûte moins cher – en argent et en temps – que de renoncer, même lorsqu’ils se font attraper.

 

Le message envoyé par ce projet de loi est donc clair: ce calcul coût-bénéfice va être inversé. Dealer coûtera plus cher aujourd’hui qu’hier. Il ne peut pas être rentable pour des narcotrafiquants de poursuivre leurs activités. La volonté ici n’est pas de mettre tout le monde en prison. Elle est de mettre les bonnes personnes en prison: celles qui déstabilisent la société et qui sont aujourd’hui à l’origine de l’insécurité, particulièrement à Bruxelles. Nous devons donc donner au ministère public les outils nécessaires pour poursuivre plus efficacement et permettre également aux cours et tribunaux de prononcer des peines plus fortes. Je le répète: la prison n’est pas la solution à tout. Toutefois, il y a inévitablement des personnes qu’il faut mettre hors d’état de nuire. Aujourd’hui, l’arsenal pénal ne nous permettait pas de le faire de manière suffisante. Dans ce cadre, je pense sincèrement que ce projet de loi répond, pas de manière dogmatique, mais de manière pragmatique aux besoins du terrain et de la société.

 

C’est pour cette raison que Les Engagés soutiendront pleinement ce texte et soutiennent madame la ministre dans l’ensemble des mesures prises afin de lutter plus fermement contre le trafic de drogue, le narcotrafic et tous ceux qui pensent être au-dessus des lois et pouvoir mettre en danger la sécurité de chacun en Belgique.

 

16.05  Brent Meuleman (Vooruit): Collega’s, ik zal mijn tevredenheid over dit wetsontwerp absoluut niet onder stoelen of banken steken. In deze tekst zit immers een element dat voor onze fractie van cruciaal belang is. Ik heb het uiteraard over de forse strafverzwaring voor het witwassen van geld. Dat was een uitdrukkelijke eis van ons en we zijn dan ook bijzonder trots dat we dat vandaag in wetgeving kunnen omzetten.

 

Dat is zo belangrijk voor ons omdat men georganiseerde misdaad namelijk pas echt kan raken wanneer men aan de geldstromen komt. Met de aanpassing van artikel 503 van het nieuwe Strafwetboek rekenen we af met de lichte bestraffing van zware witwaspraktijken. Waar bepaalde factoren – zoals witwassen in het kader van een criminele organisatie of witwassen gepleegd door een meldingsplichtige – vroeger louter als verzwarende omstandigheid binnen strafniveau 3 werden bekeken, trekken we de strafmaat nu resoluut op naar het hogere niveau 4. Dat is een fundamentele en noodzakelijke verstrenging.

 

Misdaadgeld moet sneller, harder en efficiënter worden aangepakt. Daarnaast toont dit wetsontwerp tanden tegenover drugsbaronnen en bendes die minderjarigen inschakelen voor hun vuile werk, zoals het uithalen van drugs of het plegen van aanslagen. Ook daar trekken we de straffen fors op.

 

Collega’s, een sterk beleid is voor ons vooral een integraal beleid. Terwijl we vandaag de straffen voor de georganiseerde misdaad, de handelaars en de witwassers verhogen, verliezen we preventie en zorg niet uit het oog. Voor ons is het essentieel dat we blijven inzetten op de toeleiding van druggebruikers naar hulpverlening. We moeten ingrijpen om erger te voorkomen en gebruikers van een verslaving afhelpen nog voor ze strafrechtelijk worden vervolgd. Dat is de juiste balans, keihard voor de georganiseerde misdaad en de witwassers, maar met een helpende hand voor gebruikers die vastzitten in een verslaving.

 

De strafverzwaring voor witwassen is iets waarom wij als partij met recht en reden blij mogen zijn. Ze maakt onze samenleving veiliger en rechtvaardiger. Onze fractie zal dit wetsontwerp dan ook met veel overtuiging en volmondig goedkeuren.

 

16.06  Steven Matheï (cd&v): Mevrouw de minister, ook onze fractie ondersteunt dit belangrijke wetsontwerp. Het voert verschillende elementen uit die in het regeerakkoord staan, zoals de zwaardere strafmaat voor drugsbaronnen en voor georganiseerde bendes die minderjarigen inschakelen. Er zijn forse verhogingen van straffen op verkoop en handel in drugs en verzwaarde vormen van witwassen worden zwaarder bestraft. Dat maakt allemaal deel uit van een geïntegreerde ketenaanpak.

 

Het is inderdaad belangrijk dat we zowel inzetten op preventie als op repressie en nadien ook op nazorg. Mevrouw de minister, u hebt dat in de commissie zeer duidelijk onderstreept. Daar zit ook voor een stuk een kordaat lik-op-stukbeleid bij. In de realiteit zien we immers dat criminele netwerken steeds professioneler en brutaler worden en dat meer jongeren erbij betrokken worden. Minderjarigen worden bewust gerekruteerd, verleid en misbruikt als koeriers, uitkijkers of tussenpersonen. Eigenlijk worden ze gebruikt als wegwerpmateriaal in een cynisch verdienmodel.

 

Daarom is het belangrijk te gaan naar zwaardere straffen, niet omwille van het straffen zelf, maar om een duidelijk signaal te geven, een lijn te trekken en te zeggen dat dit niet wordt getolereerd. Het ontwerp doorbreekt een stukje van de straffeloosheid die criminele organisaties jarenlang bevoordeelde en vormt een belangrijk onderdeel van de keten om deze problematiek aan te pakken.

 

Concluderend is dit een belangrijk ontwerp. Het gaat over veiligheid, versterkt de juridische slagkracht, doorbreekt de straffeloosheid en stelt duidelijke grenzen. Tegelijk gaat het over bescherming van onze jongeren, van onze wijken, dorpen, steden en gemeenten en van ons maatschappelijk weefsel. Nogmaals, wij zullen dit ontwerp steunen.

 

Voorzitter: de heer Peter De Roover, voorzitter.

Président: M. Peter De Roover, président.

 

16.07  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega’s, wij hebben voorliggend ontwerp al grondig in de commissie besproken. Dus ik zal relatief kort zijn.

 

Wij staan hier voor de uitdaging om wetten aan te passen aan het nieuwe Strafwetboek. Die vrij technische operatie was vrij complex en ingewikkeld, onder meer door bijvoorbeeld de straffen die in de wet van 1921 waren opgenomen. Ik heb dus alle respect voor het werk van de FOD Justitie en de experten die dat werk tot een goed einde hebben gebracht.

 

Daarover gaat de discussie hier echter niet. Hier gaat het erom dat de regering van de gelegenheid gebruikmaakt om, zoals ze heel uitdrukkelijk stelt en waarop ze ook heel fier is, meteen ook de straffen te verzwaren. Ik ontken niet dat het hier om heel ernstige misdrijven gaat, maar is een strafverzwaring op papier en dus in de wet wel het juiste antwoord? De regering geeft in haar memorie van toelichting zelf expliciet toe dat de forse verzwaring van sommige straffen ongewilde of onverwachte gevolgen kan hebben, wat de heer Van Hoecke en ikzelf, elk vanuit een andere invalshoek ook hebben opgemerkt.

 

Bekijken we even wat die gevolgen kunnen zijn. De basisstraf is een straf van minimaal drie maanden tot vijf jaar. Die minimumstraf van drie maanden wordt er nu een van drie jaar. Dat is een forse verzwaring. In de memorie van toelichting lees ik letterlijk – ik citeer –: “Een verhoging van de minimumstraf van drie maanden naar drie jaar zal niet onopgemerkt voorbijgaan. Zo kan een niet-problematische gebruiker die wordt gevonden in het bezit van een gram cocaïne voor eigen gebruik, geconfronteerd worden met een mogelijke zware gevangenisstraf.” Dat klopt want de basisstraf bedraagt drie maanden tot vijf jaar. De memorie van toelichting vervolgt: “Daarom is het van belang te wijzen op de mogelijkheden die de rechter heeft om verzachtende omstandigheden aan te nemen. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt een straf van niveau drie vervangen door een van de straffen van niveau twee of één.”

 

De wetgever geeft dus zelf al aan dat de straf te hoog zal zijn en voegt eraan toe dat, als de straf overdreven is, er niet mag worden vergeten dat gebruik kan worden gemaakt van verzachtende omstandigheden. Dan komt de rechter met een strafmaat van niveau twee, met name een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, of van niveau één, waar zelfs geen gevangenisstraf wordt opgelegd. Dan rijst de vraag wat wordt bedoeld met de druggebruiker die 1 gram voor persoonlijk gebruik bezit.

 

De meerderheid verhoogt de minimumstraf van drie maanden naar drie jaar. Dat klinkt stoer, maar of het effect zal hebben, is maar zozeer de vraag.

 

Ik kom tot een volgend element. De bespreking van de tekst in de commissie voor Justitie vond plaats de dag nadat minister Van Bossuyt in De Afspraak te zien was. Zij was immers net terug van een werkbezoek aan Estland samen met minister Verlinden, om te onderzoeken of men daar de 40 % leegstaande gevangeniscapaciteit kon gebruiken. In De Afspraak verklaarde zij dat de straffen in Estland meestal niet hoger dan twee jaar zijn. Er zullen wel wat misdrijven zijn die zwaarder bestraft worden, maar de meeste niet.

 

Terwijl we worden geconfronteerd met een gigantische overbevolking, zullen we de straffen op papier nog fors verhogen, het tegenovergestelde dus. Eigenlijk zou men de voorliggende wettekst moeten betitelen als de doelbewuste verhoging van de overbevolking in de gevangenissen. Dat is eigenlijk het doel dat u nastreeft.

 

Collega's, voordat u opwerpt dat de straffen allemaal veel te laag zijn – we hebben de discussie daarrond al gevoerd –, als men aan mensen vraagt of de straffen in ons land te hoog te of te laag zijn, antwoorden ze dat ze te laag zijn. Nochtans zijn de uitgesproken straffen in ons land over het algemeen vrij hoog. Het basisniveau is drie tot vijf jaar en bij recidive kan de strafmaat zwaarder zijn. Dat kan de rechter al meteen straffen van niveau vier of van vijf tot tien jaar opleggen. Als er bovendien ernstige misdrijven aan gekoppeld zijn, zoals bendevorming met gijzeling, ontvoering, martelingen, moord, moordpoging, kunnen de straffen vandaag al oplopen tot vijftien, twintig of meer jaar. Zeggen dat de straffen in het Strafwetboek om ernstige criminaliteit aan te pakken, vandaag veel te laag zijn, klopt dus niet.

 

Collega's, er is hier herhaaldelijk gewezen op de vele brieven van de magistratuur aan de minister en de regering om te pleiten voor een latere inwerkingtreding van het Strafwetboek. Magistraten kruipen niet rap in hun pen en als ze dat wel doen, is het om iets dat niet goed werkt, aan te klagen. Van hen hoor ik dat ze te weinig personeel en te weinig middelen hebben en dat de wetgeving niet klaar is. Wat ik de voorbije maanden niet heb gehoord, is dat zij de strafmaten in het Strafwetboek of in de drugswet van 1921 veel te laag achten en dat die verzwaard moeten worden. De strafmaat is dus voor hen geen probleem.

 

Ze zijn klaarblijkelijk van oordeel dat zij binnen het kader van de minimum- tot maximumstraf gepaste straffen kunnen uitspreken. De regering bedrijft hier wat symboolpolitiek en beijvert zich aan stoerdoenerij om te tonen hoe streng ze wel zal straffen.

 

U luistert dus niet naar en gaat in tegen de meningen, de standpunten en de analyses van de deskundigen, van criminologen tot zelfs de penitentiaire beleidsraad, die werd opgericht om adviezen te geven. In zijn derde advies heeft die raad de wetgever zelfs gevraagd om de strafmaten niet te verzwaren, zolang de overbevolking in de gevangenissen op het huidige niveau blijft, want dat zulks geen zin heeft. Ik koppel dat terug aan wat ik daarnet zeg, namelijk dat er ook geen vraag is vanuit de magistratuur om de strafmaten te verhogen, omdat er daar geen nood aan is. Het enige effect dat uw strafverzwaring zal hebben, is dat de overbevolking nog zal toenemen. Dat is symboolpolitiek en om die reden zullen wij de tekst niet steunen.

 

16.08  François De Smet (DéFI): Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, voici donc un projet de loi en demi-teinte.

 

Abordons d'abord le verre à moitié plein: la logique assumée de tolérance zéro du gouvernement à l'égard de la criminalité organisée, du trafic de drogues et du trafic d'armes qui est dans ce projet. Cela adresse un message clair à l'égard des organisations criminelles: l'État belge entend faire face avec fermeté aux organisations criminelles et notamment au narcotrafic.

 

À cet égard, DéFI souscrit au durcissement des peines visant les dirigeants d'organisations criminelles, les trafiquants de drogues et d'armes, et estime que la création d'une incrimination spécifique de participation aggravée à une organisation criminelle en cas de recrutement de mineurs est une avancée.

 

Nous pouvons souscrire également à l'aggravation des peines en matière de blanchiment d'argent lorsque celui-ci s'inscrit dans un cadre organisé ou implique des personnes soumises à des obligations particulières de déclaration. Affaiblir les structures des organisations criminelles doit passer, de fait, par s'attaquer à leur puissance financière.

 

Toutefois, il y a le verre à moitié vide. Votre projet soulève aussi des interrogations légitimes. Premièrement, la lutte contre la grande criminalité ne peut se limiter à un durcissement des sanctions pénales. Elle nécessite avant tout des investissements significatifs en amont.

 

Je vais reprendre ici les propos du procureur général de Bruxelles, M. Van Leeuw: "Lutter contre la criminalité organisée, c'est aussi toucher à la liberté d'entreprendre, parce qu'on va devoir faire plus de contrôles. Vous voyez le port d'Anvers. Il n'y a que 0,5 % des conteneurs qui sont contrôlés, et on nous dit clairement que si on contrôle 15 % des conteneurs, Anvers va perdre des parts de marché."

 

Cela démontre qu'outre un screening dûment renforcé, en amont, des conteneurs au port d'Anvers, et donc un renforcement des contrôles – j'ai déjà interrogé le ministre Jambon à ce sujet –, il faudra se doter du fameux parquet national financier pleinement indépendant.

 

Si ce renforcement répressif ne s'accompagne pas de mesures parallèles précitées, nous ne lutterons pas d'égal à égal avec les organisations criminelles.

 

Deuxièmement, le mécanisme de la conversion automatique des peines prévu à l'article 78 du nouveau Code pénal, lié à son entrée en vigueur le 8 avril prochain, entraîne pour certaines infractions prévues par la législation sur les stupéfiants une augmentation très significative de la peine minimale, passant dans certains cas de trois mois à trois ans d'emprisonnement. On court donc le risque réel de voir une hausse du nombre de condamnations à des peines d'emprisonnement effectives. Une recrudescence certaine du nombre de détenus est à anticiper, dans un contexte où la surpopulation pénitentiaire est déjà un enjeu du SPF Justice particulièrement préoccupant. Je rappelle que l'Arizona en est toujours à une bataille de chiffonniers, où on essaie de troquer des mesures de lutte contre la surpopulation contre des militaires dans les rues – et en plus, sans parvenir, à ce jour, à un accord.

 

Troisièmement, alors qu'un nombre accru de personnes souffrant d'addiction devraient être incarcérées, il n'y a à proprement parler pas de mesures spécifiques qui sont prévues en détention afin d'assurer un accompagnement et un traitement adéquat de ces addictions, et ainsi d'éviter une réponse exclusivement punitive et contreproductive.

 

Les nouvelles initiatives, comme les tests de dépistage de drogue dans les prisons et les maisons de transition, récemment votées au Parlement, risquent fort d'apparaître insuffisantes. En dépit du fait que vous proclamez qu'il s'agit d'une approche globale, que votre politique ne se limite pas à la répression, mais s'inscrit dans une chaîne pénale plus large, qui accorde une attention particulière à la prévention, j'attends d'en voir les effets. Si le projet de loi renforce les peines à l'encontre des dirigeants d'organisations criminelles, il est avéré qu'un grand nombre d'entre eux parviennent encore aujourd'hui à poursuivre et coordonner leurs activités depuis l'intérieur des prisons.

 

Quatrièmement, la simple détention de cannabis ou de cocaïne devient aujourd'hui passible d'une peine minimale de trois ans de prison. Je considère qu'il s'agit d'un durcissement disproportionné de la répression à l'égard des consommateurs de drogue, en particulier des personnes souffrant d'addictions problématiques. Ce faisant, votre gouvernement s'inscrit à contre-courant de l'évolution des politiques publiques modernes dans plusieurs pays, telles que celle menée par exemple au Portugal depuis le début des années 2000 et qui constitue une bonne illustration d'une approche plus pondérée et moins répressive.

 

Si l'on entend être efficace en matière de lutte contre le trafic de drogue, cela nécessite un commissariat national drogue renforcé, des magistrats supplémentaires pour tenir les audiences et prononcer des peines, un financement réel pour les peines alternatives et, enfin, une politique adaptée au niveau du cannabis.

 

Pour ces raisons, DéFI ne soutiendra pas ce projet de loi, mais continuera à plaider pour qu'une logique purement punitive ne soit pas la seule appliquée par votre gouvernement en la matière.

 

16.09 Minister Annelies Verlinden: Beste collega’s, collega Van Hoecke, ik noteer dat zelfs dit ontwerp, dat straffen voor belangrijke misdrijven gevoelig verzwaart, voor jullie niet streng genoeg is.

 

De straffen voor de misdrijven van georganiseerde criminaliteit en misdrijven die in die context worden gepleegd, zoals drugshandel, wapenhandel en witwassen, worden met dit wetsontwerp inderdaad verhoogd. Daarbij wordt ook een verzwarende factor ingevoerd voor daders die wisten of hadden moeten weten dat de criminele organisatie opzettelijk misbruik maakt van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand. Dit wetsontwerp zorgt voor een verstrengd maar nog steeds proportioneel antwoord op dergelijke misdrijven.

 

L’augmentation des peines minimales pour les infractions en matière de drogues n’est pas un choix délibéré d’alourdissement des peines, mais bien une conséquence des règles ordinaires de conversion des peines actuelles vers les niveaux de peines du nouveau Code pénal. Ce projet n’a pas pour objet de pénaliser davantage le simple consommateur, et le juge reste bien entendu libre d’infliger une peine plus légère ou une peine alternative pour les consommateurs.

 

La loi sur les drogues comporte des infractions définies de manière large. Un groupe ciblé et diversifié d’actes peut relever de cette infraction. Compte tenu de cette définition large, le juge peut tenir compte d’un grand nombre de circonstances pour décider s’il admettra ou non des circonstances atténuantes.

 

Verzachtende omstandigheden zijn daarbij geen achterpoortje, zoals de collega’s van het Vlaams Belang willen voorhouden, maar wel een belangrijk instrument voor een rechter om bepaalde straffen te kunnen individualiseren op basis van de feiten in het dossier. Ze laten de rechter immers toe om rekening te houden met concrete en individuele situaties van daders en op die manier een effectieve maar ook geïndividualiseerde proportionele straf op te leggen. Zo hoort het ook in ons strafrecht.

 

Messieurs Aouasti, Ribaudo et De Smet, faire ici une exception au niveau de peine minerait complètement la cohérence et la clarté du système. Au cours de la discussion sur le précédent projet de loi, j'avais compris que celles-ci étaient pourtant importantes aux yeux des collègues du PS et du PTB. La seule autre possibilité aurait été de réécrire entièrement de fond en comble la loi sur les drogues. Cet exercice pourrait être envisagé, mais – ainsi qu'indiqué en commission de la Justice – il dépasserait très largement le cadre du projet.

 

Tot slot, collega Van Hecke, uw bronnen zullen uiteraard iets anders zeggen dan wat ik hier bevestig, maar er zijn wel degelijk magistraten die ons meegeven dat er een noodzaak om is bepaalde straffen te verhogen. Het wetsontwerp komt dus wel tegemoet aan een vraag die bij sommigen op het terrein leeft.

 

Zoals ik daarnet al zei, hebben we getracht het evenwicht te behouden. We hebben gekozen voor verzachtende omstandigheden, voor een proportionele maar kordate straf om op te treden tegen drugshandel, en voor verzwarende omstandigheden bij criminele organisaties en zware criminaliteit.

 

Tot slot wil ik alle collega’s danken die hier tussengekomen zijn om hun steun voor dit wetsontwerp te bevestigen.

 

16.10  Alexander Van Hoecke (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Heel kort, verzachtende omstandigheden staan toe om een geval te individualiseren. Zo hoort het ook. Daar ben ik het mee eens. Dat is echter niet wat ik heb aangekaart. Wat ik aangekaart heb, is dat u in uw eigen memorie van toelichting bij uw eigen wetsontwerp, dat als bedoeling heeft om straffen wegens drugscriminaliteit te verzwaren, rechters stuurt in de richting dat verzachtende omstandigheden moeten worden ingezet voor drugsgebruikers, en dat dit in tegenspraak is met hetgeen u zei in uw campagne Shame on  you die u zes maanden geleden gelanceerd hebt om druggebruikers op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Dat is daar volledig mee in tegenspraak, dat is het enige wat ik heb gezegd.

 

Ik vind het inderdaad heel bizar dat u in een wetsontwerp – dat we trouwens steunen, want als theoretisch mogelijk gemaakt wordt strengere straffen uit te delen, is dat goed – rechters de suggestie geeft dat drugsgebruikers op zich niet zwaarder bestraft mogen worden. Dat vind ik heel bizar, ja. Dat is het enige wat ik heb willen aankaarten.

 

16.11  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, u zegt dat die vraag om hogere strafmaten leeft bij sommige magistraten. Ik heb dergelijk geluid nog niet gehoord, het kan inderdaad zijn dat u andere bronnen hebt dan ik. Ik kijk gewoon even naar de memorie van toelichting. Ik citeer de eerste zin: “Dit wetsontwerp voert het regeringsakkoord uit, waarin staat dat de straffen verhoogd moeten worden.” U zegt niet dat er vanuit de magistratuur signalen komen. Neen, het is uitvoering van uw regeerakkoord. Het is een politieke beslissing. Dit zegt genoeg.

 

16.12  Sophie De Wit (N-VA): Collega Van Hecke, dat staat inderdaad in het regeringsakkoord. Ik begrijp iets niet, want ik heb daarstraks ook goed naar u geluisterd. Wij kaarten steeds aan dat het onaanvaardbaar is dat er steeds meer jongeren - het wordt steeds driester, nu zijn ze slechts 12 of 13 jaar - bij criminele feiten, zeker in organisaties, betrokken zijn. We kaarten aan dat dit niet kan, dat het onaanvaardbaar is, dat we daar iets aan moeten doen. Ik begrijp dus echt niet dat u er niet mee kunt instemmen dat we de straffen willen verhogen voor organisaties die minderjarigen inzetten. Dit dient eigenlijk meer om af te schrikken, om te zeggen dat men dat beter niet doet en dat als men het wel doet, men op de blaren moet zitten. Dat lijkt mij ook terecht. Collega, ik kan echt niet begrijpen dat u daar tegen bent.

 

De voorzitter: Collega Van Hecke heeft nog even tijd om zijn stemgedrag te wijzigen. We laten het allemaal nog wat inzinken.

 

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1163/8)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1163/8)

 

Het wetsontwerp telt 32 artikelen.

Le projet de loi compte 32 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 32 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 32 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

17 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek en de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek II van het Strafwetboek (1160/1-10)

17 Projet de la loi modifiant la loi du 29 février 2024 introduisant le livre Ier du Code pénal et la loi du 29 février 2024 introduisant le livre II du Code pénal (1160/1-10)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

17.01  Christoph D'Haese, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar het schriftelijk verslag. Ik ga het niet voorlezen.

 

De voorzitter: De heer D’Haese leest het niet voor, maar verwijst naar het verslag, omdat dat van een dusdanig hoge kwaliteit is dat we daar best allemaal kennis van nemen.

 

Mijnheer D’Haese, u krijgt als eerste spreker het woord in de algemene bespreking.

 

17.02  Christoph D'Haese (N-VA): Mijnheer de voorzitter, beste collega's, mevrouw de minister, ik probeer, naar aanleiding van het voorliggende wetsontwerp tot wijziging van het nieuwe Strafwetboek, waar vandaag en de voorbije weken al heel veel over geschreven en geargumenteerd is, mijn bijdrage te leveren. Ik heb niet alles meegebracht, want mocht ik alles hebben meegenomen wat wij behandeld hebben, dan zou ik u niet meer zien zitten. Ik zeg dat uit fundamenteel respect voor iedereen die daaraan gewerkt heeft.

 

Ik probeer mij vandaag goed te gedragen tegenover u en het Parlement. Ik wil een juridische gentleman zijn en dat zal ik proberen uit te leggen. Ik denk dat iedereen in het halfrond die strafrecht of recht wil maken, ervoor moet zorgen dat dat recht beantwoordt aan een belangrijk principe in ons rechtsstelsel, namelijk de lex-certaregel: de strafwet moet worden geformuleerd in bewoordingen waardoor iedereen, op het ogenblik dat hij een gedrag aanneemt, kan uitmaken of dat gedrag al dan niet strafbaar is en welke straf eventueel kan volgen.

 

Het strafrecht staat in een uiterst belangrijk wetboek en moet voldoen aan bijzondere eisen van precisie, duidelijkheid en voorspelbaarheid. Dat zijn niet mijn woorden, maar woorden waar we in een rechtsstaat respect voor moeten hebben, namelijk van het Grondwettelijk Hof in een principearrest van 27 juli 2020.

 

Sommigen vinden dat er momenteel constitutionele lessen moeten worden gegeven aan het Parlement. Ik gebruik mijn vrijheid zonder ze te misbruiken. U hebt gisteren in de commissie en vandaag in de plenaire vergadering gezegd dat als het Parlement niet akkoord is, het dat moet aangeven. Welnu, ik vrees dat ik u iets moet zeggen, maar in alle vriendschap.

 

Wij maken goede wetgeving wanneer we geen of toch zo weinig mogelijk lessen van anderen krijgen. Onvoorspelbaar strafrechtelijk optreden is, vanwege het risico op machtswillekeur, moreel ontoelaatbaar. Wij moeten goede wetten maken. Dat is onze taak. Wat een goede penalist – ik zeg niet dat ik dat ben – of jurist maakt, is dat die persoon intelligent probeert te zijn door zoveel mogelijk te weten en vooral probeert verbanden te leggen tussen verschillende wetgevingen.

 

Het strafrecht en de wijzigingen in boek I die vandaag ter stemming voorliggen, gaan niet alleen over boek I. Het raakt veel meer aspecten in de samenleving. Het raakt duizenden mensen. Het raakt aan aangelegenheden die niet thuishoren in de commissie voor Justitie. Alles wat te maken heeft met de aanpassing van de gemeentelijke administratieve sanctie hoort bijvoorbeeld thuis in de commissie voor Binnenlandse Zaken. Het raakt ook aan aangelegenheden die thuishoren in de commissie voor Mobiliteit, zoals de aanpassing van de verkeerswetgeving. Een aantal zaken is ook vergeten. De wet op de camera's moet worden aangepast, evenals de nieuwe gemeentewet en de wet op de privatieve veiligheid.

 

Mevrouw de minister, sta me toe dat ik u een paar open vragen stel. Zou het kunnen dat de eerste verbalisant in elke strafzaak, meestal een politieman of een politievrouw, waarvan er ongeveer 39.000 zijn in dit land, nog niet goed weet waarover boek I precies gaat? Zijn zij allemaal volledig op de hoogte? Zou het kunnen dat degene die moet tussenkomen bij een ongeval of een klacht nog niet volledig op de hoogte is van zo’n draconische hervorming? Zou het kunnen dat 2.550 magistraten, zittend en staand, echt vragende partij zijn om de toepassing uit te stellen tot minstens 1 september? Ik denk niet dat die mensen zomaar een brief schrijven.

 

Zou het kunnen dat alle magistraten die in strafzaken een vonnis of een arrest uitspreken na 8 april, manueel op de computer of in het slechtste geval handgeschreven, het niveau van de straf er moeten bijschrijven, op straffe van het vonnis of het arrest niet goed te hebben gemotiveerd?

 

Zou het kunnen dat nog niet of niet is voorzien in een aanpassing van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, zodat de politierechtbank bevoegd blijft voor doding in het verkeer? Dat zijn de artikelen 107, 107.1 en 218 over integriteitsaantastingen in het verkeer.

 

Zou het kunnen dat ze in Brussel nog wakker moeten worden? Zou het kunnen dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nog niet klaar is met de afstemming van ordonnanties en verordeningen op het nieuwe Strafwetboek? Men heeft daar nu wel al een regering, maar is daar al iets gebeurd? Als u dat in werking laat treden, dan zullen we een absoluut divergente toepassing van de strafwet hebben in verschillende delen van het land. Dat kan en mag toch niet de bedoeling zijn?

 

Zou het kunnen dat we bepaalde zaken over het hoofd zien? Er werd al schitterend werk geleverd door al uw medewerkers die in de tribune zitten, maar het zou kunnen dat we daar nog een paar boeken bovenop moeten leggen. Dat voorspel ik u. Zou het kunnen dat ik, en samen met mij het hele Parlement, u toch tot het juiste inzicht probeer te brengen? Dit moet geen kwestie worden van het te verleggen tussen de ene en de andere bevoegdheid. Bij een ernstige aangelegenheid zoals een herwerking van een wetboek van strafrecht is er geen plaats voor politieke spelletjes.

 

Wij moeten in eer en geweten, schouder aan schouder, unaniem in deze Kamer iedereen daarvan proberen te overtuigen. U hebt gisteren gezegd dat het aan het Parlement is. Wel, ik heb zolang mogelijk gewacht, maar ik vind dat als we nu aan het zesde ontwerp zijn, we het wel moeten zeggen. Ik zal het u proberen uit te leggen met twee heel concrete voorbeelden waarover we het eens zullen zijn. U zult mij gelijk geven. Het hele Parlement zal ons gelijk geven.

 

Ik geef een eerste heel concreet voorbeeld, de winkeldiefstallen. Dat is een gemakkelijk voorbeeld. U zult zeggen dat dit voor Binnenlandse Zaken is, want dat dit een aanpassing van de GAS-wetgeving is. Winkeldiefstallen zijn gedepenaliseerd en kunnen niet vervolgd worden binnen GAS als de GAS-wetgeving niet door de verschillende gemeenteraden in dit land wordt aangepast.

 

Dit was een eerste, klein voorbeeld. Een veel belangrijker voorbeeld waar we schouder aan schouder hebben gestaan en nog altijd staan, gaat over de dodelijke verkeersslachtoffers. We hebben dat geïmplementeerd met de artikelen 107, 107.1 en 218. U glimlacht, maar ik vind dat niet om te lachen.

 

U kent het nieuwe Strafwetboek en u weet dus dat de artikelen  107 en 107.1 geen kleinigheden zijn. Ze gaan over doding in het verkeer. Doding in het verkeer is geen overtreding van de wegverkeerswet of van haar uitvoeringsbesluiten. Dat betekent dat de bijkomende straf, zijnde het verval van het recht tot sturen, van artikel 49 van het wetboek dat u in werking wilt laten treden, van toepassing wordt.

 

Nu komen wij eigenlijk in een bijna absurde situatie terecht, die technisch-juridisch helaas wel correct is. Op dit ogenblik zijn er namelijk twee bepalingen die een rijverbod mogelijk maken bij een overtreding van de artikelen 107, 107.1 en 218. Men moet al een verregaande juridische atoomsplitser zijn om dat uit elkaar te halen. In werkelijkheid is het echter eenvoudig. Er is alleen een concreet voorbeeld nodig om duidelijk te maken dat het geen goede zaak is om het wetboek op 8 april 2026 in werking te laten treden.

 

Waarover gaat het? Het gaat over een vergelijking tussen artikel 38 van de wet op het politieverkeer en artikel 49 van het nieuwe Strafwetboek. Artikel 38 voorziet in een vervallenverklaring van acht dagen tot vijf jaar. Artikel 49 – beide zijn van toepassing – legt een duur van zes maanden tot vijf jaar vast. Dat is dus een verstrenging.

 

In artikel 38 is levenslang verval mogelijk bij doding. In artikel 49 bedraagt dat verval maximum vijf jaar. Dat is dus een mildere straf. Wij hebben dus al een strengere en een mildere straf gehad. In artikel 38 is bovendien in een minimumduur voorzien, afhankelijk van de omstandigheden, van drie maanden, zes maanden of een jaar. Dat gaat over intoxicatie of dronkenschap. Ik ga niet te nader in op de details. In artikel 49 zijn geen minimumstraffen voorzien. Ook dat is dus milder.

 

In artikel 38 is uitstel van het rijverbod mogelijk, maar moet minstens acht dagen effectief worden opgelegd. Er moet dus altijd acht dagen effectief rijverbod worden uitgesproken. In artikel 49 is volledig uitstel mogelijk. De toepassing van artikel 42 inzake rijgeschiktheid is mogelijk in artikel 38, maar niet in artikel 49.

 

Er geldt een maximumboete van 16.000 euro in het ene geval en 5.000 euro in het andere geval. Daar gaan we dan weer milder mee om.

 

Wat de bevoegdheid betreft, is recentelijk een correctie aangebracht, maar er blijft discussie over of de politierechtbank dan wel de correctionele rechtbank bevoegd is. Het gaat natuurlijk over technologische aspecten.

 

Samengevat, ik wil geen politieke spelletjes spelen. Wanneer elk parlementslid zijn taak serieus opneemt, moet men ingaan op de signalen. Dat moet men niet voor mij doen.. U moet dat niet doen in persona maar in re. Wij moeten hier goede wetgeving maken; dat is onze plicht. Doe het voor de politie, die vraagt om meer tijd te krijgen. Doe het voor de volledige magistratuur. Doe het voor degenen die de teksten bestuderen en uitleggen aan collega-magistraten en die zelf cursussen schrijven. Respect trouwens voor degenen die dat op het terrein doen. Doe het voor de advocaten, zowel aan Franstalige als Nederlandstalige kant, die ook meer tijd vragen om de teksten grondig in te studeren. Doe het in de eerste plaats voor de rechtszoekende zelf. Het gaat hier immers niet om winnen of verliezen, maar om goede wetgeving. Probeer loyaal op de fora, waar dat moet, een eerbaar compromis te bereiken. Dat compromis wordt aangereikt vanuit het Parlement. Stel de inwerkingtreding uit tot 1 september bij de opening van het nieuwe gerechtelijke jaar; dat is een passende datum.

 

Iemand moet u en de regering daartoe overtuigen. Ik richt mij tot alle collega-ministers die u nodig hebt in uw verhaal, ministers Quintin en Crucke en ik richt mij tot alle partijvoorzitters. Het uitstel moet er komen. Zo niet institutionaliseren we een soort penale aftelkalender. Mensen raken in paniek. Signalen uit de magistratuur en rechtbanken laten zich niet negeren. Wij moeten de kwestie durven aan te pakken. Het gaat niet om winnen of verliezen, maar om correct handelen.

 

Uit respect voor iedereen vraag ik u de inwerkingtreding uit te stellen. Wij zullen het wetsontwerp goedkeuren, want elke verbetering is een verbetering.

 

Ik vraag niet aan de collega’s om de tekst weg te stemmen. Ik wil de komende weken echter niet terechtkomen in spelletjes met de Raad van State voor allerlei kleinere problemen. Dat mag niet gebeuren. We moeten de veiligheid in ons land garanderen, in al haar aspecten. We moeten rechtbanken laten functioneren. Daarover gaat het hier vandaag. Ik vraag u om de tekst te herbekijken, in waardigheid, en u hoeft daarvoor geen persconferenties te organiseren.

 

17.03  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, très sincèrement, nous aurions soutenu ce texte s'il n'y avait pas eu d'amendement. Nous l'aurions soutenu car nous souhaitons maintenir la cohérence du Code pénal, sa simplicité et sa lisibilité. Le texte était essentiellement technique jusqu'à l'arrivée d'un amendement sur la peine de travail autonome, qui modifie et étend le champ d'application de cette peine. Elle ne sera à l'avenir plus susceptible d'être prestée au sein d'une administration publique, d'une fondation ou d'une ASBL, mais dans toutes les entreprises commerciales de ce pays.

 

Vous nous dites que vous allez définir par arrêté royal des garde-fous. Madame la ministre, comme cela a été dit en commission, il est pour nous inadmissible d'offrir de la main d'œuvre gratuite aux entreprises commerciales, même s'il ne s'agit pas de postes de travail structurels. Or on sait qu'en Belgique, les étudiants, les intérimaires, les flexi-jobs commencent à dépasser le nombre de postes de travail structurels.

 

Ce que nous avons demandé, c'était de maintenir votre projet de loi technique, avec des dispositions permettant de mettre en concordance toute une série de législations avec le nouveau Code pénal, et de retirer cet amendement sur la peine de travail de travail autonome.

 

Je réitère ma demande, madame la ministre. Si vous retirez ces articles sur la peine de travail autonome, si vous faites en sorte que demain, en Belgique, des personnes condamnées ne pourront pas constituer de la main d'œuvre gratuite pour des sociétés commerciales, nous soutiendrons le texte. À défaut, nous nous y opposerons.

 

17.04  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, je voudrais d'abord revenir sur la méthode. On nous présente ce texte comme un projet qui contient surtout des adaptations techniques et, dans ce sens, on aurait effectivement pu aussi le suivre. Mais, quand on regarde les amendements déposés, notamment celui sur la peine de travail autonome, on voit bien qu'il ne s'agit pas seulement de technique. Ce sont des choix politiques importants.

 

Et pourtant, ces choix sont arrivés par amendement après l'avis du Conseil d'État. Résultat, on évite à la fois un nouvel avis du Conseil d'État et un vrai débat parlementaire: pas d'audition, pas d'analyse approfondie, pas d'examen spécifique, alors qu'en fait, ces modifications changent de manière très importante le cadre des peines de travail autonomes. Cette manière de procéder pose de fait un vrai problème démocratique.

 

Je reviens maintenant sur le fond, en particulier sur votre choix concernant les peines de travail autonomes. Madame la ministre, lors des débats en commission, vous disiez qu'il s'agissait simplement d'une clarification d'un dispositif qui existe déjà. Mais cet argument ne tient pas, parce qu'une clarification ne change pas le périmètre d'une règle. Or, en l'occurrence, ce périmètre change clairement. Jusqu'à présent, les peines de travail autonomes étaient exécutées principalement dans des services publics, dans des associations ou dans des structures qui poursuivent une mission sociale. Avec cet amendement, vous ouvrez explicitement la possibilité de les effectuer dans des entreprises commerciales. Ce n'est donc pas une simple clarification, c'est un élargissement. Et ce que vous présentez comme une continuité est en réalité une possibilité exceptionnelle.

 

Comme vous l'avez dit, le Roi pouvait désigner d'autres lieux d'exécution. Mais cette possibilité était fortement encadrée et n'a jamais servi à ouvrir largement aux entreprises commerciales. Avec ce texte, ce qui était une exception devient en fait une orientation politique assumée.

 

Le deuxième problème, c'est que vous expliquiez qu'il faut davantage de lieux pour exécuter les peines de travail. On peut comprendre cette préoccupation, mais la solution que vous proposez révèle en réalité une vision de société. Au lieu de renforcer les structures publiques ou associatives qui encadrent ces peines et qui ont une vraie expérience dans l'accompagnement, vous ouvrez la porte aux entreprises commerciales. Autrement dit, on met à disposition des sociétés privées une main-d'œuvre gratuite. Or ces entreprises ne poursuivent pas une mission sociale. Leur objectif, c'est le profit.

 

La question est alors la suivante: estce vraiment le rôle de la justice pénale de fournir du travail gratuit à des entreprises privées?

 

Le troisième problème est le flou juridique. Le texte repose sur des notions assez vagues – notamment les postes de travail réguliers, les fonctions sociétales et l’intérêt général. Aujourd’hui, personne ne sait donc vraiment ce que ces notions recouvrent. Au lieu de clarifier cela dans la loi, vous renvoyez les modalités concrètes à un arrêté royal. Or un arrêté royal ne peut pas créer des conditions que la loi n’a pas fixées. La porte est donc ouverte à de nombreuses interprétations.

 

Cela pose une question de fond, qui reste aujourd’hui sans réponse claire: qu’estce que lintérêt général dans ce dispositif? Estce simplement le fait quune personne exécute une peine de travail? Ou bien estce la nature même de la tâche accomplie qui doit relever de lintérêt général? Sans clarification, nous risquons de voir des personnes condamnées effectuer gratuitement des tâches dans des entreprises privées, tout en prétendant que cela relève de l’intérêt général.

 

Pour le PTB, cette évolution est dangereuse. Elle risque de transformer progressivement la peine de travail en réservoir de maind’œuvre gratuite pour le secteur marchand. Pour toutes ces raisons, nous voterons contre ce texte.

 

17.05  Steven Matheï (cd&v): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, hetgeen hier voorligt, is natuurlijk een belangrijk werkstuk, waar zowel administratie als kabinet heel wat werk in hebben gestoken en dat noodzakelijk is voor een vlotte inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 8 april. Het bevat heel wat belangrijke elementen.

 

Collega D’Haese, ik wil eerst nog kort reageren op u, vooral met betrekking tot uw toon en een beetje het dedain waarmee u spreekt over een minister. Daarvan neem ik nota, ik wil bij de feiten blijven. Zou het kunnen dat u misschien een aantal feitelijkheden in uw betoog uit het oog bent verloren? Zou het kunnen dat u weet dat ook in december er een vraag was van het College van procureurs-generaal om uit te stellen en dat de regering toen tot twee keer toe heeft beslist, een regering waar uw partij ook in zit, om door te zetten met de datum van 8 april? Zou het kunnen dat u uit het oog verliest dat ook alle collega's in de regering, alle departementen, in maart 2025 de oproep hebben gekregen tot aanpassingen en ook het aanbod tot bijstand van de FOD Justitie? Zou het kunnen dat u uit het oog verliest dat de minister van Justitie tempo maakt en dat er al maanden wetsontwerpen komen? En zou het ook kunnen dat u uit het oog verliest dat u zelf ook op de hoogte was van die inwerkingstraining, al sinds twee jaar geleden? Alleszins, het was niet echt een stijlvolle rede.

 

Nu wil ik verder ingaan op de inhoud van de reparatiewetgeving, waarin enkele belangrijke afstemmingsonderdelen opgenomen zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot het Burgerlijk Wetboek en het erfrecht, maar ook met betrekking tot de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit. De rechter kan dat ambtshalve uitspreken zonder een vordering van het openbaar ministerie. Natuurlijk is er ook de bepaling, door andere collega's naar voren gebracht, rond de verbreding van de werkstraffen. Die worden niet langer beperkt tot niet-commerciële organisaties, maar wordt verbreed tot iedereen die valt onder het Wetboek voor vennootschappen en verenigingen, weliswaar met belangrijke voorwaarden. Zo mag een veroordeelde geen reguliere arbeidsplaats innemen en moet hij bijdragen aan het algemeen belang of een maatschappelijke functie.

 

Het is logisch dat dat wordt opengetrokken, omdat juist in het nieuwe Strafwetboek meer ingezet zal worden op alternatieve straffen. Daarvoor heeft men natuurlijk een grotere pool van werkstraffen nodig.

 

In dat opzicht wil ik toch even reageren op collega Aouasti, die net als in de commissie heeft aangehaald dat er nu bij de uitvoering van de bepaling meer vrijheid zou zijn. Ik wil wel even wijzen op het feit dat in die bepaling al voorzien was, bij de goedkeuring van het nieuwe Strafwetboek, om te delegeren aan de Koning, en dat er nu ook meer voorwaarden aan toegevoegd worden. Die eerste bepaling werd overigens goedgekeurd door heel wat fracties die daar nu een probleem mee lijken te hebben, terwijl we moeten vaststellen dat de voorwaarden nu strenger zijn.

 

Conclusie, dit wetsontwerp voert het regeerakkoord uit, versterkt de rechtsbescherming van slachtoffers en vergroot de mogelijkheid van alternatieve straffen. We zullen dit ontwerp dan ook steunen.

 

17.06  Charlotte Verkeyn (N-VA): Mevrouw de minister, collega’s, u hoort mij niet vaak inzake Justitie. Ik ben ook geen vast lid van de commissie voor Justitie. Ik volg Financiën, Begroting en Economie. Vanuit die commissies en vanuit het opvolgen van de beleidsdomeinen Financiën en Economie moet ook ik toch een aantal grote bezorgdheden naar voren brengen.

 

Het is misschien niet gemakkelijk, maar ik moet mijn collega’s gelijk geven dat het fundamenteel is voor onze veiligheid en voor onze vrijheid dat we vanaf de banken van het Parlement nog steeds onze bezorgdheden mogen doorgeven. Als we dat niet meer mogen doen, meen ik dat we onze taak in het Parlement niet naar behoren zouden kunnen uitvoeren.

 

Dat hoeft niet zo hard binnen te komen als het door sommigen gepercipieerd wordt. Immers, er zijn heel wat goede dingen in het nieuwe Strafwetboek. Wat bijvoorbeeld goed is, is dat er meer op maat gewerkt kan worden. Ik meen dat iedereen daar een groot voorstander van kan zijn. Dat volgen we, absoluut.

 

Ik zal me echter beperken tot een bezorgdheid met betrekking tot de fiscale en economische misdrijven. Daar leven bij ons toch enige angsten. Dat is een voortschrijdend inzicht, die bezorgdheid groeit gaandeweg. Waar gaat het nu precies over? Ik zal het beknopt houden en een concreet voorbeeld geven om te verduidelijken waarover het gaat. Neem mij in dat voorbeeld niet op de punten en de komma’s. Soms blijft het debat hier echter vrij theoretisch. Om aan de bevolking duidelijk te maken waarom bepaalde bezorgdheden worden geuit, zal ik straks dat concreet voorbeeld hanteren.

 

Eerst nog even het theoretische kader. Vroeger hadden we de gevangenisstraf en/of de geldboete als hoofdstraf. In het nieuwe Strafwetboek komt daar een geldstraf bij. Die geldstraf is een spiegelstraf. Dat betekent dat de rechter de sanctie beter kan afstemmen op de persoon die voor hem staat, afhankelijk van het voordeel dat gegenereerd werd, bijvoorbeeld uit een financieel misdrijf. Het is dus absoluut positief dat we dat in de toekomst kunnen gebruiken. We geven de rechter de mogelijkheid om meer op maat te werken en indien nodig ook zwaarder te straffen.

 

Waar zit dan het probleem? Dat punt is in de plenaire vergadering nog niet aangehaald. Het heeft te maken met de indeling in niveaus in het nieuwe Strafwetboek. Binnen die niveaus wordt de geldboete namelijk verminderd, terwijl men tegelijk het instrument van de geldstraf toevoegt om meer op maat te kunnen werken. Voor iemand die nieuwe feiten pleegt, kan men dus bijvoorbeeld zeggen: niveau 2, een geldboete, waarna de rechter kan beoordelen of het gaat over een zware of een minder zware crimineel, een kruimeldief of een ernstig misdrijf. Vervolgens kan hij de geldstraf daaraan aanpassen en spiegelen.

 

Het probleem stelt zich echter bij feiten die al gepleegd zijn, maar waarvoor nog geen vervolging is ingesteld. Laat ons zeer concreet artikel 490bis van het Strafwetboek nemen: het bedrieglijk onvermogend maken. Om dat in mensentaal uit te leggen, gebruik ik mijn voorbeeld, zodat iedereen mee is in het verhaal. Stel, er is een onderneming die keukens installeert. De onderneming weet dat er geen geld meer in kas is, maar blijft toch bestellingen aannemen. Ze strijkt voorschotten van klanten op en begint hier en daar zelfs bestaande keukens uit te breken, maar plaatst vervolgens nooit een nieuwe keuken. De zaakvoerder betaalt de voorschotten niet terug, met honderden gedupeerden tot gevolg. Er bestaan op dit moment honderden van dit soort dossiers.

 

De zaakvoerder laat zich die voorschotten evenwel persoonlijk toekomen, maar spendeert ze niet zelf. Hij koopt daarmee luxejachten en zet die op naam van zijn kinderen, dit terwijl de kinderen van de honderden gedupeerden niet eens meer in hun eigen woning kunnen blijven. Die dossiers bestaan.

 

Stel dat men die feiten van bedrieglijk onvermogend maken voor 8 april heeft gepleegd. In het nieuwe Strafwetboek gaat de geldboete van maximaal 4 miljoen euro naar 5.000 euro. Dat is een straf van niveau 2. In het nieuwe Strafwetboek - dat is het goede eraan - kan de rechter vragen wie bedrieglijk onvermogend is gemaakt. Gaat het over iemand met 17 luxejachten die hij op naam van de kinderen heeft gezet? Of gaat het over iemand die aan lager wal geraakt is en niet meer wist van welk hout nog pijlen te maken?

 

Voor nieuwe feiten zal de rechter absoluut op maat kunnen werken, maar wat gebeurt er met feiten die nog hangende zijn? Wat gebeurt er met de geldboete van niveau 2 van maximum 4 miljoen euro naar 5.000 euro? Nieuwe straffen kunnen immers niet op oude feiten worden toegepast. Daar zit het probleem, het vertrouwen in de geldstraf en de overgangsregeling die op dit moment totaal niet geregeld is.

 

In de Commissie tot hervorming van het strafrecht heeft men expliciet gezegd dat de geldstraf een nieuwe straf is. De wetgever zou, zelfs nu nog, de motivering kunnen aanpassen. De wetgever hoeft dat niet te volgen. De wetgever kan verduidelijking geven. Dat doet men echter niet. Volgende week ligt hier de Harmonisatiewet ter stemming voor, waarin wordt herhaald dat de geldstraf wel degelijk een nieuwe straf is. Het is in principe dus niet van toepassing op de feiten die nu gepleegd zijn.

 

Potentieel betekent dit dat alle zware dossiers uit het verleden, waar de onderzoeken nog lopende zijn, naar spookbedrijven, grote oplichterij van de fiscus, voorschotfraude, leiden tot geldboetes van maximaal 5.000, 10.000 of 20.000 euro. Het gaat om feiten van niveau 2 of niveau 3. Daar zullen de gedupeerden niet vrolijk van worden.

 

Wat moeten we dan doen, mevrouw de minister? Stil zijn? Zwijgen? Dit is in de commissie door iedereen aangehaald. Het risico van vrijspraken of wegwandelen met een beperkte boete is reëel. De rechter kan in voorkomend geval, als de geldboetes te laag zijn, hogere gevangenisstraffen opleggen, maar moeten we die mensen dan allemaal bij de grondslapers leggen?

 

Gaan we het risico lopen van jarenlange nietigheidsprocedures bij Cassatie of kunnen we nog bijsturen? Ik denk dat we nog kunnen bijsturen, zelfs op dit moment, maar dan moeten wij niet zwijgen. U kunt wel degelijk de beslissing nemen en de bal ligt wel degelijk in uw kamp. Vat het niet verkeerd op, wij handelen met goede bedoelingen, want er zitten goede elementen in het nieuwe Strafwetboek. Op het ogenblik echter dat een dader van zeer zware feiten ervan afkomt met een lage boete of zelfs helemaal wordt vrijgesproken, zal men niet dit Parlement met de vinger wijzen. Het Parlement zal niets verweten worden, maar wel de voogdijminister, u dus. Wij zeggen dit echt met goede bedoelingen. We willen niet dat u als Pontius Pilatus de schuld op iemand anders zou kunnen afschuiven. Men zegt immers steeds dat men aan handen en voeten gebonden is, dat het niet kan. Dat is niet correct. Men hoeft geen Pontius Pilatus te spelen. Ook de commissieleden hebben doorheen de voorbereiding van dat nieuwe Strafwetboek blijk gegeven van voortschrijdend inzicht. Zij hebben onlangs nog een oplossing aangereikt. Zij hebben aangegeven argumenten te kunnen vinden om de geldstraf toch retroactief te kunnen toepassen. Als zij die bocht kunnen maken, kunt u dat ook. We moeten die bocht ook maken, maar die bocht moet niet worden gemaakt door dit Parlement, noch door de al overbelaste magistraten die het dan maar zelf moeten uitzoeken. Ik denk dat niemand zin heeft in onzekerheid, in jarenlange cassatieprocedures. Dit is het uiterste moment waarop we onze bezorgdheden nog kunnen en mogen aankaarten.

 

U staat er ook niet alleen voor. Vanuit het Parlement is al nagedacht over oplossingen. Ik heb een aantal weken geleden een eigen wetsvoorstel neergelegd met een artikel 60. In dat artikel 60 staat een overgangsregeling. Het is een mogelijke oplossing. Het nummer van dat document is 56K1384. Ik hoop dat u dat nog zult bekijken. Ik zal alvast dat wetsvoorstel behouden. Het heeft evenwel enkel betrekking op het fiscaal strafrecht. Ik wil mij daartoe beperken, omdat ik voor het overige met betrekking tot de commissie voor Justitie absoluut niets te zeggen heb. Ik denk dat u mij niet kunt verwijten dat ik hier nog een oprechte bezorgdheid kenbaar wil maken. Ik hoop dat u daar nog iets mee kunt doen.

 

17.07  Ismaël Nuino (Les Engagés): Je n'avais pas prévu d'intervenir. La tournure des débats m'étonne un peu. Nous avons mené des débats sur l'ensemble des projets de loi qui étaient plutôt constructifs et efficaces dans la volonté collective et commune d’avancer au plus vite pour permettre l’entrée en vigueur, le plus vite possible, de l’ensemble de ces textes d’harmonisation. Nous sommes toutes et tous d’accord sur un point: cela aurait pu aller plus vite. Nous aurions adoré que cela aille plus vite. Mais il faut reconnaître qu’un certain nombre de raisons qu’il ne m’appartient pas de commenter expliquent pourquoi ce processus a pris du temps. Nous pouvons toutes et tous le regretter et nous dire que cela aurait pu être plus rapide. Nous voyions venir cette situation depuis deux ans. Il n’est d’ailleurs pas nécessaire de rappeler qu’il nous a fallu neuf mois pour former un gouvernement, il me semble. Mais ici, je ne comprends pas l’attitude du partenaire.

 

Tout au long des discussions, nous étions toutes et tous dans l’optique d’avancer le plus vite possible. Les échanges se sont bien déroulés. Les interventions de l’opposition étaient parfois moins longues que celles de la majorité aujourd’hui. Ces dernières semaines, nous avons toutes et tous entendu plusieurs membres de la magistrature formuler des demandes, notamment des demandes de report. C’est certainement la solution la plus simple. J’entends aussi un certain nombre de magistrats expliquer qu’ils se préparent depuis deux ans, sérieusement. Et nous devons le souligner, le saluer et les féliciter pour ce travail. L’Institut de formation judiciaire a énormément travaillé en ce sens, et les magistrats poursuivent leurs efforts, qu’il s’agisse du ministère public ou du Collège des cours et tribunaux.

 

La difficulté que j’ai aujourd’hui, c’est que je ne comprends pas la temporalité des interventions. Ce sont des interventions que nous aurions pu entendre en commission. Nous les avons entendues de la part de l’opposition, il faut le reconnaître. Mais nous ne les avons pas entendues de la part des partenaires. Et comme cela a été rappelé, cette demande de report a été mise à plusieurs reprises sur la table du gouvernement. Je ne comprends donc pas pourquoi la décision n’a pas été prise à ce momentlà. Évidemment, en tant que parlementaires, nous sommes libres d’exprimer ce que nous pensons, y compris l’idée qu’un report serait souhaitable. Mais ce que je ne comprends pas, c’est l’exercice de cohérence ou d’incohérence auquel nous assistons en ce début de soirée. Je ne comprends pas lobjectif.

 

S’agitil réellement daider la magistrature? Si c'est le cas, pourquoi ne pas s’être réveillé plus tôt? Je pose la question sérieusement. Le gouvernement avait loccasion dagir. Ou sagitil simplement denvoyer un dernier signal à la magistrature, du type: "Moi, jai tout essayé"? Je trouverais cela dommage.

 

Chacun a le droit de dire ce qu'il veut, d'envoyer les messages de soutien qu'il a envie d'envoyer, mais j'ai tendance à penser qu'en tant que parlementaire, qui plus est de la majorité, on a un devoir de responsabilité qui est de veiller à permettre à ces textes d'avancer le plus vite possible.

 

Nous aurions pu espérer que cela aille plus vite, et nous avons tout fait, en commission de la Justice, pour que cela aille le plus vite possible, mais je dois dire ma perplexité face aux différentes interventions que j'ai entendues cet après-midi. Nous devons faire de notre mieux pour accompagner les magistrats, que nous remercions pour leur travail. Je ne comprends pas quel est l'objectif des interventions de cet après-midi. Si on voulait reporter l'adoption de ce texte, il y a eu plusieurs occasions pour le faire avant.

 

Je pense que le signal qui est envoyé ici n'est pas bon pour la magistrature, à savoir de dire qu'à trois semaines et demie de l'entrée en vigueur, peut-être que, finalement, on voudrait le reporter. Si c'est le cas, et que c'est reporté in fine, nous ferons au mieux pour l'accompagner, mais je ne pense pas que des signaux aussi contradictoires, envoyés si tard, soient responsables et sains.

 

17.08  Marijke Dillen (VB): Ik was niet van plan om nog te repliceren, maar ik zal het kort houden. Collega, ik zal mijn vraag van eergisteren in de commissie, toen u voorzitter was, niet herhalen. Ik zal hierna het woord laten aan degene voor wie uw betoog bedoeld was, want dat zal niet voor mij geweest zijn. U vroeg of de magistraten niet laattijdig wakker zijn geworden. De laatste enquête van 27 februari van Magistratuur & Maatschappij was heel duidelijk. Er hebben 513 magistraten, enkel uit de strafrechtketen, zowel de zittende als de staande magistratuur, deelgenomen aan die enquête. Daarvan heeft 71 % geoordeeld dat het operationeel niet werkbaar is op het terrein en 81 %, dat is 4 op 5 magistraten, vraagt een uitstel tot 1 september. Niet meer of niet minder dan dat.

 

Daar mag u uw ogen niet voor sluiten. Ik ben geen strafrechtspecialist en ik ben ook niet actief op dat terrein, maar als ik op de rechtbank kom, dan spreken alle strafrechtspecialisten mij daarover aan. Zij vragen mij of wij in Brussel niet begrijpen waarom een kort uitstel tot 1 september nodig is. Als vrijwel alle magistraten, de politie en de griffie dat vragen, dan mogen de politici en zeker de regering daar niet blind voor zijn. Ik kan vermoeden wie de dwarsligger in dit verhaal is, maar als ik de naam noem, dan zult u die toch niet bevestigen. Ik doe nogmaals een oproep om erover na te denken en aan te dringen op dat uitstel.

 

De voorzitter: Ik laat de minister reageren. Er komt hoe dan ook nog een repliekronde voor wie dat wenst.

 

17.09 Minister Annelies Verlinden: Collega's, we moeten hier niet de hele discussie overdoen, maar ik wil wel nog even ingaan op de twee voorbeelden die u gaf, mijnheer D'Haese. Dit is natuurlijk niet het moment om heel gedetailleerde juridische discussies te voeren, maar ik wil wel enkele punten benadrukken. Diefstal is nog altijd een misdrijf, ook in het nieuwe Strafwetboek, en doding in het verkeer is een belangrijk misdrijf. Deze bepaling zal niet in werking treden op 8 april als we het nieuwe Strafwetboek niet op die datum in werking laten treden. De inwerkingtredingsbepaling is daar immers aan gekoppeld.

 

Ik herhaal dat wij met de FOD en het kabinet het aanbod hebben gedaan aan alle andere collega’s om bij te staan bij de harmonisatie. Ik heb mij laten vertellen dat de harmonisatie van de wegverkeerswet is ingediend in het Parlement en dat ze ook vóór 8 april 2026 kan worden goedgekeurd en gepubliceerd.

 

Mevrouw Dillen, ik heb het al een paar keer aangegeven, maar soms noopt u mij om in herhaling te vallen. Ik heb die discussie al een paar keer op tafel gelegd binnen de regering, ook nog na de enquête van de ARM waarnaar u verwijst en waaraan 500 van de 2.500 magistraten hebben deelgenomen. Echter, uiteraard geldt zoals in alles het volgende: Il n’y a que les imbéciles qui ne changent pas d’avis.

 

Mijnheer D’Haese, misschien kunt u uw vakbekwaamheid over het strafrecht ook doorgeven aan uw collega’s binnen de regering. Ik heb immers al aangegeven dat ik kan instemmen met een beperkt technisch uitstel tot 1 september 2026. De regering is mij daarin niet gevolgd. Misschien zijn uw charmes effectiever. Dat kan zeker zo zijn.

 

Uiteraard staat het ook alle erudiete parlementsleden vrij, zoals ik gisteren subtiel heb meegegeven en ik nu herhaal, om wetsvoorstellen voor een gewenst uitstel in te dienen. Die voorstellen heb ik behoudens vergissing echter tot op vandaag nog niet gezien.

 

Chers collègues Aouasti et Ribaudo, l'extension de la peine de travail constitue une application de l'accord de gouvernement. En effet, comme vous le savez, puisque nous en avons discuté en commission de la Justice, la version actuelle de l'article 45 du nouveau Code pénal énonce déjà que le Roi peut désigner d'autres lieux où la peine de travail sera exécutée. Cela permet de désigner les organisations commerciales par arrêté royal. Nous sommes toutefois d'accord pour reconnaître qu'une telle peine ne peut pas être exécutée dans n'importe quelle entreprise commerciale. La modification, qui était de toute façon nécessaire pour adapter la terminologie au nouveau Code pénal et au nouveau Code des sociétés et associations, précise la délégation au Roi en indiquant explicitement que la peine de travail doit contribuer à l'intérêt général si elle tient à remplir une fonction sociale. En effet, l'accent ne doit pas être mis sur la forme juridique de l'organisation qui propose le poste, mais évidemment sur l'orientation sociale de celle-ci ainsi que sur la valeur sociale et sociétale du travail accompli. Cette exigence, combinée à l'exigence légale selon laquelle le condamné ne peut occuper un emploi régulier, dont une version figure déjà dans l'article, garantit que les peines de travail ne peuvent pas faire l'objet d'abus. Il ne s'agit donc nullement de créer une main-d'œuvre gratuite pour les entreprises privées. Je pense que nous en avons déjà discuté dans le détail en commission. 

 

Collega Verkeyn, u hebt een wetsvoorstel ingediend en het staat het Parlement vrij om de kwestie verder te bespreken. We kunnen nog lang discussiëren over uw argument in verband met retroactiviteit of niet van een strengere strafwet. Als de geldstraf een nieuwe, zwaardere straf is, kan de wet de straf niet retroactief van toepassing maken. Als u in het licht van de vraag over de retroactiviteit suggereert dat de geldstraf in de plaats kan komen van de geldboete en dus geen zwaardere straf zou zijn, dan is daarvoor geen wet nodig, maar volgt dat uit de logische interpretatie van de strafwet. Ik ben graag bereid daarover het debat te voeren, maar in het kader van de bespreking van onderhavig wetsontwerp zou ons dat te ver leiden.

 

17.10  Christoph D'Haese (N-VA): Ik heb aandachtig geluisterd naar de verschillende uiteenzettingen en ik wil mij absoluut constructief opstellen. Het bewijs ligt in de feiten. Alles wat wordt voorgesteld, meer dan paar duizend bladzijden aan wetgeving, die niet iedereen heeft door geploeterd, werd in vertrouwen goedgekeurd. Bovendien heb ik in mijn uiteenzetting duidelijk mijn respect uitgesproken voor al wie eraan heft meegewerkt. Dat heb ik letterlijk gezegd. Minstens even belangrijk, ik heb ook gezegd dat wij niet in persona, maar in re werken. Ik zeg dat ook aan u, mijnheer de voorzitter van de commissie voor Justitie. U verwijt ons dat we niet constructief zouden zijn en vraagt waarom we niet eerder die opmerking formuleerden. Het is de taak van het Parlement om met voortschrijdend inzicht aan kwaliteitsbewaking te doen. Dat is het enige wat we hier doen, over de partijpolitieke grenzen heen.

 

Mijnheer Matheï, ik hoef daarop echt geen commentaar te krijgen. Met voorbeelden maakt men iets duidelijk in het strafrechtelijk leven. Er is niet gezegd dat die voorbeelden, ook die van mevrouw Verkeyn, niet juist zijn. We willen daarover spreken. Het is een interessante discussie. Men zegt dat het in de regering moet worden besproken. Wel, het is precies de taak van het Parlement om de achillespees aan te duiden. Dat is hetgeen we hier vandaag doen, met drie heel concrete voorbeelden.

 

Mevrouw de minister, diefstal staat uiteraard in het Strafwetboek. De justitiële ketting is in de praktijk echter maar zo sterk als de zwakste schakel. Dat is het. Weet u bijvoorbeeld dat in Oost-Vlaanderen, de provincie waar ik vandaan kom, vier diefstallen van minder dan 500 euro nooit voor een rechtbank komen, maar kunnen worden gesanctioneerd via een gemeentelijke administratieve sanctie?

 

Als de GAS-wetgeving niet in orde is, ontstaat er na 8 april een sanctionerend vacuüm. Dat is wat we u proberen te zeggen, niet meer, niet minder.

 

Ik heb niet gezegd dat dat uw fout is, maar het is wel uw taak. Het is een beetje zoals in een tv-uitzending: u bent de regisseur van het verhaal. U hebt boek 1 in handen. Ik zit niet in de regering. Mijnheer Matheï, men kan de pen van het Parlement toch niet afnemen en tape op onze mond kleven? Zo werkt het niet. Mijn excuses als mijn toon u niet zou zijn bevallen, maar ik neem geen letter terug van de inhoud van mijn betoog.

 

Werk aan het probleem en ga ermee aan de slag. Dat is een uitdrukkelijke vraag. We zullen het wetsontwerp constructief en snel goedkeuren en ik denk dat dat duidelijk is.

 

17.11  Khalil Aouasti (PS): Monsieur le président, madame la ministre, le débat a effectivement déjà eu lieu.

 

Maintenant, en ce qui concerne la peine de travail autonome, il y a tout de même une question que j’avais posée et à laquelle il n’a jamais été répondu.

 

Vous indiquez qu’il faut que la peine de travail autonome soit réalisée dans un cadre d’utilité sociale. Il y a quand même une question fondamentale que je vous ai posée, c’est de savoir s’il est possible de considérer que le simple fait d'employer une personne condamnée fait remplir la condition de l'utilité sociale, ou s’il faut que la fonction soit elle-même d'utilité sociale.

 

En fonction de la réponse que vous donnerez à cette question, soit vous donnez un blanc-seing à des entreprises privées pour avoir de la main-d'œuvre gratuite, soit non. Cette réponse, à ce jour, vous ne l’avez pas donnée.

 

Je suis désolé, mais lorsque je vois les grands accords qu'il y a dans votre majorité, je crains le pire quant à l'arrêté royal et aux conditions qui seront mises à cette utilité sociale et à la qualification de ce qu'est un emploi régulier, notion qui aujourd'hui n'existe pas juridiquement.

 

Par conséquent, je vous le redis: retirez finalement cette possibilité de faire travailler gratuitement des personnes condamnées dans des entreprises commerciales. Contrairement à votre partenaire de majorité, nous soutiendrons alors pleinement ce texte.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1160/10)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1160/10)

 

Het wetsontwerp telt 128 artikelen.

Le projet de loi compte 128 articles.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

De artikelen 1 tot 128 worden artikel per artikel aangenomen.

Les articles 1 à 128 sont adoptés article par article.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

Geheime stemming (voortzetting)

Scrutin secret (continuation)

 

18 Grondwettelijk Hof – Voordracht van een lijst met twee kandidaten voor een ambt van Nederlandstalige rechter – Uitslag van de stemming

18 Cour constitutionnelle – Présentation d’une liste double de candidats pour une fonction de juge d'expression néerlandaise – Résultat du scrutin

 

Stemmen

115

Votants

Blanco of ongeldig

18

Blancs ou nuls

Tweederde-

meerderheid

77

Majorité des deux tiers

 

Voor de eerste kandidaat:

Pour le premier candidat:

 

De heer Frank Fleerackers heeft 73 stemmen gekregen.

M. Frank Fleerackers a obtenu 73 voix.

 

De heer Koen Lemmens heeft 3 stemmen gekregen.

M. Koen Lemmens a obtenu 3 voix.

 

De heer Jan Theunis heeft 20 stemmen gekregen.

M. Jan Theunis a obtenu 20 voix.

 

Aangezien geen enkele kandidaat de tweederdemeerderheid van de stemmen heeft gekregen, dient de Kamer over te gaan tot een tweede stemming tijdens een volgende plenaire vergadering.

Vu qu’aucun candidat n'a obtenu la majorité des deux tiers des suffrages, la Chambre doit procéder à un deuxième scrutin au cours d’une séance plénière ultérieure.

 

Ik stel voor om de tweede stemronde onmiddellijk te laten plaatsvinden tijdens deze plenaire vergadering.

Je propose de procéder immédiatement au deuxième scrutin au cours de cette séance.

 

De stembiljetten zullen worden uitgedeeld in zaal 3, waar u uw stem kunt uitbrengen vanaf nu tot bij de aanvang van de naamstemmingen.

Les bulletins de vote seront distribués en salle 3, où vous pouvez émettre votre vote à partir de maintenant jusqu'au début des votes nominatifs.

 

Zodra de geheime stemming gesloten is, stel ik u voor dat de stembiljetten van de geheime stemming geteld worden in zaal 3, in aanwezigheid van de stemopnemers.

Dès que le scrutin secret est clos, je vous propose de procéder au dépouillement du scrutin secret dans la salle 3, en présence des scrutateurs.

 

Ik stel u voor om voor de stemopneming de jongste twee leden aan te wijzen.

Je vous propose de désigner les deux membres les plus jeunes pour dépouiller les scrutins.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Voor de tweede kandidaat:

Pour le deuxième candidat:

 

De heer Frank Fleerackers heeft 2 stemmen gekregen.

M. Frank Fleerackers a obtenu 2 voix.

 

De heer Koen Lemmens heeft 94 stemmen gekregen.

M. Koen Lemmens a obtenu 94 voix.

 

De heer Jan Theunis heeft geen stemmen gekregen.

M. Jan Theunis n’a obtenu aucune voix.

 

De heer Koen Lemmens, die de tweederdemeerderheid van de stemmen van de aanwezige leden heeft gekregen, is tot tweede kandidaat uitgeroepen voor het vacante ambt van Nederlandstalige rechter in het Grondwettelijk Hof.

M. Koen Lemmens ayant obtenu la majorité des deux tiers des suffrages des membres présents, est proclamé second candidat à la place vacante de juge d'expression néerlandaise à la Cour constitutionnelle.

 

Interpellaties

Interpellations

 

19 Interpellatie van Kurt Ravyts aan Bart De Wever (eerste minister) over "Het gesprek met de Franse premier over de ontwikkelingen op het vlak van nucleaire energieproductie" (56000235I)

19 Interpellation de Kurt Ravyts à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'échange avec le premier ministre français sur les évolutions de la production d'énergie nucléaire" (56000235I)

 

19.01  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de premier, dank u dat u even langskomt om een zaak die blijkbaar al een tijdje Premiersache geworden is, te bespreken.

 

Ik begin met een citaat van u: “Wie de industrie wil beschermen, de elektriciteit betaalbaar wil houden en de klimaatuitdagingen ernstig wil nemen, kan de nucleaire technologie niet negeren. In een dichtbevolkt en sterk geïndustrialiseerd land als België biedt kernenergie een strategisch voordeel.”

 

Wel, mijnheer de premier, als Vlaams Belangfractie kunnen we het niet nog meer eens zijn met deze visie, die u dinsdag in Parijs tijdens de Nuclear Energy Summit van het Internationaal Atoomenergieagentschap uit de doeken deed. We waren na decennia van volstrekte vijandigheid tegen kernenergie – trouwens ook nog merkbaar in de periode 2014-2018 in de door de MR geleide federale regering, waarvan de N-VA deel uitmaakte – opgelucht toen uw regering in uw regeerakkoord vorig jaar aankondigde dat het nucleaire in het Belgische energiebeleid opnieuw een belangrijke plaats zou innemen, naast hernieuwbare energie.

 

Dat betekent volgens u en uw regeerakkoord dat op korte termijn – zo staat het er letterlijk in – de bestaande nucleaire capaciteit maximaal zal worden verlengd en dat op middellange termijn de eerste nieuwe centrales zullen worden gebouwd, naast kleine flexibele centrales ook grote reactoren.

 

Voorzitter: Jan Bertels, oudste lid in jaren.

Président: Jan Bertels, doyen d'âge.

 

Maar belangrijker dan de Top zelf was uw ontmoeting achteraf met de Franse president. Die kwam er, hopen wij, niet alleen om aan Emmanuel Macron uw nieuwste boek, Prospérité, te overhandigen, maar om de passages in uw regeerakkoord over de toekomst van de nucleaire productie in dit land ook in de praktijk effect te doen sorteren.

 

Volgens de pers was het de bedoeling dat u de lopende onderhandelingen met de exploitant, ENGIE, over een mogelijke bijkomende levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3 zou bespreken, alsook de mogelijke verdere nucleaire toekomst van Tihange 1 en misschien ook de mogelijke rol van bijvoorbeeld EDF in het Belgische nucleaire landschap.

 

De Franse overheid is uiteraard een zeer belangrijke aandeelhouder in ENGIE. Die gesprekken leken me dus ad rem. Ik moest alleen – en u zult me dat niet kwalijk nemen – onwillekeurig terugdenken aan de wellicht nog door uzelf ondertekende, trouwens terechte, persberichten van de N-VA over de uitverkoop van onze nucleaire productie aan Frankrijk, ten tijde van de regering-Verhofstadt.

 

Maar goed, ook binnen het Vlaams Belang zijn er realpolitici en pragmatici actief. U hoort er op dit moment één van.

 

De realiteit is wat ze is. In 2025 werd in de zomer een intentieprotocol tussen België en Frankrijk ondertekend rond nucleaire energie. Dat gaat onder meer over de ontwikkeling van nieuwe projecten met inbegrip van kleine modulaire reactoren, de SMR’s, waarvan EDF toch behoorlijk wat technologie in huis heeft.

 

Met betrekking tot dat laatste aspect komt de Europese Commissie nu blijkbaar eindelijk met een strategisch plan rond de SMR’s en blijkbaar ook met wat extra financiële steun via ETS. Ze kondigt ook aan dat rond 2031, dus niet meer zo heel lang, de eerste exemplaren operationeel zouden moeten zijn. Dat kan, bijvoorbeeld op het vlak van de financiële steun, goed nieuws zijn voor het SCK, dat samen met een consortium werkt aan de ontwikkeling van een innovatieve SMR.

 

Mijnheer de premier, bij het SCK gaat het echter over loodgekoelde SMR’s en over de intentie om pas tegen 2034 een Belgisch demonstratiemodel te bouwen. Is de regering dus van plan te wachten op loodgekoelde SMR’s, waarvan de commerciële uitrol pas voor 2039 is voorzien?

 

Wij weten dat in het kader van het MAKE 2025-2030-platform een specifieke werkgroep werd opgericht onder leiding van uw minister Mathieu Bihet. Het SMR-dossier staat daarbij centraal. Mijn eerste vraag is dan ook de volgende. Kunt u bevestigen dat uw regering net als Frankrijk voor andere SMR-modellen zal gaan die dus tegen 2030-2031 operationeel zouden kunnen zijn? Welk aanbodbeleid wenst u daarvoor desgevallend te ontwikkelen?

 

Voorzitter: Peter De Roover, voorzitter.

Président: Peter De Roover, président.

 

Met betrekking tot de onderhandelingen met ENGIE en eventuele andere exploitanten is het Vlaams Belang kritisch voor een mogelijke tapijtenhandel. Ik druk mij daarbij oneerbiedig uit. U zult daarover wellicht opnieuw vaag blijven, maar ik weet dat alles met alles samenhangt. Er is momenteel de implementatie van de Phoenix-deal, het vastleggen van de strike price, die belangrijk is voor uw begroting, en er zijn de blijkbaar oplopende ontmantelingskosten voor ENGIE. Er is ook het objectief van de regering om via goedkope stroomafnameovereenkomsten, de zogenaamde PPA’s, voor grote energie-intensieve bedrijven een deel van de nucleaire productie als dusdanig te vermarkten. Dat zijn dan weer misschien niet de aspiraties van uw vennoot, met name ENGIE.

 

Als de top van ENGIE de deur nu toch op een kier zet voor een mogelijke extra levensduurverlenging, weten wij dat voor de tevredenheid van de aandeelhouders wordt gezorgd en dat de Belgische regering wel tot een en ander bereid zal zijn. Ik hoop dat dat toch niet de overname door de belastingbetaler van een deel van de stijgende ontmantelingskosten voor de gesloten centrales wordt en dat wij dus een aangepaste Phoenix-overeenkomst krijgen. Dat zou onwezenlijk zijn nadat ENGIE jarenlang een winstgevende activiteit rond de nucleaire productie in dit land heeft kunnen ontplooien.

 

Mijnheer de eerste minister, voorlopig – ik zeg wel voorlopig – heeft uw regering nog steeds geen enkel concreet stappenplan kunnen voorleggen over de toekomst van de nucleaire productie in dit land. Vorig jaar werd het juridisch mogelijk gemaakt om opnieuw kerncentrales te bouwen in dit land, maar dat blijft natuurlijk een symbolisch gegeven wanneer er eenvoudigweg geen gebruik van wordt gemaakt.

 

Bovendien is met een en ander ook enige urgentie gemoeid. De studie van Tractebel toonde enkele weken geleden al aan dat dit kalenderjaar beslissingen moeten worden genomen, willen we op het terrein in het volgende decennium effectief nieuwe operationele eenheden verwezenlijken.

 

Kunt u bijgevolg verslag uitbrengen over uw demarches bij de Franse premier over het nucleaire dossier in België? Wat is de inhoudelijke stand van zaken rond de toekomst van de nucleaire productie in België? In welke zin zijn de Franse ontwikkelingen rond de SMR’s van belang voor de doelstellingen van de Belgische regering inzake nucleaire productie via SMR’s?

 

19.02 Eerste minister Bart De Wever: Mijnheer de voorzitter, ik dacht dat de heer Coenegrachts nog zou aansluiten, maar blijkbaar heeft hij zijn interpellatie teruggetrokken.

 

Mijnheer Ravyts, ik was eergisteren inderdaad in Parijs voor de tweede Nuclear Energy Summit. Daar heb ik een toespraak gegeven over het belang van nucleaire energie en gewezen op de fouten die mijns inziens in het verleden op dat vlak zijn gemaakt.

 

Ik moet zeggen dat ik aangenaam verrast was door de toespraak van Ursula von der Leyen in dezelfde zin. Zij erkende ootmoedig dat Europa zeer grote fouten heeft gemaakt door in bepaalde lidstaten de nucleaire capaciteit af te bouwen tot de helft van wat het ooit is geweest. Dat breekt ons in de huidige geopolitieke context bijzonder zuur op.

 

Het minste wat men op zo’n Energy Summit kan vaststellen, is dat er in Europa eindelijk opnieuw een zeer groot en sterk draagvlak bestaat voor een nucleaire component binnen de energiemix. Ooit, nog niet zo lang geleden, was dat volledig anders. Tot een paar jaar geleden stond men in dit land met een pro-nucleaire agenda nog haast geïsoleerd. Kernenergie was een lijk dat niet meer kon worden gereanimeerd. Dat is een citaat dat ik heb toegevoegd, omdat ik dacht dat de tweede interpellant ook nog zou spreken. Hij zou dat citaat ongetwijfeld hebben herkend. Het is een gekend verhaal. Daarmee wil ik maar zeggen dat standpunten in sommige partijen soms snel kunnen veranderen. Andere partijen hebben het wat dat betreft altijd bij het rechte eind gehad.

 

Vandaag stellen heel wat Europese leiders vast dat wij het bij het rechte eind hadden. We stellen vandaag samen vast dat we wakker worden in een geheel andere wereld, een wereld die veel onzekerder is dan tien jaar geleden. In zo’n wereld is het niet verstandig om volledig afhankelijk te zijn, bijvoorbeeld op het vlak van defensie, maar zeker ook op het vlak van energiebevoorrading.

 

De oorlog in Oekraïne was op dat punt wellicht het ultieme kantelpunt. De naïeve droom van de groene minister, gestut op gascentrales die onder meer op Russisch gas moesten draaien, is definitief doorprikt als een feitelijke nachtmerrie. De illusie dat we er zouden komen met een mix van hernieuwbare energie en occasioneel gebruik van gascentrales is een sprookje voor kinderen. I hate to say: I told you so, iets waar de enige interpellant zich inderdaad bij kan aansluiten.

 

Wat er sindsdien is gebeurd, heeft de trendbreuk alleen maar versterkt, met als meest recente voorbeeld uiteraard de conflicten in het Midden-Oosten, die overal in de wereld voelbaar zijn, ook bij ons in Europa, aan de pomp en in de energiefactuur. We zullen dat heel goed in de gaten moeten houden.

 

De stroommix, waar ik al heel mijn politieke carrière voor pleit, zijnde een sterke nucleaire poot als stabiele factor, aangevuld met hernieuwbare energie, is eigenlijk de enige valabele optie als we op termijn energiezekerheid en betaalbaarheid willen garanderen. Gelukkig staat die energiemix ook in het regeerakkoord. Ik kan alleen maar de hoop uitspreken dat dat de visie op lange termijn is en zal blijven en dat we daar nooit meer op terugkomen. Ik heb tijdens de Energy Summit aangedrongen op de zekerheid die we moeten creëren om investeerders aan te trekken. Die zekerheid hebben we nodig om een inhaalbeweging te kunnen maken.

 

De regering vertrekt helaas in geen enkel dossier van een wit blad. Dat is wat ik wel vaststel in mijn eerste jaar. Uit elke kast die men opentrekt in de Wetstraat 16 valt wel iets, en niet altijd iets welriekend. Zeker in dat dossier valt er heel veel uit de kast, honderden bladzijden van de Phoenixdeal, die mijn voorganger heeft gesloten en waar dus heel wat dingen in staan bepaald. Daardoor zijn we aan handen en voeten gebonden en moeten we in stappen werken.

 

Stap 1 was uiteraard het opdoeken van die dwaze wet op de kernuitstap. Daar is eindelijk een meerderheid voor gevonden en dat is intussen gebeurd, tot mijn grote vreugde.

 

Stap 2 is het langer openhouden van de bestaande nucleaire capaciteit, maximaal openhouden, zo lang mogelijk. Daar wringt al het eerste schoentje vandaag. Zoals u weet, voert de regering gesprekken met de uitbater, ENGIE, om die bijkomende verlenging te verkrijgen, zo lang mogelijk, van zoveel mogelijk kerncentrales. Over de manier waarop we dat kunnen doen, liggen intussen verschillende pistes op tafel. U hebt eigenlijk in uw vraagstelling al aangegeven dat ik daar waarschijnlijk vaag over zou blijven, en inderdaad, ik zal daarover hier vaag blijven. U weet heus wel waarom.

 

De fouten uit het verleden – dat wil ik wel zeggen en ik druk me nu heel voorzichtig uit – plaatsen mij niet in de allerbeste onderhandelingspositie. Ik zit niet bepaald in een fauteuil, en ik zeg het nog eens, dat is heel zacht uitgedrukt. Als ooit de geschiedenis van die nucleaire exit en die Phoenixdeal wordt geschreven, zal dat leiden tot een vernietigend oordeel voor zij die daarvoor verantwoordelijk zijn. Ik denk dat er maar weinig regeringsleiders zijn die een land met facturen hebben opgezadeld voor een hele eeuw. Il faut le faire.

 

Het is dus geen geheim – u hebt daar ook op gewezen, met enig leedvermaak, dat ik de oppositie wel een beetje gun – dat de lopende onderhandelingen niet van een leien dakje lopen, maar bijzonder moeilijk zijn.

 

In de marge van de nucleaire top heb ik inderdaad niet met de premier gesproken, maar ik zal niet flauw doen, want ik sprak wel met president Macron over dat dossier. ENGIE is immers voor een deel in handen van de Franse overheid. Ook andere grote operatoren, zoals Électricité de France, de nucleaire operator van Frankrijk, zijn volledig in handen van de Franse staat. Het is dus niet onlogisch dat ik daarover met Macron een woordje spreek. U hebt in uw vraag aangegeven dat ik daarover wellicht niet veel zal willen zeggen. Ik zal daarover zelfs helemaal niets zeggen. Ik heb hem gesproken. Dat is wat u daarover vandaag mag weten.

 

Het is ook geen geheim dat Frankrijk de leidende natie is op het vlak van kernenergie. De Fransen hebben verstandige keuzes gemaakt. Duitsland heeft die niet gemaakt, Frankrijk wel. Frankrijk pleit nu ook voor een doorgedreven Europese nucleaire samenwerking. Die samenwerking is nodig, want schaal is absoluut cruciaal als men de nucleaire optie opnieuw op een rendabele manier vorm wil geven.

 

Het waarborgen van een stevige nucleaire capaciteit in dit land is dus ook in het belang van Frankrijk. Dat is een vrij evidente win-winsituatie, en niet alleen voor Frankrijk. Er zijn namelijk nog andere landen. Lees bijvoorbeeld het regeerakkoord van Nederland. Ik heb daarover ook met collega Rob Jetten gesproken. Dat is niet bekend, maar ik zeg het hier bij dezen. Ook Nederland heeft ook grote nucleaire ambities en ik heb aan de heer Jetten gezegd dat het me logisch lijkt dat we daarover samenwerken. Hoe groter de schaal, zeker voor SMR-projecten, hoe groter de kans dat die projecten ook tot wasdom komen.

 

Het is dus geen onlogisch gesprek. Uit bilaterale gesprekken meer dan dat prijsgeven aan het Parlement – u zult begrijpen dat ik dat in zo’n delicate zaak, waarin ook een lopende onderhandeling met ENGIE speelt – zal ik niet doen. U zult mij dat willen vergeven.

 

Ik kan u wel meegeven dat de toon van het gesprek met president Macron erg positief was en dat president Macron zeer duidelijk brood ziet in een intensieve samenwerking met andere landen, waaronder ons land. We hebben ook wel iets te bieden. We beschikken nog over heel veel nucleaire knowhow en we hebben de reactor in Mol. We staan dus helemaal niet met lege handen. Integendeel, wij zijn een bijzonder interessante partner voor wie een nucleaire strategie wil uitrollen.

 

Dat is dus stap 2, als u zich de stappen nog herinnert.

 

Ik kom nu tot de derde stap. We zouden op het punt moeten komen dat we onze planning kunnen maken om nieuwe nucleaire capaciteit te creëren. Dan komen inderdaad de small modular reactors in beeld. Die nieuwe en veelbelovende technologie komt tegemoet aan enkele manco’s van de traditionele grote kerncentrales. Ze zijn goedkoper, maar schaal is hier heel belangrijk. Ze zijn flexibel inzetbaar, dus voor verschillende vormen van industriële activiteiten en technologieën, waarin men dan een keuze moet maken en een samenwerking over kan aangaan. Het zijn bovendien centrales die op termijn in het beste geval zouden kunnen draaien op nucleair afval. Zoals u weet, staan we met dat soort onderzoek aan de wereldtop. Dat is de logica zelve.

 

Zullen die torenhoge verwachtingen in de realiteit kunnen worden ingelost? Dat is op dit moment nog een open vraag, maar de eerste signalen zijn hoopgevend. Alleszins zult u begrijpen dat wij al die ontwikkelingen op de voet volgen en staan te popelen om op de kar te springen, als de kans zich voordoet. Het valt dus toe te juichen dat ook mevrouw von der Leyen die boodschap heeft gegeven namens de Europese Commissie. Dat is het beleid dat de Europese Commissie en de lidstaten op het vlak van energie ook willen aanmoedigen.

 

Zij heeft tot mijn grote vreugde de uitdrukkelijke wens uitgesproken om al in het begin van het volgende decennium, dus begin de jaren 30, functionerende SMR's te huisvesten op ons continent. Ik weet niet of dat allemaal effectief zo snel feasible zal zijn, maar ik kan het alleen maar hopen. Het is belangrijk dat de Commissie in die richting denkt. Dat is ooit anders geweest.

 

Daarmee wordt op het Europees niveau eindelijk opnieuw de juiste toon gezet. Ik durf te zeggen dat dat mede op de vraag van deze regering is gebeurd, daarin geruggesteund door een goed regeerakkoord, dat wat dat betreft duidelijk is. Al te lang heeft dit land het omgekeerde gedaan en dat heeft ons bijzonder veel gekost en zal ons in lengte van jaren nog fortuinen kosten.

 

Wat de strijd tegen kernenergie betreft, persoonlijk heb ik die altijd bijzonder cynisch gevonden. Eerst heeft men een technologie bij wet verboden en andere technologieën fors gesubsidieerd, waarna de kritiek dan luidde dat er geen business case meer was voor kernenergie, een realiteit die men zelf gecreëerd had. Men stelde de dood vast van een technologie, die men zelf de nek had omgewrongen. Daarom is het belangrijk dat we nu eindelijk een heel duidelijk en positief signaal geven aan alle potentiële nucleaire investeerders. Iedere ruis op die boodschap beschouw ik als bijzonder kwalijk en speelt de facto in de kaarten van allerlei regimes die ons maar al te graag van hen afhankelijk willen houden. Ik denk dat we de voorbije jaren geopolitiek een paar wake-upcalls hebben gekregen, die ons duidelijk maken wat dat precies kan betekenen.

 

Deze regering zegt daarom voor het eerst deze eeuw heel eenduidig dat kernenergie hier een toekomst heeft, een toekomst van betaalbare, betrouwbare en duurzame energie.

 

19.03  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de premier, dank voor uw antwoord. Ik denk dat we het in het dossier over de kerncentrales over veel zaken eens zijn, maar aan woorden moeten uiteraard ook daden worden toegevoegd.

 

Ik ben het er zelfs mee eens dat u een en ander in een Europees perspectief plaatst. We moeten daarin realistisch zijn. Ik had vandaag echter graag ook al wat meer duidelijkheid gekregen, al besef ik dat dat wellicht nog niet mogelijk is, omdat u nog niets concreets kunt zeggen. Ik heb het daarbij niet eens over de onderhandelingen, maar over het concrete aanbodbeleid dat u ten aanzien van investeerders zult ontplooien. Ik blijf immers zeggen dat de SMR’s in Frankrijk niet dezelfde zijn als de SMR’s in het SCK. Ik denk evenwel dat u het dossier voldoende kent.

 

Mevrouw von der Leyen noemde het op de nucleaire top een strategische vergissing van Europa om de nucleaire energie de rug toe te keren. Dat is een zeer groot mea culpa, mijnheer de premier, want zeker in Duitsland werden de voorbije jaren via de Atomausstieg alle kerncentrales gesloten. Von der Leyen maakte destijds deel uit van de regering die die beslissing nam. Men is echter nooit te oud om te leren en om van mening te veranderen.

 

SMR’s passen zeker in een energie-onafhankelijk Europa. Dat inzicht groeit in heel wat Europese staten. In die zin kunnen de SMR’s ook een belangrijke structurele rol komen te spelen in het beheersen van onze energieprijzen en in het verzekeren van onze energiebevoorrading in Europa. Bovendien speelt het nucleaire verhaal een positieve rol bij het bereiken van een aantal klimaatdoelstellingen.

 

Voor onze partij is een betaalbare, duurzame en bevoorradingszekere energietoekomst gestoeld op – ik herhaal het graag – een sturende nucleaire sokkel, met hernieuwbare en decentrale energieproductie als noodzakelijke aanvulling. Dat is het partijstandpunt. Als er mensen in mijn partij andere zaken verkondigen, dan is dat voor hun rekening, maar dat is het standpunt van het Vlaams Belang.

 

Laten we evenmin vergeten, mijnheer de premier, dat we kernenergie nodig zullen hebben wanneer we in het volgende decennium onze energiebevoorrading veilig willen stellen. Ik zal niet ingaan op de studie van Elia – u weet ongetwijfeld waarover het gaat. Als we niets doen, komt onze bevoorradingszekerheid in het gedrang.

 

Collega’s, u begrijpt dan ook dat ik graag een motie ter stemming voorleg, waarin ik verwijs naar diverse passages uit het regeerakkoord. Daarin staat dat de regering op korte termijn een ambitieus programma van levensduurverlenging van bestaande en van de bouw van nieuwe centrales wil bewerkstelligen.

 

Het lijkt mij dan ook zeer concreet en niet meer dan logisch dat aan het Parlement eindelijk een concreet routeplan met betrekking tot de toekomst van de nucleaire productie wordt voorgelegd. Dat routeplan houdt een levensduurverlenging van 10 jaar tot 2045 in voor Doel 3 en Tihange 4, de mogelijke doorstart van Tihange 1 – men moet daarbij wel rekening houden met de internationale veiligheidsnormen – en de bouw van nieuwe EPR-reactoren en SMR’s.

 

Moties

Motions

 

De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Kurt Ravyts en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van de heer Kurt Ravyts

en het antwoord van de eerste minister,

- gelet het op het federaal regeerakkoord 2025-2029 waarbij de regering streeft naar een aandeel kernenergie van 4 gigawatt in de Belgische elektriciteitsmix;

- gelet het op federaal regeerakkoord 2025-2029 waarin de regering "op korte termijn een ambitieus programma om de nucleaire industrie in België opnieuw op gang te brengen en nieuwe kernreactoren te bouwen" aankondigt;

- gelet op het federaal regeerakkoord 2025-2029 waarin de regering zich er toe verbindt "om op korte termijn" te zorgen voor de verlenging van bestaande capaciteit en op langere termijn in de bouw van nieuwe capaciteit;

vraagt de regering

aan het Parlement een concreet routeplan voor te leggen rond de toekomst van de nucleaire productie in België omvattende een verlenging van tien jaar (tot en met 2045) van de kerncentrales Doel 3 en Tihange 4, de organisatie van een doorstart van Tihange 1, alsook de bouw van nieuwe EPR-reactoren en SMR’s."

 

Une motion de recommandation a été déposée par M. Kurt Ravyts et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de M. Kurt Ravyts

et la réponse du premier ministre,

- vu l'accord de gouvernement fédéral 2025-2029, par lequel le gouvernement vise une part d'énergie nucléaire de 4 gigawatts dans le mix électrique belge;

- vu l'accord de gouvernement fédéral 2025-2029, dans lequel le gouvernement annonce "à court terme un programme ambitieux pour relancer l'industrie nucléaire en Belgique et construire de nouveaux réacteurs nucléaires";

- vu l'accord de gouvernement fédéral 2025-2029, dans lequel "le gouvernement s'engage à court terme à prolonger la capacité existante et, à long terme, à investir dans la construction  de nouvelles capacités";

demande au gouvernement

de soumettre au Parlement une feuille de route précise au sujet de l'avenir de la production d'énergie nucléaire en Belgique, comprenant une prolongation de 10 ans (jusqu'à 2045 inclus) de la durée de vie des centrales nucléaires Doel 3 et Tihange 4, l'organisation d'un redémarrage de Tihange 1, ainsi que la construction de nouveaux réacteurs EPR et PRM."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens en door de dames Nawal Farih en Aurore Tourneur.

Une motion pure et simple a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens et Mmes Nawal Farih et Aurore Tourneur.

 

19.04  Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, we vragen de urgentie voor de stemming over de eenvoudige motie.

 

De voorzitter: Aangezien de urgentie voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6, tweede lid, Rgt.)

Étant donné que l'urgence de la motion pure et simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions tout à l'heure. (art. 140, n° 6, deuxième alinéa, Rgt.)

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

De bespreking is gesloten.

La discussion est close.

 

20 Interpellations jointes de

- Dimitri Legasse à Vanessa Matz (Action et Modernisation publiques, Entreprises publiques, Fonction publique, Gestion immobilière de l'État, Numérique et Politique scientifique) sur "La suppression de postes chez Proximus" (56000233I)

- François De Smet à Vanessa Matz (Action et Modernisation publiques, Entreprises publiques, Fonction publique, Gestion immobilière de l'État, Numérique et Politique scientifique) sur "Les pertes d'emploi chez Proximus et l'impact de l'intelligence artificielle" (56000237I)

- Farah Jacquet à Vanessa Matz (Action et Modernisation publiques, Entreprises publiques, Fonction publique, Gestion immobilière de l'État, Numérique et Politique scientifique) sur "L’annonce de 1 200 suppressions de postes chez Proximus" (56000240I)

- Dieter Keuten à Vanessa Matz (Action et Modernisation publiques, Entreprises publiques, Fonction publique, Gestion immobilière de l'État, Numérique et Politique scientifique) sur "Les licenciements annoncés chez Proximus" (56000243I)

20 Samengevoegde interpellaties van

- Dimitri Legasse aan Vanessa Matz (Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid) over "De schrapping van banen bij Proximus" (56000233I)

- François De Smet aan Vanessa Matz (Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid) over "Het banenverlies bij Proximus en de impact van artificiële intelligentie" (56000237I)

- Farah Jacquet aan Vanessa Matz (Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid) over "De aangekondigde schrapping van 1.200 banen bij Proximus" (56000240I)

- Dieter Keuten aan Vanessa Matz (Modernisering van de overheid, Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid) over "De aangekondigde afvloeiingen bij Proximus" (56000243I)

 

20.01  Dimitri Legasse (PS): Madame la ministre, la situation chez Proximus est grave. En tout cas, elle nous inquiète. Cette entreprise publique joue un rôle central dans l’économie belge. Elle concerne 14 000 travailleurs – je ne vous apprends rien – dont 10 000 en Belgique.

 

J’espère qu’à défaut d’avoir été présente, ou d’avoir jugé utile d’être présente, vous avez relu ou écouté l’audition d’hier en commission. Le CEO de Proximus y a confirmé sa volonté de supprimer des milliers d’emplois dans cette entreprise publique. Il est question de supprimer, entre aujourd'hui et 2030, 1 200 postes. Mais cela ne s’arrête pas là. Entre 2030 et 2035, le CEO prévoit encore de réduire les effectifs, avec au moins 1 300 départs à la retraite supplémentaires qui pourraient ne pas être remplacés, ou il y aurait éventuellement un remplacement sur trois seulement. Cela représente 12 % d’effectifs en moins. C’est une vision à dix ans que nous propose le CEO et, convenonsen, il sagit dune réduction massive des postes au sein de Proximus.

 

Personnellement, je comprends les travailleurs et leur inquiétude – et j'espère que vous les comprenez aussi. Je me demande, ils se demandent comment leur entreprise va évoluer. Les syndicats ont raison de dire qu'ils craignent pour l’avenir des travailleurs qui resteront chez Proximus. On peut se demander dans quelles conditions ils vont devoir travailler. Le CEO affirme que les emplois ne vont pas nécessairement disparaître, mais qu’ils vont changer. Changer… mais en l’occurrence, nous parlons de milliers d’emplois qui vont bel et bien disparaître, parce qu’ils seront supprimés.

 

Il faut être clair, madame la ministre. On nous parle de simplification, d’évolutions technologiques, de recours à l’intelligence artificielle, mais c’est un peu court comme explication. Et surtout, cela ne rassure absolument pas les travailleurs, qui se demandent littéralement à quelle sauce ils vont être mangés.

 

Madame la ministre, nous parlons d’une entreprise publique. Lors de la présentation de votre note de politique générale, vous nous aviez promis, la main sur le cœur, que vous assureriez un suivi attentif des orientations stratégiques de l’entreprise, que vous maintiendriez un dialogue "régulier avec la direction" et que, surtout, vous vouliez de la cohérence entre les intérêts économiques, sociaux et technologiques.

 

Nous avons pourtant appris, hier, en commission, que la relation régulière entre vous et Proximus n’apparaît pas comme déterminante. C’était en tout cas mon sentiment. Dès lors, on est en droit de s’interroger sur le rôle réel qui est le vôtre au sein du gouvernement et, singulièrement, sur votre rôle en lien avec cette entreprise publique. Je crois savoir, d’ailleurs, que vous vous sentez parfois mal à l’aise ou en difficulté face à cette situation.

 

Les décisions qui sont prises dans les entreprises publiques, madame la ministre, s’inscrivent dans un projet global: celui du gouvernement, de votre gouvernement. Ce projet consiste à réaliser des économies sur le dos des travailleurs, sur le dos des entreprises publiques et sur la fonction publique. Ainsi, Proximus supprime des milliers d’emplois. La SNCB doit réaliser 675 millions d’euros d’économies. Belfius doit vendre des parts publiques. Le prochain contrat de bpost doit représenter 50 millions d’euros en moins. La Régie des Bâtiments doit faire 250 millions d’euros d'économies et les fonctionnaires sont constamment attaqués. Votre gouvernement prépare donc, pour demain, moins de services pour les citoyens et moins de proximité. Pour nous socialistes, cela est inacceptable.

 

Madame la ministre, pourquoi avoir validé la suppression de milliers d’emplois chez Proximus? Quel contact avez-vous réellement avec la direction de Proximus? Son président nous disait que vous prépariez régulièrement les conseils d’administration avec lui et avec les membres de celui-ci, du moins partiellement.

 

Quelle garantie avez-vous que Proximus n’ira pas plus loin dans cette suppression de postes et dans cette restructuration? Cela ne va-t-il pas à l’encontre des objectifs que vous poursuivez en matière d’innovation et de connectivité? Pourquoi continuer à valider cette destruction de l’entreprise publique et de nos entreprises publiques?

 

Enfin, vous nous avez affirmé que le dialogue social était essentiel. Comment les représentants des travailleurs ont-ils effectivement été associés au plan de restructuration de Proximus?

 

Je vous remercie d’ores et déjà pour vos réponses.

 

20.02  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, cette annonce récente de suppression de postes chez Proximus suscite une vive inquiétude, tant pour les travailleurs concernés que pour l’avenir du modèle d’entreprise à participation publique, dans un contexte que nous connaissons, celui de l’intelligence artificielle et d’une accélération technologique.

 

Le plan stratégique présenté par l’entreprise prévoit la suppression de 1 200 emplois en Belgique d’ici 2030 – soit 15 % des effectifs – dans le cadre d’une stratégie visant à renforcer l’efficacité opérationnelle, notamment par la simplification des processus et le déploiement accru de l’intelligence artificielle. Ces suppressions, selon ce qui nous est annoncé, doivent s’opérer principalement par le nonremplacement des départs à la retraite, dont environ 800 sont attendus dans les prochaines années. Si lentreprise affirme vouloir mener cette transformation "sans disruption sociale", la perspective d’une réduction aussi significative des effectifs soulève des questions fondamentales sur la manière dont une entreprise dont l’État demeure l’actionnaire majoritaire doit gérer l’impact social de cette innovation technologique.

 

Et pour être honnête, c’est surtout cet aspectlà qui mintéresse ici. Lintelligence artificielle est en train de bouleverser le monde: le monde de lemploi, le monde de lentreprise, le service public. Et le monde politique, lui, me semble avancer tout droit, comme un somnambule, sans stratégie ni vision. Je crois quil est largement temps de se réveiller.

 

Le développement de l’intelligence artificielle n’est ni soudain ni imprévisible. Depuis plusieurs années, experts, institutions et acteurs économiques alertent sur ses conséquences profondes en matière d’organisation du travail, de compétences et de volume d'emploi. Dans ce contexte, il ne s’agit pas d’un choc exogène, mais d’une mutation progressive et largement anticipée, qui aurait dû faire l’objet d’une planification stratégique approfondie, notamment en termes d’anticipation des compétences et de reconversion professionnelle.

 

Proximus constitue ici un cas d’école. L’intelligence artificielle est déjà largement intégrée dans certaines activités. Par exemple, une part croissante des interactions avec les clients est désormais traitée par des outils automatisés et les assistants numériques auraient déjà répondu à plus d’un million de demandes en un an. Cette évolution traduit une transformation profonde des métiers du service client, dont la gestion des données et de l’exploitation du réseau.

 

Audelà du cas spécifique de Proximus, cest une véritable question de doctrine publique qui se pose. Une entreprise dont lactionnariat public est significatif ne peut se contenter de subir les transformations technologiques comme nimporte quel acteur privé. Elle doit au contraire incarner un modèle de transition anticipée, équitable et responsable, conciliant innovation technologique, performance économique et responsabilité sociale.

 

À cet égard, la question de l’impact de l’intelligence artificielle sur l’emploi ne peut être abordée uniquement sous l’angle de la productivité ou de la réduction des coûts. Elle doit aussi être envisagée comme un levier de transformation positive: développement de nouvelles compétences, amélioration des services publics numériques et création de nouvelles formes de valeur.

 

Président: Florence Reuter, vice-présidente.

Voorzitter: Florence Reuter, ondervoorzitster.

 

Madame la ministre, quelle stratégie prospective a été mise en place au cours des dernières années pour anticiper l'impact de l'automatisation et de l'intelligence artificielle dans les métiers au sein de Proximus? Quels investissements ont été réalisés en matière de formation, de requalification et de reconversion interne afin de permettre aux travailleurs de s'adapter à cette transformation technologique?

 

Dans quelle mesure l'État actionnaire a-t-il exigé des scénarios d'anticipation sociale avant d'approuver les orientations stratégiques liées à la transformation numérique de l'entreprise? Compte tenu du fait que près de la moitié des travailleurs de l'entreprise ont plus de 50 ans, quelles mesures spécifiques sont envisagées pour garantir un accompagnement digne et réaliste de ces travailleurs dans les années à venir?

 

Comment le gouvernement entend-il s'assurer qu'une intelligence artificielle ne devienne pas uniquement un levier de réduction des coûts salariaux, mais bien un outil permettant d'augmenter les capacités humaines, d'améliorer le service au citoyen et de créer de la valeur durable?

 

Enfin, quelle vision le gouvernement porte-t-il pour l'avenir de cette entreprise stratégique, tant en matière d'emploi et de gouvernance que de stratégie industrielle dans un secteur des télécommunications en pleine mutation?

 

20.03  Farah Jacquet (PVDA-PTB): Madame la ministre, l'entreprise Proximus, dont l'État belge est actionnaire majoritaire, a annoncé récemment dans son nouveau plan stratégique la suppression nette de 1 200 emplois d'ici 2030. Cette réduction se ferait principalement en ne remplaçant pas une partie des départs naturels et des départs à la retraite, mais cette annonce n'est pas anodine. En effet, cela représente environ 12 % des effectifs de l'entreprise en Belgique. Selon plusieurs informations, cette tendance pourrait se poursuivre après 2030. Autrement dit, c'est une réduction durable de l'emploi qui est envisagée dans une entreprise publique pourtant stratégique. La direction de Proximus explique cette décision par la transformation numérique de l'entreprise et par l'usage croissant de l'intelligence artificielle. Ainsi, il est prévu que 20 % des contacts dans les centres d'appel soient gérés par des assistants virtuels, sans intervention humaine. L'objectif affiché est de réinventer le fonctionnement de l'entreprise et d'en améliorer l'efficacité grâce à la simplification et à l'intelligence artificielle.

 

Derrière ce projet, il y a des travailleurs et des travailleuses, et les annonces ne se limitent pas aux 1 200 suppressions d'emploi. Selon les estimations relayées par les syndicats, près de 2 000 emplois pourraient être profondément modifiés, parfois de manière très significative. Autrement dit, un travailleur sur cinq pourrait voir son métier évoluer, voire être transformé en profondeur. Pour l'instant, beaucoup de choses ne sont pas claires. Les représentants des travailleurs disent eux-mêmes ne pas avoir reçu d'informations précises quant à l'impact de ces mesures selon les départements ou les fonctions. Dans le même temps, on annonce déjà que certaines fonctions considérées comme non essentielles ne seront plus remplacées.

 

Cela soulève évidemment plusieurs questions majeures. C'est tout d'abord une question d'emploi. Quand une entreprise publique supprime 1 200 postes, alors qu'elle doit relever d'énormes défis tels que le déploiement de la fibre, cela ne peut pas être perçu comme une simple adaptation technique, mais pose plutôt la question du rôle de l'État actionnaire et de la vision qu'inspire cette entreprise stratégique au gouvernement. Se pose ensuite la question des conditions de travail. Si l'on supprime des postes tout en transformant profondément les métiers, il est légitime de se demander ce que cela signifie pour les travailleurs qui restent. Subiront-ils une plus grande charge de travail, accompagnée d'un plus grand nombre de compétences à acquérir? Quelles garanties d'accompagnement recevront-ils?

 

Finalement, il y a la question de la qualité du service. L'intelligence artificielle peut être utile mais elle ne peut pas devenir un prétexte pour tout remplacer massivement, comme les contacts humains, principalement dans des services qui concernent des millions de citoyens.

 

Dès lors madame la ministre, je voudrais vous poser les questions suivantes: quelle est la position du gouvernement face à cette réduction importante de l'emploi annoncée par la direction? Le gouvernement a-t-il été consulté ou informé en amont sur ce plan stratégique et sur ses conséquences sur l'emploi en Belgique? Quelle a été votre réaction et quels ont été les échanges avec la direction? Quels engagements avez-vous pris vis-à-vis des syndicats? Quels seront les postes qui seront supprimés? Qu'en sera-t-il des conditions de travail du personnel restant, notamment en matière de charge de travail? Quelles garanties pouvez-vous apporter quant au maintien de la qualité du service? Comment le gouvernement entend-il encadrer l'utilisation croissante de l'intelligence artificielle dans une entreprise publique afin que celle-ci ne se traduise ni par une dégradation du service aux citoyens, ni par une pression accrue sur les travailleurs?

 

Finalement, pouvez-vous nous dire si Proximus souhaite toujours procéder à certains transferts d'activités? Ainsi, voici environ deux ans, plus de 300 collaborateurs Proximus ont été transférés de la société mère vers la filiale Proximus-NXT. Existe-t-il des projets pour réintégrer ces activités au sein de Proximus SA?

 

20.04  Dieter Keuten (VB): Mevrouw de minister, onze economie, de motor van onze welvaart, draait vierkant. Elke week komt hier aan bod dat brandstof en energie te duur zijn. Veel mensen die onze economie doen draaien, blijven maar staken, zo zagen we vandaag opnieuw. De mensen die onze economie heruitvinden, de ondernemers, worden nog steeds bedolven onder regels en de mensen die onze economie doen groeien, de investeerders, worden weggejaagd. Ze worden weggejaagd met meerwaardetaksen of door een exittaks ontmoedigd om ooit naar hier te komen. Vorig jaar gingen er maar liefst 30.000 jobs verloren door het hoogste aantal faillissementen in 12 jaar. Deze trend is trouwens niet aan het dalen. Nog deze week kondigde de grootste werkgever uit mijn regio, Nike, meer dan 400 ontslagen aan op een campus van nog geen zeven jaar oud. Die campus draait op 100 % hernieuwbare energie, heeft 99 % aanvoer via het kanaal, 95 % afvalrecyclage en 30 % CO-reductie. Het volstaat allemaal niet. Het zijn groene sprookjes.

 

De eerste minister had het net ook over groene sprookjes versus de wetten van onze economische realiteit. Hij heeft het groene sprookje van de Green Deal helaas nog niet geschrapt. Onze bedrijven moeten vandaag vechten om te overleven. Dat is des te duidelijker in de telecomsector. Dat is de sector die vooroploopt in de digitalisering die onze productiviteitsmotor opnieuw moet doen aanslaan. Niemand ontkent dat de telecomsector enorme investeringen moet of moest doen. In onze buurlanden slagen KPN, Orange en Deutsche Telekom erin die investeringen te doen en tegelijk interessant te blijven voor de aandeelhouders. Hier is de realiteit echter heel anders. Ooit hadden we een Vlaams telecomsuccesverhaal, maar Telenet is vandaag 100 % in Amerikaanse handen. Telenet kondigde 350 ontslagen aan en Proximus maar liefst 1.200 afvloeiingen.

 

Dat is geen verrassing, want wat zagen we de voorbije jaren? Beurswaarden gedeeld door vier, dividenden gedeeld door vijf en 300 miljoen euro afschrijvingen op buitenlandse activiteiten.

 

Gelukkig is er sinds kort een sprankeltje hoop. Er is een Vlaamse CEO aangesteld, die de belangrijkste markt van Proximus, de binnenlandse markt, goed kent.

 

Er is nog meer goed nieuws, want er komt een nieuwe voorzitter bij Proximus. Het is ditmaal geen ex-minister of ex-partijvoorzitter op prepensioen, maar een specialiste uit het bedrijfsleven met een bewezen staat van dienst. Hoera. De top van Proximus vraagt aan het personeel om efficiënter te werken, aan de aandeelhouders om tevreden te zijn met minder dividend en aan de markt om geduld te hebben.

 

Wel, in naam van de Vlaamse belastingbetaler willen we ook iets vragen, namelijk dat Proximus eindelijk wordt bestuurd als een topbedrijf en niet als een verlengstuk van de Wetstraat.

 

Mevrouw de minister, ik heb drie vragen.

 

Ten eerste, over de afvloeiingen. In welke mate was u betrokken bij die beslissing? Hoeveel van deze jobs zullen in ons binnenland verdwijnen?

 

Ten tweede, over governance. In april worden in de algemene vergadering bij Proximus nieuwe bestuurders benoemd. Kunt u garanderen dat het om onafhankelijke experts met aantoonbare kennis zal gaan? Stel u voor.

 

Ten derde, dit nieuwe Proximusbestuur verdient een langetermijnvisie van zijn hoofdaandeelhouder. In het regeerakkoord lees ik zwart op wit dat u de rol van de overheid zult evalueren en optimaliseren. Hoever staat u met die belofte?

 

20.05  Vanessa Matz, ministre: Madame Jacquet, messieurs Legasse, De Smet et Keuten, je tiens tout d'abord à vous réaffirmer que je reste pleinement attentive à l'évolution de Proximus et de sa stratégie.

 

Overheidsbedrijven zijn strategische spelers. Ze zorgen vooral voor een goede openbaredienstverlening, maar ze zijn ook essentieel voor onze economie en voor onze technologische soevereiniteit.

 

Vous connaissez l'importance que j'accorde au maintien des services publics, à leur accessibilité et à leur fiabilité pour les citoyens. Mon objectif est de veiller à la solidité de l'entreprise, à la pérennisation d'emplois de qualité et à sa capacité d'investissement pour des infrastructures de télécommunications modernes et performantes sur le long terme.

 

La stratégie présentée par Proximus s'inscrit dans une transformation déjà engagée face à l'évolution des usages numériques, à une concurrence accrue et aux investissements majeurs dans la fibre et les réseaux mobiles.

 

Door de activiteiten te vereenvoudigen en de organisatie te moderniseren, past Proximus zich aan de nieuwe realiteit van de sector aan.

 

La viabilité de nos entreprises publiques passe par des organisations efficaces, avec des dépenses saines, utiles et mesurées qui leur permettent d’investir dans l’innovation, dans les infrastructures et dans les compétences.

 

Pour moi, il est impératif que cette transformation puisse se faire sans rupture sociale.

 

Je tiens également à préciser quelques éléments qui ont toute leur importance. La trajectoire envisagée repose sur les départs naturels à la retraite et sur un non-remplacement partiel de ces départs. J’insiste sur les mots. Contrairement aux raccourcis que j’ai pu lire ou entendre, ces non-remplacements seront étalés dans le temps et, je le redis fermement, sans plan de licenciements secs.

 

De vertegenwoordigers van Proximus hebben dit gisteren in de Kamer ook herhaald. Deze aanpak moet zorgen voor een gefaseerde aanpassing en voorkomt abrupte maatregelen.

 

Rappelons aussi que le choix de ne pas remplacer une partie des départs naturels s'inscrit dans une démarche amorcée il y a plusieurs années. En effet, la stratégie présentée précédemment par l'ancien CEO Guillaume Boutin prévoyait déjà une évolution de l'organisation de l'entreprise, notamment à travers un non-remplacement partiel des départs naturels à la retraite. Il s'agit donc d'une transformation progressive et pas d'une rupture soudaine.

 

Concernant le dialogue social, il constitue naturellement un élément essentiel dans ce type d'évolution. Et, là aussi, vous aurez pu remarquer que dès mon entrée en fonction, il y a plus d'un an, j'ai placé le dialogue et la concertation sociale au cœur de ma politique dans chacune de mes compétences. Au sein de Proximus, les transformations organisationnelles sont abordées dans le cadre des instances de concertation sociale de l'entreprise.

 

J'en veux pour preuve la présence des partenaires sociaux hier en commission de la Mobilité, aux côtés du président et du CEO de Proximus. Les syndicats sont consultés depuis plusieurs années sur le Strategic Workforce Planning, c'est-à-dire sur les prévisions concernant les départs naturels, les remplacements, les recrutements et les pensions. Ces échanges ont lieu au sein de l'organe de concertation, plus précisément dans le groupe de travail SOC.

 

Dans ce cadre, les syndicats reçoivent régulièrement des informations sur l'évolution des effectifs ainsi que sur les tendances et les innovations qui influencent la charge de travail. Le volet "Formation" qui soutient ce planning des effectifs leur est également présenté. Il fait l'objet de discussions régulières et est adapté lorsque ça s'avère nécessaire.

 

Voorzitter: Peter De Roover, voorzitter.

Président: Peter De Roover, président.

 

Het doel is deze ontwikkelingen goed te begeleiden en ervoor te zorgen dat werknemers een toekomst hebben, in een sector die snel verandert door technologie.

 

Dans ce cadre, l’entreprise développe des politiques d’accompagnement importantes, notamment en matière de formation, de reskilling et d’upskilling, ainsi que de mobilité interne. L’enjeu est de permettre aux travailleurs d’évoluer avec les transformations technologiques du secteur et de maintenir un haut niveau d’employabilité et de compétence au sein de l’entreprise. L’implémentation de l’IA constitue une véritable opportunité de développement et d’évolution. L’utilisation de l’IA permet également de libérer des collaborateurs de tâches plus ingrates, plus répétitives et moins épanouissantes.

 

Le CEO expliquait, hier, en commission, les objectifs stratégiques de l’intégration de l’IA, notamment celui d’offrir un meilleur service aux clients et une plus grande rapidité dans les réponses apportées lors des contacts avec le service client. Le chiffre a d’ailleurs été donné hier: en un an, 1,4 million de questions adressées au service client ont été traitées par l’IA. L’intelligence artificielle constitue un levier à saisir, un outil dont nous devons nous doter, plutôt qu’une fatalité qui nous dépasserait et face à laquelle nous serions impuissants.

 

Concernant mon rôle dans la stratégie de Proximus, il est important de rappeler à nouveau – même si je pense l’avoir déjà dit à plusieurs reprises, mais il est probablement plus facile de ne pas entendre – quelques éléments du cadre institutionnel dans lequel s’inscrivent les décisions de gestion de Proximus.

 

Conformément à la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, Proximus est une entreprise publique autonome. Cela signifie que sa gestion opérationnelle et ses décisions organisationnelles relèvent de ses organes de gouvernance et de son management. En tant que ministre des Entreprises publiques, je n’interviens donc pas dans les décisions de gestion interne de l’entreprise. Le rôle de l’État actionnaire s’exerce, quant à lui, via la Société Fédérale de Participations et d'Investissement (SFPIM).

 

De regering trekt de Staat als meerderheidsaandeelhouder van Proximus niet in twijfel.

 

Dans ce cadre, la SFPIM suit les grandes orientations stratégiques des entreprises dans lesquelles l'État détient une participation. Elle agit sous la tutelle du ministre des Finances.

 

Dat betekent dat we samen ervoor zorgen dat deze ondernemingen zich ontwikkelen op een manier die past bij het algemeen belang, hun financieel evenwicht en hun belangrijke rol in de Belgische economie.

 

Dans ce contexte, les relations entre l'État actionnaire et Proximus sont encadrées par un relationship agreement qui précise les modalités d'information et de dialogue entre l'entreprise et l'actionnaire public. C'est dans ce cadre que j'ai été informée de la trajectoire stratégique de l'entreprise. La définition et la mise en œuvre de la stratégie opérationnelle relèvent des organes de gouvernance de l'entreprise. Ce dispositif vise précisément à garantir à la fois l'autonomie de gestion de l'entreprise et une information adéquate de l'actionnaire public.

 

Comme cela vous a été dit hier, il y a au minimum un moment d'échange par mois en préparation de chaque conseil d'administration (CA). C'est un dialogue utile. Je participe d'ailleurs régulièrement à la réunion de préparation du CA.

 

Concreet moeten we ons concentreren op de essentie, met name op de uitrol van glasvezel en 5G, en de interne organisatie efficiënter maken. Dat vereist eenvoudigere processen en meer autonomie voor de teams.

 

Je veillerai à ce que la stratégie de Proximus offre un équilibre entre les investissements importants et les attentes de la société.

 

Proximus poursuit le déploiement de sa nouvelle génération d'infrastructures afin de garantir la connectivité des citoyens et des entreprises. L'entreprise s'est fixé pour objectif l'atteinte d'une couverture de 80 % en fibre optique d'ici 2035 et de 99 % en 5G d'ici 2027. Je veillerai à ce que des alternatives technologiques de qualité soient proposées là où la fibre ne peut être déployée et à ce qu'un suivi renforcé de la qualité de service soit assuré. Je soutiendrai les investissements stratégiques de Proximus et encouragerai une coordination étroite avec les régions afin d'optimiser le déploiement des réseaux et réduire les zones de faible connectivité.

 

Enfin, Proximus continuera à réduire la fracture numérique et à garantir l'accessibilité de ses services aux groupes vulnérables, notamment par le biais de solutions inclusives et le maintien de tarifs sociaux.

 

Madame et messieurs les députés, je le redis: en 2026, je poursuivrai une politique de modernisation et de consolidation des entreprises publiques en combinant leurs missions de service public avec une gestion rigoureuse et une vision à long terme. Elles doivent rester des acteurs exemplaires de proximité, de confiance et de durabilité, capables de soutenir la transition écologique et numérique du pays tout en renforçant la cohésion sociale.

 

Enfin, je rappelle que le Parlement a eu hier l'occasion d'entendre directement les responsables de l'entreprise. Le nouveau CEO de Proximus ainsi que son président sont en effet venus en commission de la Mobilité ce 11 mars afin d'y être auditionnés.

 

Les membres de cette commission ont ainsi eu toute latitude pour les interroger en détail sur la stratégie, les transformations en cours et la manière dont Proximus entend garantir, dans ce contexte d’évolution, la préservation d’emplois de qualité.

 

Pour ma part, je resterai attentive, dans le cadre de mon rôle d’autorité de tutelle sur les entreprises publiques et mon rôle d’actionnaire via la SFPIM, à ce que l’évolution de Proximus contribue à la qualité du dialogue social et des services et à la soutenabilité de l’entreprise. À cet égard, la SFPIM exercera ses droits d’actionnaire afin d’assurer un suivi régulier de cette trajectoire.

 

SFPIM zorgt ervoor dat de personen die worden voorgedragen voor de raad van bestuur van Proximus samen voldoende ervaring en vaardigheden hebben.

 

Je veux accompagner ces transformations avec méthode, concertation et respect pour celles et ceux qui font vivre nos entreprises publiques au quotidien. La qualité du dialogue social demeurera un levier essentiel. Les transformations à venir doivent être portées collectivement, dans un esprit de concertation et de justice sociale.

 

20.06  Dimitri Legasse (PS): Madame la ministre, vous nous confirmez donc que vous participez activement à des réunions préparatoires – à celles évoquées hier par Stefaan De Clerck. Vous avez donc participé, en quelque sorte, à cette décision importante visant à réduire de 12 % les effectifs. Vous nous dites qu'il s'agit de remplacer un départ sur trois à l'horizon 2030; de 2030 à 2035, ce sont 1 300 autres départs qui sont concernés. Nous parlons bien de 12 % des effectifs, voire davantage, l'entreprise employant 10 000 travailleurs en Belgique. On a beau dire le contraire, il s'agit bien d'une perte d'emplois. Vous dites que vous souhaitez accompagner et conserver le caractère public de l'entreprise; vous conviendrez qu'en termes d'emplois, à tout le moins, il y a une difficulté.

 

Monsieur le président, je souhaite vous informer que je vais déposer une motion de recommandation qui demande au gouvernement d'obliger la direction de Proximus à défendre l'emploi. C'est un mot qu'ils n'ont pas souvent cité hier. Ils ont davantage parler de perte et de disparition plutôt que de défense de l'emploi, en ce compris la garantie et les conditions d'emploi. La motion demande également au gouvernement de refuser tout projet visant à diminuer les parts de l'État dans l'entreprise et de lutter contre la fracture numérique et les zones de faible connectivité.

 

20.07  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, merci pour votre réponse qui contient beaucoup d'éléments intéressants. Néanmoins, je dois vous dire que je suis quelque peu inquiet de votre approche qui me semble très, très enthousiaste à l'égard de l'intelligence artificielle. Bien sûr, l'IA est une invention merveilleuse. Bien sûr, et vous avez eu raison de le dire, elle va libérer un grand nombre d'êtres humains, chez Proximus et ailleurs, de tâches ingrates et répétitives. Bien sûr, elle comporte des applications formidables. Pensons, par exemple, à la prévention dans le domaine médicale. Toutefois, j'observe une forme de cécité lorsque l'on considère que c'est une révolution technologique comparable aux autres. Je ne le pense pas. Elle me paraît beaucoup plus révolutionnaire que les précédentes.

 

Je me méfie grandement du discours qui consiste à dire que, comme les révolutions technologiques précédentes, certes, l'IA va détruire des emplois, mais qu'elle va en créer d'autres. C'est ce qu'on entend évidemment très souvent. Le problème est que l'on voit très bien, et c'est en cela que le cas de Proximus est intéressant, les emplois qui sont détruits par l'intelligence artificielle, mais que l'on ne voit pas encore bien ceux qu'elle crée. Ce constat est formé par les ingénieurs, par les avocats, par plusieurs médecins, par les doubleurs, par tous les gens qui travaillent dans l'écrit tels les scénaristes, par ceux qui travaillent à partir d'images et qui, tout à coup, ont l'impression que le sol se dérobe sous leurs pieds. C'est aussi le constat de nombreux jeunes qui poursuivent des études et se demandent très sérieusement si le débouché va encore exister dès qu'ils les auront terminées.

 

Au-delà donc du cas de Proximus, qui est une entreprise envers laquelle, comme État, nous avons une responsabilité particulière, j'estime que le monde politique ne doit pas se montrer naïf. Il est évident que nous n'allons pas arrêter l'intelligence artificielle. Des cadrages doivent certainement être établis. En tout cas, je pense que nous ne réalisons pas à quel point, pour notre génération politique, cela sera peut-être le plus gros choc d'emplois et de société à absorber dans les années à venir. Je vous invite, madame la ministre, à vous y montrer encore plus attentive à l'avenir.

 

Monsieur le président, j'ai moi aussi une proposition de motion qui invite le gouvernement à en faire plus sur le sujet.

 

20.08  Farah Jacquet (PVDA-PTB): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. J’ai entendu que Proximus est bel et bien une société autonome. Pourtant, elle n’est pas une entreprise comme les autres, puisque l’État en est l’actionnaire majoritaire. Dès lors, lorsque 1 200 emplois disparaissent, cela ne peut pas être considéré comme une simple décision de gestion interne. Cela pose forcément la question de la responsabilité politique de l’État actionnaire. La question est donc simple: le gouvernement soutient-il ou non cette réduction massive de lemploi, alors que notre pays doit relever des défis énormes, comme le déploiement de la fibre?

 

Vous avez insisté sur le fait qu'il s'agit de départs naturels, mais pour les équipes qui sont sur le terrain, cela signifie moins de collègues pour accomplir le même travail. Et lintelligence artificielle ne pourra pas tout remplacer. La question n’est donc pas seulement celle du nombre de départs, mais aussi celle de la charge de travail pour ceux qui resteront. Sur ce point, vous n’avez pas donné de garanties claires. C’est pourtant une source d’inquiétude majeure pour les organisations syndicales. Il faudra leur apporter des garanties sur ce point.

 

Je pense évidemment aux travailleurs, mais aussi aux clients, qui galèrent parfois pendant des heures pour obtenir une réponse à leurs questions. Réduire les effectifs du service à la clientèle et les remplacer par des assistants virtuels facilite peutêtre la vie de la direction mais cela complique très fortement les choses pour des milliers de clients. Tout le monde nest pas à laise avec le numérique, et beaucoup souhaitent simplement avoir encore un être humain au bout du fil.

 

Je vous demande donc, madame la ministre, d’imposer à la direction une transparence totale sur les plans qu’elle entend mettre en place, de vous assurer que les syndicats aient accès à toutes les informations nécessaires et qu’ils soient consultés du début à la fin du processus. Leur inquiétude est compréhensible car la modification de près de 2 000 emplois est tout de même assez grave.

 

Oui, Proximus est une entreprise autonome, mais cela reste une entreprise publique.

 

Nous pouvons donc nous demander comment éviter à l'avenir de telles suppressions de postes. Qu'en est-il de la sous-traitance? Quels efforts la direction est-elle prête à faire? Il y a aussi la question des hauts dirigeants, qui touchent des salaires très élevés et des bonus à court et long terme, ainsi que toute une série d'avantages qui sont liés aux performances. En 2024, par exemple, le CEO Guillaume Boutin a touché plus de 2,2 millions d'euros! Ici, on se dit que ce sera encore une fois aux travailleurs de porter tout le poids des efforts. Mais non!

 

Un jour, il va falloir prendre un peu de recul et avoir un vrai débat sur l'intelligence artificielle dans notre société, car, jusqu'ici, cela se traduit surtout par des suppressions d'emplois dans les entreprises de télécommunications, dans la grande distribution, dans les banques et dans beaucoup d'autres secteurs. Il va falloir se demander à quoi sert l'intelligence artificielle: à supprimer des emplois et augmenter les dividendes des actionnaires ou bien à l'amélioration de la vie de tout le monde?

 

Je ne demanderai pas au ministre Clarinval les chiffres des emplois disponibles, mais nous savons déjà que ce nombre risque de diminuer, parce que l'intelligence artificielle pourrait remplacer certaines tâches sur du long terme. Utilisons les progrès technologiques comme un outil au service de toute la société, avec des semaines de travail plus courtes, des congés plus longs et un âge de départ à la pension plus tôt, par exemple. Le progrès technologique doit être au service des travailleurs, pas des actionnaires.

 

Nous allons déposer une motion de recommandation en ce sens.

 

20.09  Dieter Keuten (VB): Mevrouw de minister, dank u wel. U had het terecht over de strategische rol van Proximus en over de noodzaak van technologische soevereiniteit. U had het ook over de relationship agreement. Maar de hamvraag, mevrouw de minister, is wat die relationship agreement van de toekomst is. Hoe zal die er op lange termijn uitzien?

 

U had het over meer autonomie voor de teams, als ik u goed verstaan heb. Wat bedoelt u daarmee, meer autonomie voor de teams van Proximus? Dat is niet duidelijk geworden vandaag.

 

Ik herhaal onze eis namens de Vlaamse belastingbetaler voor een langetermijnvisie van u als hoofdaandeelhouder, en ook onze eis voor professioneel bestuur bij Proximus. Avec rigueur et intégrité, liet u optekenen in de pers. Ik mag het hopen, want het recente verleden boezemt ons geen vertrouwen in.

 

De CEO mocht vertrekken naar een concurrent, met zijn riante loon. Een door de MR benoemde bestuurder bij Proximus mocht onlangs vertrekken wegens veroordeeld voor corruptie. Het mandaat van een eerder door de MR aangestelde bestuurder werd niet verlengd wegens vermoedens van subsidiefraude. Onderzoek naar subsidiefraude kan helaas lang duren in dit land.

 

Het hoeft geen betoog dat dit allemaal zeer schadelijk was voor een beursgenoteerd bedrijf, waar onze belastingbetaler dus mede-eigenaar van is. Het brokkenparcours van deze bestuurders ligt nu gelukkig achter ons. De nieuwe CEO verdient wat ons betreft een eerlijke kans om samen met de nieuwe voorzitster een nieuwe start te maken.

 

Tegelijk moeten we eerlijk zijn over de consoliderende markt waarin dat bedrijf opereert. Voor ons, als enige overgebleven Vlaams-nationale partij, is het cruciaal dat Proximus niet in buitenlandse handen komt. Nationale soevereiniteit is voor ons geen modewoord. Proximus speelt een strategische rol in onze digitale infrastructuur, zoals bevestigd door de minister, in onze economie en natuurlijk in onze veiligheidsarchitectuur. In het regeerakkoord staat opnieuw dat de federale overheid haar participatie zal optimaliseren. Dat moet dus worden onderzocht en liefst op korte termijn. Proximus en dit Parlement hebben recht op duidelijkheid.

 

Laat nog één ding duidelijk zijn, collega’s. De afbouw van het overheidsaandeel ten voordele van buitenlandse investeerders kunnen wij niet aanvaarden. Dat een N-VA-parlementslid - hier toevallig niet aanwezig - actief pleit voor een Franse overname van het bestuur van Proximus vinden wij op zijn minst deontologisch onbegrijpelijk.

 

Ik heb hier een motie van aanbeveling klaar. Die vraagt de regering om twee eenvoudige zaken, twee aanbevelingen die ik niet zelf heb uitgevonden, maar die ik heb overgenomen uit het regeerakkoord en uit de tussenkomsten van de collega’s van de meerderheid. We vragen de regering ten eerste te garanderen dat toekomstige bestuurders bij Proximus op basis van aantoonbare expertise worden benoemd. Ik heb u horen spreken over voldoende vaardigheden, aantoonbaar voldoende vaardigheden, mevrouw de minister. Ik denk dus dat dat probleemloos kan worden aanvaard. Als tweede aanbeveling vragen we een duidelijk tijdkader voor de beloofde evaluatie van de federale overheidsparticipaties, die moet aantonen of en hoe die participaties nog passen binnen de strategische rol van de Belgische Staat. We vragen dus een tijdkader voor die evaluatie. Die twee zaken zullen Proximus, en niet alleen Proximus, helpen om opnieuw welvaart te creëren voor werknemers, voor klanten, voor aandeelhouders en voor onze economie.

 

Moties

Motions

 

De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Dimitri Legasse en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Dimitri Legasse en François De Smet, mevrouw Farah Jacquet en de heer Dieter Keuten

en het antwoord van de minister van Modernisering van de Overheid, belast met Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, het Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid,

vraagt de regering

- de directie van Proximus ertoe te verplichten de werkgelegenheid bij het overheidsbedrijf te verdedigen en de beslissing om de komende jaren duizenden banen bij het bedrijf te schrappen, te herzien;

- de directie van Proximus ertoe te verplichten goede werkomstandigheden te garanderen voor de werknemers van het overheidsbedrijf;

- ervoor te zorgen dat Proximus een overheidsbedrijf blijft en alle plannen om de participatie van de Staat in dat overheidsbedrijf te verminderen, af te wijzen;

- de uitrol van glasvezel over het hele grondgebied te garanderen, voor een betere connectiviteit voor alle burgers;

- ervoor te zorgen dat er geen zones met een slechte internetverbinding meer zijn;

- een echt beleid te voeren om komaf te maken met de digitale kloof en te garanderen dat de door overheidsbedrijven geleverde diensten voor de hele bevolking toegankelijk zijn. Proximus moet een centrale rol spelen in die strijd tegen de digitale kloof;

- erop toe te zien dat de strategische ontwikkeling van Proximus strookt met de economische en de sociale belangen van België;

- een einde te maken aan de door deze regering ondernomen ontmanteling van de overheidsbedrijven, meer bepaald door alle plannen die strekken tot massale besparingen, onder meer bij bpost en de overheidsspoorbedrijven, stop te zetten;

- een echte toekomststrategie voor onze overheidsbedrijven te bepalen, waarbij er ingezet wordt op nabijheid en op de kwaliteit van de dienstverlening aan alle burgers;

- de sociale dialoog bij alle overheidsbedrijven te versterken."

 

Une première motion de recommandation a été déposée par M. Dimitri Legasse et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Dimitri Legasse et François De Smet, Mme Farah Jacquet et M. Dieter Keuten

et la réponse de la ministre de l'Action et de la Modernisation publiques, chargée des Entreprises publiques, de la Fonction publique, de la Gestion immobilière de l'État, du Numérique et de la Politique scientifique,

demande au gouvernement

- d'obliger la direction de Proximus de défendre l’emploi au sein de l’entreprise publique et de revoir la décision de suppression de plusieurs milliers de postes au sein de l’entreprise dans les années à venir;

- d'obliger la direction de Proximus à garantir de bonnes conditions de travail aux employés de l’entreprise publique;

- de maintenir le caractère public de Proximus, et de refuser tout projet visant à diminuer les parts de l’État dans cette entreprise publique;

- de garantir le déploiement de la fibre sur l’ensemble du territoire pour permettre d’améliorer la connectivité de l’ensemble des citoyens;

- de lutter contre les zones de faible connectivité;

- de mettre en place une véritable politique de lutte contre la fracture numérique et de garantir l’accessibilité des services fournis par les entreprises publiques à l’ensemble de la population. Proximus doit jouer un rôle central dans cette lutte contre la fracture numérique;

- de s’assurer que le développement stratégique de Proximus s’effectue en cohérence avec les intérêts économiques et sociaux de la Belgique;

- d'arrêter la logique de destruction des entreprises publiques poursuivie par le gouvernement, en stoppant notamment tous les projets d’économie massive, y compris sur bpost et les entreprises publiques des chemins de fer;

- de définir une véritable stratégie pour l’avenir de nos entreprises publiques, en renforçant la logique de proximité et la qualité des services pour l’ensemble des citoyens;

- de renforcer le dialogue social au sein de l’ensemble des entreprises publiques."

 

Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Dimitri Legasse en François De Smet, mevrouw Farah Jacquet en de heer Dieter Keuten

en het antwoord van de minister van Modernisering van de Overheid, belast met Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, het Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid,

- gelet op de recent aangekondigde massale schrapping van banen bij Proximus en op het feit dat het door de naamloze vennootschap van publiek recht voorgestelde strategische plan voorziet in de schrapping van ongeveer 1.200 banen in België tegen 2030, d.i. bijna 15 % van het personeelsbestand, in het kader van een beleid tot verbetering van de operationele efficiëntie, met name via de vereenvoudiging van de processen en een toenemend gebruik van artificiële intelligentie;

- gelet op het feit dat dit vooruitzicht tot grote bezorgdheid leidt, zowel bij de betrokken werknemers als voor de toekomst van het op een overheidsparticipatie gebaseerde bedrijfsmodel in de context van een versnelde technologische transformatie;

- gelet op het feit dat AI al een grote rol speelt in bepaalde activiteiten van Proximus, zoals in de klantenservice, het gegevensbeheer en de exploitatie van netwerken;

- gelet op het feit dat de doorbraak van artificiële intelligentie in de hightechsectoren onze samenlevingen ingrijpend aan het veranderen is en verregaande consequenties heeft op het vlak van de arbeidsorganisatie, de competenties en de werkgelegenheidsvolumes;

- gelet op het feit dat de forse opmars van AI aan een grondige strategische planning onderworpen dient te worden, waarbij er geanticipeerd wordt op de vereiste competenties en er aandacht is voor beroepsomschakeling en begeleiding van de werknemers;

verzoekt de regering

- erop toe te zien dat dit strategische plan van het overheidsbedrijf grondig bekeken wordt opdat de impact op het vlak van banenverlies geobjectiveerd en afgebakend wordt in het licht van het gebruik van AI in de beroepen bij Proximus."

 

Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Dimitri Legasse et François De Smet, Mme Farah Jacquet et M. Dieter Keuten

et la réponse de la ministre de l'Action et de la Modernisation publiques, chargée des Entreprises publiques, de la Fonction publique, de la Gestion immobilière de l'État, du Numérique et de la Politique scientifique,

- eu égard à l’annonce récente de suppressions massives de postes au sein de Proximus, au fait que le plan stratégique présenté par la société anonyme de droit public prévoit la suppression d’environ 1 200 emplois en Belgique d’ici 2030, soit près de 15 % des effectifs, dans le cadre d’une politique visant à renforcer l’efficacité opérationnelle, notamment par la simplification des processus et le déploiement accru de l’intelligence artificielle;

- eu égard au fait que cette perspective suscite une réelle inquiétude, tant pour les travailleurs concernés que pour l’avenir du modèle d’entreprise à participation publique dans un contexte de transformation technologique accélérée;

- eu égard au fait que l’IA est déjà largement intégrée dans certaines activités de Proximus qui relèvent de métiers tels que le service client, la gestion des données et l’exploitation des réseaux;

- eu égard au fait que cette percée de l’intelligence artificielle dans des secteurs de technologies de pointe est en train de bouleverser nos sociétés et a de profondes conséquences en matière d’organisation du travail, de compétences et de volumes d’emplois.

- eu égard au fait que l’émergence significative de l’IA doit faire l’objet d’une planification stratégique approfondie, notamment en matière d’anticipation des compétences, de reconversion professionnelle et d’accompagnement des travailleurs;

demande au gouvernement

de veiller à ce que ce plan stratégique de l’entreprise publique fasse l’objet d’une attention soutenue afin que l’impact en termes de pertes d’emplois soit objectivé et circonscrit en ce qui concerne l’utilisation de l’IA dans les métiers de Proximus."

 

Een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Farah Jacquet en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Dimitri Legasse en François De Smet, mevrouw Farah Jacquet en de heer Dieter Keuten

en het antwoord van de minister van Modernisering van de Overheid, belast met Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, het Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid,

- overwegende dat Proximus, het bedrijf waarvan de Belgische Staat meerderheidsaandeelhouder is, in zijn nieuwe strategische plan aankondigt dat er tegen 2030 netto 1.200 voltijdsequivalenten zullen worden geschrapt, hoofdzakelijk door een deel van de natuurlijke afvloeiingen en pensioneringen niet te vervangen;

- overwegende dat die inkrimping ongeveer 12 % van het personeelsbestand in België vertegenwoordigt en na 2030 zou kunnen worden voortgezet, wat een structurele en duurzame vermindering van de werkgelegenheid in een strategisch overheidsbedrijf zou betekenen;

- overwegende dat de directie van het bedrijf de digitale transformatie en de toenemende integratie van AI in de bedrijfsprocessen, met name door de automatisering van een deel van de interacties met de klanten via chatbots, als reden voor deze beslissing aanvoert;

- overwegende dat volgens de informatie die door de vertegenwoordigers van de werknemers meegedeeld werd, bijna 2.000 banen ingrijpend zouden kunnen worden gewijzigd, wat neerkomt op ongeveer één op de vijf werknemers;

- overwegende dat de vakbonden aangeven dat zij in dit stadium niet over volledige informatie in verband met de concrete gevolgen van deze maatregelen per afdeling of per functie beschikken;

- overwegende dat deze aankondigingen aanleiding geven tot grote bezorgdheid over de werkgelegenheid, de arbeidsomstandigheden van het overblijvende personeel en de kwaliteit van de dienstverlening aan de burgers;

- overwegende dat de ontwikkeling van nieuwe technologieën en AI moet passen in een visie van sociale vooruitgang en niet tot minder goede arbeidsomstandigheden of een enorm banenverlies mag leiden;

vraagt de regering

- volledige transparantie te eisen van de directie van Proximus over de maatregelen die in het kader van het strategisch plan van het bedrijf zullen worden genomen en erop toe te zien dat de vakbonden over de nodige informatie beschikken en gedurende het hele proces nauw betrokken worden bij het sociaal overleg;

- haar rol als meerderheidsaandeelhouder ten volle te benutten om alle mogelijke alternatieven voor het aangekondigde banenverlies te onderzoeken, met name door de impact van de outsourcing, de organisatie van het werk en de inspanningen die van de directie gevraagd kunnen worden, te evalueren;

- in een kader te voorzien voor het gebruik van AI in overheidsbedrijven, zodat het gebruik van AI niet tot een minder goede dienstverlening aan de burgers leidt of voor meer druk op de werknemers zorgt;

- een fundamenteel debat op gang te brengen over de impact van nieuwe technologieën en AI op de werkgelegenheid en de organisatie van het werk, zodat de daaruit voortvloeiende productiviteitswinst ten goede komt aan de gehele samenleving, met name door een verkorting van de arbeidstijd, betere arbeidsomstandigheden en een betere levenskwaliteit."

 

Une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Farah Jacquet et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Dimitri Legasse et François De Smet, Mme Farah Jacquet et M. Dieter Keuten

et la réponse de la ministre de l'Action et de la Modernisation publiques, chargée des Entreprises publiques, de la Fonction publique, de la Gestion immobilière de l'État, du Numérique et de la Politique scientifique,

- considérant que Proximus, entreprise dont l’État belge est l’actionnaire majoritaire, a annoncé dans son nouveau plan stratégique la suppression nette de 1.200 équivalents temps plein d’ici 2030, principalement via le non-remplacement d’une partie des départs naturels et des pensions;

- considérant que cette réduction représente environ 12 % des effectifs en Belgique et pourrait se poursuivre au-delà de 2030, ce qui constituerait une diminution structurelle et durable de l’emploi dans une entreprise publique stratégique;

- considérant que la direction de l’entreprise justifie cette décision par la transformation numérique et l’intégration accrue de l’intelligence artificielle dans ses processus, notamment par l’automatisation d’une partie des interactions avec les clients via des chatbots;

- considérant que, selon les informations communiquées par les représentants des travailleurs, près de 2.000 emplois pourraient être profondément modifiés, ce qui représente environ un travailleur sur cinq;

- considérant que les organisations syndicales indiquent ne pas disposer à ce stade d’informations complètes sur l’impact concret de ces mesures par département ou par fonction;

- considérant que ces annonces suscitent de fortes inquiétudes quant à l’emploi, aux conditions de travail du personnel restant et à la qualité du service rendu aux citoyens;

- considérant que le développement des nouvelles technologies et de l’intelligence artificielle doit s’inscrire dans une vision de progrès social et non conduire à une dégradation des conditions de travail ou à des suppressions massives d’emplois;

demande au gouvernement

1. d’imposer une transparence totale de la part de la direction de Proximus sur les mesures envisagées dans le cadre de son plan stratégique, et de veiller à ce que les organisations syndicales disposent de toutes les informations nécessaires et soient pleinement associées à la concertation sociale tout au long du processus;

2. d’utiliser pleinement son rôle d’actionnaire majoritaire afin d’examiner toutes les alternatives possibles aux suppressions d’emplois annoncées, notamment en évaluant l’impact de la sous-traitance, l’organisation du travail et les efforts pouvant être demandés à la direction;

3. d’encadrer le recours à l’intelligence artificielle dans les entreprises publiques afin qu’il ne se traduise pas par une dégradation du service aux citoyens ni par une pression accrue sur les travailleurs;

4. d’ouvrir un débat de fond sur l’impact des nouvelles technologies et de l’intelligence artificielle sur l’emploi et l’organisation du travail, afin que les gains de productivité qui en découlent puissent bénéficier à l’ensemble de la société, notamment à travers une réduction du temps de travail, de meilleures conditions de travail et une amélioration de la qualité de vie."

 

Een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Dieter Keuten en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Dimitri Legasse en François De Smet, mevrouw Farah Jacquet en de heer Dieter Keuten

en het antwoord van de minister van Modernisering van de Overheid, belast met Overheidsbedrijven, Ambtenarenzaken, het Gebouwenbeheer van de Staat, Digitalisering en Wetenschapsbeleid,

- overwegende dat de federale overheid de belangrijkste aandeelhouder is van Proximus;

- overwegende dat de samenstelling van de raad van bestuur van een internationaal telecombedrijf moet gebaseerd zijn op expertise en niet op politieke afwegingen;

- overwegende dat het regeerakkoord een strategische analyse van federale overheidsparticipaties aankondigt;

verzoekt de regering

- bij toekomstige voordrachten van bestuurders bij Proximus namens de federale overheid te garanderen dat kandidaten aantoonbare expertise hebben in telecommunicatie, technologie en internationale bedrijfsvoering;

- op korte termijn een duidelijk tijdskader voor te leggen voor de uitvoering van de in het regeerakkoord aangekondigde strategische analyse van federale overheidsparticipaties, met het oog op optimalisatie ervan en een geleidelijke afbouw waar de strategische meerwaarde ontbreekt."

 

Une quatrième motion de recommandation a été déposée par M. Dieter Keuten et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Dimitri Legasse et François De Smet, Mme Farah Jacquet et M. Dieter Keuten

et la réponse de la ministre de l'Action et de la Modernisation publiques, chargée des Entreprises publiques, de la Fonction publique, de la Gestion immobilière de l'État, du Numérique et de la Politique scientifique,

- considérant que le gouvernement fédéral est le principal actionnaire de Proximus;

- considérant que la composition du conseil d'administration d'une entreprise de télécommunications internationale doit reposer sur les compétences et non sur des considérations politiques;

- considérant que la réalisation d'une analyse stratégique des participations publiques fédérales est annoncée dans l'accord de gouvernement;

demande au gouvernement

- de garantir, lorsqu'il propose des candidats comme futurs administrateurs auprès de Proximus au nom de l'autorité fédérale, que ceux-ci possèdent une expertise avérée dans les domaines des télécommunications, des technologies et de la gestion d'entreprise au niveau international;

- de présenter à brève échéance un calendrier précis pour la réalisation de l'analyse stratégique, annoncée dans l'accord de gouvernement, des participations publiques fédérales, et ce en vue de leur optimisation et de leur réduction progressive en l'absence de valeur ajoutée stratégique."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens en de dames Aurore Tourneur en Nawal Farih.

Une motion pure et simple a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens et Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih.

 

20.10  Aurore Tourneur (MR): Monsieur le président, nous demandons l'urgence pour le vote sur la motion pure et simple.

 

De voorzitter: Aangezien de urgentie voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6, tweede lid, Rgt.)

Étant donné que l'urgence de la motion pure et simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions tout à l'heure. (art. 140, n° 6, deuxième alinéa, Rgt.)

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

De bespreking is gesloten.

La discussion est close.

 

21 Interpellations jointes de

- Claire Hugon Lecharlier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le refus d’accueil de demandeurs d’asile maintenu malgré la suspension par la Cour constitutionnelle" (56000234I)

- Khalil Aouasti à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le respect de l'État de droit" (56000236I)

- François De Smet à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le contournement de l'arrêt de la Cour constitutionnelle en matière de regroupement familial" (56000238I)

- Greet Daems à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le respect des décisions de la Cour constitutionnelle en matière d'asile" (56000239I)

- Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le respect de l'État de droit" (56000241I)

- Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrêt de la Cour constitutionnelle concernant la suspension de l'accueil de demandeurs d'asile" (56000242I)

21 Samengevoegde interpellaties van

- Claire Hugon Lecharlier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De aanhoudende weigering van asielopvang ondanks de opschorting door het Grondwettelijk Hof" (56000234I)

- Khalil Aouasti aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De eerbiediging van de rechtsstaat" (56000236I)

- François De Smet aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het omzeilen van het arrest van het Grondwettelijk Hof inzake gezinshereniging" (56000238I)

- Greet Daems aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De naleving van de uitspraken van het Grondwettelijk Hof over opvang" (56000239I)

- Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het respect voor de rechtsstaat" (56000241I)

- Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het arrest van het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de opschorting van de asielopvang" (56000242I)

 

21.01  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, il y a une semaine, dans cet hémicycle, je vous interrogeais sur votre communiqué de presse par lequel vous annonciez votre intention de contourner un arrêt de la Cour constitutionnelle qui a suspendu, fin février, une partie de votre réforme de juillet 2025, c'est-à-dire la possibilité de refuser l'hébergement aux demandeurs d'asile sous statut M, à savoir ceux qui ont déjà une protection internationale dans un autre pays de l'Union Européenne.

 

Vous nous aviez alors expliqué que la Cour constitutionnelle avait posé une question préjudicielle somme toute inutile à la Cour de justice de l'Union européenne puisque, selon vous, la jurisprudence européenne serait claire et irait dans votre sens. Vous nous aviez expliqué que vous aviez identifié une voie miraculeuse qui vous permettait de continuer à faire exactement ce que la Cour constitutionnelle vous demande de ne pas faire. Vous aviez affirmé la compatibilité de votre politique avec le pacte européen pour la migration, un texte qui n'est pas encore en vigueur. Vous nous aviez dit: "Ma réforme fonctionne. Je n'ai pas de temps à perdre. Quand on veut, on peut." C'est renversant parce que la Cour constitutionnelle vous dit exactement le contraire. Elle vous dit: "Même si vous voulez, pour l'instant, vous ne pouvez pas."

 

Mais, vous, madame Van Bossuyt, vous considérez que votre volonté politique n'a pas à se heurter à des obstacles quels qu'ils soient, même quand ces obstacles sont la loi suprême de notre pays. Vous considérez que le contrôle de constitutionnalité, c'est une perte de temps.

 

La semaine dernière, la cheffe de groupe des Engagés avait rappelé son soutien à votre politique migratoire mais avait insisté sur le fait qu'en l'occurrence, vous étiez complètement hors des clous de l'accord de majorité, et que c'était donc inacceptable. Et puis aussi, alors que la discussion portait non pas sur le fond de vos politiques mais sur des principes fondamentaux qui dépassent la matière de la migration, la N-VA nous avait dit que, de toute façon, les écologistes et les personnes qui s'inquiètent de votre attitude étaient des gauchistes activistes de l'ouverture des frontières. Ça, c'était jeudi dernier.

 

Que s'est-il passé depuis lors? Depuis jeudi dernier, j'ai appris que de nouvelles décisions de refus ont bien été prises depuis l'arrêt de suspension.

 

J'ai aussi pu prendre connaissance personnellement des instructions qui circulent sur votre ordre au sein de Fedasil. On peut y lire ceci: "Contrairement au message de la semaine passée, la ministre nous demande à présent de prendre des décisions de limitation en utilisant de nouveau la base juridique antérieure à la loi de crise, à savoir l'article 4, § 1er, 3° de la loi du 12 janvier 2007." Nous voyons bien ici la fameuse "autre base légale" que vous avez tirée de votre chapeau. Je vais y revenir.

 

Cela continue ainsi: "Parallèlement, la Cour constitutionnelle a interrogé la Cour de justice de l'Union européenne sur la validité d'une limitation basée sur le fait qu'une personne bénéficie déjà d'une protection dans un autre État membre. L'Agence appliquera la mesure dans l'attente de la réponse de la Cour."

 

Nous allons un peu décortiquer cela ensemble, madame la ministre. Quand vous demandez à Fedasil de continuer à appliquer la mesure dans l'attente de la réponse de la Cour de justice, respectez-vous l'arrêt de la Cour constitutionnelle? Pas du tout. En faisant cela, vous videz complètement de sa substance le contrôle de la Cour constitutionnelle et celui de la Cour de justice de l'Union européenne, d'ailleurs. C'est tout à fait inconstitutionnel.

 

Concernant la base légale que vous demandez à Fedasil d'appliquer, comme je l'avais déjà souligné la semaine dernière, cela se confirme: c'est bien exactement la même base juridique qui était déjà utilisée pour fonder le refus d'hébergement aux personnes sous statut M avant votre loi du 14  juillet 2025. Le Conseil d'État, fin 2024, et la cour du travail de Bruxelles, en mars 2025, ont dit que c'était une pratique illégale. Alors, il faut être vraiment de mauvaise foi pour continuer à prétendre que vous respectez ici l'autorité de l'arrêt de la Cour constitutionnelle.

 

Madame la ministre, ces instructions que vous avez données à Fedasil sont à deux égards manifestement illégales. Non seulement vous poursuivez exactement la mesure qui a été suspendue, mais en plus, le fondement juridique que vous mobilisez pour le faire a déjà été passé à la moulinette de plusieurs juridictions, qui ont toutes considéré que ce n’était pas conforme à l'état actuel du droit belge.

 

Ce que vous faites met les agents de Fedasil dans une position impossible. Vous les obligez à choisir entre obtempérer à un ordre manifestement illégal, ce qui les met hors la loi, ou ne pas y obéir, ce qui les expose potentiellement à des conséquences disciplinaires. Cela ne va pas de placer votre administration dans de telles situations.

 

Votre décision a fait couler beaucoup d’encre ces derniers jours. Elle a notamment suscité la réaction de Serge Bodart, ancien président du Conseil du Contentieux des Étrangers (CCE) et conseiller d’État honoraire, qui s’est exprimé ce week-end. Vous conviendrez qu'il sait de quoi il parle.

 

Voici ce qu’il dit, et je le cite: "La ministre va donc poursuivre la pratique antérieure qu’elle sait très bien être contraire à la loi. C’est d’ailleurs parce qu’elle le sait qu’elle a voulu changer la loi. Face à une telle situation, la question qui se pose n’est plus simplement de savoir si l’administration peut refuser d’héberger certaines catégories d’étrangers. Dans l’état actuel de la loi, elle ne le peut pas. Tous les juges qui ont été saisis de la question l’ont constaté. Non, la question n'est pas là. La question est de savoir si chacun est obligé ou non de respecter la loi. Par son communiqué, la ministre répond avec désinvolture qu’elle ne le fera pas. Mais alors, si le sommet de l’État décide qu’il ne doit pas respecter sa propre loi, sa propre Constitution, ses propres institutions, qui doit encore le faire? Comment attendre de simples individus qu’ils le fassent? Comment demander à des étrangers de respecter notre Constitution et nos lois si la ministre qui est là pour les appliquer déclare elle-même qu’elles ne sont pas si importantes que cela, qu’un communiqué de presse a plus de force qu’un arrêt de la Cour constitutionnelle?"

 

Peutêtre que M. Bodart fait lui aussi partie, à son insu, de ce fameux groupe de dangereux gauchistes activistes de louverture des frontières dont parlait la NVA la semaine passée. Peutêtre aussi quen font partie les avocats, les magistrats, les constitutionnalistes, lInstitut Fédéral des Droits Humains (IFDH), le Conseil supérieur de la Justice (CSJ), les journalistes, les éditorialistes, et toutes ces voix – du nord comme du sud du pays – qui s’élèvent depuis une semaine pour pointer le caractère gravissime de ce qui est en train de se passer.

 

Madame la ministre, mes questions sont nombreuses. Vous les avez reçues il y a plusieurs jours, car je voulais que vous puissiez nous répondre précisément.

 

Pouvez-vous me confirmer que, après l’arrêt de suspension de la Cour constitutionnelle, vous avez demandé à FEDASIL de continuer à appliquer la mesure contestée, que vous avez maintenu cette instruction depuis le débat de jeudi dernier et que de nouvelles décisions de refus ont été prises, alors même que la Cour a souligné le préjudice très grave et difficilement réparable qui en découle pour les personnes concernées? Confirmez-vous que ces nouvelles décisions de refus sont prises sur la base de l’article 4, §1er, 3°, de la loi du 12 janvier 2007, c’est-à-dire la base juridique qui était utilisée avant la loi de juillet 2025? Confirmez-vous que vous avez longuement évoqué cette même disposition devant la Cour constitutionnelle et que votre raisonnement ne l’a pas convaincue, puisque c’est précisément la légalité et la conformité de votre interprétation qu’elle a soumises à l’examen de la Cour de justice de l’Union européenne? Confirmez-vous que l’instruction d’utiliser cette disposition antérieure pour prendre ce type de décision a déjà été considérée comme illégale par le Conseil d’État en décembre 2024, en raison de son caractère réglementaire qui n’avait pas été soumis à l’examen de la section de législation, et que votre nouvelle instruction présente ce même caractère réglementaire et est donc entachée de la même irrégularité?

 

Confirmez-vous que la Cour du travail de Bruxelles a, par ailleurs, décidé dans un arrêt du 13 mars 2025 qu’une demande de protection internationale émanant d’une personne sous statut M ne constitue pas actuellement, en droit belge, une demande ultérieure au sens de l’article 4, §1er, 3°, de la loi sur l’accueil et que FEDASIL ne peut donc pas limiter le droit à l’accueil de ces demandeurs sur base de ce motif? Confirmez-vous que, dans ce même arrêt de mars 2025, la cour du travail de Bruxelles a également rappelé que toute restriction du droit à l’accueil doit être motivée individuellement et garantir un niveau minimal de dignité humaine? Les décisions de limitation d’aide prises par FEDASIL depuis l’arrêt de suspension ont-elles été adoptées au terme d’un examen individuel ou sur la seule base de l’existence d’une protection internationale ailleurs dans l’Union européenne?

 

Vos instructions à Fedasil visent-elles à refuser l'accueil à tous les demandeurs d'asile statut M, quel que soit leur profil et leur vulnérabilité, et donc également aux femmes, aux familles avec enfants, aux personnes qui présentent un facteur de vulnérabilité? Confirmez-vous, madame la ministre, que vous avez demandé à votre administration d'appliquer à nouveau une instruction déjà jugée illégale par le Conseil d'État, sur la base d'un fondement juridique qui a été explicitement écarté par la cour du travail, et ce, pendant que la constitutionnalité de cette mesure est en cours d'examen par la Cour constitutionnelle et par la Cour de justice de l'Union européenne? Allez-vous donc maintenir ou retirer ces instructions données à Fedasil qui sont – au vu de ce qui précède – manifestement illégales en l'état actuel du droit belge?

 

21.02  Khalil Aouasti (PS):

Madame la ministre, nos visions du monde diffèrent. Nous le savions. Ce que nous découvrons néanmoins depuis deux semaines, c'est que notre attachement à l'État de droit, à l'équilibre et à l'indépendance des pouvoirs diverge, quant à lui, fondamentalement.

 

Nous le disons ici, chers collègues, un arrêt de la Cour constitutionnelle ne se contourne pas. Ça se respecte. La défense de l'État de droit et des droits fondamentaux, ce n'est pas l'apanage d'avocats gauchistes, comme nous avons pu l'entendre la semaine dernière dans cet hémicycle. C'est le devoir de tout démocrate. C'est également celui de la Cour constitutionnelle qui, à l'unanimité, vous a sanctionné il y a deux semaines. Ne pas le comprendre et affirmer publiquement le contraire comme vous le faites – ainsi que dans de nombreuses interviews – c'est déjà vous placer de l'autre côté de la frontière et, croyez-moi, c'est là la seule frontière que je n'aurai de cesse de défendre.

 

Madame la ministre, depuis deux semaines, vous avez engagé votre gouvernement sur une pente extrêmement raide et avez atteint un point de non-retour.

 

Voici deux semaines, la Cour constitutionnelle a décidé de suspendre deux de vos réformes, l'une concernant le regroupement familial, l'autre le refus de l'accueil des demandeurs d'asile. La plus haute juridiction de Belgique a considéré qu'au vu du préjudice grave que pourraient subir les personnes visées par ces deux lois, il convient de les suspendre dès lors qu'il convient de vérifier leur conformité, loin d'être garantie, au droit européen. Vous faisiez alors face à un échec cuisant.

 

Le lendemain de ces deux décisions, Fedasil a décidé de se conformer aux arrêts de la Cour constitutionnelle. Mais, ce qui est intervenu de manière aussi surprenante qu'illégale, c'est que vous avez pris la plume, l'initiative unilatérale et personnelle d'émettre une circulaire ordonnant la poursuite des pratiques qui, pourtant, étaient suspendues. Ce faisant, non seulement vous avez foulé l'État de droit au pied une seconde fois, mais vous vous moquiez de vos propres collègues de majorité, dès lors que votre circulaire s'appuie sur une procédure déjà suspendue et annulée par le Conseil d'État précédemment.

 

Par conséquent, madame la ministre, en une semaine vous avez fait fort puisque vous avez décidé de ne pas respecter la Cour constitutionnelle qui vous a sanctionnée, de ne pas respecter le Conseil d'État qui avait déjà annulé une circulaire similaire, de ne pas respecter Fedasil qui entendait respecter loyalement une décision de justice et de ne pas respecter vos partenaires de majorité, à qui vous avez dit jeudi dernier: "Circulez, il n'y a rien à voir".

 

En une semaine, vous avez délibérément foulé au pied l'État de droit, mais cela ne suffisait pas. Après cette séquence dramatique et après deux échecs judiciaires, pour atteindre vos objectifs politiques vous avez, cette semaine, décidé de traverser le Rubicon. Aux défaites judiciaires s'est ajoutée une défaite morale: la presse a en effet révélé cette semaine que pour valider des reculs en matière de droits fondamentaux et de migration, vous avez noué des alliances qui ont permis des décisions européennes qui reposent sur un équilibre politique très différent de celui de votre majorité, et qui a réuni au niveau européen les conservateurs, la droite extrême et l'extrême droite.

 

Chers collègues de Vooruit, chers collègues des Engagés, chers collègues libéraux qui avez fait grand bruit aujourd'hui dans la presse via votre ancienne première ministre, comment pouvez-vous tolérer que les changements législatifs qui vous sont proposés ici ne peuvent s'accomplir que grâce à la modification de législations européennes qui ne sauraient voir le jour sans le concours et le soutien de l'extrême droite européenne? Quand allez-vous mettre fin à cette faillite morale? Chers collègues, on ne peut contempler celle-ci sans réagir, on ne peut contempler l'État de droit sans rien faire. Les cartes blanches et les prises de position réunissant les plus grands juristes, avocats, académiques du Nord et du Sud du pays se multiplient pour dénoncer vos actes.

 

Madame la ministre, dans votre propre gouvernement, des voix s'élèvent contre vous. On me dit que vous êtes juriste. Vous devriez donc être capable de mesurer la gravité de la situation. Dès lors, si la fin vous semble justifier les moyens, une seule conclusion s'impose: vous piétinez l'État de droit en toute connaissance de cause, et délibérément. En conséquence, comment exiger de la population le respect de l'autorité, quand vous ne respectez pas vous-même l'autorité d'une décision de justice? Madame la ministre, jusqu'à quand continuerez-vous à défendre que les décisions de justice ainsi que les arrêts du Conseil d'État et de la Cour constitutionnelle ne doivent pas être respectés par ce gouvernement? Jusqu'à quand continuerez-vous à défendre que vous êtes au-dessus des lois, que les droits humains sont relatifs, que le respect de la dignité humaine ne constitue pas un principe fondamental?

 

Je n'ai pour vous qu'une seule question, madame la ministre. Allez-vous, dès demain matin, laisser Fedasil exécuter les arrêts de la Cour constitutionnelle et offrir un accueil digne à tous les demandeurs d'asile?

 

21.03  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, nous revoici une semaine plus tard autour de votre décision visant à contourner la suspension prononcée par la Cour constitutionnelle. Une semaine plus tard, nous nous retrouvons toujours face à un gouvernement qui assume, dans la pratique, le maintien d’une mesure dont les effets ont pourtant été suspendus par la juridiction chargée de veiller au respect de la Constitution. À mes yeux, cela constitue toujours un précédent gravissime. Je ne suis pas avocat, et je ne suis même pas gauchiste. Je pourrais vous citer une dizaine de constitutionnalistes. Je vais me contenter d’en citer un seul: maître Jean-François Gérard, en charge de la commission Migration au sein des barreaux francophones et germanophones, qui a déclaré ceci: "Utiliser un raisonnement juridique douteux pour justifier la poursuite des refus revient, dans les faits, à ignorer l’arrêt. Aucune juridiction de ce pays n’est épargnée par cet irrespect total des juges, pas même la Cour constitutionnelle."

 

La semaine dernière, vous avez tenté de vous justifier en déclarant, je vous cite: "En combinaison avec la jurisprudence européenne existante, nous pouvons encore atteindre le même objectif par une autre voie. Je reste parfaitement dans le cadre légal prévu. Quand on veut, on peut. S’il existe d’autres moyens d’atteindre le même objectif, il est de mon devoir, en tant que ministre, de les utiliser également." Non, madame la ministre, cet argument ne tient pas. Il est fallacieux. D’abord parce que tout indique que les moyens légaux sur lesquels vous entendez vous appuyer ont déjà été discutés et que leur pertinence a été rejetée par le Conseil d’État. Surtout, avec un raisonnement pareil, vous videz de toute substance le contrôle exercé par la Cour constitutionnelle. C’est là que réside l’atteinte la plus grave à l’État de droit. Ce que vous vous autorisez aujourd’hui dans un dossier de migration pourrait être reproduit demain dans n’importe quel autre domaine: en matière sociale, en matière fiscale ou encore en matière de justice.

 

Grâce à vous, et avec la complicité passive de vos partenaires de gouvernement, dès que la Cour constitutionnelle suspendra une mesure, le gouvernement pourra dire: "Ah, joker, il existe d’autres bases juridiques pour atteindre le même objectif. Quand on veut, on peut."

 

Mais non, madame la ministre! Ce qui caractérise un État de droit, c'est précisément qu'on ne peut pas faire tout ce qu'on veut. Le plus grave, c'est le côté "trumpien" de votre attitude, c'est le fait que la remise en question de l'État de droit fait partie de votre projet politique et de celui de votre parti. C'était le cas lorsque Théo Francken refusait de délivrer des visas humanitaires malgré des décisions de justice ou de renvoyer des Soudanais au Soudan en infraction à l'article 3 de la Convention européenne des droits de l'homme. C'est encore le cas sous ce gouvernement, lorsque le premier ministre signe un courrier remettant explicitement en cause la jurisprudence de la Cour européenne.

 

En outre, il nous revient du terrain des informations inquiétantes. Plusieurs familles orientées vers le dispatching de Fedasil ont été refusées. Ces familles sont hébergées dans un dispositif d'hébergement d'urgence qui fermera ses portes au 31 mars. Ces familles sont fortement vulnérables, femmes enceintes, femmes avec pathologies psychiatriques, etc. Elles ne disposent pas d'alternatives après cette date. Les travailleurs du dispatching auraient reçu comme simple instruction d'arrêter d'inviter ces familles sans la moindre justification légale. Cela met sous pression les travailleurs qui se sentent pris sous des injonctions contradictoires.

 

Madame la ministre, comment justifiez-vous ce manquement à l'État de droit? Sur quelle base juridique rendez-vous votre décision de poursuivre ce gel de l'accueil malgré la suspension? Quelles instructions, et là j'insiste, concrètes, ont été données à Fedasil afin de contourner la suspension décidée par la Cour constitutionnelle? Quelles instructions précises ont été données au dispatching de Fedasil? Madame la ministre, pour devenir ministre, vous avez dû prêter serment devant le Roi, prêter serment de respecter la Constitution. Il est donc de votre devoir de faire cesser cet état de non-droit et de le faire immédiatement.

 

21.04  Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, u wil met deze regering het strengste migratiebeleid ooit voeren en daarvoor moet alles wijken, zelfs grondrechten en mensenrechten. U hebt het recht op gezinshereniging zo goed als onmogelijk gemaakt en door de nieuwe opvangwet slapen er opnieuw gezinnen met kinderen op straat.

 

Ik weet niet of u onze discussie bij de bespreking van die wetten herinnert, net voor het zomerreces, op 17 juli. Ik had u toen gewaarschuwd dat als dat wetsontwerp goedgekeurd zou worden, het de toets van het Grondwettelijk Hof niet zou doorstaan wegens zijn onmenselijkheid en onwettigheid. Voilà, hier staan we vandaag. Uw beleid wordt nu tijdelijk geschorst door het Grondwettelijk Hof omdat het kan zorgen voor een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel. Het Hof zegt daarbij ook dat het ernstige twijfels heeft of uw opvangweigering wel in overeenstemming is met het Europees recht. Om dat te bepalen, heeft het Hof raad gevraagd aan een nog hoger rechtsorgaan, het Europees Hof.

 

In de tussentijd zou u eigenlijk braaf de uitspraak van het Europees Hof en ons eigen Grondwettelijk Hof moeten afwachten. U doet dat echter niet. U kiest ervoor dat niet te doen. U zet uw beleid gewoon voort.

 

Laten we nu even kijken over wie we het hier eigenlijk hebben. Het gaat vooral over mensen die vanuit Griekenland naar België komen. In Griekenland worden ze opgejaagd, opgesloten door de politie en geslagen. Ze krijgen vaak hun papieren niet, ook al hebben ze zogezegd bescherming gekregen.

 

Er wordt hun dan gezegd dat ze maar beter vertrekken. Eigenlijk vluchten die mensen dus een tweede keer.

 

Als ze zijn aangekomen in België, zegt u doodleuk dat ze pech hebben en van ons geen opvang krijgen. Ga maar terug naar Griekenland. U beschuldigt hen bovendien van misbruik en noemt hen asielshoppers.

 

De rechterlijke macht heeft u echter teruggefloten, maar u trekt zich daar niets van aan. Dat is bovendien niet de eerste keer. Dwangsommen betaalt u niet. Adviezen van de Raad van State negeert u. Onder het mom van een streng migratiebeleid verwijst u rechterlijke uitspraken gewoon naar de vuilnisbak.

 

Nu schuift u een arrest van het Grondwettelijk Hof aan de kant. De voorzitter van avocat.be noemde dat minachting en autoritarisme. Verschillende professoren constitutioneel recht van zowat alle Belgische universiteiten noemen u zelfs gevaarlijk voor de rechtsstaat. Laat dat even bezinken: gevaarlijk voor de rechtsstaat. Ze zeggen bovendien dat u zich boven rechterlijke uitspraken en controle plaatst en dat u een rode lijn overschrijdt.

 

Ik vraag mij oprecht af wat u daarvan denkt. Blijft u erbij dat u uitspraken van rechters niet hoeft te respecteren? Welk voorbeeld geeft u daarmee aan de samenleving? Dat is iets wat advocaat Walter Damen zich ook afvroeg. Moeten we dan met z’n allen stoppen met luisteren naar rechters? Schuiven we verkeersboetes dan ook gewoon aan de kant? Als u het immers niet doet, hoeven wij dat toch ook niet te doen?

 

Mevrouw de minister, ik heb iets bij. Kent u dit? Dit is de Grondwet. U hebt als minister bij de Koning gezworen dat u de Grondwet zou respecteren. Ik vermoed echter dat u dat vergeten bent. Daarom heb ik vijf belangrijke vragen voor u en ik hoop dat u ze ondubbelzinnig zult beantwoorden.

 

Hoe rechtvaardigt u de voortzetting van de geschorste bepaling? Hebt u nog respect voor de democratische rechtsstaat? Hebt u nog respect voor de scheiding der machten? Op welke wettelijke grondslag beroept u zich om in te gaan tegen het arrest van het Grondwettelijk Hof? Zult u een definitieve schorsing door het Europees Hof wel respecteren?

 

21.05  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, het Grondwettelijk Hof schorst uw beslissing om geen materiële hulp meer te geven aan personen die al internationale bescherming hebben gekregen in een andere EU-lidstaat. Een minister die de rechtsstaat respecteert, zou die schorsing gewoon aanvaarden en haar onwettig beleid stopzetten. Vorige week antwoordde u op een vraag daarover in de plenaire vergadering dat u de maatregel zou handhaven, maar wel op een andere wettelijke basis, namelijk artikel 1.20 van de vreemdelingenwet en het arrest-Khan Yunis-Baabda, waarbij u de vreemdelingen met zogenaamde M-status als volgende verzoekers beschouwt. U vergeet er echter bij te zeggen dat dat arrest gaat over personen die een weigering en geen positieve beslissing in een andere lidstaat hebben gekregen, zoals hier het geval is.

 

Het Grondwettelijk Hof heeft zich trouwens heel uitdrukkelijk uitgesproken tegen uw redenering. U kunt dat argument dus helemaal niet gebruiken, ook al zou u dat willen. Ik kan alleen maar herhalen dat een minister met respect voor de rechtsstaat de schorsing zou aanvaarden en haar onwettig beleid onmiddellijk stop zou zetten.

 

Ik vraag mij toch af hoe dat gaat. U vindt een wettelijke basis uit, die wordt geschorst en u zegt dat u een andere wettelijke basis hebt. U vindt gewoon iets nieuws uit. Er zijn maar twee opties. Ofwel had u de wet nodig om te doen wat u wilde doen, namelijk gezinnen met kinderen de straat opduwen tijdens de wintermaanden, ofwel had u die wet niet nodig, want er was al een wettelijke basis, zoals u nu zegt. Dan was de opmaak van die wet pure show.

 

Ik roep de collega’s van vooral cd&v, Les Engagés en Vooruit op om wakker te worden. De zienswijze die u hanteert, wordt betwist door juristen, door de voormalige voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, door specialisten, allemaal personen met heel veel kennis van zaken. U hebt als minister de plicht om de wetten van het Belgische volk na te leven. U moet in de democratische rechtsstaat de rechterlijke macht respecteren.

 

De Hoge Raad voor de Justitie doet zelden publieke uitspraken over dat soort zaken. Bij hoge uitzondering heeft de raad dat hier wel gedaan. Ik weet niet of u het gelezen hebt, mevrouw de minister, maar de raad wijst op het fundamentele beginsel van onze democratie, namelijk de naleving van rechterlijke beslissingen in de rechtsstaat. Collega’s, hetgeen hier gebeurt, is geen akkefietje en geen detail. Het gaat over de fundamenten van onze rechtsstaat. Ik herhaal het, leden van cd&v, Les Engagés, Vooruit, word toch eens wakker.

 

Mevrouw de minister van Miserie, u wordt volgens een aantal specialisten steeds meer de Trump van ons land. Dat konden we lezen in een aantal media. U plaatst ons land in het rijtje van de VS en Hongarije, landen waar de rechtsstaat wordt aangevallen, waar rechters om hun uitspraken bekritiseerd worden. Dit zien we ook de hele tijd bij u en uw partij: u zet rechters die op basis van de wet arresten vellen, weg als activistisch, als links of als onredelijk. Nochtans is het enige wat die rechters doen, uw voorstellen toetsen aan de wet, om nog maar te zwijgen van het feit dat u ook met de verkiezing van een derde rechter bij het Grondwettelijk Hof vandaag gewoon greep wilt krijgen op de rechterlijke macht om uw beleid en uw zienswijze nog verder door te duwen.

 

Mevrouw de minister, u zult ongetwijfeld niet op mijn vragen antwoorden, maar ik stel ze toch. Ten eerste, uw oorspronkelijke wettelijke basis sloeg nergens op. U vond dan vlot iets anders uit. U krijgt veel kritiek van specialisten en juristen. Bent u het daarmee eens of niet? Hoe kijkt u naar die kritiek?

 

Ten tweede, was de nieuwe wet nu wel nodig, ja of neen? Of was het gewoon stoerdoenerij, iets waar de regering-De Wever in grossiert?

 

Ten derde, u vindt duidelijk dat u boven de wet staat. Is dat een regeringsstandpunt? Is dat de nieuwe stijl? Zal de regering-De Wever voortaan uitspraken van de rechterlijke macht naast zich neerleggen en zich boven de rechters stellen?

 

Mevrouw de minister, ik ben blij dat we in een land leven waar rechters een heel specifieke en belangrijke rol hebben. Ik kijk dus uit naar uw antwoorden, al zullen het wellicht non-antwoorden zijn.

 

21.06  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik heb het gevoel dat u opgelucht kunt ademhalen nu u eens een ander geluid kunt horen. Wie had gedacht dat het nog verlossend zou zijn om een Vlaams Belanger te horen? Ik alvast niet.

 

Als ik het goed begrijp, zet u in feite een praktijk voort die onder de vorige regering al gangbaar was, een regering waar Groen trouwens ook deel van uitmaakte. Niets nieuws onder de zon. Ik heb deze interpellatie dan ook niet ingediend om uw werkwijze te betwisten, in tegenstelling tot mijn voorgangers. Ik heb ze ingediend omdat uw eigen regeringspartijen uw werkwijze betwisten.

 

Bovendien is dat niet de eerste keer. Wanneer het gaat over het zogenaamd strengste migratiebeleid ooit, blijkt de theorie – namelijk het regeerakkoord, waarvan ik overigens betwist dat het streng is, want ‘strenger’ staat niet gelijk aan ‘streng’ – mijlenver van de realiteit te staan.

 

Ik moet even uitzoomen voordat ik kan inzoomen op de casus van het Grondwettelijk Hof. Alle asielmaatregelen die u probeert te nemen, voelen immers wat onwennig aan voor Les Engagés en voor Vooruit en soms zelfs voor de MR. Daarom duurt het ook zo lang voordat u er iets doorkrijgt. Denk bijvoorbeeld aan de woonstbetredingen, waar we inmiddels al meer dan een jaar op wachten.

 

Ik geef u drie voorbeelden. De leden van de commissie voor Binnenlandse Zaken – als ik de commissievoorzitter, de heer Depoortere, beledig, kan hij een persoonlijk feit inroepen en reageren – herinneren zich zeker nog de replieken bij de bespreking van de beleidsnota. Iedereen heeft de ruzie gehoord tussen de heer El Yakhloufi van Vooruit en mevrouw De Vreese van de N-VA tijdens die bespreking. Die ruzie ging er zo hevig aan toe dat men bijna met de deuren sloeg. Met andere woorden, ook de regeringspartijen Vooruit en N-VA komen eigenlijk niet overeen.

 

Punt twee, ook op Europees niveau kan deze regering geen overeenstemming vinden. Ook over de lijst van veilige landen, een lijst van landen waarvan asielaanvragen versneld kunnen worden behandeld en ook afgewezen, heeft deze regering zich onthouden. U zucht, minister, maar dat is de realiteit. Ook hier zijn de regeringspartijen het er niet over eens dat Bangladesh, Colombia, Egypte, India, Kosovo, Marokko en Tunesië veilige landen zijn, terwijl daarover op Europees niveau wel overeenstemming bestaat. Opnieuw zien we dat Vooruit en Les Engagés uw beleid dwarsbomen. Dat komt ervan als men een regering met linkse partijen vormt.

 

Hetzelfde verhaal zien we ook wanneer het gaat over de terugkeerhubs om illegalen in derde landen vast te houden. Zelfs het linkse land Nederland werkt mee aan dat selecte clubje. U bent niet uitgenodigd, wellicht omdat u niet mag van Les Engagés, Vooruit en misschien ook de MR. Ook hier, wanneer het gaat over het Grondwettelijk Hof, lijkt een regeringspartij uw juridische redenering niet te delen.

 

Ik citeer de partijvoorzitter van Les Engagés: “Een regering kan een rechterlijke uitspraak aanvechten via de beschikbare juridische kanalen. Ze kan de wetgever voorstellen de wet te wijzigen, maar ondertussen voert de uitvoerende macht de wet uit.” Dat heeft Yvan Verougstraete gezegd.

 

Diezelfde partij herhaalde dat nog eens uitdrukkelijk in de commissie voor Binnenlandse Zaken, bij monde van Benoît Lutgen. Dat roept natuurlijk een aantal vragen op. De partijvoorzitter van Les Engagés verklaarde dat de uitvoerende macht rechterlijke uitspraken dient uit te voeren, in afwachting van eventueel nieuwe wettelijke of juridische stappen, maar hebt u, minister, overleg gepleegd met Les Engagés over de actie die u hebt ondernomen? Wat waren de conclusies van dat overleg?

 

Ik zal het anders formuleren. Zegt men bij Les Engagés in de media iets anders dan aan de regeringstafel? Wat hebben ze tegen u gezegd, minister? Heeft de voltallige ministerraad zich uitgesproken over de vraag hoe met die schorsing moet worden omgegaan? Zo ja, wat was de conclusie en was er unanimiteit, minister? Hebt u hierover overleg gepleegd met Vooruit? Zo ja, wat was de conclusie? Ook zij lijken het immers moeilijk te hebben met (…)

 

21.07 Minister Anneleen Van Bossuyt: Voorzitter, beste collega’s, tijdens de plenaire vergadering van vorige week donderdag heb ik al uitgebreid op vragen over dit onderwerp geantwoord. Vandaag zal ik geen nieuwe elementen of argumenten aandragen, omdat die er niet zijn en omdat die vragen vorige week al behandeld werden.

 

En ce qui concerne les réponses aux questions déjà posées lors de la séance plénière du 5 mars, je vous renvoie au compte rendu intégral de cette séance.

 

Permettezmoi de clarifier certains principes. Comme je lai déjà mentionné la semaine dernière, je ne passe pas outre larrêt de la Cour constitutionnelle. Nous respectons et respecterons cet arrêt, en attendant que la Cour de justice de lUnion européenne confirme notre interprétation de la jurisprudence européenne antérieure. Je suis convaincue qu'elle le fera.

 

Il ne m’appartient toutefois pas de me prononcer sur des décisions de justice. Je ne l’ai d’ailleurs jamais fait par le passé.

 

Inzake mijn beleid en de analyse van de arresten kan ik u meegeven dat ik wel degelijk de arresten van het Grondwettelijk Hof respecteer. Zoals ik tijdens de plenaire vergadering van 5 maart al duidelijk uitgelegd heb, wat door sommigen blijkbaar nog niet volledig begrepen is, heeft het Grondwettelijk Hof bepaalde delen van de wetgeving waarover het hier gaat tijdelijk geschorst, in afwachting van het antwoord op een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie.

 

Er is dus geen sprake van dat die wetgeving van de tafel geveegd zou zijn. Ik kan niet toestaan dat maanden van belangrijk werk waardoor we eindelijk een daling van onze asielcijfers zien totaal verloren zou gaan, waardoor ons systeem opnieuw extra onder druk komt te staan. Vandaar dat we op zoek gegaan zijn naar andere juridische mogelijkheden in de wetgeving die ons toelaten onze doelstelling waar te maken.

 

Il en ressort que la législation belge comporte encore suffisamment d’autres fondements juridiques – non suspendus par la Cour constitutionnelle – permettant de refuser l’accueil de personnes bénéficiant déjà d’une protection ailleurs.

 

Ik kom tot de vragen over de instructie waarnaar enkelen verwezen.

 

En combinaison avec la jurisprudence européenne existante, nous pouvons donc encore atteindre le même objectif, mais par une autre voie juridique. Nous restons parfaitement dans le cadre légal prévu. Je l'ai déjà dit et je le répète: quand on veut, on peut.

 

S'il existe d'autres moyens légaux d'atteindre le même objectif, il est de mon devoir, en tant que ministre, de les utiliser également.

 

Daarom heb ik Fedasil de instructie gegeven om mensen die reeds bescherming hebben gekregen in een andere lidstaat niet op te vangen op basis van bestaande, niet-geschorste wetgeving. Sommige parlementsleden laten uitschijnen dat ik dezelfde maatregel neem in verband met de beperking van de opvang van M-statussen als mijn voorgangster, mevrouw de Moor. Dat is echter niet het geval, want mijn instructie is juridisch onderbouwd.

 

Je tiens à rappeler à certains que la suspension de l'instruction donnée par mon prédécesseur est intervenue alors que le PS et Ecolo-Groen faisaient partie du gouvernement. Cette instruction a donc été suspendue par le Conseil d'État, alors que vos partis étaient au pouvoir. Madame Hugon Lecharlier, monsieur Aouasti, monsieur Vandemaele, à l'époque, il n'y avait apparemment pas lieu de multiplier les interpellations à ce sujet.

 

Uw vertoningen hier vandaag en de afgelopen weken tonen vooral een dubbele moraal. Onder de vorige regering, met de PS en Ecolo-Groen, waren er aan de lopende band veroordelingen, onder meer omdat men niet kon voorzien in de opvang van verzoekers om internationale bescherming, wat vandaag dus niet het geval is. Het aantal dwangsommen onder deze regering is met meer dan de helft gedaald. Vandaag moet geen enkele asielzoeker die recht heeft op opvang op straat slapen. Ik herhaal graag nog eens dat dat in tegenstelling is tot de vorige legislatuur. Toen hoorden we u in het Parlement amper. Ik zat hier zelf in de vorige legislatuur als parlementslid, dus ik herinner mij dat nog goed. Nu u in de oppositie zit, is elke broodnodige verstrenging van ons asiel- en migratiebeleid echter een reden om mij af te schilderen als onmenselijk of als een minister die de rechtsstaat niet zou respecteren. Niets is minder waar. Ik ben zelf jurist, dus de scheiding der machten en het respect voor de rechtsstaat zijn voor mij belangrijk.

 

Daar ligt net de kern van de zaak. Een regering, de uitvoerende macht, moet ook beleid kunnen voeren. Dat is precies wat ik doe met mijn instructie aan Fedasil, op basis van een bestaande niet-geschorste wettelijke basis.

 

Je tiens à vous communiquer en toute transparence le raisonnement juridique sur lequel je m'appuie pour exclure de l'accueil les demandeurs d'asile reconnus dans un autre État membre, tout en respectant – je le répète – l'arrêt de la Cour constitutionnelle.

 

En juillet 2025, une nouvelle loi a été adoptée stipulant explicitement que Fedasil peut exclure de l'accueil les demandeurs d'asile déjà reconnus dans un autre État membre, également appelés bénéficiaires du statut M. Cette disposition spécifique est inscrite à l'article 4, § 1, 5° de la loi sur l'accueil qui régit le fonctionnement de Fedasil.

 

Dans son arrêt rendu il y a deux semaines, la Cour constitutionnelle a suspendu cet article de loi et a posé une question préjudicielle à la Cour de justice de l'Union européenne à propos de cette disposition. Cette dernière doit maintenant se prononcer sur la compatibilité de celle-ci avec la législation européenne. En attendant la décision de la Cour de justice de l'Union européenne, la suspension du point 5 de cet article est maintenue.

 

La loi sur l'accueil prévoit toutefois plusieurs motifs d'exclusion des demandeurs d'asile du système d'accueil. L'une d'entre elles est reprise à l'article 4, § 1, 3° de la loi sur l'accueil. Celui-ci prévoit que Fedasil peut exclure les demandeurs d'asile présentant une demande ultérieure.

 

De volgende vraag is natuurlijk wat zo’n volgend verzoek precies is. Een volgend verzoek is een nieuwe asielaanvraag nadat er eerder een definitieve beslissing werd genomen over een vorige asielaanvraag.

 

Een definitieve beslissing over een asielaanvraag kan zowel negatief zijn, wat dus de weigering van de vluchtelingenstatus inhoudt, als positief, namelijk de erkenning van de vluchtelingenstatus. Bovendien moet die beslissing over het eerste verzoek om internationale bescherming niet noodzakelijk door dezelfde lidstaat zijn genomen. Ze kan ook door een andere lidstaat zijn genomen. Dat blijkt ondubbelzinnig uit de rechtspraak van het Hof van Justitie.

 

De M-statussen, verzoekers die erkend zijn in een andere lidstaat, zijn personen die al een definitieve beslissing hebben gekregen. Ze vallen dus onder de categorie van volgende verzoekers op grond van artikel 4, §1, 3de, van de opvangwet. Op basis daarvan kunnen we het recht op opvang voor M-statussen beperken. Het is dan ook op die basis dat die instructie aan Fedasil werd gegeven.

 

Madame Hugon, vous avez fait référence à une décision du tribunal du travail de Bruxelles, mais je peux vous donner un autre exemple du tribunal du travail de Verviers. Fin février, il y a eu un jugement sur la base de la législation que je viens de mentionner. Quel a été le jugement du tribunal du travail? "Pour les raisons invoquées ci-avant, le tribunal du travail estime qu'il n'y a pas de discrimination puisque le demandeur n'a pas vu l'aide matérielle limitée parce qu'il était un homme seul – ce qui serait une discrimination – mais parce qu'il avait déjà obtenu le statut de réfugié dans un autre État. Fedasil a dès lors considéré qu'il s'agissait d'une demande ultérieure." Le tribunal du travail de Verviers a donc confirmé qu'il s'agissait d'une demande ultérieure.

 

Bovendien geldt nog steeds dat Fedasil opvang biedt aan die mensen in een terugkeercentrum, met het oog op de terugkeer naar de bevoegde lidstaat. Personen die onder de nieuwe maatregel worden uitgesloten van de reguliere opvang kunnen dus aankloppen bij Fedasil, dat hen kan begeleiden met hun terugkeer. Wie dat wenst, krijgt dus opvang, met het oog op terugkeer.

 

Je tiens à ce que les choses soient claires. Je n'applique plus le point 5, qui a été suspendu par la Cour constitutionnelle. Je respecte ainsi l'arrêt en question. On ne peut toutefois pas me reprocher de recourir à tous les moyens juridiques à ma disposition. Après analyse juridique, j'ai donc décidé de poursuivre la politique menée actuellement, car la loi sur l'accueil offre des bases juridiques suffisantes à cet effet. Cela relève de ma propre compétence en tant que ministre, madame Van Belleghem.

 

J'invite par conséquent le monde académique, les journalistes, les hommes et femmes politiques de tout bord qui critiquent cette décision à relire la loi sur l'accueil au lieu de dénoncer la fin de l'État de droit.

 

Gelukkig zijn er ook tegenstemmen, bijvoorbeeld van professor Paul Van Orshoven, grondwetspecialist en professor emeritus aan de KU Leuven. Ik citeer hem: “Als Van Bossuyt een andere wettelijke grondslag of een andere kapstok vindt om haar beleid aan op te hangen, dan denk ik à la bonheur, het zij zo. Mijn spitsbroeders aan de rechtsfaculteit maken misschien eerder een politieke dan een juridische analyse van het beleid.”

 

Wat de toekomst betreft, op 12 juni treedt het Europese Migratiepact in werking. Daarmee komt het Europese migratiebeleid in een nieuwe realiteit terecht en wordt nog explicieter bevestigd dat lidstaten maatregelen kunnen nemen om asiel- en opvangshoppen aan te pakken.

 

Notre mesure initiale sera donc clairement ancrée dans le cadre européen et pourra être appliquée immédiatement. De plus, un rectificatif concernant la définition de "demande ultérieure" a été récemment publié au Journal officiel de l'Union européenne, lequel étaye davantage notre analyse juridique et justifie l'application de la législation en la matière.

 

In het publicatieblad van de Europese Unie staat letterlijk dat de zin “nadat een eerder verzoek is afgewezen bij een definitieve beslissing” in artikel 55 van de asielprocedureverordening, waar het Grondwettelijk Hof trouwens naar verwijst in zijn overwegingen voor het arrest, moet gelezen worden als “nadat over een eerder verzoek een definitieve beslissing is genomen.” Het moet dus geen afgewezen beslissing zijn, mijnheer Vandemaele. Het staat letterlijk in het publicatieblad van de Europese Unie.

 

Eén ding is voor mij dus in elk geval duidelijk – ik heb het vorige week al gezegd en herhaal het hier –: de druk op onze samenleving en op het terrein is immens. U kunt dat ontkennen en ervan wegkijken, maar ik weiger dat te doen. Ik zal niet toekijken hoe personen die geen recht hebben op bescherming of op opvang, ons systeem overbelasten. Tegelijkertijd zorgen wij, in tegenstelling tot u, ervoor dat personen die wel recht hebben op bescherming en opvang, die kunnen krijgen. Ik kan het me niet veroorloven tijd te verliezen.

 

21.08  Axel Ronse (N-VA): Heel juist. Bravo.

 

21.09  Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, un écran de fumée, mensonger et fallacieux, d'une gravité inédite, geen haar beter dan Trump, une autorité qui pense qu'elle sait tout mieux que tout le monde… Ce n'est pas moi qui vous dis ça, ce ne sont pas des gauchistes, mais ce sont des juristes très pointus, qui ont qualifié ainsi votre attitude depuis une semaine. On aurait pu croire que cela allait vous ramener à un peu plus d'humilité, mais non.

 

Bien plus grave, vous ne modifiez pas une virgule à votre position de la semaine passée. Répéter la même chose, une fois, deux fois, cinq fois ne rend pas cette chose plus vraie, madame la ministre. Vous allez continuer à fouler au pied un arrêt de la plus haute juridiction de notre pays et des jurisprudences antérieures. Vous n'avez pas l'intention de retirer vos instructions à Fedasil. Vous maintenez des ordres qui sont manifestement illégaux et inconstitutionnels et vous mettez les fonctionnaires qui dépendent de vous dans une situation intenable.

 

Nous prenons acte de tout cela avec énormément d'inquiétude. Nous avons bien compris qu'il ne fallait rien attendre de vous en la matière, mais, en tant que parlementaires, nous contrôlons le gouvernement. Nous avons une responsabilité et des outils à mobiliser. Nous, les écologistes, c'est ce que nous faisons. Et, quand on soulève des questions fondamentales pour l'état de droit et pour notre démocratie, cela ne devrait pas être présenté comme une question de gauche et de droite. C'est une question qui devrait mobiliser et réunir tous les démocrates.

 

Nous avons écouté les voix extérieures au Parlement. Maintenant je me tourne vers les voix politiques, car il va falloir prendre attitude sur ce qui est en train de se passer. Au MR, on a vu l'une ou l'autre réaction, un peu molle et timide, et une un peu plus affirmée de Mme Wilmès, hier, dans Le Soir. Elle semble bien esseulée au sein de son parti, car nous avons vu des députés, ici, applaudir.

 

Par contre, chez Les Engagés, depuis la semaine passée il y a eu beaucoup de prises de parole pour remettre l'église au milieu du village, si j'ose dire. Je suis d'ailleurs presque étonnée de ne pas avoir retrouvé un ou une collègue de ce parti parmi les prises de parole de ce soir. Certes, ce ne sont pas les ministres qui s'étaient exprimés, mais ce sont des gens qui pèsent, comme la cheffe de groupe, le président de la commission de la Justice, un député-bourgmestre, ancien président du parti, et même le président actuel des Engagés. Ils se sont exprimés pour réaffirmer avec force leur attachement viscéral à l'état de droit. Les Engagés rappellent qu'on ne peut pas critiquer les perpétuels dépassements des limites démocratiques de Trump, d'Orbán et des autres, si, nous, nous ne pouvons pas nous regarder dans le miroir. C'est vrai.

 

Les Engagés insistent pour que l’arrêt de la Cour constitutionnelle soit pleinement respecté. Parce que si nous voulons critiquer Donald Trump lorsqu’il ne respecte pas la Cour suprême, nous devons commencer par balayer devant notre propre porte. C’est correct.

 

Les Engagés soulignent avec force que la meilleure sécurité, c’est l’État de droit. Bravo! Ils sont catégoriques: aucune politique publique ne peut s’affranchir du cadre juridique qui fonde l’État de droit. Celuici nest pas divisible, ni plus ou moins applicable selon le domaine, car le jour où le pouvoir choisit les décisions de justice quil applique, ce nest plus le droit qui gouverne, cest la force.

 

Mes chers collègues des Engagés, vous avez parfaitement raison. Vous êtes lucides sur ce qui est en train de se passer. Vous savez qu’en cautionnant une telle rupture au nom du succès d’une mesure ou avec des raisonnements juridiques complètement fallacieux, on prend tout droit la direction empruntée par la Pologne ou la Hongrie.

 

Madame Van Bossuyt, ce soir, vous avez amplement démontré que vous n’avez aucune intention de vous réconcilier avec l’État de droit, ni de tenir compte des préoccupations de vos partenaires de majorité.

 

Nous avons ici une motion. À ce stade, il s’agit d’une motion de recommandation. Elle demande tout simplement à la ministre et au gouvernement de respecter l’autorité de l’arrêt de la Cour constitutionnelle, la séparation des pouvoirs et l’État de droit. Elle demande donc de retirer les instructions données à Fedasil et de ne pas en émettre de nouvelles tant qu’une décision sur le fond n’a pas été rendue. Vous le voyez, chers collègues des Engagés, cela rejoint entièrement les préoccupations que vous avez exprimées.

 

Chers collègues, ce soir, chacune et chacun est invité à réfléchir à ce qu’implique le fait de continuer à rester passif et à cautionner ce qui se passe ici. Nous avons l’occasion de balayer devant notre porte. Nous pouvons choisir de rester gouvernés par le droit et non par la force. Je compterai donc sur vous pour joindre les actes aux paroles et soutenir notre motion.

 

Madame la ministre, que ce soit bien clair: si vous vous obstinez à ne pas exécuter des décisions de justice, même lorsqu’elles émanent de la Cour constitutionnelle – qui est la clé de voûte de notre système –, vous n’aurez pas d’autre choix que de démissionner. J’en ai terminé.

 

21.10  Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, je dois vous avouer que je suis atterré parce qu'en réalité, la réponse de cette semaine est encore pire que celle de la semaine dernière. Non seulement vous redites ce que vous avez dit la semaine dernière, sans une once de regret ni d'excuse, sans la moindre courbe rentrante, sans le moindre respect pour vos partenaires de majorité, mais en plus aujourd'hui vous avez le soutien du Vlaams Belang pour vous conforter dans la politique que vous menez.

 

Comme je vous le disais tout à l'heure, vous empruntez une pente dangereuse. J'estime que vous avez déjà traversé une frontière dont on ne revient pas, celle de l'extrême. Votre politique, c'est le non-respect d'un arrêt de la Cour constitutionnelle. C'est ensuite justifier le non-respect d'un arrêt de la Cour constitutionnelle par le non-respect d'un arrêt du Conseil d'État. Et, aujourd'hui, c'est vous asseoir en réalité sur le Conseil d'État et la Cour constitutionnelle avec autoritarisme.

 

Parce que, lorsque vous dites "quand on veut, on peut", madame la ministre, c'est l'antithèse de l'État de droit. "Quand on veut, on peut", c'est la violence. L'État de droit, ce n'est pas "quand on veut, on peut". L'État de droit, c'est la primauté du droit. La primauté du droit, c'est la primauté du droit qui s'impose à toutes et tous, en ce compris à vous. L'État de droit, c'est la légalité devant la loi. L'État de droit, c'est la séparation des pouvoirs que vous devez respecter. Et ça, madame la ministre, quand vous dites "quand on veut, on peut", vous vous inscrivez dans une procédure et dans un caractère autoritaire qui n'ont rien de démocratique. Vous engagez vos partenaires de gouvernement dans une pente qui est autoritaire.

 

Et, lorsque vous faites la politique du Vlaams Belang ici et que vous négociez avec l'extrême droite à l'Europe pour vous permettre de faire passer d'autres textes ici, en réalité, vous négociez avec l'extrême droite sans l'aval de vos partenaires de majorité.

 

Alors, je vais m'adresser à vous, chers collègues. Mme la ministre a dit: "Cela relève de ma propre compétence". J'ajouterais que cela relève de sa propre responsabilité. Chers collègues, jusqu'à quand allez-vous tolérer que, peu importe ce que dit Mme la ministre, vous n'avez qu'à vous adapter. Là, cela devient absolument intolérable, inaudible, inenvisageable de considérer que cet autoritarisme, cette pente dangereuse, l'infiltration, l'incidence, l'influence de l'extrême droite se sont immiscés au cœur du gouvernement. Vos présidents, vos anciens premiers ministres se sont exprimés fortement cette semaine pour exhorter à respecter un arrêt de la Cour constitutionnelle, pour exhorter à respecter le cordon sanitaire, peu importe le niveau de pouvoir.

 

Vous vous compromettrez si, demain, vous n'imposez pas à Mme la ministre de respecter l'arrêt de la Cour constitutionnelle et ne lui enjoignez pas de faire enfin respecter par son administration qu'est Fedasil les principes de l'État de droit, à savoir l'égalité des droits et le respect de tous les demandeurs d'asile qui viennent ici et qui ont le droit, pas le droit optionnel, mais bien le droit à l'accueil.

 

Madame la ministre, étant donné que c'est votre compétence et votre responsabilité, demandons aujourd'hui à vos collègues de se prononcer sur cette affirmation forte et claire.

 

Pour ma part, je ne déposerai pas de motion de recommandation, madame la ministre, mais bien une motion de méfiance qui demande votre démission.

 

21.11  François De Smet (DéFI): Merci pour vos réponses, madame la ministre. Je n'ai pas été convaincu un instant par l'écran de fumée que vous venez de nous sortir. C'est comme la semaine dernière. Il y a plus de fumée, mais c'est toujours la même fumée. Si on m'avait un jour dit que je devrais demander à un gouvernement de bien vouloir respecter un arrêt de la Cour constitutionnelle par motion simple de recommandation, je ne l'aurais jamais cru. Mais je vais toutefois le faire.

 

Deuxièmement, on se pose quand même la question de l'attitude des partenaires. C'est ça la question, chers collègues. Combien de temps les partenaires – des groupes MR et Les Engagés par exemple – vont-ils vous laisser faire? C'est vrai qu'il y a eu quelques prises de parole. Il y a eu Mme Wilmès, la bonne conscience du MR, qui nous revient de temps en temps du ciel européen pour nous expliquer que ce serait quand même chouette de bien vouloir respecter les décisions de justice. Elle n'est pas allée jusqu’à dire quelles décisions de justice ni à citer le problème, mais c'était tout de même une prise de parole salutaire. Pour le reste en effet, nous entendons beaucoup de silence chez les libéraux qui devraient pourtant être les premiers défenseurs de l'État de droit.

 

Dans le même mode "courageux mais pas téméraire", je voudrais signaler, et porter une mention pour le président des Engagés, qui a quand même fait un long post sur LinkedIn intitulé: "Dans un État de droit, une décision de justice ne se discute pas, elle s'exécute." Un beau texte, vraiment, mais qui accomplit l'exploit de ne citer ni la Cour constitutionnelle, ni l'Arizona, ni vous-même, madame la ministre, ni le sujet qui nous préoccupe. Cela me fait penser à un prof qui donnait comme punition le fait de devoir faire une dissertation sur la boule de billard, sans parler ni de sa forme, ni de sa couleur, ni de son utilité. On a peut-être eu le même prof.

 

Je n'aurais pas cru devoir le dire non plus, mais le cdH de 2014 commence à nous manquer. Celui qui avait refusé de monter dans la "Suédoise". Parce que le problème il est bien là: ce n'est pas possible de ne pas savoir. Dès 2014 et dès le gouvernement de la "Suédoise", on le savait. On connaissait les précédents: il y a eu les visas humanitaires refusés et le renvoi des Soudanais malgré le risque de torture. Il y a eu le projet affiché et revendiqué de la N-VA qu'on peut partager ou non, qui est d'aller de l'avant à chaque fois, et même de forcer l'État de droit quand c'est possible. C'est pour cela que ceux qui ont choisi en 2024 de continuer avec les mêmes personnes et les mêmes pratiques – je suis désolé pour vous – n'ont aucune excuse.

 

21.12  Greet Daems (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Wat stel ik vast? Vorige week heeft premier De Wever hier gezegd dat het internationaal recht niet meer van toepassing is en minister Jambon wil onze pensioenrechten afpakken. Uw wetten worden tijdelijk geschorst door het Grondwettelijk Hof, maar u zegt dat u daar niet naar zult luisteren. Ik vind dat opmerkelijk, maar dat is geen toeval. Daar zit wel degelijk een rode lijn in. Onze rechten moeten wijken om uw asociaal afbraakbeleid te kunnen doorvoeren. Onze rechten komen niet uit de lucht gevallen, die zijn ons niet cadeau gedaan. Wij hebben onze rechten afgedwongen om onszelf en elkaar te beschermen.

 

Mevrouw de minister, wij geven onze rechten niet af. Dat de N-VA onze rechten aanvalt, hoeft eigenlijk niet te verbazen. De N-VA toont wel vaker minachting voor de rechterlijke macht. Als er uitspraken zijn die niet naar de zin van uw partij zijn, worden de rechters links en activistisch genoemd. Het Grondwettelijk Hof staat nu toch niet bepaald bekend als een clubje linkse activisten. Dat u uw voeten veegt aan het arrest van het Grondwettelijk Hof, dat was te verwachten, maar dat de andere partijen van de meerderheid – Vooruit, cd&v, Les Engagés en MR – daar naar staan te kijken, daar kan ik niet bij. Het is ook uw taak om ervoor te zorgen dat elke regeringspartij zich aan de wet houdt, maar het blijft oorverdovend stil, op een beleefd filmpje van Les Engagés na.

 

U blijft erbij dat u het arrest van het Grondwettelijk Hof respecteert, maar u bent de enige die dat gelooft. Tegenover u staan zowat alle experts. U verwijst naar Paul Van Orshoven, maar diezelfde Paul Van Orshoven heeft ook een citaat in Doorbraak: "Schaf het algemeen stemrecht af". Als dat de specialist is waarop u steunt, dan heb ik daar toch mijn twijfels bij.

 

U zegt dat er een andere juridische basis is waarop u uw wet kunt baseren. Opnieuw geven alle juristen u echter ongelijk, behalve Paul Van Orshoven. Als er dan toch een juridische basis bestond om mensen met M-status in de opvang te weigeren, zoals u beweert, waarom moest er dan een nieuwe wet worden ingevoerd? Dat krijgt u niet uitgelegd. U voerde de nieuwe wet in net omdat er geen juridische basis bestond in de Belgische wetgeving. Dat er geen juridische basis was, werd ook bevestigd door de arbeidsrechtbank en de Raad van State.

 

Hoe kunt u verklaren dat de wet zoals die was eerst niet volstond om opvang te weigeren en nu plotseling wel, of heeft uw kabinet misschien een andere juridische basis gevonden die zo goed verstopt is dat zelfs de rechters, de arbeidsrechtbank en de leden van de Raad van State die nog altijd niet hebben gevonden?

 

Mevrouw de minister, ik heb u daarnet al herinnerd aan de Grondwet en ik doe het nog eens.

 

(Mevrouw Daems toont een boekje met de Grondwet.)

 

U hebt bij de koning getrouwheid gezworen aan de Grondwet, maar ik kan alleen constateren dat u het lijkt te zijn vergeten. Ik heb hier mijn exemplaar bij. Als u wilt, kan ik het u cadeau doen. Ik raad u aan het nog eens goed te lezen, mevrouw de minister. In dit land wordt verwacht dat u luistert naar de rechterlijke macht. 

 

21.13  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, het feit dat u hier gesteund wordt door het Vlaams Belang en dat uw coalitiepartners zwijgen, zegt voor mij alles. Dat is wat er aan de hand is met het asiel- en migratiebeleid van de huidige regering. U voert het beleid van het Vlaams Belang uit, u holt hen achterna en uw coalitiepartners zwijgen. Dat is het probleem.

 

U bent ondertussen ook een beetje voorspelbaar. Ik kon mij daarop voorbereiden en ik heb dat ook gedaan. Wat hebt u gezegd? U bent de enige die humaan is. De vorige regering, dat was een bende prutsers. Iedereen die het niet met u eens is, behoort tot de open-grenzenlobby. Iedere keer opnieuw komt u met hetzelfde riedeltje.

 

Mevrouw de minister, wij zullen het nooit eens zijn over het asiel- en migratiebeleid, dat klopt. U wilt een beleid voeren op basis van buikgevoel, wij willen een beleid voeren op basis van onderbouw. U wilt een beleid voeren dat stoer is, wij willen een beleid dat humaan is. U voert een beleid ten koste van de allerzwaksten. Wij vinden dat dat niet kan.

 

Mevrouw de minister, dat u mijn kritiek niet ter harte neemt, verbaast mij uiteraard niet. U zou dat nooit doen en u moet dat ook niet doen. Daarom gebruik ik voortdurend citaten van experten, specialisten, academici, professoren en juristen. U zegt dat het allemaal onnozelaars zijn. Geen van allen heeft het begrepen. U bent, samen met de heer Ronse, de enige die het wel begrijpt. Al de rest, al de specialisten, zijn volgens u onnozelaars. U hebt inderdaad een professor gevonden. Sorry, maar met dat soort citaten hebt u het WK selectief lezen gewonnen. Als u dat gehele artikel hebt gelezen, waarvan ik mag hopen dat u dat hebt gedaan, dan zult u zien dat wat u doet een aanfluiting is van de rechtsstaat.

 

Mevrouw de minister, u volgt juristen en rechtbanken alleen wanneer ze uitspraken doen die in uw kraam passen. In alle andere gevallen zijn het volgens u activistische rechters die uw beleid dwarsbomen. Sorry, maar zo werkt een rechtsstaat niet. Wat u doet, is spugen in het gezicht van iedere magistraat. U minacht de rechterlijke macht.

 

Ik hoop dat wij samen met vele anderen zullen rechtstaan, onze rug zullen rechten en zullen zeggen: tot hier en niet verder. Ik hoop trouwens ook dat uw coalitiepartners dat zullen doen. Op sociale media zie ik af en toe een filmpje of een bericht. In de commissiezaal hoor ik soms iemand van de meerderheid die een kritische opmerking durft te maken. Wanneer er echter op het stemknopje moet worden gedrukt, geen paniek, ze zullen u volgen.

 

Hun principes hebben ze ingeruild voor een aantal ministerposten. Deze legislatuur zullen ze elke keer op het knopje duwen, want dat is wat ze doen.

 

Vrienden van Vooruit, Les Engagés en cd&v, waar is de tijd dat u, als het over de rechtsstaat ging, mee op de barricaden stonden, dat u samen met ons, samen met alle democraten, vocht voor de rechtsstaat, voor de scheiding der machten, voor respect voor juridische rechterlijke uitspraken? Waar is die tijd? Waarom hebt u die principes opgeborgen? U haalt die principes alleen nog boven op sociale media voor leuke filmpjes.

 

U kunt hier vandaag die eenvoudige motie goedkeuren, maar stop dan ook met die zever. Stop dan met die filmpjes. Stop dan met pseudo-kritische uiteenzettingen in de commissie. Wees dan eerlijk. Zeg dan gewoon dat de minister gelijk heeft, dat u slaafs volgt, dat voor u de rechtsstaat een detail is geworden. Wees eerlijk.

 

21.14  Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, u zei letterlijk dat geen enkele asielzoeker op straat slaapt. Hebt u eigenlijk al een keer in Brussel rondgelopen? Bent u al een keer in het tentenkamp geweest, aan de humanitaire hub? Het ligt er vol illegalen, vol drugs en vol gedrogeerden. In plaats van die op te pakken en terug te sturen naar het land van herkomst, laat u ze gewoon liggen. U negeert het probleem liever.

 

De situatie daar is ronduit gevaarlijk. Het personeel zelf kwam me waarschuwen dat die illegalen gevaarlijk zijn en dat ze agressief zijn. Ik ben er zelf omsingeld geweest, uitgescholden voor fille de pute. U doet daaraan niets. Illegalen, dat interesseert u niet.

 

Nog een andere rechtszaak interesseert u blijkbaar ook niet. Het is een schande dat de regering daaraan niets doet. Het betreft de zaak van de veroordeelde terrorist Nizar Trabelsi, die al 600.000 euro gekregen heeft van de Belgische Staat, en van deze regering 350.000 euro. Het is een ware schande. Daaraan doet u ook niets.

 

Er is nog een andere rechtszaak, een zaak die u niet kent, u bent er nog niet van op de hoogte, maar ik zeg het u nu al. Volgende week trek ik naar de Raad van State om van u openbaarheid te eisen met betrekking tot de huurcontracten van Fedasil. U weigert de belastingbetaler immers inzage te geven in de riante huurprijzen die Fedasil betaalt.

 

Mevrouw de minister, elke belastingbetaler heeft het recht om dat te weten.

 

Mijnheer de voorzitter, ik dien vandaag geen motie in, want dat is een belachelijk systeem. De motie wordt toch weggestemd, of we kunnen er zelfs niet over stemmen. Ik dien dus geen motie in.

 

Wat ik wel zal doen, mevrouw de minister, is u wekelijks lastigvallen met dezelfde ambetante vragen.

 

Moties

Motions

 

De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Claire Hugon Lecharlier en de heer Matti Vandemaeleen en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Claire Hugon Lecharlier, de heren Khalil Aouasti en François De Smet, mevrouw Greet Daems, de heer Matti Vandemaele en mevrouw Francesca Van Belleghem

en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid,

- overwegende dat de rechtsstaat een organisatiemodel is om de uitoefening van overheidsbevoegdheden te reguleren, dat de garantie biedt dat de overheid binnen de door de wet gestelde grenzen handelt, in overeenstemming met de democratische waarden en de grondrechten, en onder toezicht van onafhankelijke en onpartijdige rechtscolleges;

- overwegende dat de scheiding der machten een essentieel kenmerk is van democratische stelsels, dat in de Belgische Grondwet is verankerd;

- overwegende dat het Grondwettelijk Hof op 26 februari 2026 het arrest nr. 23/2026 heeft gewezen, waarbij artikel 2 van de wet van 14 juli 2025 tot wijziging van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën vreemdelingen, in zoverre het artikel 4, § 1, van die laatste wet aanvult met een punt 5°, geschorst wordt tot de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad van het arrest waarbij er een definitieve uitspraak gedaan wordt over de grond van de zaak;

- overwegende dat dit artikel de grondslag vormde voor de beslissingen tot weigering van opvang voor asielzoekers die reeds internationale bescherming genieten in een ander land van de Europese Unie (de 'M-statushouders');

- overwegende dat de minister van Asiel en Migratie aangekondigd heeft dat zij de opgeschorte maatregel zal blijven toepassen op een andere rechtsgrondslag;

- overwegende dat de minister haar administratie daadwerkelijk instructies in die zin gegeven heeft en dat er sinds het schorsingsarrest van het Grondwettelijk Hof nieuwe beslissingen tot weigering genomen zijn;

- overwegende dat de betrokken rechtsgrondslag artikel 4, §1, 3° van de wet van 12 januari 2007 is, dat vóór de wet van 14 juli 2025 gebruikt werd als grondslag voor de beslissingen tot weigering van opvang voor M-statushouders;

- overwegende dat de Belgische Staat voor het Grondwettelijk Hof reeds heeft betoogd dat deze bepaling als grondslag voor dergelijke beslissingen kon dienen;

- overwegende dat het Grondwettelijk Hof van oordeel was dat er een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gesteld moest worden om na te gaan of deze interpretatie verenigbaar is met het Europees recht;

- overwegende dat het voortzetten van de toepassing van dezelfde maatregel op grond van een andere bepaling neerkomt op het uithollen van de controle van het Grondwettelijk Hof en het Hof van Justitie van de Europese Unie;

- overwegende dat het gebruik van de vorige bepaling om het recht op opvang van asielzoekers met een 'M-status' te weigeren of te beperken bovendien door de Raad van State reeds onwettig bevonden werd, omdat er hierover geen advies gevraagd was aan de afdeling wetgeving van de Raad van State (arrest 261.887 van 27 december 2024), alsook door het Arbeidshof te Brussel (arrest 2025/CB/2 van 13 maart 2025), wat de reden was waarom de minister de bepalingen heeft laten goedkeuren die vandaag voor het Grondwettelijk Hof worden betwist;

- overwegende dat de beslissing van de minister om deze weigeringen ondanks de bovenvermelde arresten van het Grondwettelijk Hof, de Raad van State en het Arbeidshof te Brussel te blijven toepassen, een schending is van de scheiding der machten en van de rechtsstaat;

- overwegende bovendien dat de instructie die in die zin aan Fedasil gegeven werd, een kennelijk onwettig bevel vormt, waardoor de medewerkers van de administratie in een bijzonder delicate situatie geplaatst worden;

verzoekt de regering

- het gezag van het schorsingsarrest nr. 23/2026 van het Grondwettelijk Hof, de scheiding der machten en de rechtsstaat volledig te eerbiedigen, zoals overigens ook in het federale regeerakkoord 2025-2029 staat;

- daartoe alle instructies in te trekken die tot doel hebben de materiële hulp te beperken op grond van het argument dat een andere lidstaat van de Europese Unie al internationale bescherming verleend heeft, en af te zien van elk initiatief om de gevolgen van de geschorste bepalingen te herstellen, ongeacht de gebruikte rechtsgrondslag, in afwachting van het arrest tot nietigverklaring van het Grondwettelijk Hof."

 

Une première motion de recommandation a été déposée par Mme Claire Hugon Lecharlier et M. Matti Vandemaele et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Claire Hugon Lecharlier, MM. Khalil Aouasti et François De Smet, Mme Greet Daems, M. Matti Vandemaele et Mme Francesca Van Belleghem

et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,

- considérant que l’État de droit est un modèle d’organisation permettant d’encadrer l’exercice de la puissance publique, qui garantit que toutes les autorités publiques agissent dans les limites fixées par la loi, conformément aux valeurs de la démocratie et des droits fondamentaux, et sous le contrôle de juridictions indépendantes et impartiales;

- considérant que la séparation des pouvoirs est une caractéristique essentielle des régimes démocratiques, consacrée dans la Constitution belge ;

- considérant que la Cour constitutionnelle a rendu le 26 février 2026 l’arrêt n° 23/2026 suspendant, jusqu’à la date de publication au Moniteur belge de l’arrêt statuant définitivement sur le fond, l’article 2 de la loi du 14 juillet 2025 modifiant la loi du 12 janvier 2007 sur l’accueil des demandeurs d’asile et de certaines autres catégories d’étrangers, en ce qu’il complète l’article 4, §1er, de cette dernière loi par un 5° ;

- considérant que cet article fondait les décisions de refus d’hébergement pour les personnes demandeuses d’asile qui bénéficient déjà d’une protection internationale dans un autre pays de l’Union européenne (les ’statuts M’) ;

- considérant que la ministre de l’Asile et de la Migration a annoncé qu’elle poursuivrait l’application de la mesure suspendue sur une autre base légale ;

- considérant que la ministre a effectivement donné des instructions en ce sens à son administration et que de nouvelles décisions de refus ont été prises depuis l’arrêt en suspension de la Cour constitutionnelle ;

- considérant que la base légale concernée est l’article 4, §1er, 3°, de la loi du 12 janvier 2007, qui était utilisé antérieurement à la loi du14 juillet 2025 pour fonder les décisions de refus d’hébergement pour les personnes disposant d’un statut M ;

- considérant que l'État belge a déjà plaidé devant la Cour constitutionnelle que cette disposition pouvait fonder de telles décisions ;

- considérant que la Cour constitutionnelle a estimé qu’une question préjudicielle à la Cour européenne de Justice était nécessaire pour vérifier la compatibilité de cette interprétation avec le droit européen ;

- considérant que poursuivre l’application de la même mesure sur la base d’une autre disposition revient à vider de sa substance le contrôle de la Cour constitutionnelle et de la Cour de Justice de l’Union européenne ;

- considérant que l’utilisation de la disposition antérieure pour refuser ou limiter le droit à l’accueil des demandeurs d’asile ‘statut M’ a en outre déjà été jugée illégale par le Conseil d’État pour défaut de consultation de la section de législation du Conseil d’État (arrêt 261.887 du 27 décembre 2024) ainsi que par la Cour du Travail de Bruxelles (arrêt 2025/CB/2 du 13 mars 2025), raison pour laquelle la ministre a fait adopter les dispositions aujourd'hui contestées devant la Cour constitutionnelle ;

- considérant que la décision de la ministre de continuer l’application de ces refus, malgré les arrêts de la Cour constitutionnelle, du Conseil d’État et de la Cour du Travail de Bruxelles précités, constitue une violation de la séparation des pouvoirs et de l’État de droit ;

- considérant en outre que l’instruction donnée à Fedasil en ce sens constitue un ordre manifestement illégal, plaçant les agents de l’administration dans une situation particulièrement délicate ;

demande au gouvernement

- de respecter pleinement l’autorité de l’arrêt de suspension n°23/2026 de la Cour constitutionnelle, la séparation des pouvoirs et l’État de droit, comme le prévoit d'ailleurs l'accord de coalition fédérale 2025-2029 ;

- pour ce faire, de retirer toute instruction visant à limiter l’aide matérielle sur le motif de l’existence d’une protection internationale octroyée par un autre État de l’Union européenne, et de s’abstenir de toute initiative visant à rétablir les effets des dispositions suspendues, quel que soit le fondement juridique utilisé, en l’attente de l’arrêt de la Cour constitutionnelle en annulation."

 

Een motie van wantrouwen werd ingediend door de heer Khalil Aouasti en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Claire Hugon Lecharlier, de heren Khalil Aouasti en François De Smet, mevrouw Greet Daems, de heer Matti Vandemaele en mevrouw Francesca Van Belleghem

en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid,

vraagt het ontslag van de minister. "

 

Une motion de méfiance a été déposée par M. Khalil Aouasti et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Claire Hugon Lecharlier, MM. Khalil Aouasti et François De Smet, Mme Greet Daems, M. Matti Vandemaele et Mme Francesca Van Belleghem

et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,

demande la démission de la ministre."

 

Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Claire Hugon Lecharlier, de heren Khalil Aouasti en François De Smet, mevrouw Greet Daems, de heer Matti Vandemaele en mevrouw Francesca Van Belleghem

en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid,

- gelet op het feit dat de minister van Asiel en Migratie publiekelijk heeft bevestigd dat ze de door het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 26 februari 2026 uitgesproken schorsing van de wet van 18 juli 2025 met betrekking tot de opvangstop voor asielzoekers die elders in de EU al bescherming kregen, en dit in afwachting van een advies van het Hof van Justitie van de Europese Unie, naast zich neerlegt;

- gelet op het feit dat die zwaarwichtige beslissing terecht verontwaardiging opwekt, niet alleen bij het maatschappelijk middenveld en de ordes van advocaten, maar ook bij verschillende grondwetspecialisten, zowel in het noorden als in het zuiden van het land, die zich daarover in een open brief hebben uitgelaten;

- gelet op het feit dat die beslissing, die op andere juridische argumenten gebaseerd werd, de controle door het Grondwettelijk Hof volledig uitholt en bijgevolg de rechtsstaat ondergraaft;

- gelet op het feit dat de minister beweert dat ze de opvangweigering baseert op oude rechtsgronden (die niet geschorst werden) en van mening is dat zij het recht had om die opvang vóór de schorsing te weigeren, waarbij ze het Europees recht zo interpreteert dat dit haar dat recht geeft, terwijl de door het Grondwettelijk Hof aan het Hof van Justitie gestelde prejudiciële vraag er precies toe strekt die interpretatie van het recht van de Europese Unie in vraag te stellen;

- gelet op het feit dat er, juridisch gezien, in dit stadium niet kan worden aangetoond dat een opvangweigering – zelfs op andere wettelijke gronden – grondwettelijk zou kunnen zijn;

gelet op het feit dat is gebleken dat verschillende gezinnen die naar het Aanmeldcentrum van Fedasil waren doorverwezen, daar geweigerd werden,  waarbij het ging over gezinnen die ondergebracht werden in een noodopvangcentrum dat op 31 maart 2026 (na afloop van het winterplan) zal sluiten, en die zeer kwetsbaar zijn (zwangere vrouwen, vrouwen met psychiatrische aandoeningen, enz.) en na die datum geen alternatieven hebben;

- gelet op het feit dat de personeelsleden van het Aanmeldcentrum de eenvoudige instructie zouden hebben gekregen om die gezinnen niet langer uit te nodigen, zonder enige wettelijke rechtvaardiging;

vraagt de regering

het arrest van het Grondwettelijk Hof correct na te leven en op generlei wijze de uitvoering ervan juridisch te omzeilen, teneinde geen desastreus beeld van ons land te geven als land dat de rechtsstaat minacht."

 

Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Claire Hugon Lecharlier, MM. Khalil Aouasti et François De Smet, Mme Greet Daems, M. Matti Vandemaele et Mme Francesca Van Belleghem

et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,

- eu égard au fait que la ministre de l’Asile et de la Migration a confirmé publiquement ne pas respecter  la suspension par la Cour constitutionnelle dans son arrêt du 26 février 2026 de la loi du 18 juillet 2025 concernant l’arrêt de l’accueil de demandeurs d’asile ayant déjà obtenu une protection, et ce dans l’attente d’un avis de la Cour de justice de l’Union européenne;

- eu égard au fait que cette décision grave suscite à juste titre l'indignation de la société civile, de l’ordre des barreaux, mais aussi de plusieurs constitutionnalistes, tant du Nord que du Sud du pays , qui se sont exprimés dans une carte blanche;

- eu égard au fait que cette décision, basée sur l’utilisation d’un autre argumentaire juridique, vide de toute substance le contrôle de la Cour constitutionnelle – par voie de conséquence l'Etat de droit;

- eu égard au fait que la ministre affirme fonder le refus de l'accueil sur d'anciennes bases légales (non suspendues), considère qu’elle avait le droit de refuser cet accueil avant la suspension, interprétant le droit européen comme lui donnant ce droit, alors que la question préjudicielle posée par la Cour constitutionnelle à la Cour de justice vise précisément à interroger cette lecture du droit de l'Union européenne;

- eu égard au fait que juridiquement, il ne peut être attesté à ce stade qu’un refus de l'accueil, même fondé sur d’autres bases légales, pourrait s'avérer constitutionnel;

- eu égard au fait qu’il est avéré que plusieurs familles orientées vers le Dispatching Fedasil ont été refusées, familles qui sont hébergées dans un dispositif d'hébergement d’urgence qui fermera ses portes au 31 mars 2026 (plan hivernal), et qui sont  fortement vulnérables (femmes enceintes, femmes avec pathologies psychiatriques, etc.) et ne disposent pas d’alternatives après cette date;

- eu égard au fait que les travailleurs du Dispatching auraient reçu comme simple instruction d’arrêter d’inviter ces familles, sans la moindre justification légale;

demande au gouvernement

de respecter dûment l’arrêt de la Cour constitutionnelle et de renoncer à tout contournement juridique dudit arrêt pour ne pas l’exécuter, afin de ne pas donner l’image désastreuse de notre pays comme méprisant l’état de droit."

 

Een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Greet Daems en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Claire Hugon Lecharlier, de heren Khalil Aouasti en François De Smet, mevrouw Greet Daems, de heer Matti Vandemaele en mevrouw Francesca Van Belleghem

en het antwoord van de minister van Asiel, Migratie en Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid,

- overwegende dat: minister Van Bossuyt het arrest van het Grondwettelijk Hof met nummer nr. 23/2026 van 26 februari 2026 niet naleeft;

- overwegende dat de onmiddellijke toepassing van de geschorste wet voor een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel kan zorgen;

- overwegende dat minister Van Bossuyt haar beleid voortzet ondanks dat er nog geen uitspraak is van het Europees Hof van Justitie over de prejudiciële vraag die de wettelijkheid van de geschorste wet onderzoekt;

- overwegende dat minister Van Bossuyt beweert dat er een andere juridische basis zou bestaan voor de voorzetting van de opvangweigering van mensen met een M-status;

- overwegende dat die bewering tegengesproken wordt door de arbeidsrechtbank van Brussel en de Raad van State;

- overwegende dat minister Van Bossuyt al meermaals beschuldigd werd voor het ondermijnen van de fundamenten van onze rechtsstaat en de scheiding der machten;

- overwegende dat minister Van Bossuyt trouwheid gezworen heeft aan de grondwet, en de principes van de democratische rechtsstaat en de scheiding der machten dient te respecteren;

verzoekt de regering ervoor te zorgen

- dat minister Van Bossuyt zich voortaan houdt aan de scheiding der machten en de principes van onze democratische rechtsstaat;

- dat minister Van Bossuyt het arrest van het Grondwettelijk Hof uitvoert;

- dat minister Van Bossuyt voortaan enkel nog beleid voert en wetgeving uitvaardigt die in lijn zijn met de grondwet, de mensenrechten en het Europees recht."

 

Une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Greet Daems et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Claire Hugon Lecharlier, MM. Khalil Aouasti et François De Smet, Mme Greet Daems, M. Matti Vandemaele et Mme Francesca Van Belleghem

et la réponse de la ministre de l'Asile, de la Migration et de l'Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes,

- considérant que la ministre Van Bossuyt ne respecte pas l'arrêt n° 23/2026 de la Cour constitutionnelle du 26 février 2026;

- considérant que l'application immédiate de la loi suspendue est susceptible de causer un préjudice grave et difficilement réparable;

- considérant que la ministre Van Bossuyt poursuit sa politique alors que la Cour de justice européenne ne s'est pas encore prononcée sur la question préjudicielle qui examine la légalité de la loi suspendue;

- considérant que la ministre Van Bossuyt affirme qu'il existerait une autre base juridique pour maintenir la décision de refus d'accueil des personnes ayant le statut M;

- considérant que cette affirmation est contredite par le tribunal du travail de Bruxelles et le Conseil d'État;

- considérant que la ministre Van Bossuyt a déjà été accusée à plusieurs reprises de porter atteinte aux fondements de notre État de droit et à la séparation des pouvoirs;

- considérant que la ministre Van Bossuyt a juré fidélité à la Constitution et est tenue de respecter les principes de l'État de droit démocratique et de la séparation des pouvoirs;

demande au gouvernement

- de veiller à ce que la ministre Van Bossuyt respecte désormais la séparation des pouvoirs et les principes de notre État de droit démocratique;

- de s’assurer que la ministre Van Bossuyt exécute l'arrêt de la Cour constitutionnelle;

- de veiller à ce que la ministre Van Bossuyt ne mène désormais que des politiques et ne légifère que dans le respect de la Constitution, des droits de l'homme et du droit européen."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse en Benoît Piedboeuf en door de dames Nawal Farih en Aurore Tourneur.

Une motion pure et simple a été déposée par MM. Axel Ronse et Benoît Piedboeuf et Mmes Nawal Farih et Aurore Tourneur.

 

21.15  Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, we vragen de urgentie voor de stemming over de eenvoudige motie.

 

De voorzitter: Aangezien de urgentie voor de eenvoudige motie werd gevraagd, stel ik voor dat de Kamer zich straks over deze moties uitspreekt. (art. 140, nr. 6, tweede lid, Rgt.)

Étant donné que l'urgence de la motion pure et simple a été demandée, je propose que la Chambre se prononce sur ces motions tout à l'heure. (art. 140, n° 6, deuxième alinéa, Rgt.)

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

De bespreking is gesloten.

La discussion est close.

 

Collega's, ik sluit de geheime stemming over de kandidaturen voor het Grondwettelijk Hof. De twee jongste leden zijn ondertussen al vertrokken om te gaan tellen.

 

Mededelingen

Communications

 

22 Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens – Hernieuwing van een derde van de leden van de raad van bestuur

22 Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains – Renouvellement d’un tiers des membres du conseil d’administration

 

Overeenkomstig de beslissing van de plenaire vergadering van 22 januari 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad van 27 januari 2026 een oproep tot kandidaten voor een derde van de mandaten van effectief en plaatsvervangend lid van de raad van bestuur van het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens.

Conformément à la décision de la séance plénière du 22 janvier 2026, un appel à candidats a été publié au Moniteur belge du 27 janvier 2026 pour un tiers des mandats de membres effectifs et suppléants du conseil d'administration de l’Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains.

 

De volgende kandidaturen werden binnen de voorgeschreven termijn ingediend:

Les candidatures suivantes ont été introduites dans le délai prescrit:

 

Voor de mandaten van effectief lid:

Pour les mandats de membre effectif:

 

Categorie 'academische wereld'

Catégorie 'monde académique'

 

Nederlandstalige kandidaten:

- de heer Bernard Hubeau , emeritus gewoon hoogleraar aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen

- mevrouw Aleydis Nissen, assistent professor mensenrechten, rechtsstaat en democratie aan de Universiteit Hasselt en assistent professor publiek internationaal recht aan de Universiteit Antwerpen

- mevrouw Sofie Royer, docent veiligheid, terrorisme en mensenrechten aan de VUB en onderzoeksexpert bij het Centre for IT & IP law aan de KULeuven

- de heer Wouter Ryckbosch, docent geschiedenis aan de UGent

- de heer Hendrik Vandekerckhove, doctor in de rechten, lid van de Liga voor de mensenrechten

Candidats néerlandophones:

- M. Bernard Hubeau, professeur ordinaire émérite à la Faculté de droit à la Universiteit Antwerpen

- Mme Aleydis Nissen, professeur assistant en droits humains, état de droit et démocratie à la Universiteit Hasselt et assistant professeur en droit international public à la Universiteit Antwerpen

- Mme Sofie Royer, chargé de cours en sécurité, terrorisme et droits humains à la VUB et expert en recherche au Centre for IT & IP law à la  KULeuven

- M. Wouter Ryckbosch, chargé de cours en histoire à la UGent

- M. Hendrik Vandekerckhove, docteur en droit,             membre de la Ligue des droits de l’homme

 

Franstalige kandidaten:

- de heer Mathias El Berhoumi, hoogleraar aan de UCLouvain Saint-Louis

- de heer Patrick Wautelet, hoogleraar in de rechten aan de Université de Liège

Candidats francophones:

- M. Mathias El Berhoumi, professeur à l’UCLouvain Saint-Louis

- M. Patrick Wautelet, professeur de droit à l’Université de Liège

 

Categorie 'maatschappelijk middenveld'

Catégorie 'société civile'

 

Nederlandstalige kandidaten:

- de heer David Dessin, nationaal directeur van  Kerk in Nood / Aide à l'Église en Détresse / Kirche in Not België-Luxembourg

- mevrouw Julie Hendrickx Devos, algemeen voorzitter beweging.net

- de heer Frank Judo, stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten bij de balie van Brussel

- de heer Dirk Minnebo, raadsheer in Sociale Zaken in het Arbeidshof van Antwerpen

- de heer Walter Thiery, ererechter op rust en plaatsvervangend magistraat in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel

- de heer Hendrik Vandekerckhove, doctor in de rechten, lid van de Liga voor de mensenrechten

Candidats néerlandophones:

- M. David Dessin, directeur national de Kerk in Nood / Aide à l’Église en Détresse / Kirche in Not Belgique-Luxembourg

- Mme Julie Hendrickx Devos, présidente générale beweging.net

- M. Frank Judo, bâtonnier de l’Ordre des avocats au barreau de Bruxelles

- M. Dirk Minnebo, conseiller en Affaires sociales à la Cour du travail d’Anvers

- M. Walter Thiery, juge honoraire pensionné et magistrat suppléant au tribunal de première instance néerlandophone de Bruxelles

- M. Hendrik Vandekerckhove, docteur en droit,             membre de la Ligue des droits de l’homme

 

Franstalige kandidaten:

- de heer Benjamin Blaise, directeur van de vzw  ˈLes Territoires de la Mémoireˈ

- de heer François Daoût, erevoorzitter van het Grondwettelijk Hof en lid van het bestuursorgaan van de vzw ˈCentre d’Action Laïqueˈ

- mevrouw Nathalie Denies, diensthoofd van de dienst Bescherming van Unia

- de heer David Lallemand, adviseur van le délégué général aux droits de l’enfant  van de Franse Gemeenschap

- mevrouw Jil Theunissen, verantwoordelijke van de Juridische dienst van de Association des Journalistes Professionnels

- mevrouw Laura Van den Eynde, onderzoekster  bij de NGO ˈCivicusˈ

Candidats francophones:

- M. Benjamin Blaise, directeur de l’asbl ˈLes Territoires de la Mémoireˈ

- M. François Daoût, président émérite de la Cour constitutionnelle et membre de l’organe d’administration de l’asbl du Centre d’Action Laïque

- Mme Nathalie Denies, cheffe du service Protection d’Unia

- M. David Lallemand, conseiller du délégué général aux droits de l’enfant de la Communauté française

- Mme Jil Theunissen, responsable du service juridique de l’Association des journalistes professionnels

- Mme Laura Van den Eynde, chercheuse au sein de l’ONG ˈCivicusˈ

 

Categorie 'sociale partners'

Catégorie 'partenaires sociaux'

 

Nederlandstalige kandidaten:

- de heer Michaël De Gols, directeur van Unisoc

- de heer Chris Serroyen, gepensioneerd

Candidats néerlandophones:

- M. Michaël De Gols, directeur d’Unisoc

- M. Chris Serroyen, pensionné

 

Franstalige kandidaten:

- mevrouw Isabelle Doyen, lid van de raad van bestuur van het FIRM en juridisch adviseur bij ABVV federaal

- de heer David Lallemand, adviseur van le délégué général aux droits de l’enfant  van de Franse Gemeenschap

- de heer Jean-Charles Parizel, eerste adviseur bij het VBO

Candidats francophones:

- Mme Isabelle Doyen, membre du conseil d’administration de l’IFDH et conseillère juridique à la FGTB fédérale

- M. David Lallemand, conseiller du délégué général aux droits de l’enfant de la Communauté française

- M. Jean-Charles Parizel, premier conseiller au sein de la FEB

 

Voor de mandaten van plaatsvervangend lid:

Pour les mandats de membre suppléant

 

Categorie 'academische wereld'

Catégorie 'monde académique'

 

Nederlandstalige kandidaten:

- de heer Bernard Hubeau , emeritus gewoon hoogleraar aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen

- mevrouw Aleydis Nissen, assistent professor mensenrechten, rechtsstaat en democratie aan de Universiteit Hasselt en assistent professor publiek internationaal recht aan de Universiteit Antwerpen

- de heer Wouter Ryckbosch, docent geschiedenis aan de UGent

- de heer Hendrik Vandekerckhove, doctor in de rechten, lid van de Liga voor de mensenrechten

Candidats néerlandophones:

- M. Bernard Hubeau, professeur ordinaire émérite à la Faculté de droit à la Universiteit Antwerpen

- Mme Aleydis Nissen, professeur assistant en droits humains, état de droit et démocratie à la Universiteit Hasselt et assistant professeur en droit international public à la Universiteit Antwerpen

- M. Wouter Ryckbosch, chargé de cours en histoire à la UGent

- M. Hendrik Vandekerckhove, docteur en droit,             membre de la Ligue des droits de l’homme

 

Franstalige kandidaten:

Geen kandidaturen

Candidats francophones:

Aucune candidature

 

Categorie 'maatschappelijk middenveld'

Catégorie 'société civile'

 

Nederlandstalige kandidaten:

- de heer David Dessin, nationaal directeur van  Kerk in Nood / Aide à l'Église en Détresse / Kirche in Not België-Luxembourg

- mevrouw Julie Hendrickx Devos, algemeen voorzitter beweging.net

- de heer Dirk Minnebo, raadsheer in Sociale Zaken in het Arbeidshof van Antwerpen

- de heer Hendrik Vandekerckhove, doctor in de rechten, lid van de Liga voor de mensenrechten

Candidats néerlandophones:

- M. David Dessin, directeur national de Kerk in Nood / Aide à l’Église en Détresse / Kirche in Not Belgique-Luxembourg

- Mme Julie Hendrickx Devos, présidente générale beweging.net

- M. Dirk Minnebo, conseiller en Affaires sociales à la Cour du travail d’Anvers

- M. Hendrik Vandekerckhove, docteur en droit,             membre de la Ligue des droits de l’homme

 

Franstalige kandidaten:

- mevrouw Nathalie Denies, diensthoofd van de dienst Bescherming van Unia   

- de heer David Lallemand, adviseur van le délégué général aux droits de l’enfant  van de Franse Gemeenschap

- mevrouw Jil Theunissen, verantwoordelijke van de Juridische dienst van de Association des Journalistes Professionnels

-mevrouw Laura Van den Eynde, onderzoekster  bij de NGO ˈCivicusˈ

Candidats francophones:

- Mme Nathalie Denies, cheffe du service Protection d’Unia

- M. David Lallemand, conseiller du délégué général aux droits de l’enfant de la Communauté française

- Mme Jil Theunissen, responsable du service juridique de l’Association des journalistes professionnels

- Mme Laura Van den Eynde, chercheuse au sein de l’ONG ˈCivicusˈ

 

Categorie 'sociale partners'

Catégorie 'partenaires sociaux'

 

Nederlandstalige kandidaten:

- de heer Michaël De Gols, directeur van Unisoc

Candidats néerlandophones:

- M. Michaël De Gols, directeur d’Unisoc

 

Franstalige kandidaten:

- de heer David Lallemand, adviseur van le délégué général aux droits de l’enfant van de Franse Gemeenschap

- de heer Jean-Charles Parizel, eerste adviseur bij het VBO

Candidats francophones:

- M. David Lallemand, conseiller du délégué général aux droits de l’enfant de la Communauté française

- M. Jean-Charles Parizel, premier conseiller au sein de la FEB

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 11 maart 2026 stel ik u voor de kandidaturen over te zenden aan de politieke fracties.

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 11 mars 2026, je vous propose de transmettre les candidatures aux groupes politiques.

 

De kandidaten zullen door de commissie voor Justitie worden gehoord.

Les candidats seront auditionnés en commission de la Justice.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

23 Raad van State – Voordracht van een Nederlandstalige staatsraad

23 Conseil d'État – Présentation d'un conseiller d'État néerlandophone

 

De lijst met drie kandidaten voorgedragen door de Raad van State voor een betrekking van Nederlandstalige staatsraad werd u medegedeeld tijdens de plenaire vergadering van 26 februari 2026.

La liste de trois candidats présentée par le Conseil d'État pour une fonction de conseiller d'État néerlandophone, vous a été communiquée au cours de la séance plénière du 26 février 2026.

 

Aangezien de voordracht niet unaniem is, kan de Kamer, overeenkomstig artikel 70, § 1, achtste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen vanaf de ontvangst van de mededeling van deze voordracht, hetzij de door de Raad van State voorgedragen lijst bevestigen, hetzij een andere uitdrukkelijk gemotiveerde lijst met drie namen voordragen.

La présentation n'étant pas unanime, la Chambre peut, conformément à l’article 70, § 1er, alinéa 8, des lois sur le Conseil d’État, coordonnées le 12 janvier 1973, et dans un délai ne pouvant dépasser trente jours à compter de la réception de la communication de cette présentation, soit confirmer la liste présentée par le Conseil d'État, soit présenter une autre liste de trois noms formellement motivée.

 

De termijn waarover de Kamer beschikt om een lijst voor te dragen of om de lijst te bevestigen, verstrijkt op 14 maart 2026.

Le délai dont dispose la Chambre pour présenter une liste ou pour confirmer la liste expire le 14 mars 2026.

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 11 maart 2026, stel ik u voor om de door de Raad van State voorgedragen lijst te bevestigen.

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 11 mars 2026, je vous propose de confirmer la liste présentée par le Conseil d'État.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

24 Urgentieverzoek van de regering

24 Demande d'urgence émanant du gouvernement

 

De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer als gevolg van het nieuwe Strafwetboek en houdende diverse bepalingen en tot wijziging van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen (nr. 1403/1).

Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi modifiant la loi du 16 mars 1968 relative à la police de la circulation routière suite à l'adoption du nouveau Code pénal et portant des dispositions diverses et modifiant la loi du 21 juin 1985 relative aux conditions techniques auxquelles doivent répondre tout véhicule de transport par terre, ses éléments ainsi que les accessoires de sécurité (n° 1403/1).

 

Ik geef het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.

Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.

 

24.01  Anneleen Van Bossuyt, ministre: Monsieur le président, au nom de mon collègue, le ministre Crucke, et du gouvernement, je demande l’urgence pour éviter toute insécurité juridique en matière d’infractions routières, aligner l’ensemble des dispositions pénales de la loi relative à la circulation routière sur le nouveau Code pénal et assurer une entrée en vigueur synchronisée, le 8 avril 2026, en même temps que ce nouveau Code pénal.

 

De voorzitter: Ik stel u voor ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

25 Inoverwegingnemingen

25 Prises en considération

 

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

 

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Urgentieverzoeken

Demandes d'urgence

 

Collega's, er zijn twee voorstellen of suggesties om urgentie te verlenen.

 

Il y a d'abord, la proposition de loi des collègues Delcourt, De Vreese, Lutgen, Meuleman et Demon portant harmonisation de diverses législations relevant de l'Intérieur avec les livres Ier et II du Code pénal du 29 février 2024 (n° 1404/01).

 

25.01  Catherine Delcourt (MR): Chers collègues, l’urgence de cette proposition de loi se justifie par l’entrée en vigueur imminente du nouveau Code pénal, prévue le 8 avril 2026. L’absence d’harmonisation créerait une instabilité juridique qui perturberait les différentes instances du pays, les différents niveaux de pouvoir, mais surtout les justiciables.

 

Pour cette raison, nous espérons également que la commission de l’Intérieur pourra se pencher très rapidement sur cette proposition.

 

Le président: Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

 

L'urgence est adoptée par assis et levé.

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

 

De urgentie wordt ook gevraagd voor het wetsvoorstel van de heer Matheï tot wijziging van de wet van 23 maart 2019 betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel, nr. 1418/1.

 

25.02  Steven Matheï (cd&v): Mijnheer de voorzitter, wij vragen inderdaad de urgentie conform artikel 51 van het Reglement. Het gaat over de combinatie van de overbevolking in de gevangenissen, de krapte op de arbeidsmarkt en de acute personeelstekorten die daaruit voortkomen, zowel regionaal in Brussel en Antwerpen als landelijk.

 

Daarnaast wordt in het najaar de opening verwacht van de nieuwe gevangenis in Antwerpen, terwijl de oude gevangenis openblijft, waardoor extra personeel nodig is. In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om de functie van penitentiair bewakingsassistent open te stellen voor burgers uit de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, terwijl dit vroeger alleen voor Belgen was. Dat zou daarvoor een oplossing moeten bieden.

 

25.03  Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le président, j'étais déjà intervenue en commission parce que les collègues avaient introduit des amendements par lesquels ils n'ont pas respecté le Règlement de la Chambre, qui interdit le dépôt d'amendements sans rapport avec le texte amendé. De surcroît, c'était une manière de contourner l'exigence de négociations sociales pour les dispositions qui touchent au statut des agents de l'État. Pour ces raisons, nous ne pouvons pas soutenir l'urgence.

 

De voorzitter: Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adoptée par assis et levé.

 

Twee van ons zijn driftig aan het tellen. Dus wij kunnen niet overgaan tot de stemmingen, zolang zij niet bevrijd zijn en zich hier bij ons kunnen vervoegen. Ik denk niet dat er van hen een hogere wiskunde wordt vereist, ook al zijn het twee juristen. Ik vermoed dus dat wij vrij snel onze werkzaamheden voort zullen kunnen zetten. Ik vraag u om even te wachten op de collega's.

 

Ik krijg net het bericht dat ze onderweg zijn.

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

Stemafspraken

Pairages

 

Collega’s, alvorens we overgaan tot de naamstemmingen, vraag ik u de stemafspraken bekend te maken waarbij een lid zich onthoudt bij de stemming in overleg met een afwezig lid.

Chers collègues, avant de procéder aux votes nominatifs, je vous propose d'annoncer les pairages par lesquels un membre s'abstient de voter en accord avec un membre absent.

 

Zijn er stemafspraken?

Y a-t-il des accords de pairage?

 

25.04  Alexia Bertrand (Anders.): In onze vrijgevigheid hebben wij ingestemd met stemafspraken voor twee collega’s. Collega’s Paul Van Tigchelt en Kjell Vander Elst hebben een stemafspraak met de heer Vincent Scourneau, respectievelijk mevrouw Charlotte Deborsu.

 

25.05  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Mme Rajae Maouane va pairer pour Mme Nawal Farih du cd&v.

 

25.06  Éric Thiébaut (PS): M. Patrick Prévot va pairer pour M. Bert Wollants de la N-VA et le président du Parti Socialiste va pairer pour le président du cd&v.

 

Le président: C’est un arrangement de haut niveau, naturellement. Nous, en tant que simples députés, ne pouvons que constater qu’il y a des contacts. Je vous remercie, chers collègues.

 

26 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van:

- de heer Dimitri Legasse over "de schrapping van banen bij Proximus" (nr. 233)

- de heer François De Smet over "het banenverlies bij Proximus en de impact van artificiële intelligentie" (nr. 237)

- mevrouw Farah Jacquet over "de aangekondigde schrapping van 1.200 banen bij Proximus" (nr. 240)

- de heer Dieter Keuten over "de aangekondigde afvloeiingen bij Proximus" (nr. 243)

26 Motions déposées en conclusion des interpellations de:

- M. Dimitri Legasse sur "la suppression de postes chez Proximus" (n° 233)

- M. François De Smet sur "les pertes d'emploi chez Proximus et l'impact de l'intelligence artificielle" (n° 237)

- Mme Farah Jacquet sur "l’annonce de 1 200 suppressions de postes chez Proximus" (n° 240)

- M. Dieter Keuten sur "les licenciements annoncés chez Proximus" (n° 243)

 

Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.

Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.

 

Vijf moties werden ingediend (MOT nr. 233/1):

- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Dimitri Legasse;

- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet;

- een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Farah Jacquet;

- een vierde motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Dieter Keuten;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Benoît Piedboeuf, Axel Ronse , Oskar Seuntjens en de dames Aurore Tourneur en Nawal Farih.

Cinq motions ont été déposées (MOT n° 233/1):

- une première motion de recommandation a été déposée par M. Dimitri Legasse;

- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet;

- une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Farah Jacquet;

- une quatrième motion de recommandation a été déposée par M. Dieter Keuten;

- une motion pure et simple a été déposée par MM.  Benoît Piedboeuf, Axel Ronse, Oskar Seuntjens et Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

74

Oui

Nee

55

Non

Onthoudingen

5

Abstentions

Totaal

134

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.

 

27 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van:

- mevrouw Claire Hugon Lecharlier aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De aanhoudende weigering van asielopvang ondanks de opschorting door het Grondwettelijk Hof" (56000234I)

- de heer Khalil Aouasti aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De eerbiediging van de rechtsstaat" (56000236I)

- de heer François De Smet aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het omzeilen van het arrest van het Grondwettelijk Hof inzake gezinshereniging" (56000238I)

- mevrouw Greet Daems aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "De naleving van de uitspraken van het Grondwettelijk Hof over opvang" (56000239I)

- de heer Matti Vandemaele aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het respect voor de rechtsstaat" (56000241I)

- mevrouw Francesca Van Belleghem aan Anneleen Van Bossuyt (Asiel, Migratie, Maatschappelijke Integratie, belast met Grootstedenbeleid) over "Het arrest van het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de opschorting van de asielopvang" (56000242I)

27 Motions déposées en conclusion des interpellations de:

- Mme Claire Hugon Lecharlier à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le refus d’accueil de demandeurs d’asile maintenu malgré la suspension par la Cour constitutionnelle" (56000234I)

- M. Khalil Aouasti à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le respect de l'État de droit" (56000236I)

- M. François De Smet à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le contournement de l'arrêt de la Cour constitutionnelle en matière de regroupement familial" (56000238I)

- Mme Greet Daems à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le respect des décisions de la Cour constitutionnelle en matière d'asile" (56000239I)

- M. Matti Vandemaele à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "Le respect de l'État de droit" (56000241I)

- Mme Francesca Van Belleghem à Anneleen Van Bossuyt (Asile, Migration, Intégration sociale, chargée de la Politique des Grandes Villes) sur "L'arrêt de la Cour constitutionnelle concernant la suspension de l'accueil de demandeurs d'asile" (56000242I)

 

Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.

Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.

 

Vijf moties werden ingediend (MOT nr. 234/1):

- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Claire Hugon Lecharlier en de heer Matti Vandemaele;

- een motie van wantrouwen werd ingediend door de heer Khalil Aouasti;

- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer François De Smet;

- een derde motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Greet Daems;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en de dames Aurore Tourneur en Nawal Farih.

Cinq motions ont été déposées (MOT n° 234/1):

- une première motion de recommandation a été déposée par Mme Claire Hugon Lecharlier et M. Matti Vandemaele;

- une motion de méfiance a été déposée par M. Khalil Aouasti;

- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. François De Smet;

- une troisième motion de recommandation a été déposée par Mme Greet Daems;

- une motion pure et simple a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

71

Oui

Nee

56

Non

Onthoudingen

4

Abstentions

Totaal

131

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.

 

28 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van de heer Kurt Ravyts aan Bart De Wever (eerste minister) over "Het gesprek met de Franse premier over de ontwikkelingen op het vlak van nucleaire energieproductie" (56000235I)

28 Motions déposées en conclusion des interpellations de M. Kurt Ravyts à Bart De Wever (premier ministre) sur "L'échange avec le premier ministre français sur les évolutions de la production d'énergie nucléaire" (56000235I)

 

Deze interpellatie werd gehouden in de plenaire vergadering van vandaag.

Cette interpellation a été développée en séance plénière de ce jour.

 

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 235/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Kurt Ravyts;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens en de dames Aurore Tourneur en Nawal Farih.

Deux motions ont été déposées (MOT n° 235/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Kurt Ravyts;

- une motion pure et simple a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf, Oskar Seuntjens et Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih.

 

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

85

Oui

Nee

37

Non

Onthoudingen

12

Abstentions

Totaal

134

Total

 

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

29 Aangehouden amendementen op het voorstel van resolutie betreffende de preventie van partner- en seksueel geweld en de begeleiding van daders van seksuele misdrijven (1385/1-4)

29 Amendements réservés à la proposition de résolution relative à la prévention des violences conjugales et sexuelles et à la prise en charge des auteurs d'infractions à caractère sexuel (1385/1-4)

 

Stemming over amendement nr. 2 van Ayse Ygit tot invoeging van een considerans A/1(n). (1385/4)

Vote sur l'amendement n° 2 de Ayse Ygit tendant à insérer un considérant A/1(n). (1385/4)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

20

Oui

Nee

108

Non

Onthoudingen

5

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 1 van Katleen Bury cs op considerans M. (1385/4)

Vote sur l'amendement n° 1 de Katleen Bury cs au considérant M. (1385/4)

 

Mevrouw Bury vraagt het woord.

 

29.01  Katleen Bury (VB): Mijnheer de voorzitter, ik herhaal wat mijn collega daarstraks al zei. Het amendement gaat enkel over het feit dat de Nederlandstalige tekst niet overeenstemt met de Franstalige tekst.

 

De voorzitter: Het amendement werd al toegelicht, mevrouw Bury.

 

29.02  Katleen Bury (VB):  Ik wou dat toch nog eventjes zeggen. Eigenlijk is het dus maar normaal (…)

 

De voorzitter: Wij gaan nu over tot de stemming. Een stemverklaring kan straks bij het geheel.

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

17

Oui

Nee

114

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

131

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 3 van Ayse Yigit tot invoeging van een verzoek 1.7(n). (1385/4)

Vote sur l'amendement n° 3 de Ayse Yigit tendant à insérer une demande 1.7(n). (1385/4)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

30

Oui

Nee

82

Non

Onthoudingen

22

Abstentions

Totaal

134

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

Stemming over amendement nr. 4 van Ayse Yigit tot invoeging van een verzoek 9.5(n). (1385/4)

Vote sur l'amendement n° 4 de Ayse Yigit tendant à insérer une demande 9.5(n). (1385/4)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 6)

 

Bijgevolg is het amendement verworpen.

En conséquence, l'amendement est rejeté.

 

30 Geheel van het voorstel van resolutie betreffende de preventie van partner- en seksueel geweld en de begeleiding van daders van seksuele misdrijven (1385/3)

30 Ensemble de la proposition de résolution relative à la prévention des violences conjugales et sexuelles et à la prise en charge des auteurs d'infractions à caractère sexuel (1385/3)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

 

30.01  Katleen Bury (VB): Nu zullen we stemmen over twee teksten die niet overeenstemmen: de vertaling klopt namelijk niet. Ik vind het jammer dat het amendement wordt weggestemd, want het gaat gewoon om een technische correctie.

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

134

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

134

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement.

 

31 Aangehouden amendement en artikel van het wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot aanpassing van het bestaande kader inzake administratieve samenwerking op het gebied van de fiscaliteit (1249/1-5)

31 Amendement et article réservés du projet de loi visant à transposer la directive (UE) 2023/2226 du conseil du 17 octobre 2023 modifiant la directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et à adapter le cadre existant en matière de coopération administrative dans le domaine fiscal (1249/1-5)

 

Stemming over amendement nr. 2 van Vincent Van Quickenborne tot weglating van artikel 3. (1249/5)

Vote sur l'amendement n° 2 de Vincent Van Quickenborne visant à supprimer l'article 3. (1249/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

6

Oui

Nee

104

Non

Onthoudingen

24

Abstentions

Totaal

134

Total

 

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 3 aangenomen.

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 3 est adopté.

 

32 Geheel van het wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot aanpassing van het bestaande kader inzake administratieve samenwerking op het gebied van de fiscaliteit (1249/1)

32 Ensemble du projet de loi visant à transposer la directive (UE) 2023/2226 du conseil du 17 octobre 2023 modifiant la directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et à adapter le cadre existant en matière de coopération administrative dans le domaine fiscal (1249/1)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

 

32.01  Lode Vereeck (VB): Mijnheer de voorzitter, onze Vlaams Belangfractie zal zich onthouden bij de stemming over dit voorstel, in lijn met het stemgedrag op Europees niveau.

 

Ik wil daarbij opmerken dat de aanpak van fiscale fraude, fiscale ontduiking en ontwijking zeer lovenswaardig en absoluut noodzakelijk is, maar vermits fiscaliteit een exclusieve bevoegdheid van de lidstaten is, dient de coördinatie van fiscale wetgeving en de administratieve samenwerking inzake fiscaliteit, als het al nodig is, bijvoorbeeld bij de minimumtaks voor multinationals, te worden besproken en besloten binnen de OESO.

 

Daarom zullen wij ons onthouden. We zijn er niet tegen, maar het is niet het juiste instrument.

 

De voorzitter: Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 9)

Ja

108

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

26

Abstentions

Totaal

134

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

33 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht (nieuw opschrift)  (1373/3)

33 Projet de loi modifiant la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales, le Code pénal social et diverses dispositions de droit pénal social  (1373/3)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 10)

Ja

74

Oui

Nee

23

Non

Onthoudingen

37

Abstentions

Totaal

134

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

34 Wetsontwerp tot verzwaring van de straffen inzake drugshandel, wapenhandel, criminele organisatie en witwassen, en tot harmonisatie van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, en de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, met het Strafwetboek van 29 februari 2024 (1163/8)

34 Projet de loi visant à aggraver les peines en matière de trafic de drogue, de trafic d'armes, d'organisation criminelle et de blanchiment et visant à mettre en concordance la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes et la loi du 8 juin 2006 réglant des activités économiques et individuelles avec des armes avec le Code pénal du 29 février 2024 (1163/8)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 11)

Ja

100

Oui

Nee

30

Non

Onthoudingen

4

Abstentions

Totaal

134

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Geheime stemming (voortzetting)

Scrutin secret (continuation)

 

35 Grondwettelijk Hof – Voordracht van een lijst met twee kandidaten voor een ambt van Nederlandstalige rechter – Uitslag van de tweede stemming

35 Cour constitutionnelle – Présentation d’une liste double de candidats pour une fonction de juge d'expression néerlandaise – Résultat du deuxième scrutin

 

Stemmen

131

Votants

Blanco of ongeldig

21

Blancs ou nuls

Tweederde-

meerderheid

88

Majorité des deux tiers

 

Voor de eerste kandidaat:

Pour le premier candidat:

 

De heer Frank Fleerackers heeft 89 stemmen gekregen.

M. Frank Fleerackers a obtenu 89 voix.

 

De heer Jan Theunis heeft 21 stemmen gekregen.

M. Jan Theunis a obtenu 21 voix.

 

De heer Frank Fleerackers, die de tweederdemeerderheid van de stemmen van de aanwezige leden heeft gekregen, is tot eerste kandidaat uitgeroepen voor het vacante ambt van Nederlandstalige rechter in het Grondwettelijk Hof.

M. Frank Fleerackers ayant obtenu la majorité des deux tiers des suffrages des membres présents, est proclamé premier candidat à la place vacante de juge d'expression néerlandaise à la Cour constitutionnelle.

 

36 Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek I van het Strafwetboek en de wet van 29 februari 2024 tot invoering van boek II van het Strafwetboek (1160/10)

36 Projet de la loi modifiant la loi du 29 février 2024 introduisant le livre Ier du Code pénal et la loi du 29 février 2024 introduisant le livre II du Code pénal (1160/10)

 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 12)

Ja

91

Oui

Nee

30

Non

Onthoudingen

12

Abstentions

Totaal

133

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

37 Goedkeuring van de agenda

37 Adoption de l’ordre du jour

 

We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van 18 maart 2026.

Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour de la séance du 18 mars 2026.

 

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

 

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

 

Dank u wel collega’s, voor een lange maar vruchtbare dag.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering woensdag 18 maart 2026 om 9.00 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le mercredi 18 mars 2026 à 9 h 00.

 

De vergadering wordt gesloten om 22.41 uur.

La séance est levée à 22 h 41.

 

 

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 097 bijlage.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 097 annexe.

 


DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN

DETAIL DES VOTES NOMINATIFS

Naamstemming - Vote nominatif: 1

 

Ja

74

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel

 

 

Nee

55

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

5

Abstentions

 

Magnette Paul, Maouane Rajae, Prévot Patrick, Vander Elst Kjell, Van Tigchelt Paul

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 2

 

Ja

71

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel

 

 

Nee

56

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

4

Abstentions

 

Magnette Paul, Prévot Patrick, Vander Elst Kjell, Van Tigchelt Paul

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 3

 

Ja

85

Oui

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel

 

 

Nee

37

Non

 

Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ravyts Kurt, Ribaudo Julien, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van den Bosch Annik, Van Hoecke Alexander, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

12

Abstentions

 

Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daerden Frédéric, Dedonder Ludivine, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Magnette Paul, Mutyebele Ngoi Lydia, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Vander Elst Kjell, Van Tigchelt Paul

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 4

 

Ja

20

Oui

 

Aerts Staf, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Merckx Sofie, Mertens Peter, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Yigit Ayse

 

 

Nee

108

Non

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel

 

 

Onthoudingen

5

Abstentions

 

De Smet François, Magnette Paul, Maouane Rajae, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 5

 

Ja

17

Oui

 

Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter

 

 

Nee

114

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

0

Abstentions

 

 

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 6

 

Ja

30

Oui

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Mertens Peter, Mutyebele Ngoi Lydia, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Yigit Ayse

 

 

Nee

82

Non

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel

 

 

Onthoudingen

22

Abstentions

 

Bury Katleen, Depoortere Ortwin, De Smet François, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Magnette Paul, Maouane Rajae, Moons Kurt, Pas Barbara, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 7

 

Ja

134

Oui

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Yigit Ayse

 

 

Nee

0

Non

 

 

 

 

Onthoudingen

0

Abstentions

 

 

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 8

 

Ja

6

Oui

 

Bertrand Alexia, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Van Quickenborne Vincent

 

 

Nee

104

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

24

Abstentions

 

Bury Katleen, Depoortere Ortwin, De Smet François, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Magnette Paul, Maouane Rajae, Moons Kurt, Pas Barbara, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 9

 

Ja

108

Oui

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daems Greet, Daenen Nele, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Dedonder Ludivine, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lacroix Christophe, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Magnette Paul, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Yigit Ayse

 

 

Nee

0

Non

 

 

 

 

Onthoudingen

26

Abstentions

 

Bertrand Alexia, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 10

 

Ja

74

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel

 

 

Nee

23

Non

 

Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Mertens Peter, Mutyebele Ngoi Lydia, Ribaudo Julien, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Van den Bosch Annik, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

37

Abstentions

 

Aerts Staf, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, De Smet François, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Hugon Lecharlier Claire, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Magnette Paul, Maouane Rajae, Moons Kurt, Pas Barbara, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Samyn Ellen, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lysebettens Jeroen, Van Quickenborne Vincent, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 11

 

Ja

100

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Quickenborne Vincent, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel

 

 

Nee

30

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Mertens Peter, Mutyebele Ngoi Lydia, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

4

Abstentions

 

De Smet François, Magnette Paul, Maouane Rajae, Prévot Patrick

 

 

Naamstemming - Vote nominatif: 12

 

Ja

91

Oui

 

Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Ronse Axel, Safai Darya, Samyn Ellen, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel

 

 

Nee

30

Non

 

Aerts Staf, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daems Greet, Daerden Frédéric, D'Amico Roberto, Dedonder Ludivine, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hugon Lecharlier Claire, Jacquet Farah, Lacroix Christophe, Legasse Dimitri, Merckx Sofie, Mertens Peter, Mutyebele Ngoi Lydia, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van den Bosch Annik, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Yigit Ayse

 

 

Onthoudingen

12

Abstentions

 

Bertrand Alexia, Coenegrachts Steven, De Knop Irina, De Smet François, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Magnette Paul, Maouane Rajae, Prévot Patrick, Vander Elst Kjell, Van Quickenborne Vincent, Van Tigchelt Paul