|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Donderdag 29 januari 2026 Namiddag ______ |
du Jeudi 29 janvier 2026 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.21 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 21 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U
kunt die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van
deze vergadering of in de bijlage ervan.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:
Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:
Bart De
Wever, David Clarinval, Bernard Quintin, Mathieu Bihet, Eléonore Simonet.
De voorzitter (voor de staande vergadering): Geachte collega’s, eergisteren was het exact 81 jaar geleden dat soldaten van het Rode Leger het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz bevrijd hebben. Sinds die dag, 27 januari 1945, staat Auschwitz symbool voor de Holocaust, de poging tot vernietiging van het Joodse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Dans notre pays, les Juifs n’ont pas non plus échappé à la persécution. À partir de juillet 1942, ils sont regroupés – avec l'aide de milliers de collaborateurs au régime nazi – dans la caserne Dossin à Malines, d’où ils seront déportés à Auschwitz. La majeure partie de ces 25 000 hommes, femmes et enfants – tous des citoyens innocents – y seront gazés. Au total, quelque 6 millions de Juifs seront tués de la manière la plus atroce.
Meer info en beeldmateriaal hierover is te
zien in het peristilium bij de tentoonstelling “Deportatie en genocide: een
Europese tragedie”. Ik dank de deskundige medewerkers van het War Heritage
Institute – een aantal van hen zijn hier aanwezig in de tribune – om ze
mogelijk te maken. De
expositie zal hier een maand lang te zien zijn en ik nodig u allen zeer
expliciet uit om de tijd te nemen een kijkje te nemen. Zelfs al zijn de feiten
gekend, het zien en lezen van de verschrikkelijke gebeurtenissen en getuigenissen
blijven voelen als een stomp in de maag.
À la fin de la Deuxième Guerre mondiale, le monde occidental a compris qu’il doit user de tous les moyens pour que de telles atrocités ne puissent plus jamais se produire. Cette réflexion mènera au rejet des formes de gouvernance autocratiques ainsi qu’à la création d’institutions et de normes juridiques internationales. Elle mènera également à une prise de conscience accrue de l’importance des droits humains et à un consensus social sur la nécessité de combattre avec détermination ce mal tenace qu’est l’antisémitisme.
Het is dan ook intriest om vandaag vast te stellen dat Jodenhaat helemaal terug is. Het oude virus is springlevend. Het vertaalt zich al te vaak in bedreigingen en zelfs gewelddaden. Denk maar aan de recente afschuwelijke aanslagen op een synagoge in Manchester of in Sydney tijdens een Hannukahviering. Laten we nooit zo verwaand zijn te geloven dat onze beschaving niet opnieuw kan vallen.
De opstoot van antisemitisme ziet men niet alleen in statistieken en rapporten. Het is een dagelijkse realiteit, zeker ook in mijn stad, in Antwerpen en daarom grieft me dat in het bijzonder. Het is een schandvlek die we elke dag moeten problematiseren. Het is niet normaal en mag het nooit zijn dat Joodse scholen en instellingen structureel bewaakt moeten worden door zwaargewapende agenten. Het is niet normaal en we mogen het nooit normaal vinden dat synagogen zonder stringente veiligheidsmaatregelen niet veilig kunnen functioneren. Het is niet normaal en we mogen het nooit normaal vinden dat onze Joodse medeburgers zich zorgen moeten maken, wanneer zij herkenbaar als Jood door het straatbeeld gaan.
Geachte collega’s, de Holocaust herinnert ons eraan hoe broos beschaving kan zijn, hoe dun het vernislaagje is dat haar scheidt van barbarij.
Moge de herinnering aan die miljoenen mannen, vrouwen en kinderen ons elke dag blijven wijzen op de aard van het kwaad, en waar de mens, jammer genoeg, ook toe in staat is.
Herdenken is echter geen afsluiting van het verleden, maar een voortdurende opdracht aan het heden, met de vaste formule nie wieder.
01.01 Bart De Wever, premier ministre: Geachte voorzitter, geachte collega's, chers collègues, le 29 janvier 1945, les lecteurs du Journal de Charleroi pouvaient trouver en première page un aperçu des derniers mouvements militaires. Dans cette longue liste figurait, apparemment sans importance, une simple petite phrase: "Les Russes ont pris Auschwitz, ville polonaise où les Allemands avaient établi un de leurs plus terribles camps de concentration." Ni la rédaction, ni les lecteurs ne pouvaient alors imaginer à quel point le nom de cette petite ville de Pologne allait rester imprimé dans notre mémoire collective.
Auschwitz est devenu le symbole de la Shoah et
des horreurs de la terreur nazie. C'est le lieu où se trouvent les vestiges les
plus tangibles de l'extermination systématique du peuple juif. Il ne reste
aujourd'hui que peu de traces des camps d'extermination tels que Treblinka, Bełżec
et Sobibór, qui ont été délibérément démantelés. Mais l'immense site
d'Auschwitz reste gravé dans le paysage comme une cicatrice.
Beste collega’s, er is nog een reden waarom Auschwitz zo’n krachtig symbool is geworden en dat zijn de getuigenissen. De Nederlandse schrijver Harry Mulisch zei ooit dat Auschwitz de eenzaamste plek op aarde is, die alleen door zwijgen valt te beschrijven. We begrijpen heel goed wat Mulisch bedoelde. Wie Auschwitz ooit bezocht – eigenlijk zou iedereen dat ooit eens moeten doen –, heeft dat geweldige gevoel van indrukwekkende stilte ervaren. Het is de luidste stilte, die er bestaat.
We mogen ook heel dankbaar zijn dat we getuigenissen hebben die die stilte een stem gaven. Ik denk aan mijn persoonlijke ontmoeting met Herschel Fink. Geh mit deinem Bruder, zei zijn moeder hem bij aankomst in het kamp. Die zin redde zijn leven, want hij zou zijn moeder nooit terugzien. Ik denk aan Regine Beer, aan Paul Sobol, aan David Lachman en René Raindorf en zovele anderen. Zij lieten ons hun verhaal na en vertelden dat sereen en getrouw, vaak zonder veel emotie, want de werkelijkheid was erg genoeg. Zij hebben hun leven gewijd aan een samenleving gebouwd op de pijlers van vrijheid, waarheid en recht. Het waren mensen met verschillende overtuigingen, beroepen en voorkeuren. Het waren mensen die slechts één ding gemeenschappelijk hadden, namelijk dat ze Joods waren en in de ogen van een ideologie van blinde haat niet meer mochten bestaan. Die ideologie sluimert ook vandaag nog in sommige geesten en wordt geregeld naar geweld en terreur vertaald.
Mijnheer de voorzitter, u gaf zonet terecht aan dat wij het nooit als normaal mogen aanvaarden dat in dit land sommige medeburgers niet zonder verhoogde beveiligingsmaatregelen kunnen leven. Ik wil u daar zeer graag in bijtreden. Wij zullen nooit één duimbreed toegeven aan de krachten van haat en terreur. Daarom moeten we waakzaam blijven. Als eerste minister zal ik altijd ten volle mijn verantwoordelijkheid blijven nemen om de veiligheid en het welzijn van de Joodse gemeenschap in ons land voorop te stellen. De regering is van die verantwoordelijkheid ook doordrongen.
Beste collega’s, Paul baron Halter, medeoprichter van de Stichting Auschwitz, vertelde in 1984 dat een mens twee keer kan sterven: "De eerste keer als hij het leven verlaat, de tweede keer als hij door de nabestaanden en de volgende geslachten vergeten wordt." Daarom hernieuwen wij vandaag onze belofte, onze gelofte aan alle slachtoffers: Wij zullen uw aller namen nooit vergeten. Wij zullen u allen altijd gedenken. Wij zullen uw verhalen doorgeven aan onze kinderen.
De Kamer neemt een minuut stilte in acht.
La Chambre observe une minute de silence.
Motion de modification de l'ordre du jour
Ik heb een motie ontvangen van de voorzitters van de meerderheidsfracties, en die luidt als volgt: "Met toepassing van artikel 17, nr. 3, van het Kamerreglement vragen wij de toevoeging van de resolutie betreffende de situatie in Groenland, nr. 1315, aan de agenda van de plenaire vergadering van 29 januari 2026 (met mondeling verslag)."
J’ai reçu une motion de la part des présidents des groupes de la majorité, et elle est libellée comme suit: "En application de l’article 17, n° 3, du Règlement de la Chambre, nous demandons l’ajout à l’ordre du jour de la séance plénière du 29 janvier 2026 de la proposition de résolution concernant la situation au Groenland, n° 1315/5 (avec rapport oral)."
Daartoe is een wijziging van de agenda vereist. Ik stel voor om dit punt vóór punt 7 (nr. 851, toepassing art. 88) te behandelen.
Pour ce faire, une modification de l’ordre du jour est nécessaire. Je propose de traiter ce point avant le point 7 (n° 851, application de l’art. 88).
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas
d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Ik heb ook een verzoek van de regering ontvangen om de bespreking van het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde, nr. 1205/1-7, te verdagen naar volgende week.
J'ai également reçu une demande de la part du gouvernement, afin de reporter à la semaine prochaine la discussion du projet de loi portant des dispositions diverses en matière de taxe sur la valeur ajoutée, no 1205/1-7.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
02.01 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, toen u hier begon als voorzitter en telkens als we aan ons politiek jaar beginnen, roept u ons op om onze controlerende functie ernstig te nemen en om van dit Huis opnieuw de eerste macht in onze democratie te maken. Toch hebt u een controlerende vraag van mij over het btw-circus, over de btw-quatsch van deze regering, onontvankelijk verklaard.
Nochtans geeft een nieuw actueel element in De Standaard meer inzicht in de redenen waarop deze regering zich heeft gebaseerd om het onderscheid te maken tussen degenen die zich het pluche van de opera kunnen permitteren en degenen die met de botten in de modder naar concerten of festivals gaan kijken. Toch hebt u geweigerd, mijnheer de voorzitter. U hebt de regering in bescherming genomen. U hebt gezegd: neen, moeilijke vragen gaan we hier vandaag niet behandelen.
Ik wil dat ten zeerste betreuren. Al uw citaten van Rousseau en Montesquieu ten spijt vind ik dat u moet opkomen voor de rechten van het Parlement, voor het recht om kritische vragen te stellen, ook als ze moeilijk zijn voor minister Jambon.
De voorzitter: U legt mij citaten van Rousseau in de mond. Ik denk niet dat ik die ooit geciteerd heb. Montesquieu wel.
De ontvankelijkheid van vragen is geen wiskundeoefening. Ik probeer daar ruimhartig mee om te springen, maar er vond gisteren al een heel uitgebreide commissievergadering plaats, waar dat thema zeer uitgebreid werd behandeld. Er zijn zelfs fracties uit de oppositie die mij daarvan op de hoogte hebben gebracht.
Ik heb dus een overweging gemaakt, collega Coenegrachts. Ik probeer dat absoluut niet te doen om moeilijke vragen te weren, want ik denk dat hier nog een hele reeks moeilijke vragen aan de regering is gericht. Dat is niet mijn beoordeling geweest, wel de toepassing van het Reglement.
Ik herhaal echter dat ik geen wiskundeformule kan voorleggen om dat wit of zwart te beoordelen. Als u de indruk zou hebben dat u of uw fractie in het bijzonder wordt geviseerd, hoewel ik denk dat dat niet klopt, dan moeten we het daar zeker eens over hebben.
02.02 Pierre-Yves Dermagne (PS): Sur le même sujet, puisque j’avais également déposé une question au ministre Jambon après la mauvaise saga de la taxe sur la valeur ajoutée appliquée aux plats à emporter, où ce gouvernement et cette majorité ont choisi de taxer davantage le fait‑minute, le frais, l’artisanal, plutôt que l’industriel, je voulais aussi obtenir des éclaircissements et des réponses concernant ce qui constitue un nouveau mauvais sketch de la majorité et du ministre Jambon, au sujet de la TVA dans le secteur culturel dans son ensemble. On ne comprend pas pourquoi le rock, le rap ou la musique électro seraient plus taxés demain que la musique classique ou l’opéra, pour ne citer que quelques exemples.
Vous évoquez le fait que le ministre Jambon s’est longuement penché sur ces questions hier en commission. Le problème avec le ministre Jambon, c’est que les éléments de réponse fournis à nos questions génèrent plus d’interrogations, d’incompréhension et de colère dans les secteurs concernés que d’apaisement, de réponses ou de justifications concrètes. Vous dites que l’examen de la recevabilité d’une question d’actualité n’est pas une science exacte. Certes, monsieur le ministre, mais en tout cas, ce qui n’est manifestement pas une science exacte ni juste, c’est la politique fiscale de ce gouvernement.
02.03 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le président, c'est la même incompréhension au sein de notre groupe. Nous avions également introduit une question sur cette décision absurde du gouvernement belge de vouloir taxer les concerts de musique classique: Mozart, Beethoven à 6 %, et tout ce qui est rock, hip‑hop, etc., à 12 %, soit deux fois plus!
Comment pouvez‑vous expliquer, franchement, que pour aller écouter du bon son:
Disiz, Theodora ou du bon Booba, c'est 12 %, alors que pour aller écouter du
Beethoven, ce sera 6 %? Comment pouvez‑vous expliquer cela? Que ferez‑vous, par exemple, lorsque Booba viendra en concert — du bon
son, je vous le conseille, chers collègues – et qu’il débarquera avec
un orchestre philharmonique? Ce
sera 6 % ou 12 %?
Wat gaan we doen met Helmut Lotti? Helmut Lotti Goes Classic valt onder 6 %. Als hij zijn rockversie brengt, is het echter 12 % btw. Hoe legt u dat uit? Dat heeft allemaal één reden: btw uit de zakken van de mensen halen. (…)
De voorzitter: Mijnheer Hedebouw, ik wil u er nogmaals attent op maken dat die vragen gisteren gesteld zijn in de commissie. Ik zeg niet dat die vragen niet kunnen worden gesteld, want die vragen kunnen en moeten worden gesteld, maar ze zijn ook gesteld. Als ze niet gesteld zouden zijn, is er tussen gisteren en vandaag wat dat betreft weinig veranderd.
02.04 Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, we hebben in de Conferentie al meermaals een discussie gevoerd over de beschikbaarheid van de premier in de plenaire zitting. Hij moet namelijk niet alleen langskomen als hij goed nieuws te melden heeft en om vragen over het buitenland te beantwoorden, maar ook om vragen te beantwoorden die voor hem misschien minder aangenaam of moeilijker zijn.
Hij was hier zojuist nog. Hij stond ook niet aangeduid als verontschuldigd. Ik heb een vraag aan hem ingediend met als duidelijke titel 'de onenigheid binnen de regering'. Hij staat aan het hoofd daarvan en moet zich er ook voor verantwoorden. Het gaat over de onenigheid binnen de regering en over het plan van de premier rond gratie. Dat is zijn eigen plan. Als dank schuift hij de hete aardappel door naar minister Verlinden, omdat zij dat plan al publiekelijk heeft afgeschoten. Haar mening hoef ik daarover dan ook niet meer te vragen, want die ken ik al. Mijn vragen waren dus specifiek aan de premier gericht.
Ik weet ook wel dat de regering zelf kiest wie de vragen beantwoordt. Ik zou u echter toch willen vragen, voorzitter – ik ben er namelijk van overtuigd dat u dit in mijn rol als fractievoorzitster in de oppositie ook absoluut niet zou hebben gepikt – om aan de premier - hij kan nog niet ver zijn want hij heeft de zaal net verlaten - te laten weten dat hij moet antwoorden op de vragen die over zijn bevoegdheden en verantwoordelijkheden gaan.
De voorzitter: Ik zou dit zonder enige twijfel hebben aangekaart wanneer ik in uw positie was. De voorzitter zou daarop echter heel correct hebben geantwoord dat hij daar geen macht over heeft. De premier en de regering beslissen en ik heb daarin geen bevoegdheid. Ik heb vastgesteld wat u hebt vastgesteld.
02.05 François De Smet (DéFI): Monsieur le président, je voudrais également intervenir à propos de la TVA. En effet, j'avais moi aussi une question sur ce sujet pour M. Jambon, que vous avez aussi frappée d'irrecevabilité! Je conteste toutefois une partie de votre raisonnement.
Vous nous dites que tout a été abordé en commission des Finances, hier. J'y étais, et je n'avais pas l'intention de parler de cette différence ubuesque de taxe entre l'opéra et le rock, etc. Mais le problème, avec le ministre Jambon, c'est que chaque nouvelle réponse engendre, comme des poupées russes, des sorties de lobbies dans la presse.
Aujourd'hui, je voulais parler des forains, qui vont continuer à être taxés à 12 %, alors que d'autres vont l'être à 6 %. Ce sont des éléments nouveaux qui n'ont pas été épuisés par la commission d'hier. Vous n'auriez donc pas dû déclarer cette question irrecevable, ni celles des collègues sans doute. Ce qu'il se passe est dû à l'incohérence du gouvernement et non à l'acharnement des parlementaires.
(Applaudissements)
(Applaus)
De voorzitter: Ik vrees dat we bij toepassing van die logica de commissievergaderingen moeten afschaffen, want die blijken dan geen onderwerp van parlementaire behandeling te zijn. Het Reglement voorziet wat het voorziet.
02.06 Axel Ronse (N-VA): Ik stel voor dat we 21% btw invoeren op het politieke theater waarmee elke donderdag hier start. (rumoer in de zaal)
Ik wil gerust toegeven dat mijn tussenkomsten ook veel btw zouden opbrengen.
De voorzitter: Ik denk dat u het gat in de begroting nu hebt dichtgepraat.
02.07 Axel Ronse (N-VA): Ik stel voor om het toch een beetje ernstig te nemen. Gisteren heeft minister Jambon zeer ernstig geantwoord. Laat ons nu beginnen aan de plenaire vergadering. Ik ben benieuwd naar alle boeiende actuele vragen. Dank u wel.
03.01 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, on ne peut pas dire qu'hier soir, c'était la soirée de votre vie. J'ai regardé l'émission QR le débat et, franchement, sur le plateau, le malaise était palpable.
Pour ce qui concerne votre réforme du chômage, plus le temps passe, plus les effets sont clairement visibles et concrets, plus on remarque que vous avez mis la charrue avant les bœufs. Et on voit également à quel point le soutien à votre réforme s'effrite. Hier soir, les téléspectateurs n'étaient plus qu'un tiers à vous soutenir.
Monsieur le ministre, cette façon de faire a des impacts terribles. Vous auriez dû les anticiper mais vous avez décidé de ne pas le faire. Aujourd'hui, ils sont d'une violence extrême pour certains groupes de la population. Il y a, par exemple, ces travailleuses ALE qui, en raison de votre réforme, vont perdre leur emploi et se retrouveront sans doute au CPAS. Et, puis, il y a ces travailleurs de plus de 55 ans qui, eux aussi, se retrouveront dans des grandes difficultés. On vous alerte depuis des mois à ce sujet. Pourtant, vous n'avez prévu aucune mesure d'accompagnement pour ce groupe-là. Et c'est pareil pour les jeunes. Même le soutien pour que les employeurs engagent des premiers emplois a été supprimé par votre gouvernement. Enfin, le plus scandaleux, c'est le cas des aidants proches, ces personnes qui, en relais de la société défaillante, prennent en charge un proche handicapé ou malade en lieu et place de la société.
Monsieur le ministre, hier soir, vous n'avez pas répondu à la question: prendrez-vous des mesures d'urgence pour qu'aucun aidant proche ne perde un seul euro avec votre réforme?
Par ailleurs, vous avez évoqué une prolongation d'un an. On n'a pas très bien compris la réponse. S'agissait-il d'un congé d'aidant proche ou de la dispense de travail?
Enfin, qu'en est-il de la création d'un vrai statut d'aidant proche?
La réforme repose sur un équilibre clair: responsabiliser, activer, mais aussi protéger au moment de la perte d'emploi. La durée des allocations est, certes, dorénavant encadrée, mais cela va de pair avec un devoir collectif d'accompagnement. Ce dernier est assuré en première ligne par les services régionaux de l'emploi. Les régions et les opérateurs se préparent activement. De plus, des dispositifs ont été renforcés. Les formations sont davantage ciblées vers les besoins réels du marché du travail, en particulier dans les métiers en pénurie. Des solutions existent également dans l'économie sociale et dans le travail adapté.
En dernier recours, car nous sommes conscients que tout le monde ne pourra pas retrouver du travail, les CPAS remplissement également un rôle essentiel de relais et de d'accompagnement social, au moyen d'une approche individualisée et orientée vers la réinsertion. Nous avons refinancé massivement les CPAS afin qu'ils puissent supporter cette charge supplémentaire.
Au regard de tous ces éléments, vous comprendrez donc, madame la députée, qu'il est faux de dire que la réforme du chômage mène à la précarité. La meilleure protection sociale est l'emploi. Notre ligne est cohérente: responsabiliser, accompagner et activer.
Je vous remercie de votre attention.
03.03 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Toutefois, vous ne répondez pas à mes questions. À nouveau, vous n'apportez aucune garantie à ces personnes qui auraient dû être protégées par votre réforme. Vous auriez dû anticiper et créer des exceptions pour différents publics. Vous ne l'avez pas fait. À présent, nous assistons à un véritable carnage social.
Nous entendons certains groupes tels Les Engagés nous dire: "C'est terrible! Nous aurions voulu obtenir, pendant les négociations relatives à cette réforme, une protection pour les aidants proches, mais nous ne l'avons pas obtenue." Il était bien temps de s'en rendre compte! À présent, on nous dit que Les Engagés ont déposé une proposition de résolution à ce sujet. C'est quand même la meilleure! Au lieu de négocier au sein du gouvernement afin de corriger cette réforme, des parlementaires déposent une proposition de résolution pour demander à leur propre gouvernement d'apporter une modification. De qui se moque-t-on, chers collègues!
Monsieur le ministre, je vous demande, une dernière fois, de corriger (…)
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04.01 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, hier, j'ai regardé l'émission "QR le débat". Vous y avez annoncé que 375 000 emplois étaient vacants. Heureusement que le présentateur, alerté par son oreillette, a demandé une confirmation de vos chiffres.
Je vous le dis: ces données sont fausses. Vous avez menti. Le nombre réel est de 200 000 emplois de moins que ce que vous annoncez. Ces données proviennent de StatBel, l’Institut national de statistique de Belgique, qui dépend de vous.
Je me suis alors demandé pourquoi le ministre nous avait annoncé de faux chiffres. Et j’ai compris pourquoi. C'est parce que votre vision de la valorisation du travail – dans tout son aspect émancipateur – est que travailler un jour comme intérimaire suffisait selon vous. Vous comptez même les flexi-jobs et les jobs d’étudiants. Pire encore, vous avez ajouté à vos chiffres le nombre d’emplois publiés sur Facebook par les employeurs.
Donc vous, monsieur Clarinval, si vous voyez sur Facebook qu'une entreprise a, par exemple, quatre emplois, vous prenez cette valeur en compte. Vous arrivez ensuite à des valeurs différentes de celles de StatBel, votre propre institution. En outre, vous partez du principe que toutes les personnes qui sont au chômage aujourd’hui peuvent travailler. Or, par exemple, les aidants proches sont ces hommes et ces femmes – souvent des femmes – qui s’occupent d’un enfant handicapé ou d’un parent (…)
04.02 Caroline Désir (PS): Monsieur le ministre, début février, les premiers aidants proches vont se réveiller avec un compte en banque vide, avec la peur de ne pas pouvoir payer leur loyer, leurs courses et les soins pour leurs enfants. Ce sont des mères, des pères, des fils et des filles qui ont pourtant déjà des tonnes d'autres préoccupations parce qu'ils doivent prendre soin, au quotidien, d'un enfant ou d'un parent qui dépend totalement d'eux.
Les témoignages, monsieur le ministre, n'arrêtent pas d'affluer. Hier encore, sur le plateau de la RTBF, nous avons entendu Laetitia, la maman d'un enfant autiste de 12 ans, Julian, et Xaviera, qui s'occupe de sa maman tétraplégique. Ces femmes vous ont demandé qu'on puisse reconnaître la difficulté de leur situation. Elles risquent bientôt de se retrouver sans aucun revenu. Face à la détresse de ces femmes, vos réponses ont été simplement indécentes et choquantes.
Monsieur le ministre, vous n'avez absolument pas pu leur garantir qu'elles ne perdront pas de revenu. Et votre collègue, le ministre Crucke, leur a répondu que Les Engagés avaient déposé une proposition de résolution sur le sujet en premier. Excusez-moi, mais cela leur fait vraiment une belle jambe! Quel naufrage, monsieur le ministre. Ce gouvernement prend l'eau de toute part. C'était honteux.
C'est difficile de regarder ces femmes en face et de leur dire que vous n'allez rien faire pour elles. Vous continuez à agir comme si vous découvriez aujourd'hui la situation de ces aidants proches. Mais, monsieur le ministre, tout le monde vous avait prévenu. Et c'est maintenant que vous voulez travailler à une amélioration de leur statut? La réalité, c'est que les premiers aidants proches vont se retrouver sans revenu dans trois jours. Et d'autres vont suivre en mars, puis en avril. Et toutes vos déclarations ne vont rien changer à leur situation.
Pourtant, il y a bien un moyen de rectifier le tir tout de suite, car il est facile d'identifier les aidants proches. Ils ont une reconnaissance par la mutuelle. Vous avez instauré des exceptions dans votre réforme du chômage. Eh bien, vous devez simplement en ajouter une autre pour les aidants proches.
Le président: Monsieur le ministre, vous avez quatre minutes.
04.03 David Clarinval, ministre: Madame Moscufo, vous m'avez accusé de mensonge à cette tribune. J'exige des excuses. Le chiffre de 375 000 emplois provient de l'ONEM. Alors, avant de m'accuser de mensonge, je vous invite à vous renseigner, et ensuite vous pourrez parler dans cette assemblée. Mais en attendant, j'exige des excuses. On ne me traite pas de menteur, madame.
Ensuite, madame Désir, vous m'interpellez à propos de la situation des aidants proches. Comme je vous l'ai déjà indiqué il y a 15 jours, les aidants proches jouent un rôle absolument essentiel dans notre société. Ils assument souvent, dans la discrétion, des responsabilités lourdes, humaines et indispensables. Renforcer leur reconnaissance, leur statut et leurs droits constitue une priorité sociale clairement inscrite dans l'accord du gouvernement et que je soutiens pleinement. Les aidants proches ont besoin de réponses lisibles, cohérentes et mieux adaptées à la complexité de leur quotidien.
Pour moi, il ne s'agit pas d'une question administrative ou statistique. Je connais d'ailleurs moi-même ces situations de très près. C'est un sujet qui me touche profondément. La réglementation du chômage prévoit depuis 2015 une dispense spécifique pour les demandeurs d'emploi aidants proches qui, en raison de leurs responsabilités de soins, ne sont pas en mesure de rechercher activement un emploi.
Dans le cadre des mesures transitoires de la réforme du chômage – je vous invite à écouter – il a donc été prévu non seulement le maintien du droit aux allocations pendant la période de dispense, pour autant qu'elle atteigne au moins 6 mois, mais également une prolongation du droit aux allocations pour une durée totale pouvant aller jusqu'à 12 mois supplémentaires après la fin normale du droit aux allocations. Nous avons donc bien prévu dans la réforme des mesures transitoires.
Or, force est de constater qu'un certain nombre d'aidants proches en situation de chômage ne font pas usage de cette disposition, ni de cette dispense. Pourquoi? Parce que le montant de l'allocation associée est faible. Il se situe en effet entre 316 et 390 euros par mois. Je le dis sans détour: ce sont des montants trop bas; mais il s'agit d'une situation héritée du passé. Mme Désir le sait bien, puisqu'elle était dans le précédent gouvernement et ces montants étaient déjà les mêmes.
Dans les faits, ces personnes se retrouvent dès lors contraintes de compter sur la bienveillance des services de contrôle de la recherche d'emploi, alors même qu'elles ne sont objectivement pas en mesure de rechercher un emploi en raison de leur charge de soins.
Cette situation n'est satisfaisante pour personne. C'est pourquoi, comme je vous l'ai déjà indiqué il y a 15 jours, j'examine actuellement avec mes collègues les ministres Beenders et Vandenbroucke différentes pistes visant à renforcer le statut et les droits des aidants proches.
Ces pistes visent à mieux répondre aux besoins des aidants proches salariés, mais aussi à ceux des demandeurs d’emploi confrontés à des situations d’aidance lourdes, en veillant à une articulation cohérente entre emploi, protection sociale et accompagnement. Elles portent notamment sur une véritable reconnaissance juridique transversale, une meilleure lisibilité, une simplification des démarches, un renforcement et une adaptation des congés existants, une protection accrue contre les traitements défavorables ou les discriminations, une amélioration effective des possibilités d’aménagement du travail, ainsi qu’une meilleure articulation entre reconnaissance, congés et allocation de retour à l’emploi.
J’ai reçu de mes collègues du gouvernement des signaux clairs quant à leur volonté d’avancer sur ce dossier, chacun dans ses compétences. Je suis dès lors convaincu que nous pourrons à court terme proposer des initiatives concrètes menant à des solutions durables et adaptées qui viendront compléter le filet de sécurité temporaire prévu dans le cadre de la réforme du chômage, tout en renforçant les possibilités offertes aux nombreux travailleurs et (…)
04.04 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Ces aidants proches, monsieur le ministre…
04.05 David Clarinval, ministre: J’attends vos excuses.
04.06 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): … quand on vous en parle, vous dites qu’ils jouent un rôle important dans la société, que vous en connaissez, que vous allez en tenir compte, que vous êtes plein d’empathie. La chose très concrète que vous pouvez faire ici, maintenant, c’est geler la réforme du chômage pour tous ces aidants proches. Si vous ne le faites pas, votre empathie à 3 francs 50, tout cela, ce sera du blabla et nous ne vous lâcherons pas, monsieur Clarinval, ni ici, ni en commission, ni dans la rue.
04.07 Caroline Désir (PS): Monsieur le ministre, faut-il un statut pour les aidants proches? Certainement. Leur faut-il une réponse cohérente? Certainement.
Votre statut, monsieur le ministre, va arriver trop tard. Vos mesures transitoires ne répondent pas à la situation de tous les aidants proches qui sont menacés d’exclusion maintenant et dans les prochaines semaines, et vous le savez très bien. Ce qu’il faut maintenant, monsieur le ministre, c’est suspendre immédiatement la réforme pour toutes ces familles.
Nous allons demander l’urgence tout à l’heure et, si vous nous l’accordez, dès demain, nous pouvons le faire. Je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
05.01 Jean-François Gatelier (Les Engagés): Monsieur le ministre, le nombre de bénéficiaires du statut BIM continue d’augmenter. Nous avons vu les chiffres: plus 400 000 au cours de ces cinq dernières années, sans doute en raison de la paupérisation de la population.
Non, nous ne souhaitons pas remettre en question ce mécanisme, qui participe à l’accessibilité des soins pour certains publics vulnérables et qui doit être préservé. Mais oui, nous voulons évaluer cette mesure afin de trouver une solution aux deux problèmes auxquels nous sommes confrontés aujourd’hui. D’une part, certaines personnes bénéficient du statut BIM alors qu’elles sont dans une situation financière confortable. D’autre part, certaines n’en bénéficient pas alors qu’elles se trouvent dans une situation financière difficile.
Monsieur le ministre, allez‑vous évaluer cette mesure, notamment en concertation avec les mutuelles, et répondre à ces deux problèmes, afin de veiller à ce que ce mécanisme, auquel nous tenons, remplisse effectivement son objectif d’accessibilité aux soins, qui constitue un enjeu essentiel?
Monsieur le ministre, vous nous rappelez souvent que chaque euro dépensé en santé doit l’être avec efficience. Or, actuellement, j’ai le sentiment que le mécanisme d’octroi du BIM n’est pas efficient. Il y a quelques semaines, j’ai déposé une proposition de résolution, avec le groupe Les Engagés, visant à garantir que l’intervention majorée soit octroyée à ceux qui en ont réellement besoin. Je me permets de profiter de l'occasion pour vous en remettre une copie, afin de vous aider.
05.02 Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer de minister, mijn vader werkte jarenlang als bouwvakker in de Kempen, tot hij langdurig thuis moest blijven met zware rugproblemen. Veel doktersbezoeken, veel ziekenhuiskosten, veel pijn. De verhoogde tegemoetkoming was zijn en mijn redding om de noodzakelijke zorg te krijgen. Dat is maar één verhaal. De verhoogde tegemoetkoming maakt elke dag het verschil voor heel wat gezinnen. Die verhoogde tegemoetkoming zorgt er immers voor dat ze niet de volle pot moeten betalen voor een doktersbezoek of voor geneesmiddelen. Ze zorgt er ook voor dat ze toegang krijgen tot de beste, betaalbare, zorg. Dat is voor ons van Vooruit een absolute prioriteit. Ja, wij zijn er fier op dat we in de vorige regering, met de steun van de toenmalige coalitiepartners, dat statuut versterkt hebben, zodat sommigen nu automatisch recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming. Ze is essentieel om ons gezondheidszorgsysteem voor iedereen toegankelijk te maken.
Even essentieel is dat de steun terechtkomt bij wie die echt nodig heeft, dus niet bij zaakvoerders die zichzelf een minimumloon uitkeren en tegelijkertijd rondrijden met een Porsche van de vennootschap, noch bij mensen die meerdere huizen in het buitenland bezitten. Die voorbeelden komen voor alle duidelijkheid niet van mij. Ze komen van de voorzitter van een Vlaams artsensyndicaat, een huisarts.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag. Wat zult u doen om dat schrijnende misbruik van onze sociale zekerheid aan te pakken?
05.03 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, bijna 2,5 miljoen mensen in ons land krijgen via de verhoogde tegemoetkoming tal van sociale voordelen: voor 1 euro naar de dokter, gratis cultuur, gratis sport en bijna gratis op tram en bus. Daar stopt het niet: goedkope kinderopvang, goedkope vuilniszakken, de UiTPAS, verminderde provinciale belastingen enzovoort. 400.000 Brusselaars vallen onder dat systeem. Dat is een op drie. Wie betaalt daarvoor? De andere twee en dat zijn niet de sterkste schouders, maar mensen die hard werken en ook mensen met lage lonen die net meer verdienen dan de drempel voor de verhoogde tegemoetkoming.
U hebt nu nog een toegangspoort tot dat statuut ingevoerd. Aan wie alleenstaand en drie maanden werkloos of ziek is, wordt het statuut automatisch toegekend, op een schoteltje gegeven, of die persoon daar nu nood aan heeft of niet. De verhoogde tegemoetkoming moet zelfs niet worden aangevraagd. (Tumult)
Het resultaat is 60.000 rechthebbenden erbij in minder dan één jaar tijd en de teller loopt. Mijnheer de minister, dat is onhoudbaar, onbetaalbaar en asociaal beleid, vandaar mijn wetsvoorstel. (Luid protest van de heer Ronse)
Zwijg eens, mijnheer Ronse, een beetje respect.
Hulp moet terechtkomen bij wie het echt nodig heeft, zoals de papa van de heer Bertels. Dat zijn de juiste mensen. Schaf het anders af.
U zult opwerpen dat wij dat mee hebben goedgekeurd, maar u weet zeer goed, als u van goede trouw bent, mijnheer Ronse, dat ik daar nooit akkoord mee ben gegaan. Ik heb keer op keer gewaarschuwd voor de gevolgen en de budgettaire impact. We zien vandaag dat het budget daarvoor is ontspoord.
Mijnheer de minister, u zei dat u hier niet veel over te vertellen hebt. Blijft u achter het statuut staan? Hoe legt u dat uit?
05.04 Daniel Bacquelaine (MR): Monsieur le ministre, je ne vais pas le répéter: 400 000 BIM en cinq ans, soit à peu près 100 000 BIM supplémentaires chaque année. Alors, je ne veux pas dire que le résultat de votre action sociale pendant cinq ans, c'est 100 000 BIM de plus tous les ans, parce que cela préjugerait de ce que votre action sociale pendant les cinq prochaines années, ce soit de nouveau 500 000 BIM en plus. J'espère quand même qu'à un moment donné, on va prendre la réalité en considération!
Il est nécessaire de veiller à que la solidarité s'exprime vis-à-vis de ceux qui en ont réellement besoin. Il faut lutter contre la banalisation de la solidarité. C'est une valeur essentielle qui n'a rien à voir avec l'assistanat. C'est une valeur essentielle que nous devons défendre aujourd'hui, en évitant notamment les pièges à l'emploi et tout ce qui gravite autour de l'attribution du statut BIM aujourd'hui, qui touche des domaines qui n'ont rien à voir avec la santé (le transport public, les crèches et encore bien d'autres choses). Il faut en revenir à l'essentiel. Et l'essentiel, c'est de faire en sorte que ceux qui ont besoin de la solidarité puissent en bénéficier pleinement. Aujourd'hui, ce n'est plus tout à fait le cas. On est dans un système d'automaticité qui ne permet pas de cibler la solidarité de façon correcte.
Je vous demande donc, monsieur le ministre, d'agir de façon à ce que nous revoyions les critères d'attribution du statut BIM, notamment en matière d'automaticité, qui est une mauvaise méthode. Il faut que ceux qui en ont réellement besoin puissent en bénéficier et que la solidarité soit une valeur capitale. Or, aujourd'hui, le système fait que beaucoup de médecins reçoivent des patients qui sont étonnés eux-mêmes d'être BIM. Ils ne comprennent pas qu'ils le soient. C'est quand même le comble du comble! Les médecins reçoivent aujourd'hui des patients (...)
05.05 Minister Frank Vandenbroucke: Gezondheidszorg moet betaalbaar zijn, betaalbaar voor iedereen en zeker ook voor mensen die het financieel moeilijk hebben.
Daarvoor dient de verhoogde tegemoetkoming, zodat mensen niet wachten om naar de dokter te gaan of om medicamenten te kopen omdat het geld dat zij daarvoor nodig hebben, niet in hun portemonnee zit.
Een deel van de mensen ontvangt dat statuut automatisch,. Dat gebeurt altijd op basis van een volledig inkomensonderzoek. Dat hebben we samen beslist. Dat lijkt me normaal want als mensen een recht hebben, moeten ze dat recht ook kunnen genieten. Dat wordt bovendien elk jaar opnieuw gecontroleerd.
Wat is het probleem? Bij de toekenning van de verhoogde tegemoetkoming wordt geen rekening gehouden met het vermogen. Ook worden niet alle inkomens systematisch aangegeven. Ze blijven dus buiten beschouwing.
Les revenus mobiliers, en particulier, sont un angle mort. En théorie, monsieur Bacquelaine, une personne peut toucher 100 000 euros de dividendes ou réaliser 100 000 euros de plus-value sur des cryptomonnaies et avoir malgré tout droit à l'intervention majorée.
Il faut donc avoir une vision globale de l’ensemble des revenus et du patrimoine des personnes, afin que le droit à l’intervention majorée soit attribué de manière correcte et équitable, et que nous soyons certains qu’il bénéficie aux personnes qui en ont réellement besoin.
Dokter Jos Vanhoof heeft gezegd dat een zaakvoerder van een bouwbedrijf die zichzelf een minimumloon uitkeert, maar strak in het pak rondrijdt met een Porsche van de vennootschap geen verhoogde tegemoetkoming mag krijgen. Ik ben het helemaal eens met hem. Hij krijgt mijn woord dat we dat, met uw steun, tot op de letter zullen uitvoeren.
Ik ben vragende partij om een beter zicht te krijgen op alle inkomens en vermogens, zodat we zeker zijn dat de mensen die ze nodig hebben de verhoogde tegemoetkoming krijgen en de mensen die ze niet nodig hebben ze niet krijgen.
Ik werk aan drie voorstellen die ik op de regeringstafel zal neerleggen. Ten eerste, ik wil dat bij de aanvraag en de verlenging van het recht op verhoogde tegemoetkoming automatisch wordt nagegaan welke roerende inkomens en welk roerend vermogen een gezin heeft, zodat we met die twee correct rekening kunnen houden. Ten tweede, ik stel voor dat bestuurders met een belangrijk belang in een vennootschap automatisch uitgesloten worden van het recht op verhoogde tegemoetkoming. Het kan niet de bedoeling zijn dat iemand die een managementvennootschap bestuurt, en dat misschien heel goed doet, recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming. Ten derde, ik stel voor dat iemand die meer dan één substantieel onroerend vermogen heeft, bijvoorbeeld twee mooie woningen, automatisch wordt uitgesloten.
Mevrouw Bertrand, het automatisch systeem dat u nu aanklaagt, hebt u niet alleen mee goedgekeurd, maar toen ik in de vorige regering herhaaldelijk formeel voorstelde – jawel, mijnheer Van Quickenborne – dat wie twee onroerende inkomens bezit uitgesloten zou worden, hebben u en de MR dat niet gesteund, maar nu bent u anders.
Dus ik vraag uw steun wanneer ik opnieuw zal voorstellen dat wie twee woningen bezit, geen recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming.
Bovendien zijn er ook inkomens waarmee wij rekening moeten houden en waarmee we vandaag geen rekening moeten houden, zoals een doctoraatsbeurs of een flexi-job. Laten we daar ook rekening mee houden, zodat de mensen die het nodig hebben het recht kunnen genieten, beschermd worden en zonder zorgen naar de dokter en apotheker kunnen gaan en zodat wie het niet nodig heeft en de kantjes ervan af loopt, effectief wordt uitgesloten.
Dat is niet zo moeilijk. U kunt dat beslissen, maar daartoe is politieke wil nodig.
De drie voorstellen zal ik aan de regering doen. Ik reken op uw steun, die ik hier zie, niet alleen van de meerderheid maar ook van de oppositie.
05.06 Jean-François Gatelier (Les Engagés): Je vous remercie, monsieur le ministre.
Le statut BIM doit en effet aider les plus fragiles, et non ceux qui peuvent se permettre d'acheter une voiture de luxe. J’ai entendu votre réponse. Finalement, vous répondez aux attentes des Engagés. En effet, faire en sorte que les personnes disposant d’un patrimoine global suffisant, les administrateurs de sociétés et les propriétaires de plusieurs biens immobiliers ne bénéficient pas de ce statut contribuera, en partie, à répondre à ce que vivent quotidiennement les soignants avec cette incohérence. Encore dernièrement, j’ai été interpellé par une gynécologue étonnée de voir sa patiente ricaner en ne payant que 3 euros pour une consultation de trois quarts d’heure chez un médecin spécialiste, alors qu’elle venait de régler 70 euros en cash à son ostéopathe. Finalement, tout ce dont les soignants sont témoins, nous pouvons y remédier.
En tout cas, sachez que Les Engagés soutiendront cette future réforme.
05.07 Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Ik geef u alle steun en ik heb alle vertrouwen in uw aanpak om misbruik door profiteurs hard aan te pakken en een echte vermogenstoets in te voeren, want iedereen verdient de beste zorg, zonder angst voor de factuur. Zorg wordt niet bepaald door de portemonnee. Daarover zijn we het volmondig eens. Zo simpel is het.
Voor Vooruit is dat ook de reden waarom we zitting hebben in de arizonaregering. We zullen elke aanval op ons sociaal systeem afslaan en het blijven verdedigen tegen iedereen die het aanvalt.
Mevrouw Bertrand, puur uit mijn geheugen, bloemen verwelken, schepen vergaan, maar bij Open Vld bleef de liefde voor rijke profiteurs bestaan. Ik hoop echt dat het met Anders. anders wordt.
05.08 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, u moet het maar durven. U hebt zich niet aan de afspraken gehouden. In de notificatie stond duidelijk dat een rechthebbende systematisch en voorafgaandelijk van de ambtshalve toekenning zou worden uitgesloten, als hij eigenaar van een ander onroerend goed is. U bent uw beloftes niet nagekomen.
05.09 Minister Frank Vandenbroucke: Neen.
05.10 Alexia Bertrand (Anders.): Dat is absoluut wel zo. Er moesten controles komen en die zijn er niet. Als men iets van de overheid krijgt, moet daar iets tegenover staan. Of men nu een Porsche of een tweede huis in Marokko heeft, dat kan mij niet schelen, het profitariaat moet eruit.
U bent plots wakker geschoten, mijnheer de minister. Ik heb het probleem aangekaart en u bent wakker geschoten. U hebt gisteren nog in Het Laatste Nieuws verklaard dat daar niets over te vertellen valt en dat u niet zult hervormen.(…)
05.11 Daniel Bacquelaine (MR): (…) de ces quelques polémiques. Je pense que la solidarité mérite une gestion rigoureuse de nos données publiques et que cette solidarité doit s'orienter vers ceux qui en ont le plus besoin. On ne peut pas banaliser la solidarité. Et je pense que l'automaticité banalise et dévalue la solidarité. La solidarité sans contrôle crée l'injustice.
Il est absolument nécessaire que l'on travaille sur l'analyse des ressources financières de ceux qui prétendent pouvoir bénéficier de statuts particuliers. Parce que, sinon, ce sont tous les autres que l'on dévalorise. Je crois vraiment, monsieur le ministre, qu'il est temps de revoir le système d'attribution du statut BIM dans notre pays. Notez que, quand on interdit des suppléments pour les bénéficiaires de l'intervention majorée, on fragilise toute la chaîne de la médecine ambulatoire. (…)
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06.01 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, duizenden mensen in ons land hebben meer dan 30 jaar gewerkt, maar krijgen slechts een pensioen van minder dan 1.000 euro. Ze hebben voldoende gewerkt, maar botsen op een fout in het pensioenstelsel.
Ik zal u een voorbeeld geven uit mijn omgeving. Sylvia werkte één jaar met een contract en vier jaar als vastbenoemd ambtenaar in de kinderopvang en daarna 26 jaar als zelfstandige crèche-uitbaatster. Ze stond altijd klaar voor haar kindjes, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en deed haar werk met haar hart en ziel. Later kreeg ze zware hartproblemen en deed af en toe nog een interimjob of een tijdelijke vervanging. Ze heeft wel degelijk 30 jaar gewerkt, maar loopt nu honderden euro’s pensioen mis omdat ze een aantal jaar ambtenaar is geweest. Daardoor heeft ze geen toegang tot het minimumpensioen.
Collega’s, Vooruit heeft hard gestreden voor hogere minimumpensioenen, omdat die mensen met een moeilijke loopbaan, zoals Sylvia, moeten beschermen. Ze heeft immers 30 jaar gewerkt. Voor Vooruit is het dus duidelijk: elk gewerkt jaar moet tellen, of dat nu als werknemer, zelfstandige of ambtenaar was. De Ombudsdienst Pensioenen noemt dit ook een constructiefout die mensen richting armoede duwt.
Mijnheer de minister, wanneer zult u die fout rechtzetten? Zult u dat alleen doen voor toekomstige gepensioneerden, of zult u dat ook doen voor mensen die vandaag het slachtoffer zijn van dit onrecht, zoals de Ombudsdienst vraagt?
06.02 Nahima Lanjri (cd&v): Collega’s, stel u voor dat u 35 jaar hebt gewerkt, 29 jaar als werknemer en daarna nog eens 6 jaar als ambtenaar. U hebt dus voldoende lang gewerkt om in aanmerking te komen voor een minimumpensioen. Dan krijgt u een koude douche, want het pensioenbedrag waarop u gerekend had, blijkt er niet te zijn. Plots blijkt immers dat de jaren waarin u als ambtenaar hebt gewerkt, niet meetellen voor de berekening van uw pensioenbedrag. U krijgt daardoor een pensioen van nog geen 1.000 euro. Dat is onrechtvaardig, want u hebt al die jaren wel gewerkt.
Het is des te onrechtvaardiger, mijnheer de minister, omdat het probleem al zo lang gekend is. Al 17 jaar wordt dit probleem aangekaart door de Ombudsdienst Pensioenen. Al even lang vraagt cd&v om dit probleem aan te pakken. We hebben dat aan elke bevoegde minister gevraagd. Het stond trouwens ook in heel wat regeerakkoorden, maar de bevoegde ministers voor Pensioenen hebben het probleem nooit aangepakt.
Mijnheer de minister, ook nu staat dit probleem opnieuw vermeld in het regeerakkoord, met de belofte dat we het zullen aanpakken. In het eerste deel van de pensioenhervorming, dat nu bij de Raad van State is en binnenkort naar ons komt, staat echter geen oplossing voor dit probleem. Nochtans heeft een derde van de gepensioneerden een gemengde loopbaan. Heel wat mensen, duizenden mensen, worden dus de dupe van deze constructiefout en krijgen een te laag pensioen.
Cd&v is altijd een vechter geweest en zal blijven vechten voor eerlijke en deftige pensioenen. We vinden dan ook dat dit probleem dringend moet worden opgelost. Niet alleen voor de toekomst, maar ook voor mensen die nu al een te laag pensioen ontvangen door een fout in de wet, moet dit worden rechtgezet. Bent u het daarmee eens, mijnheer de minister? Zult u dit aanpakken, in tegenstelling tot uw voorgangers?
06.03 Minister Jan Jambon: Collega’s, het is inderdaad zo dat de Ombudsdienst Pensioenen al sinds 2009 de vinger op die wonde legt. Mevrouw Lanjri, ik hoor dat u in alle regeringen gevochten hebt om dat erdoor te krijgen. Dat is goed, maar het heeft weinig effect gehad. In dit regeerakkoord staat: “De toekenningsvoorwaarde van het minimumpensioen wordt voortaan gebaseerd op de effectieve arbeidsprestaties en loopbaanjaren gepresteerd in de drie stelsels samen, voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen.”
Collega’s, ik ben minister van Pensioenen. Als de wet op de hervorming van de pensioenen, die nu bij de Raad van State ligt en die we zo snel mogelijk hier in het Parlement willen behandelen, is goedgekeurd, dan is de volgende werf die ik aanpak deze werf. Ik ben namelijk ook geschokt door die onrechtvaardigheid. Ik herinner mij die twee Waalse vriendinnen, iedereen herinnert zich dat nog. De eerstvolgende werf, na de goedkeuring van de pensioenwet hier in het Parlement, zal deze onrechtvaardigheid rechtzetten.
Collega’s, ik roep u op om die wet hier zo snel mogelijk goed te keuren, zodat we ook deze onrechtvaardigheid kunnen aanpakken.
06.04 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, ik zal u aan uw woord houden. Het staat immers ook niet in de beleidsnota die sinds gisteren online staat. Ik vraag mij af waarop u nog wacht, want het is een probleem dat al meer dan 17 jaar aansleept. Weet u wat de reden daarvoor is? De reden is dat de liberalen vaak op de rem zijn gaan staan. Daarom sleept het al zo lang aan.
Denk aan Sylvia, die meer dan 30 jaar voor kleine kindjes heeft gezorgd en bij wie die jaren als ambtenaar nu niet meetellen voor haar minimumpensioen. Vooruit vindt dat het hier lang genoeg heeft geduurd. Wij dienen ook een wetsvoorstel in, want werk is werk, ongeacht het statuut. Elk jaar moet meetellen om toegang te hebben tot het minimumpensioen.
06.05 Nahima Lanjri (cd&v): Mijnheer de minister, we hebben hier een tijdlang samen gezeteld, ik als Parlementslid. Ik heb toen ook geijverd voor eerlijke pensioenen. U was toen minister, van 2014 tot 2018. In het regeerakkoord hebt u toen gezegd dat u dat probleem ging aanpakken. U had toen dus eigenlijk al meer kunnen doen dat ik vanuit het Parlement kon doen.
Maar goed, laten we vooruitkijken. Het staat nu in het regeerakkoord waarover we samen onderhandeld hebben. Ik hoop dat het wordt uitgevoerd, want ik stel vast dat het niet in de tekst inzake de pensioenhervorming staat, die nu bij de Raad van State ligt. Ik stel vast dat het ook niet in uw beleidsnota staat, die we volgende week in de commissie zullen bespreken.
Het staat daar niet in, maar cd&v zal blijven vechten. We vragen u dit probleem op te lossen. We rekenen er ook op dat u dat zult doen, want het staat nu in het regeerakkoord. U kunt op onze steun rekenen. Laten we er samen voor vechten (…)
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Lanjri.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07.01 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, on dénombre environ 11 000 places dans nos prisons, mais seules 9 000 répondent véritablement aux normes. Nous comptons aujourd'hui 13 400 détenus. En intégrant les 3 200 condamnés qui ne se trouvent toujours pas dans nos prisons, cela représente une surpopulation réelle de 2 400 personnes et une surpopulation carcérale potentielle de 5 600 personnes, 5 600 détenus.
Madame la ministre, la situation est insupportable. C'est du jamais vu et d'une totale indignité! Les acteurs de terrain, les agents pénitentiaires, les experts, l'opposition parlementaire vous implorent chaque semaine d'agir. Et vous, que faites-vous? L'été dernier, vous avez fait voter une supposée "loi d'urgence", qui constitue un échec manifeste. Depuis, vous avez organisé sept kerns visant à traiter de la question de la surpopulation carcérale, mais pour quel résultat? Quelques préfabriqués en projet, l'évocation de prisons à l'étranger et des promesses pour 2035… Pour le reste, rien! Pas une seule avancée! Pire que tout, avec une collègue, vous n'hésitez pas à étaler dans la presse votre impuissance, votre incapacité à faire face à la plus grande crise pénitentiaire de l'Histoire de ce pays.
Derrière ces chiffres, madame la ministre, ce sont des agents pénitentiaires à bout de souffle. Ce sont des détenus qui dorment à même le sol et qui vivent à plusieurs dans neuf mètres carrés, sans intimité, dans une promiscuité totale, sans accès suffisant aux soins de santé. Ce sont des personnes atteintes de troubles mentaux que l'on ne soigne pas dans des annexes psychiatriques. Ce sont des détenus qui ressortent brisés, et donc plus dangereux. Cette situation exige une ministre à la hauteur.
Madame la ministre, il est encore temps d'éviter une nouveau dossier I-Police. Qu'entendez-vous faire?
07.02 Barbara Pas (VB): De regering-De Wever heeft nog steeds geen deftig plan om de aanpak van de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan.
Mevrouw de minister, uw plan bestaat erin om criminelen een korting van tien maanden te geven op een celstraf van vijf jaar. Wie vijf jaar celstraf opgelegd krijgt, moet in dit land toch al behoorlijk wat mispeuteren. Over dat plan geraakt de regering het niet eens.
De premier heeft nu zelf een plan. U hebt dat plan in de media al afgeschoten, waarna u vandaag in de media verkondigt dat de discussie niet in de media moet worden gevoerd.
Collega’s van de N-VA, ik had de premier vandaag hier graag over zijn plan ondervraagd maar hij weigert dat. Ik begrijp dat. Het plan van De Wever rekent op de hulp van zijn ondertussen boezemvriend, Zijne Majesteit. Hij vraagt de Sire deze keer niet om honderd dagen, maar wil wel dat de Koning gratie verleent aan 1.300 veroordeelde criminelen van de meer dan 3.000 criminelen die momenteel zonder enig toezicht thuis zitten te wachten op de uitvoering van hun straf.
Genaderecht komt neer op een kwijtschelding. Dat is geen omzetting in enkelbandjes, maar dat is blijkbaar wel de bedoeling. Ik had hem graag dus gevraagd of hij kwijtschelding dan wel enkelbandjes bedoelt.
Ik had hem ook graag gevraagd hoe de kwijtschelding van gevangenisstraffen, al dan niet met enkelbandjes, voor veroordeelde criminelen die nog niet in de gevangenis zitten, kan helpen om de huidige 545 grondslapers weg te werken.
Mevrouw de minister, u hebt al duidelijk aangegeven dat dat niet het geval is. Ik had graag gehad dat De Wever mij kwam uitleggen wat dan wel de oplossing is, maar hij durft niet.
Mevrouw de minister, mijn vraag aan u is heel eenvoudig. Hoe zal de regering de overbevolking in de Belgische gevangenissen op korte termijn wel eindelijk aanpakken?
07.03 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, we hoorden hier al een aantal cijfers. Ik heb ook die van de beleidsnota erbij genomen. Afgerond zijn er inderdaad 11.100 plaatsen in onze gevangenissen. Er zitten vandaag ongeveer 13.600 gedetineerden in de gevangenissen, van wie 600 grondslapers zijn. Dat wil zeggen dat er 2.500 mensen te veel in de gevangenissen zitten. Daarnaast zijn er nog 3.000 wachtenden die er niet in geraken. U zult het met mij eens zijn dat dit een regelrechte schande is voor ons als land, voor onze justitie en voor onze strafuitvoering.
De belangrijkste vraag die ik u wil stellen, is wat u daar het afgelopen jaar eigenlijk al aan gedaan hebt. Wat hebt u al ondernomen om dat probleem effectief aan te pakken? Het afgelopen jaar is de druk immers alleen maar toegenomen. De vorige regering heeft bijvoorbeeld wel actie ondernomen en een aantal maatregelen genomen. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de 1.400 extra plaatsen die gecreëerd werden, de 70 extra personeelsleden die ingeschakeld werden en het kader dat werd gecreëerd voor de plaatsing van extra containers, goed voor meer dan 1.000 plaatsen. Ook de terugstuurakkoorden, onder andere met Marokko, werden toen door de vorige regering afgesloten, maar worden veel te weinig uitgevoerd. Daarom vraag ik wat u effectief hebt gedaan.
We lezen dat u 1 miljard euro hebt gevraagd. Hoeveel van dat budget zal daadwerkelijk naar extra capaciteit gaan? We vernemen ook dat een aantal collega's binnen de regering in het verleden voorstellen hebben gedaan die bij voorbaat afketst of blokkeert. Uw noodwet heeft, zoals we u gewaarschuwd hadden, geen enkel effect gehad.
Mijn vraag aan u is zeer eenvoudig. Wat hebt u gedaan en wat zult u op de langere termijn doen? Hoe zult u de situatie aanpakken en ombuigen? Zoals mijn collega van het Vlaams Belang zei, circuleert er een voorstel om gratie te verlenen. Is dat de langetermijnvisie waarvoor u staat, waarmee u de tendens zult keren en de overbevolking zult oplossen?
07.04 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, hoe lang duurt het nog vóór u en de regering eindelijk iets zullen doen aan de overbevolking in de gevangenissen? Of moeten er eerst doden vallen vooraleer de regering in actie schiet?
Het geduld is op bij iedereen, bij het personeel en de vakbonden, bij mensenrechtenorganisaties, bij de CTRG-commissies, bij de gouverneurs en de burgemeesters, maar ook in het Parlement. Blijkbaar is het geduld ook op in de regering en zelfs bij de Koning, die de regering gisteren een nooit geziene bolwassing heeft gegeven, overigens met goedkeuring van de regering zelf.
De situatie in onze gevangenissen is explosief en onmenselijk met een overbevolking van meer dan 2.500 gedetineerden. Er zijn bijna 600 grondslapers, waarvan sommige soms naast de wc-pot slapen. We mogen niet vergeten dat het nog altijd om mensen gaat. Wie denkt dat gedetineerden beter uit de gevangenis komen als we hen eerst maanden of jaren op een onmenselijke en vernederende manier opsluiten, heeft het fout.
Wat doet de regering? Mekaar met de vinger wijzen, veto's stellen, andere dossiers blokkeren en ruziemaken, maar oplossingen komen er niet. De wederzijdse verwijten zijn stevig, als we de media mogen geloven. Mevrouw de minister, uw collega-ministers uiten heel zware kritiek op u, maar omgekeerd wijst u andere ministers met de vinger. U zegt bijvoorbeeld dat minister Vandenbroucke niets zou doen voor de aanpak van de geïnterneerden. De sfeer in de regering is dus allesbehalve optimaal.
Mevrouw de minister, op u rust een loodzware verantwoordelijkheid. Als een oplossing uitblijft, toont u uw onmacht als minister van Justitie. Wanneer komt er een oplossing? Vindt u echt dat minister Vandenbroucke niets heeft gedaan aan die problematiek?
07.05 Steven Matheï (cd&v): Mevrouw de minister, de problematiek van de overbevolking is bekend: er is een tekort van 2.000 plaatsen in de gevangenissen en er zijn bijna 600 grondslapers. Dat is uiteraard problematisch voor de veiligheid van de gevangenen zelf, de cipiers en de andere personeelsleden. Het zet bovendien het principe van re-integratie, re-integratie die het vervolg van de gevangenisstraf moet zijn, op de helling. Het gezegde gaat dat, als men mensen in een gevangenis als beesten behandelt, ze er ook als beesten uitkomen. Dat is net wat we niet willen.
Er moeten dus oplossingen komen. Er circuleren verschillende voorstellen, waaronder een van eerste minister Bart De Wever om over te gaan tot een soort van collectieve gratie. Daarbij zouden 1.300 personen hun door een rechter opgelegde effectieve gevangenisstraf niet moeten uitzitten, maar een enkelband krijgen. Daar heeft cd&v toch wel wat vragen bij. Hoe legt men het uit aan de rechters die iemand tot een gevangenisstraf veroordelen, dat de veroordeelde zijn of haar straf niet moet uitvoeren? Hoe legt men het uit aan slachtoffers dat daders uiteindelijk niet naar de gevangenis moeten?
Bovendien rijst de vraag of de collectieve genade, zelfs als daar voorwaarden aan zijn verbonden en de gevangenisstraf in een straf met enkelband wordt omgezet, de juridische toets zou doorstaan. Helpt zo’n maatregel trouwens het probleem van de grondslapers oplossen? Hoeveel grondslapers zullen er door de collectieve genademaatregel minder zijn? Nul, geen enkele.
Mevrouw de minister, we moeten dus op zoek naar andere oplossingen, naar oplossingen zoals u die op tafel hebt gelegd, oplossingen die effectief en duurzaam zijn. Mevrouw de minister, welke oplossingen ziet u om het probleem aan te pakken?
07.06 Minister Annelies Verlinden: Beste collega’s, voorbij het geblaas en gespin, ook van anonieme bronnen in de pers, wil ik hier graag de precieze toedracht geven van de lopende gesprekken in de regering over de overbevolking in onze gevangenissen.
Als iemand hier voorhoudt dat ik een echte en duurzame oplossing voor de schrijnende situatie van de overbevolking en de grondslapers zou tegenhouden of niet bereid zou zijn tot een compromis, dan vergist die zich. Reeds sinds november heb ik verschillende voorstellen op de regeringstafel gelegd naar aanleiding van de sterke stijging van het aantal gedetineerden in onze gevangenissen, niet het minst van degenen die op een matras moeten slapen. Het gaat om een reeks maatregelen die er samen voor kunnen zorgen dat de druk in onze gevangenissen echt wordt verlicht. De teksten zijn wat Justitie betreft al geruime tijd klaar.
Collega’s, er zijn dus oplossingen. Die vragen wel de moed en de wil om het probleem doortastend aan te pakken. Een voorstel waarbij een uitzonderingsmaatregel wordt genomen en waarbij een enkelband wordt toegekend aan enkele honderden mensen die vandaag niet in onze gevangenissen zitten, is geen oplossing voor de grondslapers in onze gevangenissen vandaag. Dat zou immers niets veranderen aan de situatie van de grondslapers en niets aan de dagelijkse onveiligheid waarin de penitentiaire beambten hun taken moeten uitvoeren. Bovendien geef ik er de voorkeur aan om maximaal de door de rechters uitgesproken straffen te respecteren en te werken binnen de context van de strafuitvoeringsmodaliteiten en organisatorische maatregelen om de overbevolking aan te pakken.
Het gaat mij dus niet om het grote gelijk, beste collega’s. Het gaat mij wel om de aanpak van de straffeloosheid en om de veiligheid en de menswaardigheid in onze gevangenissen. Daarom blijven we aandringen op maatregelen die wel soelaas bieden. De directeurs, de penitentiaire beambten en alle partners van het gevangeniswezen rekenen op ons. Zij hebben terecht recht op perspectief op korte termijn. We mogen hen dus niet wegsturen met pseudo-oplossingen. Ik sta en blijf resoluut aan hun zijde staan en blijf werken aan een resultaat dat hen echt vooruit kan helpen.
Daarom roep ik vandaag opnieuw iedereen op om samen een impactvolle en daadkrachtige oplossing mogelijk te maken. Dat moeten we inderdaad samen doen. Ik kan daar trouwens heel helder over zijn: ik heb niemand verhinderd om aan de slag te gaan met zijn of haar bevoegdheden en op het terrein alle mogelijke maatregelen te nemen die een impact op de overbevolking kunnen hebben.
Je tiens dès lors à rappeler à chacun que le gouvernement a déjà approuvé, le 18 juillet dernier, un plan global visant à lutter contre la surpopulation. Ce plan prévoit une augmentation de la capacité carcérale, avec des infrastructures de soins supplémentaires pour les internés, ainsi qu’une approche plus efficace du retour des condamnés en séjour illégal et le renforcement des services chargés des transfèrements internationaux. Les grandes lignes sont tracées et je ne doute pas que mes collègues et moi-même resterons déterminés à les mettre en œuvre.
Nous ne pouvons pas nous contenter de mesures en deçà de cette ambition.
Collega’s, ik hoef er niemand van te overtuigen dat het probleem complex is. We lopen een marathon om op middellange en op lange termijn extra capaciteit te creëren om de overbevolking aan te pakken. We moeten vandaag echter ook een sprint trekken om de onveiligheid en de onmenselijkheid in de gevangenissen weg te werken, niet omdat het makkelijk is, niet omdat we meedingen naar een schoonheidsprijs, maar wel omdat het absoluut noodzakelijk is.
Het is om die reden dat ik in de voorbije maanden concrete en berekende voorstellen met impact heb voorgelegd. De gesprekken daarover zijn lopende in de regering. Daarbij zijn twee principes belangrijk: ten eerste, de oplossingen moeten structureel en doortastend zijn en, ten tweede, de door rechters uitgesproken straffen moeten maximaal gerespecteerd worden.
Met dat doel voor ogen ben ik ervan overtuigd dat niets ons in de arizonaregering in de weg staat tot een akkoord te komen. De veiligheid van onze samenleving, de rechtszekerheid, de strijd tegen straffeloosheid en het streven naar menswaardige detentieomstandigheden, die onze rechtstaat van ons vraagt, zijn me uitermate dierbaar.
07.07 Khalil Aouasti (PS): Madame la ministre, je vous ai entendue, je vous ai écoutée, mais je n’ai reçu aucune réponse. Votre réponse consiste à dire que, le 18 juillet, vous avez fait voter des textes. Le 18 juillet, nous comptions 12 900 détenus dans nos prisons. Aujourd’hui, 29 janvier 2026, nous en comptons 13 626. Autrement dit, entre le 18 juillet et aujourd’hui, votre plan de lutte contre la surpopulation carcérale a lamentablement échoué. Alors, madame la ministre, j’entends des appels à tout le monde – voilà donc ce qu'on peut appeler une majorité de cohésion – à vous soutenir, après sept kern, avec 13 600 détenus, avec de l'indignité, avec la reconnaissance, de votre propre aveu, de la présence de personnes avec des troubles mentaux ou de grande précarité. Madame la ministre, je vais vous dire une seule chose: il n’y a pas un problème que l’inaction finisse par résoudre. Et j’ai bien peur, en réalité, que cet adage s’applique à votre gouvernement.
07.08 Barbara Pas (VB): Deze regering heeft duidelijk geen plan. Ze focust graag op het buitenland, maar de eerste prioriteit zou de veiligheid van de burgers in België zelf moeten zijn. Veroordeelde criminelen vrij laten rondlopen ondergraaft de veiligheid van burgers. Daarmee lacht men de slachtoffers vierkant uit. Zo'n 70 % van de gedetineerden recidiveert. U bent de mening toegedaan dat de straffen van de rechters gerespecteerd moeten worden, maar u wilt zelf wel strafkorting geven. De Wever wil zelfs dat 1.300 veroordeelde criminelen hun gevangenisstraf niet eens moeten uitzitten. Dat valt niet uit te leggen. Weet u wat u moet doen? U moet 5.500 niet-Belgische gedetineerden terugsturen en het genaderecht afschaffen. Dat is een praktijk die volledig achterhaald is en alleen nog thuishoort bij middeleeuwse koningen en Romeinse keizers.
07.09 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, ik denk dat de Anders.-fractie de eerste is om te erkennen dat dit een complex probleem is dat niet eenvoudig op te lossen valt. Uw antwoorden stellen ons echter niet gerust. Zoals altijd brengt u in uw gekende stijl zeer verbindende, warme boodschappen en legt u allerlei plannen op tafel. De realiteit is echter dat u het afgelopen jaar niets hebt gerealiseerd, u hebt niets gedaan en dat typeert u. Ik vraag me oprecht af wat u als minister klaarkrijgt, want er beweegt niets. Wanneer u zegt een dossier in handen te nemen, blijft het liggen en gebeurt er absoluut niets mee. U hebt nog enkele jaren om te tonen dat het anders kan. Ik geloof er niet meer in, maar u hebt nog een aantal jaren om te tonen dat dit geen verloren legislatuur voor Justitie hoeft te zijn. Communiceer dus geen plannen in de media, maar ga samenzitten met uw collega-ministers en zorg ervoor dat er actie wordt ondernomen op het terrein.
07.10 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik heb goed geluisterd naar uw antwoord. Ik vraag mij af of dat antwoord namens de regering was of namens uzelf. Ik twijfel. U verwijst naar collega’s in de regering als oorzaak van de blokkering maar dat is al te gemakkelijk. U draagt als minister van Justitie immers in de eerste plaats een verpletterende verantwoordelijkheid. Het is echter ook een collectieve verantwoordelijkheid van de hele regering.
Ik stel alleen vast dat er vandaag geen oplossingen zijn. Is dat onmacht, onkunde of onwil? Ik vrees dat het een mix van de drie is. De toestand is echter vooral schandalig. Collega’s, wij hebben eerder al voorgesteld om een koninklijk commissaris tegen de overbevolking aan te stellen. De regering kan het niet oplossen. De minister kan het niet oplossen. Geef het dan uit handen. Dat is nog het enige wat rest. Doe echter vooral iets.
07.11 Steven Matheï (cd&v): Mevrouw de minister, ik dank u voor de antwoorden.
Het is inderdaad een heel complexe situatie. Ik ben blij dat de heer Di Nunzio dat ook erkent. Mijnheer Di Nunzio, het zou u echter sieren, mocht u erkennen dat de situatie mede is gecreëerd door de twee vorige ministers van Justitie.
Wat de oplossingen betreft, wij moeten inderdaad een duurzame oplossing vinden om het aantal grondslapers naar beneden te halen en vooral om de toestand in de gevangenissen te verbeteren.
Mevrouw de minister, er zijn heel wat mogelijkheden, zoals u hebt aangehaald, onder andere bijkomende capaciteit, waaraan u dag in dag uit werkt. Daarvoor hebt u ook de steun nodig van de andere regeringsleden. Wij hopen dat u die steun vindt en dat wij op die manier vooruitgang kunnen boeken in het dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.01 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, we hielden hier daarnet een minuut stilte ter herdenking van de Holocaust, maar we zouden ook een minuut stilte moeten houden voor de slachtoffers van de islamitische tirannen en moordenaars in Iran, voor het moedige Iraanse volk. Dertigduizend doden, of zelfs al vijftigduizend doden, en miljoenen gewonden en getraumatiseerden, and counting.
In Iran vielen in enkele dagen tijd meer slachtoffers dan in twee jaar in Gaza. No Jews, no news. Zo obsessief als moslims en linkse bv’s, ngo’s, demonstranten, journalisten en politici dagelijks hysterisch en uiteraard leugenachtig toeterden over Gaza, zo stil of passief zijn ze vandaag.
Dat is eigenlijk logisch, want ook alle slachtoffers in Gaza zijn voor honderd procent de schuld van het jihadistische regime in Iran, een grote sponsor van Hamas en Hezbollah. Het is heel simpel, Israël en de VS zijn de geallieerden, het regime in Iran is het nazisme, het islamo-nazisme. De vraag is nu wat de EU is en wat België is: Chamberlain of Churchill?
De IRGC, de Islamitische Revolutionaire Garde, had al 47 jaar op de terreurlijst moeten staan. Het tegenovergestelde gebeurde. Naast fatsoenlijke Iraniërs lieten de EU en België vele IRGC-agenten en supporters en sympathisanten van het islamitische regime, van de moorddadige ayatollah Khamenei, dit land binnen.
Ook wij, en zeker de vrijheidslievende Iraniërs op ons grondgebied, worden nu meer dan ooit expliciet bedreigd door het islamitisch regime van Iran.
Mijnheer de minister, wat doet u om onze veiligheid en dus onze vrijheid te garanderen?
08.02 Minister Bernard Quintin: Mijnheer Van Rooy, ik zal geen commentaar geven op uw vreemde vergelijkingen, maar de situatie in Iran blijft bijzonder ernstig. De nationale protesten tegen het regime tonen, op basis van de beperkte informatie die ons bereikt, het beeld van een gewelddadige en bloedige repressie. Ik wil het geweld dat zich de voorbije dagen en weken in Iran heeft afgespeeld, krachtig en ondubbelzinnig veroordelen. De Iraniërs die vandaag op straat komen, vragen niets meer dan vrijheid en democratie. Dat verdient onze volle steun; daarover bestaat geen enkele twijfel.
De Iraanse diaspora in ons land heeft het volste recht om haar stem te laten horen. Iraniërs en Belgen van Iraanse afkomst, en alle anderen, hebben dat de voorbije dagen en weken ook gedaan. Dat moet in alle veiligheid en zonder beperkingen kunnen gebeuren. U weet hoeveel belang ik hecht aan het recht op manifestatie.
Onze diensten volgen de bedreigingen ten aanzien van de Iraanse diaspora nauwgezet op. De Staatsveiligheid monitort de situatie in samenwerking met andere veiligheidsdiensten en draagt zo bij aan het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting en de veiligheid van iedereen die daarvan gebruikmaakt, waaronder leden van de Iraanse diaspora in België. Wanneer er concrete dreigingselementen zijn ten aanzien van personen of instellingen, wordt het parket uiteraard onmiddellijk op de hoogte gebracht. Ik wil nog meegeven dat het OCAD recent het dreigingsniveau ten aanzien van Iraanse belangen heeft opgeschaald. Dat impliceert een verhoogd toezicht en de toepassing van specifieke beschermingsmaatregelen, waarover ik om veiligheidsredenen geen verdere details kan geven.
08.03 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, België wordt steeds meer Belgistan. Voortdurend komen er jihadisten en moslimfundamentalisten dit land binnen, of ze nu uit Iran, Afghanistan, de Palestijnse gebieden, Syrië of eender welk geïslamiseerd gebied komen. Daardoor worden niet alleen wij, westerlingen, bedreigd, maar ook niet-islamitische minderheden: Perzen, hindoes, joden, druzen, jezidi’s, Assyriërs en vele andere christenen uit het Midden-Oosten en Afrika. Denk ook aan de recente jihadistische aanslag op de Koerden in Antwerpen.
De Belgische regering heeft veel goed te maken, ook bij de moedige Iraniërs. Sluit onze grenzen voor moslimfundamentalisten, sluit de Iraanse ambassade, behandel de IRGC als terroristen en zet alle IRGC-agenten, zogenaamde Iraanse diplomaten en alle moslimfundamentalisten dit land uit.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09.01 Dorien Cuylaerts (N-VA): Goedemiddag, mijnheer de minister. De treinreiziger wordt opnieuw gepest. Na 30 dagen staking op een jaar vraag ik me af wat de vakbonden nog willen bereiken. Draagvlak en begrip lijken hun doel, maar telkens is het de reiziger die de prijs moet betalen.
Laat me duidelijk zijn: de overgrote meerderheid van het spoorpersoneel werkt vandaag en zij verdienen respect en grote dank. Het is echter die kleine minderheid die het land telkens blokkeert met hun stakingen.
Deze keer gaat de staking over het statuut van het spoorpersoneel, met de vaste benoeming, een statuut dat al meer dan 100 jaar oud is. Wie statutair is, is quasi levenslang zeker van werk, met een aantrekkelijk loon. Statutairen moeten al best wat op hun kerfstok hebben om ontslagen te kunnen worden. We zijn een van de weinige landen waar nieuw personeel nog wordt aangeworven volgens dat statuut uit de vorige eeuw. Laten we eerlijk zijn, dat heeft zijn tijd gehad.
Hervormingen zijn broodnodig en het is hoog tijd dat de vakbonden dat gaan inzien en beginnen te beseffen. Tegen 2032 moet ons spoor immers klaar zijn voor de vrije spoormarkt. We moeten daarvoor vandaag beginnen met hervormen. Doen we dat niet, dan zal de NMBS niet klaar zijn en zal de concurrentie de NMBS verpletteren. In 2032 zullen er dan helaas geen NMBS-treinen meer rondrijden. Is dat wat de vakbonden willen?
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister: hoe moet het nu verder en hoe zult u de broodnodige hervormingen doorvoeren? De reiziger rekent op u. Dank u wel.
09.02 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, wij zitten midden in de zoveelste stakingsweek van de spoorbonden, de 32ste treinstaking in minder dan een jaar. De nieuwe actie is al aangekondigd. In februari staan er opnieuw drie stakingsdagen gepland. Ik verneem dat de directie er alles aan doet om dat te voorkomen.
Vandaag kreeg de CEO het eindelijk over haar lippen dat die nieuwe staking disproportioneel is. Wij zeggen dit al maanden. Men leidt de NMBS immers naar de afgrond, met reputatieschade, met reizigers die definitief afhaken en met een bedrijf dat voortdurend in crisismodus zit. Sommige bonden spreken over een definitieve vertrouwensbreuk.
Mijnheer de minister, terwijl hier in Brussel ruzie wordt gemaakt tussen uzelf, de directie en de bonden, staat de reiziger stil. De reiziger is absoluut de dupe van wat hier gebeurt. Ik wil u een verhaal vertellen over een pendelaar, Lars, een student die ik heel goed ken. Vandaag kwam hij te laat. Hij moest een trein nemen die een uur later reed. De trein die wel kwam, zat eivol. Ze zaten als sardientjes in een blik. Tot in de toiletten toe stonden er mensen, om toch maar met die ene trein op hun bestemming te geraken.
Het is goed dat u een vuist maakt tegen de vakbonden, mijnheer de minister. We hebben gehoord dat u dat doet, maar dat is niet genoeg. U moet in actie schieten. U moet stoppen met het overdreven geloof in de sociale dialoog. U moet de personeelsleden echt enthousiasmeren voor een toekomstvisie. We hebben nood aan een inspirerende leider die de liberalisering van het spoor waarmaakt.
Mijn vraag is eenvoudig, mijnheer de minister. Hoe gaat u de reiziger opnieuw centraal stellen?
09.03 Dimitri Legasse (PS): Monsieur le ministre, cette semaine, tous les syndicats du rail – absolument tous – ont fait grève, et pas de gaieté de cœur, contrairement à ce que d'aucuns semblent croire, mais parce que les cheminots n'ont jamais été aussi durement attaqués par un gouvernement.
Monsieur le ministre, ouvrez les yeux. Vous rendez-vous vraiment compte de ce qu'est le métier de cheminot? Devoir se lever tôt le matin, revenir tard le soir, réparer les voies, travailler de nuit et par tous les temps, accompagner les usagers, avoir la responsabilité de conduire quelque 2 000 voyageurs, devoir subir 2 000 agressions par an, affronter un management toxique qui épuise les agents.
La situation est grave. Vous nous le disiez encore lors de la dernière commission et lors des précédentes. Vous nous le rappelez d'ailleurs à chaque commission, en parlant tantôt de Securail, tantôt d'HR Rail.
Mais que décidez-vous finalement pour les 28 000 travailleurs des chemins de fer? Vous décidez de casser le droit des travailleurs, de détruire la démocratie sociale. Vous décidez de préparer la fameuse privatisation souhaitée par vos alliés, qui viennent encore de s'exprimer. En outre, vous décidez de faire 700 millions d'euros d'économies dans le rail.
Derrière tout cela, c'est toujours la même chose. Toujours la même chose. Ces gouvernements, c’est pareil. Les services publics sont attaqués de toutes parts, ne sont pas respectés et les syndicats sont même méprisés. Pas moins de respect pour les travailleurs que pour les navetteurs.
Monsieur le ministre, arrêtez de faire semblant de prendre la défense des navetteurs et de les opposer aux cheminots! Sans cheminots, pas de trains. Avec vos réformes contre les travailleurs et vos économies sur le rail, absolument tout le monde sera perdant.
Monsieur le ministre, allez-vous enfin renouer le dialogue avec les syndicats? Allez-vous enfin développer des contre-propositions?
09.04 Jean-Luc Crucke, ministre: Chers collègues, permettez-moi de commencer par rappeler l’essentiel.
Oui, les voyageurs sont les premiers touchés par cette nouvelle semaine de perturbations. Je veux leur dire que je regrette profondément les désagréments subis. Une grève de cinq jours, dans le contexte actuel, est déraisonnable. Heureusement, deux trains IC sur trois roulent et seuls 15 % des agents participent aux arrêts de travail.
Il y a un temps pour tout, et le temps de la renégociation est désormais dépassé. Depuis près d’un an, nous avons mené un dialogue intensif. À deux reprises, nous avons signé des accords avec des organisations syndicales. Ces accords ont été librement négociés, librement signés. À deux reprises, la base a choisi de les rejeter. C’est son droit, mais c’est aussi le rôle du gouvernement de dire qu'il prend ses responsabilités et avance.
Cela ne signifie pas la fin du dialogue social pour d’autres chantiers – notamment en ce qui concerne le recrutement, l'attractivité des emplois et la prévention des risques psychosociaux –, mais cela signifie clairement qu’il n’y aura pas de renégociation sur ces points. Je veux être explicite: la modernisation de la gestion du personnel et la contractualisation pour les nouveaux engagements ne seront plus renégociées. Nous avons négocié pendant des mois et conclu deux accords dûment signés par les représentants syndicaux.
Vous me demandez d’ouvrir les yeux. Ouvrez-les! Ces accords ont été signés par les syndicats. En avril, en octobre et dans une première version signée, ils acceptaient de mettre fin complètement aux recrutements statutaires à partir du 1er janvier. La seconde fois, cela ne concernait plus que certaines professions. Et cela a également été refusé.
Moi, quand je signe un accord, je représente le gouvernement. Je prends mes responsabilités, et je les prendrai jusqu’au bout. Vous l’avez bien compris.
Ik wil de vele werknemers bedanken die ondanks de spanningen de openbare dienstverlening blijven verzekeren en te maken hebben met de onzekerheid en de druk die de situatie meebrengt.
Het is onze plicht om de toekomst van het Belgische spoor te verzekeren. Die toekomst is duidelijk. In 2032 moet de markt voor personenvervoer per spoor anders worden georganiseerd. Het volledige monopolie van de NMBS zal dan gewoonweg niet meer mogelijk zijn. Dit is geen Belgisch initiatief, maar een verplichting die voortvloeit uit een Europese verordening uit 2007, waarvan België alle mogelijkheden tot uitstel benut heeft. Deze deadline is niet theoretisch. Hij bepaalt vandaag al de strategische keuzes die nodig zijn om de continuïteit te verzekeren en de openbare dienst te versterken binnen het Europese wetgevingskader dat ons wordt opgelegd.
Je confirme que la réforme suivra le calendrier prévu: fin des engagements statutaires pour les nouveaux entrants selon les modalités arrêtées, sans impact pour le personnel statutaire actuellement statutaire. Nous ne reviendrons pas sur ce cap qui conditionne la capacité des chemins de fer à tenir sa place en 2032.
Het dossier ligt bij de Raad van State, die eind februari zijn advies zal uitbrengen. Daarna zullen de teksten opnieuw aan de regering worden voorgelegd, alvorens terug te keren naar het Parlement voor de inwerkingtreding, zoals gepland. Ik wil niet dat spoorwegmedewerkers morgen hun job verliezen omdat ons systeem nog niet flexibel of innovatief genoeg is, omdat we niet hebben geanticipeerd op de komst van concurrentie. Concurrentie komt er niet alleen van private exploitanten, maar ook van buitenlandse openbare exploitanten, zoals de SNCF of Deutsche Bahn. Het is onze plicht ervoor te zorgen dat de NMBS zowel klanten als overheden kan overtuigen om gebruik te maken van haar diensten in België, maar ook om morgen concurrerend te zijn op buitenlandse markten. Ik wil u er ook aan herinneren dat andere historische publieke Belgische operatoren dezelfde evolutie hebben doorgemaakt toen hun sector werd opengesteld voor concurrentie. Ik denk aan bpost en Proximus, die zich hebben aangepast.
Vandaag zijn er drie prioriteiten: een betrouwbare openbare dienstverlening garanderen, de budgettaire houdbaarheid verzekeren en ons onmiddellijk voorbereiden op de deadline van 2032. We zullen de liberalisering niet ondergaan en we spreken niet over privatisering. We zullen ons voorbereiden door de veiligheid, de kwaliteit van de dienstverlening en de volledige naleving van de verworven rechten te garanderen. Ik herhaal het nogmaals, want het is belangrijk dat de spoorwegen voor 100 % in publieke handen blijven. Ik zal dit tot het einde doen, stakingen of niet.
09.05 Dorien Cuylaerts (N-VA): Mijnheer de minister, ik deel uw analyse. Voor mij is het heel duidelijk en die boodschap moet ook duidelijk zijn voor de reiziger: er gaat te veel belastinggeld naar het spoor en de belastingbetaler mag dan ook verwachten dat die treinen rijden, vandaag, morgen, maar zeker ook in 2032. Ik wil de vakbonden dan ook oproepen om eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen, om mee na te denken over die toekomst en die mee voor te bereiden, in het belang van de NMBS, maar ook van het personeel en van de reiziger. Mijnheer de minister, u hebt gelijk. Het debat is gevoerd. De kaarten liggen op tafel. Het is tijd om de NMBS nu opnieuw op de rails te krijgen, met respect voor wie werkt, maar ook met duidelijke keuzes voor de toekomst. Beste vakbonden, de speeltijd is voorbij.
09.06 Irina De Knop (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil eerst en vooral het personeel van de NMBS dat wel werkt proficiat wensen. Ik heb begrepen dat dat de grote meerderheid is en het is belangrijk om dat ook te vermelden.
Mijnheer de minister, wij twijfelen niet aan uw goede intenties, maar u moet verder gaan dan enkel de juiste analyse maken. Het is belangrijk dat u de reiziger opnieuw centraal stelt. Het is voor ons heel duidelijk dat de gegarandeerde dienstverlening niet volstaat. Vandaar dat wij een wetsvoorstel hebben ingediend om een echte minimale dienstverlening mogelijk te maken, waarbij 50 % van de treinen altijd rijdt. Op die manier hoeven de mensen niet meer als sardientjes in een blik te reizen, maar kunnen ze op een menswaardige en degelijke manier op hun werk geraken. Als dat nodig zou blijken, dan moet dat maar met opvordering van personeel. Zover willen wij ook gaan. Het is genoeg geweest, het is tijd om de reiziger opnieuw centraal te stellen. Het moet echt anders.
09.07 Dimitri Legasse (PS): Monsieur le ministre, vous ne préparez pas à l'avenir. Permettez-moi de vous le dire, vous cassez la machine, vous cassez les travailleurs, et maintenant vous vous attaquez même au droit de grève. Sans travailleurs et avec toutes ces économies, les chemins de fer n'arriveront pas à l'heure en 2032. Détrompez-vous!
Cessez de dire qu'il ne s'agit pas d'une privatisation, car c'en est une! Les exemples étrangers nous montrent à quel point cela ne fonctionne pas. Regardez le Royaume-Uni!
Monsieur le ministre, vous parlez de budget réaliste et, dans le même temps, vous parlez de 700 millions d'économies. On savait que ce gouvernement n'avait absolument aucune ambition pour le climat, on sait maintenant que les chemins de fer ne sont pas non plus une priorité. Je ne vous remercie pas.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
(La réponse sera donnée par le ministre de la
Mobilité, du Climat et de la Transition environnementale, chargé du
Développement durable / Het antwoord zal door de minister van Mobiliteit,
Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling worden
gegeven)
10.01 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Monsieur le ministre des Affaires étrangères, monsieur le ministre le représentant, je vous interpelle aujourd'hui sur la situation de l'île de Cuba et du peuple cubain qui a pris sa destinée en main en 1959 dans une voie indépendante de celle des États-Unis d'Amérique, une voie qui n'a pas suivi la voie ultralibérale imposée par les États-Unis d'Amérique en l'Amérique latine depuis des dizaines d'années, une voie qui a permis notamment l'alphabétisation de la population cubaine à 99,8 %, une médecine gratuite et de qualité sur l'île de Cuba et une exportation de dizaines de milliers de médecins à travers le monde. C'est donc la destinée aujourd'hui du peuple cubain.
Or, aujourd'hui, on entend la volonté de l'administration Trump d'asphyxier l'île de Cuba et sa potentielle prochaine décision de mettre en place un blocus maritime interdisant toute forme d'importation de pétrole sur l'île de Cuba. Il faut entendre le côté dramatique de cette décision. C'est un peu comme si, en Belgique, on interdisait l'entrée de gaz naturel liquéfié au port de Zeebrugge ou comme si on interdisait l'entrée de pétrole par le port d'Anvers. C'est comme si, en France, on coupait l'arrivée du pétrole par le port de Fos-sur-Mer. C'est un acte illégal de terrorisme international par un pays super puissant comme les États-Unis d'Amérique. Les Nations Unies ont condamné à 33 reprises cet embargo. Cet embargo qui dure déjà depuis 60 ans pour asphyxier un peuple a été condamné par 165 pays.
Il n'y a plus de pétrole qui va rentrer. Le Mexique, qui voudrait vendre du pétrole, ne pourra plus le faire à cause des États-Unis d'Amérique. Monsieur le ministre, la Belgique peut-elle réagir? Je sais que la Belgique a déjà condamné cet embargo aux Nations Unies. N'est-il pas possible de prendre une initiative au niveau de l'Union européenne pour briser cet embargo et donner un peu d'oxygène au peuple cubain?
10.02 Jean-Luc Crucke, ministre: Cher collègue, les récentes actions américaines au Venezuela contribuent en effet indirectement à accentuer, comme vous l’avez dit, la pression sur Cuba. Le Venezuela était jusqu’il y a peu le principal fournisseur de pétrole de l’île, couvrant jusqu’à 90 % de ses besoins.
La rupture soudaine de ces approvisionnements place Cuba dans une situation énergétique critique, aggravée par la vétusté du réseau électrique et par l’impossibilité, pour d’autres partenaires potentiels comme le Mexique, la Russie ou l’Algérie, de compenser le manque.
De economische en sociale gevolgen voor de Cubaanse bevolking zijn reeds zichtbaar en zullen nog ernstiger worden als de Amerikaanse regering werkelijk overweegt haar maatregelen te verharden. Een dergelijk scenario kan, ook al is het niet zeker, de Cubaanse economie nog verder aantasten.
En coordination étroite avec ses partenaires européens, la Belgique réaffirme avec constance son opposition à l'embargo économique, commercial et financier imposé par les États-Unis à Cuba. Nous considérons, comme Union européenne, que les effets extraterritoriaux des sanctions unilatérales sont contraires au droit international. Cette position est régulièrement portée auprès des interlocuteurs américains, que ce soit à Bruxelles, Washington, New York ou Genève.
Chaque année, la Belgique soutient la résolution de l'Assemblée générale des Nations Unies appelant à la levée de cet embargo. Le ministre Prévot a rappelé, dans son entretien du 6 janvier dernier avec le secrétaire d'État américain Rubio, le caractère fondamental du respect du droit international et poursuivra en ce sens.
10.03 Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Mijnheer de minister van Buitenlandse Zaken, u geeft naar mijn mening vandaag een belangrijk signaal en ik vind dat Europa dat signaal móet geven ten aanzien van de Cubaanse bevolking: het embargo is illegaal. Dat de Verenigde Staten een eigen politiek voert, is één aspect, maar dat de Verenigde Staten verplichtingen en sancties opleggen aan andere landen en ook aan Europese bedrijven die zaken willen doen met Cuba, is nog iets anders. Overschrijvingen vanuit België naar Cuba zijn vandaag niet mogelijk, omdat BNP Paribas bang is voor sancties. In die zin is dat echt een crimineel embargo.
Het is belangrijk dat er vanuit Latijns-Amerika, vanuit Azië, maar ook vanuit Europa en België een politiek signaal komt. Dat hebt u vandaag gegeven. U hebt duidelijk gemaakt dat België niet akkoord gaat met het embargo. Daarnaast zullen er in de praktijk maatregelen moeten worden genomen. Als een land geen olie en gas meer binnenkrijgt, is dat crimineel. Als zoiets in België zou gebeuren, zou onze economie direct met 20 % dalen (…)
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hedebouw.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
(Het antwoord zal door de minister van Mobiliteit,
Klimaat en Ecologische Transitie, belast met Duurzame Ontwikkeling worden
gegeven / La réponse sera donnée par le ministre de la Mobilité, du Climat et
de la Transition environnementale, chargé du Développement durable)
11.01 Darya Safai (N-VA): Meer dan 60.000 doden in amper twee dagen, 60.000 levens uitgewist, meer dan 300.000 mensen opgesloten, meer dan 250 executies tot vandaag, dat alles was mogelijk omdat het regime van de ayatollahs zijn geld in de IRGC heeft gepompt. Het IRGC zijn geen soldaten, het IRGC is geen veiligheidsdienst. Het zijn terroristen, collega’s. Zij schoten met sluipschutters op jongeren, op vrouwen en op kinderen. Alsof dat nog niet genoeg was, werden slachtoffers die al gewond waren en al op een ziekenhuisbed lagen, met een laatste kogel in het voorhoofd afgemaakt. Dat is pure, kille massamoord, een misdaad tegen de menselijkheid.
Jarenlang hebben we gevraagd om de IRGC op de Europese terreurlijst te plaatsen. We hebben gewaarschuwd dat de massamoord kon worden voorkomen. Vandaag is het eindelijk zover, maar het blijft bitter na zoveel pijn en na zoveel verloren levens.
Nu mogen we niet stoppen. Mijnheer de minister, vroeg of laat zullen alle Europese landen met hun nieuwe houding Iraanse ambassades sluiten. Is ons land bereid de Iraanse ambassade, of beter gezegd zijn spionnennetwerk, te sluiten?
11.02 Minister Jean-Luc Crucke: Vanaf het begin veroordeelde minister Prévot de onevenredige en bloedige reactie van de autoriteiten op vreedzame demonstranten, die legitieme eisen hadden en nog steeds hebben. Zij hebben het recht om in een democratie die rechten respecteert, te leven, een democratie waarin mensen hun leiders kunnen zien en kiezen, het recht om in aanvaardbare sociaal-economische omstandigheden vrij te leven, het recht om niet op een misbruikende manier gevangen te worden gezet, het recht om humaan behandeld te worden en niet ter dood veroordeeld te worden.
Onze regering besliste samen met andere Europese lidstaten het initiatief te nemen om de Iraanse Revolutionaire Garde op de Europese terreurlijst te plaatsen en te pleiten voor strengere economische en andere sancties.
Dat is precies wat minister Prévot nu aan het doen is op de Raad Buitenlandse Zaken van de EU.
We hopen dat men daar de noodzakelijke unanimiteit bereikt. Onder de verschillende regimes van de EU werden voor Iran al sancties genomen tegen 373 individuen en 344 entiteiten, inclusief van de Iraanse Revolutionaire Garde. Vandaag hopen we dat de gehele organisatie op de terroristenlijst van de EU wordt geplaatst en dat er sancties worden genomen tegen 11 entiteiten en 17 personen vanwege mensenrechtenschendingen en vanwege militaire steun van Iran aan de Russische agressieoorlog en aan gewapende groepen in de regio. Druk uitoefenen op het Iraanse regime, zoals wij dat doen, is noodzakelijk en moet altijd gebeuren met respect voor het internationaal recht.
11.03 Darya Safai (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De Duitse bondskanselier Merz zei gisteren
dat hij geloofde dat we nu de laatste dagen en weken van het Iraanse regime
meemaken. Hij heeft gelijk. Er circuleren talloze videobeelden van mensen die
afscheid nemen van hun dierbaren en hun vragen om, als zij niet terugkomen, de
vlag verder te dragen en de missie voort te zetten, tot Iran vrij is. De
Iraniërs zijn vastberaden, moedig en onverzettelijk. Ze zullen doorgaan tot het
einde en ze zullen winnen. Wij moeten hen op alle mogelijke manieren steunen.
Alle ambassades van het Iraanse regime in Europa moeten nu gesloten worden, ook
bij ons. Die terroristen maken niet alleen Iran onveilig, maar ook ons land.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12.01 François De Smet (DéFI): Madame la ministre, la décision récente de la cour du travail de Liège est claire et valide ce que nous savions déjà: toute administration publique, comme la ville d'Ans, a le droit d'interdire les signes convictionnels.
Je voudrais profiter de l'occasion pour souligner ce que la neutralité est, et ce qu'elle n'est pas. La neutralité n'est pas le combat des convictions et des religions. Au contraire, la neutralité protège, en ce compris la neutralité vestimentaire des fonctionnaires. Elle permet de garantir qu'aucune religion, qu'aucune conviction ne s'impose aux autres.
Voici bientôt cinq ans, dans une autre vie, j'avais été vertement attaqué sur l'affaire de la STIB. Aujourd'hui, cinq ans plus tard, il n'y a toujours pas de signes convictionnels à la STIB, ce qui démontre que l'accord n'était peut-être pas si mauvais. En revanche, il en existe à la SNCB, chez Fedasil et à peu près partout dans l'administration fédérale, en back office, dans l'indifférence totale du gouvernement et en particulier des Engagés et du MR. Pourtant, vous avez un accord de gouvernement qui en parle et qui dit très clairement qu'après une étude et une concertation avec les fonctionnaires dirigeants, un uniforme ou un code vestimentaire sera instauré, mais comme sœur Anne, on ne voit rien venir au point qu'on peut se demander s'il y a une vraie volonté politique dans ce dossier.
Madame la ministre, quelle est la position du gouvernement, notamment à la suite de la jurisprudence de la cour du travail? Quel est l'état d'avancement précis de la réflexion concernant l'instauration de cet uniforme ou de ce code vestimentaire tel que prévu dans l'accord de gouvernement? Ce code vestimentaire s’appliquera-t-il au front office comme au back office? Il s'agit d'un point important pour moi. Nous savons que ce n'est pas du tout la même problématique et que le statut Camu règle déjà les choses pour le contact avec le public. Quand entendez-vous mettre fin à l'ambivalence actuelle et aux directives internes contradictoires autorisant les signes ostentatoires dans certains services au mépris du statut Camu? En un mot, madame la ministre, quand commencerez-vous à protéger la neutralité de l'administration fédérale?
12.02 Catherine Delcourt (MR): Madame la ministre, la cour du travail de Liège a confirmé la décision de la Cour de justice de l’Union européenne, en créant jurisprudence et en affirmant que la commune d’Ans peut interdire le port du voile au sein de ses services et de son administration.
Je veux d’ailleurs remercier les élus locaux – notamment ceux du MR – qui se sont battus et qui ont tenu bon en la matière, et souligner que l’on peut se réjouir que certaines communes socialistes restent attachées aux principes de laïcité. La justice vous donne donc le feu vert. Elle donne le feu vert aux autorités pour garantir la neutralité.
Je vous ai posé plusieurs questions en commission et vous m’avez toujours opposé une réponse renvoyant au cadre actuel, un arrêté royal de 1937. Il me semble que la société a quand même largement évolué. Or, je constate qu’à votre niveau, pour le moment, hélas, rien ne bouge. L’accord de gouvernement prévoit que vous deviez garantir un service neutre, non discriminant, et qu’en fonction de l’administration à laquelle il s’adresse, le citoyen doit être sûr de voir cette neutralité réellement appliquée, sur le fond et dans les apparences.
Madame la ministre, considérez-vous acceptable que, faute d’initiative gouvernementale, la laïcité et la neutralité du service public dépendent aujourd’hui de l’administration plutôt que d’un droit égal garanti? Quand pourrons-nous disposer des résultats de l’étude et du recensement des pratiques en la matière, non pas en matière d’uniforme, mais en matière de port de signes convictionnels, qui vous ont été demandés par le Parlement? Pourquoi, malgré l’accord de gouvernement et la jurisprudence européenne et nationale, refusez-vous toujours, pour le moment, de proposer un cadre fédéral clair, uniforme et contraignant, qui garantisse à toutes et à tous la neutralité de l’État?
12.03 Vanessa Matz, ministre: Monsieur De Smet, madame Delcourt, merci pour ces questions.
Je suis un peu étonnée d'entendre dire que je refuse. J'ai pris connaissance, via la presse, de la décision qui est rendue par la cour du travail de Liège qui concerne la ville d'Ans et la question du port du voile dans son administration.
Je me permets de rappeler que la Cour de justice de l'Union européenne reconnaît explicitement une marge d'appréciation aux pouvoirs publics quant à la forme de neutralité qu'ils souhaitent mettre en œuvre à l'égard de leur personnel. Cette marge d'appréciation vaut pour chaque État membre, et le cas échéant pour ses entités infra-étatiques, dans le respect des compétences qui leur sont reconnues, comme l'a confirmé l'arrêt rendu le 28 novembre 2023.
Ceci dit, et comme je l'ai indiqué dans plusieurs réponses à des questions, le travail mené par mon cabinet en toute collégialité avec les administrations publiques fédérales s'inscrit pleinement dans le cadre de l'accord de gouvernement. Madame Delcourt, je vais me permettre peut-être de vous le rappeler: chacun a droit à des services publics neutres et de qualité de la part du gouvernement fédéral. Cela signifie que les citoyens perçoivent le service comme neutre à chaque contact. Il appartient aux responsables dirigeants de garantir ce service neutre et de qualité pour ses propres services. Dans ce contexte, le gouvernement, après analyse et consultation avec les principaux fonctionnaires, introduira un uniforme ou un code vestimentaire. Voilà textuellement l'accord de gouvernement.
Dans cette perspective, nous avons sollicité au printemps dernier, sur demande du Parlement et sur ma demande, l'avis des trois collèges des présidents quant à leur pratique de terrain. Ceux-ci ne nous ont pas fait état de difficultés au regard de la législation applicable actuellement. Je peux venir débattre avec vous de ces rapports qui nous sont parvenus.
Je poursuis donc ce travail en collaboration avec les fonctionnaires dirigeants afin d'établir une circulaire destinée à l'ensemble de la fonction publique fédérale pour mettre en œuvre l'accord de gouvernement, notamment en évaluant la question de l'introduction d'un code vestimentaire afin de vérifier si ce dernier est la meilleure réponse à l'accord de gouvernement.
Bon, nous apprenons qu'une circulaire va arriver. Je ne vois pas bien si vous risquez d'y aborder la différenciation entre front office et back office ou si vous aurez le courage de ne pas opérer cette différence – ce serait, à mon avis, l'option à choisir.
Je voudrais aussi dire que la neutralité est la meilleure manière de lutter contre le prosélytisme. Dans ce gouvernement, beaucoup de voix s'expriment lorsque paraît un rapport de la Sûreté ou qui souhaitent que le gouvernement interdise des associations à tout bout de champ – au mépris de tout principe libéral. Non, il y a beaucoup plus simple: garantir que la neutralité soit active partout dans l'administration. C'est la meilleure et plus habile manière de lutter contre le prosélytisme. C'est une dimension à laquelle votre parti, ainsi que le MR, devrait être bien davantage sensible.
12.05 Catherine Delcourt (MR): Madame la ministre, je vous remercie de vos réponses.
La justice a éclairé le droit. Elle a confirmé que l'État pouvait agir, peut-être par voie de circulaire. Nous verrons que ce que contiendra la vôtre. Pour le moment, la jurisprudence et les fondements constitutionnels ne manquent pas. Notre sentiment est que la volonté n'y est pas tout à fait. Nous verrons.
Le MR a introduit une proposition de loi intitulée "Libertés individuelles garanties par la neutralité de l'État" (LIGNE). Si nous ne voyons rien venir cet été, nous passerons par la voie parlementaire pour faire respecter cette neutralité de l'État, qui doit s'appliquer partout et en tout temps, sans dépendre de telle ou telle administration, de tel SPF ou de telle volonté locale.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13.01 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, ce lundi, nous avons reçu notre bulletin. La Commission européenne a rendu son évaluation du Plan national énergie-climat (PNEC), qu’elle qualifie d’ambitieux. Elle constate également les améliorations importantes entre la version envoyée par l’ancien gouvernement et la deuxième version adoptée en 2025. Je profite de l’occasion pour saluer le travail mené par votre gouvernement, par le ministre du Climat Jean‑Luc Crucke, et par vous-même, bien entendu, qui avez la compétence de l’Énergie.
Si notre pays est salué pour l’effort déployé, pour son plan et pour ses ambitions revues à la hausse, la Commission formule également plusieurs recommandations, plus particulièrement dans le secteur de l’énergie. Elles portent notamment sur l’accélération du déploiement des énergies renouvelables afin d’atteindre l’objectif de 30 % en 2030, sur le renforcement de l’efficacité énergétique et sur la transformation de notre réseau électrique.
Si je m’adresse à vous, monsieur le ministre, c’est parce que l’énergie représente la majorité des émissions de CO₂ dans notre pays. Nous savons donc que l’enjeu principal se situe à ce niveau. Il n’y aura pas de transition climatique sans transition énergétique. Nous comptons sur vous pour donner ce coup d’accélérateur.
En Belgique, pays de la "lasagne institutionnelle", les choses sont complexes. Cette transition énergétique ne pourra se faire sans vision partagée ou sans concertation. Nous savons que les Régions ont également des responsabilités pour contribuer au développement d’un mix énergétique bas carbone. Pour le dire simplement, nous devons passer d’une logique de silo – comme on le disait il y a quelques années – à une coordination collective.
L’accord Arizona prévoit justement l’établissement d’un pacte énergétique interfédéral afin de rassembler toutes les entités du pays autour d’un seul et même objectif: réussir la transition énergétique.
Monsieur le ministre, quand ce pacte énergétique interfédéral pourra‑t‑il être mis sur pied? Comptez‑vous réunir les ministres de l’Énergie du pays pour élaborer cette vision en concertation et mener à bien la transition dont notre pays a tant besoin?
Je vous remercie.
13.02 Mathieu Bihet, ministre: Cher collègue, vous m'interrogez sur deux points. Tout d'abord, concernant l'évaluation du Plan national Énergie-Climat, nos équipes ont pris connaissance de l'évaluation de la Commission européenne publiée ce lundi 26 janvier, comme vous le rappeliez. Les travaux sur le PNEC débuteront d'ailleurs demain – petite information en primeur.
Vous connaissez, et vous l'avez rappelée, la répartition des compétences dans notre beau pays. Je ne m'étendrai dès lors pas sur les recommandations directement adressées aux collègues régionaux, comme par exemple sur l'efficacité énergétique.
En matière d'énergies renouvelables, la Commission souligne positivement, par exemple concernant la transposition de la directive RED III, que le plan fournit des informations sur les étapes procédurales pour adopter certaines politiques et mesures législatives. Le travail, par exemple sur cette transposition RED III, est en cours. La part des énergies renouvelables dans la consommation finale d'énergie sera revue à la hausse pour le PNEC une fois cette transposition réalisée.
En matière de sécurité énergétique, et je l'ai rappelé en commission mardi, la Belgique obtient des bons points de la part de la Commission. La Commission note des progrès, notamment sur la diversification des sources d'approvisionnement. Je me réjouis de la reconnaissance positive par la Commission des choix de l'autorité fédérale qui contribuent concrètement à la robustesse du système énergétique belge.
J’en viens au deuxième point de votre intervention: le pacte énergétique. Pour ce pacte interfédéral de l'énergie, des discussions en vue de définir un plan d'action seront lancées dès que tous les gouvernements de ce beau pays seront constitués, et surtout qu'ils bénéficieront d'une assise démocratique suffisante et réelle pour pouvoir prendre des décisions – notamment dans la Région de Bruxelles-Capitale.
Mais pour le PNEC, pour la politique interfédérale de l'énergie, comme pour le burden sharing dans lequel nous allons nous investir avec le collègue Crucke, la concertation interfédérale sera fondamentale. Je vous remercie.
13.03 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Effectivement, l'équation est compliquée. Vous avez parlé des régions; vous avez parlé de la Région de Bruxelles-Capitale entre parenthèses. On devra prendre nos responsabilités parce que le climat traverse les régions et les frontières et ne nous attend pas.
Notre pays a des compétences multiples partagées entre différents niveaux de pouvoir. Ce n'est effectivement pas facile, mais nous comptons sur vous et sur notre gouvernement pour les rassembler pour le bien de notre pays et de ses concitoyens.
Vous avez dit votre volonté de remettre toutes les régions ensemble, de commencer demain. Vous me l'avez dit. On ne demande pas mieux. Pour Les Engagés, il importe d'avancer sur ce dossier afin de mettre le plus de chances possibles de notre côté pour assurer l'avenir énergétique de notre pays, réduire notre dépendance et poursuivre les efforts dans la décarbonation de nos usages au bénéfice de nos entreprises et de nos ménages. Monsieur le ministre, je compte sur votre volonté de rassembler toutes les forces vives.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Daarmee is het vragenuurtje beëindigd.
Voorstel ingediend
door:
Proposition déposée par:
Aurore
Tourneur, Pierre Kompany, Ismaël Nuino.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La discussion générale est ouverte.
14.01 Christoph D'Haese, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar het schriftelijk verslag.
De voorzitter: Mijnheer D’Haese, u krijgt het woord voor de uiteenzetting namens uw fractie.
14.02 Christoph D'Haese (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega’s, het wetsontwerp houdende diverse technische en dringende bepalingen dat u vandaag ter goedkeuring wordt voorgelegd, bevat uiterst uiteenlopende aangelegenheden, zoals de titel al laat vermoeden.
Het gaat om wijzigingen in de wet op het notarisambt. Dat is een wet uit 1803 en die wijzigingen moesten dus dringend gebeuren. Ook zijn er wijzigingen in het Wetboek van strafvordering, het Strafwetboek en de wet op de talen in gerechtszaken. U kent dat soort wetgeving. Dat is wetgeving die men vroeger wel eens een potpourri noemde of een wetgeving die wel eens anders werd omschreven, met name als wetgeving menselijker, sneller en straffer maken.
Er zit echter een heel belangrijke bepaling in het ontwerp. Het betreft een bepaling die aan de aandacht van velen zal ontsnappen. Daarom durf ik ze onder de aandacht te brengen. Het gaat om de strafbaarstelling van het doden of de doding in het verkeer. De bepaling wijzigt het wetsontwerp van 29 februari 2024, dat voorziet in de invoering van een boek 2 van het Strafwetboek, dat, zoals u weet, op 8 april 2026 in werking dient te treden. Wat daar zo bijzonder aan is, is dat de doding in het verkeer – ik kom daar zo meteen nog op terug – uit de sfeer van de onopzettelijkheid wordt gehaald en wordt ondergebracht bij het opzettelijk misdrijf. In het nieuwe artikel wordt voorzien in een verzwaarde doding in het verkeer, die strafbaar wordt gesteld.
De meest aangrijpende zaken die wij in het Parlement en in het leven van een volksvertegenwoordiger meemaken, zijn de getuigenissen van familieleden, nabestaanden en slachtoffers. Ook bij voorliggend wetsontwerp was dat niet anders. In de commissie voor Justitie hebben wij het verhaal gehoord van Vincent Leus. Het is mijn morele plicht om dat verhaal onder de aandacht van de plenaire vergadering te brengen.
Vincent Leus is de vader van wijlen Emilie Leus. Het gaat om een dramatisch verkeersongeval waarbij vier studenten geneeskunde van de weg werden weggemaaid door een zwaar geïntoxiceerde chauffeur.
Laetitia was op slag dood, Lauren overleed in het universitair ziekenhuis en de dochter van Vincent Leus, Emilie, overleed twee dagen later. Zestien jaar lang voert die man een strijd voor wijlen zijn dochter en voor het verhogen van de verkeersveiligheid in ons land. Ik moet u toch nog even meenemen naar de verklaringen van de dader in dat dossier, omdat dat duidelijk maakt dat we hier vandaag iets doen wat inderdaad historisch te noemen is. Volgens de verklaring van de dader was hij de hele nacht uitgeweest en had hij drie uur voor het ongeval zeven pilsjes en een wodka Red Bull gedronken. Toch nam hij het stuur van zijn wagen. Een wagen verandert dan in een wapen, dat is maar één letter verschil, een moordwapen.
U vraagt zich af waarom ik u dat allemaal vertel. Omdat er dan eigenlijk een tweede lijdensweg begint voor die vader, namelijk de lijdensweg voor de rechtbank, voor de politierechtbank in Gent. Ik vind, als lid van de wetgevende macht, dat het niet passend is om commentaar te geven op rechterlijke uitspraken. Sommige partijvoorzitters in dit land vinden het nodig om dat te pas en te onpas te doen, door te zeggen dat er te zwaar of te licht wordt gestraft. Ik vind dat gevaarlijk, Montesquieu en de scheiding der machten indachtig. We moeten echter wel iets zeggen wanneer een rechter of rechters dreigen van het pad af te raken. Dan moeten we hen weer op het pad brengen.
Men kan zich in die casus de vraag stellen of Gent een plaats is - en ik zeg het in de meest neutrale bewoordingen - waar verkeersdelinquenten zacht gestraft worden, laat staan gestraft worden. Wat heeft die dader in de casus opgelopen? Ik kan daar vrijuit over spreken, want het vonnis is al jaren in kracht van gewijsde. Wat heeft die man gekregen, die verkeersdoder? Hij kreeg een gevangenisstraf van zes maanden met uitstel gedurende drie jaar. Drie doden. Een geldboete van 5.500 euro, eveneens met uitstel gedurende drie jaar. Drie doden. Een rijverbod van drie jaar, eveneens met uitstel voor drie jaar, voor een gedeelte van één jaar. Daarbovenop werd hij ook nog afzonderlijk veroordeeld voor alcoholintoxicatie. Dat betekent juridisch-technisch eigenlijk dat de rechter stelt dat er geen enkele causaliteit is tussen de graad van intoxicatie en het ongeval.
Wij zijn het enige land in Europa dat deze non-causaliteit nog aanvaardt.
In een behoorlijk functionerende rechtsstaat – ik kom tot mijn punt – geeft de wetgever geen commentaar op een individueel vonnis, maar dit vreselijke, typische ongeval, zoals er nadien nog tientallen of honderden hebben plaatsgevonden, leert ons veel. Het leert ons bijzonder veel.
Jarenlang werden dergelijke ongevallen gesitueerd binnen de sfeer van de onopzettelijke misdrijven. Hopelijk verandert dat binnen enkele uren, als u het voorliggend wetsontwerp goedkeurt. Ik vraag aan de partijen die opmerkingen zullen hebben over de totaliteit van het wetsontwerp houdende diverse bepalingen misschien een gesplitste stemming te overwegen, zodat alle maskers – het is nog geen carnaval, maar ik bedoel de politieke maskers – zouden afvallen. Zo kunnen we duidelijk een signaal geven dat deze problematiek na ettelijke decennia uit de sfeer van onopzettelijkheid moet worden gehaald en in de opzettelijkheid moet worden geplaatst.
We hebben verschillende politierechters gehoord in de commissie voor Justitie. Wat hebben zij ons geleerd? Onder anderen politierechter Stallaert, bekend als een van de strengste van Vlaanderen, en ook erepolitierechter Peter D’Hondt legden uit dat mensen niet sterven in het verkeer, maar worden gedood in het verkeer. Helaas overtreden burgers dag na dag uit zuiver egoïsme massaal veiligheidsregels. Ze laten hun eigen vrijheid primeren boven veiligheid, door door het rode licht te rijden, door te gsm'en tijdens het rijden, door de maximumsnelheid in de bebouwde kom met meer dan 30 kilometer per uur te overschrijden, door te rijden zonder rijbewijs of door te rijden in staat van dronkenschap of onder invloed van verdovende middelen. Ik geef die opsomming niet louter willekeurig. Dat zijn de verzwarende omstandigheden die nu zijn opgenomen in artikel 218/1.
Iemand doden in het verkeer, met een van die geciteerde verzwarende omstandigheden, geeft de mogelijkheid aan de politierechters om een strafbaarstelling van niveau 4 te doen.
Onze voorheen te onmachtige verkeershandhaving heeft na de Tweede Wereldoorlog, u hoort het goed, 100.000 slachtoffers in dit land gemaakt en kost jaarlijks 14 miljard euro. Als er ergens kan worden bespaard, dan is het ook hier. Dan heb ik het nog niet gehad over die 470 doden van vorig jaar en de duizenden zwaargewonden. Het menselijk leed is niet te peilen. De destructiviteit van het egoïsme in het verkeer is niet meer te overzien. Die prijs voor de eigenmachtige burger die zijn eigen vrijheidsopvattingen – mijn auto, mijn vrijheid – boven de veiligheid van anderen stelt, is torenhoog. Dat moeten wij vandaag veranderen.
Ik vraag alle partijen, over alle partijpolitieke grenzen en de grenzen tussen de verschillende landsgedeelten heen, om uw verantwoordelijkheid te nemen en een duidelijk signaal te geven aan alle politierechters in het land dat we dit weghalen uit de sfeer van de onopzettelijkheid en in de opzettelijkheid brengen. Zo kunnen we de verkeerszuchtige verkeersdelinquenten inperken om het algemeen belang te beschermen.
Ik ga positief eindigen. Ik breng u een exemplarisch cijfer. Dat is niet mijn verdienste, voor alle duidelijkheid. In Aalst, een centrumstad van meer dan 90.000 inwoners, zijn er erin geslaagd om in 2025 geen enkele verkeersdode meer te hebben. Dat is waar we naartoe moeten. Daar moeten we een voorbeeld aan nemen.
Hoe komt dat? Het is geen individuele verdienste, zoals ik al zei. Dat komt omdat we de ketting sluiten waar ze moeten worden gesloten. We hebben uitstekende politiemensen op het terrein. De verbalisant is de eerste rechter. We hebben een politieparket, dat goed vervolgt. We hebben een politierechter die passend sanctioneert en nu over een instrumentarium zal kunnen beschikken dat hij in het verleden niet had. We geven hem of haar de mogelijkheid om dat te doen, met respect voor alle slachtofferorganisaties. Instituten zoals Vias Institute dringen er al jarenlang op aan dat we daar echt iets aan moeten doen. We hebben vandaag deze unieke kans.
Wat we vandaag creëren zit eigenlijk zit het niet op zijn plaats in een wet met louter technische en diverse dringende bepalingen. Het zou echt een wet op zichzelf moeten zijn.
Vandaag hebben we de kans om een nieuw rechtvaardigheidsbegrip in het verkeersrecht gestalte te geven, een begrip dat veel minder gevoelig is voor de waan van de dag of voor de krant van de dag. Als men de krant openslaat, vindt men elke dag wel een dodelijk verkeersongeval onder deze omstandigheden. Hier kunnen we er iets aan doen.
Dank aan alle collega’s, en ook aan minister Matz, die dit al in een vorige legislatuur, in haar toenmalige gedaante als volksvertegenwoordiger, op gang heeft gebracht. We hebben er alles aan gedaan in de commissie voor Justitie om goede politierechters naar het Parlement te brengen en te laten getuigen en om heel begrijpend naar de slachtoffers te luisteren. Ik meen dat we hier een verantwoordelijkheid hebben die we al meer dan 100 jaar van ons wegschoven. Nu moeten we ze nemen. Het is een unieke kans. Ik vraag u om dit Kamerbreed volledig goed te keuren.
Ik dank u voor uw tijd.
14.03 Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, collega’s, in dit wetsontwerp worden allerhande wetgeving onder de loep genomen met het oog op beweerde noodzakelijke dringende aanpassingen. Ik zal ze niet allemaal opsommen. Een gedetailleerd overzicht wordt gegeven in de samenvatting.
Sommige wetten vereisen misschien een dringende aanpassing en daarmee hebben we geen enkel probleem. Na uw toelichting in de commissie is echter nog steeds niet duidelijk wat nu eigenlijk echt hoogdringend is. Dit wetsontwerp raakt aan cruciale wetgeving. Het gaat van het Wetboek van Strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek tot de wetgeving over het Europees aanhoudingsbevel en het statuut van magistraten. Het Vlaams Belang betreurt dan ook de snelheid waarmee dit ontwerp door de commissie moest worden gejaagd. In een aantal hoofdstukken worden diverse technische en ingrijpende wijzigingen aangebracht, terwijl die niet echt hoogdringend waren. Dat gebeurde bovendien zonder uitvoerige adviezen van de betrokkenen op het terrein.
De wetgeving van verschillende actoren van Justitie wordt aangepast, waaronder notarissen, gerechtsdeurwaarders en uiteraard de magistratuur. In een aantal gevallen is dat terecht. Verschillende van die actoren hebben echter niet de gelegenheid gekregen om via hoorzittingen concrete adviezen of bijkomende informatie aan onze commissie te geven. Nochtans is dat belangrijk en zelfs noodzakelijk om te vermijden dat er achteraf opnieuw reparaties moeten worden doorgevoerd
Dit wetsontwerp is op een aantal punten ook het bewijs dat in het verleden bij verschillende wetsontwerpen veel te snel en te ondoordacht werd gehandeld. De voortdurende noodzaak tot zogenaamd dringende wijzigingen toont aan dat de regering zichzelf klemzet door onvoldoende voorbereid en nauwkeurig wetgevend werk te leveren. Die manier van handelen heeft ook tot gevolg dat structurele problemen niet altijd ten gronde worden aangepakt. Met dit ontwerp wordt nogmaals bevestigd dat fundamentele hervormingen stilvallen.
Met die kritiek sta ik niet alleen. Ook de Hoge Raad voor de Justitie is duidelijk geen voorstander van wetten houdende diverse bepalingen, potpourriwetten, programmawetten of andere ellenlange wetten waarin technische bepalingen over allerhande materies worden opgenomen en die daardoor niet het grondig parlementair debat krijgen dat ze verdienen.
Er komen wijzigingen aan het Gerechtelijk Wetboek, onder meer over de werking van de magistratuur. Dit ontwerp bevat maatregelen die eerdere, onzorgvuldig opgestelde wetgeving corrigeren. Ik denk bijvoorbeeld aan het statuut van de magistraat, dat pas op 1 januari 2025 in werking is getreden en dat nu al op een aantal punten wordt gewijzigd.
Ik ga er verder niet gedetailleerd op in, maar het is toch symptomatisch.
Het is betreurenswaardig dat men fundamentele sociale statuten met haast en fouten opstelt, waarna de wetgever gedwongen wordt tot dringende rechtzettingen en op een aantal vlakken ingrijpende wijzigingen moet doorvoeren.
Ik wil ook een opmerking maken over het Europees aanhoudingsbevel. Ik durf dat te omschrijven als de prijs van Europese naleving en gevaarlijke onwerkbaarheid. Het Vlaams Belang ziet met lede ogen aan hoe de federale regering in haar streven naar Europese compliance de nationale rechtsbescherming verzwakt. De Europese Commissie eiste een correctie van de omzetting van het kaderbesluit 2002/584. Concreet betekent dit dat de verplichte weigeringsgronden, zoals de verjaring van de strafvordering of de straf volgens de Belgische wet en het ne bis in idem, definitief berecht voor dezelfde feiten, nu worden omgezet in facultatieve weigeringsgronden.
Hoewel die technische correctie dient om een inbreukprocedure van de Commissie te vermijden, wat wij beseffen, leidt dat ertoe dat de Belgische justitiële autoriteit een beoordelingsmarge krijgt over wat voorheen absolute rechtszekerheid bood aan de burger. Dat is een ongewenste en onnodige inperking van onze nationale soevereiniteit ten gunste van de Europese rechtsruimte.
Er komt ook een wijziging van het Strafwetboek. Collega D’Haese heeft het daarover al heel uitvoerig gehad. Op het gebied van verkeersveiligheid steunt het Vlaams Belang principieel de verzwaring van straffen en de verschuiving van de terminologie van dodelijk verkeersongeval naar doding in het verkeer, onder de voorziene omstandigheden. Het is heel positief dat dergelijke misdrijven uit de sfeer van onopzettelijkheid worden gehaald en als opzettelijk worden beschouwd. Dat zorgt voor een nieuw rechtvaardigheidsbegrip.
Het is een terechte erkenning van de ernstige roekeloosheid die vaak aan de basis ligt, bijvoorbeeld rijden onder invloed van alcohol of drugs of rijden aan extreem hoge snelheid. Het moet gedaan zijn met het banaliseren van dergelijke verwerpelijke houdingen in het verkeer.
Trouwens, die terminologie sluit beter aan bij wat de families van slachtoffers van zulke drama’s ervaren. Dat kunnen we alleen maar steunen.
Eigenlijk is het straf dat u met dit wetsontwerp nu al wijzigingen wenst aan te brengen aan het nieuw Strafwetboek, dat nog in werking moet treden. De wijzigingen lijken ook afbreuk te doen aan een van de belangrijkste principes van het nieuw Strafwetboek, namelijk zorgen voor de coherentie van het systeem door te voorzien in de acht strafniveaus. Ook daaromtrent verwijs ik naar de opmerkingen van de Hoge Raad voor de Justitie, die er terecht voor waarschuwt dat opeenvolgende versnipperende wijzigingen ervoor zullen zorgen dat het Strafwetboek zijn coherentie verliest.
Voor het overige zal ik inhoudelijk niet verder ingaan op de inhoud van de verschillende hoofdstukken. We hebben immers de gelegenheid gehad om daar uitvoerig op in te gaan tijdens de bespreking in de commissie en ik verwijs dan ook naar het uitvoerig verslag.
Collega's, ondanks de kritische bedenkingen, zowel wat betreft de snelheid waarmee dit wetsontwerp door het Parlement moest worden gejaagd als wat betreft het gebrek aan hoorzittingen van sommige betrokken actoren op het terrein, kijkt het Vlaams Blok naar de inhoud. Constructief zoals wij zijn tijdens besprekingen, zullen we dit wetsontwerp dan ook steunen.
De voorzitter: We hebben, denk ik, weer te maken met een fractie die van naam wisselt. Dat is eens wat anders.
Ik geef het woord aan mevrouw Tourneur.
14.04 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le président, madame la ministre, chers collègues, le groupe Les Engagés soutiendra ce projet. Nous le soutiendrons parce qu’il répond à une série d’urgences, comme vous l’avez souligné, mais également parce qu’il concrétise un combat des Engagés pour les victimes d’homicides routiers. Nous avons eu l’occasion, dans le cadre du travail parlementaire sur notre proposition de loi, de procéder à différentes auditions.
Ce combat est ancré dans des réalités tragiques qui ont marqué la mémoire collective de ma région. Je pense bien sûr au drame de Strépy-Bracquegnies du 20 mars 2022. Ce matin-là, en plein carnaval, une voiture fonçait sur la foule, fauchant des vies et brisant des familles entières. Six personnes sont décédées sur le coup. Une septième, plus tard. Sans oublier les plus de 80 blessés dont la vie a basculé en un instant. Face à une telle violence, comment pouvions-nous encore parler de simples accidents? Les témoignages des associations d’autres victimes ont rappelé avec force la douleur indicible causée par la perte d’un proche et le sentiment d’injustice que peut engendrer une terminologie d’accident, perçue comme minimisant la responsabilité de certains conducteurs.
Utiliser les mots justes est une forme de reconnaissance essentielle pour les victimes et leurs familles. Cette mesure vise à apporter une réponse législative plus adaptée et plus juste. Il s’agit de reconnaître qu’un comportement dangereux sur la route ne peut être banalisé par le terme "accident" ou "involontaire". L’objectif est double: envoyer un signal clair sur le caractère intolérable de ces comportements qui brisent des vies et assurer que la qualification pénale et la sanction reflètent mieux la gravité des actes commis.
Je tiens vraiment à saluer les efforts et le travail acharné de notre ministre, Mme Vanessa Matz, qui porte ce dossier à bout de bras depuis des années aux côtés des associations de victimes, avec une persévérance qui force le respect.
Nous soutiendrons donc ce texte avec conviction et avec une pensée émue pour les familles des victimes, afin que leur combat contribue à prévenir d’autres drames et à renforcer la justice.
Voorzitter: Sophie De Wit,
oudste lid in jaren.
Président: Sophie
De Wit, doyenne d'âge.
14.05 François De Smet (DéFI): Madame la présidente, je déplore toujours, dans ce style d’agencement légistique, la forme, à savoir le recours à des lois‑programmes tentaculaires, composées de dispositions diverses, qui constituent en soi, par cette méthode, une entorse au bon fonctionnement de notre démocratie parlementaire.
Le Conseil supérieur de la Justice (CSJ) ne s’y est d’ailleurs pas trompé. Dans son avis sur l’avant‑projet de loi, il indique: "Le CSJ n’est pas partisan des lois portant des dispositions diverses, lois pots-pourris, lois‑programmes ou autres lois interminables dans lesquelles des dispositions dites "techniques", touchant à toutes sortes de matières, sont insérées et qui, par conséquent, ne font pas l’objet du débat parlementaire approfondi qu’elles méritent. Je me joins à cette considération. Je pense que ce n’est pas une bonne manière de faire du travail parlementaire, mais soit.
Toutefois, il y a une disposition sur laquelle je souhaite m’arrêter dans ce pot‑pourri, et qui va dans le bon sens: la question de l’homicide routier. Dans une société libérale, la liberté n’est jamais dissociée de la responsabilité. Conduire est un droit, mais c’est aussi un acte qui engage la sécurité d’autrui. Lorsque cette responsabilité est gravement méconnue et que la mort en résulte, notre droit ne peut se contenter d’un flou juridique ou d’une qualification qui banalise les faits. Ce texte n’instaure pas une logique de pénalisation automatique; il introduit au contraire une distinction nécessaire entre l’erreur, la négligence et la prise de risque consciente.
Cette gradation est conforme aux exigences de proportionnalité et de prévisibilité d’une loi pénale. Mais ce volet du texte est également important pour une autre raison: le signal qu’il envoie aux victimes de la route et à leurs proches. En nommant clairement l’homicide routier, le législateur reconnaît que toutes les morts sur la route ne sont pas des fatalités anonymes. Il reconnaît une atteinte grave à la vie, et donc à un droit fondamental. Ce signal n’est pas un message de vengeance; c’est un message de considération. Il dit aux victimes que leur souffrance est entendue par le droit et qu’elle ne sera plus diluée dans une catégorie juridique inadaptée.
En renforçant la lisibilité du droit pénal, ce texte protège à la fois les citoyens, les conducteurs de bonne foi et les victimes. Il renforce la confiance dans la justice sans affaiblir les libertés. C’est la raison pour laquelle, même si nous n’adhérons pas à l’ensemble du reste du texte, nous ne nous y opposerons pas. Je m’abstiendrai, en raison de ce volet sur l’homicide routier, qui va dans le bon sens.
14.06 Minister Annelies Verlinden: Beste collega’s, sommigen onder u wezen al op het grote belang van onderhavig ontwerp voor de verkeersveiligheid. De aanpassingen die we aan het nieuwe Strafwetboek met de voorgelegde tekst zullen aanbrengen, zijn een zeer belangrijk signaal en ook veel meer dan dat. Ze zijn een belangrijke stap op de weg naar nul verkeersdoden per jaar. Ik feliciteer overigens burgemeester Christophe D’Haese met het resultaat dat hij in Aalst heeft gehaald.
We zijn daar nog lang niet voor het hele land. De voorgestelde maatregelen passen daarom in een breder spectrum van maatregelen door Justitie, politie, gemeenschappen en lokale overheden en van maatregelen op het vlak van de mobiliteit. Ik zal mij met alle bevoegde collega’s dan ook blijven inzetten voor de verkeersveiligheid en het op het terrein vorm te geven van de gedeelde visie van nul verkeersdoden in België.
Ik spreek tegen dat de voorgestelde wijziging voor incoherentie met betrekking tot de strafniveaus zou zorgen. Integendeel, zij sluit daar perfect bij aan. Er wordt, afhankelijk van de situatie, een beroep gedaan op een verzwarend bestanddeel of een verzwarende factor, net om de proportionaliteit binnen de niveaus te waarborgen. Om de proportionaliteit te waarborgen, is ook gekozen voor een verzwaard misdrijf en niet voor een strafverzwaring in artikel 101 zelf.
Collega Dillen, zoals we ook al bespraken in de commissie, het wetsontwerp werd wel degelijk afgestemd met de actoren op het terrein, die ook adviezen hebben verleend, ten bewijze het advies dat u zelf aanhaalt. Twee wijzigingen met betrekking tot het sociaal statuut voor magistraten komen er bijvoorbeeld naar aanleiding van een veranderd standpunt van de Gegevensbeschermingsautoriteit, waaraan we gevolg hebben willen geven.
De wijzigingen aan de wet op het Europees aanhoudingsbevel zijn niet het gevolg van een beperking door Europa van de Belgische nationale wetgeving, maar van een correctie van het omgezette Europees kaderbesluit. In de grond blijft de behandeling van de zaak ongewijzigd en kunnen de gerechtelijke autoriteiten nog steeds besluiten om het Europees aanhoudingsbevel te weigeren. Het Europese niveau heeft uiteraard het laatste woord wat het Europese aanhoudingsbevel betreft. Het heeft echter tal van voordelen voor de samenwerking binnen de Europese Unie, maar kan alleen functioneren wanneer het consistent en uniform wordt toegepast in alle lidstaten. Dat is ook precies wat we met het ontwerp doen.
Je vous remercie pour les débats très intéressants qui se sont tenus au sein de la commission de la Justice, et aujourd'hui encore. Je crois qu'avec ce projet, on avance dans la direction d'une société plus sûre, certainement en ce qui concerne la sécurité routière.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt
85, 4) (1181/9)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1181/9)
Het wetsontwerp telt 96 artikelen.
Le projet de loi
compte 96 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 96 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 96 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Marijke Dillen,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
15.01 Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de voorzitter, beste collega’s, het voorliggende wetsontwerp omvat twee grote maatregelen: het maakt naar analogie met de gevangenissen drugstesten in transitiehuizen mogelijk en er wordt een beetje getweet in verband met de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit.
Wat de drugstesten betreft, ik herhaal wat ik ook in commissie heb gezegd. We moeten ten volle beseffen dat een transitiehuis een veroordeelde de kans biedt om terug te keren in de samenleving, maar wie in een transitiehuis drugs gebruikt, slaat die kans eigenlijk af en toont daarmee duidelijk aan dat hij of zij niet klaar is om opnieuw deel uit te maken van de samenleving. Verplichte drugstesten zijn voor onze fractie dan ook altijd de meest logische zaak ter wereld geweest.
Gelet op het open gemeenschapsregime in transitiehuizen zijn er ook veel meer kansen voor veroordeelden om drugs binnen te smokkelen en zo aan drugs te geraken. Als een gedetineerde er in een transitiehuis niet in slaagt om van drugs af te blijven, zal men daar ook niet in slagen op het moment dat men volledig opnieuw vrij is. Jammer genoeg is dat vandaag de realiteit. Drugs komt heel gemakkelijk binnen in een transitiehuis en drugsgebruik is allesbehalve een uitzondering.
In commissie heb ik ook herhaald dat, als we er niet in slagen om veroordeelden in een transitiehuis of in een gevangenis van drugs af te helpen, we eigenlijk recidive organiseren. Daarom is het essentieel dat er drugstesten kunnen worden uitgevoerd. Ik waarschuw ervoor dat we met testen wel het probleem in kaart kunnen brengen, maar daarmee alleen geen oplossing bieden en al zeker niet als daar geen duidelijke en automatische gevolgen aan worden gekoppeld.
En net daar knelt de schoen wanneer het gaat over de regeling voor de transitiehuizen. Het wetsontwerp voorziet niet in de automatische herroeping van de plaatsing in een transitiehuis naar aanleiding van een positieve drugstest. We geven gedetineerden via een transitiehuis de kans om met een half been opnieuw in de samenleving te staan. Als zij die kans afslagen doordat ze in het transitiehuis drugs gebruiken, koppelen we daar geen automatische herroeping en dus terugkeer naar de cel aan.
In de tekst wordt verwezen naar het belang van een gesprek na een positieve drugstest. Dat lijkt mij heel naïef. Daarmee ondermijnen we volgens mij de essentie van wat een transitiehuis zou moeten zijn, een tweede kans weliswaar met gevolgen, als die wordt afgeslagen.
Wat de vervallenverklaring van de nationaliteit betreft, de bepalingen ter zake komen overeen met wat in het regeerakkoord staat. Ik ben alvast tevreden - ik heb dat ook in de commissie gezegd onder andere bij de bespreking van de eerste beleidsnota – dat de minister onze vraag om de termijn van 15 jaar sinds het verkrijgen van de nationaliteit te veralgemenen, opgenomen heeft. Vandaag gaat het nog om een termijn van 10 jaar waarbinnen de nationaliteit vervallen verklaard kan worden.
Voor de rest, collega’s, is het wetsontwerp vooral een gemiste kans echt kordaat om te springen met criminelen die misbruik maken van onze nationaliteit. We zijn er altijd heel duidelijk in geweest: het principe moet duidelijk zijn. De linkerzijde kan daar moord en brand over schreeuwen, maar wie de dubbele nationaliteit heeft en veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van 3 jaar of meer – en daar moet men in dit land al heel wat voor uitsteken – moet de Belgische nationaliteit kunnen verliezen, ongeacht de termijn van het verkrijgen van de nationaliteit. Dat is perfect mogelijk. Dat is haalbaar. Maar men moet het willen.
Wat is de situatie vandaag? Criminelen kan de Belgische nationaliteit ontnomen worden, maar enkel voor zeer specifieke feiten, de allerzwaarste feiten zoals terrorisme. Dat is alleszins de theorie. In de praktijk stellen we vast dat die wetgeving compleet dode letter is. Ik heb geprobeerd de cijfers op te vragen, maar blijkbaar houden de hoven en rechtbanken de cijfers daarover niet eens bij. Ze houden niet bij hoeveel criminelen de Belgische nationaliteit ontnomen is. Men heeft mij uiteindelijk gewezen op de cijfers van de burgerlijke stand en toen werd ook duidelijk waarom er geen cijfers worden bijgehouden. Er zijn gewoon geen vervallenverklaringen. De burgerlijke stand houdt de cijfers wel aandachtig bij. Wat blijkt? In 2024 werd er één vervallenverklaring geregistreerd. Het vermoeden bestaat dat het dan niet over de criminelen gaat die bedoeld worden in het Wetboek Belgische nationaliteit, maar over een persoon wier nationaliteit vervallen werd verklaard wegens een schijnhuwelijk, een fractie van het aantal schijnhuwelijken dat in dit land plaatsvindt.
Dat criminelen de nationaliteit wordt ontnomen, gebeurt eenvoudigweg niet in dit land. Met voorliggend wetsontwerp wordt inderdaad een categorie van criminelen toegevoegd aan het lijstje. Als de wet in de praktijk echter dode letter blijft, heeft ze geen enkele zin. Het is te weinig en de weinige maatregelen worden niet uitgevoerd.
Overigens, mocht nu vaker de Belgische nationaliteit vervallen worden verklaard – de spreker na mij daar zal daar een vurig pleidooi voor houden - wat betekent dat dan eigenlijk in de praktijk voor een crimineel aan wie de nationaliteit is ontnomen en die geen Belg meer is? Opnieuw, dat betekent niets. Immers, welke gevolgen worden daaraan gekoppeld? Wat betekent dat voor zijn of haar verblijfsrecht? Er is geen koppeling. Wie de Belgische nationaliteit verliest, zal niet automatisch het land worden uitgezet en zal niet worden uitgewezen. Als we de nationaliteit afnemen en er gebeurt niets, dan lost dat de problemen niet op. Dan is de tekst een doodgeboren kind.
Collega’s, ik rond af. Het Vlaams Belang staat geen enkele verstrenging in de weg. Wij zullen dat ook vandaag niet doen. Maak u weliswaar geen illusies. Wat voorligt, zal absoluut niet leiden tot minder buitenlandse criminelen in ons land. Daarvoor zal veel meer nodig zijn. Daar is een wil voor nodig en die wil is hier vandaag gewoon niet aanwezig.
De voorzitster: Mijnheer Bergers, u maakt het even spannend.
15.02 Jeroen Bergers (N-VA): Collega’s, ik denk dat iedereen in deze zaal nog weet waar hij of zij was op 22 maart 2016, de dag van de verschrikkelijke aanslagen in ons land. Op die dag vonden de aanslagen plaats op de luchthaven van Zaventem en in Brussel, waarbij 35 van onze medeburgers het leven verloren en 340 mensen gewond raakten.
Het is onze plicht in het Parlement om ervoor te zorgen dat dat soort terroristische aanslagen niet meer kunnen plaatsvinden en dat mensen die deel uitmaken van organisaties die dergelijke aanslagen in ons land pleegden, nooit meer naar ons land kunnen terugkeren.
In die periode zijn ook heel wat mensen vanuit ons land naar Syrië of naar andere terreurbewegingen in de wereld vertrokken om de wapens tegen onze samenleving op te nemen, ons samenlevingsmodel te bekampen en terreur te plegen. Het gaat om meer dan 450 personen die in die periode uit ons land zijn vertrokken.
Het is onze plicht om de samenleving te beschermen. Het is onze plicht, uit respect voor de slachtoffers van de verschrikkelijke aanslagen die we in dit land al hebben meegemaakt, om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat dit niet opnieuw gebeurt. De situatie vandaag in Syrië en ruimer in het Midden-Oosten maakt pijnlijk duidelijk dat de strijd tegen terreur geen strijd uit het verleden is. Die situatie toont aan dat de wet die we hier vandaag zullen goedkeuren broodnodig is en dat die al veel te lang op zich laat wachten.
Dat zijn niet alleen mijn woorden en niet alleen de woorden van onze fractie, dat blijkt ook duidelijk uit het jaarrapport van de Veiligheid van de Staat, jaar na jaar, en uit de rapporten van het OCAD. De strijd tegen terreur is niet gestreden. De strijd tegen het jihadisme is niet gestreden. Die blijft een realiteit.
Het wetsontwerp dat we hier vandaag zullen goedkeuren, is een wetsontwerp waarvoor onze fractie zeer hard heeft gevochten. Het is een strijd die door mijn collega Koen Metsu jaren geleden al op de politieke agenda is geplaatst. Na wat hij had gezien aan gruwel in het Midden-Oosten en in ons land en toen hij had gezien welke gevaarlijke figuren er nog altijd rondliepen in gevangeniskampen in Syrië, was het voor hem duidelijk dat die mensen absoluut niet mogen terugkeren.
Collega’s, onze nationaliteit is geen louter administratief statuut. Het is geen statuut dat, als men het eenmaal verworven heeft, geen enkele verplichting meer inhoudt. Onze nationaliteit zou een engagement moeten zijn ten aanzien van de samenleving, het samenlevingsmodel waarin we leven en onze democratie.
Mensen die onze samenleving verwerpen en de wapens tegen onze samenleving opnemen, verliezen hun plaats in de samenleving. Zij moeten, wanneer het misloopt bij hun terreurbeweging, niet terugkomen.
Daarom is het belangrijk dat deze wet hier vandaag ter stemming voorligt. Het is een deel van het eerste wetsvoorstel dat ik ooit in het Parlement heb ingediend. Wij zouden met onze fractie graag verder gaan, maar het is goed dat het regeerakkoord vandaag al wordt uitgevoerd. Het is goed dat we eindelijk de dubbele nationaliteit van terroristen kunnen afnemen.
Het is belangrijk omdat de mogelijkheden die er vandaag al zijn ervoor zorgen dat het niet meer nodig is dat het OM de vervallenverklaring van de nationaliteit apart vordert. Dat moet automatisch gebeuren. Een rechter moet zich daar automatisch over uitspreken en dat realiseren we vandaag. Dat de rechter zich daarover direct moet uitspreken, garandeert ook dat het geen willekeur is en dat er altijd een toetsing is met voldoende waarborgen die wij in onze democratie hebben. Dat zijn de waarborgen waartegen de terroristen zich verzetten en waartegen ze de wapens opnemen.
Wij zijn blij dat deze wet hier vandaag voorligt. Wij zijn blij dat het juridisch mogelijk is. Wijlen professor Marc Cools heeft verschillende stukken over die juridische mogelijkheden geschreven. Het is belangrijk dat we deze stap nemen.
Tegenstanders van de vervallenverklaring zeggen vaak dat het niet nodig is. Zij zeggen dat we de mensen die naar Syrië zijn vertrokken om de wapens tegen onze samenleving op te nemen, juist moeten terughalen om ze hier beter te kunnen opvolgen. Collega's, dat is quatsch. Dat is een leugen. De mensen die zijn teruggekomen en die we hier zouden opvolgen, hebben nog geen vijf maanden met een enkelband rondgelopen. Ik heb vorige week in de plenaire vergadering het voorbeeld van Noura Firoud gegeven.
Als we kijken naar de druk die het justitie- en het veiligheidsapparaat vandaag ondervindt, moet het voor iedereen in dit halfrond logisch zijn dat we daaraan geen tikkende tijdbommen die ons land hebben verlaten moeten toevoegen. Het is logisch dat ook de mensen die hier zijn en voor terrorisme worden veroordeeld en die de dubbele nationaliteit hebben deze nationaliteit verliezen en moeten vertrekken.
Dit wetsontwerp is dus een goede zaak. Het zorgt voor de beveiliging van onze samenleving, voor meer respect voor de samenleving en het maakt duidelijk dat de nationaliteit geen verworven recht is, maar een engagement tegenover onze samenleving vereist.
Onze fractie zal straks uiteraard voor deze wet stemmen. Wij denken echter niet dat we al bij het eindstation zijn. De volgende stappen zijn duidelijk. Die staan ook in het wetsvoorstel van Koen Metsu en mezelf. Het verblijfsrecht van mensen die voor terrorisme worden veroordeeld, moet ook worden ingetrokken.
We moeten tevens kijken naar andere misdrijven, zoals zedenfeiten en georganiseerde misdaad. Mensen die zich daaraan schuldig maken, moeten we de dubbele nationaliteit afnemen. Verder moeten we ook een heel strenge toets invoeren voor de rechters om ervoor te zorgen dat de vervallenverklaring altijd worden uitgesproken, zodat het duidelijk is dat terroristen hier geen plaats meer hebben.
15.03 Khalil Aouasti (PS): Madame la présidente, madame la ministre, chers collègues, ce n'est pas dans mes habitudes de monter à la tribune pour intervenir au sujet d'un texte qui a déjà été discuté deux fois et que cette Assemblée s'apprête à voter. Ce n'est pas dans mes habitudes mais, si je le fais, c'est pour marquer aussi le côté solennel de l'instant, marquer le côté solennel du moment.
En une période où les exemples du monde nous apprennent que ce n'est qu'en faisant société que l'on construit, dans quelques minutes ou dans quelques heures, dans le silence de nombreuses voix, et pour d'autres, dans l'ignorance de ce qui se vote, vous allez adopter une mesure, une mesure illibérale, jugée unanimement inefficace, sauf à une chose: accentuer sous prétexte d'un accord de gouvernement les conditions de la déchéance de nationalité et, à travers elles, accentuer les différences, les fractures et leur ressenti au sein de notre société.
Ce projet de loi, c'est une concession, une concession à la N-VA directement inspirée du programme en 70 points du Vlaams Blok. Il représente le renoncement de celles et ceux qui, dans ce gouvernement, voici cinq ans à peine, défendaient la même position que celle que je défends aujourd'hui, qu'ils soient au Mouvement réformateur, chez Les Engagés ou chez Vooruit.
Chers collègues, plusieurs critiques de légalité ont été discutées à l'encontre de ce texte. Je me limiterai à en citer deux, pourtant fondamentales.
La première est certes technique, mais elle est substantielle. Elle concerne la nouvelle articulation entre l'article 23/2 du Code de la nationalité et le nouvel article 141 quater du Code pénal. Cette modification a pour effet d'inscrire la mesure de déchéance dans le Code pénal et, donc, de faire basculer ce qui était une mesure de nature civile en mesure pénale avec toutes les conséquences à y attribuer. Ce que vous ne faites pas et ce que vous ne ferez pas.
L'une des conséquences essentielles de la modification proposée est, comme l'a encore indiqué très récemment en décembre dernier la Cour constitutionnelle portugaise confrontée à un même changement par un arrêt 1134/25, celle de créer une peine, une peine illimitée dans le temps. Or, chers collègues, une peine sans limite de durée est purement et simplement interdite par le droit européen.
La seconde critique de légalité n'est pas anecdotique, c'est la violation du principe d'égalité, ce principe qui nous est cher. Cette critique ne vient pas que de moi, elle ne vient pas que du groupe socialiste. Elle a été exprimée à de nombreuses reprises, sans jamais avoir été écoutée, par le Conseil d'État lui-même qui indiquait que "cette mesure a pour conséquence la création d'une discrimination entre deux catégories de citoyens belges sur la seule base de leur origine."
Cela suffirait et je devrais m’arrêter là, mais le Conseil d’État a pourtant poursuivi en ajoutant que "aucune des explications fournies dans les développements n’apparaît pouvoir justifier à suffisance, par le fait de la sévérité accrue qu'emporte la proposition, l’atteinte qu’elle porte au principe d’égalité et de non‑discrimination."
À ces deux critiques techniques s’ajoutent trois critiques de l'ordre du principe. La première est que ce texte prolonge et alimente un phénomène qui n’est pas récent et qui ne se limite malheureusement pas à notre territoire: celui de la criminalisation de l’étranger. La deuxième, est qu'en s’appuyant sur cette criminalisation de l’étranger, nous l'utilisons comme moyen de pression sur la magistrature afin d’en réduire l’indépendance. La troisième critique essentielle est que cette mesure contribue à une fracture réelle de notre société.
Concernant la première critique, celle de la criminalisation de l’étranger, il faut savoir que la nécessité de lutter contre la terreur ou la criminalité organisée est incontestable. Je l’ai moi‑même dit, et mon groupe ne l’a jamais nié. Néanmoins, si vous votez pour cela, en quoi la réforme de la déchéance de nationalité offre‑t‑elle des moyens à la police ou à la Justice, préviendrait une nouvelle attaque terroriste, ou lutterait contre le narcotrafic, si vous maintenez deux services essentiels, deux services régaliens, totalement sous‑financés? Cette question vous a été posée à tous.
En réalité, chers collègues, le seul objectif de cette loi est de surfer sur une aire du temps nauséabonde – et disons‑le, fascisante – et d’entretenir tensions et clivages afin de faire fructifier une notoriété électorale. En somme, il faut cibler l’étranger car, lorsqu'il est ciblé, peu se lèveront pour s’indigner.
Vous percevez, à travers ce projet de loi, la déchéance de nationalité de certains individus considérés comme dangereux, comme un moyen de les éloigner du territoire en les renvoyant vers un autre État. Cependant, retirer à ces personnes un passeport dont elles se moquent éperdument ne résoudra absolument rien.
Cette mesure, au contraire – et ce n’est pas moi qui le dis – externalisera la gestion du risque. Elle sera externalisée, en contradiction même avec le principe de coopération internationale dans la lutte contre le terrorisme, principe réaffirmé dans la résolution 2178 du Conseil de sécurité des Nations Unies. Cette résolution vise précisément à empêcher les combattants étrangers de quitter leur État de résidence ou de nationalité et d’exposer les populations locales à des violations du droit international, des droits humains et du droit international humanitaire.
Après avoir criminalisé l'étranger et vous en être servi, vous utilisez désormais aussi cette criminalisation comme moyen de pression sur la magistrature pour réduire son indépendance, disais-je. Chers collègues, comme beaucoup d'autres thèmes abordés dans votre accord Arizona, ce projet de loi témoigne d'une méfiance, pour ne pas dire d'une défiance, envers la magistrature et profite de cette criminalisation sans cesse accrue de l'étranger pour affaiblir son indépendance. Entre votre volonté collégiale de soumettre les magistrats du Conseil du Contentieux des étrangers en en faisant les seuls magistrats du siège de ce pays qui seraient nommés pour cinq ans, et puis évalués sur la base de leur jurisprudence, et celle de faire du juge d'instruction un presse-bouton et un outil de police administrative dans le cadre des visites domiciliaires, voire purement et simplement de le supprimer, on découvre à travers ce troisième projet votre volonté de faire du juge la bouche de votre volonté.
En effet, vous allez créer, pour la première fois de notre Histoire, non la nécessité de motiver une peine, mais celle d'en motiver l'absence. Or, et pour rappel, le Conseil d'État, dans son avis du 24 mars 2015 déjà – qui avait, du reste, justifié les refus des collègues de tous les autres partis –, avait indiqué, et je le recite parce que c'est éloquent: "En raison des atteintes indirectes à d'autres droits fondamentaux qu'elle peut occasionner ou rendre possibles, le Conseil d'État s'inquiète de ce que l'application de la déchéance de la nationalité ne devienne un automatisme en cas de condamnation du chef d'une infraction terroriste et rappelle que le juge n'est, en aucun cas, obligé de la prononcer". Il n'est pas courant de lire de telles inquiétudes sous la plume des conseillers d'État. Cela devrait nous rendre d'autant plus vigilants à ne pas travestir le rôle du juge, à garantir le respect des droits fondamentaux et à assurer une mise en balance équilibrée des intérêts en présence au lieu de leur imposer automatiquement d'être bouche de la loi.
Vous criminalisez l'étranger et vous vous servez de cette criminalisation avec d'autres mesures pour asseoir, en définitive, votre pouvoir sur des organes indépendants qui devraient être des contre-pouvoirs et vous prenez des mesures inutiles. Tout cela, pourquoi? Pour fracturer la société.
Chers collègues, face à une mesure illibérale, inefficace, juridiquement bancale et attentatoire à l'indépendance de la justice, quelle vertu trouvez-vous à cette mesure?
Plus important encore: vu toutes les qualités de cette mesure que je viens d'énoncer, dans quel état laisse-t-on la société?
Votre mesure de déchéance s'inscrit dans une série de mesures qui ont pour effet de catégoriser certaines parties de la population, et de justifier la répression accrue dont elles font l'objet par l'idée qu'elles présenteraient un danger plus élevé que d'autres par leur nature et leur nature seulement.
Or la déchéance de nationalité a pour effet de prolonger cette criminalisation de l'étranger au-delà de son intégration dans la communauté nationale. La mesure de déchéance de nationalité constitue une rupture avec l'héritage libéral qui dicte le principe d'égalité entre Belges.
En effet, ce régime n'est réservé qu'à une seule catégorie de Belges, celles et ceux qui possèdent une nationalité étrangère. Qu'une personne née étrangère acquière la nationalité, ou qu'une personne née Belge se voie transmettre une seconde nationalité, dans tous les cas, la plurinationalité procède de l'origine étrangère de l'individu, la sienne ou celle de ses parents. Dans les faits, donc, réserver la déchéance aux individus qui possèdent plusieurs nationalités conduit inexorablement à cibler en particulier la catégorie des Belges d'origine étrangère.
Alors que la plurinationalité devrait constituer une richesse inestimable, ces mesures sont dangereuses en ce qu'elles clivent, en ce qu'elles scindent. Elles n'assimilent jamais totalement, elles tracent un trait indélébile qui, modification après modification, ne cesse de s'épaissir et dessine une frontière entre Belges de naissance et Belges par acquisition, entre Belges nationaux et Belges plurinationaux – en résumé, entre Belges et Belges issus de l'immigration.
Chers collègues, la déchéance de nationalité n'a aucun effet dissuasif. C'est une mesure purement politique. C'est un choix de société: diviser, catégoriser et hiérarchiser. Vous utilisez l'argument du bon sens, rhétorique et populiste, l'arme de la pensée paresseuse, incapable de discerner les nuances des aplats.
D'abord, vous effrayez; ensuite, vous durcissez; enfin, vous séparez – et c'est là que le regard change. L'autre devient le danger à prévenir. Il devient l'indésirable à expulser. Il ne sera jamais votre semblable, notre semblable.
Si parmi vous, chers collègues, il reste des cœurs attachés à la démocratie et à l'égalité de nos citoyens, s'il persiste encore en vous un degré d'attachement aux droits humains, laissez-moi reprendre les mots de Gramsci, qui disait que: "L'indifférence est le poids mort de l'histoire".
Je ne doute malheureusement pas du résultat du vote de ce jour. J'espère seulement que mon intervention vous aura au moins permis de réfléchir à la portée de vos décisions, car cette criminalisation de l'étranger et de l'altérité ouvre une porte discrète à un mal qui ne souhaite pas dire son nom. Je vous remercie.
15.04 Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, nous l'avons déjà dit à maintes reprises, et je vais donc être très bref sur cette première partie du projet de loi. La drogue en détention est un réel problème. C'est un problème qui exige une réponse globale et cohérente. Pourtant, comme en prison, vous investissez avec ce projet de loi dans le contrôle, sans renforcer la santé et la réinsertion, alors que la consommation de drogue est un enjeu de santé publique et pas un outil disciplinaire.
Madame la ministre, je voudrais maintenant m'attarder sur l'autre axe de votre projet, la déchéance de nationalité. Nous comprenons bien sûr l'émotion et la demande de fermeté après des actes terroristes. Mais la vraie fermeté, ce n'est pas la politique symbole. La vraie fermeté, c'est une justice qui frappe juste et de manière égale.
Avec ce texte, vous changez profondément la philosophie de la déchéance de nationalité. Jusqu'ici, c'était une mesure exceptionnelle, proposée par le parquet et appréciée par le juge. Dans les cas de terrorisme, avec votre texte, elle devient quasi automatique. Le juge devra systématiquement se prononcer, même sans réquisition du parquet. Et, s'il refuse d'appliquer la peine, il devra se justifier par une motivation particulière. Donc, le message est clair, la déchéance devient la norme, et le refus l'exception.
Vous invoquez la criminalité organisée et les crimes graves, mais, en réalité, vous élargissez massivement le champ des infractions concernées, parce que, dès qu'une peine de cinq ans est prononcée, la déchéance est possible.
Avec ce projet, vous entrouvrez la porte dangereusement. On passe d’un instrument ciblé à un outil de sanction généralisée, avec un risque évident d’arbitraire et de disproportion.
Et surtout, ce texte va piéger une partie de notre jeunesse. Vous allongez le délai de dix à quinze ans après l’obtention de la nationalité, y compris pour des personnes mineures devenues belges automatiquement. Ce ne sont donc pas, comme on peut le lire dans les textes, des personnes qui auraient choisi la nationalité pour ensuite la trahir, mais bien des jeunes qui ont grandi, étudié et vécu ici. Et pourtant, votre gouvernement leur dira : "Ta citoyenneté est conditionnelle." Votre gouvernement veut faire d’eux des citoyens de deuxième zone. Madame la ministre, cela constitue une rupture frontale avec le principe d’égalité, car en fait, la déchéance ne touchera que les plurinationaux. Deux personnes coupables du même fait pourront donc être traitées différemment. Comme l’a rappelé la Ligue des Droits Humains, il s’agit d’une inégalité de traitement fondée sur l’origine. C'est inacceptable.
Vous dites aimer les chiffres et la science, mais personne et aucune étude scientifique n’a jamais démontré que retirer la nationalité renforce la sécurité. Dans les faits, cela compliquera la réinsertion, rendra l’expulsion incertaine et transférera la responsabilité à d’autres états qui, en pratique, ne sont même pas obligés d’accepter ces personnes. De plus, avoir deux nationalités ne signifie pas avoir des liens réels avec l’autre pays.
Madame la ministre, la sécurité ne se construit pas sur la discrimination, mais sur une justice égale, efficace et crédible.
Pour toutes ces raisons, madame la ministre, nous ne soutiendrons pas votre projet de loi.
15.05 François De Smet (DéFI): Madame la présidente, madame la ministre, chers collègues, ce texte soulève, sur la déchéance de nationalité, des inquiétudes fondamentales quant au respect de nos principes constitutionnels et à la cohérence de notre politique criminelle.
Je n’ai pas de souci majeur avec des peines dures pour les auteurs des actes les plus graves. Ici, toutefois, nous sommes face à une loi dictée, par je ne sais quoi, l’émotion sans doute, et qui pose, selon moi, de graves problèmes de principe. Or, c’est précisément dans ce type de dossier, là où les peurs et les colères de l’opinion sont les plus aisément manipulables, qu’il faut tenir bon sur les principes, ce que, à mon sens, vous ne faites pas, ni vous, le MR, ni vous, Les Engagés, ni vous, Vooruit.
Il y a d’abord la question de la discrimination flagrante entre justiciables. Vous créez de facto une citoyenneté à deux vitesses. Ce projet cible spécifiquement les binationaux, puisque la déchéance ne peut être prononcée si elle a pour effet de rendre l’intéressé apatride. Il y a là une inégalité devant la loi. Pour un même crime, un Belge ne possédant que cette nationalité restera belge, tandis qu’un Belge disposant d’une autre nationalité pourra être déchu de ses droits.
Il y a également une catégorisation des Belges. La déchéance ne vise que ceux qui ne tiennent pas leur nationalité d’un parent belge au jour de leur naissance ou qui n’entrent pas dans certaines catégories d’attribution. Comme le souligne le Conseil d’État, bien que le législateur dispose d’un pouvoir d’appréciation, cette distinction entre catégories de Belges est problématique au regard du principe d’égalité.
Il y a surtout la question de l’utilité et de l’efficacité de cette mesure. Lorsque l’on fait des entorses aussi importantes aux principes, on pourrait être en droit d’espérer que la fin justifie les moyens et que pareil outil soit au moins efficace. Le gouvernement justifie ces mesures par la lutte contre le terrorisme et par l’intérêt de la sécurité nationale. Je pense, pour ma part, qu’il s’agit d’une mesure purement symbolique. Il n’existe aucune donnée d’impact démontrant que la déchéance de nationalité réduit le risque de récidive ou empêche concrètement un passage à l’acte. Il s’agit d’une peine complémentaire dont l’utilité réelle pour la sécurité publique reste à démontrer, au-delà d’une fonction de bannissement symbolique. Personne ne renoncera à une entreprise terroriste en se disant: "Diantre, je risque de perdre ma nationalité belge." Lorsqu’on est engagé dans une telle entreprise, une telle considération n’a aucune importance.
L’examen détaillé du projet révèle par ailleurs d’autres failles sérieuses. Il y a tout d’abord l’incohérence des peines et des crimes. Le Conseil d’État a relevé des paradoxes frappants. Par exemple, un attentat contre la vie du Roi est puni de la réclusion à perpétuité, mais relève d’un régime de déchéance moins strict que le recrutement de terroristes, puni seulement de cinq à dix ans de prison.
En outre, une pression est exercée sur le pouvoir judiciaire. En obligeant le juge à se prononcer d’office sur la déchéance pour terrorisme, sans réquisition du parquet, et en exigeant un jugement spécialement motivé en cas de refus, le législateur restreint l’indépendance de l’appréciation judiciaire.
Enfin, l’allongement démesuré des délais, avec le passage du délai de prescription de l’action de dix à quinze ans, crée une insécurité juridique prolongée pour les nouveaux citoyens. Le Conseil d’État a d’ailleurs déjà dû rappeler que le principe de non-discrimination devait être respecté dans ce type d’extension.
En conclusion, ce projet de loi privilégie le message politique et le rejet symbolique au détriment de la cohérence juridique et de l'égalité entre Belges.
Il est assez fascinant de voir, en fait, comment ce genre de texte peut passer facilement aujourd'hui, pratiquement sans résistance. Je n'ose pas imaginer ce que le cdH, par exemple, en aurait dit si c'était la Suédoise qui avait osé ce texte. Mais je suppose que c'est cela aussi le pouvoir de changer.
C'est un texte qui cède d'abord à l'émotion et au message politique, à la division et qui n'aidera en rien la lutte contre le terrorisme. Je ne vois d'ailleurs pas comment des libéraux, sociaux ou non, pourraient voter un tel texte. Pour cette raison, chers collègues, je voterai contre.
15.06 Minister Annelies Verlinden: Geachte Kamerleden, mijnheer Van Hoecke, ik zal eerst op uw uiteenzetting ingaan. Zoals we al bespraken in de commissie, is een transitiehuis een belangrijke stap in het traject van een gedetineerde of een bewoner. Net daarom is het mogelijk maken van drugstesten daar belangrijk. Er moet kort op de bal kunnen worden gespeeld wanneer het fout blijkt te gaan.
Het is ook belangrijk dat de gevolgen van een positieve test geval per geval worden herbekeken. Een automatische en 100 %-terugroeping zou niet op zijn plaats zijn.
Op dit moment is in de wet ook geen automatische herroeping of aanpassing van de voorwaarden voorzien in geval van niet-naleving van de voorwaarden.
La déchéance de la nationalité n'est pas seulement une mesure en vue d'un éloignement, lequel n'en constitue pas une conséquence automatique. Il s'agit plutôt de sanctionner quelqu'un qui, par son comportement, a rompu le contrat civique qui le lie à notre pays par la nationalité.
Mijnheer Bergers en mijnheer Van Hoecke, een regeling voor het verblijfsrecht zou dat ook niet op haar plaats staan in het Wetboek Belgische nationaliteit en is daarom ook niet opgenomen.
Quant à la nature de la mesure, collègue Aouasti, nous n'allons pas mener ici, à nouveau, toute la discussion technique qui a eu lieu en commission de la Justice. Selon nous, il s'agit d'une sanction civile que le juge pénal peut prendre en lien avec une condamnation pénale. Ce projet de loi ne modifie en rien la nature de la sanction prononcée. Nous n'avons pas modifié la nature, ni la sévérité de la mesure. Par ailleurs, nous contestons avoir modifié la qualification juridique de la déchéance. Nous avons modifié un élément de procédure que nous avons indiqué dans le Code pénal, mais le principe, les conditions et les conséquences de la déchéance restent inscrits dans le Code de la nationalité belge.
Collègues Aouasti, Ribaudo et De Smet, concernant la différence de traitement entre les citoyens qui peuvent faire l'objet d'une déchéance de nationalité et ceux qui sont exclus du champ d'application, le projet de loi maintient le régime actuel.
Madame la présidente, je pense avoir répondu aux remarques et questions qui ont été, encore une fois, posées en plénière.
15.07 Jeroen Bergers (N-VA): Collega's van de PS en de PVDA-PTB, u stelt dat dit wetsontwerp een breuk in de samenleving veroorzaakt. Wat veroorzaakt volgens u een breuk in de samenleving: het aanpakken van mensen die de wapens hebben opgenomen tegen onze samenleving en die terroristische aanslagen plegen, of het lakse beleid van straffeloosheid waar jullie voor staan en het laks Brussels beleid? In Brussel blokkeert u alle oplossingen op vlak van veiligheid en financiën, waar vooral de Brusselaar de dupe van is. Wat zorgt echt voor een breuk in de samenleving?
U neemt het woord discriminatie in de mond, maar daar gaat het helemaal niet over. Deze wet zal alleen gevolgen hebben voor mensen die wegens lidmaatschap van een terroristische beweging veroordeeld zijn. Het gaat niet over terrorisme, maar wel over de bescherming van onze samenleving. U vroeg hoe wij de samenleving willen achterlaten. Wij willen de samenleving beschermen tegen nieuwe terroristische aanslagen. In tegenstelling tot de PS wil de N-VA een samenleving waarin terroristen naderhand niet beloond worden met de voordelen van onze sociale welvaartsstaat.
Mevrouw de minister, het klopt dat het verblijfsrecht in een ander wetboek thuis hoort. Het wetsvoorstel van collega Metsu en mezelf beoogt een aanpassing daarvan in de wet van 15 december 1980. Het zou zeer fijn als ons wetsvoorstel, of de benodigde delen daarvan, snel kunnen worden goedgekeurd.
De voorzitster: Mijnheer Bergers, met uw repliek hebt u een debat wakkergemaakt. De heer Aouasti vraagt het woord.
15.08 Khalil Aouasti (PS): J'ai une question pour le collègue Bergers. Il défend son point de vue et je défends le mien, de manière tout aussi âpre. Dans sa première intervention, il a indiqué que pour lui, cette mesure se justifie lorsque quelqu'un s'arme et s'entraîne pour porter atteinte à la démocratie. Monsieur Bergers, c'est ce que vous avez dit, d'accord?
J'aurais voulu lui poser la question vis-à-vis de quelqu'un qui prend les armes, va dans des camps paramilitaires, est président d'un cercle étudiant en Flandre et a été votre président de cercle étudiant. Quelle différence faites-vous entre Dries Van Langenhove et moi-même?
15.09 Jeroen Bergers (N-VA): Collega Aouasti, ik voel me totaal niet aangesproken door wat u zegt, maar ik zal nog een keer verduidelijken wat het verschil is tussen de PS en de N-VA. De PS zoekt excuses…
(…): (…)
15.10 Jeroen Bergers (N-VA): Maar ik zal reageren op uw vraag. Geen probleem.
De PS zoekt excuses om de strijd tegen terrorisme niet te voeren. De N-VA zegt: we moeten elke mogelijke maatregel in de strijd tegen terrorisme nemen.
Als u voorstellen hebt om de strijd tegen terrorisme straffer te voeren, beter te voeren, in plaats van de straffeloosheid van de PS aan te wakkeren, zal ik die met zeer veel plezier steunen.
15.11 Khalil Aouasti (PS): Si je traduis vos dires, vous considérez que Dries Van Langenhove est plus belge que moi, monsieur Bergers. Je vous remercie pour votre non-réponse.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1164/5)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1164/5)
Het wetsontwerp telt 8 artikelen.
Le projet de loi
compte 8 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 8 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 8 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, de heer Achraf El Yakhloufi,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
Le rapporteur, M. Achraf El Yakhloufi,
renvoie au rapport écrit.
16.01 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik buig me al een tijdje over de zaken die met arbeidsmigratie te maken hebben. We weten allemaal dat arbeidsmigratie een regionale bevoegdheid is en ik heb daarover heel wat vragen gesteld toen ik lid was van het Vlaams Parlement. Opmerkelijk is dat de procedures toch wel zeer omslachtig zijn, ook voor onze ondernemers, om vergunningen aan te vragen voor hun werknemers. Er is dus echt nood aan eenvoudige en snellere doorlooptijden, aan eenvoudige procedures.
Onze partij heeft in het Vlaams regeerakkoord heel duidelijk aangegeven dat we voornamelijk hoge profielen en middengeschoolde profielen willen aantrekken. Voor laaggeschoolde profielen kijken we inderdaad naar de beperking van de werkloosheid in de tijd, naar mensen die we hier aan de slag kunnen helpen, laat dat duidelijk zijn.
De procedures willen we natuurlijk wel sneller en efficiënter zien verlopen. Dat is waarop onze minister Anneleen Van Bossuyt volop zal inzetten: minder papierwerk voor onze ondernemers en een snellere dossierbehandeling. We verlichten de administratieve last, maar garanderen tegelijk de privacy van de werknemers, dankzij die beveiligde uitwisseling.
Sommige mensen maken er veel meer van dan het is. Dit gaat echt over het uniek loket en over een efficiëntere werking van de procedure met betrekking tot arbeidsmigratie. Laten we eerlijk zijn, we zouden ook graag een volledige regionalisering zien, maar die is er vandaag jammer genoeg nog niet.
16.02 Francesca Van Belleghem (VB): Collega's, toen er een paar weken geleden nog eens een wetsontwerp van de minister van Asiel en Migratie aan de orde kwam, was ik blij en vond ik het een beetje spannend. Ik wachtte inderdaad al sinds het zomerakkoord van 23 juli 2025, intussen al 27 weken of 190 dagen, vol spanning op een wetsontwerp over de woonstbetredingen en was ervan overtuigd dat het daarover zou gaan. Intussen begrijp ik waarom de minister geen wetsontwerp betreffende de woonstbetredingen heeft voorgelegd: de verklaring van de MR-burgemeester van Verviers, het terroristenhol, van twee dagen geleden in de media dat men geen woonstbetredingen zou doen, zegt genoeg. Wat kregen we wel voorgeschoteld? In de plaats daarvan kregen wij een wetsontwerp houdende instemming met een samenwerkingsakkoord tussen alle regio's inzake arbeidsmigratie. Mijn spanning ebde snel weg; u kent immers ons standpunt inzake arbeidsmigratie.
Wij hebben drie belangrijke opmerkingen bij het wetsontwerp. Ten eerste, in het betreffende document vinden we wel het wetsontwerp en het advies van de Raad van State, dat we ook hebben gelezen, maar het eigenlijke samenwerkingsakkoord ontbreekt. We moesten dus instemmen met een samenwerkingsakkoord zonder dat we de teksten gekregen hadden. Dat was toch op zijn minst bijzonder en vooral klungelig te noemen, of, zoals collega Vereeck zou zeggen, brol.
Ten tweede, het advies van de Raad van State, dat ik heel grondig heb kunnen lezen – het duurde nu eenmaal heel lang, voor we kennis konden nemen van het samenwerkingsakkoord zelf - is niet echt rooskleurig. De Raad van State beschouwt het ook als brol, alleen gebruikt hij mooiere woorden. Hij merkt op dat er in het samenwerkingsakkoord naar een verkeerd artikel van de Grondwet verwezen wordt. Dat is nogal klungelig. Voorts oordeelt hij dat de bepalingen niet voldoen aan de vereiste van duidelijkheid, nauwkeurigheid en voorzienbaarheid en geeft hij aan dat sommige ervan moeten worden herzien. Daarnaast adviseert hij om de aanhef van het samenwerkingsakkoord aan bijkomend onderzoek te onderwerpen.
De Nederlandse en de Franse tekst komen niet overeen en sommige bepalingen moeten worden weggelaten, om nog maar te zwijgen van de rest van de commentaren. Kortom, de Raad van State was eigenlijk erg negatief over het samenwerkingsakkoord, waar we dan nog heel laattijdig kennis van konden nemen. Onze fractie wilde graag ook een tweede lezing met een juridisch-technische nota van de Kamer, maar dat is blijkbaar niet mogelijk ingeval instemming met samenwerkingsakkoorden. Het Reglement is dus ook brol.
De derde en meest fundamentele opmerking is dat arbeidsmigratie een bevoegdheid moet zijn van de deelstaten. Op dit moment is dat slechts half en half geregeld. Dat is dus opnieuw brol! Er is immers een samenwerkingsakkoord nodig om een en ander te regelen. Arbeidsmigratie zelf is namelijk een Vlaamse bevoegdheid, maar de regels inzake verblijf, wat daarmee samenhangt, zijn een federale bevoegdheid. Dat slaat natuurlijk nergens op.
Anderzijds zijn we wel voorstander van hooggeschoolde arbeidsmigratie uit westerse landen. Aangezien uit studies blijkt dat die doelgroep gemiddeld genomen – er zijn altijd uitzonderingen - op termijn aan de schatkist bijdraagt, zien wij graag dat voor de betrokkenen de procedure vlot kan verlopen, zodat bedrijven hen te werk kunnen stellen.
Om al die redenen stemmen wij niet tegen, maar zullen wij ons onthouden.
16.03 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Het debat over arbeidsmigratie verzandt vaak in ideologische loopgraven. Voor onze fractie is het heel eenvoudig: wie naar hier komt en komt bijdragen, moet kunnen rekenen op een overheid, die werkt. Wie naar hier komt om de boel te belazeren of om mensen uit te buiten, moet weten dat de mazen van het net kleiner en kleiner worden en dat we bedriegers zullen weren. Het voorliggende wetsontwerp vormt de digitale ruggengraat van die visie. Met de derde fase, “Working in Belgium,” doen we drie essentiële zaken. Gedaan met de bureaucratische processie van Echternach.
Ten eerste, jaarlijks kloppen in ons land 75.000 mensen aan om hier aan de slag te gaan en bij te dragen aan onze samenleving en die zijn broodnodig, want we spreken dan over technici, zorgverleners, IT-specialisten. Welnu, zij wachten vandaag 90 tot 120 dagen op een beslissing. Dat is dodelijk voor onze ondernemers, voor onze kmo’s. Door de RSZ-databank nu rechtstreeks te koppelen, halen we de dode tijd uit het systeem en mikken we op een snelle en efficiënte procedure.
Ten tweede, controle is het sleutelwoord. We zijn gastvrij voor wie werkt, maar onverbiddelijk voor wie misbruik van het systeem maakt. 60 % van de aanvragen gebeurt nu voor knelpuntberoepen. Tegelijkertijd zien we dat 15 % van de dossiers wordt geweigerd. Er is duidelijk controle. Vaak gebeurt het, omdat de loonvoorwaarden niet deugen. Cruciaal in het akkoord is ook de directe toegang voor onze inspectiediensten. Arbeidsmigratie mag nooit een verdienmodel worden voor sociale dumpers. Onze inspecteurs krijgen nu een digitale bril om de fraudeurs sneller bij de kraag te vatten.
Ten derde, orde in de chaos. Door nu ook de arbeidskaarten en de beroepskaarten in het uniek loket te verstrekken, nemen we de regie in eigen handen. We weten wie hier zijn en wat ze doen. Dat is de essentie voor ons beleid. Geen chaos, maar controle, beste collega’s.
We kunnen dat veel namen geven. Ik noem het zelf het Vooruitmodel. Dat betekent dat we kansen geven aan wie ze wil en tegelijk bikkelhard zijn wat de naleving van de regels betreft. We ondersteunen hiermee onze economie en beschermen de sociale rechten van de mensen die in België komen werken. Onze fractie zal het wetsontwerp dan ook overtuigd goedkeuren.
Voor Vooruit is het heel simpel: wie naar België komt om bij te dragen, mag niet worden tegengewerkt met langdurige administratieve procedures. Wie echter komt om de boel te belazeren of om misbruik te plegen, moet onverbiddelijk streng en duidelijk worden aangepakt. Met het nieuwe digitale loket zorgen we voor de nodige controle, maken we het makkelijker voor wie wil werken, en geven we de inspectie de wapens om fraudeurs keihard aan te pakken. Geen chaos, maar duidelijke regels. Dat is rechtvaardig voor wie werkt en eerlijk voor onze economie.
Tot slot, België heeft in zijn geschiedenis vaker met arbeidsmigratie gewerkt. Daar zijn heel mooie verhalen van. Ik ben zelf een kind van arbeidsmigranten. Arbeidsmigratie loont. De arbeidsmigranten van de jaren 80 en 90 en vroeger droegen hun steentje bij in Limburg, Antwerpen, West-Vlaanderen en nog vele andere plekken en doen dat vandaag nog steeds. Ik denk aan mijn eigen vader. Het Vlaams Belang ziet dat niet in. Extreme partijen zoeken nooit mee naar constructieve oplossingen. Wij zorgen ervoor met onze voorstellen en met de regering dat wie wil werken en aan de samenleving bijdragen, dat ook kan. Dat is het verschil tussen onze aanpak en die van het Vlaams Belang.
16.04 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de voorzitster, collega’s, onze fractie wil op dit punt toch ook even tussenkomen. U weet dat wij constructief oppositie willen voeren. Dit is een ontwerp waar wij achter kunnen staan.
Wij steunen het idee om de krapte op de arbeidsmarkt met doelgerichte arbeidsmigratie op te vangen. Wij hebben nood aan talent en menselijk kapitaal. Als we dat niet in eigen land kunnen vinden, als we mensen niet bereid vinden om in het eigen land bepaalde jobs te doen, omdat ze die niet kunnen of willen doen, dan moeten wij dat via gerichte arbeidsmigratie gaan faciliteren.
Dit akkoord maakt het gemakkelijker om dat op een doelgerichte manier te doen. Het gaat over het administratief vereenvoudigen van de lasten voor onze bedrijven en ondernemers die een beroep willen doen op die arbeidskrachten. De aanvraagprocedure zal vlotter verlopen door middel van een digitaal dossier, dat wordt gedeeld tussen de DVZ, de gewesten en andere diensten. Dit zorgt voor minder administratie en meer rechtszekerheid en de kans op tegenstrijdige beslissingen wordt ook kleiner. Dat is het doel van dit samenwerkingsakkoord.
Dit is voor de liberalen een klassieke win-win: minder papierwerk voor ondernemers en meer duidelijkheid voor wie hier wil komen werken en ondernemen. In onze partij Anders. past dat in de filosofie. Wie wil werken en bijdragen aan onze samenleving, is zeer welkom en moet daarbij worden geholpen. Uiteraard, wie het verkeerd of slecht met ons systeem voorheeft, moet hard worden afgestraft. Dat is voor ons duidelijk. U hebt dus onze steun voor dit ontwerp.
16.05 Minister Anneleen Van Bossuyt: Goedemiddag allemaal. Dank u wel voor uw steun, bijna Kamerbreed, voor het wetsontwerp. Ik heb niet echt vragen gehoord. We hebben op commissieniveau de vragen die er waren al uitgebreid besproken.
Er is nog één punt waar ik even op wil ingaan. Mevrouw Van Belleghem, u zegt dat u ontgoocheld was toen u zag dat het dit maar was, in het wetsontwerp. Dan moet u misschien eens met ondernemers gaan praten om te horen welke problemen zij tegenkomen. Zij zullen u zeggen dat de administratie en de manier waarop de procedures nu verlopen zeer omslachtig zijn. Daardoor gaan zeer getalenteerde mensen die zij op het oog hebben om in hun bedrijf aan de slag te gaan vaak elders werken. Ik denk dus dat we er alles aan moeten doen om dergelijke zaken te vermijden. Het samenwerkingsakkoord, of de instemmingswet daarbij, moet daar zeker aan beantwoorden.
U hebt ook allerlei vermoedens geuit over het wetsontwerp inzake woonbetreding. U hoeft daar helemaal niet ongerust over te zijn, mevrouw Van Belleghem. U weet dat bij het tot stand komen van wetgeving ook adviezen moeten worden ingewonnen. Dat kan nu eenmaal enige tijd in beslag nemen als men kwalitatieve wetgeving wil maken. Dat is net wat wij willen doen. We zijn dus volop bezig met het verwerken van al die adviezen. Geen zorgen dus, mevrouw Van Belleghem, het komt eraan.
Als u bepaalde zaken in het Reglement van de Kamer brol vindt, stel ik voor dat u daarover met de voorzitter spreekt.
16.06 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de voorzitster, ik zal mij inhoudelijk niet in het debat mengen, want daar ben ik niet toe in staat. Ik voelde mij persoonlijk aangesproken, persoonlijk geschoffeerd zelfs, door wat die heer uit Turnhout daarnet aan het einde van zijn tussenkomst heeft gezegd. Ik begrijp de noodzaak ook niet om zo uit te halen. Ik wil u graag uitnodigen om eens naar ‘de Limburg’ te komen, zoals u onze mooie provincie noemt. Kom eens naar een Vlaams Belangevenement in onze provincie. Dan zult u kunnen kennismaken met onze vele leden en sympathisanten van buitenlandse afkomst, met buitenlandse ouders, die lid zijn van onze partij, die onze partij steunen en die op onze partij stemmen. Het gaat om mensen die het goed menen en die om god weet welke reden ooit naar dit land zijn gekomen voor een beter leven. Ik nodig u van harte uit om kennis met hen te maken, in plaats van al die mensen weg te zetten als extremen.
De voorzitster: Mevrouw Van Belleghem, werpt u zich in de provinciale strijd?
16.07 Francesca Van Belleghem (VB): Neen, ik ben van West-Vlaanderen maar zal mij niet in de strijd mengen. Ik voel mij al lang niet meer aangesproken door persoonlijke verwijten afkomstig van de banken van Vooruit. Ze gaan meestal niet over de inhoud en zijn vaak platte leugens. Leugens verdienen geen aandacht.
Ik wil er gewoon op wijzen dat het wetsontwerp inzake woonstbetredingen al tien jaar bestaat en dat wij daar al zo lang op wachten. Er zijn trouwens nog andere zaken die al tien jaar bestaan. Dat zijn ook andere samenwerkingsakkoorden die in het verleden al hadden moeten zijn gesloten maar die er nog altijd niet zijn, omdat ze in Wallonië worden tegengehouden.
Dat is ook een reden waarom ik zeg dat samenwerkingsakkoorden betekenen dat het federalisme slecht werkt, omdat de deelstaten niet op zichzelf kunnen werken. Samenwerkingsakkoorden an sich zijn brol.
16.08 Barbara Pas (VB): Mevrouw de minister, ik zie dat u uw laptop al dichtdoet om de discussie te beëindigen, maar mevrouw Van Belleghem had wel een pertinent punt.
U geeft aan dat er nog allerlei adviezen worden verwerkt over het wetsontwerp inzake de woonstbetredingen. Zijn die dan niet aangevraagd in 2014 en 2019? Het wetsontwerp inzake de woonstbetredingen is ons toen immers al beloofd door toenmalig staatssecretaris Francken. Dat heeft Michel toen naar zich toe getrokken. Er was al een wettekst en er zijn toen al adviezen over gevraagd. Is er dan zo veel veranderd en wordt een en ander zo hard beperkt dat er nieuwe adviezen nodig zijn en dat dat allemaal zo lang duurt?
Dat lijkt mij een pertinente vraag waarop er toch nog een antwoord mag komen. U bent er zelf over begonnen. Dus een verduidelijking in het debat lijkt mij pertinent.
De voorzitster: De minister zal antwoorden maar voor het overige wens ik bij het thema te blijven.
Ik zie dat mevrouw Van Bossuyt klaar zit.
16.09 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Pas, u weet dat er voor elke nieuwe tekst nieuwe adviezen worden gevraagd. Adviezen over de vorige tekst kunnen dus niet gebruikt worden.
16.10 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik wil u oprecht bedanken namens veel ondernemers. Veel ondernemers zeggen dat ze vacatures hebben die ze niet ingevuld krijgen. Ze willen mensen aan het werk zetten, maar die rompslomp willen ze echt vermijden. Ik wil u daarvoor bedanken. Ik ben blij dat deze regering daar ook echt werk van maakt. Er zullen zeker nog andere wetsontwerpen volgen, met het nodige debat.
Ik wil nog even kort reageren op de collega’s daar aan de overkant. Mijnheer uit het mooie Limburg, uw partijgenote zei – letterlijk, ik heb het nagekeken - dat u alleen mensen uit West-Europa wilt, omdat dat de mensen zijn die we op lange termijn aan het werk kunnen krijgen. Dat is wat u zegt. Het enige wat ik zei was dat we veel mensen met een migratieachtergrond in Limburg en in heel ons land hebben, mensen uit de hele wereld, die gigantisch veel bijdragen in dit land. Dat zijn mensen die dit land mee hebben opgebouwd en die evenveel Vlaming zijn als u en ik.
Als uw partij echt een partij is voor de Vlamingen, kom dan op voor die Vlamingen. Kom op voor die Vlaamse ondernemers die zeggen dat ze die mensen nodig hebben. Kom op voor al die mensen die verdomd hun best doen in ons land, die mee bijdragen, die de taal leren. Daar heb ik alleen maar respect voor en u zou daar ook eens mee moeten beginnen, in plaats van altijd met die populistische filmpjes op Facebook.
16.11 Francesca Van Belleghem (VB): Niets houdt mensen uit Limburg tegen om actief te zijn op de arbeidsmarkt. In dit land zijn er nog zeer veel mensen die geactiveerd moeten worden. Daar gaat het over: eerst moet men de mensen in eigen land activeren. Het debat over arbeidsmigratie moet op een rationele manier gevoerd worden.
Uit een studie blijkt dat het onlogisch is om mensen van over de hele wereld naar hier te laten komen via arbeidsmigratie, aangezien zij later een kostenpost voor de schatkist blijken. Op de korte termijn lost men het probleem op via arbeidsmigratie, omdat bedrijven dan een werkkracht hebben gevonden. Op de lange termijn, wanneer blijkt dat die mensen een kost zijn voor de schatkist, is het niet logisch om arbeidsmigratie open te stellen voor deze categorieën van mensen. Volgens die studie zorgen gemiddeld genomen alleen hooggeschoolde arbeidsmigranten uit westerse en enkele Aziatische landen – wat ik zonet misschien ook had moeten vermelden - voor een positief netto saldo voor de schatkist. Het begrotingstekort is al erg groot. Gaan we die put nog groter maken?
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt
85, 4) (1207/3)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1207/3)
Het wetsontwerp telt 2 artikelen.
Le projet de loi
compte 2 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, de heer
Anthony Dufrane, verwijst naar het schriftelijk verslag.
17.01 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de voorzitter, we bespreken nu de verordening inzake de elektronische communicatienetwerken.
Het Vlaams Belang erkent natuurlijk het belang van snelle en betrouwbare digitale infrastructuur, zoals glasvezel en 5G. Er is in dit land een structureel gebrek aan investeringen in infrastructuur en ook op het vlak van digitale hogesnelheidslijnen hebben we een steeds grotere achterstand goed te maken.
Is de nu voorliggende verordening een deel van de oplossing? Wij zijn daar niet van overtuigd. De verordening is in grote mate een herhaling van instrumenten die al bestonden. De vraag blijft dus wat de toegevoegde waarde is, behalve een juridisch-formele omzetting van de Europese richtlijn in een verordening.
Het wetsontwerp voorziet in een centraal informatieportaal en een geschillenorgaan bij het BIPT, maar precies daar wringt het schoentje. De Raad van State heeft uitdrukkelijk gewaarschuwd voor federale bevoegdheidsoverschrijding. Technische specificaties voor gemeenschapsinfrastructuur kunnen niet zomaar unilateraal federaal worden vastgelegd. Volgens de Raad van State is er daarvoor een samenwerkingsakkoord nodig, want anders worden de bevoegdheden van de gemeenschappen uitgehold. Toch werd die aanbeveling, om dat voor te leggen aan bijvoorbeeld een interministerieel comité, gewoonweg verworpen.
Voor het Vlaams Belang zijn twee specifieke artikelen uit die verordening onaanvaardbaar, namelijk artikel 19, dat alle bevoegdheden geeft aan de federale regering, terwijl de materie ook de gemeenschappen betreft, en artikel 20, dat de deur openzet voor bijkomende Europese verplichtingen die verder gaan dan strikt noodzakelijk. Collega Freilich had daarop al gewezen tijdens de bespreking in de commissie, waar hij gelukkig wel aanwezig was. Dat vormt een reëel risico op goldplating en op verdere onderwerping van onze nationale infrastructuur aan Europese regelgeving.
Daarnaast zorgt de keuze om het BIPT tegelijk regulator, toezichthouder als geschillenbeslechter te maken, voor een gevaarlijke machtsconcentratie bij het BIPT. Volgens ons werd een functionele scheiding van die verantwoordelijkheden niet ernstig onderzocht.
We erkennen dat bepaalde technische bepalingen die in deze verordening zijn opgenomen nodig zijn, maar de uitwerking ervan roept te veel vragen op, niet het minst institutionele vragen. Daarom zal het Vlaams Belang zich onthouden bij de stemming.
17.02 Jeroen Soete (Vooruit): Mevrouw de voorzitter, wij zullen met Vooruit dit wetsontwerp steunen. Het klopt inderdaad dat de verordening grotendeels een herneming is van de richtlijn uit 2014. De regels worden aangescherpt om een snellere, goedkopere en vereenvoudigde uitrol van gigabitnetwerken te garanderen.
Bepaalde maatregelen moeten daarnaast voor minder overlast zorgen. Zo wordt voorzien in de toegang tot de energie-infrastructuur voor telecomoperatoren. Dat moet zorgen voor een gedeeld gebruik van de infrastructuur, met lagere kosten en minder overlast tot gevolg.
Daarnaast wordt voorzien in een betere coördinatie van openbare werken. De collega’s die ook een lokaal mandaat uitoefenen, kennen allicht de grote ergernis bij de inwoners als die zien dat de straat door een nutsmaatschappij wordt opengebroken en terug wordt dichtgemaakt, waarna een paar maanden later een andere nutsmaatschappij of provider de straat opnieuw openbreekt. De verscherping van de regels om te zorgen voor minder overlast is daarom een zeer goede zaak.
De verplichting om een centraal informatiepunt op te richten, vinden wij een beetje overbodig. De gewesten, die daarvoor bevoegd zijn, gebruiken immers al een centraal informatiesysteem, het GIPOD, om de overlast te beperken en de samenwerking tussen nutsoperatoren en telecomoperatoren te bevorderen. Ik hoop dat de uitwerking van dat centraal informatiepunt niet te veel overlast veroorzaakt. Ik hoop ook dat het kostenplaatje van het IT-project niet te hoog oploopt.
Mevrouw de minister, wij hebben het debat in de commissie gevoerd. Wij delen dezelfde doelstellingen omtrent toegang tot snel internet en digitale inclusie. U hebt terecht aangehaald dat België zeer goed scoort op het vlak van internetconnectiviteit. Door ons uitgebreid kabelnetwerk heeft 94 % van de Belgische huishoudens toegang tot een gigabitverbinding.
Dat is op zich een goede zaak, maar tegelijkertijd is er ook een probleem. De keerzijde van onze voorsprong is dat de uitrol van fiber aanzienlijk achterloopt. Fiber is de technologie van de toekomst en zorgt voor supersnel internet.
De fiberdeal die momenteel voor het Vlaams grondgebied op tafel ligt – er lopen ook onderhandelingen in Wallonië met de Belgische Mededingingsautoriteit – voorziet in samenwerking tussen de telecomoperatoren om het fibernetwerk uit te rollen. Dat is op zich een zeer goede zaak, omdat het zorgt voor minder overlast, want slechts één netwerk hoeft uitgerold te worden, waardoor straten ook maar één keer opengebroken moeten worden. Daarnaast betekent het een lagere kostprijs.
Achter die doelstelling van de fiberdeal kan Vooruit zich dan ook zeker scharen, al zien we ook enkele pijnpunten. We hebben al gezegd dat we zeer kritisch zijn over de fiberdeal die momenteel op tafel ligt en nog altijd niet definitief is afgeklopt. Een van de belangrijkste punten van kritiek is dat de fiberuitrol beperkt blijft tot 80 % van het grondgebied, waardoor 20 % van de inwoners geen uitzicht heeft op fiber in Vlaanderen. Dat betekent dat anderhalf miljoen inwoners van Vlaanderen geen uitzicht krijgen op supersnel internet, wat wij als een ernstig gebrek in de huidige plannen beschouwen.
Een tweede pijnpunt betreft de fair share. De Belgische Mededingingsautoriteit heeft geoordeeld dat de samenwerking tussen de telecomoperatoren hun besparingen oplevert en dat er dan ook een return voor de consument moet zijn. Volgens ons is die return voor de consument onvoldoende aanwezig, om het zeer eufemistisch uit te drukken.
Er wordt verwacht dat door de samenwerking inzake de uitrol 2,5 miljard euro zal worden bespaard. Zowel u als het BIPT, de prijzenwaakhond, heeft echter aangegeven dat er grote twijfel bestaat over de mate waarin die besparing, in de vorm van lagere wholesale- en groothandelsprijzen, daadwerkelijk bij de consument zal terechtkomen.
Dat is toch wel een serieus mankement, want wij betalen in België nog altijd de duurste tarieven voor vast internet. Op het vlak van mobiele communicatie hebben we inderdaad een lichte verbetering gezien de afgelopen jaren, onder meer door de komst van een vierde speler. Op het vlak van vast internet daarentegen zijn we helaas nog steeds de koploper van Europa. De Belgische consument betaalt het meeste van heel Europa voor een vaste internetverbinding.
In de deal is voorzien dat de wholesaletarieven effectief worden verlaagd met 30 %. Op papier klinkt dat goed, maar we weten dat dat in de praktijk niet zal leiden tot lagere facturen voor de consument. Voor Vooruit is dat onaanvaardbaar. We kunnen niet toelaten dat er van een deal die dergelijke voordelen oplevert heel weinig of niets terugvloeit naar de consument.
Mevrouw de minister, u hebt onze steun voor dit wetsontwerp, maar ik hoop uiteraard dat u nog mee aan de kar zult trekken voor een veel evenwichtigere fiberdeal met lagere telecomfacturen voor alle consumenten in België. Dank u wel.
17.03 Minister Vanessa Matz: De Gigabit Infrastructure Act (GIA) is een EU-verordening en geldt dus direct in alle lidstaten zonder nationale omzetting, in tegenstelling tot de oude richtlijn. Ze zorgt voor uniforme regels voor toegang tot fysieke infrastructuur, inclusief overheidsgebouwen, en legt een digitale informatieplicht vast via een centraal portaal. Vergunningen moeten sneller en gestandaardiseerd verlopen, openbare werken moeten beter worden gecoördineerd en nieuwe of grondig gerenoveerde gebouwen moeten klaar zijn voor fiber. Toegang en prijzen moeten billijk en marktconform zijn en rekening houden met investeringen en risico's.
Mijnheer Keuten, het wetsontwerp geeft inderdaad enkele bevoegdheden aan de Koning. Dat is gebruikelijk bij telecomwetgeving, omdat er vaak technische uitwerkingen aan te pas komen. Elk wetsontwerp of koninklijk besluit dat over telecom gaat, wordt afgestemd met de deelstaten. Dat is zo vastgelegd in een samenwerkingsakkoord van 2006. De wetgeving wordt eerst afgestemd via een interministerieel comité en nadien formeel goedgekeurd via het Overlegcomité. Dat is hier niet anders. We werken trouwens aan de herziening van het samenwerkingsakkoord om andere bepalingen van de GIA in ons land te implementeren. Verschillende vergaderingen met de gemeenschappen en gewesten zijn daarvoor al belegd. U hoeft zich dus geen zorgen te maken: de formele procedure die de samenwerking tussen federale en regionale bevoegdheden regelt, wordt gevolgd en toegepast.
De bevoegdheid die aan het BIPT ingevolge het wetsontwerp wordt toegewezen, kan men met het huidige personeelsbestand invullen. Het BIPT is namelijk al bevoegd om geschillen tussen operatoren te behandelen.
Mijnheer Soete, samen met u wacht ik nog op het besluit van de BMA inzake het samenwerkingsakkoord van Proximus en Wyre in Vlaanderen. Die overlegt nog met de Europese Commissie om de op te leggen voorwaarden te finetunen. Door samen te werken, kunnen de bedrijven kosten delen en sneller investeren. Een deel van de voordelen moet de consument ten goede komen. Het kan gaan over een snellere uitrol, minder graafwerken en lagere netwerkprijzen, wat dan weer kan leiden tot lagere prijzen voor de gebruiker.
Ik blijf me inzetten voor betere connectiviteit en toegang tot snel internet voor alle burgers.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1261/4)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1261/4)
Het opschrift in het Nederlands werd door de commissie gewijzigd in "wetsontwerp tot uitvoering van Verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen, tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn 2014/61/EU (gigabitinfrastructuurverordening)."
L'intitulé
en néerlandais a été modifié par la commission en "wetsontwerp tot
uitvoering van Verordening (EU) 2024/1309 van het Europees Parlement en de Raad
van 29 april 2024 inzake maatregelen om de kosten van de uitrol van
elektronischecommunicatienetwerken met gigabitsnelheden te verlagen, tot
wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Richtlijn
2014/61/EU (gigabitinfrastructuurverordening)."
Het wetsontwerp telt 23 artikelen.
Le projet de loi compte 23 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 23 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 23 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
18.01 Anne Pirson, rapporteur: Madame la présidente, je renvoie à mon rapport écrit.
18.02 Kurt Moons (VB): Mevrouw de voorzitter, dit wetsontwerp heeft betrekking op het jaarlijks vakantiestelsel en het vakantiegeld dat wordt uitbetaald aan arbeiders en kunstenaars. Zowat 1,6 miljoen arbeiders en kunstenaars ontvangen vakantiegeld, wat neerkomt op 6,5 miljard euro op jaarbasis. Het vakantiegeld wordt berekend en uitbetaald door negen speciale vakantiefondsen en door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie, samen dus tien instellingen die zich bezighouden met de uitbetaling van die 6,5 miljard euro.
Dit wetsontwerp behandelt specifiek de verhoging van de jaarlijkse bijdrage door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, de RVA, aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie. De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie beschikt niet over voldoende geld om het jaarlijks vakantiegeld aan arbeiders te betalen.
Het wetsontwerp heeft geen betrekking op de normale jaarlijkse vakantie, maar wel op de jaarlijkse vakantie bij tijdelijke werkloosheid om economische redenen. Arbeiders die tijdelijk werkloos zijn om economische redenen hebben daardoor toch recht op jaarlijkse vakantie.
De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening draagt 6 % bij aan het totale bedrag dat moet worden uitbetaald. In 2024 was dat 6 % van 370 miljoen euro, dus 22 miljoen euro. Een verhoging van 6 % naar 10 %, want dat is de bedoeling, impliceert dat de jaarlijkse bijdrage van de RVA aan de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie stijgt met 15 miljoen euro tot 37 miljoen euro.
Wij staan uiteraard niet negatief tegenover het gegeven dat voorzien moet worden in de financiering van het vakantiegeld waarop arbeiders recht hebben. Op zich zou dit wetsontwerp geen probleem vormen, ware het niet dat er onvoldoende middelen zijn, waardoor de ene rijksdienst moet tegemoetkomen voor de andere. Niettegenstaande onze positieve houding ten opzichte van het principe, betekent dat niet dat we niet kritisch kunnen zijn tegenover bepaalde wetsontwerpen. Volgens ons gaat het hier om symptoombestrijding, waarin de regering-De Wever wel erg sterk is.
De minister verklaarde in de commissie zelf dat het wetsontwerp feitelijk een pleister op een houten been is. Het is volgens hem trouwens ook geen structurele oplossing die bovendien het tekort zou kunnen dichten.
Wij zijn kritisch om twee redenen.
Ten eerste, de wet zorgt voor een verdere instandhouding van het nodeloos complexe systeem van de verschillende statuten, met name de bedienden, de arbeiders en de ambtenaren. Het zou veel eenvoudiger zijn als de werkgever de vakantie van de arbeiders ook zelf zou uitbetalen, zoals dat gebeurt bij de bedienden, en niet via bepaalde instellingen. De eenmaking van die statuten blijft echter uitgesteld, hoewel alles veel eenvoudiger zou kunnen worden en de arbeidsmarkt daarmee ook flexibeler zou kunnen worden. Is het nu echt zo moeilijk om ter zake verregaandere maatregelen te treffen tot een eenmaking van de statuten, wat ook de administratieve opvolging zou vereenvoudigen? Omdat onze fractie het principe van vereenvoudiging onderschrijft, ziet zij het ontwerp dan ook als een voortzetting van de bestaande anomalie tussen de statuten van arbeiders en bedienden. Dat is het eerste punt van kritiek.
Het tweede punt van kritiek betreft het financieel wanbeheer in de openbare instellingen van de sociale zekerheid. Zowel de RVA als de RJV of Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie kreeg veel kritiek van het Rekenhof over de jaarrekeningen. Het gaat onder meer over het ontbreken van belangrijke rechten en plichten buiten balans, over het ontbreken van reconciliatie tussen bepaalde andere overheidsinstellingen, maar vooral ook over het niet correct toewijzen van inkomsten en uitgaven aan het daarop betrekking hebbende jaar. De kasboekhouding blijft dus bestaan in dit landje. Dat dat na meer dan tien jaar nog altijd niet werd en wordt gecorrigeerd, geeft duidelijk aan dat er binnen de regering-De Wever geen enkele houvast bestaat omtrent cijfers en dat zelfs geen rekening wordt gehouden met de door de burgers te betalen belastingen.
Voor het Vlaams Belang is het dan ook problematisch om onvoorwaardelijk geld te blijven steken in systemen die achterhaald zijn en in overheidsdiensten die hun eigen boekhouding niet op orde krijgen.
Wij zullen ons bij de stemming over het ontwerp dan ook onthouden.
18.03 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mevrouw de minister, dit betreft inderdaad een tijdelijke oplossing die uitvoering geeft aan het advies van de sociale partners. Dit is een probleem dat we vooral kennen uit de coronaperiode, omdat er toen veel tijdelijke werkloosheid was. Er wordt hier bijkomende financiering voorzien voor die dagen tijdelijke werkloosheid. Werknemers kunnen aan tijdelijke werkloosheid niets doen. Ze worden op tijdelijke werkloosheid gezet wegens economische moeilijkheden of gewoon omdat het vriest buiten. Het jaar nadien zouden zij dan geen vakantie hebben. Omdat we dat nu gelijkstellen, wordt er ook een financiering voorzien.
Collega Moons, ik kan alleen vaststellen dat het Vlaams Belang voor is, maar dan ook weer niet. Normaal doe ik daar niet aan mee, maar ik vind die houding een beetje six-seven. Als we uw houding zouden volgen, zouden al die arbeiders die op tijdelijke werkloosheid staan om redenen waaraan ze niets kunnen doen, het jaar nadien geen congé hebben. Dat wil toch niemand. Mensen die elke dag hard werken en die wegens vorst op economische werkloosheid staan, zouden daardoor congé verliezen het jaar nadien.
Ik kom tot mijn punt. Dit is inderdaad ook voor ons geen structurele oplossing. Ik heb dat ook in de commissie gezegd. Ik wil dat nog eens herhalen hier in de plenaire. Dat vakantiestelsel kan echt wel vereenvoudigd worden. Het is bijzonder complex. We doen het hier nu voor tijdelijke werkloosheid, maar er is ook het zorgverlof, en dat voorbeeld wil ik echt nog eens hier aanhalen. We hebben in uitvoering van een Europese richtlijn vijf dagen zorgverlof gegeven aan ouders, bijvoorbeeld om voor een ziek kind te zorgen. Dat is in het kader van het verlof om dwingende redenen. Dat is onbetaald. Iedereen die kleine kinderen heeft of heeft gehad, weet het, baby's, peuters en kleuters hebben bijna een abonnement bij de dokter, die zijn vaak ziek. Als men die vijf dagen zorgverlof opneemt, dan heeft men ook minder jaarlijkse vakantie het jaar nadien. Eigenlijk is het toch wel zot. Enerzijds geven wij vijf dagen zorgverlof om voor zieke kinderen te zorgen, maar anderzijds is er het jaar nadien een impact op de gewone jaarlijkse vakantie, terwijl dat ook een middel is om werk en gezin beter te combineren.
Daarom pleit ik voor een vereenvoudiging van dat stelsel, voor een structurele oplossing, zodat mensen gewoon recht hebben op hun congé, elk jaar opnieuw, wanneer ze gewerkt hebben. Dank u wel.
De voorzitster: Bedankt, collega. Collega’s, de goede luisteraar heeft opgemerkt dat six-seven ondertussen ook ons halfrond heeft bereikt.
Ik zie dat collega Ronse zich geroepen voelt om zich in het debat te mengen. De heer Moons en mevrouw Moscufo willen ook nog tussenkomen.
18.04 Axel Ronse (N-VA): Wat is six-seven? Dat is mijn eerste punt.
Ten tweede, mijnheer Moons, had ik dat niet gedacht van u. Ik dacht dat u en uw partij er ook zijn voor de arbeider. U zult zich onthouden bij de stemming over een voorstel waardoor ze voor tijdelijke werkloosheid, zoals collega Vanrobaeys zegt, vakantiegeld krijgen. Dat kan toch niet? Wat zal het Vlaams Belang zeggen aan al die arbeiders die tijdens de coronacrisis op tijdelijke werkloosheid hebben gestaan of die miserie gekend hebben? Zult u hun werkelijk zeggen dat ze geen vakantiegeld krijgen voor die periode? Nee toch? Keur dit toch gewoon goed. Het is een goed voorstel, een goed wetsontwerp.
Mevrouw Vanrobaeys heeft een heel verstandige tussenkomst gehouden. Op het einde was ze zelfs superverstandig, want we moeten inderdaad evolueren naar een structurele oplossing. Het is niet meer van deze tijd dat vakantiegeld gebaseerd is op wat het jaar ervoor werd gepresteerd. Laat dat op basis van het jaar zelf gebeuren. Dat is overal zo. Ik heb daarvoor een wetsvoorstel ingediend. Ik voel daarvoor zeer brede steun, ook van Vooruit, mits een kleine aanpassing, maar dat komt in orde. Er zal een strik rond komen en we zullen de vakantiekassen afschaffen.
Tot slot nog iets waarmee we naadloos kunnen overgaan naar mevrouw Moscufo. Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat zelfs mevrouw Moscufo voor dit wetsontwerp is, want mevrouw Moscufo vindt het belangrijk dat arbeiders ook voor hun tijdelijke werkloosheid vakantiegeld krijgen. Mevrouw Moscufo vindt het waarschijnlijk ook absurd, denk ik, dat men pas na een jaar zijn vakantiegeld krijgt. Mijnheer Tonniau vindt dat ook trouwens. Ik denk dat hier de komende maanden iets zeer leuks zal gebeuren. Het onvoorspelbare zal gebeuren. De PVDA zal namelijk mogelijks een wetsvoorstel van de N-VA goedkeuren. Dat hoop ik. Dank u wel.
18.05 Kurt Moons (VB): Mevrouw de voorzitster, het wordt hier alsmaar leuker. Mevrouw Vanrobaeys, u luistert helemaal niet en legt mij woorden in de mond die ik nooit heb uitgesproken. Dat komt immers goed over op sociale media. U neemt de gewoonte over van uw collega's die ons willen framen.
Dat klopt helemaal niet. Wij hebben nooit gezegd dat we tegen de financiering van de jaarlijkse vakantie zijn. Dat de heer Ronse ook op diezelfde kar springt, toont duidelijk aan dat hij niet heeft geluisterd. Dat vind ik heel raar. Enfin, het is zijn gewoonte om ons woorden in de mond te leggen. Ik heb gewoon gezegd dat het toch normaal is dat iedereen betaald wordt zoals het hoort en volgens de wetgeving, maar het gaat bij u altijd om symptoombestrijding. Vlugvlug een wet erdoor jagen, zonder naar de essentie van het verhaal te kijken. Het gaat over het feit dat we nog altijd met verschillende statuten zitten voor bedienden, arbeiders en ambtenaren. We maken het verschrikkelijk ingewikkeld. U zegt dan steeds dat u ermee bezig bent en dat het er wel zal komen, maar ondertussen gebeurt er niets.
Verder wordt het feit dat we overheidsinstellingen hebben die elkaar moeten ondersteunen omdat ze hun eigen rekeningen niet op orde hebben weggeveegd en komt er uiteindelijk niets constructiefs tot uiting. U kunt ons enkel maar woorden in de mond leggen ten behoeve van filmpjes op sociale media. Ik pik het niet dat u niet aandachtig luistert naar de woorden die we uitspreken. Dit komt helemaal niet goed.
18.06 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Madame la présidente, je constate que M. Clarinval n'est pas présent pour la discussion du projet de loi.
De voorzitster: Dat klopt, mevrouw Verlinden zal hem vervangen. Dat is afgesproken.
18.07 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Désolée, madame Verlinden. Je n'avais pas eu l'information que vous remplaciez M.°Clarinval, même si on ne remplace jamais vraiment quelqu'un. Chacun est en soi un individu à part entière, n'est-ce pas, madame?
Je me dis que M. Clarinval se cache peut-être quelque part. C'est vraiment dommage qu'il ne soit pas venu. Peut-être attend-il encore mes excuses. Mais s'il était venu, il aurait pu m'entendre dire que c'est plutôt à lui de s'excuser, parce qu'il a présenté des chiffres qui ne correspondent pas à la réalité. C'est important et j'aurais voulu lui dire en face qu'il est quand même assez loin de la réalité. Ses chiffres ne tiennent pas compte de toute une série de postes qui, entre-temps, ne sont plus vacants, puisqu'ils sont maintenant occupés par des travailleurs ayant répondu aux offres d'emploi. Nous ne sommes pas les seuls à le dire. En effet, un article faisant suite à l'émission QR le débat d'hier dit que, tenant compte de toute une série de chiffres, au-delà de ceux de Statbel, il y a bel et bien une différence de 100 000 emplois par rapport à ce qu'avance M. Clarinval. J'en déduis qu'il veut gonfler les chiffres, parce que, pour vendre sa réforme injuste, il veut prouver qu'il suffit de traverser la rue pour trouver un autre boulot. Malheureusement, la réalité est tout autre. J'attends donc les excuses de M. Clarinval!
18.08 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw Moscufo, ik was vol aandacht aan het luisteren, maar misschien heb ik de climax van uw betoog niet begrepen. Zult u dan voorstemmen?
18.09 Nadia Moscufo (PVDA-PTB): (…)
18.10 Axel Ronse (N-VA): J’aime l’entendre.
18.11 Minister Annelies Verlinden: Collega’s, er werd mij gesignaleerd dat de discussie al in commissie werd gevoerd en ik kan dus namens collega Clarinval verwijzen naar de debatten over het ontwerp in commissie.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1257/3)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1257/3)
Het wetsontwerp telt 3 artikelen.
Le projet de loi
compte 3 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Dit voorstel is aangenomen door de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen met toepassing van artikel 76 van het Reglement.
Cette proposition a été adoptée par la commission des Relations extérieures en application de l'article 76 du Règlement.
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1315/5)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1315/5)
Discussion
De bespreking is geopend.
La discussion est ouverte.
19.01 Els Van Hoof, rapporteur: Mevrouw de voorzitster, ik zal verslag uitbrengen samen met collega Lydia Mutyebele.
Volgens de beslissing van de plenaire vergadering van vorige week is de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen gisteren samengekomen op grond van artikel 93 van het Kamerreglement om het voorstel van resolutie over de situatie in Groenland dat een week eerder door dezelfde commissie werd aangenomen, te herzien. Het doel van de terugzending was om de tekst aan te passen in het licht van recente internationale ontwikkelingen en in het bijzonder de uiteenzetting van onze premier tijdens de informele bijeenkomst van de Europese Raad op 22 januari 2026.
Van de 38 amendementen die door alle politieke fracties werden ingediend, werden er 18 aangenomen. Die amendementen hadden tot doel, ten eerste, om bepaalde aspecten te verduidelijken die in de oorspronkelijke tekst te vaag of anekdotisch waren, ten tweede, om elementen toe te voegen die de premier had aangedragen tijdens de vergadering van het adviescomité voor Europese Aangelegenheden op 28 januari 2026, ten derde, om de tekst aan te passen aan de meest recente verklaringen over Groenland van de president van de Verenigde Staten, Donald Trump, de voorzitster van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, en de secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte, en, ten vierde, om de noodzaak te benadrukken om prioriteit te geven aan dialoog en openheid, terwijl er wordt gewerkt aan de militaire en strategische autonomie van de Europese Unie.
De commissieleden herhaalden hun verontwaardiging over de houding van de Verenigde Staten ten opzichte van Groenland, die in strijd is met het internationaal recht en de soevereiniteit van staten. Sommige leden vonden dat de tekst verder moest gaan in de veroordeling van die onaanvaardbare opmerkingen, terwijl anderen opriepen tot een vastberaden maar afgewogen standpunt ten opzichte van een land dat een essentieel onderdeel blijft van de trans-Atlantische alliantie. Bovendien riepen de leden op tot solidariteit met de Deense en Groenlandse autoriteiten en tot een ondubbelzinnige stellingname van de Europese Unie.
19.02 Lydia Mutyebele Ngoi, rapporteur: Chers collègues, à l'issue de la réunion, une nouvelle version de la résolution a été adoptée par dix voix et quatre abstentions. L’objectif de la proposition de résolution demeure de réaffirmer la solidarité de la Belgique avec le Danemark et le Groenland face aux menaces pesant sur leur souveraineté, en rappelant que l’avenir du Groenland doit être décidé par les Groenlandais, conformément à la loi danoise de 2009 sur l’autodétermination.
Elle insiste sur le respect strict de l’intégrité territoriale des États européens. Sur le plan militaire, la Belgique doit soutenir les initiatives visant à renforcer la sécurité dans l’Arctique, notamment en participant aux opérations "Arctic Sentry OTAN" et "Arctic Endurance" européenne, afin d’accroître la présence et la vigilance dans cette région stratégique.
Le gouvernement belge est invité à agir sur plusieurs fronts: promouvoir le droit international, l’intégrité territoriale et un ordre mondial fondé sur des règles; apporter un soutien complet, militaire, économique et diplomatique, au Danemark et au Groenland; s’impliquer dans la stratégie arctique de l’Union européenne et soutenir une nouvelle stratégie de sécurité européenne en 2026.
Enfin, la Belgique doit renforcer son dialogue avec les États‑Unis pour défendre les intérêts européens, réévaluer les accords commerciaux avec Washington et accélérer la construction d’une autonomie stratégique européenne en réduisant sa dépendance militaire et stratégique, tout en développant des capacités propres. L’objectif est de bâtir une Europe plus forte, résiliente et souveraine.
La Commission a marqué son accord pour un rapport oral à la séance plénière de ce jour, le 29 janvier.
Je vous remercie.
19.03 Britt Huybrechts (VB): Collega’s, sta mij toe te beginnen met ons standpunt, namelijk volkssoevereiniteit. Groenland aan de Groenlanders, en dus moet het Groenlandse volk zelf beslissen over zijn toekomst. Pogingen tot annexatie of druk van welke grootmacht dan ook zijn onaanvaardbaar. Tot dat punt volgen wij de voorliggende resolutie.
Dan komt echter het punt over Defensie. Het Vlaams Belang zal nooit toelaten dat onze militairen op missies naar Groenland worden gestuurd, zeker niet als dat tot escalatie kan leiden. Onze militairen zijn er om de veiligheid van ónze burgers te beschermen en niet voor militair avonturisme.
Laten we dan ook ineens stoppen met te doen alsof de Europese Unie vandaag een geloofwaardige geopolitieke macht is. Dat is ze niet en dat is haar eigen schuld. Jarenlang was de Europese Unie niet bezig met strategische autonomie, maar wel met het kapotmaken van onze burgers en bedrijven, met het kapot reguleren van onze burgers en bedrijven en met het dicteren van wat wij mogen denken, zeggen en doen, terwijl men naliet om te investeren in industrie, defensie, landbouw en energiezekerheid. Ik kan zo nog heel lang doorgaan. Ondertussen heeft men Europa extreem afhankelijk gemaakt van anderen.
In de commissie hoorde ik ook pleiten voor tanden tonen. Mijn dochtertje van bijna een jaar heeft meer tanden dan de Europese Unie. Ze heeft er welgeteld drie.
Bovendien bevat voorliggende resolutie ook de vraag om de budgetten in de Europese meerjarenbegroting voor Groenland te verdubbelen zonder enige duidelijkheid over wat het Belgische aandeel in die budgetten zal zijn. Dat moet gebeuren in tijden van budgettaire krapte, waarin de huidige regering de Vlaming verder uitperst met nieuwe en hogere belastingen, zoals de vliegtaks, de Jambontaks en de aardgastaks. Ook met die voorbeelden kan ik nog heel lang doorgaan. Op dat moment wordt hier achteloos voorgesteld om nog meer geld naar het buitenland te sturen. Men moet maar durven.
Gaan we werkelijk opnieuw geld vrijmaken voor het buitenland, terwijl hier de zorg kraakt, justitie faalt, veiligheid tekortschiet en onze mensen elke maand meer betalen voor energie, woon- en mobiliteitskosten? Dat zijn inderdaad keuzes, maar het Vlaams Belang maakt als enige partij andere keuzes, want wij willen investeren in onze mensen.
Dan nog een kleine, maar veelzeggende vaststelling. Iedereen is vandaag plots een grote voorstander van volkssoevereiniteit. Het doet deugd om te horen dat de N-VA dat woord nog in de mond durft te nemen. Wie weet denkt de N-VA op een dag ook nog eens aan de Vlaming.
Het was bijzonder pijnlijk om vast te stellen dat een resolutie die pleit voor democratie en volkssoevereiniteit eerst grotendeels alleen in het Frans werd bezorgd. Ik mocht al blij zijn dat de meerderheidsamendementen naar het Nederlands werden vertaald. Ik moest dankbaar zijn omdat ik in dit land zaken in het Nederlands mag ontvangen.
Collega's, ik hoop oprecht dat, nu Groenland is besproken, de regering-De Wever eindelijk opnieuw aandacht voor het binnenland zal hebben. Het lijkt alsof deze regering nog meer dan vorige regeringen alleen maar naar het buitenland kijkt, misschien om niet te hoeven kijken naar wat men hier misdoet. Buitenlandse politiek begint niet met grote woorden, maar met orde op eigen zaken stellen. Wie zijn eigen grenzen niet bewaakt, zijn eigen straten niet veilig houdt en zijn eigen bevolking steeds verder uitperst, zal internationaal nooit ernstig worden genomen.
Het Vlaams Belang kiest daarom niet voor militair avonturisme, geen blanco cheques en geen Europese zelfoverschatting, maar wel voor realisme en voor prioriteit geven aan het binnenland, uit liefde voor ons volk. Dat is de enige prioriteit van het Vlaams Belang, gisteren, vandaag, morgen en voor altijd.
Voorzitter:
Peter De Roover.
Président: Peter De Roover.
19.04 Kathleen Depoorter (N-VA): Collega's, ik was van plan op mijn plaats te blijven zitten, maar na zoveel naïviteit en een speech over de terugkeer naar de torenwachters rondom de steden die het eigen volk gaan verdedigen, vind ik het toch belangrijk om hier op het spreekgestoelte te staan. We hebben het over vrede, veiligheid, het bewaken van territorialiteit, het bewaken van Europees grondgebied, en dan hoor ik spreken over militair avonturisme wanneer we een missie naar Groenland zouden steunen. Het kan er even niet in, collega's.
Laat mij duidelijk zijn, het ging over een dreiging ten aanzien van het internationale recht, het ging over het innemen van territorium van een Europese lidstaat, van Denemarken en Groenland. Het was dan echt wel noodzakelijk om ons hier in dit Parlement te beraden over de positie die we zouden innemen.
Onze positie is heel duidelijk. Wij staan bij de Denen, wij staan bij de Groenlanders en zij zijn degenen die beslissen over hun territorium. Zij zijn degenen die beslissen over hun toekomst. Wij laten ons niet afdreigen, wij laten ons niet door machtsretoriek beïnvloeden. Het is absoluut noodzakelijk dat we de integriteit van de Europese staten als niet-onderhandelbaar zien.
Die integriteit van de Europese staten is ook beschermd, collega's, door het VN-charter, door resolutie nr. 2625, door de akkoorden van Helsinki. Er is één kernprincipe: geen dreiging, geen geweld, geen inmenging. Dat is wat we in het gehele traject rond deze resolutie verteld hebben. Territoriale ambities van andere grootmachten zijn gewoon onaanvaardbaar. Wij willen respect, wij willen overleg en dat is waar we ook altijd voor gepleit hebben.
Uiteraard, collega's, is het absoluut noodzakelijk dat wanneer er mogelijkheden zijn om tot oplossingen te komen, wanneer er na een vorm van crisis mogelijkheden geopend worden om tot een collegiaal overleg te komen en ervoor te zorgen dat de Groenlanders en de Amerikanen tot een mooi discours komen en samen aan veiligheid gaan werken, binnen die trans-Atlantische vennootschap, binnen de NAVO, wij dat absoluut en volledig steunen.
Wij steunen de NAVO-operatie Artic Sentry, wij steunen de Europese Operation Arctic Endurance en de versterkte aanwezigheid van Europa in het Hoge Noorden. We doen dat niet om te provoceren, maar wel om te stabiliseren en te beveiligen, om onze grenzen en Europa te beveiligen, maar ook om Europa sterker te maken. Die Europese strategische autonomie is essentieel. Daarvoor moeten we inzetten op een sterke defensie en dat is ook wat Arizona op dit moment doet. We zetten daar heel grote stappen in. We moeten die samenwerking als Unie verderzetten en dat kunnen we op een economische manier ook heel goed. Een sterk Europa is een Europa dat aan de onderhandelingstafel absoluut het woord heeft en ervoor kan zorgen dat internationaal recht wordt gegarandeerd en dat de mensenrechten worden beschermd. We zullen onze belangen altijd blijven verdedigen.
Dat we Denemarken en Groenland blijven steunen, zowel militair en diplomatiek als economisch, is maar de normaalste zaak van de wereld. Zij zijn onze partners, maar dat we ook benadrukken dat onze relatie met onze NAVO-partners heel belangrijk is en dat de NAVO ervoor gezorgd heeft dat er in deze regio al decennialang stabiliteit en vrede is, ook dat is de normaalste zaak van de wereld. Daar moeten wij samen voor gaan en voor blijven vechten. Dat is ook wat we doen. We blijven inzetten op handelsakkoorden en we blijven praten, ook al is het soms moeilijk. Als laatste redmiddel zullen we proportionele maatregelen nemen. Ze zijn er en we kunnen ze gebruiken wanneer dat nodig zou blijken. We zullen deze crisis gebruiken om de defensiecapaciteiten binnen onze territoria, in Europa en in ons land te versterken en we doen dat allemaal op basis van respect en verantwoordelijkheid.
19.05 Hervé Cornillie (MR): Chers collègues, pour ma première thématique en relations internationales, j'ai été gratifié d'un beau dossier et je peux dire que, ces dernières semaines, j'ai été particulièrement attentif à la politique sécuritaire au Groenland, aux questions que vous avez toutes et toutes posées au premier ministre et au ministre des Affaires étrangères à diverses reprises.
Alors, modestement, je voudrais en tirer, au nom du MR, quatre leçons, ou mettre quatre aspects en avant. Le premier d'entre eux, ce sera que la politique américaine connaît une rupture conceptuelle. Nous ne sommes pas face à des inflexions, à des évolutions, mais à de véritables ruptures tant sur le plan interne que sur le plan externe, tant vis-à-vis des citoyens américains et des habitants vivant aux États-Unis que vis-à-vis des États qui ont des relations diplomatiques, commerciales ou sécuritaires avec Washington. Plus rien n'est écrit, plus rien n'est prévisible.
Ce qui peut passer pour une lubie du locataire de la Maison-Blanche doit être pris au sérieux. Annexer l'île Arctique sous tutelle danoise, violer l'intégrité territoriale du royaume du Danemark, menacer publiquement le Groenland d'achat ou d'une invasion armée américaine, et d'imposition de tarifs à l'encontre de quiconque s'y opposerait; Washington expose sans tabou ni limite diplomatique ses objectifs, ses menaces, à ses alliés comme à ses rivaux. Les projets extravagants, les injures, les mensonges, les manœuvres de déstabilisation, tous les moyens sont utilisés et le Groenland n'est certainement pas le dernier projet fumeux de Trump et de ses successeurs idéologiques. En commission, j'ai évoqué le fait qu'il n'a pas de surmoi, ne comptez donc pas sur lui pour modérer ou contrer ses pulsions.
Deuxième aspect, les États européens doivent resserrer les rangs. Si l'adhésion de la Suède et de la Finlande à l'OTAN a fait suite à l'invasion russe de l'Ukraine, la crise avec Washington que nous venons de connaître est venue donner une nouvelle impulsion à l'unité européenne. La comparaison peut sembler a priori audacieuse, sinon déplacée, mais il est certain que la cohésion des 27 et la politique européenne autour du Danemark se verront renforcées à la suite de cette séquence diplomatique. La Belgique commettrait une erreur en ne renforçant pas ses liens avec Copenhague, et elle doit lui proposer, avec l'Allemagne ou les pays scandinaves, un dialogue stratégique sur des dossiers qui se trouvent en 2026 au cœur de l'action de l'Union européenne.
Troisième aspect, malgré ces liens resserrés, nous ne pouvons pas nous affranchir tout à fait des États-Unis sur les moyens militaires, technologiques ou énergétiques. Sur le fond, aucun leader européen n'en conteste l'importance, même la nécessité. L'Union européenne est dépendante et entretient des relations avec les États-Unis pour sa sécurité, et elle a besoin de Washington pour trouver une issue à la guerre en Ukraine. Washington doit, demain, contribuer à la sécurité du continent, comme elle l'a fait ces dernières années.
Quatrième aspect, l'Union européenne doit prendre en charge sa propre sécurité et ne peut pas la sous-traiter, aurais-je envie de dire. C'est possible à 360 degrés, comme le prévoit la Boussole stratégique de 2022. Nous savons que la puissance russe dans la zone est grande. Je pense à la flotte du nord, qui est une composante stratégique majeure de sa marine, avec des bâtiments de surface et des sous-marins équipés de lanceurs d'engins nucléaires. L'espace arctique est le plus court chemin aérien, balistique ou par avion, entre la Russie et les États-Unis. La Chine investit également dans cette zone. Il est donc indispensable que nous renforcions nos moyens militaires pour la défense du Groenland.
Le secrétaire général de l'Alliance Mark Rutte et la première ministre danoise ont déclaré le 22 janvier dernier que l'OTAN devait "augmenter ses engagements dans l'Arctique, car la défense et la sécurité y sont de la responsabilité de toute l'Alliance". Il en va tout simplement de notre propre sécurité.
Chers collègues, la manière dont Trump a conduit ce dossier est, dirons-nous diplomatiquement, incontestablement particulière et a provoqué une saine réaction. Comme libéral optimiste, j'ai toujours envie de reconnaître dans une crise le mérite qu'elle peut avoir. Je pense à une unité renforcée des Européens, à une plus grande rapidité dans le processus décisionnel, à une volonté d'investir dans la sécurité de la zone au bénéfice de tous et à un réalisme pragmatique envers nos besoins de sécurité vis-à-vis de Washington.
Cette péripétie diplomatique doit nous tenir en alerte et nous forcer à assumer nos responsabilités. Le groupe MR soutiendra donc cette proposition de résolution et espère que vous en ferez autant.
19.06 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le président, chers collègues, encore une fois, nous devons commencer par un constat malheureux et récurrent. En effet, cette résolution, vous l’avez passée à la machine à laver de la N‑VA et de son atlantisme. On ne parle plus de réduire la dépendance aux États‑Unis, de remettre en cause l’accord scandaleux sur les droits de douane accepté par Mme von der Leyen, ni même de condamner les atteintes au droit international. Deux petits mots de M. Trump et de son valet M. Rutte ont suffi à vous amadouer.
Nous avions pu travailler de manière constructive la semaine dernière, mais aujourd’hui, nous en sommes là. Le jaune de la N‑VA a déteint sur vous tous, et nous nous retrouvons avec un texte lessivé. L’atlantisme aveugle a repris le dessus, et nous le regrettons sincèrement. Car au‑delà de nos appartenances politiques, c’est bien la crédibilité de notre Assemblée et la clarté de la position belge sur la scène internationale qui sont en jeu. Et cette question de crédibilité est d’autant plus cruciale que, ces derniers jours, votre premier ministre lui‑même, à Davos, a surpris par un durcissement inédit de son discours vis‑à‑vis des États‑Unis. On a entendu parler de la fin du vassal heureux et du risque de devenir un esclave malheureux si l’Europe ne renforce pas enfin son autonomie stratégique. Ce sont des propos inhabituels, qui montrent à quel point la Belgique et l’Europe se trouvent à un tournant géopolitique majeur.
D’ailleurs, permettez‑moi une image. On a appris récemment qu’une équipe de chercheurs britanniques a découvert que l’iceberg responsable du naufrage du Titanic s’était détaché du Groenland 100 000 ans avant la catastrophe, 100 000 ans avant qu’il ne vienne déchirer le flanc d’un navire que l’on croyait insubmersible. Aujourd’hui, j’ai parfois l’impression que la majorité aussi avance vers son iceberg, un iceberg très contemporain, l’iceberg Trump, sans même lever les yeux de la proue. Un bloc massif, imprévisible, qui dérive depuis longtemps dans les eaux géopolitiques, et que tout le monde voit sauf celles et ceux qui persistent à naviguer comme si rien n’avait changé.
Pendant que votre premier ministre nous explique à Davos que l’Europe doit cesser d’être dépendante, ici, votre majorité a encore refusé de travailler sur un texte qui visait précisément à renforcer notre souveraineté, notre autonomie et notre crédibilité. C’est dans ce contexte que nous déposons nos amendements, qui visent à rappeler explicitement les principes fondamentaux du droit international, à renforcer la coordination européenne et à anticiper les risques de déstabilisation dans une région hautement stratégique, le Groenland.
Je voudrais également rappeler que notre vision du lien transatlantique est exigeante mais équilibrée. Nous croyons à un partenariat fort avec les États-Unis, mais à un partenariat d’égal à égal, pas à une relation de dépendance. C’est pour cette raison que nous avons déposé un amendement demandant d’annuler l’achat des 11 F-35 supplémentaires, qui posent de lourdes questions en termes d’autonomie stratégique européenne et de retours sociétaux, et de réorienter ces fonds vers des investissements duals capables de renforcer la résilience belge.
Comment expliquez-vous que, d’un côté, votre premier ministre nous dise qu’il faut sortir du vasselage et que, de l’autre, vous multipliez les investissements qui accentuent la dépendance de l’Europe et de la Belgique? En votant cette résolution avec tous les ménagements que vous avez concédés, vous confirmez que Trump est votre Roi-Soleil, votre dieu divin, et que vous êtes des vassaux heureux, très heureux et assumés. Le Groenland, le Venezuela, la Palestine, l’Ukraine et bien d’autres dossiers encore, vos décisions dépendent de ce qu’il vous dit, et M. Theo Francken est votre joker dans la cour du roi.
Nous ne voulons pas rompre le lien transatlantique. Nous voulons un lien adulte, cohérent et digne d’une Europe qui se respecte, d’une Europe capable d’assumer sa sécurité, sa technologie, son industrie et son avenir. C’est pourquoi nous avons décidé de nous abstenir, parce que la situation internationale l’exige, parce que les menaces sur la souveraineté du Groenland ont des implications directes pour notre sécurité, pour l’ordre international fondé sur des règles et pour l’avenir de notre relation transatlantique, déjà fragilisée par des tensions commerciales, politiques et stratégiques, parce que notre responsabilité dépasse les clivages internes et nous oblige à avoir une (…)
19.07 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Chers collègues, il y a des décennies où rien ne se passe; et puis il y a des semaines où des décennies se passent. C'est vraiment ce qu’il se passe ces dernières semaines.
Je voudrais un peu m'attarder sur ce qu’il se passe vraiment depuis deux semaines. En fait, ce qu'on a vu ces deux dernières semaines, c'est que depuis que Donald Trump a voulu mettre à exécution ses menaces d'annexion du Groenland, des yeux se sont ouverts. Certains ont découvert que non, les États-Unis n'ont pas d'alliés; ils n'ont que des intérêts.
On a entendu des mots forts. On a entendu dire: "jusqu'ici et pas plus loin". On a même entendu M. Ducarme dire qu'il fallait remettre en cause l'achat des F-35 supplémentaires aux États-Unis. On a parlé de contre-mesures, et c'était bien. C'était un premier pas.
Mais, chers collègues, j'ai une question à vous poser. Fallait-il attendre que l'Europe soit menacée pour se réveiller? Avant cette menace contre le Groenland, n’y avait-il pas déjà un très sérieux problème avec l'impérialisme américain par rapport à la souveraineté des peuples?
Je pense au peuple vénézuélien qui a vu son président kidnappé dans le simple et unique but d'avoir la mainmise sur le pétrole. Je vois le peuple cubain asphyxié par un embargo décrété par les États-Unis. Je vois le peuple palestinien qui subit un génocide depuis deux ans, pour l’unique raison de la complicité des États-Unis, par le soutien des États-Unis au régime d'Israël.
Mais même avant… Oui, vous pouvez rigoler. Rigolez-vous de ce qu’il se passe pour le peuple palestinien et de la complicité d'Israël et de Trump? Je crois qu'on peut se tenir.
Mais même avant ce que je viens de dire, d’autres choses se sont passées. Même l'Europe a été complice, bien sûr, de l'impérialisme américain. Quand on a bombardé l'Irak, la Libye, l'Afghanistan, c'était quoi? L’OTAN a fait cela avec l'Europe. C'était pourquoi, la guerre en Irak? C'était aussi pour le pétrole.
Chers collègues, alors que la résolution de la semaine passée était un premier pas allant dans le bon sens, il s'en est finalement fallu de peu de choses pour que vous fassiez marche arrière. Pour affaiblir la résolution, il aura fallu une conversation entre Rutte et Trump à propos du Groenland, dont on ne connaît pas le contenu. On ne sait pas ce qui a été négocié et on ne sait même pas au nom de qui M. Rutte a négocié.
Oui, après le réveil, il n'a fallu que peu de choses pour vous rendormir. Il est vrai que M. Trump a retiré sa menace concrète mais que lui a-t-on promis en retour? Peut-on par ailleurs s'y fier? Est-on aujourd'hui tranquille, maintenant qu'il a retiré sa menace? Bien sûr que non! Rien n'a changé à la stratégie de sécurité nationale qui a été dévoilée. Dans celle-ci, M. Trump dit clairement que les États-Unis sont maîtres dans tout l'hémisphère occidental, ce qui représente une menace pour la souveraineté non seulement du Groenland, du Canada mais aussi de tous les peuples d'Amérique latine.
Dès lors, chers collègues, nous nous abstiendrons sur cette résolution, parce que nous ne voulons être ni "un vassal heureux", ni un vassal utile à l'impérialisme américain. Nous voulons que l'Europe construise son propre chemin dans des relations économiques équitables avec le reste du monde. Nous voulons une Europe de la diplomatie et de la paix!
19.08 Michel De Maegd (Les Engagés): Monsieur le président, chers collègues, loin de certaines caricatures et outrances que j’ai entendues, tout le monde peut s’accorder sur un fait: le monde change à toute vitesse. Ce que nous croyions acquis hier ne l’est plus aujourd’hui, et les certitudes d’hier ne seront plus celles de demain. C’est dans ce contexte, et par esprit de responsabilité, que nous débattons aujourd’hui de ce texte.
Ce débat n’est pas ordinaire et il ne porte pas sur un territoire lointain, mais bien sur ce que nous sommes, ce que nous défendons et ce que nous acceptons – ou non – dans l’ordre international. La question du Groenland est donc primordiale, pour ce qu’elle est et pour les enjeux qui en découlent, mais surtout pour ce qu’elle révèle de l’état de notre monde, de la souveraineté, du droit international, de la dignité des peuples et de notre capacité collective, en Europe, à faire preuve de courage lorsque ces principes sont menacés.
Chers collègues, je voudrais, si vous me le permettez, commencer par une expérience personnelle. En 2015, lors d’un périple aérien à travers l’Arctique et le Grand Nord, j’ai eu l’occasion de me rendre au Groenland – en tant que journaliste à l’époque – à bord d’un avion Cessna. Vu d’en haut, le Groenland est saisissant: une beauté brute presque irréelle, des canyons de glace, et puis cette immense calotte glaciaire. Déjà, à l’époque, une réalité s’imposait: la glace reculait, la calotte se fragilisait et les paysages changeaient sous nos yeux. Il était clair que le Groenland n’était pas seulement un symbole climatique, mais aussi un territoire stratégique majeur: routes maritimes émergentes, ressources naturelles, équilibre militaire. Tout annonçait déjà que cette région deviendrait un nœud de tensions géopolitiques mondiales.
C’est pourquoi, lorsque je me suis engagé en politique, j’ai souhaité mettre ce dossier sur la table au Parlement. Avec plusieurs collègues, nous avons fait adopter en 2021 une résolution qui alertait déjà sur ces enjeux et sur la nécessité absolue de faire respecter le droit international là‑bas. Ce à quoi nous assistons aujourd’hui est donc la concrétisation de craintes que nous avions anticipées.
Comme je le disais plus tôt, la réalité du monde évolue à toute vitesse. Le revirement à 180 degrés du président Trump, comme l’a très bien rappelé le premier ministre Bart De Wever la semaine dernière à Davos, le démontre encore. C’est la raison pour laquelle nous avons décidé d’adapter notre texte. Mais je le dis clairement, il n’était pas question de l’affaiblir, car il s’agit d’un texte de principes fondamentaux, et ces principes restent pleinement d’actualité.
Cette proposition de résolution s’inscrit dans le prolongement des conclusions du Conseil européen de la semaine dernière. L’Europe y a fait preuve d’unité et a adressé un message de désescalade, tout en affirmant clairement son soutien aux peuples groenlandais et danois. Nous demeurons vigilants, tout en constatant qu’il n’existe à ce stade plus de menace directe, puisque le président Trump lui‑même a explicitement déclaré renoncer à l’usage de la force et à de nouveaux droits de douane.
Il faut le dire clairement, ce n'est jamais la fermeté qui provoque les crises, mais bien le renoncement. Chaque fois que l'Europe a fermé les yeux, elle n'a fait que repousser les crises. C'est pourquoi cette proposition de résolution est essentielle: elle ne cherche ni escalade ni désignation d'un ennemi; elle réaffirme les principes que nous défendons. Elle affirme que la souveraineté des États est inviolable, que les frontières ne se redessinent ni par la force ni sous la pression, que le droit international n'est pas à la carte et que les peuples ne sont pas à vendre. Elle appelle à une réponse européenne forte, fondée sur le soutien clair au Danemark et au Groenland, à une solidarité concrète et à un engagement résolu en faveur d'un autonomie stratégique européenne. Cette dernière ne signifie pas le repli, mais la capacité d'assumer nos responsabilités et promeut une indépendance énergétique et industrielle, des institutions efficaces et une défense européenne.
Monsieur le président, chers collègues, défendre le Groenland aujourd'hui revient à défendre une vision du monde, celle des Engagés, qui nous réunit tous ici. C'est un monde qui refuse la loi du plus fort et dans lequel le droit prévaut. C'est défendre l'idée que l'Europe ne sera jamais un terrain de jeu ni une variable d'ajustement pour d'autres grandes puissances. C'est défendre notre crédibilité et notre avenir.
Pour toutes ces raisons, mon groupe soutiendra avec grande conviction cette proposition de résolution.
19.09 Annick Lambrecht (Vooruit): Collega's, we moeten stoppen president Trump met fluwelen handschoenen aan te pakken. Onder Trump zijn de VS niet langer een bondgenoot, maar een directe bedreiging voor onze veiligheid, bedrijven, welvaart en koopkracht. De absurde claim op Groenland bewijst wat we allang vreesden: de oude trans-Atlantische band is geschiedenis. Europa mag niet langer plooien. De verzoeningspolitiek werkt eenvoudigweg niet bij een grootmacht die machtspolitiek tentoonspreidt, rode lijnen negeert en het internationaal recht ondergeschikt maakt aan het recht van de sterkste. Het is tijd dat Europa zijn eigen koers vaart en zijn tanden laat zien. Groenland behoort toe aan de Groenlanders en wij staan daar onvoorwaardelijk achter. We staan onvoorwaardelijk aan hun zijde. We voegen het woord bij de daad door onze militaire aanwezigheid daar te versterken en onze volledige economische macht paraat te houden en in de strijd te werpen, als dat nodig zou zijn.
Trump heeft in Davos nu misschien wel zijn kar gekeerd, maar hoelang zal dat duren? Eén week? Twee weken? Langer? De schade die de Verenigde Staten de afgelopen weken en het afgelopen jaar aan de NAVO hebben toegebracht, is onomkeerbaar en dat kunnen we ons niet nog eens permitteren. We moeten rekening houden met een Verenigde Staten die we niet altijd kunnen vertrouwen. Door onderhavig voorstel van resolutie goed te keuren, kiezen we voor een Europa dat op eigen benen kan staan en zijn eigen lot bepaalt. Of de dreiging nu van Poetin of van Trump komt, we bouwen aan een onafhankelijk continent dat onze belangen en partners in de toekomst veel beter kan beschermen. Groenland is niet te koop. Vooruit geeft vandaag een krachtig signaal voor onze vrijheid en voor zelfbeschikking.
19.10 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de voorzitter, vorige week hadden we reeds een tekst goedgekeurd in de commissie, maar we werden ingehaald door de actualiteit. We kunnen niet ontkennen dat er sindsdien een de-escalatie is gekomen. Trump heeft zijn spreekwoordelijke staart ingetrokken op het vlak van militair geweld, en ook de invoertarieven werden weer ingetrokken.
Gisteren was er nog een technisch overleg tussen Denemarken en de VS, waarna de Deense minister van Buitenlandse Zaken, de heer Rasmussen, heeft gezegd optimistischer te zijn.
Dat neemt niet weg, collega’s, dat alle gebeurtenissen van de jongste weken diepe wonden geslagen hebben in Europa. De vaststelling dat onze bondgenoot ons op die manier kan bedreigen, moet ons doen inzien dat we op eigen benen moeten kunnen staan. Dat is absoluut noodzakelijk. We willen met zekerheid kunnen zeggen dat de crisis over Groenland voorbij is, maar dat is geen realiteit.
Dit verklaart waarom we in de tekst via amendementen hebben aangegeven dat we de weg van dialoog en samenwerking willen openhouden. Toch blijft er volgens ons een tekst met duidelijke taal over. Daarom is deze resolutie belangrijk. Ik kan dat bewijzen met de consideransen en verzoeken, maar dat zal ik niet doen.
Ten eerste stellen we heel duidelijk dat de toekomst van Groenland moet en zal worden bepaald door de Groenlanders zelf.
Ten tweede, en dat herhaal ik met klem, de Europese territoriale integriteit is niet onderhandelbaar. Niet in Oekraïne, niet elders aan onze buitengrenzen, en evenmin in het Arctisch gebied. Daarom steunt België voluit de Europese aanwezigheid in Groenland, ook via militaire missies. We moeten alle mogelijke steun geven aan Denemarken en aan Groenland. Dat is gewoon een teken van solidariteit met een partnerland en een teken van Europese zelfbescherming. Wat Denemarken vandaag meemaakt, kan morgen elk ander Europees land treffen.
Deze resolutie is in dat opzicht een signaal, ook heel belangrijk voor onze partnerlanden als Groenland en Denemarken.
We herhalen ook dat wanneer een NAVO-bondgenoot, en zeker het sterkste land van het bondgenootschap, openlijk territoriale ambities uitspreekt tegenover een Europees land, dat betekent dat de werking van de NAVO in het gedrang wordt gebracht. Dat zeggen we met zoveel woorden. We zouden een dergelijke resolutie niet maken indien dat niet gebeurd was. Dat is sterke taal, die we durven uitspreken.
We moeten daar ook lessen uit trekken. Die zijn vorige week nog geuit in de plenaire vergadering, door minister Prévot, maar ook door de premier.
We moeten ons strategisch huis in de Europese Unie verder op punt stellen. Daarom moeten we met een vernieuwde Arctische strategie komen, maar ook met een nieuwe Europese veiligheidsstrategie en een economische open, strategische autonomie. Die zijn een noodzakelijke aanvulling op onze bondgenootschappen.
We durven ook spreken over tegenmaatregelen. De Europese Unie beschikt namelijk over een aantal instrumenten die ze kan inzetten. Daarnaar verwijzen we ook heel duidelijk in onze resolutie. Niemand wil die echt inzetten, maar onze geloofwaardigheid vergt dat we voorbereid moeten zijn om te doen wat we moeten doen als we economische druk ondergaan of indien een territoriale dreiging werkelijkheid wordt.
We hebben die maatregelen voorbereid en die zitten nu ook in onze rugzak. We moeten die dus op het juiste moment op tafel durven leggen, zoals de premier ook zegt. We moeten het mes op tafel leggen en de tanden laten zien. Die instrumenten hebben we als Europese Unie in handen en ze staan ook heel duidelijk in deze resolutie.
Wie vandaag zwijgt over Groenland, spreekt morgen met minder gezag over de internationale rechtsorde. Europa moet duidelijk eensgezind en vastberaden zijn. Dat zijn we verschuldigd aan Groenland, aan Denemarken, maar ook aan onszelf. Vandaar dat wij deze resolutie ook heel sterk ondersteunen.
De voorzitter: De collega’s Almaci en Maouane zullen hun vijf minuten spreektijd delen.
19.11 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Collega’s, ik deel de woorden van mevrouw Van Hoof ten stelligste. We moeten eendrachtig, krachtig en eensgezind aan de kant van Groenland staan. Dat is ook wat minister Prévot heeft gezegd: we moeten een krachtig, eensgezind en evenredig signaal geven aan de VS. Vorige week hadden we dat, vorige week hadden we een eensgezind, krachtig en evenredig signaal aan de VS van Trump.
Het grootste NAVO-land vindt immers dat het recht van de sterkste geldt en meent gewoon territoriale claims te kunnen maken, zelfs ten aanzien van andere NAVO-landen, onze vrienden. Dat is waanzin. Ik heb in commissie gezegd dat de NAVO lijkt op Schrödingers kat, want niemand weet of ze nog leeft of niet.
Het klopt ook dat er sterke woorden zijn uitgesproken in Davos. Heel bizar is dat we aanvankelijk een sterke resolutie hadden, een resolutie die in lijn lag met die sterke woorden. Naar aanleiding van die sterke woorden namen we ook heldere en concrete maatregelen in de resolutie op, onder andere om het handelsakkoord met de VS uit 2025, dat echt behoorlijk negatief is voor de Europese Unie, te herevalueren. Een week later is die maatregel echter verdwenen uit deze resolutie.
De premier verwees naar een spreekster op Davos die zei dat Europa een herbivoor is in een wereld vol carnivoren en hij zei dat wij ook carnivoren moeten durven zijn. Ik weet niet of ik het per se met hem eens ben, maar in de namiddag na die uitspraken van de premier bent u erin geslaagd om de tanden die nog in het voorstel van resolutie stonden, gewoon af te vijlen en uit te trekken, bijvoorbeeld wat betreft de zogenaamde bazooka, de antidwangmaatregelen die ik een jaar geleden in de plenaire vergadering al aan de premier had gevraagd te overwegen naar aanleiding van de handelstarieven die toen dreigden te worden ingevoerd.
Er is iets heel bizars gebeurd. Sinds Davos is er blijkbaar zo’n opluchting bij de partijen van de meerderheid dat alle concrete maatregelen die kwamen na de duidelijke woorden, waarmee we het eens zijn, uit de tekst zijn verdwenen. Dat is opmerkelijk. Blijkbaar is er een soort regeringwashing gebeurd van een voorstel van resolutie van het Parlement. Wat is het Parlement dan nog waard? Wij moeten in een voorstel van resolutie aan de regering aangeven wat wij van haar verwachten. De regering kwam in Davos met straffe woorden. Als parlementsleden willen wij daar daden aan koppelen, maar een week later blijkt dat er toch geen daden komen. Nee, die maatregelen werden uit het voorstel van resolutie gehaald. Blijkbaar was het toch niet zo belangrijk.
Collega's, als u het hebt over het laatste redmiddel, wees dan concreet. Zet het er dan in. Anders zijn de woorden niet veel waard en dan geldt: luister naar mijn woorden, maar kijk niet naar mijn daden.
Dat is de reden waarom wij ons zullen onthouden bij de stemming over het voorstel van resolutie, terwijl we het vorige week nog volmondig steunden. Onze solidariteit met Groenland blijft onveranderd.
19.12 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le président, je vais compléter ce que mon excellente collègue a dit. Effectivement, la semaine dernière, en commission, nous avions voté en faveur de cette proposition de résolution, parce qu'elle envoyait un message clair: la Belgique ne se laisse pas intimider par Trump et par ses méthodes de bully, par sa diplomatie de la menace. Et surtout parce qu'elle rappelait un principe qui n'est pas négociable, à savoir l'autodétermination des peuples. Le futur du Groenland appartient aux Groenlandais. Le Groenland n'est pas à vendre.
Ce texte était plus ferme que celui que nous avons reçu hier. Il était plus clair et plus engagé. Mais la majorité a décidé de le renvoyer en commission alors même qu'il avait déjà été voté, pour revenir aujourd'hui avec une version totalement amendée, qui affaiblit de manière importante le message politique que notre Parlement avait envoyé.
Quand la majorité parle d'ajustements techniques, de désescalade, nous voyons surtout un recul politique. Nous ne pouvons pas l'analyser autrement. Toutes les références explicites à une violation du droit international ont été supprimées, et remplacées par des vagues préoccupations. Pour nous, écologistes, le droit international est une boussole absolue, c'est quelque chose qui ne se négocie pas, ce n'est pas une option ni une variable d'ajustement. Nous serons tout aussi fermes, que ce soit face aux États-Unis, à Israël, à la Russie, à tout autre pays qui ne respecte pas le droit international. Pour nous, c'est cette cohérence qui manque.
Et c'est pour cette raison que nous nous abstiendrons sur ce texte, parce qu'il représente un recul clair et net par rapport au texte de la semaine dernière. Ces amendements traduisent justement un changement de cap au sein de la majorité. Il y a eu une bataille en son sein, qui a été remportée par certains partis. C'est clair, quand on voit les amendements et la nouvelle mouture du texte. Nous nous abstiendrons non pas par désintérêt, mais parce que la version initiale était plus courageuse, plus ferme, plus cohérente et plus conforme aux valeurs que ce Parlement devrait porter.
19.13 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega’s, het moet duidelijk zijn: Groenland is geen wingewest van de Verenigde Staten. Zonder territoriale integriteit geldt het recht van de sterkste. We weten allemaal waartoe dat leidt. We zien dat in Rusland en Oekraïne. Een vrij en onafhankelijk land aanvallen onder het mom van imperialisme maakt slachtoffers.
In dit geval is Groenland NAVO-gebied. De Verenigde Staten hebben akkoorden met Denemarken. Ze hebben een militaire basis in Groenland. Ze hebben vandaag al de mogelijkheid om die te bemannen. Het zijn echter de Verenigde Staten zelf die in de loop van de voorbije jaren hun militaire aanwezigheid tot een honderdtal militairen hebben afgebouwd, terwijl er vroeger duizenden militairen op Groenland waren. Als de Amerikanen echt schrik hebben van Russen en Chinezen, als ze echt bezorgd zijn over hun veiligheid, dan kunnen zij dat binnen het NAVO-bondgenootschap al bemannen onder de akkoorden die ze nu al hebben met Denemarken. Als veiligheid een probleem was, collega’s, dan lag de oplossing voor de hand.
Minister Prévot zei op Radio 1, toen hij net uit de Verenigde Staten was teruggekeerd, waar hij de Amerikaanse president had gezien: we begrijpen de bezorgdheden van de Amerikaanse president. Ik blijf de vraag stellen. Welke bezorgdheden heeft de Amerikaanse president geuit, die hij vandaag niet binnen dat NAVO-bondgenootschap kan aanpakken? Ik begrijp het nog altijd niet. Ik heb daarop nog altijd geen antwoord gehoord van onze minister van Buitenlandse Zaken.
Gelukkig heeft Mark Rutte daddy Trump intussen wat gekalmeerd. Blijkbaar dreigt Trump er niet meer mee om Groenland binnen te vallen, maar morgen kan het alweer anders zijn, collega’s. Daarom doe ik een oproep. Wie gelooft in territoriale integriteit, maak een vuist en trek een lijn.
Toon dat dat niet kan, toon dat er een streep wordt getrokken die niet mag worden overschreden.
De resolutie die nu voorligt is slappe kost. Ik vind het jammer dat ik dat moet vaststellen, maar vandaag ligt er een lightversie voor. Zoals al werd gezegd, hadden we vorige week nochtans een versie waar scherpe kanten aan zaten, waar scherpe tanden aan zaten richting de VS, maar die zijn er uitgehaald met die 17 amendementen waarop wij ons ook onthouden hebben. Die amendementen zijn ongetwijfeld gemaakt op maat van bepaalde regeringsleden. Ik ben ongelooflijk ontgoocheld, want zoals hier al werd gezegd, als er iets is wat wij moeten doen, dan is het wel als Parlement onze rol spelen en de regering vragen stellen en opdrachten geven. Dat geldt ook voor de parlementsleden van de meerderheid.
Zoals sommige collega's al hebben gezegd, wordt er met deze amendementen niet meer gesproken over de Europese bazooka die we op de VS kunnen richten. De dreiging van een militaire invasie wordt er uitgehaald en de territoriale ambities van Trump zijn er ook zo goed als uitgefaseerd. Dat zorgt ervoor dat de resolutie zoals ze nu voorligt hol en bijna vals klinkt. Ik vind dat een gemiste kans voor het Parlement. Als wij onze steun willen uitspreken, dan moet dat helder, duidelijk en ondubbelzinnig zijn en niet zoals de meerderheid het nu voorstelt. Maar goed, wij hebben ons in de commissie onthouden op de amendementen.
Finaal zullen wij de resolutie zoals die nu voorligt steunen, weliswaar met weinig enthousiasme. Wij kiezen de kant van de Groenlanders en daarom spreken wij onze steun uit. We willen niet het signaal geven dat wij hen niet steunen. De boodschap is duidelijk: wij laten ons door niemand afdreigen, ook niet door de VS. Het is jammer dat we het minder sterk zeggen dan voordien. Maar goed, u hebt onze steun, maar met minder enthousiasme.
19.14 François De Smet (DéFI): Monsieur le président, chers collègues, nous vivons des moments importants. Nous vivons un temps nécessaire de résistance politique dans un monde fait d'empires en résurgence. Nous faisons face à une administration américaine qui, loin des principes de respect mutuel entre alliés, affiche ouvertement des ambitions territoriales sur le Groenland, traitant un territoire souverain comme une vulgaire marchandise. Non, le Groenland n'est pas à vendre, son avenir appartient aux seuls habitants.
Nous sommes face à une tentative de racket géopolitique assortie de menaces de taxes douanières massives. Ne soyons pas naïfs à ce propos. Malgré l’apparente accalmie de Davos, nous sommes, avec M. Trump, dans une relation toxique avec quelqu’un qui ne connaît ni filtre ni surmoi, et il faut prendre ses menaces au pied de la lettre. Si un allié remet en cause l’intégrité d’un état européen par la contrainte, il brise les fondements de l’Alliance atlantique. Nous n’avons pas rejoint l’OTAN en 1949 pour qu’elle se transforme en pacte de Varsovie où une superpuissance traite ses partenaires comme des vassaux ou des satellites.
Et je regrette moi aussi que, telle la glace du Groenland, la fermeté de ce texte ait si rapidement fondu en quelques jours. Je vais citer deux failles. D’abord, pour être cohérent avec l’appel de cette résolution à renforcer notre autonomie militaire à un rythme accéléré, il faut être logique et arrêter de ménager la chèvre et le chou. Comment continuer à justifier l’achat de F‑35, un choix qui accroît notre dépendance envers une puissance qui nous intimide? Le respect ne s’obtient pas en courbant l’échine, en restant de simples consommateurs ou en demeurant des herbivores attendant d’être mangés par les empires russe, chinois ou américain.
L’autre faille du texte, c’est qu’il est devenu beaucoup trop diplomate. Nous devrions être plus fermes et affirmer que si un allié en attaque un autre, ce sera de facto la fin de l’Alliance. Nous devrions prendre le contre‑pied complet des déclarations du secrétaire général de l’OTAN, Mark Rutte, qui a encore affirmé devant le Parlement européen que l’Europe était incapable de se défendre sans les États‑Unis. Une déclaration qui est, en quelque sorte, l’antithèse de Lao Tseu: "Là où il n’y a pas de volonté, il n’y a pas de chemin."
Je profite de l'occasion pour vous informer que je proposerai que la commission de la Défense invite le secrétaire général de l’OTAN à venir échanger, puisqu’il se déplace visiblement devant des parlements, et que c’est peut‑être la seule chance que nous ayons de comprendre ce que contient l’accord‑cadre signé entre Trump et lui sur le Groenland. Pour rappel, même notre gouvernement ne sait pas ce qu’il y a dans cet accord.
Même s’il reste encore trop de chèvrechoutisme dans ce texte, force est de reconnaître qu’il constitue un pas qu’il faut saluer, et que je soutiendrai dans l’espoir qu’il soit suivi par d’autres. Soutenons le Groenland et ses habitants. Soutenons aussi nos alliés danois et refusons l’intimidation.
C’est la raison pour laquelle, même s’il aurait pu être beaucoup plus offensif, je voterai en faveur de ce texte.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De bespreking is gesloten.
La discussion est close.
Ingediende
amendementen:
Amendements déposés:
Considerans/Considérant Q
• 39 – Lydia
Mutyebele Ngoi cs (1315/6)
Considerans/Considérant Z
• 40 – Lydia Mutyebele Ngoi cs (1315/6)
Verzoek/Demande 8.2/1(n)
• 41 – Lydia Mutyebele Ngoi cs
(1315/6)
Verzoek/Demande 8.6/1(n)
• 42 – Lydia Mutyebele Ngoi cs
(1315/6)
Verzoek/Demande 8.6/2(n)
• 43 – Lydia Mutyebele Ngoi cs
(1315/6)
Verzoek/Demande 8.7.1
• 44 – Lydia Mutyebele Ngoi cs
(1315/6)
Verzoek/Demande 8.7.2
• 45 – Lydia Mutyebele Ngoi cs
(1315/6)
Verzoek/Demande 8.7.4
• 46 – Lydia Mutyebele Ngoi cs (1315/6)
De amendementen worden aangehouden.
Les amendements sont réservés.
De stemming over de aangehouden amendementen en over het voorstel zal later plaatsvinden.
Le vote sur les amendements réservés et sur la
proposition aura lieu ultérieurement.
Voorstel
ingediend door:
Proposition déposée par:
Werner Somers, Barbara
Pas, Marijke Dillen, Francesca Van Belleghem, Kurt Moons.
De commissie voor Grondwet en Institutionele
Vernieuwing stelt voor dit voorstel te verwerpen. (851/2)
La
commission de la Constitution et du Renouveau institutionnel propose de rejeter
cette proposition. (851/2)
Overeenkomstig
artikel 88 van het Reglement spreekt de plenaire vergadering zich uit over
dit voorstel tot verwerping, na de rapporteur en eventueel de indiener te
hebben gehoord.
Conformément
à l'article 88 du Règlement, l'assemblée plénière se prononcera sur cette
proposition de rejet après avoir entendu le rapporteur et, éventuellement,
l’auteur.
De rapporteur, mevrouw Kristien
Van Vaerenbergh, verwijst naar het schriftelijk verslag.
Le rapporteur, Mme Kristien
Van Vaerenbergh, renvoie au rapport écrit.
20.01 Werner Somers (VB): Mijnheer de voorzitter, het is morgen exact 600 dagen geleden dat er verkiezingen plaatsvonden voor de Kamer en voor de deelstaatparlementen, waaronder dus het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Brussel heeft echter nog steeds geen volwaardige gewestregering en steeds meer analisten gaan ervan uit dat de huidige regering in lopende zaken nog zal aanblijven tot de volgende verkiezingen, de verkiezingen van 2029. Vanuit het oogpunt van democratische legitimiteit is dat extra bedenkelijk, omdat de huidige Brusselse regering slechts 37 van de 89 zetels heeft in het Brussels Parlement.
Bij vorige Brusselse regeringsformaties was het gebruikelijk dat er binnen elke taalgroep afzonderlijk een meerderheid werd gevormd en dat vervolgens de Brusselse regering werd gebouwd rond die meerderheden. Na de verkiezingen van 9 juni 2024 werd binnen de Nederlandse taalgroep met veel moeite een meerderheid bereikt van Anders, Vooruit, Groen en N-VA, maar de kopman van de Brusselse PS, de heer Ahmed Laaouej, sprak zijn veto uit tegen de deelname van N-VA aan de Brusselse gewestregering. Het gevolg daarvan is een totale impasse, die voortduurt tot vandaag.
Volgens de bijzondere Brusselwet zijn de leden van de Brusselse regering verkozen indien zij voorgedragen zijn op een gemeenschappelijke lijst, die ondertekend is door een meerderheid van de leden van het Brussels Parlement en een meerderheid van de leden van beide taalgroepen. Voor het geval dat zo'n gezamenlijke voordracht niet mogelijk blijkt te zijn, wordt een soort van noodmechanisme toegepast of zou er een soort van noodmechanisme kunnen worden toegepast, dat inhoudt dat de voorzitter van de Brusselse regering bij volstrekte meerderheid van de leden van het Brussels Parlement verkozen wordt en dat de overige regeringsleden verkozen worden in afzonderlijke stemmingen, eveneens bij volstrekte meerderheid van de leden van het Parlement. Bovendien moeten zij dan worden voorgedragen door de meerderheid van hun eigen taalgroep.
Omdat er bij dat noodmechanisme niet alleen sprake moet zijn van een meerderheid binnen de eigen taalgroep, maar ook van een meerderheid binnen het Brussels Parlement als geheel, biedt dat mechanisme geen oplossing voor een situatie als degene waarin we vandaag zitten. Er bestaat immers geen enkele garantie dat een kandidaat-minister van bijvoorbeeld N-VA een substantieel aantal Franstalige stemmen zal behalen, wat nodig is om aan een meerderheid in het volledige Brussels Parlement te geraken. Met andere woorden, de Franstalige partijen kunnen nog steeds een feitelijk vetorecht uitoefenen.
Daarom stelt het Vlaams Belang een aanpassing van het noodmechanisme voor. Wanneer een gezamenlijke voordracht van de leden van de Brusselse regering uitblijft, dan worden de ministers en staatssecretarissen verkozen door hun eigen taalgroep. Zij moeten worden voorgedragen door de meerderheid van hun eigen taalgroep en worden dan verkozen geacht.
Elke taalgroep kiest met andere woorden zijn eigen ministers en staatssecretarissen. De minister-president daarentegen wordt, zoals dat nu het geval is in het huidige noodmechanisme, verkozen bij volstrekte meerderheid van de leden van het Parlement. Nieuw is wel dat hij enkel kan worden voorgedragen voor dat ambt als hij voorafgaandelijk het bewijs levert dat hij voldoende kennis heeft van de taal van de andere taalgroep dan die waartoe hij behoort.
Collega's, Brussel kampt met gigantische problemen. De armoede en de verloedering nemen zienderogen toe, de onveiligheid moet dringend worden aangepakt en de budgettaire situatie is ronduit rampzalig, met een schuld die in vijf jaar tijd verdubbeld is en met een begrotingsdeficit dat meer dan een kwart bedraagt van de jaarlijkse inkomsten.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is feitelijk failliet en de vraag is niet of, maar wanneer het zal komen aankloppen bij de federale regering om geld te vragen.
Het statuut van Brussel moet grondig worden herzien. Als afzonderlijk gewest heeft Brussel immers compleet gefaald en het voortbestaan daarvan in de huidige vorm is volstrekt onhoudbaar.
In afwachting van een nieuw statuut voor Brussel moet echter worden voorkomen dat de situatie in het hoofdstedelijk gebied verder ontspoort doordat de gewestelijke instellingen langdurig geblokkeerd zijn. Daarom vraag ik om ons voorstel nr. 851 niet te verwerpen en om het verder te bespreken in de commissie voor Grondwet. Ik hoop dat de collega's van de N-VA hun vergissing herzien, want ze hebben in de commissie tegen ons voorstel gestemd. Ik hoop echter dat ze hun kop niet langer in het zand steken, de problemen aanpakken en niet verder laten verrotten.
De voorzitter:
Geen andere spreker
mag het woord nemen.
Plus
personne ne peut prendre la parole.
De
stemming over het voorstel tot verwerping van het voorstel zal later
plaatsvinden.
Le vote sur
la proposition de rejet de cette proposition aura lieu ultérieurement.
Ik heb een ordemotie ontvangen van de dames Catherine Delcourt en Maaike De Vreese en de heren Xavier Dubois, Brent Meuleman en Franky Demon, en die luidt als volgt: "Met toepassing van artikel 54 van het Kamerreglement, wordt de Kamer bij ordemotie gevraagd het Rekenhof conform artikel 5 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof te gelasten een onderzoek uit te voeren van het beheer van het i-Policecontract tegen 1 juni 2026."
J'ai reçu une motion d'ordre de Mmes Catherine Delcourt et Maaike De Vreese et de MM. Xavier Dubois, Brent Meuleman et Franky Demon, et elle est libellée comme suit: "En application de l’article 54 du Règlement de la Chambre, nous demandons à la Chambre , par la présente motion de demander à la Cour des comptes, conformément à l’article 5 de la loi du 29 octobre 1846 relative à l’organisation de la Cour des comptes; de procéder à une analyse de la gestion du contrat "i-police" pour le 1er juin 2026."
Collega's, volgens het Reglement moet ik over de ontvankelijkheid van die motie oordelen. Ik oordeel de motie ontvankelijk.
Zijn er leden die zich hierover wensen uit te spreken?
21.01 Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de voorzitter, we zijn verheugd dat de meerderheidspartijen vandaag een dergelijke motie hebben ingediend. We zullen die ook steunen, want het debacle van i-Police mag niet onder de mat worden geschoven. Ik zal hier de geschiedenis van i-Police niet uit de doeken doen. Daarvoor zullen we nog genoeg tijd hebben in de commissie en in de komende hoorzittingen.
Ik wil toch even in herinnering brengen dat de toenmalige regering in 2021 een Franse firma, Sopra Steria, in de arm heeft genomen om de digitalisering van onze politiediensten te vervolmaken. Vier jaar later was de balans onthutsend: uit het oorspronkelijke budget van 90 miljoen euro is geen enkel resultaat voortgekomen. Integendeel, de kosten zijn opgelopen tot 300 miljoen euro, en dat – nogmaals - zonder zichtbare resultaten.
Er moet dus wel degelijk volledige transparantie komen in dit dossier. We hebben in de commissie voor Binnenlandse Zaken over alle partijgrenzen heen, meerderheid en oppositie samen, beslist om hoorzittingen te organiseren; in eerste instantie met de mensen uit de stuurgroep van de federale politie, maar ook – en dat moet het sluitstuk vormen – met de politieke verantwoordelijkheden.
De motie die vandaag voorligt, is daarop een mooie aanvulling. Ze wil namelijk het Rekenhof belasten met een onderzoek naar het contract van i-Police en nagaan hoe dit debacle is kunnen ontstaan. Wat echter nog beter zou zijn, is een parlementaire onderzoekscommissie, mijnheer de voorzitter. Dan zouden we namelijk getuigen verplicht kunnen oproepen, onder ede laten getuigen en hen ondervragen. We zouden ook alle documenten kunnen opvragen die met i-Police te maken hebben en vooral ook de politieke verantwoordelijken kunnen aanduiden.
Ik heb hiervoor een voorstel ingediend en ik reken binnenkort op Kamerbrede steun om dat voorstel goed te keuren wanneer het hier ter stemming komt. Alleen op die manier, collega’s, kan de politiek haar geloofwaardigheid herwinnen, kunnen er lessen worden getrokken uit de fouten die in het verleden zijn gemaakt en kunnen we vooral onze politie herwaarderen door haar de nodige technische knowhow te geven die zij verdient.
Ik dank u.
21.02 Catherine Delcourt (MR): Chers collègues, le contrat I-Police lancé en 2021 pour moderniser le système informatique de la police intégrée a été résilié le 20 décembre 2025 après de multiples retards, dépassements budgétaires et évaluations négatives.
Le prestataire n’a pas pu livrer une solution conforme aux besoins, alors que 75,8 millions d’euros avaient déjà été versés, dont 63,9 millions pour des prestations non réalisées, révélant de graves lacunes dans la gestion et le contrôle du projet. La Cour des comptes a d’ailleurs déjà exprimé des préoccupations sérieuses, notamment concernant le recours massif et coûteux à la consultance. Dans le cas précis d’I-Police, la présence d’une centaine de consultants, sans résultat tangible à la hauteur des moyens engagés, pose question.
Dans un contexte où chaque euro dépensé doit être justifié, il est de notre responsabilité de demander un audit approfondi de la Cour des comptes sur ce dossier, en complément des auditions. Cet audit devra examiner en détail la gestion du projet, le rôle des consultants, les mécanismes de contrôle interne et les causes concrètes de l’échec du programme.
Afin que cette démarche soit pleinement satisfaisante et que nous puissions rapidement tirer les leçons nécessaires, il est tout indiqué que le rapport de la Cour des comptes parvienne à la Chambre pour le 1er juin 2026. C’est ainsi que nous pourrons renforcer la transparence et garantir que les futurs projets informatiques publics soient menés de manière rigoureuse, responsable et efficace.
Le président: D'autres groupes souhaitent-ils intervenir?
21.03 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Collega’s, het dossier van i-Police is rampzalig. We hebben daar in de commissie al verschillende keren over gesproken. We konden ook berichten in de media lezen. We steunen uiteraard de vraag naar een audit door het Rekenhof. We hopen dat de hoorzittingen ook opleveren wat ze moeten opleveren. Als dat niet gebeurt, denk ik dat het wapen van de onderzoekscommissie op tafel moet komen. Het is vooral belangrijk dat de waarheid naar boven komt.
21.04 Paul Van Tigchelt (Anders.): Ook onze fractie steunt de vraag naar een audit door het Rekenhof. Het is het minimum minimorum. Immers, minstens 75,8 miljoen euro belastinggeld werd in het project gestoken, zonder resultaat. De informatie op basis waarvan minister Quintin heeft beslist om de stekker er eind 2025 uit te trekken, was eigenlijk al eind 2023 beschikbaar. De vraag is waarom het nog zo lang heeft geduurd.
We hebben ook een voorstel van resolutie klaar, dat we zullen indienen. Wij willen dat ook graag behandeld zien, omdat de tekst zeer gedetailleerd en concreet is. Daarmee kan meer richting en inhoud worden gegeven aan de vraag aan het Rekenhof, menen wij.
De voorzitter: Alle sprekers hebben het voorstel gesteund. Mag ik ervan uitgaan dat het Kamerbreed wordt goedgekeurd? (Instemming)
De motie is goedgekeurd.
La motion est adoptée.
In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.
Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.
Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van de voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden de voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.
S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
Demandes
d'urgence
Le président: Madame Thémont, vous demandez l'urgence pour votre proposition de loi visant à inscrire une exception à la limitation dans le temps des allocations de chômage pour les demandeurs et demandeuses d'emploi sous statut ALE ainsi que pour les aidants-proches, n° 1329/1.
22.01 Sophie Thémont (PS): Monsieur le président, chers collègues, voilà des semaines que l'on dénonce l'exclusion du chômage des aidants proches et des mois que le gouvernement est alerté. Comme on l'a vu, la majorité s'est beaucoup agitée. Les uns et les autres ont fait de belles déclarations et les premiers responsables se renvoient la balle et racontent tout et n'importe quoi dans les médias.
M. Clarinval a même osé inviter les aidants proches au chômage à activer la dispense de recherche d'emploi en la présentant comme la solution, alors qu'elle offre une indemnité tellement misérable qu'il n'y a que 46 personnes concernées aujourd'hui. C'est une fausse solution qui ne fait qu'appauvrir les personnes concernées. Alors, si une maman solo suivait ce formidable conseil, chers députés des Engagés, elle se retrouverait demain avec 390 euros par mois.
Ce que demandent les aidants proches, c'est bien sûr un vrai statut protecteur. Mais ce qu'il faut surtout faire dans l'immédiat, c'est suspendre tout de suite l'exclusion du chômage, car un véritable statut – vu que cela fait quand même déjà neuf mois que le gouvernement est alerté (et je ne vais pas encore revenir sur le passé parce cela fait bien plus longtemps que cela) et qu'il n'a encore rien fait – cela ne va pas se faire tout de suite.
Alors, les larmes de crocodile et les promesses en l'air sont devenues indécentes pour ces personnes qui sont dans une grande détresse. Il faut maintenant des actes.
Voilà pourquoi je demande aujourd'hui l'urgence pour ma proposition de loi prise en considération aujourd'hui, proposition qui introduit dans l'arrêté royal chômage une exception à la limitation dans le temps des allocations de chômage pour les aidants proches et les ALE.
Les aidants proches sont ces personnes qui ne sont plus aptes à travailler, bien souvent, faute de structures et d'accompagnement. Ils doivent aider, accompagner, soigner, soutenir un proche en perte d'autonomie. Or que voyons-nous? Une partie d'entre eux reçoivent une allocation de chômage dont ils seront privés en raison de la réforme du chômage décidée par le gouvernement Arizona.
Le PTB et d'autres partis avaient déjà tiré la sonnette d'alarme à plusieurs reprises, en introduisant des amendements en juillet 2025, qui ne furent pas repris par l'Arizona. Le Conseil d'État s'est prononcé en défaveur de cette mesure. Les associations dénoncent la situation depuis avril.
Toutes les situations humaines ont été exposées. Je pense, entre autres, à Laetitia, dont le fils autiste a 12 ans. Les Engagés ont sorti leur tête du trou en disant qu'ils allaient prendre ces cas au sérieux et qu'ils en étaient bien conscients. Encore hier, M. Clarinval a également déclaré qu'il ne souhaitait pas de discrimination. Toutefois, la réalité est toujours concrète. Et la réalité est que, pour le moment, rien de concret n'existe pour ces personnes.
Au lieu de les entendre se plaindre en exprimant une empathie assez hypocrite, nous espérons que le MR et Les Engagés vont soutenir cette demande d'urgence, puisqu'ils sont si conscients de la situation.
22.03 Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, ik denk dat iedereen in dit Huis ondertussen onze bekommernissen over de mantelzorgers wel kent. Wij zullen de urgentie voor het wetsvoorstel van mevrouw Thémont van de PS dan ook zeker steunen, conform de oude afspraken, maar ik zou u willen vragen, mijnheer de voorzitter, om die urgentie vast te stellen met een hoofdelijke stemming.
De voorzitter: Vraagt iemand nog het woord? (Nee)
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
Collega’s, we gaan over tot een elektronische telling. Ik vraag u om op het groene knopje te drukken indien u de urgentie steunt.
Er wordt overgegaan tot een elektronische
telling.
Il est procédé au comptage électronique.
(Elektronische telling/comptage
électronique 1)
Er branden 53 groene lichtjes; de andere lichtjes spelen geen rol. Dat betekent dat 53 leden de urgentie steunen.
We gaan nu over tot de tegenproef. Ik vraag u om op het groene knopje te drukken indien u de urgentie niet steunt.
Er wordt overgegaan tot een elektronische
telling.
Il est procédé au comptage électronique.
(Elektronische telling/comptage
électronique 2)
Er branden 74 groene lichtjes; de andere lichtjes spelen geen rol. 74 leden stemmen tegen het urgentieverzoek.
De
urgentie wordt verworpen.
L'urgence est rejetée.
22.04 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, vous alliez sans doute demander s'il y avait des accords de pairages, ce qui était le cas. Mais, bien entendu, la condition est que la majorité soit en nombre, et le vote qui vient d'intervenir atteste que, malheureusement pour elle, la majorité n'est pas en nombre et donc mon groupe, ainsi que d'autres, semble-t-il, ne vont plus participer aux votes de manière à ne pas assurer le quorum pour la majorité.
(L'opposition quitte la salle.)
(De oppositie verlaat de zaal.)
De voorzitter: Collega's, ik stel vast dat er op dit ogenblik geen quorum is.
Ik schors de vergadering tot ik ze opnieuw open.
De vergadering wordt geschorst van 20.07 uur tot 20.47 uur.
La séance est suspendue de 20 h 07 à 20 h 47.
De voorzitter: Collega’s, we hervatten de vergadering.
Om alle misverstanden te vermijden, zullen wij ook het tweede urgentieverzoek apart behandelen; sommigen meenden immers dat er slechts één stemming zou zijn, aangezien het om twee gelijklopende voorstellen gaat. Hier gaat het om het voorstel nr. 1330/1 van mevrouw Merckx, mevrouw Moscufo, de heer Tonniau, de heer D’Amico, de heer De Witte en de heer Hedebouw over het veiligstellen van het inkomen van ouders van kinderen met een handicap. De verantwoording voor het urgentieverzoek is net gegeven.
Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.
Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.
De urgentie wordt verworpen bij zitten en opstaan.
L'urgence est rejetée par assis et levé.
Pairages
Ik zou nu moeten vragen of er stemafspraken zijn, maar ik weet niet of het wel zinvol is om die vraag te stellen.
Toch, mijnheer Dermagne?
22.05 Pierre-Yves Dermagne (PS): Monsieur le président, je remercie M. Bouchez de nous gratifier de ses considérations et surtout de sa présence. C’est vraiment très intéressant de vous avoir au sein de cette Assemblée pour le vote, monsieur Bouchez.
Monsieur le président, comme je l’avais indiqué, nous avons deux demandes de pairage. La première émane du groupe Les Engagés, pour M. Benoît Lutgen, et c'est M. Philippe Courard qui assurera le pairage. La seconde émane du groupe MR, pour Mme Charlotte Deborsu, et c'est M. Patrick Prévot qui assurera le pairage. (Applaudissements)
22.06 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik heb een stemafspraak met de heer Yzermans.
De voorzitter: Ik heb begrepen dat die stemafspraken nu ingaan.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 3) |
||
|
Ja |
93 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
39 |
Abstentions |
|
Totaal |
132 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
(Mevrouw Fatima Lamarti heeft zoals haar fractie gestemd)
(De heer Jeroen Soete heeft zoals zijn fractie gestemd)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 4) |
||
|
Ja |
101 |
Oui |
|
Nee |
30 |
Non |
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
|
Totaal |
133 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van de
stemming / Début du vote.
Heeft iedereen
gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son
vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 5) |
||
|
Ja |
116 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 6) |
||
|
Ja |
83 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
49 |
Abstentions |
|
Totaal |
132 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
(M. Anthony Dufrane a voté comme son groupe)
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 7) |
||
|
Ja |
116 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.
En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.
Reden van onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
Stemming over amendement nr. 39 van Lydia
Mutyebele Ngoi cs op considerans Q. (1315/6)
Vote sur l'amendement n° 39 de Lydia Mutyebele Ngoi cs au considérant Q. (1315/6)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 8) |
||
|
Ja |
54 |
Oui |
|
Nee |
77 |
Non |
|
Onthoudingen |
3 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 40 van Lydia
Mutyebele Ngoi cs op considerans Z. (1315/6)
Vote sur l'amendement n° 40 de Lydia Mutyebele
Ngoi cs au considérant Z. (1315/6)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 9) |
||
|
Ja |
36 |
Oui |
|
Nee |
95 |
Non |
|
Onthoudingen |
3 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over
amendement nr. 41 van Lydia Mutyebele Ngoi cs tot invoeging van een verzoek
8.2/1(n). (1315/6)
Vote sur l'amendement n° 41 de Lydia Mutyebele
Ngoi cs tendant à insérer une demande 8.2/1(n). (1315/6)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 10) |
||
|
Ja |
40 |
Oui |
|
Nee |
77 |
Non |
|
Onthoudingen |
17 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over
amendement nr. 42 van Lydia Mutyebele Ngoi cs tot invoeging van een verzoek
8.6/1(n). (1315/6)
Vote sur l'amendement n° 42 de Lydia Mutyebele
Ngoi cs tendant à insérer une demande 8.6/1(n). (1315/6)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 11) |
||
|
Ja |
36 |
Oui |
|
Nee |
84 |
Non |
|
Onthoudingen |
14 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over
amendement nr. 43 van Lydia Mutyebele Ngoi cs tot invoeging van een verzoek
8.6/2(n). (1315/6)
Vote sur l'amendement n° 43 de Lydia Mutyebele
Ngoi cs tendant à insérer une demande 8.6/2(n). (1315/6)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 12) |
||
|
Ja |
33 |
Oui |
|
Nee |
77 |
Non |
|
Onthoudingen |
24 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 44 van Lydia
Mutyebele Ngoi cs op verzoek 8.7.1. (1315/6)
Vote sur l'amendement n° 44 de Lydia Mutyebele
Ngoi cs à la demande 8.7.1. (1315/6)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 13) |
||
|
Ja |
36 |
Oui |
|
Nee |
77 |
Non |
|
Onthoudingen |
21 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 45 van Lydia
Mutyebele Ngoi cs op verzoek 8.7.2. (1315/6)
Vote sur l'amendement n° 45 de Lydia Mutyebele
Ngoi cs à la demande 8.7.2. (1315/6)
Mag de uitslag van de vorige stemming ook
gelden voor deze stemming? (Ja)
Peut-on considérer que le résultat du vote
précédent est valable pour celui-ci? (Oui)
(Stemming/vote 13)
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Stemming over amendement nr. 46 van Lydia
Mutyebele Ngoi cs op verzoek 8.7.4. (1315/6)
Vote sur l'amendement n° 46 de Lydia Mutyebele
Ngoi cs à la demande 8.7.4. (1315/6)
Begin van de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 14) |
||
|
Ja |
42 |
Oui |
|
Nee |
77 |
Non |
|
Onthoudingen |
15 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg is het amendement verworpen.
En
conséquence, l'amendement est rejeté.
Vraagt iemand het woord voor een
stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 15) |
||
|
Ja |
85 |
Oui |
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
49 |
Abstentions |
|
Totaal |
134 |
Total |
Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht.
En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement.
Reden van
onthouding? (Nee)
Raison d'abstention? (Non)
Vraagt
iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)
Quelqu'un
demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)
Begin van
de stemming / Début du vote.
Heeft
iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié
son vote?
Einde van de stemming / Fin du vote.
Uitslag van de stemming / Résultat du vote.
|
(Stemming/vote 16) |
||
|
Ja |
113 |
Oui |
|
Nee |
18 |
Non |
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |
|
Totaal |
131 |
Total |
Bijgevolg
neemt de Kamer het voorstel tot verwerping aan. Het voorstel van bijzondere wet
nr. 851/1 is dus verworpen.
En
conséquence, la Chambre adopte la proposition de rejet. La proposition de loi
spéciale n° 851/1 est donc rejetée.
We moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van 5 februari 2026.
Nous devons procéder à l'approbation de l'ordre du jour de la séance du 5 février 2026.
Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)
Bijgevolg is de agenda aangenomen.
Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)
En conséquence, l'ordre du jour est adopté.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 5 februari 2026 om 14.15 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 5 février 2026 à 14 h 15.
De vergadering wordt gesloten om 21.01 uur.
La séance est levée à 21 h 01.
|
De
bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 56 PLEN 092
bijlage. |
|
L'annexe
est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 092
annexe. |
DETAIL VAN DE NAAMSTEMMINGEN |
DETAIL DES VOTES NOMINATIFS |
Elektronische telling – Comptage électronique: 1
|
Ja |
53 |
Oui |
Elektronische telling – Comptage électronique: 2
|
Ja |
74 |
Oui |
Naamstemming - Vote nominatif: 3
|
Ja |
93 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
39 |
Abstentions |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Daerden Frédéric, De Knop Irina, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Van Tigchelt Paul, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 4
|
Ja |
101 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
30 |
Non |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Daerden Frédéric, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Yigit Ayse
|
Onthoudingen |
2 |
Abstentions |
Courard Philippe, Prévot Patrick
Naamstemming - Vote nominatif: 5
|
Ja |
116 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 6
|
Ja |
83 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
49 |
Abstentions |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daerden Frédéric, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Witte Kim, Dillen Marijke, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 7
|
Ja |
116 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Hiligsmann Serge, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
18 |
Abstentions |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 8
|
Ja |
54 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daerden Frédéric, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
|
Nee |
77 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
3 |
Abstentions |
Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Prévot Patrick
Naamstemming - Vote nominatif: 9
|
Ja |
36 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Daerden Frédéric, De Knop Irina, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Van Tigchelt Paul, Yigit Ayse
|
Nee |
95 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Huybrechts Britt, Jadoul Pierre, Keuten Dieter, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moons Kurt, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Pas Barbara, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ponthier Annick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Sneppe Dominiek, Soete Jeroen, Somers Werner, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Troosters Frank, Truyman Lieve, Van Belleghem Francesca, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoecke Alexander, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, Van Lommel Reccino, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Rooy Sam, Van Vaerenbergh Kristien, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Verkeyn Charlotte, Vermeersch Wouter, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
3 |
Abstentions |
Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Prévot Patrick
Naamstemming - Vote nominatif: 10
|
Ja |
40 |
Oui |
Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daerden Frédéric, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
77 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
17 |
Abstentions |
Aerts Staf, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Tonniau Robin, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 11
|
Ja |
36 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daerden Frédéric, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
84 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
14 |
Abstentions |
Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Courard Philippe, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Tonniau Robin, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 12
|
Ja |
33 |
Oui |
Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daerden Frédéric, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vander Elst Kjell, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
77 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
24 |
Abstentions |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, De Smet François, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 13
|
Ja |
36 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Chahid Ridouane, Daerden Frédéric, De Knop Irina, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, De Witte Kim, Di Nunzio Sandro, Eggermont Natalie, Gabriëls Katja, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Lysebettens Jeroen, Van Tigchelt Paul, Yigit Ayse
|
Nee |
77 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
21 |
Abstentions |
Bury Katleen, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
Naamstemming - Vote nominatif: 14
|
Ja |
42 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bertrand Alexia, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Daerden Frédéric, De Knop Irina, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Smet François, Dillen Marijke, Di Nunzio Sandro, Gabriëls Katja, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Moons Kurt, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Van Tigchelt Paul, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Nee |
77 |
Non |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Onthoudingen |
15 |
Abstentions |
Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Coenegrachts Steven, Courard Philippe, De Witte Kim, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Tonniau Robin, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 15
|
Ja |
85 |
Oui |
Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Buysrogge Peter, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Dedecker Jean-Marie, De Knop Irina, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hiligsmann Serge, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Matagne Julien, Matheï Steven, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ronse Axel, Safai Darya, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vandeberg Victoria, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hoof Els, Van Keymolen Phaedra, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert
|
Nee |
0 |
Non |
|
Onthoudingen |
49 |
Abstentions |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bilmez Kemal, Boukili Nabil, Bury Katleen, Chahid Ridouane, Courard Philippe, Daerden Frédéric, Depoortere Ortwin, Dermagne Pierre-Yves, Désir Caroline, De Witte Kim, Dillen Marijke, Eggermont Natalie, Hedebouw Raoul, Huybrechts Britt, Jacquet Farah, Keuten Dieter, Legasse Dimitri, Maouane Rajae, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moons Kurt, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ribaudo Julien, Schlitz Sarah, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Vanbesien Dieter, Vandemaele Matti, Van Hecke Stefaan, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Lysebettens Jeroen, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter, Yigit Ayse
Naamstemming - Vote nominatif: 16
|
Ja |
113 |
Oui |
Aerts Staf, Almaci Meyrem, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bergers Jeroen, Bertels Jan, Bertrand Alexia, Bilmez Kemal, Bombled Christophe, Bouchez Georges-Louis, Boukili Nabil, Buysrogge Peter, Chahid Ridouane, Coenegrachts Steven, Cornillie Hervé, Courard Philippe, Cuylaerts Dorien, Daenen Nele, Daerden Frédéric, Dedecker Jean-Marie, Delcourt Catherine, De Maegd Michel, Demesmaeker Eva, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Dermagne Pierre-Yves, De Roover Peter, Désir Caroline, De Smet François, De Vreese Maaike, De Wit Sophie, De Witte Kim, D'Haese Christoph, Di Nunzio Sandro, Dubois Xavier, Ducarme Denis, Dufrane Anthony, Eggermont Natalie, El Yakhloufi Achraf, Farih Nawal, Foret Gilles, Frank Luc, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gatelier Jean-François, Gielis Tine, Gijbels Frieda, Goffin Philippe, Grillaert Leentje, Handichi Youssef, Hansez Isabelle, Hedebouw Raoul, Jacquet Farah, Jadoul Pierre, Kompany Pierre, Lamarti Fatima, Lambrecht Annick, Lanjri Nahima, Lasseaux Stéphane, Legasse Dimitri, Lejeune Marc, Mahdi Sammy, Maouane Rajae, Matagne Julien, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Meuleman Brent, Michel Mathieu, Moscufo Nadia, Mutyebele Ngoi Lydia, Muylle Nathalie, Nuino Ismaël, Oru Funda, Peeters Lotte, Piedboeuf Benoît, Pirson Anne, Prévot Patrick, Ramlot Carmen, Raskin Wouter, Ribaudo Julien, Ronse Axel, Safai Darya, Schlitz Sarah, Scourneau Vincent, Seuntjens Oskar, Soete Jeroen, Tas Niels, Taton Julie, Thémont Sophie, Thiébaut Éric, Tonniau Robin, Tourneur Aurore, Truyman Lieve, Vanbesien Dieter, Vandeberg Victoria, Vandemaele Matti, Van den Heuvel Koen, Vandeput Steven, Van der Donckt Wim, Vander Elst Kjell, Van Hecke Stefaan, Van Keymolen Phaedra, Van Lysebettens Jeroen, van Riet Katrijn, Vanrobaeys Anja, Van Tigchelt Paul, Van Vaerenbergh Kristien, Verkeyn Charlotte, Weydts Axel, Wollants Bert, Yigit Ayse
|
Nee |
18 |
Non |
Bury Katleen, Depoortere Ortwin, Dillen Marijke, Huybrechts Britt, Keuten Dieter, Moons Kurt, Pas Barbara, Ponthier Annick, Sneppe Dominiek, Somers Werner, Troosters Frank, Van Belleghem Francesca, Van Hoecke Alexander, Van Lommel Reccino, Van Rooy Sam, Verbelen Kristien, Vereeck Lode, Vermeersch Wouter
|
Onthoudingen |
0 |
Abstentions |