|
Plenumvergadering |
Séance
plénière |
|
van Dinsdag 16 december 2025 Namiddag ______ |
du Mardi 16 décembre
2025 Après-midi ______ |
De vergadering wordt geopend om 14.23 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.
La séance est ouverte à 14 h 23 et présidée par M. Peter De Roover, président.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance
est ouverte.
Een reeks
mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kunt
die terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van deze
vergadering of in de bijlage ervan.
Une série
de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la
Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans
le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.
Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:
Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:
geen/aucun.
Collega’s, ik heb gevraagd om de werkzaamheden in de commissie voor Financiën op te schorten omdat we geen wetgevend werk kunnen combineren met werk in de plenaire vergadering.
Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 16 december 2025 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergaderingen van deze week ontvangen.
Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 16 décembre 2025, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour les séances de cette semaine.
Zijn er
dienaangaande opmerkingen?
Y a-t-il une observation à ce sujet?
Motion de
modification de l'ordre du jour
01.01 Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, in toepassing van artikel 17, nr. 3, van het Reglement vragen wij de toevoeging van het wetsvoorstel houdende wijziging van de artikelen 368 en 368/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en wijziging betreffende de jaarlijkse taks op de kredietinstellingen, nr. 1213/1, dat op dit moment nog behandeld wordt in de commissie voor Financiën.
De voorzitter:
Een motie werd ingediend door
de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens en de dames Aurore
Tourneur en Nawal Farih en luidt als volgt:
"Overeenkomstig
artikel 17, nr. 3, van het Reglement, vragen wij het
wetsvoorstel houdende wijziging van de artikelen 368 en 368/1 van het
Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en wijziging betreffende de
jaarlijkse taks op de kredietinstellingen, nr. 1213/1, aan de agenda toe
te voegen."
Une motion a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens et Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih et est libellée comme suit:
"Conformément à l’article 17, n° 3, du Règlement, nous demandons l’ajout de la proposition de loi portant modification des articles 368 et 368/1 du Code des impôts sur les revenus 1992 et modification relative à la taxe annuelle sur les établissements de crédit, n° 1213/1, à l’ordre du jour."
01.02 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, voor alle duidelijkheid, dit gaat over het stuk dat op dit moment nog in behandeling is in de commissie voor Financiën, die zonet geschorst is.
De voorzitter: De agendawijziging is dan ook onder voorbehoud van het beschikken over alle documenten en het afronden van de werkzaamheden in de commissie. Dat spreekt voor zich.
Ik stel voor dat we ons uitspreken bij zitten en opstaan. Wie de motie steunt staat op.
Ten minste een derde van de leden steunt de motie.
Au moins un tiers des membres soutient la motion.
De
agendawijziging wordt aangenomen.
La modification de l'ordre du jour est adoptée.
01.03 Khalil Aouasti (PS):
Monsieur le président, sauf erreur, il faut être 30 pour demander la
modification de l'agenda, mais 76 pour la voter. En fait, 30 l'ont demandée; il faut que 76 la
votent.
De voorzitter: Iedereen heeft kunnen zien dat we ruim met 76 waren. Er werd geen nominatieve stemming gevraagd, dus ik ga deze stemming vaststellen.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
02.01 Wouter Vermeersch, rapporteur: Ik verwijs
naar het schriftelijk verslag.
02.02 Steven Vandeput (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega's, op deze manier gaat het natuurlijk bijzonder vlot.
De financiewet werd in de commissie besproken en de belangrijke punten zijn daar aangehaald. In dat kader wil ik graag opmerken dat het Rekenhof heeft aangegeven dat de spelregels die gelden voor een financiewet perfect zijn gevolgd. Het maakte echter een aantal bedenkingen met betrekking tot de bepalingen in verband met Defensie. In de commissie heb ik aangegeven dat zoals ik het departement Defensie ken – ik deel toch enige geschiedenis met dat departement – er binnen de kortste keren meer duidelijkheid zou kunnen komen.
Ik herhaal wat ik in de commissie heb gezegd, namelijk dat onze fractie verkiest dat een volwaardige begroting ter bespreking en goedkeuring wordt voorgelegd aan de Kamer, een begroting die de zaken in handen neemt en ervoor zorgt dat dit land op het vlak van veiligheid, gezondheidszorg, sociale ondersteuning en ondernemerschap kan doen wat noodzakelijk is voor onze toekomst. Die noodzakelijke hervorming is op de sporen gezet en de trein is vertrokken, maar hij moet blijven rijden. We moeten dat hier kunnen bespreken en we kijken er dan ook naar uit om dat debat volgend jaar aan te gaan. Vandaag moet ons land echter verder blijven draaien en in dat kader zal mijn fractie haar steun verlenen aan deze financiewet.
02.03 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, voor mij is het wat te warm in de zaal, dus misschien moet de airconditioning toch even worden ingeschakeld. Ik weet niet wat er fout loopt, maar de temperatuur is niet aangenaam.
Daar moet ik bij zeggen dat wij net komen aangehold uit de commissie voor Financiën en Begroting. De manier van werken in die commissie – ik stel vast dat de commissievoorzitter al vertrokken is – is totaal niet verdedigbaar en heb ik in al mijn jaren als parlementslid, ondertussen al zes of zeven jaar, nog nooit meegemaakt. Het Reglement van de Kamer wordt er herhaaldelijk met de voeten getreden om met kunst- en vliegwerk toch maar een bankentaks van 150 miljoen euro door te drukken, waarover alle adviezen aangeven dat de kleine spaarder daarvoor uiteindelijk zal opdraaien. Die adviezen vermelden bovendien dat de risico's die aan de basis lagen van de financiële crisis van 2008 en 2009 opnieuw worden opgezocht. Die gang van zaken is dus niet verdedigbaar, mijnheer de voorzitter. Een parlementslid krijgt het dan al eens warm.
Mijnheer de voorzitter, wat nu voorligt, is het ontwerp van financiewet voor het begrotingsjaar 2026.
Minister Van Peteghem, normaal gezien hadden we vandaag de begroting voor 2026 moeten bespreken. Normaal gezien hadden we moeten debatteren over beleidskeuzes, prioriteiten en hervormingen. Niets is echter normaal aan wat vandaag voorligt. Vandaag bespreken we, godbetert, voorlopige twaalfden, niet omdat er geen regering is of omdat het land zich in lopende zaken bevindt, maar omdat de regering-De Wever er simpelweg niet in is geslaagd om haar belangrijkste opdracht uit te voeren, namelijk tijdig een begroting indienen in het Parlement.
Collega's, vandaag schrijven we geschiedenis, maar niet de goede soort geschiedenis. Dit is de eerste regering in volle bevoegdheid die moet terugvallen op voorlopige twaalfden. Dat is ongezien, onverdedigbaar en onaanvaardbaar. Het is vooral een regelrechte blamage. De mededeling van de eerste minister daarover in november in de plenaire vergadering, na zijn onderhoud met zijn goede vriend, de koning van België, was geen uitleg maar een schuldbekentenis.
Voorlopige twaalfden, mijnheer de minister, zijn een noodrem, geen beleidsinstrument, een noodmechanisme, maar geen beleidsinstrument. Ze zijn bedoeld voor situaties zonder regering, niet voor situaties met een regering die beweert sterk, daadkrachtig en hervormingsgezind te zijn. Dat instrument wordt normaal gebruikt bij politieke chaos – al doet deze regering op dat vlak goed haar best –, voor regeringen in lopende zaken, bij institutionele verlamming, maar niet in een regering die zegt dat ze orde op zaken wil stellen. Toch zitten we hier. De regering-De Wever gebruikt dus een noodoplossing om haar eigen falen te maskeren. Dit is de regering van de gebroken beloftes.
Collega’s, deze regering had één absolute prioriteit: de begroting saneren. Dat was de belofte. Dat was het uithangbord van de regering. Dat was het uiteindelijke excuus voor alles, de reden waarom een N-VA-voorzitter zo nodig premier van België moest worden. Wat is het resultaat vandaag? Men beloofde het strengste asielbeleid ooit, maar men presenteert ons een absoluut recordbudget voor Asiel. Men beloofde om het rotten te doen stoppen, maar ondertussen stevent dit land af op tot 200 miljard extra schuld. Die 200 miljard euro extra schuld zal worden toegevoegd onder de regering-De Wever. Dan spreek ik nog maar alleen over entiteit I, niet over de gezamenlijke Belgische staatsschuld. Dat is geen beleid, het is begrotingsbedrog.
Alsof dat niet volstaat, heeft deze regering in 2025 geen begrotingscontrole gehouden, mijnheer de minister. Nochtans stond die zwart op wit in het regeerakkoord en in uw beleidsnota, mijnheer de minister. Een begrotingscontrole in juli, een kritische evaluatie, bijsturing waar nodig, dat stond zo in uw beleidsnota. We zien niets van dat alles, geen controle, geen bijsturing, geen transparantie, en dat terwijl het Monitoringcomité en het Federaal Planbureau alarmerende cijfers brengen, internationale instellingen waarschuwen en de cijfers reeds roder kleuren. Wie geen controle doet, wil de waarheid niet zien.
Wat kost dat circus? Niemand weet het. Hoeveel kost deze noodbegroting? Zelfs collega Bouchez van de MR zegt heel duidelijk dat deze noodbegroting, deze voorlopige twaalfden, een besparing zijn. Mijnheer de minister van Begroting, u zei dat u er geen cijfer op plakt. De voormalige staatssecretaris voor Begroting, mevrouw Bertrand, sprak over 1,2 miljard euro als kostprijs van deze noodbegroting.
Collega's, één zaak staat vast. Zolang er geen volwaardige begroting is – die is voor alle duidelijkheid niet goedgekeurd in het Parlement – lopen de schulden verder op, stijgen de rentelasten en betaalt de belastingbetaler de rekening. Bovendien worden pensioenmaatregelen uitgesteld. De meerwaardebelasting gaat niet in op 1 januari, wat wij een goede zaak vinden. Onzekerheid kost uiteindelijk geld. De precieze factuur kennen we niet, maar dat er een factuur is, werd ook bevestigd door het Rekenhof. Dat die factuur aanzienlijk is, staat buiten kijf.
Over de cijfers inzake Defensie maken wij ons ernstige zorgen. Het Rekenhof wijst er terecht op dat een provisioneel krediet wordt voorzien zonder degelijke motivering, aangezien er informatie ontbreekt. Er staan bedragen in die zelfs nog niet goedgekeurd zijn door de regering en door minister Francken. Dat is onaanvaardbaar. Van de voorziene 10 miljard zou in 2025 amper 8 miljard vereffend zijn. Budgetten voorzien is één ding, ze effectief uitvoeren is nog iets anders.
Ondanks alle stoere taal van minister Francken, zal België dit jaar de NAVO-norm opnieuw niet halen. Internationaal en binnen de NAVO beloven wij die 2 %, maar de facto slagen we er niet in om die investeringen dit jaar te realiseren. Projecten lopen vertraging op en dan kopen we nog snel wat extra kogels. Dat werd ons in de commissie bevestigd. Extra munitie is weliswaar broodnodig, maar het duurt jaren vooraleer die geleverd wordt. Het Vlaams Belang zal dat dossier nauwgezet opvolgen. Collega Weydts, met de meerderheid beloofde u 2 %, maar die zult u dit jaar niet realiseren. U zit op dit moment aan 8 van de 10 miljard en voorlopig zien we niet in de cijfers dat die 2 % gerealiseerd zal worden.
Daarnaast is er nog Fedasil. De cijfers zijn hallucinant. De initiële dotatie voor 2025 bedroeg 826 miljoen euro en daar komt nog 2,7 miljoen euro bij, zoals blijkt uit de cijfers die we hier vandaag voorgeschoteld krijgen. Er is een verborgen provisie voor Fedasil van 115 miljoen euro en nog een extra verhoging in de cijfers die hier vandaag passeren, namelijk nog eens 11,6 miljoen euro.
Als we de rekensom maken – onze berekening werd bevestigd door het Rekenhof en door de minister van Begroting – komen we uit op een totaal van 956 miljoen euro voor Fedasil, alleen al dit jaar. Dat is bijna 1 miljard euro, een absoluut record. Ondertussen beweert de minister van Asiel en Migratie dat de asielinstroom daalt. Als die instroom echt zou dalen, waarom daalt het budget dan niet? Dat geld zit bovendien verstopt in provisies, zonder parlementaire controle, in strijd met het specialiteitsbeginsel. Dat werd ondertussen zwaar bekritiseerd door het Rekenhof. Dat is begrotingspolitiek via de achterdeur. In de cijfers is geen sprake van een streng migratiebeleid.
Ook op het vlak van ontwikkelingssamenwerking wordt nauwelijks bespaard. De vooropgestelde doelstellingen van respectievelijk 106 miljoen euro en 212 miljoen euro worden niet gehaald. Samen met de klimaatfinanciering loopt de ontwikkelingssamenwerking op tot bijna 2 miljard euro in de begroting. De effectieve besparing die werd gerealiseerd – collega’s, houd u vast – bedraagt 38 miljoen euro op een totaal van 2 miljard euro. Dat is geen sanering, maar gerommel in de marge. Wat ontwikkelingssamenwerking betreft, wordt er alleen met de mond bespaard, enkel in woorden.
Tot slot wil ik even ingaan op de dotaties aan de monarchie. In 2025 bedragen die 43 miljoen euro, volledig geïndexeerd. Er wordt geen enkele inspanning geleverd, terwijl werknemers, gepensioneerden en uitkeringstrekkers worden gekort op hun index. De monarchie blijft een heilig huisje. Die uitgaven blijven onaangeroerd. Wie echt wil besparen, moet de moed hebben om te zeggen dat die aftandse en ondemocratische instelling eindelijk moet worden afgeschaft en dat daarop bespaard moet worden.
Collega’s, ik rond af. Deze voorlopige twaalfden zijn geen technisch detail. Het gaat niet om een formaliteit, maar om een symbool van het falende beleid en het falende bestuur onder de regering-De Wever. Een regering die beweert orde op zaken te stellen, maar er niet eens in slaagt een begroting tijdig in te dienen, heeft haar geloofwaardigheid verloren.
Het Vlaams Belang zal die gang van zaken
blijven aanklagen. Wij zullen de cijfers in de commissie blijven fileren en de
regering blijven confronteren met haar eigen beloften die ze niet waarmaakt,
want Vlaanderen verdient beter dan noodoplossingen, gebroken beloftes en
begrotingschaos. Ik
dank u.
02.04 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le président, monsieur le ministre, il faut d'abord s'attarder sur le fait qu'en ce mois de décembre, nous allons voter des douzièmes provisoires. C'est un fait exceptionnel. Je ne sais pas s'il est déjà arrivé qu'un gouvernement de plein exercice doive recourir à ce mécanisme. Pour moi, c'est également le signe d'un gouvernement qui ne tient pas vraiment et qui manque de cohésion. Nous voyons aussi comment cette fin d'année se déroule. Vous avez annoncé un accord voici quelques semaines. Cependant, beaucoup de temps s'est écoulé avant que les notifications budgétaires ne nous parviennent et qu'un accord final ne soit conclu – en l'occurrence, la nuit de jeudi à vendredi. Je pense à un autre exemple. Mme Verlinden a fait voter un texte relatif aux évasions de prison en commission de la Justice. Et puis, sans qu'on sache pourquoi, elle demande qu'il soit postposé, faute d'accord à ce sujet.
En tout cas, s'agissant des douzièmes provisoires, ils ont été décidés parce qu'aucun accord budgétaire n'avait pu être trouvé. Or un accord budgétaire dessine les grandes lignes d'une politique. C'est plus important que, par exemple, l'histoire du texte de Mme Verlinden. Cette disposition témoigne de l'hésitation de ce gouvernement et du retard dans les choix à opérer. Depuis l'entrée en fonction de ce gouvernement, nous avons assisté à énormément de mobilisations dans les rues et de grèves antigouvernementales. Le 14 octobre fut un jour de manifestation historique: 140 000 personnes ont en effet défilé dans les rues de Bruxelles. En comparaison des vingt dernières années, c'est quelque chose de remarquable. Les gens commencent à percevoir quel est exactement votre projet et ils ne sont pas d'accord. C'est d'abord un projet de casse sociale. Vous voulez faire travailler tout le monde plus longtemps pour une pension moindre. Tous les travailleurs vont en payer le prix.
Au début, vous avez essayé d'emballer votre projet en parlant de l'harmonisation de certains statuts. Or ce ne sera pas le cas. Vous allez revoir à la baisse les pensions de tout le monde. Pour les agents des services publics, ce sera plus. Quant aux employés du privé, ils sont visés par le projet de malus pension, si bien que, selon les études, leur pension sera réduite.
Dans le même temps, vous décidez d'investir 34 milliards d'euros en dépenses militaires dans les années à venir. In fine, vous creusez donc la dette pour militariser notre société, tout en continuant à faire des cadeaux aux entreprises. La grande promesse de M. De Wever de remettre de l'ordre dans le budget n'est clairement pas tenue.
C'est aussi un projet antidémocratique. Les gens n'ont en effet pas voté pour ce projet. Quel parti ici avait inscrit le malus pension dans son programme? Lequel y avait inscrit l'augmentation de la TVA? Aucun. Aussi, ces dépenses très importantes pour militariser et effectuer des achats militaires, sont-elles utiles? Quelle est l'utilité d'avoir quatre, cinq ou six fois plus d'armes que la Russie, alors que l'Europe en possède aujourd'hui déjà trois fois plus? C'est par ailleurs une approche dangereuse aussi, car elle n'apportera pas la paix. Elle ne fait qu'augmenter le risque de guerre et enrichir, bien sûr, les multinationales américaines auprès desquelles la majorité du matériel est commandé.
Après dix mois d'Arizona, nous constatons en outre que certaines promesses de campagne n'ont pas été réalisées. Non seulement vous prenez des décisions qui ne figuraient pas dans votre programme, mais en plus, vous ne tenez pas vos promesses de campagne, comme, bien sûr, l'attention qui serait accordée au pouvoir d'achat. C'est évident dans la proposition de limiter l'indexation des salaires et des pensions, sans parler des 500 euros en plus promis, dont on ne verra jamais la couleur. À voir le résultat du baromètre publié vendredi dernier, les gens veulent-ils d'un saut d'index? La majorité des Belges répond que non. Les gens veulent-ils un malus pension? Non, six Belges sur dix disent non. Les gens veulent-ils des augmentations de la TVA? Non, six Belges sur dix disent non. Les gens veulent-ils une augmentation des accises sur le gaz? Non, sept Belges sur dix disent non. Les épaules les plus larges sont-elles mises à contribution? Ce que vous proposez est-il équitable? Eh bien non. Plus de sept Belges sur dix disent non.
En fait, il est clair que ce que vous êtes en train de faire n'est pas soutenu par la population, et que vous n'avez pas de légitimité pour le faire. Je me réjouis que, aujourd'hui, les différentes organisations syndicales, mais aussi le mouvement associatif, continuent de se mobiliser contre les différents projets de ce gouvernement et annoncent des nouvelles mobilisations aux mois de janvier, février et mars.
Je vais parler brièvement du contenu précis des douzièmes provisoires. Il est clair qu'en fait, le principe des douzièmes provisoires n’est de nouveau pas respecté, puisque vous inscrivez deux milliards en plus pour des achats en défense. On ajoute deux milliards de dépenses, sans respecter le principe des douzièmes provisoires, parce que le projet de loi 1143, qui est à la base de cet achat de missiles, ne sera voté ici que jeudi, et discuté demain.
Ce n'est pas le seul problème. Le Conseil d'État relève qu'on ne peut pas voter des budgets pluriannuels, et que: "Les dispositions proposées doivent être considérées comme l'expression d'un engagement politique. C'est donc un passage en force."
Le projet de loi traduit parfaitement la vision de société de ce gouvernement. Tout peut attendre. Le budget est repoussé de plusieurs mois. C'est encore et toujours l'incertitude pour les moyens à prévoir, par exemple pour les CPAS, qui seront débordés à cause de la réforme du chômage. La seule chose qui ne peut pas attendre selon vous, c'est la militarisation de la société.
Nous allons donc clairement voter contre ces douzièmes provisoires, parce qu'ils alimentent une logique d'escalade militaire qui est dangereuse. Ils sont le produit d'un gouvernement qui n'a pour nous plus aucune légitimité pour les politiques qu'il mène. Vous avez clairement menti aux gens, et aucune de vos promesses de campagne n'est tenue.
02.05 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, chers collègues, ce gouvernement Arizona a fait du sérieux budgétaire et d'une répartition équilibrée des efforts une priorité – c'est en tout cas ce qu'il a dit – que tous les groupes peuvent suivre, se doivent de suivre. Le problème de ce gouvernement est qu'il a beaucoup de difficultés à passer de la parole aux actes.
L'Arizona déclare vouloir défendre le pouvoir d'achat mais attaque, via les augmentations de TVA et les sauts d'index, le pouvoir d'achat des travailleurs et des classes moyennes. Autre exemple, l'Arizona déclare vouloir sauver nos pensions et préserver notre système de santé mais réalise des coupes budgétaires drastiques sur les pensions et sur notre système de santé.
En matière budgétaire, c'est la même chose. Il y a de belles déclarations sur l'équilibre de l'effort et le sérieux budgétaire mais aucun acte. Si on s'en réfère au rapport du Comité de monitoring, le déficit et la dette vont exploser d'ici la fin de la législature par rapport au solde 2024. Face à cela, que fait le gouvernement après moins d'un an d'exercice? Il dépose au Parlement un projet de loi de finances pour des douzièmes provisoires.
Le premier ministre et l'ensemble de ce gouvernement ont en effet été incapables de se mettre d'accord dans les temps sur un budget en bonne et due forme. Lorsque, après plusieurs semaines et un détour par le Palais, le gouvernement parvient à se mettre d'accord, cet accord est pour le moins flou. Nous attendons d'ailleurs toujours les notifications du gouvernement concernant l'accord sur les neuf milliards et les réponses aux nombreuses questions concernant par exemple les produits visés par la hausse de la TVA ou les deux sauts d'index. Ce gouvernement a délaissé le sérieux budgétaire dès sa mise en place.
Chers collègues, vous l'aurez compris, les crédits provisoires et cette loi de finances s'inscrivent dans la même ligne. Les documents présentés par le gouvernement sont très lacunaires. Je vais prendre deux exemples simples. La Cour des comptes a épinglé le manque de justification du gouvernement en matière de défense et a expliqué que le contrôle du budget de la Défense serait renforcé vu la latitude que le gouvernement a offert au ministre pour des milliards d'euros. Autre exemple, les documents présentés par le gouvernement ne contiennent aucune estimation de l'impact de ces douzièmes sur le déficit et sur la dette, alors que le ministre s'y était engagé en novembre en commission.
Monsieur le président, le groupe PS n'avait pas voté pour le budget 2025, un budget qui fait payer la classe moyenne, les travailleurs, les pensionnés. Sans surprise, nous ne voterons pas pour cette loi de finances, qui ne constitue que la prolongation du budget injuste du gouvernement et annonce, suite à l'accord sur les neuf milliards, des budgets encore plus sombres pour les travailleurs et leur pouvoir d'achat.
De voorzitter: Mijnheer Bertels, hebt u verrassingen?
02.06 Jan Bertels (Vooruit): Ik sta voor degelijkheid, mijnheer de voorzitter. Verrassingen zijn daar niet altijd bij inbegrepen.
Ik wil komen tot de essentie van dit wetsontwerp. Voor de Vooruitfractie is het bijzonder belangrijk dat we hiermee de continuïteit van het bestuur verzekeren, zodat onze overheid en onze diensten kunnen blijven functioneren. De uitgebreide discussie over de begroting voor 2026 zullen we volgend jaar in dit Parlement voeren. Dan zullen we alle argumenten van elke kant kunnen belichten. Vandaag zijn de voorlopige twaalfden voor drie maanden belangrijk.
Ik wil ook nog eens onderstrepen wat de heer Vandeput heeft gezegd, namelijk dat het Rekenhof, in de gedachtewisseling die we met zijn vertegenwoordigers hebben gehad, de afwijkingen gerechtvaardigd heeft genoemd. Er zijn ook een aantal positieve afwijkingen die voor de Vooruitfractie belangrijk zijn, zoals de compensatie van de OCMW’s. We geven de OCMW’s het geld dat we hun hebben beloofd. Dat is voor hen belangrijk.
De kern voor ons is dat we hiermee verder kunnen en dat de overheid haar werking kan blijven garanderen. De discussie over hoe we met deze regering verder zullen investeren en hervormen, zullen we ongetwijfeld in januari en februari uitgebreid met elkaar voeren. We willen er in elk geval voor zorgen dat de Staat en de overheid kunnen doen wat ze moeten doen, namelijk besturen.
02.07 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Beste collega’s, het blijft een bizarre situatie dat we met een regering in volheid van bevoegdheid een noodbegroting met voorlopige twaalfden moeten bespreken. We hebben dat punt al uitgebreid behandeld. Ik zal die discussie hier niet opnieuw voeren, maar ik heb drie fundamentele opmerkingen bij die voorlopige twaalfden. Bij elk van die opmerkingen dien ik een amendement in. Mijnheer de voorzitter, ons stemgedrag zal afhangen van het resultaat van de stemming over die amendementen.
Het eerste thema is Oekraïne. Zoals we in het debat over Euroclear al meerdere keren hebben aangehaald, is het vandaag nog altijd zo dat ons land elk jaar 1,2 miljard euro extra inkomsten krijgt als gevolg van de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear. Dat zijn opbrengsten voor ons land die niet het resultaat zijn van economische activiteiten. We krijgen dat geld omdat Euroclear toevallig in Brussel is gevestigd en onderworpen is aan de Belgische vennootschapsbelasting. Sinds het begin hebben we de afspraak gemaakt dat die opbrengsten volledig zouden worden gebruikt.
02.08 Axel Weydts (Vooruit): Collega Vanbesien, het is nu al de tweede keer dat u die plaat oplegt. Ik vraag me oprecht af wat u zou doen met die 1,2 miljard euro aan inkomsten die we verkrijgen omdat Euroclear toevallig bij ons is gevestigd. Moeten we die in de vuilnisbak smijten?
Het is toch maar normaal dat de Staat die middelen aanwendt om te investeren in Oekraïne en Oekraïne zo te helpen? Ik begrijp echt jullie punt niet. Of pleit Groen ervoor dat we boven op die 1,2 miljard nog ergens een miljard vandaan halen om Oekraïne te steunen? Ik vind dat we de bevroren tegoeden bij Euroclear moeten aanwenden om Oekraïne te steunen. Ik vind dat niet meer dan normaal. Ik had graag vernomen van u, collega Vanbesien, hoe u dat exact ziet, want ik begrijp de plaat die u al twee keren hebt opgelegd, helemaal niet.
02.09 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Weydts, ik ben blij dat ik die plaat opnieuw opleg, want u hebt blijkbaar niet goed geluisterd vorige keer.
Uiteraard moet die 1,2 miljard euro besteed worden aan Oekraïne. Als ik mijn redenering verder afmaak, zult u begrijpen wat mijn bemerking daarbij is. Luister goed, dan moet ik die plaat niet nog eens afspelen.
Zoals ik zei, sinds het begin hebben we de afspraak gemaakt dat de opbrengsten volledig gebruikt zouden worden om Oekraïne militair te ondersteunen. Deze voorlopige twaalfden trekken het budget voor Defensie naar voren omdat er in het begin van volgend jaar een grote bestelling moet plaatsvinden van luchtafweergeschut. Uit de toelichting die de regering gegeven heeft, weten we dat in die provisie 1 miljard gereserveerd wordt voor steun aan Oekraïne. Dat is dus 200 miljoen te weinig, mijnheer Weydts. De opbrengst uit Euroclear bedraagt immers 1,2 miljard. Gaat u daarmee akkoord?
Daarnaast betekent dat dat ons land nog steeds geen eigen middelen investeert in de steun aan Oekraïne, in tegenstelling tot de andere Europese landen. Dat is een situatie die in het verleden verdedigbaar was, maar sinds de Verenigde Staten hun steun aan Oekraïne hebben teruggetrokken, valt de volledige last van de financiering van die oorlog op de schouders van Europa. Daarom moeten we stilaan onze houding aanpassen. Daarom, mijnheer Weydts, dient onze fractie een amendement in om de provisie voor Oekraïne te verhogen met 300 miljoen: 200 miljoen om aan onze belofte te voldoen om de volledige opbrengst uit Euroclear in te zetten, en 100 miljoen om eindelijk ook een eerste stap te doen om steun aan Oekraïne te leveren uit onze eigen middelen, zoals de andere Europese landen al doen. In totaal willen we dus een verhoging van 300 miljoen euro.
Hopelijk hebt u het begrepen.
(…): (…)
02.10 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Oké, dat doet me plezier.
Het tweede punt, collega’s, betreft de fraudebestrijding. Een belangrijk element in de discussie naar aanleiding van de State of the Union is de geplande aanwerving van 373 extra aan te werven inspecteurs in het kader van de fraudebestrijding. Daarnaast zijn er andere noodzakelijke investeringen, met name de oprichting van een Belgische fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) en een nationaal fiscaal parket. De investering die daarvoor in de tabellen voor 2026 is ingeschreven, bedraagt 52 miljoen euro, vermeerderd met nog eens 6 miljoen euro voor de FIOD en het nationaal fiscaal parket.
In deze voorlopige twaalfden zien we echter geen bijkomende middelen voor de Bijzondere Belastinginspectie. Die blijven beperkt tot drie twaalfden van 2025. Ook de totale middelen voor Justitie blijven nagenoeg volledig op drie twaalfden van 2025. Dat betekent dus dat al die aanwervingen, inclusief het opstarten van de aanwervingsprocedures en de investeringen in fraudebestrijding, zullen moeten wachten tot april 2026. Dat is volgens ons te laat. We moeten ervoor zorgen dat die strijd vanaf januari kan worden opgestart en dat het plan effectief in werking kan treden. We zullen dan ook een amendement indienen om de werking van de BBI al vanaf het begin van het jaar te versterken, zodat kan worden gestart met de aanwervingsprocedures voor die belangrijke mensen in de strijd tegen fraude.
Ten slotte, collega’s, wil ik ingaan op de steun aan de OCMW’s. Collega Bertels heeft dat punt ook al aangehaald. Wanneer we de toelichting bij de voorlopige twaalfden raadplegen, lezen we het volgende: "Begin 2026 treedt ook de hervorming van de werkloosheidsreglementering in werking en, daaraan gelinkt, de terugbetaling voor de personen die uit de werkloosheid uitstromen en een beroep zullen moeten doen op een leefloon. De totale kostprijs voor 2026 werd hierbij geraamd op 306 miljoen euro. Wel wordt ervan uitgegaan dat de eerste terugbetaling door de federale overheid aan de OCMW’s pas in maart zal plaatsvinden. Voor het eerste trimester van 2026 dient er dus één twaalfde te worden voorzien, met name 25,5 miljoen euro. Er wordt een bijkomende maand voorzien, wat de afwijking op twee twaalfden brengt in het eerste trimester."
Gezien de budgettaire moeilijkheden waarin de OCMW’s zich zullen bevinden, zou het volgens ons wijzer zijn om die drie twaalfden van dat bedrag volledig te voorzien. Ik zeg dat vooral omdat er twijfel over bestaat of het volledige bedrag dat voor 2026 wordt uitgetrokken, wel zal volstaan om de extra kosten voor de OCMW’s te dekken. Daarom lijkt het ons voorzichtiger om alvast drie twaalfden op te nemen in de voorlopige twaalfden.
Als dat niet nodig blijkt te zijn, dan is dat uiteraard positief. Als het wel nodig is, dan is het krediet ten minste voorzien. Dat, collega’s, is het derde amendement dat we hebben ingediend en waarvoor we uitkijken naar jullie stemming.
02.11 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Chers collègues, pour commencer je dois bien vous dire qu'on a été assez surpris avec nos équipes de découvrir ce document qui est nettement moins lisible que ce qu'on pouvait voir par le passé avec les douzièmes provisoires. D'ordinaire, les tableaux sont plus clairs, structurés programme par programme, et indiquent précisément l'écart par rapport à un douzième provisoire pur, la part liée à des corrections techniques ou à l'indexation et la part correspondant à de véritables nouvelles politiques. Dans ce que vous nous présentez, cela a totalement disparu. Votre méthode rend l'évaluation et le contrôle parlementaire beaucoup plus difficiles, d'autant plus que les délais sont, comme vous le savez, extrêmement courts. Cela nous apparaît donc comme un recul important en matière de contrôle démocratique et du rôle de contrôle des parlementaires.
Nous souhaiterions que – parce qu'on ne doute pas qu'il y aura encore d'autres épisodes de tensions au sein de ce gouvernement qui mèneront à de nouveaux douzièmes provisoires – cela ne se reproduise plus et que vous reveniez à la méthode antérieure qui est davantage lisible.
Je me concentrerai sur quelques éléments en complément de mon collègue Vanbesien. Premièrement, la lutte contre la fraude, thème central pour nous, apparaissait comme une priorité dans le programme de l'Arizona. Pourtant, on attend toujours le recrutement des 373 inspecteurs supplémentaires. Nous observons que dans ces douzièmes provisoires, aucun euro supplémentaire n'est prévu pour l'ISI, l'Inspection spéciale des impôts. Les moyens qui restent sont strictement limités à trois douzièmes du budget 2025, soit 15,25 millions d'euros.
Il en va de même pour le volet Justice de la lutte contre la fraude fiscale, dont les moyens sont quasiment intégralement gelés à trois douzièmes. Cela veut dire qu'on n'augmente pas les moyens pour lutter contre la fraude fiscale, moyens dont nous avons pourtant cruellement besoin dans le budget de l'État. On croit comprendre en lisant ces douzièmes provisoires que les recrutements par l'Arizona pour renforcer la lutte contre la fraude fiscale ne commenceront qu'en avril 2026. Pouvez-vous nous confirmer cela?
Comment le gouvernement justifie-t-il ce décalage entre toutes ces annonces qui font de la lutte contre la fraude fiscale une priorité et cette réalité budgétaire où on voit qu'il n'y a pas un euro en plus qui lui est consacré? Nous déposons un amendement pour renforcer cette lutte et commencer dès janvier les recrutements et les investissements nécessaires pour aller chercher les milliards d'euros qui échappent au budget de l'État chaque année.
Concernant la Justice, le budget suit presque entièrement la logique de douzièmes provisoires, à l'exception de 15 millions d'euros supplémentaires pour une provision sécurité. Ces 15 millions sont présentés comme nécessaires pour maintenir les prisons de Saint-Gilles et d'Anvers ainsi que pour agrandir celle de Saint-Gilles. Or la prison de Saint-Gilles était censée fermer ses portes en 2024 au profit de la nouvelle prison de Haren. Nous sommes au dernier mois de 2025 et vous nous annoncez que vous voulez agrandir cette vieille prison. C'est incompréhensible, contre-productif et dangereux. On parle de traitements inhumains et dégradants à la prison de Saint-Gilles. Les cellules sont sans chauffage et il y a des véritables problèmes d'insalubrité, d'absence de nourriture. Cette prison doit absolument fermer ses portes! C'est évidemment de la mauvaise gestion que de vouloir continuer cette fuite en avant avec la surpopulation carcérale qui augmente chaque jour et de vouloir maintenir ouverte une prison totalement insalubre alors qu'on en a construit une autre pour la remplacer.
Par ailleurs, vous connaissez notre préoccupation par rapport au soutien aux CPAS. Nous saluons le fait que le que votre gouvernement reconnaisse l'impact budgétaire de la limitation du chômage dans le temps sur les CPAS. C'est la moindre des choses, mais avec ce gouvernement, on peut toujours s'attendre au pire. On voit en effet un supplément de 194 millions d'euros sous l'allocation "CPAS - droit à l'intégration sociale". Mais l'exposé des motifs précise que bien que le coût total pour 2026 soit estimé à plus de 306 millions d'euros, le gouvernement part du principe que le premier remboursement aux CPAS n'aura lieu qu'en mars. Vous ne prévoyez que deux douzièmes pour le premier trimestre au lieu de trois. Il nous semble que c'est un hold-up vis-à-vis des CPAS, c'est-à-dire que vous organisez un décalage dans les remboursements. Ce n'est pas honnête. Cet argent leur revient. Il doit leur permettre de rembourser les RIS et de s'organiser pour pouvoir accueillir au mieux ces publics qui vont arriver chez eux en raison des réformes du fédéral.
Il n'y a pas de raison que cet argent ne leur revienne pas en temps et en heure. Cela a déjà été assez compliqué pour pouvoir s'organiser dans les dernières semaines avant la fin de l'année pour pouvoir accueillir le 2 janvier les premières vagues de personnes exclues. Nous déposons un amendement pour faire en sorte que ce soit bien trois douzièmes qui soient versés aux CPAS et non pas deux.
Enfin, en ce qui concerne nos amendements au sujet de l'Ukraine, mon collègue vous les a déjà présentés.
02.12 Alexia Bertrand (Open Vld): Mijnheer de minister, laten we niet rond de pot draaien. Wat u ons vandaag vraagt, is ongezien. Een regering in volle bevoegdheid verzoekt het Parlement om het gebruik van voorlopige twaalfden, zonder externe crisis, zonder gemeenteraadsverkiezingen, zonder verkiezingen in het algemeen en zonder enig extern evenement dat dat zou kunnen verantwoorden. Uw interne spanningen hebben ertoe geleid dat u laattijdig bent. Voorlopige twaalfden zijn een noodinstrument, een overbruggingsinstrument. Vandaag worden dat systeem gebruikt omdat de regering te laat was.
Daarbij mogen we niet uit het oog verliezen wat dat betekent. Dat instrument houdt een standstill van drie maanden in. U probeert dat te normaliseren. Deze regering is al bijna een jaar in functie. Het gaat om een zittende regering die er niet in slaagt om tijdig een begroting in te dienen. Dat is geen overmacht, dat is politiek onvermogen. Economen zeggen dat luidop in de pers. Het mechanisme toont aan dat de regering in coma ligt.
Waarop baseert u die noodkredieten? U baseert ze op de begroting van 2025, terwijl die het grootste tekort vertoont sinds de covidcrisis. Het gaat om een heel erg bloedrode begroting, die het tekort sinds uw aantreden vergroot heeft.
Door die begroting nu blind te kopiëren via voorlopige twaalfden, stopt u het tekort niet. Integendeel, de rentelasten en de schuldgraad blijven gewoon oplopen. U rolt de sneeuwbal gewoon verder.
De vraag rijst of u een begroting op juridisch drijfzand aan het bouwen bent. Neem de welvaartsenveloppe. U boekt daar een besparing in, maar u moest in de commissie toegeven dat de wet die dat juridisch regelt, nog niet eens is goedgekeurd. U hebt mij geantwoord dat de wet nog bij de Raad van State lag. Wat is het nu? Schaft u de welvaartsenveloppe op wettige wijze af, of doet u dat zonder juridische basis?
Mijnheer de minister, een regering in volle bevoegdheid moet besturen, niet dweilen met de kraan open via noodwetten. Wij weigeren dit precedent te legitimeren. Wij weigeren mee te stappen in dit business-as-usualverhaal, terwijl de begroting ontspoort.
Daarom zal de Open Vld-fractie overtuigd tegenstemmen.
02.13 Minister Vincent Van Peteghem: Geachte Kamerleden, bedankt voor alle uiteenzettingen.
Veel van wat hier gezegd is, hebben we al besproken. We hebben het ook al gehad over de amendementen die in de commissie zijn voorgelegd. Daarop zijn ook al antwoorden gegeven.
Ik had vandaag natuurlijk ook veel liever een volwaardige begroting voor 2026 voorgelegd, die we hier konden bespreken en in de diepte analyseren. Voor- en tegenstanders hadden dan hun mening kunnen geven en uiteindelijk de keuze kunnen maken om die begroting al dan niet goed te keuren. Jammer genoeg is dat niet het geval. Ik zal niet ontkennen dat ik daarover ontgoocheld ben. Ik vind dat ook jammer.
Ik hoor echter vandaag van sommige collega’s dat dit het gevolg is van een politiek onvermogen, terwijl er binnen de regering eigenlijk al een begroting is afgesproken. De afgesproken begroting geldt niet louter voor 2026, maar voor de periode van 2026 tot en met 2029. We voldoen daarmee aan onze Europese verplichtingen en hebben binnen de regering beslissingen genomen op veel verschillende domeinen, onder andere over investeringen die moeten gebeuren, maar ook besparingen die worden doorgevoerd. We hebben daarin ook hervormingen goedgekeurd. Er zal ook een pensioenhervorming worden goedgekeurd, zonder bijkomende kosten tegen 2070, zoals beslist door de vorige regering, maar een pensioenhervorming waarmee we daadwerkelijk 1,7 % van het bbp besparen tegen 2070. Er zal ook een fiscale hervorming worden doorgevoerd, waardoor de lasten op arbeid naar beneden gaan, en een arbeidsmarkthervorming, waardoor er weer wat meer flexibiliteit in onze arbeidsmarkt komt. Op dit ogenblik spreken over politiek onvermogen, gaat mijn petje toch een beetje te boven.
Mijnheer de voorzitter, beste collega’s, ik begrijp best dat er vragen kunnen worden gesteld bij het feit dat we moeten gebruikmaken van voorlopige twaalfden. We doen dat natuurlijk, zoals de heer Bertels daarnet gezegd heeft, om ervoor te zorgen dat we voort kunnen besturen. Binnen dit en een aantal maanden zullen we hier een begroting goedkeuren voor 2026, heel goed wetende dat we eigenlijk een begroting zullen goedkeuren voor de periode 2026 tot 2029.
Ik betreur dat we nu met voorlopige twaalfden moeten werken, maar het is een noodzakelijke stap en het getuigt van politiek vermogen om de beslissingen te nemen die dit land nodig heeft.
02.14 Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, ik denk dat collega Ronse voor één keer gelijk had toen hij dit historisch noemde. Ik denk niet dat er ooit een regering is geweest die terwijl ze niet in lopende zaken was, een beroep moest doen op voorlopige twaalfden en op een financiewet. Als u zegt dat dit niet van onvermogen getuigt en dat de begroting tot 2029 afgeklopt is, waarom krijgt het Parlement dan niet alle notificaties die intussen in de ministerraad zijn besproken? Aan de begrotingstabel die we hebben gekregen, zitten nog heel veel losse eindjes. De minister van Financiën antwoordt niet op onze vragen daarover. De eerste minister komt niet eens naar het Parlement voor extra toelichting. Wij hebben nog geen begroting gezien, maar als die notificaties afgeklopt zijn, wanneer krijgt het Parlement die dan? De pers beschikt er al over, maar de parlementsleden hebben ze nog niet ontvangen.
02.15 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, toen de regering uit de startblokken schoot, beloofde ze de rekeningen op orde te brengen. In werkelijkheid krijgt ze de rekeningen helemaal niet op orde, want ze organiseert net een massale investering in Defensie, waardoor het budgettair tekort groot blijft. Die kwestie beantwoordt u niet.
U moet eerlijkheidshalve toegeven dat werken met voorlopige twaalfden niet bepaald elegant is. Het is ongezien dat een regering die over volle bevoegdheid beschikt hier enkel met voorlopige twaalfden staat. Dat is des te opvallender omdat de eerste prioriteit net was de rekeningen op orde te brengen. Het eerste jaar van de regering is bijna voorbij, maar het is nog altijd niet in orde.
Eén ding is alleszins zeker, namelijk dat er tot nog toe veel protest is geweest. Daardoor kon de invoering van de pensioenmalus al met een jaar worden uitgesteld. We hebben ook kunnen verwerven dat ziekteperiodes niet meetellen voor die pensioenmalus.
Het is echter duidelijk dat zeer veel mensen niet akkoord gaan met de voorgestelde pensioenhervorming die men over enkele maanden ter stemming wil voorleggen. Wij ontvangen massaal getuigenissen van mensen die zeggen dat ze niet tot 67 kunnen werken. Gisteren sprak ik nog met vrouwen die in kinderdagverblijven werken. Ze zeiden het allemaal dat ze niet tot 67 kunnen werken. Ze moeten die kinderen optillen, terwijl ze vanaf ongeveer 50 jaar allemaal schouder- of rugproblemen hebben. Dat gaat gewoon niet.
Ik ben dan ook zeer blij dat we deze regering al aan het wankelen hebben gebracht. Wij zullen verdergaan, zowel hier als op straat. Wij blijven mobiliseren tegen uw plannen. Wij willen van dat uitstel uiteraard afstel maken.
02.16 Alexia Bertrand (Open Vld): Mijnheer de minister, dat de regering vandaag moet werken met voorlopige twaalfden is geen technische voetnoot, dat is een politiek falen. Laten we eerlijk zijn. Dat is geen normaal beleidsinstrument. De voorlopige twaalfden bestaan voor noodsituaties, wanneer een regering niet in staat is haar begroting tijdig goedgekeurd te krijgen. Wie ze gebruikt, geeft toe dat hij niet kan beslissen, niet kan arbitreren en geen meerderheid kan organiseren. Dat is wat de voorbije weken en maanden is gebeurd.
U zegt dat dit geen politiek onvermogen is, omdat er zogezegd al een begrotingsakkoord klaarligt voor 2026, maar laten we eerlijk zijn. Een begrotingsakkoord is juridisch niet sluitend. Er is nog geen begroting en er zijn geen begrotingsnotificaties. Het is een intentieverklaring, geen begroting.
Intussen creëren de voorlopige twaalfden wel onzekerheid voor de administraties, voor investeringen, voor burgers en voor ondernemingen. Dat is precies wat politiek onvermogen betekent. De voorlopige twaalfden zijn geen bewijs van stabiliteit. Ze zijn het symptoom van een regering die haar begrotingsverantwoordelijkheid niet kan dragen.
Volgend jaar zullen we zien wat u ons voorlegt, maar over de btw-harmonisering of btw-verhoging bijvoorbeeld bestaat absoluut geen zekerheid. Het gaat alle richtingen uit. Uw begrotingsakkoord 2026 bestaat dus noch juridisch, noch in de feiten.
02.17 Axel Ronse (N-VA): Ik was niet van plan om het woord te nemen, maar het wordt mij toch te veel.
Ten eerste, er is geen stabiliteit. Kijk naar de minister van Begroting. Zie hem daar zitten. Dat is toch een baken van stabiliteit?
Ten tweede, mevrouw Bertrand, ik begrijp niet hoe u dat durft te zeggen. Minister van Begroting Van Peteghem van de regering-De Wever keek naar een tabel en vroeg zich af hoe hij het moest oplossen, want hij moet in 2029 al 20 miljard intresten betalen. Hij heeft dat meegekregen van mevrouw Bertrand, de intresten van Bertrand, de Bertrand-taks en hij moet dat maar betalen. Dat is bijna de helft van de reguliere uitgaven van de federale overheid. U hebt ons hier echt een zwijnenstal achtergelaten. U zou het toch moeten toejuichen dat er daar een aantal maanden hard en goed aan gewerkt is en dat er nu eindelijk een deftig akkoord is? U blaast heel hoog van de toren en zou toch iets bescheidener mogen zijn.
02.18 Alexia Bertrand (Open Vld): Mijnheer Ronse, u moet stoppen met uw riedeltje, het wordt een 'ronseltje'. We beginnen dat te kennen. U bent heel sterk in verhalen vertellen, maar er bestaat ook zoiets als de feiten, als de waarheid. Bij de laatste begroting bedroeg het federale tekort 2,8 %, u zit op 4,2 %. U hebt gelijk, mijnheer Van Hecke, eigenlijk is het zelfs 2,7 %, maar ik rond het af voor het gemak.
Nu zit u op 4,2 % en als ik naar de cijfers kijk, dan maak ik mij zorgen voor de minister van Begroting, want het ziet er niet goed uit tegen 2029, maar dat zullen we later bespreken. De cijfers voor vandaag zijn wat ze zijn. Het tekort bij de begroting 2025, waarop u uw voorlopige twaalfden baseert, bedraagt 4,2 %, terwijl wij op 2,8 % zaten. We zullen op het einde van de rit samen de rekening maken en dat beoordelen, maar vergeet in uw verhalen nooit de feiten te bekijken, want anders wordt het een 'ronseltje'.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Aan de orde is de bespreking van de
artikelen van het ontwerp van financiewet voor het begrotingsjaar 2026, nr.
1200/1.
L'ordre du jour appelle la discussion des articles du projet de loi de finances pour l'année budgétaire 2026, n° 1200/1.
Het wetsontwerp telt 33 artikelen.
Le projet de
loi compte 33 articles.
Ingediende amendementen:
Amendements déposés:
Art. 16
• 5 – Dieter Vanbesien cs (1200/5)
• 6 – Dieter Vanbesien cs (1200/5)
• 7 –
Dieter Vanbesien cs (1200/5)
• 8 – Dieter Vanbesien cs (1200/5)
Besluit van de
artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la discussion des articles:
Aangehouden: de
amendementen, het artikel 16 en de bijgevoegde tabellen.
Réservés: les
amendements, l'article 16 et les tableaux annexés.
Artikel per artikel
aangenomen: de artikelen 1 tot 15 en 17 tot 33.
Adoptés article par article: les articles 1 à 15 et 17 à 33.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, het aangehouden artikel en over het geheel en de bijgevoegde tabellen zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et l'article réservé ainsi que sur l'ensemble et les tableaux annexés aura lieu ultérieurement.
Minister Van Peteghem, nu ik naar u kijk vanop mijn hoger gelegen spreekgestoelte, valt er mij iets op. Klopt het dat u flexi-jobt als Duits bondskanselier? Ik vind dat er een zekere gelijkenis is tussen u en de Duitse bondskanselier Merz. U maakt ongetwijfeld gebruik van de mogelijkheden die dat biedt: stabiliteit, één brok stabiliteit. Waar is de tijd dat Duitsland voor stabiliteit stond?
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, de heer Dieter Vanbesien,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
03.01 Wouter Vermeersch (VB): Ik heb mijn uiteenzetting voor de twee punten gebundeld. Eigenlijk is er ook een chronologie die het best gevolgd kan worden. Natuurlijk moet men eerst de begroting voor 2025 aanpassen, vooraleer men de voorlopige twaalfden op die aangepaste begroting van 2025 kan doorvoeren.
Mijn vraag, die ik trouwens ook in de commissie heb gesteld, is om de chronologie van die stukken te wijzigen. Men moet eerst 2025 aanpassen, vooraleer men de voorlopige twaalfden op die aangepaste begroting 2025 in het Parlement kan goedkeuren.
Ik heb de beide besprekingen samengenomen, omdat het ene uit het andere volgt.
De voorzitter: Het is wellicht de volgorde van indiening. Ik zie wel de logica. Stel u voor dat we bij de stemming het ontwerp van financiewet goedkeuren, maar daarna de aanpassing niet. Dan zitten we een beetje kaduuk. Gelieve daar bij uw stemgedrag rekening mee te houden.
We gaan nu in elk geval de agenda volgen, maar u wijst daar terecht op een probleem met de chronologie.
03.02 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, chers collègues, je ferai une brève intervention car je suis d'accord avec ce qui vient d'être dit. Je ne vais donc pas m'étendre sur cet ajustement. Comme pour la loi de finances, ce projet est très lacunaire et démontre le manque de sérieux de ce gouvernement.
Voici quelques exemples. Nous sommes mi-décembre et avec la méthode de travail du gouvernement, nos CPAS attendent toujours les moyens promis. Le ministre et le gouvernement s'étaient engagés à un contrôle budgétaire en bonne et due forme. Nous nous retrouvons avec un ajustement réalisé à la va-vite. En commission, le ministre n'a même pas répondu sur l'évolution des recettes, des dépenses et du solde suite à cet ajustement. Il a renvoyé au rapport du Comité de monitoring, rapport qui précède cet ajustement. Nous n'avons donc pas de vue sur l'évolution du déficit.
Monsieur le président, chers collègues, sans surprise, nous voterons contre cet ajustement qui, en plus de prolonger la politique injuste du gouvernement, manque clairement de sérieux et de transparence budgétaire sur des questions pourtant élémentaires.
03.03 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le président, chers collègues, le projet de loi qui nous occupe aujourd'hui est évidemment l'ajustement budgétaire des dépenses de l'État pour 2025. Parmi ses nombreuses dispositions techniques, il en est une qui retient particulièrement notre attention: les 26 millions d'euros destinés dès cette année budgétaire aux CPAS pour leur permettre d'aborder au mieux l'entrée en vigueur de la réforme du chômage en 2026. Pour Les Engagés, cette mesure est un signal politique fort. C'est la démonstration que nous tenons nos promesses. Pourquoi? Chacun le sait, limiter le chômage dans le temps entraînera mécaniquement l'arrivée de nombreuses personnes exclues du chômage vers les CPAS, où elles solliciteront certainement un revenu d'intégration sociale.
Cela représente un défi immense tant sur le plan financier que sur le plan humain, mais également administratif pour cette première ligne sociale. Face à cette réalité, notre position a été constante. Il était hors de question que les pouvoirs locaux se retrouvent seuls à encaisser le choc d'une réforme fédérale. Les CPAS doivent pouvoir tenir la barre, absorber l'afflux sans voir leurs équipes s'épuiser et leurs finances se fragiliser. C'est pour cela que nous nous sommes battus avec ténacité pour le refinancement structurel et progressif. Dès 2026, une enveloppe ouverte de 300 millions d'euros sera appelée à croître dans les années qui viennent et viendra accompagner la réforme du chômage au rythme de ses effets.
Cette enveloppe est indispensable pour doter les CPAS des moyens nécessaires et leur permettre d'accompagner dans de bonnes conditions celles et ceux qui seront exclus du chômage afin de favoriser leur rebond professionnel. Mais nous voulions aussi que les CPAS puissent se préparer dès que possible afin de pouvoir faire face à cela dès 2026.
Les 26 millions qui leur seront octroyés avant que la réforme du chômage annoncée commence à produire ses effets répondent précisément à cet objectif. Ils permettront de soutenir les travailleurs sociaux, d'améliorer les outils, notamment les outils informatiques, mais également d'investir dans des formations nécessaires pour être pleinement opérationnels dès l'entrée en vigueur de la réforme.
Vous le savez, cette compensation était primordiale pour Les Engagés. Celle-ci était pour nous une condition sine qua non à notre participation à cette réforme historique. Nous nous réjouissons car, grâce à ce projet de loi, les communes vont enfin recevoir les moyens promis et, nous l'espérons, pouvoir anticiper le plus sereinement possible la réforme qui s'annonce. C'est précisément pour cette raison que nous vous invitons à soutenir ce projet.
03.04 Jan Bertels (Vooruit): Ik zal hetzelfde korte betoog houden als bij de vorige begrotingsbespreking. De aanpassingen zijn nodig om de werking van de Staat te verzekeren. Het gaat om beperkte aanpassingen die geen voorafname zijn op de begrotingsdiscussie 2026, maar die toch enkele belangrijke zaken bevatten. De vorige spreker heeft al verwezen naar het extra bedrag van 26 miljoen euro voor de OCMW's. Dat is een belangrijke maatregel. In het specifieke bevoegdheidsdomein Sociale Zekerheid en Volksgezondheid worden ook de noodzakelijke aanpassingen doorgevoerd, onder meer inzake IT-infrastructuur, opdat de openbare instellingen van sociale zekerheid (OISZ’s) uitstekend kunnen blijven functioneren en we een sterke sociale zekerheid kunnen blijven garanderen voor onze inwoners. Dat is belangrijk voor de Vooruitfractie.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking aan van de
artikelen van het wetsontwerp houdende de eerste aanpassing van de Algemene
Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2025. (Rgt 85, 4) (1117/1)
Nous passons à la discussion des articles du
projet de loi contenant le premier ajustement du Budget général des dépenses
pour l'année budgétaire 2025. (Rgt 85, 4) (1117/1)
Het wetsontwerp telt 22 artikelen.
Le projet de loi
compte 22 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1.01.1 tot 7.01.1 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1.01.1 à 7.01.1 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel en de bijgevoegde tabellen zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble et les tableaux annexés aura lieu ultérieurement.
Discussion
De door de commissie aangenomen begroting wordt
als basis voor de bespreking genomen. (Rgt 85, 4) (1192/1)
Le budget adopté par la commission sert de base
à la discussion. (Rgt 85, 4)
(1192/1)
De bespreking is geopend.
La
discussion est ouverte.
De rapporteurs, de heren Oskar Seuntjens en Hervé Cornillie, verwijzen naar het schriftelijk verslag.
Vraagt iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)
De bespreking is gesloten.
La
discussion est close.
Er werden geen
amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De stemming over deze begroting zal later plaatshebben.
Le vote sur ce budget aura lieu ultérieurement.
Discussion
De door de commissie aangenomen begroting wordt
als basis voor de bespreking genomen. (Rgt 85, 4) (1202/1)
Le budget adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1202/1)
De
bespreking is geopend.
La discussion est ouverte.
05.01 Christophe Bombled, rapporteur: Monsieur le président, je renvoie au rapport écrit.
De voorzitter: Vraagt iemand het
woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)
De bespreking is gesloten.
La
discussion est close.
Er werden geen
amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De stemming over deze begroting zal later plaatshebben.
Le vote sur ce budget aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Annick Lambrecht,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
Het woord is aan mevrouw Samyn.
06.01 Ellen Samyn (VB): Bedankt, mijnheer de voorzitter. Mijn collega Britt Huybrechts laat zich verontschuldigen. Ik neem haar tussenkomst over.
Collega’s, laat mij ook nu beginnen met helderheid te scheppen: steun aan Oekraïne staat hier niet ter discussie. Solidariteit met een land dat onder zware agressie lijdt, is legitiem en noodzakelijk. Niemand in deze Kamer betwist het lijden van haar bevolking, noch het recht van Oekraïne op hulp. Solidariteit is echter geen vrijgeleide. Hoe groter het engagement, hoe groter onze verantwoordelijkheid om het correct, controleerbaar en democratisch te organiseren. Precies daar roept dit wetsontwerp ernstige vragen op.
Wat vandaag ter instemming wordt voorgelegd, is geen tijdelijk instrument. Het is geen duidelijk afgebakende samenwerking, maar een zeer ruim en open kader. Dat kader wordt expliciet vastgelegd voor onbepaalde tijd, zonder ingebouwde herziening, zonder verplichte evaluatie en zonder vooraf vastgestelde eindvoorwaarden. Dat betekent dat deze Kamer vandaag een engagement goedkeurt waarvan de duur en de uiteindelijke draagwijdte volledig openblijven.
Nog fundamenteler is de manier waarop de besluitvorming wordt georganiseerd. De overeenkomst laat toe dat de regering in de toekomst uitvoeringsakkoorden sluit met juridische en financiële gevolgen, zonder dat deze Kamer daarover vooraf haar instemming geeft. Het Parlement wordt gereduceerd tot toeschouwer en wordt pas achteraf geïnformeerd, terwijl de kernbeslissingen elders worden genomen. Dat is geen technisch detail, het raakt aan de kern van onze parlementaire rol.
Collega’s, dit Parlement stemt donderdag niet over concrete keuzes, maar over een mandaat zonder duidelijke grenzen. Dat is problematisch, ongeacht het dossier waarover het gaat.
Daarnaast wordt een uitzonderingsconstructie opgezet. Oekraïne is namelijk geen partnerland binnen het klassieke kader van ontwikkelingssamenwerking. Toch wordt een aparte juridische basis gecreëerd om structurele activiteiten mogelijk te maken. Men creëert dus een nieuw regime omdat het bestaande kader niet past. Dat is een gevaarlijke logica. Regels bestaan immers juist om richting te geven aan beleid, niet om aangepast te worden telkens ze hinderlijk blijken.
Daarnaast moeten we eerlijk durven te zijn over de context waarin dat akkoord zal worden uitgevoerd. Oekraïne bevindt zich niet alleen in oorlog, maar ook in een langdurig hervormingstraject waarin corruptiebestrijding een van de grootste uitdagingen blijft. Dat is geen geheim en wordt erkend door internationale instellingen en door de Oekraïense autoriteiten zelf. Onlangs nog moesten ministers en zakenpartners van Zelensky opstappen nadat hun corruptie was uitgekomen.
Net daarom volstaat het niet om te vertrouwen op goede intenties en algemene principes. In een omgeving waar de risico's objectief hoger liggen, moet de waakzaamheid navenant groter zijn. Dat betekent permanente opvolging, maximale transparantie en een actieve controlehouding van dit Parlement: niet achteraf, wanneer de problemen al zijn vastgesteld, maar voortdurend, preventief en structureel. Wie in een dergelijke context middelen inzet zonder verhoogd toezicht, neemt geen solidariteit op, maar wel een onverantwoord risico. Zonder zulke waarborgen is controle geen recht, maar een gunst.
Ten slotte is er de strategische dimensie van het akkoord. De tekst koppelt de samenwerking expliciet aan het Europese perspectief van Oekraïne. Daarmee overstijgt het dossier het louter humanitaire of technische niveau. Het raakt aan het uitbreidingsbeleid van de Europese Unie en aan de voorwaarden waaronder lidmaatschap mogelijk wordt. Laten we daarover eerlijk zijn. EU-lidmaatschap is geen automatisme en geen beloning voor intenties. Het is een resultaat van aantoonbare hervormingen, van respect voor de rechtsstaat, van effectieve corruptiebestrijding en van het realiseren van een economische meerwaarde voor de andere EU-lidstaten. Wanneer de indruk ontstaat dat de Unie en haar lidstaten zelf het zware werk moeten doen om een kandidaat-lid klaar te stomen, keren we dat principe om. Het is niet alleen riskant voor dit dossier, maar het schept ook een precedent dat moeilijk te verantwoorden zal zijn in andere contexten.
Collega's, Oekraïne helpen, vraagt geen blind vertrouwen, maar helderheid, geen open mandaten, maar duidelijke grenzen, geen uitholling van parlementaire controle, maar een versterking ervan, geen uitzonderingen die de regel worden, maar regels die ook in moeilijke tijden overeind blijven. Dit wetsontwerp vraagt van deze Kamer een groot vertrouwen, maar biedt in ruil te weinig structurele garanties. Net daarom moeten we hier vandaag kritisch, waakzaam en principieel zijn. We zullen ons daarom onthouden omdat Oekraïne steunen noodzakelijk is, maar zoals het hier op de agenda staat, met de gebreken die ik heb aangehaald, kunnen we dit niet 100 % steunen.
06.02 Axel Weydts (Vooruit): Ik heb aandachtig geluisterd naar het betoog van mevrouw Samyn. Het Vlaams Belang zegt altijd dat het de steun aan Oekraïne niet meer dan normaal vindt en dat het essentieel is dat we het land blijven steunen. Als echter puntje bij paaltje komt en de steun concreet wordt, stemt het Vlaams Belang altijd tegen de steun die wordt verleend aan Oekraïne.
Ik heb een heel eenvoudige vraag voor het Vlaams Belang: hoe zou u Oekraïne dan wel steunen? Hoeveel middelen zou u aan Oekraïne geven? Een alternatief horen we niet. U bewijst alleen lippendienst aan de steun voor Oekraïne. Wanneer die steun echter concreet wordt, trekt u uw staart in.
06.03 Ellen Samyn (VB): Mijnheer Weydts, ik hoop dat u geluisterd hebt naar mijn tussenkomst. Wij vragen helderheid en transparantie. Wij menen dat dit wetontwerp geen garanties biedt. Sinds het begin van de oorlog hebben we altijd gezegd dat er diplomatiek overleg moeten plaatsvinden, en dat is te weinig gebeurd. Daarmee zouden Oekraïne en de Europese Unie meer gebaat zijn.
06.04 Axel Weydts (Vooruit):
Mevrouw Samyn, u hebt alleen de redenen opgesomd waarom deze wet niet goed is,
maar u hebt opnieuw geen alternatief gegeven. Hoe zou u Oekraïne wel steunen?
Dat hebt u niet concreet uiteengezet. U maakt praatjes over het feit dat er in
het begin meer diplomatie had moeten zijn. Op 24 februari 2022 is
president Poetin echter zomaar Oekraïne binnengevallen met de bedoeling het
land omver te werpen. Hij heeft alle diplomatieke regels aan zijn laars gelapt.
President Poetin heeft lak aan diplomatie en gaat zelfs niet aan de
onderhandelingstafel zitten. U herhaalt gewoon het narratief van president Poetin.
06.05 Michel De Maegd (MR): Monsieur le président, chers collègues, que nous soyons optimistes ou pas, que nous croyions à la conclusion des négociations entre l'Ukraine et l'Union Européenne, les États-Unis et la Russie dans les jours prochains, ou que nous devions acter un nouvel échec diplomatique pour mettre un terme à la guerre d'agression russe contre Kiev, la réalité à court et moyen terme, hélas, s'impose à nous. L'Ukraine a subi des dommages de guerres colossaux et devra, lors de sa reconstruction, moderniser l'ensemble de son bâti et de ses infrastructures. Elle devra aussi, c'est crucial, rebâtir, pierre après pierre, une confiance détruite dans l'État, confiance dans l'Europe, confiance dans l'avenir, parce qu'au-delà des routes, des ponts et des écoles, c'est la souveraineté elle-même qu'il faut reconstruire.
Sa façade maritime sera très réduite, la centrale nucléaire de Zaporijia ne sera plus sous son entière souveraineté et les régions conquises par l'armée russe ne participeront plus à l'économie nationale. La reconstruction des réseaux routiers, ferroviaires et énergétiques devront être reconstruits aux normes écologiques 2026. Et l'aide à l'Ukraine se fait aujourd'hui dans un climat de drame et de lutte quotidienne contre les bombardements russes, détruisant aujourd'hui ce qui avait été réparé hier.
C'est dans ce contexte que de nombreuses initiatives ont été prises ces trois dernières années. À titre d'illustration, la Banque européenne pour la reconstruction et le développement (BERD) intervenait dans le pays depuis 30 ans. Elle a pu proposer très rapidement une aide directe aux entreprises publiques, ce qui a permis aux trains de continuer à circuler, aux services publics de fonctionner. L'accès des acteurs économiques aux liquidités et aux prêts a également été préservé.
Le mandat de l'Agence française de développement (AFD) est, dans son volet financier, centré sur les prêts directs aux collectivités locales ukrainiennes. L'AFD est également très visible dans le domaine de la santé. Au niveau européen, de nombreux instruments ont également été créés, comme la Facilité pour l'Ukraine ou les 50 milliards d'euros de prêts ERA (Extraordinary Revenue Acceleration) assis sur les revenus des actifs de la Banque centrale de la Fédération de Russie.
Demain, après un cessez-le-feu et une paix glaciale, les pays du G7, les pays européens et tous les partenaires de l'Ukraine participeront à la reconstruction du pays. L'Ukraine pourra peut-être connaître les effets économiques et démographiques qu'a connus l'Europe occidentale lors des Trente Glorieuses.
Nous devons faire de ce pays un atout cardinal. Pour cela, il faut développer une stratégie d'aide et la décliner dans toutes ses dimensions, ainsi que mobiliser l'ensemble des acteurs. La Belgique doit s'intégrer dans ces partenariats qui, je le répète, la paix s'installant, vont se multiplier en faisant preuve à la fois de créativité et de responsabilité. L'Ukraine et sa population voudront aller vite, tourner la page de quatre années de guerre et se tourner vers l'Union européenne.
C'est dans cette toile de fond dramatique sur de nombreux points et remplie d'espoir sur d'autres, que nous allons adopter un projet de loi qui, juridiquement, renforce et assoie la présence d'Enabel en Ukraine. Je dis bien "renforce" car nos acteurs sont déjà présents sur le territoire ukrainien grâce à notre ancien premier ministre, Alexander De Croo. Le ministre Prévot concrétise légalement cet engagement.
Et il le solidifie, car il faut des garanties formelles pour qu'Enabel travaille en Ukraine. C'est précisément dans ces moments que la Belgique doit être à la hauteur, lucide sur les risques, ferme sur le droit et fidèle à ses engagements internationaux. Notre place est du côté de celles et ceux qui résistent à la loi du plus fort.
Un des aspects fondamentaux concerne la corruption et le texte comporte tous les garde-fous nécessaires. Les règles belges applicables aux marchés publics sont appliquées dans ce cadre et l'attribution des marchés est assurée par Enabel. L'agence dispose en outre d'un vaste système de contrôle interne et ses experts assurent un suivi rigoureux de l'exécution des marchés sur le terrain. Le ministre nous a d'ailleurs expliqué qu'un système de contrôle externe a, par ailleurs, été mis en place par la Cour des comptes.
En d'autres termes, ce traité est crucial pour offrir la sécurité juridique et garantir l'intervention de la Belgique en Ukraine. Un traité n'est jamais un simple document. Il doit être un rempart contre l'arbitraire, contre la brutalité, contre une vision du monde où les frontières s'effacent sous les bombes. L'Ukraine ne demande pas la charité, mais réclame le droit, et nous avons le devoir d'y répondre.
Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, permettez-moi de le rappeler, derrière ce texte, il y a ce que nous sommes, il y a les valeurs qui, depuis des générations, tiennent notre pays debout quand tout vacille. La liberté, l'État de droit, la dignité humaine liés à la conviction profonde que le courage doit toujours l'emporter sur la résignation, même lorsque le chemin paraît trop long, trop dur ou trop incertain. La solidarité n'est pas un coût, mais un choix de civilisation, un choix qui dit au monde de quel côté de l'histoire nous voulons écrire son nom. Et il y a enfin cette vérité simple mais pourtant fondamentale: chaque fois qu'un peuple se bat pour rester debout, chaque fois qu'une nation se lève pour défendre sa souveraineté, nous avons, chers collègues, le devoir moral d'être à ses côtés.
Soutenir un pays agressé, ce n'est pas seulement soutenir un pays blessé, c'est défendre notre humanisme, notre vision de l'Europe, notre rôle dans le monde. C'est rappeler que, comme l'écrivait Albert Camus, "la vraie générosité envers l'avenir consiste à tout donner au présent". Aujourd'hui, tout donner, c'est affirmer clairement que l'agression ne peut jamais vaincre le droit. Ce n'est pas un geste politique, ce n'est pas une réflexion diplomatique, c'est une fidélité à ce que la Belgique a toujours été, même dans les heures les plus sombres: un pays du droit, jamais de la peur, un pays de justice, jamais de soumission, un pays de responsabilité, jamais d'indifférence. Chers collègues, cette fidélité nous honore. Nous devons toujours continuer à nous battre pour elle. Il est donc crucial de soutenir l'Ukraine en temps de guerre pour la reconstruire en temps de paix.
L'Ukraine, dépossédée de 20 % de son territoire, dont certaines parties ont un intérêt économique décisif, l'Ukraine, dépossédée d'une partie de sa population, qui restera sous contrôle russe, ou qui est morte au combat, doit, et devra, être soutenue. C'est pour mon groupe un point fondamental de notre politique étrangère.
06.06 Benoît Lutgen (Les Engagés): Monsieur le président, chers collègues, l'Union européenne tente encore de se faire une place à la table des négociations sur un plan de paix pour l'Ukraine, discussions aujourd'hui toujours largement dominées par la Russie et les États-Unis. Ces derniers ont néanmoins, avant-hier à Berlin, mis en avant des garanties de sécurité importantes et concrètes, qualifiées de type article 5. On ne peut que s'en réjouir. Il apparaît dès lors qu'un cadre d'accord pourrait se dessiner autour de garanties de sécurité associant les États-Unis, l'Union européenne et également, bien sûr, l'Ukraine. Un tel accord constituerait un pilier central de toute architecture de paix durable, en combinant à la fois l'engagement politique, la dissuasion militaire et la coordination transatlantique. Dans ce contexte, notre pays doit continuer à défendre, au niveau européen, une perspective claire pour l'Ukraine, et un soutien indéfectible.
L'accord qui nous occupe aujourd'hui s'inscrit pleinement dans cette vision et approche de solidarité. Il vise la reconstruction durable de l'Ukraine, la réhabilitation de ses infrastructures essentielles, mais aussi la protection, le retour et le développement des populations affectées. L'accord prévoit également un contrôle très strict, comme évoqué par mon collègue M. De Maegd, des moyens financiers utilisés et des marchés publics qui accompagnent les différents contrats. Le programme BE-Relieve Ukraine, mis en œuvre par Enabel, l'agence belge de développement, constitue à cet égard un engagement sérieux, clair et concret sur quatre ans, dans un contexte sécuritaire toujours extrêmement périlleux et fragile en raison de la guerre qui se poursuit.
Dans ma région, nous fêtions il y a quelques jours la commémoration de la Bataille des Ardennes. On parle souvent trop peu de la partie reconstruction, qui doit se préparer tôt, alors que la guerre sévit encore. Il est extrêmement important d'être aux côtés du peuple ukrainien, afin de pouvoir accompagner au mieux la réalité de cette reconstruction, maintenant et dans le futur; il y va de notre dignité. Des vétérans américains étaient présents à Bastogne le week-end dernier, mais aussi des vétérans ukrainiens. Ils sont bien entendu sensibles au soutien proposé, à la fois en matériel militaire et sur le plan budgétaire et financier, mais aussi dans la reconstruction, à travers différents programmes, de toute une série d'infrastructures qui concernent parfois les publics les plus jeunes (scolaires, etc.). On ne peut évidemment que s'en réjouir.
Il est vrai que la Belgique intervient globalement de façon importante, du moins si l'on se compare aux autres pays européens, proportionnellement non seulement à la réalité de notre PIB, mais aussi à celle de notre population.
Je tiens d'ailleurs à saluer très chaleureusement l'engagement de celles et ceux qui œuvrent sur le terrain, dans ce contexte de reconstruction d'une paix qui n'est toujours pas intervenue à l'heure où on se parle. Cette mission reste périlleuse pour ceux qui la remplissent, mais elle est essentielle pour apporter d'ores et déjà de l'espoir aux populations concernées et pour préparer cette reconstruction, où la Belgique aura certainement un rôle important à jouer.
Coopérer avec l'Ukraine, c'est aussi protéger nos concitoyens et contribuer directement à notre propre sécurité. On entend de plus en plus certains citoyens de notre pays émettre des doutes quant à ce soutien et se demander: "Pourquoi encore investir autant et soutenir autant les populations ukrainiennes? Qu'elles se débrouillent avec cette guerre qui n'est pas la nôtre."
C'est la nôtre. C'est à nos portes. Les Polonais le savent parfaitement bien. Essayons de faire un peu de proximité géographique. Comme j'aime à le dire, c'est comme si des missiles tombaient sur la ville de Luxembourg. Cela nous mettrait dans une situation d'alerte qui serait un peu différente. Se projeter ainsi nous permet de mieux comprendre nos amis polonais, pour ne prendre que cet exemple-là.
Nous avons par ailleurs vu ces dernières semaines, ces derniers mois, ces dernières années, que la guerre est présente sur notre territoire sous d'autres formes, et attaque nos valeurs essentielles ainsi que l'état de droit au travers de différents facteurs, que ce soit les guerres hybrides, etc. Je ne reviendrai pas sur ces sujets qui sont évidemment extrêmement importants.
Nous devons donc continuer à apporter à l'Ukraine un soutien très concret. Nous avons la chance d'avoir Enabel, avec des personnes qui ont les qualités nécessaires pour apporter leur soutien. Je salue du reste le gouvernement précédent sous lequel tout cela a démarré. Cet accord vient mettre une enveloppe juridique autour du projet de reconstruction qui était déjà en cours, et offre également à Enabel une sécurité juridique complète pour pouvoir œuvrer concrètement sur le territoire ukrainien.
C'est pourquoi le ministre Prévot a souhaité apporter ce concours juridique et assurer cette sécurité pour celles et ceux qui travaillent sur place. Nous leur devons au moins cela, tant pour ceux qui font partie de ces projets que pour ceux qui en bénéficieront.
Les Engagés apporteront donc leur plein soutien à l'Ukraine et à Enabel et à ses travailleurs, et soutiendront cet accord plus qu'essentiel.
06.07 Maxime Prévot, ministre: Bonjour à chacune et chacun d'entre vous.
Je vous présente mes excuses pour le retard avec lequel je vous ai rejoints. Aussitôt informé que les travaux s'accéléraient, j'ai pris la route, mais il s'avère qu'il y a davantage de personnes que je ne l'avais pensé qui se sont finalement désinscrites, ce qui a donc accéléré l'agenda. Désolé d'avoir été pris un peu de court. Nous allons considérer que les éléments que je devais vous partager en propos introductif serviront d'éléments concentrés, de réponses aux remarques que vous avez pu formuler.
Je ne peux que paraphraser les collègues qui se sont exprimés pour dire tout l'intérêt de ce projet de loi, qui va pouvoir offrir le cadre légal des activités d’Enabel en Ukraine. Ce texte a d'ailleurs obtenu un soutien très large de la part de la majorité des groupes politiques il y a deux semaines en commission des Relations extérieures, et je les en remercie.
Et pour cause, serais-je tenté de dire, puisqu'il met enfin en place le cadre qui permet de contribuer activement à la reconstruction de ce pays meurtri par la guerre. Il renforce de plus le rôle de la Belgique dans la solidarité internationale.
L'entrée en vigueur de la Convention générale devient urgente, d'une part pour permettre de clarifier le statut du personnel d’ENABEL en Ukraine, et d'autre part car cela permettra de consacrer davantage de ressources directement aux activités du programme.
J'ajoute à cela que la partie ukrainienne, malgré le contexte que l'on connaît, a déjà finalisé sa procédure de ratification et nous a notifiés en janvier dernier. Il est un peu regrettable que nous, qui sommes dans un meilleur contexte que l'Ukraine, soyons les derniers.
Vous le savez, depuis février 2022, l'Ukraine subit des destructions sans précédent. Au-delà des besoins les plus urgents pour faire face à la situation de guerre, il nous faut aussi déjà voir plus loin.
Je ne vais pas importer ici tout le débat actuellement en cours, ni sur les avoir immobilisés, ni sur le plan de paix actuellement discuté avec, enfin – on s'en réjouira –, les partenaires européens occupant un premier rôle, notamment depuis Berlin. Mais il nous faut voir plus loin, parce que viendra, tôt ou tard, cette phase de reconstruction. La résilience du peuple ukrainien ne peut être renforcée durablement que si des perspectives d'avenir lui sont proposées dès aujourd'hui.
C'est dans ce contexte qu'a été lancé le programme BE-Relieve Ukraine, doté de 150 millions d'euros de budget réparti sur cinq ans.
Ce programme, M. Lutgen l'a rappelé, a démarré par une phase d'urgence en juillet de l'an dernier, sous la précédente législature, et est pleinement mis en œuvre depuis le 1er janvier de cette année. Il vise en particulier Kiev et sa région, ainsi que la région de Tchernihiv. Ces territoires sont tous deux durement impactés par la destruction et les frappes russes.
De doelstellingen zijn duidelijk.
Ten eerste gaat het over beter heropbouwen, om te herstellen wat is vernietigd en vooral om een veerkrachtiger en duurzamer Oekraïne herop te bouwen. Dat houdt in de bevordering van circulaire bouw, ecologische renovatie en de overgang naar een koolstofarme economie.
Ten tweede, er moet worden gezorgd voor het waarborgen van essentiële diensten. Daarom werkt Enabel in Oekraïne in sleutelsectoren zoals energie, gezondheid, sociale bescherming, onderwijs en werkgelegenheid. Concreet zijn er al generatoren geleverd om elektriciteit in ziekenhuizen en scholen te garanderen en zullen modulaire ketels worden ingezet om openbare gebouwen in de zwaarst getroffen gebieden te verwarmen.
Ten slotte mag het strategische perspectief niet uit het oog worden verloren. Bijdragen aan de wederopbouw van Oekraïne moet het land helpen op weg naar toetreding tot de Europese Unie. Zo worden het bestuur, de transparantie en de veerkracht van de openbare instellingen versterkt.
We zijn hierbij niet alleen in deze dynamiek. Een Team Belgium-samenwerking biedt het beste van onze nationale expertise en sluit aan bij een bredere actie binnen Team Europe om efficiënte steun te kunnen garanderen voor de Oekraïense bevolking.
Je terminerai, madame, messieurs, par dire que ce projet de loi rend possible la mise en place d'une aide essentielle pour l'Ukraine. J'ai bien entendu les commentaires qui avaient été formulés précédemment en commission et réitérés ici avant mon arrivée, que l'on m'a relayés, notamment depuis les bancs du Vlaams Belang, sur les problématiques liées à la corruption.
C'est effectivement un phénomène qui affecte l'Ukraine, personne ne le nie. Chacun pourrait, je le pense et je l'espère, voir comme positif le fait que des procédures de corruption aient pu être mises à jour, ce qui montre la vigilance dont témoignent les autorités, la volonté d'éviter toute impunité et de bel et bien inscrire leur action dans un ordre de gouvernance qui soit largement amélioré, qui soit conforme aux standards européens et qui ne laisse pas d'espace à la corruption. Il y en a eu et il y en a peut-être encore en Ukraine; il y en a déjà eu aussi dans notre pays. Je ne pense pas que cela fasse pour autant de notre pays un pays incapable de gérer correctement les choses et c'est encore moins vrai pour l'Ukraine, dans le contexte qu'elle connaît face à la guerre.
En tout cas, le mécanisme qui est proposé et que nous allons formaliser incarne aussi ces valeurs de solidarité et de responsabilité internationale que la Belgique a chevillées au corps, raison pour laquelle je vous invite à soutenir ce texte pour que notre pays continue d'être un acteur crédible et engagé dans la coopération internationale.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) 1129/1)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1129/1)
Het wetsontwerp telt 3 artikelen.
Le projet de loi
compte 3 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, de heer Sandro Di Nunzio,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
Het woord is aan mevrouw Samyn.
07.01 Ellen Samyn (VB): Mijnheer de voorzitter, laat mij meteen duidelijk zijn, dit debat gaat niet over de vraag of samenwerking met Singapore wenselijk is. Dat kan het zijn, en op duidelijk afgebakende domeinen is het dat ook. Singapore is een veilig, ordelijk en technologisch vooruitstrevend land. Samenwerking in de strijd tegen terrorisme, internationale criminaliteit, witwassen en de verspreiding van massavernietigingswapens kan zinvol zijn. Dat erkennen we zonder moeite.
Wat vandaag wordt voorgelegd, collega’s, is echter geen afgebakend samenwerkingsakkoord. Wat vandaag wordt gevraagd, is instemming met een allesomvattend ideologisch en politiek megaverdrag dat zich uitstrekt over bijna alle denkbare beleidsdomeinen: van veiligheid tot cultuur, van handel tot energie, van migratie tot klimaat. Alles wordt samengebracht in één tekst en voorgelegd in één stemming. Dat is precies het probleem. Het akkoord kent geen duidelijke grenzen, geen heldere afbakening en geen democratische remmen. Wie dit vandaag ratificeert, geeft in feite een quasi blanco volmacht aan de Europese diplomatie om namens België – en ook namens de deelstaten – op te treden op domeinen die tot de Vlaamse bevoegdheden behoren, zoals cultuur, onderwijs en milieu. Dat is geen detail, maar een fundamentele machtsverschuiving. Die verschuiving gaat weg van dit Parlement. Dat noemt men herfederalisering, een begrip dat de N-VA maar al te graag hoort.
Een bijzonder zwaar probleem in dit akkoord zijn de bepalingen over klimaat, energie en duurzaamheid. Die sluiten naadloos aan bij de agenda van de Europese Green Deal en hebben zeer concrete gevolgen. Ze leiden tot extra Europese druk op Vlaamse energie- en milieunormen en tot bijkomende verplichtingen voor onze bedrijven, zonder dat Singapore aan dezelfde strengheid of normen wordt onderworpen. Denkt u werkelijk dat Singapore dezelfde verplichtingen oplegt, zoals bijvoorbeeld het vastmaken van dopjes aan flessen?
Collega’s, Vlaanderen is een kleine, open en industriegedreven economie. Onze bedrijven kreunen vandaag al onder hoge lasten en complexe regelgeving. Als Europa via internationale verdragen ideologische klimaatagenda’s oplegt die andere landen eenvoudigweg naast zich neerleggen, dan is dat geen klimaatbeleid, maar economische zelfbeschadiging.
Daarbovenop verankert het akkoord expliciet de link met de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Singapore. Ook daarover moeten we eerlijk zijn: Singapore is een hyperperformante stadstaat met lage lasten, een uitgepuurde industriële structuur en een centrale rol als handels- en doorvoerhub. Vlaanderen daarentegen beschikt over kwetsbare sectoren. Landbouw, veeteelt en maakindustrie behoren daartoe, sectoren die al kwetsbaar zijn geworden door Europese beleidskeuzes. Wij openen onze markt dus verder, terwijl Singapore weinig risico loopt.
En laat ons de realiteit benoemen, Singapore fungeert als een belangrijke doorvoerhub voor Chinese goederen. Dit akkoord zal het nog gemakkelijker maken om Chinese producten via Singapore onze markt te laten binnenkomen, minder zichtbaar, minder controleerbaar en met nog meer druk op Vlaamse bedrijven. Dat is geen gelijk speelveld. Dat is concurrentie waarbij de Vlaamse bedrijven met de handen op de rug gebonden zijn.
Dan is er het punt migratie. In de memorie van toelichting lezen we dat België belang hecht aan de terugname van personen zonder verblijfsrecht. Dat klinkt goed, maar wie de tekst leest, ziet iets helemaal anders. Er is geen bindende terugnameplicht, geen juridisch afdwingbaar mechanisme, maar alleen een overlegstructuur. Met andere woorden: veel woorden, nul garanties.
Laat mij hier toch even stilstaan bij de manier waarop dit punt in de commissie werd behandeld. Toen wij dit aankaartten, werd ons argument door de minister weggewimpeld met de opmerking dat dit eigenlijk geen probleem is, omdat er amper migratie is vanuit Singapore naar Vlaanderen. Dat antwoord is onthullend, collega’s, niet alleen over dit akkoord, maar ook over het migratiebeleid van deze regering in het algemeen. Het is in één zin de samenvatting van de logica van de regering-De Wever. Als de migratie niet problematisch is, zegt men dat er geen probleem is en doet men niets. Als de migratie wel problematisch is, als de opvang vastloopt, de terugkeer faalt en de draagkracht wordt overschreden, dan zegt diezelfde regering dat het complex is, dat Europa bevoegd is en dat ze niets kan doen. Met andere woorden, als het meevalt doet ze niets, als het ontspoort doet ze nog altijd niets. Precies daarom is het zo problematisch dat dit akkoord wel bindende verplichtingen bevat voor klimaat en energie, maar geen enkele afdwingbare bepaling voor migratie en terugkeer. Dat is geen toeval, maar een politieke keuze.
Laat mij afronden, collega’s. We zouden een beperkt en scherp afgebakend akkoord over veiligheid en terrorismebestrijding kunnen steunen, maar wat hier voorligt, is iets totaal anders, namelijk een onbegrensd EU-megaverdrag dat de Vlaamse economie blootstelt aan oneerlijke concurrentie, Chinese import via Singapore verder faciliteert, extra druk legt op Vlaamse klimaat- en energienormen, geen enkele bindende garantie bevat inzake migratie en terugkeer en Vlaamse bevoegdheden verder uitholt. Er zijn positieve elementen, maar die verdrinken helaas in een veel groter geheel van negatieve groen-linkse gevolgen.
Voor ons is de keuze dan ook helder. Niet uit vijandigheid tegenover Singapore, maar uit verantwoordelijkheid tegenover Vlaanderen zullen wij tegen dit wetsontwerp stemmen.
07.02 Pierre Kompany (Les Engagés): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, nous examinons aujourd'hui le projet de loi portant assentiment à l'accord de partenariat et de coopération entre l'Union européenne et la République de Singapour. Ce texte, signé en 2018, modernise en profondeur le cadre juridique de nos relations bilatérales. Depuis l'accord de 1980 entre la Communauté européenne et l'Association des nations de l'Asie du Sud-Est (ASEAN), le monde a changé. Singapour est devenu un acteur économique majeur et un partenaire stratégique pour l'Union européenne, ce qui rend indispensable une base juridique actualisée à la hauteur de l'intensification de nos liens.
Cet accord renforce clairement la présence européenne en Asie du Sud-est, dans un contexte où l'affirmation de nos valeurs, la défense du multilatéralisme et la diversification de nos partenariats économiques sont plus cruciales que jamais. Pour la Belgique comme pour l'Union européenne, cet assentiment constitue un instrument de stabilité, de coopération et d'ouverture, nous permettant de mieux peser dans une région stratégique. Les Engagés soutiennent pleinement ce projet de loi qui participe à une vision d'une Europe ouverte, affirmée et constructive, capable de bâtir des alliances solides et équilibrées. C'est pourquoi nous voterons en faveur de cet accord et invitons l'ensemble de la Chambre à faire de même.
07.03 Minister Maxime Prévot: Collega's, net zoals het vorige wetsontwerp dat ik daarnet voorstelde, kon deze tekst in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen op een brede steun rekenen.
En effet, l'accord-cadre de partenariat et de coopération entre l'Union européenne et la République de Singapour, signé le 19 octobre 2018 – ce qui date déjà, nous ne sommes pas vraiment en avance pour l'adoption du texte – vise à moderniser le cadre juridique des relations entre l'Union européenne et Singapour, et vient remplacer un accord de coopération vieux de 45 ans entre l'Union européenne et l'Association des nations de l’Asie du Sud‑Est (ASEAN).
L'Union européenne a fait le choix de conclure des accords bilatéraux avec les pays de l'ASEAN les plus avancés. Le projet de loi qui vous est soumis aujourd'hui s'intègre donc dans une démarche régionale qui a vu la signature d'accords similaires avec la Malaisie, la Thaïlande, l'Indonésie, les Philippines et le Vietnam. Les négociations de l'accord-cadre ont été suivies en parallèle de négociations visant à conclure un accord de libre-échange, les fameux Free Trade Agreements.
Dit akkoord werd in 2018 ondertekend, maar de evolutie van het geopolitieke klimaat in de afgelopen jaren maakt het actueler dan ooit. Het krijgt immers zijn volle betekenis in de huidige context, waarin de Europese Unie zich inzet voor een actief beleid in Zuidoost-Azië om haar partnerschap uit te bouwen, haar bevoorradingsbronnen te diversifiëren en allianties te smeden om onze welvaart en veiligheid beter te verdedigen.
Dans un contexte de remise en cause de l’ordre international, de concurrence commerciale et de compétition accrue entre grandes puissances, l’accord de coopération avec Singapour – comme d’ailleurs avec les autres pays de l’Association des nations de l’Asie du Sud‑Est (ASEAN) – prend pleinement son sens. L’Asie du Sud‑Est constitue en effet une région stratégiquement et économiquement cruciale pour l’Europe et a fortiori pour notre pays, dont l’économie est résolument tournée vers les échanges et le commerce international, notamment le commerce maritime.
In deze sleutelregio neemt Singapore een bijzondere plaats in als financieel en commercieel centrum, gericht op buitenlandse handel, en net als België gehecht aan het respect voor het internationaal recht, voor economische veiligheid en in het bijzonder voor de zeeroutes.
De ratificatie van
dit akkoord geeft een positief signaal, het bevordert de versterking van onze
betrekkingen met Singapore en het past perfect in de Europese strategie voor de
Indo-Pacifische regio.
Comme vous avez pu le constater, l’accord est structuré en neuf titres visant à instaurer une coopération Union européenne-Singapour dans de nombreux domaines. S’agissant d’un cadre général, il permet principalement aux États membres de conclure des partenariats thématiques ciblés avec la République de Singapour.
Tijdens de onderhandelingen heeft België erop toegezien dat in de kaderovereenkomst bepalingen werden opgenomen die betrekking hebben op enkele van onze principes, zoals de non-proliferatie van massavernietigingswapens, de samenwerking met het Internationaal Strafhof, de bestrijding van terrorisme en het respect voor mensenrechten, evenals de samenwerking op het gebied van migratie en terugname.
Cet accord n’entraîne aucune conséquence budgétaire directe pour notre pays. Il renforce notre sécurité, notre économie, notre influence sans coût complémentaire.
Il prévoit également la mise en place d’un comité mixte chargé du suivi de l’implémentation de l’accord et de la coopération entre l’Union européenne et Singapour, qu’il prévoit dans les différentes thématiques évoquées.
En ratifiant cet accord, notre pays réaffirme donc son engagement à renforcer ses liens avec Singapour, en pleine cohérence avec notre approche belge et européenne envers l’Asie du Sud-Est.
Je vous
remercie déjà pour votre soutien.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1130/1)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1130/1)
Het wetsontwerp telt 2 artikelen.
Le projet de loi
compte 2 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Kathleen Depoorter,
verwijst naar het schriftelijk verslag, maar zij wenst wel tussen te komen in
de algemene bespreking.
08.01 Kathleen Depoorter (N-VA): Ik wil inderdaad graag nog kort iets zeggen, mijnheer de voorzitter.
Wij zullen dit wetsontwerp steunen, omdat we het belangrijk vinden dat er een kentering komt in de toegang tot de private markten van het Afrikaans Ontwikkelingsfonds. Het fonds is, zoals u weet, opgericht in 1972. Er is ongeveer 45 miljard geïnvesteerd, vooral in infrastructuur, onderwijs, regionale integratie en klimaatadaptatie. Tot dusver had het Ontwikkelingsfonds echter geen toegang tot private markten. Als we naar de verdere ontwikkeling van Afrika kijken, naar de mogelijkheden voor groei en uitbreiding, dan is financiële autonomie absoluut belangrijk. Die financiële autonomie kan een overheid het beste bereiken door ook de private markten aan te boren. Het aansnijden van die private markten betekent ook dat er een zekere verantwoordelijkheid bij komt.
Dit wetsontwerp ligt dus volledig in lijn met wat we in het regeerakkoord hebben afgesproken, namelijk solidariteit en verantwoordelijkheid, maar ook kansen geven en daarbij een strikt risicobeheer creëren.
08.02 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, comme je l'avais dit en commission, quand j'entends les mots "aide au développement en Afrique" une citation d'un historien qui m'est cher me vient toujours à l'esprit: "L'Afrique n'est pas sous-développée, mais elle est surexploitée." En effet, nous le savons tous, l'Afrique n'est pas pauvre; elle est même riche et dispose de toutes les ressources nécessaires, et même de ressources que l'on trouve rarement ailleurs. C'est le peuple qui est pauvre et qui est même appauvri. C'est une distinction importante à opérer. Je ne vais pas développer les raisons pour lesquelles un continent aussi riche abrite une population aussi pauvre, mais j'ai bien peur que la situation ne risque pas de changer quand on entend le leader du monde libre, le président des États-Unis. Voici quelques jours, il déclarait: "J'ai arrêté la guerre entre le Congo et le Rwanda. Ils m'ont dit: 'S'il vous plaît, prenez nos minerais!' C'est ce que nous allons faire." Je pense que ses propos résument un peu la raison pour laquelle une telle situation existe.
Pour en revenir au projet de loi, celui-ci veut autoriser la Banque africaine de développement à aller chercher de l'argent dans les marchés privés. Il faut examiner cette évolution dans le contexte, généralisé en Occident, de coupes dans les budgets de l'aide au développement classique pour imposer l'austérité. Pour mon groupe, l'aide au développement et les investissements doivent s'appuyer sur les besoins sociaux et écologiques, à rebours de la logique de la rentabilité et du profit. C'est en ce sens que nous considérons que cette évolution vers les marchés privés est néfaste. Pour cette raison, notre groupe s'abstiendra sur ce projet de loi.
08.03 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le président, monsieur le ministre, chers collègues, nous pourrions dire que le présent projet de loi est assez technique. Pourtant, il est essentiel parce que, d'une part, il nous permet d'affirmer notre engagement dans la coopération au développement et que, d'autre part, il nous aide à amplifier notre action. Donc, en ce sens, ce texte revêt une importance capitale.
S'agissant des remarques du collègue du PTB, qui parlait de la recherche de moyens financiers dans le secteur privé, je précise que ce dernier ne va pas investir dans la coopération au développement. La question est simplement d'offrir la possibilité à un outil public d'aller se financer sur le marché financier pour, justement, amplifier l'action et augmenter l'aide au développement pour des pays qui en ont vraiment besoin.
Je rappelle aussi qu'il s'agit de l'aboutissement d'une décision prise en 2023, sous la précédente législature. Il importe à présent de pouvoir la concrétiser intégralement en Belgique. Cette solution permet d'apporter le soutien nécessaire à des projets en matière d'éducation, de santé et de résilience climatique – sujets éminemment importants que nous devons mettre en avant –, sans augmenter la facture des pays donateurs, donc de la Belgique. Dans le contexte budgétaire que nous connaissons, c'est évidemment essentiel. Pour rappel, 37 pays africains sont concernés.
Certains disent que la coopération consiste à jeter de l'argent par les fenêtres. Il n'en est rien. Je ne vise pas mon collègue d'en face lorsque je dis cela. En l'occurrence, cet exemple très concret montre que cette coopération est nécessaire, puisque c'est un catalyseur qui permet de mobiliser plusieurs autres éléments également. C'est un investissement dans la stabilité, dans le développement et dans la stabilité de notre monde. C'est en ce sens que nous devons soutenir ce projet de texte.
Nous allons donc moderniser et renforcer un
outil essentiel de notre action et confirmer notre coopération avec les pays
africains. Je pense qu'il est de notre devoir d'agir de la sorte. Nous
soutiendrons bien évidemment ce projet de loi.
08.04 Maxime Prévot, ministre: Mesdames et messieurs les députés, c'est en ma qualité de ministre en charge de la Coopération au développement que je défends ce texte devant vous aujourd'hui. Comme les deux précédents projets de loi, ce texte essentiellement technique mais pas dénué de portée et de sens politiques, tel que rappelé par le député Dubois, a fait l'objet d'un soutien quasi unanime voici deux semaines lors de la séance de la commission des Finances et du Budget.
Het Afrikaans Ontwikkelingsfonds heeft als missie de minst ontwikkelde landen in Afrika te ondersteunen door concessionele financiering te bieden in de vorm van schenkingen en leningen onder gunstige voorwaarden. Het is bijzonder actief in fragiele landen, wat aansluit bij onze prioriteit op het vlak van stabiliteit. Die financieringen ondersteunen sleutelsectoren, zoals energie, klimaat, infrastructuur en logistieke corridors, en dragen bij tot onze doelstellingen op het vlak van mondiale publieke goederen en open strategische autonomie.
Les amendements auxquels ce projet de loi cherche à donner assentiment permettent de renforcer la capacité financière d'un partenaire stratégique de la Belgique dans un contexte budgétaire difficile. En effet, le contexte actuel présente des défis majeurs. Cela a été rappelé par plusieurs d'entre vous. Les besoins des pays africains continuent de croître et ne cesseront de croître au vu du développement socio-économique, mais aussi de l'explosion démographique des décennies à venir de ce continent, tandis que les flux de financements publics ne suivent pas.
Het is dus essentieel om de financiële draagkracht van het fonds op een andere manier te versterken. Dat is precies het doel van de amendementen die worden voorgesteld in de resolutie die in mei 2023 werd aangenomen tijdens de 49ste jaarlijkse vergadering van de raad van bestuur en die groen licht geeft voor de wijziging van het oprichtingsakkoord van het Afrikaans Ontwikkelingsfonds.
Il me faut également mentionner que, depuis sa création, l'accord n'a jamais été amendé de manière substantielle avant la réforme actuelle. Les amendements adoptés en mai 2023 constituent donc la première révision majeure en plus de 50 ans, ce qui montre l'importance du sujet. Il s'agit d'une évolution nécessaire pour maintenir la capacité d'action des instances multilatérales, telle que recommandée par le G20 pour une meilleure utilisation du capital existant des banques multilatérales de développement. Cette réforme répond aussi à l'appel de l'Union africaine, pour renforcer la capacité du Fonds africain de développement à mobiliser des financements privés.
Deze hervorming sluit volledig aan bij onze engagementen zoals vastgelegd in het regeerakkoord en in mijn beleidsverklaring: de efficiëntie van financiële instellingen en de impact van hun acties verbeteren, duurzame ontwikkeling bevorderen via innovatieve financieringsmechanismen en de strijd tegen klimaatverandering ondersteunen, in overeenstemming met het Akkoord van Parijs en de aanbevelingen van de G20.
De ce fait, en renforçant la capacité financière du Fonds africain de développement, notre pays soutient le financement de projets transformateurs en Afrique, contribuant ainsi à la stabilité régionale et créant des opportunités pour nos entreprises.
Deze wijziging heeft geen enkele budgettaire impact voor België en brengt geen extra financiële bijdragen met zich mee. Deze hervorming stelt het fonds juist in staat om extra middelen te mobiliseren, zonder nieuwe financiële bijdragen van de donorlanden te vragen.
Les amendements soumis au vote aujourd'hui ont également été approuvés par l’Allemagne, l’Arabie saoudite, l’Autriche, le Brésil, le Danemark, l’Espagne, la Finlande, l’Inde, l’Italie, le Koweït, la Norvège, les Pays-Bas, le Portugal, le Royaume-Uni, la Suède et la Suisse, et sont en cours de finalisation pour la France et le Canada.
Je vous invite donc à soutenir ce projet de loi au moment du vote, pour permettre à la Belgique de finaliser son processus d’approbation dans les meilleurs délais possibles afin de permettre l’activation prochaine de l’option d’emprunt sur les marchés.
Je vous
remercie.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1118/1)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1118/1)
Het wetsontwerp telt 2 artikelen.
Le projet de loi
compte 2 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel
ingediend door:
Proposition déposée par:
Annick Lambrecht, Axel
Weydts, Achraf El Yakhloufi, Kathleen Depoorter, Charlotte Deborsu, Lydia
Mutyebele Ngoi, Pierre Kompany, Els Van Hoof, Rajae Maouane.
Discussion
De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking (Rgt 85, 4) (1047/5)
Le texte adopté par la commission sert de base
à la discussion. (Rgt
85, 4) (1047/5)
De bespreking is geopend.
La discussion
est ouverte.
09.01 Ellen Samyn, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, mevrouw Britt Huybrechts en ikzelf verwijzen naar het schriftelijk verslag.
De voorzitter: Waarvan akte.
Mevrouw Depoorter krijgt als eerste het woord bij de bespreking.
09.02 Kathleen Depoorter (N-VA): Collega’s, een van de vergeten oorlogen is de oorlog in Soedan. Het gaat om een oorlog tussen het regeringsleger en de paramilitaire Rapid Support Forces. Het is een oorlog ver weg van de camera’s, waarvoor niet wordt gedemonstreerd, waarover niet wordt gedebatteerd op televisie, maar waarin evenveel leed, gruwel en schending van mensenrechten plaatsvindt als in andere oorlogen.
Vandaar dat ik hier even kom staan. Het is absoluut noodzakelijk stil te staan bij dat leed. Ik wil collega Lambrecht dan ook bedanken voor het initiatief om deze resolutie in te dienen en om samen met de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen te bekijken hoe we de stem van onze maatschappij kunnen verheffen. Hoe kunnen we de diplomatieke kracht van onze diensten ter beschikking stellen van al die mensen?
Gisteren vielen er nog zeven doden bij een droneaanval op een hospitaal. Hospitalen die belegerd worden, waar heb ik dat eerder gehoord? Ook in het Gazaconflict, waarover veel collega’s hier luidkeels hebben gesproken. Terecht, maar even terecht voor de slachtoffers in Soedan: zeven doden, twaalf gewonden, families die verscheurd zijn en uit elkaar worden gehaald. Seksueel geweld wordt overal gebruikt, tegen kinderen en vrouwen. UNICEF meldt dat 80 % van de kinderen geen toegang heeft tot onderwijs. 130.000 kinderen zitten vast in Al-Fashir, en 640.000 kinderen lopen gevaar op cholera.
Kijken we naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika, dan weten we dat in de voorbije twee jaar 12,2 miljoen kinderen zijn gestorven. We kunnen niet blijven wegkijken, en dat doen we dan ook niet. We zullen de diplomatieke druk opvoeren.
Die honderdduizenden mensen die nog altijd vastzitten, zullen een stem krijgen, want deze crisis destabiliseert de brede regio van de Hoorn van Afrika en de Sahel. Deze crisis, met miljoenen vluchtelingen, verdient aandacht en een oproep tot staakt-het-vuren. Soedan verdient soevereiniteit, diplomatieke steun – waarin wij het voortouw moeten nemen – en uiteraard ook humanitaire hulp, collega’s.
Het organiseren van humanitaire corridors naar de ontoegankelijke regio’s, waar geen water of voedsel is, waar geen geneesmiddelen zijn, is wat opgenomen is in deze resolutie. Ook het aanpakken van de straffeloosheid en het politieke proces ter ondersteuning van het ICC worden met dit voorstel van resolutie in gang gezet. Het internationale recht moet overal gerespecteerd worden, ook in deze streek van de wereld.
De controle over de grondstoffen werd daarnet nog vernoemd. Afrika is een continent rijk aan grondstoffen, maar het zijn niet altijd de juiste handen die die grondstoffen ontginnen of ervoor zorgen dat ze in de handel komen en dat de rijkdom van de grondstoffen ten goede komt aan de bevolking zelf.
Wij zullen dit voorstel van resolutie dan ook steunen en, samen met vele collega's, onze aandacht blijven richten op mensen, families en kinderen in nood en in oorlog.
09.03 Ellen Samyn (VB): Collega's, ook onze partij zal dit voorstel van resolutie steunen. Iedereen is het erover eens dat zich vandaag in Soedan een humanitaire ramp voltrekt van een omvang die nauwelijks te vatten is. Miljoenen mensen zijn op de vlucht. Hele regio's zijn afgesneden van voedsel en medische hulp. Vrouwen en kinderen worden systematisch het slachtoffer van verkrachting, foltering en seksueel geweld. Dat erkennen wij zonder voorbehoud en dat moet ook worden erkend.
Laten we echter eerlijk zijn. De internationale en Belgische aandacht voor dit conflict is beschamend laat gekomen. Andere conflicten kregen prioriteit en men keek veel te lang weg van wat er zich in Darfoer en elders in Soedan afspeelde.
Nochtans was dit conflict allesbehalve onvoorzienbaar. De signalen waren al jaren aanwezig. De inname van Al-Fashir door de RSF en de daaropvolgende etnische zuiveringen tonen aan dat het conflict nog lang niet voorbij is. Volgens de VN betreft het vandaag de ernstigste humanitaire crisis ter wereld. Het is dan ook goed dat dit voorstel van resolutie aandacht vraagt voor humanitaire toegang, onderzoek naar oorlogsmisdaden en sancties tegen verantwoordelijken.
Waar het voorstel echter fundamenteel tekortschiet, is in zijn geopolitiek realisme. De oorlog in Soedan is geen lokaal conflict dat België of zelfs de EU kan oplossen. Het gaat om een proxyoorlog, aangevuurd door regionale en internationale spelers zoals Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Tsjaad, Libië, Ethiopië, Rusland, China en Iran. Verschillende van die actoren bewapenen en financieren de strijdende partijen in ruil voor goud, ertsen en strategische grondstoffen.
Het wordt problematisch wanneer deze resolutie spreekt over externe factoren, maar weigert de verantwoordelijken bij naam te noemen. Tijdens het actuadebat in de commissie werd nog door minister Prévot aangevoerd dat naming-and-shaming moeilijk is omdat men dan alle buurlanden zou moeten noemen. Collega's, dat is geen nuance, maar verantwoordelijkheid verdunnen tot vaagheid.
Wat bijzonder verontrustend is, is de financiële en militaire levenslijn van de RSF. De Verenigde Arabische Emiraten leveren wapens, drones en munitie aan een militie die verantwoordelijk is voor misdaden tegen de menselijkheid. Wie de RSF bewapent, houdt het conflict actief in stand en toch blijft het oorverdovend stil, ook bij de Belgische regering. Ik vermeldde dat al tijdens de bespreking van het voorstel in de commissie. De vraag is of dat stilzwijgen te maken heeft met het feit dat België zelf een van de financierders is van het wapenarsenaal van oliestaten, waaronder de Emiraten. Onze fractie veroordeelt deze politieke lafheid. Morele verontwaardiging uiten is eenvoudig, diplomatieke moed tonen blijkt een pak moeilijker.
Daarnaast negeert deze resolutie volledig onze eigen Europese en Vlaamse belangen. De instabiliteit in Soedan en de Hoorn van Afrika vergroten de migratiedruk richting Libië en de centrale Middellandse Zeeroute, met directe gevolgen voor Europa en Vlaanderen. Ook de handel en energievoorziening via de Rode Zee en het Suezkanaal staan onder druk. Deze realiteiten worden nergens benoemd.
Dan is er de budgettaire realiteit. In tijden van een acute begrotingscrisis kan België geen extra middelen blijven beloven. Voor onze fractie is de lijn duidelijk. Wij willen geen extra ontwikkelingssamenwerkingsmiddelen. Mevrouw Lambrecht, in de commissie verzekerde u ons dat er geen extra middelen zouden worden voorzien. Wat voor onze fractie wel kan, is een herbestemming binnen bestaande budgetten voor humanitaire hulp. We hebben onze amendementen hier dan ook opnieuw ingediend.
Tot slot wil ik een pijnlijk, maar noodzakelijk punt maken. In de tekst staat geen enkel woord over het toenemende geweld tegen Soedanese christenen, een bijzonder kwetsbare minderheid die door beide strijdende partijen wordt geviseerd. Kerken worden gebombardeerd, geestelijken worden vermoord en gelovigen worden onder meer uitgesloten van voedselhulp.
Collega Van Hoof, tijdens de bespreking in commissie verwees u expliciet naar de christelijke minderheden, verwijzend naar mijn tussenkomst. Dat is goed, ik kijk alvast uit naar uw oordeel over ons amendement later bij de stemming.
Onze fractie zal altijd aandacht blijven vragen voor christenen, want zij worden vervolgd, vermoord en verdreven over de hele wereld en de wereld kijkt helaas weg.
Collega’s, het Vlaams Belang zal deze resolutie steunen.
09.04 Charlotte Deborsu (MR): Chers collègues, le Soudan ne refait surface dans l'actualité internationale que lorsque l'horreur atteint un nouveau sommet. Pourtant, ce pays vit dans une violence quasi permanente depuis son indépendance en 1956. Septante années de violence… Hier, c'était le génocide au Darfour, aujourd'hui, ce sont les massacres suite à la chute d'El-Fasher. Si rien ne change, nous savons déjà ce que sera demain: de nouveaux massacres, de nouveaux déplacés, et toujours plus d'oubli.
Depuis avril 2023, le Soudan est plongé dans une guerre civile totale. Une guerre entre deux chefs de guerre, prêts à sacrifier un pays entier sur l'autel de leur soif de pouvoir, se disputant terres et ressources avec une violence méthodique et sans pitié. Une guerre qui se déroule entre des populations déjà marginalisées, une guerre alimentée par des fractures ethniques entre communautés arabes et non arabes et par la convoitise de ressources stratégiques comme l'or, les terres agricoles ou encore l'accès à la mer Rouge.
Ce conflit est devenu une guerre par procuration, où certains États du Golfe, par leurs livraisons d'armes, leurs circuits financier et la contrebande d'or, alimentent directement la violence au Soudan. Nous ne pouvons plus détourner le regard. Ces choix ont des conséquences humaines dramatiques.
Sur le terrain, le tableau est effroyable: des exactions filmées et diffusées sur les réseaux sociaux, des fosses communes dissimulées par des incendies, des femmes violées, réduites en esclavage avec le viol utilisé comme arme de guerre, des enfants seuls, déplacés, traumatisés, dont l'avenir est déjà sacrifié. Et face à cela, que voyons-nous? Un État soudanais qui ne fonctionne plus, une justice internationale saisie avec des procédures devant la Cour pénale internationale, mais une impunité qui demeure quasi totale sur le terrain, et une communauté internationale qui peine à faire respecter ses propres décisions.
En juin 2024, le Conseil de sécurité des Nations Unies a exigé la levée du siège d'El-Fasher. Cette résolution n'a tout simplement jamais été appliquée. Aujourd'hui, même une décision du Conseil de sécurité ne suffit plus à faire pression sur des groupes armés.
Les organisations humanitaires, elles aussi, sont entravées. L'accès aux populations est tout simplement bloqué. L'aide n'arrive pas là où elle est vitale. Face à cette situation, nous devons agir, et ce, même modestement. La proposition de résolution que nous défendons aujourd'hui est claire, lucide et nécessaire. Elle appelle d'abord à nommer les responsabilités, notamment celles des forces de Hemetti et de leurs soutiens extérieurs.
Elle soutient un embargo effectif sur les armes, couvrant l'ensemble du territoire soudanais. Elle exige que les couloirs humanitaires soient ouverts et sécurisés. Elle interpelle aussi notre responsabilité collective. Comment accepter que l'or soudanais transite vers les marchés internationaux, ou que près de 90 % de la gomme arabique mondiale continue d'être exportée, sans poser la question de la traçabilité et de la responsabilité des entreprises qui en bénéficient. Enfin, cette résolution encourage la constitution d'une coalition de pays volontaires, arabes et africains, non pas pour militariser davantage le conflit, mais pour soutenir une dynamique politique crédible et une aide humanitaire efficace. Pour le Mouvement Réformateur, le message est clair: le Soudan ne peut pas être une guerre oubliée de plus. La Belgique a un rôle à jouer au sein de l'Union européenne, comme elle le fait déjà dans d'autres régions en crise – je pense notamment à la région des Grands Lacs. La stabilité, la paix et la reconstruction du Soudan ne sont pas seulement un impératif moral, elles sont aussi un enjeu de sécurité régionale et internationale.
C'est pourquoi nous soutiendrons pleinement cette résolution.
Je vous remercie.
09.05 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le président, chers collègues, aujourd'hui, nous ne discutons pas d'un texte; nous faisons face à l'une des pires crises humanitaires et politiques de notre époque. Au Soudan, 13 millions de personnes ont été déplacés, 16 millions d'enfants sont privés d'école et 20 millions de personnes souffrent d'insécurité alimentaire. L'ONU a déjà déclaré l'état de famine dans plusieurs régions. Ces chiffres ne sont pas uniquement des statistiques, ce sont des milliers de vies brisées, de femmes violées, d'enfants affamés. La famine est utilisée comme arme de guerre, comme en Palestine, et les violences sexuelles sont systématiques. Et que constate-t-on? La communauté internationale peine à agir, comme l'ont déjà mentionné les collègues.
Je voudrais remercier les auteurs de cette résolution pour leur courage et leur lucidité, parce que ce texte ne se contente pas de dénoncer, il exige des actes. Il appelle la Belgique à condamner fermement la guerre et la famine organisée, à plaider pour un cessez-le-feu immédiat, à renforcer l'aide humanitaire, à lutter contre l'impunité et à impliquer la société civile soudanaise dans la paix.
Je voudrais également saluer l'ouverture faite à l'opposition par Mme Lambrecht pour cosigner ce texte, parce que face à cette horreur, il n'y a pas de majorité ni d'opposition. Il n'y a qu'une seule voix: celle de l'humanité, qui nous amène à dépasser nos clivages partisans.
Mais soyons clairs, la Belgique et l'Europe doivent assumer leurs responsabilités. Nous ne pouvons pas nous contenter de déclarations, nous devons agir conformément à nos engagements dans l'Agenda 2030 pour le développement durable, notamment les objectifs Paix, Justice, Institutions efficaces et Élimination de la faim. Cela signifie que nous devons augmenter notre aide alimentaire et médicale, contrôler les flux financiers et le commerce des armes, soutenir la Cour pénale internationale pour juger les crimes et porter la voix des droits humains dans chaque forum international.
Chers collègues, adopter cette résolution, c'est dire que notre Parlement refuse l'indifférence; c'est dire que la Belgique choisit la solidarité, la justice et la paix. Parce que si nous restons silencieux, cela signifie que nous sommes complices. Je vous invite donc à voter ce texte sans réserve.
09.06 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, chers collègues, le groupe PVDA-PTB votera bien sûr en faveur de cette proposition de résolution. Nous faisons face à l'une des crises les plus dramatiques de notre époque, marquée par la famine, les déplacements massifs et des exactions d'une brutalité extrême. Actuellement, 15 millions d'enfants ont besoin d'une assistance humanitaire. Et pourtant, ce drame reste malheureusement, encore aujourd'hui, largement ignoré par la communauté internationale. L'Union européenne et la Belgique condamnent aujourd'hui la brutalité des Forces de soutien rapide (RSF). Mais nous devons aussi reconnaître que l'Europe a contribué à leur ascension, notamment à travers le processus de Khartoum, qui a fourni les financements, la formation et la légitimité à une milice devenue une véritable force de guerre.
La Belgique, elle aussi, porte une part de responsabilité. En 2017, sous le gouvernement de Charles Michel, M. Theo Francken, alors secrétaire d'État à l'Asile et à la Migration, a conclu des accords avec le régime d'Omar Al-Bachir pour identifier et renvoyer des réfugiés soudanais, malgré les risques évidents de persécution. Cette politique a été fermement condamnée par les organisations de défense des droits humains.
Le Soudan est aujourd'hui ravagé par une guerre qui ne se maintient que parce qu'elle est alimentée par des flux continus d'armement, souvent en violation directe du droit international. L'embargo actuel, limité au Darfour, imposé par la résolution 1556, est aujourd'hui clairement insuffisant.
Les armes circulent, transitent par des États tiers, échappent au contrôle et se retrouvent entre les mains d'acteurs responsables d'exécutions sommaires, de violences sexuelles et d'attaques massives contre les civils.
Nous devons réaffirmer le droit du peuple soudanais à l'autodétermination et à la souveraineté, un droit qui s'oppose à toute ingérence étrangère et à toute politique qui, sous prétexte de stabilité, perpétue la domination militaire.
Notre solidarité doit aller au peuple soudanais lui-même, à celles et ceux qui, malgré la guerre, continuent à œuvrer pour un gouvernement civil, pour la justice transitionnelle et pour l'unité nationale.
Monsieur le président, je réaffirme ici que nous allons soutenir cette résolution en soutien au peuple soudanais.
09.07 Pierre Kompany (Les Engagés): Monsieur le président, chers collègues, nous votons aujourd'hui un texte d'une grande importance sur une crise qui retient trop peu notre attention. Je crois que j'ai entendu ma collègue Depoorter le dire. Je sais, madame Lambrechts, qu’on ne peut pas ignorer votre résilience, cette capacité à mobiliser jusqu'au bout pour faire entendre la voix des sans-voix.
Nous voulons aujourd'hui voter un texte d'une grande importance sur une crise qui retient trop peu notre attention; nous, citoyens et citoyennes du monde libre, avec toute la jouissance de la liberté qui en découle.
De même, les crimes et exactions commis contre les populations civiles sont bien plus importants que dans d'autres conflits qui retiennent beaucoup plus l'attention des médias. Un jour, il faudra vraiment se demander pourquoi certains conflits sont importants alors que d’autres sont oubliés.
Premièrement, nous demandons un renforcement du soutien aux populations civiles car, comme dans tous les conflits, elles sont les premières à souffrir. Des millions de personnes ont été déplacées, tant au sein du Soudan que vers les pays limitrophes. Le risque d'une famine qui pourrait conduire à la mort de dizaines de milliers de personnes – si pas beaucoup plus – est présent. L'aide humanitaire est souvent bloquée par les belligérants. C'est pourquoi je suis heureux que le ministre Maxime Prévot ait à plusieurs reprises insisté sur l'augmentation de l'aide que la Belgique accorde aux populations soudanaises. Cela montre que la Belgique n'ignore pas ce conflit.
Deuxièmement, il est indispensable de mettre fin aux multiples ingérences dans le conflit soudanais par des puissances voisines ou parfois plus éloignées. Les belligérants ne pourraient pas tenir sans les moyens financiers, les armes et les mercenaires venant d'ailleurs. Il faut renforcer l'embargo sur les armes et sanctionner ceux qui alimentent ou profitent du conflit. Surtout, toutes les puissances impliquées doivent participer au rétablissement de la paix et non alimenter le conflit.
Troisièmement, il faut continuer à lutter contre l'impunité. Trop de conflits naissent et ne prennent pas fin car les acteurs qui commettent les exactions, les responsables qui préfèrent la guerre, sont convaincus qu'ils ne seront pas sanctionnés. On le voit au Soudan, mais aussi en Ukraine et en République démocratique du Congo. Il faut continuer à soutenir les instances internationales comme la Cour pénale internationale. Il faut qu'elles agissent.
Le président: Monsieur Kompany, je dois vous informer que votre temps de parole est écoulé.
09.08 Pierre Kompany (Les Engagés): Je conclus, monsieur le président.
Le conflit au Soudan ne prendra fin qu'au moyen de la négociation. Mais quelle négociation? Il appartient à notre diplomatie de participer activement aux différentes initiatives mises en place.
Pour conclure, monsieur le président, il faut se rappeler aujourd'hui qu'une dynastie de Noirs du Soudan a régné sur l'Égypte et a fait la renaissance de l'Égypte.
De voorzitter: Collega's, ik breng de afgesproken tijdslimiet bij de bespreking van resoluties in herinnering. Het is altijd onprettig om op zo'n moment te moeten tussenkomen, het is gemakkelijker wanneer u zelf de tijd respecteert.
09.09 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, collega's, de bloedige burgeroorlog in Soedan is de ernstigste humanitaire crisis van dit moment, met al duizenden doden. Soedan is momenteel een plek waar het recht van de sterkste geldt en de internationale orde afwezig is, met veel te weinig hulporganisaties, geen vredesmissies en geen VN-bemiddeling.
De resolutie die Vooruit heeft ingediend, is een dringende oproep aan België om over te gaan tot onmiddellijke en krachtige diplomatieke actie.
De burgers van Soedan leven in een hel. Miljoenen mensen zijn hun huizen ontvlucht, terwijl in Al-Fashir duizenden burgers willekeurig geëxecuteerd en vermoord worden. Op satellietbeelden zijn bloedplassen te zien. Ziekenhuizen, vluchtelingenkampen en humanitaire hulpverleners worden bewust aangevallen. De gezondheidszorg is ingestort en de hongersnood is catastrofaal. Seksueel geweld wordt systematisch ingezet als oorlogswapen. Vrouwen en meisjes zijn het slachtoffer van verkrachting. Dit alles is een schending van het internationaal humanitair recht, en er hangt, zoals de VN terecht bevestigt, een genocide in de lucht.
Alles moet worden gedaan om de massale aanvallen op burgers te stoppen en om tot een onmiddellijk staakt-het-vuren te komen. Echter, zolang de wapens blijven stromen zal het bloedbad niet stoppen. De illegale wapenhandel moet aan banden worden gelegd. We veroordelen met klem alle landen die de strijdende partijen financieel en militair blijven steunen. We roepen de VN-Veiligheidsraad dan ook op om het huidige wapenembargo voor Darfoer uit te breiden naar heel Soedan. Landen als de Verenigde Arabische Emiraten, die het conflict met wapens blijven voeden, moeten tot orde worden geroepen en repercussies ondervinden.
Binnen de EU ijveren we voor een uitbreiding van gerichte sancties tegen individuen, bedrijven en tussenpersonen die deze gruwelijke oorlog blijven ondersteunen. Gerechtigheid is immers essentieel voor vrede. De verantwoordelijken voor oorlogsmisdaden, seksueel geweld en bewuste uithongering mogen niet ontsnappen. Straffeloosheid moet krachtig worden bestreden.
Daarom is het van cruciaal belang dat België het werk van het Internationaal Strafhof en de VN-onderzoeksmissies politiek en financieel steunt. Het Strafhof is reeds gestart met een onderzoek naar de misdaden in Al-Fashir en we willen dat uitbreiden naar heel Soedan.
De huidige crisis is het gevolg van falende militaire en politieke leiders. De enige weg die wij zien, is een inclusief politiek proces dat wordt geleid door burgers en democratische krachten. België kan als lid van de VN en de EU een actieve rol spelen om de bevolking in Soedan daadwerkelijk te helpen, door meer humanitaire hulp te verlenen, maximale diplomatieke druk uit te oefenen voor een staakt-het-vuren en door gerichte Europese sancties tegen de wapenhandel te steunen.
België is medeverantwoordelijk om de onmiddellijke humanitaire toegang, het herstel van vrede en duurzame ontwikkeling mogelijk te maken. We zijn het de mensen in Soedan verplicht.
Er is nu een internationaal antwoord nodig. Het heeft inderdaad lang genoeg geduurd. Dit is een vergeten oorlog. We moeten dat samen op de kaart zetten. Ik geloof er echt in dat dat met deze resolutie kan en zal gebeuren.
Collega’s, ik reken op de steun van u allen en dank u nu al voor de steun die ik in commissie mocht ervaren voor de resolutie die wij hier voorleggen.
09.10 Els Van Hoof (cd&v): Op mijn beurt dank ik mevrouw Lambrecht.
Mijnheer de voorzitter, onze fractie zal deze resolutie uiteraard steunen, want Soedan is inderdaad een hel. Ondertussen gaat de oorlog gewoon door, zonder dat die de kranten haalt, zonder veel verontwaardiging, maar met verwoestende gevolgen voor miljoenen mensen. De statistieken zijn hallucinant: 13 miljoen mensen zijn op de vlucht, 30 miljoen personen hebben dringende hulp nodig, 20 miljoen Soedanezen weten niet of ze morgen te eten hebben en 16,5 miljoen kinderen hebben geen toegang tot onderwijs.
Ik had onlangs nog een gesprek met UNICEF. Die medewerkers zeiden: om kinderen hoop te geven in een crisis, in een oorlog, moeten we onder alle omstandigheden doorgaan met het onderwijs.
Seksueel geweld is hun lot en wordt bovendien systematisch als wapen gebruikt. Dat is geen conflict meer, maar humanitaire horror.
Wat doet de wereld? Men kijkt vooral toe. Het Internationaal Strafhof opent onderzoeken, maar wordt lamgelegd door besparingen. De VN roept hongersnood uit, terwijl hulporganisaties hun budgetten zien opdrogen.
Ik heb partijen hier horen pleiten voor besparingen op ontwikkelingssamenwerking. Ik vind dat ongeoorloofd in deze tijden van geopolitieke crisissen en humanitaire drama’s.
Het wapenembargo wordt nauwelijks gehandhaafd. Europa roept op tot een staakt-het-vuren, legt sancties op, maar op het terrein blijft de situatie even schrijnend.
Met deze resolutie veroordelen wij krachtig het geweld en de vele misdaden in Soedan, maar we moeten verdere stappen zetten. Deze resolutie wil ook de grondoorzaken van het geweld aanpakken. De strijdende partijen financieren hun oorlog met Soedanees bloedgoud. Dat goud mag niet langer in onze Europese bevoorradingsketens terechtkomen. We vragen daarom robuuste controlemechanismen en gerichte sancties tegen wie de oorlog financiert. Het moet gedaan zijn met het schaamteloos profiteren van het oorlogsleed. Met die hoop leven en sterven ook de Soedanezen.
Vrede bouwt men niet alleen op met sancties, maar ook met mensen. Het Soedanese middenveld, vrouwen, jongeren en ook religieuze en etnische minderheden moeten bij een vredesdialoog betrokken worden. Naast de islam gaat dat ook over het christendom, het jodendom en de traditionele religies. Zij moeten een stem krijgen. Zij weten wat hun land nodig heeft.
We vragen ook een VN-vredesmacht. Dat is in Soedan meer dan ooit nodig.
Tot slot roepen we ook op tot gerechtigheid. Straffeloosheid draagt niet bij tot een duurzame vrede. Daarvoor moeten op multilateraal vlak de capaciteiten van instanties zoals de VN-Mensenrechtenraad en het Internationaal Strafhof worden versterkt.
Collega's, het conflict in Soedan is niet het zoveelste conflict ver weg. Het is een spiegel voor onze waarden. We mogen en kunnen niet wegkijken van wat vandaag de grootste humanitaire catastrofe in de wereld is. Het is het grootste vergeten conflict.
Het is hoog tijd dat de miljoenen Soedanezen die vandaag geen stem hebben, worden gehoord. Het is hoog tijd dat de wereld krijgsheren eindelijk ter verantwoording roept.
Daarom steunt onze fractie volop de voorliggende resolutie. Ik dank u, alsook de indienster.
09.11 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le président, chers collègues, je tiens tout d'abord à remercier très sincèrement Mme Lambrecht pour cette proposition de résolution et pour avoir aussi ouvert la porte à la cosignature. C'est un geste notable.
Nous parlons d'un peuple qui, en ce moment-même, vit l'une des pires catastrophes humanitaires et humaines de notre époque. Le texte présenté aujourd'hui le rappelle: depuis de trop longues années, le Soudan est plongé dans une guerre d'une brutalité extrême. La guerre a déjà causé le déplacement de millions de personnes et laisse plus de 30 millions de civils dépendants de l'aide humanitaire, dont des millions d'enfants. La famine progresse, tandis que l'accès humanitaire est entravé et que l'éducation a quasiment disparu pour toute une génération. Comme l'ont rappelé les collègues, cette guerre est aussi marquée par des violations massives et systématiques du droit international humanitaire et par des viols qui sont autant de crimes de guerre. Des violences aveugles sont commises contre les civils, alors que se multiplient les pillages, les enlèvements, les exécutions sommaires, les agressions contre les travailleurs et les travailleuses humanitaires. Tout récemment, une attaque a été perpétrée contre un hôpital, comme c'est le cas dans d'autres régions du monde, notamment à Gaza. Ce ne sont pas des excès isolés, mais des pratiques documentées et dénoncées par les Nations Unies, les ONG et les chercheurs. C'est pourquoi beaucoup parlent à présent d'un risque de crime contre l'humanité, voire de génocide en cours. C'est un mot qui, en effet, est lourd, mais il ne doit pas cacher la responsabilité qui se loge derrière. Ce qui est également lourd, c'est le silence médiatique, politique et international qui entoure ce conflit. Ce silence tue, lui aussi, parce qu'il laisse faire, qu'il alimente l'impunité et qu'il abandonne des millions de personnes à leur propre sort.
Cette résolution n'est pas parfaite et ne prétend évidemment pas tout résoudre. Elle ne mettra pas fin à la guerre à elle seule. Oui, nous pourrions discuter de certaines formulations et proposer d'autres mesures. Cependant, en soutenant ce texte, il nous importe d'envoyer un message politique clair: nous nous situons au-dessus des clivages entre majorité et opposition dans de telles circonstances, comme nous aurions dû l'être en ce qui concerne d'autres conflits et génocides dans le monde. Les crimes commis au Soudan ne sont pas acceptables. Nous voulons aussi transmettre ce message. Les civils doivent être protégés. Je reviens avec ma marotte, à savoir que le droit international humanitaire ne peut pas constituer une variable d'ajustement.
Nous défendons également l'idée qu'aucune paix durable ne sera possible sans un processus politique inclusif porté par la société civile soudanaise et soutenu de manière cohérente par la communauté internationale. La Belgique a un rôle à jouer au sein de l'Union européenne et des Nations Unies, mais aussi dans toutes les enceintes multilatérales où elle peut peser. Nous souhaitons que les Soudanaises et les Soudanais puissent vivre sans craindre la violence, la faim et l'exil et qu'elles et ils puissent retrouver la paix, la sécurité, la dignité auxquels elles et ils ont droit.
Cette proposition de résolution constitue un premier pas, qui en appelle d'autres. Nous serons au rendez-vous pour les appuyer, car nous nous trouverons toujours du côté des solutions au regard de cette guerre qui n'a que trop longtemps duré.
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De bespreking is gesloten.
La discussion est close.
Ingediende
amendementen:
Amendements déposés:
Verzoek/Demande 7.32(n)
• 70 – Ellen
Samyn cs (1047/6)
Verzoek/Demande 7.33(n)
• 71 – Ellen
Samyn cs (1047/6)
Verzoek/Demande 7.34(n)
• 72 – Ellen
Samyn cs (1047/6)
Aangehouden:
de amendementen.
Réservés:
les amendements.
De stemming over de aangehouden amendementen en over het voorstel zal later plaatsvinden.
Le vote sur les amendements réservés et sur la proposition aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteurs, mevrouw Lotte Peeters en de
heer Jean-François Gatelier, verwijzen naar het schriftelijk verslag.
10.01 Lotte Peeters (N-VA): Wij steunen het voorliggende wetsontwerp, omdat het inzet op drie pijlers die wij zeer belangrijk achten: ten eerste de bescherming van minderjarigen, ten tweede de handhaving van regelgeving en, ten derde, de administratieve efficiëntie.
De regels die al bestonden over de verkoop van tabak, alcohol en lachgas worden door dit wetsontwerp niet alleen verduidelijkt, maar ook versterkt. Bij de verkoop van tabaksproducten en lachgaspatronen zal de verkoper een identiteitsbewijs moeten vragen wanneer de koper jonger lijkt dan 25 jaar. Op dit moment gebeurt dat in zekere zin al, maar dan met een lagere leeftijd. Handelaars die vroeger een afweging moesten maken of een koper al dan niet 18 jaar is, dienen die leeftijdsgrens nu met enkele jaren marge op te trekken. Wij ondersteunen dit voorstel, aangezien het bijdraagt aan de bescherming van minderjarigen.
Wel willen we onderstrepen dat er parallel gewerkt dient te worden aan striktere controles van de onlineverkoop, voornamelijk van tabaksproducten. Op dit moment leggen we heel wat legitieme handelaarswetgeving op om ervoor te zorgen dat rookmiddelen, lachgas of sterke dranken niet tot bij jongeren zouden geraken. Daar staan we achter. Tegelijk moet er ook worden gereageerd op de illegale markt, die fel woekert.
Het voorliggende wetsontwerp voorziet ook in een versterking van de rol van de burgemeester. De huidige formulering in de wetgeving verhinderde namelijk dat burgemeesters hun bestuurlijke politiebevoegdheid konden uitoefenen en inrichtingen konden sluiten wanneer zich problemen voordoen met de volksgezondheid of bij recidive van bepaalde handelszaken tegen het verkoopverbod.
Burgemeesters kennen hun grondgebied goed en weten waar men zich minder goed of helemaal niet aan de regels houdt. Deze wijziging is dus niet alleen in het belang van onze volksgezondheid, ze zorgt er ook voor dat burgemeesters overlast in hun gemeenten of steden kunnen tegengaan. Dat wordt nu opnieuw expliciet mogelijk gemaakt en wij juichen dat natuurlijk toe.
Er staat ook een passage in over mysteryshoppen. Dat zal worden toegestaan voor de controle op verkoop van lachgas aan minderjarigen. Onze fractie stond in het verleden sceptisch tegenover dit principe en blijft ook nu een eerder koele minnaar, maar we begrijpen ook wel dat dit noodzakelijk is om vaststellingen te kunnen doen.
Een ambtenaar kan een bedrag vaststellen waarvan de vrijwillige betaling door de dader van het misbruik de publieke vordering doet vervallen. Als de betaling wordt geweigerd of als er geen voorstel van administratieve boete wordt gedaan, zal het proces-verbaal van vaststelling van overtreding aan de procureur des Konings worden toegezonden. Ook dat is een administratieve vereenvoudiging.
Het verwerken van persoonsgegevens zal in lijn worden gebracht met de EU-verordening. Er zal een databank worden opgesteld die een betere controle en een doelgerichter beleid mogelijk maakt. We zijn absoluut voorstander van zo'n databank, want die zal in kaart brengen waar en wat er precies gecontroleerd dient te worden.
Op vraag van onze fractie gaf de minister aan dat hij erop zal toezien dat de verschillende diensten na goedkeuring van het wetsontwerp proactief informatie zullen verstrekken en zullen sensibiliseren. Het is heel belangrijk dat verkopers, lokale besturen, politiezones en verenigingen op de hoogte zijn van de wijziging. Wij danken de minister daar ook voor.
Het gehele ontwerp past in onze visie dat we in eerste instantie moeten inzetten op een goede toepassing van de bestaande wetgeving in deze materie. Een degelijke controle door de verkoper en een strenge handhaving door de overheid zijn hierbij essentieel. Dank u wel.
10.02 Katleen Bury (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, het voorliggende ontwerp is op zich een goed initiatief. Niemand betwist dat de verkoop van tabak, alcohol en lachgas aan minderjarigen hard moet worden aangepakt. De bedoeling is jongeren te beschermen en dat verdient steun.
Een goed ontwerp moet evenwel ook juridisch stevig en transparant zijn. Daar wringt vandaag nog altijd het schoentje. Zowel de Raad van State als de Gegevensbeschermingsautoriteit heeft opmerkingen gemaakt en daar werd in de tekst niet volledig aan tegemoetgekomen.
De Raad van State stelt heel duidelijk dat de kern van de regeling niet kan worden weggeschreven in koninklijke besluiten. De basisregels, namelijk wie wat doet met welke gegevens en welke waarborgen, moeten in de wet zelf worden vastgelegd. De Gegevensbeschermingsautoriteit zegt hetzelfde met betrekking tot de gegevensverwerking. Het moet precies duidelijk zijn welke gegevens worden bijgehouden, door wie, met welk doel en gedurende welke termijn.
De regeling rond mysteryshoppers met minderjarigen wordt momenteel wel netjes toegelicht in de memorie van toelichting maar onvoldoende in de wettekst zelf. Net dat vraagt de Raad van State expliciet.
Daarom dienden wij twee juridisch verfijnende amendementen in, die in de commissie werden weggestemd. Ik licht ze daarom opnieuw toe in de hoop dat ze deze keer wel steun krijgen. Het eerste amendement betreft de mysteryshoppers. Daarin leggen wij concreet zes voorwaarden vast. Dat zijn de volgende. De deelname van minderjarigen kan enkel met schriftelijke toestemming. De minderjarige staat onder onmiddellijke begeleiding. Er is geen consumptie van de goederen en ze verlaten de handelszaak niet met de producten. Er is vooraf een schriftelijke risicoanalyse en een beveiligingsplan. Eventuele beeld- en geluidsopnames worden uitsluitend gebruikt voor handhavingsdoeleinden en uiterlijk na zes maanden gewist, behalve wanneer een gerechtelijke noodzaak dat verhindert. Vooral wordt expliciet bepaald dat de identiteit van de minderjarige nergens mag worden vermeld of herleidbaar zijn. Dat is nodig om de regeling afdwingbaar en toetsbaar te maken voor een rechtbank.
In de commissie hoorden we de minister zeggen dat die voorwaarden al gelden. Mijnheer de minister, dat is des te beter. Dat maakt het amendement gewoon de logische stap om de praktijk juridisch te verankeren, zodat ouders, inspecteurs en rechtbanken niet afhankelijk zijn van een toelichting maar van de wet zelf.
Het tweede amendement betreft de persoonsgegevens: wie, wat en hoelang? Ook hier is de redenering eenvoudig. Wij maken, ten eerste, de gegevensverwerking concreet, proportioneel en beperkt, zoals de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit vragen. Wat verandert er? We vermelden expliciet welke handhavingsgegevens mogen worden verwerkt, namelijk de datum en aard van de vaststelling, het type inbreuk, de waarschuwing, de administratieve beslissing en de vrijwillige betaling. Indien van toepassing, worden ook de minnelijke schikking of de strafbemiddeling opgenomen. Dat biedt een noodzakelijke basiszekerheid. Iedereen moet immers kunnen zien welke gegevens precies in een dossier kunnen belanden.
Ten tweede, we vervangen één uniforme bewaartermijn door een volgens ons logische ladder. Als er geen inbreuk is, geldt er geen bewaartermijn en worden de gegevens onmiddellijk gewist. Bij een waarschuwing of een beslissing zonder boete bedraagt de bewaartermijn maximaal drie jaar. Bij een vrijwillige betaling of een administratieve boete bedraagt die maximaal vijf jaar. Bij een schikking, strafbemiddeling of veroordeling bedraagt de bewaartermijn maximaal tien jaar, tot het einde van de verjaring. Belangrijk is ook de automatische verwijdering van gegevens na afloop van de wettelijke termijn.
Ten derde, we verduidelijken wie verantwoordelijk is voor de verwerking. We hebben in het amendement expliciet de FOD Volksgezondheid en het FAVV gezamenlijk aangeduid als verwerkingsverantwoordelijken. Dat voorkomt latere discussies over wie aansprakelijk is, over wie moet antwoorden op inzageverzoeken en over wie welke beveiligingsmaatregelen moet organiseren.
Ten vierde, we beperken de delegatie aan de Koning, die onze minister graag doet. Wij gaan ervan uit dat na advies van de GBA de Koning nog technische modaliteiten kan regelen, maar geen extra categorieën, instanties of personen kan toevoegen die toegang krijgen. Daarmee respecteren we het legaliteitsbeginsel, waarop de Raad van State keer op keer hamert.
Collega's, de twee amendementen gaan over rechtszekerheid en risicobeheersing. Als we vandaag te vaag blijven over data, bewaartermijnen en waarborgen, dan is de kans reëel dat de kwesties later in de rechtbank belanden en dan zijn we verder van huis dan vóór de handhavingswet.
We steunen het wetsontwerp, omdat het doel juist is, maar we vragen met aandrang om onze twee amendementen te steunen. Ik hamer er nogmaals op, zoals ik ook in de commissie heb gedaan, dat ze niets veranderen aan de bedoeling, noch de uitvoering bemoeilijken. Ze strekken er enkel toe het geheel transparant, proportioneel en juridisch waterdicht te maken.
10.03 Jean-François Gatelier (Les Engagés): Le projet de loi qui nous est soumis aujourd'hui constitue une avancée importante en matière de protection de la santé publique et de prévention des assuétudes, en particulier chez les jeunes. Le groupe Les Engagés le soutiendra et je le soutiens pleinement. Ce texte s'inscrit dans la continuité de choix déjà posés par le législateur ces dernières années.
Il ne s'agit pas d'un changement de cap idéologique, mais bien d'un renforcement de notre politique de santé publique afin de la rendre plus cohérente, plus efficace et surtout plus opérationnelle sur le terrain. L'objectif est clair: mieux protéger les jeunes face à des produits dont les effets nocifs sont largement établis – le tabac, l'alcool et l'usage détourné du protoxyde d'azote – et lutter plus efficacement contre les assuétudes.
Le projet de loi renforce notre politique existante par une série de mesures concrètes. Premièrement, en matière de contrôle de l'âge, il convient d'être précis. L'obligation de vérification de l'âge existe déjà pour le tabac et l'alcool. Le projet de loi ne la réinvente pas, mais la rend pleinement applicable dans le cadre des contrôles, notamment via le mystery shopping lorsqu'il s'agit de la vente de cartouches de protoxyde d'azote, un produit plus récent dans notre arsenal législatif.
Deuxièmement, le texte renforce le recours au mystery shopping, y compris avec des mineurs, spécifiquement pour le protoxyde d'azote. Cette méthode de contrôle est déjà utilisée pour l'alcool et le tabac. Étendre explicitement celle-ci au protoxyde d'azote est une mesure de cohérence indispensable pour éviter les angles morts dans l'application de la loi.
Troisièmement, le projet de loi consolide la possibilité de saisir les produits vendus ou offerts en infraction, afin d'empêcher la poursuite immédiate des pratiques illégales et d'en renforcer le caractère dissuasif. Mais l'apport le plus structurant de ce texte concerne les compétences de fermeture administrative. Jusqu'à présent, les autorités locales ne pouvaient intervenir efficacement contre un établissement vendant illégalement du tabac, de l'alcool ou du protoxyde d'azote à des mineurs que si un trouble à l'ordre public pouvait être établi. Lorsque la nuisance était principalement sanitaire, l'outil juridique faisait défaut. Le projet de loi corrige cette incohérence.
Désormais, les bourgmestres pourront ordonner la fermeture d'un établissement en cas de danger grave et imminent pour la santé publique ou en cas de non-respect répété de l'interdiction de vente aux mineurs de produits du tabac, de boissons alcoolisées, de cartouches métalliques contenant du protoxyde d'azote. Cette évolution est essentielle. Elle reconnaît que la mise en danger répétée de la santé publique, et en particulier celle des jeunes, constitue en soi un motif suffisant d'intervention sans devoir attendre des contrôles visibles ou des débordements.
C'est précisément ainsi que l'on passe d'une logique purement réactive à une véritable politique de prévention des assuétudes. Prévenir, ce n'est pas seulement informer ou sensibiliser, c'est aussi réduire l'accessibilité aux produits nocifs, faire respecter la loi et donner aux autorités les moyens d'agir efficacement. Les données scientifiques disponibles, notamment celles-ci de Sciensano, montrent que des produits comme le protoxyde d'azote restent consommés, parfois perçus à tort comme anodins, avec des conséquences réelles pour la santé, la sécurité et l'environnement.
Face à ces constats, le statu quo n'est plus tenable. Ce projet de loi renforce notre politique de santé publique, améliore sa crédibilité et sa cohérence en envoyant un signal clair. La prévention des assuétudes repose aussi sur des règles claires, applicables et effectivement appliquées.
Pour toutes ces raisons, le groupe Les Engagés votera pour ce projet de loi.
Je vous
remercie.
10.04 Funda Oru (Vooruit): Ik breng de bespreking van het ontwerp even terug naar wat voor Vooruit vooropstaat, namelijk het beschermen van onze kinderen en jongeren. Ik ben zelf moeder en net zoals veel andere ouders stel ik me steeds meer vragen bij de toekomst als ik naar mijn kinderen en andere kinderen kijk. In wat voor samenleving groeien zij op? Wat krijgen zij vandaag allemaal mee? Weten ze vooral wat goed voor hen is en wat niet? Dat zijn vragen die vandaag alle ouders bezighouden.
Soms hoeft men niet ver te kijken om op die vragen een antwoord te krijgen. In mijn eigen gemeente, Heusden-Zolder, werd exact een jaar geleden een grote controle uitgevoerd in nachtwinkels, omdat men voelde dat er iets niet klopte. Wat men aantrof, was zeer confronterend: honderden illegale tabaksproducten, illegale medicijnen en ook lachgas. De hoeveelheden waren hallucinant. Elke dag na school gaan honderden kinderen die winkels binnen om snoep te kopen, maar ze komen buiten met kleurrijke vapes of lachgas. Kinderen kunnen de gevaren van die schadelijke producten niet inschatten. Als het in de winkel ligt, denken ze dat het wel oké is. Precies daarom is het onze verantwoordelijkheid als overheid om hen te beschermen. Voor alle duidelijkheid, het is niet enkel een probleem van één gemeente, het speelt zich af in verschillende steden en gemeenten in ons land.
Daarom is het belangrijk dat we hier op federaal niveau ingrijpen. Sinds 8 april 2024 is er een verbod op het oneigenlijke gebruik van lachgas. Dat was noodzakelijk. Zolang schadelijke producten evenwel gemakkelijk verkrijgbaar blijven, lopen we achter de feiten aan. De afgelopen jaren werden heel wat stappen gezet om kinderen en jongeren te beschermen tegen de gevaren van roken en alcohol. België heeft als eerste land in Europa en als absolute koploper het verbod op wegwerpvapes ingevoerd. Daarnaast werd een rookverbod ingesteld voor plaatsen waar veel kinderen en jongeren aanwezig zijn, met als doel een rookvrije generatie. Ook voor alcohol geldt al langer de verplichting om een leeftijdsbewijs te vragen. Die verplichting voeren we nu ook in voor lachgas. Het wetsontwerp is daarom van groot belang. Voortaan zullen verkopers verplicht zijn een leeftijdsbewijs te vragen bij de verkoop van sigaretten, vapes en lachgas aan personen die jonger lijken dan 25 jaar. De anonieme controles die al plaatsvinden voor sigaretten en vapes, zullen nu ook voor lachgas worden uitgevoerd. Burgemeesters kunnen formeel een zaak sluiten wanneer meerdere overtredingen worden vastgesteld.
Zo maken we duidelijk dat we jongeren niet zomaar willen laten opgroeien in een omgeving waar schadelijke producten als onschuldig worden voorgesteld. Wij doen alles om kinderen en jongeren te beschermen tegen de gevaren van roken, alcohol en lachgas. Onze strijd voor hun fysieke en mentale gezondheid eindigt hier niet. Laat ons ook snel werk maken van een verbod op sociale media voor kinderen en jongeren. Andere landen doen het al, het kan ook hier. Onze kinderen zijn onze toekomst, daar zijn we het allemaal over eens. We moeten alles op alles zetten om hen te beschermen. Met het voorliggende ontwerp doen we dat.
10.05 Irina De Knop (Open Vld): Mijnheer de voorzitter, collega's, Open Vld onderschrijft uiteraard de principes van dit wetsvoorstel, met name het verbod op de verkoop van onder andere alcohol, tabak en lachgas aan minderjarigen. In dat opzicht zijn we het eens. We willen evenwel een aantal randbemerkingen formuleren. Met dit wetsontwerp voert de wetgever het aantal controles verder op en vergroot de overheid telkens opnieuw haar invloedssfeer. In het wetsontwerp is zelfs vermeld dat extra ambtenaren moeten worden aangeworven om extra controles uit te voeren.
Voor Open Vld zou de overheid veeleer terughoudend moeten zijn. Controles kunnen uiteraard nuttig zijn, maar ze moeten proportioneel en correct worden ingezet. Het kan niet de bedoeling zijn dat achter elke hoek van elke winkel een controleur staat te wachten, in de hoop iemand te betrappen die de wetgeving eventueel niet zou respecteren. Controles moeten dus altijd proportioneel zijn. Daarmee wil ik geenszins zeggen dat we de principes van een rookvrije generatie niet ondersteunen. We willen wel benadrukken dat we niet alleen op controles moeten inzetten, maar ook op preventie en voorlichting. De nadruk van het beleid zou daarop moeten liggen.
De uitbreiding van de bevoegdheid van burgemeesters om inrichtingen te sluiten is een goede maatregel. Burgemeesters kunnen sowieso op de meest efficiënte manier overlast tegengaan en zijn het best geplaatst om beslissingen te nemen over de sluiting van inrichtingen.
De Raad van State heeft bovendien gesteld dat het moeilijk is de verplichting om een leeftijdsbewijs te vragen te laten afhangen van hoe oud iemand eruitziet. Daarmee zijn we het volledig eens. Waarom gaat men verbaliseren wanneer een verkoper een foute inschatting maakt? Het is niet ernstig dat verkopers verplicht worden om van alle klanten die jonger lijken dan 25 jaar een leeftijdsbewijs te eisen voor de verkoop van tabak en lachgas. De minister geeft aan dat het doel van die bepaling niet louter repressief is, maar normatief en preventief. Door die verplichting wettelijk te verankeren, zo stelt hij, wordt de verantwoordelijkheid van de handelaar versterkt en ontstaat er een duidelijk handhavingskader.
Dat typeert exact het beleid van Arizona. Iedereen wordt gewantrouwd tot het tegendeel is bewezen. Vandaar ook dat het aantal controles wordt opgedreven en dat er extra inspecteurs worden aangeworven. Bij Open Vld vertrekken we van het omgekeerde uitgangspunt. Wij vertrouwen burgers en dus ook ondernemers tot het tegendeel is aangetoond. We nemen het in dezen dus op voor de handelaars.
Tijdens de eerste bespreking werd al duidelijk dat een verkoper die geen identiteitsbewijs vraagt maar toch tabak of lachgas verkoopt aan iemand die ouder is dan 18 jaar en dus het wettelijk verkoopverbod respecteert, alsnog een sanctie kan krijgen. Dat vinden wij onaanvaardbaar. Het eigenlijke doel van de wetgeving is terecht de verkoop aan minderjarigen te verbieden, maar niet om handelaars te beboeten die hun klanten niet telkens opnieuw willen lastigvallen met een identiteitscontrole. Op die manier komen we terecht in een toezichtmaatschappij en daar passen wij voor.
Het is uiteraard de verantwoordelijkheid van de verkoper om het verbod te respecteren, maar iemand een sanctie geven op basis van een subjectieve inschatting van de leeftijd van 25 jaar of op basis van het feit dat hij de koper misschien eerder al gevraagd heeft naar zijn leeftijd is niet zinvol. Integendeel, het ondergraaft het vertrouwen van de burger in de wetgever, omdat hij dit zal ervaren als een pestmaatregel. Vandaar hebben wij een amendement ingediend waarbij we terugkeren naar de geest van de wet, met name een mogelijke identiteitscontrole wanneer de handelaar twijfelt aan de meerderjarigheid van de koper, maar waarbij de verkoper niet verplicht is om iedere keer wanneer hij twijfelt of iemand 25 jaar of jonger is een identiteitscontrole te doen.
We zijn ook geen voorstander van minderjarige mysteryshoppers, omdat men op die manier jongeren gebruikt in het kader van uitlokking en hen bovendien de mogelijkheid geeft om een valse identiteit aan te nemen. Dat lijkt ons helemaal niet wat we met jonge mensen moeten doen.
We hebben begrepen dat de N-VA zich in het verleden verzette tegen deze maatregel. Ik hoor collega Peeters zeggen dat ze er nog altijd koele minnaars van zijn. Ze heeft gelijk, dit is niet wat we als overheid moeten doen.
Daar wij de handen vrij hebben, hebben we voorgesteld ter zake amendementen in te dienen die ervoor zorgen dat de mogelijkheid van minderjarige mysteryshoppers uit de wetgeving wordt gehaald. We hopen, collega Peeters, dat u het nog eens zult overdenken en dat u onze amendementen zult steunen.
10.06 Nawal Farih (cd&v): In 2018, als vers verkozen parlementslid, ging mijn eerste plenaire vraag over lachgas. Dat was niet toevallig. Helaas heb ik een broertje dat acht jaar jonger is dan ik en dat een vriend verloren heeft door het gebruik van lachgas. Er heeft een ongeval met de wagen plaatsgevonden en hij was passagier.
Ik heb mijn eerste plenaire vraag daaraan gewijd in 2018. In 2020 ben ik mede-indiener geweest van een wetsvoorstel om minstens minderjarigen te beschermen door een verkoopverbod van lachgas aan iedereen die minderjarig is. Vandaag ondernemen we verdere stappen, waar ik heel blij mee ben, door mysteryshoppers in te zetten om handelaars die de regels niet respecteren effectief op te kunnen volgen.
We zorgen ervoor dat tegen handelaars die de regels meermaals niet respecteren een sluitingsverbod kan worden uitgesproken. Ik ben daar een grote voorstander van. Het gaat hier immers over jonge mensen die zich vaak niet bewust zijn van het gevaar van lachgas. Het is niet alleen in het verkeer gevaarlijk, herhaaldelijk gebruik van lachgas kan er ook voor zorgen dat er blijvende hersenschade is.
Ik meen dat we met dit Parlement vandaag het juiste doen, namelijk de jonge generatie beschermen. Ik snap dat er vraagtekens gezet worden bij de identiteitscontrole, maar als een identiteitscontrole ervoor kan zorgen dat jonge mensen geen hersenschade oplopen en er geen auto-ongevallen zijn, dan teken ik daar onmiddellijk voor. Er zijn al levens heengegaan. Ik denk dat heel wat ouders én jonge mensen daar zeer ongerust over zijn.
Dit is dus een ode aan heel wat vrienden van mijn broertje, die zeer gelukkig zullen zijn als dit vandaag goedgekeurd wordt.
10.07 Minister Frank Vandenbroucke: Collega's, ik wil mij aansluiten bij wat mevrouw Farih heeft beklemtoond als doelstelling en ik heb gemerkt dat zij niet alleen is. De voorbije dagen en weken kwam in het nieuws dat kinderen en jongeren het slachtoffer worden van heel schadelijke vapes of alcohol misbruiken op een leeftijd waarop aan hen eigenlijk nog geen alcohol mocht worden verkocht. Dat zijn onaanvaardbare toestanden, die onrust wekken bij veel ouders en die soms ook tragisch aflopen.
Als er regels bestaan, dan moet men die handhaven. Ik vind dat essentieel. Men kan eindeloos discussiëren over wat een juiste leeftijdsgrens is en hoe dat moet worden gecontroleerd, maar als men die leeftijdsgrens heeft bepaald op 18 jaar, dan moet men daar effectief ook op controleren. Men moet het dus mogelijk maken om een identiteitsbewijs te vragen. Bovendien moet men die regel van 25 jaar ook invoeren omdat die een structurele reflex bij de verkopers moet bestendigen, zodat zij weten welk risico ze lopen als ze aan iemand verkopen die er misschien ouder dan 18 jaar uitziet, maar die eigenlijk jonger is.
Om die reflex te bestendigen, moet men ook een handhavingskader hebben. Het gaat niet om repressie omwille van repressie. Zo werkt onze inspectie trouwens niet. Het gaat om het structureel inbouwen van een voorzichtigheidsreflex bij de verkoop van tabaksproducten. Het gaat om het doen respecteren van de leeftijdsgrenzen met betrekking tot alcoholische dranken.
Mevrouw Bury heeft een aantal behartenswaardige zaken gezegd, maar ik wil op verschillende daarvan reageren en zal dus in herhaling vallen.
Ten eerste, het probleem met uw amendement over de voorwaarden voor mysteryshoppen is niet zozeer dat een aantal zaken al opgenomen is in de gedragscode die wij gebruiken en die ook ondertekend is door de betrokkenen, maar wel dat sommige zaken in uw amendement strijdig zijn met de praktijk.
U zegt bijvoorbeeld dat een mysteryshopper de producten niet mee naar buiten mag nemen. Wij zeggen dat zij dat wel mogen doen, maar dat ze het onmiddellijk aan de bevoegde controleur moeten afgeven. Dat is een detail en u zult zich afvragen of we dat hier allemaal moeten regelen, maar met uw amendement maakt u net die souplesse onmogelijk. Uw amendement is misschien goedbedoeld, maar het zorgt voor een enorme rigiditeit. Ik vind dat men eerder met een gedragscode moet werken.
Ten tweede, wat betreft de bewaartermijnen, als u de memorie van toelichting doorneemt en kijkt naar het verschil tussen het initieel ingediende ontwerp, waarop de GBA en de Raad van State gereageerd hebben en de repliek op de Raad van State door mijn gemachtigde, en het nieuwe ontwerp, dan zult u zien dat wij de tekst aangepast hebben. Daar waar we in artikel 7 eerst bewaartermijnen hadden voor vijf categorieën, hebben we die in het nieuwe artikel 23 gereduceerd tot vier categorieën. We hebben eruit gehaald dat wanneer er geen strafbaar feit is vastgesteld, er gegevens moeten worden bewaard. We hebben dat eruit gehaald en uitdrukkelijk gesteld dat er in dat geval geen gegevens bewaard moeten worden.
Dat is een van de zeer tastbare punten uit de adviezen van de GBA en de Raad van State. Met andere woorden, we hebben hiermee wel degelijk rekening gehouden. Wie het document doorneemt, zal de sporen daarvan vinden. Misschien hebben we niet in alle details rekening gehouden met alles wat de GBA en de Raad van State stelden, maar we hebben er wel op gereageerd. We hebben een aantal aanpassingen gedaan, andere niet. Ik denk dat we toch wel gevolg hebben gegeven aan de adviezen, die duidelijk relevant waren.
Mevrouw De Knop, uw positie is natuurlijk gemakkelijk. U zegt dat u voor vertrouwen bent en dat daarom de handhaving niet zo strak moet worden georganiseerd. Als er regels zijn, dan kan men echter niet louter op basis van vertrouwen ervan uitgaan dat die regels worden gevolgd, want dan zouden we zelfs geen regels hoeven op te stellen. Als er regels zijn, moet er een handhavingskader bestaan. Die zaken zijn te ernstig om zomaar over te laten aan de goede wil van iedereen. Het gaat tenslotte om commerce, dingen die verkocht worden, zaken die geld opbrengen. De verleiding om de kantjes ervan af te lopen, is blijkbaar hier en daar te groot. Dat blijkt ook uit de statistieken die ik herhaaldelijk heb gedeeld naar aanleiding van vragen van mevrouw Van Hoof en anderen over wat onze inspecties vaststellen.
Mijnheer de voorzitter, daarom zou ik de amendementen niet willen aanvaarden. Ik ben van mening dat het wetsontwerp wel degelijk een belangrijke stap vooruit is in de handhaving van een goed gezondheidsbeleid en de bescherming van kinderen en jongeren.
10.08 Irina De Knop (Open Vld): Mijnheer de minister, uiteraard begrijpen we dat een identiteitscontrole mogelijk moet zijn, maar nu is in de wetgeving voorzien dat een winkelier moet nagaan of iemand jonger lijkt dan 25 jaar en in dat geval systematisch om een identiteitsbewijs moet vragen. Dat evolueert toch echt naar een toezichtsmaatschappij, want dan moet men bijna iedereen die binnenkomt en er jong uitziet, vragen naar een identiteitsbewijs. Als dat niet gebeurt, maar de persoon blijkt toevallig 24 jaar te zijn, dan kan de winkelier beboet worden op basis van de wetgeving die u voorstelt. Het zou veel beter zijn om te bepalen dat de winkelier verantwoordelijk is voor de leeftijdscontrole, waarbij 18 jaar een veel aanvaardbaarder grens is. Het gaat erom dat u winkeliers verplicht om telkens een identiteitsbewijs te vragen aan iemand die 25 lijkt. En wat betekent 'lijken'?
10.09 Katleen Bury (VB): Mijnheer de minister, wat het tweede amendement betreft, merk ik dat we niet tot een vergelijk kunnen komen, omdat u aangeeft dat u een deel hebt overgenomen, maar aan een ander deel niet tegemoetkomt. We zullen zien of dat juridisch standhoudt voor de rechtbank. Ik vrees er enigszins voor.
Het eerste amendement, over de mysteryshoppers en de zes vastgelegde voorwaarden, hebben we in de commissie al besproken. U hebt toen maar één zinnetje gezegd, namelijk dat het een beetje onhandig geformuleerd was.
10.10 Minister Frank Vandenbroucke: Mijn verontschuldiging, ik dacht dat ik dat wel had gezegd, maar het zal aan mij liggen dat ik het toen onvolledig deed. Nu ben ik wellicht iets vollediger geweest.
10.11 Katleen Bury (VB): Het feit dat u nu vollediger bent, is zeer interessant. De zes voorwaarden die wij in ons amendement hebben opgenomen, vermeldt u in uw toelichting, maar niet in de wet, terwijl de Raad van State vraagt om die wel in de wet op te nemen, aangezien dat juridisch standvastiger is. Punten 1, 2, 3, en de goederen gaan niet mee naar buiten, dus na 'geen consumptie', is eigenlijk het enige dat weggelaten moet worden opdat het voor u perfect zou zijn. Dat zou volgens mij juridisch waterdicht zijn. Ik stel daarom voor dat u alsnog een amendement indient, opdat u ons amendement dan niet hoeft te steunen, want cordongewijs ligt dat altijd een beetje moeilijk. Als u dat doet, dan bent u op zijn minst zeker dat u tot een handhavingswet komt die toetsingen zal doorstaan.
De voorzitter: Aangezien ik nu de algemene bespreking sluit, sluit ik ook de mogelijkheid om nog amendementen in te dienen.
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des articles
We vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1105/5)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1105/5)
Het wetsontwerp telt 7 artikelen.
Le projet de
loi compte 7 articles.
Ingediende amendementen:
Amendements déposés:
Art. 2
• 13 –
Irina De Knop (1105/10)
Art. 4
• 14 – Irina De Knop (1105/10)
• 11 – Katleen Bury (1105/10)
Art. 4/1(n)
• 15 – Irina De Knop (1105/10)
Art. 7
• 12 – Katleen
Bury (1105/10)
Besluit van de
artikelsgewijze bespreking:
Conclusion de la discussion des articles:
Aangehouden: de
amendementen en de artikelen 2, 4 en 7.
Réservés: les
amendements et les articles 2, 4 et 7.
Artikel per artikel
aangenomen: de artikelen 1, 3, 5 en 6.
Adoptés article par article: les articles 1, 3, 5 et 6.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, de aangehouden artikelen en over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et les articles réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
Er was in de commissie overeengekomen dat hier een mondeling verslag zou plaatsvinden. De heer Ronse zit op hete kolen om dat te doen.
11.01 Axel Ronse, rapporteur: Ik breng nu mondeling het verslag. In de tweede lezing is niets meer toegelicht dan in de eerste lezing. Dat is allemaal heel netjes in het schriftelijk verslag opgenomen.
De voorzitter: Dat maakt het ook voor de leden die de commissie niet hebben gevolgd, mogelijk om met aandacht het debat te volgen.
11.02 Caroline Désir (PS): Monsieur le ministre, chers collègues, comme nous l'avons fait en commission, je rappelle que, pour nous, votre projet est un prolongement de plus d'un dispositif qui, au départ, en 2022, à la sortie du covid, fut mis en place de façon exceptionnelle et limitée dans le temps. À l'époque, nous avions accepté cette mesure comme une réponse provisoire d'urgence à la situation post-covid. La prolonger maintenant, encore une fois, revient à en faire un mode de gestion permanent de la pénurie dans le secteur des soins.
Au lieu de s'attaquer au problème à la racine, vous prolongez un système qui était, au départ, pensé pour l'urgence. En prolongeant à nouveau ce dispositif dit exceptionnel, vous reportez le débat de fond. Le secteur a besoin de moyens supplémentaires, de meilleurs salaires, d'horaires plus humains et d'une lutte réelle contre le burn-out, surtout dans le secteur non marchand. Et ici, plutôt que d'améliorer les salaires, les conditions de travail, les effectifs et la formation, vous demandez à des pensionnés et des pensionnées de revenir tenir le secteur à bout de bras.
Nous considérons simplement que c'est, à nouveau, mettre un sparadrap sur une fracture ouverte. Pendant ce temps, les travailleuses et les travailleurs du secteur continuent à faire face à des horaires difficiles, à la pénibilité et à des plafonds de revenus stricts. Cela met en concurrence les générations de travailleurs sans jamais résoudre la cause profonde de la pénurie.
Ce que nous refusons, ce n'est pas l'engagement de quelques pensionnés et pensionnées, mais le fait d'en faire le fondement de notre système de soins qui dépend structurellement d'eux pour tenir debout. Le secteur des soins mérite une vraie politique à long terme, pas des rustines successives.
Pour toutes ces raisons, et parce que nous estimons qu'il est grand temps d'investir enfin dans des solutions durables et de sortir de cette logique de bricolage permanent, mon groupe votera contre ce projet.
11.03 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Collega's, het water staat het zorgpersoneel aan de lippen. Een op de zes verpleegkundigen overweegt om binnen de vijf jaar te stoppen. Een op de twee verpleegkundigen stelt vandaag bij een heroverweging niet meer opnieuw voor de huidige job te kiezen. Dat ligt niet aan hun engagement, integendeel. Zorgverleners doen hun job met hart en ziel, maar de werkomstandigheden zijn onhoudbaar. Collega's vallen ziek uit en er komen amper nieuwe mensen bij. Dat resulteert in een hogere werkdruk voor wie overblijft. Ze moeten ook steeds flexibeler werken aan een loon dat het zware werk totaal niet weerspiegelt. Wat de zorg echt nodig heeft, zijn structurele oplossingen: meer handen aan het bed, eerlijke en hogere lonen, duidelijke grenzen aan flexibiliteit en respect voor het pensioen van de zorgverleners.
Van Arizona krijgen we echter alweer een
verlenging van een zogenaamd tijdelijke noodmaatregel, een permanente
verlenging deze keer. Eerst straft de regering mensen met een pensioenmalus, om
hen vervolgens te laten bijklussen tijdens hun pensioen omdat ze anders niet
rondkomen, in een job waarin dat totaal niet haalbaar is. Deze regering doet
niets structureels en heeft geen respect voor wie de zorg elke dag rechthoudt.
Sterker nog, de regering maakt werken in de zorg nog zwaarder door de
verplichting om tot 67 jaar aan de slag te blijven, terwijl dat fysiek en
mentaal onhoudbaar is. De helft van het zorgpersoneel gaat vervroegd met
pensioen. Die personeelsleden worden gestraft met een malus en nog meer
flexibiliteit. Verder zullen er door besparingen in de zorg nog minder handen
aan het bed zijn. Collega’s,
wij kunnen dit wetsontwerp daarom niet steunen.
11.04 Anne Pirson (Les Engagés): Chers collègues, l'arrivée de ces projets de loi en matière de santé est un signal positif puisque cette dernière constitue un pilier essentiel de notre pacte social. La pénurie de personnel dans les soins pèse lourd sur les équipes, met les institutions sous pression permanente et finit parfois par affecter la qualité de l'accompagnement des patients. Nous savons que vous, monsieur le ministre, êtes pleinement conscient de cette réalité, tout comme l'ensemble du gouvernement. Nous saluons donc les efforts consentis pour soutenir le secteur.
Le texte qui nous est soumis aujourd'hui vise à prolonger pour une année supplémentaire les dispositifs de 2022 pour permettre à des pensionnés de renforcer temporairement le secteur des soins. On maintient les incitants ciblés, le régime fiscal spécifique, l'exonération des cotisations personnelles de sécurité sociale et la flexibilité accrue en matière d'horaire.
Or, toutes ces mesures ont montré leur utilité sur le terrain. Elles ont permis, là où la tension était la plus forte, de mobiliser rapidement des profils expérimentés et de soulager les équipes en difficulté. Les Engagés soutiennent cette prolongation parce qu'elle répond tout simplement à un besoin concret et immédiat et parce qu'elle s'inscrit dans le cadre des engagements pris dans l'accord de gouvernement. Cette continuité a aussi une logique temporelle claire: elle permet d'assurer la transition jusqu'à l'entrée en vigueur en 2027 d'une réforme qui sera structurelle et qui offrira un cadre plus stable et plus cohérent à l'activité professionnelle des pensionnés.
Cependant, notre soutien n'est quand même pas un blanc-seing, car il ne faut pas oublier que le Conseil d'État a justement rappelé qu'une succession de prolongations qui transforment une mesure temporaire en dispositif permanent de facto, ce n'est pas l'idéal. En effet, il a pointé la question du respect du principe d'égalité lorsque des avantages fiscaux ciblés sont réservés à un seul secteur alors qu'on a aussi d'autres secteurs qui sont soumis à des pénuries importantes. Ces observations méritent pour nous toute notre attention. Les Engagés y seront particulièrement vigilants.
Cette prolongation doit rester strictement transitoire et a vocation à combler une période précise et non à s'installer durablement dans le paysage, qu'il soit fiscal ou social, ni à être étendue au-delà des objectifs qui sont clairement définis par la majorité. Je le répète, le secteur des soins de santé mérite des réponses structurelles, durables et ambitieuses. Elle apporte un soutien ponctuel utile, mais elle ne peut remplacer ni retarder les réformes de ce Fonds qui sont vraiment indispensables pour améliorer l'attractivité des conditions de travail et la soutenabilité du secteur. Vous l'avez compris, Les Engagés voteront pour ce projet de loi.
11.05 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, collega's, net zoals in de commissie heb ik vandaag in het debat opnieuw allerlei zaken gehoord over gepensioneerden die verder werken in de zorgsector. Die maatregel is inderdaad voor het eerst ingevoerd na de coronacrisis. In het debat stelt de oppositie het opnieuw voor alsof hiermee een mirakeloplossing voorligt, maar niemand beweert dat! De minister heeft dat in de commissie zelf gezegd. Het gaat om 1.800 personeelsleden, goed voor 750 voltijdsequivalenten.
Uiteraard moeten er structurele maatregelen komen voor het zorgpersoneel. Daarom vecht onze minister zo hard voor extra budget voor de zorg en voor extra middelen voor een nieuw sociaal akkoord voor het zorgpersoneel.
Eerlijk gezegd begrijp ik niet waarom de goedkeuring van dit wetsontwerp zo wordt vertraagd.
Mijnheer Ronse, ik bedank u voor uw mondeling verslag. Het is positief dat we donderdag over dit wetsontwerp kunnen stemmen, zodat het nog vóór 1 januari kan worden goedgekeurd.
In de tweede lezing is er immers niets gezegd, terwijl elke helpende hand in de zorg welkom is. Elke helpende hand, hoe klein ook, kan het verschil maken. Het is dan ook goed dat wij dit donderdag kunnen goedkeuren. De gepensioneerden verdienen de zekerheid dat zij tegen dat voordelige tarief kunnen voortwerken in de zorgsector. Voor Vooruit is het duidelijk: iedereen in de zorg verdient respect en waardering, ook de gepensioneerden die zich verder blijven inzetten.
11.06 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw Vanrobaeys, wat u zegt, is zeer juist. Voordat mevrouw Schlitz het woord krijgt, wil ik benadrukken dat de vraag van mevrouw Vanrobaeys zeer terecht is. Iedereen heeft het beste voor met de zorg. Iedereen wil dat de hardwerkende zorgverleners voldoende collega's hebben. Iedereen beseft dat gepensioneerden daarbij op dit moment cruciaal zijn. Iedereen beseft ook dat de voorliggende maatregel cruciaal is om gepensioneerden in de zorgsector te kunnen inzetten.
Hoe kunnen collega’s van de oppositie het dan over het hart krijgen om toch te proberen die maatregel te vertragen? Hoe durft u? Ik was het bijna vergeten, totdat ik het verslag voorlas, hoe surreëel dat is. In tweede lezing is er geen woord gezegd, noch in het Nederlands, noch in het Frans.
Pas un mot, ni en néerlandais ni en français! Madame Schlitz, nous nous attendions à ce que vous disiez quelque chose. Vous ne l'avez pas fait. Madame Merckx, vous n'avez rien dit, rien! Le PS, madame Désir, rien! Mais pourquoi n'avoir rien dit en deuxième lecture?
Il y a deux possibilités. Soit, vous avez lu le rapport de la première lecture et vous vous êtes dit qu'Anja Vanrobaeys et Axel Ronse avaient tout à fait raison, que vous aviez changé d'avis, que vous aviez honte, que vous alliez vous taire et voter en faveur du texte en plénière.
Soit, vous avez joué un jeu dangereux et méchant.
Leg het maar eens uit aan een verpleger dat er geen collega's meer bij komen, dat de gepensioneerde Mark, die meewerkt op de spoeddienst, de gepensioneerde Linda, die mee bedden ververst, en Naïma niet meer kunnen komen.
Mais qu'est-ce qui vous est passé par la tête? Comment est-ce possible? Madame Schlitz, nous attendons votre déclaration.
De voorzitter: Mijn taak wordt hier bijna overbodig.
(Hilariteit)
11.07 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur Ronse, ma déclaration est toujours restée identique; elle a été la même à sept reprises dans ce Parlement. En effet, c'est la septième fois qu'on réalise la prolongation de cette mesure. Au départ, nous étions d'accord car nous étions en pleine pandémie. Il fallait absolument et en urgence trouver de la main-d'œuvre pour venir en renfort dans les hôpitaux. Ici, nous nous retrouvons des années plus tard avec la septième prolongation et toujours pas de solution en vue. Nous ne soutenons pas, nous ne soutenons plus cette mesure, qui n'est pas une solution durable.
Par ailleurs, M. Vandenbroucke nous a esquissé les contours de la solution durable qui, selon lui, est de faire en sorte que cette solution temporaire devienne la solution pérenne et soit étendue à d'autres secteurs. Cela ne correspond absolument pas à notre vision du marché du travail tel qu'il doit être demain et tel qu'il faut le dessiner.
11.08 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mevrouw Schlitz, we verlengen de maatregel inderdaad voor de zevende keer, maar volgend jaar komt er een structurele oplossing voor alle gepensioneerden.
Ik betreur dat de regeling zoveel keren moet
worden verlengd. Net als u betreur ik dat. Maar al was het de twintigste keer
dat we die moesten verlengen, we willen toch de gepensioneerden die zich verder
willen engageren in de zorg en het verschil maken, niet in onzekerheid en in de
steek laten? Aan wiens
kant staat u eigenlijk?
11.09 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame Vanrobaeys, je choisis le côté des soignants qui attendent des solutions depuis qu'on les a applaudis dans les rues pendant la pandémie du covid. En vérité, vous vous y êtes pris en retard pour déposer ce projet de loi. Si vous l'aviez déposé dans les temps, vous n'auriez pas été en stress pour la deuxième lecture ni pour le passage en plénière.
Faites un peu vos rétroplannings et déposez vos textes dans les temps! Ce gouvernement dépose constamment ses textes en retard et demande des urgences, qui n'en sont pas mais qui traduisent de l'incompétence, je suis désolée.
Avec la suppression du FLA, c'est la même chose. Vous utilisez une loi portant dispositions diverses – qui n'a absolument rien à voir avec le Federal Learning Account – pour ajouter un amendement en séance plénière pour supprimer un dispositif qui n'a absolument rien à voir avec le contenu de la loi initiale. C'est n'importe quoi comme manière de faire.
Je vais continuer mon intervention.
Le président: Madame Schlitz, j'ai deux demandes de prise de parole.
11.10 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Moi, je me situe du côté des soignants qui aujourd'hui
n'en peuvent plus; des soignants qui sont un sur quatre à vouloir quitter la
profession; des soignants qui attendent des solutions globales pour améliorer
leurs conditions de travail. (…)
11.11 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mevrouw Schlitz, ik vind dat u nogal straffe uitspraken doet. Onder de vorige regering, waar u zelf deel van uitmaakte, zijn er verschillende verbeteringen geweest, ook voor het personeel.
Zijn die genoeg? Nee. Zijn de uitdagingen daar enorm? Ja. Net daarom vecht onze minister verder voor extra budget. Dat heb ik ook gezegd.
U zegt dat de onderhavige wettekst laattijdig komt, en dat na een tweede lezing. Eerlijk gezegd, de tweede lezing heeft me verbaasd. Hoe kunt u de regeling willen vertragen? Hoe kunt u de gepensioneerden in de zorg zo in de steek laten. Het gaat om mensen die elke dag een engagement opnemen. Dat had ik van u nooit, maar dan ook nooit, verwacht.
11.12 Axel Ronse (N-VA): Ik zal het in het Frans zeggen, want ik wil dat ook de kiezers van mevrouw Schlitz het goed begrijpen.
Allez, c'est quand même absurde! Êtes-vous favorable à une prolongation du statut? Vous savez qu'en avril, il sera rendu permanent. Donc, vous voulez trancher les mains des soignants à l'hôpital. C'est fini!
Alors, qu'allez-vous faire? Quelle est votre alternative?
Le président: Mme Schlitz peut encore réagir.
11.13 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Je vais terminer mon intervention, monsieur le président.
Monsieur Ronse, vous savez que seuls 60 % des diplômés en soins infirmiers travaillent effectivement dans le secteur, alors que c'est un métier dur mais un métier "passion", un métier pour lequel des jeunes se prédestinent déjà à l'adolescence et se disent: "Moi, ma passion, ce qui me fait vibrer, ce serait d'apporter des soins aux autres et je vais m'engager dans des études d'infirmière". Mais ces passions, ces parcours sont brisés et stoppés net à cause de la violence que l'on retrouve en milieu hospitalier, notamment en raison du manque de temps. On exige des cadences infernales, des rythmes de vie qui, sur le long terme, sont incompatibles avec une vie de famille. Aujourd'hui, il faut travailler à retenir ces talents et faire en sorte que chacun et chacune qui a étudié l'infirmerie ait l'envie et la possibilité de rester dans ces métiers. Voilà ce dont on a besoin. On a besoin d'un plan bien-être à l'hôpital plutôt que de déléguer des soins et de prolonger encore et encore des personnes pensionnées. Voilà la vérité!
Un autre aspect qui me pose problème c'est que, plus structurellement, on continue à faire travailler des personnes pensionnées dont les salaires ne rapportent pas à la sécurité sociale au lieu de fournir des emplois aux personnes qui en ont besoin et de faire en sorte que ce travail soit réparti. J'estime que la pension, c'est un moment de la vie où on peut se reposer parce qu'on a bien travaillé pendant toute sa carrière. Je sais qu'on n'est pas d'accord là-dessus mais je vais terminer ma phrase. Aujourd'hui, il nous faut créer des emplois stables et de qualité dans le secteur des soins et faire en sorte que les personnes qui se sont formées dans ces métiers-là puissent y travailler dans des conditions qui leur semblent vivables. Voici ce dont on a besoin plutôt que de vider les caisses de la sécurité sociale avec des statuts alternatifs qui ne constituent pas une solution sur le long terme. C'est du court-termisme. Voilà donc aujourd'hui les solutions dont je vous parle mais qu'on ne voit pas venir de la part de ce gouvernement.
11.14 Minister Frank Vandenbroucke: Ik ben zeer verbaasd over de pogingen om dit ontwerp te saboteren en tijd te verliezen, terwijl het zo belangrijk is voor zoveel mensen. In het tweede kwartaal van dit jaar ging het over 1.834 jobs in de zorg, het equivalent van 759 voltijdse jobs. Nu moet u zich eens afvragen hoeveel geld er nodig is om zoveel mensen op te leiden voor dat werk. Het gaat om mensen met ervaring die gemotiveerd zijn om nog iets te betekenen in de sector waar ze vandaan komen, die dat werk goed doen en hun jonge collega’s helpen. Daar bent u tegen. Wat een conservatisme, wat een blindheid voor reële oplossingen!
Er is hier voor alle duidelijkheid een structureel aspect. Wanneer een gepensioneerde aan het werk gaat, schrikt hij vaak van de belastingaanslag die volgt, omdat die redelijk onvoorspelbaar is. Dat heeft te maken met de werking van ons fiscaal systeem voor gepensioneerden. Daarom hebben we een voorspelbaar, eenvoudig en aanmoedigend belastingregime. Wie geniet daarvan? Dat zijn die mensen zelf. Alle jonge collega’s in hun omgeving worden geholpen omdat de werkdruk wordt verlaagd. Het is een en-enverhaal. Dit is een zeer goede maatregel om de werkdruk in de zorg te verlichten.
Doen we daarnaast andere dingen? Natuurlijk. Ik ben het overleg gestart met de sociale partners omdat we een betekenisvol budget willen voor een sociaal akkoord en dat goed willen besteden. De regering heeft in haar begrotingsopmaak dat budget geïdentificeerd en een grote envelop opzijgezet waaruit het budget kan worden gehaald. Het is een aanzienlijke som geld en we gaan na op welke wijze we daar een goed sociaal akkoord mee kunnen realiseren voor het personeel. We hebben een taskforce opgericht met de sociale partners om administratieve en registratielasten, die mensen van de eigenlijke zorg en het contact met patiënten weghouden, te verminderen. We voeren hervormingen door en zullen volgend jaar met besluiten komen die de vlotte samenwerking binnen gestructureerde zorgteams moeten versterken. We zullen werken rond de functie van verpleegkundig specialist, omdat we doorgroeimogelijkheden en interessante loopbaanperspectieven willen bieden. Het is een en-enverhaal.
Er is echter een bepaalde oppositie die, onder het mom van progressisme waarvan ik niets begrijp, wil verhinderen dat 1.834 jobs in de zorg worden ondersteund, een belangrijke hulp voor de mensen die daar werken. Dat is onbegrijpelijk, maar het is al gezegd, ik kan het alleen maar herhalen.
11.15 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Ik hoor hier constant dat er in de zorg wordt geïnvesteerd en dat klinkt allemaal heel mooi, maar ik wil u een getuigenis meegeven van de realiteit van de investeringen in de zorg: "In het ziekenhuis wordt voortdurend bespaard. Ondersteunend personeel, zoals logistiek personeel, wordt afgebouwd, waardoor wij die taken moeten overnemen omdat er geen geld is. Onze uurroosters worden steeds flexibeler. We hebben voortdurend een tekort aan personeel en soms sta ik alleen voor een late shift met 16 patiënten. Dat is gewoon niet veilig. Als er dan iets misgaat… ik mag er niet aan denken. Ik doe mijn werk ontzettend graag, maar hoe kan ik dit volhouden tot mijn 67?" Dat is de realiteit.
Het wetsvoorstel is slechts een doekje voor
het bloeden. Het zorgpersoneel verdient structurele oplossingen. De mensen die
bijwerken in de zorg moeten kunnen genieten van hun pensioen en zouden niet
extra moeten gaan werken omdat hun pensioen te laag is. Degenen die willen
blijven doorwerken – wat hun volste recht is – moeten dat kunnen doen onder
dezelfde voorwaarden als het overige zorgpersoneel. Dat is het verschil.
11.16 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, entendre qu’une infirmière sur quatre souhaite quitter la profession avant dix ans d’ancienneté, cela ne vous alerte‑t‑il pas sur les mesures à prendre pour éviter cela? On sait que 60 % des diplômés en soins infirmiers – dire qu'on n'a pas le temps de former toutes les cohortes dont on a besoin ne tient pas la route – travaillent effectivement dans le secteur; cela signifie donc que quatre diplômés sur dix quittent la profession parce qu’ils ne peuvent plus supporter les cadences et les conditions de travail qui leur sont infligées.
En tant que socialiste, c'est cela qui devrait guider toutes vos politiques Vous nous donnez des leçons de progressisme, mais c'est votre gauche que nous ne reconnaissons plus!
De voorzitter:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1180/1)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1180/1)
Het wetsontwerp telt 4 artikelen.
Le projet de loi
compte 4 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 4 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 4 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorzitter: Anja Vanrobaeys, oudste lid in jaren.
Président: Anja Vanrobaeys, doyenne d’âge.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La discussion
générale est ouverte.
De rapporteur, de heer Hugues Bayet,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
12.01 Alexia Bertrand (Open Vld): Mijnheer de minister, mevrouw de voorzitster, collega's, wie de titel van dit wetsontwerp leest, 'wetsontwerp tot wijziging van het Btw-Wetboek', zou kunnen denken dat dit louter een technische formaliteit is, een ambtelijke aanpassing in de marge. U zou kunnen denken dat dit zeer technische materie is, die misschien zelfs nutteloos is voor de gewone burger.
Vergis u echter niet, achter deze technische paragrafen schuilt een wereld van verschil voor onze creatieve economie en specifiek voor de startende en de jonge kunstenaars. In dit Huis moeten we dringend het hardnekkige cliché doorbreken dat kunst enkel voor de happy few is. Wat is de gemiddelde verkoopprijs van een kunstwerk? Dat weet u zeker, mijnheer de minister. Wereldwijd is dat gemiddeld 800 euro. Misschien bent u al eens naar de Affordable Art Fair in Brussel geweest, een zeer mooi evenement in de kunstsector. Daar vindt men prachtige foto's van jonge en minder jonge kunstenaars voor ongeveer 200, 300 of 400 euro en meer. Het gaat dus niet om miljoenen euro's, maar om toegankelijke werken.
Precies daarom, mijnheer de minister, is de verlaging naar 6 % btw zo cruciaal. Momenteel geldt een bijzondere winstmargeregeling van 21 %, maar de EU heeft de toepassing daarvan beperkt. Dat maakt het zeer moeilijk, want die regeling is niet meer van toepassing op kunstvoorwerpen die de kunstenaars zelf hebben ingevoerd of aangekocht tegen een verlaagd tarief. Daardoor wordt de concurrentie met andere landen zeer groot, aangezien Nederland, Frankrijk, Luxemburg en recent ook Italië hun btw tot 6 % hebben verlaagd.
Dat is zeer belangrijk voor een jonge kunstenaar die zijn eerste werken verkoopt of voor een kleine galerij die risico's neemt om nieuw talent te tonen. Het verschil tussen 21 % en 6 % kan vaak het verschil betekenen tussen overleven of stoppen, tussen een bloeiend ecosysteem of een verschraling van het aanbod.
Mijnheer de minister, wij mogen en moeten zelfs trots zijn op ons ecosysteem. België is een absolute wereldspeler. U hebt dat ook herhaald in uw uiteenzetting en dat klopt. Ik weet niet of de collega's het weten maar wij staan wereldwijd op de twaalfde plaats wat betreft omzet in de kunstmarkt. Als we dat cijfer herleiden per inwoner, zijn wij zelfs nummer één in Europa. Nummer één is België. Dat is prachtig. Dat is geen toeval, maar het resultaat van het harde werk van vele ondernemers en kunstenaars. Daar mogen wij trots op zijn.
Door het tarief nu te verlagen, geven wij aan alle betrokkenen de boodschap dat we hun werk waarderen. Dat is van groot belang. We beschermen onze positie als toonaangevend kunstland en zorgen ervoor dat kunst toegankelijk blijft, niet alleen voor de kijker maar ook voor de maker.
Mijn fractie steunt het ontwerp dan ook voluit. Het was hoog tijd dat het dossier werd aangepakt. U hebt er werk van gemaakt. Wij steunen dat.
Tot slot, collega's, wil ik voorstellen om komend weekend eens naar de Zavel of naar het Zuid in Antwerpen te trekken. Wij doen hier in de Kamer vaak ons best om het Belgische surrealisme in ere te houden, maar laten wij die kunst toch maar aan de professionals overlaten. Koop gerust iets, want in tegenstelling tot onze debatten hier in de Kamer wordt dat tenminste meer waard na verloop van tijd.
12.02 Charlotte Verkeyn (N-VA): Wij hebben het al gehoord, de regering-De Wever hakt met dit wetsontwerp een nieuwe belangrijke knoop door, ditmaal ten bate van onze kunstsector. Er is immers beslist om de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6 % te veralgemenen. Dat juichen wij absoluut toe. De regeling geldt met name voor de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.
De invoer blijft mogelijk tegen hetzelfde verlaagde btw-tarief van 6 %. Het negatieve effect voor de kunstsector dat voortvloeide uit de onmogelijkheid om de margeregeling nog langer toe te passen op kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen die worden ingevoerd of aangekocht tegen het verlaagde btw-tarief van 6 %, wordt op die manier omgezet in een voordeel.
Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten aangekocht van particulieren en btw-plichtigen zonder recht op aftrek blijven uiteraard ook vrij van btw. Die goederen kunnen door de belastingplichtige wederverkoper nog steeds onder de winstmargeregeling worden aangekocht.
Het is een iets technischere uiteenzetting, een overzicht van deze wet, maar wij wilden vooral ook het belang ervan onderstrepen, want het klopt dat met die beleidskeuze de regering de kunstensector absoluut competitief houdt. Daarom verlenen wij ook onze volledige steun aan het wetsontwerp.
Ik wil eindigen met een bravo, dat is niet een bravo van mezelf, maar een bravo van de kunstensector die waardeert dat de politiek eindelijk het belang van die regeling inziet voor de kunst, voor de maatschappij en de economie, dus kunst als onderdeel van onze economie, zodat wij tot de Europese top kunnen blijven behoren. Die positie zouden we verliezen als in onze buurlanden fiscaal voordeliger zou worden gewerkt. Bravo dus voor deze regeling.
12.03 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Ik vind het wetsontwerp een beetje dubbel, want wij als PVDA zijn fundamenteel tegen een belasting op consumptie zoals de btw. Die is fundamenteel onrechtvaardig, omdat iedereen evenveel betaalt, ongeacht de inkomsten.
(De heer Van Quickenborne reageert zonder
micro.)
Wij zijn tegen de btw, tegen belastingen op consumptie, wij vinden die niet rechtvaardig. Het is wel interessant dat Arizona beslist om voor bezoeken aan cinema, toneelvoorstellingen, een gymzaal en frietkramen de btw te verhogen, terwijl men ervoor kiest om de btw voor streamingwebsites te verlagen. Wij vinden dat nogal contradictorisch. Daarom gaan we ons onthouden bij de stemming over het wetsontwerp. Dank u wel.
12.04 Minister Jan Jambon: Graag repliceer ik kort.
Vooreerst dank ik al degenen die het wetsontwerp steunen. Aan mevrouw Bertrand laat ik opmerken dat men niet alleen op het Zuid in Antwerpen terechtkan, maar ook in de Kammenstraat en op tal van andere plaatsen. Overigens, ik zou uw betoog niet kunnen verbeteren. Het komt trouwens voor zowat de helft uit mijn intro, waarvoor dank.
Ik dank ook mevrouw Verkeyn.
Aan de heer Bilmez ten slotte laat ik opmerken dat het een sector betreft die per definitie ook internationaal actief is. We moeten dus een level playing field met de ons omringende landen behouden. Dat heeft mevrouw Bertrand zeer juist opgemerkt. Daarom stellen wij u onderhavig wetsontwerp ook met veel overtuiging voor.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1077/1)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1077/1)
Het wetsontwerp telt 7 artikelen.
Le projet de loi
compte 7 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 7 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 7 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
13.01 Wim Van der Donckt, rapporteur: Het wetsontwerp betreffende de lagere kosten moet als muziek in de oren klinken van iedereen die met de begroting bezig is. Onze minister van Financiën heeft beloofd meer werk te maken van thematische wetgeving en hij was dan ook zeer tevreden met onderhavig eerste wetsontwerp betreffende lagere kosten. Hij kondigde bovendien aan dat er nog andere wetsontwerpen zullen volgen, waarna enkele leden hem op zijn woord namen.
Kort gezegd – ik meen immers te hebben begrepen dat een aantal sprekers er dieper op zullen ingaan –, behelst het wetsontwerp het volgende. Het recht op geschriften wordt afgeschaft. De jaarlijkse taks op verzekeringsverrichtingen, aanvullend op de POZ, wordt afgeschaft en niet slechts verminderd, zoals de heer Van Quickenborne in de commissie aanklaagde. Ook de belasting voor aanplakking, die dateert van 1919, wordt afgeschaft. Tot slot is er een aanpassing van de taksen op plantaardige dranken zonder toegevoegde suiker.
De minister heeft het wetsontwerp op een omstandige wijze toegelicht. Daarna kwamen de leden aan het woord. Voor de N-VA-fractie heeft mevrouw Verkeyn het woord genomen en onder meer amendement nr. 1 met betrekking tot de inwerkingtreding ingediend. Dat was belangrijk, omdat de behandeling van het wetsontwerp door omstandigheden enige vertraging had opgelopen. Dat was niet te wijten aan de minister, want hij had het wetsontwerp tijdig ingediend. Er was oorspronkelijk sprake van de inwerkingtreding op 1 december 2025, maar dat zouden we niet halen. Ook een inwerkingtreding op 1 januari 2026 leek problematisch, maar uiteindelijk is dat toch niet het geval. Mevrouw Verkeyn had een amendement ingediend om de inwerkingtreding tien dagen na publicatie te laten ingaan, waarop een subamendement door de heer Van Quickenborne werd ingediend om de inwerkingtreding van één bepaling – hij zal dat straks wel toelichten – op 1 januari 2026 vast te leggen, terwijl de rest tien dagen na publicatie ingaat.
Mevrouw Verkeyn en ikzelf hebben onze standpunten toegelicht. U kunt mijn standpunten nalezen in het verslag.
De aankondiging van de minister dat er nog opvolgingswetten komen, klonk als muziek in de oren van de heer Van Quickenborne. Hij heeft daarop onmiddellijk een aantal amendementen ingediend met nrs. 2 tot en met 7, waarbij hij in nog een aantal andere aftrekposten voorzag. Die werden besproken na zijn toelichting, waarna hij ze weer introk en verving door amendement nr. 8, dat ertoe strekt om de artikelen 6 en 7 van de wet diverse rechten en taksen af te schaffen. Daarover werd kort gedebatteerd waarna de minister ermee instemde om het betreffende amendement te laten aannemen, wat uiteindelijk ook is gebeurd.
Daarna waren er nog uiteenzettingen van collega Matheï, die blij was met de tekst, evenals van Dieter Vanbesien, die het logisch vond dat het voorliggende wetsontwerp zou worden goedgekeurd. Ook het Vlaams Belang formuleerde opmerkingen. Vanuit de oppositie toonde men zich positief, maar men vond het toch wat te weinig. Na een relatief kort en constructief debat werd er gestemd.
Ik kan u aankondigen, mijnheer de minister, dat uw wetsontwerp unaniem werd goedgekeurd door de vergadering. Tot zover het verslag.
13.02 Charlotte Verkeyn (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, ik denk dat er vanavond iemand slecht zal slapen. In de commissie voor Financiën en Begroting hebben we een eerbiedwaardig lid dat op zijn telraam heel graag alle bolletjes naar de rechterkant verschuift wanneer er een taks bijkomt, nog een taks en nog een taks. Na vanavond zal die persoon echter bolletjes naar de linkerkant moeten verschuiven. Ik voorspel dus een heel slechte nacht, want op zijn zogenaamd telraam zal er een andere rekenoefening gebeuren.
Wat schaffen wij af met dit wetsontwerp ‘lagere kosten’? De plaktaks, de zerotaks, de posttaks en de uittrekseltaks schaffen we allemaal af. Het eerbiedwaardig lid heeft gezegd dat ik te positief ben, omdat dat maar kleinere taksen zijn. Dat is correct, het zijn inderdaad kleine taksen, maar het is wel een stap in de goede richting.
Neem nu de zerotaks, de afschaffing van de accijnzen op bepaalde dranken. Dat is een eerste signaal dat toont dat we de weg naar een goedkopere winkelkar inslaan. Ik ben positief, want ik ben er rotsvast van overtuigd dat het de bedoeling van deze regering is om, eens de boel op orde is, meer te kunnen doen.
Mijnheer Van Quickenborne, ik heb u het verhaal verteld van een lokale plaktaks die we hebben kunnen afschaffen of minstens herleiden, nadat we de liberalen jarenlang hebben moeten zeggen dat die plaktaks voorbijgestreefd was. Ik was positief, ik ben positief en ik zal positief blijven. Ik ben blij dat dat positivisme een kumbaya-effect heeft gehad in de commissie, want u bent onmiddellijk mee op de kar gesprongen. Wat hebben we daaraan toegevoegd? De pv-gerechtsdeurwaarderstaks, die ook werd afgeschaft. Het is dus niet allemaal kommer en kwel in de commissie voor Financiën en Begroting. Ik wil alle collega's proficiat wensen. Laten we op die manier voortwerken.
13.03 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Mijnheer de minister, eerst en vooral wil ik u bedanken voor uw aanwezigheid. We hebben vanochtend in de commissie gevraagd om uw aanwezigheid, omdat er nog meer dan 200 mondelinge vragen openstaan en u sinds 1 oktober geen vragen meer hebt beantwoord in de commissie voor Financiën. Ik heb ook de voorzitter van de Kamer gevraagd om u daarop te attenderen en te verzoeken naar onze commissie te komen. U weet dat we parallel met de plenaire vergadering ook commissievergaderingen mogen organiseren met mondelinge vragen. Mijnheer de minister, ik zou graag hebben dat u voor het einde van het jaar die meer dan 200 mondelinge vragen, die nog hangende zijn, over actuele thema's, onder meer over de taksen, komt beantwoorden.
U bent nu in ons midden, maar ik zou willen dat u ook effectief naar de commissie komt. Volgens artikel 127 van het Reglement van de Kamer zijn ministers gehouden om minstens één keer per week te antwoorden.
De voorzitster: Mijnheer Van Quickenborne, aan de orde is het voorliggend wetsontwerp. Wat u nu zegt, hebt u gevraagd aan de voorzitter. Het komt de voorzitter toe om daarop te reageren. Er kunnen dan afspraken worden gemaakt met de minister, zodat hij die vragen kan komen beantwoorden in de commissie. Ik zou graag hebben dat u nu overgaat tot de bespreking van het wetsontwerp.
13.04 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Ik word van het kastje naar de muur gestuurd door de voorzitter. De voorzitter van de Kamer heeft beloofd om contact op te nemen met de minister. De minister is nu aanwezig, maar nu is de voorzitter weggelopen, dus het is een kat-en-muisspel. Men wil gewoon niet antwoorden op vragen, zoals we vorige week ook zagen met de eerste minister.
Mijnheer de minister, ik verwacht straks ook een antwoord van u in verband met die 200 vragen. Ik zou graag weten of u morgen al dan niet naar de commissie komt. Ik wil dat vernemen uit uw mond, want u bent de verantwoordelijke minister.
Collega’s, wij zullen het wetsontwerp lagere kosten steunen. Dat is evident. Mevrouw Verkeyn zegt dat er bolletjes naar de rechterzijde worden verschoven. Sta me toe op te merken dat die wet lagere kosten mij doet denken aan een periode langer geleden, toen ik staatssecretaris was voor Administratieve Vereenvoudiging, tussen 2003 en 2007. We hebben toen meer dan 200 wetten afgeschaft. Dat waren niet alleen wetten lagere kosten.
We hebben bijvoorbeeld het Wetboek houdende zegelrechten, dat voor sommigen misschien prehistorisch klinkt, afgeschaft. Vroeger werden verkeersboetes betaald met fiscale zegels. Ik weet niet of u dat nog weet. Wie te snel reed, moest een boetezegel kleven. Men moest daarvoor in het postkantoor een fiscale zegel kopen, die uit twee delen bestond. Dan moest men die twee zegels van elkaar knippen. De ene zegel plakte men op het formulier waarmee men betaalde en de andere zegel hield men bij zich. Zo werd de boete betaald.
Wat bleek? Er werd gefraudeerd met die zegels. Want wat deden de mensen? Ze hielden van die twee zegels één zegel bij zich en de andere zegel staken ze weg. Als de controleur dan zei dat ze die boete niet hadden betaald, zeiden ze toch wel. Ze zeiden dat ze die ene zegel nog hadden terwijl ze de andere hadden verstuurd met de post; maar die was volgens hen dan niet aangekomen.
Toen begon men te denken dat dit toch wel complex was. En toen ik staatssecretaris werd, opperde ik of we die zegels niet konden vervangen door een overschrijving. Een overschrijving kent u. Dat was toen nog met een overschrijvingsformulier.
Toen besloot men die zegels af te schaffen. We hebben toen alle zegels afgeschaft, die op notariële akten, die op deurwaardersakten… Overal. Dat is maar één van de dingen die we toen gedaan hebben. We hebben meer dan 200 wetten afgeschaft. Dat is goed.
Ik zie dat de minister nu ook een stap in die richting doet. Vandaar ons enthousiasme, collega’s. Als men in de oppositie zit, moet men af en toe ook enthousiast kunnen zijn en zeggen als iets positief is. Bij het ene is dat al wat moeilijker dan bij het andere, maar nu zijn we er positief over. Dit is een goed voorstel! De vraag is echter wat de omvang van deze wet is, collega’s. Ik heb het dan niet over het aantal pagina’s, maar ik heb het over de impact van deze wet. Kunnen we nu effectief tegen de mensen zeggen dat er fantastisch gewerkt is en dat we het verschil zullen zien?
Wat is de realiteit? Met deze wet worden er vier taksen afgeschaft. Vier taksen, ten bedrage van hoeveel miljoen euro, collega’s? 6,17 miljoen euro. De minister heeft voorgesteld vier taksen af te schaffen, ten bedrage van 6,17 miljoen euro. Dat is goed nieuws, heel positief. Een lastenverlaging van 6,17 miljoen euro, collega’s, wees daar toch eens dankbaar voor. Dat is 0,5 euro per landgenoot. Dat is toch ongelooflijk. Wat een vooruitgang!
Natuurlijk, collega’s, dit moeten we zien in vergelijking met de rest die zal gebeuren. Ik zal niet onmiddellijk te negatief worden. Dat is niet mijn stijl. Positief blijven! Het zit allemaal in het WDRT. Wie interesse heeft in fiscaliteit kent natuurlijk het WIB, het Wetboek inkomstenbelastingen. Collega Seuntjens kent dat intussen ook, als jonkie in dit Parlement. Het WIB is heel bekend.
Er is ook het Btw-Wetboek. Daarmee zult u binnenkort kennismaken, collega’s, als er gesproken wordt over de pizzataks en de ijsjestaks en de wafeltaks. Dat komt nog.
Er bestaat ook het WDRT, een wat speciaal geval in de fiscaliteit, mijnheer Wollants. De afkorting staat voor 'Wetboek voor diverse rechten en taksen'. Dat wetboek telt tal van hoofdstukken. Onder het WDRT vallen bijvoorbeeld de beurstaks, de vliegtaks, de taks op winstdeelnemingen, de taks op langetermijnsparen, de jaarlijkse taks op de effectenrekening, de bankentaks. Daarover zullen we straks, mevrouw de fractieleidster Bertrand, verder discussiëren in de commissie, na de plenaire vergadering. Om 22.00 uur wordt er nog een commissie georganiseerd. Interessant, niet?
Eigenlijk geef ik een artikelsgewijs overzicht. Voorts bevat het WDRT ook de bevekstaks en de ondernemingstaks. Het WDRT, collega's, is dus een interessant wetboek. In dat WDRT zal de regering voor 6,17 miljoen euro taksen afschaffen. In de budgettaire tabel van premier De Wever, die niet genummerd is, wordt onder het onderdeel 'Grote bouwstenen', punt 4, 'Sterkste schouders', de verzekeringstaks verhoogd van 9,25 % naar 9,6 %. Iedereen die een verzekering heeft, betaalt die taks. Op de autoverzekering, de levensverzekering, dus op alle verzekeringen betaalt men die taks. Collega's, hoeveel brengt die taksverhoging op voor de schatkist?
13.05 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer Van Quickenborne, de taks brengt 6,17 miljoen euro op.
13.06 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Nee, mijnheer Vanbesien, niet 6,17 miljoen euro, maar 51 miljoen euro.
Collega's, met één maatregel uit die lijst is het bedrag van 6,17 miljoen euro al weggeblazen. Dan heb ik het nog maar over één lijn in die budgettaire tabel. Er zijn ongeveer 90 à 95 lijnen.
Collega's, de regering moet waarschijnlijk 4.000 wetten lagere kosten uitvaardigen om dat hoge bedrag te compenseren. Ik wil u inspireren, want ik heb er 200 gemaakt. Als u er 4.000 kunt maakt, dan zullen we er misschien geraken.
Naast die hogere verzekeringstaks, mijnheer Van der Donckt en mevrouw Verkeyn, staan er nog andere taksen op stapel. Vorige week, mevrouw de voorzitster, heb ik de 20 arizonataksen nog eens geschetst. Het gaat om de adoptietaks, de echtscheidingstaks, de giftentaks, de woontaks et cetera.
Collega's, inmiddels blijken er echter ook nieuwe taksen bij te komen. Wat hebben wij deze week vastgesteld? Er komen nog nieuwe taksen bij. Zoals ik eerder heb aangegeven, verklaart de heer Bouchez herhaaldelijk dat "au nom de sa formation politique il n'y aura pas d'autres taxes, de nouvelles taxes". Nochtans zien wij bijna dagelijks nieuwe taksen opduiken.
Bijvoorbeeld, gisteren, maandag 15 december 2025, bevond ik mij in het hoofdkwartier van mijn partij. Wij hebben nog een hoofdkwartier. Dat hoofdkwartier is klein geworden. Dat is juist. Het is heel klein geworden. Niettemin zijn wij er nog. Wij zijn nog niet dood.
Er werd een verse pizza geleverd. Dat trok mijn aandacht. Er werd mij gevraagd of ik wist wat er binnenkort zou gebeuren. Ik wist het niet. Vervolgens werd mij medegedeeld dat het btw-tarief op verse pizza zou stijgen naar 12 %. Ik merkte op dat pizza dan duur zou worden. Ik vroeg daarop wat er zou gebeuren met een diepvriespizza. De btw daarop zou op 6 % blijven. Mevrouw Verkeyn, er komt dus een pizzataks.
Mevrouw de voorzitster, vandaag bevond ik mij in het station Brussel-Centraal, waar ik een verse wafel heb gekocht. In Brussel-Centraal bevindt zich op de hoek een wafelkraam met heel lekkere wafels. Ik passeer daar elke keer en neem er dan ook steevast een wafel. De heer D’Amico doet dat eveneens, net als mevrouw Merckx. Met andere woorden, velen kopen daar een wafel.
Mijnheer Freilich, toen ik mijn wafel kocht, sprak de verkoper mij aan in het Frans en meldde mij het volgende.
Il ne me connaissait pas et il m'a dit: "Tu sais, monsieur, on va augmenter la TVA sur ces gaufres de 6 à 12 %".
Hij zei me dat hij het niet begreep, omdat wanneer men de wafel gaat halen in een verpakking, de btw op 6 % blijft. De wafeltaks is dus geboren. Morgen zal er trouwens iemand een ijsje eten, maar ik zal nog niet vertellen hoe dat zal eindigen.
We gaan dus van taks, naar taks, naar taks, naar taks.
Mevrouw Verkeyn, bedankt om het doel vrij te maken, maar u moet oppassen, want we koppen heel snel wat ballen binnen, hoewel ik niet zo goed ben in voetbal. Het is alleszins goed om de zaken in perspectief te zetten.
Laat ik even terugkeren naar wat positief is: er worden namelijk vier taksen afgeschaft.
De voorzitster: Mijnheer Van Quickenborne, de heer Freilich zou u graag onderbreken.
13.07 Michael Freilich (N-VA): U had mij genoemd, mijnheer Van Quickenborne, dus ik wil graag repliceren.
U kunt vragen stellen over hoe we de btw-verhoging juist zullen implementeren en waarop wel en waarop niet. Ik hoor u echter bezig over taksen, taksen, taksen. Denkt u nu echt dat iemand het leuk vindt om putten te dempen? Wie heeft die putten echter gemaakt, mijnheer Van Quickenborne? Waarom spreken we überhaupt vandaag over taksen? Hoelang hebt u niet mee in de regering gezeten? En waar staan we nu? Onze schuld is torenhoog. Zo veel andere landen hebben minder schulden dan wij! Wij zitten nu eenmaal met de shit en moeten die opkuisen. Het is echter uw stront!
U zou dus niet zo veel plezier moeten beleven aan uw taksenverhaal. Telkens wanneer wij een aantal zaken moeten verhogen, doet dat uiteraard pijn. Niemand wil dat, uiteraard is dat niet leuk. We hebben vandaag echter geen andere keuze. Of moeten we nog meer schulden maken en de toekomstige generaties daarmee opzadelen?
Laten we het dus hebben over de oplossingen, die wij vandaag aanbieden. Sommige maatregelen zijn inderdaad bijzonder jammer, maar we hebben geen keuze. De schuld daarvan ligt voornamelijk bij u en bij wat uw partij al die jaren heeft gedaan. Wat hebt u bijvoorbeeld met Brussel gedaan? Uw partij leverde steeds de minister van Financiën. Kijk naar alle steden waar uw partij aan de macht is: in steden zoals Gent en Oostende loopt de schuldgraad de spuigaten uit! Wanneer Open Vld aan de macht is, is het schuld, schuld, schuld en mogen anderen het daarna opkuisen. Dat zijn we nu aan het doen.
13.08 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Dank u dat u ook over de stedelijke fiscaliteit begint. Ik vind dat een interessant en boeiend thema, maar sta mij toe toch even te reageren, collega Freilich.
Ten eerste, uw partij heeft voor de verkiezingen van 2024, bij monde van uw grote goeroe, de heer De Wever, beloofd om de zaken op orde te stellen, zonder extra belastingen. U hebt die belofte gebroken.
Ten tweede, uw grote vriend, de heer Loones, die hier vorige legislatuur zitting had, is weggelopen met de staart tussen de benen. Waarom, collega's? Dat was omdat hij in een stad aan de kust, Koksijde, waar de liberalen dertig jaar aan de macht waren en de personenbelasting 0 % bedroeg, de belasting naar 5 % verhoogde. Dertig jaar liberalen in Koksijde en 0 % personenbelasting. De N-VA komt eraan en het eerste wat de partij doet, is de belasting verhogen. Dat is de realiteit met de N-VA. Als u het doel openzet, trap ik erin, mijnheer Freilich.
We zouden beter discussiëren over het onderwerp, mevrouw de voorzitter.
13.09 Michael Freilich (N-VA): U zegt dat we naar de verkiezingen zijn gegaan met de belofte om geen enkele belasting te heffen. Neen, wij zijn net naar de verkiezingen getrokken met de moeilijke boodschap dat het niet makkelijker zou worden. Toch hebben we gewonnen. Dat was de boodschap. Daarvoor werden we ook beloond, mijnheer Van Quickenborne.
13.10 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Dat klopt. U bent naar de verkiezingen gegaan met de belofte van de meerwaardetaks. Ik begrijp niet hoe u dat blijft verdedigen, mijnheer Freilich, op een dag dat het IMF concludeert dat de inspanningen van uw regering onvoldoende zijn om de schulden te verlagen en tekorten te dichten. U zou het allemaal zoveel beter doen. De realiteit is echter taks, taks, taks en controle, controle, controle. Dat zien we met de N-VA aan de macht.
Ik kom terug op het onderwerp, mevrouw de voorzitster, want in Koksijde zijn ze allesbehalve gelukkig met de heer Loones. Hij zit hier nu niet meer. Dat heeft een reden.
Mijnheer de minister, we zijn positief, omdat u vier taksen afschaft. U schaft het recht op de bankgeschriften af en dat is een goede zaak. Wat is een bankgeschrift? Dat is een papieren of digitaal uittreksel van een overschrijving. Ik heb dat al lang niet meer gezien, maar blijkbaar bestaat het nog. Ik doe aan digitaal bankieren. Uittreksels krijg ik niet meer. Misschien verzamelen mensen dat, zoals ze postzegels verzamelen.
Dankzij de minister wordt de taks daarop, dat is 0,15 euro, denk ik, afgeschaft. De bankensector is zeer content. Febelfin is laaiend enthousiast en noemt het een goede maatregel. Zij vraagt wel meteen om de invoering van de meerwaardetaks wat ordelijker te doen, vooraleer zich hiermee bezig te houden.
Wanneer men de bankentaks vergelijkt met de taks op de bankafschriften, wordt het verschil duidelijk: de taks op de bankafschriften bedraagt 1,5 miljoen euro, terwijl de bankentaks 150 miljoen euro bedraagt. Collega Weydts, dat is maal 100. Dat plaatst een en ander in het juiste perspectief. Ik kijk uit naar het antwoord van mevrouw Verkeyn straks.
Een tweede taks die wordt afgeschaft, collega’s, is de taks op de POZ, de Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen. Daarnaast bestaat de IPT, de Individuele Pensioentoezegging, die geldt voor vennootschappen. De POZ, de Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen, is vandaag onderworpen aan een taks van 4,4%, zoals collega Van der Donckt heeft aangegeven. Die taks wordt afgeschaft. Dat is een goede zaak, zelfs een zeer goede zaak, aangezien het aantal POZ's vandaag beperkt is en dat waarschijnlijk tot groei zal leiden. Ik geef toe dat ik mij daarover in de commissie heb vergist, mijnheer de voorzitter. Mijnheer de minister, wanneer ik iets verkeerd zeg, erken ik dat ook. Ik heb een fout gemaakt door te stellen dat de taks wordt verlaagd, maar, collega Vanbesien, ze wordt afgeschaft. Om dat toch even in perspectief te plaatsen: de markt van de POZ, meer bepaald de jaarlijkse incasso, zijnde de betaalde premies, bedraagt 27,5 miljoen euro. Bij de IPT bedraagt de incasso ongeveer 1 miljard euro. Dat is louter om het geheel te kaderen. Ik blijf dus positief, mijnheer de minister. Het is een goede zaak. Een tweede taks wordt afgeschaft.
Er wordt een derde taks afgeschaft, namelijk de belasting op aanplakking, de zogenaamde aanplaktaks. Ook dat is een goede zaak. Tot nu toe moest er immers een taks worden betaald op affiches. Men kan zich afvragen wie vandaag nog affiches uithangt. Dat zijn natuurlijk de politici bij verkiezingen. De politici hadden het evenwel voor zichzelf goed geregeld, aangezien zij waren vrijgesteld van die aanplakkingstaks. Dat was evident en reeds lang vastgelegd. Op een bepaald ogenblik werd echter de sector van de ballonvaart getroffen. Een fiscale controleur stelde vast dat er een ballon voer waaraan een affiche met reclame was bevestigd. Bij mooi weer ziet men dergelijke ballonnen wel vaker, bijvoorbeeld met reclame voor verzekeringsmaatschappijen of zelfs voor politieke partijen zoals het Vlaams Belang, dat volgens mij nog campagne heeft gevoerd met grote ballonnen. Ook toeristische gemeenten maken daar gebruik van. In elk geval ging het om ballonnen in de lucht. De controleur stelde dat die toestand moest worden beschouwd als aanplakking en hij paste bijgevolg de aanplakkingstaks toe. Hij deed dat vanop de grond. Hij begaf zich naar de plaats waar de ballon neerkwam en legde daar een taks op. Dat veroorzaakte vanzelfsprekend consternatie, aangezien iedereen zei dat dat niet de bedoeling was van die taks. Op basis daarvan zei men dat die taks kafkaiaans is en dat ze moest worden afgeschaft. Wie heeft dat verteld? De kabinetschef van de minister van Financiën heeft dat uiteengezet tijdens een lezing in Brugge. U herinnert zich die fameuze lezing nog. De ballonsector is dus zeer tevreden. De ballonsector verklaarde de arizonaregering te steunen. Voor hen gaat de ballon opnieuw op.
Collega’s, de vierde taks die wordt afgeschaft, betreft de fameuze accijnzen op bepaalde dranken. Het gaat om zeer specifieke dranken. Het zijn geen ‘woke drankjes’, maar wel gezonde dranken die mensen consumeren, andere dan dranken op basis van soja of rijst, namelijk havermelk en dergelijke. Persoonlijk ben ik daar geen grote fan van. Ik ben sowieso geen melkdrinker. Er was evenwel discussie ontstaan omdat de fiscale controle stelde dat die dranken niet expliciet waren vermeld onder het nultarief van de accijnzen. De vraag rees dan ook of daarop een accijns moest worden geheven. Alpro – een bedrijf dat mij goed bekend is, gevestigd nabij Kortrijk, in Wevelgem – heeft daarop gelobbyd bij de minister met de vraag om daarover duidelijkheid te scheppen. Ik weet dat sommigen tegen lobbying zijn, maar ik ben pro-lobbying. Ik vind dat men moet luisteren. De ziekenfondsen lobbyen bij de een, de vakbonden lobbyen bij de ander en bij ons komen de bedrijven lobbyen. Lobbyen, als dat op een correcte manier gebeurt, is normaal. De politiek probeert te luisteren naar de verschillende belangen. Alpro heeft dus die uitzondering bekomen, wat een goede zaak is. Dat brengt het aantal op vier.
De minister merkte echter op dat er geen vier, maar zes taksen worden afgeschaft. Inderdaad, in een bijzonder zeldzame bui van positivisme heeft de minister samen met de meerderheid toegestaan dat het ontwerp werd geamendeerd.
Wat is er gebeurd? Ik bevond mij op dat moment in de commissie met een aantal amendementen. Ik had het WDRT, het fameuze Wetboek diverse rechten en taksen, grondig bestudeerd. Men moet nu eenmaal iets doen in het leven, dus bekijkt men dat wetboek en gaat men na: als men de artikelen 3 en 8 afschaft, wat staat er dan in de artikelen 1, 2, 4, 5 en 6? Daarna ging ik na wat die artikelen eigenlijk opbrengen voor de schatkist.
Daarom heb ik een maand geleden een schriftelijke vraag gesteld aan de minister over de opbrengsten van die verschillende artikelen. De minister heeft die vraag beantwoord. Dat moet ik hem nageven. Collega’s, ik geef u een tip. De mondelinge vragen worden niet meer beantwoord, maar wie een schriftelijke vraag stelt aan minister Jambon, krijgt in 99 % van de gevallen binnen de termijn, dus binnen de 30 dagen, een antwoord. Weinig ministers doen dat, maar minister Jambon wel.
Uit zijn antwoord bleek dat de opbrengsten van artikel 6 en 7 relatief beperkt waren.
Collega's, artikel 6 van de WDRT heeft betrekking op processen-verbaal die worden opgemaakt bij de openbare verkoop van lichamelijke roerende voorwerpen. Op die processen-verbaal rust een taks van 50 euro. In 2023 bracht die taks 25.290 euro op. Ik heb de minister de vraag gesteld of het mogelijk is om ook die taks af te schaffen. De minister antwoordde dat hij daarover zou nadenken.
Ik wees hem ook op een tweede taks, met name artikel 7. Dat artikel heeft betrekking op processen-verbaal inzake de openbare verkoop van lichamelijke roerende goederen in het kader van gedwongen aflossing van schulden. Die taks bedraagt 7,5 euro. Via een schriftelijke vraag heb ik aan de minister gevraagd wat die taks opbrengt. Het antwoord luidde 8.440 euro in 2023. Ik heb daarop aan de minister gevraagd of het niet aangewezen was om ook die taks af te schaffen. De minister gaf aan dat hij bereid was te luisteren, maar eerst overleg wilde plegen met de meerderheid.
Tijdens die commissievergadering heeft de minister inderdaad – dat werd niet opgenomen in het verslag en daarom voeg ik het nu toe – de meerderheid rond zich verzameld. Dat deed wat denken aan de foto van Obama op het moment waarop Osama Bin Laden was gekild. U ziet op die foto de president zitten met zijn troepen rond hem in de situation room. In onze commissiezaal was er een soort van situation room met de minister, zijn medewerker, die vandaag eveneens aanwezig is en die wij groeten, en met de leden van de meerderheid en de voorzitter van de commissie. Er stonden 17 mensen rond hem.
In dat overleg werd besproken wat moest gebeuren met mijn vragen tot afschaffing van taksen ten belope van 34.220 euro. Wonderwel, na een korte beraadslaging werd beslist om daarmee in te stemmen. Het heeft veel minder lang geduurd dan het overleg van Arizona, want er waren minder losse eindjes. Er werd ingestemd met mijn vraag.
Mevrouw Verkeyn, bijgevolg worden niet vier maar zes taksen afgeschaft, niet voor een bedrag van 6,17 miljoen euro, maar voor 6,19 miljoen euro. We gaan er dus op vooruit. Dankzij de amendementen van de oppositie kunnen bijkomende stappen worden gezet.
Daarbij bleef het echter niet. Het wetsontwerp voorziet immers in de afschaffing van taksen, maar belangrijk is ook te weten wanneer de taksen worden afgeschaft. De datum van afschaffing is belangrijk. Sommige taksen worden dagelijks geheven, terwijl andere taksen worden vastgesteld op 1 januari van het betrokken jaar.
Mevrouw Verkeyn, die briljant en goed is, had daarom amendementen ingediend om de datum van inwerkingtreding af te stemmen op de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad, met name tien dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig de klassieke regel.
Overigens zal de regering dat niet doen met de meerwaardetaks, omdat die taks wordt ingevoerd terwijl de wet nog niet goedgekeurd is. Deze maatregel betreft echter maar een peulschil van 6,17 miljoen euro, terwijl de meerwaardetaks 500 miljoen euro betreft.
Mijnheer Dermagne, men moet prioriteiten stellen. De inwerkingtreding zou dus plaatsvinden tien dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad. Ik had het voorstel met die amendementen ook bekeken en vond het interessant.
Het probleem is dat als men het voorstel met de amendementen van mevrouw Verkeyn zou volgen, de aanplakkingstaks, de zogenaamde ballontaks, pas tien dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, dus rond 5 of 6 januari zou worden afgeschaft. Volgende zomer, in 2026, zou de controleur dan weer al die ballonnen moeten nazien. Daarom stelde ik een subamendement voor om de inwerkingtreding van die afschaffing niet tien dagen na de publicatie in het Belgisch Staatsblad te laten plaatsvinden, maar op 1 januari 2026. De minister vond het een goed voorstel. Mijnheer de minister, ik bedank u voor het aanvaarden van deze drie amendementen. Collega's, voor diegenen die nieuw zijn in de politiek, het is vrij uniek dat de meerderheid amendementen van de oppositie aanvaardt. De minister noemde dit het begin van een nieuw tijdperk. We hopen dat ook bij andere wetten met betrekking tot hogere kosten, zoals bij de meerwaardetaks, amendementen mogelijk zullen zijn.
Collega's, ik wil nog één vraag stellen aan de minister. Het vervelende met mij is dat als de minister een toegeving doet, ik nog verder probeer te gaan, wat de minister me kwalijk neemt. In dit wetsontwerp viel mij iets op wat me doet denken aan eerdere discussies, zoals die over pizza's en wafels.
Misschien kan de heer Freilich hierop antwoorden, aangezien hij bijzondere interesse toont in fiscaliteit. Mijnheer Freilich, de fiscaliteit is een wonderlijke, boeiende wereld. Mijnheer de minister, ik heb het over een bepaling in het wetsontwerp waarover volgens mij gelobbyd is. Lobbyen is geen probleem, mits het transparant gebeurt. Specifiek gaat het om de ecotaks, zoals ik in de commissie heb geschetst. Wie al lang in de politiek actief is, herinnert zich voormalig premier Dehaene, de architect van het model voor deze coalitie. Ik lees echter dat Louis Tobback zegt dat eerste minister De Wever nog niet aan de enkels komt van Jean-Luc Dehaene. Hij heeft gelijk, want Jean-Luc Dehaene heeft de belastingdruk aanzienlijk verhoogd en Arizona is bezig dat ook te doen. Als men nog even wacht, zullen de belastingen evenveel stijgen als onder de regering-Dehaene. Jean-Luc Dehaene was een goed man, maar hij heeft de belastingdruk in dit land doen stijgen. Uit de cijfers van de Nationale Bank van België blijkt immers dat de belastingdruk in België tussen 1991 en 1999 is gestegen en tussen 2000 en 2024 gedaald.
De ecotaks – taks, taks, taks – zat dus vervat in de wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur. In het fameuze artikel 370, een heel interessant artikel, wordt bepaald wat er onderworpen is aan ecotaksen en wat niet. Wat doet deze regering? Ze haalt een aantal zaken uit die ecotaks. Artikel 25 van deze wet bevat een bepaling c, die stelt dat de bepaling onder 2 van de heel complexe accijnswet wordt vervangen door de volgende tekst: "de alcoholvrije dranken bedoeld in artikel 7a tot en met h en k, met uitzondering van kunstijs".
De
regering zegt dat die allemaal uitgesloten zijn, à l'exception de la glace.
Dat staat in de wet. U kunt het opzoeken, mijnheer Freilich, dat staat in het
wetsontwerp nr. 1066. Vrijgesteld van verpakkingstaks sont
les boissons non-alcoolisées visées par l'article 7 de la loi sur les
accises, à l'exception de la glace.
Mijnheer de minister, ik heb maar één vraag voor u. Waarom die uitzondering voor kunstijs? Waarover gaat dit?
De voorzitster: Er zijn geen andere tussenkomsten, dus de minister krijgt het woord.
13.11 Minister Jan Jambon: Bedankt, mevrouw Verkeyn, voor de aanmoediging.
Mijnheer Van Quickenborne, u kunt natuurlijk alles op flessen trekken en overal kritiek op formuleren. Ik heb nooit gezegd dat de wet betreffende de lagere kosten bedoeld was als grondige, indrukwekkende belastingverlaging. Dat was nooit de ambitie. De ambitie was om overtollige posten uit ons fiscaal systeem te halen en het te vereenvoudigen. Dat heb ik ook in de commissie gezegd. Ik herhaal dat hier nu, maar u hebt natuurlijk de vrijheid om dat anders te zien.
Ik dacht eerlijk gezegd dat we een goede discussie en gedachtewisseling hadden. Ik heb immers een aantal opmerkingen van u gevolgd die terecht als belachelijk konden worden beschouwd. Ik bedoel daarmee niet uw voorstellen, maar bijvoorbeeld de heffingen van 8.000 en 25.000 euro. In die zin zullen we ieder jaar een wetsontwerp betreffende lagere kosten voorleggen om een aantal van die overtollige zaken uit ons fiscaal systeem te verwijderen.
Doe dus niet alsof we hiermee een grote belastingverlaging doen. Hiermee vereenvoudigen we onze aangifte en schrappen we overtollige zaken waar niemand nog gebruik van maakt. Die zaken zijn dus overbodig en kosten administratief waarschijnlijk meer kosten dan dat ze opbrengen.
Waarom houden we anders commissievergaderingen, als we toch niet naar elkaar luisteren en er ook geen conclusies uit trekken?
Wat het kunstijs betreft, meneer Van Quickenborne, er worden op veel plaatsen kunstijsbanen ingericht. Laten we daarvan tijdens de kerstperiode vooral genieten. Ik zal bij een volgende oefening met betrekking tot de lagere kosten bekijken of de regeling in verband met het kunstijs kan worden aangepast of zelfs geschrapt. We zullen dat onder de loep nemen.
Ik kom nu tot uw opmerking over de 200 openstaande vragen. Met alle respect: u zegt zelf dat ik zeer consequent antwoord op schriftelijke vragen. U kunt dat ook navragen bij de andere commissies waarin ik actief ben. Alle vragen worden in de respectieve commissies effectief beantwoord. Ook in de commissie voor Financiën heb ik dat gedaan.
Als we echter wekenlang worden gegijzeld door u – dat is uw recht als parlementslid –, kom ik er niet toe om vragen te beantwoorden. U vraagt dan immers weken om over één bepaald wetsontwerp te spreken. Als daarna de Conferentie van voorzitters voor deze week geen commissievergaderingen plant om vragen te beantwoorden, zal ik dat ook niet vragen. U weet ook als voormalig regeringslid dat wij de laatste dagen voor het kerstreces enorm veel werk hebben. De week na het reces zal ik op alle vragen antwoorden. Deze week was er geen commissievergadering gepland en wat mij betreft blijft dat zo.
13.12 Charlotte Verkeyn (N-VA): Mijnheer Van Quickenborne, ik zal eindigen waarmee ik begonnen ben: ik zal vanavond goed slapen, want ik ben blij te horen dat uw langetermijngeheugen zeker nog werkt. U hebt ons onderhouden over de zegeltaks, uit jaren stilletjes, toen de dieren nog spraken.
Bij uw kortetermijngeheugen plaats ik wel wat vraagtekens. Ik kan me immers niet van de indruk ontdoen dat wij al wekenlang geconfronteerd worden met een partij die wat schizofreen is geworden, die vergeet dat ze in de vorige regeringen zat en misschien wel met eigen hand en schep verantwoordelijk is voor bepaalde putten. We hebben het er vanochtend nog over gehad. Mevrouw Bertrand moest vanochtend in alle hevigheid eerlijk beamen dat in de coronaperiode het geld via allerhande subsidies door ramen en deuren werd gegooid en dat ze bij haar aantreden geprobeerd had daar een rem op te zetten. Mijnheer Van Quickenborne, u doet smalend over bepaalde zaken, maar ik vind dat eerlijk gezegd nogal misplaatst.
Trouwens, uw kortetermijngeheugen faalt nogmaals, want nog niet zo lang geleden zei u zelf dat een administratieve vereenvoudiging – hier gaat het vooral daarover – de lasten doet dalen. Herinner u dat u in 2008 met een rapport zwaaide waarin stond hoeveel lasten en kosten konden dalen dankzij administratieve vereenvoudigingen, waarvan we echter allemaal konden vatstellen dat daar weinig van was gerealiseerd voor de mensen op straat.
Laten we dus allemaal teruggrijpen naar onze kumbaya. We hadden een fijne discussie over dit wetsontwerp in de commissie. Het was een van de weinige constructieve discussies die ik heb meegemaakt. Ik zit hier nu een jaar en heb nog maar weinig constructieve discussies gezien. Ik zou daarop willen voortbouwen, zodat ik over een aantal jaar, wanneer ik er mijn langetermijngeheugen over raadpleeg, zal kunnen zeggen dat ik in het Parlement zitting had met collega's die de politiek in waren gegaan om iets constructiefs te doen.
13.13 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Dank aan de minister om op een aantal vragen te antwoorden.
U zegt dat dit niet de grote lastenverlaging is die u beloofd hebt. Dat heb ik ook niet beweerd. Vorige week, tijdens de interpellatie, hebben collega Vereeck en ik echter moeten vaststellen dat het aantal belastingverhogingen hoger is dan het aantal belastingverlagingen. We hebben daarover vragen gesteld, maar we hebben geen antwoord van de minister gekregen.
De Standaard heeft twee weken geleden berekend dat er door deze regering netto 100 miljoen euro lasten bij komen U hebt daar niet op geantwoord, mijnheer de minister, maar dat is de realiteit.
U zegt ook dat lagere kosten minder administratie betekenen. Dat is juist, maar ik heb ook een suggestie gedaan die niet is opgenomen, namelijk om de taksen op alle fooien af te schaffen. Daar zouden de mensen in de horeca en Uber tevreden mee zijn.
Mevrouw de voorzitster, u bent pro Takeaway. Ik heb u daarover eens horen praten op de radio. Takeaway werkt met werknemers en Uber met zelfstandigen. Die mensen krijgen een fooi en daarop moeten ze belasting en sociale lasten betalen. We zouden in dit Parlement allemaal moeten zeggen dat er geen taksen op fooien en sociale lasten moeten worden betaald. Dat zijn mensen die zich inzetten.
Het is juist dat er belangrijke stappen zijn gezet, mijnheer de minister, maar de vraag is of die taksen op fooien alstublieft afgeschaft kunnen worden. Dat zou pas echt een verschil maken. Ik weet dat u daar ook voor bent. Ik denk zelfs dat de heer Beenders, die hier binnenkomt, ook tegen die taksen op die fooien is. Het is toch belachelijk dat mensen dit moeten aangeven en dat dit gecontroleerd wordt. Mijnheer de minister, mijn suggestie is dus om in de tweede wet op de lagere kosten de taksen op de fooien af te schaffen.
Ten derde, kunstijs. Ik heb maar één vraag gesteld, mevrouw de voorzitster. U hebt dat vastgesteld, samen met mij. U zegt dat de uitzondering over kunstijs gaat. U zegt dat het over de schaatsbaan gaat. Ik heb het niet begrepen.
13.14 Minister Jan Jambon: U luistert zelfs niet. Ik raad u aan om het verslag van deze vergadering te lezen. Dan zult u begrijpen wat ik bedoel.
13.15 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Ik kijk naar collega Bilmez, ik kijk naar collega Vanbesien, ik kijk naar collega Vandemaele, ik kijk naar collega Bertrand, wij hebben het allemaal niet begrepen. Ik kijk naar mevrouw Pas. Ze heeft het niet begrepen. Ik kijk naar mevrouw Samyn. Ze heeft het niet begrepen. Mevrouw Dillen heeft het niet begrepen. Heeft iemand het begrepen in deze zaal? Niemand? De heer Freilich heeft het begrepen. Hij kan het uitleggen. Over welke kunstijs gaat het dan? Aardbeienkunstijs?
Wat is de realiteit? Blijkbaar is er een partij in de coalitie die gezegd heeft dat men kunstijs een uitzondering moet geven. En dat heeft men dus gedaan. Maar niemand weet waarover het gaat.
Ik heb maar één vraag gesteld en mevrouw De Wit kwam al tussenbeide. Ze heeft gezegd dat kunstijs op de schaatsbaan zit. Ik vind dat onbegrijpelijk. Dit is het zoveelste bewijs dat deze regering dingen in wetten giet waarvan ze zelfs niet weet waarover het gaat.
En dan het laatste punt, of beter, het laatste antwoord van u, mijnheer de minister, op het eerste punt. U zegt dat u hier heel veel bent geweest, dat u hier hard hebt gewerkt. Evident. Als Jambon een titel verdient, collega’s, is het wel die van de hardst werkende minister van heel de regering. Dat is absoluut juist. Zowel inzake pensioenen als inzake financiën doet hij ongelooflijk veel werk. Hij verzet bergen werk. Meer zelfs dan de eerste minister.
Maar niet de juiste dingen? Voor ons op vele punten wel de juiste dingen, zeker inzake de pensioenen. Die hervorming is een goede hervorming.
We hebben nu lang gediscussieerd over money control. Ik weet dat dit zeer vervelend was, maar intussen weet iedereen wat money control is. Dat is de bedoeling van een parlementaire opdracht, collega De Wit, ervoor zorgen dat de dingen die de regering wil wegmoffelen, naar boven gebracht worden. Zoals u dat destijds ook gedaan hebt met mij, met de strafkorting voor straffen van minder dan zes maanden. Weet u nog wat u toen in de krant zei? U moet opletten, want binnenkort geldt onder Arizona die strafkorting voor straffen van een jaar in plaats van zes maanden. Daar moet u voor opletten! Maar ik heb het wel gelezen in de krant. Cd&v wil strafkorting voor straffen van een jaar en de MR wil militairen op straat. En binnenkort gaan ze dat ruilen.
Ik kom terug tot het onderwerp, mijnheer de minister. U hebt veel werk verzet. 2025 is het politieke jaar van Jan Jambon geweest. Dat is zo. U hebt veel gewerkt. Maar, mijnheer de minister, het is niet omdat u veel werkt dat u geen vragen meer moet beantwoorden. Dat kan toch niet? De laatste keer dat u naar de commissie bent gekomen om parlementaire vragen te beantwoorden, was op 1 oktober van dit jaar. Dan deed ik het inderdaad beter, mevrouw Dillen. Toen ik minister van Justitie was, kwam ik om de twee weken. Mevrouw De Wit zal het toegeven. We waren het vaak oneens met elkaar, maar parlementaire vragen kwam ik altijd beantwoorden. Ik heb ze nooit twee maanden laten liggen. Nooit.
De voorzitster: Mijnheer Van Quickenborne, ik heb het daarjuist al eens gezegd. Het zou goed zijn, mocht u opnieuw over het wetsontwerp beginnen.
13.16 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Maar de minister was bezig over mijn vragen. Ik mag toch antwoorden?
13.17 Sophie De Wit (N-VA): Ik kan bevestigen dat de heer Van Quickenborne zijn vragen in commissie beantwoordde. Alleen waren wij een ander soort oppositie. Ik heb geen uren stukken voorgelezen en gefilibusterd op een dossier. Ik heb mijn dossier altijd binnen een beperkt aantal uren kunnen afwerken, zoals het hoort, en zo ook oppositie kunnen voeren. Dat was het verschil.
13.18 Vincent Van Quickenborne (Open Vld): Uw collega Loones was nog van een ander kaliber, maar daar hoeven we het niet over te hebben. De man van de belastingverhoging in Koksijde hoeven we hier niet opnieuw ter sprake te brengen.
Het punt met betrekking tot die mondelinge vragen, mijnheer de minister, is dat u sinds 1 oktober niet meer naar de commissie bent gekomen. De voorzitter van dit Parlement heeft beloofd contact met u op te nemen, maar dat gebeurt blijkbaar niet. Er worden ons allerlei zaken beloofd. Nochtans kunnen we morgen en overmorgen, parallel met de plenaire vergadering, perfect een commissie organiseren, mijnheer de minister. U zegt dat er geen commissie was gepland, maar vanavond wordt er om 22.00 uur wel een commissie gepland over uw bankentaks. Dat kan blijkbaar wel, maar een gewone commissie om vragen te beantwoorden kan niet. Waar liggen uw prioriteiten? Duidelijk niet bij dit Parlement.
Collega’s, mevrouw de voorzitster, waar zijn ze mee bezig? Waar is Arizona mee bezig?
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1066/4)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1066/4)
Het wetsontwerp telt 25 artikelen.
Le projet de loi
compte 25 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 25 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 25 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, de heer Dieter Vanbesien,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
14.01 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, la loi adoptée sous la Vivaldi avait pour objectif d’instaurer un impôt minimum pour les groupes d’entreprises multinationales et les groupes nationaux de grande envergure. Les multinationales visées sont celles dont le chiffre d’affaires annuel cumulé atteint au moins 750 millions d’euros. Elles sont soumises à un taux d’imposition qui ne peut être inférieur à 15 %. Ces nouvelles règles visaient à supprimer le risque d’érosion de la base d’imposition et de transfert de bénéfices, et à garantir que les plus grands groupes multinationaux paient le taux minimum mondial convenu pour l’impôt des sociétés. L’objectif de cette initiative était de limiter la concurrence fiscale entre les pays et l’évasion fiscale des grandes entreprises qui en découle, créant ainsi des conditions de concurrence plus équitables pour les entreprises opérant à l’échelle internationale.
Comme je vous l’ai dit en commission, je ne suis pas d'accord avec vous lorsque vous présentez le projet que nous examinons comme purement technique. Son article 12 constitue en réalité une marche arrière, et certainement pas une simple modification technique. En effet, dans sa version initiale, la loi prévoyait des délais d’investigation et d’imposition de dix ans, en raison de la complexité des déclarations. La justification était simple: les dossiers concernant les multinationales comportent de multiples ramifications et peuvent s’avérer compliqués à élaborer.
Vous décidez aujourd’hui de ramener ce délai à six ans, sans aucune justification valable. À mes questions en commission, vous avez répondu que ce choix s’inscrivait dans la même logique que la réduction des délais en cas de fraude, que vous avez décidé de ramener à sept ans dans le cadre de la lutte contre la fraude fiscale. Vous me dites qu'un délai de six ans est suffisant pour mener une enquête et établir l’impôt.
Comme je vous l'ai déjà dit en commission, cet argument est complètement opposé à ce que défendaient les experts entendus en commission Panama Papers. En effet, ces experts préconisaient d’allonger les délais en matière de lutte contre la fraude, justement en raison de la complexité des dossiers.
Dès lors, sans surprise, vous ne m’avez pas convaincu. Mon groupe s’abstiendra donc sur ce projet, même si sa mise en œuvre sous le précédent gouvernement avait constitué une belle victoire.
Ensuite, ce dispositif permet toujours aux entreprises d'appliquer le régime des revenus définitivement taxés (RDT) aux plus-values. Cette niche fiscale pour les plus aisés et les multinationales nous coûte 4 milliards d'euros chaque année. Puis, il y a le concept de bénéfices liés à la substance, qui permet aux entreprises exerçant des activités économiques réelles dans un pays à faible taux d'imposition de continuer à payer moins de 15 % dans ce pays. Or, à cause des dispositions fiscales diverses que cette commission vient d'approuver, l'impôt minimum de 15 % est désormais encore plus affaibli. Jusqu'à présent, l'administration bénéficiait d'un délai de dix ans pour contrôler et/ou modifier une déclaration complexe. De quoi s'agit-il? C'est soit une déclaration à l'impôt des personnes physiques qui doit faire état d'une construction juridique dans un autre État ou de la présence d'un dispositif hybride soit des bénéfices non distribués provenant d'un montage non authentique, créé principalement pour obtenir des avantages fiscaux.
Quel est le rapport avec ce projet de loi? Comme mon collègue l'a dit, dans l'article 12 de ce texte, vous modifiez l'article 48 de la loi initiale afin de réduire "les délais d'investigation et d'imposition qui étaient initialement de dix ans et sont maintenant ramenés à six ans". Que dit l'article 48 de la loi initiale sur l'impôt minimum? "Les déclarations visées aux sections 2 et 3 de ce titre sont assimilées à une déclaration complexe visée à l'article 354." Voilà donc tous les effets de votre décision de dérouler le tapis rouge aux fraudeurs.
La taxation des multinationales avait déjà été fortement affaiblie et d'énormes niches fiscales telles que les RDT ont été préservées. En somme, vous allez rendre à présent la vie plus compliquée à notre administration fiscale pour appliquer ce dispositif très complexe.
14.03 Niels Tas (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, voor Vooruit gaat het voorliggende wetsontwerp over iets heel fundamenteels, namelijk over rechtvaardigheid en solidariteit, over wie in onze samenleving bijdraagt en vooral over wie vandaag nog te vaak ontsnapt aan zijn eerlijke bijdrage.
Sinds 1 januari 2024 – collega Daerden heeft er al naar verwezen – is de minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen ook officieel van kracht. De belasting geldt voor ondernemingsgroepen met een geconsolideerde jaaromzet van minstens 750 miljoen euro. Het doel is helder en rechtvaardig: ervoor zorgen dat die bedrijven minimaal 15 % belastingen betalen. Overigens hebben de Verenigde Staten zich onder de regering van Donald Trump inmiddels teruggetrokken uit deze Pillar 2-regeling en dreigen ze zelfs met vergeldingsmaatregelen tegen landen die bijheffingen invoeren. We weten nochtans dat bepaalde collega’s in dit Huis vaak hoog oplopen met dat soort figuren.
Met Vooruit steunen we die maatregel uiteraard. Dat hebben we onder Vivaldi gedaan en we doen dat vandaag opnieuw, omdat wij duidelijk ervan overtuigd zijn dat wie grote winsten maakt, ook zijn eerlijke bijdrage moet leveren. De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Elk zijn deel is niet te veel.
Het wetsontwerp dat vandaag voorligt, wijzigt de wet van 19 december 2023, maar eerlijk gezegd gaat het voornamelijk om technische aanpassingen. Ze wijzigen niets aan het tarief, niets aan de doelstelling en niets aan de kern van de minimumbelasting. Ze maken de wet duidelijker, werkbaarder en dus ook – wat belangrijk is – juridisch sluitender, volledig in lijn met de Europese richtlijn en de internationale afspraken in het kader van pijler 2 van de OESO. We zullen die maatregel dan ook volop steunen. Ik dank u.
14.04 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Collega’s, wat hier voorligt, is de verbetering van een zeer goede wet uit de vorige legislatuur. Het betreft een tekst die ertoe bijdraagt de fiscale concurrentie tussen landen te verminderen door internationaal een minimumbelasting voor multinationals in te voeren. Die wet is het resultaat van internationale samenwerking binnen de OESO. De tweede pijler daarvan, de Pillar 2, zorgt er internationaal voor dat multinationals geen uitwijkmogelijkheden meer hebben om hun bijdrage aan de samenleving te ontlopen. Het feit dat men internationaal tot een dergelijke overeenkomst is kunnen komen, is bijzonder belangrijk. Ik wil dan ook uitdrukkelijk mijn steun voor Pillar 2 bevestigen.
Ik was bijzonder verbaasd en teleurgesteld toen collega’s van de MR en Open Vld in de commissie plots die steun voor die internationale afspraak in twijfel trokken. Zij willen dat hele systeem verlaten. Dat gaat mijn petje te boven. Mijnheer de minister, u hebt daarop geantwoord dat u de kwestie op de agenda van de Ecofin-vergadering wilt plaatsen, aangezien dat op Europees niveau moet worden besproken, meer bepaald in overleg tussen de Europese ministers van Financiën.
Mijnheer de minister, ik wil wel graag weten wat u daar precies zult zeggen en in wiens naam u dat punt zult agenderen. Ik heb immers begrepen dat de collega’s van Vooruit en cd&v Pillar 2 geenszins in twijfel trekken en blijven steunen. Ik hoop dan ook dat u niet in naam van ons land in Europa zult pleiten voor een terugtrekking uit Pillar 2 en voor het afbouwen van een rechtvaardige regeling die multinationals ertoe verplicht hun deel bij te dragen.
Ik bevestig dan ook uitdrukkelijk mijn steun voor Pillar 2. Ik hoop dat de collega’s van Vooruit en cd&v dat eveneens zullen doen. Mijnheer de minister, ik verneem graag wat u over dat onderwerp zult meedelen en verdedigen op de Europese Ecofin-vergadering.
14.05 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la présidente, en soutien à ce que vient de dire mon collègue, je pense en effet que, dans le contexte actuel où on demande aux citoyens et aux associations de faire énormément d'efforts parce que la situation budgétaire serait difficile, des alternatives auraient pu être explorées, notamment le renforcement de la lutte contre la fraude fiscale, la limitation des niches fiscales et, plus globalement, une véritable réforme fiscale qui permettrait de remettre de la justice fiscale dans ce pays. Mais cet impôt sur les sociétés est en effet extrêmement important et il faut vraiment rappeler que c'est un acquis qu'il faut maintenir pour ne pas demander toujours les efforts aux mêmes.
Par ailleurs, dans le contexte international actuel, avec des tendances poussées par Trump et d'autres dirigeants peu scrupuleux, la Belgique doit maintenir le cap de faire contribuer également ceux qui en ont la possibilité et ne pas céder à la course fiscale aux moins-disants que certains voudraient nous voir jouer ici en Europe.
Il est donc essentiel que l'ensemble des pays européens restent à bord au service des peuples européens, des populations qui doivent en effet voir que d'autres qu'eux contribuent au budget de l'État et que ce ne sont pas toujours les mêmes qui y contribuent.
J'espère dès lors qu'on pourra continuer à maintenir cet impôt minimum sur les multinationales, comme c'est d'ailleurs une obligation aujourd'hui. J'espère que cela le restera et que certains se réfréneront dans leur envie de changer ces règles-là, qui n'iraient pas du tout dans le sens de la justice fiscale.
14.06 Alexia Bertrand (Open Vld): Mijnheer Tas heeft gelijk, vandaag bespreken wij een zogenaamde reparatiewet. Die wet heeft niets te maken met een tariefwijziging en verandert niets aan de kern van het verhaal. Het betreft een tekst van technische aard, bedoeld om de wet van 2023 leesbaarder te maken. Niemand kan bezwaar hebben tegen meer rechtszekerheid, wij bij de Open Vld zeker niet. Wij vragen daar altijd om.
Mijnheer de minister, collega's, niettemin kunnen wij de olifant in de kamer niet negeren. Dat is onmogelijk aangezien het niet gaat over enkele technische details maar over de fundering van het hele gebouw die aan het kraken is. Dat is bijzonder jammer. Mijnheer Vanbesien, mevrouw Schlitz, ik betreur dat. Wij hebben de wet gesteund en staan nog steeds achter het principe van de minimumbelasting en van Pillar 2. Dat is een goede zaak, maar wel een zaak van iedereen of niemand. Het is dat soort verhaal. Het is wat in de speltheorie een ‘prisoner’s dilemma’ wordt genoemd, een gevangenendilemma. Iedereen zou moeten samenwerken maar het probleem is dat alle landen een belang hebben om af te wijken en niet samen te werken. Uiteindelijk staat iedereen er slechter voor.
Dat is het probleem en dat is bijzonder jammer. Het mondt uit in een race to the bottom en dat is helaas de realiteit van vandaag. Toen wij die belasting invoerden, Pillar 2, in het kader van OESO-samenwerking, was dat op zich heel goed bedacht. Het was complex maar heel goed bedacht. Alle landen deden mee aan een minimumbelasting van 15 % voor multinationals, wat toch redelijk lijkt als minimum. Als ze in ons land of in eender welk ander land ondernemen, zouden ze minimaal 15 % betalen.
Collega's, wat is echter de realiteit in 2025? Wat is de realiteit van vandaag? De wereld is veranderd. Dat is het probleem. Wat zien wij? De Verenigde Staten doen niet langer mee aan de afspraken. Meer nog, ze dwingen uitzonderingsmaatregelen af om hun eigen multinationals te beschermen. China, India en Brazilië haken af of passen de regels niet toe.
Dit wordt opnieuw het verhaal van de beste leerling van de klas. België wil die rol opnemen. Zelfs binnen Europa zien wij immers dat zes landen uitzonderingsmaatregelen kregen en dat de meeste landen uitstel verleenden. Wij moesten wachten tot midden november 2025 om te vernemen dat bedrijven meer tijd kregen om hun formulier in te vullen. Gelukkig heeft de FOD Financiën dat midden november 2025 aangekondigd want de indiening moest oorspronkelijk tegen eind november 2025 gebeuren. De eerste datum was 30 november. Het formulier stond nog niet eens op de website van de FOD Financiën, maar ondertussen moesten wij alle boxen aanvinken om de beste leerling van de klas te zijn. We leggen onze eigen economie een loodzware rugzak op, terwijl onze grootste concurrenten vrijuit gaan.
U hebt in de commissie eerlijk toegegeven, mijnheer de minister, dat Europese bedrijven hierdoor momenteel een concurrentienadeel ondervinden. Dat is inderdaad het geval in een wereld waar de VS en de BRICS niet meer willen meedoen. Dat is een gigantisch probleem.
Mijnheer de minister, als u dat erkent, waarom denderen wij dan blindelings door? U zult antwoorden dat dat op Europees niveau plaatsvindt en dat wij daarover op Europees niveau moeten onderhandelen, maar ik stel verschillen vast, zelfs tussen de Europese lidstaten. Sommige zijn veel soepeler en wij zijn overal aan gold-plating aan het doen. Wij voeren alle mogelijke onderbelastingen in. Het is een heel complexe zaak, waarbij men kan kiezen tussen een aantal van de verschillende onderdelen van die belasting, maar wij voeren alles in. Dat hebben wij beslist in 2021, en ik steunde dat. Ik sta nog altijd achter de principes van die belasting.
Het probleem is echter opnieuw dat de wereld veranderd is. U hebt die reden wel aangehaald voor een aantal andere zaken. Voor defensie, bijvoorbeeld, heeft deze regering ons meermaals uitgelegd dat de wereld veranderd is, dat de uitgaven voor defensie naar 2 % van het bbp en zelfs meer moesten stijgen. Wij steunen en begrijpen dat. De wereld is niet meer dezelfde als in 2000 of in 2024. Er is echter iets dat ik niet begrijp, mijnheer de minister. Wij hadden inkomsten van 750 miljoen euro ingeschreven in de begroting op basis van de berekeningen van de FOD Financiën. Dat hield stand toen, want iedereen zou meedoen aan dat verhaal. Vandaag gaat het nog om ongeveer 680 miljoen euro in de begroting. Kunt u dat bevestigen? Zelfs dat bedrag is echter totaal onrealistisch.
De andere landen haken immers af. Onze bedrijven zullen dus alle lasten dragen – de administratieve chaos, de compliancekosten – maar geen van de beloofde baten krijgen. Het doel van fiscale rechtvaardigheid, dat belangrijk is voor mevrouw Schlitz en de heer Vanbesien, zal niet worden bereikt. Ook de vooropgestelde inkomsten voor onze begroting zullen niet worden gehaald, want die opbrengsten zijn onzeker en zullen miniem zijn. Dit jaar werd immers amper 35 miljoen euro aan voorschotten geïnd, maar de factuur voor onze bedrijven is wel zeker.
Mijnheer de minister, dit is een heel pijnlijke situatie wat betreft de minimumbelasting. U hebt mij in de commissie beloofd dat u uw collega's in Europa zou proberen te overtuigen om daar soepeler mee om te gaan en om dat anders te bekijken, om dat niet in te voeren zolang de andere landen dat niet doen. Wij zullen ons gewoon in de voet schieten met zoiets.
Ik heb u in de commissie al gezegd dat wij niet tegen dit wetsontwerp zullen stemmen, omdat het technische verbeteringen bevat die nodig zijn voor de rechtszekerheid van de bedrijven die nu eenmaal in dit systeem gevangen zitten. Zij zijn de slachtoffers van dit systeem. We kunnen dit beleid echter niet steunen zolang er geen sprake is van een echte, wereldwijde wederkerigheid.
Voorzitter:
Sophie De Wit, oudste lid in jaren.
Président:
Sophie De Wit, doyenne d’âge.
Het zou naïef zijn om dit zomaar toe te passen. Het gaat er niet over of wij dit principe goed vinden. Natuurlijk vinden wij dat goed, maar het is wat we soms zien in Europa. Als beste leerling van de klas passen wij als enige een systeem toe dat de anderen niet zullen toepassen. Dat is het prisoner's dilemma. Als een van de gevangenen afhaakt, zit u echt in de penarie en dat is de situatie waarin we ons vandaag bevinden, mijnheer de minister.
Wij weigeren medeplichtig te zijn aan een strategie die onze eigen concurrentiekracht ondermijnt en daarom zal de Open Vld-fractie zich onthouden bij de stemming.
14.07 Jan Jambon, ministre: Madame la présidente, chers collègues, monsieur Daerden… M. Daerden n’est plus là. Je voulais lui répondre, mais je pense que nous avons déjà abordé ce point en commission.
Monsieur Bilmez, vous avez un peu le même
argument quand vous dites: "Vous déroulez le tapis rouge aux
fraudeurs". Je fais référence aux discussions que nous avons eues en
commission sur le PCC. Je n’avais pas l’impression que celui qui a dominé ce
débat trouvait que nous avions déroulé le tapis rouge aux fraudeurs. Il y a un peu d’hésitation
là-dessus.
Belangrijker is het punt dat de heer Vanbesien en mevrouw Bertrand naar voren brengen. Het staat nog niet op de agenda van de Raad Ecofin. Die agenda is redelijk druk op dit moment. Wel is duidelijk dat een aantal landen die discussie wil aangaan.
Ik zal binnen de regering – ik heb mijn eigen gedachten daarover, de gedachten van Jan Jambon – eerst een standpunt namens de Belgische federale regering bediscussiëren, en dan zal ik dat ik naar de Ecofin-Raad brengen. Daarbij ligt de competitiviteit van onze ondernemingen mij bijzonder na aan het hart. De initiële opzet van Pillar 2, was inderdaad goed. Zoals mevrouw Bertrand zei: solidair over alle landen en continenten heen. De feiten zijn vandaag een beetje anders. Binnen de regering moeten we de discussie ter zake echter nog voeren ter voorbereiding van de Ecofin-Raad. Ik ben ervan overtuigd dat het ook nog in de commissie voor Financiën bediscussieerd zal worden.
Ik meen dat twee elementen afgewogen dienen te worden: enerzijds iedereen een billijke bijdrage laten leveren, maar anderzijds ook niet naïef in de wereld staan. We moeten zorgen dat onze eigen bedrijven geen concurrentieel nadeel krijgen ten opzichte van de rest van de wereld. Zeker de industriële bedrijven hebben het vandaag al moeilijk genoeg. De positie van de regering moet ter zake echter nog bepaald worden.
De voorzitster: Wie van de leden wenst nog te repliceren?
14.08 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik begrijp dat dit een belangrijke discussie is, die veel afwegingen vergt. Natuurlijk mogen we ook niet te snel weglopen omdat er één grote bully op de speelplaats rondloopt die zegt dat hij niet meer meespeelt en die op die manier de agenda voor alle anderen bepaalt. Dat moeten we in het achterhoofd houden.
Het is normaal dat u het standpunt van ons land zult overleggen met uw coalitiepartners. Minister Van Peteghem had de vorige legislatuur de gewoonte om na elke Ecofin-vergadering een korte debriefing te geven in de commissie, waar hij toelichtte wat er werd besproken en welke standpunten ons land had ingenomen. Dat lijkt mij een goede gewoonte. Het hoeft misschien niet elke keer, maar wanneer dergelijke onderwerpen besproken worden, is het goed dat er een terugkoppeling volgt in de commissie, zodat wij op de hoogte blijven van wat u daar in onze naam zegt.
14.09 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u hebt niet echt geantwoord op onze opmerkingen. De heer Daerden en ik hebben erop gewezen dat we moeten blijven strijden tegen fiscale fraude. Het debat in de commissie over het CAP toont dat aan, ook al werd het gedomineerd door de heer Van Quickenborne.
Als ik mij moet baseren op de uiteenzettingen van de heer Van Quickenborne om een analyse te maken, dan komen we niet ver. Hij heeft overigens ook uitgebreid gesproken over de Twizy-taks, maar dat is zijn strijd. De laatste twee maanden heb ik wel wat opgemerkt in verband met Open Vld. Eerst heeft Open Vld strijd gevoerd tegen het CAP, tegen de bestrijding van fiscale fraude, wat Open Vld niet wil. Vandaag filibustert Open Vld opnieuw, ditmaal over de bankentaks. Vandaag blijkt Open Vld ook tegenstander te zijn van de minimumbelasting voor multinationals. Ik weet waarvoor Open Vld staat, duidelijker kan het niet worden.
Mijnheer de minister, het blijft wel een feit dat u de onderzoekstermijnen verlaagt, wat het voor de fiscus moeilijker maakt om achter die belastingen aan te gaan. Op dat punt hebt u niet geantwoord. U doet een paar goede dingen met het CAP en dat steunen wij, zoals ik in de commissie en in de plenaire vergadering heb toegelicht, maar daar staat tegenover dat u het werk van de fiscus moeilijker maakt. Ik ben niet de enige die dat zegt, ik heb ook professoren geciteerd. Dat kunt u niet ontkennen. Daarom zullen wij tegen dit wetsontwerp stemmen. Die wetgeving maakt het voor de fiscus moeilijker om aan die minimumbelasting van 15 % te komen.
Mevrouw Bertrand heeft trouwens opgemerkt dat 15 % echt een absoluut minimum is. Het gaat over de grootste bedrijven ter wereld, over multinationals. Het gaat niet over kmo’s, nietwaar mevrouw Bertrand? Het gaat over bedrijven die zich dat kunnen permitteren en die legers aan fiscalisten en boekhouders kunnen betalen om de beste manieren te vinden om geen belastingen te hoeven betalen. Of dat legaal of illegaal is, daar spreek ik mij niet over uit. In die zin zijn we echter tegen dit wetsontwerp.
14.10 Alexia Bertrand (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, sta me toe dat ik misschien eerst een antwoord geef aan de heer Bilmez, met wie ik vandaag al uitgebreid heb gedebatteerd in de Commissie voor Financiën.
Mijnheer Bilmez, u kunt mij toch niet verwijten dat ik als liberaal tegenstander ben van extra taksen in een van de meest belaste landen ter wereld? Wij zijn als liberalen niet voor extra taksen. Ik denk dat er al voldoende taksen zijn en dat we eerder moeten bekijken hoe die kunnen worden verlaagd.
Ik ben er bovendien trots op dat we opkomen voor de privacy. Wij doen dat ook daadwerkelijk. Ik weet niet wie in dit halfrond nog strijdt voor privacy, maar wij doen dat wel. Het idee dat alle Belgen fraudeurs zouden zijn en dat de overheid dan maar mag meekijken in hun bankrekeningen, waarbij de bewijslast wordt omgekeerd, is niet onze visie op de wereld.
Mijnheer Bilmez, inzake de minimumbelasting zegt u dat 15 % een minimum is en voor zeer grote bedrijven niet veel voorstelt. Op zich heb ik daar geen probleem mee. Ik geef u daarin gelijk. Ik heb dat ook gezegd, absoluut.
Wat u echter niet begrijpt, en dat is het probleem en tegelijk de basis van hoe de wereld werkt, met globalisering en een mondiale economie, is dat die bedrijven hun zetel dan eenvoudigweg verplaatsen. Als ze hun zetel verplaatsen, zijn we alle inkomsten kwijt. Dan verliezen we alles, ook de inkomsten van de kmo’s, mijnheer Bilmez, want eigenlijk is dat één groot netwerk. De kmo’s zijn afhankelijk van die multinationals en die multinationals hebben onze kmo’s nodig. U mag dat dus niet los van elkaar bekijken.
Daarin schuilt het probleem. Wat nu voorligt, dreigt een lose-losescenario te worden. Als we dat zomaar invoeren, zijn de multinationals morgen weg. Vervolgens zult u de eerste zijn om te betogen, te klagen en te staken omdat er opnieuw jobverlies is, omdat we nog meer banen verliezen in ons land. Het probleem is dat u door uw beslissingen telkens opnieuw het pad effent voor die jobverliezen en vervolgens verbaasd bent wanneer die zich ook effectief voordoen.
Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik denk dat ik uw mening ken en dat onze standpunten niet ver uit elkaar liggen.
Ik durf echter twee zaken te voorspellen. Dat doe ik niet vaak, want ik heb geen glazen bol, net zomin als iemand anders. Ik vrees echter dat ik deze keer wel gelijk zou kunnen hebben.
Ten eerste voorspel ik dat u binnen de Ecofin-Raad geen Belgisch standpunt zult kunnen verdedigen. Dat zou ik bijzonder jammer vinden. U zult dat niet kunnen doen, want u zult moeten zwijgen, mijnheer de minister. De reden daarvoor is dat er binnen uw coalitie geen akkoord zal zijn. Dat zou weliswaar rampzalig zijn, maar ik vrees dus dat u geen standpunt zult kunnen innemen.
Ten tweede voorspel ik dat u de inkomsten niet zult halen. Op die vraag hebt u trouwens niet geantwoord. Het gaat om die 670 miljoen euro – ik zou dat nog moeten verifiëren, want oorspronkelijk was het 750 miljoen euro en ik meen dat het nog 680 miljoen euro is –, maar die inkomsten zullen niet worden gehaald. Dat is problematisch, omdat u net een begrotingsakkoord hebt gesloten, maar u die opbrengsten niet hebt aangepast. In feite had u een technische correctie moeten doorvoeren, want u weet evengoed als ik dat die bedragen nooit gehaald zullen worden. Dat zullen we binnen een jaar of binnen twee jaar vaststellen. Dat zal een extra budgettair probleem creëren, omdat u de realiteit niet onder ogen wilt zien. Dat is mijn voorspelling.
14.11 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mevrouw Bertrand, om af te ronden, wil ik kort de chronologie in herinnering brengen. Uw redenering luidt dat we de rijken en de multinationals minder moeten belasten om jobs te creëren. Dat is het neoliberalisme en die aanpak passen we al veertig jaar toe.
Waarom is de voorliggende wet, de minimumbelasting voor multinationals, tot stand gekomen? Dat is precies omdat wat u beschrijft al gebeurde. We hebben de LuxLeaks gehad en de Panama Papers gehad. Dat gebeurde al. De multinationals die u beschermde, deden dat al. Landen zijn samengekomen om dat aan te pakken. Dat is precies wat de minimumbelasting die we vandaag bespreken, beoogt. U stelt dat, als die belasting wordt ingevoerd, de bedrijven dat opnieuw zullen doen, maar dat klopt niet, want de maatregel is net bedoeld om dat aan te pakken.
Uw doel is duidelijk: u wilt multinationals beschermen en hun belastingen verlagen. De argumenten die u daarvoor geeft, zijn onwaar. Ze blijven niet wanneer men de belastingen verlaagt, omdat ze al vertrokken zijn naar Luxemburg, naar Panama of naar landen zoals Ierland, waar ze minder vennootschapsbelasting betalen. Net daarom hebben we als antwoord deze wet ingevoerd.
14.12 Alexia Bertrand (Open Vld): Mijnheer Bilmez, ik weet niet of u het niet begrijpt of het niet wilt begrijpen, maar ik heb nooit gesteld dat multinationals minder zouden moeten worden belast. Theoretisch gezien zijn ze vandaag zelfs meer belast dan 15 %, wat de minister kan bevestigen. Het probleem van deze belasting is echter niet dat multinationals meer of minder zullen worden belast. Ik heb geen enkel probleem met 15 %. Het probleem met de belasting, Pillar 2, in de huidige wereld is dat niet iedereen zal meespelen. Dat creëert een concurrentieprobleem. Er is geen level playing field. Ondernemingen zullen dus verhuizen naar andere landen waar ze minder worden belast.
Wat is daarvan het gevolg? Er zullen minder middelen voor de schatkist zijn, minder inkomsten voor de minister van Financiën, minder jobs, minder innovatie en een lager bruto binnenlands product. Dat is het gevolg daarvan.
U mag mij geen woorden in de mond leggen die ik niet heb uitgesproken. Wij hebben die minimumbelasting trouwens ingevoerd in 2021, maar de wereld is ondertussen veranderd.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1070/4)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1070/4)
Het wetsontwerp telt 29 artikelen.
Le projet de loi
compte 29 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 29 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 29 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Voorstel ingediend door:
Proposition
déposée par:
Eva Demesmaeker, Florence Reuter, Isabelle Hansez, Anja Vanrobaeys, Nahima Lanjri.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Ellen Samyn,
verwijst naar het schriftelijk verslag.
15.01 Isabelle Hansez (Les Engagés): Chers collègues, le texte qui nous est soumis aujourd'hui n'introduit pas une nouvelle réforme des pensions, il vise à corriger une difficulté très concrète apparue lors de la mise en œuvre de la loi-programme adoptée lors de l'été 2025.
Cette loi a instauré une limitation temporaire de l'indexation pour les pensions les plus élevées sur la base d'un mécanisme de priorisation entre différents régimes de pension. Sur le papier, l'intention était claire. Dans la pratique, en revanche, ce dispositif s'est révélé particulièrement complexe dès lors qu'un pensionné cumule plusieurs pensions. Les services compétents nous l'ont confirmé: appliquer un ordre de priorité entre prestations relevant de différents organismes est techniquement lourd, source de retard, de risque d'erreur et surtout d'incompréhension pour les pensionnés concernés.
La proposition de loi apporte donc une réponse simple et opérationnelle à cette difficulté. Elle remplace la logique hiérarchisée par une clé de répartition proportionnelle. Chaque pension bénéficie de la même part d'indexation limitée via un coefficient unique, clair et uniforme. Cette solution présente plusieurs avantages. En effet, elle est plus facile à appliquer pour les administrations, plus lisible pour les bénéficiaires et surtout plus équitable. Aucun pensionné n'est traité différemment en fonction de l'origine de sa pension.
J'insiste sur un point fondamental: cette adaptation est strictement neutre sur le plan financier. Le montant total perçu par le pensionné reste de fait inchangé. Il s'agit donc d'un ajustement technique nécessaire pour sécuriser juridiquement et administrativement une mesure déjà adoptée – rien de plus, rien de moins. Depuis le début, notre ligne est constante: protéger les pensions modestes, gérer les finances publiques avec responsabilité et garantir des règles compréhensibles et justes. Ce texte s'inscrit pleinement dans cet équilibre. Il ne durcit pas le dispositif existant, il le rend applicable. Enfin, il sera essentiel d'accompagner cette modification d'une communication claire à destination des pensionnés. Il ne s'agit pas d'une limitation, mais bien d'une amélioration du mécanisme voté en juillet dernier, sans conséquences directes pour les citoyens.
Je vous
remercie.
De voorzitster: Mevrouw Schlitz was ook ingeschreven in de algemene bespreking, maar ik zie haar niet.
Mevrouw Bertrand?
15.02 Alexia Bertrand (Open Vld): Ik denk niet dat ik ingeschreven ben, maar ik heb toch één kleine technische vraag voor de minister. Ik was niet aanwezig in de commissie omdat ik in de commissie voor Financiën en Begroting zat op dat moment.
Ik zou willen weten of dit systeem ook voor de centenindex zal gelden. Ik weet dat dit niet voor de centenindex werd opgesteld, maar voor de beperking van de indexering van de hoge pensioenen van de ambtenaren, die deze zomer werd goedgekeurd. Ik zou denken dat u hetzelfde systeem van prioriteit nodig hebt voor de toepassing van de centenindex.
Inderdaad, dit is geen vraag voor de minister, want het is een wetvoorstel. Ik stel mijn vraag aan de auteurs van dit wetvoorstel.
15.03 Isabelle Hansez (Les Engagés): Les modifications ici d'application, l'utilisation d'une autre clé ont permis de répondre à des questions très pratiques. Il faut cependant être attentif, pour d'autres propositions et d'autres mécanismes de calcul de l'indexation, à bien faire la simulation entre les différentes clés utilisées. En l'occurrence, on a vérifié que les deux clés menaient à un exercice neutre en termes de calcul par pensionné. Donc, si on veut l'appliquer à d'autres types de calculs, il faut s'assurer que c'est pertinent.
15.04 Alexia Bertrand (Open Vld): Il est regrettable que vous n’ayez pas réalisé cet exercice maintenant, alors que chacun savait que le centenindex arrivait. Vous proposez une modification adoptée dans l’urgence et qui s’applique à la limitation des hautes pensions des fonctionnaires pour le mois de juillet. Il s’agit sans doute du même mécanisme, et j’aurais intuitivement tendance à penser que votre proposition de loi s’appliquera telle quelle à la limitation de l’indexation qui concernera les pensions. J’espère que c’est bien le cas et que vous ne devrez pas revenir avec une loi particulière ou une nouvelle proposition de loi pour couvrir cet aspect. Il aurait été intéressant de faire d’une pierre deux coups.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1198/3)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1198/3)
Het wetsvoorstel telt 4 artikelen.
La proposition de
loi compte 4 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 4 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 4 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
Collega’s, wat de agenda betreft, mevrouw Verlinden zal hier pas omstreeks 21.45 uur kunnen zijn. Hetzelfde geldt voor minister Quintin. De heer Beenders is gelukkig wel aanwezig.
Discussion
générale
De algemene bespreking is geopend.
La
discussion générale est ouverte.
De rapporteur, mevrouw Anja Vanrobaeys, verwijst
naar het schriftelijk verslag.
16.01 Isabelle Hansez (Les Engagés): Chers collègues, le texte que nous examinons aujourd'hui est enfin arrivé en séance plénière. Je tiens à le souligner d'emblée: après avoir été inutilement bloqué en commission par une partie de l'opposition, il peut enfin être débattu là où il prend tout son sens politique, au cœur de notre débat contre la fraude sociale.
Pour Les Engagés, ce projet de loi s'inscrit dans une ligne que nous assumons pleinement, celle d’un État à la fois protecteur pour les travailleurs honnêtes, et ferme à l'égard de ceux qui trichent avec les règles. La fraude sociale, qu'elle soit organisée par des entreprises ou le fait de comportements individuels abusifs, affaiblit notre modèle social, et sape la confiance des citoyens dans les institutions.
Ce texte apporte une réponse claire, équilibrée et responsable. Il ne crée pas de nouvelles infractions, mais renforce l'effectivité des sanctions existantes. En adaptant les décimes additionnels, il garantit que les amendes conservent leur valeur réelle dans le temps. C'est une mesure simple, lisible et indispensable si l'on veut que la sanction reste dissuasive. Mais l'apport majeur du projet réside dans le traitement des infractions les plus graves. En renforçant les peines lorsque des facteurs aggravants sont présents – notion introduite récemment dans le Code pénal social –, le législateur envoie un signal sans ambiguïté: les fraudes délibérées, organisées ou les entraves graves au travail des services d'inspection ne seront plus traitées comme des infractions ordinaires. L'instauration d'un plancher à 50 % du maximum légal renforce la cohérence de l'ensemble du dispositif. Elle garantit une réponse pénale à la hauteur de la gravité des faits, tout en respectant le principe de proportionnalité. À cet égard, le texte tient compte de manière rigoureuse des observations du Conseil d'État, en évitant toute forme de double aggravation.
Ce projet reflète également la cohérence de l'action gouvernementale et de l'accord de majorité: conjuguer responsabilité budgétaire et justice sociale. Contrairement à ce que certains laissent entendre, lutter contre la fraude sociale n'est pas une politique antisociale; c'est au contraire une condition indispensable pour préserver notre système de protection sociale et pour garantir l'équité entre tous.
Frapper les fraudeurs, c'est protéger les
travailleurs, c'est protéger les cotisants, c'est protéger celles et ceux qui
respectent les règles et financent, par leur travail, la solidarité collective.
C'est pourquoi Les Engagés soutiennent ce texte sans ambiguïté et le voteront
avec conviction. Nous encourageons le gouvernement à poursuivre résolument dans
cette voie: plus de cohérence, plus de rigueur et une lutte renforcée contre la
fraude sociale. Pour
Les Engagés, c'est une priorité constante et assumée.
16.02 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Collega's, ik wil toch eerst opmerken dat het vandaag een bijzonder chaotische vergadering is. Daardoor neem ik zelf het woord in plaats van mijn collega, de heer Tonniau, aangezien wij van mening waren dat het voorliggende ontwerp pas morgen zou worden besproken. Ik ben eveneens allesbehalve tevreden dat mevrouw Verlinden als gast in De Afspraak zit. Dat wordt mij hier medegedeeld. Daardoor is zij nu niet beschikbaar voor het Parlement, hoewel haar tekst op de agenda stond. Dat is beneden alle fatsoen. Nog een andere minister kon niet aanwezig zijn. Een minister, voor wie ik weinig politieke sympathie heb, de heer Francken, heeft wel duidelijk aangegeven dat hij vandaag niet aanwezig kon zijn. Bovendien is ook de heer Clarinval verontschuldigd. Het geheel wekt de indruk van een duivenkot.
Dat gezegd zijnde, mijnheer de minister, wil ik het hebben over de manier waarop dit wetsontwerp werd behandeld, naar aanleiding van de uitspraak van mevrouw Hansez dat het onnodig werd geblokkeerd. Wij meenden bij de aankondiging ervan dat we zo'n wetsontwerp zouden kunnen steunen, omdat we ervan uitgingen dat het een strengere aanpak van sociale fraude zou beogen. Dat is ook uw rol als minister van Sociale Fraudebestrijding. In werkelijkheid vormt dat echter slechts een klein onderdeel van het wetsontwerp. In één pennentrek en zonder evaluaties worden alle geldboetes die door de rechtbanken en hoven worden opgelegd, met ongeveer 25 % verhoogd. Dat gebeurt door de opdeciemen te verhogen van 70 naar 90. Concreet betekent het dat alle uitgesproken geldboetes worden vermenigvuldigd met tien in plaats van met acht, zoals vandaag het geval is.
Ik geef een voorbeeld. Wanneer de rechtbank iemand een boete van 200 euro oplegt, betaalt hij of zij vandaag acht keer 200 euro, wat neerkomt op 1.600 euro. Met uw voorstel wordt dat tien keer 200 euro, oftewel 2.000 euro. De boete wordt dus plots verhoogd met 400 euro, wat neerkomt op een stijging met 25 %.
Daarom hadden wij een advies gevraagd van de commissie voor Justitie maar dat werd geweigerd. Vervolgens hebben wij een tweede lezing gevraagd om grondig te kunnen nagaan of onze vaststellingen correct waren. Dat bleek inderdaad het geval te zijn.
Het is voor ons dan ook vreemd dat u als socialistische minister met dat voorstel komt. Het voorstel dreigt immers de ongelijkheid in onze maatschappij te vergroten in plaats van te verkleinen. Door boetes te verhogen, worden mensen onderaan de sociale ladder zwaarder getroffen dan degenen die zich op de hoogste sporten bevinden. Er wordt immers geen rekening gehouden met de economische draagkracht van de persoon die de boete krijgt.
Armoedeorganisaties staan dan ook kritisch tegenover de verhoging zonder meer van alle boetes. Verschillende Europese landen zoals Finland, Duitsland, Zwitserland en Zweden, hebben gekozen voor een rechtvaardiger model, namelijk het systeem van de dagboetes, waarbij de ernst van de overtreding het aantal dagen bepaalt en de financiële draagkracht het bedrag per dag. Dat laat toe dat iemand met een heel hoog inkomen voor bijvoorbeeld het negeren van een rood licht een hogere boete zou krijgen dan iemand met een lager inkomen. Dat model maakt dus een gelijke straf voor iedereen mogelijk, rijk of arm. Wij vinden het jammer dat u dat niet verdedigt als systeem.
Wat is het doel van een strafrechtelijke sanctie? Normaal gezien is dat afschrikking en niet het maximaliseren van de overheidsinkomsten. Een hervorming van de aanvullende opdeciemen wordt hier eigenlijk misbruikt als een begrotingstruc. Minister van Justitie Verlinden is daar eerlijker over. Zij zegt op haar website duidelijk dat door de efficiëntiewinsten en de verhoging van de opdeciemen op penale boetes en onmiddellijke inningen 50 miljoen euro per jaar kan worden geherinvesteerd in Justitie. In een interview in Le Vif van 12 november ziet Damien Vandermeersch, hoogleraar strafrecht aan de UCL en advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie, in de verhoging ook een verborgen strategie van de arizonaregering om de moeizame opstelling van een begroting te vergemakkelijken. Hij stelt dat de extra opdeciemen een instrument zijn geworden om meer in de staatskas te krijgen.
Verder wil de regering de boetetarieven voor onmiddellijke inningen verhogen met 10 %. Het verkeersinstituut Vias verklaarde daarover in de pers dat een verhoging van de verkeersboetes met 10 % de verkeersveiligheid niet zal verbeteren. Vias is van mening dat alleen de angst om gecontroleerd te worden, invloed heeft op het gedrag van automobilisten en zegt dat de dubbele verhoging dan ook bedoeld is om geld in de staatskas te brengen.
Ook Touring had veel kritiek. In een interview van 5 december stelde het dat de automobilist, de motorrijder en de professionele chauffeurs eens te meer worden geviseerd om de staatskas te stijven. Touring zegt ook te betwijfelen of de verhoging tot grotere verkeersveiligheid zal leiden.
Niet alleen de PVDA, ook de specialisten zijn niet overtuigd van het afschrikkende effect. Iedereen heeft door dat het een begrotingsmaatregel betreft, maar zelf geeft u dat voorlopig nog niet toe.
Wat hoofdstuk 3 betreft, meer bepaald het deel dat specifiek betrekking heeft op het Sociaal Strafwetboek, kunt u evenwel rekenen op de steun van de PVDA. Het gaat om een gerichte verhoging van de boetes voor ernstige overtredingen. Die verhoging is dan ook gerechtvaardigd voor personen die sociale inspecteurs verhinderen hun taak uit te voeren en die controles belemmeren door bijvoorbeeld geweld of bedreigingen te gebruiken tegen sociale inspecteurs. Dat gedrag is onaanvaardbaar en daarin steunen we u.
De vraag over de 377 inspecteurs die moeten worden aangeworven, blijft echter bestaan. Het is onduidelijk of daarover intussen meer duidelijkheid bestaat. Het Rekenhof heeft immers – zoals ook in de commissie door mijn collega werd aangehaald – gezegd dat er geen evaluatie werd gemaakt van de uitgaven voor die 300 aanwervingen, omdat niet kon worden uitgesloten dat die aanwervingen mogelijk ook zouden dienen ter vervanging van bestaande personeelsleden. Kunt u daarover inmiddels meer duidelijkheid geven?
16.03 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, collega’s, zoals hier al werd gezegd, verhoogt het voorliggende wetsontwerp de boetes voor zware sociale fraude met 25 %. Waarom doen we dat? Dat is simpel. Daarover moeten we niet rond de pot draaien. Sociale fraude is diefstal, diefstal van onze sociale zekerheid, diefstal van mensen die wel eerlijk bijdragen.
Ik hoor hier vaak zeggen dat het om een begrotingsmaatregel gaat, maar in een periode waarin van iedereen inspanningen worden gevraagd, is het onaanvaardbaar dat sommigen bewust frauderen. Wie dan stelt – zoals ik in de commissie heb gehoord van extreemrechtse liberalen en zoals u vandaag opnieuw doet, mevrouw Merckx – dat hogere boetes te ver zouden gaan, verdedigt niet de solidariteit. Men verdedigt dan ook niet de ondernemer die het spel eerlijk speelt, maar wel de fraudeurs en criminelen.
Laat mij daarover duidelijk zijn. Dit is geen begrotingsmaatregel. Dit wetsontwerp gaat over het beschermen van onze solidariteit. Het is bedoeld om ernstige en opzettelijke sociale fraude aan te pakken: zwartwerk, illegaal werk en systematisch misbruik. Het gaat niet over ondernemers die te goeder trouw een fout maken, zelfstandigen die in de drukte eens iets verkeerd invullen of burgers die zich per ongeluk vergissen. Daarover gaat het niet. Het gaat over ernstige sociale fraude.
Mevrouw Merckx, ik ben blij dat u vandaag al hebt vermeld dat een tussenkomst van de rechtbank nodig is. Uw collega in de commissie liet immers uitschijnen alsof, wanneer iemand 52 rijdt waar de maximumsnelheid 50 is, de boetes plots ook zouden verhogen. Dat betreft evenwel GAS-boetes, zijnde administratieve boetes. Hier gaat het om een tussenkomst van de rechtbank. Dan worden de boetes verhoogd. Dan gaat het echter al over zware overtredingen. Op dat moment rijst de vraag hoe dat bedrag wordt bepaald. Zoals de minister duidelijk heeft uitgelegd, is dat ook afgesproken met de minister van Justitie. Wie geen zware overtredingen begaat, hoeft ook niet voor de rechtbank te verschijnen.
Dan moet er mij toch nog iets van het hart, mevrouw Bertrand. Naar aanleiding van de tweede lezing hebt u echt een karikatuur gemaakt van de sociale inspectie. Het was een groteske karikatuur, alsof sociale inspecteurs ergens zouden binnenvallen met een grote bazooka en iedereen ondersteboven zouden schieten. Dat is een slag in het gezicht van inspecteurs die dagelijks correct werken en zeer vaak begeleidend, informatief en sensibiliserend optreden. Die inspecteurs zijn niet de cowboys, integendeel. Ze zijn de poortwachters van onze welvaartsstaat en van onze sociale zekerheid.
Ik wil er ook aan herinneren dat heel wat ondernemers expliciet vragen om extra controles en strengere boetes. Zij vragen om eindelijk die rotte appels eruit te halen, omdat degenen die vals spelen zwaarder moeten worden gestraft, zodat wie wel hard werkt en zijn deel doet, beter wordt beschermd.
Collega’s, Vooruit maakt hier een heldere keuze, namelijk solidariteit voor wie die nodig heeft en correct bijdraagt, maar ook strengere straffen voor wie steelt van onze sociale zekerheid en van onze solidariteit. Uiteraard, mijnheer de minister, zal onze Vooruitfractie dit wetsontwerp mee goedkeuren.
16.04 Alexia Bertrand (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, daar ik een aantal keren geciteerd ben, wil ik toch tussenkomen.
Eerst en vooral, mevrouw Vanrobaeys, u presenteert dit als een verhoging van de sociale inbreuken en zegt dat dit wetsontwerp zou gaan over sociale fraude en de strijd tegen sociale fraude. Dan moeten wij u toch nog eens goed aan de feiten herinneren. Dit gaat wel over alle strafrechtelijke geldboetes, inclusief verkeersboetes. Wel deze die door een rechtbank zijn opgelegd, daar hebt u gelijk in, mevrouw Vanrobaeys, maar het betekent een effectieve tariefverhoging van 25 % voor alle strafrechtelijke geldboetes, niet enkel die wegens sociale inbreuken.
Laat ik beginnen met een helder statement. Ik heb het al gezegd in de commissie, over de doelstelling van dit wetsontwerp bestaat geen discussie. Wie de boel bedriegt, moet worden aangepakt. Daar vindt u mijn fractie, mijn partij, aan uw zijde. De goede intentie van een wet heiligt echter niet eender welk middel. Ik wil twee elementen in dit wetsontwerp aanduiden die me zorgen baren inzake de richting waarin we onze justitie nu duwen.
Ten eerste, de verhoging van de opdeciemen. Ik heb het al gezegd, er is een lineaire verhoging van 25 %. U presenteert die eerder als een indexering of als een technische update, maar laten we eerlijk zijn, een boete is geen inkomstenbron die op peil moet blijven met de inflatie. Een boete is een straf. Het doel is ontrading, niet het spijzen van de staatskas. Mevrouw Merckx heeft dat aangehaald. Er is eigenlijk geen enkel bewijs dat een boete die plots 25 % duurder wordt, tot minder inbreuken of tot minder misdrijven leidt. Wat fraudeurs wel afschrikt, mevrouw Vanrobaeys, is de pakkans, niet de prijslijst. We kunnen dat betreuren, maar het is wel bewezen. Dit gaat ook in de richting van wat Vias en Touring zeggen, wat de verkeersboetes betreft.
Door de klemtoon zo sterk op de financiële opbrengst te leggen, creëert u de perceptie dat justitie een bijkomende inkomstenpost is. Dat betreur ik, want als we het strafrecht gebruiken om gaten in de begroting te dichten, zijn we op een hellend vlak beland.
Tot zover mijn eerste opmerking. Ik kan me inbeelden dat we over deze eerste opmerking andere visies hebben en dat respecteer ik, maar mijn tweede opmerking is nog belangrijker.
Die opmerking betreft het inperken van de rol van de rechter. Ik heb van een aantal magistraten gehoord wat hun bezorgdheden zijn over dit wetsontwerp. Het baart hen zorgen. Dit betreft een ingreep in de beslissingsmacht van de rechter. Ik meen dat wij dat aspect vandaag nog niet hebben besproken. Voor zware inbreuken voert u immers een verplichte minimumboete in van 50 % van het maximumbedrag. Vanaf nu bedraagt de minimumboete dus 50 % van het maximumbedrag. U verkleint dus de vork en beperkt u de beoordelingsvrijheid van de rechter. Ik pleit ervoor om de rechter effectief rechter te laten zijn. Wat u hier organiseert, is een blind automatisme. U dicteert vanuit de Wetstraat wat er in de rechtszaal moet gebeuren, nog voor het dossier is geopend.
Waarom moeten wij als wetgever de handen van de rechter binden? Mogelijk heb ik meer vertrouwen in de magistraten dan u. Ik vertrouw onze justitie en ons systeem. Waarom vertrouwt u er niet op dat een rechter, die het dossier kent en de mensen ziet, zelf kan oordelen welke straf gepast is?
Mevrouw Vanrobaeys, uw hield een sterk pleidooi voor de sociale inspecteurs. U hebt daarin gelijk. In heel veel gevallen zijn dat mensen die hun werk goed doen en goed willen doen. Er is zelfs vaak ruimte voor discussie. Zij bekijken de zaak ten gronde en stellen dan een dossier op.
Ik wil echter hetzelfde zeggen met betrekking tot de magistraten. Vertrouw de magistraten. Ook zij bekijken elk dossier individueel. Waarom moet u hier de vork verkleinen? Het is de essentie van een rechter om te wegen, om een onderscheid te maken tussen een geharde fraudeur die een systeem opzet en een ondernemer die onder zware druk een administratieve fout maakt die juridisch als opzet kan worden gekwalificeerd. Dat gebeurt in de werkelijkheid. Niet alle ondernemers zijn fraudeurs. Het kan gebeuren dat iemand een fout maakt die vervolgens wordt gekwalificeerd als willens en wetens, soms ten onrechte. In dat geval belandt men in een zeer hard systeem, waarin vanaf nu dat automatisme zal worden toegepast.
Door die vork te verkleinen en met minimumstraffen te werken, herleidt u de rechter in zekere mate tot een rekenmachine. U vervangt maatwerk door automatisme, zoals ik al heb gezegd. U ontneemt de magistraat de mogelijkheid om proportioneel te straffen. Dat is net de kracht van het huidige systeem. Het is precies de bedoeling dat de rechter kan oordelen en daartoe een vork krijgt aangereikt.
Collega’s, het ontwerp wordt verkocht als een technische harmonisering, maar zoals we vandaag ook in andere teksten hebben vastgesteld, schuilt daar altijd meer achter dan louter een technische ingreep. De impact op het terrein zal reëel zijn. Wij willen een justitie die sterk is en fraude bestraft, maar we passen voor een justitie die als begrotingspost fungeert en rechters berooft van hun beoordelingsvrijheid. Om die redenen zullen we ons onthouden bij de stemming over dit wetsontwerp.
16.05 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, nous avons déjà discuté longuement de votre projet de loi. J’ai insisté particulièrement sur un élément, à savoir l'angle mort en matière de lutte contre la fraude sociale. Soyons clairs, il faut combattre la fraude sociale. Ce sont des pratiques qui empêchent d'alimenter correctement les caisses de l'État, créant une injustice entre ceux qui respectent les règles et ceux qui ne les respectent pas. Il n'y a aucune ambiguïté à ce sujet pour nous. C'est important de la combattre, même si, toute proportion gardée, il faut quand même se souvenir que la lutte contre la fraude sociale rapporte beaucoup moins que la lutte contre la fraude fiscale. Il est important de déployer des moyens proportionnés aux enjeux qui se cachent derrière ces deux types de fraude.
Monsieur le ministre, cette politique de lutte contre la fraude sociale a un angle mort. Ce sont les personnes sans papiers qui travaillent dans des entreprises, dans le secteur de la construction, du nettoyage, de l'horeca, de l'agriculture, de l'aide à domicile. Bref, ce sont des invisibles qui font tourner la société et qui se retrouvent dans un certain nombre de cas à la merci d'employeurs peu scrupuleux. Ceux-là, monsieur le ministre, sont totalement absents de votre politique. Votre texte renforce les sanctions sans jamais renforcer la protection des travailleurs et des travailleuses qui sont derrière ces systèmes d'exploitation.
Vous durcissez la répression, mais vous laissez intacte la vulnérabilité de celles et ceux qui subissent des rapports de force totalement violents et pour lesquels aucune solution n'est apportée à ce jour. Pourtant, il y a des métiers en pénurie dans lesquels ces personnes travaillent. Ce sont des métiers dans lesquels on a besoin de cette main-d'œuvre. Même lorsque des fédérations du patronat comme le Voka ou de petits entrepreneurs se mobilisent pour demander qu’un employé soit régularisé, parce qu’il travaille bien et qu’il a perdu son titre de séjour, vous êtes aveuglé par une course après l'extrême droite qui vous empêche de voir la nécessité de régulariser ces personnes qui sont de bonne volonté et qui ne demandent qu'une seule chose, contribuer à la société.
L'autre pierre d'achoppement de ce texte, c'est l'augmentation généralisée des décimes additionnels pour l'ensemble des infractions pénales. Cela me pose problème parce qu'elle s'applique de manière uniforme sans tenir compte du revenu des personnes concernées. Aujourd'hui, quand il y a une sanction pénale, j'estime que le but est quand même de corriger ce comportement ou en tout cas d'empêcher qu'il se produise ou qu'il se reproduise. Mais comment voulez-vous parvenir à atteindre cet objectif de rendre plus sûre la société – normalement, c'est à cela que sert le droit pénal – si certains ne le sentent même pas passer?
Monsieur le ministre, des exemples étrangers pourraient parfaitement éclairer votre lanterne en ce domaine. Je regrette que, pendant nos discussions, vous ayez systématiquement fermé la porte à ce type de solution. Je vous remercie pour l'échange.
16.06 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Madame la présidente, chers collègues, le groupe PS aurait vraiment voulu soutenir ce projet de loi qui poursuit la lutte contre la fraude sociale grave. Ce doit être une priorité pour les pouvoirs publics mais, malheureusement, dans ce texte figure aussi l'augmentation généralisée des amendes pénales sans relation directe avec la lutte contre la fraude.
Tout d'abord, en ce qui concerne la forme, ce texte aurait dû être débattu en commission de la Justice. J'ignore pourquoi le gouvernement a décidé de le faire passer en douce devant la commission des Affaires sociales. Je me demande pourquoi ce gouvernement a eu peur, alors même que la ministre de la Justice avait déposé devant la commission de la Justice une série de textes contenant plusieurs dispositions hétéroclites. Il était donc possible d'y joindre cette disposition. Il est inacceptable de faire passer en douce une augmentation aussi importante des amendes pénales qui méritait un vrai débat devant la commission compétente, celle de la Justice, plutôt qu'en catimini en commission des Affaires sociales.
Quant au fond, l'amende est une sanction pénale profondément injuste dans la mesure où, quels que soient vos moyens, vous êtes impacté de la même façon, et ceci affecte évidemment l'efficacité de son effet dissuasif sur ceux qui ont plus de moyens. En augmentant le montant des amendes pénales sans autre mécanisme correcteur, vous renforcez cette injustice.
Au Parti Socialiste, nous souhaitons revoir ce système afin que l'amende pénale soit calculée en fonction des moyens de la personne qui est sanctionnée. Nous déposons d'ailleurs à cet égard une proposition de loi qui permettra de calculer l'amende pénale en matière de roulage proportionnellement aux revenus de la personne, avant d'éventuellement généraliser le dispositif. Ceci n'impliquera ni augmentation ni diminution pour les salaires moyens. Seuls les 10 % de personnes ayant les revenus nets imposables les plus élevés paieraient plus, et ce, en proportion de leurs revenus. Ce système est bénéfique budgétairement parlant et plus juste que celui qui est d'application aujourd'hui.
Pour l'ensemble de ces motifs, nous ne pourrons soutenir votre projet de loi.
16.07 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Er moet me iets van het hart. Het gaat niet over het debat zelf, want dat is hetzelfde als in de commissie.
Mevrouw Schlitz, ik zou u toch willen vragen om niet voor iedereen termen zoals extreemrechts te gebruiken. We mogen het grondig oneens zijn met elkaar, maar dat is een zwaarbeladen term. Onze minister extreemrechts noemen vind ik, eerlijk gezegd, zwaar beladen. Ik had gehoopt dat u, die ooit staatssecretaris van Gelijke Kansen was, daarin meer fatsoen zou hebben. Het is onvoorstelbaar en beledigend. Voor een minister die opkomt voor gelijke kansen, voor lgbtq's, voor mensen die door extreemrechts geviseerd worden, is dat totaal niet gepast.
16.08 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Écoutez, madame Vanrobaeys, je n’ai aucune leçon à recevoir de Vooruit sur les questions migratoires. Les positionnements adoptés aujourd’hui par l’Arizona sont des positionnements qui, il y a moins de 10 ans, étaient ceux du Vlaams Belang. Chaque semaine, la ministre Van Bossuyt est félicitée et encouragée par le Vlaams Belang en commission. Voilà ce qu'il se passe!
Le 10 décembre – journée internationale des droits humains –, la ministre Van Bossuyt était au Conseil de l’Europe, en train de cosigner, avec l’Italie de Meloni et la Hongrie d’Orbán, un texte demandant de limiter les pouvoirs de la Cour de justice de l'Union européenne afin qu’elle ne puisse plus imposer de restrictions à ce qu'on fait aux personnes migrantes en Europe. Ils estiment en effet que c'est trop restrictif et que cela les empêche de faire exactement ce qu’ils veulent.
D’une part, cela pose un problème évident en termes d’État de droit, puisqu'un pouvoir exécutif tente de donner des injonctions à un pouvoir judiciaire. D’autre part, cela revient une fois de plus à rogner sur nos droits fondamentaux. Je considère donc que c’est un problème. Et donc, oui, c’est une fuite vers l’extrême droite.
16.09 Axel Ronse (N-VA): Mais madame Schlitz, j’adorerais que le Vlaams Belang nous félicite chaque semaine, mais cela n’est jamais arrivé. Jamais! Chaque semaine, ils affirment que ce que nous faisons est horrible. Vous avez juste eu un petit cauchemar. J’aimerais qu’ils nous félicitent, mais ce n’est tout simplement pas le cas.
Ce que vous faites, en revanche, est très malhonnête, une fois de plus. La fraude sociale, les personnes qui mentent et qui inventent des choses pour obtenir des allocations, ce n’est pas acceptable. Il faut s’attaquer à cela, comme le ministre le fait. C’est très bien, et c’est précisément là qu’apparaît la différence entre vous et nous.
16.10 Axel Weydts (Vooruit): Ik was niet van plan om het woord te nemen, maar mevrouw Schlitz heeft mij hiertoe aangezet. Ik ben hier niet één keer, maar meerdere keren van mijn stoel gevallen.
Ik ben tien jaar schepen van mobiliteit geweest in de fantastische stad Kortrijk, waar ik samen met collega Ronse bestuurde. Hij weet dat we een harde strijd tegen verkeersonveiligheid en verkeersinbreuken hebben gevoerd. Wij hebben van verkeersveiligheid een absolute prioriteit gemaakt en we hebben daar hard aan gewerkt.
Mevrouw Schlitz, ik heb daar samen met veel Vlaamse ambtsgenoten, vaak van groene signatuur, aan gewerkt. Die collega's stonden telkens opnieuw voorop om de verkeersveiligheid in hun stad of gemeente te verbeteren. Het betoog van Ecolo tegen de verhoging van de sancties voor zware verkeersinbreuken, aangezien kleine verkeersinbreuken worden afgehandeld via een minnelijke schikking of een GAS-boete, heeft mij niet één, maar twee keer van mijn stoel doen vallen.
16.11 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): J'ai précisé qu'il était en effet essentiel de lutter contre la fraude sociale, mais qu'il fallait que cette lutte soit proportionnelle à la lutte contre la fraude fiscale, et que les moyens déployés soient proportionnels au montant à récupérer. Il faut mettre plus d'énergie, de manière proportionnelle aux montants qui sont perdus de cette manière-là pour le budget de l'État. C'est mon premier point.
Le deuxième, c'est que j'ai évoqué un principe de proportionnalité. Je pense qu'aujourd'hui, il faut se projeter dans un système qui prévoit des amendes qui soient proportionnelles aux revenus des personnes. Un tel système existe déjà dans d'autres pays européens. Par exemple, la Finlande, dès 1921, a mis en place un système de jours-amende fondé sur l'idée qu'une sanction n'est juste que si elle produit un impact comparable pour chacun, quels que soient ses moyens financiers. Plutôt que d'imposer des montants fixes, les amendes sont liées aux revenus et plus largement à la situation financière de la personne condamnée. En outre, des systèmes de cet ordre-là existent notamment en Suède, au Danemark, en Allemagne, en Suisse, en Espagne ou en Estonie. Ce ne sont que quelques exemples.
Donc oui, je pense que si nous voulons atteindre les objectifs poursuivis d'augmenter la sécurité et de réduire les fraudes, il faut faire en sorte que le système soit réellement dissuasif pour toutes et tous, et pas uniquement pour ceux qui seront affectés le plus durement par ces amendes.
Par ailleurs, le principe de proportionnalité existe déjà dans notre droit belge. Le Conseil d'État l'a rappelé explicitement dans son avis sur ce texte. Il dit qu'une sanction doit être proportionnée non seulement à l'infraction commise mais aussi à la situation de la personne sanctionnée. En refusant de prendre en compte cet avis, vous décidez de vous asseoir sur la proportionnalité qui pourrait être mise en place dans notre Code pénal. Selon moi, il s'agit d'un élément légitime. Je ne vois pas pourquoi cela ne pourrait pas être envisagé en Belgique aussi.
16.12 Minister Rob Beenders: Collega's, het debat ging bijna de verkeerde kant op. Eerlijk gezegd, ik heb eigenlijk met niemand compassie. Als men ervoor kiest om te frauderen, moet men op de blaren zitten. Het gaat niet om een technisch document, maar een verhaal dat past binnen een volledig plan om fraudeurs aan te pakken. Ik zet het document dus niet weg als louter een technische correctie. Het gaat om een element dat zeer zwaar moet doorwegen in onze aanpak van sociale fraude. De grootste bescherming om niet in armoede terecht te komen, is immers eenvoudigweg niet frauderen.
Voor het overige heb ik geen behoefte aan discussies over de hoogte van de boetes. Ik hoop dat ze afschrikkend werken. Indien dat niet het geval zou zijn, op basis van hun omvang, dan zal dat komen doordat de pakkans wordt verhoogd. Collega Bertrand, daarin ben ik het met u eens. Voor sommigen zal geld niet de doorslaggevende reden zijn om te stoppen met frauderen. Wanneer ze echter voldoende vaak worden betrapt, zullen ze wel stoppen. We zullen de controles dan ook systematisch opvoeren, veel meer dan voorzien in het actieplan. Ook de pakkans zal dus stijgen. Vanuit dat perspectief vind ik het niet nodig om hier een algemene discussie te voeren over het volledige actieplan sociale fraude, collega Schlitz. U hebt er allerlei elementen bij gehaald die niets met het wetsontwerp te maken hebben. Ik ben van oordeel dat we op dezelfde manier moeten doorgaan.
Om in te gaan op de concrete vragen die op dit moment het meest relevant zijn. Waar gaan de 377 extra aanwervingen naartoe en gaat het om echte bijkomende aanwervingen of om vervangingen? Ik kan daar zeer duidelijk over zijn. De FOD Financiën krijgt 100 vte’s extra, de Sociale Inspectie krijgt eveneens 100 vte’s, waarvan 10 inspecteurs voor de RSVZ, de federale politie krijgt 100 vte’s en de FOD Justitie 77. Er wordt geen lineaire besparing toegepast op de kredieten, waardoor we de diensten daadwerkelijk kunnen versterken. Die middelen worden ingezet om de volledige keten gelijkmatig te laten functioneren. Enkel controleurs volstaan immers niet. Er moet ook voor gezorgd worden dat na een controle boetes kunnen worden opgelegd. Daarnaast is een administratieve afhandeling noodzakelijk.
De volledige keten wordt dus versterkt met 377 inspecteurs. Daarvoor hadden we oorspronkelijk 300 personen ingeschat. We voegen er nog eens 77 extra aan toe. Zelfs daarop komt geen positieve reactie vanuit de oppositie. Dat zegt veel over de intentie waarmee u het debat voert. U lijkt er immers eerder voor te kiezen de fraudeurs te verdedigen dan de aanpak die wij hier tegenoverstellen.
Mevrouw Bertrand, uiteraard zullen wij niet ingrijpen in het gerechtelijk apparaat. Uw lezing vind ik voer voor een goede discussie. Mevrouw Merckx heeft gewoon letterlijk dezelfde fiche voorgelezen als in de commissie – het was copy-paste –, maar u hebt het debat heropend. We hebben een constructief debat gevoerd, dat soms hard was in de commissie, maar nu bent u verder gegaan. U stelt de vraag of het ontwerp niet ingrijpt op de rechterlijke macht en of we justitie niet het vertrouwen moeten geven om te oordelen over de bestraffing van bepaalde inbreuken. Ik ben het daar volledig mee eens en dat zullen we ook doen.
Het ontwerp wil niet voorschrijven hoe een rechter een straf moet beoordelen. De verzwarende factor blijft gelden bij een opzettelijke inbreuk op de zwaarste inbreuken, maar het is de rechter en uitsluitend de rechter, die bepaalt of een inbreuk opzettelijk is gebeurd. Pas daarna kan hij een smallere vork hanteren. Indien de rechter oordeelt dat de inbreuk opzettelijk is, hoeft hij de hoogste 50 % vork niet toe te passen. Wij geven dus niet aan op welke manier de rechter moet bestraffen. Het is de rechter, die dat doet, en dat is de juiste interpretatie van die lezing. Dat zijn de twee nieuwe elementen in de discussie. Als we de hele commissiebespreking opnieuw moeten voeren, heb ik daar tijd voor, maar ik acht dat een beetje waste of time.
16.13 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, over de inspecteurs bent u iets duidelijker geweest. Ik zal de cijfers nog moeten nakijken in het verslag, want u sprak zeer snel. Als ik optel wat u gezegd hebt, kom ik aan 497 in plaats van 377. U hebt echter niet duidelijk antwoord gegeven op de vraag of het om netto 377 gaat.
(Protest van minister Beenders)
Excuseer, ik zie dat u zich blijkbaar boos maakt. Ik snap niet waarom u zo geënerveerd bent, mijnheer de minister. Uw antwoord was niet duidelijk. Ik heb gezegd dat u het erg snel heeft voorgelezen. In mijn vraag heb ik duidelijk gevraagd of het om netto 377 aanwervingen gaat. U zou alleszins iets minder misprijzend kunnen reageren.
Als ik vandaag het woord voer in plaats van mijn collega, is dat omdat het Parlement een duivenkot is. Er stonden andere wetsontwerpen op de agenda, maar de ministers konden blijkbaar niet aanwezig zijn, waardoor de bespreking van dit ontwerp naar voren is geschoven en ik het moet behandelen. U moet het dus met mij doen in plaats van mijn collega, omdat hij nu deelneemt aan een vergadering van een gemeenteraadscommissie.
(…): Cumul!
16.14 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Hij zetelt in de gemeenteraad. Bent u geen gemeenteraadslid, misschien?
Wij hebben alleszins gemeenteraadsleden die ook in het Parlement zitting hebben. Ik wist niet dat dat hier tegenwoordig verboden was. Ik zie hier heel wat schepenen die ook in het Parlement zitting hebben, zelfs burgemeesters. Maar goed, dat is een ander debat.
Mijnheer de minister, u wilt er met ons niet over discussiëren. U verhoogt gewoon de boetes, maar wat doet u met de opmerkingen van Touring, Vias en professor Vandermeersch? Die hebben allemaal kritiek op de maatregel. Vindt u het ook niet nodig om op hun kritiek te antwoorden? Allen concluderen – mevrouw Verlinden zegt trouwens hetzelfde op haar website – dat de verhoging van alle boetes, niet alleen die voor sociale fraude, waarvoor wij u trouwens steunen, alleen maar bedoeld is om geld in de kassa te steken. Geef dat gewoon toe.
De voorzitster: Ik geef alvast een opmerking. Het mag dan een duivenkot zijn. Ik zit hier op mijn plek, want mijn vader is een duivenmelker.
16.15 Axel Ronse (N-VA): Comment appelle-t-on en français "een duivenmelker"?
Un pigeonnier?
Mevrouw Merckx, het allerlaatste dat u minister Beenders, die een Limburger is, kunt verwijten, is dat hij te snel spreekt. Dat heeft hij niet gedaan en zou hij nooit doen. Integendeel, hij spreekt te traag. Zelfs het Vlaams Belang is kwaad.
Mevrouw Merckx, wat me echt verrast, is dat niet alleen mevrouw Schlitz, maar ook u voor straffeloosheid bent. U bent tegen de rechtsstaat. U vindt het hier misschien een duivenkot, maar u zegt wel over de maatregelen waarover hier gestemd wordt inzake sociale zekerheid en verkeer, zoals de heer Weydts terecht opmerkte, dat ze niet van belang zijn. Laat de mensen de regels maar overtreden.
Minister Beenders past eigenlijk de maatregelen toe die u en ik als parlementsleden goedkeuren. Hij voert de juiste sancties uit; dat maakt hij duidelijk. Ik vind het zeer gratuit en volledig fout dat u minister Beenders daarvoor verwijten maakt. Ik zou mijn houding herzien en misschien toch een keer luisteren naar collega Tonniau, al zit hij nu in de gemeenteraad in Ronse. Collega Tonniau heeft volgens mij intussen het verslag van de commissie gelezen en bedacht dat hij zich wat te sterk heeft uitgesproken, dat minister Beenders misschien wel gelijk heeft en dat de PVDA ook wel voorstander moet zijn van wat hier voorligt.
De voorzitster: Mevrouw Merckx, ik stel voor dat u reageert op de tussenkomst van de heer Ronse. Daarna geef ik het woord aan mevrouw Bertrand. Ook de minister vraagt nog het woord.
16.16 Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, ik zal heel rustig reageren op de uitlatingen van de heer Ronse.
Mijnheer Ronse, u stelt de zaken erg karikaturaal voor. Het enige dat ik heb gezegd, dat wij met PVDA hier hebben gezegd en dat collega Tonniau ook in de commissie heeft gezegd, is dat wij de bezorgdheden van Touring, een mobiliteitsorganisatie, en van Vias institute, het verkeersveiligheidsinstituut, delen. Het gaat er helemaal niet om dat wij tegen de rechtsstaat zijn, of dat wij toegeeflijk zijn tegenover iedereen die een inbreuk pleegt. Dat heb ik totaal niet gezegd, dus verdraai mijn woorden niet. Ik ben heel rustig geweest, ik heb ook heel rustig het woord genomen. De minister was geënerveerd omdat ik zogenaamd niet goed geluisterd had. Alstublieft, hou het debat wat deftig.
16.17 Alexia Bertrand (Open Vld): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
U sprak over degenen die liever fraudeurs verdedigen. Ik vermoed dat u mij niet tot dat kamp rekent. Ik meen een genuanceerde argumentatie te hebben uiteengezet. Ik vond het overigens opvallend vast te stellen dat u met een heel andere insteek naar dit wetsontwerp kijkt. De heer Ronse had het over degenen die profiteren van sociale uitkeringen. U geeft steevast het voorbeeld van bedrijven of ondernemers die zich schuldig maken aan sociale fraude. Uiteindelijk gaat het volgens mij over beide categorieën. Dat hoop ik althans. Ik vind het echter interessant om te zien dat u andere voorbeelden voor ogen hebt.
Daarnaast dank ik u voor uw antwoord over de rechters en over de mogelijkheid voor de rechter om nog te kunnen oordelen. Ik ben het op dat vlak evenwel niet volledig met u eens, ook al is uw redenering goed beargumenteerd en helder uiteengezet. Het feit dat rechters eerst moeten beslissen over het bestaan van opzet en dat het automatisme pas daarna aan bod komt, betekent niet dat hun beoordelingsvrijheid volledig behouden blijft. Zodra een rechter vaststelt dat de inbreuk opzettelijk is, wordt hij door de nieuwe wet verplicht om een geldboete op te leggen van minstens 50 %van het wettelijke maximum. Op dat moment verliest de rechter een essentieel deel van zijn bevoegdheid. Ik zeg dat omdat hij dan geen rekening meer mag houden met de concrete omstandigheden van het dossier. Het gaat daarbij onder meer om de ernst van de feiten, de persoonlijke situatie van de beklaagde of eventuele verzachtende omstandigheden. De mogelijkheid om de straf individueel af te stemmen verdwijnt grotendeels met uw wetsontwerp, terwijl net dat een kernprincipe is van ons strafrecht. Dat de rechter nog oordeelt over het opzet, verandert dus niets aan het feit dat de wet hem bindt bij de strafoplegging. Dat punt kaart ik net aan. Dat zal in de tijd geëvalueerd moeten worden. Van magistraten die kennis hebben genomen van het wetsontwerp hoor ik dat zij dat met veel scepsis bekijken. Dat begrijp ik ook.
De Open Vld-fractie zal zich bij de stemming hierover dus onthouden.
16.18 Axel Ronse (N-VA): Mevrouw Van den Bosch, het komt niet vaak voor dat ik mij persoonlijk aangesproken en vooral geschoffeerd voel. Ik heb heel goed gehoord wat u opmerkte. U hebt het woord 'clown' uitgesproken. U keek daarbij niet in mijn richting, maar in de richting van minister Beenders. Het laatste wat u kunt beweren, is dat minister Beenders een clown is. Ik hoop dan ook dat u zich daarvoor excuseert.
De voorzitster: Ik had daarnet vastgesteld dat de minister zelf nog het woord vroeg, maar het is mij niet duidelijk of dat nog steeds het geval is.
16.19 Minister Rob Beenders: Mevrouw Bertrand, de maatregel geldt sowieso voor alle vormen van fraude. Ik onderschrijf de uitspraken van de heer Ronse. Ik sluit op geen enkele wijze andere groepen uit. Ik viseer ze ook niet.
Mevrouw Merckx, ik herhaal voor u de cijfers, namelijk FOD Financiën 100 aanwervingen, Sociale Inspectie 100 aanwervingen, waarvan 10 inspecteurs voor de RSVZ. De federale politie krijgt 100 bijkomende medewerkers en FOD Justitie 77. Dat komt neer op een totaal van 377 medewerkers.
Het gaat bovendien om een effectieve versterking van de diensten, aangezien er geen lineaire besparing is ingeschreven. De samenstelling is gebaseerd op een behoefteanalyse van alle betrokken diensten. U mag er de administratie dan ook op vertrouwen dat het voorstel dat hier wordt voorgelegd, leidt tot een versterking van de sociale fraudebestrijding.
Ik hoop dat u dat hebt begrepen.
De voorzitster:
Vraagt nog iemand het woord? (Nee)
Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)
De algemene bespreking is gesloten.
La discussion générale est close.
Discussion des
articles
Wij vatten de bespreking van de artikelen
aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1094/5)
Nous passons à la discussion des articles. Le
texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1094/5)
Het wetsontwerp telt 6 artikelen.
Le projet de loi
compte 6 articles.
Er werden geen amendementen ingediend.
Aucun amendement n'a été déposé.
De artikelen 1 tot 6 worden artikel per artikel aangenomen.
Les articles 1 à 6 sont adoptés article par article.
De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.
La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.
We beginnen morgen eerst met de teksten voor minister Francken en dan doen we verder met de agenda van vandaag.
De commissie voor Financiën en Begroting zal zo meteen van start gaan in zaal Yourcenar.
Ik dank u allen voor uw aanwezigheid en wens u een veilige thuiskomst. Wij zien degenen die niet naar de commissie voor Financiën moeten gaan morgen terug om 14.15 uur.
De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering woensdag 17 december 2025 om 14.15 uur.
La séance est levée. Prochaine séance le mercredi 17 décembre à 14 h 15.
De vergadering wordt gesloten om
20.50 uur.
La séance est levée à 20 h 50.
|
De bijlage is opgenomen in een aparte
brochure met nummer CRIV 56 PLEN 084 bijlage. |
|
L'annexe est reprise dans une brochure
séparée, portant le numéro CRIV 56 PLEN 084 annexe. |