Plenumvergadering

Séance plénière

 

van

 

Donderdag 11 december 2025

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Jeudi 11 décembre 2025

 

Matin

 

______

 

De vergadering wordt geopend om 10.10 uur en voorgezeten door de heer Peter De Roover, voorzitter.

La séance est ouverte à 10 h 10 et présidée par M. Peter De Roover, président.

 

De voorzitter: De vergadering is geopend.

La séance est ouverte.

 

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

David Clarinval, Frank Vandenbroucke.

 

01 Agenda

01 Ordre du jour

 

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 10 december 2025 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergaderingen van deze week ontvangen.

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 10 décembre 2025, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour les séances de cette semaine.

 

Zijn er dienaangaande opmerkingen?

Y a-t-il une observation à ce sujet?

 

Motie tot agendawijziging

Motion de modification de l'ordre du jour

 

01.01  Axel Ronse (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik vraag een agendawijzing op basis van artikel 17, nr. 3, teneinde het ontwerp nr. 1178 toe te voegen aan de agenda. Ik dien daartoe een motie in.

 

De voorzitter: Een motie werd ingediend door de heren Axel Ronse, Benoît Piedboeuf en Oskar Seuntjens en de dames Aurore Tourneur en Nawal Farih en luidt als volgt:

"Overeenkomstig artikel 17, nr. 3, van het Reglement, wijzigt de Kamer van volksvertegen­woordigers haar agenda en voegt ze de bespreking van het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, nr. 1178/1-4, als punt 2 toe aan haar agenda."

Une motion a été déposée par MM. Axel Ronse, Benoît Piedboeuf et Oskar Seuntjens et Mmes Aurore Tourneur et Nawal Farih et est libellée comme suit:

"La Chambre des représentants, conformément à l’article 17, n° 3 du Règlement, modifie son ordre du jour et ajoute en point 2 de celui-ci, la discussion du projet de loi modifiant diverses dispositions en matière sociale, n° 1178/1-4."

 

01.02  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, nous demandons un vote nominatif pour cette demande de la plus haute importance.

 

01.03  Alexia Bertrand (Open Vld): Wij steunen de vraag van mevrouw Schlitz.

 

De voorzitter: Ik moet eerst nagaan of een derde van de leden de motie steunt.

 

Ik stel voor dat we ons uitspreken bij zitten en opstaan. Wie de motie steunt staat op.

 

Ten minste een derde van de leden steunt de motie.

Au moins un tiers des membres soutient la motion.

 

Zoals expliciet gevraagd door mevrouw Schlitz gaan we over tot een naamstemming over de agendawijzing.

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

75

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

76

Total

 

(Rumoer en protest)

(Tumulte et protestations)

 

De agendawijziging is aanvaard; er zijn 76 deelnemers.

 

01.04  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, een aantal maanden geleden heeft een lid in de plaats van een ander lid gestemd; dat was bij de MR-fractie, geloof ik. Er was daarover veel commotie in de pers, het was onaanvaardbaar dat te doen. Wat zien we vandaag? Het gebeurt opnieuw. Mevrouw Muylle drukt op het stemknopje van de heer Mahdi, die duidelijk te laat was. Het is 10.15 uur, terwijl de start van de vergadering stond gepland om 10.00 uur. Er werd toen gesteld dat dit niet meer mocht gebeuren, mijnheer de voorzitter, en toch doen leden van de meerderheid dit opnieuw. Dat is niet serieus. Ik vraag dat de stemming wordt overgedaan.

 

01.05  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, je pense en effet qu’il conviendrait de rappeler à nouveau la règle: on ne peut pas voter pour ses collègues. Nous constatons que cela ne s’est pas reproduit dans les mêmes rangs que la fois passée. Nous demandons donc de pouvoir revoter.

 

01.06  François De Smet (DéFI): Monsieur le président, je demande, moi aussi, que l'on revote.

 

De voorzitter: Collega's, gezien de onduidelijkheid die er is ontstaan gaan we over tot de stemming.

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

76

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

76

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer de agendawijziging aan.

En conséquence, la Chambre adopte la modification de l’ordre du jour.

 

Collega's, aangezien ik wens tussen te komen bij het volgende punt laat ik mij graag even vervangen door de heer Vermeersch.

 

Voorzitter: Wouter Vermeersch, ondervoorzitter.

Président: Wouter Vermeersch, vice-président.

 

Voorstellen en wetsontwerp

Propositions et projet de loi

 

02 Voorstel tot wijziging van het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers wat betreft de verplichte raadpleging van de commissie voor de Comptabiliteit bij de oprichting van dotatiegerechtigde instellingen of bij de wijziging van hun takenpakket (1167/1-3)

02 Proposition de modification du Règlement de la Chambre des représentants en vue d'imposer l'obligation de consulter la commission de la Comptabilité lors de la création d'institutions à dotation ou de la modification des missions des institutions à dotation (1167/1-3)

 

Voorstel ingediend door:

Proposition déposée par:

Peter De Roover.

 

Bespreking van het enige artikel

Discussion de l'article unique

 

De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1167/1)

Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1167/1)

 

De bespreking van het enige artikel is geopend.

La discussion de l'article unique est ouverte.

 

De rapporteur, mevrouw Barbara Pas, verwijst naar het schriftelijk verslag.

 

02.01  Peter De Roover (N-VA): Doordat ik ver weggekropen ben, heb ik eens een andere blik op de zaal, maar dat terzijde.

 

Collega's, wij behandelen in diverse commissies soms wetgeving of regelgeving die leidt tot een uitbreiding van het takenpakket van dotatiegerechtigde instellingen, terwijl we in de commissie voor de Comptabiliteit jaarlijks de begrotingen van de dotatiegerechtigde instellingen – en in het totaal gaat dat toch over ruim 130 miljoen euro – bespreken. Een wijziging van het takenpakket van dotatiegerechtigde instellingen heeft natuurlijk tot gevolg dat taken worden herschikt of dat het personeelsbestand of andere aspecten van de werking worden uitgebreid. Dat heeft een impact op de begroting van de betrokken dotatiegerechtigde instelling.

 

Het voorstel dat ik mag indienen, strekt ertoe dat, wanneer een besluit dat bijvoorbeeld in de commissie voor Justitie wordt genomen een significante impact heeft op de werking van een dotatiegerechtigde instelling, de commissie voor de Comptabiliteit tijdig bij het beslissingsproces wordt betrokken en een advies kan verstrekken. Dat heeft als voordeel dat bij de bespreking de commissie die daar inhoudelijk mee bezig is, ook ten volle wordt geïnformeerd over de eventuele budgettaire impact van een bepaalde maatregel, nadat het advies in de commissie voor de Comptabiliteit daarover is verleend.

 

Ik denk dat dat de besluitvorming ten goede komt, omdat men beter beseft wat de impact is van een beslissing, niet alleen naar inhoud, maar ook naar de begroting en de financiële wensen van de betreffende dotatiegerechtigde instelling. Op die manier kan er bij de besluitvorming rekening worden gehouden met alle elementen, wat misschien nu minder het geval is.

 

02.02  Khalil Aouasti (PS): Chers collègues et cher président De Roover, nous avons discuté de cette modification du Règlement en commission de la Comptabilité. La proposition qui est faite ici relève du bon sens et de la bonne gestion, mais elle est sensible car elle concerne le financement d'instituts indépendants qui sont vraiment importants pour notre démocratie.

 

J'ai eu l'occasion de le dire en commission, le législateur que nous sommes – le Parlement, et parfois aussi le gouvernement – a tendance à octroyer systématiquement à ces institutions des missions complémentaires, pour de nobles raisons. Cependant, il ne se préoccupe pas de l'incidence budgétaire de ces missions sur ces institutions en termes de personnel, de moyens de fonctionnement, de développement informatique. Or cela a une incidence sur développement du fonctionnement démocratique de notre État.

 

Confier de nouvelles missions à une institution sans en assurer le juste financement crée des situations dangereuses. Cela entraîne des discussions, qui ne sont toujours pas clôturées puisque nous sommes toujours en train d'élaborer les budgets de ces institutions.

 

Il est important de poursuivre ce travail et cela permet aussi d'inverser la logique actuelle, à savoir que si un projet ou une proposition de loi vise la création d'une mission nouvelle ou la création d'une institution nouvelle, la question sera de savoir combien ça coûte. Pour cela, il faudra consulter la commission de la Comptabilité. Néanmoins, la question n'est pas que les débats en commission de la Comptabilité soient les mêmes que dans la commission thématique, auquel cas cela ne servirait à rien. La question qui sera posée en commission de la Comptabilité visera à déterminer avec exactitude s'il y a des besoins en personnel, en frais de fonctionnement et donc s'il y a des besoins budgétaires nouveaux pour assurer cette mission, qu'il s'agira de chiffrer. Ce chiffre devra être communiqué ensuite à la commission thématique pour qu'elle puisse se prononcer en connaissance de cause sur l'objet, à savoir la proposition de loi ou le projet de loi qu'elle entend voter. De cette manière-là, la responsabilité ne sera plus, comme c'est malheureusement encore trop souvent le cas, dans le chef de l'institution qui se voit attribuer de nouvelles missions. Elle ne devra plus absorber ces nouvelles missions dans un cadre budgétaire limité qui n'est pas négocié. Ce sera une responsabilité du Parlement qui, en pleine connaissance de cause, saura quels moyens budgétaires complémentaires il devra conférer à ces institutions.

 

Il y a quelques semaines nous parlions de développement informatique, notamment pour l'organe de coordination policière. Si on veut assurer des missions dans l'intérêt de la sécurité nationale et au regard de ce qui a été demandé de manière complémentaire, il faudra, par exemple, pour cet organe, une augmentation du budget de plus de 10 %. Or, aujourd'hui, les directives budgétaires limitent la croissance à 2 % annuellement. Il faudra donc être conséquent dans nos choix au regard des décisions politiques que nous prenons.

 

Pour cette raison et parce nous devons prendre nos responsabilités pleinement, et non pas finalement nous en débarrasser et considérer que c'est aux institutions à le faire, nous soutiendrons cette proposition qui, je le dis, est de bon sens et nécessaire pour permettre, dans le chemin complet d'un texte législatif, d'avoir aussi l'angle budgétaire.

 

De voorzitter: Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De bespreking van het enige artikel is gesloten.

La discussion de l'article unique est close.

 

Er werden geen amendementen ingediend.

Aucun amendement n'a été déposé.

 

Het enige artikel wordt aangenomen.

L’article unique est adopté.

 

De bespreking van het enige artikel is gesloten. De stemming over dit voorstel zal later plaatsvinden.

La discussion de l’article unique est close. Le vote sur cette proposition aura lieu ultérieurement.

 

Voorzitter: Peter De Roover, voorzitter.

Président: Peter De Roover, président.

 

De voorzitter: Collega's, aldus is de trend gezet. Tegen dat tempo kunnen wij vanmiddag nog andere activiteiten plannen, al volgen er hier en daar misschien nog andere uiteenzettingen.

 

03 Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken (1178/1-5)

03 Projet de loi modifiant diverses dispositions en matière sociale (1178/1-5)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

De rapporteur, mevrouw Nahima Lanjri, verwijst naar het schriftelijk verslag.

 

03.01  Axel Ronse (N-VA): Dank u om de agendawijziging toe te staan, collega's, want dit is vrij urgent.

 

Iedereen kent de Federal Learning Account. De bedoelingen zijn goed: opleidingen garanderen voor medewerkers en ervoor zorgen dat ze toegang hebben tot een voldoende aantal opleidingen.

 

Het is echter een gedrocht. Het gaat bovendien ook om een Europese verplichting. Mensen in het werkveld zeggen dat de duur om een opleiding te volgen over het gebruik van dat instrument langer is dan de totale duur van alle opleidingen in het bedrijf. Men zou de FLA kunnen vullen met opleidingen over de gebruiksaanwijzing en nog zou het niet volstaan.

 

Het is een gedrocht dat in de vorige legislatuur is ingevoerd. We voeren dat nu met zeer veel plezier af. In tijden van competitiviteit, waarin we bedrijven en multinationals bijna op onze knieën moeten smeken om hier te blijven en niet elders te investeren, is het waanzin om hen met dat soort toestanden te pesten. Er komen nog dergelijke toestanden op ons af vanuit Europa, zoals de Pay Transparency-richtlijn, die ook bakken papier zal opleveren. Dat is niet de way to go.

 

Als we de werkgelegenheid hier willen behouden, moeten we redelijk zijn. Ik was gisteren nog op de bedrijvencontactdagen in Kortrijk, een fantastisch ondernemersgebeuren. Verschillende ondernemers kwamen mij bedanken omdat wij dat gaan afschaffen. Ik voelde mij beschaamd. Ondernemers bedanken ons voor dingen die we níét gaan doen. Het is aan ons om veel meer te doen dan pestmaatregelen afschaffen. We moeten de competitiviteit en de zin om hier nog te ondernemen en te werken versterken. Evident doen we dat met ons regeerakkoord.

 

Een eerste stap is gezet. Het is een moeizame stap geweest. Collega Reuter en ik hebben hier meermaals de walk of shame in het Parlement gedaan, want we moesten meermaals uitstel voor de FLA komen vragen. Deze keer gaat het echter om een slimme afschaffing, want we gooien het kind niet met het badwater weg. Via de individuele leerrekening, die door de regio’s wordt gecoördineerd, kunnen werknemers nog altijd hun opleidingen bijhouden. Dat is een goed systeem.

 

Ik wil de collega’s die de FLA hebben ingevoerd vragen om twee keer na te denken vooraleer zulke zaken opnieuw op de ondernemerswereld af te sturen. Ook al schaffen we het nu af, het heeft voor ontzettend veel stress en miserie gezorgd, voor uitstel van investeringen, voor paniekaanvallen bij HR-medewerkers. Het heeft eveneens zwaar gewogen op ambtenaren, die dachten dat ze daarop moesten toezien.

 

Today is a good day, want we schaffen de FLA af! Dank u wel.

 

03.02  Wouter Raskin (N-VA): Collega’s, ik verwijs naar de compensatieregeling voor de OCMW’s die wij hier op 17 november hebben goedgekeurd. Die heeft ertoe geleid – en ik denk dat wij het allemaal eens waren met dat principe – dat er een hoger terugbetalingspercentage voorzien werd voor OCMW’s. Zij worden namelijk gecompenseerd voor de gigantische uitdaging waarvoor zij staan en die het gevolg is van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Er zal namelijk een toestroom zijn van mensen die hun werkloosheidsuitkering zullen verliezen.

 

De compensatiewet verwijst dan ook naar de programmawet van 18 juli, waarin die beperking van de werkloosheid in de tijd werd beslist. Als gevolg van die programmawet moet het toepassingsgebied van de compensatiewet worden uitgebreid. Het gaat hier over een amendement dat eerder technisch van aard is. Ik zal het niet al te technisch beschrijven, maar wil het toch heel kort toelichten.

 

Artikel 169, zoals dat momenteel vermeld wordt, gaat over wie vanaf 1 januari 2026 in de werkloosheid zal belanden en dus geen onbeperkte werkloosheidsuitkering zal krijgen. Zij zullen hun uitkering pas verliezen op 1 maart 2027, tenzij zij ondertussen weer aan het werk gaan.

 

Voor de huidige werklozen en dus voor zij die vanaf 2026 uitkeringen zullen verliezen, werd in de programmawet een overgangsbepaling voorzien in een ander artikel, namelijk artikel 212. Omdat het altijd de bedoeling van deze Kamer geweest is om de OCMW’s van bij het begin te compenseren, moet dit euvel technisch worden rechtgezet. Artikel 212 moet worden toegevoegd aan het toepassingsgebied en dat is precies wat het amendement doet.

 

We delen niet allemaal dezelfde mening over de mate van steun, maar dat debat hebben we al gevoerd in november. Ik meen wel dat het de bedoeling van de hele Kamer is om het steunpakket voor de OCMW's, dat voldoende compensatie moet voorzien opdat zij de uitdagingen waarvoor ze staan zouden aankunnen, te kunnen realiseren. Ik  ga er dus van uit dat alle collega's kunnen instemmen met de amendementen die werden ingediend om dat mogelijk te maken.

 

De voorzitter: Mijnheer Moons, u hebt het woord.

 

03.03  Kurt Moons (VB): Mijnheer de voorzitter, ik wil even ingaan op de afschaffing van de FLA. Dat is inderdaad een bewijs van de absurditeit van het Belgische systeem en van het amateurisme. Misschien vijf leden van deze Kamer weten waarover het gaat.

 

De Federal Learning Account is een tool die in het leven was geroepen om alle individuele en collectieve opleidingen te kunnen beheren en opvolgen. Het proces dat dit ontwerp heeft gekend in deze Kamer kan hallucinant worden genoemd. Eerst zou er afstel komen, waarvoor onze fractie heeft geijverd en die we ook hebben goedgekeurd, maar uiteindelijk werd tijdens de coalitieonderhandelingen om uitstel gevraagd.

 

De N-VA ging van afstel naar uitstel, eerst naar 1 april, dan naar 1 september en ten slotte naar 1 januari. Vervolgens zijn we op 20 dagen voor die deadline en komt de regering ineens met een amendement op een wetsontwerp dat er helemaal niets mee te maken heeft. Wij moeten dan hoera roepen, zoals de heer Ronse doet, omdat de FLA wordt afgeschaft. De N-VA zegt triomfantelijk dat ze de arm van haar coalitiepartners heeft kunnen omwringen.

 

Wij zijn daar uiteraard tevreden over. De vraag kan echter worden gesteld waarom dat niet eerder werd gedaan. Waarop hebben de N-VA en consorten moeten toegeven om dit gedaan te krijgen bij de linkse coalitiepartners, Les Engagés en Vooruit? Dat is de vraag, maar ik denk dat we het antwoord daarop wel in de begrotingstabel zullen zien verschijnen.

 

Uiteindelijk is de vraag wat het nieuwe systeem precies inhoudt. Hoe zal dat eruitzien? Ik heb daar een aantal vragen bij die nog helemaal niet beantwoord zijn.

 

Er lijkt een individual learning account aan te komen, waarover met de regio’s zal moeten worden onderhandeld. Dat is terecht, want opleidingen zijn een gemeenschapsbevoegdheid. Dat hebben wij ook altijd gezegd. Daar is binnen de Kamer zeer weinig respons op gekomen, maar toch zien we uiteindelijk een mogelijke evolutie, op ons aandringen.

 

De vraag is vooreerst wat het nut van dergelijke systemen is. Informatie over opleidingen van mensen die al bepaalde studies hebben gedaan, kan eenvoudig worden opgevraagd. Wat is uiteindelijk de bedoeling hiervan? Is het niet opnieuw een manier om alles te controleren en bij te houden? Welke koppeling wordt er voorzien met de databanken van de federale overheidsinstanties, een koppeling met databanken die amper zelf aan elkaar gekoppeld zijn, zoals we merken in de sociale zekerheid?

 

Ik vraag me dus af welk proces wij tegemoetgaan. Hoe zullen de regio’s hierop inspelen? Ik hoop dat dit geen nieuwe horrortool wordt, zoals onze collega Axel Ronse het eerder in een tweet heeft genoemd.

 

03.04  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, je tiens simplement à signaler que nous n'avons pas reçu les amendements dont vous nous parlez depuis quinze minutes. Pour cette raison, nous souhaitons une interruption de séance, de sorte que nous puissions recevoir les amendements et les examiner afin d'intervenir sur quelque chose de concret.

 

03.05  Florence Reuter (MR): Monsieur le président, si vous me le permettez, je vais présenter l'amendement que nous déposons. M. Ronse en a déjà parlé avant même qu'il soit présenté.

 

Cet amendement au projet de loi portant dispositions diverses a été déposé par le Parlement. Il comprend la suppression de ce dispositif qui vous tient en haleine depuis la formation du gouvernement.

 

Le Federal Learning Account (FLA) sera abrogé, conformément à l'engagement du gouvernement, au profit d'une transition vers un système de comptes individuels de formation qui sera construit, lui, avec les entités fédérées. L'amendement prévoit donc l'abrogation de la loi du 20 octobre 2023 relative au FLA, tout en garantissant la conservation des données jusqu'au 31 décembre 2026 et leur destruction irrévocable au 1er janvier 2027 pour garantir la sécurité juridique. Ensuite, un nouveau système sera installé et présenté par le gouvernement sous l'appellation d'Individual Learning Account (ILA). Ce dispositif sera simplifié et mieux intégré aux plateformes telles que Mycareer.be ainsi qu'aux outils régionaux.

 

Ce futur ILA doit devenir le socle d'un système renforcé de formations tout au long de la vie, au service des transitions professionnelles, de l'employabilité et de la transparence des parcours de formation de chaque citoyen. La responsabilité d'introduire les formations dans l'ILA incombera donc à l'utilisateur. Les services régionaux de l'emploi y auront également accès. Voilà pour l'amendement déposé en collaboration avec mes collègues de la majorité. Les textes seront distribués.

 

Monsieur le président, si vous me le permettez, j'interviendrai sur un autre point de ce projet de loi portant dispositions diverses en matière d'emploi. Mon intervention concernera la prime à l'innovation, puisque c'est un instrument unique en son genre qui permet de récompenser les idées et l'engagement des travailleurs sans alourdir le coût du travail ni être prisonnier de l'étau salarial.

 

C'est un outil moderne, cohérent avec une économie de la connaissance, qui mise sur la créativité plutôt que sur la seule hausse linéaire des barèmes. La prime à l'innovation permet à l'employeur d'octroyer une prime totalement exonérée d'impôt et de cotisations sociales à des travailleurs qui ont apporté une amélioration utile, un nouveau produit, un nouveau procédé, une nouvelle organisation ou une optimisation substantielle d'une organisation existante.

 

Le critère central est simple et pragmatique. L'innovation doit être nouvelle pour l'entreprise, sans révolutionner le marché ou être protégée par un brevet, ce qui la rend particulièrement accessible aux petites et moyennes entreprises.

 

Concrètement, un euro consacré par l'employeur, c'est un euro net directement dans la poche du travailleur.

 

En 2023, il y a eu environ 1 000 demandes. Neuf sur dix ont été approuvées. C'est la preuve que ce mécanisme fonctionne et qu'il soutient des innovations bottom-up. Et pourtant, encore peu d'entreprises recourent à ce système.

 

C'est la raison pour laquelle mon groupe insiste pour maintenir ce dispositif dans la durée. La stabilité est une condition pour que les services RH, les partenaires sociaux et les employeurs s'en emparent pleinement.

 

Vous aurez compris que nous soutenons résolument ce texte, qui traduit en actes une approche constructive et moderne de la politique de l'emploi et de la formation.

 

J'en profite pour saluer le travail du gouvernement et du ministre de l'Emploi qui, en concertation avec les partenaires sociaux, mais aussi avec les entités fédérées, ont fait de l'innovation et des compétences le fil rouge de notre politique de l'emploi. Last but not least, j'en profite également pour remercier mon collègue Axel Ronse qui a contribué à mes côtés, notamment à ce fameux dispositif de FLA qui sera, si vous le votez bien entendu, comme je l'espère, supprimé définitivement et remplacé plus tard par un nouveau dispositif.

 

De voorzitter: Collega’s, ik heb de indieners van het amendement het woord gegeven. Zij kennen uiteraard de inhoud van het amendement. Het is trouwens niet de fout van de indieners, er is een fout gebeurd bij de diensten, waardoor de amendementen laattijdig zijn bezorgd.

 

Het eerste amendement is vrij duidelijk en eenvoudig. Het tweede, zo heb ik net begrepen, is eerder technisch van aard. Hebt u tijd nodig om dat verder te bekijken? Het is terecht dat ik daarvoor dan enige tijd moet uittrekken.

 

Laten we echter redelijk blijven, hoeveel tijd hebt u nodig om dat te bestuderen?

 

De combien de temps avez-vous besoin?

 

03.06  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik wil even signaleren dat ik het amendement dat de heer Raskin heeft ingeleid nog altijd niet ontvangen heb.

 

De voorzitter: Om 10.33 uur zou dat moeten …

 

03.07  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Ik heb een mail gekregen met de amendementen nrs. 2 en 3 over de Federal Learning Account, maar niet het amendement dat de heer Raskin toelichtte.

 

De voorzitter: Mijnheer Raskin, u hebt zich uitgesproken, begrijp ik, over het invoegen van artikel 8/2. Dat is het tweede amendement dat is ingediend. Er zijn twee amendementen ingediend, heb ik begrepen: een eerste amendement op het wetsvoorstel tot opheffing van de Federal Learning Account, en een tweede over het invoegen van artikel 8/2. De tekst daarvan …

 

Het voordeel is dat u het ondertussen kunt onderzoeken, collega’s, maar u moet het eerst hebben.

 

03.08  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, we hebben de toelichting over de Federal Learning Account gehoord. Daarvan beschikken we over de tekst. Er is evenwel nog een ander amendement aangekondigd, met name over de OCMW's. Over die tekst beschikken wij niet. We moeten toch een beetje ernstig zijn. Dat is gewoon in strijd met het Reglement. We kunnen niet beginnen te discussiëren over een amendement als we niet over de tekst ervan beschikken. Dit is toch geen ernstige manier van werken?

 

Dus, mijnheer de voorzitter, ik vraag dat de vergadering wordt geschorst of dat dat punt wordt toegevoegd op het einde van de agenda.

 

03.09  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, ik sluit me aan bij de heer Van Hecke.

 

De meerderheid is zaken vergeten. Ze gebruikt een wetsontwerp om nu vervroegd via amendementen, waarvan ze de bespreking aan een al volgeladen agenda toevoegt, recht te zetten wat ze vergeten was, terwijl we niet eens de tekst ervan hebben ontvangen! Ik wil wel constructief zijn, maar er zijn grenzen en u moet als voorzitter het Reglement respecteren.

 

Ofwel wijzigt u de agenda nog eens en draait u de volgorde om, zodat we tenminste over de amendementen beschikken als ze hier besproken worden. Ofwel schorst u de vergadering tot iedereen beschikt over de documenten die men wil bespreken.

 

De voorzitter: Mevrouw Pas, dat spreekt voor zich. We moeten de tijd laten om kennis te nemen van het amendement.

 

03.10  Wouter Raskin (N-VA): Mijnheer de voorzitter, naar ik begrijp werd het amendement bezorgd aan de diensten. Ik ga ervan uit dat het dan heel snel in de mailbox van de collega's zal belanden.

 

De voorzitter: Ik heb net een bericht binnengekregen dat het is bezorgd om 9.59 uur. Dus dat amendement moet worden bezorgd aan de leden vooraleer ze zich daarover kunnen uitspreken. Het wordt nu bezorgd en we zullen uiteraard moeten pauzeren vooraleer we de bespreking kunnen voortzetten.

 

Ik weet niet hoeveel tijd er nodig is. Als het om een beperkte tijdspanne gaat, zou ik willen pauzeren. Als er meer tijd nodig is, is het beter dat we aan het ontwerp houdende diverse bepalingen beginnen.

 

03.11  Lode Vereeck (VB): Mijnheer de voorzitter, ik heb mijn computer niet bij. Als het kan, zou ik graag een papieren uitdraai krijgen.

 

De voorzitter: Over die technologie beschikken wij eveneens.

 

Collega's, ik schors de vergadering 10 minuten. Bij de hervatting bekijken we dan of we het ontwerp houdende diverse bepalingen (nr. 963) aanvatten, dan wel of de bespreking van dit huidige ontwerp rijp is om gevoerd te worden.

 

De vergadering wordt geschorst van 10.48 uur tot 11.01 uur.

La séance est suspendue de 10 h 48 à 11 h 01.

 

De voorzitter: Collega's, de schorsing van tien minuten is voorbij. Heeft iedereen kunnen kennisnemen van de ingediende amendementen?

 

03.12  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, we hebben nu ook de amendement over het OCMW gezien. Voor ons zijn ze echter niet helder en niet duidelijk. Wij hebben dus wel even tijd nodig om ze te bekijken.

 

Er is enkel een toelichting bij het derde amendement en niet bij het eerste of het tweede amendement. De toelichting bij het derde amendement slaat blijkbaar enkel op het derde amendement, over het OCMW.

 

Voor ons is het onduidelijk welke wijzigingen precies worden voorgesteld. Misschien zijn ze goed, misschien ook niet. We kunnen dat op dit moment niet beoordelen. Wij hebben minstens een half uur nodig om een en ander te analyseren.

 

De voorzitter: Collega's, ik stel daarom voor dat we de bespreking van de programmawet aanvangen en dat wij daarin inbreken zodra iedereen heeft kunnen kennisnemen van de amendementen.

 

De algemene bespreking wordt geschorst.

La discussion générale est suspendue.

 

We wachten even op de komst van de bevoegde minister.

 

04 Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (963/1-31)

04 Projet de loi portant des dispositions diverses (963/1-31)

 

Algemene bespreking

Discussion générale

 

De algemene bespreking is geopend.

La discussion générale est ouverte.

 

04.01  Vincent Van Quickenborne, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, ik neem nu het woord als rapporteur over wetsontwerp nr. 963. Vanmiddag zal ik dan spreken namens mijn fractie.

 

Het is een huzarenstuk om een verslag van 641 bladzijden samen te vatten. Ik ga het verslag niet voorlezen, hoewel ik dat zou kunnen doen. Ik zou het verslag kunnen voorlezen, maar het zou kunnen dat de voorzitter van mijn commissie dan stuiptrekkingen krijgt. Dat zal ik dus niet doen.

 

Onze commissie heeft op acht tijdstippen vergaderd over dit ontwerp, op 17 en 23 september, op 21 oktober en op 4, 5, 12, 18 en 25 november. Eigenlijk betrof het negen zittingen, want op 19 november kwamen we eveneens samen. U weet echter dat als een zitting de hele nacht doorloopt, de begindatum blijft gelden, in dit geval 18 november. Dat is ook zo in de plenaire, als we straks na middernacht zouden doorgaan, blijft de scheurkalender toch op 11 december staan. Dat weet u, u zit lang genoeg in het Parlement.

 

Het ontwerp omvat drie belangrijke delen, voor wat de artikelen 1 tot en met 95 betreft, namelijk fiscaliteit, arbeid en het centraal aanspreekpunt.

 

Mevrouw Verkeyn steunt het ontwerp, omdat het volgens haar noodzakelijke evenwichtige ingrepen bevat om het grote begrotingstekort aan te pakken. Ze nuanceert de kritiek op de nieuwe taksen, aangezien veel bepalingen vooral oude en weinig gebruikte fiscale voordelen afschaffen. Ze geeft cijfers waaruit blijkt dat sommige aftrekken nagenoeg niet worden gebruikt. Met betrekking tot de vastgoedfiscaliteit voor de tweede woning verdedigt ze de afschaffing zonder overgangsregeling. Met betrekking tot de autofiscaliteit legt ze uit dat door de Europese regels slechts een beperkte versoepeling voor plug-inhybrides mogelijk was. Met betrekking tot de onderhoudsuitkering verdedigt ze de geleidelijke daling van de aftrekbaarheid. Ze licht ook de verhoging en gelijktrekking toe van de grens voor inkomsten van personen ten laste tot 12.000 euro. Ook steunt ze de versoepeling van het expatregime om België, ons land dus, aantrekkelijk te maken in de war for talent.

 

De heer Vereeck sprak namens het Vlaams Belang. Hij deed dat lang en goed, zo is mijn mening als verslaggever, hij deed dat zeer erudiet.

 

De voorzitter: U moet zich beperken tot het verslag en mag geen persoonlijke kwalificaties geven.

 

04.02  Vincent Van Quickenborne, rapporteur: Ik beperk mij tot het verslag. Excuseer, het is geen persoonlijk feit, mijnheer Vereeck.

 

De heer Vereeck startte met een stevige aanval op verzamel- en omnibuswetten. Door allerlei losse thema’s samen te voegen, wordt de wet volgens hem onoverzichtelijk en complex, zelfs voor collega-parlementsleden en voor juristen. Er zijn wel wat juristen in de zaal.

 

Daarna heeft hij de impactanalyse gefileerd. Een dergelijke analyse moet het beleidsdoel, de getroffen groepen en hun omvang aangeven en alternatieven onderzoeken. Hier is dat niet gebeurd.

 

Vervolgens heeft hij de thema’s een voor een overlopen. Ten eerste hekelt hij de afschaffing van de interestaftrek op leningen voor tweede woningen vanaf aanslagjaar 2026. Ten tweede zegt hij over het expat- en onderzoeksstelsel dat 35 % forfaitaire kosten eigen aan de werkgever zonder bewijs een ongerechtvaardigd voordeel is voor buitenlandse werknemers en dus discriminerend is ten aanzien van binnenlandse werknemers. Bij de flexi-jobs steunt hij het idee van lage lasten op arbeid, maar hij noemt het een noodoplossing zolang er geen echte fiscale hervorming is. Over de autofiscaliteit zegt hij dat het systeem nodeloos ingewikkeld is en vraagt hij welke voertuigen precies onder de uitsluiting van brandstofkosten vallen. Bij de investeringsaftrek vreest hij dat één tarief van 40 % grote bedrijven extra bevoordeelt ten aanzien van de kmo’s.

 

Het zwaarste punt is echter het CAP-luik. De heer Vereeck legt uit dat de CAP-gegevens vandaag enkel bij concrete fraudeaanwijzingen toegankelijk zijn, met kennisgeving aan de burger. De regering wil nu proactieve anonieme datamining zonder vermoeden mogelijk maken. Dat noemt hij een aanval op de onschuldpresumptie en een stap richting een fiscale politiestaat. Burgers moeten volgens hem individueel kunnen weten waarom ze geselecteerd worden. Geheimhouding om strategische redenen kan dat recht niet uitschakelen. Ook het nieuwe weerlegbaar vermoeden bij effectenrekeningen vindt hij een omkering van de bewijslast die het vertrouwen verder schaadt.

 

Collega Vermeersch, nu niet aanwezig, stelt later in de bespreking een lange reeks technische vragen over verschillende fiscale onderdelen.

 

Au MR, M. Piedboeuf, qui est présent, voit dans le projet de loi des avancées majeures en matière de simplification fiscale et de sécurité juridique. Il estime également que l’État soutient l'investissement via de nouveaux leviers. Il est donc très enthousiaste sur ce projet de loi.

 

M. Mathieu Michel rejoint l'objectif du ministre en ce qui concerne le PCC (Point de contact central des comptes et contrats financiers). Il reconnaît la difficulté d'articuler technique et acceptabilité politique dans le dossier du PCC. Il comprend parfaitement le but: utiliser la technologie pour mieux détecter la fraude fiscale. Selon lui, c'est légitime et cela relève d'une responsabilité collective.

 

Mais M. Michel doute fortement, chers collègues, que la méthode – c'est-à-dire intégrer les données du PCC dans un dispositif de datamining à large échelle – soit proportionnée. Il s'agit de données bancaires extrêmement sensibles, susceptibles d'être traitées automatiquement. Il estime que la base légale et le cadre nominatif sont insuffisamment clairs. Le Conseil d'État exige que les éléments essentiels soient fixés par la loi; et l'APD parle d'une ingérence grave dans la vie privée. M. Michel insiste: l'équilibre entre efficacité administrative et liberté individuelle doit être préservé.

 

Pour le PS, M. Daerden, ici présent, formule une critique sévère de cinq volets du projet.

 

Sur les flexi-jobs, il rejette l'extension et l'augmentation du plafond fiscalement exonéré à 18 000 euros. Sur les déductions pour investissement, il ne comprend pas que la déduction pour investissement des grandes entreprises soit portée au même niveau que celle des PME. Sur la déductibilité des pensions alimentaires, il critique la réduction progressive du taux de déduction. Sur les simplifications déclaratives, selon lui, elles rapportent peu mais sont socialement dures. La suppression de la réduction pour long trajet domicile-travail et surtout la baisse de la réduction d'impôt pour don de 45 à 30 % pénaliseraient le secteur associatif et les initiatives solidaires. Sur la réduction du délai de contrôle pour fraude, de 10 à sept ans, le cher collègue juge incompréhensible de réduire ce délai alors que les grands dossiers de fraude exigent souvent de longues enquêtes. Cette mesure affaiblirait la lutte contre la grande fraude et le blanchiment. Il demande pourquoi le gouvernement recule. Sur le PCC, il est très enthousiaste. Il le considère comme un progrès dans la lutte contre la fraude et le blanchiment soutenue notamment par Vooruit. La fraude nuit à l'économie, une meilleure détection crée de l'espace budgétaire pour le pouvoir d'achat.

 

Pour le PTB, notre collègue et ami D'Amico demande d'abord la transparence sur l'impact budgétaire total et par mesure. Il critique ensuite plusieurs volets du projet.

 

Sur l'abolition des avantages fiscaux pour les résidences secondaires, selon lui, cela ne résout pas la pénurie de logements et ne touche pas réellement les épaules les plus larges. Sur le régime expat, il considère ce régime comme une niche bénéficiant surtout aux très hauts revenus. Sur les flexi-jobs, selon lui, leur succès reflète une insuffisance de pouvoir d'achat dans l'emploi principal. Ils tirent les salaires vers le bas. Sur la déduction des investissements, il juge que les entreprises reçoivent déjà énormément d'aides et que les avantages supplémentaires alimentent surtout les dividendes. Sur la réforme des pensions alimentaires, il critique la suppression de la déductibilité lorsque l'enfant réside hors de l'Union européenne et juge cette mesure socialement injuste. Sur les moyens d'existence nets, il pointe le recours croissant aux jobs étudiants, la dégradation des résultats académiques, la concurrence sur le marché du travail et le coût pour la sécurité sociale. Sur le RDT, il demande l'impact budgétaire. Concernant le taxe sur les sicav RDT, il craint une évitabilité via des mécanismes de rachat et demande si le gouvernement a analysé ses critiques. Sur la simplification administrative, il estime qu'elles touchent surtout des petits avantages aux particuliers, alors que les grandes niches subsistent. Sur la réduction des délais d'enquête, il la juge nuisible aux grandes enquêtes et favorable aux fraudeurs. Il demande l'impact budgétaire.

 

Collega Bilmez van de PTB stelt ook een aantal kritische vragen bij het CAP en bij de datamining. Hij wil onder andere weten of het niet volgen van de GBA betekent dat de fiscus CAP-gegevens voortaan ook zonder voorafgaand fraudevermoeden kan gebruiken om fraude te bewijzen.

 

Over de effectentaks blijft collega Bilmez sceptisch, omdat die volgens hem de superrijken met holdings niet raakt, maar hij steunt wel de antimisbruikbepaling.

 

En ce qui concerne Les Engagés, notre collègue Stéphane Lasseaux, ici présent, considère le volet fiscal du projet de loi comme la prolongation et l’élargissement de la loi-programme du 17 juillet 2025, articulé autour de trois piliers. Le premier concerne une fiscalité plus équitable, le deuxième le pouvoir d’achat et le troisième la simplification et l’équité. En conclusion, le collègue Lasseaux qualifie ce projet de "réforme moderne" dans les domaines de la justice fiscale, du pouvoir d’achat ainsi que de la lutte contre la fraude et de la simplification.

 

Collega Bertels, hier aanwezig, ziet het ontwerp als een volgende stap naar een modernere, transparantere en rechtvaardigere fiscaliteit en vindt het logisch en positief dat de federale intrestaftrek verdwijnt. Hij steunt de verhoging van het flexi-jobplafond, maar vraagt om de effecten goed te monitoren. Hij verwacht geen discriminatie tussen gepensioneerden en niet-gepensioneerden en verwijst ook naar de rechtspraak. Voor de investeringsaftrek vraagt hij of er al overleg is geweest met de deelgebieden en ziet hij meerdere koopkrachtmaatregelen voor gezinnen, studenten, zelfstandigen en werkenden. Bij de verhoging van het belastingkrediet vermeldt hij cijfers die aantonen dat die maatregel de vervennootschappelijking echt afremt. Tot slot steunt hij de CAP-amendementen en datamining als uitvoering van de aanbevelingen van het Rekenhof.

 

Collega Tas stelt dat de huidige geopolitieke begrotingsdruk om solidaire en moedige keuzes vraagt, en verdedigt de CAP-datamining als een manier om fiscale fraude gerichter op te sporen. Hij beweert dat gewone belastingplichtigen minder willekeurig zullen worden gecontroleerd, terwijl de pakkans voor fraudeurs stijgt, zodat ook zij bijdragen aan de welvaartsstaat.

 

Collega Matheï, hier aanwezig, zegt dat het wetsontwerp een bundel uiteenlopende maatregelen is die men samen met de komende hervormingen moet bekijken. In dat breder pakket ziet cd&v het ontwerp als een stap naar meer nettoloon, meer koopkracht en een eenvoudige fiscaliteit en zal de partij het dan ook steunen. Hij focust op enkele aandachtspunten en vragen. Bij het expatstelsel steunt hij het doel, maar vraagt of het staatssteun kan zijn, of aanmelding bij de Europese Commissie nodig is en of er geen overcompensatie dreigt. Hij wil ook garanties dat het flexi-jobplafond van 18.000 euro geen staatssteunproblemen geeft en de minister heeft daarop geantwoord. Voor de autofiscaliteit is hij tevreden dat de fout in de tekst wordt rechtgezet. Brandstofkosten worden niet algemeen geschrapt, maar enkel niet aftrekbaar gemaakt voor plug-inhybrides vanaf 1 januari 2026. Hij waarschuwt ook voor de mogelijk negatieve gevolgen van de lagere giftenaftrek en vraagt een goede monitoring.

 

Collega Vanbesien, hier aanwezig, steunt het doel van verschillende fiscale hervormingen, maar bekritiseert de manier waarop ze worden doorgevoerd en vraagt om meer rechtszekerheid. Bij de vastgoedfiscaliteit vindt hij het logisch dat ook de intrestaftrek voor tweede en volgende woningen verdwijnt, maar dat dat ongelijkheid creëert met kopers van een eerste woning. Dat dat echter ook voor lopende leningen geldt, zonder overgangsmaatregelen, noemt hij contractbreuk. Bij het expatregime wijst hij op het risico van overcompensatie en verboden staatssteun. Bij de flexi-jobs betreurt hij de verdere flexibilisering en vraagt wat er zal gebeuren als hij later gelijk krijgt met die kritiek.

 

Voor autofiscaliteit verdedigt hij het vorige beleid van voorspelbare elektrificatie. De verlenging van de steun voor hybride wagens vindt  hij een terugdraaiing, die het vertrouwen en de rechtszekerheid schaadt. De gelijkschakeling van de thematische investeringsaftrek voor groene investeringen van 40 % voor grote bedrijven vindt hij slecht verantwoord. Bij de onderhoudsuitkering begrijpt hij dat het huidige 80-80-systeem een fiscaal onevenwicht en ongelijkheid creëert, maar vraagt hij waarom de regering het systeem niet gewoon volledig afschaft.

 

In de hogere grens van personen ten laste, namelijk 12.000 euro, ziet hij een mogelijke discriminatie van studenten met een leefloon tegenover studenten met een arbeidsinkomen.

 

Hij steunt de algemene niet-indexering van fiscale uitgaven, maar wil een uitzondering voor belastingkrediet voor kinderen ten laste om gezinnen met een laag inkomen niet te treffen. Bij hogere belastingkredieten voor eigen middelen ziet hij opnieuw een risico op staatssteun.

 

La collègue Sarah Schlitz affirme que le budget s’est fortement détérioré sous le gouvernement Arizona. Elle qualifie cette politique de socialement injuste et financièrement inefficace. Elle décrit le projet de loi comme un patchwork dépourvu de vision.

 

Elle critique les flexi-jobs qu'elle considère comme créant un marché du travail à deux vitesses, servant surtout la flexibilité des entreprises plutôt que la liberté des travailleurs. Pour la fiscalité automobile, elle considère que le retour à une plus grande souplesse pour les voitures hybrides constitue un frein à la transition écologique. En outre, elle trouve illogique que la déduction pour investissement soit rehaussée pour les grandes entreprises, malgré la mauvaise situation budgétaire et leurs plus grandes capacités financières. Concernant les pensions alimentaires, elle avertit qu'une baisse de la déductibilité risque de décourager les paiements, surtout en l'absence d'un système SECAL (Service des créances alimentaires) plus robuste et universel. À propos des personnes à charge, elle estime que le relèvement du plafond de revenus exclut les étudiants bénéficiant d’un revenu d'intégration et qu'il encourage le travail dès 15 ans, sans se soucier de la réussite scolaire ni des recettes de sécurité sociale. Enfin, elle rejette la réduction des délais d’enquête et de taxation en cas de fraude. Selon elle, le gouvernement investit trop peu dans la capacité de contrôle.

 

En conclusion, elle considère que le gouvernement prend à gauche et redistribue à droite, qu’il pénalise les familles vulnérables et les femmes, et qu’il reporte les ambitions fiscales écologiques.

 

Wat de uiteenzetting van de heer Van Quickenborne betreft, ik zal daarop straks terugkomen in mijn uiteenzetting. Hij neemt mij dat overigens niet kwalijk, dat vormt geen probleem. Ik heb dat bij hem nagevraagd.

 

De minister heeft geantwoord dat een deel van de vragen buiten het wetsontwerp valt. Vervolgens heeft hij per thema geantwoord. Voor de vastgoedfiscaliteit is er volgens de minister geen overgangsregeling wegens de slechte begrotingstoestand en de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. Een overgang zou ongelijkheid en complexiteit creëren.

 

Over de autofiscaliteit. Na overleg met de Europese Commissie is de versoepeling voor plug-inhybride auto's enkel mogelijk voor zelfstandigen, niet voor vennootschappen. Het bestaande afbouwpad uit de vorige regeling blijft gelden, anders dreigt terugbetaling te moeten gebeuren van de RRF-middelen.

 

Wat de belastingplichtige expats betreft, de verhoging van het kostenforfait van 30 % …

 

(Er komt een reactie uit de zaal dat de heer Van Quickenborne te snel spreekt.)

 

Ik was bij het antwoord van de minister over de flexi-jobs. Het systeem blijft volgens hem nuttig en vraaggestuurd.

 

Onderhoudsuitkeringen. De afbouw van de aftrek past in de grote hervorming en moet de fiscale neutraliteit herstellen. De huidige aftrek van 80 % creëert een mattheuseffect. Hij heeft gebruikscijfers en verwacht ongeveer 20 miljoen euro opbrengst in 2026.

 

Bestaansmiddelen voor een persoon ten laste. De maatregel laat studenten meer bijverdienen zonder ouders te straffen. Niemand wordt verplicht veel te werken. Het leefloon wordt uitgesloten als er een persoon ten laste is om activering en werk te stimuleren.

 

De DBI-groepsbijdragen. De maatregel is impliciet al van kracht door het arrest-John Cockerill.

 

DBI-beveks. Inkoop van eigen aandelen wordt fiscaal als dividend behandeld en laat daardoor geen eenvoudige ontwijking via terugkoop toe.

 

Het belastingkrediet voor eigen middelen is geen staatssteun. De vereenvoudiging van de aangifte en de giften. Het schrappen van weinig gebruikte aftrekken is een verantwoorde vereenvoudiging. De verlaging van de giftenaftrek past in de hervorming richting meer nettoloon. Hij erkent wel dat dit strikt genomen geen echte vereenvoudiging is, zoals bleek uit een boeiend debat daarover met collega Vanbesien.

 

De onderzoeks- en aanslagtermijnen vormen volgens hem geen hinderpaal voor verdere fraudebestrijding. Beter inzetten op digitalisering en gerichte controles. De investeringsaftrek, harmonisering van de tarieven van grote ondernemingen en kmo’s is volgens hem logisch.

 

Dan CAP-datamining. In de eerste lezing was de minister daar behoorlijk beperkt over, maar in de tweede lezing klonk dat anders. Hij stelt dat de toegang tot het CAP dient voor brede fraudebestrijding, niet voor het viseren van kleine burgers. Het proces blijft getrapt en mensgestuurd, met geheimhouding, logging en privacy-analyses. Datamining selecteert risico’s, maar vormt geen bewijs. Depersonalisering en controles gebeuren enkel na menselijke verificatie, door beperkte dataminerteams.

 

En dan, na het antwoord van de minister en de replieken van de leden, kwamen er nog bijkomende antwoorden van de minister, heel compact. Hij wil in de toekomst in meer thematische wetten voorzien. Intussen hebben we daar een aantal van gezien, onder meer de wet 'lagere kosten'. De meerwaardetaks zal ook een themawet worden, waarschijnlijk. Zeer boeiend.

 

De RIA-procedures zijn volgens hem veel te complex. RIA staat voor Regulatory Impact Assessment. Hij heeft 100 % gelijk. Dat is een diarrhea geworden.

 

Wat de expats betreft, blijft het doel fiscale gelijkheid voor extraterritoriale kosten. Het gaat om kosten die expats wel hebben en binnenlandse werknemers niet.

 

De flexi-jobs zijn geen probleem want er is cumuleerbaarheid. Er is geen subsidie voor de bedrijven. Autofiscaliteit, de vervanging van het wagenpark door elektrische wagens, loopt gradueel volgens de cijfers. Personen ten laste: de doelgroep zijn vooral werkstudenten en pas afgestudeerden die sneller beginnen te werken. De minister zegt ook in zijn antwoord dat voor de CAP-datamining geen AI wordt gebruikt. Hij bereidt ook een apart wetsinitiatief voor de DAVO voor.

 

Dan, collega’s, kwam de tweede lezing. Die vond plaats op 21 oktober, 4 november, 5 november, 12 november, 18 november en 25 november. Meerdere mensen zijn tussenbeide gekomen, maar ik zal alles samenvatten. Twee collega’s zijn lang tussenbeide gekomen, collega Vereeck en ikzelf. Ik zal me beperken tot de samenvatting van wat collega Vereeck zei. Wat ik zelf gezegd heb, zal ik straks uitleggen, mijnheer de minister, in uw aanwezigheid.

 

De heer Vereeck bouwde een lange waarschuwing op tegen money control door het te spiegelen aan het dossier Chat Control. Money control past, zegt hij, in een bredere trend naar een controlestaat. Hij wil de minister tonen dat het niet zomaar een technische antifraudemaatregel is, maar een deel van een groter spel van massale digitale controle met parallellen naar een komende invoice control.

 

Hij maakt de vergelijking met Chat Control, want zoals Chat Control massaal communicaties scant om kindermisbruik te detecteren, zal money control massaal financiële data scannen om belastingrisicogedrag te vinden. Beide normaliseren ongerichte dataverwerking. Hij verwijst naar het risico van algoritmische bias. Datamining kan onzichtbare vertekeningen bevatten. Criteria als postcode, sectoren, zelfstandigenstatuut, opleidingsniveau of historische fraudelabels kunnen armere of bepaalde andere groepen disproportioneel selecteren, zeker als fiscale en sociale databanken gekoppeld worden. Hij waarschuwt dus voor discriminatie. De heer Vereeck doet dat, namens zijn fractie. Hebt u het gehoord?

 

Probleemdefinitie en proportionaliteit. Bij Chat Control is de omvang van het probleem volgens hem duidelijk en groot. Bij money control is die onderbouwing echter minder sterk. Misschien is btw-fraude veel groter, maar hij vindt het absurd om massale datamining als enige oplossing te verkopen zonder een scherpe afbakening van het probleem en het doel.

 

Volgens hem wordt belastingrisicogedrag ook te breed geïnterpreteerd. Het gaat immers niet alleen om opzettelijke fraude, maar ook om fouten, laattijdige aangiften, cashsectoren en fiscale optimalisatie. Daardoor dreigen gewone mensen, zoals foorkramers en marktkramers, geviseerd te worden, terwijl zij ver verwijderd zijn van georganiseerde fraude.

 

Volgens hem ondermijnt het probabilistisch toezicht bovendien de rechtsstaat. Modellen schatten immers kansen en geen zekerheden, wat tot valspositieven kan leiden en het vermoeden van onschuld kan uithollen. Grootschalige toepassing kan ertoe leiden dat Justitie de FOD Financiën overspoelt met foutmeldingen.

 

Hij waarschuwt ook voor contextuele blindheid, omdat algoritmen de context missen en misleidende correlaties als verdacht kunnen bestempelen. Hij vindt dat menselijke controle achteraf onvoldoende is en waarschuwt voor het chilling effect. Permanente screening maakt volgens hem burgers en ondernemers bang om financieel en fiscaal innovatief te handelen uit vreest voor selectie of fouten.

 

Daarnaast wijst hij op de beveiligings- en centralisatierisico’s. Het CAP-systeem en het datawarehouse zijn gevoelige doelwitten; hacks of manipulatie van modellen kunnen leiden tot massale verkeerde selecties zonder dat dat wordt opgemerkt.

 

Hij waarschuwt ook voor function creep; systemen die zijn ontworpen voor zware fraude, kunnen gemakkelijk worden uitgebreid naar andere doelen, zoals fiscale automatisatie en sociale fraude, met het risico op latere volledige automatisering. Voorts wijst hij op de juridische kwetsbaarheid en verwacht hij een vernietiging van het systeem door het Grondwettelijk Hof. Dat is interessant wat hij vertelt. We zullen zien wat er gebeurt.

 

Hij verwijst ook naar EU-grondrechten, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, rechtspraak en het Nederlandse SyRI-arrest, dat geheime datamining afschafte.

 

Kortom, collega Vereeck ziet money control als een massaal probabilistisch en juridisch riskant toezichtssysteem dat bias, foutenlast, privacyschending, function creep en een chilling effect kan veroorzaken. Hij waarschuwt dat chatcontrolachtige bezwaren en rechtspraak het systeem onderuit kunnen halen.

 

Collega’s, aan de tweede lezing komt abrupt een einde. Op 19 november om 13.10 uur is met toepassing van artikel 46.2 van het Kamerreglement betreffende de herhaling van argumenten door hetzelfde lid, door de voorzitter van onze commissie, de heer Vandeput, hier aanwezig, het woord ontnomen aan de heren Van Quickenborne en Vereeck. Op verzoek van mevrouw Verkeyn heeft de voorzitter de intentie geuit om artikel 53 van het Kamerreglement betreffende de sluiting van de bespreking toe te passen, maar uiteindelijk werd het artikel niet toegepast. Er werd nochtans verwezen naar de beroemde zitting van 1975, toen Leo Tindemans eerste minister was.

 

Na een proceduredebat, met tussenkomsten van diverse sprekers, heeft de voorzitter de vergadering beëindigd.

 

In de repliek, de week nadien, op 25 november, heeft de minister als volgt geantwoord: Wat verandert er precies? Het wetsontwerp creëert een wettelijk kader voor anonieme datamining op gepseudonimiseerde CAP-gegevens, enkel om dossiers te selecteren voor een mogelijke controle. Vroeger gebeurde de selectie manueel door ervaren ambtenaren. Nu kan dat aanvullend via datamining, aldus de minister.

 

Het CAP bestaat al en bevat veel data. Het bestaat sinds 2011. Sinds 2020 bevat het ook de halfjaarlijkse banksaldi. Het is geen inkijk in transacties, zegt de minister, alleen in saldi.

 

De privacy- en procedurele waarborgen blijven dezelfde. De bestaande bescherming uit de wet van 3 augustus 2012 blijft ongewijzigd. Ook artikel 322 van het WIB blijft ongewijzigd. Ook na datamining moeten controleurs apart die procedure volgen om de CAP-gegevens te kunnen inkijken. Elk dataminingproject wordt gedocumenteerd in een DAM-fiche en getoetst door een data protection officer. We hebben als parlementsleden ook de kans gekregen om een DAM-fiche in te kijken.

 

Men werkt niet met autonome AI-systemen en er zijn geen volautomatische beslissingen. Selectie is niet hetzelfde als controle, zegt de minister. Een selectie is slechts een indicator, het is geen bewijs. Het vermoeden van onschuld blijft.

 

Wettelijk staat er expliciet dat een selectie nooit een bewijs van fraude kan zijn en niet tot een onmiddellijke belastingheffing kan leiden. Daarna verloopt elk dossier via de gebruikelijke tegensprekelijke fiscale procedure. De pseudonimisering en depseudonimisering verlopen onder strikte controle. Tijdens datamining blijven de data gepseudonimiseerd. Alleen bij concrete fraude-indicaties worden specifieke dossiers gedepseudonimiseerd. Sleutels worden beheerd via een kluis door een vertrouwde derde, een partij zonder hiërarchische band met de fiscus.

 

Omdat datamining foutsignalen kan geven, is menselijke validatie noodzakelijk. Dataminers checken afwijkingen en controles vereisen de goedkeuring van een hoger ambtenaar.

 

Er is bewust ook geen minimumdrempel, omdat veel kleine transacties relevant kunnen zijn voor fraude- en criminaliteitsonderzoeken. Zeg ik het juist, mijnheer de minister? Dit geldt ook voor minderjarigen, maar dat was al het geval.

 

De GDPR, het EVRM en het Handvest worden gerespecteerd. Dat is dus geen probleem, zegt de minister. Dit steunt ook op eerdere rechtspraak, onder meer het arrest van Grondwettelijk Hof uit 2022, dat de uitbreidingen van het CAP proportioneel vond.

 

De Nationale Bank is verantwoordelijk voor de veiligheid, aldus de minister. Het CAP draait on premise, dus niet in een publieke cloud. Er is volgens hem nog nooit een datalek geweest. De CAP-dataminingregeling treedt in werking op 1 december 2026. De eerste saldomeldingen staan op 31 december van dit jaar en op 30 juni van volgend jaar.

 

De bottomline van de minister: money control is anonieme, gepseudonimiseerde datamining voor efficiëntere dossierselectie. Het betreft geen AI of automatische besluitvorming, er is geen algemene inkijk en de bestaande procedures en de privacywaarborg blijven behouden. Dat is de samenvatting van het antwoord dat u gegeven hebt, mijnheer de minister. U kunt daarmee leven? Dank u wel.

 

Mijnheer de voorzitter, collega's, het geheel van de naar de commissie verwezen artikelen, aldus geamendeerd, wordt bij naamstemming en met inbegrip van een reeks taalkundige en wetgevingstechnische verbeteringen aangenomen met negen stemmen voor, vier stemmen tegen en één onthouding.

 

Wie heeft er voorgestemd? Voor de N-VA waren dat de heer Van der Donckt, de heer Vandeput en mevrouw Verkeyn, voor de MR de heer Michel en de heer Piedboeuf, voor Les Engagés de heer Dubois en de heer Lasseaux, voor Vooruit de heer Tas en voor cd&v mevrouw Farih.

 

Wie heeft er tegengestemd? Dat waren de heer Bayet voor de PS, de heer Bilmez voor de PVDA-PTB de heer Vanbesien voor Ecolo-Groen en ikzelf voor Open Vld. De heer Vereeck heeft zich onthouden.

 

Collega's, tot daar mijn verslag van 641 pagina’s werkzaamheden.

 

Ik dank u voor uw volgehouden aandacht.

 

De voorzitter: Behalve de tussenkomst van de heer Van Quickenborne die nog volgt, denk ik dat we kunnen overgaan tot de stemming. (Gelach) Alle argumenten zijn uitgewisseld.

 

Mijnheer Vanbesien, u kunt leven met de samenvatting die door collega Van Quickenborne is gegeven? (Instemming)

 

Collega's, dan zijn er twee mogelijkheden. We hebben nu tijd gewonnen door het verslag van de commissie te krijgen. We kunnen het ontwerp nr. 1178 nu behandelen – minister Clarinval is net binnengekomen en opnieuw buitengegaan; men heeft mij net gezegd dat men heeft kunnen kennisnemen van de amendementen –, maar ik wens de debatten straks niet halfweg te moeten onderbreken.

 

Ik denk dat dit het ogenblik is om eerst het vorige punt af te handelen. (Instemming)

 

De algemene bespreking wordt geschorst.

La discussion générale est suspendue.

 

05 Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken (1178/1-5) (voortzetting)

05 Projet de loi modifiant diverses dispositions en matière sociale (1178/1-5) (continuation)

 

Hervatting van de algemene bespreking

Reprise de la discussion générale

 

De algemene bespreking is hervat.

La discussion générale est reprise.

 

Het woord is aan de heer Tonniau.

 

05.01  Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, ik spreek vanaf de stoel van de heer Boukili, maar het is duidelijk dat de heer Boukili hier niet zit.

 

Over de FLA hebben we al uitgebreid gedebatteerd. Het onderwerp is al enkele keren aan bod gekomen in de commissie en in de plenaire vergadering. Het is in zekere zin een ideologisch debat geworden. Zijn we voor een versterking van de werknemersrechten op het vlak van opleiding, of steunen we de werkgevers in hun vraag om de FLA af te schaffen?

 

Wat is die Federal Learning Account eigenlijk? Het is gewoon een online geautomatiseerde tool voor de registratie van de opleidingen die werknemers op de werkvloer volgen. Dat gebeurt omdat werknemers opleidingsrechten hebben. Ze hebben recht op minimum vijf dagen opleiding per jaar. Dat kunnen vijf afzonderlijke opleidingen zijn, of meer. Hoe kunnen werknemers dat recht afdwingen? Daarvoor is een soort van controle nodig. Die controle is goed en noodzakelijk.

 

De FLA komt voort uit de arbeidsdeal – een van de weinige positieve elementen van de arbeidsdeal van de vorige regering – en heeft veel geld gekost. Daar is veel belastinggeld aan besteed.

 

Mijnheer de minister, ik vraag u nogmaals hoeveel belastinggeld er precies in de FLA is gekropen. Dat is deels met Europese subsidies gebeurd, via het coronaherstelfonds.

 

Als u dat systeem straks via een amendement op het wetsontwerp houdende diverse bepalingen afschaft – het is schandalig dat dat op die manier wordt doorgevoerd –, dan spoelt u miljoenen euro's belastinggeld door de toiletpot, alsof dat niets betekent.

 

Tegelijk verklaart u dat u iets anders zult doen. U wilt in een individueel opleidingstraject voorzien, met een app, een website, whatever. Opnieuw wordt er iets anders verzonnen, waar weer miljoenen euro's belastinggeld naartoe zullen vloeien. U vernietigt iets dat al bestaat om weer iets anders te verzinnen.

 

De FLA bestaat, dat staat online, men kan erheen gaan. Heel veel bedrijven hebben dan ook hun best gedaan om zich in orde te stellen en om die opleidingen op te volgen. Ze gebruiken dat ook op de werkvloer. Uw boodschap aan die ondernemingen, die de wet gerespecteerd hebben, is nu dat het u niet interesseert. U bedankt hen voor de moeite, maar schaft het nu af.

 

Daarin zit de tegenstelling. De FLA werd vanaf dag 1 geboycot door de ondernemingen en de koepelorganisaties: Agoria, VBO, Voka, noem maar op. Zij hebben hun leden opgeroepen om de FLA niet te gebruiken, om die te boycotten. Als zij die niet gebruikten, zou men het wel moeten afschaffen. Hun mannetjes in de regering, bij de MR en de N-VA, moesten ervoor zorgen dat de FLA wordt afgeschaft.

 

De Federal Learning Account versterkt de rechten van werknemers, maar het is tegelijk ook een controleorgaan. Over dat laatste aspect wordt eigenlijk nooit gesproken. Het is een controleorgaan. Dat vinden we terug op de site van het VBO, want daar staat letterlijk: "De FLA is en blijft immers een puur administratief en bijzonder belastend vehikel, dat als enig doel heeft om de opleidingsverplichtingen binnen de ondernemingen te controleren."

 

Dus ja, de FLA versterkt werknemers, en ja, de FLA is een controleorgaan, dat erop toeziet dat de rechten van werknemers inzake opleidingsdagen worden gerespecteerd. VDAB, Forem en Actiris hebben er toegang toe. Zij kunnen bekijken welke opleidingen persoon X of Y, die bij hen op kantoor komt na jobverlies, heeft gekregen in bedrijf A of B.

 

Voor veel opleidingen krijgen we immers geen attesten of bewijzen. Ik persoonlijk heb lang bij Volvo gewerkt. Ik heb daar veel opleidingen gekregen op de werkvloer. Ik ben hier misschien de enige die een dak kan lassen op een B-stijl, een A-stijl en een C-stijl, omdat ik dat daar geleerd heb. Ik heb geleerd hoe ik veilig kan lassen, ik heb daarvoor opleidingen gekregen. Ik heb opleidingen inzake elektriciteit en mechanica gekregen. Ik heb echter niets in handen om dat te bewijzen. Veronderstel dat ik op een dag mijn werk verlies, dan kan ik niet aantonen welke opleidingen ik heb gevolgd.

 

Als de VDAB, Actiris of Forem echter toegang heeft tot de FLA, kan ik dat wel bewijzen en kunnen zij zien welke opleidingen ik heb gevolgd. Dat is bijzonder nuttig, ook om mensen naar een nieuwe job te begeleiden.

 

Mijnheer Ronse, ik heb geen certificaat gekregen. Is dit wat wij willen invoeren, namelijk administratieve rompslomp en een certificaat per opleiding dat de werkgever mij moet geven met een handtekening erop? Dat is goed. Is dat uw tegenvoorstel, namelijk weg van het digitale en terug naar papieren versies? Dat is goed. Willen wij dat invoeren?

 

Maak een amendement op papier en dan kunnen wij daarover straks stemmen. De praktijk wijst uit dat onze rechten, namelijk de rechten van werknemers, daardoor worden versterkt. Werkgevers vinden dat vervelend en willen dat controleorgaan afschaffen.

 

Ik herhaal dat de krachtsverhoudingen in de regering zo zijn samengesteld dat dergelijke discussies altijd worden verloren door de linkse partijen. Vooruit wou de FLA behouden. Cd&v wou de FLA behouden mits uitstel. Les Engagés wou dat ook. De krachtsverhoudingen zijn echter duidelijk. Eigenlijk zitten de patroons daarover mee in de regering en willen zij elk controleorgaan afbouwen.

 

De FLA is belangrijk voor alle werknemers, maar vooral voor mensen die niet lang naar school zijn geweest en zonder diploma op de arbeidsmarkt zijn beland. Voor hen zijn de opleidingen en online certificaten belangrijk om aan te tonen wat zij op het werk hebben geleerd. Als iemand zijn werk verliest, geloven werkgevers immers niet zomaar wat hij of zij allemaal kan en heeft geleerd. Als het op papier staat, dan is dat van belang.

 

Nu wordt de FLA echter afgeschaft. Een bedrag van miljoenen euro's wordt vandaag officieel door de toiletpot gespoeld. Ik feliciteer de meerderheid. Wat wordt de volgende discussie? Dat wordt natuurlijk een discussie over de vijf opleidingsdagen. De vijf opleidingsdagen waarop wij recht hebben en die wij hebben afgedwongen, vormen de volgende bron van discussie. De werkgevers vinden die dagen immers niet aangenaam.

 

Personeel opleiden gebeurt alleen wanneer zij daar subsidies voor krijgen. Dan doen zij het wel. Op een opleiding geven aan arbeiders die repetitieve arbeid verrichten, zitten werkgevers niet te wachten. Nochtans zijn wij het erover eens dat levenslang leren werknemers versterkt.

 

Het is heel duidelijk, het enthousiasme van de heer Ronse toont de tegenstelling aan waarin wij ons bevinden.

 

Dat is de tegenstelling werknemers versus werkgevers. De werkgevers hebben gewonnen, omdat zij mee aan de regeringsknoppen zitten. De werknemers worden niet verdedigd door Arizona.

 

05.02  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le président, nous avons pu prendre connaissance des amendements. Je voudrais d'abord revenir sur la méthode. Il s'agit d'un amendement sur un texte qui n'a absolument rien à voir avec le sujet de l'amendement. Tant du point de vue méthodologique que de la lisibilité des lois que nous faisons, c'est catastrophique.

 

Après avoir fait passer à plusieurs reprises en commission un report de l'entrée en vigueur du Federal Learning Account (FLA), vous déposez aujourd'hui un amendement à la sauvette en plénière, alors qu'on aurait pu y travailler en commission. Supprimer purement et simplement le FLA, voilà ce qu'on vient de découvrir ce matin.

 

Vous connaissez mes critiques sur ce que vous êtes en train de faire. La formation est indispensable à un marché du travail dynamique et pour donner toutes ses chances à chaque travailleur. Si vous voulez atteindre vos objectifs en matière de taux d'emploi, que vous fixez à 80 %, il faut permettre aux travailleurs et aux travailleuses de continuer à se former tout au long de leur vie, que ce soit pour se réorienter à un moment où on ne trouve plus de sens dans son emploi ou pour s'adapter aux difficultés rencontrées, en particulier du point de vue physique. On ne peut pas continuer à effectuer un métier lourd pendant toute sa carrière.

 

Le droit à la formation permet de se spécialiser, par exemple dans du travail davantage orienté vers des tâches bureautiques et ainsi de rester employable sur le marché de l'emploi. C'est donc extrêmement important. Il apparaît que vous n'aimez pas le thermomètre de la formation, et donc vous allez laisser les travailleurs livrés à eux-mêmes dans un rapport de force avec leurs employeurs.

 

Bien sûr, certains employeurs jouent le jeu. Il y a des employeurs qui octroient ce droit à la formation parce qu'ils ont bien compris tout l'intérêt qu'il y avait à former ses travailleurs. Ceux-là sont malins, ce sont des employeurs de qualité. À côté de cela, il y a aussi ceux qui ne souhaitent pas trop donner des formations à leurs employés, et c'est précisément pour cette raison que nous avions décidé de créer ce fonds qui permettait d'accéder à l'information, de savoir si les employeurs respectaient bien ce droit à la formation. C'est une information accessible, au même titre que mypension, qui permet directement de savoir si on a eu accès à une formation en tant qu'employé.

 

Pour l'employeur, c'est aussi un outil permettant de savoir où il en est dans l'octroi de formations à ses employés. Par ailleurs, pour l'État, cela constitue un outil de mesure de l'octroi effectif de formations aux employés par leur employeur. C'est un outil indispensable pour un marché de l'emploi dynamique.

 

Ce droit a été directement attaqué par certaines fédérations, qui ont carrément décidé de lancer un boycott contre l'outil, en disant: "Ne vous inscrivez pas à cette plateforme du FLA". Ils ont fait cela; et aujourd'hui, après avoir donné l'injonction à leurs affiliés de ne pas utiliser l'outil, ils disent qu'il ne fonctionne pas. C'est quand même assez drôle.

 

À côté de cela, nous disposons d’un rapport de Sigedis, la plateforme qui met en œuvre ce dispositif. Elle a en effet constaté certains dysfonctionnements au départ, mais elle montre qu’aujourd'hui, ce dispositif fonctionne et qu'il est en réalité soutenu par une large majorité d'employeurs.

 

Alors vous, qu'est-ce que vous faites? Vous décidez de supprimer cet outil, qui a pourtant nécessité énormément d'argent public, mais également du temps de travail pour énormément de collaborateurs au niveau du fédéral, chez Sigedis et dans les entreprises qui se sont d'ores et déjà mises en conformité avec cette obligation.

 

En fait, vous donnez raison, comme d'habitude, aux mauvais élèves, à ceux qui ont fait le pari que le politique n'allait pas tenir ses engagements et n'allait pas tenir ses promesses. C'est extrêmement dommageable pour la confiance des citoyens et des entreprises dans la capacité de l'État à décider et à inscrire des réformes sur le long terme.

 

Par ailleurs, cela reste quand même assez amusant, étant donné que plusieurs partis étaient présents dans la précédente majorité. Le fait qu'ils s'attellent aujourd'hui, comme si c'était la priorité absolue, à détricoter cet outil pour lequel ils ont marqué leur accord quelques mois auparavant est quand même particulièrement interpellant.

 

J'entends par Mme Reuter que vous allez créer un Individual Learning Account. Cela vous correspond bien: plus d'individualité dans la société, c'est vraiment un beau projet. Par contre, nous n’en avons toujours pas les contours. Je pense qu'en termes de standstill, votre projet ne tient pas la route; parce que vous supprimez un droit, mais vous ne le remplacez toujours pas. Vous venez supprimer le FLA, mais vous ne nous dites toujours pas en quoi cela va consister.

 

Si c'est pour faire une réforme, comme cela a été le cas avec Unia… Le but était de créer un institut pour les droits humains en Flandre. Il a coûté quatre fois le prix de ce que coûtait précédemment à la Flandre d'être affiliée à Unia. Bonne chance!

 

D’une part, il y a de l'argent que nous ne récupérerons jamais: celui qui a déjà été dépensé pour rien. D'autre part, nous allons voir si ce nouvel outil va vraiment être meilleur, plus efficace que ce qui était proposé avant.

 

Je ne le pense pas. Ce n'est d'ailleurs pas votre objectif, étant donné vos propos relatifs aux obligations des employeurs. In fine, ce sont les employés qui vont en payer le prix. Et, sur le long terme, ce cadeau que vous faites aux employeurs leur permettant de se débarrasser de cette charge, on va tous le payer.

 

C'est pourquoi nous voterons contre cet amendement.

 

05.03  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, vooreerst bedank ik u om ons de tijd te geven om de amendementen over de OCMW's van de heer Raskin en consorten te analyseren en zijn uitleg te horen, zodat we het debat ten gronde kunnen voeren.

 

Ik heb uit zijn uitleg opgemaakt dat de amendementen een goede aanpassing zijn. Zij strekken er namelijk toe om de wettelijk bepaalde compensaties voor de OCMW's van minister Van Bossuyt te linken aan een ander artikel van de programmawet. Terwijl die in het origineel voorstel werden gelinkt aan artikel 169, worden ze nu gelinkt aan artikel 212. Wat is nu het essentiële verschil? Artikel 169 gaat over de invoering van de beperking van de werkloosheid in de tijd vanaf 1 januari 2026 voor nieuwe werklozen, terwijl artikel 212 de overgangsmaatregelen beschrijft voor de mensen die vandaag al werkloos zijn. Het is een goede zaak dat de OCMW's daarvoor gecompenseerd worden. Het is alleen een beetje gênant – en ik verontschuldig mij daar ook voor – dat noch ikzelf noch mijn parlementaire medewerker die vergetelheid van het kabinet en de minister gezien hebben.

 

Dat brengt mij wel bij de volgende opmerking. In de discussie in commissie heb ik herhaaldelijk gevraagd waarom er geen structurele compensatie voor de OCMW's kwam. De wet van minister Van Bossuyt betreft net overgangsmaatregelen, waarbij men uitgaat van tijdelijke golven. Dat men in het amendement verwijst naar zowel artikel 169 als artikel 212, suggereert dat er in een structurele compensatie voor de OCMW's wordt voorzien voor wie werkloos wordt na 1 januari 2026. Dat staat haaks op de herhaaldelijke verklaring van de minister dat er geen sprake is van een dergelijke compensatie. Collega's van de meerderheid, welke structurele compensatie is er dan voor de OCMW's voor de nieuwe werklozen?

 

05.04  Kjell Vander Elst (Open Vld): Collega's, de afschaffing van de Federal Learning Account (FLA) is een goeie zaak. Mijn fractie zal die afschaffing ook steunen.

 

Collega Tonniau, u hebt daarnet gezegd dat dat wellicht tegen de goesting is van Vooruit, cd&v en Les Engagés. Dat kan goed zijn, maar er komt wel iets in de plaats. Er is inderdaad een keerzijde aan de afschaffing van de FLA. De afschaffing van de FLA is klein bier tegenover het nieuw administratief monster dat zal worden gecreëerd, namelijk de verplichte registratie van de arbeidstijd, beter bekend als de prikklok. Dat systeem, waarbij werknemers tijd en plaats aan de werkgever moeten doorgeven, treft elke werknemer.

 

Ik weet al dat collega Ronse zal argumenteren dat dat moet van Europa. Er moet echter helemaal niks van Europa. De Nationale Arbeidsraad heeft in 2022 geconcludeerd dat er voldoende wettelijke waarborgen in ons land zijn. VBO, Voka, UNIZO, al die organisaties stellen dat er op dit moment voldoende wettelijke waarborgen zijn om het systeem niet te moeten invoeren.

 

Collega's van de N-VA, zorg er alstublieft voor dat dat prehistorische systeem er niet komt. De afschaffing van de FLA is een goede zaak, dat zullen wij steunen, maar wij zeggen neen tegen de invoering van een nieuwe vorm van prehistorisch systeem dat de prikklok is. Dat staat ook haaks op de ambitie van uw regering voor flexibilisering van de arbeidsmarkt. Wij zeggen dus neen tegen de invoering van de prikklok.

 

05.05  Axel Ronse (N-VA): Mijnheer Vander Elst, het is nogal hypocriet dat net iemand die mee de Federal Learning Account (FLA) heeft ingevoerd, die heel wat bedrijven veel stress heeft opgeleverd, op de dag dat we die FLA afvoeren ons de les spelt.

 

Nog hypocrieter en vervelender is uw hele hoax rond de prikklok. U jaagt op dit moment, in een periode waarin bedrijven aarzelen om te investeren en onze competitiviteit zeer broos is, heel wat bedrijven schrik aan voor iets wat er helemaal niet zal komen.

 

Gisteren ben ik naar de bedrijvencontactdag geweest, zoals ik zopas heb verteld. Bedrijven vroegen me of de bewering van Kjell Vander Elst klopt dat er een prikklok zou moeten worden ingevoerd op de werkvloer en dat alle tijden verplicht zouden moeten worden gerespecteerd. Ik heb gezegd dat de bewering van Kjell Vander Elst klinkklare onzin is. Niemand zal tot iets verplicht worden, ook niet om een tool in te voeren. Het gaat om een Europese richtlijn en de regering onderzoekt hoe ze daaraan zo minimalistisch mogelijk tegemoet kan komen. We kennen alle adviezen van de NAR, maar mag ik u, mijnheer Vander Elst, vragen te stoppen met bedrijven bang te maken voor iets wat niet zal gebeuren? Ik ken nu al ondernemingen die door uw getoeter twijfelen om bepaalde investeringen te doen. Ik zou daar echt zeer voorzichtig mee zijn. Het zijn ook bedrijven die door uw partij, die de FLA heeft ingevoerd, investeringen hebben uitgesteld. Ik zou dus werkelijk opletten, mijnheer Vander Elst.

 

Mijnheer Tonniau, u hebt in de vorige plenaire vergadering de heer Seuntjens zwaar geschoffeerd. U zei dat hij in zijn leven nog geen dag gewerkt had. Dat vond ik bijzonder brutaal. Ik zou u aanraden dat niet meer te doen en eens met mij mee te gaan naar bedrijven. Weet u wat ik daar zie? Dat de vermeende scheiding tussen werkgevers en werknemers niet meer bestaat. Iedereen trekt aan hetzelfde zeel in de meeste bedrijven. Ondernemers liggen elke nacht wakker van de vraag hoe zij hun personeel in dienst kunnen houden en hoe ze samen kunnen groeien. Ik ken geen enkele ondernemer die zijn werknemers geen opleiding zou geven omdat hij denkt dat die niet nodig is. Elke ondernemer beseft dat opleiding noodzakelijk is.

 

Stel uw beeld bij over ondernemers, die voor onze welvaart zorgen, en over werknemers, die samen met die ondernemers mee voor die welvaart zorgen. U schetst een zeer donker, somber, triestig beeld. U zou gelukkiger zijn als u wat positiever naar de wereld keek.

 

05.06  Kjell Vander Elst (Open Vld): Collega Ronse, dat u verwijst naar het verleden en naar het trackrecord van mijn partij, is uw verhaal. Dat ken ik. Dat is uw goed recht. Dat u me hier nu beschuldigt van fake news is echter absoluut buiten proportie.

 

Ik heb u een vraag gesteld. Ik heb u de vraag gesteld of u de verplichte invoering van de registratie van de arbeidstijd zult toelaten of niet. Dat is een legitieme vraag. Dat heeft in de krant gestaan. Dat is een ambitie van deze regering. Er staat zwart op wit dat u de registratie van de arbeidstijd als verplichting zult invoeren.

 

Dat was een vraag. U zegt nu dat ik fake news verspreid naar de bedrijven, zonder dat ik een idee heb wat er in de regeringsonderhandelingen afgesproken is. Dat ik die vraag stel in dit Parlement, in het hart van de democratie, en dat u dat afdoet als fake news, is er los over, collega Ronse. Dat is er los over! Het enige wat ik doe, is u vragen stellen en u aansporen. Want we delen dezelfde ambitie, namelijk om die administratieve rompslomp voor werknemers en werkgevers te verwijderen, de ambitie om de FLA af te schaffen.

 

Ja, ik ben tegen een verplichte registratie van de arbeidstijd. Ik meen dat u dat trouwens ook bent. Maar we krijgen de berichtgeving van deze regering dat die ingevoerd zal worden. Het enige wat ik u vraag, is om u daartegen binnen uw regering te verzetten. Verzet u tegen de verplichte registratie.

 

Dat u dat afdoet als fake news omdat het niet in uw kraam past, is not done.

 

De voorzitter: Vanzelfsprekend heeft de heer Ronse het recht te reageren. Ik wil de zaal wel even op het thema van vanmiddag wijzen. We hebben nog wel wat op de agenda staan. Als we te veel van het thema afwijken, wordt het een oeverloos debat.

 

Mijnheer Ronse, graag zeer beknopt dus, want anders zal hier een debatje plaatsvinden dat eigenlijk niet op de agenda staat.

 

05.07  Axel Ronse (N-VA): Ik wil kort reageren, aangezien het gaat over de competitiviteit van onze bedrijven. De FLA heeft die competitiviteit gedwarsboomd en wij schaffen die nu af. De heer Vander Elst brengt hier een hoax en verspreidt inderdaad fake news. U hebt een filmpje gedeeld waarin u letterlijk zegt: "Beste bedrijven, de oude prikklok komt terug. Ze komt terug zoals de Sint." Dat hebt u gedaan. U blijft dat verspreiden, terwijl u heel goed weet dat de regering er net voor zorgt dat Europese richtlijnen en verplichtingen die onze competitiviteit dreigen te verstikken, worden geminimaliseerd. We kiezen voor deregulering. U zou beter die strijd voeren in plaats van bedrijven bang te maken.

 

De voorzitter: Ik geef uiteraard straks het woord aan de minister, want het spreekt voor zich dat het om een ontwerp gaat. De heer Tonniau voelde zich echter ook aangesproken.

 

05.08  Robin Tonniau (PVDA-PTB): Ik zal het niet over die prikklok hebben, maar wel over de FLA. Het is voor mij van belang dat we werknemers ondersteunen in hun levenslange loopbaan. Het feit dat we met veel belastinggeld een online geautomatiseerde tool hebben ontwikkeld om dat te doen, is positief. U zegt dat ik een negatief mensbeeld heb, maar ik denk dat mijn mensbeeld positiever is dan dat van u. Veel werkgevers hebben er geen enkel probleem mee, als ze werkelijk inzitten met hun werknemers, om die FLA te gebruiken. Veel bedrijven en ondernemers doen dat vandaag al.

 

Het is vooral van belang dat opleidingen gedurende de hele loopbaan van werknemers worden bijgehouden. U verwees daarnet naar de mogelijkheid om een certificaat te vragen of te krijgen, maar dat is vandaag niet zo. Wie op de werkvloer een opleiding krijgt, ontvangt daar geen certificaat van. Bent u daar dan wel voorstander van? Dat is immers belangrijk als u de werkzaamheidsgraad wilt optrekken. Wanneer men mensen wil 'toeleiden' naar jobs waarvoor ze opleidingen genoten hebben in hun vorige professionele leven, is het logisch dat een arbeidsbemiddelingsbureau en coaches zicht hebben op die gegevens. Het is relevant om te weten welke opleiding iemand heeft gevolgd en of die aansluit bij een openstaande vacature. U voelt toch aan dat dat iets positiefs is voor werknemers?

 

Waarom zijn bepaalde werkgevers dan zo negatief? Waarom is die lobbygroep zo negatief en voor de afschaffing van de FLA? Dat is omdat het een controletool is. Werkgevers zijn verplicht om hun werknemers minstens vijf opleidingsdagen per jaar te laten volgen. We hebben dat hier goedgekeurd. Werknemers hebben daar recht op en dat is goed. Levenslang leren betekent dat wanneer er een nieuwe machine in een bedrijf komt, er opleidingen worden gegeven. Uiteraard. Die opleidingen worden dan gewoon in het systeem ingebracht. Ook externe opleidingsverstrekkers hebben toegang tot de FLA. Er bestaan geautomatiseerde codes om opleidingen te registreren. Zo ziet de werkgever dat persoon X of Y een bepaalde opleiding heeft gevolgd. Dat kan later in de loopbaan nuttig zijn voor andere functies. Het systeem is online en geautomatiseerd en het heeft veel geld gekost. Toch zegt u dat ik negatief ben als ik zeg dat het niet mag worden afgeschaft. Dat is de wereld op zijn kop.

 

Ik heb het al gezegd, de krachtsverhoudingen zijn duidelijk. Er is een tegenstelling. De werkgevers vragen om het af te schaffen, terwijl de werknemersvertegenwoordiging, waaronder de vakbonden, vraagt om het te behouden. Dat is de tegenstelling. De werkgevers hebben gewonnen, de werknemers hebben verloren binnen deze regering.

 

05.09  David Clarinval, ministre: Tout d'abord, je veux rappeler que dans le texte qui est présenté aujourd'hui, il n'y a évidemment pas que le FLA. On a également toute une série de changements en matière de législation sur le travail étudiant. On revient sur la suppression de la convention premier emploi. En outre, il y a la prolongation de la prime à l'innovation.

 

Pour ce qui est de l'amendement sur le FLA, je voudrais rassurer plusieurs intervenants qui se sont exprimés dans cette Assemblée. La volonté est d'organiser de manière juridiquement sûre la suppression définitive du FLA, mais on ne touche pas aux cinq jours de formation individuelle qui sont prévus. Je tiens vraiment à le répéter. Il n'y a pas de changement à cet égard. On met une date claire de fin du système au 1er janvier 2026, mais on prévoit une phase transitoire pour permettre le maintien temporaire des données. Donc, il n'y a pas de perte de données. C'était une des craintes exprimées par certains collègues. Certes, moi aussi, j'aurais voulu supprimer plus tôt le FLA, mais on a voulu garantir une alternative individuelle qui soit solide et sûre.

 

Je suis en train de préparer cette alternative, qui est un ILA. Cet ILA doit être négocié avec les régions, et les discussions sont en cours. Il sera instauré avant le 1er janvier 2027, donc aussi vite que possible. Cette transition est garantie. Nous allons de l'avant pour que ce soit vraiment fait rapidement.

 

Monsieur Tonniau, vous posez des questions par rapport au coût. Oui, cela a coûté 4,6 millions d'euros mais cet argent n'est pas perdu. D'une part, ces 4,6 millions sont utilisés pour l'ILA. D'autre part, cet ILA avait été notifié à la Commission européenne. Donc, il n'y a pas non plus de crainte à avoir. On va pouvoir récupérer cet argent dans le cadre de la procédure de mise en place de l'ILA. Il n'y a aucune crainte à avoir en cas de perte du RRF, puisque cet ILA avait été notifié au niveau de l'Europe. Dès lors, je voudrais vous apaiser. Les travailleurs n'ont rien perdu, contrairement à ce que vous dites. Au contraire, ils vont pouvoir disposer d'un outil individuel. Les cinq jours de formation sont maintenus. Il n'y a pas de perte de données. Il n'y a aucun danger pour le financement. Rien n'est perdu.

 

Quant à la question de M. Vander Elst sur l'enregistrement, elle n'a rien à voir avec le texte d'aujourd'hui, mais je voudrais aussi le rassurer.

 

Oui, l’enregistrement est obligatoire, mais ce n’est pas une nouveauté: cette loi existe depuis longtemps. Pour clarifier les choses, il ne s’agit pas de réintroduire la pointeuse, contrairement à ce que j’ai pu voir dans certaines vidéos, parfois humoristiques, de certains collègues de notre Assemblée. La pointeuse ne sera pas réinstaurée. En revanche, chaque entreprise est tenue de respecter la législation et met en place un système de suivi des heures supplémentaires et d’enregistrement; dans ce cadre une autonomie lui est accordée. Le système est donc souple, mais il existe clairement une obligation de le mettre en œuvre.

 

Je crois sincèrement que nous avons trouvé ici un équilibre dans les approches, et que les décisions présentées aujourd’hui ne constituent pas, monsieur Tonniau, une victoire d’un banc contre un autre. Au contraire, il s’agit d’un compromis qui me semble véritablement constructif.

 

05.10  Kurt Moons (VB): Mijnheer de minister, ook ik wil nog even het woord nemen in verband met de FLA. Ik was namelijk een van de eersten die zich aangemeld had, maar ik had de teksten nog niet gelezen. Als die niet ter beschikking worden gesteld, is het moeilijk om een goede tussenkomst te houden. Uiteindelijk heb ik toch kunnen spreken, omdat alles al in de media was verschenen. Dat is een van uw gewoontes: we moeten het eerst lezen in de pers voordat wij als parlementsleden de tekst krijgen. We hebben dat trouwens ook gezien de afgelopen weken, toen we moesten gissen welke maatregelen achter de cijfers zitten.

 

De vraag is ook waarom u zo lang hebt gewacht, collega’s van de meerderheid. Was u dat nu echt vergeten? Ons amendement lag immers klaar, omdat we wisten dat het rond het einde van het jaar zou komen. Wij proberen namelijk alles minutieus en correct te doen. Blijkbaar was dat voor jullie een vergetelheid. Daarom wordt het nu gauw gepland binnen een wetsontwerp dat er eigenlijk niets mee te maken heeft.

 

Wij zullen natuurlijk voorstemmen, want wij zijn voor de afschaffing van dat FLA. Wij denken trouwens dat de ELA, dat eraan zit te komen, overbodig is, want uiteindelijk is het de bedoeling, zoals ik in de verantwoording heb gelezen, om burgers toegang te geven tot de opleidings­gegevens die zij zelf hebben aangeleverd. Ze hebben twee dossiertjes: eentje thuis en eentje dat ze elders zullen kunnen vinden. Uiteindelijk zullen die gegevens ook naar de regionale arbeidsbemiddelingsinstellingen gaan, die ermee aan de slag moeten. We hebben daarover nog heel wat vragen, maar ik denk dat we die maatregel nog voldoende zullen aanpakken op het moment dat die teksten voorliggen.

 

Ik heb geleerd dat amendementen mogen worden ingediend, ook al hebben die niet veel te maken met het voorliggende wetsontwerp. Daarom hebben wij ervan geprofiteerd om een nieuw amendement in te dienen. Dat amendement is op tijd bij de Kamerdiensten ingediend. Misschien is het nog niet doorgestuurd, maar dat is mijn zorg blijkbaar niet.

 

Het gaat om een amendement naar aanleiding van wat we gelezen hebben over de mutualiteiten. Ik geef daarmee een schot voor de boeg, want dat onderwerp zal straks nog terugkomen in de mondelinge vragen. Het blijkt namelijk dat de mutualiteiten de voorbije jaren fortuinen hebben opgebouwd tot wel 6,1 miljard euro. Dat is heel raar. Dat bedrag zit verspreid over verschillende vennootschappen in binnen- en buitenland. We willen zeker misbruik in de toekomst tegengaan, maar ook eens bekijken waar het vandaag allemaal al zit. We zijn dus benieuwd waar dat fortuin vandaan komt, waar het naartoe gaat en in welke mate de burgers daar slachtoffer van zijn. We worden immers voortdurend geconfronteerd met extra belastingen, maar er zit wel 6,1 miljard euro bij de mutualiteiten.

 

Wij hebben daarom een amendement ingediend waarbij we een hoofdstuk willen toevoegen aan wetsontwerp 1178 onder de titel Noodzaak voor een dringende doorlichting van de mutualiteiten.

 

Onder hoofdstuk 5.1 wordt een artikel 8/6 ingevoegd dat luidt als volgt: "De ziekenfondsen worden jaarlijks aan een financiële audit onderworpen waarvan de resultaten worden bezorgd aan de Kamer van volksvertegen­woordigers. De Koning bepaalt de modaliteiten van de audit." Dat amendement hebben we ingediend en leggen we graag ter stemming voor.

 

Mijnheer de voorzitter, ook mijn collega heeft een amendement ingediend, aangezien we nog enkele prangende en dringende zaken wensen toe te voegen aan het voorliggend wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.

 

05.11  Francesca Van Belleghem (VB): Mijnheer de voorzitter, als een chaotisch iemand hou ik van structuur en orde. De structuur en orde zijn hier vandaag echter ver te zoeken. Het is werkelijk onprofessioneel hoe hier gewerkt wordt: de chaos van niet-doorgestuurde amendementen, gewijzigde agenda’s, wetsontwerpen waaraan te elfder ure nog een amendement wordt toegevoegd over een onderwerp dat er niets mee te maken heeft. Het slaat werkelijk nergens op.

 

Ik zie me dan ook genoodzaakt om me te integreren in het Parlement en dezelfde praktijken over te nemen. Ik zou 116 amendementen kunnen indienen om via dit wetsontwerp tot een immigratiestop te komen. Die immigratiestop is immers hoogdringend. Een van de manieren om dit land te beschermen, is door onze sociale zekerheid beter af te schermen voor vreemdelingen.

 

Ik kan citeren uit het boek dat ik daarover geschreven heb, want dat vormde de inspiratie voor ons amendement. Fundamenteel is het Vlaams Belang van oordeel dat nieuwkomers pas toegang mogen krijgen tot ons sociaal systeem nadat ze er eerst toe hebben bijgedragen. Enkel wie minstens acht jaar wettelijk in België verblijft, minstens drie jaar voltijds heeft gewerkt, heeft bijgedragen en behoorlijk Nederlands kent – wat voor West-Vlamingen niet eenvoudig is – mag toegang krijgen tot onze sociale zekerheid.

 

Daartoe hebben wij een amendement ingediend om een nieuw artikel 128/1 in te voegen.

 

Collega’s, ik hoop dat u het meent wanneer u zegt dat u dit land wilt redden. Het blijft moeilijk om dat uit te spreken. Die echo blijft nazinderen.

 

De financiële put waarin dit land zit, valt eigenlijk niet meer te dempen, maar men moet minstens zijn best doen en een stap in de goede richting zetten. De maatregelen van de arizonaregering gaan niet ver genoeg. Daarom dien ik dat amendement opnieuw in en ik hoop dat u het zult steunen.

 

05.12  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik merk dat er hier gediscussieerd wordt over heel wat dingen die op TikTok viraal gaan, maar die niet in het wetsontwerp noch in de amendementen staan.

 

Ik stel u alvast gerust. Ik herhaal enkel mijn concrete vraag die ik zopas aan de meerderheid heb gesteld, maar waarop ik geen antwoord kreeg. Enkele wetsontwerpen linken de aanpassing van de OCMW-compensatiewet nog steeds aan artikel 169. Dat suggereert een structurele compensatie voor de OCMW’s voor nieuwe werklozen, terwijl dat in tegenspraak is met de feedback van de minister in de commissie.

 

Daarom verneem ik graag duidelijk van de regering of van de meerderheid welke structurele compensatie hier nu eigenlijk wordt voorzien.

 

05.13  Wouter Raskin (N-VA): Ik beperk mij tot hetgeen in het amendement voorligt. Ik wil mij in de eerste plaats verontschuldigen voor de minder propere werkwijze. Ik was mij er tijdens de toelichting van de amendementen om 10.00 uur vanochtend niet van bewust dat de tekst nog niet in de mailbox zat. Ik begrijp dat daarover enige consternatie en onduidelijkheid is. Sta mij toe om, nu iedereen heeft kunnen kennisnemen van de teksten, te schetsen wat hier voorligt.

 

Het betreft een technische ingreep in een beslissing die op 17 november is genomen. We hebben, nadat het ook uitgebreid in de commissie was besproken, gedebatteerd over de compensatie voor de OCMW’s voor de uitdaging die op hen afkomt als gevolg van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Die beslissing was al eerder genomen, voor het zomerreces. Het toepassingsgebied in de programmawet van juli 2025, waarin de beslissing tot beperking van de werkloosheid vervat zat, moet worden uitgebreid, opdat ook degenen die op 1 januari 2026 werkloos zullen worden onder de toepassing van artikel 169 zullen vallen.

 

De facto is hun werkloosheidsuitkering al beperkt in de tijd, omdat wij die beslissing in juli 2025 genomen hebben. Echter, voor de mensen die vandaag werkloos zijn, de huidige werklozen die hun uitkering zullen verliezen in de golven die de minister uitgebreid heeft toegelicht, staat er in de programmawet een overgangsbepaling onder artikel 212.

 

Het is Kamerbreed de bedoeling, los van het feit dat we het oneens kunnen zijn over de omvang van de compensatie, om de OCMW ’s te ondersteunen en te compenseren vanaf 1 januari voor al de mogelijke nieuwe klanten. Daarom moet artikel 212 aan het toepassingsgebied worden toegevoegd. Dat is wat hier voorligt en dat is waarover wij onze appreciatie moeten uitspreken.

 

Over de stappen die de regering daaropvolgend nog wenst te ondernemen, op welk vlak dan ook, ondervraagt u best de regering te gelegener tijd.

 

05.14  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen):  Dank u voor uw uitleg, mijnheer Raskin, maar u bevestigt eigenlijk mijn punt.

 

De compensatiewet voor de OCMW’s geldt voor de mensen die in een overgangsregeling zitten, zoals beschreven in artikel 212 van de programmawet. Die discussie hebben we hier inderdaad gevoerd. We zijn het misschien niet helemaal eens over de modaliteiten en de hoogte van de compensatie, maar mijn punt is dat de amendementen die vandaag voorliggen, nog altijd de compensatiewet linken aan degenen beschreven in artikel 169.

 

Uw amendement vervangt artikel 169 niet door artikel 212, maar voegt artikel 212 toe aan artikel 169. Opnieuw, dat suggereert een structurele compensatie die in de compensatiewet voor de OCMW ’s zou worden ingeschreven voor de mensen die werkloos worden vanaf 1 januari 2026.

 

De minister heeft in de commissie expliciet, op mijn herhaaldelijk aandringen, gezegd dat daar geen compensatie voor is.

 

Mijn vraag is dus of dit nu verandert. Ik vind dat wel een cruciale vraag. Die compensatieregeling voor de OCMW’s heeft immers een enorme impact op de meerjarenplanningen van onze lokale besturen, die rond deze tijd overal worden goedgekeurd. Ik meen dat het dan toch wel nuttig en nodig is, collega, dat we duidelijkheid krijgen van de meerderheid, van de regering, desnoods van de minister zelf, over hoe het nu eigenlijk zit.

 

05.15  Wouter Raskin (N-VA): Collega Van Lysebettens, de omvang van de compensatie verandert mijns inziens niet. Het is een technische oplossing om te vermijden dat de mensen die vandaag al in de werkloosheid zitten morgen vanaf dag een gecompenseerd zullen worden. De omgang van de compensatie en de golven waarin de mensen hun uitkering zullen verliezen, waren onderwerp van het debat dat we in november gevoerd hebben. Naar mijn lezing wordt daar hier en nu geen wijziging aan aangebracht.

 

05.16  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer Raskin, ik hoor u heel duidelijk. De omvang van de compensatie verandert niet. Als dat de bedoeling is van de meerderheid en van de regering vrees ik dat dit amendement niet voldoet. Het eigenlijke amendement moet dan zijn dat artikel 169 vervangen wordt door artikel 212 en dat de tekst niet beide vermeldt. Anders creëert de regering, meen ik, vrees ik, iets anders dan wat ze bedoelt.

 

Voor alle duidelijkheid, ik zou graag hebben dat artikel 169 nog vermeld wordt en dat de structurele compensatie voor de OCMW’s inderdaad van kracht wordt en dat ze extra gecompenseerd worden voor de mensen die werkloos worden na 1 januari 2026. Ik vind dat belangrijk. Dat heb ik in het debat in november ook gezegd.

 

05.17  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, dit is een belangrijk debat over de vraag of de mensen die een allocation d'insertion krijgen ook gecompenseerd zullen worden, en ik begrijp dat de heer Raskin niet echt kan antwoorden op die vraag. Wij willen alleszins een amendement indienen om die tekortkoming in de wetgeving te corrigeren. Deze namiddag zal mevrouw Meunier van de PS hierover nog een vraag stellen aan de minister. Het is nu al een aantal dagen geweten dat dit niet zou zijn voorzien. Wij moeten dus duidelijkheid krijgen. Als de heer Raskin niet kan antwoorden, dan kan minister Van Bossuyt dat misschien doen.

 

Ik wil u ook vragen om de algemene discussie dus nog niet te sluiten, zodat wij dat amendement kunnen indienen. Wij hebben het amendement ontvangen, maar het is geen goede pdf en onze medewerker is dat dus aan het overtypen. Wij willen artikelen toevoegen, zodat ook compensaties voor de OCMW's worden voorzien voor de mensen die een inschakelingsuitkering krijgen. We kunnen dat niet op een drafje afwerken.

 

De voorzitter: U kondigt een amendement aan. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben om dat in te dienen?

 

05.18  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Toch zeker een halfuur.

 

De voorzitter: De debatten sluiten …

 

05.19  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Er is toch een pauze voorzien? We kunnen daarna dan meteen hiermee hernemen.

 

De voorzitter: U hebt dus een halfuur nodig om dat amendement op te stellen?

 

05.20  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Ik heb een halfuur nodig omdat we een technisch amendement willen indienen. Er zijn veel vragen over het amendement van de heer Raskin. U hebt zich geëxcuseerd voor de chaos, waarvoor alle begrip. Als wij een amendement willen indienen, willen we dat dat juridisch correct is en daar hebben we even de tijd voor nodig.

 

05.21  Wouter Raskin (N-VA): Mevrouw Merckx, het staat u natuurlijk vrij om de amendementen in te dienen die u wenst in te dienen. Mocht u overwegen om een amendement in te dienen over het al dan niet voorzien zijn van de inschakelingspremie, dan is dat niet voorzien, noch in het debat, noch in het ontwerp van de minister. Dat debat is al gevoerd. Er is daarin trouwens evenmin voorzien in het regeerakkoord.

 

Het ontwerp geeft uitvoering aan het regeerakkoord en het is niet de bedoeling om daarin ook te voorzien. Mocht u daarover een amendement willen schrijven, dat is niet onze ambitie en niet het plan. Het is ook geen onderwerp van wat hier voorligt.

 

05.22  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mijnheer Raskin, die informatie is niet duidelijk gecommuniceerd naar de parlementsleden, dat het niet voorzien was voor de inschakelingsuitkeringen.

 

In die zin is er over een tekst gestemd waarin dat niet duidelijk was. Er zijn alleszins OCMW's die vandaag de dag te weten komen dat dit niet voorzien is. Er is dus alleszins een gebrek aan communicatie geweest. Het is niet te laat om dat recht te zetten. Het is het recht van de oppositie om dan een amendement op te stellen, zodat dat rechtgezet wordt.

 

05.23  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, mevrouw Merckx, mijnheer Raskin, dat is net het punt. Ik had wel begrepen dat dit niet voorzien was, maar het amendement dat vandaag voorligt schept daar twijfel over. Het zou goed zijn als wij expliciteren wat we daarmee bedoelen. Anders vrees ik, mijnheer Raskin, dat het voorliggende amendement van de meerderheid zal moeten worden aangepast.

 

De voorzitter: Dat punt hebt u gemaakt.

 

05.24  Wouter Raskin (N-VA): Mevrouw Merckx, u stelt dat dat niet gecommuniceerd en aangekondigd is, maar we hebben het debat over het ontwerp met de compensaties voor de OCMW's uitvoerig gevoerd in de commissie en daarna in de plenaire vergadering. U hebt alle mogelijkheden en alle tijd van de wereld gehad om die inschakelingsuitkering onderdeel van het debat te maken. Feit is gewoon dat dit niet voorzien is en het is ook niet de bedoeling om dat te voorzien.

 

De wijze waarop de OCMW's gecompenseerd zullen worden, is heel duidelijk. De technische aanpassing die we vandaag voorzien middels de amendementen, moet er dus voor zorgen dat er daadwerkelijk vanaf dag een voor de mensen die vandaag al werkloos zijn voldoende compensatie zal zijn.

 

Naar mijn lezing wordt daar in de wetgeving die geamendeerd wordt duidelijk naar verwezen, artikel 169 of 212. Als u van oordeel bent dat het amendement dat wordt ingediend niet volstaat, dan is het natuurlijk uw recht om bijkomend te amenderen.

 

05.25  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Ik wil gewoon uitleggen waarom ik het niet zal amenderen. Ik amendeer het niet omdat het amendement dat voorligt net voor een stuk tegemoet komt aan onze kritiek, namelijk dat men een structurele voorziening voor de mensen die werkloos worden vanaf 1 januari 2026 zal toekennen aan de OCMW's. Op basis van de amendementen die vandaag voorliggen, kan men dat beargumenteren. Daar ben ik voor. De minister heeft in commissie gezegd dat ze daar niet voor was. Ik ga dat dus niet amenderen. Dit beschrijft eigenlijk de ideale situatie op dat vlak. Er zitten nog andere zaken in de wet natuurlijk, maar dat is voor mij een verbetering. Als de regering het standpunt van Groen tegemoetkomt, dan ga ik niet amenderen, mijnheer Raskin. Ik wijs er alleen op dat het in tegenspraak is met wat de minister zei in commissie.

 

Als u hiermee wilt verdergaan: go, go, go, zoals de heer Ronse zou zeggen.

 

05.26  Wouter Raskin (N-VA): Wel, voorzitter, het is niet aan mij om de vergadering voor te zitten, maar als ik hoor dat het amendement dat ik namens de meerderheid heb ingediend oké is, dan stel ik voor dat we daar later vandaag gewoon over stemmen.

 

Nogmaals, wat betreft die inschakelingsuitkering, iedereen kan in het hele wetgevende proces de elementen in het debat brengen die hij of zij meent in het debat te moeten brengen. Ik zeg niet dat u uw huiswerk niet hebt gemaakt, want dit verdient ook geen schoonheidsprijs, maar u hebt daar wel alle kans en alle tijd voor gehad hebben, mevrouw Merckx.

 

De voorzitter: Collega's, er is een amendement aangekondigd vóór de sluiting van de debatten, dus daar hebt u ook recht op. Ik stel ook voor dat dat ter stemming wordt gebracht later op de dag, dat ik nu de debatten afsluit, maar dat het amendement nog kan worden toegevoegd en dat daarover zal worden geoordeeld door het halfrond.

 

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

 

De algemene bespreking is gesloten.

La discussion générale est close.

 

Bespreking van de artikelen

Discussion des articles

 

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1178/4)

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1178//4)

 

Het wetsontwerp telt 9 artikelen.

Le projet de loi compte 9 articles.

 

Ingediende amendementen:

Amendements déposés:

Art. 8/1(n)

  • 2 – Florence Reuter cs (1178/5)

Hoofdstuk/Chapitre 4/1(n)

  • 8 – Kurt Moons cs (1178/5)

Art. 8/1(n)

  • 9 – Kurt Moons cs (1178/5)

Art. 8/2(n)

  • 3 – Florence Reuter cs (1178/5)

Art. 8/3(n)

  • 10 – Marie Meunier (1178/5)

(sous-amendement à l’amendement n  4)

(subamendement op amendement nr. 4)

  • 4 – Wouter Raskin cs (1178/5)

  • 13 – Sofie Merckx (1178/5)

Art. 8/4(n)

  • 11 – Marie Meunier (1178/5)

(sous-amendement à l’amendement n  5)

(subamendement op amendement nr. 5)

  • 5 – Wouter Raskin cs (1178/5)

  • 14 – Sofie Merckx (1178/5)

Art. 8/5(n)

  • 12 – Marie Meunier (1178/5)

(sous-amendement à l’amendement n  6)

(subamendement op amendement nr. 6)

  • 6 – Wouter Raskin cs (1178/5)

  • 15 – Sofie Merckx (1178/5)

Art. 9

  • 7 – Wouter Raskin cs (1178/5)

 

Besluit van de artikelsgewijze bespreking:

Conclusion de la discussion des articles:

 

Aangehouden: de amendementen en artikel 9.

Réservés: les amendements et l'article 9.

 

Artikel per artikel aangenomen: de artikelen 1 tot 8.

Adoptés article par article: les articles 1 à 8.

 

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, het aangehouden artikel en over het geheel zal later plaatsvinden.

La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et l'article réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

 

06 Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (963/1-31) (voortzetting)

06 Projet de loi portant des dispositions diverses (963/1-31) (continuation)

 

Hervatting van de algemene bespreking

Reprise de la discussion générale

 

De algemene bespreking is hervat.

La discussion générale est reprise.

 

Financiën en Begroting

Finances et Budget

 

Het woord is aan mevrouw Verkeyn.

 

06.01  Charlotte Verkeyn (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega’s, het scheelde geen haar of ik zat hier vandaag niet om het wetsontwerp houdende diverse fiscale bepalingen te bespreken. Samen met mijn collega-slachtoffers van onze commissie voor Financiën ben ik namelijk bijna twee dagen lang ontvoerd door een kwart van Europa. Bij de voorbereiding van deze bespreking had ik dan ook even last van het stockholmsyndroom. Ik was mijn voorbereiding aan het zoeken voor de eerste lezing, maar door die gijzelingsactie, die al een tijd achter ons ligt, kon ik die niet meer vinden. Ik dacht bij mezelf dat ik opnieuw moest beginnen en vroeg me af waarover het ook alweer ging. Ik hoorde steeds dezelfde woorden in mijn hoofd: taks en spice invaders. Dat laatste is de schrik van sommigen voor een fiscus op gember. Toen zei een fulltime medewerkster uit onze stad dat we ervoor moeten zorgen dat die verhoging van het aantal uren voor flexi-jobs er eindelijk door komt. Zij wachtte er namelijk op voor de eindejaarsrush. Toen wist ik het weer. Dit wetsontwerp gaat helemaal niet, zoals sommigen zeggen, over taks en spice invaders. Dit wetsontwerp pakt door. De regering pakt door met haar structurele verbeteringen.

 

Het begint ook zo: "België wordt geconfronteerd met een aanzienlijk begrotingstekort dat zijn financiële stabiliteit ondermijnt. De toekomst van de publieke dienstverlening staat op het spel als we de overheidsfinanciën niet duurzaam verbeteren."

 

Sommigen noemen het taks, maar dat moet ik tegenspreken. Er zijn zelfs leden – maar dat bewaar ik voor het einde van mijn betoog – die het hebben over money control. We hadden beter een quatsch control ingevoerd; dan hadden we wellicht ook meer inkomsten binnengehaald.

 

De werkzaamheidsgraad zullen we niet hoger krijgen als we blijven toestaan dat niet werken fiscaal eerder gestimuleerd wordt  dan wel werken. Dat is exact wat vandaag nog bestaat en juist dat pakt dit wetsontwerp aan. Degenen die het afschaffen van dergelijke voordelen blijven bestempelen als de invoering van extra belastingen, hebben het mis.

 

Sommige leden tellen met een telraam. We stellen ons constructief op in de commissie voor Financiën en Begroting. Met een telraam wordt bijgehouden welke taksen we afschaffen, enerzijds, en welke taksen we invoeren, anderzijds. Sommigen willen de bolletjes op het telraam volledig aan de rechterkant zien staan. Ze stellen dat de afschaffing van een fiscaal voordeel automatisch betekent dat er aan de andere kant een tel bijkomt. Ik ben het daar niet mee eens, ik vind dat quatsch. Op die manier strooit men de mensen zand in de ogen.

 

Een van de maatregelen die we met voorliggend wetsontwerp nemen, betreft bijvoorbeeld het leefloon, maar ik zal de discussie even anders kaderen. Wanneer het zou gaan over een subsidie, luidt de maatschappelijke consensus doorgaans dat we die subsidie op haar merites moeten beoordelen. Als het echter gaat om een voordeel dat beleidsmatig sturend kan werken, dan belandt dat aan de andere kant van het telraam. Wat het leefloon betreft, vraag ik me af wie vandaag nog kan verdedigen dat iemand die een volledig leefloon ontvangt, dat volledig kan aftrekken van zijn belastingen, terwijl een slagerszoon die zijn vader tijdens piekmomenten in de feestdagen zou bijspringen en daarvoor slechts 1 euro ontvangt, die bij zijn vader trouwens als beroepskosten wordt aangemerkt, daardoor volledig niet meer ten laste valt van zijn vader. Is dat eerlijk? Is dat billijk? Is dat rechtvaardig? Is dat verdedigbaar? Voor mij niet.

 

Met deze wet wordt een belangrijk, maar onderbelicht signaal gegeven – misschien hadden we daar ook beter 40 uur lang de schijnwerpers op gezet – dat elke persoon die ook maar 1 euro leefloon ontvangt, vanaf heden niet meer als persoon ten laste kan worden beschouwd. De collectieve solidariteit moet niet opdraaien voor tekortschietende individuele verantwoordelijkheid. Collectieve solidariteit is ondergeschikt aan individuele verantwoordelijkheid.

 

Het gaat hier immers niet alleen over ouder-kindrelaties. Het betreft bijvoorbeeld ook een oom en een nicht die samenwonen. Op basis van artikel 34 van het OCMW-decreet zouden beiden in aanmerking kunnen komen voor een leefloon, omdat geen rekening wordt gehouden met de inkomsten van beiden, zowel bij de toekenning als bij de begroting van het barema. Dat is één aspect, maar het tweede punt is dat er nog een tweede keer een beroep wordt gedaan op de collectieve solidariteit, met name omdat die oom zijn nicht ook nog eens volledig van zijn belastingen kan aftrekken. Zo wordt werken toch niet gestimuleerd? Zo stimuleren we het zoeken naar een job toch niet? Dat is nochtans de beste remedie tegen armoede.

 

Ik zie collega's lachen. Ik verwijs hen graag naar vonnissen van arbeidsrechtbanken die het hebben over "de collectieve solidariteit die ondergeschikt is aan de individuele verantwoordelijkheid", en men kan die tot op heden toch niet ervan betichten dat ze aan mijn zijde van het politieke spectrum staan. Ik heb dat ook gezegd in de commissie. Er wordt daarmee opnieuw een heel belangrijk signaal in het maatschappelijk debat gegeven. Sommige bepalingen zijn inderdaad maatschappelijk op dit ogenblik niet meer te verantwoorden. Dat geldt straks ook voor het hoofdstuk over fraude, maar dat behandel ik aan het einde van mijn betoog.

 

Er worden voorts andere voordelen afgeschaft, bijvoorbeeld de vrijstelling voor elektrische vierwielers. Sommigen noemen dat een extra taks, de Twizytaks, omdat een voordeel wordt afgeschaft. De minister heeft de beslissing hier ook al twee of drie keer toegelicht in plenum. Ik denk inderdaad dat die vrijstelling niet meer verdedigbaar is. Hetzelfde geldt voor de vrijstellingen die verband houden met huisbedienden, uitgaven van ontwikkelingsfondsen, het privégebruik van een pc, onkosten voor verre verplaatsingen, die in de vennootschapsbelasting al waren afgeschaft, de meerwaarde op bedrijfsvoertuigen, giften, sociaal passief en de rechtsbijstandsverzekering.

 

Dat laatste zorgt voor enige commotie, maar laten we eerlijk zijn, die belastingaftrek schoot volledig zijn doel voorbij. De verzekeraars trokken gewoon hun premies op. Moeten wij collectief daarvoor dan nog opdraaien? Ik denk niet dat we ons dat op heden nog kunnen permitteren.

 

Dat er over andere hervormingen verschillende visies bestaan, is normaal. Dat begrijpen wij ook. Dat bepaalde zaken voor sommigen moeilijker te verteren zijn dan voor anderen, geldt evenzeer voor onze partij. Ik ben het alleszins ermee eens dat we iets moeten doen en dat we de problemen moeten durven te benomen, net zoals ik het ermee eens ben dat we elke maatregel moeten kunnen verantwoorden en dat we een evenwicht moeten vinden, zodat we niet te bruusk een andere richting moeten inslaan.

 

Ik geef het voorbeeld van de autofiscaliteit. We botsen op praktische obstakels van elektrificatie. De doodeerlijke bedoeling was om in een overgangsregeling te voorzien voor hybrides. We stuiten nu op Europa. In onderhandelingen is echt wel geprobeerd om een regeling te vinden om daaraan tegemoet te komen. Dat wat voorligt, bewijst dat we ons stinkende best hebben gedaan, want er is een evenwicht gevonden, waarbij wij de eis van Europa om enkel via de personenbelasting te werken, hebben vervuld. De aftrek van 75 % voor plug-inhybrides blijft in de personenbelasting tot het einde van 2027 bestaan. De versoepeling zal bovendien al gelden voor voertuigen die vanaf 1 juli 2023 werden aangekocht of geleaset. Voor sommigen zijn onze inspanningen niet goed genoeg, maar ze zijn er wel.

 

De maatregel inzake vastgoedfiscaliteit valt voor een aantal personen, begrijpelijkerwijs, moeilijker te verteren, onder andere omdat die onmiddellijk van toepassing wordt. We kunnen echter oude voordelen niet laten doorlopen voor oude leningen. Dat zou pas ongelijkheid betekenen ten aanzien van wie een nieuwe lening aangaat.

 

Een ander vraagstuk waarover we lang in commissie gedebatteerd hebben, is dat van de onderhoudsuitkeringen. Wie een onderhoudsuitkering betaalt, kan 80 % ervan aftrekken, terwijl de ontvanger wel een deel moet aangeven, mits het niet over een minderjarig kind gaat. Die aftrek wordt evenwichtig hervormd. Er komt een graduele afbouw naar 70 % en uiteindelijk 50 % aftrekbaarheid. Men kan daarmee akkoord gaan of niet, het belangrijkste is dat we hiermee de deur openzetten voor het debat over de fiscale neutraliteit van het kind. Eindelijk kan daarover ook buiten de commissie en in de wandelgangen over nagedacht worden.

 

Heel wat situaties worden oneerlijk behandeld, waardoor het ene kind duurder is dan het andere. Voor mij kan dat niet meer. Ik geef twee concrete voorbeelden.

 

Voor nieuw samengestelde gezinnen wordt het kind door de fiscus als ten laste beschouwd naargelang de locatie waar het gedomicilieerd wordt en dat kan resulteren in een hogere of lagere aftrek tot zelfs 7.000 euro, terwijl de situatie van de beide gezinnen wel gelijk is.

 

Iemand die een hoog onderhoudsgeld betaalt maar 0 % in natura naar dat kind kijkt, staat tegenover iemand die 50 % van de tijd in natura naar dat kind kijkt en zijn verantwoordelijkheid opneemt door ook de zorgtaken op zich te nemen maar gedeeld fiscaal co-ouderschap toepast. Die laatste snijdt zichzelf in zijn vel ten opzichte van de persoon die beslist om gewoon te betalen om daarna van alles af te zijn. Dat is niet eerlijk.

 

Dat er betere vormen kunnen bestaan kan best, maar het debat is geopend. Dat is belangrijk. Wij moeten immers een basis vinden en een systeem dat rekening houdt met het effectief verblijf van het kind bij deze of gene ouder. Dat zorgt voor transparantie en voor werkbaarheid. Dat zorgt er ook voor dat kinderen fiscaal gelijk kunnen worden behandeld.

 

Er komen ook een aantal versoepelingen. Wij trekken het stuur in de richting van de weg die wij wel willen inslaan als wij voordelen toekennen. Wij willen sturend werken, met name sturend naar het pad dat wij wel willen volgen.

 

Het huidige stelsel voor buitenlandse kaderleden uit 2021 wordt veel minder gebruikt dan vroeger. Wij doen daar iets aan. Het aandeel kosten ten laste van de eigen werkgever wordt verhoogd van 30 % naar 35 %. Het maximumplafond van 90.000 euro wordt verlaagd, zodat het stelsel flexibeler wordt en wij niet uit de pas lopen ten opzichte van onze buurlanden. De maatregel geldt ook met een zekere retroactiviteit voor alle bezoldigingen betaald vanaf 1 januari 2025. Wij moeten competitief blijven en bijsturen wanneer wij achterlopen op de buurlanden op het vlak van een systeem dat ons een competitief voordeel kan bieden.

 

Een andere maatregel in dezelfde lijn is de verhoging van de drempel voor flexi-inkomsten tot 18.000 euro vanaf het inkomstenjaar 2025. Ik krijg daar heel veel berichten over. Mensen wachten echt op die maatregel. Ik hoorde collega’s beweren dat de flexi-inkomsten werk zouden wegnemen van duurzame jobs. Wij hebben deze ochtend nog in de krant gelezen dat het verkennende onderzoek van de KU Leuven heeft aangetoond dat dat niet het geval is. Integendeel, het ondersteunt de economie extra.

 

Aan onze kust, in de kusthoreca, is dat ook in de praktijk zichtbaar. Het wordt daar een community. Mensen versterken elkaar. Ook fulltime werknemers zeggen dat.  Voor onze partij mag dat. Mensen mogen werken, mensen mogen bijverdienen, mensen mogen zich willen verbeteren in het leven. Wij zijn geen afgunstige partij tegenover die mensen.

 

Ze zeggen: ik werk fulltime, ik heb er nood aan om ook eens iets anders doen. Wat hebben we daar dan tegen? Laat die mensen verdienen en trek dat plafond op.

 

Ook de investeringsaftrek wordt interessanter gemaakt en het belastingkrediet voor de eigen middelen van de zelfstandigen wordt verdubbeld.

 

De verslaggever zei: "Mevrouw Verkeyn verdedigt het wetsontwerp." Dat klopt, omdat ik denk dat het evenwichtig in elkaar zit en dat er een aantal goede zaken in staan die we zeker kunnen verdedigen.

 

We eindigen natuurlijk waar we begonnen zijn. We hebben een heel grote toer door Europa gemaakt, samen met de andere slachtoffers in de commissie voor Financiën, over het befaamde CAP. Wat hebben we daaruit geleerd, collega's? Dat het overgrote merendeel van de mensen helemaal geen fraudeurs zijn en dat we moeten opkomen voor degenen die met stress aan hun belastingbrief beginnen, degenen die die goed willen invullen, degenen die eerlijk zijn. We moeten opkomen voor hen, want uiteindelijk zullen zij de rekening betalen voor degenen die valsspelen.

 

Aan bepaalde partijen, die hier vandaag trouwens afwezig zijn – ze zijn waarschijnlijk weer bezig met het opnemen van een filmpje over een quatsch control – wil ik een vraag stellen. Ik geef een voorbeeld dat niet over de taks gaat. Er zijn mensen die ongelukkig zijn en die de steun van het OCMW nodig hebben, maar die middelen zijn eindig. Vindt u het dan verdedigbaar als blijkt uit de bankrekeningen dat iemand 37 keer op reis gaat en vliegtuigtickets boekt die meer kosten dan zijn maandelijkse leefloon? Vindt u dat eerlijk ten aanzien van de budgetten die nodig zijn, de budgetten waar de werkende mensen ook voor betalen, en ten aanzien van de persoon die werkelijk hulp nodig heeft? Wij vinden dat niet.

 

Er bestaat al een systeem, collega's. De grondlegger van dat systeem zat daar, maar is vandaag afwezig. Het betreft een database met bankrekeningen, met een overzicht van de saldi. Collega's, als u inlogt met uw identiteitskaart op MyMinfin, kan men de fiches daar zien staan. De fiscus kan dat nu al zien.

 

Nu echter kijken de ambtenaren van de fiscus in hun fichebak wie er eerlijk is en wie ze moeten beschermen en wie er valsspeelt. We willen klantvriendelijker worden en hebben met het concept 'goede trouw' al een eerste stap gezet. De intentie van de regering is duidelijk: mensen die eerlijk bijdragen beter beschermen. We kunnen dat alleen maar doen als we opzettelijke overtreders van de wetgeving efficiënter kunnen detecteren. Dan kunnen we alle anderen met rust laten en hen misschien te hulp schieten, klantvriendelijk zijn.

 

Is er iemand tegen een efficiënt systeem, zodat ambtenaren niet hun fichebakken moeten uitpluizen om de daadwerkelijk méchante mensen daaruit te halen? U hoort mij niet zeggen dat wij vinden dat we de rechtspositie van de belastingplichtigen niet moeten verbeteren. Dat is een ander debat en daarmee gaan we akkoord. Daartoe hebben we al een eerste aanzet gegeven, maar om hier te zeggen dat de doelstelling een fiscus zou zijn die elke dag nagaat wat iemand in de Carrefour betaalt en automatisch detecteert welke bankverrichtingen men doet, dat is quatsch.

 

Daarover gaat het niet. Het systeem zit niet zo in elkaar. Het werd misschien niet uitdrukkelijk zo gezegd in dat 40 uren durende debat omdat we iemand daar wel al die tijd hebben laten uitspreken, maar ik mag het hier nu wel zeggen. Het systeem steekt niet zo in elkaar.

 

De doelstelling is ook duidelijk bepaald en is het invorderen van de taks op de effectenrekeningen. De grondlegger van die database zit daar. Hij maakt een database, maar een ander zou hem niet mogen gebruiken. We zijn naar Spanje geweest. In Spanje zijn er 30 % minder controleurs, maar wij hebben iets tot onze beschikking.

 

Ik zeg niet dat we die controleurs moeten uitsparen. We zouden ze misschien ook kunnen inzetten om de brave burgers te helpen. We beschikken over dat systeem, maar we mogen het niet gebruiken van degenen die het hebben ingevoerd. Ik vraag mij dus af wie er wordt beschermd. Eerlijk gezegd, de doelstelling staat erin, namelijk een taks op de effectenrekening. Dat houdt in dat als men toegang krijgt tot bepaalde databanken, men de eindsaldi ziet. Soms vertonen die vreemde bokkensprongen. Het zijn bokkensprongen die een oma die eens 2.000 euro aan haar kleinkind geeft om een speciale gelegenheid te vieren, of iemand die in de Aldi of de GB betaalt, niet zullen maken.

 

Het gaat over de essentie. Stel dat je 1.000 rekeningen opent en sluit in één jaar. Is dat normaal gedrag? Mag dat niet bij wijze van spreken in een Exceltabel worden opgenomen? Nu wordt dat manueel bijgehouden en stelt men vast dat er misschien iets vreemds gebeurt, waardoor men het met een vinkje aanduidt. Vervolgens kan men manueel controleren hoe dat komt en waarom dat gebeurt. Het gaat om vreemd gedrag. Niemand van de 150 aanwezigen hier zal 1.000 rekeningen openen en sluiten op een dag, of een jaar. Dat heet het splitsen van rekeningen om aan een taks te ontkomen. Dat is een heel concreet voorbeeld om het tastbaar te maken.

 

Met concrete voorbeelden probeert men de mensen bang te maken. De overheid zou zonder dat men bescherming of rechten heeft, zomaar in de rekening zitten pluizen om te kijken dat iemand maar een laag maandloon heeft en eens op reis kan gaan naar Spanje. Daarover gaat het dus niet. Dat mag eens duidelijk worden gezegd. Het gaat over echte valsspelers die men onmiddellijk kan detecteren. Ook zij hebben rechten. Hun dossier wordt manueel nog eens bekeken.

 

We hebben inderdaad die fiches kunnen inkijken. Ik had zwaar bezwaar verwacht tegen die fiches, maar ik was eigenlijk gerustgesteld toen ik ze zag. De doelstelling stond er immers letterlijk op, namelijk taks op de effectenrekening. Dat betreft bijvoorbeeld het overmatig splitsen van rekeningen. Daar stond ook op dat men enkel risicoscores geeft. Dat gebeurt nu al en je hoeft niet eens zo ver te kijken. Het gebeurt bij de gemeente bijvoorbeeld.

 

Het gaat dan misschien wel over vennootschappen, maar hoeveel gemeenten en steden hebben een abonnement op Graydon? Graydon signaleert het als een vennootschap zich vreemd gedraagt en verbindt daar scores aan. Wanneer een bepaalde score wordt overschreden, wordt een signaal gegeven dat de betrokken vennootschap zich ongewoon gedraagt. Dat is geen normale vennootschap. Vervolgens kan men, eerst anoniem, nagaan wat daar precies gebeurt. Is het vreemd gedrag correct of bestaat er een verklaring voor? Meer dan dat is het niet. Daarvoor werden we twee dagen gegijzeld, zonder slaap gezet.

 

De bewering dat het om AI zou gaan, klopt niet. AI is het belangrijkste aspect in het debat. Er worden hier shows opgevoerd, filmpjes gemaakt, persberichten verspreid en stappen naar de rechtbank gezet over AI, maar er wordt geen AI gebruikt. Onze minister heeft dat ook al duizend keer gezegd. Ik denk dat dat terecht is. Mocht dat niet terecht zijn, vraag ik mij af waarom in officiële documenten, onder andere in de Inventory of Tax Technology Initiatives van de OESO, duidelijk staat dat België niets gebruikt. Voor de drie antwoorden onder artikel 48 staat er ‘neen’.

 

Collega’s, laten we eerlijk zijn, en sommigen misschien ook loyaal. We hebben in onze commissie unaniem beslist dat er nog nieuwe technologieën zullen komen. Ik vind dat een eerlijk debat waard. Als er nieuwe technologieën zijn, die nu duidelijk niet worden gebruikt, moeten we dan als maatschappij beslissen dat we die wél gebruiken? Als we dat doen, welke rechtsbescherming moet daartegenover staan? Dat verdient een eerlijk debat, zelfs eentje langer dan veertig uur, maar dan misschien niet aan één stuk. We hebben in onze commissie unaniem beslist om dat debat te voeren. We brengen een bezoek aan de diensten en we zullen hen ook horen. Laten we daaraan werken. Maar laat ons de mensen niet opjagen door te zeggen dat het om money control zou gaan, want dat is het niet. Men gaat niet neuzen in uw bankrekening; laat dat duidelijk zijn.

 

Mijnheer de voorzitter, het gaat hier over valsspelers, maar heel veel collega’s, ook uit de oppositie, spelen het spel wel eerlijk en zijn constructief. Ik hoop dan ook dat we het debat over de daadwerkelijk nieuwe technologieën zeer efficiënt zullen kunnen voeren.

 

De voorzitter: Bedankt, collega Verkeyn.

 

Collega’s, we zien elkaar terug om 14.15 uur.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 11 december 2025 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 11 décembre 2025 à 14 h 15.

 

De vergadering wordt gesloten om 13.02 uur.

La séance est levée à 13 h 02.

 

 

Dit verslag heeft geen bijlage.

 

Ce compte rendu n'a pas d'annexe.