Séance plénière

Plenumvergadering

 

du

 

Jeudi 5 mai 2022

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Donderdag 5 mei 2022

 

Namiddag

 

______

 

 


La séance est ouverte à 14 h 21 et présidée par Mme Eliane Tillieux, présidente.

De vergadering wordt geopend om 14.21 uur en voorgezeten door mevrouw Eliane Tillieux, voorzitster.

 

La présidente: La séance est ouverte.

De vergadering is geopend.

 

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le compte rendu intégral de cette séance ou son annexe.

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kan deze terugvinden op de webstek van de Kamer en in het integraal verslag van deze vergadering of in de bijlage ervan.

 

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Alexander De Croo, Vincent Van Quickenborne.

 

01 Ordre du jour

01 Agenda

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 4 mei 2022, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 4 mei 2022 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.

 

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

 

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

 

02 Ordre des travaux

02 Regeling der werkzaamheden

 

02.01  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, geachte collega's, ik stel vast dat er twee vragen over de nakende executie van professor Djalali geagendeerd staan. Wij zullen zo dadelijk dus het antwoord van de eerste minister en de regering krijgen.

 

Ik wil u echter volgende vraag stellen, over de fracties heen. Mag ik u uitnodigen om vanuit de Kamer een initiatief te nemen, in navolging van de resoluties die reeds werden goedgekeurd, zodat wij een van de volgende dagen, uiterlijk volgende week, in het plenum een signaal kunnen geven? Ik ben ervan overtuigd dat dat kamerbreed zal worden gesteund. Ik vind het tegen de achtergrond van de gebeurtenissen toch wel belangrijk dat de Kamer zich, los van hetgeen de regering zo dadelijk zal zeggen, daarover expliciet uitspreekt.

 

De voorzitster: Mijnheer De Roover, ik heb gevraagd om een brief voor te bereiden. De senaatsvoorzitster en ikzelf zullen die samen ondertekenen.

 

Questions

Vragen

 

03 Vraag van Bert Moyaers aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De Febelfin-studie over het aanhoudende probleem van cybercriminaliteit en phishingfraude" (55002498P)

03 Question de Bert Moyaers à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'étude de Febelfin sur le problème persistant de la cybercriminalité et du phishing" (55002498P)

 

03.01  Bert Moyaers (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, thuis de financiële zaken regelen wordt voor steeds meer mensen normaal. Dat is echter niet zonder risico.

 

Daarom is het goed dat Febelfin eergisteren kon aankondigen dat het aantal geslaagde pogingen van phishingfraude afneemt. Maar liefst negen miljoen euro werd minder buitgeslagen dan het jaar voordien. Dat is een kwart minder dan in 2020 en dat is een goede zaak.

 

Monitoring door banken, sensibiliseringscampagnes en een goede samenwerking tussen verschillende stakeholders hebben daartoe bijgedragen en bewijzen het belang van een goede samenwerking.

 

Tegelijkertijd mogen wij echter niet blind zijn voor het vele werk dat op de plank ligt. Fraudeurs misbruiken kwetsbare mensen.

 

Collega's, helaas zijn heel veel mensen financieel kwetsbaar in de huidige tijd. Zij zijn kwetsbaar voor mooie aanbiedingen die helaas niet kunnen worden waargemaakt. Zij worden bestookt met e-mails, telefoons, sms'en en zelfs per brief. Het is te veel om op te noemen. Met één simpele muisklik op een website die legitiem lijkt, kunnen zomaar alle gegevens worden gestolen.

 

Mijnheer de eerste minister, u weet net zo goed als ik dat in 2021 nog voor 25 miljoen euro werd buitgemaakt. Dat is geld dat alleen maar kan worden gestolen omdat onze maatschappij vraagt dat steeds meer mensen hun zaken op digitale manier regelen. Dat vraagt een stevige aanpak. Met Vooruit willen wij een structurele aanpak die mensen online beschermt.

 

Mijnheer de eerste minister, kwetsbaar zijn wij allemaal. Daarom heb ik voor u de hiernavolgende vraag.

 

Welke extra acties plant u met de regering om die nieuwe vorm van fraude een halt toe te roepen?

 

03.02 Minister Alexander De Croo: Mijnheer Moyaers, dank u voor de zeer pertinente vraag. Zoals u zelf hebt aangegeven: wij zijn allemaal kwetsbaar. Het gaat niet enkel om mensen die digitaal minder ervaring hebben. Uiteindelijk zijn wij allemaal kwetsbaar voor phishing.

 

Binnen de cybersecuritystrategie heeft het Centrum voor Cybersecurity Belgium (CCB) voorlichting geven over phishing als prioriteit naar voren geschoven. Het doet dat trouwens niet alleen, maar samen met Febelfin. De sector schrijft zich daarin in, samen met de Cyber Security Coalition. Onze aanpak is er één waarbij de overheid samenwerkt met de aanleveraars van kritieke infrastructuur en met de financiële sector.

 

Eén van mijn initiatieven is de Safeonweb-app die ik iedereen aanraad te installeren. Het is een zeer actuele bron om informatie te krijgen over de nieuwste phishingcampagnes. Die worden verzameld door het Centrum voor Cybersecurity. Men geeft daar voorlichting. Het is interessant om, bijvoorbeeld één keer per week, te checken wat de nieuwste bedrogmethodes zijn die gebruikt worden, en zo zelf een stukje gevoeligheid voor het thema te krijgen. Uiteindelijk is dat de bedoeling. Wij zouden allemaal de gezonde reflex moeten krijgen in ons digitale leven, dat een deel van ons totale leven is geworden, bij zaken die er een beetje verdacht uitzien, of bij zaken die er een beetje te goed uitzien om waar te zijn, altijd bijzonder voorzichtig te zijn en ze door te geven aan het Centrum voor Cybersecurity.

 

U zult ook gemerkt hebben dat deze regering daar ook middelen voor vrijgemaakt heeft. Bij de begrotingsopmaak van dit jaar werd 5 miljoen bijkomend vrijgemaakt, en bij de begrotingscontrole nog eens 6 miljoen. In het Europees Investeringsfonds hebben wij 79 miljoen geïnvesteerd in cybersecurity.

 

Cybersecurity is een essentieel element van de nieuwe Nationale Veiligheidsstrategie die goedgekeurd is. Maar de echte veiligheidsstrategie is er één waar wij allemaal samen alert zijn en actie ondernemen als wij iets zien dat verdacht is.

 

03.03  Bert Moyaers (Vooruit): Mijnheer de premier, Vooruit zal uw inspanningen en die van de regering steunen door de indiening van een resolutie.

 

Ik wil toch nog even de aandacht vestigen op een merkwaardige trend die ik ook in mijn provincie heb vastgesteld. Tussen de politiezones bestaan grote verschillen inzake snelheid van werking. Aangifte van fraude doen bij de politie is best een moeilijke zaak, aangezien er toch wel wat specifieke kennis voor nodig is. In mijn politiezone – een zeer grote - heeft men voldoende kennis ter zake. Ik merk echter dat dit voor kleinere politiezones een stuk moeilijker is. De manier waarop men als burger beschermd wordt, mag niet afhangen van de grootte van de politiezone. Ik kan slechts wijzen op het belang van een goede uitwisseling van praktijken om ook efficiënt informatie door te geven, want deze strijd kan alleen maar worden gewonnen indien we hem samen voeren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van Jean-Marie Dedecker aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De versnellende inflatie en het verlies aan koopkracht door de hoge energie- en brandstofprijzen" (55002510P)

04 Question de Jean-Marie Dedecker à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'accélération de l'inflation et la perte de pouvoir d'achat en raison des prix élevés de l'énergie" (55002510P)

 

04.01  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de premier, collega's, sedert het blauwe zwaailicht, Guy Verhofstadt, en de rode Johan Vande Lanotte in 2007 Electrabel hebben verkocht aan Suez, nu ENGIE, is Electrabel een Vlaamse melkkoe geworden. Een melkkoe die hier graast, die hier vetgemest wordt, maar die gemolken wordt in Parijs. Afgelopen week hebben we gezien dat ze nog 1,24 miljard euro van die woekerwinsten doorgestort hebben aan de Franse miljonairs, zoals u dat graag noemt, mijnheer Hedebouw.

 

Mijnheer de minister, wat is het gevolg van onze energieproblemen? De inflatie is opgelopen tot meer dan 8%. Als we de energie en de petroleum eruit halen, komen we aan amper 2%. Wat doen wij? We kunnen de elektriciteit niet meer betalen. Afgelopen week heb ik alle partijen, in 1 mei-toespraken, horen spreken over de rijkentaks, koopkrachtbijdragen, overwinstbijdragen en zelfs van het groene leger een oorlogsbijdrage.

 

Mijn vraag is of u nu nog belastingen zal heffen, mijnheer de minister. Wat wordt die overwinstbijdrage? Wat wordt die koopkrachtbijdrage? We leven in een land waar 54% van wat we produceren al teruggaat naar de overheid, met een totale belastingdruk van 43% van ons BBP, na Frankrijk en Denemarken de hoogste van de wereld, met belastingen op arbeid, heren communisten, van 41,2%. Maar ook een belasting op kapitaal, mijnheer Hedebouw, van 40% en zelfs een vennootschapsbelasting van 25%.

 

Kortom, wat zal er gebeuren om de koopkracht aan te zwengelen?

 

04.02 Minister Alexander De Croo: Mijnheer Dedecker, als u kijkt naar de inflatie in ons land en in heel Europa, ziet u dat de inflatie gedreven wordt door de energieprijzen. In de Verenigde Staten is het echter meer een monetair fenomeen.

 

Het feit dat de inflatie gedreven wordt door energie, heeft niet per se te maken met het ene of het andere bedrijf. We zien in heel Europa dat de grondstofprijzen gestegen zijn. Daarom hebben wij bij de Europese Commissie al een aantal keer aangedrongen om het probleem voor de gas- en olieprijzen bij de wortel aan te pakken. We willen dus vermijden dat we als landen gedwongen worden om energie duur te moeten aankopen op de internationale markten omdat landen bijvoorbeeld tegen elkaar uitgespeeld worden. We moeten dat doen in groep en onze Europese omvang gebruiken. We moeten ook kijken naar maatregelen zoals prijsplafonnering wanneer we zien dat prijsverhogingen eigenlijk niet meer te rechtvaardigen zijn.

 

We hebben in ons land ook maatregelen genomen. Ik zal niet in detail ingaan op het pakket van meer dan 3 miljard euro aan maatregelen die we genomen hebben om de energieprijs naar beneden te proberen krijgen.

 

Het voornaamste element waarover men – volgens mij – in ons land te weinig spreekt, is een automatisch mechanisme: de indexering. In andere landen begint men vandaag te onderhandelen over wat men zou kunnen doen om de lonen te verhogen. In ons land is dat iets wat automatisch gebeurt. In andere landen berust men; wij beschermen onze burgers tegen de stijgende prijzen.

 

Dat gaat over bedragen die toch wel een verschil maken. Als men bijvoorbeeld kijkt naar het loon van een kinderverzorger of –verzorgster ziet men dat zij aan het begin van het jaar een loon hadden van bijvoorbeeld 1.850 euro. Nu hebben zij 100 euro netto meer. Een koppel dat bijvoorbeeld 3.700 netto verdient, heeft sinds het begin van het jaar al 180 euro netto meer. In andere landen berust men terwijl we in ons land actie ondernemen om mensen te beschermen tegen het verlies aan koopkracht.

 

Het gaat dus over koopkracht, maar uiteraard ook over concurrentiekracht. Concurrentiekracht, jobcreatie en deze jobs behouden, zijn de koopkracht van morgen. Dat is een evenwicht in ons land waarbij we vandaag mensen beschermen. Als men dat vergelijkt met andere landen, ziet men dat wij het vandaag beter doen dan in andere landen waar men nog steeds afwacht.

 

04.03  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de premier, u maakt zich er gemakkelijk van af wat de energie betreft. Wij betalen aan Frankrijk. U hebt het over de internationale prijs, maar wat hebben de Fransen gedaan? Zij hebben een prijsblokkering gedaan. Zij hebben een maximum gezet op de prijs van de elektriciteit. En wat doen wij? Wij betalen mee voor de Fransen. De overwinsten die hier gemaakt worden gaan naar Parijs en wij betalen daarvoor. U bent met handen en voeten gebonden op basis van de afhankelijkheid van ENGIE, want u moet nu terug op uw knieën naar Parijs om de kerncentrales open te houden en om uw geld kwijt te geraken in gascentrales. Daar ligt de hond gebonden, mijnheer de premier.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van Kathleen Verhelst aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het conflict tussen Rusland en Oekraïne en het zesde sanctiepakket van de EU" (55002515P)

05 Question de Kathleen Verhelst à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Le conflit entre la Russie et l'Ukraine et le sixième paquet de sanctions de l'Union européenne" (55002515P)

 

05.01  Kathleen Verhelst (Open Vld): Mijnheer de eerste minister, er ligt een zesde pakket sancties op tafel tegen het regime van Poetin. Het gaat om financiële sancties, waarbij de Russische banken uit het internationale bankensysteem worden gegooid, en om economische sancties via het olie-embargo, waardoor de financiering van de oorlog van Poetin klappen krijgt.

 

Dit toont opnieuw de eendracht en de kracht van Europa aan, wat we toejuichen. We moeten aan hetzelfde zeel trekken. Uit een bevraging in De Standaard blijkt dat we allemaal voor die sancties zijn, maar we moeten alert blijven. De bedrijven verkeren in zwaar weer. Het was al niet simpel tijdens de coronacrisis en met deze oorlog is het nog veel moeilijker geworden. Ondernemers moeten noodgedwongen op zoek naar nieuwe bevoorradingskanalen, moeten zichzelf heruitvinden en andere oplossingen zoeken. Daarnaast moeten ze ook afrekenen met de immense verhoging van de brandstof-, energie- en loonkosten.

 

De impact voor de gezinnen zou op termijn gelukkig beperkt blijven, zoals blijkt uit een studie van UGent. De sancties die de burgers in hun portemonnee treffen, treffen echter ook de economie. Burgers en bedrijven moeten samen het hoofd koel houden en het beleid moet de maatschappij kunnen geruststellen met realistische daadkracht. Niet de sancties zijn immers het echte probleem, wel de oorlog.

 

Ik hoop dat we kunnen leren hoe we meer economische onafhankelijkheid en zelfredzaamheid kunnen verwerven, zodat we in de toekomst beter opgewassen zijn tegen een crisis met  dergelijke prijsstijgingen.

 

Mijnheer de eerste minister, hoe kan u ons geruststellen?

 

05.02 Minister Alexander De Croo: Mevrouw Verhelst, zoals u weet ligt er vandaag een zesde pakket sancties op tafel, waarin ons land een zeer actieve rol heeft gespeeld. Ons land heeft bijvoorbeeld de financiële sancties om de grootste Russische staatsbank volledig los te koppelen van het internationale betalingsverkeer uitgewerkt op basis van de kennis die wij hebben van onder meer SWIFT.

 

Wij willen de oorlogskas van het Kremlin natuurlijk ook rechtstreeks kunnen raken. Dat doen we door de volledige uitfasering van de import van Russische olie tegen het einde van het jaar en de versnelde afbouw van onze afhankelijkheid van Russisch gas. De Europese Unie is zich stap voor stap van de Russische energie aan het loskoppelen. Dat is een goede zaak. Wij doen dat stap voor stap, omdat we willen vermijden dat we onze eigen Europese economie recht in een recessie duwen, wat mogelijk is als we dat te abrupt zouden doen. Dat zou onze burgers het leven nodeloos moeilijk maken. Het zou uiteindelijk ook de Oekraïners niet helpen als Europa in een zeer moeilijke positie komt te zitten.

 

Ik pleit wel voor solidariteit. De Europese Unie heeft de voorbije maanden getoond beslissingen te kunnen nemen als één blok. Die eensgezindheid is het tegendeel van wat Rusland verwacht had. Rusland had verwacht dat we uit elkaar zouden worden gespeeld, maar we slagen er keer op keer in om sanctiepakketten goed te keuren waar alle 27 Europese landen achter staan.

 

Als we maatregelen nemen die zo drastisch zijn, moeten we vandaag ook al nadenken over de manier waarop onze bevolking en onze bedrijven daarmee kunnen omgaan. Dat was ons pleidooi bij de Europese Commissie. Wij willen namelijk meer ambitie op dat niveau. Wij willen vandaag duidelijkheid over de manier waarop we ons met olie kunnen bevoorraden als die niet uit Rusland komt. Wij willen vandaag duidelijkheid over de manier waarop we collectief zullen aankopen, om te vermijden dat het ene land gaat opbieden tegen het andere. Daarom moeten we, zoals voor het gas, maatregelen zoals prijsplafonneringen kunnen nemen. Maatregelen nemen moeten we als één Europees blok doen. Onze bevolking beschermen moeten we ook in volle solidariteit en als een Europees blok doen.

 

05.03  Kathleen Verhelst (Open Vld): Mijnheer de eerste minister, ik dank u voor het antwoord. Dit was geen een-tweetje, maar we konden een dergelijk antwoord misschien wel verwachten van een eerste minister die in alle voorzichtigheid en zeer weloverwogen onze stem vertegenwoordigt in Europa. Het is nu zeer belangrijk dat we solidair naar de oplossingen kijken voor ons land. Het is immers zeker geen sinecure voor de bedrijven.

 

Mijnheer Dermagne, ga alstublieft aan de slag om de mensen aan het werk te krijgen, nu er nog werk is en we nog economisch zelfredzaam zijn. We moeten de krachten bundelen en iedereen in Europa moet zijn beste beentje voorzetten om dit aan te kunnen. Hopelijk steunt iedereen deze oplossingen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

- Maggie De Block aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De nakende executie van professor Djalali" (55002516P)

- Ellen Samyn aan Sophie Wilmès (VEM Buitenlandse en Europese Zaken) over "De vrijlating van Iraans-Britse burgers en het lot van professor Djalali" (55002518P)

06 Questions jointes de

- Maggie De Block à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'exécution imminente du professeur Djalali" (55002516P)

- Ellen Samyn à Sophie Wilmès (VPM Affaires étrangères et européennes) sur "La libération des citoyens irano-britanniques et le sort du professeur Djalali" (55002518P)

 

06.01  Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, collega's, reeds zes jaar en dat is wat in een mensenleven, zit professor Djalali zonder enige vorm van eerlijk proces onschuldig vast in een Iraanse cel, zonder de nodige medische hulp, zonder contact met de familie. Gisteren ontvingen wij een bijzonder verontrustend bericht van zijn vrouw. De executie zou nakend zijn, de datum zou uiterlijk 21 mei zijn. Het is dus duidelijk dat Iran een gijzeldiplomatie hanteert om zijn belangen te verdedigen.

 

Collega's, het Parlement is niet gauw eensgezind, maar twee jaar geleden werd in december 2020 onze resolutie door alle fracties gesteund en eenparig goedgekeurd in het halfrond. Ondertussen is iedereen blijven strijden, samen, om hem uit de Iraanse cel te krijgen. Reeds zes jaar strijdt elke assemblee, samen met de familie, om hem eruit te krijgen. Nu voert Iran de druk op en moeten wij toch een versnelling hoger schakelen.

 

Mijnheer de premier, het is van het allergrootste belang dat elkeen op elk niveau doet wat mogelijk is om de uitvoering van de straf te verhinderen. Dat is in het verleden zo gebeurd en wij denken dat dat nu nog moet opgedreven worden. De executie mag niet worden uitgevoerd.

 

Mijnheer de eerste minister, hoe zult u, nationaal, internationaal en Europees, alle middelen inzetten om die man die professor, die familievader te verenigen met zijn vrouw, zijn kinderen, zijn familie en zijn vele vrienden?

 

06.02  Ellen Samyn (VB): Ik zal eerlijk zijn, mijnheer de eerste minister, ik zou hier vandaag liever niet hebben gestaan. Ik zou mijn vraag liever in de commissie hebben gesteld. Toen was het nog een vraag vol hoop, omdat er twee Brits-Iraanse burgers waren vrijgelaten. Aan die hoop kwam gisteren abrupt een einde, toen Iran via zijn persbureau bekendmaakte dat professor Djalali uiterlijk op 21 mei geëxecuteerd zal worden.

 

Het is wreed, gruwelijk en onaanvaardbaar wat Iran aanricht. Zonder eerlijk proces, zonder een degelijk recht op verdediging wordt een man ter dood veroordeeld. Bovendien verblijft professor Djalali in erbarmelijke en onmenselijke omstandigheden. Toegang tot medische zorg wordt hem geweigerd en meermaals kregen wij het bericht dat hij gefolterd wordt. Iran heeft professor Djalali al verscheidene keren als hefboom gebruikt om België en Zweden tot toegevingen te dwingen. Men wilde hem ruilen tegen terroristen Assadi en Nouri, die respectievelijk in België en Zweden zijn veroordeeld. Het is geen toeval dat vandaag het proces van Assadi in het hof van beroep startte.

 

Een ruil zou het regime alleen maar nog meer ertoe aansporen internationale gevangenen als pasmunt te gebruiken in onderhandelingen. Een collega van professor Djalali, professor Gerlant van Berlaer, verwoordt het als volgt: "Het getuigt van een verregaand misprijzen voor menselijkheid als je gevangenen met dubbele nationaliteit steeds weer als pasmunt inzet en met executie bedreigt om druk te zetten op andere landen."

 

Hoe zal België de nakende executie, die gruweldaad stoppen? Zullen België en de Europese Unie krachtdadig reageren, indien Iran zijn plannen effectief uitvoert? Zult u stoppen met pleiten voor de nucleaire deal? Wat is uw visie op de verdere handelsbetrekkingen met Iran?

 

06.03 Minister Alexander De Croo: Dank u beiden voor de vragen over de Iraans-Zweedse professor Djalali. Het lot van dokter Djalali beroert de publieke opinie in gans de wereld en ook in ons land. We weten allemaal dat de man in ons land een tijd actief is geweest aan de Vrije Universiteit Brussel.

 

Zoals aangegeven is hij in 2016 aangehouden op verdenking van spionage met betrekking tot buitenlandse vijanden. Dokter Djalali heeft die beschuldigingen steeds ontkend en heeft steeds aangegeven dat die afgedwongen zijn op basis van foltering.

 

Ons land heeft de voorbije jaren meermaals contact opgenomen en contact gehad met Iran om die executie te kunnen vermijden. De FOD Buitenlandse Zaken volgt de situatie reeds jarenlang op op administratief niveau en op politiek niveau. Wij hebben steeds gepleit op politiek niveau om die executie niet uit te voeren, we hebben steeds geïnformeerd naar de fysieke en mentale gezondheidstoestand van professor Djalali en we hebben steeds gevraagd om toegang te kunnen krijgen tot hem.

 

In de vorige regering hebben premier Michel, minister van Buitenlandse Zaken Reynders en uzelf, mevrouw De Block, steeds contact genomen met uw Iraanse collega's om er bij hen op aan te dringen die executie niet te laten doorgaan. Ikzelf heb ook een brief gestuurd aan toenmalig president Rohani om duidelijk te vragen om die executie niet te laten doorgaan. Meer recent, op 19 februari en op 26 maart, heeft minister van Buitenlandse Zaken Wilmès gesproken met haar Iraanse homoloog en ook steeds gevraagd om die executie niet te laten doorgaan.

 

Het nieuws dat gisteren naar buiten kwam vanuit het Iraanse persbureau, is bij Buitenlandse Zaken niet bevestigd. Het is bij de advocaat van dokter Djalali evenmin bevestigd en het is ook bij onze Zweedse collega's tot nu toe niet bevestigd. Niettemin zijn wij natuurlijk bijzonder bezorgd over de situatie van professor Djalali.

 

Vanuit ons land zullen wij drie zaken doen. Ten eerste, de FOD Buitenlandse Zaken heeft hierover vandaag contact gehad met de Iraanse ambassade en opnieuw aangedrongen op duidelijkheid en ons verzet tegen het uitvoeren van de doodstraf benadrukt. Ten tweede, ze heeft contact opgenomen met de Europese Dienst voor extern optreden en gevraagd dat de Europese gezant Mora, die volgende week in Teheran op bezoek zal zijn, dat dossier op dezelfde manier daar aankaart.

 

Ten derde heb ik een aantal weken geleden een gesprek aangevraagd met de Iraanse president de heer Raisi. Het dossier zal een van de onderwerpen zijn die ik wil aanbrengen. Op basis van het nieuws zullen we daar bijkomend de nadruk op leggen.

 

Ten vierde, België is een rechtstaat. In een rechtstaat zijn het de rechtbanken en rechters, die op basis van een dossier of aanklacht rechtspreken en recht uitvoeren. Met de onafhankelijkheid van onze rechtbanken en rechters, hoe delicaat het dossier ook is, maken wij het verschil tussen een democratisch land als het onze en een autocratie zoals andere in de wereld.

 

06.04  Maggie De Block (Open Vld): Ik dank u voor alle reeds geleverde en nog te leveren inspanningen. Het komt erop aan een mensenleven te redden. Als we daarin slagen, is dat een overwinning voor iedereen.

 

06.05  Ellen Samyn (VB): Wat de regering al veel langer had moeten doen, is het internationaal isoleren van Iran. Maar neen, integendeel. Met dat soort van regimes sloot België integendeel in 2019 samen met 5 andere Europese landen het handelskanaal Instex af. Het Vlaams Belang was toen de enige in het halfrond die zich hiertegen verzette.

 

Op enige diplomatieke openheid of politiek engagement van de zijde van Iran zullen we niet moeten rekenen. De aankondiging door Iran dat de executie van de heer Djalali zal plaatsvinden, doet Iran enkel en alleen maar om druk uit te oefenen. Misschien en hopelijk stelt men de executie opnieuw uit omdat het land, hoe cynisch uit, zijn troefkaart in de onderhandelingen niet kwijt wil raken.

 

We mogen niet meegaan in die chantage. Een onschuldige man mag niet worden geruild met terroristen, maar moet onvoorwaardelijk worden vrijgelaten. Zolang dat niet gebeurt, moeten er harde economische en diplomatieke sancties getroffen worden.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Question de Nadia Moscufo à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Les revendications du personnel du secteur non marchand adressées au gouvernement fédéral" (55002501P)

07 Vraag van Nadia Moscufo aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "De aan de federale regering gerichte eisen van het personeel van de non-profitsector" (55002501P)

 

07.01  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Madame la présidente, monsieur le vice-premier ministre, Sylvie, aide-familiale, Soignies, mars, 826 kilomètres, 42 bénéficiaires, coûts supplémentaires dus à l'augmentation du carburant, 210 euros par mois. Elle dit: "Maintenant je dois couper dans des dépenses essentielles. Mercredi dernier, j'ai annulé le dentiste sinon je n'avais plus assez d'argent pour faire le plein et terminer ma semaine de travail." Ceci est un des nombreux témoignages que vous avez reçus ce matin, monsieur le vice-premier ministre, lors de l'action devant le Parlement.

 

Les aides-familiales, les infirmières, les éducateurs spécialisés, ces travailleuses du secteur non marchand qui ont un travail essentiel, qui travaillent à domicile, qui aident les personnes âgées, qui aident les personnes handicapées, qui contribuent à ce que toutes ces personnes puissent avoir une vie digne et vivre en toute autonomie. Sauf que depuis l'augmentation du prix du carburant, ils n'en peuvent plus! Pourtant, ils ne savent pas faire autrement que d'avoir une voiture, non seulement pour se rendre de leur domicile à leur lieu de travail mais aussi pour accomplir les missions dans le cadre de leur travail. C'est d'ailleurs une condition dans l'engagement; ils doivent rendre service aux bénéficiaires et les accompagner chez le médecin ou encore faire les courses.

 

Ils ont interpellé le gouvernement wallon. La ministre Morreale les a renvoyés au fédéral. Le 1er avril, votre gouvernement a dégagé 30 millions en urgence pour aider les travailleurs suite à l'augmentation du prix des carburants. Monsieur le ministre où est cet argent? Quand cet argent sera-t-il débloqué? Allez-vous tenir compte de la spécificité de ces métiers à domicile et avez-vous entendu leurs revendications?

 

07.02  Pierre-Yves Dermagne, ministre: Madame la présidente, madame la députée, je vous remercie pour votre question qui permet de mettre en lumière la situation délicate, particulière, impossible et même insupportable de milliers de travailleurs dans notre pays.

 

J'ai effectivement eu le plaisir et l'honneur de recevoir, ce matin, une délégation de représentantes – majoritairement –, de travailleuses du non-marchand, et singulièrement de travailleuses du secteur de l'aide à domicile qui, comme vous l'avez évoqué, sont contraintes, aujourd'hui, comme c'était déjà le cas hier, de prendre leur véhicule pour aller au service de la population, rendre un service essentiel à notre société individuellement et collectivement. On a d'ailleurs pu constater la valeur de ce service durant la crise sanitaire et on peut encore le constater, aujourd'hui, au jour le jour.

 

C'est la raison pour laquelle le gouvernement a décidé de débloquer, dans le cadre du contrôle budgétaire, une enveloppe de 30 millions d'euros et de soumettre celle-ci aux partenaires sociaux au sein du groupe des dix pour qu'ils puissent fixer une série de mesures, de priorités dans le cadre du soutien aux travailleurs et aux travailleuses.

 

Malheureusement, à ce jour, les partenaires sociaux n'ont pas encore pu s'entendre sur une série de mesures concrètes. Il est bien entendu que, si dans les jours et les semaines qui viennent, ils restent sur un échec, il reviendra au gouvernement de fixer les conditions d'octroi de ces 30 millions. Il serait totalement incompréhensible et insupportable que ceux-ci ne bénéficient pas aux travailleurs et aux travailleuses et singulièrement à ceux et celles qui travaillent dans des secteurs comme celui de l'aide à domicile, du soutien au handicap, aux personnes en perte d'autonomie. C'est, pour moi, une priorité.

 

J'ai eu la chance, ce matin, d'écouter Nathalie, Isabelle, Stéphanie et Annie qui nous ont fait part de leurs difficultés. Je me suis engagé, avec le représentant du premier ministre et avec un représentant du ministre des Finances, à étudier les propositions qu'elles ont déposées et à revenir le plus rapidement possible vers elles avec des solutions concrètes.

 

07.03  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, tout cela est bien beau! Nous partageons le même constat. C'est déjà bien. Mais, concrètement, pensez-vous que ces femmes – vous avez raison de dire que ce sont majoritairement des femmes – ont le temps d'attendre que tout cela se concrétise? Ce n'est vraiment plus possible pour elles.

 

Vous dites que les partenaires sociaux ne se sont pas encore mis d'accord sur votre enveloppe de 30 millions d'euros. Je le comprends car cela représente 1,5 euro par travailleur dans ce pays. Je peux donc déjà vous dire que cela ne sera pas suffisant. J'espère que vous tiendrez compte de la spécificité de ces travailleurs qui ont vraiment besoin de leur voiture.

 

Dans un deuxième temps, il faudra bien qu'on entame ce débat sur le blocage des prix pour que le prix du carburant à la pompe ne dépasse pas 1,4 %.

 

On ne travaille plus pour vivre mais pour survivre. Ce n'est plus possible!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van Björn Anseeuw aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het inactiverend arbeidsmarktbeleid van de regering" (55002503P)

08 Question de Björn Anseeuw à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "La politique d'inactivation du gouvernement en matière de marché de l'emploi" (55002503P)

 

08.01  Björn Anseeuw (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, als de Vlamingen vandaag iets vragen, dan is het wel koopkracht. De helft van de Vlamingen vindt de stijgende prijzen maatschappelijk probleem nr. 1. Ik begrijp hen ook.

 

Moet de overheid dan alles oplossen? Neen, dat moet ze natuurlijk niet. U kan echter wel heel wat doen, niet het minst op het vlak van arbeidsmarktbeleid. U doet dat niet. Daar heb ik geen begrip voor. De grootste koopkrachtsprong voorwaarts die iemand kan maken, is immers de sprong van een uitkering naar een inkomen uit arbeid.

 

Het enige wat u tot nog toe hebt gedaan, is enkel maar de uitkeringen verhogen. Nochtans, hoe meer mensen werken, hoe sterker onze sociale zekerheid is, hoe doortastender ook het sociaal beleid kan zijn. Vooral biedt werken kansen, niet alleen op het vlak van zelfontplooiing of op het vlak van meer sociale contacten maar niet het minst ook op een goed inkomen en op meer koopkracht. Dat is wat de mensen vandaag nodig hebben. Wat doet u? U geeft opnieuw niet thuis.

 

Vandaag zijn er 1,4 miljoen mensen in dit land die niet werken, maar dat op de ene of de andere manier wel zouden moeten kunnen doen. Tegelijk zijn er 196.000 openstaande vacatures, die niet ingevuld geraken. Wanneer ze al ingevuld geraken, bijvoorbeeld in mijn eigen provincie West-Vlaanderen, dan is dat vooral, omdat de Fransen die jobs komen invullen, terwijl onze buren uit Henegouwen dat nog altijd niet doen. Dat is heel erg opvallend, maar eigenlijk niet zo vreemd. De voorbije twee jaar hebt u immers niets anders gedaan dan stukje voor stukje en keer op keer werken in dit land minder aantrekkelijk te maken.

 

Welnu, mijnheer de minister, u bewijst de mensen daarmee geen dienst. U bewijst de samenleving daarmee geen dienst. Daarom heb ik voor u de hiernavolgende vraag. Mijnheer de minister, hoe lang nog zal u met de huidige regering meer dan één miljoen mensen in dit land kansen blijven ontnemen op een fatsoenlijk inkomen en op meer koopkracht?

 

08.02 Minister Pierre-Yves Dermagne: Mevrouw de voorzitster, mijnheer Anseeuw, of u dat nu leuk vindt of niet, de cijfers zijn er en ze liegen niet. Ondanks de ongekende crisis die we doormaken, staat de werkgelegenheidsgraad in België op een recordhoogte.

 

Bij de start van de regering bedroeg de werkgelegenheidsgraad 69,9 %, nu is dat 71,6 %, de hoogste werkgelegenheidsgraad in meer dan 20 jaar. De werkgelegenheid is met deze regering dus met 1,7 % gestegen. Dat vertaalt zich ook in een dalend aantal werkzoekenden. Terwijl er in oktober 2020 337.300 werkzoekenden waren, waren er dat in december 2021 280.400. Dat komt neer op bijna 57.000 werkzoekenden minder. En de werkloosheid daalt in de drie regio's.

 

Er is nog een hele weg af te leggen. Daarom hebben we de minimumlonen verhoogd om een verschil te maken tussen werkloosheidsuitkering en loon en daarom is door de regering in eerste lezing een reeks maatregelen goedgekeurd in het kader van de arbeidsdeal en de re-integratie van zieken op de arbeidsmarkt. De wet houdende diverse bepalingen ligt momenteel voor advies bij de sociale partners en wordt binnenkort aan het Parlement voorgelegd.

 

Tot slot wil ik u eraan herinneren dat het activeringsbeleid sinds de zesde staatshervorming een regionale bevoegdheid is.

 

08.03  Björn Anseeuw (N-VA): Mijnheer de minister, weet u aan wie u mij doet denken? Aan Comical Ali. Er is geen enkel probleem.

 

Er zijn 196.000 openstaande vacatures en steeds meer mensen in dit land hebben op het einde van hun geld een stukje maand over, maar voor u is er geen enkel probleem. U verwijst naar de regio's. Inderdaad, als de werkzaamheidsgraad in dit land de voorbije twee jaar is gestegen, is dat dankzij de inspanningen die Vlaanderen levert om werken aantrekkelijker te maken, onder andere met de jobbonus. Dat is een Vlaams beleid waar u frontaal tegen ingaat.

 

Het is ondanks het beleid in Wallonië en ondanks de cijfers in Bussel dat de werkzaamheidsgraad in dit land stijgt, maar voor u is er geen probleem en u doet niets. Dat is bijzonder wraakroepend en asociaal op het moment dat steeds meer mensen zich hardop afvragen of ze op het einde van de maand nog de rekeningen zullen kunnen betalen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

09 Questions jointes de

- Marie-Colline Leroy à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "L'accord annoncé sur la réforme du statut d'artiste" (55002497P)

- Nahima Lanjri à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Le statut d'artiste" (55002507P)

- Christophe Bombled à David Clarinval (Classes moyennes, Indépendants, PME et Agriculture, Réformes institutionnelles et Renouveau démocratique) sur "La réforme attendue du statut d'artiste" (55002509P)

- Leslie Leoni à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "La réforme du statut d’artiste" (55002513P)

09 Samengevoegde vragen van

- Marie-Colline Leroy aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het aangekondigde akkoord over de hervorming van het kunstenaarsstatuut" (55002497P)

- Nahima Lanjri aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het kunstenaarsstatuut" (55002507P)

- Christophe Bombled aan David Clarinval (Middenstand, Zelfstandigen, Kmo's en Landbouw, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing) over "De verwachte hervorming van het kunstenaarsstatuut" (55002509P)

- Leslie Leoni aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "De hervorming van het kunstenaarsstatuut" (55002513P)

 

09.01  Marie-Colline Leroy (Ecolo-Groen): Messieurs les ministres, j'imagine que vous n'êtes pas surpris de nous voir aujourd'hui devant vous. Quel réveil fracassant hier matin en entendant l'annonce d'un accord sur cette réforme des travailleurs et des travailleuses du secteur des arts! Une grande première étape a été franchie: celle qui consiste à reconnaître ce qu'ils et elles sont, ce qu'ils et elles vivent, ce qu'ils et elles demandent légitimement depuis un long moment - 20 ans déjà!

 

Vous ne le savez peut-être que trop, cette réforme est essentielle à nos yeux. Essentielle parce qu'elle dit de nous ce que nous voulons comme projet de société. Une société qui reconnaît les risques de précarité réels des travailleurs et des travailleuses des arts autant qu'elle reconnaît leur nécessité de nous faire vivre toutes et tous. Autant qu'elle s'inscrit dans la reconnaissance du travail invisibilisé et des rémunérations intermittentes. Une société qui s'engage en faveur d'une meilleure protection sociale, plus juste et plus solidaire.

 

Messieurs les ministres, je ne peux que vous inviter à poursuivre ce que vous avez entamé hier ou plutôt ce que vous entamerez demain, si tout va bien… vous voyez ce que je veux dire. Je ne peux que vous inviter à poursuivre vos engagements de concertation, concertation en retournant vers le secteur, concertation vis-à-vis du Conseil national du Travail, concertation avec l'Institut pour l'égalité des femmes et des hommes.

 

Mes questions sont simples: allez-vous tenir cet engagement et, surtout, qu'en est-il de la suite? Quels sont les délais et quand entamerez-vous la deuxième étape - pardonnez mon impatience -, deuxième étape tout aussi essentielle, puisqu'elle concerne les conditions de travail de l'ensemble de ces travailleurs et travailleuses? Je vous remercie.

 

09.02  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de minister, onze cultuur in stand houden kan enkel door cultuur te blijven creëren. Dit is een citaat van Johan Huizinga dat ons moet blijven inspireren. Wat is onze samenleving immers zonder kunstenaars, zonder musici, theatermakers, schrijvers…? Elke dag brengen ze mensen samen door schoonheid en verwondering te creëren.

 

Onze fractie is dan ook verheugd dat na 20 jaar eindelijk een nieuw kunstwerkattest is uitgewerkt dat deze groep een nieuwe ondersteunende regeling biedt. Deze regeling zal de tewerkstelling en het professionalisme in de cultuursector bevorderen en zal de mensen in de artistieke sector, ook starters, een betere toegang verlenen tot de sociale zekerheid. Deze regeling sluit ook beter aan bij hun artistieke activiteiten. Kortom, het kunstwerkattest zorgt ervoor dat kunstwerkers zich voortaan volledig kunnen toeleggen op hun werk, zijnde cultuur en artistieke activiteiten.

 

De nieuwe regels zijn niet hier in een ivoren toren in het Parlement of op uw kabinet ontstaan. Ze zijn ook mee uitgewerkt door de mensen uit de sector zelf, die mee de pen hebben kunnen vasthouden. Dat is goed.

 

Het is niet de bedoeling dat we iedereen uit de sector een basisinkomen geven, aangezien dit indruist tegen deze hervorming. Het zou bovendien onrechtvaardig zijn tegenover werknemers en zelfstandigen uit andere sectoren die niet op een dergelijk basisinkomen kunnen rekenen. Men zal effectief moeten aantonen dat er sprake is van een professionele, artistieke praktijk om een dergelijk attest te krijgen. De nieuwe kunstwerkcommissie zal hierover oordelen.

 

Ik heb twee vragen, mijnheer de minister.

 

Hoe zal u ervoor zorgen dat dit kunstwerkattest effectief betere garanties biedt op tewerkstelling?

 

Hoe zal u zorgen voor een evenwichtige besluitvorming bij het toekennen van dat attest?

 

09.03  Christophe Bombled (MR): Messieurs les ministres, la réforme du statut d'artiste est sur le point d'aboutir. Ma formation politique s'en réjouit d'autant plus qu'il y a environ deux ans, elle avait indiqué sa vision du statut d'artiste au XXIe siècle et avait même fait le forcing pour que ce point figure dans l'accord de gouvernement. Le secteur a été largement concerté et je dois souligner la bonne collaboration qu'il y a eu entre vous deux, ministre des Indépendants et ministre de l'Emploi, ainsi qu'avec le ministre des Affaires sociales pour aboutir à ce projet de réforme. Un vent favorable me revient selon lequel le statut serait simplifié, plus accessible, élargi aux intermittents et aux techniciens, un statut plus responsabilisant et un statut qui récompense le travail.

 

Confirmez-vous ce vent favorable indiquant que cette réforme en tiendra compte? Ma deuxième question s'adresse davantage au ministre des Indépendants. Le MR souhaite que ces travailleurs des arts soient de moins en moins dépendants financièrement et moins dépendants de l'ONEM. Quelles mesures envisagez-vous de prendre afin de favoriser l'accès au régime des indépendants à ces travailleurs des arts? Enfin, quel est le planning de cette réforme? En d'autres mots, quand pourra-telle être mise en place? Je vous remercie.

 

09.04  Leslie Leoni (PS): Messieurs les ministres, sans le savoir, vous m'avez fait un beau cadeau hier, avec cet accord à l'aube de mes 41 ans. C'est donc avec beaucoup d'émotion, de satisfaction, de joie, que depuis hier, je reçois des messages enthousiastes du secteur artistique. Ils sont soulagés; ils sont reboostés. Et surtout, le plus important: ils se sentent entendus.

 

Sur des plateaux de tournage, ce sont des jeunes preneurs de son et des jeunes comédiens qui ont applaudi en apprenant que l'accès au statut d'artiste serait facilité. C'est une jeune danseuse enceinte qui est soulagée, car l'impossibilité de danser pendant plusieurs mois pendant sa maternité ne la pénalisera pas pour garder son statut d'artiste.

 

On peut dire que vous avez travaillé dur, que vous n'avez rien lâché. Il en est de même de l'ensemble du secteur. Au sein de la plateforme Working in the Arts, ils et elles ont débattu, ont fait valoir leurs positions, parfois différentes, ont trouvé des compromis, ont dû convaincre le monde politique, dont certains n'étaient pas acquis.

 

Je mettrai surtout en avant la Commission du travail des arts, avec une représentation importante des travailleurs et des travailleuses du secteur, la prise en compte du travail invisible et des métiers de l'ombre, une meilleure protection sociale, une facilité, le relèvement des allocations, la prise en compte des congés de maternité et de maladie, un soutien aux jeunes artistes et aux intermittents.

 

Toutes ces revendications, nous les portons, nous, socialistes, depuis longtemps. Ici au Parlement, souvenez-vous du combat de Özlem Özen et de Ludivine Dedonder, qui ont réussi à faire voter leur proposition pour faciliter l'accès au chômage des artistes et des techniciens, et le maintien de leurs droits pendant la crise du covid.

 

Messieurs les ministres, aujourd'hui, pourriez-vous nous préciser les mesures contenues dans cette réforme, et nous donner un timing précis sur sa mise en œuvre? Je vous remercie.

 

09.05  Pierre-Yves Dermagne, ministre: Mesdames et messieurs les députés, je ne suis pas surpris de vos interpellations de ce jour. Je me réjouis d'avoir pu, avec mes collègues David Clarinval et Franck Vandenbroucke, faire aboutir cette réforme attendue depuis plus de vingt ans par le secteur artistique, par ceux qui en sont la cheville ouvrière, ceux qui font que la création artistique et culturelle dans notre pays est une réalité.

 

Nous leur devions cette réforme après des années de difficultés, accentuées pendant la période de pandémie, avec notamment des mesures de gestion de crise qui ont été particulièrement difficiles à vivre pour les travailleurs du secteur culturel.

 

Je suis fier de vous présenter cette réforme aujourd'hui.

 

Samen met mijn collega's, David Clarinval en Frank Vandenbroucke, heb ik een brede consultatie opgezet in de kunstensector om samen concrete voorstellen voor de hervorming van het statuut te formuleren. Deze voorstellen zijn voor iedereen raadpleegbaar, aangezien zij online werden gepubliceerd. Wij hebben de sector beloofd dat wij deze evenwichtige voorstellen zouden verdedigen. Dat is exact wat wij gedaan hebben.

 

Het akkoord binnen de regering ligt in lijn met deze voorstellen en behoudt het DNA ervan.

 

Ainsi, le futur statut de travailleur des arts sera rendu plus facile d'accès, qu'il concerne les artistes, les techniciens, ainsi que les travailleurs exerçant des fonctions de soutien. Il s'agira donc d'une réforme inclusive, qui met fin à des différences de traitement, voire à des discriminations entre les différentes catégories de travailleurs du secteur artistique et culturel.

 

Les travailleurs des arts seront enfin reconnus comme des travailleurs à part entière. De nombreux témoignages nous ont été relatés, que ce soit en commission des Affaires sociales ou via la plate-forme Work in the Arts, qui démontraient que beaucoup se sentaient harcelés par des règles administratives inadaptées à leur situation, à leur état et à leur travail. En effet, alors qu'ils travaillaient sur des projets, dans la création, la recherche ou l'écriture, ils devaient souvent se justifier auprès de l'ONEM ou des organismes régionaux de leur disponibilité sur le marché du travail. Désormais, les travailleurs des arts pourront se concentrer pleinement sur leur activité culturelle et sur leur art.

 

Les allocations sont également revalorisées. C'était un aspect important, puisque la crise a jeté un éclairage cru sur les difficultés éprouvées quotidiennement par ces hommes et ces femmes du secteur culturel qui, pour beaucoup, vivaient avec des revenus inférieurs au seuil de pauvreté. Je me réjouis de pouvoir annoncer devant vous une augmentation des minima à 1 507,74 euros bruts/mois pour les isolés et les cohabitants et à 1 652,82 euros pour les chefs de ménage, lorsque ces travailleurs du secteur ne perçoivent pas de revenus dans le cadre de leurs activités. Bien entendu, notre volonté est qu'ils puissent, sans allocations, vivre de leur métier et de leur art au-delà du seuil de pauvreté. En tout cas, ce filet de sécurité, cette protection qui tient compte des particularités inhérentes à ces métiers et fonctions du secteur culturel était absolument nécessaire.

 

Werknemers zullen dankzij deze hervorming ook meer auteursrechten kunnen innen, zonder te worden gepenaliseerd. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met de situatie van jongeren die afstuderen in de kunsten. Zij zullen vlot door de commissie kunnen worden erkend.

 

Er wordt ook rekening gehouden met de situatie van ouderen die momenteel het kunstenaarsstatuut hebben, aangezien de voorwaarden voor de verlenging zullen worden versoepeld.

 

C'est une réforme qui responsabilise aussi les acteurs du secteur culturel puisque la Commission du travail des arts sera composée à 50 % de représentants du secteur à côté de représentants des institutions de sécurité sociale et de représentants des partenaires sociaux. C'est dorénavant uniquement cette Commission qui délivrera les attestations de travailleurs des arts. Les artistes seront donc responsabilisés et impliqués dans cette Commission ayant pour objet d'octroyer des attestations et de fixer aussi un cadastre qui tienne compte des réalités du secteur par rapport aux prestations qui sont reconnues et qui entrent en ligne de compte pour l'obtention du statut.

 

C'est enfin une réforme féministe puisque, avec une série de mesures, notamment la règle de la conversion du salaire, elle permettra aux travailleurs à temps partiel qui, comme dans d'autres secteurs, sont aujourd'hui majoritairement des femmes, d'accéder à un statut complet.

 

L'alignement du statut de cohabitant sur celui d'isolé permettra également de revaloriser les allocations de nombreux travailleurs, singulièrement des femmes.

 

Par ailleurs, le congé de maternité et le congé d'adoption seront maintenant pris en compte dans le cadre de cette réforme.

 

J'en viens, madame la présidente, au dernier élément de réponse. C'est un sujet important. Il était essentiel de pouvoir faire le point sur le timing. La volonté est effectivement, le plus rapidement possible après nouvelle concertation du secteur et nouvelle concertation des partenaires sociaux, de pouvoir faire entrer en vigueur cette réforme de manière progressive, avec une entrée en vigueur du statut à partir de septembre de cette année et une montée en puissance des autres éléments de la réforme. Effectivement, pour les autres phases, nous aurons aussi besoin de nos collègues des Communautés qui sont en partie responsables, notamment pour les conditions de travail.

 

09.06  David Clarinval, ministre: Mesdames et messieurs les députés, tout d'abord, bon anniversaire à Mme Léoni et merci pour son cadeau aujourd'hui! Mes collègues Pierre-Yves Dermagne, Franck Vandenbroucke et moi-même sommes en effet très heureux de pouvoir présenter cette réforme des travailleurs des arts demain au Conseil des ministres. Comme l'a souligné Pierre-Yves Dermagne, il s'agit d'une réforme importante. Cela fait 20 ans que le secteur artistique attendait une avancée sur ce sujet et, on le sait, la crise sanitaire a été une période compliquée pour les acteurs du monde de la culture. La situation est encore plus difficile aujourd'hui, après cette période de crise.

 

Cette réforme est également une mesure qui a été prise à l'issue d'une large concertation avec les secteurs artistiques, à savoir - j'insiste - les secteurs subventionnés mais aussi les secteurs non subventionnés. On a souvent tendance à l'oublier, mais il existe un monde culturel non subventionné très important qui doit, lui aussi, pouvoir faire entendre sa voix, voix qui a pu s'exprimer au cours de cette année de consultation.

 

Cette réforme s'articule autour de quatre axes: tout d'abord, une simplification, une seule procédure, une plateforme électronique qui permet d'éviter les multiples files dans les administrations, une commission des artistes composée à parité de représentants du secteur artistique, mais aussi des administrations, des syndicats et du patronat, en d'autres termes une commission équilibrée.

 

Deuxième élément, cette réforme est très accessible. Nous avons souhaité garantir un accès plus large pour tous les travailleurs des arts, mais aussi pour les travailleurs dits "invisibles", c'est-à-dire les techniciens ou les intermittents, qui doivent eux aussi pouvoir bénéficier de ce statut. De manière plus générale, il est donc désormais plus facile d'obtenir ce statut.

 

Deze doelstelling wordt bereikt via een kunstwerkattest voor starters dat geldig is gedurende drie jaar, ten gunste van jonge kunstenaars. Hiervoor gelden regels die soepeler zijn dan voor het normale attest.

 

Cette réforme est également axée autour de la responsabilité car pour pouvoir renouveler cette attestation d'artiste ou de travailleurs des arts, les conditions seront un peu plus strictes. Il y aura des preuves à apporter comme quoi on travaille réellement dans le secteur. C'est un élément important auquel nous tenions beaucoup et qui récompense le travail.

 

Monsieur Bombled, vous avez parlé des indépendants et nous y avons évidemment été attentifs. Nous pensons que, sur base volontaire, le statut d'artiste doit pouvoir servir de tremplin pour l'obtention d'un statut d'indépendant. Concrètement, nous permettons de cumuler le statut d'indépendant accessoire avec le statut de travailleurs des arts jusqu'à un plafond de 9 600 euros. Nous doublons le montant des droits d'auteurs, qui sont cumulables avec ce statut de travailleur des arts. Nous élargissons à huit trimestres le statut de primostarter, ce qui permettra aux artistes qui se lancent de pouvoir bénéficier de conditions favorables plus longtemps.

 

Cette réforme est très équilibrée et elle était attendue par le secteur. Elle permettra de donner un coup de boost à ceux qui souhaitent se lancer en tant qu'indépendants.

 

Nous espérons aboutir au mois de septembre de cette année pour la partie en lien avec le chômage et au mois de juin 2023 pour la partie en lien avec la Commission. Il y aura ensuite le deuxième chapitre à écrire avec les Communautés, au sein desquelles nous espérons que les ministres en charge de la Culture prendront des mesures aussi fortes que celles-ci. Nous faisons notre partie du travail et nous espérons qu'ils feront la leur au bénéfice de tous les artistes.

 

09.07  Marie-Colline Leroy (Ecolo-Groen): Messieurs les ministres, je vous remercie pour vos réponses. Je ne doute pas qu'au sein des Communautés, il y aura des ministres très attentifs aux avancées que vous proposez aujourd'hui. Une première belle étape, on l'a dit, ce sont des avancées indéniables pour les jeunes, pour les femmes grâce à l'individualisation, grâce à la fin de la logique de contrôle, grâce au principe même de confiance envers ces travailleurs et travailleuses et grâce à l'élargissement du public concerné. Il y a aussi deux éléments que vous avez cités, monsieur le ministre: l'élaboration du cadastre qui permettra une vraie évaluation dans trois ans, une évaluation qui permettra de réajuster s'il devait y avoir des laissés-pour-compte parce que ce n'est pas l'esprit de la réforme et nous travaillerons à faire ne sorte qu'il n'y ait plus personne qui passe entre les mailles du filet.

 

Tant qu'on parle du travail invisibilisé, je veux remercier ceux qui ont beaucoup travaillé de manière invisible au sein du secteur pour cette réforme mais aussi au sein des cabinets. Je crois que c'est important (…)

 

09.08  Nahima Lanjri (CD&V): Heren ministers, ik denk dat de sector tevreden is dat er een nieuwe regeling komt, die een verbetering is van de vorige regeling. Het is immers niet zo dat er twintig jaar niets is geweest en dat er nu plots van alles verandert, mijnheer de minister. Dat mag ook u toegeven. Er komt nu inderdaad een verfijning van de bestaande regeling. Dat is een goede zaak, zowel voor werknemers als voor zelfstandigen. Minister Clarinval zal daarvoor ook het nodige doen.

 

De sector is ook heel tevreden dat hij aan de nieuwe regeling heeft mogen meewerken. Ik wil toch aan beide ministers vragen om het overleg met de sector gaande te houden, ook met de sociale partners en de deelregeringen. Dat zult u zeker doen in een tweede fase, bij de verdere uitwerking hiervan.

 

Wij kijken ernaar uit om ook hier in het Parlement een discussie over deze nieuwe regeling te voeren en hierover te stemmen. Op die manier kunnen wij ook ons steentje bijdragen aan (…)

 

09.09  Christophe Bombled (MR): Messieurs les ministres, je vous remercie pour vos réponses, pour le travail initié, sans oublier votre enthousiasme. Cette réforme du statut d'artiste est nécessaire et tout comme les artistes, les intermittents et les techniciens, nous sommes impatients de sa mise en place car il se veut davantage reconnaissant et davantage valorisant.

 

Je suis également satisfait de ce que le travail initié par ma formation politique ait pu servir de feuille de route à cette réforme. Nous nous réjouissons donc de pouvoir débattre ici dans les prochaines semaines de ce nouveau statut.

 

Bon succès au statut des travailleurs des arts!

 

09.10  Leslie Leoni (PS): Exercer son métier, en vivre sans angoisse permanente du lendemain: tout travailleur, toute travailleuse y a droit et l'art, la culture ne doivent pas y échapper.

 

Répéter un spectacle, réfléchir, chercher l'inspiration, écrire, acheter son matériel, tout cela participe du processus artistique du métier et du travail et la société en a besoin. Ce n'est pas une activité de second ordre. Ce n'est pas un secteur accessoire. La culture, c'est faire société, c'est du vivre-ensemble, c'est nourrir les luttes. C'est essentiel et cette réforme l'affirme.

 

Merci à vous mais aussi au secteur pour cette mobilisation, pour cette victoire. Cependant, je voudrais aussi dire que le statut est essentiel et que c'est tout un secteur qu'il faut soutenir. Là j'en appelle à vos collègues des entités fédérées pour qu'à ce niveau aussi, un soutien massif soit apporté.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

10 Question de Nathalie Gilson à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le nouveau mode opératoire consistant à injecter la drogue du violeur" (55002508P)

10 Vraag van Nathalie Gilson aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De nieuwe modus operandi waarbij verkrachtingsdrugs via een injectie toegediend worden" (55002508P)

 

10.01  Nathalie Gilson (MR): Madame la présidente, monsieur le ministre, on apprend, aujourd'hui, en lisant la presse, que des jeunes filles auraient été droguées dans une boîte de nuit à Liège. Le lendemain des faits, ayant des nausées et ne se sentant vraiment pas bien, elles se sont rendues à l'hôpital où, curieusement, on leur a dit d'aller se reposer. Elle se sont alors rendues dans un autre centre médical où on leur a fait un test et où on a constaté qu'elles avaient été droguées. Suite à cela, elles ont déposé plainte. Étant élèves à l'Académie de police, elles sont, sans doute, sensibilisées.

 

On apprend aussi que, dans la province du Luxembourg, sept jeunes filles ont également développé des symptômes le lendemain d'une soirée à laquelle elles avaient participé. Elles ne se sentaient pas bien et n'avaient aucun souvenir de ce qui s'était passé la veille. De plus, elles ont constaté qu'elles avaient une trace de piqûre. Il s'agit donc ici d'un nouveau phénomène. Ces jeunes filles ont vraisemblablement porté plainte.

 

Par ailleurs, il semblerait qu'à Bruxelles, il serait difficile de trouver des statistiques spécifiques concernant les dépôts de plainte de personnes qui auraient été droguées, sans avoir le nom de la victime ou de la personne accusée.

 

Monsieur le ministre, est-il exact qu'il n'est pas possible de reprendre dans les statistiques les dépôts de plainte de personnes qui auraient été droguées? Si tel est le cas, c'est interpellant. En effet, il faut pouvoir disposer de bonnes statistiques pour mener une politique pertinente. Pensez-vous qu'on assiste à un phénomène qui prend une certaine ampleur? Les centres de prévention et de prise en charge des violences sexuelles sont-il adaptés pour analyser et détecter ces substances? (…)

 

10.02  Vincent Van Quickenborne, ministre: Madame la présidente, chère collègue, comme vous le savez, la lutte contre les violences sexuelles est une des priorités de ce gouvernement. Nous agissons dans quatre domaines.

 

Le premier ne relève pas de la compétence de la Justice car il s'agit de prévention. Il faut faire en sorte que les exploitants d'établissements horeca ne ferment plus les yeux. De plus en plus d'initiatives sont prises, notamment à Bruxelles-Ville, à Gand et à Malines. Il existe un projet Angela, qui incite les personnes harcelées dans un bar à demander à parler à Angela. De cette façon, la victime peut signaler subtilement qu'elle a besoin d'aide.

 

Deuxièmement, si l'agression a lieu malgré tout, il est important que les faits soient signalés directement, le plus rapidement possible, notamment parce que les traces de GHB disparaissent du corps en moins de vingt-quatre heures.

 

Je lance donc un appel à toutes les victimes: ne perdez pas une minute et signalez au plus vite les faits à la police. Celle-ci vous conduira au centre de prise en charge des violences sexuelles de votre province, où les preuves seront directement recueillies. Un tel centre existe aujourd'hui à Bruxelles, à Liège et à Charleroi. Il en sera aussi ouvert un en province de Namur et de Luxembourg.

 

Troisièmement, toutes les plaintes sont systématiquement suivies par le parquet, soyez-en assurée. J'ai pris contact avec le parquet de Bruxelles, que vous connaissez bien. Celui-ci dispose d'un pool distinct de magistrats spécialisés à cet effet. Pour les encodages, ce sont encore les encodages traditionnels, mais nous y travaillons.

 

Quatrièmement, vous savez que le nouveau droit pénal sexuel prévoit explicitement des peines lourdes pour le spiking: jusqu'à 15 ans d'emprisonnement. Cela vaut aussi pour le needle spiking. Il s'agit donc de sanctions sévères.

 

Je suis convaincu que tous les membres présents dans cet hémicycle partagent entièrement vos préoccupations. Le gouvernement y travaille.

 

10.03  Nathalie Gilson (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse.

 

Bien évidemment, pour nous libéraux, comme – je pense – pour tous les membres de cette assemblée, la sécurité est la première des libertés. Par conséquent, il faut que toutes les jeunes filles et toutes les femmes puissent s'amuser en toute liberté, sans devoir rester constamment sur leurs gardes ou craindre qu'on ne leur administre une substance dans un verre ou au moyen d'une piqûre. De même, il importe de sensibiliser tous les acteurs à cette violence – y compris dans la détection, puisque cette drogue disparaît du sang au bout de vingt-quatre heures.

 

Je me demande si la Conférence interministérielle ne devrait pas remettre l'accent sur cet aspect. Il doit s'agir d'une lutte de tous les instants et à tous les niveaux. 

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Samengevoegde vragen van

- Kris Verduyckt aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De transfer van 1,2 miljard euro overwinsten van ENGIE naar Frankrijk" (55002499P)

- Peter Mertens aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het afromen van de overwinsten in de energiesector en het door Electrabel uitgekeerde dividend" (55002500P)

- Kim Buyst aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De transfer van de winsten van ENGIE naar Parijs" (55002502P)

- Bert Wollants aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "De 1,2 miljard euro van ENGIE en de maatregelen tegen de hoge energieprijzen" (55002504P)

- Reccino Van Lommel aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De overwinsten in de energiesector" (55002506P)

- Leen Dierick aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De overwinsten" (55002511P)

- Malik Ben Achour aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het aan ENGIE gestorte Electrabeldividend van 1,2 miljard euro en de stijging van de energieprijzen" (55002514P)

11 Questions jointes de

- Kris Verduyckt à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le transfert de 1,2 milliard d'euros de surprofits d'ENGIE vers la France" (55002499P)

- Peter Mertens à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "L'écrémage des surprofits dans le secteur de l'énergie et le dividende distribué par Electrabel" (55002500P)

- Kim Buyst à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le transfert des bénéfices d'ENGIE vers Paris" (55002502P)

- Bert Wollants à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le 1,2 milliard d'euros d'ENGIE et les mesures de lutte contre la hausse des prix de l'énergie" (55002504P)

- Reccino Van Lommel à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Les surprofits dans le secteur de l'énergie" (55002506P)

- Leen Dierick à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Les surprofits" (55002511P)

- Malik Ben Achour à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "Le dividende de 1,2 milliard d'euros d’Electrabel versé à ENGIE et la hausse des prix de l’énergie" (55002514P)

 

11.01  Kris Verduyckt (Vooruit): Mevrouw de minister, 1,2 miljard euro is van het Belgische ENGIE Electrabel weggesluisd naar Frankrijk. Het geld dient niet om te investeren of om iets te doen aan onze hoge energiefacturen, het gaat gewoon naar het Franse moederbedrijf en de aandeelhouders. Dat gebeurt op een moment waarop onze gezinnen met torenhoge facturen worden geconfronteerd, il faut le faire. Ik zie dat heel veel collega's na mij ook hun verontwaardiging daarover zullen komen uiten. We moeten echter ook niet naïef zijn. Dat is nu eenmaal de energiemarkt waarin we ons vandaag bevinden en waartegen ik toch wel wat fundamentele bezwaren heb.

 

Ten eerste, is het vandaag zo dat men goedkope stroom als de duurste kan verkopen. Het maakt niet uit hoe de stroom gemaakt is; men kan hem verkopen alsof hij uit een gascentrale komt. De bedoeling van het model was echter dat de winsten in nieuwe, betaalbare en hernieuwbare productie geïnvesteerd zouden worden. Dat gebeurt niet, want het geld gaat naar de aandeelhouders. Dat is mijn eerste bezwaar.

 

Mijn tweede bezwaar is dat er op hetzelfde moment in deze vrije energiemarkt lidstaten zoals ons land in subsidies moeten voorzien om nieuwe productiesites te bouwen. Dat is natuurlijk helemaal de omgekeerde wereld.

 

Ten derde, kunnen we, op een moment dat de productie er is en heel veel winst opbrengt, niet eens aan de winsten. Blijkbaar heeft een heel slechte deal van de vorige regering, met onder andere de N-VA, ertoe geleid dat we niet aan de winsten van ENGIE kunnen geraken. We hebben er nog samen tegen gestreden. Vandaag zien we ervan echter de gevolgen.

 

Mevrouw de minister, laat het heel duidelijk zijn: op een moment wanneer mensen met heel hoge energiefacturen geconfronteerd worden en energiebedrijven slapend rijk worden, moet er iets gebeuren. U hebt mij al gezegd dat u aan de fout van de vorige regering bijna niets kunt doen. Toch kan dit, mevrouw de minister, niet blijven duren.

 

Mijn enige vraag vandaag voor u is dus: wat zult u doen?

 

11.02  Peter Mertens (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, u zei vandaag in de krant dat niemand zich tijdens deze energiecrisis mag verrijken. U zei hetzelfde in april, maart, februari en januari. U zegt al vijf maanden aan een stuk dat men zich niet zou mogen verrijken. Ondertussen ontbreken echter de daden om uw woorden kracht bij te zetten.

 

U draalt. In januari hebt u gewacht op het rapport van de CREG. Daarna hebt u gewacht op de jaarrekening van Engie. Vervolgens hebt u de bal doorgespeeld naar de Europese Commissie. Vandaag schuift u de kwestie door naar de Nationale Bank. Diegenen die intussen niet meer kunnen wachten – dat weet u zeer goed – dat zijn alle gezinnen die de eindafrekening krijgen en zich blauw betalen.

 

Ondertussen wacht Engie Electrabel ook niet – dat weet u ook zeer goed – want die doet net datgene wat volgens u niet mag, namelijk slapend rijk worden. Vorig jaar schoof men 1,9 miljard euro door en dit jaar schuift men 1,2 miljard door naar het moederbedrijf in Frankrijk. Indien men hier zoals de vorige spreker zegt dat men niet kan ingrijpen, dan is dat een leugen. Deze regering weet dat ook.

 

In Italië heeft men onlangs een overwinsttaks ingevoerd. U hebt zelf juridisch advies gevraagd over de mogelijkheid om een extra bijzondere taks op overwinsten in te voeren. Dat blijkt mogelijk te zijn. Het verhaaltje dat men niet aan dat geld kan, dat Groen, Vooruit en Vivaldi al maandenlang vertellen, is dus eenvoudigweg niet waar. Wij hebben geen nood aan meer maanden waarin loze beloften worden gedaan, maar wel aan daden, zodat die overwinsten effectief worden aangepakt.

 

11.03  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, collega's, 3,4 miljard euro winst boeken op het moment dat de energieprijzen de pan uit swingen en Belgen moeite hebben om hun energiefactuur te betalen: het klinkt heel onwerkelijk. Maar als dan ook nog eens 1,2 miljard daarvan doorgesluisd wordt naar het Franse moederbedrijf, dan is dat hallucinant en dan wordt de verontwaardiging daarover duidelijk breed gedeeld. Het klopt inderdaad, mijnheer Verduyckt, dat er heel wat vragen gesteld worden door verschillende fracties hier vandaag.

 

Laat ons eens naar de feiten kijken. Ten eerste, het is door een beslissing van de vorige regering dat energiereus ENGIE Electrabel een belachelijk laag bedrag aan de Belgische Staat betaalt in vergelijking met de winst. Een snelle berekening van alle belastingen – vennootschapsbelastingen, nucleaire bijdragen – leert ons dat Electrabel op haar totale winst minder dan 10 % belastingen betaalt. Ten tweede, de vorige regering ging op de knieën in het uitwerken van de nucleaire bijdrage en bekwam een minitaks op een maxiwinst. Te derde, de vorige energieminister betonneerde deze regeling met alle mogelijk middelen, op vraag van het bedrijf – begrijpe wie begrijpen kan.

 

Voor de Ecolo-Groenfractie is het duidelijk: een eerlijke heffing op overwinsten moet er komen. Niet eentje met simpele slogans, maar een robuuste oplossing waarbij elke euro die opgehaald wordt gebruikt wordt om de facturen van de Belgen te verlichten. Dat is mijn vraag aan u, mevrouw de minister: welke stappen zult u ondernemen om een eerlijke bijdrage te krijgen op de megawinsten van de energiereus?

 

11.04  Bert Wollants (N-VA): Mevrouw de minister, 1,2 miljard sluist Engie door naar zijn Franse aandeelhouder. Dat is het gevolg van een schimmige deal van een eerdere paarse regering. De heer Verduyckt kan u daar alles over vertellen. Dat klinkt wel heel erg wrang op een moment waarop de mensen hun energiefactuur niet meer kunnen betalen en roepen om meer maatregelen om daar iets aan te doen.

 

Mevrouw de minister, u hebt al meermaals gezegd dat u de overwinsten van de energiesector wil aanpakken. Heel concreet wordt dat echter niet. Wij weten al helemaal niet wat u exact met die centen wil doen.

 

U heeft het uzelf wel heel erg moeilijk gemaakt. U bleef onder impuls van groene dogma's de beslissing over de kerncentrales uitstellen. U bleef treuzelen, zodat de regering nu naar Parijs moet en al haar charmes moet bovenhalen om Engie te overtuigen van de broodnodige levensduurverlenging van de kerncentrales. Tegelijkertijd zoekt u een knuppel om diezelfde mensen meer belastingen te doen betalen.

 

De vraag is hoe ernstig u het eigenlijk meent met die twee zaken. Met andere woorden, wat mogen de burgers en de bedrijven verwachten dat u aan de energiefactuur doet? Is uw aanpak van de overwinsten meer dan een stok die u achter de deur wil houden bij de onderhandelingen, waarbij u bewust gekozen heeft voor de slechtst mogelijke kaarten, om de kerncentrales toch maar dicht de krijgen? Mevrouw de minister, ik kijk uit naar uw antwoord.

 

11.05  Reccino Van Lommel (VB): Mevrouw de minister, ik sta te kijken van de vele vragen die hier vandaag worden gesteld door de collega's van de meerderheid en van hun verontwaardiging omwille van de 1,2 miljard euro dividenden die naar de Franse aandeelhouders zijn gegaan. U lijdt allemaal aan geheugenverlies.

 

Ik zal uw geheugen even opfrissen. Het is begonnen met de groenen die in 2003 een kernuitstap hebben beslist en daarmee de hele bevoorradingszekerheid op losse schroeven hebben gezet. De liberalen van de heren Verhofstadt, Dewael en Reynders dachten daarna dat het toch niet lang meer ging duren en verkochten onze kerncentrales dan maar aan Frankrijk, onder toeziend oog van de socialisten, toen met minister Freya Van den Bossche, die op alle niveaus in dit land de energiefactuur heeft laten exploderen. Dat zijn dan de socialisten die opkomen voor de werkende klasse.

 

Jullie zijn de schuldigen, jullie hebben ervoor gezorgd dat er nu woekerwinsten worden gegenereerd. Jullie bestrijden zogezegd de multinationals, maar jullie hebben hen versterkt. Vandaag verlaagt u dit Parlement tot een toneelvereniging. De mensen nemen dit niet. Het meest trieste van al is dat de mensen die vandaag hun facturen niet kunnen betalen, moeten toezien hoe die aandeelhouders in Frankrijk met hun dikke sigaren de biljetten aan het tellen zijn.

 

Mevrouw de minister, de fouten blijven zich opstapelen. Met de kernuitstap, de actualiteit en de uitverkoop zien we waar onze energieafhankelijkheid toe leidt. U moet zelfs schaliegas importeren, het meest vervuilende gas ter wereld, omdat u er anders niet komt. Hoe zal u dit oplossen?

 

11.06  Leen Dierick (CD&V): Mevrouw de minister, we zitten in een ongeziene energiecrisis. Veel gezinnen en bedrijven kijken tegen torenhoge energiefacturen aan. Miljoenen burgers maken zich zorgen over hun koopkracht en vinden dat die onder druk staat. Als men dan in het nieuws hoort dat Electrabel 1,24 miljard euro naar het Franse moederbedrijf versluist, dan voelt dat bijzonder wrang aan. Terwijl managers hun winst en dividenden tellen, moeten heel veel gezinnen elke maand hun centen bij elkaar sprokkelen om rond te komen, om hun energiefactuur te kunnen betalen. Het voelt als een slag in het gezicht van iedereen die ploetert om rond te komen.

 

Collega's, bedrijven mogen in crisissituaties uiteraard nog winst maken, maar als er sprake is van woekerwinsten, dan mogen we die niet zomaar ongemoeid laten. Ook CD&V vindt dat woekerwinsten moeten worden aangepakt, dat ze moeten worden afgeroomd, zodat we met die extra financiële middelen extra maatregelen kunnen nemen om de koopkracht van de gezinnen te versterken.

 

Mevrouw de minister, u heeft al aangekondigd dat daaraan iets moet worden gedaan. U hebt verschillende maatregelen aangekondigd. Er is al een studie bij de Nationale Bank gevraagd en uw collega pleit voor de invoering van een crisisbelasting. Er zijn brieven verstuurd naar de CREG. Ook op Europees niveau zal u pleiten voor maatregelen. Op dit ogenblik ontbreekt het echter aan concrete acties en zijn er alleen maar aankondigingen.

 

Mevrouw de minister, welke maatregelen zal u op korte termijn nemen om die woekerwinsten te monitoren en aan te pakken? Welke maatregelen mogen we op Europees niveau verwachten om de energiecrisis verder onder controle te krijgen?

 

11.07  Malik Ben Achour (PS): Madame la présidente, madame la ministre, cette semaine, les Belges ont appris qu'en 2021, Electrabel avait fait remonter 1,2 milliard d'euros de dividendes vers ENGIE, sa maison-mère; 1,2 milliard d'euros qui quittent le pays et s'envolent vers Paris. C'est un chiffre qui fait mal, madame la ministre, un chiffre qui fait très mal particulièrement à toutes ces personnes qui, tous les jours, dans leur boîte aux lettres, découvrent des factures d'énergie astronomiques, des factures d'énergie de 1 000, 1 500, 2 000 euros pour la régularisation, des factures de provision qui passent du simple au double voire au triple. Je résume donc la situation. D'un côté, 1,2 milliard d'euros qui partent vers Paris pour payer les actionnaires d'ENGIE et, de l'autre côté, des factures qui explosent et qui rendent la vie des gens de plus en plus difficile. Franchement, c'est juste inconcevable! En disant cela, je ne suis pas dans la caricature. Je vous dis simplement la réalité vécue par la majorité de la population.

 

Nous savons que vous avez reçu du régulateur de la Banque nationale des études sur les moyens de récupérer les surprofits. Nous savons aussi que ce sujet est débattu au sein du gouvernement. Cependant, depuis plusieurs semaines, nous attendons et nous ne voyons rien venir. Qu'attendez-vous pour apporter une réponse à nos concitoyens? Nous ne pouvons plus accepter une telle injustice et il faut donc agir dans les plus brefs délais.

 

Qu'en est-il des études commandées, madame la ministre? Qu'en est-il des discussions au sein du gouvernement? Le premier ministre s'est exprimé cette semaine. Est-il fermement à vos côtés dans ce combat? Envisagez-vous de prendre la main pour augmenter la rente nucléaire en cette période de crise? Quelles sont les nouvelles mesures que vous envisagez pour soutenir les ménages de ce pays? Enfin, qu'en est-il du plafonnement des prix sur le marché européen déjà évoqué, il y a plus d'un mois?

 

11.08 Minister Tinne Van der Straeten: Mevrouw de voorzitster, collega's, het Belgische Electrabel keert inderdaad meer dan 1,2 miljard euro dividenden uit aan zijn Franse moeder ENGIE.

 

Mevrouw Buyst heeft dat hallucinant genoemd. Mevrouw Dierick heeft dat als wrang bestempeld.

 

M. Ben Achour a dit: "Cela fait mal, c'est inconcevable."

 

De optelsom van die drie beoordelingen is nog een onderschatting van de pijn die de mensen inderdaad voelen, wanneer elke maand hun energiefactuur in de bus valt. Het bedrijf maakt enorm hoge winsten op een moment waarop een recordaantal mensen moeite heeft de facturen te betalen. Dat is niet alleen voor mij of voor u allen maar ook voor de hele regering onaanvaardbaar.

 

Het gaat niet om een Belgische situatie. In heel Europa zijn er overwinsten ten gevolge van de hoge prijzen. Vandaag nog is bekend geworden dat Shell een uitzonderlijke winst boekt.

 

C'est le plus gros bénéfice trimestriel de son histoire: 7,1 milliards de dollars.

 

In België wordt vandaag een klein deel van de winst van de kerncentrales, namelijk 38%, belast, de zogenaamde repartitiebijdrage. Wanneer we dat percentage toepassen op de grote winsten geboekt vanwege de hoge energieprijzen, gaat het om hoge bedragen. De komende jaren zal een bedrag tussen 500 en 600 miljoen euro geïnd worden. De vraag is of dat in verhouding staat met de extra winst die de producenten hebben geboekt ten gevolge van de hoge prijzen. We hebben aan de CREG en de Nationale Bank gevraagd om precies dat gegeven te objectiveren.

 

Ik begrijp uw aller ongeduld. Ik bedank u ook voor uw herhaaldelijke vraag naar de voortgang. Ik heb echter meer tijd nodig dan anders. Ik zal u zeggen waarom ik iets meer tijd nodig heb; u weet dat ik als minister altijd antwoorden geef. Ik heb meer tijd nodig dan anders, omdat ik met handen en voeten gebonden ben door eerdere overeenkomsten gesloten door vorige regeringen. Volgens de juridische adviezen van onder andere de regulator, stellen we ons bloot aan schadevergoedingen, als we snel snel handelen. We zouden met de ene hand nemen en met de andere hand moeten teruggeven. Hebben onze gezinnen daar iets aan? Onze gezinnen die elke maand hoge facturen krijgen, hebben daar niets aan. Zij hebben baat bij robuust en degelijk werk. Daarom hebben we de cijfers, die wij ontvingen van de CREG, bezorgd aan de Nationale Bank. Die zal de regering nog voor het einde van de maand objectieve criteria aanreiken, criteria die ons moeten toelaten om de overwinsten, die onze economie en burgers schade berokkenen, te belasten.

 

Zo zal de regering ook de deadline die zij zichzelf heeft opgelegd, effectief kunnen naleven. Op 14 maart hebben wij ons er inderdaad duidelijk toe geëngageerd om na te gaan hoe we die winsten via Europa kunnen afromen en dat als dat niet lukt via Europa, de regering dan in juni een eigen initiatief zou uitwerken.

 

Ik kan u zeggen – ik ben kennelijk niet de enige, want u hebt dat allemaal hier bepleit - dat we ons aan dat engagement zullen houden, dat we achter de winsten in de energiesector zullen aangaan, over alle technologieën heen, en dat we, als we die winsten afromen, die integraal zullen inzetten om de energiefacturen van onze burgers en bedrijven te verlagen.

 

Niemand mag zich verrijken door de grootste energiecrisis ooit. Ik heb hier vandaag niet de enige ben die dat zegt. U zegt dat allemaal en ik neem die steun mee, samen met de adviezen, die ik zal krijgen, voor het parlementaire werk, dat zal volgen, en naar onze besprekingen in de regering.

 

11.09  Kris Verduyckt (Vooruit): Mevrouw de minister, ik heb uw engagement gehoord en wij rekenen op u. Ik heb inderdaad geluisterd en gehoord dat hier door heel veel partijen werd gezegd dat die superwinsten eraan moeten. De heer Mertens heeft wel niet naar mij geluisterd, want als ik uithaal naar die deal van de vorige regering, dan doe ik dat omdat de nucleaire rente vandaag inderdaad veel te laag is. U hoeft me dus geen woorden in de mond te leggen, mijnheer Mertens.

 

Als ik kijk naar al die partijen die hier de afgelopen maanden heel passioneel voor kernenergie hebben staan pleiten, welnu, zij moeten vandaag met ons vaststellen dat ENGIE de enige is die in deze winst profiteert. Er blijven straks twee kerncentrales open, dus laat ons dat op een rechtvaardige manier doen. Voor Vooruit betekent dat – heel simpel – dat het geld gaat naar de mensen die hun facturen niet kunnen betalen en niet naar Franse aandeelhouders.

 

11.10  Peter Mertens (PVDA-PTB): Wat ik niet wil, is dat wij hier in juni terug staan en dat er effectief niets is gerealiseerd. Uiteraard ben ik daar bang voor, omdat ik hier in september, oktober, november en december ben tussengekomen en deze regering vier maanden lang gezegd heeft dat het probleem van overwinsten niet bestond. Vier maanden lang! In januari, februari, maart, april en mei – de vijf daaropvolgende maanden – hebben jullie gezegd dat jullie het gingen doen en dat jullie alle techniciteiten moesten verzamelen. Welnu, er ligt een wetsvoorstel klaar waarmee we een ander mechanisme kunnen gebruiken, met name een extra bijdrage, zodanig dat men effectief die overwinsten kan aanpakken. Als alle partijen van de meerderheid hier vandaag pleiten voor zo'n mechanisme, dan hoop ik dat dat ook omgezet wordt in daden en dat dat wetsvoorstel, waarvoor er juridisch advies bestaat, ook effectief wordt goedgekeurd, zodat we hier in juni niet terug staan met geen enkele maatregel.

 

11.11  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoorden. Ik wil kunnen zeggen tegen mijn mama van 70 jaar, die zich zorgen maakt over haar energiefactuur, en tegen al die mensen die bang zijn voor de eindafrekening die in hun brievenbus zal vallen, dat winst maken op de kap van een crisis, en winst maken op de kap van de mensen, voor de Groenen niet kan. Ik ben dus heel blij hier een minister te horen die ondanks het feit dat het haar ongelooflijk moeilijk gemaakt werd door beslissingen uit het verleden, en ondanks het feit dat zij aan handen en voeten gebonden is, toch alles uit de kast zal halen om die eerlijke bijdrage er te krijgen.

 

Elke Belg heeft immers jaren meebetaald aan de versnelde afschrijving van de kerncentrales, en nu laat Electrabel de Belgen ook meebetalen aan de winstuitkering aan Parijs. Het is dus niet meer dan eerlijk dat wij Electrabel een faire bijdrage doen betalen.

 

11.12  Bert Wollants (N-VA): Mevrouw de minister, u hebt eigenlijk bevestigd dat u tot heden nog niets in handen hebt, dat u vandaag enkel de intentie hebt die u vorige week en vorige maand had, en die u misschien vorig jaar ook al had. Daar zijn wij geen stap verder mee. Wij moeten nu actie ondernemen.

 

Ik vind het toch een beetje speciaal dat sommige partijen hier zeggen: de deal van de vorige regering was het toch niet helemaal. Wij moeten even teruggrijpen naar de deal die afgesloten is over Tihange 1. Hoeveel brengt die op per jaar? Anderhalf miljoen! Anderhalf miljoen brengt die deal op. Doel 1 en Doel 2 bijna twintig keer zoveel. Laten wij dus even ernstig blijven en eindelijk stappen ondernemen die correct zijn.

 

Mevrouw de minister, over de verlenging van de kerncentrales hebt u niets gezegd. U hebt niets gezegd over de onderhandelingen, en daar begin ik mij nu ernstig zorgen over te maken.

 

11.13  Reccino Van Lommel (VB): Dank u wel, mevrouw de minister. Jullie zijn niet geloofwaardig. De kerncentrales werden verkocht aan Frankrijk, dat is een feit. De kernuitstap maakt ons afhankelijk van andere bronnen, bijvoorbeeld schaliegas. Uit de actualiteit blijkt elke dag weer dat we met de rug tegen de muur staan.

 

Alleen het Vlaams Belang en de bevolking hebben vandaag het recht om hier verontwaardigd te zijn. We hebben vastgesteld waar 23 jaar liberalisme toe leidt. We hebben vastgesteld wat sociaal zijn voor de socialisten betekent. We hebben vastgesteld wat groen zijn voor de groenen betekent. Hadden jullie maar naar het Vlaams Belang geluisterd! Wij vonden de kernuitstap in 2003 onverantwoord. Wij vonden de uitverkoop van de kerncentrales aan Frankrijk onverantwoord. U had in 2003 massaal moeten investeren in nieuwe kerncentrales. Dan hadden we nu op rozen gezeten.

 

11.14  Leen Dierick (CD&V): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. We begrijpen uiteraard dat het niet evident is om afspraken die in het verleden werden gemaakt, zomaar naast u neer te leggen. We begrijpen dat dit daarentegen op een omzichtige manier dient te gebeuren. Uitzonderlijke winsten vragen echter ook om uitzonderlijke maatregelen. Die woekerwinsten moeten wel degelijk afgeroomd worden, zodat we daarmee de koopkracht van de gezinnen verder kunnen ondersteunen.

 

We moeten ook zeer waakzaam zijn. Geld dat naar het buitenland wordt versluisd, zorgt voor een wrang gevoel. Bovendien moeten we erop letten dat er in België nog voldoende geld aanwezig blijft. Er worden nog facturen verwacht, namelijk die voor de ontmanteling van de kerncentrales en die voor het beheer van het nucleair afval. Die facturen mogen niet aan de gezinnen worden doorgerekend. Daar moeten we absoluut over waken.

 

Ik neem akte van uw engagement en ik hoop dat er vrij snel concrete maatregelen worden genomen. Verder wens ik u zeer veel succes om samen met de premier verder te onderhandelen met Electrabel.

 

11.15  Malik Ben Achour (PS): Madame la ministre, je répète que cette situation est absolument injuste car il y a double peine. Non seulement, les gens paient plein pot à travers leurs factures d'énergie mais, en plus, les bénéfices réalisés foutent le camp à l'étranger! C'est indécent!

 

Je ne doutais pas, madame la ministre, que vous partagiez notre indignation mais, pour notre groupe, il va falloir frapper fort et aller plus loin en agissant très vite. Il faut récupérer les surprofits et les rendre aux ménages. Il faut augmenter la rente nucléaire. Il faut fixer les prix sur le marché de gros. Il faut imposer des marges bénéficiaires maximales. Enfin, il est essentiel de mettre en place un tarif social pour la classe moyenne. C'est tout cela qu'il faut faire en même temps. À situation exceptionnelle, réponse appropriée!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

12 Question de Catherine Fonck à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Les mesures de soutien en matière d'énergie pour les copropriétés" (55002512P)

12 Vraag van Catherine Fonck aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De steunmaatregelen op het vlak van energie voor de mede-eigendommen" (55002512P)

 

12.01  Catherine Fonck (Les Engagés): Madame la ministre, c'est la énième fois depuis le 31 mars dernier que nous interpellons le gouvernement au sujet des locataires ou des propriétaires qui vivent en copropriété et qui se chauffent avec une chaudière collective au gaz ou au mazout. Ils ne bénéficient d'aucune aide énergétique du gouvernement, ce qui est profondément injuste. Ils sont pourtant nombreux: 1,5 million de ménages, dont beaucoup n'arrivent pas à nouer les deux bouts. Plus de 3 millions de Belges sont concernés.

 

Certains membres du gouvernement font de grandes annonces à la radio en disant qu'il s'agit d'une petite erreur qui sera corrigée rapidement mais ils ne font rien. D'autres membres du gouvernement passent leurs journées à renvoyer la patate chaude d'un côté à l'autre. Le ministre Dermagne renvoie vers le ministre Van Peteghem, qui renvoie vers vous ou vers Mme Lalieux, qui dit que ce n'est pas elle. Aujourd'hui, j'ai voulu interroger le premier ministre qui a décidé de ne pas répondre et de vous renvoyer la balle.

 

Madame la ministre, c'est donc bien vous qui n'avancez pas.

 

Je n'ai qu'une question. Quand les laissés pour compte par le gouvernement pour l'aide énergétique seront-ils enfin pris en considération et aidés?

 

12.02  Tinne Van der Straeten, ministre: Ma réponse est simple. Ces problèmes sont pris en compte et pas seulement, par moi mais par M. Van Peteghem, M. Dermagne et Mme Lalieux. Et on ne se renvoie pas la balle! Nous menons un travail d'équipe!

 

Certaines personnes rencontrent de grands problèmes et j'ai souvent rappelé que nous avons pris des mesures pour 3 milliards d'euros pour réduire les factures d'énergie. Je citerai par exemple la réduction de la TVA, la prime pour le chauffage et le tarif social élargi, qui aide aujourd'hui 2 millions de Belges. La semaine dernière, j'ai répondu aux questions de Mme Marghem et de M. Dallemagne sur le même sujet!

 

Nous sommes en train de trouver des solutions pour aider ces ménages. Quand il s'agit d'immeubles à appartements qui disposent d'un système de chauffage collectif au gaz, on parle d'un contrat qui n'est pas résidentiel mais professionnel car il n'y a qu'un seul point d'accès.

 

La mesure prise à l'époque par le gouvernement se concentrait sur les contrats résidentiels. Ces habitants sont donc passés à côté de l'avantage qui avait été décidé. Nous travaillons aujourd'hui à des solutions au sein du gouvernement. Je vous ai déjà dit la semaine passée qu'il y avait un financement complémentaire du Fonds gaz-électricité à hauteur de 56 millions d'euros. Ces fonds additionnels peuvent être utilisés pour aider ces personnes.

 

12.03  Catherine Fonck (Les Engagés): Vous examinez, vous examinez, vous examinez… Vous avez tellement bien examiné votre dossier quand vous avez pris votre décision fin mars, avec le gouvernement que, oui, trois millions de Belges sont passés à travers les mailles du filet, trois millions de Belges! Attendez, vous maîtrisez quand même votre dossier! Vous ne vous êtes pas rendu compte que trois millions de Belges n'allaient pas pouvoir bénéficier de l'aide énergétique, ou vous avez juste fait semblant pour essayer d'éviter de la payer?

 

Madame la ministre, franchement, votre réponse n'est pas sérieuse! Cela fait six semaines! J'ai entendu M. Dermine dire à la radio qu'il s'agissait d'une petite erreur qui serait corrigée très vite, pas de souci. Et les semaines passent, et rien ne bouge! Qu'attendez-vous? Qu'on soit en plein été pour que les citoyens n'aient plus besoin de se chauffer pour bénéficier de la TVA à 6 %? C'est cela que vous attendez?

 

Madame la ministre, vous avez déjà floué les gens fin mars et, aujourd'hui, vous les flouez encore! Vous savez quoi? Je reviendrai, chaque fois que ce sera nécessaire, tant qu'une solution concrète n'aura pas été trouvée et que ces personnes-là ne seront pas enfin aidées!

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

13 Question de François De Smet à Tinne Van der Straeten (Énergie) sur "L'embargo sur le gaz et le pétrole en provenance de Russie" (55002517P)

13 Vraag van François De Smet aan Tinne Van der Straeten (Energie) over "Het embargo op gas en olie uit Rusland" (55002517P)

 

13.01  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, 52 milliards d'euros! C'est la somme astronomique et hallucinante que les pays de l'Union européenne paient à la Russie en combustibles fossiles, et ce, seulement depuis le début de la guerre. Cela commence à se savoir: nous sommes assez peu dépendants de la Russie en matière de gaz: 6 %. Toutefois, l'année dernière, le tiers de notre pétrole en provenait.

 

Il faut pouvoir le dire: sanctionner la Russie pour aider l'Ukraine constitue un acte nécessaire sur le plan humanitaire et pour notre sécurité, mais cela a un prix. En cas d'embargo sur le gaz et le pétrole en provenance de ce pays, nous devrons trouver d'autres fournisseurs, selon nous, à très court terme.

 

Hier, la présidente de la Commission européenne a confirmé une interdiction progressive de tout le pétrole russe, en commençant par les livraisons de brut dans les six mois et des produits raffinés d'ici la fin de l'année. Cela m'amène à ma principale question: le gouvernement prévoit-il de s'aligner sur le calendrier européen en ce qui concerne l'arrêt des importations de pétrole et de gaz russes ou prévoit-il un embargo plus rapide? Dans la négative, pourquoi ne pouvons-nous pas devancer la décision et le rythme d'arrêt d'importation que recommande l'Union?

 

Ensuite, même si nous soutenons le principe de cet embargo, nous nous devons évidemment d'en anticiper les conséquences. Et je suis sûr que vous y travaillez déjà. Comment le gouvernement anticipe-t-il les éventuelles conséquences sur les prix? Par ailleurs, êtes-vous déjà à la recherche de fournisseurs capables de se substituer à la Russie en cas d'application rapide de cet embargo ou en avez-vous déjà trouvé?

 

13.02  Tinne Van der Straeten, ministre: Monsieur De Smet, cela fait aujourd'hui 71 jours que la guerre en Ukraine a débuté. Depuis 71 jours, la Russie bombarde les villes ukrainiennes et détruit des écoles, des hôpitaux et des maisons. Depuis 71 jours, des citoyens et des enfants meurent en Ukraine.

 

L'Union européenne a déjà pris cinq trains de sanctions pour arrêter la machine de guerre russe. Hier, la Commission européenne a proposé une sixième série de sanctions. L'une d'entre elles consiste en un embargo progressif du pétrole d'ici la fin de l'année. Afin de pouvoir entrer en vigueur, le nouveau paquet doit être approuvé par les 27 États membres de l'Union européenne. Dans tous les cas, la Belgique, quant à elle, se tient prête.

 

Actuellement, nous importons 30 % de pétrole à partir de la Russie.

 

C'est une part considérable mais nous sommes préparés. Grâce à nos ports, nous avons accès au marché mondial. Grâce à nos raffineries au port d'Anvers, nous pouvons raffiner du pétrole brut de diverses origines.

 

Le marché belge - je ne parle pas de l'État belge - est capable de trouver des alternatives. Il a néanmoins besoin d'un certain temps d'adaptation. C'est pourquoi il est bon que la proposition d'embargo soit progressive, étape par étape. Cet embargo progressif est surtout un moyen de frapper Poutine là où cela fait mal tout en gardant le contrôle de notre propre sécurité d'approvisionnement et, autant que possible, sur la volatilité des prix.

 

Que faisons-nous pour maîtriser les prix? Je vous rappelle que nous avons une task force Russie qui examine notamment les conséquences pour le pétrole, le gaz et l'uranium. C'est cette task force qui veille et effectue un monitoring continu des effets sur les prix du marché pour que nous, gouvernement, nous puissions anticiper et intervenir quand c'est nécessaire. Mais la solution la plus efficace à plus long terme est de passer à des énergies renouvelables et d'augmenter notre indépendance énergétique.

 

13.03  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse qui contient des éléments édifiants et rassurants.

 

Effectivement, on ne peut pas continuer à envoyer à M. Poutine 800 millions d'euros chaque jour qui contribuent à alimenter ses forces de guerre. Ce sixième paquet est extrêmement important.

 

Je me réjouis du courage des États membres, dont la Belgique, de se passer du pétrole, du gaz et des combustibles russes sachant que c'est parfois moins facile pour d'autres pays que pour nous. Je suis heureux de la solidarité européenne à cet égard.

 

Je pense que l'avenir est d'arriver à se passer non seulement du pétrole et du gaz en provenance de Russie mais, à terme, du gaz tout court. Je vous rejoins donc en partie: ce qu'il nous faut, c'est une indépendance énergétique. En Europe, elle doit se bâtir sur deux piliers que sont le renouvelable et le nucléaire. Je suis certain que c'est le chemin que nous finirons par prendre.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Question de Dries Van Langenhove à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Les projets de l'Union européenne en matière de migration professionnelle" (55002505P)

14 Vraag van Dries Van Langenhove aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De plannen van de EU inzake arbeidsmigratie" (55002505P)

 

14.01  Dries Van Langenhove (VB): Mevrouw de voorzitster, geachte staatssecretaris Mahdi, collega's, alles wordt duurder. Mensen krijgen hun winkelkar niet meer gevuld, de facturen kunnen op het einde van de maand niet meer betaald worden en massamigratie zorgt al jaar en dag voor gigantische problemen in de samenleving. Ook de voorzitter van de socialisten erkende terecht dat hij zich niet meer herkent in onze eigen hoofdstad. We staan dus voor gigantische problemen.

 

Wat is de oplossing volgens uw vriendjes van de Europese Commissie, mijnheer de staatssecretaris? Zij lanceren een nieuw plan waarin staat dat we voor de digitale en groene transformatie - laat het ons the great reset noemen, want eerlijk duurt altijd het langst - nog meer massamigratie nodig hebben.

 

Heeft iemand van u ooit meegemaakt dat een probleem opgelost wordt door het groter te maken? Dat is namelijk net wat de Europese Commissie wil doen. Ze stelt dat we meer arbeidsmigranten nodig hebben. Als men weet - volgens de cijfers van professor Baert - dat 44 % van de vreemdelingen in dit land op actieve leeftijd niet werkt en geen werk zoekt, waarom moet men dan op vraag van de Europese Commissie nieuwe arbeidskrachten halen in Nigeria, Senegal en Bangladesh? Waarom haalt men ze niet gewoon hier in Brussel? Het loopt hier vol met arbeidskrachten die nog kunnen worden ingeschakeld en geactiveerd. Dat is ongelooflijk.

 

Om het al helemaal absurd te maken, staat er in dat plan ook dat we deze landen extra ontwikkelingshulp zullen geven omdat wij migranten van daar naar hier halen. Dat is werkelijk een absurde situatie op het moment dat onze mensen het zo moeilijk hebben om nog rond te komen.

 

Ik vraag me oprecht af, mijnheer Mahdi, of u deze absurde, totaal knettergekke plannen van de Europese Commissie zult volgen om nog meer massamigratie te organiseren of zult u eindelijk uw gezond verstand gebruiken?

 

14.02 Staatssecretaris Sammy Mahdi: Mevrouw de voorzitster, mijnheer Van Langenhove, u hebt zowaar dingen gezegd waarmee ik het eens ben, namelijk dat alles duurder wordt, dat is effectief zo, en dat er mensen zijn die geactiveerd kunnen en moeten worden. Wij moeten er effectief voor zorgen dat iedereen die hier is, ook effectief aan het werk wordt gesteld.

 

U verwijst naar cijfers van het aantal inactieven in België. In vergelijking met onze buurlanden zijn wij inderdaad de slechtste leerling van de klas. Dat is niet omdat iemand anders betere migranten heeft of meer gemotiveerde migranten, maar omdat wij mensen moeten activeren en een beter integratiebeleid moeten hebben. De Vlaamse regering zet vandaag stappen op dat vlak. Ik denk bijvoorbeeld aan de verplichte inschrijving bij de VDAB, een van de keuzes van deze Vlaamse regering en een terechte keuze. Er worden dus stappen gezet.

 

De Commissie heeft een voorstel gedaan. Het is geen plan, het is een voorstel dat besproken moet worden. Wij moeten goed opletten en daarmee verstandig omgaan. Wij hebben elkaar onlangs gezien, uw voorzitter gaf toen aan dat zelfs indien men iedereen activeert, men toch nog arbeidsmigratie nodig zal hebben. Men moet daarmee dan wel op een verstandige manier omgaan. Men heeft de juiste selectieve arbeidsmigratie nodig, op basis van de noden op onze arbeidsmarkt. Daaraan moet worden gewerkt.

 

Ten slotte, men moet er inderdaad voor zorgen dat de arbeidsmarkt en arbeidsmigratie op de juiste manier werken. Vergeet echter niet dat men een verstandig arbeidsmigratiebeleid nodig heeft om er net voor te zorgen dat alles niet te duur wordt en dat wij iets kunnen doen aan de koopkracht. De mensen die 70 jaar geleden naar België zijn gekomen om hier in onze mijnen te werken, om hier onze spoorwegen aan te leggen, hebben het model mee uitgebouwd waarvan u en ik kunnen genieten. Betekent dit dat men blind moet zijn voor de problemen van bepaalde vormen van migratie? Zeker niet. Als u echter doet alsof iedere vorm van arbeidsmigratie een probleem is, ga ik u nog heel vaak horen spreken over hoe duur alles is, hoe problematisch het allemaal is. En dan zult u daaraan, vanwege uw model, mee schuldig zijn.

 

14.03  Dries Van Langenhove (VB): Mijnheer Mahdi, mijnheer de staatssecretaris, als er één partij verantwoordelijk is voor de malaise waarin wij ons vandaag bevinden, zal dat toch wel de CD&V zijn, die al sinds mensenheugenis aan de macht is en verantwoordelijk is voor het gefaalde verhaal van de arbeidsmigratie van de voorbije tientallen jaren. Die partij is verantwoordelijk voor de samenlevingsproblemen en de totale 'vervreemdeling' in enclaves als Molenbeek, Borgerhout, Vilvoorde en Machelen, hier niet zo ver vandaan. Het is toch wel de CD&V die daarvoor verantwoordelijk is.

 

Ik merk dat u opnieuw het plan van de Europese Commissie niet tegenspreekt en dat u dus binnenkort aan de mensen zal moeten uitleggen dat zij hun winkelkar niet meer kunnen vullen, hun energiefactuur niet meer kunnen betalen en zich niet meer thuis voelen in hun eigen dorpen en wijken.

 

Dat u met de huidige regering niettemin het plan van de Europese Commissie wil uitvoeren, om nog meer massamigratie naar hier te halen en voor die massamigratie nog eens extra ontwikkelingshulp te betalen, is werkelijk absurd en te gek voor woorden.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

De voorzitster: Einde van de mondelinge vragen.

 

15 Renvoi d'amendements en commission

15 Verzending van amendementen naar een commissie

 

J'ai reçu un amendement au projet de loi portant des dispositions diverses urgentes en matière de santé, n° 2320/1.

Ik heb een amendement ontvangen op het wetsontwerp houdende diverse dringende bepalingen inzake gezondheid, nr. 2320/1.

 

Je vous propose de renvoyer cet amendement en commission de la Santé et de l’Égalité des chances (art. 93, n° 1, du Règlement).

Ik stel u voor het amendement te verzenden naar de commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen (art. 93, nr. 1, van het Reglement).

 

Pas d'observations? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Projets de loi et propositions

Wetsontwerpen en voorstellen

 

16 Projet de loi transposant la Directive (UE) 2019/1153 du Parlement Européen et du Conseil du 20 juin 2019 fixant les règles facilitant l’utilisation d’informations financières et d’une autre nature aux fins de la prévention ou de la détection de certaines infractions pénales, ou des enquêtes ou des poursuites en la matière, et abrogeant la décision 2000/642/JAI du Conseil (2573/1-4)

16 Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1153 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van regels ter vergemakkelijking van het gebruik van financiële en andere informatie voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van bepaalde strafbare feiten, en tot intrekking van Besluit 2000/642/JBZ van de Raad (2573/1-4)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend

 

Les rapporteurs, Mme Hugon et M. Vanbesien, s'en réfèrent au rapport écrit.

 

16.01  Joy Donné (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, collega's, men is snel geneigd om wetgeving die richtlijnen omzet in het kader van de bestrijding van grote georganiseerde misdaad en witwassen gewoon goed te keuren. Het is ook een heel technische bundel die voor het grootste stuk een pure omzetting betreft van wat nog niet in Belgisch recht is omgezet. Ik wil hier echter een aantal niet-technische kanttekeningen bij maken.

 

De Gegevensbeschermingsautoriteit of GBA maakt sinds 2020 een algemene opmerking met betrekking tot het CAP en het openstellen van de informatie rond de banksaldi. Er is een verzoek tot vernietiging van die wet bij het Grondwettelijk Hof lopende. In afwachting van die uitspraak blijft de GBA verwijzen naar het advies dat ze in 2020 bij die wet gegeven heeft. Er wordt een veel te verregaande centralisatie van zeer veel financiële informatie van burgers en bedrijven opgezet door middel van die wet. In het kader van de omzetting van deze richtlijn wordt er nog een andere overheidsinstantie toegevoegd die ongebreideld toegang zal hebben tot al die informatie, namelijk het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring. Ik kijk met heel veel aandacht uit naar de uitspraak van het Grondwettelijk Hof in dezen, wat dit blijft voor ons een zeer belangrijke zaak.

 

Wat betreft de omzetting, hier wordt een aantal extra informatiekanalen geopend. Het COIV gaat met buitenlandse homologen informatie uitwisselen. Daar komt nu Europol bij. Er wordt ook nog een onrechtstreeks kanaal geopend. Parketten kunnen nu ook met buitenlandse parketten informatie uitwisselen die zij van de eigen CFI hebben bekomen.

 

Als die informatie eenmaal bij de CFI zit, kan die dus eigenlijk veel gemakkelijker dan nu het geval is beginnen te circuleren, ook naar het buitenland.

 

Ik wil daar een dubbele bedenking bij maken. De eerste heeft te maken met andere wetgeving, vanuit helikopterzicht. Er is heel wat wetgeving die de toegangspoorten opent naar het CAP en ook naar de informatie die aanwezig is bij andere overheidsinstanties. U bent bezig met een wetsontwerp rond dataretentie in de commissie voor Justitie dat gerechtelijke overheden ook weer zal toelaten om metadata op te vragen bij internetproviders. Mijn bedenking hierbij is dat er geen sancties zijn bij een ander gebruik van de gegevens die in het kader van deze wetgeving worden opgevraagd. De gegevensuitwisseling gaat al heel ver. Ik heb in de commissie gevraagd hoe men zal verhinderen dat de gerechtelijke overheden die deze informatie aanwenden die gegevens ook aanwenden in andere dossiers, bijvoorbeeld in een ander strafdossier. In het ontwerp staat dat er telkens opnieuw toelating moet worden gevraagd aan de CFI, maar hoe zal dat worden gecontroleerd? Hoe gaat men dat controleren als het over een buitenlands parket gaat?

 

In de commissie verwees u naar artikel 138 van de antiwitwaswet in antwoord op mijn vraag hierover, maar dat artikel gaat niet over sancties wanneer informatie voor andere dan de oorspronkelijk goedgekeurde doeleinden wordt gebruikt of wanneer gegevens zonder voorafgaande toestemming vanuit de CFI aan andere afdelingen, organisaties of autoriteiten worden bezorgd. Zelfs als dergelijke sancties mogelijk zouden zijn, meen ik bovendien niet dat een parket een ander parket zou vervolgen omdat er geen toestemming werd gevraagd aan de CFI voor het gebruik van de gegevens voor andere dan de oorspronkelijk goedgekeurde doeleinden.

 

Mijn conclusie in dezen is dat er wel heel veel informatie gaat circuleren, ook naar het buitenland, maar dat de vereiste controle-instrumenten niet worden voorzien. Die bezorgdheid verklaart waarom wij het ontwerp niet zullen goedkeuren. Wij zullen ons onthouden, hoewel het ontwerp los van deze bedenkingen wel een aantal goede elementen bevat

 

16.02  Christian Leysen (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, collega's, het gaat hier om de omzetting van een Europese richtlijn, met een heel scala van kleine technische aanpassingen en verbeteringen. Het moet duidelijk zijn dat de bestrijding van grote georganiseerde criminele fraude hoog op de agenda moet staan, maar ik formuleer hierbij ook de bedenking dat we erover moeten waken dat we het ondernemen voor die 98 % van de bedrijven die werkzaam zijn niet zo moeilijk maken dat zij op een bepaald moment afhaken. We hebben daar genoeg voorbeelden van. De administratieve rompslomp die al die maatregelen met zich meebrengen, is soms niet in verhouding met de zoektocht naar deze grote fraude of criminele organisaties. Ik meen dat men ook moet oppassen dat die informatie niet verkeerd wordt gebruikt.

 

Daarom vraag ik de minister en aan zijn collega van Financiën om te bekijken of bepaalde richtlijnen niet op Europees niveau moeten worden geherevalueerd, om te komen tot een redelijk evenwicht tussen controlemaatregelen, de administratieve procedures die de banken worden opgelegd, en de vrijheid van ondernemen. Er moet worden gecontroleerd, maar dan op een aanvaardbare en verantwoorde manier.

 

Mijn fractie gaat dit wetsontwerp goedkeuren, maar ik wou deze boodschap toch meegeven.

 

16.03 Minister Vincent Van Quickenborne: Mevrouw de voorzitster, onderhavig wetsontwerp betreft de strijd tegen witwassen, terrorisme en zware georganiseerde criminaliteit. In ons land werken twee instellingen zich daarvoor uit de naad, het COIV en de CFI. Ik moet vaststellen dat de politieke kennis over die instellingen niet groot is en dat er daarover niet veel wordt gesproken. Ik was vanochtend nog op bezoek bij het COIV, dat sinds 2003 bevoegd is voor de inbeslagnames en de verbeurdverklaringen.

 

Eigenlijk komt het neer op follow the money. Collega De Wit kent dat heel goed en gebruikt die frase zo goed als elke maand in de commissie voor Justitie, en dat is terecht. Ga achter de middelen, de activa van de zware criminelen aan. Welnu, die twee organisaties zijn aangesteld om ons te helpen in de strijd tegen terrorisme, witwassen en zware georganiseerde criminaliteit. Ze doen dat goed, maar ze zouden nog wat meer bekendheid moeten krijgen.

 

Onderhavig wetsontwerp moet toelaten dat gegevens met gelijkaardige instellingen in het buitenland kunnen worden gedeeld. Die vorm van criminaliteit stopt immers niet aan de grenzen. Er moet dus een goede informatie-uitwisseling zijn en dat is de strekking van de richtlijn.

 

Ik noteer enige gevoeligheid in verband met de privacy. Als liberaal ben ik daar uiteraard ook gevoelig voor. De vraag is of daaraan wordt tegemoetgekomen. De CFI kan vandaag al het CAP consulteren. Vanaf 2022 zullen de saldi in het CAP worden opgenomen, maar ze zullen niet kunnen worden uitgewisseld met het buitenland. We hebben dus niet gekozen voor gold-plating. De toegang tot die gegevens voor buitenlandse instellingen en vice versa is wel degelijk proportioneel en verdedigbaar.

 

U vraagt wie die instellingen controleert en hoe we er zeker van kunnen zijn dat ze dat op een correcte manier doen en daarvan geen misbruik maken. De specifieke wetgeving van 18 september 2017 is heel duidelijk. Die beschrijft ook strafrechtelijke sancties, onder andere ook voor het misbruik van vertrouwelijke informatie. Bovendien staan de CFI en het COIV onder leiding van magistraten. Men kan van die magistraten toch een correcte houding verwachten?

 

Mochten die instellingen slecht werken, dan zijn er natuurlijk altijd nog instanties zoals de Hoge Raad voor de Justitie, die daarop kan toezien.

 

Collega's, wij zijn niet over een nacht ijs gegaan bij de omzetting van de richtlijn. Wij houden ons strikt aan wat Europa ons voorschrijft. Ik betreur het dan ook ten zeerste dat een belangrijke partij als de N-VA instrumenten in de strijd tegen terrorisme en tegen zware criminaliteit deels aan onze twee agentschappen wil ontzeggen.

 

Nogmaals, ik deel de bekommernis over de privacy, maar in voorliggend ontwerp wordt daaraan tegemoetgekomen. Dames en heren van de N-VA, inzonderheid mijnheer Donné, ik hoop dus dat ik u met mijn repliek heb kunnen overtuigen.

 

16.04  Joy Donné (N-VA): Mijnheer de minister, ik apprecieer het uitgebreide antwoord. Ik heb u enkel mijn bedenkingen meegegeven. De stemmen van de N-VA-fractie van de oppositie in welke richting ook zullen uw tekst niet tegenhouden. De oppositie heeft weinig voordelen, maar kan wel haar ongezouten mening geven en een bedenking tegen de stroom in formuleren, wanneer dat nodig is.

 

Dat is net het punt. U hebt het over de strijd tegen het terrorisme. Daarvoor moet alles wijken. Dat is zoals de strijd tegen fiscale fraude. Elke nuance in de repliek is dan vaak niet geoorloofd. De oppositie moet dan maar mee politiek correct denken en alles goedkeuren.

 

Daarin willen wij niet meegaan. Onze stem vandaag, zijnde een onthouding, laat u toe door te gaan met uw tekst. Wij willen de tekst ook niet tegenhouden. Ik hoop echter dat onze stem ook doet nadenken over het feit dat soms de slinger te ver doorslaat in een bepaalde richting. Dat is niet alleen in het voorliggende dossier het geval. Dat komt ook in andere dossiers naar voren.

 

Daarom heb ik mijn bemerkingen gemaakt. Ze moeten dan ook niet worden gezien als een kritiek op onze Belgische instellingen, zijnde het COIV of de CFI. Dat zijn goedwerkende instellingen. Ik heb het echter over het feit dat er poorten worden opengezet, ook naar het buitenland.

 

U kunt ook niet controleren wat er in het buitenland gebeurt. U erkent dat ook impliciet met uw aankondiging dat het COIV wel toegang krijgt tot de in het CAP geregistreerde banksaldi, maar dat die gegevens niet internationaal mogen worden uitgewisseld. Dat u internationale uitwisseling van die gegevens niet toelaat, is precies omdat u veel minder controle hebt. Welnu, die controle ontbreekt ook bij de uitwisseling van andere informatie. Hiermee wou ik ons standpunt nog wat verduidelijken.

 

Ik hoop dat u ook inziet dat onze bedenkingen uitgaan van een gerechtvaardigde kritische geest wanneer het gaat over de omzetting van Europese richtlijnen gebaseerd op grote termen zoals de strijd tegen witwassen of fraude.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2573/4)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2573/4)

 

L'intitulé en français a été modifié par la commission en "projet de loi transposant la directive (UE) 2019/1153 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 fixant les règles facilitant l’utilisation d’informations financières et d’une autre nature aux fins de la prévention ou de la détection de certaines infractions pénales, ou des enquêtes ou des poursuites en la matière, et abrogeant la décision 2000/642/JAI du Conseil".

Het opschrift in het Frans werd door de commissie gewijzigd in "projet de loi transposant la directive (UE) 2019/1153 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 fixant les règles facilitant l’utilisation d’informations financières et d’une autre nature aux fins de la prévention ou de la détection de certaines infractions pénales, ou des enquêtes ou des poursuites en la matière, et abrogeant la décision 2000/642/JAI du Conseil".

 

Le projet de loi compte 13 articles.

Het wetsontwerp telt 13 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 13 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 13 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

17 Proposition de résolution visant à conclure une convention relative à l’organisation d’un programme de prise en charge de patients souffrant de démence précoce à un stade modéré ou avancé (1376/1-6)

- Proposition de résolution demandant la mise en place par le gouvernement fédéral d'un Plan "Alzheimer, démence et maladies apparentées" (537/1-2)

17 Voorstel van resolutie tot het sluiten van een overeenkomst betreffende een programma voor de tenlasteneming van patiënten die lijden aan dementie op jonge leeftijd in een matig-gevorderd stadium (1376/1-6)

- Voorstel van resolutie over het verzoek aan de federale regering om een "Plan ziekte van Alzheimer, dementie en aanverwante ziekten" uit te werken (537/1-2)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

- 1376: Els Van Hoof

- 537: Catherine Fonck.

Discussion

Bespreking

 

Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1376/6)

De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1376/6)

 

L'intitulé a été modifié par la commission en "proposition de résolution visant à mettre en place un trajet de soins pour les personnes souffrant de démence précoce à un stade modéré à avancé".

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "voorstel van resolutie tot een zorgtraject voor personen met dementie op jonge leeftijd in een matig tot vergevorderd stadium".

 

La discussion est ouverte.

De bespreking is geopend.

 

17.01  Gitta Vanpeborgh, rapporteur: Mevrouw de voorzitster, ik zal kort verslag uitbrengen gezien de drukke agenda.

 

Het verslag heeft betrekking op twee resoluties: het voorstel van resolutie over het verzoek aan de federale regering om een 'Plan ziekte van Alzheimer, dementie en aanverwante ziekten' uit te werken van mevrouw Fonck van Les Engagés, en het voorstel van resolutie tot het sluiten van een overeenkomst betreffende een programma voor de tenlasteneming van patiënten die lijden aan dementie op jonge leeftijd in een matig-gevorderd stadium.

 

De vergaderingen hebben plaatsgevonden op 15 juni, 21 september en 5 oktober 2021, en op 19 april 2022.

 

Tijdens de vergadering van 15 juni 2021 heeft mevrouw Fonck gevraagd om haar voorstel van resolutie toe te voegen aan de bespreking van het voorstel van resolutie van mevrouw Van Hoof.

 

Op de vergadering van 19 april 2022 heeft de commissie beslist om het voorstel van resolutie van mevrouw Els Van Hoof als basis voor de bespreking te nemen.

 

Tijdens de vergaderingen van 15 juni en 21 september werd beslist om schriftelijke adviezen in te winnen. Ik zal ze niet overlopen, maar ze hebben in ieder geval bijgedragen aan een vruchtbare discussie in de commissie voor Volksgezondheid.

 

Ik ga niet dieper in op de inleidende uiteenzettingen, noch op de algemene bespreking, noch op de bespreking. Dit is allemaal terug te vinden in het verslag van de consideransen en van het verzoekende gedeelte of de amendementen. Het is duidelijk dat er wel wat amendementen zijn ingediend, besproken en gestemd.

 

Ik wil dit verslag afsluiten met te stellen dat het voorstel van resolutie met inbegrip van alle amendementen, van de technische verbeteringen bij naamstemming uiteindelijk eenparig werd aangenomen.

 

17.02  Kathleen Depoorter (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, een voorstel van resolutie voor het behandelen en ondersteunen van patiënten die lijden aan dementie op jonge leeftijd is uiteraard iets wat de N-VA-fractie zal steunen.

 

Dit is immers een zeer zwaar probleem. Patiënten die op jongere leeftijd geconfronteerd worden met één van de vele vormen van dementie komen vaak terecht in een heel moeilijke familiale situatie, en in een heel moeilijke zorgsituatie. Die vereist een interdisciplinaire aanpak, die vereist heel veel expertise. Bovendien hebben die patiënten vaak nog een gezin waar zij voor moeten zorgen en waar zij wegvallen.

 

Zeker op het moment dat de diagnose al is gesteld en die patiënten op het kruispunt komen tussen normaal voort functioneren en echt ziek worden, slaat de paniek toe in de getroffen gezinnen. Wij moeten dat als maatschappij absoluut inzien, en wij moeten hen ondersteunen, zowel op financieel vlak als of zorgvlak.

 

Wij moeten ervoor zorgen dat de signalen van de zorgverstrekkers voldoende snel worden opgevangen en dat de patiënt de nodige zorg krijgt.

 

Er zijn verschillende stadia in deze ziekte: het stadium waarin men nog thuis woont, het stadium waarin men naar een dagorganisatie gaat, en uiteindelijk het stadium waarin men opgenomen wordt.

 

De N-VA-fractie heeft al vaker aangekaart dat de volledige organisatie van de geestelijke gezondheidszorg steun zou moeten krijgen. Wij hebben ook een bijkomend voorstel van resolutie ingediend waarin wij de problemen in de geestelijke gezondheidszorg aankaarten. Wij doen daarin een aantal concrete voorstellen om de patiënten beter te begeleiden. Daarin hebben wij het ook over de patiënten met dementie, jongdementie.

 

Wij stellen heel duidelijk dat patiënten met jongdementie heel vaak uit de boot vallen. Patiënten met jongdementie vallen niet onder patiënten met een beperking, en ondervinden daardoor een aantal substantiële nadelen ten opzichte van andere patiënten. Wij zien heel duidelijk dat de psychologische zorg ontoereikend is. Bepaalde psychologische en psychiatrische zorg valt niet onder de regeling voor de verzekeringsproducten. De kosten voor deze families zijn dus zeer groot, en ook de zorglast is voor deze families zeer groot.

 

Een psychiatrische opname van langer dan een jaar komt ook niet in aanmerking voor de maximumfactuur. Onze fractie heeft daarvoor amendementen ingediend waarop ik later terugkom.

 

In de resolutie wordt ook heel veel verwezen naar de deelstaten, collega's. Sta mij toch even toe om u er nogmaals op te wijzen dat het heel wat eenvoudiger zou zijn voor de patiënt, de organiserende overheid en de zorgverstrekkers als de deelstaten bevoegd zouden zijn voor een homogeen pakket Volksgezondheid.. Dat zou absoluut het antwoord moeten zijn.

 

Het is toch wel bijzonder dat daarvan volgens de ene partij in het regeerakkoord gewag gemaakt wordt en volgens de andere partij dan weer niet. Eveneens kunnen we vandaag, 2,5 jaar na datum, nog niets van deze vereenvoudiging van de organisatie van de gezondheidszorg vaststellen. Waarom verwijs ik naar het regeerakkoord, collega's? Bijzonder in dit voorstel van resolutie is considerans D. Die verwijst naar het regeerakkoord waarin onderzoek naar een zorgtraject voor personen met jongdementie is opgenomen. Nu vind ik het toch bijzonder dat mensen die deel uitmaken van de meerderheid met een resolutie hun eigen regering moeten aansporen om het regeerakkoord uit te voeren. Dat kan uiteraard en wij zijn een partner om daarover na te denken. Nog raarder - ik heb de beleidsnota van 2020 er nog eens bijgenomen - is dat het woord dementie, jongdementie of alzheimer er helemaal niet in voorkomt. Ik stel dus vast dat jongdementie een heel belangrijke prioriteit is voor een, weliswaar, kleinere partner binnen de regering, maar dat deze partner toch niet voldoende overredingskracht had om binnen de ministerraad de minister van Volksgezondheid aan te zetten om werk te maken van wat er in het regeerakkoord staat en van wat er voor een bepaalde groep patiënten essentieel is in hun zorgtraject.

 

Wij zullen het voorstel van resolutie, zoals gezegd, steunen, maar ik zou graag nog twee amendementen aanstippen die de meerderheid niet heeft goedgekeurd door de meerderheid en waarvoor ik geen wetenschappelijke, ethische of andere argumentatie heb kunnen vinden.

 

Een van onze amendementen kwam er na het advies van de Alzheimer Liga Vlaanderen en vraagt om de thuiszorg van patiënten met jongdementie beter te organiseren. Ik heb dat punt al vaker in de commissie aangehaald. Psychiatrische thuisverpleegkundigen kunnen een heel belangrijke rol spelen in de omkadering van patiënten met jongdementie. Er zijn echter maar twee nomenclaturen die hiervoor in voege zijn. Ik heb minister Vandenbroucke herhaaldelijk gezegd dat een uitbreiding van de nomenclaturen en van de zorgtaak van de psychiatrische thuisverpleegkundigen een essentieel verschil zou kunnen vormen voor patiënten met jongdementie. Hoe langer die patiënten in de thuiscontext kunnen worden opgevangen, hoe beter voor de maatschappij in veel gevallen en hoe warmer voor de familie. Het is toch heel jammer dat een dergelijk gefundeerd voorstel dat afkomstig is van de Alzheimer Liga Vlaanderen, die heel veel expertise heeft opgebouwd, niet werd goedgekeurd.

 

Een tweede amendement dat door mijn fractie werd ingediend en niet werd goedgekeurd, gaat over de financiële omkadering. Alle partijen erkennen dat psychiatrische opnames van langer dan een jaar niet onder de maximumfactuur vallen. Collega's, u zegt daarover dat dit een gefundeerd debat verdient, maar dat hebben wij gehouden in de commissie en u erkent het probleem, dus het is toch jammer dat wij er niets aan doen en dat het niet werd meegenomen. Uiteindelijk gaat het immers over een voorstel van resolutie en bent u perfect bij machte om te vragen dat wordt onderzocht of de kosten voor patiënten die langdurig worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, ook onder de maximumfactuur kunnen vallen.

 

Ten tweede, ook de verzekeringsproducten zijn niet inbegrepen. Hospitalisatieverzekeringen kunnen niet in het kader van een psychiatrische of psychologische problematiek worden gebruikt. Dat leidt ertoe dat veel patiënten met toch een zeer zware problematiek in de kou blijven staan.

 

17.03  Patrick Prévot (PS): Merci madame la présidente. Chers collègues, quelques mots pour dire que, comme nous l'avons fait en commission, nous soutiendrons le texte de madame Van Hoof. Nous avons d'ailleurs travaillé à la rédaction de plusieurs amendements avec d'autres collègues pour améliorer la portée de cette résolution et cela notamment sur la base des avis que nous avions reçus. Cette résolution est importante puisqu'elle permet de structurer la prise en charge des patients atteints de démence précoce via notamment la mise en place d'un trajet de soins, comme le prévoit d'ailleurs l'accord du gouvernement. Une attention spécifique, en tout cas particulière, devra également être apportée à la continuité des soins entre l'hospitalier, le résidentiel et le domicile afin que l'ensemble du territoire soit couvert de manière efficiente en matière de soins proposés. L'implication des entités fédérées dans le cadre de la prise en charge de l'accompagnement et du soutien de ces patients est évidemment essentielle. On l'a dit et répété au sein de la commission. Elle est essentielle vu la répartition des compétences en la matière et il faudra donc une collaboration et une concertation très importante avec celles-ci. On le sait. Je l'ai dit et cela a été rappelé dans le cadre des travaux notamment. Un travail y est déjà réalisé ou est en tout cas en cours de réalisation puisque la prise en charge de la démence précoce fait notamment partie de la déclaration de politique régionale du côté wallon. Voilà chers collègues, je ne serai pas beaucoup plus long et je remercie une nouvelle fois les collègues pour le travail mené.

 

17.04  Dominiek Sneppe (VB): Collega's, dit voorstel is een eerste aanzet om het probleem van dementie en specifiek ook jongdementie op de agenda te zetten, wat het Vlaams Belang met veel plezier steunt. We hopen evenwel dat het niet alleen bij deze resolutie stopt en dat de regering hiervan werk zal maken, uiteraard samen met de deelstaten en in overleg met alle betrokkenen. We hopen ook dat het Vlaams Dementieplan verder zal worden uitgerold, maar dat is natuurlijk iets voor in het Vlaams Parlement.

 

Collega's, ook in dit dossier zit weer een communautair probleempje. Daarvoor verwijs ik naar de opmerkingen van het RIZIV, waarin een situatieschets wordt gegeven van de toestand na de zesde staatshervorming. Zo blijkt dat het RIZIV de kostprijs van de volledige zorg van patiënten betaalt, die verblijven in instellingen die ondertussen volledig tot de bevoegdheid van de deelstaten behoort. Only in Belgium, zou ik zeggen. Ook de juridische dienst van de Kamer verwijst hier naar de bevoegdheidsverdeling.

 

Het beste zou zijn, althans volgens ons, dat niet alleen de bevoegdheden naar de deelstaten worden overgedragen, maar dat daaraan ook de nodige budgetten worden gekoppeld. Vlaanderen heeft immers een geüpdatet dementieplan, alleen ligt de financiering voor terugbetalingen, nomenclatuurverstrekking enzovoort nog grotendeels op federaal niveau. Dat is voor het Vlaams Belang niet logisch en al zeker niet efficiënt.

 

Mevrouw Fonck legt met haar amendementen nog eens de vinger op de wonde. Vlaanderen pakt het probleem aan met een heus dementieplan. In Wallonië moet de eerste letter nog op papier worden gezet.

 

Collega's, dit voorstel is een goede aanzet om het probleem van jongdementie op de agenda te zetten, dat is meer dan nodig, maar we hopen dat het niet bij deze resolutie blijft.

 

17.05  Els Van Hoof (CD&V): Mevrouw de voorzitster, collega's, ik wil mijn uiteenzetting graag beginnen door de resolutie op te dragen aan een gewezen diensthoofd in het Parlement, in de Kamer. De persoon in kwestie was een bibliothecaris bij wie jongdementie werd vastgesteld toen hij 59 jaar was. Hij is 2 jaar geleden helaas op veel te jonge leeftijd overleden. Ik ontmoette Paul in Leuven, in woon-zorgcentrum De Wingerd. Hij was één van de inspiratiebronnen die aan de basis van deze resolutie liggen.

 

Mensen die deze diagnose krijgen, krijgen vaak te maken met misverstanden, onbegrip en moeten veel te snel hun job opgeven. Nochtans verdienen ook zij levenskwaliteit. Nochtans is het belangrijk te beseffen dat zij veel dingen wel nog kunnen, want door het mooie VRT-programma Restaurant Misverstand hebben we dat vastgesteld.

 

Om de problematiek even in kaart te brengen, kan ik zeggen dat men in België bij ongeveer 5.500 mensen de diagnose vaststelt voor de leeftijd van 65 jaar. Er zijn inderdaad ernstige moeilijkheden op vlak van lichamelijke, cognitieve, gedragsmatige en psychiatrische niveaus. Deze leiden tot geheugenverlies en veranderingen op vlak van persoonlijkheid en stemmingswisselingen.

 

Daardoor is interdisciplinaire zorg nodig, zowel op het vlak van thuis- of dagzorg, in ziekenhuizen en in woon-zorgcentra. Bovendien verloopt het aftakelingsproces bij personen met jongdementie veel sneller dan bij mensen bij wie dementie pas op latere leeftijd wordt vastgesteld. De zorgvragen zijn bijgevolg ook veel groter dan bij ouderen met dementie. Het probleem is – en dat hebben we ook kunnen vaststellen bij het lezen van de talrijke adviezen die we hebben ontvangen – dat er zeer veel zorgvragen zijn waar geen antwoord op wordt geboden. Ik denk dat iemands wereld instort op het ogenblik waarop de diagnose wordt vastgesteld. Ik denk dat we onvoldoende ondersteuning voorzien voor de patiënten en hun families.

 

Het is een lappendeken dat vandaag bestaat uit tegemoetkomingen waarnaar zelf moet worden gezocht voor patiënten met jongdementie en vooral voor hun naasten. Bovendien is het niet alleen complex, maar ook onvoldoende. Het is ook verspreid over verschillende beleidsniveaus. Daar is al afdoende naar verwezen.

 

Bovendien zit er een groot verschil tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel op vlak van het aanbod en initiatieven. Er is inderdaad een Vlaams dementieplan. De heer Vandeurzen heeft destijds gespecialiseerde zorg voorzien in verschillende woon-zorgcentra en heeft ook een terugbetaling voorzien van de factuur. Dat is een heel belangrijk signaal. Heel wat initiatieven, ook in Vlaanderen, moeten echter leven van het verkopen van wijn of pannenkoeken om dagelijkse ondersteuning te voorzien aan personen met jongdementie en hun familie. Zij zijn dus afhankelijk van benefieten. Dat kan toch niet in een welvarend land zoals België. We moeten dus een stukje financieel soelaas bieden voor mensen die thuis verblijven of in een dagverzorgingscentrum of ziekenhuis verblijven, en niet alleen in een woon-zorgcentrum. Er moet ook aan expertisedeling worden gedaan. Daar is ongelooflijk veel nood aan.

 

Met deze resolutie wil de CD&V een sterke basis leggen voor de gespecialiseerde zorg en financiële ondersteuning organiseren voor patiënten, hun families en mantelzorgers en die beter inrichten. Ik heb deze resolutie destijds opgemaakt, samen met De Wingerd, en heb verwezen naar de bibliothecaris van het Parlement. Woonzorgnet-Dijleland en het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen hebben hier ook aan meegewerkt. Zij zijn heel blij met deze resolutie. Er wordt inderdaad verwezen naar het regeerakkoord, maar het Parlement moet een dubbel signaal geven en werken naar die concrete uitwerking. We mogen dit niet op de lange baan schuiven. Er staat heel wat in het regeerakkoord om te onderzoeken. Wij hebben het hier meer concreet gemaakt.

 

In de commissie werd ook een interessante discussie gevoerd. De amendementen waren ook interessant. Er zijn daarnaast schriftelijke adviezen geweest. Bij het voeren van het onderzoek mogen we geen voorafnamen doen, maar we moeten die elementen meenemen en onderzoeken. Dan moeten we kijken welk het beste zorgtraject zou kunnen zijn voor personen met jongdementie.

 

Er zijn daarover inderdaad verwijzingen in het regeerakkoord. Ook in het Vlaams Dementieplan werd belang gehecht aan wat het federale niveau ter zake zal doen. Belangrijk is dat wij nu de opdracht geven aan het Federaal Kenniscentrum, de FOD Volksgezondheid en het RIZIV, om de best practices, die wel bestaan, zij het versnipperd over Vlaanderen, een beetje Brussel en Wallonië, in kaart te brengen, teneinde te bekijken op welke manier wij daar het best mee omgaan.

 

Wij doen dat niet loos. Ik heb immers al heel veel resoluties goedgekeurd in het Parlement. Hier is echter een deadline aan gekoppeld. Een en ander moet binnen het jaar gebeuren. Uiterlijk voor juni 2023 moeten wij een zicht hebben op de best practices maar ook op het onderzoek naar het beste zorgtraject, dat zal worden gevoerd. Ik heb heel veel amendementen gezien, onder andere van mevrouw Fonck maar ook van mevrouw Depoorter. Daaraan moet echter invulling worden gegeven in het onderzoek. Ze moeten ook worden meegenomen, om na te gaan of het om goede elementen gaat, die wij kunnen opnemen in een zorgtraject. Ik kan ook een aantal voorbeelden geven. Laat ons echter het onderzoek afwachten, waarop een duidelijke timing en deadline staat.

 

Belangrijk is ook dat het in overleg gebeurt met degenen die ervaring hebben, zoals de betrokken stakeholders, de patiënten, de naasten en de mantelzorgers. Belangrijk is uiteraard ook dat wij ervoor zorgen dat expertise wordt opgebouwd. Ik verwijs heel concreet naar een punt dat voor de meerderheid van belang was, namelijk het verwijzen naar de referentiearts. Wij hebben referentieartsen voor woon-zorgcentra, die hun kennis delen. Op andere niveaus gebeurt dat echter niet. Ook Vlaanderen bekijkt nu om dat te organiseren op het niveau van de huisartsen en van de thuiszorg.

 

Ook het federale niveau heeft een verantwoordelijkheid, om dat te organiseren op het niveau van de ziekenhuizen en ervoor te zorgen dat voor jongdementie, waarvan weinig artsen kennis hebben, kennis wordt gedeeld in bepaalde regio's en er een outreach gebeurt naar de zorginstellingen alsook dat verbinding wordt gemaakt met de patiënten, hun naasten en de eerstelijnszorg. Die expertisedeling is van bijzonder belang. Wij willen natuurlijk alle doelgroepen daarbij betrekken. In de resolutie wordt ook gewag gemaakt van het gematigde tot vergevorderde stadium. Wij bedoelen daarmee dat vanaf thuis tot in het dagverzorgingscentrum, het woon-zorgcentrum en in het ziekenhuis de patiënt moet worden vastgegrepen samen met zijn of haar mantelzorger.

 

Dat is ook van belang. Men heeft verwezen naar de deelstaten, daar liggen heel wat bevoegdheden. We hebben een aantal signalen willen meegeven waaruit toch duidelijk blijkt dat de manier waarop we er vandaag mee omgaan eigenlijk niet de juiste is.

 

We hebben eigenlijk alleen het probleem van de woon-zorgcentra op te lossen. Ik denk dat wanneer men op jonge leeftijd is, het niet aangenaam is in een woonvorm te leven waar de meesten 40 jaar ouder zijn en men er permanent moet tussen opereren. Het is van belang dat we ervoor zorgen dat de mensen zich er ook gaan thuis voelen, in aangepaste woon- en zorgvormen.

 

De financiële ondersteuning en psychische begeleiding moeten we ook gaan bekijken in relatie met de deelstaten, naast de toegankelijkheid en de transparantie van de informatie en de automatische toekenning van de voordelen. De ontwikkeling van een specifiek zorgtraject en het overleg met de deelstaten zijn aspecten die cruciaal zijn om uiteindelijk te komen – dat is de doelstelling – tot meer gespecialiseerde zorg en om de financiële druk op de patiënt en de familie te verlichten.

 

Jongdementie treft in België inderdaad duizenden mensen en het is heel zwaar, zowel psychisch als financieel. Op een bepaald moment heb ik Paul terug meegenomen naar het Parlement, om terug een bezoek te brengen, ook aan zijn kantoor. Hoewel hij zich niet kon uitdrukken, zag ik heel duidelijk dat hij daar gelukkig van werd. Dat is wat we moeten doen: levenskwaliteit toevoegen aan het dagdagelijkse leven van deze patiënten. Laten we mensen met jongdementie nog zien als verlangende wezens, die ook genieten van die levenskwaliteit. Dat is wat we met dit voorstel trachten te doen.

 

Bijkomende middelen zijn nodig. Expertise en samenwerking tussen de verschillende overheden en de zorginstellingen zijn dan ook dringend nodig om aan alle zorgvragen van mensen met jongdementie te voldoen.

 

Ik dank iedereen voor de goede samenwerking, ook in de commissie, en ik hoop op uw steun straks tijdens de stemming. Dank u wel.

 

17.06  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, het is positief dat er aandacht is voor de problematiek van jongdementie. Wie getroffen wordt door jongdementie, krijgt het zwaar te verduren: de patiënt lijdt aan ernstig geheugenverlies en soms aan psychiatrische stoornissen en wordt daardoor op jonge leeftijd werkonbekwaam; hij of zij wordt sterk afhankelijk, heeft nood aan psychiatrische zorg en moet soms in een rusthuis worden opgenomen. Dat alles gaat gepaard met een belangrijk inkomensverlies. Het is geen lachertje wanneer de jongdementerende, die voor de diagnose vaak nog werkte, op 60 % van het loon terugvalt, terwijl het huis nog moet afbetaald worden of kinderen op de universiteit zitten. Bovendien is de ziekte vooralsnog onomkeerbaar en zullen jongdementerenden niet meer terug aan het werk kunnen.

 

Tot zover de gedeelde vaststellingen. Iedereen is het erover eens dat er werk gemaakt moet worden van een aanpak en dat er aandacht moet zijn voor het dossier. Wij zullen het voorstel van resolutie dus ook steunen.

 

Laat ik evenwel even inpikken op het verloop van de werkzaamheden. Oorspronkelijk vroeg u in uw voorstel, dat heel concreet was, naar een conventie naar het voorbeeld van de conventie voor patiënten met de ziekte van Huntington, eveneens een neurologische aandoening, waardoor de overheid een groter deel in de kosten op zich neemt.

 

Na het advies van het RIZIV dat de deelstaten sinds de zesde staatshervorming bevoegd zijn voor oplossingen voor de meeste problemen van personen die een grote afhankelijkheid ontwikkelen en autonomie verliezen, denk maar aan het verblijf in een woon-zorgcentrum, werd het voorstel zo uitgehold dat er een vage tekst overblijft waarbij drie van de zes vragen uiteindelijk gericht zijn aan onder andere de Vlaamse regering, in casu CD&V-minister Beke.

 

Het is een goede zaak dat hier in het Parlement een voorstel van resolutie wordt goedgekeurd, maar de PVDA staat klaar om het probleem van mensen met jongdementie ook in het Vlaams Parlement aan te kaarten en we hopen dat u dat ook zult doen.

 

Een eerste belangrijke probleem is de prijs van de woon-zorgcentra. Wie kan meer dan 2.000 euro per maand betalen aan zo'n centrum, terwijl de partner die vaak in goede gezondheid nog is, nog thuis woont en kinderen aan de universiteit studeren. Wat onderneemt minister Beke tegen de hoge prijzen van de woonzorgcentra? Voorlopig onderneemt hij alleszins niet veel.

 

Het tweede probleem zijn de lange wachtlijsten – maar liefst 20.000 Vlamingen - voor het Vlaamse persoonsgebonden budget waar mensen met autonomieverlies of mensen met een handicap, wat ook het geval kan zijn bij mensen met jongdementie, recht op hebben. Het kan niet de bedoeling zijn dat mensen met jongdementie onderaan op die wachtlijst terechtkomen. De PVDA is tegen het persoonsgebonden budget dat wordt toegewezen aan de betrokkenen om te besteden aan zorg naar keuze. Dat is voor ons geen oplossing, want het brengt enorm veel problemen op het terrein met zich. Onzes inziens moet de overheid instaan voor kwaliteitsvolle en toegankelijke zorg op een collectieve manier.

 

Volgens ons moeten dus concretere maatregelen worden genomen. We wachten af wat er in het Vlaams Parlement en door de Vlaamse regering zal worden ondernomen om jongdementerende te helpen.

 

17.07  Gitta Vanpeborgh (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, Vooruit zal onderhavig voorstel van resolutie net als in de commissie steunen en wel om de volgende redenen.

 

Ik zal hier en daar inpikken op wat de collega's hebben gezegd. Ten eerste, het voorstel komt tegemoet aan een duidelijk engagement in het federaal regeerakkoord. Daarin staat dat "voor personen met dementie op jonge leeftijd een specifiek zorgtraject zal worden onderzocht".

 

Mevrouw Depoorter, ik heb de beleidsnota niet meer nagelezen, zoals u hebt gedaan, maar ik weet wel dat daarin sprake is van zorgtrajecten en dat die ter harte worden genomen. Ik ga ervan uit dat onder andere jongdementie daarin een plaats kan vinden.

 

Ten tweede, het voorstel van resolutie stuurt aan op een toch wel pragmatische aanpak. In tegenstelling tot mevrouw Merckx vind ik de tekst heel concreet. Er wordt aandacht besteed aan de verschillende fases bij jongdementie, bepalingen die na amendering werden ingevoegd. Bovendien wordt de regering gevraagd om concreet vorm te geven aan het zorgtraject aan de hand van good practices. Ik ben ervan overtuigd dat die goede praktijken bestaan en dat we moeten leren om over dat muurtje te kijken.

 

Mevrouw Depoorter, ik meende u te horen zeggen dat u droomt van een Vlaamse gezondheidszorg. Wij zijn nog altijd overtuigd van een federale gezondheidszorg, waarin de verschillende entiteiten zeer goed samenwerken. Ik ben ervan overtuigd dat een uitwisseling van goede praktijken, die er ongetwijfeld bestaan op niveau van de deelstaten en het federale niveau, concrete resultaten en verbetering kan opleveren.

 

Ten derde, het voorstel van resolutie legt de verantwoordelijkheid waar ze vandaag zou moeten liggen, en stuurt tegelijkertijd ook heel terecht aan op samenwerking. Samenwerking is meer dan ooit noodzakelijk in dit toch wel complexe zorglandschap. Ik denk dat we het daarover wel eens zijn. Zoals we hebben gehoord en gelezen, is het belangrijk dat wie op jonge leeftijd met de ziekte wordt geconfronteerd en zich in een precaire situatie bevindt, weet wat zijn of haar statuut is, wat de voordelen eraan verbonden zijn en op welke financiële steun men recht heeft.

 

Dat is vandaag immers nog altijd niet duidelijk en dat moet worden verholpen.

 

Dergelijke concrete maatregelen vindt men terug in het voorstel van resolutie. Zo wordt er verzocht werk te maken van de maximale automatische toekenning van rechten, wat absoluut welkom is voor alle patiënten met jongdementie. Ergens anders wordt er gepleit voor aangepaste zorgnormen. Het kan inderdaad niet de bedoeling zijn dat die patiënten van bij het begin tot het einde in een woon-zorgcentrum terechtkomen.

 

Kortom, wat ons betreft, beoogt onderhavig voorstel van resolutie beoogt met respect voor ieders verantwoordelijkheid toch een stap vooruit voor de naar schatting 5.500 slachtoffers van jongdementie, die dagelijks geconfronteerd worden met fysieke, lichamelijke, psychische, cognitieve problemen en die dan ook nog eens hun weg moeten zoeken in het complexe zorglandschap.

 

Mevrouw Depoorter verwondert zich over ons pleidooi. Ik kan alleen maar betreuren dat we, als wij onze federale ministers op hun verantwoordelijkheid wijzen of duidelijk maken dat bepaalde engagementen moeten worden uitgevoerd, in een hoekje worden geplaatst, net zoals wanneer we dat niet zouden doen. Ik meen dat het onze taak is, als Parlementsleden, ook al maken wij deel uit van de meerderheid, terug te komen op bepaalde genomen engagementen en erop te hameren dat die uitgevoerd worden.

 

Hopelijk wordt er na de unanieme goedkeuring in commissie en misschien in plenaire vergadering met de resolutie aan de slag gegaan en niet alleen federaal. Ik hoop dat alle partijen het onderwerp ook zullen aankaarten bij de deelstaten, want uiteindelijk gaat het om een gedeelde verantwoordelijkheid.

 

17.08  Kathleen Depoorter (N-VA): Collega, uiteraard is het uw taak als parlementslid om met uw ministers te werken aan de uitvoering van het regeerakkoord. Wat echter zo bijzonder is, is dat het vertrouwen zo laag is, dat er een datum in de tekst werd opgenomen, want vóór 2023 moet uw minister een onderzoek naar het zorgpad begonnen zijn. Als er in de beleidsnota geen sprake is van jongdementie en de collega van CD&V aandringt op een onderzoek naar het traject in het eerste kwartaal van 2023, dan kan ik niet anders dan vaststellen dat het vertrouwen in de werking niet optimaal is.

 

U verwees ook naar de beleidsnota van 2022. Het gaat daarin inderdaad over zorgtrajecten en ik zal u even voorlezen waarover die gaan: diabetes, obesitas, perinataalzorgtraject en pre- en postabdominale orgaantransplantatie. Dat is dus geen jongdementie, collega. Men hoeft geen dokter te zijn om dat te kunnen interpreteren. Het stond er dus niet in. Daarom begrijp ik dat de collega van CD&V, die dat traject ter harte neemt, de regering er toch nog eens op wil wijzen.

 

Ten derde hebt u heel duidelijk gesteld dat u als Vooruitfractie voor de federale gezondheidszorg bent. Hoe interpreteert u echter het regeerakkoord? Ik heb namelijk van elke partij een andere interpretatie gehoord. Wij hebben gelezen dat er toch wel werk gemaakt zal worden van een uniforme overheveling van bevoegdheidspakketten. Ik heb de collega's van de MR al gehoord zich daartegen uit te spreken. U spreekt zich daar nu zelf tegen uit. Wat zult u ermee doen? U hebt nog twee jaar tijd.

 

17.09  Catherine Fonck (Les Engagés): Madame la présidente, chers collègues, force est de constater que la Belgique accuse un très sérieux retard dans la prise en charge des patients souffrant de la maladie d’Alzheimer. Il y a les patients souffrant de la maladie d'Alzheimer et de démence de manière plus globale et de toutes les maladies apparentées de manière précoce mais il y a aussi tous ceux que vous ne citez pas et qui, pourtant, vivent des moments particulièrement difficiles avec des prises en charge pas nécessairement adaptées et surtout avec des proches qui sont à leurs côtés pendant des périodes extrêmement longues.

 

Si nous accusons un sérieux retard en Belgique, c'est à la fois dans la prise en charge, l'offre de soins adaptée à domicile ou en institution, la formation du personnel soignant, le manque de soutien aux aidants proches, l'offre de capacités suffisantes en matière de diagnostic, de diagnostic précoce et d'annonce de diagnostic et tout ce qui concerne la recherche préventive et thérapeutique.

 

C'est d'autant plus crucial que les projections estiment malheureusement que le nombre de personnes souffrant en Belgique de la maladie d’Alzheimer, de démence ou de maladies apparentées sera, en 2030, d'environ 260 000 et, en 2050, d'environ 390 000.

 

C'est évidemment la raison pour laquelle j'avais déposé une proposition et je continue à plaider pour la mise en place d'un plan Alzheimer, démence et maladies apparentées. Certes, il y a des responsabilités à différents niveaux de pouvoir. Cependant, c'est une évidence, en matière de santé publique que, s'il n'y a pas à un moment donné de pilotage avec un cap donné et une obligation claire à l'attention des différents niveaux de pouvoir de travailler ensemble à une approche non seulement ambitieuse mais également parfaitement coordonnée, toutes ces personnes et leurs proches seront encore et toujours, demain et après-demain, dans des situations extrêmement difficiles et pénibles à vivre sans prise en charge et sans approche adaptée. Il suffit de comparer ce qui se fait en la matière chez nous avec ce qui se passe dans d'autres pays de l'Union européenne.

 

Vous n'avez pas voulu avoir une vision plus large et vous avez préféré vous focaliser sur les patients souffrant de démence précoce. À travers ma proposition de résolution, je persiste, pour ma part, à avoir une vision plus large. C'est la raison pour laquelle, madame la présidente, je disjoins ma proposition de la proposition de résolution de Mme Van Hoof.

 

J'en arrive au contenu de la résolution à l'examen qui s'attarde spécifiquement aux personnes souffrant de démence précoce. Cette approche est tout à fait indispensable pour ces patients. Une convention de soins au niveau national pour ceux-ci constitue un élément positif. J'y mets, cependant, deux bémols. Premièrement, il ne faut pas que ce soient juste de vagues intentions. J'attends donc de voir quelle sera la suite qui y sera réservée par le gouvernement. Deuxièmement, il est totalement indispensable de prévoir également un trajet de soins pour ceux que vous laissez de côté dans le cadre de cette proposition de résolution. Je pense ici aux personnes qui souffrent de démence précoce, mais qui ne seront pas concernées par ce trajet de soins, compte tenu des groupes cibles bénéficiaires très restrictifs prévus dans le cadre de cette dernière.

 

Si la proposition de résolution qui nous est soumise répond de manière correcte à la situation, avec les structures qui ont été mises en place du côté néerlandophone – raison pour laquelle je la voterai –, je regrette que, vu les groupes cibles hyper restrictifs, de très nombreux patients qui vivent sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, mais aussi sur le territoire de la Wallonie ne pourront pas bénéficier d'un trajet de soins tel que prévu dans la proposition de résolution.

 

Je puis vous assurer que, de mon côté, je ferai tout pour que le ministre change les catégories que vous avez prévues dans cette résolution, sinon les francophones seront clairement laissés de côté.

 

Je regrette les propos de la ministre Morreale qui a été interrogée, le 10 février 2022, sur le contenu de ce texte.

 

Cela vous fait rire au Parti Socialiste? Je vous encourage à prendre contact avec les associations de patients, qui m'ont alertée et qui mettent en évidence ce problème – à raison.

 

Le 10 février 2022 donc, la ministre Morreale, au Parlement wallon, a clairement dit qu'il n'y aurait pas de déploiement supplémentaire du côté wallon, qu'il n'y aurait aucun impact financier, signant là son absence totale de volonté de prévoir un accompagnement adapté pour les personnes souffrant de démence précoce. C'est extrêmement interpellant. Je continuerai, avec les associations de patients, à tenter de faire bouger les lignes afin que ce trajet de soins, s'il est mis en place, puisse également bénéficier aux personnes vivant sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale et de la Wallonie.

 

C'est évidemment aussi pour cette raison qu'en lien avec les associations de patients concernées, j'ai déposé les amendements qui vous sont de nouveau soumis ici en plénière. Madame la présidente, je continuerai, pour ce qui me concerne, à plaider pour une approche beaucoup plus ambitieuse, pour une prise en charge de tous les patients et le soutien à leurs proches, quel que soit l'âge auquel le diagnostic de démence est établi et quel que soit l'âge des patients.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion est close.

De bespreking is gesloten.

 

*  *  *  *  *

Amendements déposés:

Ingediende amendementen:

 

Considérant/Considerans F(n)

  • 20 – Catherine Fonck (1376/7)

Demande/Verzoek 2/1(n)

  • 21 – Catherine Fonck (1376/7)

Demande/Verzoek 7(n)

  • 22 – Catherine Fonck (1376/7)

*  *  *  *  *

Le vote sur les amendements est réservé.

De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

 

Le vote sur les amendements réservés et sur l’ensemble de la proposition aura lieu ultérieurement.

De stemming over de aangehouden amendementen en over het geheel van het voorstel zal later plaatsvinden.

 

18 Proposition de résolution relative aux travailleurs frontaliers en télétravail (2365/1-4)

18 Voorstel van resolutie met betrekking tot thuiswerkende grenswerknemers (2365/1-4)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Steven Matheï, Nathalie Muylle, Jef Van den Bergh, Servais Verherstraeten, Jan Briers, Nahima Lanjri, Anja Vanrobaeys, Benoît Piedboeuf.

Discussion

Bespreking

 

Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2365/4)

De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2365/4)

 

La discussion est ouverte.

De bespreking is geopend.

 

Mme Cécile Cornet, rapporteur, renvoie à son rapport écrit. 

 

18.01  Joy Donné (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, dat het lot van de grenswerknemers ons na aan het hart ligt hebben we ook al bewezen bij de bespreking van het ontwerp houdende diverse bepalingen inzake Financiën van december 2021. Wij zullen ook dit voorstel steunen. Een beleid dat telewerk voor grenswerknemers bevordert is belangrijk. Het heeft voordelen voor zowel de werknemers als de werkgevers. Het zorgt voor een vermindering van het aantal reisbewegingen, een beter evenwicht tussen werk- en privéleven, een hogere aantrekkelijkheid van vacatures enzovoort.

 

In de commissie hebben wij al gezegd dat wij de omvang van de resolutie te beperkt vinden. Ik verwijs naar het Benelux-voorstel, dat niet alleen van toepassing is op thuiswerkende grenswerknemers maar ook de mogelijkheid biedt om in afstandskantoren te werken. Het Benelux-voorstel heeft bovendien ook oog voor zelfstandige ondernemers, uitoefenaars van vrije beroepen, bedrijfsleiders en gedetacheerde ambtenaren. Zij mogen in een beleid van telewerk zeker niet vergeten worden.

 

De resolutie focust op een structurele oplossing voor thuiswerkende grenswerknemers, geïnspireerd op de regeling die nu reeds in Luxemburg en Frankrijk geldt. Als oplossing wordt hier naar voren geschoven om het aantal toegelaten dagen van arbeid buiten de werkstaat voor de grenswerknemers eenvormig op 48 te brengen, wat neerkomt op ongeveer een dag per week.

 

Wij vragen dat er bij de uit te voeren studie op wordt gelet dat de uitkomst in een voldoende flexibele regeling voorziet, zodat rekening kan worden gehouden met de verschillende gevallen van thuiswerk, werk via afstandskantoren, een werknemer die naast het telewerk in zijn woonland een dag per week klanten bezoekt, een werknemer die in meer dan een land werkt, een deeltijdse werknemer, situaties van tijdelijke werkloosheid, overgangsrecht voor werknemers die nu bewust kiezen voor een fiscale splitsregeling enzovoort.

 

De resolutie vordert een studie naar de economische en budgettaire effecten op het vlak van de fiscale en de socialezekerheidsregeling. Zeker even belangrijk voor ons is dat er ook rekening wordt gehouden met de gevolgen van telewerk op het toepasselijke arbeidsrecht. Eerst moet een antwoord worden gegeven op de vraag welk arbeidsrecht van toepassing is. Het arbeidsrecht evolueert in onze buurlanden naar een recht op telewerk gedurende twee dagen per week. In dat kader rijst de vraag of een werkgever grensarbeiders een andere of een beperktere thuiswerkregeling mag opleggen dan werknemers die in het land van de werkgever wonen. Het Benelux-verdrag voorziet in deze expliciet in een gelijke behandeling van de Nederlandse, Belgische en Luxemburgse onderdanen op het vlak van de arbeidsvoorwaarden.

 

Tot slot lijkt het niet overbodig om ook eens de gevolgen voor de werkgever in rekening te brengen. Wat zijn de gevolgen wanneer een grenswerker een dag meer of minder telewerkt? Ontstaat er in zijn hoofde een personele vaste inrichting of een Belgische inrichting door het telewerk? Dient hij al dan niet een dubbele payrolladministratie te voeren en bedrijfsvoorheffing in te houden? Wijzigt de sociale verzekering van de werknemer? En wat zijn de gevolgen inzake de opbouw voor een aanvullend pensioen?

 

Ter conclusie van mijn tussenkomst, wij steunen ten volle de oproep dat grenswerkers – dus dat is ruimer dan werknemers – meer dagen zouden kunnen telewerken. Wat vooral van belang is, is te voorzien in een voldoende flexibele regeling, zodat een wijzigend arbeidsrecht en wijzigende arbeidsvoorwaarden de fiscale en socialezekerheidsrechtelijke toestand van werknemer en werkgever op hun beurt niet telkens wijzigt.

 

Wij hopen dat degenen die het studiewerk zullen verrichten waartoe deze resolutie oproept dit verslag ook zullen lezen en rekening zullen houden met de aandachtspunten die ik zojuist naar voren heb gebracht. Dat verklaart ook waarom ik hier een vrij saaie, technische uiteenzetting heb gegeven: het is minder bestemd voor de bühne, maar eerder voor het verslag en de mensen die het verslag zullen lezen. Dank u.

 

18.02  Mélissa Hanus (PS): Madame la présidente, tout d'abord, je tiens à saluer la mise à l'agenda de cette proposition et je félicite mes collègues concernés pour leur travail effectué dans ce domaine.

 

La crise sanitaire a permis de rendre obligatoire ce qui auparavant était impensable: l'augmentation du nombre de jours de télétravail pour les travailleurs frontaliers, par l'instauration de conventions temporaires entre pays frontaliers. Le principe était le suivant: j'exerce ma fonction en télétravail et je reste imposé fiscalement dans le pays de mon employeur.

 

Si le télétravail comporte bien sûr des limites, il ne s'agit pas ici de le généraliser à 100 % pour les frontaliers. Le télétravail comporte toutefois nombre d'avantages majeurs pour les régions transfrontalières. On citera notamment la diminution des embouteillages - je pense à ceux qui traversent tous les matins la E411 pour aller au Grand-Duché de Luxembourg -, mais aussi à une meilleure conciliation entre vie privée et vie professionnelle ou encore à un geste pour le climat, un geste pour la planète.

 

Offrir un cadre adapté pour le télétravail des frontaliers n'est pas, on le sait, chose aisée. On notera, par exemple, le travail initié par le Parlement Benelux, qui a adopté une résolution demandant aux différents gouvernements d'élaborer une solution pour améliorer la situation des travailleurs frontaliers à domicile, ou encore l'initiative qui a été mise en place, le Fonds pour les communes frontalières belges, si essentiel à nos communes dans le sud de la province de Luxembourg, qui nous permet de mener des politiques adaptées à nos citoyens de zones rurales transfrontalières.

 

La proposition des 48 jours comme nombre de jours de télétravail est un geste, une étape que ce Parlement belge pose dans ce long débat du télétravail transfrontalier. C'est un chiffre. Nous verrons si ce gouvernement le retient dans les négociations, mais il s'agit, de toute façon, d'un pas supplémentaire dans la bonne direction.

 

Au-delà du chiffre, c'est une solution structurelle qui est nécessaire en matière de télétravail transfrontalier et c'est ce qui est proposé et demandé dans ce texte.

 

Chaque travailleur, qu'il soit transfrontalier ou local, doit être traité en toute égalité. Ce gouvernement devra dès lors être attentif aux écueils que d'éventuels abus pourraient comporter.

 

Droit du travail, sécurité sociale et fiscalité juste demeurent nos priorités.

 

Toutefois, aujourd'hui, c'est un débat important pour les milliers de travailleurs concernés qui est ouvert à l'initiative de ce Parlement. Bravo pour le travail effectué! Nous donnons maintenant notre confiance à notre ministre des Finances pour négocier dans le sens de ce texte parlementaire.

 

18.03  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, ik woon zelf op een tiental minuten van de Frans-Vlaamse grens in het zuiden van West-Vlaanderen en ik heb dan ook met bijzondere interesse het voorliggende voorstel van resolutie gevolgd, ook omdat nergens anders in het land de krapte op de arbeidsmarkt zo nijpend is als in de provincie West-Vlaanderen, zeker in het zuiden daarvan. Grenswerk is daar dus absoluut van belang.

 

De collega's die het voorstel van resolutie hebben ingediend, hebben zeer terecht gewezen op de noodzaak om thuiswerk voor grensarbeiders te vergemakkelijken, zonder dat het voor hen problemen met zich meebrengt op bijvoorbeeld het vlak van dubbele belasting, zowel belasting in het land van tewerkstelling als in het land van herkomst. Er kunnen ook problemen ontstaan op het vlak van sociale verzekeringen of de sociale zekerheid. Wij begrijpen dan ook dat de collega's vrezen voor de negatieve gevolgen op de inkomsten van het land door al dat telewerk, ook grensoverschrijdend, maar tezelfdertijd zien zij ook het positieve belang in van een dynamische arbeidsmarkt, wat de algemene economie ten goede komt. Wij zullen het voorstel van resolutie dan ook goedkeuren.

 

Ik zei al dat ik zelf op tien minuten rijden van de Frans-Vlaamse grens woon in West-Vlaanderen, maar ik woon ook op vijf minuten van een belangrijk monument. Als u de E17 oversteekt vanuit Rijsel richting Kortrijk, ziet u aan de rechterkant een gigantisch, betonnen monument met vier punten die de windrichtingen weergeven. Een van die punten wijst richting Frankrijk. Dat monument heet De Sjouwer en werd opgericht als een bedanking voor de vele Frans-Vlamingen, de Noord-Fransen die dagelijks de grens oversteken en die – in tegenstelling tot bij de arbeidsmigratie van staatssecretaris Mahdi – ook dagelijks terugkeren naar hun land van herkomst, zoals het hoort. Het werd ook al even aangehaald door collega Anseeuw tijdens de mondelinge vragen daarnet, want de situatie in België is toch bijzonder uniek. Zelfs internationaal wekt de provincie West-Vlaanderen interesse, omdat zij de laagste werkloosheid van het land heeft.

 

De Belgische provincie met de hoogste werkloosheid is Henegouwen. De provincies met de minste en de meeste werkloosheid grenzen aan elkaar. Men zou kunnen aanvoeren dat Henegouwers niet in West-Vlaanderen gaan werken door de taalbarrière. Niets is echter minder waar, want de statistieken tonen aan dat er dubbel zoveel woon-werkverkeer is tussen Nord-Pas-de-Calais in Noord-Frankrijk, en de provincie West-Vlaanderen, dan woon-werkverkeer tussen Henegouwen en West-Vlaanderen. De taalbarrière is voor Noord-Fransen en Walen identiek. Het verschil kan echter worden verklaard door de ongeremde hangmat van de werkloosheid, waar veel Walen in blijven liggen. Werkloosheid wordt in sommige Waalse gezinnen van generatie op generatie doorgegeven. We moeten dat probleem durven te benoemen. Het legt de arbeidsuitdaging van dit land volledig bloot. Naast de activering van grote groepen werkloze allochtonen in dit land, moeten we ook van de activering van grote groepen werklozen in Wallonië een absolute prioriteit maken. Onze West-Vlaamse bedrijven en ondernemers moeten noodgedwongen een beroep doen op de arbeidsreserve van Noord-Frankrijk in plaats van die van Henegouwen. Daarom steunen wij initiatieven met betrekking tot die grensarbeid. Dat is belangrijk. Het is echter veel belangrijker tussen dat we het probleem tussen Henegouwen en West-Vlaanderen eindelijk oplossen. Ik herhaal dat de taalbarrière identiek is voor Noord-Frankrijk. Blijkbaar slagen we er niet in om Henegouwers aan te trekken voor de West-Vlaamse bedrijven die nochtans arbeidskrachten nodig hebben.

 

18.04  Benoît Piedboeuf (MR): Madame la présidente, je suis désolé, mais avec ce que je viens d'entendre, on peut pervertir tous les dossiers. Pour ma part, je vais plutôt vous parler des frontaliers belges, qui sont bien formés en Wallonie et qui vont notamment travailler au Grand-Duché, parce qu'ils apportent la science et la formation qui sont excellentes en Wallonie.

 

Ce dossier chemine depuis longtemps car il porte une vieille revendication. Je remercie donc mon collègue Mathéï d'avoir pris l'initiative de cette proposition de résolution, que j'ai cosignée. Évidemment, un chiffre est un chiffre. Un certain dynamisme peut s'en retrouver entravé. Nous nous rendons compte que, pour toute une série de dirigeants d'entreprise belges qui travaillent à l'étranger, le dépassement du nombre de 24 jours découle de leurs déplacements dans le monde entier en raison de leur fonction. Ensuite, le fisc belge les rattrape au motif qu'ils auraient dépassé le nombre de jours et il les taxe. C'est évidemment très désagréable et c'est anti-économique. De plus, les gouvernements des pays voisins en ont marre de répondre à des demandes de renseignement du fisc belge et d'avoir des soucis avec les travailleurs qui sont rattrapés par celui-ci.

 

C'est une vieille revendication à propos de laquelle un accord de principe avait été conclu sous la législature précédente entre les ministres Gramegna et Van Overtveldt, entre les premiers ministres Charles Michel et Xavier Bettel, autour d'un chiffre de 48 jours. Les administrations fiscales avaient été chargées de préparer des modifications de la convention préventive de double imposition - cela concernait le volet luxembourgeois. Finalement, le dossier n'a pas avancé, en raison d'une résistance de l'administration, qui estime que cela revient à une perte de souveraineté, celle-ci empêchant de rentrer des recettes fiscales. Or ce n'est pas exactement le cas, bien entendu. En effet, qu'un travailleur frontalier travaille quelques jours supplémentaires dans l'État ne change en rien sa situation. Par conséquent, il n'y a pas plus ou moins d'impôts; on lui offre simplement un peu plus de souplesse.

 

Alors, pourquoi 48 jours? D'abord, parce qu'une résolution du Parlement Benelux - votée à l'unanimité - réclame ce nombre de jours. Ensuite, nous essayons de viser un jour par semaine. Cela permet un peu plus de confort dans la gestion de sa vie privée, dans les déplacements, avec des conséquences sur la production de CO2 dans les embouteillages. C'est pourquoi le ministre écologiste luxembourgeois est tellement attiré par cette extension qui réduirait la circulation dans la capitale grand-ducale.

 

Mais le problème est le même, les collègues l'ont évoqué, avec la France, l'Allemagne et les Pays-Bas, d'où la résolution qui avait été prise. Tout le monde est d'accord sur cette extension.

 

Maintenant, il y a le problème fiscal et le problème sécurité sociale. On sait qu'il existe une limitation européenne par rapport aux 25 % de prestations hors de l'État. Il faut donc harmoniser cela.

 

La recommandation qui a été initiée par mon collègue Matheï demande à ce qu'on travaille sur ces deux volets-là et qu'on réalise une évaluation. On dit en effet qu'en concluant ce type d'accord, on atteint à la souveraineté fiscale de la Belgique, il faut faire la démonstration que ce n'est pas le cas. C'est un facteur de dynamisme. C'est un facteur de développement économique. Il est donc important que nous y travaillions.

 

On va relayer le message au ministre des Finances, même s'il l'a déjà entendu. Il était parvenu, notamment avec le Grand-Duché de Luxembourg, à passer de 24 à 34 jours. On demande un effort supplémentaire et on demande d'harmoniser le système au niveau international. Il faut que les travailleurs belges puissent circuler dans l'OCDE avec cette faculté aussi de télétravailler.

 

C'est une proposition de résolution mais nous allons suivre l'intérêt du ministre pour la résolution et on va essayer de peser de tout notre poids pour avancer vers la concrétisation de cette proposition. J'ai vu qu'il existait une proposition de loi pour augmenter le nombre de jours. C'est un travail qui se mène étape par étape: on a fait 24, puis 34. Quand on sera à 48, peut-être demandera-t-on un peu plus mais, pour l'instant, nous visons un jour par semaine. C'est la raison pour laquelle le groupe MR va soutenir avec enthousiasme cette proposition de résolution.

 

18.05  Steven Matheï (CD&V): Mevrouw de voorzitster, collega's, ons land is een kleine, open economie in het centrum van Europa, met een goed werkende grensoverschrijdende arbeidsmarkt. Dat resulteert in heel wat grenswerknemers, in totaal 90.000 in België. De vorige sprekers haalden al een aantal regio's aan. In Limburg zijn er 15.000 mensen die elke dag in bijvoorbeeld Nederland gaan werken. Op zich is dat goed en heel belangrijk. Dat draagt immers bij tot de economische groei en is ook heel positief voor de werkzaamheidsgraad. Dit is natuurlijk niet van vandaag op morgen zo geworden, het is historisch zo gegroeid, net als de regels die dit alles in goede banen leiden. Als we actief willen zijn in een internationale context, moeten er afspraken worden gemaakt. Voor de grenswerknemers moeten er concreet fiscale afspraken zijn in de dubbelbelastingverdragen en ook afspraken rond de sociale zekerheid. Dit is Europees geregeld.

 

Toen kwam er corona. Met corona kwam natuurlijk ook het thuiswerk. Ondertussen kunnen we zeggen dat dit een echte blijver zal zijn. In de coronaperiode was thuiswerk op gegeven momenten verplicht, dan wel heel sterk aanbevolen. Dat had natuurlijk effect. Ook die grenswerkers gingen dus thuis werken. Toen ontstond er een probleem, want de historisch gegroeide regels rond dubbelbelastingverdragen en rond de RSZ waren niet gemaakt om ook thuis te werken. Concreet wilde dat zeggen dat wanneer een grenswerknemer één dag thuis werkte, hij of zij voor die dag in België en niet in het andere land belast zou worden. Vallen in twee fiscale systemen brengt natuurlijk een hele rompslomp met zich mee. Hetzelfde geldt voor de sociale zekerheid. Ook daar lag er een grens. Voor sommige van die grenswerknemers zorgde dat bovendien voor het potentieel verlies van bepaalde voordelen. Er waren dus heel wat nadelen verbonden aan het thuiswerk.

 

Gelukkig hebben België en onze buurlanden een tijdelijke oplossing voorzien tijdens de coronaperiode. Er zijn stelselmatig akkoorden afgesloten met onze buurlanden om ervoor te zorgen dat het thuiswerk, dat verplicht of sterk aanbevolen was, geregeld was. Concreet betekende dit dat de thuisgewerkte dagen eigenlijk werden gezien als dagen die op de werkplaats gewerkt zouden zijn. Er waren dus geen nadelige fiscale gevolgen en geen nadelige gevolgen inzake de RSZ. Die tijdelijke akkoorden nemen natuurlijk een einde. Concreet zullen ze stoppen op 30 juni van dit jaar.

 

De roep is dus groot om te streven naar en te werken aan een definitieve oplossing voor thuiswerk. Dat is dan ook de aanleiding voor deze resolutie. Ook in de toekomst zullen grenswerknemers immers moeten kunnen thuiswerken zonder rompslomp, fiscale nadelen of andere problemen. Een oplossing is met de huidige regels niet eenvoudig, maar het is wel belangrijk dat die stap wordt gezet. Daarom worden in de resolutie een aantal zaken heel concreet aangegeven. Op lange termijn zouden we moeten evolueren naar een nieuwe, internationale definitie van thuiswerk. Dat moet worden gerealiseerd op OESO- en Europees niveau en zal nog wat tijd vergen. Daarnaast kunnen er op kortere termijn, met de huidige regels, afspraken worden gemaakt om voor grensarbeiders minstens één dag per week thuiswerk mogelijk te maken. Dat schuift ook het Benelux-parlement in een aanbeveling naar voren, zoals al is vermeld. Ook de heer Piedboeuf heeft daarvoor geijverd.

 

Concreet vraagt deze resolutie om op de lange termijn te werken en op kortere termijn al te evolueren naar minstens één dag thuiswerk per week voor grenswerknemers. Daarnaast vraagt deze resolutie een impactstudie om na te gaan wat de economische, financiële en budgettaire gevolgen zijn van zo'n thuiswerkregeling.

 

Deze resolutie is dus een eerste maar wel heel belangrijke stap in een evolutie, zodat grenswerknemers niet worden afgestraft als ook zij, net zoals andere werknemers, thuiswerken. Thuiswerk heeft immers een positieve impact op zowel de werknemer, die een betere balans kan creëren tussen gezin en werk, als op de werkgever.

 

Ik bedank alvast iedereen die in de commissie en in dit Parlement heeft bijgedragen tot de totstandkoming van deze resolutie, ook de adviserende organisaties. Ik hoop dat we straks bij de stemming ook op uw steun kunnen rekenen om deze resolutie massaal goed te keuren.

 

18.06  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, collega's, ik ben tevreden dat deze resolutie hier vandaag op zoveel draagvlak kan rekenen. Voor mij moeten grenswerkers, net zoals Belgische werknemers, verder kunnen telewerken, zonder dat ze daarvoor afgestraft worden op het vlak van hun belastingen. De afgesloten dubbele belastingsverdragen bevatten immers nog altijd regels uit de tijd dat quasi elke werknemer nog elke dag naar kantoor ging.

 

Ondertussen is de wereld veranderd. We hebben corona gehad en toen werd iedereen verplicht om thuis te werken. We hebben dan ook gemerkt dat er veel meer functies dan we ooit dachten voor telewerk in aanmerking komen. Men heeft toen alle reeds vaststaande regels geneutraliseerd om daarvan geen negatieve fiscale gevolgen of gevolgen op het vlak van de sociale zekerheid te hebben.

 

Deze neutralisaties lopen echter eind juni af. De tijd voor de grenswerkers dringt. Veel van hen zitten vol spanning te kijken naar wat er zal gebeuren. Ondertussen, ook al is corona voorbij, geeft meer dan de helft van de werknemers hier in België aan dat ze willen blijven telewerken, misschien niet voltijds, maar toch enkele dagen per week. Deze wens is voor grenswerkers niet anders. De voordelen zijn alom gekend: een betere combinatie van werk- en gezinsleven, files vermijden of toch tijd winnen door het openbaar vervoer niet te nemen. Deze voordelen zijn opnieuw niet anders voor grenswerkers.

 

Als er echter tegen eind juni niets gebeurt, dreigen de grenswerkers die nu ook verder telewerken twee maal belastingen te moeten betalen of toch een aantal voordelen van hun hypothecaire aftrek te verliezen. Ik denk toch dat we dat jonge gezinnen die hier in België hun gezinsleven uitbouwen niet moeten aandoen.

 

Daarom is telewerk bij grenswerkers voor mij al langer dan vandaag een aandachtspunt. Al meer dan een jaar geleden heb ik zelf een resolutie opgesteld voor een betere omkadering van structureel telewerk, waarin ik ook amendementen heb ingediend om deze situatie goed te regelen.

 

Ik dank de heer Matheï voor zijn initiatief. We hebben in de commissie voor Financiën de minister daarover verschillende keren vragen gesteld omdat we ons zorgen maakten over de grenswerkers die bleven telewerken. Daarom heb ik mij onmiddellijk aangesloten bij het initiatief van de heer Matheï, zodat we die situatie kunnen uitklaren en vooral een oplossing kunnen bieden aan al die mensen die nu niet weten wat er na juni zal gebeuren.

 

Naast voordelen zijn er echter ook nadelen verbonden aan telewerk. Er is minder sociaal contact met de collega's, maar vooral neemt ook de werkdruk toe. Tijdens de coronacrisis zeiden heel veel werknemers dat ze maar mails bleven beantwoorden en maar bleven doorwerken en dat de grens tussen werk en gezin vervaagde.

 

Ik vind het belangrijk dat er naast de regeling voor de telewerkende grenswerkers ook een goed collectief kader komt voor structureel telewerk, zodat werknemers de rekeningen, die zij nu toch al meer dan twee jaar betalen, niet zouden moeten blijven betalen en er ook aandacht is voor de arbeidsomstandigheden thuis.

 

Dit sluit een beetje aan bij de resolutie die ik in de commissie voor Sociale Zaken heb ingediend en waarin ik vroeg om het recht op deconnectie. Dat wordt nu door de regering in de arbeidsdeal opgenomen, maar ik dring nog altijd aan op een goed omkaderd arbeidsrecht en op een goede telewerkvergoeding voor de mensen die thuiswerken.

 

In die zin sluit ik mij aan bij de vraag die hier al werd gesteld. In de resolutie wordt gevraagd dat er een impactstudie zou komen over de fiscale, economische en budgettaire gevolgen, maar ik vind het belangrijk dat daarin ook het recht op thuis goed zitten en een goed bureau hebben worden opgenomen en dat er aandacht zou zijn voor het welzijn van de telewerkers en voor hun hogere facturen. Dat is immers niet anders voor grenswerkers dan voor Belgische werknemers.

 

Op het vlak van de sociale zekerheid is het ook belangrijk dat er wordt geharmoniseerd. Frankrijk heeft onder zijn voorzitterschap de herziening en actualisering van de verordening op de Europese agenda geplaatst. Ik hoop dat er daar snel vooruitgang wordt geboekt, want het kan niet de bedoeling zijn dat wanneer grenswerkers telewerken zij gewaarborgd loon, sociale bescherming en pensioenrechten zouden verliezen.

 

Collega's, ik zal in ieder geval de uitvoering van de resolutie door de regering heel nauwgezet opvolgen, want grenswerkers verwachten een oplossing en zitten er zenuwachtig op te wachten. Ik hoop in ieder geval dat er voor eind juni al een eerste stap gezet kan worden. Voor onze fractie is deze resolutie dan ook een eerste stap vooruit, die 48 dagen, die nauw aansluit bij wat unaniem beslist is door het Benelux-appartement.

 

Grenswerkers die zich heel mobiel en flexibel opstellen, moeten net als Belgische werknemers hun intrede kunnen doen in het 21e-eeuwse digitale tijdperk, maar dan wel met de nodige garanties een goede omkadering.

 

18.07  Josy Arens (Les Engagés): Madame la présidente, je suis très heureux d'avoir ce débat en séance plénière aujourd'hui. Malheureusement, je n'ai pas pu participer à la réunion de commission, puisque j'avais une intervention dans une autre commission au même moment.

 

Je dirais heureusement que ce n'est qu'une proposition de résolution. Je suis bourgmestre d'une commune dans laquelle 60 % de la population active travaille au Grand-Duché de Luxembourg. Dans la plupart des communes, c'est plus de 40 % ou de 50 %. Cela signifie que pratiquement chaque foyer est concerné par cette problématique. Je qualifie donc ce dossier d'important.

 

Mais permettez-moi de revenir brièvement sur l'historique de ce dossier car il ne faut pas oublier l'histoire. Le 16 mars 2015, Johan Van Overtveldt, alors ministre des Finances, annonce que les frontaliers habitant en Belgique et travaillant au Grand-Duché de Luxembourg pourront désormais travailler en dehors du Luxembourg 24 jours par an tout en restant imposés au Luxembourg. Cet accord amiable entre en vigueur le 1er janvier 2015. Pour qu'il soit entériné par le Parlement, nous avons dû, chers collègues, attendre 2 044 jours. Cet accord était d'application alors qu'il n'était même pas approuvé par le gouvernement. C'est l'administration qui me le signalait.

 

Lors de mes premières interventions à la suite de mon retour au Parlement fédéral, j'ai été plus que surpris de voir que les 24 jours n'étaient pas entérinés par le Parlement et n'avaient jamais été présentés au Parlement. Nous avons donc eu cette approbation voici quelques mois et j'ai pu, à l'époque, avoir un débat avec la ministre des Affaires étrangères, Mme Sophie Wilmès.

 

Le 5 décembre 2017, cet accord fait l'objet d'un avenant à la convention fiscale belgo-luxembourgeoise visant à éviter la double imposition. Il est signé par les gouvernements belge et luxembourgeois mais n'est toujours pas soumis au Parlement, comme je l'ai déjà dit.

 

Le 18 mai 2019 est pour moi une date très importante dans cette évolution. Le 18 mai 2019, deux premiers ministres – pas un! –, Charles Michel, premier ministre belge, et Xavier Bettel, premier ministre grand-ducal, communiquent ensemble en disant qu'un nouvel accord amiable vient d'être établi entre la Belgique et le Grand-Duché de Luxembourg.

 

Les travailleurs frontaliers auront désormais le droit de travailler 48 jours par an en dehors du pays employeur tout en y restant imposés.

 

Je n'ai pas compté le nombre de mails que j'ai reçus de la part de travailleurs tous métiers confondus qui demandaient légitimement des informations complémentaires quant aux dates d'entrée en vigueur. Mais je ne disposais pas de ces informations, tout simplement parce que l'annonce n'avait été faite que par deux ministres qui s'étaient adressés à la presse. Pour qu'ils s'expriment devant le Parlement, il faudra probablement encore attendre 2 044 jours!

 

Cette annonce en grande pompe s'est quand même heurté à une réalité importante: comment faire approuver 48 jours alors que les 24 jours préalablement annoncés n'étaient pas encore approuvés par le Parlement?

 

La proposition de résolution qui est soumise au vote de la Chambre aujourd'hui vise à demander au gouvernement d'étudier la possibilité. Où sommes-nous? Il s'agit bien d'étudier la possibilité, monsieur Matheï! J'étais pourtant certain que vous alliez demander une mise en œuvre immédiate. Quel recul par rapport à ce qui avait été conclu avec le Grand-Duché de Luxembourg! Comment est-il possible d'arriver à une telle situation? En tant que membres de ce Parlement, nous nous dévalorisons nous-mêmes. C'est inacceptable!

 

Bien évidemment, je regarde les collègues qui habitent aux autres frontières de ce pays qui – il est vrai – ne sont pas concernés par cet accord, mais qui pouvaient se baser sur ce dernier pour revendiquer la même solution.

 

Je voudrais voter favorablement cette proposition de résolution, mais ce faisant, j'accepterais de marquer mon accord sur le fait d'étudier la possibilité alors que nous avions déjà obtenu un accord. Le texte qui nous est proposé aujourd'hui n'est donc pas une avancée, mais constitue un réel recul. C'est en tout cas le sentiment des travailleurs frontaliers qui me le font savoir quotidiennement.

 

Vous pouvez réagir avec la tête, monsieur Piedboeuf, telle est la réalité du terrain! Mais il est vrai que le 18 mai 2019, nous étions en pleine campagne électorale! Il fallait donc surenchérir pour gagner les élections.

 

En 2019, monsieur Piedboeuf, deux premiers ministres considéraient que c'était possible puisqu'ils l'avaient annoncé. S'ils considéraient que c'était possible, c'est parce qu'ils disposaient des études nécessaires. Qui oserait prétendre le contraire? Prétendre le contraire signifierait que ces ministres-là n'étaient pas vraiment compétents, soyons clairs!

 

18.08  Benoît Piedboeuf (MR): Je ne voulais pas intervenir ni contrarier mon ami, Josy Arens. Mais il n'a pas écouté ce que j'ai dit. Nous avions eu des réunions au cabinet du ministre des Finances, Johan Van Overtveldt, son collaborateur, Pierre Gramegna, son collaborateur, moi-même et mon collaborateur, Thierry Joie, et nous nous étions accordés ensemble pour faire passer, par rapport au Grand-Duché de Luxembourg, le chiffre de 24 à 48. Les administrations fiscales des deux côtés de la frontière ont été chargées de préparer la modification de la convention préventive de double imposition pour faire passer le chiffre de 24 à 48.

 

Comme je l'ai dit, les administrations fiscales sont extrêmement réticentes, notamment l'administration fiscale belge qui estime, comme je l'ai expliqué, que c'est une perte de souveraineté. C'est la raison pour laquelle l'administration n'a pas avancé beaucoup dans la rédaction d'un avenant à la convention préventive de double imposition. Nous avons donc remis la pression. Et, en effet, Charles Michel et Xavier Bettel ont confirmé l'accord intervenu Pierre Gramegna, Johan Van Overtveldt et moi quand j'étais présent. La volonté était d'aboutir. Certes, cela n'a pas encore abouti mais la proposition de Steven Matheï va bien plus loin que cela puisqu'elle concerne tous les pays environnants et donc tous les travailleurs frontaliers.  

 

Le ministre actuel Van Peteghem est parvenu à passer de 24 à 34 jours, bien que nous lui ayons recommandé de passer à 48 jours, mais il y avait encore des freins de son administration. Vous pouvez le lui demander. Il vous le dira lui-même. Dès lors, on n'est pas encore arrivé à 48 jours. Ce que je vous ai aussi dit, c'est qu'on y va étape par étape et qu'on finira par arriver à ce chiffre alors que vous proposez que ce soit encore plus. Pour nous, la seule chose qui soit sûre, c'est qu'on avance. On est passé de 24 à 34 jours. On espère bien passer à 48 jours avec les collègues et avec la recommandation Benelux que j'ai déposée avec Yves Evrard et qui a été votée à l'unanimité. Nous avançons pas à pas et nous voulons régler le problème pour tous les pays environnants parce qu'il y a un intérêt pour tous les pays environnants et pour nos travailleurs frontaliers.

 

18.09  Josy Arens (Les Engagés): Je suis vraiment déçu, cher collègue Piedbœuf, parce que vous confirmez que le poids des ministres est nul par rapport au poids de l'administration. Or, en ce qui me concerne, j'ai toujours cru que le politique décidait et que l'administratif exécutait. Surtout quand il fait des annonces publiques aussi fortes que celle du 18 mai 2019.

 

Le 18 mai 2019, cher collègue Piedboeuf, deux premiers ministres libéraux, Charles Michel et Xavier Bettel, annoncent en grande pompe les 48 jours entre la Belgique et le Grand-Duché de Luxembourg et, x années après, on se rend compte que vous nous demandez d'étudier la possibilité. Vous vous rendez compte du recul que vous nous proposez? Mais c'est extraordinaire pour ce Parlement! Comment est-ce possible d'en arriver là?

 

Nous, Les Engagés, nous demandons au gouvernement qu'il passe aux actes et qu'il respecte les promesses faites par Charles Michel, premier ministre de l'époque, et par Xavier Bettel, premier ministre à l'époque et premier ministre encore aujourd'hui! Les Engagés demandent aussi au gouvernement qu'il aille plus loin. Un jour par semaine, ce n'est pas assez, il faut être clair. Les syndicats belges nous disent qu'on s'oriente vers deux jours par semaine. Faut-il encore discriminer les travailleurs frontaliers par rapport aux travailleurs belges travaillant en Belgique? Je ne m'y retrouve plus!

 

Ce qui se passe aujourd'hui ne correspond plus à la réalité du terrain depuis la fin de la crise sanitaire. Cela ne correspond plus à la réalité des travailleurs, comme le font remarquer les syndicats interrogés sur le texte. Selon la tendance d'organisation du travail actuelle, ce sont généralement deux jours de télétravail par semaine qui sont autorisés.

 

Je sais que les règles en matière de sécurité sociale ne permettent pas à un travailleur de prester plus de 25 % de son horaire depuis son lieu de résidence. Toutefois, en attendant, profitons de ce qui est possible! Jusqu'à 25 %, c'est possible, d'où mon amendement pour arriver à 25 % dès maintenant, puisque cela est possible. Il suffit de poursuivre les négociations et pas d'étudier! Étudier, c'est pour ceux qui veulent soit étudier soit encommissionner, et cela ne se concrétisera jamais sur le terrain! Nous demandons – nous exigeons – que tout cela soit mis en œuvre immédiatement.

 

En attendant que cette règle soit renégociée au niveau européen, il faut que le gouvernement permette dès à présent, comme je l'ai dit, aux travailleurs frontaliers de télétravailler 25 % de leur temps de travail sur une année, c'est-à-dire 55 jours au lieu des 48 jours.

 

J'ai donc déposé un amendement qui est très important pour tous les travailleurs frontaliers. Ils sont tous très attentifs à l'évolution de ce problème.

 

Cette proposition de résolution inquiète les travailleurs frontaliers car, pour eux, les 48 jours étaient acquis. Ils faisaient confiance aux deux premiers ministres. Ce texte n'est que de la poudre aux yeux des travailleurs pour les calmer, pour les endormir en attendant de nouvelles déclarations en 2024, puisque la campagne électorale commence tout doucement à arriver.

 

L'actuelle proposition de résolution n'est qu'un recul important par rapport à l'accord du 18 mai 2019.

 

Cher collègue Piedboeuf, n'oublions pas qu'il faut 2 044 jours entre l'accord pour les 48 jours et l'entérinement par ce Parlement. Je ne pensais pas possible que les 24 jours n'étaient pas encore entérinés par ce Parlement. C'était pourtant la réalité. Quand les 48 jours seront-ils finalement une réalité?

 

Je maintiens mon amendement et je compte vraiment sur les amis qui veulent réellement défendre les frontaliers pour le soutenir car il est vital pour l'avenir du travail frontalier.

 

18.10  Steven Matheï (CD&V): Ik wil even zeggen dat ik er niet mee eens ben dat deze resolutie een stap terug is. Het gaat wel degelijk over 90.000 grensarbeiders, waarvan 35.000 in de provincies Luik en Luxemburg, maar de rest, 55.000 elders in België.

 

Wanneer is het een stap terug? Wanneer er niets gebeurt. Deze resolutie is de aanzet om een definitieve oplossing te krijgen, op lange termijn, waarvoor internationaal discussies gevoerd moeten worden. Wij moeten realistisch zijn, dat zal niet van vandaag op morgen gebeuren. Maar op korte termijn kunnen wij binnen bepaalde regels een akkoord afsluiten om tot minstens één dag per week over te gaan.

 

Zelfs voor die realistische piste is nog altijd het akkoord van de buurlanden nodig, voor alle duidelijkheid. It takes two to tango. Dat geldt ook voor dat akkoord.

 

Ik ben het er dus niet mee eens dat dit een stap terug is. Integendeel, als wij nu niets doen, zitten wij helemaal vast.

 

Dit is een belangrijke stap vooruit, een eerste stap, waarna de internationale discussie, op Europees vlak, op OESO-vlak, kan volgen.

 

18.11  Josy Arens (Les Engagés): Je confirme ce que j'ai déjà dit: c'est un pas en arrière très important puisque nous avions l'accord négocié par deux premiers ministres, le premier ministre belge et le premier ministre luxembourgeois. Monsieur Mathéï, vous les amis du CD&V, vous auriez dû vous accrocher à cet accord pour faire progresser les différentes conventions entre les autres pays. C'est là que vous avez commis une erreur monumentale. Tout était là! Deux premiers ministres avaient fait une annonce officielle.

 

C'est d'ailleurs repris dans le rapport du Parlement Benelux. C'est clairement dit: un accord de principe pour passer le nombre de jours d'activité professionnelle dans le pays de résidence de 24 à 48 a été passé entre les gouvernements belge et luxembourgeois le 18 mai 2019. C'est une date importante dans toutes ces conventions. Il est vrai qu'à un moment donné nous étions - je le reconnais; je l'ai déjà dit - en pleine campagne électorale mais peu m'importe! Une déclaration faite par deux premiers ministres a quand même un certain poids! Si les premiers ministres ne sont même plus respectables, je ne sais pas vers quoi nous allons en politique!

 

18.12  Benoît Piedboeuf (MR): Madame la présidente, je ne veux pas allonger lé débat mais je dois dire une chose importante. Comme M. Arens l'a signalé, dans la proposition Benelux qui est aussi une proposition de résolution, il est bien fait référence aux accords de principe, mais comme tous les accords de principe, ils doivent être mis en œuvre par des légistes et les légistes n'ont pas fait leur boulot. C'est vrai! Mais ce n'est ni le premier ministre luxembourgeois ni le premier ministre belge qui n'ont pas fait leur boulot, ce sont les légistes.

 

Indépendamment de cet aspect - parce que là, on est en train de jouer à faire de la politique -, M. Mathéï a fait une remarque importante concernant les travailleurs indépendants. Il est vrai que dans la résolution Benelux, nous les avions visés. Ce n'est pas encore le cas ici, notamment parce que les travailleurs indépendants ont en général un établissement stable et à partir de ce moment, ils se posent moins ce type de questions. Par contre, que se passe-t-il actuellement? En période covid, comme il y a eu interdiction de se rendre dans l'État voisin puisque le Grand-Duché de Luxembourg avait fermé ses frontières, certains indépendants, notamment des avocats qui prestent au Luxembourg, n'ont pas passé la frontière puisque ce n'était pas possible mais ont travaillé à domicile et maintenant ils ramassent un redressement fiscal de la part du fisc belge!

 

C'est quand même extraordinaire! Des avocats, qui sont des indépendants et qui doivent prester au Grand-Duché, n'ont pas pu s'y rendre parce que la frontière était fermée à cause du covid… et le fisc belge vient les taxer! Vous dites que c'est le politique qui détient le pouvoir, tandis que l'administration doit obéir. Or preuve est apportée que ce n'est pas le cas! Et je le regrette autant que vous, cher M. Arens. L'administration fiscale devait élaborer une modalité de modification de la convention préventive de double imposition. Elle ne l'a pas fait. Nous voyons à présent que le fisc belge est en train de rattraper des indépendants qui n'ont pas pu passer la frontière. Dans quel pays vivons-nous?

 

Nous y travaillons. Comme l'a dit Steven Mathéï, nous avons élargi le champ, puisque nous visons tous les pays voisins. Il s'agit donc d'une avancée majeure qui suit, au demeurant, la résolution du Parlement Benelux.

 

J'en ai fini, madame la présidente.

 

18.13  Mélissa Hanus (PS): Madame la présidente, je vous remercie de me céder à nouveau la parole.

 

Je souhaitais seulement intervenir à propos de cette histoire de "retour en arrière" et de "régression". Je ne suis pas ici pour juger le bilan de mes aînés au cours des précédentes législatures, mais je tiens simplement à souligner le travail en dehors des périodes de campagne électorale qui est accompli par ce Parlement pour avancer dans le bon sens.

 

On ne peut pas parler de "régression" à partir du moment où nous suggérons un nombre de jours plus élevé que ne le prévoit le régime en vigueur pour le moment. Pour avancer sur le plan du télétravail et en faveur des frontaliers, le Parlement accomplit un acte décisif qui n'a pas été engagé depuis plusieurs années.

 

On peut dire qu'en province de Luxembourg, nous avons "une ardeur d'avance". On peut également estimer que le Parlement tente aujourd'hui de progresser dans ce dossier - et c'est à souligner.

 

18.14  Josy Arens (Les Engagés): C'est un recul par rapport à ce qui nous avait été garanti par deux premiers ministres. Qu'on soit en campagne électorale ou non, les deux premiers ministres nous avaient clairement annoncé l'accord entre la Belgique et le Grand-Duché de Luxembourg. Je suis heureux de voir que M. Piedboeuf m'ait rejoint sur cet aspect: les politiques décident et les administrations exécutent. Mais nous sommes dans une situation où ce sont les administratifs qui décident et les politiques qui ne peuvent même plus réagir ni exécuter.

 

Sur le terrain, c'est la catastrophe pour une série de travailleurs frontaliers. C'est scandaleux!

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion est close.

De bespreking is gesloten.

 

*  *  *  *  *

Amendements déposés:

Ingediende amendementen:

 

Demande 3/Verzoek 3

  • 5 – Josy Arens (2365/5)

*  *  *  *  *

Le vote sur l'amendement est réservé.

De stemming over het amendement wordt aangehouden.

 

Le vote sur l'amendement réservé et sur l’ensemble de la proposition aura lieu ultérieurement.

De stemming over het aangehouden amendement en over het geheel van het voorstel zal later plaatsvinden.

 

19 Projet de loi modifiant les livres Ier, VI et XV du Code de droit économique (2473/1-7)

- Proposition de loi modifiant la loi du 25 juin 1993 sur l'exercice et l'organisation des activités ambulantes et foraines en vue d'interdire la vente à domicile de contrats d'énergie aux particuliers et aux indépendants (162/1-4)

19 Wetsontwerp houdende wijziging van boeken I, VI en XV van het Wetboek van economisch recht (2473/1-7)

- Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, teneinde een verbod in te stellen op de huis-aan-huis-verkoop van energieleveringscontracten aan huishoudelijke afnemers en zelfstandigen (162/1-4)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Sophie Thémont, Christophe Lacroix, Patrick Prévot, Mélissa Hanus, Daniel Senesael, Malik Ben Achour, Philippe Tison, Melissa Depraetere, Kris Verduyckt, Leslie Leoni.

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

De rapporteurs, de heer Van Lommel en mevrouw Van Bossuyt, verwijzen naar het schriftelijk verslag.

 

19.01  Anneleen Van Bossuyt (N-VA): Mijnheer de minister, wat nu voorligt, namelijk de omnibusrichtlijn, voorziet onder meer dat er meer transparantie moet zijn over de prijsverminderingen. Wij zien immers maar al te vaak dat er in een soldenperiode valse kortingen worden toegekend. Er geldt dan een korting van 30 % op een prijs…

 

Hoort u mij nu beter? (Geluidsprobleem.)

 

Ik vertelde net dat één van de elementen in de omnibusrichtlijn is dat prijsverminderingen echte prijsverminderingen moeten zijn. Er moet dus meer transparantie over bestaan. Met andere woorden, wanneer een handelaar of winkelier een prijsvermindering van bijvoorbeeld 30 % op de basisprijs aankondigt, dan moet die basisprijs ook de prijs van het product zijn die dertig dagen voordien gold. Soms merken wij immers dat er valse prijsverminderingen zijn. In de soldenperiode wordt de prijs waarop wordt geafficheerd dat er 30 % korting geldt, zijnde de basisprijs, dan bijvoorbeeld 30 % hoger gelegd. Daardoor betaalt de klant dus eigenlijk hetzelfde als voorheen.

 

Het is dus zeker een goed element dat het ontwerp bepaalt dat de basisprijs effectief als referentieprijs moet worden gebruikt. Alleen is er een ander element dat daardoor in het gedrang komt. Het gaat om iets wat wij in heel veel steden kennen, namelijk de traditionele braderijen. Dat zijn evenementen waarnaar vaak door heel veel mensen wordt uitgekeken. Ze vormen een gelegenheid voor een familie-uitstap en bieden steden ook de mogelijkheid om toeristen en anderen te lokken. Een braderij is een evenement waarbij winkels bepaalde producten voor heel lage prijzen verkopen, bijvoorbeeld overtollige stock of een heel oude collectie. Vaak vinden die braderijen plaats in juni.

 

Door het voorliggende voorstel dreigen deze braderijen echter te verdwijnen, omdat tijdens de soldenperiode de prijs van dertig dagen voordien als referentie voor de basisprijs moet worden genomen. Laat dat nu echter net de braderijprijs zijn. Daardoor zouden de solden bij wijze van spreken valse solden zijn, als wat hier voorligt strikt wordt toegepast.

 

Het probleem is dat de richtlijn die in het wetsontwerp wordt omgezet maximale harmonisatie beoogt. Met andere woorden, de lidstaten kunnen dus geen uitzonderingen voorzien. Niet elke lidstaat heeft bijvoorbeeld zulke braderijen. Op dat vlak zitten we dus vast, tenzij we een andere interpretatie hanteren, want het doel van de richtlijn is consumentenbedrog vermijden. Consumenten zijn zich er natuurlijk voldoende van bewust dat braderijprijzen geen normale maar reeds verlaagde prijzen zijn. Als men tijdens de solden niet zou verwijzen naar de braderijprijzen maar naar de andere basisprijzen, dan is dit geen misleiding. Aan de hand van deze lezing zouden de braderijen buiten schot kunnen blijven.

 

Ik heb u hier al eerder vragen over gesteld, niet alleen tijdens de bespreking maar ook voordien. U heeft toen verwezen naar de maximale harmonisatie waardoor een uitzondering niet mogelijk zou zijn. U heeft echter ook beloofd – tussen aanhalingstekens, voor zover men politici kan vragen om beloftes te doen – om de Economische Inspectie een oogje dicht te laten knijpen, zodat de braderijprijzen niet als basisprijzen worden aangemerkt en de braderijen toch kunnen doorgaan.

 

Wij hopen dat het in de praktijk effectief zo zal gebeuren. Daarom zal mijn fractie zich onthouden bij de stemming over het wetsontwerp, net zoals we dat in de commissie hebben gedaan. We willen namelijk een zekere voorzichtigheid inbouwen, omdat we hopen dat er voor de braderijen een oogje wordt dichtgeknepen zodat deze niet in het gedrang komen. De algemene doelstelling van het wetsontwerp kunnen we zeker steunen.

 

19.02  Leslie Leoni (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, chers collègues, au nom de mon groupe, je me réjouis de ce projet de loi qui contient des dispositions importantes en vue d'augmenter la protection des consommateurs. Je pense en particulier au volet qui a trait à la réglementation des réductions de prix et à l'indication du prix de référence. Cette problématique est régulièrement mise en évidence, notamment à l'occasion du Black Friday. Nous voyons trop souvent des professionnels peu scrupuleux tromper le consommateur sur le montant des réductions. Cette mesure vise donc à mieux combattre ces pratiques.

 

Ce projet de loi vise également à étendre le champ d'application de la protection du consommateur aux services numériques qui s'échangent non pas contre de l'argent, mais contre la mise à disposition de données personnelles. Cette évolution va donc dans le bon sens.

 

En outre, je voudrais mentionner les mesures visant à mieux contrôler les sites d'avis sur internet, lutter contre les faux avis, interdire aux entreprises de manipuler les consommateurs en supprimant les avis négatifs. En effet, les consommateurs ont droit à une information correcte et non biaisée.

 

Chers collègues, ce projet de loi permettra de mieux protéger les consommateurs, ce qui est, pour nous, essentiel. Mais je voudrais encore souligner une mesure très importante pour mon groupe, à savoir la mesure qui a trait à l'habilitation pour mieux réglementer la vente de porte-à-porte dans les secteurs où des abus sont constatés. Ce point est, comme je le disais, très important. Nous avions d'ailleurs déposé une proposition de loi portant sur cet aspect précis. Nous visions, en particulier, la vente de porte-à-porte de contrats de gaz et d'électricité pour lesquels des abus sont dénoncés, depuis des années, par le médiateur de l'énergie.

 

Chers collègues, le PS veut que des mesures soient prises pour éviter que des démarcheurs sans scrupule profitent de l'augmentation du prix de l'énergie et de la peur qu'elle suscite pour arnaquer les gens. Nous savons que la vente de porte-à-porte de l'énergie est un secteur critique. Des rapports du médiateur de l'énergie décrivent les techniques bien rodées des démarcheurs et qui établissent le profil du public ciblé, à savoir les personnes âgées ou fragilisées. Il faut donc agir.

 

La directive Omnibus que nous transposons aujourd'hui nous donne une large gamme d'actions possibles pour réglementer strictement ce secteur où trop d'abus sont répertoriés.

 

Je sais, monsieur le ministre, que vous y veillez et que c'est un dossier sur lequel vous travaillez. J'espère que vous pourrez très prochainement annoncer des mesures très concrètes à ce sujet.

 

Chers collègues, je ne serai pas plus longue dans mon intervention. Comme vous l'aurez compris, c'est un projet qui va dans le bon sens pour le consommateur et nous le soutiendrons avec beaucoup d'enthousiasme.

 

19.03  Reccino Van Lommel (VB): Dank u wel mevrouw de voorzitster. Collega's, mijnheer de minister, dit wetsontwerp zorgt natuurlijk voor de handhaving en modernisering van de regels rond consumentenbescherming.

 

Consumentenbescherming is een heel belangrijk iets. We merken vaak aan de vragen die gesteld worden aan u als minister en aan uw collega De Bleeker als het gaat om consumentenbescherming, dat er nog te veel wanpraktijken gebeuren.

 

Het is een tweeledig wetsontwerp. Eerst en vooral gaat het niet alleen over een informatieverplichting, maar ook over overeenkomsten die worden afgesloten buiten verkoopsruimten en het feit dat wanneer er prijsverlagingen zijn er ook een referentieprijs moet worden vermeld. Er is daarjuist ook al naar verwezen dat men vaak het 'erbij en eraf'-principe hanteert, waarbij de mensen het gevoel hebben dat ze een korting krijgen maar in de praktijk gewoon evenveel betalen als anders. Het tweede luik is dat dit wetsontwerp er ook in voorziet dat er een stok is om te slaan op het moment dat er een inbreuk of inbreuken worden vastgesteld. Ik denk dat dat zeker een goede zaak is.

 

Mijnheer de minister, wij hebben tijdens de commissie ook een aantal bedenkingen geuit. Eerst en vooral is het goed dat dit wetsontwerp een grensoverschrijdend karakter heeft. Dat is positief als we spreken over inbreuken die uiteindelijk plaatsvinden buiten België of schade die zich zou voordoen buiten België, of als de onderneming die de inbreuk pleegt ook gevestigd is buiten België, enzovoort. Wij stellen ons echter vragen bij de controleerbaarheid van een en ander. We hebben dat ook aangehaald in de commissie en u hebt ons wat dat betreft niet echt gerust kunnen stellen.

 

Wat wij daarnaast hebben aangehaald en nog steeds overeind blijft, zijn een aantal acties die worden uitgesloten van het toepassingsgebied. Er werd daarnet al naar verwezen: de in vele steden en gemeenten jaarlijks terugkerende braderijen, waar met dit wetsontwerp toch wel een aantal problemen opduiken. Die braderijen zijn een Vlaams of Belgisch fenomeen dat niet zomaar voorkomt in andere Europese lidstaten, het is iets dat echt ingeburgerd is bij ons en vaak plaatsvindt voorafgaand aan de solden. Ik ben ervan overtuigd dat die braderijen niet alleen positief zijn voor de handelaren, maar ook voor de consument, die op dat ogenblik een aantal koopjes kan doen.

 

Die Europese richtlijn geeft ons nu eenmaal zeer beperkte bewegingsruimte om daarvan af te wijken en dat vinden we bijzonder spijtig. U hebt in de commissie wel gezegd dat, als de referentieprijs uiteindelijk wordt vermeld, u dat oogluikend door de Economische Inspectie zou laten toestaan. Ik begrijp dat, maar dat is geen wettelijke basis. Dat zorgt niet voor de nodige rechtzekerheid. Ik denk dat die rechtszekerheid van belang is voor onze handelaren.

 

We hebben het nu gehad over de braderijen, maar er zijn nog andere categorieën die vroeger bestonden in de oude wet op de marktpraktijken en die hierdoor worden getroffen. Ik denk bijvoorbeeld aan de prijsverminderingen die afhankelijk zijn van de wijze waarop een transactie tot stand komt, bijvoorbeeld een afhaling tegenover een thuisbezorging of prijsverminderingen bij een wijziging van de samenstelling, de staat of de inhoud van het product. Ik denk dan onder meer aan licht beschadigde producten.

 

Er is al heel veel gezegd over de marktpraktijken inzake energiecontracten. Mijn collega verwees ook al naar de huis-aan-huisverkopen. Het is de bedoeling om misbruiken zo goed mogelijk aan te pakken. Ik denk dat er op dat vlak veel werk is. We zullen dat met dit wetsontwerp alleen niet kunnen oplossen. Ik denk dat er nog heel wat andere maatregelen nodig zijn om dit een halt toe te roepen, want de huis-aan-huisverkopen vormen toch wel een belangrijk probleem. Er worden zelfs bedrijfjes opgericht die in opdracht van energiemerken van deur tot deur gaan en daarbij zelfs mensen inzetten die een schijnzelfstandigheid hebben. Zij gaan met een team van vier of vijf mensen de baan op om te gaan aanbellen. Ik denk dat dit geen goede praktijk is omdat mensen zich daardoor laten verrassen. De mensen die er weinig van kennen laten zich dan rollen.

 

In de commissie heb ik echter ook gewezen op energiecontracten die niet alleen van deur tot deur worden verkocht, want de wetgeving gaat specifiek over overeenkomsten op afstand buiten verkoopsruimten. Hoe vaak gebeurt het echter niet dat, wanneer men een supermarkt of een elektrowinkel binnenkomt, ook daar mensen staan om een energiecontract te verkopen? Dat vind ik zelfs nog veel erger dan een energiecontract van deur tot deur verkopen, want mensen die gaan winkelen, hebben totaal geen informatie bij, hebben geen referentiefactuur van hun contract en dergelijke bij en hebben niet eens de mogelijkheid om die documenten erbij te nemen. Wanneer men zo wordt aangeklampt, zet men makkelijk zijn handtekening, maar voor men thuiskomt, heeft men al spijt dat men zijn handtekening heeft gezet of merkt men dat men gerold is. Dit soort praktijken moet zeker een halt worden toegeroepen. Dat kan niet met het voorliggend wetsontwerp, maar u moet dat zeker in de komende periode, wanneer u de problematiek verder bekijkt, ook mee opnemen, desnoods in de gedragscode die bestaat tussen de overheid en de energieaanbieders.

 

Wij hebben alle pro's en contra's van het wetsontwerp naast elkaar gelegd. Ik heb daarnet al gezegd dat wij vraagtekens plaatsen bij een en ander, bijvoorbeeld bij het feit dat u zegt dat de Economische Inspectie een oogje zal dichtknijpen in het geval van de braderijen. Ik vind dat altijd gevaarlijk. Er is natuurlijk de ratio legis en de manier waarop wetten worden toegepast, maar het mag nooit naar rechtsonzekerheid gaan. Er zitten echter ook heel veel nuttige elementen in het ontwerp en daarom zullen wij het straks steunen.

 

19.04  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, het is een heel omvangrijk wetsontwerp, ik wil er graag één puntje uitlichten. Dit wetsontwerp geeft de opportuniteit om eindelijk iets te gaan doen aan de deur-aan-deurverkoop of huis-aan-huisverkoop van energiecontracten. Zeker met de energiecrisis waarin wij ons bevinden, zien wij dat heel veel consumenten daarmee opnieuw geconfronteerd worden. Dat blijkt ook uit het aantal klachten bij de Ombudsdienst voor Energie. Als de prijzen onzeker zijn, zijn er steeds mensen die daarvan profiteren en daarvan gebruikmaken om mensen die niet goed meer weten waar ze het beste contract kunnen krijgen, sneller te overhalen met een deur-aan-deurpraatje. Het is een wezenlijk probleem. Het is ook een probleem waarvan lang werd gezegd dat wij vanwege Europese wetgeving weinig of eigenlijk niets konden doen. Met dit wetsontwerp krijgen wij alsnog de mogelijkheid om daarop toch in te grijpen en om daarvoor toch in een strengere regulering te voorzien.

 

Mijnheer de minister, ik verwacht dan ook dat u het wetsontwerp zult aangrijpen om via koninklijk besluit een aantal zaken te reguleren en daarop strikter toe te zien. Het is meer dan noodzakelijk.

 

19.05  Pierre-Yves Dermagne, ministre: Madame la présidente, je remercie les députés pour le soutien global qui est apporté à ce projet de loi et à sa philosophie. Je crois que c'est un élément important. C'est la transposition d'une directive européenne, comme cela a été dit, avec pour certains aspects, très peu, voire pas de marge de manœuvre.

 

Mevrouw Van Bossuyt heeft een goede samenvatting van de wettelijke context gegeven en van wat mogelijk is met de richtlijn inzake braderijen. Ik pleit inderdaad voor een pragmatische aanpak vanuit de Economische Inspectie qua braderijen. Dat is inderdaad een deel van onze handelscultuur. Het is belangrijk om dat te promoten.

 

Nous aurons des réunions avec l'Inspection économique concernant la manière d'aborder cet élément de notre patrimoine commercial qui fait la joie de nos villes et de nos villages.

 

S'agissant de la question des contrats d'énergie en porte à porte et leur interdiction, une réflexion a été lancée suite au nombre important de plaintes déposées auprès du médiateur Énergie. Nous travaillons, sur la base de plusieurs avis consultatifs, à la régulation de ce phénomène.

 

De heer Van Lommel heeft ook andere omstandigheden en voorbeelden aangehaald. We moeten voor deze problematiek een duidelijke aanpak ontwikkelen. Dat zal in de komende weken gebeuren.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2473/7)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2473/7)

 

Le projet de loi compte 38 articles.

Het wetsontwerp telt 38 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 38 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 38 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

20 Projet de loi portant des dispositions diverses en matière d'intermédiation dans le secteur financier et des assurances (2389/1-6)

20 Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake bemiddeling in de financiële en de verzekeringssector (2389/1-6)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend

 

De rapporteur, mevrouw Houtmeyers, verwijst naar het schriftelijk verslag.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

Vraagt iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2389/6)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2389/6)

 

Le projet de loi compte 23 articles.

Het wetsontwerp telt 23 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 23 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 23 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

21 Proposition de loi portant prolongation des diverses mesures sur le plan du droit du travail au bénéfice des secteurs des soins et de l'enseignement dans le cadre de la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 (2610/1-4)

21 Wetsvoorstel houdende verlenging van diverse arbeidsrechtelijke maatregelen ten behoeve van de zorgsector en het onderwijs in het raam van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (2610/1-4)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Sophie Thémont, Florence Reuter, Cécile Cornet, Nathalie Muylle, Tania De Jonge, Anja Vanrobaeys, Evita Willaert.

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

21.01  Catherine Fonck, rapporteur: Je renvoie au rapport écrit, madame la présidente.

 

21.02  Björn Anseeuw (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, over de inhoud van onderhavig wetsvoorstel kunnen wij het kort houden: het gaat over de verlenging van enkele maatregelen die al een hele tijd geleden genomen werden naar aanleiding van de covidcrisis, maatregelen die keer op keer werden verlengd.

 

Het moet mij van het hart dat de tekst veeleer een exponent is van het regeringsbeleid inzake onze arbeidsmarkt. Anderhalf jaar na het aantreden van de regering komt men niet verder dan het keer op keer verlengen van ad-hocmaatregelen, zonder dat er ook maar één debat ten gronde wordt gevoerd. Dat is bijzonder kwalijk, omdat er op onze arbeidsmarkt toch heel wat noden zijn, die structureel aangepakt moeten worden. Maar dat gebeurt eigenlijk niet. Eender welke crisis, of het nu de oorlog in Oekraïne is of de coronacrisis, is blijkbaar goed om zich achter te verschuilen en fundamentele debatten uit de weg te gaan. Dat vind ik toch bijzonder kwalijk en betreurenswaardig.

 

Ik kan niet anders dan tot het besluit komen dat de meerderheid kennelijk niet in staat is akkoorden over structurele hervormingen op onze arbeidsmarkt tot stand te brengen.

 

Ik heb vanmiddag nog pertinente vragen gesteld aan de minister van Werk, minister Dermagne. Zijn antwoord was vrij laconiek en kwam erop neer dat er eigenlijk geen probleem zou zijn, dat alles goed gaat, dat alles zelfs beter gaat. Nochtans moeten alsmaar meer mensen zich op het eind van de maand de vraag stellen of en hoe zij hun facturen zullen kunnen betalen, worden bijna 200.000 vacatures niet ingevuld en zouden 1,4 miljoen mensen in dit land kunnen werken, maar doen ze dat niet.

 

Bijna twee jaar na het aantreden van de regering is er nog niet één activerende maatregel genomen en moeten wij het in onderhavige tekst stellen met de driemaandelijkse verlenging van ad-hocmaatregelen, waarvan er sommigen zelfs structureel verankerd zouden moeten kunnen worden. Ik zal er eentje uitlichten, de tijdelijke terbeschikkingstelling van werknemers aan een andere werkgever of in een andere sector. Dat is eigenlijk een ontzettend goede manier om mensen te laten proeven van iets anders, in plaats van ze te laten verzanden in een bore-out of een burn-out of wat dan ook. Het is de perfecte manier om de persoonlijke ontwikkeling op de arbeidsmarkt te stimuleren, alsook om werknemers de kans te geven aan de slag te blijven waar zij anders veel sneller zouden uitvallen, hetzij in werkloosheid, hetzij in arbeidsongeschiktheid.

 

Maar zelfs daarover wordt het debat niet gevoerd. De N-VA heeft in dat verband wetsvoorstellen ingediend, onder andere voor de tijdelijke terbeschikkingstelling van de werknemers aan andere werkgevers en andere sectoren. Men slaagt er blijkbaar niet in de vivaldimeerderheid om het debat nog maar te openen, laat staan daar akkoorden over te sluiten.

 

We kunnen er niet omheen dat de maatschappelijke kosten, die we uiteindelijk allemaal samen zullen betalen, alleen maar kunnen oplopen. Wie heeft in onze samenleving geen nood aan een goed en stabiel inkomen? De beste sprong voorwaarts op vlak van koopkracht is er een uit de inactiviteit richting inkomen uit arbeid. Maar de regering is er nog niet in geslaagd om ook maar één activerende maatregel te nemen. Ze komt niet verder in haar arbeidsdeal dan het moderniseren van een aantal regels uit ons arbeidsrecht. Daar is op zich niets fouts mee, maar dat is veel te weinig. Dat is echt onvoldoende en ondermaats.

 

We zijn nu bijna twee jaar later en ik kan niet anders dan besluiten dat deze legislatuur verloren zal zijn voor arbeidsmarktbeleid en werkgelegenheidsbeleid. Dat kan niet zomaar worden opgelost door de volgende keer te proberen beter te doen. Het zal veel meer tijd kosten om de achterstand weg te werken dan het kostte om die op te lopen. Dat vind ik bijzonder kwalijk. Daarmee raak ik aan de essentie van voorliggende tekst. Over de inhoud kan men van gedachten wisselen en dat is al vaak gebeurd, maar het feit is dat we opnieuw ad-hocmaatregelen moeten verlengen in de plaats van ook maar één structureel arbeidsmarktdebat te voeren in het Parlement en in commissie en dat is bijzonder betreurenswaardig.

 

21.03  Sophie Thémont (PS): Madame la présidente, chers collègues, il est vrai que cette proposition de loi répond à la nécessité de garantir la continuité des services dans les secteurs des soins et de l'enseignement puisque ces secteurs restent confrontés à des problèmes d'absentéisme dus au covid-19. Il était donc ici nécessaire de prolonger des mesures déjà mises en oeuvre dans la loi du 14 février dernier mais qui sont arrivées à échéance le 31 mars 2022.

 

À la demande du CNT, le secteur des soins a été consulté directement tant pour les dispositions adoptées dans la loi du 14 février 2022 que pour la prolongation d'aujourd'hui. C'est d'ailleurs à leur demande qu'une disposition spécifique a été ajoutée en matière de concertation sociale: l'obligation d'examiner d'abord en interne, en concertation avec les syndicats, s'il existe des solutions alternatives aux mesures. Les mesures seront prises uniquement s'il n'existe pas d'alternative en interne. De plus, l'application des mesures sera examinée chaque mois au sein de l'organe de concertation concerné. Les mesures prendront fin le 30 juin 2022. Les étudiants disposeront par contre, à ce moment-là, de la totalité de leur quota de 475 heures de travail par an, puisque les heures prestées durant le premier et, maintenant, le deuxième trimestre 2022 seront neutralisées et n'entrent donc pas en compte dans le quota d'heures annuel. Ainsi, durant les vacances d'été qui sont évidemment une période de congé importante, les étudiants auront toute la latitude pour assurer les remplacements nécessaires au repos du personnel soignant.

 

La présidente: Madame Thémont, je vous remercie pour le caractère succinct de votre intervention.

 

21.04  Hans Verreyt (VB): Mevrouw de voorzitster, het is vandaag 5 mei en wederom moeten wij over wetgeving stemmen met terugwerkende kracht. Dat is een kwalijke gewoonte van deze regering. Zeker in dit gegeven, want wij zijn reeds twee jaar bezig, het gaat om de verlenging van maatregelen van de laatste twee jaar. Het is spijtig dat wij zelfs daarover niet op tijd over wetgeving kunnen stemmen.

 

Arbeidsrechtelijke maatregelen van deze aard nemen met terugwerkende kracht, zou eigenlijk verboden moeten zijn. Wij zouden onszelf moeten opleggen dat wij dat niet doen. Het is immers geen definitieve oplossing. Door steeds met terugwerkende kracht te werken, moeten wij bepaalde informatie ook met terugwerkende kracht bezorgen en moeten wij degenen die onder het stelsel vallen, beloven dat het wel in orde zal komen, binnen vijf of zes weken, tegen dan zal het wel geregeld kunnen worden. Dat is geen correcte communicatie van de overheid.

 

De personeelstekorten waarover het in de eerste plaats gaat en waarmee men ons nog steeds om de oren slaat, zijn geen nieuwe personeelstekorten. De problemen met handen te kort aan de bedden in de zorg of voor het schoolbord bestonden reeds voor de coronacrisis. Als wij vandaag debatteren over de zoveelste verlenging van de bestaande maatregelen, zou ik liever hebben dat wij debatteren over of onze tijd en werk steken in een structurele oplossing voor die handen die te kort zijn in de zorg of die handen die te kort zijn voor het schoolbord.

 

Dan kom ik aan echt activerende maatregelen, het zat vanmiddag ook in het vragenuurtje. Er is een grote groep inactieven in ons land, voornamelijk in het Waals Gewest en in het Brussels Gewest. En dan zijn er de nepmaatregelen die deze regering voorstelt, namelijk om nog een deel arbeidsmigranten uit het Midden-Oosten in te vliegen. Wij moeten in de eerste plaats zoeken aan de andere kant van de taalgrens, dat is iets eenvoudiger. Het zou trouwens ook iets meer oplossen dan opnieuw een vliegtuig vol met arbeidsmigranten.

 

Het opnieuw toelaten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur is voor onze partij iets waartegen wij ons verzetten. Met betrekking tot mensen die in tijdelijke werkloosheid verkeren, de manier waarop het vandaag wordt opgelost, draagt onze goedkeuring niet weg. De tijdelijke werkloosheid heeft zeker de voorbije jaren een grote schok opgevangen, maar die schok is vandaag gedaan, de economie leeft op als nooit tevoren, de zoektocht naar werkwilligen in Vlaanderen is zeer groot, want er staan tienduizenden jobs open die maar niet ingevuld geraken.

 

Ik denk dus dat we deze periode nu eindelijk moeten afsluiten. Als er dan toch nog bepaalde zeer specifieke gevallen zijn, moeten we daarvoor specifieke maatregelen nemen. We mogen de algemene maatregelen dus niet blijven verlengen. De zomer is ook in het land, laat ons deze periode eindelijk afsluiten en naar de toekomst kijken. We kunnen dus de coronacrisis en de slechte maatregelen die daarop volgden, afronden.

 

21.05  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Madame la présidente, nous sommes ici face à une prolongation de mesures de flexibilisation du travail qui date de l'époque du tout début de la pandémie. Selon nous, nous ne sommes plus du tout dans la même situation. C'est vrai que la pandémie n'est pas encore complètement derrière nous, mais ces mesures étaient initialement dues au fait qu'il y avait beaucoup de gens malades à cause du covid et beaucoup de mises en quarantaine. Cela a fortement diminué aujourd'hui.

 

Quelles sont ces prolongations en question? Je vais en citer quelques-unes. Il s'agit de donner la possibilité de conclure des contrats de travail à durée déterminée successifs aux travailleurs qui se trouvent en chômage temporaire ou encore de la mise à disposition de travailleurs auprès d'utilisateurs dans ces deux secteurs que sont les soins de santé et l'enseignement. Cela signifie qu'un travailleur pourrait être transféré dans une autre école ou dans un autre hôpital. Cela donne aussi la possibilité de suspendre son interruption de travail pour retourner au travail. Il en va d'ailleurs de même pour les prépensionnés. Cela permet aussi de neutraliser les heures des étudiants dans ces deux secteurs-là.

 

Il va de soi que, pour nous, il n'est pas possible de continuer encore longtemps avec cette prolongation de flexibilité. Il est vrai qu'on a soutenu les quelques garde-fous et les demandes qui avaient été faites par les partenaires sociaux, comme par exemple la mesure relative au fait que l'employeur ne peut pas utiliser la période de chômage temporaire en remplacement du délai de préavis. Il y a aussi d'autres pays qui vont beaucoup plus loin, comme l'Espagne qui a carrément interdit les licenciements lorsqu'une entreprise fait usage du chômage temporaire pour le covid ou les effets de la crise en Ukraine. Nous pensons qu'on pourrait aussi s'inspirer de cette politique menée en Espagne à ce sujet.

 

Pour le reste, nous pensons qu'il existe effectivement des problèmes structurels dans ces deux secteurs qui méritent vraiment des réponses structurelles à long terme, que l'on attend toujours et que l'on ne voit pas arriver, comme l'attractivité des métiers mais aussi les horaires qui doivent être plus corrects et des rémunérations décentes pour pouvoir diminuer la charge de travail et éviter le nombre de burn out.

 

Rappelons que, ce matin, les enseignants manifestaient encore à Liège pour réclamer des mesures structurelles devant leur permettre d'exercer correctement leur métier. Pour toutes ces raisons, mis à part quelques articles, nous ne pourrons pas soutenir cette proposition de loi.

 

21.06  Catherine Fonck (Les Engagés): Madame la présidente, entendre ma collègue socialiste expliquer que la prolongation de la possibilité d'engager des étudiants au deuxième trimestre allait garantir la continuité des soins dans les services de soins de santé, franchement, chers collègues, c'est vraiment le pompon! Je vous le dis, c'est heurtant pour le personnel des soins de santé.

 

Savez-vous qu'il y a aujourd'hui 6 000 postes d'infirmiers vacants? Six mille! Il y a jusqu'à 30 % de lits d'hôpitaux qui sont fermés par manque d'infirmiers, et vous venez nous expliquer ici que quelques étudiants vont permettre de garantir la continuité des soins. Mesurez-vous combien votre propos est heurtant? Et il l'est encore plus quand, la même semaine, vous faites voter en commission un projet de loi qui licencie les soignants non vaccinés, qui leur interdit d'exercer de manière totalement disproportionnée et injustifiée, comme l'ont d'ailleurs clairement énoncé le Conseil supérieur de la Santé et la task force Vaccination.

 

Permettez-moi de vous dire que la manière dont vous présentez les choses est bien évidemment totalement inacceptable. Avec ce dispositif tel qu'il existe, en pratique, vous voulez compenser les licenciements de soignants non vaccinés par l'engagement d'étudiants non formés aux soins de santé et non vaccinés. Reconnaissez quand même que vous avez du mal à assurer un minimum de crédibilité et de cohérence par rapport aux propos que vous venez de tenir ici.

 

Nous attendons toujours en ce domaine un plan d'attractivité ambitieux et solide pour les infirmiers, y compris à propos de leurs conditions de travail, de la conciliation avec leur vie de famille, de leur rémunération, de la reconnaissance de la pénibilité au regard de la pension. Voilà autant de thèmes sur lesquels le gouvernement ne bouge pas d'un iota.

 

Cela étant, je le répète, le nombre d'étudiants ne permettra absolument pas de compenser la pénurie d'infirmiers et la fermeture de lits hospitaliers que nous connaissons aujourd'hui. Nous avons toujours soutenu, en plus d'un plan d'attractivité pour le métier d'infirmier, les dispositions en faveur de l'engagement d'étudiants. Si vous le prévoyez au deuxième trimestre, je ne peux m'empêcher - comme je l'ai fait en commission - de plaider au travers d'un amendement pour une prise en considération du troisième trimestre. En effet, il inclut la période de juillet-août, durant laquelle le personnel hospitalier et des maisons de repos enregistre une baisse. De plus, c'est en ce moment que les vacances d'été sont organisées dans les hôpitaux et les maisons de repos. Ce n'est ni le 1er juin ni le 15 juin qu'elles sont planifiées. Au demeurant, c'est déjà le cas dans plusieurs établissements. Dès lors, expliquer qu'il faudra attendre la dernière minute pour le troisième trimestre revient à totalement méconnaître l'organisation au sein de ces institutions et le besoin d'anticipation pour la période estivale, notamment quant à l'engagement d'étudiants sur le plan logistique. Je vous soumets donc cet amendement relatif au troisième trimestre.

 

On nous a aussi expliqué en commission que les partenaires sociaux n'avaient pas encore exprimé leur avis. Dans le fond, nous ne le connaissons toujours pas, puisque - malgré nos demandes - vous ne nous l'avez pas transmis.

 

Chers collègues, si vraiment vous êtes attentifs à la réalité des institutions de soins de santé et à leur organisation, il ne faut pas le prévoir pour le deuxième trimestre mais il faut le prévoir dès maintenant pour les deuxième et troisième trimestres. C'est l'objet de l'amendement. Nous verrons alors si vous êtes attentifs à la réalité ou si vous ne l'êtes que dans le discours.

 

21.07  Sophie Thémont (PS): Je souhaite donner quelques éléments de réponse. Il y a eu une concertation avec les partenaires sociaux. D'ailleurs, dans son avis du 7 décembre 2021, le Conseil national du Travail a demandé au gouvernement de consulter directement le secteur sur ces mesures. Une réunion a été organisée le 13 décembre 2021 entre la cellule politique du ministre du Travail et les représentants des travailleurs et des employeurs du secteur de la santé tant publique que privée. Elle concernait les mesures qui seraient prises pour le premier trimestre 2022 dans la loi du 14 février.

 

À la suite de cette consultation, une disposition sur la concertation sociale a été introduite dans les textes. Cette disposition n'existait pas pour les périodes précédentes, à savoir la concertation sur l'utilisation des mesures au sein des organes de participation. Il a été également convenu lors de cette réunion de procéder à une évaluation et de consulter à nouveau sur une éventuelle prolongation. Cette concertation a eu lieu le 11 mars 2022.

 

Il est vrai qu'il n'y a pas d'organe officiel de consultation et donc pas d'avis ou de texte officiel. Mais j'imagine que le secteur peut sans doute confirmer que la concertation a bien eu lieu.

 

Là encore, il y a eu une demande des syndicats sur une disposition qui a été ajoutée, à savoir l'obligation d'examiner en interne, en concertation avec les syndicats, s'il existe des solutions alternatives avant de recourir aux mesures de soutien.

 

Quant à la prolongation des mesures pour les étudiants pour l'été que vous proposez, les partenaires sociaux n'ont pas demandé de prolongation après le 30 juin. S'agissant du travail des étudiants, puisque vous avez soulevé en commission que cela risquerait de poser problème pour le personnel hospitalier durant les vacances scolaires, j'ai dit que les 475 heures des étudiants étaient neutralisées.

 

Cela veut dire que pour les mois de juillet et août, les étudiants auront encore les 475 heures disponibles. C'est pour cette raison qu'on pensait qu'il n'y aurait pas de problème durant les vacances d'été. Vous aviez en effet indiqué en commission que cela poserait problème pour remplacer et pour que le personnel infirmier prenne ses jours de congé.

 

21.08  Catherine Fonck (Les Engagés): Je prends bonne note, madame la présidente de la commission des Affaires sociales, que dorénavant, il suffit de dire qu'il y a eu un avis des partenaires sociaux avec qui on a parlé un jour pour que ce soit pris en considération pour tous les textes examinés en commission des Affaires sociales. Dont acte! Parce qu'à ma connaissance, à la date du 11 mars 2022, les partenaires sociaux n'ont pas dit qu'il ne fallait pas envisager de prolongation au troisième trimestre. Quand on ne donne pas d'avis alors qu'on les rend obligatoires pour tous les autres textes, reconnaissez chers collègues, madame la présidente, que cela pose un certain nombre de questions.

 

J'ose espérer que vous aurez l'honnêteté intellectuelle de le reconnaître.

 

Sur le troisième trimestre, il n'y a donc pas eu de concertation et je ne vois pas pourquoi vous justifiez le refus de l'extension au troisième trimestre, c'est-à-dire juillet, août et septembre, parce que soi-disant les partenaires sociaux ne l'auraient pas dit. Désolée, chers collègues, mais ce n'est pas le reflet de la réalité.

 

Enfin, pour ce qui concerne les vacances, en commission vous nous avez expliqué que les étudiants devaient pouvoir prendre des congés. Je pense qu'en juin, les étudiants sont en blocus et généralement, c'est plutôt pendant les vacances qu'ils ont un peu de temps. Donc oui, si on prévoit une extension de ce qui avait été fait pour le premier trimestre, extension ici au deuxième trimestre, il est évidemment logique de le prévoir aussi pour le troisième trimestre pour que les dispositions puissent être prises pour une organisation suffisamment anticipée.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2610/4)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2610/4)

 

L’intitulé a été modifié par la commission en "proposition de loi portant prolongation des diverses mesures sur le plan du droit du travail au bénéfice des secteurs des soins et de l'enseignement dans le cadre de la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, concernant la suspension du délai de préavis donné par l'employeur pendant une période de chômage temporaire pour cause de force majeure résultant de la situation de guerre en Ukraine et concernant la clause d'écolage".

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "wetsvoorstel houdende verlenging van diverse arbeidsrechtelijke maatregelen ten behoeve van de zorgsector en het onderwijs in het raam van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met betrekking tot de schorsing van de door de werkgever gegeven opzeggingstermijn tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de oorlogsituatie in Oekraïne en met betrekking tot het scholingsbeding".

 

La proposition de loi compte 18 articles.

Het wetsvoorstel telt 18 artikelen.

 

*  *  *  *  *

Amendements déposés:

Ingediende amendementen:

 

Art. 13

  • 8 – Catherine Fonck (2610/5)

Art. 14

  • 9 – Catherine Fonck (2610/5)

Art. 16

  • 10 – Catherine Fonck (2610/5)

Intitulé/Opschrift

  • 11 – Catherine Fonck (2610/5)

*  *  *  *  *

Conclusion de la discussion des articles:

Besluit van de artikelsgewijze bespreking:

Réservés: les amendements et les articles 13, 14 et 16.

Aangehouden: de amendementen en de artikelen 13, 14 et 16.

Adoptés article par article: 1 à 12, 15, 17 et 18.

Artikel per artikel aangenomen: 1 tot 12, 15, 17 en 18.

*  *  *  *  *

La discussion des articles est close. Le vote sur les amendements et les articles réservés ainsi que sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over de aangehouden amendementen, de aangehouden artikelen en over het geheel zal later plaatsvinden.

 

22 Proposition de loi modifiant l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique, en ce qui concerne la réglementation des engins de déplacement motorisés (2354/1-8)

22 Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wat de reglementering van gemotoriseerde voortbewegingstoestellen betreft (2354/1-8)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Joris Vandenbroucke, Laurence Zanchetta, Marianne Verhaert, Jef Van den Bergh, Kim Buyst, Nicolas Parent.

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

De rapporteurs, de heren Raskin en Roggeman, verwijzen naar het schriftelijk verslag.

 

22.01  Wouter Raskin (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, e-steps, monowheels en andere gemotoriseerde voortbewegingtoestellen waren vroeger veeleer speelgoed. Vandaag verschijnen zij steeds meer in het straatbeeld als effectief vervoermiddel. Er is ook een nieuwe niche voor deelsteps, vooral in grotere steden. Wij kunnen niet om die nieuwe realiteit heen, temeer daar die toestellen zich ook in het verkeer begeven. Dat gebeurt niet altijd vlekkeloos, onder andere door een gebrek aan regelgeving.

 

Collega's, experts hebben al veelvuldig naar dat gebrek aan regelgeving verwezen. Ook artsen, die significante stijgingen van letselongevallen zien, soms zelfs met zwaargewonden, slaan ons ter zake met cijfers om de oren. Helaas kunnen wij ook niet stellen dat er nog nooit dodelijke ongevallen met dergelijke toestellen zijn gebeurd. Ik mag dus wel stellen dat de vraag naar minimumregels breed gedragen is.

 

Minimumregels is het juiste woord als men het wetsvoorstel van de heer Vandenbroucke gelezen heeft. Dat voorstel is niet overdreven regelgevend, het is niet te beperkend. Het komt tegemoet aan een bestaande vraag en nood, zonder al te beperkend te zijn. Het gaat grosso modo over het invoeren van een leeftijdsgrens voor toestellen met een stevig vermogen dat de snelheid bepaalt. Het gaat over het feit dat wij slechts één persoon per toestel toelaten. Het gaat tevens over het principe van een verbod op het gebruik ervan op het voetpad, behoudens een aantal uitzonderingen.

 

Mevrouw de voorzitster, ik had het gevoel dat de tekst die werd ingediend door de heer Vandenbroucke positief werd onthaald door zowat alle fracties. Hierdoor konden wij er in de commissie onmiddellijk mee aan de slag gaan, door het opvragen van een aantal adviezen. Mijnheer Vandenbroucke, u weet nog dat die adviezen grosso modo allemaal positief waren. Ik ga nu enigszins kort door de bocht, maar eigenlijk was iedereen die werd bevraagd, zowel Centrex en politiemensen als Vias institute, het in grote lijnen eens met wat de heer Vandenbroucke voorstelde.

 

Mevrouw de voorzitster, dat gevoel werd bijna Kamerbreed gedeeld, ware het niet dat er toch één negatief advies was. Wij vielen echter van onze stoel toen wij zagen wie de auteur van het negatieve advies was. Dat was immers niemand minder dan de minister van Mobiliteit, de heer Gilkinet. Hij stelde de heer Vandenbroucke voor om de tekst te herschrijven en er een voorstel van resolutie van te maken.

 

In dit Parlement worden wekelijks tal van voorstellen van resolutie goedgekeurd. Ik wil daarover niet meewarig doen, maar het blijven slechts voorstellen van resolutie, aanbevelingen aan de regering om bepaalde zaken in gang te zetten.

 

Deze tekst is echter een wetsvoorstel dat concrete impact zou hebben. Minister Gilkinet stelde de heer Vandenbroucke voor om zijn plan te laten varen. Wellicht heeft de minister de ambitie om toch iets uit het regeerakkoord te realiseren, bijvoorbeeld de herziening van de wegcode, en wilde hij die pluim zelf op zijn hoed steken. We zullen er nooit het fijne van weten, maar zijn advies was er. De conclusie was dat bijna iedereen voorstander was behalve de minister, die zijn gewaardeerde vivaldicollega uit het Parlement dat succes blijkbaar niet gunde.

 

Ik zal de heer Joris Vandenbroucke niet citeren, maar hij heeft allicht gedacht: "Mijnheer Gilkinet, dat gaat u niet bepalen." Het siert de heer Joris Vandenbroucke dat hij voet bij stuk hield en zijn tekst dus helemaal niet herwerkt heeft tot een voorstel van resolutie. Hij wist dat hij door veel experts en parlementsleden over de fracties heen werd gesteund. We hebben dan tegen de wil in van de minister verder aan die tekst gewerkt. De heer Vandenbroucke wilde er ook terecht verder aan werken. Waar zijn we immers aanbeland als we onze werkzaamheden laten bepalen door de regering? Dan kunnen we beter allemaal thuisblijven. Dat is niet de manier waarop we horen te werken.

 

De tekst die voorlag is via amendementen vanuit de commissie en met bijdragen van externen nog enigszins verfijnd met betrekking tot een aantal technische voorschriften, parkeerregels en de reeds vermelde uitzonderingen op de leeftijdsgrens. Die verfijning was ook mogelijk dankzij de wetgevingstechnische nota van de juridische dienst van de Kamer, die ik nogmaals wil bedanken voor het afgeleverde werkstuk.

 

Ook dat werkstuk heeft de uiteindelijke tekst nog grondiger gemaakt. Zo zijn we aanbeland bij de tekst die in de commissie werd goedgekeurd en die hier vandaag voorligt. Deze tekst was initieel van de hand van collega Vandenbroucke en werd gefinetuned door de commissieleden, tegen de wil van de regering in. Dat mag hier ook wel worden vermeld. De tekst die hier voorligt, was initieel niet gewenst door de regering en werd bewerkt, besproken en verbeterd.

 

Collega Vandenbroucke, net als twee weken geleden in de commissie zullen wij uw wetsvoorstel steunen.

 

22.02  Nicolas Parent (Ecolo-Groen): Madame la présidente, je remercie l'auteur du texte, M. Vandenbroucke, d'avoir permis l'organisation du débat sur le cadre législatif encadrant la micro-mobilité.

 

Comme déjà évoqué en commission, ce débat a permis de rappeler, de par les avis reçus, les enjeux de cette régulation. Il y a, d'une part, la sécurité routière avec l'explosion des accidents impliquant les trottinettes. Au niveau belge, Vias recense un millier d'accidents de ce type et environ 400 dans la seule Région bruxelloise pour l'année 2021. Et c'est uniquement la face visible de l'iceberg, c'est-à-dire les accidents répertoriés. D'autre part, il y a la cohabitation des modes de déplacement avec les conflits avec les autres modes actifs, les risques de collision avec les piétons, le stationnement anarchique qui gêne ceux-ci et les PMR.

 

Le texte aujourd'hui proposé va permettre de renforcer la sécurité des utilisateurs des engins de micro-mobilité via la limitation d'âge, l'interdiction de voyager à plusieurs sur une trottinette, l'imposition d'un matériel de visibilité. Il va permettre aussi de protéger les autres usagers via l'interdiction de circuler sur les trottoirs et la possibilité d'instaurer des zones sans stationnement et de stationnement réservé bien identifiées.

 

Comme nous l'avons mentionné, un des enjeux de nos travaux était d'être en cohérence avec le travail interfédéral mené au niveau des gouvernements et initié parallèlement. On ne peut pas reprocher au ministre de la Mobilité de se préoccuper de mobilité. Il aurait été incompréhensible d'adopter des mesures pour devoir déjà les adapter quelques semaines plus tard en fonction de leur accord. Il y avait aussi des enjeux de lisibilité pour les observateurs et le grand public. C'est pourquoi nous avons effectivement temporisé, le temps que le travail du groupe interfédéral aboutisse, entre le fédéral et les entités fédérées.

 

L'avis des Régions était par ailleurs important dans ce dossier. La coopération des Régions est importante lorsqu'on évoque les enjeux de sécurité routière. Je m'étonne que la N-VA ait voulu que le fédéral tranche dès le mois de février sans attendre l'avis de la Flandre que nous n'avons reçu qu'à la mi-mars, après l'accord du fédéral et des Régions. Si c'est un plaidoyer pour la hiérarchie des normes, on peut lancer le débat, monsieur Raskin. Je suis ouvert.

 

Néanmoins, après des années de vide législatif qui a laissé s'installer le chaos sur terrain, nous avançons en reliant deux dynamiques constructives pour notre pays: celle du fédéralisme de coopération, puisque nous respectons le cadre de l'accord interfédéral sur le sujet, et celle d'une majorité qui va de l'avant de manière constructive et rapidement en laissant au Parlement le soin de conclure, en tout cas dans cette commission. Je peux comprendre l'aigreur – et la leur laisse – de ces personnes opposées à ces dynamiques positives.

 

La micro-mobilité peut contribuer à lutter contre la congestion automobile en centre-ville. Il était cependant nécessaire de fixer un cadre clair pour garantir une meilleure sécurité pour l'ensemble des usagers et la cohabitation entre les modes de déplacement. Avec ce texte, ce sera chose faite. Encore merci à l'auteur!

 

22.03  Mélissa Hanus (PS): Madame la présidente, chers collègues, il y a six jours, un article de presse titrait: "La trottinette électrique n'est pas un jeu. Un accident peut laisser des séquelles physiques fonctionnelles, esthétiques et psychiques".

 

Successivement, deux études nous rappellent que la sécurité en trottinette demeure aléatoire et reste encore un phénomène sensible à de nombreux paramètres distincts les uns des autres.

 

L'une de ces études réalisée dans un hôpital bruxellois démontre que 80 % des patients concernés par une chute en trottinette ont réalisé leur chute seuls, mais toujours dans un contexte hostile. Chers collègues, la ville, ce n'est pas une piste plate. Elle demeure remplie d'obstacles auxquels sont confrontés les utilisateurs de trottinette.

 

Cette proposition de loi vise à encadrer et non à interdire. Si on constate une augmentation des accidents de trottinettes, il faut mettre ceux-ci en perspective. En effet, ces accidents sont bien moins graves que les accidents de motos ou de scooters.

 

Avec ce texte, et vu la croissance de l'usage des trottinettes, on redéfinit notre mobilité qui s'oppose progressivement de plus en plus au monopole de la voiture individuelle. Légères et peu volumineuses, les trottinettes ont pris leur place dans l'espace public parce qu'elles répondent à un besoin de mobilité alternative.

 

Qu'il s'agisse de stationnement ou de cohésion et de respect des autres moyens de mobilité, ce texte permet, chers collègues, d'avancer en la matière. Il était effectivement temps de donner un cadre en permettant notamment aux gestionnaires de voiries de remettre de l'ordre avec, par exemple, des zones de stationnement adéquates et dédiées. Ce texte nous permet d'avancer et de régler la place de la trottinette sur nos routes.

 

Bien sûr, nous sommes conscients que les questions relatives à la place de la trottinette dans une économie durable, qu'il s'agisse de sa durée de vie, de production, d'importation et de recyclage, sont autant de défis auxquels nous devons encore nous attaquer.

 

Je remercie l'auteur pour son initiative, ainsi que mon groupe pour son soutien rapide à cette proposition.

 

22.04  Frank Troosters (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, het betreft hier een wetsvoorstel inzake de regelgeving rond het gebruik van de e-step. Het is onbetwistbaar dat dit voorstel noodzakelijk was. De e-step is de laatste jaren immers uitgegroeid tot een erg populair vervoersmiddel dat niet meer uit het straatbeeld weg te denken is.

 

Hoe populairder een vervoersmiddel wordt, hoe meer het gebruikt wordt en hoe meer ongevallen het ook met zich meebrengt. Helaas vormt de e-step daarop geen uitzondering. In 2020 gebeurden enkel in Vlaanderen al meer dan 200 ongevallen met een e-step, waarbij helaas zelfs twee doden te betreuren vielen. We hebben allemaal al e-stepgebruikers van allerlei leeftijden gezien die aan hoge snelheid over het voetpad scheuren. We werden in de media ook geconfronteerd met artsen en chirurgen die vertelden welke zware kaak-, gezichts- of andere letsels zij moesten behandelen als gevolg van ongevallen met dergelijke steps. Daarom alleen al was het hoog tijd dat er een en ander werd afgebakend inzake de regelgeving.

 

In deze zin is het Vlaams Belang ook blij met de aanpassingen die middels dit wetsvoorstel worden doorgevoerd. Zo worden bijvoorbeeld voortbewegingstoestellen die sneller dan stapvoets rijden gelijkgesteld aan fietsers, met de voorziene uitzondering voor rolstoelgebruikers. Er is ook het verbod om passagiers te vervoeren. Het inhoudelijke werd door de vorige sprekers al geschetst, daarvan zal ik mij dan ook verder onthouden.

 

Los van het inhoudelijke, zoals in onze commissie besproken, waren wij als Vlaams Belang wel verwonderd om te moeten vaststellen dat een van de meerderheidspartijen tijdens de behandeling in commissie op de rem ging staan. De voorgaande spreker, collega Raskin, verwees er ook al naar. Op een moment dat wij als oppositiepartij vol enthousiasme klaarstonden om het voorliggende wetsvoorstel mee goed te keuren, wierp de Ecolo-Groenfractie plots op dit nog niet te doen en op deze manier ruimte te geven aan hun minister, Georges Gilkinet, die zelf via een interministerieel overleg een en ander wilde creëren. Hij vroeg dus effectief om het wetsvoorstel om te vormen naar een resolutie. Daaraan werd gelukkig niet toegegeven.

 

Een wetgevend initiatief van een meerderheidspartij dat op de steun van de oppositie kon rekenen, maar on hold wordt gezet door een meerderheidspartij, zegt eigenlijk heel veel over de interne communicatie en samenwerking binnen deze regering. Ik vind het dan ook vreemd hier iemand van de meerderheid te horen oproepen tot samenwerkingsfederalisme terwijl ze er nog niet in slagen om binnen de regering samen te werken.

 

Laat dat echter geen smet zijn op het finale resultaat dat vandaag ter stemming wordt gebracht. Ondanks die wending en enkele kleinere bedenkingen die het Vlaams Belang nog heeft, zullen wij het wetsvoorstel zeker mee goedkeuren.

 

22.05  Emmanuel Burton (MR): Madame la présidente, chers collègues, la mobilité évolue, et la législation se doit de s'adapter aux nouvelles pratiques. Depuis plusieurs années, l'usage de trottinettes électriques est devenu fréquent dans les grandes villes, où elles sont en libre-service, tout en occasionnant des problèmes de stationnement sauvage et de sécurité routière pour les usagers comme pour les personnes qui circulent autour de ces trottinettes. De plus en plus de particuliers possèdent également ces trottinettes et s'en servent comme moyen de locomotion, parfois en complément d'un autre moyen de transport.

 

La mise en place d'un cadre juridique clair était une urgence afin de clarifier les conditions d'utilisation des trottinettes électriques et d'autres véhicules de mobilité douce apparentés, afin de combler le vide législatif autour de ces moyens de locomotion. L'accord de gouvernement évoque la volonté de stimuler d'autres solutions de mobilité durable, mais précise également qu'une mobilité fluide et durable est primordiale pour notre économie ainsi que pour la liberté et la qualité de vie des citoyens.

 

Dans le cadre de ses compétences et en collaboration avec les Régions, le gouvernement misera, par conséquent, sur la mobilité douce, collective et multimodale. On rentre parfaitement dans l'accord de gouvernement. Dès lors, le MR a soutenu divers éléments de la proposition de loi déposée par Joris Vandenbroucke, que je remercie d'ailleurs, pour maximiser la sécurité et clarifier les conditions d'utilisation.

 

D'une part, l'âge minimum pour l'utilisation d'un tel engin sera de 16 ans, en fonction de la puissance, et ce dernier ne pourra être utilisé que sur la chaussée et que par une personne à la fois. Néanmoins, des exceptions seront prévues pour les moins de 16 ans utilisant ces véhicules. La circulation dans les rues réservées aux jeux, la digue, les RAVeL, pourrait être autorisée pour ces utilisateurs, pour autant qu'ils respectent l'usage solitaire de l'engin. De même, il est prévu de mettre en place prochainement une signalétique spécifique, afin de clarifier les endroits de dépôt autorisés, sans gêner le passage, et les endroits auxquels le stationnement de ces engins sur la voirie sera interdit.

 

La sécurité des utilisateurs est également une priorité, bien entendu, par la mise en place d'éléments tels que divers catadioptres et autres réflecteurs afin d'améliorer la visibilité des usagers. Diverses amendes sont prévues en cas de non-respect des règles d'utilisation et de stationnement pour ces utilisateurs, afin d'inciter ces derniers à adopter une pratique responsable sur la voie publique. La question du casque devra aussi être abordée à l'avenir sur la base d'expériences et d'études menées, notamment par l'institut Vias, afin d'assurer la sécurité des utilisateurs lors d'accidents.

 

Évidemment, à l'avenir, il y aura des modifications pour ce type de mobilité, car des évolutions vont bien entendu voir le jour et être popularisées. La sécurité des utilisateurs de ce type d'engin de déplacement, mais aussi des conducteurs sur la chaussée, reste une priorité pour tout un chacun, afin que l'espace public puisse être utilisé par tous sans risque.

 

Avec mon collègue Vincent Scourneau et l'ensemble des collègues de la majorité, nous sommes heureux d'arriver à cette proposition de loi rapidement. Nous remercions d'ailleurs tous les collègues pour le travail accompli.

 

22.06  Jef Van den Bergh (CD&V): Collega's, toen ik kennisnam van het voorstel van de heer Vandenbroucke was ik niet meteen laaiend enthousiast. Wij hebben soms de neiging om alle mogelijke vormen van mobiliteit allemaal hun eigen vakje in onze Wegcode en in onze openbare ruimte te proberen geven, terwijl we er vooral naar zouden moeten streven om alle weggebruikers in de openbare ruimte te laten samenleven. Alles tot in de details proberen te regelen, brengt daar vaak niet veel aan bij. Ik was dus enigszins sceptisch.

 

Ook zijn er de laatste 20 tot 25 jaar heel veel nieuwe vormen van mobiliteit in het straatbeeld verschenen. Als men die allemaal een aparte plaats in onze Wegcode en op onze openbare weg moet geven, zou dat heel ver leiden. De uitdaging om dat allemaal goed samen te brengen is groter dan om dit allemaal apart te gaan regelen.

 

Daarom had ik toch enige aarzeling en werden er adviezen gevraagd, die grotendeels positief waren. Er waren wel wat opmerkingen, waarbij wij ons dan ook constructief hebben opgesteld met een aantal amendementen om tot een betere tekst te komen.

 

Ondertussen had de minister gevraagd om het interministerieel overleg af te wachten. Dat heeft ertoe geleid dat de tekst werd aangepast en verbeterd, met aspecten inzake het parkeren van de deelsteps, wat een belangrijk gegeven is dat door de Gewesten moet worden geregeld.

 

Ik denk dat nu een mooi pakket is samengesteld, waardoor er een regeling komt, ook op de voetpaden. Wij hadden daar in het begin vragen over, want er is een groot verschil tussen een voetpad langs een drukke gewestweg of in een drukke stad en een voetpad op de boerenbuiten, waardoor de ene plaats meer geschikt is om met de step te rijden dan de andere plaats. Het is dan soms binair om dat in wetteksten te gieten, terwijl het op de ene plaats misschien wel aangewezen is en op de andere minder.

 

Uiteindelijk leek het ons toch het beste om hierin stappen te zetten, gezien de cijfers van de ongevallen en de zware gewonden die met die steps gebeuren. Daarom zullen wij het wetsvoorstel ten volle goedkeuren.

 

Ik dank Joris Vandenbroucke voor het initiatief en alle collega's die hieraan hebben meegewerkt. Ik denk dat we tot een goede tekst zijn gekomen die alle steun verdient.

 

22.07  Maria Vindevoghel (PVDA-PTB): Collega's, het is positief dat er een regulering van e-steps komt. Het gaat om de verkeersveiligheid, de mobiliteit en de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Het is belangrijk dat burgers en vooral jongeren worden beschermd voor de gevaren van de e-steps.

 

E-steps bezetten eigenlijk een deel van de openbare ruimte. De firma's die ze verhuren, schieten als paddenstoelen uit de grond en beconcurreren elkaar om de markt in te nemen. Dat zorgt voor een overaanbod en daarom pleit de PVDA ervoor dat wij niet alleen het gebruik van e-steps reguleren, maar ook de aanbieders ervan, want voor wij het beseffen, zullen zij vervallen in zware concurrentie en zullen wij praktijken zien zoals bij PostNL. Daarom wil de PVDA dat de openbare spelers, zoals De Lijn, de TEC, de MIVB en de NMBS, technisch conforme deelsteps aanbieden. Wij zetten nu al een goede stap, maar een stap verder kunnen wij zetten als de openbare spelers ook deelsteps aanbieden. Het zou voor ons de ideale oplossing zijn dat er in elk station, aan stopplaatsen, bij bus- en tramhaltes deelsteps worden aangeboden door de openbaarvervoermaatschappijen.

 

Ik plaats graag nog twee kanttekeningen bij het voorstel.

 

Ten eerste, het gebruik van e-steps neemt niet altijd een wagen weg. Soms neemt men een e-step in plaats van per fiets of te voet te gaan. Wij moeten ook oog hebben voor dat ecologische aspect zodat er niet te veel e-steps circuleren, aangezien zij toch een ecologische impact hebben door de niet zo lange levensduur van de toestellen.

 

Ten tweede, wat gaan wij doen met de jongeren die al een e-step hebben, maar die de e-step voortaan pas vanaf 16 jaar zullen mogen gebruiken?

 

Wij zullen het voorstel in elk geval steunen.

 

22.08  Joris Vandenbroucke (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, ik dank de collega's van de meerderheid en de oppositie voor hun positieve betogen. Als ik goed heb geluisterd, kan mijn wetsvoorstel intussen mee worden ondertekend. De meerderheidspartijen rekenen straks op unanimiteit. Het verheugt mij dat wij het in het Parlement over een aantal thema's nog unaniem eens kunnen zijn. Dat is een goede zaak, in dit geval voor de verkeersveiligheid.

 

Het motief van dit wetsvoorstel is zeer uitgebreid aan bod gekomen. De e-step is een ontzettend handig ding. Het is compact, licht, snel, duurzaam en zeer beschikbaar, maar door het stijgende succes neemt ook het aantal ongevallen toe. Dan kan men twee zaken doen. Men kan dan het gebruik ontmoedigen of zelfs verbieden, omdat het toch wat te gevaarlijk is. Men kan er echter voor ook kiezen te zoeken naar een manier om met heldere regels de verkeersveiligheid te verbeteren, waardoor de e-step, toch een recent fenomeen, op een veilige manier geïntegreerd wordt in de mobiliteit.

 

Ik denk dat we met deze tekst die met verschillende amendementen werd aangevuld na adviezen en met ideeën van de collega's, minister Gilkinet en de gewestregeringen, daarin zijn geslaagd. De leeftijdsgrens, het verbod om op het voetpad te rijden, het verbod om passagiers mee te nemen, de parkeerregels en een aantal technische vereisten nemen een aantal ergernissen weg.

 

Wat het verloop van de tekst betreft, zijn er twee opmerkelijke zaken, mijnheer Raskin. Ik vind dat de tekst in vergelijking met veel initiatieven in het Parlement snel kan worden gestemd. Er zitten amper vijf maanden tussen de publicatie van het wetsvoorstel en de definitieve stemming. Er is inderdaad een bijzonder parallel parcours gevolgd met minister Gilkinet, die het initiatief heeft genomen, samen met de gewestministers, en die daar ook over heeft nagedacht. Ik dank de collega's van alle fracties voor hun parlementaire reflexen die ervoor hebben gezorgd dat we alles hebben kunnen samenbrengen in een wetsvoorstel dat we hier straks unaniem kunnen goedkeuren. Dat verheugt mij enorm. Ik kijk uit naar de volgende voorstellen die we op die manier kunnen behandelen.

 

22.09  Josy Arens (Les Engagés): Madame la présidente, je remercie à mon tour le collègue Vandenbroucke pour le dépôt de cette proposition de loi. C'est une proposition de loi et vous savez que j'apprécie davantage les propositions de loi que les propositions de résolution, ces dernières étant souvent destinées à aller sur une étagère dans un quelconque cabinet ministériel amasser la poussière. Chers collègues, les propositions de loi font bouger les choses et c'est bien.

 

Cette proposition est une belle évolution en termes de sécurité. Elle vient enfin combler un vide juridique en introduisant des règles pour l'utilisation d'engins motorisés qui ne sont finalement plus aussi nouveaux que cela. Vias a d'ailleurs pu établir des statistiques d'accidents pour 2021. Les trottinettes électriques sont impliquées dans un bon millier d'accidents par an avec parfois des conséquences importantes notamment à la tête et aux mâchoires; dans certains cas, ce sont des accidents mortels, comme l'ont dit les collègues. Il était donc temps de légiférer sans attendre la fameuse réforme du Code de la route promise par le gouvernement.

 

Là, monsieur Vandenbroucke, vous aviez raison de mener votre combat. Il est temps pour nous aussi d'évaluer la possibilité d'aller plus loin. C'est vrai que nous avons pensé au port du casque, par exemple, puisque les médecins nous disent que les séquelles sont les mêmes qu'en cas de chute à vélo, parfois même plus graves. Je ne voulais pas qu'on sanctionne tout de suite notre président de parti, Maxime Prévot, qui, souvent, quitte sa voiture dans les rues de Bruxelles, quand il y a des embouteillages, pour sauter sur une trottinette alors qu'il ne porte pas de casque, tout cela pour être parmi nous à temps. C'est la prochaine étape. Il faut d'abord le sensibiliser puis, nous arriverons à aller plus loin.

 

Notre groupe soutiendra cette proposition de loi.

 

La présidente: Il faut éviter les comportements dangereux. Vous direz cela à votre président. (Rires)

 

22.10  Sophie Rohonyi (DéFI): Madame la présidente, chers collègues, c'est vrai qu'il y a quelques années, nous avons vu les trottinettes débouler dans nos rues. Nous les avons vues faire irruption dans nos vies, en particulier dans nos villes. Je ne compte d'ailleurs plus les fois où ces trottinettes m'ont moi-même dépannée. Elles m'ont permis d'aller d'un point A à un point B de manière rapide, mais rarement de manière sécurisée.

 

Aujourd'hui, les statistiques de Vias l'ont d'ailleurs objectivé. Elles font état d'un nombre sans cesse croissant d'accidents corporels impliquant les usagers de ces trottinettes, mais aussi d'un partage de plus en plus difficile de l'espace public, en particulier avec les usagers faibles comme les piétons et les personnes à mobilité réduite.

 

Nous n'avons pourtant pas à choisir entre facilité et sécurité. Les deux doivent impérativement aller de pair. Il convenait donc de veiller à ce que ce nouveau mode de transport puisse prendre sa juste place dans notre quotidien, dans notre paysage urbain, en harmonie avec les autres modes de transport. Cette harmonie est particulièrement cruciale lorsqu'on plaide, comme c'est le cas de mon parti, depuis toujours d'ailleurs, pour une mobilité multimodale qui soit intelligente.

 

Il convenait dès lors, comme le fait cette proposition de loi – et je tiens d'ailleurs, à l'instar de mes collègues, à remercier M. Vandenbroucke – de poser enfin des balises juridiques à l'utilisation de cette trottinette: l'âge minimum de son utilisateur, l'interdiction de rouler en trottinette sur les trottoirs, justement dans le but de protéger les usagers faibles, ou encore l'utilisation exclusive de la trottinette par une seule personne. Toutes ces précisions permettront de diminuer le risque d'accidents, parfois graves, très graves, mais aussi d'assurer un meilleur équilibre entre les différents engins de déplacement dans l'espace public.

 

Je me dois toutefois d'attirer votre attention, chers collègues, comme M. Arens vient de le faire, sur l'importance d'inclure l'obligation du port du casque dans les futures discussions relatives à la micro-mobilité. Mon groupe soutient de longue date l'obligation du port du casque pour toute une série d'usagers, pour des raisons évidentes de sécurité et de diminution du nombre d'accidents corporels, parfois graves. Dans l'attente de ce débat, il conviendrait de discuter également de la question de la mise à disposition de casques par les loueurs de trottinettes.

 

Malgré cet écueil, mon groupe soutiendra avec enthousiasme cette proposition de loi.

 

22.11  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Dank u wel, mevrouw de voorzitster. Net zoals de e-steps talrijk zijn in de straten, zijn ook de tussenkomsten over de tekst talrijk. Ik zal het kort houden, maar ik wil toch heel even een aantal zaken over dit wetsvoorstel zeggen.

 

Ik wil beginnen met wat mevrouw Vindevoghel zegt te ondersteunen. De e-step is een vervoersmiddel dat kan helpen om de modal shift, waar we toch allemaal naar streven, te bewerkstelligen. De e-step wordt vooral gebruikt voor korte ritten. Dat merkt men ook wanneer men van het Centraal Station naar het Parlement wandelt, dan moet men soms helse toeren uithalen om de e-steps op de trottoirs te ontwijken.

 

Ondanks het feit dat ze zeker een meerwaarde hebben voor de modal shift, is het wel belangrijk dat er een aantal regels en een bepaalde regelgeving opgesteld werd. Dit wetsvoorstel, dat oorspronkelijk ingediend werd door de heer Vandenbroucke, had tot doel – dat heeft hij zelf nog eens benadrukt – om de verkeersveiligheid te verbeteren. Dat is nu eenmaal een prioriteit in onze commissie. Voor degenen die niet vaak in onze commissie komen, ik zou u willen uitnodigen om eens te komen kijken hoe constructief wij daar samenwerken wanneer het gaat over het verhogen van verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid is iets dat wij allemaal heel hoog in het vaandel dragen en waarvoor wij echt proberen op een constructieve manier samen te werken.

 

Naast het samenwerken tussen de fracties, is het ook belangrijk om samen te werken met de regio's. Daarom is het in mijn ogen normaal dat we ook kijken naar het werk dat regionale ministers doen samen met de federale minister. Samenwerkingsfederalisme is ongelofelijk belangrijk als we de verkeersveiligheid willen verhogen, en dat is iets wat we met dit wetsvoorstel wilden bereiken.

 

Het is door verschillende collega's al herhaald: er zijn nu regels die het duidelijker maken waar de plaats is van de e-steps op de rijbaan, welke minimumleeftijd er is en of je wel of niet een passagier mag meenemen. Ik ben het eens met de heer Van den Bergh wanneer hij zegt dat het eigenlijk belangrijk is dat er over de hele wegcode wordt nagedacht. Dat is denk ik ook iets waar de federale minister volop mee bezig is en we verwachten daar resultaat van na de zomer. Ik denk ook dat we daar allemaal op wachten. Maar het is goed dat we niet gewacht hebben om voor de e-steps een aantal regels in te voeren.

 

Steps versterken de alternatieven voor de auto in stedelijke centra en het was dus noodzakelijk om het gebruik ervan strikt te reguleren, zowel voor de gebruikers van de e-steps als voor de andere actieve weggebruikers op de baan. Het is daarom dat wij met heel veel plezier en op een heel constructieve manier meegewerkt hebben aan het uitwerken van dit wetsvoorstel.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2354/8)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2354/8)

 

L’intitulé a été modifié par la commission en "proposition de loi modifiant l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique, en ce qui concerne la réglementation des engins de déplacement".

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wat de reglementering van voortbewegingstoestellen betreft".

 

La proposition de loi compte 15 articles.

Het wetsvoorstel telt 15 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 15 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 15 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

23 Proposition de loi modifiant la loi du 27 avril 2018 sur la police des chemins de fer en vue d'instaurer une interdiction totale de fumer sur les quais (2082/1-5)

23 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 27 april 2018 op de politie van de spoorwegen met het oog op volledig rookvrije perrons (2082/1-5)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Kim Buyst, Nicolas Parent, Barbara Creemers, Laurence Hennuy, Kristof Calvo, Cécile Cornet, Guillaume Defossé, Stefaan Van Hecke, Albert Vicaire, Samuel Cogolati.

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

23.01  Joris Vandenbroucke, rapporteur: Ik verwijs naar het schriftelijke verslag, mevrouw de voorzitster.

 

23.02  Tomas Roggeman (N-VA): Roken moet worden ontmoedigd. Roken doodt. Elke overheid heeft daarom de plicht om dat waar mogelijk te ontraden en om te investeren in preventie, in campagnes en in bewustwording van het publiek. Het rookverbod is ook evident in publieke gebouwen, in de horeca. Op locaties waar mensen samenkomen in gesloten ruimten, moeten we roken verbieden en passief meeroken zoveel mogelijk hinderen.

 

Dat neemt niet weg dat het wetsvoorstel wel een paar nuances verdient. In de commissie was dat niet zo evident. Sommige collega's waren er nogal happig op om kritische bedenkingen bij onderhavig wetsvoorstel te interpreteren als een pleidooi voor roken, laat staan tegen rookpreventie, wat uiteraard geenszins het geval is. We kunnen alleen maar hopen dat het debat in de plenaire vergadering eerlijker zal verlopen.

 

Hoe het ook zij, een wettelijk verbod op roken in de openlucht is een hele stap. Of roken in de openlucht verboden moet worden, is een principiële vraag. In sommige situaties is het antwoord ja, als dat een gevaar biedt voor de veiligheid, bijvoorbeeld in een bos of in een heidegebied, waar brandgevaar bestaat. Het antwoord is ook ja in ruimten waar zich veel mensen dicht op elkaar gepakt bevinden, zonder mogelijkheid om zich te verplaatsen, buiten het bereik van sigarettenrook, bijvoorbeeld op de tribune van een stadium. Het gaat hier echter over treinperrons in de openlucht, waar geen veiligheidsrisico bestaat, waar mensen niet gekluisterd zitten aan een stoel, waar voorbijgangers de mogelijkheid hebben om zich vrijelijk te bewegen buiten de impact of omgeving van sigarettenrook die hen zou hinderen. Een rookverbod op de perrons in openlucht is dan ook verre van zinvol. De overgrote meerderheid van de treinperrons in openlucht in dit land is gelegen in landelijke gebieden waar de opstapcijfers vrij laag zijn. Ik verwijs graag naar de boutade van een collega dat men in sommige landelijke haltes vlugger staat de wachten naast een koe dan naast een medereiziger. Dat sterkt mij in mijn conclusie dat een algemeen rookverbod op de perrons in openlucht in elk station op elk moment van de dag niet aan de orde is. Zo'n verbod is als schieten met een kanon op een mug en draagt in de praktijk weinig tot niets bij aan de volksgezondheid.

 

Een rookverbod in open lucht, waar de rook vervliegt, waar er geen enkele hinder is voor andere reizigers en waar er geen enkel risico op passief meeroken bestaat, heeft geen enkele zin en dient vooral om het de roker moeilijker te maken.

 

Ik ben zelf geen roker, heb nooit gerookt en ben dat ook niet van plan; ik ben tegen tabak, maar ik ben wel voor de vrije keuze. Als alle preventiecampagnes ten spijt mensen ervoor kiezen om, zich volledig bewust van de gezondheidsrisico's, toch te roken, wie zijn wij dan om die sigaret uit hun hand te slaan? Laten wij ontmoedigen, bewustmaken en wijzen op de risico's, maar verbieden op plaatsen waar dat geen aanleiding geeft tot hinder voor derden, heeft geen enkele zin.

 

Ontraden ja, verbieden neen, te meer omdat de praktijk afwijkt van de theorie. Als een rookverbod op openluchtperrons realiteit wordt, zal het gevolg zijn dat u de rokers verplicht om net buiten de stations te roken. Het gevolg daarvan zal niet alleen een grotere concentraties van rokers zijn, maar ook van sigarettenrook aan de ingangen van stations, wat alleen maar kan leiden tot meer hinder voor de reizigers en een groter risico op passief meeroken. Dat lijkt mij ook niet wenselijk voor de beeldvorming van de NMBS. In stations zonder rookruimtes - en dat is de overgrote meerderheid - zullen spoormedewerkers worden verplicht om in uniform aan de ingangen van de stations te roken. Willen we dat de NMBS dat beeld uitdraagt? Ik acht dat alvast niet wenselijk.

 

Zullen we rokers ontmoedigen door hen te laten roken op meer zichtbare plaatsen? Mijn vrees is dat onderhavig voorstel net het tegenovergestelde zal bereiken. De indiener heeft in de commissie heel terecht gezegd dat zien roken doet roken. Ze heeft gelijk, maar het voorstel maakt dat net erger door rokers te centraliseren aan de ingang van de stations, waar iedereen moet passeren en waar ze goed in het zicht staan. De hinder zal toenemen, het slechte voorbeeld zal toenemen. De doelstelling achter het voorstel is nobel, maar wordt getackeld door de praktische implicaties van het wetsvoorstel op het terrein zelf.

 

Ik concludeer. Het gaat hier om een rookverbod tout court en niet een rookverbod ter preventie of ontrading van roken, want hiermee dreigt de hinder toe te nemen. Wie vandaag, na alle campagnes van onder andere Kom op tegen Kanker en Generatie Rookvrij, er toch nog voor kiest om te roken, zult u niet overtuigen met een verplichting om 100 m op te schuiven. De kans dat iemand daardoor stopt met roken, is gering tot onbestaand. U lost geen probleem op, maar verschuift het alleen maar. U maakt het meer zichtbaar, waardoor u precies het omgekeerde bereikt van wat u met het wetsvoorstel beoogt. Wij zullen ons bij de stemming dan ook onthouden.

 

Président: Séverine de Laveleye.vice-présidente

Voorzitter: Séverine de Laveleye. ondervoorzitster

 

23.03  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, collega's, het zal u niet verbazen dat ik het totaal niet eens ben met de vorige spreker. Ik wil dat ook beargumenteren.

 

Voor de Ecolo-Groen-fractie paste dit wetsvoorstel in de eerste plaats in het creëren van een gezonde leefomgeving. Immers, een belangrijke dimensie van het gezondheidsbeleid is, naast het bestrijden van ziekte, ze ook voorkomen. Daarin past voor ons een allesomvattend en krachtig antitabaksbeleid, waarbij wij streven naar een rookvrije generatie, en dat is de belangrijkste doelstelling van dit voorstel.

 

Nog elk jaar sterven 14.000 mensen door tabak. Dat zijn er bijna 40 per dag. Wereldwijd is het de belangrijkste vermijdbare oorzaak van chronische ziekte en overlijden. Ook de gevolgen van passief roken worden vaak onderschat. De meeste rook komt in de omgevingslucht terecht, waarbij deze door de onvolledige verbranding meer schadelijke stoffen bevat.

 

Inderdaad, mijnheer Roggeman, ik heb het in de commissievergadering gezegd en ik zal het nu opnieuw zeggen: zien roken, doet roken. Ik heb ook in de commissievergadering gezegd dat ik zelf een ex-roker ben. Tien jaar geleden ben ik gestopt. De momenten waarop ik het moeilijkst had om het vol te houden, waren de momenten waarop ik andere mensen zag roken.

 

Door het rookvrij maken van de perrons via een algemeen rookverbod dragen wij bij tot de ambitie die voor onze fractie ongelooflijk belangrijk is, die rookvrije generatie realiseren. Dat werd ook opgenomen in het regeerakkoord van de vivaldiregering.

 

Diezelfde redenering zien wij trouwens bij grote voetbalclubs als Club Brugge en Anderlecht, die hun stadions volledig rookvrij maakten. En ook bij verschillende gemeentebesturen die rookvrije speel- en sportterreinen inrichtten, precies om een voorbeeld te stellen voor de maatschappij, voor onze jongeren.

 

Door dergelijke plekken rookvrij in te richten, denormaliseren wij de sigaret. Dat is een eerste argument.

 

Naast de gezondheidsproblematiek draagt roken ook enorm bij tot de plasticsoep. Sigarettenpeuken zijn het op één na meest gevonden kunststofproduct voor eenmalig gebruik op de stranden van de Unie. Een rookverbod op de perrons draagt dus ook bij tot sporen en perrons met minder sigarettenpeuken. Ook dat is voor onze fractie een heel belangrijk argument.

 

Door het rookvrij maken van perrons wordt ook het wachten voor de niet-roker aangenamer. Een ander belangrijk argument is bovendien dat het verbod de verwarring wegneemt. Ik weet immers niet of u het weet, maar vandaag mag wel worden gerookt waar er geen overdekte perrons zijn en niet waar de perrons half of volledig overdekt zijn. Op dit moment is het dus voor reizigers niet altijd duidelijk waar roken wel en niet mag. Een algemeen rookverbod zorgt voor meer helderheid in de regelgeving. Net zoals bij het reeds bestaande rookverbod in de stations geldt het verbod niet alleen voor klassieke tabaksproducten, zoals sigaretten, maar ook voor nieuwe vormen, zoals vapen en verhitte tabak.

 

Waarom ik vandaag bijzonder trots ben dat het wetsvoorstel hier ter stemming voorligt, is omdat het ook een mooie samenwerking heeft getoond met een lokaal bestuur. Het was op 25 november 2021 dat alle perrons in het station van Mechelen rookvrij werden gemaakt. Die maatregel kwam er op aangeven van mevrouw Rabau, gemeenteraadslid, en maakte deel uit van een project van Generatie Rookvrij. Mechelen startte op die manier met het proefproject, maar voor de algemene invoering werd op dat moment ook al naar ons, het federale niveau, gekeken. Wij moesten zorgen voor het wettelijke kader.

 

Dat is de reden waarom onze fractie het wetsvoorstel heeft ingediend en waarom wij inderdaad na een eerste toelichting verschillende adviezen hebben ingewonnen. Uit die adviezen kunnen wij een aantal elementen noteren. Uit het advies van de NMBS blijkt dat 69 % van de reizigers zich achter het principe van rookvrije perrons schaart. Uit een enquête van de Stichting tegen Kanker blijkt dat 62 % van de Belgen voor een rookverbod op de perrons is.

 

Ik hoor de argumenten van de oppositie. Ik hoor ook het argument dat het probleem wordt verplaatst naar de ingang van de stations. Daarop heb ik in de commissie al geantwoord. Dat antwoord wil ik hier vandaag herhalen. Ik wil wijzen naar voorbeelden uit het buitenland. In Nederland bijvoorbeeld heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een handige checklist opgesteld voor de gemeenten die het verbod willen invoeren of moeten invoeren, omdat zij een station hebben, om hen te helpen bij de voorbereiding van het rookverbod. Ook de NMBS gaf aan ver genoeg van de ingang de nodige asbakken te zullen plaatsen bij rookvoorzieningen, zodat reizigers niet per se hoeven te passeren. Wij zien in het proefproject in Mechelen ook dat het op die manier kan.

 

Stichting tegen Kanker wijst er in haar advies ook op dat de single use plastics-richtlijn van de Europese Unie de mogelijkheid biedt om tabaksbedrijven de kosten te laten dragen voor de inzameling van de peuken. Deze regeling zou op gewestelijk niveau kunnen worden uitgewerkt – hopelijk luisteren de Gewesten mee.

 

In de commissie pasten we de oorspronkelijke tekst nog aan, omdat we het belangrijk vonden dat we verduidelijkten dat het niet de bedoeling was om de uitzonderingen uit de algemene regeling inzake rookvrije plaatsen niet langer toe te laten. Dat betekent dat eventuele rookruimtes voor werknemers en rookruimtes in de horeca onder de strikte voorwaarden bepaald in deze wet, ook opgenomen worden in deze regeling. Er wordt dus niet in een bijzondere regeling voor deze ruimtes voorzien in de stations. Zij kunnen zo mee evolueren met de algemene wetgeving.

 

De regeling zal ingaan op 1 januari 2023, omdat verschillende adviezen hebben aangegeven dat het belangrijk is in voldoende tijd te voorzien om reizigers en personeel over de aanpassingen te informeren. Generatie Tabaksvrij gaf in haar advies aan dat het belangrijk is de reizigers op voorhand te sensibiliseren, via talrijke communicatiekanalen zoals media, website, sociale media, luidsprekers in de stations enzovoort. Ze adviseert om te kiezen voor een positieve communicatie: de NMBS maakt al haar perrons rookvrij. Bovendien biedt de periode voor de inwerkingtreding op 1 januari 2023 de NMBS ook de kans om eventuele overgangsmaatregelen te nemen voor het personeel. Aangezien de NMBS achter het wetsvoorstel staat, hebben we er vertrouwen in dat ze haar personeel zal ondersteunen in de transitie naar rookvrije perrons en een rookstop bij haar personeelsleden.

 

Ik ben enthousiast dat we vandaag over deze tekst kunnen stemmen in het Parlement. Ik wil de collega's bedanken voor de constructieve debatten in de commissie. Voor mij is dit een belangrijke stap vooruit naar een samenleving die alsmaar meer rookvrij wordt.

 

23.04  Frank Troosters (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, het zal u misschien niet verbazen dat ik iets minder enthousiast ben. Het Vlaams Belang erkent het belang van ieders gezondheid en de schade die actief of passief roken die kan toebrengen. Wat dit wetsvoorstel betreft, blijf ik echter op mijn honger inzake de argumentatie. Ondanks het feit dat de vorige spreekster haar best heeft gedaan om argumenten voor het wetsvoorstel te  geven, ben ik nog steeds niet overtuigd.

 

Ik haal drie argumenten aan. Het creëren van een gezonde leefomgeving wordt alvast niet bereikt met dit wetsvoorstel. Het spijt me, maar ik begrijp niet op welke wijze dit wetsvoorstel dat zou bewerkstelligen. Door het invoeren van een rookverbod op de perrons in open lucht zal een roker zich verplaatsen naar een andere locatie waar roken wel toegelaten is. Personen die passief meeroken op die perrons, zullen worden vervangen door personen die meeroken op de alternatieve locatie die de rokers zullen opzoeken. Ik bespeur hier een verplaatsing van het probleem. Hoe men dit ook organiseert, er zullen steeds mensen zijn die roken en mensen die passief mee zullen moeten roken. Ik zie daar dus geen winst in. Men boekt pas vooruitgang indien men mensen overhaalt om te stoppen met roken, maar daar draagt dit voorstel niet toe bij.

 

Het rookverbod op de perrons in het voorliggende wetsvoorstel komt neer op een bijkomend verbod. Ik kom daarmee bij uw derde argument, dat van de duidelijkheid, zodat men goed weet waar het al dan niet is toegelaten. Het blijft echter een bijkomend verbod. Wat eerst toegelaten was, is nu verboden. Dat impliceert dat sommige mensen verrast zullen zijn, niet akkoord zullen gaan en dit verbod zullen overtreden of in discussie zullen gaan met de handhavers. In dit geval zullen het personeelsleden van de NMBS zijn die het verbod moeten handhaven. Dat verbod zal dus tot discussies leiden. Hetzelfde gebeurde na het verplichten van het dragen van mondmaskers. Ook dat leidde soms tot discussies en agressie. Hier zal hetzelfde gebeuren, dat staat in de sterren geschreven.

 

Het staat daarenboven ook in de adviezen van de vakorganisaties van die werknemers geschreven, maar die adviezen worden blijkbaar genegeerd en naast zich neergelegd. Ik stel vast dat NMBS-personeelsleden steeds vaker het slachtoffer van verbaal of fysiek geweld worden, dat er een tekort aan operationeel personeel is en dat er een openstaand saldo van 90.000 compensatiedagen is. We riskeren dat met dit verbod nog erger te maken.

 

Een laatste argument dat ik net gehoord heb, was de plastic soup. Daarvoor bestaat er een gemakkelijke oplossing, namelijk asbakken en vuilbakken voorzien. Er is ook handhaving en bestraffing. Dat is in mijn ogen dus ook een non-argument.

 

Wij erkennen zeker het belang van de gezondheid en het feit dat roken schadelijk is, dat trekken we absoluut niet in twijfel. Ik hoor echter nog steeds geen goede argumentatie. Voor mij is dit nog steeds een zoveelste regeltje, een zoveelste verbod dat wordt ingevoerd, iets wat deze regering eigenlijk typeert. Een echt valabel en rationeel argument heb ik nog steeds niet gehoord.

 

We zijn wel voorstanders van sensibiliseren en goede campagnes. Daarover verschillen we dus niet van mening. Overtuig de mensen om de vrije keuze te maken om te stoppen met roken, dat zou namelijk het beste resultaat zijn.

 

Wij delen dus de zorg voor een gezondere samenleving, maar zullen ons bij de stemming over dit voorstel onthouden.

 

23.05  Jef Van den Bergh (CD&V): Collega's, ik zal het vrij kort houden. Collega Buyst heeft al heel wat argumenten aangehaald.

 

Ik moet zeggen dat ik me, net zoals bij het vorige wetsvoorstel dat we hier bespraken, in het begin even de vraag stelde of we dit wel moesten doen. Daarna heb ik echter alleseven  op een rijtje gezet. Ik las ook net nog het boek van Marc Michils, de algemeen directeur van Kom op tegen Kanker, waarin hij schrijft over zijn organisatie en de strijd die wordt gevoerd tegen kanker en voor een rookvrije generatie. Hij had het over de inspanningen die daarvoor geleverd worden en de redenen daarvoor. Dat alles heeft me echt verbaasd. Misschien had ik dat al langer moeten weten, maar 14.000 mensen sterven jaarlijks door roken en de gevolgen ervan, zoals kanker. Ik denk dat zo'n cijfer voor zich spreekt en dat het hierdoor een no-brainer wordt dat we richting een rookvrije samenleving moeten evolueren.

 

Zo evolueren we bijvoorbeeld ook in voetbalstadions richting een rookvrije omgeving. Niet enkel bij Club Brugge en Anderlecht, die mevrouw Buyst aanhaalde, maar ook bij KV Mechelen geldt er een rookverbod in het stadion. Ik dacht eerst dat het nooit zou lukken bij de supporters. Toch werkt het. Het lukt nog niet voor 100 % maar het evolueert toch in die richting. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld sportvelden en speelpleintjes.

 

De stappen vooruit naar een rookvrije omgeving waar mensen samenkomen, waar mensen geen andere mensen zien roken en waar ze niet noodgedwongen moeten meeroken, moeten worden gezet. De gevolgen van dat roken, waaronder het afval in de omgeving, bieden voldoende argumenten om hier ten volle achter te staan en hiermee een extra steen te leggen in het pad naar de rookvrije samenleving.

 

U krijgt dus alle steun voor dit wetsvoorstel, collega Buyst. Proficiat met uw initiatief, wij steunen dat ten volle.

 

23.06  Maria Vindevoghel (PVDA-PTB): Collega's, het rookvrij maken van de openbare ruimtes zoals de perrons is een belangrijk maatschappelijk debat. We moeten er dan ook voor zorgen dat alle standpunten aan bod komen. Roken is en blijft een hardnekkige verslaving waarmee reizigers en treinpersoneel te kampen hebben. Dat is een realiteit. Wij denken dat de doelstelling in de eerste plaats moet zijn om mensen van die verslaving af te helpen.

 

Wij hebben echter heel wat opmerkingen bij dit wetsvoorstel. In de eerste plaats gaat het dan over de handhaving. Wat op het eerste gezicht een goed idee lijkt, is in de praktijk toch niet zo evident. Wie zal er moeten controleren, de rokers aanspreken en boetes uitschrijven? Zal dat de stationschef zijn, die nu al op veel plaatsen afgeschaft is? Moet dat de loketbediende zijn, die op heel veel plaatsen al verdwenen is? Moeten men Securail bellen? We weten allemaal hoelang het kan duren vooraleer zij ter plekke zijn. Zullen we de lokale politie belasten met deze taken? Gaan we soms voor camera's met gezichtsherkenning? Kortom, er is geen personeel voorhanden om dit verbod te handhaven.

 

Vandaag zijn er al heel veel problemen met agressie in en rond de stations. Het personeel van de NMBS staat dan ook niet te springen om daarbij ook nog eens politieagent te spelen. Dit zou weleens een trigger kunnen zijn voor nog meer gevallen van agressie tegen het personeel.

 

We moeten dus heel voorzichtig met deze zaak omgaan. Daarom is het ook belangrijk om te wijzen op het advies van de vakbond, die vooral het probleem van het aantal personeelsleden aankaart. In april werden er 3.882 treinen afgeschaft omdat er onvoldoende personeel was. Dat is hallucinant. Dat is momenteel de grootste kopzorg van de NMBS.

 

Ook de houding van de NMBS ten opzichte van dit onderwerp vinden wij een probleem. Er zijn namelijk nog veel winkels in de stations waar tabak wordt verkocht. Misschien moet men een voorbeeld nemen aan Nederland, waar de verkoop van tabak in die winkels verboden is. De NMBS zou er dus voor kunnen zorgen dat er geen aanbod van tabak en sigaretten is. Dat zou al een stap in de goede richting zijn.

 

Vanuit het standpunt van de werknemers vinden wij de timing van dit voorstel slecht, omdat er al zoveel problemen zijn met het personeelsbestand. Dat is nu de grootste kopzorg van het personeel.

 

Hoe gaat de NMBS dit probleem trouwens aanpakken bij het personeel? Als personeel moet wachten, rookt het soms nog snel een sigaretje. Zal de NMBS ook effectief campagnes voeren, zoals dat in meer bedrijven gebeurt, om roken af te raden bij het personeel?

 

De NMBS moet er nu in eerste instantie serieus werk van maken om het personeelskader aan te vullen, zodat er genoeg mensen zijn, inclusief loketbedienden, om de job goed te kunnen uitvoeren. Rekening houdend met de belangen van de reizigers en het personeel zal de PVDA-PTB zich dan ook onthouden bij de stemming.

 

23.07  Joris Vandenbroucke (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, ik dank de indieners van het wetsvoorstel, dat wat mij betreft een kwestie van gezond verstand is en vooral ook de consequentie is van een gezondheidsbeleid omtrent roken, dat velen in het Parlement enkel lippendienst bewijzen. Als het erop aankomt het in de praktijk te brengen, verzinnen zij allerlei argumenten die volgens mij weinig uitstaans hebben met de realiteit.

 

Ik verwijs bijvoorbeeld naar de karikatuur die collega Roggeman maakt van rokers die samentroepen voor de ingang van onze stations, waar de niet-rokende medereizigers zich door een walm van rook zullen moeten wagen om zich naar het perron te begeven. Daar klopt natuurlijk niets van.

 

Ik heb er naar aanleiding van het voorstel wat meer opgelet – ik woon toevallig in de stad met het belangrijkste reizigersstation van Vlaanderen – en er roken niet zo verschrikkelijk veel mensen op het perron, om de eenvoudige reden dat men daar meestal maar een paar ogenblikken, in het slechtste geval maar een paar minuten vertoeft, tenzij men in de Kempen woont, waar men al wat langer op een trein moet wachten. Hoe dan ook vind ik het maar normaal dat men op een perron, dat wat mij betreft het verlengde van de binnenkant van de publieke ruimte die het station is, geen sigaret opsteekt, vlak naast medereizigers, die er niet voor hebben gekozen om die rook in te ademen. De Vooruitfractie staat dus meet af vierkant achter het voorstel.

 

Ik wil wel graag een belangrijk punt aanstippen, met name de handhaving van het rookverbod. Ik begrijp de vraag van het personeel van de NMBS om daar zeer goede afspraken over te maken, want een regel staat of valt natuurlijk met de handhaving ervan. Wij moeten opletten dat wij bepaalde personeelsleden niet in een rol duwen die zij eigenlijk niet hebben. Daarvoor zijn anderen beter geschikt, maar ik heb er alle vertrouwen in dat ook dat goed kan komen.

 

23.08  Mélissa Hanus (PS): Madame la présidente, je tenais simplement à réagir à certains propos que j'ai entendus au sujet de cette mesure. La proposition de loi en question a pour enjeu une balance d'intérêts entre deux objectifs légitimes: débanaliser la cigarette, mais aussi préserver les droits des individus dans l'espace public. Comme je l'avais mentionné en commission, mon groupe a pris les contacts nécessaires avec les cheminots pour s'assurer que des garanties suffisantes pour une application réfléchie de la loi avaient été obtenues. C'est bien le cas.

 

Notre préoccupation majeure quant à la proposition de loi qui est soumise aujourd'hui à notre approbation concerne l'exécution des mesures qu'elle prévoit. À cette fin, un suivi accru nous permettra de vérifier l'efficacité d'un tel dispositif pour les individus présents dans une gare, qu'il s'agisse des navetteurs ou des membres du personnel. Je vous remercie de votre attention.

 

23.09  Josy Arens (Les Engagés): Madame la présidente, tout d'abord, je voudrais remercier Mme Buyst pour le dépôt de ce texte important qui mérite la discussion que nous avons pour le moment. Je salue le fait qu'il s'agisse d'une proposition de loi et pas d'une proposition de résolution. Ce ne sera pas un texte qui sera dans une armoire quelque part mais un texte qui entrera en vigueur et qui fera bouger les choses.

 

Je m'engage bien évidemment à soutenir cette proposition de loi. Il est vrai que lorsqu'on connaît le coût du tabac sur la Santé publique - certains ont précisé le nombre de victimes par an -, on ne peut pas être insensible à tout cela. C'est une belle proposition que je soutiendrai avec mon groupe.

 

23.10  Sophie Rohonyi (DéFI): Chers collègues, je remercie notre collègue pour le dépôt de cet important texte qui porte sur le tabagisme, qui est un véritable enjeu de santé publique. Chaque année, près de 8 millions de personnes dans le monde décèdent des causes du tabac. En Belgique, chaque année, près de 20 00 décès sont directement causés par le tabac. C'est un chiffre interpellant quand on sait que 2 millions de nos concitoyens sont fumeurs.

 

Pour faire baisser ces chiffres, il est indispensable d'adopter des mesures qui soient toujours plus ambitieuses, diversifiées et complémentaires. Il faut lutter contre le tabagisme actif et passif dans tous les secteurs, partout où il sévit, partout où le tabac appauvrit, rend dépendant, rend malade voire tue.

 

Je tiens à remercier les collègues d'Ecolo-Groen qui ont introduit cette proposition de loi. Une entreprise publique telle que la SNCB se doit de montrer l'exemple en acceptant que dès le 1er janvier 2023 l'ensemble de ses quais s'ajouteront à la liste des endroits où il est interdit de fumer, que ces quais soient couverts ou non.

 

J'entends que les collègues de la N-VA s'offusquent, stipulant que l'interdiction de fumer se justifierait où beaucoup de personnes sont concentrées au même endroit, ce qui ne serait pas le cas des quais, à leur humble avis. Ainsi, il y aurait une distinction entre les quais en ville et les quais en campagne, pour lesquels cette interdiction de fumer ne se justifierait pas.

 

À l'instar de mes collègues, je ne vous suis pas. En campagne, on observe qu'il y a moins de trains, un toutes les heures, là où dans les villes il y en a un toutes les 5 ou 10 minutes. Lorsqu'il y a moins de trains, il y a forcément une plus grande affluence. En campagne, il y a aussi moins de quais. Dans ma commune de Rhode-Saint-Genèse, il y a deux quais, l'un pour aller vers Bruxelles et l'autre pour aller vers Nivelles.

 

Là aussi, j'espère que cela changera grâce au volontarisme de notre ministre de la Mobilité et que nous connaîtrons bientôt ce fameux RER dont on parle tant.

 

Lorsqu'il y a moins de quais, il y a forcément une plus grande concentration de voyageurs qui attendent sur ce même quai. Il y a ceux qui vont à Bruxelles-Central, puis, ceux qui prennent le train qui arrive cinq minutes après pour aller à Anvers et encore ceux qui prennent le train qui arrive encore cinq minutes après pour aller à Bruxelles-Luxembourg. Toutes ces personnes sont concentrées sur le même quai pour prendre différents trains.

 

La différence qui s'appliquerait aux quais situés en ville comme en campagne ne tient selon moi pas la route. Cette mesure que mon parti soutient ne doit pas, à notre sens, être vue comme une mesure punitive. Au contraire, elle doit être vue comme une mesure préventive et même incitative, à savoir une mesure qui participerait à notre objectif commun – je pense, je l'espère en tout cas – d'encourager nos concitoyens à prendre toujours plus le train et ce, dans des conditions agréables pour toutes et tous.

 

C'est aussi une mesure qui protégera les jeunes d'une exposition précoce au tabac dans des espaces publics tels que le sont ces quais de gare. Cette mesure, le secteur de la santé la sollicitait depuis longtemps, trop longtemps. Je pense principalement à la Fondation contre le Cancer ou à Générations sans tabac. Cette mesure, les citoyens la soutiennent aussi. C'est non négligeable puisque c'est finalement ce soutien qui sera un gage de son applicabilité et in fine de son efficacité. D'ailleurs, une enquête menée par la Fondation contre le Cancer démontre que 62 % des personnes qui ont été interrogées à ce sujet sont favorables à une interdiction de fumer sur les quais, notamment parce qu'elle rendrait l'attente beaucoup plus agréable pour les voyageurs qui ne fument pas. Cette mesure, la SNCB, elle aussi, la soutient. Elle l'a fait savoir en ces mots: "Les avantages à cet égard sont nombreux. Il y a entre autres bien sûr les effets bénéfiques sur la santé de tous les voyageurs et du personnel de la SNCB.". Cela a été rappelé par ma collègue socialiste à l'instant. "L'interdiction de fumer sur les quais permettra également de réduire le nombre de mégots sur les quais et dans les voies, ce qui améliorera aussi la propreté de la gare et le confort des voyageurs."

 

Ces constats, mon groupe les rejoint parce qu'ils soulignent bien tous les avantages qui sont liés à cette mesure d'interdiction sur le plan de la santé publique, mais aussi de la prévention et de l'environnement.

 

Je tiens également à rappeler qu'aux Pays-Bas, en France et au Royaume-Uni, cette interdiction de fumer sur les quais est déjà entrée en vigueur.

 

Nous avons tous les espoirs que cette mesure constituera une réelle plus-value dans notre lutte contre le tabagisme, mais encore faut-il que cette interdiction puisse être effectivement contrôlée. Or, selon l'Union des Villes et Communes, il serait difficile pour la police des chemins de fer, mais aussi pour la police locale d'effectuer ce contrôle, notamment en raison d'un manque de moyens. Il faudra donc que le vote de ce texte s'accompagne d'un véritable effort budgétaire à destination de nos communes pour que celles-ci puissent se préparer, d'ici la date d'entrée en vigueur de ce texte, donc d'ici le 1er janvier prochain, à la mise en place de cette interdiction tant en ce qui concerne les contrôles et les potentielles augmentations d'agressions envers le personnel qui pourraient en résulter qu'en ce qui concerne les autres aspects tels que le déplacement du problème des mégots à l'entrée des gares. Il faudra aussi miser sur l'information correcte des navetteurs via différents canaux d'information pour qu'ils puissent prendre connaissance de cette nouvelle interdiction. Nous veillerons à ce que le gouvernement fédéral puisse soutenir les entités fédérées dans cette importante démarche.

 

En conclusion, mon groupe soutiendra avec enthousiasme cette mesure d'interdiction de fumer sur les quais de gare, mesure qui devra s'inscrire dans le cadre d'une politique globale et structurelle de lutte contre le tabagisme qui devra être impulsée par un vrai plan interfédéral. Il s'agit, finalement, d'une nécessité pour notre santé à toutes et tous.

 

23.11  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mevrouw de voorzitster, ik moet u meedelen dat ik dit wetsvoorstel, tot ieders verwondering, waarschijnlijk niet zal goedkeuren.

 

Ik zal het wetsvoorstel niet goedkeuren, maar niet omdat ik de roker wil verdedigen. Net als u allemaal vind ik roken Russische roulette spelen met de gezondheid, het stinkt, het is vervelend en het verkort het leven. Ik zal het ook niet verdedigen vanuit het oogpunt van de rokers. Net zoals de heer Van den Bergh heb ik daarover nogal wat boeken gelezen omdat ik in mijn privéleven van heel dichtbij werd geconfronteerd met de gevolgen van roken. Mijn vader is gestorven aan longkanker. Hij had meer teer in zijn longen dan er op zijn oprit lag. Toen hij mij zei dat hij longkanker had, vroeg ik hem wat hij zou doen en hij antwoordde dat hij van dokter zou veranderen. Die opstandigheid zit dus waarschijnlijk wel in de genen omdat ik nogal hou van vrijheid.

 

Een boek dat ik heb gelezen en dat u misschien allemaal eens zou kunnen lezen, is het boek van Robert N. Proctor, The Nazi War on Cancer. Nazi-Duitsland was immers het eerste land dat antirookcampagnes voerde onder het motto Uw lichaam is van de nazi en van de Führer. Niet dat ik u daarvan verdenk, absoluut niet. Ik heb overdrijvingen genoeg meegemaakt in mijn lange carrière. In 1999 was er hier zelfs een groene minister - l'histoire se répète - Magda Aelvoet, die de chocoladesigaretten wilde verbieden, want dat leidde tot zwaarlijvigheid. Ik heb er niet genoeg van gegeten, maar ik heb wel last van zwaarlijvigheid. Ik heb echter nooit gerookt.

 

Waarom zeg ik dat? In uw wetsvoorstel, mevrouw Buyst, spreekt u over het percentage dat het rookverbod op perrons goedkeurt, wat betekent dat 38 % van de mensen dat niet goedkeurt. Voor de groenen, een partij die nog geen 10 % van de maatschappij vertegenwoordigt, is 38 % niet veel. Hoe kan men dan rekening houden met die 38 %? Dat wil zeggen dat die 38 % het niet allemaal goed op een rijtje hebben. Bij die 38 % zijn er heel wat zwakke mensen, mensen die verslaafd zijn, mensen die niet naar het stadium van Anderlecht of Club Brugge gaan, maar die wel de trein moeten nemen.

 

Dat is immers een noodzaak om bijvoorbeeld naar het werk te gaan. Als men de trein verlaat en een nicotineshot nodig heeft, dan heb ik daar respect voor.

 

De roker is een beetje de melaatse geworden in onze maatschappij. Het heeft altijd wel een reden. Er zijn inderdaad 16.000 doden. De roker is echter een melaatse in de maatschappij. We zijn begonnen met de roker te bannen uit zijn stamcafé. Hij was een asielzoeker in zijn eigen stamcafé: hij mocht nog buiten roken. Als hij nu de trein verlaat, mag hij ook al niet meer roken.

 

Ik woon aan de zee, met de gezondste lucht van het land. In Oostende, mijnheer De Vriendt, hebben ze misschien de beste kroketten, maar wij hebben de gezondste lucht.

 

Ik kom terug op het tweede deel van uw wetsvoorstel dat betrekking heeft op meeroken. Daarover zijn ontzettend veel wetenschappelijke studies verschenen van het Vlaams Instituut Gezond Leven dat zegt hoe gevaarlijk meeroken is. Ik hou evenwel van het Vlaams Instituut van het Gezond Verstand.

 

In een ondertussen voorbijgestreefde studie van 1998 vond de Wereldgezondheidsorganisatie toen nog geen negatieve effecten van het meeroken. Ik geef echter toe dat er negatieve effecten zijn. Dan is er een studie verschenen van de National Association of Insurance Commissioners, dat zijn de rijkste verzekeraars van de wereld. Als zij iets zeggen, is het altijd in hun voordeel. Volgens hen leven rokers gemiddeld vier jaar, ofwel 1.460 dagen, korter. Niet alleen zij, maar ook de gereputeerde Britse Coventry Laboratory stelt dat iemand die dagelijks thuis en op het werk continu blootgesteld is aan passief roken, slechts één duizendste van de dosis rook van een roker binnenkrijgt. Van passief roken krimpt de levensverwachting dus met anderhalve dag.

 

Mijn vrouw rookt ook en dat is geen reden om te scheiden. We kunnen er wat lacherig over doen, maar voor mij gaat het vooral om de solidariteit met de zwakkeren, de verslaafden. Er is veel meer solidariteit met de cannabisrokers die 30% meer kans hebben op schizofrenie, dan met de rokers. Rokers worden uit onze maatschappij gebannen. We evolueren stilaan naar een maatschappij van gezondheidsbetutteling, een repressieve gezondheidsstaat.

 

Ik weet dat er geen enkele rationele reden is om te roken. Ik heb het nooit gedaan in mijn leven, nooit! Ik heb daarvoor te veel aan sport gedaan. Maar een ander het recht ontzeggen om in open lucht een sigaretje te roken – of zelfs een sigaartje voor de rijken, ik weet dat dat niet ligt bij de linkse kerk – daar zal ik me altijd tegen verzetten. Hoe het ook zij, ik vind het nog altijd een recht om buiten een sigaretje te roken. Die betuttelings- en repressiemaatschappij laat ik aan mij voorbijgaan. Ik ben misschien nog een oude mei '68'er – ik zie de heer Mertens lachen – en ik zou eens een wetsvoorstel 'verboden te verbieden' moeten indienen. We gaan echt naar een verbodsmaatschappij toe waarin alles wat plezier en soelaas brengt …

 

U hebt gelijk mevrouw: zien roken doet roken, zien eten doet eten – ik ben daar een voorbeeld van – en zien drinken doet ook drinken, maar als men stopt met drinken en eten gaat men dood, dus men moet oppassen.

 

23.12  Nicolas Parent (Ecolo-Groen): Madame la présidente, "tout ce qui est excessif est insignifiant" et je ne vais pas m'attarder sur certains propos qui viennent d'être formulés. Manifestement, on confond parfois la séance plénière avec la buvette! Moi, je fais partie d'une génération tabac, j'ai grandi avec le tabac dans les buvettes de foot, chez le coiffeur, dans la voiture, dans le train, dans les cafés… Tout cela sans être fumeur.

 

On a connu ces dernières années les progrès de la législation qui ont rendu ces environnements partagés plus agréables pour toutes et tous, malgré les inquiétudes initiales. Aujourd'hui, où en sommes-nous? Des constats ont été formulés, notamment par le collègue Van den Bergh, et il convient de les répéter. En Belgique, le tabac tue chaque année 14 000 personnes, soit près de 40 personnes par jour. C'est un chiffre auquel on ne peut pas s'habituer, et il n'y a pas un jour à perdre par rapport à ce constat.

 

Notre stratégie, on la connaît. Il y a eu des législations: le prix sur le tabac, les lieux, les messages… Mais c'est assez inefficace, il faut reconnaître qu'on peut faire mieux. Et c'est l'engagement du gouvernement, l'engagement de la majorité: à l'horizon 2028, une réduction de la consommation globale du tabac, particulièrement chez les plus jeunes. C'est aussi sur cette base que le mouvement "Générations sans tabac" a été initié, avec - notamment - la Fondation contre le cancer.

 

"Générations sans tabac" a pour objectif de faire en sorte que les enfants nés après 2019 ne soient plus exposés au tabac. On a beaucoup parlé des fumeurs, on a moins parlé des nouvelles générations. C'est aussi à elles que ce texte s'adresse, avec pour objectif de limiter effectivement le tabagisme passif, mais aussi, à titre préventif, pour éviter la répétition des comportements entre générations et sortir de la boucle.

 

L'appel de "Générations sans tabac" est large. Il se tourne vers les particuliers, mais aussi vers les pouvoirs publics et les collectivités, avec les stades de football de la Pro League - qui ont adopté une interdiction générale de fumer dès la saison 2021-2022 - ou les communes, qui leur ont emboîté le pas en rendant les aires de jeux sans tabac, par exemple à Verviers. C'est également le cas en Flandre, dans certaines communes N-VA.

 

Monsieur Roggeman, vous m'avez dit en commission - je vous remercie d'ailleurs pour vos arguments, qui étaient constructifs par rapport à d'autres - que les interdictions dans ces communes visent avant tout à prévenir les incendies. En bon historien, comme vous, je suis allé vérifier le règlement de Beveren pour voir quel est le motif de l'interdiction de fumer sur les terrains de jeux et de sport en plein air.

 

Voici l'argument: "Beveren s'engage à faire en sorte que le plus grand nombre possible de lieux fréquentés par les enfants soient non-fumeurs. Cela réduit les risques que les enfants allument une cigarette plus tard, et ils sont également protégés contre les substances nocives contenues dans la fumée du tabac. Les fumeurs ne sont bien évidemment pas obligés d'arrêter de fumer. En outre, les recherches montrent que la grande majorité des fumeurs indiquent qu'ils ne souhaitent pas que leurs propres enfants commencent à fumer. Il existe donc une large base de soutien à cette initiative. Commune de Beveren". Vous pouvez aller voir le site de la commune.

 

Je partage cette analyse et cette stratégie soutenue par la N-VA au niveau local. À ces arguments plaidant pour un environnement sans fumée, y compris dans les environnements publics à l'air libre, Suzanne Gabriels, experte en prévention tabac à la Fondation contre le cancer ajoute: "Le tabac est une addiction. Ce n'est pas un libre choix. En ce sens, des mesures qui interdisent de fumer sur des lieux sont efficaces pour affronter l'envie." Comme les Chemins de fer hollandais en tant qu'entreprise publique transportant chaque jour 900 000 navetteurs de différentes générations, la SNCB peut jouer un rôle d'exemple particulièrement fort dans cette nouvelle politique de prévention.

 

Après avoir interdit de fumer dans les trains en 2004 - je n'ai pas réécouté les débats de l'époque mais cela aurait pu être intéressant -, avoir étendu cette interdiction à ses gares et bâtiments accessibles au public en 2009, la SNCB souhaite rendre tous ses quais non-fumeurs. Cette proposition vise à concrétiser cette ambition et la SNCB s'y prépare avec l'expérience pilote à Malines qui nous rendra un avis d'ici quelques mois.

 

Cet avis couplé à l'amendement en plaçant l'interdiction effective de la mesure à la date du 1er janvier 2023 doit permettre d'organiser une campagne de communication positive pour que chacun puisse être mis au courant, personnel et navetteurs. Cela va permettre aussi de renforcer l'adhésion au message de santé publique qu'elle véhicule au-delà des clichés dont certains se font déjà le relais. La clarté et la force de communication sont des enjeux essentiels pour limiter une dimension marginale, des incompréhensions et in fine seulement, les amendes.

 

Mais nous pouvons être confiants. Selon une enquête réalisée par la SNCB auprès de ses clients, sept voyageurs sur dix déclarent être favorables à l'interdiction de fumer sur tous les quais. Ce n'est pas le seul avis positif reçu: SPF, ministre de la Santé, ministre de la Mobilité, Chemins de fer hollandais, Fondation contre le cancer, c'est donc une large coalition et pas seulement la volonté d'un parti politique.

 

Le texte a suscité des questions. En ce qui concerne les syndicats, des contacts positifs et constructifs ont eu lieu sur la santé mais également sur les tensions entre le personnel et les navetteurs. L'amendement déposé vise à établir une période de transition prévue pour que la SNCB ait effectivement suffisamment de temps pour informer les voyageurs des nouvelles règles. Cette période de transition doit aussi nous permettre de tirer pleinement profit de l'expérience pilote de Malines et de Charleroi pour adapter les dispositifs et les messages vers les navetteurs et le personnel. Cette période de transition va également permettre la poursuite du dialogue entre la SNCB qui est volontaire et son personnel.

 

À côté de cela, il y a un débat plus large sur la sécurité dans les trains. Il a été initié aussi par notre groupe en commission pour notamment renforcer le personnel dans les gares et sur les lignes à risque.

 

Ce débat se poursuit également au sein du gouvernement, avec la ministre de l'Intérieur et le ministre de la Justice.

 

En ce qui concerne le déplacement des comportements vers les entrées de gare, je n'ai pas de boule de cristal. Mais dans quelle proportion et où? Les expériences pilotes nous permettront sans doute d'adapter la mise en place du dispositif sur le terrain.

 

Vous voyez des incidences négatives potentielles. Moi, je vois aussi des solutions, non seulement pour diminuer la consommation des fumeurs, mais également pour éviter que certains commencent, selon l'argument que "voir fumer fait fumer".

 

Les quais sans fumée, c'est aussi une décision importante sur le plan environnemental. L'interdiction de fumer sur les quais permettra de réduire le nombre de mégots au sol sur les quais, et donc sur les voies, ce qui améliorera la propreté de la gare et rendra l'espace partagé plus agréable.

 

Il y a aussi une dimension sociale, bien entendu. La pauvreté rend malade; la maladie rend pauvre. Les indices socio-économiques ont une incidence forte sur l'espérance de vie, la proportion de maladies chroniques, le besoin de soins. Dès lors, nous avons besoin d'une politique de prévention forte.

 

Bien entendu, ce débat sur la politique de prévention en matière de consommation du tabac dépasse les quais de gare. C'est d'ailleurs pour cela que des communes ont emboîté le pas et interdisent, elles aussi, le tabac sur les aires de jeux pour enfants.

 

À cette mesure s'ajoutent d'autres mesures visant notamment à l'amélioration de l'aide au sevrage pour réduire le nombre de fumeurs et aider les fumeurs. À ce sujet, le Fonds des affections respiratoires a lancé la campagne "Ensemble vers un nouveau souffle" qui mise essentiellement sur des activités de bien-être. La Fondation contre le cancer a également lancé le "Buddy Deal" qui propose d'arrêter en duo, dès ce mois de mai.

 

C'est donc le bon moment. C'est le momentum pour permettre à la SNCB de contribuer à cette politique de prévention, pour que demain, nous puissions effectivement donner une chance à une génération sans tabac. Je vous remercie.

 

23.13  Tomas Roggeman (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik heb aandachtig geluisterd naar de diverse interventies en ik heb ondanks de meningsverschillen een verbazend grote consensus vastgesteld over het principe achter het voorstel. Dat we mensen moeten ontraden te roken, heb ik bij elke spreker, over alle partijgrenzen heen, gehoord. Ik ben het eens met collega Van den Bergh dat te veel mensen roken en dat te veel mensen slachtoffer worden van roken.

 

Maar de kernvraag is natuurlijk: hoe krijgen wij mensen van de sigaret af. Mijn antwoord is dan dat wij moeten inzetten op rookpreventie. Mevrouw Buyst heeft zeer terecht verwezen naar tal van steden en gemeenten in Vlaanderen die inzetten op rookvrije generaties. De heer Parent heeft het nog concreter gemaakt door te verwijzen naar gemeenten en steden waar de N-VA mee in het lokaal bestuur zit, die ontradingscampagnes voeren, onder andere Bever. Ik zal u zelfs een frappanter voorbeeld geven, mijnheer Paren. Ik zet als schepen van Volksgezondheid te Dendermonde zelf ontradingscampagnes op, plaats bordjes aan de speelpleinen om mensen te ontmoedigen om te roken en of ze te doen stoppen met roken omwille van rookvrije generaties. Mevrouw Dierick zit daar te gebaren. Zij werkt daaraan mee. Wat een prachtig voorbeeld van partijenoverschrijdende consensus.

 

Mensen bewustmaken, mensen overtuigen, dat is daarbij de leidraad. Maar uw voorstel gaat natuurlijk een stuk verder. Uw voorstel is niet gericht op ontrading. U wilt niet overtuigen. U wilt verbieden. Men mag niet roken. En waarom mag dat niet? Omdat het in de wet staat! Punt aan de lijn. Men kan een eind verder gaan staan; daar mag het wel. Zo staat het in het voorstel. Wees eerlijk, daarmee overtuigt u natuurlijk niet. De heer Vandenbroucke heeft intussen het Halfrond verlaten. Hij noemde het een karikatuur dat rokers zouden verzamelen aan de ingang van de stations, maar dat is natuurlijk niet meer dan de logische consequentie. Mevrouw Buyst heeft zelf gezegd dat de NMBS asbakken wil plaatsen in de buurt van de ingangen van de stations. Dat rokers gebruik zouden maken van die asbakken, is natuurlijk geen karikatuur. Dat is eenvoudig de realiteit. Zij zijn ervoor uitgevonden.

 

Als zien roken, doet roken, wat ik samen met u vrees, is het laatste wat u moet doen de rokers verzamelen op een locatie in de buurt van de toegangen tot de stations, in het zicht van elke passant. Daarmee haalt u roken niet uit de normaliteit. Integendeel, u bestendigt het.

 

Het voorstel is daarom contraproductief. Het zal u dan ook niet verbazen dat wij bij ons standpunt blijven en dat wij ons zullen onthouden bij de stemming over het voorstel.

 

La présidente: Madame Buyst, vous avez la parole, mais nous allons veiller collectivement à ne pas recommencer tous les débats, lesquels furent riches lors des réunions de commission. En tout cas, comme co-auteur de la proposition de loi, vous pouvez conclure.

 

23.14  Kim Buyst (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, ik zal het heel kort houden.

 

Ik heb gezegd dat de NMBS asbakken zal plaatsen in de voorziene rookruimtes of plaats waar ze de rokers de kans wil geven om dan een sigaretje te roken. Ik heb niet gezegd dat dat aan de ingang zal zijn. In Mechelen bijvoorbeeld is dat eerder verder van de ingang. Het argument dat de heer Vandenbroucke gebruikt heeft, is hier ook van toepassing, namelijk dat het niet de bedoeling is dat iemand die de trein wil nemen lange tijd in het station verblijft. Normaal gezien ben je daar maar heel even.

 

Ik begrijp dat mensen dat nicotineshot nodig zouden hebben. Voor verslaafden is dat niet evident. Op het moment dat je de trein uitstapt, is echter toch niet het eerste wat je moet doen een sigaret opsteken. Je kan een beetje verder wandelen en daar dat nicotineshot opdoen.

 

Het allerbelangrijkste argument voor deze wet is de volgende generatie, die we doen opgroeien in een samenleving waarin het normaal is rookvrije ruimtes te hebben. Die volgende generaties ontraden we op die manier. Het wil niet zeggen dat we mensen doen stoppen met roken. Het zal gemakkelijker zijn om de sigaret te laten liggen, maar het is vooral voor de volgende, rookvrije generatie een heel belangrijk wetsvoorstel. Ik dank de collega's voor hun steun.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2082/5)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2082/5)

 

La proposition de loi compte 3 articles.

Het wetsvoorstel telt 3 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

24 Proposition de résolution visant à adapter le statut administratif et pécuniaire des ambulanciers (2498/1-2)

24 Voorstel van resolutie tot aanpassing van het administratief en geldelijk statuut van ambulanciers (2498/1-2)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Koen Metsu, Yngvild Ingels, Sigrid Goethals, Frieda Gijbels, Kathleen Depoorter.

La commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives propose de rejeter cette proposition de résolution. (2498/2)

De commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken stelt voor dit voorstel van resolutie te verwerpen. (2498/2)

 

Conformément à l'article 88 du Règlement, l'assemblée plénière se prononcera sur cette proposition de rejet après avoir entendu le rapporteur et, éventuellement, les auteurs.

Overeenkomstig artikel 88 van het Reglement spreekt de plenaire vergadering zich uit over dit voorstel tot verwerping, na de rapporteur en eventueel de indieners te hebben gehoord.

 

La discussion est ouverte.

De bespreking is geopend.

 

Discussion

Bespreking

 

Les rapporteurs, M. Vandenput et Mme Chanson renvoient au rapport écrit.

 

24.01  Koen Metsu (N-VA): Ik beroep mij op artikel 88 om de aandacht te vestigen op het voorstel van resolutie over de ambulanciers. Dat werd een aantal weken geleden door de meerderheid boudweg weggestemd zonder enige motivering. Ik heb niemand er zich tegen horen uitspreken, integendeel zelfs. In de wandelgangen kon hij blijkbaar op best wel wat steun rekenen. Desalniettemin werd het voorstel van resolutie weggestemd. Wij vragen daarmee alleen maar dat het statuut van de ambulanciers-niet-brandweerlieden wordt herbekeken. Niet meer, niet minder.

 

Wij stelden die vraag in een zeer open voorstel van resolutie aan onze minister van Binnenlandse Zaken, maar zij heeft haar best gedaan om spijkers op laag water te zoeken om zodoende enige kritiek op het voorstel te uiten. Ik geef twee punten.

 

Ten eerste stelde de minister dat de ambulanciers-niet-brandweerlieden geen specifiek eindeloopbaanstelsel verdienen, omdat hun functie minder fysieke risico's dan die van een brandweerman zou behelzen. Is dat werkelijk zo? Ik durf dat niet te beweren. Wij hebben ons voorstel samen met een aantal ambulanciers geschreven. Één daarvan is Michael Dalschaert. GDPR-gewijs mocht ik zijn naam hier zeggen. Ik raad u aan om met hem contact op te nemen. Hij liep na een agressie-incident tijdens het werk een ernstig rugletsel op, waardoor hij nooit meer zijn job als ambulancier zal kunnen uitoefenen. De bewering dat de functie van ambulancier-niet-brandweerlieden minder risico's inhoudt, is uiterst twijfelachtig.

 

Ten tweede werd de vraag gesteld welke budgettaire impact de maatregel zou hebben. Het gaat niet over een ontzettend grote groep, maar het gaat wel over first responders. Dat zijn hulpverleners die 24 uur op 24 uur en 7 dagen op 7 dagen in de bres springen. We hadden om een berekening van die budgettaire impact gevraagd. Dat was volgens de minister niet nodig, aangezien het budget niet beschikbaar is bij de FOD Binnenlandse Zaken. Dat is natuurlijk geen antwoord op onze vraag. Op het moment is er blijkbaar geen enkel budget beschikbaar bij de FOD BiZa. Als het gaat over de Navap-regeling of de FGP, die we nu eindelijk, na lang aandringen, binnenkort mogen horen, dan is het toch niet verkeerd dat we die doelstellingen voorop schuiven.

 

Ik zet ons voorstel van resolutie opnieuw op de agenda, niet vanuit de naïeve idee dat iedereen plots het licht zou hebben gezien en zijn stemgedrag zou wijzigen, maar met de vraag om de tekst over te nemen en eventueel aan te passen. Schrap onze naam en plaats uw naam eronder, want door het voorstel boudweg zonder enige motivering af te serveren – en ik denk dat u dit allemaal goed beseft – raakt u niet aan de N-VA, maar wel aan de beperkte groep hulpverleners die elke dag ten dienste van eenieder staat. Daarom achtte ik het nodig om hier nogmaals de aandacht op te vestigen, mevrouw de voorzitster.

 

La présidente: Plus personne ne peut prendre la parole.

Geen andere spreker mag het woord nemen.

 

Le vote sur la proposition de rejet de cette proposition de résolution aura lieu ultérieurement.

De stemming over het voorstel tot verwerping van dit voorstel van resolutie zal later plaatsvinden.

 

25 Renvoi de propositions à une autre commission

25 Verzending van voorstellen naar een andere commissie

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 4 mai 2022, je vous propose de renvoyer la proposition de loi suivante à la commission des Affaires sociales, de l’Emploi et des Pensions:

- la proposition de loi (Mme Barbara Pas et M. Tom Van Grieken) modifiant l'arrêté royal du 18 avril 1974 déterminant les modalités générales d'exécution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés, en ce qui concerne le remplacement du 21 juillet en tant que jour férié légal par les jours fériés des communautés, n° 1466/1.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van Voorzitters van 4 mei 2022 stel ik u voor het volgende wetsvoorstel te verzenden naar de commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen:

- het wetsvoorstel (mevrouw Barbara Pas en de heer Tom Van Grieken) tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, voor wat betreft de vervanging van 21 juli als wettelijke feestdag door de feestdagen van de gemeenschappen, nr. 1466/1.

 

Cette proposition de loi  avait été précédemment renvoyée à  la commission de l’Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives.

Dit wetsvoorstel werd eerder verzonden naar de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Président: Éliane Tillieux, présidente.

Voorzitter: Éliane Tillieux, voorzitster.

 

26 Cour constitutionnelle – Présentation d'un juge d'expression française

26 Grondwettelijk Hof – Voordracht van een Franstalige rechter

 

Par lettre du 22 avril 2022, le président de la Cour constitutionnelle fait savoir qu’à la suite du départ à la retraite de M. Jean-Paul Moerman le 14 août 2022, une vacance d’emploi de juge francophone sera publiée au Moniteur belge du 16 mai 2022.

Bij brief van 22 april 2022 deelt de voorzitter van het Grondwettelijk Hof mee dat in het Belgisch Staatsblad van 16 mei 2022 een vacature zal worden bekendgemaakt voor het ambt van Franstalige rechter, als gevolg van de opruststelling van de heer Jean-Paul Moerman op 14 augustus 2022.

 

Il sera pourvu à cette vacance sur la base de l’article 34, § 1er, 2°, de la loi spéciale sur la Cour constitutionnelle.

In de vacature zal worden voorzien op grond van artikel 34, § 1, 2°, van de bijzondere wet op het Grondwettelijk Hof.

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 4 mai 2022, je vous propose de publier un appel à candidats au Moniteur belge.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 4 mei 2022, stel ik u voor een oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad bekend te maken.

 

Pas d’observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

27 Demande d'urgence émanant du gouvernement

27 Urgentieverklaring van de regering

 

Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi relatif aux dispositifs médicaux de diagnostic in vitro, n° 2656/1.

De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp  betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, nr. 2656/1.

 

Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.

Ik geef het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.

 

27.01 Minister Tinne Van der Straeten: Mevrouw de voorzitster, er is een verordening inzake medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die in werking treedt op 26 mei 2022. Het ontwerp waarvoor wij de urgentie vragen, is dringend nodig om die verordening te kunnen uitvoeren en toepasbaar te kunnen maken en om de nakomingsverplichtingen van ons land ten aanzien van de Europese Unie te kunnen garanderen.

 

Het gaat meer in het bijzonder over de aanduiding van het FAGG als bevoegde nationale instantie voor een aantal zaken. De inwerkingtreding van het goed te keuren wetsontwerp na 26 mei 2022 impliceert dat alle huidige wettelijke bepalingen die strijdig zijn met de verordening van rechtswege buiten werking zouden worden gesteld, terwijl de bepalingen uit de verordening die een tussenkomst van de nationale wetgever vereisen, niet zouden kunnen worden afgedwongen of uitgevoerd, met name de aanvragen voor toelatingen voor het aanvangen van klinische proeven zouden niet kunnen worden onderzocht, aangezien onder meer het College Klinische Proeven nog niet de bevoegdheid zou hebben om hiervoor een ethisch comité aan te duiden. Hetzelfde geldt voor een aantal andere bepalingen met betrekking tot incidenten, de melding daarvan, de vaststelling van inbreuken op de verordening enzovoort. Ook voor de rechtszekerheid is het belangrijk dat het wetsontwerp wordt aangenomen en om al deze redenen is het essentieel dat de urgentie door de Kamer wordt toegestaan.

 

La présidente:

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

 

L'urgence est adoptée par assis et levé.

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

 

28 Prise en considération de propositions

28 Inoverwegingneming van voorstellen

 

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

 

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement. (art. 75, n° 5, Rgt)

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden. (art. 75, nr. 5, Rgt)

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Demande d'urgence

Urgentieverzoek

 

Mevrouw De Block, u vraagt de urgentie voor het voorstel van resolutie nr. 2672/1.

 

28.01  Maggie De Block (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, het gaat om een resolutie van mevrouw Verhaert en mevrouw Liekens betreffende het seksueel geweld in het gewapend conflict in Oekraïne. Dit is dringend omdat de Mukwege Foundation al meer dan 400 getuigenissen van seksueel geweld en verkrachting heeft geconstateerd. Niet alles wordt geregistreerd. Het is dus nodig om bewijsmateriaal over deze oorlogsmisdaden te verzamelen. Wij willen ons hiermee ook aansluiten bij andere landen zoals de UK. Daarom vraag ik de hoogdringendheid.

 

De voorzitster:

Ik stel u voor om ons over deze vraag uit te spreken.

Je vous propose de nous prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen bij zitten en opstaan.

L'urgence est adopteé par assis et levé.

 

Votes nominatifs

Naamstemmingen

 

28.02  Peter De Roover (N-VA): Het is ons ter ore gekomen dat collega's Jadin en Marghem om een goede reden niet aanwezig kunnen zijn. Collega's Buysrogge en Wollants zullen hun stemgedrag daarop aanpassen.

 

De voorzitster: Dank u wel, mijnheer De Roover.

 

29 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Nabil Boukili sur "Les 'avantages' de la carte de victime d'attentat et le statut de solidarité nationale" (n° 268)

29 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Nabil Boukili over "De 'voordelen' van de kaart van nationale solidariteit en het statuut van nationale solidariteit" (nr. 268)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de la Santé et de l'Égalité des chances du 27 avril 2022.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen van 27 april 2022.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 268/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Nabil Boukili;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Gitta Vanpeborgh.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 268/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door heer Nabil Boukili;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Gitta Vanpeborgh.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? 

 

29.01  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la présidente, cette motion concerne les "avantages" de la carte de victime d'attentat. Depuis des années, cette carte devait garantir certains avantages aux victimes d'attentats mais, en termes de contenu, elle est encore loin de ce qu'espèrent les victimes. Les associations de victimes interpellent sans cesse le gouvernement sur cette question, et elles n'ont pas eu de réponse à la hauteur de leurs attentes.

 

Je fais donc une tentative pour tenter de remédier à cette lacune. J'ai déposé une motion de recommandation pour combler ce manque. J'espère que le soutien sera unanime puisqu'il s'agit d'une question de dignité humaine pour les victimes des attentats que notre pays a connus.

 

La présidente: Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

75

Oui

Nee

51

Non

Onthoudingen

2

Abstentions

Totaal

128

Total

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

30 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de Mme Ellen Samyn sur "L'application du tantième préférentiel au sein des Douanes et Accises" (n° 273)

30 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Ellen Samyn over "De toepassing van het preferentiële tantième binnen de Douane en Accijnzen" (nr. 273)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission des Affaires sociales, de l'Emploi et des Pensions du 27 avril 2022.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Sociale Zaken, Werk en Pensioenen van 27 april 2022.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 273/1):

- une motion de recommandation a été déposée par Mme Ellen Samyn;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Sophie Thémont.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 273/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Ellen Samyn;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Sophie Thémont.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote?

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? 

 

30.01  Ellen Samyn (VB): Mevrouw de voorzitster, bij de afschaffing van de binnengrenzen van de Europese Gemeenschap in 1993 werden de douaniers opgenomen in de personeelsformaties van de motorbrigades. Personeelsleden van niveau 2 en 2+ die werden opgenomen in die motorbrigades krijgen evenwel niet hetzelfde voordelige tantième voor de pensioenberekening als hun collega's opgenomen in niveau 3.

 

Begin 2019 sprak het Grondwettelijk Hof zich uit over deze situatie. De regeling voor de personeelsleden van niveau 2 en 2+ wordt als ongrondwettelijk beschouwd. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie wordt geschonden omdat de betrokkenen van niveau 2 en 2+ hetzelfde werk uitvoeren als de personeelsleden van niveau 3. Beide niveaus voeren identieke prestaties uit en hebben dus dezelfde plichten, maar worden aan het einde van de rit verschillend behandeld bij de berekening van hun pensioen.

 

In de commissie interpelleerde ik minister Lalieux over deze onrechtvaardigheid. Zij kondigde aan dat er binnenkort een wetsontwerp zou worden besproken in de commissie voor Sociale Zaken om dit euvel recht te zetten. Mijn partij is verheugd dat er eindelijk werk zal worden gemaakt van het probleem, maar het is betreurenswaardig dat de betrokken douaniers zo lang hebben moeten wachten op die rechtzetting, namelijk sinds 1993.

 

Laten wij immers niet vergeten van welk belang de dienst Douane en Accijnzen is. Bijna wekelijks vernemen wij in hoeraberichten dat Douane en Accijnzen weer eens een grote lading drugs heeft onderschept. Die mensen riskeren letterlijk elke dag hun leven. Zij worden geconfronteerd met criminele bendes en zware misdaad en strijden bovendien met ongelijke wapens.

 

Het mag ook eens gezegd worden dat deze dienst al jaren stiefmoederlijk wordt behandeld. De dienst is niet alleen onderbemand maar heeft ook een gebrek aan degelijke apparatuur zoals scanners en aan beschermingsmaterieel zoals kogelvrije vesten. Zo zijn er nog talrijke voorbeelden. Dat maakt dat de betrokkenen hun werk in erg precaire omstandigheden moeten uitvoeren, hoewel zij een noodzakelijke taak uitvoeren in dit land om de handel te beschermen. Bovendien genereren zij ook heel wat inkomsten voor de Belgische schatkist.

 

Aangezien er nog steeds geen wetsontwerp op tafel ligt, dring ik er met mijn motie op aan dat er zo snel mogelijk een gunstiger tantième voor de berekening van het pensioen van de douanepersoneelsleden van niveau 2 en 2+ wordt doorgevoerd. Het is niet meer dan logisch en rechtvaardig dat dit euvel wordt rechtgezet. Ik reken dan ook op de unanieme steun van dit halfrond.

 

La présidente: Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

80

Oui

Nee

47

Non

Onthoudingen

2

Abstentions

Totaal

129

Total

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

(Mevrouw Ellen Samyn heeft tegengestemd)

 

31 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de Mme Katleen Bury sur "Le traitement des dossiers de fraude à Bruxelles" (n° 275)

31 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Katleen Bury over "De behandeling van fraudedossiers in Brussel" (nr. 275)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de la Justice du 27 avril 2022.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Justitie van 27 april 2022.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 275/1):

- une motion de recommandation a été déposée par Mme Katleen Bury;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Katja Gabriëls.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 275/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Katleen Bury;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Katja Gabriëls.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? 

 

31.01  Katleen Bury (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, bij gebrek aan gespecialiseerde speurders heeft de federale gerechtelijke politie van Brussel de afgelopen 6 maanden beslist om 53 dossiers niet verder te onderzoeken.

 

In september 2021 heeft procureur-generaal Delmulle ons al gewaarschuwd dat het Brussels gerecht gedwongen zou zijn om keuzes te maken in de strijd tegen financiële fraude. In 2014 werkten daar 103 speurders, op 1 september 2021 nog 87. Ook bij het hof van beroep is de achterstand in de strafzaken niet meer te overzien.

 

Sinds 12 oktober trieert het Brussels gerecht elke maand alle dossiers van economisch-financiële criminaliteit. Er zijn drie scores. Score 1 is prioriteit, score 2 routine en score 3 dossiers die niet langer worden onderzocht. De voorbije 6 maanden zijn al 290 lopende dossiers getrieerd en minstens de helft ervan kreeg een score 3. Dat is waanzin. Ik heb het hier over fiscale fraude, sociale fraude, fraude door faillissementen, betaalkaartfraude, onderzoek naar het verborgen vermogen van veroordeelde criminelen en elk Europees onderzoeksbevel of internationaal rechtshulpverzoek dat niet meer automatisch wordt uitgevoerd.

 

Het gaat hier over enorm veel geld, geld dat heel nuttig zou zijn voor Justitie en waarnaar men gewoonweg niet meer zoekt. Bovendien vreest de procureur-generaal dat zelfs dossiers met een triagescore 2 binnenkort niet of veel te laat zullen worden behandeld.

 

Vandaar deze hoogstnoodzakelijke motie om op korte termijn de nodige maatregelen te nemen zodat de federale gerechtelijke politie over voldoende manschappen kan beschikken om alle nodige strafrechtelijke onderzoeken te voeren, zodat Justitie een beleid kan voeren met de juiste prioriteiten en zodat minister Van Quickenborne het follow the money-principe uit zijn beleidsnota eindelijk toepast, de straffeloosheid aanpakt en het vertrouwen in Justitie herstelt.

 

La présidente: Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

80

Oui

Nee

46

Non

Onthoudingen

2

Abstentions

Totaal

128

Total

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

32 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de Mme Marijke Dillen sur "L'exécution des courtes peines" (n° 277)

32 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen over "De uitvoering van korte straffen" (nr. 277)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de la Justice du 27 avril 2022.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Justitie van 27 april 2022.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 277/1):

- une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Katja Gabriëls.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 277/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Katja Gabriëls.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? 

 

32.01  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de voorzitster, de niet-uitvoering van gevangenisstraffen van minder dan drie jaar is al jarenlang een heel groot probleem en werd hier al diverse malen aangeklaagd. Al meer dan twee jaar kondigt de minister ook met veel poeha aan dat er een einde zal worden gemaakt aan de niet-uitvoering van die opgelegde straffen. In de praktijk moeten we echter vaststellen dat het altijd bij een aankondigingsbeleid blijft en dat er zelden daadwerkelijke handelingen volgen.

 

Net op de dag dat ik mijn interpellatie in commissie hield, 27 april, werd een wetsontwerp van minister Van Quickenborne aangekondigd, ontwerp dat met urgentie in de commissie al werd behandeld en volgende week aan de orde komt in de plenaire vergadering, en dat zal eens te meer aantonen dat het bij de regering bij aankondigingsbeleid blijft en woorden niet in daden worden omgezet.

 

Ik beperk mij tot die korte verklaring, aangezien we volgende week de gelegenheid krijgen om daar uitvoerig op in te gaan.

 

La présidente: Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 4

Ja

82

Oui

Nee

47

Non

Onthoudingen

2

Abstentions

Totaal

131

Total

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

33 Projet de loi transposant la Directive (UE) 2019/1153 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 fixant les règles facilitant l’utilisation d’informations financières et d’une autre nature aux fins de la prévention ou de la détection de certaines infractions pénales, ou des enquêtes ou des poursuites en la matière, et abrogeant la décision 2000/642/JAI du Conseil (nouvel intitulé) (2573/4)

33 Wetsontwerp tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1153 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van regels ter vergemakkelijking van het gebruik van financiële en andere informatie voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van bepaalde strafbare feiten, en tot intrekking van Besluit 2000/642/JBZ van de Raad (2573/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

90

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

40

Abstentions

Totaal

130

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

34 Amendements réservés à la proposition de résolution visant à mettre en place un trajet de soins pour les personnes souffrant de démence précoce à un stade modéré à avancé (nouvel intitulé) (1376/1-7)

34 Aangehouden amendementen en artikelen van het voorstel van resolutie tot een zorgtraject voor personen met dementie op jonge leeftijd in een matig tot vergevorderd stadium (nieuw opschrift) (1376/1-7)

 

Vote sur l'amendement n° 20 de Catherine Fonck tendant à insérer un considérant F(n). (1376/7)

Stemming over amendement nr. 20 van Catherine Fonck tot invoeging van een considerans F(n). (1376/7)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

31

Oui

Nee

77

Non

Onthoudingen

23

Abstentions

Totaal

131

Total

 

En conséquence, l'amendement est rejeté.

Bijgevolg is het amendement verworpen.

 

Stemming over amendement nr. 21 van Catherine Fonck tot invoeging van een verzoek 2/1(n). (1376/7)

Vote sur l'amendement n° 21 de Catherine Fonck tendant à insérer une demande 2/1(n). (1376/7)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

16

Oui

Nee

92

Non

Onthoudingen

23

Abstentions

Totaal

131

Total

 

En conséquence, l'amendement est rejeté.

Bijgevolg is het amendement verworpen.

 

Stemming over amendement nr. 22 van Catherine Fonck tot invoeging van een verzoek 7(n). (1376/7)

Vote sur l'amendement n° 22 de Catherine Fonck tendant à insérer une demande 7(n). (1376/7)

 

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

 

(Stemming/vote 7)

 

En conséquence, l'amendement est rejeté.

Bijgevolg is het amendement verworpen.

 

35 Ensemble de la proposition de résolution visant à mettre en place un trajet de soins pour les personnes souffrant de démence précoce à un stade modéré à avancé (nouvel intitulé) (1376/6)

35 Geheel van het voorstel van resolutie tot een zorgtraject voor personen met dementie op jonge leeftijd in een matig tot vergevorderd stadium (nieuw opschrift) (1376/6)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

132

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

132

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement.

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht.

 

36 Amendement réservé de la proposition de résolution relative aux travailleurs frontaliers en télétravail (2365/1-5)

36 Aangehouden amendement op het voorstel van resolutie met betrekking tot thuiswerkende grenswerknemers (2365/1-5)

 

Vote sur l'amendement n° 5 de Josy Arens à la demande 3. (2365/5)

Stemming over amendement nr. 5 van Josy Arens op verzoek 3. (2365/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 9)

Ja

17

Oui

Nee

77

Non

Onthoudingen

38

Abstentions

Totaal

132

Total

 

En conséquence, l'amendement est rejeté.

Bijgevolg is het amendement verworpen.

 

37 Ensemble de la proposition de résolution relative aux travailleurs frontaliers en télétravail (2365/4)

37 Geheel van het voorstel van resolutie met betrekking tot thuiswerkende grenswerknemers (2365/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 10)

Ja

128

Oui

Nee

1

Non

Onthoudingen

3

Abstentions

Totaal

132

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement.

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht.

 

Raison d'abstention?

Reden van onthouding?

 

37.01  Josy Arens (Les Engagés): Madame la présidente, je voudrais vous donner les raisons de notre abstention. Nous aurions évidemment souhaité voter en faveur de cette proposition de résolution. Cependant, notre amendement, qui améliorait ce qui nous a été présenté, a été refusé et nous constatons un réel recul dans cette proposition de résolution. En effet, on parle "d'étudier" une solution alors que les frontaliers belgo-luxembourgeois étaient tout heureux puisque l'accord du 18 mai 2019 leur disait clairement qu'ils avaient à présent la possibilité de télétravailler durant 48 jours. Par conséquent, inévitablement, bien que nous soyons très solidaires avec les autres frontières, du nord etc., nous ne pouvons pas marquer notre accord sur un recul aussi phénoménal que celui-ci alors qu'il y a eu une déclaration et un accord négocié par deux premiers ministres. Deux premiers ministres!

 

La présidente: Merci pour votre explication, monsieur Arens.

 

38 Projet de loi modifiant les livres Ier, VI et XV du Code de droit économique (2473/7)

38 Wetsontwerp houdende wijziging van boeken I, VI en XV van het Wetboek van economisch recht (2473/7)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 11)

Ja

109

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

23

Abstentions

Totaal

132

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

39 Projet de loi portant des dispositions diverses en matière d'intermédiation dans le secteur financier et des assurances (2389/6)

39 Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake bemiddeling in de financiële en de verzekeringssector (2389/6)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 12)

Ja

132

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

132

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

40 Amendements et articles réservés de la proposition de loi portant prolongation des diverses mesures sur le plan du droit du travail au bénéfice des secteurs des soins et de l'enseignement dans le cadre de la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, concernant la suspension du délai de préavis donné par l'employeur pendant une période de chômage temporaire pour cause de force majeure résultant de la situation de guerre en Ukraine et concernant la clause d'écolage (nouvel intitulé)  (2610/1-5)

40 Aangehouden amendementen en artikelen van het wetsvoorstel houdende verlenging van diverse arbeidsrechtelijke maatregelen ten behoeve van de zorgsector en het onderwijs in het raam van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met betrekking tot de schorsing van de door de werkgever gegeven opzeggingstermijn tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de oorlogsituatie in Oekraïne en met betrekking tot het scholingsbeding (nieuw opschrift)  (2610/1-5)

 

Vote sur l'amendement n° 8 de Catherine Fonck à l'article 13.(2610/5)

Stemming over amendement nr. 8 van Catherine Fonck op artikel 13.(2610/5)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 13)

Ja

4

Oui

Nee

126

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

130

Total

 

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 13 est adopté.

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 13 aangenomen.

 

(M. François De Smet a voté comme Mme Sophie Rohonyi)

 

Vote sur l'amendement n° 9 de Catherine Fonck à l'article 14.(2610/5)

Stemming over amendement nr. 9 van Catherine Fonck op artikel 14.(2610/5)

 

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

 

(Stemming/vote 13)

 

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 14 est adopté.

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 14 aangenomen.

 

Vote sur l'amendement n° 10 de Catherine Fonck à l'article 16.(2610/5)

Stemming over amendement nr. 10 van Catherine Fonck op artikel 16.(2610/5)

 

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

 

(Stemming/vote 13)

 

En conséquence, l'amendement est rejeté et l'article 16 est adopté.

Bijgevolg is het amendement verworpen en is artikel 16 aangenomen.

 

Vote sur l'amendement n° 11 de Catherine Fonck à l'intitulé.(2610/5)

Stemming over amendement nr. 11 van Catherine Fonck op het opschrift.(2610/5)

 

Peut-on considérer que le résultat du vote précédent est valable pour celui-ci? (Oui)

Mag de uitslag van de vorige stemming ook gelden voor deze stemming? (Ja)

 

(Stemming/vote 13)

 

En conséquence, l'amendement est rejeté.

Bijgevolg is het amendement verworpen.

 

41 Ensemble de la proposition de loi portant prolongation des diverses mesures sur le plan du droit du travail au bénéfice des secteurs des soins et de l'enseignement dans le cadre de la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, concernant la suspension du délai de préavis donné par l'employeur pendant une période de chômage temporaire pour cause de force majeure résultant de la situation de guerre en Ukraine et concernant la clause d'écolage (nouvel intitulé)  (2610/4)

41 Geheel van het wetsvoorstel houdende verlenging van diverse arbeidsrechtelijke maatregelen ten behoeve van de zorgsector en het onderwijs in het raam van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met betrekking tot de schorsing van de door de werkgever gegeven opzeggingstermijn tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ten gevolge van de oorlogsituatie in Oekraïne en met betrekking tot het scholingsbeding (nieuw opschrift)  (2610/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 14)

Ja

119

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

12

Abstentions

Totaal

131

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

42 Proposition de loi modifiant l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique, en ce qui concerne la réglementation des engins de déplacement (nouvel intitulé) (2354/8)

42 Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wat de reglementering van voortbewegingstoestellen betreft (nieuw opschrift) (2354/8)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 15)

Ja

130

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

130

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

(Mme Nathalie Gilson a voté comme son groupe)

 

43 Proposition de loi modifiant la loi du 27 avril 2018 sur la police des chemins de fer en vue d'instaurer une interdiction totale de fumer sur les quais (2082/5)

43 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 27 april 2018 op de politie van de spoorwegen met het oog op volledig rookvrije perrons (2082/5)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken? / Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote?

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 16)

Ja

81

Oui

Nee

1

Non

Onthoudingen

49

Abstentions

Totaal

131

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

44 Proposition de rejet par la commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives de la proposition de résolution visant à adapter le statut administratif et pécuniaire des ambulanciers (2498/1-2)

44 Voorstel tot verwerping door de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van het voorstel van resolutie tot aanpassing van het administratief en geldelijk statuut van ambulanciers (2498/1-2)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Tout le monde a-t-il voté et vérifié son vote? / Heeft iedereen gestemd en zijn stem nagekeken?

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 17)

Oui

76

Ja

Non

53

Nee

Abstentions

2

Onthoudingen

Total

131

Totaal

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de rejet. La proposition de résolution n° 2498/1 est donc rejetée.

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel tot verwerping aan. Het voorstel van resolutie nr. 2498/1 is dus verworpen.

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

45 Adoption de l’ordre du jour

45 Goedkeuring van de agenda

 

Nous devons procéder à l’approbation de l'ordre du jour de la séance de la semaine prochaine.

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van volgende week.

 

M. le ministre Van Quickenborne a fait savoir qu'il n'était pas présent dans notre pays le mercredi. Il sera là le jeudi. Dès lors, le projet de loi n° 2645 sera examiné le jeudi au lieu du mercredi. C'est le point 2 de l'ordre du jour, qui glisse donc sur l'agenda du jeudi.

 

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

 

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering woensdag 11 mei 2022 om 16.00 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le mercredi 11 mai 2022 à 16 h 00.

 

De vergadering wordt gesloten om 21.06 uur.

La séance est levée à 21 h 06.

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 55 PLEN 177 annexe.

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 55 PLEN 177 bijlage.

 

 


Détail des votes nominatifs

 

Detail van de naamstemmingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

075

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dierick Leen, Farih Nawal, Gabriëls Katja, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Prévot Patrick, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita

 

 

Non        

051

Nee

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Donné Joy, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Abstentions

002

Onthoudingen

 

Buysrogge Peter, Wollants Bert

 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

080

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Smet François, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dierick Leen, Farih Nawal, Fonck Catherine, Gabriëls Katja, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita

 

 

Non        

047

Nee

 

Anseeuw Björn, Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Abstentions

002

Onthoudingen

 

Buysrogge Peter, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

080

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Smet François, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Gabriëls Katja, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita

 

 

Non        

046

Nee

 

Anseeuw Björn, Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Abstentions

002

Onthoudingen

 

Buysrogge Peter, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 004

 

 

Oui        

082

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Smet François, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Gabriëls Katja, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita

 

 

Non        

047

Nee

 

Anseeuw Björn, Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Abstentions

002

Onthoudingen

 

Buysrogge Peter, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 005

 

 

Oui        

090

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Creemers Barbara, Daems Greet, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Gabriëls Katja, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Prévot Patrick, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

040

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Donné Joy, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 006

 

 

Oui        

031

Ja

 

Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, Daems Greet, De Smet François, De Vuyst Steven, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Fonck Catherine, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Ravyts Kurt, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Non        

077

Nee

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Gabriëls Katja, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Prévot Patrick, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita

 

 

Abstentions

023

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Buysrogge Peter, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Raskin Wouter, Roggeman Tomas, Safai Darya, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Peel Valerie, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 007

 

 

Oui        

016

Ja

 

Arens Josy, Boukili Nabil, Colebunders Gaby, Daems Greet, De Smet François, De Vuyst Steven, Fonck Catherine, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Prévot Maxime, Rohonyi Sophie, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Non        

092

Nee

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, Creyelman Steven, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Ducarme Denis, Farih Nawal, Gabriëls Katja, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Rigot Hervé, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Willaert Evita

 

 

Abstentions

023

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Buysrogge Peter, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Raskin Wouter, Roggeman Tomas, Safai Darya, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Peel Valerie, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 008

 

 

Oui        

132

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Creemers Barbara, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanpeborgh Gitta, Van Peel Valerie, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 009

 

 

Oui        

017

Ja

 

Arens Josy, Boukili Nabil, Colebunders Gaby, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Smet François, De Vuyst Steven, Fonck Catherine, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Prévot Maxime, Rohonyi Sophie, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Non        

077

Nee

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Gabriëls Katja, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Prévot Patrick, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita

 

 

Abstentions

038

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 010

 

 

Oui        

128

Ja

 

Anseeuw Björn, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Creemers Barbara, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanpeborgh Gitta, Van Peel Valerie, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert

 

 

Non        

001

Nee

 

Zanchetta Laurence

 

 

Abstentions

003

Onthoudingen

 

Arens Josy, Fonck Catherine, Prévot Maxime

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 011

 

 

Oui        

109

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Creemers Barbara, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Gabriëls Katja, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Ravyts Kurt, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

023

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Buysrogge Peter, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Wit Sophie, D'Haese Christoph, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Raskin Wouter, Roggeman Tomas, Safai Darya, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Peel Valerie, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 012

 

 

Oui        

132

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Creemers Barbara, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanpeborgh Gitta, Van Peel Valerie, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 013

 

 

Oui        

004

Ja

 

Arens Josy, Fonck Catherine, Prévot Maxime, Rohonyi Sophie

 

 

Non        

126

Nee

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Creemers Barbara, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, De Roover Peter, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanpeborgh Gitta, Van Peel Valerie, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 014

 

 

Oui        

119

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, Creyelman Steven, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Matheï Steven, Metsu Koen, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanpeborgh Gitta, Van Peel Valerie, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Willaert Evita, Wollants Bert

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

012

Onthoudingen

 

Boukili Nabil, Colebunders Gaby, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Vuyst Steven, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 015

 

 

Oui        

130

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Creemers Barbara, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, De Roover Peter, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Dewael Patrick, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriëls Katja, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Matheï Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Vanpeborgh Gitta, Van Peel Valerie, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert

 

 

Non        

000

Nee

 

 

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 016

 

 

Oui        

081

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Smet François, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Gabriëls Katja, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita

 

 

Non        

001

Nee

 

Dedecker Jean-Marie

 

 

Abstentions

049

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 017

 

 

Oui        

076

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, Defossé Guillaume, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, Delizée Jean-Marc, De Maegd Michel, Demon Franky, Depraetere Melissa, De Vriendt Wouter, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Gabriëls Katja, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Matheï Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Platteau Eva, Prévot Patrick, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Vanbesien Dieter, Van den Bergh Jef, Vandenbroucke Joris, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita

 

 

Non        

053

Nee

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, Daems Greet, D'Amico Roberto, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, De Roover Peter, De Smet François, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dewulf Nathalie, D'Haese Christoph, Dillen Marijke, Donné Joy, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

 

Abstentions

002

Onthoudingen

 

Buysrogge Peter, Wollants Bert