Séance plénière

Plenumvergadering

 

du

 

Jeudi 2 décembre 2021

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Donderdag 2 december 2021

 

Namiddag

 

______

 

 


La séance est ouverte à 14 h 21 et présidée par Mme Eliane Tillieux, présidente.

De vergadering wordt geopend om 14.21 uur en voorgezeten door mevrouw Eliane Tillieux, voorzitster.

 

La présidente: La séance est ouverte.

De vergadering is geopend.

 

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le Compte Rendu Intégral de cette séance ou son annexe.

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kan deze terugvinden op de webstek van de Kamer en in het Integraal Verslag van deze vergadering of in de bijlage ervan.

 

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Alexander De Croo, Frank Vandenbroucke.

 

01 Ordre du jour

01 Agenda

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 1er décembre 2021, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance de cette semaine.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 1 december 2021 heeft u een gewijzigde agenda voor de vergadering van deze week ontvangen.

 

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

 

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

 

02 Renvoi d'un amendement en commission

02 Verzending van een amendement naar een commissie

 

J'ai reçu un amendement au projet de loi contenant le cinquième ajustement du budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2021, n° 2315/1.

Ik heb een amendement ontvangen houdende de vijfde aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2021, nr. 2315/1.

 

Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 1er décembre 2021, je vous propose de renvoyer cet amendement en commission des Finances et du Budget (art. 93, n° 1, du Règlement).

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 1 december 2021, stel ik u voor dit amendement te verzenden naar de commissie voor Financiën en Begroting (art. 93, nr. 1, van het Reglement).

 

La discussion du projet de loi sera poursuivie en séance plénière, après examen de l’amendement en commission.

Het wetsontwerp zal, na bespreking van dit amendement in commissie, in plenaire vergadering worden behandeld.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

03 Demande de report et d'ajout

03 Aanvraag tot verdaging en toevoeging

 

À la demande des auteurs je vous propose de reporter le point 8 (n°s 1629/1 à 3) à la séance plénière de la semaine prochaine:

- la proposition de révision de l'article 7bis de la Constitution (M. François De Smet et Mme Sophie Rohonyi) en vue d'y consacrer la laïcité de l'État, nos 1629/1 à 3.

Op vraag van de indieners stel ik u voor het punt 8 (nrs 1629/1 tot 3) te verdagen naar de plenaire vergadering van volgende week:

- het voorstel tot herziening van artikel 7bis van de Grondwet (de heer François De Smet en mevrouw Sophie Rohonyi), ter bekrachtiging van de laïciteit van de Staat, nrs 1629/1 tot 3.

 

Je vous propose également d'inscrire à l'ordre du jour de la séance plénière d’aujourd’hui:

- la proposition de loi (Mme Kathleen Verhelst, M. Patrick Prévot, Mme Florence Reuter, M. Albert Vicaire, Mmes Leen Dierick et Melissa Depraetere et M. Dieter Vanbesien) modifiant la loi du 21 novembre 2021 modifiant la loi du 15 juillet 2016 portant exécution du Règlement (UE) n° 98/2013 du Parlement européen et du Conseil du 15 janvier 2013 sur la commercialisation et l'utilisation de précurseurs d'explosifs et portant des dispositions relatives aux prêts octroyés aux organisateurs de voyages et destinés à procéder aux remboursements des bons à valoir émis conformément à l'arrêté ministériel du 19 mars 2020 relatif au remboursement des voyages à forfait annulés, nos 2339/1 à 4.

Bijkomend stel ik u voor op de agenda van de plenaire vergadering van vandaag in te schrijven:

- het wetsvoorstel (mevrouw Kathleen Verhelst, de heer Patrick Prévot, mevrouw Florence Reuter, de heer Albert Vicaire, de dames Leen Dierick en Melissa Depraetere en de heer Dieter Vanbesien) tot wijziging van de wet van 21 november 2021 tot wijziging van de wet van 15 juli 2016 tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven en houdende bepalingen betreffende de leningen toegekend aan reisorganisatoren voor de terugbetalingen van de tegoedbonnen uitgegeven conform het ministerieel besluit van 19 maart 2020 betreffende de terugbetaling van opgezegde pakketreizen, nrs 2339/1 tot 4.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

Questions

Vragen

 

04 Samengevoegde vragen van

- Barbara Pas aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De onwerkzaamheid en de onwettigheid van het CST" (55002077P)

- Catherine Fonck aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De evolutie van de coronapandemie" (55002080P)

- Sofie Merckx aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De evolutie van de pandemie" (55002081P)

- Robby De Caluwé aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Eventuele bijkomende coronamaatregelen" (55002083P)

- Sophie Rohonyi aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De coronasituatie" (55002084P)

- Jean-Marie Dedecker aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het onsamenhangende coronabeleid" (55002085P)

- Servais Verherstraeten aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De huidige coronasituatie" (55002091P)

- Khalil Aouasti aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De strijd tegen de pandemie" (55002093P)

- Frieda Gijbels aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De aanpak van de coronacrisis" (55002094P)

04 Questions jointes de

- Barbara Pas à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'inefficacité et l'illégalité du CST" (55002077P)

- Catherine Fonck à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'évolution de la pandémie de coronavirus" (55002080P)

- Sofie Merckx à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'évolution de la pandémie" (55002081P)

- Robby De Caluwé à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Les éventuelles mesures complémentaires pour lutter contre le coronavirus" (55002083P)

- Sophie Rohonyi à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La situation sanitaire" (55002084P)

- Jean-Marie Dedecker à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La politique incohérente en matière de lutte contre le coronavirus" (55002085P)

- Servais Verherstraeten à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La situation épidémiologique actuelle" (55002091P)

- Khalil Aouasti à Alexander De Croo (premier ministre) sur "La lutte contre la pandémie" (55002093P)

- Frieda Gijbels à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "La gestion de la crise du coronavirus" (55002094P)

 

04.01  Barbara Pas (VB): Het was minister Vandenbroucke, die ooit verklaarde – ik citeer -: "Met het Covid Safe Ticket kunnen we onze vrijheid organiseren op een veilige manier." U, mijnheer de eerste minister, en ook de Vlaamse regering kozen voor de coronapas, omdat zo andere maatregelen vermeden zouden worden. Die CST werkt zo goed dat men ondertussen wel al andere strenge maatregelen heeft genomen, zo goed dat Jambon en Frank Vandenbroucke nu ook de tot de sluiting van de scanbare locaties willen overgaan.

 

U lachte het destijds weg, toen ik u waarschuwde voor een vals gevoel van veiligheid met de CST. Ondertussen is wel duidelijk dat het CST helemaal niet zo safe is. Het is een vergissing. Afgelopen week bevestigde ook viroloog Emmanuel André dat het CST juist tot meer besmettingen geleid heeft.

 

En dan zijn er nog de controles. Vandaag blijkt uit een omzendbrief dat het niet toegelaten is voor politiemensen om het CST te scannen. Het gaat niet om een vergetelheid zijn in de regelgeving, als we de media mogen geloven. De regering zou er bewust voor hebben gekozen dat de politie de covidpas in dit land niet mag controleren, maar enkel mag controleren of de burgers elkaar wel controleren. De verklaring voor zo'n DDR-maatschappij is dat de volksgezondheid geen kerntaak is van de politiemensen. Dat is ze in dit land dus blijkbaar wel voor cafébazen en winkeliers.

 

Terwijl tientallen pv's in de vuilnisbak gegooid worden, is er nog een beschikking in kortgeding van de rechtbank van eerste aanleg in Namen, die de Waalse Regering bij verstek dan nog veroordeelt voor het gebruik van het CST zonder wettelijke basis.

 

Mijn vraag is heel eenvoudig, mijnheer de eerste minister. Hoeveel redenen zijn er nog nodig om de coronapas, die niet werkt en alleen de polarisatie voedt, eindelijk af te schaffen?

 

04.02  Catherine Fonck (cdH): Madame la présidente, monsieur le premier ministre, le secteur des soins de santé est sous pression maximale! Tous les soignants sont concernés, dans les hôpitaux mais également en première ligne - les médecins généralistes, les infirmiers, les pharmaciens. Les derniers chiffres ne rassurent pas, tant le nombre d'hospitalisations, l'encombrement des soins intensifs que la vitesse de circulation du virus, plus particulièrement chez les enfants et dans les écoles. Les conséquences sont aussi terriblement graves en raison du report de soins pour de nombreux autres patients.

 

Les réunions du Codeco se suivent et se ressemblent avec des décisions trop tardives, trop légères et cette question lancinante depuis des semaines et des semaines: pourquoi les armes dont nous disposons ne sont-elles toujours pas utilisées à 100 %?

 

C'est le cas avec le testing et le tracing qui sont toujours dépassés par les événements. Il y a eu un cafouillage après le dernier Codeco de la semaine dernière. Il a fallu cinq jours pour définir une stratégie. Le tracing est totalement inopérant.

 

C'est le cas avec l'absence de ventilation mesurée et efficace, singulièrement dans les écoles. Ce n'est toujours pas d'application et la circulaire de la Communauté française de vendredi dernier est d'un light absolu.

 

C'est la même chose pour ce qui concerne la vaccination. Certes, vous avez décidé d'accélérer et d'élargir le booster avec la troisième dose mais, en réalité, il y a six semaines de retard par rapport à la décision prise.

 

Enfin, monsieur le premier ministre, le soutien aux soignants est toujours largement insuffisant.

 

On est au cœur de la tempête et, ce dont on a besoin, c'est d'un capitaine qui pilote, qui assume avec courage, qui décide et qui impose si nécessaire. Quand allez-vous enfin assumer ce rôle en emmenant tous les niveaux de pouvoir dans votre sillage et en utilisant à 100 % toutes les armes dont nous disposons?

 

04.03  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, wij meenden dat wij alles hadden gezien qua absurditeit en chaos bij het beheer van de covidcrisis. Wij hebben de regering echter duidelijk onderschat. De voorbije dagen vernamen wij dat de contacttracers in Vlaanderen tuinmeubelen verkopen, terwijl de burgers zelf exceltabellen moeten invullen, om hun hoogrisicocontacten in te geven. Wat wij zelf doen, doen wij beter, nietwaar? Dat is toch pjnlijk. Het Covid Safe Ticket werd in Namen ongeldig verklaard door een rechtbank en de uitleg op de persconferentie over de nieuwe testingstrategie was nog niet voorbij of er werd al geroepen om een volgende bijeenkomst van het Overlegcomité.

 

Mijnheer de minister, eerlijk, hoe hebt u de test- en quarantaineregels vastgelegd? Hebt u samen gezeten met de ministers en hebt u met een dobbelsteen gegooid of bingo gespeeld? Ongevaccineerden moeten tien dagen in quarantaine; gevaccineerden moeten vijf dagen in quarantaine, of toch niet, laten we het spannend houden. Zij moeten tussen drie en zes dagen in quarantaine. Dan komt er een schema naar boven. Wij zouden bijna heimwee hebben naar de powerpointpresentatie van mevrouw Wilmès.

 

De voorbije dagen gaat de hoofdvogel echter naar de heer Jambon. Dat moet gezegd worden. Wat is het nu met de cultuursector? Wilt hij die sector open of toe? Welke bochten maakt hij, eerlijk waar.

 

Waar het evenwel muisstil over blijft de voorbije dagen, is waar het voor de mensen op aankomt om de quarantaineregels te kunnen toepassen, namelijk wat het loon wordt van wie in quarantaine moet. Een werknemer die een dag, vijf dagen of tien dagen in quarantaine moet en geen telewerk kan verrichten, zoals een buschauffeur, krijgt maar 70 % van zijn loon. Dat is het echte probleem, waarop u al twee jaar lang nog steeds geen antwoord biedt.

 

Morgen komt het Overlegcomité opnieuw samen, waarop u bepaalde beslissingen zult nemen. Zult u ervoor zorgen dat wie thuis moet blijven om anderen te beschermen, niet gestraft wordt en zijn of haar loon kan behouden?

 

04.04  Robby De Caluwé (Open Vld): Mijnheer de premier, mijnheer de minister, op het moment zitten we aan 20.000 besmettingen per dag. Sommige mensen worden ernstig ziek en belanden ook in het ziekenhuis. Dat weegt ondertussen al anderhalf jaar op het zorgpersoneel. Dat staat onder een enorme druk. Dat personeel staat elke dag in de vuurlinie. De diensten Intensieve Zorg lopen vol. Momenteel wordt eraan gedacht om reguliere zorg uit te stellen. Voor sommige zieken kan dat ernstige gevolgen hebben. Denk maar wie een kankerbehandeling moet krijgen en niet kan worden geholpen. Artsen vrezen vandaag dat zij binnenkort keuzes zullen moeten maken welke patiënten zij wel en welke zij niet zullen behandelen. De toestroom aan coronapatiënten moet worden gestopt. Zo luidt de noodkreet die zij de voorbije dagen al meermaals slaakten.

 

Vorige week werden er al verschillende maatregelen genomen op het Overlegcomité, maar alsmaar meer experts vragen meer maatregelen. Wellicht is er nog heel wat ruimte om de vorige maatregelen van het Overlegcomité anders en beter uit te voeren.

 

We moeten ook alert zijn. Mensen hebben duidelijkheid over de maatregelen nodig. Ze vragen vooral ook waarom bepaalde maatregelen worden genomen. Mensen verwachten duidelijke antwoorden van de politiek en moeten die ook krijgen.

 

Professor Vlieghe deed een oproep voor een duurzaam beleid en ze legde opnieuw het idee van een coronabarometer op tafel, een barometer die maatregelen koppelt aan de epidemiologische situatie en aan objectieve parameters om op die manier het beleid voorspelbaar te maken.

 

Wat zult u doen aan de zorgwekkende situatie in de ziekenhuizen? Welke nieuwe maatregelen kunnen er eventueel worden genomen?

 

Hoe staat de regering tegenover het voorstel van de coronabarometer?

 

Welke maatregelen worden er in de strijd tegen de verspreiding van het virus genomen? Welke financiële gevolgen kunnen die hebben? Overweegt u steunmaatregelen?

 

04.05  Sophie Rohonyi (DéFI): Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, le troisième Codeco qui vient d'être annoncé pour demain est l'aveu d'un terrible échec. Après près de deux ans de gestion de crise, nous en sommes encore à des mesures qui sont bricolées de semaine en semaine et qui sont différentes d'une Région à l'autre. Il y a un effet yo-yo qui suit finalement les volontés du président de la N-VA, dictées par les chiffres de sa seule Région.

 

Monsieur le premier ministre, ce nationalisme sanitaire, ça suffit! Nous sommes tous dans le même bateau. La situation est gravissime dans tous les hôpitaux du pays. Aujourd'hui, malgré l'ensemble de nos outils, le cauchemar des premières vagues se répète tant pour le personnel soignant – qui est épuisé! – que pour les secteurs qui sont à nouveau en lockdown.

 

Monsieur le premier ministre, vous auriez pu éviter cette situation. Comment expliquez-vous aujourd'hui aux patients qui voient leur opération reportée que ce n'est pas en raison d'un manque de lits mais en raison d'un manque de personnel? Monsieur le ministre, que faites-vous concrètement pour recruter ces soignants et empêche leur fuite? Ils attendent toujours une reconnaissance de la pénibilité de leur profession mais aussi un aménagement de leur fin de carrière.

 

Comment expliquez-vous aux secteurs du monde de la nuit, de l'horeca, de la culture ou de l'événementiel leur nouveau lockdown malgré leurs investissements permanents dans le testing, le tracing, la ventilation ou le contrôle du CST? Dans le même temps, on voit que les fêtes privées reprennent de plus belle sans aucun geste barrière.

 

J'ai entendu M. Mahdi nous annoncer que les mesures de soutien économique que vous avez promises, Monsieur le premier ministre, seraient en fait plus ciblées que lors des premières vagues de l'épidémie. Qu'est-ce que cela signifie concrètement pour l'ensemble de ces travailleurs?

 

04.06  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de premier, weet u wat een Chinese marteling is? De heer Vandenbroucke weet dat zeker en de heer Hedebouw ook. Een Chinese marteling betekent dat men constant een druppel op het hoofd laat droppen waardoor men murw en volgzaam wordt. Ik denk dat dit het doel is van het beleid, van uw jojobeleid. U belooft het rijk van de vrijheid, maar we krijgen een nieuwe gevangenis. U houdt een Overlegcomité op 17 november en zou weer samenkomen in januari, maar een week later wordt dit al vervroegd. De haan kraait nu voor de derde maal op veertien dagen tijd: morgen is er weer een Overlegcomité. Wat u 's avonds zegt, is 's morgens alweer achterhaald.

 

Het opbod van maatregelen tussen de ministers van uw regering en die van de deelregeringen, van de regio's, is eerder profileringskoorts dan gezond verstand. Schoolkinderen worden constant gegijzeld door de federale minister, de minister van Onderwijs en de minister-president. Het zijn conflicten met profileringsdrang tussen u, de ministers, in de plaats van gezond beleid. De minister van Volksgezondheid maakte deze week nog ruzie met de huisartsen. Ze voelen zich meer 'testologen' dan geneesheren, mijnheer Vandenbroucke. Eerst was u tegen de boosterprik, nu kan die maar niet snel genoeg worden gezet, dat is het nieuwe beleid.

 

Mijnheer de minister, wij hebben ons allen gedwee laten inenten, zelfs ik. Wat zien we? De plaatsen waar er de meeste inentingen zijn, tellen de meeste besmettingen. Ik zou daar graag van de minister van Volksgezondheid uitleg over krijgen.

 

Wanneer stopt het pestgedrag ten opzichte van de horeca en de evenementensector? Morgen begint men te organiseren. Wat zult u doen? De mensen wachten op een antwoord.

 

Men heeft het hier al gezegd: een afwasser mag een coronapas controleren, een politieagent niet. Mijnheer de minister, wanneer stopt de chaos?

 

04.07  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de eerste minister, morgen moeten we voor de derde keer in twee weken tijd een Overlegcomité organiseren. Meer nog, een minister-president zei de ene dag dat er versoepeld moest worden en de dag erna dat er verstrengd moest worden. Het behoeft geen betoog dat mensen zoiets niet begrijpen en dat het draagvlak voor maatregelen hierdoor riskeert af te kalven. Nochtans hebben die mensen heel veel gezond verstand. Ze zijn voorzichtiger als de cijfers stijgen. Ze verdienen echter duidelijkheid en standvastigheid.

 

Het virus laat zich niet temmen en doet ons achter de feiten aan hollen. De druk op de zorg is onaanvaardbaar hoog. Als er dan ook strengere maatregelen nodig zijn, zal u van de CD&V-fractie steun krijgen. Dan pleiten we echter ook voor duidelijkheid voor heel de eindejaarsperiode, voor de families, voor de ondernemers, voor de verenigingen. Zo weten ze waar ze aan toe zijn. De overgrote meerderheid in ons land zal die regels ook respecteren.

 

Enkele weken geleden sprak u binnen de schoot van het Overlegcomité en de regering af om de coronacommissaris een rapport te laten samenstellen in verband met de vaccinatieplicht. Wat is de stand van zaken van dit rapport, nu steeds meer landen die vaccinatieplicht in overweging nemen?

 

Het is een illusie te denken dat we in 2022 van dit virus zomaar af zijn. De mensen hebben nood aan structuur en kader. Mijnheer de minister, in uw beleidsnota van vorig jaar sprak u al over de coronabarometer. Ook de GEES en motivatiepsychologen spraken daarvan. Mensen verdienen dat voorspelbare kader. Kan deze regering, samen met de andere regeringen, voor 2022 een plan opmaken met automatisch vooraf geplande eenvoudige maatregelen die in werking treden als de cijfers op en af gaan, zodat iedereen weet waar men aan toe is?

 

04.08  Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de premier en mijnheer de vicepremier, ik wil beginnen met te zeggen dat ik begrijp dat het voor u beiden niet gemakkelijk is en dat ik uw positie niet benijd. Het virus is nu eenmaal onvoorspelbaar en vraagt om bescheidenheid. Elkaar de zwartepiet toespelen, helpt hier zeker niet, collega's. Tegelijkertijd weten wij al lang dat dit virus niet zomaar verdwijnt. Het duurt al lang. De pandemie weegt zwaar, voor iedereen, maar zeker voor onze mensen werkzaam in de zorgsector.

 

Verleden jaar in januari stond ik hier ook, maar het aantal vraagstellers over de coronacrisis was toen nog niet zo talrijk. Ik vroeg toen naar een langetermijnplan, maar dat was er niet. Ik durf niet te beweren dat wij met zulk een plan deze crisis bezworen zouden hebben, maar waarschijnlijk had het wel meer rust en helderheid gebracht. Nu, bijna twee jaar later, hebben we nog altijd geen plan. Bijna twee jaar later kunnen we niet meer beweren dat de uitdagingen nieuw zijn. Toch lijken wij bij elke golf opnieuw versteld te staan van wat dit virus kan. Bijna twee jaar later zien we opnieuw onze zorgsector en ziekenhuizen verdrinken en zorgverlening moet weer worden uitgesteld.

 

Heren ministers, kunnen we het erover eens zijn dat iedereen werkzaam in de zorgsector, waaronder onze dokters, verplegers en ook de ziekenhuizen betrokken moeten worden bij een analyse, na elke golf? Het lijkt mij vanzelfsprekend dat er na elke golf wordt samengezeten om zo snel mogelijk lessen te trekken. Ik kan me vergissen, maar ik denk dat dit niet is gebeurd. Waarom niet?

 

Waarom hebben we nog steeds geen coronabarometer? Ook collega's hoor ik daarnaar vragen, maar het is geen nieuw idee, ik vraag dit al meer dan een jaar in de commissie voor Gezondheid.

 

Waarom is het telkens trekken en sleuren opdat de cijfers helder worden gepresenteerd?

 

Waarom bestaat er nog steeds geen langetermijnplan om onze zorg te beschermen en crisisproof te maken?

 

04.09  Khalil Aouasti (PS): Madame la présidente, monsieur le premier ministre, chers collègues, le covid-19 continue malheureusement à nous mener la vie dure. Notre pays, comme beaucoup d'autres, connaît une nouvelle vague intense, encore plus forte, qui aurait pu devenir un véritable tsunami si nous n'avions pas, heureusement, les vaccins. Tant le variant précédent que le nouveau semblent avoir bouleversé la donne. Voilà aujourd'hui que surgit le fameux Omicron, nouveau variant dont les scientifiques connaissent encore peu de choses et pour lequel le principe de précaution doit prévaloir. Avec cela, les Comités de concertation s'enchaînent. Nous sommes informés d'un nouveau Codeco demain. Nous avons cette impression permanente de courir après le virus.

 

Certains secteurs comme le monde de la nuit, l'horeca ou l'événementiel doivent encore porter le poids des restrictions. Les écoles ont dû annuler des festivités et voyages au grand dam des enfants. Le rappel des gestes barrières est indispensable, tout comme la ventilation, la limitation des contacts et l'absolue nécessité de se faire vacciner. Malgré tout, cela ne suffit pas. Les hôpitaux, le personnel soignant et les médecins généralistes sont aujourd'hui K.-O.

 

Monsieur le premier ministre, de nouveaux rapports viennent d'être demandés au commissaire corona et aux experts. Avez-vous déjà reçu leurs conclusions? Le nouveau Comité de concertation de demain sera-t-il saisi de ces conclusions?

 

Il y a quinze jours, ma collègue vous interrogeait sur la question de l'obligation vaccinale. Entre-temps nous voyons que des États ont changé de position. Certains le mettent en débat et les positions sont, encore aujourd'hui, nuancées. Certains ont exprimé être favorables à cette obligation, d'autres non. Je vous le demande, monsieur le premier ministre: quelle est votre position à ce sujet, alors qu'aujourd'hui, il semblerait qu'un sondage nous indique que près de 60 % des Belges y seraient favorables? Car même si nous savons que cette vaccination ne nous tirera pas d'affaire à elle seule, les chiffres montrent clairement son impact positif. Estimez-vous aujourd'hui que ce débat doit s'ouvrir sur la question de l'obligation vaccinale?

 

La présidente: Monsieur le premier ministre, vous avez cinq minutes pour votre réponse.

 

04.10 Eerste minister Alexander De Croo: Mevrouw de voorzitster, dames en heren Kamerleden, dank u voor uw vragen. Ik zal ze beantwoorden, samen met de minister van Volksgezondheid.

 

Laat ik beginnen met de feiten. De feiten zijn dat de epidemiologische situatie niet verbeterd is. Het aantal besmettingen blijft bijzonder hoog, gemiddeld 18.000 per dag, en de belasting van onze ziekenhuizen blijft zeer hoog. Vandaag zijn 821 bedden bezet op intensieve zorg. Wij zien ook dat meer dan 200 bedden niet beschikbaar zijn door personeelsuitval. Wij zien ook dat onze huisartsen nog steeds overspoeld worden.

 

De druk is enorm in de zorg. Maar niet enkel in de zorg. Ook in andere domeinen, bijvoorbeeld in het onderwijs, zien wij dat de druk bijzonder hoog is. Ik ben gecontacteerd door een directrice van een school, die mij vertelde over de zeer grote onrust bij ouders en leerkrachten, in de klassen, in de schoolbussen. Zij zei: als het verder gaat zoals het nu gaat, komt het niet goed.

 

Comment faire face à la situation à laquelle nous sommes confrontés? La meilleure méthode reste d'avoir une approche systématique, de faire une analyse. C'est la raison pour laquelle j'ai demandé au commissaire Corona et aux experts de nous donner un avis. De surcroît, j'ai convoqué un Comité de concertation demain; il débutera normalement à 9 heures.

 

Op een moment van crisis moet men kunnen bijsturen. Het is op dit moment absoluut normaal dat wij zo snel mogelijk alle regeringen samenbrengen en bijsturen. Ik ga niet vooruitlopen op de beslissingen die genomen worden. Die analyse moeten wij samen doen, wij moeten samen beslissingen nemen en moeten die beslissingen ook samen eensgezind kunnen uitdragen.

 

Mevrouw Gijbels, u hebt absoluut gelijk, vingerwijzen helpt ons op dit moment absoluut niet vooruit. Wij moeten er vandaag voor zorgen dat wij eensgezind kunnen samenwerken.

 

Laat het duidelijk zijn, iedereen zal over zijn of haar schaduw heen moeten stappen. Op een moment als dit kunnen er geen heilige huisjes zijn. Iedereen zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en ik hoop dat iedereen zeer goed beseft dat wij niet terecht mogen komen in een situatie waar wij zeggen dat het daar moet gebeuren en dat het daar niet kan gebeuren. Iedereen zal moeten tonen bereid te zijn verantwoordelijkheid op te nemen.

 

Ces mesures seront-elles les dernières? Il m'est difficile de le dire maintenant. Nous voyons que le virus est imprévisible, qu'il nous attaque là où nous sommes les plus vulnérables et aussi qu'il change de visage.

 

La semaine dernière, nous avons été alertés de la présence d'un nouveau variant. Notre pays, de concert avec la Commission européenne, a pris immédiatement des mesures relatives aux voyages. Pour le moment, trois cas ont été confirmés dans notre pays, tandis que six sont encore suspects. Il est prématuré d'en tirer des conclusions quant à un éventuel impact sur notre campagne de vaccination.

 

Wat wij wel weten, is dat de vaccinatie de belangrijkste en de meest noodzakelijke bescherming blijft, maar het is nu ook duidelijk dat in de herfst en de winter de vaccinatie op zich niet voldoende is. Wij hebben lang gedacht dat wij er zouden komen met een grootschalige vaccinatiecampagne. Wij dachten dat de vaccinatie onze verdedigingsmuur was en wij dachten dat die verdedigingsmuur op zich ons volledig zou betonneren ten opzichte van het gevaar van het virus en dat het virus op geen enkele manier door die muur heen zou kunnen raken.

 

De realiteit is vandaag anders. Wij moeten erkennen dat wij dat verkeerd hebben ingeschat. De realiteit is dat wij dachten dat de vaccinatie ons naar het eindstation zou leiden. Vandaag zien wij dat de vaccinatie ons een heel eind ver brengt, maar niet tot het eindstation. De realiteit vandaag is dat, bovenop de vaccinatie, op momenten als nu bijkomende maatregelen nodig zijn. Dat doet niets af aan het feit dat de vaccinatie werkt, dat zij effectief is en dat zij bijzonder goed beschermt.

 

ECDC, het Europese agentschap, heeft berekend dat de vaccinatie in ons land 7.800 overlijdens heeft kunnen vermijden. Sciensano berekende vorige week dat de vaccinatiecampagne 30.000 opnames in de ziekenhuizen heeft kunnen vermijden.

 

De vaccinatiecampagne voor de booster verloopt zeer goed. Voorbije week zijn 500.000 nieuwe dosissen toegediend. In totaal werden reeds 1,7 miljoen boosterdosissen toegediend. Wij zijn op dat vlak een van de toplanden in Europa. Het zal echter een doorgedreven inspanning zijn. Wij moeten mensen bijkomend vaccineren, maar moeten op een moment als dit ook begrijpen dat bijkomende beschermingsgordels nodig zijn om die vaccinatie maximaal effectief te kunnen maken.

 

04.11 Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw de voorzitster, dames en heren Kamerleden, een fatsoenlijke samenleving mag niet toelaten dat de zorgsector kapseist onder een pandemie. In een fatsoenlijke samenleving moet de politiek doen wat moet. De politiek moet alles doen wat moet, ook al is dat niet gemakkelijk en ook al vraagt het grote inspanningen, wars van eerder ingenomen standpunten, zonder heilige huisjes, zonder partijpolitieke dogma's, gewoon doen wat moet.

 

Dat moet gebeuren op basis van de feiten en van het wetenschappelijk advies dat wij krijgen. Wat ons betreft is het advies dat wij hebben gekregen van de GEMS, de experts van het coronasecretariaat, de basis om van te vertrekken. Laten wij gaan voor een sterk, volledig en breed pakket.

 

De voorbije dagen waren inderdaad ingewikkeld voor vele mensen. Wij krijgen verwarring en onduidelijkheid. Dat is juist. Als het stormt en het blijft stormen, moet men de dijken versterken en blijven versterken, snel opnieuw versterken. Op een bepaald moment moet men ze echter echt wel sterk genoeg maken.

 

Dat is de uitdaging voor morgen. Het kan niet de bedoeling zijn dat we het Overlegcomité nog een vierde keer samenroepen, de dijken moeten morgen sterk genoeg zijn. Dat is de inzet en daarvoor is het advies van de GEMS een zeer goed uitgangspunt

 

Er zijn ook vragen gesteld over het CST. Wel, het CST, de coronapas, is één instrument. Zoals de eerste minister hier al heeft gezegd is de vaccinatie essentieel. Kunnen bewijzen dat je gevaccineerd bent, vormt dus een essentieel instrument. We weten echter dat dit momenteel helaas niet volstaat. Laten we de feiten onder ogen zien.

 

Het is dus coronapas én mondmasker én ventilatie én andere maatregelen. Het is inderdaad niet de bedoeling dat de politie bijvoorbeeld een café binnenstapt en de mensen aan de tafeltjes vraagt om hun coronapas te tonen. Dat is niet de bedoeling en dat is nu door de justitie heel duidelijk gemaakt. Dat willen we niet, dat is een taak voor de uitbater of de organisator. Wel is en blijft het zo dat de politie kan controleren of de organisator en de uitbater inderdaad de coronapas laten gebruiken zoals die gebruikt moet worden. Dat is wat we wensen en dat gaan we niet veranderen.

 

Collega's, ik wil ook onderstrepen, zoals de eerste minister al gedaan heeft, dat onze campagne voor het boostervaccin loopt. We zullen ze trouwens nog versterken. Laat me eraan toevoegen dat we de mensen van de vaccinatiecentra bijzonder veel dank verschuldigd zijn. Zij getroosten zich opnieuw alle inspanningen om dit vlot te laten verlopen. Er zijn op dit ogenblik 1,8 miljoen boostervaccins gezet en de bereidheid van de bevolking is groot.

 

Deze ochtend is QVAX geopend voor Vlaanderen en Wallonië. Er hebben zich op dit ogenblik al 82.000 mensen geregistreerd. Dat bewijst dat de mensen het belang daarvan inzien. Gisterenavond hadden zich al 50.000 mensen geregistreerd in het Brusselse systeem BRUVAX.

 

Je me permets de réagir aux questions qui concernent le renforcement du secteur des soins.

 

Permettez-moi de dire que ce gouvernement-ci, mais pas seulement, les forces présentes dans l'opposition également, ont consenti d'énormes efforts pour le secteur des soins de santé. Je me limite au secteur des soins fédéral.

 

Il y a le Fonds Blouses blanches, réalisé grâce aussi à des partis qui sont à présent dans l'opposition. C'est magnifique! Vous n'ignorez pas que ce fonds a déjà permis 4 500 recrutements supplémentaires. Soyons très concrets! Ici dans la région, si l'hôpital Saint-Pierre nous dit avoir recruté du personnel supplémentaire à hauteur de 58 équivalents temps plein, soit il ne dit pas la vérité, soit il y a là un renforcement réel. Érasme a engagé 64 équivalents temps plein supplémentaires. Est-ce vrai ou pas?

 

De grâce, ne disons pas qu'il n'y a aucun effort!

 

Il y a l'effort pour les salaires. Vous le connaissez: 600 millions d'euros de revalorisation salariale. Je sais qu'il y a encore des problèmes, notamment pour les infirmières et infirmiers spécialisés mais on y travaille. Je peux vous dire que j'ai déposé au sein du gouvernement un paquet de mesures très significatives pour des mesures de soutien supplémentaires pour les hôpitaux, pour le personnel. On sait en effet combien difficile et pénible est leur situation.

 

Voilà, madame la présidente, ce que je voulais dire. Je crois qu'il faut s'unir maintenant pour une action forte et suffisante, et donc solidaire, basée sur les faits et pas sur des tabous, des choses qui ont été dites, des dogmes. Se baser sur les faits et agir de façon forte, c'est ce que nous devons faire!

 

04.12  Barbara Pas (VB): Mijnheer de minister, u gaf terecht berekeningen van het nut van de vaccinaties. Ik vraag mij af of u de berekening durft te maken van de gevolgen van de laattijdigheid van de derde prik voor deze vierde golf. Ik vind het bijzonder erg dat u zo laat kwam met die derde prik. Ik meen dat wij de gevolgen daarvan zeker niet mogen onderschatten.

 

Het advies van de GEMS waarop u rekent, is intussen al gelekt. De collega's kunnen het al lezen op het internet. De afschaffing van het CST staat er helaas niet in, ondanks het feit dat het een discriminatoire en contraproductieve maatregel is. U houdt eraan vast hoor ik. U doet dat echter elke keer met een andere verklaring. U stelde het CST voor als een maatregel om de veiligheid te verhogen, maar het CST doet net het tegenovergestelde.

 

Uw leugens muteren sneller dan het virus, mijnheer de minister. U moet eerlijk zijn in uw communicatie. Het enige aanvaardbare antwoord vandaag was sorry, wij hebben ons vergist, wij zaten fout en zullen het CST afschaffen.

 

04.13  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le premier ministre, il ne suffit pas de convoquer des réunions du Codeco pour protéger les patients. Demander l'avis des experts, c'est bien, mais pas juste pour faire semblant et, évidemment, à condition de suivre leurs avis! Oui, nous avons besoin de digues solides et aujourd'hui, elles ne sont ni suffisantes ni assez solides. Pour avoir des digues solides, il faut d'abord et avant tout appliquer à 100 % les armes dont nous disposons. Ce n'est toujours pas le cas. C'est aussi soutenir les soignants à la mesure de leurs besoins. Monsieur le ministre de la Santé, si le renforcement avait été réel et suffisant, nous n'aurions pas aujourd'hui 200 lits de soins intensifs fermés par manque d'infirmiers.

 

Le Codeco se réunit à nouveau demain. Nous verrons les décisions qui seront prises mais j'attends de vous, monsieur le premier ministre, que vous imposiez aussi à tous les niveaux de pouvoir de mettre en œuvre les décisions qui seront prises avec tous les moyens nécessaires.

 

04.14  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je suis désolée mais si on est aujourd'hui dans une situation chaotique, c'est aussi à cause de vous. Vous l'avez dit, vous avez uniquement misé sur la vaccination et toutes les autres lignes de défense, vous les avez démantelées ces derniers mois. Prenons l'exemple des suivis de contact! Il y avait 1 500 personnes engagées. On a commencé cette vague avec seulement 1 000 personnes. Prenez les médecins généralistes! Aucun soutien supplémentaire depuis le début de la pandémie. Prenez les centres de testing! Vous les avez fermés davantage au lieu de les maintenir et ensuite vous venez nous dire qu'il n'y a aucun tabou.

 

U zegt voorts dat er geen heilige huisjes mogen zijn.

 

Prenez les centres de testing: vous les avez fermés au lieu de les maintenir! Et, ensuite, vous déclarez qu'il n'y aura aucun tabou. Je vais vous suggérer quelques idées. Tout d'abord, il s'agit de vacciner dans le monde entier. Si un nouveau variant est apparu, c'est aussi parce que notre planète n'est pas encore complètement vaccinée. Et que défendez-vous aujourd'hui? Vous approuvez le refus des firmes pharmaceutiques de partager leurs brevets. Allez-vous perpétuer ce tabou ou bien allez-vous changer d'avis?

 

Enfin, je n'ai rien entendu au sujet du revenu lors d'une quarantaine. Voici deux ans que nous le demandons. Le GEMS vous a recommandé dans deux rapports de garantir le revenu dans ce cas de figure.

 

04.15  Robby De Caluwé (Open Vld): Mijnheer de premier, mijnheer de minister, bedankt voor de antwoorden. Ik hoor collega's spreken over pestgedrag en gebrek aan vooruitziendheid maar de feiten zijn wat ze zijn, de ziekenhuizen lopen vol. De maatregelen zijn dus nodig en ze werken ook. Laten we eerlijk zijn, we hadden dit niet verwacht na de succesvolle vaccinatiecampagne. Stel u voor waar we vandaag zouden staan zonder vaccins!

 

Mijnheer de premier, u roept op tot eensgezindheid. Ik ben het daar helemaal mee eens, we moeten hier samen uit raken. Ik ben blij dat een aantal collega's dat ondertussen ook inziet, nadat men een aantal weken geleden nog vond dat het een Waals of Brussels probleem was. Neem de beslissingen die nodig zijn voor de zorg, de beslissingen die nodig zijn voor iedereen.

 

U heeft eerder deze week gezegd dat u niemand wilt achterlaten. Ik onthoud dat signaal en vraag dan ook om iedereen die financiële hinder ondervindt van de crisis te helpen. Bedankt.

 

04.16  Sophie Rohonyi (DéFI): Monsieur le premier ministre, vous ne m'avez absolument pas répondu quant aux mesures de soutien économique qui sont prévues pour le secteur en lockdown. C'est très inquiétant pour les travailleurs concernés.

 

Monsieur le ministre, pour ce qui concerne le manque de personnel soignant, principalement dans nos hôpitaux, vous présentez à nouveau le Fonds "blouses blanches" comme la panacée, alors que vous savez très bien qu'il repose sur un système d'escalade, conçu de telle façon qu'à défaut de personnel soignant, c'est plutôt du personnel technique qui est recruté. Comment voulez-vous que les mesures sanitaires soient respectées si elles sont incohérentes, si aucun cap n'est fixé et si vous courez, en définitive, comme une poule sans tête? Il ne s'agit pas ici d'opposer les hôpitaux aux secteurs économiques, puisque ces derniers sont précisément les victimes de la carence en personnel soignant, à laquelle vous ne répondez toujours pas.

 

Comme cela a été dit, le variant Omicron nous fait vivre aujourd'hui une véritable course contre la montre en vue de combattre les variants. Il ne reste plus qu'à espérer que ce troisième Codeco en l'espace de trois semaines soit finalement le bon. Je vous remercie.

 

04.17  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer de minister, de bevolking doet al twee jaar wat moet. U doet echter niet wat moet. Zij zijn in hun kot gebleven en u hebt de scholen gesloten. Zij hebben zelf mondmaskers genaaid toen u er geen had en zij hebben zich maximaal laten inenten. Er zijn pasjes gemaakt en er is contacttracing.

 

Ik stel u één vraag: hoe komt het dat wij toch de vierde hoogste besmettingscijfers van Europa hebben, ondanks het feit dat wij ons maximaal hebben laten inenten? Antwoord daar eens op. Dat is wetenschap, in plaats van iedere keer over repressie te praten.

 

Waarom blijft u de kinderen gijzelen? Een kind op 28.000 heeft kans om op een ziekenbed te belanden, een kind heeft één kans op 1 miljoen om te overlijden als gevolg van covid. Om uw wanbeleid te verstoppen blijft u de kinderen gijzelen terwijl zij immuniteit zouden moeten opbouwen. U zou eens moeten kijken naar de landen waar er wel immuniteit is, maar bijleren is ontzettend moeilijk met uw koppigheid.

 

De voorzitster: Mijnheer Verherstraeten, u krijgt het woord voor uw repliek.

 

(Tumult) Alstublieft, collega's, een beetje stilte. Het woord is aan de heer Verherstraeten.

 

04.18  Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de eerste minister, bijsturen is geen schande. Dat niet doen zou pas onverantwoord zijn. Ik ben het volledig eens met de minister van Volksgezondheid, de derde keer moet de goede keer zijn. Het is zoals de eerste minister zei, iedereen moet zijn steentje bijdragen, ook degenen die we tot nu maximaal hebben ontzien.

 

Wij pleiten vooral ook voor een plan voor 2022, met het afwerken van de derde vaccinatie. Vaccinatie brengt het rijk der vrijheid niet, maar het is wel een noodzakelijke bescherming tegen onvrijheid. Voor ons is dat met een vaccinatieplicht, waartoe meerdere buurlanden al hebben besloten, maar vooral ook met een barometer van vooraf geplande maatregelen, die afhankelijk van verbeterende of verslechterende cijfers in werking treden, zodat de mensen weten waar ze aan toe zijn.

 

Gouverner, c'est prévoir, dat is niet evident met dit vaccin of met covid, maar we moeten het proberen.

 

04.19  Frieda Gijbels (N-VA): Mijnheer de premier, mijnheer de vicepremier, als deze vierde golf ons iets heeft geleerd, dan is het wel bescheidenheid. Stop dus alstublieft met de politieke spelletjes, stop met die ad-hocaanpak. Dit virus gaat niet weg en er moet dringend op de lange termijn worden gedacht.

 

U moet inderdaad doen wat moet, minister Vandenbroucke. U moet een breed crisisplan op tafel leggen, doorgesproken met de mensen van de zorg. Dat we dat nog steeds niet hebben en dat er niet na elke golf een analyse is gemaakt durf ik gerust nalatig te noemen.

 

Het is hoog tijd, het water staat de zorg aan de lippen. Zit samen met de zorgverstrekkers en trek alsnog de lessen die er te trekken zijn. Ondersteun onze zorg. Zorg alstublieft voor die coronabarometer, zodat we weten waar we aan toe zijn. We hebben allemaal nood aan houvast.

 

04.20  Khalil Aouasti (PS): Monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie pour vos réponses.

 

Un Comité de concertation ainsi que des mesures sont annoncés. Ce qui est demandé ici n'est rien de plus ni rien de moins que ceci: s'il est absolument nécessaire de défendre notre population contre ce virus et de la préserver, nous voudrions que ces mesures fassent oeuvre de clarté, de transparence, de pédagogie mais aussi de perspectives et d'espoir. Il importe, surtout vis-à-vis des secteurs qui subiront l'impact, de donner une trajectoire de sortie.

 

Monsieur le vice-premier ministre, vous annoncez également des moyens complémentaires à ceux qui avaient déjà été dégagés dans le cadre du Fonds "blouses blanches", pour renforcer le personnel soignant et les services hospitaliers. Il s'agit là d'une perspective indispensable et demandée. Comme je le disais tout à l'heure, nos héros du quotidien sont aujourd'hui K.-O. Il s'agit de les doter, de les renforcer, de leur permettre de mener les combats qu'ils mènent aujourd'hui pour préserver notre population. Il s'agit avant tout de leur donner ces moyens rapidement pour qu'ils puissent le faire utilement.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Question de Nadia Moscufo à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "L'action syndicale du 6 décembre" (55002082P)

05 Vraag van Nadia Moscufo aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "De vakbondsactie van 6 december" (55002082P)

 

05.01  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, les prix explosent: le carburant, les courses, l'énergie. Cela devient intenable! Dans notre pays, nous avons un système qui s'appelle l'indexation automatique des salaires, système de protection que la classe travailleuse a arraché il y a cent ans. On entend maintenant le patronat qui demande sans gêne un saut d'index! Si on l'écoute, il y aura 3 milliards en moins pour les travailleurs. Cela signifie une perte de 700 euros par travailleur.

 

Monsieur le ministre, ce n'est pas d'un saut d'index dont nous avons besoin! Le vrai débat aujourd'hui est de savoir si nous allons avoir de vraies augmentations salariales. Il faut rappeler que cette indexation automatique des salaires n'est pas une augmentation du pouvoir d'achat, c'est une adaptation des salaires au coût de la vie.

 

Je dirai au patronat et à la droite qu'au lieu de demander un saut d'index, il faut que les grandes entreprises diminuent un peu leurs dividendes. Pendant cette crise, les toutes grandes entreprises de ce pays s'en sont mis plein les poches sur le dos des travailleurs. Les salaires des CEO ont augmenté de 70 %! C'est indécent!

 

Monsieur le ministre, promettez-vous ici que la Vivaldi ne va pas toucher au mécanisme de l'indexation automatique des salaires?

 

Ce lundi, il y a une manifestation syndicale. Allez-vous enfin soutenir les revendications syndicales et revoir cette loi de 1996 qui empêche l'augmentation salariale dans notre pays?

 

05.02  Pierre-Yves Dermagne, ministre: Madame la présidente, madame la députée, je vous remercie pour votre question.

 

Comme vous l'avez dit, lundi prochain, le front commun syndical appelle à manifester avec plusieurs revendications qui font écho à plusieurs préoccupations que je partage, notamment la question de l'augmentation des prix, singulièrement la question de l'augmentation des prix de l'énergie.

 

C'est la raison pour laquelle, vous le savez, madame la députée, je me suis battu avec mes collègues du gouvernement pour faire en sorte qu'on puisse réduire le coût de cette facture, plus spécialement pour les plus fragiles. Nous avons obtenu notamment l'alimentation du Fonds Gaz Électricité à hauteur de 16 millions d'euros, une prolongation du tarif social élargi pour les tarifs du gaz et de l'électricité qui bénéficie à un million de familles dans notre pays et enfin, l'octroi d'un chèque énergie de 80 euros aux bénéficiaires de ces tarifs sociaux.

 

Nous avons aussi décidé de mettre en place des mesures anti-abus et de lutter contre les pratiques douteuses pour réduire notamment le coût de passage d'un contrat variable à un contrat fixe et pour s'assurer que l'acompte payé correspond au mieux à la facture finale.

 

Madame la députée, votre question me permet de réaffirmer au sein de cette Assemblée ce que j'ai pu dire d'ores et déjà dans la presse, à savoir que j'étais aux côtés de syndicats pour le maintien de l'indexation automatique des salaires et des allocations sociales. Ils ont raison de le revendiquer et nous avons raison de les soutenir.

 

Je l'ai dit et je le répète: il n'est pas question de toucher à l'indexation automatique, un système mis en place, comme vous l'avez dit, à la suite d'une mobilisation des travailleurs mais aussi par l'un de mes plus illustres prédécesseurs, le ministre socialiste Joseph Wauters, à qui l'on doit cette indexation automatique des salaires et des allocations. Cette mesure protège le pouvoir d'achat des travailleurs, des allocataires sociaux, et donc des plus fragiles, mais aussi de la classe moyenne. Toucher à l'indexation automatique des salaires et des allocations, c'est no passaran!

 

05.03  Nadia Moscufo (PVDA-PTB): Je prends donc acte aujourd'hui, ici, de façon positive, du fait que la Vivaldi promet de ne pas toucher au mécanisme d'indexation des salaires tel qu'il est présenté aujourd'hui et je m'en réjouis. Je ne comprends pas bien en revanche, monsieur le ministre, pourquoi vous vous acharnez à ne pas envisager de revoir cette loi de 1996, laquelle empêche les organisations syndicales de négocier librement des augmentations de salaire. Je l'ai dit tout à l'heure, c'est bien là que se situe aujourd'hui l'enjeu pour la classe travailleuse. Vous rappelez bien sûr qu'une manifestation nationale en front commun aura lieu lundi pour réclamer plus de pouvoir d'achat. Je ne sais pas si vous y serez, mais nous y serons en tout cas. Y serez-vous, monsieur le ministre? Camperez-vous plutôt avec l'étiquette du ministre des 0,4 %. Nous y serons, ainsi que des travailleurs de Bruxelles, du Nord et du Sud du pays et des différents secteurs. Je tiens particulièrement à mettre (…)

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Question de Emmanuel Burton à Georges Gilkinet (VPM Mobilité) sur "Les trains supprimés en raison du coronavirus" (55002088P)

06 Vraag van Emmanuel Burton aan Georges Gilkinet (VEM Mobiliteit) over "De afschaffing van treinen door corona" (55002088P)

 

06.01  Emmanuel Burton (MR): Madame la présidente, monsieur le vice-premier ministre, depuis quelques jours, la SNCB est confrontée quotidiennement à des cas de maladie chez le personnel de terrain. D'ailleurs, au nom de mon groupe, mais aussi – je pense pouvoir le dire – au nom de l'ensemble de cette assemblée, je souhaite apporter mon soutien au personnel malade, personnel remarquable qui a fait un travail assez important lors des premières vagues et qui a su tenir le rythme.

 

Mais, ce matin, un chiffre est tombé: 120 trains supprimés par semaine à partir de la semaine prochaine. Cela affecte évidemment le service, mais aussi les voyageurs qui se retrouvent dans des trains plus bondés encore, avec une promiscuité plus importante.

 

Je ne reviendrai pas sur la mesure "fenêtre" que vous aviez évoquée, il y a maintenant quelques mois, visant à limiter le nombre de voyageurs dans les trains. Mais permettez-moi d'évoquer l'étude de l'Institut Pasteur qui a déterminé que les contaminations étaient accrues dans les transports publics. Je m'interroge donc sur la stratégie mise en place au niveau de la SNCB.

 

Monsieur le ministre, les mesures prises aujourd'hui pour accueillir les voyageurs et les transporter sont-elles suffisantes?

 

A-t-on procédé à d'autres suppressions de train lors des premières vagues? Je n'en ai pas le souvenir, mais cela reste possible. Je souhaiterais avoir des précisions à cet égard.

 

Confirmez-vous que les trains supprimés seront remis en service après la pandémie et ce, de manière pérenne? Cette information est importante pour les voyageurs.

 

Dans votre stratégie n'a-t-on pas tenu compte du fait que le personnel de terrain risquait d'être amené à devoir arrêter ses activités pour cause de maladie? Je m'interroge à ce sujet car je ne pense pas qu'il existe un plan covid pour la SNCB, comme c'est le cas pour les écoles ou les hôpitaux.

 

06.02  Georges Gilkinet, ministre: Madame la présidente, monsieur Burton, j'ai deux nouvelles, une bonne et une mauvaise.

 

Vous venez d'exposer la mauvaise: la SNCB n'est pas épargnée par le covid. Les travailleurs et les travailleuses sont aussi des parents dont les enfants vont à l'école. Ils ont une vie sociale. Nombreux sont donc ceux qui sont également touchés par le virus ou qui sont mis en quarantaine. Aujourd'hui, environ 15 % du personnel roulant de la SNCB est en indisponibilité de travail.

 

C'est pour cette raison que le comité de direction de la SNCB a pris la décision de suspendre temporairement certains trains. Une série d'entre eux ont été suspendus lundi. D'autres le seront à partir de lundi prochain. Cela équivaut à une centaine de trains par jour. Autrement dit, sur un total de 3 800 trains, cela représente 2,5 %.

 

Il s'agit de suspensions contraintes en raison de la maladie et planifiées. Ainsi, plutôt que de faire subir des annulations de dernière minute, ce qui met en question la sécurité des voyageurs, la SNCB a préféré cibler – un nombre suffisant de trains est garanti sur chaque liaison – et procéder à des annulations temporaires suite à l'indisponibilité d'un certain nombre de membres du personnel.

 

J'ai insisté auprès de la SNCB pour qu'un monitoring journalier soit assuré, pour qu'une information complète soit donnée aux voyageurs, pour que le service normal reprenne le plus rapidement possible et pour que les trains circulent avec une capacité maximale pour éviter les concentrations de voyageurs dans certaines voitures. Voilà pour la mauvaise nouvelle et la contrainte que nous connaissons.

 

La bonne nouvelle, c'est la mise en œuvre du plan de transport de la SNCB. À partir du 12 décembre prochain, l'offre de trains augmentera de 5 %, soit 1 000 trains supplémentaires par semaine principalement sur les liaisons S Anvers, Liège, Charleroi et Bruxelles. Telle est notre politique pour attirer davantage de voyageurs vers le rail. De façon circonstanciée et particulière, nous devons en supprimer, mais structurellement, nous les augmentons.

 

Tout comme vous l'avez fait, je voudrais souligner le travail des travailleurs et des travailleuses de la SNCB dans ces circonstances difficiles que nous souhaitons tous voir se terminer le plus rapidement possible pour que nous retrouvions nos libertés.

 

06.03  Emmanuel Burton (MR): Monsieur le vice-premier ministre, je vous remercie pour votre réponse. Il est vrai que la situation n'est pas simple. Je vous invite à être proactif en matière de stratégie à mettre en œuvre avec des protocoles précis par rapport au transport de voyageurs. D'autres secteurs dans des situations tout aussi compliquées l'ont fait. J'aimerais donc bien qu'un suivi de cette demande soit assuré. Je me réjouis néanmoins d'entendre de votre part que c'est temporaire et que l'offre va augmenter.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

07 Questions jointes de

- Kattrin Jadin à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "Le sida et l'importance de poursuivre la sensibilisation" (55002086P)

- Simon Moutquin à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "Le sida et les publics vulnérables" (55002097P)

07 Samengevoegde vragen van

- Kattrin Jadin aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "Aids en het belang van verdere sensibilisering" (55002086P)

- Simon Moutquin aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "Aids en kwetsbare groepen" (55002097P)

 

07.01  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, hier, le 1er décembre, c'était la Journée mondiale de lutte contre le sida, qui représente toujours un fléau mondial, mais aussi national. En effet, selon les chiffres belges de 2020, 720 personnes ont été infectées par le VIH, soit deux contaminations par jour dans notre pays. C'est inquiétant! Sciensano a publié un rapport dans lequel il apparaît que la pandémie de covid-19 a ralenti les dépistages et a entraîné une discontinuité dans l'administration des traitements. C'est évidemment très grave. Monsieur le ministre, comment comptez-vous y remédier?

 

Ensuite, entre 2014 et 2019, avec Mme De Block, nous avions développé un plan national de lutte contre le VIH, arrivé à son terme en fin de législature. Allez-vous le renouveler? Avez-vous à cœur de vous atteler au traitement de ce problème essentiel, faut-il le rappeler?

 

07.02  Simon Moutquin (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, chers collègues, 36 millions de personnes sont décédées depuis la découverte du VIH voici 40 ans. Hier, c'était la Journée mondiale de lutte contre le sida, occasion pour nous de rendre hommage à ces millions de disparus; aux 37 autres millions qui vivent actuellement avec le VIH; à ces médecins, aides-soignants et infirmières qui accompagnent les patients; aux associations et communautés qui militent depuis 40 ans contre ce virus. Nous leur disons merci.

 

Voici quelques semaines, l'ONU confirmait à nouveau son intention de mettre fin à l'épidémie d'ici 2030. Pour atteindre ces objectifs ambitieux qui doivent tous nous mobiliser, nous ne pouvons pas fermer les yeux sur les populations touchées de manière disproportionnée par le VIH. En effet, les personnes rejetées de la société sont par définition éloignées des possibilités de dépistage mais aussi des soins de santé. Aujourd'hui, le risque de contracter le VIH est 25 fois plus élevé pour les hommes ayant des relations sexuelles avec des hommes. Il est 35 fois plus élevé chez les personnes qui s'injectent des drogues. Il est 34 fois plus élevé chez les femmes trans et, enfin, il est 26 fois plus élevé chez les femmes en situation de prostitution.

 

Ces liens entre vulnérabilité et infection nous renvoient à des réalités glaçantes. Une femme qui subit des violences conjugales a plus de risques de contracter le VIH en raison, par exemple, d'agressions sexuelles violentes non protégées. Une personne LGBTQIA+, par crainte de parler de ses pratiques sexuelles ou de son orientation, va avoir du mal à en parler à sa famille, à son entourage, à son médecin, et ceci aussi en raison de lois discriminantes. Elle sera donc éloignée des systèmes de prévention, de dépistage et de soins.

 

Monsieur le ministre, quelle est la stratégie du gouvernement belge pour atteindre les objectifs 2030 d'ONUSIDA? Quel financement la Belgique apportera-t-elle à cette stratégie? Comment allez-vous inclure les divers publics vulnérables dans cette stratégie? Je vous remercie.

 

La présidente: Monsieur le ministre, vous disposez de quatre minutes pour votre réponse.

 

07.03  Frank Vandenbroucke, ministre: Madame la présidente, je m'excuse d'être arrivé en retard.

 

Ce sont deux questions importantes. Nous connaissons les chiffres. En 2022, 727 nouveaux diagnostics de VIH ont été confirmés en Belgique. Cela correspond à deux diagnostics par jour, ce qui est beaucoup. Mais en revanche, le nombre de nouveaux diagnostics de VIH a diminué de 21 % par rapport à 2019. Cette forte diminution est observée dans toutes les populations touchées et est fortement liée à la pandémie de covid-19 et aux mesures visant à restreindre sa propagation.

 

Compte tenu de la diversité croissante des populations touchées par le VIH, les stratégies de prévention et de dépistage, ainsi que les soins, doivent être accessibles et inclusifs pour toutes les populations touchées. Ceci est particulièrement important en période de pandémie en raison de la situation précaire de certaines personnes.

 

Il y a un an, on a organisé entre autres une concertation avec les organisations qui sont en contact étroit avec les travailleurs du sexe. Nous avons adapté les services de manière à garantir l'accessibilité de manière sûre.

 

Vous savez sans doute qu'ONUSIDA a fixé l'objectif pour 2030 à 95-95-95: 95 % personnes vivant avec le VIH diagnostiquées, 95 % sous traitement antirétroviral et 95 % avec une charge virale indétectable.

 

Je crois que la Belgique est en bonne voie pour atteindre ces objectifs mais nous ne devons pas stagner. Le plan développé par Mme De Block, je crois, était un pas très important. Une nouvelle proposition du plan VIH a été examinée en octobre dans le cadre de l'intercabinets interfédéral Prévention. Ce plan sera validé ultérieurement.

 

07.04  Kattrin Jadin (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour ces informations très importantes.

 

Je me réjouis en effet que le gouvernement se penche sur une suite du plan national qui avait été initié par la ministre De Block. C'est important! Il faut mettre l'accent sur l'aspect inclusif de toutes les politiques de prévention en matière de VIH, améliorer encore cette accessibilité au dépistage, y compris en temps de pandémie. La prévention qui doit absolument se faire de concert avec les entités fédérées, doit se poursuivre tous les jours.

 

Rappelons aussi que se protéger reste encore aujourd'hui le meilleur moyen de se prémunir d'un risque d'infection du SIDA. Il faut le rappeler à tout le monde, à tout âge et en toute heure.

 

07.05  Simon Moutquin (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je retiens de votre intervention le soin et l'attention à l'inclusivité, à l'accessibilité et aux publics précarisés. Je vous remercie sincèrement pour cela.

 

La stratégie de la riposte au VIH doit être la même pour toutes les pandémies. Seule une stratégie qui inclut les personnes qui sont exclues de la société pourra nous sortir du VIH.

 

Finalement, la manière dont nous gérons cette crise sanitaire est peut-être significative de la vision de la société que nous voulons: une société qui intègre tout le monde quels que soient l'origine, le statut administratif, le genre, la sexualité ou la condition sociale. Une société sans discrimination sera une société sans VIH.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de Ahmed Laaouej à Petra De Sutter (VPM Fonction publique et Entreprises publiques) sur "La vente partielle de la filiale TeleSign de Proximus" (55002096P)

08 Vraag van Ahmed Laaouej aan Petra De Sutter (VEM Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven) over "De gedeeltelijke verkoop van dochteronderneming TeleSign door Proximus" (55002096P)

 

08.01  Ahmed Laaouej (PS): Madame la présidente, chers collègues, madame la ministre, sommes-nous à la veille d'un Proximus Gate? Après les scandales à répétition – je ne vais pas en refaire la liste, Panama Papers, Pandora Gates et bien d'autres –, nous apprenons aujourd'hui que l'entreprise publique Proximus serait en négociation avancée avec une société dite "chèque en blanc", comprenez coquille vide, société écran installée dans un paradis fiscal, aux Îles Caïmans, et dont le patron est lui-même installé à Malte, autre territoire problématique dans le domaine de la fraude fiscale internationale. Pourquoi est-elle en négociation à travers l'une de ses filiales? C'est pour contourner les obligations liées à la probable ou possible cotation en bourse de ladite filiale qui s'appelle TeleSign.

 

Madame la ministre, vous comprendrez qu'alors que le gouvernement se mobilise pour lutter contre ce fléau de la criminalité financière, de la fraude fiscale internationale, et qu'après les scandales à répétition, personne ne pourrait admettre que l'une de nos entreprises publiques, l'un de nos fleurons industriels dans le domaine de la communication et de l'économie digitale, soit aujourd'hui compromise dans ce qui pourrait, demain, être un scandale financier d'envergure internationale.

 

Madame la ministre, quelles sont vos informations à ce sujet? Où en sommes-nous dans ces discussions? Si les informations s'avèrent réelles, quels sont vos moyens d'action et qu'entendez-vous entreprendre pour faire en sorte de sortir cette entreprise publique de cette mauvaise marmite liée à un probable scandale fiscal?

 

08.02  Petra De Sutter, ministre: Monsieur Laaouej, je vous remercie de votre question, qui m'offre l'occasion d'apporter une réponse très ferme.

 

TeleSign est une société dont le siège social, comme vous le savez, se trouve aux États-Unis et qui est détenue à 100 % par Proximus, via BICS, depuis février dernier. Proximus m'a confirmé être en train d'examiner les différentes options stratégiques susceptibles de permettre à TeleSign – qu'elle qualifie de "perle" dans son portefeuille – d'atteindre son plein potentiel. Cette compagnie se charge de l'authentification et de l'identification numérique mobile et des plates-formes sécurisées CpaaS (Communication Platform as a Service).

 

Le conseil d'administration a décidé son entrée en bourse, en vue de laquelle toutes les possibilités sont en train d'être examinées – tâche qui prend beaucoup de temps. Il est notamment question d'une fusion avec une SPAC (Special Purpose Acquisition Company), qui est un processus assez courant aux États-Unis, mais qui reste encore méconnu en Europe. Ce dossier est suivi par le conseil d'administration. Proximus m'a indiqué qu'à ce stade, il était difficile d'en commenter les détails, puisqu'elle est aussi cotée en bourse. Au demeurant, vous aurez pu constater que les marchés boursiers avaient déjà réagi à cette annonce.

 

Je puis vous informer qu'il n'est pas question – et je suis très ferme à cet égard – que Proximus recoure à cette SPAC dont le siège social est installé aux Îles Caïmans, afin de faire entrer TeleSign en bourse. Comme vous, je suis convaincue que ce serait inacceptable pour une entreprise publique belge. Vous savez que le conseil d'administration est occupé à en discuter. En tout cas, je le répète, il est hors de question que Proximus aille organiser une fusion avec une SPAC située dans un paradis fiscal.

 

La présidente: J'insiste sur le respect des temps de parole!

 

08.03  Ahmed Laaouej (PS): Madame la ministre, votre réponse est claire. Nous vous soutiendrons dans cette démarche.

 

Comment se trouve-t-il des gens qui sont aux commandes de cette entreprise publique pour pouvoir imaginer que nous allons les laisser emmener ce fleuron de l'industrie publique belge vers le terrain fangeux de la fraude fiscale internationale? C'est totalement inadmissible!

 

Il faut pouvoir leur dire, à eux comme à d'autres, qu'on ne peut à la fois demander à l'État belge de mobiliser toutes les forces à sa disposition pour lutter contre la fraude fiscale et la criminalité financière et de ne pas donner l'exemple là où il en gestion, là où il est actionnaire! C'est totalement inadmissible!

 

Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse qui est claire mais qui doit être suivie d'effets.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van Koen Metsu aan Vincent Van Quickenborne (VEM Justitie en Noordzee) over "De aanpak van geradicaliseerden in onze gevangenissen" (55002090P)

09 Question de Koen Metsu à Vincent Van Quickenborne (VPM Justice et Mer du Nord) sur "Le plan d’action pour la déradicalisation dans nos prisons" (55002090P)

 

09.01  Koen Metsu (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, heel recent mocht ik enkele antwoorden ontvangen op vragen die ik stelde over de Deradexvleugels. Dat zijn de gespecialiseerde vleugels in onze gevangenissen, bedoeld om geradicaliseerde gedetineerden te behandelen. Ik moet bekennen dat de cijfers mij verontrusten. De vleugels zouden quasi leeg zijn, hoewel momenteel nog tientallen geradicaliseerde gedetineerden in de Belgische cellen zitten en ook met mondjesmaat vrijkomen.

 

Onder hen bevinden zich ongetwijfeld de zes IS-bruiden en aanhangsters van terreurgroep IS, die in juli 2021 actief werden gerepatrieerd door u en de huidige regering. Dat mocht toen een slordige 1,5 miljoen euro kosten. Dat was, ik citeer u: "in het belang van onze nationale veiligheid." Hier gingen ze immers onmiddellijk achter slot en grendel. Hier zouden wij hen permanent kunnen controleren.

 

Toen wij samen nog een coalitie uitmaakten, was daar geen sprake van. In 2019 verklaarde toenmalig minister Alexander De Croo nog letterlijk: "Het laatste wat wij willen, is die personen terughalen naar Belgische bodem." Zij moesten voor een internationaal tribunaal worden berecht. Heel recent werd daar dus anders over beslist.

 

Mijnheer de minister, ik heb een heel eenvoudige ja-neevraag voor u. Kan u ons garanderen dat de zes aanhangsters van terreurgroep IS op dit eigenste ogenblik nog allen achter slot en grendel zitten in uw Belgische gevangenis?

 

09.02 Minister Vincent Van Quickenborne: Mevrouw de voorzitster, mijnheer Metsu, dames en heren Kamerleden, de aanpak van de geradicaliseerden in onze gevangenissen blijft een prioriteit.

 

Mijnheer Metsu, het is juist dat de vorige regering een plan heeft uitgewerkt en aan dat plan heeft meegewerkt. Daarin was onder meer de oprichting van de Deradexvleugels in de gevangenissen van Hasselt en Ittre opgenomen, met de bedoeling te vermijden dat de ideologische hardliners en rekruteerders andere gedetineerden zouden 'besmetten'.

 

Mijnheer Metsu, de Deradexvleugels hebben nooit volledig de capaciteit ingenomen die was voorzien. Vandaag zitten nog vier gedetineerden in de Deradexvleugel in Ittre.

 

Mijnheer Metsu, waarom is dat aantal gedaald?

 

Ten eerste, omdat er een sterk verminderde instroom is in onze gevangenissen. Ten tweede, omdat de CelEx-lijst waarnaar u verwijst intussen meer dan gehalveerd is. Ten derde, omdat wij lopende disengagementprogramma's hebben, waarbij de gedetineerden doorstromen naar zogenaamde satellietgevangenissen. Satellietgevangenissen zijn gevangenissen waar gespecialiseerde teams geradicaliseerden begeleiden en opvolgen. Er zijn vijf van die satellietgevangenissen in ons land: in Brugge, Gent, Sint-Gillis, Andenne en Lantin.

 

Maar ondanks de daling van de cijfers is er geen reden tot zelfgenoegzaamheid. Wij moeten alert blijven. Ik deel uw bezorgdheid op dat vlak. Daarom zullen wij in de komende tijd bijkomende maatregelen nemen.

 

Ten eerste, wij hebben geleerd uit de goede praktijken van de LIVC's. Wij zullen zulke structuren ook in onze gevangenissen oprichten: penitentiaire veiligheidscellen.

 

Ten tweede, wij zijn bezig met de aanwerving van 22 veiligheidscoördinatoren voor onze gevangenissen. Dat zullen mensen zijn die het aanspreekpunt zijn voor de Veiligheid van de Staat, en tegelijkertijd zullen zij instaan voor een nog betere risicotaxatie.

 

Ten derde, wij zullen, zoals u weet, ook het aantal personeelsleden bij de Veiligheid van de Staat zo goed als verdubbelen in de komende jaren. Er zijn intussen 4.500 kandidaten voor een vacature bij de Veiligheid van de Staat.

 

Wij laten dus niets aan het toeval over. En om te antwoorden op uw vraag: ja, ik kan u garanderen dat die 6 dames inderdaad achter slot en grendel zitten. Ik dank u voor uw volgehouden aandacht voor dit thema.

 

09.03  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik neem akte van het feit dat u 100 % garandeert dat die 6 gerepatrieerde IS-bruiden, dus aanhangsters van terreur, achter slot en grendel zitten. Ik hoop dat u gelijk hebt, en dan mag u mij daarop afrekenen. Mijn bronnen getuigen anders. Zij zeggen dat er al meer dan één op vrije voeten is.

 

Dan zitten wij wel met een fundamenteel probleem. Corona domineert natuurlijk onze media, waardoor deze potjes allemaal gesloten kunnen blijven. Zonder corona was dit één van de hot items, dat garandeer ik u. Wij zullen natuurlijk op die spijker blijven kloppen.

 

Mijnheer de minister, wat mij betreft, en wat mijn bronnen betreft, zijn er op dit moment enkele van die IS-bruiden al op vrije voeten. Dan kunt u zeggen: dat ligt aan de rechterlijke macht, die heeft uitspraken gedaan, maar uiteraard bent u dan mee verantwoordelijk. Ik zal u zeggen waarom. Zonder de beslissing van deze regering tot actieve repatriëring, hadden zij nooit of nooit op vrije voeten geweest. Truth be told, zou ik zeggen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Samengevoegde vragen van

- Gitta Vanpeborgh aan Karine Lalieux (Pensioenen en Maatschappelijke Integratie) over "De Internationale Dag voor mensen met een beperking en de prijs van de arbeid" (55002079P)

- Tania De Jonge aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Meer kansen voor mensen met een beperking en de krapte op de arbeidsmarkt" (55002087P)

10 Questions jointes de

- Gitta Vanpeborgh à Karine Lalieux (Pensions et Intégration sociale) sur "La Journée internationale des personnes handicapées et le prix du travail" (55002079P)

- Tania De Jonge à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Les opportunités supplémentaires pour la personne handicapée et la pénurie sur le marché de l'emploi" (55002087P)

 

10.01  Gitta Vanpeborgh (Vooruit): Mevrouw de minister, eerder dit jaar hebben we in de Grondwet het principe vastgelegd dat we iedereen onderdeel van de samenleving laten zijn. Dat mooi principe krijgt pas waarde door actie. Helaas worden mensen met een handicap al jaren benadeeld, als zij zich actief willen inzetten in de samenleving. Wie ondanks de handicap wil werken, meer wil werken of met zijn of haar geliefde wil samenwonen, wordt daarvoor financieel afgestraft. Daarmee maken wij komaf tijdens deze regeerperiode; dat is duidelijk. Wij erkennen dat mensen gelijkwaardig zijn en dat zij soms extra ondersteuning hebben om hetzelfde te bereiken, zoals een integratietegemoetkoming. De verplaatsing naar het werk vraagt meer voor wie in een rolstoel zit.

 

Ter gelegenheid van de internationale dag voor personen met een handicap op 3 december, morgen, wil ik evalueren waar we staan. We maken werk van onder andere toegankelijker openbaar vervoer. De prijs van de liefde wordt afgeschaft en er komt een hervorming die komaf moet maken met de prijs van de arbeid, zodat meer mensen hun integratietegemoetkoming behouden.

 

Nu moeten wij er nog voor zorgen dat de doelgoed geïnformeerd wordt, zodat hij weet hoe snel en hoe goed wij hier werken – dat mag ook weleens gezegd worden – en men zijn leven veel beter kan plannen.

 

Mevrouw de minister, wanneer treden de aangekondigde maatregelen in werking?

 

Hoe zult u ervoor zorgen dat de begunstigden niet via de krant, maar van de administratie te weten komen wanneer de maatregelen in werking treden en wat ze betekenen voor hun persoonlijke situatie?

 

10.02  Tania De Jonge (Open Vld): Mevrouw de minister, morgen is het de Internationale Dag voor Personen met een Handicap. Bedrijven smeken om extra helpende handen, maar helaas is de werkzaamheidsgraad bij personen met een handicap te laag. We mogen de kans vandaag dus niet laten liggen om hun aan een passende job te helpen, want ook zij willen werken.

 

We zullen daarbij rekening moeten houden met de beperkingen, zowel qua jobinhoud als qua inrichting op de werkvloer. Ook dat is maatwerk. Het bedrijfsleven kan dat doen door de inzet van mensen met een handicap structureel op te nemen in het hr-beleid.

 

We moeten daarbij platgetreden paden durven te verlaten en niet langer uitsluitend kijken naar de sociale economie. Die is weliswaar belangrijk, maar we mogen ook niet vergeten dat de capaciteiten van de betrokkenen vaak ten onrechte miskend worden, we mogen hun talenten niet onderschatten. We willen dat onze bedrijven gelijke kansen en een inclusieve werkvloer realiseren en we zouden dat kunnen doen door de introductie van een toegankelijkheidscharter.

 

Bij de toeleiding naar een passende job is een belangrijke rol weggelegd voor de VDAB, Forem en Actiris. Ook federaal hebben we belangrijke tools in handen, die vooralsnog onbenut blijven. Wij kunnen bijvoorbeeld een flexibel werkkader creëren of de interimsector een instroomfunctie toewijzen, die drempelverlagend kan werken om personen met een handicap hun eerste werkervaringen te laten beleven.

 

Welke maatregelen wilt u nemen om meer mensen met een handicap terug aan de slag te krijgen, ook in de reguliere sector? Zult u inzetten op flexibele werkroosters en de drempelverlagende instroomfunctie via de interimsector benutten? Zult u, ten slotte, het reguliere bedrijfsleven ertoe aanzetten om werk te maken van een inclusieve en toegankelijke werkvloer conform een toegankelijkheidscharter?

 

10.03 Minister Karine Lalieux: De Internationale Dag voor Personen met een Handicap op 3 december herinnert ons aan de enorme stappen die we nog moeten zetten om onze maatschappij inclusiever te maken. Op mijn initiatief heeft de regering een ambitieus en concreet federaal actieplan Handicap goedgekeurd. Werkgelegenheid is een van de prioriteiten. Daarom hebben we gedurende het begrotingsconclaaf beslist om de prijs van de arbeid aan te pakken. Die hervorming heeft tot doel om het vrijstellingsplafond van het arbeidsinkomen te verhogen tot 63.000 euro; de maatregel treedt dit jaar nog in werking. Dat komt neer op een verhoging van 250%.

 

Tegelijkertijd stijgt ook het plafond voor vrijstelling van het vervangingsinkomen. Die maatregel komt meer dan 40.000 personen ten goede. Hiervoor is een jaarlijks budget van meer dan ruim 19 miljoen uitgetrokken. Heel wat personen met een handicap willen en kunnen werken, maar in vele gevallen verliezen ze hun integratietegemoetkoming. Met die maatregel zullen we dat vermijden. Net zoals voor de prijs van de liefde zal de maatregel automatisch worden toegepast. We zullen hierover nog uitgebreid communiceren.

 

Op de vooravond van de Internationale Dag voor Personen met een Handicap doe ik een oproep aan alle privéwerkgevers en openbare werkgevers om hun verantwoordelijkheid op te nemen en bij te dragen aan een inclusieve maatschappij en werkvloer.

 

À la veille de cette Journée internationale des personnes handicapées, je me permets de le dire également en français.

 

Maintenant qu'on a diminué le prix du travail, j'en appelle à tous les employeurs, publics comme privés, pour qu'ils prennent leurs responsabilités de manière à faire ensemble une société plus inclusive parce que le travail, c'est l'inclusion et l'émancipation pour toutes les personnes, y compris les personnes handicapées.

 

10.04  Gitta Vanpeborgh (Vooruit): Mevrouw de minister, ook al moeten we nog enorme stappen doen naar de inclusieve samenleving, met de aangehaalde maatregel doen we alvast een belangrijke stap voorwaarts. Daarmee komen we trouwens tegemoet aan de Grondwetswijziging artikel 22ter, jammer genoeg zonder de steun van de N-VA en het Vlaams Belang – herinner u de zware discussies begin dit jaar -, die de wijziging afdeden als symboolpolitiek. Uw beleid vandaag toont nogmaals aan dat het niet om symboolbeleid gaat.

 

Heel concreet, maar liefst 40.000 mensen behouden hun integratietegemoetkoming en kunnen actief bijdragen aan de samenleving, zonder daarvoor financieel gestraft te worden. Zij worden erkend en gewaardeerd. Omdat een handicap helaas niet magisch verdwijnt wanneer men werkt en omdat werken ook voor die mensen moet lonen, ben ik zeer tevreden met die stap. Wij erkennen dat en maken er verder werk van. Ik hoop dat de collega's inzien dat de wetswijziging meer was dan een symbool.

 

10.05  Tania De Jonge (Open Vld): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoop dat alle bevoegde ministers er werk van maken om mensen met een beperking toe te leiden naar een reguliere job. De invoering van een toegankelijkheidscharter kan daarbij een meerwaarde zijn, zoals ik heb toegelicht. Mensen met een handicap verdienen een plaats in de visie op het arbeidsmarktbeleid, vooral omdat we streven naar een werkzaamheidsgraad van 80 %. Gelijke rechten voor ieder persoon met een handicap, ook op de arbeidsmarkt, verdienen absoluut onze aandacht. Heel vaak onderschatten we hun talenten. Inclusie is pas geslaagd wanneer we de focus leggen op wat de betrokkenen wel kunnen en niet op hun beperkingen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Ortwin Depoortere aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen) over "De toestand aan het station Brussel-Noord" (55002078P)

11 Question de Ortwin Depoortere à Annelies Verlinden (Intérieur et Réformes institutionnelles) sur "La situation à la gare de Bruxelles-Nord" (55002078P)

 

11.01  Ortwin Depoortere (VB): Mevrouw de minister, naar schatting 100.000 illegalen zwerven rond in de straten van Brussel. Dat zijn niet mijn cijfers, maar de cijfers die de Brusselse regering aan u en staatssecretaris Mahdi heeft bezorgd. Het staat natuurlijk in de sterren geschreven dat dit vroeg of laat tot overlast moet leiden. De illegalen verzamelen zich onder andere in de omgeving van het station Brussel-Noord en dat leidt tot criminele feiten.

 

Ik hoef u er niet aan te herinneren dat werkgevers zelfs privébewakingsfirma's inschakelen om hun personeel op een veilige manier op hun werkplaats te krijgen en ik hoef u zeker niet te herinneren aan de brief die de Brusselse regering een maand geleden al tot u heeft gericht. Ik wil trouwens even vermelden dat de commissie voor Binnenlandse Zaken nog altijd geen inzage heeft gekregen in die brief. Ik hoef u er ook niet aan te herinneren dat de Brusselse burgemeesters deze week aan de alarmbel hebben getrokken en u vragen om versterking te sturen, want zij kunnen de situatie niet meer de baas. Zij vragen u om de federale politie in te schakelen, mevrouw de minister, om de orde en veiligheid weer te kunnen handhaven in de stationsomgeving.

 

Mijn vraag is duidelijk en helder: gaat u in op die oproep, mevrouw de minister? Zult u de federale politie de opdracht geven om de orde en het recht te herstellen in de omgeving van Brussel-Noord en op andere plaatsen in Brussel waar dat nodig blijkt?

 

11.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Depoortere, ik ben uiteraard op de hoogte van de veiligheidsproblematiek in de buurt van Brussel-Noord. Laten wij duidelijk zijn: er is meer aan de hand in die omgeving dan enkel de overlast van transmigranten of migranten. Er zijn ook daklozen, er is een drugsproblematiek, er is een prostitutieproblematiek en dan spreken wij nog niet over de illegale economie, die de burgemeester van Sint-Joost-ten-Node heeft aangekaart. Het is geen aangename, veilige buurt meer voor de wijkbewoners, maar ook niet voor de mensen die via het station in onze hoofdstad komen werken.

 

Naar aanleiding van de problematiek hebben wij op 19 oktober op het kabinet van staatssecretaris Mahdi een overleg gehouden met de Brusselse minister-president en de minister van Justitie, omdat de complexe problematiek een geïntegreerde aanpak van alle actoren vergt.

 

In het verleden werden reeds verschillende initiatieven genomen. Wij hebben recent ook het MEDUSA-platform uitgebreid. Het is een operationeel platform onder leiding van de Brusselse DirCo. Wij hebben dat platform uitgebreid met politieke vertegenwoordigers van de regio's, van de lokale overheden en het federale niveau. Op 28 november is in die constellatie een vergadering gehouden om de problematiek te bespreken en aan te pakken.

 

Het is zo, en dat weet allicht ook, dat de Brusselse minister-president het voortouw moet nemen om die problematiek aan te pakken. Hij moet de coördinatie daartoe doen vanuit zijn bevoegdheden inzake bestuurlijke handhaving. Er werden in het verleden reeds gerichte acties uitgevoerd en men kan nog verder gaan. Samen met de federale inspectiediensten, de federale en lokale politie en de Dienst Vreemdelingenzaken kunnen doeltreffende acties worden opgezet.

 

Laat mij immers duidelijk zijn, politieacties alleen kunnen nooit tot een duurzame oplossing leiden van dat fenomeen omdat dan vaak de symptomen verschuiven naar andere wijken.

 

Laat mij duidelijk zijn, de gecoördineerde aanpak onder leiding van de minister-president moet nog verder doorgedreven worden. De inzet van de federale politie op het terrein kan ook in dat plan passen. Ik roep iedereen dan ook op om alle mogelijke middelen in te zetten om de veiligheid van de wijkbewoners te herstellen, maar zeker ook die van de pendelaars en bonafide ondernemers. Aan zo'n aanpak wil ik zeker meewerken.

 

11.03  Ortwin Depoortere (VB): Mevrouw de minister, de pendelaars en de bevolking hebben alleszins geen baat bij het opsteken van paraplu's, het doorschuiven van verantwoordelijkheden naar ministers-presidenten enzovoort. U moet zelf uw verantwoordelijkheid nemen.

 

Het zal dweilen met de kraan open blijven als er in dit land geen werk wordt gemaakt van een daadwerkelijk kordaat uitwijzingsbeleid. 100.000 illegalen, dat leidt tot criminaliteit, daar kan niet naast gekeken worden. Wij moeten dus komaf maken met het opengrenzenbeleid. Wij moeten illegaliteit bestraffen. Illegalen moeten wij opsporen en opsluiten in gesloten centra. Wij moeten hun geen A4'tje geven maar terugsturen naar hun land van herkomst. Maak daarvan werk. Maak daarvan samen met de regering werk.

 

Het Vlaams Belang heeft reeds een aantal concrete voorstellen in een brochure gegoten. Ik geef ze u graag mee. Het wordt tijd voor een Fort Europa.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Samengevoegde vragen van

- Ben Segers aan Sammy Mahdi (Asiel, Migratie en Nationale Loterij) over "De opvangcrisis" (55002076P)

- Nahima Lanjri aan Sammy Mahdi (Asiel, Migratie en Nationale Loterij) over "De opvangcrisis" (55002089P)

- Catherine Fonck aan Sammy Mahdi (Asiel, Migratie en Nationale Loterij) over "De situatie van asielzoekers" (55002092P)

- Eva Platteau aan Sammy Mahdi (Asiel, Migratie en Nationale Loterij) over "De opvangcrisis" (55002095P)

12 Questions jointes de

- Ben Segers à Sammy Mahdi (Asile, Migration et Loterie Nationale) sur "La crise de l'accueil" (55002076P)

- Nahima Lanjri à Sammy Mahdi (Asile, Migration et Loterie Nationale) sur "La crise de l'accueil" (55002089P)

- Catherine Fonck à Sammy Mahdi (Asile, Migration et Loterie Nationale) sur "La situation des demandeurs d'asile" (55002092P)

- Eva Platteau à Sammy Mahdi (Asile, Migration et Loterie Nationale) sur "La crise de l'accueil" (55002095P)

 

12.01  Ben Segers (Vooruit): Collega's, vannacht was het nul graden en opnieuw hebben tientallen asielzoekers de nacht doorgebracht aan het Klein Kasteeltje, in de vrieskou en de smeltende sneeuw. Ze kregen geen opvang noch bed, bad en brood, ook al hebben ze daar recht op. Dat is onaanvaardbaar en Vooruit vraagt daarom onmiddellijke noodopvang voor hen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik wil vooraf benadrukken dat deze regering lessen wel degelijk heeft getrokken uit wat onder de vorige regering fout ging. Voor Vooruit is het duidelijk, de beste manier om voldoende opvang te hebben, is natuurlijk een snellere behandeling van de asielaanvragen. Terwijl de vorige regering nog gesnoeid heeft in het personeel van de asieldiensten en de achterstand bleef groeien, met alle gevolgen van dien voor de opvang, was net deze regering helemaal terecht een grote aanwervingscampagne begonnen.

 

Die aanwerving en de bijbehorende opleiding zijn lopende en zullen renderen. Dat zal goed zijn voor iedereen, maar zoiets kost nu eenmaal tijd. Die tijd hebben de asielzoekers, die de nacht op straat moeten doorbrengen, niet. Daarom is het onze plicht om in de tussentijd ook minstens noodopvang te voorzien. Hoe moeilijk het ook is, hoeveel tegenwerkende krachten er ook mogen zijn, nooit mogen we aanvaarden dat mensen bij vriestemperaturen op straat moeten slapen.

 

Deze regering kan zeer veel als de neuzen in dezelfde richting staan, ook op het vlak van migratie. Ik wil daarom u en iedereen binnen de regering, maar bijvoorbeeld ook Defensie en de lokale overheden, oproepen om zonder taboes te doen wat nodig is en onmiddellijk noodopvang te organiseren. Zo moet niemand de komende nachten nog op straat doorbrengen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, zal deze regering daarvoor zorgen? Zo ja, hoe en wanneer? Veel succes.

 

12.02  Nahima Lanjri (CD&V): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de staatssecretaris, aan het Klein Kasteeltje brengen heel wat asielzoekers de nacht door op straat. Dat laat niemand onberoerd, ook u niet. Daarvoor ken ik u goed genoeg.

 

Of het nu om asielzoekers, daklozen, mensen in armoede of slachtoffers van de watersnood gaat, als christendemocraten vinden wij het onaanvaardbaar dat mensen in de kou op straat moeten slapen. Wij zijn het erover eens dat wij een oplossing moeten vinden. Daar bent u ook dag en nacht mee bezig. Dat lukt u echter niet indien u het helemaal alleen moet doen. Iedereen moet mee helpen zoeken naar plaatsen. Het is een verantwoordelijkheid van elke minister en ook van de lokale besturen. Ik hoop dan ook dat alle partijen van de meerderheid en de oppositie in het halfrond hun burgemeesters en schepenen oproepen om mee te helpen in de zoektocht naar opvangplaatsen.

 

Mijnheer de staatssecretaris, u hebt alvast bewezen dat u verantwoordelijkheid wil nemen. U hebt alvast duizend extra opvangplaatsen gecreëerd. U hebt ook uw plannen erdoor gekregen om alvast 5.400 bufferplaatsen te creëren.

 

U bent bovendien permanent in dialoog met de lokale besturen. Dat is goed, maar wij weten ook dat die gesprekken niet van een leien dakje lopen. Heel wat lokale besturen hebben dat liever niet. Dat geldt bijvoorbeeld voor Glons waarmee u al weken in overleg bent. Daar ligt een lege kazerne maar het lokale bestuur staat op de rem.

 

Mijnheer de staatssecretaris, welke bijkomende maatregelen wil u treffen om op korte termijn in oplossingen te voorzien?

 

Hebt u van uw collega-ministers, die moesten meewerken aan de zoektocht, veel concrete voorstellen gekregen voor opvangplaatsen en plekken en gebouwen waar mensen kunnen worden opgevangen?

 

Wat stellen de lokale besturen en organisaties voor? Hebben zij eigenlijk voorstellen? Hoe wil u met hen samenwerken?

 

12.03  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le secrétaire d'État, les files interminables de ces hommes, femmes et enfants contraints d'attendre dehors, le jour et la nuit, en pleine période hivernale, ce n'est pas digne et c'est encore moins digne de notre pays.

 

Vous portez avec le gouvernement la pleine responsabilité de ce qui se passe. Si je dis "gouvernement", c'est parce qu'il fut une époque où on entendait davantage les partis progressistes de ce gouvernement réclamer un minimum d'humanité.

 

Voici quelques jours, vous expliquiez les raisons des problèmes d'accueil. Vous expliquiez également les mesures encore à concrétiser. Mais vous avez vous-même aussi reconnu qu'il n'est plus possible d'enregistrer le même jour toutes les personnes qui se présentent le matin. Disons-le clairement, c'est comme si les quotas quotidiens de Théo Francken étaient à nouveau instaurés.

 

Aujourd'hui, ce gouvernement reporte son devoir sur le secteur associatif qui travaille sans relâche pour éviter qu'un drame humanitaire ne se produise dans notre pays. Jour après jour, quand on regarde la situation au Petit-Château, rien ne change.

 

Monsieur le secrétaire d'État, il y a une question majeure et à présent très urgente: qu'allez-vous mettre en place en urgence (pas dans une ou deux semaines), pour accueillir avec un minimum de dignité humaine les personnes qui demandent l'asile?

 

12.04  Eva Platteau (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de staatssecretaris, collega's, ik ga beginnen met een tweet voor te lezen die vanmorgen werd gedeeld door een medewerker van Fedasil: "Het regent en het sneeuwt zelfs een beetje. Een lange rij mensen wacht aan de poort, sommigen in gouden thermische dekens van hulpverleners. Met karton en plastiek proberen ze zich te beschermen tegen de kou. Aan de Poolse grens, denkt u? Neen, vandaag in hartje Brussel." Ik kreeg vanmorgen ook een foto doorgestuurd van hulpverleners ter plaatse.

 

Mijnheer de staatssecretaris, de mensen op het terrein zijn moe, radeloos en ja, ze zijn woedend. Al meer dan een maand moeten de medewerkers van het Klein Kasteeltje mensen weigeren, omdat er geen plaats meer is in het opvangnetwerk. Ik weet dat u net dit soort van opvangcrisis absoluut wilde vermijden, want u hebt zich met deze regering geëngageerd om 5.400 bufferplaatsen bij te creëren. We zijn het er helemaal mee eens, we hebben die buffercapaciteit nodig om bij fluctuaties van asielaanvragen snel en flexibel te kunnen schakelen.

 

Voor alle duidelijkheid, in ons welvarende land hoort niemand op straat te slapen, of men nu dakloos is, het slachtoffer van overstromingen is of internationale bescherming aanvraagt. Voor dat laatste is het federale niveau bevoegd. Het is een wettelijke verplichting om mensen die asiel aanvragen opvang aan te bieden.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik weet dat u en uw diensten hun uiterste best doen om het opvangnetwerk te versterken en dat u in snelheid gepakt werd, maar dat het op de langere termijn beter wordt, daar hebben de medewerkers van Fedasil, de hulpverleners op het terrein en mensen die vandaag op straat de nacht doorbrengen helaas geen boodschap aan.

 

Daarom vraag ik u met aandrang om in noodopvang te voorzien. Wanneer zal die noodopvang er zijn? Welke oplossingen liggen op tafel?

 

12.05 Staatssecretaris Sammy Mahdi: Mevrouw de voorzitster, dames en heren Kamerleden, het is goed dat deze vragen gesteld worden en dat er aan de alarmbel wordt getrokken. Niemand hoort op straat te slapen, ook geen daklozen of asielzoekers.

 

Wie in België een asielaanvraag indient, heeft recht op opvang. De voorbije maanden werden er reeds meer dan 1.000 extra plaatsen gecreëerd in een hele lijst plaatsen, waaronder Geel, Lommel, Oudergem en Koksijde. Enkele bestaande centra, zoals in Namen, Bierset en Florennes, werden uitgebreid. In de komende werken komen er in onder meer Leopoldsburg en Damme nog plaatsen bij. Al die lokale besturen steken hun nek uit en leveren inspanningen om opvangplaatsen mogelijk te maken, waarvoor ik hen vooreerst wil bedanken. Zonder hen is er geen opvang mogelijk. We hebben partners nodig, zelfs veel partners om uit de huidige situatie te geraken, zowel federale als lokale partners.

 

À la mi-septembre, j'avais déjà informé le gouvernement des prévisions pour la période à venir.

 

En Belgique comme dans d'autres pays européens, tels les Pays-Bas, exactement les mêmes problèmes se posent. C'était à prévoir avec une situation dramatique en Afghanistan, des gens menacés de famine et d'autres disparaissant sous le régime des talibans.

 

Ook de gevolgen van de overstromingen in Wallonië zijn uiteraard gekend. We zijn daar solidair geweest, allemaal samen. Ook Fedasil is solidair geweest. Fedasil is plaatsen kwijtgespeeld door de overstromingen, maar heeft een aantal van de eigen plaatsen vrijgemaakt voor mensen die hun huis zijn kwijtgespeeld tijdens de overstromingen in Wallonië. De solidariteit die Fedasil toen heeft getoond ten aanzien van mensen in Wallonië die hun huis zijn kwijtgespeeld, is dezelfde solidariteit die ik verwacht op het moment dat asielzoekers nood hebben aan bed, bad en brood.

 

Le 17 septembre, le Conseil des ministres a décidé que plusieurs membres du gouvernement et leurs services assisteraient Fedasil dans la création d'un nombre de places d'accueil suffisant. Par exemple, la ministre de la Défense a offert le site de Glons à Bassenge pour l'ouverture d'un centre d'accueil d'urgence – centre sur lequel on travaille depuis plusieurs semaines.

 

Je comprends les problématiques sur le terrain. La bourgmestre a exprimé ses inquiétudes. Les travaux nécessaires pour protéger le site contre les incendies ont été réalisés et les demandes de la bourgmestre ont été rencontrées. Fedasil est donc prêt à ouvrir le site demain.

 

Certes, ce n'est pas facile pour les pouvoirs locaux mais j'appelle tout le monde à les convaincre qu'il ne faut pas attendre le week-end: il neige et il faut garantir l'accueil aujourd'hui. Je pense que tout le monde – et vous également, madame Fonck – est d'avis qu'on ne peut pas attendre lundi. Il faut ouvrir le plus rapidement possible, dès demain.

 

Daarnaast is er uiteraard ook een grote nood aan personeel. Geopende plaatsen zijn immers weinig waard als men niet voldoende personeel voorziet. Daarom zoekt Fedasil nog steeds personeel om de centra die open zijn verder te bemannen. In tussentijd zitten we samen met verschillende organisaties om noodoplossingen te voorzien en vrijwilligers aan het werk te zetten op de plaatsen die in sneltempo worden gecreëerd en te voorzien zijn van voldoende personeel.

 

Er werd daarnaast verwezen naar de structurele maatregelen die nodig zijn. Ook die hebben we voorzien en ze zijn noodzakelijk. Zo heeft deze regering beslist om te investeren in personeel voor de asieldiensten, zoals reeds gezegd werd door de heer Segers. Daarnaast wordt voorzien in kortere procedures, om de nood aan opvang te verminderen, en een bufferbeleid om de fluctuaties op te vangen.

 

Ik zet hier al weken en maanden mijn schouders onder. Alleen gaat het niet lukken, net zomin als in 2015. Daarvoor heeft men partners nodig en ik ben ervan overtuigd dat die er zijn. Ik ben dus bijzonder blij met de vele vragen die gesteld zijn en de vele mensen die terecht aan de alarmbel trekken.

 

Ik ben er dan ook van overtuigd dat we met al die mensen, en vele anderen, niet enkel in staat zijn om morgen al de noodopvang te voorzien op de site in Glons, maar de komende dagen, weken en maanden ook in staat zullen zijn om op lokaal niveau, in samenwerking met het federale niveau, al het nodige te doen om te vermijden dat mensen op straat slapen, sneeuw of geen sneeuw.

 

12.06  Ben Segers (Vooruit): Mijnheer de staatssecretaris, dank u wel voor uw antwoord. Wij van Vooruit steunen u natuurlijk helemaal bij uw voornemen van onmiddellijke actie. Wij rekenen erop dat deze regering zeer snel tot onmiddellijke resultaten zal komen. Wij zullen dit natuurlijk van heel nabij opvolgen. Er is geen tijd meer te verliezen, want wat de omstandigheden ook zijn, wij mogen nooit aanvaarden dat mensen bij vriestemperaturen op straat komen te staan.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik hoorde u zeggen: als het van mij afhangt, gaat de opvang in Glons morgen open. Als het van mij en Vooruit afhangt, natuurlijk ook. Aan mevrouw Matz en het cdH wil ik dan ook meegeven: u levert de burgemeester in Glons. U weet dat wij een grote stap vooruit kunnen doen als de opvang daar meteen kan opengaan. Ik reken daarom ook op u, opdat er meteen een einde zou komen aan de miserie aan het Klein Kasteeltje.

 

12.07  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de staatssecretaris, niemand verdient het de nacht op straat te moeten doorbrengen. Daarom steunen wij u ook in uw beleid, en zeker in uw zoektocht naar noodopvang.

 

Als er nu reeds noodopvang beschikbaar is, zoals wij horen, moet die ook snel opengaan. Wat ons betreft, moet de opvang in Glons liever vandaag dan morgen opengaan. Fedasil is klaar. Die plekken zijn ter beschikking. De opvang moet dus opengaan.

 

Wij rekenen op de inzet van iedereen, van elke minister, ook die van Defensie. In het verleden is het meermaals bewezen dat Defensie met plekken naar voren kwam.

 

Elke minister moet zijn engagement om te zoeken naar plekken waarmaken, en daarnaast natuurlijk ook de lokale besturen. Dit is een collectieve verantwoordelijkheid. Alleen als wij de handen in elkaar slaan, geraken wij eruit. Als wij de handen in elkaar slaan, kunnen wij ervoor zorgen dat niemand nog op straat hoeft te slapen.

 

12.08  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le secrétaire d'État, j'entends vos déclarations, et surtout l'engagement que vous prenez de garantir que plus personne ne passe la nuit dehors; j'en prends bonne note. Nous verrons dans les jours qui viennent si les actes suivront vos déclarations. J'entends aussi les propos quelque peu polémiques, me semble-t-il, qui tendent à renvoyer la responsabilité aux autorités locales. Ce n'est pas en adoptant des postures politiques ici au sein de l'hémicycle de la Chambre que l'on règlera les problèmes qui se posent éventuellement au niveau local. J'attends d'un secrétaire d'État, et même d'un gouvernement, que ceux-ci mettent les personnes impliquées autour de la table pour trouver des solutions aux problèmes qui se posent. C'est votre job, monsieur le secrétaire d'État. Mettons donc fin à cette situation inhumaine et indécente! Je vous remercie.

 

12.09  Eva Platteau (Ecolo-Groen): Mijnheer de staatssecretaris, ik ben blij met uw antwoord, omdat u ook de urgentie deelt dat er niemand op straat mag slapen. Het is crisis en het is uw verantwoordelijkheid om die op te lossen. Ik steun uw oproep aan lokale besturen waarvan u solidariteit vraagt en uw oproep aan andere departementen als Defensie om te helpen.

 

Het huis brandt en als een huis brandt, zoekt men een emmer water om te blussen. Of dan reikt men een emmer water aan om te blussen; maar zoekt men niet nog verder naar andere emmers water. Bij noodopvang is het belangrijk om te zien welke infrastructuur men het snelst kan inzetten. Ik vraag u om zonder taboes te luisteren naar de oplossingen die Fedasil zelf aanreikt en de oplossingen te grijpen die het middenveld en burgerinitiatieven u aanreiken. U heeft daarnaar verwezen. Ook de inzet van vrijwilligers kan er voor zorgen dat we infrastructuur snel kunnen inzetten.

 

Mijnheer de staatssecretaris, ik reken op u om deze crisis op te lossen en ik wens u veel succes, zodat er niemand meer op straat moet slapen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitster: Einde van de mondelinge vragen.

 

13 Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains – Nomination des membres suppléants du Conseil d’administration

13 Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens – Benoeming van de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur

 

Nous aurions dû désigner les membres suppléants du Conseil d'administration de l'Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains.

We moesten overgaan tot de aanwijzing van de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur van het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens.

 

Vu l'insuffisance de membres ayant émis leur voix, je vous propose de reporter le dépouillement des votes à la semaine prochaine.

Aangezien er onvoldoende leden hun stem hebben uitgebracht, stel ik u voor om de telling van de stemmen uit te stellen tot volgende week.

 

Propositions et projet de loi

Voorstellen en wetsontwerp

 

14 Proposition de résolution visant à inclure le crime d’écocide dans le Statut de Rome de la Cour pénale internationale et le droit pénal belge (1429/1-5)

14 Voorstel van resolutie met de vraag om ecocide als misdaad op te nemen in het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof en in het Belgisch strafrecht (1429/1-5)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Samuel Cogolati, Wouter De Vriendt, Stefaan Van Hecke, Séverine de Laveleye, Barbara Creemers, Kristof Calvo.

 

Discussion

Bespreking

 

Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1429/5)

De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1429/5)

 

L’intitulé a été modifié par la commission en "proposition de résolution demandant d’inscrire le crime d’écocide dans le droit pénal international".

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "voorstel van resolutie met de vraag om ecocide als misdaad op te nemen in het internationaal strafrecht".

 

La discussion est ouverte.

De bespreking is geopend.

 

14.01  Michel De Maegd, rapporteur: Je m'en réfère à mon rapport écrit.

 

14.02  Anneleen Van Bossuyt (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, vooraleer ik het standpunt van mijn fractie inzake dit voorstel van resolutie toelicht, onderstreep ik graag dat de N-VA ecologie hoog in het vaandel draagt. Laat daarover geen misverstanden bestaan. Voor ons is het heel belangrijk dat milieumisdrijven, dus misdrijven die ons leefmilieu aantasten, grondig aangepakt worden. Het mooiste bewijs daarvan is de standvastigheid waarmee Vlaams minister van Omgeving, mevrouw Demir, de PFOS-vervuiling door het bedrijf 3M aanpakt.

 

Er is vandaag inderdaad een probleem. Ecosystemen staan wereldwijd onder druk. Er verdwijnen jammer genoeg leefgebieden. Biodiversiteit wordt vaak aangetast en er zijn vele milieuverontreinigingen. Ook internationaal groeit de vraag om iets te kunnen doen aan de vrijbuiters die, tegen de internationale klimaatinspanningen in, waardevolle stukken natuur bewust blijven vernietigen.

 

Sinds de staatshervormingen en specifiek opgenomen in de Bijzondere Wet tot hervorming van de instellingen geldt het principe in foro interno, in foro externo. Dit betekent dat als iemand intern, dus binnen België voor een bepaalde materie bevoegd is, hij dat ook extern is. Leefmilieu, waterbeleid en natuurbehoud zijn bevoegdheden van de deelstaten, de Gewesten dus. Het federale niveau is nog alleen bevoegd voor restbevoegdheden, zoals de productnormen, radioactief afval en een aantal andere zaken.

 

De bevoegdheden zijn zeer duidelijk gescheiden. Het zou dan ook mooi zijn als iedereen op dit niveau, in de Kamer, die bevoegdheidsverdeling ook respecteert. Het niveau van de deelstaten was in mijn ogen de meest aangewezen plaats om onderhavige resolutie in te dienen, niet het Federaal Parlement.

 

Wij zien dat er in de praktijk al gesprekken hebben plaatsgevonden tussen Vlaams minister van Omgeving, Zuhal Demir, en federaal minister van Justitie, Vincent Van Quickenborne. Er werden ook experts aangesteld om een verslag op te stellen, waarvan we de resultaten nog moeten afwachten.

 

De eerste versie van het voorstel van resolutie zag er helemaal anders uit dan het voorstel dat nu voorligt. Voor ons is de tekst, door de vele amenderingen, in de goede richting geëvolueerd. Zo wordt ecocide voorlopig niet in het strafrecht opgenomen. Ook de wijziging in de titel is veelzeggend. Eigenlijk kunnen we stellen dat alles een beetje op de lange baan wordt geschoven. Verschillende zaken zijn nu in de voorwaardelijke wijs geformuleerd. Er wordt ook verwezen naar initiatieven en nog op te stellen rapporten, waarover ik het daarnet al had. Ik wil de MR-fractie daarvoor bedanken, zoals ik in de commissievergadering al deed, want de MR heeft de grootste mijnen uit dit dossier gehaald of heeft er althans voor kunnen zorgen dat we dit dossier voor een stuk voor ons kunnen uitschuiven. Dat kan niet eindeloos, want we weten dat de Ecolo-Groenfractie er nog voor het einde van deze legislatuur werk van wil maken. Ook het verslag van minister Van Quickenborne laat natuurlijk niet eeuwig op zich wachten en kan dus niet uitblijven.

 

Ondanks die tekstverbeteringen zitten er voor onze fractie nog te veel zaken in de tekst, waardoor wij niet overtuigd zijn om voor te stemmen. Nogmaals wil ik benadrukken dat dit niet betekent dat de aanpak van milieumisdrijven voor ons onbelangrijk is. Wij moeten er ons echter wel van bewust zijn dat we spaarzaam moeten omgaan met het gebruik van termen op -ciden.

 

Dat worden bijna containerbegrippen, bijna sloganeske veralgemeningen, waarvan men eigenlijk niet weet waar zij beginnen en zeker niet waar zij eindigen. Voor ons is het heel belangrijk dat men wetenschappelijk en rationeel, zonder te veel ideologische poespas, kan uitleggen waar de gevaren schuilen en welke normen gehanteerd dienen te worden. Dat is het grote probleem met het voorliggende voorstel.

 

Ik heb een concrete vraag voor de indieners van het voorstel. Op basis van het voorstel zou de federale regering voor de rechtbank kunnen worden gedaagd wegens de bouw van nieuwe gascentrales, want daardoor komen tonnen extra CO2 vrij. Is dat een vorm van ecocide? Voor velen zal dat een vorm van ecocide zijn, want er zijn veel mensen die door die bijkomende luchtvervuiling longproblemen zullen hebben. Er sterven in Europa nu al veel mensen door luchtvervuiling, dus ik kan mij voorstellen dat dit voor velen niet ondenkbaar zou zijn. Zo geef ik maar een concreet voorbeeldje van wat het probleem is met voorstellen zoals hetgeen dat voorligt.

 

Gelet op alles wat ik heb gezegd, zal onze fractie het voorstel dan ook niet steunen.

 

14.03  Samuel Cogolati (Ecolo-Groen): Madame la présidente, chers collègues, je vous avoue que ce moment est particulier pour moi. C'est un moment émouvant. C'est la fin d'un combat politique important. En effet, quand nous avons commencé à écrire le texte de cette proposition de résolution visant la reconnaissance du crime d'écocide, j'ai sollicité l'aide de la bibliothèque du Parlement à qui j'ai demandé de retrouver toutes les références possibles au concept d'écocide dans des questions parlementaires ou dans des textes déposés par les membres de cette assemblée. La bibliothèque du Parlement m'a alors répondu qu'elle ne disposait d'aucun document abordant le sujet, que le concept était encore inconnu au bataillon.

 

Il est magnifique d'avoir pu transformer cette petite idée qui était inexistante, il y a encore deux ans, en réalité politique. Il est important de dire franchement, d'avouer qu'il existe, aujourd'hui, une lacune en droit pénal international. Pourquoi? Parce que les écosystèmes ne sont pas suffisamment protégés par l'architecture de ce dernier.

 

Aujourd'hui, on est protégé contre le vol en rue, contre une agression physique, contre la corruption, par exemple. Mais le Code pénal, y compris le Code pénal belge, ne protège pas encore suffisamment contre les destructions les plus graves des écosystèmes.

 

Avec cette proposition de résolution qui, je l'espère, sera votée à une très large majorité ce soir, à l'issue de cette séance plénière, nous vous lançons un appel solennel pour que le droit se porte, enfin, au secours de la planète en comblant cette lacune.

 

Il est vrai que se pose une question de définition. Madame Van Bossuyt, il est exact qu'il existe une définition juridique pour définir les contours de la notion de crime d'écocide. Il est ici question d'une étape cruciale qui a été franchie, il y a à peine quelques mois, à savoir en juin dernier. Un panel d'experts coprésidé par le professeur de droit international Philippe Sands, qui est très souvent présent à la Cour pénale internationale à La Haye pour défendre des États dans la poursuite de crimes commis contre l'humanité et de crimes de génocide, nous a présenté une nouvelle définition.

 

Il nous a dit: "Attention, nous ne visons pas, à travers le crime d'écocide, le passant qui jette une cigarette en rue. Nous ne visons pas, à travers le crime d'écocide, un simple accident." Il y a cette notion d'élément moral, d'élément de culpabilité qui doit être absolument présent. Nous restons évidemment dans le domaine du droit pénal. Que visons-nous finalement? Nous visons des dommages graves. Les dommages doivent toujours être graves et ce sont donc des atteintes hautement préjudiciables à l'environnement, aux écosystèmes. Ils doivent être étendus et donc dépasser une zone géographique bien délimitée. Ils doivent aussi avoir des effets durables et donc des dommages irréversibles qui ne peuvent être corrigés par régénération naturelle.

 

Madame la présidente, chers collègues, ce qui est incroyable, c'est qu'à travers la reconnaissance de cette nouvelle notion, de cette nouvelle incrimination d'écocide, nous quittons une approche trop longtemps anthropocentrique et donc rattachée aux effets de crimes et de dommages sur l'homme exclusivement, l'homme pour l'homme, et nous nous approchons d'une approche beaucoup plus écologique, systémique et qui reconnaît enfin aussi les liens de notre humanité avec la nature et les écosystèmes dont nous dépendons.

 

Christopher Stone est le premier professeur en droit à avoir osé franchir le pas et à avoir posé cette question de savoir si les arbres, la nature, les fleuves ne pourraient pas aussi avoir accès à la justice. J'ai envie de lui rendre hommage. Même si son nom ne vous dit probablement rien, Christopher Stone est un gars absolument fascinant et passionnant. Il est décédé voici à peine quelques mois et a écrit ce livre en 1972. Dans les années 70, cette question semblait complètement folle. Les gens se moquaient de lui dans les facultés de droit. Pourtant la question avait tout son sens et était posée dans un contexte bien particulier. Alors que la grande compagnie américaine très connue, Walt Disney, voulait détruire une énorme forêt de séquoias pour y construire une station de ski, une association de défense de l'environnement essayait de prendre la défense de cette forêt. Cette association environnementale est allée en justice. La cour d'appel de Californie du Sud lui a répondu qu'elle ne pouvait prouver absolument aucun préjudice personnel et lui a donc dit: "Allez-vous-en, vous n'avez absolument rien à faire ici en justice!"

 

C'est en réaction à cette décision judiciaire que le professeur Stone a décidé de prendre un autre pas et d'imaginer un concept de droit pénal beaucoup plus proche et beaucoup plus protecteur de l'environnement et des écosystèmes.

 

On ne tranchera évidemment pas définitivement la question à travers cette résolution, je vous rassure, chers collègues, mais je pense que cela a du sens d'au moins se poser la question. Je prends un exemple. Pourquoi une entreprise privée dotée de cinq euros de capital pourrait-elle avoir beaucoup plus de droits qu'un fleuve comme l'Escaut en Belgique? Je pense que la question a du sens. C'est finalement cette question de la reconnaissance des droits de la nature qui est posée à travers ce texte visant à la reconnaissance du crime d'écocide.

 

J'entends des critiques et je les comprends aisément. J'entends que reconnaître l'écocide, ce serait un peu amoindrir et rendre moins graves les crimes existants de génocide et de crime contre l'humanité. C'est amusant parce que quand on retourne à 1945 et aux sources – Raphael Lemkin et Hersh Lauterpacht qui étaient les penseurs derrières les crimes contre l'humanité et les crimes de génocide –, on pouvait entendre les mêmes critiques. On leur disait: "Si vous reconnaissez le crime de génocide, vous allez rendre les crimes de guerre moins graves."

 

Chers collègues, il est temps de reconnaître que les écosystèmes, la planète Terre, la nature peuvent être victimes de crimes graves de l'ampleur de crimes de génocide et de crimes contre l'humanité. C'est vrai, ce serait une première depuis 1945 mais la question aujourd'hui n'est pas de savoir si les États vont enfin franchir ce pas. La question est de savoir quand ils le feront. Je crois qu'il y a aujourd'hui une base politique bien réelle. Il y a quelque chose qui vit non seulement dans la communauté académique mais aussi dans les associations de défense de l'environnement et du climat. Je les entends et je leur dis qu'il y a quelque chose qui vit aujourd'hui dans la société civile pour enfin franchir ce pas et reconnaître ce crime d'écocide.

 

Il y a aussi cette réponse que j'aime beaucoup, donnée dans Le Vif/L'express par Françoise Tulkens, une femme belge formidable, grande juriste, juge à la Cour européenne des droits de l'homme et même vice-présidente de la Cour de Strasbourg. Le journaliste lui demande si ce n'est pas un peu exagéré d'aller considérer l'écocide au même niveau qu'un crime de guerre.

 

Elle répond: "Qu'est-ce que l'écocide? C'est eco, la maison, et cidere, tuer. Tuer la maison. Finalement, monsieur le journaliste, tuer la maison n'est-ce pas assez gave pour être considéré comme un crime?" La réponse est oui, chers collègues. J'espère vraiment qu'à travers cette résolution, nous rejoindrons aujourd'hui Françoise Tulkens dans cette affirmation selon laquelle nous devons aujourd'hui protéger plus concrètement, avec les dents du droit pénal, la planète et nos écosystèmes.

 

J'entends aussi que reconnaître les écocides ne les empêchera pas. Là aussi, je vous donne raison. Effectivement, le crime de meurtre existe depuis des siècles dans notre Code pénal et malheureusement, nous devons toujours assister aujourd'hui à des meurtres. Alors qu'est-ce qui changera? Quelle est la plus-value? La plus-value de la reconnaissance du crime d'écocide est double.

 

Il y a d'abord une dimension symbolique, morale, philosophique qu'il faut pouvoir assumer, parce que le Code pénal représente cet ordre social et sociétal. Il dit: "Attention! Ces comportements contre la société seront sanctionnés. Vous pourrez éventuellement être privés de liberté parce que vos comportements représentent un danger pour la société". Je pense qu'il est temps aujourd'hui, et même qu'il est urgent, de reconnaître que quand nous détruisons la planète et les écosystèmes dont nous dépendons, oui, nous pouvons être sanctionnés. Quand vous vous attaquez à l'Arctique, quand vous déversez des déchets radioactifs dans les océans, quand vous êtes l'auteur de déforestation dans les forêts équatoriales, que ce soit dans le bassin du Congo ou en Amazonie, non, vous ne nous attaquez pas simplement à de petites provinces isolées du Brésil ou de la République démocratique du Congo. Vous vous attaquez à l'ensemble de la planète, à nos poumons, à nos biens communs. Oui, ces crimes méritent d'être reconnus et doivent – enfin – cesser d'être impunis.

 

Ensuite, il y a la portée instrumentale. Je ne voudrais pas que cette reconnaissance du crime d'écocide reste au niveau d'un buzzword comme on dit en anglais, au niveau d'un slogan, et reste une belle parole en l'air.

 

Non, il faut aussi que cette reconnaissance du nouveau crime d'écocide soit assortie d'effets réels, concrets. Cette reconnaissance représente un nouvel outil juridique pour que le parquet, le ministère public puisse se porter garant de la protection de l'environnement.

 

J'ai envie de vous donner un exemple dont vous vous souvenez très certainement: la marée noire causée par l'Erika. Des centaines de kilomètres de plages souillées de pétrole. Des images terrifiantes de centaines de milliers d'oiseaux tués, blessés, mazoutés. Total a été reconnue coupable de cette catastrophe environnementale tant au qu'au pénal. C'était inédit. La Cour de cassation française a imposé une amende de seulement – tenez-vous bien – 375 000 euros! C'est ridicule! Ce n'est rien du tout pour une compagnie pétrolière qui réalise plusieurs centaines de milliards de dollars de bénéfices par an!

 

Il est temps d'imposer des sanctions à la hauteur des dangers que représentent ces désastres, ces catastrophes environnementales. Il est temps que le droit pénal vienne enfin au secours de la planète et puisse imposer des sanctions réellement dissuasives pour mettre fin à l'impunité.

 

Madame la présidente, chers collègues, j'en viens à la conclusion. Je crois que notre petit pays, la Belgique, pourra être fier ce soir d'être – si le vote est positif et je l'espère de tout cœur – la première assemblée démocratique d'un pays membre de l'Union européenne à appeler de ses vœux, à demander au gouvernement fédéral la reconnaissance du crime d'écocide dans le Code pénal belge et d'amender le Statut de Rome de la Cour pénale internationale de La Haye.

 

Enfin, particularité belgo-belge dont je suis très fier, un amendement renforce ce texte. Je remercie d'ailleurs les partenaires avec qui nous avons travaillé au sein de la majorité en commission des Relations extérieures. Il propose un nouveau traité, une sorte de coalition of the willing, un traité des pays les plus volontaires. Je suis convaincu qu'il ne faut pas traîner. Il y a urgence. Les climatologues nous le disent: nous avons huit ans pour agir pour sauver le climat et éviter une hausse de plus de 1,5 degré de la température globale mondiale.

 

Il fait maintenant avancer avec des pays comme la Finlande, l'Autriche, les Maldives, le Vanuatu. Les pays insulaires sont victimes de la montée des eaux.

 

Enfin, rendons à César ce qui appartient à César. La société civile est particulièrement bien mobilisée. Le concept d'écocide, je ne l'ai pas pondu seul. Il existe depuis des années, surtout avec la crise de l'agent orange au Vietnam dans les années septante. Il est défendu par une juriste française, Valérie Cabanes, qui est venue à la Chambre il y un peu moins de deux ans et qui nous a aidés à rédiger les nuances de ce texte. On le doit aussi à Marie Toussaint, cette députée européenne qui a travaillé pour l'affaire pour le climat en France. On doit cette mobilisation internationale à Polly Higgins, qui est malheureusement décédée, mais aussi à Jojo Mheta, de l'organisation Stop Ecocide ainsi qu'à End Ecocide Belgium.

 

J'ai envie de dire merci du fond du cœur aux mamans, aux grands-parents, aux enfants, aux jeunes pour le climat. Ce soir, j'espère que ce texte pourra être adopté. Très sincèrement, votre mobilisation, votre engagement, votre détermination à sauver la planète me fait encore croire aujourd'hui dans la politique, me donne cet optimisme et cet espoir de croire que nous pouvons protéger la planète ici et maintenant avec des nouveaux outils votés au Parlement.

 

14.04  Annick Ponthier (VB): Mevrouw de voorzitster, beste collega's, met dit voorstel willen de indieners, hoofdzakelijk van Ecolo-Groen, ecocide, dus het bewust beschadigen van milieu- en ecosystemen, opnemen in het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof. Daarmee zou het een misdaad worden die voor het Internationaal Strafhof kan worden gebracht en internationaalrechtelijk kan worden veroordeeld.

 

Ook willen de indieners van ecocide een specifieke misdaad maken in het Belgisch strafrecht. Dat laatste was reeds voorzien in het regeerakkoord van paarsgroen. Ook al werd één ander in het voorstel dat vandaag voorligt afgezwakt door amendementen, het doel blijft vooralsnog overeind.

 

Collega's, bij wijze van inleiding wil ik u meegeven dat het Vlaams Belang de zorg voor milieu en omgeving hoog in het vaandel draagt. Vaderlandsliefde en respect voor onze natuur, ecosystemen en biodiversiteit gaan uiteraard hand in hand. In die geest zijn ook wij voorstander van een strenge bestraffing van bewuste milieubeschadigingen.

 

Dit voorstel om ecocide als afzonderlijke misdaad in het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof op te nemen is voor ons echter een brug te ver. Het Internationaal Strafhof is niet de juiste instelling en het internationaal strafrecht niet het juiste instrument om schade aan het milieu te vervolgen. Daarmee zou, het werd reeds gezegd, ecocide in hetzelfde lijstje komen te staan als misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden, genocide en agressie tegen de vrede. Deze opgesomde misdrijven, waarvoor het Internationaal Strafhof rechtsbevoegdheid heeft, zijn ons inziens veel gewichtiger dan ecocide, of althans dan de voorbeelden opgesomd in het voorstel.

 

Men kan de lijst met gevallen van ecocide in de voorliggende resolutie helemaal niet vergelijken met die misdaden. In vele gevallen gaat het om milieurampen zonder intentioneel karakter. Uiteraard is daarbij vaak sprake van nalatigheid omwille van commerciële belangen, maar geen zinnig mens kan dit soort misdrijven vergelijken met de misdaden waarvoor het Internationaal Strafhof bevoegd is. Het gaat hier niet om het doelbewust aanvallen van ecosystemen met de bedoeling om mensen schade te berokkenen of te doden.

 

Ook het bewijzen van bewuste nalatigheid door winstbejag die leidt tot ecocide kan ons inziens juridisch zeer moeilijk worden. Vele betrokkenen zullen beargumenteren dat ze het risico van een milieuramp klein achtten of zelfs niet op de hoogte waren van de mogelijkheid dat er iets ernstigs fout kon lopen. Volgens ons is dat dan ook juridische sciencefiction en zet het op z'n minst de deur open naar willekeur.

 

Daarnaast schuilt er nog een gevaarlijk addertje onder het gras wanneer we van ecocide een afzonderlijke misdaad maken waarover het Internationaal Strafhof jurisdictie krijgt. In dit voorstel wordt niet alleen van schade aan milieu en ecosysteem gesproken maar ook van klimaatontregeling. Wat ons betreft is dat niet minder dan een stap in de richting van bindende klimaatregels via het internationale strafrecht, iets waar wij voor passen. In theorie zou men daarmee precedenten kunnen scheppen om bedrijven of politici die de koolstofneutrale klimaatpolitiek en het klimaatalarmisme niet volgen te sanctioneren. Dat is een aanzet tot een internationaal klimaathof. Op die manier kan het groene klimaatbeleid in het Akkoord van Parijs en de Green Deal via een internationale strafrechtbank worden afgedwongen. Zijn de broeikasgassen van onder andere de fossiele industrie, de luchtvaart, de veeteelt en de landbouw volgens de indieners immers niet de oorzaken van de grootste ecocide die de wereld ooit gekend heeft, met name de klimaatopwarming waar u het over heeft?

 

De definitie van ecocide blijft namelijk zeer vaag en breed. Het is volledig denkbaar dat men het tegengaan van groen klimaatbeleid er op termijn in zal opnemen.

 

Dit voorstel zet volgens ons de deur open voor vervolging van natuurlijke en rechtspersonen wegens hun CO2-uitstoot, of zelfs wegens hun verzet tegen het klimaatbeleid van de EU en de groene partijen. Ik zou u willen vragen waar dit eindigt. Wordt kritiek op alarmistische klimaatwetenschap binnenkort dan ook verboden volgens die internationale strafwet?

 

Er is trouwens al een gevaarlijk precedent inzake de criminalisering van het klimaatdebat. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft al een rol als Europees klimaathof opgenomen door zich in 2020 open te stellen voor klimaatzaken. Ondertussen zijn er door klimaatactivisten reeds verschillende zaken aanhangig gemaakt. Het Hof sprak over 'mensenrechten voor de planeet' en liet de voorzitter een toespraak houden met als titel: "Moet het Hof het Europees klimaathof worden?"

 

Het Hof stelde ook dat het van zijn kant zijn rol zou spelen binnen de grenzen van zijn rechterlijke bevoegdheden. Overigens werd elk debat over de klimaatwetenschap bij voorbaat gesmoord door het Mensenrechtenhof door de stelling dat niemand legitiem in twijfel kan trekken dat we met een ernstige klimaatnoodtoestand geconfronteerd worden. Op die manier kunnen, zoals collega Van Bossuyt heeft aangehaald, staten voor het Hof gedaagd worden zonder dat ze wetenschappelijk bewijs kunnen aanvoeren dat de retoriek van de klimaatcrisis nuanceert om aan te tonen dat hun klimaatbeleid wel adequaat is.

 

De stelling dat men het verhaal van de Anuna's en de Greta's van deze wereld niet op legitieme wijze kan ontkrachten, zet tevens de deur open voor strafrechtelijke sancties vanwege klimaatbeleid dat in de ogen van klimaatalarmisten niet voldoet. De stap van illegitieme kritiek op de radicale groene agenda naar illegale kritiek is dan snel gezet. Er is dus op dit moment al sprake van een slippery slope inzake het doorduwen van de klimaatagenda via het strafrecht.

 

Dat de indieners het in het voorliggende voorstel ook hebben over klimaatontregeling in een betoog om ecocide op te nemen in het internationaal strafrecht doet bij onze fractie terecht luide alarmbellen rinkelen. Het klimaatdebat, vooralsnog een politiek debat, is dus al gejuridiseerd. Er wordt getracht steeds meer mensen met andere opvattingen te criminaliseren. Dat is een beweging die wij algemeen kunnen vaststellen in het politieke landschap.

 

Het IPCC telt namelijk niet enkel alarmisten in zijn rangen, hoewel enkel zij voortdurend worden opgevoerd door media en activisten. Rechters zoals die van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gaan daar vaak klakkeloos in mee.

 

Mag ik de groene leden eraan herinneren dat het debat over de klimaatverandering overigens niet is afgerond? The science is settled. Dat stelt u, maar dat is voor ons een gemakzuchtige bewering om het eigen gelijk af te dwingen. Dat het klimaat opwarmt is een onomstotelijk feit. Over de impact van de opwarming en de toekomstige gevolgen ervan heerst op dit moment echter nog veel discussie, zeker over de mate waarin het Westen het klimaat kan regelen via CO2-reductie, alsof wij een thermostaat hebben voor de wereldtemperatuur. Ik zwijg dan nog over de rol van supervervuilers en -uitstoters als China en in de toekomst ook Afrika.

 

Er mag en er moet dus politiek en wetenschappelijk debat zijn over klimaatverandering. Met een dergelijke juridisering van de groene klimaatagenda fnuiken wij elke discussie op voorhand. Niemand zal nog durven ingaan tegen de opiniehegemonie van de radicale ecologisten, hoewel wel degelijk ook andere houdingen mogelijk en wenselijk zijn.

 

Alle apocalyptische verklaringen over het einde der tijden ten spijt hebben wij zelf en onze kinderen wel degelijk een toekomst. Door te investeren in technologie en te geloven in het vernuft van de mens kunnen wij alle klimaatuitdagingen te boven komen, maar niet door het dogmatisch afschrijven van groene energiebronnen als kernenergie, wat jullie hier pogen te doen, en zeker niet door juridische repressie van bedrijven en mensen die de peperdure regelneverij van de Frans Timmermansen van deze wereld in de weg staan.

 

Mevrouw de voorzitster, collega's, het moge duidelijk zijn dat onze fractie dit voorstel allerminst kan steunen.

 

14.05  Kattrin Jadin (MR): Madame la présidente, chers collègues, le contenu de cette proposition de résolution se veut et est, du reste, assez novateur. Ce n'est pas un scoop, nous l'appuierons tout à l'heure par notre vote. Nous soutenons l'Exécutif dans l'accomplissement d'un projet en cours, à savoir la ratification rapide d'une convention internationale, les efforts de médiation entre parties en conflit ou encore la préparation d'une conférence onusienne relative au crime d'écocide, ainsi que l'inscription de ce dernier dans le droit pénal international.

 

Ce concept est en devenir, puisque sa définition précise fait actuellement l'objet de nombreux travaux réunissant les diplomaties du monde entier. Par ailleurs, il offre aussi matière à réflexion à nos universitaires et nos experts qui s'attèlent à la réforme de notre Code pénal.

 

Le Mouvement réformateur désire qu'une distinction soit opérée entre ces deux démarches. La commission de la Justice doit accomplir son travail de son côté, notamment à travers des auditions, tandis que la commission des Affaires étrangères doit s'en acquitter pour les aspects internationaux. Même si une cohérence intellectuelle devra voir le jour lors de l'adoption de textes juridiquement contraignants, nous devons laisser la porte ouverte à une réforme des statuts de la Cour pénale, à une procédure très longue - quasiment d'une dizaine d'années -, autrement dit à l'élaboration d'une convention internationale qui pourrait en assurer une exécution bien plus rapide.

 

Chers collègues, le but philosophique est le suivant: nous devons encourager les comportements positifs pour la sauvegarde de notre environnement, de notre planète, de notre écosystème. C'est une évidence et une urgence. Nous devons encourager, inciter, ouvrir les yeux sur nos comportements ayant un impact négatif sur la préservation de notre planète.

 

Soyons lucides, cette démarche n'est pas toujours suffisante. On constate aujourd'hui les dégâts irréversibles causés à notre environnement. Nous avons une coresponsabilité depuis l'Australie jusqu'à notre pays, des collines d'Eupen jusqu'aux montagnes de l'Himalaya, pour la flore et la faune et la préservation des fonds marins.

 

Des comportements doivent être sanctionnés. Des réparations doivent être obtenues même si elles ne font qu'atténuer une altération irréparable. Il faut mener la bataille internationale pour faire en sorte d'inscrire ce terme dans le droit international pour que les dirigeants qui sont chargés par leur peuple de protéger le patrimoine naturel et qui faillissent délibérément aux préceptes qui devraient être les leurs soient soumis à différentes considérations.

 

Des questions comme les limites de la souveraineté des États ou l'aide aux pays qui comportent des zones qui profitent à l'ensemble de la planète devront faire débat sur un plan conceptuel ou théorique et devront être réglées.

 

Nous ouvrons donc un débat aujourd'hui qui s'annonce riche et important. Madame la présidente, chers collègues, nous continuerons à mener ce débat au sein de nos commissions respectives.

 

14.06  Els Van Hoof (CD&V): Mevrouw de voorzitster, collega's, ik denk dat hier een heel belangrijk voorstel van resolutie ter bespreking ligt, dat heel wat navolging zal krijgen, niet alleen in het Europees Parlement maar ook in andere landen. Wij nemen een mooie pioniersrol op. De mensheid heeft geen toekomst, als we het milieu, dat ons beschermt, vernietigen, ten bewijze de natuurrampen overal ter wereld en ook in eigen land. De vernietiging van de aarde zou dus wel een misdaad moeten zijn. Wanneer mensen onherstelbare schade aan het ecosysteem toebrengen, kunnen zij vandaag niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Wij vinden het noodzakelijk dat daders verantwoordelijk worden gesteld.

 

Hoe kunnen we dat doen? Met onderhavig voorstel van resolutie dringen wij aan op een beleid van twee sporten, die beide noodzakelijk zijn. Ik treed de heer Cogolati bij dat er inderdaad natuurrampen op ons kunnen afkomen. Denk maar aan de olieramp in Nigeria, waardoor er al 60 jaar elke dag olie op het land en in rivieren terechtkomt, en aan de gezonken olietanker Safer in de Rode Zee in Jemen. De ambassade aldaar, waarmee ik onlangs nog contact had, waarschuwde nog voor die tikkende tijdbom, die een enorme natuurramp kan veroorzaken. Welnu, dergelijke incidenten kunnen niet door de beugel en moeten strafrechtelijk worden beteugeld.

 

De te volgen sporen situeren zich op internationaal vlak, in casu via het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Via dat hof kan men al misdaden tegen de menselijkheid en de genocide aanklagen en bestraffen. Ik denk dat ecocide daarin ook een plaats moet krijgen.

 

Principieel is CD&V daar voorstander van. Ook in het Europees Parlement hebben wij hiervoor onze steun gegeven. Grove misdrijven met een verwoestende impact op onze leefomgeving moeten kunnen worden aangepakt.

 

We willen wel beklemtonen dat we daarmee zorgvuldig moeten omgaan. Het Statuut van Rome slaat op gruwelijke internationale misdrijven. Dat kader mag natuurlijk niet worden gebanaliseerd of uitgehold. Dat moeten we ernstig nemen. Er moet een duidelijke definitie worden opgesteld. Niet elke boom die gekapt wordt, is een internationale misdaad. We moeten heel duidelijk preciseren waarover het gaat. Alleen de grove, moedwillige misdaden tegen ecosystemen moeten worden bestraft.

 

Daarom hebben we een amendement ingediend dat ertoe strekt om de kwestie op diplomatiek niveau te bekijken, zodat men doordacht te werk kan gaan.

 

Parallel moet er een werkgroep worden opgericht om een coalition of the willing tot stand te brengen die met ons willen samenwerken om een internationaal ontwerp van verdrag te maken. Dat is een heel belangrijk element in de tekst.

 

Dat brengt mij bij het tweede spoor. We moeten conform het regeerakkoord – experts werken daar al aan - op Belgisch niveau een juridisch sluitende definitie opstellen die inspirerend kan werken, ook voor het internationaal ontwerp van verdrag. Daarbij moeten we nagaan wat de juridische mogelijkheden zijn en het is belangrijk dat het Parlement een rol speelt in de totstandkoming van het advies. Wanneer het over gruwelijke, grove misdrijven gaat, is een debat in het Parlement noodzakelijk.

 

Met het voorstel van resolutie geven we een heel belangrijk signaal dat we een sterkere bestraffing van milieumisdrijven willen. Of dat nu via het Belgisch strafrecht vorm krijgt of via het statuut van Rome, we moeten daar alleszins op doorduwen. Wij vinden het heel belangrijk dat er een goede, solide, juridische basis komt voor ecocide. Wij ondersteunen dus volgaarne het initiatief van collega Cogolati.

 

14.07  Marianne Verhaert (Open Vld): Mevrouw de voorzitter, ecocide of geen ecocide, die vraag houdt vele internationale experts bezig. Het is dan ook goed dat er over de denkoefening hier een debat wordt gevoerd. Laat ik duidelijk zijn: het is bijzonder belangrijk om nu doeltreffende maatregelen te nemen tegen de klimaatcrisis. Onze fractie kiest altijd voor pragmatische oplossingen, geen dogmatische. Ik ben ervan overtuigd dat ons land met onze knowhow, onze technologie en onze expertise effectief kan bijdragen aan de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen.

 

Men kan terecht de vraag stellen indien men ooit beslist om ecocide te erkennen, of de opname in het nationale recht haar doel wel zou bereiken. Daar hebben wij onze twijfels bij.

 

De nieuwe titel wijst enkel en alleen naar het internationaal recht. Wij zijn er dan ook van overtuigd dat het debat op internationaal niveau gevoerd moet worden. Wij verzoeken de minister dus initiatieven te nemen om dat debat internationaal aan te gaan.

 

Collega's, wij zullen onderhavig voorstel van resolutie steunen. Wij zullen het steunen, omdat de amendementen van onze fractie werden aangenomen in de commissie. Daarvoor wil ik alle meerderheidsfracties bedanken.

 

De Open Vld-fractie heeft het eerste verzoek vervangen. Met het eerste verzoek vragen we duidelijk aan de regering om op basis van adviezen na te gaan of ecocide wel of niet kan worden opgenomen in ons nationaal recht. Het is dus aan de bevoegde minister om de mogelijkheid en de opportuniteit hiervan eerst grondig te onderzoeken. Het is de bevoegde minister, die uiteindelijk zal moeten oordelen of ecocide opgenomen kan worden. Meer vraagt het voorstel van resolutie niet.

 

Doordat het voorstel van resolutie met die duidelijke conditie werd goedgekeurd in de commissie, zal mijn fractie het voorstel vandaag steunen.

 

14.08  Vicky Reynaert (Vooruit): Beste collega's, het gebruik van Agent Orange, geproduceerd door Monsanto en toegepast door de VS tijdens de Vietnamoorlog, leidde tot massale ontbossing en veroorzaakte vreselijke kankers onder de bevolking. Miljoenen hectaren oerwoud zijn in vlammen opgegaan in Brazilië door wanbeleid van president Bolsonaro. Dat heeft gevolgen voor het voortbestaan van de inheemse bevolkingsgroepen in de regio en ook voor de duizenden diersoorten daar. De ontbossing is bovendien een katalysator voor de opwarming van de aarde en heeft dus een wereldwijde impact. In Nigeria was door de vervuiling door de oliewinning van een dochteronderneming van Shell de gezondheid van meer dan 1 miljoen mensen in gevaar.

 

Wat hebben al die zaken met elkaar gemeen? Ze gaan allemaal om onwettige handelingen of handelingen die het gevolg zijn van een ernstig gebrek aan voorzorg of vooruitziendheid, begaan in de wetenschap dat die handelingen naar alle waarschijnlijkheid ernstige, uitgebreide of blijvende schade aan het milieu zullen toebrengen. De drie voorbeelden delen die omschrijving.

 

Met die omschrijving hebben we meteen ook de definitie van ecocide: ernstige, uitgebreide of blijvende schade aan het milieu die opzettelijk of door een gebrek aan voorzorg werd toegebracht. Voor Vooruit moet dat soort misdaden nationaal en internationaal worden aangepakt. Het is immers ook in ons eigen belang dat ecocide waar ook ter wereld zowel in eigen land als in het buitenland wordt aangepakt, omdat de bescherming van het milieu belangrijk en zelfs cruciaal is voor ons voortbestaan. Dat bewijst ook de covidpandemie. Corona is immers ontstaan door de steeds kleiner wordende biotoop van dieren en de inkrimpende natuur, waardoor ziektes sneller overgaan op de mens. Het aantal pandemieën en epidemieën stijgt. Ook de klimaatverandering toont aan dat het milieu en de natuur beter moeten worden beschermd, vooral op juridisch vlak, zowel in eigen land als in het buitenland. In de discussie in de commissie argumenteerden de collega's van de N-VA en het Vlaams Belang dat verantwoordelijken voor schade aan het milieu al aansprakelijk kunnen worden gesteld en het dus niet nodig is om ecocide op nationaal noch op internationaal niveau in strafwetgeving op te nemen.

 

Als dat het geval was, zouden we die stelling toch eens moeten voorleggen aan de Vietnamezen die hebben geprobeerd om het bedrijf Monsanto te vervolgen. Dat is hen immers niet gelukt. In de praktijk zien we – zo ook met de drie aangehaalde voorbeelden - dat bedrijven en overheden hun verantwoordelijkheden proberen door te schuiven. Doordat er vaak onvoldoende juridische basis is om dat soort misdrijven te bestraffen, komen ze er nog mee weg ook.

 

De verantwoordelijken worden dus niet strafrechtelijk gestraft en ook met de burgerrechtelijke aansprakelijkheid is er zeker in grensoverschrijdende zaken een probleem. Dat is de reden waarom wij ook pleiten voor de zorgplicht en voor nationale en internationale wetgeving ter zake.

 

Zelfs in dossiers waarvoor men uiteindelijk een juridische basis om op te treden, heeft gevonden, konden rechters enkel geldboetes opleggen. Wat helpen geldboetes en compensaties echter als de winst die bedrijven boeken dankzij de voortzetting van wanpraktijken de opgelegde boetes ruimschoots compenseert? Het leefmilieu is echter voorgoed vernietigd, die schade is onomkeerbaar en raakt ook het leven van de mensen: ze sterven aan kanker bijvoorbeeld of krijgen kinderen met zware beperkingen ten gevolge van de vernietiging van het leefmilieu. Dat gold alvast bij de eerder aangehaalde voorbeelden.

 

De collega's van het Vlaams Belang stellen dat klimaatkritiek ook gecriminaliseerd zal worden, als wij ecocide in het strafrecht opnemen, wat de doelstelling van het voorstel zou zijn. Zij hebben wellicht niet goed geluisterd naar de definitie van ecocide waarbij het gaat om onwettige handelingen of handelingen die het gevolg zijn van een ernstig gebrek aan voorzorg, ook al is bekend dat zij ernstige schade zullen toebrengen aan mensen en het leefmilieu. Met hun stelling zeggen ze zoveel als zou het in de misdrijven die ik heb beschreven, gaan om de vrijheid van meningsuiting en ecocide dus niet mag worden bestraft. Men moet het toch maar durven: aan mensen die kanker krijgen, familieleden kwijtraken door een ziekte of een kind krijgen met een beperking ten gevolge van de opzettelijke vernietiging van het leefmilieu of schuldig verzuim, zeggen dat het om vrijheid van meningsuiting gaat en dat men er daarom helemaal niets aan zal doen.

 

Het verschil tussen het Vlaams Belang en onze partij is dat wij het recht op een gezond leefmilieu als een fundamenteel mensenrecht beschouwen. Voor ons moet dat worden beschermd. Mensen moeten worden beschermd tegen overheden en bedrijven die hun macht uitoefenen om met opzet of door schuldig verzuim dat fundamentele recht af te nemen.

 

Daarom steunen wij het voorliggende voorstel van resolutie dat vraagt om ecocide op te nemen in het nationaal en internationaal strafrecht. Het regeerakkoord zegt daarover dat er moet worden gewerkt op nationaal niveau en dat er aan experten zal worden gevraagd om advies te geven omtrent de opname van ecocide en femicide in het nieuwe Strafwetboek. Dat advies is ondertussen klaar en wij hopen dan ook dat minister Van Quickenborne daar snel mee aan de slag gaat. Een tiental landen is ons reeds voorgegaan en heeft al nationale wetgeving hieromtrent. Op internationaal vlak vraagt het voorstel van resolutie aan de regering om na te gaan welke diplomatieke initiatieven genomen kunnen worden om namens het Koninkrijk België amendementen in te dienen op het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof teneinde de misdaad van ecocide erin op te nemen.

 

Daarmee zou een belangrijke lacune in de bevoegdheid van het Internationaal Strafhof worden weggewerkt. Dat behandelt nu immers nauwelijks milieudelicten.

 

Een wijziging van het Statuut van Rome lost echter niet alles op. Er vinden nog steeds misdaden tegen de menselijkheid plaats. Ook niet alle staten zijn verbonden. Het zou wel een zeer belangrijke stap vooruit zijn. We zijn ook verheugd met de passage dat België het initiatief zal nemen om een groep van gelijkgezinde staten bij elkaar te brengen die zich zal buigen over de voorbereiding van een nieuw internationaal verdrag met betrekking tot ecocide. De Vooruitfractie meent dat dat een sterk signaal is om ook op internationaal niveau de druk rond het onderwerp op te voeren. Daarom steunen wij onderhavig voorstel van resolutie.

 

14.09  Catherine Fonck (cdH): Madame la présidente, chers collègues, il importe que les comportements destructeurs à grande échelle de notre environnement soient beaucoup plus sévèrement punis. Il s'agit d'un constat au sujet duquel nous sommes - je l'espère en tout cas - tous d'accord.

 

Mais pour être tout à fait franche avec vous, je dois avouer que je ne sais pas trop quoi penser du texte de la proposition de résolution qui nous est soumis aujourd'hui. En effet, l'accord de gouvernement stipule que "le gouvernement étudiera et prendra des initiatives diplomatiques visant à limiter le crime d'écocide, soit la destruction délibérée des systèmes écologiques".

 

Je m'interroge sur l'objectif précis de cette proposition de résolution et surtout quant à l'apport concret de ce texte dans ce combat important. En effet, si ce combat est important, le contenu de la proposition de résolution est relativement light. Ce texte prévoit d'examiner ce qui pourrait être fait en matière de droit pénal belge. Il prévoit également de faire bouger les lignes au niveau international. Sauf erreur de ma part, c'est ce à quoi s'emploie déjà la ministre des Affaires étrangères, à moins d'une absence de confiance quant aux initiatives qu'elle a déjà prises. Si tel était le cas, je comprendrais mieux le contenu de ce texte.

 

Il me semble que ce texte est basé sur des principes et nous nous sommes clairement positionnés par rapport à ces principes avant le dépôt de ce texte. Il me semble également que l'accord de gouvernement était déjà clair à ce sujet. Vous comprendrez dès lors, chers collègues, que le dépôt d'une proposition de résolution visant à demander au gouvernement de prendre des initiatives qu'il prend déjà me laisse assez perplexe.

 

Ceci étant, c'est un texte sympathique et que tout le monde, me semble-t-il, peut soutenir. Nous le soutiendrons mais il est vrai que nous attendons autre chose. Nous attendons surtout des décisions fortes, des applications concrètes et pas seulement des textes qui in fine servent plus la communication mais ne font pas avancer les choses de manière concrète et forte.

 

Nous le voterons mais il est vrai que j'appelle surtout le gouvernement à mettre en œuvre de manière volontariste son accord. Nous soutiendrons le gouvernement et particulièrement la ministre des Affaires étrangères qui avance dans ses contacts au niveau international. Nous soutiendrons les avancées qu'elle pourra obtenir si, effectivement, elles permettent de progresser en termes d'écocide et dès lors en faveur de notre environnement.

 

Je vous remercie.

 

14.10  Sophie Rohonyi (DéFI): Chers collègues, les dégâts causés aujourd'hui par les massacres d'espèces menacées ou encore la surpêche, les marées noires, l'exploitation minière des fonds marins, la déforestation massive, l'élevage intensif, la pollution plastique ou encore les déversements de produits chimiques dans nos sols ou encore dans nos eaux ne sont plus à démontrer. Ces dégâts qui, on l'a dit, sont le plus souvent irréversibles sont d'autant plus gravissimes qu'ils s'ajoutent à ceux déjà causés par le réchauffement climatique sur notre biodiversité, sur la destruction de nos écosystèmes dont nous dépendons tous pour notre survie.

 

Cette situation justifie, pour toute une série d'experts, d'associations mais aussi pour Mme Françoise Tulkens - juge honoraire à la Cour européenne des droits de l'homme -, l'intégration de ce crime d'écocide comme cinquième crime de droit international dans le Statut de Rome de la Cour pénale internationale aux côtés des crimes de génocide, des crimes contre l'humanité, des crimes de guerre ou encore des crimes d'agression.

 

Ce crime dispose déjà d'une définition juridique qui est le préalable indispensable à son intégration dans notre arsenal législatif, tant au niveau national qu'international, puisque le récent rapport d'experts internationaux a défini cet écocide comme "un acte illégal et arbitraire commis en sachant la réelle probabilité que ces actes causent à l'environnement des dommages qui soient étendus ou durables".

 

Il faut donc non seulement un élément de fait, bien évidemment, mais aussi, comme l'a très justement rappelé à l'instant le collègue Cogolati, un élément intentionnel pour que cette infraction soit reconnue et pénalisée.

 

Le gouvernement fédéral s'était par ailleurs déjà engagé dans l'accord Vivaldi à étudier l'inclusion de cet écocide dans le Code pénal. On pouvait donc s'interroger légitimement sur la plus-value de cette proposition de résolution. Je pense en fait que ce qui constitue au départ, avec cet accord de gouvernement, une obligation de moyens, doit aujourd'hui devenir, à la suite du rapport des experts et de l'adoption de cette proposition de résolution, une obligation de résultat.

 

Nous savons pertinemment que la reconnaissance de la qualification juridique de l'écocide ne signifiera malheureusement pas automatiquement que les entreprises multinationales coupables de ce crime seront enclines à soudainement changer leur mode de fonctionnement et donc à reconnaître leurs responsabilités.

 

Je me permets toutefois de croire en la force dissuasive de l'incrimination, surtout si notre Parlement joue aujourd'hui ce rôle de levier auprès d'autres pays. Dans tous les cas, notre Code pénal a ce rôle de dire à un moment donné à l'ensemble de notre société ce qui est inacceptable, qu'un crime soit porté contre des espèces humaines ou animales ou encore a fortiori à leur habitat. Concrètement, la pollution de grande ampleur générée par l'entreprise chimique à Zwijndrecht, en Flandre, si elle est avérée, pourrait donc être qualifiée d'écocide et être sanctionnée comme tel.

 

La présente proposition de résolution opte ainsi, à raison, pour une double démarche: d'une part, l'introduction de l'écocide dans notre Code pénal belge et, d'autre part, l'initiative de notre pays au niveau diplomatique. Notre pays, pionnier en matière de droits humains, doit être proactif afin, soit d'amender le Statut de Rome de la Cour pénale internationale, soit d'initier une nouvelle convention internationale relative à la répression du crime d'écocide. Cette double démarche est fondamentale et indispensable et elle traduit d'ailleurs un volontarisme qui mérite d'être soutenu et encouragé.

 

C'est pourquoi je tiens chaleureusement à remercier la société civile qui s'est mobilisée et se mobilise encore aujourd'hui mais aussi les auteurs de cette proposition de résolution qui ont porté leur voix en initiant ce texte au Parlement. Je tiens à leur dire, avec un grand enthousiasme, que mon groupe soutiendra bien évidemment avec conviction ce texte très important.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion est close.

De bespreking is gesloten.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Le vote sur la proposition aura lieu ultérieurement.

De stemming over het voorstel zal later plaatsvinden.

 

15 Proposition de loi modifiant la loi du 19 avril 1963 créant un établissement public dénommé "Théâtre royal de la Monnaie" et la loi du 22 avril 1958 portant statut de l'Orchestre national de Belgique (505/1-5)

15 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 19 april 1963 tot oprichting van een openbare instelling genaamd "Koninklijke Muntschouwburg" en de wet van 22 april 1958 houdende statuut van het Nationaal Orkest van België (505/1-5)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Benoît Piedboeuf, Kattrin Jadin, Emmanuel Burton.

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

Le rapporteur est M. Parent qui s'en réfère à son rapport écrit.

 

15.01  Frieda Gijbels (N-VA): Mevrouw de voorzitster, voorliggend wetsvoorstel beoogt enerzijds een aantal moderniseringen binnen de organisatie van De Munt en het Nationaal Orkest, waar wij ons zeker wel in kunnen vinden, maar anderzijds heeft dit wetsvoorstel ook een deel dat ingrijpendere veranderingen beoogt, met name de mogelijkheid om te participeren in productievennootschappen, en dit om te kunnen 'taxshelteren'. Wij hebben uiteraard niets tegen dat 'taxshelteren' op zich, maar wij hebben wel bezwaren tegen het feit dat hiervoor dochtermaatschappijen worden opgericht, die dan ook ontsnappen aan politieke controle.

 

In onze visie worden De Munt en het Nationaal Orkest zelf omgevormd tot productievennootschappen zodat ze op die manier zelf aanspraak kunnen maken op taxshelters. Dat gebeurt trouwens op die manier in Vlaanderen, met de Vlaamse kunstinstellingen.

 

Ook is het voor ons problematisch dat deze dochtervennootschappen in de feiten reeds werden opgericht, tegen de wet in, wat dus nu met dit wetsvoorstel retroactief moet worden rechtgezet.

 

Mevrouw de voorzitster, om die redenen zal onze fractie tegenstemmen.

 

15.02  Frank Troosters (VB): Mevrouw de voorzitster, de Vlaams Belangleden van de commissie voor Mobiliteit en Overheidsbedrijven betreuren dat dit voorstel niet behandeld werd in de commissie voor Financiën, daaraan kan onze commissie uiteraard niet doen, maar het gaat hier in hoofdzaak om een financiële operatie.

 

Voorliggend wetsvoorstel is tweeledig. Het eerste deel bevat een actualisatie, tekstmatige aanpassingen van oude wetteksten, waarmee wij uiteraard geen probleem hebben. Men gooit dit deel echter op een hoop met een tweede deel in het voorstel, waar het, zoals net werd gezegd, om een financiële operatie gaat.

 

Aangezien de Koninklijke Muntschouwburg en het Nationaal Orkest van dit land momenteel wetmatig buiten een systeem vallen van taxshelter, heeft men er in beide gevallen voor gekozen om over te gaan tot de oprichting van dochterentiteiten. Dat is trouwens reeds gebeurd in het verleden. Het is door de oprichting van die dochterentiteiten en via die dochterentiteiten dat men de wettelijke obstakels kan omzeilen om toch van het taxsheltersysteem gebruik te kunnen maken.

 

Kortom, de twee vernoemde federale instellingen hebben geld geroken. Middels onderhavig wetsvoorstel moet dat binnengehengeld worden.

 

Voor het Vlaams Belang is het gebrek aan controle op die dochterentiteiten niet aanvaardbaar. Evenmin aanvaardbaar is dat in dit voorstel de retroactiviteit tot begin 2017 gefaciliteerd wordt. Om die redenen zal de Vlaams Belangfractie dit wetsvoorstel niet goedkeuren.

 

15.03  Kattrin Jadin (MR): Madame la présidente, chers collègues, la culture est un élément essentiel dans notre société. Source d'émerveillement, elle est au cœur des échanges entre les hommes. Les institutions culturelles fédérales offrent à notre pays et à nos artistes la possibilité de rayonner aux niveaux national et international.

 

Notre proposition de loi a pour objectif de moderniser les textes relatifs à deux de nos institutions culturelles fédérales: le Théâtre royal de la Monnaie et l'Orchestre national de Belgique.

 

Ce texte permet d'apporter une série de mises à jour sur l'organisation et la structure des deux instituions. C'est une sorte de toilettage des textes. Il est en effet encore fait référence aux ministères de l'Éducation nationale et de la Culture, qui n'existent plus. Il est donc nécessaire de remplacer cette référence par une référence au ministre qui a les institutions culturelles fédérales dans ses attributions notamment.

 

Les exigences d'excellence artistique et technique qui incombent au Théâtre royal de la Monnaie comprennent une mission de formation des différents métiers de l'institution. L'absence des musiciens dans l'énumération semble être un oubli auquel notre texte remédie.

 

S'agissant du tax shelter "arts de scène", la loi du 25 décembre 2016 prévoit explicitement la possibilité pour les institutions culturelles fédérales de bénéficier de ce système qui permet de subventionner la culture avec des financements privés. Or le droit actuel n'autorise pas aux deux institutions visées d'accéder au tax shelter. Il faut donc également réactualiser la loi afin de cadrer la création de succursales sous la forme de structures ad hoc destinée au financement à l'aide de capitaux privés.

 

Pour l'Orchestre national, la filiale a été créée et les statuts du National Orchestra Productions ont été déposés le 22 novembre 2009.

 

Chose faite donc, avec notre texte de loi qui, je l'espère chers collègues, recevra aussi tout votre soutien. En tous les cas, je vous remercie pour votre aide et je salue le travail qu'a mené mon collègue et chef de groupe Benoît Piedboeuf en commission des Finances. Je vous remercie pour votre attention.

 

15.04  Maria Vindevoghel (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, wij vinden het ook belangrijk dat de cultuur gesteund wordt, maar we denken niet dat dit de goede manier is. Die taxshelterconstructie is eigenlijk een privatisering van het cultuurbeleid.

 

Aan de hand van de hefboom van de taxshelter kunnen private ondernemingen belangrijke winsten boeken zonder het minste culturele oogmerk. De nettorendementen kunnen oplopen tot bijna 10 %. Op Google vind je verschillende advertenties die investeerders moeten lokken naar bepaalde cultuurprojecten. Het is een opbod van rendementen geworden. Onze cultuur dreigt op die manier te verworden tot een investeringsproduct. Binnen de culturele wereld zijn er veel voorstanders van de taxshelter, gezien de zwakte van de bestaande subsidieregeling. Het is vaak de enige bron van inkomsten die ze kunnen aanboren teneinde hun culturele projecten te kunnen ontwikkelen.

 

De logica zou moeten zijn dat de overheid belastingen int en een deel daarvan gebruikt om subsidies toe te kennen teneinde alle cultuurtakken de mogelijkheid te bieden buiten de marktlogica om te werken. Met de taxshelter doet men juist het omgekeerde. Er worden belastingverminderingen toegekend aan bedrijven, waardoor de inkomsten van de overheid dalen. Zo heeft de overheid almaar minder middelen om de cultuur te financieren.

 

Aangezien de overheidssubsidies ontoereikend zijn, zoeken de spelers uit de cultuursector andere financierings­bronnen en vragen ze de ondernemingen om op te treden als sponsor. Via de taxshelter gaat de overheid belastingverminderingen toekennen aan de bedrijven die aan cultuursponsoring doen en zo is de cirkel rond.

 

Op die manier wordt cultuur geprivatiseerd. Via hun keuze van welke werken ze financieren, beslissen de bedrijven welke creaties wel of niet tot stand komen. Uiteindelijk leggen zij de culturele programmatie vast. Aldus wordt de culturele sector onderworpen aan de marktlogica. De culturele actoren die weigeren zich daaraan te onderwerpen, zullen gewoon niet langer worden gefinancierd.

 

In het geval van de betrokken federale instellingen, De Munt en het Nationaal Orkest, moet de federale overheid die beter financieren in plaats van fiscale cadeaus uit te delen aan de investeerders, die geld stoppen in de dochterondernemingen van die instellingen. De kosten van de taxshelterregeling zijn immers voor de Staat.

 

Daarom zullen wij het wetsvoorstel niet steunen.

 

15.05  Nicolas Parent (Ecolo-Groen): Madame la présidente, j'hésitais à réagir, mais à un moment donné, il faut sortir de l'idéologie et revenir aux réalités du secteur culturel. L'introduction du Tax Shelter n'a pas mené à un repli des politiques publiques en matière de culture. Il a dopé le secteur des pré-productions et des productions dans les arts de la scène et du cinéma. Depuis le début de la crise, les pouvoirs publics ont investi plusieurs centaines de millions au sein des Communautés mais aussi au niveau fédéral, dans les mesures d'urgence et dans les mesures pour le redéploiement du secteur culturel. Il est faux de faire croire le contraire et ce travail doit se poursuivre.

 

Nous avons besoin de soutenir le secteur culturel dans son redéploiement. Le Tax Shelter y contribuera, y compris au niveau fédéral. S'y opposer, c'est aussi vouloir affaiblir le secteur culturel et nos institutions culturelles fédérales. On ne peut pas partager cette vision. Je vous remercie.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (505/5)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (505/5)

 

L’intitulé a été modifié par la commission en "proposition de loi modifiant la loi du 19 avril 1963 créant un établissement public dénommé "Théâtre royal de la Monnaie" et modifiant la loi du 22 avril 1958 portant statut de l’Orchestre national de Belgique".

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 19 april 1963 tot oprichting van een openbare instelling genaamd "Koninklijke Muntschouwburg" en tot wijziging van de wet van 22 april 1958 houdende statuut van het Nationaal Orkest van België".

 

La proposition de loi compte 13 articles.

Het wetsvoorstel telt 13 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 13 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 13 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

16 Proposition de loi modifiant l’arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l’usage de la voie publique en vue de permettre au transport scolaire de personnes handicapées d’emprunter les voies réservées aux transports en commun (1770/1-9)

16 Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, teneinde de aan het openbaar vervoer voorbehouden beddingen open te stellen voor het schoolvervoer van leerlingen met een beperking

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Laurence Zanchetta, Jean-Marc Delizée, Mélissa Hanus, Joris Vandenbroucke, Gitta Vanpeborgh.

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

De rapporteur is mevrouw Verhaert, zij verwijst naar haar schriftelijk verslag.

 

16.01  Wouter Raskin (N-VA): De doelstelling die het voorstel beoogt, is uiterst legitiem. Gezinnen waarin kinderen met een beperking opgroeien ondervinden effectief tal van problemen inzake de afstand tussen hun thuisadres en de school. Niet zelden leidt dat tot onaanvaardbaar lange reistijden met alle negatieve gevolgen van dien, zoals ze beschreven werden in de tekst van de indieners. Een aantal weken geleden was dit probleem nog een item in de media.

 

Vraag is over het voorliggend wetsvoorstel de oplossing biedt voor het geschetste probleem. Ik ben daar niet van overtuigd. We hebben over het voorstel in de commissie een debat over gehad en we hebben zelfs de tijd genomen om een tweede lezing te houden en een nota aan de juridische diensten te vragen, die geleid heeft tot tal van amendementen ter reparatie van de initiële tekst. De indieners hebben daar ook gebruik van gemaakt, wat heeft geleid tot de tekst die vandaag voorligt. Het is dus een tekst die legistiek zeker in orde is.

 

De hamvraag is echter of dit wetsvoorstel de oplossing biedt voor het geschetste probleem. Ik ben daar niet van overtuigd, want de kern van het probleem ligt in de geografische spreiding van de scholen en, wat ons betreft, voor een deel ook in de vrees dat de voorgestelde regeling het verschil nog onduidelijker maakt in het regime tussen busstroken enerzijds en de bijzondere overschrijdbare beddingen anderzijds. Dat wordt ook in een aantal adviezen naar voren geschoven. Het was dus misschien nuttig geweest om een en ander te integreren in een globale herziening van de wegcode, toch een van de belangrijke ambities in het vivaldiregeerakkoord.

 

Om die reden zal onze fractie zich straks bij de stemming onthouden.

 

16.02  Nicolas Parent (Ecolo-Groen): Madame la présidente, je remercie les auteurs et autrices de la proposition, notamment pour leur ténacité face à la complexité législative entourant ce sujet et notre Code de la route.

 

Le contexte se prête bien à l'adoption de ce texte puisque, demain, nous célébrerons la Journée internationale des personnes handicapées.

 

Je rappelle les faits. Aujourd'hui, 1 500 enfants en situation de handicap passent plusieurs heures dans les transports pour rejoindre l'école. Comme cela a été dit, la distance est généralement très longue entre le domicile de ces enfants et l'école qui convient à leur accompagnement, avec pour conséquence plusieurs heures passées dans les transports. Cela implique quotidiennement parfois de se lever à 5 h 30 ou 6 h 00 sans avoir la certitude d'arriver à l'heure à l'école. C'est un stress et une précarité qui s'ajoutent pour ces enfants déjà fortement fragilisés.

 

Pour lutter contre cette injustice et améliorer cette situation, plusieurs associations militent et se mobilisent depuis dix ans. Le travail est notamment mené au niveau des Régions. Je salue à cet égard l'engagement sans faille de mon collègue Matthieu Daele au niveau de la Fédération Wallonie-Bruxelles et de la Région wallonne.

 

La proposition et la mesure adoptée qui touche à une facilité qui pourrait être donnée aux transports d'enfants en situation de handicap n'apportent qu'une réponse partielle aux difficultés de déplacement de ces enfants. La proposition n'a d'ailleurs pas pour ambition de résoudre complètement cette problématique. Néanmoins, cette facilité pourrait permettre de diminuer les périodes de déplacement particulièrement dans un contexte d'agglomérations saturées aux heures de pointe. C'est donc une avancée et une facilité bienvenue pour soulager ces enfants et leurs accompagnants et renforcer l'égalité entre chaque enfant. En outre, cette mesure nous appelle à poursuivre collectivement le travail mené contre la congestion automobile afin notamment de laisser la route aux usagers qui en ont le plus besoin.

 

Enfin, nous rappelons l'article 22ter de la Constitution qui stipule que chaque personne en situation de handicap a le droit à une pleine inclusion dans la société, y compris le droit à des aménagements raisonnables. La présente proposition discutée aujourd'hui contribue au renforcement de ce droit et à une Belgique plus inclusive. C'est pourquoi je remercie encore les auteurs et autrices de la proposition.

 

16.03  Laurence Zanchetta (PS): Madame la présidente, chers collègues, comme vient de le rappeler M. Parent, le déplacement des enfants handicapés vers et depuis leur école est trop souvent synonyme de souffrance. C'est malheureusement la réalité de milliers d'enfants qu'Unia, le Délégué général aux droits de l'enfant et les associations de terrain dénoncent depuis plusieurs années. Cette situation est insupportable. Aucun enfant ne devrait passer quatre heures, parfois plus, dans un bus chaque jour de la semaine. Et certainement pas ceux qui doivent déjà s'adapter à une société qui n'a pas été pensée en fonction de leur handicap. Ajoutez à cela le manque de confort, la vétusté du matériel, un personnel peu formé, et vous arrivez à une situation qui relève ni plus ni moins de la maltraitance. Unia explique même que certains enfants développent de véritables phobies scolaires et que d'autres voient leur état de santé se dégrader, au point de déboucher sur des absences scolaires pour des raisons médicales de plus en plus fréquentes.

 

Dans cette réalité, on imagine aussi la douleur des parents, pour lesquels il n'existe pas d'autre solution, même pour ceux qui transportent eux-mêmes leur enfant handicapé. Cela représente une charge sociale, financière, familiale ou professionnelle supplémentaire. Nous comprenons aussi très bien que, dans de telles circonstances, certains parents décident à contre-cœur de déscolariser tout simplement leur enfant. Il est inutile de préciser la souffrance que représente cette situation.

 

Nos compétences fédérales sont limitées pour résoudre ce problème majeur, contre lequel nous ne détenons pas la solution idéale. Toutefois, il existe des possibilités. Ainsi, les sites propres réservés aux bus et aux trams sont de plus en plus nombreux dans les grandes villes. Ces voies ont permis d'augmenter considérablement la vitesse commerciale des transports publics, afin d'offrir une solution de rechange à la congestion causée par les voitures. Par conséquent, nous proposons que le transport scolaire de personnes handicapées puisse bénéficier de ces sites propres. Si, comme nous l'espérons, notre proposition de loi est adoptée, les enfants gagneront chaque jour un temps précieux – un bénéfice pour leur bien-être et leur santé – alors que l'impact sur les transports publics sera restreint.

 

Je suis évidemment consciente que cette proposition de loi ne règle pas tout. Elle n'est pas une solution à tout. La scolarisation des enfants handicapés est un dossier complexe. À terme, nous devons aller vers un enseignement inclusif qui fera des établissements spécialisés éloignés une exception mais nous n'en sommes pas encore là. Nous savons aussi que ce n'est pas une compétence fédérale. En attendant d'en arriver là, nous devons alléger la peine que vivent ces enfants, plusieurs heures par jour, tous les jours, sur nos routes.

 

16.04  Frank Troosters (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, het doel van dit wetsvoorstel is, zoals reeds werd gezegd, nobel, zonder twijfel. De aangereikte oplossingen zijn evenwel beperkt, voor Vlaams Belang te beperkt.

 

Tijdens de bespreking in de commissievergadering waren de meeste sprekers het erover eens dat een belangrijk deel van de oplossing gezocht dient te worden op het niveau van de Gewesten, maar klaarblijkelijk lukt dat niet echt. Toch missen we ook hier in dit Huis een kans, met name om dit voorstel open te trekken tot alle voertuigen van schoolvervoer, zoals overigens door Centrex werd geadviseerd. Diezelfde instelling was ervan overtuigd dat die uitbreiding geen congestie veroorzaakt op de bijzonder overrijdbare beddingen, aangezien het aantal voertuigen dat wordt ingezet voor schoolvervoer eerder beperkt is. Het amendement in die zin, ingediend door Vlaams Belang, kon helaas niet op de steun van de meerderheid of van PVDA rekenen. Meer kinderen hadden geholpen kunnen worden.

 

De indieners verkozen een nieuw voertuigtype, voertuigen voor schoolvervoer van personen met een beperking, te introduceren. Dat voertuigtype bestond eerder niet, zoals opgemerkt door de Raad van State en door VIAS. Dat nieuw voertuigtype werd dus gecreëerd en zal door een aangepaste signalisatie worden geduid. Terecht vraagt Centrex of dat wel ethisch verantwoord is.

 

Centrex uitte in zijn advies ook bezorgdheid inzake handhaving. De term "personen met een beperking" of "personen met een handicap" is immers voor interpretatie vatbaar. Dienen die personen met een beperking te beschikken over, bijvoorbeeld, een European disability card of geldt er een andere indicatie? Is de aanwezigheid van één dergelijke persoon in de bus voldoende, moet het de helft zijn, of alle passagiers? De bepalingen in artikel 3 van dit voorstel komen in onze ogen onvoldoende tegemoet aan die opmerkingen.

 

Toch duwde de meerderheid door. Enkel de vraag om een tweede lezing, met een bijbehorende wetgevingstechnische nota van de Kamerdiensten, kon enigszins afremmen. Die nota zorgde er finaal voor dat zowat alle eerder goedgekeurde bepalingen van dit wetsvoorstel nog gewijzigd moesten worden.

 

Al die elementen stemmen tot nadenken over de gehanteerde werkwijze bij dit wetsvoorstel. Het nobel doel van dit voorstel verdiende in mijn ogen beter. De Vlaams Belangfractie zal zich bij de stemming dan ook onthouden.

 

16.05  Emmanuel Burton (MR): Madame la présidente, je souhaite remercier les auteurs de cette proposition qui est très intéressante et qui tombe à point, à la veille de la journée internationale de la personne en situation de handicap. La crise mondiale liée au covid-19 démontre encore combien l'inclusion du handicap est indispensable.

 

Au niveau fédéral, la politique en matière de personnes en situation de handicap se veut volontariste au niveau de l'accord de gouvernement. Les mesures en faveur des personnes porteuses d'un handicap concernent plusieurs éléments: l'accès au marché du travail, notamment dans le secteur public, les besoins spécifiques et l'accès aux différents services des personnes en situation de handicap ou encore la mobilité et l'accessibilité, qu'il s'agisse de la SNCB ou d'autres moyens de transport.

 

S'agissant de la proposition de loi que nous votons aujourd'hui, le MR se réjouit du fait que le transport de personnes en situation de handicap vers les établissements scolaires constitue une priorité avec la possibilité d'emprunter ces voies réservées aux transports en commun, appelées sites propres. Cette possibilité offrira une solution et raccourcira évidemment le temps de déplacement.

 

16.06  Maria Vindevoghel (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, zes uur – zolang moeten kinderen in het buitengewoon onderwijs dagelijks op de bus zitten. Mijn moederhart bloedt. Het is onaanvaardbaar en het is kindermishandeling.

 

Voorliggend wetsvoorstel is een kleine stap in de goede richting, om het probleem aan te pakken. In de praktijk zal het naar onze mening niet veel helpen. De voorbehouden busbeddingen en busstroken komen meestal enkel voor in de grootsteden. Kinderen uit de meer landelijke gebieden zullen er niet zoveel voordeel uit halen. Ik kreeg trouwens ook de opmerking van buschauffeurs en bussectoren dat ze de busbedding nu al soms gebruiken. Zij wisten niet dat zij ze niet mochten gebruiken.

 

Met andere woorden, bussen zullen nog steeds elke dag drie uur heen en drie uur terug moeten rijden. De hefbomen om het probleem aan te pakken, zijn een bevoegdheid van de Gewesten. Het is dan ook bijzonder jammer dat het Vlaamse niveau de resolutie van de PVDA niet wou goedkeuren. Die resolutie had immers pas voor verbetering kunnen zorgen. De resolutie in het Vlaams Parlement stelde namelijk dat leerlingen in het buitengewoon onderwijs per dag maar maximum 120 minuten op de bus mogen zitten, zoals het Kinderrechten­commissariaat ook heeft gevraagd. De N-VA, Open Vld en CD&V hebben dit echter weggestemd.

 

Wij zullen het wetsvoorstel steunen, maar wij menen dat het slechts een kleine oplossing biedt voor de vele problemen van kinderen die zolang op de bus zitten.

 

16.07  Joris Vandenbroucke (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, ik wil eerst en vooral mevrouw Zanchetta bedanken voor haar initiatief, dat zij hier heeft ingeleid. Onze fractie heeft geen moment geaarzeld om het meteen te ondersteunen.

 

Zoals een aantal leden al heeft opgemerkt, proberen wij hier met het voorstel binnen de beperkte bevoegdheden die het federale niveau nog resten, soelaas te brengen in de problematiek van het leerlingenvervoer, dat in een aantal sectoren veel te veel tijd in beslag neemt. Wij zorgen er ook voor dat het leerlingenvervoer voor leerlingen met een handicap gebruik kan maken van bijzonder overrijdbare beddingen alias busbanen.

 

Mevrouw Vindevoghel, uiteraard hebt u gelijk dat die busbanen voornamelijk of bijna alleen maar te vinden zijn in stedelijke en grootstedelijke gebieden en dat wellicht ook alleen daar een substantiële tijdswinst kan worden geboekt, door de bussen over die banen te laten rijden.

 

Het is natuurlijk aan de Gewesten om voldoende middelen en voertuigen in te zetten om ervoor te zorgen dat leerlingen geen uren onderweg moeten zijn. Jammer genoeg blijft het Vlaams Gewest hier schandelijk in gebreke. Ik vind het onbegrijpelijk dat in een rijk gewest als Vlaanderen kinderen 4, 5 of 6 uur in een bus moeten zitten om hun recht op onderwijs te kunnen uitoefenen.

 

Ik vind dat onbegrijpelijk, en ik ben blij dat wij met wat creativiteit een deeloplossing kunnen bieden. Want het klopt, collega Troosters dat dit wetsvoorstel een hele procedure heeft ondergaan, die geleid heeft tot verbeteringen. Daarvoor diende die parlementaire procedure. Met de nodige creativiteit konden wij maximaal gebruikmaken van onze bevoegdheden en toch proberen om minstens in stedelijk en grootstedelijk gebied een oplossing te vinden voor dit probleem. Maar hiermee is dit dossier zeker niet ten gronde opgelost.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1770/9)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1770/9)

 

L’intitulé a été modifié par la commission en "proposition de loi modifiant l’arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l’usage de la voie publique en vue de permettre au transport scolaire de personnes handicapées d’emprunter les sites spéciaux franchissables".

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, teneinde de bijzondere overrijdbare beddingen open te stellen voor het schoolvervoer van personen met een handicap".

 

La proposition de loi compte 9 articles.

Het wetsvoorstel telt 9 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 9 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 9 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

17 Proposition de loi modifiant la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, en ce qui concerne son application aux assemblées de la Commission communautaire française et de la Commission communautaire flamande (1994/1-4)

17 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wat de toepassing ervan betreft op de vergaderingen van de Franse Gemeenschapscommissie en de Vlaamse Gemeenschaps­commissie (1994/1-4)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Eliane Tillieux.

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

Le rapporteur est M. Aouasti qui s'en réfère à son rapport écrit.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

Vraagt iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1994/4)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1994/4)

 

La proposition de loi compte 2 articles.

Het wetsvoorstel telt 2 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 et 2 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 en 2 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

18 Proposition de loi modifiant la loi du 23 mars 1989 relative à l'élection du Parlement européen en vue de fixer l'âge d'éligibilité à dix-huit ans (2025/1-3)

18 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement, met het oog op de vaststelling van de verkiesbaarheidsleeftijd op 18 jaar (2025/1-3)

 

Sans rapport

Zonder verslag

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Kristof Calvo, Khalil Aouasti, Philippe Pivin, Nawal Farih, Patrick Dewael, Melissa Depraetere, Guillaume Defossé, Egbert Lachaert.

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

18.01  Kristof Calvo (Ecolo-Groen): Daarnet luisterde ik vol bewondering naar de tussenkomst van collega Cogolati met betrekking tot zijn tekst over ecocide. Ons Parlement verricht daarin pionierswerk. Die tekst is van mondiale betekenis. Er was zelfs een bijna historische stemming. Deze tekst is van een iets andere orde dan die van de heer Cogolati, maar wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Het is belangrijk om ook de kleine dingen in het leven te waarderen, zeker ook de kleine dingen in het politieke leven. Zelden gebeuren dingen immers bij revolutie. Grote stappen zijn eerder zeldzaam in de politiek, ook als het gaat over de politieke spelregels. Als er kleine stappen worden gezet, moeten we ook die vieren en onderstrepen. Deze tekst is er zo eentje en de tekst over de aangifte van mandaten en de vermogensaangifte voor districtmandatarissen is er ook zo eentje. Ik zal deze twee teksten dan ook samen behandelen.

 

De tekst die hier voorligt, is een goede stap, een stap die samen met andere initiatieven gezien moet worden. Het is een stap die ervoor zal zorgen dat ook jonge mensen kandidaat kunnen zijn bij de Europese verkiezingen in 2024. Vandaag was de minimumleeftijd voor het Europees parlement nog minimum 21 jaar. Dat is het enige niveau waarvoor de leeftijd nog op 21 jaar stond. Met dit wetsvoorstel brengen we dat naar 18 jaar. Voor de Kamer en de Senaat was dat al een tijdje gebeurd, sinds 2014. Nu zullen we ervoor zorgen dat de minimumleeftijd ook voor het Europese niveau op 18 jaar wordt gebracht. Het zal mensen in elk geval de kans geven om sneller kandidaat te worden voor het Europees parlement. Dit moet samen worden bekeken met de initiatieven van deze meerderheid om de kiesgerechtigde leeftijd voor diezelfde verkiezingen van 18 naar 16 jaar te brengen. Die twee maatregelen samen zorgen voor een verjonging van de Europese politiek. Het zijn twee keuzes die pro-Europa, pro-politiek en pro-jongeren zijn. Ik ben heel blij dat we dat samen met de collega's van de meerderheid hebben kunnen doen. Het is een mooie stap vooruit.

 

De tekst die straks komt, is eigenlijk ook een kleine betekenisvolle stap. We hebben nu al een aangifte van mandaten en vermogen van heel wat politici en mandatarissen. Dat was echter nog niet het geval voor de mensen die een mandaat opnemen in de districten. Daar komt nu verandering in, als het straks goedgekeurd wordt.

 

Met deze twee wetsvoorstellen worden stappen vooruit gezet op het vlak van de democratische vernieuwing. Onze fractie hoopt dat dit deel uitmaakt van een lange reeks.

 

Ik dank de collega's voor de fijne samenwerking.

 

18.02  Khalil Aouasti (PS): Madame la présidente, chers collègues, comme cela a été souligné, ce type d'initiative est indispensable dans le cadre du renouveau démocratique qui ne doit pas être qu'un slogan.

 

Je voudrais vous faire part d'une anecdote un peu drôle. Je suis assez fier d'être cosignataire de ce texte car, il y a quelques années, on m'avait proposé d'être candidat aux élections sénatoriales. À l'époque, n'ayant pas encore 21 ans, je n'avais pas pu me présenter. Si tel n'avait pas été le cas, je me serais peut-être retrouvé sur d'autres bancs qui plutôt qu'être verts auraient été rouges.

 

Je souhaite dire sur le ton de l'humour que le texte à l'examen est important parce qu'il permet de ramener l'âge de l'éligibilité de l'ensemble des parlementaires européens à 18 ans. En effet, il n'y avait pas de raison qu'une limite d'âge plus élevée continue à exister. Pour mon groupe, il était essentiel de supprimer cette différence.

 

Au-delà de l'abaissement de cet âge minimum, un message est lancé, dans le cadre de ce renouveau démocratique, à notre jeunesse en la faisant participer davantage, dès 18 ans, à la vie politique et sociale, que ce soit au niveau régional, fédéral ou de l'Union européenne. Les dernières élections de 2019 ont d'ailleurs démontré une hausse de la participation des jeunes. Différents mouvements impliquent sans cesse plus de jeunes qui sont de plus en plus impliqués dans la vie de notre société. Dès lors, il est normal que leur voix puissent s'exprimer dans différents hémicycles. Contrairement à ce qu'on peut dire parfois, les jeunes ne sont pas désintéressés par la chose publique ou la chose politique.

 

Par ailleurs, j'aimerais rappeler que l'abaissement de l'âge de l'éligibilité doit continuer à s'inscrire dans un cadre qui, pour mon parti, est capital. Je pense ici à l'obligation de vote. Comme cela a été évoqué, hier, en commission Constitution, ce cadre relatif à l'obligation de vote est important car il permet d'associer tout le monde et de faire savoir que cette obligation de s'exprimer concourt à la société.

 

L'étude du Cevipol de l'ULB et de POLI de la VUB, qui a été présentée cette semaine au sein de la Chambre, l'a encore démontré: l'implication de nos jeunes est importante. À travers l'adoption de cette proposition de loi par notre assemblée, nous faisons un pas non seulement vers le renouveau démocratique, mais également vers notre jeunesse et nous posons un acte fort pour plus d'inclusion de cette catégorie de citoyens dans les enjeux européens. Je vous remercie pour votre attention.

 

18.03  Nathalie Gilson (MR): Madame la présidente, chers collègues, le groupe MR est cosignataire de ce texte par le biais de notre collègue Phlippe Pivin. Nous nous réjouissons que cette proposition de loi ait été adoptée à l'unanimité en commission Constitution. Effectivement, abaisser l'âge d'éligibilité aux élections européennes à 18 ans est une excellente nouvelle. C'est déjà le cas pour d'autres élections tenues à d'autres niveaux en Belgique, comme les élections communales et fédérales. C'est aussi le cas dans la majorité des États membres de l'Union européenne.

 

Cette distinction entre les élections européennes et d'autres élections n'avait pas de sens, d'autant plus que les politiques décidées par l'Union européenne ont un impact important dans notre ordre juridique interne. Elles ont souvent un impact très concret en ce compris sur les jeunes. Nous savons que plus de 80 % de notre législation provient de l'ordre juridique européen. Il est donc logique que les jeunes, dès leur majorité, aient aussi la possibilité de se faire élire au Parlement européen pour débattre de tous ces enjeux. Il est donc très positif de permettre aux jeunes de prendre part à ces débats et à ces décisions. Leur donner l'opportunité de se porter candidat dès 18 ans est aussi un signal fort qui, je l'espère, motivera les jeunes à se mobiliser encore davantage pour les élections futures.

 

Dans ce cadre, mon groupe se réjouit de la proposition faite par ailleurs de permettre aux jeunes, dès leurs 16 ans, de pouvoir s'inscrire pour voter et être électeurs aux élections européennes. Ouvrir la possibilité pour un jeune dès ses 18 ans d'être candidat à une élection au Parlement européen stimulera sans doute l'arrivée de nouvelles figures motivées et désireuses de se saisir des enjeux au niveau européen. Par exemple, j'ai appris que la plus jeune députée de l'histoire du Parlement européen, âgée de 21 ans, est danoise et a été élue aux dernières élections de 2019.

 

J'ai aussi constaté que, depuis cinq ans, l'âge moyen d'un député européen est passé de 53 ans à 49,5 ans. Nous assistons donc à un rajeunissement du Parlement européen. Loin de moi pour autant l'intention de vouloir plaider pour un jeunisme. Il ne faut pas verser dans cet aspect des choses. Il faut viser avant tout à avoir des parlements les plus représentatifs possibles de tous les âges de la population. À cet égard, il n'y a pas de limite d'âge à la hausse pour être candidat,et c'est très bien ainsi. Laissons le soin à l'électeur de faire son choix.

 

Par conséquent, sans surprise et dans un esprit de renouveau démocratique, le groupe MR soutiendra ce texte.

 

18.04  Jan Briers (CD&V): Mevrouw de voorzitster, beste collega's, ik denk hier het oudst aanwezige Parlementslid te zijn. Hier dan niet tussenbeide komen voor de belangen van onze een beetje grijzige bevolking, maar wel voor onze jongeren, doe ik met graagte en met veel overtuiging. Het wetsvoorstel wordt voor ons wel ondertekend door de jongste telg van onze fractie, Nawal Farih. Ik wil alle collega's in dit huis, van meerderheid en oppositie, welgemeend danken voor de goede samenwerking rond dit wetsvoorstel. Samen hebben wij van democratische vernieuwing een speerpunt gemaakt. Met de goedkeuring van dit voorstel zetten we op dat vlak alweer een stap vooruit.

 

Een beetje historiek, waarde collega's, ik houd daar wel van. Reeds in 1993 werd de verkiesbaarheidsleeftijd voor de gemeenteraadsverkiezingen verlaagd tot 18 jaar. In 2004 volgden dan de Gemeenschaps- en Gewestparlementen. In 2014 werd uiteindelijk de Grondwet ook aangepast, zoals collega Calvo al meegaf, zodat de verkiesbaarheidsleeftijd op 18 kwam te liggen. Enkel voor het Europees Parlement bleef de verkiesbaarheidsleeftijd op 21 jaar liggen. Een goede reden daarvoor is er niet, daarom is het maar logisch dat we hier vandaag de kans benutten om ook voor het Europees Parlement de verkiesbaarheidsleeftijd te verlagen tot 18.

 

CD&V vindt dat we er alles aan moeten doen om enerzijds politiek geïnteresseerde jongeren de kans te geven hun stem te laten horen en om anderzijds minder politiek geïnteresseerde jongeren te prikkelen om bewust over politiek na te denken. Daarom stond in ons verkiezingsprogramma van 2019 opgenomen dat wij pleiten voor het invoeren van stemrecht vanaf 16 jaar. Onze meerderheid zal trouwens binnenkort een voorstel indienen waarmee wij dit mogelijk zullen maken voor de verkiezingen van het Europees Parlement. In die zin dringt de wetswijziging die vandaag voorligt, zich nog meer op. Het zou immers al te gek zijn dat we de leeftijd voor stemrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement zouden verlagen tot 16 om jonge mensen de kans te geven hun stem te laten horen, maar tegelijk de verkiesbaarheidsleeftijd enkel voor het Europees Parlement op 21 te laten liggen, zonder goede redenen.

 

Als we jongeren bij de politiek willen betrekken, moeten we er niet alleen voor zorgen dat ze mogen gaan stemmen, maar ook dat ze, als ze naar de stembus trekken, op generatiegenoten kunnen stemmen. Zo geven we hun het signaal dat hun generatie echt kan wegen op de besluitvorming, in dit geval in de Europese Unie.

 

Onze fractie is er trots op dat we samen met u werk maken van het nauwer betrekken van jongeren en jongvolwassenen bij de politiek. Hopelijk kan dit de aanzet zijn tot veel meer dergelijke initiatieven. Onze fractie zal dan ook met veel plezier dit voorstel goedkeuren.

 

18.05  Guillaume Defossé (Ecolo-Groen): Madame la présidente, chers collègues, je ne vais pas être très long car beaucoup de choses ont déjà été dites. Je voudrais toutefois revenir sur ce texte que j'ai eu l'honneur de cosigner. Ce que nous vous proposons, c'est de corriger une anomalie ou à tout le moins une forme d'anachronisme qui règle encore aujourd'hui l'organisation des élections au Parlement européen. Le collègue Briers vient de le rappeler. En 1993, on a abaissé l'âge d'éligibilité à 18 ans pour les élections communales et provinciales, en 2004 pour les Parlements des entités fédérées et en 2014 au niveau fédéral. Il ne restait plus que les élections pour le Parlement européen qui restaient, de manière inexplicable, réservées aux candidates et candidats de 21 ans et plus.

 

Quelles pourraient être les justifications qui empêcheraient qu'on puisse être élu à 18 ans parmi nous mais pas au niveau européen? Ni la technicité des dossiers ni la nécessité d'une certaine maturité ni les éventuelles contraintes familiales et personnelles qu'impliquerait ce mandat ne seraient plus grandes au Parlement européen qu'à notre niveau de pouvoir ou au niveau des entités fédérées. Il était donc temps d'opter pour l'uniformité en ce qui concerne les élections organisées sur notre territoire. Ce faisant, nous rejoindrons par ailleurs la majorité des États membres de l'Union européenne où l'âge d'éligibilité de 18 ans est en fait la norme.

 

Comme l'a exprimé notre collègue Aouasti, je voudrais dire que ce vote est un message. Nous avons connu ces dernières années des démonstrations fortes de la vitalité politique qui anime les jeunes de notre pays. De grandes manifestations ont été organisées, des grèves pour le climat, des initiatives de soutien aux personnes sans papier, des débats, des actions de désobéissance civile parfois, des campagnes de communication sur les réseaux sociaux et j'en passe. Chacune de ces actions portait en elle ce message en filigrane: "Prenez-nous au sérieux! Nous avons une parole, nous avons des idées, nous avons des convictions, nous sommes concernés."

 

Aujourd'hui par cet abaissement de l'âge d'éligibilité, nous répondons que nous savons qu'ils en sont capables et qu'ils ont des ressources pour assumer des responsabilités, qu'ils sont prêts à prendre les choses en main eux-mêmes et à représenter les citoyens belges. Bien entendu, ce n'est qu'une réponse très partielle et très insuffisante face à cette soif de politique et de changement. Nous devrons encore montrer bien plus d'ouverture. Je pense à l'abaissement de l'âge du droit de vote qui va nous occuper durant les prochaines semaines mais aussi à toutes les mesures qui nous permettront d'ouvrir les portes et les fenêtres de ce Parlement, de renouveler notre façon de faire de la politique pour qu'elle soit plus inclusive, plus citoyenne, plus jeune, plus originale. Néanmoins, je prends ce texte pour un premier petit signal. Je vous invite, chers collègues, comme en commission, à faire ce geste, tous ensemble, aujourd'hui.

 

Je vous remercie.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2025/3)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2025/3)

 

L’intitulé en néerlandais a été modifié par la commission en "wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement, met het oog op de vaststelling van de verkiesbaarheidsleeftijd op achttien jaar".

Het opschrift in het Nederlands werd door de commissie gewijzigd in "wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement, met het oog op de vaststelling van de verkiesbaarheidsleeftijd op achttien jaar".

 

La proposition de loi compte 3 articles.

Het wetsvoorstel telt 3 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

19 Projet de loi contenant le cinquième ajustement du budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2021 (2315/1-8)

19 Wetsontwerp houdende de vijfde aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2021 (2315/1-8)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

19.01  Benoît Piedboeuf, rapporteur: Madame la présidente, je renvoie au rapport écrit.

 

La présidente: Nous avons également besoin du rapport oral de M. Leysen à la suite de la commission qui s'est tenue tout à l'heure.

 

19.02  Maggie De Block (Open Vld): Madame le présidente, M. Leysen est en route. Il arrive…

 

19.03  Benoît Piedboeuf (MR): Si M. Leysen est dans l'impossibilité de se manifester, je veux bien improviser le rapport oral, mais c'est lui qui avait proposé sa candidature.

 

La présidente: En attendant la présence de M. Leysen, je propose de passer au point suivant.

 

20 Proposition de loi modifiant la loi du 21 novembre 2021 modifiant la loi du 15 juillet 2016 portant exécution du Règlement (UE) n° 98/2013 du Parlement européen et du Conseil du 15 janvier 2013 sur la commercialisation et l'utilisation de précurseurs d'explosifs et portant des dispositions relatives aux prêts octroyés aux organisateurs de voyages et destinés à procéder aux remboursements des bons à valoir émis conformément à l'arrêté ministériel du 19 mars 2020 relatif au remboursement des voyages à forfait annulés (2339/1-4)

20 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 21 november 2021 tot wijziging van de wet van 15 juli 2016 tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven en houdende bepalingen betreffende de leningen toegekend aan reisorganisatoren voor de terugbetalingen van de tegoedbonnen uitgegeven conform het ministerieel besluit van 19 maart 2020 betreffende de terugbetaling van opgezegde pakketreizen (2339/1-4)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

20.01  Anneleen Van Bossuyt, rapporteur: Mevrouw de voorzitster, die titel is inderdaad een hele boterham. Ik zal mondeling verslag moeten uitbrengen want wij hebben pas gisteren de bespreking en de stemming gehouden in de commissie. Er is dus geen schriftelijk verslag voorhanden.

 

Eerst is collega Verhelst tussenbeide gekomen, omdat zij de hoofdindienster was van het voorstel dat op tafel ligt. Zij heeft het wetsvoorstel kort toegelicht en gewezen op de noodzaak en de hoogdringendheid ervan.

 

Vervolgens heb ik voor de N-VA-fractie het woord genomen. Ik heb gewezen op het getalm en op de onorthodoxe aanpak van de regering. Tevens heb ik vragen gesteld over de retroactieve inwerkingtreding van het voorstel. Ik heb ook gevraagd hoe het wetsvoorstel zich verhoudt tot het ministerieel besluit dat de coronavouchers in het leven geroepen heeft.

 

Ik heb verder gevraagd hoe in de communicatie aan de consumenten voorzien is. Vervolgens heb ik een amendement voorgesteld dat voor een oplossing moet zorgen voor de reisoperatoren die wel voor terugbetaling hebben gezorgd vóór de lening beschikbaar was.

 

Vervolgens is collega Vicaire tussenbeide gekomen voor de Ecolo-Groenfractie. Hij erkende dat de regering te laat was maar weet dat aan de lange onderhandelingen door de houding van de verzekeringssector. Hij wees erop dat de regering vooral verantwoordelijk is jegens de consument en niet zozeer jegens de reissector. Hij meldde ook dat hij het N-VA-amendement niet zou steunen, maar wel het wetsvoorstel.

 

Vervolgens is collega Patrick Prévot tussenbeide gekomen voor de PS-fractie. Hij erkende eveneens dat de regering te laat was en wees eveneens op de lange onderhandelingen met de verzekeringssector en de late adviezen. Hij zei ook dat de PS-fractie het voorstel zou steunen.

 

Vervolgens is collega Van Lommel tussenbeide gekomen voor de Vlaams Belangfractie. Ook hij wees op het getalm van de regering en op de onorthodoxe aanpak van dit dossier. Hij bevestigde mijn opmerkingen en wees op de rechtsonzekerheid van het voorstel. Hij zei dat de Vlaams Belangfractie het N-VA-amendement zou steunen, evenals het wetsvoorstel zelf.

 

Vervolgens kwam collega Reuter van de MR-fractie tussen, die stelde dat het goed was dat er werd bijgestuurd en dat ze het voorstel zou steunen.

 

Daarna kwam mevrouw Dierick tussen voor de CD&V-fractie, die erkende dat de werkwijze niet lot was maar stelde dat ze het voorstel wel zou steunen. Zij stelde ook een vraag naar het aantal ingediende aanvragen.

 

Nadien kwam collega D'Amico tussen voor de PTB-fractie, die zich ervan bewust was dat de aanpak niet bepaald vlot was. Hij steunde het voorstel wel.

 

Ook collega Depraetere van de Vooruitfractie is kort tussengekomen en sprak haar steun uit voor het voorstel.

 

Daarna kwam collega Maxime Prévot tussen voor de cdH-fractie, die herhaalde dat hij de inhoud van het wetsvoorstel steunde. Hij hekelde wel de werkwijze en de laattijdigheid en wees erop dat collega Fonck al lang om een coronavoucherbank vroeg. Hij stelde zich de vraag of het wel om een federale bevoegdheid ging en vroeg of de deelstaten geconsulteerd waren. Hij stelde ook nog een vraag met betrekking tot het uitstel van terugbetaling na 31 december, naast een aantal andere vragen.

 

Vervolgens kwamen de antwoorden van de vertegenwoordigers van de regering. Eerst nam minister Dermagne het woord, die erop wees dat de onderhandelingen al maanden geleden startten maar lang geduurd hebben. Hij zei dat het systeem dat voorligt oké is voor de Gewesten en gaf ook een antwoord op de technische vragen die gesteld werden.

 

Daarna kwam staatsecretaris De Bleeker tussen, die stelde dat het systeem er in de eerste plaats was om de rechten van de consument te vrijwaren en dat het algemene systeem van de insolventie in de toekomst herzien zal worden.

 

Daarna kwam ik zelf opnieuw tussen, waarbij ik collega Vicaire erop wees dat het jammer was dat hij enkel begrip kon tonen voor de consument en niet voor de getroffen reissector. Ik gaf ook aan te betreuren dat een aantal vragen onbeantwoord was gebleven.

 

Daarop antwoordde minister Dermagne vervolgens dat het bedrag van de lening gebaseerd was op schattingen binnen de sector. Hij zei ook dat een wetsvoorstel voorrang heeft op een MB, want daar was een vraag over gesteld, en dat de retroactiviteit volgens de regering was nagekeken door de juridische dienst. Hij zei dat er daarover uitvoering en transparant was gecommuniceerd.

 

Tot slot werd er tot stemming overgegaan. Er was unanimiteit over het gehele voorstel, dus over de artikelen 1 tot en met 11. De N-VA- en de Vlaams Belangfractie stemden voor het N-VA-amendement, maar alle andere leden van de commissie stemden tegen.

 

De voorzitster: Ik dank u voor het verslag, mevrouw Van Bossuyt. U mag nu uw betoog houden als commissielid.

 

20.02  Anneleen Van Bossuyt (N-VA): Collega's, wij hebben gisteren een uitvoerige discussie gehad met de leden van de regering. We hebben ook al meermaals de kans gekregen om vragen te stellen over het dossier, zowel in de plenaire vergadering als in de commissie. Ik kondigde het dossier gisteren in de commissie aan als het dossier over de coronavoucherbank, maar het is eigenlijk bijna de saga van de coronavoucherbank en wij kunnen er nu toch wel de beschamende saga van de coronavoucherbank van maken. Iedereen is het erover eens dat de manier waarop het dossier tot stand is gekomen en door het Parlement goedgekeurd moet worden heel bizar en onorthodox was.

 

Mevrouw de voorzitster, u verwees zelf naar het feit dat het voorstel er oorspronkelijk is gekomen door een amendement op een wetsontwerp over explosieven. Normaal gezien moeten amendementen betrekking hebben op het wetsontwerp in kwestie. De enige link die wij zien tussen een wetsontwerp over explosieven en wat vandaag voorligt, is het feit dat het hele dossier over de coronavoucherbank zelf ook explosief geworden is.

 

Na de goedkeuring van het amendement op het wetsontwerp hebben wij minister Dermagne een vraag gesteld in de plenaire vergadering, want de datum voorzien in het wetsontwerp was 16 november. Nadat die datum verstreken was, bleek dat wij pas de dag voordien het advies van de Europese Commissie hadden gekregen. Daarin werd bevestigd dat het niet om onrechtmatige staatssteun gaat.

 

Die data waren dus reeds achterhaald. Ik vroeg aan minister Dermagne op welke manier de aanpassing van die data ging gebeuren, met name of dat opnieuw via het Parlement zou gebeuren. Daarop kwam een bevestigend antwoord, maar tot onze verbazing moesten wij enkele dagen later vaststellen dat er op de website van de FOD Economie nieuwe data werden gecommuniceerd. Van de reissector zelf vernamen wij dat die nieuwe data ook aan hen gecommuniceerd waren. Dat gebeurde dus allemaal voordat het was gepasseerd in het Parlement. Opnieuw werd het Parlement opzijgeschoven. Het was dus minstens een onorthodoxe manier van werken.

 

Het is eigenlijk ook compleet onbegrijpelijk. In de politiek gebeuren er vaak onvoorziene zaken, maar dit was wel perfect te voorzien. Het ging immers over vouchers die in maart waren uitgegeven, gedurende een periode van drie maanden, en die een jaar geldig waren. Na dat jaar had de consument zes maanden de tijd om de terugbetaling ervan te vragen. Het ging dus om een heel duidelijk afgebakende periode van één jaar en zes maanden.

 

Daarom legde onze fractie reeds meer dan een jaar geleden een voorstel op tafel, waarvoor wij toen trouwens al de urgentie vroegen. De meerderheid vond dat niet belangrijk, er was volgens haar geen urgentie. Nu zien wij tot welke toestand wij gekomen zijn.

 

Het is te laat en te laat lijkt wel een beetje de mantra van deze regering. Wij hebben dat gezien met betrekking tot de boosterprik en we zien het in de beslissing met betrekking tot kernenergie. Zal kernenergie nu wel of niet nog deel uitmaken van onze energiemix? Die beslissing moest in november genomen worden, het is vandaag 2 december en er is nog steeds geen zicht op. Nu kan ook de hele saga rond de coronavoucherbank aan dat lijstje worden toegevoegd.

 

Gisteren werden er nog vragen gesteld. Hoeveel aanvragen zijn er gekomen en voor welk bedrag? Er werd gezegd dat men het niet weet. Vandaag zagen wij echter opnieuw dat daarover toch al werd gecommuniceerd door de bevoegde ministers. Men stelde namelijk dat het gaat over 20 miljoen euro. Als wij de communicatie mogen geloven gaat het dus om 20 miljoen euro. Er werden voor 20 miljoen euro leningen aangevraagd. Dat is voor mij alleszins het mooiste bewijs dat dit gewoon allemaal veel te laat komt.

 

U moet immers weten dat wij in september vroegen wat het openstaande bedrag was van de nog terug te betalen coronavouchers. Het ging toen over 137 miljoen euro. De reisorganisatoren moesten echter sinds half september die vouchers terugbetalen aan de consumenten.

 

Het verschil tussen 137 miljoen euro en de aanvraag van leningen voor een bedrag van 20 miljoen euro wijst op het feit dat heel veel organisatoren zelf al hun klanten hebben terugbetaald, vaak met eigen private middelen, ten koste van zichzelf.

 

Als men aan reisorganisatoren denkt, denken veel aan de Tuis en de Neckermans van deze wereld, maar in de reissector zijn er meer dan 400 kmo's. Dat zijn vaak familiebedrijven die al generaties lang in de reissector zitten. Zij hebben iets opgebouwd en zij zijn nu het grootste slachtoffer van het getalm deze regering.

 

Dat is trouwens een van de redenen waarom onze fractie gisteren een amendement heeft ingediend om ervoor te zorgen dat de reisorganisatoren die wel al hun plicht zijn nagekomen sinds half september niet het slachtoffer zouden worden en de regering haar verantwoordelijkheid zou opnemen. Blijkbaar vond de regering dat niet nodig. De meerderheid heeft ons amendement dan ook weggestemd.

 

Ook juridisch is er een groot probleem. Ik weet dat er een aantal juristen in de zaal zitten. Wat hier voorligt, zal een retroactieve werking hebben. Het werken met een retroactieve wet is zeer uitzonderlijk. Dat komt de rechtszekerheid zeker niet ten goede. Ik heb hierover gisteren meermaals een vraag gesteld, maar ik heb daar nooit een antwoord op gekregen, wat mij ten zeerste zorgen baart.

 

Mijn vraag was weliswaar technisch maar toch belangrijk. Artikel 16 van het wetsvoorstel bepaalt dat, zodra de bepalingen van de titel in werking treden, er dan met de reisorganisatoren zal worden gecommuniceerd, maar die inwerkingtreding is er nog altijd niet. We zullen daar vandaag over stemmen, dan moet dat nog in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd, maar toch werd er al over gecommuniceerd.

 

Juridisch gezien strookt die retroactieve inwerkingtreding daar niet mee. Ik hoop dat er geen klachten door derden ingediend zullen worden, want dit steunt op juridisch drijfzand.

 

Om te besluiten, als fractie hebben we hier niet van wakker gelegen. Maar we vinden het wel een heel moeilijke situatie. Enerzijds willen we natuurlijk niet dat de consumenten en de reisorganisatoren het slachtoffer worden van het getalm van de regering. Anderzijds is het toch wel bijzonder om dit zomaar te laten passeren en te zeggen dat er geen enkel probleem is.

 

Er zijn trouwens wel mechanismen om juridische zekerheid te krijgen. Ik denk dan aan een advies van de Raad van State, aan een tweede lezing… Maar we willen niet dat de reisorganisatoren en de consumenten het slachtoffer worden. Al die afwegingen hebben ons doen besluiten om in hun belang het wetsvoorstel toch goed te keuren. Maar ik hoop oprecht dat de regering hier enkele belangrijke lessen en conclusies uit zal trekken.

 

20.03  Reccino Van Lommel (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, men moet het maar durven… Men moet maar durven om een sector die in het voorbije anderhalf jaar bijzonder hard heeft afgezien, recht in de ogen te kijken met een dergelijke gang van zaken, een dergelijke werkwijze.

 

Om eerlijk te zijn voel ik me vandaag een beetje met de rug tegen de muur gezet, niet zozeer door de inhoud van het dossier maar wel door de gang van zaken. In de commissie debatteren we al anderhalf jaar over reischeques en reisbureaus. Wat merken we nu? Hopeloos te laat, snel, last minute wordt een amendement toegevoegd aan een wetsontwerp dat niets met de inhoud an sich te maken heeft. Het wordt dan maar snel weggemoffeld in een wetsontwerp rond de precursoren voor explosieven.

 

Dat is dan het resultaat van ondoordacht te werk gaan, van alles maar te laten aanslepen en, ondanks de vele debatten en bezorgdheden over dit onderwerp, te blijven afwachten.

 

Het is bijzonder gemakkelijk en goedkoop om nu te wijzen naar de laattijdige goedkeuring door de Europese Commissie, waardoor men nu uiteindelijk in de problemen is gekomen in heel dit dossier. De toelichting van de minister in de commissievergadering vond ik beschamend. Verschillende parlementsleden gaan ook met de billen bloot als ze moeten toegeven dat we niet trots moeten zijn op wat er nu gepresteerd wordt.

 

In meerdere dossiers heb ik al vaker gezegd dat het onze taak is ervoor te zorgen dat er rechtszekerheid wordt geschapen, niet alleen voor de burgers, maar ook voor de ondernemingen. Die rechtszekerheid moet ook verder bewaard blijven en bewaakt worden. De reissector heeft het in de voorbije anderhalf jaar al moeilijk genoeg gehad.

 

Collega's, u vraagt zich vaak af waarom de burger de buik vol heeft van de politiek in dit land. Welnu, de totstandkoming en de manier waarop we vandaag die aanpassing van de wet doorvoeren, is daarvan een typisch voorbeeld. Ik vind deze handelswijze een parlement echt onwaardig.

 

Wij zullen dit wetsvoorstel vandaag vanzelfsprekend goedkeuren, ook al houden wij een heel wrang gevoel over aan de werkwijze, die wij in de commissievergadering al veel vaker gezien hebben. We keuren het wetsvoorstel goed omdat de reissector, de sector van de reisorganisatoren, het nodig heeft.

 

20.04  Catherine Fonck (cdH): Madame la ministre, nous sommes dans une situation un peu surréaliste. La loi a été votée le 21 novembre et quelques jours après, il y a eu le dépôt de cette proposition de loi. C'est assez révélateur du fonctionnement du gouvernement.

 

Le 5 mai 2021, j'avais interpellé le gouvernement sur ce dossier en insistant sur la situation des personnes concernées. Le gouvernement m'avait gentiment remballée! Il avait l'air de considérer que ce que je disais était idiot. Cinq mois plus tard, non seulement le gouvernement a dû changer sa position de 180 degrés et reconnaître qu'il y a un problème, mais il a fallu attendre cinq mois pour que le gouvernement agisse. Il agit trop tard, dans la précipitation, par le biais d'une proposition de loi qui échappe aux consultations obligatoires du Conseil d'État et de l'Autorité de Protection des Données. Il vous a en outre fallu déposer une proposition sans avoir obtenu l'avis de la Commission européenne, que vous avez encore une fois tardé à solliciter.

 

Lors du vote de la loi que nous voulons modifier aujourd'hui, nous avions dénoncé l'absence de consultation du Conseil d'État car la loi posait des questions importantes de sécurité juridique, notamment en raison de nombreuses procédures judiciaires en cause. Nous avions exprimé notre scepticisme quant à la possibilité de respecter les délais prévus. Là encore, vous avez balayé nos inquiétudes d'un revers de la main, les jugeant même déplacées.

 

Que constate-t-on aujourd'hui? Pour cette proposition de loi correctrice, il n'y a toujours pas de consultation du Conseil d'État et nous sommes toujours dans la grande urgence – je dirais même la plus grande précipitation. Nous craignons donc que l'adoption de cette nouvelle proposition ne permette pas non plus – comme elle prétend pourtant le faire – de résoudre les problèmes rencontrés par l'ensemble des voyageurs qui sont victimes de l'annulation de leur voyage à cause du covid.

 

Rappelons-le, ceux-ci avaient été privés, par un arrêté ministériel, des droits qu'ils tiraient du droit européen.

 

La multiplication des propositions de loi successives dans la précipitation, après un déni de la part du gouvernement, n'offre pas plus de garanties aujourd'hui sur le plan juridique. C'est un peu à l'image, me semble-t-il, de la multiplication des réunions du Codeco qui se font dans la précipitation sur le plan sanitaire. Il y a de nombreuses réunions du Codeco et des conférences de presse. Mais, pour ce qui est d'appliquer ensuite, de manière efficace sur le plan opérationnel, des mesures fortes et d'utiliser les armes dont on dispose, là, par contre, c'est tout autre chose.

 

Les objectifs, nous les partageons depuis au moins mai dernier, au moment où le gouvernement n'en voulait pas et, pire, avait agi pour contourner les droits des voyageurs. Par contre, nous ne partageons en rien votre méthode qui ne garantit pas la sécurité juridique. C'est la raison pour laquelle nous ne soutiendrons pas cette proposition de loi. Je vous remercie de votre attention.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2339/4)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2339/4)

 

Le projet de loi compte 11 articles.

Het wetsontwerp telt 11 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 11 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 11 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

21 Projet de loi contenant le cinquième ajustement du budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2021 (2315/1-8) (continuation)

21 Wetsontwerp houdende de vijfde aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2021 (2315/1-8) (voortzetting)

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

21.01  Christian Leysen, rapporteur: Mevrouw de voorzitster, collega's, de bespreking heeft deze namiddag plaatsgevonden. Zowel bij de meerderheid als bij de oppositiepartijen was er veel verbazing en wrevel over de werkwijze en de gebrekkige informatie inzake de betreffende budgettaire aanpassing, die via een amendement in de begroting 2021 wordt geïmplementeerd. In het bijzonder waren er veel vragen over de specifieke elementen en modaliteiten die verbonden zijn aan de vastgoedprojecten van de Regie der Gebouwen, die het voorwerp uitmaken van de budgettaire aanpassing.

 

Tijdens de vergadering, die uiteindelijk ook doorging achter gesloten deuren, heeft de staatssecretaris voor Digitalisering belast met de Administratieve Vereenvoudiging, Privacy en de Regie der Gebouwen diverse toelichtingen verschaft aan de leden van de commissie. Aansluitend heeft de stemming plaatsgevonden, waaraan ik persoonlijk niet heb deelgenomen. Het amendement nr. 3 werd aangenomen met tien stemmen voor en vier stemmen tegen. Artikel 4, aldus geamendeerd, werd aangenomen met tien stemmen voor en vier stemmen tegen. Het gehele wetsontwerp, aldus geamendeerd, werd bij naamstemming aangenomen met tien stemmen voor en vier stemmen tegen.

 

Voor de verschillende uiteenzettingen en vragen verwijs ik naar het schriftelijk verslag, dat zal volgen. Wie ongeduldig is, kan via de streaming of de videoconferentie al kennis daarvan nemen.

 

21.02  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik dank beide rapporteurs.

 

De heer Piedboeuf kan terecht verwijzen naar het schriftelijk verslag. De heer Leysen heeft mondeling verslag uitgebracht, hoewel hij dat slechts deels deed. Het Reglement vereist dat de verslaggever ook een samenvatting geeft van wat effectief is uiteengezet door de verschillende sprekers, dat hij of zij ook de namen van de sprekers vermeldt en dat hij of zij niet alleen de stemuitslag weergeeft. Ik verwijs ter zake naar artikel 78 van het Kamerreglement.

 

Mevrouw de voorzitster, ik wil oprecht niet overdreven formalistisch zijn, maar eenvoudigweg verwijzen naar de videostreaming kan niet. Ik wens geen precedentwaarde te hechten aan een uitzonderingsprocedure van wat een mondeling verslag is. Wij hadden perfect een tweede lezing en een schriftelijk verslag kunnen vragen. Dat hebben wij niet gedaan, omdat het gaat over een aanpassing van de begroting en in alle eerlijkheid ook uit respect voor de staatssecretaris voor Begroting, die degelijk werk levert.

 

Dan moet er echter ook met respect worden omgegaan met het Kamerreglement en moet er volledig verslag worden gedaan van de bespreking. Hier gaat het om een kleinere bespreking, maar over een navenant bedrag. Het is geen gigantisch wetsontwerp, maar ik wil geen precedentwaarde creëren op dit vlak. Wanneer een mondeling verslag een de facto verwijzing wordt naar een website, lijkt mij dat niet onmiddellijk passend. Mevrouw Van Bossuyt heeft net een uitstekend voorbeeld van een mondeling verslag gegeven.

 

21.03  Catherine Fonck (cdH): Madame la présidente, je voudrais appuyer les propos de mon collègue, M. Loones, et vous solliciter en tant que présidente de la Chambre. En effet, je vous rappelle qu'en cas de consensus en commission sur cette procédure d'exception, pour qu'un rapport oral puisse avoir lieu séance plénière, il doit effectivement avoir du contenu.

 

La question se pose de savoir si on vient d'entendre un rapport oral, ce qui ne me semble pas être le cas. Renvoyer au streaming, ce n'est pas faire un rapport oral!

 

Madame la présidente, je voudrais que vous appeliez à un peu de sérieux dans les travaux parlementaires. Il s'agit quand même d'un projet de loi contenant un ajustement et pas d'un texte gadget. Et même si tel était le cas, cette façon de faire n'est pas acceptable. Il vous appartient, madame la présidente, de demander à ce qu'un rapport oral soit fait ici et maintenant en bonne et due forme.

 

21.04  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitter, ook wij hebben ons uiteindelijk akkoord verklaard met een mondeling verslag door de heer Leysen, op voorwaarde dat het verslag op een correcte manier wordt gebracht. Ik hoor hier een verbloemde versie van de feiten. Collega Leysen verwijst er expliciet naar dat hij de zaal heeft verlaten. Hij gaf daar een duidelijke verklaring voor, een verklaring die we allemaal – ik zie collega Loones knikken – konden onderschrijven. Ik zou graag horen waarom hij de zaal heeft verlaten en wat daar werd verklaard. Dat is juist de bedoeling van een mondeling verslag. Het is voor onze vergadering ook heel belangrijk dat dat hier uitvoerig kan worden besproken, want het gaat hier tenslotte over een beslissing die niet min is, namelijk een ten belope van 400 miljoen euro. Collega Leysen had daar terechte bedenkingen bij. Ik hoop dat ze hier worden herhaald, zoals ze werden geformuleerd in de commissie, want dat is de bedoeling van een mondeling verslag.

 

La présidente: Effectivement, un rapport oral doit être précis. Je reviens donc vers M. Leysen en stipulant que ceci ne peut pas créer de précédent.

 

21.05  Christian Leysen, rapporteur: In de interventies in de commissie heeft eerst de heer Loones het woord genomen. Meestal ging het om de vraag naar meer details. Hij vroeg waarom de amendementen niet vroeger waren ingediend, hoe het zat met de huur van de huidige gebouwen en hoe een en ander paste in het totaalplan voor de tewerkstelling van de ambtenaren. Er was ook een vraag over de 64 miljoen aan gerechtskosten. Is dat klassiek? Zijn er andere opties overwogen dan de rechtstreekse aankoop? Wat zijn de acute noden? Wat vindt men van de procedure? Kunnen er meer details worden gegeven? Vervolgens werd opgemerkt dat een en ander confidentieel was, waarna er verder vergaderd werd achter gesloten deuren.

 

Leden van verschillende partijen vroegen of de regering wel de juiste procedure gevolgd had gelet op het grote bedrag en of de wet inzake overheidsopdrachten was gerespecteerd. Voorts wou men vernemen over hoeveel vierkante meter het ging en of de uitgave betrekking had op nieuwe gebouwen.

 

De heer Vermeersch wou de impact voor de komende jaren op de enveloppe van 1 miljard toegekend voor het herstart- en transitieplan kennen.

 

Er werd ook herinnerd aan de regel-Bogaert dat er tussen indiening en stemming 48 uur moet zijn. De vraag naar de gerechtskosten werd nog eens gesteld. Op de vraag of er een impact was op de begroting voor 2021 antwoordde de staatssecretaris dat er uiteraard een impact was voor 2022 en dat toegelicht.

 

Wat het Europees kader betreft, rees de vraag rees of het hier gaat om een verloren begrotingsjaar en volgden er argumenten voor en tegen om een en ander dan maar voor dit jaar te nemen.

 

Er is verwezen naar de koerswijziging: men heeft gekozen voor een aankoop in plaats van leasing.

 

Mevrouw Cornet heeft het woord genomen, evenals de heer Steven Matheï. Voor zover ik mij herinner, heeft de heer Van Hees dat niet gedaan.

 

Wat mijzelf betrof, ik had natuurlijk graag meer details gekregen over de opsplitsing. Ik meen dat ook collega Joy Donné daarom gevraagd heeft. Betrof het alleen investeringskosten of ook inrichtingskosten?

 

Het gaat echter enkel over de investeringskosten en men heeft de ambitie om het contract nog dit jaar te sluiten. Er waren ook vragen over het aantal medewerkers. De staatssecretaris verwees naar zijn beleidsfilosofie, terwijl ik heb verwezen naar zijn beleidsnota en zei dat het voor mij persoonlijk moeilijk was, omdat de informatie nog altijd onvolledig is. Ik heb dan ook de stemming na de gesloten vergadering niet bijgewoond en werd vervangen door onze fractievoorzitster.

 

Ik hoop dat dat volstaat. Ik heb geen olifantengeheugen, maar heb gelukkig wat nota's gekregen. Ik sprak daarnet op basis van de nota's die ik van het secretariaat heb gekregen, maar het zinnetje waarin ik verwees naar de streaming, was van mij. De verschillende interventies van de sprekers en de antwoorden die daarop zijn gekomen, kunnen als aanvulling dienen. Ik heb naar best vermogen geprobeerd om een wat uitgebreider verslag te geven, mevrouw de voorzitster.

 

21.06 Staatssecretaris Eva De Bleeker: Ter rechtzetting, mijn antwoord in de commissie was misschien niet helemaal duidelijk, maar er is geen budgettaire impact op 2022. Misschien heb ik dat zelf verkeerd verstaan.

 

Voorts werd de heer Leysen vervangen door de heer Pillen, onze plaatsvervanger in de commissie, en niet door mevrouw De Block.

 

21.07  Sander Loones (N-VA): Ik wil de staatssecretaris bedanken om het verslag van de rapporteur aan te vullen.

 

De rapporteur zou ik willen vragen om minstens even stil te staan bij de precieze uiteenzetting van mevrouw Cornet in de commissie, de punten die gemaakt werden door collega Donné, te vermelden in zijn verslag en de repliek van staatssecretaris Michel weer te geven. Die heeft op niet veel vragen geantwoord, dat is een van de grote problemen. Hoe dan ook zou het gepast zijn om de plenaire vergadering in te lichten over wat de staatssecretaris al dan niet gezegd heeft, gelet ook op het feit dat die besloten heeft om onze plenaire sessie niet bij te wonen en de hete aardappel opnieuw door te schuiven naar u, mevrouw de staatssecretaris, wat ik allerminst gepast vind. Maar goed, iedereen zijn stijl en aanpak.

 

Kortom, mevrouw de voorzitster, ik dring er, expliciet verwijzend naar de vele discussies in het Parlement over de waarde van een verslag, bij de rapporteur op aan om zijn verslag aan te vullen. Daarbij neem ik de woorden van oud-parlementsvoorzitter Patrick Dewael ter harte, die net als u, tijdens deze coronaperiode al herhaaldelijk het belang van de rapportage en de uitzonderlijkheid van de mondelinge procedure heeft beklemtoond. Als de bereidheid in het Parlement daartoe aanwezig moet blijven, zou het toch gepast zijn om een volledig verslag van de bespreking te krijgen.

 

Ik nodig hem ook uit om iets explicieter te zijn over de motivatie die parlementslid Leysen gegeven heeft in de commissie om zijn vertrek te verklaren. Ook die toelichting hoort deel uit te maken van het verslag.

 

21.08  Benoît Piedboeuf (MR): Madame la présidente, notre collègue Christian Leysen n'a probablement pas produit un rapport complet, mais nous recevrons le rapport écrit.

 

S'agissant des remarques de M. Loones relatives à l'absence du secrétaire d'État Mathieu Michel, je voudrais signaler que ce dernier est venu en commission, à la demande du gouvernement, pour expliquer quel était le contenu de l'ajustement et de l'adaptation qui y était apportée. Il est donc venu en tant que canal de la décision, laquelle avait été prise par le gouvernement. M. Mathieu Michel étant en charge de la Régie des Bâtiments, il est donc le canal de l'opérationnalisation de la décision, qu'il est venu détailler précisément en long et en large.

 

En outre, il a répondu à ma demande qui visait à discuter à huis clos des organes concernés par l'investissement réalisé. À partir du moment où il a expliqué le dossier, il ne devait pas être présent en séance, puisque le sujet en question est une adaptation budgétaire. La secrétaire d'État, qui s'en acquitte très bien, est parfaitement capable de montrer qu'une modification a été apportée à l'ajustement budgétaire et qu'elle a été appuyée tout à l'heure par une majorité. Point final! Tout le reste n'est qu'une suite de procès d'intention. Pour ma part, je ne les supporte pas!

 

21.09  Christian Leysen, rapporteur: Mevrouw de voorzitster, in mijn jeugdig enthousiasme heb ik mij kandidaat gesteld voor mondelinge verslaggeving, vergetende de leeftijd en dat mijn geheugen misschien wat minder is. Ik heb twee keer geprobeerd die opdracht terug te geven, maar de voorzitter heeft dat niet aanvaard. Ik zal mij in de toekomst onthouden van die oefening. Het was zeker niet de bedoeling. Ik dacht ook dat er in plenaire vergadering regelmatig gelegenheid is voor de leden om de argumenten of bezorgdheden die zij hebben, nogmaals te herhalen. Ik heb het dus in summiere vorm gedaan en laat het aan de collega's over om over hun bezorgdheden te praten.

 

21.10  Ahmed Laaouej (PS): Madame la présidente, je crois que le moment est arrivé de passer à des échanges sur le fond! On a entendu les uns et les autres, il serait maintenant opportun de parler du fond.

 

21.11  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik vraag de rapporteur om een volledig verslag te brengen van de bespreking. De heer Leysen heeft zich aangeboden als rapporteur, heeft die taak toegewezen gekregen namens de commissie. Op het einde van de commissie is de vraag gesteld of iemand anders van het Parlement of de commissie het rapporteurschap wilde overnemen. Daar was niemand toe bereid. De verschillende collega's van de meerderheid hadden perfect hun hand kunnen opsteken, maar niemand wilde dat doen. Ik sta erop een redelijk verslag te krijgen. Het Reglement zegt expliciet dat u geen woordelijk verslag mag geven, het moet er een samenvatting van zijn. U kan niet zeggen dat hier een verslag is gegeven, wanneer zelfs de repliek van de heer Michel niet op een ietwat fatsoenlijke manier te berde is gebracht.

 

21.12  Wouter De Vriendt (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, ik kon de eerste interventie van de heer Loones volledig begrijpen. Het eerste verslag was inderdaad te summier. U bent tussengekomen en u hebt daarin gelijk gehad. De rapporteur heeft zichzelf gecorrigeerd en is dan ingegaan op wat sprekers daar hebben gezegd. Ik wil de heer Loones er toch aan herinneren dat het niet de regel is om een woordelijk verslag te moeten uitbrengen als er een mondeling verslag wordt uitgebracht. Daar is altijd een kwestie van een zekere interpretatie. Is dat voldoende of niet? De rapporteur heeft zich alleszins gecorrigeerd en heeft zijn verslag aangevuld. Ik zou willen voorstellen over te gaan tot de inhoudelijke bespreking van de tekst.

 

21.13  Ahmed Laaouej (PS): Je rejoins M. De Vriendt. Monsieur Loones, avec tout le respect qui vous est dû, je comprends que la première version du rapport oral de M. Leysen ne vous convienne pas. Je partage votre avis. Il s'est repris et il a complété son rapport. Dire qu'un rapport oral ne convient pas en fonction de sa substance pourrait être dit de n'importe quel rapport oral. Par définition, c'est un rapport synthétique donné par le rapporteur sur la base de ce qu'il estime devoir rapporter. Le rapport oral n'est pas ce que nous souhaitons les uns et les autres voir s'y trouver, sans quoi c'est interminable et le concept même de rapport oral n'a plus de sens. Vraiment, monsieur Loones, je suggère de passer à la discussion générale, sans quoi nous basculerons dans une chicanerie qui n'a strictement aucune fin. Par contre, je pense que ce que vous avez dit peut être acté. De toute façon, cela sera retranscrit dans le compte rendu. Il importe d'en tenir compte. Je le répète: je pense que votre intervention était fondée et judicieuse, mais il a modifié son rapport oral. On ne va pas non plus y passer la nuit!

 

21.14  Barbara Pas (VB): Mevrouw de voorzitster, ik vind dat hier zeer licht wordt overgegaan. Een mondeling verslag is al een uitzondering op de regel. De oppositie is al zo constructief om daarin mee te gaan. Normaal hebben we een schriftelijk verslag waarin staat wie welke argumenten heeft aangebracht. Ik was niet aanwezig in de commissie voor Financiën. Ik zat hier de plenaire vergadering te volgen. De bedoeling is dat ik na het horen van het mondeling verslag weet wie in de commissie het woord heeft genomen met welke argumenten.

 

De opmerking van de heer Loones is volledig terecht. Het klopt, mijnheer De Vriendt, dat de heer Leysen zich heeft gecorrigeerd, maar toch heel summier want hij vergeet nog sprekers en zelfs de repliek van de bevoegde staatssecretaris.

 

Sta mij toe dat ik de heer Loones bijtreed dat iemand die de commissie niet heeft bijgewoond met zo'n summier verslag onvoldoende weet welke argumentatie in de commissie op tafel lag.

 

La présidente: Chers collègues, j'entends les récriminations des uns et des autres. Tout à l'heure, j'ai dit combien le rapport oral devait être plus précis. M. Leysen a repris la parole pour compléter son rapport. Mme la secrétaire d'État a également apporté son soutien en précisant une série de points. Je crois maintenant qu'il est temps d'en venir au fond et d'arrêter cette discussion sur le contenu exact et précis de ce rapport qui se veut malgré tout synthétique.

 

21.15  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik begrijp uw punt. Ik begrijp ook collega Laaouej. Het is een principekwestie, maar het is ook inhoudelijk, er hangt een reukje aan dit dossier.

 

Mevrouw de voorzitster, ik sta er echt op dat wij minstens een verslag krijgen van de repliek van staatssecretaris Michel. De verslaggever heeft geen woord gerept over het antwoord van de staatssecretaris op de vele vragen. Ik heb er geen enkel probleem mee om het punt te verdagen en eerst een ander punt op de agenda te bespreken, zodat wij voort kunnen doen en de heer Leysen zijn geheugen kan opfrissen, in overleg met het kabinet enzovoort. Op die manier wordt het ritme van de plenaire vergadering niet vertraagd. Maar ik denk toch wel dat wij minstens mogen vragen dat er een samenvatting wordt gegeven van de antwoorden van de staatssecretaris.

 

21.16  Christian Leysen, rapporteur: Mevrouw de voorzitster, de staatssecretaris heeft toegelicht hoe dit dossier in een stroomversnelling gekomen is. Dit past in zijn aangepaste beleidsvisie voor de Regie der Gebouwen, die als dusdanig tot investering is overgegaan. Hij lichtte toe dat daar nog kosten aan waren, dat het de bedoeling was de transactie voor het jaareinde af te sluiten, dat hij het belang van de energietransitie ziet en een goed werkkader voor het personeelsbestand van de twee diensten voor wie het bestemd is, zal faciliteren.

 

Misschien kan mevrouw de staatssecretaris nog andere zeer relevante feiten opnoemen.

 

21.17  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik wens beide rapporteurs te danken voor hun verslag. (Hilariteit) Als mij de vraag nog eens gesteld wordt om bij hoogdringendheid een mondeling verslag te brengen, zal dit mij des te gevoeliger maken om al dan niet op die vraag in te gaan.

 

Kort wil ik repliceren op de toelichting van collega Piedboeuf, die ik enorm apprecieer. Mijnheer Piedboeuf, ik wil u volledig bijtreden in uw woorden. Mme la secrétaire d'État est tout à fait capable. Zij kan het dossier in deze plenaire vergadering ten volle verdedigen. Zij is niet tout à fait capable, maar plus que capable. Het valt op dat de staatssecretaris heel wat miserie krijgt toegeschoven in de Kamer. Zij mag heel wat kolen uit het vuur halen. In de regering staat zij blijkbaar op de laatste linie.

 

Mevrouw de staatssecretaris, ik uit daarom mijn respect ten aanzien van u. Daarnet hebt u hier ook al het dossier verdedigd van de coronavoucherbank, waarvoor nochtans een minister medeverantwoordelijk is. Ik begrijp dat de taken in de regering verdeeld worden, maar qua collegialiteit kan elkeen zijn conclusies trekken.

 

Mevrouw de voorzitster, nu kom ik tot de grond van de zaak en wil ik verklaren waarom ik hardnekkig ben in het vragen van het verslag. Wat hier nu gebeurt, is eigenlijk heel bijzonder.

 

Het dossier kende een normale start. Voor 2021 werd een begroting goedgekeurd. Via de begrotingsbladen werden enkele begrotingsaanpassingen doorgevoerd. Doordat dit een bijzonder jaar is, vanwege de coronapandemie, ligt nu al de vijfde aanpassing voor. Daarover hebben we in de commissievergadering goed van gedachten kunnen wisselen. De nu voorliggende aanpassing is enigszins atypisch omdat het over een verlaging van de uitgaven gaat. Er worden minder sociale uitkeringen betaald, maar er wordt wel wat extra geïnvesteerd in het sociaal energietarief. In globo werd er met dit aanpassingsblad een besparing, of beter geformuleerd een minderuitgave, van ongeveer 500 miljoen euro gerealiseerd. Daarover vond een discussie plaats tussen meerderheid en oppositie, zoals gebruikelijk in een parlement. Dat is volgens mij op een correcte manier verlopen.

 

Ik had aan de staatssecretaris overigens extra informatie gevraagd tegen vorige vrijdag, opdat wij vandaag met alle kennis van zaken kunnen stemmen. We hebben ons inschikkelijk opgesteld door de stemming in de commissievergadering niet tegen te houden.

 

Ook daar zijn we inschikkelijk geweest en hebben we gezegd dat we de stemming in de commissie niet zouden tegenhouden. We hebben de staatsecretaris de kans gegeven om dat via mail te bezorgen zodat alles netjes kan zijn voor het einde van het jaar, en zelfs voor de bespreking van de begroting 2022. Tot daar geen vuiltje aan de lucht. We hebben die informatie ook op tijd ontvangen. Bijzondere dank daarvoor, mevrouw de staatssecretaris.

 

Wat stellen we vast? Er is een wetsontwerp ingediend op 10 november – een datum om te onthouden -, en dat is besproken en gestemd op 23 november, dat is acht dagen geleden. Die procedure is volledig normaal. Maar gisteren zat er plots een amendement van de regering in onze mailbox. Ik dacht eerst dat het zou te maken hebben met de coronacrisis: een investering in vaccins, een steunmaatregel, of iets wat absoluut nog dit jaar moet gebeuren, een bijzondere nood die gefinancierd moet worden. Het zou niet de eerste keer zijn dit jaar, we hebben daar ook begrip voor, want corona zorgt voor een bijzondere situatie. Maar neen, het blijkt geen corona-uitgave te zijn, maar een amendement van de Regie der Gebouwen. Ik dacht dat het om een kleine uitgave zou gaan, maar het blijkt om 280 miljoen euro te gaan – een amendement dat gisteren toegevoegd is van 280 miljoen euro, en dat niets met de begroting te maken heeft! Staatssecretaris Michel vindt plots dat er een extra uitgave van 280 miljoen euro moet gebeuren.

 

Dan gaan bij mij de alarmbellen af. Waarom is de juiste procedure niet gevolgd? Waarom moet dat zo snel gaan, zonder controlemechanismes? Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is dus natuurlijk waarom er pas op 1 december, gisteren, een amendement komt om 280 miljoen euro uit te geven. Ik heb in de commissie gezegd: "Misschien bent u wel Superman, een superstaatssecretaris, aangezien u erin geslaagd bent een megadeal te onderhandelen en de aankoop van nieuwe gebouwen af te ronden, op acht dagen tijd, sinds de bespreking op 23 november." De staatssecretaris is er dus in geslaagd om een dossier waar niemand iets van wist op acht dagen geregeld te krijgen en hier bij amendement voor te leggen aan het Parlement.

 

De heer Michel antwoordt daarop dat het niet waar is en dat het dossier al veel langer loopt. Hij stelt dat hij het dossier niet op acht dagen heeft geregeld, maar dat het al veel langer loopt. Ik stel hem daarop de vraag hoe lang hij dat al weet, hoe het komt dat hij de staatssecretaris voor Begroting daarover niet heeft ingelicht en of een en ander misschien in zijn beleidsnota 2022 staat. Mijnheer Leysen, dat was mijn vraag die u in het verslag had kunnen vermelden. Het antwoord van de staatssecretaris was dat hij het punt niet heeft ingeschreven in de beleidsnota 2022, omdat hij wist dat het een uitgave zou betreffen voor 2021. Hij moest het dus niet opnemen in de beleidsnota 2022, omdat het een zaak voor 2021 was.

 

Ik repliceerde dat zulks vreemd was. Zijn beleidsnota dateert immers van 29 oktober 2021. Op die datum heeft hij dus in het Parlement een nota ingediend. Op dat moment wist hij dat hij drie gebouwen zou aankopen, ze zou verbouwen voor een bedrag van 280 miljoen euro en dat hij dat niet in 2022 zou doen. Op 29 oktober wist hij dat dus, ruim voor de datum waarop mevrouw de staatssecretaris met haar aanpassing van de begroting op 10 november 2021 naar het Parlement is gekomen en ruim voor de bespreking van het wetsontwerp houdende aanpassing van de begroting op 23 november 2021.

 

Meer dan een maand tijd beschikte de staatssecretaris over informatie dat het die richting zou uitgaan en dat het om een uitgave zou gaan die in 2021 zou moeten gebeuren. Blijkbaar moest dat echter aan niemand worden gemeld, zelfs niet aan de staatssecretaris voor Begroting en zelfs niet aan het Parlement. Dat is vreemd. Ik herhaal dat er, wanneer dergelijke zaken gebeuren, bij mij alarmbelletjes rinkelen.

 

Inhoudelijk ligt hier op tafel een verhuis en een aantal ambtenaren, met name 1.500, die moeten worden verplaatst en een extra plek moeten vinden in een aantal gebouwen rond het Noordstation. De prijzen die worden genoemd, wanneer ze worden afgezet qua vierkante meter, lijken stevige bedragen te zijn. De staatssecretaris voor Begroting heeft ons aanvullende informatie bezorgd die de heer Michel ons niet had gegeven. Er zou nog wat extra volk in die gebouwen komen. Die informatie hebben wij. Het volledige dossier is ons echter niet bezorgd. Wij hebben dus geen volledig dossier om echt met kennis te oordelen. De prijs ligt wel hoog.

 

Wat doen wij? Wij stellen er vragen over, zoals de vraag of wij de overheidsopdracht kunnen inkijken. Kunnen wij ook het bestek zien? Kunnen wij inkijken hoe een en ander is verlopen? Alles blijkt via bijzondere procedures, beperkt en en cachette te zijn verlopen.

 

Opnieuw, vreemd wat er allemaal gebeurd is. Maar, zegt de heer Michel, ik heb het ultieme antwoord, u moet daar geen vragen bij hebben, want het gaat over energiezuinige gebouwen. Dan, opeens, was Ecolo helemaal mee in het verhaal. Dat het 280 miljoen kostte was minder relevant, want het zijn energiezuinige gebouwen, dat was voldoende. Mevrouw Cornet had het in haar eerste tussenkomst toch wel een beetje vreemd gevonden wat de heer Michel deed. Ik wil haar zeker geen woorden in de mond leggen, maar het kwam op mij over dat het ecologisch argument voor haar een belangrijk element was om in overweging te nemen. Loyaliteit tegenover de regering zal wellicht een tweede argument geweest zijn, maar daar heb ik geen indicaties van.

 

De heer Michel zegt dus dat we ons geen zorgen moeten maken, want dat het allemaal energiezuinige gebouwen zijn die zullen worden gekocht. Maar, zegt hij, bovenop die 280 miljoen heb ik nog eens 90 miljoen nodig om die gebouwen te renoveren. Zo in orde of energiezuinig zijn ze blijkbaar dus niet. Blijkbaar gaat het dus niet over 280 miljoen, maar minstens over 370 miljoen, op voorwaarde dat er geen onderschattingen zijn bij de bedragen die door de staatssecretaris worden genoemd. Opnieuw vragen wij om inzage te krijgen in het dossier. Er wordt ons niets overhandigd. Opnieuw zegt de staatssecretaris dat hij nog een reden heeft om dat te kunnen doen: we zullen tientallen miljoenen minder aan huur moeten betalen. Wij vragen dan onmiddellijk hoeveel dat juist is en in welk jaar zullen we deze uitgaven dan niet moeten doen. Geen antwoord.

 

Collega's, dit is niet normaal. Op een dag tijd wordt hier een bedrag van 280 miljoen euro gevraagd voor een bouwdossier dat zonder de gepaste controles passeert. Normaal gebeurt dat via een begroting en is er controle door het Rekenhof. Waarom kan dat niet? Wilt u misschien niet dat het Rekenhof inzage krijgt of toelichting geeft bij dit dossier? Nog erger, waarom krijgt het Parlement niet voldoende tijd en kennis van zaken en het volledige dossier om daarover te oordelen? Wat heeft de regering in godsnaam te verbergen?

 

Ik moet u misschien herinneren aan het feit dat we al een paarsgroene regering hebben gehad in dit land die niet bepaald het beste trackrecord had wanneer het ging over immobiliëndossiers.

 

Ik mag oprecht hopen dat uw regering niet de ambitie heeft om in die voetsporen te treden.

 

Ik sta niet alleen met die analyse. De rapporteur, die de zaal even verlaten heeft, deelt ze volgens mij want hij wilde zelfs niet betrokken zijn bij de stemming. Vóór de bespreking begon, vroeg hij zelfs het woord om te zeggen dat hij het bijzonder vond wat er allemaal gebeurde en hij vroeg zich af of dat echt wel moest gebeuren. Tot twee- of driemaal toe heeft hij in de commissie gevraagd of die stemming niet kon worden uitgesteld. Hij heeft zelfs de voorzitter en de staatssecretaris aangesproken en verschillende keren luidop gevraagd aan de rapporteur of het wel een gepaste manier van werken was en of er toen absoluut over gestemd moest worden. De heer Leysen mag mij tegenspreken, maar ik kan er alleen van uitgaan dat hij geen afdoend antwoord heeft gekregen. Hij wilde immers zijn vingerafdrukken niet op het dossier, hij heeft gewoon de zaal verlaten en wilde zelfs niet meestemmen.

 

U mag dat normaal vinden maar ik vind dat niet. Nogmaals, het gaat hier over heel wat geld, 280 miljoen dit jaar en volgend jaar nog eens minstens 90 miljoen erbij voor renovatiekosten enzovoort. Ik vind dat abnormaal. U hebt misschien niet gezien wat er de laatste weken gebeurd is, maar we hebben dagenlang politieagenten op straat zien komen met financiële vragen die door uw regering niet ingewilligd worden. Er zijn bovendien financiële noden in het kader van corona omwille van de zorg en er zijn verschillende discussies lopende die ook niet allemaal even vlot gaan.

 

Als hier echter plots een immobiliëndossier opduikt van 280 miljoen, waarvan we geen volledig dossier hebben gezien, noch een analyse van de inspecteur van Financiën, noch een schriftelijk verslag van de administratie van Begroting, dan passeert dat zomaar. Hoe legt u in godsnaam uit aan die politieagenten in de straat dat zij maar moeten blijven protesteren om iets te krijgen, terwijl dat allemaal zomaar passeert wanneer het over een bouwdossier gaat?

 

Collega's, ik doe moeilijk over dat verslag omdat wat hier gebeurt gewoon niet netjes is. Als men dat bovendien combineert met het niet respecteren of het niet naar waarde schatten van de afspraken die gelden volgens het Kamerreglement, dan vind ik dat niet gepast.

 

Mijnheer Leysen, ik breng nu kort verslag uit over uw tussenkomst, u kan me corrigeren als ik het fout heb.

 

U kunt dit drama vinden maar ik vind het gewoon democratie. Ik hoop dat u, wanneer u straks ongetwijfeld voor zult stemmen, zich toch wat ongemakkelijk voelt en dat u beseft dat wat hier op tafel ligt mogelijk wel uw eerste immobiliënschandaaltje kan zijn. Hier hangt immers een reukje aan. Het feit dat u die uitzonderingsprocedure hanteert, creëert minstens die indruk. Ik hoopte dat uw regering het anders zou doen, dat u voor transparantie zou gaan. Ik kan alleen vaststellen dat zelfs de rapporteur van dit voorstel niet wilde meestemmen in de commissie.

 

21.18  Wouter Vermeersch (VB): Ik kan de collega's alleen aanraden om straks tijdens de stemming even de zoekfunctie te gebruiken en de naam Leysen in te typen om te kijken hoe hij over dit voorstel zal stemmen en om na te gaan of hij überhaupt zal stemmen. Misschien komt er een mededeling van zijn voorzitster dat de heer Leysen zal stemmen in overeenstemming met zijn fractie maar een technisch probleem heeft. Ik wil de collega's oproepen om dat samen met ons goed in de gaten te houden.

 

Deze vijfde begrotingsaanpassing wordt nu overschaduwd door het laatste blad dat er op het laatste moment aan werd toegevoegd, maar de begroting voor 2021 bevat een hele reeks maatregelen. Mijn goede collega Ravyts, die nu in de commissie voor Energie zit, heeft mij gevraagd om hier zeker en vast te benadrukken dat onze partij de voortzetting en de uitwerking van het sociaal tarief, zowel in 2021 als in 2022, expliciet steunt.

 

Wij hebben deze week vastgesteld dat de mensen die op een extra sociaal tarief aanspraak kunnen maken, een half miljoen mensen, slechts tot 1 april 2022 voordeel uit dat sociaal tarief zullen kunnen halen. In de begroting voor 2022, die we net voor de kerst zullen bespreken, staat immers dat al die mensen vanaf dan weer de volle pot moeten betalen, want in die begroting is er voor hen geen enkel budget voorzien.

 

Blijkbaar is er in de begroting op dit moment geen enkel budget voorzien voor die mensen. Dat is deze week heel duidelijk geworden in de commissie. De Vlaams Belangfractie steunt dat sociaal tarief zeker en vast. Het Vlaams Belang heeft zich echter altijd verzet tegen het begrotingswerk van deze regering en steunt dat zeker niet. We hebben systematisch tegen de begrotingen gestemd.

 

Het schouwspel dat we vandaag weer zien sterkt ons alleen in onze overtuiging. Gisteren kregen we via onze fractieleidster een e-mail van de staatssecretaris van Begroting, om te melden dat er te elfder ure nog een amendement zou worden ingediend dat we binnen de 24 uur kregen toegestuurd. Het was een A4-blaadje voor een gigantisch bedrag. De heer Loones had het over 280 miljoen. Dat is effectief het bedrag in het vastleggingskrediet. Uit de woorden van de staatssecretaris blijkt het om de aankoop van 2 gebouwen te gaan, eentje van 216 miljoen euro en eentje van 94 miljoen euro, samen goed voor 310 miljoen euro. Uit de analyse van de heer Donné bleek ook dat er nog eens 90 miljoen euro wordt voorzien voor de inrichting. Dat komt neer op een klein half miljard en minstens 400 miljoen voor deze transacties. Dan hebben we het nog niet over bijvoorbeeld de verbrekingsvergoedingen die eventueel zullen moeten worden betaald voor andere gebouwen die worden verlaten ten voordele van deze gebouwen.

 

Wij nemen hier vandaag dus eigenlijk een beslissing over een bedrag van een klein half miljard euro. Dat werd in 24 uur tijd afgehaspeld in dit Parlement. Dat is werkelijk ongezien in onze commissie. Het siert de heer Leysen dat hij zijn verontwaardiging daarover heeft geuit. Dat is correct. Voor hem kon zoiets niet en hij sprak zich daarover uit. Dat hij uiteindelijk vluchtte bij de stemming vind ik minder van verantwoordelijkheid getuigen. Verkozen politici moeten hun politieke verantwoordelijkheid nemen en dat ook laten blijken in hun stemgedrag. We zullen dat straks dus zeker in de gaten houden.

 

Dat zou Margaret Thatcher echter nooit laten passeren. Wij zijn het namelijk gewoon om ernstig te werken in de commissie voor Financiën en Begroting. De regel-Bogaert werd al aangehaald: wij eisen dat stukken die worden ingediend in onze commissie, minstens 48 uur op voorhand beschikbaar zijn, omdat het vaak over financiële zaken gaat. Zo kunnen wij de dossiers grondig bekijken en met kennis van zaken spreken.

 

Toen ik mijn politieke carrière startte in het Parlement, had ik mij voorgenomen om nooit over de begroting te spreken zonder kennis van zaken, zonder dat ik de dossiers grondig had bekeken. Vandaag moet ik die belofte aan mijzelf intrekken, want ik heb vandaag geen kennis van zaken over onderhavige aanpassing van de begroting. Er is gewoon geen informatie.

 

Mevrouw de staatssecretaris, op een bepaald moment hebt u ons gezegd dat er een heel goede analyse van de aankoop van de gebouwen bestaat. Ik wil u en Mathieu Michel graag geloven op uw woord, maar ik zou liever de analyse zien, zodat wij er met kennis van zaken akte van kunnen nemen dat er achter de aankoop inderdaad een grondige analyse zit.

 

U vermeldde ook een kosten-batenafweging, maar die is er helemaal niet. Wij kennen niet het volledige kostenplaatje en de baten van de operatie. Er zullen bijvoorbeeld huurinkomsten worden geschrapt, maar gaat dat nu over grote of beperkte bedragen? Loont dat ten opzichte van de investering? Wij weten dat ook allemaal niet, ook al hebben wij die vragen gesteld. Wij kunnen dus niet met kennis van zaken oordelen over zo'n belangrijke beslissing.

 

Ik heb al gezegd dat wij in zeven haasten moeten beslissen over een bedrag van een klein half miljard euro. Herinner u dat er in het proces die de begrotingsbesprekingen in oktober voorafging, nog discussie was over de te leveren begrotingsinspanning. U zei dat er een begrotingsinspanning van 3 miljard euro moest komen, terwijl de socialisten en groenen maximaal wilden gaan voor de afgesproken vaste inspanning, namelijk 1 miljard euro. Eerste minister De Croo koos daarom voor 2 miljard euro, netjes in het midden.

 

Collega's, op 24 uur wordt hier nu een beslissing genomen van een klein half miljard euro. Die beslissing verbleekt natuurlijk ten opzichte van die bij de vorige discussie. Toen ging het over miljarden euro's, nu beslissen we over een klein half miljard euro in 24 uur tijd. Het is dan ook zeer terecht dat de heer Leysen zich daar als volksvertegenwoordiger tegen uitspreekt. Het is opmerkelijk dat een lid van de meerderheid zich in die zin uitlaat, maar hij deed dat met recht en reden. Een en ander staat in schril contrast met vroegere besprekingen.

 

In de commissievergadering zei de staatssecretaris ook - misschien was het een slip of the tongue - dat de aanpassing nu wordt doorgevoerd, in het jaar 2021, omdat de door Europa opgelegde begrotingsregels nu iets soepeler zijn. Eigenlijk wordt daarmee gezegd dat 2021 toch al naar de knoppen is, dat we met de begroting toch al helemaal verkeerd zitten en dat het dus minder zal opvallen, als men daar nog snel een half miljard inschrijft. De beslissing kan dan worden voorgelegd aan Europa, dat mild zal oordelen, aangezien de begrotingsregels toch niet meer toegepast zullen worden tot 2023.

 

Mevrouw de staatssecretaris, blijkbaar is dat de redenering van staatssecretaris Mathieu Michel. Ik zie u nu neen schudden. In dat geval dient u uw collega's erop te wijzen dat er in dit land ernstige problemen zijn met de schulden. Het land is overbeladen met schulden. De toekomstige generaties zullen belast worden vanwege beslissingen die vandaag worden genomen.

 

Collega's, ik kom tot mijn conclusie. Wij zullen uiteraard tegen de tekst stemmen. Wij hebben immers de begrotingen van de regering nooit gesteund. Na de aanpassing, na de hele coup de théâtre van vandaag worden wij alleen maar gesterkt in de overtuiging dat het begrotingswerk, zoals het vandaag wordt afgeleverd, slechts rommelwerk is, waaraan wij absoluut geen steun willen verlenen.

 

21.19  Catherine Fonck (cdH): Madame la présidente, madame la secrétaire d'État, chers collègues, permettez-moi, tout d'abord, d'aborder deux problèmes de méthode.

 

Le premier a trait au non-respect de la loi et, plus particulièrement, de l'article 54 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'État fédéral. Cet article prévoit que tout projet de budget initial ou ajusté doit être soumis à la Cour des comptes afin d'éclairer les travaux parlementaires.

 

En la matière, il y a de grandes interrogations. Quid de l'avis de la Cour des comptes sur ce cinquième ajustement du budget général des dépenses? Il n'y en a tout simplement pas. Peut-être me direz-vous que cela n'est pas si important ou que l'on a déjà pratiqué de cette manière. Mais, il y a quelques mois, ma collègue, Vanessa Matz, vous avait interrogée à ce sujet en commission des Finances, à l'occasion des discussions des premier et deuxième ajustements. À l'époque, vous aviez présenté vos excuses à la commission en jurant vos grands dieux que cette situation était exceptionnelle et que cela ne se reproduirait plus. Dès lors, on espérait que les choses seraient corrigées et légalisées. Manifestement, depuis lors, le respect de la loi semble avoir été oublié et le respect pour des travaux parlementaires de qualité et rigoureux est bafoué.

 

Le deuxième réside dans la méthode du gouvernement. Quand on voit les délais dans lesquels les ajustements du budget sont déposés au Parlement, cela fait froid dans le dos. Rappelez-vous qu'il y a à peine deux semaines, nous devions nous prononcer sur le quatrième ajustement. Nous devons maintenant nous prononcer sur un cinquième. Doit-on encore s'attendre, madame la secrétaire d'État, à un sixième ajustement du budget avant la fin de 2021? Cela ne serait pas impossible puisqu'il nous reste encore trois semaines de travaux parlementaires, et vu ce qui se passe ces derniers temps, force est de constater que cela devient la technique gouvernementale de prédilection.

 

J'en viens à présent au fond. Dans ce contexte, je voudrais évoquer trois dossiers.

 

Le premier porte sur les moyens dégagés pour permettre l'élargissement du tarif social pour le gaz et l'électricité et sur les mesures d'aide énergie que nous pourrions clairement voter s'il n'y avait que ce point-là.

 

Le deuxième dossier concerne ce dernier amendement sur cet ajustement pour un montant de 280 millions d'euros introduit en toute dernière minute, voire en catimini. Sur cet amendement, il y a d'énormes points d'interrogation quant à la manière de l'amener et à son contenu. Vite fait, bien fait ou mal fait? L'histoire le dira. Nous avons beaucoup de réserves et d'interrogations en la matière.

 

Le troisième dossier a trait également à un amendement de la majorité sur les crédits et sur le transfert de 365 millions d'euros aux entités fédérées pour la vaccination liée au covid-19. Si je veux intervenir sur ce sujet, ce n'est pas parce que je ne suis pas d'accord sur les calculs, même s'il règne pas mal de flou sur ce montant de 365 millions d'euros. Ce qui m'interpelle beaucoup plus, c'est le débat que nous avons eu tout récemment sur le budget 2022 en commission de la Santé. J'ai dû alors constater que le ministre de la Santé et vous-même, madame la secrétaire d'État, aviez prévu une recette pour le budget 2022 de plus de 500 millions d'euros qui devrait provenir des entités fédérées et qui est, en fait, ne repose aujourd'hui sur aucune base légale. Si j'interviens à ce propos, c'est parce que le ministre le justifie en disant que les Communautés et les Régions n'auront qu'à se débrouiller pour payer le vaccin covid-19 pour la suite, c'est-à-dire dans le cadre du booster qui correspond à la troisième dose pour ceux qui en ont déjà reçu deux et à la deuxième dose pour ceux qui avaient bénéficié du vaccin Johnson & Johnson lors de la vaccination initiale.

 

La remise en question unilatérale, j'y insiste, par le gouvernement fédéral de cette clé de répartition vaccinale – 80 % sous la responsabilité des autorités fédérales, 20 % sous celle des entités fédérées – constitue non seulement un non-sens, mais revient également à régionaliser en catimini – rebelote! – un pan essentiel de la politique du médicament, laquelle reste, je le rappelle, fédérale. Alors que nous sommes au cœur de la tempête covid, inscrire à l'ordre du jour un point qui concerne le budget de la vaccination – évidemment urgente – pour recommencer ce ping-pong de tensions et de désaccords entre les différents ministres de la Santé et les niveaux de pouvoir, c'est la meilleure manière d'encore perdre du temps et de rester inefficaces dans la lutte contre le covid-19. Cela pose donc un véritable problème.

 

Si j'en parle maintenant, c'est parce que je voudrais que, dans ce rapport, réapparaisse l'importance du maintien de cette clé du financement vaccinal – 80 % par le fédéral et 20 % par les entités fédérées. Cessons ce ping-pong permanent entre les ministres de la Santé et les niveaux de pouvoir sur des sujets majeurs comme celui-ci! Cette manière d'agir me paraît particulière et problématique au vu de la crise que nous traversons. J'ose espérer que cela ne sera pas de nouveau une source de conflits qui, in fine, ne conduisent qu'à plus d'inefficacité et, surtout, que cette clé sera d'application en 2022, alors que la quatrième vague du covid nous heurte de plein fouet et que nous sommes encore loin d'en voir le pic – si j'en crois la succession des nouvelles hospitalisations, tout particulièrement en soins intensifs.

 

Madame la secrétaire d'État, je ne sais pas si vous répondrez concernant ces différents éléments. C'est en tout cas un débat qui, selon moi, sera rouvert lors des discussions sur le budget 2022, et plus précisément s'agissant du volet de la Santé.

 

Pour toutes ces raisons relatives tant au fond, sur lequel nous avons de grandes interrogations, qu'à la méthode, nous ne soutiendrons pas cet ajustement.

 

21.20 Staatssecretaris Eva De Bleeker: Mevrouw de voorzitster, dames en heren Kamerleden, ik meen dat er niet echt rechtstreekse vragen aan mij gesteld zijn. Wel is een heel aantal opmerkingen gemaakt.

 

Ik zal niet opnieuw alle uitleg geven die reeds in de commissie gegeven is. Ik wil er wel gewoon nog één keer op wijzen dat er in één gebouw nog een stuk vrij is, en dat het dus absoluut niet mogelijk is de vierkante meters te delen door het aantal werknemers. Het is moeilijk de huidige toestand te vergelijken met de toekomstige toestand. Dat is ook uitgelegd. Het gaat immers over twee diensten waar er een groot aantal werknemers bijkomt. Ik kan puur budgettair de huidige situatie dus moeilijk afwegen tegen de toekomstige situatie.

 

Er is in de commissie ook gezegd dat er geen verbrekingskosten zijn, daar de huurovereenkomsten stoppen op het moment dat de gebouwen in gebruik worden genomen. Dit zijn de twee technische zaken die ik nog wou meegeven.

 

Dan kom ik tot mijn antwoord aan mevrouw Fonck.

 

Madame Fonck, la Cour des comptes donne son avis et ses remarques pour le budget général et pour le contrôle budgétaire mais pas pour les ajustements. La Cour fait ce travail de son côté.

 

Je ne prévois plus d'ajustement en 2021 car nous n'en avons plus le temps.

 

21.21  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de staatssecretaris, ik wil nog even reageren op uw meer technische opmerking. Het probleem is natuurlijk dat wij geen correct mondeling verslag hebben. Ik zie ook dat de rapporteur opnieuw vertrekt.

 

Op een bepaald moment heeft collega Donné de kostprijs gedeeld door de oppervlakte. Hij heeft wel dossierkennis. Hij heeft wat ervaring ter zake ook. Ik ben zelf geen vastgoedspecialist. Dan kan men natuurlijk wel een kostprijs per m² gaan berekenen. Als men de aankoopprijs en de inrichtingswerken optelt en deelt door de oppervlakte, kwam collega Donné uit op een kostprijs van 8.352 euro per m². Dat is, in zijn woorden, bijna duurder dan de kostprijs van het Pentagon op het vlak van inrichting, om hem te parafraseren.

 

Het probleem is natuurlijk dat wij geen deftig rapport hebben, ook niet mondeling. Wij kunnen natuurlijk wel het volgende doen, al heb ik niet alle cijfers ter zitting kunnen noteren. Men heeft de totale kostprijs, men kan die delen door het aantal m², inclusief de renovatiewerken. Als wij die kostprijs voorleggen aan mensen die iets kennen van vastgoed, weet men natuurlijk of men hier een goede zaak gedaan heeft of net zeer veel betaald heeft voor dat gebouw.

 

De heer Donné, de enige die wel wat vastgoedervaring heeft, vertelde ons in de commissie dat dit extreem duur is. Ik kan het niet beoordelen, ik heb die ervaring niet. Misschien moet u toch nog even die berekening maken, kostprijs van aankoop en renovatie gedeeld door het aantal m². Dan hebben wij wel een indruk of dat voor dergelijk type kantoorgebouw een normale kostprijs is of dat wij hier iets zeer duur aan het aankopen zijn.

 

21.22  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, ik heb de hoop opgegeven om detailantwoorden te krijgen op de technische vragen. Het is bovendien ook niet uw dossier, mevrouw de staatssecretaris, maar wel dat van uw collega Michel. We zullen hem daarover ongetwijfeld nog verder interpelleren in dit Parlement.

 

Ik wil afronden met u te danken voor uw parlementaire sérieux, mevrouw de staatssecretaris. Ik zou uw collega's in de regering willen oproepen om daar een voorbeeld aan te nemen.

 

La présidente: Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2315/8)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2315/8)

 

le projet de loi compte 5 articles.

Het wetsontwerp telt 5 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 5 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 5 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

22 Proposition de loi spéciale modifiant la loi spéciale du 2 mai 1995 relative à l'obligation de déposer une liste de mandats, fonctions et professions et une déclaration de patrimoine, en ce qui concerne l'extension du champ d'application aux bourgmestres et échevins de district (2297/1-3)

22 Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat de uitbreiding van het toepassingsgebied naar districtsburgemeesters en -schepenen betreft (2297/1-3)

 

Sans rapport

Zonder verslag

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

Kristof Calvo, Nahima Lanjri, Christian Leysen, Ben Segers, Guillaume Defossé.

 

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

Vraagt iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (2297/3)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (2297/3)

 

La proposition de loi spéciale compte 3 articles.

Het voorstel van bijzondere wet telt 3 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

23 Renvoi d'une proposition à une autre commission

23 Verzending van een voorstel naar een andere commissie

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 1er décembre, je vous propose de renvoyer la proposition de loi suivante à la commission des Finances et du Budget:

- la proposition de loi (Mme Leen Dierick et MM. Steven Matheï, Jef Van den Bergh et Franky Demon) modifiant le Code de droit économique en ce qui concerne l'offre d'un mode de paiement électronique, n° 616/1.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 1 december stel ik u voor het volgende wetsvoorstel te verzenden naar de commissie voor Financiën en Begroting:

- het wetsvoorstel (mevrouw Leen Dierick en de heren Steven Matheï, Jef Van den Bergh en Franky Demon) tot wijziging van het Wetboek van economisch recht wat het aanbieden van een elektronische betalingswijze betreft,

nr.616/1.

 

Cette proposition de loi avait été précédemment renvoyée à la commission de l’Économie, de la Protection des consommateurs et de l’Agenda numérique.

Dit wetsvoorstel werd eerder verzonden naar de commissie voor Economie, Consumentenbescherming en Digitale Agenda.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus zal geschieden.

 

24 Demandes d'urgence émanant du gouvernement

24 Urgentieverzoeken van de regering

 

Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi modifiant la loi du 28 mars 2021 accordant un droit au petit chômage aux travailleurs afin de recevoir un vaccin contre le coronavirus COVID-19, en vue d'accorder le droit au petit chômage également pour l'accompagnement d'un enfant mineur dans un lieu de vaccination, n° 2342/1.

De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 28 maart 2021 houdende toekenning van een recht op klein verlet voor werknemers met het oog op het toegediend krijgen van een vaccin ter bescherming tegen het coronavirus COVID-19, teneinde het recht op klein verlet ook toe te kennen voor de begeleiding van een minderjarig kind naar een vaccinatieplaats, nr. 2342/1.

 

Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.

Ik geef het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.

 

24.01  Eva De Bleeker, secrétaire d'État: Madame la présidente, l'urgence est motivée par la situation épidémiologique actuelle qui ne permet pas de suivre le processus parlementaire dans des délais normaux, compte tenu notamment de la nécessité de prendre sans délai les mesures nécessaires qui pourraient être de nature à contenir la pandémie de covid-19.

 

La présidente: Je propose aux présidents de groupe de se prononcer sur cette demande.

Ik stel voor dat de fractievoorzitters zich over dit verzoek uitspreken.

 

L'urgence est adoptée.

De urgentie wordt aangenomen.

 

Le gouvernement a également demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi modifiant le Code de la taxe sur la valeur ajoutée en ce qui concerne les exemptions de la taxe en vue de la mise en œuvre d’activités dans le cadre de la politique de sécurité et de défense commune dans le cadre de l'Union et en ce qui concerne les exemptions temporaires relatives aux importations et à certaines livraisons de biens et prestations de services, en réaction à la pandémie de Covid-19, n° 2343/1.

De regering heeft eveneens de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betreffende de vrijstellingen van de belasting ter uitvoering van activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid binnen het Uniekader en betreffende tijdelijke vrijstellingen bij invoer en bepaalde leveringen van goederen en diensten in reactie op de COVID-19-pandemie, nr. 2343/1.

 

Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.

Ik geef het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.

 

24.02 Staatssecretaris Eva De Bleeker: Mevrouw de voorzitster, dit ontwerp brengt wijzigingen aan in het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, in het bijzonder inzake de werkingssfeer en de vrijstellingen van de belasting, ingevolge de omzetting van twee Europese richtlijnen tot wijziging van richtlijn 2006/112/EG inzake het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

 

Omdat hoofdstuk 3 van het voorliggend ontwerp reeds uitwerking heeft op 1 januari 2022, moet het voorliggend ontwerp zo spoedig mogelijk worden behandeld.

 

La présidente: Je propose aux présidents de groupe de se prononcer sur cette demande.

Ik stel voor dat de fractievoorzitters zich over dit verzoek uitspreken.

 

L'urgence est adoptée.

De urgentie wordt aangenomen.

 

Le gouvernement a également demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi-programme, n° 2349/1.

De regering heeft eveneens de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het ontwerp van programmawet, nr. 2349/1.

 

Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.

Ik geef het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.

 

24.03  Eva De Bleeker, secrétaire d'État: Madame la présidente, l'urgence est motivée par le fait que le projet contient des dispositions nécessaires à la réalisation du budget 2022 qui est actuellement en discussion à la Chambre. Le budget devant être voté avant la fin de l'année, les dispositions le concernant doivent également être publiées au journal officiel avant le 1er janvier.

 

La présidente: Je propose aux présidents de groupe de se prononcer sur cette demande.

Ik stel voor dat de fractievoorzitters zich over dit verzoek uitspreken.

 

L'urgence est adoptée.

De urgentie wordt aangenomen.

 

25 Prise en considération de propositions

25 Inoverwegingneming van voorstellen

 

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

 

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

Urgentieverzoek

Demande d'urgence

 

25.01  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, u herinnert zich ongetwijfeld het urgentieverzoek van de regering vorige week voor het bij kilo gewogen wetsontwerp van minister Vandenbroucke, dat 1.850 bladzijden telt, maar urgent moet worden behandeld. Een document van 1.850 bladzijden vraagt een ernstige parlementaire behandeling, waarmee wij momenteel ook bezig zijn.

 

Het risico dat de minister heeft gelopen, is dat het ontwerp de datum van 1 januari 2022 niet zal halen. Daarvoor is het ontwerp dat hij heeft ingediend, te ruim. Dat betekent wel dat de punten die erin staan en die echt urgent zijn, de eindmeet niet tijdig dreigen te halen. Daarom bieden wij het halfrond de mogelijkheid aan ervoor te zorgen dat de urgente onderdelen wel degelijk tijdig worden goedgekeurd. Daarom hebben wij de urgente onderdelen overgenomen in een wetsvoorstel, waarvoor wij nu de urgentie vragen.

 

Wanneer de leden ons in ons verzoek steunen, zullen wij er ten minste voor kunnen zorgen dat de urgente onderdelen van het document van 1.850 pagina's tijdig kunnen worden behandeld en, naar ik aanneem, goedgekeurd door het Parlement.

 

De rest van het wetsontwerp zal dan de normale parlementaire behandeling kennen, vermoedelijk in het jaar 2022. In dat geval is er geen wiel afgereden.

 

Daarom doen wij het aanbod om er via de urgente behandeling van ons wetsvoorstel voor te zorgen dat het echt urgente ook urgent wordt behandeld.

 

La présidente: Je propose aux présidents de groupe de se prononcer sur cette demande.

Ik stel voor dat de fractievoorzitters zich over dit verzoek uitspreken.

 

L'urgence est rejetée.

De urgentie wordt verworpen.

 

25.02  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, voor de volledigheid, ik stel vast dat een onderdeel van de urgenties van vorige week nu niet urgent behandeld wordt. Er is dus een enorm gebrek aan consequentie bij de meerderheidspartijen. Zij hebben iets urgent verklaard en deze week is het plots niet meer urgent. Ik wil wijzen op de risico's die hiermee genomen worden, want dit is partijpolitiek op de meest smalle manier.

 

La présidente: Nous passons au votes nominatifs.

 

Naamstemmingen

Votes nominatifs

 

26 Voorstel van resolutie met de vraag om ecocide als misdaad op te nemen in het internationaal strafrecht (nieuw opschrift) (1429/5)

26 Proposition de résolution demandant d'inscrire le crime d'écocide dans le droit pénal international (nouvel intitulé) (1429/5)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

 96

Oui

Nee

 39

Non

Onthoudingen

  0

Abstentions

Totaal

135

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement.

 

(Mme Marie-Christine Marghem a voté comme son groupe pour tous les votes)

 

(De heer Frank Troosters heeft voor alle stemmingen zoals zijn fractie gestemd)

 

(M. Philippe Goffin et Mme Özlem Özen ont voté comme leurs groupes)

 

(Mevrouw Els Van Hoof heeft zoals haar fractie gestemd)

 

27 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 19 april 1963 tot oprichting van een openbare instelling genaamd "Koninklijke Muntschouwburg" en tot wijziging van de wet van 22 april 1958 houdende statuut van het Nationaal Orkest van België (nieuw opschrift) (505/5)

27 Proposition de loi modifiant la loi du 19 avril 1963 créant un établissement public dénommé "Théâtre royal de la Monnaie" et modifiant la loi du 22 avril 1958 portant statut de l'Orchestre national de Belgique (nouvel intitulé) (505/5)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

 83

Oui

Nee

 51

Non

Onthoudingen

  0

Abstentions

Totaal

134

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet à la sanction royale.

 

(De dames Els Van Hoof en Goedele Liekens hebben zoals hun fracties gestemd)

 

(Mme Sophie Rohonyi a voté pour)

 

(MM. Patrick Prévot et Jean-Marc Delizée ont voté comme leur groupe)

 

28 Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, teneinde de bijzondere overrijdbare beddingen open te stellen voor het schoolvervoer van personen met een handicap (nieuw opschrift) (1770/9)

28 Proposition de loi modifiant l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique en vue de permettre au transport scolaire de personnes handicapées d'emprunter les sites spéciaux franchissables (nouvel intitulé) (1770/9)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

 96

Oui

Nee

  0

Non

Onthoudingen

  41

Abstentions

Totaal

137

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

(Mme Sophie Rohonyi a voté pour)

 

(Mevrouw Els Van Hoof en de heer Joris Vandenbroucke hebben zoals hun fracties gestemd)

 

29 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wat de toepassing ervan betreft op de vergaderingen van de Franse Gemeenschapscommissie en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (1994/4)

29 Proposition de loi modifiant la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, en ce qui concerne son application aux assemblées de la Commission communautaire française et de la Commission communautaire flamande (1994/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

139

Oui

Nee

   0

Non

Onthoudingen

   0

Abstentions

Totaal

139

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

 

(Mme Leslie Leoni et M. Jean-Marc Delizée ont voté comme leur groupe)

 

30 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement, met het oog op de vaststelling van de verkiesbaarheidsleeftijd op achttien jaar (nieuw opschrift) (2025/3)

30 Proposition de loi modifiant la loi du 23 mars 1989 relative à l'élection du Parlement européen en vue de fixer l'âge d'éligibilité à dix-huit ans (2025/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

141

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

141

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

 

31 Wetsontwerp houdende de vijfde aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2021 (2315/8)

31 Projet de loi contenant le cinquième ajustement du budget général des dépenses pour l'année budgétaire 2021 (2315/8)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

82

Oui

Nee

56

Non

Onthoudingen

1

Abstentions

Totaal

139

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsontwerp aan. Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte le projet de loi. Il sera soumis à la sanction royale.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

(M. Maxime Prévot a voté comme son groupe)

 

32 Proposition de loi modifiant la loi du 21 novembre 2021 modifiant la loi du 15 juillet 2016 portant exécution du Règlement (UE) n° 98/2013 du Parlement européen et du Conseil du 15 janvier 2013 sur la commercialisation et l'utilisation de précurseurs d'explosifs et portant des dispositions relatives aux prêts octroyés aux organisateurs de voyages et destinés à procéder aux remboursements des bons à valoir émis conformément à l'arrêté ministériel du 19 mars 2020 relatif au remboursement des voyages à forfait annulés (2339/4)

32 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 21 november 2021 tot wijziging van de wet van 15 juli 2016 tot uitvoering van de Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven en houdende bepalingen betreffende de leningen toegekend aan reisorganisatoren voor de terugbetalingen van de tegoedbonnen uitgegeven conform het ministerieel besluit van 19 maart 2020 betreffende de terugbetaling van opgezegde pakketreizen (2339/4)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

.

(Stemming/vote 7)

Ja

138

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

3

Abstentions

Totaal

141

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

 

Reden van onthouding? (Nee)

Raison d'abstention? (Non)

 

33 Proposition de loi spéciale modifiant la loi spéciale du 2 mai 1995 relative à l'obligation de déposer une liste de mandats, fonctions et professions et une déclaration de patrimoine, en ce qui concerne l'extension du champ d'application aux bourgmestres et échevins de district (2297/3)

33 Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat de uitbreiding van het toepassingsgebied naar districtsburgemeesters en -schepenen betreft (2297/3)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Conformément à l'article 4, dernier alinéa, de la Constitution, les dispositions et l'ensemble de la proposition de loi spéciale doivent être adoptés à la majorité des suffrages dans chaque groupe linguistique, à condition que la majorité des membres de chaque groupe se trouve réunie et pour autant que le total des votes positifs émis dans les deux groupes linguistiques atteigne les deux tiers des suffrages exprimés.

Overeenkomstig artikel 4, laatste lid, van de Grondwet, moeten de bepalingen en het geheel van het voorstel van bijzondere wet aangenomen worden met de meerderheid van stemmen in elke taalgroep, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de uitgebrachte stemmen bereikt.

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 8)

 

F

Tot.

N

 

Oui

58

143

85

Ja

Non

0

0

0

Nee

Abstentions

0

0

0

Onthoudingen

Total

58

143

85

Totaal

 

La majorité des suffrages dans chaque groupe est atteinte. Le quorum des présences dans chaque groupe linguistique est atteint. La majorité des deux tiers des suffrages est atteinte. En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi spéciale. Elle sera transmise en tant que projet de loi spéciale au Sénat.

De meerderheid van de stemmen in elke taalgroep is bereikt. De meerderheid van de aanwezigen in elke taalgroep is bereikt. De tweederdemeerderheid is bereikt. Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van bijzondere wet aan. Het zal als ontwerp van bijzondere wet aan de Senaat worden overgezonden.

 

34 Adoption de l’ordre du jour

34 Goedkeuring van de agenda

 

Nous devons procéder à l’approbation de l'ordre du jour de la séance de la semaine prochaine.

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van volgende week.

 

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

 

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 9 december 2021 om 14.15 uur.

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 9 décembre 2021 à 14 h 15.

 

De vergadering wordt gesloten om 20.10 uur.

La séance est levée à 20 h 10.

 

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 55 PLEN 144 annexe.

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 55 PLEN 144 bijlage.

 

 

 


  


Détail des votes nominatifs

 

Detail van de naamstemmingen

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

096

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Amico Roberto, Daems Greet, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

039

Nee

 

Anseeuw Björn, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

083

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Mathei Steven, Matz Vanessa, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Maxime, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

051

Nee

 

Anseeuw Björn, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

096

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, D'Amico Roberto, Daems Greet, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

041

Onthoudingen

 

Anseeuw Björn, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Metsu Koen, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Wollants Bert

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 004

 

 

Oui        

139

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Loones Sander, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 005

 

 

Oui        

141

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Loones Sander, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 006

 

 

Oui        

082

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Farih Nawal, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Vajda Olivier, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

056

Nee

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Wollants Bert

 

Abstentions

001

Onthoudingen

 

Prévot Maxime

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 007

 

 

Oui        

138

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Loones Sander, Mathei Steven, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

003

Onthoudingen

 

Fonck Catherine, Matz Vanessa, Prévot Maxime

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 008

 

 

Oui        

140

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Bonaventure Chanelle, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Amico Roberto, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Fonck Catherine, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Jiroflée Karin, Kir Emir, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Loones Sander, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Vajda Olivier, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

000

Nee

 

Abstentions

000

Onthoudingen