Séance plénière

Plenumvergadering

 

du

 

Jeudi 29 avril 2021

 

Après-midi

 

______

 

 

van

 

Donderdag 29 april 2021

 

Namiddag

 

______

 

 


La séance est ouverte à 14 h 20 et présidée par Mme Eliane Tillieux, présidente.

De vergadering wordt geopend om 14.20 uur en voorgezeten door mevrouw Eliane Tillieux, voorzitster.

 

La présidente:

La séance est ouverte.

De vergadering is geopend.

 

Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles seront reprises sur le site web de la Chambre et insérées dans le Compte Rendu Intégral de cette séance ou son annexe.

Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. U kan deze terugvinden op de webstek van de Kamer en in het Integraal Verslag van deze vergadering of in de bijlage ervan.

Ministres du gouvernement fédéral présents lors de l'ouverture de la séance:

Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn de ministers van de federale regering:

Alexander De Croo, Pierre-Yves Dermagne.

Questions

Vragen

 

01 Samengevoegde vragen van

- Nathalie Muylle aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het afgesprongen loonoverleg" (55001557P)

- Evita Willaert aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het afspringen van het loonoverleg en het ipa" (55001558P)

- Raoul Hedebouw aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het ipa en het afspringen van het loonoverleg" (55001559P)

- Ahmed Laaouej aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "De onderhandelingen over het ipa" (55001560P)

- Melissa Depraetere aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het loonoverleg" (55001561P)

- Tania De Jonge aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het afgesprongen loonoverleg" (55001564P)

- Hans Verreyt aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De onenigheid binnen de regering over het loonoverleg" (55001566P)

- Jean-Marie Dedecker aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het ipa en het afgesprongen loonoverleg" (55001572P)

- Catherine Fonck aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het ipa" (55001575P)

- Cécile Cornet aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De loononderhandelingen" (55001576P)

- Björn Anseeuw aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het loonoverleg" (55001577P)

01 Questions jointes de

- Nathalie Muylle à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'échec de la concertation salariale" (55001557P)

- Evita Willaert à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'échec des négociations salariales et de l'AIP" (55001558P)

- Raoul Hedebouw à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'AIP et l'échec des négociations salariales" (55001559P)

- Ahmed Laaouej à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Les négociations concernant l'AIP" (55001560P)

- Melissa Depraetere à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Les négociations salariales" (55001561P)

- Tania De Jonge à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'échec des négociations salariales" (55001564P)

- Hans Verreyt à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Le désaccord au sein du gouvernement en ce qui concerne les négociations salariales" (55001566P)

- Jean-Marie Dedecker à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'AIP et l'échec des négociations salariales" (55001572P)

- Catherine Fonck à Alexander De Croo (premier ministre) sur "L'AIP" (55001575P)

- Cécile Cornet à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Les négociations salariales" (55001576P)

- Björn Anseeuw à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Les négociations salariales" (55001577P)

 

De voorzitster: Ik stel vast dat er over het thema 11 vragen worden gesteld. Indien het onderwerp van een zeker belang is, stel ik voor om iedere minister vijf minuten spreektijd te geven. Wij zullen proberen binnen die beperkte tijd te blijven. Mag ik u vragen hiermee rekening te houden alstublieft?

 

01.01  Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de premier, als ik vorig jaar, gedurende dat helse jaar als minister van Werk, één ding geleerd heb, is het dat grote uitspraken die in de buitenwereld gedaan worden, zelden leiden tot grootse resultaten binnenskamers. Toch stel ik vast dat sommige voorzitters van meerderheidspartijen, alsook leden van uw regering de jongste dagen via sociale media en via de pers uitspraken meenden te moeten doen over aangelegenheden die eigenlijk bij u rond de tafel besproken dienen te worden. Dat vinden wij bijzonder jammer.

 

Immers, er zijn afspraken gemaakt bij u aan tafel, met het oog op het overleg met de sociale partners. Een eerste was de loskoppeling van de welvaartsenveloppe en daarover werd een akkoord bereikt op 19 april. Ten tweede lag er een kader op tafel: een loonmarge van 0,4 %, met ruimte om een hogere marge af te spreken voor sectoren waar het goed gaat, tegen 1 mei. Dat was de afspraak bij u aan tafel.

 

Er is nog geen akkoord, maar het is ook nog geen 1 mei. Toch vinden sommigen het nodig daar uitspraken over te doen, zoals over Deborah die, als haar loon maar met 0,4 % wordt opgetrokken, er in dat bedrijf geen dividenden mogen worden uitgekeerd. Maar men vergeet dat datzelfde artikel 14 ervoor zorgt dat het bedrag van het pensioensparen, als Deborah daaraan doet, evenmin stijgt, net zoals de uitkeringen en dat ook huurprijzen daaraan gekoppeld zijn. Dat is niet ons standpunt. Laten we ook niet vergeten dat we een grote economische crisis meemaken. Zeventig procent van onze economie bloedt, duizenden jobs staan op de helling, de eerste herstructureringen zijn al aangekondigd en toch zien mensen die realiteit niet. Voor ons is het duidelijk: wij gaan voor het behoud van jobs, in de eerste plaats via een sterk sociaal overleg, en laten we dat overleg alle kansen geven. De elementen liggen op tafel.

 

01.02  Evita Willaert (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister van Werk, mensen die ons land staande hielden tijdens de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog, verdienen meer dan een opslag van 10 euro bruto per maand.

 

Er resten ons nog drie dagen. Wij hopen dat het sociaal overleg toch nog slaagt en wij bieden u al onze steun om de situatie te ontmijnen. Voor ons is 0,4 % opslag het minimum en in sectoren die goed geboerd hebben, moet er meer opslag worden gegeven, want dat kan daar.

 

Ook voor mensen met een heel laag loon moet er meer opslag komen. Het gaat onder andere om orderpickers, die dag en nacht werken, en kassiersters in de supermarkten. Zij zijn blijven werken met gevaar voor de eigen gezondheid. Van een opslag van 0,4 % houden zij nauwelijks iets over. Haal de verhoging van het minimumloon uit de loonnorm. Ook daarvoor bestaan er instrumenten.

 

We zitten al langer dan zes maanden in een impasse, terwijl er nog zoveel inhoudelijk werk op de plank ligt. De voorbije drie jaar steeg het aantal burn-outs in ons land met 160 %. Er is het eindeloopbaandebat waarin we ons buigen over de vraag hoe wij ervoor zorgen dat werkenden het volhouden tot het einde van hun carrière.

 

Aan de vooravond van 1 mei roepen wij op om het debat op te starten over een grote groep werknemers op onze arbeidsmarkt, namelijk de 30 % precaire werknemers die een betere sociale bescherming verdienen. De coronacrisis maakte duidelijk dat nog te veel mensen door de mazen van ons sociale vangnet glippen, het gaat om mensen die werken, maar die niet voldoende beschermd zijn.

 

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, in het licht van al dat andere inhoudelijke werk dat op de plank ligt, wil ik u vragen welke oplossing u ziet om uit de impasse te geraken.

 

01.03  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Heren ministers, de onderhandelingen over het IPA zitten geblokkeerd. Dat is ook logisch, want de werkende klasse van ons land kan het niet pikken dat, hoewel de BEL20-bedrijven 6 miljard euro aan dividenden hebben uitgekeerd, zij slechts een verhoging van 0,4 % zouden krijgen. Dat kan niet in ons land.

 

Mijnheer de eerste minister, u hebt misschien de heer Lachaert aan de telefoon. Zeg maar tegen hem vanwege mij dat ik het niet met hem eens ben. Ik ga er niet meer akkoord wanneer hij zegt dat 0,4 % genoeg is. Dat is niet genoeg.

 

De liberalen hebben het steeds over vrijheid, vrijheid, vrijheid, maar als het over de onderhandelingen met betrekking tot de lonen, is vrijheid van geen tel meer. Neen, dat geldt de wet van 1996. Dat moet veranderen, mijnheer de minister.

 

Dan hoor ik gisteren Conner Rousseau, de voorzitter van Vooruit op de televisie zeggen dat er geen dividenden mogen worden uitbetaald en dat artikel 14 moet worden toegepast. Collega's, dat is een uitstekend voorstel. Voor de eerste keer sinds het 25-jarig bestaan van artikel 14 wordt het artikel ingeroepen om geen dividenden te betalen. Dat vind ik een positief feit.

 

Wat is er veranderd op 25 jaar? Dat is natuurlijk de sociale strijd en de opgang van de PVDA in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Links krijgt eindelijk weer kleur, maar dat is niet genoeg, want de Deborahs van het land, de kassiers van het land, willen meer dan 0,4 %. Dat is het besluit dat moet worden genomen. Daarom moet de wet van 1996 worden gewijzigd.

 

Daarom heb ik samen met Marc Goblet een voorstel op tafel gelegd, opdat de loonnorm niet meer imperatief is, maar indicatief wordt. Dat is de oplossing om weer vrijheid te geven aan de onderhandelingen. Keur dat voorstel volgende week al in commissie goed.

 

01.04  Ahmed Laaouej (PS): Madame la présidente, monsieur le premier ministre, monsieur le vice-premier ministre, le message que j'entends adresser aujourd'hui est un message à destination d'un certain grand patronat. Quel mépris! Quelle indécence! Quel mépris et quelle indécence pour des millions de travailleurs qui n'ont pas cessé de consacrer leur force de travail, qu'ils soient ouvriers, employés ou cadres, durant cette crise sanitaire qui a mis le pays tout entier à l'épreuve, mais qui les a vus continuer avec abnégation à faire tourner notre économie malgré les difficultés.

 

Alors même que, depuis 1996, la distribution de dividendes et de bénéfices n'a cessé d'augmenter dans le chef d'un certain nombre de grands actionnariats et de grands patrons, les voilà aujourd'hui refusant toute augmentation significative de salaire, voulant la limiter à 0,4 %. Mais quelle indécence! Les travailleurs de Belgique méritent mieux. Ils méritent de la justice salariale, ils méritent de la justice tout court! Ils méritent de la reconnaissance, et pas un tel mépris.

 

Alors, puisque certains nous adressent des messages du côté du banc patronal, en nous disant qu'il faut appliquer la loi et rien que la loi, appliquons donc la loi, et plus précisément l'article 14 de cette loi, qui prévoit qu'on peut aussi modérer la distribution de dividendes et de bonus. Vous ne voulez pas augmenter les salaires? Alors, vous ne devez pas non plus avoir d'augmentation des bonus et des dividendes! Tel est le message que nous vous adressons, monsieur le premier ministre.

 

01.05  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, het voorbije jaar was een bijzonder moeilijk jaar voor veel mensen: voor de werknemers die soms in erg moeilijke omstandigheden zijn blijven werken, voor ondernemers die soms hun levenswerk verloren zagen gaan, maar ook voor studenten die op minder inkomsten konden rekenen omdat hun weekendjob of studentenjob niet meer kon doorgaan.

 

Dat heeft geleid tot een economie tegen twee snelheden. Tegenover de grote groep van mensen die het moeilijk heeft gehad, staat ook een aantal bedrijven die het heel goed hebben gedaan en bizarre winsten hebben gemaakt. Denk maar aan supermarkten, de farma-industrie en de pakjesbedrijven. Dat zijn bedrijven die het voorbije jaar goed hebben geboerd, wat wij allemaal hebben gezien. Zij hebben goed geboerd door de hele situatie waarin wij ons nu bevinden, maar net zo goed door de vele werknemers die keihard hebben gewerkt daarvoor.

 

Mijnheer de minister, kan u mij uitleggen waarom de winst van al dat risicovolle werk alleen maar naar de aandeelhouders zou gaan en niet naar de mensen die het voorbije jaar ons land hebben rechtgehouden? Ik heb het om de werknemers waarvan wij allemaal de voorbije periode erg afhankelijk zijn geweest. Ik krijg dat aan de mensen niet uitgelegd. Ik merk dat sommigen daar minder moeite mee hebben. Ik krijg dat echter op die manier niet uitgelegd.

 

Mijnheer de minister, elk zijn deel is niks te veel. Met applaus alleen kopen mensen natuurlijk niets. Rechtvaardigheid is iedereen laten meedelen in de winst. Dat is rechtvaardig zijn.

 

De loononderhandelingen zitten in het slop. U doet een ultieme poging om daaraan iets te doen. Wij moeten het overleg uiteraard alle kansen geven. Dat werkt echter alleen als alle posities helder zijn en iedereen zijn kaarten op tafel legt.

 

Het standpunt van ons, socialisten, is helder. Het is duidelijk en kan niet zomaar worden genegeerd. Ik wil echter graag dat iedereen zijn kaarten op tafel legt zodat de zaken in het belang van iedereen opnieuw vooruit kunnen gaan.

 

Mijnheer de minister, ik heb dan ook maar één vraag voor u. Wat zal u doen om het overleg opnieuw op gang te trekken en ervoor te zorgen dat iedereen opnieuw aan tafel gaat?

 

01.06  Tania De Jonge (Open Vld): Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, vorige week was er voorzichtig optimisme over het sociaal overleg. Toen hadden de sociale partners namelijk een akkoord bereikt over de verdeling van de welvaartsenveloppe.

 

Sinds het begin van deze week zit het overleg echter helemaal in het slop. De vakbonden verlieten de onderhandelingen over de lonen. Het is het recht van de organisaties om dat te doen, maar het is ook onze taak om te herinneren aan het kader waarin de loononderhandelingen moeten gebeuren, namelijk het regeerakkoord en de wet van 1996.

 

Die wet van 1996 is belangrijk om ervoor te zorgen dat wij geen terrein verliezen tegenover onze buurlanden, dat wij krachtig kunnen blijven concurreren en dus dat onze bedrijven mensen kunnen blijven aanwerven, ook na de moeilijke coronacrisis. De loonwet respecteren betekent dat wij de jobs bij ons houden en vermijdt ontslagen in exportgerichte sectoren of bedrijven die het heel moeilijk hebben, zoals de horeca. De bedrijven die tijdens de coronacrisis geboomd hebben, kunnen gerust via een premiestelsel extra inspanningen doen, maar er zijn ook heel wat bedrijven die dat absoluut niet kunnen doen en daar zou het onverantwoord zijn om een structurele loonsverhoging van meer dan 0,4 % toe te staan.

 

Natuurlijk willen wij dat mensen netto meer overhouden. Dat is het standpunt van onze partij en dat zal het ook blijven. Werk moet worden beloond. In sectoren die het goed deden, zijn extra's absoluut mogelijk. In de supermarkten kregen werknemers tijdens de eerste coronagolf bijvoorbeeld een eenmalige premie en bijkomende verlofdagen. In het najaar sloten zij ook een bijkomend akkoord over een premie van 500 euro voor elke werknemer.

 

Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, wij moeten alles uit de kast halen om toch naar een akkoord te streven. Wat zal de regering doen om de sociale partners opnieuw aan de onderhandelingstafel te krijgen en de wet te laten respecteren?

 

01.07  Hans Verreyt (VB): Heren ministers, nog niet zo lang geleden versierden verschillende leden van uw regering hun handpalmen met 4 stippen, ter gelegenheid van de Week Tegen Pesten. De alcoholgel die we vandaag veelvuldig gebruiken heeft die handen blijkbaar zeer grondig gereinigd. In de aanloop naar 1 mei halen liberalen en socialisten elkaar immers het bloed onder de nagels vandaan. In waren Don Corleone-stijl dreigt de ene voorzitter de andere voorzitter af. Chantage helpt misschien in The Godfather maar in het echte leven leidt ze vaak niet tot akkoorden.

 

Het kibbelkabinet is hiermee volledig terug. Na de verdeling van de welvaartsenveloppe voor de verhoging van de uitkeringen legt dit dossier de ware tegenstellingen binnen paars-groen bloot.

 

Een loonsverhoging van 0,4 % is natuurlijk geen verhoging, zeker niet voor de grote groep werknemers die werkt voor de laagste lonen. Dat is een schaamlapje, misschien de spreekwoordelijke 2 pinten Cara Pils, al dan niet voorzien van het logo van Vooruit.

 

Het moet echter gaan over een extra winkelkar of over het opvangen van de stijgende energiefactuur, dat weegt immers veel zwaarder door voor de laagste lonen. Het nettoloon moet omhoog door de lasten en de heffingen voor de werknemers te verlagen of door de belastingvrije schijf in de personenbelasting op te trekken. Dat zorgt voor hogere nettolonen, dat zorgt ervoor dat werken opnieuw loont, ook in de laagste loonklasse. Het zorgt trouwens tevens voor een minder vette staat.

 

Heren ministers, wat is uw reactie op de bedreiging uit uw coalitie? Wat zal u doen om het vertrouwen van binnen- en buitenlandse investeerders te herstellen? Ik wil vooral graag weten wat u zal doen om ervoor te zorgen dat de werknemer, de hardwerkende arbeider of bediende, aan het einde van de maand meer overhoudt.

 

01.08  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, zitten wij hier in de Sovjet-Unie? Uw minister twittert dat er geen dividenden uitgekeerd zullen worden als er geen loonakkoord bereikt wordt. Zitten we hier in het communisme, waar het patronaat wordt opgezet tegen het proletariaat, waar het patronaat gechanteerd wordt?

 

Misschien kunt u aan uw collega-minister eens zeggen dat vooraleer er dividenden uitgekeerd worden, de Staat al 55 % meegegraaid heeft. Mijnheer Hedebouw, daarmee lees ik ook u even een economische les. 40 % van de bevolking bezit aandelen en heeft dividend nodig om ook rond te komen. De pensioenkassen leven van dividenden, de bedrijven eveneens. Mijnheer de minister, als u de bedrijven wilt wegjagen, dan keert u inderdaad best geen dividend meer uit.

 

Mijnheer Hedebouw, dividenden worden echt niet allemaal door bedrijven als Colruyt uitgekeerd. Het gaat vaak om mensen met een kleine vennootschap, een bvba'tje, die dividenden nodig hebben om rond te komen.

 

Mijnheer de eerste minister, ik wil ook de wet van 1996 even belichten. Die wet draagt als titel: de wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. Welnu, het huidig concurrentievermogen – u zou dit beter moeten kennen dan ik – draait rond de loonhandicap. In de privésector bedraagt onze loonhandicap tegenwoordig namelijk 11 % ten opzichte van Nederland, Frankrijk en Duitsland. Volgens arbeidseconoom Stijn Baert zijn de lonen, meer bepaald het uurloon, in 2020 gestegen met 7,9 %.

 

Stop hier toch eens met die hypocrisie. Het gaat niet over 0,40 %, maar wel over 3,20 %, aangezien wij een van de enige staten in Europa zijn die de index nog toepassen, samen met Malta, Cyprus en Luxemburg. Met inbegrip van de index gaat het over een loonsverhoging van 3,20 %.

 

Mijnheer de eerste minister, zeg het eens: bent u een liberaal of bent u een communist?

 

01.09  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le premier ministre, en entendant les partenaires de votre gouvernement, un constat s'impose. Ce constat, c'est celui de divisions profondes au sein de votre gouvernement. Des passes d'armes dans la presse, sur les réseaux, dans un discours terriblement binaire: un camp contre l'autre.

 

Non, il n'est pas acceptable que des travailleurs qui ont tenu la Belgique debout, dans des entreprises qui vont particulièrement bien, ne puissent pas profiter des bénéfices engrangés. Mais non, il n'est pas non plus acceptable de ne pas prendre en compte de nombreuses entreprises en difficulté en les enfonçant encore plus dans la crise.

 

Bien sûr, il est beaucoup plus facile de faire de la musculation politique avec des déclarations qui sentent le 1er mai. Il est plus facile de mettre de l'huile sur le feu que de l'huile dans les rouages pour trouver un chemin équilibré et faire converger les points de vue des partenaires sociaux.

 

Le travail du gouvernement, et particulièrement du ministre de l'Emploi, ce n'est pas de faire ces déclarations musclées, même autour du 1er mai. Le travail du gouvernement, c'est d'être un médiateur, mais pas seulement. C'est aussi d'être un acteur de solutions, de les créer et de les mettre sur la table.

 

Devrait faire partie d'un package de négociations équilibrées, la prise en compte des travailleurs et des employeurs. Avec tous les aspects sur les gestions de carrière, sur les pensions, les métiers pénibles. Mais aussi sur une réforme fiscale permettant de relever les bas salaires sans augmenter le coût du travail pour les employeurs.

 

Monsieur le premier ministre, oui ou non, votre gouvernement va-t-il jouer ce rôle d'acteur de solutions pour trouver le chemin d'un accord interprofessionnel? Je vous remercie.

 

01.10  Cécile Cornet (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, chers collègues, après-demain, c'est donc le 1er mai. C'est la fête du travail, la fête des travailleurs. J'en profite pour souhaiter une bonne fête à toutes les travailleuses et à tous les travailleurs, même si cette année, la fête a un goût amer. Un accord interprofessionnel n'a toujours pas été trouvé. La négociation sur les salaires est rompue à cause de la limitation à 0,4 % d'augmentation salariale. Ecolo demande plus. Nous attendons beaucoup des circulaires prévues dans l'accord de gouvernement. Il faut faire plus pour les secteurs qui ont bien traversé la crise, pour les travailleurs et les travailleuses, surtout ceux et celles qui ont tout donné pendant la crise, parfois au salaire minimum. Nous le leur devons.

 

Cela bloque sur les salaires mais les salaires, c'est un élément clé de la paix sociale. Il fait partie de la reconnaissance que l'on octroie aux travailleuses et aux travailleurs. La paix sociale est au cœur de notre modèle. Elle est souhaitable, nécessaire et essentielle. Elle est nécessaire et essentielle pour le développement de notre économie. Aujourd'hui, j'écoute ce que les uns et les autres disent et je m'interroge. Comment garantir cette paix sociale lorsque certains se sentent floués? Comment garantir l'équilibre lorsque des travailleurs se sentent coincés, lorsqu'ils ressentent une injustice? La paix sociale nécessite de la responsabilité. Elle nécessite aussi de la justice.

 

Votre gouvernement s'est engagé à ne pas changer la loi de 1996. Dont acte! Je rappelle que, dans cette loi, il existe aussi un article 14 qui n'a jamais été activé et qui pourrait l'être. Il s'agit de la possibilité pour le gouvernement d'agir sur d'autres types de revenus, en l'occurrence limiter les dividendes. Il est peut-être utile de le rappeler à certains dans ces moments difficiles. Envisagez-vous d'utiliser cette disposition ou d'autres - soyez créatifs! - pour permettre d'atteindre la paix sociale dans un objectif d'équilibre et surtout de justice sociale?

 

Allez-vous permettre d'aller plus loin dans les secteurs où cela est possible? Qu'allez-vous faire, monsieur le premier ministre, pour débloquer la situation, pour garantir les chances d'obtenir la paix sociale? Je vous remercie.

 

01.11  Björn Anseeuw (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de eerste minister, het is toch wel straf wat de vakbonden twee dagen geleden geflikt hebben. In de grootste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog weigerden ze een loonakkoord af te sluiten dat onze slabakkende economie moet behoeden voor erger. Een loonakkoord dat ervoor moet zorgen dat de werkloosheid in ons land straks niet de pan uitswingt en dat duizenden gezinnen niet op droog zaad worden gezet.

 

Maar ik moet zeggen, die vakbondjongens en –meisjes vallen in het niets vergeleken bij de open oorlog die u binnen uw regering sinds gisteren over dat loonakkoord aan het voeren bent. Welkom in circus Vivaldi! Al is er natuurlijk erg weinig om ons vrolijk over te maken. De lichtzinnigheid waarmee de socialisten hier de platpopulistische toer opgaan en spelen met de welvaart en de jobs van tienduizenden gezinnen, is compleet onverantwoord en ronduit cynisch.

 

Wat moet een kleine ondernemer die elke dag opnieuw met zijn eigen middelen risico's neemt daar eigenlijk van denken? Neem nu de eigenaar van de fietswinkel om de hoek. Hij betaalt zichzelf een bescheiden loon uit opdat hij zijn medewerkster, Deborah, ook nog een loon zou kunnen uitbetalen. Het weinige dat dan nog overblijft, zou hij dan niet mogen uitkeren als dividend?

 

Wat een triest en pijnlijk schouwspel is dit toch, mijnheer de minister. Wat moeten de mensen daar nu van denken? Mensen die vandaag wel vechten voor hun zaak. Mensen die vandaag wel vechten voor hun job. En u, u staat erbij en u kijkt ernaar. Wie is hier eigenlijk de echte eerste minister van deze regering? Zult u eindelijk orde op zaken stellen in uw regering opdat de welvaart in ons land en de competitiviteit van onze bedrijven, alsnog worden gevrijwaard? Of is dit echt de prijs die de bevolking zal moeten betalen voor uw postje als eerste minister?

 

01.12 Eerste minister Alexander De Croo: Mevrouw de voorzitster, dames en heren kamerleden, dit zijn belangrijke vragen op een moeilijk moment. We hebben in dit Parlement al zeer terecht heel vaak gesproken over mensen in de zorg, onze coronahelden. Zij hebben vaak het beste van zichzelf gegeven met gevaar voor hun eigen gezondheid.

 

Er zijn echter meer coronahelden. Het gaat niet enkel om mensen in de zorg. Het gaat ook over mensen in de logistiek, in de supermarkten, over de postbode. Dat zijn ook degenen die ervoor gezorgd hebben dat onze maatschappij is kunnen blijven draaien. Het gaat over Deborah die in een supermarkt werkt, maar het gaat evenzeer over Caroline die een schoenenwinkel heeft en die zwarte sneeuw heeft gezien de voorbije maanden. Het gaat evenzeer over een traiteur die al zijn werknemers op technische werkloosheid heeft moeten zetten omdat het water zo hoog aan zijn lippen stond. We zullen iedereen nodig hebben, werknemers, werkgevers, zelfstandigen, investeerders, als we uit deze crisis kunnen geraken. Naast de medische kant van het verhaal is er dus ook de economische kant. Eenvoudig zal het niet zijn, maar mogelijk is het wel.

 

Si on voit la lumière au bout du tunnel, c'est parce que, sur le terrain, des gens ne se sont pas posé de questions. Ils n'ont pas créé de conflit. Ils ne se sont pas tourné le dos. Ils ne se sont pas opposés. Ils ont refusé la confrontation. Ensemble, ils ont trouvé des solutions par solidarité et en étant conscients de la responsabilité qui était la leur.

 

Si on veut trouver une solution dans les mois qui viennent, sachant que la situation économique ne sera pas évidente, il faudra donc travailler ensemble et pas en s'opposant les uns aux autres.

 

Dat is in mijn ogen dé voorwaarde om een oplossing te vinden. Wij mogen ons niet laten vangen aan tweedracht, maar moeten zoeken naar wat ons verenigt. Wij moeten zoeken naar oplossingen. Wij zullen iedereen nodig hebben in de komende maanden en dat zal niet lukken door de ene tegen de andere op te zetten.

 

Dat geldt ook voor de sociale partners, waarvan wij verwachten dat zij op een moeilijk moment ook boven zichzelf kunnen uitstijgen en oplossingen kunnen vinden. Niemand wint als er geen akkoord komt, niemand. De grootste verliezers daarvan zijn zij die de voorbije maanden het beste van zichzelf hebben gegeven, vaak in moeilijke omstandigheden.

 

Dat is trouwens ook de houding van de regering geweest: een evenwicht zoeken tussen koopkracht en competitiviteit, die vandaag voor veel ondernemers overleven of niet overleven betekent. Zo staat het ook in het regeerakkoord. Om een goed evenwicht te vinden tussen koopkracht en concurrentiekracht, zorgen wij voor een loonevolutie die vergelijkbaar is met die van onze buurlanden.

 

C'est pour cette raison que le gouvernement a fourni, dès le début mars, un cadre de négociation. À cette occasion, il a indiqué que travailler avec des circulaires était une possibilité. Il a également indiqué que les aménagements exceptionnels et temporaires liés au corona ne peuvent être déduits de la marge.

 

Ten derde, de regering heeft ook zeer duidelijk aangegeven dat men ervoor moet zorgen dat er oplossingen zijn voor medewerkers die in bedrijven werken die het, ondanks de crisis of soms door de crisis, bijzonder goed hebben gedaan. Als bedrijven goed gefunctioneerd hebben, dan hebben ze dat ook gedaan dankzij hun medewerkers. Een oplossing vinden die het mogelijk maakt om de medewerkers mee te laten genieten van het feit dat bedrijven het goed hebben gedaan, is een element dat de regering van in het begin naar voren heeft geschoven in de startnota voor het sociaal overleg.

 

Je reste convaincu qu'un accord social équilibré tenant compte des sensibilités de tout le monde demeure la meilleure solution. Avec le ministre de l'Emploi, nous allons agir pour sortir les négociations de l'impasse dans laquelle elles se trouvent actuellement.

 

Je le répète, nous ne sortirons pas de la plus grande crise économique depuis la Seconde Guerre mondiale en nous tournant le dos. Il faut faire preuve d'un minimum de bonne volonté et de créativité. C'est ce qu'on attend de nous. C'est ce qu'on attend des partenaires sociaux. La bonne volonté et la créativité ont toujours été la base des accords sociaux qui ont été établis dans notre pays.

 

Het moet duidelijk zijn: we winnen samen of we verliezen samen. Dat is de keuze die wij en de sociale partners moeten maken. Dat geldt ook voor werkgevers en werknemers. Er is niet een winnaar in de huidige economische situatie. Dat geldt evenzeer voor de politiek. Dat geldt evenzeer voor onze samenleving. Dat is de les die de covidcrisis ons heeft geleerd. We gaan er samen door of we gaan samen ten onder. Dat is wat ik de sociale partners ook duidelijk wil maken op dit moment. Ofwel gaan ze samen ten onder, ofwel gaan we samen een oplossing vinden, een oplossing waarin iedereen zich kan vinden.

 

La présidente: Monsieur Dermagne, vous disposez également de cinq minutes pour votre réponse.

 

01.13  Pierre-Yves Dermagne, ministre: Madame la présidente, mesdames et messieurs les députés, depuis plusieurs mois maintenant, seul ou avec le premier ministre, j'ai passé beaucoup de temps avec les partenaires sociaux, pour essayer de débloquer ces importantes négociations et de les faire avancer. Je l'ai fait, je pense, en respectant les positions des uns et des autres, et en cherchant à maintenir le respect et la cordialité dans les échanges. Cela m'a donné l'occasion de mieux connaître les représentants des travailleurs et des employeurs, qui sont des gens de grande qualité, même si j'ai, ça et là, de grandes divergences d'opinions avec les uns ou les autres.

 

De context was en is uiteraard bijzonder complex, enerzijds omdat het gewijzigd wettelijk kader de partners minder onderhandelingsruimte biedt, anderzijds omdat de economische situatie de beschikbare loonmarge beperkt.

 

Tout en respectant l'accord de gouvernement, j'ai essayé, avec le premier ministre, de recréer les conditions d'une vraie négociation. Tout d'abord, nous avons tenu à séparer le volet "bien-être" du volet "AIP", sept mois après le dépassement du délai prévu par la loi.

 

Ensuite, le cadre en a été assoupli, afin de faciliter l'octroi de primes quand les résultats de 2020 étaient bons – malgré la crise – et en excluant de la marge certains avantages accordés durant la crise, notamment les primes liées au télétravail, au congé de vaccination, ou encore celles qui sont versées aux travailleurs du secteur des soins de santé et dans les grandes chaînes de distribution.

 

Enfin, nous avons étendu le périmètre de discussion à des thématiques importantes telles que les fins de carrière, les heures supplémentaires ou encore le rattrapage du salaire minimum qui, comme vous le savez, n'a plus été augmenté depuis 2008. À ce sujet, soyons concrets, lorsque nous parlons de salaire minimum, nous parlons d'un salaire horaire qui s'élève actuellement à 9,87 euros bruts. Cela signifie que 70 000 travailleurs reçoivent dans notre pays 1 625,72 euros bruts par mois, pour autant qu'ils travaillent à temps plein – ce qui n'est pas le cas de la majorité d'entre eux. Comme l'a rappelé le premier ministre, sont ainsi concernés les vendeurs dans les petits commerces – par exemple, dans le secteur alimentaire. Ce sont les mêmes travailleurs qui ont répondu présent, parfois au risque de leur santé, pour assouvir nos besoins vitaux. Ils l'ont fait par courage, par sens des responsabilités, mais aussi par nécessité financière. Ceux-là, aujourd'hui, ne peuvent être oubliés.

 

Samen met de premier heb ik de sociale partners een startnota voorgelegd en op basis van dit menu hebben ze de onderhandelingen hervat. Zoals u weet hebben ze een akkoord bereikt over de verdeling van de welvaartsenveloppe maar zijn de onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord helaas vastgelopen.

 

Nous multiplions les contacts en ce moment pour tenter par tous les moyens de faire en sorte que les partenaires sociaux parviennent à un accord. Le gouvernement leur a laissé jusqu'au 1er mai, il reste quelques jours. Je suis convaincu qu'il est essentiel qu'ils parviennent à un accord. Le monde du travail et le monde économique, très secoués par cette crise, ont besoin de paix sociale et cet accord pourrait leur offrir.

 

Cet accord doit être équilibré, que ce soit dans la répartition des gains ou que ce soit dans la répartition des efforts. La note de base présentée aux partenaires sociaux est équilibrée. J'espère donc qu'ils pourront conclure un accord au départ de cette note. Je veux plaider ici pour un accord solidaire parce que c'est la solidarité qui nous permet de traverser cette crise sanitaire et socioéconomique, parce que c'est la solidarité qui nous permet de maintenir notre économie à flot, en octroyant des aides considérables aux entreprises et aux travailleurs. C'est grâce à la solidarité de tous les travailleurs, qui ont, parfois au péril de leur santé, continué à exercer leur fonction, que les besoins vitaux de la Nation ont été assurés. C'est grâce aussi à la solidarité de tous les Belges, qui ont accepté collectivement de respecter les règles d'or et les mesures de confinement, que nous avons pu limiter le nombre de contaminations, le nombre d'hospitalisations et le nombre de décès. C'est grâce à la solidarité des Belges qu'aujourd'hui, nos enfants peuvent retrouver le chemin de l'école.

 

L'accord qui interviendra entre les partenaires sociaux – et je l'appelle de tous mes vœux – ou, à défaut, au sein du gouvernement, devra aussi être un accord de solidarité.

 

Het akkoord moet en zal een solidair akkoord zijn.

 

01.14  Nathalie Muylle (CD&V): Mijnheer de premier, mijnheer de minister, het antwoord dat ik hier vandaag heb gehoord, ligt volledig in lijn met wat in de regering is afgesproken, met het kader dat is afgesproken. Daar ben ik tevreden mee.

 

Daartegenover staat dat ik hier vandaag ook vier fracties heb gehoord die veel ruimer gaan dan het kader dat u hier zojuist hebt voorgelegd. Ik hoop daarom dat er wat interne reflectie gebeurt en dat aan de regeringstafel het standpunt wordt bevestigd dat hier vandaag door de regering is ingenomen.

 

Deze regering gaat voluit voor het sociaal overleg, dat was een doelstelling van het regeerakkoord. Wij doen dat ook, wij hebben daar een groot aandeel in. Van commentatoren hoor ik dat CD&V weer een grijze positie inneemt. Er is echter niets grijs aan het redden van jobs en bedrijven, daar is niets mis mee. Akkoorden maken, vergt moed, leiderschap en verantwoordelijkheid.

 

Wij vragen dat nu ook van de sociale partners. Komen zij niet tot een akkoord, dan willen wij die rol ook opnemen in de regering.

 

01.15  Evita Willaert (Ecolo-Groen): Collega's, net zoals de premier denk ik ook dat er meer is dat ons bindt dan dat ons scheidt. Ik geloof ook dat dit geldt voor de sociale partners. Het tegenovergestelde weiger ik te geloven, alsof de vakbonden ook niet geloven in het behoud van jobs, alsof zij ook niet beseffen dat sommige sectoren bijzonder hard getroffen zijn, maar ook alsof er geen werkgevers zijn die heel graag iets meer willen geven om merci te zeggen tegen hun werknemers die tijdens de crisis alles hebben gegeven.

 

Als een muur staat er een loonnormwet tussen hen in die in deze bijzondere economische situatie toont dat hij nu niet werkt. De economie is momenteel gespleten, met sectoren die boomen en sectoren die bloeden.

 

Ik hoop dat de sociale partners de verbinding terugvinden. Anders is het aan de regering. Er zijn mogelijkheden om meer te doen voor al die helden die ons land overeind gehouden hebben.

 

01.16  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Messieurs les ministres, en dehors du Parlement, sur Twitter, on fait des déclarations: "C'est le 1er mai, il faut dépasser les 0,4 %." Et, ici, au fait non, il faut un accord. Il faut discuter et poursuivre la concertation sociale.

 

Il faut arrêter ce jeu-là! Les travailleurs ne sont pas dupes.

 

U moet het ook tegen Conner Rousseau zeggen. Hij kan niet op televisie gaan spreken over 0,4 %, terwijl zijn minister hier zegt dat men nog wel zal zien. Zo gaat het niet. Links moet terug fier zijn. Fier op zijn waarden. Fier om te zeggen dat 0,4 % niet genoeg is.

 

Beste rechtse collega's, u zegt dat de mensen reeds blij mogen zijn met 0,4 %, maar u verdient zelf 5.800 euro netto. En dan zegt u dit tegen de kassiersters. Dat is niet geloofwaardig.

 

Er zullen acties volgen. De metaalbonden van het ACV en het ABVV hebben reeds gezegd dat er acties komen. Ik steun hen, heel de PVDA gaat meedoen aan die acties. Wij voelen het.

 

Vous allez reculer, parce que vous êtes mal, et parce que vous ne savez pas expliquer aux travailleurs le chiffre de 0,4 % alors qu'il y a six milliards de dividendes pour le BEL20. Vous ne savez pas l'expliquer, et c'est pour cela que nous continuons le combat!

 

01.17  Ahmed Laaouej (PS): Nous parlons de l'intérêt des travailleurs et le PTB consacre son temps de parole à attaquer les socialistes. Mais qui êtes-vous? Le PTB est la pyramide de Ponzi de la politique belge. Vous accumulez les frustrations et à la fin, vous vendez du rêve, des illusions. Vous êtes l'arnaque de la politique belge! Voilà ce que vous êtes!

 

Monsieur le ministre, je vous demande en effet de poursuivre la concertation sociale, parce qu'il faut se rappeler qu'en Belgique, les travailleurs sont le poumon de l'économie. Il n'y a pas que le capital. Il y a aussi le travail. Et ce ne sont pas les actionnaires qui se sont réveillés le matin pour aller sur les chantiers de construction, pour livrer les colis, pour fabriquer les vaccins. Ce sont les travailleurs. Rendons-leur justice! C'est la raison pour laquelle, monsieur le premier ministre il faut pouvoir donner toutes ses chances à la négociation, mais aussi rappeler à certains actionnaires et à certains bancs patronaux qu'il ne peut pas y avoir d'économie sans respect des travailleurs.

 

01.18  Melissa Depraetere (Vooruit): Premier, mijnheer de minister, ik heb u beiden horen zeggen dat we iedereen nodig zullen hebben. Ik ben het daarmee eens. Het is geen of-ofverhaal voor ons, maar een en-enverhaal. Een akkoord zal alleen goed zijn als het dat is voor werkgevers, maar ook voor werknemers. Een en-enverhaal dus. We hebben het voorbije jaar gezien dat iedereen zeer solidair kan zijn. U zei ook dat we heel veel solidariteit hebben gezien, mijnheer de minister, omdat de druk zo hoog was. Ook in dit dossier is de druk zo hoog. Laten we dus alstublieft die solidariteit doortrekken naar de werkvloer.

 

01.19  Tania De Jonge (Open Vld): Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden. Natuurlijk willen wij dat de mensen een goed loon krijgen. Bedrijven die het goed deden in de coronacrisis konden iets extra doen en hebben dat ook gedaan. Dat kan ook in de toekomst. Het gaat echter niet alleen om bedrijven die geboomd hebben, maar ook om heel wat bedrijven in de horeca en de handel die gedurende lange tijd geen inkomsten konden krijgen vanuit hun activiteiten en die ook personeelsleden hebben die ze moeten betalen. Ook met die mensen moet rekening worden gehouden.

 

Mijnheer de premier, mijnheer de minister, ik hoop echt waar dat u er samen in zult slagen om het overleg weer vlot te krijgen. Ik hoop dat er oplossingen komen en wens u dat van harte toe.

 

01.20  Hans Verreyt (VB): Mijnheer de eerste minister, uw boodschap daarnet voor de sociale partners was dat u samen doorgaat of dat alles mislukt. Misschien was deze boodschap beter gebracht aan uw regeringsleden. Ik hoor hier immers toch vooral onenigheid. Als het gaat om het verhogen van de laagste lonen staat u met getrokken messen tegenover elkaar. Dan vliegen de verwijten op Twitter in het rond.

 

Over de besparingen op het systeem bent u het wel eens en doen de regeringspartijen geen enkele moeite. Er wordt niet bespaard op de immens grote kabinetten of op de extra medewerkers voor gewezen ministers, zelfs al werken ze in de privésector. Er wordt niet bespaard op een totaal nutteloze Senaat. Er wordt niet bespaard op de immigratiefactuur, of die nu verhoogt op het departement Asiel, Justitie of in de Sociale Zekerheid. Er wordt niet bespaard op de subsidiezwendel. Er wordt nooit bespaard op de moddervette overheid. Als de staat echt de broeksriem zou aanhalen, dan kan die heel wat losser voor de werknemer. Dan houdt die arbeider of hardwerkende bediende op het einde van de maand een stuk meer over dan die 0,4% waar we vandaag over spreken. Dat is de echte opdracht van dit Parlement, de nettolonen verhogen.

 

01.21  Jean-Marie Dedecker (ONAFH): Mijnheer Dermagne, u hebt gelijk. 1.612 euro is geen loon, en dat is omdat de overheid met alles wegloopt. U doet een oproep tot solidariteit. Ik ga daar volledig mee akkoord.

 

Mijnheer de eerste minister, ik stel voor dat we de 3,2 % loonsverhoging netto doorvoeren. Dat is geen enkel probleem. De overheid zal solidair zijn en stellen dat ze niets meer moet. Stel dat eens voor aan uw vakbonden. Dat is dan koopkracht. Dan heeft die persoon die 1.612 euro verdient iets in de zakken. Dat is solidair zijn en dat zou prachtig zijn.

 

We maken de grootste crisis door sinds zeventig jaar. Zeventig procent van de bedrijven doet het slecht. Zeven procent heeft zonder problemen een pak geld verdiend. Geen probleem. Doe eens een voorstel aan de vakbonden van winstdeelname. Als ik thuiskom, zal ik de horecamensen en de evenementensector niet zeggen dat ze onmiddellijk loonsverhoging moeten betalen, ondanks dat ze de laatste tijd nog geen euro verdiend hebben. Dat vind ik schandalig. Aan u de uitdaging, mijnheer de minister.

 

01.22  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le premier ministre, vous appelez les partenaires sociaux à dépasser la confrontation et à trouver des solutions ensemble. Dans le fond, nous sommes assez d'accord. Toutefois, si je puis me permettre, c'est plutôt aux partenaires de votre majorité que vous devriez soumettre énergiquement cette suggestion. Vous devriez également la communiquer à vos ministres, et particulièrement à votre ministre de l'Emploi. En effet, aussi bien les travailleurs que les employeurs méritent bien mieux que le petit jeu de musculation politique à propos du 1er mai.

 

Un AIP est, comme certains l'ont dit, un accord favorable à la paix sociale, mais ce n'est pas que cela. C'est aussi un accord en vue de plus d'équité, susceptible d'esquisser l'avenir de l'emploi. De même, il est censé prendre en compte tant les travailleurs que les employeurs. Vous avez évoqué le cas des travailleurs qui perçoivent un salaire indécent. Et je suis d'accord avec vous. Pour cette raison, envisagez alors d'autres solutions, par exemple une réforme fiscale qui permette d'augmenter le net des bas salaires sans accroître le coût du travail pour les employeurs. Je vous remercie.

 

01.23  Cécile Cornet (Ecolo-Groen): Monsieur le premier ministre, monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.

 

Nous écologistes, nous souhaitons un débat serein en vue d'une amélioration de la vie des travailleurs, qui doit passer notamment par le salaire, y compris dans les PME. Votre gouvernement a déjà accompli un premier pas louable dans la bonne direction, en prenant une décision relative à l'enveloppe bien-être. Nous en avions parlé la semaine dernière.

 

Nous vous entendons rassembleur, monsieur le premier ministre; nous vous entendons en appeler à un accord solidaire, monsieur le ministre. Cet accord ne pourra cependant pas se développer sur fond de sentiment d'injustice. À terme, il faudra sans doute se poser la question et en débattre: cette loi de 1996, telle que modifiée par la coalition "suédoise", ne montre-t-elle pas à présent ses limites? Favorise-t-elle encore la paix sociale? Ne pourrions-nous pas prêter une plus grande attention à la question du salaire minimum?

 

Monsieur le premier ministre, avec votre gouvernement, vous pouvez faire mieux pour les travailleurs et davantage pour la paix sociale. Je vous remercie.

 

01.24  Björn Anseeuw (N-VA): Mevrouw de voorzitter, ik doe een oproep aan de echte Belgen in de regering: de socialisten. Onze economie bloedt. Duizenden bedrijven pompen om niet te verzuipen. Leg dus eindelijk wat verantwoordelijkheidszin aan de dag. Als u echt bekommerd bent om de jobs van mensen als Deborah, laat de lonen dan niet ontsporen. Want anders riskeren net deze jobs, die met de laagste lonen, als eerste te verdwijnen.

 

Mijnheer de eerste minister, zorg ervoor dat we niet eindigen met een akkoord waarin de voordeur van de loonnorm van 0,4 % ogenschijnlijk dicht blijft, maar waarin de achterdeur wagenwijd wordt opengegooid voor allerlei uitzonderingen die deze loonnorm alsnog uithollen.

 

Ik heb minister Dermagne vandaag ook heel goed gehoord. Mijnheer de eerste minister, ik geef u een raad, schaf u een paar bretellen aan, zodat de socialisten u niet langer dag na dag de broek afdoen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Vraag van Anja Vanrobaeys aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "De stijging van het aantal opeenvolgende dagcontracten" (55001563P)

02 Question de Anja Vanrobaeys à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "L'augmentation du nombre de contrats journaliers successifs" (55001563P)

 

02.01  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, velen weten vandaag niet of ze morgen nog werk hebben; dat is al jarenlang voor al te veel mensen de harde realiteit. Dagcontracten zijn bedoeld om uitzonderlijke drukke periodes op te vangen, maar ze worden alsmaar vaker de standaard. Dat heeft gevolgen voor tienduizenden arbeiders. Zij bouwen geen rechten op en weten niet of ze morgen nog een job hebben.

 

De argumenten uit het verleden gaan al lang niet meer op. Neen, dagcontracten zijn geen springplank naar een vaste job. Neen, werknemers kiezen niet vrijwillig voor dagcontracten. Neen, het gaat niet over een kleine groep. He gaat veelal om jonge mensen die vastzitten in een tijdelijk contract en daar zelden afgeraken, die zich niet ziek melden of klagen over de slechte arbeidsomstandigheden, omdat ze bang zijn hun werk te verliezen en die niet te vaak naar het toilet durven te gaan, omdat ze bang zijn dat ze volgende dag niet meer terug mogen komen.

 

Mijnheer de minister, in 2018 werd al besloten dat het systeem niet werkt en dat de werkgevers te vaak en te snel gebruikmaken van dagcontracten. Dat aantal moest structureel naar omlaag, met een vijfde. Dat was de doelstelling van de Nationale Arbeidsraad. Waar staan we nu? Hebben meer werknemers nu zicht op vast werk? Uit de cijfers die u mij hebt bezorgd, blijkt dat alvast niet het geval te zijn. Er was in 2019 een lichte daling, maar in 2020 is er opnieuw een stijging. De markt zal dat niet uit zichzelf oplossen.

 

Mensen tewerkstellen zonder rechten is blijkbaar te verleidelijk voor veel werkgevers. Daarom vraag ik u wat u zult doen om uit die impasse te geraken.

 

02.02 Minister Pierre-Yves Dermagne: Mevrouw Vanrobaeys, ik dank u voor uw vraag.

 

Op 24 juli 2018 hebben de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de Nationale Arbeidsraad een akkoord bereikt over het gebruik van opeenvolgende dagcontracten. In het akkoord hebben de sociale partners zich ertoe verbonden de praktijk in 2018 en 2019 met minstens 20 % te verminderen.

 

Op basis van de RSZ-gegevens in 2018 bestond 24,3 % van de tijdelijke contracten uit opeenvolgende periodes van een dag. In 2019 is dat gedaald tot 21,6 % en in 2020 is dat cijfers gestegen tot 23,6 %. Uiteraard is de impact van de coronacrisis in 2020 groot, ook op het uitzendwerk. De cijfers moeten dus met grote voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.

 

Niettemin heeft de regering er zich samen met de sociale partners toe geëngageerd om misbruiken en het excessieve gebruik te bestrijden. Ik heb de sociale partners gevraagd daarvan een prioriteit te maken en voorstellen te doen.

 

In de NAR zijn debatten lopende over meer restrictieve maatregelen. Uiteraard zal bij de besprekingen rekening worden gehouden met uw voorstel.

 

De paritaire commissie voor uitzendarbeid houdt ook toezicht op het gebruik van dergelijke contracten, door andere commissies elk kwartaal te ondervragen. Dat toezicht is echter ook voor verbetering vatbaar.

 

Ik hoop in ieder geval dat de sociale partners ons snel hun voorstellen voorleggen, zodat wij eindelijk een einde kunnen maken aan het misbruik en de excessen. Dat is nodig, om de veiligheid te verbeteren en de bescherming te verhogen van werknemers die het slachtoffer zijn van die praktijken.

 

02.03  Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

U hebt gevraagd aan de sociale partners om van de problematiek een prioriteit te maken. Maar ondertussen zien we sinds begin 2018 maar geen verbetering. De impasse blijft niet zonder gevolgen. Het kan niet dat in ons land bijvoorbeeld een toiletbezoek niet veilig is. In ons land mag onzekerheid niet de standaard worden. In ons land mag het niet dat wie de mond opendoet om te pleiten voor veilige werkomstandigheden, onmiddellijk wordt bestraft met een ontslag of met een verbod om de volgende dag nog terug te keren.

 

Onze voorstellen helpen de betrokkenen. Uw oproep om daarvan een prioriteit te maken, helpt hen. Nu moeten de voorstellen simpelweg worden uitgevoerd.

 

Ik kijk uit naar echte resultaten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van Peter Mertens aan Alexander De Croo (eerste minister) over "De besmettingen op de werkvloer" (55001578P)

03 Question de Peter Mertens à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Les contaminations sur le lieu de travail" (55001578P)

 

03.01  Peter Mertens (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, ik herhaal even een uitspraak van Pieter Timmermans, exact één jaar geleden: "Ik durf zelfs te zeggen dat de plaats waar je werkt wellicht de meest zekere plaats is waar je niet besmet kan worden." Sinds een jaar wordt dat fabeltje gewoon herhaald. Telkens wordt herhaald dat de werkplaats een veilige plaats is. De regering werkt allerlei strategieën uit, onder meer een strategie voor de scholen, onder meer een strategie voor de parken, onder meer een strategie, tot in detail, voor de zitplaatsen in de treinen, maar geen echte strategie voor de grootste broeihaard van besmettingen, de werkplaats.

 

Vorige maand vroegen wij u nog wat u zult doen om besmettingen te voorkomen? Toen zei u dat u het telewerken zou aanmoedigen. Maar nu moet u eens kijken naar de sectoren die het meest getroffen zijn. Bijvoorbeeld de kippenvleesverwerking. Men kan geen enkele kip ontbenen via een video call. U moet dat eens proberen. Dat is totaal onmogelijk. U moet eens proberen veevoeder te lossen uit een binnenschip via telewerk, mijnheer de minister. Dat is totaal onmogelijk.

 

Uw antwoord was dus geen antwoord op de reële problemen. Een recente studie van de Universiteit Hasselt en van de KU Leuven heeft aangetoond dat precies in die lageloonsectoren is, waar de mensen zijn blijven voortwerken, in jobs die men niet van thuis uit kan verrichten, de grootste problemen zijn. Die problemen worden genegeerd. In plaats van een strategie uit te werken voor de raampjes van de treinen zou men beter een effectieve strategie uitwerken om in de lageloonsectoren veiligheid te garanderen, zodat de mensen die het hardst gewerkt hebben en het meest risico's hebben genomen, ook het veiligst kunnen werken.

 

Die strategie is er niet en daarom vraag ik aan u, mijnheer de minister, wat zult u nu echt doen, na één jaar, om de besmettingen op de werkvloer maximaal te voorkomen. Zult u de comités voor preventie en bescherming op het werk verplicht inschakelen om de werkvloer herin te richten? Zult u over sanctiemaatregelen nadenken als bepaalde bedrijfsleiders weigeren veilige werkomstandigheden en veilige werkplaatsen te creëren?

 

03.02 Minister Pierre-Yves Dermagne: Mevrouw de voorzitster, mijnheer Mertens, ik volg de situatie van de besmettingen op de werkvloer op de voet. In bepaalde sectoren en functies is het risico op besmetting groter, zoals het recent voorgestelde rapport ook opnieuw aantoont. De regels voor de bescherming van werknemers tegen het virus tijdens hun werk, zijn heel duidelijk: verplicht telewerken is nog steeds van kracht waar het mogelijk is, en voor wie naar het werk moet, gelden de voorschriften van de generieke gids en de sectorgidsen. De inspectiediensten blijven toezien op de toepassing van deze maatregelen.

 

Ik heb ook het initiatief genomen om te werken met snelle antigeentests, om de besmettingen in te perken op plaatsen waar telewerken niet mogelijk is. Op dit moment zijn er 345.000 sneltests aan bedrijfsartsen geleverd voor gebruik op de werkvloer. Gezien het succes van de maatregel is er beslist het project te verlengen tot 1 juni, en we blijven de zaken van nabij opvolgen en bijsturen.

 

Afgelopen vrijdag heb ik op het Overlegcomité nieuwe maatregelen op tafel gelegd om werknemers uit de dienstenchequesector extra te beschermen. Hun werkgever moet nu mondmaskers voor eenmalig gebruik ter beschikking stellen, en ze kunnen hun werkvloer met behoud van loon verlaten als de klant zich niet aan de sanitaire voorschriften houdt. Indien nodig zal ik niet aarzelen nieuwe maatregelen voor te stellen aan het Overlegcomité om werknemers zo goed mogelijk te beschermen tijdens hun werk.

 

03.03  Peter Mertens (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord, maar ik moet zeggen dat ik toch stond te kijken van die studie, hoewel ik zelf een jaar geleden een boek geschreven heb over de penibele situatie in die lageloonsectoren. Blijkbaar is de situatie een jaar later niet veranderd.

 

Ik mis drie dingen. In de eerste plaats mis ik een echte strategie om de werkvloer anders in te richten. Dat lijkt een beetje een taboe, en daarom vraag ik om de comités verplicht in te schakelen voor zulke herinrichting, om ventilatie mogelijk te maken, om eventueel langere pauzes mogelijk te maken, om een lagere werkdruk mogelijk te maken.

 

Ten tweede, als er in zo'n bedrijf een covidgeval is, wat zijn dan de procedures? Ik hoor dat het vaak chaos is: de persoon wordt snel naar huis gestuurd, in het idee dat het dan in orde is. Maar dat is vaak niet het geval, er worden vaak geen afdoende maatregelen genomen bij een vastgestelde covidbesmetting. Dat is nochtans cruciaal want op zo'n moment telt elk uur.

 

Ten derde, aanbevelingen en tips zijn prima, maar als er na een jaar nog niet geluisterd wordt, mogen er ook sancties worden ingezet tegenover de hardnekkige uitzonderingen die weigeren om de voorschriften toe te passen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Vraag van Kathleen Verhelst aan Pierre-Yves Dermagne (VEM Economie en Werk) over "Het EU-relanceplan en de activering" (55001573P)

04 Question de Kathleen Verhelst à Pierre-Yves Dermagne (VPM Économie et Travail) sur "Le plan de relance de l'UE et l'activation" (55001573P)

 

04.01  Kathleen Verhelst (Open Vld): Mijnheer de minister, deze week wordt de definitieve versie van het relanceplan van België bij de Commissie ingediend. Ik ben zeer tevreden dat we onze deadline hebben gehaald, want dit is zeer belangrijk: 5,9 miljard aan Europese gelden wordt naar ons toegeschoven. We moeten dit geld zeer goed besteden, dus moeten we dit goed overdenken en nagaan wat realiseerbaar is.

 

Mijn bezorgdheid is wie de werf van de relance zal bemannen. Het relanceplan is immers een hefboom voor de economie. Het zal een katalysator zijn voor vele investeringen in de deelstaten. Tevens biedt het een ultieme kans om sneller de omslag te maken naar een digitale en duurzame economie en een duurzame toekomst, wat de twee speerpunten zijn van de EU en van ons plan. Onze investeringen zijn daarop geënt, zoals overheidsgebouwen energiezuinig renoveren, infrastructuur aanpassen, laadpalen voor het elektrischewagenpark, ontwikkeling van groene waterstof, cybersecurity verzekeren. Ons land heeft immers een duidelijke achterstand inzake publieke investeringsgraad.

 

Naast investeringen heeft ons land ook nood aan toekomstgerichte hervormingen. Het relanceplan legt die ook op. Daarbij denk ik aan de dringend op te krikken werkzaamheidsgraad. Ik pleit dan ook voor een activerend beleid dat onze inactieven motiveert om aan de slag te gaan in een haalbare formule, dat hen opleidt en vormt volgens de noden van de arbeidsmarkt. België kent een hoge vacaturegraad en een duidelijke arbeidskrapte. Toch zijn er nog inactieven en scholen mensen zich te weinig bij. Bovendien zullen de Europese relanceplannen veel gekwalificeerde werkkrachten vergen.

 

Welke toekomstgerichte hervormingen zult u uitvoeren op de arbeidsmarkt? Denkt u dat er voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten zijn om het relanceplan betaalbaar en binnen de tijd uit te voeren?

 

04.02 Minister Pierre-Yves Dermagne: Mevrouw Verhelst, zoals u weet, heeft de regering tot doel om tegen 2030 een arbeidsparticipatie van 80 % te bereiken. Dit is een collectief doel. De hele regering wordt hiervoor gemobiliseerd, evenals de sociale partners en de deelstaten. Om onze doelstelling te bereiken, werken we transversaal. In het kader van deze ongekende crisis nemen we belangrijke steunmaatregelen om de werkgelegenheid op peil te houden.

 

Het gaat om algemene maatregelen, zoals de tijdelijke werkloosheid, en om maatregelen gericht op bedrijven en sectoren die het zwaarste zijn getroffen.

 

In het kader van het relanceplan voeren we ook een maatregel in om bedrijven te ondersteunen die hun werknemers opnieuw aan het werk zetten of opnieuw werknemers in dienst nemen, ook hier met bijzondere aandacht voor de zwaarst getroffen bedrijven. In het relanceplan hebben we ook bijzondere aandacht voor werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden. We plannen onder meer maatregelen rond het individuele recht op opleiding en het welzijn van werknemers. Ook de jaarlijkse Werkgelegenheidsconferentie zal aandacht hebben voor werknemers die moeilijk een job vinden of kunnen behouden. Samen met de heer Vandenbroucke ga ik ook aan de slag met werknemers die al een tijd ziek zijn. Ook hiervoor zal sociaal overleg van essentieel belang zijn. Tot slot wil ik het werk van de regio's benadrukken. Zij nemen belangrijke maatregelen om kansen te bieden aan werknemers in het kader van dit relanceplan.

 

04.03  Kathleen Verhelst (Open Vld): Mijnheer de minister, ik hoop dus effectief op dit activeringsbeleid, maar het zal zeer snel een concreet actieplan moeten worden. 2030 is misschien wat te veraf. We hebben dit nodig om ons relanceplan te verantwoorden ten aanzien van Europa maar ook voor ons land en voor onze begroting. Het mag niet alleen bij goede intenties blijven. Als ondernemer merk ik elke dag dat ik niets ben met een bedrijf dat enkel geldmiddelen heeft als ik geen goede of gemotiveerde mensen vind. Voor mij, ook in mijn bedrijf, is mijn motto 'het ethisch gps: gedreven positief samen'. Ik zeg dat elke dag in ons bedrijf. Ik heb de eerste minister en uzelf ook vaak over solidariteit en samen horen praten. Ik ben ervan overtuigd dat het allemaal samen moet. Ik hoop dus echt dat we iedereen meekrijgen en iedereen kunnen oproepen voor dit relanceplan. De verantwoordelijkheid moet niet enkel in de politiek liggen, maar bij iedereen die wil en kan werken en zijn steentje bijdraagt om deze arbeidskrapte op te lossen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

05 Questions jointes de

- Malik Ben Achour à Vincent Van Peteghem (VPM Finances) sur "Le modèle Biden pour une nouvelle justice fiscale et une redistribution" (55001581P)

- Gilles Vanden Burre à Vincent Van Peteghem (VPM Finances) sur "La taxation minimale des multinationales" (55001583P)

05 Samengevoegde vragen van

- Malik Ben Achour aan Vincent Van Peteghem (VEM Financiën) over "Het model-Biden voor een nieuwe fiscale rechtvaardigheid en herverdeling" (55001581P)

- Gilles Vanden Burre aan Vincent Van Peteghem (VEM Financiën) over "De minimumbelasting voor multinationals" (55001583P)

 

05.01  Malik Ben Achour (PS): Madame la présidente, monsieur le ministre, chers collègues, "il est temps que les entreprises américaines et que les 1 % d’Américains les plus riches commencent à payer leur juste part". Voici ce qu'a déclaré récemment Joe Biden. Dans le même temps, Janet Yellen, secrétaire d'État au Trésor, redonnait une impulsion ambitieuse aux négociations menées dans le cadre l'OCDE, suspendues par Donald Trump en 2019, sur la taxation des géants du numérique et des multinationales.

 

Un vent nouveau se lève peut-être sur le monde, avec l'espoir de sortir enfin du paradigme de l'austérité qui n'était donc pas une fatalité, qui est même une mauvaise recette économique car elle finit toujours pas nourrir la haine nationale populiste.

 

Monsieur le ministre, la population n'en peut plus de devoir se serrer la ceinture alors que les richesses se concentrent de plus en plus dans les mains de quelques-uns. La population n'en peut plus d'entendre le patron de la FEB dire qu'on ne pourra pas augmenter les salaires, pendant que de grandes entreprises continuent à verser d'importants dividendes à leurs actionnaires. La population n'en peut plus de voir les écarts de richesse se creuser, son pouvoir d'achat stagner, pendant que le nombre de milliardaires explose comme jamais.

 

Une autre vision du monde est donc possible. Une autre manière d'organiser notre économie est possible. Une fiscalité plus juste, plus redistributrice est possible. Aujourd'hui, l'administration Biden semble en montrer le chemin, avec de nouvelles règles du jeu.

 

Monsieur le ministre, que vous inspirent les déclarations de Joe Biden? Allez-vous être de ceux qui plaideront pour que ce changement de cap soit pleinement endossé par le Conseil européen?

 

En tant que puissances politiques et économiques, l'Europe et les États-Unis peuvent entraîner de vrais changements: une taxation plus juste des multinationales et des actionnaires, une imposition plus juste sur la fortune, une taxation sur les transactions financières et, enfin, de l'air pour les travailleurs et pour les classes moyennes.

 

Monsieur le ministre, ma question est très simple: serez-vous un acteur volontariste de ce changement?

 

05.02  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Madame la présidente, monsieur le ministre, après 100 jours au pouvoir, l'administration du nouveau président américain, Joe Biden, a marqué les esprits avec un agenda d'investissements massifs, avec un agenda de redistribution vers les familles à bas revenus, avec un agenda de justice fiscale et, évidemment, avec un agenda renouvelé en termes d'ambition climatique.

 

L'Amérique est de retour et quand c'est comme ça, franchement, cela fait du bien! Jugez plutôt: 1 000 milliards de dollars d'investissements dans l'éducation et la petite enfance, 800 milliards de réduction fiscale pour les familles les plus en difficulté. Au niveau du financement, c'est effectivement la justice fiscale qui sort grande gagnante, puisque les Américains qui gagnent plus d'un million de dollars par an verront leur impôt sur les dividendes doublé. Ils verront aussi une contribution de 3,8 % sur les revenus de placement. Par ailleurs, il y aura une hausse de l'impôt des sociétés de 21 à 28 %. C'est un véritable tax shift progressiste et ambitieux.

 

En parallèle, il y a aussi une volonté de l'administration Biden d'instaurer un impôt des sociétés minimum au niveau international. Le président Biden a évidemment souhaité en discuter avec les partenaires du G20, dont l'Union européenne. C'est un débat très important car on sait que la concurrence fiscale fait non seulement rage, mais elle nous tire toutes et tous vers le bas: les conditions des travailleurs et travailleuses, les finances publiques mais aussi évidemment le financement de notre sécurité sociale.

 

Monsieur le ministre, c'est sur ce dernier point précis que je voulais vous interroger. Quelle est votre réaction par rapport à la proposition que l'administration Biden va mettre sur la table au niveau international? Nous estimons qu'il faut soutenir cet impôt minimum sur les sociétés au niveau international. Quelle est votre position par rapport à cela? Qu'allez-vous défendre au niveau européen? Quelles sont les prochaines étapes en vue de l'adoption d'un tel mécanisme?

 

05.03  Vincent Van Peteghem, ministre: Madame la présidente, chers collègues, une fiscalité équitable est une priorité absolue pour moi. Tant au sein du gouvernement que dans les forums internationaux, j'en suis un partisan convaincu. C'est important non seulement pour le contribuable mais aussi pour notre compétitivité.

 

Comme je l'ai également mentionné hier devant la commission, notre pays est favorable à une solution multilatérale en ce qui concerne la digitalisation de notre économie et la concurrence fiscale internationale. L'accord de gouvernement est clair sur ces deux points. Une forme de taxation numérique doit voir le jour. C'est pourquoi la Belgique prendra l'initiative dans les discussions en la matière au niveau international. Un accord à ce niveau est à privilégier.

 

Par ailleurs, la Belgique jouera aussi un rôle constructif et proactif dans le cadre des négociations de l'OCDE concernant les réformes des régimes d'imposition internationaux.

 

Au sein de l'OCDE, nous travaillons pleinement au projet de réforme des règles de la fiscalité internationale pour les multinationales. L'objectif de cette réforme est double. D'une part, le Pilier 1 permettra de garantir que les multinationales paient un montant d'impôts équitable en fonction de leurs activités, sur la base de nouvelles règles d'allocation des profits non basés sur la présence physique. D'autre part, le Pilier 2 vise à instaurer un niveau d'impôts minimal mondial pour tous les groupes tombant dans le champ d'application de l'OCDE.

 

Chers collègues, la prestation de serment du président Biden et le changement de pouvoir aux États-Unis ont également entraîné un changement significatif de la position américaine. C'est un signe d'espoir en vue de parvenir à un accord dans le courant de cette année. Cela nous permet d'aller de l'avant.

 

Il reste toutefois plusieurs questions techniques à trancher. Un premier exemple est l'équivalent américain de l'impôt minimum dans le contexte du Pilier 2. Un autre exemple, c'est la détermination du taux minimum qui est également une étape délicate de ce processus de négociations. Vous comprendrez que nous ne voulons pas tirer de conclusions hâtives à ce stade des négociations.

 

Enfin, chers collègues, je tiens également à souligner qu'une bonne coordination européenne sera de toute façon cruciale pour notre pays. Je plaiderai donc activement en ce sens au niveau européen. Je vous remercie.

 

05.04  Malik Ben Achour (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses et ce rappel de l'état des négociations sur ce dossier important.

 

Je voudrais souligner que l'administration Biden a peut-être montré le chemin vers demain. Elle a misé sur deux choses: les investissements publics comme levier majeur de la relance, et le cœur d'une nouvelle organisation de notre économie, et une fiscalité plus juste, aussi au niveau international, qui fasse mieux contribuer les plus riches et les grandes entreprises. La crise pourrait finalement être une opportunité pour réinventer le monde, réinventer les règles. En tant que socialistes, nous voulons que ces règles soient plus justes, plus solidaires et plus durables, le monde de demain ne devant pas être qu'un slogan.

 

05.05  Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Il est fondamental que la Belgique reprenne un rôle de leader dans les débats au niveau international. Force est de constater que cela n'a pas été le cas ces dernières années et nous souhaitons que ce soit le cas avec ce nouveau gouvernement. Les sujets ne manquent pas: la taxation des géants du numérique, la taxation des GAFAM, la taxation des multinationales, le reporting pays par pays. Il faut pousser ces sujets aux niveaux européen et international. Nous serons là pour vous aider. Je pense également à la fiscalité en lien avec l'environnement, avec la réduction de nos émissions de CO2, qui se discute et se décide aussi au niveau européen.

 

Nous devons prendre le leadership sur ces sujets, être dans le peloton de tête. Vous pouvez compter sur nous pour vous y encourager.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

06 Questions jointes de

- Catherine Fonck à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "La situation des MACCS (médecins assistants cliniciens candidats spécialistes)" (55001562P)

- Sophie Rohonyi à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "L'arrêt de travail des médecins assistants ce 29 avril" (55001569P)

- Daniel Bacquelaine à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "Les conditions de stage des candidats médecins spécialistes" (55001571P)

- Dominiek Sneppe à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "L'examen du projet de CCT en commission paritaire médecins et hôpitaux et les MACCS" (55001584P)

06 Samengevoegde vragen van

- Catherine Fonck aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De situatie van de ASO's (artsen-specialisten in opleiding)" (55001562P)

- Sophie Rohonyi aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De werkonderbreking van de assistent-artsen op 29 april" (55001569P)

- Daniel Bacquelaine aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De stagevoorwaarden voor kandidaat-artsen-specialisten" (55001571P)

- Dominiek Sneppe aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De bespreking van de ontwerp-cao in de paritaire commissie artsen-ziekenhuizen en de ASO's" (55001584P)

 

06.01  Catherine Fonck (cdH): Madame la présidente, monsieur le ministre, c'est une action symbolique forte qui s'est déroulée cet après-midi: un arrêt de travail d'une heure des médecins en formation de spécialisation (appelés MACCS). Disons-le très clairement: sans eux, les hôpitaux ne seraient pas en mesure d'assurer les soins et il n'y aurait pas suffisamment de médecins pour tout assumer. Leur rôle est majeur depuis toujours, y compris, bien évidemment, au cœur de cette pandémie.

 

Ils sont au four et au moulin, travaillant en moyenne plus de 60 heures par semaine, restant parfois 36 heures d'affilée sans repos. C'est lourd, très lourd. Cette situation a-t-elle toujours existé? Oui, et j'en sais d'ailleurs quelque chose, mais ce n'est pas une raison pour accepter l'inacceptable. L'inacceptable sur le plan humain, l'inacceptable aussi si on veut garantir la qualité et la sécurité des soins au patient.

 

Les représentants des MACCS ont exprimé à juste titre toute une série de revendications. Premièrement, sur leur rémunération, la couverture maladie et la couverture pension. Deuxièmement, sur la durée du temps de travail, et troisièmement, sur la qualité de la formation. La proposition qui vient d'être faite par les hôpitaux est indécente. Elle est même en recul par rapport aux conditions actuelles des médecins assistants dans une série d'hôpitaux.

 

En même temps, on connaît la situation financière très difficile des hôpitaux. Il est donc impossible de satisfaire aux demandes des MACCS sans un financement complémentaire de l'INAMI. On me dit que des marges seraient – et seront – manifestement disponibles pour le budget Santé de 2022. Dès lors, ma question est très simple: allez-vous permettre des avancées conséquentes dans le statut, les rémunérations, les heures de travail et la formation des MACCS, en prévoyant bien évidemment le budget nécessaire pour les concrétiser?

 

06.02  Sophie Rohonyi (DéFI): Madame la présidente, monsieur le ministre, il y a tout juste un an, nous applaudissions chaque soir les membres du personnel soignant qui étaient au front pour soigner nos voisins, nos amis, nos parents. Il y a un an, nous semblions avoir compris que les infirmiers et les médecins ne pouvaient plus porter ainsi à bout de bras notre système de soins de santé. Parmi eux, il y a les médecins assistants candidats spécialistes, qui étaient en droit d'espérer un nouveau statut, qui combinerait protection au travail et formation de qualité, loin, très loin du statut sui generis actuel qui les oblige notamment à accumuler jusqu'à 96 ou 120 heures de travail par semaine, au détriment de leurs études mais aussi de leur propre santé. Et aujourd'hui, c'est la douche froide.

 

Les hôpitaux académiques leur proposent une convention de travail qui ressemble finalement à une compilation des pires pratiques de chaque hôpital: suppression des rémunérations de gardes, pas de contrôle horaire, pas de rémunération des heures supplémentaires avant 60 heures par semaine, retrait sur salaire dès le premier jour de maladie, diminution du nombre de jours de congé. À côté de cela, les candidats spécialistes resteraient privés de chômage et de pension. Monsieur le ministre, à force de tirer sur la corde, elle se rompt.

 

Ces médecins, mais aussi ces étudiants osent ainsi aujourd'hui exprimer leur colère en observant, c'est vrai, une heure d'arrêt de travail devant leurs hôpitaux.

 

Voici donc mes questions, monsieur le ministre. À quand une régularisation du statut des médecins assistants candidats spécialistes? À quand une commission paritaire qui impliquerait  pleinement ces médecins en vue d'aboutir à une convention qui améliorerait leurs conditions de travail plutôt que de les détériorer? À quand un financement supplémentaire des hôpitaux pour qu'ils puissent enfin revaloriser les salaires des médecins spécialistes en formation? À quand un système uniforme qui permettrait de contrôler les hôpitaux qui ne respectent pas les limitations d'heures prestées? 

 

06.03  Daniel Bacquelaine (MR): Madame la présidente, monsieur le ministre, les médecins spécialistes en formation fournissent un travail considérable et constituent un maillon essentiel de la chaîne de soins hospitaliers. Comme d'autres travailleurs, ils méritent toute notre considération. Nous leur devons aussi une certaine reconnaissance, en raison de leur rôle durant les première et deuxième vagues de la pandémie, au cours desquelles ils se sont montrés très actifs dans les hôpitaux.

 

Pourtant, leurs employeurs, à savoir les fédérations hospitalières, leur proposent un statut indigne et incompatible avec le respect des droits sociaux en vigueur dans notre pays. Que ce soit en matière de contrôle des conditions de travail, des rémunérations des gardes, des heures supplémentaires ou encore de leur statut en cas de maladie, c'est de toute façon inacceptable. Je pressens que cette proposition est guidée par des motifs pécuniaires, ayant notamment trait au financement des hôpitaux. Peut-être, mais cela ne justifie en rien des entorses aussi graves au respect des droits de ces candidats qui se forment dans la perspective de la médecine de demain, ne l'oublions pas.

 

Monsieur le ministre, vous me semblez être tenu à un devoir d'injonction. Dès lors, que comptez-vous entreprendre pour rappeler les règles élémentaires en termes de protection des droits sociaux des médecins spécialistes en formation? Allez-vous rencontrer à ce sujet les fédérations hospitalières et les associations de médecins spécialistes en formation? Ces derniers attendent de notre part, ainsi que de celle des employeurs, un geste qui contribuerait au rétablissement d'un climat serein dans les hôpitaux. Nous en avons tous, bien entendu, grandement besoin.  

 

06.04  Dominiek Sneppe (VB): Mijnheer de minister, 28.000 handtekeningen, wat zeg ik, ondertussen 30.000 handtekeningen zijn er voor een petitie van enkele dagen oud, hashtag "artsenmetgrenzen".

 

Dit toont aan dat het probleem van de 6.000 artsen-specialisten in opleiding echt wel een probleem is, en ook echt wel leeft.

 

Werkweken van 100 uur zijn eerder regel dan uitzondering, waardoor de werklast enorm wordt. De stagemeester die hen moet beoordelen, is tegelijkertijd ook hun werkgever, waardoor het moeilijk wordt problemen aan te kaarten. Het ene ziekenhuis regelt het zo, het andere anders. Er is geen uniform contract voor alle ziekenhuizen.

 

Meermaals per week moeten zij wachtdiensten kloppen waarin zij 24 tot 36 uur aan één stuk, zonder rusttijd, moeten werken. En dat zonder normale sociale rechten.

 

Mijnheer de minister, geef toe dat dit alles niet meer van deze tijd is. Werkweken van 100 uur, wachtdiensten van meer dan 24 uur achter elkaar, geen wonder dat twee van de tien artsen-specialisten in opleiding denken aan stoppen.

 

In de coronacrisis is nochtans gebleken dat zij een zeer belangrijke bijdrage leverden voor het rechthouden van onze zorg en voor het rechthouden van onze ziekenhuizen. Applaus is natuurlijk hartverwarmend, maar daar redt men het niet mee. Na veertig jaar mag er eindelijk wel eens fatsoenlijk wetgevend werk op tafel komen om dergelijke middeleeuwse toestanden voorgoed uit te sluiten.

 

Mijnheer de minister, hebt u begrip voor de eisen van de artsen-specialisten?

 

Wat is uw plan van aanpak? Wanneer schiet u eindelijk in gang?

 

06.05  Frank Vandenbroucke, ministre: Chers collègues, le statut social et les conditions de travail des médecins spécialistes en formation doivent être améliorés, j'en suis profondément convaincu. Les arguments ont été donnés.

 

Je suis de près les discussions en cours au sein de la commission nationale paritaire médecins-hôpitaux et j'ai demandé à son président, Jo De Cock, de me tenir au courant.

 

Une réunion est prévue sur ce sujet le 5 mai. Une deuxième réunion est prévue le 19 mai. J'espère vraiment que des avancées seront engrangées car c'est nécessaire. Il faudra aussi essayer de traduire tout cela en réglementation avant le 1er août. Il s'agit notamment des questions de rémunérations, de contrats, de formation. Il faudra non seulement un accord concret mais qui propose une amélioration tangible.

 

Dans l'accord médicomut, on a réservé un montant de 10 millions d'euros pour faciliter cet accord. Il me semble que c'est insuffisant et c'est la raison pour laquelle j'ai décidé d'ajouter des moyens budgétaires supplémentaires.

 

Je ne souhaite pas faire de commentaire sur les propositions qui sont sur la table ni sur les montants en question. Il faut un accord et pour faciliter cet accord, il faut un effort budgétaire supplémentaire.

 

06.06  Catherine Fonck (cdH): Monsieur le ministre, j'ai eu l'occasion d'examiner un petit peu les demandes, sous leurs divers aspects, des médecins spécialistes en formation. Dix millions d'euros, ce n'est rien du tout par rapport aux besoins si, sur un plan politique, on veut réellement améliorer leur situation. Il faut clairement y mettre des moyens budgétaires conséquents. C'est la responsabilité pleine et entière du gouvernement et plus particulièrement la vôtre, quand on voit la réalité financière des hôpitaux. J'ai juste envie de leur dire qu'il faut envoyer un signal assez rapidement. Nous avons tous intérêt, comme patients ou futurs patients et aussi comme autorité publique au niveau de la garantie de la qualité des soins, à ce que ces médecins soient également correctement traités sur un plan financier.

 

06.07  Sophie Rohonyi (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, même si je regrette que vous n'ayez pas voulu dévoiler les moyens budgétaires complémentaires que vous avez annoncés. Je le regrette d'autant plus que cette annonce aurait pu avoir pour effet de calmer la colère, plus que légitime, de ces médecins spécialistes en formation. Une colère qu'ils avaient d'ailleurs déjà exprimée lors de leur audition en commission spéciale covid voici plus de trois mois, nous alertant sur leurs conditions de travail qui sont juste indécentes.

 

Nous sommes tous d'accord aujourd'hui pour dire qu'il y a un manque de bras dans tous nos hôpitaux. Pourtant, on fait tout pour les épuiser et les dégoûter. On fait tout pour dissuader ces étudiants en médecine de poursuivre leurs études qu'ils ont pourtant entamées avec passion et conviction.

 

En tant que ministre fédéral de la Santé, je vous appelle à leur apporter une réponse rapide et à la hauteur de ce qui est véritablement une nouvelle gifle. Je tiens aussi à rappeler que si les médecins spécialistes assistants se battent aujourd'hui pour leur santé et pour la qualité de leur formation, c'est aussi et surtout parce que la santé de leurs patients en dépend intégralement. J'ose espérer, monsieur le ministre, que vous en tiendrez pleinement compte.

 

06.08  Daniel Bacquelaine (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je sens que vous prenez la pleine mesure de la problématique. Vous annoncez que des moyens seront consacrés à l'amélioration du statut des médecins spécialistes. Je pense que c'est vraiment nécessaire.

 

Peut-être peut-on aussi considérer, par exemple, l'amélioration progressive du statut des médecins candidats généralistes. Nous avons réussi à améliorer leur statut ces dernières années. Je crois qu'il faut faire de même, aujourd'hui, avec les candidats médecins spécialistes; et peut-être aussi en différenciant clairement - ce n'est pas toujours le cas - le rôle de l'employeur (l'hôpital) et le rôle du formateur.

 

Je crois que c'est vraiment une notion très importante pour faire en sorte de clarifier les relations contractuelles; et faire en sorte que progressivement, très vite dans les prochaines semaines et dans les prochains mois, le statut de ces médecins spécialistes leur donne plus de motivation.

 

Le danger, aujourd'hui, c'est la démotivation. Nous sentons tous que l'attractivité de la profession est importante. Nous avons un rôle à jouer à cet égard.

 

06.09  Dominiek Sneppe (VB): Mijnheer de minister, u weet goed waarover het gaat en dat siert u, gelukkig. U hebt hier nog eens herhaald wat wij allemaal al weten. Ik vrees dat het alleen mooie woorden zijn, die jammer genoeg de toestand van de artsen-specialisten niet zullen verbeteren. Vergaderen, beraadslagen, overleggen, reeds 40 jaar wordt er vergaderd en overlegd. Het wordt tijd voor echte, concrete daden. Pak dat dossier aan.

 

Hebt u er al eens bij stilgestaan wat het zou betekenen voor de ziekenhuizen als 2 op 10 artsen-specialisten in opleiding er de brui aan zouden geven? Hebt u er al eens bij stilgestaan wat het zou betekenen voor de patiënten?

 

Mijnheer de minister, het Vlaams Belang zal niet blijven wachten. We steunen de artsen-specialisten in opleiding in hun strijd voor sociale rechten. We zullen u geregeld naar een stand van zaken in het dossier vragen.

 

Er is ook eigen wetgevend werk in de maak. Als u weigert dit probleem aan te pakken, dan zullen wij u daartoe dwingen. Het heeft lang genoeg geduurd. De maat is vol. Het geduld is op.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Samengevoegde vragen van

- Nahima Lanjri aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De stijging van het aantal burn-outs" (55001574P)

- Valerie Van Peel aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken en Volksgezondheid) over "De langdurig zieken" (55001582P)

07 Questions jointes de

- Nahima Lanjri à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "L'augmentation du nombre de syndromes d'épuisement professionnel" (55001574P)

- Valerie Van Peel à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales et Santé publique) sur "Les personnes absentes de longue durée" (55001582P)

 

07.01  Nahima Lanjri (CD&V): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, 159.000 langdurig zieken zitten thuis met mentale problemen. Dat is meer dan een derde van het totaal aantal langdurig zieken. Het aantal mensen dat langdurig ziek is en thuiszit met een burn-out is ook op twee jaar tijd enorm gestegen met maar liefst 162%.

 

Dat blijkt uit de cijfers die het ACV gisteren bekend heeft gemaakt naar aanleiding van de Werelddag voor veiligheid en gezondheid op het werk. Die cijfers zullen u niet verrassen, u hebt ze ook in uw beleidsnota genoemd eind vorig jaar. In die beleidsnota beloofde u ook om die strijd tegen stress en burn-out aan te vatten en daarvoor ook alle krachten te bundelen om zo tot een integrale aanpak te komen van het probleem. Dat is nodig want burn-out kent ook vele oorzaken en is inderdaad vaak een samenvloeien van verschillende factoren.

 

CD&V vindt het belangrijk dat we vooral inzetten op preventie om op die manier meer mensen aan boord te houden. We moeten daarom dus ook inzetten op vorming, begeleiding en sensibilisering van werknemers, maar ook van werkgevers. Daarnaast heeft iedere werknemer uiteraard ook recht op deconnectie. Van niemand mag verwacht worden dat hij of zij dag en nacht beschikbaar is voor het werk. Het is ook belangrijk dat er metingen komen om een beter zicht te krijgen op heel deze problematiek. We mogen niet enkel werken met projectjes, maar we moeten komen tot een allesomvattend plan om de burn-outs aan te pakken.

 

Hoe zal u zorgen voor meer betrouwbare cijfers over de problematiek rond burn-outs en psychosociale problemen? Wat hebt u al kunnen doen en wat zal u nog doen om te zorgen voor een kentering, zodat het stijgende aantal burn-outs eindelijk daalt? Wanneer komt u met uw plan naar het Parlement? Zal u daarbij niet alleen de heer Dermagne, maar ook de sociale partners, dus de werkgevers- en werknemersorganisaties, betrekken? Wat vindt u alvast van de voorstellen die het ACV op dit vlak heeft gedaan?

 

07.02  Valerie Van Peel (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, het ACV voert vandaag inderdaad actie rond de uitdagingen van langdurig zieken en burn-outs. Je zou denken dat dat een goede zaak is. Natuurlijk ziet het ACV in dezen echter weer maar één boeman en dat is de werkgever.

 

Als het van hen afhangt, zal de werkgever binnenkort een boete moeten betalen als er te veel burn-outs in zijn bedrijf zijn. Daarmee gaat het ACV volledig voorbij aan de complexiteit van het fenomeen burn-out en het is mij al helemaal een raadsel hoe die boete langdurig zieken weer aan het werk zal helpen. Want daar is het een vakbond toch om te doen – zou je denken, als je nog naïef bent. Niet alleen de werkgever moet zijn verantwoordelijkheid nemen, mijnheer de minister, maar ook de werknemer. Maar daar is het ACV natuurlijk helemaal tegen gekant.

 

En ook de regering heeft hier een gigantische verantwoordelijkheid, zeker als ze de 80 % werkzaamheidsgraad wil halen die ze, zonder verdere maatregelen, in haar regeerakkoord belooft. Deze regering schuift de broodnodige responsabilisering van alle partners – zowel werkgevers als werknemers – echter op de lange baan. Nochtans is het probleem gigantisch. We spreken over een half miljoen langdurig zieken. In plaats van 29.000 langdurig zieken af te schrijven via medisch pensioen, zoals deze regering doet, moeten we eindelijk eens de omslag maken en bekijken wat mensen wel nog kunnen.

 

Ik hoorde u gisteren, mijnheer de minister, in Terzake spreken over een nieuwe aanpak, maar het bleef nogal vaag. Veel verder dan algemene principes en positieve prikkels kwam u daarbij niet. Onze fractie heeft een resem aan concrete hervormingsmaatregelen uitgewerkt, die u misschien eens zou moeten lezen.

 

Vandaar mijn vragen. Hoe reageert u op de eenzijdige actie van het ACV? Gaat u op korte termijn werk maken van een responsabilisering van zowel werkgevers als werknemers? Gaat u onze N-VA-voorstellen rond arbeidsintegratiejobs, doorstartbanen, het geschiktheidsattest en zoveel meer, grondig overwegen om de vele drempels naar werk voor zieken effectief weg te nemen?

 

07.03 Minister Frank Vandenbroucke: Collega's, in 2019 werd er bij Fedris, de instelling die zich bezighoudt met beroepsziekten en arbeidsongevallen, een belangrijk project met betrekking tot de burn-out opgestart, waarbij met name in de gezondheidssector en de financiële sector mensen worden geholpen via secundaire preventie tegen burn-out. Dat was overigens de verdienste van mijn voorgangster, mevrouw De Block, die dat heeft opgestart. Ik heb dat project versterkt en ook het covidaspect erin meegenomen. Ik hoop dat wij daar binnenkort veel uit zullen leren.

 

Daarnaast hebben minister Dermagne, bevoegd voor Werk en Economie, minister Clarinval, bevoegd voor Zelfstandigen, mevrouw De Sutter, bevoegd voor Ambtenarenzaken, en ik een actieplan over mentale veerkracht op het werk voorgelegd aan de regering die het heeft goedgekeurd. In een eerste fase zal dat actieplan sterk gericht zijn op de ontsluiting en de verzameling van informatie, voor de mensen in de breedte. Vervolgens komen er concrete projecten gericht op specifieke doelgroepen en het is onze bedoeling om het actieplan verder uit te rollen in 2022.

 

Mevrouw Lanjri, u wees terecht op het preventieve aspect en mevrouw Van Peel, u wees terecht op het curatieve met de vraag wat we doen met de zovele langdurige zieken. Ik was in Terzake inderdaad zeer algemeen, mevrouw Van Peel, omdat ik een heel concreet dossier heb klaargemaakt, na vele maanden van overleg, maar dat dossier werd nog niet afgeklopt in de federale regering en dan ben ik altijd voorzichtig. Het idee is dat wij op het terrein mensen ter beschikking moeten stellen die werkelijk zo snel mogelijk de terugkeer naar het werk van langdurig zieken voor wie dat perspectief een reëel perspectief kan zijn, in de hand nemen.

 

Wij moeten ook belangrijke stappen vooruitzetten in de verwerking en de verzameling van informatie om de mensen te helpen, ook de informatie die zij zelf opleveren. Dat is eigenlijk ook wel een verhaal van digitalisering en van verbinden van informatiestromen. Wij zullen zeer goed moeten samenwerken met de deelregeringen, wat volgens mij ook zeer goed mogelijk is. Vanmorgen heb ik een aantal uren besteed aan een conferentie over het thema. Ik heb daar minister Crevits gehoord over hetzelfde thema en ik was het roerend eens met alles wat zij heeft gezegd. Ik weet het niet, maar ik hoop dat zij het ook roerend eens was met alles wat ik heb gezegd.

 

Ik zie daar dus geen tegenstellingen, maar wel heel wat mogelijkheden om samen te werken.

 

Wij zullen niet inzetten op sancties, maar wel op ondersteuning en hulp, op het sterker maken van zowel werknemers, werkgevers als zieken die geen werkgever meer hebben. Het is een heel belangrijke uitdaging en ik hoop die, met de steun van het Parlement en van mijn collega's in de regio's, tot een goed einde te brengen.

 

07.04  Nahima Lanjri (CD&V): Mijnheer de minister, de cijfers swingen de pan uit en dat zien we niet graag. Het is dus echt hoog tijd dat we het tij keren. Het klopt dat we daarvoor iedereen nodig zullen hebben en zullen moeten samenwerken, in de federale regering en met de regio's. Ik ben blij dat u het eens bent met mevrouw Crevits om een aantal zaken aan te pakken, wat zal bijdragen aan meer preventie.

 

Natuurlijk is het goed om projecten op het getouw te zetten, want hierdoor kunnen we nagaan welke methodes werken en welke niet, maar uiteindelijk moeten we naar een structurele aanpak gaan. Het beleid mag niet louter projectmatig blijven. Op termijn moeten we een structureel plan hebben waarmee we definitief een einde maken aan de toename van de burn-outs. Wij kunnen ons gewoon niet meer permitteren dat een half miljoen werkenden aan de kant worden gezet, terwijl ze willen werken. We moeten daar zelf werk van maken. De werkgevers- en werknemersorganisaties moeten hand in hand een oplossing bieden voor het probleem.

 

07.05  Valerie Van Peel (N-VA): Mijnheer de minister, dank u. Ik heb u niet horen reageren op de nogal populistische oplossing van het ACV, dat daar vandaag actie rond voert. U blijft wat wazig.

 

Vergeef mij dat ik dat niet hoef te doen, ik hoef bij de regering niets af te kloppen. Het is belangrijk dat u voor ogen houdt dat u niet alleen sociaal mag klinken, maar dat u het ook moet zijn. Dan moet u echt dappere stappen durven te zetten, waarbij u de verantwoordelijkheid legt bij zowel werknemers en werkgevers als bij uzelf. Laat mensen weer aan de slag gaan zonder hun uitkering te verliezen bijvoorbeeld. Geef hun de mogelijkheid om een job te zoeken bij een andere werkgever tijdens hun re-integratietraject. Herbekijk het gewaarborgd loon. Hervorm het binair ziektebriefje tot een geschiktheidsattest. Begin met de re-integratiegesprekken vanaf dag één. Onze voorstellen liggen klaar, ik zal ze u bezorgen. Maak er alstublieft werk van. Mensen achterlaten met slechts een uitkering is allesbehalve sociaal.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Question de Michel De Maegd à Annelies Verlinden (Intérieur et Réformes institutionnelles) sur "Les craintes autour de l'organisation de la Boum 2" (55001580P)

08 Vraag van Michel De Maegd aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen) over "De vrees voor 'La Boum 2'" (55001580P)

 

08.01  Michel De Maegd (MR): Madame la présidente, madame la ministre, chers collègues, les images des affrontements du bois de la Cambre, le 1er avril dernier, restent dans nos mémoires. Des milliers de personnes avaient alors décidé de se réunir pour demander plus de liberté, une aspiration bien légitime après quatorze mois de privation. Mais ce genre de réunion doit se tenir de façon responsable pour éviter un éventuel fiasco sanitaire. La police avait procédé à une évacuation des lieux. Nous connaissons la suite.

 

Un événement similaire est annoncé pour samedi. À l'heure où je vous parle, plus de 18 000 personnes ont fait savoir, sur les réseaux sociaux, qu'elles y participeraient. Une centaine de procès-verbaux ont déjà été dressés pour incitation à la violence contre les policiers. Des messages cryptés qui parlent de préparation à la guérilla urbaine ont été interceptés. Les autorités craignent la participation de groupements extrémistes.

 

Madame la ministre, il reste donc 48 heures pour tout mettre en œuvre afin d'éviter de voir se répéter ces images de chaos au sein de la capitale et pour ne pas prendre le risque de voir un nouveau cluster épidémique apparaître.

 

Comme vous pouvez le constater, madame la ministre, la situation est particulièrement interpellante et inquiétante. Pour éviter ces dérives, la prévention m'apparaît cruciale. Il me semble donc indispensable d'agir en amont.

 

Madame la ministre, quelles mesures avez-vous prises ou comptez-vous prendre pour éviter de voir cet événement se transformer en un drame sanitaire? Comment faire appliquer les règles de distanciation?

 

Quelles mesures seront-elles prises pour lutter contre l'infiltration de groupuscules dangereux, risquant de transformer cet événement en un drame sécuritaire en mettant en danger une majorité des participants, certes dans l'illégalité, mais aux intentions pacifiques, paraît-il?

 

Quelles mesures seront-elles prises pour assurer la sécurité des forces de l'ordre? Est-il, par exemple, prévu de filtrer les différents accès au bois de la Cambre? Quel dispositif policier sera-t-il mis en place? Le bourgmestre de Bruxelles et vous-même vous êtes concertés. En cas de nouvelle faille dans son système de sécurité, êtes-vous prête à prendre le relais?

 

Enfin, avez-vous établi un dialogue avec les organisateurs de cet événement qui ont publiquement avoué être complètement débordés? Si oui, qu'en est-il ressorti?

 

08.02  Annelies Verlinden, ministre: Madame la présidente, cher collègue De Maegd, force est de constater que le collectif L'Abîme, en recourant aussi bien à la presse qu'aux médias sociaux, essaie de manipuler l'opinion publique et de contraindre les autorités locales à prendre des mesures pour encadrer un événement pour lequel aucune autorisation ni concertation préalables n'ont été sollicitées auprès de celles-ci. De plus, aucune demande de dérogation pour l'organisation d'un tel événement n'a été formulée par ce dernier alors qu'il avait l'option de le faire à la suite de l'arrêté ministériel de ce lundi.

 

Depuis le lancement de cet appel, le profil des participants à l'événement La Boum 2 semble effectivement évoluer. Les autorités et les services de police sont au courant que des rassemblements de mouvements divers risquent d'avoir lieu à Bruxelles et sur le territoire de toute la ville. L'évolution de la situation est suivie de près et les autorités et services de police se préparent en conséquence.

 

Ce lundi, je me suis entretenue avec le bourgmestre de Bruxelles à ce sujet. Il est clair que des mesures de prévention seront prises. Elles se traduiront notamment par la présence en première ligne de stewards de la Ville de Bruxelles et par une communication préventive et dissuasive sur les réseaux sociaux. À côté de cela, un important dispositif de la police locale et fédérale sera prévu pour intervenir en seconde ligne. Une réunion de coordination aura encore lieu demain matin au Centre de Crise afin de faire le point sur la situation des services concernés et sur les mesures qui seront prises dans le cadre de la gestion des événements du 1er mai sur l'ensemble du territoire de Bruxelles.

 

Je tiens, pour conclure, à revenir sur les déclarations dans la presse du collectif L'Abîme qui reconnaît ne plus rien contrôler après avoir lancé son appel à se rassembler mais qui affirme que c'est exactement la situation à laquelle il souhaitait arriver. Je condamne fortement cette attitude irresponsable et irrespectueuse de la situation sanitaire actuelle et de tous ceux qui se battent actuellement dans les hôpitaux mais aussi de tous ceux qui consentent depuis des mois des efforts importants afin de contribuer à une amélioration de la situation sanitaire en Belgique. Qui peut justifier aujourd'hui, au nom de sa liberté individuelle, le fait qu'il va potentiellement prendre le risque de contracter ou de transmettre le virus à un proche en participant au rassemblement au bois de la Cambre? En sommes-nous venus à placer nos plaisirs individualistes avant le bien-être général?

 

08.03  Michel De Maegd (MR): Madame la ministre, vous confirmez le cri du cœur des personnes qui réclament plus de liberté, et le comprends, mais vous confirmez, à juste titre, l'illégalité de cet événement. Je pense aussi aux sacrifices des professionnels de la santé éreintés, qui se battent encore dans les hôpitaux aujourd'hui, à ceux de l'horeca, de l'événementiel, de la culture et aux indépendants. N'est-ce pas leur infliger une gifle supplémentaire que de voir des milliers de personnes se rassembler sans respect des gestes barrières alors qu'on aperçoit le bout du tunnel?

 

Toute liberté implique la responsabilité, et il faut le rappeler, chers collègues. Oui, les gens doivent pouvoir se retrouver, mais cela doit se faire de façon progressive et responsable. Pour ne pas revivre l'échec du 1er avril, marqué par des affrontements violents, il faut revoir le dispositif policier, madame la ministre: 18 000 personnes annoncent leur présence. Près de 100 procès-verbaux sont déjà dressés pour haine envers les policiers sur les réseaux sociaux. J'acte que vous prenez la situation au sérieux. Il y a aura des stewards aux côtés des policiers; mais cela sera-t-il suffisant? Nos policiers ne peuvent pas être une nouvelle fois envoyés au casse-pipe. Je plaide donc pour des mesures sensées en amont, pour éviter tout dérapage sanitaire et sécuritaire. Je vous remercie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Samengevoegde vragen van

- Wouter Vermeersch aan Alexander De Croo (eerste minister) over "Het Europees herstelfonds" (55001567P)

- Sander Loones aan Thomas Dermine (Relance, Strategische Investeringen en Wetenschapsbeleid) over "De opvolging van het relanceplan" (55001585P)

09 Questions jointes de

- Wouter Vermeersch à Alexander De Croo (premier ministre) sur "Le fonds de relance européen" (55001567P)

- Sander Loones à Thomas Dermine (Relance, Investissements stratégiques et Politique scientifique) sur "Le suivi du plan de relance" (55001585P)

 

09.01  Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de staatssecretaris, om het Europees Herstelfonds te kunnen starten en miljarden euro's aan subsidies en leningen te kunnen uitdelen aan vooral Zuid-Europese landen, moeten alle 27 Europese lidstaten toestemming geven.

 

België en 17 andere lidstaten deden dat al. Echter, Hongarije talmt, maar ook Finland kampt met een regeringscrisis en een bijna onmogelijke tweederdemeerderheid die nodig is. België rekent op een kleine 6 miljard euro uit de Europese pot en de federale regering op meer dan een miljard euro.

 

Mijn eerste vraag is dan ook of u een plan B hebt? Wat is uw plan B als het Europees Herstelfonds uiteindelijk faalt, zoals veel andere Europese projecten in deze coronacrisis reeds hebben gefaald?

 

De vier grootste Europese landen hebben ondertussen hun herstelplan al voorgesteld. Frankrijk en Duitsland deden dat dinsdag. Italië en Spanje volgden op woensdag. Deze twee schuldzieke Zuid-Europese landen kunnen natuurlijk niet langer wachten om de vele honderden miljarden aan Europese giften, subsidies en goedkope leningen in ontvangst te kunnen nemen.

 

De boodschap is duidelijk. De grote landen en de grootste ontvangers van het herstelfonds willen dat alles snel vooruitgaat, zodat ze snel kunnen proeven van die vele Europese miljarden. Vooral Frankrijk is ongeduldig en liet weten dat Europa in de race moet blijven nu China en de VS met volle kracht vooruitgaan.

 

In afwachting van de Europese coronasteun doet Italië er ondertussen alles aan om de Italiaanse bedrijven uit de klauwen van China te houden. Op korte tijd blokkeerde de Italiaanse premier twee strategische overnames door Chinese staatsbedrijven.

 

Mijnheer de staatssecretaris, hebt u signalen en ziet u risico's tot vijandige overnames in ons land? Wat doet België om onze bedrijven te beschermen tegen die vijandige overnames?

 

09.02  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de staatssecretaris, er zijn politici, ministers en staatssecretarissen die ons veel geld kosten, omdat zij kiezen voor extra belastingen of steeds meer uitgaven. Er zijn ook politici die geld opbrengen, omdat zij zorgen voor hervormingen of omdat zij erin slagen geld binnen te trekken, bijvoorbeeld van Europa.

 

De vraag die ik heb, is in welke categorie u zit. Brengt u ons geld op of kost u ons geld?

 

Op het eerste zicht brengt u ons geld op, namelijk 5,9 miljard euro, geld dat wij van de Europese Unie krijgen.

 

Is dat ons eerlijke deel? Laat ons eerlijk zijn, neen, dat is het niet. Het Planbureau heeft een en ander berekend en stelt dat België ongeveer 1,2 % van zijn bruto binnenlands product krijgt. Gemiddeld krijgen andere landen op Europees vlak 2,3 %, dubbel zoveel dus. Wij hebben 6 miljard euro gekregen. Eigenlijk hadden wij dubbel zoveel moeten krijgen volgens het Planbureau. Eigenlijk hadden wij 12 miljard euro moeten krijgen.

 

Is dat uw verantwoordelijkheid? Het is vooral de fout van eerste minister De Croo, die slecht heeft onderhandeld op Europees niveau.

 

Wat is wel uw verantwoordelijkheid? Binnen de enveloppe van bijna 6 miljard euro is er 1,2 miljard euro voor de federale overheid en daar mag u over beslissen. U beslist waarin zal worden geïnvesteerd en wie wat krijgt.

 

De vraag is of u dat verstandig doet.

 

Ten eerste, eigenlijk weten wij dat niet. Wij hebben uw volledige plan nog altijd niet ontvangen. Wij hebben er vorige week over gesproken in de commissie. Deze week moet het plan worden ingediend. Het plan is echter nog altijd niet bezorgd aan het Parlement.

 

Wanneer zult u het plan bezorgen aan het Parlement en voor de transparantie kiezen?

 

Ten tweede, u hebt een plan voor een bedrag van 1,2 miljard euro. U geeft tegelijk echter aan dat u eigenlijk niet genoeg hebt aan dat bedrag. U krijgt er uw plannen niet allemaal mee betaald. U hebt nog extra centen nodig. Dat zijn extra centen van de gewone begroting.

 

Gisteren heb ik het gevraagd aan staatssecretaris De Bleeker, die mij antwoordde dat 328 miljoen euro wordt uitgetrokken, wat eigenlijk uw factuur is. U krijgt uw plannen niet ingepast in uw enveloppe. Dus is er nu een extra factuur van 328 miljoen euro.

 

Stopt het daar of zal de factuur-Dermine nog verder blijven stijgen?

 

Er zijn politici die kosten en politici die opbrengen. Ik kijk uit naar uw antwoord.

 

De voorzitster: Mijnheer de minister, u krijgt vier minuten spreektijd voor uw antwoord.

 

09.03 Staatssecretaris Thomas Dermine: Mevrouw de voorzitster, de vraag is niet hoeveel het kost en evenmin of het geld zal opbrengen voor België, de vraag is wel hoeveel het kost als wij vandaag niet genoeg investeren in onze toekomst.

 

Na de financiële crisis van 2008 hebben wij alleen maar austeriteitsmaatregelen genomen, mijnheer Loones. In de Verenigde Staten echter heeft president Obama in 2008 de American Recovery and Reinvestment Act uitgevaardigd: nearly a trillion invested in American economy. Europa is vier jaar in crisis gebleven, terwijl Amerika in 2009 opnieuw volle groei kende.

 

Wij willen dat niet opnieuw doen. Van de coronacrisis willen wij een gelegenheid maken om verder te investeren in onze toekomst, in een economie die meer duurzaam en meer inclusief is. Dat willen wij bouwen met ons herstelplan.

 

Het plan zal ingediend worden zodra het goedgekeurd is door de verschillende regeringen en dan door het Overlegcomité. Het Overlegcomité ter zake vindt morgennamiddag plaats. Sinds verleden week onderhouden wij al een permanente dialoog met de Europese Commissie, net zoals andere landen, overigens.

 

Vandaag, op 29 april, hebben maar vijf landen officieel het herstel- en veerkrachtplan ingediend bij Europa: Portugal, Frankrijk, Duitsland, Griekenland en Slovakije. De plannen van andere lidstaten zijn niet publiek, maar we weten dat wij allemaal dezelfde richtlijnen hebben gekregen van Europa: een toekomst voorbereiden die digitaler en groener is. Ons land heeft deze richtlijnen van Europa gerespecteerd en is zelfs verder gegaan dan wat die richtlijnen vroegen. Het Planbureau stelt dat ons plan een duurzame impact zal hebben op de productiviteit van ons land. Als economist weet ik dat u weet dat productiviteit een van de grootste uitdagingen van ons land is.

 

Binnen de FOD BOSA zal een centrale monitorings- en rapporteringscel worden opgericht die maximaal twee keer per jaar een rapport zal overhandigen aan de Europese Commissie over hoe wij dit geld besteden en die de milestones van de verschillende projecten zal opvolgen. Er zijn drie projecten opgenomen in de lijst van de federale regering, bovenop de enveloppe van het Europese relanceplan: het project "kwartieren van de toekomst" van Defensie voor 100 miljoen euro, de douanescanner voor de haven van Antwerpen voor 58 miljoen, en de renovatie van verschillende federale gebouwen voor 170 miljoen.

 

Mijnheer Vermeersch, wat het ratificatieproces betreft, klopt het dat tot nu toe slechts 17 van de 27 lidstaten het eigenmiddelenbesluit hebben geratificeerd. Het is de taak van de Europese Commissie om het ratificatieproces de komende maanden op te volgen. De gesprekken die de komende weken gaan plaatsvinden, zullen heel interessant zijn.

 

09.04  Wouter Vermeersch (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, als corona een iets heeft bewezen, dan is het dat de Europese Unie geen deel is van de oplossing, maar wel net de oorzaak van heel wat problemen. De Europese Unie heeft compleet gefaald. Denk maar aan de extreem late reactie op de crisis of aan het complete fiasco van de vaccinaankopen. Belgische politici spelen al jaren vrijgevige sponsor van de falende Europese instellingen, sponsor met de zuurverdiende belastingcenten van vooral de hardwerkende Vlaming.

 

Het wordt hoogtijd dat Vlaamse politici eindelijk een vuist tonen tegen deze Europese Unie en net zoals Nederland, Denemarken, Zweden, Duitsland en Oostenrijk een politieke korting onderhandelen bij Europa zodat we onze vele miljarden belastinggeld niet ergens in Zuid-Europa uitdelen, maar gebruiken voor de bescherming van onze eigen economie, onze eigen bedrijven en onze eigen mensen.

 

09.05  Sander Loones (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de staatssecretaris, het is straks feest voor u, 1 mei, en het is blijkbaar ook uw verjaardag, dus dubbel feest. Ik merk dat 1 mei elk jaar in het Parlement aanleiding geeft voor wat linkse slogans en halve waarheden.

 

De meeste befaamde is austeriteit. Wat wil dat precies zeggen? Dat is zuinig omspringen met belastingcenten. Dat is wat mijn moeder mij heeft geleerd, en dat is wat elke overheid zou moeten doen. Men ziet daarvan trouwens de resultaten. De overheid die in dit land het zuinigst met de centen omspringt, is de Vlaamse, en wat is het gevolg daarvan? Wanneer het huis in brand staat, wanneer het crisis is, kan die Vlaamse overheid meer geld pompen in de economie. Kijk maar naar de premies voor de horeca: in Brussel bedragen die 12.000 euro per horecazaak, in Wallonië 16.000 euro, maar in Vlaanderen 40.000 euro. Dat kan omdat Vlaanderen zuinig omspringt met de belastingcenten.

 

Mijnheer de staatssecretaris, neem een goed voorbeeld aan Vlaanderen. Het Vlaamse relanceplan is al gestart en 93 % van die projecten loopt al. Laat ons zorgen dat u federaal datzelfde ritme kunt aanhouden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitster: Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de mondelinge vragen.

 

10 Ordre du jour

10 Agenda

 

Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 28 avril 2021, vous avez reçu un ordre du jour modifié pour la séance d'aujourd'hui.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 28 april 2021 hebt u een gewijzigde agenda voor de vergadering van vandaag ontvangen.

 

Y a-t-il une observation à ce sujet? (Non)

Zijn er dienaangaande opmerkingen? (Nee)

 

En conséquence, l'ordre du jour est adopté.

Bijgevolg is de agenda aangenomen.

 

Propositions

Voorstellen

 

11 Proposition de résolution concernant les encouragements et le soutien apportés aux initiatives internationales visant à condamner le Myanmar pour les crimes internationaux commis contre les Rohingyas (1731/1-5)

11 Voorstel van resolutie betreffende de aanmoediging en ondersteuning van internationale initiatieven ter veroordeling van Myanmar voor de internationale misdaden gepleegd ten aanzien van de Rohingya (1731/1-5)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

 

Vicky Reynaert, Goedele Liekens, Marianne Verhaert, Malik Ben Achour, Michel De Maegd, Samuel Cogolati, Els Van Hoof, Wouter De Vriendt.

Discussion

Bespreking

 

Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1731/5)

De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking (Rgt 85, 4) (1731/5)

 

L’intitulé a été modifié par la commission en "proposition de résolution visant à condamner le Myanmar pour les crimes internationaux commis contre les Rohingyas, le coup d’État militaire du 31 janvier 2021 et la répression qui s’en est suivie".

Het opschrift werd door de commissie gewijzigd in "voorstel van resolutie over de veroordeling van Myanmar voor de internationale misdaden gepleegd ten aanzien van de Rohingya, de militaire staatsgreep op 31 januari 2021 en de daaropvolgende repressie".

 

La discussion est ouverte.

De bespreking is geopend.

 

Le rapporteur est Mme Jadin qui renvoit à son rapport écrit.

 

11.01  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, collega's, de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen wil wel eens verworden tot een resolutiemachine die wereldwijd het vingertje opsteekt en zegt hoe alles beter moet verlopen, alsof de hele wereld zit te wachten op dit Parlement om te horen wat kan en moet. Ik heb de indruk dat energie steken in het beredderen van onze eigen zaken soms beter bestede energie is.

 

Dat neemt niet weg dat er ook dingen in de wereld gebeuren waarbij het geen kwestie meer is van discussiëren over de vraag of wij het al dan niet beter weten dan de betrokkenen, dingen waar werkelijk een grens wordt overschreden die men de menselijkheidgrens zou kunnen noemen. Mochten wij een beetje terughoudender zijn in het hanteren van het mechanisme van resoluties, zou onze stem in die gevallen misschien een beetje zwaarder klinken. Dit is maar een inleiding op het onderwerp dat wij hier behandelen, want wat gebeurt in Myanmar, het voormalige Birma, valt natuurlijk in die categorie waarvan iedereen kan zeggen dat de grenzen van de menselijkheid onmiskenbaar overschreden zijn.

 

Voorzitter: Valerie Van Peel, ondervoorzitster.

Président: Valerie Van Peel, vice-présidente.

 

Een heel klein beetje geschiedenis. Het onafhankelijke Myanmar, Birma toen nog, was het gevolg van het kolonialisme, een bijeensmijten van diverse volkeren, etnieën, culturen, godsdienstige groepen. Men heeft sinds 1962, toen dat land onder een communistische machtsgreep gebukt ging, wetten gemaakt die een bepaalde bevolkingsgroep, de Rohingya, wat in een aparte categorie stak, de categorie van de niet-definieerbaren.

 

Hun onduidelijke etnische afkomst werd gezien als een reden om hen in die niet-categorie te steken. Die niet-categorie was het slachtoffer van specifieke wetgeving of een specifiek beleid dat er eigenlijk op gericht was hen het land uit te drijven.

 

In 1982 is een burgerschapswet goedgekeurd. Die wet had eigenlijk als idee een Birma, een Myanmar te maken waarin de diverse bevolkingsgroepen met een soort quotasysteem in een nationaal project konden worden meegenomen. Daar zou theoretisch zelfs enig begrip voor kunnen worden opgebracht. Daar zit een bepaalde redenering achter die tot een bepaald punt misschien hout snijdt, als men denkt etnische conflicten op die manier te kunnen omvormen tot een in dit geval nationaal Birmaans, Myanmars project. Men zou daar nog enigszins in kunnen meestappen. Opnieuw waren de Rohingya echter de niet-gedefinieerden, degenen die niet pasten in het plaatje. Als dan op een bepaald ogenblik dat beleid ertoe leidt dat men in 2018 vanuit internationale instellingen het woord 'genocide' begint te gebruiken, is dat het rode licht dat aangaat om te zeggen dat men verder is gegaan dan een discussie over beleid en over pro's en contra's.

 

Het is dan ook geen toeval dat in het Vlaams Parlement in 2018 een resolutie is goedgekeurd, onder initiatief van de N-VA, maar wel goedgekeurd over de grenzen van meerderheid en oppositie, die hierover handelt. Die resolutie heeft toch al gevolgen gehad. De Vlaamse overheid verleent op dit ogenblik immers specifiek steun aan hulpacties voor vluchtelingen uit de Rohingyagemeenschap.

 

Deze initiatieven en steunmaatregelen zijn gericht op basishygiëne en onderwijs. Het is dan ook logisch dat wij deze resolutie, waarvoor ik de initiatiefnemers, de dames Reynaert en Liekens, trouwens ten zeerste wil danken, zullen steunen, in het verlengde van de resolutie van het Vlaams Parlement.

 

Ter afsluiting heb ik een kleine kritische noot.

 

Bij dergelijke resoluties moet men er namelijk over waken niet te volledig te willen zijn, omdat men anders misschien dingen gaat schrijven waar toch vraagtekens bij te plaatsen zijn. In de resolutie wordt Aung San Suu Kyi voorgesteld als willing but unable. Dat is een gewaagde situering. Haar rol leidde weliswaar eerst tot een liberalisering die wereldwijd heel wat steun genoot, maar het is nog de vraag of die rol tot het laatste moment positief is geweest, en of zij niet de kaart van het leger heeft getrokken toen de problematiek van de Rohingya recentelijk een pijnlijk dieptepunt bereikte. Dat is een onderdeeltje van de resolutie dat wij graag genuanceerder hadden willen zien. Het houdt misschien het risico in een oordeel te formuleren waarover andere meningen mogelijk zijn.

 

Dat neemt echter niet weg dat wij dit initiatief zullen goedkeuren. Zoals gezegd wordt hier geen land uit betweterigheid met de vinger gewezen, wel wordt het overschrijden van de grenzen van de fundamentele menselijkheid aangekaart. Wij wensen dit initiatief absoluut te steunen.

 

11.02  Samuel Cogolati (Ecolo-Groen): Madame la présidente, chers collègues, je tenais vraiment à intervenir dans ce débat hautement important. Le massacre qui se produit au Myanmar sous nos yeux est une honte. Une honte, d'abord, pour la junte militaire qui a pris le pouvoir, mais aussi une honte pour le régime autoritaire chinois, qui non seulement soutient ce régime et cette junte militaire, mais pille également les richesses qu'il reste dans ce pays.

 

C'est dans ce contexte, chers collègues, que nous nous réjouissons, comme écologistes, de l'adoption à la Chambre d'un texte à l'initiative de Vooruit et de la collègue Vicky Reynaert, qui demande à la junte militaire de cesser immédiatement l'effroyable répression meurtrière, y compris contre les enfants. Ce à quoi nous assistons, les images qui nous parviennent, les témoignages que nous recevons ici en Europe et les rapports de Human Rights Watch que nous lisons sont véritablement effroyables. Tous les signaux sont au rouge, de sorte que nous ne pouvons rester les bras croisés devant ces milliers de citoyens qui se battent au péril de leur vie pour le peu de démocratie qu'il leur reste.

 

Dans certains débats sur cette effroyable répression contre la population civile et contre ces manifestants pro-démocratie au Myanmar, j'ai entendu, de la part d'un parti politique en particulier, certains qui disaient que défendre la démocratie au Myanmar et défendre les civils qui se battent là-bas, c'était un peu rouler pour les Américains, pour l'impérialisme de l'Oncle Sam. À ceux qui tiennent ces propos, j'ai envie de dire "Arrêtez! Ôtez-vous cela de la tête, c'est n'importe quoi!". Les gens qui aujourd'hui risquent leur vie pour aller manifester dans la rue contre la junte militaire ou qui font blocage avec trois fois rien aux tanks militaires de la junte, ils ne font pas cela pour les beaux yeux des Américains ou du président Joe Biden! Ils font cela pour préserver leur liberté, leurs libertés fondamentales.

 

En tant que parlementaires élus dans un pays démocratique, nous qui avons le luxe de débattre ici en toute liberté et en toute transparence, nous avons le devoir d'être la voix de ceux qui n'en ont pas, notamment là-bas, au Myanmar.

 

Je pense que notre responsabilité aujourd'hui n'est pas seulement morale et politique, elle est aussi légale. Nous le savons, la Cour internationale de Justice (CIJ) a pris une décision et a parlé de risque sérieux de génocide en cours contre cette minorité, les Rohingyas.

 

Il est important de comprendre que la Convention de l'ONU pour la prévention et la répression du crime de génocide (CPRCG) adoptée en 1948 par quasiment toute la communauté internationale - y compris ratifiée par notre pays -, ne permet pas seulement de punir et de poursuivre les crimes génocidaires déjà commis; elle doit aussi permettre de prévenir tout risque de génocide contre des minorités culturelles, religieuses ou linguistiques dans le futur. C'est pourtant le cas au Myanmar; c'est ce qu'il se passe avec cette communauté rohingya. Il est de notre devoir légal d'agir en référence à la CPRCG.

 

J'aimerais féliciter encore une fois l'initiative de notre collègue de Vooruit et je suis très fier des amendements que nous avons pu déposer concernant ce texte, car pour la première fois, nous demandons à la Belgique de se joindre à l'action intentée par la Gambie devant la Cour internationale de Justice de La Haye contre le Myanmar. Il est important de le dire. Aujourd'hui, en votant ce texte, non seulement nous condamnons ce qui se passe, mais en plus, nous prenons notre responsabilité comme pays d'aller à La Haye pour poursuivre les crimes de génocide, aujourd'hui en cours contre cette minorité.

 

Je pense vraiment que faire ce pas est une bonne chose. Aujourd'hui, j'espère que nous adopterons ce texte à l'unanimité. Je rappelle que ce n'était pas le cas en commission. Nous devions faire face à l'abstention assez honteuse d'un groupe politique. Devant de tels massacres contre des civils, je suis désolé, mais il n'y a plus de partis politiques, plus de lignes qui tiennent. On se bat contre les mêmes massacres, les mêmes crimes de guerre, le même génocide. Pour la dignité humaine, nous devons nous rassembler. J'espère, chers collègues, que cette fois-ci sera la bonne, et que nous voterons à l'unanimité un texte maintenant la pression sur le Myanmar, qui sanctionne les auteurs d'atrocités et qui encourage le retour à la démocratie là-bas.

 

11.03  Malik Ben Achour (PS): Madame la présidente, chers collègues, le 1er février dernier, la Birmanie subissait un nouveau coup d'État qui a suscité la révolte de la population birmane. Depuis lors, la contestation se poursuit ainsi que la répression qui s'abat sur le mouvement et qui ne faiblit pas. Elle s'est même accentuée au fil des semaines. Le bilan global des victimes s'élève désormais à plus de 750 tués selon les données actualisées de l'association d'assistance aux prisonniers politiques, victimes parmi lesquelles on dénombre une cinquantaine d'enfants.

 

Le 27 mars fut la journée la plus meurtrière avec 141 morts. Les tensions entre les militaires et certains groupes armés se sont gravement intensifiés depuis le putsch.

 

La KNU (Union nationale karen), située dans le Sud du pays, particulièrement virulente contre la junte, assure abriter sur le territoire qu'elle contrôle au moins 2 000 opposants au coup d'État qui ont fui les villes du pays. Elle a d'ailleurs annoncé ce mardi avoir pris une base de l'armée près de la frontière thaïlandaise. L'armée aurait immédiatement répliqué par des raids aériens, provoquant le déplacement de milliers de civils. Le bilan est désormais très lourd et il faut également tenir compte du déplacement de quelque 250 000 personnes.

 

D'aucuns n'hésitent plus à rapprocher la situation birmane de celle de la Syrie en 2011. C'est en ce sens que Michelle Bachelet, la Haute-Commissaire des Nations Unies aux droits de l'homme, s'est exprimée il y a moins de deux semaines. Elle disait: "Il y a des échos clairs de la Syrie en 2011. Là aussi, nous avons vu des manifestations pacifiques accueillies par une force inutile et clairement disproportionnée. La répression brutale et persistante de l'État à l'encontre de son propre peuple a conduit certains individus à prendre les armes, suivis d'une spirale de violence dans tout le pays".

 

Or, si la tension médiatique est portée très justement sur ces événements, elle ne doit pas non plus faire oublier la situation vécue par les Rohingyas depuis plus longtemps. Si celle-ci était déjà dramatique avant le coup d'État, il est à craindre qu'elle ne s'aggrave d'autant plus. Actuellement, peu d'éléments filtrent sur ce sujet.

 

Je rappelle qu'en 2017, quelque 750 000 Rohingyas avaient déjà fui une répression militaire qualifiée de génocide par les Nations Unies pour se réfugier, dans des conditions dramatiques, au Bangladesh. Ce précédent doit nous inciter à la plus grande vigilance.

 

Au total, plus de 900 000 réfugiés rohingyas vivent aujourd'hui au Bangladesh, le plus souvent dans des camps où leurs conditions de vie ne cessent de se dégrader. Ce 22 mars, un important incendie a eu lieu dans le camp de Cox's Bazar au Bangladesh faisant onze morts, avec 10 000 familles (soit 45 000 personnes) qui se retrouvent sans abri.

 

C'est sensible à cet aspect spécifique que mon groupe a décidé de cosigner le texte qui nous est présenté aujourd'hui et que je soutiens avec force et conviction.

 

Chers collègues, depuis le début de la crise, la Belgique a soutenu les initiatives internationales qui allaient dans le sens de la résolution du conflit. Elle doit toutefois agir beaucoup plus spécifiquement encore concernant le sort des Rohingyas, en intensifiant la pression dans les enceintes internationales et européennes.

 

Selon le texte que nous sommes amenés à voter aujourd'hui, il faut, en priorité, saisir officiellement la Cour internationale de Justice. C'est indispensable. C'est pourquoi la Belgique doit peser de tout son poids pour soutenir et faciliter l'action en justice intentée par la Gambie contre le Myanmar devant cette Cour. Elle doit également jouer un rôle important en exhortant le Conseil de sécurité des Nations Unies à mettre en place un embargo généralisé sur les armes à l'égard du Myanmar et à adopter des sanctions ciblées contre les personnes physiques et morales qui semblent être responsables de graves violations des droits humains.

 

Mon collègue, Samuel Cogolati, a rappelé, tout à l'heure, l'abstention indigne d'un groupe politique sur ce texte. Pour ce qui me concerne, ce qui m'a particulièrement choqué, c'est l'abstention sur précisément cette partie du texte visant la mise en place d'un embargo sur les armes. L'indignité est parfois sans limite!

 

Chers collègues, la Belgique sortira grandie de ses prises de position fortes et du soutien qu'elle apporte aux minorités rohingyas qui sont victimes d'atrocités souvent occultées, mises sous silence depuis des années par la junte birmane. C'est en agissant ainsi qu'elle se positionnera plus encore parmi les pays qui comptent vraiment sur la scène internationale.

 

11.04  Michel De Maegd (MR): Madame la présidente, chers collègues, comme vous le savez, le Myanmar traverse aujourd'hui une situation politique chaotique. Le coup d'État de février fait suite à d'autres coups d'État, tandis que la répression s'exerce dans le fer et le sang. La population civile réclame une légitime liberté politique, alors que les emprisonnements politiques se répètent, que des leaders de l'opposition sont assassinés et que les violences intérieures soulignent les fractures ethniques de la société birmane.

 

Moi-même, voici 11 ans, j'ai pu prendre la mesure de cette réalité intolérable dans le Myanmar, alors exclusivement cadenassé par le pouvoir militaire, avant l'ouverture - bien trop éphémère - et la dangereuse régression à laquelle nous assistons en ce moment.

 

Désormais, les manifestations monstres se succèdent et sont réprimées avec une violence extrême. À l'heure actuelle, plus de 700 personnes ont été tuées, parmi lesquelles de nombreux étudiants et enfants, sans compter les centaines de disparus. Selon les informations qui nous parviennent, plusieurs centaines de soldats et policiers ont déserté pour ne pas tirer sur les manifestants. Beaucoup ont trouvé un asile en Inde, dans l'État du Mizoram.

 

Ajoutons à ce tableau peu reluisant la prédation militaire sur les richesses du pays, de même que le rôle immobile et néfaste de la Chine qui peine à tolérer un État démocratique et indépendant au regard de ses propres orientations politiques.

 

Bien sûr, comment parler de ce pays sans évoquer le sort réservé aux Rohingyas, minorité musulmane contre laquelle une violence inouïe a été déployée tant par les juntes que par le pouvoir civil? L'accession au pouvoir d'Aung San Suu Kyi en 2012 avait fait naître l'espoir de voir leur situation enfin s'améliorer. Elle avait ainsi affirmé que son pays ne pourrait devenir un État de droit démocratique si toutes ses minorités ethniques n'étaient pas respectées. Or nous savons tous que la réalité a malheureusement été tout autre.

 

Aujourd'hui, selon les Nations Unies, ce sont près d'un million de Rohingyas qui séjournent dans les camps de réfugiés au Bangladesh, sans compter les centaines de milliers qui ont abandonné leur foyer pour rejoindre d'autres pays. Ils ont fui une situation intolérable et inacceptable, des actes atroces qui ont amené en 2018 la Mission internationale indépendante d'établissement des faits de l'ONU à conclure qu'ils étaient menacés de génocide, comme l'indiquait mon collègue d'Ecolo.

 

Au Myanmar, les Rohingyas constituent la plus grande minorité ethnique et religieuse musulmane sunnite. Pourtant, ils ne sont pas reconnus comme l'une des 135 minorités du pays, mais toujours considérés comme des migrants illégaux par le gouvernement central. Depuis des décennies, ils subissent de graves violations des droits humains. Pire, depuis 1962, des lois sont en vigueur pour leur rendre la vie impossible et les inciter à quitter le pays. Cette pratique est qualifiée en droit international de "nettoyage ethnique". Les Rohingyas sont donc désormais apatrides et privés de leurs droits civils. De plus, ils ne bénéficient d'aucun accès aux services de première nécessité et aux services hospitaliers.

 

En 2016, l'armée du Myanmar a déclenché une vaste opération contre eux dans l'État de Rakhine qui s'est traduite par des exécutions, des viols, des destructions de villages entiers et j'en passe. Des politiques de limitation des mariages et des naissances sont également appliquées. Cela a mené à l'exode massif de la population dont je vous parlais en introduction.

 

En janvier 2020, la Cour internationale de Justice a décidé, dans une ordonnance, que le Myanmar devait prendre immédiatement des mesures afin de protéger les Rohingyas et de conserver les preuves des crimes commis à leur encontre. Depuis, ces actes atroces se poursuivent. Cette situation pose clairement, chers collègues, la question de la responsabilité de Aung San Suu Kyi elle-même. Il faut néanmoins garder à l'esprit que l'étendue de ses pouvoirs réels en Birmanie nécessite une analyse prudente. En dépit des condamnations extrêmement virulentes de la communauté internationale, elle a essayé de faire prévaloir la voie de la négociation qu'elle avait entamée, on ne le dit pas suffisamment, en établissant le Comité consultatif pour l'Arakan confié à Kofi Annan en août 2016. L'ensemble de ces éléments sont connus de la communauté internationale qui peine à accompagner ce pays sur le chemin d'un destin apaisé, le chemin d'une réconciliation qui ne mettrait pas de côté les responsabilités des uns et des autres dans les violences du passé.

 

Chers collègues, nous connaissons les faits. L'armée birmane est revenue à ses pratiques coercitives et intrusives dans la vie politique du pays et en posant un ultimatum au gouvernement civil. Elle exigeait de la Commission électorale de publier les listes électorales à des fins de vérification. Face à l'indignation des citoyens et au refus du gouvernement civil, l'armée a réagi et a repris le pouvoir le 1er février, comme en 1962 ou en 1990. Défend-elle les intérêts du pays, son unité, la protection du territoire et la sauvegarde de la population contre un ennemi extérieur? Non. Elle veut conserver ses acquis, son rôle économique et politique. Elle prétend incarner l'intérêt national. Comme toute junte militaire, elle prétend que le pays est au bord de l'anarchie et qu'une nouvelle fois, elle va le sauver. Or, la Ligue nationale pour la démocratie (LND) a gagné les élections de novembre 2020 et ses intentions claires étaient de modifier la Constitution afin de poursuivre la démocratisation du pays, ce qui va bien sûr à l'encontre des intérêts de l'armée. Celle-ci a donc interrompu ce processus politique.

 

Madame la présidente, ce sont là les faits. Ils sont hélas récurrents en Birmanie où le pouvoir civil tente en vain de conquérir l'espace politique, pouvoir confisqué par l'armée qui, si on est un défenseur de la démocratie libérale, n'a pas de rôle politique ni économique à jouer.

 

On voit ce combat libéral se dérouler dans d'autres pays, comme en Égypte, par exemple.

 

Face à cette situation, que pouvons-nous faire? D'abord, il faut réclamer à nouveau la libération de Aung San Suu Kyi et lui permettre de poursuivre et d'achever la réconciliation nationale et donner un horizon d'avenir prometteur aux Birmans. Je rappelle ses mots lors de son discours à la pagode Shwedagon de Rangoun en août 1988 qui avaient eu un effet incroyable. Elle disait: "N'ayez pas peur! Relevez la tête!" Sa carrière politique était lancée et, à partir de ce jour, elle est devenue la bête noire de l'armée et l'idole des foules.

 

Ensuite, il faut la soutenir, elle et son parti, sans attendre des miracles. Elle a certes un statut d'icône mais elle est confrontée à d'innombrables contraintes internes face à l'armée et à des groupes armés séparatistes ou autonomistes et face à des puissances étrangères. Il faut remettre la question des Rohingyas au centre de notre attention, eux qui sont victimes d'une double indifférence en tant qu'Arakanais et en tant que musulmans.

 

Le Comité consultatif pour l'Arakan avait rendu son rapport en 2017. Ce rapport fut enterré par l'armée en septembre 2017 à travers le début de ses exactions pour noyer dans l'infamie les solutions préconisées.

 

Nous devons faire tout ce qui est en notre pouvoir pour continuer à aider les manifestants par le biais d'ONG. C'est véritablement un mouvement dont on doit célébrer, autant qu'Aung San Suu Kyi, le courage, la détermination et l'audace.

 

Pouvons-nous discuter de ce sujet avec la Chine? J'ai un doute. La Chine a une position ambivalente avec la Birmanie. Elle doit bien s'entendre avec le gouvernement en place, qu'il soit civil ou militaire, pour des raisons économiques. Elle veille au bon déroulement des routes de la soie. Elle est le premier partenaire commercial de la Birmanie. Avec 33 % des échanges avec ce pays, elle est l'un des premiers investisseurs en termes d'infrastructures tant portuaires, ferroviaires qu'électriques.

 

Elle a également des intérêts sécuritaires car elle considère le pays comme un espace-clé à la fois pour parer la menace indienne et projeter ses forces dans l'Océan Indien.

 

Ce que veulent les Chinois, chers collègues, c'est tout simplement de la stabilité mais une stabilité qui est neutre politiquement, qu'elle soit civile ou militaire. Et l'armée birmane n'apprécie pas l'emprise des Chinois sur son territoire.

 

En conclusion, chers collègues, face au manque relatif d'effets politiques des sanctions, même si elles sont une arme parmi d'autres, il faut trouver d'autres solutions.

 

Je salue la position de notre ministre des Affaires étrangères, Sophie Wilmès, qui soutient les initiatives de l'Association des nations de l'Asie du Sud-Est (ANASE) et de ses membres les plus actifs, l'Indonésie, notamment, pour faire passer des messages. Nous devons être conscients que ce qui se joue au Myanmar est une nouvelle confrontation idéologique entre États autoritaires et États libéraux dans laquelle nous devons nous investir comme dans d'autres pays où nous soutenons le même combat.

 

Chers collègues, vous l'avez compris, mon groupe soutiendra donc cette résolution que je suis heureux de cosigner. Nous devrons rester saisis de cette question. Je vous remercie de votre attention.

 

11.05  Els Van Hoof (CD&V): Mevrouw de voorzitster, er is door de collega's al veel gezegd, en ik ga de feiten niet herhalen die zij al beschreven hebben. Degenen die misdaden hebben gepleegd, gaan tot op vandaag vrijuit en blijven gruwelijke misdaden plegen. Het gaat vooral om de daden van het Myanmarese leger tegenover de Rohingya, de bevolking waarvoor deze resolutie oorspronkelijk was opgesteld. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN schuwt evenmin de zware woorden en spreekt over genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die het leger tegen de Rohingyabevolking pleegt.

 

Het krachtige signaal dat we vandaag geven, is eerder al gegeven door het Europees Parlement, dat ook spreekt over moorden, intimidatie, verkrachting en vernieling van eigendommen. Deze resolutie is opgesteld in een onverdachte periode, maar intussen heeft Myanmar in de boosheid volhard en is het zelfs nog verder gegaan. Het is tijd om opnieuw een krachtig signaal te geven en de mensenrechtenschendingen die vandaag plaatshebben, krachtig te veroordelen en daarbij de zware woorden niet te schuwen. Dat heeft ook het Internationaal Strafhof reeds gedaan, en ook diverse instanties van de VN spreken over een "massamoord tegen de eigen bevolking".

 

Niets moet ons dus beletten om dat even duidelijk te stellen, en het is dus verwonderlijk dat we daar niet unaniem over kunnen zijn. Ook voor het Internationaal Strafhof moeten we niet twee maten en gewichten hanteren: niét aanvaarden wat ze hierover zeggen, maar wel aanvaarden wat ze over Palestina zeggen. Ik roep dus ook de collega's van de PVDA op om samen een krachtig signaal te geven, en geen twee maten en gewichten te hanteren: de signalen en rapporten zijn bijzonder duidelijk, en ik zie niet in waarom we die zouden betwisten.

 

Daarom roep ik ertoe op deze resolutie unaniem goed te keuren. De bevolking van Myanmar lijdt en zegt: wij strijden voor onze eigen vrijheid, voor onze eigen democratie en stellen daarvoor ons leven in de waagschaal. Daarom vraag ik dat dit halfrond unaniem aan het leger van Myanmar het signaal geeft dat het geweld moet stoppen en dat er gerechtigheid moet geschieden, ook ten aanzien van de Rohingyabevolking.

 

11.06  Steven De Vuyst (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, ik ben een beetje verrast door alle voorgaande interventies van de collega's, want – het zal u misschien verbazen, en dat is op zich al eigenaardig – wij gaan het voorliggende voorstel van resolutie steunen. De resolutie zal dus unaniem worden goedgekeurd.

 

Ik verklaar mij nader. In uw interventies wordt niet vermeld dat een hele resem amendementen werd ingediend toen de resolutie werd besproken in de commissie, waardoor de resolutie volledig getransformeerd werd, natuurlijk in het licht van de recente politieke actualiteit en de urgentie, die wij ook erkennen. Op niet minder dan tien minuten tijd hebben wij alle amendementen moeten analyseren vanuit de argumentatie dat er inderdaad urgentie is. Wij dachten dat het voorstel op de eerstvolgende plenaire vergadering zou worden aangenomen. Het argument was immers dat wij heel snel moesten handelen, maar er is gewacht tot na de paasvakantie om de resolutie te agenderen.

 

Ik vind die manier van werken niet ernstig. Binnen de meerderheid kunnen de zaken op elkaar worden afgestemd en afgesproken. Tijdens de commissievergaderingen werden een hele reeks amendementen ingediend met als argument dat het voorstel zo snel mogelijk door de plenaire vergadering moest worden gejaagd. Voor ons is dat een redelijk argument, maar dan kunt u ons ook niet verwijten dat wij enige reserves hebben bij een aantal formuleringen in de ingediende amendementen, bijvoorbeeld de verzoeken tot bijkomende sancties ten aanzien van Myanmar. Sta mij toe dat wij daar enkele reserves bij hebben.

 

Eerst en vooral wil ik verduidelijken dat wij de militaire staatsgreep en de repressie die er sindsdien is geweest, veroordelen en dat wij bekommerd zijn om het lot van de Rohingya. Wij erkennen dat de Rohingya systematisch worden onderdrukt, daarom zullen wij de resolutie ook steunen, maar wij hebben reserves bij het middel van de economische sancties, omdat extra economische sancties die een land worden opgelegd heel vaak het leed van de bevolking verergeren, terwijl wij dat net willen verminderen. Economische sancties kunnen er vaak toe leiden dat een conflict verscherpt en polariseert en dat de slachtoffers ervan om wiens lot wij bekommerd zijn, nog slechter af zijn dan in het begin.

 

Om die reden hadden wij reserves en hebben wij ons onthouden. Alle andere verzoeken, consideransen, hebben wij mee goedgekeurd. Wij zullen ook in deze plenaire vergadering voor deze resolutie stemmen.

 

Wij veroordelen immers die coup en ook het aanhoudend geweld sindsdien. Wij zijn ook van mening dat het conflict intern moet worden opgelost. Wij verzoeken ook om de toevlucht te nemen tot dialoog en tot vreedzame oplossingen, waaronder diplomatieke oplossingen, zoals de huidige via ASEAN, de regionale organisatie die ook de landen uit de omgeving heeft samengebracht. Er is ook al een politieke dialoog tot stand gekomen. De buurlanden van Myanmar zijn in die regio-organisatie verenigd en er zijn ondertussen al resultaten geboekt. Het leger van Myanmar, de Tatmadaw, heeft momenteel ingestemd met een vijfpuntenplan om het geweld te beëindigen en het conflict op te lossen. Zulke zaken moeten wij eveneens kans op ontwikkeling geven, zonder dat er collateral damage wordt veroorzaakt, zonder dat de bevolking wordt geraakt. Alle mogelijke onderhandelingspogingen moeten wij kansen geven.

 

Wij weten immers dat economische sancties, bedoeld om het regime te treffen, vooral de bevolking keihard raken. Dat kan ik afleiden uit bijvoorbeeld antwoorden van minister Wilmès in de commissie en de situatie in Syrië. Ironisch genoeg leiden sancties er soms toe dat diegenen die men wil treffen, sterker in het zadel komen te zitten.

 

Nogmaals, wij zullen deze resolutie steunen, ondanks onze reserves bij de amendementen die tijdens de commissievergadering heel snel werden ingediend.

 

11.07  Marianne Verhaert (Open Vld): Mevrouw de voorzitster, collega's, culturele diversiteit kenmerkt Myanmar. De culturele symbiose creëert een sfeer waarin verschillende culturen, talen en historische wortels samensmelten, maar ook met elkaar in conflict komen. De Rohingya worden momenteel wereldwijd erkend als de meest vervolgde minderheid. Vervolgd door het leger in Myanmar en ongewenst in de omringende landen heeft die minderheid helemaal geen toekomstperspectief.

 

De politieke overwinning van Aung San Suu Kyi in 2012 bracht de hoop dat er eindelijk een einde zou komen aan de gruwelijke mensenrechtenschendingen. In een interview tijdens haar huisarrest stelde ze dat Myanmar enkel en alleen kan uitgroeien tot een democratische rechtsstaat indien alle etnische minderheden in het land worden gerespecteerd.

 

Het veelbelovende vooruitzicht met de hoop dat democratie, mensenrechten, rechtvaardigheid en vrijheid zouden floreren na haar overwinning werd ten aanzien van de Rohingya niet bewaarheid.

 

Het onderzoeksrapport van de VN Fact-Finding Mission besloot op 18 september 2018 dat de Rohingya met genocide bedreigd worden. Ook het Internationaal Gerechtshof in Den Haag kwam tot die conclusie en riep op 23 januari 2020 op om onmiddellijk alle maatregelen te nemen om de Rohingya te beschermen en bewijzen veilig te stellen. We moeten echter realistisch zijn, de militaire staatsgreep en de terugkeer van de militaire junta maken dat zo goed als onmogelijk.

 

Beste collega's, ik wil u namen mijn fractie vragen om stil te staan bij de beelden die ons uit Myanmar bereiken. We krijgen beelden te zien van het leger dat onschuldige burgers in de rug schiet en horen verhalen over de moord van onschuldige kinderen. Gisteren nog werd er hevig gevochten tussen het leger en betogers in de westelijke staat Chin. Het geweld escaleert en het leger schuwt het gebruik van zwaar materieel niet. Als we spreken van misdaden gepleegd tegen de Rohingya, dan mag men niet vergeten dat hetzelfde leger nu de hele burgerbevolking onderdrukt door de terugkeer van een militaire dictatuur en we weten allemaal tot wat het leger in Myanmar in staat is.

 

Het voorstel van resolutie dat ik samen met collega Liekens en mevrouw Reynaert heb voorbereid, vraagt verschillende heel concrete acties. De VN spreken van massamoorden en ook de Europese Unie veroordeelt de misdaden met klem. Dat is echter niet voldoende. Houd het alstublieft niet bij verklaringen; daarmee redden we de mensen in Myanmar niet. Zet alles op alles om de burgerbevolking in Myanmar, ook de Rohingya, daadwerkelijk te helpen.

 

Onze fractie zal het voorstel van resolutie alvast unaniem en met overtuiging steunen. Uit verschillende uiteenzettingen heb ik kunnen afleiden dat ook alle andere fracties dat zullen doen. Daarvoor wil ik u uiteraard graag danken.

 

11.08  Vicky Reynaert (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, beste collega's, ik heb samen met de collega's Goedele Liekens en Marianne Verhaert op 11 januari 2021 dit voorstel tot resolutie ingediend. De collega's hebben uitgebreid geschetst waarover het gaat. De resolutie zelf valt uiteen in twee delen. Het ene deel gaat over de Rohingya die met genocide worden bedreigd. Het andere deel gaat over de recente staatsgreep en de gevolgen. Ik neem even de tijd om het belang van de resolutie inzake beide delen te duiden.

 

Eerst en vooral wat de Rohingya betreft. Vanaf einde 2016 ontketende het Myanmarese leger een grootschalige militaire operatie tegen de Rohingya en de deelstaat Rakhine. Daarbij werden de leden van de Rohingyaminderheid geëxecuteerd en verkracht, werden dorpen platgebrand en werden de Rohingya verjaagd naar buurland Bangladesh. De Verenigde Naties hebben daarop een fact-finding mission naar Myanmar gestuurd. Het rapport van de fact-finding mission stelde dat de Rohingya met genocide worden bedreigd. Vervolgens heeft Gambia op 11 november 2019 een rechtszaak aangespannen tegen Myanmar bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Op 23 januari 2020 oordeelde datzelfde Internationaal Gerechtshof in een beschikking betreffende voorlopige maatregelen unaniem dat Myanmar onmiddellijk maatregelen diende te nemen om de Rohingya te beschermen. Volgens die 17 rechters lopen de Rohingya een aanzienlijk risico om slachtoffer te worden van een genocide.

 

Beste collega's, een onafhankelijk onderzoeksteam heeft vastgesteld dat er een dreiging is met genocide. Er is de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof dat de Rohingya slachtoffer dreigen te worden van genocide. Die vaststellingen en beschikkingen zijn zeer belangrijk. Ze zijn afkomstig van een internationale organisatie die een onafhankelijk onderzoek heeft gevoerd en er is een internationale rechtbank die een voorlopige uitspraak heeft gedaan. We hebben dus een objectieve basis om beleid te voeren en dat is ook voor onze fractie van belang. Die vaststelling en beschikkingen zijn belangrijk, maar dan moet er uiteraard ook worden opgetreden. Het mag niet blijven bij het symbolisch veroordelen van die mensenrechtenschendingen. Het is belangrijk dat wij dit doen, zeker als Parlement, maar het mag daar niet bij blijven. Het kan niet het enige zijn dat wij doen in het kader van het Belgisch buitenlands beleid. Wij stellen bovendien vast dat tot op de dag van vandaag degenen die de misdaden hebben gepleegd, vrijuit gaan. De misdaden blijven gewoon plaatsvinden.

 

Wij hadden een resolutie geschreven en voorgesteld, waarbij we internationale steun wilden vergaren voor deze zaak om ook tot een daadwerkelijke strafvervolging te komen.

 

De verzoeken aan de regering bestaan uit twee delen. Ten eerste, een veroordeling van de mensenrechtenschendingen met het verzoek om daartegen op te treden via de Europese en internationale fora en bij Myanmar zelf. Ten tweede, het verzoek om het internationale recht te ondersteunen. Het gaat dan om het ondersteunen van de voorlopige maatregelen, opgelegd door de beschikking. Wij vragen ook om de zaak van Gambia te ondersteunen in de aanloop naar een definitieve uitspraak en om op internationaal niveau te pleiten voor de oprichting van een hybride straftribunaal om concreet gevolg te geven aan de beschikking van het Internationaal Gerechtshof.

 

Beste collega's, dat wil ook zeggen dat deze resolutie de regering verzoekt om namens België tussenbeide te komen in de zaak zelf voor het Internationaal Gerechtshof aan de zijde van Gambia net zoals Nederland en Canada dat doen.

 

Door dat te doen speelt België in een zeer concrete zaak een voortrekkersrol op het vlak van mensenrechtenschendingen, zeker als het gaat om de bescherming van minderheden die volgens een internationaal onafhankelijk onderzoek een risico te lopen om het slachtoffer van genocide te worden.

 

Wij hadden de resolutie halfweg januari 2021 ingediend, maar amper twee weken later werd al aangetoond hoe prangend de problematiek in Myanmar eigenlijk is omdat het leger, dat ook de hoofdverantwoordelijke is voor de genocide op de Rohingya, op 1 februari een staatsgreep heeft gepleegd.

 

Het Myanmarese leger schiet op zijn eigen bevolking dat massaal protesteert tegen de staatsgreep. Er zijn al meer dan 750 doden gevallen, waaronder ook kinderen.

 

De resolutie vraagt daarom ook dat de Kamer de staatsgreep en vooral het geweld tegen de bevolking veroordeelt. Het verzoekt de regering om hetzelfde te doen, maar het vraagt de regering ook om de Europese Unie en de VN te pleiten voor bijkomende sancties.

 

Over die sancties ging de discussie in de commissie. Ik licht toe om welke sancties het gaat.

 

Het gaat om individuele, rechtstreekse sancties tegen militairen die betrokken zijn bij de staatsgreep en de etnische zuiveringen van de Rohingya, onder de Europese Magnitskywet die eind vorig jaar werd ontwikkeld. Deze sancties zijn gericht tegen individuen, maar niet tegen een land of een sector. Dat houdt in dat deze mensen niet kunnen reizen naar de Europese Unie, dat ze ook geen geld kunnen parkeren in de lidstaten van de Europese Unie en dat hun bestaande tegoeden worden bevroren.

 

EU-burgers en bedrijven mogen ook geen financiering ter beschikking stellen van personen en entiteiten waartegen de sancties gelden. De enige personen die daar hinder van ondervinden, zijn de militairen zelf.

 

Het gaat, ten tweede, echter ook om gerichte sancties tegen de economische entiteiten die in handen zijn van de militaire junta.

 

Collega's van de PVDA, dat zijn bijvoorbeeld de bedrijven die handelen in robijnen.

 

Die militaire conglomeraten zijn de financiële levensaders van de militairen. De opbrengst ervan wordt gebruikt om wapens aan te kopen en om kinderen en de eigen bevolking te doden.

 

Als wij handel blijven drijven met die bedrijven, zorgen wij ervoor dat de inkomsten voor die bedrijven op peil blijven en financieren wij onrechtstreeks de massamoord op de eigen bevolking. Op dat vlak moeten wij onze verantwoordelijkheid nemen.

 

Ik wijs er u ook op dat de bevolking van Myanmar blijvend bereid is om te staken, ook al brengt dat de economie ernstige schade toe. Zij hebben immers helemaal niets aan de opbrengsten van de bedrijven die in handen zijn van de militairen, want die middelen worden niet ingezet om de arbeiders een beter loon te bezorgen of om veilige arbeidsomstandigheden te creëren. Integendeel, de winsten worden gebruikt om hun eigen kinderen te vermoorden.

 

Daar zullen wij niet aan meedoen. Daarom hebben wij in de resolutie gepleit voor bijkomende sancties.

 

De resolutie werd inderdaad vóór de paasvakantie goedgekeurd in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen omdat ook op Europees niveau een debat aan de gang was in de Raad van de Europese Unie. De Raad heeft ondertussen begin vorige week bijkomende sancties opgelegd aan tien personen en twee ondernemingen die worden gecontroleerd door de militaire junta.

 

Ik ben blij dat de Kamer unaniem de resolutie zal goedkeuren en dat de positie dus is gewijzigd. Ik wil alle leden danken voor hun steun.

 

11.09  François De Smet (DéFI): Madame la présidente, chers collègues, la situation humanitaire au Myanmar est tout simplement catastrophique. Selon les rapports des Nations Unies, environ 909 000 Rohingyas séjournent dans des camps de réfugiés au Bangladesh. Pourtant, encore aujourd'hui, des Rohingyas se font rapatrier au Myanmar, bien que leur destin y soit des plus incertains.

 

Il est désolant de constater également que l'armée du Myanmar semble partir du principe qu'elle bénéficie d'une impunité totale pour les nombreux crimes qu'elle commet. Un autre aspect inquiétant est l'état de l'économie de ce pays pratiquement à genoux. Le prix des denrées alimentaires augmente considérablement et les opérations humanitaires elles-mêmes sont compromises.

 

Et pourtant, pendant ce temps-là, la communauté internationale semble figée. Plusieurs organisations non gouvernementales parlent même d'un échec de la communauté internationale à agir et à amener les responsables devant les tribunaux internationaux. Ce seul point, chers collègues, justifie notre intervention aujourd'hui.

 

Rappelons-le, plusieurs pays ont, de par leur compétence universelle, la possibilité d'enquêter sur toutes les personnes qui peuvent raisonnablement être soupçonnées d'avoir commis des crimes contre l'humanité, des crimes de guerre ou d'autres crimes de droit international. À la vue d'un tel échec, cette proposition de résolution est sans aucun doute une nécessité. En effet, il est de notre devoir de parlementaire de rappeler au gouvernement, mais aussi au monde, que nous défendons les droits humains, et que nous fustigeons au plus haut point tout crime contre l'humanité ainsi que tout crime susceptible d'être qualifié à cet égard de génocide.

 

Nous soutenons tout particulièrement la demande faite au gouvernement de préconiser, en droit international, la création d'un tribunal pénal hybride permettant de mettre en œuvre l'ordonnance de la Cour internationale de Justice. C'est pourquoi, chers collègues, madame la présidente, sans ambiguïté, nous soutiendrons évidemment ce texte.

 

La présidente:

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion est close.

De bespreking is gesloten.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Le vote sur la proposition aura lieu ultérieurement.

De stemming over het voorstel zal later plaatsvinden.

 

12 Proposition de loi modifiant la loi du 15 mai 2014 portant exécution du pacte de compétitivité, d'emploi et de relance, en ce qui concerne la prolongation unique de la période d'application des zones d'aide (1942/1-3)

12 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, betreffende de eenmalige verlenging van de toepassingsperiode van de steunzones (1942/1-3)

 

Proposition déposée par:

Voorstel ingediend door:

 

Steven Matheï, Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Cécile Cornet, Patrick Dewael, Joris Vandenbroucke, Dieter Vanbesien, Servais Verherstraeten.

Discussion générale

Algemene bespreking

 

La discussion générale est ouverte.

De algemene bespreking is geopend.

 

12.01  Christian Leysen, rapporteur: Collega's, mij is gevraagd mondeling verslag uit te brengen over de bespreking van het wetsvoorstel nr. 1942, betreffende de eenmalige verlenging van de toepassingsperiode van de steunzones.

 

In zijn toelichting herinnerde de heer Matheï eraan dat bedrijven die investeren in een afgebakende steunzone, een zone in een straal van 40 kilometer rond Genk, Turnhout en Vilvoorde in Vlaanderen en rond Seraing, Sambreville, Charleroi en Frameries in Wallonië, een vrijstelling van 25 % van de bedrijfsvoorheffing kunnen verkrijgen. Dat betekent ongeveer 4 tot 5% van de loonkosten.

 

De volksvertegenwoordigers Vermeersch, Van Hees, Piedboeuf, Matheï en Marghem voerden tijdens de bespreking gisteren het woord. Zij hadden het onder andere over de ietwat krappe timing en de werkwijze voor de bespreking van het wetsvoorstel, dat eerst als amendement was ingediend op het wetsontwerp houdende diverse financiële bepalingen. U zult die opmerkingen ongetwijfeld al in het voorlopig verslag kunnen terugvinden.

 

Een lid had kritiek op de verlenging van de maatregel zonder dat men een grondige evaluatie en spending review had afgewacht. Er werd ook gesproken over de wisselende stellingname in het dossier van de minister van Financiën en het risico op ongewenste neveneffecten. Men vroeg of de coronacrisis voldoende reden was om snel de maatregel te verlengen en men formuleerde opmerkingen in verband met het overleg met de gewesten, de historiek en de looptijd. Uiteindelijk werd het wetsvoorstel met dertien tegen een stem goedgekeurd.

 

Sta me toe nog twee bedenkingen te persoonlijke titel toe te voegen. Ten eerste, bij wetsvoorstellen is het niet verplicht de kostprijs te vragen. Ik heb dat ondertussen aangevraagd bij de staatssecretaris. De maatregel betekent 6 miljoen minder inkomsten voor de overheid, gespreid over de jaren 2021 tot 2024.

 

Ten tweede, het wordt ook langzaam tijd voor weer een gedegen en normaal procedureverloop, met grondige besprekingen. De staatssecretaris duidde ook al aan dat het goed is dat alle ministers maatregelen aan een spending review onderwerpen.

 

12.02  Annick Ponthier (VB): Ik dank de verslaggever voor zijn mondelinge verslag van de commissiewerkzaamheden, waarbij ik, voor alle duidelijkheid, gisteren niet aanwezig was, wel collega Vermeersch.

 

Mijnheer de minister, in een van uw eerste vergaderingen van deze legislatuur heb ik u in de commissie voor Financiën geïnterpelleerd over de verlenging van de regelgeving inzake de ontwrichte zones. Ik stond daarmee niet alleen. Ook de werkgeversorganisaties trokken toen al aan de alarmbel. Enkele jaren geleden werden Limburg en andere regio's erkend als ontwrichte zones. Dat had een aantal oorzaken. Wat Limburg betreft, had vooral de sluiting van Ford Genk een grote katalysatorfunctie. Die beslissing gold zoals gezegd niet enkel voor Limburg, maar ook voor andere regio's die op een gelijkaardige wijze getroffen zijn. Ik wil hier specifiek collega Van Lommel vermelden, omdat hij ter zake een lans brak voor de regio Kempen.

 

De beslissing hield een aanzienlijke verlaging van de loonkosten in, daar de bedrijven die gevestigd waren in de zone 25 % korting ontvingen op de bedrijfsheffing voor nieuwe aanwervingen.

 

U moet mij vergeven dat ik hier in het debat als Limburgse mijn regio specifiek vermeld. Door die maatregel werd namelijk maximaal ingezet op jobcreatie in Limburg. De maatregel loopt, zoals collega Leysen heeft gezegd, af op 30 april 2021, morgen dus.

 

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de werkgeversorganisaties in de herfst van vorig jaar al duidelijkheid vroegen, en snel. Immers, ondanks dat speciale statuut en ondanks alle inspanningen in het kader van de SALK-plannen blijft de economie in Limburg bijzonder conjunctuurgevoelig. Het behoeft dan ook geen betoog dat de coronacrisis niet heeft bijdragen aan een constante conjunctuurhausse.

 

Het was dus van groot belang dat de nieuwe regering ook na 2020 Limburg en de andere gelijkaardige getroffen regio's zou blijven ondersteunen. Wij moeten absoluut uit de crisis geraken en dus blijvend investeren in materieel en in mensen.

 

Dat de maatregel heeft gewerkt in het verleden, blijkt overigens uit het feit dat hij meer dan 5.000 jobs heeft opgeleverd. U hebt dat ook bevestigd in uw antwoord op mijn eerste interpellatie.

 

Bovendien moet ook worden gezegd dat de lopende maatregel veel te weinig bekend is bij de kmo's en bijgevolg passen kmo's met uitbreidings- of investeringsplannen de maatregel uit onwetendheid vaak niet toe. Ook dat is dus de nodige aandacht waard en het is daarom dat ik namens de Vlaams Belangfractie, zoals gezegd, reeds vorig jaar de regering ertoe heb willen aanzetten om de beslissing tot verlenging te nemen en bijkomend meer in te zetten op de bekendheid van de maatregel.

 

Bij de bespreking in de commissie hebben vele collega's onze vraag gesteund, ook collega's van de meerderheid, althans in woorden, want de motie van aanbeveling die onze fractie ter stemming voorlegde, werd door alle meerderheidspartijen weggestemd. Van een sterk signaal aan de werkgevers was er dus allerminst sprake. Het is dus pas nu, een dag voor het aflopen van de maatregel, dat men te elfder ure een wetsvoorstel voorlegt dat voorziet in de verlenging. De werkgevers en de ondernemingen, de kmo's, worden dus letterlijk tot de laatste dag in spanning gehouden en nu zet de meerderheid nog snel, in zeven haasten, de nodige wetgevende stappen.

 

Dit is Vivaldi op zijn best, zou ik zeggen, maar samen met mijn collega's wil ik toch aangeven dat ik die gang van zaken betreur. De ondernemers in de getroffen regio's verdienen namelijk beter. Zij hebben het hard te verduren en zij verdienen duidelijkheid. Gelukkig heeft het voortschrijdend inzicht ter zake gezegevierd. Wij zullen het wetsvoorstel straks dan ook graag goedkeuren.

 

12.03  Steven Matheï (CD&V): Mevrouw de voorzitster, ook mijn dank aan de rapporteur voor het mondelinge verslag van de werkzaamheden van gisteren.

 

Het voorliggende voorstel is heel belangrijk, het verlengt de regeling inzake de zogenaamde steunzones. Die steunzones zijn er niet zomaar gekomen. Zij bevinden zich op een aantal plaatsen in Wallonië en in Vlaanderen, in de Kempen, in Zaventem-Vilvoorde en natuurlijk ook – last but not least wat mij betreft – in Limburg. De steunzones hebben een bepaalde oorsprong, het zijn namelijk allemaal regio's waar de bedrijven op de ene of andere manier economisch zeer zwaar getroffen zijn geweest, met een verlies van arbeidsplaatsen als gevolg. De regeling inzake de steunzones zorgt ervoor dat de jobmotor weer aan kan slaan, dat bedrijven gestimuleerd worden om arbeidsplaatsen te creëren en mensen aan te werven.

 

Als wij de cijfers bekijken, zien wij dat de maatregelen ook effect hebben gehad. In totaal werden 8.750 bijkomende arbeidsplaatsen in alle steunzones gecreëerd. Voor Limburg gaat het om meer dan 5.000 extra arbeidsplaatsen. De maatregel heeft dus effect op het terrein voor de bedrijven, maar ook voor de mensen die er wonen en uiteindelijk een job krijgen.

 

Door de coronapandemie is er natuurlijk een onverwachte rem gekomen op investeringen in de getroffen regio's door de bedrijven, net op het moment waarop de steunzones en de termijn ervan op hun einde lopen. Daarom is het perfect te verantwoorden om de termijn te verlengen met achttien maanden. Om dat te bewerkstelligen, is natuurlijk overleg nodig met de deelstaten. Dat is ook zo vastgelegd in de procedure. Dat betekent dat het overleg op het terrein ook effectief moet plaatsvinden, wat natuurlijk enige tijd vergt, om met alle deelstaten daarover overleg te kunnen plegen.

 

Het resultaat is dat vandaag dit belangrijke wetsvoorstel hier voorligt en dat effectief wordt voorgesteld de steunzones te  verlengen met achttien maanden. Dat geeft de bedrijven de kans om tijdens en ook na de coronapandemie extra arbeidsplaatsen te creëren op plaatsen waar dat nodig is en om op die manier te zorgen voor meer werkzekerheid voor de mensen op het terrein.

 

Op die manier kan de maatregel deels ook een aanzet zijn naar de relance. Tegelijkertijd geeft ze ook de mogelijkheid en de tijd om te bekijken wat er kan gebeuren, ook na die periode van achttien maanden. Misschien kan in het kader van het hele relanceverhaal, dat over ons land moet worden uitgerold, worden overwogen te bekijken wat nadien moet gebeuren.

 

Onze fractie zal het wetsvoorstel volmondig goedkeuren, omdat het een essentiële maatregel betreft voor de mensen en de bedrijven.

 

12.04  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Madame la présidente, monsieur Leysen, merci pour votre rapport oral, qui était assez succinct. C'est une qualité pour un rapporteur, c'est généralement ce qui lui est demandé. Mais peut-être n'avez-vous pas donné tous les arguments dans les détails. Je vais donc aller un peu plus loin que ce rapport oral.

 

En introduction, je vais revenir rapidement sur la genèse de cette proposition de loi, que M. Leysen a évoquée. Je pensais que la majorité avait opté pour une nouvelle culture politique. Or, en commission des Finances, nous avons malheureusement assisté à un nouvel épisode de la vieille culture politique. En effet, alors que nous traitions d'un projet de loi sur la lutte contre la fraude fiscale, le gouvernement a subitement introduit, via les députés de la majorité, un amendement contenant les mesures dont nous discutons ici. Ces mesures n'ont rien à voir avec la fraude fiscale, que du contraire. Qui plus est, il n'est pas passé par le Conseil d'État.

 

Il a fallu que je rappelle, à de multiples reprises, aux collègues en commission la teneur de l'article 90 du Règlement de la Chambre: "Chaque membre a le droit de présenter des amendements. Ceux-ci doivent s’appliquer effectivement à l’objet précis ou à l’article du projet ou de la proposition qu’ils tendent à modifier."

 

Nous n'étions clairement pas dans ce cas de figure. Il a donc fallu quelques palabres pour que la majorité accepte finalement de respecter le Règlement. Visiblement, il ne va pas de soi, dans ce Parlement, de respecter le Règlement. La majorité a retiré son amendement et l'a recyclé sous la forme, non d'un projet de loi, alors que cela émanait visiblement du gouvernement, mais sous la forme de la proposition de loi qui nous est soumise aujourd'hui. Elle ne passe, du coup, pas non plus par le Conseil d'État.

 

Cette proposition vise à prolonger de dix-huit mois la mesure relative aux zones d'aide. Les employeurs qui investissent dans ces zones d'aide sont dispensés de verser 25 % du précompte professionnel de leur personnel. J'ai six remarques – ou plutôt des critiques – à formuler à l'égard de cette proposition.

 

La première concerne l'opposition, qui n'est pas nouvelle, du PTB à l'égard des dispenses de versement de précompte professionnel. Qu'est-ce que cette bête? C'est ce que j'appelle du vol légal des impôts. En commission, il est vrai que certains membres du MR, tels que M. Piedboeuf et la présidente Mme Margehm, ont bondi en entendant cette expression "vol légal". Elle semble porter une contradiction entre ses termes. C'est en effet un paradoxe, que j'aime manier. Imaginez que l'on vote une loi à la Chambre qui autorise tout individu à prendre, s'il le désire, la bicyclette de son voisin. Si la loi dit cela, tout le monde dira que c'est du vol. Oui, mais du vol légal. Nous sommes ici dans le même cas de figure. Pourquoi? Parce qu'il s'agit de l'impôt du travailleur, que l'employeur est censé prélever à la source pour le verser au fisc. Tout le monde connaît cela. Il y a le salaire brut et le salaire net. La différence entre les deux est l'impôt que l'employeur prélève à la source pour le verser au fisc. Sauf que l'employeur, grâce à une loi comme celle-ci, peut garder une partie de ce précompte professionnel pour lui-même; j'appelle cela du vol légal.

 

M. Piedboeuf va dire: "Oui, mais cela n'a pas d'impact sur le travailleur parce qu'on fait comme si ce précompte avait été versé, et le travailleur n'est donc pas touché". Ce n'est peut-être pas du vol à l'échelle individuelle mais c'est du vol à l'échelle collective. L'ensemble de la classe des employeurs vole du salaire indirect qu'est l'impôt à la classe des travailleurs. C'est du vol légal. Nous y sommes opposés dans toutes ses déclinaisons. Malheureusement, ce n'est pas le seul cas de dispense de précompte professionnel. En effet, on compte actuellement dans notre législation onze types différents de dispense de précompte professionnel. Le total de ces dispenses représente budgétairement un montant qui se situe chaque année entre trois et quatre milliards d'euros. Ce n'est pas rien!

 

De plus, ce genre de mesures est aussi l'embryon de zones franches. Une zone franche, vous savez ce que c'est. Certains pays sont spécialistes des zones franches. C'est une zone du pays dans laquelle on supprime les législations fiscales voire les législations sociales. On entre donc typiquement dans une logique de paradis fiscal. Ici, c'est ciblé sur les dispenses de précompte professionnel mais cela pourrait être étendu à d'autres exonérations. De surcroît, cela met les sous-régions en concurrence fiscale avec un risque de spirale vers le bas.

 

Au PTB, nous sommes loin d'être opposés à l'idée d'aider une Région ou une sous-région étant dans le besoin, pour répondre au problème du développement inégal du capitalisme mais cela doit se faire par des mesures positives. Nous pensons par exemple à des investissements publics, investir dans les projets de manière positive et non pas en faisant des cadeaux aux patrons. C'est ma première critique qui est d'ailleurs la plus fondamentale.

 

Ma deuxième critique porte sur le fait que c'est une prolongation dans l'urgence. Visiblement, les gouvernements – ils sont plusieurs – ont dû se mettre d'accord. N'arrivant pas – on ne sait pas très bien pourquoi – à se mettre d'accord pour aboutir à ce texte, dans l'urgence, on prolonge un mécanisme sans une évaluation préalable de son efficacité. Il faut d'ailleurs constater que les dispenses de versement de précompte professionnel ont souvent suivi ce cas de figure. Elles ont été instaurées dans l'urgence par des lois-programmes qui se limitent à fixer des objectifs généraux et qui ne sont pas déclinées en objectifs plus spécifiques liés à des cibles chiffrées, à des échéances, etc. C'est ce qu'a relevé la Cour des comptes dans un rapport de mars 2019.

 

Je cite le rapport de la Cour des comptes, qui a examiné ces dispenses de précompte professionnel: "Cette situation ne permet pas d'évaluer cette politique fiscale, notamment à partir d'indicateurs de performance servant à en mesurer les effets." La Cour des comptes préconisait d'assigner à ces dispenses des objectifs précis, concrets et mesurables. Or nous ne trouvons ici rien de tout cela. On agit visiblement dans l'urgence, mais sans suivre les recommandations précieuses de cet organe.

 

Déjà, via la loi-programme du 20 décembre 2020, une nouvelle dispense de versement de précompte professionnel pour la formation des travailleurs avait été instaurée dans l'urgence. Nous sommes donc confrontés à un deuxième cas de figure, sous ce gouvernement, d'une telle dispense dans les mêmes conditions.

 

Une troisième critique, qui montre que nous allons très loin dans le paradoxe, est que ce même gouvernement Vivaldi a décidé, le 12 février, de lancer un projet pilote de spending review. Mme la secrétaire d'État est ici pour en attester, puisque nous en avons parlé. L'un des volets de ce projet pilote, qui consiste à passer les dépenses en revue, concerne précisément les dispenses de versement de précompte professionnel. Madame la secrétaire d'État, c'est bien vous qui portez ce programme, n'est-ce pas? Pourquoi ne pas avoir attendu les résultats du projet pilote, afin d'en mesurer l'efficacité? Vous n'avez pas attendu, mais avez plutôt foncé droit devant! Certes, on invoque l'urgence, mais cela n'a évidemment aucun sens.

 

Ma quatrième critique est assez cocasse, parce que le ministre des Finances - et nous avons la chance qu'il soit également présent parmi nous - était défavorable à la prolongation de cette mesure. Il l'a dit lui-même pas plus tard que le 10 mars dernier, en réponse à des questions orales. Je vais donc citer M. Van Peteghem: "Je ne suis pas favorable à une simple prolongation de la période légale de six ans. À l'issue d'une période aussi longue, les raisons à l'origine du traitement d'aide ne se justifient plus." Ses propos me paraissent sensés. Puisque nous avons entendu M. le ministre affirmer autre chose en commission lorsqu'il voulait faire passer la disposition en catimini sous forme d'amendement, j'ai cherché à savoir pourquoi le M. Van Peteghem d'avril se trouve en désaccord avec le M. Van Peteghem de mars. Où la contradiction prend-elle sa source?

 

Comme M. le ministre était absent en commission, vu que ce projet de loi fut camouflé en proposition de loi, j'ai interrogé un collègue du CD&V: M. Matheï. Malheureusement, il n'a pas pu m'éclairer sur ce mystère. Étant donné que nous avons la chance de bénéficier de la présence du ministre des Finances, peut-être pourrais-je lui demander que la lumière soit! Ce doit être dans les cordes d'un ministre issu d'un parti chrétien!

 

Ma cinquième critique concerne l'effet d'aubaine. L'Institut wallon de l'Évaluation, de la prospective et de la statistique (IWEPS) avait, dès 2014, évalué une politique de soutien à l'investissement dans des zones franches. L'étude concluait que l'aide accordée à certaines d'entre elles n'avait pas entraîné d'effets statistiquement significatifs sur l'activité économique et l'emploi. Je cite le rapport de l'IWEPS: "On ne trouve pas de preuve statistique que le nombre de dossiers d'investissements et la valeur moyenne des projets aidés localisés dans les zones franches aurait évolué différemment en l'absence de l'aide majorée." Et de conclure: "Les subventions octroyées constituent globalement des effets d'aubaine pour les entreprises qui en ont bénéficié." Je crains malheureusement qu'il en aille de même dans le cas des dispenses de précompte professionnel qui sont accordées ici.

 

Président: Éliane Tillieux, présidente.

Voorzitter: Éliane Tillieux, voorzitster.

 

Enfin, la sixième critique a trait au fait que les auteurs de la proposition tentent de justifier cette prolongation d'une mesure qui date d'il y a six ans par la crise corona. La corde est un peu grosse! Cela n'a évidemment rien à voir.

 

De plus, ce n'est pas avec des mesures sous-régionales dans des zones d'aide qu'on va lutter contre les effets économiques de la pandémie. Il peut y avoir des aides ciblées par rapport à des acteurs en difficultés mais pas des aides fixées de manière géographique – la pandémie touche l'ensemble du pays –, cela n'a aucun sens.

 

Madame la présidente, pour les six raisons que je viens d'exposer, le PTB ne pourra pas soutenir ce projet.

 

12.05 Minister Vincent Van Peteghem: Mevrouw de voorzitster, ik wil nog wat duiding geven bij enkele opmerkingen die hier gemaakt zijn. Het systeem dat we nu gaan verlengen biedt zeker voordelen wat jobcreatie betreft. Het is dus duidelijk waarom we het systeem verlengen. Mevrouw Ponthier, in de discussies die we hierover al hebben gehad waren we allen overtuigd van de meerwaarde ervan. Er was trouwens een brede steun in het Parlement, alsook in de commissie om dit effectief waar te maken. Het verlengen van de steunmaatregel voor de ontwrichte zones is belangrijk om specifiek daar verdere jobcreatie te kunnen garanderen.

 

Zoals terecht aangehaald was de einddatum van 30 april niet nieuw, we wisten dus dat dit er zat aan te komen. Mijnheer Van Hees, als u mij citeert moet u dat volledig doen. Ik heb op 10 maart in de commissie nog aangegeven dat ik geen voorstander ben van het louter verlengen van de wettelijke termijn van zes jaar maar dat ik er wel voorstander van ben om het systeem op zich mogelijk te blijven maken. Zeker met het oog op bepaalde recente gebeurtenissen, zoals de Brexit, moeten we er alles aan doen om dergelijke ondersteuning te kunnen blijven garanderen.

 

Dat is ook de reden waarom het regeerakkoord duidelijk vermeldt dat het systeem van de ontwrichte zones zal worden geëvalueerd. Er zal worden bekeken hoe we dat in de toekomst mogelijk kunnen maken, en of we het systeem moeten verlengen of op een andere manier aanpassen. Daarbij is er specifiek een belangrijke rol weggelegd voor de regio's. Zij nemen het initiatief, zij moeten het signaal geven en wij wachten altijd op hun input van de Gewesten.

 

Omdat we dat signaal op de vergadering van 10 maart nog niet gekregen hadden, hebben we zelf met de regio's contact opgenomen en zijn we gaan samenzitten. Ik ben blij dat we tot een oplossing gekomen zijn waardoor de zones nog voor een periode van achttien maanden verlengd zijn. Dit heeft ook tot gevolg dat de ondersteuning in de momenteel afgebakende zones ononderbroken kan doorlopen.

 

De afspraak die we hebben gemaakt is dat ik met de minister van Economie en Werk de maatregel zal evalueren, om na te gaan of een aanpassing of verlenging noodzakelijk is. Wat er aan ondersteuning is, kunnen we op die manier verlengen. Ik ben bijzonder blij dat er in het Parlement een brede steun hiervoor is.

 

12.06  Marco Van Hees (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, le 10 mars, vous disiez que les raisons à l'origine du traitement d'aide ne se justifiaient plus. Aujourd'hui, vous dites que vous comprenez les raisons. Vous pouvez admettre que vous avez changé d'avis, cela peut arriver, ce n'est pas une preuve de simplicité d'esprit.

 

Les faits sont là, le rapport est là. À l'époque, vous disiez: "Les raisons ne se justifient plus".  Aujourd'hui, elles se justifient. Je prends note de votre changement d'avis. Je ne sais pas ce qui a pesé dans la balance pour que vous changiez d'avis, mais j'en prends note.

 

La présidente:

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion générale est close.

De algemene bespreking is gesloten.

 

Discussion des articles

Bespreking van de artikelen

 

Nous passons à la discussion des articles. Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 85, 4) (1942/1)

Wij vatten de bespreking van de artikelen aan. De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 85, 4) (1942/1)

 

La proposition de loi compte 3 articles.

Het wetsvoorstel telt 3 artikelen.

 

Aucun amendement n'a été déposé.

Er werden geen amendementen ingediend.

 

Les articles 1 à 3 sont adoptés article par article.

De artikelen 1 tot 3 worden artikel per artikel aangenomen.

 

La discussion des articles est close. Le vote sur l'ensemble aura lieu ultérieurement.

De bespreking van de artikelen is gesloten. De stemming over het geheel zal later plaatsvinden.

 

13 Ordemotie

13 Motion d'ordre

 

Een ordemotie werd ingediend door de heer Peter De Roover en luidt als volgt:

- gelet op de uitspraak in kortgeding van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg van 31 maart 2021 die oordeelde dat de wet op de civiele veiligheid uit 2007 en twee andere wetten niet kunnen dienen als basis voor de ministeriële besluiten die de door de Grondwet gewaarborgde vrijheden inperken in deze coronatijden;

- gelet op het feit dat bovenstaande rechtbank oordeelde dat het legaliteitsbeginsel is geschonden omdat de huidige manier van werken niet voorzienbaar genoeg is en dat de Belgische Staat binnen dertig dagen een einde dient te maken aan de coronamaatregelen op straffe van een dwangsom van 5.000 euro per dag dat die termijn wordt overschreden;

- gelet op het feit dat de Belgische Staat tegen de voornoemde uitspraak in beroep ging bij het Brusselse hof van beroep;

- gelet op het feit dat dat hof van beroep recentelijk bij tussenarrest de debatten opnieuw opende om de in het geding zijnde partijen toe te laten bijkomende argumenten aan te brengen naar aanleiding van het advies 69.253/AV van de Raad van State bij het MB van 24 april 2021 houdende wijziging van het MB van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken;

- overwegende dat de behandeling van het wetsontwerp betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, de zogenaamde pandemiewet, aan de agenda van de commissie Binnenlandse Zaken van maandag 3 mei 2021 staat;

- overwegende dat het voornoemde tussenarrest van het hof van beroep mogelijks belangrijke elementen zou kunnen aandragen voor de bespreking van de voornoemde pandemiewet op aanstaande maandag;

- gelet op het eventuele belang van het voornoemde tussenarrest en op het feit dat de Belgische regering een van de in het geding zijnde partijen is;

vraagt de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Belgische regering, en meer bepaald aan de minister van Binnenlandse Zaken, mevrouw Annelies Verlinden, om het voornoemde tussenarrest staande de vergadering aan de Kamer te bezorgen.

 

Une motion d'ordre a été déposée par M. Peter De Roover et est libellée comme suit:

- eu égard à la décision rendue en référé par le tribunal de première instance de Bruxelles le 31 mars 2021, qui a estimé que la loi relative à la sécurité civile de 2007 ainsi que deux autres lois ne peuvent pas servir de base aux arrêtés ministériels restreignant, en cette période de pandémie de covid-19, les libertés garanties par la Constitution;

- eu égard au fait que le tribunal susmentionné a estimé que le principe de légalité est violé en raison du manque de prévisibilité de la méthode de travail actuelle et que l’État belge doit faire cesser les mesures de lutte contre le coronavirus dans un délai de trente jours sous peine d’une astreinte de 5 000 euros par jour de dépassement de ce délai;

- eu égard au fait que l’État belge a interjeté appel de la décision précitée devant la Cour d’appel de Bruxelles;

- eu égard au fait que la Cour d’appel de Bruxelles a récemment ordonné la réouverture des débats par arrêt interlocutoire afin de permettre aux parties en cause de produire des arguments additionnels à la suite de l’avis 69.253/AG du Conseil d’État concernant l’arrêté ministériel du 24 avril 2021 modifiant l’arrêté ministériel du 28 octobre 2020 portant des mesures d’urgence pour limiter la propagation du coronavirus;

- considérant que l’examen du projet de loi relatif aux mesures de police administrative lors d’une situation d’urgence épidémique, appelé loi "pandémie", est inscrit à l’ordre du jour de la commission de l’Intérieur du lundi 3 mai 2021;

- considérant que l’arrêt interlocutoire précité de la Cour d’appel de Bruxelles pourrait apporter des éléments importants en vue de la discussion de ladite loi "pandémie" lundi prochain;

- eu égard à l’intérêt éventuel de l’arrêt interlocutoire précité et au fait que le gouvernement belge est l’une des parties en cause;

la Chambre des représentants demande au gouvernement belge, et plus spécifiquement à la ministre de l’Intérieur, Mme Annelies Verlinden, de transmettre l’arrêt interlocutoire précité à la Chambre au cours de la présente séance.

 

13.01  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, zoals wij allemaal weten, zijn we momenteel bezig met de bespreking van wat in de volksmond "de pandemiewet" heet. We zijn gisteren met die bespreking begonnen. Ze wordt volgende week voortgezet. In de meerderheid heeft men gezegd dat men openstaat voor een zo ruim mogelijke bespreking. Dat is natuurlijk ook wel een minimum, gezien de omvang en de betekenis van de pandemiewet. Gisteren heeft de minister het ontwerp ingeleid. Twee collega's, van cdH en DéFI, hebben hun wetsvoorstel, dat daaraan gekoppeld is, ingeleid. Ik had dat een week eerder gedaan, voor het wetsvoorstel dat wij, als eersten, hebben ingediend.

 

Gisteren heeft een collega ook de datum van 18 mei laten vallen. Er is natuurlijk een verband met die pandemiewet. Volgens mij, voor alle duidelijkheid, is dat een dusdanig grondige wet dat de agenda voor de bespreking ervan niet bepaald mag worden door één proces of één vonnis. Normaal gesproken hadden wij de uitspraak in beroep morgen, vrijdag 30 april, al gekregen. Dat zal niet het geval zijn, omdat er een tussenarrest is geveld. Met dat tussenarrest is aan de partijen, waaronder de Belgische Staat, met de minister van Binnenlandse Zaken, gevraagd om nieuwe argumenten aan te dragen. De definitieve uitspraak valt zodoende op 18 mei, de datum die thans als toch een belangrijk moment naar voren geschoven wordt.

 

Voor de bespreking van de pandemiewet is het volgens mij van het grootste belang dat wij kennisnemen van dat tussenarrest. Evenmin als de collega's ken ik de inhoud ervan. Ik heb er dus het raden naar, maar dat tussenarrest verschaft mogelijk nuttige informatie bij de momenteel lopende bespreking. Om die reden is het echt wel nodig dat wij er kennis van hebben, vooraleer wij een definitieve beslissing nemen omtrent de pandemiewet.

 

Ik wil mijn toelichting niet langer rekken dan nodig. Overwegende en gelet op al de genoemde feiten, vragen wij aan de minister van Binnenlandse Zaken om ons in kennis te stellen van het tussenarrest. Als betrokken partij is zij immers in het bezit ervan. Wij vragen dat zij het tussenarrest aan de Kamer bezorgt, meer bepaald staande deze vergadering, zodat wij voldoende tijd hebben om dat mee te nemen in onze voorbereiding voor de besprekingen van maandag aanstaande.

 

Ik dank u en de collega's voor de steun voor ons verzoek.

 

13.02  Servais Verherstraeten (CD&V): Mevrouw de voorzitster, we zijn altijd voorstander geweest en wij blijven dat voor een zeer decent pad met betrekking tot het ontwerp van de pandemiewet.

 

Ik heb met de minister contact gehad. Zij heeft mij het antwoord gegeven dat ik ook had verwacht, met name dat zij bereid is om een kopie van dat arrest te bezorgen.

 

Ik stel voor dat de diensten contact met het kabinet opnemen en de praktische modaliteiten regelen om het zo snel mogelijk te verkrijgen.

 

Mevrouw de voorzitster, ik ben niet zo sterk in informatica, maar ik zal ook ondertussen al proberen om het aan de griffier te bezorgen, want het staat op mijn computer. Daar is niets geheim aan.

 

13.03  Peter De Roover (N-VA): Ik dank de heer Verherstraeten als woordvoerder van de minister van Binnenlandse Zaken.

 

Dat de collega niet zo sterk is in informatica, is zonet gebleken. Hij heeft mij gevraagd om de uitnodiging tot stemming aan hem te bezorgen, maar hij vond ze niet terug in zijn mailbox. Ik heb hem uit de problemen geholpen en als wederdienst heeft hij ongetwijfeld bij minister Verlinden erop aangedrongen om welwillend in te gaan op mijn motie, waardoor het sterke span Verherstraeten-De Roover, dat gisteren enigszins bekrast werd, weer helemaal hersteld is.

 

Wij danken ook de minister – hij mag dat in onze naam doen – dat zij dat tussenvonnis welwillend ter beschikking stelt.

 

De voorzitster: Wij stemmen dan niet over de motie, mijnheer De Roover, want het antwoord is voor u aanvaardbaar?

 

13.04  Peter De Roover (N-VA): Wij zullen het ontvangen. Ik vertrouw de heer Verherstraeten op zijn woord. Zo niet zal ik een nieuwe mail sturen met verkeerde gegevens over de stemming. Dan zal mijn wraak zoet zijn.

 

Institutions bénéficiant d'une dotation

Dotatiegerechtigde instellingen

 

14 Mise en œuvre des recommandations concernant les institutions bénéficiant d’une dotation reprises dans l'audit de suivi de la Cour des comptes (1924/1)

14 Implementatie van de aanbevelingen betreffende de dotatiegerechtigde instellingen opgenomen in de opvolgingsaudit van het Rekenhof (1924/1)

 

Discussion

Bespreking

 

La discussion est ouverte.

De bespreking is geopend.

 

De rapporteurs zijn de heren Leysen en Laaouej.

 

14.01  Christian Leysen, rapporteur: Mevrouw de voorzitster, collega's, dertien instellingen hangen financieel rechtstreeks af van de Kamer, dat gaat van het Rekenhof zelf tot het Grondwettelijk Hof en het Mensenrechten­instituut.

 

In 2017 werd al een analyse gemaakt door Ernst & Young. In 2018 heeft het Rekenhof een aantal aanbevelingen gedaan voor grotere efficiëntie en synergie. Dat werd besproken en weer opgehaald aan het begin van deze legislatuur door voorzitter Dewael, en ondertussen in de bijzondere commissie Comptabiliteit door voorzitster Tillieux. Uit de conclusies rijst de vraag of het niet op zijn minst nuttig is om een aantal instellingen te clusteren die vandaag allemaal hun eigen statuut, hun eigen backoffice hebben. Daarnaast wordt geconcludeerd dat er een soort gedeeld dienstverleningscentrum moet zijn, dat de statuten worden geharmoniseerd, het wagenpark, de tolken en de vertalers.

 

Toen er over de vertalers werd gesproken werd er ook over de Duitstalige Gemeenschap gesproken. Ik zal die aanbeveling dan ook in het Duits doen.

 

Der Vorschlag der Kommission besteht nicht nur darin, sicherzustellen, dass die Dienste weniger Dritten nutzen, denn die Rechnung dafür ist hoch, aber dass sie auch die Diensten der Kammer nutzen. Es ist wichtig dass nicht mehr alle Beschlüsse des Verfassungsgerichts automatisch übersetzt werden müssen, aber nur noch der Urteilstenor.

 

Dat is het beschikkend gedeelte.

 

Ik wil persoonlijk nog toevoegen dat ik tijdens de bespreking ervoor heb gepleit om hier met de nodige diligentie werk van te maken. Ik weet dat er veel bekwame personen in de Kamer zijn, maar bij zulke veranderingsprocessen, waar men organisaties laat samenwerken, is het best om een voltijdse, toegewijde en vooral motiverende change manager aan te duiden. De Kamer en haar instellingen zijn immers een huis van traditie en gewoontes, die soms wat de overhand halen op de efficiëntie en de effectiviteit. Een change manager kan ervoor zorgen dat de uitvoering op een efficiënte en snelle manier gebeurt, want uiteindelijk is het ook een rekening die de belastingbetaler moet betalen.

 

14.02  André Flahaut (PS): Madame la présidente, je souhaite intervenir pour dire que les conclusions qui sont présentées aujourd'hui – sans les ajouts de M. Leysen – sont le résultat d'un travail remarquable mené par les services de la Chambre.

 

Nous avons fait la démonstration que nous étions capables de nous pencher sur nos problèmes, d'y apporter des solutions concrètes avec un plan de travail et un calendrier définis que nous invitons chacun à voter. Cette façon de faire est importante à une époque où on a la fâcheuse tendance à recourir à des consultations extérieures très coûteuses. Dans ce cas, nous avons travaillé avec notre propre personnel – il faut le souligner.

 

La présidente: Chers collègues, au nom de notre assemblée, je tiens également à remercier nos services pour le travail fourni dans un délai assez court. Il est donc possible de faire du bon travail, malgré la charge de travail qui est la nôtre.

 

Quelqu'un demande-t-il encore la parole? (Non)

Vraagt nog iemand het woord? (Nee)

 

La discussion est close.

De bespreking is gesloten.

 

Le vote sur les recommandations aura lieu ultérieurement.

De stemming over de aanbevelingen zal later plaatsvinden.

 

15 Conseil Supérieur de la Justice – Ajustement budgétaire 2020 (1923/1)

15 Hoge Raad voor de Justitie – Begrotingsaanpassing 2020 (1923/1)

 

Discussion

Bespreking

 

La discussion est ouverte.

De bespreking is geopend.

 

Les rapporteurs sont également nos collègues Leysen et Laaouej. Ils renvoient à leur rapport écrit.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole? (Non)

Vraagt iemand het woord? (Nee)

 

La discussion est close.

De bespreking is gesloten.

 

Le vote sur l'ajustement budgétaire 2020 du Conseil Supérieur de la Justice aura lieu ultérieurement.

De stemming over de begrotingsaanpassing 2020 van de Hoge Raad voor de Justitie zal later plaatsvinden.

 

Interpellaties

Interpellations

 

16 Samengevoegde interpellaties van

- Anneleen Van Bossuyt aan Sophie Wilmès (VEM Buitenlandse en Europese Zaken) over "Het standpunt van de regering inzake het Mercosur-akkoord" (55000123I)

- Erik Gilissen aan Sophie Wilmès (VEM Buitenlandse en Europese Zaken) over "Mercosur" (55000124I)

16 Interpellations jointes de

- Anneleen Van Bossuyt à Sophie Wilmès (VPM Affaires étrangères et européennes) sur "La position du gouvernement à propos de l'accord Mercosur" (55000123I)

- Erik Gilissen à Sophie Wilmès (VPM Affaires étrangères et européennes) sur "Le Mercosur" (55000124I)

 

16.01  Benoît Piedboeuf (MR): Madame la présidente, pour ces interpellations successives, nous avons déposé des motions pures et simples sur lesquelles nous demanderons le vote en urgence.

 

La présidente: Je vous remercie, je les ai effectivement reçues.

 

16.02  Anneleen Van Bossuyt (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, u zult het ongetwijfeld met mij eens zijn dat België een open economie heeft, waardoor we heel sterk afhankelijk zijn van export, van internationale handel en van handelsakkoorden die zorgen voor meer handel en meer export voor ons land, en dus ook voor meer werkgelegenheid. Staatssecretaris De Bleeker, hier aanwezig, kent beter dan wie ook het belang van die handelsakkoorden. Niet minder dan 1 op 3 jobs in Vlaanderen is afhankelijk van die export. Internationale handel biedt ons land heel veel economische meerwaarde.

 

Na twintig jaar onderhandelen, waarbij dus zeker niet over één nacht ijs werd gegaan, werd er eindelijk een overeenkomst bereikt tussen enerzijds de Europese Unie en anderzijds de vier Mercosur-landen uit Zuid-Amerika over een handelsakkoord. Dat is op de eerste plaats van geostrategisch belang. Daardoor krijgen Europese bedrijven voorsprong op Amerikaanse en Aziatische bedrijven, omdat ze gemakkelijker toegang zullen krijgen tot de nu vrij gesloten lokale markt. Op die manier verhinderen we ook dat er een verschuiving dreigt plaats te vinden van bedrijven uit die regio richting China. Immers, als wij geen handelsakkoord met hen sluiten, zal China er als de kippen bij zijn om dat wel te doen. Daarnaast is het zeker ook een opportuniteit om internationale standaarden zoals wij die kennen op sociaal vlak, op het vlak van duurzaamheid, op het vlak van milieu en klimaat naar die landen uit te dragen. Het akkoord is dus een hefboom op vele vlakken.

 

Daarnaast biedt het ook heel veel handelsvoordelen, wat voor zich spreekt. Ik heb reeds verwezen naar de jobopportuniteiten en naar het feit dat bedrijven minder douaneheffingen zullen moeten betalen. Voor heel wat verschillende industrietakken zal dit akkoord veel kansen bieden. Voor de auto-industrie is dat bekend, maar het geldt ook voor de chemische sector, de farmaceutische sector en voor de agro-voedingsindustrie. Het akkoord krijgt ook wel wat kritiek, vooral wat het landbouwluik betreft inzake rundvlees, pluimvee en suiker. We mogen landbouw niet in zijn geheel beschouwen, want zoals gezegd zal de agro-voedingsindustrie er wel bij varen. Varkensvlees ook, want dat kweekt men daar niet veel.

 

Er zijn vooral op het vlak van rundvlees, pluimvee en suiker bezorgdheden, maar eigenlijk zijn die onterecht. Het akkoord bevat immers allerlei beschermingsclausules. Men zegt wel dat we overspoeld zullen worden met rundvlees, pluimvee en suiker uit die landen, maar als men kijkt naar de manier waarop de tariefverlagingen er zullen komen, dan zou het voor elk van die 3 categorieën om maximaal 1,2 % van de Europese consumptie gaan. Men kan dus zeker niet zeggen dat we hiermee overspoeld zullen worden.

 

We hebben trouwens hetzelfde gehoord in het kader van CETA, het vrijhandelsakkoord met Canada. We zouden toen ook overspoeld worden met bijvoorbeeld rundvlees uit Canada. President Macron had daarvoor gewaarschuwd, terwijl hij nu het akkoord al enkele jaren in werking is, moet vaststellen dat dit helemaal niet het geval was.

 

Wat landbouw betreft, is in het akkoord trouwens een fonds van 1 miljard euro voorzien om marktverstoringen te voorkomen. Er zal tevens voortdurend monitoring plaatsvinden en er is in een vrijwaringsclausule voorzien.

 

Een tweede aspect waar vragen over gesteld worden, is duurzaamheid. Er is een apart hoofdstuk gewijd aan duurzame ontwikkeling dat trouwens juridisch bindend is. Hierin worden allerlei kwesties besproken, bijvoorbeeld het behoud en het duurzaam beheer van bossen, het eerbiedigen van de rechten van de werknemers en het bevorderen van verantwoord ondernemen.

 

Zowel de Mercosur-landen als de Europese Unie verbinden zich er verder toe om uitvoering te geven aan het klimaatakkoord van Parijs. Het is geen geheim dat president Bolsonaro, die niet meteen als een voorstander van klimaatmaatregelen bekendstaat, zonder de onderhandelingen over het Mercosur-akkoord al lang uit het klimaatakkoord van Parijs gestapt zou zijn. Tot nu toe heeft hij dat echter niet gedaan, dankzij de wortel die hem met het Mercosur-akkoord werd voorgehouden.

 

We geven wel toe dat wat er nu in het akkoord staat inzake duurzaamheid niet volstaat. Het Portugees voorzitterschap onderhandelt momenteel echter over een aanvullend protocol om dit luik uit te breiden, bijvoorbeeld wat de ontbossing in het Amazonewoud betreft. Dat steunen wij, want ik denk dat wij daar echt op moeten inzetten.

 

Op basis van al die feiten zien wij in dit akkoord echt een hefboom voor allerlei zaken, die ik opgesomd heb. Wat is het alternatief? China is bijvoorbeeld een alternatief, maar in dat geval zullen de duurzaamheidsaspecten allerminst aan bod kunnen komen.

 

De huidige stand van zaken is de volgende. In de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen zijn er enkele resoluties hangende omtrent het akkoord, van zowel meerderheidspartijen als van oppositiepartij Vlaams Belang. Mevrouw de minister, ook heb ik al meermaals naar uw positie over het akkoord gevraagd, de recentste keer in januari. U zei toen dat België een standpunt zal innemen, eens het akkoord aan de Raad voorgelegd zal worden. Op de Europese top in mei zal het Portugees voorzitterschap een voorstel voorleggen over het aanvullend protocol, dus de tijd lijkt mij wel rijp dat België een standpunt inneemt.

 

Wat mij trouwens opvalt, is dat deze regering, conform het duidelijk engagement in het regeerakkoord, op de bühne staat voor Europa, om Europese samenwerking aan te moedigen. Welnu, ik denk dat er voor België nu een heel mooie kans voorligt om het voordeel en het belang van Europese samenwerking voor zowel onze ondernemingen als voor onze burgers te onderstrepen. Ik heb gewezen op jobopportuniteiten, maar ook moet de duurzaamheid buiten Europa uitgedragen worden. Uzelf hebt trouwens in antwoord op mijn vragen meermaals uw steun betuigd voor het nieuw Europees handelsbeleid, gekend onder de term de open strategische autonomie.

 

Het Portugees voorzitterschap zal een concreet voorstel op tafel leggen. Het lijkt ons belangrijk om eindelijk een standpunt in te nemen. Mevrouw de minister, wat is het standpunt van de regering omtrent het Mercosur-akkoord? Vindt de regering het nodig om de onderhandelingen helemaal te heropenen? Zo nee, ijvert de regering dan ook voor een aanvullend protocol en wat moet daar desgevallend in staan?

 

16.03  Erik Gilissen (VB): mevrouw de minister, diverse sectoren in België hebben reeds hun bezorgdheid geuit over de impact van het Mercosur-vrijhandelsakkoord, een akkoord tussen de EU en vier Zuid-Amerikaanse landen, dat door de lidstaten van de EU moet worden geratificeerd.

 

Naast een aantal sectoren in België, waaronder de suikerindustrie, de veeteelt, de rundvleessector en de pluimveesector, hebben meerdere landen van de EU reeds aangegeven het akkoord in de huidige vorm niet te willen ratificeren.

 

De impact van het akkoord mag niet worden onderschat. Er is reeds een overproductie van suiker in Europa en een dalende vraag naar en consumptie van suiker. De extra import van suiker en aanverwante producten zou de sector extra onder druk zetten, met alle mogelijke gevolgen van dien, zoals jobverlies. Een gelijkaardig verhaal ziet men in de rundvlees- en pluimveesector.

 

Gezien het aantal landen dat het akkoord niet wil ratificeren, mag het duidelijk zijn dat de EU nog niet klaar is met Mercosur. Het rommelt wat het akkoord betreft niet alleen in de EU, maar blijkbaar ook in de regeringen in dit land. Het Waals Gewest heeft reeds opgeroepen om het akkoord niet te ratificeren en het te verwerpen. Op het Vlaamse en het federale niveau blijft het echter vrij stil.

 

Reeds meer dan een jaar geleden heeft de Vlaams Belangfractie een voorstel van resolutie betreffende het Mercosur-akkoord in de commissie ingediend. Een aantal maanden geleden hebben enkele partijen van de meerderheid ook voorstellen ingediend, waarna er hoorzittingen in commissie werden georganiseerd. Ook daar wezen de diverse sprekers op de nefaste impact voor een aantal sectoren.

 

Dat de bespreking van en de stemming over de voorstellen van resolutie in commissie ondanks de hoorzittingen en ondanks het feit dus dat de informatie voorhanden was, telkens weer werd achteruitgeschoven, toont aan dat de meerderheidspartijen er zich niet over willen uitspreken en dat de regering ter zake verdeeld is.

 

Misschien kan men de strijd in een twitteroorlogje beslechten?

 

Hoe dan ook is het de hoogste tijd duidelijkheid te scheppen voor onze bedrijven en een standpunt in te nemen.

 

Heeft de regering eindelijk een standpunt inzake het Mercosur-akkoord? Zo ja, dan vernemen wij dat graag. Zal er in het standpunt van de regering rekening gehouden worden met de bezorgdheden van de diverse sectoren?

 

16.04 Minister Sophie Wilmès: Mevrouw Van Bossuyt, mijnheer Gilissen, dank u voor de samengevoegde interpellaties, die mij de mogelijkheid bieden het standpunt van de Belgische regering over de vrijhandels­overeenkomst met de Mercosur-landen te herhalen.

 

Er is inderdaad de jongste tijd veel over de overeenkomst gesproken. Er is ook kritiek op gekomen, op Europees niveau, maar ook op Belgisch niveau.

 

Ik deel volledig het standpunt dat handelsakkoorden zeer belangrijk zijn voor een kleine open economie als de onze.

 

Wij hebben ook een heel duidelijk standpunt over het betreffende verdrag en over het handelsbeleid in het algemeen. In overeenstemming met het regeerakkoord steunen wij een ambitieus handelsbeleid, wat een essentiële prioriteit voor België is, en staan achter de Europese aanpak om toepasbare en bindende sociale en milieunormen vast te stellen. Op  basis van de lezing zijn we nog niet zover. Laat het duidelijk zijn.

 

We delen namelijk veel van de terechte bekommernissen die over die vrijhandelsovereenkomst zijn uitgesproken, met name wat het niet-bindende en niet-afdwingbare karakter betreft van de sociale normen en milieunormen, die erin zijn opgenomen. Hierdoor bestaat het risico van sociale dumping en milieudumping, wat niet alleen schadelijk zou zijn voor de planeet, maar ook voor onze ondernemingen, die met oneerlijke concurrentie te maken zouden krijgen. Dat kunnen wij niet aanvaarden.

 

Geconfronteerd met de nieuwe kritiek van het maatschappelijk middenveld, het Europees Parlement en bepaalde lidstaten, waaronder België, is de Commissie tot het inzicht gekomen dat de overeenkomst in haar huidige vorm eenvoudigweg niet toereikend is en dat het derhalve van essentieel belang is dat er een aanvullende verbintenis van de Mercosur-landen aan wordt gekoppeld. Daarom voert de Europese Commissie momenteel nieuwe onderhandelingen met de Mercosur-landen om bijkomende engagementen te verkrijgen.

 

Ik beklemtoon dat het hier niet gaat om een heropening van het handelsgedeelte van de overeenkomst, dat in juni 2019 werd afgerond, maar om een aanvulling erop. Een heropening van de overeenkomst wordt trouwens niet gevraagd door de Mercosur-landen noch door de Europese Commissie noch door de andere lidstaten. Die optie ligt dus niet op tafel.

 

Ik hoor sommigen zeggen dat we de overeenkomst nu gewoon moeten verwerpen, zonder af te wachten welke bijkomende engagementen de Commissie kan bedingen. Dat is niet het standpunt van de regering. Integendeel, we zijn de mening toegedaan dat we zoveel mogelijk betrokken moeten blijven bij de huidige besprekingen om te trachten het evenwicht in de overeenkomst te herstellen, in overeenstemming met de bezorgdheden van onze samenleving. We moeten in het debat constructief zijn en blijven. Dat is mijn overtuiging.

 

De deur nu sluiten, zou in drie opzichten een vergissing zijn.

 

In de eerste plaats is het een strategische vergissing, want weigeren te discussiëren, zou betekenen dat België zich isoleert van de Europese partners, waarvan de overgrote meerderheid snel een akkoord wil bereiken. Het zou ons dus beletten om enige invloed uit te oefenen op de besprekingen, om ons standpunt naar voren te brengen en te verdedigen.

 

Vervolgens is het een vergissing ten aanzien van onze ambities op het gebied van duurzame handel. Het bereiken van een overeenkomst met Mercosur geeft ons immers de kans om ter plaatse een concrete impact te hebben, zoals u ook zei, mevrouw Van Bossuyt. Door de besprekingen gewoon stop te zetten, zouden wij geen enkele onderhandelingsmacht meer hebben in de strijd tegen ontbossing, de strijd tegen klimaatverandering of de bevordering van sociale rechten.

 

Tot slot is het een vergissing vanuit economisch oogpunt. De crisis heeft eens te meer aangetoond hoe belangrijk het is om de bevoorradingsketen te diversifiëren. We weten hoe cruciaal het is, voor het herstel van onze economie en voor Europa, om te kunnen gebruikmaken van de openstelling van traditioneel gesloten markten en om andere grote spelers in Latijns-Amerika, bijvoorbeeld de Verenigde Staten en China, een stap voor te zijn.

 

Om al die redenen, en in overeenstemming met het standpunt dat tijdens het overleg van DGE op 10 maart is ingenomen, heeft België ervoor gekozen om constructief deel te nemen aan de debatten, daarbij allianties te zoeken met andere lidstaten die ons standpunt delen en zeer actief bij de Commissie te lobbyen om ervoor te zorgen dat er met onze bezorgdheden rekening wordt gehouden.

 

In dat opzicht achten wij het van essentieel belang dat alle aanvullende documenten een juridische status hebben, gelijkwaardig aan die van de overeenkomst zelf. Dat zogenaamd protocol, waarvan de afdwingbaarheid en het bindend karakter centraal moeten staan, moeten ervoor zorgen dat de inwerkingtreding van de handelsovereenkomst geen negatieve gevolgen heeft op het gebied van ontbossing en inzake de strijd tegen de opwarming van de aarde.

 

Wij vragen ook dat er aanvullende maatregelen in worden opgenomen om de eerbiediging van fundamentele arbeidsnormen te waarborgen.

 

Ons land besteedt eveneens bijzondere aandacht aan de naleving en de opvolging van de uitvoering van de aangegane verbintenissen.

 

De bescherming van de gevoelige landbouwsector, waaronder de suiker- en de rundvleessector, is ook voor België een belangrijk punt. Het feit dat wij ons volledig engageren voor de onderhandelingen loopt uiteraard niet vooruit op het standpunt dat België zal moeten innemen aan het einde van de onderhandelingen, dus zodra de overeenkomst officieel aan de Raad voorgelegd. We kunnen geen standpunt innemen voordat het wordt voorgelegd. Hiervoor is er geen duidelijke termijn vastgesteld. Dat zullen we wel zien. Aangezien het om een gemengde overeenkomst gaat, zal ons standpunt in overleg met de Gewesten en Gemeenschappen worden bepaald. Ik hoop dat de Gemeenschappen en de regio's akkoord zullen gaan samen een standpunt te verdedigen op Europees vlak.

 

16.05  Anneleen Van Bossuyt (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben alvast blij dat het volledig heropenen van het akkoord absoluut geen optie is.

 

U zegt ook dat we het evenwicht in het akkoord moeten herstellen. De vraag is enkel hoever dit allemaal moet gaan. Dat is de crux momenteel. Voor de N-VA is het alvast duidelijk. Wij zullen altijd opkomen voor vrijhandel en de duurzame groei van onze welvaart door export. Voor ons is dat heel belangrijk omwille van het feit dat er zoveel jobs, zoveel gezinnen van afhangen. Achter elke job zit immers ook een gezin.

 

U zei dat het akkoord vanuit economisch oogpunt belangrijk is. Dat is zeker zo. We zitten momenteel in een heel grote crisis. Iedereen kijkt uit naar de relance na deze crisis. Dit akkoord kan zeker een middel zijn om bij te dragen in die relance.

 

Daarnaast is het akkoord een mogelijkheid om de duurzaamheid die voor ons zo belangrijk is in Europa ook uit te dragen buiten Europa. Ik ben blij dat u dat bevestigt. We moeten echter ook realistisch zijn. In Europa leggen wij onze gezinnen en onze bedrijven heel veel normen en standaarden op om de CO2-uitstoot naar beneden te halen. Uiteindelijk is Europa wereldwijd gezien verantwoordelijk voor maar 9 % van de wereldwijde CO2-uitstoot.

 

Wij mogen hier nog zoveel vragen aan onze gezinnen en bedrijven, maar daarmee zullen we de klimaatverandering en het probleem niet aanpakken. Hier hebben we alweer een middel om ook op andere continenten staats- en regeringsleiders mee te trekken in ons verhaal om die klimaatverandering aan te pakken. Immers, wat is het alternatief? Dat is China en als we daarmee moeten onderhandelen, zal er heel wat minder in staan over duurzaamheid. Daar zijn we het allemaal wel over eens. Men moet maar kijken hoeveel kolencentrales China er elke week nog bij bouwt.

 

U zegt dat als het volledige akkoord er is en aangezien het een gemengd akkoord is, u in overleg zult treden met de Gemeenschappen. Daar zijn wij alleen maar voorstander van, dat weet u. Ik kan u nu al zeggen dat de Vlaamse regering voluit voorstander is van het Mercosur-akkoord, met een aanvullend protocol. Daarom zou ik het er hier nu over willen hebben. Daar ligt immers de crux en de reden waarom de resoluties in de commissie bij ons telkens opnieuw worden uitgesteld, omdat u het er niet over eens geraakt. Daar hoop ik oprecht, mevrouw de minister, dat de liberalen hun liberale kant tonen. Men kan zo ver gaan als men wil inzake bijkomende voorwaarden, waardoor het uiteindelijk niet mogelijk zal zijn het akkoord te ondertekenen. Daar moeten we toch enige realiteitszin behouden. Het alternatief zal echt niet beter zijn.

 

Ik hoop oprecht dat u hier blijft op doorduwen, in het belang van onze bedrijven, in het belang van onze burgers, maar zeker ook in het belang van het klimaat. Wij dienen hiervoor een motie in.

 

16.06  Erik Gilissen (VB): Mevrouw de minister, uw antwoord heeft mij niet gerustgesteld. Wat gaan wij zeggen tegen de bedrijven in de sectoren die getroffen worden door het Mercosur-akkoord? Aan een suikerraffinaderij zoals in Tienen leveren 4.000 landbouwbedrijven. Welke duidelijkheid kunnen wij hun nu geven? Het is nochtans de hoogste tijd om hun duidelijkheid en toekomstperspectieven te geven, want ook daar hangen heel veel jobs van af. Wij hebben het over jobs die gecreëerd kunnen worden door het Mercosur-akkoord, maar ik moet preciseren dat die "kunnen" worden gecreëerd. Op dit ogenblik zijn er in België heel veel jobs in de landbouwsector, dus beter één job in de hand dan tien jobs in de lucht.

 

Als wij met Mercosur verder in zee gaan en onze suikersector verder onder druk komt te staan, dan vormt dat zelfs een bedreiging voor onze eigen voedselvoorziening. Als die sectoren in België ten onder zouden gaan, dan worden wij afhankelijk van voedselimport uit het buitenland.

 

Mevrouw de minister, de regering blinkt uit in het creëren van onduidelijkheid en in het op zijn beloop laten van allerlei zaken. De tegenstellingen tussen de verschillende meerderheidspartijen worden met de dag groter. Met de regelmaat van de klok rollen de meerderheidspartijen al vechtend over straat, zo bleek ook nog deze morgen. Het lijkt er steeds meer op dat wij in de regering met een klasje vechtende kleuters in een soort Vivaldi-muppetshow zitten en dat netelige dossiers liefst zoveel mogelijk uitgesteld en afgeschoven worden.

 

Zoals ik heb gezegd, is het de hoogste tijd voor duidelijkheid. U hebt mij niet gerustgesteld met uw antwoord, daarom zullen wij ook een motie indienen.

 

Moties

Motions

 

De voorzitster:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Anneleen Van Bossuyt en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Anneleen Van Bossuyt en de heer Erik Gilissen

en het antwoord van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel, en van de Federale Culturele Instellingen,

- gelet op de beleidsnota van de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's en landbouw, institutionele hervormingen en democratische vernieuwing, waarin hij stelt dat het doel van de regering is om de belangen van de Belgische en Europese landbouwers te vrijwaren, zonder de deur te sluiten voor internationale handel;

- gelet op de uitspraken van de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's en landbouw, institutionele hervormingen en democratische vernieuwing tijdens de bespreking van de beleidsnota op 7 december 2020, waarin hij heeft benadrukt dat

- meer dan 37.000 Belgische jobs afhangen van de export naar Brazilië

- Mercosur de 8e handelspartner van België is buiten de EU

- het bedrag van het handelsoverschot voor België t.a.v. Mercosur 1,3 miljard euro bedraagt

- 1640 Belgische ondernemingen exporteren naar Mercosur;

- overwegende dat een op de drie jobs in Vlaanderen afhankelijk is van export;

- gelet op de economische schade die ons land zou kunnen oplopen bij het niet ondertekenen van het Mercosur-akkoord;

- gelet op het feit dat via dit akkoord Europese bedrijven een voorsprong zullen krijgen op Amerikaanse en Aziatische bedrijven om een tot dusver eerder gesloten markt te betreden;

- gelet op de opportuniteit die dit akkoord biedt om ook in andere continenten staatshoofden en regeringsleiders aan te zetten om samen met ons de strijd tegen klimaatverandering aan te gaan;

vraagt de regering

- een duidelijk standpunt in te nemen in deze discussie;

- juiste informatie over dit akkoord te verspreiden in tegenstelling tot wat nu vaak het geval is inzake duurzaamheid, landbouw of standaarden rond bijvoorbeeld voedselveiligheid;

- de unieke kans om een handelsakkoord met deze landen te sluiten niet uit de weg te gaan, aangezien we anders niet alleen concurrentiële voordelen uit handen geven aan landen als China of de VS, maar ook de kans ontlopen om ook in de Mercosur-landen duurzame standaarden na te streven;

- dit akkoord te zien als een winst inzake duurzaamheid. Zonder dit akkoord zou bijvoorbeeld Brazilië uit het klimaatakkoord van Parijs zijn gestapt. Indien de Mercosur-landen bovendien in de handen van China zouden worden geduwd, zal er veel minder aandacht zijn voor duurzaamheid en milieu;

- het handelsakkoord te ondertekenen met een aanvullend protocol om de eisen inzake duurzaamheid uitgebreider te maken."

 

Une première motion de recommandation a été déposée par Mme Anneleen Van Bossuyt et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Anneleen Van Bossuyt et M. Erik Gilissen

et la réponse de la vice-première ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et du Commerce extérieur, et des Institutions culturelles fédérales,

- vu la note de politique générale du ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME et de l’Agriculture, des Réformes institutionnelles et du Renouveau démocratique, dans laquelle il indique que le gouvernement a pour objectif de défendre les intérêts des agriculteurs belges et européens sans fermer la porte aux échanges internationaux;

- vu les déclarations faites par le ministre des Classes moyennes, des Indépendants, des PME et de l’Agriculture, des Réformes institutionnelles et du Renouveau démocratique, lors de la discussion de sa note de politique générale le 7 décembre 2020, soulignant que

- plus de 37 000 emplois belges dépendent des exportations vers le Brésil;

- le Mercosur est le 8ème partenaire commercial de la Belgique en dehors de l’Union européenne;

- le montant de l’excédent commercial pour la Belgique à l’égard du Mercosur s’élève à 1,3 milliard d’euros;

- 1 640 entreprises belges exportent vers le Mercosur;

- considérant qu’un emploi sur trois en Flandre dépend des exportations;

- vu les dommages économiques que pourrait subir notre pays en cas de non-signature de l’accord avec le Mercosur;

- vu le fait que cet accord donnera aux entreprises européennes une longueur d’avance sur les entreprises américaines et asiatiques pour pénétrer sur un marché resté plutôt fermé jusqu’ici;

- vu que cet accord offre la possibilité d’inciter aussi des chefs d’État et de gouvernement d’autres continents à s’engager avec nous dans la lutte contre les changements climatiques;

demande au gouvernement:

- d’adopter une position claire dans ce débat;

- de diffuser des informations correctes au sujet de cet accord contrairement à ce qui se fait souvent actuellement en matière de durabilité, d’agriculture ou de normes en matière, par exemple, de sécurité alimentaire;

- de ne pas rater cette chance unique de conclure un accord commercial avec les pays en question étant donné que dans le cas contraire, nous céderions non seulement des avantages concurrentiels à des pays comme la Chine ou les États-Unis mais nous perdrions aussi l’occasion de tendre vers des normes durables également dans les pays du Mercosur;

- de considérer cet accord comme profitable en termes de durabilité. Sans cet accord, le Brésil par exemple se serait retiré de l’Accord de Paris sur le climat. Si les pays du Mercosur étaient, en outre, poussés entre les mains de la Chine, une attention nettement moindre ira à la durabilité et à l’environnement;

- de signer l’accord de libre-échange avec un protocole additionnel afin d’étendre les exigences en termes de durabilité."

 

Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Erik Gilissen en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van mevrouw Anneleen Van Bossuyt en de heer Erik Gilissen

en het antwoord van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel, en van de Federale Culturele Instellingen,

- gelet op de bezorgdheden van diverse sectoren betreffende de impact van het Mercosur-vrijhandelsakkoord;

- gelet op de uiteenzettingen van diverse sprekers tijdens hoorzittingen aangaande het Mercosur-vrijhandelsakkoord in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen;

- gelet op de blijvende onduidelijkheid over het standpunt van de regering aangaande het Mercosur-vrijhandelsakkoord;

vraagt de regering

- bij het innemen van een standpunt aangaande het Mercosur-vrijhandelsakkoord, rekening te houden met de gegronde bezorgdheden van diverse sectoren aangaande de impact van dit akkoord op deze sectoren.

- zo spoedig mogelijk duidelijkheid te verschaffen over het regeringsstandpunt betreffende het Mercosur-vrijhandelsakkoord."

 

Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Erik Gilissen et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mme Anneleen Van Bossuyt et M. Erik Gilissen

et la réponse de la vice-première ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et du Commerce extérieur, et des Institutions culturelles fédérales,

- vu les préoccupations exprimées par différents secteurs concernant l’incidence de l’accord de libre-échange avec le Mercosur;

- vu les exposés de divers orateurs durant des auditions organisées en commission des Relations extérieures au sujet de l’accord de libre-échange avec le Mercosur;

- vu le manque de clarté persistant sur la position du gouvernement concernant l’accord de libre-échange avec le Mercosur;

demande au gouvernement:

- lorsqu’il prendra position au sujet de l’accord de libre-échange avec le Mercosur, de tenir compte des préoccupations légitimes exprimées par différents secteurs concernant l’incidence de cet accord sur ces secteurs;

- de clarifier dans les meilleurs délais la position du gouvernement sur l’accord de libre-échange avec le Mercosur."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Maggie De Block en Melissa Depraetere en de heren Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre en Servais Verherstraeten.

Une motion pure et simple a été déposée par Mmes Maggie De Block et Melissa Depraetere et MM. Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre et Servais Verherstraeten.

 

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

 

17 Samengevoegde interpellaties van

- Peter De Roover aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen) over "Het naleven van de coronaregels" (55000125I)

- Nabil Boukili aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen) over "Het met twee maten meten wat het naleven van de coronamaatregelen betreft" (55000128I)

- Ortwin Depoortere aan Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen) over "Het niet-naleven van de coronaregels door de minister" (55000129I)

17 Interpellations jointes de

- Peter De Roover à Annelies Verlinden (Intérieur et Réformes institutionnelles) sur "Le respect des règles contre le coronavirus" (55000125I)

- Nabil Boukili à Annelies Verlinden (Intérieur et Réformes institutionnelles) sur "Le deux poids, deux mesures dans l’application des mesures corona" (55000128I)

- Ortwin Depoortere à Annelies Verlinden (Intérieur et Réformes institutionnelles) sur "Le non-respect des règles coronavirus par la ministre" (55000129I)

 

17.01  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de voorzitster, woont de minister de aan haar gerichte interpellatie niet bij?

 

De voorzitter: De minister komt eraan. (Minister Verlinden betreedt het halfrond)

 

17.02  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de minister, ik ga hier niet opnieuw beginnen over de vele maatregelen die al genomen zijn en over hoe moeilijk we het allemaal hebben. Dat wordt hier elke week veelvuldig verkondigd en we weten het intussen wel. U kent ongetwijfeld de Engelse uitdrukking leading by example, wat in het Nederlands overeenkomt met "woorden wekken, voorbeelden strekken".

 

Ik vrees dat men u vorige week verkeerd heeft geadviseerd, toen u via TV Oost en Twitter uw deelname aan een opleidingssessie voor aspirant-politieagenten liet bekendmaken. In normale omstandigheden zou het u sieren dat u dichtbij het werkveld staat. Mijn eigen zoon heeft die opleiding ooit gevolgd en ik kan mij voorstellen dat men het stimulerend vindt als een minister door haar aanwezigheid symbolisch steun biedt. Begrijp me niet verkeerd, zoiets biedt ook de mogelijkheid om met de jonge mensen van het politiekorps in gesprek te gaan en één en ander te vernemen in informele omstandigheden. Een sporttenue kan dan helpen om de barrière, die er toch nog steeds is, te overwinnen.

 

Dan is het natuurlijk zo dat een politicus of politica dat publiek maakt en dat komt dan sympathiek over. Dat is allemaal niets om aanstoot aan te nemen. Integendeel, dat hoort bij de job. Ik verneem her en der trouwens ook dat u op vele vlakken de vinger aan de pols probeert te houden bij wat er op het werkveld gebeurt. Dat siert u.

 

In deze omstandigheden, mevrouw de minister, was dat ongepast.

 

Uw veroordeelde daarnet de plannen die er opnieuw zijn voor La Boum 2. Ik heb vroeger ook wel wat actie gevoerd en het vraagt wel wat creativiteit om aandacht te krijgen. Stel u voor dat men zegt dat het niet gaat om La Boum 2 maar om beeptest 2 in Ter Kamerenbos: een spurtje heen en weer in het Ter Kamerenbos, een grassprietje aanraken en dan teruglopen naar de andere kant en een boom aanraken. Op die manier aantonen dat men op een gezellige, sportieve manier in de open lucht kan samenkomen. Dat is nog een groot verschil met wat u hebt gedaan. U hebt dat in een afgesloten ruimte gedaan.

 

U zal uw MB's goed kennen. Misschien komt u straks vertellen welk gaatje u in dat MB hebt gevonden om toch aan te tonen dat u, juridisch gezien, eigenlijk wel correct hebt gehandeld. Ik heb een paar juristen aangesproken. Zij vonden dat gaatje niet, maar u bent ongetwijfeld creatiever op dat vlak.

 

Voor de publieke opinie komt het echter bizar en bijzonder over dat hun kinderen geen binnensporten mogen beleven. Boven de 12 jaar worden ze geacht om dat heel gecontroleerd en met mondmasker te doen. Er is een mondmaskerplicht.

 

Ook op andere vlakken is de regering en bent u in het bijzonder de woordvoerder van een zeer strenge nalevingslijn, die zeker verdedigbaar is als de maatregelen correct, terecht en onderbouwd zijn. Begrijp mij niet verkeerd, maar die strenge nalevingslijn bepleit u ook als het bijvoorbeeld gaat om aan het venstertje zitten op de trein en de inbreuk bij de buren. Men heeft dan geluk dat de buren in een open bebouwing leven zodat men de tuin kan bereiken.

 

Er is toen een soort van beperking ingevoerd op de ontlastingsvrijheid, als ik dat zo mag zeggen. Dergelijke zaken komen bij de publieke opinie wat vreemd over en maken het moeilijk om te bepalen wanneer de publieke veiligheid in gevaar gebracht wordt, dan wel wanneer de overheid overdrijft.

 

Overigens, een vooraanstaande Nederlandse deskundige is de impact van de nachtklok op corona nagegaan. Daarnaar heb ook ik al lang gevraagd, maar u hebt het nagelaten te antwoorden. De impact, aldus die Nederlandse deskundige, is onbestaande, want hij heeft geen impact gezien van de invoering van de nachtklok op de cijfers. Eén studie is geen studie, daarmee ben ik het eens, maar de stand is voorlopig wel één-nul in de onderschoring van de vraag of de nachtklok, toch wel een zeer grote ingreep op de vrijheid, zinvol is in de coronabestrijding, dan wel of die eerder symbolisch is. Recent verantwoordde een vooraanstaand lid van de regering de avondklok nog door te stellen dat die de handhaving vergemakkelijkt. Ik stel daarom voor dat wij ter handhaving toch niet te veel prutsen aan fundamentele rechten. Ik heb u gevraagd naar onderschoring van de regel van de nachtklok, maar ik wacht nog altijd op een antwoord.

 

Tegen de achtergrond daarvan heeft men u, denk ik, slecht geadviseerd om dat signaal te geven. Het zal u niet onbekend zijn dat wij, politici, op dit ogenblik al geen fantastische naam hebben bij de publieke opinie, zeker niet als er nog maar een schijntje van een indruk ontstaat dat er toch wat privileges zijn, waarbij politici net iets meer mogen dan anderen. Die indruk werd gewekt op de nieuwjaarsreceptie van Open Vld, een soortgelijk incident, en die indruk is nu opnieuw door u gevoed. Ik vind dat spijtig voor het ambt, het beroep of de bezigheid die ons hier samenbrengt, maar vooral voor de geloofwaardigheid om de naleving van de regels bij de mensen af te dwingen, waarvoor het draagvlak, zoals u weet, wankelt en afbrokkelt.

 

Zonder van politici te verwachten dat zij heiliger zijn dan de paus, verwacht ik van een politicus wel minstens net zo heilig te zijn als elke pastoor en onderpastoor. Dat criterium mogen we onszelf wel opleggen.

 

Daarom bied ik u hier de kans, mevrouw de minister, om daar even tekst en uitleg bij te geven. Ik zou het niet raadzaam vinden dat u nu komt uitleggen welk gaatje u in het ministerieel besluit hebt gevonden. Niet elke burger heeft de juridische kwaliteiten waarover u beschikt of diensten die hem adviseren, om de regels tot het uiterste te kunnen oprekken. De gewone burger beschikt niet over die middelen. Hij ziet gewoon dat u zonder mondmasker binnen aan sport doet. Punt aan de lijn.

 

Ik verwacht niet dat u in uw antwoord zegt plots ontdekt te hebben dat die ministeriële besluiten toch onwettelijk zijn en dat u ze dus niet moet naleven. Dat zou misschien een interessant antwoord zijn, maar ik verwacht dat niet.

 

Ik hoop ook dat u zich niet verschuilt achter subtiliteiten, maar dat u hier gewoon zegt dat het een verkeerde inschatting was, dat u daar een indruk hebt gewekt die fout was en die, zoals ook is gebleken uit de vele reacties, bij de publieke opinie inderdaad de indruk heeft gewekt die u niet wilde wekken.

 

Ik kijk uit naar het antwoord op mijn vraag. Hoe wil u dit handelen op die beeptest verantwoorden aan de publieke opinie?

 

17.03  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la ministre, face à la crise sanitaire, à défaut de mettre en place une réelle politique sanitaire pour pouvoir contrôler le virus et de prévoir les conditions pour faire en sorte que la vie reste vivable pour les citoyens, vous avez opté pour une politique répressive, et même très répressive. On parle d'amendes d'au moins 250 euros, des amendes qui ne tiennent pas compte des revenus des citoyens: peu importe combien on gagne, on paie la même chose. Et d'ailleurs, vous prévoyez d'augmenter le montant de ces amendes dans votre projet de loi Pandémie.

 

On parle de couvre-feu, qui limite nos libertés d'aller et venir, ce qui a un impact considérable sur notre vie sociale. On parle de mesures qui s'imposent, à tout le moins qui utilisent le robinet de notre vie sociale et de notre vie privée, et qui ont une incidence considérable non seulement sur nos vies, mais aussi sur la psychologie de nos concitoyens.

 

Au-delà des libertés, vous appliquez également une politique répressive en termes de liberté d'expression et de contestation sociale. On voit que le cadre que vous avez défini a permis à certains bourgmestres d'interdire des rassemblements, qu'ils soient politiques ou de contestation sociale. Ils se basent sur les mesures mises en place pour le faire. Je citerai par exemple les bourgmestres de Turnhout, de Huy ou encore d'Aerschot, qui ont décidé d'interdire les rassemblements du 1er mai organisés à l'initiative du PTB.

 

Sous la pression, ils ont dû revenir sur leur décision. Cela nous donne en tout cas une vue sur les conséquences de cette politique répressive qui s'attaque principalement au levier des libertés et de la vie sociale.

 

Par contre, alors qu'on sait que 40 % des contaminations se font dans les entreprises, les mesures y sont inexistantes. Les travailleurs sont obligés de faire grève. À Jupille, par exemple, les travailleurs ont dû faire grève pendant une semaine pour faire respecter les mesures.

 

Les salles de sport, quant à elles, sont dangereuses. Vous les avez fermées. Depuis six mois, les travailleurs du secteur des sports, les indépendants qui gèrent ces salles essaient de survivre. On leur a dit que la propagation du virus était forte dans leurs salles. Ils ont donc suivi les recommandations et ont fermé. Or qu'avons-nous vu ce week-end? Nous vous avons vue participer à une séance de sport dans une salle fermée, sans masque. Je peux comprendre que des policiers fassent ce test car ils en ont besoin dans le cadre de leur formation. Mais vous, pourquoi le faire?

 

La cerise sur le gâteau, c'est que vous le communiquez sur les réseaux sociaux. Vous ne vous rendez même pas compte de la gravité de cet acte. Vous imposez aux gens de rester chez eux. Ils sont cloués à leur canapé et ne peuvent pas faire de sport. Et, vous, vous faites exactement le contraire!

 

Madame la ministre, comme cela a déjà été dit, il faut l'adhésion de la population pour faire face à la pandémie, pour que les règles soient respectées.

 

Je voudrais vous donner un petit conseil qui vous aidera peut-être à renforcer cette adhésion, à savoir que ceux qui édictent les règles commencent par les respecter eux-mêmes avant de les imposer aux autres.

 

17.04  Ortwin Depoortere (VB): Mevrouw de minister, vorige week zaterdag organiseerde de federale politie in Gent een oefenmoment voor de sportproef die kandidaat-politieagenten moeten afleggen tijdens de selecties. U was daarbij aanwezig, omdat u - en ik zie dat toch iets anders dan de heer De Roover - daarin een ideaal fotomoment zag om u opnieuw wat in the picture te zetten, zoals steeds vaker gebeurt.

 

Laat daarover geen misverstand bestaan. Ook wij zijn van mening dat die oefeningen en die selectieproeven voor de politie zeker moeten plaatsvinden, maar wat de toegevoegde waarde is van uw aanwezigheid bij en uw deelname aan dergelijke selectieproeven, en dan nog zonder mondmasker, dat is nog maar de vraag. Meer nog, door uw deelname, die verre van essentieel is, overtreedt u eigenlijk de eigen coronaregels, regels die u nu al meer dan een jaar oplegt aan de bevolking in de vorm van soms heel bedenkelijke ministeriële besluiten. Mijnheer De Roover heeft er al een aantal opgesomd, dus ik hoef ze niet te herhalen.

 

Door uw deelname lacht u de honderdduizenden mensen die opnieuw indoor willen sporten eigenlijk in hun gezicht uit. U lacht met de duizenden mensen die werkzaam zijn in sportzalen en fitnessclubs en die nu al maandenlang zonder werk zitten en die zich wel aan de regels proberen te houden.

 

Ik heb helemaal geen vijf minuten nodig om mijn interpellatie te houden en ik heb ook geen vijf minuten nodig om een aantal essentiële vragen te stellen. Samen met de heren De Roover en Boukili, maar ook samen met Vlaams Parlementslid Els Ampe van Open Vld en samen met veel burgers in dit land vraag ik u of u uw aanwezigheid bij die sportproeven essentieel vond.

 

Bent u van oordeel dat uw aanwezigheid zonder mondmasker en de verspreiding van foto's een goed signaal is ten aanzien van de bevolking, die zich al meer dan een jaar aan de regels houdt? Vindt u niet dat u excuses verschuldigd bent aan de honderdduizenden mensen die graag indoor willen sporten, maar dat niet kunnen wegens de ministeriële besluiten die u hebt uitgevaardigd?

 

17.05 Minister Annelies Verlinden: Mevrouw de voorzitster, dames en heren kamerleden, de politie is een essentieel onderdeel van ons veiligheidsapparaat. Het is geen geheim dat het aantrekken van nieuwe politiemensen fundamenteel is, om een sterk politieapparaat, ook in de toekomst, te vrijwaren. Daarom heeft de regering de beslissing genomen om tijdens de huidige legislatuur jaarlijks 1.600 nieuwe politiemensen aan te werven.

 

Ik ben blij dat quasi iedereen het vandaag met mij eens is dat er nood is aan die bijkomende en permanente rekruteringen bij de politie. Ook in de commissie voor Binnenlandse Zaken heb ik daarover de voorbije maanden al een dertigtal vragen beantwoord, wat volgens mij terecht het belang van het thema en van de rekruteringen aantoont.

 

In mijn hoedanigheid van minister van Binnenlandse Zaken ben ik bevoegd en verantwoordelijk voor de politie en dus ook voor het rekruteren van voldoende politiemensen. De lokale politie is vandaag al een aantrekkelijke werkgever. Niettemin is het geen gemakkelijke opdracht om jaarlijks 1.600 nieuwe politiemensen te kunnen aanspreken en te kunnen rekruteren. Ondanks alle covidperikelen is het belangrijk de instroom van nieuwe rekruten ook in 2021 te kunnen garanderen en dus ook om de selectieproeven te kunnen voortzetten en organiseren. Ik stel ook vast dat de interpellaties ze vandaag niet in vraag stellen.

 

Daarom wil ik ook elke mogelijkheid aangrijpen – ik beschouw dit als een onderdeel van mijn verantwoordelijkheid – om een job bij de politie in de verf te zetten en ook om de rekrutering te ondersteunen. Ik nodig jullie trouwens uit over alle partijgrenzen heen dat te blijven doen. De politiemensen verdienen dat immers.

 

Om die doelstelling van 1.600 politiemensen en nieuwe aspiranten te halen, organiseert de federale politie selectieproeven. Om haar inspanningen in de kijker te zetten, was ik op vraag en op uitnodiging van de directie van de dienst Rekrutering en Selectie van de federale politie vorige zaterdag 24 april 2021 actief aanwezig bij een oefenmoment voor de fysieke proef. Het is overigens geen unicum dat beleidsmakers of bestuurders aanwezig zijn bij activiteiten. Ook vele andere beleidsmakers houden contact met hun diensten door hun aanwezigheid op het terrein.

 

De fysieke proef van de federale politie is voor alle duidelijkheid geen recreatieve sport of sporttraining maar een noodzakelijk onderdeel van de rekrutering.

 

Mijnheer De Roover, als u spreekt over een privilege, daag ik u uit om zeven minuten de test te ondergaan. U zult dan vaststellen dat dit geen privilege is, maar wel degelijk een testproef.

 

L'épreuve à laquelle j'ai participé était de toute façon organisée par la police fédérale, comme ce fut le cas à plusieurs reprises au cours des derniers mois, précisément en raison de l'importance du recrutement. En participant à cette épreuve physique, j'ai voulu me faire une idée de l'organisation de ces épreuves de sélection et des précautions prises pour que celles-ci se déroulent dans le respect des consignes sanitaires. Je me suis informée au préalable à ce sujet et, samedi dernier, j'ai pu constater que l'épreuve avait eu lieu en toute sécurité. Je tiens à en remercier la police fédérale.

 

L'épreuve physique normale, qui consiste en un parcours fonctionnel parsemé d'obstacles, et en une épreuve de force, a été temporairement remplacée par le test léger ou beep test. Toutes les autres précautions possibles sont prises pour garantir que l'épreuve se déroule dans le respect des consignes sanitaires actuelles.

 

Mijnheer De Roover, uw vergelijking van die testen met La Boum 2 snijdt werkelijk geen hout. Selectieproeven van de politie vergelijken met tussen twee bomen lopen en dan een grassprietje aanreiken, is hallucinant en maakt een karikatuur van de ernst van de selectieproeven waarmee de federale politie probeert aspiranten te rekruteren.

 

Pour les autres mesures sanitaires, l'épreuve est organisée avec un maximum de dix candidats par session afin de garder une distance suffisante entre les participants. Du gel hydroalcoolique est prévu sur place. La salle de sport est ventilée en permanence et les chaises et le matériel sont soigneusement désinfectés entre chaque séance. Le port du masque est obligatoire à tout moment sauf pendant l'épreuve, qui dure maximum huit minutes. Ces consignes permettent de ne pas mettre en danger la santé d'autrui.

 

Natuurlijk begrijp ik dat uitbaters van sportzalen, die helaas al heel lang gesloten zijn en de gebruikers van die sportzalen vandaag nog altijd teleurgesteld zijn. Het spijt mij oprecht dat ik hen moet meedelen dat er vandaag nog geen beter nieuws te brengen is en dat we nog geen datum kunnen aankondigen waarop die sporthallen weer zullen opengaan. Ook ik vind dat jammer, want ook ik ben een gebruiker van die indoorsporthallen. Dat zij naar aanleiding van de foto's die verspreid werden van de selectieproef vragen hebben bij het gebruik van een sporthal door de politie, van de politie en voor de selectieproef, begrijp ik ook. Uit de foto's blijkt immers niet de context waarin die foto's werden genomen. Ook wordt niet aangetoond dat het ging om een selectieproef die slechts acht minuten duurt en dus niet te vergelijken is met een sportsessie. Ik heb dus ook begrip voor het ongenoegen dat de uitbaters van die sporthallen en ook alle andere gebruikers vandaag nog hebben, overigens net zoals heel veel andere mensen die vandaag hun activiteiten nog niet kunnen uitoefenen. Helaas laat de sanitaire toestand dat nog niet toe.

 

Het onderscheid dat we maken tussen verschillende types van activiteiten en verschillende types van bedrijvigheden maken we niet zomaar om mensen het leven lastig te maken, maar dat maken we op basis van wetenschappelijke adviezen en op basis van de adviezen die we krijgen van de experten. Mijnheer De Roover, alle maatregelen die genomen worden, zowel de avondklok als alle andere maatregelen inzake samenkomsten, worden beslist in het Overlegcomité, waaraan alle regeringen deelnemen, ook de Vlaamse minister-president, op basis van de adviezen die we nemen. Als u hier commentaar heeft op die regels zijn er vast nog andere communicatiekanalen beschikbaar voor u waarin u die grieven kan uiten. Die komen dan weliswaar niet op de tafel van het OCC.

 

Het is evident dat deze coronacrisis een enorme stresstest is voor de hele samenleving. Ik ben er echter wel van overtuigd dat we deze stresstest het beste kunnen doorstaan als we proberen om elkaar te begrijpen, eerder dan onmiddellijk te veroordelen op basis van bepaalde informatie. Dat geldt in de Dorpsstraat, maar nog veel meer voor de Wetstraat.

 

17.06  Peter De Roover (N-VA): Mevrouw de minister, u hebt de kans niet gegrepen, want u hebt geprobeerd uit te leggen waarom dat gebeuren conform is en wel kan. Hoe ver bent u dan van de Dorpsstraat verwijderd? U hebt hier aangetoond dat u blijkbaar functioneert in een ivoren toren; het spijt me.

 

U hebt uw privileges niet gezien. U zegt dat u werd uitgenodigd, maar dat is eigenlijk geen argument. U zegt dat u hebt laten nagaan of alles in strikte omstandigheden gebeurt en het is veilig bevonden. 's Nachts over straat wandelen is echter ook niet ongezond en wie dat doet, brengt evenmin iemand in gevaar. De indruk dat de regels anders gelden voor u dan voor iemand anders, hebt u onmiskenbaar bevestigd. Schijnbaar hebt u een soort van klasse-ministerieel-besluit uitgevaardigd. Wie in staat is om de gaatjes te vinden, mag meer dan wie dat niet kan.

 

U zegt dat mijn vergelijking met La Boum een karikatuur is en dat klopt natuurlijk, dat zei ik zelf al. De organisatoren van een actie maken namelijk karikaturen. U hebt hen op een schoteltje de kans geboden om daarvan gebruik te maken. Het klopt dat het niet intellectueel correct is om dat beeptest 2 te noemen, maar voor slechts weinig actievoerders is intellectuele correctie hun eerste actiepunt.

 

U hebt gezegd dat de politie essentieel is en dat klopt. U hebt gezegd dat de opleiding van de politie essentieel is en dat klopt eveneens. Het klopt echter niet dat uw aanwezigheid daar op dat ogenblik zelfs maar in de buurt komt van essentieel; ook al wilt u die indruk wel wekken.

 

Wij dienen dan ook een motie in die wel van empathie getuigt met bijvoorbeeld de uitbaters van gesloten indoor sportcentra, maar ook met de gebruikers ervan, de sporters. Die jonge mensen hebben daar nu immers al lange tijd geen gebruik van kunnen maken.

 

Wij verwijzen in onze motie naar het koninklijk besluit dat stelt dat sportzalen en –voorzieningen enkel geopend zijn voor groepen van kinderen tot en met 12 jaar, in het kader van schoolse of buitenschoolse activiteiten van het leerplichtonderwijs, sportactiviteiten, stages en kampen georganiseerd of toegelaten door de lokale overheid voor personen tot en met 18 jaar, met naleving van de regels voorzien in artikel 18, trainingen van professionele sporters, professionele wedstrijden en andere activiteiten dan sportactiviteiten voor zover deze zijn toegelaten volgens de bepalingen van dit besluit en de geldende protocollen. Verder staat er dat het bedekken van de mond en de neus met een mondmasker en het dragen van andere persoonlijke beschermingsmiddelen steeds sterk worden aanbevolen. In de inrichtingen wordt er gebruik van gemaakt, indien de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd omwille van de aard van de uitgeoefende activiteit.

 

Ik heb intussen gezien dat de functie van minister van Binnenlandse Zaken als uitzondering op de regels voorzien is. Wij vragen de regering, u maar ook uw collega's, om de vrijheidsbeperkende maatregelen die u de bevolking oplegt zelf ook na te leven en daarin een voorbeeldfunctie op te nemen. Wij vragen de regering te erkennen dat incidenten zoals een mondmaskerloze deelname aan een indoor beeptest voor politiekandidaten een ongepaste activiteit is voor een minister van Binnenlandse Zaken wanneer er een gezondheidscrisis woedt, gelet op het ministerieel besluit. Wij vragen de regering tevens om zich te verontschuldigen tegenover de bevolking, die al langer dan een jaar geacht wordt te leven naar de letter van dit ministerieel besluit en de voorgaande versies.

 

Mevrouw de minister, het is mogelijk dat ik een beeptest geen 8 minuten meer volhoud. Collega De Block wekt hier de indruk dat zij dat wel kan, maar dat is het punt natuurlijk niet. Ik wil uw sportieve capaciteiten ook niet in vraag stellen want die vormen hier het punt niet. Het punt is dat u een verkeerde indruk hebt gewekt bij het publiek en dat u hier niet in staat bent geweest om daar passende verontschuldigingen voor aan te bieden. Dat betreur ik ten zeerste.

 

17.07  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la ministre, vous avez dit que vous compreniez le mécontentement. Mais je ne pense pas que vous le compreniez. Je pense que vous êtes complètement décalée de la situation. Si vous compreniez un dixième de la colère des gens et de ce qu'ils vivent à travers vos mesures, la moindre des choses serait de vous excuser et de ne pas justifier votre participation à cet entraînement.

 

Cet exercice est important pour la formation de la police mais il n'est pas important pour vous. Si vous nous dites qu'il y a un risque de contamination dans les salles de sport et que vous prenez des mesures pour fermer ces salles, votre présence représente alors un risque de contamination. Si vous nous dites qu'il est possible de mettre en place des conditions pour que le sport se fasse en toute sécurité, pourquoi est-ce possible pour vous et pas pour les gens?

 

Je faisais de l'exercice en salle avant qu'elles soient fermées. Lors du premier déconfinement, on a rouvert les salles de sport et il fallait respecter certaines mesures (port du masque, gel hydroalcoolique, distanciation). On les respectait! Ce que vous avez justifié ici, c'est exactement ce qu'on faisait dans les salles de sport! Pourtant, vous avez jugé utile de les fermer.

 

Madame la ministre, si ce n'est pas une preuve de "deux poids, deux mesures", je ne sais pas ce que c'est! Si ce n'est pas une preuve supplémentaire de la déconnexion du monde politique de la population, je ne sais pas ce que c'est. Vous venez ici, en toute confiance, justifier cette activité comme s'il n'y avait rien à vous reprocher.

 

Non, madame la ministre, vous ne comprenez pas la colère des gens parce que vous ne vous êtes pas excusée envers les gens qui sont privés de sport depuis des mois.

 

Vous avez justifié vos mesures en disant qu'elles étaient basées sur des avis scientifiques. Ce n'est pourtant pas ce que dit le tribunal.

 

Je prends l'exemple de M. Dujardin qui a fait un concert devant 15 personnes dans une église, raison pour laquelle il a été sanctionné. La Cour lui a pourtant donné raison: "La Cour note que l'État ne donne aucun argument scientifique pour justifier d'interdire à M. Dujardin de donner ses concerts et écarte l'application de l'arrêté ministériel."

 

Selon la justice, vous ne délivrez donc aucun argument scientifique. Trouvez-vous que la sécurité est mieux assurée dans une salle de sport où se trouvent dix personnes ou dans la rue en se baladant seul après 22 h 00? Quelle est la base scientifique pouvant justifier votre réponse?

 

Madame la ministre, j'ai également déposé une motion notamment par solidarité avec les travailleurs du secteur du sport, mais aussi pour m'opposer aux mesures répressives que vous avez prises et aux conséquences qu'elles engendrent. Je pense ici notamment aux dérives autoritaires qu'elles peuvent avoir et à l'interdiction des rassemblements, comme ceux du 1er mai. Ce jour-là, le PTB a ainsi été interdit de rassemblement par les bourgmestres de trois communes. J'ai également voulu déposer une motion pour que l'expression sociale et l'expression politique soient autorisées, et que le covid ne soit pas un outil ou un instrument permettant de museler la contestation sociale par rapport à une politique répressive et inefficace face à la crise sanitaire la plus grave que l'on ait jamais connue.

 

Alors que cette crise dure depuis plus d'un an, vous n'avez toujours pas compris qu'il faut procéder autrement et vous poursuivez la même politique qui ne fonctionne pas. Comme je l'ai déjà dit plusieurs fois - et je le répèterai autant qu'il le faudra -, votre politique est répressive, grave en termes de restriction de nos libertés tout en étant inefficace face au virus.

 

17.08  Ortwin Depoortere (VB): Mevrouw de minister, ik had gehoopt dat u minstens zou toegeven dat uw aanwezigheid daar een totaal verkeerde indruk heeft nagelaten bij wat u de mensen uit de dorpsstraat noemt. Het zijn net uw uitspraken over de dorpsstraat en de Wetstraat, die u de das omdoen. De vele boze reacties die er waren en die er nog steeds zijn, tonen aan dat u als minister en als mens van de Wetstraat een voorbeeldfunctie hebt, precies voor de mensen uit de dorpsstraat. U ziet dat blijkbaar niet in.

 

Mevrouw de minister, het is voor mij volledig klaar en duidelijk: u houdt van challenges. U hebt vandaag zelfs de heer De Roover uitgedaagd tot een test. Ik ben allang blij dat u mij niet hebt uitgedaagd, want ik zou het zeker niet halen van de heer De Roover.

 

Ik wil ook verwijzen naar uw challenge aan de jeugd, op 2 april, in uw open brief. Ik zal u even citeren: "Het einde is nu echt in zicht; verzin een challenge en motiveer elkaar". Dat was uw eerste challenge, enkele weken geleden. Wel, mevrouw de minister, ik geef u een nieuwe challenge mee: neem zo lang mogelijk uw eigen maatregelen in acht. Hou vol en geef het voorbeeld.

 

Moties

Motions

 

De voorzitster:

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Peter De Roover en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Peter De Roover, Nabil Boukili en Ortwin Depoortere

en het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing,

- gelet op uw tweet van zaterdag 24 april waarin de minister van Binnenlandse Zaken pronkt met haar mondmaskerloze deelname aan een beeptest die dient als selectieproef voor aspirant-politieagenten;

- gelet op het feit dat de deelname zich situeerde in een sporthal waar schijnbaar geen acht werd genomen van artikel 8, §1, lid 2, 10° en artikel 8, lid 3, 3° van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 (zoals gewijzigd door het besluit van 27 april 2020) dat duidelijk stelt dat "sportzalen-en voorzieningen enkel geopend zijn voor: groepen van kinderen tot en met 12 jaar in het kader van schoolse of buitenschoolse activiteiten van het leerplichtonderwijs; sportactiviteiten, -stages en -kampen georganiseerd of toegelaten door de lokale overheid voor personen tot en met 18 jaar, met naleving van de regels voorzien in artikel 18; trainingen van professionele sporters; professionele wedstrijden; andere activiteiten dan sportactiviteiten, voor zover deze zijn toegelaten volgens de bepalingen van dit besluit en de geldende protocollen." en "(dat bij de voornoemde inrichtingen) de volgende minimale regels dienen te worden nageleefd: ( ... ) 3° het bedekken van de mond en de neus met een mondmasker en het dragen van andere persoonlijke beschermingsmiddelen worden steeds sterk aanbevolen in de inrichting, en worden er gebruikt indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd omwille van de aard van de uitgeoefende activiteit, onverminderd artikel 25.";

- noterende dat artikel 25 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 specifieert dat deze mondmaskerplicht enkel geldt voor kinderen boven 12 jaar;

- opmerkende dat de minister van Binnenlandse Zaken schijnbaar niet onder één van de voornoemde categorieën van artikel 8, §1, lid 2, 10° van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 lijkt te vallen;

- opmerkende dat de minister van Binnenlandse Zaken bovendien de sterke aanbeveling tot het dragen van een mondmasker in zo'n sportzaal of -voorziening die voortvloeit uit artikel 8, lid 3, 3° van datzelfde ministerieel besluit in de wind geslagen lijkt te hebben;

- overwegende dat dit een luxe lijkt te zijn die de minister van Binnenlandse Zaken zich aan zichzelf toekent, in tegenstelling tot het merendeel van de bevolking (boven 12 jaar) van wie deze luxe werd ontnomen sinds 28 oktober 2020 op basis van een door haarzelf ondertekend ministerieel besluit;

- opmerkende dat dit voorval veel zwaarwichtiger lijkt te zijn dan gecommuniceerd door de woordvoerder van de minister;

vraagt de regering

- dezelfde vrijheidsbeperkende maatregelen na te leven deze die ze oplegt aan de bevolking en bovendien haar voorbeeldfunctie op te nemen;

- te erkennen dat incidenten zoals een mondmaskerloze deelname aan een indoor beeptest van politiekandidaten een ongepaste activiteit is voor een minister van Binnenlandse Zaken wanneer een gezondheidscrisis woedt, gelet op het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 dat dezelfde activiteit voor de gewone bevolking verbiedt;

- zich te verontschuldigen tegenover deze bevolking, die al langer dan een jaar geacht wordt te leven volgens de letter van dit ministerieel besluit (en zijn voorgaande versies)."

 

Une première motion de recommandation a été déposée par M. Peter De Roover et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Peter De Roover, Nabil Boukili et Ortwin Depoortere

et la réponse de la ministre de l'Intérieur, des Réformes institutionnelles et du Renouveau démocratique,

- eu égard au tweet du samedi 24 avril dans lequel la ministre de l'Intérieur étale sa participation sans masque à un test de Léger, faisant partie des épreuves de sélection des aspirants policiers;

- eu égard au fait que cette participation se déroulait dans une salle de sport sans respecter apparemment l'article 8, §1, alinéa 2, 10° et l'article 8, alinéa 3, 3° de l'arrêté ministériel du 28 octobre 2020 (tel que modifié par l'arrêté du 27 avril 2020), lequel stipule explicitement que "les salles de sport et les infrastructures sportives sont uniquement ouvertes pour : l'accueil des groupes d'enfants jusqu'à l'âge de 12 ans accomplis, dans le cadre des activités scolaires et extrascolaires de l'enseignement obligatoire ; l'accueil des activités, stages et camps sportifs organisés ou autorisés par les autorités locales pour les personnes jusqu'à l'âge de 18 ans accomplis, dans le respect des règles prévues à l'article 18 ; les entraînements des sportifs professionnels ; les compétitions professionnelles ; d'autres activités que des activités sportives, pour autant qu'elles soient autorisées par les dispositions du présent arrêté et les protocoles applicables" et "(que dans les établissements précités) les règles minimales suivantes doivent être respectées: (…)  3° couvrir la bouche et le nez avec un masque et le port d'autres moyens de protection personnelle sont en tout temps fortement recommandés dans l'établissement, et y sont utilisés si les règles de distanciation sociale ne peuvent pas être respectées en raison de la nature de l'activité exercée, sans préjudice de l'article 25";

- notant que l'article 25 de l'arrêté ministériel du 28 octobre 2020 spécifie que le port obligatoire du masque ne concerne que les enfants de plus de 12 ans;

- faisant observer que la ministre de l'Intérieur ne semble apparemment appartenir à aucune des catégories précitées dans l'article 8, §1, alinéa 2, 10° de l'arrêté ministériel du 28 octobre 2020;

- faisant observer que la ministre de l'Intérieur semble, qui plus est, avoir ignoré la forte recommandation, découlant de l'article 8, alinéa 3, 3° de ce même arrêté ministériel, de porter un masque dans une telle salle de sport ou infrastructure sportive;

- considérant que la ministre de l'Intérieur semble s'accorder ce luxe, contrairement à la majorité de la population (de plus de 12 ans) qui en est privée depuis le 28 octobre 2020 sur la base d'un arrêté ministériel signé de sa main;

- faisant observer que cet incident semble nettement plus grave que ne l'a laissé entendre le porte-parole de la ministre;

demande au gouvernement

- de respecter les mesures restrictives de liberté qu'il impose à la population et d'assumer, par ailleurs, sa fonction d'exemple;

- d'admettre que des incidents tels que la participation sans masque buccal, dans une salle de sport, à un test de Léger organisé pour des aspirants policiers constitue une activité inappropriée pour une ministre de l'Intérieur alors qu’une crise sanitaire sévit, eu égard à l'arrêté ministériel du 28 octobre 2020 qui interdit cette même activité à la population ordinaire;

- de présenter ses excuses à ladite population censée vivre depuis plus d'un an en respectant à la lettre l'arrêté ministériel précité (et ses versions antérieures)."

 

Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Nabil Boukili en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de heren Peter De Roover, Nabil Boukili en Ortwin Depoortere

en het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing,

- overwegende dat meerdere burgemeesters van ons land geweigerd hebben toestemming te geven voor evenementen naar aanleiding van 1 mei;

- overwegende dat die evenementen georganiseerd zouden worden met inachtneming van de vigerende gezondheidsmaatregelen;

- overwegende dat 1 mei de Dag van de Arbeid is, een traditioneel feest van de arbeiders, waarop de verworvenheden van de sociale strijd van de arbeidersbeweging gevierd worden;

- overwegende dat de Kamer betreurt dat er bij de toepassing van de coronamaatregelen met twee maten gemeten wordt, en dat de minister van Binnenlandse Zaken daarvan eens te meer een sterk staaltje gegeven heeft door zonder mondmasker deel te nemen aan een indoorsportproef;

adviseert de regering

zich uit te spreken voor het verlenen van toestemming voor sociale evenementen en manifestaties waarbij de gezondheidsregels in acht worden genomen, en de burgemeesters erop aan te spreken om zich ervan te vergewissen dat die toestemming effectief verleend wordt."

 

Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Nabil Boukili et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de MM. Peter De Roover, Nabil Boukili et Ortwin Depoortere

et la réponse de la ministre de l'Intérieur, des Réformes institutionnelles et du Renouveau démocratique,

- considérant que plusieurs bourgmestres du pays ont refusé d'autoriser des évènements organisés à l'occasion du 1 mai;

- considérant que ces évènements respectaient les normes sanitaires en vigueur;

- considérant que le 1er mai constitue une fête traditionnelle pour les travailleurs, qui célèbre les victoires conquises par la lutte sociale du mouvement ouvrier;

- considérant que la Chambre déplore le deux poids, deux mesures appliqué dans l'application des mesures corona, la ministre de l'Intérieur en ayant, à nouveau, montré un exemple en participant à un entraînement sportif en intérieur, sans masque;

recommande au gouvernement

- de se prononcer en faveur de l'autorisation d'évènements sociaux et manifestations qui respectent les normes sanitaires en vigueur et interpeller les bourgmestres pour s'assurer de l'application de ces autorisations."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Maggie De Block en Melissa Depraetere en de heren Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre en Servais Verherstraeten.

Une motion pure et simple a été déposée par Mmes Maggie De Block et Melissa Depraetere et MM. Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre et Servais Verherstraeten.

 

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

 

17.09  Servais Verherstraeten (CD&V): Mevrouw de voorzitster, u kondigde bij de eerste interpellatie aan dat de stemming over de motie aan het einde van de vergadering zou gebeuren. Ik neem aan dat dat ook voor de voorbije samengevoegde interpellaties geldt. Voor zover als nodig, verzoek ik u om ook over de motie naar aanleiding van die interpellaties straks te laten stemmen.

 

18 Samengevoegde interpellaties van

- Sofie Merckx aan Meryame Kitir (Ontwikkelingssamenwerking en Grote Steden) over "Het standpunt van België m.b.t. het waiver-voorstel om de patenten op het covidvaccin op te heffen" (55000126I)

- Anneleen Van Bossuyt aan Meryame Kitir (Ontwikkelingssamenwerking en Grote Steden) over "De openstelling van patenten" (55000127I)

18 Interpellations jointes de

- Sofie Merckx à Meryame Kitir (Coopération au développement et Grandes villes) sur "La position belge sur la proposition de dérogation tendant à lever les brevets sur le vaccin covid" (55000126I)

- Anneleen Van Bossuyt à Meryame Kitir (Coopération au développement et Grandes villes) sur "La suspension des brevets" (55000127I)

 

18.01  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, morgen komt de Wereldhandelsorganisatie samen voor een belangrijke vergadering met één zeer belangrijk punt op de agenda: zullen de patenten op het covidvaccin al dan niet worden opgeheven? Wij stellen vandaag de vraag wat het standpunt van de Belgische regering hierover zal zijn. Zal onze regering het voorstel steunen om de patenten op te heffen en er zo voor zorgen dat er sneller meer vaccins geproduceerd kunnen worden en wij sneller een einde kunnen stellen aan de pandemie of zullen wij zwijgen?

 

Mevrouw de minister, begin deze week hoorden wij uw standpunt op de televisie. U zei dat u voorstander bent van het opheffen van de patenten om de armere landen te kunnen helpen en u zei tevens dat dat het standpunt van de regering is. Uw woorden waren nog niet koud of de twee liberale partijvoorzitters floten u terug. Wat is nu eigenlijk het standpunt van de regering? Deze discussie is te belangrijk om gewoon over te kibbelen in de Wetstraat. Wij willen een duidelijk signaal. Bovendien kijkt heel de wereld toe op de vergadering van morgen. De voorbije dagen zagen wij vreselijke beelden uit India en Brazilië. Als in een ware nachtmerrie raast het virus door en na een jaar zijn er nog steeds tienduizenden slachtoffers per dag. De beelden van mensen die moeten aanschuiven in ziekenhuizen, die een tekort aan zuurstof hebben, blijven op ons netvlies gebrand. Er zijn zelfs te weinig begraafplaatsen. Het zou misdadig zijn om hier gewoon op te blijven toekijken zonder te reageren.

 

Er is echter ook iets anders: hoewel het virus doorraast, staan wij toch niet op hetzelfde punt als vorig jaar. Wat anders is, is dat er een oplossing is, onder andere het vaccin tegen het covidvirus. Het is technisch perfect mogelijk om meer vaccins te produceren. Vandaag wordt minder dan de helft van de mondiale productiecapaciteit gebruikt en bedrijven over de hele wereld staan klaar om vaccins te produceren: van Europa tot Zuid-Afrika, Bangladesh, India en Canada. Zodra zij groen licht krijgen, kunnen zij er op enkele maanden voor zorgen dat er miljoenen vaccins extra van de band rollen. Dat zou goed zijn voor de mensen, voor de gezondheid en voor de economie.

 

Maar toch gebeurt het voorlopig niet, omdat er één sector dwars ligt: de farmasector met zijn aandeelhouders.

 

Collega's, exact een jaar geleden stonden wij hier en voorspelden wij dat de farmabedrijven zouden weigeren om hun patent op te geven. Dat is ook uitgekomen. Het gevolg is dat er veel te weinig vaccins worden geproduceerd in Europa en wereldwijd. Dat is echt het cynisme van het kapitalisme: de oplossing bestaat, maar is in handen van een handvol farmabedrijven die weigeren om kennis te delen, omdat ze liever winst maken op de rug van al die zieke mensen. De westerse overheden staan erbij en kijken ernaar.

 

Maar meer en meer mensen pikken deze situatie niet meer en ze hebben gelijk. Aan de ene kant is het vaccin van ons. Wij hebben er meerdere keren voor betaald. Wij hebben als maatschappij alle risico's op ons genomen en heel veel publieke middelen geïnvesteerd. Hoe krijgt men dan nog uitgelegd dat het vaccin zelf in private handen blijft? Exact een jaar geleden stonden wij hier in de Kamer met een resolutie om ervoor te zorgen dat het vaccin voor iedereen beschikbaar zou zijn en niet onder een patent zou vallen. Die resolutie hier werd toen door niemand gesteund. Maar de zaken komen in beweging. Dat is de kracht van een goed idee, zeker als het van de PVDA komt. Een jaar geleden stonden wij hier als eerste met ons voorstel om de patenten op te heffen. Het klonk  dat wij aan doemdenken zouden doen, maar vandaag scharen meer en meer mensen zich daar achter. Wij hebben bakens verzet.

 

Het is niet alleen de kracht van ons voorstel, maar ook van de druk van onderuit. Honderden organisaties, ngo's, sociale bewegingen, ziekenfonds, vakbonden en activisten voeren vandaag campagne voor het opheffen van de patenten. Meer dan 165.000 handtekeningen werden reeds verzameld voor het Europees burgerinitiatief No profit on pandemics. Politiek komen er ook zaken in beweging. We herinneren ons allemaal een uitspraak van mevrouw Rutten van enkele maanden geleden. Onlangs kwam daar een zeer lange lijst van voormalige staatshoofden bij, prominente Nobelprijswinnaars en ook enkele oudgedienden van de Kamer, zoals de heer Leterme en de heer De Croo senior.

 

Begin deze week was er dan uw uitspraak, mevrouw Kitir. U toonde zich voorstander. Ook mevrouw Almaci van Groen bevestigde haar standpunt. Deze ochtend lazen we dat ook de heer Coens van CD&V er serieus over nadenkt.

 

Onder druk veranderen zaken en dat is een goede zaak.

 

Demain, madame la ministre, se tiendra une réunion importante au sein de l'Organisation mondiale du commerce (OMC). La Belgique a une chance unique de se prononcer pour la levée du brevet du vaccin contre le coronavirus. Depuis des mois figure sur la table de l'OMC une proposition portée par l'Inde et l'Afrique du Sud, et soutenue par des centaines de pays, dont les plus pauvres, pour lever les brevets.

 

Toutefois, les États-Unis et l'Europe bloquent cette proposition pour le moment. Et ce sont parfois les mêmes politiques qui, la main sur le cœur, montrent leur solidarité face à l'explosion de la pandémie en Inde, mais qui s'opposent systématiquement à toute avancée sur ce sujet-là. ça, c'est de l'hypocrisie, et nous ne pouvons plus l'accepter. Il est temps de mettre fin à ce cynisme, et je sais qu'il est possible, en tant que pays, de ne pas nous mettre derrière l'Europe mais de demander un point de vue de notre pays.

 

Demain, le choix sera clair: la Belgique prendra-t-elle oui ou non position pour la levée des brevets? Va-t-elle faire le choix du profit de certains ou de la santé pour tous?

 

18.02  Anneleen Van Bossuyt (N-VA): Mevrouw de voorzitster, mevrouw de minister, jammer genoeg zijn wij nog niet van de pandemie verlost, maar er schijnt wel stilaan licht aan het einde van de tunnel. Een belangrijke reden voor dat licht aan het einde van de tunnel zijn de vaccins. Iedereen is het daar wellicht over eens. Het zijn de vaccins die ons beschermen tegen het virus.

 

Iedereen is het er denkelijk ook over eens dat de snelheid waartegen de vaccins er zijn gekomen, heel hoog is. Normaal duurt het ontwikkelen van een vaccin immers jarenlang. Het is dankzij de competitie en de vrije markt dat het tempo waartegen het vaccin nu is ontwikkeld of zelfs verschillende vaccins zijn ontwikkeld, zo snel was.

 

Bedrijven investeren vaak jarenlang, nemen grote risico's en doen dure investeringen om onderzoek te doen dat vaak tot niets leidt. Niettemin nemen zij dat risico, omdat zij weten dat zij, wanneer zij wel een werkzaam medicijn hebben gevonden, het patent daarop krijgen.

 

Er is al verwezen naar het feit dat eind 2020 landen, met name India en Zuid-Afrika, het initiatief hebben genomen om het patent op de vaccins op te heffen en dus met andere woorden de intellectuele eigendom af te nemen van de betrokken bedrijven.

 

Laat mij heel duidelijk zijn vooraleer ik doorga. Onze fractie is het er zeker mee eens dat iedereen overal ter wereld een vaccin zal kunnen krijgen. Het is heel belangrijk dat wij nu onze internationale solidariteit optimaal tonen. Dat moeten wij zeker doen.

 

De vraag is echter alleen of wij dat doen door de patenten open te stellen. Zal dat de oplossing zijn?

 

Volgens ons is dat niet het antwoord.

 

Ik heb begrepen dat ook minister Wilmès geen voorstander van dat openstellen is. Ook de Europese Commissie stelt dat er andere mogelijkheden zijn dan het openstellen van de patenten om ervoor te zorgen dat iedereen het vaccin zal krijgen.

 

Het probleem ligt niet zozeer bij de intellectuele eigendom, maar bij het tekort aan vaccins. Dat kan opgelost worden op andere manieren dan door de patenten open te stellen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen doordat de producenten en de licentiehouders meer samenwerken. Op die manier kunnen de vaccins op meer plaatsen worden geproduceerd, zonder dat de intellectuele eigendom van die bedrijven wordt afgenomen door die patenten op te heffen.

 

Mevrouw Merckx zei het al, de discussie blijft doorlopen. Onlangs was er de brief aan president Biden, die door verschillende regeringsleiders en ex-regeringsleiders werd ondertekend. Uw persoonlijk standpunt vernamen wij ook al, maar uw woorden waren nog niet koud of Georges-Louis Bouchez was er als de kippen bij om te zeggen dat het opheffen van de patenten alleszins niet de keuze is van de Belgische regering.

 

Mevrouw de minister, welke positie zal de Belgische regering hierin verdedigen?

 

Als u de opheffing van de patenten wel een goed idee vindt, op welke manier zult u er dan voor zorgen dat in de toekomst, als we voor een nieuwe pandemie of andere uitdagingen op het vlak van volksgezondheid staan, de bedrijven nog de nodige investeringen zullen doen en het risico nemen om een onderzoek te doen?

 

18.03 Minister Meryame Kitir: De wereld was nooit gericht op zoveel productie op zo weinig tijd. Opeens moesten we heel veel van hetzelfde produceren, namelijk vaccins die ons allemaal gezond houden en beschermen tegen het virus en ons weer onze vrijheid bezorgen. Dat vraagt ontzettend veel, niet alleen voor de productie, maar ook voor de capaciteit, of met andere woorden de ruimte en de middelen om dat te doen. In het Westen is dat al een probleem. Dat hebben we de voorbije maanden kunnen zien, maar op vele andere plaatsen in de wereld is dat nog een groter probleem. Dat is niemand zijn schuld, maar een gevolg van het systeem. Verdeling blijft achter, zowel door gebrekkige productie, als aankoopmogelijkheden van landen. Het systeem dat normaal gezien werkt, werkt nu niet.

 

We moeten ons de vraag stellen of dit een menselijke situatie is. Kunnen wij het ons veroorloven dat dit systeem niet werkt? Dan is het antwoord heel simpel, en u onderschrijft dat antwoord ook. Het antwoord is dat wij ons dat niet kunnen veroorloven om de simpele reden dat we pas veilig zullen zijn als iedereen veilig zal zijn, als iedereen dat vaccin ingespoten krijgt. Dat is in ieders belang, ook in ons eigen belang. Dan kan men zich de vraag stellen hoe men dat zo snel mogelijk doet. Hoe wordt iedereen zo snel mogelijk veilig zodat ook wij in ons land veilig zijn? Dat is de uitdaging waar we voor staan.

 

De doelstelling van de Belgische regering is dan ook glashelder: armere landen zo snel mogelijk toegang geven tot vaccins en productiecapaciteit zonder dat het onnodig de markt verstoort. Het is niet de eerste keer dat ik hier zeg dat we pas veilig zijn als iedereen veilig is. Het idee dat als we hier op ons eiland gevaccineerd zijn, verlost zijn van deze pandemie, is volledig achterhaald. Vandaag is meer dan 80% van de opnames in onze ziekenhuizen veroorzaakt door de Britse variant. De Braziliaanse variant maakt zijn opmars en ook de Indische mutatie is hier al gesignaleerd.

 

Het virus kent geen grenzen. Zonder voldoende globale vaccinatie krijgen we deze pandemie niet klein. Solidariteit is dus de enige uitweg, in België, maar ook wereldwijd.

 

We moeten toegeven dat de wereld niet voorbereid was op dit soort crisis, niet op sanitair vlak, noch wat betreft de productie en een faire distributie van vaccins. Het opschalen van die mondiale productie is een uiterst technische en moeilijke logistieke oefening. Sinds de eerste spuit hebben we er 143 dagen over gedaan om 1 miljard mensen te vaccineren. Er zijn 7,8 miljard mensen en sommige vaccins behoeven meerdere dosissen. Reken zelf maar uit.

 

De klassieke manier waarop we vaccins produceren, volstaat vandaag niet om aan de noden te voldoen. Daarbij komt nog dat de vaccins die beschikbaar zijn, ongelijk worden verdeeld. Veertig procent van de covidvaccins die wereldwijd worden toegediend, zijn naar 27 rijke landen gegaan, goed voor 11 % van de wereldbevolking. De landen waar de 11 % armste mensen wonen, hebben 1,6 % van de vaccins gekregen. De landen met de hoogste inkomens vaccineren 25 keer sneller dan de landen met de laagste inkomsten.

 

COVAX, het mechanisme dat voor solidariteit met de ontwikkelingslanden moest zorgen, kampt vandaag met een tekort aan toevoer door het Indische exportverbod. COVAX heeft daarom deze week aan 59 landen moeten aankondigen dat het niet aan de leveringsbeloften kan voldoen. Dat toont nog maar eens hoe sterk we allemaal met elkaar verbonden zijn.

 

Ik ben dan ook blij dat op Europees niveau wordt bekeken hoe we straks onze eigen surplus kunnen herverdelen via COVAX.

 

Collega's, deze regering is ervan overtuigd dat ontwikkelingslanden toegang moeten krijgen tot vaccins en dat deze een globaal publiek goed zijn. Wij hebben bij de Europese Unie erop aangedrongen om oor te hebben naar de argumenten van de ontwikkelingslanden binnen de WHO. Vandaag is het speelveld in de internationale politiek niet langer hetzelfde als voorheen. Om ons heen vinden volop ontwikkelingen plaats, die mij positief stemmen. De doelstelling van de Belgische regering, namelijk iedereen zo snel mogelijk vaccineren, wordt door de meeste landen gedeeld.

 

Kijk naar wat er nu gebeurt in de Verenigde Staten, waar met nieuw leiderschap ook nieuwe prioriteiten centraal komen te staan. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat we onze doelstellingen niet loslaten maar ze effectief vasthaken aan deze veranderingen.

 

De Europese Unie meent dat er vandaag voldoende flexibiliteit bestaat in de vigerende internationale wetgeving, namelijk de mogelijkheid tot het tijdelijk opheffen van octrooirechten via dwanglicenties of het vrijwillig delen van kennis via de COVID-19 Technology Access Pool van de Wereldgezondheidsorganisatie. De realiteit is evenwel dat de bestaande flexibiliteit niet gebruikt wordt. Volgens een schatting, gebaseerd op cijfers van UNICEF, draait de wereldproductie op 42 % van haar volledige capaciteit. We hebben dus nog een hele weg te gaan.

 

Beste collega's, als we ons vandaag de vraag niet stellen hoe ons systeem in geval van een pandemie beter kan werken, wanneer gaan we dat dan wel doen? Mevrouw Merckx, Mevrouw Van Bossuyt, u zal het met mij eens zijn dat we in uitzonderlijke omstandigheden verkeren. Ik heb nergens verkondigd dat ik het octrooi wil afschaffen. Als de ontwikkeling van een vaccin echter gedeeltelijk of bijna volledig met overheidsmiddelen wordt gesteund, mogen wij dan niets in ruil verwachten? Als AstraZeneca een akkoord kan sluiten met de grootste producent ter wereld in India, waarom bestaan er dan niet meer van die akkoorden om de kennis te delen?

 

Vandaag worden de meeste vaccins geproduceerd in China. Ook de Verenigde Staten, ons land, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zijn grote producten. Op het Afrikaans continent produceert echter alleen Zuid-Afrika, bovendien slechts in zeer kleine hoeveelheden. De Afrikaanse landen zijn dan ook structureel afhankelijk van onze goodwill. Als we in eerste instantie vaccins naar ginder sturen, dan is dat een reactie op korte termijn. Op langere termijn wil ik er echter voor zorgen dat ook deze landen zelfredzaam worden, door ook daar te werken aan de productiecapaciteit.

 

Ik zal deze kar ook de volgende dagen blijven trekken en steeds weer hetzelfde punt maken. Iedereen dient immers toegang te krijgen tot een vaccin. De discussie op wereldniveau is aan de gang en vandaag staan de rijke landen tegenover de arme. Ik merk dat de Verenigde Staten een nieuw compromis willen zoeken en de EU mag dan niet achterblijven, want enkel en alleen door internationale solidariteit zullen we uit deze crisis raken.

 

18.04  Sofie Merckx (PVDA-PTB): Madame la ministre, votre réponse me déçoit. Vous avez livré un beau discours. Vous avez expliqué l'accès inégal et fait part des différents problèmes. Mais je n'ai rien entendu de concret. Il a fallu que les deux présidents des partis libéraux vous rappellent à l'ordre pour que, finalement, vous ne disiez plus rien.

 

Er zijn tienduizenden doden. Een humanitaire ramp speelt zich voor onze ogen af. Maar uiteindelijk kan ik niets van u verwachten. Buiten liefdadigheid via het COVAX-mechanisme hebt u vandaag helemaal niets aangekondigd.

 

U hebt niet geantwoord op de vraag. Ik heb gevraagd naar de positie van de Belgische regering. Ik heb die niet gehoord. U mag mij tegenspreken, maar ik heb niet gehoord wat het standpunt van de Belgische regering is. Dat betekent eigenlijk dat de Belgische regering vandaag medeplichtig is, samen met de Europese Unie, die morgen bij de WTO het voorstel van India en Zuid-Afrika om de patenten op te heffen en de productie op te schalen, mee zal blokkeren.

 

In die zin plengt u krokodillentranen: ocharme, in India, en ocharme, er moeten overal vaccins komen. Maar waar concrete oplossingen moeten komen voor een concreet probleem, blijven wij aan de kant staan van degenen die ze blokkeren. Dat is schandalig.

 

Ik kan enkel een oproep doen aan de collega's hier, die er misschien anders over denken. Ik heb ook een motie ingediend om te vragen dat België effectief zelf een standpunt inneemt. Dat is immers mogelijk.

 

U hebt het zelf gezegd: de patentwetgeving is nationale wetgeving. Wij kunnen dus effectief in de Wereldhandelsorganisatie ons eigen standpunt vertolken. Maar blijkbaar hebben de liberalen u daar anders over doen denken.

 

Ik roep de collega's op via de motie de Belgische regering aan te sporen een ander standpunt in te nemen en wel degelijk voor de opheffing van de patenten op te komen.

 

18.05  Anneleen Van Bossuyt (N-VA): Mevrouw de minister, ik ben vooral heel erg blij met uw expliciete verklaring dat u de patenten niet wilt openstellen, in tegenstelling tot wat u eerder in de media hebt verklaard. Ik ben daar echt heel blij om, want de patenten zijn niet het probleem, maar wel de beschikbaarheid van de vaccins en dat heeft dan weer te maken met niet alleen een logistiek probleem, maar ook met een technisch probleem. Immers, niet zomaar iedereen kan de vaccins beginnen te produceren. Daar is heel wat knowhow voor nodig.

 

Een eventuele openstelling van de patenten, zoals collega Merckx bepleit, doet trouwens andere grote vragen rijzen. Immers, dankzij innovatie en de patenten zijn immers al ontelbare levens gered. Vandaag zijn bijvoorbeeld baby's die na 25 weken zwangerschap worden geboren, al levensvatbaar. Vandaag zijn er geneesmiddelen waardoor hiv onder controle kan worden gehouden. Vandaag zijn er immuno-oncologische geneesmiddelen waardoor mensen met kanker langer in leven kunnen blijven. Er zijn zoveel voorbeelden van innovatie, die er gekomen is dankzij het onderzoek en de risico's die die bedrijven hebben genomen en de patenten die zij daarop krijgen. Wij mogen die vooruitgang zeker niet stilleggen door de patenten open te stellen, want het is innovatie, die de motor is om vooruit te gaan en om ons ook in de toekomst te beschermen.

 

Mevrouw Merckx, ik nodig u uit om er even eens bij stil te staan. We moeten eens bekijken in wat voor wereld wij vandaag zouden leven zonder patenten. Dan zouden wij nu het licht nog niet aan het einde van de tunnel zien.

 

Mevrouw de minister, u verwees ook naar de varianten, die steeds meer circuleren. Dat is nog eens een voorbeeld van het grote belang van de patenten.

 

Nogmaals, het is heel belangrijk dat iedereen zo snel mogelijk gevaccineerd zal worden. Wij zeggen dat het openstellen van patenten daarvoor niet de oplossing is, maar dat er andere oplossingen zijn. Wij zullen daartoe ook een motie indienen.

 

U verwees ook naar het COVAX-initiatief, waarvoor wij echt voluit moeten gaan. Wij moeten er echter ook voor zorgen dat, zoals ik eerder zei, de producenten en licentiehouders samen worden gebracht, zodat er meer geproduceerd kan worden. Wij moeten ook onze Belgische bedrijven aansporen om daar mee in te stappen, om bijvoorbeeld ook vaccins ter beschikking te stellen aan een lagere prijs aan ontwikkelingslanden.

 

Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat iedereen in de wereld zo snel mogelijk gevaccineerd is. De openstelling van patenten is daarvoor alvast niet de oplossing.

 

Motions

Moties

 

La présidente:

En conclusion de cette discussion les motions suivantes ont été déposées.

Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

 

Une première motion de recommandation a été déposée par Mme Sofie Merckx et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mmes Sofie Merckx et Anneleen Van Bossuyt

et la réponse de la ministre de la Coopération au développement et de la Politique des Grandes villes,

- vu la situation d'urgence sanitaire qui étend son emprise sur le monde entier depuis maintenant déjà plus d'un an, qui a déjà causé plus de trois millions de décès de par le monde et qui a une influence particulièrement lourde sur l'ensemble de la vie sociale de la population;

- vu la demande notamment formulée par l'Inde, qui se trouve dans une situation d'urgence sanitaire, et par une coalition de cent pays de l'Organisation mondiale du commerce;

- vu l'importance de vacciner dans les meilleurs délais une part aussi importante que possible de la population contre le coronavirus afin d'endiguer la propagation du virus;

- vu qu'après un délai maximum estimé à un an, le coronavirus aura tellement muté que la plupart des vaccins de la première génération auront perdu leur efficacité et que nous aurons besoin de nouveaux vaccins;

- vu l'inégalité grotesque sur le plan de l'accès aux vaccins, qui découle du fait que les plus pauvres de notre planète, à savoir 80 % de la population mondiale, ont reçu jusqu'à présent autant de doses que les plus riches, qui représentent 20 % de cette population, une situation qui reflète un échec moral catastrophique, comme l'a affirmé le chef de l'OMS, Tedros Adhanom Ghebreyesus, mais également un échec important sur les plans politique et économique puisqu'il n'a pas été possible de transformer le progrès technologique en une réaction efficace et juste visant à protéger la santé publique dans le monde entier;

- vu que selon des estimations, à peine 43 % de la capacité de production mondiale de vaccins contre la covid-19 est actuellement effectivement utilisée pour la production de vaccins agréés;

- vu que plusieurs entreprises de par le monde ont la capacité et la volonté de produire des centaines de millions de vaccins à relativement court terme;

- vu les estimations des Nations Unies et de l'Organisation mondiale de la Santé, selon lesquelles si la technologie de production est mise à la disposition des intéressés, il sera encore possible de vacciner 60 % de la population mondiale cette année;

- vu l'existence de plusieurs plateformes permettant la transmission des technologies et du savoir-faire nécessaires à la production de vaccins contre la covid-19;

- vu que les droits de propriété intellectuelle constituent actuellement le principal obstacle à l'accélération de la fabrication de vaccins en vue de la production d'un volume supérieur;

- vu que la recherche fondamentale ayant permis la mise au point de vaccins contre le coronavirus a été en grande partie financée par des fonds publics;

- vu l'investissement massif de moyens publics à toutes les phases de la recherche, du développement et de la production des vaccins contre le coronavirus;

- vu l'intention de certaines grandes entreprises pharmaceutiques de faire grimper le prix des vaccins contre la covid-19 dans un avenir proche;

- vu le rôle de premier plan que peut jouer notre pays, au cœur de l'industrie pharmaceutique européenne, face au défi mondial que représente la nécessité de donner à tous un accès aussi rapide que possible aux vaccins;

- vu les 165 000 signatures déjà récoltées par l'initiative citoyenne européenne "Pas de profit sur la pandémie", largement soutenue par des syndicats, des mouvements sociaux, des ONG et des militants dans plusieurs pays, une initiative qui consiste à demander à la Commission européenne de tout mettre en œuvre pour assurer la disponibilité du vaccin anti-coronavirus pour tous et un accès universel à celui-ci;

demande au gouvernement fédéral:

- de prendre position au sein de l'Organisation mondiale du commerce, en tant qu'État individuel, en faveur de la suppression des brevets sur le vaccin contre la covid-19 et de soutenir à cet effet la proposition de dérogation introduite par l'Inde et l'Afrique du Sud."

 

Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Sofie Merckx en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de dames Sofie Merckx en Anneleen Van Bossuyt

en het antwoord van de minister van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedenbeleid,

- gelet op de sanitaire noodtoestand, die de hele wereld nu al meer dan een jaar volledig in haar greep heeft, wereldwijd ondertussen al voor meer dan drie miljoen overlijdens zorgde, en een bijzonder zware impact heeft op het hele maatschappelijke leven van de bevolking;

- gelet op het verzoek van onder meer lndia, dat zich in een humanitaire noodtoestand bevindt, en een coalitie van honderd landen in de Wereldhandelsorganisatie;

- gelet op het belang om zo snel mogelijk een zo groot mogelijk deel van de bevolking te vaccineren tegen het coronavirus om zo de verspreiding van het virus een halt toe te roepen;

- gelet op de geschatte maximumtermijn van een jaar vooraleer het coronavirus zodanig muteert dat de meeste vaccins van de eerste generatie hun werkzaamheid verliezen, en dat we nieuwe vaccins nodig zouden hebben;

- gelet op de groteske ongelijkheid op vlak van toegang tot vaccins, die blijkt uit het feit dat de 80% armsten van deze planeet tot dusver evenveel dosissen kregen als de 20% rijksten, wat niet alleen wijst op een catastrofaal moreel fa/en zoals WHO-topman Tedros Adhanom Ghebreyesus het verwoordde, maar ook op een belangrijk politiek en economisch fa/en om technologische vooruitgang te vertalen in een efficiënt en rechtvaardig antwoord om de volksgezondheid wereldwijd te beschermen;

- gelet op het feit dat momenteel naar schatting amper 43 procent van de mondiale productiecapaciteit voor COVID-19-vaccins ook effectief gebruikt wordt voor de productie van goedgekeurde vaccins;

- gelet op het feit dat wereldwijd verschillende bedrijven klaar staan en vragende partij zijn om op relatief korte termijn honderden miljoenen vaccins te produceren;

- gelet op inschattingen van de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie dat, ais de productietechnologie ter beschikking wordt gesteld, dit jaar nog 60% van de wereldbevolking gevaccineerd kan worden;

- gelet op het bestaan van verschillende platforms die de overdracht van technologie en knowhow mogelijk maken die nodig is voor de productie van Covid-19-vaccins;

- gelet op het feit dat de intellectuele eigendomsrechten vandaag het eerste en voornaamste obstakel vormt om sneller meer vaccins te produceren;

- gelet op het feit dat het basisonderzoek voor de coronavaccins grotendeels met overheidsgeld is betaald;

- gelet op de massale publieke middelen die geïnvesteerd werden in aile fasen van het onderzoek, de ontwikkeling en de productie van de coronavaccins;

- gelet op het voornemen van een aantal grote farmaceutische bedrijven om de prijs voor Covid-19-vaccins op korte termijn de hoogte in te jagen;

- gelet op de vooraanstaande rol dat ons land als hart van de Europese farma-industrie te spelen heeft in de wereldwijde uitdaging om iedereen zo snel mogelijk toegang te geven tot de vaccins;

- gelet op de ondertussen 165. 000 handtekeningen voor het Europees Burgerinitiatief 'No profit on Pandemic', dat breed gedragen wordt door vakbonden, sociale bewegingen, ngo's en activisten in verschillende landen en dat de Europese commissie vraagt om alles in het werk te stellen om het coronavaccin voor iedereen beschikbaar en toegankelijk te maken;

Verzoekt de federale regering:

- om binnen de Wereldhandelsorganisatie ais individuele lidstaat standpunt in te nemen vóór het opheffen van de patenten op het Covid-19-vaccin en hiertoe het voorliggende waivervoorstel van lndia en Zuid-Afrika te steunen."

 

Une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mme Anneleen Van Bossuyt et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu les interpellations de Mmes Sofie Merckx et Anneleen Van Bossuyt

et la réponse de la ministre de la Coopération au développement et de la Politique des Grandes villes,

- ayant entendu la vice-première ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et du Commerce extérieur, et des Institutions culturelles fédérales lors de la séance des questions orales en commission des Affaires étrangères le 27 avril 2021;

- vu les déclarations de la ministre de la Coopération au développement et de la Politique des grandes villes dans la presse concernant la suppression des brevets;

- vu l’importance des vaccins dans la lutte contre la covid-19;

- vu l’existence de l’initiative Covax, une coopération à l’échelle mondiale entre les gouvernements et les entreprises pharmaceutiques dans la recherche conjointe de solutions afin de répartir les vaccins dans le monde;

- vu la bonne volonté des entreprises pharmaceutiques à apporter leur contribution et à mettre les vaccins à moindre prix à la disposition des pays en développement;

- considérant que la seule suppression d’un brevet n’aura pas pour effet immédiat de libérer du savoir-faire et que, de ce fait, la production du vaccin ne sera pas définition pas possible;

- considérant que différentes entreprises pharmaceutiques sont toujours en train de développer un vaccin qui pourrait éventuellement se révéler utile dans la lutte contre les variants du virus;

- considérant que le processus de production des vaccins a également pris du retard en raison d’une pénurie de matières premières, des matériaux et d’infrastructure dans certaines régions, un problème qui ne sera pas résolu par la suspension des brevets;

- considérant que la suspension des brevets ne conduira pas à  notre objectif commun, à savoir combattre la crise de la covid-19 et vacciner un maximum de personnes partout dans le monde afin que nous puissions retourner à une vie dans laquelle chacun/chacune aura a liberté de se déplacer comme il/elle le souhaite;

demande au gouvernement

- d’apaiser les turbulences au sein du gouvernement et de prendre clairement position dans cette discussion;

- de contribuer à la recherche de solutions afin de mettre les vaccins à la disposition de tous ceux qui veulent se faire vacciner, attendu que chacun a droit à un vaccin contre la covid-19 et que la vaccination sera bénéfique à la situation sanitaire mondiale;

- de ne pas libérer les brevets parce que cela risque de freiner l’innovation future, ce qui serait également néfaste pour de nombreuses entreprises de Recherche & Développement dans notre pays et n’apportera en outre pas de solution au problème qui se pose;

- de suivre dans ce débat les travaux et les recommandations de l’OMS dans la mesure où celle-ci prend des initiatives pour réunir les producteurs et les titulaires de brevets afin d’intensifier la production, ce qui rendra les vaccins plus accessibles;

- d’inciter nos entreprises pharmaceutiques belges à coopérer à de telles initiatives afin d’intensifier la production et de pouvoir mettre les vaccins à moindre prix à la disposition des pays en développement ;

- d’appuyer pleinement des initiatives telles que la Covax;

- de surveiller attentivement l’apparition de nouveaux variants du virus pour lesquels des entreprises sont toujours en train de développer des vaccins. Ces travaux pourraient se trouver menacés si les incitants pour la recherche et le développement que constituent les brevets venaient à disparaître."

 

Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Anneleen Van Bossuyt en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellaties van de dames Sofie Merckx en Anneleen Van Bossuyt

en het antwoord van de minister van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedenbeleid,

- gehoord hebbende de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel, en van de Federale Culturele lnstellingen tijdens de mondelinge vragen in de commissie voor buitenlandse betrekkingen op 27 april 2021;

- gelet op de uitspraken van de minister van ontwikkelingssamenwerking en grootstedenbeleid in de pers betreffende het afschaffen van patenten;

- gelet op het belang van de vaccins om de COVID-19 crisis te bestrijden;

- gelet op het bestaan van het Covax initiatief, een wereldwijde samenwerking tussen regeringen en farmaceutische bedrijven, die samen oplossingen zoeken om de vaccins wereldwijd te verdelen;

- gelet op de bereidheid bij farmaceutische bedrijven om hun steentje bij te dragen en de vaccins aan lagere prijzen ter beschikking te stellen aan ontwikkelinlgslanden;

- overwegende dat enkel het opheffen van een patent, niet meteen alle nodige knowhow met zich mee zal brengen, waardoor productie van het vaccin niet per definitie mogelijk zal zijn;

- overwegende dat nog steeds verschillende farmaceutische bedrijven bezig zijn met het ontwikkelen van een vaccin, welke eventueel ook nuttig zullen zijn voor virusvarianten;

- rekening houdende met het feit dat het productieproces van vaccins ook vertraging oploopt door een tekort aan grondstoffen, materialen en infrastructuur in bepaalde regio's, een probleem dat niet zal worden opgelost door het opheffen van de patenten;

- gezien het opheffen van de patenten niet zal leiden tot ons gezamenlijk doel, namelijk de COVID 19 crisis bestrijden en zoveel mogelijk mensen overal ter wereld laten vaccineren, zodat we terug kunnen naar een leven waarin iedereen vrij is om te gaan en staan waar hij/zij wil;

vraagt de regering:

- om de strubbelingen op te lossen binnen de regering en een duidelijk standpunt in te nemen in deze discussie; Mee oplossingen te zoeken om vaccins ter beschikking te stellen aan iedereen die zich wil laten vaccineren, aangezien iedereen het recht heeft op een vaccin tegen COVID-19 en het de wereldwijde gezondheidssituatie ten goede zal komen;

- de patenten niet open te stellen, aangezien dit toekomstige innovatie zal afremmen, wat ook nefast zou zijn voor de vele O&O bedrijven in ons land en dit bovendien geen oplossing vormt voor het probleem dat zich stelt;

- de werkzaamheden en aanbevelingen van de WHO in deze discussie op te volgen, aangezien zij via initiatieven de producenten en licentiehouders proberen verbinden om de productie te verhogen, wat de vaccins makkelijker toegankelijk zal maken;

- onze Belgische farmaceutische bedrijven aan te sporen om mee te werken aan dergelijke initiatieven om de productie te verhogen en om vaccins aan lagere prijzen ter beschikking te stellen aan ontwikkelingslanden. initiatieven zoals de COVAX faciliteit voluit te steunen Virusvarianten in de gaten te houden, waarvoor nu nog steeds bedrijven vaccins aan het ontwikkelen zijn. Deze werkzaamheden zouden in gevaar kunnen komen, wanneer de incentive die patenten vormt voor onderzoek en ontwikkeling zal worden weggehaald."

 

Une motion pure et simple a été déposée par Mmes Maggie De Block et Melissa Depraetere et MM. Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre et Servais Verherstraeten.

Een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Maggie De Block en Melissa Depraetere en de heren Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre en Servais Verherstraeten.

 

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

 

18.06  Melissa Depraetere (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, ik heb een eenvoudige motie ingediend, ondertekend door de fractieleiders van de meerderheid. Ik vraag daarvoor ook de urgentie.

 

De voorzitster: Er is een eenvoudige motie ingediend door de meerderheid, waarvoor de urgentie is gevraagd.

 

19 Renvoi de propositions à une autre commission

19 Verzending van voorstellen naar een andere commissie

 

À la demande des auteurs, je vous propose de renvoyer la proposition de résolution suivante à la commission de l’Économie, de la Protection des consommateurs et de l’Agenda numérique:

- proposition de résolution (MM. Dieter Vanbesien et Gilles Vanden Burre, Mme Vanessa Matz et M. Nicolas Parent) pour une répartition équitable et sociale des distributeurs automatiques de billets en Belgique, n° 976/1.

Op verzoek van de indieners stel ik u voor het volgende voorstel van resolutie te verzenden naar de commissie voor Economie, Consumentenbescherming en Digitale Agenda:

- voorstel van resolutie (de heren Dieter Vanbesien en Gilles Vanden Burre, mevrouw Vanessa Matz en de heer Nicolas Parent) voor het realiseren van een eerlijke en sociale spreiding van geldautomaten in België, nr. 976/1.

 

Cette proposition de résolution avait été précédemment renvoyée à la commission des Finances et du Budget.

Dit voorstel van resolutie werd eerder verzonden naar de commissie voor Financiën en Begroting.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

À la demande des auteurs, je vous propose également de renvoyer la proposition de loi suivante à la commission de la Mobilité, des Entreprises publiques et des Institutions fédérales:

- proposition de loi (M. Benoît Piedboeuf, Mme Jadin Kattrin et M. Emmanuel Burton) modifiant la loi du 19 avril 1963 créant un établissement public dénommé "Théâtre royal de la Monnaie" et la loi du 22 avril 1958 portant statut de l'Orchestre national de Belgique, n° 505/1.

Op verzoek van de indieners stel ik u ook voor het volgende wetsvoorstel te verzenden naar de commissie voor Mobiliteit, Overheidsbedrijven en Federale Instellingen:

- wetsvoorstel (de heer Benoît Piedboeuf, mevrouw Jadin Kattrin en de heer Emmanuel Burton) tot wijziging van de wet van 19 april 1963 tot oprichting van een openbare instelling genaamd "Koninklijke Muntschouwburg" en de wet van 22 april 1958 houdende statuut van het Nationaal Orkest van België, nr. 505/1.

 

Cette proposition de loi avait été précédemment renvoyée à la commission des Finances et du Budget.

Dit wetsvoorstel werd eerder verzonden naar de commissie voor Financiën en Begroting.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

20 Demandes d'urgence émanant du gouvernement

20 Urgentieverzoeken van de regering

 

Le gouvernement a demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi modifiant la loi du 22 décembre 2020 relatif aux dispositifs médicaux, n° 1948/1.

De regering heeft de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 december 2020 betreffende de medische hulpmiddelen, nr. 1948/1.

 

Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.

Ik geef het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.

 

20.01 Staatssecretaris Eva De Bleeker: Mevrouw de voorzitster, het urgentieverzoek is ingegeven door het feit dat vanaf de datum van inwerkingtreding van de wet van 22 december 2020, met name 26 mei 2021, een financiering noodzakelijk is voor de in die wet ingeschreven werkzaamheden van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen, de ethische comités en het College Klinische Proeven, met betrekking tot het onderzoek van de aanvragen voor de verrichting van klinische proeven.

 

La présidente:

Je propose aux présidents de groupe de se prononcer sur cette demande.

Ik stel voor dat de fractievoorzitters zich over dit verzoek uitspreken.

 

L'urgence est adoptée.

De urgentie wordt aangenomen.

 

Le gouvernement a également demandé l'urgence conformément à l'article 51 du Règlement lors du dépôt du projet de loi relatif aux mesures de police administrative lors d'une situation d'urgence épidémique, n° 1951/1.

De regering heeft eveneens de urgentieverklaring gevraagd met toepassing van artikel 51 van het Reglement, bij de indiening van het wetsontwerp betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, nr. 1951/1.

 

Je passe la parole au gouvernement pour développer la demande d'urgence.

Ik geef het woord aan de regering om de vraag tot urgentieverklaring toe te lichten.

 

20.02 Minister Annelies Verlinden: Mevrouw de voorzitster, geachte Kamerleden, gisteren hadden we in de commissie de algemene bespreking van het ontwerp van pandemiewet. Ik kijk alvast uit naar de voortzetting van dit constructieve debat tijdens de artikelsgewijze bespreking die zal worden aangevat maandagnamiddag en tot de finish zal doorgaan, om het met de woorden van de commissievoorzitter te zeggen. Zoals ik al aanhaalde is het geenszins de bedoeling om overhaast te werk te gaan met de behandeling van dit wetsontwerp, maar we kunnen zeker verder gaan met de uitgebreide bespreking die heeft plaatsgevonden sinds begin maart, aan de hand van het unieke eerste traject dat dit ontwerp heeft gekend.

 

Nonobstant la confirmation par la jurisprudence ainsi que par la section législation du Conseil d'État de la validité du cadre juridique existant permettant de prendre les mesures qui s'imposent, on ne peut nier qu'il existe un grand besoin sociétal en faveur d'un cadre légal spécifique permettant d'agir rapidement et adéquatement lors de cette pandémie de longue durée mais aussi lors de futures pandémies.

 

Ce projet de loi doit nous permettre de répondre à ce besoin sociétal manifeste et justifié.

 

Het staat dus buiten kijf dat het wetsontwerp het voorwerp uitmaakt van een belangrijk maatschappelijk debat over de impact van de coronamaatregelen op de rechten en vrijheden van de burgers. Uit dat debat blijkt dat veel stemmen opgaan, om het wetsontwerp spoedig goed te keuren, zodat wij daardoor een grondig en ernstig debat ook verder mogelijk maken. Daarom wordt bij de indiening van het wetsontwerp de behandeling ervan met urgentie gevraagd.

 

Il convient également de noter que dans un délai d'une semaine et demie après réception de l'avis de la section législation du Conseil d'État, à savoir le 15 avril, le projet de loi a été approuvé en deuxième lecture en Conseil des ministres. Autrement dit, le gouvernement a déjà fait le nécessaire pour que ce projet puisse être traité en urgence.

 

Het behoeft weinig verder betoog dat de regering en de maatschappij vragen dat de behandeling van dit ontwerp efficiënt en spoedig wordt voortgezet. Ik hoop dan ook dat de urgentie vandaag kan worden goedgekeurd en dat de behandeling van dit wetsontwerp spoedig verder kan verlopen zodat we binnenkort aan de slag kunnen gaan met dit nieuw wettelijk kader voor het beheren van deze en toekomstige pandemieën waarin rechtszekerheid, legitimiteit van de maatregelen, transparantie en ook parlementaire betrokkenheid centraal zullen staan.

 

20.03  Peter De Roover (N-VA): De urgentie heeft niets te maken met de inhoud van het voorstel. Het is uiteraard een urgente aangelegenheid. Ik meen  mij te herinneren dat ik enkele weken geleden de urgentie heb gevraagd voor een wetsvoorstel van onze fractie dat dezelfde aangelegenheid wenst te regelen. De meerderheid heeft toen gemeend dat dit niet urgent was en ik neem aan dat ze deze keer ook consequent neen zal zeggen. Ik moet mij deze keer aansluiten bij de houding van de meerderheid en ik zeg nee tegen de urgentie.

 

De voorzitster:

Ik stel voor dat de fractievoorzitters zich over dit verzoek uitspreken.

Je propose aux présidents de groupe de se prononcer sur cette demande.

 

De urgentie wordt aangenomen.

L'urgence est adoptée.

 

21 Prise en considération de propositions

21 Inoverwegingneming van voorstellen

 

Vous avez pris connaissance dans l'ordre du jour qui vous a été distribué de la liste des propositions dont la prise en considération est demandée.

In de laatst rondgedeelde agenda komt een lijst van voorstellen voor waarvan de inoverwegingneming is gevraagd.

 

S'il n'y a pas d'observations à ce sujet, je considère la prise en considération de ces propositions comme acquise. Je renvoie les propositions aux commissions compétentes conformément au Règlement.

Indien er geen bezwaar is, beschouw ik de inoverwegingneming van deze voorstellen als aangenomen. Overeenkomstig het Reglement worden die voorstellen naar de bevoegde commissies verzonden.

 

Pas d'observation? (Non)

Il en sera ainsi.

 

Geen bezwaar? (Nee)

Aldus wordt besloten.

 

21.01  Benoît Piedboeuf (MR): Madame la présidente, Marie-Christine Marghem m'a annoncé qu'elle n'arrivait pas à se connecter mais qu'elle allait voter comme son groupe. Cela ne vous étonnera pas.

 

La présidente: Elle ne dispose pas de connexion internet là où elle se trouve?

 

De voorzitster: Alle leden hebben de teksten van de moties ontvangen. Nous sollicitons que le gouvernement puisse être représenté.

 

Votes nominatifs

Naamstemmingen

 

22 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Reccino Van  Lommel sur "Le shopping sur rendez-vous à la suite des mesures prises pour lutter contre le coronavirus" (n° 116)

22 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Reccino Van  Lommel over "Het winkelen op afspraak ingevolge de maatregelen ter bestrijding van COVID-19" (nr. 116)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de l’Économie, de la Protection des consommateurs et de l’Agenda numérique du 21 avril 2021.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Economie, Consumentenbescherming en Digitale Agenda van 21 april 2021.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 116/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Reccino Van Lommel;

- une motion pure et simple a été déposée par Mme Leslie Leoni.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 116/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Reccino Van Lommel;

- een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Leslie Leoni.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring?

 

La présidente:

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 0)

Ja

 

Oui

Nee

 

Non

Onthoudingen

 

Abstentions

Totaal

 

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

22.01  Reccino Van Lommel (VB): Mevrouw de voorzitster, collega's, de aanleiding voor mijn interpellatie was de zoveelste aangekondigde maatregel waarbij het wetenschappelijk nut om net die maatregel te kiezen niet kon worden aangetoond.

 

Dat kon ook de premier niet bij een eerdere mondelinge vraag van mij in de commissie. Hij heeft het altijd over het pakket aan maatregelen en dat baart mij zorgen, want dat betekent dat er geen wetenschappelijk bewijs is inzake causatie en correlatie, waarmee zou kunnen worden aangetoond dat bijvoorbeeld winkelen bijdraagt tot meer coronabesmettingen. Er mag niet worden gespeeld met de gezondheid van mensen. Elke dode is er één te veel, maar er moeten gerichte maatregelen worden genomen die effectief werken.

 

Daarom heb ik deze motie ingediend, waarbij wij de regering heel duidelijk vragen om maatregelen te nemen op basis van aantoonbaar wetenschappelijk bewijs en dat bij ontstentenis hiervan geen inkomstenbeperkende maatregelen mogen worden uitgevaardigd die het economisch weefsel ernstige schade toebrengen. Wij vragen ook dat er tactvol wordt gecommuniceerd over de genomen maatregelen, dat er ook uit één mond wordt gecommuniceerd en dat de vooropgestelde perspectieven die vaak hier vooraan, maar ook in de media worden voorgesteld, worden gehonoreerd.

 

La présidente:

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 1)

Ja

89

Oui

Nee

50

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

139

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

23 Motions déposées en conclusion de l'interpellation de M. Raoul Hedebouw sur "Le carrousel des nominations politiques dans les conseils d'administration" (n° 109)

23 Moties ingediend tot besluit van de interpellatie van de heer Raoul Hedebouw over "De politiekebenoemingencarrousel in de raden van bestuur" (nr. 109)

 

Cette interpellation a été développée en réunion publique de la commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives du 21 avril 2021.

Deze interpellatie werd gehouden in de openbare vergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van 21 april 2021.

 

Deux motions ont été déposées (MOT n° 109/1):

- une motion de recommandation a été déposée par M. Raoul Hedebouw;

- une motion pure et simple a été déposée par M. Tim Vandenput.

Twee moties werden ingediend (MOT nr. 109/1):

- een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Raoul Hedebouw;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Tim Vandenput.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? 

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? 

 

23.01  Raoul Hedebouw (PVDA-PTB): Chers collègues, je vais tenter de livrer quelques arguments pour vous inciter à voter pour notre motion. Il s'agit évidemment du grand carrousel des nominations. Des dizaines de mandats ont été distribués, lors de discussions assez peu transparentes et on ne sait pas du tout sur la base de quels critères. Un critère avait été retenu par l'ensemble des partis. La presse l'avait relaté: on ne voulait en tout cas pas du PTB dans le conseil d'administration. C'est bizarre, parce que je pensais que c'était une clé D'Hondt qui permettait de décider de qui pouvait ou non siéger. On a inventé un nouveau critère, dans lequel le PTB ne rentrait pas.

 

Je me suis quand même permis, en commission, de poser la question au premier ministre. Mais pourquoi? Quel est techniquement le critère? Il m'a répondu: "A-t-on exclu un parti spécifique? Certainement pas, mais notre point de vue est de nommer des gens qui partagent le point de vue du gouvernement, par exemple par rapport à l'ingérence de l'État dans l'économie." Tout est dans le "mais" évidemment! Il a commencé à faire tout un discours pour dire que le PTB ne partageait pas ce point de vue. C'est incroyable! C'est le premier ministre qui parle, et vous vous êtes tous mis d'accord dans la Vivaldi pour ne nommer que des gens qui sont d'accord avec vous-mêmes. Excusez-moi, mais il serait intéressant d'avoir, dans des conseils d'administration, d'autres sons de cloche. Je vous rappelle que dans les intercommunales etc., ce type de débat est possible, mais dans les entreprises fédérales, non. On ne nomme que des gens qui sont d'accord avec soi-même.

 

Par ailleurs, j'ai envie d'interroger les partis de gauche. Que M. De Croo me dise qu'il ne partage pas notre vision du service public dans l'économie, je peux le comprendre. Il veut tout privatiser. Mais cela aurait tout de même arrangé les partis progressistes d'avoir un représentant du PTB au conseil d'administration. On défend le chemin de fer, le service public, la poste. Pour tous ces services publics, nous sommes là. Nous partageons ce point commun.

 

Je suis donc étonné, chers collègues, de constater que la Vivaldi a décidé de se partager ses petits postes entre soi, et qui plus est, dans une logique idéologique. Ce n'est pas que financier, mais également idéologique. Je le regrette, mais je vous donne l'occasion, chers collègues, de vous rattraper. Un moment important va arriver dans 20 petites secondes. Durant le vote qui va se dérouler sous vos yeux, vous n'êtes pas obligés de voter cette motion pure et simple qui, en plus, nous vient d'un libéral, M. Vandenput. N'hésitez pas, c'est le moment ou jamais: votez avec le PTB contre cette motion pure et simple. Je sens qu'on va faire bouger les choses, chers collègues!

 

La présidente:

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 2)

Ja

81

Oui

Nee

57

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

138

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, la motion de recommandation est caduque.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervalt de motie van aanbeveling.

 

24 Motions déposées en conclusion des interpellations de

- Mme Anneleen Van Bossuyt à la vice-première ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et du Commerce extérieur, et des Institutions culturelles fédérales sur "La position du gouvernement à propos de l'accord Mercosur" (n° 123)

- M. Erik Gilissen à la vice-première ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et du Commerce extérieur, et des Institutions culturelles fédérales sur "Le Mercosur" (n° 124)

24 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van

- mevrouw Anneleen Van Bossuyt tot de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel, en de Federale Culturele Instellingen over "Het standpunt van de regering inzake het Mercosur-akkoord" (nr. 123)

- de heer Erik Gilissen tot de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Buitenlandse Handel, en de Federale Culturele Instellingen over "Mercosur" (nr. 124)

 

Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.

Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van heden.

 

Trois motions ont été déposées:

- une prémière motion de recommandation a été déposée par Mme Anneleen Van Bossuyt;

- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Erik Gilissen;

- une motion pure et simple a été déposée par Mmes Maggie De Block et Melissa Depraetere et MM. Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre et Servais Verherstraeten.

Drie moties werden ingediend:

- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Anneleen Van Bossuyt;

- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Erik Gilissen;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Maggie De Block en Melissa Depraetere en de heren Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre en Servais Verherstraeten.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 3)

Ja

85

Oui

Nee

54

Non

Onthoudingen

3

Abstentions

Totaal

142

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

(M. Maxime Prévot s'est abstenu)

 

24.01  Barbara Pas (VB): Mevrouw de voorzitster, ik wil melden dat mevrouw Samyn niet aan de eerste stemming heeft kunnen meedoen. Door een herstart zijn haar technische problemen ondertussen opgelost.

 

De voorzitster: Waarvan akte.

 

25 Motions déposées en conclusion des interpellations de

- M. Peter De Roover à la ministre de l'Intérieur, des Réformes institutionnelles et du Renouveau démocratique sur "Le respect des règles contre le coronavirus" (n° 125)

- M. Nabil Boukili à la ministre de l'Intérieur, des Réformes institutionnelles et du Renouveau démocratique sur "Le deux poids, deux mesures dans l'application des mesures corona" (n° 128)

- M. Ortwin Depoortere à la ministre de l'Intérieur, des Réformes institutionnelles et du Renouveau démocratique sur "Le non-respect des règles coronavirus par la ministre" (n° 129)

25 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van

- de heer Peter De Roover tot de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing over "Het naleven van de coronaregels" (nr. 125)

- de heer Nabil Boukili tot de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing over "Het met twee maten meten wat het naleven van de coronamaatregelen betreft" (nr. 128)

- de heer Ortwin Depoortere tot de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing over "Het niet-naleven van de coronaregels door de minister" (nr. 129)

 

Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.

Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van heden.

 

Trois motions ont été déposées:

- une première motion de recommandation a été déposée par M. Peter De Roover;

- une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Nabil Boukili;

- une motion pure et simple a été déposée par Mmes Maggie De Block et Melissa Depraetere et MM. Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre et Servais Verherstraeten.

Drie moties werden ingediend:

- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Peter De Roover;

- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Nabil Boukili;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Maggie De Block en Melissa Depraetere en de heren Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre en Servais Verherstraeten.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 4)

Ja

83

Oui

Nee

57

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

140

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.

 

26 Motions déposées en conclusion des interpellations de

- Mme Sofie Merckx à la ministre de la Coopération au développement et de la Politique des Grandes villes sur "La position belge sur la proposition de dérogation tendant à lever les brevets sur le vaccin covid" (n° 126)

- Mme Anneleen Van Bossuyt Merckx à la ministre de la Coopération au développement et de la Politique des Grandes villes sur "La suspension des brevets"(n° 127)

26 Moties ingediend tot besluit van de interpellaties van

- mevrouw Sofie Merckx tot de minister van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedenbeleid over "Het standpunt van België m.b.t het waiver-voorstel om de patenten op het covidvaccin op te heffen" (nr. 126)

- mevrouw Anneleen Van Bossuyt tot de minister van Ontwikkelingssamenwerking en Grootstedenbeleid over "De openstelling van patenten" (nr. 127)

 

Ces interpellations ont été développées en séance plénière de ce jour.

Deze interpellaties werden gehouden in de plenaire vergadering van heden.

 

Trois motions ont été déposées:

- une première motion de recommandation a été déposée par Mme Sofie Merckx;

- une deuxième motion de recommandation a été déposée par Mme Anneleen Van Bossuyt;

- une motion pure et simple a été déposée par Mmes Maggie De Block et Melissa Depraetere et MM. Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre et Servais Verherstraeten.

Drie moties werden ingediend:

- een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Sofie Merckx;

- een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Anneleen Van Bossuyt;

- een eenvoudige motie werd ingediend door de dames Maggie De Block en Melissa Depraetere en de heren Ahmed Laaouej, Benoît Piedboeuf, Gilles Vanden Burre en Servais Verherstraeten.

 

La motion pure et simple ayant la priorité de droit, je mets cette motion aux voix.

Daar de eenvoudige motie van rechtswege voorrang heeft, breng ik deze motie in stemming.

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 5)

Ja

85

Oui

Nee

53

Non

Onthoudingen

6

Abstentions

Totaal

144

Total

 

La motion pure et simple est adoptée. Par conséquent, les motions de recommandation sont caduques.

De eenvoudige motie is aangenomen. Bijgevolg vervallen de moties van aanbeveling.

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

27 Voorstel van resolutie over de veroordeling van Myanmar voor de internationale misdaden gepleegd ten aanzien van de Rohingya, de militaire staatsgreep op 31 januari 2021 en de daaropvolgende repressie (1731/5)

27 Proposition de résolution visant à condamner le Myanmar pour les crimes internationaux commis contre les Rohingyas, le coup d'État militaire du 31 janvier 2021 et la répression qui s'en est suivie (1731/5)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 6)

Ja

141

Oui

Nee

0

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

141

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het voorstel van resolutie aan. Het zal ter kennis van de regering worden gebracht.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de résolution. Il en sera donné connaissance au gouvernement.

 

28 Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 mei 2014 houdende uitvoering van het pact voor competitiviteit, werkgelegenheid en relance, betreffende de eenmalige verlenging van de toepassings­periode van de steunzones (1942/1)

28 Proposition de loi modifiant la loi du 15 mai 2014 portant exécution du pacte de compétitivité, d'emploi et de relance, en ce qui concerne la prolongation unique de la période d'application des zones d'aide (1942/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Begin van de stemming / Début du vote.

Einde van de stemming / Fin du vote.

Uitslag van de stemming / Résultat du vote.

 

(Stemming/vote 7)

Ja

131

Oui

Nee

11

Non

Onthoudingen

0

Abstentions

Totaal

142

Total

 

Bijgevolg neemt de Kamer het wetsvoorstel aan. Het zal als wetsontwerp aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

En conséquence, la Chambre adopte la proposition de loi. Elle sera soumise en tant que projet de loi à la sanction royale.

 

29 Propositions reprises à la p. 43 du rapport de la commission de la Comptabilité sur le suivi des recommandations reprises dans l’audit de la Cour des comptes (1924/1)

29 Voorstellen hernomen op blz. 43 van het verslag van de commissie voor Comptabiliteit over de opvolging van de aanbevelingen hernomen in de audit van het Rekenhof (1924/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 8)

Ja

128

Oui

Nee

 0

Non

Onthoudingen

11

Abstentions

Totaal

139

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte les recommandations.

Bijgevolg neemt de Kamer de aanbevelingen aan.

 

Raison d'abstention? (Non)

Reden van onthouding? (Nee)

 

(MM. Gilles Vanden Burre et Maxime Prévot ont voté pour)

 

(Mme Eliane Tillieux a voté comme son groupe)

 

(De heer Echbert Lachaert heeft voorgestemd)

 

30 Conseil Supérieur de la Justice – Ajustement budgétaire 2020 (1923/1)

30 Hoge Raad voor de Justitie – Begrotingsaanpassing 2020 (1923/1)

 

Quelqu'un demande-t-il la parole pour une déclaration avant le vote? (Non)

Vraagt iemand het woord voor een stemverklaring? (Nee)

 

Début du vote / Begin van de stemming.

Fin du vote / Einde van de stemming.

Résultat du vote / Uitslag van de stemming.

 

(Stemming/vote 9)

Ja

140

Oui

Nee

  0

Non

Onthoudingen

  0

Abstentions

Totaal

140

Total

 

En conséquence, la Chambre adopte l'ajustement budgétaire 2020 du Conseil Supérieur de la Justice.

Bijgevolg neemt de Kamer de begrotingsaanpassing 2020 van de Hoge Raad voor de Justitie aan.

 

(Mme Eliane Tillieux a voté comme son groupe)

 

31 Adoption de l’ordre du jour

31 Goedkeuring van de agenda

 

Nous devons procéder à l’approbation de l'ordre du jour de la séance de la semaine prochaine.

Wij moeten overgaan tot de goedkeuring van de agenda voor de vergadering van volgende week.

 

Pas d’observation? (Non) L’ordre du jour est approuvé.

Geen bezwaar? (Nee) De agenda is goedgekeurd.

 

La séance est levée. Prochaine séance le jeudi 6 mai 2021 à 14 h 15.

De vergadering wordt gesloten. Volgende vergadering donderdag 6 mei 2021 om 14.15 uur.

 

De vergadering wordt gesloten om 20.13 uur.

La séance est levée à 20 h 13.

 

 

L'annexe est reprise dans une brochure séparée, portant le numéro CRIV 55 PLEN 100 annexe.

 

De bijlage is opgenomen in een aparte brochure met nummer CRIV 55 PLEN 100 bijlage.

 

 

 


  


Détail des votes nominatifs

 

Detail van de naamstemmingen

 

 

 

Vote nominatif - Naamstemming: 001

 

 

Oui        

089

Ja

 

Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Flahaut André, Fonck Catherine, Gabriels Katja, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lachaert Egbert, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Mathei Steven, Matz Vanessa, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Rohonyi Sophie, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

050

Nee

 

Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Hees Marco, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 002

 

 

Oui        

081

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Gabriels Katja, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Liekens Goedele, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

057

Nee

 

Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 003

 

 

Oui        

085

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leysen Christian, Liekens Goedele, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

054

Nee

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

Abstentions

003

Onthoudingen

 

Fonck Catherine, Matz Vanessa, Rohonyi Sophie

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 004

 

 

Oui        

083

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

057

Nee

 

Anseeuw Björn, Arens Josy, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Wollants Bert

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 005

 

 

Oui        

085

Ja

 

Aouasti Khalil, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Smet François, De Vriendt Wouter, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dierick Leen, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Gabriels Katja, Geens Koen, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Mathei Steven, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Prévot Patrick, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Van den Bergh Jef, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vicaire Albert, Willaert Evita, Zanchetta Laurence

 

Non        

053

Nee

 

Anseeuw Björn, Boukili Nabil, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Colebunders Gaby, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Daems Greet, De Roover Peter, De Spiegeleer Pieter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Dewulf Nathalie, Dillen Marijke, Donné Joy, Francken Theo, Freilich Michael, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Goethals Sigrid, Hedebouw Raoul, Houtmeyers Katrien, Ingels Yngvild, Loones Sander, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Pas Barbara, Ponthier Annick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Roggeman Tomas, Safai Darya, Samyn Ellen, Sneppe Dominiek, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vindevoghel Maria, Wollants Bert

 

Abstentions

006

Onthoudingen

 

Arens Josy, Dallemagne Georges, Fonck Catherine, Matz Vanessa, Prévot Maxime, Rohonyi Sophie

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 006

 

 

Oui        

141

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moscufo Nadia, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

000

Nee

 

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 007

 

 

Oui        

131

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Mathei Steven, Matz Vanessa, Metsu Koen, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Hecke Stefaan, Van Hoof Els, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

011

Nee

 

Boukili Nabil, Colebunders Gaby, Daems Greet, De Vuyst Steven, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 

Abstentions

000

Onthoudingen

 

 

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 008

 

 

Oui        

128

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Briers Jan, Burton Emmanuel, Bury Katleen, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Liekens Goedele, Loones Sander, Matz Vanessa, Metsu Koen, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Maxime, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Tillieux Eliane, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

000

Nee

 

 

 

Abstentions

011

Onthoudingen

 

Boukili Nabil, Colebunders Gaby, Daems Greet, De Vuyst Steven, Hedebouw Raoul, Merckx Sofie, Mertens Peter, Moscufo Nadia, Van Hees Marco, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry

 


 

Vote nominatif - Naamstemming: 009

 

 

Oui        

140

Ja

 

Anseeuw Björn, Aouasti Khalil, Arens Josy, Bacquelaine Daniel, Bayet Hugues, Ben Achour Malik, Bogaert Hendrik, Bombled Christophe, Boukili Nabil, Briers Jan, Burton Emmanuel, Buysrogge Peter, Buyst Kim, Calvo Kristof, Chanson Julie, Cogolati Samuel, Colebunders Gaby, Cornet Cécile, Creemers Barbara, Creyelman Steven, D'Haese Christoph, Daems Greet, Dallemagne Georges, De Block Maggie, De Caluwé Robby, De Jonge Tania, de Laveleye Séverine, De Maegd Michel, De Roover Peter, De Smet François, De Spiegeleer Pieter, De Vriendt Wouter, De Vuyst Steven, De Wit Sophie, Dedecker Jean-Marie, Defossé Guillaume, Delizée Jean-Marc, Demon Franky, Depoorter Kathleen, Depoortere Ortwin, Depraetere Melissa, Dewael Patrick, Dewulf Nathalie, Dierick Leen, Dillen Marijke, Donné Joy, Ducarme Denis, Farih Nawal, Flahaut André, Fonck Catherine, Francken Theo, Freilich Michael, Gabriels Katja, Geens Koen, Gijbels Frieda, Gilissen Erik, Gilson Nathalie, Goblet Marc, Goethals Sigrid, Goffin Philippe, Hanus Mélissa, Hedebouw Raoul, Hennuy Laurence, Houtmeyers Katrien, Hugon Claire, Ingels Yngvild, Jadin Kattrin, Kir Emir, Laaouej Ahmed, Lacroix Christophe, Lanjri Nahima, Leoni Leslie, Leroy Marie-Colline, Leysen Christian, Loones Sander, Mathei Steven, Matz Vanessa, Merckx Sofie, Mertens Peter, Metsu Koen, Moutquin Simon, Moyaers Bert, Muylle Nathalie, Özen Özlem, Parent Nicolas, Pas Barbara, Piedboeuf Benoît, Pillen Jasper, Pivin Philippe, Platteau Eva, Ponthier Annick, Prévot Patrick, Raskin Wouter, Ravyts Kurt, Reuter Florence, Reynaert Vicky, Rigot Hervé, Roggeman Tomas, Rohonyi Sophie, Safai Darya, Samyn Ellen, Scourneau Vincent, Segers Ben, Senesael Daniel, Sneppe Dominiek, Taquin Caroline, Thémont Sophie, Thibaut Cécile, Thiébaut Eric, Troosters Frank, Van Bossuyt Anneleen, Van Camp Yoleen, Van den Bergh Jef, Van der Donckt Wim, Van Grieken Tom, Van Hecke Stefaan, Van Hees Marco, Van Hoof Els, Van Langenhove Dries, Van Lommel Reccino, Van Peel Valerie, Van Vaerenbergh Kristien, Vanbesien Dieter, Vanden Burre Gilles, Vandenbroucke Joris, Vandenput Tim, Vanpeborgh Gitta, Vanrobaeys Anja, Verduyckt Kris, Verhaert Marianne, Verhelst Kathleen, Verherstraeten Servais, Vermeersch Wouter, Verreyt Hans, Vicaire Albert, Vindevoghel Maria, Warmoes Thierry, Willaert Evita, Wollants Bert, Zanchetta Laurence

 

Non        

000

Nee

 

 

 

Abstentions

000

Onthoudingen