KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
CRIV 50 PLEN 232
CRIV 50 PLEN 232
B
ELGISCHE
K
AMER VAN
V
OLKSVERTEGENWOORDIGERS
C
HAMBRE DES REPRÉSENTANTS
DE
B
ELGIQUE
I
NTEGRAAL
V
ERSLAG
MET
VERTAALD BEKNOPT VERSLAG
VAN DE TOESPRAKEN
C
OMPTE
R
ENDU
I
NTÉGRAL
AVEC
COMPTE RENDU ANALYTIQUE TRADUIT
DES INTERVENTIONS
P
LENUMVERGADERING
S
ÉANCE PLÉNIÈRE
donderdag jeudi
23-05-2002 23-05-2002
14:15 uur
14:15 heures
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
AGALEV-ECOLO
Anders gaan leven / Ecologistes Confédérés pour l'organisation de luttes originales
CD&V
Christen-Democratisch en Vlaams
FN Front
National
MR Mouvement
réformateur
PS Parti
socialiste
cdH
centre démocrate Humaniste
SP.A
Socialistische Partij Anders
VLAAMS BLOK
Vlaams Blok
VLD
Vlaamse Liberalen en Democraten
VU&ID Volksunie&ID21
Afkortingen bij de nummering van de publicaties:
Abréviations dans la numérotation des publications:
DOC
50
0000/000
Parlementair document van de 50e zittingsperiode +
basisnummer en volgnummer
DOC 50 0000/000
Document parlementaire de la 50e législature, suivi du n° de
base et du n° consécutif
QRVA Schriftelijke
Vragen en Antwoorden
QRVA
Questions et Réponses écrites
CRIV
Integraal Verslag,met links het definitieve integraal verslag en
rechts het vertaald beknopt verslag van de toespraken (op wit
papier, bevat ook de bijlagen)
CRIV
Compte Rendu Intégral, avec, à gauche, le compte rendu
intégral définitif et, à droite, le compte rendu analytique traduit
des interventions (sur papier blanc, avec les annexes)
CRIV
Voorlopige versie van het Integraal Verslag (op groen papier)
CRIV
Version Provisoire du Compte Rendu Intégral (sur papier vert)
CRABV
Beknopt Verslag (op blauw papier)
CRABV
Compte Rendu Analytique (sur papier bleu)
PLEN
Plenum (witte kaft)
PLEN
Séance plénière (couverture blanche)
COM
Commissievergadering (beige kaft)
COM
Réunion de commission (couverture beige)
Officiële publicaties, uitgegeven door de Kamer van volksvertegenwoordigers
Bestellingen:
Natieplein 2
1008 Brussel
Tel.: 02/ 549 81 60
Fax: 02/549 82 74
www.deKamer.be
e-mail:
publicaties@deKamer.be
Publications officielles éditées par la Chambre des représentants
Commandes:
Place de la Nation 2
1008 Bruxelles
Tél.: 02/ 549 81 60
Fax: 02/549 82 74
www.laChambre.be
e-mail:
publications@laChambre.be
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
i
INHOUD
SOMMAIRE
Berichten van verhindering
1
Excusés
1
MONDELINGE VRAGEN
1
QUESTIONS ORALES
1
Vraag van de heer Serge Van Overtveldt aan de
vice-eerste minister en minister van
Werkgelegenheid over "de rol van de RVA en van
de instellingen voor arbeidsbemiddeling"
(nr. 9659)
1
Question de M. Serge Van Overtveldt à la vice-
première ministre et ministre de l'Emploi sur "le
rôle de l'ONEM et des organismes de placement"
(n° 9659)
1
Sprekers: Serge Van Overtveldt, Laurette
Onkelinx, vice-eerste minister en minister van
Werkgelegenheid
Orateurs: Serge Van Overtveldt, Laurette
Onkelinx, vice-première ministre et ministre
de l'Emploi
Samengevoegde vragen van
3
Questions jointes de
3
- de heer Jean-Pierre Grafé aan de minister van
Landsverdediging over "de wapendiefstal in de
kazerne van Thuin" (nr. 9666)
3
- M. Jean-Pierre Grafé au ministre de la Défense
sur "le vol d'armes à la caserne de Thuin"
(n° 9666)
3
- de heer Ferdy Willems aan de minister van
Landsverdediging over "de wapendiefstal uit het
militair depot van Thuin" (nr. 9667)
3
- M. Ferdy Willems au ministre de la Défense sur
"le vol d'armes au dépôt militaire de Thuin"
(n° 9667)
3
Sprekers: Jean-Pierre Grafé, Ferdy Willems,
Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en
minister van Werkgelegenheid
Orateurs: Jean-Pierre Grafé, Ferdy Willems,
Laurette Onkelinx, vice-première ministre et
ministre de l'Emploi
Vraag van mevrouw Maggie De Block aan de
minister van Sociale Zaken en Pensioenen over
"de bevordering van het huisartsenberoep"
(nr. 9665)
6
Question de Mme Maggie De Block au ministre
des Affaires sociales et des Pensions sur "la
promotion de la profession de médecin
généraliste" (n° 9665)
6
Sprekers:
Maggie De Block, Frank
Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken
en Pensioenen, Pieter De Crem
Orateurs:
Maggie De Block, Frank
Vandenbroucke, ministre des Affaires
sociales et des Pensions, Pieter De Crem
Vraag van de heer Claude Eerdekens aan de
minister van Binnenlandse Zaken over "de
medewerking van de lokale politie aan de
bewaking van de NMBS-stations" (nr. 9660)
8
Question de M. Claude Eerdekens au ministre de
l'Intérieur sur "la collaboration des polices locales
à la surveillance des gares SNCB" (n° 9660)
8
Sprekers: Claude Eerdekens, voorzitter van
de PS-fractie, Antoine Duquesne, minister
van Binnenlandse Zaken, Pieter De Crem
Orateurs: Claude Eerdekens, président du
groupe PS, Antoine Duquesne, ministre de
l'Intérieur, Pieter De Crem
Samengevoegde vragen van
11
Questions jointes de
11
- de heer Pieter De Crem aan de eerste minister
over "de Belgische opvang van een Palestijn"
(nr. 9661)
11
- M. Pieter De Crem au premier ministre sur
"l'accueil par la Belgique d'un Palestinien"
(n° 9661)
11
- de heer Jacques Lefevre aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de opvang van een
Hamas-lid in België" (nr. 9662)
11
- M. Jacques Lefevre au ministre de l'Intérieur sur
"l'accueil d'un membre du Hamas en Belgique"
(n° 9662)
11
- de heer Guido Tastenhoye aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "de Belgische opvang
van een Palestijn" (nr. 9672)
11
- M. Guido Tastenhoye au ministre de l'Intérieur
sur "l'accueil par la Belgique d'un Palestinien X"
(n° 9672)
11
Sprekers:
Guido Tastenhoye, Guy
Verhofstadt, eerste minister, Pieter De Crem,
Jacques Lefevre, Antoine Duquesne,
minister van Binnenlandse Zaken, Dirk Van
der Maelen, voorzitter van de SP.A-fractie
Orateurs:
Guido Tastenhoye, Guy
Verhofstadt, premier ministre, Pieter De
Crem, Jacques Lefevre, Antoine Duquesne,
ministre de l'Intérieur, Dirk Van der Maelen,
président du groupe SP.A
Samengevoegde vragen van
18
Questions jointes de
18
- de heer Filip De Man aan de minister van
Binnenlandse Zaken over "het inzetten van een
politiehelikopter en de haalbaarheid van het
18
- M. Filip De Man au ministre de l'Intérieur sur
"l'utilisation d'un hélicoptère de la police et la
possibilité de fermer la frontière belgo-française"
18
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
ii
sluiten van de Belgisch-Franse grens" (nr. 9663)
(n° 9663)
- de heer Yves Leterme aan de eerste minister
over "de grenscriminaliteit" (nr. 9664)
18
- M. Yves Leterme au premier ministre sur "la
criminalité frontalière" (n° 9664)
18
Sprekers: Yves Leterme, voorzitter van de
CD&V-fractie, Filip De Man, Antoine
Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken,
Gerolf Annemans, voorzitter van de VLAAMS
BLOK-fractie
Orateurs: Yves Leterme, président du groupe
CD&V, Filip De Man, Antoine Duquesne,
ministre de l'Intérieur, Gerolf Annemans,
président du groupe VLAAMS BLOK
Vraag van de heer Gerolf Annemans aan de
minister van Justitie over "de onderhandelingen
met de cipiers en de penitentiaire wereld"
(nr. 9668)
23
Question de M. Gerolf Annemans au ministre de la
Justice sur "les négociations avec les gardiens de
prisons et le monde pénitentiaire" (n° 9668)
23
Sprekers: Gerolf Annemans, voorzitter van de
VLAAMS BLOK-fractie, Marc Verwilghen,
minister van Justitie
Orateurs: Gerolf Annemans, président du
groupe VLAAMS BLOK, Marc Verwilghen,
ministre de la Justice
Vraag van mevrouw Leen Laenens aan de
minister van Justitie over "de foltering van een
Palestijns parlementslid" (nr. 9669)
25
Question de Mme Leen Laenens au ministre de la
Justice sur "les tortures infligées à un
parlementaire palestinien" (n° 9669)
26
Sprekers: Leen Laenens, Marc Verwilghen,
minister van Justitie
Orateurs: Leen Laenens, Marc Verwilghen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Daniel Féret aan de eerste
minister over "de schending van het briefgeheim"
(nr. 9658)
27
Question de M. Daniel Féret au premier ministre
sur "la violation du secret des lettres" (n° 9658)
27
Sprekers: Daniel Féret, Marc Verwilghen,
minister van Justitie
Orateurs: Daniel Féret, Marc Verwilghen,
ministre de la Justice
Vraag van de heer Ludo Van Campenhout aan de
minister van Financiën over "de samenwerking
tussen de Belgische en de Amerikaanse douane
van de haven van Antwerpen" (nr. 9670)
29
Question de M. Ludo Van Campenhout au
ministre des Finances sur "la coopération entre les
douanes belge et américaine dans le port
d'Anvers" (n° 9670)
29
Sprekers: Ludo Van Campenhout, Antoine
Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Ludo Van Campenhout, Antoine
Duquesne, ministre de l'Intérieur
Vraag van mevrouw Frieda Brepoels aan de
minister van Financiën over "de aftrekbaarheid
van de gemeentebelastingen en provincie-
belastingen in het kader van de hervorming van de
vennootschapsbelasting" (nr. 9671)
31
Question de Mme Frieda Brepoels au ministre des
Finances sur "la déductibilité des impôts
communaux et provinciaux dans le cadre de la
réforme de l'impôt des sociétés" (n° 9671)
31
Sprekers: Frieda Brepoels, voorzitter van de
VU&ID-fractie, Antoine Duquesne, minister
van Binnenlandse Zaken
Orateurs: Frieda Brepoels, présidente du
groupe VU&ID, Antoine Duquesne, ministre
de l'Intérieur
REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN
32
ORDRE DES TRAVAUX
32
Wijziging van de benaming van een politieke
fractie
33
Changement de dénomination d'un groupe
politique
33
EVALUATIEVERSLAG
33
RAPPORT D'ÉVALUATION
33
Verslag namens de commissie voor de Justitie
over de evaluatie van de wet van 1 maart 2000 tot
wijziging van een aantal bepalingen betreffende de
Belgische nationaliteit (1717/1 tot 3)
33
Rapport fait au nom de la commission de la
Justice sur l'évaluation de la loi du 1er mars 2000
modifiant certaines dispositions relatives à la
nationalité belge (1717/1 à 3)
33
- Voorstel van besluit van de commissie voor de
Justitie
33
- Proposition de conclusion de la commission de la
Justice
33
Bespreking
33
Discussion
33
Spreker: Jo Vandeurzen, rapporteur
Orateur: Jo Vandeurzen, rapporteur
BIJLAGE
103
ANNEXE
103
Sprekers: Vincent Decroly, Jo Vandeurzen,
Claude Eerdekens, voorzitter van de PS-
fractie, Yves Leterme, voorzitter van de
Orateurs: Vincent Decroly, Jo Vandeurzen,
Claude Eerdekens, président du groupe PS,
Yves Leterme, président du groupe CD&V,
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
iii
CD&V-fractie, Jan Mortelmans, Mirella
Minne, Geert Bourgeois, Jean-Pierre
Detremmerie, Jacqueline Herzet, Marc Van
Peel, Gerolf Annemans, voorzitter van de
VLAAMS BLOK-fractie, Hugo Coveliers,
voorzitter van de VLD-fractie, Bart
Laeremans, Simonne Leen, Alfons
Borginon, Fauzaya Talhaoui, Yvan Mayeur,
Paul Tant, Marc Verwilghen, minister van
Justitie
Jan Mortelmans, Mirella Minne, Geert
Bourgeois, Jean-Pierre Detremmerie,
Jacqueline Herzet, Marc Van Peel, Gerolf
Annemans, président du groupe VLAAMS
BLOK, Hugo Coveliers, président du groupe
VLD, Bart Laeremans, Simonne Leen,
Alfons Borginon, Fauzaya Talhaoui, Yvan
Mayeur, Paul Tant, Marc Verwilghen,
ministre de la Justice
INTERNE BESLUITEN
103
DECISIONS INTERNES
103
INTERPELLATIEVERZOEKEN 103
DEMANDES
D'INTERPELLATION
103
I
NGEKOMEN
103
D
EMANDES
103
VOORSTELLEN 104
PROPOSITIONS 104
T
OELATING TOT DRUKKEN
104
A
UTORISATION D
'
IMPRESSION
104
MEDEDELINGEN
105
COMMUNICATIONS
105
COMMISSIES 105
COMMISSIONS
105
V
ERSLAGEN
105
R
APPORTS
105
SENAAT 106
SENAT 106
O
VERGEZONDEN WETSONTWERPEN
106
P
ROJETS DE LOI TRANSMIS
106
A
ANGENOMEN WETSONTWERP
107
P
ROJET DE LOI ADOPTÉ
107
G
EAMENDEERDE WETSONTWERPEN
107
P
ROJETS DE LOI AMENDÉS
107
G
EMOTIVEERD ADVIES VAN DE
R
AAD VAN
S
TATE
107
A
VIS MOTIVE DU
C
ONSEIL D
'E
TAT
107
REGERING 108
GOUVERNEMENT
108
I
NGEDIENDE WETSONTWERPEN
108
D
EPOT DE PROJETS DE LOI
108
A
LGEMENE UITGAVENBEGROTING
2002
109
B
UDGET GÉNÉRAL DES DÉPENSES
2002
109
V
OORSTEL VAN RESOLUTIE
109
P
ROPOSITION DE RESOLUTION
109
ARBITRAGEHOF 110
COUR
D'ARBITRAGE
110
B
EROEP TOT VERNIETIGING
110
R
ECOURS EN ANNULATION
110
P
REJUDICIËLE VRAGEN
110
Q
UESTIONS PREJUDICIELLES
110
JAARVERSLAG 111
RAPPORT
ANNUEL
111
O
MBUDSDIENST BIJ
D
E
P
OST
111
S
ERVICE DE MEDIATION AUPRES DE
L
A
P
OSTE
111
MOTIE 111
MOTION
111
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
1
PLENUMVERGADERING SÉANCE
PLÉNIÈRE
van
DONDERDAG
23
MEI
2002
14:15 uur
______
du
JEUDI
23
MAI
2002
14:15 heures
______
De vergadering wordt geopend om 14.15 uur door de heer Herman De Croo, voorzitter.
La séance est ouverte à 14.15 heures par M. Herman De Croo, président.
Tegenwoordig bij de opening van de vergadering is de minister van de federale regering:
Ministre du gouvernement fédéral présente lors de l'ouverture de la séance:
Laurette Onkelinx.
De voorzitter: De vergadering is geopend.
La séance est ouverte.
Een reeks mededelingen en besluiten moeten ter kennis gebracht worden van de Kamer. Zij zullen in
bijlage bij het integraal verslag van deze vergadering opgenomen worden.
Une série de communications et de décisions doivent être portées à la connaissance de la Chambre. Elles
seront reprises en annexe du compte rendu intégral de cette séance.
Berichten van verhindering
Excusés
Karel Pinxten, wegens ziekte / pour raison de santé;
Dirk Pieters (na/après 18.30 uur), wegens ambtsplicht / pour obligation de mandat;
Jos Ansoms, Patrick Moriau, met zending buitenslands / en mission à l'étranger;
Pierre Chevalier, Mark Eyskens, Danny Pieters, Europese Conventie / Convention européenne;
Magda De Meyer, AWEPA.
Mondelinge vragen
Questions orales
01 Question de M. Serge Van Overtveldt à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi sur "le rôle
de l'ONEM et des organismes de placement" (n° 9659)
01 Vraag van de heer Serge Van Overtveldt aan de vice-eerste minister en minister van
Werkgelegenheid over "de rol van de RVA en van de instellingen voor arbeidsbemiddeling" (nr. 9659)
01.01 Serge Van Overtveldt (MR): Monsieur le président, madame
la vice-première ministre, ma question est simple. Je prendrai
certaines précautions oratoires afin de poser des limites à la question
que je vous adresse.
Au sujet des différents contrôles effectués pour l'instant, certaines
fédérations patronales ont émis des remarques concernant leur
inquiétude quant aux contrôles et à la motivation de certaines
personnes qui souhaitaient un emploi. Un grand nombre de
01.01 Serge Van Overtveldt
(MR): De werkgeversfederaties
maken zich ongerust over de
controles die thans inzake
werkgelegenheid worden verricht.
Een overgrote meerderheid van
de betrokkenen mag dan al echt
opnieuw aan de slag willen, toch
weigeren sommigen nog altijd een
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
2
personnes, si pas la quasi-totalité, ont la volonté profonde de
retrouver un emploi. D'autres et vous l'avez très justement précisé
lors d'un entretien , même très peu nombreuses, ont peut-être la
volonté très claire de ne pas se réinsérer et de na pas suivre toutes
les formations requises.
Comment les informations exigées par l'ONEM et qui ne lui sont pas
toujours transmises, peuvent-elles lui être transmises? Une série de
demandeurs d'emploi ne font pas la démarche positive de
transmettre les informations. Comment peut-on faire pour que, dans
un très proche avenir, toutes les informations soient communiquées
afin qu'on puise répondre aux questions soumises par certaines
fédérations patronales?
Comment mieux motiver les jeunes à obtenir leur premier job?
Quelles autres formations pouvez-vous donner dans le cadre de
votre fonction?
baan te zoeken.
Hoe kunnen de juiste gegevens
op een betrouwbare manier aan
de RVA worden meegedeeld?
Hoe kan men jongeren beter
motiveren om een eerste job te
vinden?
01.02 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, cher
collègue, je souligne avec bonheur que la manière dont vous posez
votre question démontre que vous ne versez pas dans le simplisme
et dans l'accusation gratuite dirigée vers les demandeurs d'emploi,
accusation selon laquelle ils seraient tous des paresseux. Loin de là,
la toute grande majorité cherche à s'intégrer. L'abus reste
inacceptable; l'abus du social tue le social: c'est la formule qui
m'accompagne depuis fort longtemps.
En la matière, lorsqu'il y a abus, il y a une différence de compétences
entre le fédéral et le régional: le fédéral n'est que le receveur de
l'information qui lui est transmise par les régions. A cet égard, deux
observations: d'une part, le rapport entre le nombre de transmissions
et celui de postes vacants établi par service de placement démontre
qu'il n'existe pas de différence entre les régions; de l'autre, lorsque
l'ONEM reçoit l'information, la législation notamment en matière de
sanctions est appliquée uniformément.
Toutefois, j'ai tout de même décidé d'inscrire à l'ordre du jour de la
conférence interministérielle des ministres de l'Emploi du 18 juin
prochain la question de la transmission pour vérifier que tout se fait
bien comme il se doit. En sus, concernant les jeunes, vous
connaissez ma détermination à leur offrir un autre horizon que celui
du chômage. Cependant, toutes les matières relatives à la formation
notamment à la formation professionnelle ne relèvent pas de la
compétence fédérale, mais bien de celle des régions; il en va de
même pour le dossier des placements. Quant à nous, nous avons
mis en oeuvre le plan "Rosetta", qui a permis à une centaine de
milliers de jeunes de trouver un emploi.
01.02 Minister Laurette Onkelinx:
Het is inderdaad zo dat de
overgrote meerderheid van de
werklozen opnieuw aan de slag
wil. Misbruiken zijn
onaanvaardbaar en als er sprake
is van misbruiken, moet er een
onderscheid worden gemaakt
tussen het federaal en het
gewestelijk niveau.
Het federaal niveau krijgt de
inlichtingen van de Gewesten.
Op 18 juni eerstkomend zal de
kwestie van het doorspelen van
gegevens aan de RVA worden
besproken. Wat de jongeren
betreft, vallen de opleiding en de
arbeidsbemiddeling onder de
bevoegdheid van de Gewesten.
01.03 Serge Van Overtveldt (MR): Monsieur le président, madame
la ministre, chers collègues, loin de moi l'intention d'être agressif. Je
prends bonne note de votre volonté de mettre un peu d'ordre dans la
transmission; je crois qu'il est indispensable que tous les cadres de
formation remplissent cette tâche et que ces informations soient
données pour assurer un suivi positif et pour permettre de répondre
favorablement à toutes les critiques qui pourraient être émises par
quelque association que ce soit.
01.03 Serge Van Overtveldt
(MR): Ik neem er nota van dat u
een beetje orde op zaken zal
stellen wat de problematiek van
het doorspelen van de informatie
betreft. Dit zal zeker nodig zijn om
over een degelijke follow-up te
beschikken en zodoende
bepaalde bezwaren te
ontzenuwen.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
3
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
02 Questions jointes de
- M. Jean-Pierre Grafé au ministre de la Défense sur "le vol d'armes à la caserne de Thuin" (n° 9666)
- M. Ferdy Willems au ministre de la Défense sur "le vol d'armes au dépôt militaire de Thuin" (n° 9667)
02 Samengevoegde vragen van
- de heer Jean-Pierre Grafé aan de minister van Landsverdediging over "de wapendiefstal in de
kazerne van Thuin" (nr. 9666)
- de heer Ferdy Willems aan de minister van Landsverdediging over "de wapendiefstal uit het militair
depot van Thuin" (nr. 9667)
(La réponse sera fournie par la vice-première ministre et ministre de l'Emploi.)
(Het antwoord zal worden verstrekt door de vice eerste-minister en minister van Werkgelegenheid.)
02.01 Jean-Pierre Grafé (cdH): Monsieur le président, d'habitude,
c'est le premier ministre qui répond à la place de Mme Durant.
Aujourd'hui, c'est Mme Onkelinx qui n'est pas ministre de la Défense
nationale mais qui, heureusement, provient d'une région où l'on sait
ce que sont l'armurerie et la tradition de notre artisanat.
Monsieur le président, madame la vice-première ministre, nous
connaissons tous la loi de 1933 qui a prévu toute une série de
réglementations portant sur la fabrication, le dépôt et le commerce
des armes, ainsi que toute la série de législations subséquentes, lois
ou arrêtés royaux traitant de la même problématique. Le législateur
va de plus en plus loin dans les exigences administratives registre
A, registre B, registre C pour les vendeurs détaillants en armes,
exigeant des certificats, des délais impératifs, des plis recommandés,
tout cela pour vendre des armes le plus souvent à des
collectionneurs, des chasseurs, des sportifs car, rassurez-vous, le
grand banditisme, ce n'est pas là qu'il va s'approvisionner. Je crois
que le législateur se trompe de voie en voulant, d'une façon
exagérée, alourdir des procédures et, finalement, handicaper un
commerce qui concerne souvent un artisanat de qualité, au lieu de
centrer ses activités sur le vrai problème.
Le dernier projet de loi qui vient d'être déposé va dans la même
direction. Il contient un élément intéressant, à savoir la traçabilité des
armes mais, pour le reste, je crois que vous vous trompez de cible.
A quoi sert-il de prendre toutes ces mesures destinées à restreindre
l'accès aux armes des particuliers si en même temps on ne fait rien
pour protéger les dépôts d'armes et empêcher les vols?
Les événements que nous avons connus la nuit dernière à Thuin
démontrent une fois de plus que le vrai danger en matière d'armes ne
se situe pas au niveau des commerces mais aux niveau des dépôts
et notamment des dépôts militaires qui sont la cible des voleurs
d'armes.
J'ai en ma possession une liste impressionnante des vols qui ont été
commis dans les dépôts militaires depuis 1985.
La responsabilité du gouvernement est ici engagée et je me
demande comment, après avoir failli à ses devoirs, il compte
02.01 Jean-Pierre Grafé: De wet
van 1933 en andere wetgevende
teksten betreffende de
vervaardiging van, de opslag van
en de handel in wapens hebben
de wapenverkoop aan
verzamelaars en jagers aan
steeds meer voorwaarden
onderworpen.
De wetgever vergist zich door de
procedures die betrekking hebben
op een kwaliteitsambacht strenger
te maken.
Waarom wordt de toegang tot
wapens beperkt maar wordt er
niets gedaan om de
opslagplaatsen en voorraden te
beschermen?
Wat vorige nacht is gebeurd
bewijst dat het ware gevaar schuilt
in de greep van de criminelen op
de opslagplaatsen van het leger.
De regering moet haar
verantwoordelijkheid op zich
nemen.
Welke maatregelen zullen worden
genomen om een einde te maken
aan die systematische
plunderingen die de bevolking in
gevaar brengen?
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
4
remédier à cette situation.
Quelles mesures le département de la Défense nationale compte-t-il
prendre pour mettre fin à ce pillage pour ainsi dire systématique de
nos dépôts d'armes? Le problème qui se pose aujourd'hui est-il la
conséquence d'un manque de moyens financiers, le budget de la
Défense ne le permettant pas?
Le président: Monsieur Grafé, puis-je vous demander de terminer?
02.02 Jean-Pierre Grafé (cdH): Monsieur le président, il s'agit tout
de même d'un problème de sécurité.
Le président: (...)
02.03 Jean-Pierre Grafé (cdH): Je vous le rappellerai, monsieur le
président.
Le président: Je vous remercie.
02.04 Jean-Pierre Grafé (cdH): Quelles mesures concrètes le
gouvernement compte-t-il prendre pour éviter à l'avenir que les armes
ne deviennent une véritable menace pour la population comme cela a
été le cas aujourd'hui? Le gouvernement ne doit, en effet, pas oublier
qu'il a des devoirs et des comptes à rendre à la population.
02.05 Ferdy Willems (VU&ID): Mijnheer de voorzitter, ik verheug mij
erover dat mevrouw mij zal antwoorden. Als een dame antwoord
geeft, kan ik dat niet weigeren. Verder hoop ik dat u zult antwoorden,
want de heer Flahaut heeft niet de gewoonte om altijd op vragen te
antwoorden.
Mevrouw, mijn vragen zijn zeer concreet. Ten eerste, hoe is dit
mogelijk geweest? De gemeente Thuin stelt helemaal niet te weten
wat daar opgeslagen was. Dit is een essentiële voorzorgsmaatregel
die men heeft verwaarloosd en dat lees ik in de kranten. Ten tweede,
hoe is het mogelijk dat als er iets gebeurt, de informatiedienst van het
leger een antwoord weigert? Inzake voorzichtigheid kan dat dus niet.
Ten derde, welke preventiemaatregelen werden genomen? Ik ken er
geen. Ten vierde, juist nu, nu men spreekt over terrorisme en er een
algemeen klimaat van onveiligheid is denk aan het terrorisme in de
Westhoek kunnen zulke dingen gebeuren. Dit is opnieuw
schrijnend. Ten vijfde, minister Flahaut heeft in het leger campagne
gevoerd tegen extreme bewegingen van uiterst links en uiterst rechts.
Weet u dat dergelijke rooftochten naar wapens in kazernes vroeger
reeds gebeurden, onder andere door de CCC? Het is duidelijk dat die
wapens een heel slechte bestemming zouden kunnen krijgen. Wat
gaat er nu gebeuren? Ik weet dat de krijgsauditeur met een
onderzoek werd belast, evenals een onderzoeksrechter. Welke
concrete maatregelen gaat men nu nemen om dat eindelijk te doen
ophouden? Dit is immers niet de eerste keer.
02.05 Ferdy Willems (VU&ID): La
commune de Thuin a déclaré
qu'elle ignorait quel type de
matériel était stocké sur son
territoire. Le service d'information
de l'armée refuse de fournir la
moindre information dans cette
affaire. Comment expliquez-vous
cela? Quelles mesures tendant à
prévenir le vol ont-elles été prises
en l'espèce? Cet incident est
particulièrement regrettable étant
donné le sentiment général
d'insécurité. Ce n'est pas la
première fois que ce type
d'incidents se produit. Par le
passé, les armes provenant de
tels cambriolages se retrouvaient
dans les mains de groupes
terroristes comme les CCC.
Quelles suites seront-elles
données à cette affaire? Quelles
mesures le ministre compétent
prendra-t-il pour mettre un terme
aux vols d'armes appartenant à
l'armée?
De voorzitter: De minister van Landsverdediging is geldig verontschuldigd; hij is in het buitenland.
02.06 Laurette Onkelinx, ministre: Monsieur le président, je
commencerai par dire à M. Grafé que pour tout ce qui concerne la
02.06 Minister Laurette Onkelinx:
Wij zullen het binnenkort uitvoerig
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
5
problématique de la détention et du commerce des armes, il aura
l'occasion d'en discuter longuement notamment avec M. le ministre
de la Justice qui a pris des initiatives en la matière.
Pour en revenir au fait qui a justifié votre question, à savoir les
agressions et les vols d'armes à Thuin, d'après les informations qui
ont été recueillies, toutes les mesures de sécurité réglementaires
(procédures, prescription et règlements) ont, semble-t-il, été
respectées par l'unité concernée et son personnel.
A partir du moment où les agresseurs étaient décidés, organisés,
préparés, armés et supérieurs en nombre aux sentinelles de l'unité
en question, les faits que vous avez évoqués ont effectivement pu se
produire.
Il ne faut évidemment pas rester sans rien faire. Dès lors, outre les
mesures ponctuelles locales qui seront prises dès que les premières
informations de l'enquête réalisée actuellement seront portées à
notre connaissance, le ministre de la Défense nationale a pris deux
initiatives. Tout d'abord, il a demandé que tous les dépôts d'armes et
de munitions des forces armées soient vérifiés sur le plan de la
sécurité. Ensuite, il a demandé que l'infrastructure des endroits où
sont stockés les armes et les munitions soit réévaluée.
Une première approche devrait dégager des propositions concrètes,
fin juin 2002 au plus tard. Vous pourrez alors amplifier et détailler le
dialogue avec le ministre de la Défense nationale qui présentera un
travail de précision réalisé par ses spécialistes.
Enfin, le ministre de la Défense nationale signale que, puisqu'une
enquête judiciaire est en cours, il ne peut pas aller au-delà dans la
divulgation des faits et des problèmes inhérents au braquage de
Thuin.
over het wapenbezit kunnen
hebben aangezien de minister van
Landsverdediging terzake onlangs
een aantal initiatieven heeft
genomen.
Wat de wapendiefstal te Thuin
betreft, werden alle
veiligheidsmaatregelen nageleefd,
maar de daders waren zwaar
bewapend en goed
georganiseerd, en de gevolgen
zijn dan ook bekend.
Afgezien van plaatselijke gerichte
maatregelen werden initiatieven
genomen om ervoor te zorgen dat
de veiligheid van de wapendepots
zou worden gecontroleerd en dat
de infrastructuur voor de opslag
van wapens zou worden
herbekeken. Die evaluaties
zouden eind juni beschikbaar
moeten zijn.
Aangezien momenteel een
gerechtelijk onderzoek aan de
gang is, kan ik u daar echter niets
meer over zeggen.
02.07 Jean-Pierre Grafé (cdH): J'apprends donc que ce n'est pas
pour des raisons d'insuffisance budgétaire que les mesures
adéquates n'ont pas été prises mais, semble-t-il, en raison d'une
carence au niveau d'une politique d'ensemble du dépôt des armes
militaires.
Mon souhait est que, dans la législation qui va être soumise au
parlement, on ne soit pas trop exigeant à l'égard des dépôts d'armes
civils tenus par des armuriers mais, par contre, qu'on arrête de se
montrer laxiste en ce qui concerne les dépôts d'armes militaires
dangereuses.
02.07 Jean-Pierre Grafé (cdH):
Wat er in Thuin is gebeurd, valt
dus niet te verklaren door de te
krappe begrotingsmiddelen maar
wel door het ontbreken van een
totaalvisie op de
wapenopslagplaatsen. Ik hoop dat
men niet te veeleisend voor de
burgerlijke depots en niet te laks
voor de militaire opslagplaatsen
zal worden.
02.08 Ferdy Willems (VU&ID): Mevrouw de minister, op een aantal
van mijn vragen antwoordde u niet.
Waarom werd de gemeente niet geïnformeerd? Het kan toch niet dat
een gemeentebestuur niet weet dat er zich daar wapens bevinden.
Dat is een essentiële elementaire maatregel.
Ik neem aan, mevrouw de minister, dat u hierop niet kunt antwoorden
in de plaats van uw bevoegde collega en bijgevolg verzoek ik u hem
deze, ook voor de toekomst, fundamentele vraag overmaken.
Waarom is de informatiedienst van het leger zo karig met informatie
02.08 Ferdy Willems (VU&ID):
Plusieurs de mes questions sont
restées sans réponses. Pourquoi
la commune n'a-t-elle pas été
informée de la présence d'armes
sur son territoire? Cette question
peut-elle être relayée auprès du
ministre compétent?
Pourquoi l'armée est-elle tellement
avare d'informations à propos de
cette affaire? Quelles solutions le
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
6
en ontwijkend in de antwoorden? Gelieve deze vraag eveneens over
te maken aan uw bevoegde collega.
Voorts wachten wij met ongeduld op de oplossing die zal worden
naar voren gebracht door de onderzoeksrechter en de krijgsauditeur
die kennis van zaken hebben.
Wat men thans onderneemt zijn vijgen na Pasen. Inderdaad, reeds in
1984, 1990 en 1997 waarschuwden wij voor dergelijke aanvallen op
kazernes. Dat nu pas een onderzoeksrechter en een krijgsauditeur in
dat verband werden aangesteld is erg laat.
juge d'instruction et l'auditeur
militaire proposent-ils? Ils n'ont été
appelés que très tardivement.
Ceci ne constitue, en effet, pas le
premier vol.
De voorzitter: Het lijkt mij wenselijk de bevoegde minister in de commissie hierover te ondervragen, zodat
hij deze vragen kan beantwoorden.
02.09 Ferdy Willems (VU&ID): Dat zal ik zeker doen, mijnheer de
voorzitter.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03 Vraag van mevrouw Maggie De Block aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen over "de
bevordering van het huisartsenberoep" (nr. 9665)
03 Question de Mme Maggie De Block au ministre des Affaires sociales et des Pensions sur "la
promotion de la profession de médecin généraliste" (n° 9665)
03.01 Maggie De Block (VLD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik wens nogmaals terug te komen op de aangekondigde
maatregelen naar aanleiding van het door u ontvangen onderzoek
uitgevoerd door dokter Vandemeulebroucke, een gewaardeerd
collega die het artsenkorps ondervroeg naar de oorzaken van de
malaise die heerst bij de huisartsen.
U reageerde begripvol op de conclusies waarin wordt gevraagd naar
minder administratieve rompslomp, een beter sociaal statuut, een
loonstijging voor de wachtdiensten, en een hogere vergoeding voor
de huisbezoeken; hierbij wordt gevraagd het huisbezoek tot 30 euro
en de consultatie in het kabinet tot 20 euro op te trekken. Voorts
wordt ook verzocht een campagne te organiseren ter
responsabilisering van de patiënten.
Globaal gezien zouden al deze maatregelen leiden tot een verhoging
van het budget voor de huisartsen met 15%.
Acht de minister het uitgetrokken budget realistisch?
Hoe gaat u bepaalde maatregelen eventueel wel nemen en andere
laten wachten? Wanneer plant u een campagne voor de
responsabilisering van de patiënt? Dat is voor ons, huisartsen, heel
belangrijk omdat wij worden geëvalueerd of wij een good practise
beoefenen. Wij zullen met ons voorschrijfgedrag wel voor onze
verantwoordelijkheid worden geplaatst, maar u weet dat de Belgische
patiënten dikwijls veeleisend zijn.
03.01 Maggie De Block (VLD):
L'enquête de M. Van de
Meulebroeke concernant le
malaise qui règne parmi les
médecins généralistes met en
évidence la nécessité réelle de
promouvoir cette profession. Le
ministre s'est montré
compréhensif envers les
demandes formulées par les
généralistes qui plaident en faveur
d'un allègement des formalités
administratives, d'une
revalorisation de leur statut social,
d'une meilleure rétribution des
services de garde et des
consultations à domicile et d'une
campagne tendant à la
responsabilisation du patient. Ces
mesures requièrent une
majoration du budget de 15 pour
cent. Le ministre trouve-t-il cette
majoration réaliste? Va-t-il falloir
opérer une sélection parmi les
mesures? Quand la campagne de
responsabilisation sera-t-elle
lancée?
03.02 Minister Frank Vandenbroucke: Mijnheer de voorzitter, ik ben
er absoluut van overtuigd dat wij in de komende jaren stelselmatig
meer in de huisartsgeneeskunde zullen moeten investeren. Wij
03.02 Frank Vandenbroucke,
ministre: Je suis convaincu de la
nécessité d'investir dans le
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
7
moeten niet in het status-quo investeren, maar wel in verandering in
de huisartsgeneeskunde. Ik zal daarop vandaag geen bedragen
plakken. Daarvoor is het absoluut te vroeg. U vraagt mij of de
financiële eisen die het huisartsenfront stelt, realistisch zijn. Ik ga mij
daarover niet zo meteen uitspreken, maar ik wil wel opmerken dat de
lat daar nogal hoog wordt gelegd, met name omdat men eigenlijk een
zeer belangrijke budgettaire inspanning voor één type van maatregel
wil doen. Ik spreek over de verhoging van tarieven voor honoraria
voor raadplegingen en huisbezoeken. Daarnaast is er natuurlijk nog
heel wat anders dat ter discussie moet worden gesteld. Men heeft het
ook over praktijkondersteuning, men spreekt over wachtdiensten en
andere zaken. Ik meen dat wij een globale visie moeten ontwikkelen
waarbinnen wij ook keuzes moeten maken en prioriteiten moeten
vastleggen. Ik denk dat wij met het oog op die globale visie een
financieel meerjarenplan moeten ontwikkelen.
U vraagt mij wat ik denk over deze voorstellen in verhouding tot het
rapport van dokter Vandemeulebroucke. Ik stel vast dat een aantal
belangrijke bekommernissen van dokter Vandemeulebroucke toch
niet in het eisenplatform van het huisartsenfront zijn terug te vinden.
Men zou een klein beetje simplificerend kunnen opmerken dat het
eisenplatform van het huisartsenfront op de eerste plaats belangrijk is
voor de gevestigde, actieve, solowerkende mannelijke huisarts. Ik
wijs op de vele verzuchtingen vanuit het terrein. Jongere huisartsen
moeten zich nog installeren, vrouwelijke huisartsen willen geen 70 of
80 uur per week werken of willen eventueel zelfs deeltijds werken.
Dokter Vandemeulebroucke heeft ook op de problemen van de
grootsteden gewezen. Dit vinden wij eigenlijk niet terug in het
eisenplatform van het huisartsenfront. Ik denk dat deze thema's
samenwerkingsverbanden, grootstedelijke problematiek,
opstartpremies toch wat meer aandacht zouden mogen krijgen.
Er zijn ook bepaalde punten waar het huisartsenfront nogal in
tegenstelling is met voorstellen van dokter Vandemeulebroucke. De
eis om niet alleen de controle a priori, maar ook a posteriori af te
schaffen voor de zogenaamde hoofdstuk 4-geneesmiddelen is strijdig
met wat Vandemeulebroucke zelf heeft voorgesteld. Ik denk dat het
voorstel Vandemeulebroucke eigenlijk beter was. Wat het
huisartsenfront voorstelt, maakt elke evaluatie van dit
voorschrijfgedrag onmogelijk.
Hier is zeker stof voor discussie. Ik denk dat er vooruitgang is in de
discussie, maar men moet een globaal voorstel indienen waarin
keuzes worden gemaakt. Vervolgens zullen wij moeten onderzoeken
wat budgettair realistisch is.
U hebt ook naar die campagne gevraagd. Wij plannen inderdaad een
sensibilisatiecampagne over het belang van de huisarts. Ik zal die
campagne opzetten samen met de wetenschappelijke organisaties
en de organisaties van artsen zodat ze dat werkelijk mee vorm
kunnen geven. Ik wens dit, indien mogelijk, dit jaar nog te lanceren. Ik
denk dat het inderdaad redelijk dringend is, maar we moeten die
campagne ook regelmatig herhalen.
renouveau de la profession de
médecin généraliste. Il est
néanmoins trop tôt pour parler en
termes financiers. La majoration
du budget de 15 pour cent est-elle
réaliste? Je ne puis me prononcer
pour l'instant mais l'estimation me
paraît relativement élevée. Il est
nécessaire de procéder à
davantage de discussions afin de
définir des priorités et d'aboutir
ainsi à un plan financier
pluriannuel. Au demeurant, je ne
retrouve pas un certain nombre
d'éléments de l'enquête Van de
Meulebroeke dans cette
proposition. La plate-forme de
revendications des généralistes
correspond surtout aux besoins
des généralistes masculins actifs,
installés et travaillant
individuellement. Les généralistes
plus jeunes ou féminins en début
de carrière qui souhaitent travailler
à temps partiel ne s'y
reconnaîtront pas. La campagne
de sensibilisation concernant
l'importance des généralistes est
prévue en collaboration avec des
organisations scientifiques et des
associations de généralistes.
J'espère qu'elle pourra être lancée
dès cette année. Du reste, cette
campagne n'a de sens que si elle
se répète.
03.03 Maggie De Block (VLD): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ik onthoud uit uw antwoord dat u gewonnen bent voor een
meer globale benadering van deze problematiek in de toekomst. U
spreekt er zich nog niet over uit hoeveel u daarvoor budgettair zou
03.03 Maggie De Block (VLD): Je
retiens de l'exposé du ministre
qu'il souhaite une approche
globale pour pouvoir fixer des
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
8
kunnen vrijmaken. Ik onthou ook dat er dus wel een campagne
gepland is voor de responsabilisering van de patiënten.
priorités, qu'il ne se prononce pas
encore à propos de la nécessaire
augmentation du budget et que la
campagne de responsabilisation
est planifiée.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03.04 Pieter De Crem (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik heb een
vraag gesteld aan de eerste minister met betrekking tot de opvang
van een Palestijn in België. Ik heb de boodschap gekregen dat de
vraag niet door de eerste minister kon worden beantwoord, maar wel
door de minister van Binnenlandse Zaken, omdat de eerste minister
verhinderd zou zijn. Ik zie echter dat de eerste minister vandaag
aanwezig is in de plenumvergadering. Ik zou graag mijn vraag stellen
aan de eerste minister die hier aanwezig is en die de vraag zou
moeten kunnen beantwoorden.
03.04 Pieter De Crem
(CD&V):J'avais posé au premier
ministre une question sur l'accueil
d'un Palestinien en Belgique. On
m'avait dit que le premier ministre
ne pouvait pas être présent mais il
est néanmoins parmi nous. Je
voudrais dès lors lui adresser ma
question.
De voorzitter: Er zijn drie vragen over het onderwerp: één vraag van
de heer Tastenhoye aan de vice-eerste minister Louis Michel die, om
gezondheidsredenen, de Kamer vraagt hem te willen
verontschuldigen; une deuxième question de M. Jacques Lefèvre,
également adressée à M. Louis Michel, vervolgens uw vraag gericht
tot de eerste minister.
De regering heeft wellicht gedacht dat de minister van Binnenlandse
Zaken het best geplaatst was ter vervanging van de minister van
Buitenlandse Zaken. De eerste minister is aanwezig, maar u kunt er
toch geen gekapt stro van maken! In ieder geval, het stoort me echter
niet mocht de eerste minister het woord willen voeren.
Le président: Il y a trois
questions. Deux sont adressées
au ministre des Affaires
étrangères, une au premier
ministre. Le gouvernement a jugé
préférable de laisser le soin à un
seul ministre de répondre.
03.05 Pieter De Crem (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik wil er geen
gekapt stro van maken, ik zou echter graag het kaf van het koren
willen scheiden en een vraag kunnen stellen aan de eerste minister,
omdat het niet zo maar gaat om een vraag is van binnenlandse
veiligheid. Het betreft een internationaal engagement waarbij heel
wat vragen rijzen van interne en externe veiligheid.
Mijnheer de voorzitter, ik vraag u dat u van uw voorrecht als meester
van de activiteiten van de Kamer, gebruik zou maken, opdat wij
vooralsnog onze vraag zouden kunnen stellen aan de eerste minister.
03.05 Pieter De Crem
(CD&V):Ces questions ne
concernent pas uniquement la
sécurité intérieure mais également
un engagement international.
De voorzitter: Eerst komt de heer Eerdekens aan de beurt. Ik was nog niet aan het onderwerp gekomen
waar u het over had. Wat het kaf en het koren betreft delen wij een bijbelse gevoeligheid.
04 Question de M. Claude Eerdekens au ministre de l'Intérieur sur "la collaboration des polices
locales à la surveillance des gares SNCB" (n° 9660)
04 Vraag van de heer Claude Eerdekens aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de
medewerking van de lokale politie aan de bewaking van de NMBS-stations" (nr. 9660)
04.01 Claude Eerdekens (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, je serai relativement bref. La presse a fait écho ce mardi de
l'intention du ministre de l'Intérieur de préparer une circulaire en vue
d'obliger les polices fédérales et locales à collaborer à la surveillance
des gares d'ici peu de temps.
04.01 Claude Eerdekens (PS):
Het ministerie van binnenlandse
zaken zou een omzendbrief of een
richtlijn voorbereiden waardoor de
federale en lokale politiediensten
kunnen samenwerken om de
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
9
Par la même occasion, la presse faisait écho de l'inquiétude de
certains bourgmestres et plus particulièrement du bourgmestre
d'Anderlecht, M. Simonet. Celui-ci exprimait qu'il était impossible à la
police locale dont fait partie Anderlecht avec d'autres communes,
d'assumer une tâche qui, auparavant, relevait de la police fédérale,
d'autant plus que la gare du midi est le premier arrêt du TGV venant
de France vers la Belgique.
En fonction de cette situation, j'aurais souhaité obtenir des précisions.
Puis-je considérer qu'en ce qui concerne 95 à 99% des gares du
Royaume, il n'y a pas d'obligation de prévoir la présence de la police
locale? Cela ne se justifie pas, hormis la constatation d'une infraction
qui se commettrait et, si la police locale est intervenue dans le passé,
elle pourra continuer à intervenir demain. Pour ce qui concerne la
police dans le train, à proprement parler, les infractions relèvent de la
compétence fédérale.
Pour les grandes gares du Royaume elles ne sont pas nombreuses
peut-on considérer que cette tâche, qui auparavant était assumée
exclusivement par la police fédérale, continuera à l'être et que
l'intervention de la police locale ne serait pas la règle mais seulement
l'exception, ceci pour ne pas déforcer la police de proximité dans les
grandes villes, là où l'insécurité est malheureusement plus présente
que dans les zones rurales?
stations te bewaken. In de pers
zijn berichten verschenen over het
feit dat burgemeesters zich zorgen
maken. Onder hen de heer
Simonet, op wiens grondgebied
zich een groot aankomststation
van de HST uit Frankrijk bevindt.
Kan de minister garanderen dat
voor 95 tot 99% van de stations de
lokale politie geen verplichtingen
zal hebben en dat voor wat de
grote stations betreft, de federale
politie nog steeds zal instaan voor
de bewaking, waarbij het optreden
van de lokale politie eerder
uitzonderlijk is?
04.02 Antoine Duquesne, ministre: Monsieur le président, je dirai
tout d'abord à M. Eerdekens que je préfère qu'il me pose des
questions plutôt que de m'assigner en justice pour avoir une correcte
interprétation des dispositions légales qu'il a votées et des
règlements que je prends en exécution de la loi.
Cela me donne l'occasion de rappeler une question de principe, à
savoir que toutes les missions qui hier étaient exercées au niveau
local par les brigades locales de gendarmerie, sont aujourd'hui
exercées par les polices locales. La police fédérale n'a quasiment
plus d'hommes disponibles sur le terrain. Elle compte encore la
réserve un peu plus de 1.100 hommes , la police de la circulation
et bien sûr l'important pilier judiciaire. Dans le cadre de la réforme
des polices, il a toujours été convenu que la sécurité autour et dans
les locaux de la gare puisqu'il s'agit d'un lieu public serait exercée
par les polices locales ayant, à ce titre, bénéficié des renforts des
anciennes brigades locales de gendarmerie. Il est clair, qu'en toutes
hypothèses, un appui de la police fédérale est possible.
J'ai aussi indiqué que la police des chemins de fer, que je compte
renforcer, garde sa totale et entière compétence sur les lignes de
chemin de fer, les quais et, de surcroît j'ai pris une première
décision à cette fin , dans un certain nombre de gares où les
statistiques révèlent qu'il y a un risque particulier. Une dizaine de
gares sont ainsi visées. Demain, je verrai s'il y a lieu d'aller au-delà.
Pour le surplus, votre réflexion est de bon sens. Pour parler d'une
grande gare, non point internationale, mais qui se trouve près de
chez moi, à Barvaux-sur-Ourthe où un train passe de temps en
temps pour amener des touristes, je vois mal que l'on impose là des
services policiers très lourds.
Je crois qu'ainsi les choses sont clarifiées. Je vous répète que
04.02
Minister
Antoine
Duquesne: Ik geef er de voorkeur
aan dat de heer Eerdekens mij
vragen stelt in plaats van mij voor
het gerecht te dagen om een
correcte uitlegging van de wetten
die hij zelf heeft goedgekeurd, te
verkrijgen.
Ik herinner eraan dat een van de
principes van de hervorming is dat
alle opdrachten die vroeger op
plaatselijk vlak door de rijkswacht
werden uitgeoefend, nu de
plaatselijke politie toekomen
vermits het personeel van de
plaatselijke rijkswachtbrigades in
de plaatselijke politie werd
opgenomen. Een ondersteuning
door de federale politie is mogelijk
als er veel extra werk is. De
spoorwegpolitie blijft bevoegd voor
de sporen, de perrons en een
tiental gevoelige stations.
De opmerking van de heer
Eerdekens getuigt van gezond
verstand: ik zie niet goed in hoe
voor kleinere stations waar slechts
af en toe een trein langsrijdt
uitgebreide politiediensten kunnen
worden opgelegd.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
10
partout où, en fonction de critères objectifs, on constate une
surcharge incontestable de travail, je veillerai à développer l'appui de
la police fédérale.
04.03 Claude Eerdekens (PS): Monsieur le président, je
souhaiterais que pour une gare comme celle que je visais tout à
l'heure, qui est la gare d'accès pour toutes les personnes arrivant de
Paris, la police fédérale assume, comme à l'aéroport de Zaventem,
les contrôles qui s'imposent. Il me paraît difficile pour une zone de
police locale de s'occuper d'une telle mission.
Je rappelle que les zones de police locale souhaitent faire un travail
de proximité pour assurer la sécurité dans les quartiers. Pour
l'instant, avec la situation que l'on connaît dans les prisons,
l'inquiétude des bourgmestres grandit. Nous souhaitons réellement
trouver une solution à tous ces problèmes.
Enfin, il m'arrive d'ester en justice mais, vous savez aussi bien que
moi que la justice est indépendante des autres pouvoirs et lorsqu'on
ne peut dégager un consensus dans le cadre d'un conflit relatif à
l'interprétation de la loi, il revient aux tribunaux de trancher en toute
indépendance, qu'on aime ou qu'on n'aime pas la décision qui est
rendue.
04.03 Claude Eerdekens (PS):
Voor de plaatselijke politie is het
inderdaad moeilijk om zich met de
grote stations van toegang tot het
grondgebied, zoals overigens met
de luchthaven van Brussel-
Nationaal, bezig te houden.
Bovendien wil zij buurtpolitiewerk
uitvoeren.
Door in rechte te treden kan de
onafhankelijke justitie worden
gevraagd de doorslag te geven
wanneer er geen consensus is.
04.04 Antoine Duquesne, ministre: Monsieur le président, M.
Eerdekens a raison: c'est d'ailleurs la justice indépendante qui m'a
donné gain de cause. Cela m'a bien sûr réjoui.
En dehors de la justice et des questions parlementaires, des contacts
sont toutefois possibles avec mon cabinet pour attirer mon attention
sur des situations particulières. Je vous invite donc à le faire. Mais en
ce qui concerne la politique générale, je conçois parfaitement que
dans les zones de police, on souhaite consacrer l'essentiel des
forces à des missions de proximité. A ce propos, je vous signale
qu'une gare relève en fait d'un problème de proximité. Toutes les
forces qui étaient utilisées hier ont été transférées dans les polices
locales et la police fédérale ne pourrait reprendre ces missions en
charge sans une augmentation de ses effectifs. Ce serait aller en
sens opposé de ce qui a été souhaité puisque cela signifierait que la
police locale ne souhaite plus traiter d'un certain nombre de
problèmes de proximité qui se passent sur sa zone et souhaite
transférer à nouveau ces matières à la police fédérale qui est sous
l'autorité du ministre de l'Intérieur.
04.04
Minister
Antoine
Duquesne: De onafhankelijke
justitie heeft mij overigens gelijk
gegeven. En contacten met mijn
kabinet zijn steeds mogelijk.
De stations zijn een
buurtprobleem. Als de plaatselijke
politie dat probleem uit handen
zou willen geven, betekent dit dat
zij sommige van haar opdrachten
aan de federale politie zou willen
overdragen.
04.05 Claude Eerdekens (PS): Monsieur le président, je laisserai M.
Simonet s'expliquer avec le ministre de l'Intérieur sur ce dernier point.
04.05 Claude Eerdekens (PS): Ik
laat het aan de heer Simonet over
om zich tot u te wenden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Ik heb drie vragen over "het eventueel opnemen van verbannen Palestijnse terroristen in
België", "Belgische opvang Palestijn" en "accueil d'un membre du Hamas en Belgique". De heer Duquesne
heeft mij gezegd dat tweederde of misschien meer van deze materie tot de bevoegdheid van de minister
van Buitenlandse Zaken behoort, die hij vervangt. Een heel klein stukje ik kan het niet juist
proportioneren behoort tot de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken. Ook de eerste
minister is aanwezig. Wij kunnen dus beginnen.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
11
U hebt het woord, mijnheer De Crem.
04.06 Pieter De Crem (CD&V): Mijnheer de voorzitter, het zou
misschien interessant zijn dat, gedurende de afwezigheid van
minister Michel, de minister van Binnenlandse Zaken ook minister
van Buitenlandse Zaken wordt, tenzij er een andere regeling wordt
getroffen en de "staatssecretaris" voor Binnenlandse Zaken de
prerogatieven van minister Michel overneemt. Ik vind het in elk geval
eigenaardig dat er een bericht van verhindering is vanwege de eerste
minister wanneer zo'n belangrijke beslissing wordt genomen en
wanneer er een parlementaire vraag wordt gesteld, en dat de vraag
wordt doorgegeven aan de minister van Binnenlandse Zaken.
De voorzitter: Ik heb in één oogopslag met de eerste minister van gedachten gewisseld: hij zal het woord
nemen wanneer het nodig zal zijn. De vraag van de heer Tastenhoye is gericht tot minister Louis Michel en
zij wordt beantwoord door minister Duquesne. Daarna zal ik wel zien wie het woord zal nemen.
05 Samengevoegde vragen van
- de heer Pieter De Crem aan de eerste minister over "de Belgische opvang van een Palestijn"
(nr. 9661)
- de heer Jacques Lefevre aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de opvang van een Hamas-
lid in België" (nr. 9662)
- de heer Guido Tastenhoye aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de Belgische opvang van
een Palestijn" (nr. 9672)
05 Questions jointes de
- M. Pieter De Crem au premier ministre sur "l'accueil par la Belgique d'un Palestinien" (n° 9661)
- M. Jacques Lefevre au ministre de l'Intérieur sur "l'accueil d'un membre du Hamas en Belgique"
(n° 9662)
- M. Guido Tastenhoye au ministre de l'Intérieur sur "l'accueil par la Belgique d'un Palestinien X"
(n° 9672)
(Het antwoord zal worden verstrekt door de minister van Binnenlandse Zaken.)
(La réponse sera fournie par le ministre de l'Intérieur.)
05.01 Guido Tastenhoye (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, sedert gisterenavond zijn wij gezegend met de
aanwezigheid van een Palestijnse terrorist op ons grondgebied. Dat
is een gevolg van een akkoord tussen Israël en de Palestijnse
autoriteit: door bemiddeling van de Verenigde Staten en de Europese
Unie wordt aan dertien bannelingen van de Geboortekerk in
Bethlehem een onderkomen in de Europese Unie bezorgd.
Om een mij onverklaarbare reden is de Belgische regering kandidaat
geweest om een van die terroristen op te vangen. Ik citeer hier graag
de heer Claude Marinower, VLD-gemeenteraadslid van Antwerpen
en lid van de joodse gemeenschap: "Eerder zei de regering dat zij het
conflict in het Midden-Oosten niet naar ons land wilde exporteren en
nu vangt ze een terrorist van daar op. Dat is onbegrijpelijk. De
spanningen tussen joden en moslims in ons land zijn al groot genoeg.
Dit is olie op het vuur gooien". Dat zegt de heer Claude Marinower,
collega van Ludo Van Campenhout.
Wat is er hier inderdaad de jongste weken en maanden gebeurd?
Joden werden gepest; er werden antisemitische uitlatingen gedaan;
er werden aanslagen gepleegd; er werden ruiten ingegooid en er
werden zelfs auto's in brand gestoken. Men mag ook de
05.01 Guido Tastenhoye
(VLAAMS BLOK): Depuis hier, un
terroriste palestinien, un des
combattants de l'Eglise de la
Nativité de Bethléem, réside sur
notre territoire. Il s'agit-là du fruit
d'un accord entre Israël et
l'autorité palestinienne.
Il est inconcevable que la
Belgique ait accepté cette
présence. Selon Claude
Marinauer, du VLD, qui appartient
à la communauté juive, le
gouvernement avait
précédemment émis le souhait
que le conflit du Moyen Orient ne
soit pas exporté chez nous. Or, il
verse aujourd'hui de l'huile sur le
feu alors même que les relations
israélo-arabes sont très tendues.
Je puis le comprendre pour des
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
12
gewelddadige betoging van 3 april 2002 in Antwerpen niet vergeten;
bij de Antwerpenaars staat zij nu bekend staat als "de intifada aan de
Schelde". Wanneer men op zo'n ogenblik een Palestijnse terrorist
naar België overbrengt, is dat inderdaad olie op het vuur gooien.
De heer Marinower vervolgt: "Dat de landen rond de Middellandse
Zee het doen, begrijp ik. Die voelen zich traditioneel verbonden met
het Midden-Oosten. Wij niet. Onze relatie met Israël is trouwens zo al
genoeg verstoord door de uitlatingen van minister Michel en de
manier waarop wij premier Sharon hebben ontvangen. Hij was zelfs
niet welkom in het Parlement".
Een andere would-be VLD'er, de heer Van Quickenborne, die op het
punt staat om naar de VLD over te stappen, zegt het volgende: "Deze
Palestijn zal zich in ons land vrij mogen bewegen, Palestijnse
sympathisanten mogen toespreken en politiek actief zijn".
Mijnheer de minister, dat roept erg veel vragen op. De hoofdvraag is
de volgende. Waarom, gezien de nationale en internationale context,
voelt België zich geroepen om die terrorist op te vangen? Er zijn
vragen over zijn verblijfplaats, de manier waarop hij beveiligd zal
worden, zich hier vrij zal kunnen bewegen en de manier waarop hij
politieke activiteiten zal kunnen tentoonspreiden. Dat roept enorm
veel vragen op. Wij verlangen daarop duidelijke antwoorden.
pays de la Méditerranée mais pas
pour la Belgique. Les relations
que la Belgique entretient avec
Israël sont déjà très perturbées.
Les modalités du séjour de
l'intéressé appellent de
nombreuses questions. Mais,
surtout, pourquoi la Belgique
estime-t-elle devoir accueillir ce
terroriste?
De voorzitter: Mijnheer De Crem, u krijgt nu het woord. Après la question de M. Lefevre, nous entendrons
la réponse du ministre de l'Intérieur en lieu et place du ministre des Affaires étrangères.
Als u uw vraag stelt, wordt u natuurlijk ook beluisterd, mijnheer De Crem. Mijnheer de eerste minister, mag
ik uw aandacht vragen?
05.02 Eerste minister Guy Verhofstadt: (...)
05.03 Pieter De Crem (CD&V): Mijnheer de eerste minister, de
voorzitter duidt er net op dat er geluisterd moet worden. Ik zou graag
weten of mijn vraag door de eerste minister dan wel door de minister
van Binnenlandse Zaken beantwoord zal worden.
De voorzitter: Mijnheer De Crem, stelt u eerst uw vraag. Daarna zullen we wel zien.
05.04 Eerste minister Guy Verhofstadt: (...)
05.05 Pieter De Crem (CD&V): Mijnheer de eerste minister, over
intelligente beslissingen kunnen wij van u veel leren. Dat heeft het
verleden goed bewezen.
Mijnheer de voorzitter, ik stel voor dat u een gesplitst reglement
maakt, nu wij vragen mogen stellen aan twee ministers.
Mijnheer de eerste minister, mijnheer de minister van Buitenlandse
Zaken, gisteren zijn wij in kennis gebracht van de beslissing dat een
bezetter van de Geboortekerk te Bethlehem sinds gisterenavond op
het grondgebied van België verblijft. Wij kunnen er ons in het
algemeen over verblijden dat de Europese Unie een belangrijke
bemiddelingsrol speelt in het conflict tussen Israël en de Palestijnse
gemeenschap. Toch zijn er een aantal eigenaardige zaken. Een
aantal van die bezetters wordt in Europese landen opgevangen.
05.05 Pieter De Crem (CD&V):
Nous avons appris hier qu'une des
personnes qui étaient retranchées
dans l'Eglise de la Nativité
séjourne depuis hier soir sur le
territoire belge. D'un point de vue
général, il est positif que l'Union
européenne joue un rôle de
médiation dans le conflit au
Moyen-Orient. Je comprends tout
à fait que des pays
méditerranéens accueillent un
certain nombre de ces
Palestiniens mais pourquoi
l'Irlande et la Belgique figurent-
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
13
Enkele landen hebben daarin een traditie omdat zij verbonden zijn
met het Nabije Oosten. Daarbij denk ik aan Griekenland, Italië en
Spanje. Het neutrale Ierland, maar ook België, vangt één Palestijn op.
Deze ochtend blokletterde een onverdachte bron, La Libre Belgique:
"C'est le moins dangereux de tous". Wij moeten juichen, want het is
de minst gevaarlijke van de Hamas-terroristen die wij op het
grondgebied van België hebben aanvaard! Daarover gaat het nu
precies. U kunt niet zeggen dat die man een onverdacht figuur is,
want hij is een terrorist. Als dusdanig wordt hij ook geseind. Hij is lid
van Hamas en een gepatenteerd bommenlegger. Mijn vragen
daarover zijn de volgende.
Mijnheer de minister van Buitenlandse Zaken, ik stel mijn vragen aan
u, zolang de eerste minister u een vrijgeleide geeft om ze te
beantwoorden.
Ten eerste, waarom is de minst gevaarlijke van alle terroristen op het
grondgebied van België toegelaten?
Ten tweede, waarom zijn noch Duitsland, noch Frankrijk, noch het
Verenigd Koninkrijk ingegaan op het voorstel om iemand op te
vangen?
Ten derde, waarom zijn zelfs de meest liberale en vrijheidsgezinde
Arabische landen niet overgegaan tot een geste om minstens één
van de bezetters van de Geboortekerk in Bethlehem op te vangen?
Ten vierde, om wie gaat het? Wij vangen op ons grondgebied iemand
op. Waar verblijft hij? De persoon die u op ons grondgebied hebt
toegelaten, behoort niet tot de melkbrigade. U kunt dus niet zeggen
dat hij eigenlijk maar een willoos slachtoffer is. Hij behoort tot Hamas,
dus tot een terroristische organisatie. Ik vraag u daarover uitleg.
Bovendien deel ik u mee dat de bevolking dit niet pikt.
We hebben terroristen genoeg gehad via de regularisatie en de snel-
Belg-wet. Het is aan u om te antwoorden. Als u onduidelijk bent, de
eerste minister zit in de zaal.
elles parmi les pays d'accueil?
Ce matin, La Libre Belgique a
publié un article selon lequel notre
pays accueille le terroriste "le
moins dangereux". Mais il s'agit
bel et bien d'un membre du
Hamas, d'un poseur de bombe et
donc d'un terroriste.
Pour quelle raison a-t-on autorisé
le séjour du terroriste le moins
dangereux sur le territoire belge?
Pour quelle raison les pays voisins
n'ont-ils pas accepté d'accueillir
une de ces personnes? Pourquoi
aucun pays arabe n'a-t-il accompli
un tel geste? De qui s'agit-il? Où
séjourne-t-il?
05.06 Jacques Lefevre (cdH): Monsieur le président, "La libre
Belgique" de ce matin titre effectivement: "Le Palestinien en Belgique,
"un des moins dangereux"". M. le ministre peut-il me confirmer que
M. Khalil Mouhammad Abdoulla Nawawré est vraiment le Palestinien
que la Belgique a accepté d'héberger? Fait-il réellement partie du
Hamas, du Fatah, du Tanzim? Diverses versions sont sorties dans la
presse ces derniers jours. Selon d'aucuns, il serait spécialiste en
matière d'explosifs. Je pense qu'il s'agissait d'un autre nom à
l'époque. Je ne suis pas certain que celui-ci soit spécialiste en
matière d'explosifs.
Monsieur le ministre, en quoi l'arrivée de ce Palestinien peut-elle
changer le type de relations que nous avons avec Israël? Quelles
exigences particulières avons-nous eues dans la négociation pour
accepter ce monsieur? Quel sera le statut de ce monsieur? Recevra-
t-il le statut de réfugié politique ou un statut humanitaire? Qui prendra
en charge le coût financier de l'arrivée de ce monsieur? Sera-ce le
CPAS? Si oui, lequel?
Par ailleurs, on nous dit que son logement sera tenu secret, puisqu'il
05.06 Jacques Lefevre (cdH): De
krant "La Libre Belgique" heeft
deze morgen aangekondigd dat
de Palestijn die bij ons wordt
opgenomen de minst gevaarlijke
zou zijn. Maar is Khalil
Mouhammad Abdoulla Nawawré
wel degelijk de man die in België
is aangekomen? Is hij lid van
Hamas of van een andere
organisatie? Is hij gespecialiseerd
in springstoffen? Er was sprake
van zo'n specialist, maar dat blijkt
iemand anders te zijn. In welke
mate wijzigt de opvang van deze
Palestijn onze relaties met Israël?
Hoeveel invloed hebben wij gehad
in de onderhandelingen die ertoe
hebben geleid dat hij tot ons
grondgebied werd toegelaten?
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
14
risque de subir quelques violences ou d'en donner à d'autres.
Pensez-vous vraiment que dans un petit pays comme la Belgique, on
va pouvoir tenir longtemps secret le logement d'un Palestinien?
Sommes-nous certains qu'Israël ne demandera pas son extradition?
J'ai également lu en page trois de "La libre Belgique" qu'Israël prend
l'engagement de ne pas demander l'extradition. Or, j'ai entendu le
premier ministre d'Israël dire qu'il risque de le faire? Qui a raison?
Voilà les questions que je voulais vous poser.
Welk statuut zal hij toegewezen
krijgen? Zal hij worden
ingeschreven bij een OCMW? Zijn
verblijfplaats zou geheim worden
gehouden. Zal dat geheim in een
land zoals het onze lang bewaard
kunnen blijven? Volgens "La Libre
Belgique" zou Israël niet vragen
deze man uit te leveren. Maar ik
heb de minister van Buitenlandse
Zaken horen zeggen dat Israël dat
toch zou kunnen doen.
De voorzitter: Mijnheer de minister, u antwoordt op de drie vragen.
05.07 Minister Antoine Duquesne: Mijnheer de voorzitter, ik
antwoord graag op de vragen die me gesteld worden. Vaak worden
veel vragen gesteld aan mij en aan de andere leden van de regering.
Jammer genoeg is de heer Michel ziek, mijnheer De Crem. Hij zou
liever zelf uw vragen beantwoorden.
05.07
Antoine Duquesne,
ministre: Le ministre Michel est
souffrant. Il est évident qu'il aurait
préféré répondre personnellement
à vos questions.
05.08 Pieter De Crem (CD&V): (...)
De voorzitter: Wacht even, laat hem eerst antwoorden.
05.09 Antoine Duquesne, ministre: Avant de donner toutes les
réponses au nom de M. Michel, je voudrais, à la suite de ce que vient
de dire M. Lefevre, vous dire ce qu'elles ne contiendront pas, pour
l'instant en tout cas. Je suis responsable de la sécurité publique. Et
lorsqu'il y a la moindre menace ou le moindre risque, vous ne
manquez pas de me le rappeler. Donc, je ne joue pas avec le feu. Le
Palestinien en question et je n'en dirai pas plus est arrivé sur
notre territoire, nous l'avons pris en charge et avec son accord, nous
prenons un certain nombre de précautions. Nous devons en effet
encore évaluer un certain nombre d'éléments avant de déterminer les
mesures définitives que nous prendrons. C'est de son intérêt, c'est de
l'intérêt de la sécurité publique et j'espère, en cette matière, que
chacun fera preuve du sens des responsabilités.
M. Michel me demande de vous dire ce qui suit: le 5 mai 2002, le
gouvernement israélien et l'autorité palestinienne parvenaient à un
accord qui permettait l'évacuation pacifique de l'église de la Nativité à
Bethléem et d'atténuer la tension. Cet accord, à la définition duquel
l'Union européenne a contribué et qu'elle s'est engagée à soutenir,
impliquait le transfert volontaire de treize personnes à l'étranger. Ce
transfert a été accepté par les parties, tant israéliennes que
palestiniennes.
Certains Etats membres de l'Union européenne ont, dans ce
contexte, déclaré être disposés à contribuer à la mise en oeuvre de
cet accord par l'accueil d'une ou de plusieurs de ces personnes sur
une base temporaire et humanitaire. La Belgique figure parmi ces
Etats membres. Un Palestinien a en conséquence été accueilli dans
notre pays, comme je viens de vous le dire, le 22 mai, tard dans la
soirée.
Ainsi, notre pays a tenu à contribuer de manière utile et constructive
05.09
Minister
Antoine
Duquesne: Ik zal eerst zeggen
wat ik niet zal zeggen. Ik ben
verantwoordelijk voor de openbare
veiligheid en daar neem ik geen
loopje mee. Die bewuste Palestijn
en meer zeg ik er niet over is
in België aangekomen en wij
moeten voor hem zorgen. Met zijn
toestemming nemen wij, in zijn
belang en in dat van de openbare
veiligheid, een aantal
voorzorgsmaatregelen. Ik hoop
dat iedereen blijk zal geven van
een zeker
verantwoordelijkheidsgevoel.
Op 5 mei 2002 werd een
overeenkomst gesloten waardoor
de Geboortekerk kon worden
geëvacueerd. De overbrenging
van de Palestijnen werd aanvaard.
Sommige EU-lidstaten hebben
aanvaard ze tijdelijk en op
humanitaire gronden onderdak te
geven. Om bij te dragen tot het
vredesproces in het Midden-
Oosten heeft België een Palestijn
opgenomen zodat er een einde
kon komen aan de belegering en
een bloedig treffen kon worden
vermeden. Deze overeenkomst is
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
15
à la pacification du Moyen-Orient. Ce faisant, il s'inscrit dans l'esprit
des résolutions qui ont été adoptées par la Chambre des
représentants, la dernière en date étant celle du 2 mai 2002. En
l'occurrence, le gouvernement a été guidé par la nécessité de
résoudre sur le moment le siège planté devant la basilique de la
Nativité et de vaincre le risque de l'affrontement violent. Il peut
d'ailleurs être constaté que l'expatriation des treize Palestiniens a
permis la résolution de la crise et la réduction des tensions entre
Israéliens et Palestiniens.
Les conditions d'accueil ont été définies en commun par une position
commune adoptée le 21 mai dans le cadre de la politique étrangère
et de sécurité commune de l'Union européenne. La position
commune fixe les conditions d'ensemble de l'accueil des
Palestiniens, accueil dont il est prévu qu'il pourrait durer jusqu'à
douze mois.
En ce qui concerne l'extradition, la position commune prévoit que les
Etats membres se consulteront avant de prendre une décision. En
effet, bien que les instances judiciaires soient appelées à se
prononcer sur toute demande d'extradition, nos systèmes juridiques
en Europe prévoient que la décision finale en la matière revient aux
instances gouvernementales, donc au niveau politique. Par ailleurs, il
mérite d'être rappelé qu'une demande d'extradition irait à contre-
courant de la solution qu'Israéliens et Palestiniens ont eux-mêmes
acceptée pour résoudre l'impasse dans laquelle ils se trouvaient.
Les autorités israéliennes ont assuré la présidence, ainsi que le haut
représentant Javier Solana, qu'ils n'introduiraient pas de demande
d'extradition.
een stap vooruit in de oplossing
van het conflict. De lidstaten
hebben een gemeenschappelijk
standpunt ingenomen over de
opvangvoorwaarden van de
Palestijnen. De opvangperiode zal
maximaal twaalf maanden duren.
Aangaande de uitlevering zal
geen enkele beslissing worden
genomen zonder eerst het advies
van de betrokken staten in te
winnen. De gerechtelijke overheid
zal geen definitieve beslissing
nemen. Die wordt overgelaten aan
de politieke instanties. Ik wijs er
wel op dat een verzoek tot
uitlevering zou indruisen tegen de
oplossing die de Palestijnen
hebben aanvaard om uit de
impasse te raken.
Zoals ik zojuist aan de heer Lefevre heb uitgelegd, heeft het beleg
van het Israëlisch leger van de Basiliek van de Heilige Geboorte een
patstelling en eigenlijk een noodsituatie doen ontstaan. Het was
duidelijk in eenieders belang om er zo snel mogelijk een einde aan te
maken. Omdat de partijen slechts met de hulp van derden uit de
impasse konden geraken, heeft de Europese Unie, waaronder België,
haar medewerking verleend. Het gaat om een maatregel, bedoeld
vanuit humanitaire beweegredenen, om op een nuttige en
constructieve wijze bij te dragen tot de pacificatie van het Israëlisch-
Palestijns conflict.
Of de betrokken Palestijnen van een of andere misdaad kunnen
worden beschuldigd, moet in een rechtstaat zoals de onze via
gerechtelijke weg worden bepaald. Het komt ons niet toe hierover bij
voorbaat een oordeel te vellen. Duidelijk is evenwel dat de nodige
maatregelen werden genomen om eenieders veiligheid, die van de
Palestijnen alsook die van de Belgische samenleving, in de hoogst
mogelijke mate te verzekeren. De Palestijn heeft zich op voorhand en
persoonlijk verbonden om de richtlijnen te respecteren die de
Belgische overheid terzake heeft vastgesteld of in de toekomst nog
meent te moeten vastleggen. De Palestijnse Autoriteit heeft eveneens
deze verbintenis aanvaard. De betrokken persoon heeft er zich meer
bepaald toe verbonden om, zolang zijn eigen veiligheid en de
openbare orde dit vereisen, op een plaats te verblijven die door de
bevoegde Belgische autoriteiten zal worden bepaald. Daarenboven
dient betrokkene, zolang zijn veiligheid en de openbare orde dit
vereisen, voor alle contacten die hij wenst te onderhouden, te
Le siège de l'Eglise de la Nativité
a provoqué une situation
d'urgence à laquelle il fallait mettre
un terme, dans l'intérêt des deux
camps. Les parties concernées ne
parvenant pas à se sortir seules
de l'impasse, l'Union européenne
a proposé sa collaboration.
Dans une démocratie, c'est à la
justice qu'il appartient de
déterminer si le Palestinien en
question peut être inculpé pour
crime. Ce n'est pas à nous d'en
décider.
Le Palestinien et l'Autorité
palestinienne se sont néanmoins
engagés à respecter toutes les
mesures de sécurité, présentes et
futures, imposées par la Belgique.
Tant que la sécurité l'exigera, c'est
l'Etat belge qui déterminera le
domicile du Palestinien et tous les
contacts requerront une
autorisation de l'autorité
compétente.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
16
toelating van de bevoegde Belgische autoriteit te krijgen. België
noteert met voldoening de uitspraak van de woordvoerder van de
Israëlische ambassade te Brussel. Deze drukt de wens uit dat de
Israëlische lidstaten van de Europese Unie inderdaad zouden
bijdragen door een aantal Palestijnen op te nemen. Van kritieken van
Israël op de aanwezigheid in ons land van een van de gijzelaars uit
de Basiliek van Bethlehem is dus geen sprake.
(...)
U stelt een concrete vraag en u krijgt een concreet antwoord.
De aflevering van het visum `kort verblijf' werd verbonden aan de
voorwaarde dat de betrokken Palestijn akkoord kon gaan met een
aantal voorwaarden die zowel zijn persoonlijke veiligheid beogen, als
de veiligheid en de openbare orde in ons land en de andere lidstaten
van de Europese Unie. Zo zal hij verblijven op een door de overheid
aangeduid adres voor zolang dat zijn veiligheid, alsook de openbare
orde dit vereist. Zolang het vanuit een veiligheidsbekommernis
noodzakelijk wordt geacht, dienen de contacten van de betrokkene
voorafgaandelijk door de Belgische overheid te worden toegelaten.
Gezien de voorwaarden echter op elk ogenblik kunnen worden
versoepeld of verstrengd, ...
Israël n'exprime aucune critique à
l'égard de la présence d'un
Palestinien en Belgique. Au
contraire, le porte-parole de
l'ambassade israélienne insiste
auprès des Etats membres pour
qu'ils acceptent d'accueillir des
Palestiniens.
La délivrance d'un visa de séjour a
été subordonnée à l'acceptation
par le Palestinien des conditions
de sécurité précitées, visant sa
propre protection et la sécurité
publique en Belgique et dans les
autres Etats membres.
Encore un mot pour conclure: le
Palestinien en question peut
effectivement engager une
procédure d'asile.
05.10 Pieter De Crem (CD&V): (...)
05.11 Minister Antoine Duquesne: Mijnheer De Crem, wat is uw
verantwoordelijkheid?
De voorzitter: Mijnheer De Crem, laat minister Duquesne antwoorden. Nadien kunt u het woord krijgen
voor een repliek.
05.12 Antoine Duquesne, ministre: Ik herhaal: aangezien de
voorwaarden op elk ogenblik kunnen worden versoepeld of strenger
gemaakt, wordt op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken
het Comité voor de inlichtingen en de veiligheid belast met de
opvolging van het dossier. Dit comité komt te dien einde regelmatig
samen. Een werkgroep Binnenlandse-Buitenlandse Zaken volgt de
praktische uitvoering van nabij. De Belgische ambassade in Spanje
leverde een visum `kort verblijf' af. Dit visum is geldig gedurende een
hernieuwbare periode van drie maanden, vanaf het ogenblik van de
aankomst van de betrokkene. Het is inderdaad zo, mijnheer De
Crem, dat de betrokkene een asielprocedure kan opstarten. U kent
toch ons recht?
05.13 Guido Tastenhoye (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, de cruciale vraag die ik hier heb gesteld,
waarom moet uitgerekend België het Israëlisch-Palestijns conflict
naar haar grondgebied halen, werd niet beantwoord. Ik heb daarbij
de nationale context geschetst. De voorbije weken waren er
antisemitische aanslagen, werden joden gepest en trok er een
gewelddadige betoging door Antwerpen. Frankrijk heeft de jongste
weken ook te kampen gehad met antisemitische activiteiten, maar
Frankrijk heeft pertinent geweigerd Palestijnse terroristen op zijn
grondgebied te ontvangen. Wij doen dat wel en dat is voor ons
onbegrijpelijk.
05.13 Guido Tastenhoye
(VLAAMS BLOK): Il n'a pas été
répondu à ma question de savoir
pourquoi, compte tenu du regain
d'antisémitisme observé ces
dernières semaines, la Belgique
importe le conflit israélo-
palestinien. Dans des
circonstances analogues, la
France s'y refuse.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
17
Mijnheer de minister, u wenst de identiteit van deze Palestijnse
terrorist niet bekend te maken, maar, verdorie, zijn identiteit staat
vandaag al in de kranten! Wanneer het aantal maatregelen die u
daarnet hebt opgesomd om in zijn bescherming te voorzien van
dezelfde aard zijn als de maatregelen die dienen om zijn identiteit te
beschermen, dan weten wij al wat er ons de komende weken nog te
wachten staat. Ik herinner eraan, mijnheer de minister en ik heb daar
vorige week (...)
05.14 Minister Antoine Duquesne: (...) U weet over wie het gaat?
05.15 Guido Tastenhoye (VLAAMS BLOK): Zijn naam staat
vandaag in La Libre Belgique.
De voorzitter: Dat is het Belgisch Staatsblad niet.
05.16 Guido Tastenhoye (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter,
ik wil er nog iets aan toevoegen.
(...)
Mijnheer Coveliers, het is niet alleen La Libre Belgique. Een Belga-
bericht heeft vandaag de informatie van La Libre Belgique bevestigd.
Mijnheer de voorzitter, ik zal eindigen. Mijnheer de minister vorige
week heb ik hierover nog een vraag over gesteld op 8 juni
eerstkomende trekt er een nieuwe pro-Palestijnse betoging door de
straten van Antwerpen. Deze nieuwe intifada werd vandaag verboden
door de burgemeester van Antwerpen. De heer Dyab Abou Jajah, de
Libanees die in Antwerpen nu het mooie weer maakt, heeft al
aangekondigd dat hij zich van dat verbod tot betogen niets zal
aantrekken. Hij roept opnieuw op te betogen op 8 juni. Mijnheer de
minister, ik hoop dat deze Palestijnse terrorist niet aan het hoofd van
deze betoging een triomftocht door Antwerpen zal maken.
05.16 Guido Tastenhoye
(VLAAMS BLOK): L'identité du
terroriste palestinien a déjà été
révélée dans La Libre Belgique et
dans un communiqué de l'Agence
Belga, ce qui amène à s'interroger
sur les mesures de protection qui
ont pu être prises.
J'espère que le terroriste
palestinien ne marchera pas
triomphalement à la tête de la
manifestation pro-palestinienne
qui, bien qu'interdite, a été
annoncée pour le 8 juin à Anvers.
05.17 Pieter De Crem (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik zal het
bondig houden. De minister van Binnenlandse Zaken heeft nog altijd
niet gezegd over wie het gaat. Het gaat om de meest gevaarlijke
bezetter van de Geboortekerk in Bethlehem. Er werd hier een mooi
verhaaltje verteld. De eerste minister was furieus en heeft mij een en
ander naar het hoofd geslingerd. Als de eerste minister iets toe te
voegen heeft aan de verklaring van de minister van Binnenlandse
Zaken, dan stel ik voor dat hij dat nu doet. Collega Eerdekens heeft
mij een suggestie gedaan. Hij stelt voor mag ik het nogmaals
herhalen? om, in afwachting van een aanvraag tot politiek asiel,
Jodoigne als verblijfplaats aan te duiden. Ik wou dat nogmaals
benadrukken. Het is bijzonder interessant. Dit is een ongelooflijk
verhaal. Leden van de regering, de christen-democraten zouden
nooit ofte nimmer een terrorist op het grondgebied toelaten.
Ik zeg de leden van de regering heel duidelijk dat de christen-
democraten in een dergelijke tekening nooit een terrorist zouden
toelaten op ons grondgebied. Wij zouden dat nooit doen. Dat is voor
de bevolking totaal onaanvaardbaar. Het humanitair statuut ...
05.17 Pieter De Crem (CD&V):
L'occupant le moins dangereux
viendrait donc en Belgique mais le
ministre ne souhaite pas dévoiler
son identité. C'est
invraisemblable! Jamais le CD&V
ne tolérerait la présence d'un
terroriste sur notre territoire. C'est
d'ailleurs inacceptable pour la
population.
05.18 Dirk Van der Maelen (SP.A): (...)
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
18
05.19 Pieter De Crem (CD&V): Mijnheer Van der Maelen, wie was er
toen vice-premier? Het was de heer Willy Claes die de zaak
goedkeurde. Mijnheer de voorzitter, wij hebben nu het voorliegen van
het Parlement meegemaakt.
(...)
Dat waren geen terroristen, vriend. Luister maar eens goed.
Hij komt op basis van een humanitair statuut. Dat statuut bestaat
echter niet, niet in het Belgisch en evenmin in het Europees recht.
Het gaat dus niet om het humanitaire statuut dat betrekking had op
degenen die uit het voormalige Joegoslavië waren verdreven,
bijvoorbeeld de Kosovaren. Het gaat niet om het B-statuut. Deze
kerel, deze bommenlegger, dus geen lid van de melkbrigade, komt
onder voorbehoud van zijn vestiging in Jodoigne op het grondgebied
van het koninkrijk België. We weten niet waar maar we hebben in elk
geval onderdak gegeven aan een terrorist. Wat zegt de minister dan?
Ja, hij kan politiek asiel vragen. Dat is het belangrijkste feit. Iemand
die internationaal geseind is als terrorist kan volgens paars-groen
politiek asiel vragen in België. Dat is een echte schande.
05.19 Pieter De Crem (CD&V):
Le Palestinien serait accueilli avec
un statut humanitaire. Mais on
ment au Parlement puisque ce
statut n'existe pas chez nous.Il est
établi que ce poseur de bombes
viendra mais on ignore où et
quand. Il pourrait bien, de surcroît,
obtenir l'asile politique. C'est un
scandale!
05.20 Jacques Lefevre (cdH): Monsieur le président, je constate
que monsieur le ministre n'a pas voulu confirmer le nom de la
personne. En conséquence, seuls le Mossad et "La Libre Belgique"
connaissent le nom de la personne qui est arrivée en Belgique.
Je ne sais pas si c'est un poseur de bombes, je crois qu'on extrapole.
Je ne veux pas préjuger sur le fait qu'il a commis des méfaits.
Je constate seulement que le ministre n'a pas répondu à ma question
de savoir qui allait prendre en charge les coûts financiers liés à cette
personne. Est-ce la commune, le ministre de l'Intérieur, des Affaires
étrangères...? J'aurais aimé avoir quelques éclaircissements.
05.20 Jacques Lefevre (cdH): De
minister heeft de naam van de
betrokkene niet willen bevestigen.
Ik weet niet of het een
bommenlegger betreft. Ik wil hier
niet extrapoleren. De minister
heeft evenmin gepreciseerd wie
voor de kosten van die opvang zal
opdraaien.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06 Samengevoegde vragen van
- de heer Filip De Man aan de minister van Binnenlandse Zaken over "het inzetten van een
politiehelikopter en de haalbaarheid van het sluiten van de Belgisch-Franse grens" (nr. 9663)
- de heer Yves Leterme aan de eerste minister over "de grenscriminaliteit" (nr. 9664)
06 Questions jointes de
- M. Filip De Man au ministre de l'Intérieur sur "l'utilisation d'un hélicoptère de la police et la
possibilité de fermer la frontière belgo-française" (n° 9663)
- M. Yves Leterme au premier ministre sur "la criminalité frontalière" (n° 9664)
(Het antwoord zal worden verstrekt door de minister van Binnenlandse Zaken.)
(La réponse sera fournie par le ministre de l'Intérieur.)
De voorzitter: Mijnheer De Man, u wilt een vraag stellen aan de minister van Binnenlandse Zaken over het
inzetten van een politiehelikopter en de haalbaarheid van het sluiten van de Belgisch-Franse grens.
Mijnheer Leterme, u wilt het hebben over de grenscriminaliteit.
Mijnheer Tant, ik heb zorgvuldig de interpellaties doorgenomen die gisteren plaatsvonden in de commissie
waarvan u de voorzitter bent. Het gaat om zowat twintig bladzijden in het Integraal Verslag. Het is evident
dat de vragen nieuwe elementen moeten bevatten anders gaat dit niet. Ik heb kritiek gekregen van
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
19
collega's die mij hebben gezegd dat het niet ernstig is als een debat dat in een commissie heeft
plaatsgevonden op donderdag in plenaire vergadering gewoon wordt herhaald. Ik wil dat de collega's die
vragen stellen nieuwe feiten aanhalen.
Mijnheer Leterme, dit was toch de afspraak meen ik? Dit geldt ook voor de heer De Man. Ik heb u daarvoor
laten contacteren.
06.01 Yves Leterme (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik zou u willen
uitnodigen om niet zo vermanend te wijzen met uw vinger. Blijf in uw
rol van voorzitter.
Ik daag u trouwens uit om in mijn streek aan de mensen te vertellen
dat er sinds woensdagnacht geen nieuwe feiten zijn. Veel succes, hé
vriend!
06.01 Yves Leterme (CD&V): Le
président n'a qu'à venir expliquer
aux habitants de la région
frontalière qu'aucun acte criminel
n'a été commis depuis!
De voorzitter: Mijnheer Leterme, ik weet welke nieuwe feiten u zult aanhalen en om die reden heb ik uw
vraag aanvaard.
Mijnheer De Man, u stelt vragen die misschien eergisteren reeds werden beantwoord.
Ik wil enkel de aandacht vestigen op het feit dat men twee dagen later geen tweede keer hetzelfde debat
moet voeren.
06.02 Filip De Man (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter, we
zitten met een situatie waarbij de West-Vlamingen wanhopig worden.
We hebben te maken met een minister die dinsdag triomfantelijk
verklaarde dat hij alles heeft opgelost door het invoeren van
gemengde patrouilles. Op woensdag herhaalt de minister in de
commissie dat alles onder controle is. We hebben evenwel gemerkt
dat er niets, maar dan ook niets is opgelost. De politie heeft
ondertussen twee bandietjes gepakt, namelijk twee gasten die zo
dom waren om met een mountainbike rond te rijden na een diefstal.
Er is dus helemaal niets opgelost.
Ik had van de minister willen weten of hij nog een tandje wil bijsteken,
en zelfs meer dan een tandje. Zal er zeer dringend een sluitende
oplossing worden bedacht?
Mijnheer de voorzitter, als een schrijnend probleem in West-
Vlaanderen met inbraken, homejackings, carjackings, ramkraken en
mensen die tijdens het aardappelen rooien, worden overvallen, blijft
duren, dan moet er dringend worden opgetreden. Als de minister dag
na dag verklaart dat het in orde komt, terwijl daar niets van aan blijkt,
mogen we daarover dan alstublieft nog een vraag stellen? Ik dacht
van wel.
Voor de zoveelste keer zou ik dan mijn vraag willen herhalen.
Minister Vande Lanotte heeft reeds beloftes gedaan in die richting.
Het Schengen-akkoord is bijna 20 jaar oud. De vorige ministers
hebben het beloofd, maar ook de huidige minister heeft vorig jaar,
vorige maand, vorige week en deze week beloofd dat hij het
probleem zou aanpakken. Er gebeurt evenwel niets! De gemengde
patrouilles leiden tot niets. Er wordt voort overvallen door de Noord-
Franse bendes, de zogenaamde Noord-Fransen waarvan iedereen
weet dat het Noord-Afrikanen zijn. Ik zou de minister willen vragen
wanneer die helikopter nu gaat vliegen. Wanneer zal die helikopter
nu eindelijk toestemming krijgen om zijn werk naar behoren te doen?
06.02 Filip De Man (VLAAMS
BLOK): Mardi, le ministre de
L'Intérieur a annoncé que des
patrouilles mixtes seraient
organisées dans la région
frontalière et, mercredi, il a
expliqué en commission que la
situation était sous contrôle.
Depuis, toutefois, seules deux
personnes ont été arrêtées et ces
arrestations n'étaient par ailleurs
que le fruit du hasard. Je
demande dès lors que l'on trouve
immédiatement une solution au
problème croissant de la grande
criminalité dans la région
frontalière.
Quand la police utilisera-t-elle un
hélicoptère et quand l'intervention
de ce dernier sera-t-elle vraiment
efficace? Quand la frontière sera-
t-elle fermée si les policiers de
Flandre occidentale sonnent
l'alarme?
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
20
Wanneer gaan de grenzen nu eindelijk dicht zodra er politiealarm
wordt geslagen in West-Vlaanderen?
06.03 Yves Leterme (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik ben blij dat u
ondertussen beseft dat er inderdaad nieuwe elementen zijn in Zuid-
West-Vlaanderen.
Mijnheer de minister, met enig cynisme zou men kunnen stellen dat
uw blitzbezoek van woensdagavond in Menen bijzonder veel indruk
heeft gemaakt. Ik wil de parallel niet overdreven maken met de
verklaringen van de eerste minister maandagavond op de regionale
televisie toen hij zei en ik citeer quasi letterlijk: "Enige tijd terug ben ik
in Charleroi geweest en sindsdien daalt de criminaliteit". Voor zover
dit juist zou zijn, moet ik zeggen dat er in Zuid-West-Vlaanderen wat
dat betreft een probleem is, omdat, al was het maar 6, 7 uur na uw
indrukwekkende komst in de streek, de streek opnieuw werd
geteisterd door ramkraken, door de zwaarste vormen van vandalisme
en van criminaliteit. Maar ik wil het cynisme zo ver niet drijven.
Ik wil toch de tolk zijn van de publieke opinie, van wat de mensen in
de streek denken: enerzijds over de show die is opgevoerd rond de
grenspatrouilles, en anderzijds over de realiteit op het terrein of het
gebrek aan aanpak op het terrein. De vraag rijst welke maatregelen
effectief en daadwerkelijk zullen worden genomen. Ik zou wat dat
betreft, mijnheer de minister, willen verwijzen naar een brief, die u
ongetwijfeld ondertussen vanuit onze fractie moet hebben ontvangen.
De brief is u wellicht bekend. In die brief, ondertekend door
burgemeester Stefaan De Clerck van Kortrijk maar mede in naam
van heel wat CD&V-mandatarissen in de streek , stellen wij
maatregelen voor en vragen wij dat in de streek, met de gerechtelijke
instanties, met de politiediensten, met de burgemeesters van Zuid-
West-Vlaanderen tot in Adinkerke overleg zou worden opgezet. En
vandaar, in die constructieve geest, maar dan toch met oog voor de
dramatische realiteit en het verlies van geloofwaardigheid van uw
beleid op het terrein, stel ik u drie vragen.
Ten eerste, welke maatregelen neemt u en hebt u genomen om,
gelet op de ernstige feite van de jongste 24 tot 48 uur, effectieve
maatregelen te nemen die effect sorteren op het terrein. Het is niet
met ergens een gebouw in Doornik dat u enige oplossingen biedt.
Het is ook niet met wat sightseeing door politiemensen overdag, dat u
de criminaliteit `s nachts zult aanpakken.
Ten tweede, wanneer zal men de juridische basis hebben om te
kunnen overgaan tot nachtelijke, gemengde patrouilles?
Ten derde, het is misschien ook wat cynisch, maar wat baat het om
op het terrein in Kortrijk-Menen te proberen na twee, drie jaar
stilzitten om met show de indruk te geven dat men maatregelen
neemt, terwijl 60, 70 kilometer verder misschien, Noord-Franse
bendes zich komen bevoorraden in onze legerkazernes en wapens in
beslag nemen of stelen waarmee ze de misdrijven in ons land
kunnen verrichten?
06.03 Yves Leterme (CD&V): La
visite éclair du ministre mercredi
soir à Menin a assurément fait
forte impression: 6 à 7 heures plus
tard, la région était le théâtre
d'attaques à la voiture-bélier,
vandalisme et de criminalité. Les
gens de la région souhaitent de
véritables mesures. A cet égard,
je songe particulièrement à la
lettre du bourgmestre de Courtrai,
M. De Clerck, qui demande que
tous les services concernés se
concertent.
Quelles mesures le ministre a-t-il
prises dont les effets sont visibles
sur le terrain? Quand y aura-t-il
une véritable base juridique pour
des patrouilles mixtes opérant de
nuit? Enfin, à quoi rime le "show"
du ministre lorsque l'on voit qu'à
60 ou 70 kilomètres d'ici, des
casernes militaires sont pillées?
06.04 Antoine Duquesne, ministre: Monsieur le président, chers
collègues, je suis d'accord avec M. Leterme: moi non plus, je ne suis
pas favorable au "show" en matière de sécurité. Le président a eu
raison de rappeler qu'il était tout de même quelque peu curieux que,
06.04
Minister Antoine
Duquesne: Ik ben bereid de
burgemeesters die dat wensen te
ontmoeten teneinde inzicht te
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
21
sous les yeux des caméras, l'on me pose à nouveau ici les mêmes
questions que celles auxquelles j'ai déjà pu répondre longuement
précédemment à cet égard, cette semaine, je n'avais que soixante
questions et interpellations en commission de l'Intérieur, mais j'y
réponds toujours bien volontiers. Le show n'est pas toujours là où on
le croit.
En effet, j'ai reçu la lettre de M. De Clerck, que j'ai bien connu à
l'époque où je présidais la commission de la Justice. Je dois vous
dire, monsieur Leterme, que les affaires de sécurité ne sont pas pour
moi des affaires qui partagent majorité et opposition. Partant, je suis
tout à fait disposé je le lui avais d'ailleurs déjà dit à me rendre à
Courtrai pour m'entretenir avec lui de ses problèmes de sécurité et
s'il se trouve d'autres bourgmestres qui souhaiteraient me rencontrer,
je les rencontrerai bien volontiers également! Ainsi, certains m'ont
invité à Menin, j'y suis allé et j'ai pu de la sorte mesurer sur le terrain
les problèmes qu'il fallait affronter.
Les mesures, objectivement, il y a vingt ans qu'on les attendait! J'ai
retrouvé un dossier qui remontait à l'époque de M. Pasqua, le
ministre français de l'Intérieur. En ce qui me concerne, je n'adresse
toutefois de reproches à personne, car je sais combien les choses
sont difficiles dans ces domaines de négociation internationale. Mais
que puis-je constater aujourd'hui? Nous avons un accord de
coopération; le commissariat commun va fonctionner endéans les
trois mois; nous disposons déjà de brigades mixtes dans deux
communes et, dès la semaine prochaine, le dispositif sera
opérationnel depuis La Panne jusqu'à Tournai; nous sommes en train
de réfléchir avec le préfet du Nord au problème de l'armement; nous
sommes en train de préparer des équipes d'intervention des deux
côtés de la frontière dès lors qu'une alerte existe; nous avons mis en
place, Français et Belges, un groupe de travail pour résoudre les
difficultés qui se posent essentiellement du côté français en ce qui
concerne le "droit de suite et d'interpellation". Bref, je peux vous
affirmer qu'il existe une volonté réelle de la part des autorités
françaises de surmonter cette difficulté et, d'ailleurs, M. Sarkozy, le
ministre de l'Intérieur, viendra le 10 juin prochain à la frontière Lille-
Mouscron pour confirmer ladite volonté du gouvernement français et
pour aller au-delà des mesures déjà décidées. Il faudra, en effet,
échanger l'information, procéder à des analyses stratégiques et
opérationnelles. Pour cela, tous les partenaires, en Belgique comme
en France, doivent être mis autour de la table.
Je ne veux pas croire, monsieur le président, que ces questions me
sont posées aussi innocemment, car peu de temps après mon
passage à Menin, une bande a sévi. Je m'excuse, mais faire croire
que l'on parviendra à empêcher la commission d'infractions par la
seule prise de mesures de police relève du poujadisme! Et ce que je
trouve scandaleux, c'est que pareille attitude contribue à entretenir de
manière injustifiée un sentiment d'insécurité qui, je le reconnais,
nourrit certains. Si je procédais comme vous, je pourrais vous dire
que je viens de recevoir un coup de téléphone par lequel l'on
m'annonce que des arrestations importantes notamment de
ressortissants est-européens et yougoslaves viennent d'avoir lieu à
Furnes et à Tournai.
Si vous n'aviez pas posé cette question, je n'aurais fait aucune
annonce spectaculaire. Cela me donne l'occasion de dire que je n'en
ontmoeten teneinde inzicht te
krijgen in de praktische
problemen.
Dank zij het met Frankrijk gesloten
samenwerkingsakkoord zal de
gemeenschappelijke commissie
binnen drie maanden kunnen
functioneren en zullen de
gemengde teams kunnen
patrouilleren. In geval van alarm
zullen voorts interventieteams
langs beide kanten van de grens
operationeel zijn.
Wij buigen ons tevens in overleg
met de prefect van het
departement "Nord" over het
probleem van de bewapening,
alsook over de oprichting van een
werkgroep die de moeilijkheden
zou moeten oplossen welke vooral
aan Franse kant rijzen met
betrekking tot het
achtervolgingsrecht en de
staandehoudingsbevoegdheid.
De ministeriële bereidheid is dus
wel degelijk aanwezig langs beide
kanten en nu komt het erop aan
alle partners bijeen te brengen om
nog meer werk te maken van de
uitwisseling van inlichtingen en
van de strategische en
operationele analyse.
Verklaringen als zouden
misdrijven enkel kunnen worden
voorkomen als er politionele
maatregelen worden getroffen,
getuigen van poujadisme en
dragen volkomen onterecht bij tot
het vergroten van het
onveiligheidsgevoel, wat
sommigen dan weer goed uitkomt.
Ikzelf wil geen enkele definitieve
les uit de aanhouding van enkele
delinquenten trekken. Er kunnen
enkel resultaten worden geboekt
als er een degelijk beleid wordt
gevoerd, en daar zullen wij verder
werk van maken.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
22
tire aucun enseignement définitif. Ce n'est pas parce qu'on arrête
quelques délinquants qu'on a résolu le problème. Ce n'est pas avec
des questions, des interpellations, des incantations qu'on résout le
problème, c'est par une politique sérieuse, 24 heures sur 24, et c'est
à cela que je vais m'employer. U lacht! U kunt niets anders doen! Je
vous le dis, nous allons obtenir des résultats, nous en avons déjà
obtenu en moins de 48 heures!
06.05 Filip De Man (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter, er is
toch iets eigenaardigs in het antwoord van deze minister. Als men de
West-Vlaamse middenstand ter hulp wil snellen en aandringt op
stevig politiewerk, dan is men tegenwoordig een poujadist. Ik begrijp
de link wel, mijnheer de minister, maar u gaat daarin toch vrij ver.
Binnenkort is men een fascistoïde politicus als men aandringt op
veiligheid. U mag nu zeggen dat u uw uiterste best doet, ik stel toch
vast dat u er tot nu toe niet in slaagt een helikopter in de lucht te
houden om die bandieten te achtervolgen. Als men van Roeselare
komt bijvoorbeeld, heeft men toch twintig minuten nodig om over de
grens te geraken. Ik denk dat dit dus zeer nuttig zou zijn.
Verder hebt u niet eens geantwoord op het sluiten van de grenzen,
een sleutelelement in het debat. U antwoordt daar zelfs niet op en dat
vind ik nogal grof, want dat is de sleutel om die bendes te pakken. U
hebt zelf al herhaaldelijk gezegd dat zij zich achter de grens
verstoppen. Sluit dan de grens!
06.05 Filip De Man (VLAAMS
BLOK): Désormais donc,
quiconque s'efforcera d'aider les
classes moyennes en Flandre
occidentale et demandera que la
police fasse convenablement son
travail sera taxé de poujadisme.
Le ministre n'est pas en mesure
de faire en sorte qu'un hélicoptère
soit disponible pour poursuivre les
malfaiteurs. Il n'a pas répondu à
ma question sur la fermeture
éventuelle de la frontière.
06.06 Antoine Duquesne, ministre: Vous devez suivre une formation
accélérée en droit car l'article 2.2 des accords de Schengen permet
effectivement la fermeture des frontières dans des situations
exceptionnelles. Je n'ai jamais hésité à le faire. Je l'ai déjà fait trois
fois. Mais dans ce cas-ci, ce ne sont pas, au sens de Schengen, des
circonstances exceptionnelles. Ce serait d'ailleurs se comporter en
mauvais européen au moment où nous sommes en train de renforcer
la coopération policière entre la France et la Belgique.
Par ailleurs, je suis partisan de l'hélicoptère. J'ai signé un accord
avec le Grand-Duché de Luxembourg pour permettre une
intervention des hélicoptères des deux côtés de la frontière. J'ai
proposé aux autorités françaises de signer le même accord.
06.06
Minister
Antoine
Duquesne: U moet een versnelde
opleiding recht volgen. In de zin
van Shengen zijn dit geen
uitzonderlijke omstandigheden.
Wat de helikopter betreft, ik ben er
voorstander van en ik heb in die
zin een overeenkomst met
Luxemburg gesloten; ik hoop
hetzelfde met Frankrijk te kunnen
doen.
06.07 Filip De Man (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter, wij
schieten dus niet op: die helikopter is er nog niet. Als de minister zegt
dat Schengen toelaat om dat op te schorten gedurende een aantal
weken, dan is een grote criminaliteitsplaag volgens mij voldoende
reden om dat in te roepen. De Fransen hebben dit ooit ingeroepen
omwille van de drugkoeriers die vanuit Nederland naar Frankrijk
kwamen, dus waarom zouden wij dit niet mogen doen als vanuit
Noord-Frankrijk bandieten bij ons komen roven? (Applaus van de
Vlaams Blok-fractie)
06.07 Filip De Man (VLAAMS
BLOK): Nous constatons qu'il n'y a
toujours pas d'hélicoptère. Le
ministre affirme que les accords
de Schengen lui permettent de
différer l'application de mesures,
mais à présent s'est déclarée une
"épidémie criminelle"... En pareille
situation, les pays voisins ne
traînent pas.
06.08 Yves Leterme (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, ter inleiding wil ik benadrukken wat u hebt gezegd, namelijk
dat mensen die stellen dat door het nemen van maatregelen het
banditisme op mechanische wijze automatisch afneemt, dat dit
poujadisten zijn. Dit zal te gelegener tijd door de betrokken personen
nog worden opgemerkt, denk ik.
06.08 Yves Leterme (CD&V): Je
constate que le ministre qualifie
de poujadiste quelqu'un qui exige
que soient prises des mesures
concrètes. Il y a 6 mois, il a lui-
même perdu du temps lors de la
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
23
Mijnheer de minister, als streekbewoner vraag ik u geen
resultaatsverbintenis, maar een middelenverbintenis. Ik haak
inderdaad in op het debat van gisteren of eergisteren in de
commissie. Ik heb u zwart op wit aangetoond dat u als minister zelf
zes maanden tijd hebt verloren, bijvoorbeeld bij het operationeel
maken van het gemeenschappelijk commissariaat, omdat u zes
maanden hebt getalmd bij het aanduiden van de Belgische
vertegenwoordigers. Ik blijf wel positief en geef vier suggesties vanuit
de CD&V-fractie, tevens verwoord in de brief van de heer De Clerck.
Ten eerste, verwacht verdorie toch niet alle heil van het
gemeenschappelijk commissariaat in Doornik! Zelfs de eenvoudigste
grensbewoner van Adinkerke tot Menen weet dat dit het probleem
niet oplost. Ga in op onze suggestie voor operationele uitvalspunten
langs de grens in Rekkem, in Callicane, in Adinkerke. Neem die
maatregelen!
Ten tweede, patrouilles overdag, bij mooi weer en windstilte, zullen
het probleem van de nachtelijke criminaliteit niet oplossen. Ga in op
onze suggestie om nachtelijke patrouilles toe te laten, uiteraard in
juridisch zekere omstandigheden, zowel voor het vervolg van het
onderzoek als voor de situatie van de betrokken politiemensen. Tot
vandaag is die juridische zekerheid er niet. Zorg dus voor een
juridische basis. Mijnheer de minister, u zult toch niet ontkennen dat
met uw overeenkomst van 2001, waarin u minder ver gaat dan de
brieven van Ieper uit 1995 met de heer Pasqua, u eigenlijk niks
operationeels mogelijk maakt op het terrein. Het achtervolgingsrecht,
het interceptierecht, de bewijskracht van vaststellingen, de
immatriculatie van voertuigen controleren: dit gaat allemaal niet. In
het verdrag van 2001, door u ondertekend, werden geen maatregelen
opgenomen. U hebt van de Fransen niet meer verkregen. Ik merk op
dat het Frans-Duitse verdrag wel maatregelen bevat. Het werk was
voorbereid, de besprekingen waren bezig. U hebt tweeënhalf jaar
kansen laten liggen en daar betaalt mijn streek nu de tol van!
nomination d'un représentant
belge au commissariat commun
de Tournai. Je le mets donc en
garde: il ne doit guère s'attendre à
des miracles!
Des points de chute opérationnels
à la frontière, voilà la solution. Les
patrouilles de jour ne font pas
avancer les choses, il faut des
patrouilles de nuit et le ministre
doit créer une base juridique à cet
effet. Les accords de 2001 ne
permettent aucune initiative
concrète sur le terrain,
contrairement au traité franco-
allemand. Quoi qu'il en soit, ma
région fait les frais de la lenteur du
ministre!
De voorzitter: U zult merken dat alles is vermeld in de motie die na de interpellatie zal worden ingediend.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mijnheer Annemans, ik heb een probleem met betrekking tot uw vraag. Misschien wisselde
u in dat verband reeds van gedachten met de minister, maar uw vraag schijnt niet te zijn aangekomen op
het kabinet. Ik vernam dat nu pas en ik weet niet aan welk technisch ongeluk dat te wijten is.
06.09 Gerolf Annemans (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter, is
die vraag bij u?
De voorzitter: Ja.
06.10 Gerolf Annemans (VLAAMS BLOK): Ze is dus bij u
hangende?
De voorzitter: Niet bij mij.
06.11 Gerolf Annemans (VLAAMS BLOK): Dan is de vraag die wij
ons moeten stellen of minister Verwilghen op de hoogte is van de
06.11 Gerolf Annemans
(VLAAMS BLOK): La question est
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
24
onderhandelingen met de cipiers.
de savoir si le ministre Verwilghen
est bien au courant des
négociations organisées avec les
gardiens.
De voorzitter: Gelieve uw vraag thans te stellen, mijnheer Annemans.
(...)
Dat zou een uitstekend parlementair antwoord zijn. Een beetje volgens de traditie.
07 Vraag van de heer Gerolf Annemans aan de minister van Justitie over "de onderhandelingen met
de cipiers en de penitentiaire wereld" (nr. 9668)
07 Question de M. Gerolf Annemans au ministre de la Justice sur "les négociations avec les gardiens
de prisons et le monde pénitentiaire" (n° 9668)
07.01 Gerolf Annemans (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter, ik
zal het erop wagen mijn vraag te stellen; misschien weet de minister
wel hoever het staat met die zaak.
Mijn belangrijkste vraag is eigenlijk of de minister het middagnieuws
hoorde, waar minister Van den Bossche hem als het ware de oren
waste. In het paars-groene huishouden wordt Marc Verwilghen
steeds vaker het slachtoffer van echtelijk geweld. Blijkbaar vallen de
klappen altijd in dezelfde hoek.
Deze aangelegenheid wekt gemengde gevoelens bij mij op:
enerzijds, voel ik wat medelijden maar anderzijds, dwingt mijn plicht
als lid van de oppositie mij om de minister de nodige vragen te
stellen.
Er wordt beweerd dat er een akkoord zou zijn bereikt. Gisterenavond,
mijnheer de minister, hebt u de vergadering van de commissie voor
de Justitie verlaten om te gaan onderhandelen.
Via de nieuwsuitzendingen zagen wij hoe de reporters met hun
stand-up, hun camera's en hun microfoons, vakbondslui
interviewden.
Naar verluidt houdt het akkoord het volgende in: ten eerste, vanaf juli
2002 zou bijkomend personeel worden aangeworven, al lijkt dat mij
geen nieuwigheid; ten tweede, invoering van de 36-urige werkweek;
ten derde, uitbetalen van extra-premies voor weekend- en nachtwerk;
ten vierde, behoud van de uitstapregeling vanaf 55 jaar, al moet die
regeling dan verdwijnen. De pers voegt eraan toe dat er zich in dat
verband nog wel enkele budgettaire problemen zullen voordoen.
Wij luisteren verder. Minister Verwilghen bevestigt dat er een akkoord
werd bereikt. Net zoals tijdens het debat van gisteren, beklaagt hij
zich erover dat zulks allemaal te berde moet komen via een
verborgen agenda die de vakbonden naar boven brachten. De
vakbondsmensen reageren boos dat kwam in het debat ook al ter
sprake en zeggen dat de minister reeds van in december in het
bezit is van hun eisenprogramma en dat daarover zelfs in de loop van
de maand januari werd gesproken.
Mijnheer de minister, dit wordt een beetje bevestigd door uw collega
Van den Bossche, die zich erover verbaasde dat het
eisenprogramma al vier maanden is blijven liggen.
07.01 Gerolf Annemans
(VLAAMS BLOK): Les
déclarations du ministre Van den
Bossche que j'ai entendues lors
du bulletin d'information de midi
sont en effet en contradiction
flagrante avec les propos tenus
hier par le ministre Verwilghen.
Hier, nous avons entendu qu'un
accord avait été conclu avec les
syndicats. Cet accord prévoit du
personnel supplémentaire à partir
de juillet 2002, l'instauration de la
semaine de travail de 36 heures,
des primes supplémentaires, des
possibilités de retraite anticipée à
partir de 55 ans, etc. Des
difficultés budgétaires freinent
toutefois la mise en oeuvre de cet
accord et le ministre Verwilghen
s'est plaint de l'agenda caché des
syndicats. Ce midi, le ministre Van
den Bossche a déclaré que le
ministre Verwilghen était en
possession du cahier de
revendications depuis décembre
et que ces revendications avaient
même déjà été examinées en
janvier. Le ministre Van den
Bossche a également nié
l'existence d'un accord et a
exprimé son étonnement et sa
colère à propos des déclarations
de son collègue. Un accord existe-
t-il déjà, oui ou non? Dans
l'affirmative, quel en est le
contenu?
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
25
(...)
Mijnheer de voorzitter, u had moeten luisteren. Ik ben nu aan het
herhalen wat Van den Bossche heeft gezegd. Van den Bossche zegt:
"Ik weet van geen akkoord. Er is geen akkoord en er is geen
eensgezindheid tussen de regering en de vakbonden over het
akkoord dat moet totstandkomen. Ik ben trouwens verbaasd en boos
dat ik nu pas bij de zaak wordt betrokken. Ik moet nu weten hoe de
vork aan de steel zit, want er is helemaal geen akkoord en er komt
geen akkoord. Er is al twee maanden onderhandeld en nu moet ik
ineens aandraven om te komen blussen." Van den Bossche is boos.
Mijnheer de minister, mijn vraag is of een akkoord werd bereikt en zo
ja, wat houdt het in?
De voorzitter: Mijnheer de minister, u hebt het woord, over de nieuwe feiten.
07.02 Minister Marc Verwilghen: Mijnheer de voorzitter, eerst en
vooral wijs ik erop dat ik bij het verlaten van de vergadering gisteren
niet heb gezegd dat er een akkoord was bereikt, maar wel dat er een
voorstel was dat ik ging voorleggen aan de Ministerraad. Waarom?
Omdat de onderhandelingen gisteren zijn gevoerd in mijn
aanwezigheid en in de aanwezigheid van leden van mijn kabinet en
van vertegenwoordigers van de kabinetten van Begroting en
Openbaar Ambt, zonder de aanwezigheid evenwel van de ministers.
Het is dus normaal dat ik met die voorstellen naar de Ministerraad
trok. De Ministerraad heeft ze trouwens punt na punt behandeld.
Momenteel zijn de onderhandelingen opnieuw opgestart. Er werd een
aantal tegenvoorstellen door de regering geformuleerd. Wij zullen
onderhandelen tot de finish.
07.02 Marc Verwilghen, ministre:
Je n'ai pas dit, hier, qu'il y avait
déjà un accord. J'ai seulement
annoncé qu'une proposition avait
été formulée et qu'elle devait
encore être examinée par le
Conseil des ministres. Le
gouvernement a, à présent, fait
des contre-propositions.
L'ensemble de ces propositions
fera l'objet de négociations au
finish.
De voorzitter: Nu weet u hoe de vork aan de steel zit, mijnheer
Annemans.
Le président: Voilà qui répond à
votre question, Monsieur
Annemans
07.03 Gerolf Annemans (VLAAMS BLOK): Vindt u dat, mijnheer de
voorzitter? Meent u dat wij het nu weten? Wij weten helemaal niets.
Thans blijkt dat er nog geen akkoord is bereikt. Nochtans, in de pers
en in de publieke opinie ging men ervan uit dat er wel een akkoord
bestond. Wij wisten echter niet wat het inhield.
Wij vroegen welk akkoord er was, maar u komt ons nu vertellen dat
er geen akkoord is. U bent met het boodschappenlijstje van uw
cipiers naar de Ministerraad gegaan, maar de Ministerraad stuurt u
nu met dat boodschappenlijstje naar de vakbonden terug. U gaat nu
voort onderhandelen, alweer tot de finish, want gisteren zou u ook tot
de finish gaan.
07.03 Gerolf Annemans
(VLAAMS BLOK): Cela n'apporte
aucune réponse! Nous savons
juste qu'aucun accord n'a été
conclu.
07.04 Minister Marc Verwilghen: Ik kan aannemen dat u dit
karikaturaal wilt voorstellen. Dat is voor mij het probleem niet. U
moogt niet vergeten dat wij gisteren over een kader van 8 punten
hebben onderhandeld. De vakbonden hebben toen gevraagd om een
tegenvoorstel te mogen doen. Dat tegenvoorstel hebben ze gemaakt
en daarin staan een aantal punten die perfect aanvaardbaar zijn en
07.04 Marc Verwilghen, ministre:
Je le répète: je n'ai pas déclaré
hier qu'un accord définitif avait été
conclu mais qu'une proposition
avait été formulée et qu'elle devait
encore faire l'objet d'une
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
26
ook door de regering kunnen worden bijgetreden, maar er is altijd
gezegd dat er een akkoord over het geheel moet zijn of er is geen
akkoord. Vermits er tegenvoorstellen zijn, zullen we onderhandelen
om te zien of we een volledig akkoord kunnen bereiken. Zo simpel is
dat.
discussion en Conseil des
ministres.
07.05 Gerolf Annemans (VLAAMS BLOK): Dus is er geen akkoord.
Wij moeten wachten op een akkoord. Het is op dit moment volledig
onbekend wat de inhoud van dat akkoord zal zijn. Daarover mag niet
worden gespeculeerd. Dat is de enige rustige conclusie die we
vandaag kunnen trekken, mijnheer de minister. Als ik het karikaturaal
zou bekijken, zou ik zeggen dat u permanent keer op keer door
de socialisten wordt gesandwicht.U bent de punchball van de paars-
groene regering. Verhofstadt en De Gucht kijken ernaar, want zij
vinden dat goed. U bent het kneusje van het blauwe klasje in het
paars-groene schooltje. U wordt permanent op uw gezicht geslagen
en in de rug gestoken. Als u een kind was, zou ik bij Child Focus een
klacht wegens mishandeling indienen.
07.05 Gerolf Annemans
(VLAAMS BLOK): J'en conclus
qu'il n'y a pas d'accord, que le
contenu de l'accord est ignoré et
que nous restons donc dans
l'expectative. Entre-temps, le
ministre passe, au sein du
gouvernement, de plus en plus
pour le souffre-douleur de la
classe. S'il était un enfant, je
porterais plainte auprès de Child
Focus.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08 Vraag van mevrouw Leen Laenens aan de minister van Justitie over "de foltering van een
Palestijns parlementslid" (nr. 9669)
08 Question de Mme Leen Laenens au ministre de la Justice sur "les tortures infligées à un
parlementaire palestinien" (n° 9669)
08.01 Leen Laenens (AGALEV-ECOLO): Mijnheer de voorzitter, ik
hoop het debat opnieuw wat op niveau te kunnen brengen.
Mijnheer de minister, er zijn vandaag al heel wat vragen over
Palestijnen gesteld. Deze vraag gaat over Marwan Barghouti, een
gerespecteerd Palestijns parlementslid, verkozen in 1996. Hij werd
op 23 april aangehouden in Ramallah en bevindt zich sindsdien in de
gevangenis in Jeruzalem.
Verleden week was ik nog ter plaatse en ik had een lang gesprek met
vertegenwoordigers van LAW, een mensenrechtenorganisatie die
ook lid is van de internationale federatie van
mensenrechtenorganisaties. Gisteren ontving ik een mail van de
directeur van LAW, die dinsdag de heer Barghouti in de gevangenis
had bezocht. Het blijkt dat ontegensprekelijk de heer Barghouti op
verschillende manieren werd gefolterd. Hij werd onder meer aan
handen en benen geboeid op een stoel geplaatst waar nagels
uitstaken, en dit gedurende 20 uur, zonder slaap. Hij zit al meerdere
dagen in afzondering.
Hier in het Parlement hebben we enkele weken geleden in onze
Belgische wetgeving het internationaal verdrag tegen foltering
wettelijk ingeschreven. Israël heeft dat al gedaan: folteren is in Israël
verboden. Als er één zaak is die stand moeten houden, oorlog of
geen oorlog, dan is het wel het respect voor de internationale
verdragen en zeker ook voor het verdrag tegen foltering.
Nu het noodlot wil dat de aangelegenheden waarmee de heer
Barghouti in het Parlement het meest bezig was, precies de vrijlating
van gevangenen is. Een ander belangrijk dossier is de voorbereiding
08.01 Leen Laenens (AGALEV-
ECOLO): Je souhaite attirer votre
attention sur la situation d'un
parlementaire palestinien, M.
Barghouti, qui a été arrêté à
Ramallah il y a peu, et qui est
actuellement incarcéré dans une
prison de Jérusalem. Il nous a été
rapporté qu'il fait l'objet de
tortures: il a notamment été
enchaîné, pieds et poings liés, sur
une chaise garnie de clous
pendant plus de vingt heures,
sans pouvoir dormir. Israël a
pourtant signé le Traité
international contre la torture.
Nous demandons que ce Traité
soit respecté et prions notre
gouvernement d'envoyer un signal
au gouvernement israélien et
d'exiger la libération immédiate de
M. Barghouti.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
27
van de inrichting van een effectieve Palestijnse rechtsstaat volgens
de internationale wetgeving.
Mijn vraag is dan ook zeer expliciet aan de Belgische regering om ten
aanzien van de Israëlische regering een signaal uit te zenden, een
brief te sturen en te vragen om op te treden en de onmiddellijke
vrijlating te eisen van de heer Barghouti, die trouwens ook de
parlementaire onschendbaarheid geniet, net als wij allen hier.
08.02 Minister Marc Verwilghen: Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Laenens, uw vraag betreft in eerste instantie de buitenlandse
betrekkingen die België onderhoudt. Collega Michel is natuurlijk niet
in staat om momenteel een antwoord te geven. Ik heb met het
kabinet contact genomen en men heeft me meegedeeld dat de
verkregen inlichtingen erop wijzen dat het parlementslid in kwestie is
aangehouden en zich in de cel bevindt. Dat er folterpraktijken zouden
zijn, werd niet bevestigd. Maar Buitenlandse Zaken heeft gesteld dat
elke nuttige informatie om die stelling hard te maken, zal worden
aanvaard en dat zij daaruit dan ook de nodige conclusies zal trekken
om een houding van ons land tegenover Israël te bepalen.
Voor het overige onderstreept het ministerie van Buitenlandse Zaken
dat Israël een rechtsstaat is, met een onafhankelijke rechtsmacht en
met geëigende middelen om op te treden in geval er
aangelegenheden plaats grijpen die als een misdrijf of zelfs als een
internationaal misdrijf zouden moeten worden aanzien.
08.02 Marc Verwilghen, ministre:
Le cabinet du ministre Michel
confirme la détention de M.
Barghouti mais non la torture.
Nous ne pouvons rien
entreprendre aussi longtemps que
nous ne disposons pas de plus de
précisions à ce sujet. Israël est un
Etat autonome.
08.03 Leen Laenens (AGALEV-ECOLO): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, ik zal de informatie van LAW u of het kabinet
van minister Michel vandaag nog bezorgen.
Vervolgens meen ik dat de internationale verdragen toch wel vergen
dat, ten eerste, ze worden toegepast in eigen land en, ten tweede,
dat we er vooral op toezien dat andere landen die partner zijn van het
internationaal verdrag, het eveneens naleven.
Ik hoop dat, eens dat de informatie op het kabinet toegekomen zal
zijn, er zal worden opgetreden.
08.03 Leen Laenens (AGALEV-
ECOLO): Je transmettrai mes
informations concernant les faits
de torture au cabinet du ministre
Michel. Une signature au bas de
ce genre de traité implique non
seulement que l'on renonce à
certaines pratiques à l'intérieur de
ses propres frontières mais aussi
que l'on contrôle le respect du
traité dans d'autres pays. Nous
espérons en tous cas que le
gouvernement donnera un signal.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09 Question de M. Daniel Féret au premier ministre sur "la violation du secret des lettres" (n° 9658)
09 Vraag van de heer Daniel Féret aan de eerste minister over "de schending van het briefgeheim"
(nr. 9658)
(La réponse sera fournie par le ministre de la Justice.)
(Het antwoord zal worden verstrekt door de minister van Justitie.)
09.01 Daniel Féret (FN): Monsieur le président, monsieur le ministre,
ma question était adressée au premier ministre étant donné la gravité
des faits mais aussi parce que ces faits relèvent également en
grande partie des compétences du ministre de l'Intérieur,
accessoirement du ministre de La Poste, et finalement très peu de
celles du ministre de la Justice.
09.01 Daniel Féret (FN):
Ongeveer een jaar geleden heeft
de procureur des Konings van
Brussel een onderzoek naar een
nationalistische beweging gelast.
Werknemers van De Post waren
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
28
Toutefois, monsieur le ministre, il est vrai que vous êtes déjà depuis
un certain temps le messager des mauvaises nouvelles du
gouvernement. Fort heureusement pour vous et je souhaite que
cela continue , on ne tue plus les messagers de mauvaises
nouvelles.
Il y a à peine un an, une enquête avec demande de perquisition a été
initiée par le parquet de Bruxelles à l'encontre d'un mouvement
nationaliste dénommé "Mouvement pour la nation", pour ne pas le
citer. Des perquisitions ont donc été effectuées chez les membres
présumés de ce mouvement et dans les deux boîtes postales que ce
dernier louait à La Poste, centre Monnaie.
A la grande surprise des enquêteurs qui ont procédé à la perquisition,
les agents de La Poste de ce centre leur ont signalé qu'une telle
perquisition était assez étonnante puisque depuis toujours, et de
manière systématique, le percepteur de La Poste ouvrait le courrier
et le photocopiait pour en transmettre une copie aux services de
police.
C'est une pratique extrêmement grave. Il s'agit d'une violation du
secret des lettres, d'un acte attentatoire aux libertés et aux droits
prévus par la Constitution et commis par des fonctionnaires. Ces faits
très graves ont bien dû être initiés par quelqu'un. Sont-ils connus du
premier ministre, du ministre de l'Intérieur, du ministre de la Justice
c'est peut-être la raison pour laquelle c'est vous qui répondez à ma
question ou du ministre de La Poste?
Quels autres mouvements politiques, associations, personnes
privées font-ils l'objet de la même sollicitude je le répète tout à fait
illégale?
verwonderd over de vraag de
twee postbussen in het
Muntcentrum waarover die
beweging beschikt, te
doorzoeken. Volgens hen opende
de ontvanger al heel lang de post
die bestemd was voor deze
postbussen en maakte hij er
kopieën van voor de politie.
Dit is een schending van het
briefgeheim en een zware
overtreding van de grondwettelijke
vrijheden, waaraan bovendien
ambtenaren zich hebben schuldig
gemaakt.
Weten de eerste minister, de
minister van Binnenlandse Zaken
en de minister bevoegd voor De
Post hiervan?
Krijgen andere verenigingen of
natuurlijke personen evenveel
toegewijde aandacht?
09.02 Marc Verwilghen, ministre: Monsieur le président, monsieur
Féret, je vais vous donner lecture de la réponse que m'a fournie mon
collègue, M. Daems.
Le secret des lettres est inviolable. La loi détermine quels sont les
agents responsables de la violation du secret des lettres confiées à
La Poste. Il s'agit de l'application de l'article 29 de la Constitution.
Mais dans le cas d'espèce, il s'agit de perquisitions effectuées dans
les boîtes 1749 et 1823 en exécution d'une ordonnance du juge
d'instruction Damien Vandermeersch dans une affaire qu'il instruit.
09.02 Minister Marc Verwilghen:
Ik geef u het antwoord van mijn
collega Daems. Het briefgeheim is
onschendbaar. Deze postbussen
werden in elk geval doorzocht in
opdracht van een
onderzoeksrechter.
09.03 Daniel Féret (FN): Monsieur le président, monsieur le ministre,
ce n'est pas de cela qu'il s'agit.
Des perquisitions ont effectivement eu lieu suite à la demande d'un
juge d'instruction, en l'occurrence M.
Vandermeersch. Cette
procédure est prévue par la loi. Mais à l'occasion de ces
perquisitions, il est apparu que le courrier, qui arrivait dans ces
boîtes, était depuis toujours systématiquement ouvert, photocopié et
transmis aux services de police, ce qui est inadmissible. J'ai ici la
photocopie des deux auditions relatives à la perquisition. J'ai la
photocopie du pro justicia ainsi que la photocopie de la lettre signée
par M. Vandermeersch et adressée au procureur du Roi, dans
laquelle. M. Vandermeersch se dit extrêmement ennuyé par ce qui
s'est passé, à savoir je le répète que les agents de La Poste ont
09.03 Daniel Féret (FN): Ik bezit
onder meer een kopie van de brief
die onderzoeksrechter
Vandermeersch aan de procureur
des Konings heeft gestuurd en
waarin hij schrijft dat hij verveeld
zit met deze gebeurtenissen, en
meer bepaald met het feit dat de
ontvanger brieven geopend heeft
en er een kopie van aan de politie
heeft bezorgd wat ontoelaatbaar
is. De heer Vandermeersch heeft
het onderzoek van deze zaak
overigens stopgezet.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
29
manifesté leur étonnement auprès des agents qui perquisitionnaient
puisque, depuis toujours, le courrier, qui arrivait dans ces boîtes, était
systématiquement ouvert, photocopié et transmis aux services de
police. C'est un acte illégal, contraire à la Constitution, au sujet
duquel je souhaiterais avoir des explications. Je voudrais savoir qui
couvrait cette pratique. Est-ce le premier ministre, le ministre de
l'Intérieur, le ministre de La Poste, ce qui m'étonnerait beaucoup? Je
souhaiterais également savoir quels sont les autres mouvements et
personnes qui font l'objet de la même sollicitude, en l'occurrence moi-
même puisque mon courrier est très régulièrement ouvert. Je
suppose que je suis victime de la même sollicitude des services de
police.
Je peux vous donner copie des deux auditions puisqu'il y avait deux
boîtes postales du pro justitia et de la lettre de M. Vandermeersch
qui, en tant que juge d'instruction, a cessé d'instruire ce dossier. Je
ne dois pas vous apprendre, en effet, que lorqu'un juge d'instruction
trouve, au cours d'une instruction, un fait extrêmement grave qui n'a
rien à faire avec l'affaire qu'il instruit, il ne poursuit plus l'affaire, il
ouvre son parapluie ce qui est la moindre des choses. Il appartient
alors au procureur du Roi de prendre une décision.
Contacté, le percepteur de ce bureau des postes a d'abord répondu
qu'il n'avait jamais fait de photocopies; il faudrait donc croire que
plusieurs agents des postes ainsi que plusieurs agents de la police
sont fous, auquel cas il faudrait les faire examiner par des
psychiatres! Puis, il a ajouté qu'il pouvait les faire si le procureur du
Roi le lui demandait, ce qui est complètement faux d'ailleurs.
Monsieur le président, voici les documents.
Wie heeft dit potje gedekt
gehouden? De eerste minister?
De minister van Binnenlandse
Zaken? De minister bevoegd voor
De Post? Wie is nog het voorwerp
van zulke toegewijde aandacht? Ik
heb vastgesteld dat ook mijn post
geopend wordt.
Le président: Je les remets au ministre.
09.04 Daniel Féret (FN): Quand aurons-nous une réponse?
Le président: Vous pouvez toujours reposer votre question à propos de certains faits.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mevrouw Brepoels, er was een misverstand met minister Duquesne. Hij is op weg.
Dan zal ik nu de heer Van Campenhout aan de beurt laten. Er is een misverstand geweest tussen beide
ministers. Minister Verwilghen, mag ik u vragen of u nog even kunt blijven, tot minister Duquesne aanwezig
is?
10 Vraag van de heer Ludo Van Campenhout aan de minister van Financiën over "de samenwerking
tussen de Belgische en de Amerikaanse douane van de haven van Antwerpen" (nr. 9670)
10 Question de M. Ludo Van Campenhout au ministre des Finances sur "la coopération entre les
douanes belge et américaine dans le port d'Anvers" (n° 9670)
(Het antwoord zal worden verstrekt door de minister van Binnenlandse Zaken.)
(La réponse sera fournie par le ministre de l'Intérieur.)
10.01 Ludo Van Campenhout (VLD): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, tot vandaag waren vertegenwoordigers van de
Amerikaanse ambassade en regering op bezoek in de haven van
Antwerpen. U weet dat na de gebeurtenissen van 11 september de
10.01 Ludo Van Campenhout
(VLD): Des représentants de
l'ambassade américaine se sont
rendus dans le port d'Anvers pour
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
30
Amerikanen de Europese havens screenen op het veilig transport
van de verscheping van Amerikaanse goederen vanuit Europese
havens naar Amerika. Antwerpen hecht daaraan natuurlijk zeer veel
belang, omdat het de belangrijkste Europese haven voor de
verscheping van Amerikaanse en Canadese goederen is. De
vertegenwoordigers werden door de Antwerpse en Brusselse
douanediensten zeer goed ontvangen.
De Amerikaanse regering zal naar de Belgische regering een brief
sturen om ons in het Amerikaanse veiligheidsprogramma in te
schrijven, wat de verscheping van Amerikaanse goederen vanuit de
Vlaamse havens en vanuit Antwerpen in het bijzonder betreft. Zo
denken zij aan een systeem waarbij zij tijdelijk Amerikaanse
douaniers in de haven van Antwerpen zouden stationeren om aan
een soort van pre-inspection te doen. Dat betekent dat zij zouden
toezien op de verscheping van Amerikaanse containers. Misschien
zijn daarvoor ook een aantal aspecten van autoriteit en soevereiniteit
van toepassing, en het is ook niet de bedoeling dat zij maatregelen
nemen. De pre-inspection zou betekenen dat, wanneer de
Amerikaanse douaniers verklaren dat er met een bepaald schip en
zijn containers geen problemen zijn, dat schip vlotter en met meer
faciliteiten in Amerikaanse havens terechtkan.
Mijnheer de minister, ik vraag dat de Belgische regering hieraan de
hoogste prioriteit en medewerking verleent. Het is immers van
fundamenteel belang voor de concurrentiekracht van de haven van
Antwerpen, de belangrijkste haven voor de verscheping van
Amerikaanse goederen.
procéder à une radioscopie de la
sécurité du transport de
marchandises à destination des
Etats-Unis. En corollaire du 11
septembre, le gouvernement
américain propose de dépêcher
temporairement des agents des
services de douane américains
dans le port d'Anvers afin qu'une
inspection préalable par les
douaniers américains puisse
accélérer l'appareillage des
navires porte-conteneurs. Cette
mesure revêt une importance
essentielle pour la compétitivité de
notre port. Quel est le point de vue
du ministre à ce sujet?
10.02 Minister Antoine Duquesne: Mijnheer de voorzitter, mijnheer
Van Campenhout, namens de minister van Financiën kan ik u het
volgende antwoord geven.
Na 11 september 2001 heeft de Amerikaanse regering verschillende
initiatieven genomen voor de bestrijding van het terrorisme. Een van
die initiatieven is het Container Security Initiative. Dat actieplan is er
onder meer op gericht de douanecontroles op het containervervoer te
verleggen van de aankomsthavens in de Verenigde Staten naar de
twintigste belangrijkste havens van verscheping, waaronder de haven
van Antwerpen.
De Amerikaanse regering tracht daarvoor de medewerking te
verkrijgen van de betrokken regeringen door bilaterale akkoorden en
door de aanpassing van internationale verdragen. Wegens het
belang voor de haven van Antwerpen heeft de Administratie der
Douane en Accijnzen mij reeds vroeg ingelicht van de Amerikaanse
initiatieven. Ik geef het voorbeeld van het bezoek van een delegatie
van de Amerikaanse douane aan de haven van Antwerpen op 30
april 2002, afgesloten met een onderhoud op de Centrale
Administratie der Douane en Accijnzen.
Op dat onderhoud was mijn kabinet aanwezig, evenals een
vertegenwoordiger van het kabinet van mevrouw Annemie Neyts.
Tijdens dat onderhoud heeft de Amerikaanse douane de initiatieven
van de Amerikaanse regering toegelicht en werden de krijtlijnen
uitgezet voor een eventueel bilaterale samenwerking tussen de
Amerikaanse en de Belgische douane. Daarbij heeft de Amerikaanse
delegatie de wens uitgedrukt om gedurende zes maanden samen
10.02
Antoine Duquesne,
ministre: A la suite du 11
septembre, le gouvernement
américain a pris diverses
initiatives en vue de combattre le
terrorisme. Le plan d'action
Container Security Initiative en est
une. Son objectif est de déplacer
les contrôles douaniers des ports
d'arrivée aux Etats-Unis vers les
20 ports d'embarquement
principaux. Le gouvernement
américain requiert à cet effet la
collaboration des différents
gouvernements nationaux. Anvers
joue un rôle de premier plan dans
le trafic avec les Etats-Unis et j'ai
donc été informé en temps voulu
de la visite américaine, le 30 avril,
au port d'Anvers, suivie par un
entretien avec l'administration des
Douanes et Accises et avec un
représentant de la ministre Neyts.
Ces contacts ont permis de
commenter le plan américain et de
définir les grands axes de la
collaboration. Le plan comporte
notamment un projet pilote qui
sera mené pendant six mois dans
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
31
met de Belgische douane in de haven van Antwerpen een
pilootproject op te starten voor het scannen van goederen op basis
van een geavanceerde risicoanalyse van goederen die voor de
Verenigde Staten bestemd zijn.
Met de Amerikaanse douane werd overeengekomen om mij een zo
precies mogelijke aanvraag tot samenwerking te bezorgen om de
administratie der Douane en Accijnzen in staat te stellen te
onderzoeken of de gevraagde samenwerking past in de bestaande
akkoorden van wederzijdse bijstand inzake douane, enerzijds tussen
de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten en anderzijds
tussen de Belgische en de Amerikaanse regering. Tot nu toe heb ik
nog geen aanvraag ontvangen. Ondertussen blijft de administratie
der Douane en Accijnzen in nauw overleg met mijn kabinet. Het
Amerikaanse containersecurity-initiatief op internationaal vlak volgen
onder meer in het kader van de werkzaamheden van de International
Maritim Organisation en van de besprekingen die binnen de
Europese commissie tussen de douaneadministraties van de
lidstaten over die problematiek worden gevoerd.
le port d'Anvers et qui prévoit un
scannage des conteneurs à
destination des Etats-Unis. J'ai
demandé un texte précis, afin de
pouvoir examiner dans quelle
mesure cette collaboration est
compatible avec les accords
douaniers existant avec les pays
de l'Union et avec les Etats-Unis.
L'administration des Douanes et
Accises prolonge également
l'initiative américaine dans le
cadre de l'Organisation maritime
internationale et de l'Union
européenne.
Je suis évidemment très conscient de l'importance pour Anvers
d'avoir une réputation mondiale, d'être un port efficace et sûr. La lutte
de la douane contre le terrorisme y joue un rôle central. La mise en
oeuvre de logiciels sophistiqués et l'utilisation d'appareils de détection
modernes sont nécessaires. L'achat d'un deuxième scanner à
conteneurs pour le port d'Anvers qui sera opérationnel en 2003
s'inscrit dans cette logique. En outre, une professionnalisation
croissante de la gestion des risques utilisée par les services
douaniers est une des idées centrales de la réforme Copernic
actuellement en cours.
Ik ben mij ervan bewust dat het
voor de haven van Antwerpen
belangrijk is als een veilige haven
bekend te staan. Het gebruik van
geavanceerde software en de
aankoop van een tweede
containerscanner in 2003 kaderen
in die logica.De toenemende
professionalisering van het
risicobeheer door de
douanediensten is één van de
kernbegrippen van de
Copernicushervorming.
10.03 Ludo Van Campenhout (VLD): Mijnheer de minister, bedankt.
Die woorden van dank mag u ook aan de minister van Financiën
overbrengen. Inderdaad maakte de aankoop van de eerste
containerscanner indruk op de Amerikanen. Dat was dus een zeer
positieve zaak. Vandaag kondigt u de aankoop van een tweede
containerscanner aan. Dat zal natuurlijk enorm helpen bij de controle
van die controles.
Als u mij toestaat, benadruk ik nogmaals het belang van het container
securisation program en vooral het programma van pre-inspection.
Daarbij verrichten Amerikaanse douaniers in de haven van
Antwerpen een pre-inspection, zodat de goederen vlotter de
Verenigde Staten binnen kunnen vanuit Antwerpen, wat onze
concurrentiepositie verzekert.
10.03 Ludo Van Campenhout
(VLD): Je me réjouis qu'un
premier scanner de conteneur ait
été acheté et que l'achat d'un
second soit prévu. Cela permettra
d'intensifier les contrôles et les
Etats-Unis apprécieront. La
"container securisation" et la "pre-
inspection" revêtent en effet une
importance fondamentale.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11 Vraag van mevrouw Frieda Brepoels aan de minister van Financiën over "de aftrekbaarheid van de
gemeentebelastingen en provinciebelastingen in het kader van de hervorming van de
vennootschapsbelasting" (nr. 9671)
11 Question de Mme Frieda Brepoels au ministre des Finances sur "la déductibilité des impôts
communaux et provinciaux dans le cadre de la réforme de l'impôt des sociétés" (n° 9671)
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
32
(Het antwoord zal worden verstrekt door de minister van Binnenlandse Zaken.)
(La réponse sera fournie par le ministre de l'Intérieur.)
11.01 Frieda Brepoels (VU&ID): Mijnheer de minister, op dit
ogenblik wordt er in heel veel gemeenten, steden en ook provincies
gediscussieerd over een mogelijke belastingverhoging omdat er veel
bijkomende onkosten zijn, bijvoorbeeld ten gevolge van de
politiehervorming. Maar ook andere taken die opgedragen worden
aan de gemeenten leiden tot bijkomende onkosten. We hebben
gisteren nog de burgemeesters van de kleine gemeenten gehoord. Er
zijn echter ook minder inkomsten. Men heeft nogal eens de neiging
om die belastingverhoging op de bedrijven af te wentelen omdat men
niet graag de individuele burger treft. Dat is natuurlijk begrijpelijk.
Toch zullen de gewestelijke belastingen niet meer aftrekbaar zijn, dit
in het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting. Dit
zal vooral Vlaanderen treffen omdat de milieubelasting voor ongeveer
90% door Vlaamse bedrijven betaald wordt. Op dit ogenblik heerst er
een bijzondere ongerustheid in het Vlaamse bedrijfsleven, mijnheer
de minister. We hebben daar gisteren nog contact over gehad. Men
ontvangt namelijk zeer tegenstrijdige berichten. Men stelt dat ook de
gemeente- en provinciebelastingen in de nieuwe regeling niet meer
aftrekbaar zouden zijn, zo bijvoorbeeld de onroerende voorheffing,
bepaalde milieubelastingen, belastingen op personeel, enzovoorts. Ik
zou nu een klaar en duidelijk antwoord van de minister willen.
Worden de gemeente- en de provinciebelastingen in de nieuwe
regeling opgenomen?
11.01 Frieda Brepoels (VU&ID):
De nombreuses communes et
provinces envisagent d'augmenter
les impôts car elles ont aujourd'hui
à faire face à une diminution de
leurs recettes et à une hausse de
leurs dépenses, à la suite
notamment de la réforme des
polices. Elles ont tendance à faire
supporter cette hausse des impôts
par les seules entreprises, dans le
souci d'épargner le particulier.
A la suite de la réforme de l'impôt
des sociétés, les taxes régionales
ne sont plus déductibles. Cette
absence de déductibilité va-t-elle
être étendue aux impôts
communaux et provinciaux, tels
par exemple le précompte
immobilier, la taxe sur le
personnel employé et certaines
taxes environnementales?
11.02 Minister Antoine Duquesne: Mevrouw Brepoels, ik denk dat
mijn antwoord zeer precies zal zijn. Het is inderdaad zo dat in het
voorontwerp van wet over de hervorming van de
vennootschapsbelasting, een bepaling is opgenomen waardoor met
ingang van het aanslagjaar 2004 enkel de gewestelijke belastingen,
heffingen en retributies, andere dan deze bedoeld in artikel 3 van de
bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van
de gemeenschappen en de gewesten, niet meer aftrekbaar zullen
zijn. Daarentegen blijven de provinciale en de gemeentelijke
belastingen nog steeds aftrekbaar. De gewestelijke belastingen die
bedoeld zijn in artikel 3 van de vermelde bijzondere wet en die
eveneens nog steeds aftrekbaar blijven, zijn, ten eerste, de
belastingen op de spelen en de weddenschappen; ten tweede, de
belasting op de automatische ontspanningsstoelen; ten derde, de
openingsbelasting op de slijterijen van gegiste dranken; ten vierde,
het successierecht van rijksinwoners en het recht van overgang bij
overlijden van niet-rijksinwoners; ten vijfde, de onroerende
voorheffing; ten zesde, het registratierecht op de overdrachten ten
bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen met
uitsluiting van de overdrachten die het gevolg zijn van een inbreng in
een vennootschap behalve voor zover het een inbreng betreft door
een natuurlijk persoon van een woning in een Belgische
vennootschap; ten zevende, het registratierecht op a) de vestiging
van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed en b)
de gedeeltelijke of gehele verdeling van in België gelegen
onroerende goederen en de afstanden onder bezwarende titel onder
mede-eigenaars van onverdeelde delen in soortgelijke goederen; ten
achtste, het registratierecht op de schenkingen onder de levenden
van roerende of onroerende goederen; ten negende, het kijk- en
11.02
Antoine Duquesne,
ministre: Les taxes communales
et provinciales restent déductibles,
les taxes régionales en principe
pas. L'article 3 de la loi spéciale
de financement du 16 janvier 1989
énumère les taxes régionales qui
sont malgré tout déductibles. Il
s'agit des taxes sur les jeux et
paris, sur les appareils de jeu
automatiques et sur les débits de
boissons fermentées, des droits
de succession, de la majeure
partie des droits d'enregistrement
sur les transmissions à titre
onéreux de biens immeubles sis
en Belgique, des droits
d'enregistrement sur les
inscriptions hypothécaires, des
droits d'enregistrement sur les
donations entre vifs de biens
meubles et immeubles, de la
redevance radio-TV, de la taxe de
circulation et de la taxe de mise en
circulation automobile et de
l'eurovignette.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
33
luistergeld; ten tiende, de verkeersbelasting op de autovoertuigen;
ten elfde, de belasting op de inverkeersstelling en, ten twaalfde, het
eurovignet.
11.03 Frieda Brepoels (VU&ID): Mijnheer de voorzitter, ik dank de
minister voor zijn antwoord. Hij heeft klaar en duidelijk gezegd dat de
gemeente- en provinciebelastingen verder aftrekbaar blijven. De
problematiek van de milieubelasting blijft echter wel bestaan. U hebt
alle andere problemen opgesomd, maar de milieubelastingen zijn in
Vlaanderen zeer belangrijk. Ik hoop vooralsnog dat de Vlaamse
regering dit zou inzien en hiervoor een oplossing zal zoeken. Minister
Gabriëls heeft vorige week gezegd dat hij zich bij deze problematiek
neerlegt. Wij zullen dat zeker niet doen. Wij zullen terzake initiatieven
nemen op het Vlaamse niveau.
11.03 Frieda Brepoels (VU&ID):
Cette réponse me déçoit. Nous
prendrons une initiative au niveau
flamand pour résoudre la question
relative aux taxes
environnementales.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
Regeling van de werkzaamheden
Ordre des travaux
De voorzitter: Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 22 mei 2002, stel ik u
voor op de agenda van deze plenaire vergadering het wetsontwerp tot instelling van een jaarlijkse
rapportage over de toepassing van het Verdrag inzake de rechten van het kind (overgezonden door de Senaat)
(nr. 1721/1) in te schrijven.
Conformément à l'avis de la Conférence des présidents du 22 mai 2002, je vous propose d'inscrire à
l'ordre du jour de la présente séance plénière, le projet de loi instaurant l'établissement d'un rapport annuel
sur l'application de la Convention relative aux droits de l'enfant (transmis par le Sénat) (n° 1721/1).
Geen bezwaar? (Nee)
Aldus zal geschieden.
Pas d'observation? (Non)
Il en sera ainsi.
12 Wijziging van de benaming van een politieke fractie
12 Changement de dénomination d'un groupe politique
Bij brief van 21 mei 2002 deelt de voorzitter van de PSC-fractie mij mee dat de PSC-fractie van de Kamer
de benaming cdH (centre démocrate Humaniste) heeft aangenomen.
Par lettre du 21 mai 2002, le président du groupe PSC m'informe que le groupe PSC de la Chambre a
adopté la dénomination cdH (centre démocrate Humaniste).
Evaluatieverslag
Rapport d'évaluation
13 Verslag namens de commissie voor de Justitie over de evaluatie van de wet van 1 maart 2000 tot
wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit (1717/1 tot 3)
- Voorstel van besluit van de commissie voor de Justitie
13 Rapport fait au nom de la commission de la Justice sur l'évaluation de la loi du 1
er
mars 2000
modifiant certaines dispositions relatives à la nationalité belge (1717/1 à 3)
- Proposition de conclusion de la commission de la Justice
Bespreking
Discussion
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
34
De bespreking is geopend.
La discussion est ouverte.
13.01 Jo Vandeurzen, rapporteur: Mijnheer de voorzitter, geachte
minister, geachte collega's, samen met collega Herzet breng ik graag
kort verslag uit over de evaluatie van de wet van 1 maart 2000 tot
wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische
nationaliteit, zoals die heeft plaatsgevonden in de commissie voor de
Justitie. De commissie heeft de evaluatie besproken tijdens haar
vergaderingen van 16 januari, 5 en 19 februari en 19 maart 2002.
De bespreking is gestart met een inleiding van de minister van
Justitie. Hij verwees naar een studie die is uitgevoerd door de
onderzoekers, professoren Caestecker en Rea. De resultaten van die
studie werden, zo zei de minister, voornamelijk gebaseerd op
veldonderzoek naar het functioneren van de Belgische bestuurlijke en
gerechtelijke instanties die betrokken zijn bij de procedure van de
nationaliteitsverwerving. Op basis van die contacten en het
studiewerk, werd voorstellen geformuleerd die moeten toelaten de
doelstellingen van de wet te behalen en de werking van de wet te
optimaliseren. De administratie van de minister van Justitie heeft de
voorstellen in een synthesenota getoetst en de Ministerraad heeft
ondertussen beslist om een werkgroep te installeren die zich zal
buigen over de gedane voorstellen.
De minister signaleerde dat alvast een aantal voorstellen werden
overgenomen, zoals een opleiding voor de betrokken actoren, een
betere bepaling van de soorten van verblijfsvergunningen die in
aanmerking kunnen worden genomen voor nationaliteitsverklaring,
een betere afstemming met het departement Buitenlandse Zaken in
verband met het accepteren van gelijkwaardige akten, overleg over
de mogelijkheden om reeds op gemeentelijk niveau een eerste
controle te doen op het rechtmatig verblijf van de aanvrager en het
aanleggen van een federale gegevensbank die moet toelaten de
gegevens van alle gerechtelijke onderzoeken en vervolgingen te
centraliseren.
Na de inleiding van de minister werd de bespreking aangevat. Naast
uw verslaggever, namen ook collega's Hove, Laeremans,
Mortelmans en Talhaoui het woord. Ook de collega's Erdman en
Dardenne becommentarieerden de toepassingen van de wet. Het is
uiteraard niet nodig om bij het uitbrengen van het verslag alle
kritieken opnieuw uitvoerig in herinnering te brengen. Dat zal
ongetwijfeld in de loop van het debat gebeuren.
Samenvattend zou men kunnen zeggen dat de CD&V de snel-Belg-
wet een erg slechte wet vindt. De wet is niet sluitend en brengt
onmiskenbare veiligheidsrisico's met zich mee. Het opheffen van het
bewijs van integratiewil is een verkeerd signaal. De aanvrager heeft
geen rechtszekerheid en er is een gebrek aan interne coherentie en
coherentie tussen de nationaliteitswetgeving en de andere wetten.
De CD&V-fractie formuleert daarbij concrete voorstellen tot
fundamentele wijzigingen van de snel-Belg-wet. De fractie wil daarbij
volgende principes hanteren. Integratiebereidheid moet de basis
vormen voor de nationaliteitsverwerving; de nationaliteitsverkrijging
moet in principe migratieneutraal zijn; de procedures van verklaring
van verkrijging moeten blijk geven van een behoorlijk bestuur; de
13.01 Jo Vandeurzen,
rapporteur: Les professeurs M.
Caestecker et Mme Rea ont mené
une étude sur le terrain auprès
des instances impliquées dans
l'exécution de la loi belge
instituant la procédure accélérée
de la naturalisation. Sur la base
de ces travaux, des propositions
ont été formulées afin de parvenir
aux objectifs poursuivis par la loi
et d'en optimiser le
fonctionnement. Un groupe de
travail se penche sur ces
propositions.
Ces propositions sont les
suivantes: améliorer la formation
des intervenants, mieux cerner les
conditions d'octroi d'une
autorisation de séjour, harmoniser
plus avant avec les Affaires
étrangères les dispositions
relatives aux actes, organiser un
premier contrôle à l'échelle
communale et mettre sur pied une
banque de données centrale à
l'échelle fédérale. Après un
exposé introductif du ministre, ces
rapports et propositions ont été
examinés en profondeur.
Le CD&V estime que la loi sur la
procédure accélérée d'acquisition
de la nationalité belge est
mauvaise car elle induit des
risques d'insécurité qui ne se
justifient pas. Il propose dès lors
de la modifier sur la base des
principes suivants: volonté
d'intégration, caractère neutre de
la migration, bonne administration,
politique cohérente et
dépolitisation.
Par la bouche de M. Hove, le VLD
a fait remarquer qu'il était
défavorable à la loi de procédure
accélérée d'acquisition de la
nationalité. Selon le même parti,
les solutions préconisées ne
suffisent pas à régler les
problèmes. Le VLD a avancé des
propositions afin de modifier le
Règlement de la Chambre et de
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
35
nationaliteitsverkrijging moet kaderen in een coherent beleid; de
nationaliteitsverwerving dient gedepolitiseerd te worden.
De VLD stelde dat zij geen vragende partij is geweest voor de
aanpassing van de wet van de Belgische nationaliteit. De VLD is van
oordeel dat de door de minister aangehaalde studie geen of
onvoldoende oplossingen aanbiedt voor de vastgestelde pijnpunten.
Bovendien, zo merkt collega Hove op, is de snel-Belg-wet geënt op
de vorige wet, die verre van volmaakt was. De VLD herinnerde eraan
dat de fractie een aantal voorstellen heeft geformuleerd om de
vastgestelde pijnpunten te verhelpen. Het gaat met name om de
wijziging van het reglement van de Kamer en het interne reglement
van de Commissie voor de Naturalisaties, om een wetswijziging die
de mogelijkheid wil creëren om de Belgische nationaliteit te
ontnemen als blijkt dat de verkrijging het gevolg is van frauduleuze
feiten, om een voorstel tot grondwetsherziening waardoor de
verlening van de Belgische nationaliteit niet langer meer als een
gunst wordt beschouwd. Volgens de VLD-woordvoerder moet men op
korte termijn oog hebben voor de heikele punten van de wet en moet
een aantal zaken dringend worden aangepast.
Daarbij verwijst collega Hove naar de problematiek van de
eenduidigheid van een aantal begrippen en naar wat men in de
rechtsleer het cascade-effect is gaan noemen. Dat is het effect dat
erin bestaat dat telkens als er in België een vreemdeling de Belgische
nationaliteit wordt toegekend, dit ook betekent dat er een subjectief
recht ontstaat voor de kinderen die in het buitenland verblijven om de
Belgische nationaliteit te verwerven als ze 18 jaar zijn geworden. Ten
slotte merkt de spreker op dat de adviestermijn van een maand in de
praktijk niet houdbaar is.
Vervolgens werd de visie van het Vlaams Blok verwoord door de heer
Laeremans. De spreker onderschrijft de vele bemerkingen van de
VLD-fractie, maar wijst er ook op dat CD&V in belangrijke mate
vroeger zelf meegewerkt heeft aan de tekortkomingen die thans in de
naturalisatiewetgeving worden vastgesteld. Volgens collega
Laeremans heeft België internationaal de meest lakse
nationaliteitswetgeving. Zijn fractie pleit voor de invoering van een
burgerschapsproef en objectieve, meetbare criteria om de Belgische
nationaliteit te verwerven. Hij wijst er ook op dat 9% van de
kandidaat-Belgen een dossier heeft bij de dienst Veiligheid van de
Staat. Vervolgens wijst hij ook op de situatie in Brussel. De Brusselse
bevolking bestaat voor 43% uit nieuwe Belgen. Jaarlijks voorziet de
spreker voor Brussel een toename met 10.000 vreemdelingen. De
spreker zegt dat er in 2007 een evenwicht zal zijn tussen de
autochtone en de niet-autochtone bevolking van Brussel. Volgens
hem zijn de lakse asielpolitiek en de politiek inzake familiehereniging
de oorzaak van het feit dat België als een magneet fungeert voor
vreemdelingen. De heer Laeremans concludeerde dat de
grondvoorwaarden strenger moeten zijn, de termijn verlengd moeten
worden en de vervallenverklaring snel dient te gebeuren. De wet is
bovendien te complex en dient herschreven te worden.
Mevrouw Talhaoui merkt op dat de periode om een aanvraag in te
dienen weliswaar theoretisch verkort is, maar dat de totale duur van
de procedure eigenlijk niet echt gewijzigd is. Wat de geboorteakte
betreft, moet worden vastgesteld dat men soms een vervangende
akte aanvaardt en soms niet. Bovendien is het niet voor iedereen
sa commission de Naturalisation.
Il a également proposé de réviser
la Constitution pour qu'y soit
inscrit que l'octroi de la nationalité
belge ne constitue pas une faveur.
Il a mis en garde contre "l'effet
cascade", à savoir la possibilité
qu'ont les enfants séjournant à
l'étranger de venir en Belgique
sans restrictions si leurs parents
sont naturalisés belges. Enfin, il
estime que le délai d'avis d'un
mois est trop court.
Au nom du Vlaams Blok, M.
Laeremans a souligné le fait que
le CD&V a contribué aux
déficiences qui sont actuellement
constatées. Le Vlaams Blok
souhaite subordonner l'octroi de la
nationalité belge à un test de
citoyenneté et à des critères
objectivement mesurables. Il
exprime également de vives
critiques à l'égard de la situation à
Bruxelles, où 43 pour cent de la
population est composée de
nouveaux Belges et où cette
proportion de nouveaux Belges
pourrait atteindre 50 pour cent en
2007. M. Laeremans attire
également l'attention sur le
nombre considérable de Belges
potentiels qui ont un dossier à la
Sûreté de l'Etat.
D'après Mme Leen, du parti
Agalev, la durée totale de la
procédure n'a pas été écourtée, le
délai d'avis de trente jours n'est
toujours pas atteint et les
décisions sont communiquées
trop lentement aux demandeurs.
Selon M. Mortelmans, le problème
principal se situe au niveau de la
politisation de l'octroi de la
nationalité. La commission
compétente rend régulièrement
des avis défavorables à tort et ne
contrôle en aucune manière la
volonté d'intégration.
Mme Dardenne, du parti Ecolo, a
constaté que l'évaluation se
rapporte à l'application de la loi et
non à son contenu, que la
formation des magistrats est
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
36
even gemakkelijk om een inschrijvingsformulier in te vullen. Er is ook
onduidelijkheid over welk verblijf nu eigenlijk in aanmerking moet
worden genomen. Datzelfde geldt voor het begrip gewichtige feiten
eigen aan de persoon. Dit is een begrip dat door meer mensen
verschillend wordt geïnterpreteerd. Mevrouw Talhaoui moet ook
vaststellen dat de adviestermijn van dertig dagen niet altijd gehaald
wordt. Ook wordt de persoon aan wie de nationaliteit is toegekend
niet altijd snel genoeg hiervan verwittigd. Zij stelt vast dat het niet
altijd zou eenvoudig is om de nationaliteit te verwerven.
De heer Mortelmans heeft dan namens het Vlaams Blok nog enkele
bedenkingen geformuleerd bij de procedure van de verwerving via de
naturalisatie. Volgens hem is het belangrijkste probleem het feit dat
politici beslissen over het al dan niet toekennen van de nationaliteit.
Volgens hem gebeurt het regelmatig dat ongunstige adviezen, ter
attentie van de commissie geformuleerd, door één van de
adviserende diensten omgezet wordt in een gunstig advies. Hij verwijt
dat commissie dan ook de politisering van de
nationaliteitsverwerving. De heer Mortelmans stipt aan dat de kritiek
op de snel-Belg-wet ook gedragen wordt door de mensen uit de
praktijk. Hij betreurt dat er geen onderzoek meer is naar de
integratiebereidheid en stelt vast dat het mogelijk is op verschillende
manieren tegelijkertijd de nationaliteit aan te vragen.
Mevrouw Dardenne vertelde dat de evaluatie in de eerste plaats
betrekking heeft op de toepassing van de wet en niet op de inhoud
ervan. Het is niet de bedoeling om de inhoud van de wet te wijzigen.
Volgens de collega is de vorming van de magistraten in gebreke
gebleven. Er is ook een gebrek aan coördinatie tussen de parketten
in verband met de interpretatie van een aantal begrippen. Dit moet
verduidelijkt worden in een circulaire en ook moet de nodige
logistieke ondersteuning gegeven worden zodat de diensten de
adviestermijn kunnen respecteren.
Mijnheer de voorzitter, tot daar mijn bijdrage aan de verslaggeving. Ik
geef graag het woord aan mijn gewaardeerde collega, mevrouw
Herzet.
imparfaite et que la collaboration
des différents parquets n'est pas
optimale.
13.02 Jacqueline Herzet, rapporteuse: Monsieur le président,
monsieur le ministre, mes chers collègues, à la suite de l'excellent
rapport de mon collègue, M. Vandeurzen, je vais m'attacher à trois
points bien précis: premièrement, les réponses du ministre,
deuxièmement, les propositions de conclusion et troisièmement les
discussions qui ont conduit au vote.
1. En ce qui concerne les réponses du ministre, M. Verwilghen a tout
d'abord répondu en estimant qu'il était injuste de considérer comme
tendancieux le rapport d'évaluation. En ce qui concerne la note de
synthèse, le ministre a demandé que l'on se penche sur les points qui
n'ont pas de portée politique. Il fait remarquer également que la
circulaire relative à l'application de l'article 24bis du Code de la
nationalité belge a été transmise le 17 décembre 2001 aux différents
procureurs généraux. De plus, deux réunions avec les acteurs de
terrain ont été organisées à la suite du rapport d'enquête: une
réunion avec l'état civil et une réunion avec les services du parquet,
les services de la Sûreté de l'Etat et l'Office des étrangers. L'opinion
des acteurs à propos des recommandations du rapport est
globalement positive. Lors de la concertation, il est ressorti que
13.02 Jacqueline Herzet,
rapporteur: De minister van
Justitie merkt op dat de circulaire
betreffende de toepassing van
artikel 24bis van het Wetboek van
de Belgische Nationaliteit op 17
december 2001 naar de
verschillende procureurs-generaal
werd overgezonden. In globo
staan de actoren op het terrein
positief tegenover de
aanbevelingen van het verslag.
De dienst Vreemdelingenzaken
organiseert al een opleiding voor
de gemeentelijke ambtenaren van
de burgerlijke stand en de leden
van het parket, en dat op verzoek
van de betrokkenen. Het
onderzoeksteam stelt de opmaak
van een nieuw koninklijk besluit
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
37
l'Office des étrangers organise déjà une formation destinée aux
officiers de l'état civil et aux membres du parquet.
Toutefois, et il en convient, cette formation n'est pas structurée et est
physiquement proposée à la demande des parquets concernés ou
des officiers de l'état civil. La question se pose donc actuellement de
savoir si cette formation doit ou non être institutionnalisée. De plus,
dans le cadre de la déclaration de nationalité belge sur l'article 12bis,
§1
er
, 3° du Code de la nationalité belge, l'équipe d'enquête propose,
et c'est important, que soit élaboré un nouvel arrêté royal qui
énumérerait les documents de séjour à prendre en considération
dans le cadre de la déclaration de nationalité. En vue d'optimaliser le
travail des officiers de l'état civil, il a été proposé d'élargir leur
responsabilité. Ils pourraient ainsi effectuer, sur la base des données
dont ils disposent, une première sélection en vérifiant si les candidats
répondent ou non à la condition de séjour légal. L'Office des
étrangers est également favorable à cette proposition.
Par ailleurs, la proposition visant à créer une banque de données
fédérale reprenant un relevé de toutes les poursuites intentées dans
le pays a été accueillie favorablement. Les parquets rédigeront un
document dans lequel ils présenteront eux-mêmes un certain nombre
de solutions concrètes. Ce document sera examiné au cours d'une
prochaine concertation. Le ministre a souligné enfin qu'il ressort de la
note de synthèse qu'en ce qui concerne l'interprétation d'un certain
nombre de notions, l'administration du département de la Justice
considère que les circulaires existantes, la doctrine et la
jurisprudence actuelle sont suffisantes. Les parquets ont toutefois
insisté afin d'avoir l'occasion de proposer un certain nombre de
précisions en ce qui concerne les circulaires.
2. A l'occasion des répliques, notre collègue Vandeurzen a constaté
qu'aucune modification de la loi n'est envisagée et que les
recommandations du rapport ne portent que sur l'application de la loi
et non sur son contenu. De même, aucune réponse n'est apportée à
toute une série de problèmes.
3. En ce qui concerne les propositions de conclusion, les attendus et
les développements figurent en long et en large dans le rapport. Pour
l'essentiel, je me réfère donc au rapport écrit et je vais donc me
contenter de les résumer brièvement. Le CD&V, dans sa proposition
de conclusion, a formulé des recommandations afin d'améliorer cette
loi et son application, en tenant compte par exemple de l'objectif de la
loi, c'est-à-dire favoriser l'intégration des étrangers dans notre
société. Le CD&V suggère également de préciser certaines notions
contenues dans la loi et par la voix de MM. Vandeurzen, Van Parys et
Verherstraeten, propose entre autres d'inscrire la possibilité de retirer
la nationalité aux personnes qui l'ont acquise de manière
frauduleuse, d'organiser des formations sur le droit des étrangers à
l'attention des membres du parquet et des officiers de l'état civil, de
procéder à une révision globale des conditions et procédures en
matière de déclaration de nationalité, de choix et de naturalisation.
Dans ses conclusions, le Vlaams Blok considère qu'il y a lieu de
procéder le plus rapidement possible à une réforme en profondeur du
Code de la nationalité belge.
M. Laeremans estime que l'acquisition de la nationalité doit être
voor dat de soorten
verblijfsdocumenten die in
aanmerking komen in het kader
van de nationaliteitsverklaring zou
moeten vermelden.
De dienst Vreemdelingenzaken
staat achter het voorstel om de
ambtenaren een grotere
verantwoordelijkheid te geven. Het
voorstel tot oprichting van een
federale gegevensbank die een
overzicht zou geven van alle
vervolgingen ten lande werd
eveneens positief onthaald. Met
betrekking tot de interpretatie van
een aantal begrippen is de
administratie van het departement
Justitie van oordeel dat de
bestaande circulaires voldoende
zijn.
In het kader van de replieken stelt
de heer Vandeurzen vast dat de
aanbevelingen enkel handelen
over de toepassing van de wet. In
de voorstellen van besluit
formuleert de CD&V
aanbevelingen, suggereert zij om
bepaalde begrippen nader te
omschrijven, alsook om de
voorwaarden en procedures
inzake nationaliteit aan een
algehele herziening te
onderwerpen. Het Vlaams Blok
stelt voor van het ius sanguinis
opnieuw de basis van het
nationaliteitsrecht te maken.
Tijdens de besprekingen verklaart
de heer Bourgeois dat hij vindt dat
de kandidaat-Belgen deelachtig
moeten zijn aan de publieke
cultuur.
Het voorstel van besluit van de
heren Erdman (SPA), Hove (VLD),
Giet (PS) en de dames Talhaoui
(Agalev), Herzet (MR) en
Dardenne (Ecolo) waarin wordt
gesteld dat de commissie voor de
Justitie met vertrouwen wacht op
de maatregelen van de regering
werd aangenomen met tien
stemmen tegen zes.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
38
subordonnée au respect, par le candidat, d'un certain nombre de
conditions objectives strictes et il veut que l'arbitraire soit exclu.
Par ailleurs, le Vlaams Blok propose de simplifier la loi et de rétablir
le droit du sang comme base du droit à la nationalité. A l'instar de la
loi hollandaise, le Vlaams Blok propose également de retirer la
nationalité aux personnes qui l'ont acquise de manière frauduleuse.
Par ailleurs, les membres de la majorité déposent une proposition de
conclusion dans laquelle, au vu des déclarations du ministre, la
commission de la Justice attend avec confiance les mesures que le
gouvernement mettra en oeuvre en vue de l'application efficace de la
loi.
J'en viens maintenant au dernier point, à savoir la discussion et les
votes. Avant les votes, notre collègue, M. Vandeurzen, a constaté
avec regret que la majorité n'entend pas modifier cette loi, même
dans une optique de sécurité. M. Van Parys a insisté sur le fait que la
procédure accélérée de naturalisation permet à certains criminels
d'acquérir la nationalité belge et d'ainsi circuler librement dans
l'espace Schengen.
Le collègue, M. Hove, a fait remarquer, concernant le délai d'avis,
que nonobstant le fait que ce délai était plus long avant l'entrée en
vigueur de la loi, il n'y avait pas moins de problèmes à l'époque.
Notre collègue, M. Bourgeois, estime que les candidats à la
nationalité belge doivent être partie prenante de la culture publique.
Ils doivent s'intégrer et adopter un ensemble de normes et de
valeurs, comme par exemple la connaissance de la langue. Il estime
également que le délai d'avis est trop court. Par ailleurs, il estime
aussi qu'il y a lieu d'introduire dans la loi la possibilité de retirer la
nationalité belge accordée, à chaque phase de la procédure.
Il a rappelé qu'il avait déposé un amendement en ce sens et déplore
que celui-ci ait été rejeté à l'époque. Il estime que la commission
devrait reconsidérer sa proposition.
Trois propositions de conclusion ont été soumises au vote. La
première émanant de MM. Vandeurzen, Van Parys et Verherstraeten
du CD&V a été rejetée par 10 voix contre 6. La deuxième proposition
de conclusion de M. Laeremans du Vlaams Blok a été rejetée par 14
voix contre 2. La troisième proposition de conclusion de
MM. Erdman, Hove, Giet et de Mmes Talhaoui, Dardenne et Herzet a
été adoptée par 10 voix contre 6.
Je termine ici, monsieur le président, monsieur le ministre, chers
collègues, le rapport fait au nom de la commission de la Justice au
sujet de l'évaluation de la loi du 1
er
mars 2000 modifiant certaines
dispositions relatives à la nationalité belge.
13.03 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, heren
ministers, collega's, ik wil eerst even terug in de huid van rapporteur
kruipen want ik heb daarnet een fout gemaakt toen ik zei dat
mevrouw Talhaoui namens Agalev-Ecolo het woord had gevoerd
terwijl dit mevrouw Leen was. Bij deze is dit in het Integraal Verslag
rechtgezet.
13.03 Jo Vandeurzen (CD&V): Le
CD&V a évalué minutieusement,
précisément et de façon nuancée
la procédure de naturalisation
accélérée. Nous ne voulons
surtout pas réagir de façon
pamphlétaire. Certaines critiques
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
39
Mijnheer de voorzitter, ik zou mijn bijdrage aan de plenaire
behandeling van de evaluatie van de snel-Belg-wet willen opdelen in
4 grote blokken: een aantal inleidende beschouwingen, iets over de
bronnen die wij konden gebruiken bij de evaluatie, onze
fundamentele kritieken en ook nog enkele slotbeschouwingen. Sta
me toe dat ik begin met een aantal algemene inleidende gedachten
van onze fractie. Wij hebben getracht om van deze evaluatie ernstig
werk te maken. Dit wil zeggen dat wij nauwkeurig hebben gelezen
wat er in de rechtspraak en rechtsleer is verschenen en wat door de
verschillende actoren over deze wet werd gezegd. Ernstig wil ook
zeggen dat wij er geen pamflet of een zwart-wit verhaal van willen
maken. Wij willen daarentegen onze argumenten baseren op een
grondige analyse van een jaar snel-Belg-wet.
Wij hebben bewust te kennen gegeven dat wij niet blind zijn voor het
feit dat een aantal van onze kritieken misschien wel een kiem vinden
in de regelgeving zoals die bestond aan de vooravond van de snel-
Belg-wet. Wij hebben daarbij ook gezegd dat de gebreken in elk
geval sterk zijn verergerd en in alle duidelijkheid aan de oppervlakte
zijn gekomen door de manier waarop de snel-Belg-wet een en ander
heeft versneld en in omvang heeft doen groeien. Wij hebben bij de
aanvang van de discussie bevestigd dat wij elke insinuatie ontkennen
als zouden wij inzake het migrantenvraagstuk niet staan voor een
open en verdraagzame houding en als zouden wij met onze kritieken
willen insinueren dat iedereen die onze nationaliteit aanvraagt te
kwader trouw is. Wij hebben steeds beklemtoond dat CD&V staat
voor een open visie op de samenleving. CD&V pleit voor een
verdraagzame samenleving waarin mensen worden uitgenodigd om
te participeren met rechten en plichten. Als wij het over veiligheid
hebben, willen wij helemaal niet insinueren dat iedereen die bij
nationaliteitsverwerving betrokken is te kwader trouw is. Het gaat
daarbij om zeer kleine minderheden maar dit ontslaat de politieke
wereld niet van zijn verplichting om een sluitende regelgeving te
maken. Wij weigeren ons te laten opsluiten in de idee dat wij onze
kritiek niet zouden mogen uiten omdat daarmee een bepaalde indruk
kan worden gewekt.
Collega's, de commissie heeft twee documenten kunnen gebruiken
om de evaluatie te maken. In opdracht van de regering werd een
studie uitgevoerd door de professoren Caestecker en Rea. Daarnaast
is er het indrukwekkende werk dat professor Foblets van de
KULeuven met haar ploeg heeft afgeleverd. Deze studie bestaat uit
verschillende wetenschappelijke bijdragen. In deze studie werd
bovendien getracht de stem van het terrein uitdrukkelijk aan bod te
laten komen. Over de studie werd overigens een studiedag
georganiseerd in Leuven. Verschillende collega's hebben daaraan
trouwens deelgenomen. Dit zijn de twee objectieve bronnen waarover
onze commissie kon beschikken, naast natuurlijk de talrijke
interpellaties, het cijfermateriaal en de incidenten die zich in de loop
van dit jaar hebben voorgedaan.
Ik zou toch even willen ingaan op beide bronnen.
Ik heb eens na een paar maanden snel-Belg-wet aan de minister van
Justitie gezegd dat ik gehoord had dat het verschrikkelijk misliep op
het terrein. Ik vroeg hem wat de regering daaraan ging doen. Hij
antwoordde mij dat de regering beslist had om een studie te bestellen
over de manier waarop de snel-Belg-wet wordt toegepast. In al mijn
concernent des matières qui
trouvent leurs racines dans
l'ancienne loi sur la nationalité
mais que la nouvelle législation a
aggravées.
Je tiens au préalable à préciser
très clairement que le CD&V
préconise une société ouverte et
tolérante. Nous ne voulons en
aucun cas donner l'impression
que tous les étrangers qui
demandent la nationalité belge
sont des criminels. Cela ne doit
cependant pas nous empêcher de
formuler des critiques tout à fait
fondées.
Notre évaluation se fonde sur une
étude académique relative à la
procédure accélérée d'acquisition
de la nationalité, réalisée à la
demande du gouvernement, et sur
une étude menée par un groupe
de travail de la KUL. Il va sans
dire que nous avons également
pris acte des incidents qui ont
émaillé l'acquisition de la
nationalité au cours de l'année
passée.
J'ai été assez naïf pour penser
que le gouvernement avait
commandé une étude pour faire
évaluer objectivement la nouvelle
législation par des observateurs
externes. Une préparation
académique au débat
parlementaire. Les chercheurs, M.
Caestecker et Mme Rea, ne
pouvaient toutefois conclure que
des modifications de la loi
s'imposaient. Comme ils l'écrivent
eux-mêmes, ils devaient
exclusivement examiner comment
la loi pourrait être appliquée plus
rapidement et plus efficacement.
C'est, du reste, ce qui ressort
également d'une note de
l'administration. Ce point de vue
de départ est, bien entendu,
totalement erroné. Les auteurs
indiquent qu'ils ont rencontré tant
de rancoeur et de
mécontentement qu'ils ont
énuméré en annexe des
suggestions de modification de loi
émises par des acteurs de terrain.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
40
naïveteit ging ik naar buiten en ik dacht dat het eerste moment van
bezinning aangebroken was. De regering zou extern laten nakijken
wat het effect van deze snel-Belg-wet is. Aan de stilzwijgendheid van
de collega's van de meerderheid en de manier waarop zij allemaal
naarstig naar hun blad keken toen de minister dat vertelde, had ik
moeten weten dat het eigenlijk niet mijn interpretatie van die opdracht
was die ik voor waar moest houden, maar dat er een heel andere
opdracht was gegeven. De regering had niet gevraagd om een
evaluatie of een academische voorbereiding van een parlementaire
discussie. Nee, de regering had aan de professoren gevraagd hoe
deze wet nog sneller, nog efficiënter toegepast kon worden. Men had
zelfs als uitdrukkelijk uitgangspunt genomen dat men alles mocht
evalueren, maar dat één conclusie niet mocht worden genomen,
namelijk dat de wet gewijzigd moest worden.
Die professoren hebben dat natuurlijk met zoveel woorden
geschreven. Ik citeer: "Onze opdracht was beperkt tot de effectiviteit
en de efficiëntie van de wet." Toen die professoren het document
neerlegden bij de minister, gaf de minister dat door aan zijn
administratie en deze reageerde in een nota op de suggestie die de
professoren gedaan hadden. Deze nota start ongeveer met
"Aangezien het ministerie als instructie gegeven heeft, niet in de
eerste instantie om te werken in de richting van een wijziging van de
wet, maar meer te werken in de richting van verbetering en
versoepeling van de wet, dus technische wijzigingen die zonder
wetswijziging kunnen doorgevoerd worden, stelt de dienst, dit en dit
voor...". Daarmee is ook op papier gezet dat de regering met deze
studie helemaal geen open evaluatie van de snel-Belg-wet voor ogen
had, en ook niet gekeken heeft naar de maatschappelijke effecten
van deze wet of de interferentie met andere wetten. Nee, de vraag
was en ik had het kunnen weten, want anders was men natuurlijk
niet zo eensgezind geweest in de regering hoe deze wet beter,
sneller kon worden toegepast.
Als u het rapport van deze professoren leest en ik nodig u toch uit
om daar eens doorheen te bladeren dan zult u merken dat deze
mensen vanuit een soort academische eerlijkheid bij herhaling
moeten opmerken dat zij in contact met de actoren op enorm veel
ongenoegen en weerstand zijn gestuit. Zoveel zelfs dat ze zich bijna
moreel verplicht voelden om als bijlage aan het rapport toch ook een
inventaris te maken van alles wat ze gesuggereerd hadden om te
wijzigen aan de wet, wat niet hun opdracht was, maar wat ze dan
toch maar hernomen hebben. De reactie was zo fel, dat zij zich
verplicht hebben gevoeld om daar ook melding van te maken.
Het tweede document is veel genuanceerder. Het tweede document
van professor Foblets vertrekt vanuit de ervaringen van het openbaar
ministerie, van de ambtenaren van de burgerlijke stand, van de leden
van de commissie voor de Naturalisaties, van de dienst Veiligheid
van de Staat en van de dienst Vreemdelingenzaken, bouwt daarop
een evaluatie en toetst dat ook aan de internationale context waar
staat België met deze nationaliteitswetgeving? Het document is dus
ook wat dat betreft veel genuanceerder en veel duidelijker als het
erop aankomt een evaluatie te formuleren na een jaar snel-Belg-wet.
Onze kritiek op deze wet, die door de evaluatie en de ervaring van
het voorbije jaar alleen maar groter is geworden, kan ik samenvatten
in vier begrippen. Het eerste is: deze wet heeft, door het opheffen
Le deuxième document, l'étude de
la KULeuven effectuée sous la
direction de Mme Foblets, est
beaucoup plus nuancé. Il montre
clairement que la loi contribue à
émettre un signal erroné, à savoir
que la seule demande serait en
soi le signe d'une volonté
d'intégration.
Nous avons résumé notre critique
en quatre points.
Tout d'abord, en ne formulant plus
la question de la volonté
d'intégration, les autorités
suscitent la présomption qu'il n'y a
aucun lien entre l'acquisition de la
nationalité et l'intégration. La
réalité est toute différente: avant la
mise en oeuvre de la loi sur
l'acquisition accélérée de la
nationalité, près d'un tiers des
demandes était reporté pour
insuffisance de volonté
d'intégration. Quelque 5 à 15%
étaient rejetées pour les mêmes
motifs. Le signal des autorités
devrait dès lors aller dans le sens
de l'encouragement à l'intégration.
De mièvres encouragements a
posteriori ne suffisent pas. Notre
proposition de loi corrige cette
lacune.
Le monde académique et toutes
les démocraties occidentales
partagent notre point de vue sur le
lien entre l'intégration et
l'acquisition de la nationalité. Il
n'est certes pas facile de définir
une méthode simple et
juridiquement concluante
d'évaluer la volonté d'intégration.
Mais nos idées en la matière n'ont
jamais été sérieusement prises en
considération. Le comble aura été
l'observation formulée lors de la
journée d'étude pour souligner
que la législation belge est la plus
souple au monde.
En deuxième lieu, la bonne
administration est en péril. La loi
sur l'acquisition accélérée de la
nationalité ne fait pas honneur à
l'adage rapidité et efficacité dont
se prévaut la majorité arc-en-ciel.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
41
van de vraag dat zij die de Belgische nationaliteit willen verwerven
ook het bewijs moeten leveren dat zij bereid zijn zich hier te
integreren heffen, een dramatisch verkeerd signaal gegeven aan de
Belgische samenleving.
Ze heeft de fictie ingevoerd dat iedereen die de nationaliteit vraagt of
de naturalisatie vraagt, daarmee onweerlegbaar het bewijs levert dat
hij bereid is zich te integreren en dat is een onweerlegbaar
vermoeden. Als u de studie van de professoren Caestecker en Rea
leest, zult u zien dat heel wat personen getuigen dat, hoewel de
wetgever wel een onweerlegbaar vermoeden creëert, zij, die op het
terrein de contacten hebben en de onderzoeken doen, vaststellen dat
zulks niet altijd klopt met de realiteit.
Dat het inderdaad zo is, blijkt ook uit de cijfers waarover de
commissie voor de Naturalisaties beschikt. Voor de snel-Belg-wet
werd ongeveer één kwart tot één derde van de
naturalisatieaanvragen uitgesteld, omdat was aangetoond dat er
geen bereidheid was om zich te integreren. Dat zijn dezelfde
aanvraagdossiers die nu bij de commissie toekomen. Vijf tot vijftien
procent werd verworpen, omdat men moest vaststellen dat, ofschoon
de betrokkene beweerde dat die bereidheid er wel was, uit het
onderzoek bleek dat die er niet was. Als men spreekt over
normvervaging en het mogelijk verschil tussen wet en realiteit, is dat
een belangrijk probleem.
De grond van de zaak is dat de wet een verkeerd signaal geeft. Voor
de christen-democraten moet het signaal zijn dat wie hier duurzaam
verblijft, door ons wordt uitgenodigd om zich te integreren, om tot de
samenleving te behoren. Wij nodigen die uit om daarvoor een
inspanning te leveren, net zoals wij van de overheid verlangen
hiervoor kansen te creëren via taalaanbod en integratieprojecten. Dat
is de grondhouding waarop de nationaliteitsverwerving zou moeten
berusten. Die context is er nu niet meer. Ik ben bijzonder cynisch
wanneer ik de verklaringen van minister-president Dewael lees over
de speciale televisiezender. Hij vindt dat allemaal niet nodig, maar
vindt wel dat de mensen de taal moeten leren. Vandaag lees ik dan in
de krant dat mevrouw Vanderpoorten het taalonderricht bijna
verplicht gaat maken. Als men eerst op het Belgische niveau,
collega's van de Vlaamse partijen, zegt dat men de Belgische
nationaliteit kan verwerven zonder zich te integreren en men daarna
stelt dat men zich toch moet inburgeren en men de mensen
aanmoedigt om taallessen te volgen, zeg ik u: dat is de omgekeerde
wereld!
Wij hebben vroeger altijd gepleit en blijven pleiten voor een open
nationaliteitsprocedure, een uitnodigende procedure. Wij blijven er
voorstander van om die procedure te gebruiken als hefboom tot
integratie, als aansporing om bijvoorbeeld een van onze landstalen te
leren. Dat is ook de basis waarop ons eigen wetsvoorstel is
gebaseerd.
Men moet niet zeggen dat wij daarmee een uniek standpunt
innemen. Dat is het standpunt van nagenoeg alle parlementen, alle
democratische partijen van West-Europa. Dat standpunt wordt
gedeeld door haast heel de academische wereld. Dat is het
standpunt in Duitsland, in Frankrijk, in Denemarken, in Portugal, in
Griekenland, in Nederland, in Groot-Brittannië, in Finland, in
La Chambre est amenée à se
prononcer sur de nombreuses
demandes de naturalisations mais
ne dispose pas d'assez
d'informations pour pouvoir le faire
en connaissance de cause. Les
demandes sont jugées par des
politiciens qui n'ont pas à motiver
leur décision, avec toutes les
conséquences qui en résultent sur
le plan de l'insécurité juridique et
des risques d'abus. Il aura fallu de
nombreux incidents pour que la
situation s'améliore, et encore,
dans une mesure insuffisante.
On entend dire jusque dans la
majorité que la procédure
d'acquisition rapide de la
nationalité n'est en fait pas rapide
du tout. Elle reste trop longue.
Cette loi a entraîné pour les
pouvoirs locaux un important
surcroît de travail et il n'y a guère
eu de directives claires. Le rapport
rédigé par les experts des
universités fait état de difficultés
rencontrées dans le cadre de la
mise en oeuvre de la loi. Les
fonctionnaires ont été
insuffisamment préparés, n'ont
pas eu de retour et ont été
confronté à des termes ambigus
comme "domicile principal". Les
fonctionnaires ne témoignent
nullement de mauvaise volonté.
Toutes les difficultés viennent de
la loi qui est mauvaise. Le rapport
comporte des exemples
véritablement navrants de
personnes qui, à défaut d'avoir été
enregistrées, ont acquis par deux
fois la nationalité ou ont suivi des
procédures parallèles. Peut-on
parler à cet égard d'une bonne
administration?
En troisième lieu, la loi a un effet
dommageable et imprévu sur
l'immigration dans notre pays. La
loi, qui repose naïvement sur la
volonté d'intégration, octroie aux
enfants des nouveaux Belges le
droit à la même nationalité que
leurs parents et, partant, un accès
illimité au territoire. Cet effet de
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
42
Luxemburg en noem maar op. Dit is het normale standpunt als wij het
hebben over nationaliteitsverwerving: er moet een band zijn tussen
de bereidheid om zich in een samenleving te integreren en het
verwerven van de nationaliteit.
Wij zijn nooit blind geweest voor mogelijke problemen en discussies
in de vroegere wetgeving over het bewijzen van de
integratiebereidheid. Om die reden hebben wij tijdens de vorige
legislatuur nog een wetswijziging van de nationaliteitswetgeving
verkregen. Daarbij werd de juridische basis gelegd om toe te laten
dat via een omzendbrief van de minister van Justitie het onderzoeken
kon gebeuren op een eerlijke manier, met respect voor de privacy,
objectief en uniform over heel het grondgebied. Die wetswijziging was
een antwoord op de kritiek dat het onderzoek naar
integratiebereidheid niet echt correct gebeurde. Die wetswijziging kon
nooit in de praktijk worden omgezet, omdat men ze als het ware heeft
laten overrulen door de snel-Belg-wet.
Als dan op een studiedag wordt gezegd dat de Belgische regeling,
die aan de naturalisatie nog slechts een vereiste koppelt van drie jaar
verblijf, de soepelste is van Europa, en dat blijkt dat deze optie werd
genomen zonder stil te staan bij de gevolgen van die wet op de
migratie van personen uit de derdelanden, dan is dat een statement
dat door wetenschappelijk onderzoek moet worden bevestigd.
Mijn eerste punt van kritiek is het volgende. Een overheid die staat
voor verbondenheid in de samenleving en voor het stimuleren van de
bevolking om zich te engageren in de samenleving, opteert voor een
integratiebeleid, zendt het signaal uit dat uitnodigt om zich te
integreren en creëert hiervoor de kansen, maar moedigt ook aan om
die kansen te grijpen. Ik snap niet hoe liberale ministers in de
Vlaamse regering allerlei heroïsche verhalen kunnen vertellen, terwijl
de politieke partijen waartoe zij behoren in de Kamer dit soort
nationaliteitswetgeving goedkeuren.
Het tweede punt van kritiek heft betrekking op het behoorlijk bestuur.
Snel en efficiënt: het nieuwe kwaliteitslogo van deze regering die ons
imago in het buitenland zou oppoetsen. Welnu, in de snel-Belg-wet is
behoorlijk bestuur jammer genoeg zeer ver te zoeken. U weet allen
dat de naturalisatie een gunstprocedure is, geen recht, en dat
tweederde van de nationaliteitsverwervingen via de snel-Belg-wet
gebeuren buiten het Parlement, via de verklaring en de keuze. U
weet ook dat het aantal naturalisatiedossiers enorm hoog blijft.
Gezien de prerogatieven van dit Parlement is er bij de
naturalisatiedossiers politieke inmenging. Ik bedoel geen politieke
inmenging in de negatieve betekenis van het woord, maar ik bedoel
dat de kamerleden worden geroepen om zich uit te spreken over dit
dossier ondanks het feit dat er geen regels van behoorlijk bestuur van
toepassing zijn, geen motivatieplicht van de Kamer, geen inzagerecht
en evenmin een tegensprekelijk debat. Kortom, deze procedure die
betrekking heeft op veertienduizend dossiers is geenszins aangepast.
Wij blijven pleiten voor meer rechtszekerheid voor de aanvragers van
de naturalisatie. Het was slechts nadat zich enkele incidenten
voordeden, mijnheer de voorzitter, dat wij de Kamer ertoe konden
aanzetten het reglement van de commissie voor de Naturalisaties
aan te passen. Ik heb lang moeten pleiten om de mensen van wie de
commissieleden vinden dat hun aanvraag moet worden verdaagd of
cascade entraîne bien
évidemment des problèmes.
Dès février 2000, le ministre
Duquesne avait évoqué les effets
de cette législation sur la politique
d'immigration, estimant qu'il
faudrait adapter la législation sur
les étrangers, particulièrement en
ce qui concerne l'établissement
sur le territoire. La loi n'a toujours
pas été aménagée. Selon le
professeur Foblets, la loi ouvre
pour les enfants qui résident à
l'étranger un droit subjectif à partir
de l'âge de 18 ans et risque dès
lors d'induire un effet de cascade.
En vertu de l'article 12bis, ces
enfants bénéficient également de
droits illimités en matière de
séjour.
Il ressort des conclusions de la
journée d'étude qu'il n'y a pas
d'harmonie entre les conditions
d'admission strictes et le maintien
de l'Office des étrangers d'une
part et l'assouplissement de la
législation sur la nationalité d'autre
part.
Récemment encore, le ministre
Duquesne s'est livré en
commission des Naturalisations à
une analyse dévastatrice de
l'interférence de cette loi avec la
politique d'immigration. Il estimait
qu'il est plus facile de devenir
Belge par le biais de la législation
sur la naturalisation que par celui
de la régularisation. La procédure
est plus brève et il n'y a pas lieu
de faire la preuve de liens sociaux
durables, comme c'est le cas pour
la procédure de régularisation.
Elle est plus simple aussi que la
procédure en matière
d'établissement et de séjour. En
outre, le séjour illégal est pris en
considération pour le calcul de la
durée de séjour requise en vue de
la régularisation.
Diplomatiquement, le ministre a
exprimé son respect pour le
président de la commission, M.
Mayeur, et pour la volonté affichée
par le législateur mais a souligné
que la politique en matière d'octroi
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
43
verworpen, de kans te geven om te antwoorden op de argumenten
en de motieven van de commissie. Volgens sommigen was dat
echter onbespreekbaar en ging het om een manoeuvre van CD&V
om de werking van de commissie voor de Naturalisaties in het slop te
helpen en om aan te tonen dat deze commissie niet kon functioneren.
Tot de dag dat er in de kamer huiszoekingen plaatsvonden en dat er
heel wat heisa ontstond omtrent de werkwijze van de commissie.
Toen werd het reglement uiteindelijk aangepast en kon ik de collega's
ervan overtuigen om minstens een kleine tegensprekelijkheid in de
procedure in te voeren, in die zin dat de kandidaten minstens de kans
moesten krijgen om te reageren wanneer de commissie wou
verdagen of verwerpen. Er werden tevens maatregelen genomen om
de collegialiteit in de besluitvorming over de naturalisaties te
vergroten en de transparantie en de besluitvorming in de commissie
te verbeteren.
Daarmee is het probleem uiteraard nog niet opgelost. De Raad van
State merkte van meet af aan op dat onze nationaliteitswetgeving
was gebaseerd op een grote logica: hoe meer integratiebereidheid
en dit kon blijken uit de feiten, onder meer een zeer lang verblijf in
ons land hoe meer recht op de nationaliteit, maar hoe minder
indicaties er waren, hoe meer het bewijs van integratiebereidheid
moest worden geleverd en hoe groter de kans was dat de verwerving
een gunst zou zijn en geen recht. Onze nationaliteitswetgeving kende
aldus een piramidale opbouw, in die zin dat gunst de uitzondering
was en recht de regel was; hoe meer indicaties van
integratiebereidheid, hoe minder bewijs betrokkenen moesten leveren
en hoe meer zij op hun rechten konden staan.
Voor de publicatie van de wet van 1 maart bepaalde onze wet dat
integratie tot nationaliteit leidt. Dat is nu totaal gewijzigd. Die logica is
zoek. Het is gemakkelijker de nationaliteit te bereiken via drie jaar
verblijf en de naturalisatie, dan te wachten op het moment waarop u
het recht kunt uitoefenen. Wij spreken over zeven jaar verblijf voor de
verklaring.
Wanneer ik het heb over behoorlijk bestuur, zullen vele collega's
ook vanuit de meerderheidsfracties opwerpen dat we hier niet met
een snel-Belg-wet te maken hebben, omdat de procedures in de
praktijk nog te lang duren. Er is een verschil tussen theorie en
praktijk. Bovendien hebben vele collega's betoogd dat de toepassing
van de wet eigenlijk oneerlijk is, want vele gemeentebesturen
interpreteren al die begrippen uit de snel-Belg-wet op een
verschillende manier. Er is willekeur en dat is een slechte zaak. Er
moet meer rechtszekerheid komen.
Collega's, dat 580 ambtenaren van de burgerlijke stand het begrip
"onmogelijkheid om een originele akte bij te brengen" moeten
interpreteren of moeten beoordelen wat er verstaan wordt onder het
begrip hoofdverblijf van de betrokkene het wettelijk of feitelijk verblijf
heeft alles te maken met het concept van uw wet. Alle
gemeentebesturen moesten die wet holderdebolder lezen en
omzendbrieven erbij halen om de begrippen te interpreteren. Vragen
zoals wanneer mag ik als ambtenaar van de burgerlijke stand een
alternatief document op mijn originele geboorteakte aanvaarden of
niet, waren schering en inslag. Dat 580 ambtenaren zoiets moeten
doen, is het gevolg van het concept van uw wet. Het is een beetje te
gemakkelijk wanneer u nu zegt dat bij de toepassing van die wet te
de la nationalité vide la politique
d'immigration de sa substance. Il
a mis en évidence les indéniables
avantages en matière d'accès au
marché du travail et à une activité
indépendante, la difficulté de
découvrir les cas de fraude au
cours de la procédure d'asile et le
nombre croissant de demandes
de visa.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
44
kwader trouw wordt gehandeld omdat ambtenaren dat verschillend
interpreteren. Het heeft te maken met het fundament. U hebt een wet
geconcipieerd die absoluut niet tot behoorlijk bestuur leidt.
Collega's uit Wallonië, het is interessant om weten dat in Vlaanderen
een kerntakendebat aan de gang is. Ik weet niet of de Vlaamse
collega's dat weten. In Vlaanderen wordt er een groot kerntakendebat
gehouden. De federale wetgever is daarbij totaal niet betrokken. Het
zal u maar overkomen dat u in Vlaanderen discussieert over de
kerntaken van het gemeentebestuur en dat er dan een nationale
Belgische wet binnendwarrelt de snel-Belg-wet waardoor de
ambtenaar van de burgerlijke stand een paar taken extra krijgt. Al die
mensen moeten bij hem passeren, hij zal die allemaal moeten
ontvangen en hij zal daarvoor goed moeten voorgelicht zijn. Als ik de
minister moet geloven, gaan we hen meer gebruiken als een soort
filter in de procedures. De kostprijs daarvan, de vorming en de
bijkomende werklast zijn geen zorgen van de regering. Het Parlement
heeft de lokale besturen met één druk op de knop die extra opdracht
opgelegd.
Dat is opnieuw een teken van onbehoorlijk bestuur. Het rapport van
Caestecker en Rea is een schrijnend verhaal van de totaal
geïmproviseerde manier waarop die wet is ingevoerd. Parketten
wisten van toeten of blazen; de ambtenaren van de burgerlijke stand
wisten niet waaraan ze moesten beginnen en er was nauwelijks extra
personeel tenzij in enkele zeer beperkte parketten. Er waren geen
instructies, vorming of voorafgaande briefings waarvan de
betrokkenen vonden dat ze hierdoor wisten wat er te gebeuren stond
zodra de wet van kracht was.
Collega's, er is ook geen registratie. Ik weet niet of u zich dat
herinnert, maar wij hebben in het Parlement al mensen Belg gemaakt
die al Belg waren geworden. Wij hebben mensen Belg gemaakt die
op het ogenblik dat u hier op de knop drukte, ondertussen via een
andere procedure de nationaliteitsverklaring met name de
Belgische nationaliteit hadden verworven. Dat is natuurlijk geen
behoorlijk bestuur. Ik zal straks aan de hand van een aantal
merkwaardige voorbeelden aantonen tot wat dat allemaal zal leiden.
Ik kom tot de begrippen die in de wet niet duidelijk zijn. Is de
hoofdverblijfplaats de feitelijke verblijfplaats, het wettelijk verblijf of is
dat ook het feitelijk verblijf als het niet wettelijk is? De ambtenaren
van de burgerlijke stand vragen om rechtszekerheid. Men verwijst
naar rondzendbrieven, maar opnieuw wordt vanuit de sector met
aandrang gevraagd om dat in de wet te zetten. Zij vragen om
hiervoor in een wettelijke regeling te voorzien. Ik herinner mij nog de
heroïsche dagen waarop de wet is besproken. Wij hebben toen met
zeer veel nadruk gevraagd om de amendementen terzake te
aanvaarden, waarbij een aantal begrippen juridisch werden
verduidelijkt zodat ze geen aanleiding tot diverse interpretaties
konden geven.
Ook dat is toen laconiek geweigerd.
Onze derde kritiek op de wet heeft te maken met een effect ervan dat
naar mijn stellige overtuiging door niemand van de meerderheid was
ingeschat op het ogenblik dat over de wet werd gestemd. Ik bedoel
het effect van de nationaliteitswetgeving op het migratiebeleid. U
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
45
weet dat in de wet een merkwaardig cascade-effect is ingeschreven.
De wet gaat uit van het onweerlegbare vermoeden van
integratiebereidheid, maar zegt ook dat, wanneer de Kamer iemand
de Belgische nationaliteit toekent, diens meerderjarige kinderen,
geboren in het buitenland, die hier nooit zijn geweest, recht hebben
op de Belgische nationaliteit. De wet van 1980, die de toegang op het
grondgebied regelt, zegt dat wie recht heeft op de nationaliteit altijd
toegang heeft tot het grondgebied.
Leden van de meerderheid, u weet dit en het is ook in de rechtsleer
uitvoerig beschreven, dit heeft tot gevolg in onze wetgeving dat op
dat ogenblik de meerderjarige kinderen die nooit in België zijn
geweest zich naar hier kunnen begeven, de nationaliteit kunnen
vragen als een recht en dat op hun beurt hun minderjarige kinderen
die onder hun toezicht staan, automatisch over de Belgische
nationaliteit beschikken.
Ik citeer wat minister Duquesne over het effect van de
nationaliteitswetgeving of het migratiebeleid heeft gezegd toen ik hem
daarover in februari 2002 heb ondervraagd. Hij zei: "Ten eerste, de
nieuwe nationaliteitswetgeving beïnvloedt inderdaad het beleid
inzake verblijf van vreemdelingen op het grondgebied. Ten tweede,
zal de vreemdelingenwetgeving moeten worden aangepast, in het
bijzonder wat de vestigingsvoorwaarden betreft. Na het indienen van
het wetsontwerp tot wijziging van de asielprocedure, na Pasen 2000,
zal ik werk maken van een grondige herziening van de bestaande
vreemdelingenwetgeving van 1980. Ook het afstemmen van de
nieuwe wet op de nationaliteit staat op de agenda". Pasen 2002 ligt al
een paar jaar achter ons. Van deze aanpassing hebben wij uiteraard
nog niets gehoord. Professor Foblets zegt daarover het volgende, ik
citeer: "Telkens in ons land aan een vreemdeling de Belgische
nationaliteit wordt toegekend betekent dit dat voortaan ook een
subjectief recht ontstaat voor de kinderen die in het buitenland
verblijven en de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt om de Belgische
nationaliteit te verkrijgen. Dit illustreert op het domein van de
verblijfsreglementering het cascade-effect van de nieuwe
nationaliteitswetgeving. Doordat in artikel 12bis de genoemde
categorie van meerderjarige vreemdelingen voortaan gerechtigd is op
de nationaliteit geniet deze eveneens van de in de tijd ongelimiteerde
verblijfsrechten in ons land, niettegenstaande deze groep thans in
aanmerking komt voor een verblijfstitel op basis van de regelgeving
inzake gezinshereniging. De conclusie van de studiedag was op dat
vlak heel duidelijk: de harmonie in de wetgeving is zoek. Aan de ene
kant blijft de wetgever inzake verblijf de in zijn regelgeving strikt
geformuleerde toelatingsvoorwaarden hanteren die worden
verantwoord vanuit de zorg de internationale migraties naar ons land
in de hand te houden en met die bedoeling wordt ook een uitgebreid
administratief apparaat de dienst Vreemdelingenzaken in stand
gehouden. Aan de andere kant versoepelt men de
naturalisatiewetgeving in die mate dat de bepalingen van de nieuwe
wet het wegvallen van de integratietoets, gekoppeld aan de
nationaliteitsverklaring door volwassenen die in het buitenland
verblijven het tot vandaag gevoerde migratiebeleid ongeloofwaardig
maken".
Collega's, ik wens ook uitvoerig te citeren wat de minister van
Binnenlandse Zaken heeft gezegd toen hij enkele weken geleden in
een openbare zitting van de commissie voor de Naturalisaties heeft
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
46
gesproken over zijn bezorgdheid met betrekking tot de interferentie
van de nationaliteitswetgeving op het migratiebeleid. Ik citeer geen lid
van de oppositie, maar de minister van Binnenlandse Zaken: "Het is
in tal van opzichten ook makkelijker om Belg te worden dan om zijn
verblijf te laten regulariseren op grond van de regularisatiewet.
De vereiste verblijfsduur is zelfs korter voor de naturalisatie dan voor
de regularisatie. Twee of drie tegenover vijf of zes jaar". En vooral:
"De regularisatiewet vraagt dat men duurzame sociale banden met
het land bewijst, terwijl in de wet van 1 maart 2000 de integratie wordt
vermoed louter wegens het feit dat de naturalisatieaanvraag wordt
gedaan".
In zijn antwoord zegt minister Duquesne: "De wet en zonder twijfel
nog meer het optreden van uw commissie, de commissie voor de
Naturalisaties, hebben de toegang tot de Belgische nationaliteit, en
bijgevolg tot het Europees burgerschap, zeer vergemakkelijkt. Zo
zeer zelfs, dat het soms gemakkelijker is door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers te worden erkend als Belgisch staatsburger
en burger van de Unie, dan door de dienst Vreemdelingenzaken, die
optreedt als afgevaardigde van de minister van Binnenlandse Zaken,
te worden toegelaten tot de vestiging en zelfs tot het verblijf. Soms
gebeurt het dat mensen, die tot het grondgebied worden toegelaten
voor een strikt tijdelijk verblijf voor welomschreven oogmerken en
zonder dat het de bedoeling is dat ze hier blijven toch Belg worden,
vaak nog voor de dienst Vreemdelingenzaken de tijd heeft gehad hun
recht op onbeperkt verblijf te onderzoeken. Naar het schijnt komt het
zelfs voor dat een illegaal verblijf wordt meegeteld om tot drie of vijf
jaar verblijf te komen, zoals vereist met het oog op een naturalisatie.
Nog tergender wordt het wanneer men vaststelt dat sommige illegaal
in België verblijvende mensen erin slagen Belg te worden door de
naturalisatie".
Minister Duquesne is een geroutineerd politicus. Hij slaat en zegt dan
zeer voorzichtig tot de heer Mayeur, die ondertussen de voorzitter
van onze commissie is: "Geachte voorzitter, ik eerbiedig de
soevereiniteit van uw commissie volkomen. Ik eerbiedig ook ten volle
de wil van de wetgever". Het wetsontwerp voor de snel-Belg-wet was
een ontwerp van de regering dat door deze Kamer ne varietur is
goedgekeurd. Wees zo vriendelijk deze zin te onthouden, want
zodadelijk sta ik even stil bij de indrukwekkende aanbeveling die de
meerderheid heeft geformuleerd naar aanleiding van de evaluatie van
de wet: "Ik eerbiedig ook ten volle de wil van de wetgever".
Minister Duquesne zegt: "Niettemin wens ik er als minister van
Binnenlandse Zaken op te wijzen dat het mij enigszins moeilijk valt
een migratiebeleid te voeren dat in sommige gevallen wellicht
gedeeltelijk wordt uitgehold doordat tegelijkertijd een ander,
overigens volstrekt legitiem en eerbaar beleid wordt gevoerd, te
weten de toekenning van de nationaliteit, een voorrecht dat
onnoemelijk veel voordeliger is dan de meest prestigieuze
verblijfsvergunning die mijn diensten kunnen geven".
Daarna citeert de minister uitvoerig ik nodig u ertoe uit, want het is
een publiek stuk: het probleem doet zich voor in diverse situaties,
zoals de toegang tot de arbeidsmarkt en de toegang tot de
zelfstandige activiteit. Ook dit is misschien interessant voor de
collega's ik citeer opnieuw de minister: "De voorschriften ter
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
47
bestrijding van de asielfraude kunnen vanaf nu slechts sporadisch in
de praktijk worden gebracht. De wetgeving bepaalt dat het statuut
van de vluchteling en de verblijfsvergunning kunnen worden
ingetrokken indien de erkenning als vluchteling door de betrokkene is
totstandgekomen. Soms komt het bedrog echter pas maanden of
jaren na de erkenning aan de oppervlakte. Het feit dat de Belgische
nationaliteit pas twee jaar na de indiening van de asielaanvraag kan
worden verleend, maakt het zeer moeilijk bedrog tijdens de
asielprocedure alsnog te bestraffen".
Ik verwijs alvast naar de discussie die we hebben gevoerd toen over
de wet over de procedure van nationaliteitsvervallenverklaring werd
gestemd. Collega Van Peel herinnert zich de discussie nog, omdat
ook de fractieleider van de VLD daarin een opmerkelijke interpretatie
van de wet had gegeven. Die interpretatie werd enkele uren later
door professor Van Orshoven prompt tegengesproken.
De minister van Binnenlandse zaken blijft bevestigen: "De toename
van de visumaanvragen, veroorzaakt door de wet van 1 maart 2000,
die het bekomen van de Belgische nationaliteit heeft uitgebreid en
versneld, is eveneens een niet te ontkennen feit". Ik zal het nog eens
in het Frans herhalen, want de minister heeft een deel van zijn
uiteenzetting in het Frans gehouden.
"Et vous savez que ce que j'ai dit, à l'occasion de la discussion
intéressante que nous avons eue en commission des
Régularisations, c'est que la loi sur la nationalité est, dans le fond, la
plus facile pour accéder, de manière permanente, au territoire. Cette
législation a perturbé l'application des règles en ce qui concerne
l'accès au territoire. Donc, on doit se poser la question de savoir si
certaines ne sont pas trop généreuses ou si d'autres ne sont pas trop
sévères. Il est vrai que cela pose un problème de cohérence."
Voor de heer Duquesne is de wet
op de nationaliteit de makkelijkste
manier om permanent toegang te
krijgen tot het grondgebied en
deze wet heeft de toepassing van
de wet op de toegang tot het
grondgebied in de war gestuurd.
Nu krijgen we te maken met een
coherentieprobleem.
Dat zijn dan de woorden van de minister van Binnenlandse Zaken,
die over de interferentie met het migratiebeleid een vernietigende
analyse maakt van de effecten van de snel-Belg-wet.
Het laatste punt van mijn kritiek is het veiligheidsrisico. Persoonlijk
vind ik het veiligheidsrisico in die wetgeving het meest flagrante en
ernstige probleem, dat de meeste aandacht van de Kamer zou
moeten wegdragen. Wij leven natuurlijk niet meer in een België dat
een eiland is. Dat is een gemeenplaats. Wij leven in een
globaliserende wereld. De eerste die de effecten van de globalisering
kent, is de georganiseerde criminaliteit, bijvoorbeeld door infiltraties
vanuit Oost-Europa of de maffia die van de nieuwe
communicatietechnieken en mobiliteit gebruik maakt om zich ook hier
te vestigen. Juist op het moment dat die globalisering zo'n omvang
neemt, heeft paars-groen die snel-Belg-wet in België in het leven
geroepen.
Collega Coveliers kent het probleem. In een interview, in een
ondertussen ter ziele gegaan tijdschrift, zei hij: "Wij zijn met onze
snel-Belg-wet waarschijnlijk veel te ver gegaan. Waarschijnlijk onder
Europese druk zullen wij verplicht worden om die wetgeving aan te
passen." Dat is de kern van de zaak. Wij kunnen veel show maken
over de veiligheidsproblematiek. In de media kunnen wij dagelijks
een statistiekje verkopen om aan te tonen dat de criminaliteit daalt.
J'aborde à présent le point au
sujet duquel j'ai le plus grand
nombre de critiques à formuler. A
l'heure où le crime organisé profite
de la mondialisation croissante et
de la mobilité, la majorité arc-en-
ciel propose une loi sur l'accès
rapide à la nationalité belge. Dans
une interview, M. Coveliers, qui, si
je ne m'abuse, est membre de la
majorité, a formulé exactement la
même critique. Sous la pression
européenne, nous serons peut-
être contraints d'annuler cette loi.
La majorité se targue également
d'accorder une grande importance
à la sécurité.
Tout comme la Sûreté de l'Etat,
j'ai demandé à de nombreuses
reprises que le délai d'avis
contraignant et légal soit prolongé
d'un mois. Le refus de la majorité
arc-en-ciel de consentir à cette
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
48
Met een wetgeving die voor de criminelen en de georganiseerde
criminaliteit zeer aantrekkelijk is omdat ze legitimiteit creëert voor de
georganiseerde criminaliteit en als u dat weet maar niets doet, dan
moet u buiten de muren van de Kamer ook geen zinnig woord meer
vertellen over het feit dat veiligheid een grote prioriteit zou zijn van de
paarsgroene meerderheid.
Collega's, u hebt een wetgeving gemaakt waarin u aan het parket, de
dienst Vreemdelingenzaken en de Veiligheid van de Staat een
wettelijke adviestermijn van één maand oplegt. Daaraan wordt
toegevoegd dat het advies wordt geacht gunstig te zijn bij verstrijken
van die maand zonder reactie. In tegenstelling tot wat veel mensen
met gezond verstand op het terrein denken, is er geen mogelijkheid
om daarvoor even uitstel te krijgen. De gemeenten kan niet om meer
tijd gevraagd worden om bijvoorbeeld een aanvraag van
nationaliteitsverklaring nader te onderzoeken. Neen, de termijn is
dwingend: één maand is één maand, en als die verstrijkt, wordt het
advies geacht gunstig te zijn.
Mijnheer de minister van Justitie, in zeer veel vragen en interpellaties
aan u pijnigde ik mij steeds weer over de vraag hoe het komt dat
socialisten, liberalen en groenen nog niet eens in staat zijn om, als
het ware met een pennentrek, die adviestermijn van één maand op
twee maand te brengen. Volgens mij heeft dat geen echte
budgettaire weerslag en evenmin lijkt het mij geen grote capitulatie
op een ideologisch principe. Hoe komt het dat paars-groen in zo'n
basaal veiligheidsprobleem de diensten zeggen dat zij het advies
niet binnen die termijn kunnen geven niet in staat is om daaraan
ook maar één millimeter te bewegen? Ik begrijp dat werkelijk niet. Ik
vind dat dit uw geloofwaardigheid in het veiligheidsdiscours ook
enorm aantast. Welk signaal hebt u gegeven aan het openbaar
ministerie, dat vanaf morgen, uitgerust met een federaal parket dat
met veel show werd aangekondigd, de grote strijd tegen
straatcriminaliteit, grenscriminaliteit en georganiseerde criminaliteit
zal moeten aanpakken? Het belangrijkste in haar job is
adviesverlening voor de nationaliteitswerving binnen één maand. De
wetgever bepaalt namelijk een onverbiddelijke deadline. Bovendien is
het oppassen geblazen als er iemand tussen de mazen van het net
door zou glippen omdat het binnen één maand ongezien bleef dat de
aanvrager in een ander arrondissement of in het buitenland
veroordeeld is geweest. Neen, de termijn blijft één maand.
Het signaal dat we aan de mensen op het terrein geven, namelijk dat
we op deze manier de prioriteitsstelling van het openbaar ministerie
op deze manier willen realiseren, is zeer nefast en dat blijkt ook uit
alle stukken.
demande porte atteinte à sa
crédibilité. Un signal erroné est
également envoyé au ministère
public: l'avis dans le cadre de la
procédure de nationalité semble
prioritaire.
De voorzitter: Gelieve te besluiten. Iedere spreker krijgt 30 minuten, u hebt uw spreektijd al overschreden.
Ik geef het woord aan de heer Decroly.
13.04 Vincent Decroly (indépendant): Monsieur le président, j'ai
bien écouté M. Vandeurzen et je l'ai parfois entendu tenir de tels
propos en commission. Néanmoins, j'estime que tenir, devant
l'assemblée plénière, un discours qui assimile, de façon aussi globale
et générale, criminalité et immigration n'est pas exact, n'est pas
correct.
Pour des raisons tout d'abord idéologiques, je pense que vous jouez
13.04 Vincent Decroly
(onafhankelijk): Hier in de plenaire
vergadering een discours houden
waarbij criminaliteit en immigratie
over dezelfde kam worden
geschoren, is onbetamelijk. U
speelt met vuur. Wees rationeel.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
49
avec le feu et ensuite, pour des raisons strictement empiriques, je
voudrais que vous reveniez à davantage de rationalité.
J'imagine difficilement qu'une personne ayant vraiment des intentions
criminelles graves va commencer par entamer une procédure vis-à-
vis de l'Etat belge, une procédure officielle de demande de
régularisation ou de naturalisation pour mener à bien des desseins
criminels. Il ne faut quand même pas être à ce point à côté de la
réalité de la criminalité et de la réalité des tactiques criminelles, qui
ne comprennent sûrement pas un rapport objectif manifeste avec
l'administration belge tendant à se manifester vis-à-vis d'elle comme
pour se faire mieux repérer. Franchement, c'est tout à fait irrationnel,
inexact et dangereux idéologiquement!
Wie criminele bedoelingen heeft,
zal geen naturalisatieaanvraag
indienen want zo werkt hij zich
alleen maar in de kijker.
U mag de bal zo niet misslaan.
Uw verklaringen zijn irrationeel,
onjuist en politiek gevaarlijk.
13.05 Jo Vandeurzen (CD&V): Ik heb in mijn inleiding duidelijk
gesteld dat ik weet wat de beeldvorming zal zijn als men een halve
minuut knipt uit mijn discours. Fundamenteel gaat het probleem van
de veiligheid niet over de overgrote meerderheid die de nationaliteit
aanvraagt. Ik wil het nog maar eens bevestigen. Ik heb mijn kritiek in
verband met de veiligheid niet gefocust op het migratievraagstuk,
maar wel op het feit dat in een globaliserende wereld de
georganiseerde criminaliteit als eerste van deze nieuwe
internationale ruimte gebruik zal maken om zich te verplaatsen en te
vestigen en een methode te zoeken om bijvoorbeeld tegen West-
Europa een legitimiteit te verwerven, een vrije toegang te verwerven
tot heel Europa en dat kan door de verwerving van de Belgische
nationaliteit en ik ben echt niet de enige die deze kritiek formuleert.
Het moet me toch van het hart dat u geen sociaal en verdraagzaam
beleid voert op een veiligheidskerkhof. Als de diensten van de Staat
niet behoorlijk werken, is er geen sociale, open en verdraagzame
samenleving mogelijk en door een adviestermijn op te leggen die
tegen elke logica ingaat, die niet haalbaar is, creëert u risico's
waarvan u de politieke consequenties zult moeten dragen.
Ik herinner me nog zeer goed dat we daarover zijn tussengekomen in
de bespreking. We wezen erop dat als iemand verhuist naar een
ander arrondissement, het weken duurt vooraleer men weet of er
daar ook nog een gerechtelijk onderzoek bezig is. Ik citeer de heer
Coveliers die ons toen heeft toegesproken. Hij zei: "Ik weet niet of u
het weet maar er bestaan van die kastjes met toetsen en als men op
die toetsen duwt verschijnt er informatie op het scherm. Zo krijg je
direct alle gegevens over die persoon." Als de professoren
Caestecker en Rea de efficiëntie van de wet onderzoeken dan stellen
zij vast dat zo'n kastje van de heer Coveliers niet bestaat. Er is nog
geen aanspreekpunt of centrale databank waarin men snel kan
nagaan of een aanvrager van de nationaliteit inderdaad een
strafrechterlijk verleden heeft of niet. De onderzoekers moeten
vaststellen dat men zich hoofdzakelijk moet baseren op informatie
van het eigen arrondissement. Men beschikt dus niet over informatie
uit andere arrondissementen of uit het buitenland.
Professor Foblets zegt duidelijk dat de gevolgen van het ontbreken
van een advies niet te onderschatten zijn. Als dat advies achterwege
blijft, wordt het geacht gunstig te zijn. Magistraten waarschuwen met
klem voor de gevolgen van situaties die onder het regime van de
nieuwe wet niet zijn tegen te houden, met name dat de Belgische
nationaliteit wordt toegekend aan personen tegen wie een
13.05 Jo Vandeurzen (CD&V):
Les problèmes de sécurité ne sont
pas de prime abord liés à
l'immigration mais à la criminalité
organisée qui tente d'obtenir une
légitimité et recherche un libre
accès à l'Union européenne. Il ne
s'agit donc pas d'un problème
d'immigration et je conteste cette
image négative.
Les services de l'Etat doivent
travailler efficacement. Or, cela
n'est pas possible pour l'instant.
Le délai imparti pour donner un
avis est trop court et cela a des
conséquences importantes sur le
plan de la sécurité. Les
professeurs Caestecker et Foblets
ont souligné qu'il n'existe toujours
aucune base de données centrale
permettant de vérifier si une
personne ayant demandé la
nationalité belge a un casier
judiciaire en Belgique ou à
l'étranger. Le délai trop court a
des conséquences
catastrophiques puisque, si l'avis
obligatoire n'est pas rendu dans le
délai d'un mois, il est
automatiquement considéré
comme étant positif. Cela semble
être le cas dans 75% des cas.
Cette méthode n'offre aucune
garantie quant au passé des
personnes qui obtiennent la
nationalité belge.
Le nombre de dossiers faisant
l'objet de réserves de la part de la
Sûreté de l'Etat a entre-temps
triplé. En 1999, ce nombre
représentait seulement 3 pour
cent, contre 12 pour cent déjà en
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
50
gerechtelijke onderzoek aan de gang is."
Er is door verschillende deelnemers aan het debat gewezen op de
ontsnappingsmogelijkheden sedert men de termijn tot één maand
heeft teruggebracht. Dat geldt voor de adviestermijnen in het
algemeen en deze van het parket. Dat geldt uiteraard ook voor de
adviestermijnen van de dienst Vreemdelingenzaken.
Op 16 januari 2002 deed ik een steekproef van de dossiers die begin
november 2001 in de Kamer zijn toegekomen: 58 van de 80 dossiers
blijken in januari nog geen advies van de dienst Vreemdelingenzaken
te hebben gekregen. De dienst schrijft aan de commissie: "Aangezien
het dossier niet kan worden bestudeerd, kan er ook geen enkele
zekerheid uit deze analyses worden afgeleid. De informatie betreft
enkel de verblijfstoestand van de betrokkene en houdt geen rekening
met eventuele veroordelingen".
Collega's, wat de adviestermijnen betreft is de meest zorgwekkende
toestand bij de diensten van de Veiligheid van de Staat terug te
vinden. Mijnheer de voorzitter, u kent dat probleem. U hebt onze
naturalisatiedossiers uit bezorgdheid over de sluitendheid van de
adviezen opnieuw aan de diensten van de Veiligheid van de Staat
bezorgd. Mijnheer de voorzitter, de verantwoordelijke van de diensten
van de Veiligheid van de Staat schreef u: "Ik moet herhalen dat wij op
deze wijze geen enkele garantie kunnen geven dat alle namen van
personen over wie eventueel negatieve gegevens bekend zijn
hiermee werden ondervangen". Mijnheer de voorzitter, u schrijft
hierna naar de eerste minister namens de Conferentie van
voorzitters: "Mijnheer de eerste minister, er is een bezorgdheid in de
Kamer over het functioneren van de diensten van de Veiligheid van
de Staat, want zij laten ons weten dat zij absoluut niet kunnen instaan
voor de juistheid van de adviezen over de naturalisatiedossiers". De
heer Coveliers zegt dan opnieuw in De Morgen van 19 november
2001: "Wat iedereen zag aankomen, is ook uitgekomen. De termijnen
waarop de betrokken instellingen zoals de dienst
Vreemdelingenzaken of de parketten advies moeten afleveren, zijn
veel te kort. De poort voor misbruik werd wagenwijd opengezet". De
Morgen plaatst hierbij nog de aanduiding sic tussen haakjes. Toen de
minister van Justitie in een openbare zitting van de commissie voor
de Naturalisaties komt spreken over de diensten van de Veiligheid
van de Staat, moet hij ons zeggen dat in 1991 21.500 dossiers voor
advies aan de diensten van de Veiligheid van de Staat werden
bezorgd en dat dit in 2000 48.080 dossiers is geworden. Het aantal
personeelsleden dat is toegenomen: 0; het aantal dossiers dat in
1999 aanleiding gaf tot onderzoek omdat de betrokkene bekend is bij
de diensten van de Veiligheid van de Staat: 3%. In 2000 waren er
48.000 vragen om advies; het percentage van het aantal dossiers dat
aanleiding geeft tot een knipperlicht omdat de betrokkene bekend is,
is dan al 9%. In 2001 is het aantal dossiers bij de diensten van de
Veiligheid van de Staat waarvan zij de betrokkenen kennen tot 12%
opgelopen. Op de vraag of het feit dat een dossier bij de diensten van
de Veiligheid van de Staat bekend is, betekenis heeft, antwoordt men
bij de diensten van de Veiligheid van de Staat, ik citeer: "De diensten
van de Veiligheid van de Staat schatten dat ongeveer 10% van de
kandidaat-Belgen die een dossier bij de diensten van de Veiligheid
van de Staat hebben geen veiligheidsrisico inhouden". Ik heb dit
nogmaals geverifieerd en dat zijn de feiten.
2001. Par ailleurs, le nombre de
demandes de naturalisation a
explosé. La Sûreté de l'Etat
estime qu'environ 10 pour cent
des demandeurs déjà fichés ne
constituent pas un risque pour la
sécurité. Nous constatons alors
que pour certains dossiers, la
Sûreté de l'Etat indique dans un
deuxième avis que le demandeur
est impliqué dans des activités
criminelles internationales. La
Sûreté de l'Etat a demandé trente
membres du personnel
supplémentaires afin de pouvoir
formuler des avis fondés tout en
respectant le délai prévu à cet
effet.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
51
Mijnheer de voorzitter, dat leidt tot een situatie die wij hier in de
Kamer hebben gekend. Dat leidt tot dossiers waarin de diensten van
de Veiligheid van de Staat in een tweede advies zeggen dat de
betrokkene actief is in de Albanese en Turkse maffia inzake
prostitutie, dat hij verantwoordelijk is voor een bedrijf dat een
Bulgaarse tak van de maffia is bekend voor geweld en het leveren
van valse documenten zoals visa en arbeidskaarten. Dan komen wij
in een situatie terecht waarin de Kamer na een eerste positief advies
van de diensten van de Veiligheid van de Staat nu wordt
geconfronteerd met een tweede advies waarin staat dat de
betrokkene bekend staat om zijn band met de georganiseerde
misdaad en mensenhandel en het aanzetten tot prostitutie.
De minister van Justitie, gealarmeerd door dit probleem, zegt aan de
commissie voor de Naturalisaties, aan de heer Mayeur, dat hij 30
personeelsleden extra nodig heeft om alle naturalisatieaanvragen en
aanvragen voor de nationaliteit vanuit de dienst Veiligheid van de
Staat behoorlijk te kunnen adviseren. Hij heeft dan smekend
gekeken...
13.06 Claude Eerdekens (PS): Monsieur Vandeurzen, il ne faut pas
jeter la pierre à une législation au motif qu'il manque autant de
membres de personnel dans telle ou telle administration pour
permettre à la commission des Naturalisations d'émettre un avis dans
les meilleures conditions. Ce n'est pas la loi qui est mal faite, c'est le
gouvernement qui doit mettre à disposition le personnel nécessaire et
suffisant pour appliquer les lois votées par le parlement.
13.06 Claude Eerdekens (PS):
Het is niet de kwaliteit van de wet
die ter discussie staat maar de
uitvoerende macht moet genoeg
personeel ter beschikking stellen
om de door het Parlement
aangenomen wetten uit te voeren.
13.07 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik hoor het de
heer Eerdekens graag zeggen dat het de uitvoerende macht is die
voor het personeel moet zorgen. Welnu, collega's, ik zal in mijn
besluit zeker terugkomen op de indrukwekkende aanbeveling die de
Kamer daarover doet aan de regering, wanneer zij zegt dat zij met
vertrouwen wacht op de maatregelen om de wet efficiënt te doen
toepassen.
13.07 Jo Vandeurzen (CD&V):
L'exécutif doit veiller à ce que les
effectifs soient en nombre
suffisant. La Chambre attend ce
renfort.
De voorzitter: Collega Vandeurzen, ik zou u willen vragen nu te besluiten. De spreektijd bedraagt
normalerwijs een half uur. Dat is evident en daarvoor zijn precedenten genoeg.
Mijnheer Leterme, hoe u de tekst ook bekijkt, de indiening en de amendering is geformuleerd zoals bij een
wetsontwerp of wetsvoorstel. Ik heb de heer Vandeurzen met aandacht beluisterd, maar hij moet nu
besluiten. Mijnheer Leterme, de procedureregels terzake zijn duidelijk.
Mijnheer Leterme, u hebt het woord in verband met de procedure.
13.08 Yves Leterme (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik begrijp dat de
boodschap de meerderheid niet goed uitkomt.
De voorzitter: Neen.
13.09 Yves Leterme (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik kan u
nochtans zeggen dat wij zeer gemotiveerd zijn om, indien u collega
Vandeurzen van het spreekgestoelte verwijdert, zijn rol over te
nemen.
De voorzitter: Mijnheer Leterme, ik weet dat wel, ik ben niet van gisteren. De heer Vandeurzen weet zeer
goed dat wij hierover reeds verscheidene gesprekken hebben gehad. Ik word door niemand beïnvloed,
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
52
maar ik vraag hem nu om stilletjesaan te besluiten. Hij weet zeer goed waar ik het over heb.
13.10 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, in een brief
van de minister van Justitie van 24 januari 2002 aan de eerste
minister, schrijft de minister van Justitie: "Een van de initiatieven die
mijns inziens noodzakelijk zijn, betreft de verlenging van de
adviestermijn. Het valt te betreuren dat de vertegenwoordigers van
de kabinetten Onkelinx, Vande Lanotte Aelvoet en Durant in het
bijzonder, deze verlenging van de adviestermijnen afwijzen". Mijnheer
de voorzitter, mijn dossier bevat verschillende voorbeelden van wat
er kan gebeuren wanneer de wet op die manier wordt toegepast:
mensen die veroordeeld worden voor dronkenschap, het toebrengen
van slagen en verwondingen, uiten van bedreigingen, wapendracht,
slagen erin de nationaliteit te verwerven, maar niet via de Kamer. Ik
zal nu afronden, mijnheer de voorzitter, u hoeft niet ongerust te zijn.
Die nationaliteit verwerven ze niet via de Kamer. Collega's, ik wil toch
even uw aandacht vragen voor dit merkwaardig feit. De commissie
voor de Naturalisaties van de Kamer past de snel-Belg-wet helemaal
niet toe. De commissie voor de Naturalisaties van de Kamer,
inbegrepen de collega's van de liberale groep, de socialisten en
Agalev, hebben in de commissie voor de Naturalisaties unaniem
beslist om de adviestermijn van één maand niet te respecteren en om
die termijn te verlengen uit grote bezorgdheid over het tot stand
komen van slordige adviezen of over adviezen die niet tijdig
binnenkomen. Welnu, wanneer het gaat over de tweederde van de
dossiers die buiten het parlement behandeld worden, dan rijst er
geen veiligheidsprobleem. Laten we de wettelijke termijn maar op 1
maand houden, maar wij zullen voor de dossiers die wij behandelen,
toch de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen. Van hypocrisie
gesproken!
Mijnheer de voorzitter, ik wil besluiten, hoewel ik nog een prachtig
citaat achter de hand had, komende uit een interview met crime
watcher collega Lozie, over de infiltratie van de maffia en het gebruik
van de nationaliteitswetgeving. Ik neem aan dat collega Lozie
hierover niet langer met gezag kan spreken.
U weet dat wij een alternatief hebben geformuleerd, in de overtuiging
dat wij moeten streven naar een open en verdraagzame
samenleving, waarbij de integratiepolitiek de enige weg is die kan
worden bewandeld. De wet, collega's, heeft een enorm
maatschappelijk effect. Ik kan nog altijd niet begrijpen dat op het vlak
van de veiligheidsproblematiek en wetende wat in er in andere
landen gebeurt, de meerderheid op dat punt haar
verantwoordelijkheid niet op zich neemt. De wet wordt
maatschappelijk niet gedragen; ze gaat in tegen alle mogelijke
vragen van de diensten die gebukt gaan onder de werklast.
Dat leidt dus tot normvervaging, een woord dat we hier in de voorbije
jaren dikwijls gehoord hebben. De wet gaat niet over de
verbondenheid tussen mensen, ze desintegreert en creëert
veiligheidsrisico's. De wet is een perfecte emanatie van wat paars-
groen beleid betekent. Ze is opgesteld in het holst van de nacht, bijna
uit passie om een regering te kunnen samenstellen zonder christen-
democraten en absoluut niet gehinderd door enige dossierkennis. De
wet gaat ervan uit dat als men iedereen maar alle rechten geeft,
iedereen in een gelukkige en rechtvaardige samenleving zal
terechtkomen. Investeren in verbondenheid en integratie is niet de
13.10 Jo Vandeurzen (CD&V):
Dans une lettre du 24 janvier, le
ministre de la Justice indiquait qu'il
était nécessaire d'allonger les
délais d'avis. Mais certains
ministres se sont opposés à cette
idée. Entre-temps, même la
commission des Naturalisations
de la Chambre n'applique pas la
loi sur l'accès rapide à la
nationalité belge. Elle ne respecte
pas le délai d'avis d'un mois et
affiche, à juste titre, une plus
grande prudence.
Cette loi va à l'encontre des
attentes de la société, ce qui ne
favorise pas l'intégration mais bien
la désintégration et entraîne une
augmentation des risques sur le
plan de la sécurité. Cette
mauvaise loi découle de la
politique laxiste de la coalition arc-
en-ciel. L'immobilisme de cette
majorité entrave toute adaptation
de la loi. Or, les électeurs
évalueront le gouvernement
précisément sur le délai d'avis
limité inscrit dans la loi sur l'accès
rapide à la nationalité belge. La
majorité actuelle n'est
manifestement pas en mesure
d'appliquer le principe de bonne
administration. Elle nous demande
d'attendre, confiants, les mesures
que le gouvernement mettra en
oeuvre.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
53
absolute prioriteit. Dat is een verhaal dat we vorige week in een
ander dossier nog eens gehoord hebben. Het is een wet waarop heel
veel collega's hier in de Kamer de kritiek absoluut delen. Door het
totale immobilisme van paars-groen kan er echter geen jota gewijzigd
worden aan deze wet. Dat is wat er gebeurt. Nu gaan partijen een
veiligheidsbeleid uitwerken. Ze gaan aandacht vragen voor de
preventie want niet alleen repressie is voor het veiligheidsbeleid
belangrijk. We gaan aandacht vragen voor het feit dat wij goed
bestuur moeten organiseren als preventie voor alle mogelijke
criminaliteit. Collega's, op deze wet zult u afgewogen worden. Tegen
deze adviestermijn, tegen de mogelijkheid om al die vervangende
akten bij te brengen in het veiligheidsvraagstuk zult u afgemeten
worden. Ga nu maar een groot discours houden over preventie als
groot antwoord op de veiligheidsproblemen, het organiseren van een
gewoon behoorlijk bestuur is al meer dan genoeg. Mijn grote
frustratie in dit dossier is dat u daar absoluut (...) Dat is de realiteit.
De heer Eerdekens heeft het al met zoveel woorden gezegd dat uw
motie zal luiden: wacht met vertrouwen op de maatregelen van de
regering, die als team werkt, om te komen tot een efficiënte
toepassing van de wet. Ik heb al veel beter gehoord.
De voorzitter: Mijnheer Leterme, wij zijn het wel eens over de tijd maar ik weet wel wat u wil zeggen. Ik
heb voldoende oppositie geleid om te begrijpen waarover u het hebt.
13.11 Jan Mortelmans (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, collega's, eerst en vooral dank ik de diensten
van de Kamer en de rapporteurs voor het objectief brengen van het
verslag. Ik denk niet dat het de bedoeling kan zijn om het hele debat
dat we in de afgelopen weken en maanden reeds hebben gevoerd in
de commissie voor de Justitie nog eens over te doen. Ik zal mij dan
ook beperken tot enkele essentiële opmerkingen vanwege de Vlaams
Blok-fractie. Wij hebben bijzonder veel kunnen leren uit de
verschillende studies die werden uitgevoerd en studiedagen die
werden georganiseerd in het kader van de evaluatie van de snel-
Belg-wet. Ik ga niet meer in op de doelstelling vooropgesteld door de
regering inzake die evaluatie want daar heeft de heer Vandeurzen
reeds op gewezen, overigens terecht. Ook de vergadering van de
commissie voor de Naturalisaties die plaatsvond op 21 maart en waar
de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie aanwezig waren
was interessant omdat daaruit bijzonder duidelijk bleek wat er
allemaal mis is met de snel-Belg-wet. In die vergadering en ook in de
vergadering van de commissie voor de Justitie kwam onder meer tot
uiting dat de verschillende diensten, Vreemdelingenzaken en de
Veiligheid van de Staat, met een serieus tekort aan mensen en
middelen kampen. We hebben te maken met een aanwervingsstop
voor de Veiligheid van de Staat en met communicatie- en
coördinatieproblemen tussen de verschillende diensten die betrokken
zijn bij het verlenen van de nationaliteit.
Wij worden geconfronteerd met verschillende wetgevingen die niet op
mekaar zijn afgestemd en die ervoor zorgen dat het gemakkelijker is
om de nationaliteit te verkrijgen dan om een definitieve
verblijfsvergunning te krijgen. Dit was niet alleen onze conclusie maar
ook die van de minister van Binnenlandse Zaken. Wij hebben ook te
maken met een toevloed aan aanvragen en een verdubbeling van het
aantal controleaanvragen na elf september van vorig jaar. Wij hebben
de meest lakse nationaliteitswetgeving in heel Europa. Alle betrokken
actoren ik denk daarbij aan de dienst Vreemdelingenzaken, de
13.11 Jan Mortelmans (VLAAMS
BLOK): Les études académiques
et la réunion d'évaluation de la
commission des Naturalisations
ont fourni des informations
intéressantes. De nombreux
services doivent faire face à une
pénurie d'effectifs et de moyens.
Les problèmes de communication
sont légion.
Toutes les instances sont
mécontentes de la législation
actuelle. Elle fait fi des conditions
de langue et d'intégration.
Aujourd'hui, il est plus aisé
d'acquérir la nationalité que
d'obtenir un permis de séjour
permanent. Le nombre de
demandes a dès lors monté en
flèche. La loi crée en outre un
nouveau potentiel électoral
francophone. Si nous continuons
sur notre lancée, en 2010, seuls
40 pour cent de Belges vivront
encore à Bruxelles.
L'acquisition de la nationalité par
l'intermédiaire de la Chambre est
tout aussi problématique. Faire
décider des politiciens
souverainement, c'est chercher
les problèmes. Certains candidats
semblent ne devoir satisfaire à
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
54
parketten en de ambtenaren van de burgerlijke stand zijn
ontevreden over de huidige wetgeving. Magistraten vinden dat het
integratiecriterium opnieuw moet worden ingevoerd. Wij zitten met
een wetgeving opgezadeld die bovendien een nieuw Franstalig
kiezerspotentieel creëert wat tegen 2010 ervoor zal zorgen dat de
autochtone bevolking nog amper 40% zal uitmaken van de totale
Brusselse bevolking. Het is ook een wet die de taalvereiste niet meer
veronderstelt. Het is een wet met veel te korte adviestermijnen. Het is
ook een wet waarbij 13% van de aanvragers een dossier heeft lopen
bij de Veiligheid van de Staat.
Ook voor de naturalisaties die via de Kamer verlopen, zijn er serieuze
problemen. Ik wil deze problemen even bondig aankaarten. Deze
problemen staan trouwens symbool voor heel de snel-Belg-
wetgeving. Want naast het verschil dat enkel de naturalisaties via de
Kamer van Volksvertegenwoordigers verlopen en de wijze waarop de
aanvrager van de nationaliteit banden heeft met ons land is er weinig
of geen verschil ten opzichte van de andere manieren om de
Belgische nationaliteit te verkrijgen. Ik heb het dan over de
automatische toekenning, de toekenning, de nationaliteitsverklaring
en de keuze.
Het belangrijkste probleem is dat politici over de naturalisaties
beslissen en het feit dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers
soeverein is. Deze soevereiniteit wordt te pas en te onpas gebruikt.
Het is perfect mogelijk dat vreemdelingen die niet voldoen aan de
verblijfsvoorwaarden artikel 19 toch de nationaliteit verkrijgen. Die
soevereiniteit geldt niet alleen inzake artikel 19, maar ook voor
gerechtelijke veroordelingen. Het feit dat politici over de naturalisaties
beslissen, kan tot gevolg hebben dit heeft zich reeds veelvuldig
voorgedaan dat in dossiers politieke tussenkomsten worden
gedaan. Er zijn dossiers waarin wordt tussengekomen door
burgemeesters, voorzitters van OCMW's, ambtenaren maar ook door
collega-volksvertegenwoordigers. Het gaat daarbij dan om dossiers
die niet in aanmerking zouden mogen komen voor naturalisatie
omdat de dienst van de Naturalisaties van de Kamer een ongunstig
advies had geformuleerd. Dit betekent dat het dossier toch wordt
omgezet in een positief advies al werd het aanvankelijk verworpen.
Er zijn ook tussenkomsten in dossiers die dienstig kunnen zijn in het
kader van het electoraal dienstbetoon.
Duizenden dossiers onderzoeken is bijzonder moeilijk en kan tot
vergissingen en fouten leiden. De commissie voor de Naturalisaties
behandelde vorig jaar 16.263 dossiers. Vergissingen zijn dus niet uit
te sluiten. Het feit dat criminelen door de mazen van het net glippen is
reëel. Dit geldt ook voor de nationaliteitsverklaring en voor de keuze.
Een belangrijk probleem is de termijn van één maand voor het
onderzoek van de dossiers. Ook hier geldt dit niet alleen voor de
naturalisaties, die slechts een vierde van de aanvragen uitmaken,
maar ook voor de verklaring en de nationaliteitskeuze. Een maand
voor de parketten, voor de Dienst Vreemdelingenzaken en voor de
Veiligheid van de Staat is absoluut onvoldoende om een gefundeerd
oordeel te kunnen vellen. Het feit dat na een termijn van één maand
zonder advies ervan wordt uitgegaan dat het advies gunstig is, is
gewoonweg crimineel. Ondanks de hervorming van de commissie
voor de Naturalisaties door het invoeren van verschillende kamers,
een plenaire vergadering van de commissie en een huishoudelijk
reglement is er weinig of niets fundamenteel veranderd aan de wijze
aucune condition. A plusieurs
reprises, la nationalité a été
octroyée en dépit d'un avis négatif
du service des Naturalisations.
Les erreurs sont inévitables: il
s'agit de milliers de dossiers. Les
services compétents disposent
d'un mois pour établir leur avis. Si,
au terme de ce délai, l'avis n'est
pas encore prêt, il est réputé
positif. C'est de la pure folie.
Le gouvernement n'a pas
l'intention de modifier
fondamentalement la procédure
de naturalisation accélérée. Il
mène une politique hypocrite. La
Belgique peut aujourd'hui se
targuer d'avoir la législation en
matière de nationalité la plus
souple d'Europe. En moyenne, un
étranger doit séjourner cinq ans
dans un pays européen avant de
pouvoir en acquérir la nationalité.
Chez nous, ce délai est de trois
ans. La nationalité belge est
devenue un droit. On a tiré un trait
sur les anciennes conditions. Les
fonctionnaires de terrain trouvent
unanimement la législation relative
à la nationalité trop souple.
En bref, la coalition arc-en-ciel
nous a infligé une loi laxiste. La
volonté d'intégration n'est plus
requise, car le législateur part du
principe que cette volonté est
toujours présente. Des terroristes
ou des criminels dangereux
peuvent devenir belges sans le
moindre problème. Malgré les
conclusions sans équivoque des
enquêtes et des débats, le
gouvernement dissimule les
véritables raisons du malaise
actuel. Une fois de plus, les
libéraux sont aux ordres de la
gauche.
Le gouvernement ne souhaite pas
renforcer la loi. J'appelle la
Chambre à voter pour
l'amendement du Vlaams Blok.
Nous voulons instaurer une
nouvelle loi sur la citoyenneté,
avec des règles sévères et égales
pour tous.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
55
waarop de naturalisaties worden verleend. Het is een façade, het
heeft een laagje gekregen van "serieusiteit" maar daarbij is het
gebleven, maar de problemen waarmee de commissie wordt
geconfronteerd komen steeds vaker voor.
België is ook het enige land waar drie jaar verblijf genoeg is voor de
naturalisatie terwijl dat in de meeste andere EU-landen 5, 7, 8 of zelfs
10 jaar is. Tijdens de studiedag werd door Sarah D'hondt daarover
gezegd dat dit de soepelste regeling is in Europa. En zij twijfelt eraan
of men wel heeft stilgestaan bij de gevolgen van deze regeling met
betrekking tot de mogelijke toevloed van kandidaat-vluchtelingen en
zelfs illegalen. En uit het door D'hondt uitgevoerde rechtsvergelijkend
onderzoek blijkt dat de meeste lidstaten een verblijfsduurvereiste van
5 jaar vooropstellen zoals in de vroegere Belgische wetgeving het
geval was. Ik kom niet meer terug op de integratievoorwaarde die
volkomen is weggevallen en waardoor de naturalisatie een recht is
geworden. Dit geldt dus niet alleen voor de naturalisatie maar ook
voor de verklaring. Want het enige grote onderscheid tussen de
naturalisatie en de verklaring bestaat in het verschil in de vereiste
verblijfsduur.
Ik kom niet meer terug op de taalvereiste, of op de vereiste om
afstand te doen van zijn vroegere nationaliteit of op het gedrag of de
eventuele aan- of afwezigheid van veroordelingen. De kritieken op de
nationaliteitswetgeving in het algemeen en de naturalisatieprocedure
in het bijzonder komt niet alleen van politici of wetenschappers. Ook
vanuit het veld, vanuit de praktijk wordt heftig gereageerd op de snel-
Belg-wet.
Een beknopt overzicht leert ons dat een ambtenaar bij het parket er
geen vrede mee kan nemen dat personen die na een verblijf van
meer dan 20 jaar in ons land op eenvoudige vragen nog steeds niet
met `ja' of `nee' kunnen antwoorden, maar dankzij de wet van 1 maart
2000 sindsdien wel probleemloos Belg kunnen worden. En een
parketmagistraat hekelt het feit dat de integratiewil zogezegd blijkt uit
het feit dat de betrokkene een aanvraag voor de verwerving van de
Belgische nationaliteit heeft ingediend. Ik citeer: "We hebben dus
effectief te maken met aanvragen van personen die geen van de drie
officiële landstalen spreken, maar enkel Turks of Marokkaans of een
taal waar in België tolken voor bestaan. Die mensen zouden dan de
wil tot integratie hebben en we zijn erg onverdraagzaam voor onze
Franssprekende landgenoten, maar ten aanzien van niet-
landgenoten is men wel erg tolerant geworden." Een ambtenaar van
de burgerlijke stand tenslotte zegt het volgende: "Het afschaffen van
het integratie-onderzoek vonden wij irreëel. In verband met de kennis
van minstens één van de landstalen mag men niet uit het oog
verliezen dat in ons land een taalwetgeving van kracht is die in
principe niet toestaat dat een beambte van een eentalige gemeente
een anderstalige in diens eigen taal bedient."
Er zijn nog andere problemen inzake de naturalisatieprocedure. Ik
denk aan de mogelijkheid tot dubbele aanvragen, omdat men
aanvragen kan indienen via de burgerlijke stand maar ook
rechtstreeks via de Kamer van volksvertegenwoordigers, wat tot een
vertraging en overbelasting van verschillende diensten kan leiden.
Het gebeurt ook meermaals dat personen die het voorwerp uitmaken
van een naturalisatieprocedure soms reeds in het bezit zijn van de
Belgische nationaliteit ingevolge de procedure van de verklaring.
Nous plaidons en faveur d'une
réinstauration de la condition
d'intégration, d'un test de
citoyenneté, de délais réalistes, de
la création d'une banque de
données des condamnations, de
délais d'avis réalistes et de
moyens accrus pour les instances
compétentes, de la dépolitisation
de l'acquisition de la nationalité; il
doit être possible d'annuler une
acquisition illégitime. Tant que
cette loi désastreuse sera en
vigueur, nos collègues de la
commission des naturalisations
continueront à ajourner des
dossiers. Nous ne manquerons
pas de tenir les électeurs informés
de la situation.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
56
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, daartegenover
staan dan 8 voorstellen van de minister om de procedure te wijzigen:
voorstellen inzake opleiding van ambtenaren, inzake de hervorming
van verblijfsvergunningen, inzake de akte van geboorte, inzake
overleg en coördinatie, inzake de kosteloosheid van de procedure.
Dit allemaal uiteraard in de voorwaardelijke wijs: "We zouden eens
moeten kijken dat... Er zou eens moeten nagegaan worden dat..."
Maar dan nog, ook al worden deze maatregelen inderdaad
doorgevoerd, de kern van de zaak blijft het feit dat wij de meest lakse
nationaliteitswetgeving hebben van gans Europa, wellicht van gans
de wereld, met alle gevolgen vandien: het feit dat honderden, zoniet
duizenden mensen ook de nationaliteit krijgen die ze niet verdienen
of het feit dat duizenden mensen, die niet geïntegreerd zijn of willen
integreren de nationaliteit krijgen, met alle gevolgen vandien op korte,
middellange en lange termijn.
Het is hier vandaag reeds aan de orde geweest, maar deze wet zorgt
ervoor dat men gemakkelijker de Belgische nationaliteit verkrijgt dan
een verblijfsvergunning. Deze wet zorgt ervoor dat gevaarlijke
criminelen de nationaliteit kunnen verwerven. Deze wet maakt het
mogelijk dat terroristen onze nationaliteit kunnen verkrijgen.
Deze wet heeft een onweerlegbaar vermoeden van integratie
ingevoerd. Pure science fiction, want iedereen weet dat er bij
bijzonder veel aanvragers van integratie absoluut geen sprake is.
Mijnheer de voorzitter, ik dacht nog altijd dat na een grondig
onderzoek door wetenschappers en professoren, dat na interessante
studiedagen, dat na een grondig debat een goede diagnose mogelijk
moest zijn. Helaas heeft de meerderheid niet de juiste diagnose
gesteld. Het blijft kurieren am Symptom, het blijft bij
symptoombestrijding. De echte oorzaken van deze slechte, van deze
zieke wetgeving worden niet aangepakt. Dat heeft alles, maar dan
ook alles te maken met de constructie van deze regering, met
liberalen die, dat is wel duidelijk, niet om de problemen van de
gewone man en vrouw in de straat zijn bekommerd, die het
veiligheidsthema enkel met woorden belijden, met liberalen die dit
thema uit handen hebben gegeven aan de dolgroenen en de
socialisten, die zich hebben laten ringeloren door links en extreem-
links. Straks zal deze Kamer, liberalen incluis, het vertrouwen geven
aan maatregelen die volgens mij meer worden ingegeven door een
kwakzalver dan door een echte arts. Ik maak mij hierover geen
enkele illusie meer, dat hebben de voorbije weken en maanden in de
commissie voor de Justitie mij wel duidelijk gemaakt. Mochten er toch
nog collega's menen dat het zo niet verder kan, dan kan men nog
altijd het amendement van het Vlaams Blok goedkeuren. Onze fractie
heeft gemeend een eigen voorstel van besluit te moeten formuleren,
ingediend als amendement bij dit verslag, om in te gaan tegen het
nietszeggende amendement van de meerderheidspartijen waarin
duidelijk tot uiting kwam dat het niet de bedoeling was de wet grondig
strenger te maken.
Ons voorstel is gebaseerd op een wetsvoorstel uit 1999 en voert een
geheel nieuw wetboek van staatsburgerschap in. In ons voorstel van
besluit vragen wij een grondige herziening van het wetboek van de
Belgische nationaliteit die enerzijds, het verkrijgen van de Belgische
nationaliteit opnieuw afhankelijk maakt van het vervullen door de
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
57
kandidaat-Belg van een aantal strenge, objectieve voorwaarden en
anderzijds, willekeur uitsluit door aan alle kandidaat-Belgen een
gelijke en rechtvaardige behandeling van hun nationaliteitsaanvraag
te garanderen. Wij vragen een verregaande vereenvoudiging van de
nationaliteitswetgeving, gebaseerd op het principe van het ius
sanguinis. Wij vragen het opnieuw invoeren van de
integratievoorwaarde en het opleggen van een burgerschapsproef.
Wij vragen het invoeren van een efficiënte en effectieve bepaling die
het mogelijk maakt het onrechtmatig verkregen staatsburgerschap
weer af te nemen. Wij vragen realistische termijnen voor het
formuleren van adviezen. Wij vragen het aanleggen van een
nationale gegevensbank inzake veroordelingen en vervolgingen van
dit land en in het buitenland. Wij vragen een drastische uitbreiding
van de middelen waarover de adviesverlenende diensten beschikken.
Tot slot vragen wij een grondige depolitisering van de
nationaliteitsverkrijging. Het is dit voorstel van besluit van de heer
Laeremans en mijzelf dat de problemen en de tekortkomingen van de
huidige, bijzonder lakse nationaliteitswetgeving blootlegt en waarin
nog eens oplossingen worden voorgesteld. Daarom ook verdient dit
te worden goedgekeurd. In afwachting van die drastische herziening
van deze noodlottige wet, zullen de Vlaams Blok-collega's in de
commissie voor de Naturalisaties alle naturalisatiedossiers op basis
van de snel-Belg-wet blijven verdagen. Wij wensen aan dit
noodlottige spel niet mee te doen. Ik kan u verzekeren dat wij de
kiezers hierop attent zullen maken.
13.12 Mirella Minne (ECOLO-AGALEV): Monsieur le président,
monsieur le ministre, chers collègues, je remercie Mme Herzet et
M. Vandeurzen pour l'excellent travail qu'ils ont fait. Ma collège, Mme
Leen, explicitera les rouages de la procédure; je ne vais donc pas en
parler.
Monsieur le ministre, nous aimerions que la loi soit mise en
application, mais nous estimons que des moyens supplémentaires
sont nécessaires. Du personnel et du matériel supplémentaires
seraient les bienvenus à la Sûreté de l'Etat, par exemple, où un
malaise semble s'installer et où l'efficacité du service suscite des
interrogations. Un rapport fragmentaire d'un audit réalisé au sein de
la Sûreté de l'Etat rend compte de ce sentiment grandissant dans les
coins secrets de l'institution.
Monsieur le ministre, nous aimerions que cette situation soit éclaircie
très rapidement et que des améliorations notoires soient apportées
sans délai, afin que nous ne nous trouvions plus en face de situations
comme celle que nous avons vécue récemment à la commission des
Naturalisations.
En ce qui concerne la perte de la nationalité pour fraude, il faut que le
mot "fraude" soit bien explicité. Nous estimons que celle-ci doit
s'appliquer au terrorisme international car nous croyons que la
présentation d'un document qui n'est pas muni du bon cachet ou de
la bonne signature est autre chose que la criminalité organisée et la
traite des êtres humains qui, elle, devrait être poursuivie avec toute
l'énergie nécessaire. Cette lutte doit être prise très au sérieux, nous
devons rester vigilants.
Quand ces chancres seront éliminés de notre société, nous aurons
alors l'esprit beaucoup plus clair pour juger de la faute des petits
13.12 Mirella Minne (ECOLO-
AGALEV): Wij wensen dat de wet
toegepast wordt, maar vinden dat
het geen overbodige luxe is om
daarvoor extra personeel en
middelen toe te kennen. Bij de
Staatsveiligheid ontstaat er
kennelijk een malaise, en er
worden vraagtekens geplaatst bij
de efficiency van de dienst.
Situaties zoals we onlangs
hebben meegemaakt bij de
commissie voor de Naturalisaties,
mogen zich niet opnieuw
voordoen. Bij verlies van de
nationaliteit wegens fraude moet
dat begrip duidelijk worden
afgebakend en toepasselijk zijn op
het internationale terrorisme. Een
slecht afgestempeld of
ondertekend document en de
georganiseerde misdaad mogen
niet op één lijn gesteld worden.
Wij zullen in de toekomst nog
waakzamer moeten toezien en de
geest van de wet moeten
respecteren. Ik onderschrijf
volmondig de conclusie van de
evaluatie.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
58
fraudeurs qui souvent le font sans le savoir, car ils ont parfois payé
très cher un visa qui s'avère faux, ou le font uniquement pour sauver
leur vie et celle de leurs enfants. Ne dit-on pas que l'espérance est la
richesse de ceux qui ne possèdent rien?
De toute façon, quand on cherche une faute, on fait tout pour la
trouver. Et Molière disait: "qui veut noyer son chien l'accuse de la
rage".
A l'avenir, nous devons rester encore plus vigilants quant à la
publication au Moniteur qui suit le feuilleton des naturalisations dans
les délais impartis. Nous devons respecter l'esprit de la loi. De toute
façon, le but de notre discussion ne doit pas être la victoire de l'un ou
de l'autre, mais l'amélioration de la situation actuelle.
Monsieur le ministre, je suis tout à fait d'accord avec la conclusion de
l'évaluation et j'attends avec confiance les mesures que le
gouvernement mettra en oeuvre en vue d'une application efficace de
la loi.
13.13 Geert Bourgeois (VU&ID): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, als er een punt moet worden herhaald bij de evaluatie van
de snel-Belg-wet dan is het wel dat het hier gaat om een wet die al te
snel tot stand kwam.
Ik herinner eraan dat deze wet tot stand kwam als pasmunt voor het
niet-opnemen in het paars-groene regeerakkoord van het lokale
stemrecht voor vreemdelingen. Toen was dit volgens de VLD nog iets
om trots over te zijn, maar de vraag is of dat straks ook nog zo zal
zijn, eens de verkiezingen naderen.
Wij weten dat voorzitter De Gucht allerlei afleidingsmanoeuvres
uitvoert en de aandacht afleidt van deze wetgeving door zich stoer op
te werpen als de laatste dam tegen het gemeentelijk stemrecht voor
niet-Europese vreemdelingen, daarmee uiteraard de aandacht
afleidend van de desastreuze gevolgen van de snel-Belg-wet.
De snel-Belg-wet is een ondoordachte en gevaarlijke wetgeving die
duizendmaal meer negatieve effecten sorteert dan het invoeren van
het gemeentelijk stemrecht voor niet-Europese vreemdelingen.
Zowat iedereen in dit land die zich ernstig bezighoudt met deze
materie, heeft wellicht ernstige kritiek op de snel-Belg-wet en op de
gevolgen ervan. De kritiek omtrent de snel-Belg-wet situeert zich
eerst en vooral op het vlak van de uitvoerbaarheid ervan. Deze wet is
niet uitvoerbaar en is in die zin geen behoorlijke wetgeving. Eerst en
vooral en dat werd reeds uitvoerig uitgelegd door vorige sprekers,
zodat ik niet meer zal ingaan op de details is de adviestermijn voor
de parketten en voor de dienst Veiligheid van de Staat veel te kort,
derwijze dat deze diensten geen ernstig advies kunnen verstrekken,
met alle mogelijke gevolgen van dien. Daarop kom ik later nog terug.
De wet is niet uitvoerbaar, waardoor zij enorm veel problemen creëert
op gemeentelijk vlak, waar men wordt geconfronteerd met
onoverkomelijke moeilijkheden die geen oplossing vinden in de wet
en die dan door kunst- en vliegwerk, via rondzendbrieven en andere
nepmiddelen moeten worden opgelost.
13.13 Geert Bourgeois (VU&ID):
Cette loi a été votée dans la
précipitation et a servi de monnaie
d'échange pour la non-inscription,
dans l'accord de gouvernement,
du droit de vote pour les étrangers
aux élections communales. A
l'époque, le VLD s'en félicitait. Il
s'agit néanmoins d'une loi
irréfléchie et dangereuse,
génératrice de bien plus d'effets
négatifs que le droit de vote aux
élections communales.
La loi est impossible à mettre en
oeuvre dans la mesure où les
parquets et la Sécurité de l'Etat ne
disposent pas d'un temps suffisant
pour rendre un avis convenable.
Elle crée au niveau communal de
très nombreux problèmes, que l'on
tente de résoudre avec ces
placebos que sont les circulaires.
Cette loi ne peut être maintenue.
Une fraude impliquant des
fonctionnaires a été découverte.
Une loi d'urgence s'est avérée
nécessaire pour que ne soient pas
publiées au Moniteur belge une
série de naturalisations plus que
douteuses; trois mille dossiers ont
du être relus; les naturalisations
sont irréversibles.
Le plus grave, c'est que cette loi
ne pose aucune condition
d'intégration; ceci est encore plus
important que le problème de la
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
59
Het tweede punt van zware kritiek is dat deze wet niet handhaafbaar
is. De handhaafbaarheid ervan is zo goed als nihil. Er werd al
herhaaldelijk fraude gepleegd in het kader van deze wet. Personen,
ook ambtenaren, werden in verdenking gesteld in het kader van de
nationaliteitsverwerving. Er moest trouwens een noodwet tot stand
komen om te verhinderen dat malafide naturalisaties in het Belgisch
Staatsblad zouden verschijnen. De voorzitter van de Kamer moest op
een gegeven ogenblik drieduizend dossiers laten herlezen.
Bovendien is de bedrieglijk verkregen nationaliteit is niet afneembaar.
De snel-Belg-wet scoort niet alleen slecht op het vlak van de
uitvoerbaarheid, maar ook op het vlak van de handhaafbaarheid.
Het derde en meteen ook het voornaamste punt van kritiek volgens
ons de heer Vandeurzen zei in dat verband dat het
veiligheidsaspect het bijzonderste is is dat deze wet geen enkele
integratievereiste vooropstelt. Dat is belangrijker, gevaarlijke en
angstwekkender dan de inderdaad zeer zware veiligheidsproblemen
ingevolge deze wet waarop de heer Vandeurzen nadrukkelijk en
uitvoerig wees. Deze wet leidt tot een immens
samenlevingsprobleem door het creëren van minderheden, mensen
die niet met elkaar, maar naast elkaar leven.
Dat staat haaks op wat samenlevingsopbouw zou moeten inhouden.
De wet gaat uit van een onweerlegbaar vermoeden van integratiewil.
U zult mij niet horen zeggen dat de vroegere criteria terzake
voorbeelden waren van het effectief en efficiënt toetsen van de
integratievereiste. Dat was niet het geval. Of iemand al dan niet
bloemkool met bechamelsaus kan klaarmaken, heeft niets met
integratie te maken. Hoe iemand zich kleedt, heeft niets met
integratie te maken. Welke godsdienst iemand belijdt, heeft ook niets
met integratie te maken, althans in zoverre men in die godsdienst,
collega Detremmerie, geen zaken gaat vooropstellen die strijdig zijn
met onze publieke waarden. Daarin geef ik u volkomen gelijk. Ik
meen dat u dit bedoelt. Men kan niet ingaan tegen de scheiding van
Kerk en Staat, de gelijkheid van man en vrouw of het niet-
discriminatieprincipe op grond van seksuele geaardheid. Die zaken
raken de publieke cultuur wel. In dit land vindt men het niet nodig om
enige integratievereiste te stellen als basis voor de verwerving van de
nationaliteit. België en Italië zijn de enige Europese staten die de
expliciete integratietoets hebben laten vallen.
sécurité. Cette législation est à
l'origine d'un énorme problème de
société et de minorités. Elle
procède d'une présomption
irréfragable de volonté
d'intégration et n'instaure dans ce
domaine aucun contrôle explicite.
Même si la législation précédente
n'était pas parfaite, elle prévoyait
tout de même ce contrôle.
13.14 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer Bourgeois, in ieder rapport dat aan de commissie voor de
Naturalisaties wordt voorgeschoteld, zit een rapport over de
integratie. Zeer dikwijls komt dit negatief over en wordt er gezegd dat
de kandidaat niet geïntegreerd is. In die gevallen geeft de commissie
een ongunstig advies. Wat u daar zegt, is niet volledig juist. U kunt
dat ook aan andere commissieleden vragen. La vérité a ses droits.
13.14 Jean-Pierre Detremmerie
(cdH): Dans chaque rapport de la
commission des Naturalisations,
un petit chapitre est consacré à
l'intégration sur la base duquel
des avis négatifs sont parfois
rendus.
13.15 Geert Bourgeois (VU&ID): Ik wil dat vragen. Ik ben geen lid
van de commissie voor de Naturalisaties. Dat is het eerste wat ik
daarover hoor. Ik zie andere leden de wenkbrauwen fronsen, maar
als dit zou gebeuren, zou het zelfs contra legem zijn. Dit staat
absoluut niet in de wet. Het moet niet van de wet. Integendeel, het
omgekeerde is waar. Bovendien, als dit het criterium is om de
integratie te toetsen, dan is dat een lachertje. Als u kijkt naar
integratie- en inburgeringtrajecten in andere landen, is het een
13.15 Geert Bourgeois (VU&ID):
Mais cet élément ne figure pas
dans la loi! En outre, les décisions
sont prises sur la base de rapports
établis à la hussarde.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
60
lachertje om op basis van vlug geschreven rapporten te besluiten of
iemand al dan niet is geïntegreerd.
13.16 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Dat is één van de
elementen, zoals ook de taalbeheersing van één van de landstalen
van belang is.
Dat staat heel dikwijls in het rapport om te zeggen dat zij geen talen
spreken, dat zij niet met de omgeving kunnen omgaan of dat zij beide
landstalen of een van de landstalen spreken.
Ik heb daarjuist gehoord dat het normaal om de taal van de
gemeenschap zou moeten gaan. Ik ben het daarmee niet volledig
eens, maar dat is een andere kwestie. U zou eens een dossier
moeten vragen aan de collega van uw fractie die het dossier
behandelt. U zou zien dat wat u zegt niet volledig juist is of niet
strookt met de realiteit.
13.16 Jean-Pierre Detremmerie
(cdH): Il ne s'agit-là que d'un
élément parmi plusieurs autres. La
maîtrise de la langue constitue un
autre critère.
13.17 Geert Bourgeois (VU&ID): Collega Detremmerie, lateraal van
u zit collega Vandeurzen, die heel lang in de commissie heeft zitting
gehad. Hij kent de zaken door en door. Hij heeft daarover al dikwijls
verslag uitgebracht. Op geen enkele manier wordt ernstig getoetst of
iemand geïntegreerd is, laat staan dat een taalkennisvereiste op een
objectieve wijze zou worden getoetst. Dit staat niet in de wet.
Integendeel, de wet gaat uit van een onweerlegbaar vermoeden van
integratiewil.
Het gaat om de integratiewil. Gewoon door het feit dat men de
aanvraag indient...
13.17 Geert Bourgeois (VU&ID):
Le degré d'intégration n'est pas
évalué, sans parler de la maîtrise
de la langue.
13.18 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Dat staat niet in de wet,
maar in ieder geval wordt toch aangehaald of de mensen de moeite
gedaan hebben, bij voorbeeld om de talen te leren, of ze iets hebben
bijgebracht hebben op politiek vlak, op gemeenschapsvlak...
13.18 Jean-Pierre Detremmerie
(cdH): Ce n'est pas inscrit dans la
loi, mais le fait que le demandeur
parle ou non la langue de la
Communauté apparaît tout de
même dans le rapport.
13.19 Geert Bourgeois (VU&ID): Wie rapporteert daarover en op
basis waarvan? Wie evalueert dat?
13.19 Geert Bourgeois (VU&ID):
Et sur quoi est basée cette
information?
13.20 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Het staat in ieder rapport van
de commissie.
13.21 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, het is
uiteraard zó dat in de dossiers, waarvan de aanvraag nog ressorteert
onder de bepalingen van vóór de snel-Belg-wet, dit onderzoek
uiteraard uitdrukkelijk gebeurde op basis van een politieonderzoek,
waar collega Bourgeois naar verwijst, maar waarop ook kritiek
werden gegeven. De Kamer heeft dientengevolge tijdens de vorige
legislatuur de wet gewijzigd om ten minste die enquêtes beter te
kunnen organiseren. Het gaat om een artikel dat nooit in werking is
getreden. Conform de nieuwe wet kan men zich alleen baseren op de
aanvraag zelf, waarin stavingstukken kunnen voorhanden zijn die dat
kunnen aangeven. De praktijken zijn nog altijd wisselend; er is dus
nog steeds geen uniformiteit. Op bepaalde politieonderzoeken wordt
nog zeer rudimentair een indicatie aangebracht, maar het is niet
13.21 Jo Vandeurzen (CD&V):
Dans les dossiers antérieurs à la
loi instituant la procédure
accélérée d'acquisition de la
nationalité, l'on se basait sur des
enquêtes policières pas toujours
menées efficacement. Depuis lors,
l'on se base sur les demandes, les
informations qu'elles contiennent
et les pièces annexées. La
commission considère le refus
d'apprendre une langue comme
un élément très important. Nous
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
61
uniform en niet meer wettelijk verplicht op dit moment.
Er is nu wel door de commissie een rechtspraak gecreëerd, die zegt
dat wij een gewichtig feit eigen aan de persoon gaan beschouwen als
hij manifest weigert een taal te leren. Die rechtspraak is op
aandringen van de minister van Justitie, na vele maanden, nu tot bij
de parketten gekomen. We hopen dat die rechtspraak door de
parketten zal worden toegepast. Ik heb er echter grote vragen bij of
dat binnen één maand zal kunnen. Het veronderstelt immers een
onderzoek ter plaatse, wat materieel in die maand niet mogelijk is.
Mijnheer Bourgeois, u zegt dat ik het veiligheidsprobleem als het
belangrijkste heb beschouwd. Ik heb dat gedaan in de richting van de
meerderheid. Over integratiebereidheid en de manier waarop dat
wordt gemeten of bepaald, kan ik mij voorstellen, rekening houdend
met de verscheidenheid van ideologieën bij de meerderheid, dat
daaromtrent de geesten uiteenlopen. Dat is mogelijk.
Ik kan echter niet begrijpen vandaar dat ik de klemtoon op het
veiligheidsaspect leg dat de meerderheid nu haast heeft om steeds
te zeggen dat men begrepen heeft dat er een veiligheidsprobleem in
de samenleving is ontstaan. Ik weiger dat echter te koppelen aan de
ideologische discussie over wat dan ook. Dit is voor mij een zakelijke
aangelegenheid van behoorlijk bestuur. Het feit dat men in de
meerderheid over dergelijke mankementen intern niet in staat is een
zinnige tekst te schrijven en hem in een wet om te zetten, irriteert me
nu het meest.
espérons d'ailleurs que cette règle
sera également prise en
considération auprès des
parquets. Il n'est toutefois pas
possible d'organiser une enquête
sur place dans le délai d'un mois.
Je me suis concentré sur le
problème de la sécurité car la
majorité s'accorde sur le fait qu'un
tel problème se pose
effectivement.
De voorzitter: Ik begrijp de heer Bourgeois, zijn fractie is geen lid van die commissie. Ik begrijp dat hij
minder praktijk terzake heeft. Dat is geenszins een verwijt.
13.22 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Mijnheer de voorzitter, het is
ook niet in die zin bedoeld.
Wat de termijn betreft, is het juist dat wij aan de parketten hebben
gezegd dat het advies binnen de maand of binnen de drie maanden
moet binnengekomen zijn en dat anders een gunstig advies wordt
gegeven. Sommige parketten gaven wel binnen een normale
tijdsspanne een antwoord, maar het probleem was dat sommige
parketten soms jarenlang geen advies gaven. Bijgevolg was het
moeilijk voor de leden om die dossiers te behandelen. Ze konden
natuurlijk een uitstel vragen van zes maanden, één jaar, twee jaar,
maar na een bepaalde periode moest toch worden beslist. Bijgevolg
hebben de leden van alle partijen samen gezegd dat er een termijn
moest worden vastgelegd. Dit gebeurde niet om hen voor een
voldongen feite te plaatsen, dat was niet zo bedoeld. Het ging erom
te zeggen dat, wanneer er geen advies is, dan wordt het als gunstig
beschouwd. Misschien is het niet de goede manier, misschien is er
meer personeel nodig bij de parketten. Bovendien was er een
verschil van parket tot parket. Dat was echter de werkelijke reden.
Het ging er dus niet om dat we geen advies wilden, of het was ook
geen kwestie van aan hen voorbij te gaan.
13.22 Jean-Pierre Detremmerie
(cdH): Les membres de tous les
partis ont décidé d'instaurer un
délai parce qu'il fallait plusieurs
années à certains parquets pour
rendre un avis. Si aucun avis n'est
rendu dans le délai imparti, il est
censé être favorable.
L'instauration d'un délai ne
dissimule aucune autre
motivation.
13.23 Geert Bourgeois (VU&ID): Mijnheer Detremmerie, ik vind uw
uiteenzetting heel interessant. Ik hoor dat u er minstens impliciet mee
akkoord gaat dat er een taalkennisvereiste zou moeten gelden,
aangezien u vrij voorzichtig zegt dat politierapporten soms melden
13.23 Geert Bourgeois (VU&ID):
Vous reconnaissez implicitement
l'importance de la connaissance
de la langue mais nous voulons
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
62
dat de wil om de taal te leren ontbreekt, wat voor de commissie een
negatief element kan zijn. Onze partij vindt dat positief, maar het staat
niet in de wet, het is geen vereiste en er is geen uniformiteit. Als
politiediensten daarover geen advies uitbrengen en als daarover
geen rapport wordt opgesteld, is dat geen criterium van beoordeling.
Hierover zijn we het eens, denk ik: het staat niet in de wet.
Ik heb gezegd dat wij, samen met Italië, het enige Europese land zijn
dat geen expliciete integratievereisten stelt. Ik heb de studie van
mevrouw D'Hondt van de universiteit van Leuven bij me. Zij somt in
totaal negen integratievereisten op die in de diverse Europese landen
worden toegepast. Het eerste criterium is dat van de taalverwerving.
Het geldt in heel veel landen, in Duitsland, in Frankrijk, in
Denemarken, in Portugal, in Griekenland en in Nederland.
Indien ik de criteria voort zou opsommen, zou men wel eens verrast
kunnen zijn welke vereisten worden gesteld in wat men doorgaans
progressieve landen noemt. Zo is er de vereiste dat men "een goed
karakter" moet hebben. Dat is een aanvulling die betekent dat men
geen gevaar voor de openbare orde mag vormen. (...) Misschien
komt u daarvoor niet in aanmerking, mijnheer Detremmerie, maar ik
zou u de gunst verlenen. Dat criterium geldt in Frankrijk, in Groot-
Brittannië, in Spanje, in Griekenland, in Ierland, in Luxemburg, in
Finland, in Zweden en in Portugal. In diverse Europese landen
bestaan dus heel wat vereisten. Bij ons vindt men dat helemaal niet
nodig.
que cela figure dans la loi. A
l'exception de l'Italie, la Belgique
est le seul pays européen qui
n'impose pas de critères
d'intégration spécifiques. Plusieurs
pays européens appliquent neuf
critères d'intégration. Le critère de
la langue en fait souvent partie.
13.24 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): (...) Het lijkt mij ook zeer
moeilijk daarvan een definitie te geven. Bij ons was het anders. Zo
zegden wij dat men niet gerechtelijk veroordeeld mag zijn, ou bien ils
doivent attendre la réhabilitation. Wachten op rehabilitatie was een
praktijk die door alle leden was aangenomen en het was een goede
praktijk. Wegens het criterium van "een goed karakter" zou ik nooit
enig kans maken.
13.25 Geert Bourgeois (VU&ID): Collega Detremmerie, ik zou voor
u willen pleiten. Ik wilde zeggen dat het gaat om een begrip tussen
aanhalingstekens. Met "een goed karakter" bedoelt men natuurlijk
een positieve ingesteldheid, een bereidheid tot integratie, een
bereidheid tot inburgering, een bereidheid om van de gemeenschap
deel uit te maken. Daarover gaat het natuurlijk. Daarom heb ik het
ook zo gezegd, tussen de aanhalingstekens.
Collega Vandeurzen, uw kritiek met betrekking tot de veiligheid
onderschrijf ik volledig. Ik zeg echter dat het maatschappelijk niet-
geïntegreerd zijn en het niet-opleggen van voorwaarden of van een
inburgeringstraject voor het samenlevingsweefsel veel gevaarlijker is
en veel grotere gevolgen heeft dan criminaliteit, die zich ook op
andere manieren organiseert en niet uitsluitend op die manier een
bedreiging voor de samenleving vormt.
Mijnheer de minister, collega's, ik heb het reeds in de commissie
gezegd, maar ik wil het hier herhalen. Voor ons is identiteit iets dat
men kan verwerven. Nationaliteit kan men verwerven. Nationaliteit
heeft niets te maken met het ius sanguinis. Men kan een identiteit
verwerven, maar daar staat iets tegenover. Daarvoor moet men iets
willen opbrengen. Als men een identiteit wil verwerven, moet men
deel willen uitmaken van de publieke cultuur. Men moet willen
13.25 Geert Bourgeois (VU&ID):
Je partage les critiques de
monsieur Vandeurzen mais le fait
de ne pas imposer un
cheminement d'intégration est
plus dangereux pour le tissu social
que des actes criminels éventuels.
Il est possible d'acquérir une
identité et une nationalité mais,
pour cela, il faut témoigner de sa
volonté de participer à la culture
publique de la société. A cet effet,
il est nécessaire de pouvoir
s'exprimer dans la langue de cette
société et de prouver que l'on
connaît le fonctionnement de cette
dernière. Ce n'est pas rendre
service aux étrangers que de ne
pas les obliger à connaître la
langue du pays d'accueil. Bien
entendu, la société doit permettre
de concrétiser cette obligation.
Ladite loi instaure une politique
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
63
participeren aan die publieke cultuur. De private cultuur, voor zover
zij niet strijdig is met elementen van openbare orde en met
fundamentele rechten en vrijheden, raakt mij niet en stoort mij niet.
Dat is voor de N-VA geen punt.
Het feit dat wij met elkaar kunnen communiceren, is al een vorm van
eerste elementaire vereiste om een gemeenschappelijke publieke
cultuur te hebben, een geheel van normen, waarden, instellingen,
geschreven en ongeschreven regels. Daarvoor wil ik geen examen
op universitair niveau opleggen, maar in heel wat landen eist men dat
men zich kan uitdrukken in de taal van de gemeenschap waarvan
men deel wil uitmaken. Dat is voor mij een evidentie. Daarnaast moet
men een maatschappelijke oriëntatie hebben en een kijk op de
manier waarop die samenleving functioneert.
Ik vind dat essentieel, belangrijk en noodzakelijk, ook voor de
allochtonen die onze nationaliteit willen verwerven. Wij bewijzen hun
geen dienst door die voorwaarden niet op te leggen. Natuurlijk moet
daartegenover een aanbod staan vanuit de gemeenschap om die
inburgeringtrajecten te kunnen doorlopen en taalcursussen te volgen.
Ook daar schort het. Er had dus een nieuwe, doordachte
nationaliteitswet moeten komen waarover langer werd nagedacht en
waarmee langer bezig geweest moest zijn dan dit uitvloeisel uit het
regeerakkoord dat een compromis of pasmunt was voor het niet
verlenen van het gemeentelijk stemrecht.
Het gevolg van die wet is dat de samenlevingsopbouw niet wordt
gediend. Wel integendeel, er worden minderheden gecreëerd. Ook in
het Parlement zijn er wellicht voorstanders van minderheden en
minderhedenbeleid, maar dat is een fout beleid: daarmee creëren wij
geen gemeenschap of samenleving.
Voorzitter, collega's, het gebeurt niet elke dag dat wij in het
Parlement een wet evalueren.
des minorités. Or, ce n'est pas de
cette façon que l'on construit une
société.
Il est peu courant que des lois
soient évaluées par cette
assemblée. Je croyais naïvement
que ce débat déboucherait sur
des recommandations sérieuses.
Une série de propositions bien
étayées ont été déposées. La
majorité souhaite toutefois
attendre avec confiance les
mesures du gouvernement qui
garantiront l'application efficace de
la loi. Et le Parlement devrait
approuver ces mesures. Ce qui,
selon moi, constitue une
abdication.
De voorzitter: Ik vind het een goed idee.
13.26 Geert Bourgeois (VU&ID): Mijnheer de voorzitter, ik vind de
evaluatie van een wet een belangrijk moment en eveneens een goed
idee. Onlangs mijn leeftijd ben ik nog altijd wat naïef. Bij de aanpak
van de evaluatie van die wet had ik namelijk wat verwachtingen,
bijvoorbeeld dat er enige ernstige aanbeveling uit zou komen. Enkele
zeer goed uitgewerkte voorstellen werden ingediend. Ik noem de
voorstellen van collega Vandeurzen en zijn medestanders van CD&V
en de voorstellen van de VLD. De VLD stelt terecht voor om de
Grondwet in herziening te stellen, precies om aan die gunstverlening
door de Kamer een einde te maken en dat uit die sfeer te halen. Het
kan nooit behoorlijk werken als de Kamer als wetgever de
nationaliteit verleent. Dat is nu geen gunstmaatregel meer, maar een
administratieve handeling. Het gaat om de uitvoering van de wet die
getoetst en gecontroleerd moet worden en waartegen beroep
aangetekend moet kunnen worden. De VLD stelt voor om de
vervallenverklaring van de nationaliteit te kunnen uitspreken.
De N-VA stelt voor om de bedrieglijk verkregen nationaliteit weer te
kunnen afnemen. Ik diende een amendement in om zelfs te kunnen
ingrijpen nog voor de wet van kracht is. Collega's vinden nu dat wij
dat toen beter hadden goedgekeurd. Een ander voorstel van ons
13.26 Geert Bourgeois (VU&ID):
La loi de naturalisation rapide
pose d'importants problèmes de
société. Le président du VLD, M.
De Gucht, tente de détourner
l'attention des conséquences
désastreuses de cette loi et des
problèmes considérables qui en
découlent pour la société. Que l'on
cesse d'évoquer un sentiment de
désillusionnement! La population
n'a rien contre les étrangers eux-
mêmes. Ce qu'elle reproche, c'est
le manque d'intégration de
certains d'entre eux. Le VLD
subira un jour les conséquences
de son attitude. Contre toute
attente, il a également abdiqué sur
ce point.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
64
bestaat erin niet langer te werken met de fictie van een gunst door de
wetgever. De N-VA vindt dat de nationaliteitsverwerving het eindpunt
moet zijn van een integratieproces, een inburgering, een positief
veruiterlijkte en bewezen wil om deel uit te maken van die
gemeenschap. Dat is dus inderdaad een belangrijk moment.
Op het ogenblik dat die wet geëvalueerd wordt, zegt de meerderheid
echter in haar aanbeveling dat zij met vertrouwen wacht op de
maatregelen van de regering om tot een efficiënte toepassing van de
wet te komen. Dat is het dan. Die tekst ligt nu voor en zal de
goedkeuring moeten krijgen van het Parlement aan het eind van een
evaluatie van een wet waarvan de hele goegemeente en
wetenschappers uit het hele land zeggen dat die mangelt op het vlak
van legistieke kwaliteit, van uitvoerbaarheid, van handhaafbaarheid,
en vooral omdat ze geen enkele integratievereiste vooropstelt. Ik
weet niet of er een grotere abdicatie mogelijk is van de meerderheid
in het Parlement, dat aan het slot van dat debat zegt met vertrouwen
te wachten op de maatregelen van de regering om te komen tot een
betere uitvoering van de wet. Dat is het dan. Eigenlijk is het
beschamend. De meerderheid van het Parlement geeft het Parlement
daardoor een kaakslag. Het zal vernietigend worden beschreven en
onthaald door alle mensen die de werking van het Parlement
evalueren als het Parlement op zo'n ridicule manier overgaat tot
evaluatie van een wet.
De snel-Belg-wet stelt geen integratievereisten voorop, maakt fraude
mogelijk, is een minpunt qua uitvoerbaarheid en creëert grote
samenlevingsproblemen.
Ik denk dat we politiek nog even bij de gevolgen daarvan moeten
stilstaan. Ik heb al gezegd dat voorzitter De Gucht al het mogelijke
doet om de aandacht af te leiden van de desastreuze gevolgen van
deze wet. Hij schermt nu met zijn negatieve houding tegenover het
gemeentelijk stemrecht. Hij werpt zich als een levende barrière voor
deze wetgeving om de aandacht af te leiden van de tienduizenden
die op deze manier Belg worden zonder bewijs te geven van enige
integratie, precies om de aandacht af te leiden van de tienduizenden
die er door familiehereniging nog zullen bijkomen zonder
integratievereisten en tenslotte om de aandacht ook af te leiden van
de enorme samenlevingsproblemen die hierdoor gecreëerd worden.
Dit is een aanslag op de samenleving. Laten wij ophouden met te
jeremiëren over de verzuring in de samenleving. Mensen weten dat
er problemen zijn, niet omwille van het feit dat er allochtonen zijn,
maar omwille van het feit dat deze mensen niet geïntegreerd zijn, dat
zij hier geen gemeenschap vormen. Men kan zich moeilijk een groter
samenlevingsonheil indenken. Het is een aanslag op de
samenleving. Het is een aanslag op een coherente visie, op een
hechte samenleving. De VLD zal hierop afgerekend worden en dit tot
haar verrassing wellicht want ik heb de indruk dat zij daarmee
ongehinderd doorgaat. Ze negeert alle mogelijke signalen. Zij zal
hierop afgerekend worden omdat zij tegen de verwachtingen in ook
op dit punt, mijnheer Coveliers, door de knieën is gegaan en in het
nachtelijk regeerberaad akkoord is gegaan met zulke nefaste
wetgeving. De kiezer zal het u zwaar aanrekenen. Ik kom al eens
onder de mensen en ik ontmoet de laatste tijd opvallend veel
ontevreden VLD-kiezers.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
65
13.27 Jacqueline Herzet (MR): Monsieur le président, plusieurs
estimés collègues de l'opposition nous ont demandé pourquoi nous
avions déposé une motion demandant au gouvernement qu'il prenne
des mesures et qu'il applique efficacement la loi.
La raison en est qu'après avoir entendu le ministre en commission,
tout simplement, je considère que c'est une réalité. Je vous
rappellerai que beaucoup d'entre-vous et cela m'étonne ont voulu
faire croire et continuent à faire croire encore au cours du débat cet
après-midi que le rapport portait sur le contenu de la loi et pas sur
l'effectivité et l'efficacité. Dans le débat que nous entendons
maintenant, vous parlez uniquement du contenu de la loi et très peu
du rapport d'évaluation. Nous, nous parlerons de ce rapport.
Pourquoi avoir déposé cette motion? Simplement parce que le
ministre a respecté l'engagement de concrétiser ce rapport. M.
Bourgeois l'a signalé, ce n'est ni évident ni fréquent. Le ministre
l'avait promis pour 2002 et il a tenu sa parole: le rapport d'évaluation
est fait.
A mes collègues de l'opposition, je dirai encore que je suis d'accord
avec eux au sujet de certaines questions pertinentes qui devaient
être posées et qui l'ont été. Je partage donc pour une large part la
teneur du débat qui a eu lieu. Mais je constate aussi que des
réponses adéquates ont été formulées par le ministre avec deux
réserves en ce qui me concerne, j'y reviendrai pus tard.
De plus, notre groupe s'estime réellement satisfait du travail de
coopération entamé et mené par le ministre et de la large discussion
ouverte avec les différents acteurs. Je rappelle les réunions
organisées par les acteurs de terrain, avec l'état civil tout
spécialement, les services du parquet, les services de la Sûreté de
l'Etat et avec l'Office des étrangers. Un groupe de travail a été créé
dans le but de coordonner la politique à suivre et il s'est penché sur
les propositions émises et a examiné les suites qu'il convient
d'apporter au rapport. Il faudra donc veiller à ce que ces suites soient
effectivement données.
Enfin, le ministre a demandé explicitement une note à l'administration
de la Justice, faisant la synthèse des points qui n'ont pas de portée
politique.
En conséquence, chers collègues, la collaboration a pour objet une
étude des réponses concrètes aux besoins soulignés par les divers
intervenants au cours de la procédure de naturalisation.
Au-delà des réponses du ministre, il y a également des propositions.
Elles ont été rassemblées et je vous en cite certaines de membres
d'organisations de formations complémentaires pour les officiers de
l'état civil et pour les membres du parquet: un nouvel arrêté royal
énumérant les documents de séjour à prendre en considération ce
qui me semble une demande tout à fait pertinente ; la délivrance de
documents équivalents à l'acte de naissance; la question de la
gratuité des procédures; l'optimalisation du travail des officiers de
l'état civil; une banque de données fédérale reprenant le relevé de
toutes les poursuites intentées dans l'ensemble du pays et la
contribution des parquets dans la recherche de solutions efficaces.
13.27 Jacqueline Herzet (MR):
Velen hebben de indruk willen
wekken dat het verslag over de
inhoud van de wet ging, niet over
de doeltreffendheid ervan. Wij
zullen ons baseren op de
evaluatie.
Sommige vragen van
oppositieleden waren relevant,
maar de minister reikte pasklare
antwoorden aan.
Mijn fractie is tevreden over de
samenwerking en het overleg
tussen de minister en de diverse
betrokken actoren.
Er werd een werkgroep opgericht,
die zich gebogen heeft over de
follow-up van het verslag; de
minister heeft zijn administratie om
een synthesenota gevraagd.
Er werden verscheidene
voorstellen geformuleerd met
betrekking tot een bijkomende
opleiding voor de medewerkers
van het parket, de afgifte van
documenten, de gegevensbank
inzake de vervolgingen over het
gehele grondgebied, enz...
Op twee punten maken wij echter
voorbehoud.
Ten eerste vinden wij dat de
termijn van één maand moet
worden verlengd, omdat gedegen
werk binnen een zo korte termijn
onmogelijk is. De minister heeft
ermee ingestemd de regering een
voorstel te doen; ik hoop dat
uitwassen ter zake kunnen
worden voorkomen.
Ten tweede moet artikel 23 van
het Wetboek van de Belgische
nationaliteit betreffende de
vervallenverklaring van de
nationaliteit herzien worden.
Hoe dan ook wordt de procedure
door de evaluatie niet
onherroepelijk vastgelegd.
Er werd een voorstel van besluit
ingediend, en wij wachten met
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
66
Nous vous demandons, monsieur le ministre, que le délai d'un mois
fixé par la loi pour rendre un avis puisse être revu et allongé de
quelques semaines. Je crois, et je partage en cela l'avis de plusieurs
de mes collègues, qu'il est extrêmement difficile sinon impossible de
faire un travail rigoureux en un mois, ce qui actuellement prévu par la
loi. J'insiste pour que ce délai d'un mois soit revu.
Monsieur le ministre, vous vous êtes aussi engagé à vous pencher
sur les suites qu'il convient de donner à toutes ces propositions et
vous avez aussi marqué votre accord sur le fait que vous alliez
présenter une proposition au gouvernement sur la base de celles-ci
et je m'en réjouis.
Vous avez également convenu ou en tout cas marqué votre accord
sur le fait que vous alliez présenter une proposition au gouvernement
sur la base de ce texte, ce dont je me réjouis, bien entendu. J'espère
et je suis pratiquement convaincue que l'on évitera ainsi certaines
dérives que je ne nie pas, qui ont été évoquées par mes collègues et
que l'on supprimera aussi les effets non souhaités qui ont été
soulignés par la majorité et par l'ensemble des partis démocratiques.
J'en viens à la seconde réserve que je souhaite émettre au nom de
notre mouvement, monsieur le ministre, rejoignant ainsi certains de
nos collègues.
Monsieur le ministre, j'aimerais que l'on puisse revoir l'article 23 de la
Constitution. Je serai attentive à la réponse que vous apporterez à
cette demande. Je rappelle à mes collègues que cet article traite des
conditions de l'octroi de la déchéance.
Nous n'estimons pas que la procédure est figée par cette évaluation.
Nous devons rester vigilants, poursuivre le travail et nous diriger
réellement vers l'optimalisation de l'effectivité et de l'efficacité de la loi
du 1
er
mars 2000 sur la nationalité.
Monsieur le ministre, mes chers collègues, nous avons donc déposé,
avec certains collègues de la majorité, une proposition de conclusion
rédigée comme suit: "Nous attendons avec confiance les mesures
que le gouvernement mettra en oeuvre en vue d'une application
efficace de la loi".
En insistant une fois de plus sur les deux réserves et demandes
précises formulées, à savoir l'allongement du délai et la révision de
l'article 23 de la Constitution, le groupe MR soutiendra donc,
monsieur le ministre, la proposition de conclusion.
vertrouwen op de maatregelen
van de regering met het oog op
een strikte toepassing van de wet.
De MR-fractie zal het voorstel van
besluit steunen.
13.28 Marc Van Peel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, wij bespreken
hier een aangelegenheid waarvan wij weten dat ze ook uw warme
belangstelling wegdraagt. Ik herinner mij levendig uitspraken van u
op televisie waarin u uw grote bezorgdheid over de wet uitsprak. Ik
neem aan dat het zich ook in uw stemgedrag zal vertalen, mijnheer
de voorzitter. Wij kennen uw consequente houding in talloze
materies, maar zeker in deze zaak.
De heer Vandeurzen heeft zeer degelijke kritiek op de snel-Belg-wet
gegeven. Ik zal dat niet herhalen. Er is mij een iets saaiere
benadering toegemeten. Ik verwittig de collega's die niet door het
onderwerp zouden zijn geboeid. Zij kunnen de zaal misschien beter
13.28 Marc Van Peel (CD&V): La
matière que nous examinons
aujourd'hui retient également
l'attention du président et a fait
l'objet de plusieurs de ses
déclarations télévisées. C'est dès
lors avec intérêt que nous
attendons son vote. Notre
collègue, M. Vandeurzen, a déjà
exprimé la critique générale de
notre parti, nous n'y reviendrons
donc
pas. Mon intervention
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
67
even verlaten.
Ik wil het eigenlijk over de houding van de VLD in het dossier hebben.
Collega's, u moet weten dat ik mij tracht te ontpoppen tot een
eminent VLD-kenner. Dat is evenwel iets waarvoor vele jaren studie
is vereist. Uit onderhavig dossier zal dat ook blijken. Een ding is
volstrekt onduidelijk: wat wil de VLD? Die vraag intrigeert ons in grote
mate. Ik zal dus even de exegese van de VLD-houding in deze
maken, omdat ze op het eerste gezicht bijzonder moeilijk te volgen is.
Ik dacht: dat zal aan mezelf liggen. Daarom heb ik mij in het dossier
verdiept. Mijn opleiding tot historicus heeft mij geholpen om de
archieven hierover te raadplegen. Op het tweede gezicht, waartoe ik
gekomen ben, werd het steeds ingewikkelder.
Ik herinner mij nog zeer levendig hiervoor moet ik zeer ver in de
geschiedenis teruggaan de houding van de VLD inzake de
nationaliteitswetgeving vóór de verkiezingen van 1999. Soms heeft
de geschiedenis haar rechten. Dat standpunt was toen vrij helder,
moet ik toegeven. Collega's, mijn benadering is objectief. Als u helder
was, zal ik het ook zeggen. Hun standpunt kwam er namelijk op neer
dat de toen bestaande nationaliteitswetgeving lang niet streng
genoeg was. Dat was simpel en duidelijk. De integratievoorwaarden
moesten nader worden gepreciseerd, er moest kennis van de
streektaal zijn, de werkbereidheid was belangrijk en het inzicht in
onze rechten en vrijheden moest worden getoetst. Tot daar de zeer
duidelijke VLD. Enige consequentie was hun gedrag toen niet
vreemd, zoals bleek uit de parlementaire bespreking van de
nationaliteitswetgeving op 22 december 1998. De wetswijziging
terzake keurde de VLD niet goed omdat ik citeer de uiteenzetting
van de heer Coveliers naar aanleiding van de bespreking in de
Senaat , "de VLD hier niet gelukkig mee was". Wij gingen er toen
van uit dat het niet onmiddellijk de doelstelling van wetgevende
arbeid was om de VLD gelukkig te maken. Hun standpunt was in
ieder geval duidelijk. De VLD diende toen amendementen in Kamer
en Senaat in om de integratiewil meer gestalte te geven. Datzelfde
standpunt was evenwel een bijzonder braaf standpunt, mijnheer de
minister, in vergelijking met de uitspraken die Marc Verwilghen toen
nog geen minister drie weken vóór de verkiezingen deed in een
zeer scherp interview in een krant die hem bovendien voordien vaak
de lof had toegezwaaid in zijn rol van voorzitter van de commissie-
Dutroux.
De krant zei verschrikt en citeerde Agalev-senator Boutmans, dat u
zich op de stroom van het Vlaams Blok liet meedrijven.
Marc Verwilghen verscherpte de voorwaarden voor de
nationaliteitsverkrijging op een enorme manier. Een schokgolf ging
door het land, een nieuw beleid was geboren. Er werd nog gewacht
op de dioxinecrisis om hem even aan de macht te brengen en alles
was in orde. Wij gingen zien wat wij gingen zien. Er werd gesmeten
met Belgische paspoorten, iets waar wij nu verre van af zijn. U kwam
terecht in een regering met de groenen, die niet direct op uw
ideologische lijn zaten. Wij hebben vandaag gezien dat de socialisten
evenmin helemaal op uw ideologische lijn zitten. Mijnheer de
voorzitter, mijnheer Coveliers vraagt het woord.
portera sur la position du VLD
dans ce dossier. Je veux dire par
là qu'il est très difficile de savoir ce
que le VLD veut, finalement.
Le point de vue du VLD sur la
législation en matière de
nationalité était sans équivoque
avant les élections de 1999: cette
législation n'était pas assez
contraignante et il fallait
déterminer plus clairement les
conditions d'intégration. Le point
de vue était également limpide
pendant la législature précédente,
lorsque le VLD n'a pas approuvé
la modification de la loi, le 22
décembre 1998, et a présenté des
amendements visant à mieux
définir la volonté d'intégration.
Trois semaines avant les
élections, Marc Verwilghen,
membre de la Chambre à
l'époque, tenait des propos
tellement accusateurs à l'égard
d'un journal, qui lui était pourtant
favorable, que ce journal a estimé
qu'il se laissait emporter par la
vague du Vlaams Blok.
De voorzitter: De heer Coveliers zal op het einde spreken.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
68
13.29 Marc Van Peel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, eigenlijk is mijn
uiteenzetting één grote vraagstelling aan de heer Coveliers.
13.30 Gerolf Annemans (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter,
de heer Coveliers scoort wel een punt. Ik verkies de aanwezigheid
van de heer Van Peel hier in de oppositie, liever dan in Antwerpen in
de meerderheid. Laat hem dus gerust verder praten.
De voorzitter: Wij zitten hier in het Federaal Parlement en niet in de gemeenteraad van Antwerpen.
13.31 Marc Van Peel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, na de
verkiezingen moest de heer, of beter gezegd, minister Verwilghen
een wetsontwerp indienen en, volgens het regeerakkoord, liefst zo
spoedig mogelijk. Het wetsontwerp kwam er spoedig aan en werd
binnen enkele maanden in het Parlement ingediend. Het siert hem
dat hij ondanks zijn persoonlijke politieke overtuigingen loyaal het
regeerakkoord uitvoerde en loyaliteit betoonde ten opzichte van zijn
regeringspartners. Af en toe kon hij zich niet inhouden en zei minister
Verwilghen dat de snel-Belg-wet behandeld werd in een commissie
waarmee hij zat opgezadeld. Toen wij het ontwerp voor onze ogen
kregen, konden wij amper geloven dat diezelfde mijnheer Verwilghen,
die drie weken voor de verkiezingen straffe uitspraken deed, nu
zoals overvloedig aangetoond door diverse collega's de meest
soepele nationaliteitswetgeving van heel de wereld even door de strot
van dit Parlement moest komen rammen. Hij was niet van partij
veranderd, hij was wel grondig, maar dan ook heel grondig van
opvatting veranderd. Hij stond daarbij niet alleen. Wat zeggen
communicatiedeskundigen in zulk geval? Maak u zo klein mogelijk,
doe wat u moet doen, doe uw ogen dicht, trek uw kop in kas en wij
gaan eronder door. Helaas, mijnheer Coveliers, was dit niet de
houding die de VLD toen tentoonspreidde, helemaal niet.
Het eerste bedrijf, toen de wetgeving aanhangig was in de Kamer,
werd geschreven door een eminent VLD'er dit is een pleonasme
uiteraard en Vlaams parlementslid, de heer Denys. De heer Denys
zei ik citeer, zodat u mijn historische kritiek niet in twijfel kunt
trekken : "Het wetsonwerp inzake de nationaliteitsverwerving
ondergraaft het Vlaams regeerakkoord. Als het ontwerp wordt
goedgekeurd, zal de Vlaamse regering haar inburgeringsprogramma
niet kunnen verwezenlijken omdat in het federale ontwerp geen echte
toetsing van integratiewil van kandidaat-Belgen is voorzien".
André Denys overwoog zelfs even om een belangenconflict
aanhangig te maken, een heus belangenconflict. Drie dagen later
staat een ander vooraanstaand VLD'er op. Ik zal vanaf nu deze
epitheton ornans weglaten. Een andere vooraanstaand VLD-lid zei
dat André Denys helemaal geen gelijk had en dat er geen reden was
voor een belangenconflict vanwege het Vlaams Parlement. Nu heb ik
André Denys vaak weten interveniëren, zowel in het Vlaamse als in
het federale Parlement, en ik heb het zelden aangedurfd hem tegen
te spreken omwille van de ijzersterke logica die de heer Denys altijd
ontwikkelt. Wat ik nauwelijks durfde in het Vlaams Parlement deed de
heer Coveliers echter onmiddellijk. Drie dagen later verklaarde
Coveliers: "...er geen enkele tegenspraak is tussen de federale wet
en het Vlaamse regeerakkoord". In drie dagen tijd was het meteen
duidelijk dat het toch niet zo duidelijk was. De heer Coveliers zei dat
de nieuwe wet aanneemt dat wie Belg wil worden zich wil integreren
13.31 Marc Van Peel (CD&V): M.
Verwilghen s'est toutefois retrouvé
dans le gouvernement au côté des
verts qui, d'un point de vue
idéologique, ne se situent pas
dans la même mouvance. Après
quelques mois à peine, il s'est
présenté au Parlement avec cette
loi, la plus souple qu'on ait jamais
vue en matière de législation sur
la nationalité. Il est donc apparu
comme un loyal exécutant de
l'accord de gouvernement.
N'importe quel spécialiste de la
communication conseillerait, dans
ces conditions, de ne rien dire. Le
parlementaire flamand du VLD, M.
Denys, a pourtant attiré l'attention
par sa déclaration selon laquelle
cette loi minait l'accord de
gouvernement flamand et rendait
impossible le programme
d'intégration.
M. Denys a même envisagé
d'invoquer le conflit d'intérêts.
Trois jours plus tard, M. Coveliers
a démenti l'affirmation selon
laquelle il existait un conflit
d'intérêts et a ajouté qu'il n'y avait
aucune contradiction entre le
décret d'intégration flamand et la
législation fédérale sur la
nationalité. Comprenne qui
pourra! M. Coveliers parlait d'une
présomption réfragable de volonté
d'intégration. Le parquet doit
évaluer cette volonté. Seul
l'ancien questionnaire a été
supprimé. En outre, l'article 23 de
la nouvelle législation sur la
nationalité prévoit la possibilité,
selon M. Coveliers, de retirer la
nationalité à une personne qui
l'aurait indûment obtenue.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
69
in ons land. Dat was een juiste vaststelling. De nieuwe wet neemt dat
aan hoewel de nieuwe Belg dat niet doet. De kandidaat-Belg moet
dat uitdrukkelijk verklaren. De heer Coveliers zei vervolgens dat het
hier om een weerlegbaar vermoeden gaat. Herinnert u het zich nog?
We komen nu bij de meer actuele geschiedenis. Het parket moet
nagaan of de integratiewil er ook daadwerkelijk is. Het enige dat de
nieuwe wet afschaft, is de vragenlijst. Wat gebeurde er? De heer
Coveliers sprak niet alleen zijn partijgenoot André Denys tegen, hij
lanceerde bovendien een nieuwe piste, met name de
vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit. Een geweldige
nieuwe piste, artikel 23 van de nationaliteitswetgeving.
13.32 Hugo Coveliers (VLD): Mijnheer de voorzitter, ik wil hierop
even terugkomen. De heer Van Peel, schepen van de stad
Antwerpen, heeft daar al heel wat show over gehouden. Iemand die
zich met de Grondwet bezighoudt en niet met de wetgeving inzake
nationaliteit had daarover destijds een aantal opmerkingen gemaakt.
Wat blijkt nu? In elke commentaar wordt gesteld dat artikel 23, dat
conform het verdrag is, gebruikt moet worden om te proberen de
nationaliteit die ten onrechte werd verworven, af te nemen.
Bovendien hebben wij een voorstel ingediend om dit nog duidelijker
te definiëren. Ik wacht op uw steun daarvoor. Mevrouw Herzet heeft
zojuist precies naar artikel 23 verwezen. Uw historische kritiek al
dacht ik dat we hier een wet evalueerden en geen politieke partij,
maar u doet maar, in een democratie moet dat kunnen; het is
uiteraard moeilijker in de gemeenteraad van Antwerpen maar hier
moet dat kunnen is dus totaal onjuist. Misschien kan ik straks
enkele uitspraken van u in de gemeenteraad van Antwerpen citeren.
13.32 Hugo Coveliers (VLD): Il
ressort de tous les commentaires
que l'article 23 doit être invoqué
pour retirer la nationalité si celle-ci
a été accordée erronément. Nous
souhaitons encore affiner notre
proposition à cet effet.
13.33 Bart Laeremans (VLAAMS BLOK): Mijnheer Coveliers, de wet
laat dit toe maar dan moet u mij maar even uitleggen waarom het niet
gebeurt. Waarom heeft totnogtoe geen enkel parket het initiatief
genomen om de nationaliteit opnieuw af te nemen? Ten tweede, zegt
u dat u een voorstel hebt opgesteld. Het was echter precies de
bedoeling van de evaluatie van de nationaliteitswetgeving om de
voorstellen eraan te koppelen, ze nu te bespreken en te zorgen voor
een wetswijziging. U houdt dat echter allemaal tegen, u blokkeert
alles. U zwaait met uw voorstellen maar dat is voor Sint Juttemis,
voor de Griekse kalender. Binnen een paar jaar zullen we dat
misschien ooit bespreken maar het zal zeker na de volgende
verkiezingen zijn. Dat is volksbedrog, mijnheer Coveliers.
13.33 Bart Laeremans (VLAAMS
BLOK): La loi autorise le retrait de
la nationalité acquise à tort, mais
aucun parquet ne passe à l'acte.
C'est pour cela que toutes les
propositions relatives à l'article 23
devaient être liées à cette
évaluation de la loi instaurant une
procédure accélérée de
naturalisation. Le VLD bloque tout.
C'est un discours trompeur et
démagogique.
13.34 Hugo Coveliers (VLD): Mijnheer de voorzitter, ik neem het niet
dat de heer Laeremans mij beticht van bedrog. Dat is een
strafrechtelijk begrip, hij zou dat moeten weten. Ten tweede, het
voorstel dateert van 28 maart 2001. Men moet dus niet zeggen dat
we dat nu zomaar daar daar zoals men in het schepencollege van
Antwerpen zegt zouden hebben ingediend.
Ten derde, de heer Laeremans zou moeten weten dat er op het
ogenblik ongeveer een 500 onderzoeken lopen en dat het parket-
generaal als de heer Laeremans de procedure kent en hij heeft
ongetwijfeld de wet gelezen de procedure moet opstarten. Het
parket-generaal moet dagvaarden voor de eerste kamer van het hof
van beroep en dat de eerste kamer van het Hof van Beroep van de
plaats waar men woont, terzake moet oordelen. Vermits het niet
verjaart het gaat om een procedure sui generis betekent het dat
13.34 Hugo Coveliers (VLD):
Notre proposition date du 28 mars
2001. Ce n'est donc pas une
proposition toute récente. En
outre, quelque 500 enquêtes sont
actuellement en suspens au
niveau du parquet général, qui est
habilité à saisir la cour d'appel du
ressort concerné. La demande de
retrait de la nationalité est
examinée par les cours d'appel.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
70
men in een normale democratische rechtsstaat moet wachten tot het
parket zijn onderzoek heeft beëindigd. Pas dan kan het parket-
generaal eventueel het initiatief nemen om de ontneming van de
nationaliteit te vorderen voor het hof van beroep. Dat is de procedure
die moet worden gevolgd.
13.35 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik vind wel dat
we een correct debat moeten voeren.
De heer Van Peel had het over de bereidheid tot integratie en het feit
dat door sommige VLD'ers werd gezegd dat het een weerlegbaar
vermoeden is. Anderen hebben hierop gereageerd door dat te
ontkennen. Mijnheer Coveliers heeft daarop gereageerd door te
verwijzen naar de procedure van vervallenverklaring.
Mijnheer Coveliers, u weet zeer goed dat de procedure van
vervallenverklaring absoluut niet kan worden gebruikt om te reageren
op een later vast te stellen afwezigheid van de bereidheid tot
integratie. Dat is absoluut niet de draagwijdte van de wet. Trouwens,
dat is evenmin de draagwijdte van uw voorstel, of ons voorstel. Men
moet dat de bereidheid tot integratie vaststellen vóór de nationaliteit
wordt toegekend. Men kan dat niet post factum controleren. U weet
dat zeer goed en het is onjuist dat zulks door de huidige wetgeving
mogelijk zou zijn.
Wat u voor ogen hebt, is fraude. Het zou kunnen dat het parket
daarop reageert en dan nog is de procedure veel te zwaar. U weet
dat zeer goed. Zeggen dat een gebrek aan integratiebereidheid dat
later wordt vastgesteld, met artikel 23 kan worden aangepakt, is
manifest onjuist.
13.35 Jo Vandeurzen (CD&V): La
présomption réfragable est une
chose. La procédure de
déchéance, article 23, ne peut
toutefois servir à dénoncer
l'absence de la volonté de
s'intégrer. Le parquet n'intervient
en effet qu'en cas de fraude.
13.36 Hugo Coveliers (VLD): Lees de tekst!
De voorzitter: Mijnheer Coveliers, u krijgt straks het woord. U spreekt als laatste en kunt dan uw
argumenten ontwikkelen.
13.37 Marc Van Peel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik merk
terloops even op dat het enige verweer van de heer Coveliers er tot
nu toe in bestond eindelijk voeren we een inhoudelijk debat door
af en toe te roepen dat we hier niet in de Antwerpse gemeenteraad of
in het Antwerps schepencollege zitten. Ten eerste moet ik
protesteren tegen het denigrerend gebruik van die termen. Ten
tweede vind ik dat als verweer wel bijzonder magertjes.
Maar nu begint het debat interessant te worden, mijnheer Coveliers,
want u komt met inhoudelijke argumenten, althans met dingen die
erop lijken. Het debat dat daarnet tussen onze drie collega's werd
gevoerd, is al eens gevoerd en uitvoerig. Wat meer is; het werd
gevoerd tussen VLD'ers onderling vandaar dat het zo goed is dat
we hier helderheid trachten te verkrijgen , en wel op het moment dat
u naar de vervallenverklaring als noodplank sprong. U hebt gezegd
dat we aan alle slechte gevolgen die de wet over ons zal uitstorten,
iets doen door de vervallenverklaring. U had het er zelfs over dat het
afnemen van de Belgische nationaliteit kan gebeuren als de nieuwe
Belgen zich niet willen inpassen. Mijnheer Coveliers, u zei toen dat er
zelfs geen misdrijf nodig was. U beweerde dat het niet uitvoeren van
het inburgeringscontract voldoende kon zijn.
13.37 Marc Van Peel (CD&V): Le
VLD utilise la déclaration de
déchéance comme une planche
de salut à propos de cette
mauvaise loi d'acquisition
accélérée de la nationalité belge.
Le point de vue défendu par M.
Coveliers a été battu en brèche
par le professeur Van Orshoven
lors du débat de l'émission Ter
Zake. Ne supportant plus les
maladresses de M. Coveliers, le
président du VLD, M. De Gucht,
s'est immiscé dans le débat pour
indiquer que l'interprétation de
l'article 23 par le premier nommé
était erronée et ne correspondait
donc pas à la thèse soutenue par
le VLD. Selon M. De Gucht, on
peut priver de sa nationalité
quelqu'un qui manque gravement
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
71
Diezelfde avond zat u met professor Van Orshoven in Ter Zake. Het
is altijd aangenaam voor een politicus om samen met een professor
aan een debat deel te nemen, want dat verhoogt het niveau, wat in dit
geval meegenomen was. Jammer genoeg was Van Orshoven het
helemaal niet eens met uw interpretatie. Hij maakte van uw
interpretatie compleet brandhout, mijnheer Coveliers. Hij zei net niet
dat, indien Coveliers bij hem student was geweest, hij nooit een
diploma in de rechten zou hebben behaald.
Dat zei hij net niet. Maar de uitzending van TerZake was zo pijnlijk
dat en op dat moment wordt het bij de VLD pas echt duidelijk de
echte autoriteit zich mengt. En wie begon te spreken? De heer De
Gucht. Hij nam het woord. Hij kon het geklungel van zijn partijgenoten
blijkbaar niet langer aanzien en hij mengt zich in het debat. En als de
heer De Gucht iets zegt, weten we dat het ernst wordt. Eerst klungelt
men wat in de VLD en dan neemt hij het woord. De Gucht locuta
causa finita, behalve als het gaat over het onderwijs. Als het over het
onderwijs gaat, dat heeft de heer Dewael ons gezegd, moet men niet
naar de heer De Gucht luisteren, maar voor al de rest wel. En wat
verklaart de VLD-voorzitter toen op de vraag of het van collega
Coveliers een correcte interpretatie was dat de praktijk van het
uithuwelijken van kinderen een voorbeeld is waarbij artikel 23 kan
worden gebruikt? De VLD-voorzitter zei en ik citeer: "Daar zeg ik dat
dat niet klopt. Er is natuurlijk een cultureel verschil. De manier
waarop over de toekomt van kinderen wordt gedacht, daar kunnen wij
als wetgever ons niet over uitspreken. Daar kunnen wij ook geen
sancties aan koppelen. Dat is vanuit liberaal standpunt
onaanvaardbaar." De Gucht zei dus dat niet alleen de interpretatie
van artikel 23 van de heer Coveliers helemaal niet juist was, hij zei
meteen ook dat hij De Gucht het liberale gedachtegoed beter
onder de knie had dan Coveliers. Dat zou kunnen kloppen, hij is
tenslotte al langer liberaal.
Stel u voor, collega's, dat niet Hugo Coveliers deze enormiteiten had
verkondigd maar bijvoorbeeld, ook een VLD'er, Ward Beysen. Mocht
Ward Beysen dergelijk standpunt verkondigd hebben, dan zou de
VLD-voorzitter zeer kordater hebben gereageerd. Dan zou hij dingen
hebben gezegd als en dan citeer ik niet, ik haal het mij voor de
geest denkende aan andere uitspraken die over de heer Beysen zijn
gedaan door de heer De Gucht: "Dit is gebeuzel en dronkemanspraat
van een politicus op de dool waarvoor in de VLD geen plaats meer
is." Meer woorden zou hij daar niet aan vuil gemaakt hebben. In het
geval van collega Coveliers bleef hij beleefd.
Hoe dan ook, de VLD-voorzitter voelt dat hij moet landen en lanceert
een nieuwe interpretatie van artikel 23. Hij zegt: "De nationaliteit kan
ontnomen worden wanneer hij ernstig tekort komt aan zijn plichten
als Belgisch staatsburger. Het moet gaan over ernstige feiten" we
naderen tot elkaar, collega Coveliers "bijvoorbeeld bankovervallen,
enzovoort. Ik denk dat ieder weldenkend burger daarmee akkoord
kan gaan." Dat zeg ik niet, dat zegt De Gucht in dit verband.
Wie wordt evenwel op datzelfde moment ondervraagd over de snel-
Belg-wet in het Vlaams Parlement? Een ander VLD'er, de heer
Dewael. Hij wordt meer bepaald ondervraagd over de gevolgen van
de wet op het integratiebeleid van de Vlaamse Gemeenschap.
Dewael zegt doodleuk: "Volgens de informatie waarover ik beschik, is
à ses obligations de Belge.
Au même moment, le ministre-
président flamand, M. Dewael,
était interrogé au Parlement
flamand sur le décret flamand sur
l'intégration. A son estime, la
présomption de volonté
d'intégration prévue par la loi sur
l'acquisition accélérée de la
nationalité belge peut être réfutée.
Mais le ministre fédéral de la
Justice, le VLD Verwilghen, s'en
tient quant à lui à la présomption
irréfragable et précise que, jusqu'à
présent, l'article 23 n'a été que
très peu invoqué, partageant en
cela l'analyse du Professeur Van
Orshoven. Un fameux imbroglio
que tout cela! C'est un véritable
écran de fumée que dresse le
VLD.
M. Coveliers et d'autres membres
de la majorité ont formulé des
observations à propos du délai
d'un mois pour rendre un avis. De
nos jours, l'informatique devrait
permettre de simplifier la
procédure. La réalité est tout
autre.
M. Coveliers a siégé au sein de la
commission sénatoriale qui s'est
penchée sur le problème du crime
organisé dont la principale
conclusion a été que l'autorité
allait devoir se doter d'une bonne
législation pour se prémunir contre
les risques en matière de sécurité.
La loi sur l'acquisition accélérée
de la nationalité belge est une loi
exécrable qui favorise l'insécurité.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
72
het vermoeden van integratie in het ontwerp van naturalisatiewet
weerlegbaar. Het wetsontwerp is slechts de bekrachtiging van de
bestaande praktijken in de commissie Naturalisaties." Dit waren
gewoon flagrante leugens. De heer Dewael was perfect op de hoogte
hij heeft hier vele jaren vertoefd van de praktijk in de commissie
Naturalisaties. Hij spelde dus enige onwaarheden op de mouw. En zo
ging heel dat verhaal maar verder.
Vervolgens verklaarde minister-president Dewael, net zoals zijn
partijgenoot Coveliers dat voordien had gedaan, dat het vermoeden
van integratie in de snel-Belg-wet weerlegbaar is. Het werd nog eens
gezegd. Helaas verklaarde een ander partijgenoot, in casu minister
Verwilghen, in de commissie voor de Justitie dat het vermoeden van
integratie in zijn ontwerp onweerlegbaar was. Uiteraard. En wat
artikel 23 betrof, zei minister Verwilghen dat dat in het verleden
slechts in een zeer beperkt aantal gevallen werd toegepast, na
oorlogse feiten, landverraad, enzovoort.
Eigenlijk zei minister Verwilghen dus wat Van Orshoven een beetje
daarvoor had gezegd. De kakofonie werd steeds maar groter, de wet
bleef even slecht, maar de politieke onduidelijkheid daarover werd
gigantisch, gigantisch groot.
Mijnheer de voorzitter, de heer Coveliers wil nog iets zeggen. Over
de Antwerpse gemeenteraad, neem ik aan. (Hilariteit)
De voorzitter: Nee, nee, nee. Ik heb niets tegen cumul, maar hier is het het Federaal Parlement. Mijnheer
Van Peel, u daagt hem ook uit!
13.38 Marc Van Peel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik geef een
correcte lezing van de feiten en van de totale mist die hierover is
gespoten. Mijnheer Coveliers, ik luister.
13.39 Hugo Coveliers (VLD): Ik luister zeer aandachtig.
De voorzitter: Als u niet spreekt, mijnheer Van Peel, en hij luistert, dan horen wij niets.
13.40 Marc Van Peel (CD&V): Daarnet, mijnheer Coveliers, heeft Jo
Vandeurzen uw prachtig citaat uitgesproken. Helaas lijdt collega
Vandeurzen aan een licht Limburgs accent. Dit prachtige citaat ging
over de adviestermijn van een maand en ik zal daarover niet
uitweiden: u hebt het verschrikkelijke daarvan in de verf gezet,
collega. Ook een aantal collega's uit de meerderheid hebben daar in
dit debat al op gewezen. Desondanks zit dat niet in hun aanbeveling,
heb ik al duidelijk gehoord. Uw prachtig citaat gaat over het feit dat
het zo simpel zou zijn met de computers, die "kaskes waar ge maar
op ne knop moet duwen en de informatie spuit eruit" vergeef mij
even deze uitspraak. Het is echter gebleken en de voorbeelden
werden gegeven dat het helemaal, maar dan ook helemaal de
tegenovergestelde richting uitgaat.
Die uitspraak van collega Coveliers is niet alleen belangrijk omdat ze
komt van de grootste meerderheidspartij, maar ook omdat ze komt uit
de mond van iemand die met kennis van zaken spreekt natuurlijk.
Mijnheer Coveliers, u maakte in de vorige legislatuur deel uit van de
parlementaire onderzoekscommissie naar de georganiseerde
criminaliteit in de Senaat. Dat was in de tijd dat Verhofstadt en u de
13.40 Marc Van Peel (CD&V): Le
VLD met sur pied à Anvers une
organisation chargée
d'appréhender les questions de
sécurité mais est impuissant au
sein du gouvernement à imposer
son point de vue en la matière. Le
premier ministre Verhofstadt doit
modifier fondamentalement la loi
sur l'acquisition accélérée de la
nationalité et instaurer un droit
sanctionnel pour les jeunes. La
pression exercée par les
francophones et les formations de
gauche ne le permet toutefois pas.
C'est là la cause véritable des
réactions paniquées des "petits"
mandataires VLD.
Je puis citer par dizaines des cas
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
73
Senaat nog een nuttige instelling vonden. U hebt zich in deze
commissie heel verdienstelijk gemaakt, vooral door het veelvuldig
lekken naar de pers. Die onderzoekscommissie naar de
georganiseerde criminaliteit is tot belangrijke besluiten gekomen. Een
daarvan is dat de overheid zich moet wapenen ik hoor het u graag
en veel uitspreken: het gewapend bestuur tegen de georganiseerde
criminaliteit en in haar wetgeving de veiligheidsrisico's moet beperken
en, zo mogelijk, uitsluiten. In een globaliserende wereld waarin de
veiligheid van de samenleving afhankelijk is van de manier waarop
elke staat zich gedraagt, moet elke staat daarin ook zijn
verantwoordelijkheid nemen. Welnu, u weet zeer goed, en al die
verwarde verklaringen van diverse VLD'ers de afgelopen vier jaar
maken dat heel duidelijk, dat dit een zeer slechte wet is, dat het
veiligheidsrisico hierdoor op een enorme manier toeneemt en dat u
daartoe wordt gedwongen omdat u niet sterk genoeg staat in deze
regering om te doen waar u voor uitkomt.
Dus, als ik ook eens even mijn toevlucht mag nemen tot de
Antwerpse realiteit, dan stel ik vast dat de VLD daar nieuwe
organisaties opricht. Hoe heet het weer, mijnheer Coveliers?
Protector Lex? De beschermers van de wet, de VLD. Als men als
burger een klacht heeft die met veiligheid heeft te maken, wend u tot
de VLD: zij geven dat door en zij lossen dat voor u op, de vzw
Protector Lex. Het eerste wat die vzw zou moeten doen, is ervoor
zorgen dat de mandatarissen die daar deel van uitmaken, hun
verantwoordelijkheid opnemen in dit Parlement en ervoor zorgen dat
er een wetgeving is die gaten en veiligheidsrisico's zoals die door
deze wet worden gemaakt uitsluit.
Toen een andere eminente VLD'er, de grote heer Verhofstadt, onze
eerste minister, de tour van de steden maakte en er overal een blik
hulpagenten uitstortte, iedereen nadien in verwarring achterlatend
over de vraag wie dat zou betalen de federale regering in alle geval
duidelijk niet moest hij slechts twee doelen voor ogen houden. Het
eerste haalde minister Verwilghen aan amper drie of vier weken
geleden in een interview in De Morgen, toen hij zijn hart nog eens liet
spreken. Hij zei toen dat, als hij nog iets wou veranderen, het de snel-
Belg-wet was precies om de veiligheidsrisico's die zij inhoudt. Dat
was een terechte uitspraak van een VLD-minister, in De Morgen van
drie of vier weken geleden.
Dames en heren van de VLD, wil de heer Verhofstadt de veiligheid
centraal stellen in ons land, dan moet hij twee dingen doen, namelijk
de snel-Belg-wet wijzigen die u niet kunt of niet wilt veranderen
en het jeugdsanctierecht invoeren. In die dossiers loopt u volledig
gebukt, tot op uw knieën zelfs, onder de druk van de Franstaligen en
van de socialistische en groene meerderheid die het blijkbaar voor
het zeggen heeft.
Alle verwarde verklaringen en alle paniekreacties van grote en kleine
VLD'ers zijn slechts te verklaren door de paniek die in die partij
heerst, de partij die met de veiligheid zwaait, maar inmiddels
dergelijke slechte wetgeving goedkeurt.
Voorbeeld 1. Naturalisatie aangevraagd in 1997. De Veiligheid van
de Staat zet dat de betrokkene lid is van een extremistische
groepering. Het parket verstrekt een ongunstig advies. Er volgt een
uitstel met het verzoek om een bijkomend onderzoek. Vervolgens
où la nationalité belge a été
octroyée à des personnages
douteux. Une société ouverte et
tolérante a besoin d'une
administration "armée". Une
bonne législation doit être garante
de la sécurité élémentaire.
J'espère que la population saura
faire la différence entre la volonté
de façade de promouvoir la
sécurité et la réalité et qu'elle
sanctionnera l'insupportable
hypocrisie de la coalition arc-en-
ciel.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
74
deelt de politie mee dat er vermoedens zijn van betrokkenheid bij
heling van gestolen auto's. Betrokkene heeft verzwegen dat hij twee
broers heeft die erg betrokken zijn bij het stelen van wagens.
Negatief advies, suggereert de politie. In 1998 verdaagt de
commissie de aanvraag met twee jaar, met daarna een nieuw
onderzoek. Einde van het proces: betrokkene wordt Belg conform
artikel 12bis.
Zo zijn er tientallen voorbeelden en die hebben niets te maken met
het creëren van een kunstmatig of opgefokt onveiligheidgevoel, maar
die alles te maken hebben met de baseline waarover de heer
Vandeurzen het had, met name dat indien men een open en
verdraagzame samenleving wil, met aandacht voor ieders rechten en
plichten, men een gewapend bestuur moet hebben in de zin van een
degelijke wetgeving die de elementaire veiligheid van de burger
verzekert. Daar begint het samenleven. Wordt dat gekoppeld aan
integratiebereidheid, dan kan de samenleving op een fatsoenlijke
manier uitgroeien tot een nieuwe samenleving.
Inmiddels echter is het verschrikkelijke verraad dat u pleegt aan de
woorden versus de realiteit, hemeltergend. Ik hoop van harte dat
dergelijke uitlatingen, die compleet haaks staan op het werkelijk
politieke werk dat door de meerderheid en door de grootste
meerderheidspartijen in die meerderheid wordt verricht, ieders ogen
openen; ik hoop dat hierdoor de schellen van de ogen vallen en dat
de mensen zien dat hier op geen enkele manier wordt bijgedragen tot
de veiligheid die zo luid met de lippen wordt beleden.
Ik hoop, mijnheer Coveliers, dat ooit de tijd opnieuw aanbreekt dat,
wanneer tien VLD'ers het woord nemen, zij niet alle tien verschillende
verhalen ophangen.
13.41 Simonne Leen (AGALEV-ECOLO): Mijnheer de voorzitter,
mijnheer de minister, collega's, ik wil eerst en vooral de rapporteurs
bedanken voor het zeer goede verslag. Zoals beloofd in de wet van 1
maart 2000, werd de wet geëvalueerd. Er waren zeer goede
evaluatieverslagen van professor Caestecker en professor Rea. Ik
heb op de KUL ook de studiedag van professor Foblets meegemaakt.
Het boek is inderdaad interessant om lezen, maar de studie ging over
de effectiviteit en efficiëntie van de nationaliteitswet.
Het evaluatierapport heeft zich vooral gefocust op de disfuncties in de
toepassing van de wet van maart 2000. De huidige evaluatie heeft in
de eerste plaats betrekking op de toepassing van de wet en niet op
de inhoud. Het is dan ook niet de bedoeling om deze wet te wijzigen,
maar om eventuele verbeteringen te introduceren die voor het
overgrote deel in verordeningsmaatregelen kunnen worden
opgenomen.
Iedere keer als ik in een dossier snel-Belg-wet lees, ben ik boos
omdat deze term ten onrechte wordt gebruikt. De procedure duurt
langer dan voor de nieuwe wet van kracht werd. In de commissie
voor de Naturalisaties zijn er meer verdagingen dan voor de nieuwe
wet van kracht werd. De praktijk en de studies vertellen ons dat alles
niet zo vlot verloopt.
Ik kom tot de aanvragen. Voor welke procedure komt een kandidaat
in aanmerking? Soms wordt hij of zij van het kastje naar de muur
13.41 Simonne Leen (AGALEV-
ECOLO): Le rapport réalisé à la
demande du gouvernement
concernait l'application de la loi et
non son contenu. L'évaluation est
globalement très positive.
L'appellation "procédure de
naturalisation accélérée" est
inappropriée: les procédures sont
plus longues qu'auparavant, la
commission des Naturalisations
prononce davantage
d'ajournements et la procédure
n'est pas aussi facile qu'on a pu le
laisser entendre. On conseille
souvent à des candidats, à tort,
d'opter pour la version plus lourde
de la procédure de naturalisation.
Les différentes procédures durent
entre 9 et 16 mois.
Exceptionnellement, elles peuvent
s'éterniser pendant des années.
Le groupe Agalev-Ecolo souhaite
que la loi soit appliquée
uniformément dans tout le pays.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
75
gestuurd of wordt een onjuiste procedure opgestart. Vele aanvragers
worden ten onrechte de procedure voor naturalisatie aangeraden
terwijl ze voor een andere procedure in aanmerking komen. Er is een
zeer grote onduidelijkheid welke verblijfsdocumenten in aanmerking
komen om de procedure te starten. De meeste aanvragers die een
nationaliteitsverklaring afleggen, weten niet dat indien er een negatief
advies van het parket komt, zij in beroep kunnen gaan. Als zij dat niet
doen, wordt hun dossier automatisch naar de
Kamer van
Volksvertegenwoordigers doorgestuurd. Zij weten dan ook niet dat ze
bij de Dienst voor de Naturalisaties een memorie van antwoord op
negatief advies kunnen indienen. De procedure van
nationaliteitsverklaring in Brussel duurt momenteel ongeveer 9
maanden. De procedure van een naturalisatieaanvraag duurt
momenteel tussen de 12 en de 16 maanden. Er liggen dossiers bij de
Dienst voor de Naturalisaties die reeds 5 jaar in behandeling zijn. Zij
zijn twee keer 2 jaar verdaagd. Voor deze dossiers wordt nu een
nieuw onderzoek gevraagd, waarna ze opnieuw in de commissie
worden aangeboden.
De grootste bekommernis van Agalev-Ecolo is dat deze wet in heel
ons land op dezelfde manier wordt geïnterpreteerd en toegepast. Dat
is nu niet het geval. Daarom scharen wij ons achter de aanbevelingen
in het aanbevelingsrapport van professor Caestecker en professor
Rea en hebben wij ook aandacht voor professor Foblets. Daarom zijn
bijkomende maatregelen, de juiste informatie en bijscholing van
ambtenaren nodig. Indien daarvoor meer personeel en middelen
nodig zijn, moeten die ter beschikking worden gesteld.
Bijkomende opleidingen van de ambtenaren van de burgerlijke stand
van de gemeenten, van de leden van de parketten en misschien van
de leden van de commissie voor de Naturalisatie, moeten niet
occasioneel, niet alleen op verzoek, maar automatisch gebeuren.
Aangezien adviezen worden gevraagd aan verschillende instanties,
met name de parketten, de Dienst Vreemdelingzaken, de Veiligheid
van de Staat en het centrale strafregister, moet er een betere
taakverdeling en een betere samenwerking komen. Sommige taken
worden dubbel gedaan. Sommige adviezen spreken elkaar tegen.
Hier is overleg nodig. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de
eerste controle van de verblijfsdocumenten doen en de Dienst
Vreemdelingenzaken alleen contacteren in geval van onduidelijkheid.
Indien de diensten het koninklijk besluit krijgen, zoals de minister
heeft beloofd, met een lijst van de verschillende verblijfsvergunningen
die in aanmerking komen om de verklaring volgens artikel 12bis te
kunnen afleggen, is dit een grote stap voorwaarts. Wij danken de
minister ervoor. Het zal de ambtenaren van de burgerlijke stand meer
duidelijkheid geven. Zij moeten minder advies vragen aan de Dienst
Vreemdelingenzaken en er komt tijd vrij.
Er moet een federale gegevensbank komen van alle vervolgingen in
het land. Wij pleiten ook voor een verdere verfijning van de nog
onduidelijke termen. Over het "in de onmogelijkheid verkeren zich
een akte van geboorte te verschaffen" is de interpretatie van de wet
niet overal dezelfde. Vorige week werd aan een Armeense familie,
die in de onmogelijkheid verkeerde een akte van geboorte neer te
leggen, geweigerd een akte van bekendheid neer te leggen in een
gemeente rond het Brusselse, terwijl men in een identiek geval wel
de toestemming kreeg een akte van bekendheid neer te leggen. Dat
Il faut augmenter les effectifs et la
formation. Le personnel de l'Etat
civil, des parquets et de la
commission des Naturalisations
doit être automatiquement et
perpétuellement recyclé. Au
besoin, il convient de dégager des
fonds à cet effet.
La collaboration entre les services
qui rendent leur avis devrait
s'intensifier.
Les adaptations à la législation
doivent permettre de lever des
ambiguïtés pour que les
fonctionnaires concernés
disposent de plus de temps pour
faire leur travail.
Il convient de créer une banque
de données centrale des
poursuites et un centre
d'enregistrement central des
demandes d'acquisition de la
nationalité.
Une quantité de termes ne sont
pas interprétés de manière
univoque. Il importe dès lors
d'affiner la législation.
De nombreux perfectionnements
ont d'ores et déjà été apportés à la
procédure de naturalisation. La
commission des Naturalisations a
notamment subi une
réorganisation.
Les discussions et contrôles dont
les dossiers font l'objet se
multiplient. Le volume de travail a
augmenté. Je profite de cette
occasion pour remercier le
personnel pour son engagement.
Je voudrais affirmer clairement
que nous ne pouvons tolérer les
fraudes mais que la lutte contre la
fraude doit être intégrée dans la
lutte internationale contre le
terrorisme et le trafic d'armes.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
76
kan niet en schept verwarring bij de aanvrager.
De begrippen "hoofdverblijfplaats" en "werkelijke band met België"
worden door de verschillende parketten op een verschillende manier
geïnterpreteerd. Over het begrip "gewichtige feiten eigen aan de
persoon" moeten richtlijnen komen over een uniforme werkwijze door
de parketten. Het is ook belangrijk dat er een federaal
registratiesysteem wordt aangelegd van de verschillende procedures
van de verwerving van nationaliteit. Het moet ook mogelijk zijn dat het
registratiesysteem toegankelijk is voor ambtenaren die deze
informatie nodig hebben. Soms zijn verschillende procedures lopend:
dat is dubbel werk.
Wat de procedure van de naturalisatie betreft, werden reeds veel
verbeteringen aangebracht. Door de wijziging van artikel 94 van het
Kamerreglement werd de commissie van 9 naar 17 leden uitgebreid.
De commissie werd onderverdeeld in 6 kamers van 3
commissarissen die elk een deel van de dossiers krijgen toebedeeld.
De dossiers worden nu automatisch toebedeeld, zodat willekeur sterk
aan banden wordt gelegd. Dossiers worden meer besproken en er is
meer controle. De werklast is wel verhoogd. Het aantal
vergaderingen voor hetzelfde aantal dossiers is vermeerderd, maar
de werkwijze is verbeterd. Het past dan ook het personeel van de
dienst Naturalisatie te bedanken voor hun grote inzet en
deskundigheid, want zij hebben een moeilijke periode achter de rug.
Een grote verbetering is ook het feit dat de aanvrager, indien er een
voorstel tot verwerping of verdaging is, een brief krijgt thuisgestuurd
en dat hij 30 dagen de tijd heeft een repliek te schrijven, waarna het
dossier terug in de commissie voor een nieuw onderzoek wordt
aangeboden.
Ik geef enkele cijfers, hoewel ze waarschijnlijk niet zo juist zullen zijn.
Er waren 7 commissievergaderingen.
Van de 15.463 verwerkte dossiers werden er 7.176 aanvaard, 3.001
verdaagd en 624 verworpen. 4.662 dossiers zijn nog niet verwerkt.
Dat zijn de dossiers van de jongste commissievergadering.
Ik wil nadrukkelijk onderstrepen dat fraude voor ons niet kan. Fraude
moet aangepakt worden, maar dan wel in het kader van de
internationale strijd tegen terrorisme, wapenhandel, drugshandel,
mensenhandel en kinderhandel.
13.42 Bart Laeremans (VLAAMS BLOK): Mevrouw Leen, dat vind ik
toch nogal goedkoop. U zegt dat fraude op internationaal niveau
aangepakt moet worden, maar precies daar ontbreekt het aan de
instrumenten. Wij hebben ze hier wel. Zoals daarnet al is gezegd,
hebben wij hier de mogelijkheid om de wet aan te passen en fraude
te bestraffen door de nationaliteit terug af te pakken. U blijft zich met
Agalev en Ecolo manifest mordicus tegen elke wetswijziging
verzetten, ook tegen de meest logische en evidente. Hoe komt dat
toch? Waarom ziet u het licht van de zon niet en wenst u, minstens in
fraudegevallen, te verhinderen dat die nationaliteit wordt afgenomen?
Waarom blokkeert u elke wetswijziging, ook wanneer ze zo
noodzakelijk is om fraude te bestrijden?
13.42 Bart Laeremans (VLAAMS
BLOK): En Belgique, nous n'avons
pas la possibilité de combattre la
fraude sur le plan international.
Pourquoi vous opposez-vous à
toute modification de la loi qui
permettrait de mener ce combat
au niveau belge?
13.43 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Monsieur le président, je 13.43 Jean-Pierre Detremmerie
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
77
suis d'accord avec la plupart des remarques formulées par Mme
Leen. Je voudrais simplement faire remarquer que l'on peut
évidemment rencontrer des contradictions dans beaucoup de
dossiers, par exemple entre le parquet et le parquet général. Il arrive
très fréquemment de trouver deux avis contraires ou opposés. Je
pense que c'est précisément le rôle du parlement et du
parlementaire. C'est alors que le parlement doit examiner la question.
Deux possibilités s'offrent à lui. Soit, il demande des informations
complémentaires, il doit prendre le temps nécessaire pour étudier ces
dossiers avec sérieux. Soit, il tranche, avec le risque de se tromper
éventuellement. Je ne dis pas qu'il n'a pas le droit à l'erreur mais,
jusqu'à présent, la plupart des parlementaires sinon tous ont toujours
essayé de travailler en âme et conscience.
Mais comme vous l'avez dit, il est peut-être utile de donner plus de
précisions. Je pense aux employés de l'état civil, par exemple, dans
de nombreux cas, ils ne savent pas exactement ce qu'on leur
demande; c'est vrai aussi pour les policiers qui doivent faire leur
rapport ou, dans certains cas, pour l'Office des étrangers ou d'autres
services. Il faudrait donner des instructions plus précises à l'avenir.
En ce qui concerne la problématique sur le plan international, je
pense qu'il faut faire confiance à la Sûreté de l'Etat. J'estime que si
un Belge peut perdre sa nationalité, être déchu, il est évident que
cela devra aussi un jour pouvoir être le cas pour un naturalisé. On ne
peut pas avoir deux poids, deux mesures. A terme, nous devrions
fixer des conditions bien précises à la déchéance de nationalité,
même pour celui qui a été naturalisé quelques années auparavant.
Pour le reste, madame, je partage entièrement vos remarques très
judicieuses qui montrent que vous avez beaucoup travaillé sur ce
dossier.
(cdH): Ik zou willen opmerken dat
heel wat dossiers
tegenstrijdigheden bevatten,
bijvoorbeeld tussen het parket en
het parket-generaal. Dan kan het
Parlement optreden aangezien het
zijn rol is ofwel bijkomende
informatie te vragen ofwel een
beslissing te nemen. Tot nu toe
kunnen we stellen dat de meeste
parlementsleden geprobeerd
hebben naar best vermogen te
handelen.
Voor het overige moeten we
vertrouwen hebben in de
Staatsveiligheid. En als een Belg
uit zijn rechten kan worden ontzet,
dan geldt dat ook voor iemand die
genaturaliseerd werd. Ik ben het
eens met al uw opmerkingen en
vind ze verstandig.
13.44 Simonne Leen (AGALEV-ECOLO): Mijnheer Laeremans, ik wil
u het volgende zeggen. Ik kan de zon wel zien schijnen. Ik vind dat u
niet goed geluisterd hebt.
Als er geld en middelen nodig zijn om de fraude te bestrijden, moeten
dat geld en die middelen gevonden worden. Ik onderzoek even lang
dossiers als de heer Mortelmans. Ik kom zeer veel dossiers tegen. Ik
heb respect voor de heer Vandeurzen die het dossier zeer goed kent.
Maar ik vind dat u zeer slecht luistert.
13.44 Simonne Leen (AGALEV-
ECOLO): Vous n'avez
apparemment pas bien écouté.
Des moyens sont nécessaires
pour combattre la fraude.
13.45 Bart Laeremans (VLAAMS BLOK): Mevrouw Leen, u
antwoordt daarmee niet op mijn vraag.
13.46 Simonne Leen (AGALEV-ECOLO): Antwoord ik niet?
13.47 Bart Laeremans (VLAAMS BLOK): De wet moet gewijzigd
worden om hen de nationaliteit te kunnen afnemen.
13.48 Simonne Leen (AGALEV-ECOLO): Mijnheer Laeremans, ik
krijg schrik bij het lezen van uw wetsvoorstel. "Wegens criminele
feiten de nationaliteit afnemen", staat in uw wetsvoorstel. Waarvoor
dient het gerecht dan?
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
78
13.49 Bart Laeremans (VLAAMS BLOK): Om de nationaliteit af te
nemen, natuurlijk.
13.50 Simonne Leen (AGALEV-ECOLO): Mijnheer de minister, het
zou mij een plezier doen als de juiste informatie over die wet eens
zou verschijnen. Er bestaan erg veel wanvoorstellingen over die wet,
vooral over de naam snel-Belg-wet.
Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, er is nog werk
aan de winkel om de wet effectiever en efficiënter toe te passen. Veel
en goede initiatieven werden al door de minister genomen en
opgestart. Mevrouw Herzet verwoordde dat perfect in de
rapportering. Wij zullen dat allemaal nauwlettend blijven opvolgen,
want hoe effectiever en efficiënter die wet wordt toegepast, des te
vlotter is de integratie waardoor het leven voor iedereen aangenamer
wordt. Wij zijn dan ook bereid om die wet na een jaar opnieuw te
evalueren en verder te verfijnen als dat nodig mocht zijn.
Tenslotte wil ik het volgende nog zeggen. Achter elk dossier schuilt
een mens van vlees en bloed. Het gaat om een mens die Belg wil
worden, een Belg die dezelfde rechten en plichten heeft dan andere
Belgen.
Ik wilde nog een paar opmerkingen maken. Ik heb het aantal
verworpen dossiers op de dienst naturalisaties opgevraagd sinds de
eerste commissie van deze legislatuur tot en met 18 april 2002. Ik ga
deze hier niet herhalen, statistieken zijn statistieken, maar ik wilde
nog even reageren op wat mijnheer Vandeurzen zei. Ik vond uw
uiteenzetting zeer interessant, maar er staat nergens dat de minister
gevraagd had om een sneller evaluatierapport, het moest wel
effectiever en efficiënter. In verband met integratie wil ik nog het
volgende zeggen. Ik heb zeer veel aandacht besteed aan mijn
dossiers. Ik denk dat integratie met criminaliteit en maffiosi weinig te
maken heeft, want soms verdienden de mensen die net zeer sociaal
waren en zeer goed geïntegreerd waren, de nationaliteit niet. Ik vind
integratie en talenkennis belangrijk, maar ik denk dat de
gemeenschap daarop met het onthaalbeleid kan en moet inspelen.
Zoals de heer Detremmerie al gezegd heeft, biedt de commissie
naturalisatie kans tot verder onderzoek. De dossiers die verschenen
zijn in het jongste Belgisch Staatsblad hadden bijna allemaal
tweemaal "RAS" van de Veiligheid van de staat. Ik heb ze
onderzocht.
13.50 Simonne Leen (AGALEV-
ECOLO): Nous sommes
conscients que le travail est loin
d'être terminé mais nous
continuerons de suivre la
situation. Mieux la loi sera
appliquée, mieux se déroulera
l'intégration dans notre pays. On
oublie trop souvent que derrière
chaque dossier, se cache un être
de chair et de sang.
13.51 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mevrouw
Leen weet dat ik veel waardering heb voor de ernst waarmee zij die
dossiers behandelt, maar het moet me toch nog eens van het hart.
Wat moet de burger in ons land denken? Voor de
nationaliteitsverwervingen hebben wij ook de procedure zoals de wet
die bepaalt voor de verklaring en de keuze die via de gemeente
gaan. Daar is een termijn van een maand ingevoerd. Wij, als
parlementsleden vinden dat we de diensten langere termijnen
moeten geven uit zorg voor de veiligheid van ons land. Tweederde
van de aanvragen gaat echter niet via het Parlement en in dat geval
weigeren we de wet in verband met de termijnen aan te passen. Wij,
alle partijen aanwezig in de commissie voor de Naturalisaties,
miskennen flagrant de termijn die de wet ons oplegt. Wij overrulen die
13.51 Jo Vandeurzen (CD&V):
Pour quelle raison êtes-vous
tellement opposée à l'extension
légale des délais d'avis?
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
79
uit veiligheidsoverwegingen. Waarom neemt de meerderheid dan niet
de verantwoordelijkheid op zich om de termijn in de wet aan te
passen voor de twee derden van de dossiers die niet via de Kamer
gaan? Wat is daar ideologisch zo onmogelijk aan? Als u zegt dat er
geen verband is tussen migratie en criminaliteit, dan wil ik dat met
klem onderschrijven. Des te groter is mijn verwijt aan de meerderheid
dat, door deze chaos te laten bestaan en deze veiligheidsaspecten
niet te herstellen, zij dit soort debat bevordert. Ik schuif dus de
verantwoordelijkheid voor deze mist in uw schoenen, laat dit duidelijk
zijn.
13.52 Simonne Leen (AGALEV-ECOLO): Ook de parketten steunen
ons, de commissie voor de Naturalisaties, in het advies om de
adviestermijn te verlengen. Zij moeten onverwijld een advies sturen,
maar dat onverwijld advies blijft achterwege.
13.52 Simonne Leen (AGALEV-
ECOLO): Les commissions des
Naturalisations préconisent
l'allongement des délais mais
certains parquets n'ont pas la
conscience tranquille.
13.53 Jo Vandeurzen (CD&V): Mevrouw Leen, ik ben ervan
overtuigd dat u dat uit oprechte bekommernis doet. Waarom aarzelen
sommige parketten om een ontvangstmelding te sturen? Omdat ze
zich verantwoordelijk weten voor hun advies. Ze voelen zich
geforceerd door deze wetten en zoeken ontsnappingsroutes omdat
ze hun belangrijke opdracht, namelijk een ernstig advies geven,
willen waarmaken. Dat is de reden waarom sommigen allerlei trucs
gebruiken. Als de termijn twee maanden was geweest en in een
mogelijkheid was voorzien om die termijn eenmaal te verlengen tot
drie maanden, dan had u deze situatie niet in de parketten.
13.53 Jo Vandeurzen (CD&V):
Comment expliquer les hésitations
fréquentes des parquets? Ils
recherchent évidemment avec
fébrilité le moyen de rendre des
avis de qualité! Au Parlement qui
traite un tiers des dossiers, les
délais d'avis ont été prolongés
pour des raisons de sécurité.
Pourquoi cela serait-il impossible
pour les deux tiers des dossiers
traités en dehors du Parlement?
13.54 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Monsieur le président, il est
possible que, dans certains cas, les raisons invoquées par
M. Vandeurzen correspondent à la réalité. Toutefois, dans certains
parquets du pays, et les membres de la commission des
Naturalisations le savent, aucun problème ne se pose et les délais
sont respectés depuis des dizaines d'années alors que dans d'autres
et je pourrais les nommer , cela prend des mois, voire des
années. C'est la raison pour laquelle la commission des
Naturalisations a décidé, à un certain moment, à l'unanimité qu'en
cas de non-réception du rapport, un premier rappel serait envoyé et,
s'il n'y est pas donné suite, un délai d'un mois serait accordé avant de
considérer l'avis comme favorable. Procéder de cette manière a peut-
être été une erreur, mais cela a été fait en réaction à l'égard de
certains parquets qui ne transmettaient pas dans des délais normaux
l'avis aux commissaires de la commission des Naturalisations.
13.54 Jean-Pierre Detremmerie
(cdH): De aangevoerde redenen
kloppen met de werkelijkheid. Op
sommige parketten loopt alles op
rolletjes, bij andere duurt het
jaren. Daarom hebben wij
besloten dat een maand na een
eerste herinnering een gunstige
beslissing zou worden genomen.
13.55 Jo Vandeurzen (CD&V): Het klopt dat wij in de vorige
legislatuur hebben vastgesteld dat parketten dossiers laten liggen.
Dat is de situatie waarnaar de heer Detremmerie verwijst. Onze
fractie is het er roerend mee eens dat men een techniek moet
hebben waardoor men adviserende instanties verplicht om de zaak
niet te laten liggen en er spoed achter te zetten, waardoor een
beslissing in de Kamer niet eindeloos wordt uitgesteld. Met alle
excuses, maar daarvoor bestaan perfecte legistieke technieken. Men
stelt bijvoorbeeld een termijn van twee maanden voorop waarbinnen
het advies moet worden verstrekt. Daarna stuurt men een herinnering
13.55 Jo Vandeurzen (CD&V):
En effet, sous la précédente
législature, les parquets laissaient
les dossiers s'entasser. Mais il
existe des formules légales pour
remédier à cela.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
80
waarop binnen één maand moet worden gereageerd. Een andere
techniek is om de adviserende instanties de termijn van één maand
te geven, maar wanneer bepaalde indicaties in het onderzoek meer
tijd vereisen, mag dit worden verlengd. Er bestaan perfecte formules
om ervoor te zorgen dat dossiers niet meer blijven liggen en er geen
beslissing wordt genomen. Dit komt tegemoet aan de bezorgdheid
om voldoende tijd en ernst aan het advies te kunnen besteden. Het is
niet correct om te zeggen dat dit daarvoor de heiligmakende
oplossing is.
13.56 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Je suis étonné car, à
l'époque, vous aviez marqué votre accord. Cette matière a, en effet,
été débattue en commission des Naturalisations et elle a été votée à
l'unanimité.
Je ne prétends pas que nous avons trouvé la bonne formule. Peut-
être en aurait-il fallu une autre! Mais alors, il fallait l'évoquer à ce
moment-là. Je pense en effet que tous les commissaires étaient prêts
à opter pour une autre formule.
Toutefois, nous avons tenté de façon peut-être maladroite de trouver
une formule permettant de répondre à ces lenteurs ou à ces non-
réponses de certains parquets du pays. Nous ne voulions pas non
plus que les gens soient victimes de cette situation et nous voulions
les protéger de ces démarches administratives abusives.
13.56 Jean-Pierre Detremmerie
(cdH): Dat was onze manier om
op de vertragingen en uitblijvende
antwoorden te reageren. Op deze
manier wilden wij de persoon
beschermen tegen onrechtmatige
administratieve rompslomp.
13.57 Simonne Leen (AGALEV-ECOLO): Ik zou nog dit aan de heer
Mortelmans willen zeggen. Ik vind het zeer verontrustend dat hij en
zijn collega hebben besloten om alle dossiers voor de commissie
voor de Naturalisaties te verdagen. Dat is niet eerlijk. Dat was geen
afspraak van de commissie. Dit kan niet.
De heer Mortelmans zegt ook dat nationaliteit een recht is geworden.
Dat klopt niet. Naturalisatie is een gunst en dat zal het ook blijven. Hij
zegt dat het gemakkelijker is de nationaliteit te krijgen dan een
verblijfsvergunning. Dat is ook onwaar, want als men geen wettelijk
verblijf in België heeft, kan men geen naturalisatieaanvraag indienen.
13.57 Simonne Leen (AGALEV-
ECOLO): La naturalisation reste
une faveur subordonnée à un
séjour légal en Belgique.
13.58 Alfons Borginon (VU&ID): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de
minister, collega's, ik zal trachten bondig te zijn. Veeleer dan dat het
mijn bedoeling is om een lange uiteenzetting te geven over hoe het
zou moeten zijn, wil ik meer impressionistisch te werk gaan. Dit
vanuit mijn nieuwe ervaring dat ik sedert ongeveer zes maanden deel
uitmaak van de commissie voor de Naturalisaties. Dat is een
boeiende ervaring die ik aan iedereen in dit halfrond toewens, al was
het maar voor een beperkte tijd. Dan merkt men immers dat ieder
dossier een ander dossier is en dat elke situatie anders is. Telkens
rijst de vraag over wat rechtvaardig is en wat niet.
Het debat over de snel-Belg-wet zou niet alleen over de techniek,
maar ook over de achterliggende ideeën moeten gaan. Het is meer
en meer mijn algemene filosofie dat het belang van de nationaliteit
steeds geringer wordt en moet worden. Ik denk dat wij nog steeds
een concept hanteren dat in de negentiende eeuw thuishoort:
allemaal nationale staten naast elkaar met één nationaliteit die men
op zeer strenge criteria toekent. Dat is voor verandering vatbaar.
13.58 Alfons Borginon (VU&ID):
La nationalité doit revêtir un
caractère moins important. Notre
conception d'Etats nationaux
coexistants remonte au 19ème
siècle et évolue.
Nous devons nous orienter vers
une citoyenneté par paliers dans
le cadre de laquelle, pour chaque
niveau politique, on établit des
critères différents pour déterminer
si une personne appartient à une
communauté bien précise. En
outre, les professeurs de droit
international privé s'accordent de
plus en plus pour dire que les
tribunaux nationaux doivent
appliquer le droit national. Enfin, la
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
81
De nationaliteit heeft vandaag drie essentiële kenmerken. Ten eerste,
het gaat over het verkrijgen van politieke rechten. Ten tweede, het
gaat over het toepasselijke recht op situaties waarin die mensen zijn
betrokken. Ten derde, het heeft ook veel effecten op toegang en
verblijf, al was het maar dat het gemakkelijker wordt gemaakt. In elk
van die drie elementen is er een evolutie die tot nadenken zou
moeten stemmen. Ik denk dat wij meer en meer afstappen van een
model van nationaliteit dat voor alle niveaus de politieke rechten
bepaalt.
Wij moeten meer en meer evolueren naar een gelaagd burgerschap,
waarbij, naargelang het gaat over het niveau van de gemeente,
Vlaanderen, de federale staat of zelfs het Europese niveau, op grond
van verschillende criteria moet worden uitgemaakt of men nu al dan
niet tot de gemeenschap behoort en recht heeft op de politieke
rechten die daaraan verbonden zijn. De evolutie naar het
migrantenstemrecht is onvermijdelijk. Zeker op lokaal niveau zal men
onvermijdelijk opteren voor een migrantenstemrecht, al was het maar
omdat de vraag ernaar op dat niveau het grootst is.
nationalité ne devrait plus être
automatiquement transmise aux
enfants. Le droit au regroupement
familial est important mais nous
devons oser admettre que
certains en abusent parfois. Le
droit de séjour ne peut être
automatiquement lié à la
nationalité.
13.59 Fauzaya Talhaoui (AGALEV-ECOLO): Mijnheer de voorzitter,
ik wou aan de heer Borginon vragen om luider te spreken, want wij
horen hem hier niet.
De voorzitter: Een bewijs van uw luisterbereidheid, mevrouw Talhaoui en de manke kwaliteit van onze
micro's. Probeer uw stem te verheffen, mijnheer Borginon. Volgend parlementair jaar komen er nieuwe
micro's.
13.60 Alfons Borginon (VU&ID): Mijnheer de voorzitter, een van de
elementen die voor het verkrijgen van de nationaliteit zeker van
belang is, is dat men evolueert naar een gelaagd burgerschap,
waarbij op het niveau van de gemeente, Vlaanderen, de federale
staat of het Europese niveau, op grond van verschillende andere
criteria moet worden uitgemaakt of men het stemrecht verwerft. De
discussie over de vraag of iedereen die zich aanbiedt, terecht zo snel
mogelijk Belg moet worden gemaakt, kan worden ondervangen door
het debat over het migrantenstemrecht op een fatsoenlijke manier te
voeren.
Wat de aard van het recht betreft dat wordt toegepast op de mensen,
verdedigen professoren in internationaal recht steeds vaker de
stelling dat de eigen rechtbanken het eigen recht moeten toepassen.
Dat is waarschijnlijk de meest werkbare methode. Wij moeten in die
richting voortgaan, waardoor heel wat spanningen die rond de vraag
van de nationaliteit ontstaan, kunnen worden weggewerkt.
Wij mogen niet zomaar automatisch toelaten dat de verblijfsrechten
die verbonden zijn aan de nationaliteit ook aan derden kinderen,
potentiële echtgenoten zo maar, op basis van nationaliteit, worden
toegekend. Het begrip gezinshereniging is een belangrijk en heilig
recht, maar men moet durven vast te stellen dat er hier en daar
georganiseerde praktijken bestaan, die misschien deels op culturele
achtergronden zijn gebaseerd, maar die deels echt wel met fraude te
maken hebben. Men moet afspraken maken met de grote
migratielanden om te komen tot een meer redelijke toetsing dan
alleen maar op basis van hun eigen burgerlijke stand. In de dossiers
die ik behandel in de commissie voor de Naturalisaties, stel ik vast
13.60 Alfons Borginon (VU&ID):
La loi sur l'accès rapide à la
nationalité belge n'est pas une
bonne loi. Le délai d'avis dont
dispose la Sûreté de l'Etat est trop
court. Je n'entends pas par-là que
la grande majorité des
demandeurs sont des criminels
mais bien que le délai d'avis est
trop court pour vérifier cette
éventualité.
Le délai d'acquisition de la
nationalité est, lui aussi, trop
limité. Deux à trois années ne
suffisent pas pour décider de
séjourner définitivement dans un
pays.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
82
dat het heel vaak gaat over iemand die het land is binnengekomen op
grond van een gezinshereniging en op basis van een huwelijk,
gesloten in het buitenland, waarbij de partners nadien amper enkele
maanden of maximaal één tot anderhalf jaar samenwonen. Wij
moeten durven te erkennen dat er situaties bestaan waarbij de
oprechte bedoeling bestaat om een duurzame relatie tot stand te
brengen, maar het grote aantal van dergelijke dossiers en het
cumulatief effect ervan doen toch wel vragen rijzen over de
oprechtheid van al die mensen om werkelijk een duurzame relatie op
te bouwen. Het is een probleem dat moet worden geregeld. Ik zoek
naar een menselijke en fatsoenlijke manier daarvoor.
De vraag die vandaag natuurlijk rijst, is of de snel-Belg-wet een
goede wet is. Ik wil mij even op het standpunt plaatsen van iemand
die zich terugvindt in een deel van de filosofie waarop die wet is
gebouwd, namelijk de idee dat als iemand de intentie heeft om hier
permanent te verblijven, het een betere zaak is dat hij zo snel
mogelijk evenveel politieke rechten geniet als de anderen. Echter,
zelfs wanneer de wet binnen dat filosofisch kader wordt geplaatst,
kan zij niet als een goede wet worden aanzien. Er is al een aantal
keren op gewezen dat de adviestermijnen voor de dienst Veiligheid
van de Staat en voor het parket te kort zijn. Men moet daar niet
onnozel over doen. Men kan niet komen tot een redelijke toetsing van
de vraag of iemand als een probleemgeval moet worden beschouwd
binnen de adviestermijn van een maand.
Daarmee wil ik geenszins gezegd hebben dat de overgrote
meerderheid van de dossiers probleemgevallen zijn inzake veiligheid,
op het vlak van de criminaliteit of de staatsveiligheid. De termijnen om
de beoordelen of het om een probleemgeval gaat, zijn echter te kort.
Ten tweede heb ik vragen bij de erg korte termijn waarbinnen men
Belg kan worden. Ik stoot geregeld op dossiers die op zichzelf wel
lovenswaardig zijn, maar waarin het gaat om een erkend vluchteling
die hier amper twee of drie jaar geleden is binnengekomen. Die
verkrijgen de Belgische nationaliteit al omdat er geen negatieve
elementen zijn. Als men zelf naar den vreemde gaat wonen, zou men
voor zichzelf op een termijn van twee of drie jaar nauwelijks de
beslissing kunnen nemen om er permanent, levenslang te blijven.
13.61 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Monsieur le président,
j'approuve la dernière remarque de l'intervenant, mais je voudrais
attirer l'attention sur un point. En effet, il faut savoir que les
règlements relatifs à l'octroi d'un permis de travail sont différents en
Flandre et en Wallonie. C'est la raison pour laquelle, un séjour
"illimité" porte sur une durée différente en Flandre et en Wallonie.
On ne peut quand même pas reprocher cette situation à la
commission des Naturalisations qui ne fait qu'appliquer. Lorsqu'une
personne est en possession d'un permis de travail A, c'est-à-dire à
durée illimitée, elle a droit à une carte de séjour illimitée, ce qui lui
permet de répondre aux conditions. Si, au préalable, les conditions
sont différentes au Nord et au Sud du pays, c'est un autre problème.
Mais il n'appartient pas à la commission des Naturalisations de
trancher. Peut-être faudrait-il revoir ce problème. Mais j'espère que
notre volonté n'est pas de communautariser les naturalisations. En
effet, j'ai parfois le sentiment que la Flandre et la Wallonie ont des
approches différentes.
13.61 Jean-Pierre Detremmerie
(cdH): Er is ongetwijfeld een
verschil tussen Vlaanderen en
Wallonië inzake de procedure
voor de toekenning van de
werkvergunning en de
verblijfsduur. De commissie stelt
evenwel dat iemand aan wie een
werkvergunning voor onbeperkte
duur verleend werd en die
onbeperkt in ons land mag
verblijven, aan de voorwaarden
voldoet om een
naturalisatieaanvraag in te dienen.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
83
13.62 Alfons Borginon (VU&ID): In essentie moet de commissie de
termijn respecteren. Dat staat in de wet. Wij moeten van het feit dat
men hier amper drie jaar is geen argument maken om een dossier
niet toe te kennen. Globaal bekeken meen ik echter dat het niet
onredelijk zou zijn om een iets langere termijn te hanteren,
bijvoorbeeld vijf jaar. Dat zou echt wel nuttig zijn.
Een derde element van kritiek vanuit de ervaring in de commissie
voor de Naturalisaties is de overvloed aan dossiers. Een gemiddelde
rechter behandelt enkele honderden dossiers per jaar en probeert
daarin een objectief oordeel te vellen. Welnu, in de laatste
commissievergadering werden er 180 dossiers behandeld. Er zijn
vier, vijf of zes sessies per jaar, dit tussen al het andere politieke en
parlementaire werk door. Hoezeer ik ook probeer om die dossiers op
een fatsoenlijke en correcte manier te behandelen, toch voel ik aan
dat de wijze van handelen in de commissie voor de Naturalisaties mij
niet toelaat voldoende tijd en aandacht te besteden aan de merites
van ieder dossier afzonderlijk om zo tot een verstandige beslissing te
komen. Aan de ene kant zullen er mensen doorglippen die het
eigenlijk niet verdienen, terwijl er aan de andere kant misschien een
aantal moeilijke gevallen zijn waarin men op basis van de
basisstukken zegt dat het niet kan, terwijl men misschien toch zou
besluiten dat dit geval voor naturalisatie in aanmerking komt als men
het dossier ten gronde en uitvoerig zou kunnen bekijken.
13.62 Alfons Borginon (VU&ID):
Un séjour limité en Belgique ne
constitue pas une raison
suffisante pour émettre un avis
négatif dans un dossier concret
mais le délai doit en tout cas être
prolongé.
Le très grand nombre de dossiers
traités en commission des
Naturalisations empêche un
examen approfondi.
13.63 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Je suis tout à fait d'accord.
Je comprends votre souci d'objectivité mais il est évident aussi que
lorsque le dossier nous est soumis, il a quand même déjà passé
l'examen très sérieux de nos services. Si nous leur faisons confiance,
je pense qu'il est assez facile de trancher; il faut d'ailleurs remarquer
que lorsqu'il y a le moindre élément de doute, le personnel
administratif l'indique et pose les questions pour que l'on y attache
plus d'importance. Si l'on n'est pas d'accord et que l'on se méfie de
ces services-là, si l'on doit réexaminer de A à Z chacun des dossiers,
il devient tout à fait impossible de traiter autant de dossiers dans un
délai aussi court.
Personnellement, j'estime que les fonctionnaires travaillent très bien.
Je regrette d'ailleurs que certains aient été mis en cause car, jusqu'à
preuve du contraire, il n'est toujours pas prouvé que ces gens se sont
rendus coupables de quoi que ce soit. Et ce n'est pas pour un
bouquet de fleurs ou une boîte de pralines que l'on va les suspecter
de... à moins qu'il y ait autre chose! Mais alors, il faudra qu'un jour on
le dise clairement et que l'on ne lance pas la suspicion sur des
personnes, sur toute une commission et sur tout un parlement à partir
d'éléments très subjectifs ou d'une querelle d'une autre nature qui est
peut-être très à la mode à l'heure actuelle dans certains pays.
J'ajoute que certains ont peut-être intérêt à voir se poursuivre une
telle querelle, surtout dans la région où elle est née!
13.63 Jean-Pierre Detremmerie
(cdH): Als het dossier aan de
Commissie wordt voorgelegd,
werd het reeds door de bevoegde
diensten onderzocht. Als er dan
nog twijfel bestaat, ondervraagt
het administratief personeel de
betrokkene. We moeten dus
vertrouwen hebben in de diensten
die de dossiers binnen de
toegestane termijnen en dito
procedures behandelen.
13.64 Alfons Borginon (VU&ID): Mijnheer de voorzitter, ik wil
geenszins het werk van de administratie in twijfel trekken maar het is
uiteraard wel zo dat onze handtekening onderaan de documenten
staat. Wij dragen uiteindelijk de verantwoordelijk. Af en toe heb ik dan
ook de behoefte om de dossiers eens grondig te bekijken.
13.64 Alfons Borginon (VU&ID):
Je ne souhaite pas remettre en
cause le travail de l'administration.
Nous avons toutefois apposé
notre signature au bas de la
décision, de sorte que notre
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
84
responsabilité est engagée.
De voorzitter: Mijnheer Vandeurzen, dit debat werd reeds gevoerd in de commissie voor het Reglement
toen we beslist hebben een aantal bijlagen te voegen bij ons Reglement. Ik begrijp dat dit een zeer
interessant debat is en dat het de moeite loont om naar de collega's te luisteren die het werk doen, omwille
van hun ervaring. Maar mag ik u toch vragen het kort te houden.
13.65 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, dit bespaart
ons tijd bij de toelichting van onze alternatieve resolutie.
De kritiek en de ervaring van de collega zijn volgens mij zeer terecht
en juist.
Le président: Mesdames, vous demandez qu'il parle plus fort pour pouvoir l'entendre et quand il le fait,
vous n'écoutez pas!
13.66 Jo Vandeurzen (CD&V): C'est bien vrai, monsieur le
président!
Het antwoord hierop is dat wij een concept moeten hebben waarbij
het de regel moet zijn dat men voor de nationaliteitsverwerving een
subjectief recht uitoefent dat aanleiding geeft tot een tegensprekelijk
debat, dat aanleiding kan geven tot een beroep en dat aanleiding kan
geven tot het toevoegen van bewijzen en motivering door degene die
de beslissing neemt. Het mag niet zo zijn dat een dergelijk groot
pakket als een gunst wordt behandeld. Dit is een verkeerde
benadering die tot de frustraties leidt die u hier aanhaalt.
13.66 Jo Vandeurzen (CD&V):
Nous devons faire en sorte que
l'acquisition de la nationalité reste
un droit subjectif, qui
s'accompagne de garanties de
procédure telles le débat
contradictoire et le droit de
recours. A l'heure actuelle,
l'approche de la nationalité
comme faveur accordée par le
législateur est erronée.
13.67 Alfons Borginon (VU&ID): Ik ben het op dat punt met u eens,
mijnheer Vandeurzen.
Ik meen dat er op het vlak van de taal een probleem is en dat alleen
maar manifeste gevallen van onwil kunnen worden aangegrepen als
argument om de nationaliteit niet toe te kennen. Ik besef ook dat er
nog steeds problemen zijn met het aanbod van cursussen
Nederlands ondanks de verschillende inspanningen die terzake
reeds werden geleverd. Dit wordt vandaag in De Tijd aangeklaagd
door de SERV. Volgens mij kan er op dat vlak meer gebeuren.
Collega's, het echte debat is volgens mij niet het debat over de
naturalisaties. Het echte debat heeft betrekking tot de toegang tot het
grondgebied en het feit dat men ondanks alle goede bedoelingen en
alle inspanningen niet erin slaagt om op Europees niveau een beleid
te ontwikkelen waarbij alle mogelijke achterpoortjes worden gesloten
en men op basis van objectieve criteria alleen die mensen binnen laat
die men ook wil binnen laten.
Er zijn een drietal problematische elementen. Er is het probleem van
het tijdelijk of permanent karakter van het verblijf in onze wetgeving
waarmee geen rekening wordt gehouden in die periode van 3 jaar.
Daarnaast bestaat er een effect van een naturalisatie op andere
aanverwante dossiers, het zogenaamde cascade-effect. Het
probleem van de schijnhuwelijken heb ik reeds aangehaald. Ook in
de andere richting doen zich een aantal problemen voor. Wij laten toe
dat iemand van 18 jaar hier komt studeren. Wij laten die persoon
zonder enig probleem binnen maar als die persoon hier dan 7, 8 of 9
jaar is, gaan we op basis van het tijdelijk karakter van dat verblijf die
13.67 Alfons Borginon (VU&ID):
Le véritable débat n'a pas pour
objet la nationalité, mais l'accès
au territoire. Il faut une politique à
l'échelle européenne afin de juger
de l'acceptation des personnes
selon des critères objectifs, sans
qu'il soit possible de contourner la
législation.
Les problèmes sont donc
multiples: condition de résidence
de trois ans, "effet cascade",
mariages blancs et, à l'inverse, les
étudiant(e)s qui rencontrent, après
un séjour prolongé, un(e)
partenaire avec qui ils(elles)
désirent partager leur vie et qui ne
veulent plus retourner dans leur
pays d'origine.
J'en arrive à ma conclusion. Nous
sommes en présence d'un
problème qui présente trois
facettes: celle de la législation en
matière de naturalisation, qui est
stricte, celle des droits politiques
et de la citoyenneté "stratifiée" à
laquelle il faut ajouter le droit de
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
85
persoon niet de nationaliteit toekennen. Als we iemand van 18 jaar
hier laten binnen komen, op een leeftijd waarop die persoon
gebruikelijk zijn partner zoekt en een normaal sociaal leven uitbouwt,
dan is de kans dat die persoon nog wil teruggaan natuurlijk erg
beperkt. Voor dat soort problemen moet ook een fatsoenlijker
oplossing worden bedacht.
Ik meen dat er een driehoek bestaat tussen enerzijds, de wetgeving
inzake nationaliteit en anderzijds, de politieke rechten verbonden aan
het gelaagd burgerschap de discussie over het migrantenstemrecht
hoort daarbij en de discussie over het verblijfsrecht. Het evenwicht
dat nu in deze wetgeving zit, bestaat uit een strenge
naturalisatiewetgeving, het afblokken van het migrantenstemrecht en
een problematische wetgeving inzake verblijf. Volgens mij moet er
een beter evenwicht mogelijk zijn tussen die drie elementen. Ik hoop
dat men in een volgende legislatuur tot een beter compromis zal
komen dan wat vandaag voorligt.
vote des étrangers, qui est bloqué,
et celle du droit de séjour, qui
pose problème. Il faut assurément
parvenir à un meilleur équilibre
lors de la prochaine législature.
13.68 Yvan Mayeur (PS): Monsieur le président, monsieur le
ministre, chers collègues, la commission de la Justice a consacré
quelques séances à l'évaluation de la loi du 1
er
mars 2000 modifiant
certaines dispositions relatives à la nationalité belge. Il est rare
qu'une loi fasse l'objet d'une évaluation; dès lors, il est important de
souligner qu'elle a eu lieu dans le cas présent. En outre, je rappelle
que cette loi trouve aussi à s'appliquer au parlement par la pratique
de la commission des Naturalisations pour ce qui concerne le
traitement des dossiers.
Au PS, nous sommes convaincus que la législation sur la nationalité
est une des clés pour favoriser l'intégration des étrangers dans notre
société, d'autant qu'il nous paraît primordial d'encourager la
construction d'une société multiculturelle. Comme le dit la loi, nous
pensons que la démarche d'un étranger qui vit en Belgique
d'introduire une demande de naturalisation est "un élément qui
présume de sa volonté d'intégration" et qu'il faut l'encourager en ce
sens.
Nous estimons qu'il est possible d'opérer quelques améliorations
techniques à l'application de la loi, bien entendu sans remettre en
question les acquis et les fondements de cette législation. C'est avec
assurance que nous attendons les mesures que le gouvernement
mettra en oeuvre. C'est la raison pour laquelle nous avons signé la
motion de confiance.
Si l'on peut améliorer le traitement des demandes, si l'on peut
améliorer l'examen par les parquets, par l'Office des étrangers et la
Sûreté de l'Etat, il va de soi et c'est l'évaluation faite par la
commission des Naturalisations elle-même après audition des
ministres de la Justice et de l'Intérieur que de plus grandes
concertations doivent avoir lieu entre les parquets; les ministres l'ont
admis. Les parquets généraux doivent jouer là un rôle important pour
faire en sorte qu'il y ait une même attitude d'un parquet à l'autre.
Comme l'ont dit M. Detremmerie et d'autres collègues, l'attitude des
parquets à l'égard de cette législation n'est pas identique dans tout le
pays. Certains parquets adoptent parfois une attitude un peu
désinvolte: par exemple, quand la commission des Naturalisations de
la Chambre leur demande un complément d'enquête, ils répondent
par la négative sous prétexte qu'une enquête a déjà été faite. C'est
13.68 Yvan Mayeur (PS):
Allereerst wens ik het belang van
een dergelijke evaluatie te
onderstrepen en te wijzen op de
gewichtige rol van de commissie
voor de Naturalisaties bij de
behandeling van de dossiers.
De wetgeving betreffende de
Belgische nationaliteit is een van
de hefbomen van een geslaagd
open en verdraagzaam Belgisch
maatschappijmodel, waarin de
menselijke waardigheid wordt
gerespecteerd. Wanneer een
vreemdeling die in ons land leeft
het initiatief neemt om een
procedure in te stellen tot
verwerving van de Belgische
nationaliteit moet dit beschouwd
worden als een teken van zijn
integratiebereidheid. Technische
verbeteringen kunnen worden
aangebracht zonder dat de
verworvenheden en de
grondslagen van de wetgeving
daarom ter discussie hoeven te
worden gesteld.
De behandeling van de aanvragen
en het onderzoek door de
parketten, de Dienst
Vreemdelingenzaken en de
Staatsveiligheid zijn weliswaar
voor verbetering vatbaar, maar het
spreekt vanzelf dat nauwer
overleg tussen alle betrokken
partijen vereist is. Bovendien moet
de wet daadwerkelijk van kracht
worden; daartoe moeten de
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
86
surprenant!
On souhaite que les parquets fassent le travail qui leur est demandé.
Nous demandons que les parquets généraux organisent en
concertation la nécessaire harmonie qui doit régner au niveau de
l'examen de ces différents dossiers. Il n'est pas acceptable qu'un
parquet, aujourd'hui, ne prenne pas ses responsabilités par rapport
aux demandes introduites par la commission des Naturalisations ou
par leurs membres, et concernant des compléments d'enquête.
Autre élément important: la loi que nous avons mise au point doit
entrer en vigueur efficacement et cela relève de la responsabilité de
l'exécutif qui doit donner aux services les moyens nécessaires à leur
bon fonctionnement. Il est inacceptable que les responsables de la
Sûreté de l'Etat écrivent à la commission pour nous dire qu'ils ne
peuvent répondre à notre demande de screening complémentaire sur
une série de dossiers parce qu'ils ne disposent pas du personnel
adéquat pour faire ce type de recherche et qu'ils ne peuvent pas
répondre dans un délai convenable pour permettre ensuite à la
Chambre de voter le bulletin des naturalisations. Nous ne pouvons
plus nous permettre de nous retrouver dans la situation d'il y a trois
mois: la commission et ensuite la Chambre ont été obligées de se
contorsionner, de voter rapidement une loi parce que nous avons
reçu très tardivement un complément d'avis de la Sûreté de l'Etat sur
des personnes potentiellement dangereuses.
A l'époque, j'ai souligné que l'examen de ces dossiers avait été fait
correctement. Vous constaterez que ce n'est pas la nouvelle loi qui
est en cause puisque des dossiers plus anciens étaient concernés
par cette révision. Je rappelle que la Sûreté a avoué qu'elle n'avait
pas le personnel adéquat pour examiner correctement les dossiers
comme nous l'exigeons, comme le législateur l'a voulu. Là, je pense
qu'il y a une responsabilité qui ne relève pas du parlement, qui ne
relève pas de l'évaluation que nous faisons du bien-fondé de la loi
mais bien de son application. Il faut que le gouvernement mette à
disposition des services les moyens humains et fonctionnels
nécessaires pour que ceux-ci puissent répondre à nos demandes.
nodige mensen en technische
middelen ter beschikking worden
gesteld en daarvoor is de
uitvoerende macht
verantwoordelijk.
13.69 Jo Vandeurzen (CD&V): Als het juist is dat dat een
verantwoordelijkheid is van de regering, dan had ik verwacht dat in
de motie van de meerderheid een aantal concrete vragen of eisen
zouden staan ten opzichte van de uitvoerende macht met betrekking
tot de bestaffing van de dienst Staatsveiligheid enzovoort.
13.69 Jo Vandeurzen (CD&V): Si
c'est le point de vue de la majorité,
pourquoi la motion de la majorité
ne contient-elle aucune
recommandation à propos des
effectifs de la Sûreté de l'Etat?
13.70 Yvan Mayeur (PS): Qu'est-ce que je viens de dire?
13.71 Jo Vandeurzen (CD&V): Ja, maar u gaat hier wel stemmen in
die zin. U heeft dat hier neergelegd. We gaan met belangstelling de
begrotingscontroles nakijken om te zien of die dertig extra
personeelsleden voor de dienst Staatsveiligheid er zijn.
Ten tweede, u maakt een historisch correct verhaal. Dit is een reden
te meer om in de wet te voorzien dat de vervallenverklaring in een
aantal situaties mogelijk moet zijn, namelijk als er sprake is van
fraude. Ik beweer ook niet dat er in die zaken al sprake is van fraude.
Het moet echter minstens mogelijk zijn om in die omstandigheden de
13.71 Jo Vandeurzen (CD&V):
Nous vérifierons si le budget
dégagera des moyens suffisants
pour recruter trente membres du
personnel supplémentaires.
La déclaration de déchéance en
cas de fraude devrait être inscrite
dans la loi. Mais la motion de la
majorité n'aborde pas non plus
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
87
nationaliteit te ontnemen, conform ook het internationale recht waar
we uiteraard respect voor moeten opbrengen. Ook die wijzingen, die
toen voorgesteld zijn aan de wet, zijn opnieuw door uw motie niet
hernomen. Dat is toch niet echt correct.
cette question.
13.72 Yvan Mayeur (PS): Je suis membre de la majorité comme
d'autres et c'est la deuxième fois que j'interviens en séance plénière
sur le sujet. Je suis intervenu de la même façon en commission des
Naturalisations à l'égard des deux ministres. Il faut que le
gouvernement mette à disposition des services les moyens humains
complémentaires. Je le répète encore une fois.
Pour ce qui concerne les cas de fraude et votre proposition qui
consiste à retirer la nationalité belge aux gens qui auraient fraudé
dans l'introduction de leur demande, je vous répondrai qu'avant
d'envisager ce cas extraordinaire, par ailleurs déjà prévu par la loi
judiciaire, je pense qu'il faut au préalable que les services
fonctionnent convenablement et que l'application de la loi soit
effective. Ce n'est pas tout à fait le cas aujourd'hui au niveau de la
rapidité de l'examen des dossiers et cet élément doit primer. Je sais
qu'il est de bon ton aujourd'hui de parler de fraude mais tout cela est
assez obscur. Sur la très grande, sur l'immense majorité des dossiers
que nous examinons, nous avons affaire à des gens de bonne foi qui
ont envie de s'intégrer, qui ont envie de participer à la construction de
la société belge et nous savons aujourd'hui qu'acquérir la nationalité
belge, c'est faire partie de l'environnement européen. C'est tout de
même important. C'est au-delà du simple droit au séjour accordé à un
étranger dans un des quelconques pays membres de l'UE.
C'est être partie prenante de l'Union. C'est un choix important. Pour
l'immense majorité des gens dont nous examinons la demande, il
s'agit d'une demande positive qui doit être rencontrée par nous.
Seuls six cas potentiels mais non avérés car j'attends toujours le
complément d'enquête de la Sûreté à ce sujet sur les milliers de
dossiers que nous avons examinés, furent l'objet de contestations.
Cela représente donc une infime partie.
Toutes les lois que nous votons, sur quelque matière que ce soit
fiscale, sociale, etc. ne sont évidemment pas parfaites. Le risque
zéro en matière de fraude n'existe pas. C'est d'ailleurs la raison d'être
de notre arsenal pénal qui permet, le cas échéant, de punir les actes
frauduleux qui ont été commis par des citoyens belges ou des
étrangers vivant en Belgique.
En tant que président de la commission des Naturalisations, vous me
permettrez comme Mme Leen l'a fait tout à l'heure de saluer le
fonctionnement de cette commission. Le personnel du service des
Naturalisations effectue un travail consciencieux et remarquable.
L'examen des dossiers est d'autant plus important que nous faisons
confiance aux avis qui nous sont remis. Quand il y a accord de
l'administration des Naturalisations, les membres de la commission
proposent à la Chambre de donner la nationalité belge au
demandeur. Je salue donc le travail de ce personnel et je rappelle
que s'il existe des problèmes d'application, ce n'est pas au niveau de
la Chambre qu'ils se posent. Il y a quelques semaines encore, la
Chambre a d'ailleurs pris ses responsabilités par rapport à des
erreurs qui avaient été commises par d'autres administrations.
13.72 Yvan Mayeur (PS): Ik heb
herhaaldelijk gezegd dat er werk
moest worden gemaakt van
bijkomende middelen.
Aangaande de fraude bij de
indiening van de aanvragen,
moeten de diensten eerst goed
werken wat momenteel nog niet
het geval is voor overwogen kan
worden de nationaliteit te
ontnemen.
De overgrote meerderheid van de
dossiers betreft mensen die te
goeder trouw handelen en die
deel willen uitmaken van de
Europese Unie.
Fraude is natuurlijk nooit helemaal
uit te sluiten. Hoewel er
problemen zijn met de toepassing,
wil ik de commissie voor de
Naturalisaties feliciteren met haar
efficiënt werk. Het probleem zit
dus niet bij de Kamer.
Ten slotte verwarren sommigen
het immigratiedebat met het debat
over de naturalisatie en de
toepassing ervan. Sommigen
steunden op de
naturalisatiewetgeving om het
stemrecht voor migranten te
verwerpen.
Het verslag zegt dat de evaluatie
de doelstellingen en de uitvoering
van de wet van 1 maart 2000 moet
optimaliseren. Met dat oogmerk
steunen wij de voorgestelde tekst.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
88
Enfin, j'ajouterai que certains confondent le débat sur l'immigration
qui n'a pas lieu ici avec celui des naturalisations et de l'application
de la loi en la matière. Il ne faut pas confondre ces deux
problématiques. Il me paraît indispensable de mener une réelle
politique d'immigration dans ce pays, mais ce n'est pas de cela dont
nous débattons aujourd'hui. Actuellement, nous débattons de
l'application de la loi sur la nationalité. Pour nous, il s'agit d'un acquis
important de cette législature. Il n'est pas question d'y déroger.
Certains ont invoqué leur opposition à une proposition de loi
accordant le droit de vote aux étrangers, au motif qu'il existait une loi
sur la naturalisation et que celle-ci accélérait l'accès à la nationalité
belge. Selon nous, il ne peut y avoir confusion dans ce débat: il ne
s'agit pas d'un débat sur l'immigration mais bien d'un débat sur
l'application d'une loi qui a été votée par une majorité, qui ne doit pas
être modifiée. Le rapport stipule d'ailleurs que "l'évaluation qui a été
faite doit permettre d'optimaliser la réalisation des objectifs de la loi
du 1
er
mars 2000, ainsi que son exécution".
C'est clairement en ce sens que le PS apporte son soutien aux
mesures qui seront préconisées et qui, il l'espère, seront mises en
oeuvre par le gouvernement.
13.73 Hugo Coveliers (VLD): Mijnheer de voorzitter, heren
ministers, collega's, u zult begrijpen dat het met enige schroom is dat
ik hier het woord neem, want ik ben maar een jurist. Er is zelfs een
hoogleraar die een interpretatie van een wet die ik gegeven heb,
heeft betwist. Let wel, er zijn een aantal andere hoogleraars, zelfs
van dezelfde universiteit soms, die deze interpretatie zijn bijgetreden.
Ik vond deze discussie interessant. Ik moet eerlijk zeggen dat ik een
aantal bijzonder belangrijke opmerkingen gehoord heb. Ik vond het
toch een beetje spijtig dat de heer Van Peel deze tribune verwarde
met de toog van zijn stamcafé om hier een aantal zaken naar voren
te brengen.
13.73 Hugo Coveliers (VLD):
C'est avec une certaine
appréhension que je prends la
parole dans ce débat: je ne suis
que juriste. La discussion était
intéressante, seul M. Van Peel a
détonné avec ses propos de
comptoir.
13.74 Paul Tant (CD&V): (...)
13.75 Hugo Coveliers (VLD): Ik ga hier niet op ingaan. Ik ben geen
historicus, maar ik herinner mij bepaalde zaken. Ik ga ook niets
vertellen over iets wat ik meemaakte in 2000 na de
gemeenteraadsverkiezingen, toen men een totaal andere taal sprak
en toen men, omdat men schrik had men had wat zetels verloren
voor een verhoopt ambt, plots ging samengaan met anderen die men
nu aanvalt. Zelfs toen werd voorgesteld om nu uiteindelijk eens te
gaan zoeken naar illegalen in een grootstad, was dat mensenjacht,
en dan mocht dat niet omdat men zijn wagen geklikt had aan een
andere partij die dat ook zei. Ik ga daar niet verder op ingaan.
Mijnheer Van Peel, er is een zeer goed boekje door grote juristen
geschreven, niet door mij, verre van. Het heet Algemene Praktische
Rechtsverzameling, geschreven door Mieke Van de Putte en Jan
Clement. U vindt daar de basisbegrippen in. U vindt daar de
argumentatie in die ik hier ontwikkeld heb in verband met dat artikel
23. Ik kom daar straks op terug. U kunt die trouwens ook in document
1182 van 28 maart 2001 van deze Kamer terugvinden.
Ik was ook onder de indruk van de theorie die door collega Borginon
13.75 Hugo Coveliers (VLD): En
ce qui concerne l'argumentation
relative à l'article 23, je ne peux
que conseiller à M. Van Peel la
lecture de l'article de Mieke
Vandeputte et Jan Clement dans
la série Algemene Praktische
Rechtsverzameling, de même que
le document n° 1182 de la
Chambre, daté du 28 mars 2001.
M. Borginon a parlé d'équilibre.
Cette loi fait en effet partie d'un
plan équilibré qui s'articule autour
de trois volets, à savoir la
régularisation, l'assouplissement
de la naturalisation et son
évaluation après un an et le refus
d'octroyer le droit de vote aux
citoyens non-ressortissants de
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
89
is naar voren gebracht over het evenwicht. Wanneer men bekijkt hoe
deze wet tot stand is gekomen, dan kan men er niet omheen om
inderdaad te zeggen of toe te geven dat deze wet een vorm van een
drieluik was. Een drieluik waarbij duidelijk gesteld werd dat, rekening
houdend met de situatie waarin een aantal mensen zich destijds in
1999 in dit land bevonden en het feit dat op hun vraag tot het
bekomen van een statuut gedurende 5 jaar niet was beantwoord door
de overheid, men ervan uitging en terecht voor de gevallen die in
die situatie verkeerden, niet voor sommigen die er daarna aan zijn
toegevoegd dat men die moest regulariseren.
Anderzijds zou men de naturalisatiewetgeving versoepelen. Die
versoepeling zou worden geëvalueerd na een jaar, wat nu gebeurt.
Het derde deel was dat er geen stemrecht zou worden gegeven aan
niet-Belgen, niet-EU-burgers. Er is een poging gebeurd om dat
stemrecht wel te geven. Ik heb daar toen ook commentaar van de
heer Van Peel op gehoord, hier in deze zaal. Het is er niet gekomen.
Ik heb toen geen commentaar meer gehoord.
Er is inderdaad een evenwicht. Men moet zich afvragen of het zinvol
is dat het Parlement zich bezighoudt met het verlenen van een gunst,
namelijk de nationaliteit. Er staan merkwaardige en zeer
lovenswaardige dingen in de evaluatie die gemaakt werd door een
aantal hoogleraren. Er zijn ook een paar hoogleraren die ik wel tot
mijn vriendenkring mag rekenen en die blijkbaar ook enige
appreciatie hebben, want zij hebben mij een overdruk van hun tekst
gestuurd. Er wordt zeer duidelijk verwezen naar de problematiek van
het nationaliteitsrecht. Men zegt dat het bezitten van de nationaliteit
precies een goed bruikbaar discriminatiecriterium is in een sector
waarin er zeker onderscheid zal moeten zijn. Wij moeten er dus van
uitgaan, ook indien men het op Europees niveau zou regelen, dat er
altijd hoe dan ook iets als een nationaliteit zal moeten zijn, zelfs
indien dat het Europees burgerschap zou zijn. Daardoor krijgt men
een vorm van discriminatie tussen degenen die dat wettelijk hebben
en de rest van de wereld die een andere nationaliteit heeft, maar dus
de onze niet bezit, met de daaraan verbonden gevolgen.
Ik dacht dat deze bespreking de evaluatie was van deze wetgeving.
In de commissie voor de Justitie heeft collega Hove gezegd, zoals
degelijk uit het verslag blijkt en hier op de tribune ook werd verwoord,
met dank aan beide rapporteurs en de diensten, dat de VLD een
aantal kritieken heeft op deze wet en ook een aantal voorstellen heeft
geformuleerd. Ik ga niet dieper in op het in de tekst nog vermelde
voorstel tot wijziging van het Kamerreglement, want dat werd
ondertussen ook uitgevoerd. Er zijn nog anderen die hetzelfde
voorstel hebben geformuleerd. Het is een goede zaak dat die
rechtspraak nu door drie collega's gebeurt en niet meer door een.
Er is nog een ander punt waar ik het even over wil hebben, want er
bestaat enig misverstand over en er wordt soms badinerend over
gedaan. Ik bedoel het voorstel dat uitgaat van artikel 23 van deze
wet. Wat heb ik destijds gezegd? Wat herhaal ik nu? Wat vindt u in
de Algemene Praktische Rechtsverzameling onder de titel
Nationaliteit? Men kan volgens artikel 23 de nationaliteit vervallen
verklaren voor wie ernstig tekort komen in hun verplichtingen als
Belgisch burger. Dat geldt dus niet voor degenen die ze hebben
verkregen op basis van artikel 11 door geboorterecht via een van de
ouders. Tot op heden heeft men die tekortkomingen inderdaad alleen
l'Union européenne.
Est-il bien judicieux de considérer
l'acquisition de la nationalité
comme une faveur accordée par
le législateur? Selon divers
professeurs, la nationalité est et
reste un critère valable de
distinction. Il discrimine les Belges
et les non-Belges.
Le VLD a effectivement critiqué
cette loi et formulé ses propres
propositions, notamment en ce qui
concerne l'adaptation du
Règlement de la Chambre et en
ce qui concerne l'article 23
concernant la déchéance de la
nationalité si un individu manque
gravement à ses obligations de
citoyen belge. Par le passé, cet
article a fait l'objet d'une
interprétation très étroite. Nous
proposons que la fraude lors de la
demande de naturalisation puisse
conduire à une déchéance. Bien
entendu, aucune jurisprudence
n'existe encore en la matière. La
doctrine propose d'étendre en ce
sens les raisons de la déchéance
conformément à l'article 7 du traité
de 1997, même si cette mesure
risque d'entraîner l'apparition
d'apatrides.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
90
geïnterpreteerd in functie van vijandigheden tussen België en andere
staten, meer bepaald de Tweede Wereldoorlog. Tot spijt van wie het
benijdt is er echter rechtsleer die stelt dat men die ernstige
tekortkomingen zou kunnen interpreteren als het feit dat men,
bijvoorbeeld, bedrog heeft gepleegd bij de aanvraag. Daarover
bestaat geen rechtspraak, dat geef ik grif toe. Wel zijn er voorstellen
waarvan ik hoop dat zij snel in bespreking zullen komen. Het onze
dateert van 28 maart 2001 en daarmee proberen wij precies artikel
23 aan te vullen in functie van wat in de rechtsleer wordt gezegd. Het
is misschien mogelijk dat er geen casi zijn omdat het mogelijk te eng
is. Wij proberen het ook aan te vullen in functie van het verdrag van
1997 waarin gesteld wordt volgens artikel 7 dat men precies omwille
van bedrog, ik lees het in de Franse versie die ik hier alleen heb:
"A la suite d'une conduite frauduleuse par fausse information ou par
dissimulation d'un fait pertinent de la part du requérant" kan men de
nationaliteit afnemen, zelfs wanneer en dat staat uitdrukkelijk in dat
verdrag men daardoor apatriden maakt. De internationale
wetgeving is echter zwaar gekant tegen het creëren van apatriden
omdat zulks voor bijkomende problemen zorgt. Hoe dan ook, in deze
tekst van het verdrag wordt dat uitdrukkelijk bepaald.
Vandaar dat wij, als het gaat om ernstige tekortkomingen met
betrekking tot de verplichtingen als Belgisch burger, paragraaf 1 van
artikel 23 willen aanvullen met de woorden "of indien de verwerving
van de Belgische nationaliteit berust op een bedrieglijke
handelswijze, bedrieglijke informatie of het verzwijgen van enig
relevant feit". Volgens mij is die uitbreiding noodzakelijk is.
13.76 Bart Laeremans (VLAAMS BLOK): Mijnheer Coveliers, wat u
zegt is schitterend en ik ben er zeker van dat in dit halfrond een
meerderheid bestaat om dit zo snel mogelijk tot wet te maken.
Gaat u ermee akkoord om hiervoor een wisselmeerderheid of een
meerderheid met eender wie aan te gaan, zodat wij dit zo snel
mogelijk kunnen omzetten in een wet?
13.76 Bart Laeremans (VLAAMS
BLOK): Cela semble prometteur.
Allez-vous chercher une majorité
de rechange à cet effet?
De voorzitter: Hij heeft gezegd: "zo snel mogelijk te bespreken". Ik heb goed geluisterd.
13.77 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, uiteraard ben
ik zeer benieuwd naar de consequenties van de innige overtuiging
van de VLD met betrekking tot deze problemen, op het vlak van de
cohesie en de solidariteit tussen de meerderheidspartijen en van de
bereidheid om deze kwestie te bespreken.
Vervolgens, mijnheer Coveliers, wil ik wat betreft artikel 23 een
onderscheid maken tussen de volgende elementen.
Ten eerste, tijdens de bespreking van de snel-Belg-wet de heer
Van Peel heeft ernaar verwezen en meer bepaald naar aanleiding
van de kritiek op het verdwijnen van het bewijs van de
integratiebereidheid uit de nationaliteitswet, wierpen u en andere
leden op dat de nieuwe interpretatie van artikel 23 de
vervallenverklaring toeliet mocht worden vastgesteld dat de
bereidheid tot integratie ontbreekt.
Ik neem aan dat profesoor Van Orshoven niet de enige referentiebron
13.77 Jo Vandeurzen (CD&V):
Quelles sont les conséquences
pour la cohésion au sein de la
majorité? En ce qui concerne
l'article 23, il convient de
distinguer deux choses. Dans la
loi instaurant la procédure
accélérée de naturalisation, la
condition relative à la volonté
d'intégration a été abandonnée
étant donné que l'article 23 peut
entraîner la déchéance. Le
président du VLD, M. De Gucht, a
dans un premier temps soutenu la
position de M. Coveliers, avant de
se raviser. Il avait en effet déclaré
antérieurement dans un article du
Rechtskundig Weekblad que la
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
91
was, maar destijds was het probleem dat uw voorzitter, de heer De
Gucht, u in zekere zin steunde, maar dat enkele dagen later bleek dat
dezelfde mijnheer De Gucht, in zijn hoedanigheid van docent aan de
universiteit, in het imminent Rechtskundig Weekblad een artikel had
gepubliceerd waarin hij formeel uitlegde dat het afnemen van de
nationaliteit omwille van het ontbreken van integratiebereidheid
bijvoorbeeld door onvoldoende inspanningen om de taal te leren in
strijd is met alle mogelijke internationale verdragen en aldus
onmogelijk is.
Eerst zei de heer De Gucht dat alles mogelijk was, maar in zijn
hoedanigheid van jurist onderstreepte hij dat dit niet kon en dat het in
strijd was met alle mogelijke bepalingen. Als men wil dat iemand
wordt aangemoedigd om een taal te leren, moet men dit doen
voordat men hem de nationaliteit geeft. Dit is een element dat niet
meer kan worden ingeroepen nadat men hem de nationaliteit heeft
gegeven. Daarmee was de kwestie afgesloten.
In zijn academische functie plaatste uw voorzitter het probleem
duidelijk in de juridische context.
Ten tweede, wat de fraude betreft, hebben ook wij via
amendementen gevraagd om dat te verduidelijken in artikel 23 van
de wet. De commissievoorzitter weet trouwens nog zeer goed dat wij
hebben getracht de fraude als aanleiding in te roepen om de
procedure van vervallenverklaring in te stellen. Toen hebt u samen
met uw meerderheid, via een nota van de minister van Justitie
toegevoegd aan het verslag, gesteld dat het overbodige
toevoegingen waren aangezien het ging om algemene
rechtsbeginselen.
Nu er zich een aantal belangrijke incidenten voordoet, moeten die
bepalingen wel aan de wet worden toegevoegd. Welnu, men had dat
allemaal destijds beter eerlijk onder ogen genomen.
déchéance de la nationalité était
contraire à tous les traités
internationaux et que l'enquête sur
le demandeur devait donc avoir
lieu avant l'octroi de la nationalité
et non après. Nous avons en outre
déposé des amendements à ce
sujet, mais le VLD a estimé que
les principes généraux du droit
suffisaient et qu'il n'y avait pas lieu
d'apporter d'autres précisions.
13.78 Hugo Coveliers (VLD): Mijnheer de voorzitter, ik wens te
reageren op de opmerkingen die daarnet werden gemaakt.
De opmerking van de heer Laeremans herinner ik mij niet meer zo
goed, maar die van de heer Vandeurzen wel.
Ik blijf ervan overtuigd, mijnheer Vandeurzen, dat ernstig tekortkomen
aan zijn verplichtingen als Belgisch burger inderdaad kan betekenen
dat men zich verzet tegen de Belgische openbare orde.
Ik heb verwezen naar de manier waarop men het huwelijk misbruikt,
hoewel binnenkort misschien andere vormen mogelijk worden. Dit is
op dit ogenblik een slecht voorbeeld. Het zou goed zijn, mocht men
dit kunnen toetsen bij de rechter. Ik denk dat wij het erover eens zijn
dat de rechter zich daarover uiteindelijk moet uitspreken. In deze
procedure is dat opgenomen. Het zou goed zijn als we de zaak bij de
rechtbank konden laten toetsen. Ik heb daarvoor al een aantal
initiatieven genomen. Iemand zou de nationaliteit zelfs kunnen
verwerven door de verblijfsduur in een periode van studieverblijf op te
nemen, wat normalerwijze niet kan. Als die persoon nadien oproept
tot verzet tegen het legitiem gezag in dit land los van de vrijheid van
meningsuiting, die wij moeten garanderen zou men daarover
vragen kunnen stellen. Het bedrog staat uitdrukkelijk in de teksten die
13.78 Hugo Coveliers (VLD): Les
manquements graves aux
obligations qu'implique la
nationalité belge peut signifier que
l'on se soustrait aux règles d'ordre
public, par exemple en contractant
un mariage ou en appelant à
s'opposer à la force publique.
Plusieurs procédures sont déjà
pendantes devant les tribunaux,
certaines se trouvant déjà dans le
degré d'appel. Une nouvelle
jurisprudence se crée de la sorte.
Nous défendons notre proposition
au sein de la majorité, mais nous
ne mettons pas en jeu pour autant
nos intérêts communs.
La demande de naturalisation est-
elle l'expression d'une volonté
d'intégration? Peut-être avons-
nous par le passé répondu trop
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
92
ik daarnet heb geciteerd. Kan daarvoor een reden zijn? Daarom hoop
ik met eerbiediging van de scheiding der machten dat voor een
aantal van de procedures die op dit ogenblik in onderzoek zijn, een
procedure voor het hof van beroep wordt gevoerd. Op die manier kan
zich een rechtspraak ontwikkelen en kunnen wij het artikel 23
intussen verfijnen door de voorstellen die zijn geformuleerd.
Mijnheer Laeremans, ik ben vergeten wat u hebt gevraagd. Kunt u
dat nog eens herhalen?
facilement oui à cette question.
13.79 Bart Laeremans (VLAAMS BLOK): In dit halfrond bestaat een
meerderheid om uw zeer beperkte voorstel te steunen. Bent u
bereid...
13.80 Hugo Coveliers (VLD): Ik was het vergeten. Dat is juist, maar
ik denk dat ik dat aan de collega's van CD&V niet moet uitleggen,
vooral niet als ik het artikel van vandaag in Le Soir lees over de
manier van samenwerken met andere partijen.
Wij trachten in de huidige meerderheid deze tekst te verdedigen. Wij
proberen dat verder te doen en wij hebben goede hoop dat wij daarin
ook zullen slagen. Wij zijn dus op het ogenblik niet bereid om
daarvoor gemeenschappelijke belangen op het spel te zetten. Dat wil
ik u duidelijk zeggen. Ik wind daar geen doekjes om. Ik heb er geen
enkel probleem mee om dat te verklaren.
Bij de creatie van en de stemming over de wet werd er inderdaad van
uitgegaan dat de loutere vraag tot het verkrijgen van de Belgische
nationaliteit een gunst is. De economie van die wet werd daarop
gebouwd. Een deel verkrijgt de nationaliteit via een recht, maar als
men het aan het Parlement vraagt, is het een gunst. Zo een gunst
werd aanvankelijk maar toegekend aan wie bijzondere verdiensten
had ten overstaan van het land. Welnu, men moet zich inderdaad
afvragen in hoeverre wij een fout hebben gemaakt door de loutere
vraag met de integratiewil gelijk te stellen. Ik heb er geen probleem
mee om toe te geven dat dit één van de elementen van evaluatie is.
Het is spijtig dat de heer Decroly weg is, maar hij heeft een
opmerking gemaakt die deels juist was. Uw kritiek, collega
Vandeurzen, dat deze wet misbruikt kan worden en wellicht ook
misbruikt wordt, is juist. Ik kom tot de opmerking van collega Van
Peel. De onderzoekscommissies vergaderen meestal met open
deuren in de Senaat. Daarover heb ik het niet, maar in een
gewapend bestuur het signaleren door alle bestuurslichamen past
ook die Protector Lex, collega Van Peel. Ik spreek over het
signaleren door alle bestuurslagen, ook door de districten in een
grootstad. Zij moeten signaleren als iets niet klopt. Dat is juist. Als u
deze wet op die manier onder de loep neemt, vindt u een aantal
gebreken. Ik zal dat niet ontkennen. Zoals alle generalisaties
verkeerd zijn, zou het verkeerd zijn te zeggen dat iedereen die de
nationaliteit wil verwerven dat om niet correcte redenen doet.
Anderzijds is het even verkeerd de ogen te sluiten en te zeggen dat
er geen contrastrategieën zijn en dat men de nationaliteit nooit wenst
te verwerven om een criminele reden. De heer Decroly had gelijk
wanneer hij zei dat is ook bewezen in verschillende recente
onderzoeken dat iemand die om criminele redenen in ons land
komt opereren, wellicht de Belgische nationaliteit niet zal aanvragen.
13.80 Hugo Coveliers (VLD):
Aujourd'hui, les criminels sont
généralement des "malfaiteurs
nomades" qui tentent de rester
anonymes. A la fin de leur
carrière, ils s'établissent parfois
définitivement à des endroits où ils
pensent pouvoir séjourner
aisément. Il est en effet plus
difficile qu'on le croit de collecter
des données sur des criminels,
certainement sur le plan
international. Il semble donc
opportun d'adapter la loi pour
combattre la fraude. A mon
estime, l'embauche de personnel
supplémentaire ne constitue pas
la solution au problème.
L'obtention d'informations
internationales à propos des
personnes suspectées prend
surtout beaucoup de temps. Un
allongement du délai d'avis
s'impose donc.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
93
Hij zal evenmin het statuut van politiek vluchteling aanvragen, maar
hij zal speculeren op wat men het systeem van de rondtrekkende
daders noemt. Ik ben daarvoor twee jaar geleden ook voor
uitgelachen, maar dat blijkt nu juist te zijn. Dit is de reden waarvoor ik
na de verkiezingen heb gezegd dat men in Antwerpen illegalen moet
proberen op te sporen: om rondtrekkende daders te kunnen
vermijden. Dergelijke daders proberen veeleer anoniem te blijven.
Het zal wel zo zijn en terzake hebt u gelijk dat iemand die zijn
carrière in de criminaliteit wil afsluiten, die voldoende vermogen heeft
vergaard, wel ervoor zal kiezen de Belgische nationaliteit aan te
vragen, omdat het hier op een relatief gemakkelijke manier gaat.
De communicatie is inderdaad onjuist. Het is niet zoals ik het had
voorgesteld bij de bespreking. U hebt dus ook op dat vlak gelijk. U
hebt mij trouwens goed geciteerd, tot en met het Antwerps accent.
Het is dus juist dat de communicatie niet zo gemakkelijk is als ik
dacht. Ik ben tot die bevinding gekomen toen wij met Parlophone
hebben moeten vaststellen hoe moeilijk zelfs Europol het heeft om
informatie te verzamelen, zelfs binnen de Europese Unie. Ik had
gehoopt dat het gemakkelijker zou gaan, maar het is niet zó. U hebt
gelijk. Vandaar dat we tot een aantal antifraudemiddelen zouden
moeten komen, en dat onderhavige wet, die uiteraard zoals de
meeste wetten, een edel doel heeft, op een aantal vlakken moet
worden verbeterd.
Ik denk niet dat het louter toevoegen van personeelsleden aan
bepaalde diensten, de toestand zal verbeteren. Immers, wanneer een
informatie moet worden gevraagd, bijvoorbeeld in Oekraïne of in om
het even welk ander land, dan moet men vaak de politionele
gegevens vragen via de enige verbindingsofficier die wij in die streek
hebben, zijnde in Polen, die op zijn beurt via de Oekraïense overheid
moet proberen de informatie te verkrijgen. Of men in Brussel met vijf
op die informatie wacht, of met 10, dat verandert niet zo heel veel.
Bijgevolg meen ik dat u ook daar een punt hebt, namelijk dat de
termijn te kort is en dat we op dat vlak naar oplossingen moeten
zoeken om te proberen de termijn, daar waar nodig, te verlengen. Dat
is toch de bedoeling van de evaluatie van een wet, namelijk het
afwegen van de voordelen en de nadelen.
Er zijn manifest voordelen.
13.81 Yvan Mayeur (PS): Monsieur Coveliers, ce n'est pas ma
position, mais admettons que l'on suive votre raisonnement! Lorsque
la Sûreté de l'Etat nous écrit pour nous signaler que seules deux
personnes sont affectées au traitement de je ne sais combien de
centaines de dossiers, lesquels nécessitent un délai de soit un mois,
trois mois, voire un an, je ne suis pas certain que ces deux
personnes soient suffisantes pour traiter lesdits dossiers. Un
problème se pose donc au niveau du personnel. C'est la Sûreté de
l'Etat elle-même qui nous l'écrit.
J'en ai d'ailleurs fait part au ministre. Il ne faudrait tout de même pas
cacher nos misères et notre incapacité à mettre en oeuvre les lois en
transformant soudainement les règles prévues dans la loi. Comment?
En prévoyant une période d'application plus longue, censée améliorer
le cours des choses. C'est faux! Il importe également d'investir en
moyens humains pour que les lois puissent être correctement
13.81 Yvan Mayeur (PS):
Wanneer de Staatsveiligheid
evenwel meldt dat zij maar over
twee ambtenaren beschikt om
honderden dossiers te
behandelen, is het duidelijk dat
een en ander nog jaren zal
aanslepen. Er is dus ook een
personeelstekort. Dat heb ik al
eens aangekaart. Laten we ons
onvermogen om de wet toe te
passen niet trachten te verhullen
door de regels dan maar te
wijzigen. Het vereiste personeel
moet ter beschikking worden
gesteld.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
94
appliquées.
13.82 Marc Van Peel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik heb
aandachtig de uitleg van de heer Coveliers gevolgd. De heer
Coveliers heeft, weliswaar verborgen in heel veel bijzinnen,
desalniettemin duidelijk gezegd dat hij op een aantal punten de
huidige wetgeving niet zo best vond. Hij ging ervan uit dat een
simpele aanvraag geen integratiewil meebrengt, dat de termijn van
één maand in vele gevallen niet lang genoeg is. Hij heeft duidelijk
een aantal kritieken geformuleerd.
Collega Vandeurzen heeft opgemerkt dat in de voorliggende motie
namens de meerderheid met geen woord wordt gerept over het punt
waar de heer Mayeur het over heeft, met name het instrumentarium
waarover de uitvoerende macht moet beschikken om deze wet toe te
passen. Er wordt nog veel minder gerept over een aantal
fundamentele kritieken die hij, weliswaar omzwachteld door honderd
bijzinnen, toch uitbrengt op deze wet. Wat is dan de zin van deze
oefening? Heel de malaise is in deze assemblee duidelijk voelbaar.
Dit is een bijzonder slechte wet, die bovendien slecht wordt
uitgevoerd. Wat is echter de conclusie, ook na alle kritieken die
worden geformuleerd? Er zal in feite niets veranderen.
Mijnheer Coveliers, dat is de oproep die ik heb gedaan: neem dan
toch de verantwoordelijkheid op die u, als grootste meerderheidspartij
wel degelijk kunt opnemen.
13.82 Marc Van Peel (CD&V):
Les critiques de Monsieur
Coveliers sont claires mais la
motion déposée par la majorité ne
souffle mot des moyens dont
dispose le pouvoir exécutif, ni des
manquements fondamentaux de
la loi instaurant une procédure
accélérée de naturalisation.
Quelle est dès lors l'utilité de cette
motion? Il existe un profond
malaise à propos de cette loi mais
personne n'a le courage de la
modifier.
13.83 Hugo Coveliers (VLD): Mijnheer de voorzitter, ik wil
antwoorden op de opmerking van de heer Mayeur. Zo dadelijk zal ik
dan ingaan op de opmerking van de heer Van Peel.
Men moet uiteraard een keuze maken binnen de bestaande en
mogelijke middelen. Ik blijf erbij dat er ook andere zaken zijn,
bijvoorbeeld binnen de Veiligheid van de Staat, waarvoor men veel
meer personen zou kunnen inzetten. Ik kan uit het hoofd een aantal
taken opnoemen waarmee men een groot aantal mensen zou kunnen
bezighouden en tewerkstellen. Men moet bepaalde opties nemen,
maar men moet er dan wel op toezien dat men eventueel op andere
kosten bespaart. Ik denk echter dat het in casu zelfs niets oplost. In
casu komt het erop aan dat men daarvoor hoe dan ook meer tijd
nodig heeft. Hierover moeten we eens nadenken: of het nu over één
maand, over twee maanden of over drie maanden gaat, is dat in die
hele procedure in godsnaam nu zo erg? Dat is mijn vraag. (Applaus)
Mijnheer Laeremans, ik had gehoopt, maar ook daarin vergis ik mij,
dat men op een volwassen manier over deze wet kon discussiëren.
Zoals ik in mijn uiteenzetting heb gezegd en nu zult u niet
applaudisseren zijn wij hic et nunc niet bereid de solidariteit tussen
de meerderheid hiervoor...(Hoongelach)
Wij zullen het antwoord van de minister aanhoren en wij zullen met
onze collega's van de meerderheid daarover discussiëren. Als het
over volgzaamheid gaat, collega's, moet u het interview lezen dat
vandaag in Le Soir staat. Ik zou er dus maar over zwijgen, want
wanneer u daarover begint, maakt u mij prikkelbaar. Lees het
interview met mevrouw Onkelinx, u zult zien wie er volgzamer is.
13.83 Hugo Coveliers (VLD):
D'autres services ont tout autant
besoin d'un renfort des effectifs.
Nous devons faire des choix et, à
mon estime, il est bien plus utile
d'allonger le délai d'avis.
Le VLD n'est pas disposé, ici et
maintenant, à rompre la solidarité
régnant au sein de la majorité.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
95
13.84 Marc Van Peel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, nu wordt het
zeer intrigerend. Ik heb nog twee vragen voor de heer Coveliers. Ten
eerste, hoelang zal hic et nunc duren? En ten tweede, wat staat er in
godsnaam in dat verschrikkelijk artikel in Le Soir? Het maakt ons
geweldig nieuwsgierig.
13.84 Marc Van Peel (CD&V):
Combien de temps cette solidarité
durera-t-elle?
13.85 Hugo Coveliers (VLD): Mijnheer Van Peel, het verbaast mij
dat u, met uw intelligentie, uw nieuwsgierigheid en uw weetgierigheid,
dat niet reeds lang weet. Het ligt hier net om de hoek en ik weet dat u
meer dan voldoende Frans kent om het te verstaan. Lees het en u
zult het zien.
De "hic et nunc" zal duren tot de "nunc" voorbij is. Wij zullen erover
discussiëren en wij zullen zelfs verder gaan, mijnheer Van Peel.
13.85 Hugo Coveliers (VLD): Le
temps que cela durera. Mais la
discussion n'est pas close.
De voorzitter: Zo zult u er nooit uitgeraken.
13.86 Hugo Coveliers (VLD): Wij hebben zeer duidelijk ons voorstel
geformuleerd. Collega Hove heeft het in de commissie schitterend
verdedigd. Ik nodig u uit hierover ook een standpunt in te nemen,
maar ik wil duidelijk maken dat het eigenlijk niet zinvol is dat een
parlement de naturalisatie als een gunst verleent. Zouden we niet
veel beter proberen de normen vast te leggen, waaraan iemand moet
voldoen om de Belgische nationaliteit als recht te verkrijgen? En dan
kan men inderdaad ook over die integratiewil spreken. Daardoor kan
men dat recht ook in tuitu personae maken. Men kan dan zeggen: "U
verwerft dat recht en indien u een gezin hebt, zal dat gezin uiteraard
in aanmerking komen om het ook te kunnen verwerven, maar binnen
dezelfde globale mand van voorwaarden". Laat de rechtbanken
daarover oordelen. Laat de rechtbank zeggen of men iemand de
nationaliteit toekent of niet. Er zijn vele landen waar dit systeem wordt
toegepast en waar de wetgever niet met individuele gevallen wordt
belast.
13.86 Hugo Coveliers (VLD): Il
vaudrait mieux fixer des normes
liées au droit à la nationalité plutôt
que de voir le Parlement accorder
la nationalité comme une faveur.
Cette compétence pourrait être
attribuée à un tribunal.
De voorzitter: Dat was destijds het Belgische systeem.
13.87 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik zal het kort
houden, maar ik denk dat men het belang van de discussie
nauwelijks kan onderschatten. Wij raken immers aan de kern van de
problematiek die deze regering kenmerkt en die, met betrekking tot
de veiligheid, het grote probleem is.
Volgens mij is de analyse van de heer Coveliers op veel punten juist.
Wij zijn echter in een situatie gekomen waarbij groenen en socialisten
vinden dat veel meer gepraat moet worden over preventie,
voorkoming van criminaliteit en bestrijding van de kansarmoede die
de bron is van de criminaliteit, maar veel minder over repressie
wegens een afkeer voor alles wat naar repressie ruikt. Als wij dan
echter op een punt komen waarbij met een beperktheid van de
middelen de keuze bestaat om een termijn van één naar twee
maanden te verlengen, waardoor kwaliteit van behoorlijk bestuur en
voorkoming van criminaliteit kan worden bevorderd, dan steekt
opnieuw een ideologisch probleem de kop op. De meerderheid is
zelfs onmachtig om dat soort simpele aanpak van een
veiligheidsprobleem, niet door repressie maar door voorkoming van
de misdaad, aan te pakken. Dat is de kern van deze regering en
meerderheid: zij kan geen orthodox behoorlijk veiligheidsbeleid
13.87 Jo Vandeurzen (CD&V):
Cette discussion met en lumière le
problème fondamental auquel est
confronté le gouvernement: les
socialistes et les écologistes ne
veulent pas entendre parler de
répression mais, même en
matière de prévention, la majorité
ne parvient pas à obtenir un
consensus. J'en veux pour preuve
l'impossibilité de modifier le délai
d'avis fixé à un mois. Comment
peut-on dans ces circonstances
mener une politique de sécurité?
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
96
voeren.
De voorzitter: Mijnheer Bourgeois, ik laat u nog tussenbeide komen. Daarna verzoek ik de heer Coveliers
om zijn besluit te formuleren.
13.88 Geert Bourgeois (VU&ID): Mijnheer Coveliers, ik probeer ook
uw gedachtegang te volgen. Ik onderschrijf onder meer uw idee, dat
ook wij vertolken, namelijk dat de toekenning van de nationaliteit
geen bevoegdheid van de wetgevende macht meer mag zijn. Als
evaluatie van de wet lijkt de aanbeveling uit de commissie voor de
Justitie, dat het Parlement met vertrouwen wacht op de regering voor
de uitvoering van de wet, mij wat minnetjes, wat u als gedegen
parlementslid toch ook geen al te sterke besluitvorming kunt vinden.
Zou het de solidariteit binnen de meerderheid doorbreken als wij
zouden amenderen, zeggende dat het Parlement vindt dat de
Grondwet herzien moet worden met het oog op een regeling voor de
toekomst, waarbij rechtbanken of een administratief rechtscollege
over die erg delicate belangrijke materie oordelen? Zodoende is dat
niet langer meer een gunst van de wetgever, wat het de facto
natuurlijk ook al lang niet meer is.
13.88 Geert Bourgeois (VU&ID):
Je suis d'accord avec M. Coveliers
pour dire qu'il serait préférable
que la compétence d'octroyer la
nationalité belge soit confiée à un
tribunal. L'insertion dans la
recommandation d'un
amendement très prudent en ce
sens ainsi que d'une demande de
modification de la Constitution
menacerait-elle la solidarité
gouvernementale?
13.89 Hugo Coveliers (VLD): Mijnheer Bourgeois, wij zullen
daarover oordelen wanneer het debat afgelopen is. De minister zal
dadelijk nog antwoorden. Bij de stemming daarover, volgens mij
volgende week, zullen wij dat duidelijk bepalen.
Mijnheer de voorzitter, ik wilde nog wat opmerken over de terechte
opmerking over het integrale veiligheidsbeleid. Wij geloven uiteraard
in een integraal veiligheidsbeleid en ijverden er zelfs voor om op
bepaalde niveaus beleidsvoering te hebben om daarvoor te kunnen
zorgen. Het klopt dat een veiligheidsbeleid een keten is. Ik zal dat
niet allemaal herhalen, want u vindt dat erg duidelijk en goed
beschreven terug in het veiligheidsplan van de minister. De integrale
aanpak is daarvoor correct. Ook die teksten moeten daarin worden
gesitueerd. Ik heb die teksten ook getoetst aan de problematiek. Ik
vind het overtrokken en hier ben ik eufemistisch als men zegt dat
wij niet meer over veiligheid zouden mogen praten als wij die tekst
niet wijzigen. Dat is even overtrokken als te stellen dat wij met die
tekst alle veiligheidsproblemen zouden oplossen. Met één maatregel
zullen wij nooit alle veiligheidsproblemen oplossen. In een
democratische maatschappij zullen wij steeds moeten afwegen welke
vrijheden wij moeten opofferen om andere vrijheden te beschermen,
gekaderd in een integraal perspectief. Terzake zullen enkele
maatregelen genomen moeten worden. Wij zijn er gerust in en
vertrouwen erop dat deze regering die maatregelen neemt.
13.89 Hugo Coveliers (VLD):
Nous en jugerons au moment du
vote à l'issue de l'ensemble du
débat.
Le VLD continue d'oeuvrer en
faveur d'une politique de sécurité
intégrée. Ces textes s'inscrivent
dans ce contexte. Il est exagéré
de prétendre que le VLD n'a plus
voix au chapitre en matière de
sécurité s'il n'exige pas une
modification draconienne de la loi.
Jamais une mesure isolée n'a
résolu tous les problèmes. Nous
sommes convaincus que le
gouvernement veillera à ce que
les modifications nécessaires
soient apportées.
De voorzitter: Mijnheer de minister, u krijgt nu het woord. Daarna zullen wij kort de amendementen
behandelen. Vervolgens zal ik schorsen voor de avondvergadering gedurende tien tot vijftien minuten.
13.90 Minister Marc Verwilghen: Mijnheer de voorzitter, collega's, ik
wil beginnen met te onderstrepen dat het debat over de evaluatie van
de wet van 1 maart 2000 grondig gevoerd werd. Het is aan de orde
geweest in de commissie voor de Justitie, in de Kamercommissie
voor de Naturalisaties en ligt ook vandaag ter discussie. Het debat
toont nogmaals aan hoe gevoelig de materie ligt. Wij hebben diverse
invalshoeken gekregen. Alle problemen, die ook bij de
totstandkoming van de wet naar boven kwamen, zijn in het debat
13.90 Marc Verwilghen, ministre:
Cette matière a fait l'objet d'un
débat approfondi au sein des
commissions de la Justice et des
Naturalisations et aujourd'hui en
séance plénière. D'anciens
arguments sont à nouveau
déterrés mais il est également fait
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
97
terug naar voren gebracht.
Men heeft daarbij de oude argumenten terug bovengehaald. Dat
moet ook mogelijk zijn bij een evaluatie. Men heeft daarbij echter in
de drie debatten, misschien het minst vandaag, naar de incidenten
verwezen om te onderstrepen dat er soms misbruik bestaat die
moeilijk beteugelbaar blijkt te zijn en waarover nog heel wat vragen
rijzen. Het gaat er bij niet om dat misbruiken vandaag uitgesprokener
zijn dan in een voorgaande fase. Ik heb vastgesteld dat zich zowel bij
de voorgaande Belgische nationaliteitswet als bij de huidige
problemen hebben afgetekend en incidenten hebben voorgedaan.
Het uitgangspunt van de regering blijft het rapport dat door de
professoren Caestecker en Rea is opgesteld. Dat is niet zomaar een
onderzoek geweest. Het is een onderzoek waarbij alle actoren op het
terrein werden aangesproken.
référence à des incidents dans le
but de démontrer l'existence
d'abus. Des abus étaient
également commis sous
l'ancienne réglementation.
Le gouvernement s'appuie sur le
rapport Caestecker-Rea qui rend
compte de discussions avec
l'ensemble des acteurs.
Les acteurs étaient connus et ont été entendus: l'état civil en premier,
la Sûreté de l'Etat, l'Office des étrangers, le parquet et enfin, la
commission des Naturalisations. Sur la base des éléments acquis par
ces professeurs, une conclusion a été tirée.
Het zijn in de eerste plaats de
Staatsveiligheid, het parket en de
commissie voor de Naturalisaties
die werden gehoord. Wij hebben
ons op hun conclusies gebaseerd.
In deze conclusie, die inderdaad voornamelijk op de werking van de
wet van 1 maart 2000 was gericht, werden een aantal voorstellen
geformuleerd. Deze voorstellen werden op een bepaald moment door
de regering behandeld. Dat gaf aanleiding tot het aanhouden van zes
punten waarover men een wijziging tot stand wenste te brengen. Ik
zal deze zes punten toelichten. Ze werden reeds uitvoerig toegelicht
in de debatten die in de commissies voor de Justitie en voor de
Naturalisatie werden gevoerd. Deze punten werden achteraf ook in
gesprekken met de werkgroep en de actoren van het terrein
besproken.
Daarbij vielen mij twee zaken op. Een eerste zaak is dat er
enthousiasme was bij de ambtenaren van de burgerlijke stand, bij de
dienst voor de Veiligheid van de Staat, bij de dienst
Vreemdelingenzaken, bij de parketten en zelfs bij de commissie voor
de Naturalisaties over een aantal pistes die werden aangereikt en die
duidelijk een verbetering inhouden indien zij ook kunnen worden
gerealiseerd. De regering wenst die dan ook te realiseren. Daaraan
wordt ondertussen trouwens doorgewerkt.
Men kan echter niet blind blijven voor een aantal problemen die
werden opgeworpen. Een van die problemen kwam reeds uitvoerig
ter sprake. Ik citeer de ene zin die de dienst voor de Veiligheid van de
Staat daarover heeft meegedeeld: "Le délai plus court dont dispose
notre administration pour répondre à la demande s'accompagne
d'une augmentation substantielle du nombre de demandes depuis
l'entrée en vigueur de la loi actuelle. Il va de soi que ce deuxième
élément renforce encore l'effet du premier".
Nous avons finalement abouti à
six propositions de modification.
Les acteurs de terrain se sont
montrés enthousiastes, ce qui
incite le gouvernement à
poursuivre son action et à réaliser
ces points.
Il ne faut toutefois pas cacher la
persistance de certains problèmes
tenaces. Je citerai à cet égard la
Sûreté de l'Etat.
Ik ben onlangs in het bezit gesteld van een zeer uitgebreide nota ik
ben bereid om die ter beschikking te stellen van het Parlement die
een synthese biedt van de antwoorden van een reeks parketten, niet
alleen over de wijze waarop zij de dossiers beheren, maar ook over
de problemen en knelpunten die zij ontmoeten en de voorstellen die
werden gedaan door de commissie. U voelt dan aan dat het gaat om
Nous avons finalement abouti à
six propositions de modification.
Les acteurs de terrain se sont
montrés enthousiastes, ce qui
incite le gouvernement à
poursuivre son action et à réaliser
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
98
problemen die zeer gedifferentieerd kunnen zijn. De parketten
zeggen dat zij in een eenvoudig dossier normaliter niet op veel
tegenstand stoten en dat er effectief en vrij snel kan worden
opgetreden, maar dat er ook dossiers zijn die spijtig genoeg niet dat
gemakkelijke beeld weergeven en dat daarvoor inspanningen moeten
worden geleverd.
Wanneer de actoren op het terrein dat met die woorden zeggen, dan
moet men daar blijven bij stilstaan. Ik herinner mij de periode dat
omtrent de drie cruciale adviezen die dienden te worden uitgebracht,
alle meningen in dezelfde richting gingen, namelijk dat een
adviestermijn van één maand haalbaar was, hoewel voor sommigen
deze maand haalbaar was zonder meer. Daarbij denk ik aan het
advies dat de dienst Veiligheid van de Staat heeft uitgebracht.
ces points.
Il ne faut toutefois pas cacher la
persistance de certains problèmes
tenaces. Je citerai à cet égard la
Sûreté de l'Etat.
Mais nous avons également eu d'autres renseignements: du service
des étrangers, entre autres, qui était beaucoup plus réticent, et des
parquets qui, quant à eux, avaient une autre approche. Vu ces
considérations, il est de mise de rester serein et de trouver une
solution.
Een kortere termijn leidt tot meer
aanvragen.
Mijnheer de voorzitter, dat dringt zich des te meer op omdat uw
Kamer in een werkzaamheid die onder haar uitsluitende bevoegdheid
valt, een andere beslissing heeft genomen dan die welke in de wet
van 1 maart 2000 staat. De regering is daar niet blind voor gebleven.
Wij hebben gezien dat op een bepaald ogenblik de verlenging van de
termijn voor de procedures van nationaliteitsverklaring en
nationaliteitskeuze niet kon achterblijven op een ogenblik dat de
Kamer bij de behandeling van de naturalisaties haar eigen artikel 94
van het Kamerreglement heeft overruled. Het zou nogal merkwaardig
zijn op een bepaald ogenblik een spanningsveld te moeten
vaststellen, waarbij de wetgever, omdat het nu eenmaal tot zijn
bevoegdheid behoort, maatregelen treft en overruled, en tegelijk niets
ondernomen zou worden voor de nationaliteitsaanvraag en de
nationaliteitskeuze.
De regering zal op dit vlak een voorstel doen. Via een ministeriële
rondzendbrief, opgesteld in overleg met de parketten op basis van de
consultaties die wij hebben gedaan en op basis van het uitgebreide
rapport van 24 april 2002, zullen wij aan de parketten meedelen dat,
indien de vastgestelde adviestermijn niet toelaat om op een afdoende
wijze informatie in te winnen en een volledig dossier samen te stellen,
zij een voorlopig negatief advies kunnen uitbrengen en dat in dat
geval zal worden gewacht totdat het dossier volledig is. Het heeft
geen zin dat de Kamer die mogelijkheid zou hebben, maar dat bij de
nationaliteitskeuze en de nationaliteitsaanvraag die keuze niet zou
bestaan. Tot zover een eerste beslissing die de regering wenst te
nemen. Ik denk ook dat de parketten men voelt dat heel goed aan
op basis van hun aanvragen voorstander zijn van een dergelijke
oplossing. Zij hebben gezegd: ofwel verlengt u de termijn, ofwel geeft
u ons voor die gevallen waarvoor wij niet binnen de wettelijke termijn
kunnen blijven de mogelijkheid om u te signaleren dat wij
vraagtekens en onzekerheden hebben en dat wij een voorlopig
advies uitbrengen dat niet positief kan luiden. Dat voorbehoud maken
duidelijk via een voorlopig negatief advies.
De tweede zaak, mijnheer de voorzitter, is dat de regering zich ook
rekenschap geeft van het feit dat in bepaalde dossiers bedrog is
Certains parquets ont été
interrogés au sujet des problèmes
auxquels ils sont confrontés. Ces
problèmes sont multiples. Il est
clair que l'examen de dossiers de
demandes complexes nécessite
des efforts plus importants. Par
ailleurs, il semble qu'il y avait
unanimité, fût-ce à des degrés
divers, en ce qui concerne le délai
d'un mois.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
99
gepleegd. De algemene stelling luidt fraus omnia corrumpit, het
bedrog verbreekt alles, maar daarmee wordt niet de duidelijkheid
verschaft die noodzakelijk is om een maatregel te kunnen treffen ten
opzichte van diegene die op basis van kunstgrepen, van listigheden
of van bedrog de Belgische nationaliteit heeft verworven, hoewel men
die zeker niet had toegekend indien men vooraf op de hoogte zou zijn
geweest van het bedrog.
De regering heeft gezegd dat zij zich op dat vlak naar de wijsheid van
de Kamer zal gedragen. Daarmee wil ik zeggen dat een initiatief,
indien het tot een goed einde moet worden gebracht, best hier kan
worden genomen, net zoals de Kamer dat heeft gedaan met haar
werkzaamheden in verband met de overruling van het
kamerreglement. Op dat vlak wordt antwoord gegeven op de nood
die bestaat om de verleende nationaliteit te kunnen ontnemen als die
op basis van onjuiste gegevens werd verleend. Ik bedoel daarmee
bedrieglijke informatie en het aanwenden van listige kunstgrepen.
Indien men dat probleem op die manier kan aanpakken, levert men
ook het bewijs dat een evaluatie van een wet als uitzonderlijk
instrument ingeschreven in de wet, toch haar waarde bewijst. Het is
in die omstandigheden dat een ministeriële omzendbrief zal worden
opgesteld. Momenteel werk ik daar volop aan. De Kamer wordt
uitgenodigd om een initiatief te nemen om in geval van bedrog
maatregelen te nemen die toelaten effectief te ontnemen wat
onterecht verleend werd.
De voorzitter: De bespreking is gesloten.
La discussion est close.
De door de commissie aangenomen tekst geldt als basis voor de bespreking. (Rgt 66,4) (1717/1)
Le texte adopté par la commission sert de base à la discussion. (Rgt 66,4) (1717/1)
Ingediende amendementen:
Amendements déposés:
- 1: Jo Vandeurzen c.s. (1717/2)
- 2: Bart Laeremans, Jan Mortelmans (1717/3)
Mijnheer Vandeurzen, zal ik u al toelaten nu het amendement te verdedigen? Dat is gemakkelijker. Ik wil
de Kamer opmerkzaam maken op het feit dat het in mijn toch niet zo beperkte ervaring de eerste maal is
dat ik zo'n discussie in de Kamer meemaak. Het is de eerste keer dat ik de evaluatie van een wet
meemaak. Maar enfin, ik ben nog jong om te leren.
U hebt de tekst die op bladzijde 34 van het verslag staat. U kent de tekst, die beknopt is. Daarop zijn er
amendementen.
J'ai donc deux amendements, un amendement de MM. Vandeurzen, Van Parys et Verherstraeten, et un
amendement de MM. Laeremans et Mortelmans.
13.91 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik wens nog te
reageren op wat de minister gezegd heeft.
De voorzitter: Gaat u tezelfdertijd ook uw amendement verdedigen? U kunt een repliek houden en uw
amendement tegelijkertijd verdedigen. Daarna geldt hetzelfde voor de heren Mortelmans en Laeremans.
De heer Bourgeois kan dan nog een repliek houden.
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
100
13.92 Jo Vandeurzen (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik zal het kort
houden en richt mij in het bijzonder tot de meerderheidspartijen. Ik
vraag mij af of ik de woorden van de minister goed begrepen heb. Ik
heb eerst de heer Mayeur horen zeggen dat er niets zal veranderen
en dat er niets mag veranderen. De termijn van een maand is hem
heel dierbaar. Ik heb dat ook andere partijen horen verklaren. Ik
probeer even te vertalen wat ik de minister nu hoor zeggen: "Wij
kunnen de parlementsleden er niet van overtuigen om het
eenvoudigste te doen, namelijk de termijn bij wet veranderen.
Daarom zal de regering voor de verklaring en de keuze doen wat de
Kamer voor de naturalisaties doet. We doen dat via een omzendbrief,
tegen de letter van de wet in. We gaan de parketten dus zeggen dat
ze een negatief advies mogen geven als ze niet zeker zijn of niet
voldoende informatie hebben". Volgens mijn eenvoudige redenering
betekent het dat de zaak op dat ogenblik naar de rechtbank gaat of
naar de Kamer komt. Het is natuurlijk niet mogelijk dat de ambtenaar
van de burgerlijke stand dan wacht. De wet is op dat punt duidelijk.
Ik ben zeer benieuwd te vernemen of we dat moeten verstaan als
een zwenking of wijziging in de standpunten en als een uitdrukkelijk
erkennen van het probleem dat hier al zo dikwijls is aangekaart.
Moeten we dan een geforceerde ministeriële omzendbrief gebruiken,
tegen de letter van de wet in, omdat men hier niet bereid is om te
doen wat politiek onze verantwoordelijkheid is?
Er is nog een tweede punt dat ik niet zo goed begrijp, mijnheer de
minister. Ik begrijp dat de opening die de regering maakt doordat de
wijziging van artikel 24 net zoals bij de euthanasiewet voorwerp
zal uitmaken van de open debatcultuur. Eigenlijk betekent dit dat er
op de meerderheidsbanken in de Kamer stilzwijgen heerst. Ik versta
de motie niet goed. Wat de vervallenverklaring betreft, zegt de
regering dat daarvoor het vertrouwen wordt geschonken aan de
Kamer die in haar wijsheid moet oordelen over het al dan niet
doorvoeren van een wijziging. Collega's van de meerderheid, uw
motie strekt er juist toe om vertrouwen te schenken aan de regering.
Ik versta het dan ook helemaal niet meer. Jullie geven mekaar
allemaal heel veel vertrouwen maar eigenlijk gebeurt er niets want ik
heb hier goed horen verklaren dat er niets zal veranderen. Dit is
paars-groen op zijn best. De meerderheidspartijen vertrouwen de
regering. De regering zegt op de hoogte te zijn van het probleem en
vraagt aan de parlementsleden om hun verantwoordelijkheid op te
nemen. Wat volgt is een grote stilte. Ik vind dit een zeer
merkwaardige toestand. Ik ben blij dat de minister een deel van de
problemen onderkent en ik ben zeer benieuwd naar de reacties van
de meerderheidspartijen.
Mijnheer de voorzitter, wat ons eigen amendement betreft, kan ik
zeer kort zijn. Ik heb in mijn kritiek alle elementen van onze
aanbeveling geciteerd. Ze werden trouwens door verscheidene
collega's uitdrukkelijk onderschreven, ook door collega's uit de
meerderheid waarvoor mijn oprechte dank. Ons voorstel strekt ertoe
om op zeer korte termijn, vanuit een bezorgdheid op het vlak van
veiligheid, een aantal wijzigingen aan te brengen aan deze wet. Het
gaat daarbij met name onder meer om wijzigingen op het vlak van de
termijn. Bovendien willen wij met ons voorstel duidelijk maken dat wij
naar een nieuw concept van nationaliteitswetgeving moeten
evolueren. Op dat vlak ben ik ook zeer optimistisch omdat ik
verscheidene collega's, onder andere ook collega Coveliers, ons
13.92 Jo Vandeurzen (CD&V):
Ai-je bien compris que M. Mayeur
défend les délais bec et ongles et
que le ministre propose la
possibilité d'un avis négatif par la
voie d'une circulaire, laquelle ira
donc à l'encontre de la loi?
Logiquement, de tels dossiers
aboutissent ensuite à la Chambre
ou au tribunal. L'officier de l'état
civil ne peut attendre..
Deuxièmement, la modification de
l'article 24 est attribuée au débat
de culture mené en toute
ouverture. Mais dans ce cas je ne
comprends pas très bien la
proposition de conclusion dans
laquelle la Chambre donne sa
confiance au gouvernement.
Le ministre reconnaît une partie
du problème, c'est très bien. Notre
proposition tend à modifier la loi à
brève échéance. Quant au fond
nous devons évoluer vers un
nouveau concept de la législation
relative à la nationalité.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
101
daarin heb horen volgen. Ik veronderstel dan ook dat hij onze
zienswijze, verwoord in ons wetsvoostel, kan bijtreden.
13.93 Jan Mortelmans (VLAAMS BLOK): Mijnheer de voorzitter, de
voorstellen van minister Verwilghen zullen niets wezenlijks
veranderen; het blijft kurieren am Symptom. Afname bij fraude blijft
veel te beperkt. Er moeten maatregelen worden genomen voor
degenen die zich aan criminaliteit bezondigen. Er moeten
maatregelen worden genomen voor degenen die niet willen
integreren.
Als men werkelijk iets wezenlijks wil veranderen, dan moet de wet ten
gronde worden aangepast en dan kan dit door het voorstel van
besluit van het Vlaams Blok, dat als amendement aan het verslag
werd toegevoegd, te steunen. In dit voorstel vragen wij een grondige
herziening van de wetgeving inzake de Belgische nationaliteit. Wij
vragen ook een vereenvoudiging van de nationaliteitswetgeving door
het ius sanguinis-principe opnieuw als basis te gebruiken en het
kluwen dat momenteel bestaat te vervangen door een eenvormige,
strenge maar rechtvaardige procedure voor de vreemdelingen. Met
ons voorstel wensen wij ook in de nationaliteitswetgeving een
vereiste tot integratie in te voegen. Deze vereiste tot integratie moet
worden getoetst door middel van een burgerschapsproef.
Met een ander voorstel willen wij in realistische en voldoende
termijnen voorzien. Ik denk daarbij aan een minimale termijn van 4, 5
of 6 maanden voor de parketten, de dienst Vreemdelingenzaken en
de Veiligheid van de Staat. Er moet een verduidelijking komen van
het begrip "gewichtige feiten eigen aan de persoon". Bovendien
moeten er maatregelen worden getroffen in verband met een federale
gegevensbank die informatie bevat over alle veroordelingen. Zo niet
zal er niets wezenlijks veranderen.
13.93 Jan Mortelmans (VLAAMS
BLOK): Les propositions du
ministre Verwilghen n'apporteront
aucun changement fondamental.
Des mesures s'imposent à
l'encontre des criminels et de ceux
qui refusent de s'intégrer. Le
Vlaams Blok demande une
révision en profondeur de la
législation relative à la nationalité
et propose de la simplifier
radicalement en se fondant à
nouveau sur le ius sanguinis. La
condition d'intégration, évaluée
par le biais de l'examen de
citoyenneté, doit être instaurée. Il
faut fixer des délais d'avis
réalistes de quatre à six mois pour
les avis des parquets, de l'Office
des étrangers et de la Sûreté de
l'Etat. Il faut également mettre sur
pied une banque de données
fédérale.
13.94 Jean-Pierre Detremmerie (cdH): Monsieur le président,
monsieur le ministre, chers collègues, lorsque le parquet aura des
doutes et émettra un avis négatif, ce sera au moins clair pour les
commissaires en commission des Naturalisations. Jusqu'à présent, il
arrivait souvent que la commission des Naturalisations ne reçoive
pas d'avis. Cela indisposait les membres qui avaient tendance à
penser que c'était peut-être une manoeuvre de retardement, une
négligence dont étaient victimes les demandeurs. Au moins,
aujourd'hui, cela clarifie la situation. Pour celui qui aura à traiter le
dossier, ce sera beaucoup plus simple et cela a le mérite d'être clair.
Par ailleurs, lorsque l'on peut constater une fraude, à quelque niveau
que ce soit, je pense que c'est un minimum de prévoir que les
fraudeurs puissent être déchus de leurs droits. Je ne vois pas
pourquoi un Belge pourrait être déchu alors que ces nouveaux
Belges ne risqueraient pas de l'être en cas de fraude avérée.
Personnellement, je trouve la réponse intéressante.
13.94 Jean-Pierre Detremmerie
(cdH): In geval van twijfel brengt
het parket een negatief advies uit,
wat duidelijkheid schept voor
degene die het dossier moet
behandelen.
Als een Belg uit zijn rechten kan
worden ontzet, dan geldt dat a
fortiori ook voor een
genaturaliseerde Belg.
13.95 Geert Bourgeois (VU&ID): Mijnheer de voorzitter, collega's,
men begrijpt dat de minister in de paarsgroene houdgreep zit. De
minister die in zijn kiescampagne nog orakelde dat er met de
Belgische nationaliteit gesmeten werd, komt bij de evaluatie van de
snel-Belg-wet eigenlijk niet tot fundamentele kritiek. Ik heb tot mijn
ongenoegen niks gehoord over wat in Vlaanderen heel breed leeft bij
13.95 Geert Bourgeois (VU&ID):
Le ministre est prisonnier d'une
logique arc-en-ciel. L'opinion
publique flamande s'indigne de
l'absence de toute exigence
d'intégration et le ministre voit sa
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
102
de publieke opinie, namelijk dat het grootste probleem met deze wet
het ontbreken van elke integratievereiste is. En daar kan u natuurlijk
niks verklaren. Daar hebt u geen enkele speelruimte. Daar krijgt u
geen millimeter speelruimte van deze meerderheid.
Ik heb twee concrete zaken onthouden uit uw repliek. Er komt een
omzendbrief waarbij u zult toelaten dat, als het advies moet gegeven
worden door het parket en als dat niet tijdig (binnen een maand) kan,
er dan een voorlopig negatief advies kan verleend worden. Ik weet
niet of dit ook slaat op het advies van de Staatsveiligheid. In elk geval
is dit een omzendbrief die tegen de wetheden gaan. Ik denk dat dit
een heel slecht signaal is. U zou er beter aan doen de wet te
wijzigen. Dit is een vorm van gedoogbeleid. Als we het toch hebben
over gewapend bestuur, en er zijn hier serieuze woorden daarover
gevallen, collega Coveliers had het daarover, dan is het zo dat een
bestuur de wetten die er zijn moet respecteren en uitvoeren. Ik denk
dat, of het nu in positieve of negatieve zin is, het nooit goed is dat
men gedoogt dat er tegen de wet ingegaan wordt.
Ten tweede, heel concreet, fraus omnia corrumpit, u nodigde het
parlement uit om daaromtrent een initiatief te nemen. Het is een
kleine stap vooruit, zou ik zeggen, ware het niet dat we inderdaad
met een knotsgekke situatie zitten. De paarsgroene cirkel is
inderdaad rond. Straks zal hier goedgekeurd worden door deze
meerderheid. Wacht met vertrouwen om te komen tot een efficiënte
toepassing van de wet tot de minister zegt dat de regering zich
gedraagt naar de wijsheid van het parlement om in deze het initiatief
te nemen. Wij zullen initiatief nemen, mijnheer de minister, ons
wetsvoorstel 1117/1 ligt op dat punt voor. Fraus omnia corrumpit. Ik
zal vragen aan de voorzitter om dit bij voorrang te agenderen.
We zullen zien of het zich gedragen van de regering naar de wijsheid
van het parlement ook op korte termijn vruchten afwerpt op dit punt.
Maar hoe dan ook, mijnheer de voorzitter, u heeft daarnet gezegd dat
het de eerste keer is dat hier zo een wetevaluatie gebeurd. Ik denk
dat ze toch als zeer merkwaardig zal geboekstaafd worden in de
parlementaire annalen. Het is een perfect cirkelredenering. We
hebben een hele middag gedebatteerd om er toe te komen dat de
meerderheid straks zal zeggen dat zij het volste vertrouwen heeft in
de regering inzake de uitvoering van de wet, niet eens inzake
wijziging, aanpassing, enzovoort, waarna de regering komt zeggen
dat zij zich gedragen naar de wijsheid van het parlement. Mooier kan
het niet.
marge de manoeuvre quasiment
réduite à néant.
Une circulaire permettra au
parquet de donner un avis négatif
provisoire. Il est préférable de
modifier la loi que de tolérer des
comportements qui vont à
l'encontre de la loi.
L'arc-en-ciel a bouclé la boucle.
La majorité au Parlement attend
en toute confiance que le
gouvernement prenne des
mesures et le ministre, en
réponse, s'en remet à la sagesse
du Parlement afin de prendre des
mesures. Or, notre proposition
1117/001 est sur la table. Fraus
omnia corrumpit. Advienne que
pourra.
13.96 Marc Van Peel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, ik heb nog een
vraag aan de minister. Ik heb de indruk dat een aantal collega's in
hun repliek, de draagwijdte van de uitspraak van de minister
misschien enigszins onderschat hebben. Ik heb de minister horen
zeggen dat er een ministeriële omzendbrief komt die de parketten zal
toelaten een voorlopig negatief advies uit te brengen. Dat betekent
dat wij naar de grond van de zaak en naar het aantal gevallen dat
eventueel zal worden genaturaliseerd, tot een drastische verlaging
zullen komen, uiteraard. Qua draagwijdte zijn de woorden van de
minister bijzonder belangrijk. Of dit juridisch en legistiek allemaal zo
netjes is, weet ik niet; mijn historische kennis is groter dan mijn
juridische.
Dan heb ik een concrete vraag. Geldt deze verlenging van termijn,
13.96 Marc Van Peel (CD&V):
Une telle circulaire entraînera une
diminution drastique du nombre
de naturalisations. L'allongement
du délai s'applique-t-il également
à la Sûreté de l'Etat?
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
103
waar het toch op neerkomt, ook voor de diensten van de Veiligheid
van de Staat? Uit de evaluatie kwam immers naar voren dat ook deze
diensten bijzonder zwaar klagen over de krappe termijn. Zult u
dezelfde regel toepassen voor de Veiligheid van de Staat om de facto
de termijn te verlengen?
13.97 Minister Marc Verwilghen: Mijnheer de voorzitter, wie de wet
aandachtig leest, weet dat een volledig dossier moet worden
ingediend. Dan loopt de adviestermijn voor de dienst Veiligheid van
de Staat en voor de dienst Vreemdelingenzaken. Pas als laatste
instantie levert het parket advies. Dat zou allemaal binnen een
maand moeten gebeuren. In sommige omstandigheden is dat perfect
haalbaar, dat heb ik aangetoond. In andere gevallen is dat niet zo. In
die gevallen zal het parket dus in laatste instantie meedelen al of niet
over voldoende waarachtige informatie te beschikken om stelling te
kunnen innemen.
13.97 Marc Verwilghen, ministre:
Le délai d'avis commence à courir
pour la Sûreté de l'Etat et l'Office
des Etrangers à partir du moment
où un dossier complet a été
déposé. Le parquet intervient en
dernière instance. A l'expiration du
délai, il appartient au parquet de
décider s'il dispose de
suffisamment d'informations.
13.98 Marc Van Peel (CD&V): Mijnheer de voorzitter, in gewone
mensentaal versta ik dan toch dat ook de diensten van de Veiligheid
van de Staat de facto een langere termijn zouden kunnen
aanhouden. Versta ik dat juist, mijnheer de minister?
13.99 Minister Marc Verwilghen: Mijnheer de voorzitter, ik kan mij
moeilijk indenken dat als een parket een zaak moet beoordelen, maar
zij niet beschikt over die essentiële informatie die de dienst Veiligheid
van de Staat moet leveren, zij dan moeilijk advies zal kunnen
verlenen.
13.99 Minister Marc Verwilghen:
Je ne puis m'imaginer qu'un
parquet juge qu'il dispose de
suffisamment d'éléments alors
qu'il n'a pas reçu d'avis de la
Sûreté de l'Etat.
13.100 Marc Van Peel (CD&V): Dank u.
De voorzitter: De stemming over de amendementen wordt aangehouden.
Le vote sur les amendements est réservé.
De stemming over de aangehouden amendementen en over het voorstel van besluit van de commissie
voor de Justitie over de evaluatie van de wet van 1 maart 2000 tot wijziging van een aantal bepalingen
betreffende de Belgische nationaliteit zal later plaatsvinden.
Le vote sur les amendements réservés et sur la proposition de conclusion de la commission de la Justice
sur l'évaluation de la loi du 1
er
mars 2000 modifiant certaines dispositions relatives à la nationalité belge
aura lieu ultérieurement.
De vergadering is gesloten.
La séance est levée.
De vergadering wordt gesloten om 20.26 uur. Volgende vergadering om 20.31 uur.
La séance est levée à 20.26 heures. Prochaine séance à 20.31 heures.
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
105
BIJLAGE
ANNEXE
PLENUMVERGADERING
SÉANCE PLÉNIÈRE
DONDERDAG 23 MEI 2002
JEUDI 23 MAI 2002
INTERNE BESLUITEN
DECISIONS INTERNES
INTERPELLATIEVERZOEKEN DEMANDES D'INTERPELLATION
Ingekomen Demandes
1. de heer Geert Bourgeois tot de vice-eerste
minister en minister van Werkgelegenheid over "het
uitblijven van de vereenvoudiging van de
banenplannen".
1. M. Geert Bourgeois à la vice-première ministre et
ministre de l'Emploi sur "la non-simplification des
plans d'emploi".
(nr. 1282 verzonden naar de commissie voor de
Sociale Zaken en Pensioenen)
(n° 1282 renvoi à la commission des Affaires
sociales et des Pensions)
2. mevrouw Trees Pieters tot de eerste minister en
tot de minister van Economie en Wetenschappelijk
Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, over
"de malaise in de Belgische chemie".
2. Mme Trees Pieters au premier ministre et au
ministre de l'Economie et de la Recherche
scientifique, chargé de la Politique des grandes
villes, sur "le malaise dans l'industrie chimique
belge".
(nr. 1283 verzonden naar de commissie voor het
Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het
Onderwijs, de nationale wetenschappelijke en
culturele Instellingen, de Middenstand en de
Landbouw)
(n° 1283 renvoi à la commission de l'Economie,
de la Politique scientifique, de l'Education, des
Institutions scientifiques et culturelles nationales,
des Classes moyennes et de l'Agriculture)
3. de heer Vincent Decroly tot de vice-eerste
minister en minister van Buitenlandse Zaken over
"het door de vice-eerste minister en minister van
Buitenlandse Zaken gevoerde beleid inzake de
grensoverschrijdende regeling voor investeringen
en het mogelijke risico dat, via het netwerk van
bilaterale akkoorden die onder de impuls van de
vice-eerste minister en minister van Buitenlandse
Zaken tot stand kwamen, het in 1998 opgeschorte
Multilateraal Akkoord inzake Investeringen (MAI)
nieuw leven wordt ingeblazen".
3. M. Vincent Decroly au vice-premier ministre et
ministre des Affaires étrangères sur "la politique du
vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères en matières de régime transnational des
investissements et le risque de voir renaître, à
travers le réseau d'accords bilatéraux sur les
investissements en constitution sous la houlette du
vice-premier ministre et ministre des Affaires
étrangères, l'Accord multilatéral (AMI) suspendu en
1998".
(nr. 1284 verzonden naar de commissie voor de
Buitenlandse Betrekkingen)
(n° 1284 renvoi à la commission des Relations
extérieures)
4. de heer Filip De Man tot de minister van
Binnenlandse Zaken over "de gebrekkige controle
van asielzoekers en de poging tot roofmoord die
daarvan het gevolg was".
4. M. Filip De Man au ministre de l'Intérieur sur "le
contrôle déficient des demandeurs d'asile et la
tentative de crime crapuleux qui en a résulté".
(nr. 1285 verzonden naar de commissie voor de
Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het
Openbaar Ambt)
(n° 1285 renvoi à la commission de l'Intérieur,
des Affaires générales et de la Fonction publique)
5. de heer Richard Fournaux tot de minister van
Binnenlandse Zaken over "de politiehervorming en
de bezoldiging van het personeel".
5. M. Richard Fournaux au ministre de l'Intérieur
sur "la réforme des polices et le paiement du
personnel".
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
106
(nr. 1286 verzonden naar de commissie voor de
Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het
Openbaar Ambt)
(n° 1286 renvoi à la commission de l'Intérieur,
des Affaires générales et de la Fonction publique)
VOORSTELLEN PROPOSITIONS
Toelating tot drukken
Autorisation d'impression
1. Voorstel van resolutie (de heren Jacques
Lefevre, Jean-Jacques Viseur en mevrouw Joëlle
Milquet) tot aanmoediging van de aankoop van
producten en diensten die volgens de beginselen
van "fair trade" tot stand zijn gekomen (nr. 1816/1).
1. Proposition de résolution (MM. Jacques Lefevre,
Jean-Jacques Viseur et Mme Joëlle Milquet) visant
à encourager l'achat de produits et services issus
du commerce équitable (n° 1816/1).
2. Wetsvoorstel (mevrouw Zoé Genot, de heer Joos
Wauters en mevrouw Kristien Grauwels) tot wijziging
van de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een
verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat
en van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en
diverse bepalingen om de toegang tot het
parlementair mandaat aan te moedigen door de
uitbreiding van het recht op politiek verlof en op
werkloosheidsuitkeringen in geval van
loopbaanonderbreking (nr. 1817/1).
2. Proposition de loi (Mme Zoé Genot, M. Joos
Wauters et Mme Kristien Grauwels) modifiant la loi du
19 juillet 1976 instituant un congé pour l'exercice d'un
mandat politique ainsi que la loi du 20 juillet 1991
portant des dispositions sociales et diverses, en vue
de favoriser l'accès au mandat parlementaire par
l'élargissement du droit au congé politique, à
l'interruption de carrière et aux allocations de
chômage (n° 1817/1).
3. Voorstel van resolutie (de heer Daan Schalck)
betreffende het gebruik van hernieuwbare elektriciteit
door de NMBS (nr. 1819/1).
3. Proposition de résolution (M. Daan Schalck)
relative à l'utilisation d'électricité renouvelable par la
SNCB (n° 1819/1).
4. Wetsvoorstel (de heer Daan Schalck) inzake de
toegang voor geleidehonden tot ruimten en
gebouwen die voor het publiek of voor
gemeenschappelijk gebruik bestemd zijn (nr. 1820/1).
4. Proposition de loi (M. Daan Schalck) relative à
l'accès des chiens-guides aux lieux et bâtiments
destinés au public ou à l'usage collectif (n° 1820/1).
5. Voorstel van resolutie (de dames Yolande
Avontroodt en Maggie De Block en de heren Jacques
Germeaux en Jef Valkeniers) betreffende de regeling
van de rechtspositie van het personeel van de
politiediensten met betrekking tot de regeling van de
medische bescherming (nr. 1821/1).
5. Proposition de résolution (Mmes Yolande
Avontroodt et Maggie De Block et MM. Jacques
Germeaux et Jef Valkeniers) réglant la position
juridique du personnel des services de police en ce
qui concerne la protection médicale (n° 1821/1).
6. Wetsvoorstel (mevrouw Joëlle Milquet en de heren
Jacques Lefevre en Jean-Jacques Viseur) tot
wijziging van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen, teneinde de procedure tot verlening
van de status van vluchteling te hervormen en een
status van tijdelijk beschermde in te stellen
(nr. 1825/1).
6. Proposition de loi (Mme Joëlle Milquet et MM.
Jacques Lefevre et Jean-Jacques Viseur) modifiant la
loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le
séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
en vue de réformer la procédure d'octroi du statut de
réfugié et de créer un statut de protection temporaire
(n° 1825/1).
7. Wetsvoorstel (mevrouw Joëlle Milquet en de heren
Jacques Lefevre en Jean-Jacques Viseur) tot
wijziging van de wet van 15 december 1980
betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen, teneinde de procedure tot verlening
van de status van vluchteling te hervormen
(nr. 1826/1).
7. Proposition de loi (Mme Joëlle Milquet et MM.
Jacques Lefevre et Jean-Jacques Viseur) modifiant la
loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le
séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
en vue de réformer la procédure d'octroi du statut de
réfugié (n° 1826/1).
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
107
8. Wetsvoorstel (de heren Raymond Langendries en
Jean-Pierre Detremmerie) tot invoeging van een
artikel 117 in het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 teneinde de aan de
sportclubs betaalde bijdragen aftrekbaar te maken
(nr. 1829/1).
8. Proposition de loi (MM. Raymond Langendries et
Jean-Pierre Detremmerie) insérant un article 117
dans le Code des impôts sur les revenus 1992 en vue
de permettre la déductibilité des cotisations payées
aux clubs sportifs (n° 1829/1).
MEDEDELINGEN COMMUNICATIONS
COMMISSIES COMMISSIONS
Verslagen Rapports
Volgende verslagen werden ingediend:
Les rapports suivants ont été déposés:
namens de commissie voor de Financiën en de
Begroting,
au nom de la commission des Finances et du
Budget,
- door de heer Gérard Gobert, over het
wetsvoorstel van de heren Eric van Weddingen en
Olivier Maingain en mevrouw Pierrette Cahay-André
tot wijziging van artikel 25 van de wet van
10
augustus
2001 houdende hervorming van de
personenbelasting en van de artikelen 136, 140 en
141 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
1992 (nr. 1558/4);
- par M. Gérard Gobert, sur la proposition de loi de
MM. Eric van Weddingen et Olivier Maingain et Mme
Pierrette Cahay-André modifiant l'article 25 de la loi
du 10 août 2001 portant réforme de l'impôt des
personnes physiques et les articles 136, 140 et 141
du Code des impôts sur les revenus 1992
(n° 1558/4);
namens de commissie voor de Buitenlandse
Betrekkingen,
au nom de la commission des Relations
extérieures,
- door de heer Ferdy Willems, over:
- par M. Ferdy Willems, sur:
. het wetsontwerp houdende instemming met de
Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse
Economische Unie en de Federale Islamitische
Republiek der Comoren inzake de wederzijdse
bevordering en bescherming van investeringen,
gedaan te Brussel op 18 mei 2001 (overgezonden
door de Senaat) (nr. 1768/2);
. le projet de loi portant assentiment à l'Accord
entre l'Union économique belgo-luxembourgeoise
et la République fédérale islamique des Comores
concernant l'encouragement et la protection
réciproques des investissements, fait à Bruxelles le
18 mai 2001 (transmis par le Sénat) (n° 1768/2);
. het wetsontwerp houdende instemming met de
Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse
Economische Unie en de Republiek Armenië
inzake de wederzijdse bevordering en bescherming
van investeringen, gedaan te Brussel op 7 juni
2001 (overgezonden door de Senaat) (nr. 1769/2);
. le projet de loi portant assentiment à l'Accord
entre l'Union économique belgo-luxembourgeoise
et la République d'Arménie concernant
l'encouragement et la protection réciproques des
investissements, faits à Bruxelles le 7 juin 2001
(transmis par le Sénat) (n° 1769/2);
namens het Adviescomité voor de
maatschappelijke Emancipatie,
au nom du Comité d'avis pour l'Emancipation
sociale,
- door de dames Kristien Grauwels en Magda De
Meyer, over:
- par Mmes Kristien Grauwels et Magda De Meyer,
sur:
. het wetsvoorstel van de heren Geert Bourgeois en
Karel Van Hoorebeke tot wijziging van artikel 276
van het Burgerlijk Wetboek (nr. 619/2);
. la proposition de loi de MM. Geert Bourgeois et
Karel Van Hoorebeke modifiant l'article 276 du
Code civil (n° 619/2);
. het wetsvoorstel van de heren Geert Bourgeois en
Karel Van Hoorebeke tot wijziging van
artikel
370bis van het Burgerlijk Wetboek
(nr. 620/2);
. la proposition de loi de MM. Geert Bourgeois et
Karel Van Hoorebeke modifiant l'article 370bis du
Code civil (n° 620/2);
. het wetsvoorstel van de heer Hugo Coveliers,
mevrouw Kathleen van der Hooft en de heer Guy
Hove tot hervorming van het echtscheidingsrecht
en de invoering van de foutloze echtscheiding
(nr. 684/2);
. la proposition de loi de M. Hugo Coveliers, Mme
Kathleen van der Hooft et M. Guy Hove réformant
le droit du divorce et instaurant le divorce sans
faute (n° 684/2);
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
108
. het wetsvoorstel van de heer Claude Desmedt en
mevrouw Anne Barzin tot wijziging van artikel
307bis van het Burgerlijk Wetboek, wat de uitkering
tot levensonderhoud in het kader van de
echtscheiding op grond van feitelijke scheiding
betreft (nr. 869/3);
. la proposition de loi de M. Claude Desmedt et
Mme Anne Barzin modifiant, en ce qui concerne la
pension alimentaire dans le cadre du divorce pour
cause de séparation de fait, l'article 307bis du Code
civil (n° 869/3);
. het wetsvoorstel van de heer Servais
Verherstraeten tot wijziging van een aantal
bepalingen betreffende echtscheiding en tot
invoering van de echtscheiding op grond van een
onherstelbare ontwrichting van het huwelijk
(nr. 896/2);
. la proposition de loi de M. Servais Verherstraeten
modifiant un certain nombre de dispositions
relatives au divorce et instaurant le divorce pour
cause de désunion irrémédiable des époux
(n° 896/2);
. het wetsvoorstel van de heren Geert Bourgeois en
Karel Van Hoorebeke tot wijziging van artikel 320
van het Burgerlijk Wetboek (nr. 1064/2);
. la proposition de loi de MM. Geert Bourgeois et
Karel Van Hoorebeke modifiant l'article 320 du
Code civil (n° 1064/2);
. het wetsvoorstel van mevrouw Fauzaya Talhaoui
en de heer Vincent Decroly tot wijziging van de
echtscheidingsregeling naar aanleiding van de
invoering van de schuldloze echtscheiding
(nr. 1109/2);
. la proposition de loi de Mme Fauzaya Talhaoui et
M. Vincent Decroly modifiant le régime du divorce
par suite de l'instauration du divorce sans faute
(n° 1109/2);
. het wetsvoorstel van de heren Geert Bourgeois en
Karel Van Hoorebeke tot wijziging van een aantal
bepalingen betreffende echtscheiding (nr. 1191/2);
. la proposition de loi de MM. Geert Bourgeois et
Karel Van Hoorebeke modifiant certaines
dispositions relatives au divorce (n° 1191/2);
. het wetsvoorstel van de heren Servais
Verherstraeten, Tony Van Parys en Jo Vandeurzen
tot wijziging van artikel 374 van het Burgerlijk
Wetboek (nr. 1308/2);
. la proposition de loi de MM. Servais
Verherstraeten, Tony Van Parys et Jo Vandeurzen
modifiant l'article 374 du Code civil (nr. 1308/2);
. het wetsvoorstel van de heren Geert Bourgeois en
Karel Van Hoorebeke tot wijziging van het
Gerechtelijk Wetboek inzake de herziening van de
overeenkomst bij echtscheiding door onderlinge
toestemming (nr. 1438/2);
. la proposition de loi de MM. Geert Bourgeois et
Karel Van Hoorebeke modifiant le Code judiciaire
en ce qui concerne la révision de la convention
conclue en cas de divorce par consentement
mutuel (n° 1438/2);
. het wetsvoorstel van de dames Jacqueline Herzet
en Pierrette Cahay-André en de heren Daniel
Bacquelaine, Olivier Maingain en Philippe Seghin
tot wijziging van de wetgeving inzake
echtscheiding, teneinde de schuldloze
echtscheiding in te voeren (nr. 1497/2).
. la proposition de loi de Mmes Jacqueline Herzet et
Pierrette Cahay-André et MM. Daniel Bacquelaine,
Olivier Maingain et Philippe Seghin modifiant la
législation sur le divorce en vue d'instaurer le
divorce sans faute (n° 1497/2).
SENAAT SENAT
Overgezonden wetsontwerpen
Projets de loi transmis
Bij brieven van 16 mei 2002 zendt de Senaat over,
met het oog op de koninklijke bekrachtiging, de
volgende niet-geamendeerde wetsontwerpen:
Par messages du 16 mai 2002, le Sénat transmet,
en vue de la sanction royale, les projets de loi
suivants; le Sénat ne les ayant pas amendés:
1. wetsontwerp tot wijziging van de wet van
10 november 1967 houdende oprichting van het
Belgisch Interventie- en Restitutiebureau
(nr. 1289/8);
1. projet de loi modifiant la loi du 10 novembre 1967
portant création du Bureau d'intervention et de
restitution belge (n° 1289/8);
2. wetsontwerp tot wijziging van de wetten op het
gebruik van de talen in bestuurszaken,
gecoördineerd op 18 juli 1966 (nr. 1458/19).
2. projet de loi modifiant les lois sur l'emploi des
langues en matière administrative, coordonnées le
18 juillet 1966 (n° 1458/19).
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
109
Bij brieven van 16 mei 2002 zendt de Senaat terug,
met het oog op de koninklijke bekrachtiging,
volgende niet-geëvoceerde wetsontwerpen:
Par messages du 16 mai 2002, le Sénat transmet,
en vue de la sanction royale, les projets de loi
suivants; le Sénat ne les ayant pas évoqués:
1. wetsontwerp tot bekrachtiging van de koninklijke
besluiten van 20 juli 2000 houdende uitvoering van
de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering
van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op
aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de
Grondwet en tot wijziging van het koninklijk besluit
van 20 juli 2000 houdende uitvoering van de wet
van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de
euro in de wetgeving die betrekking heeft op
aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 78 van
de Grondwet en die ressorteert onder het ministerie
van Financiën (nr. 1710/5);
1. projet de loi portant confirmation des arrêtés
royaux des 20 juillet 2000 portant exécution de la
loi du 26 juin 2000 relative à l'introduction de l'euro
dans la législation concernant les matières visées à
l'article 78 de la Constitution et modification de
l'arrêté royal du 20 juillet 2000 portant exécution de
la loi du 26 juin 2000 relative à l'introduction de
l'euro dans la législation concernant les matières
visées à l'article 78 de la Constitution et qui
relèvent du ministère des Finances (n° 1710/5);
2. wetsontwerp tot bekrachtiging van de koninklijke
besluiten
van
14 juni 2001,
13 juli 2001
en
11 december 2001 houdende uitvoering van de wet
van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de
euro in de wetgeving die betrekking heeft op
aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de
Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke
bepalingen aan de euro (nr. 1712/2).
2. projet de loi de confirmation des arrêtés royaux du
14 juin 2001, 13 juillet 2001 et 11 décembre 2001
portant exécution de la loi du 26 juin 2000 relative à
l'introduction de l'euro dans la législation concernant
les matières visées à l'article 78 de la Constitution et
adaptant diverses dispositions légales à l'euro
(n° 1712/2).
Ter kennisgeving
Pour information
Aangenomen wetsontwerp
Projet de loi adopté
Bij brief van 16 mei 2002 zendt de Senaat over,
zoals hij het in vergadering van die datum heeft
aangenomen, het wetsontwerp tot wijziging van
artikel 19bis van de wet van 9 april 1930 tot
bescherming van de maatschappij tegen
abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van
bepaalde seksuele strafbare feiten (nr. 1822/1).
Par message du 16 mai 2002, le Sénat transmet,
tel qu'il l'a adopté en séance de cette date, le projet
de loi modifiant l'article
19bis de la loi du
9 avril 1930 de défense sociale à l'égard des
anormaux, des délinquants d'habitude et des
auteurs de certains délits sexuels (n° 1822/1).
Overeenkomstig artikel 81 van de Grondwet neemt
de Kamer een beslissing binnen een termijn die
60 dagen niet te boven mag gaan.
Conformémemt à l'article 81 de la Constitution, la
Chambre se prononce dans un délai ne pouvant
dépasser 60 jours.
Verzonden naar de commissie voor de Justitie
Renvoi à la commission de la Justice
Geamendeerde wetsontwerpen
Projets de loi amendés
Bij brieven van 16 mei 2002 zendt de Senaat de
volgende wetsontwerpen terug, zoals hij ze in
vergadering van die datum heeft geamendeerd:
Par messages du 16 mai 2002, le Sénat renvoie tel
qu'il les a amendés en séance de cette date les
projets de loi suivants:
1. wetsontwerp tot wijziging van de wet van
5
augustus
1991 betreffende de in-, uit- en
doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor
militair gebruik dienstig materieel en daaraan
verbonden technologie (nr. 431/14);
1. projet de loi modifiant la loi du 5 août 1991
relative à l'importation, à l'exportation et au transit
d'armes, de munitions et de matériel devant servir
spécialement à un usage militaire et de la
technologie y afférente (n° 431/14);
Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse
Betrekkingen
Renvoi à la commission des Relations extérieures
2. wetsontwerp ter vervanging van artikel 293 van
het Wetboek van strafvordering teneinde de
beschuldigde bijstand door een advocaat te
verlenen (nr 1563/6).
2. projet de loi remplaçant, en vue d'assurer
l'assistance de l'accusé par un avocat, l'article 293
du Code d'instruction criminelle (n° 1563/6).
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
110
Verzonden naar de commissie voor de Justitie
Renvoi à la commission de la Justice
Gemotiveerd advies van de Raad van State
Avis motivé du Conseil d'Etat
Overeenkomstig artikel 10, § 2, eerste lid, van de
wet van 6 april 1995 houdende inrichting van de
parlementaire overlegcommissie bedoeld in
artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State,
zendt de griffier van de Senaat, bij brief van
21 mei 2002, het gemotiveerd advies over van de
afdeling wetgeving van de Raad van State
betreffende het wetsvoorstel van mevrouw Anne-
Marie Lizin tot invoeging van een artikel 14quater in
de gecoördineerde wetten op de Raad van State
(nr. 238/32001/2002).
Conformément à l'article 10, § 2, alinéa 1
er
, de la loi
du 6
avril
1995 organisant la commission
parlementaire de concertation prévue à l'article 82
de la Constitution et modifiant les lois coordonnées
sur le Conseil d'Etat, le greffier du Sénat transmet,
par lettre du 21 mai 2002, l'avis motivé de la section
de législation du Conseil d'Etat sur la proposition de
loi de Mme Anne-Marie Lizin insérant un
article 14quater dans les lois coordonnées sur le
Conseil d'Etat (n° 238/32001/2002).
Ter kennisgeving
Pour information
REGERING GOUVERNEMENT
Ingediende wetsontwerpen
Dépôt de projets de loi
De regering heeft het ontwerp van programmawet
(nr.
1823/1) (aangelegenheid zoals bedoeld in
artikel 78 van de Grondwet) ingediend waarvoor de
spoedbehandeling door de regering werd gevraagd
bij toepassing van artikel 80 van de Grondwet.
Le gouvernement a déposé le projet de loi-
programme (n° 1823/1) (matière visée à l'article 78
de la Constitution) pour lequel l'urgence a été
demandée par le gouvernement conformément à
l'article 80 de la Constitution.
Met toepassing van artikel 63, 4, d, van het
Reglement wordt dit wetsontwerp met stemrecht
naar de volgende bevoegde commissies
verzonden:
En application de l'article 63, 4, d, du Règlement,
ce projet de loi est renvoyé avec voix délibérative
aux commissions compétences suivantes:
- commissie voor de Sociale Zaken: art. 1 tot 41 en
68 tot 79;
- commission des Affaires sociales: art. 1 à 41 et 68
à 79;
- commissie voor het Bedrijfsleven, het
Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de nationale
wetenschappelijke en culturele Instellingen, de
Middenstand en de Landbouw: art. 42 tot 46 en 128
tot 132;
- commission de l'Economie, de la Politique
scientifique, de l'Education, des Institutions
scientifiques et culturelles nationales, des Classes
moyennes et de l'Agriculture: art. 42 à 46 et 128 à
132;
- commissie voor de Volksgezondheid, het
Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing:
art. 47 tot 67 en 143 tot 145;
- commission de la Santé publique, de
l'Environnement et du Renouveau de la Société:
art. 47 à 67 et 143 à 145;
- commissie voor de Financiën en de Begroting:
art. 80 tot 99;
- commission des Finances et du Budget: art. 80 à
99;
- commissie voor de Landsverdediging: art. 100 tot
113;
- commission de la Défense nationale: art. 100 à
113;
- commissie voor de Binnenlandse Zaken, de
Algemene Zaken en het Openbaar Ambt: art. 114
tot 127 en 140;
- commission de l'Intérieur, des Affaires générales
et de la Fonction publique: art. 114 à 127 et 140;
- commissie voor de Infrastructuur, het Verkeer en
de Overheidsbedrijven: art. 133 tot 139 en 141 en
142.
- commission de l'Infrastructure, des
Communications et des Entreprises publiques: art.
133 à 139 et 141 et 142.
De regering heeft ook de volgende wetsontwerpen
ingediend:
Le gouvernement a également déposé les projets
de loi suivants:
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
111
- wetsontwerp tot wijziging, wat het globaal budget
van financiële middelen voor klinische biologie en
medische beeldvorming betreft, van de wet
betreffende de verplichte verzekering voor
geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994 (nr.
1824/1)
(aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 78 van de
Grondwet), waarvoor de spoedbehandeling door de
regering werd gevraagd bij toepassing van artikel
80 van de Grondwet;
- projet de loi modifiant, en ce qui concerne le budget
global des moyens financiers en matière de biologie
clinique et d'imagerie médicale, la loi relative à
l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités,
coordonnée le 14 juillet 1994 (n° 1824/1) (matière
visée à l'article 78 de la Constitution), pour lequel
l'urgence a été demandée par le gouvernement
conformément à l'article 80 de la Constitution;
Verzonden naar de commissie voor de Sociale
Zaken
Renvoi à la commission des Affaires sociales
- wetsontwerp betreffende de bestrijding van de
betalingsachterstand bij handelstransacties
(nr.
1827/1) (aangelegenheid zoals bedoeld in
artikel 78 van de Grondwet), waarvoor de
spoedbehandeling door de regering werd gevraagd
bij toepassing van artikel 80 van de Grondwet;
- projet de loi concernant la lutte contre le retard de
paiement dans les transactions commerciales
(n° 1827/1) (matière visée à l'article 78 de la
Constitution), pour lequel l'urgence a été demandée
par le gouvernement conformément à l'article 80 de
la Constitution;
Verzonden naar de commissie belast met de
problemen inzake Handels- en Economisch Recht
Renvoi à la commission chargée des problèmes de
Droit commercial et économique
- wetsontwerp aangaande de vordering tot staking
van de inbreuken op de wet van ... tot bestrijding
van de betalingsachterstand bij handelstransacties
(nr.
1828/1) (aangelegenheid zoals bedoeld in
artikel 77 van de Grondwet) waarvoor de
spoedbehandeling door de regering werd gevraagd
bij toepassing van artikel 40 van het Reglement.
- projet de loi relatif à l'action en cessation des
infractions à la loi du ... concernant la lutte contre le
retard de paiement dans les transactions
commerciales (n° 1828/1) (matière visée à l'article
77 de la Constitution), pour lequel l'urgence a été
demandée par le gouvernement conformément à
l'article 40 du Règlement.
Verzonden naar de commissie belast met de
problemen inzake Handels- en Economisch Recht
Renvoi à la commission chargée des Problèmes de
Droit commercial et économique
Algemene uitgavenbegroting 2002
Budget général des dépenses 2002
In uitvoering van artikel 15, tweede lid, van de
gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit
zendt de vice-eerste minister en minister van
Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale
Economie, bij brieven van 17 mei 2002, drie lijsten
over met herverdelingen van basisallocaties
betreffende het ministerie van Buitenlandse Zaken
en Buitenlandse Handel.
En exécution de l'article 15, 2
ème
alinéa, des lois
coordonnées sur la comptabilité de l'Etat, le vice-
premier ministre et ministre du Budget, de
l'Intégration sociale et de l'Economie sociale
transmet, par lettres du 17 mai 2002, trois bulletins
de redistributions d'allocations de base concernant
le ministère des Affaires étrangères et du
Commerce extérieur.
Verzonden naar de commissie voor de Financiën
en de Begroting
Renvoi à la commission des Finances et du Budget
Voorstel van resolutie
Proposition de résolution
Bij brief van 17 mei 2002 zendt de eerste minister
kopie van zijn schrijven aan de minister van
Consumentenzaken, Volksgezondheid en
Leefmilieu over betreffende het voorstel van
resolutie van mevrouw Yolande Avontroodt tot
preventieve bestrijding van baarmoederhalskanker
(nrs 1249/1 tot 82000/2001) dat de Kamer op
18 oktober 2001 heeft goedgekeurd.
Par lettre du 17 mai 2002, le premier ministre
transmet copie de son courrier adressé à la
ministre de la Protection de la consommation, de la
Santé publique et de l'Environnement relatif à la
proposition de résolution de Mme Yolande
Avontroodt concernant la prévention du cancer du
col de l'utérus (n
os
1249/1 à 82000/2001) qui a été
adoptée par la Chambre le 18 octobre 2001.
Verzonden naar de commissie voor de
Volksgezondheid, het Leefmilieu en de
Maatschappelijke Hernieuwing
Renvoi à la commission de la Santé publique, de
l'Environnement et du Renouveau de la Société
23/05/2002
CRIV 50
PLEN 232
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
112
ARBITRAGEHOF COUR
D'ARBITRAGE
Beroep tot vernietiging
Recours en annulation
Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof geeft de
griffier van het Arbitragehof kennis van het beroep
tot vernietiging van artikel 10, § 1, 10°, van het
decreet van de Vlaamse Gemeenschap van
13 juli 2001 houdende het stimuleren van een
kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid,
ingesteld door de gemeente Sint-Genesius-Rode.
En application de l'article 76 de la loi spéciale du
6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, le greffier de
la Cour d'arbitrage notifie le recours en annulation
de l'article
10, § 1
er
, 10°, du décret de la
Communauté flamande du 13 juillet 2001 portant
stimulation d'une politique culturelle locale
qualitative et intégrale, introduit par la commune de
Rhode-Saint-Genèse.
(rolnummer: 2403)
(n° du rôle: 2403)
Ter kennisgeving
Pour information
Prejudiciële vragen
Questions préjudicielles
Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof geeft de
griffier van het Arbitragehof kennis van:
En application de l'article 77 de la loi spéciale du
6 janvier 1989 sur la Cour d'arbitrage, le greffier de
la Cour d'arbitrage notifie:
- de prejudiciële vraag betreffende artikel 131 van
de programmawet van 30 december 2001, gesteld
door de Raad van State bij arresten van
13 maart 2002 inzake N. Creemers en anderen, E.
Dhont en anderen, L. Tack en anderen, J.
Berckmans, J. Goffin en E. De Jaeger, G. Colin,
P. Lambert en de VZW "Syndicat de la police" en
anderen tegen de Belgische Staat; de beschikking
tot samenvoeging van deze zaken;
- la question préjudicielle relative à l'article 131 de
la loi-programme du 30 décembre 2001, posée par
le Conseil d'Etat par arrêts du 13 mars 2002 en
cause de N. Creemers et autres, E. Dhont et
autres, L. Tack et autres, J. Berckmans, J. Goffin et
E. De Jaeger, G. Colin, P. Lambert et l'ASBL
Syndicat de la police et autres contre l'Etat belge;
l'ordonnance de jonction de ces affaires;
(rolnummers: 2385, 2386, 2387, 2388, 2389 en
2390)
(n
os
de rôle: 2385, 2386, 2387, 2388, 2389 et 2390)
- de prejudiciële vraag betreffende de wet van
30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten,
junctis de artikelen 537 en 1712 van het Burgerlijk
Wetboek, gesteld door de rechtbank van eerste
aanleg te Dinant bij vonnis van 20 maart 2002
inzake L. Vincent en J. Vanderlinden tegen de
gemeenten Gedinne, Vresse-sur-Semois en Bièvre;
- la question préjudicielle relative à la loi du
30 avril 1951 sur les baux commerciaux, combinée
avec les articles 537 et 1712 du Code civil, posée
par le tribunal de première instance de Dinant par
jugement du 20 mars 2002 en cause de L. Vincent
et J. Vanderlinden contre les communes de
Gedinne, Vresse-sur-Semois et Bièvre;
(rolnummer: 2399)
(n° du rôle: 2399)
- de prejudiciële vragen over artikel 30 van de wet
van 17
juli
1997 betreffende het gerechtelijk
akkoord, gesteld door de rechtbank van
koophandel te Nijvel en de rechtbank van
koophandel te Bergen bij vonnis van 18 maart 2002
inzake de RIZIV tegen de NV Durobor, G. Delvaux,
G. Ponchau, E. Descamps, C. Delbart en de NV
"Fortis Banque"; de beschikking tot samenvoeging
van deze zaak met de zaak met rolnummer 2300;
- les questions préjudicielles concernant l'article 30
de la loi du 17 juillet 1997 relative au concordat
judiciaire, posées par le tribunal de commerce de
Nivelles et le tribunal de commerce de Mons par
jugement du 18 mars 2002 en cause de l'ONSS
contre la SA Durobor, G. Delvaux, G. Ponchau,
E. Descamps, C. Delbart et la SA Fortis Banque;
l'ordonnance de jonction de cette affaire avec
l'affaire portant le n° du rôle 2300;
(rolnummer: 2300 en 2405)
(n
os
du rôle: 2300 et 2405)
CRIV 50
PLEN 232
23/05/2002
KAMER
-4
E ZITTING VAN DE
50
E ZITTINGSPERIODE
2001
2002
CHAMBRE
-4
E SESSION DE LA
50
E LEGISLATURE
113
- de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 87
en volgende van de wet van 1 augustus 1985
houdende fiscale en andere bepalingen
(bescherming van personen die schuldeiser en
schuldenaar zijn van sommige openbare besturen
en instellingen van openbaar nut), gesteld door het
arbeidshof te Antwerpen bij arrest van 19 april 2002
inzake de NV Rederij Flandria tegen de Rijksdienst
voor Sociale Zekerheid.
- la question préjudicielle relative aux articles 87 et
suivants de la loi du 1
er
août 1985 portant des
mesures fiscales et autres (protection des
personnes qui sont créanciers et débiteurs de
certaines administrations publiques et d'institutions
d'utilité publique), posée par la cour du travail
d'Anvers par arrêt du 19 avril 2002 en cause de la
SA "Rederij Flandria" contre l'Office national de
Sécurité sociale.
(rolnummer: 2419)
(n° du rôle: 2419)
Ter kennisgeving
Pour information
JAARVERSLAG RAPPORT
ANNUEL
Ombudsdienst bij De Post
Service de médiation auprès de La Poste
Bij brief van 15 mei 2002 zendt het College van
ombudsmannen bij De Post, overeenkomstig
artikel
46 van de wet van 21
maart
1991
betreffende de hervorming van sommige
economische overheidsbedrijven, het jaarverslag
2001 van de ombudsdienst bij De Post over.
Par lettre du 15
mai
2002, le Collège des
médiateurs auprès de La Poste transmet,
conformément à l'article
46 de la loi du
21
mars
1991 portant réforme de certaines
entreprises publiques économiques, le rapport
annuel 2001 du service de médiation auprès de La
Poste.
Ingediend ter griffie, in de bibliotheek en verzonden
naar de commissie voor de Infrastructuur, het
Verkeer en de Overheidsbedrijven
Dépôt au greffe, à la bibliothèque et renvoi à la
commission de l'Infrastructure, des
Communications et des Entreprises publiques
MOTIE MOTION
Bij brief van 15 mei 2002 zendt de burgemeester
van de stad La Louvière een door de
gemeenteraad aangenomen motie over betreffende
de uitbreiding van het stemrecht tot alle
buitenlandse onderdanen.
Par lettre du 15 mai 2002, le bourgmestre de la ville
de La Louvière transmet une motion, adoptée par le
conseil communal, concernant l'octroi du droit de
vote à l'ensemble des ressortissants étrangers.
Verzonden naar de commissie voor de
Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het
Openbaar Ambt
Renvoi à la commission de l'Intérieur, des Affaires
générales et de la Fonction publique