|
Commissie
voor Financiën en Begroting |
Commission
des Finances et du Budget |
|
van Woensdag 07 oktober 2026 Namiddag ______ |
du Mercredi 07 octobre 2026 Après-midi ______ |
De behandeling van de vragen en interpellaties vangt aan om 16.05 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Steven Vandeput.
Le développement des questions et interpellations commence à 16 h 05. La réunion est présidée par M. Steven Vandeput.
01.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, u bent een man van weinig beloftes en veel daden. Ik wil u even herinneren aan een belofte die u op 12 mei hebt gedaan in dit Parlement en ik wil dat doen aan de hand van een geluidsfragment, zodat we goed weten wat er toen werd gezegd.
"Van Quickenborne: Kunt u hic et
nunc garanderen dat u na die twee verhogingen in programmawet 1 en programmawet
2, de roerende voorheffing voor die kleine vennootschappen niet nog eens zult
verhogen?
Jambon: Ik denk dat er aan alles
bovengrenzen zijn. We hebben met betrekking tot VVPR-bis al twee keer
belastingmaatregelen genomen. Op een bepaald moment houdt het ook op. Ik zal
dus geen verhoging van die 18 % verdedigen."
Mijnheer de minister, dat was heel duidelijk. U zei dat er limieten aan alles zijn en dat u geen verdere verhoging van de roerende voorheffing zou steunen, maar u bent daar al op aan het terugkomen.
01.02 Minister Jan Jambon: Als u citeert, moet u ook letterlijk citeren.
01.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Wat was er fout aan mijn citaat?
01.04 Minister Jan Jambon: U zegt steunen, ik zei verdedigen.
01.05 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Het citaat moet inderdaad juist zijn, maar u zei dat er limieten zijn aan alles. Ik was toen gerustgesteld dat er geen verhoging van die 18 % zou komen, maar wat gebeurde er gisteren? Uw coalitiepartner, de socialisten, zetten in Gent frontaal de aanval in op de vennootschappen en op de managementvennootschappen.
Minister Vandenbroucke zei tijdens een gastcollege in Gent het volgende: "Wie zijn de rijken? De vennootschappen, en zij zullen bloeden en betalen". Dat verwonderde mij niet, want we weten intussen dat ondernemers voor socialisten mensen zijn die languit aan een zwembad liggen, met een Porsche voor de deur en miljoenen op hun rekening. We hebben dat al zoveel gehoord, onder andere van de heer Seuntjens, mevrouw Gennez, de heer El Yakhloufi en de heer Rousseau. De socialisten zeggen niet anders. Mevrouw Depraetere had het zelfs over doktoors. We kennen de sfeer die geschetst wordt door de socialisten, maar wat doen ze nu? Nog iets veel sluwers. Ze komen met een "studie", aan de hand waarvan ze zeggen dat er door de managementvennootschappen een lek is – te weinig geld dus – van 4,7 miljard euro. Ze doen dat net voor het weekend van de waarheid. Dit weekend moet de regering normaal gezien een akkoord vinden over de begroting en net dan komen de socialisten met die studie. Mijnheer de minister, ik noem dat manipulatie van de zuiverste soort. Dat is iets wat de communisten onder Stalin ook voortdurend deden, maar deze keer zijn het de socialisten.
Waarom is dat pure manipulatie? Het is gewoon vervalsing. De socialisten stellen dat er een lek van 4,7 miljard euro is. Waarom klopt dat niet? Dat is ten eerste zo omdat professor Luc De Broe terecht stelt dat de socialisten bij die groep van vennootschappen ook alle vrije beroepers rekenen, zoals dokters, tandartsen, architecten en apothekers. Het gaat daar om mensen die verplicht zijn om wegens deontologie en aansprakelijkheid een vennootschap op te starten. De socialisten stellen dus dat dat ook valsspelers zijn. Dat zijn valsspelers die voor een lek zorgen. Dat betekent dat van die 4,7 miljard euro eigenlijk al 2 miljard euro moet worden afgetrokken volgens Luc De Broe.
Zelfs dat cijfer van 2,7 miljard euro is nog altijd veel te hoog. Immers, professor Delanote, die u kent, en Hendrik Putman beoordelen de stelling van de socialisten als foutief, want de socialisten vergelijken de situatie van een zelfstandige met een vennootschap met de situatie van een werknemer. Dat is de foute vergelijking. We moeten appels met appels vergelijken, namelijk een zelfstandige met een vennootschap met een zelfstandige zonder vennootschap. Zelfs de communisten geven mij op dat punt gelijk. We hebben er nog een keer een miljard euro afgehaald en zitten nog aan 1,7 miljard euro.
Wat doen de socialisten vervolgens? Ze willen in de evolutie van de vennootschapsbelasting alleen rekening houden met dat lek maar willen geen rekening houden met de hervorming van de vennootschapsbelasting, met inflatie en met Pillar 2. Ze gaan ervan uit dat iedereen die vandaag een zelfstandige is met een vennootschap en plots geen vennootschap meer heeft, als een sitting duck zal blijven zitten, zich zal laten scheren en alles zal betalen.
Het volgende is typisch voor socialisten. Ik wil u hiervoor waarschuwen voor uw conclaaf van komend weekend. Dit is manipulatie van de zuiverste soort. Ze houden alleen rekening met vennootschappen die winst maken. Alle vennootschappen die verlies maken, komen niet voor in de studie. Dat is dus pure manipulatie. Dat zijn pure leugens. De toon is echter gezet.
Mijnheer Seuntjens, de toon is gezet want als ik het allemaal mag geloven, hebben de socialisten het idee van die miljonairstaks laten varen. Ze hebben ook gevoeld dat dat niet zal pakken. Met dat voorbeeld van bakkerij Aernoudt vrezen ze echt in het vel van de zelfstandigen te gaan snijden. Dat komt dus niet meer op tafel. Ook Les Engagés beseft dat intussen met haar demi-miljonairstaks van 500.000 euro en wil dat niet langer doen. Ook de heer du Bois heeft gewaarschuwd dat niet te doen.
Wat willen de socialisten nu echter? Ze willen de managementvennootschappen pakken. De vennootschappen willen ze aanpakken.
Collega’s, mijnheer de minister, de realiteit is dat de dreiging heel reëel is, want in de tekst van de startnota van uw goede vriend Bart De Wever – ik zie ook bij Verschelden dat mij allerlei zaken worden toegewenst en dat Van Quickenborne wordt beschuldigd als de man die de boel onder druk zet – lees ik het volgende: “Managementvennootschap: de toekenning van het voordeel van de VVPRbis-regeling evenals de uitkering van dividenden zal worden gekoppeld aan de loonmassa van de bedrijfsleider en/of de werknemers. Bijgevolg zullen vennootschappen die noch over personee,l noch over bedrijfsbezoldiging beschikken in de toekomst niet langer kunnen rekenen op deze regeling en dus zal het gewone tarief van 30 % van toepassing zijn.”
Ik lees ook een tweede voorstel: "Een kleine vennootschap kan momenteel het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting genieten, 20 % in plaats van 25 %. In de toekomst zullen vennootschappen die over geen enkele werknemer beschikken niet langer van dat verlaagde tarief kunnen genieten." Ik citeer uit de startnota van Bart De Wever.
En dat, mijnheer de minister, nadat deze regering al ettelijke maatregelen heeft genomen ten nadele van de zelfstandigen en de ondernemers. Eén, de minimumbezoldiging van 45.000 naar 50.000 euro; twee, de voordelen van alle aard beperkt tot 20 %; drie, het liquidatiereservetarief van 13,5 % naar 15 %; vier, de liquidatiereserve van 15 % en de VVPR bis naar 18 %; vijf, de meerwaardebelasting; zes, de verdubbeling van de effectentaks en ga zo maar door. Het ergste van alles, collega's, is dat deze voorstellen niet over managementvennootschappen gaan, het gaat over kleine vennootschappen, vennootschappen zonder personeel. Bart Buysse van UNIZO zei dat 80 % van de vennootschappen in ons land vennootschappen zonder personeel zijn. U zult die allemaal treffen met uw voorstellen.
Hebt u de verontwaardiging gezien, minister? U leeft niet onder een stolp. U bent een man van het volk, we weten dat. Hebt u de verontwaardiging van Voka gezien, vandaag op de eerste pagina van De Tijd? Hebt u Pieter Timmermans van het VBO gelezen op LinkedIn? Ik was gisteren bij de Federatie Vrije Beroepen. Kent u die organisatie? UNIZO? Ongetwijfeld. Ik moest daar – en nu wordt het helemaal grappig, collega’s – minister Vandenbroucke vervangen. Die wilde niet meer komen, die zag dat niet meer zitten na zijn uithalen in Gent. Er waren daar 23 sectoren van vrije beroepen vertegenwoordigd: apothekers, dokters, noem maar op. Die bestaan ook in Wallonië; mijnheer Dubois, die bestaan daar ook, hé? Die hebben gezegd: die voorstellen, dat is een mes in de rug van al die vrije beroepers.
U moet het maar eens lezen op LinkedIn, collega's. Dat is misschien een medium dat u wat minder goed kent, maar op LinkedIn krioelt het van ondernemers die het beu zijn. Er is zelfs een beweging ontstaan onder de hashtag genoegisgenoeg. In het Frans zou dat waarschijnlijk zijn: ça suffit. Ik sluit zelfs niet uit dat er een betoging van zelfstandige ondernemers komt, weliswaar, mijnheer de minister, niet in de week, zoals bij de vakbond, maar op zondagnamiddag, als ze een keer niet aan het werken zijn. Ik sluit dat niet uit en ik denk zelfs dat mevrouw Verkeyn en anderen ook zouden meelopen in die betoging – en terecht!
Wanneer zal men eindelijk eens erkennen dat zelfstandigen en ondernemers, en hun medewerkers, de welvaart creëren? U hebt dat al vaak gezegd, ook in het Parlement. Ik waardeer ook uw inzet voor die mensen. Maar genoeg is genoeg, mijnheer de minister, ça suffit. Dat kan niet passeren. U kent het probleem van ons land. Niet de inkomsten, want de mensen betalen al genoeg belastingen, maar de uitgaven zijn het probleem. Die zijn de laatste jaren met 54 % gestegen en daar moet iets aan gebeuren.
De heer Noels zei dat er in vergelijking met Nederland, proportioneel bekeken, in ons land 750.000 mensen minder aan het werk zijn terwijl er 200.000 ambtenaren meer zijn. Dat is het probleem van ons land. Daar moet u iets aan doen. Haal het dus niet bij mensen die welvaart creëren.
Mijnheer Seuntjens, hoeveel langdurig zieken zijn er bij de managementvennootschappen? Hoeveel doppers zijn er bij de managementvennootschappen? Ik tel ze niet, ik zie ze niet. Dat zijn mensen die van ’s ochtends tot 's avonds werken en in het begin van hun carrière vaak voor een hongerloon.
Mijnheer de minister, u bent de last man standing voor Frank Vandenbroucke. All eyes are on you. Iedereen kijkt naar u. Er zijn nog ondernemers en zelfstandigen die vertrouwen hebben in u. Bij Vandenbroucke is dat vertrouwen compleet weg en bij Rousseau ook. Trouwens, die mensen kennen ook niets van economie, dat bewijzen ze elke dag opnieuw. Ze kijken naar u. Ze kijken zelfs niet meer naar de heer De Wever, want die is zodanig bezig met compromissen dat hij zelfs op vragen van mij daarover niet komt antwoorden.
Wat vindt u van die fameuze studie van de socialisten, van de heer Inti Ghysels, dat er een lek is in uw begroting van 4,7 miljard euro door de managementvennootschappen?
Zult u woord houden, het woord dat u op 12 mei in dit Parlement hebt gesproken? U beloofde het tarief van 18 % niet verder te verhogen, nadat er al twee verhogingen zijn geweest. Kunt u de voorstellen zoals die in de startnota staan en die ik heb voorgelezen hic et nunc uitsluiten?
Mijnheer de minister, beseft u dat als die voorstellen toch passeren, of zelfs een ervan, als dat tarief van 18 % toch stijgt naar 20 of 25 en misschien zelfs 30 %, u uw belofte breekt? Kunt u dan nog functioneren? Dat is een heel oprechte vraag en ik stel ze in naam van 1,3 miljoen zelfstandigen, ondernemers en vennootschappen in ons land.
01.06 Minister Jan Jambon: Mijnheer Van Quickenborne, ik hoop om vele redenen dat we die begroting snel kunnen maken. Ten eerste, omdat het land die begroting nodig heeft. Ten tweede, omdat elk riedeltje dat ergens verschijnt onmiddellijk leidt tot een interpellatie en een vraag. U weet wat ik ga antwoorden. Ik sta nog altijd achter wat ik destijds in mei heb gezegd. Dat is het standpunt van Jan Jambon. Ik vind dat we de belastingen, de VVPR-bis en de liquidatiereserves voldoende verhoogd hebben.
We gaan nu een aartsmoeilijke oefening tegemoet om een begroting te maken, in de moeilijkste omstandigheden van de afgelopen jaren. Het onderhandelingswerk zal niet hier gebeuren, niet voor de camera’s, dat zal in de gesloten zaal van de regering gebeuren. Daarna zullen we het resultaat daarvan verdedigen. Wat mij betreft zal dat gebeuren in omstandigheden waarin we de groei in dit land stimuleren. Maatregelen die de groei tegengaan, moeten we trachten te vermijden. Dat zal mijn houding tijdens de onderhandelingen zijn. Voor de rest gaan we vooral onderhandelen. Daarna zullen we het resultaat van die onderhandelingen hier en in andere commissies toelichten.
01.07 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dank u, mijnheer de minister. Ik bewonder uw antwoord, want u zegt: we gaan maatregelen nemen om groei te stimuleren en we gaan maatregelen die de groei afremmen tegenhouden. Ik denk dat dat de juiste context, de juiste attitude is, maar u beseft toch ook dat als u de belastingen voor zelfstandigen en ondernemers verhoogt, u dan ook de groei onder druk zet? U weet toch dat degenen die zorgen voor groei in ons land net de zelfstandigen, de ondernemers en hun medewerkers zijn? Het zijn zij die ervoor zorgen dat de economie groeit. Zij maken winst en een deel van die winst wordt afgeroomd en gebruikt om de overheid, het onderwijs, de gezondheidszorg en noem maar op te betalen. Als dat het principe is, dan kunt u een verhoging van de belastingen voor zelfstandigen en ondernemers niet uitleggen. Dat is de logische consequentie daarvan.
U zei ook: "Dat is het standpunt van Jan Jambon." U zei dat we die tarieven al voldoende hebben verhoogd. Wie echter goed heeft geluisterd – een aantal collega's hebben zeer goed geluisterd – denkt misschien dat dat het standpunt van Jan Jambon is, maar misschien niet het standpunt van Bart De Wever. Ik denk dat daar het probleem zit, collega's. Ik denk dat Jan Jambon aan de onderhandelingstafel dat standpunt zal verdedigen. Wij kennen hem. Hij zal zeggen: "Het is genoeg geweest, ça suffit." Ik vrees dat hij daar waarschijnlijk relatief alleen zal staan. De socialisten, Les Engagés en cd&v zullen alleen maar willen dat het verhoogt. Misschien geldt dat ook voor de MR.
M. Michel est présent. Sauf erreur de ma part, les sociétés de management existent aussi en Wallonie.
Dat bestaat zeker in Waals Brabant, misschien minder in de Ardennen. Ik denk echter dat zij meer bezig zijn met de btw dan met de managementvennootschappen. Ik heb dat al eens gelezen. Die btw, dat is het libéralisme populaire. Daar zitten ze op de lijn van de PVDA. Zelfs wat de managementvennootschappen betreft, weet ik niet wat de MR gaat doen. Dat weet ik niet. In elk geval ga ik er nog eens over spreken met mijnheer Bouchez, want ik denk dat we hem wakker moeten maken.
Weet u wat er gaat gebeuren, collega's? Jan Jambon zal helemaal alleen staan. In de laatste nacht van het laatste conclaaf – waarschijnlijk niet volgende week, maar binnen drie à vier weken – zal er geplooid worden. De vennootschappen, de kleine vennootschappen, de vennootschappen zonder personeel en de managementvennootschappen zullen de rekening betalen.
Mijnheer de minister, ik vrees dat u uw belofte zult breken. Ik vrees dat u uw woord niet zult houden. Bart De Wever zal u het zwijgen opleggen. U beseft misschien wel wat het belang is van vennootschappen en kleine vennootschappen voor onze economie, maar Bart De Wever beseft dat niet. Het enige wat hem nu bezighoudt, is hoe hij zo lang mogelijk in de 16 kan blijven zitten, koste wat het kost, met zijn schaduwpremier Frank Vandenbroucke.
Dat is de realiteit, collega's. Er is één schaduwpremier in dit land: de heer Vandenbroucke. De heer Vandenbroucke dicteert meer en meer de wet van deze regering.
We zullen dus geconfronteerd worden, mijnheer de minister, met een belofte die u op 12 mei 2026 in de late namiddag in het federaal parlement hebt gedaan, in antwoord op de vraag van parlementslid Van Quickenborne. Die belofte, mijnheer de minister, zal u zeer, zeer lang achtervolgen. Ik hoop dat u woord houdt.
Ik weet dat we het niet altijd eens zijn, maar ik heb altijd veel bewondering en respect voor u gehad. Ik hoop dat ik dat respect en die bewondering kan blijven hebben. Ik zeg het niet voor mezelf, ik zeg het voor 1,3 miljoen zelfstandigen, ondernemers en vennootschappen in ons land. Zij zijn de motor van de groei. Zij zijn de garantie voor welvaart. Verdedig hen. Ze zijn uw steun waard.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Quickenborne. Ik neem aan dat u ook een motie hebt voorbereid.
01.08 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dat klopt, mijnheer de voorzitter.
Motions
De voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Vincent Van Quickenborne en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord de interpellatie van de heer Vincent Van Quickenborne
en het
antwoord van de minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale
Loterij en de Federale Culturele Instellingen,
vraagt de regering de minister
zijn belofte van 12 mei 2026 te houden."
Une motion de recommandation a été déposée par M. Vincent Van Quickenborne est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu l’interpellation de M. Vincent Van Quickenborne
et la réponse du ministre des Finances et des Pensions, chargé de la Loterie Nationale et des Institutions culturelles fédérales,
demande au ministre
de respecter l’engagement qu’il a pris le 12 mai 2026."
Een eenvoudige motie werd ingediend door mevrouw Charlotte Verkeyn.
Une motion pure et simple a été déposée par Mme
Charlotte Verkeyn.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
De voorzitter: Vraag nr. 56018392C van de heer Patrick Prévot wordt op zijn vraag voor de tweede keer uitgesteld.
De voorzitter: Mevrouw Bertrand is niet aanwezig.
Voorzitter:
Dieter Vanbesien.
Président:
Dieter Vanbesien.
02.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijn vragen nrs. 56019196C en 56019543C trek ik in, want die gaan ook over de managementvennootschappen.
Sorry dat ik u confronteer met uitspraken of beloftes van u, maar het is precies de dag om dat te doen. Op 20 december 2025 zei u in Het Laatste Nieuws het volgende over de winsten van ziekenfondsen. Ik citeer u: "Als we iedereen die winst maakt zwaar belasten, vind ik dat dat ook moet gelden voor de ziekenfondsen." En u voegde eraan toe: "Als we vinden dat de sterkste schouders moeten bijdragen, dan moet ook iedereen bijdragen." Dat is wat Jan Jambon zei op 20 december 2025, mijnheer Seuntjens, in Het Laatste Nieuws.
U hebt toen uw administratie de opdracht gegeven om te onderzoeken of er een belasting kan zijn op commerciële activiteiten van ziekenfondsen en vakbonden. Er is blijkbaar een nota van uw administratie en daaruit blijkt dat het kan. Zoals de heer Obama zei: yes we can.
Uw administratie stelt vast dat er concurrentievervalsing ontstaat wanneer organisaties zoals ziekenfondsen commerciële activiteiten uitoefenen zonder belasting op hun winsten te betalen, terwijl gewone ondernemingen dat wel moeten doen. De FOD schuift een gerichte piste naar voren: enkel winsten uit commerciële activiteiten belasten die rechtstreeks concurreren met de private markt. Dat lijkt logisch. Wie onderneemt, moet volgens dezelfde fiscale spelregels spelen.
Ik heb enkele vragen.
Ten eerste, u vroeg uw administratie te onderzoeken of de commerciële winsten van ziekenfondsen en vakbonden kunnen worden belast. Uw administratie zegt dat het kan. Zult u uw belofte waarmaken?
Ten tweede, gaat u akkoord met het feit dat er sprake is van concurrentievervalsing bij het ontwikkelen van commerciële activiteiten?
Ten derde, ligt dit dossier op tafel bij de begrotingsopmaak?
Ten vierde, hoeveel inkomsten zou deze hervorming kunnen opleveren?
En ten vijfde, wanneer legt u die wetswijziging concreet op tafel?
Ik zie het antwoord tegemoet, maar ik zit in drie andere commissies en ik ga nu even naar een andere. Dank u.
02.02 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u hebt de FOD, uw administratie, een nota laten opstellen over de vraag of vzw's aan de vennootschapsbelasting kunnen worden onderworpen.
Voordat ik mijn vragen stel, wil ik even een paar feiten herhalen over de vzw's. Meer dan de helft van de kleine vzw's draait verlies of net break-even. Het is dus twijfelachtig dat deze maatregel budgettair veel zal opbrengen. Of is het doel van de regering vooral om het verenigingsleven, een democratisch zorgmodel van ziekenfondsen, aan te vallen?
Laat me ook even herhalen hoe belangrijk vzw's en het verenigingsleven in België zijn, maar ook specifiek in Vlaanderen. Er zijn in elke gemeente ontelbare vzw's. Ik kom bijvoorbeeld uit Dilbeek, waar er dertien jeugdverenigingen en zes jeugdhuizen zijn. Ik wil daarmee gewoon herhalen hoe belangrijk het verenigingsleven voor de mensen is.
Vzw's zijn per definitie ondernemingen of vennootschappen die geen winst willen maken. De bedoeling van een vzw is geen winst maken. Met uw idee om vzw's te belasten, wilt u een vzw als een bedrijf beschouwen. Er is echter een fundamenteel verschil. Vzw's kunnen geen winst uitkeren. Ze zijn net organisaties die gericht zijn op een maatschappelijk doel en niet op maximale winst. Daarom betalen ze vandaag geen vennootschapsbelasting. Vzw's kunnen en willen geen winst uitkeren. Het is dus ook niet logisch dat ze zo belast zouden worden. Daarom heb ik de volgende vragen.
Wordt die nota momenteel besproken binnen de regering?
Klopt het dat een aangepaste versie van het voorstel is opgenomen in het zogenaamde witte mapje van premier De Wever?
Hoeveel denkt u dat deze maatregel zou kunnen opleveren?
Hoe reageert u op de reacties van Solidaris, Kom op tegen Kanker en Oxfam, die op 16 september in Het Laatste Nieuws werden geuit?
02.03 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer Jambon, minister Vandenbroucke heeft een paar weken geleden in een nieuwsuitzending op VTM gezegd dat de ziekenfondsen niet aan commerce mogen doen. Precies. Dat is nu net het punt. De ziekenfondsen doen ook niet aan commerce. Wie wel aan commerce doet, zijn de private verzekeringsbedrijven, zoals AG Insurance. Dat zijn bedrijven die winsten uitkeren aan hun aandeelhouders. Dat zijn bedrijven die beursgenoteerd zijn. Dat zijn bedrijven die hun winst maximaliseren door premies duurder te maken en zo weinig mogelijk uit te keren aan hun verzekerden. Dat zijn bedrijven die hospitalisatieverzekeringen verkopen aan gezonde mensen en zieke mensen weigeren te verzekeren. Die private verzekeringsbedrijven doen aan commerce ten koste van de werkende mensen, de gepensioneerden en de zieken. De ziekenfondsen doen dat niet. De ziekenfondsen hebben geen aandeelhouders en keren geen dividenden uit. Elke euro overschot vloeit terug naar de leden via diensten, terugbetalingen en aanvullende voordelen.
Minister Jambon, als u winst wilt belasten, dan moet u natuurlijk bij die privéverzekeraars zijn en niet bij de ziekenfondsen. Wie de ziekenfondsen vandaag viseert, straft net de niet-commerciële, solidaire poot van onze gezondheidszorg, terwijl de werkelijke commerciële concurrenten eigenlijk buiten schot blijven. Laat er geen twijfel bestaan over wie uiteindelijk de rekening betaalt. Dat is altijd de patiënt. Wanneer u de ziekenfondsen gaat belasten, gaan hun premies duurder worden. De patiënt, de verzekerde, gaat dus duurdere premies betalen. Zij gaan altijd het slachtoffer zijn.
Mijnheer de minister, erkent u dat onderscheid tussen ziekenfondsen en private verzekeraars? Hebt u al berekend hoeveel de tarieven van de ziekenfondsen zullen verhogen wanneer u aan hen een vennootschapsbelasting zou opleggen?
02.04 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, we hebben in de pers gelezen over een 28 pagina's tellende nota van de FOD Financiën met als titel Voorstel tot hervorming van de inkomstenbelasting voor de non-profitsector. Dat gaat voornamelijk over ziekenfondsen en vakbonden, maar ook over vzw's, die in de toekomst aan de vennootschapsbelasting van 25 % zouden worden onderworpen.
De aanleiding is de vaststelling dat bepaalde actoren binnen die sector aanzienlijke winsten genereren uit commerciële activiteiten, zoals hospitalisatieverzekeringen, die vandaag onder de rechtspersonenbelasting vallen en daardoor onbelast blijven. Volgens de nota zou dat leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van reguliere ondernemingen. Daarom schuift de administratie twee concrete ideeën naar voren: ofwel een integrale onderwerping aan de vennootschapsbelasting met een vrijstellingsdrempel, ofwel een systeem waarbij enkel de inkomsten uit marktconcurrerende activiteiten worden belast.
Dat heeft natuurlijk een enorme impact. Het gaat hier niet alleen over de ziekenfondsen of de vakbonden, maar treft ook lokale sportclubs en de rol die deze potentiële inkomsten kunnen spelen in de lopende begrotingsbesprekingen. Transparantie ten aanzien van het Parlement is dan ook cruciaal.
Kunt u de nota van de FOD Financiën naar de leden van deze commissie sturen, zodat we inzage krijgen in de exacte berekeningen en voorstellen van de administratie?
Kunt u bevestigen dat uw administratie de twee in de pers genoemde ideeën naar voren schuift? Volgens fiscale experten zou dit gepaard gaan met het opsplitsen van de reguliere werking en de commerciële activiteiten van een vzw of stichting. Hoe evalueert u de praktische haalbaarheid van zo'n constructie?
02.05 Minister Jan Jambon: Ik merk dat dit thema de fracties bezighoudt, want twee fracties stellen telkens met twee personen dezelfde vragen. Repetitio est mater studiorum. Ik heb het al een aantal keer gezegd.
Geachte leden, ik verwijs graag naar mijn antwoord van donderdag 17 september in de plenaire vergadering, waar hetzelfde nog maar eens ter sprake is gekomen. Ik zal een globaal antwoord geven op de vragen die hier gesteld zijn.
Vooreerst wil ik benadrukken dat het hier gaat om een interne nota van de FOD Financiën, waarin een heel aantal pistes worden voorgesteld, met verschillende aandachtspunten.
Wanneer twee rechtspersonen een identieke commerciële activiteit uitoefenen, maar verschillend worden belast, dan lijkt het mij vanzelfsprekend dat we daar een oplossing voor moeten vinden. Die problematiek is bijzonder complex, is al vele jaren oud en is dus ook niet nieuw. In het regeerakkoord wordt een aanpassing van de rechtspersonenbelasting aangekondigd en we zullen daar ook werk van maken.
De nota maakt deel uit van het debat hierover binnen de regering. De volledige hervorming van onze rechtspersonenbelasting is een grote werf die met de nodige juridische omzichtigheid moet worden aangepakt. U haalt een terecht punt aan, mevrouw Bertrand: het moet worden vermeden dat bijvoorbeeld een lokale sportclub wordt belast wegens, laten we zeggen, een kleinschalige spaghettiavond of dergelijke activiteiten, of dat daarvoor een volledige boekhouding moet worden bijgehouden. Dat kan natuurlijk absoluut niet de bedoeling zijn.
Wat de budgettaire impact betreft, is die uiteraard afhankelijk van heel wat factoren, zoals een eventuele voetvrijstelling, de toepassing van een verlaagd tarief, het creëren van een uitzonderingsregime voor erkende instellingen die giften ontvangen enzovoort.
Zoals ik al meermaals heb herhaald, zal ik geen voorafname doen op de onderhandelingen binnen de regering, maar ik blijf uiteraard achter mijn uitspraak staan dat dergelijke situaties van oneerlijke concurrentie het best worden aangepakt, fiscaal of via andere regelgeving. Concrete voorstellen zal ik dan ook eerst binnen de regering bespreken, zoals u van mij gewend bent.
02.06 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. U begrijpt dat heel veel vzw's terecht bezorgd zijn over die plannen. U zegt dat er heel veel pistes zijn, maar tot nu toe hebben we maar twee pistes gehoord, onder meer wat mevrouw Bertrand heeft gezegd. U kunt focussen op de ziekenfondsen, ik weet dat u daar niet zo’n grote fan van bent en dat u die extra wilt belasten, zoals ook de MR meermaals heeft gezegd. Dat is een politieke opvatting, een politieke visie.
02.07 Minister Jan Jambon: Waar haalt u dat, dat ik geen fan ben van de ziekenfondsen? Voor ik partijpolitiek actief werd, was ik lid van de raad van bestuur van een ziekenfonds. Zulke gratuite beweringen neem ik niet.
02.08 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Ik zeg dat gewoon vanwege alle aanvallen van Arizona op de ziekenfondsen. Mijn kameraad Tonniau zal daarover meer zeggen. Ik wil u vooral vragen stellen over de vzw's.
De maatregelen die op de agenda staan, zullen voor veel administratie zorgen bij alle vzw's. Kleine sportclubs, jeugdhuizen enzovoort zijn bezig met mensen helpen en met het runnen van een sportclub. Die zijn niet noodzakelijk uitgerust om veel administratie in orde te brengen. Als u die aan de vennootschapsbelasting onderwerpt, betekent dat voor al die vzw's automatisch een extra administratieve laag. U spreekt over een vrijstelling, van 25.000 euro of 50.000 euro, maar veel vzw's en lokale sportclubs komen heel gemakkelijk aan dat bedrag.
Hetzelfde geldt voor de commerciële activiteiten van lokale bewegingen, zoals u zelf aanhaalt. Een jaarlijkse spaghettiavond, is dat een commerciële activiteit? Die concurreren ook met restaurants, maar worden minder belast.
Er zijn dus inderdaad effectieve problemen met de rechtspersonenbelasting. Maar de voorstellen die op tafel liggen, lossen die problemen niet op. Integendeel, ze zullen die gewoon verplaatsen.
Minister, we verzetten ons tegen de afschaffing van de rechtspersonenbelasting en de integratie ervan in de vennootschapsbelasting. De administratie zou voor kleine vzw's net gemakkelijker moeten worden. Net zoals u dat doet voor ondernemingen, zou u dat ook kunnen doen voor de vzw's, in plaats van ze op exact dezelfde manier te belasten als bedrijven die gericht zijn op winst.
Ik wil u ook oproepen, als u inderdaad toch een fan zou zijn van de ziekenfondsen, om te stoppen met steeds de ziekenfondsen, die vooral de mensen helpen, aan te vallen.
02.09 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik begrijp heel goed dat u niet antwoordt op onze vragen, want als u ervoor kiest om de ziekenfondsen te belasten, dan stijgen de premies van de leden en dalen de terugbetalingen. Wie verliest er dan? Dat zijn alle aangesloten leden, de werkende mensen, de zieken en de gepensioneerden. Iedereen verliest koopkracht. En wie zal tevreden zijn? De privésector, de private verzekeraars, die zullen tevreden zijn.
U moet weten, de ziekenfondsen zijn geboren uit de sociale beweging in de 19de eeuw en zijn collectief. De werkende mensen hebben die zelf uitgebouwd. Een ziekenfonds is geen privébedrijf. Wij hebben eigenlijk democratisch recht om daarover te beslissen. Eigenlijk zou niet u in de raad van bestuur van de ziekenfondsen moeten zitten, maar de gewone mensen. Hun stem zou vertegenwoordigd moeten zijn in de raad van bestuur.
Het andere voorbeeld waar de privésector de hele markt heeft, is de VS. Dat is blijkbaar het nieuwe walhalla van de N-VA. Als we de heer Francken bezig horen, als we u bezig horen, als we de heer De Wever bezig horen, is de VS het walhalla. Meer dan 100 miljoen Amerikanen hebben schulden door ziekte. Het strafste daarvan is dat de meeste van die mensen verzekerd zijn of waren, niet bij de ziekenfondsen zoals wij, maar op de privémarkt. Zelfs met die verzekering betalen ze zich blauw als ze een kindje krijgen. Ze betalen zich blauw als ze naar de spoed moeten. Daar vinden ze dat normaal.
Dat is duidelijk uw visie op de maatschappij. Ik hoop dat de linkse krachten binnen de regering dat kunnen tegenhouden. Als we hun parcours bekijken, heb ik daar eigenlijk niet veel goede hoop op.
02.10 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, u zegt dat u zich vandaag niet zult uitspreken over wat op de onderhandelingstafel ligt. Ik begrijp dat en dat is wijs van u, want er lijken vandaag zoveel spanningen binnen de regering te zijn dat u geen uitspraken wilt doen. Die oefening is al zo moeilijk. U hebt wel een collega-vicepremier die een gastcollege geeft waar hij zeer duidelijke standpunten inneemt over de welvaartsstaat, over de zieken, over de werkloosheidsuitkering, over alles. Ik vind het dus zeer braaf van u om dat niet te doen. Ik zou af en toe graag willen horen dat u wel een aantal dingen gaat verdedigen, maar ik begrijp dat het om een interne nota gaat.
Het is ook soms wat men in het Frans la fausse bonne idée noemt. Het kan een goed idee zijn op sommige vlakken, maar niet op alle vlakken. Ik ben het met u eens als het over de vakbonden gaat, mijnheer de minister. Het is hoog tijd dat zij een rechtspersoonlijkheid aannemen. Het is hoog tijd dat ze anders worden behandeld. Daarin steun ik u volledig.
Dat u iets doet met de ziekenfondsen, kunnen we zeker bespreken. Let echter op – u hebt mijn opmerking over de lokale sportclubs, goed gehoord, maar dit gaat natuurlijk veel verder dan de lokale sportclubs –, hier zijn zeer veel vzw’s bij betrokken. Dit is echt niet het moment om extra administratieve lasten toe te voegen. Ik hoop dat u dat in het achterhoofd zult houden op het moment dat dit binnen de kern wordt besproken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56018956C van de heer François De Smet wordt uitgesteld.
03.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Beste minister, uit recente cijfers die volgens mij in De Juristenkrant werden gepubliceerd, blijkt dat er in de periode 2023-2025 meer dan 1.300 dossiers wegens fiscale fraude werden geopend door de parketten. Hoewel drie op vier van die dossiers netjes administratief zijn afgehandeld door de FOD, werd ongeveer een kwart van alle geopende fraudedossiers geseponeerd zonder dat er een strafrechtelijk of administratief gevolg aan werd gegeven.
Dat heeft verschillende oorzaken, laat dat duidelijk zijn. Een van de belangrijkste oorzaken die werd aangegeven, is echter een gebrek aan recherchecapaciteit.
Ik heb twee vragen voor u. Ten eerste, wat is uw reactie op dat tekort? Ten tweede, waarschijnlijk samen met u vermoeden wij dat de oprichting van de Directie Fiscale Onderzoeken of DFO samen met het financieel parket een antwoord daarop kan bieden. Kunt u een stand van zaken geven inzake de oprichting daarvan?
03.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Seuntjens, de aanwervingen waarnaar u verwijst, worden voorlopig gefaseerd over drie jaar. Momenteel zijn de interne mobiliteitsprocedures binnen de BBI bijna afgerond. De selectieprocedures zijn opgestart en lopen nog. De DFO beoogt over een vijftigtal medewerkers te kunnen beschikken.
Hoe ver staat men nu? De oprichting van de DFO bevindt zich momenteel in een verdere voorbereidingsfase, zowel op wetgevend als op operationeel vlak. In dat kader werden reeds adviezen ingewonnen bij de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit en worden de nodige aanpassingen aan het ontwerp nader uitgewerkt.
De oprichting van de DFO is een van mijn belangrijkste prioriteiten. Ik hoop de tekst in de komende weken bij de Kamer in te dienen. Nu we de adviezen binnen hebben, gaat de tekst voor een tweede lezing naar de regering en dan kom ik ermee naar de Kamer.
Ik meen zodoende te hebben geantwoord op de twee vragen die u had gesteld.
03.03 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Beste minister, ik wil het met u hebben over de digitaks. Ik zou graag een voorbeeld geven van waarom het volgens mij en volgens Vooruit heel belangrijk is dat we die invoeren.
Beeld u een meisje van 15 jaar in dat op sociale media een selfie post. Ze is wat onzeker, krijgt misschien niet meteen genoeg likes en beslist om de selfie te verwijderen. Volgens een ex-topmedewerker van Meta, het bedrijf achter Facebook en Instagram, is het net op dat moment dat Instagram adverteerders de mogelijkheid biedt om beautyproducten en cosmetica te adverteren, omdat ze weten dat het meisje onzeker is en dat ze haar misschien geld uit de zakken kunnen kloppen. Dat toont perfect aan hoever grote socialemediabedrijven willen gaan om advertentie-inkomsten te genereren.
Volgens schattingen zou het om bijna 400 miljoen euro gaan, bijna een half miljard euro dus. Als je dan vraagt hoeveel belastingen die socialemediabedrijven betalen in het land waar ze inkomsten genereren, zou dat hier in België voorlopig minder dan 1 % zijn. Elke slager, elke bakker en elke kmo betaalt dus meer belastingen op zijn winst dan techgiganten die jonge kinderen misbruiken om advertentie-inkomsten te genereren. Ze boeken al die winsten netjes door naar Ierland, waar ze veel minder belastingen moeten betalen dan hier. Dat is fundamenteel oneerlijk.
Daar bestaat echter een oplossing voor: een digitaks. Dat is een belasting waarmee ze ook belastingen betalen op de inkomsten die ze in dit land genereren. Spanje heeft zo'n digitaks, Oostenrijk heeft zo'n digitaks, Frankrijk heeft zo'n digitaks en het Verenigd Koninkrijk heeft zo'n digitaks. Ook deze regering heeft op vraag van Vooruit in het regeerakkoord gezegd dat er een digitaks zou komen. Als je hier inkomsten krijgt, moet je hier ook een eerlijke bijdrage leveren.
Ik heb daarom een heel eenvoudige vraag voor u, mijnheer de minister: hoe staat het ermee? Kunnen we snel een digitaks verwachten in dit land, in 2027, zoals in het regeerakkoord staat?
Dank u wel.
04.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Seuntjens, het regeerakkoord bepaalt dat België in de eerste plaats initiatieven op internationaal of Europees niveau afwacht. Pas wanneer er geen overeenkomst kan worden bereikt op internationaal of Europees niveau, zal België ten laatste vanaf 2027 unilateraal een digitax uitwerken. In ieder geval zal die belasting het principe van een level playing field tussen Belgische en buitenlandse bedrijven die op de nationale markt opereren, respecteren. De belasting mag niet tot gevolg hebben dat de belastingdruk voor Belgische bedrijven zwaarder is dan voor buitenlandse bedrijven.
Tijdens Europese bijeenkomsten houd ik mij aan die passage van het regeerakkoord. Wat de opbrengst en de modaliteiten van die digitax betreft, twijfel ik er niet aan dat die een onderdeel zullen vormen van de lopende begrotingsgesprekken. Zoals u weet, loop ik daar op geen enkele manier op vooruit. De oefening is zo al complex genoeg.
04.03 Oskar Seuntjens (Vooruit): Ik zal niet ontkennen dat de opdracht zeker complex is. Tegelijkertijd staat ook in het regeerakkoord, zoals u terecht aanhaalt, dat we de digitax in 2027 unilateraal in België zullen invoeren als er geen akkoord wordt gevonden op internationaal niveau. Ik ga er dus van uit dat deze regering, als er geen akkoord wordt gevonden, ten laatste in 2027 een digitax zal invoeren, omdat dat niet meer dan logisch en eerlijk zou zijn. Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
04.04 De voorzitter: Collega Vander Elst heeft gevraagd om zijn vraag nr. 56019009C uit te stellen.
Collega Van Quickenborne is in andere commissies opgehouden, maar komt straks terug.
05.01 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijn vraag gaat over de administratieve tolerantie betreffende de opvraging van het rijksregisternummer bij giften. Dat is natuurlijk geen nieuw thema. Sinds 2024 moeten vzw's die een fiscaal attest uitreiken voor giften het rijksregisternummer van de schenker opvragen en toevoegen aan de fiscale fiche. De reden daarvoor is ervoor te zorgen dat de fiscus alle informatie over giften en schenkers automatisch kan linken aan de belastingplichtige en op die manier de gegevens vooraf kan invullen.
Met betrekking tot de implementatie is er enige administratieve tolerantie afgesproken. Zo antwoordde u op 1 april vorig jaar aan mijn collega Steven Matheï dat de administratieve tolerantie verlengd werd voor giften ontvangen in 2025. Dat er enige administratieve tolerantie nodig is, blijkt ook uit cijfers van Belcotax. In 2026 bedroeg het aantal ingebrachte nationale nummers slechts 45 %, in vergelijking met 31 % begin 2025.
Mijnheer de minister, het verzamelen van nationale nummers blijkt niet zo vlot te verlopen, ondanks de talrijke inspanningen van de sector. Volgens peilingen en berekeningen van de sector zelf zou deze hele operatie in 2024 en 2025 ongeveer 2,5 miljoen euro hebben gekost, bovenop de bijkomende werkuren. Hebt u een verklaring voor die trage uitrol?
Wordt een vorm van tolerantie gehandhaafd? Ik kom dan bij mijn belangrijkste vraag. Blijft de aftrekbaarheid voor schenkers behouden, zelfs als het nationaal nummer niet vermeld is op de fiche, op voorwaarde dat de belastingplichtige het bedrag zelf invult in de belastingaangifte en het attest als bewijs bijhoudt, net als vroeger?
Zal de afwezigheid van het nationaal nummer op de fiche wel of niet als blokkerende fout worden beschouwd en dus leiden tot een verwerping van het bestand?
Lopen de instellingen die fiches 281.71 indienen of fiscale attesten zonder nationaal nummer het risico van administratieve boetes?
Ten slotte, in een communicatie van februari 2026 stelt de FOD dat de vermelding van het rijksregisternummer van natuurlijke personen uiterlijk op 1 januari 2028 verplicht wordt voor alle fiscale fiches, in overeenstemming met de wet van 12 mei 2024. Het gaat dus niet alleen om uitgaven voor kinderopvang en giften, zoals nu het geval is. Voorziet u hier ook gelijkaardige problemen met de uitrol? Zo ja, hoe bereiden de diensten zich hierop voor?
05.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Vanbesien, de verplichting vloeit voort uit een wetsontwerp dat de Kamer op 28 december 2023 goedkeurde, met onder andere de verplichting om voortaan het rijksregisternummer toe te voegen aan fiscale attesten voor giften die de organisatie ontvangt vanaf januari 2024. Uit onze contacten met de sector blijkt dat het inderdaad praktisch moeilijk is om op grote schaal nationale nummers bij bestaande schenkers op te vragen en te registreren.
Wanneer de belastingplichtige beschikt over een fiscaal attest 281.71, maar de begiftigde instelling het nationaal nummer van de schenker niet heeft vermeld, heeft dat evenwel niet tot gevolg dat de belastingplichtige zijn belastingvoordeel verliest. Mijn administratie verwerpt de fiches 281.71 niet wanneer het nationaal nummer ontbreekt.
De betrokken instellingen moeten alle gegevens vermelden die zijn voorgeschreven door het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op de attesten die verplicht moeten worden afgeleverd met het oog op het verkrijgen van de belastingvermindering voor giften, dat betreft het attest 281.71, met inbegrip van het rijksregisternummer van de schenker. De vermelding van onder meer het rijksregisternummer is dus wel degelijk een wettelijke verplichting en een sanctie is mogelijk bij het niet nakomen ervan.
U weet echter dat ik het principe van de goede trouw ontzettend belangrijk vind. Daarom sensibiliseert mijn administratie de betrokkenen nu al via de toepassing voor de indiening van fiscale fiches. Daarin wordt gewezen op de verplichte vermelding van nationale nummers vanaf 1 januari 2028, zodat alle schuldenaars die fiscale fiches indienen, hierover worden geïnformeerd. Daarnaast informeert mijn administratie proactief de betrokken stakeholders via diverse overlegmomenten.
05.03 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik ben tevreden met het antwoord op mijn belangrijkste vraag, namelijk dat het fiscaal voordeel niet verloren gaat wanneer het nationaal nummer niet wordt vermeld. Ik denk dat dit het allerbelangrijkste is.
Ik begrijp de goede bedoelingen achter deze maatregel en ik hoop ook dat die in zo groot mogelijke mate kan worden ingevoerd en beheerd door die verschillende vzw's en ngo's. We moeten er wel voor zorgen dat die goede bedoelingen geen obstakel worden om giften te verkrijgen, want dat zou natuurlijk het omgekeerde zijn van wat we willen bereiken.
Ik begrijp dat het niet wordt verworpen en dus ben ik tevreden met uw antwoord.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
06.01 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le ministre, l’arrêt numéro 159/2025 de la Cour constitutionnelle a annulé le régime particulier prévu, dans le cadre de la réforme de la taxe patrimoniale, pour certaines structures associatives et notamment pour le secteur de l'enseignement.
J'ai récemment été interpellée sur l'incertitude dans laquelle se trouvent aujourd'hui les pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre. Mes collègues ont déjà eu l'occasion de vous interroger à ce sujet et vous aviez indiqué vouloir apporter une solution à cette situation à l'horizon de la fin de l'année 2026. Dès lors, monsieur le ministre, où en sommes-nous? Mon expérience de directrice d'école me permet de mesurer les efforts qui sont consentis quotidiennement par les pouvoirs organisateurs pour maintenir et rénover des infrastructures souvent vieillissantes. Ces investissements nécessitent de constituer des réserves et de dégager des moyens propres, notamment pour financer la part des travaux qui restent à leur charge.
Nous devons donc nous assurer que le nouveau régime de la taxe patrimoniale ne vienne pas réduire leurs capacités d'investissement, en particulier à un moment où les besoins de rénovation énergétique dans nos bâtiments scolaires sont considérables.
J'ai donc plusieurs questions à ce sujet. Premièrement, où en sont les travaux du gouvernement sur ce dossier? Deuxièmement, quelles sont les différentes pistes actuellement examinées pour déterminer le régime applicable à partir du 1er janvier 2027?
Troisièmement, une concertation a-t-elle été menée avec les représentants des secteurs concernés? Dans l’affirmative, quelles en sont les principales conclusions?
Disposez-vous d'un chiffrage des répercussions budgétaires des différentes options envisagées ainsi que de leur incidence sur les secteurs concernés, notamment sur les pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre?
Enfin, pouvez-vous confirmer qu'une solution législative sera adoptée avant la fin de l'année afin d'assurer la sécurité juridique des associations concernées?
Monsieur le ministre, je mesure que de nombreuses décisions sont pendantes en raison du conclave, mais derrière ces décisions, il y a des directions et des pouvoirs organisateurs qui sont dans l'incertitude. J'espère que vous pourrez leur apporter, comme à votre habitude, des réponses précises.
06.02 Jan Jambon, ministre: Madame Tourneur, je crains que vous n'ayez déjà apporté la réponse que je souhaite donner. En effet, les éventuelles modifications de la taxe sur le patrimoine font actuellement l'objet de discussions au sein du gouvernement. Je ne souhaite donc pas anticiper ces discussions à ce stade.
Comme je l'ai déjà indiqué à plusieurs reprises, il s'agit d'un sujet complexe en soi. Je ne vais donc pas en accroître davantage la complexité. Ce dossier est actuellement sur la table du gouvernement et, lorsqu'une décision sera prise, comme vous le savez, je viendrai volontiers l'expliquer et en débattre en commission.
06.03 Aurore Tourneur (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Le monde de l'enseignement nous écoute avec inquiétude et j'espère sincèrement que les réformes envisagées n'alourdiront pas davantage la charge qui pèse déjà sur l'enseignement libre. C'est un réseau qui – je peux en témoigner par expérience – fonctionne avec des bouts de ficelles. J'espère donc que l'on ne tirera pas davantage sur la corde.
L'incident est
clos.
Het incident
is gesloten.
De voorzitter: Vraag nr. 56019206C van de heer François De Smet wordt uitgesteld.
07.01 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, deze vraag betreft de gevolgen van het wegvallen van de fiscale rulings voor deelplatformen in maaltijdbezorging. We hebben in dit Parlement een resolutie goedgekeurd, waarbij we zeggen dat die misbruiken moeten worden aangepakt en dat er duidelijke en heldere informatie moet zijn voor platformwerkers.
U hebt bevestigd dat de fiscale rulings voor Deliveroo en Uber afgelopen zijn, maar ik hoor nu van koeriers die nog inkomsten in het peer-to-peer-stelsel ontvingen van bijvoorbeeld Deliveroo dat zij vanuit het platform een fiscale fiche kregen, waarbij bedrijfsvoorheffing werd afgehouden en dat die inkomsten in de vereenvoudigde aangifte nu plots bij de beroepsinkomsten worden gevoegd. Ik heb daar niets op tegen, maar dat is voor de betrokken koeriers een moeilijke als het gaat om rechtszekerheid. Komt daar nog boven op dat Take Away vorige week vrijdag heeft beslist om zijn uitzendkrachten voortaan als zelfstandigen te zullen tewerkstellen omdat het de concurrentie van die peer-to-peer niet aankan. Ik vind dat een verschrikkelijke beslissing die de fietskoeriers nog meer de dieperik induwt.
Voor mij hangen beide dossiers samen en ik heb daarom de volgende vragen. Welke instructies geeft de FOD Financiën vandaag aan die platformen over de fiscale behandeling van de inkomsten van maaltijdkoeriers nu de rulings zijn weggevallen? Zijn er daardoor minder aangiften gebeurd van de maaltijddeelplatformen? Klopt het signaal dat ik opvang dat deze inkomsten in de vereenvoudigde aangifte automatisch als diverse inkomsten bij de beroepsinkomsten worden gevoegd?
Wat betreft de beslissing van Take Away om noodgedwongen mee te gaan in die race to the bottom omdat het de concurrentie niet aankan, bent u bereid om hieromtrent een duidelijke collectieve beslissing te nemen die geldt voor beide betrokken platformen? De rulings zijn weggevallen. De fiscus heeft in het verleden al gezegd dat het gewoon onwettig is. Zult u daar op 1 januari eindelijk paal en perk aan stellen en zeggen dat zij geen gebruik meer kunnen maken van het peer-to-peer-stelsel?
07.02 Minister Jan Jambon: Mevrouw Vanrobaeys, bij het aflopen van de rulings vallen maaltijdleveringen via de platformen niet langer automatisch onder het gunstige peer-to-peerregime. De fiscale behandeling zal dus opnieuw worden beoordeeld aan de hand van de wettelijke voorwaarden van het stelsel en de actuele, concrete, feitelijke omstandigheden die eigen zijn aan elk platform.
Een algemene mededeling zou haar doel voorbijschieten en zou niet het beoogde rechtsgevolg sorteren. Uit de beschikbare gegevens kan niet worden afgeleid dat het aantal ingediende aangiften inzake de bedrijfsvoorheffing een substantiële vermindering heeft gekend. Als aan de voorwaarden van het belastingstelsel van de deeleconomie is voldaan, worden de inkomsten uit de deeleconomie belast als diverse inkomsten.
Die inkomsten worden, na aftrek van forfaitaire kosten van 50 %, belast tegen de afzonderlijke aanslagvoet van 20 %, tenzij de globalisatie voordeliger is. Wanneer het totale brutobedrag van die inkomsten in een kalenderjaar of in het voorafgaande kalenderjaar echter hoger is dan het voor dat jaar geldende maximumbedrag, worden ze, behoudens tegenbewijs, aangemerkt als beroepsinkomsten. In dat geval worden ze belast volgens de gewone regels die van toepassing zijn op beroepsinkomsten.
Mijn administratie kan het aantal betrokken belastingplichtigen evenwel niet bepalen.
07.03 Anja Vanrobaeys (Vooruit): Mijnheer de minister, u verklaart dat een algemene mededeling haar doel voorbijschiet. Zo blijft elke fietskoerier in onzekerheid zitten. Toch wordt het stelsel nog altijd verder gebruikt.
Het gevolg is dat Takeaway nu noodgedwongen, omdat het water aan de lippen staat en omdat het de concurrentie niet meer aankan, zijn uitzendkrachten als zelfstandigen moet tewerkstellen. Dan vraag ik me af hoeveel keer ik daarvoor nog moet waarschuwen. Eigenlijk doen we net hetzelfde. We laten die uitbuiting en fraude gewoon verder toe op onze straten. We weten het allemaal, maar we kijken ernaar en laten het gewoon verder bestaan.
Het is schandalig dat het bedrijf Takeaway moet inboeten op het vlak van sociale bescherming, omdat wij geen paal en perk stellen aan andere deelplatformen, die onder het peer-to-peerstelsel uitbuiting en fraude organiseren, waarvan de fiscus, de arbeidsrechtbank, het arbeidshof en de Administratieve Commissie ter regeling van de Arbeidsrelatie verklaren dat het verboden is. Toch laten we dat doorgaan.
Het gevolg zal zijn dat er nu opnieuw meer fietskoeriers zullen zijn die, als ze op straat vallen met hun hamburgers en hun frieten, weer minder bescherming hebben en totaal niet beschermd zijn tegen arbeidsongevallen. Ik snap echt niet, mijnheer de minister, dat u de erkenning van die maaltijdleveringen als peer-to-peer niet stopzet, omdat het werknemers betreft die worden aangestuurd door een app, dat u daaraan geen paal en perk stelt en de erkenning van die twee deelplatformen intrekt, zodat de maaltijdkoeriers eindelijk kunnen rekenen op een sociale bescherming zoals alle andere werknemers in België.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Minister, ik heb u al enkele vragen gesteld over die fameuze vooraf ingevulde belastingaangiften. Professor Maus – die u kent – gaf aan dat bij de jongste Belastingmarathon 41 % van de gecontroleerde aangiften aanpassingen nodig had. Ik heb u daarmee geconfronteerd en u hebt op mijn vragen geantwoord, maar nu blijkt dat die 41 % geen eenmalige uitschieter was. Professor Maus stelt immers dat ook tijdens de drie vorige edities van de Belastingmarathon vergelijkbaar hoge cijfers werden vastgesteld. Ook de ACW-studiedienst – die ik persoonlijk niet vaak raadpleeg – komt op basis van eigen controles al jaren tot veel hogere foutenmarges dan de 2,9 % waarover u spreekt.
Collega Tas heeft trouwens een wetsvoorstel ingediend om die situatie te corrigeren. Dat steunen we absoluut. Het gebeurt niet vaak dat we socialisten steunen, maar dat voorstel is een zeer goede zaak, omdat het eindelijk de burger verdedigt en niet de administratie.
We hebben dus verschillende externe controles die telkens opnieuw op hetzelfde probleem wijzen. Daarom heb ik enkele vragen. Ten eerste, hoe verklaart u dat zowel de opeenvolgende Belastingmarathons als de controles van het ACW systematisch veel hogere foutenmarges opleveren dan uw administratie? Ten tweede, zult u een representatieve steekproef laten uitvoeren waarbij vooraf ingevulde aangiften worden getoetst aan de onderliggende fiscale gegevens en bewijsstukken?
08.02 Minister Jan Jambon: Mijn administratie kan een voorstel van vereenvoudigde aangifte (VVA) alleen vooraf invullen met de gegevens waarover ze beschikt en die automatisch en op voldoende betrouwbare wijze kunnen worden overgenomen uit fiscale fiches of andere beschikbare informatiebronnen. Volgens mij moet er een onderscheid worden gemaakt tussen echte fouten in de aangifte en gegevens waarover we gewoonweg niet beschikken. Daarom moedigen we ook altijd aan de burgers om de VVA te controleren.
Een VVA weerspiegelt dan ook de fiscale situatie van de burger op basis van de gegevens die bij de opmaak ervan beschikbaar zijn. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de aangifte blijft steeds bij de burger zelf liggen.
Om diezelfde reden kan mijn administratie noch voor de voorstellen van vereenvoudigde aangifte, noch voor de via Tax-on-web (TOW) ingediende aangiften garanderen dat elke aangifte volledig correct is. Ik heb dus ook al verschillende keren gezegd dat het een voorstel van de fiscale administratie betreft. Elke belastingplichtige doet er goed aan dat voorstel te controleren.
Belastingmarathons ontvangen een gemengd publiek met zowel VVA's als TOW’s. Het gaat vermoedelijk vaker om personen die verwachten dat hun fiscale situatie bijkomende verificatie vereist of specifieke aandachtspunten bevat. Dat is onder meer het geval bij belastingplichtigen met onroerende inkomsten of bij personen die aanspraak willen maken op fiscale voordelen. Het kan voorkomen dat dergelijke gegevens bij de opmaak van het voorstel van vereenvoudigde aangifte nog niet beschikbaar zijn. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de informatie niet tijdig werd overgemaakt door de betrokken organisatie of zonder rijksregisternummer werd aangeleverd, waardoor ze niet automatisch aan de juiste belastingplichtige kan worden gekoppeld.
Nogmaals, om die reden bevat het voorstel van vereenvoudigde aangifte een aantal aandachtspunten die de belastingplichtige grondig dient te controleren alvorens het voorstel te bevestigen. Mijn administratie streeft er uiteraard naar de voorstellen van vereenvoudigde aangifte zo volledig en correct mogelijk op te stellen binnen de mogelijkheden van automatische voorafinvulling. Daarom worden de wijzigingen die burgers aan hun VVA aanbrengen, opgevolgd en worden er voortdurend initiatieven genomen om de kwaliteit van de VVA's jaar na jaar verder te versterken.
Mijn administratie monitort de voorafinvulling van gegevens systematisch en werkt continu aan de verbetering ervan via nieuwe gegevensbronnen, een betere gegevenskwaliteit, bijvoorbeeld door het gebruik van het rijksregisternummer, en de nodige correcties. Bij de opmaak van de VVA vertrekt mijn administratie van de informatie waarover zij op dat moment beschikt. Nieuwe gegevens die nadien beschikbaar worden, worden alsnog verwerkt bij de definitieve inkohiering.
Daarom heb ik mijn administratie gevraagd om gelijktijdig verder te investeren in drie domeinen. Ten eerste beogen we de verdere optimalisering van de IT en de werkingsprocessen om de voorafinvulling te verbeteren. Ten tweede zetten we in op een versterkte dialoog met het middenveld om expertise en praktijkervaring te benutten ter ondersteuning van een betere voorafinvulling. Wat mij betreft kan de bestaande werkgroep worden uitgebreid om de gewijzigde VVA's te analyseren en een beter zicht te krijgen op ontbrekende informatie en structurele oorzaken van correcties. Ten derde maken we een grondige analyse van de gecorrigeerde aangiften om de opgedane inzichten toe te passen op alle aangiften. Met die structurele aanpak wil ik samen met mijn administratie de kwaliteit van de voorafinvulling verder verbeteren en het vertrouwen in de FOD Financiën verder versterken.
Ik wil dus graag een onderscheid maken tussen een fout en een onvolledigheid. Een fout is een gegeven dat wij vooraf invullen en dat achteraf om een of andere reden fout blijkt te zijn. Ik denk dat dat zeer beperkt is. Het klopt echter wel dat we niet over alle gegevens beschikken. Daarom zeggen we ook iedere keer dat men de gegevens op volledigheid en uiteraard ook op correctheid dient te controleren.
08.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dank u, minister. Uw antwoord biedt inderdaad enige verduidelijking.
Er was een discussie over 41 % fouten tegenover 2,9 % fouten. Men moet inderdaad een onderscheid maken tussen gegevens die niet werden aangeleverd, gegevens die foutief werden aangeleverd en gegevens die misschien juist werden aangeleverd, maar eventueel toch fout werden opgesteld. Die verduidelijking is goed.
Ik vind het ook goed dat u aan uw administratie gevraagd heeft om verdere inspanningen te doen, onder meer die fameuze analyse in de werkgroep, om te bekijken welke lessen daaruit kunnen worden getrokken.
Het idee van een VVA is uiteraard een zeer goede zaak. Laten we het fundamentele in ogenschouw houden: vandaag kunnen heel veel mensen dankzij die aanzienlijke vereenvoudiging veel gemakkelijker een aangifte doen. Als u met een betere kwaliteit die weg verder bewandelt, dan steunen we u daarin natuurlijk.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Mijnheer Van Quickenborne, het lijkt mij dat uw vraag nr. 56019158C over "De nieuwe aanval op managementvennootschappen" al werd behandeld in uw interpellatie. U bevestigt dat non-verbaal. We gaan dus over naar uw volgende vraag.
09.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, iemand die een woninghuurcontract registreert via MyRent, moet behalve het opladen van het contract en de plaatsbeschrijving een hele reeks gegevens manueel invoeren. Voor elk document moeten onder meer de gegevens van de verhuurder en huurder, de data en zelfs het aantal pagina's opnieuw worden ingevuld. Men spreekt over only once, maar het blijkt only twice, thrice en heel veel keer meer te zijn.
Dat geldt ook wanneer dezelfde verhuurder meerdere contracten registreert en wanneer alle informatie reeds in de opgeladen documenten staat. De registratieplicht is wettelijk bepaald. Die dubbele gegevensinvoer is dat niet.
Voor huurovereenkomsten die uitsluitend bewoning betreffen, is de registratie bovendien gratis. Het gaat dus niet om gegevens die nodig zijn om registratierechten te berekenen.
Enige tijd geleden keurden wij het wetsontwerp lagere kosten II en diverse bepalingen goed. Daarmee verdwijnt de afzonderlijke fiscale bijlage over huurovereenkomsten. Volgens de memorie van toelichting zal MyRent later worden aangepast om de controle op belastbare huurinkomsten mogelijk te maken.
Het zou vreemd zijn om een dubbele aangifte af te schaffen maar tegelijkertijd de dubbele invoer in MyRent ongemoeid te laten. Daarover heb ik enkele vragen.
Mijnheer de minister, ten eerste, bent u op de hoogte van de klachten over de gebruiksonvriendelijkheid en de dubbele gegevensinvoer in MyRent?
Ten tweede, welke van de gevraagde gegevens zijn wettelijk noodzakelijk? Waarom moet bijvoorbeeld het aantal pagina's manueel worden ingevoerd? Is het aantal pagina's al dan niet een relevant gegeven?
Ten derde, wanneer wordt MyRent aangepast? Zult u daarbij zorgen voor vooraf ingevulde gegevens, voor hergebruik van gegevens bij meerdere contracten en voor automatische uitlezing?
Ten slotte, zult u ondernemingen en professionele gebruikers betrekken bij de herwerking van het platform?
09.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Van Quickenborne, in uw eerste vraag vroeg u of we op de hoogte zijn. We zijn inderdaad op de hoogte van de opmerkingen over de gebruiksvriendelijkheid van MyRent. In het kader van de al geplande aanpassingen aan de toepassing, die ook de afschaffing van de fiscale bijlagen bij huurcontracten moeten ondersteunen, wordt de gebruikersinterface dan ook volledig herwerkt om tegemoet te komen aan de klachten. Daarbij wordt het ontwerp vereenvoudigd, het aantal schermen beperkt en worden niet-noodzakelijke velden geschrapt.
Over de dubbele gegevensinvoer hebben we slechts in beperkte mate klachten ontvangen, maar dat is dus zeker een aandachtspunt. Ik dank u om ons daarop te wijzen. Ik wil dat meenemen in de oefening.
In uw tweede vraag vroeg u welke van de gevraagde gegevens noodzakelijk zijn. Het manueel invoeren van het aantal pagina's wordt afgeschaft in de nieuwe versie van MyRent.
De verplichte gegevens zijn wettelijk vastgelegd en omvatten onder meer, ten eerste, gegevens inzake de identiteit van de contracterende partijen, namelijk voor een natuurlijke persoon naam, eerste voornaam, woonplaats, datum en plaats van geboorte en rijksregisternummer en voor een rechtspersoon maatschappelijke benaming, maatschappelijke zetel, rechtsvorm en ondernemingsnummer. Andere verplichte gegevens zijn ook nog het adres van het verhuurde goed, het type van het elektronisch verzonden document, de datum van ondertekening van de huurovereenkomst, de aanvangsdatum van de huur, de duur van de huur, het bedrag van de huurprijs en de periodiciteit ervan, het bedrag van de lasten en de periodiciteit ervan en de bestemming van het verhuurde goed. Die gegevens stemmen overeen met de huidige verplichte velden in MyRent, met uitzondering van het aantal pagina's, wat, zoals ik zei, wordt geschrapt.
Voor natuurlijke personen volstaan momenteel het rijksregisternummer, de naam en de voornaam. De overige gegevens worden dan automatisch opgehaald. Om privacyredenen blijven de naam en de voornaam wel vereist. Voor rechtspersonen zal in de nieuwe versie enkel nog het ondernemingsnummer worden gevraagd.
Vervolgens vroeg u wanneer MyRent wordt aangepast. De nieuwe versie van MyRent wordt uiterlijk op 1 januari 2028 in gebruik genomen. Er moet worden bekeken in welke mate de FOD Financiën vooraf ingevulde gegevens en hergebruik van gegevens kan gebruiken.
De automatische uitlezing van geüploade contracten zou een belangrijke meerwaarde kunnen bieden, maar werd niet opgenomen in het project. De vereiste betrouwbaarheid kan vandaag immers nog niet voldoende worden gegarandeerd zonder bijkomende manuele controles, wat extra personeelsmiddelen van de administratie zou vergen en niet aansluit bij de doelstelling van verdere automatisering en afslanking van de administraties.
Het antwoord op uw vraag of ondernemingen en professionele gebruikers zullen worden betrokken, is ja. In het verleden werd al een analyse gemaakt van de gebruiksvriendelijkheid van de applicatie MyRent. Die opmerkingen werden meegenomen in de nieuwe versie. Daarnaast wordt nog bekeken welke communicatie nodig is voor dat doelpubliek met betrekking tot de registratie van professionele huurcontracten. Vanzelfsprekend zullen belangrijke stakeholders, zoals het ITAA, daar een belangrijke rol bij spelen.
09.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, u hebt mij gelukkig gemaakt. Het geluk schuilt soms in heel kleine dingen. U zult het aantal pagina's niet langer als een verplicht veld opnemen. Dat is op zich een stap vooruit.
Mijnheer de voorzitter, u weet dat kleine vereenvoudigingen, kleine stapjes vooruit, zoals bij de Japanners, grote dingen betekenen voor de mensheid. Minister Jambon heeft op dit punt alweer zijn toegevoegde waarde gewezen, waarvoor dank.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, de meerwaardebelasting is een ander paar mouwen. Ik heb u tijdens de bespreking over de meerwaardebelasting, die ik boeiend vond, en u waarschijnlijk ook, gewezen op een aantal problemen. Het ging daarbij onder meer over de fameuze behandeling van cashrekeningen in vreemde valuta. Iemand die aandelen koopt in vreemde valuta, moest allerlei berekeningen maken, waardoor het dermate complex werd dat u, toen ik u tijdens de plenaire vergadering en in de commissie een voorbeeld gaf, zei dat u dat met uw kabinet moest bekijken.
Volgens de krant De Tijd, die we trouwens nog altijd graag lezen, zou de regering begin augustus, tijdens het reces – onze parlementsleden hebben overigens ook gewerkt tijdens het reces – blijkbaar een reparatiewet hebben klaargestoomd die cash lines uit de meerwaardebelasting zou halen. Daarnaast zou voor vzw’s de termijn voor de verschuldigde roerende voorheffing worden verlengd van vijftien dagen naar twee maanden. Daarover heb ik enkele vragen.
Mijnheer de minister, ten eerste, waarom hebt u het probleem niet aangepakt op het ogenblik dat ik daarop in de commissie heb gewezen? Ik heb zelfs een amendement ingediend om die cash lines uit te sluiten. U hebt ooit, in een bui van uitermate enthousiasme, twee amendementen van mij aanvaard, bij de wet lagere kosten I. U had dat ook hier kunnen doen. Waarom hebt u dat niet gedaan? Ik denk dat u dat waarschijnlijk wel wilde doen, maar dat uw coalitiepartners niet overtuigd waren. Ondertussen is dat blijkbaar wel gelukt.
Ten tweede, bevestigt u beide aanpassingen? Wat is telkens de precieze reden daarvoor?
Ten derde, zijn er nog andere bepalingen inzake de meerwaardebelasting die in de reparatiewet worden gewijzigd?
Ten vierde, wat is de huidige stand van zaken van dat voorontwerp en wanneer verwacht u de tekst in het Parlement in te dienen?
10.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Van Quickenborne, de wijzigingen die u vermeldt, maken inderdaad deel uit van het voorontwerp van wet houdende diverse fiscale bepalingen. Dat voorontwerp is in juli voor advies overgemaakt aan de Raad van State. Zodra dat advies er is en na een tweede lezing in de regering, volgens de u bekende procedure, zal het wetsontwerp opnieuw worden besproken in de ministerraad en worden ingediend bij de Kamer en besproken in de commissie voor Financiën.
Wijzigingen zijn in tweede lezing altijd nog mogelijk. Ik zal dus niet vooruitlopen op de uiteindelijke wettekst. Ik twijfel er niet aan dat we dat wetsontwerp inhoudelijk uitgebreid zullen bespreken in de commissie.
Volgens mij heb ik tijdens de besprekingen van de meerwaardebelasting gezegd dat ik bereid was om elke verbetering of vereenvoudiging te bekijken en daarover consensus te zoeken bij de coalitiepartners. Dat heb ik dus bij dezen gedaan.
Ik denk daarmee uw vragen te hebben beantwoord. Het ontwerp moet eerst terugkomen van de Raad van State en vervolgens een tweede lezing krijgen. Daarna dien ik het in het Parlement in.
10.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Dank u, mijnheer de minister. U bent het toch met mij eens dat het vreemd is dat zo'n complexe wet als de meerwaardebelasting, die 272 bladzijden telt en nog geen zes maanden geleden door het Parlement is goedgekeurd, nu al moet worden gecorrigeerd? Dat is toch Kafka in het kwadraat.
Ik zag onlangs een uitzending van Trends. Trends is ook actief op sociale media met het programma Change the Game. Daar was een advocaat die zei dat hij het verstond dat Jan Jambon het begrijpt, maar dat Jan Modaal het begrijpt, begreep hij niet. Dat vond ik een mooie vergelijking. Jan Jambon begrijpt het, maar Jan Modaal niet.
Ik vraag niet dat u uw naam zou wijzigen, mijnheer de minister, maar wel dat u wetgeving brengt die eenvoudig is, zodat mensen ze vanaf de eerste keer kunnen toepassen. Dat is bij de meerwaardebelasting allesbehalve het geval. Misschien komt er echter berouw na de zonde. We kijken uit naar de bespreking van de reparatiewet en we beloven nu al veel amendementen te zullen indienen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de voorzitter, het volgende onderwerp boeit u ongetwijfeld, de private privaks. U bent er zelf over tussengekomen tijdens de bespreking. Toen zei de minister: "Wie zal leven, zal zien." Dat was een prachtige uitspraak van Jan Jambon, een uitspraak die trouwens Jan Modaal wel begrijpt.
Mijnheer de minister, bij de bespreking van de meerwaardentaks werd u ook bevraagd over de fiscale behandeling van de private privaks, met name over het feit dat er toen – en nog altijd – een vrijstelling van roerende voorheffing was voor bepaalde uitkeringen. In het verslag van de eerste lezing, afgerond op 27 januari, staat letterlijk: "De minister bevestigt dat ook de verkoop of inkoop van aandelen uit private privaks, private-equityfondsen, onder de meerwaardentaks valt. Hij herinnert er echter aan dat geen enkele wijziging werd aangebracht in artikel 106, § 9 van het koninklijk besluit ter uitvoering van het WIB, het Wetboek van de inkomstenbelastingen.”
Tijdens de tweede lezing, op 11 maart, hebt u na een vraag van Dieter Vanbesien, parlementslid en huidig voorzitter van deze commissie, opnieuw bevestigd: "Het klopt dat er een vrijstelling bestaat voor de roerende voorheffing, maar dat is niets nieuws."
U werd toen gevraagd of u de aangekondigde hervorming van de private privaks zou aangrijpen om ook die vrijstelling aan te pakken. Uw antwoord was toen: "Wie zal leven, zal zien." Op 2 april kwam onze collega Vanbesien daar in de plenaire vergadering op terug. Hij herinnerde u aan dat antwoord en stelde dat u nog steeds geen duidelijkheid gaf over de mogelijke aanpassing. Uw reactie was toen: "Zo zou u het kunnen stellen." Dat is prachtig. Een variant op "Wie zal leven, zal zien" is dus: "Zo zou u het kunnen stellen." Dat zijn zinnetjes die u in uw achterhoofd moet houden als u ooit aankomend parlementslid bent.
Mijnheer de minister, we hebben gezien en we leven nog. De Tijd schreef intussen dat uw kabinet blijkbaar effectief bekijkt om die vrijstelling te schrappen en de dividenden die voortkomen uit de private privaks voortaan toch aan 10 % roerende voorheffing te onderwerpen. Mijnheer Vanbesien werd dus beluisterd.
Voor meerwaarden die tot 31 december van dit jaar worden gerealiseerd, zou een overgangsregeling worden uitgewerkt. Uw kabinet – dat bent u niet zelf – bevestigde noch ontkende die plannen. Dat is interessant. Daarom dacht ik, ik lees dat in De Tijd en stel de vraag aan de minister zelf.
Ik heb drie vragen. Ten eerste, klopt die informatie en zal artikel 106, § 9 van het koninklijk besluit ter uitvoering van het WIB worden aangepast? Ten tweede, worden die uitkeringen inderdaad aan 10 % belast en vanaf wanneer? Ten derde, waarom kiest de regering nu voor een andere fiscale behandeling dan die welke tijdens de bespreking van de meerwaardentaks voorlag?
11.02 Minister Jan Jambon: Het antwoord is voorspelbaar. Mijn kabinet bekijkt tijdens de begrotingscontrole heel veel zaken, zaken die we zelf initiëren en zaken die gevraagd worden door de coalitiepartners. Het lijkt me dus vanzelfsprekend - en ik wil het tot in den treure blijven herhalen – dat ik geen voorafnames doe op de begrotingsbesprekingen. Zodra het een feit is, zullen we dat hier in de commissie uitgebreid kunnen bespreken.
11.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik wil er toch wel nadrukkelijk op wijzen dat die private privaks een zeer belangrijk instrument zijn om groei te stimuleren. U hebt net in een ander debat, na een interpellatie van mij over de managementvennootschappen, gezegd dat u één belangrijk principe zult huldigen in die begrotingsbespreking, namelijk alles wat de groei stimuleert steunen en alles wat de groei afremt tegenhouden.
Wel, ik nodig u uit om gesprekken aan te gaan met heel wat mensen in de private-equitysector, met Jürgen Ingels, de organisator van SuperNova, die u als voormalig minister-president ongetwijfeld zeer goed kent. Ik nodig u ook uit om gesprekken aan te gaan met Thomas Guenter, de snelst groeiende financiële speler van ons land. Dat zijn mensen die vaak gebruikmaken van private privaks om investeringen aan te moedigen.
Vergeet ook niet dat we niet in het ijle werken, mijnheer de minister. Een private privak is snel verplaatst naar Luxemburg of naar een ander land. Als we het gelijke speelveld verstoren, dreigt er ook een grote delokalisatie van die groeimotoren naar het buitenland.
We hopen alvast dat u niet ingaat op de suggestie van collega Vanbesien. Op dat punt verschillen we van mening, ook al hebben we een gemeenschappelijk bedrijf, zijnde Anders en Beter. In dit geval zijn we het niet eens en hopen we dat u zich houdt aan wat u destijds hebt verklaard, mijnheer de minister. Wie zal leven, zal zien.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
12.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): De firma Anders en beter heeft nog een andere vraag bedacht, deels met behulp van AI, ik steek dat niet onder stoelen of banken. Ik weet dat de voorzitter van de Kamer zich daarover ergert, maar ik zou zeggen dat iemand die vandaag geen AI gebruikt een domme puntje-puntje-puntje is.
Mijnheer de minister, ik ondervroeg u al schriftelijk over het probleem met de nieuwe, groene investeringsaftrek. U antwoordde toen dat een KB de situatie zou regelen en dat er een rondzendbrief zou komen om ondernemingen, accountants en belastingconsulenten de nodige rechtszekerheid te bieden, maar vandaag blijkt het probleem allerminst van de baan.
De regeling geldt sinds 1 januari 2025, maar bijna twee jaar later kunnen voor verschillende groene investeringen nog altijd geen definitieve attesten worden afgeleverd, omdat het samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de deelstaten nog steeds niet in werking is. Ondernemingen weten daardoor niet altijd vooraf of een investering voor die aftrek in aanmerking komt. Er bestaat ook nog onduidelijkheid over onder meer laadinfrastructuur, gecombineerde investeringen en ook het aangekondigde centrale loket. Een investeringsaftrek moet investeringen stimuleren. Rechtsonzekerheid dreigt net het omgekeerde te doen.
Mijnheer de minister, ten eerste, wanneer zal het samenwerkingsakkoord definitief in werking treden? Wanneer zullen ondernemingen daadwerkelijk hun attesten krijgen?
Ten tweede, u beloofde in uw antwoord op mijn schriftelijke vraag een administratieve rondzendbrief. Is die al gepubliceerd? Zo neen, wanneer mogen de ondernemingen die verwachten?
Ten derde, wanneer komt er volledige duidelijkheid over complexe en gecombineerde investeringen? Wanneer zal het centrale digitaal loket operationeel zijn?
Op die drie eenvoudige vragen verwachten we drie directe antwoorden.
12.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Van Quickenborne, vooreerst, ik erken de problemen. Het is inderdaad niet logisch dat bepalingen van de wet van 12 mei 2024 houdende diverse fiscale bepalingen nog steeds niet operationeel zijn. Zoals u weet, is deze regering pas op 3 februari 2025 aangetreden. Het was wachten op de Brusselse regering, op 14 februari 2026, vooraleer de procedure eindelijk kon worden opgestart.
De huidige procedure via het samenwerkingsakkoord neemt helaas enorm veel tijd in beslag. Men zou zich kunnen afvragen of die bedenking niet beter in 2024 had plaatsgevonden. Niettemin geven mijn beleidscel en mijn administratie absolute prioriteit aan het verder uitrollen van die wetgeving. Daarom hebben wij de rechtszekerheid via het KB al willen verzekeren. Ik kom daar straks nog op terug.
Op dit moment ligt het samenwerkingsakkoord voor advies bij de Raad van State. Na ontvangst van het advies zal ik al het nodige doen om de instemmingswet en de akkoorden zo snel mogelijk in het Parlement te krijgen.
Wat de attesten betreft, staat mijn administratie de bevoegde administraties op gewestelijk en federaal niveau bij tijdens de operationele uitrol van hun attesten. Voor de specifieke timing moet ik evenwel verwijzen naar mijn collega's ter zake op federaal en regionaal niveau. Aangezien heel wat regionale administraties betrokken zijn, is dat geen eenvoudige zaak.
Het koninklijk besluit van 16 juni 2026 tot het verzekeren van de rechtszekerheid voor investeringen die in aanmerking komen voor de verhoogde investeringsaftrek vóór de publicatie van de attesterende samenwerkingsakkoorden, heeft in elk geval al de nodige flexibiliteit geboden. Het doel van die hervorming is dat de vakministers en de gespecialiseerde overheidsdiensten zich op het juiste domein zouden inlaten met de technische aspecten van de investeringen. Mijn administratie heeft veel expertise op het vlak van fiscaliteit, maar minder op het vlak van de hoogtechnologische materie waarmee de energie- en klimaatindustrie te maken heeft.
De circulaire is momenteel nog niet gepubliceerd. Gelet op de opeenvolgende wijzigingen van de wettelijke bepalingen over de hervormde investeringsaftrek en de nog lopende wetgevende initiatieven wordt de tekst verder aangepast. Om die reden kan momenteel geen concrete timing voor de publicatie worden meegedeeld.
Wat complexe en gecombineerde investeringen betreft, is het moeilijk om algemene richtlijnen uit te werken die rekening houden met alle mogelijke feitelijke situaties. De beoordeling van dergelijke investeringen gebeurt dan ook op basis van de concrete feitelijke elementen van het dossier.
Het investeringsloket zal relevante informatie over de investeringsaftrek en de toepasselijke procedures op een toegankelijke en gecentraliseerde wijze ter beschikking stellen. De administratie werkt momenteel aan de ontwikkeling daarvan.
12.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, u zegt zelf dat de oorspronkelijke wet dateert van mei 2024. We zijn intussen al meer dan twee jaar verder en er is nog altijd heel veel rechtsonzekerheid.
U zegt dat de vorige regering dat had kunnen regelen. Als ik mij niet vergis, waren er in mei 2024 verkiezingen, waarna de regering in lopende zaken is gegaan en dat dus niet meer heeft kunnen doen. Intussen zijn we tweeënhalf jaar verder. Ik krijg daar wel wat vragen over, want bedrijven en ondernemingen die daarop willen inzetten, tasten nog altijd in het duister.
Het klopt dat er een koninklijk besluit is, maar er is geen circulaire, geen samenwerkingsakkoord, geen attesten en geen centraal loket. Dat is dus blind varen. Intussen verwachten we dat bedrijven inzetten op bijvoorbeeld de elektrische revolutie, want het is nodig om die shift te maken. De overheid zet daarop in en stimuleert bedrijven om dat te doen, maar men tast gewoon in het duister.
Dat is misschien ook eigen aan de complexiteit van ons land. Misschien moeten we ons land vereenvoudigen. Voor u betekent dat misschien de splitsing van ons land, waarvan ik zie dat u het beaamt, maar misschien is het ook goed om ook wat zaken terug samen te doen. Ik weet dat dat indruist tegen de Baertdoctrine, die zegt dat elke kleine stap richting een federalisering goed is, maar dat men nooit het omgekeerde mag doen. Ik weet dat u een adept bent van die doctrine. Ik ben dat in elk geval niet. Ik denk dat op bepaalde domeinen fouten moeten kunnen worden gecorrigeerd, zeker als het de vereenvoudiging en onze zelfstandigen en ondernemers ten goede komt. Mijnheer de minister, ik kijk uit naar uw verdere acties op dat vlak.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56019265C van de heer François De Smet wordt uitgesteld. De vragen nrs. 56019371C en 56019560C van de heer Kemal Bilmez worden uitgesteld.
13.01 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, een recent rapport van het Cerac bevestigt opnieuw dat de klimaatopwarming niet alleen grote maatschappelijke en ecologische gevolgen heeft, maar ook aanzienlijke economische en budgettaire kosten met zich meebrengt. Zo zou de negatieve impact van de hitte van afgelopen zomer op de arbeidsproductiviteit alleen al leiden tot een economisch verlies van bijna 6 miljard euro, of ongeveer 1 % van het bbp. Daarmee dreigt de voor dit jaar verwachte economische groei grotendeels teniet te worden gedaan. Volgens het Climate Economics Report van kredietverzekeraar Allianz zou de schade voor ons land zelfs 9,4 miljard euro bedragen. Zij schatten de schade dus nog een stuk hoger in.
Die impact dreigt de komende jaren bovendien verder toe te nemen. Het aantal hittedagen zal in de toekomst nog stijgen, waardoor ook de economische schade verder kan oplopen, met alle gevolgen van dien voor bijvoorbeeld de verzekerbaarheid. Met andere woorden, er dreigt een vicieuze cirkel. De klimaatopwarming veroorzaakt steeds grotere economische en budgettaire schade, terwijl diezelfde schade de beschikbare budgettaire ruimte voor investeringen in klimaatadaptatie onder druk zet. Net die investeringen zijn noodzakelijk om toekomstige schade en kosten te beperken. Vandaar de vicieuze cirkel.
Ik heb daarover enkele vragen, mijnheer de minister. Hoe zult u vanuit uw bevoegdheid de lessen uit het Cerac-rapport in de begrotingsdiscussie brengen? Met andere woorden, welke fiscale maatregelen zult u nemen om de begroting klimaatbestendig te maken?
Is er een evaluatie gepland van de gevolgen van de klimaatopwarming voor de verzekerbaarheid van klimaatschade in België, mede in het licht van de hitte, droogte en natuurbranden van de zomer van 2026? Zo ja, welke aspecten worden daarbij onderzocht en wanneer worden de resultaten verwacht? Zo nee, acht u een dergelijke evaluatie noodzakelijk of ten minste interessant?
Worden klimaatrisico's formeel geïntegreerd in het financieel toezicht, bijvoorbeeld door de FSMA en de Nationale Bank, en op welke manier wordt daarover gerapporteerd?
Tot daar mijn vragen, mijnheer de minister.
13.02 Minister Jan Jambon: Er bestaan al diverse maatregelen, zoals de thematische investeringsaftrek die door de vorige regering werd ingevoerd en die investeringen in energiebesparing en groene investeringen wil stimuleren. Deze regering heeft dat percentage nog verder verhoogd en de investeringsaftrek verbeterd.
De vraag naar de verzekerbaarheid van risico's die verband houden met klimaatverandering wordt door de Nationale Bank van België voortdurend opgevolgd in het kader van haar opdrachten inzake prudentieel toezicht en analyse van de financiële stabiliteit. De Nationale Bank monitort onder meer de evolutie van de blootstelling van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen aan natuurrampen, waaronder de ontwikkeling van schadegevallen als gevolg van stormen en overstromingen in België. Een deel van die analyses wordt gepubliceerd in haar Climate Dashboard.
Sinds de overstromingen van 2021 pleit de Nationale Bank onder meer via haar jaarverslagen voor een herziening van het Belgische vergoedingskader voor natuurrampen. Die gebeurtenissen hebben immers het belang aangetoond van een robuust en voorspelbaar systeem voor de dekking van natuurrampen. De afronding van het nieuwe interfederale kader, gebaseerd op een verduidelijking van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen verzekeraars en overheden, vormt in dat verband een prioriteit. De Nationale Bank heeft overigens een advies uitgebracht naar aanleiding van een verzoek van de regering over die hervorming.
Op basis van de huidige analyses ziet de Nationale Bank geen aanwijzingen voor een groot verzekerbaarheidsprobleem met betrekking tot natuurrampen in België. Ze zal die problematiek evenwel nauwgezet blijven opvolgen.
Daarnaast neemt de Nationale Bank deel aan Europese werkzaamheden rond de verzekerbaarheid van klimaatgerelateerde risico's. Ze draagt onder meer bij aan de ontwikkeling van het EIOPA Protection Gap Dashboard, dat momenteel wordt herzien, en aan de herkalibratie van de risicoparameters binnen het Solvency II-kader. Zo werd de parameter voor het overstromingsrisico in België bij de recente herkalibratie met 20 % verhoogd.
De hittegolven, droogteperiodes en bosbranden die tijdens de zomer van 2026 werden waargenomen, worden meegenomen in die werkzaamheden, evenals in andere EIOPA-initiatieven, waaronder een rapport over de gevolgen van klimaatverandering voor de levens- en ziekteverzekeringssector. Die werkzaamheden dragen bij tot een beter begrip van de impact van klimaatverandering op de verzekerbaarheid van risico's.
Dan kom ik bij uw laatste vraag. Klimaatgerelateerde risico's zijn de afgelopen jaren geïntegreerd in het prudentieel toezicht op banken en verzekeraars. De Nationale Bank en de Europese Centrale Bank, die rechtstreeks toezicht uitoefent op de significante banken, verwachten dat instellingen die risico's identificeren, meten, beheren en monitoren als onderdeel van hun bestaande risicobeheer. In dat kader moeten ze onder meer scenarioanalyses en stresstests uitvoeren om de impact van klimaatgerelateerde risico's te beoordelen.
Via het lopende toezicht evalueren de toezichthouders in welke mate instellingen die risico's adequaat beheren. Als tekortkomingen worden vastgesteld, kunnen ze bijkomende toezichtsmaatregelen opleggen.
Tot voor kort werd informatie over het beheer van klimaatgerelateerde risico's voornamelijk ad hoc bij instellingen opgevraagd. Voor kredietinstellingen was daarnaast, zij het in beperkte mate, informatie beschikbaar via de verplichte publieke rapportering van klimaatgerelateerde risico's onder het zogenaamde pijler 3-kader. Momenteel wordt gewerkt aan een meer gestructureerde en verplichte rapportering van die informatie aan de toezichthoudende autoriteit.
13.03 Dieter Vanbesien (Ecolo-Groen): Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. Ik ben tevreden dat er in elk geval op verschillende niveaus analyses worden gemaakt, dat erover wordt nagedacht en dat erover wordt gerapporteerd.
Ik ben er niet van overtuigd dat het snel genoeg gaat en voldoende geïntegreerd is. De voorbije zomer heeft ons allemaal met de neus op de feiten gedrukt. We hadden meer dan 3.000 doden, alleen al door de hitte. In de landbouw mislukten oogsten door de droogte. Natuurgebied gaat verloren door de natuurbranden.
Daarnaast is er natuurlijk ook nog de economische schade. Die wordt door verschillende instanties geraamd op 6 miljard tot 9,5 miljard euro. Dat is enorm. Ik hoor u zeggen dat de analyse op dit ogenblik is dat de verzekerbaarheid voorlopig geen probleem vormt. Ik ben er echter niet zeker van dat dat zo zal blijven. Als dit zo verdergaat, zullen volgens mij in de toekomst een aantal zaken onverzekerbaar worden.
Een aantal jaren geleden, toen ik pas in het Parlement zat, heb ik bij Febelfin, de koepelorganisatie van de banken, een dag cursus gevolgd over de basisprincipes van bankieren. Op een bepaald moment sprak een van de sprekers specifiek over die problematiek. Hij zei dat de wereld onvermijdelijk zal evolueren naar een CO2-neutrale samenleving. Dat is een feit. Dat zal gebeuren. Alleen de snelheid waarmee dat gebeurt, is nog een vraagteken. Hij zei ook dat hoe langer men wacht om echte concrete maatregelen te nemen, hoe drastischer die maatregelen in de toekomst zullen zijn. Dat zal gevolgen hebben voor de verzekerbaarheid van activiteiten, huizen en bedrijven, omdat de risico's alleen maar groter worden.
Ik denk dus, mijnheer de minister, dat we geen andere keuze hebben dan de komende jaren stevig te investeren in maatregelen om ons aan te passen, de economische impact te milderen en de verzekerbaarheid betaalbaar te houden. Dat zal geld kosten en daarom moet dat een prominente plaats krijgen in de begroting.
Dat is in mijn ogen geen kwestie van links of rechts, maar een kwestie van gezond verstand. Ik dank u.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
14.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb een vrij technische vraag. Ik ben benieuwd naar uw antwoord, want het heeft wel een impact op een heel groot aantal mensen. U kent dus Sofico, dat is een Waals publiek bedrijf. Het ontvangt van het Waals gewest een vergoeding voor het gebruik van het wegennet via wat wij die shadow toll noemen. De bevoegde Waalse minister heeft bevestigd dat deze dienstverlening aan btw is onderworpen. Dat is waarom de vraag aan u wordt gesteld, want eigenlijk gaat dit over btw. Voor vrachtwagens die onderworpen zijn aan het kilometerheffingsysteem wordt de heffing rechtstreeks aan de vervoerder aangerekend op basis van het effectief afgelegde aantal kilometers. De vervoerder beschikt daardoor over een individueel bewijsstuk waarmee de btw kan worden afgetrokken, wanneer aan die wettelijke voorwaarden is voldaan. Voor andere voertuigen wordt de shadow toll door het Waals gewest aan Sofico betaald voor rekening van alle betrokken gebruikers. Er bestaat momenteel geen individueel systeem waarmee de afgelegde kilometers en de overeenkomstige btw per gebruiker kunnen worden vastgesteld. Dit roept vragen op over de uitoefening van het recht op btw-aftrek door professionele gebruikers.
Daarom heb ik enkele vragen. Ten eerste, kan een belastingplichtige die het netwerk beroepsmatig gebruikt, in principe de btw over de shadow toll aftrekken wanneer aan de voorwaarden van artikel 45 van het Btw-Wetboek is voldaan? Ten tweede, welke bewijsstukken zijn nodig om van dit aftrekrecht gebruik te kunnen maken? Ten derde, vormt het huidige ontbreken van individuele facturering een juridisch obstakel voor deze aftrek? Ten vierde, bestaat er een wettelijke bepaling, circulaire of standpunt van de FOD Financiën dat een verschil in behandeling tussen de PKPL en de shadow toll inzake btw rechtvaardigt? Ten vijfde, zou een individueel of elektronisch mechanisme waarmee de afgelegde kilometers en de bijbehorende btw worden geregistreerd, volstaan om het recht op aftrek effectief te kunnen uitoefenen?
14.02 Minister Jan Jambon: Mevrouw Bertrand, ik wil u bijzonder danken voor die vraag, want hoewel er tussen mijn administratie en Sofico regelmatig overleg is en heeft plaatsgevonden, was mijn administratie niet op de hoogte van de problematiek. Ik dank u dus oprecht voor uw vraag.
Het feit dat er momenteel geen manier zou zijn om op individuele wijze vast te stellen wie de gebruikers zijn van de tolinfrastructuur lijkt me inderdaad een echt aandachtspunt. Mijn administratie zal op zeer korte termijn contact opnemen met Sofico, teneinde kennis te nemen van de huidige werkwijze. Zodra de situatie volledig in kaart is gebracht, kan met kennis van zaken een standpunt worden ingenomen en hopelijk ook snel een praktisch werkbare oplossing worden bereikt. Ik dank u dus nog eens voor uw vraag. We zullen ermee aan de slag gaan, mevrouw Bertrand.
14.03 Alexia Bertrand (Anders.): Hartelijk dank, mijnheer de minister. Ik zal dit opvolgen, want dit is wel degelijk iets wat een impact heeft op een heel groot aantal mensen. In het Waals parlement werd de vraag gesteld of Sofico is onderworpen aan de btw. Dat werd bevestigd. De tweede stap voor deze vraag was dus hier in het federaal Parlement. Ik ben ervan overtuigd dat u aan de slag zult gaan en het leven van een aantal mensen op dit vlak gemakkelijker kunt maken. Dank u wel, mijnheer de minister.
Président: Xavier Dubois.
Voorzitter: Xavier Dubois.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15.01 Alexia Bertrand (Anders.): Ja, uiteraard, want dat is geen goed nieuws, mijnheer de minister. Er wordt weer een ballonnetje opgelaten. Ik hoop dat het een ballonnetje blijft, want ik heb dat in de pers gelezen. Het gaat om een voorstel om eigenaars van tweede verblijven zwaarder te belasten. Die arme mensen zijn al zwaarder belast onder deze regering. Ze mogen de interesten niet meer aftrekken als ze een klein appartementje hebben aan zee of een klein appartementje voor hun pensioen. Dat was een contractbreuk, want het ging toen over lopende contracten.
Bij dit voorstel zou het gaan over een verhoging van de huidige coëfficiënt van 1,4, die wordt toegepast op het geïndexeerde kadastraal inkomen van een tweede verblijf. Als ik de berichtgeving goed lees, gaat het over 1,4 miljoen Belgen. Dat zijn dus veel mensen. Het zou nog onduidelijk zijn welke coëfficiënt de regering voor ogen heeft en hoeveel deze maatregel zou moeten opbrengen, maar ik wil u nu al een aantal vragen stellen voor het conclaaf van dit weekend. Aangezien u op dinsdag moet landen en zult landen, is het immers nu het moment om die vraag te stellen.
Welke budgettaire opbrengst wordt met deze maatregel beoogd? Over hoeveel euro aan extra ontvangsten gaat het volgens de huidige berekeningen? Welke nieuwe coëfficiënt zult u gebruiken? 1,4?
Wat zijn de verschillende scenario's die berekend zijn? Ik vermoed immers dat de FOD Financiën dat allemaal heeft berekend. Wat is de geraamde opbrengst van elk scenario?
Hoe is de groep belastingplichtigen met een tweede verblijf verdeeld volgens de hoogte van het geïndexeerde kadastraal inkomen? Kunt u de percentages en absolute aantallen bezorgen? Hoeveel belastingplichtigen zouden door de maatregel in een hogere belastingschijf terechtkomen?
Welk aandeel van de extra opbrengst zou afkomstig zijn van tweede verblijven in België en welk aandeel van buitenlandse onroerende goederen?
Welke budgettaire impact heeft de al afgesproken afschaffing van de federale interestaftrek voor tweede verblijven en investeringspanden? Werd het effect daarvan meegenomen bij de berekening van de nieuwe maatregel?
15.02 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, mijn collega Bertrand heeft de context al goed geschetst, maar die maatregel, die blijkbaar in de startnota staat van uw premier Bart De Wever, is geen geïsoleerde maatregel.
We hebben hier al eerder lang gediscussieerd over de afschaffing van de interestaftrek voor tweede verblijven, of beter gezegd de retroactieve afschaffing van de interestaftrek voor tweede verblijven, de contractbreuk, waardoor in totaal meer dan 400.000 mensen worden getroffen. Sommigen moeten plotseling duizenden euro's extra belastingen betalen. Nog niet zo lang geleden moest men zijn belastingaangifte invullen en dan kon men een simulatie maken van hoeveel belastingen men zou moeten betalen. Mensen belden mij plots op en zeiden dat ze tot bijna 7.000 euro extra belasting zouden moeten betalen. Dergelijke telefoons waren schering en inslag.
Nu ligt er blijkbaar nog een nieuwe belastingverhoging op tafel, deze keer via het kadastraal inkomen. Als men als particulier aan een particulier verhuurt, dan wordt de belasting op het kadastraal inkomen geïndexeerd, dus vermenigvuldigd met 1,4. Het kadastraal inkomen werd ingevoerd in 1975, twee jaar na mijn geboorte, en is een fictief huurbedrag. Ik meen dat het Jean-Luc Dehaene was die in de jaren '90 de indexering van het kadastraal inkomen met 1,4 heeft ingevoerd. Bart De Wever wil het nu blijkbaar beter doen dan Dehaene en wil de indexering verhogen naar 2. Dit is dus een belastingverhoging van 1,4 naar 2. Dat is + 60 basispunten en 60 op 140 betekent bijna 50 % erbij.
Mijnheer de minister, klopt het dat deze regering de huidige coëfficiënt van 1,4 wil verhogen? Hoeveel mensen zouden hierdoor meer moeten betalen en hoeveel moet dit opbrengen? Hebt u berekend wat de gevolgen kunnen zijn voor de huurders? Ik kijk uit naar uw antwoord.
15.03 Minister Jan Jambon: Mijn antwoord is identiek aan de antwoorden op alle vragen die de laatste weken over de begroting zijn gesteld. Ik verwijs naar die antwoorden.
15.04 Alexia Bertrand (Anders.): We krijgen geen antwoord, maar de vraag is wel gesteld, mijnheer de minister. Ik hoop dat u die vraag meeneemt naar de onderhandelingstafel. De impact van zo'n maatregel zou voor anderhalf miljoen Belgen desastreus kunnen zijn. Dat zijn mensen die al zwaar hebben afgezien door de contractbreuk die uw regering al heeft gepleegd, het afschaffen van de interestaftrek voor tweede verblijven. Ik zou er bij u toch op willen aandringen om die mensen niet twee, drie of vier keer te treffen. Op een bepaald moment is de emmer vol.
15.05 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Ik vind het onwaarschijnlijk dat u dit niet gewoon wegzet als pure speculatie. Als men dit doet, in combinatie met de managementvennootschap en al de rest, vrees ik dat de N-VA echt heel veel risico's neemt.
Ik denk dat dit vooral een slechte zaak voor de huurmarkt zou zijn, mijnheer de minister. U moet weten dat ongeveer 80 % van de huurmarkt vandaag door particuliere verhuurders wordt verzorgd. Dat blijkt uit een studie van Immo Dewaele van Filip Dewaele, die ik goed ken en die een goede ondernemer is. Als men die verhuurders verder onder druk gaat zetten, wordt de huurmarkt nog schaarser. Die verhuurders staan al onder druk. Ten eerste, de rente stijgt verder, wat niet evident is voor iemand die wil verhuren. Ten tweede, die fameuze interestaftrek voor tweede verblijven is retroactief afgeschaft, waardoor ze nu ettelijke duizenden euro's extra belasting moeten betalen. Ze rekenen dat door in de huurprijs. Dat is evident. Mensen zullen dus meer huur betalen. Als men dit nog eens doet, zal huren nog duurder worden en zullen de gewone mensen uiteindelijk de dupe zijn van dergelijke voorstellen.
Mijnheer de minister, waarom worden deze vragen keer op keer gesteld in het Parlement, vraagt u. Zelfs al wil u nu niet antwoorden op die vragen, de suggesties die mevrouw Bertrand doet en die ook ik deels doe, kunnen u helpen in de discussie aan de onderhandelingstafel met de collega's van de linkse partijen. De argumenten die mevrouw Bertrand heeft ontwikkeld en zelfs het argument dat de heer Van Quickenborne heeft ontwikkeld, helpen u in uw verdediging tegen dat soort fiscale matraquage dat we intussen al van de linkse partijen gewend zijn. Mijnheer de minister, geef daar niet aan toe. Verdedig de huurders, verdedig de economie, verdedig de groei. Dat is uw job.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56019390C van Frédéric Daerden wordt uitgesteld.
We komen aan vraag nr. 56019393C van Vincent Van Quickenborne over "De aanpassingen aan het kadastraal inkomen."
15.06 Vincent Van Quickenborne (Anders.): We hebben intussen voldoende uitgelegd waarom het goed is dat we van dat KI afblijven. Ik trek mijn vraag dus in.
Dat geldt ook voor mijn volgende vraag, nr. 56019402C over "De nakende afschaffing van de VVPRbis-regeling voor managementvennootschappen", vermits dat thema al via mijn interpellatie werd behandeld.
16.01 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik hoop dat u op deze vraag een duidelijker antwoord hebt, aangezien het onderwerp toch nogal wat mensen bezighoudt, terwijl het niet het voorwerp uitmaakt van grote politieke polemiek.
Ik heb u eerder een schriftelijke vraag gesteld, deels geholpen door AI, over effectenrekeningen voor minderjarigen. U bevestigde dat ouders zo'n rekening op naam van hun kinderen kunnen openen. Daarmee is de vraag van die ouders in de praktijk echter nog niet beantwoord. Wat mogen ze met die rekening doen?
Heel concreet, er zijn ouders die elke maand een bedrag willen beleggen in een breed gespreid ETF voor een pasgeboren kind. Ze denken achttien jaar vooruit. Toch krijgen ze – dit is echt gebeurd, ik baseer me op persoonlijke getuigenissen – van banken en vermogensbeheerders te horen dat voor een minderjarige alleen een defensief beleggingsprofiel mogelijk is en dat de ouders voor een portefeuille met 100 % ETF’s naar de vrederechter moeten.
Ils doivent aujourd'hui passer devant le juge de paix pour pouvoir réaliser certains investissements en actions au bénéfice de leurs enfants. Pensez-vous réellement qu'un juge de paix sache ce qu'est un ETF? J'en doute.
Mijnheer de minister, natuurlijk moeten ouders voorzichtig omgaan met het geld van hun kind. Maar achttien jaar lang niet voor honderd procent in aandelen beleggen getuigt niet van een goede maar van een slechte huisvader. De bank zegt dat men het principe van de goede huisvader moet hanteren en dus voorzichtig moet zijn. Iemand die belegt met een horizon van achtien jaar, voor zijn pasgeboren kind, en niet belegt in aandelen en obligaties, is net geen goede huisvader, maar een slechte huisvader.
Uw antwoord op die schriftelijke vraag maakt het voor die ouders niet duidelijker. U zegt dat voor de verkoop van effecten in beginsel een machtiging van de vrederechter nodig is, maar dat dit bij een herbelegging in gelijkaardige effecten niet noodzakelijk is. Een ouder die gewoon periodiek wil beleggen, bijvoorbeeld om de maand een bepaald bedrag wil investeren in een ETF, moet zelf uitzoeken waar de grens ligt.
Kunnen ouders zonder machtiging van de vrederechter elke maand een breed gespreide aandelen-ETF kopen op naam van een minderjarig kind?
Zijn banken verplicht om voor minderjarigen een defensief beleggingsprofiel te hanteren, of mag dat voor honderd procent in aandelen zijn?
Wilt u samen met uw collega van Justitie en de FSMA zorgen voor een duidelijke praktische uitleg voor ouders en kinderen, aangezien Wikifin op dat punt niet helder is?
Ik kijk uit naar uw antwoorden, en vele ouders met mij.
16.02 Minister Jan Jambon: Mijnheer Van Quickenborne, de regels van burgerlijk recht en van de Europese richtlijn MiFID zijn van toepassing op financiële instellingen. In beginsel kunnen ouders als wettelijke beheerders van de goederen van hun minderjarig kind beleggingen verrichten op naam van hun kind zonder voorafgaande machtiging van de vrederechter wanneer het gaat om beheersdaden die passen binnen het normale beheer van het vermogen van de minderjarige.
De periodieke aankoop van een breed gespreide ETF via regelmatige stortingen kan, afhankelijk van de omstandigheden, worden beschouwd als een gewone beheersdaad. Die beoordeling moet echter geval per geval gebeuren, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de aard van het product, het risiconiveau, de mate van spreiding en het belang van de minderjarige.
Verschillende benaderingen kunnen aan de burgerlijke regels en MiFID-gedragsregels beantwoorden. Welke MiFID-regels de instelling moet toepassen, hangt af van de beleggingsdienst die de instelling verleent. Bij de beoordeling komen de relevante kenmerken van de cliënt, diens beleggingsdoelstellingen, zijn vermogen om verliezen te dragen en zijn beleggingshorizon in aanmerking.
Daarnaast kunnen ouders zich voor de concrete voorwaarden, vereiste documenten en toegelaten verrichtingen wenden tot de betrokken financiële instelling. De instelling dient daarbij duidelijk toe te lichten onder welke voorwaarden zij rekeningen voor minderjarigen aanbiedt en welke beperkingen kunnen gelden voor transacties of voor bepaalde beleggingsproducten.
Het komt mij als minister van Financiën niet toe om me uit te spreken over individuele situaties of over de interpretatie van bepalingen die tot het burgerlijk recht behoren. Enkel de bevoegde rechtbanken kunnen in een concreet geval beoordelen of een verrichting het kader van het normale beheer overschrijdt en bijgevolg een machtiging van de vrederechter vereist.
Geen enkele wettelijke bepaling schrijft voor dat een minderjarige systematisch aan een defensief beleggingsprofiel moet worden gekoppeld. Evenmin sluit ze de mogelijkheid uit van een portefeuille die grotendeels of zelfs volledig uit aandelen bestaat.
Inzake de verschillen in toepassing tussen de financiële instellingen wil ik u eraan herinneren dat ze niet voortvloeien uit een onaangepast wettelijk kader. De verschillen vloeien niet noodzakelijk voort uit uiteenlopende interpretaties van een verbod. Financiële instellingen kunnen binnen het toepasselijke burgerrechtelijke en financiële regelgevend kader eigen commerciële keuzes en eigen commerciële procedures hanteren waarbij ze onder meer rekening houden met hun beoordeling van risico's, de aangeboden beleggingsdienst en de operationele verwerking van wettelijke vertegenwoordiging.
16.03 Vincent Van Quickenborne (Anders.): Mijnheer de minister, ik ben u erg dankbaar. Ik ben dankbaar omdat dat geen voorwerp is van discussie over de begroting, want anders had u wel gesteld dat wij onze plan moesten trekken U hebt heel duidelijk geantwoord en uw antwoord is op zich wel heel interessant om de hiernavolgende redenen.
Ten eerste, u bevestigt dat onder bepaalde voorwaarden het periodiek beleggen in ETF's door ouders voor minderjarige kinderen moet kunnen. Dat is heel goed, positief, echt duidelijk en belangrijk. Zelfs in het nieuwe boek van Tim Nijsmans, Hangmatbelegger voor het leven, was die duidelijkheid er immers niet.
Ten tweede, u hebt ook opgemerkt dat geen enkele bepaling belet dat een vermogensbeheerder 100 % belegt in aandelen. Het probleem is dat bepaalde vermogensbeheerders – ik zal nu geen namen noemen, want dat wordt te delicaat – zich verschuilen achter uw wetgeving en achter de FSMA, om dat niet te doen. Ze stellen defensief te beleggen omdat de wetgever en de FSMA hen daartoe verplichten.
Weet u wat het gevolg is? Wanneer wij de rendementen opvragen bij die vermogensbeheerders van de belegging van minderjarige kinderen, blijkt bijvoorbeeld dat voor een minderjarig kind van 10 jaar, voor wie dus tien jaar aaneensluitend is belegd, die vermogensbeheerders een rendement hebben behaald van 3,3 % per jaar. Het gemiddelde rendement van de laatste tien jaar per jaar was echter 8 %. Zij hebben dus 5 procentpunt per jaar laten liggen door een beleggingsstrategie waarvan wordt beweerd dat ze is opgelegd door de wetgever en de FSMA. Uiteindelijk bleek dat gewoon een pure commerciële keuze te zijn geweest van die vermogensbeheerders.
Dat vind ik schandalig. U moet weten dat heel veel ouders zelfs niet op de hoogte zijn van wat er gebeurt. U weet dat de financiële educatie in ons land beperkt is.
Met uw antwoord zal ik de betrokken vermogensbeheerders aanschrijven en hen wijzen op hun verpletterende verantwoordelijkheid in het feit dat minderjarige kinderen zo weinig rendement hebben gekregen.
Voor het overige wens ik u een fantastisch weekend toe met goede begrotingsbesprekingen. Mag ik u een tip geven? Gebruik de argumenten die wij hier in deze commissievergadering hebben ontwikkeld om uw tegenstanders van antwoord te dienen. U kunt het. Yes we can.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
La réunion publique de commission est levée à 18 h 03.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.03 uur.