|
Commissie
voor Landsverdediging |
Commission
de la Défense nationale |
|
van Woensdag 16 september 2026 Voormiddag ______ |
du Mercredi 16 septembre 2026 Matin ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.45 uur en voorgezeten door de heer Peter Buysrogge.
La réunion publique de commission est ouverte à 10 h 45 et présidée par M. Peter Buysrogge.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
De voorzitter: Goeiemorgen collega’s, mijnheer de minister. Er staan twee actuadebatten en een hele reeks vragen op de agenda.
Axel Weydts (Vooruit): Toen ik gisterenavond de agenda grondig doornam, zag ik dat er twee actualiteitsdebatten gepland staan: over de brand in de Hoge Venen en over het sociaal akkoord voor onze militairen. Voor alle duidelijkheid, ik doe daar geen enkele afbreuk aan. Dat zijn zeer belangrijke thema's die absoluut een actuadebat verdienen en in deze commissie zeker aan bod moeten kunnen komen.
Ik was eerlijk gezegd wel enigszins ontgoocheld toen ik vaststelde dat slechts drie collega's, onder wie ikzelf, vragen hebben ingediend over de hybride oorlogsvoering die Rusland heel duidelijk opschaalt ten aanzien van de Europese Unie en de NAVO. Dat is een bedreiging die we heel ernstig moeten nemen en waarover ook de commissie voor Landsverdediging zich absoluut moet kunnen buigen.
Doordat slechts drie vragen zijn ingediend – ik verwijt niemand persoonlijk iets, voor alle duidelijkheid – wordt er echter niet automatisch een actuadebat georganiseerd. Daardoor staat dat volgens mij zeer urgente onderwerp pas als punt 19 op de agenda. Ik had daar graag een actualiteitsdebat over gezien. Ik wil het reglement uiteraard niet verkrachten, maar ik zou wel de garantie willen dat we vandaag minstens aan punt 19 toekomen.
Ik zou ook graag de mening horen van de fracties die daarover geen vragen hebben ingediend. Het is aan de commissie of aan u als voorzitter om zich daarover uit te spreken. Het thema lijkt mij van dermate groot belang dat het toch wat meer aandacht verdient.
De voorzitter: Er zijn drie manieren om een actualiteitsdebat te verkrijgen. Ten eerste is er het mathematische gegeven dat een onderwerp automatisch een actualiteitsdebat wordt zodra vijf fracties daarover een vraag hebben ingediend. Dat is hier niet het geval. Ten tweede kan ik oordelen over de vraag van een commissielid om een actualiteitsdebat te organiseren. Ten derde kan ik ook uit eigen beweging oordelen dat een actualiteitsdebat aangewezen is wanneer ik vaststel dat drie verschillende fracties over een bepaald onderwerp een vraag stellen. Ik probeer dat principe zo weinig mogelijk toe te passen, omdat ik mijn rol als voorzitter enigszins neutraal moet vervullen.
Er zijn ook nog de andere vragen, die ook relevant zijn. Ik wil geen onderwerpen noemen, want dan pik ik er weer onderwerpen uit waarover ook meerdere vraagstellers zijn. Ik kan u alleszins geruststellen. De minister heeft mij laten weten vandaag de hele dag beschikbaar te zijn, misschien op een onderbreking tijdens de middag na. Ik ben ervan overtuigd dat we zeker tot onderwerp nr. 19 zullen raken en hoop zelfs de integrale agenda te kunnen afhandelen.
We hebben dan twee opties. De eerste is om het onderwerp naar voren te schuiven, maar ik denk niet dat dat nodig is; ik morrel ook niet graag aan de agenda. Wat we ook kunnen doen, is op het moment dat vraag 19 voorligt, de andere fracties uitnodigen om daarover hun standpunt kenbaar te maken. Dan maken we er een soort van mini-actualiteitsdebatje van. Op die manier schuren we wat tegen de grenzen van het Reglement aan, maar ik denk dat dat wel kan.
Axel Weydts (Vooruit): Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat uw tweede optie een goede manier van werken is. Ik wil vooral de garantie dat het vandaag zeker aan bod kan komen, gelet op de urgentie en de actualiteit. Elke dag opnieuw zien we een toename, met de aanslag op de trein op 2 kilometer van de Poolse grens, de drone die gisteren werd neergehaald in Litouwen, de drones in Polen enzovoort. Het wordt echt wel serieus. Als ik de garantie heb dat we het onderwerp kunnen behandelen, volstaat dat voor mij.
Christophe Lacroix (PS): Monsieur le président, nous rentrons des vacances parlementaires – que certains considèrent parfois comme trop longues – et il effectivement temps de se remettre au travail.
Je suis assez d'accord avec la proposition qui est faite de faire preuve de souplesse à l'égard du Règlement sur un sujet aussi important.
Simplement, en tant que membre de l'opposition, j'espère que, lorsqu'une demande similaire émanera des bancs de l'opposition, cette même souplesse pourra également s'appliquer. C'est tout ce que je vous demande, monsieur le président. Je compte sur vous.
De voorzitter: Ik zal dat dan ook in eer en geweten behandelen, in alle neutraliteit.
Collega’s, ik stel voor dat we overgaan tot het eerste actualiteitsdebat, over de bestrijding van natuurbranden.
01.01 Axel Weydts (Vooruit): Ik vind het belangrijk om dit debat ook op het niveau van de commissie voor Landsverdediging te voeren. Ik had de eer om namens de Vooruitfractie het woord te voeren in het debat tijdens de bijzondere bijeenkomst van de commissie voor Binnenlandse Zaken tijdens het reces. Onze fractiegenoot was toen nog niet in het land, waardoor ik het debat daar heb kunnen volgen. We zullen het hier vooral moeten hebben over wat Defensie in dit geheel kan betekenen voor onze samenleving.
Voor Vooruit is het essentieel en normaal hulp aan de natie een belangrijke taak van Defensie blijft, weliswaar geen kerntaak, zoals collectieve verdediging en veiligheid. Deze zomer hebben we kunnen vaststellen dat Defensie altijd paraat staat. Dat bleek eerst bij de inzet van ons defensiepersoneel in de Bordeauxstreek in Frankrijk, waarmee nogmaals solidariteit op Europees niveau werd getoond. Later stonden zij ook paraat bij de verschrikkelijke natuurbrand in de Hoge Venen.
Ik en zeer veel experts op het vlak van internationale veiligheid zijn ervan overtuigd dat de klimaatcrisis ook een veiligheidscrisis is op twee niveaus. Intern worden we steeds meer geconfronteerd met extreme klimaat- en weersomstandigheden, die ertoe leiden dat dergelijke rampen kunnen ontstaan en die vermoedelijk groter zijn dan 15 jaar geleden, als deze toen zouden hebben plaatsgevonden. Na de overstroming van de Vesder enkele jaren geleden, was er deze zomer de verschrikkelijke natuurbrand in de Hoge Venen. Ieders hart bloedt bij het zien van de prachtige natuur die daar teloorgaat. Intern is dat voor ons ook een kwestie van weerbaarheid.
Extern vormt de klimaatcrisis een bedreiging voor ons. Een toename van droogte in bepaalde gebieden van de wereld zal opnieuw vluchtelingenstromen genereren, opnieuw een voedingsbodem voor terrorisme creëren en opnieuw instabiliteit veroorzaken in regio's waar we die liever niet zien. Internationale experts zijn het erover eens dat Rusland en de klimaatcrisis de grootste bedreigingen voor Europa vormen. Dat mogen we niet uit het oog verliezen.
Wat Defensie betreft, sommigen in de commissie voor Binnenlandse Zaken vernauwden het debat tot het al dan niet versneld aankopen van Chinooks. Ik wil het veel ruimer zien. Voor alle duidelijkheid, mijn fractie en mijn vertegenwoordigers in de federale regering hebben geen enkel probleem met een eventuele versnelde aankoop van Chinooks, als dat noodzakelijk zou zijn, als Defensie daarom vraagt en als kan worden aangetoond dat het effectief ook een meerwaarde zou hebben voor de mensen op het terrein. Ik werd deze zomer zowat weggezet als lid van de fractie die dat tegenhoudt. Niets is minder waar.
Ten eerste, overweegt Defensie effectief een versnelde aankoop van die zware transporthelicapaciteit?
Ten tweede, wat mogen we verwachten van het brandbestrijdingsplan? Uw eerste minister kondigde aan dat u daaromtrent een plan met betrekking tot Defensie zou opmaken. We hebben ondertussen vernomen dat de minister van Binnenlandse Zaken daaromtrent ook initiatieven neemt. Hoe verhouden de plannen van de verschillende ministers zich tot elkaar? Wanneer mogen we een dergelijk plan verwachten?
We hebben nu nog wat tijd. Winter is coming. We moeten echter zeker goed voorbereid zijn op een eventuele volgende crisis volgende zomer.
01.02 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de voorzitter, de brand in de Hoge Venen heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat klimaatverandering en klimaatadaptatie reëel zijn. Alle complotdenkers ten spijt, het komt op deze manier wel zeer dichtbij. Ik denk dat we daarmee op een zeer serieuze manier moeten omgaan en dat we allemaal moeten beseffen dat er maatregelen zullen moeten worden genomen om die klimaatverandering te bestrijden.
Collega Weydts zei het ook, klimaatverandering is niet meer iets van ergens in het zuiden, ze komt steeds dichterbij en zet heel wat zaken onder druk. We hebben dat gezien in de Hoge Venen en ook in streken in Europa, waar trouwens ook Belgen zijn omgekomen. Het wordt elke zomer erger.
We moeten een plan en een aanpak hebben, een federale, gecoördineerde nationale aanpak. Ik denk dat het cruciaal is voor de toekomst dat we ervoor zorgen dat we één gecoördineerde nationale strategie hebben en dat niet elke minister of elk departement afzonderlijk van alles begint te doen.
Ik wil ook onze brandweer, Civiele Bescherming en Defensie bedanken voor het werk dat ze hebben geleverd in de Hoge Venen. Ze hebben daar fantastisch werk geleverd, met de steun vanuit het buitenland, zoals Nederland en Frankrijk, waardoor ze die brand konden bestrijden. Dat was een mooi voorbeeld van Europese samenwerking en solidariteit.
Wat betreft het plan van aanpak, u hebt gecommuniceerd dat er een militair brandactieplan komt, wat op zich een goede zaak is. U komt met heel veel plannen en heel veel visies, maar zoals ik al zei, is het cruciaal dat we een nationaal gecoördineerde aanpak hebben. Defensie is inderdaad bevoegd voor hulp aan de natie, wat een heel goede zaak is. De regie is in handen van Binnenlandse zaken en er zijn heel wat partners bij betrokken, dus ik hoop dat men niet naast elkaar begint te werken en dat men zorgt dat er een nationale aanpak komt om die klimaatdreiging te bestrijden.
Mijnheer de minister, ik heb een aantal concrete vragen. Waarom koos u voor de communicatie van een afzonderlijk militair brandactieplan? Is dat iets afzonderlijks of past dat in die nationaal gecoördineerde aanpak? Hoe zult u garanderen dat de regie en de afstemming tussen Defensie en de civiele hulpdiensten helder blijven, zonder naast elkaar te werken en zonder versnippering van middelen en bevoegdheden? Welke concrete middelen en versterkingen kent uw plan op korte termijn toe aan Defensie?
Collega Weydts heeft ook al gewezen op de voorziene aankopen die in de Strategische Visie staan. Zult u die versnellen? Welke initiatieven plant u op Europees vlak? Klimaatverandering stopt immers niet aan de landsgrenzen en ook niet aan de gewestgrenzen. Hoe zullen we zorgen voor een gezamenlijke Europese aanpak? Ik denk dat het dan ook gaat over gezamenlijke aankopen, zodat we elkaar kunnen ondersteunen wanneer het letterlijk brandt. Ik krijg daar graag wat toelichting over.
01.03 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, on le voit, les conséquences du dérèglement climatique sont de plus en plus importantes et constituent une menace majeure pour notre territoire et pour nos habitants et habitantes de Wallonie, de Flandre et de Bruxelles. Il s'agit d'une véritable menace pour la sécurité de notre pays et plus largement encore de notre continent. Ma province de Liège – puisque j'habite en province de Liège – a déjà payé un lourd tribut, avec d'innombrables victimes. Aujourd'hui, en ce moment, c'est un feu de forêt... Enfin, aujourd'hui, il est officiellement déclaré terminé, mais c'est un feu de forêt historique qui a ravagé les Fagnes. Les Fagnes sont un poumon vert, une attractivité touristique, mais également un patrimoine constitué au fil de millénaires. C'est cela aussi qui est dommageable dans cet incendie tragique.
Je voudrais saluer la rapidité avec laquelle la Défense a déployé des moyens humains et matériels en appui aux services de secours civils, comme je salue aussi la solidarité européenne qui s'est établie et sur laquelle nous avons pu compter, et à laquelle aussi la Défense a pris part cet été, notamment en venant au secours de la France de manière importante.
Mais le constat est malgré tout amer, puisque – je l'ai déjà souligné plusieurs fois, ainsi que mon collègue M. Courard – nous n’avons finalement plus de capacités fédérales assez solides pour faire face à des catastrophes naturelles d'une réelle ampleur. La capacité aérienne pour faire face à ce type d'incendie sur un tel terrain complexe est beaucoup trop faible. Nous payons chaque jour les conséquences du démantèlement de la Protection civile organisé par le ministre Jambon.
En commission de la Défense, je dois constater que je n'arrive pas à identifier vos intentions pour investir les milliards accordés à la Défense dans des moyens duals et d'aide à la Nation. Quant à la majorité Arizona, elle a supprimé toutes les demandes pour une collaboration structurelle entre les départements de l'Intérieur et de la Défense. C'est là que je me pose effectivement des questions, puisque hier, le ministre de l'Intérieur a explicité qu'il y avait trois options dans son plan de lutte contre les incendies. En ce qui concerne la Protection civile, il a dit que revenir au statu quo ante n'est pas possible, que nous n’allons pas refaire une Protection civile. Je trouve que c'est malheureux, mais ce sont les déclarations du ministre MR, M. Quintin. Mais il a dit que ce serait peut-être bien de développer cela au sein de la Défense, tout en gardant la responsabilité au sein de l'Intérieur.
Je vous avoue ne plus rien comprendre et j'aimerais avoir votre point de vue sur le sujet.
Pourriez-vous me faire le point sur les moyens militaires déployés pour faire face à l'incendie dans les Fagnes et avec quelle coopération avec les autorités civiles? J'y reviendrai, d'ailleurs. Avez-vous été impliqué aussi par le ministre Quintin dans les synergies à développer entre le département de l'Intérieur et la Défense? En matière d'investissement dans des moyens duals, notamment aériens, s'inscrit-on également dans des programmes européens?
En juillet 2025, mon collègue Courard vous avait interrogé sur la problématique des feux de forêt, en particulier sur le fait qu'Airbus a développé des kits compatibles avec nos A400M. Il s'agit d'un nouveau développement technologique européen qui permet potentiellement d'utiliser les appareils que possède déjà notre pays pour lutter plus efficacement contre les feux de forêt, surtout dans des terrains difficilement accessibles par la route ou par des chemins. Une telle capacité serait une vraie plus-value pour remédier à ces difficultés dans le cadre d'une solidarité européenne efficace. Cet été, l'armée française a d'ailleurs déployé ses A400M pour combattre les feux en Gironde.
En décembre, vous indiquiez, s'agissant des avions de transport A400M, que "l'intégration d'une capacité de lutte anti-incendie n'est actuellement pas prévue dans la vision stratégique". Ce système est pourtant bien compatible avec tous les A400M – donc avec les nôtres aussi – et est en cours de développement au sein de l'industrie. La Défense suivra-t-elle l'évolution du développement de cette capacité sur A400M, ainsi que les retours d'expérience?
Monsieur le ministre, pouvez-vous me faire le point sur les équipements qui sont déjà à disposition de la Défense pour la lutte contre de tels incendies? Quels sont les nouveaux moyens que vous pourrez commander ou étudier? Pouvez-vous en préciser l'agenda et le budget?
Je termine par une question qui me turlupine. Pourquoi la Compagnie de protection territoriale (Cie Proter) n'a-t-elle pas été activée dans les Fagnes par le gouverneur, M. Jamar? Je ne parviens pas à le comprendre. Peut-être avez-vous une explication?
De voorzitter: De heren De Smet en Courard zijn niet aanwezig, dus ik geef het woord aan mevrouw Ponthier.
01.04 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, Defensie heeft de hulpdiensten ter plaatse ondersteund bij de natuurbrand in het Hoge Venen. U hebt in de media ook in detail toegelicht wat Defensie daar heeft gedaan. Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om alle hulpverleners die ter plaatse waren expliciet te bedanken en ons respect voor hen te betuigen.
We hebben enkele weken geleden, tijdens het reces, een commissievergadering gehad waarin minister Quintin benadrukt heeft dat onder meer de Civiele Bescherming de leiding had en dat Defensie ondersteunend heeft opgetreden.
U hebt ondertussen een militair brandactieplan aangekondigd. U zei dat u tegen de zomer van 2027 twee Fire Boss-blusvoertuigen wilt huren en dat u de geplande aankoop van zware transporthelikopters mogelijk wilt versnellen. Tegelijkertijd wordt er op het niveau van Binnenlandse Zaken aan een Nationaal Weerbaarheidsplan gewerkt. Dat is al enige tijd in de running. Daarin zal ook een luik natuurbrandbestrijding zitten, waarin de rol en de middelen van civiele en militaire diensten wordt vastgelegd. Hulp bij grote rampen is uiteraard noodzakelijk, maar tot nader order is brandbestrijding op zich nog geen kerntaak van Defensie.
Wij hebben daarover enkele vragen. Wat zijn de concrete contouren, doelstellingen, timing en kostprijs die u vooropstelt met betrekking tot uw militair brandactieplan? Hoe verhoudt dat plan zich tot het Nationale Weerbaarheidsplan van minister Quintin? Wie moet bij grote natuurbranden volgens u de operationele leiding nemen?
Waarom hebt u eigenlijk uw collega voorbijgestoken als het gaat over de communicatie met betrekking tot het militair brandactieplan en de geïntegreerde taakverdeling tussen de civiele en militaire overheden? Lijkt een geïntegreerd plan u geen betere manier van aanpak?
Wat zijn de lessons learned met betrekking tot de inzet van Defensie in de Hoge Venen? Wat verliep er goed? Waar waren er tekortkomingen en op welke vlakken? Komt er ook een formeel evaluatierapport? Mogen wij dat als commissieleden dan ook toegelicht zien?
Welke capaciteiten zijn er volgens u specifiek nodig en welke moeten louter dual-use blijven? Welke zijn specifiek voor brandbestrijding en welke zijn dual-use?
Een belangrijke vraag is natuurlijk wat uw reactie is op de plannen van minister Quintin om de Civiele Bescherming te hervormen en mogelijk te laten fuseren met Defensie, zoals in het persbericht staat. Graag uw reactie daarop.
Welke afspraken bestaan er op dit moment met de FOD Binnenlandse Zaken, het NCCN, de Civiele Bescherming, de hulpverleningszones en ook het lokale niveau, de provinciegouverneurs om ze niet te noemen, over het aanvragen en inzetten van defensiemiddelen? Welke verbeteringen op dat vlak plant u?
01.05 Kristien Verbelen (VB): Ik heb ook een aantal vragen over die natuurbranden, maar dan eerder wat de materiaalkeuze betreft. De brand in de Hoge Venen heeft wel aangetoond dat Defensie bij grote natuurbranden zeer nuttige ondersteuning kan bieden. Een brand mag natuurlijk geen argument zijn om de materiaalkeuze te verantwoorden. Die keuze moet natuurlijk vertrekken vanuit een militaire behoefte. Nederland heeft zware Chinookhelikopters ingezet en u verwees daarbij ook naar plannen voor zware transporthelikopters en een mogelijke versnelling van de aankoop.
Brandbestrijding is natuurlijk geen kerntaak van Defensie. Hulp aan de natie is natuurlijk belangrijk, maar militaire investeringen moeten in de eerste plaats worden bepaald door wat ons leger nodig heeft. Bovendien ontvangt Defensie 15 nieuwe helikopters. Brandbestrijding wordt daar ook genoemd als een mogelijke opdracht. Die helikopters kunnen uitgerust worden met een water bucket. Ik zou dus eerst graag weten wat de bestelde toestellen kunnen. Daarna kunnen we kijken waar er nog een tekort is. Als daarnaast blijkt dat er nog zware transporthelikopters nodig zijn, moet eerst de militaire behoefte worden bepaald, meer bepaald het laadvermogen, het bereik en de inzet voor bepaalde operationele opdrachten. Dus eerst de behoeften en dan het toestel, niet omgekeerd.
Ik vraag me dan ook af welke materiële tekortkomingen Defensie heeft vastgesteld tijdens de brand. Welke rol kunnen onze helikopters spelen? Met welke bluscapaciteit kunnen die worden uitgerust? Wanneer kan die capaciteit operationeel zijn? Op basis van welke strikt militaire behoefte zijn daarnaast zware transporthelikopters noodzakelijk?
Is er een reden waarom u nadrukkelijk een Amerikaans model naar voren schuift? Zijn ook Europese alternatieven onderzocht? Als er Europese toestellen zijn die aan onze militaire vereisten voldoen, zie ik eigenlijk geen reden waarom we onze strategische afhankelijkheid van Amerika verder zouden vergroten.
01.06 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, tout d'abord, nous tenons à adresser un grand merci à tous les opérateurs qui ont œuvré dans la lutte contre ces incendies, qui démontrent l'intérêt et l'urgence d'une réaction face à l'évolution du climat.
Les feux de cet été ont touché la Belgique alors que la Défense se trouvait dans une situation assez compliquée en matière de capacité de lutte à partir de moyens aériens, en particulier les hélicoptères. Des alliés nous ont apporté leur soutien: les Pays-Bas, avec des Chinook, et l'Allemagne, avec des NH90. Ces derniers ont bien démontré que ces hélicoptères étaient adaptés à la lutte contre les incendies, une fois l'achat des équipements et les entraînements nécessaires effectués. On aurait pu, dès lors, y réfléchir avant de les retirer du circuit – peut-être prématurément –, car on aurait pu encore bénéficier de ces NH90 terrestres susceptibles de continuer à fonctionner.
Les moyens en hélicoptère de la Défense vont se renforcer et pourraient contribuer à la lutte contre de nouveaux incendies – nous espérons qu'il n'y en aura pas, bien sûr –, mais aussi d'autres catastrophes. Les hélicoptères H145 en cours de livraison pourraient être équipés de kits de lutte contre les incendies mais ils ne peuvent être considérés comme des moyens lourds. Les hélicoptères SAR qui devraient bientôt être achetés ne devraient pas être adaptés à la lutte contre les incendies, mais pourraient intervenir dans le cadre d'autres catastrophes. Cependant, cela libérera les NH90 en version maritime de leur tâche SAR actuelle. La Défense doit se procurer des hélicoptères lourds, mais ce sera lors de la prochaine législature.
Monsieur le ministre que deviennent, dès lors, les NH90 terrestres retirés du service? Avez-vous envisagé de les revendre ou de les adapter à la lutte contre les incendies ou à d'autres tâches de protection civile? Observe-t-on actuellement des marques d'intérêt pour ces hélicoptères?
Des H145 seront-ils disponibles pour des tâches comme la lutte contre les feux de forêt pour l'été prochain? Nous espérons qu'il n'y en aura pas, mais le seront-ils, le cas échéant? Envisagez-vous d'acheter le matériel nécessaire pour ces tâches? Le programme d'entraînement des équipages sera-t-il adapté également en ce sens?
Une fois les nouveaux hélicoptères SAR disponibles, envisagez-vous d'affecter une capacité secondaire de lutte contre les incendies ou d'autres tâches possibles de protection civile aux NH90 maritimes que nous conservons?
Enfin, la Défense envisage-t-elle d'accélérer ses achats d'hélicoptères lourds? Dans l'affirmative, au détriment de quel autre programme?
01.07 Luc Frank (Les Engagés): Lors des récents feux de forêt dans les Fagnes, la Défense a rapidement mis des moyens à disposition en soutien à l'action des pompiers des différentes zones de secours. Les véhicules Panther ont ainsi pu apporter des capacités uniques.
Comme je suis originaire de la région touchée, je remercie de tout cœur les militaires qui ont été déployés. Tous les habitants de la région leur en sont reconnaissants. Nous avons ainsi pu constater que les moyens de la Défense pouvaient également soutenir les autorités civiles.
Il importe peut-être à présent de commencer à dresser un bilan des moyens dont dispose la Belgique et d'élargir le débat. Comme l'a évoqué M. Stéphane Lasseaux, la question des moyens aériens, en particulier des hélicoptères, mérite une attention particulière. Cependant, le débat ne concerne pas uniquement la Défense. De même, il ne faut pas se concentrer exclusivement sur les feux de forêt, mais envisager aussi d'autres types de catastrophes, comme celle arrivée dans la vallée de la Vesdre, qui a été touchée par les inondations il y a cinq ans.
Nous savons que la Protection civile manque de moyens et que les zones de secours ne disposent pas toujours des budgets nécessaires pour acquérir le matériel adéquat en cas de catastrophe. Il existe donc une demande de soutien de la Défense. Le ministre de l'Intérieur a mis en avant, lors de la commission spéciale sur les feux dans les Fagnes, le Plan national de résilience qui sera bientôt adopté. Dans le volet consacré à la lutte contre les feux de forêt, une partie sera ainsi consacrée au rôle de la Défense.
Monsieur le ministre, vous avez tweeté que vous alliez bientôt présenter un plan de la Défense relatif à la lutte contre les incendies. S'agit-il en réalité du volet du Plan national de résilience consacré au rôle de la Défense ou d'une autre planification? Ce dispositif sera-t-il complété par un plan relatif aux inondations ou par d'autres plans?
Face aux risques accrus de catastrophes liées au changement climatique, la Défense envisage-t-elle de renforcer ses capacités à double usage susceptibles d'intervenir en cas de catastrophe? Est-il envisagé d'acquérir plus rapidement du matériel du génie, par exemple?
Enfin, des pays comme la France ont transféré l'entièreté ou une partie de la Protection civile au sein de la Défense. Cette solution a-t-elle été envisagée en analysant les aspects positifs et négatifs d'un tel transfert?
01.08 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Collega's, deze zomer werden we geconfronteerd met de grootste natuurbrand van ons land. Bijna 3.000 hectare ging in de Hoge Venen in vlammen op. De gouverneur kon nog maar drie dagen geleden aankondigen dat de brand stilaan onder controle is, maar nog altijd niet geblust. Dat is veelzeggend om de omvang van die brand te kunnen inschatten.
We moeten beginnen bij het begin en durven benoemen wat de gronddoorzaak is. Die is heel helder, namelijk dat dergelijke branden het gevolg zijn van de klimaatcrisis. Er is de afgelopen jaren heel veel verzet geweest van verschillende politieke partijen tegen klimaatbeleid, omdat het allemaal haalbaar en betaalbaar moest zijn, maar we zien nu in de praktijk wat het verzet daartegen betekent. Men kan zich daar niet tegen verzetten. Men moet zich aanpassen en daarop inzetten. Men moet ervoor zorgen dat men klaar is om de fossiele uitstoot naar omlaag te krijgen, maar men moet zich evengoed aanpassen aan de klimaatopwarming die volop aan de gang is. Dat hebben we gezien in de Hoge Venen, dat hebben we gezien met de meer dan 3.000 hittedoden die deze zomer gevallen zijn.
Ik denk dat het overduidelijk is en we waren gewaarschuwd. Het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac) had een rapport uitgebracht en had de regering begin deze zomer uitgenodigd voor een vergadering, maar die kon niet doorgaan vanwege een gebrek aan interesse. Na het uitbreken van de branden zijn er plots wel plannen. Er is het militair brandactieplan van minister Francken en er is het nationaal actieplan natuurbrandbestrijding waarmee minister Quintin ineens afkomt, maar daarvoor werden er wel de vergaderingen die daarover gaan geannuleerd. De vele hulpverleners en vrijwilligers deden ter plaatse wat ze konden, maar het is overduidelijk dat de Belgische regering niet klaar was en zich niet voldoende had voorbereid, ondanks het feit dat er rapporten genoeg op tafel lagen.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende concrete vragen. Waarom ging men niet eerder aan de slag met de rapporten van het Cerac? Daar staat immers heel duidelijk in dat klimaatbranden meer en meer zullen voorkomen als gevolg van de klimaatopwarming. Er is enerzijds uw militair brandactieplan en anderzijds het nationaal actieplan natuurbrandbestrijding van minister Quintin. Hoe gaan die samen? Welke afspraken worden daarrond gemaakt? Zijn dat twee plannen die snel gelanceerd worden of is er effectief voldoende nagedacht over een coördinatie van die twee plannen? Gelet op de antwoorden van minister Quintin gisteren in de commissie heb ik daar toch mijn vragen bij.
01.09 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de voorzitter, de collega's hebben al heel wat verteld, dus ik ga het kort houden. Eerst en vooral wil ik ook onze mensen van Defensie danken voor hun daadkrachtige medewerking aan de civiele hulpdiensten bij het bestrijden van de brand. Dit wordt door heel veel mensen sterk geapprecieerd. Ook onze fractie wil haar dank uitspreken.
Mijn eerste vraag betreft de evaluatie. Wat kan er beter? Zijn er verbeterpunten gedetecteerd? Zijn er extra investeringen nodig om mogelijke tekorten op te vangen?
Het tweede element dat ik wil aanbrengen betreft de Europese afstemming. Dergelijke natuurbranden zijn er de voorbije maanden geweest verspreid over heel Europa. In welke mate kunnen we van elkaar leren en ook investeringsmiddelen op elkaar afstemmen, om elkaar, de verschillende landen, bij te staan bij het bestrijden van dergelijke bosbranden?
In Frankrijk werd de A400 ingezet, uitgerust met tijdelijke blussystemen. Kunnen we ook in ons land die piste bewandelen? Ja of neen en waarom? Ons land beschikt over NH90-helikopters, die trouwens in Beauvechain staan. Is het een overweging dat deze in de toekomst worden ingezet?
Mijnheer de minister, u kondigde aan te werken aan een militair brandplan. Kunt u de timing geven? Wanneer kunnen we dat verwachten?
De voorzitter: Mevrouw Maouane is verontschuldigd.
01.10 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Merci, monsieur le président. Monsieur le ministre, tout d'abord je voudrais une nouvelle fois remercier l'ensemble des services de secours et des personnes mobilisés dans les Hautes Fagnes pour lutter contre l'incendie. Leur dévouement mérite tout notre respect.
Si l'incendie dans les Hautes Fagnes a bien montré une chose, c'est que nous ne sommes pas suffisamment préparés aux défis que le changement climatique entraîne. Nous avons besoin de capacités supplémentaires pour faire face à ce type de catastrophe, la question principale restant: quelles capacités devons-nous renforcer?
Il nous semble assez logique de nous tourner en priorité vers les pompiers et la protection civile. Ce sont deux services dont la mission première consiste précisément à lutter contre les incendies et à faire face aux situations de catastrophes. Il me semble donc logique de les renforcer et de leur donner les moyens nécessaires pour le faire.
Au lieu de vous engager dans cette voie, nous avons entendu plusieurs déclarations, notamment de votre part, monsieur le ministre: vous nous avez présenté un plan d'action militaire contre les incendies. Vous êtes un ministre N-VA, et je rappelle que la situation actuelle de la Protection civile est la conséquence d'une politique de la N-VA, de la Suédoise et de M. Jambon, lequel a réduit le nombre de casernes de six à deux ainsi que les moyens de la Protection civile. Donc on joue au pyromane, on désinvestit d'un côté en affaiblissant les services et puis, on vient annoncer des plans d'action. Dans le cadre de ce plan d'action, vous avez surtout accéléré l'achat de 11 Chinook, pour 1,3 milliard d'euros.
J'ai quelques questions concernant ce plan de lutte contre les incendies, monsieur le ministre. Selon vous, la lutte contre les incendies constitue-t-elle désormais une mission essentielle de la Défense ou reste-t-elle la responsabilité des pompiers et de la protection civile? J'ai l'impression qu'il y a là une contradiction dans la répartition des compétences et des responsabilités.
À quoi ces 11 Chinook sont-ils destinés en premier lieu? D'après ce que je sais, il s'agit de lourds hélicoptères militaires de transport, destinés au transport de troupes et de matériel, ainsi qu'à l'évacuation de blessés.
Pourquoi l'initiative d'un plan contre les incendies vient-elle de la Défense, alors que la lutte contre les incendies de forêt relève de l'Intérieur et des services de secours civils?
Et, enfin, quelle analyse opérationnelle démontre qu'un Chinook constitue le meilleur investissement pour lutter contre les incendies de forêt en Belgique?
01.11 François De Smet (DéFI):
L'Echo indiquait ce 18 août, dans son article "Des moyens aériens
anti-feux très limités pour la Défense", que la Belgique a dû solliciter
l'aide européenne dès lundi pour lutter contre l'incendie des Hautes Fagnes,
selon les termes mêmes du cabinet de votre collègue de l'Intérieur, Bernard
Quintin.
Le même jour, Het Laatste Nieuws révélait le
contenu du "plan d'action incendie militaire" auquel vous travaillez,
qui doterait la Défense de moyens et d'un savoir-faire supplémentaires, avec
recours possible aux hélicoptères de la police fédérale, et indiquait que vous
plaidez ouvertement pour l'acquisition d'appareils Chinook produits par Boeing,
en synergie avec les Pays-Bas, le Royaume-Uni et l'Allemagne.
La Belgique ne dispose en effet d’aucun bombardier
d’eau et doit compter dès lors sur les mécanismes de solidarité européenne pour
renforcer ses capacités en cas d’incendie majeur; comme le soulignait fort
justement une chercheuse de l’ULB spécialiste en écologie forestière , le
dérèglement climatique augmente fortement la probabilité que plusieurs pays
européens aient besoin des mêmes avions au même moment”
En conséquence, monsieur le ministre,
pouvez-vous me faire savoir la date et la nature exacte de la demande belge
d'assistance au titre du mécanisme européen de protection civile, les moyens
obtenus et les États contributeurs? Où en est précisément le plan d'action
incendie militaire : son périmètre, son statut juridique, sa date de
présentation au gouvernement? Combien d'heures de vol d'hélicoptères de la
Défense et de la police fédérale ont été effectivement consacrées à la lutte
contre les incendies en 2024, 2025 et 2026?
Quel est le coût comparé, sur quinze ans,
d'une acquisition de Chinook équipés, d'une location saisonnière et d'un
recours contractuel à un opérateur privé du type Aquarius? La Belgique
participe ou entend participer à la réserve rescUE pour la composante aérienne,
et à quelles conditions de cofinancement? Comment s'articulent les
responsabilités de la Défense, de l'Intérieur et des zones de secours dans le
dispositif que vous préparez, et le montant qui
sera inscrit à cet effet dans le prochain ajustement budgétaire?
01.12 Peter Buysrogge (N-VA): Ik ga me tot slot ook aansluiten bij de verschillende vraagstellers. Iedereen vindt het verschrikkelijk dat die mooie en waardevolle Hoge Venen zo'n drama moesten ondergaan. Ik uit ook mijn dank aan iedereen, niet het minst de mensen van Defensie, die ertoe heeft bijgedragen om het drama toch enigszins in toom te kunnen houden.
Mijnheer de minister, ik heb drie concrete vragen aan uw adres.
Ten eerste, welke brandbestrijdingsmiddelen wilt u in de toekomst al dan niet versneld in plaats stellen? Het debat over de Chinooks is hier al gevoerd, maar hoe kijkt u daar concreet naar?
Ten tweede, hoe kijkt u naar een eventuele versterkte samenwerking, interactie of wat dan ook tussen Defensie en de Civiele Bescherming?
Ten derde, welke andere versterkte bijdrage ziet u mogelijk om het risico op drama's zoals dat van deze zomer in de Hoge Venen in te perken of, nog beter, ze te voorkomen?
Mijnheer de minister, ik kijk uit naar uw antwoord.
01.13 Minister Theo Francken: Dank u, geachte leden. Ik ben een frequent bezoeker van de Hoge Venen en van de Ardennen. U weet dat misschien. Mensen uit het Luikse en uit de Ardennen zullen dat zeker weten. In die zin hebben de natuurbranden daar me zeker ook persoonlijk bijzonder getroffen en geëngageerd. Het is een van de mooiste natuurgebieden die we hebben, een van de grootste ook, waarschijnlijk het grootste, met een unieke fauna en flora. In die zin vind ik het verschrikkelijk wat daar gebeurd is.
Ik zal niet zeggen dat ik de lead heb genomen, maar ik heb toch wel zeer proactief een aantal communicaties daarover gedaan, omdat ik vond dat dat nodig was. Ik moet ook wel zeggen dat ik heel de zomer met een bang hartje heb gekeken naar branden bij ons. Ik had daar heel veel schrik voor. Het was zo lang zo droog. Ik heb inderdaad getweet: “Leef, het is twee dagen warm.” Niemand had echter kunnen voorspellen dat het meer dan twee maanden heel warm zou zijn, waardoor er een heel grote kans op grote bosbranden was.
Ik ben er zelf al heel lang van overtuigd dat we ons als samenleving, los van partijpolitiek, veel beter zullen moeten wapenen tegen natuurfenomenen zoals bosbranden, zeer zware regenval, lange periodes van hitte, lange periodes van droogte en heel zware, intense stormen, wegens de opwarming van de aarde.
Ik ben mij daar ten volle van bewust. Ik ben ook iemand die enorm van de natuur houdt, dat weet u misschien ook.
Ik heb als burgemeester het initiatief genomen om in Lubbeek een vrijwilligerskorps op te richten. Ik weet dat Lubbeek niet exemplarisch is voor heel het land maar ik wil dat toch even melden. Ik heb dat opgericht door een combinatie van twee zaken.
Ten eerste moesten we vaststellen dat de klimaatopwarming zal leiden tot meer van die meteorologische calamiteiten. Ten tweede heeft de coronacrisis honderdduizenden vrijwilligers op de been gebracht in heel het land. Corona was een afschuwelijke periode waaraan we allemaal niet zo graag meer terugdenken, maar er waren ook heel positieve dingen aan die periode.
Zo waren er honderdduizenden vrijwilligers die zich hebben opgegeven om te helpen: om ouderen naar het vaccinatiecentrum te brengen, om taxi te spelen, om te zorgen voor mensen die ziek waren, enzovoort. Alle lokale bestuurders en alle mensen die geëngageerd zijn – en dat zijn jullie allemaal – weten dat ook. De combinatie van die twee zaken heeft ervoor gezorgd dat ik een vrijwilligerskorps oprichtte dat mensen opleidt om in het kader van calamiteiten klaar te zijn en heel snel geactiveerd te kunnen worden.
We hebben dat dus opgericht. In Vlaanderen bestaat dat op dit moment nog niet in alle gemeenten, maar we zijn goed op weg om dat overal te hebben. Ik denk dus dat dat toch niet het slechtste idee was. Ik heb dat ook lang besproken met de heer Crucke. Hij was daarvan niet op de hoogte, maar ik heb hem uitgelegd wat wij doen. Hij zei dat het superinteressant was en dat ze die weg zeker verder moesten bewandelen in Wallonië. Ook daar is er immers een enorme solidariteit en zijn er heel veel mensen die bereid zijn om vrijwilliger te zijn.
Ons vrijwilligerskorps is sinds de oprichting al een paar jaar ingezet, onder andere deze zomer voor die hitte. Niet om te gaan blussen, maar om bijvoorbeeld in de rusthuizen te helpen met de extra waterrondes die op dat moment worden georganiseerd. Dat is opnieuw iets waarvoor het verplegend personeel geen tijd heeft. Dan doen die vrijwilligers dat. Ze lassen extra waterrondes in en gaan bij alle oudjes langs om hen water te laten drinken. Oudjes hebben vaak minder dorstgevoel, dus het is niet evident om hen ervan te overtuigen nog een extra glas te drinken. Dehydratatie is een gigantisch probleem. Een van de grote redenen voor de oversterfte is bijvoorbeeld dat die waterrondes te weinig georganiseerd werden.
In die zin is dat iets wat de vrijwilligers wel kunnen doen. Die rondes werden vaak niet of onvoldoende georganiseerd omdat het verpleegkundig personeel ze er gewoon niet bij kon nemen. Die zaken hangen allemaal wel wat aan elkaar.
Het zal misschien een ongelofelijk dure les zijn, want de prijs die we betalen in de Hoge Venen, is gigantisch. Ik ben er echt heel triest over. Laat dat dan maar een heel brutale wake-upcall zijn voor iedereen die nog niet wakker zou zijn.
Defensie wordt nooit in de eerste plaats ingezet. In het kader van crisisbestrijding is het altijd de civiele kant die zijn rol moet spelen: de burgemeester, de brandweercommandant, de veiligheidsdiensten, de politiechef, de gouverneur enzovoort. Defensie kan worden gevorderd en wordt alsmaar meer gevorderd, wat interessant is. Met een codex is dat beter dan zonder codex. Defensie wordt veel gevorderd, bijvoorbeeld als er drugsdealers aan het metrostation Clemenceau staan en als er brandhaarden of andere calamiteiten zijn.
Ik heb er op zich geen probleem mee dat Defensie veel wordt gevorderd. Als Defensie grote extra budgetten krijgt, is het niet slecht dat men de pijler hulp aan de natie versterkt en toont dat men er is voor de mensen, niet alleen voor de mensen in het Midden-Oosten, Litouwen, het Balticum, in Congo of elders, maar ook voor de mensen hier. We kunnen nog meer werk maken van het onderdeel hulp aan de natie met de hopelijk zo snel mogelijke invoering van de defensiecodex, die bijna klaar is. In die zin zitten we op het juiste spoor.
Defensie neemt echter nooit de lead in zo'n situatie. Ik heb communicatief wel stevig de lead genomen op een bepaald moment, omdat ik allerhande dingen las die gewoon niet waar waren, die echt manifest onjuist waren. Dan begint het dus serieus te kriebelen bij mij. U kent mij ondertussen. Dan schrijf ik een langer stuk met een aantal stellingen over waar of onwaar. Men kan daarvan zeggen wat men wil, maar het is dan tenminste duidelijk. Het is ook in totaal meer dan een miljoen keer gelezen. Dat is toch een teken dat er op dat moment bij de publieke opinie wel een vraag was naar informatie die uit eerste hand komt. Het is mijn rol als minister van Defensie om onze krijgsmacht te verdedigen als er allerlei onzinnige dingen over worden verteld.
Dan kom ik aan de vragen over de capaciteiten. Het brandactieplan staat op de agenda van de ministerraad komende vrijdag. Het is de bedoeling dat het dan wordt afgeklopt. Het betreft een voorstel van de heer Quintin en de heer Crucke. Ik ben er ook bij betrokken.
Il est clair que le pilier “Défense” sur les feux sera intégré dans ce plan d'action.
Dat zal in dat plan zitten. Ook op het vlak van defensie zullen we heel wat maatregelen nemen. Wij hebben in totaal 15 maatregelen voorgesteld.
Nous avons proposé une quinzaine de mesures. Nous sommes en train d'en discuter. Nous n'y sommes pas encore, mais cela arrivera dans les semaines à venir.
De komende weken zullen we dat kunnen afkloppen. Dat zal geen maanden meer duren. Ik verwacht dat het in ieder geval voor het einde van het jaar rond zal zijn, mogelijk zelfs sneller.
Wat moet er volgens mij absoluut gebeuren? We moeten volgend jaar vier Bambi Buckets met onze nieuwe helikopters operationeel hebben, met getrainde teams en piloten. Tegen de zomer van volgend jaar moet die capaciteit operationeel zijn. Of het volgend jaar opnieuw een zeer droge zomer wordt, weet ik niet. Het kan evengoed een ongelooflijk natte zomer worden, waardoor we ze misschien helemaal niet nodig hebben. Better safe than sorry. Die investeringen zijn dus nodig.
Ik ben persoonlijk een groot voorstander van investeringen in heavy-lifthelikopters. De Chinook heeft ons een enorme dienst bewezen. Ik dank de Nederlanders en alle andere landen die ons hebben geholpen, waaronder ook Frankrijk. Dat is prachtige internationale solidariteit.
Ik ben dus voorstander van de aankoop van heavy-lifthelikopters. Of dat de Chinook, de Stallion of een ander toestel moet zijn, daar spreek ik me niet over uit. Dat zullen we nog zien. De Chinook is een iconisch toestel dat ons hier ook heeft geholpen. Er wordt vaak naar verwezen, omdat heel wat Europese landen beschikken over dat toestel, maar het kan uiteraard ook een ander toestel zijn.
In de strategische visie staat die aankoop pas gepland voor 2034 en later. Ik denk dat het niet slecht zou zijn om die planning wat naar voren te schuiven. Dat ligt op tafel bij de begrotingsonderhandelingen, want daarvoor moet de strategische visie worden aangepast. Dan moet men natuurlijk ook kiezen wat men eventueel naar achteren schuift. Alles is prioritair, maar er moeten keuzes worden gemaakt. Die zal ik verder met mijn collega's bespreken. We hebben daar vrijdag op de ministerraad een eerste bespreking over gehad.
Ik ben er zeker voorstander van, we moeten die aankoop gewoon doen. Het gaat om dual-use, zowel voor civiele doeleinden, bijvoorbeeld bij de bestrijding van branden, als voor militaire doeleinden. Het gaat om gevechtscapaciteit die in heel wat operatiegebieden interessant kan zijn.
In verband met de Civiele Bescherming heb ik goed begrepen dat collega Quintin gisteren in het Parlement zei dat er in feite drie opties zijn. Ofwel wordt er heel fors geïnvesteerd in de Civiele Bescherming, maar daar ontbreken de middelen voor. Ofwel wordt die verdeeld over alle brandweerzones, maar dan is ze volledig versnipperd en rijst de vraag of ze dan nog wel op korte termijn inzetbaar is bij een nationale ramp. Ofwel gaat ze naar Defensie. Dat is een heel interessant debat.
Wat is het standpunt van Defensie? Voor ons kan dat. Het is voor ons absoluut bespreekbaar om de Civiele Bescherming onder te brengen bij Defensie. We hebben genie en we zijn die genie fors aan het uitbouwen. We hebben ook lichte genie. We hebben vroeger ook al lichte genie gehad, dus dat is allemaal niet te zot, het is geen compleet crazy idee. Maar als men dat doet, heeft dat natuurlijk wel bepaalde consequenties. Dan krijgt men ook syndicale vertegenwoordiging en een 200-tal extra personeelsleden. Er zijn ook de basissen van Brasschaat en Crisnée als ik me niet vergis, al ben ik geen absolute expert inzake Civiele Bescherming. Men moet dus wel kijken hoe men dat aanpakt.
Ik zeg daar evenwel geen nee tegen. In verschillende Europese landen zit de Civiele Bescherming onder Defensie, dus dat is voor mij zeker bespreekbaar. Ook dat kadert in de onderhandelingen die lopen over het meerjarenbudget, maar ook in de onderhandelingen over alle mogelijke thema's die daaraan gekoppeld zijn.
Ik heb het antwoord van de heer Quintin uiteraard zeer grondig gelezen. Het antwoord van Defensie is zeker niet principieel nee; we staan zeker open voor dat debat. Als dat de operationaliteit kan verhogen, dan denk ik dat we dat moeten doen. Ik denk dan ook dat we daar de komende dagen een ernstig gesprek over moeten voeren.
Vervolgens lees ik nog kort de rest van het antwoord voor, zodat ik zeker niets vergeet.
De brand in de Hoge Venen heeft opnieuw aangetoond dat Defensie ook in het kader van hulp aan de natie een belangrijke rol vervult wanneer de civiele middelen onder druk komen te staan. Via de bestaande procedures en structuren van de nationale noodplanning stelde Defensie op vraag van de bevoegde civiele autoriteiten geleidelijk tot zes Panthervoertuigen ter beschikking. Daarnaast werden twee bowsertankwagens ter beschikking gesteld voor de brandstofbevoorrading van de ingezette helikopters. Een inzet van de Protercompagnie (Compagnie Territoriale Bescherming) maakte geen deel uit van de hulpvraag.
Monsieur Lacroix, vous m'avez demandé pourquoi la compagnie Proterre n'avait pas été engagée. C'est parce que ce ne fut pas demandé.
De ingezette middelen opereerden altijd onder leiding van de bevoegde civiele autoriteiten. Defensie neemt dus zelf niet de leiding, maar staat onder leiding van de civiele autoriteiten. De inzet kon worden gerealiseerd zonder afbreuk te doen aan de essentiële operationele opdracht van Defensie. Defensie is in dezen een derdelijns responder, na de brandweer en de civiele bescherming. De operationele leiding en algemene coördinatie van de noodhulp berusten bij de civiele overheden en het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Het militaire brandactieplan dat nu wordt ontwikkeld, moet daarom worden gezien als een militaire bijdrage aan een bredere federale aanpak van natuur- en bosbranden, niet als een afzonderlijk initiatief. Het voorstel om samen met de betrokken partners een geïntegreerd actieplan uit te werken, staat momenteel geagendeerd voor behandeling door de ministerraad op vrijdag. In afwachting van die beslissing kan Defensie geen concrete timing voorleggen voor de presentatie van dit plan, maar zoals ik vermeldde, zal dat zeker voor het einde van het jaar gebeuren.
De verdere versterking van de samenwerking tussen de betrokken actoren, waaronder het Nationaal Crisiscentrum, de FOD Binnenlandse Zaken, het Cerac en Defensie, zal logischerwijs deel uitmaken van de geplande werkzaamheden inzake nationale weerbaarheid en crisisvoorbereiding.
Defensie kan, indien gevraagd, verschillende dualusemiddelen inzetten, waaronder pantservoertuigen, waterciternes en zware geniecapaciteiten.
De compagnie Proter, alsook de op te bouwen territoriale reserve, zijn niet specifiek gedimensioneerd voor brandbestrijding, maar kunnen daarbij wel een rol spelen wanneer dat nodig is. De basis van de opmaak van een nationaal noodplan voor de bestrijding van natuurbranden is onder andere een inventaris van de beschikbare militaire middelen. Defensie staat daarvoor in contact met de betrokken diensten.
Zo'n plan moet alle betrokken overheden en niveaus toelaten een duidelijk beeld te hebben van de globale nationale capaciteiten en eventuele lacunes, waarvoor vervolgens een beroep kan worden gedaan op internationale solidariteit en de inzet van interventiemiddelen via internationale mechanismen, zoals UCPM (Union Civil Protection Mechanism) of rescEU. Die vallen onder de verantwoordelijkheid van de FOD Binnenlandse Zaken.
Defensie onderzoekt binnen de bestaande militaire programmatiewet welke dualusemogelijkheden opportuun zijn om ondersteuning aan civiele overheden verder te faciliteren, zoals de aankoop van de H145M-helikopters van Airbus, die het onderwerp zijn van een gezamenlijke aankoop tussen Defensie en de federale politie.
In antwoord op een andere vraag wordt de ontwikkeling rond de A400M-bluskit eveneens opgevolgd door de defensiestaf, al bevindt die technologie zich momenteel nog in een experimentele fase. We zijn er dus nog niet. Er zijn nog experimenten mee aan de gang. De volledige bluskit voor de A400M zullen we kopen als die echt succesvol is, maar dat is totaal nog niet bewezen. De ontwikkeling bevindt zich nog in de oefen- en experimentele fase.
Tegen de zomer van 2027 zullen vier H145M-helikopters uitgerust met Bambi Buckets en ondersteuningsmiddelen in een permanentiesysteem klaarstaan om bij bosbranden snel te worden ingezet. Het vereiste materieel wordt momenteel geleverd en de opleiding van de bemanningen is voorzien.
De NH90 TTH-helikopters worden definitief uit dienst genomen en zullen worden ontmanteld. De uitfasering van de NH90 TTH was al enkele jaren geleden beslist in het kader van de vervanging door de H145M. Het personeel dat belast was met de NH90 TTH-helikopters is inmiddels overgeheveld naar het H145M-programma en is bijgevolg niet langer beschikbaar.
Het dient ook te worden benadrukt dat de NH90 TTH-helikopters niet zomaar klaar in een hangar staan opgeslagen. Na een periode van stilstand zouden aanzienlijke onderhoudswerken, technische controles, certificeringen en herkwalificaties van de bemanningen nodig zijn om ze opnieuw operationeel in te zetten, wat aanzienlijke kosten en doorlooptijden met zich zou meebrengen.
De NH90 NFH-helikopters behouden hun maritieme militaire rol en de toekomstige search-and-rescuehelikopters zullen a priori uitsluitend voor SAR worden aangewend en niet in het kader van brandbestrijding. Dat neemt niet weg dat die helikopters alsnog een rol kunnen spelen tijdens andere rampen, zoals overstromingen. Search and rescue is in de zomer ook nodig, wanneer er veel kinderen aan zee zijn. Ik denk dat als we de SAR-capaciteit in de zomer van de zee weghalen om te gaan blussen in de Ardennen en er twee kinderen verdrinken, ik daar natuurlijk andere vragen over zou krijgen. Als er overstromingen zijn in de winter, is er minder urgentie op zee. Die urgentie is er altijd, maar dat is toch niet hetzelfde als in de zomer. Ik denk dat men dus ook wel wat gezond verstand moet gebruiken.
L'acquisition d'hélicoptères de transport lourd, initialement prévue après 2030, sera avancée afin que la Défense puisse disposer plus rapidement de cette capacité particulièrement utile. Elle répond à une lacune de la force terrestre en matière de mobilité aérienne identifiée par l'OTAN et reprise dans les objectifs capacitaires auxquels la Belgique souscrit. Ces appareils renforceront également notre capacité nationale de lutte contre les feux de forêt. L'engagement des hélicoptères Chinook de la force aérienne irlandaise lors des incendies dans les Hautes-Fagnes a, d'ailleurs, démontré la réelle valeur ajoutée de ce type de plateforme pour la mission de lutte contre les incendies. Le Chinook constitue à cet égard l'une des options envisagées.
Monsieur De Smet, en réponse à votre question portant sur la comparaison entre l'acquisition d'hélicoptères de type Chinook, une location saisonnière ou le recours à un opérateur privé tel qu'Aquarius, il convient de souligner qu'à ce stade, aucune décision n'a été prise quant à la solution qui sera retenue.
Dans le cadre de l'élaboration d'un plan d'action global en matière de lutte contre les feux, différentes options, y compris le recours à des capacités étatiques ou privées, seront analysées et comparées sous les angles opérationnel, budgétaire et capacitaire. L'efficience des coûts constituera naturellement un facteur important dans cette évaluation.
De evaluatie van de inzet tijdens de brand in de Hoge Venen zal onder coördinatie van de FOD Binnenlandse Zaken en samen met de betrokken civiele partners worden georganiseerd binnen de bestaande noodplanningsstructuur. Zolang deze evaluatie niet is afgerond, is het prematuur om definitieve lessen of conclusies te trekken.
Ik stel vast dat de minister van Binnenlandse Zaken het debat over de toekomst van de Civiele Bescherming heeft geopend en overweegt om deze te laten inkantelen in Defensie. Voor een dergelijke integratie kan een logische argumentatie worden opgebouwd. Er zijn inderdaad synergieën mogelijk en er zijn buitenlandse precedenten. Als minister van Defensie ben ik zeker bereid om daar samen met minister Quintin over na te denken, maar uiteindelijk zal de beslissing de komende dagen en weken door de regering worden genomen.
De voorzitter: Collega's, vooraleer ik u het woord verleen, wil ik nog zeggen dat ik daarnet heel meegaand ben geweest wat betreft het toekennen van spreektijd, maar ik zal daar nu wat strikter op toezien.
01.14 Axel Weydts (Vooruit): Dank u, mijnheer de voorzitter. Ik was een van de collega's die over hun spreektijd zijn gegaan. Dat is een terechte opmerking. Ik zal mijn repliek gebruiken om ook een woord van dank te richten aan al wie ter plaatse is geweest, aan al wie geholpen heeft om deze crisis min of meer in te dijken, of ze nu uit het binnenland of uit het buitenland komen, of ze nu van Defensie zijn, van de politie, de brandweer of de Civiele Bescherming, lokale boeren, noem maar op. Iedereen die hieraan heeft meegewerkt wil ik uitvoerig bedanken, uit de grond van mijn hart.
01.15 Kjell Vander Elst (Anders.): Dank u, mijnheer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. Ik ben het met u eens dat het een en-en-enverhaal is: van vrijwilligerskorpsen of vrijwilligerswerk en hulp van de samenleving tot defensiecapaciteit en heavyweight-helikopters. Dan is het cruciaal dat men samenwerkt en coördineert. Ik hoop – ik kan dat uit uw antwoord ook wel afleiden – dat men dit nationaal zal aanpakken en dat er een nationaal gecoördineerde aanpak komt. We mogen niet opnieuw, zoals in het verleden, in silo's gaan werken. We moeten echt met alle veiligheidsdiensten samenzitten en bekijken hoe we dat op de meest efficiënte manier kunnen aanpakken. Zoals hier al gezegd is, zal het niet de laatste keer zijn dat we voor zo'n crisis staan.
Wat nieuw voor mij was, is de inkanteling van de Civiele Bescherming. Daar is misschien wel iets voor te zeggen. De Civiele Bescherming heeft heel wat taken die wel wat lijken op hulp aan de natie, dus ik wil daar voor een stuk in meegaan. U zei ook dat het gekoppeld is aan een aantal andere dossiers. Dat is hoe het gaat in dit land, maar ik hoop dat dat niet leidt tot een nieuwe tapijtenmarkt. Het gaat over de veiligheid van ons land. Ik hoop dat het continu koppelen van dossiers die niets met elkaar te maken hebben, dringend kan stoppen. Men moet op een objectieve en serieuze manier bekijken hoe we dat in de toekomst aanpakken.
Dan heb ik nog een laatste punt. Het gaat over de capaciteiten en de eventuele aankopen. Ik denk dat het verstandig zou zijn dat men een aantal zaken, zeker als het gaat over onze helikopters, naar voren trekt. Ik denk dat dat verstandig zou zijn. Ik heb mij wat ingelezen. Bijvoorbeeld, de Chinook kan tot 7.600 liter water dragen. Dat is heel veel, maar we mogen ons ook niet blindstaren op alleen die hoeveelheid. Daarmee wil ik niet zeggen dat het niet belangrijk is dat men voldoende hoeveelheid kan dragen, maar dat heeft natuurlijk ook impact op de wendbaarheid. We moeten dus niet alleen kijken naar wat men kan dragen. Ik kijk uit naar wat daar de volgende stappen in zullen zijn.
01.16 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Je ne suis pas un flatteur, je vous critique souvent. Mais je pense que votre département et vous-même avez franchement été à la hauteur dans les circonstances tragiques que nous avons connues. Simplement, je voudrais rappeler aujourd'hui que nous avons plaidé sans cesse, durant plusieurs législatures, pour un renforcement de l'aide à la nation. Mme Ludivine Dedonder a même créé la compagnie Proter, composée de 150 militaires, dont le but est de réagir rapidement en soutien des autorités civiles, pour autant qu'elle soit appelée. Je m'interroge, dès lors, fortement sur la responsabilité du gouverneur Hervé Jamar, qui n'a pas sollicité la compagnie Proter. À un moment donné, il va falloir évaluer les gouverneurs sur leurs responsabilités et sur la manière dont ils gèrent les catastrophes.
Par ailleurs, vous avez affirmé, ce qui est particulièrement significatif, que l'aide à la nation doit être renforcée. Je vous félicite car, plus le temps passe en votre qualité de ministre de la Défense, plus vous vous éloignez de la vision de votre prédécesseur, M. Steven Vandeput, qui, lui, s'opposait à cette aide à la nation et a même songé, à un moment donné, à fermer l'hôpital militaire de Neder-Over-Heembeek.
Ensuite, je voudrais souligner l'appui formidable que vous apportez aux volontaires. C'est vrai, les agriculteurs se sont mobilisés. Aujourd'hui, ils s'apprêtent à présenter aux bourgmestres – j'ai d'ailleurs reçu une invitation – le matériel agricole qui peut être mobilisé. Cette présentation aura lieu au mois d'octobre, de manière à ce que l'on puisse toujours compter sur eux. C'est particulièrement révélateur.
Concernant le matériel, que penser des hélicoptères Chinook ou A400M? Nous avons déjà mené une petite expérimentation en utilisant l'A400M en France. Je note simplement qu'un A400M dispose d'une capacité de 20 000 litres, alors que les réservoirs Bambi Bucket ne font que 1 000 litres. La capacité est donc différente celle de l'A400M.
Mais, surtout, monsieur le ministre, maintenez fermement votre ligne de conduite! N'écoutez pas ceux qui prétendent qu'il y a "trop d'État" ou "trop de services publics"! Car les services publics, ce sont aussi nos pompiers, c'est la protection civile, ce sont nos militaires et nos professionnels de santé. Et, en cas de crise, nous avons cruellement besoin de ces personnes. Dès lors, le MR, qui attaque les services publics, en la personne de son président, Georges-Louis Bouchez, qui répète en boucle qu'il y a "trop d'État", porte une lourde responsabilité dans ce qui pourrait se passer prochainement.
01.17 François De Smet (DéFI): Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses, qui sont en effet très complètes.
Je suis heureux de vous entendre rappeler que le lien entre le réchauffement climatique et les incendies est clair. Cela corrige une certaine impression que vous aviez pu donner au début de l'été. Je prends note de votre engagement concernant les hélicoptères pour l'été prochain. Je pense aussi que c'est absolument indispensable.
Il faut, en effet, remercier les Pays-Bas, la France et tous ceux qui nous ont aidés, mais nous ne pouvons pas nous permettre d'être entièrement dépendants des autres, car que se passera-t-il demain si des incendies ou d'autres crises se développent simultanément dans plusieurs pays? C'est d'ailleurs l'hypothèse la plus probable. En outre, comme pour l'ensemble de nos investissements en matière de défense, nous doter de nos propres capacités nous permettra demain d'être, nous aussi, solidaires d'une capacité européenne.
S'agissant de l'articulation entre la protection civile et la Défense, même si nous sommes en seconde ligne, ce qui est normal, nous constatons que cette articulation fonctionne correctement. Le plus important est que nous disposions des outils, du matériel et de la capacité de réaction nécessaires. Peu importe qui achète, pour autant que nous nous accordions sur l'utilisation des moyens. Peu importe la couleur du chat, pourvu qu'il attrape des souris!
01.18 Annick Ponthier (VB): Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoorden. Ondanks alle competentie en inspanningen op het terrein hebben we gezien dat we bij de bestrijding van deze natuurramp voor luchtsteun op een aantal vlakken afhankelijk waren van Nederland en andere internationale partners.
Aandachtspunten in dit hele verhaal zijn ons inziens een overkoepelende aansturing met een duidelijke operationele leiding en een geïntegreerd plan in plaats van de vele plannen die elkaar ongetwijfeld zullen overlappen. Dat lijkt ons uiteraard een betere aanpak. Duidelijke communicatie en aansturing zijn daarbij cruciaal.
Over de opties die door de minister van Binnenlandse Zaken werden voorgesteld, zegt u dat het plan om de Civiele Bescherming binnen Defensie te integreren bespreekbaar is. Dat debat moet voor ons grondig worden gevoerd en vooral uitgaan van het verhogen van de operationaliteit.
U hebt gezegd dat het militair brandactieplan op korte termijn wordt aangekondigd. Laten we daarbij uitgaan van een duidelijke commandostructuur en samenwerking met de civiele diensten, in plaats van aankondigingspolitiek.
Ik zei het al, de inzet van onze militairen en van alle hulpverleners op het terrein verdient alle erkenning en respect. De brand heeft echter ook de grenzen van de voorbereiding door de Belgische overheid nog maar eens blootgelegd. Daarover moeten we niet flauw doen. Een regering die voortdurend communiceert over weerbaarheid, kan niet improviseren zodra het werkelijk brandt. We verwachten daarom op korte termijn een concreet plan, een budget en een tijdschema die op tafel zullen worden gelegd.
Wat ons betreft, moet Defensie focussen op de kerntaken en waar nodig de civiele veiligheid versterken, maar zeker niet vervangen. We blijven, zoals ook in het verleden, gekant tegen een Civiele Bescherming 2.0 door Defensie.
01.19 Kristien Verbelen (VB): Dank voor uw antwoord, mijnheer de minister. Niemand betwist dat Defensie moet bijspringen of ondersteunen in het geval van zware natuurbranden. Ik betwist ook niet dat er mogelijk behoefte is aan zware transporthelikopters. Er is echter een verschil tussen het vaststellen van een militaire behoefte en vervolgens op zoek gaan naar het beste toestel, of eerst een toestel naar voren schuiven of de aankoop ervan versnellen en er daarna argumenten voor zoeken.
Er zijn helikopters besteld. Wie heeft gezegd dat die over de capaciteit beschikken om te blussen? We moeten dus goed weten wat die toestellen kunnen bijdragen en nagaan of er een reëel capaciteitstekort overblijft, voordat we de aankoop naar voren trekken. Als uit een objectieve militaire analyse blijkt dat die aankoop nog steeds nodig is, dan is dat prima.
Ik denk echter dat het ook belangrijk is om Europese alternatieven te bekijken. Het feit dat de Chinook iconisch is, is geen zwaar argument. Misschien is een samenwerking met andere internationale partners een betere optie. We spreken voortdurend over Europese strategische autonomie. Die ambitie zal ook nu van groot belang zijn.
01.20 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses précises. Nous connaissons évidemment, j’insiste là-dessus, votre volonté d’aider la Nation. Un peu comme les scouts, vous êtes toujours prêt à aider grâce aux services de la Défense.
Mais j’insister aussi sur la nécessité d'une meilleure connaissance des services de l'Intérieur. Quand je dis "de l'Intérieur", je pense au niveau fédéral, mais également au niveau local. Nous savons en effet que des véhicules chenillés auraient pu être utilisés et qui étaient disponibles. Des camions-citernes d’une capacité importante auraient aussi pu être requis. Or ils ne l’ont pas été. Il faudrait, dès lors, une meilleure coordination et une meilleure connaissance du matériel disponible au sein de la Défense pour aider la Nation, le cas échéant.
Je rappelle également que les partenaires extérieurs – français, néerlandais et autres – ont apporté leur aide, mais qu'on peut évidemment aussi les requérir plus rapidement, le cas échéant.
Le matériel H45, pour le citer, est commandé. Il faudrait pouvoir rapidement l'équiper des kits et, surtout, entraîner suffisamment les équipes.
Nous avons entendu que l'achat d'appareils Chinook était prévu, mais au détriment de quoi? Attention à ne pas déforcer non plus l'Armée de terre, appelée désormais la Force terrestre. Il faut y rester attentif.
J'insiste de même sur la nécessité de privilégier les investissements dual-use, qui permettent de faire du one-shot et même de diriger plusieurs opérations avec le même matériel. Réfléchissons aussi sérieusement à l'équipement du A400M avec des kits. Certains éléments qui ont été présentés par les Français pourraient aussi être employés ici. Je vous remercie.
01.21 Luc Frank (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre. J'aborderai deux aspects. Premièrement, le dual-use me paraît important. Il est en effet judicieux de pouvoir recourir à du matériel dans deux secteurs différents, mais il faut quand même faire attention. Que la Défense ait apporté son aide et, pour ainsi dire, joué le pompier pour soutenir le civil, c'est très bien. Néanmoins, il convient également de veiller à ce que l'armée puisse accomplir ses missions. C'est essentiel. N'oublions pas d'investir aussi dans le civil.
Deuxièmement, s'agissant de la possible intégration de la Protection civile dans la Défense, j'ai entendu votre réponse. Vous vous montrez ouvert à, au moins, étudier la question. Je crois que c'est une bonne chose, et nous vous soutenons dans cette démarche. Je vous remercie.
01.22 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik vond de tweet waarin u sprak over leef en geniet van je zwembad van enorme wereldvreemdheid getuigen. U hebt er hier nu ook naar verwezen. U zegt dat het toen twee dagen warm was en dat niemand kon weten dat het twee maanden warm ging zijn. Dat antwoord getuigt voor mij ook van wereldvreemdheid. U zegt dat het twee dagen warm was. De hittegolf was twee dagen bezig. Het was al verschillende dagen warm. De voorbije jaren hebben ons geleerd dat zo'n hittegolf niet niks is, dat het alleen maar meer en meer wordt. Dat getuigt van een wereldvreemdheid die ik niet kan volgen.
U spreekt ook van een dure wake-upcall. Dat is zo, maar het is al wel meer dan 50 jaar aan de gang. Al meer dan 50 jaar hebben we op regelmatige basis dergelijke wake-upcalls. Ze worden frequenter, dat is waar. We zijn de zomer ingegaan met een herdenking voor de slachtoffers die gevallen zijn bij de waterbom van de Vesder vijf jaar geleden. Dat was ook een ramp met een gigantische menselijke tol en ook met een gigantische financiële tol. Hoeveel wake-upcalls hebben we nog nodig voordat we echt werk maken van een deftig klimaatbeleid? Het is mij toch nog een raadsel.
Ik hoop dat dit door de regering echt wel ervaren wordt als een wake-upcall. Dan zult u aan ons ook een partner hebben om daar werk van te maken. Op deze manier gaan we er echter absoluut niet komen.
Dan kom ik aan het inschakelen van vrijwilligers. U hebt gelijk, de solidariteit tussen Belgen is enorm. Daar geloof ik ook absoluut in. Het is wel aan de overheid om die vrijwilligers te hulp te komen, om daarop voorbereid te zijn, te coördineren en materieel te hebben. Daar is het fout gelopen. Er waren vrijwilligers, maar ze wisten vaak niet wat ze moesten doen.
Ik ben die vrijwilligers en hulpverleners heel dankbaar. Het is de regering die steken heeft laten vallen, door met plannen te komen na de hittegolven, na de branden, terwijl er op voorhand in verschillende rapporten al gewaarschuwd werd dat meer en meer natuurbranden zouden uitbreken.
Neem uw verantwoordelijkheid en maak er alstublieft zo snel mogelijk werk van.
01.23 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik wil de minister danken voor zijn antwoord, maar ik wil nog twee aandachtspunten herhalen.
Ten eerste is dual-use heel belangrijk. Dit moet absoluut verder worden uitgerold. Als we hogere defensie-uitgaven willen legitimeren, dan is dual-use een belangrijk element. Ten tweede is er de Europese samenwerking. Het is goed dat we van elkaar leren. Natuurbranden en bosbranden vormen een uitdaging voor veel Europese landen. We moeten goed van elkaar leren en materiaal uitwisselen. De A400 is daar een mooi voorbeeld van. Ik hoop, mijnheer de minister, dat die samenwerking inderdaad verder wordt uitgerold en dat we op die manier deze natuurrampen efficiënt kunnen bestrijden.
01.24 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, il y aurait beaucoup de choses à dire à propos de vos réponses, mais je me focaliserai sur deux points. Le premier, c'est qu'on essaie de trouver des solutions pour la Protection civile, mais que celle-ci déplore avant tout un manque de moyens et de personnel. C'est le directeur, Nicolas Tuts, qui le dit. Il pointe également la réforme de 2017 en déclarant: "Lorsqu'elle est entrée en vigueur en 2019, il y avait six unités de commandement. Il n'y en a plus que deux. Et alors que nous étions encore 420 à l'époque, nous sommes à peine plus de la moitié aujourd'hui".
Il n'est donc pas répondu à cette question-là: quels moyens dégagera-t-on pour la Protection civile? En revanche, on préfère discuter de l'intégration ici ou là de la Protection, éventuellement dans la Défense. Quelle est cette logique? Quand la police sera désinvestie, l'intégrera-t-on aussi dans la Défense, parce que c'est là qu'on injecte les milliards? C'est absurde! Voilà un service dans lequel on a désinvesti et fait des économies: c'est une politique consciente qui est ici mise en œuvre. À présent, on joue les sauveurs en déclarant qu'on l'intégrera ici ou là. Ce raisonnement n'est pas logique.
Deuxième point, vous avez parlé des Chinook, en indiquant que c'était un très bon choix. Je vous ai, quant à moi, posé une question simple: sur la base de quelle étude déterminez-vous que c'est un très bon choix, que c'est même le meilleur choix pour répondre à nos besoins en termes d'incendie? Une étude l'établit-elle? A-t-on discuté avec les experts ou avec la Protection civile? Est-ce ce dont ils ont besoin? Sur le site de la société, je lis que, depuis les années 1960, le CH-47 Chinook contribue à aider les combattants à gagner les guerres. Je ne lis pas qu'il contribue à aider les pompiers à combattre des incendies. À un moment donné, il faudrait m'expliquer pourquoi cet hélicoptère serait meilleur que les autres.
En Australie, ils utilisent des Chinook pour la protection civile, mais après en avoir transformé la structure, en y intégrant des tubes qui projettent de l'eau avec plus de précision, etc. L'avion destiné à la guerre n'était donc pas adapté à la lutte contre les incendies.
Expliquez-nous et prouvez-nous dès lors qu'il s'agit du meilleur outil, à travers une étude et non pas seulement avec des avis.
01.25 Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb nog drie slotbemerkingen, als u mij toestaat.
Ten eerste, ik denk dat ik namens de hele commissie spreek wanneer ik mijn waardering en appreciatie uitdruk voor de grote solidariteit en inzet van vele diensten, organisaties en mensen om die brand te bestrijden, in het bijzonder voor de actieve rol die onze mannen en vrouwen van Defensie daarin hebben gespeeld.
Ten tweede, ik denk dat bij iedereen het besef groeit... Mijnheer Aerts, u zegt dat we veel te laat waren. Als ik uw verhaal mag geloven, is het nu ook noodzakelijk om de branden van de toekomst te vermijden. Ik denk dat het met het oog op de proactiviteit van belang is om onze capaciteit op dat vlak op te schalen. Ik reken erop dat de regering op korte termijn een aantal beslissingen neemt. U hebt zelf gesproken over een aantal capaciteiten in het kader van luchtbrandbestrijding, als ik het zo mag formuleren. Ik denk dat dat een goede zaak is en ik nodig de regering uit om die beslissingen op korte termijn te nemen.
Ten derde moeten we bekijken welke rol nu het beste is voor de Civiele Bescherming en in welke mate die geïntegreerd en ingekanteld kan worden in Defensie. Dat lijkt me een waardevolle piste die toch wel verregaand onderzoek vereist. Ik denk dat Defensie dan misschien wel de eerste lijn wordt, terwijl men bij aanvang zei dat Defensie altijd ter ondersteuning werkt. Als de Civiele Bescherming wordt ingekanteld, wordt Defensie immers een stuk eerste lijn, ook al werkt ze in tweede lijn ten opzichte van de brandweer. Dat is alleszins een interessant thema, waar wij als partij voor openstaan om dat verder te onderzoeken. Ik ga ervan uit dat dat voer is voor verdere bespreking, ook in deze commissie.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Collega's, we vatten nu, nog voor de middagpauze, het volgende actualiteitsdebat aan. Ik stel voor dat we na het volgende actualiteitsdebat een korte break houden en bepalen op welk uur we de vergadering hervatten.
02.01 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, het belang van het sociaal akkoord hoeft mijns inziens niet onderstreept te worden. We kunnen zeer veel materiaal kopen, maar zonder gemotiveerd personeel om dat materiaal te bedienen, is de krijgsmacht niets waard. Deze regering voert uit wat al decennialang gevraagd wordt door militairen en verschillende vakorganisaties. Is het voor de volle 100 % perfect? Nee, er is altijd mogelijkheid tot verbetering.
Ik ben echter van het principe progress above perfection en dit is absoluut duidelijk progress, dat hoor ik ook van de mensen op het terrein en dat verneem ik via mijn gesprekken met militairen. Velen van hen kijken reikhalzend uit naar de uitvoering van die maatregelen. Het zou er nog aan ontbreken ook, want ze hebben dit meer dan verdiend. Dit is dus absoluut een zeer eerbaar akkoord en ik vind het dan ook bijzonder moedig dat de grootste militaire vakbond, ACMP, eigenlijk van bij het begin zijn steun heeft uitgesproken voor dit sociaal akkoord. Dat is een moedige houding en dat mag ook eens gezegd worden hier in het Parlement.
Mijnheer de minister, nu is het echter tijd voor boter bij de vis. Men wacht al ettelijke jaren op een verbetering van het sociaal statuut. De enige terughoudendheid van het personeel van defensie vloeit voort uit de vraag of het er effectief zal doorkomen en vanaf wanneer. Daarom noem ik dit het moment van boter bij de vis.
Ik heb ook een aantal heel specifieke vragen. Een aantal burgers die bij defensie werken hebben ons gecontacteerd in verband met de verwijderingtoelagen. Die zijn al verworven en begin deze zomer ook al voor de eerste keer uitbetaald. Indien militairen ver van de plaats van tewerkstelling wonen, kunnen ze daar een vergoeding voor krijgen, naar rato van het aantal kilometers. Er werd reeds lang naar de verwijderingstoelagen gevraagd, maar blijkbaar is die regeling niet van toepassing op de burgers die bij defensie werken. Klopt dat? Indien ja, kunnen we iets doen voor het burgerpersoneel? Het valt immers moeilijk uit te leggen dat een burger en een militair die in dezelfde kazerne werken en er even ver van wonen niet allebei recht hebben op de verwijderingstoelage. Klopt het dat burgers daar geen recht op hebben? Kan dat veranderd worden?
Klopt het dat er een aantal wijzigingen werden aangebracht aan het uiteindelijke sociaal akkoord dat de regering deze zomer heeft goedgekeurd, ten opzicht het initieel in het Parlement voorgestelde akkoord?
Wat de extra verlofdagen betreft, die zouden pas vanaf de leeftijd van 59 jaar toegekend worden in plaats van vanaf 56 jaar. Ook het aantal extra verlofdagen zou zijn verminderd ten opzichte van het initiële voorstel. Klopt dat, of is dat te categoriseren als fakenieuws?
Is dit nu het allesomvattende akkoord of zijn er nog een aantal onderdelen van het principeakkoord, dat al enige tijd geleden is gesloten, die een apart traject volgen, met aparte teksten die aan het Parlement zullen worden voorgelegd?
Zal de timing van begin 2027 nog steeds haalbaar zijn? Zo ja, wanneer mogen wij de wetteksten daaromtrent in het Parlement verwachten?
Ik wil u danken.
02.02 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, de laatste keer dat dit dossier op de agenda stond, was tijdens de laatste commissievergadering, op 17 juli, net voor het reces. We waren allemaal moe, u ook, en u hebt er toen voor gekozen om nagenoeg niet te antwoorden op de gedetailleerde vragen die we stelden. U hield het bij een aankondiging van de goedkeuring van het sociaal voorstel op het kernkabinet van vrijdag 17 juli. Dat is uiteindelijk goedgekeurd in de nacht van vrijdag 17 op zaterdag 18 juli.
Ik zou u nu, enige tijd later, de volgende vragen willen stellen. Wat is op dit moment de precieze stand van zaken van dat sociaal akkoord?
Waren er op 18 juli een aantal onderdelen waarover nog geen akkoord was bereikt, en welke waren dat dan? Zijn er extra budgettaire, juridische of inhoudelijke bezwaren of voorwaarden geformuleerd?
Kunt u, net zoals de heer Weydts vraagt, nog altijd garanderen dat alle geplande maatregelen op 1 januari 2027 in werking zullen treden? Zo niet, welke maatregelen eventueel niet?
Wat is de stand van zaken van de dossiers die volgens uw laatste antwoord nog in de conceptuele fase zitten of zaten? Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de toelagen voor militaire knelpuntberoepen, de inkomensgarantie bij definitieve lichamelijke ongeschiktheid en de aanpassing van de weddeschalen aan het einde van de loopbaan.
Wat is op dit moment de geraamde budgettaire weerslag van dat sociaal akkoord?
Er is al verwezen naar de goedkeuring door de grootste militaire vakbond, ACMP. Die vakbond spreekt ook maar over de goedkeuring van het overgrote deel van een aantal maatregelen of onderdelen van het akkoord. Hij benadrukt dat veel onderdelen nog moeten worden uitgevoerd. De pensioenleeftijd van 56 jaar voor militairen heeft jarenlang een sociaal tegengewicht geboden voor de permanente beschikbaarheid van militairen, ook voor lange prestaties, voor woon-werkafstanden die immens kunnen zijn en uiteraard ook voor de fysieke en mentale belasting van militairen.
Die regeling verdwijnt door de pensioenhervorming van deze regering. Daar moeten dan ook volwaardige compensaties tegenover staan. Ik wil dan ook nog eens benadrukken dat langer werken, in casu elf jaar langer werken, voor een lager pensioen niet kan worden weggemasseerd met die weliswaar broodnodige toelagen die op dit moment worden toegekend.
Ik stel u dus opnieuw de gedetailleerde vragen van vorige keer. Blijven de Opstoelagen van veertien maandwedden, de hogere vergoedingen voor oefeningen en operaties, de verwijderingstoelagen, de rimpeldagen, het tijdskrediet en de loopbaanbuffers integraal behouden? U weet dat die verwijderingstoelagen op een nogal afgezwakte manier zijn goedgekeurd.
Blijft de Opstoelage ook volgens geboortejaar gespreid tot 2038? Welke overgangsregeling geldt er exact per geboortejaar? Ik zou u dat graag eens horen opsommen. Welke bescherming krijgen militairen die dicht bij hun pensioen staan, middenkaders en militairen die op basis van hun diploma werden aangeworven?
Wordt de loopbaantoelage in de wedde geïntegreerd? Zo niet, wat is de impact daarvan op het pensioen?
Wat gebeurt er met de resterende eisen rond beroepsziekten, arbeidsongevallen en welzijnsrechten?
Wat is de timing per maatregel die u op dit moment vooropstelt?
02.03 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, het klopt wat collega Ponthier zegt. We hebben u die vraag net voor het reces gesteld. U hebt toen aangekondigd dat u hoopte een akkoord te krijgen in de ministerraad. Dat is u gelukt. Daarmee zijn de langverwachte tegemoetkomingen voor het defensiepersoneel voor een stuk bevestigd, wat absoluut een goede zaak is.
Hun inzet moet eindelijk beloond worden. Als we kijken naar de pensioenhervorming voor de militairen, waarbij eigenlijk sprake was van een achterafbetaling voor al het werk dat ze gedurende hun loopbaan hebben verricht en waarvoor ze niet werden vergoed – dat mogen we toch niet vergeten, dan is het logisch dat het statuut van de militair met een aantal maatregelen de 21ste eeuw wordt binnengeloodst.
Mijn vragen zijn heel eenvoudig en duidelijk. Iedereen hier wacht op een gedetailleerd overzicht van alle maatregelen die in het sociaal akkoord staan en die door de ministerraad zijn bevestigd. Dan heb ik het inderdaad over de verwijderingstoelagen, waarvoor de afstand al van 20 naar 40 kilometer is gegaan, de ops-toelagen, de rimpeldagen en de pensioenimpact voor militairen van het begin van de jaren ‘70. Daarover bestaat nog altijd enige onduidelijkheid.
Klopt uw timing nog? U hebt altijd gezegd dat die maatregelen zullen ingaan op het moment waarop de pensioenhervorming ingaat, namelijk op 1 januari 2027. Vooralsnog hebben we geen enkele wetgevende tekst gezien. Zult u erin slagen om de maatregelen waarvoor wetgevende teksten nodig zijn voor het einde van het jaar door het Parlement te krijgen? Bent u al bezig de goedgekeurde maatregelen om te zetten in wetteksten? Zo ja, wanneer mogen we die verwachten?
Ik kijk uit naar uw antwoorden, en met mij heel veel militairen.
02.04 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, concernant ce que vous appelez l'accord social, vous savez que je ne vous lâche pas.
Le 1er juillet, je vous interrogeais à nouveau sur ce “plan social", qui à mon sens, tente de camoufler finalement les conséquences politiques de l'Arizona, notamment sur la carrière de celles et ceux dont la mission est parfois, au péril de leur vie, d'assurer notre sécurité. Nous en parlions dans le débat précédent. Et vous me répondiez alors qu'une renégociation avec les syndicats n'était pas du tout une option puisque ce plan n'a été accepté que par une des quatre organisations syndicales. Mais vous considériez que cela suffisait puisqu'il s'agissait, selon vous, de l'organisation syndicale la plus importante. Le dossier devait alors être examiné en Conseil des ministres le 3 juillet 2026.
Par ailleurs, vous m'indiquiez, et je vous cite: “Certains dossiers sont encore au stade conceptuel, comme l'allocation pour les métiers militaires en pénurie, la garantie de revenus en cas d'inaptitude physique définitive ou encore les échelles de traitement adaptées pour les fins de carrière”.
Monsieur le ministre, pouvez-vous donc à nouveau me faire le point sur ces dossiers, sur l'agenda et sur le budget que vous comptez dégager à ce propos? Quelle est la liste précise des dossiers qui sont au stade conceptuel? À l'heure actuelle, combien de militaires sont toujours dans l'inconnu concernant le calcul de leur pension? Par ailleurs, dans un contexte où votre collègue de l'Intérieur, le ministre MR M. Quintin, veut toujours plus de militaires dans les rues plutôt que de s'occuper du renforcement de la police fédérale, où en êtes-vous dans ce dossier? Pouvez-vous également m'indiquer quand vous allez rencontrer, je l'espère, les organisations syndicales afin d'essayer de parvenir, comme l'aurait dit un de vos prédécesseurs au Budget, à un grand accord?
02.05 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, er gaat meer budget dan ooit naar Defensie. De militairen hebben echter nog altijd het gevoel dat zij er bekaaid van afkomen. Ik hoor dus blijkbaar andere stemmen dan de heer Weydts. Ik hoor vooral veel onvrede. Ik begrijp dat ook. De militairen zorgen voor de veiligheid van iedereen. Van alle veiligheidsberoepen zijn de militairen echter het slechtst bedeeld. Zowel qua werkomstandigheden als qua loon zitten zij aan de onderkant van alle veiligheidsberoepen.
Dat valt vandaag nog meer op omdat de beslissing is genomen om militairen te laten patrouilleren en binnenlandse bewakingsopdrachten te laten uitvoeren. Zij doen dat vaak samen met privébewakingsagenten om de kazernes te beschermen en met politieagenten in de Belgische straten.
Het verschil valt dan op, want zij blijken dezelfde taken uit te voeren en dezelfde verantwoordelijkheden te hebben, maar moeten wel meer uren op straat blijven staan, krijgen daarvoor minder recuperatieverlof, hebben minder pensioen en hebben tegelijkertijd een lager loon. Zij doen nochtans dezelfde taken. Ik begrijp dus dat dat heel hard frustreert.
Het was uw ambitie om dat recht te trekken. Ik hoor dat het akkoord over het sociaal statuut van de militair met een van de vier vakbonden op verschillende punten door de regering is teruggeschroefd. Ik denk dan aan de rimpeldagen die op het einde van de carrière, als ik goed ben geïnformeerd, een half jaar langer werken betekenen voor de militair. Ook denk ik aan de verwijderingstoelagen waarvoor minder militairen in aanmerking komen.
Ik ben dus heel benieuwd naar de wijzigingen die de regering nog aan die oorspronkelijke teksten heeft aangebracht.
Kunt u daar meer details over geven? Wat zijn die wijzigingen?
De leden hebben ook naar het volgende gevraagd: raakt u nog rond met het dossier tegen 1 januari 2027? Welke budgetten voorziet u daarvoor?
Is er over die gewijzigde teksten ook nog overleg met de vakbonden gepland?
02.06 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, dans cet accord social, il subsiste selon nous un point qu'il ne faut pas perdre de vue. Je rappelle que le gouvernement Arizona investira plusieurs milliards d'euros dans l'armement au cours des prochaines années. Cependant, en raison de la réforme des pensions, nos militaires devront travailler plus longtemps pour percevoir une pension moins élevée.
Le 17 juillet dernier, le Conseil des ministres a approuvé en première lecture une grande partie des mesures prévues par l'accord social pour la Défense. Dans le même temps, certains points font encore l'objet de discussions et plusieurs mesures doivent encore être mises en œuvre.
Dès lors, monsieur le ministre, quelles mesures entreront effectivement en vigueur au 1er janvier 2027 et quelles sont celles qui doivent encore être précisées ou développées d'ici-là? Le congé de fin de carrière pouvait initialement être pris à partir de 56 ans, mais cette limite a été relevée à 59 ans. Quelles sont les raisons de ce relèvement? Il était également prévu, à l'origine, d'octroyer huit heures de récupération supplémentaires après 30 jours d'absence du domicile. Cette compensation a-t-elle été supprimée? Pourquoi cette mesure a-t-elle été revue à la baisse?
Enfin, s'agissant de la compensation pouvant atteindre l'équivalent de 14 mois de traitement sur l'ensemble de la carrière au titre de l'engagement opérationnel, pourquoi ne pourrait-elle pas, comme le demande le Franc syndical 2.0, être accordée également sous forme de temps libre?
02.07 Darya Safai (N-VA): Deze regering doet wat onze militairen al jaren vragen. Met de opstart van het formeel sociaal overleg zet de minister een eerste stap om van intenties en concrete inhoud tot een wetsontwerp te komen.
Het sociaal overleg is essentieel om samen met de vakorganisaties tot evenwichtige en gedragen oplossingen te komen voor het personeel van defensie. Het kernkabinet van de federale regering bereikte in juli een akkoord over het langverwachte sociaal akkoord voor defensie, waarna de ministerraad op 17 juli een overgrote meerderheid van de maatregelen in eerste lezing goedkeurde.
Voor het personeel is onder meer sprake van toelagen en compensaties tijdens oefeningen en operaties, de verhoging van de vergoedingen voor weekendprestaties, toelagen voor oproepbaarheid, functietoelagen, tijdskredietmaatregelen, initiatieven rond werkbaar werk en loopbaanperspectieven aan het einde van de carrière. Onze militairen zullen eindelijk correct worden vergoed voor hun diensten.
Mijnheer de minister, wat is de verdere aanpak en welke timing heeft u voor de implementatie? Ik wil dat graag weten, want onze militairen rekenen daarop.
02.08 Koen Van den Heuvel (cd&v): Nog enkele aanvullingen vanuit onze fractie. We weten allemaal dat we heel veel investeren in extra militair materieel. Dat is heel belangrijk. Zoals in het regeerakkoord staat, vormt het personeel het hart van onze defensie. Die extra investeringen in materieel komen pas echt tot leven en kunnen pas worden aangewend wanneer ook gemotiveerde militairen ermee kunnen omgaan.
We hechten heel veel belang aan het sociaal overleg. Daarom hebben we altijd gepleit voor een evenwichtig, redelijk en billijk sociaal akkoord. Er liggen natuurlijk heel wat uitdagingen op tafel. Aan het begin van de zomer hebben we gezien dat het voorliggende akkoord in onze ogen evenwichtig en verdedigbaar was, met de erkenning van de militaire specificiteit, een verhoging van de lonen, een operatiepremie die zowel in geld als in tijd kon worden opgenomen, extra rimpeldagen en extra compensaties. Voor ons was dat dus een evenwichtig akkoord.
We hebben daarom nog een belangrijke vraag, mijnheer de minister. Met rasse schreden nadert 1 januari 2027. Is die datum nog haalbaar voor de implementatie?
02.09 Minister Theo Francken: Ik bekijk het parlementaire debat over het sociaal akkoord altijd met argusogen, omdat hier heel zware woorden zijn gevallen over hoe slecht we met deze regering en met deze meerderheid het personeel van defensie zouden behandelen. Er zijn vanuit bepaalde oppositiepartijen heel zware woorden gevallen. We zouden de militairen in de steek laten, militairen zouden niet meer voor defensie kiezen, veel mensen zouden vertrekken, Defensie zou niet meer aantrekkelijk zijn, er zouden massaal mensen vertrekken omdat ze langer moeten werken, we zouden niet luisteren naar de vakorganisaties, we zouden het overleg niet respecteren en de militairen zouden superontevreden zijn. Ik hoor dat vandaag opnieuw. Er zijn parlementsleden met zodanig veel militaire contacten dat ze kunnen concluderen dat dé militair vol onvrede en frustratie zit over het sociaal akkoord en de manier waarop de regering en de staf dé militair behandelt.
Ik heb als minister van Defensie een heel andere perceptie. Ik denk dat ik me op een bevoorrechte positie bevind om te weten wat er leeft bij onze militairen. Daarvoor krijg ik voldoende informatie binnen langs alle mogelijke kanalen, ook rechtstreeks uiteraard. Er zijn heel veel militairen die mij contacteren. Ik ben nogal snel contacteerbaar en toegankelijk. Ik probeer ook altijd te antwoorden als ze me vragen stellen. Er lijkt precies een soort parallelle wereld te bestaan. De oppositie zegt dat het allemaal op niets trekt, dat de militairen gigantisch gefrustreerd en kwaad zijn, dat ze allemaal massaal het leger uitgaan en dat niemand nog bij defensie wil werken. Dan is er mijn perceptie, die helemaal anders is, en dan zijn er ook de cijfers. Er waren 16.000 nieuwe rekruten vorig jaar, een absoluut record. Er is 1,7 % attritie na de pensioenhervorming, na de beslissing om langer te werken. Dat is niet veel, 1,7 %. In de privésector is het meer dan 10 %. Meer dan 10 % van de mensen in de privésector vertrekken van hun job. Bij defensie is dat vrijwel niemand. Dat was daarvoor niet zo en dat is nu nog altijd niet zo.
Dus al die onheilsberichten, al die zware woorden die hier de afgelopen anderhalf jaar zijn geuit, zijn gewoon niet waar. Die voorspellingen komen niet uit. Tot nu toe. Dat kan altijd veranderen, men weet dat nooit. Maar op dit moment is defensie sexy as hell en is het niet zo dat er gigantisch veel militairen plots weggaan omdat ze niet tevreden zijn dat ze langer moeten werken. Dat is niet zo. Ik weet dat u hoopt dat het zo was geweest, want dan waren uw voorspellingen uitgekomen. Ik kan u zeggen dat die voorspellingen niet zijn uitgekomen. Integendeel zelfs, er gaan alleen maar meer en meer mensen aan de slag bij defensie, terwijl ze weten dat ze zullen moeten werken zoals iedereen, dat de loopbaan langer is en dat ze niet meer op 56 jaar met pensioen kunnen gaan. Dat is toch heel bizar en vreemd, maar ook interessant.
De federale regering heeft met de goedkeuring in eerste lezing door de ministerraad op 18 juli 2026 een belangrijke stap gezet in de uitvoering van het sociaal akkoord voor defensie. Het akkoord heeft als doel militairen correct te vergoeden voor hun operationele inzet, de specifieke belasting van het beroep en de gevolgen van de verlenging van de loopbaan.
Bepaalde maatregelen zijn al gerealiseerd. Zo wordt de forfaitaire verwijderingstoelage sinds 1 juni 2026 toegekend aan militairen. Bij het burgerpersoneel zouden momenteel ongeveer 1.000 burgers in aanmerking kunnen komen. Zij hebben daar nu inderdaad geen recht op, mijnheer Weydts. Er wordt nu onderzocht onder welke voorwaarden een gelijkaardige regeling kan worden ingevoerd. We zijn bezig met de uitwerking van een CaMo+-statuut, waarin dit mogelijks zou worden opgenomen.
Men moet evenwel oppassen een volledige parallel te trekken tussen de verwijderingsvergoeding voor militairen en die voor burgers. Militairen krijgen een mutatie opgelegd, burgers niet. In die zin is dat toch niet helemaal hetzelfde. Een van de redenen om de verwijderingstoelage te geven, was dat een militair verplicht wordt om plots naar de kazerne in Aarlen te gaan, terwijl zijn gezin ondertussen in Ieper woont, waar hij jarenlang in de kazerne heeft gewerkt. Ineens moet hij dan naar Leopoldsburg of ergens anders. Het is toch maar logisch dat er daarvoor een soort van compensatie komt naast de kilometervergoeding. Dat is bij burgers niet het geval. Ik weet dat de burgers vragen om die twee volledig parallel te trekken, maar we moeten dat debat helemaal op dezelfde leest schoeien. Anders zijn we appels met peren aan het vergelijken.
Bij de uitwerking van de verwijderingstoelage werd rekening gehouden met een gemiddelde woon-werkafstand van ongeveer 50 kilometer voor de militairen. Tegen die achtergrond werd gekozen voor een afstandsvoorwaarde van 40 kilometer. Daarbij werd ook rekening gehouden met het feit dat de laatste kilometers naar sommige militaire kwartieren vaak bijzonder tijdsintensief zijn door hun ligging en de beperkte bereikbaarheid met het openbaar vervoer.
In het akkoord stond 20 kilometer en dat is nu 40 kilometer geworden. Ik vind dat heel spijtig, maar dat heeft de regering zo beslist. Ik ben niet alleen in de regering. Soms moet men op het einde toch nog compromissen aanvaarden. Dat is ook met het sociaal akkoord gebeurd over de rimpeldagen. Ik heb het nooit anders geweten. Als ik het helemaal alleen voor het zeggen had, dan was dat niet gebeurd. Er zijn andere partijen die soms andere meningen hebben. De regering moet de maatregelen uiteindelijk goedkeuren. In die zin wordt er altijd over onderhandeld in de finale fase, ook nog na de syndicale onderhandelingen en alle etappes die daar worden gerespecteerd.
Vervolgens werd het recht op maaltijdcheques vanaf augustus 2026 uitgebreid naar kandidaat-militairen, aalmoezeniers en moreel consulenten. Een verhoging van het bedrag van de maaltijdcheques is voorbereid, maar er wordt nog gewacht op een soortgelijk initiatief voor het federaal openbaar ambt. Het bedrag van de maaltijdcheques is nog niet verhoogd. In deze commissie is altijd gezegd dat de verhoging van de maaltijdcheques voor de federale ambtenaren daarvoor een voorwaarde is. Het lijkt me maar logisch dat we het bedrag van de maaltijdcheques niet alleen voor militairen verhogen. Dat is trouwens nog nooit gebeurd. We zullen dat alleen maar doen als dat bedrag ook voor het federaal openbaar ambt wordt verhoogd. Dat ligt op tafel, maar het kost best veel geld. De begrotingsdiscussies zijn bezig. Mevrouw Matz is daarmee bezig. We zullen zien wat mogelijk is. We hebben niet veel luxe in onze budgetbesteding, dus we zullen zien of dat finaal lukt. Dat is alleszins gekoppeld.
De ontwerpteksten over het gespaarde en forfaitaire compensatiekrediet, het belangrijkste onderdeel van het sociaal akkoord, bevatten een reeks belangrijke maatregelen. Vooreerst zullen militairen voor elk uur worden vergoed tijdens operaties en oefeningen, waarbij de invoering van een compenserende operationaliteitstoelage tot doel heeft de laatste vier uur van een prestatie van 24 uur te compenseren. Daarnaast komt er een verhoging van de vergoedingen voor weekendprestaties, terugroepbaarheid en uithuizigheid. Er wordt eveneens een forfaitair compensatiekrediet toegekend op basis van al gepresteerde dienstjaren. Vervolgens kunnen militairen voortaan niet-opgenomen verlofdagen, overuren en andere compensaties opsparen, die later kunnen worden opgenomen of uitbetaald. Er worden extra vakantiedagen toegekend vanaf de leeftijd van 59 jaar. Ten slotte wordt voor militairen die tijdelijk een hogere functie uitoefenen een functietoelage ingevoerd of verhoogd.
Ten opzichte van de oorspronkelijke voorstellen werden enkele kleine aanpassingen doorgevoerd. Het extra verlof wordt toegekend vanaf 59 jaar in plaats van vanaf 56 jaar. Daarentegen zal het forfaitaire compensatiekrediet worden verleend aan alle militairen die op 1 januari 2027 in werkelijke dienst zijn, terwijl dit oorspronkelijk beperkt was tot bepaalde cohorten. Behalve de uitbetalingsmodaliteiten werden verder geen wijzigingen aangebracht aan de operationaliteitstoelagen.
Voor de overgangscohorten 71 tot 73 zijn de volgende maatregelen voorzien: cohort 71 krijgt 100 dagen forfaitair compensatiekrediet en 3,5 maandwedden aan operationaliteitstoelagen. Cohort 72 krijgt 150 dagen forfaitair compensatiekrediet en 7 maandwedden aan operationaliteitstoelagen. Cohort 73 krijgt 200 dagen forfaitair compensatiekrediet en 10,5 maandwedden aan operationaliteitstoelagen. Deze militairen kunnen hun operationaliteitstoelagen geheel of gedeeltelijk omzetten in tijd. Vanaf de cohorten van 1974 kan alleen het forfaitair en het gespaarde compensatiekrediet in tijd worden opgenomen. Militairen die op diploma werden aangeworven, vallen onder diezelfde regeling en ontvangen geen bijkomende specifieke compensaties.
Deze ontwerpteksten bevinden zich momenteel voor advies bij de Raad van State, die uiteindelijk op 22 september 2026 advies zal uitbrengen. Dat is volgende week. Ik hoop dat het advies deze week al komt. Vervolgens worden de teksten opnieuw voorgelegd aan de ministerraad en dan aan het Parlement. De vraag of dat voor 1 januari zal lukken, hangt dus van u af. Ik zal de teksten zo snel mogelijk na het advies van de Raad van State proberen in te dienen. Zodra dat er is, zullen we dat verwerken. Vervolgens gaat het naar de IKW en opnieuw naar de ministerraad. Daarna zal ik dat onverwijld per drager laten overmaken aan de Kamer, zodat dat hier kan worden geagendeerd ter bespreking. Dan kunnen we daar ongetwijfeld nog vele maanden over discussiëren voordat dat op 1 januari 2027 in werking treedt.
Ik hoop dat dat lukt. Dan treedt immers de pensioenhervorming ook in werking. Als dat parallel gebeurt, is dat ook correct en eerlijk voor de militairen.
Outre les mesures déjà approuvées, plusieurs dossiers sont en cours de développement, notamment l’adaptation des échelles barémiques en fin de carrière, l’allocation pour les professions en pénurie, la garantie de revenus en cas d’inaptitude physique définitive, la simplification administrative du remboursement de frais médicaux.
L’impact budgétaire dépend de la date d’entrée en vigueur des différentes mesures ainsi que de l’évolution des effectifs. Les budgets nécessaires à leur mise en œuvre ont été prévus dans la vision stratégique.
Hoewel niet alle vakorganisaties het akkoord hebben onderschreven, werd de procedure van sociaal overleg volledig nageleefd en blijven alle vakorganisaties betrokken bij de verdere uitvoering van de maatregelen. De regering blijft zich inzetten voor een correcte waardering van het defensiepersoneel. Het blijft de bedoeling de goedgekeurde maatregelen tijdig om te zetten, zodat ze op 1 januari 2027 in werking kunnen treden.
02.10 Axel Weydts (Vooruit): Ik wil de minister bedanken voor zijn antwoorden. Die zijn heel verhelderend, ook over de verwijderingstoelagen. Ik heb alle begrip voor het valabele argument dat militairen inderdaad veel vaker muteren dan burgers. Dat is iets wat moet worden meegenomen in de discussie, maar ik merk wel uw bereidheid om te bekijken of er toch mogelijkheden zijn voor burgers, rekening houdend met het feit dat een militair inderdaad vaker muteert dan een burger.
02.11 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Zoals wel vaker bent u in het begin van uw aankondigingen redelijk enthousiast, en dat is een eufemisme. U verkondigt altijd grootse dingen en als we daarna de realiteit zien, blijkt dat allemaal wel mee te vallen – of iets minder goed mee te vallen natuurlijk, het is maar hoe je het bekijkt.
U zei in de vorige commissievergadering: "Ik had gehoopt dat het kernkabinet voor de commissie zou vergaderen, zodat ik u heel mooi nieuws kon brengen. U zult ongetwijfeld enthousiast zijn als dat wordt beslist. Aangezien u zo begaan bent met de behartiging van de belangen van alle militairen, zult u mij ongetwijfeld feliciteren met dat sociaal akkoord.”
Wees gerust, feliciteren zal het Vlaams Belang u niet en ongelofelijk enthousiast zijn we al zeker niet, net zomin als vele militairen, hoezeer u ook de euforische noot wilt aanhouden, samen met uw altijd enthousiaste collega Axel Weydts, die het akkoord blijkbaar top vindt. Uw sociaal akkoord mag dan misschien op een aantal vlakken een verbetering zijn – het zou er nog maar aan mankeren, zou ik zeggen – maar het is allerminst een rechtvaardige aanpassing van het militair statuut. Ik dacht dat het sociaal akkoord die intentie had; dat was in elk geval het opzet.
Zoals ik vorige keer al zei – en u hebt dat op dit moment niet kunnen bijsturen – is er geen gelijkschakeling met andere veiligheidsberoepen. Bovendien heeft het pensioendossier een heel zware impact op militairen, en dat weet u.
Het sociaal akkoord dat die impact had moeten verminderen en de militaire loopbaan sterk had kunnen verbeteren, is op dit moment echter in de realiteit verworden tot een afgezwakt geheel. Dat is natuurlijk nooit uw schuld, maar altijd de schuld van de andere regeringspartners. Zo gaat dat dan. Laten we een kat een kat noemen: dit is duidelijk niet goed voor de aantrekkelijkheid van het militaire beroep, die sowieso al zwaar onder druk stond en nog altijd staat. Volgens mij wil iedereen hier de aantrekkelijkheid verhogen.
U weet net zo goed als wij dat militairen, die instaan voor onze veiligheid en die doen wat ze kunnen doen, vaak in slechte omstandigheden, goed genoeg zijn om bij te springen op het vlak van civiele veiligheid en op andere vlakken waar ze moeten verbeteren, maar blijkbaar nog steeds niet goed genoeg zijn om die noodzakelijke compensaties te krijgen. We zullen dit dossier absoluut verder blijven opvolgen.
02.12 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting en uw detail. Ik zal een aantal dingen nog eens opnieuw nalezen.
Ik spring niet uit mijn vel van enthousiasme, maar ik wil wel toegeven dat dit een stap in de goede richting is. We kennen allemaal de budgettaire situatie van dit land; die ziet er niet zo rooskleurig uit. Er worden dus goede stappen gezet, maar het zijn ook logische stappen. Het is maar normaal dat we dit doen, zeker als we het pensioenverhaal voor de militairen zo drastisch aanpassen. Dat is steeds een achterafbetaling geweest van het werk dat ze tijdens hun loopbaan hebben gedaan dat niet vergoed werd. Dat mogen we echt niet vergeten, dat werd niet vergoed. Nu wordt een stuk bijgepast en dat is een goede zaak. Dat is een stap in de goede richting.
Er zijn inderdaad nog militairen die voor een stuk op hun honger blijven zitten. Ik begrijp dat ook. Het is niet zomaar een functie. Het is niet zomaar een job. Men tekent eigenlijk een contract waarbij men zegt bereid te zijn het leven te geven voor de natie. Dat is niet niks. Dat moet goed vergoed worden door de Belgische staat. Dit is een stap in de goede richting.
U zegt dat de verantwoordelijkheid bij het Parlement ligt om ervoor te zorgen dat het op 1 januari 2027 allemaal in orde komt. U moet echter nog advies van de Raad van State krijgen, er moeten nog IKW’s plaatsvinden, het moet nog naar de ministerraad. Ik zit daar bij mijn weten niet bij. Als u de verantwoordelijkheid naar het Parlement schuift en zegt dat wij uw deadline moeten halen, dan had u vóór de zomer al in gang moeten schieten en het een en ander indienen. Dan had u die deadline wel gehaald.
Ik hoop dat het snel naar het Parlement komt en dat we uiteraard, zoals het hoort, een degelijk debat kunnen hebben over alle maatregelen. Ik kijk er in elk geval, samen met heel veel militairen, naar uit. Het wordt tijd dat zij vergoed worden voor de prestaties die zij leveren.
02.13 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, vous vous réjouissez, sans doute à juste titre, que le taux d'attrition n'ait jamais été aussi bas. Or, en réalité, vous comparez des pommes et des poires. Si ce taux d'attrition est bas, c'est parce qu'on engage à durée limitée dans le cadre de contrats BDL. Forcément, sur une courte durée, le taux d'attrition est mécaniquement et mathématiquement bas. Cela ne signifie rien d'autre.
En revanche, vous ne parlez pas du taux de fidélisation. Une fois que ces contrats arrivent à leur terme, comment garde-t-on l'expertise de ces personnes qui ont été formées? C'est cela qui me semble important. C'est la fidélisation qui doit vous préoccuper, en particulier dans de nombreux métiers militaires.
Vous annoncez également un nouveau délai fixé au 1er juillet 2027. J'en prends note. Ces mesures s'appliqueront-elles avec effet rétroactif? Je ne vous ai pas entendu sur ce point. Au 1er juillet 2027, les mesures que vous adopteriez dans le cadre de votre plan social auront-elles un effet rétroactif pour celles et ceux qui devraient en bénéficier en fonction de la durée et de l'évolution de leur carrière? Cette question me turlupine.
Par ailleurs, vous évoquez la retraite en affirmant que cela n’empêche personne de s'engager, bien au contraire. Oui, certes, dans le cadre d'un contrat à durée limitée, mais ma question vaut pour toutes celles et tous ceux qui étaient déjà dans l'armée, qui avaient l'assurance de pouvoir partir à 55 ou 56 ans et qui se voient aujourd'hui contraints de poursuivre jusqu'à 67 ans. Ce sont eux qui m'inquiètent et que je veux défendre. Socialement, ce sont les victimes de votre réforme que je trouve très dogmatique. Et elle est à ce point dogmatique que, dans la réforme de l'Arizona sur les 67 ans, même les pilotes doivent travailler jusqu'à 67 ans. Vous me répondrez qu'à l'armée, ils sont "déclassés" avant. Cependant, la réglementation internationale pour les pilotes fixe la limite à 65 ans. À présent, un député N-VA introduit une résolution pour mettre la pression maximale afin de modifier une règle internationale, visant à pousser les pilotes jusqu'à 67 ans. Mais où va-t-on? Où va-t-on?
02.14 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik deel de mening van collega Vander Elst dat het al te gemakkelijk is om het halen van de deadline van 1 januari nu in de schoenen van het Parlement te schuiven. Dan had ik toch graag eerst eens een officiële tekst of een ontwerptekst gezien. Dat zou het al vergemakkelijken om ons eventueel voor te bereiden. Bedankt voor de toelichting, maar we hebben nog altijd niets op papier gezien, tenzij we het via toelichtingen van de vakbonden aan hun leden te pakken kunnen krijgen. Een formele tekst hebben we nog niet gezien, dus de verantwoordelijkheid doorschuiven en stellen dat de tijdige invoering het Parlement toekomt, vind ik totaal misplaatst.
Wat betreft de rimpeldagen of de beperking van de Opstoelage, twee zaken waarop de regering blijkbaar heeft beslist om in te grijpen ten nadele van de militairen, u zegt dat u daar eigenlijk niet voor was, maar dat u het onderspit hebt gedolven. Ik heb hier vandaag geen enkele regeringspartij horen zeggen dat ze minder rimpeldagen wilden of dat ze wilden dat minder mensen de verwijderingstoelage zouden krijgen. Ik heb dat hier geen enkele partij horen zeggen, dus ofwel is een aantal partijen zich hier gewoon aan het verstoppen, ofwel is het geheel toevallig dat de MR hier vandaag niet aanwezig is. Indien de MR vandaag geheel toevallig niet aanwezig is, dan kan ik alleen maar besluiten, beste regeringspartijen, dat u zich collectief hebt laten rollen in de regering, want er is nog altijd een achterstand voor de militairen. Zij zullen veel langer moeten werken, wat voor een stuk ingaat tegen het regeerakkoord. Daarin staat immers dat we dit stelselmatig zouden invoeren, zodat wie in 2025 60 jaar of ouder is, maar maximaal één jaar extra zal moeten werken. Dat blijkt dan voor de militairen alvast niet waar te zijn. U hebt zich collectief laten rollen, terwijl er nog een grote kloof is tussen de militairen en alle andere mensen met een beveiligingsberoep die samen met die militairen dag in dag uit op straat patrouilleren. Voor militairen duurt een dag overigens een pak langer dan voor politieagenten, want militairen horen nu eenmaal veel langer op straat te staan.
De voorzitter: Collega Aerts, het is niet dat de MR op andere momenten uitblinkt in aanwezigheid. Staat u me toe om dat toe te voegen.
02.15 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Il est exact que le MR est très actif dans cette commission. Nous l'avons bien remarqué… Néanmoins, monsieur le ministre, à entendre votre réponse, je relève deux choses. La première, c'est que vous nous passez le message selon lequel c'est vous qui savez ce que pensent les militaires, en ajoutant qu'ils sont très contents; tandis que nous, en fait, nous manquons de contacts pour obtenir une vue assez claire de ce que pensent les militaires.
Peut-être sommes-nous complètement à côté de la plaque quand nous venons vous faire part de leurs doléances. Peut-être les 5 000 militaires qui ont manifesté contre la réforme des pensions et le gouvernement Arizona l'ont-ils fait pour exprimer leur joie de travailler jusqu'à 67 ans. En outre, un des nombreux militaires qui nous ont écrit nous indique: "Je considère cet accord social comme un coup de poignard dans le dos, avec un petit paquet d'argent en guise de compensation. J'attends la version définitive avant de porter un jugement, mais c'est un manque total de respect pour notre métier."
Peut-être n'avons-nous pas assez de contacts, mais nous disposons de suffisamment d'éléments pour dire que cette réforme et cet accord social ne sont pas partagés par énormément de militaires et qu'ils sont remis en question. Et surtout, monsieur le ministre, vous concluez un accord social avant de le revoir à la baisse! Corrigez-moi si je me trompe, mais le fait que la fin de carrière, qui devait initialement pouvoir être prise à partir de 56 ans, a été relevée à 59 ans, me paraît témoigner d'une trahison de l'accord conclu. Une fois qu'il arrive sur la table des ministres, l'accord change! Dès lors, la confiance reste-t-elle de mise en de telles circonstances?
Monsieur le ministre, vous pouvez vous raconter toutes les histoires que vous voulez, mais de nombreux militaires sont mécontents de votre accord. C'est bien évidemment totalement justifié et légitime, parce qu'il m'est impossible de croiser quelqu'un qui va me dire qu'il est heureux de travailler jusqu'à 67 ans. Jusqu'à présent, personne ne me l'a dit.
02.16 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses éclairantes. Il est clair que nous sommes très attentifs à l'avenir de nos militaires, puisque, comme beaucoup d'entre vous ici, nous estimons que ces hommes et ces femmes font l'armée et que nous avons très certainement besoin d'eux. Le présent débat est toujours une anticipation de celui qui se tiendra lorsque vous viendrez présenter des textes législatifs. Je me permets de solliciter une explication très didactique, permettant de voir clair parce que les textes sont parfois assez illisibles.
Je suis certain que vous avez travaillé au sein du gouvernement en vue de défendre l'intérêt du personnel de la Défense. Je ne crois pas qu'on puisse vous reprocher d'avoir agi autrement, car nous vous connaissons et savons que vous voulez défendre le personnel. Vous n'êtes pas que le ministre qui achète du matériel américain, vous voulez reconstituer toute la Défense avec un personnel heureux d'y travailler.
Cet accord est de la responsabilité de l'ensemble du gouvernement, et nous l'assumons. Quand les textes nous parviendront et que nous pourrons les analyser en détail, certains points nous feront peut-être plaisir et d'autres un peu moins, mais un accord est un accord. Il y a des choses très positives pour les militaires, dont nous avons déjà débattu.
Il est évident que nous aurions préféré un accord global accueilli unanimement par les syndicats, mais nous savons que cela n'a pas été possible. Nous insistons toutefois sur la possibilité de relancer ces discussions avec eux. Il faudrait, après l'analyse de cet accord et son application, déterminer si les nouvelles conditions au sein de la Défense, y compris en matière de pension, renforcent l'attractivité du métier ou si l'attrition, au contraire, se renforce. De nombreux facteurs jouent également en dehors des conditions sociales, qu'il ne faut pas négliger.
Vous avez aussi insisté sur le fait que la réussite des recrutements au sein de la Défense, cette année, y compris pour le service militaire volontaire, prouve que de nombreux Belges ont envie de s'investir dans la défense du Royaume. Cela prouve aussi que les conditions sociales qu'on leur propose n'effraient pas les patriotes.
De voorzitter: Ik heb begrepen dat de heer Weydts nog kort iets wil toevoegen. Hij heeft nog tien seconden spreektijd.
02.17 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik had nog wat tijd over. Ik was nog iets vergeten te vermelden.
Mijnheer de minister, ik wou nog een kleine nuance aanbrengen bij de attritie van 1,7 % is. Dat is inderdaad heel laag. Ik weet echter ook dat er mensen zijn die op dit moment nog de kat uit de boom kijken. Zij wachten nog even om te weten wat er effectief op ons afkomt. Ik wil geen onheilstijdingen brengen, maar wij moeten wel een beetje voorzichtig zijn met de attritiecijfers. Dat wou ik toch nog even benadrukken.
Ik beaam wat de heer Boukili zegt. Er zijn heel veel militairen die echt malcontent zijn, echt immens malcontent, omdat er partijen zijn zoals de PTB die de noodzakelijke investeringen in onze defensie in vraag durven te stellen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter:
Mevrouw Samyn is afwezig, dus haar
vraag nr. 56014298C vervalt.
03.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Defensie gaat voor het eerst 200 miljoen euro
investeren in een eigen, onafhankelijk satellietsysteem. Tijdens uw recente
bezoek aan de Verenigde Staten kondigde u de uitbouw aan van een constellatie
die uit "meerdere tientallen" satellieten zal bestaan. Vandaag is ons
land voor militaire satellietbeelden nog grotendeels afhankelijk van
buitenlandse partners, met name Frankrijk, waarbij de toegang tot beeldvorming
beperkt is tot een aantal minuten per dag. Met deze investering wil Defensie
permanent over eigen autonome beeldvorming beschikken, gecoördineerd door het
Space Security Centre en in nauwe samenwerking met de militaire
inlichtingendienst ADIV.
Het project moet tegen 2030 volledig
operationeel zijn.
U geeft aan dat de verzamelde gegevens
niet uitsluitend voor België bestemd zullen zijn, maar ook onze partners zullen
dienen. De ontwikkeling van deze constellatie biedt dan ook een uitgelezen kans
om de defensieve integratie binnen Europa verder te versterken.
Vraag
1. Heeft Defensie voorafgaand aan deze
beslissing onderzocht of dit satellietsysteem gezamenlijk ontwikkeld en
gefinancierd had kunnen worden met Europese kernpartners (zoals bv. in
Benelux-verband)?
2.
De verzamelde gegevens zullen volgens de aankondiging niet alleen voor
België dienen. Met welke Europese partners of NAVO-bondgenoten zal deze data
structureel worden gedeeld, en hoe verhoudt deze nieuwe constellatie zich tot
bestaande Europese defensie-initiatieven in de ruimte?
2. De investering bedraagt momenteel
"meer dan 200 miljoen euro" met het oog op operationele inzetbaarheid
tegen 2030. Is dit budget dekkend voor zowel de ontwikkeling, de lancering als
het operationele onderhoud van de constellatie, en welke tussentijdse mijlpalen
zijn er vastgelegd om deze timing te bewaken?
3. Op welke manier zorgt Defensie ervoor
dat de gekozen technologie en datastromen volledig interoperabel zijn met de
ruimtevaartprogramma's van de Europese Unie en andere Europese NAVO-partners?
Hoe wordt vermeden dat we hiermee parallelle of overlappende infrastructuren
bouwen binnen de Europese Unie?
4. Zullen er akkoorden worden gesloten
met Europese bondgenoten om de operationele kosten te delen in ruil voor
gegarandeerde toegang tot onze beelden?
03.02 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, militaire satellietcapaciteit is een van de strategic enablers die absoluut noodzakelijk zijn om op een deftige manier missies te kunnen uitvoeren. Vandaag zijn we op dat vlak nog te veel afhankelijk van buitenlandse partners, zoals de Amerikanen, maar ook de Fransen, met wie we een goed samenwerkingsakkoord hebben als het gaat over militaire beeldvorming.
U hebt aangekondigd dat er zal worden geïnvesteerd in meer eigen capaciteit op dat vlak. Kunt u het Parlement daarover wat meer informatie bezorgen? Dit is immers een van de strategische zaken waarin we de komende periode absoluut moeten investeren.
03.03 Minister Theo Francken: Collega's, zoals in de Strategische Visie staat, zal de space-based Intelligence, Surveillance and Reconnaissance (ISR) zich blijven ontwikkelen voor deelname aan de toekomstige GALO-constellatie (Global Coverage All-Weather Low Earth Orbit Observation) en de aanschaf van microsatellieten. GALO maakt deel uit van de Belgische inspanning om de soevereine capaciteit voor ruimtegebaseerde observatie en inlichtingenvergaring uit te bouwen. Het project heeft als doel Defensie te voorzien van een autonome bron van satellietgegevens, complementair aan de capaciteiten die door bondgenoten en partners ter beschikking worden gesteld.
In eerste fase voorziet het programma de ontwikkeling van een initiële satellietconstellatie in de lage aardbaan, met de mogelijkheid om de capaciteit in de toekomst verder uit te bouwen in functie van de operationele behoeften. De planning voorziet een initiële operationele capaciteit rond 2030 en een volledige operationele capaciteit in een latere fase. De beoogde operationele meerwaarde ligt in het versterken van de Belgische capaciteit voor inlichtingenvergaring, situational awareness en operationele ondersteuning, alsook in een tijdige en autonome toegang tot satellietbeelden. Om redenen van operationele veiligheid en bescherming van gevoelige militaire informatie kunnen verdere technische details over onder andere de configuratie, presentatie, prestaties en architectuur van het systeem niet publiek worden meegedeeld.
Het aangekondigde budget van meer dan 200 miljoen euro heeft betrekking op de volledige GALO-capaciteit en niet uitsluitend op de satellieten. Het omvat eveneens het grondsegment, de lanceringen, de verwerking en beveiliging van gegevens, de integratie binnen Defensie en de initiële operationele ondersteuning van het systeem. De exacte verdeling van de middelen en de levenscycluskosten zullen verder worden verfijnd naarmate het project vordert en de definitieve architectuur wordt vastgelegd.
Defensie heeft verschillende samenwerkingsmogelijkheden onderzocht en blijft inzetten op samenwerking met Europese en NAVO-partners op het vlak van ruimtecapaciteit. Het project beantwoordt echter in de eerste plaats aan een nationale behoefte om te beschikken over een autonome en gegarandeerde toegang tot ruimtegebaseerde beeldvorming ter ondersteuning van militaire operaties en besluitvorming. GALO wordt ontwikkeld met bijzondere aandacht voor interoperabiliteit en complementariteit ten aanzien van bestaande Europese en geallieerde initiatieven. Daarbij wordt rekening gehouden met de relevante normen, standaarden en samenwerkingskaders binnen zowel de Europese Unie als de NAVO, zodat gegevensuitwisseling en operationele samenwerking met partnerlanden altijd mogelijk blijft.
Zo bekijkt België een deelname aan het multinationale HALO-initiatief (Hybrid Alliance Layered Operations in Space), waarin interoperabiliteit vooropstaat en op basis van soevereine assets een megaconstellatie wordt gebouwd.
Op dit ogenblik zijn er evenwel nog geen concrete afspraken gemaakt over structurele gegevensdeling of over het delen van operationele kosten. Eventuele afspraken zullen op een later moment worden beoordeeld in functie van de operationele behoeften, de veiligheidsvereisten en de belangen van Defensie.
Ik begrijp dat er veel ophef was over dat voorstel. Dat is vaak het geval als er bij Defensie iets wordt gelanceerd. Dan zijn er honderden reacties, heel vaak van mensen die totaal niet weten waarover het gaat. Dan komt meestal kolonel Housen duiding geven in Het Laatste Nieuws, op VTM en op andere platformen. In dit geval was hij heel positief. Hij zei dat het op zich positief is dat we dat gaan ontwikkelen.
Iedereen weet intussen dat we heel afhankelijk zijn voor satellietbeelden. Dat is op basis van contracten en we kunnen die beelden slechts voor bepaalde periodes opvragen. Dat is altijd beperkt. Bovendien is er de soevereiniteit van die partnerlanden, die willen dat die niet wordt geschonden. Een voorbeeld zijn de Fransen, maar er zijn ook andere partners. Op zich zou het niet slecht zijn dat we daar ook in investeren, zodat onze innovatietechnologie up-to-date is. Het zou ook de veiligheid van onze troepen te velde nog verhogen. Die veiligheid staat toch nog altijd voorop.
Ik denk dat ik daarmee voldoende duidelijk ben geweest, maar we kunnen achter gesloten deuren daar nog altijd verder over discussiëren.
03.04 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, dank u voor uw toelichting. Ik ben het met u eens. Satellieten en datacenters zijn allemaal wat minder sexy, maar ze zijn superbelangrijk. We zijn op dat vlak inderdaad heel afhankelijk van anderen. Ik vind het dus een goede zaak dat we onze autonomie en onze onafhankelijkheid op dat gebied wat opbouwen.
De voorzitter van de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopen is hier aanwezig. Ik weet niet waar het juist moet worden besproken, maar ik denk dat het belangrijk is dat ook de leden van die commissie wat meer uitleg krijgen over wat er precies wordt aangekocht en wat ermee gebeurt, want het klinkt allemaal niet zo evident.
Ik onderschrijf echter het belang ervan. Als het over data gaat, denk ik dat er ook een aantal dossiers op ons afkomen waarin het zeer belangrijk is dat we verstandig met data omspringen en dat we daar een aantal onafhankelijkheidszaken of strategische autonomie in opbouwen. Dat geldt ook in dit geval voor satellietbeelden. Ik kijk dus uit naar de bijkomende toelichting.
03.05 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, uiteraard heb ik alle respect voor de zaken die hier niet publiek kunnen worden gezegd. Dat is natuurlijk ook een van de redenen waarom we die vragen hier stellen. We zien ook dat mensen zich afvragen waarom België nu in godsnaam moet investeren in militaire satellietcapaciteit. We stellen die vragen om ook aan de burgers te kunnen uitleggen waarover het gaat. Ik zal daarin steeds een partner in zijn. Ik doe niets anders dan proberen uit te leggen aan de mensen waarom we bepaalde dingen kopen of niet kopen en waarom dat zo belangrijk is.
Als er één ding is waarvan we allemaal overtuigd zijn dat het superbelangrijk is, dan zijn het de strategic enablers, zoals militaire beeldvorming vanuit satellieten, ook met de drones die we nu hebben aangekocht. Dat is cruciaal. Er wordt vandaag geen enkele militaire operatie meer gevoerd zonder deftige beeldvorming. Dat is gewoon cruciaal voor het welslagen van de opdracht. Het is cruciaal voor de veiligheid van onze mensen die die opdracht uitvoeren. Dus alle steun voor deze investering.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: We zetten onze werkzaamheden deze namiddag verder.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.02 uur.
La réunion publique de commission est levée à 13 h 02.