|
Gemeenschappelijke
vergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en
Bestuurszaken en van de commissie voor Justitie |
Réunion
commune de la commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et
des Matières administratives et de la commission de la Justice |
|
van Woensdag 2 september 2026 Voormiddag ______ |
du Mercredi 2 septembre 2026 Matin ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 09.06 uur en voorgezeten door de heren Ismaël Nuino en Ortwin Depoortere.
La réunion publique de commission est ouverte à 09 h 06 et présidée par MM. Ismaël Nuino et Ortwin Depoortere.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Goedemorgen collega's, bienvenue chers collègues, in deze gezamenlijke commissie voor Binnenlandse Zaken en Justitie. Ik verwelkom aan mijn zijde mijn collega-voorzitter Nuino en ik verwelkom ook beide ministers, minister Verlinden en minister Quintin die de nodige uitleg zullen geven over de schietincidenten in Brussel.
Ik moet u allemaal waarschuwen – en ik weet dat sommigen daar niet tevreden mee zijn, ikzelf ook niet, moet ik eerlijkheidshalve eraan toevoegen – dat we maar drie uur de tijd hebben om een toch zeer belangrijk onderwerp te bespreken en ik snap uw ergernis daarover, maar ik heb geprobeerd een oplossing te zoeken om zo snel mogelijk samen te kunnen komen met de twee commissies en met beide ministers. Het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad om tot deze oplossing te komen. Deze gedachtewisseling is tot stand gekomen op verzoek van de PS, DéFI en het Vlaams Belang. De Kamervoorzitter is akkoord gegaan met de organisatie van de vergadering.
Er zijn heel wat mondelinge vragen aan beide ministers ingediend. Er wordt verzocht om die vragen te integreren in uw tussenkomsten. Er wordt voorgesteld dat we beginnen met een uiteenzetting van beide ministers, elk ongeveer een twintigtal minuten. Daarna zijn er de tussenkomsten van de verschillende fracties, waarbij elk van de tien aanwezige fracties tien minuten spreektijd krijgt. Vervolgens krijgen we de antwoorden van de ministers en ten slotte kunt u nog kort repliceren.
Ismaël Nuino, président: Chers collègues, nous nous réunissons en commission conjointe de l’Intérieur et de la Justice afin d’aborder les récentes fusillades survenues à Bruxelles. C'est l'occasion pour vous de pouvoir poser des questions sur ces événements.
Le temps de parole est limité tant pour les membres que pour les ministres et nous vous demandons instamment de vous y tenir.
01.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik vraag het woord.
Ortwin
Depoortere,
voorzitter: Gaat het over de regeling van de werkzaamheden? Ik geef het woord aan de heer Chahid.
01.02 Alexia Bertrand (Anders.): Ik had als eerste het woord gevraagd.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Ik werk op basis van de grootte van de fracties. Monsieur Chahid, aan u het woord.
01.03 Alexia Bertrand (Anders.): Ongelofelijk!
01.04 Ridouane Chahid (PS): Monsieur le président, je vous remercie d’avoir réuni cette commission conjointe. Nous aurions souhaité qu’elle le soit un peu plus rapidement, mais nous allons faire avec.
Vous annoncez que nous ne disposons que de trois heures. Je pense que c’est peu. L’urgence est là, la crise est là. Nous annoncer d’emblée que nous ne disposons que de trois heures signifie un peu que nous allons être écoutés, que nous allons débattre, avant de tourner la page. Et cela ne nous réjouit pas.
D’autant plus que nous souhaitons entendre le procureur du Roi de Bruxelles, ainsi que Mme Ine Van Wymersch, la commissaire nationale aux drogues. Il est essentiel de pouvoir aller au fond des choses, et pas seulement d’entendre les ministres présenter les actions politiques envisagées. Nous souhaitons surtout connaître les mesures concrètes attendues et celles que les acteurs du monde judiciaire réclament aujourd’hui.
Je comprends qu’il n’y ait que trois heures mais, compte tenu de la crise et de l’urgence nationale dans lesquelles nous nous trouvons, je pense qu’une deuxième commission ne serait vraiment pas un luxe.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Trois heures moins dix minutes, om precies te zijn. U kunt uw verzoek indienen bij het secretariaat.
01.05 Ridouane Chahid (PS): Monsieur le président, nous étions à l’heure, comme la plupart des parlementaires ici présents. Si nous avions commencé à 9 h, cela ne serait pas trois heures moins dix minutes.
01.06 Alexia Bertrand (Anders.): Dank aan de twee voorzitters. Dit is een belangrijke vergadering, we wachten hier al weken op.
We horen dat we maar drie uur de tijd hebben. Ik heb dat ook gezien op de planning. De vraag is heel eenvoudig: waarom? Wat is de reden daarvoor? Waarom wordt de tijd beperkt om zo'n belangrijk onderwerp te bespreken?
Ik denk dat we recht hebben – en de burgers in de zaal ook – op een uitleg.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Dank u wel, dat is een goede openingsvraag. Ik geef het woord aan de ministers om daar eventueel ook op te antwoorden.
01.07 Bernard Quintin, ministre: Monsieur le président, pour répondre à cette première question – à laquelle je dois manifestement répondre, même si je ne suis pas responsable de l'organisation des travaux à la Chambre –, je pense que depuis le milieu de l'été j'ai montré ma disponibilité. Quand il s'agissait de la commission sur les Fagnes, j'ai indiqué, quand la demande a été faite, que j'étais disponible le lendemain dès 9 h du matin. En tout cas, je suis là, avec ma collègue.
Monsieur le président, mesdames et messieurs les députés, mevrouw de minister, beste Annelies, je vous remercie de me donner l'occasion de m'expliquer devant votre commission. Je sais l'attention que vous portez à ce dossier et je la comprends. Ce qu'il s'est passé à Bruxelles ces dernières semaines touche directement à la sécurité de nos concitoyens et à l'autorité de l'État. Je mesure aussi que cette audition intervient dans un climat où les attentes, légitimement, sont grandes de la part des habitants des quartiers concernés et de la part des services de police, qui sont en première ligne.
Je vais rapidement dresser le tableau des derniers faits. Le vendredi 21 août à 23 h 36, rue Démosthène à Anderlecht, deux suspects se déplaçant sur une trottinette ont fait usage d'une arme de type kalachnikov pour tirer sur la façade du commissariat de police. Douze impacts ont été relevés sur cette façade. Je veux insister sur ce fait précis devant vous, car il ne s'agit pas d'un fait divers parmi d'autres. C'est un commissariat de police, un symbole de l'autorité de l'État, qui a été délibérément visé, en pleine nuit, à l'arme de guerre.
Le lendemain, samedi 22 août, vers 21 h 13, rue du Monténégro à hauteur de la rue Gustave Defnet, dans le secteur communément appelé "deux bancs" à Saint-Gilles, un individu se déplaçant lui aussi à trottinette s'est approché d'une victime et lui a tiré dans la jambe.
Op zondag 23 augustus om 07.08 uur werden op de Vorstsesteenweg in de sector Fontainas-Jacques Franck Square in Sint-Gillis meerdere schoten gelost op een voertuig. Gelukkig vielen er geen slachtoffers, maar er werd wel een kogelinslag aangetroffen in een gevel.
Deze feiten maken deel uit van een brede reeks schietpartijen die zich gedurende meerdere dagen in Sint-Gillis, Anderlecht en Molenbeek heeft voorgedaan. Het gaat niet om willekeurig gekozen locaties, het zijn zones die door onze diensten al zijn geïdentificeerd als terugkerende spanningsgebieden waar rivaliserende groepen strijden om de controle over drugsverkooppunten. Precies die vaststelling rechtvaardigt de hotspotaanpak waarop ik straks dieper zal ingaan. Die aanpak moet ons in staat stellen om onze middelen gericht in te zetten waar het risico concreet is, in plaats van ze gelijkmatig over het hele gewest te verspreiden.
C'est cette succession de faits qui m'a conduit à qualifier la situation d'urgence nationale. Je suis ravi que cette urgence nationale soit désormais reconnue par toutes et tous aujourd’hui.
Je veux être clair, ce que nous vivons à Bruxelles n'est pas un phénomène nouveau. Les violences liées au trafic de drogue existent dans notre capitale depuis plusieurs années.
Comme nous l'avons fait face au terrorisme, la lutte contre le narcotrafic doit aujourd'hui mobiliser tous les niveaux de pouvoir: fédéral, communautaire, régional et communal. Chacun doit agir dans le cadre de ses compétences propres, non seulement par des déclarations mais aussi par des actes concrets.
Au niveau fédéral, cela se traduit par la création, sous l'autorité du premier ministre, d'une task force "Crime org" chargée d'objectiver la menace que représente la criminalité organisée pour notre pays et de coordonner la réponse à l'ensemble des niveaux de pouvoir.
Cette task force, créée à ma demande mais placée sous l'autorité du premier ministre, part du constat que le combat ne peut être mené en ordre dispersé.
Onze aanpak is geïnspireerd op een methode die ik hier graag verder toelicht, omdat ze de basis vormt voor alle maatregelen die ik zal voorstellen. Eerst beveiligen, door opnieuw fysiek de controle te verwerven over de plaatsen waar het geweld zich concentreert. Vervolgens stabiliseren, door er voldoende lang aanwezig te blijven, zodat de criminele netwerken niet terugkeren zodra onze diensten zich terugtrekken. Ten slotte consolideren met structurele maatregelen op stedenbouwkundig, sociaal en gerechtelijk vlak die het voor deze netwerken moeilijker maken om in de toekomst opnieuw terrein te winnen.
Die methode, die wordt aanbevolen door de Nationale Drugscommissaris en die ik ten volle steun, staat bekend als clear, hold, build. Ze kan alleen werken als de drie fases daadwerkelijk worden volgehouden. Beveiligen zonder te stabiliseren verplaatst het probleem alleen maar van de ene straat naar de andere. Stabiliseren zonder te consolideren stelt het probleem alleen maar uit.
Ik wil hier één punt benadrukken. Dit is geen strijd van de ene politiezone tegen de andere, noch van het federale niveau tegen het lokale of het regionale niveau. Dit is een gezamenlijke inspanning. Ik ben hier niet om één bepaalde verantwoordelijke aan te wijzen, ik ben hier om rekenschap af te leggen over wat we samen doen. Ik wil hier uitdrukkelijk hulde brengen aan het werk dat alle politiediensten op het terrein reeds hebben verricht, vaak in moeilijke omstandigheden en met gevaar voor hun eigen leven en hun eigen fysieke integriteit.
Mesdames et messieurs les députés, je comprends parfaitement les attentes des citoyens face aux défis de sécurité. Mais je crois également qu'il serait irresponsable, devant vous, de céder à la tentation de l'annonce spectaculaire ou du simple effet de déclaration politique.
Chaque mesure que je vais vous présenter a été calibrée avec les autorités compétentes afin d'éviter précisément ce que je refuse: déployer des effectifs sur le terrain sans plan d'action sérieux, sans concertation et sans une stratégie assimilée par tous. Une telle approche ne protégerait ni nos concitoyens ni les policiers eux-mêmes.
Je préfère une réponse qui monte en puissance de manière organisée à une réponse improvisée qui s'essoufflerait après quelques semaines. C'est dans cet équilibre entre l'urgence d'agir et la nécessité d'agir avec justesse que s'inscrivent les mesures que je vais maintenant vous présenter.
Binnen mijn bevoegdheden is in Brussel een bijkomend peloton van de federale politie ingezet, goed voor ongeveer 40 extra agenten. Zij komen boven op de capaciteit die al wordt ingezet, waaronder de capaciteit via Defensie.
Ik wil benadrukken dat die bijkomende inzet gebeurt binnen een duidelijk en concreet operationeel kader dat werd vastgelegd door de lokale autoriteiten en binnen de gezamenlijke commandostructuur waarop ik zo meteen terugkom.
Ook de inzet van onze speciale eenheden, de DSU, is bijkomend versterkt in samenwerking met de lokale bijzondere bijstandsteams. Op die manier verzekeren wij voldoende interventiecapaciteit om het hoofd te bieden aan feiten waarbij oorlogswapens worden gebruikt. Concreet betekent die versterking 42 bijkomende personeelsleden op nationaal niveau, van wie er 21 rechtstreeks in Brussel worden ingezet. Die versterking komt boven op de al geplande inzet.
Les opérations FIPA (Full Integrated Police Action) et VIP de lutte contre le trafic de drogue se poursuivent également. Je vous rappelle que des dizaines d’opérations de ce type ont été menées en un an dans les grandes villes du pays. Une nouvelle action d’une envergure inédite, menée avec le soutien des militaires, a eu lieu vendredi dernier sur le territoire de la Région bruxelloise. Cette stratégie produit des résultats. À l’échelle nationale, ce sont des centaines de kilos de drogue et d'armes qui ont été saisis. Des milliers de personnes ont également été arrêtées, dont une part importante à Bruxelles.
Il est évident que les modes opératoires sont continuellement adaptés à l’évolution de la situation sur le terrain. La police judiciaire fédérale de Bruxelles a elle aussi été renforcée de manière structurelle depuis le début du mandat. Il s'agit de près de 80 membres du personnel au total depuis ma prise de fonction. Cet effort ne vise pas uniquement à répondre à l’urgence du moment mais aussi à consolider durablement nos capacités d’enquête dans la capitale, condition indispensable pour identifier, poursuivre et condamner les auteurs de ces faits.
J’insiste également sur un point essentiel: les
enquêtes produisent des résultats. Le taux de résolution est impressionnant,
notamment grâce au réseau renforcé de caméras, ANPR et autres. J'y reviendrai.
Het is net om die hoge ophelderingsgraad te kunnen blijven garanderen dat we hebben beslist om bijkomend te investeren in het Plan Grote Steden. Zo hebben we structureel 1,2 miljoen euro extra vrijgemaakt voor gespecialiseerde opleidingen binnen de federale gerechtelijke politie, met bijzondere aandacht voor de FGP's van Brussel en Antwerpen. Met deze middelen zorgen we ervoor dat onze speurders de strijd kunnen blijven aangaan met criminele netwerken, die steeds professioneler en complexer worden. Het betreft gerechtelijke informatievergaring, netwerkanalyse, analyse van criminele communicatie, digitaal onderzoek en het beheersen van nieuwe technologieën.
Expertise alleen volstaat echter niet als onze mensen niet over de nodige middelen op het terrein beschikken. Daarom hebben we ook fors geïnvesteerd in het wagenpark van de federale politie, met bijna 200 nieuwe voertuigen. Gezien haar noden kreeg de FGP Brussel daarbij prioriteit. Daarnaast wordt jaarlijks 2 miljoen euro structureel vrijgemaakt voor de FGP's van Brussel en Antwerpen om hun uitrusting te vernieuwen en hun operationele slagkracht verder te versterken.
La criminalité organisée évolue; nos moyens d’enquête doivent évoluer avec elle. Des crédits supplémentaires sont dès lors consacrés aux licences judiciaires spécialisées, indispensables à l’exploitation et à l’analyse des données de communication ainsi que des traces numériques. Aujourd’hui, une part essentielle de la lutte contre le narcotrafic se joue derrière un écran, sur un téléphone ou au cœur de flux de données. Nos policiers doivent donc disposer des outils permettant d'y poursuivre les criminels.
Renforcer la sécurité à Bruxelles suppose évidemment également de renforcer la police locale. La fusion des zones de police bruxelloises doit permettre une organisation plus intégrée, plus cohérente et plus efficace à l’échelle de la capitale. Le fédéral accompagnera financièrement cette transformation au moyen d’une dotation spécifique, car une réforme d’une telle ampleur ne peut produire ses effets que si elle s’accompagne des moyens nécessaires à sa mise en œuvre.
Ik voeg daaraan toe dat onze hondenteams vandaag al gespecialiseerde honden voor de detectie van drugs en elektronisch materiaal ter beschikking stellen van onze gevangenissen. Dat is een concreet voorbeeld van hoe onze diensten dagelijks bijdragen aan een strijd die verder reikt dan de bevoegdheden van Binnenlandse Zaken alleen.
Je suis en effet convaincu que nous pouvons et que nous devons renforcer notre arsenal de lutte.
Premièrement, nous analysons comment adapter et renforcer le déploiement de militaires à Bruxelles, au-delà de leur présence actuelle dans les gares, les stations de métro et lors des opérations FIPA.
Deuxièmement, nous devons prévoir davantage de places dans les centres fermés afin de pouvoir y détenir les personnes en séjour illégal interceptées lors des opérations de police et éviter que leur interpellation ne débouche trop systématiquement sur une remise en liberté faute de capacité.
Il faut également exécuter les ordres de quitter le territoire. C'est crucial.
Ten derde, ik ben voorstander van een verplichte registratie van steps en andere tweewielers, zodat het gebruik ervan beter kan worden opgevolgd. Ik wil daarbij even stilstaan, omdat dit goed illustreert hoe een op het eerste gezicht beperkte maatregel een reële operationele impact kan hebben. Ik heb drie feiten beschreven die zich in amper 36 uur tijd hebben voorgedaan. Bij twee van die feiten werd een step gebruikt om de feiten te plegen. Vandaag zijn dergelijke voertuigen, omdat ze geen nummerplaat hebben, na de feiten vrijwel onmogelijk op te sporen, zelfs wanneer ze in beeld worden gebracht door bewakingscamera’s, waarover ik het zojuist had. Dat is vandaag een duidelijke lacune in ons veiligheidsbeleid, die we zo snel mogelijk moeten wegwerken. Daarvoor is een wettelijke basis nodig, die we binnen de regering moeten uitwerken.
Ten vierde, en zeker niet minder belangrijk, ik vind het cruciaal dat er gerichte communicatiecampagnes met betrekking tot drugsgebruik komen, die duidelijk maken hoe drugsgebruik de criminaliteit rechtstreeks mee in stand houdt en versterkt. Ik ben ervan overtuigd dat repressie alleen niet volstaat; we moeten ook de vraag aanpakken, die deze criminele netwerken voedt. Elke drugstransactie, hoe onschuldig die voor de gebruiker ook mag lijken, financiert rechtstreeks of onrechtstreeks criminele netwerken en het geweld dat daarmee gepaard gaat. Wie drugs koopt, draagt op die manier bij aan de instandhouding van die criminele netwerken. Dat moet duidelijk zijn.
Il faut enfin pouvoir le dire.
Ik herinner eraan dat het federale niveau jaarlijks preventiemiddelen ter beschikking stelt van de politiezones en gemeenten. Ik wil dat bestaande instrument versterken en gericht inzetten op de ondersteuning van deze campagne.
Je vais également dire un mot sur le travail mené par la commissaire nationale aux drogues, dont je salue l'engagement. Son travail, structuré lui aussi autour de la méthode Clear, Hold, Build (CHB), consiste précisément à identifier les mécanismes sous-jacents à la criminalité organisée et à briser son modèle économique en s'attaquant à la fois à la génération de revenus criminels et à leur réinjection dans l'économie légale. C'est un travail de fond indispensable, qui vient compléter tout ce que je viens de vous présenter.
Plusieurs leviers tout aussi déterminants relèvent directement de la Justice: la capacité de détention à Bruxelles et ailleurs, la coupure des communications entre les trafiquants incarcérés et l'extérieur, le renforcement du service des tutelles pour les mineurs étrangers non accompagnés. Je laisse bien sûr à ma collègue ministre de la Justice le soin de développer ces éléments.
J'aimerais toutefois être clair, il ne s'agit pas de pointer du doigt qui que ce soit, mais de trouver ensemble des solutions à un problème qui nous concerne tous.
Ces demandes ne s'arrêtent d'ailleurs pas au niveau fédéral. Je sollicite également devant cette commission, dans un esprit de coopération et avec une entière disponibilité de ma part, des engagements de la part des autres niveaux de pouvoir, car je ne crois pas à une réponse exclusivement fédérale à un problème qui se manifeste dans les rues, les écoles et les commerces de nos communes.
Au niveau des communautés, il me paraît essentiel de créer davantage de places dans les Institutions Publiques de Protection de la Jeunesse (IPPJ) afin que les mineurs impliqués dans ces faits – qu'ils en soient les auteurs ou les victimes – puissent être pris en charge de manière adéquate, plutôt que d'être renvoyés, faute de place, vers les circuits mêmes qui les ont exposés à cette violence.
Het is belangrijk dat safe.brussels de coördinatie opneemt van het preventiebeleid van het Brussels Gewest en de lokale besturen rond drugsgebruik en drugsgerelateerd geweld en dat dit beleid volledig wordt afgestemd op de aanpak die ik zonet heb toegelicht. Ook voor de lokale besturen is een maximale inzet van de beschikbare bestuurlijke politie-instrumenten essentieel om te voorkomen dat hotspots zich verder verankeren en om de controle over de openbare ruimte te versterken.
Wanneer de situatie dat vereist, en steeds binnen het wettelijk kader, kunnen gerichte maatregelen worden genomen, zoals samenscholingsverboden of toegangsverboden in bepaalde zones en, in uitzonderlijke omstandigheden, tijdelijke beperkingen op het gebruik van de openbare ruimte. Daarnaast is het belangrijk dat de bestuurlijke aanpak van handelszaken die als dekmantel dienen voor criminele activiteiten of drugshandel faciliteren, wordt voortgezet en versterkt. Alle beschikbare wettelijke instrumenten moeten daarbij worden ingezet, van gerichte controles tot sluitingen en sancties.
Les bourgmestres disposent en la matière d'importants pouvoirs de police administrative. Je les encourage à les utiliser pleinement, de manière coordonnée et ciblée, en complément indispensable de l'action policière et judiciaire. Notre objectif doit être clair: ne plus laisser les réseaux criminels s'installer durablement dans certains quartiers et leur retirer par tous les moyens légaux disponibles les espaces, les infrastructures et les relais dont ils ont besoin pour prospérer. Toutes ces initiatives sont vitales, elles doivent être prises par qui de droit dans un esprit de collaboration avec un seul objectif: être toujours plus efficaces dans notre lutte contre la criminalité organisée.
Le 26 août dernier, le Conseil régional de sécurité de la Région de Bruxelles-Capitale (CORES) s'est réuni sous la présidence du ministre-président. Plusieurs décisions importantes y ont été annoncées. Premièrement, un commandement unifié en matière de lutte contre le narcotrafic a été décidé: les six zones de police bruxelloises seront placées sous la direction opérationnelle d'un seul "gold commander". Cette décision s'inscrit dans la ligne du choix posé par ce Parlement en juin dernier d'adopter définitivement la fusion des zones de police bruxelloises en une zone unique. J'ai toujours dit que Bruxelles est une ville et doit donc avoir une police, avec un commandement et une stratégie. Je suis ravi de voir que les bourgmestres ont fait ce choix pour la lutte contre le narcotrafic.
Deuxièmement, les unités spéciales seront désormais mises en commun. Plus de 170 agents des Special Assistance Units (SAU) ainsi que les équipes cynophiles des six zones seront dirigés de manière centralisée. Les mutualiser permettra de démultiplier leur disponibilité réelle sans devoir recruter et former de nouveaux effectifs dans l'urgence.
Ten derde versterken de zes politiezones de dienst die binnen PolBru instaat voor de openbare orde. Zo kunnen alle manifestaties en operaties inzake ordehandhaving in Brussel centraal worden opgevolgd en moeten de personeelsleden die daarvoor worden ingezet, niet langer telkens ad hoc worden gemobiliseerd.
Ten vierde heeft het gewest beslist om binnen twintig dagen twintig nieuwe mobiele bewakingscamera's te installeren in de zwaarst getroffen wijken. Ik herinner eraan dat ik in dit kader 7,5 miljoen euro heb toegekend aan de verschillende Brusselse politiezones voor de installatie van camera's. Ik roep alle zones dan ook op om volop gebruik te maken van die middelen.
Ten vijfde wordt een permanente commandopost opgericht die 24 uur per dag en zeven dagen per week instaat voor de permanente opvolging van incidenten die verband houden met georganiseerde criminaliteit en drugsgeweld. Ik wil hierbij uitdrukkelijk de belangrijke rol benadrukken van de hoge ambtenaar, gouverneur Sophie Lavaux, bij het activeren van de gewestelijke crisisbeheersing naar aanleiding van de schietpartijen.
Ten zesde zal het agentschap safe.brussels de informatie-uitwisseling tussen het gewest, de gemeenten, Justitie en de federale politie structureel versterken.
Enfin, à partir de la fin du mois d’octobre, un commissaire régional aux drogues entrera en fonction, avec pour mission de superviser la stratégie à long terme, au-delà de la seule réponse à l’urgence actuelle.
J’aimerais saluer le volontarisme des autorités régionales et zonales qui ont démontré par ces décisions que l'intérêt de l'ensemble des Bruxellois pouvait primer sur les réflexes sous-localistes, qui restent encore bien souvent trop présents.
Dames en heren volksvertegenwoordigers, ter afsluiting wil ik eerlijk toegeven dat er geen mirakeloplossing bestaat om de drugshandel in enkele weken of maanden tijd te verslaan. Sommigen hebben te lang weggekeken, terwijl de problemen al jaren bekend waren. Wat ik onze burgers wel kan garanderen, is dat ik handel en vastberaden ben om deze strijd aan te gaan, in samenwerking tussen de federale overheid, het gewest, de gemeenschappen en de lokale besturen, met respect voor onze constitutionele rechtsorde en in alle transparantie over de keuzes die we maken en waarom we die maken.
Aujourd’hui, j’ai concentré mon discours sur Bruxelles, car les derniers événements m’y obligent. Sachez cependant que je suis extrêmement attentif à ce qui se passe dans le plus grand port du pays. Chaque jour, nous évaluons l’évolution des phénomènes et les mesures supplémentaires qu’il convient de prendre.
Ne nous y trompons pas: le combat contre le trafic de drogue ne se limite pas à Bruxelles, à Anvers ou à d’autres villes belges. Il doit être mené à l’échelle du pays, en étroite collaboration avec nos partenaires européens et internationaux.
Je souhaite construire cette politique avec vous, au-delà des clivages. Je crois qu’aucun sujet ne mérite davantage qu’un consensus se dégage sur l’essentiel, même si le débat doit naturellement rester ouvert sur les moyens.
Comme je l’ai indiqué, la lutte contre le narcotrafic est une urgence nationale, qui appelle une réponse à la hauteur: une réponse ferme, coordonnée entre tous les niveaux de pouvoir et durable, partout sur le territoire.
Il faut ici avoir l’honnêteté de reconnaître que, par le passé, les pouvoirs publics ont parfois agi trop lentement et qu’il y a même parfois eu une forme de renoncement.
Comme vous l’aurez compris, ce ne sera jamais la politique de ce gouvernement. Notre engagement – et le mien en particulier – est et restera total. Nous le devons collectivement à la population, et particulièrement aux habitants qui sont directement touchés. Je serai à votre disposition pour répondre à vos questions après l'intervention de ma collègue.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Mevrouw Verlinden, u hebt een spreektijd van twintig minuten.
01.08 Minister Annelies Verlinden: Heren voorzitters, collega’s, de recente brutale schietpartijen en het aanhoudende drugsgeweld confronteren ons met een harde realiteit. Ondanks de dagelijkse en omvangrijke inzet van Justitie, politie en tal van andere veiligheids- en preventiediensten slagen criminele netwerken er nog steeds in hun activiteiten voort te zetten. Zij rekruteren daarbij steeds nieuwe mensen, vaak jongeren, en deinzen er niet voor terug om driest en steeds driester geweld te gebruiken.
Bij aanvang van mijn uiteenzetting maakt ik graag van de gelegenheid gebruik om iedereen binnen Justitie en alle veiligheids- en hulpmedewerkers te danken voor hun niet-aflatende strijd tegen het drugsgeweld.
Comme l'ont encore rappelé les riverains ce dimanche, les activités liées au trafic de drogue et aux violences qui l'accompagnent sont intolérables et nuisent à l'image de Bruxelles. Cette violence exige une réponse claire et ferme de la part des pouvoirs publics, à savoir l'ensemble des niveaux de pouvoir, chacun dans le cadre de ses responsabilités. Bruxelles appartient à ses habitants et à ses visiteurs, certainement pas à ceux qui imposent une violence aveugle et brutale.
Afin de dresser un état des lieux précis de la criminalité organisée dans notre capitale, je tiens à vous communiquer quelques chiffres. Au 24 août de cette année, 69 fusillades ont été enregistrées dans la Région de Bruxelles-Capitale, faisant 2 morts et 28 blessés. À cela s'ajoutent des dizaines d'explosions, des incendies criminels ainsi que de nombreux autres faits de violence, graves ou mineurs.
Vandaag is de drugsproblematiek het belangrijkste onderzoeksdomein bij de federale gerechtelijke politie in Brussel, die momenteel 407 actieve drugsdossiers behandelt, die zo’n 327.751 onderzoeksuren vertegenwoordigen en waar dit jaar meer dan 265 voltijdsequivalenten mee bezig zijn. Dankzij die inspanningen zijn al 1.046 arrestaties verricht en is meer dan 2,3 miljoen euro in beslag genomen.
Die arrestaties en inbeslagnames tonen aan dat de politionele en gerechtelijke aanpak concrete resultaten oplevert. Met elke interventie verstoren we de criminele activiteiten, als gevolg waarvan criminelen op zoek gaan naar nieuwe en helaas vaak nog meer gewelddadige modi operandi. Ook worden er tal van monsterprocessen gevoerd. Binnenkort vinden opnieuw enkele van deze processen plaats, onder meer in Brusselse CrimOrg-dossiers. Deze processen worden georganiseerd op de Justitiasite, waar een grotere veiligheid kan worden gegarandeerd.
Déjà sous la législature précédente – et nos collègues du PS, d'Ecolo, de Groen et d'Anders s'en souviennent certainement très bien – la lutte contre la criminalité organisée avait été considérablement intensifiée.
Nous avons ainsi investi dans la police judiciaire fédérale, dans la police fédérale de la navigation ainsi que dans un corps de sécurisation portuaire à Anvers. Nous avons également renforcé l'ordre judiciaire, notamment à Bruxelles.
Un commissariat national aux drogues a été créé afin de fournir des conseils stratégiques en matière de lutte anti-drogue et un bureau de police a été ouvert à la gare de Bruxelles-Midi.
Conform het regeerakkoord van Arizona worden die inspanningen ook deze legislatuur voortgezet en ik geef jullie graag een stand van zaken van onze inzet en inspanningen.
In juli 2025 bereikten we met de rechterlijke orde en de FOD Justitie een akkoord over het hefboomplan, een ambitieus plan dat de rechterlijke orde ook in Brussel zal versterken met investeringen in infrastructuur, veiligheid, mensen en middelen en ook in de aantrekkelijkheid van het beroep. Het Parlement keurde net voor het zomerreces een eerste pakket maatregelen uit het hefboomplan goed en daarbij gaat het onder meer om gerichte financiële stimuli voor een concurrentiële verloning. Tevens zal de rechterlijke orde autonoom kunnen beslissen over de inzet van magistraten en gerechtspersoneel daar waar ze het meest nodig zijn.
Ce plan prévoit également des moyens supplémentaires pour le recrutement de magistrats et de personnel judiciaire, à hauteur de 8 millions d'euros pour le ministère public et de 12 millions d'euros pour le siège. À partir de 2028, nous prévoyons en outre une enveloppe supplémentaire de 7 millions d'euros.
Ces moyens serviront notamment à pourvoir les cadres légaux et à mettre en place des chambres spécialisées dans la lutte contre la criminalité organisée. L'objectif est, à terme, de disposer de telles chambres spécialisées dans chaque arrondissement judiciaire.
Begin juli werden bovendien 96 vacatures voor magistraten gepubliceerd: 64 bij de hoven en rechtbanken en 32 bij de parketten. Vorige zomer werden ook al 113 vacatures voor magistraten gepubliceerd. Het ging toen om 60 plaatsen bij de hoven en rechtbanken en 53 bij de parketten.
En ce qui concerne plus particulièrement le parquet de Bruxelles, ces effectifs ont été renforcés depuis mon entrée en fonction, en février 2025, avec une augmentation nette de 12 magistrats.
Le personnel judiciaire a également bénéficié d'un soutien supplémentaire, avec un renfort de 8 ETP.
Ce soutien au parquet de Bruxelles sera poursuivi et amplifié dans les mois à venir.
Zoals u weet, heb ik precies vanwege de noden ook in de strijd tegen CrimOrg vorig jaar gevraagd om meer middelen voor Justitie. Hoewel er een belangrijk bedrag aan bijkomende middelen werd vrijgemaakt, volstaan de middelen vandaag niet om aan de noden en uitdagingen van Justitie het hoofd te kunnen bieden. Zeker niet in het licht van de bijkomende werkgeversbijdrage. Ik zal dat punt opnieuw aankaarten binnen de regering.
Grâce aux renforts apportés au cours de cette législature, nous poursuivons les efforts entamés lors de la législature précédente.
À la suite de l'attentat contre les supporters suédois, des moyens supplémentaires avaient déjà été alloués au parquet de Bruxelles et à la police judiciaire fédérale (PJF) de Bruxelles. Aujourd'hui, le cadre des magistrats du parquet de Bruxelles est entièrement pourvu.
C'est au sein du personnel judiciaire que les besoins sont, désormais, les plus importants, et j'entends également y répondre. À très court terme, un criminologue, un attaché et onze assistants supplémentaires seront recrutés.
Je souhaite également répondre à la demande du procureur du Roi de Bruxelles, qui souhaite disposer d'un plus grand nombre de juristes. Je veillerai donc à ce que les moyens nécessaires soient dégagés afin de recruter cinq juristes supplémentaires.
Zoals jullie weten, worden criminele organisaties gedreven door macht en geld. Als we ze werkelijk willen verzwakken, moeten we dus hun financiële constructies blootleggen, hun vermogen afnemen en hun criminele gelden recupereren. Het principe is eenvoudig: misdaad mag nooit rendabel zijn.
Met het arizonaregeerakkoord gaan we daarom door op de ingeslagen weg en maken we snelheid met ons beleid om geld en andere vermogensvoordelen van criminele oorsprong systematisch in kaart te brengen, te bevriezen en te recupereren en vervolgens opnieuw te investeren in politie en Justitie. Om deze buitgerichte aanpak te versterken voeren we mede op basis van Europese initiatieven twee vormen van verbeurdverklaring zonder voorafgaande veroordeling in. Bij de eerste vorm gaat het om een verbeurdverklaring die niet gebaseerd is op een veroordeling van de dader voor het strafbare feit dat het wederrechtelijke voordeel heeft opgeleverd, bijvoorbeeld in het geval van overlijden van de dader. Bij de tweede vorm gaat het om de verbeurdverklaring van een onverklaarbaar vermogen dat verband houdt met criminele activiteiten; de komende weken zal ik daartoe een wetsontwerp ter bespreking aan de regering voorleggen.
Parallèlement, nous renforçons la coopération entre l'ensemble des services concernés afin de détecter, bloquer et récupérer plus rapidement les avoirs d'origine criminelle, et ce dès l'ouverture d'une enquête pénale.
C'est dans cette perspective que nous avons dégagé, au cours de cette législature, les moyens nécessaires à la création d'un parquet financier au sein du parquet fédéral. Nous avons également approuvé la proposition visant à créer un parquet portuaire pour la zone portuaire d'Anvers.
À cet égard, j'ose espérer que les propos tenus en début de semaine par le bourgmestre Close au sujet d'Anvers seront interprétés comme un encouragement à poursuivre dans la voie tracée en faveur de la création de ce parquet portuaire.
Nous affectons nos moyens de manière efficace et ciblée en vue d'obtenir les meilleurs résultats possibles.
Zoals collega Quintin ook aangaf, zijn er in het kader van die ambitie middelen vrijgemaakt voor een bijkomende versterking van de FGP met maar liefst 130 gespecialiseerde profielen. Dat is de grootste rekruteringsgolf ooit, waarbij wij vooral op zoek gaan naar financiële specialisten om op die manier bij te dragen aan het ondermijnen van criminele organisaties.
Behalve de bestaande overlegstructuren tussen politie en Justitie, zoals zonale veiligheidsraden en het arrondissementeel rechercheoverleg, finaliseert het College van procureurs-generaal een nieuwe omzendbrief over recherchemanagement. Die brief voert instrumenten en processen in die de nauwere samenwerking tussen de politie en het openbaar ministerie versterken op basis van een gezamenlijk strategisch veiligheidsbeeld en lessen uit eerdere onderzoeken met als doel de impact van opsporing en vervolging op de veiligheid van burgers te maximaliseren.
Chers collègues, dans le cadre de la mise en œuvre de l’accord de gouvernement, nous avons déjà accompli un travail législatif considérable pour de lutter plus fermement contre les organisations criminelles. Quiconque nuit à notre société doit savoir qu’il s’exposera à une réponse ferme. Quiconque utilise des mineurs à des fins criminelles sera désormais puni plus sévèrement. Et c’est légitime, car ceux qui recrutent et exploitent des jeunes à des fins criminelles compromettent gravement leur avenir et leur épanouissement, tout en sapant les fondements mêmes de notre société. Le trafic clandestin d’armes est également puni plus sévèrement afin de renforcer l’effet dissuasif de la loi. Le blanchiment d’argent fait lui aussi l’objet de sanctions plus lourdes lorsqu’il est commis dans le cadre de la criminalité organisée. Toute personne reconnue coupable d’infractions graves portant atteinte aux fondements de notre société peut se voir déchue de sa nationalité.
We versterken ook onze aanwezigheid in transit- en bronlanden in het kader van de beeldvorming en de opvolging van onderzoeken. Cocaïnehandel is nog steeds een belangrijke motor van het drugsgeweld. Als we dat geweld willen terugdringen, moeten we zo vroeg mogelijk ingrijpen, niet alleen bij ons, maar ook in de landen waar de drugs geproduceerd worden en vanwaaruit ze naar Europa worden gesmokkeld.
Ook daarin hebben we de voorbije jaren stappen gezet. Tijdens de vorige legislatuur heb ik het netwerk van verbindingsofficieren van de politie verder uitgebouwd, onder meer met de opening van een nieuwe post in Colombia. Tijdens deze legislatuur hebben we daar een nieuwe post in Panama aan toegevoegd. Daarnaast bespreek ik met het OM de aanduiding van een coördinatiemagistraat voor de regio en blijven we inzetten op ons netwerk van zogenaamde vliegende magistraten.
C’est à juste titre que le procureur du Roi de Bruxelles a souligné, lors de la réunion du Conseil régional de sécurité (CORES) du 26 août, la qualité et l’importance de la coopération avec le Maroc.
Avec le gouvernement Arizona, nous nous engageons également à renforcer considérablement cette coopération. Le 11 juin, j’ai eu une réunion de travail à ce sujet avec le ministre marocain de la Justice, Abdellatif Ouahbi, dans le but de renforcer encore davantage notre coopération et nos partenariats avec le Maroc dans les domaines de la sécurité et de la justice.
Cette rencontre s’inscrivait dans le prolongement de la déclaration commune signée par les ministres des Affaires étrangères des deux pays, le 23 octobre dernier à Bruxelles. Cette déclaration prévoyait notamment des engagements visant à relever ensemble les défis croissants posés par la criminalité transfrontalière.
Nos ambitions communes sont d'accroître le nombre de retours et d'optimiser la coopération dans le cadre des enquêtes criminelles transfrontalières.
Ook binnen de gevangenismuren versterken we de aanpak van de georganiseerde misdaad en daarmee is niet gewacht tot de beschieting van een politiecommissariaat. Nog voor het zomerreces keurde de ministerraad mijn voorstel goed om gespecialiseerde afdelingen op te richten voor gedetineerden met een hoog risicoprofiel en met banden met de georganiseerde misdaad. Voor die gedetineerden zal een aangepast en strenger detentieregime gelden. Die maatregel speelt in op de realiteit dat sommige criminelen hun activiteiten ook vanuit de gevangenis willen voortzetten. Met die hervorming geven we het gevangeniswezen belangrijke instrumenten om die invloed te doorbreken.
Daarnaast heb ik van veiligheid in onze detentie-infrastructuur een prioriteit gemaakt door ook daarvoor in de nodige middelen te voorzien. Het gaat jaarlijks om een budget van 7,5 miljoen euro.
La prison de Haren sera également équipée d'appareils de détection supplémentaires et d'une section destinée à accueillir les high value targets. Cette section sera bien sûr équipée de brouilleurs. L'administration m'a confirmé que ceux-ci seront installés la semaine prochaine afin de pouvoir perturber toute forme de communication dans les cellules concernées.
Verder werken de veiligheids- en inlichtingendiensten nauw samen met de gevangenisadministraties om risicoprofielen in onze gevangenissen beter te kunnen opvolgen en informatie sneller uit te wisselen, om zo te kunnen ingrijpen wanneer nodig. Naast de georganiseerde criminaliteit gaat het onder meer ook over extremisme en radicalisme.
Les contrôles visant les téléphones portables, les autres objets prohibés et les stupéfiants ont été systématiquement renforcés depuis le début de cette législature.
À cette fin, les technologies de détection innovante sont utilisées, notamment celles permettant de localiser des appareils électroniques éteints. Cela concerne aujourd'hui 13 brouilleurs mobiles, chacun pouvant perturber le signal de 5 cellules. En outre, 20 dispositifs de sweeping 5G sont également utilisés, ainsi que 3 dispositifs permettant de détecter les appareils électroniques éteints. Une livraison de 15 appareils de détection 5G supplémentaires est d'ailleurs attendue très prochainement.
Grâce à ces 35 appareils de détection 5G, nos prisons pourront lutter plus efficacement contre la présence de téléphones portables. Plus précisément à la prison de Haren, ces appareils ont permis de mener, ces derniers mois, 5 opérations de sweeping à grande échelle qui ont abouti à la découverte d'environ 85 téléphones portables. En collaboration avec l'administration, nous continuons à suivre de près les évolutions technologiques en matière de détection ciblée d'appareils électroniques.
Dankzij de uitbreiding van het samenwerkingsakkoord tussen het gevangeniswezen en de politie werden ook 4 speurhonden, zowel drugshonden als ICT-honden, structureel ingezet om drugs, gsm's en andere verboden elektronische apparatuur op te sporen. Het inzetten van deze honden gaat samen met het inzetten van een gespecialiseerd team binnen de gevangenisadministratie dat de penitentiaire instellingen ondersteunt bij de uitvoering van grootschalige sweepings, zowel gericht op communicatiemiddelen als op drugs. De acties van dit team waren tussen 2022 en 2025 goed voor de inbeslagname van 1.931 gsm's. Dat cijfer staat los van de acties en dagelijkse controles die worden gevoerd op het niveau van de penitentiaire instellingen zelf. Het toont de belangrijke meerwaarde van dat team aan en is meteen ook de reden waarom deze pool werd uitgebreid tot een equipe die vandaag bestaat uit 15 vte’s.
Om drugs te detecteren binnen onze gevangenissen worden 9 drugsdetectietoestellen ingezet die zowel drugs kunnen detecteren als identificeren. Die toestellen worden heel punctueel en in samenwerking met de politie ingezet. De komende maanden zal het gespecialiseerde team deze toestellen verhoogd inzetten in de gevangenis van Haren.
Le 12 juin, le Conseil des ministres a approuvé un avant-projet de loi qui permettra également aux établissements pénitentiaires de recourir à des brouilleurs anti-drones. Des mesures supplémentaires sont, par ailleurs, prises pour équiper les prisons de systèmes de détection de drones. Les tests menés ces derniers mois sur ces détecteurs sont désormais achevés, et se sont révélés concluants. Une commande va donc être passée afin d'équiper au total 10 établissements de cette technologie.
La prison de Haren, quant à elle, dispose d'un système de détection de drones depuis 2024. Depuis sa mise en service, celui-ci a déjà permis de repérer 120 intrusions dans un périmètre de 100 mètres autour de la prison. La prison de Haren collabore également avec skeyes pour la détection des drones. Des discussions sont aussi en cours avec la Défense concernant une éventuelle collaboration dans la lutte contre les drones illégaux. Une telle collaboration permettrait d'étendre ce type de dispositif à un plus grand nombre de prisons. Cette approche permettra d'apporter une réponse importante au problème du largage des stupéfiants et d'autres objets par des drones.
Tot slot heb ik mijn administratie de instructie gegeven om de lopende aankopen en de ingebruikname van technologische middelen, zoals hiervoor vermeld, waaronder jammers en sweeping toestellen die moeten bijdragen aan het aan banden leggen van illegale communicatie, nog te versnellen, de aantallen te verhogen en de operationele paraatheid zo snel mogelijk te verzekeren.
Collega's, velen hebben de voorbije tijd in de publieke communicatie opnieuw niet kunnen weerstaan aan de verleiding om op zoek te gaan naar schuldigen. Dat is precies wat de Brusselaars niet nodig hebben. De inwoners en bezoekers van onze hoofdstad verwachten beleidsniveaus die samenwerken, die hun verantwoordelijkheid nemen en het algemeen belang boven partijpolitieke reflexen plaatsen. Het feit dat daarbij ook tot vervelens toe een communautaire polarisatie tussen Brussel en Antwerpen wordt gezocht, helpt helemaal niet. Georganiseerde criminaliteit houdt geen rekening met gemeente- of gewestgrenzen, bevoegdheidsverdelingen of bestuursniveaus.
Als er nu geen urgentie is bij iedereen die zelf een deel van de verantwoordelijkheid draagt, wanneer dan wel? Als wij de hele keten niet naar behoren en op een constructieve manier laten draaien, zullen wij op achtervolgen aangewezen blijven.
Quiconque ose regarder la réalité en face doit reconnaître que la police et la justice ne constituent que le dernier maillon d'une approche qui doit nécessairement être beaucoup plus large. Le rôle de la justice et de la police est essentiel. Mais celles-ci n'interviennent souvent que lorsque les problèmes se manifestent déjà et que les faits ont été commis.
Je me réjouis que ce débat soit mené publiquement pour la première fois. Le constat est le suivant: le terreau propice aux activités criminelles ne se forme ni dans un commissariat de police ni dans un palais de justice. Les facteurs qui incitent ou poussent à la criminalité se développent là où le décrochage scolaire progresse, là où les problèmes liés à la migration et à l'intégration restent sans réponse, là où les familles sont sous pression, là où l'accompagnement social fait défaut, là où les problèmes de dépendance ne sont pas suffisamment pris en charge, là où l'accès à l'emploi n'est pas encouragé et là où les normes et les valeurs se sont estompées.
We kunnen ook niet voorbijgaan aan de vaststelling dat in onze hoofdstad een zeer groot aantal personen zonder wettig verblijf leeft, onder wie heel wat minderjarigen. Zoals vele experten de laatste dagen opperden, is illegaliteit ontegensprekelijk een voedingsbodem en rekruteringsgrond voor criminele organisaties. Voor mensen zonder wettig verblijf is het een manier om te overleven. Voor criminele organisaties zijn zij maar al te vaak wegwerpcriminelen. Zolang we onvoldoende gecoördineerd en doortastend inzetten op vroegtijdige preventie, is het een illusie te denken dat de realiteit op het terrein drastisch kan veranderen.
Collega's, het volstaat dus niet om alleen te investeren in repressie. Preventie, huisvesting, scholing, de aanpak van de verslavingsproblematiek, sociale netwerken, migratie en integratie, bestuurlijke handhaving en strafrechtelijke vervolging zijn nauw met elkaar verweven. Alleen met een volgehouden samenhang en gezamenlijke vastbeslotenheid kunnen we een verschil maken op het terrein. Wie daarbij finaal de pluimen op zijn of haar hoed kan steken, is ondergeschikt aan de veiligheid die we opnieuw kunnen teruggeven aan de Brusselaars en de bezoekers van Brussel. We willen dat Brussel zijn fierheid kan terugkrijgen.
Ik ben ook blij vast te stellen dat dit punt, dat ik al vele jaren maak, uitdrukkelijk werd aangehaald tijdens de CORES van 26 augustus.
Il est évident que la Région de Bruxelles-Capitale appelle un engagement fort de l'autorité fédérale, Bruxelles étant à la fois la capitale de l'Europe, un carrefour économique majeur et une métropole densément peuplée.
Cependant, elle requiert tout autant une action résolue de la part de la Région et des pouvoirs locaux. Les autorités locales disposent, elles aussi, d'outils indispensables, notamment d'outils administratifs pour lutter contre la criminalité organisée. Aussi longtemps que des failles subsisteront dans le système, la criminalité organisée continuera de s'y engouffrer.
Wat mij betreft, vormt bestuurlijke handhaving daarbij een cruciaal onderdeel van het antwoord. Criminele organisaties beperken zich immers niet tot drugshandel alleen. Ze investeren hun winsten in handelszaken of vastgoed en trachten met schijnconstructies en witwasmechanismen het economisch circuit binnen te dringen. Wie de georganiseerde misdaad echt wil raken, moet daarom ook optreden tegen de financiële en economische structuren die hun activiteiten mogelijk maken.
De wetgeving inzake bestuurlijke handhaving biedt daarvoor belangrijke mogelijkheden en stelt lokale besturen in staat om op te treden tegen ondermijnende criminaliteit die zich achter een legale façade verschuilt. No time to waste lijkt mij hier een van de credo's te moeten zijn.
Par ailleurs, sous la législature précédente, nous avons veillé à ce qu’en cas de problèmes de sécurité exceptionnels, imprévus ou aigus, et lorsque ceux-ci dépassent les limites d’une zone de police, le ministre-président bruxellois dispose du pouvoir de diriger et de coordonner de manière centralisée les six zones de police locale.
Ce dispositif permet de garantir le principe de l’unité de commandement, y compris au niveau politique, et de mener une politique de sécurité cohérente au-delà des différentes zones de police et, donc, des frontières communales.
Je me réjouis, bien entendu, de la future fusion des six zones de police locales à Bruxelles. Mais une coordination renforcée, sous la conduite du ministre-président bruxellois pourrait, dès aujourd’hui, contribuer à renforcer la sécurité.
La loi sur la sécurité de Bruxelles – que j’ai élaborée lors de la législature précédente – a, en tout cas, posé les bases juridiques nécessaires à cet effet.
Collega's, wie vandaag met oprechte intenties naar Brussel kijkt, kan maar één conclusie trekken. De strijd tegen de georganiseerde criminaliteit zal niet worden gewonnen met slogans, met politieke profileringsdrang of met een eindeloos proberen doorschuiven van verantwoordelijkheden. In bepaalde wijken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest proberen criminele netwerken hun eigen regels op te leggen, gewapend met intimidatie, geweld en een schijnbaar onuitputtelijke stroom aan geld. Ze misbruiken jongeren en de meest kwetsbaren, infiltreren in buurten en proberen jongeren wijs te maken dat criminaliteit meer kansen biedt dan onderwijs.
Drugs zijn wel degelijk een vergif voor onze samenleving. Met elke pil die wordt geslikt, elk shot dat wordt gezet en elke lijn coke die wordt gesnoven, dragen ook de gebruikers bij aan een systeem waarbij schoten worden gelost, explosies plaatsvinden en elke vorm van leefbaarheid in bepaalde wijken onmogelijk wordt.
Au niveau fédéral, nous renforçons sensiblement les capacités de recherche et de poursuite, nous introduisons une législation plus stricte, nous mettons en place des régimes carcéraux spécifiques pour les criminels les plus dangereux et nous nous attachons à récupérer les avoirs criminels pour les réinvestir dans la justice et la police.
Mais il était tout aussi important que nous acceptions et reconnaissions tous ensemble que cette lutte ne se gagnera pas exclusivement devant un tribunal ou derrière les murs d'une prison. Ce n'est qu'en éliminant simultanément le terreau de la criminalité et les problèmes de dépendance que nous parviendrons à briser durablement ce cercle vicieux de la violence.
La crédibilité de l'État de droit ne dépend pas seulement de la justice et des normes que nous édictons pour protéger nos valeurs. Elle tient également aux moyens que nous sommes prêts à investir pour doter notre société de la capacité d'action dont elle a besoin.
Er wacht ons een belangrijke begrotingsoefening met bijbehorende keuzes en maatregelen, maar binnenlandse veiligheid blijft een fundamentele pijler voor onze samenleving. Zonder binnenlandse veiligheid zijn economische ontwikkeling, investeringen en maatschappelijke vooruitgang immers moeilijk houdbaar. Wie welvaart wil creëren en beschermen, moet dus investeren in Justitie en veiligheid en in de weerbaarheid van onze samenleving. Daarom herhaal ik ook in budgettair uitdagende tijden mijn oproep dat we moeten blijven investeren in mensen en middelen om Justitie en politie hun opdracht optimaal te laten vervullen.
Je vous remercie. Je suis maintenant disponible pour répondre à vos questions.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Mijnheer en mevrouw de minister, bedankt, ook om u min of meer aan de afgesproken spreektijd te houden.
Ik geef het woord aan de fracties. Elke fractie beschikt over tien minuten spreektijd. U mag die gerust verdelen onder elkaar, maar tien minuten is het maximum. Ik zal ook de timer gebruiken, zodat het voor u gemakkelijk is om te volgen. We beginnen met de N-VA-fractie.
01.09 Maaike De Vreese (N-VA): Bedankt, mijnheer de voorzitter, want we kunnen hier ook eindeloos uiteenzettingen houden of vragen stellen aan de ministers, aangezien de problematiek danig ernstig is, met 150 schietincidenten in twaalf maanden. Dan kan men terecht spreken over een noodsituatie, een crisissituatie in Brussel. Ook minister-president Dilliès zegt dat we in een noodsituatie zitten.
Met N-VA pleiten we ervoor dat de gewestelijke crisisfase volledig wordt uitgevoerd, dat het gewest de zaken in handen neemt, ook met gewestelijke politiebesluiten. Zo evolueert men van een versnipperd beleid van negentien verschillende burgemeesters naar één krachtdadig beleid om de georganiseerde criminaliteit in Brussel aan te pakken.
De verantwoordelijkheden worden, zoals we wel vaker zien, naar elkaar doorgeschoven. Iedereen is bevoegd, maar niemand is verantwoordelijk. De burger – er zitten hier een aantal mensen op de publiekstribune – is daar totaal niet bij gebaat. Vanuit het lokaal niveau wijzen de burgemeesters en het parlementslid hier naar het federale niveau, maar ook natuurlijk naar Antwerpen. Ik meen dat ze wijzen naar de splinter, maar ze zouden eens in de balk van hun eigen oog moeten kijken. De Brusselse burgemeesters hebben geen enkele structurele langetermijnvisie op de georganiseerde criminaliteit. Dat zijn niet enkel en alleen mijn woorden, maar ook die van een aantal buurtbewoners, die vragende partij zijn om in blijvend overleg te gaan met de verschillende burgemeesters, omdat zij zich niet gehoord voelen.
"De wijk was rustiger en de verkoop was ambachtelijk. Vandaag worden we geconfronteerd met het kapitalisme van de drugs," zei de burgemeester van Sint-Gillis. Als men echter decennialang wegkijkt en drugsverkoop ziet als iets ambachtelijks, dan zal de buurt inderdaad verloederen.
Mijnheer en mevrouw de minister, het is een en-enverhaal. De federale overheid moet klaarstaan om Brussel te helpen waar mogelijk, met extra ondersteuning door de federale politie en ook militairen op straat. Terecht worden miljarden euro aan Defensie besteed. Als we die capaciteit ook deels kunnen inzetten voor de Brusselaar, voor de burger, dan is dat voor onze fractie de normaliteit zelf.
Mijnheer de minister, de hotspots in Brussel zijn gekend. Ik vraag mij echter af of de toen gedefinieerde hotspots nog altijd dezelfde zijn, dan wel of wij daar ook verschuivingen zien. Zijn de recente incidenten daar gebeurd? Zijn de inspanningen daar ook voldoende? Ik hoorde bijvoorbeeld over een hotspot in Anderlecht waar een camera stond die om 4.30 uur 's nachts gewoon met een kettingzaag of een ijzerzaagje werd omgehakt. Twee maanden later staat daar nog altijd geen nieuwe camera. U zou investeren in camera's. De buurtbewoners wachten daar natuurlijk op, want die camera's zijn een hulp om de criminaliteit op de hotspots tegen te gaan.
Het Plan Grote Steden werd aangehaald. Hebben wij echter een evaluatie van wat in Brussel is gebeurd? Het Kanaalplan werd het Plan Grote Steden. Hoe gericht zal binnen dat plan worden gewerkt om de ondermijnende criminaliteit aan te pakken?
Welke taken voeren de veertig extra politiemensen vandaag uit? U haalt niet zomaar ergens veertig extra mensen. Op welke manier verschuift u capaciteit? Welke verschuivingen worden gedaan? Wij weten immers dat er op andere plaatsen natuurlijk ook heel hoge noden zijn. U staat voor een heel moeilijke opdracht om de prioriteiten te bepalen en te beslissen waar u de capaciteit van de politie inzet. Ook op dat vlak wil ik erop wijzen dat een structurele hervorming van de federale politie noodzakelijk is om zo efficiënt mogelijk met de politiecapaciteit om te gaan.
Er is ook het verschuivingseffect, niet enkel in Brussel zelf. Waar ik deels voor vrees, is dat daardoor ook wordt geschoven richting de Brusselse Rand. Wordt dat ook proactief opgevolgd? Hoe zullen daar middelen en mankracht worden verschoven indien wij die verschuiving merken?
Wij zien opnieuw dat de gold commander wordt aangewezen. Er was al een gold commander, namelijk Jurgen De Landsheer. Ik weet niet wanneer hij geen gold commander in het kader van de drugscriminaliteit meer was of hoelang die periode duurt. Nu wordt Michel Govaerts aangewezen. Hoelang geldt zijn mandaat om als gold commander op te treden? Is dat tot aan de fusie van de Brusselse politiezones?
Als immers één zaak duidelijk is en nu nog maar eens duidelijk wordt gemaakt, dan is het dat de fusie van de Brusselse politiezones beter vandaag dan morgen volledig wordt doorgevoerd. Ik meen te hebben begrepen dat ondertussen zelfs bij heel wat Brusselse burgemeesters een soort rijpingsproces heeft plaatsgevonden. Mijnheer de minister, voelt u nu meer medewerking door de Brusselse burgemeesters om naar die fusie te evolueren? Op welke manier kunt u in die procedure zelf eventueel nog versneld te werk gaan? Is dat al dan niet mogelijk?
Wat betreft informatiegestuurde politie, i-Police was een fiasco. Daar zijn heel wat tijd en middelen verloren gegaan, maar ondertussen is er een nieuwe evolutie, namelijk de inzet van artificiële intelligentie. Op welke manier maakt u gebruik van de zaken die ook door Europol ter beschikking worden gesteld om de mensen zo efficiënt mogelijk in te zetten?
Wat betreft militairen op straat, bent u helemaal klaar? Zijn het kader en andere zaken voldoende? Wanneer zult u dat samen met de minister van Defensie evalueren?
Er is de problematiek van de, vaak ook minderjarige, illegalen in het Brusselse. Dat is iets wat we later ook zeker en vast moeten bespreken met de minister van Asiel en Migratie. Er worden heel wat inspanningen geleverd om die mensen terug te sturen naar hun land van herkomst. Ik kan de vragen ook aan u stellen, want in het regeerakkoord staat dat er een whole of government-aanpak zal zijn. Hoever staat het daarmee? Ik meen dat ook daar dringend een tandje moet worden bijgestoken richting de herkomstlanden van die criminelen.
Ik ben streng voor het lokale beleid, maar dat is omdat ik daar jarenlang mee de controles heb uitgevoerd met de politiediensten. Ik heb toen van die mensen gehoord dat er vanop het politieke niveau veel meer een langetermijnvisie moet zijn wat betreft die problematieken. Er heerst heel veel frustratie bij onze politiemensen, maar het is een en-en-enverhaal. Het federale niveau moet zijn verantwoordelijkheid opnemen, én het gewest én de lokale burgemeesters moeten optreden.
Als het gaat om het aanpakken van probleemwijken, dan verwijs ik naar Denemarken, waar ze probleemwijken, die ze gettowijken noemen, echt aanpakken in een veel groter geheel. De minister heeft het gehad over onder andere huisvesting, werkgelegenheid en normvervaging. Dat staat ook in het federaal regeerakkoord. Wordt daar werk van gemaakt, ook voor Brussel? Voor wat hoort wat. Er moet nultolerantie zijn en een plan van aanpak voor die wijken waar het op dit moment volledig verkeerd loopt.
01.10 Sophie De Wit (N-VA): Heel kort en heel concreet, aansluitend bij collega De Vreese, heb ik een aantal vragen over Justitie.
Mevrouw de minister, ik heb heel goed naar u geluisterd. We weten allemaal – dat is ook wat de procureur uit Brussel aankaart – dat de netwerken gewoon vanuit de gevangenissen verder worden aangestuurd.
U hebt een aantal initiatieven aangekondigd rond veiligheid: jammers, sweepings, drones en dergelijke. Ik zou daar graag nog wat meer informatie over krijgen. Ik houd mij vooral bezig met de problematiek in Brussel en wat mij een beetje verontrust, is dat telkens de naam van de gevangenis van Haren valt. We hebben natuurlijk nog andere penitentiaire instellingen waar ook kopstukken terecht kunnen komen. Als we die maatregelen maar in één gevangenis nemen, dan verplaatst het probleem zich.
Het is een goede beslissing van de regering om een speciale afdeling in te richten voor hoogrisicoprofielen. Ik vind dat zeer goed. Zal een dergelijke afdeling alleen in Haren worden ingericht, of ook elders? Misschien kunt u dat nog wat toelichten. Een kopstuk van een drugsorganisatie is zeker geen gewone gedetineerde. Die aanpak zal dus algemeen moeten worden ingezet.
Ik kom tot mijn tweede vraag. We hebben in het Parlement een strafverzwaring goedgekeurd voor organisaties die minderjarigen inzetten. Ook dat kaart de procureur aan. Dat is natuurlijk een belangrijke stap. Hij wijst er echter ook op dat de vraag blijft wat er vervolgens met die minderjarigen gebeurt. Veel instellingen hebben wachtlijsten. Vindt daarover overleg plaats? Hoe kunnen we dat oplossen? Welke engagementen worden aangegaan om ervoor te zorgen dat die minderjarigen daadwerkelijk uit dat milieu worden weggehaald en worden begeleid?
Het klopt dat Justitie en politie dat probleem niet helemaal alleen kunnen oplossen, zoals mijn collega gezegd heeft. Daarvoor zijn ook het gewest, de gemeenten en de gemeenschappen nodig. Ik zou graag van u vernemen welke engagementen u van hen verwacht en welke concrete afspraken met die instanties zijn gemaakt. Dat is volgens mij de enige manier waarop we verder zullen kunnen gaan.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Dank om u aan de spreektijd te houden; zo ken ik u.
01.11 Francesca Van Belleghem (VB): Mijnheer de voorzitter, "Ze schieten, mama, ze schieten." Dat zei een meisje van 11 jaar toen de kogels door het raam van haar slaapkamer in Anderlecht vlogen, kogels die het meisje verwondden. Dat was in november vorig jaar, voor zij die het vergeten zijn. In één jaar tijd waren er 150 schietpartijen, 22 ontploffingen en 350 gesloten handelszaken wegens drugshandel.
Brussels procureur des Konings Moinil zei vorige week: "We kunnen echt niet wachten totdat een magistraat, een agent of een journalist om het leven komt. Dan is het te laat." Eigenlijk zei hij vorig jaar exact hetzelfde. Sindsdien is er wel een burger gewond geraakt.
Dit is een probleem van Justitie. Mevrouw de minister Verlinden, u bent hier vandaag aanwezig om u te verantwoorden. Dit is een probleem van een gebrek aan middelen bij de politie. Mijnheer de minister Quintin, u bent hier vandaag aanwezig om u te verantwoorden. Cd&v en de MR zijn echter al jaar en dag aan de macht en nu doen ze plots alsof ze het drugsprobleem gaan aanpakken. Het ontbreekt hun terecht aan elke geloofwaardigheid.
Deze ministers zijn hier echter vandaag wel aanwezig om zich te verantwoorden. Uit de persconferentie van procureur des Konings Moinil bleek duidelijk dat dit drugsprobleem ook een probleem van illegaliteit is. De minister van Asiel en Migratie is hier vandaag echter niet aanwezig om zich te verantwoorden. Zowel de N-VA-premier als de N-VA-minister van Asiel en Migratie zijn hier niet. Collega’s, uw beleidsmakers weigeren eigenlijk te erkennen dat dit drugsprobleem ook een illegalenprobleem is.
Zelfs procureur des Konings Moinil zegt dat het onvoorstelbaar is dat de politie ontelbaar veel illegalen oppakt en dat de Dienst Vreemdelingenzaken hen weer vrijlaat. Mijnheer de minister, mevrouw de minister, u hebt beiden hierover niets gezegd. De cijfers zijn nochtans glashelder. Er zijn 7.000 illegalen opgepakt in Brussel en 6.300 terug vrijgelaten door de Dienst Vreemdelingenzaken. Het migratiebeleid heeft dus gefaald. De gemiddelde terugkeerratio bedraagt 25 %. Drie op vier van die illegalen blijven gewoon in dit land. Het migratiebeleid heeft gefaald. Zolang die instroom van illegalen niet stopt, blijft de rekruteringsvijver voor die drugsbendes onuitputtelijk. Wij dienden in deze commissie een voorstel in voor de oprichting van een gespecialiseerde illegalenpolitie.
Ik zal het nog eens heel helder stellen: alle lagen en elementen van de samenleving raken verziekt door die ongebreidelde immigratie van illegalen, die vooral bijdraagt aan de sector van de criminaliteit. De meerwaarde die ze biedt is nul, wat ook geldt voor het werk dat de regering doet om ze te voorkomen: ze is dik gebuisd. Die mensen moeten opgespoord worden door een gespecialiseerde illegalenpolitie, zoals wij al langer voorstellen, en vervolgens, als echt sluitstuk, teruggestuurd worden naar het land van herkomst.
Aan beide ministers heb ik dan ook maar één vraag: wanneer zult ons voorstel om die illegalenpolitie op te richten eindelijk steunen?
01.12 Alexander Van Hoecke (VB): Het voorbije anderhalf jaar zijn we tot het punt gekomen waarop een schietpartij in Brussel een fait divers in de media is geworden, waar veel mensen geen acht meer op slaan. Pas van zodra het dagen na elkaar gebeurt, komt er een persconferentie van de procureur, schenken de media er aandacht aan en worden de mensen er weer mee geconfronteerd. Die aandacht is er vandaag jammer genoeg niet alleen in eigen land: in het Verenigd Koninkrijk, in Frankrijk, in Duitsland en zelfs in Maleisië is Brussel de afgelopen dagen in het nieuws geweest. Onze hoofdstad, de hoofdstad van de Europese instellingen, is vandaag wereldwijd bekend om de straatterreur die er heerst.
Vandaag wordt er niet voor het eerst aan de alarmbel getrokken. Zowel het Brusselse parket als andere parketten slaakten precies een jaar geleden al een noodkreet over minderjarige daders op wie ze geen vat hebben. Het profiel van die daders is een van de kernpunten van het probleem: vaak worden ze door Marokkaanse drugsbendes via sociale media of op straat aangesproken en vervolgens ingezet om het vuile werk op te knappen. In het beste geval worden die minderjarigen opgepakt, en wat gebeurt er daarna? Niets. Ze worden weer vrijgelaten omdat er geen plaatsen zijn in de gesloten instellingen voor minderjarigen.
Mevrouw de minister, herinnert u zich nog wat uw antwoord was toen we u daarover interpelleerden? U antwoordde dat het niet uw bevoegdheid was, maar die van de gemeenschappen. U spreekt vandaag over het doorschuiven van verantwoordelijkheid, maar u weet maar al te goed wat er gebeurt wanneer een adolescent achttien jaar wordt: dan belandt die in de reguliere strafketen. Ik vind het onvoorstelbaar dat u blijft beweren, en dat u oprecht zou geloven, dat het dan pas uw probleem zou worden.
Ik wil u daarom vandaag voor de zoveelste keer opnieuw die vraag stellen: wat is er op dat vlak eigenlijk op een jaar tijd gebeurd? Wat is er gebeurd sinds die eerste noodkreet van de procureur vorig jaar? Is er vandaag een gezamenlijk plan om uw verantwoordelijkheid te nemen en tot een echte aanpak te komen van onder meer die minderjarige daders?
Ik lees ook dat u niet opgezet bent met de kritiek van de procureur, omdat er al heel veel gedaan is. Dan vraag ik mij oprecht af, mevrouw de minister: kunt u met de hand op het hart zeggen dat u niet opgezet bent met die kritiek omdat er al heel veel gebeurd is? Is dit dan alles wat u en deze regering kunnen doen om die problematiek aan te pakken en om de procureur, het openbaar ministerie en het hele justitieapparaat te helpen?
Ik zal in herhaling vallen, zei de procureur. Ik vrees dat we dat hier, ondanks de korte tijd, ook moeten doen. Als alle noodkreten die we de afgelopen maanden en eigenlijk jaren hebben gehoord deze regering niet hebben wakker geschud, dan moeten we ons hier geen illusies maken. Dan zal die regering ook niet meer wakker geschud worden en ik vrees dat het dan ook tevergeefs is. De procureur hintte er trouwens zelf al op: wie denkt dat dit beperkt zal blijven tot Brussel, dwaalt.
01.13 Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, mijnheer de minister, snoeihard luidde de kritiek van de Brusselse procureur Moinil op het justitiebeleid. Een jaar geleden heeft de procureur ook een persconferentie gegeven waarop identiek dezelfde problemen werden aangekaart. Op het terrein is in het voorbije jaar niets veranderd, behalve dan de 150 schietpartijen en de meer dan 20 explosies, allemaal gelinkt aan het drugsmilieu. Brussel is, mevrouw de minister, verworden tot een van de meest onveilige steden van Europa.
Opnieuw trekt de procureur nu aan de alarmbel en wijst hij terecht op de gebrekkige strafuitvoering. Het is onaanvaardbaar dat drugcriminelen hun lucratieve handel gewoon vanuit de gevangenis kunnen voortzetten. Het is onaanvaardbaar dat grote criminelen penitentiair verlof kunnen krijgen. Het is onaanvaardbaar dat gedetineerden met het grootste gemak in alle gevangenissen kunnen beschikken over gsm's. Het is onaanvaardbaar dat door de overbevolking lange gevangenisstraffen worden ingekort of niet uitgevoerd en dat strafuitvoeringen aan de lopende band worden opgeschort.
Ook bij de uitvoering van de alternatieve straffen, zoals de werkstraffen, loopt het mis. Er zijn wachtlijsten, de justitiehuizen kunnen niet volgen en de realisatie van bijkomende werkstraffen is niet meer mogelijk omdat de markt verzadigd is. Dat belooft dus heel veel voor de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek.
Het voorgaande zijn maar enkele voorbeelden die aantonen dat criminelen de facto onaantastbaar zijn en dat de straffeloosheid blijft zegevieren.
Ik heb het dan nog niet gehad over de overbevolking en het personeelstekort in onze gevangenissen, het geweld waarvan cipiers met de regelmaat van de klok het slachtoffer zijn en het tekort aan middelen voor de uitvoering van alternatieve straffen.
Mevrouw de minister, het is bijzonder om te moeten vaststellen dat de analyse die al jaren door het Vlaams Belang wordt gemaakt, nu ook publiek wordt gedeeld door de Brusselse procureur. De huidige regering kan zich niet langer wegstoppen achter het excuus dat de problemen niet zouden zijn gekend. Integendeel, ze worden al jarenlang aangekaart maar worden genegeerd.
U was, zoals al is aangegeven, niet opgezet met de kritiek van procureur Moinil. Dat bleek uit uw reactie. Ik betreur dat eigenlijk. U merkt op dat er het voorbije jaar veel is gebeurd. Er is weliswaar veel aangekondigd, zoals bepaalde wetten, die trouwens ook door het Vlaams Belang werden gesteund, maar op het terrein en in de praktijk is er echter niets veranderd.
Er is een gebrek aan voldoende financiële middelen voor Justitie.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Mevrouw Dillen kunt u afronden? Ik probeer geen enkele fractie voor te trekken, zoals u merkt.
01.14 Marijke Dillen (VB): Ik rond af.
Mevrouw de minister, wat is uw reactie op die kritiek?
01.15 Denis Ducarme (MR): Monsieur le président, je serai suivi par M. Jadoul.
Je remercie les ministres pour l'exposé de leur action. Nous sommes là, dans une situation qui est grave et qui n'est pas nouvelle, surtout pour les entendre sur les mesures qu'ils prennent pour lutter contre ce fléau.
Je veux revenir, monsieur le ministre de l'Intérieur, sur un certain nombre de dispositions que vous avez prises depuis un an et demi – parce que vous n'êtes là que depuis un an et demi et que vous n'allez pas nettoyer les écuries bruxelloises en quelques mois. Il s'agit de voir l'ensemble des mesures que vous avez prises porter leurs fruits dans la lutte contre un phénomène qui vous a précédé, puisqu'il y avait déjà eu près de 100 fusillades en 2024.
Le phénomène prend de l'intensité. Je veux vraiment souligner les mesures que vous avez prises: le fait d'avoir arraché – et ce n'était pas simple – l'appui des militaires dans les gares, le renforcement de la police fédérale et le budget de 7,5 millions destiné aux zones de police bruxelloises pour plus de surveillance. Maintenant, il faudrait qu'elles installent ces caméras, puisque la subvention a été versée. Et puis, surtout, la fusion des zones de police, et, finalement, le commandement unique qui a été décidé, qui rejoint la philosophie de coordination de Bruxelles.
M. Moinil, que j'apprécie beaucoup pour sa franchise et son absence de langage politiquement correct, nous disait qu'il ne faudrait qu'un bourgmestre à Bruxelles. Je n'irais pas jusque-là, car je me ferais trop d'ennemis d'un coup, mais je pense en effet qu'avec la fusion des polices qui va s'installer et le commandement unique, on rejoint enfin un objectif de coordination et d'efficience.
J'ai quelques questions pour votre collègue flamande. Je ne suis pas de la race des seigneurs, madame la ministre, donc je suis moins patient, moins aimable. Parfois, je me questionne sur le fait de savoir, s'il y avait 100 fusillades par an à Anvers, s'il n'y aurait pas plus de mobilisation. Vous me direz sans doute que je me trompe, mais j'aimerais voir davantage de mobilisation dans le chef d'un certain nombre de partis flamands autour de Bruxelles. J'ai l'impression qu'ils réagiraient beaucoup plus fort, qu'ils soient de la majorité ou de l'opposition, si cela arrivait à Anvers. Enlevez-moi cette idée de la tête, s'il vous plaît.
Par ailleurs, j'aimerais également que vous puissiez nous apporter un certain nombre d’informations concernant un discours régulièrement tenu par le PS, qu’on entendra tout à l'heure. Selon lui, le PS n’aurait pas la moindre responsabilité en matière de trafic de drogue ni à Charleroi ni à Bruxelles et tout serait imputable à Anvers, comme si aucun contrôle n'y était exercé.
J'aimerais que vous précisiez, même si les douanes ne relèvent pas directement de votre compétence, comment les conteneurs sont aujourd'hui contrôlés dans le port d'Anvers afin de ne pas laisser s'installer davantage cet argument bancal.
Madame la ministre, je souhaiterais maintenant vous adresser quelques questions et, avec la franchise qui me caractérise, vous dire d'abord ce que je pense de vos propos.
Je les trouve empreints d'une grande naïveté.
Vous faites preuve de naïveté lorsque vous affirmez que la justice et la police constituent le dernier maillon de la chaîne. Lorsqu'un pays connaît plus d'une centaine de fusillades par an, avec des morts et 28 blessés, la justice et la police sont le premier rempart – pas le dernier maillon.
J'aimerais donc obtenir des réponses précises à plusieurs questions.
Premièrement, sous la dernière législature, j'avais interpellé votre prédécesseur pour constater qu’au parquet de Bruxelles, les consommateurs de drogue n'étaient même plus verbalisés. Il n’y avait plus de procès-verbal à Bruxelles quand on était contrôlé avec une quantité significative de drogue. En matière de contrôle de la consommation de drogue, le dispositif est-il similaire au sein des parquets de Bruxelles et d'Anvers?
Deuxièmement, je vous l’ai dit, je l’apprécie. Je pense qu’il vient bousculer le monde politique. Nous avons tous besoin d'être interpellés, quelles que soient nos responsabilités. Lorsque le procureur Moinil nous explique qu'il dispose de 49 magistrats alors que 63 sont prévus et qu'il ne peut plus travailler dans ces conditions, qu’allez-vous faire, madame la ministre?
Par ailleurs, quelles démarches allez-vous aussi entreprendre avec votre collègue chargée de l'Asile et de la Migration, Mme Van Bossuyt, face au manque de places dans les centres fermés? Aujourd'hui, nous ne parvenons pas à enfermer un certain nombre de personnes en situation de séjour irrégulier sur le territoire. Est-ce un sujet que vous abordez avec votre collègue? Car il s'agit également d'un élément fondamental.
Enfin, il y a un élément qui n’est pratiquement jamais abordé. Pour qu’il y ait des fusillades, il faut des armes. Pour qu’il y ait des explosions, il faut des explosifs. Cela signifie qu’un trafic existe. Dès lors, qu’avez-vous à nous dire sur les enquêtes liées au trafic d’armes et d’explosifs? Il serait intéressant de le savoir. Que pouvez-vous nous dire sur les arrestations réalisées dans ce cadre? Que pouvez-vous également nous dire sur les condamnations? De nombreuses personnes sont arrêtées par la police pour des infractions liées aux stupéfiants, à la consommation de drogue et au trafic d’armes. Mais qu’en est-il précisément des résultats obtenus en matière de poursuites et de condamnations?
Madame la ministre, pour "nettoyer" Bruxelles du narcotrafic, j’aimerais vous voir "sortir le karcher". Celui de monsieur le ministre Quintin est déjà à l’œuvre, mais il ne suffira pas à lui seul. Il faudra également que le vôtre fonctionne aussi.
01.16 Pierre Jadoul (MR): Monsieur le président, j’aimerais poser quelques questions complémentaires au regard des retours qui nous reviennent régulièrement du terrain.
Premièrement, les zones de police plaident depuis des années en faveur de la désignation d’un magistrat de zone. Quelle est la ligne politique sur cette question? Quelles initiatives ont été prises ou seront prises afin de répondre à cette demande?
Deuxièmement, est-il exact que les services de police ne sont actuellement pas autorisés à recourir à une procédure de transaction immédiate pour les infractions liées à la drogue à proximité de lieux de consommation, notamment des salles de shoot? Existe-t-il un veto en la matière? Si oui, pour quelles raisons? Une évolution de ce dispositif est-elle envisagée?
Troisièmement, la question des mineurs étrangers non accompagnés se pose. La réalité du terrain montre que les réseaux criminels recourent fréquemment à ce que l’on pourrait malheureusement qualifier de "main-d’œuvre" provisoire mineure pour certaines activités liées au trafic de drogue. Une concertation spécifique est-elle en cours sur cette problématique? Des perspectives ou des mesures particulières sont-elles envisagées, notamment en collaboration avec votre collègue chargée de l’Asile et de la Migration?
Dernière question en lien avec le terrain: il semblerait – ce ne sont que des échos – que les magistrats de permanence au parquet de Bruxelles soient à ce point sollicités que la seule manière de les contacter serait de passer par un logiciel mis au point par la police.
Est-il acceptable que la police doive effectivement passer par cette procédure administrative pour soumettre un dossier à un magistrat, alors qu’un simple contact téléphonique suffisait dans le passé et suffit peut-être encore aujourd’hui dans d’autres arrondissements?
Ce logiciel est-il également utilisé dans d’autres parquets? De quoi s’agit-il exactement et qui en a assuré le financement?
Finalement, messieurs les présidents, l’audition des acteurs de terrain pourrait constituer un véritable point d’information pour le Parlement et, au-delà, pour l’ensemble de la population. Il y a peut-être là un volet auquel nous devrons réfléchir à l’issue de cette séance. Je vous remercie.
01.17 Ridouane Chahid (PS): Madame la ministre de la Justice, monsieur le ministre de l'Intérieur: “N'importe qui peut devenir une victime et n'importe quel citoyen peut se prendre une balle.” Ces mots ne sont pas de moi. Ils sont du procureur du Roi de Bruxelles, qui déclarait encore ce matin sur les ondes de la RTBF qu'aujourd'hui, on peut importer une tonne de cocaïne depuis une cellule. C'est tout de même terrible d'entendre de tels propos, qui résonnent presque comme un mauvais présage.
Ce même procureur du Roi vous alerte depuis des mois, depuis son entrée en fonction. Même avant cela, plusieurs magistrats tiraient déjà la sonnette d'alarme. En février 2025, je vous ai interpellés, tout comme notre premier ministre. J'ai indiqué très clairement que, face à la lutte contre le trafic de drogue, il n'y a ni majorité ni opposition. Il y a des démocrates, qui doivent trouver les moyens suffisants pour mettre ces trafiquants de drogue à terre, pour que la peur change de camp et que notre système judiciaire démocratique ne soit pas atteint.
Je suis très inquiet par vos propos de ce matin, car nous sommes très loin de mettre ces trafiquants à terre. Je suis d'accord avec M. Ducarme lorsqu'il affirme que, pour les trafiquants d'armes, il faut des armes. C'est vrai. Pour les trafiquants de drogue, il faut de la drogue. Sauf qu'aujourd'hui, 60 % de la drogue présente en Europe transite par Anvers. Ce n'est pas moi qui le dis, ce sont des études qui l'affirment. Une étude de la VRT indique que, parmi les dix villes européennes présentant les concentrations les plus élevées de cocaïne dans les eaux usées, figurent Anvers, Tarragone, Amsterdam et ensuite seulement Bruxelles.
Un procureur général déclarait il y a quelques mois dans la presse que l'un des problèmes du port d'Anvers réside dans le faible taux de contrôle des conteneurs: moins de 5 % d'entre eux sont contrôlés. Si nous atteignions ne fût-ce que 15 %, nous obtiendrions déjà des résultats satisfaisants.
En janvier dernier, j’ai visité le port d’Anvers avec certains de mes collègues. Que nous disent les services douaniers? Ils regrettent d’abord de ne pas être considérés comme un service de sécurité. Ils regrettent aussi de ne pas disposer de moyens suffisants, malgré le matériel disponible. Du matériel, il y en a. Il y a des camions-scanners qui sont stationnés sur place, mais personne pour les utiliser. Pourquoi?
On a souvent ri de cette expression de la "Anvers Connection". Mais ce n’est pas une expression: c’est une réalité.
Aujourd’hui, monsieur le ministre de l’Intérieur, vous êtes confronté à trois ministres dans ce gouvernement issus de l’arrondissement d’Anvers, qui refusent d’agir, qui veulent protéger les intérêts économiques du port d’Anvers et leurs amis, pour que les bénéfices de ces propriétaires de conteneurs ne diminuent pas. La réalité aujourd’hui est que le développement économique… Cela vous fait rire ? Moi, cela ne me fait pas rire, madame la ministre. Vous êtes en train de protéger ceux qui se font de l’argent, ceux qui remplissent leurs poches, au détriment de la vie de nos jeunes dans les quartiers. C’est cela, la réalité. Et votre inaction politique, c’est de la complicité.
Nos enfants meurent. Nos familles craignent d’aller manger une pizza en terrasse parce que vous êtes incolores, inodores et que vous n’agissez pas. Voilà la réalité. Madame la ministre, vous nous dites qu’en 2028, certains moyens supplémentaires seront développés et mis à la disposition de la Justice. Mais que fait-on d’ici 2028? Nous sommes en septembre 2026. Que fait-on d’ici là? On compte les morts? On compte les fusillades?
On nous explique que c’est la faute aux 19 bourgmestres à Bruxelles: il y a une bourgmestre à Anvers, et cela n’a pas empêché qu’une fillette de 11 ans se prenne une balle, ni que les fusillades continuent. Qu’a-t-on fait? Qu’a fait ce gouvernement pour faire en sorte que cela cesse? Rien. Nada.
Vous parlez d’urgence nationale. Vous parlez de crise nationale. Alors, quand est-ce que le Conseil national de sécurité va se réunir? Monsieur le ministre, vous demandez – et vous avez raison – que tous les niveaux de pouvoir soient impliqués dans la lutte contre le trafic de drogue. Vous avez raison. Mais où est le pilote? Il est en Inde. Il soutient la signature de contrats qui, sans doute, passeront par le port d’Anvers?
Aujourd’hui, ce pays a un problème. Il n’y a pas de pilote dans l’avion. Vous êtes une aubaine pour les trafiquants de drogue. La réalité, c’est aussi que la Justice n’a pas les moyens dont elle a besoin pour faire en sorte que ces criminels soient en prison.
Vous nous parlez de deux millions d’euros de saisies. Si je rapporte ce montant au nombre d’arrestations, cela représente environ 2 000 euros par dealer arrêté. C’est une blague! Deux mille euros par dealer arrêté, quand, à l’autre bout de la chaîne, les têtes du réseau brassent des centaines de millions d’euros.
(…) : PS-dealers!
01.18 Ridouane Chahid (PS): Je comprends votre malaise. Je comprends que vous ne soyez pas à l’aise face à cette situation. Je comprends aussi qu’au sein de ce gouvernement, tant la N-VA que le cd&v sont complices de celles et ceux qui refusent de prendre des mesures concrètes. C’est un réel problème.
Madame la ministre, ne riez pas, il s’agit d’un sujet sérieux. Le procureur du Roi vous demande 10 millions d’euros depuis son entrée en fonction. Où sont ces 10 millions d’euros? Le monde judiciaire vous alerte depuis des mois. Il réclame des actions depuis des mois. Vous nous dites que vous allez améliorer votre collaboration avec M. Francken afin de disposer de davantage de drones. Il s’agit du ministre de la Défense qui ne sait pas faire la différence entre un hélicoptère et un drone?
01.19 Denis Ducarme (MR): Mais quel niveau!
01.20 Ridouane Chahid (PS): Venant de vous, c'est un compliment!
Madame la ministre, monsieur le ministre, où en est la task force annoncée par le premier ministre en février 2025? Je vous ai déjà interrogés à trois reprises à ce sujet. J’ai également interrogé M. De Wever. Jusqu’à présent, nous n’avons toujours obtenu aucun résultat concret. On nous a expliqué que cette task force travaillait dans la plus grande discrétion, qu’elle se réunissait régulièrement. Très bien. Mais nous ne sommes plus au stade des réunions secrètes; nous sommes désormais au stade des résultats. Nous sommes en droit de savoir ce qui a été réalisé concrètement. Où en est donc cette task force? Quelles mesures concrètes y ont été prises?
Vous avez parlé d’une urgence nationale. Dans ce cas, où est le plan national de sécurité destiné à mettre fin à ces fusillades?
Monsieur le ministre, quels moyens allez-vous demander dans le cadre du budget 2027 afin que la police fédérale dispose enfin des moyens qu’elle réclame pour agir concrètement?
Madame la ministre, vous avez évoqué les brouilleurs destinés à empêcher les communications depuis les prisons. Ce matin encore, le procureur du Roi déclarait qu’il les attendait toujours. Vous aviez évoqué un montant de 30 000 euros qui avait été dégagé pour l’acquisition de ces équipements. Où sont-ils?
Ortwin Depoortere, voorzitter: Collega's, u hoeft het niet altijd eens te zijn, maar voor alle duidelijkheid wil ik meegeven dat dit een gedachtewisseling met de ministers is, niet met elkaar.
01.21 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, monsieur et madame les ministres, chers collègues, dimanche, j'étais place Bethléem, avec 500 parents, habitants du quartier, enfants, et j'ai lu sur une pancarte, qui était tenue par une enfant: "Laissez-nous jouer en paix!" C'est un message que je comprends très bien, parce que, la place Bethléem, je la connais très bien. Je vais chercher mes enfants à l'école presque tous les jours sur cette place. Et d'habitude, à la sortie de l'école, les parents laissent leurs enfants jouer sur la place, quelques minutes de plus. C'est quelque chose que les parents continuent à faire encore aujourd'hui, mais avec la boule au ventre parce que cette place devient de plus en plus dangereuse.
Il y a des raisons à cette boule au ventre. Un matin, il y a quelques mois, nous nous sommes réveillés après une fusillade – vous vous en souvenez, monsieur le ministre – avec des traces de balles sur les murs de l'école et sur les murs de classes de cette école. Donc, le danger est là!
Après la dernière fusillade, lorsque nous sommes allés discuter avec les habitants de la place des Deux-Bancs, là où il y a eu cette fusillade, nous avons entendu des récits incroyables, qui donnent froid dans le dos. Des passants, des habitants du quartier ont dû se coucher par terre parce qu'ils ne savaient d'où provenaient les tirs. De plus, des enfants étaient en train de jouer sur la place à ce moment-là. Et cela, ce n'est pas normal! Ce n'est pas normal qu'aujourd'hui, en Belgique, en 2026, les gens ne puissent pas vivre, tout simplement vivre normalement, en sécurité dans nos quartiers.
C'est inacceptable. Ce que demandent les habitants ainsi que ceux qui se sont rassemblés sur la place dimanche dernier – j'étais parmi eux –, c'est d'avoir le droit de vivre une vie normale, en sécurité, en paix. Et c'est la moindre des choses. Lorsque les habitants demandent cela, ils ne demandent pas la lune. Ils demandent simplement de vivre dans un quartier sécurisé, de pouvoir compter sur une présence policière de proximité qui connaît le quartier et sur des éducateurs présents dans le quartier.
Et lorsque je parle de police de proximité, c'est un point essentiel. Après la fusillade sur la place des Deux-Bancs, les habitants m'ont raconté avoir été stupéfaits de voir arriver des policiers qui ne connaissaient pas le quartier et qui demandaient eux-mêmes le nom des rues. Ceci n'est pas la faute des policiers. C'est la conséquence directe de l'organisation de notre police. Comment peut-on envoyer des équipes d'intervention dans un quartier sensible, un hotspot comme vous dites, à Saint-Gilles, sans qu'elles soient composées de policiers qui connaissent réellement le terrain? C'est difficilement compréhensible.
La première priorité est donc de disposer de policiers de proximité qui connaissent les habitants, le quartier, les réalités locales et jusqu'aux dealers qui y opèrent. Ce sont eux qui peuvent agir de manière efficace au quotidien. Cette présence permanente est bien plus utile que de mener des opérations coup de poing ponctuelles destinées à prétendre que l'on intervient dans les quartiers. Ces opérations coup de poing, je les ai vues de mes propres yeux. Les policiers arrivent, quadrillent le périmètre et restent présents pendant une heure. Mais dès qu'ils repartent, le trafic reprend dans le quart d'heure qui suit. Je l'ai constaté moi-même.
La première étape est donc de se demander comment réagir directement dans les quartiers afin de rassurer les habitants. À cet égard, vous avez affirmé, tout à l'heure, que l’approche mise en œuvre fonctionnait. Je considère que celle-ci n'est pas encore suffisamment aboutie.
Deuxièmement, selon le parquet de Bruxelles, 69 fusillades avaient déjà été recensées au 28 août, après les 102 enregistrées sur l'ensemble de l'année 2025. Le procureur Moinil avertissait d'ailleurs, le 28 août sur BX1, que n’importe qui pouvait potentiellement être touché par une balle. Je partage cette inquiétude.
Les auteurs des tirs doivent être arrêtés, mais pour remonter jusqu'aux commanditaires, il faut démanteler les réseaux. Pour cela, il faut des enquêteurs et des magistrats. Or, selon le procureur du Roi, il en manque 83. Nous reviendrons sur les mesures que vous avez annoncées tout à l'heure, mais dispose-t-on aujourd'hui des 83 enquêteurs demandés par le procureur du Roi?
Ces enquêteurs et ces magistrats sont nécessaires pour démanteler les réseaux. Chaque poste vacant signifie moins de liens établis entre les différentes fusillades, moins d'enquêtes sur les commanditaires et sur les flux financiers, mais aussi davantage de temps laissé aux réseaux pour se reconstituer.
En 2023, Yve Driesen, directeur judiciaire de la police judiciaire fédérale d'Anvers, expliquait lui aussi, dans un reportage de Pano diffusé par la VRT, que ses services étaient quotidiennement submergés et que des centaines de dossiers ne pouvaient être traités faute de personnel.
Vous avez également évoqué, tout à l'heure, l'opération FIPA du 28 août, qui a mobilisé 600 policiers pour 1 133 contrôles et 41 arrestations judiciaires. À la suite de cette opération, combien d'armes ont été saisies, combien d'enquêtes financières ont été ouvertes et combien de réseaux ont été démantelés? Une opération ponctuelle, monsieur le ministre, ne remplace pas une capacité d'enquête permanente. J'ai déjà connu des opérations coup de poing, et ce n'est pas cela qui change la donne.
Vous avez indiqué que l'approche fonctionnait. Je me souviens de l'opération Sky ECC. Nous avions, d'ailleurs, organisé une commission réunie lorsque cette opération a eu lieu. L'approche a fonctionné à l'époque pour démanteler les réseaux, parce que nos enquêteurs et notre police judiciaire fédérale ont accompli un travail remarquable avec très peu de moyens. C'est d'ailleurs ce que souligne le procureur du Roi lorsqu'il affirme que "les services ont fait un travail acharné malgré le peu de moyens".
À l'époque, les enquêteurs avaient démantelé un réseau et procédé, si ma mémoire est bonne, à une saisie de quelque 75 millions d'euros. Ils sont venus devant cette commission, pour réclamer 1 000 enquêteurs supplémentaires au niveau national. Ils ont également réclamé un budget de 35 millions d'euros, nécessaire au fonctionnement du service, autrement dit, un montant équivalant à quasi la moitié des avoirs saisis. Pourtant, ils n'en ont jamais vu la couleur.
Aussi, comment peut-on prétendre, aujourd'hui, mener une politique acharnée contre la criminalité organisée et les réseaux de drogue alors que les acteurs qui luttent sur le terrain, ceux qui déterminent les moyens nécessaires à cette lutte, vous disent clairement ce qu'il leur faut et qu’ils reçoivent autre chose en retour? Comment voulez-vous que cela fonctionne?
Madame la ministre, M. Moinil réclame 10 millions d’euros pour le parquet de Bruxelles. Les 14 postes actuellement vacants seront-ils pourvus? Le retard que cette situation entraîne pourra-t-il être résorbé? Avez-vous une estimation du moment où ces renforts pourront effectivement être mis en place? Vous avez également parlé du parquet financier et du parquet portuaire. À partir de quand seront-ils opérationnels?
Jusqu’à présent, nous avons surtout entendu des annonces. Mais, dans les faits, je suis désolé: face à une situation qui devient de plus en plus grave, nous ne pouvons pas nous contenter d'éléments qui restent vagues alors que les revendications des acteurs de terrain, elles, sont claires.
Il y a, bien sûr, les besoins de la police judiciaire fédérale, mais aussi ceux de la police de proximité, auxquels il convient d'apporter une réponse. C'est d'ailleurs ce que réclament habitants eux-mêmes. Il faut également renforcer les contrôles dans le port d’Anvers, qui est aujourd’hui devenu une véritable passoire pour la drogue en Europe, autant d’éléments qui appellent une action résolue.
Mais surtout, il y a la question de la prévention. Et là aussi, M. le procureur du Roi et Mme la commissaire nationale aux drogues insistent sur l’importance de la prévention. En effet, c’est précisément l’absence de perspectives et de prévention qui crée le terreau fertile dont profitent les organisations criminelles pour recruter leurs dealers.
Quelles sont vos réponses, madame et monsieur le ministre?
01.22 Ismaël Nuino (Les Engagés): Madame, monsieur les ministres, merci déjà pour ces propos introductifs.
Je ne vais pas m'attarder longuement sur le constat qui a déjà été posé par de nombreux collègues. On a assisté à pratiquement 70 fusillades à Bruxelles depuis le début de l'année. Sept fusillades en quelques jours à Bruxelles. On doit tous être d'accord sur le fait qu'on ne peut pas s'habituer à cela, que les habitants de ces quartiers ne peuvent pas s'habituer à cela et qu'ils ne veulent pas s'habituer à cela. C'est un prérequis duquel on doit partir pour être bien conscient de l'urgence de la situation. Et je pense par ailleurs que ni nous, ni les habitants, ni personne en Belgique ne peut s'habituer à cela. Que ce soit à Bruxelles ou à Anvers. Il ne faut pas opposer les gens dans cette cause et dans ce combat qui doit être national, comme cela a été dit.
Dans le constat qui est dressé, un autre point est particulièrement important. C'est le fait que, dans ces nombreuses fusillades, un commissariat a été visé. Nous devons bien nous rendre compte de ce que cela veut dire que des narcotrafiquants décident de tirer à l'arme de guerre sur un commissariat. Les criminels veulent envoyer un message à la police, à savoir que la police n'a plus sa place dans les quartiers, que la police doit avoir peur des narco-criminels. L'État doit envoyer un signal inverse. La peur doit changer de camp. Et donc ces opérations, dont les opérations FIPA, sont nécessaires pour envoyer ces signaux. Je les soutiens pleinement. Mais on ne peut évidemment pas se limiter à elles.
Outre l'inquiétude et la sidération qui traversent tous les Bruxellois, et certainement un certain nombre de Belges, j'ai été assez en colère à cause de ce qu'on a pu observer dans les heures qui ont suivi les fusillades. Ce n'était pas à la hauteur des événements. Quelqu'un pense-t-il vraiment, dans cette pièce, que les narcotrafiquants se demandent si c'est le bourgmestre, le ministre régional ou le ministre fédéral qui est compétent pour lutter contre le narcotrafic? Est-ce que quelqu'un pense vraiment ça? Nous avons assisté à un renvoi de balles: "Ah ben non, c'est de votre faute. Ah ben non, c'est de la mienne. Ah ben non, les 20 dernières années, ce n'était pas de votre faute." Je pense sincèrement que la situation aurait mérité bien mieux que de se renvoyer la balle.
Les bourgmestres ont évidemment une compétence, qu'il faut rappeler à l'ensemble des couleurs politiques. Ils ont une compétence administrative, qui doit permettre de fermer tous ces commerces qui participent au blanchiment d'argent. Oui, c'est parfois impopulaire, mais il faut pouvoir le faire également. Et évidemment que le niveau fédéral doit agir aussi. Certainement qu'il doit encore agir plus pour faire en sorte que Bruxelles et le narcotrafic soient une vraie cause nationale. Mais ces niveaux doivent travailler ensemble.
Alors, je ne sais pas s'il faut rappeler la devise de la Belgique: l'union fait la force. Visiblement, dans les heures après les fusillades, on n'a pas eu d'union. Et je n'appelle qu'à une chose, c'est qu'on se rappelle cette devise et qu'on fasse en sorte que, dans la lutte contre le narcotrafic, l'union fasse réellement la force contre les narcotrafiquants.
Je voudrais
maintenant revenir à des questions très pratiques et concrètes, en essayant de
prendre en compte l'ensemble de la chaîne de lutte contre le narcotrafic.
Nous en
sommes tous conscients, il ne suffit pas d'agir sur la justice, la police ou
les douanes de manière isolée. C'est tout un système qui doit être travaillé
afin de lutter le plus efficacement possible contre le narcotrafic.
L'un des
premiers aspects, dont on a finalement assez peu parlé aujourd'hui, est celui
de la prévention. Vous avez indiqué que des moyens fédéraux y étaient
consacrés, et c'est une bonne chose. Très concrètement, comment s'organise la
coordination opérationnelle entre les moyens investis par le fédéral et ceux
engagés par les autres niveaux de pouvoir, en particulier la Région? Comment
ces actions sont-elles articulées entre elles? Quelle cohérence est recherchée
dans les moyens investis?
Cette action doit-elle
être mieux coordonnée? Qui en est responsable et comment pourrait-elle être
améliorée?
Il faut
rappeler que nous débattons ici principalement de sécurité et de justice, parce
que nous sommes au niveau fédéral. Mais la prévention constitue le premier
maillon de la lutte contre le narcotrafic. Sans consommateurs, il n'y aurait
pas de vente. Bien sûr, l’inverse est vrai aussi, mais nous devons accompagner
les personnes malades et celles qui souffrent d'addiction. Nous devons aussi
rappeler à ceux qui consomment de manière dite récréative, même si le terme est
discutable, qu'ils portent aussi une réelle responsabilité dans les problèmes
de sécurité que connaît Bruxelles. On doit également agir sur ce volet.
Concernant
les moyens policiers, vous avez indiqué que des moyens avaient déjà été octroyés
à Bruxelles, tant pour la police fédérale que pour la police judiciaire
fédérale.
Pourriez-vous
nous préciser quels moyens sont prévus pour soutenir Bruxelles ?
Je sais
également que, dans le cadre de la fusion, Bruxelles a bénéficié de moyens
additionnels en matière de soutien et c'est une évolution positive. Je souhaite
toutefois rappeler que, dans le cadre de la réforme de la norme KUL, il
faudra veiller à ce que Bruxelles ne soit plus structurellement déforcée, comme
c'est largement le cas aujourd'hui. Un habitant bruxellois bénéficie
actuellement d'un financement inférieur à ce qui devrait – je l’espère à
l’avenir – normalement s’appliquer au niveau des zones de police locale.
Pour ma part,
je soutiendrai une réforme qui permette une réelle revalorisation du
financement de la zone de police locale à Bruxelles. Nous pouvons, à juste
titre, demander beaucoup de choses aux bourgmestres, car ils ont d'importantes
responsabilités. Mais il faut évidemment leur donner les moyens de le faire.
Enfin, un aspect a été moins abordé aujourd'hui, celui de l'information policière et judiciaire. Nous savons que les réseaux de narcotrafic sont extrêmement complexes et sophistiqués. Les autorités doivent dès lors disposer d’une vision claire de ces phénomènes et d’une véritable cartographie du terrain. On nous explique que les dernières fusillades relèvent essentiellement de règlements de comptes. Nous savons également que certains ordres sont donnés depuis les prisons. J’y reviendrai d’ailleurs dans un instant.
Monsieur le ministre, vous avez fait référence au terrorisme. Il s’agit d’une comparaison pertinente à bien des égards.
Nous avons beaucoup fait évoluer, ces dernières années, notre culture du renseignement et du partage d’informations entre les services en matière de lutte contre le terrorisme. Dès lors, je souhaiterais savoir si, dans la lutte contre le narcotrafic, ce partage d’informations fonctionne de manière comparable. Si tel est le cas, comment est-il organisé? Dans le cas contraire, quelles améliorations envisager afin de garantir une circulation fluide et rapide de l’information, depuis l’agent de quartier sur le terrain jusqu’aux services de renseignement? Cela me semble être particulièrement important.
Madame la ministre, concernant la Justice, vous avez mentionné des moyens supplémentaires accordés au parquet de Bruxelles. Ces moyens sont évidemment nécessaires. Il faut rappeler qu’il s’agit du plus grand parquet du pays, dans la capitale de la Belgique et de l’Europe, confronté à des phénomènes particuliers de criminalité. Quels moyens supplémentaires sont encore prévus? Si vous disposez déjà d’un calendrier ou d’échéances, je serais particulièrement intéressé d’en prendre connaissance.
Nous n’en avons pas parlé aujourd’hui, mais je souhaiterais également savoir quels moyens sont prévus pour les cours et tribunaux bruxellois. Le parquet peut procéder à des arrestations durant 48 heures et la loi prévoit la détention préventive, après l’intervention d’un juge d’instruction. Ensuite doit intervenir un tribunal appelé à statuer et à rendre un jugement. Or il semble malheureusement que certains criminels aient compris qu’après une première décision du tribunal de première instance, un appel peut entraîner des délais considérables. Nous connaissons tous la situation de l’arriéré judiciaire à la cour d’appel de Bruxelles, qui doit aussi faire face à des phénomènes particuliers. Quels moyens supplémentaires seront dégagés pour le tribunal de première instance et pour la cour d’appel, notamment en termes de magistrats, de greffiers et de personnel administratif?
Je salue par ailleurs les avancées que vous annoncez en matière de brouilleurs et de quartiers de haute sécurité. Il est essentiel de cibler avec précision les personnes qui doivent relever d’un régime de haute sécurité. Mais il faut aussi être clair: ces personnes doivent être "brisées". La prison ne peut pas leur permettre de continuer à gérer leur trafic. L’incarcération doit mettre fin à leur vie sociale et à leur vie criminelle.
Comme cela a déjà été mentionné, le port d'Anvers est la source d'approvisionnement, si je peux m'exprimer ainsi. Cependant, l'aéroport de Zaventem le devient aussi de plus en plus. Je sais qu'il ne s'agit pas directement de votre compétence, mais j'imagine qu'une coordination existe. Quelle est cette coordination entre les différents services? Quels moyens ont déjà été débloqués? Quelles perspectives sont offertes aux services pour poursuivre les contrôles? Car il est évident qu'il faut renforcer encore ceux-ci.
Nous savons également que cette problématique ne se limite pas à une dimension belgo-belge. Quels moyens européens, tant financiers que politiques, sont mis en œuvre pour coopérer avec les pays d'origine de ces trafiquants, mais aussi avec les autres États européens en matière d'échange d'informations, de renseignement et de transfèrements?
Nous avons également évoqué la question des centres fermés. Quel travail a déjà été réalisé? Il semblerait qu'il manque des places dans ces centres. Quelle coordination est menée? Je suis conscient que, pour ces deux dernières questions, vous n'êtes pas directement compétents. Cela signifie sans doute que, si nous voulons disposer d'une vision claire de la situation, nous devrons entendre d'autres personnes.
Par ailleurs, je rejoins ce qui a déjà été dit, notamment par le collègue Jadoul. J'avais moi-même eu l'occasion de le souligner: si nous voulons comprendre ces débats complexes et avoir de la publicité, loin des invectives politiques, nous devons entendre davantage de personnes. Je songe aux acteurs de terrain, aux autorités judiciaires, aux services de sécurité à Bruxelles, mais aussi aux associations de quartier, ceux qui vivent tous les jours dans les quartiers et constituent le premier maillon de la sécurité, parce qu'ils connaissent le mieux leurs quartiers. Je pense que nous devrons avancer dans cette direction.
Pour conclure, je crois sincèrement qu'il est impératif de faire de cette question une cause nationale. Je répète que l'union fait la force. En réalité, nous n'avons pas d'autre choix.
01.23 Brent Meuleman (Vooruit): Mijnheer en mevrouw de minister, Kobe en Damien, beiden elf jaar oud, zaten niet ver hiervandaan op een terras pizza te eten met hun taekwondoleraar toen plots twee zwaarbewapende criminelen op een step voorbijreden en met kalasjnikovs oorlogsmunitie afvuurden. De trainer gooide zich meteen boven op die jongens om ze te beschermen. Deze pure horror is vrijwel dagelijkse kost in de straten van Brussel, steeds weer opnieuw.
150 schietpartijen in een jaar tijd, doden, gewonden, ontploffingen, we mogen er nooit aan wennen. Grens na grens wordt los overschreden. Als zelfs het politiecommissariaat in Anderlecht onder vuur wordt genomen met een kalasjnikov, een oorlogswapen, is dat niet zomaar de zoveelste schietpartij, maar een boodschap van de criminelen aan de staat. Uw antwoord, minister, was kordaat en duidelijk: de politie mag niet plooien.
Naar mijn mening dient het debat bij onze politiemensen te moeten beginnen. Onze politiemensen trekken elke dag de wijken in, controleren dealers, halen wapens van straat en arresteren verdachten. Ze komen tussenbeide waar iedereen op de vlucht slaat. Ik heb in de commissie al vaak gesproken over geweld tegen politie en tegen hulpverleners zoals brandweermensen en ambulanciers, want die kwestie ligt me nauw aan het hart. Ik wil daarom vandaag duidelijk herhalen: handen af van onze politiemensen. Ze verdienen waardering, bescherming, voldoende mensen en middelen en vooral een overheid die vierkant achter hen staat en hen beschermt.
Mijnheer de minister, u zegt dat de politie niet mag plooien, en daarmee ben ik het uiteraard volledig eens, maar de politiek mag ook niet plooien; daar kom ik straks op terug. Uiteraard moeten we repressief optreden. Vooruit steunt bijkomende capaciteit waar die operationeel nodig is. Wij steunen een sterke recherche, gerichte acties, de ontmanteling van drugsnetwerken, het afnemen van crimineel vermogen, het van straat halen van gewapende criminelen. Doe het alstublieft allemaal vandaag nog.
Er is echter veel meer nodig dan enkel agenten op straat om onze wijken weer veilig te maken. Professor Jelle Janssens legt de vinger op de wonde. De zes Brusselse politiezones beschikken samen over duizenden politiemensen, maar het fundamentele probleem is hoe we ons, met het aantal mensen dat we hebben, organiseren, hoe versnipperd Brussel werkt en vooral wat er gebeurt nadat iemand is opgepakt.
We weten dat die drugsbendes werken met zogenaamde fours, verkooppunten waarvoor telkens opnieuw jonge gasten gerekruteerd worden. Haal er vandaag eentje weg terwijl de voedingsbodem blijft bestaan, dan staat er morgen meteen al een andere jonge gast. Men kan dat probleem niet zomaar weg arresteren. Ministers, collega's, we moeten inderdaad hard optreden tegen die criminelen met hun kalasjnikovs, maar ook voorkomen dat een 15-jarige morgen zijn plaats inneemt.
We moeten inderdaad een sterke politie hebben, maar ook sterke scholen, jeugdwerkers en straathoekwerkers. We moeten inderdaad crimineel geld afpakken, maar jongeren ook een geloofwaardig alternatief bieden voor al dat snel geld. Wie alleen maar investeert in sirenes en cellen komt altijd te laat. Veiligheidsbeleid begint al lang voor het eerste schot.
Precies daarom vind ik de Interfederale Drugsstrategie 2026-2029 zo belangrijk. Die strategie stelt dat ons drugsbeleid integraal moet zijn. Dat werd hier ook al verschillende keren gezegd door collega's. Preventie en gezondheidsbevordering, zorg- en hulpverlening, repressie tegen illegale drugsmarkten, samenwerking en monitoring. We moeten die strategie ernstig nemen, collega's.
We staan in ons land voor bijzonder moeilijke begrotingskeuzes. Ook de gewesten staan voor zware conclaven. Dat weet iedereen. Ik heb u in uw toelichting horen zeggen dat de aanpak van de problematiek veel verder gaat dan het federale niveau. U verwacht terecht ook engagementen van andere beleidsniveaus. Het zal er straks dus op aankomen om de juiste keuzes te maken.
U zei dat de politie niet mag plooien. Ik zeg daarom dat de politiek ook niet mag plooien. Weet dat wie pleit voor besparingen op jeugdwerk, jeugdzorg, preventie, gezondheidszorg en buurtwerking, de factuur niet doet verdwijnen. Die schuift die factuur, in deze context dan, een paar jaar later gewoon door naar politie, parket en gevangenis.
Mijnheer de minister, ik zat hier eerder al met gelijkaardige vragen. Een jaar geleden ondervroeg ik u na het trieste record inzake Brusselse schietincidenten. Ik vroeg u naar het Plan Grandes Villes, de FIPA-acties, de versterking van de FGP, de cameramiddelen en de samenwerking tussen de zes Brusselse zones. U relativeerde de stijging van het geweld toen nog en zei dat het om een beperkte stijging van 5 % ging. Nu, enkele maanden later, moeten we durven evalueren, want vandaag vliegen de kogels letterlijk door gevels en ramen. Ik verwacht van u dan ook concrete antwoorden.
Waar staan we vandaag wat betreft die extra capaciteit in probleemwijken als Sint-Gillis en Anderlecht? Hoeveel van die aangekondigde investeringen zijn effectief gerealiseerd en operationeel? Vooral, wat heeft het Plan Grandes Villes vandaag concreet veranderd op straat? Vorig jaar beloofde u dat er voor het einde van het jaar 40 extra rekruteringen zouden plaatsvinden bij de FGP Brussel. U hebt er daarnet ook naar verwezen. Zijn die ondertussen allemaal aangeworven en operationeel? U stelt nu nog een extra versterking van de FGP voor. Wij steunen dat, maar kunt u bevestigen dat u die binnen uw eigen middelen zult financieren?
Een tweede belangrijke ontwikkeling is de gezamenlijke aansturing van de zes politiezones. De aanstelling van Michel Goovaerts als gold commander door burgemeester Close is naar mijn mening een belangrijke stap. Vooruit pleit al jaren voor de fusie van de Brusselse politiezones. Burgemeester Close laat die fusie nu in de praktijk landen. Dat verdient erkenning en ook opvolging. Hoe verloopt de overgang naar die formele fusie tegen 2028? Welke lessen worden nu al getrokken uit die gezamenlijke aansturing?
Naast de federale politie zijn ook het Brussels Gewest, het nationaal drugscommissariaat, de aangekondigde Brusselse drugscommissaris en het Brusselse parket bevoegd of betrokken. Hoe verzekert u dat de inspanningen van al die actoren op elkaar afgestemd blijven? Welke rol speelt de coördinatie vanuit het kabinet van de eerste minister daarin concreet? Tegen wanneer moet de Brusselse drugscommissaris, aangekondigd tegen eind september, operationeel zijn en hoe zal die samenwerken met de federale diensten?
Tot slot heb ik voor u een vraag naar aanleiding van de stelling van professor Jelle Janssens dat de ongeveer 7.000 manschappen van de Brusselse politiezones op zich volstaat en dat het probleem vooral bij de versnippering en de coördinatie ligt, niet bij een tekort aan personeel. Deelt u zijn analyse? Waar bevindt zich volgens u vandaag de grootste flessenhals, capaciteit, organisatie of de doorstroom naar het gerecht?
Tegen wanneer beschikt de FGP Brussel over de capaciteit die haar leiding en het parket nodig achten om de georganiseerde drugsnetwerken te onderzoeken en te ontmantelen?
Mevrouw de minister, ook voor u heb ik nog enkele vragen. Procureur Moinil heeft opnieuw gewezen op het probleem van de gsm's in onze gevangenissen. Dat is daarnet ook al uitgebreid aan bod gekomen. Volgens hem kunnen gedetineerden met een zwaar crimineel profiel van achter de tralies gewoon hun netwerk blijven aansturen. Bendeleiders bestellen met hun gsm een moord vanuit de gevangenis. Wat is de stand van zaken van de gespecialiseerde afdelingen met een strenger detentieregime die de ministerraad nog voor het zomerreces heeft goedgekeurd? Wanneer zullen die afdelingen operationeel zijn? In welke gevangenissen komen ze?
Welke concrete maatregelen neemt u vandaag om het gebruik van gsm's in de gevangenissen echt terug te dringen? Zijn daar ondertussen al meetbare resultaten van? U sprak daarnet over een opdracht die u aan uw administratie hebt gegeven om het aantal te verhogen en om de aankopen te versnellen. Kunt u dat concreet toelichten?
Dan is er de problematiek van de minderjarigen. Men kan de straten natuurlijk niet veilig maken als er aan de andere kant van de keten gewoon geen plaats is. Procureur Moinil wijst op een ernstig tekort aan plaatsen in gesloten instellingen, vooral aan de Franstalige kant. Tegelijk zien we dat drugsbendes steeds vaker minderjarigen rekruteren via sociale media. Erkent u dat capaciteitstekort? Wat zult u daaraan concreet doen? Is er samen met de Franse Gemeenschap een plan om bijkomende plaatsen te creëren? Over hoeveel plaatsen spreken we dan en op welke termijn?
Ik wil echter ook breder kijken. Wat doet u, samen met de gemeenschappen, om te vermijden dat minderjarigen überhaupt in het drugsmilieu terechtkomen?
Ook bij de uitvoering van werkstraffen lijkt er een probleem te zijn. Er is sprake van een wachtlijst van ongeveer 100 dossiers aan de Franstalige kant. Is dat cijfer juist? Zo ja, wat is de reden voor die achterstand? Welke afspraken maakt u met de Franse Gemeenschap om die wachtlijst weg te werken?
Verder baart het volgende mij zorgen. Procureur Moinil heeft op zijn persconferentie van 28 augustus voor een groot stuk dezelfde problemen aangekaart als een jaar geleden. Daarom wil ik u een heel eenvoudige vraag stellen. Welke van de knelpunten die het Brusselse parket vorig jaar op tafel heeft gelegd, zijn vandaag daadwerkelijk opgelost, en welke niet? Waarvan wilt u de rest van deze legislatuur prioritair werk maken?
Ik zou er ook graag concrete en meetbare doelstellingen aan gekoppeld zien, zodat we binnen enkele maanden kunnen beoordelen of het beleid van Justitie en het beleid van Binnenlandse Zaken samen ook echt resultaten oplevert op het terrein.
Ten slotte wil ik het nog hebben over het tekort aan voogden voor niet-begeleide minderjarigen. Ook dat is geen detail. Net die jongeren bevinden zich vaak in een bijzonder kwetsbare positie en kunnen daardoor gemakkelijker in handen vallen van mensen die daarvan misbruik maken.
Hoe groot is dat tekort vandaag precies? Wat onderneemt u om bijkomende voogden te vinden en aan te stellen? Tegen wanneer verwacht u dat iedere niet-begeleide minderjarige opnieuw binnen een aanvaardbare termijn een voogd toegewezen krijgt?
Ortwin Depoortere, voorzitter: Collega’s, ik kijk naar het uur en merk dat het niet eenvoudig zal worden om alle fracties aan bod te laten komen en beide ministers te laten antwoorden. De debatten zullen echter ook nog worden voortgezet in de respectieve commissies.
Ik geef het woord aan mevrouw Grillaert van de cd&v-fractie.
01.24 Leentje Grillaert (cd&v): Heren voorzitters, ik wil, ten eerste, de ministers danken voor hun uiteenzetting.
Ik heb heel goed geluisterd. Ik weet alleen niet of sommige andere leden ook goed hebben geluisterd.
Ik heb mevrouw de minister namelijk heel duidelijk horen verklaren dat er in Brussel een groot aantal personen in onwettig verblijf leven, onder wie ook veel minderjarigen, en dat dat een voedingsbodem is voor illegaliteit en een rekruteringsgrond voor criminele organisaties.
Ik raad dus sommige leden dan ook aan om de opnames nog eens te beluisteren. Ik raad echter ook andere leden aan om eens te luisteren naar wat zij hebben verklaard en vooral naar de beschuldigingen die zij hebben geuit.
Ik herhaal of haal aan wat tijdens de vorige legislatuur reeds is gebeurd, namelijk het intensifiëren van de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Zeker de collega’s van de PS zouden zich dat moeten herinneren. Ik stel dan ook voor dat zij nog eens luisteren naar wat mevrouw de minister heeft aangegeven. Zij heeft die zaken immers ook aangehaald in haar uiteenzetting.
Mijnheer Ducarme, ik zal uw woorden niet herhalen. Ik zal ze niet herhalen, want ze waren beneden alle niveau.
Collega’s, ik keer terug naar de kern van de zaak. Beelden van schutters die schijnbaar achteloos met een wapen staan te zwaaien op onze straten zijn geen fait divers. Dat kunnen en mogen wij nooit normaal vinden. Van bij de start van de regering hebben wij daarom besloten om ook de strijd tegen dat geweld en tegen de georganiseerde criminaliteit tot absolute topprioriteit te maken.
Dat drugsbendes in paniek geraken, toont aan dat die strijd vruchten begint af te werpen. Dat is echter vooral ook een signaal dat bijkomende inspanningen noodzakelijk blijven. Mevrouw de minister heeft op het einde van haar uiteenzetting ook aangehaald dat ondanks de budgettaire beperkingen de interne en de binnenlandse veiligheid heel belangrijk blijven.
Ik kijk echter ook naar voorbije zondag, toen 40 buurtcomités een krachtig signaal gaven. Zij willen terecht hun wijken terugwinnen. Om die strijd te winnen, is er nood aan samenwerking, namelijk samenwerking binnen de regering enerzijds en samenwerking tussen de regering en de andere bestuursniveaus anderzijds.
Jammer genoeg leiden incidenten zoals die van afgelopen week te vaak tot vingerwijzingen en het doorschuiven van verantwoordelijkheden. Dat hebben we daarnet ook gehoord. Daar heeft niemand iets bij te winnen, integendeel. Cd&v was daarom tevreden dat jullie allebei zijn aangeschoven bij de Gewestelijke Veiligheidsraad en dat daar concrete bijkomende maatregelen zijn afgesproken. Dat lijkt ons een goed begin.
Sommigen beweren dat deze regering de urgentie van de problematiek niet zou inzien. Dat is echt kort door de bocht. Met het plan Grote Steden en de bijbehorende middelen heeft de minister van Binnenlandse Zaken onder meer ingezet op gerichte, grootschalige politieacties in de hoofdstad, extra middelen voor camerabewaking en meer mensen op het terrein. Dat heeft hij daarnet ook gezegd. Tussen januari 2025 en juni 2026 zijn er bij de FGP Brussel 55 mensen bij gekomen.
Ook Justitie zet de strijd voort. Het voorontwerp inzake georganiseerde criminaliteit voorziet onder meer in een zwaarder detentieregime voor zware criminelen en een bijdrage van criminelen in hun detentiekosten. Daarnaast zijn er zwaardere straffen voorzien voor drugsbaronnen en bendes die jongeren inzetten, en worden wapenhandel en witwaspraktijken strenger aangepakt. De oprichting van een gespecialiseerd financieel parket en een havenparket moet de pakkans verhogen. Er gebeurt dus heel wat.
Wat cd&v betreft zijn er nog een aantal werven waarop we eveneens progressie moeten maken. Georganiseerde bendes moeten we raken waar het het meest pijn doet: in hun portemonnee. Die inkomsten moeten we gebruiken om de strijd tegen die bendes verder op te voeren. We hebben ons daarom al meermaals voorstander getoond van een mechanisme dat ervoor zorgt dat de inkomsten uit crimineel vermogen terugvloeien naar politie en Justitie. De nationale drugscommissaris heeft eerder in dit Parlement verklaard dat ze zo'n mechanisme zou uitwerken. Het staat in het regeerakkoord, in uw beleidsnota's en in het plan Grote Steden. Onze vraag is dan ook: wat is de stand van zaken? Heeft de drugscommissaris een voorstel opgeleverd? Wanneer mogen we concrete initiatieven verwachten?
De vorige regering nam terecht het initiatief om een nationaal drugscommissariaat op te richten om de strijd tegen de drugshandel te coördineren. De concrete output van dat drugscommissariaat is voor het Parlement echter niet altijd even duidelijk. Hoe evalueren de ministers de samenwerking met het nationaal drugscommissariaat? Welke rol zal het krijgen om de strijd tegen de drugsbendes verder te versterken? Hoe zal het nationaal drugscommissariaat zich verhouden tot het nieuwe Brussels drugscommissariaat? Zijn er al samenwerkingsvormen afgesproken?
Samenwerking tussen de bestuursniveaus betekent ook ervoor zorgen dat de lokale besturen hun taken optimaal kunnen vervullen. In dat kader hebben we in het regeerakkoord een aantal belangrijke maatregelen afgesproken. In de eerste plaats gaat het om de strijd tegen malafide handelszaken en de bestuurlijke aanpak daarvan via de wet gemeentelijke bestuurlijke handhaving. Voor het zomerreces gaf de minister van Binnenlandse Zaken aan dat zijn administratie een wetsontwerp heeft voorbereid op basis van de uitgevoerde evaluatie van de wet. Is de bespreking daarvan binnen de regering intussen begonnen? Kunt u verduidelijken welke concrete maatregelen u wenst te nemen, en op welke termijn?
Cd&v gelooft in elk geval dat we gemeenten meer kansen moeten geven om samen te werken, ook in het kader van intercommunales; ons wetsvoorstel daarover is klaar om ter stemming te worden voorgelegd.
We kunnen ook leren van de buren: in Nederland kunnen burgemeesters niet alleen publiek toegankelijke plaatsen, maar ook woningen van waaruit drugs worden verdeeld, sluiten. Ook daarover hebben we een wetsvoorstel ingediend.
In het regeerakkoord hebben we bovendien afgesproken dat de burgemeesters een toolbox ‘aanklampende politie’ ter beschikking zal worden gesteld en dat er een wettelijk kader komt voor tijdelijke en gerichte preventieve fouilleringsacties, om de veiligheidsproblemen in bepaalde buurten aan te pakken. Ook gerichte controles op wapenbezit en inleveracties voor wapens behoren tot de mogelijkheden. Voor al die zaken meent cd&v dat er een tandje bijgezet mag worden.
Kunt u ons een stand van zaken geven? Welke bijkomende bestuurlijke maatregelen acht u zelf prioritair? Wat ons betreft is het duidelijk dat we de burgemeesters, inderdaad met inachtname van duidelijke juridische grenzen en controlemogelijkheden, absoluut moeten versterken in de strijd tegen het drieste geweld dat hun steden en gemeenten teistert. Als we dat nu niet doen, dreigen we te laat te komen.
Politie en Justitie komen grotendeels achteraan in de keten, op het moment waarop het kwaad al geschied is. Bendes maken misbruik van kwetsbare jongeren en rekruteren mensen zonder papieren om hun vuile werk op te knappen. Vanmorgen op de radio was er nog sprake van rekruteringen in Frankrijk: ook daar worden kwetsbare jongeren die in armoede leven gerekruteerd. Hoe kijken we naar dat heikele thema?
Er is dus een integrale benadering nodig: er is nood aan een (…) gerichte werking, waar ook zorg en preventiediensten, lokale besturen en de Dienst Vreemdelingenzaken hun rol spelen.
In het regeerakkoord werd de IMC Grootstedenbeleid aangeduid als platform om dit te bespreken. Zullen er concrete initiatieven volgen om dat overleg verder te versterken en om gecoördineerde acties op te zetten, ook gericht op Frankrijk?
Ik kijk uit naar uw antwoorden en vooral naar verdere acties, maar dat dit een prioriteit is voor deze regering, daarover bestaat er geen twijfel.
01.25 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Madame la ministre, monsieur le ministre, je vous remercie. Mes questions s’adresseront essentiellement à M. Quintin.
Je ne vais pas redécrire les faits particulièrement graves dont nous avons connaissance et qui se sont déroulés à Bruxelles depuis la fin du mois d’août, avec des fusillades qui se sont succédé à Saint-Gilles, à Molenbeek et à Anderlecht, où même un commissariat a été pris pour cible.
Au nom de mon groupe, je souhaite d’abord témoigner de notre soutien aux habitantes et aux habitants, ainsi qu’à toutes les personnes qui ont été touchées.
Malheureusement, cette situation n’est pas nouvelle. Bruxelles a déjà été frappée par plusieurs fusillades ces derniers mois. Derrière les chiffres, il y a des familles qui ont peur et des habitants qui ont le sentiment d’avoir été abandonnés.
Monsieur le ministre, je vous ai déjà interrogé à plusieurs reprises sur la manière dont nous pouvons protéger les Bruxelloises et les Bruxellois, notamment les habitantes et les habitants des quartiers populaires, qui ont eux aussi droit à la sécurité. Ils et elles ont le droit de vivre tranquillement, et de laisser leurs enfants jouer dehors.
La sécurité, ce n’est pas seulement éteindre des incendies ou multiplier les opérations coup de poing après chaque fusillade.
Le CORES a annoncé une augmentation du nombre de policiers fédéraux et de caméras. Concrètement, que vont faire ces policiers? Combien seront effectivement opérationnels et d’où seront-ils repris?
Concernant les caméras, combien sont aujourd’hui effectivement fonctionnelles? Qui les visionne et qu’en fait-on concrètement? Dispose-t-on d’une évaluation précise de leur utilisation et de leur effectivité?
Pendant ce temps, le procureur Moinil continue d’affirmer que les moyens qu’il demande font défaut, et je n’ai pas l’impression que ses demandes soient démesurées.
Madame et monsieur les ministres, je me demande tout de même, après vos exposés, quelle est votre stratégie pour sortir de cette logique dans laquelle on intervient systématiquement après les faits.
Vous n’avez pas dit un mot sur la prévention, si ce n’est pour évoquer des campagnes de responsabilisation individuelle. Or, nous savons toutes et tous qu’il faut mener un travail beaucoup plus profond en matière de prévention, de santé publique, de lutte contre les assuétudes, mais aussi en matière d’emploi et de prévention de la récidive.
Pendant ce temps, à Bruxelles, le gouvernement a supprimé 22 % des subsides accordés aux associations. Ce sont plus de 2 millions d’euros qui sont aujourd’hui retirés à des associations qui accomplissent un travail essentiel de prévention auprès des publics que les autorités ont abandonnés.
Si nous voulons réellement aider nos quartiers, il faut agir sur les causes et pas uniquement sur les conséquences. Or, j'ai entendu nombre d'entre vous évoquer les conséquences, mais beaucoup moins les causes. Les mots, c'est sympa, mais les actes, c'est encore mieux!
Vous annoncez des moyens supplémentaires. Nous demandons, pour notre part, une évaluation de l’impact réel du Plan Grandes Villes, non seulement sur la sécurité, mais aussi sur la santé et la cohésion sociale.
Nous voulons également savoir ce que deviennent les sommes et les biens saisis dans le cadre de ces opérations. Sont-ils réinvestis dans les quartiers qui subissent ces violences?
Monsieur le ministre, les habitants ne demandent pas davantage d’annonces. Ils veulent des actes concrets. À un moment donné, ce sont des résultats que nous attendons. Les habitants ont droit à une politique qui protège aujourd’hui, qui anticipe les problèmes de demain et qui s’attaque enfin aux racines de la violence.
01.26 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, mijnheer de minister, de bewoners zijn het moe. Ze kunnen het niet meer uithouden in hun buurt. Ze zijn bang, bang voor hun veiligheid en voor hun kinderen, die niet meer op een veilige manier kunnen spelen of naar school gaan. De mensen kijken naar de politiek en vragen oplossingen, en terecht. Hun buurten voelen immers niet meer aan als een veilige thuis, wat de overheid toch moet kunnen garanderen. Ze wonen er soms al tientallen jaren en hebben die buurt zien veranderen. Het komt ons, politici, toe om die veilige leefomgeving te garanderen.
Collega’s, de strijd tegen geweld en onveiligheid in onze steden is een strijd die we alleen maar kunnen winnen door samen te werken, niet door naar elkaar te wijzen, zoals al te vaak gebeurt, niet door elkaar tegen te werken. Deze veiligheidsproblematiek is complex en zal alleen verbeteren als we aandacht besteden aan alle schakels in de veiligheidsketen. Ik ben blij dat ook andere collega’s daarover hebben gesproken. Dat is het enige en eerlijke antwoord waarmee de mensen in Brussel echt geholpen zijn. Elke politicus die vandaag doet alsof er maar één oplossing is of dat één beleidsniveau het zal oplossen, vergist zich. Dat weten we.
De strijd tegen de zware en georganiseerde criminaliteit vergt dus een ketenaanpak. Er moet in de diepte onderzoek worden gedaan naar de drugsnetwerken achter die criminaliteit op straat. Als de federale gerechtelijke politie daarvoor versterking nodig heeft, dan moet die er ook komen, zoals dat ook gebeurd is in Antwerpen, punt. Het heeft geen zin om de uitvoerders op straat op te pakken en niet achter die netwerken aan te gaan. Als een straatdealer of iemand die betrokken was bij een schietpartij wordt opgepakt, weten we allemaal dat er anderen klaarstaan om die rol over te nemen.
Als de politie erin slaagt om meer daders of kopstukken van drugsnetwerken op te pakken, dan krijgt justitie meer werk. Dat is de andere schakel, de volgende schakel in die ketenaanpak. Ook justitie moet dat werk kunnen bolwerken. Anders lopen de daders weer snel vrij en hervatten ze hun criminele activiteiten. Dan is het dweilen met de kraan open. Het vergt dus ook verdere investeringen in justitie.
Na de politie en het parket komt de zetel, die ook de zaken ten gronde zal moeten aanpakken. Dan is er nog de strafuitvoering. Elke schakel van die ketting zal moeten worden verstevigd. Het heeft geen zin om te focussen op één aspect ervan. We mogen zeker de eerste schakel niet vergeten, namelijk de schakel van de preventie. Hoe voorkomen we dat mensen in de criminaliteit verzeild raken en hoe breken we het verdienmodel van de drugsmaffia? Dat vergt een sterk sociaal beleid, een sterk gezondheidsbeleid, een sterk grootstedenbeleid en alles wat daarmee te maken heeft, zoals onderwijs en jeugd. Dat is echter amper een prioriteit van deze regering. Het beleid van deze regering zet een motor op armoede en dakloosheid. De regering voert een asielbeleid dat mensen zonder papieren op straat aan hun lot overlaat. Zo voedt deze regering de kweekvijver van de criminele organisaties.
Collega's, anderhalf jaar geleden – er is al naar verwezen – werd met veel poeha een taskforce opgericht. De taskforce zou worden voorgezeten door de premier, die we nooit zien in deze debatten. Hij daagt nooit op als het moeilijk is, ook niet als er hittedoden zijn. Hij is nooit te zien.
We zijn nu anderhalf jaar verder. Wat zijn de concrete resultaten van die taskforce? Die taskforce had immers een jaar geleden al over een gecoördineerde ketenaanpak moeten beschikken. Vandaag kondigen jullie, ministers, opnieuw een aantal concrete initiatiefjes aan, maar dat is allemaal too little, too late.
Nog nooit is de onveiligheid in onze hoofdstad zo groot geweest als onder deze regering, maar een echte gecoördineerde actie blijft uit, ondanks de taskforce.
Mevrouw de minister, u hebt heel veel bijkomende middelen gekregen. U klaagt nu terecht aan dat een deel daarvan verdwijnt door de werkgeversbijdragen die u moet betalen op de lonen van de magistraten. Nochtans hebt u die maatregel zelf goedgekeurd in de regering. Nu moet u dus niet komen klagen.
Collega's, ik heb veel vragen ingediend en denk dat we daar antwoorden op zullen krijgen. Ik wil alleen nog even ingaan op de gevangenissen. Het is echt ongelofelijk dat criminelen gewoon verder opdrachten kunnen geven vanuit de gevangenis. Bij elke sweeping vindt men gsm's. Daar moet dus echt werk van worden gemaakt.
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, het is vooral hoog tijd voor actie. Schiet alstublieft in actie!
Le président: Mme Hugon Lecharlier dispose de deux minutes de temps de parole.
01.27 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame et messieurs les ministres, je vous remercie pour vos exposés.
Je me joins à ce qui a déjà été exprimé. Les acteurs de la Justice nous disent qu'ils ont besoin davantage de moyens pour mener des enquêtes complexes, s'attaquer au blanchiment d'argent et aux banquiers de la mafia, pour démanteler les réseaux, pour arrêter leurs dirigeants plutôt que les seuls petits dealers, remplacés dès le lendemain, et pour assurer un traitement plus rapide des dossiers par la justice. Voilà des années qu'ils formulent ces demandes.
Il est tout de même interpellant que le procureur du Roi, M. Moinil, ait dû tenir une conférence de presse 36 heures après le Conseil régional de sécurité (CORES). Cela signifie tout de même qu'il n'a pas été entendu lors de ce CORES.
Madame la ministre, quelles sont vos exigences dans le cadre des discussions budgétaires pour le parquet, pour les cours et tribunaux et pour le renforcement de la police judiciaire? Allez-vous demander des moyens supplémentaires pour l'Institut National de Criminalistique et de Criminologie (INCC) afin d'accélérer les analyses criminalistiques? M. Moinil évoque 203 millions d'euros saisis dans le cadre de la lutte contre la drogue depuis le début de l'année 2025. Que devient cet argent? Comment est-il mobilisé?
Plus largement, nous avons quand même l'impression d'être confrontés aux limites de la politique actuelle qui centre tout sur la prohibition et la répression. N'est-il pas temps de procéder à une analyse et à une évaluation sincères afin de nous assurer que l'argent public investi conduit effectivement à une diminution des violences ainsi qu'à une amélioration de la sécurité et de la santé publiques?
Madame la ministre, vous avez beaucoup insisté sur le fait que différentes compétences entraient en jeu, notamment des compétences communautaires et régionales. Je suis d'accord avec vous sur le fait qu'il ne faut pas désinvestir dans le social, la santé, la prévention, l'éducation ou encore le logement. Mais il faut tout de même se demander, à cet égard, si l'Arizona ne joue pas également un rôle de pompier pyromane.
Ce gouvernement, qui nous parle aujourd'hui d'urgence nationale, précarise des dizaines de milliers de personnes par ses politiques d'austérité et pousse d'autres personnes dans l'illégalité. Il supprime mille places d'accueil dans le réseau d'urgence bruxellois, qui est pourtant déjà saturé, et cela envoie des personnes à la rue. Je veux bien entendre les appels à l'union nationale, mais il faut alors faire preuve de cohérence.
Si nous voulons garantir une sécurité durable dans notre pays, dans notre capitale et dans nos quartiers, il faut aussi cesser de dégrader le tissu social, préserver la capacité de chacun à vivre dignement et prendre soin des citoyens. Au sein d'Ecolo, nous ne voulons pas seulement davantage de pompiers, mais surtout moins d'incendies.
01.28 Arthur Orlians (Anders.): Ik dank beide ministers voor hun aanwezigheid hier vandaag. Ik vind het wel jammer dat de commissie bijna moet eindigen en dat we vandaag dus misschien zelfs geen antwoord zullen krijgen op de vragen. Dan is dit een maat voor niets geweest, ook als de vragen nadien in aparte commissievergaderingen zullen worden behandeld. De bedoeling van een gezamenlijke commissie is net dat er gezamenlijk op de vragen kan worden geantwoord. Als dat niet meer kan, dan zegt dat volgens mij veel over de sense of urgency.
Die sense of urgency is er wel, althans toch bij de procureur. Ik hoop dat iedereen de persconferentie volledig heeft bekeken, niet enkel de samenvatting in de pers. Dat was een ongeziene persconferentie. De procureur heeft stapsgewijs gezegd wat er allemaal zou moeten gebeuren, maar dat waren inderdaad dezelfde vragen als de vragen die hij vorig jaar al had gesteld. Deze keer riep hij de media zelfs op om dat mee aan te kaarten. Het was echt een smeekbede aan de politiek, aan de federale regering en aan alle andere instanties om meer te doen. Dat was een ongeziene persconferentie.
Er wordt dan vaak gezegd dat we niet met de vinger mogen wijzen, dat de burger daar niets aan heeft, maar vaak is dat gewoon een antwoord om sommige zaken niet te mogen of kunnen benoemen. Soms moet wel worden gewezen op waar sommige zaken fout gaan.
Er is volgens mij al heel veel gebeurd bij Binnenlandse Zaken op het vlak van veiligheid en politie. De FGP in Brussel werd al meermaals versterkt en zal nog meer worden versterkt. Er is 25 miljoen euro uitgetrokken voor extra camera's, waarvan 7,5 miljoen extra voor Brussel. Er zijn extra investeringen gekomen in de politie in Antwerpen, Brussel en ook op andere plaatsen. Ik vernoem ook de fusie van de Brusselse politiezones. De FGP Brussel telt nu 748 personeelsleden, 77 meer dan een jaar geleden en er komen er nog bij. Er zijn permanente commandoposten. Daar is dus heel veel gebeurd.
Ook bij Justitie zijn er zaken gebeurd, maar procureur Moinil zei op zijn persconferentie heel duidelijk dat politie en Justitie momenteel voor niets werken, omdat de straffeloosheid en het gevoel van straffeloosheid blijven bestaan. Mensen worden opgepakt, maar nadien meteen vrijgelaten omdat er geen plaats is in de gevangenissen. Vandaag werd opnieuw een staking aangekondigd omdat oplossingen uitblijven. De langere straffen worden niet meer volledig uitgevoerd. Er is geen capaciteit voor de aangekondigde werkstraffen. Van de 7.000 mensen zonder papieren die aan bepaalde feiten worden gelinkt, wordt 90 % vrijgelaten. Het juridisch kader is nog steeds niet volledig ingevuld. Men vraagt zelfs niet om extra verhogingen, maar gewoon dat het wettelijk kader wordt ingevuld. Dat gebeurt niet.
Er worden moorden en schietpartijen besteld vanuit onze gevangenissen. Nochtans is er geen concrete vraag gekomen naar extra sweepings of om dat in kaart te brengen. Er werden op vier jaar tijd meer dan 2.000 gsm's gevonden in de gevangenissen. Het heeft geen nut om dat te proberen tegen te houden. Er zullen altijd gsm's in onze gevangenissen belanden en binnen kunnen geraken. Men moet gewoon proberen om het gsm-bereik van die gsm's uit te schakelen. Die stoorzenders kosten blijkbaar niet zoveel geld, volgens de procureur. Hij vraagt daar al meer dan een jaar naar, maar dat is nog altijd niet gebeurd. Dat is een groot probleem.
Behalve de extra inspanningen die op Justitie nodig zijn, valt toch de afwezigheid van de premier in het debat op. Hij kan het debat natuurlijk vandaag niet bijwonen. Hij is immers op een waardevolle economische missie en dat bedoel ik niet ironisch. In het huidige veiligheidsdebat is de premier echter wel afwezig.
De N-VA-fractie vraagt vandaag om de gewestelijke crisisfase volledig uit te voeren. Toen de heer De Wever nog burgemeester van Antwerpen was, was er helemaal geen sprake van een gewestelijke crisisfase. Toen werd de Nationale Veiligheidsraad gevraagd door de heer De Wever. Vandaag is de heer De Wever zelf premier, maar is de Nationale Veiligheidsraad helemaal niet samengekomen en is er helemaal geen volledig plan van aanpak.
In zijn persbericht van destijds, toen hij burgemeester was, stelt hij: "Er is geen gevoel van urgency in de federale regering. Dat frustreert mij enorm. Ik stel vast dat ministers individueel wel van goede wil zijn, maar zo gaan we er niet geraken. Er is een alomvattend plan en een totaalvisie nodig." Welnu, vandaag heb ik exact hetzelfde gevoel. Beide ministers komen vandaag vertellen wat zij allemaal doen en ook andere ministers proberen zaken te doen, maar er is een totaalvisie nodig. Er is een totaalplan van aanpak nodig en de premier is best niet onzichtbaar in het hele veiligheidsdebat.
Nu geef ik nog met veel plezier het woord aan mijn collega.
01.29 Alexia Bertrand (Anders.): Collega’s, als Brusselaar vind ik het heel jammer dat hier de verantwoordelijkheden op elkaar worden afgeschoven. Het is een pingpongspel. Volgens de N-VA is het allemaal de fout van de burgemeesters of van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dat zijn natuurlijk politieke spelletjes. De PS ontkent op haar beurt alle lokale verantwoordelijkheid. Dat is gewoon onbegrijpelijk. Als Brusselaar vind ik dat onbegrijpelijk.
Hebben jullie geluisterd naar de procureur? Hebben jullie geluisterd naar zijn persconferentie? Wat heeft hij, een heel bekwaam, rustig, waardig en moedig man, gezegd? Ik doe mijn hoed voor hem af. Ik dank de heer Moinil dat hij er is. De procureur zei dat we coördinatie nodig hebben en dat de premier daarvoor moet zorgen. Toen een journalist naar die taskforce vroeg, antwoordde de heer Moinil: "Qu’en est-il?" Hij wist niet eens waar die taskforce staat en wat die gedaan heeft.
Procureur Moinil vraagt niet om hemel en aarde te bewegen, maar vraagt een aantal concrete zaken. Hij vraagt coördinatie door de premier, wat toch niet onmogelijk lijkt en trouwens door de premier zelf is beloofd. Hij vraagt 10 miljoen euro. Mevrouw Verlinden, u verklaarde vorig jaar tegenover het Parlement dat u 1 miljard euro hebt gekregen voor Justitie. De regering is momenteel op zoek naar 10 miljard euro. U kunt moeilijk zeggen dat het onmogelijk is om 10 miljoen euro vrij te maken. De procureur zei vorig jaar dat hij met 10 miljoen euro van Brussel de veiligste stad kan maken. Waar blijft die 10 miljoen?
Hij vroeg om de invulling van zijn kaders en vroeg de politiek om te stoppen met over versterking te spreken zolang die niet zijn ingevuld. Als de kaders niet zijn ingevuld, wordt de wet immers niet nageleefd en is er geen sprake van versterking, maar werken we met ontbrekende middelen. Het vraagt om een aantal onderzoekers – ik treed mijn collega bij als hij zegt dat er al veel gebeurd is op Binnenlandse Zaken – en om juristen. Mevrouw de minister, ik hoorde u vandaag zeggen dat er vijf juristen bij zullen komen, maar er zijn veertien juristen te kort. Is het onmogelijk om daarvoor te zorgen? Waarom vult u de kaders niet volledig in? Of heb ik het verkeerd begrepen? Legt u het alstublieft uit en antwoord op de vragen van de procureur.
De minister van Asiel en Migratie is niet aanwezig, maar criminelen zonder wettig verblijf moeten verwijderd worden. Volgens de procureur zouden er 200 plaatsen beschikbaar zijn in gesloten centra en hier hoor ik dat er extra plaatsen gecreëerd zullen worden. Zijn er inderdaad 200 plaatsen beschikbaar? Waarom worden die dan niet benut?
Jullie spreken naast elkaar. De procureur heeft tijdens zijn persconferentie een uur lang heel duidelijke, concrete vragen gesteld. Iedereen moet die bekijken en naar die noodkreet luisteren. Jullie zijn ministers van goede wil, daar twijfel ik niet aan, maar de procureur moet blijkbaar uit machteloosheid de pers bijeenroepen in plaats van zich rechtstreeks tot de politiek te wenden. Toen de pers hem vroeg of hij zich door de politici serieus genomen voelt, luidde zijn antwoord: "Ik denk het niet." Zolang de politiek niet aan zijn eisen tegemoetkomt, wordt daarvan geen prioriteit gemaakt. Als Brusselaar vind ik dat een catastrofe.
Mijnheer de minister, mevrouw de minister, Ik wacht op uw antwoorden, zeer concreet. Ik zal geen extra spreektijd meer in beslag nemen, want we willen echt uw antwoorden horen over de concrete vragen van de procureur van Brussel.
01.30 François De Smet (DéFI): Madame la ministre, monsieur le ministre, ce gouvernement n'avait pas encore 24 heures, début février 2025, lorsqu'en plénière j'évoquais le lien entre les fusillades à Bruxelles et le trafic de cocaïne au port d'Anvers. Le premier ministre a alors bondi, littéralement, en qualifiant ce lien de sottise. Et je me rappelle m'être dit à ce moment-là: "Aïe, avec ce gouvernement, avec un tel déni, cela va être difficile sur les questions de sécurité, parce que, comme pour tous les dossiers, l'idéologie va passer avant le terrain et avant le rationnel".
Car l'Arizona et les fusillades, c'est la définition-même du déjà-vu: des fusillades qui se succèdent, un procureur du Roi qui se plaint et des parlementaires qui interpellent; ce n'est pas la première fois qu'on vit cette séquence. Et, ce qui est fou, consternant même, c'est de constater que c'est essentiellement lorsqu'il y a une séquence de plusieurs fusillades suivies du procureur qui se plaint qu'on a l'impression que les choses s'accélèrent. Je regrette de dire que c'est un problème en soi.
Il est grand temps – là-dessus, tout le monde est d'accord –: 69 fusillades depuis le mois de janvier, des citoyens bruxellois en danger, un commissariat mitraillé à l'arme de guerre. Vous avez dit dans un média, monsieur le ministre, que tirer sur ce commissariat était la preuve que nos actions portaient leurs fruits et que l'on dérangeait. Je pense exactement le contraire! Quand on tire sur un commissariat, le message, à l'évidence, me paraît être: nous n'avons pas peur de vous. Il est temps que la peur change de camp.
Il est vrai que la drogue entre bien par quelque part. Le procureur du Roi a dit dimanche qu'Anvers ne faisait pas le job, car on y contrôle moins de 5 % des conteneurs. Il n'y a pas si longtemps, le procureur général Van Leeuw avait parlé de 0,5 %. En tout cas, c'est très faible! Soyons honnêtes, bien sûr, le port d'Anvers n'est pas la seule porte d'entrée de la drogue dans ce pays, c'est aussi le cas des aéroports et des autres ports. Je n'irai pas jusqu'à parler d'une Antwerp connection. Mais il y a quand même un doute sérieux sur la motivation réelle de ce gouvernement à augmenter le taux de conteneurs réellement contrôlés aujourd'hui au port d'Anvers, qui est un moteur économique important de ce pays.
Figurez-vous que, le 28 janvier dernier, j'ai posé la question au ministre Jambon, compétent pour les douanes. Il m'a répondu que 40 000 conteneurs avaient été scannés en 2024, 125 par jour. Il n'a pas voulu s'engager sur un pourcentage, ni sur le moment où on aurait un taux de 100 % des conteneurs à risques qui seraient scannés. Je demande que le gouvernement soit enfin clair sur cette donnée des conteneurs entrants, conteneurs scannés, et sur le taux par trimestre, port par port, des conteneurs contrôlés. Il nous faut un calendrier clair pour savoir quand on aura 100 % des conteneurs à risques qui seront scannés. Tant que la cocaïne passera en aussi grande quantité à Anvers, nous aurons des gangs qui se tireront dessus pour prendre possession de Bruxelles, qui est devenue le territoire de distribution.
Sur les moyens, je prends acte de vos engagements et je vous en remercie. Je ne peux toutefois pas cacher une réelle frustration concernant la norme KUL, qui demeure inchangée depuis 1999. Monsieur le ministre, nous attendons toujours cette réforme alors qu’elle était censée être consubstantielle à la fusion forcée des zones de police bruxelloises. Visiblement, il était plus urgent de fusionner six zones de police de force que d’assurer le refinancement structurel des zones de police locales. C’est précisément ce qui, à mes yeux, caractérise un gouvernement qui privilégie l’idéologie aux priorités du terrain. Et qu’on cesse de nous présenter cette fusion forcée comme la solution. Les événements des derniers jours démontrent justement que les bourgmestres et les autorités compétentes n’avaient pas besoin d’une zone de police unique pour se voir et gérer une situation d’urgence. Ce dont ils ont besoin, ce sont de moyens fédéraux pour faire face à une criminalité organisée qui, pour rappel, relève avant tout des compétences fédérales.
Du côté de la justice, le constat est similaire. Il ne sert à rien de multiplier les arrestations si les dossiers ne peuvent pas être traités par la justice.
Madame la ministre, au sujet des brouilleurs dans les prisons, je prends acte des mesures annoncées. Mais comment expliquer ce temps perdu? Je dois vous avouer une certaine colère. Le procureur du Roi réclame l’installation de brouilleurs depuis février 2025. Je vous avais déjà interrogée sur cette question en mars 2025. Vous m’aviez alors répondu en évoquant des intentions d’acquisition de matériel et des phases de test. Dix-huit mois plus tard, nous entendons un procureur du Roi expliquer que depuis lors, un assassinat a été commandité depuis la prison et que des trafics entiers sont pilotés depuis des cellules. Dix-huit mois, madame la ministre. Comment est-ce possible? D’autant plus que personne ne demande de couvrir l’ensemble des prisons du pays. Il s’agit prioritairement d’équiper les quartiers de sécurité dans lesquels sont détenus les chefs de réseau. Madame la ministre, ce retard est inacceptable et engage votre responsabilité.
On nous répète, à juste titre, qu’il faut davantage de présence policière dans les rues. C’est vrai. Mais je répète qu’il faut également du personnel derrière les écrans, même si cela paraît contre-intuitif. Un dealer de rue est malheureusement remplacé en vingt-quatre heures. Un réseau criminel durablement touché au portefeuille, non.
C’est pourquoi il faut accélérer les efforts engagés par votre gouvernement. Le parquet national financier devrait disposer d’une véritable autonomie et ne pas être réduit à une section subordonnée au parquet fédéral. Voilà bientôt un an que la décision de créer cette section a été annoncée. Curieusement, elle a été portée par une proposition de loi plutôt que par un projet de loi et demeure encore loin d’être aboutie. Là encore, beaucoup de temps a été perdu. Il ne nous faut pas une task force, dont les résultats restent obscurs pour l'instant, mais il nous faudrait véritablement un secrétariat d’État dédié à la lutte contre la criminalité financière. Actuellement, les compétences sont réparties entre l’Intérieur et la Justice. Mais nos débats de ce matin invoquent aussi les Affaires étrangères, la Migration, les Douanes, les Finances et bien sûr, monsieur le ministre, vous avez raison de le rappeler, les autres niveaux de pouvoir. Il y a tellement de niveaux de pouvoir concernés qu'il nous faut un acteur qui y soit dédié.
Je voudrais enfin dire un mot sur le profil des personnes interpellées. Plusieurs de mes collègues, tout comme vous, madame et monsieur les ministres, ont rappelé qu'il s'agit souvent de personnes sans papiers et, dans certains cas, de mineurs sans papiers.
Là encore, il existe un problème idéologique. Au lieu d’investir ses efforts pour éloigner des personnes qui ont réellement commis des délits, ce gouvernement consacre beaucoup d'énergie à d'autres projets, comme celui des visites domiciliaires. Or, le constat de base est simple: une personne à qui l'on interdit de gagner sa vie et que l'on n'éloigne pas non plus, devient mécaniquement disponible pour celui qui la paiera, notamment dans ce type de trafic. Elle est également disponible comme consommatrice de stupéfiants pour oublier la non-vie qui est la sienne.
Je ne dis pas cela pour excuser qui que ce soit. Celui qui vend de la cocaïne doit répondre de ses actes, quels qu'ils soient et quel que soit son statut. Mais en faisant comme si ces personnes sans papiers n'existaient pas, en refusant toute idée de campagne de régularisation, même pour celles qui disposent d'une promesse de contrat de travail, nous contribuons aussi à constituer le vivier dans lequel les réseaux recrutent. C'est une responsabilité de ce gouvernement. Le gouvernement Arizona porte une responsabilité majeure dans la création du vivier de main-d'œuvre composée de sans-papiers fragilisés, au sein duquel les narcotrafiquants recrutent à la fois des consommateurs et des dealers. Et je vais être encore plus clair: lorsque la ministre Van Bossuyt supprime, là encore récemment, 1 000 places d'accueil à Bruxelles, ce gouvernement envoie de la chair à canon entre les mains des trafiquants, et c'est irresponsable.
Vous avez raison de dire que la lutte contre le narcotrafic concerne tous les niveaux de pouvoir et d'appeler chacun à prendre ses responsabilités, y compris les autorités locales. Mais si l'échelon fédéral est défaillant, rien n'est possible. Et vous êtes en train d'échouer par idéologie.
Quand ce gouvernement consacre son énergie à fusionner des zones de police plutôt qu'à refinancer les polices locales, il fait de l'idéologie. Quand il préfère, visiblement, préserver l'activité économique des ports plutôt que la sécurité de nos citoyens, il fait de l'idéologie. Quand il attend d'être publiquement interpellé par les acteurs judiciaires pour accélérer son action, il fait également de l'idéologie. Et quand il ne fait rien pour sortir du non-droit des personnes dans nos rues, il fait aussi d'idéologie. Il est à présent temps d'agir.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Merci, monsieur De Smet.
Alles fracties zijn aan bod gekomen. Beide ministers kunnen langer blijven dan het voorziene einduur van 12.00 uur, om antwoorden te verstrekken op de vele vragen. Ik veronderstel dat de commissie daarmee akkoord kan gaan en dat we de vergadering verlengen. (Instemming)
Het woord is aan minister Verlinden.
01.31 Minister Annelies Verlinden: Collega's, ik dank u voor uw vele vragen, waarvan vele uiteraard niet verrassend zijn, omdat ik in mijn uiteenzetting bij aanvang van deze commissie al een heel aantal van de punten besprak, maar uiteraard ook omdat deze problematiek al langer bekend is en ook al veel langer wordt aangepakt. Ik zal proberen zo omstandig mogelijk op uw vragen te antwoorden, zoals bij het begin van de commissie gezegd. Ik zal proberen u een omstandig antwoord te geven, ook ten aanzien van de mensen die ons niet in deze zaal volgen, maar wie het aanbelangt. Zoals ik zei bij aanvang, gaat het dan om de Brusselaars en alle bezoekers.
Collega De Vreese, u stelde een vraag over de whole-of-governmentaanpak, onder meer met betrekking tot de terugkeer. We zetten daar inderdaad op in. Wat mij betreft pakken we dit aan met een whole-of-governmentaanpak, want wanneer de minister van Justitie, de minister van Asiel en Migratie of de minister Binnenlandse Zaken daar alleen naartoe gaat, is het een veel moeilijker verhaal om te vertellen.
Ik heb al wel een voorbereidende stap gezet. Zoals u weet, ben ik in juni naar Marokko geweest. Het is niet toevallig dat ik naar Marokko ben geweest. Ongeveer 10 % van de gedetineerden heeft de Marokkaanse nationaliteit. Die zijn natuurlijk niet allemaal verwijderbaar. Zo gaat het ook om mensen in voorlopige hechtenis en we willen natuurlijk dat er eerst hier een uitspraak is over de feiten. We moeten dus voorzichtig met het citeren van cijfers. Het blijft echter een punt van aandacht.
Daarom werk ik samen met de collega's van Buitenlandse Zaken, Asiel en Migratie en Binnenlandse Zaken. Minister Prévot heeft vorig jaar in oktober een samenwerkingsakkoord afgesloten met een aantal engagementen. De realiteit gebiedt ons wel om eerlijk te zijn. Samenwerking met die herkomstlanden is niet eenvoudig. Dat geldt niet alleen voor België, ik hoor dat ook van mijn Europese collega's. Toch blijft het mijn vaste overtuiging dat de enige oplossing samenwerking en engagement is. Ook moeten we proberen goed in te spelen op de noden van die landen, want anders gebeurt er niks.
Er werden hier vandaag weer een aantal simplismen bovengehaald, zeggende dat we ze allemaal moeten terugsturen. Ik daag u uit, ik heb geen oplossingen gehoord, alleen maar simplismen. Men kan geen bussen naar Marokko rijden en dan zeggen: hier hebt u uw onderdanen terug. Men kan geen vliegtuigen charteren en die dan naar Rabat of Casablanca laten vliegen om de mensen terug te brengen. Elk dossier, elk individu, moet gescreend worden en moet aanvaard worden door dat land van herkomst. Men kan dan zeggen dat we moeten ingrijpen met andere instrumenten, zoals economische aspecten, ontwikkelingssamenwerking, noem maar op, maar ook dat is niet eenvoudig. Wie die complexiteit onder ogen wil zien en iets verder wil denken dan simplismen en slogans, heeft zeker mijn luisterend oor om daarover te spreken en na te denken.
We hebben evenwel al stappen gezet. Er is een verhoging van het aantal interstatelijke overbrengingen. We hebben die ook dringend nodig, niet alleen op het strafeinde, maar ook tijdens de straf. Als het altijd gebeurt op het strafeinde, winnen we immers geen detentiedagen. Hoe vroeger die mensen uit de gevangenis naar een gesloten centrum en vervolgens naar hun land van herkomst worden teruggebracht, hoe meer capaciteit er in onze gevangenissen vrijkomt en hoe minder overbevolking er is.
Ik had over dat thema gisteren nog een overleg met een hoge Marokkaanse delegatie en ik zal daarop blijven inzetten. Ik ben zeker een van degenen die het meest vragende partij zijn om die whole-of-government approach ook echt uit te rollen en daar werk van te maken.
Collega De Wit, u had een vraag over de maatregelen die we nu nemen met betrekking tot de bedreiging van die high-value targets en de gedetineerden die een hoge mate van veiligheid vereisen in onze gevangenissen. Uiteraard, en gelukkig, beperkt dat zich niet alleen tot Haren. Ik heb daarop vooral de nadruk gelegd vanwege de persconferenties die hier ook geciteerd zijn. Maar ook in andere gevangenissen zetten we in op die problematiek. Precies daarom hebben we een gespecialiseerd team van 15 personen opgericht. Dat team ondersteunt alle gevangenissen om met die problematiek om te gaan. Als men die allemaal samenbrengt in één vleugel of in één gevangenis, levert dat veel bijkomende zorgen op voor de personeelsleden, de directeurs en het inrichtingshoofd.
Vervolgens is er de vraag van collega Meuleman, maar die zie ik nu niet meer zitten. Er komen drie afdelingen voor hoogrisicoprofielen in de gevangenissen, waaronder in Haren. Daar is veel plaats, maar er komen ook afdelingen in andere, Franstalige gevangenissen. Er wordt gedacht aan Ittre en ook nog aan een Nederlandstalige gevangenis. Dat is nog te bepalen, ook op basis van de infrastructuur en een aantal andere contextuele omstandigheden. De afdeling in Haren zal als eerste operationeel zijn omdat de infrastructuur daar al ter beschikking is.
Zoals ik al zei, is het voorontwerp van wet voor het aangepaste detentieregime voor de zomer op mijn vraag door de ministerraad goedgekeurd. Het ligt nu voor advies bij de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit. Hopelijk kunnen we het dit najaar zo snel mogelijk indienen in de Kamer.
U verwees ook opnieuw naar de vraag om bendes die gebruikmaken van minderjarigen en topcriminelen zwaarder te straffen. Ik kan dat voorstel alleen maar onderstrepen. Meer nog, dit Parlement heeft daar al voor gestemd in het eerste wetsontwerp dat ik bij het Parlement heb ingediend. Die bepaling is gisteren ook samen met het nieuwe Strafwetboek in werking getreden.
Mevrouw Van Belleghem, u loopt net de Kamer uit. Ik kan u bevestigen dat u een aantal vragen stelt over zaken die ik tijdens mijn inleidende uiteenzetting heb meegegeven. Het klopt niet dat ik niets heb gezegd over de personen in onwettig verblijf. Ik heb dat wel gedaan, net zoals ik dat al eerder in de commissie voor Justitie heb gedaan.
In het kader van het paasakkoord en het akkoord dat de regering dit voorjaar heeft gesloten is er een zeer intense samenwerking met de minister voor Asiel en Migratie, waarvoor dank, want dat is geen gemakkelijke opdracht. Ik heb dat zopas al geschetst. De samenwerking betreft zowel het aanscherpen van de wetgeving om mensen zonder wettig verblijf in onze gevangenissen vroeger te kunnen doen uitstromen als het verder inzetten op verwijderingen. De afgelopen maanden werden bijna 600 gedetineerden zonder wettig verblijf verwijderd uit onze gevangenissen. Zoals ik al verklaarde, zou ik het beter vinden dat ze nog vroeger voor hun strafeinde uit de gevangenissen zouden worden verwijderd, omdat daardoor de gevangeniscapaciteit toeneemt.
Voor de andere cijfers inzake terugkeer verwijs ik u naar minister Van Bossuyt.
Mijnheer Van Hoecke en mevrouw Dillen, u verwees naar de problematiek die de procureur heeft aangehaald in de persconferentie. Die problematiek is uiteraard niet nieuw, maar wij hebben daar ook aan gewerkt. Zoals ik al zei komt de recente persconferentie na het wetsontwerp dat we hebben uitgewerkt en ingediend en dat de ministerraad voor de zomer heeft goedgekeurd. Daarnaast hebben wij bijvoorbeeld overheidsopdrachtenprocedures gelanceerd om jammers aan te kopen en om over een counterdrone te beschikken.
Daarnaast is er inderdaad een plaatsgebrek in de gesloten instellingen. Ik heb naar aanleiding van de eerdere noodkreet van de procureur – het is immers niet de eerste keer dat hij dat heeft gezegd – de bevoegde ministers voor de gesloten instellingen op het niveau van de deelstaten, de dames Lescrenier en Demir, voor de zomer aangeschreven en hun met aandrang gevraagd om een oplossing te zoeken.
Zoals de heer Meuleman zei, gebiedt ook daar de eerlijkheid te zeggen dat de problematiek groter is voor de Franstalige jongeren dan voor de Nederlandstalige jongeren. Ik heb nog geen antwoord gekregen op mijn schrijven, maar ik neem aan dat die problematiek hun ook ter harte gaat. Ik herhaal dat we dit probleem alleen maar kunnen oplossen als we samenwerken. Zolang er lekkages zijn, zullen de criminelen daar gebruik van maken.
Collega Van Hoecke, ik wil ten stelligste tegenspreken dat de lange gevangenisstraffen niet worden uitgevoerd of dat zware criminelen hun straf zouden ontlopen wegens de overbevolking. Als we rekening houden met de huidige beschikbare detentiecapaciteit die we uitbreiden – zoals ik al in de commissie voor Justitie heb gezegd, hebben we al 300 plaatsen bij gecreëerd sinds het begin van deze legislatuur –, dan is de kernvraag wie we willen in onze gevangenissen laten verblijven. Als er geen capaciteit meer is, dan is er geen capaciteit. Men kan mensen niet blijven stapelen. Dat is niet alleen onwerkbaar en onveilig voor de cipiers, maar heeft ook niets te maken met humane detentie.
Als de situatie in gevangenissen explosief is of als die sluiten vanwege een immens aantal grondslapers, zoals dat het geval was in Haren, dan kunnen nieuwe aanhoudingen en langveroordeelden niet meer worden overgebracht. Daarom heb ik van bij mijn aantreden gepleit voor maatregelen tegen de overbevolking en daar ook daadwerkelijk werk van gemaakt. Dat is in de eerste plaats belangrijk voor de veiligheid. Ik kan mij echter niet herinneren dat ik voor dit debat in het bijzonder veel steun heb gekregen van uw fractie.
Monsieur Ducarme, comme vous êtes arrivé en retard, vous n’avez malheureusement peut-être pas entendu une partie de mon introduction. Il est donc sans doute utile que je reprenne certains éléments.
J’ai clairement souligné que la lutte contre la criminalité organisée constitue une priorité pour ce gouvernement et pour moi-même, qu’elle se produise à Bruxelles, à Anvers ou ailleurs dans le pays. J’accorde la même attention politique aux défis auxquels Bruxelles est confrontée qu’à ceux qui se posent ailleurs sur le territoire. Ma participation au CORES de la semaine dernière en témoigne une nouvelle fois.
Nous investissons clairement dans le parquet et la police judiciaire fédérale de Bruxelles, qui sont d’ailleurs considérablement plus importants que leurs homologues d'Anvers. D'aucuns affirment – et nous nous trouvons bien au milieu de ce débat –qu’Anvers ne reçoit pas suffisamment de moyens, tandis que d’autres estiment que Bruxelles n’en reçoit pas assez. C’est aussi le reflet du combat que nous menons pour trouver le juste équilibre dans la répartition des moyens.
Il est vraiment temps d’arrêter cette comparaison communautaire. Nous avons besoin de renforts au parquet de Bruxelles. Je l’ai confirmé au début de cette réunion de commission. Nous avons également besoin de mettre en place un parquet portuaire à Anvers.
J’ai entendu quelqu’un crier dans la salle que les drogues viennent d’Anvers. Je ne peux dès lors que recevoir du soutien et me réjouir de cet appel à renforcer le parquet là où cela est réellement nécessaire, c’est-à-dire là où doivent être traités l’ensemble des dossiers liés au trafic de drogue.
Sans vouloir polémiquer, je constate également qu’un appel important à l’investissement a été lancé en faveur du port d’Anvers, notamment à travers la mise en place d’une équipe spécialisée dans les questions portuaires au sein de la police, dispositif que nous avions déjà initié sous la précédente législature.
En ce qui concerne le parquet de Bruxelles, comme indiqué dans mon introduction, nous l'avons déjà renforcé. Le cadre des magistrats est aujourd'hui entièrement pourvu. J'en ai, d'ailleurs, parlé avec le procureur du Roi. Actuellement, le parquet a surtout besoin de personnel administratif et de juristes.
J'ai répondu, madame Bertrand, à cette demande. Les effectifs ont été renforcés depuis mon entrée en fonction par une augmentation nette de 12 magistrats supplémentaires. Le personnel judiciaire a également bénéficié d'un soutien supplémentaire, avec un renfort de 8 ETP. À très court terme, un criminologue, un attaché et 11 assistants supplémentaires seront recrutés.
Comme je l'ai indiqué, je souhaite donner suite à la demande du procureur du Roi de Bruxelles de disposer de davantage de juristes. Je veillerai donc à ce que les moyens nécessaires soient dégagés afin de recruter cinq juristes supplémentaires.
Comme je l'ai expliqué au début de mon intervention, nous avons prévu des budgets supplémentaires pour le parquet et pour le siège. Comme vous le savez, ces budgets sont ensuite répartis par les collèges. C'est ainsi que fonctionne notre système. Il ne m'appartient pas de me substituer à la place des membres du Collège des cours et tribunaux ou du parquet.
Toutefois, comme le procureur du Roi se plaint que les choses n'avancent pas suffisamment vite, je débloquerai les moyens nécessaires à son intention. C'est ainsi, mais moi aussi, je travaille avec les institutions, avec les organisations et les représentants de la magistrature que je connais.
Voilà l'état de la situation que je souhaitais exposer.
La PJF de Bruxelles traite actuellement 99 dossiers actifs liés aux armes. Ces enquêtes représentent 80 825 heures d'investigation et ont déjà conduit à 346 arrestations. L'importance de ces dossiers dépasse la seule saisie d'armes à feu. La diffusion et la disponibilité des armes à feu constituent, en effet, une condition essentielle de la dynamique des violences observées aujourd'hui. La lutte contre le trafic et la détention illégale d'armes demeure, dès lors, un levier crucial dans le combat contre la violence liée au trafic de stupéfiants.
Puis, collègue Jadoul, actuellement, chaque zone de police bruxelloise dispose d'un ou de plusieurs magistrats de zone qui participent également au rôle de garde au sein du parquet de Bruxelles. La zone de police Midi dispose ainsi d'une équipe de magistrats fixes qui ont la possibilité de disposer d'un bureau au sein des bâtiments de la zone de police.
Le logiciel permettant de contacter les magistrats de garde du parquet de Bruxelles s'appelle Magpool. Il a été développé par une zone de police locale bruxelloise en concertation avec le parquet. Des discussions sont actuellement en cours entre les services ICT afin de déterminer dans quelle mesure ce logiciel continuera à bénéficier d'un support et s'il pourra éventuellement être utilisé dans d'autres endroits.
Plus précisément, un plan de coordination est en cours d'élaboration, ainsi que des accords clairs relatifs à la gouvernance, au financement, à la maintenance, à la gestion des incidents et à l'hébergement.
Puis, collègue Chahid, je suis désolée par les propos que vous avez tenus concernant mon attention politique pour Anvers et la prétendue absence d'attention pour Bruxelles. C'est vraiment honteux. Si je vous ai bien entendu, et j'espère que ce n'est pas le cas, vous avez même parlé de complicité. Je me demande si vous mesurez bien la portée de ce que vous avancez. Je pense que le ton de votre discours a illustré de manière parfaite une absence de responsabilité politique et, surtout, une absence de volonté de contribuer à une solution.
Tous les responsables doivent contribuer à cette solution, y compris le PS au niveau local. Pour ma part, je continuerai à assumer mes responsabilités à Bruxelles, à Anvers, mais aussi ailleurs dans le pays, partout où les défis l'exigent.
J'ai déjà longuement et en détail évoqué les investissements consentis dans le parquet de Bruxelles, dans la police judiciaire fédérale de Bruxelles ainsi que dans la sécurité de nos prisons. Je ne vais pas me répéter ici, mais il ne suffit pas d'investir uniquement dans la justice et dans la police.
Un renforcement des effectifs policiers et des moyens supplémentaires pour Bruxelles ne constitue pas, à lui seul, une solution à la violence liée à la drogue qui persiste dans la capitale. Il faut également s'attacher à améliorer la situation socio-économique à Bruxelles. Et ce ne sont pas là mes propres propos, mais ceux du criminologue Jelle Janssens de l'Université de Gand, qui ont également été cités par M. Meuleman au sein de cette commission.
Mijnheer Van Hecke, ook u wijst terecht op de nood aan investeringen in preventie, onderwijs, jeugdzorg en welzijn. Dat zijn evenwel geen bevoegdheden van de federale regering.
Ik ben het echter met u eens dat we zonder een ketenaanpak nergens zullen geraken. Wie dat naïef noemt, mist volgens mij voeling met de realiteit. Zolang we op dat vlak de kraan niet dichtdraaien, zullen we altijd een voedingsbodem blijven hebben voor criminaliteit.
Les mesures qui peuvent viser à améliorer la situation socioéconomique à Bruxelles relèvent de la responsabilité du gouvernement bruxellois, auquel votre parti, monsieur Chahid, participe. Quelles mesures ont-elles déjà été prises dans ce domaine, car c'est votre collègue Laaouej qui est chargé du soutien scolaire et de l'action sociale?
Collègues Boukili, Nuino et Meuleman, concernant la PJF de Bruxelles, l'effectif théorique a été fixé par un arrêté royal en février 2015. Il prévoit 786 membres du personnel. Dans le cadre de la création des équipes MOTEM, il convient d'y ajouter neuf membres du personnel. La capacité théorique de la PJF de Bruxelles s'élève donc à 795 collaborateurs. Au 31 juillet, la PJF comptait 752 collaborateurs, ce qui signifie qu'il existe actuellement un déficit de 43 membres du personnel par rapport à la capacité prévue. Dans le cadre de cycles de mobilité, 20 postes vacants ont été ouverts et, en outre, 14 postes vacants issus de cycles de mobilité antérieurs à 2026 se trouvent encore en phase de sélection. Au total, 34 postes vacants sont actuellement ouverts à la PJF de Bruxelles.
Comme je l'ai dit au début de mon exposé, pour créer et préserver la prospérité, il faut aussi investir dans la justice et dans la sécurité. Je continuerai donc à attirer l'attention du gouvernement sur ce point, notamment en ce qui concerne l'augmentation des cotisations patronales.
Mijnheer Meuleman, ik heb al geantwoord wat betreft het verslag over de hoogbeveiligde drugsafdelingen en wat betreft de detectie van drugs en gsm's in de gevangenissen. Voor de volledigheid, de werkstraffen zijn een bevoegdheid van de deelstaten. Justitie staat enkel in voor de financiering via het zogenaamd Globaal Plan.
Ik heb de indruk dat men meer aandacht had voor de vragen dan voor de antwoorden, want er zijn al heel wat leden vertrokken.
Wat betreft de voogden, waarover ook collega Jadoul een vraag had, er is geen wachtlijst voor de toewijzing van voogden aan niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Dat is wat onze administratie ons bevestigde. We hebben recent nog bijkomend geïnvesteerd in de aanduiding van voogden en daarmee is de achterstand weggewerkt. Natuurlijk zijn er ook opvangplaatsen nodig, maar dat is, zoals ik al zei, een bevoegdheid van de gemeenschappen.
Mevrouw Grillaert, hoewel de problemen en de oorzaken van het geweld divers zijn, hebben ze finaal één gemeenschappelijke noemer, met name financieel gewin. Dat geldt allicht in alle lagen van die criminele netwerken. Daarom heeft de regering, ook dankzij het werk dat wordt geleverd binnen de taskforce CrimOrg onder leiding van de premier, duidelijk vastgesteld dat het doorbreken van dat financieel verdienmodel een prioriteit is.
Daarvoor werd een aantal projecten opgestart die ook binnen die taskforce worden opgevolgd, zoals het project van de oprichting van het financieel parket, de modernisering van het COIV en de oprichting van een financiële onderzoeksafdeling binnen de BBI.
Wat betreft het drugsfonds, waarnaar u verwees, dat zou inderdaad een belangrijke nieuwe stap zijn om onze veiligheidsdiensten te versterken en ook een deel van de buitgemaakte middelen te doen terugvloeien naar politie en Justitie. Die diensten zijn daarvoor ook vragende partij. Dat is in tijden van budgettaire krapte zeker een verdedigbaar mechanisme.
Samen met collega Quintin heb ik, op voorstel van de Drugscommissaris, een voorstel uitgewerkt dat we tijdens het begrotingsconclaaf op tafel zullen leggen. Ik hoop, mij baserend op de uiteenzettingen hier vandaag, dat de voltallige regering, die veiligheid hoog in het vaandel draagt, ons daarin zal volgen.
Ik meen te hebben geantwoord op de vragen van de heer Van Hecke en mevrouw Hugon Lecharlier, alsook van de heer Orlians, over gsm’s in de gevangenissen.
Mevrouw Bertrand, ik wil nog even in detail ingaan op de vraag die u beklemtoond hebt over het aantal juristen. Het parket van Brussel beschikt vandaag over 50 parketjuristen, meer dan het parket van Antwerpen. Dat geef ik even mee omdat velen hier die vergelijking blijkbaar graag maken. Bovendien heb ik al toegelicht, tijdens de inleiding en ook daarnet nog eens, dat we bijkomende parketjuristen zullen aanwerven op basis van de deblokkering van middelen. Ik wil er bovendien aan herinneren dat het parket van Brussel recent werd versterkt met 5,5 miljoen euro en dat het wettelijk kader met vijf magistraten werd verhoogd. Sinds mijn aantreden zijn er netto vijf magistraten bij gekomen, waardoor het parket vandaag 122 magistraten telt, 23 Nederlandstalige en 99 Franstalige. Er lopen momenteel vijf selectieprocedures voor zowel Franstalige als Nederlandstalige magistraten. Als ik goed geïnformeerd ben, is het enthousiasme voor die betrekkingen groot.
Mijnheer de voorzitter, daarmee heb ik geprobeerd om op de verschillende vragen te antwoorden. Ik geef het woord graag door aan mijn collega Quintin.
Ortwin
Depoortere, voorzitter: Hartelijk dank, minister
Verlinden. Je donne la parole à M Quintin.
01.32 Bernard Quintin, ministre: Merci, mesdames et messieurs les députés, pour vos commentaires et vos questions.
Je voudrais commencer par une remarque générale. Je la fais régulièrement, mais que voulez-vous, ma formation d’historien me rattrape de temps en temps. Je pense que la notion de ligne du temps est essentielle et qu’elle devrait guider nos réflexions comme nos interventions. À cet égard, trois éléments me viennent à l’esprit.
Premièrement, lorsque l’on évoque les déclarations des uns et des autres, il est vrai qu’il y a parfois une certaine montée de fièvre dans le débat. Dans ces moments-là, il est utile de regarder la ligne du temps: voir comment les choses ont commencé et comment elles ont évolué.
Deuxièmement, il est également important de regarder la ligne du temps par rapport aux faits et aux chiffres. Je n’ai jamais dit que la situation était bonne aujourd’hui. Je n’ai jamais dit que je détenais la solution. En revanche, affirmer que l’augmentation de la criminalité liée à la drogue serait apparue sous ce gouvernement est tout simplement faux. La vérité doit avoir sa place, y compris dans cette Assemblée. Il faut donc aussi examiner les faits avec cette perspective historique.
Troisièmement, concernant les actions menées, je vous avoue que certains commentaires me fatiguent. Pensez-vous réellement que la mobilisation de 610 personnes sur le terrain – policiers, militaires, agents de la STIB et de Securail – puisse se décider et s’organiser en une semaine? Pensez-vous vraiment que cela a été improvisé à la suite de la fusillade visant le commissariat d’Anderlecht? Bien sûr que non. Cette opération était planifiée. Dès le début de l’été, j’ai demandé au directeur-coordinateur de préparer une opération FIPA avec les militaires. Ensuite, il y a eu cette fusillade contre le commissariat d’Anderlecht. Il est évidemment facile, après coup, d’affirmer que ces opérations ne seraient que des exercices de communication réalisés en réaction aux fusillades. Mais c’est faux. La vérité mérite d’être rappelée.
J’ai encore entendu hier sur BX1 des commentaires affirmant qu’il s’agissait uniquement de communication politique. Je ne parle pas ici des parlementaires présents sur le plateau, mais de certains intervenants manifestement mal informés. On a prétendu que les opérations étaient limitées à Clémenceau. C’est faux! Les actions ont concerné 10 stations de métro et gares, et non pas une! On a également parlé de quatre opérations alors que 10 opérations FIPA ont été organisées à Bruxelles en 12 mois! Alors oui, je l’avoue, cela m’agace.
Ce gouvernement prend ses responsabilités. Je prends mes responsabilités. Est-ce suffisant? Non, ce n’est pas suffisant. Est-ce que tout sera réglé en deux temps trois mouvements? Non, évidemment. Est-ce que chacun doit y mettre du sien? Oui, absolument. Je demande donc simplement que nous décrivions les choses telles qu’elles sont et que nous travaillions ensemble. Car je suis d’accord avec vous, monsieur le président Nuino: l’union fait la force. Mais la vérité a également ses droits.
Je vais répondre aux questions, je vous rassure. Comme je l'ai déjà dit, nous devons tous nous retrousser les manches et dire la vérité à nos concitoyens. C’est un combat de longue haleine. Nous devons aussi replacer les choses dans leur contexte, parce que comparaison n’est pas raison.
Le combat que nous menons contre la criminalité organisée liée au narcotrafic doit être d’autant plus puissant que le narcotrafic a considérablement évolué ces dernières années. Le narcotrafic d’il y a 10 ans n’est plus celui d’aujourd’hui. Ce sont désormais de véritables multinationales. Et lorsque j’ai dit dans la presse que Pablo Escobar ferait aujourd’hui figure d’artisan, c’est le président de la République dominicaine qui me l’a dit. Et je pense qu’il sait de quoi il parle. Ce sont des multinationales, et nous devons nous mettre en ordre de bataille pour les combattre à tous les niveaux.
C’est cela, l’urgence nationale que j’ai moi-même évoquée: agir à tous les niveaux, sans se regarder, en se disant "oui mais non". Et nous devons surtout cesser – excusez-moi de le dire – ce qui finit par prendre la forme d’un harcèlement, au sens légal du terme, avec des injonctions contradictoires: "Vous devez faire ceci, mais vous n’avez pas cela. Et lorsque vous avez cela, on vous explique finalement que cela devait être autre chose." Je pense qu’il faut véritablement regarder l’ensemble de la chaîne.
Prenons la prévention. Il n’y a aucune contradiction entre le fait de prendre en charge de véritables problèmes de santé publique – les personnes dépendantes au crack, par exemple. C’est évidemment un problème de santé publique. Mais, excusez-moi, les bobos qui viennent des communes du sud de Bruxelles pour acheter leur cocaïne à Saint-Gilles, ce n’est pas un problème de santé publique.
Nous devons pouvoir dire les choses telles qu’elles sont. Nous devons pouvoir agir sur tous les fronts, en même temps. Et, pour cela, chacun doit se retrousser les manches et prendre ses responsabilités. Oui, nous devons prendre en charge les problèmes de santé publique.
J’ai d’ailleurs quelques slogans, si vous voulez, que je n’arrive malheureusement pas à faire mettre en œuvre par mes collègues qui sont compétents en matière de santé publique, à tous les niveaux. On peut, par exemple, reprendre un slogan utilisé en France: "Ton achat place Bethléem provoque des tirs." Il faut pouvoir dire cela. Et je dois laisser à l’un de mes collaborateurs la paternité d’une autre formule: "Ta trace laisse des traces." Il y a moyen de dire les choses clairement. L’un n’empêche pas l’autre. C’est vraiment mon appel solennel: l’un n’empêche pas l’autre.
Nous ne sommes pas obligés d’être d’accord sur toutes les formules ni sur toutes les mesures que nous mettons en place. Cela fait partie du débat démocratique. Nous ne venons pas tous du même endroit et nous n’abordons pas les problèmes de la même manière. Mais je pense que nous gagnerions réellement à répondre tous ensemble à ces enjeux.
Cela dit, je veux quand même répondre à des questions concrètes.
Er waren vragen over de verschuiving van de hotspots. De hotspots worden inderdaad verplaatst. In totaal waren er 69 schietincidenten, waarvan 51 buiten de bekende hotspots. Dat is ons bekend.
Ik hoor ook vaak dat, als we ergens een operatie uitvoeren of als we ergens een camera plaatsen, de criminelen hun activiteiten verplaatsen. Wij moeten ons echter ook verplaatsen. Een en ander is dus een kwestie van permanente evaluatie en bijsturing.
Ik herhaal dat ik eind 2025 binnen het kader van het Plan Grote Steden 25 miljoen euro heb vrijgemaakt voor alle politiezones van België en 7,5 miljoen euro voor de zes politiezones van Brussel.
Ik heb het volgende al aangegeven en herhaald op CORES-niveau.
Tout le monde doit aussi faire son travail. Pour ma part, j'ai dégagé les moyens financiers. Les caméras doivent être achetées au niveau des zones de police et/ou de la Région bruxelloise. Elles doivent être acquises, puis installées.
S'il est nécessaire de modifier l'ordonnance Pascal Smet concernant le fait d’ouvrir les trottoirs, qui est possible pour Proximus, Fluxys ou d'autres opérateurs sans permis d'urbanisme, il me semble qu'il existe un Parlement bruxellois dans lequel les partis politiques ont la possibilité de modifier une ordonnance, sauf si j'ai mal compris le système et qu’on ne peut pas modifier les lois. On peut les modifier – il faut les modifier et il faut placer ces caméras, qu'elles soient fixes ou mobiles.
Mevrouw De Vreese, de monitoring gebeurt op drie niveaus: in elke zone, momenteel de zes in Brussel, in elk arrondissement met de dirco en de partners, en op nationaal niveau via DJSOC.
De veertig personen van het peloton die als versterking naar de gold commander zijn gestuurd, staan onder zijn bevel. Ze moeten zichtbaar zijn op het terrein, op de juiste plaatsen en op de juiste momenten, binnen een lokaal uitgewerkte opstelling, een lokaal dispositief. Dat is voor mij heel belangrijk. We hebben een geïntegreerde politie op twee niveaus. De eerste lijn is de lokale politie. De federale politie versterkt de lokale politie met middelen, mensen, speciale middelen, enzovoort. Het is dus niet omgekeerd.
Le Plan Grandes Villes a été déployé dès septembre 2025, avec un certain nombre de mesures phares, dont les opérations FIPA à Bruxelles, mais aussi dans les six autres grandes villes de notre pays. Ces opérations de grande envergure rassemblent la police locale, la police fédérale et, à Bruxelles, pour la première fois vendredi dernier, avec l'appui des militaires. Je signale que l'appui des militaires se fait uniquement avec la police fédérale pour des choix qui ont été faits par ailleurs. L'évaluation détaillée des actions aura lieu fin septembre, début octobre, pour qu'on puisse consolider tous les chiffres et vous donner une vue très claire. Je peux déjà vous dire que 315 armes et près de 430 véhicules liés au trafic de drogue ont été saisis. On a parlé de 7 300 personnes arrêtées, dont plus de 4 500 arrestations judiciaires, et 5 000 procès-verbaux dressés pour des infractions liées à la drogue. Nous consoliderons les chiffres et je viendrai vous les exposer fin septembre, début octobre.
Le renforcement de la police de Bruxelles se fait en fonction de l'ordre d'opération déterminé par le "gold commander" qui a été nommé. Le chef de zone et premier commissaire divisionnaire Michel Goovaerts est coordinateur dans l'organisation de la nouvelle zone de police unifiée, mais il a aussi été désigné "gold commander" pour la lutte contre le narcotrafic pour pouvoir coordonner les Special Assistance Units (SAU), avec le renfort de la Direction des Unités Spéciales (DSU), plus tous les autres renforts qui doivent être ajoutés, dont un service ARGOS pour la surveillance vidéo ANPR étendue à un fonctionnement 24 h sur 24 dans les terrains touchés.
La désignation du "gold commander" – qui ne dépend pas de moi – et son mandat ne me semblent pas être limités dans la durée. Si vous voulez mon avis, je pense que cela restera ainsi jusqu'à la fusion effective des zones de police, où le chef de corps prendra cette fonction de manière naturelle. C'est l'occasion d'améliorer encore ce suivi.
Une question m'a été posée sur l'intelligence artificielle et sur la manière dont nous travaillons éventuellement avec Europol. Comme vous le savez, Europol – dont je tiens à saluer ici l'excellence du travail – collabore étroitement avec le terrain afin de développer des outils, notamment informatiques, qui répondent réellement aux besoins du terrain.
Europol met ainsi à la disposition d'autres pays et services un certain nombre de logiciels qu'il a développés. Il ne s'agit finalement que d'un retour sur investissement. Je fais ici écho à un débat que nous avons eu en commission de l'Intérieur sur la gestion de la crise dans les Fagnes. Je rappelle qu'Europol est une institution européenne financée par l'ensemble des contribuables de l'Union européenne et dotée d'effectifs provenant essentiellement des États membres, qui y apportent leur expérience.
S'agissant d'i-Police, je n'y reviendrai pas. Nous travaillons actuellement avec le commissaire général et la Direction de la coopération policière internationale (CGI) sur les différents projets à développer. J'espère que, dans quelques mois, nous aurons déjà un certain nombre de réalisations concrètes sur le terrain.
Il y a également, dans le cadre de la cocréation que nous avons inscrite avant l'été dans la loi sur la police intégrée, la volonté de partir aussi de ce qui se fait sur le terrain. En ce qui concerne Bruxelles, le Directeur judiciaire de la Police judiciaire fédérale de Bruxelles continue de développer un système informatique propre qui lui permettra de progresser dans ses enquêtes. C'est précisément ce que nous devons faire. Il faut voir dans cette cocréation où il y a des bonnes pratiques qui répondent vraiment aux nécessités du terrain pour pouvoir les mettre en œuvre.
En ce qui concerne les militaires dans les rues, je suis tout à fait favorable à l'idée d'étendre ce dispositif et à examiner de quelle manière la Défense peut continuer à contribuer à la lutte contre les violences liées au narcotrafic. Pour moi, il est assez évident que l'État, singulièrement lorsqu'il est attaqué comme cela a été le cas, doit réagir.
Nous pouvons voir les choses de deux manières, monsieur De Smet, mais je pense que l'attaque contre le commissariat constitue effectivement un message que les narcotrafiquants nous adressent. Je n'ai jamais dit le contraire. Le message qu'ils nous envoient est le suivant: "Laissez-nous dealer en paix".
J'ai dit que cela signifie que nous les empêchons de dealer en paix et que notre réponse doit être de ne pas reculer, mais de continuer d'avancer et de renforcer les mesures que nous prenons. C'est exactement ce que je dis et tout le monde doit contribuer à cet effort.
Au-delà des symboles, le Conseil national de sécurité (CNS) s'est réuni par voie électronique. Cela fait partie des méthodes de travail modernes que nous utilisons aujourd'hui. Le Comité stratégique du renseignement et de la sécurité (CSRS-SCIV), qui prépare les décisions du Conseil national de sécurité, s'était réuni au préalable et avait formulé un certain nombre de propositions qui ont ensuite été avalisées par le CNS. Pour moi, l'important est que ces décisions produisent des effets concrets sur le terrain. Cela me paraît plus important que quelques symboles.
Sur l'approche concernant le retour des personnes en séjour illégal, ma collègue Annelies Verlinden a déjà expliqué ce qui est mis en œuvre en la matière.
Il s'agit évidemment de la compétence de notre collègue Anneleen Van Bossuyt, mais notre position au sein de ce gouvernement est très claire: lorsqu'un ordre de quitter le territoire est prononcé et notifié, il doit être exécuté, comme toutes les autres décisions prises par l'État, quel que soit le niveau de pouvoir concerné.
Cela doit se faire de manière coordonnée, humaine bien entendu, mais aussi de manière claire et ferme. Cette question rejoint, dans une certaine mesure, celle de l'exécution des peines. J'entends bien qu'il faut les diversifier. Je me souviens que, lors de mes premières discussions sur les peines d'intérêt général, j'ai été surpris de constater qu'un certain nombre de communes ne disposaient toujours pas des services nécessaires à leur exécution. J'ai également découvert que certaines peines d'intérêt général étaient exécutées deux ans après avoir été prononcées. Il faut alors s'interroger sur leur valeur pédagogique.
Nous sommes tous d'accord pour dire qu'une peine d'intérêt général a singulièrement une vocation pédagogique de first warning. Mais si elle est exécutée deux ans après avoir été prononcée, soit parfois deux ans et demi après les faits, on comprend bien que sa portée pédagogique est fortement réduite.
Une fois encore, chacun doit prendre ses responsabilités. Il faut des peines d'intérêt général, il y a les bracelets électroniques, il y a les peines de prison. Mais quand la peine est prononcée, elle doit être exécutée. Dans le cas contraire, nous alimentons involontairement un sentiment d'impunité. Et cela constitue une erreur.
Illegale migratie vormt uiteraard een integraal onderdeel van het probleem, wat de politie en de procureur vorige week in CORES hebben bevestigd. Ik geef het voorbeeld van het Noordstation, waar ik vorige vrijdag was. Er zijn aanwijzingen dat drugshandel is verweven met illegale migratie, waarbij de migranten als goedkope arbeidskrachten voor de drugshandelaars fungeren en dus snel vervangen kunnen worden. Bijgevolg zijn ze daders, maar ook slachtoffers van die handel, zeker de NBMV's; die specifieke aandacht zouden moeten krijgen.
Je pense qu’il faut également s’interroger, à tous les niveaux, sur les raisons qui expliquent cette concentration importante de personnes en séjour illégal à Bruxelles.
Concernant les caméras, je l’ai déjà indiqué: 25 millions d’euros ont été débloqués, dont 7,5 millions pour Bruxelles. La zone Midi bénéficie d’un million d’euros, la zone Bruxelles-Capitale d’environ trois millions d’euros et les autres zones reçoivent également un million, si j'ai bonne mémoire. Ces moyens sont désormais mis à disposition.
S’agissant de la task force, elle a été créée à ma demande. Je suis, en effet, convaincu,- et le premier ministre ainsi que l’ensemble du gouvernement partagent cette analyse – de la nécessité d'une approche intégrale, holistique, peu importe le terme utilisé. Cette approche est mise en œuvre au niveau de l’Intérieur, de la Justice et de l’ensemble des départements concernés. Dans ce cadre, un rôle important a également été confié à la Commissaire nationale aux drogues. Cette task force joue un rôle de coupole. Son objectif est, d’une part, de disposer d’une vision complète de la situation et des actions à entreprendre et, d’autre part, de veiller à ce que chaque acteur concerné, au niveau fédéral comme au sein des autres entités du pays, mette en œuvre les mesures nécessaires avec les moyens disponibles.
Une question m’a également été posée concernant le budget que je compte demander pour la police lors du prochain conclave budgétaire. Je n’anticiperai pas publiquement une position budgétaire qui doit encore être élaborée dans le cadre de ces discussions. Lorsqu'une négociation est engagée, il n’est généralement pas opportun de dévoiler publiquement l’ensemble de ses demandes. Néanmoins, je rappelle que j’ai décidé de mettre en œuvre le deuxième volet de l’accord sectoriel négocié sous la précédente législature, ce qui représente des moyens financiers relativement conséquents. Nous poursuivons actuellement les discussions avec les organisations syndicales afin de déterminer les modalités concrètes de mise en œuvre de cet accord.
Cela étant, je continuerai à défendre le principe de rigueur dans la gestion des finances publiques. C’est aussi le fruit de mon expérience de 25 années de fonctionnaire fédéral nous demandant constamment de faire mieux avec moins. À un moment donné, lorsqu’on dispose de moins de moyens, on finit inévitablement par faire moins. Mais on doit toujours être persuadé que l'on peut faire mieux! Les gains d'efficience sont une obligation. Cette recherche d’efficience constitue une obligation pour l’administration, qui doit les identifier, mais aussi pour les responsables politiques, qui doivent les mettre en œuvre.
Ik steun professor Jelle Janssens geheel. Het probleem is een versnipperd veiligheidsbeleid. Na anderhalf jaar als minister van Binnenlandse Zaken kan ik zeggen dat het probleem in België een versnipperd beleid is.
Je ne plaide pas ici pour une réforme de l'État, mais pour des simplifications et pour que, dans cette lasagne que nous avons avec les différents niveaux de pouvoir, la réponse aux problématiques ne soit pas systématiquement qu'il faut plus de moyens, plus d'argent. Il faut "mieux de moyens et mieux d'argent". Et, quand on a fait cet exercice, on regarde s'il faut mettre de l'argent en plus. Mais notre obligation, singulièrement dans la situation financière globale dans laquelle se trouve notre pays, est de regarder d'abord où nous pouvons trouver des moyens dans ce qui existe déjà, à tous les niveaux du budget de l'État. Il faut être très clair là-dessus.
Une question a été posée sur la connaissance des quartiers par les policiers qui y sont affectés. C'est ce que j'appelle des injonctions contradictoires. On me demande d'envoyer des renforts, d'une part, et ensuite on me reproche qu'ils ne connaissent pas chaque recoin des quartiers où ils sont envoyés. Je fais ce que je peux face aux demandes qui me sont adressées. Et je plaide depuis le début de mon mandat – c'est un élément de la fusion des zones de police, et pas seulement à Bruxelles – pour la fusion des zones de police en Belgique, car il y a trop de zones de police.
Pour vous faire une confidence, j'ai reçu une lettre, que j'ai refusée de signer, d'une zone de police monocommunale qui me demandait d'augmenter son tableau organique de 78 à 88 parce qu'ils n'avaient pas assez de gens. On m'a demandé de signer ça et j'ai dit: "C'est une blague, ou quoi? Vous allez dire à ce bourgmestre et à ce chef de corps qu'ils fusionnent!" Qu'on fasse des zones de police avec 300, 400, 500 équivalents temps plein, cela permettra de gérer convenablement les moyens disponibles. Cela répondra en plus, mécaniquement, à un des reproches qui est fait régulièrement concernant la capacité hypothéquée, le fameux HyCap. Plus grandes seront vos zones de police, moins vous aurez besoin que d'autres zones viennent les renforcer pour maintenir l'ordre.
Monsieur De Smet, vous me ferez au moins le crédit du fait que j'ai toujours parlé de fusion des zones de police dans l'ensemble du royaume. J'eusse été le ministre de l'Intérieur le plus satisfait si l'on m'avait donné la possibilité de forcer ces fusions dans l'ensemble du pays. Cela n'a pas été le cas, mais en tout cas on commence par Bruxelles. On me fera aussi le crédit, ainsi qu'à ceux qui ont mis cela à l'agenda depuis longtemps, de voir que, dans la situation actuelle à Bruxelles et dans la préparation de cette fusion, les autorités de police et politiques ont décidé d'appointer un "gold commander" pour la lutte contre le crime organisé. C'est tout de même la preuve par l'exemple que cette unité de commandement n'est ni une lubie ni une sorte de colifichet politique. C'est une nécessité impérieuse pour assurer l'efficacité du travail de la police sur le terrain. Cette fusion permettra de renforcer à la fois la capacité d'intervention et la police de proximité.
Monsieur Boukili, je vous rejoins sur ce point. Cela surprendra peut-être certains, mais je vous rejoins pleinement. La police de proximité est fondamentale à tous les niveaux: dans la relation entre la police et la population, dans la connaissance du terrain ainsi que dans la capacité à faire remonter certaines informations avant que les problèmes ne prennent trop d'ampleur, afin que des mesures puissent être prises à tous les échelons, au niveau communal comme au niveau régional.
Elle est donc absolument essentielle. Je l'ai déjà dit et je le répète: chaque fois que je vais sur le terrain, à Bruxelles comme ailleurs, et je pense que l'on me reconnaîtra une présence régulière sur le terrain, je constate que la police de proximité ne se résume pas à des voitures qui circulent dans les rues. Ou, pour être plus précis, elle ne se résume pas uniquement à cela. La police de proximité, ce sont aussi des policiers à pied, des policiers à vélo. Ce sont des agents que l'on voit.
Il est absolument impératif non seulement de mettre davantage de bleu dans les rues, mais aussi de faire en sorte que ce bleu soit respecté. Que l'uniforme soit respecté. Que l'autorité soit respectée. Lorsque l'on voit un policier, on doit pouvoir se dire qu’on peut faire appel à lui. Et sa présence doit également rappeler l'existence de l'autorité. Pour moi, c'est absolument impératif.
Je ne vais pas m'étendre davantage sur ce sujet, nous aurons l'occasion d'y revenir. Comme vous le savez, et comme je l'ai annoncé, je travaille également à une réforme de la formation policière et de la manière dont les différentes académies de police fonctionnent en Belgique. Dans cet exercice, la question de la police de proximité occupe évidemment une place centrale.
J'ai bien écouté, comme tout le monde, la conférence de presse du procureur du Roi. Je reviens toutefois sur la chronologie des événements et je rappelle que cette conférence avait été programmée avant le CORES. Il est important de le rappeler la ligne du temps. Puisque la police judiciaire fédérale constitue une compétence partagée, comme vous le savez, c’est le ministre de l’Intérieur qui la recrute et qui la paie. Mais elle travaille entièrement sous l'autorité des procureurs du Roi, à Bruxelles comme ailleurs. Il est parfois utile de rappeler comment ces structures fonctionnent. Je recrute les effectifs et j'en assure le financement. Mais une fois que cette police commence à travailler, c’est sous l'autorité des procureurs du Roi.
À la police fédérale de Bruxelles, à mon arrivée, il y avait 671 équivalents temps plein. Je parle bien des personnes effectivement présentes au payroll. Bien sûr, certaines personnes prennent des congés, sont en congé de maladie ou de maternité, en congé de longue durée, ou encore en détachement. Mais je parle bien ici du payroll.
Aujourd’hui, nous sommes à 748. Cela représente 77 unités supplémentaires. Le cadre organique n’est pas encore complet, je le reconnais. Mais on ne peut pas dire non plus qu’une augmentation de 15 % des effectifs ne représente rien.
À Anvers, nous étions à 496 en janvier 2025. Aujourd’hui, nous sommes à 519, soit 23 unités supplémentaires. Et là aussi, permettez-moi de le dire: il n’y a pas de pensée magique. Les postes sont ouverts. Le budget est disponible. Je le répète: les postes sont ouverts et le budget est disponible.
Toutefois, il faut trouver des policiers qui souhaitent travailler à la police judiciaire fédérale. Je travaille donc sur l’attractivité de cette fonction.
De plaatsen zijn geopend en er is geld genoeg.
Mais j'entends aussi des injonctions contradictoires. D'un côté, on me dit qu'il en faut davantage, de l'autre, qu'il n'en faut pas nécessairement plus, mais qu'il en faut de meilleurs. Maar jongens, moi, je veux bien, et je l'ai dit, je l'assume. Je sais qu'ensuite, on dira que je critique les jeunes qui s'investissent dans la police, parce que tout ce que l'on dit est parfois déformé.
Je ne peux pas faire d'un jeune ou d'une jeune de 20 ans qui s'engage dans la police un enquêteur de la police judiciaire. Je me réjouis de voir ces jeunes s'engager dans la police et je les en félicite, mais les enquêteurs de la police judiciaire présentent des profils particuliers. Cela nécessite une expérience de terrain ou, le cas échéant, des compétences financières spécifiques. Vous l'avez dit vous-même: si l'on veut s'attaquer aux modèles criminels, nous avons besoin de personnes disposant d'une expertise financière.
Il faut travailler sur l'attractivité, mais aussi veiller à ce que les conditions de travail soient optimales. Nous savons aussi que travailler à Bruxelles représente un coût pour celles et ceux qui n'y habitent pas et s'y rendre demande souvent beaucoup de temps.
Comme je l'ai aussi indiqué dans mon intervention, des moyens structurels ont également été mis à la disposition de la Direction générale de la police judiciaire (DGJ), ainsi que de la police judiciaire fédérale (PJF) de Bruxelles, notamment pour des licences informatiques spécifiques et des renforcements spécifiques des polices judiciaires. Des recrutements sont donc en cours, tant en interne qu'en externe.
S'agissant des fonds, j'y ai déjà répondu. Quant au partage d'informations entre les services, il s'agit de l'une des thématiques importantes examinées au sein de la task force. Il faut, effectivement, continuer à améliorer ce partage d'informations.
Toen ik begon, was het voor de politiezones niet mogelijk om toegang te krijgen tot de processen-verbaal van een andere zone.
Cet exemple démontre de zwaarte van de versnippering van het veiligheidsbeleid in ons land, een belangrijk probleem.
C’est un problème. Mais ce problème est désormais réglé. Aujourd’hui, toutes les zones de police ont accès aux procès-verbaux établis par les autres zones de police du pays. Cela peut paraître évident, mais ce ne l’était pas. C’est pourtant un exemple de la nécessité de travailler ensemble. C'est une urgence nationale. Il faut améliorer la collecte et l'analyse des données. C'est absolument fondamental si nous voulons avoir une bonne image de ce qu'il se passe pour prendre les bonnes mesures politiques afin d'attaquer ce problème à tous les niveaux et mobiliser au mieux tant les moyens belges que les moyens européens auxquels nous pouvons avoir recours.
Ik kom nu tot de vragen over de administratieve aanpak. Wat de bestuurlijke handhaving betreft, is het overleg binnen de regering begonnen. Ik kan al een aantal elementen aanhalen die we willen bijsturen. Zo is er het ontwerp waarmee we de ambulante inrichtingen onder het toepassingsgebied van de wet willen brengen; de verplichting om een advies in te winnen bij de DIOB alvorens een vergunning of toelating in te trekken of te weigeren, of een inrichting te sluiten, wordt omgezet in een facultatieve mogelijkheid; de uitbreiding van vijf naar tien jaar wat betreft de mogelijk in rekening te brengen gegevens bij het integriteitsonderzoek.
Il y a là des moyens qui peuvent encore être explorés et renforcés dans le cadre de l’approche administrative. J’ajoute aussi que tout le monde doit contribuer.
On a beaucoup parlé de la prison de Haren. Je rappelle que, dans la prison de Haren, si je ne me trompe pas, il y a trois salles d’audience. Trois. Elles sont belles. Elles ne sont pas utilisées.
À un moment donné, il faut aussi que, lorsque l’on me demande de renforcer la DAB, chacun fournisse un effort. Vous savez que la DAB est l’unité responsable du transfert des détenus. Tout le monde doit contribuer.
Je pense que tout ce qui peut être fait sur place, dans le respect de la séparation des pouvoirs, de la présomption d’innocence, etc., doit l’être. Tous les détenus qu’il n’est pas nécessaire de déplacer – parfois depuis plusieurs prisons différentes – vers un palais de justice, parfois pour des audiences qui durent une ou deux minutes, représentent autant de personnel qui peut être mobilisé pour autre chose ou qui peut permettre que les détenus qui doivent réellement être déplacés le soient.
Donc, j’entends ce qui nous est dit de tous côtés. Mais je pense que, de tous côtés également, chacun doit pouvoir entendre ce que les autres peuvent faire de leur côté.
Sur la prévention, il y avait une question de Mme Maouane. J’ai déjà insisté sur le fait qu’il faut prendre en compte tous les aspects de la prévention: les aspects de santé publique, bien sûr, mais aussi les aspects liés à la sécurité et à la responsabilité.
À celui ou celle qui fume un joint, qui sniffe une ligne de cocaïne ou qui fume une cigarette illégale – pour prendre un autre exemple –, nous devons pouvoir dire clairement: lorsque vous faites cela, vous contribuez volontairement à une chaîne criminelle. Nous devons aussi pouvoir faire la distinction entre les différents types de consommation et les différents profils de consommateurs de drogues, et pouvoir dire les choses très clairement.
Il existe des budgets fédéraux, ce qui est déjà important. Je rappelle toutefois que la prévention n’est pas une compétence fédérale: elle relève essentiellement des communautés et, de manière subsidiaire, des communes. Dans le cadre des plans stratégiques de sécurité et de prévention, les PSSP, près de 45 millions d’euros sont consacrés chaque année à 109 communes et 87 zones de police.
Parmi ces moyens, 9,6 millions d’euros sont fléchés vers les gardiens de la paix. Cela représente 1 426 postes de gardiens de la paix financés par le fédéral à travers les PSSP: 587 en Flandre, 298 en Wallonie et 541 à Bruxelles.
Pour terminer – et c'est ma conviction –, si je parle d’urgence nationale, c’est parce que je pense qu’il y a effectivement urgence, et qu’elle est nationale. Et comme dans notre pays, tout est connoté, quand je dis "nationale", cela signifie que ce n’est ni uniquement fédéral, ni communautaire, ni régional, ni communal. C’est national. Tout le monde doit se retrousser les manches.
Mijn overtuiging is dat, als iedereen dat doet en als we samenwerken – ik ben niet naïef, onze verschillen zullen blijven bestaan –, de boodschap duidelijker is. Het zal tijd vergen, maar het is een oorlog die we niet mogen verliezen.
C’est une guerre que nous ne pouvons pas perdre. Et pour ne pas perdre cette guerre contre le narcotrafic, nous devons mener toutes les batailles. Nous devons les mener ensemble en mobilisant tous les moyens nécessaires à tous les niveaux. Je vous remercie.
Ortwin
Depoortere, voorzitter: Mijnheer
de minister Quintin, ik dank u. Ik dank ook mevrouw de minister Verlinden voor
de antwoorden op de vele vragen die werden gesteld.
Ik kijk naar het
gevorderde uur en kijk ook naar de toekomst, waarin wij de problematiek
ongetwijfeld in de respectieve commissies nader zullen behandelen. Ik zou dan
ook willen vragen om de eventuele replieken bondig te houden.
01.33 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik wil ten eerste de ministers bedanken. We hebben constructieve en serene antwoorden gekregen op onze vragen.
Wat ik vandaag wel enorm betreur, is dat de sfeer, die constructief en sereen was, volledig is omgeslagen toen de leden van de PS aan het woord kwamen. In plaats van de uitgestoken hand van het federale niveau aan te nemen, hebben zij die hand weggeduwd en er nog eens op geschopt. In plaats van de strijd te voeren tegen de drugscriminelen, hebben zij ervoor gekozen om een strijd te voeren tegen Antwerpen en tegen de N-VA, alsof de Brusselaar daar ook maar één stap verder mee is.
Ik heb al reacties binnengekregen. Ook zij vonden dat gewoonweg schaamteloos. Zij rekenen op de lokale burgemeesters. Zij rekenen op een plan van aanpak. Zij rekenen op een toekomst voor Brussel. Zij rekenen op alle 19 burgemeesters omdat er gewoon geen andere manier is. Zij willen waarschijnlijk ook liever maar één contactpunt en één persoon die de zaak daar in handen neemt. Nu zal het gewest dat deels op zich moeten nemen. Ik reken er inderdaad op dat de MR dat zal doen, dat zij dat zal aanpakken en dat de ministers dat hier ook zullen doen.
Laten we nu eindelijk eens stoppen daarmee. Verander het geweer van schouder. Zijn die 150 schietincidenten misschien nog altijd niet genoeg om de klik te maken?
01.34 Alexander Van Hoecke (VB): Ministers, ik heb zeer goed geluisterd naar jullie antwoorden, maar fundamenteel zit daar niets nieuws in. Wat we vandaag hebben gedaan, is een zoveelste therapeutische praatsessie, zoals we er al heel veel hebben gehad in het Parlement.
Ik vraag mij oprecht af wat er eigenlijk nog moet gebeuren. Hoeveel doden, hoeveel ontploffingen, hoeveel schietpartijen moeten er nog komen vooraleer er effectief iets kan en zal veranderen? De eerste vraag die ik ooit in het Parlement heb gesteld, ging over een onderzoeksrechter die is moeten onderduiken omdat hij vanuit de cel werd bedreigd. Het antwoord was toen: jammers, nieuwe technologie, daarop gaan we inzetten. Diezelfde aankondigingspolitiek hoor ik hier nu, meer dan twee jaar later, nog altijd van de minister van Justitie. We gaan daarop inzetten, maar ondertussen is er niets gebeurd.
Ik vraag mij af wat we hier deze voormiddag hebben gedaan en welk signaal we hebben uitgestuurd. Welk signaal naar de procureur die aan de alarmbel trok, naar Justitie in het algemeen, naar de veiligheidsdiensten en naar de bevolking? Welk signaal hebben we hier vandaag uitgestuurd? Wel, het signaal dat we maar beter wennen aan dat drugsgeweld. Ik hoor de meerderheid zeggen – iemand van Vooruit zei het – dat we nooit mogen wennen aan dat drugsgeweld. Wel, we zijn eraan aan het wennen. Schietpartijen in Brussel zijn geen voorpaginanieuws meer. Er is een procureur nodig die een persconferentie bijeenroept vooraleer we hier nog eens samenkomen en dit ernstig nemen. We zijn er dus aan gewend. Dat is veroorzaakt door de personen die al jaren zelf aan de knoppen zitten.
In februari 2025, straks twee jaar geleden, is met veel aplomb, onder andere door de collega's van de N-VA, een taskforce aangekondigd: een taskforce drugsgeweld, die geleid zou worden door de premier zelf. Waar is die taskforce? Waar is de premier? Wat is er gebeurd? Hoeveel keer is die taskforce samengekomen? Wat heeft die taskforce voorgesteld? Niets.
Ik vrees dat we na deze voormiddag alleen maar kunnen concluderen dat er ook niets zal gebeuren vanuit deze regering. We zullen deze legislatuur misschien nog een praatsessie of twee, drie hebben. Voor de rest zijn Justitie en de burgers in het land overgeleverd aan dat drugsgeweld en zal het alleen maar erger worden. Met het signaal dat jullie hier vandaag uitsturen, mogen we daar vrij zeker van zijn.
01.35 Denis Ducarme (MR): Je voudrais remercier les deux ministres pour leur participation à cet exercice de contrôle parlementaire qui, à mon sens, doit se poursuivre. Le chantier parlementaire doit rester ouvert. Nos échanges ont montré que l’ensemble des responsables de l’exécutif concernés, de près ou de loin, par la problématique du narcotrafic n’étaient pas présents aujourd’hui. Nous avons évoqué Mme Van Bossuyt, nous avons parlé d'Anvers, des douanes et des contrôles. Il serait tout à fait pertinent de maintenir ce chantier parlementaire ouvert et d’entendre également ces deux ministres sur les aspects du dossier qui relèvent de leurs compétences. Je vous laisse le soin, monsieur le Président, d’inscrire ces auditions à l’ordre de nos prochains travaux. Je pense, puisque son nom a été évoqué à plusieurs reprises aujourd’hui, qu'un échange avec le procureur du Roi de Bruxelles, Julien Moinil, serait particulièrement intéressant pour notre commission.
Monsieur le ministre de l’Intérieur, deux éléments de votre intervention méritent, selon moi d’être soulignés. Vous avez d’abord parlé d’urgence nationale. Vous êtes, de toute évidence, profondément investi dans ce combat. C’est le signe d’un engagement réel. Vous l’avez d’ailleurs reconnu: nous sommes pleinement engagés dans cette lutte, mais cela ne suffit pas. Et vous n’y arriverez pas tout seul, monsieur le ministre, malgré votre expertise, vos qualités, votre sens de l’engagement et votre talent. C’est précisément pour cette raison qu’un Conseil national de sécurité consacré à cette question me paraît important. Vous devez pouvoir bénéficier d’un soutien plus large à travers l’ensemble des strates de notre beau et plat pays. Je parle évidemment des différents niveaux de pouvoir.
Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses factuelles et précises. Vous êtes toujours quelqu'un de précis et de rigoureux. Cependant, j'aurais aimé – et je vous le dis avec tout le respect et toute la courtoisie qui s'imposent – percevoir également la force de votre engagement dans ce combat.
J'ai envie de vous demander de vous inspirer du ministre de l'Intérieur par rapport à son engagement. Nous exprimons naturellement notre engagement de manière différente les uns et les autres. Mais quand vous renvoyez à Mme Van Bossuyt, quand vous dites qu'un ministre régional à qui vous avez écrit ne vous a pas répondu, nous n'en sommes plus là.
Je souhaite donc vraiment que nous puissions vous voir pleinement engagée au regard de ces deux maillons essentiels que sont le département de la Justice et le département de l'Intérieur, qui doivent être soudés et travailler en tandem, main dans la main, afin de faire face à l'urgence nationale à laquelle nous sommes confrontés aujourd'hui.
Je reviendrai naturellement sur certains points étant donné que vous n'avez évidemment pas pu répondre à toutes les interrogations. Je reviendrai par écrit sur un certain nombre de précisions que je souhaiterais obtenir en réponse aux questions que j'ai posées tout à l'heure, ainsi qu'à celles de mon collègue Jadoul.
Je vous remercie.
01.36 Ridouane Chahid (PS): Tout d'abord, lorsque j’entends la N-VA critiquer Bruxelles et ses bourgmestres, venant d’un parti dont le premier ministre est absent et n’a toujours pas réuni le Conseil national de sécurité, alors que même son ministre de l’Intérieur dit qu’il y a urgence et qu’il y a une crise nationale, il faut oser.
Vous savez ce qu’on dit: la meilleure défense, c’est l’attaque. Lorsqu’on n’a aucune argumentation à apporter, on ne peut qu’attaquer celles et ceux qui travaillent. Quand je dis "celles et ceux qui travaillent", je parle de tous les bourgmestres, quelle que soit leur couleur politique.
Nous savons, par exemple, que madame la ministre a essayé de tacler le bourgmestre de la Ville de Bruxelles. Le bourgmestre de la Ville de Bruxelles, c’est celui qui a dégagé 20 policiers de PolBru pour les envoyer à Saint-Gilles, en attendant que vous envoyiez les 40 policiers supplémentaires dans la commune.
Les zones de police bruxelloises, ce sont celles qui ont dégagé 27 policiers pour aider la police judiciaire fédérale dans le cadre du dossier Sky ECC. Et personne ne le nie aujourd’hui. Il existe donc une interaction possible entre les zones de police et la police judiciaire fédérale. Pour cela, il faut une volonté politique. C’est précisément ce que nous regrettons aujourd’hui, monsieur le président.
Madame la ministre, vous qualifiez mes propos de graves. Oui, ils sont graves, parce que la situation l'est. Que vous ne vouliez pas m’entendre, c’est une chose. Mais lorsque, dans ce pays, vous avez un procureur du Roi qui intervient sur un plateau de télévision un dimanche, qui donne une conférence de presse un vendredi, qui réitère ses propos ce matin dans la presse et qui dénonce aujourd’hui l’inaction du gouvernement et le fait de ne pas être entendu, c’est là que vous devez vous poser la question. C’est là que vous devez vous demander: que devons-nous faire exactement pour répondre aux acteurs judiciaires?
Monsieur le président, je terminerai en réitérant ma demande de ce matin. Oui, il faut écouter le procureur du Roi. Oui, il faut écouter la commissaire nationale aux drogues. Oui, il faut écouter les services douaniers, qui ont des choses à nous dire. Oui, il faut écouter M. Jan Jambon, pour savoir quels moyens il compte dégager afin de permettre à la douane d'effectuer pleinement son travail.
01.37 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Il est clair que nous accorder dix minutes par groupe, assorties d’une courte réplique, ne permet pas d’aller véritablement au fond d’un dossier. De nombreuses questions demeurent en suspens et beaucoup de sujets mériteraient encore d’être abordés. Nous faisons avec le temps dont nous disposons, mais je pense qu’il sera nécessaire d’organiser, par la suite, des travaux sur cette problématique afin de l’examiner de manière aussi complète que possible, d’identifier les solutions adéquates et de répondre aux besoins exprimés par les acteurs de terrain ainsi que par le procureur du Roi.
Toutefois, Madame la ministre, à entendre les partis de la majorité, et notamment Vooruit, la sécurité commence bien avant le premier coup de feu. La question de la prévention est fondamentale. Madame Verlinden, vous avez évoqué des enjeux tels que le logement, l’école ou encore l’intégration. Sur ce point, je vous rejoins entièrement. Il est indispensable d’agir sur ces questions et surtout d’empêcher les réseaux de recruter sans cesse de nouveaux exécutants. La Commissaire nationale aux drogues l’a souligné: notre société ne parvient pas toujours à offrir des perspectives d’avenir à tous les jeunes, et les organisations criminelles s’engouffrent dans cette brèche. Nous devons donc également travailler sur ces perspectives.
Comme M. Moinil nous le rappelle, plus de 90 % des tireurs interceptés avaient déjà fait l’objet d’un dossier durant leur jeunesse et environ 150 jeunes attendent une place en IPPJ. Il l’a encore répété ce matin et je le cite: “Il y a une urgence à laquelle je dois répondre immédiatement par la répression. Mais si nous en sommes arrivés à cette situation, c’est parce que nous n’avons pas suffisamment investi dans la prévention.”
Vous soulignez l’importance de la prévention. Le procureur du Roi la souligne également, tout comme une partie de la majorité. Mais, dans le même temps, des projets de prévention sont supprimés ou amputés. Nous constatons que des organisations essentielles sur le terrain, qui travaillent directement avec les personnes concernées, doivent fonctionner avec des moyens toujours plus limités. Des millions d’euros ont été supprimés par le gouvernement bruxellois dans le domaine de la prévention. Il est nécessaire de les rétablir.
Le fédéral, de son côté, étrangle également les pouvoirs publics. Brulocalis estime que le sous-financement fédéral de la police bruxelloise s’élèverait à 412 millions d’euros entre 2025 et 2029. Le fédéral a donc, lui aussi, un rôle à jouer. Il existe un sous-financement des pouvoirs locaux à Bruxelles, et c’est notamment ce qui crée ce manque de moyens dans les communes pour agir efficacement.
Prenons l’exemple de la réforme du chômage, qui transfère de nouvelles charges vers les CPAS sans que celles-ci soient assumées par le fédéral. Finalement, ce sont les communes qui devront payer.
Nous ne pouvons donc pas – et je tiens vraiment à le dire ici, parce que nous avons entendu beaucoup de discours mettant l’entière, ou en tout cas la principale, responsabilité sur les communes bruxelloises – demander aux communes davantage de sécurité tout en leur retirant, dans le même temps, les moyens qui peuvent être consacrés à la sécurité et à la prévention. Ce n’est tout simplement pas possible.
Aujourd’hui, les communes sont étranglées. Le fédéral est responsable cet étranglement, parce que les millions d’euros que le fédéral ne verse pas aux communes, ce sont finalement les communes qui doivent les compenser, au détriment de la sécurité des citoyens. Et cela, c'est inacceptable.
01.38 Ismaël Nuino (Les Engagés): Monsieur le ministre, madame la ministre, je vous remercie pour les réponses que vous avez pu apporter.
Vous avez tous les deux appelé à l'urgence nationale. Je veux, une fois encore, appeler à l’union nationale et faire en sorte qu’au-delà de nos divergences et des différents niveaux de pouvoir, nous puissions toutes et tous travailler ensemble, loin des querelles politiciennes auxquelles nous avons malheureusement encore assisté aujourd’hui.
Nul besoin de répéter que le narcotrafic n’est pas un phénomène marginal. C’est un phénomène qui s’est implanté et qui continue de s’implanter durablement, touchant de nombreux territoires. Nous avons beaucoup parlé de Bruxelles aujourd’hui. Monsieur le ministre, vous l'avez dit: les zones portuaires sont concernées. Vous l’avez dit également, madame la ministre: les quartiers populaires, les communes rurales et les plus petites villes le sont aussi.
C’est donc un enjeu qui concerne l’ensemble du pays. Nous parlons ici de violences, d’intimidation, de blanchiment et de corruption. C’est un peu comme un cancer: il s’implante à un endroit, puis il s'étend, s'étend encore, jusqu’à asphyxier l’ensemble du corps. Voilà l'objectif du narcotrafic! Nous devons tout mettre en œuvre pour lutter contre celui-ci de manière intense et rapide. Nous ne pouvons pas nous contenter d'actions ponctuelles et dispersées. Nous avons entendu, aujourd'hui, un grand nombre de ces actions. C'est une très bonne chose. Il faut les saluer. Il ne faut pas tomber dans les simplismes que nous avons, une fois encore, trop entendus aujourd'hui. La tâche est ardue et vous pouvez compter sur notre soutien, un soutien sérieux, constructif, mais aussi exigeant dans l'accomplissement de votre mission.
Nous devons continuer à nous attaquer à la racine du problème, c'est-à-dire à l'argent. C'est la raison pour laquelle, comme cela a été rappelé, un parquet financier sera mis en place en Belgique. Comme cela a été mentionné, cela peut effectivement prendre un peu de temps, mais c'est précisément parce que ce projet doit être bien conçu pour être le plus solide possible et permettre de lutter le plus efficacement possible contre la criminalité organisée. J'imagine donc pouvoir compter sur l'ensemble des collègues pour soutenir rapidement ces propositions de loi et leur mise en œuvre.
Notre ligne est claire: il faut frapper les réseaux, saisir leurs profits, protéger les citoyens et soutenir les policiers, les forces de l'ordre, les jeunes et l'ensemble des habitants de ces quartiers. Je pense qu'il convient aujourd'hui de réaffirmer notre soutien et nos remerciements aux forces de l'ordre et aux acteurs de la justice qui luttent contre le narcotrafic dans des conditions parfois difficiles. C'est donc dans cet esprit d'union nationale que nous devons avancer et continuer à avancer.
Je suis également convaincu que le Parlement a un rôle à jouer. En ce qui concerne la commission de la Justice, j'organiserai, dès sa première réunion, un ordre des travaux. J'ai, en effet, entendu de nombreuses demandes d'auditions complémentaires, que j'appelais également de mes vœux. Nous établirons donc un ordre des travaux afin de déterminer les personnes que nous souhaitons entendre.
Je pense qu'il ne faut pas se limiter au procureur du Roi, qui a évidemment un point de vue important à nous apporter. Il faut également entendre les acteurs de la sécurité, de la prévention ainsi que celles et ceux qui travaillent quotidiennement dans les quartiers. C'est, selon moi, ce qui nous permettra d'éclairer au mieux nos travaux.
Je vous remercie encore, mesdames et messieurs les ministres, pour vos réponses.
01.39 Leentje Grillaert (cd&v): Mevrouw de minister, mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden op de vragen. Ik heb opnieuw heel goed geluisterd en maar één bestuurlijke maatregel horen noemen door de minister. Ik ga ervan uit dat er ook voor andere bestuurlijke maatregelen progressie wordt gemaakt. We kijken uiteraard uit naar de verdere uitvoering van het regeerakkoord op dat vlak.
01.40 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Merci madame et monsieur les ministres pour vos réponses. Je ne suis pas plus rassurée qu'au début de la commission. Vous vous renvoyez la balle. Il y a les mêmes partis dans presque tous les gouvernements du pays. Ne me dites pas qu'il n'y a pas de contacts entre vous. Il y a des conférences ministérielles, il y a des bureaux de parti, où vous pouvez vous croiser de temps en temps.
Par ailleurs, la prévention, monsieur le ministre, concerne aussi des alternatives à la détention, des programmes de désengagement du crime organisé, des programmes dans les prisons, des programmes de désintoxication, des mesures de santé publique, qui sont aussi de la compétence du fédéral. Ce sont des mesures qu'on pourrait prendre à ce niveau-là aussi.
Le fédéral, c'est aussi lui qui a mis en œuvre cette réforme du chômage qui veut enlever le revenu d'intégration aux personnes confrontées à des assuétudes. Vous créez encore plus de problèmes qui vont devoir être résolus à travers la prévention tertiaire.
Madame Verlinden, vous avez dit que les places d'accueil étaient de la compétence des communautés. Alors, je vous propose de le dire à votre collègue Van Bossuyt, parce qu'elle, elle coupe dans les places à cœur joie.
Ces mesures fédérales, elles ont ou elles auront un impact sur ce dont on parle aujourd'hui et elles déplacent déjà la charge sur des communes qui sont vraiment au bord de la faillite. On l'a dit, on ne le répétera jamais assez, la sécurité, ce n'est pas juste la répression du crime, ce n'est pas l'absence de crime, c'est le droit fondamental à vivre dignement et sans peur.
Un petit mot sur l'ordre de travaux, puisque ça a été évoqué par les collègues. On serait également demandeurs d'auditions plus complètes que simplement le procureur du roi ou autre. On aimerait qu'elles dépassent le champ purement sécuritaire puisque le sécuritaire, ce n'est pas la sécurité. On aimerait entendre les associations de terrain, des experts sur la prévention ou du secteur de la santé publique.
01.41 Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, mijnheer de minister, enkele inwoners uit de getroffen wijken waren hier aanwezig. Ik vraag mij af of zij, na het debat te hebben gevolgd en de antwoorden te hebben gehoord, nu met een gerust hart naar huis gaan en antwoorden hebben gekregen op hun vele vragen en bezorgdheden. Eerlijk gezegd, ik vrees ervoor. Er zal nog heel veel verder moeten worden gediscussieerd in de verschillende commissies.
Ik wil nog terugkomen op het punt van de werking van de taskforce en de ketenaanpak. Toen we het hadden over de ketenaanpak, zag ik beide ministers knikken en zij hebben ook uitdrukkelijk gezegd dat een ketenaanpak nodig is. De vraag is of dat ook de insteek van die taskforce is. Het is een federale taskforce, maar u zegt dat preventie grotendeels een bevoegdheid van de gemeenschappen en van het lokale niveau is.
Als u overtuigd bent van het belang van een ketenaanpak en dat preventie daarin een belangrijke taak heeft, is het dan niet zinvol om met die taskforce breder te gaan dan het federale niveau en de andere bevoegde overheden ook mee rond de tafel te brengen? Anders zult u vooral een beleid voeren rond politie en Justitie, wat belangrijk is, met heel veel uitdagingen, maar als we het totaalpakket willen aanpakken, zullen we breder moeten gaan.
Minister Quintin, u stelt vast dat het beleid versnipperd is; dat klopt. Dat is het geval op vele domeinen, niet alleen op het domein van de veiligheid. Maar waar zult u, samen met de regering, die snippers dan samenbrengen? U komt tot de vaststelling dat het beleid versnipperd is en gaat over tot de orde van de dag, maar mijn algemene vraag aan de regering is of u met de regering bereid bent om met die taskforce breder te gaan en ook andere actoren mee te nemen en te overleggen om tot een echt coherent beleid te komen. Als u daarop reageert door te melden dat het uw bevoegdheid niet is, dan is dat net het antwoord dat we niet willen horen. Denkt u werkelijk dat de inwoners van die getroffen wijken weten wie precies waarvoor bevoegd is en wat onder een federale minister of een gewestelijke minister valt? Die mensen hoeven zich dat ook niet aan te trekken. Ze verwachten oplossingen van de politiek en ik kijk naar jullie en vraag om ook inspanningen te doen om iedereen mee te nemen. Als ze niet willen, dan willen ze niet, maar ik denk dat er veel mensen van goede wil zijn, op alle beleidsniveaus, die graag willen meedenken en meewerken. Dat is de oproep die ik wil doen, mijnheer en mevrouw de minister.
01.42 Arthur Orlians (Anders.): Mijnheer de minister, mevrouw de minister, we moeten nu vooral eens een commissievergadering plannen om de premier hierover te horen. De premier is het hoofd van die taskforce, dat heeft hij zelf aangekondigd.
01.43 Maaike De Vreese (N-VA): (…) (zonder micro)
01.44 Arthur Orlians (Anders.): Blijft u eens rustig, mevrouw De Vreese.
Ortwin Depoortere, voorzitter: Laten we allen rustig blijven. De heer Orlians heeft het woord.
Mijnheer Orlians, laat u niet afleiden. U mag uw uiteenzetting voortzetten.
01.45 Arthur Orlians (Anders.): Het is geen enkel probleem dat de premier vandaag niet aanwezig is. Hij heeft echter wel in februari 2025 aangekondigd dat hij een taskforce in het leven ging roepen, met hem aan het hoofd, hij ging de leiding nemen. Het enige wat ik nu zeg, is dat het dan logisch is dat we hem ook eens horen in de bevoegde commissie van het Parlement, om te horen wat de stand van zaken is met betrekking tot die taskforce, wat er al gebeurd is, welke to-do's er zijn afgesproken, welke prioriteiten er zijn en hoe men dat gaat opvolgen. De heer Van Hecke vroeg daarnet om minder versnippering en stelde dat iemand de leiding moet nemen en mensen moet uitnodigen in die taskforce. Dat is bij uitstek een taak voor de premier, lijkt mij.
Verder heb ik een vraag voor de minister, maar we kunnen dat perfect bespreken in een toekomstige commissievergadering. Het gaat dan specifiek over het havenparket. Er is nu al een paar keer gezegd dat dit er komt. Wat is de stand van zaken? Wat zal de exacte meerwaarde van dat havenparket juist zijn? Wat is de timing? Het lijkt mij dat het ook nog zeer lang zal duren voor dat echt operationeel is.
En is dat wel de juiste aanpak? Men zegt steeds dat de bestaande zaken versterkt moeten worden, dat er juist minder versnippering moet zijn. Er is een federaal parket. Is het dan niet beter om gewoon het federaal parket te versterken, in plaats van iets apart op te richten, dat nog heel lang zal duren en waarover ook vragen kunnen worden gesteld? Maar dat kunnen we ook bespreken in een toekomstige commissievergadering.
Ortwin Depoortere, voorzitter: We zijn aan het einde gekomen van onze werkzaamheden. Ik wil iedereen bedanken. Ik wil zeker ook beide ministers bedanken voor hun soepelheid en om wat langer te blijven. Het is een belangrijke problematiek.
Zoals door meerdere fracties aangehaald, zullen we in de respectieve commissies een regeling van de werkzaamheden organiseren.
Mijnheer Orlians, ik wil er even op wijzen dat de premier op 16 september naar de commissie voor Binnenlandse Zaken komt om mondelinge vragen te beantwoorden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 13.14 uur.
La réunion publique de commission est levée à 13 h 14.