|
Commissie
voor Landsverdediging |
Commission
de la Défense nationale |
|
van Vrijdag 17 juli 2026 Namiddag ______ |
du Vendredi 17 juillet 2026 Après-midi ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.04 uur en voorgezeten door de heer Peter Buysrogge.
La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 04 et présidée par M. Peter Buysrogge
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
De voorzitter: Collega’s, gisteren heeft de Kamervoorzitter na twee dagen van plenaire debatten enkele slotbedenkingen gegeven als start van het zomerreces. Ik had nog het woord willen nemen in de plenaire vergadering om de Kamervoorzitter er attent op te maken dat er vandaag nog een commissie voor Landsverdediging plaatsvindt. We zullen die commissie meteen aanvatten. Bedankt iedereen om hier aanwezig te zijn. Op de agenda staan mondelinge vragen, waarvan de meeste vraagstellers aanwezig zijn.
01.01 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, la Belgique participe à la dissuasion nucléaire de l'OTAN. Cette mission est actuellement assurée par les F-16 basés à Kleine-Brogel. Ceux-ci arrivent progressivement en fin de vie et seront remplacés dans cette mission par les F-35.
Si j'ai bien compris, selon le programme envisagé actuellement, la base de Florennes doit d'abord recevoir tous les F-35 qui devraient y être basés. Ce n'est qu'après cela que d'autres F-35 pourront progressivement s'installer à Kleine-Brogel et assurer, une fois que la capacité opérationnelle déclarée aura été obtenue, la mission nucléaire de la Belgique au service de l'OTAN.
Pour que tout cela se déroule sans accrocs et que la mission nucléaire de la Belgique puisse être assurée sans discontinuité, il importe que certaines conditions soient remplies, dont deux principales. Premièrement, il faut que les délais de livraison pour les infrastructures et les F-35 soient pleinement respectés. Deuxièmement, il faut que les F-16 restent pleinement opérationnels jusqu'à ce que les F-35 assignés à cette mission le deviennent également.
Or il est possible que cela se produise pas dans les délais prévus. Dans ce cas, la Défense pourrait envisager de transférer ces F-35 opérationnels de Florennes vers Kleine-Brogel, diminuant ainsi les effectifs sur cette base. Ce serait donc une modification du plan envisagé au profit de la base de Kleine-Brogel – temporairement, je suppose.
Monsieur le ministre, pourriez-vous me rassurer sur le respect des délais de livraison des F-35 et du maintien en condition opérationnelle des F-16 exerçant la mission nucléaire belge? En cas de difficulté, la solution du transfert d'une partie des effectifs de F-35 de Florennes pour Kleine-Brogel est-elle envisagée? Je ne le souhaite absolument pas, mais si c'était le cas, pouvez-vous me certifier que tous les avions rejoindraient rapidement leur base et me préciser dans quels délais l'effectif de F-35 prévus pour Florennes serait à nouveau atteint?
01.02 Theo Francken, ministre: Merci beaucoup, monsieur Lasseaux. La transition entre les F-16 et les F-35 fait l'objet d'un suivi extrêmement rigoureux. Comme prévu, les livraisons des F-35 à la Belgique s'effectuent progressivement, selon le calendrier convenu dans l'accord de gouvernement. C'est ainsi que les bases de Florennes et de Kleine-Brogel seront ainsi progressivement équipées de F-35 selon une planification coordonnée. La base de Florennes a, d'ailleurs, déjà reçu ses quatre premiers appareils. Nous devrions normalement en voir trois des quatre le 21 juillet prochain, lors du défilé.
Les F-16 resteront pleinement opérationnels jusqu'à leur retrait du service, prévu pour la fin de l'année 2028. Les moyens nécessaires sont engagés afin d'assurer leur maintien en condition opérationnelle, en particulier pour la mission de dissuasion nucléaire de l'OTAN, qui reste une priorité. Comme pour les F-16, la flotte d'avions de combat est gérée comme un tout dans la composante Air. Quoi qu'il en soit, il n'est pas question d'un transfert structurel d'une base vers une autre. L'objectif a toujours été une répartition égale de la flotte entre les deux bases.
La planification actuelle prévoit donc une montée en puissance progressive des capacités sur les deux bases et, à ce stade, aucun élément ne conduit à envisager une modification, même temporaire, de ce plan.
01.03 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre. Je suis rassuré que le planning et le calendrier convenus puissent être respectés. Il importe, bien évidemment, de recevoir les assurances de Lockheed Martin quant à la livraison des F-35 dans les délais. Vous venez de le confirmer, et c'est rassurant. Il en va de même pour les infrastructures, puisque nous savons que le programme F-35 constitue un ensemble, qui comprend également les infrastructures. Je viens également d'entendre qu'il n'y aura pas de transfert d'appareils d'une base à l'autre.
Dès lors, il est évidemment indispensable que les F-16 restent opérationnels jusqu'en 2028, comme vous l'avez indiqué, afin que le calendrier puisse être respecté. Nous suivrons cela de près.
Merci encore pour vos réponses.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, mijn vraag gaat over de huisvesting van de militairen die op straat worden ingezet. We gaan dat debat niet heropenen. We kennen de standpunten van iedereen. Er lopen heel wat programma's waarbij militairen momenteel binnenlandse taken uitvoeren.
Zoals gebruikelijk bij militairen blijven zij ook overnachten. We hebben het daar al over gehad. U hebt toen gezegd dat de meesten van hen verblijven in de kazerne in Peutie, maar dat het kwartier of het blok waarin zij moeten verblijven in zeer slechte staat is en aan renovatie toe is. U hebt toen gezegd dat daarom tenten werden geplaatst die degelijk zijn uitgerust met bedden en kastjes.
Ik twijfel er niet aan dat die tenten wellicht comfortabeler zijn dan de blokken waarin zij eigenlijk zouden moeten verblijven. Daar zit echter net het probleem, mijnheer de minister. Het kan niet dat wij militairen moeten blijven opvangen in gebouwen die totaal versleten zijn, zeker niet als men weet dat zij vaak moeten patrouilleren met politieagenten die 's avonds wel naar huis kunnen en bij hun gezin kunnen overnachten. Dat is schrijnend.
Ik heb dan ook twee vragen.
Wat is de huidige stand van zaken van de huisvesting van de militairen die worden ingezet voor de patrouilles op straat? Verblijven zij nog steeds in de tenten in Peutie?
Wat is de timing voor de noodzakelijke renovatiewerken aan het verblijfsblok in Peutie, zodat de militairen die binnenlandse opdrachten uitvoeren op een menswaardige manier kunnen worden gehuisvest?
02.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Vander Elst, de heropbouw van de militaire kwartieren zal meerdere jaren in beslag nemen maar kan van start gaan nu het Kwartierplan werd goedgekeurd.
De militairen die gemengde patrouilles uitvoeren ter ondersteuning van de spoorwegpolitie alsook de militairen die de politie ondersteunen bij de bescherming van de joodse belangen in Brussel, werden ondergebracht in de kazerne van Peutie. Die militairen werden begin juni 2026 overgebracht naar het tentencomplex om de renovatie van het gebouw waarin zij verbleven mogelijk te maken. Het betreft volledig ingerichte tenten die beschikken over een systeem van airconditioning en verwarming en die dus beantwoorden aan de moderne standaarden voor militairen.
U stelt dat die gebouwen aftands zijn. Ik ben nu anderhalf jaar minister. Ik heb meer dan 7 miljard euro vrijgemaakt voor infrastructuur. Dat is het hoogste bedrag in de laatste 30 jaar voor infrastructuur. Qu’est-ce que tu veux que je fasse? Dat vergt tijd. Wij hebben geen Regie der Gebouwen. Wij hebben onze eigen infrastructuurdienst. Het is niet slecht dat wij dat zelf doen. Wij proberen er snel werk van te maken, maar dat vergt veel tijd.
Het is niet alleen in Peutie dat de toestand rampzalig is. U moet maar eens in Nijvel gaan kijken maar eigenlijk bijna overal. De situatie van onze kwartieren is gewoon echt slecht.
Heb ik liever dat zij in tenten liggen dan in beschimmelde kamers? Ik meen dat dat nog altijd gezonder is. Het zijn natuurlijk ook nog altijd militairen. Die mannen kunnen tegen een stootje. Zij krijgen ook operationele premies, ze worden daar ook voor betaald op operationeel vlak.
Het is niet zo dat we het testosteron aan het testen zijn of iets dergelijks. Het zijn militairen, zij kunnen wel tegen een stootje. Ik krijg daar trouwens weinig klachten over. Ik hoorde hier een paar weken geleden beweren dat het klachten regende maar dat was dan toch niet bij ons.
02.03 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, iedereen beseft zeer goed dat militairen tegen een stootje kunnen, maar ze moeten exact dezelfde taken als de politie uitvoeren. Politieagenten krijgen inhaalrust, worden vergoed voor die taken en ontvangen andere voordelen, weliswaar geen operationaliteitstoelage. Ook kunnen ze na hun dienst thuis gaan slapen. Onze militairen krijgen die voordelen daarentegen niet. Daarom moeten we ervoor zorgen dat onze infrastructuur weer in orde wordt gebracht.
Ik weet dat u nog maar jaar minister bent, maar als parlementslid is het mijn taak te vragen hoe het daarmee staat. U hebt naar het Kwartierplan verwezen. Dat is goed. We hebben daar niet over moeten stemmen, maar als ik had moeten stemmen, had ik het gesteund. Dat moet echter worden gevolgd door een infrastructuurplan. In dat infrastructuurplan zullen de budgetten worden vrijgegeven en uitgegeven. Daarin zal heel duidelijk staan welk project, welke kazerne of welk kwartier met welke middelen zal worden heropgebouwd of gerenoveerd. Ik kijk dan ook uit naar dat infrastructuurplan en hoop dat het snel naar het Parlement komt. U zegt dat u over de nodige middelen beschikt. Dan wordt het tijd om die middelen uit te geven in het belang van onze militairen, zodat zij in menswaardige kazernes kunnen overnachten en verblijven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De vragen nrs. 56016821C en 56017209C van de heer Van den Heuvel vervallen, alsook vraag nr. 56017008C van de heer Boukili.
We zijn aanbeland bij vraag nr. 56017366C van collega Vander Elst over de schenking van de F-16-vloot aan Oekraïne.
02.04 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de voorzitter, aangezien ik over dit project al heel wat tekst een uitleg heb gekregen achter gesloten deuren, wegens gevoelige informatie, trek ik mijn vraag in.
De voorzitter: Vraag nr. 56017366C van de heer Vander Elst wordt op zijn verzoek ingetrokken. De heer Courard is niet aanwezig en niet verontschuldigd, dus zijn vraag nr. 56017594C vervalt. Vraag nr. 56017595C van de heer Frank wordt op zijn verzoek uitgesteld.
03.01 Kristien Verbelen (VB): Mijnheer de minister, Defensie moet de komende jaren duizenden mensen extra aantrekken: militairen, reservisten, burgers en jongeren. Dat is ook nodig. Daarover bestaat in de commissie een brede consensus, maar als Defensie zoveel mensen wil aantrekken, zal er toch echt iets aan de selectieprocedure moeten gebeuren. Ik spreek ook uit eigen ervaring.
Het is allerminst mijn bedoeling om van een persoonlijk dossier een parlementaire kwestie te maken, maar ik wil wel een ruimer probleem blootleggen. Ik heb mij kandidaat gesteld als reservist bij de marine, iets wat ik al lang wilde doen, maar als men in de privésector werkt, is dat niet gemakkelijk. Dat weet u ook.
Nu deed die kans zich voor. Ik heb daarvoor behoorlijk wat tijd vrijgemaakt, net als alle kandidaten. Ik heb cognitieve testen afgelegd, sportproeven gedaan en medische testen doorlopen. Omdat het zo druk was in het militair ziekenhuis, heb ik civiel bijkomende medische onderzoeken laten uitvoeren. Ik heb artsen gecontacteerd en extra attesten bezorgd. Dat is allemaal geen probleem. Als men een grondige selectie wilt doen, is dat nu eenmaal zo.
Op het einde van de procedure werd ik medisch ongeschikt verklaard, omwille van iets wat ik heel duidelijk bij het begin van de procedure had meegedeeld. Dat begrijp ik niet. Mijn medicatie tegen eczeem zou problematisch kunnen zijn in combinatie met mogelijke vaccins die moeten worden toegediend, waaronder het vaccin tegen gele koorts. Het werd dus einde verhaal voor mij. Defensie kan met zo iemand blijkbaar niets aanvangen, zelfs niet als reservist en zelfs niet voor een functie buiten een gebied waar gele koorts voorkomt.
Mijnheer de minister, u hebt zelf al eens gezegd dat Defensie ook mensen zou moeten kunnen aanvaarden die in de zetel een zak chips zitten te eten, maar wiens cyberprofiel goud waard is. Dat waren misschien niet uw exacte woorden, maar ik dacht dat het daarop neerkwam. Ik zou dat dan ook graag in de praktijk zien. Niet iedereen moet het klassieke profiel van een frontsoldaat hebben, zeker niet voor domeinen als cyber, IT, personeel of logistiek. We moeten vooral kijken, zeker voor reserveprofielen, naar wat mensen wél kunnen bijdragen.
Mijnheer de minister, ik heb hierover enkele vragen. Wordt bij de beoordeling van de medische geschiktheid volgens u voldoende rekening gehouden met de functie die moet worden uitgeoefend en met de werkelijke inzetbaarheid? Vindt u het normaal dat kandidaten pas op het einde van de procedure uitvallen, op basis van medische informatie die van bij het begin bekend was? Bent u bereid te kijken naar een snellere medische triage aan het begin van de procedure? Hoe zult u die procedure sneller en transparanter maken, zodat gemotiveerde kandidaten niet uitvallen?
Dat u zich als drukbezet volksvertegenwoordiger en waarschijnlijk ook lokaal mandataris inzet voor zoiets, dan kan ik daar alleen maar respect voor opbrengen. Ik weet dat er nog een aantal andere parlementsleden reservist zijn en ik begrijp dat de goesting bij anderen ook groeit.
Ik weet dat u uw persoonlijk dossier niet voor niets aankaart en ik zal dat zeker door de diensten laten nakijken, want dat lijkt mij toch vreemd. Ik heb tegen de stafchef wel gezegd dat ik vind dat de leeftijdsgrens moet worden afgeschaft, dat de medische criteria moeten worden versoepeld en dat er een soort tussenstatuut moet komen waarbij een burger ook operationeel kan zijn zonder al die medische en militaire testen te moeten doen. Die drie zaken zijn meegegeven en men is dat nu aan het uitwerken.
Het voorstel van de heer Buysrogge over de afschaffing van de leeftijdsgrens is in dit Parlement goedgekeurd en de medische keuringsvoorwaarden worden in de commissie behandeld. Ik zal mij als politicus niet op glad ijs begeven door mij uit te spreken over bijvoorbeeld hoe goed men moet horen om militair te kunnen worden, en hoeveel het uitmaakt dat men minder goed ziet uit een oog, zoals bij zoveel kandidaten het geval is. Zij krijgen dan een negatief advies, maar zijn dat dan mensen wiens kandidatuur in de vuilbak moet worden gegooid? Dat is toch bij de haren gegrepen.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen keuringscriteria moeten zijn. Dat wordt ook niet betwist. Er moet gekeurd worden en er moeten bepaalde criteria zijn, maar soms is het toch wel wat bij de haren gegrepen, als u het mij vraagt.
Ook aan het Camu2-statuut wordt gewerkt. Het betreft eigenlijk een nieuw Camu-statuut voor burgerpersoneel dat ook deels operationeel wordt. Ik heb daar een briefing over gehad. Men is dat aan het uitwerken, dus dat komt er ook aan. Dat is misschien een primeur.
Ik heb hier nog heel veel antwoorden. Ik kan ze u voorlezen of bezorgen.
Voor elke functie binnen Defensie wordt een medisch geschiktheidsprofiel vastgesteld op basis van de taken en de specifieke vereisten die aan de functie verbonden zijn. De medische beoordeling gebeurt dus rekening houdend met de operationele en professionele eisen waarmee de kandidaat tijdens de uitoefening van zijn of haar toekomstige functie zal worden geconfronteerd. Daarnaast zijn de medische selectiecriteria niet statisch. Ze worden regelmatig herzien om rekening te houden met de evolutie van de medische wetenschap, nieuwe diagnostieken en therapieën en de actuele operationele realiteit. Voor de overgrote meerderheid van de functies worden de medische onderzoeken georganiseerd tijdens twee selectiedagen. Als een medische ongeschiktheid wordt vastgesteld, wordt de kandidaat daarvan onmiddellijk aan het einde van die onderzoeken op de hoogte gebracht. Voor bepaalde zeer specifieke functies, zoals piloot of duiker, zijn bijkomende gespecialiseerde onderzoeken vereist. Die worden op een later moment uitgevoerd. In dergelijke gevallen kan een definitieve beslissing pas worden genomen nadat alle noodzakelijke onderzoeken zijn afgerond.
Daarnaast vereisen sommige medische dossiers bijkomende evaluatie van gespecialiseerde artsen. Die expertise is noodzakelijk om een correcte, objectieve en zorgvuldige beoordeling van de geschiktheid van de kandidaat te garanderen. Dat kan soms leiden tot een verlenging van de selectieprocedure. Kandidaten beschikken vooraf over informatie omtrent de impact die bepaalde medische aandoeningen kunnen hebben op hun geschiktheid voor een functie bij Defensie. Op de website van het Koninklijk Militair Hospitaal wordt onder meer toelichting gegeven over een aantal aandoeningen die een invloed kunnen hebben op de medische selectie. Dat laat kandidaten toe zich vooraf een eerste beeld te vormen van hun situatie.
Het is belangrijk te benadrukken dat elke militair moet voldoen aan een minimaal medisch profiel dat verenigbaar is met de uitoefening van het militaire beroep. Daarom zijn kandidaten voor het actief kader en kandidaten voor de reserve onderworpen aan dezelfde medische basisselectieprocedure en dezelfde basisgeschiktheidscriteria. Dat waarborgt een gelijke behandeling van alle kandidaten en verzekert dat het vereiste niveau van inzetbaarheid en operationele gereedheid behouden blijft.
Ten slotte biedt de bestaande beroepsprocedure kandidaten, die een beslissing van medische ongeschiktheid wensen te betwisten, de mogelijkheid om hun dossier opnieuw te laten onderzoeken overeenkomstig de geldende regelgeving.
03.03 Kristien Verbelen (VB): Ik dank u voor uw antwoord.
Ik wil ook zelf heel duidelijk zijn. Ik vraag niet dat Defensie medische risico's negeert. Dat zou zeker onverantwoord zijn, niet alleen voor de kandidaat in kwestie, maar ook voor collega's en voor de opdracht zelf. Er is echter een verschil tussen streng zijn en blind rigide zijn. Ik heb hier nog maar een fractie aangehaald van de hindernissen waar gemotiveerde kandidaten tegenaan lopen, gaande van onbeantwoorde telefoons tot afspraken die een uur voordien worden geannuleerd terwijl die mensen daarvoor een zuurverdiend verlof opnemen.
U wilt reservisten aantrekken, u wilt jongeren overtuigen en cyberprofielen, technici en specialisten aantrekken, maar dan moet Defensie ook durven te selecteren volgens de functie en volgens wat de betrokkenen effectief moeten doen. Als kandidaten immers afhaken of stranden in administratie en bureaucratie, is dat niet alleen een verlies voor die kandidaat zelf, maar ook voor Defensie.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
04.01 François De Smet (DéFI): Monsieur le président, je renvoie au texte de ma question déposée.
De Tijd
rapporte, le 1er juillet 2026 les difficultés rencontrées par les
petites et moyennes entreprises pour accéder au fonds d'investissement dédié à
la défense et au secteur spatial, lancé avec le soutien de l'entrepreneur
Jürgen Ingels dans le sillage de la relance des investissements fédéraux en
matière de défense.
Ce fonds spécialisé de Jürgen Ingels permet
qu’à partir de 100.000 euros d’engagement, des investisseurs peuvent désormais
prendre position dans des entreprises non cotées actives dans l’espace et la
défense.
L'augmentation programmée du budget belge de
la Défense, dans une trajectoire annoncée vers 2 % du PIB conformément aux
engagements pris au sein de l'OTAN, s'accompagne d'une volonté politique
affichée de faire bénéficier le tissu industriel belge, et en particulier les
PME technologiques, des retombées économiques de cet effort (compensations
industrielles, marchés publics de défense).
En conséquence, Monsieur le Ministre peut-il
me faire savoir:
1° si il confirme les difficultés d'accès des PME au fonds
Jürgen Ingels évoquées par De Tijd ?
2° le
nombre et la taille des entreprises belges ayant effectivement bénéficié de ce
fonds ?
3° la part des marchés publics de défense
fédéraux passés depuis 2025 attribués à des PME belges, en particulier
wallonnes et bruxelloises, par rapport aux grands groupes industriels ?
4° les
mesures d'accompagnement spécifiques (simplification administrative,
guichet PME, garanties) que le
gouvernement envisage pour améliorer l'accès des petites entreprises aux
marchés et fonds liés à la relance de la Défense ?
04.02 Theo Francken, ministre: Le fonctionnement, les décisions d’investissement et les critères de financement d’un fonds d’investissement privé relèvent de la responsabilité de ce fonds. Il ne m’appartient pas de me prononcer sur la manière dont les investisseurs privés évaluent les dossiers ni sur les éventuelles difficultés que pourraient rencontrer des entreprises pour obtenir un financement auprès de ce fonds.
Cette matière ne relève par ailleurs pas des compétences de la Défense.
04.03 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je suis un peu déçu par votre réponse. Il me semble que cela relève quand même bien de la Défense sur le fond du dossier. Mais soit, je préciserai et orienterai mieux la question. Merci.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Minister, het FCAS-programma had een voorbeeld moeten zijn van Europese defensiesamenwerking en de Europese defensie-industrie onder het voetlicht zetten – we zouden eindelijk onze voet naast die van de grote jongens kunnen zetten -, maar het werd tot nu toe de flop van de eeuw. Nadat de heer Merz enkele geleden verklaarde dat het programma dood en begraven was, gaf u uw voornemen te kennen om de Belgische rol als observator stop te zetten. U moest dat wel nog aan de regering voorleggen.
Mijn vraag is zeer concreet. Hebt u het akkoord van de regering en is België intussen als observator inderdaad uit het programma gestapt?
Wat gebeurt er met de gereserveerde middelen ten belope van ongeveer 300 miljoen euro? Daar is ook nog niets van uitgegeven, meen ik. Wat zal daarmee gebeuren? Zal dat bedrag geheroriënteerd worden voor een ander programma?
Dan kom ik bij mijn misschien wel belangrijkste vraag. Het Europees programma, samen met Japan, het GCAP (Global Combat Air Programme) loopt wel nog. Wordt er overwogen daarin in te stappen? Indien ja, welke concrete stappen werden hiertoe al gedaan? Indien neen, waarom niet?
05.02 Minister Theo Francken: We hebben hierover twee weken geleden een actualiteitsdebat gevoerd. Zoals ik reeds eerder heb toegelicht, blijft het strategische doel de Belgische defensiegerelateerde luchtvaartsector een prominente plaats in de mondiale waardeketen van de volgende generatie luchtgevechtscapaciteiten te geven en zijn rol als betrouwbare partner van de Europese defensie verder uit te bouwen.
Tijdens het waarnemerschap heeft België geen enkele bijdrage betaald aan het partnerschap. Er valt dus ook niets terug te vorderen. De budgetten zijn gekoppeld aan geselecteerde research- en ontwikkelingsprojecten van Belgische bedrijven en onderzoeksinstituten, voor een totaalbedrag van 59,5 miljoen euro. Zoals ik gepreciseerd heb tijdens de begrotingsbesprekingen en in mijn algemene beleidsnota, is er tot heden effectief 11,9 miljoen euro uitgegeven. De bedrijven en instituten zijn volop bezig technologie te ontwikkelen die een betere uitgangspositie geeft in internationale samenwerkingsprojecten.
Concreet gaat het over een breed spectrum van luchtvaart- en defensietechnologieën, gaande van geavanceerde vliegtuigstructuren, actuatoren en composietmaterialen tot innovatieve productieprocessen, motoroptimalisatie en thermisch beheer.
Daarnaast ligt een sterke focus op digitalisering, de ontwikkeling van cockpit- en missieondersteuningssystemen, geavanceerde infrarood- en dreigingsdetectiesensoren, stealthtechnologieën zoals metasurfaces en de versterking van de industriële capaciteiten inzake composiet en productie.
De O&O-uitgaven zijn dus niet verloren. Het programma werd bewust programma-agnostisch ingericht en is dus niet gericht op één specifiek internationaal programma. De kennis en expertise die eruit voortvloeien, zijn inzetbaar in diverse internationale samenwerkingsverbanden die bijdragen tot een optimale positionering van de Belgische Defensiegerelateerde Technologische en Industriële Basis (BDTIB).
Defensie zal evalueren in welke mate de ingeschreven budgetten kunnen worden geheroriënteerd naar andere programma's. Een dergelijke heroriëntering moet bijdragen aan de positionering van de Belgische luchtvaartsector in dat hoogtechnologische en toekomstgerichte domein, terwijl tegelijk wordt tegemoetgekomen aan de operationele behoeften van de luchtmacht.
We blijven de ontwikkelinen rond toekomstige gevechtsvliegtuigen, zoals GCAP, verder opvolgen. Ik ben volgende week in Farnborough voor de beurs daar, nabij Londen. Daar zal ik er zeker ook bilateraal over kunnen spreken met de nieuwe Secretary of State for Defence van het Verenigd Koninkrijk. Dat staat ook op de agenda. We zullen daar dus zeker naar kijken.
Heeft de regering formeel beslist om de observatierol stop te zetten? Ik heb dat niet als formeel agendapunt voorgelegd, maar het was wel in de vergadering van het kernkabinet aan de orde en daar werden geen fundamentele bezwaren tegen geuit. Ik denk dus dat iedereen wil bekijken welke andere opties er zijn.
05.03 Kjell Vander Elst (Anders.): Dat is een goede zaak en ik ben tevreden dat u met uw collega in London in gesprek gaat. Ik denk echt dat we moeten deelnemen aan het project, dat al jaren loopt. Dat neemt niet weg dat Europa mijns inziens toch nog een poging moet doen om de Next Generation Fighter vorm te geven. Ik denk dat het FCAS-programma met goede bedoelingen is begonnen, maar faliekant is geëindigd. Het is dus verstandig is om zeker naar GCAP te kijken. Ik ben blij dat u volgende week gesprekken hebt over wat daarin voor ons mogelijk is, in welke rol dan ook.
België, in het hart van Europa, moet deel uitmaken van een Europees programma voor een gevechtsvliegtuig of van een project waarin we een Europese rol kunnen spelen. GCAP is op dit moment misschien wel de beste optie.
Ik zal u later – het zal niet over twee weken zijn, want het Parlement gaat in reces – zeker ondervragen over het verloop van uw overleg in London over het project.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, naast mij zit een fiere Diestenaar. In Diest zijn ze erg blij omdat het 1ste Bataljon Parachutisten in Diest zal worden heropgericht. Dat hebt u althans aangekondigd of dat is althans zo goedgekeurd in het Kwartierplan Defensie. In het besluit zou staan dat het uiteindelijk om ongeveer 650 militairen zou gaan, als het volledige bataljon tegen het einde van de huidige legislatuur operationeel is. Dat zal toch aanzienlijke investeringen vergen. Dat is immers geen klein aantal. In Diest ligt uiteraard ook Schaffen, waar de parachutisten vandaag gevestigd zijn.
Op welke termijn wilt u de heroprichting van het 1ste Bataljon Parachutisten concreet realiseren? Hoe ziet u dat stappenplan? Zijn het lokaal bestuur van Diest en de operationele verantwoordelijken van het trainingscentrum al officieel en in detail op de hoogte gebracht van de beslissing? Welke specifieke investeringen zullen concreet gebeuren om de kazerne en het militaire vliegveld in Schaffen infrastructureel voor te bereiden op de huisvesting en operationele ondersteuning van een bataljon van ongeveer 650 militairen?
06.02 Minister Theo Francken: Om te voldoen aan onze internationale en NAVO-verplichtingen moet Defensie een ambitieus groeitraject doorlopen. Een belangrijke stap daarin is het uitbreiden van bestaande eenheden en het oprichten van nieuwe eenheden. De ministerraad heeft met de goedkeuring van het Kwartierplan Defensie de opdracht gegeven om een studie uit te voeren naar waar in Diest de paracommandocapaciteit kan worden uitgebreid. Daarvoor zijn verschillende sites mogelijk. Die studie omvat niet alleen de infrastructuur, maar ook de materiële en personeelsaspecten binnen het kader van de capacitaire opbouw van Defensie.
De studie loopt momenteel. Een concreet stappenplan, inclusief planning en infrastructurele behoeften, kan pas worden uitgewerkt nadat het onderzoek is afgerond en de conclusies beschikbaar zijn. Geloof me als ik u zeg dat ik daar heel hard op aandring.
06.03 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, uiteraard is het goed dat die studie loopt. Ik kijk uit naar de conclusies ervan, zodat we daar voortgang kunnen boeken. Het zou in ieder geval een geweldige stap zijn voor defensie in het algemeen, maar zeker ook voor Diest en Vlaams-Brabant. Heel wat mensen die ouder zijn dan ik, koesteren heimwee naar de tijd waarin het eerste paracommandobataljon in Diest nog actief was. Ik hoop dus dat alles goed verloopt, dat de studie snel wordt opgeleverd en dat we concrete stappen kunnen zetten om de ontplooiing in Diest mogelijk te maken. We zullen dat verder opvolgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de voorzitter, de titel van mijn vraag is de blokkering van de aankoop van luchtafweersystemen, maar ondertussen kunnen we spreken van de deblokkering.
07.02 Minister Theo Francken: Soms moet u een beetje vertrouwen hebben. In mij althans.
07.03 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, van de koppeling van defensiedossiers aan andere dossiers en van de blokkering en deblokkering ervan wordt niemand beter. Defensie wordt daar niet beter van en ik denk zelfs dat de cohesie in uw regering daar niet beter van wordt, al is dat minder mijn zorg. Het is in elk geval een triestig schouwspel, als men eerst een beslissing neemt, om dan te beslissen een dossier on hold te zetten omdat men het zal koppelen aan de Long Range, want dat er daarover nog discussie bestaat of het Amerikaans of Europees kan zijn. Dan zag ik ineens een partij die het koppelde aan de F-35, ook iets dat in de regering is beslist, al zegt daar soms nog iemand dat we dat misschien naar de volgende legislatuur kunnen doorschuiven, omdat dat toch Amerikaans is. Nog een koppeling die ik ineens zag opduiken, was de koppeling aan de rijkentaks. Luchtafweer kost veel geld, dus we zullen dat koppelen aan de rijkentaks. Als u dus een rijkentaks invoert, dan mag u uw NASAMS aankondigen op de NAVO-top.
Mijnheer de minister, dat is een slechte manier van werken, slecht voor uw regering, maar ook slecht voor de perceptie bij de bevolking over de politiek. Ik denk trouwens dat we niet heel hoog gerangschikt staan als het gaat over respect voor politici. Dat is vaak onterecht, maar zulke zaken helpen echt niet. Als er iets is waarin dit land, en zeker Defensie, moet investeren, dan is het toch wel in luchtafweer in verschillende lagen en het project van luchtafweersystemen is er daar een van.
Ook al is de blokkering gedeblokkeerd, toch wil ik u vragen wat u vindt van de koppeling van al die dossiers aan elkaar en ook aan dossiers die er niets mee te maken hebben. Erkent u dat belangrijke defensie-investeringen steeds vaker aan elkaar worden gekoppeld, waardoor ook noodzakelijke beslissingen vertraging oplopen?
07.04 Minister Theo Francken: Dat dossiers worden gekoppeld, is spijtig genoeg een heel kwalijke traditie in dit land, in dit federale koninkrijk. Ik begrijp dat soms ook niet. Soms hebben die dossiers ook totaal niets met elkaar te maken.
07.05 Annick Ponthier (VB): (…)
07.06 Minister Theo Francken: Ja, wij hebben daarvoor gekozen. Dat is juist, mevrouw Ponthier. U zult daar nooit voor moeten kiezen. Dat is het verschil tussen mij en u.
07.07 Annick Ponthier (VB): (…)
07.08 Minister Theo Francken: De definitieve beslissing over de aankoop van de short- en medium-range-luchtafweer werd op 6 juli 2026 genomen in de ministerraad. Eindelijk kunnen we na de ontmanteling van de Belgische luchtafweereenheden, meer dan twintig jaar geleden, opnieuw kennis en operationele expertise beginnen opbouwen binnen dat strategische domein.
Doordat Nederland al een aantal NASAMS- en Skyrangersystemen heeft besteld, kunnen onmiddellijk logistieke en operationele synergiën mogelijk worden gemaakt.
Surface-based air missile defense-systemen worden geklasseerd op basis van hun bereik, namelijk kort, middellang of lang. Ze zijn idealiter ontworpen om te worden geïntegreerd in de meerlagige luchtverdedigingsarchitectuur, in dit geval de architectuur van de NAVO. Het gebruik van die systemen is complex en vereist een stapsgewijze opbouw van kennis en expertise, beginnend met de onderste lagen van die architectuur.
Zoals opgenomen in de Strategische Visie en in de wet militaire programmering zullen de long-rangesystemen op een later tijdstip worden verworven om het luchtverdedigingsdispositief aan te vullen. De aanschaf van drie long-rangebatterijen is gepland in 2029.
De studie van de Blue Dome-werkgroep loopt. Wij zullen denkelijk in de loop van 2027 een beslissing nemen over wat wij daarmee zullen doen.
Natuurlijk is een element de vraag of we misschien beter Europees zouden werken. Dat is natuurlijk een belangrijke overweging, bij de ene meerderheidspartij al wat meer dan bij de andere. Dat is nu eenmaal zo. Dat kan ik samen met u alleen maar vaststellen.
07.09 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, het is goed dat die studie loopt over het langeafstandsdossier. Daarna zal een keuze moeten worden gemaakt tussen de Patriot en de SAMP/T. Ik kijk uit naar die studie. Ik kijk ook uit naar de conclusies daarvan om te zien of we ter zake een goede keuze maken.
Ik hoor u zeggen dat die beslissing in principe in de loop van 2027 zou moeten vallen. Dat zal ongetwijfeld opnieuw een leuk politiek dossier worden in de ministerraad en eventueel ook hier in het Parlement.
De voorzitter: We kijken allemaal al reikhalzend uit naar het volgende parlementaire jaar.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
08.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Mijnheer de Minister,
Voorafgaand aan de NAVO-top stelde de
Chef Defensie dat er een concreet plan moet komen om het traject naar de
NAVO-norm tegen 2035 vorm te geven. De eerste minister gaf toen aan dat dit
moeilijk lag omdat er binnen de regering nog geen akkoord was.
Daarom heb ik volgende vragen:
Wat is er op de NAVO-top van 7 en 8 juli
concreet beslist over het traject richting de NAVO-norm tegen 2035?
Heeft de federale regering hierover
intussen een akkoord bereikt? Zo ja, wat houdt dat akkoord in? Zo neen, wanneer
verwacht u dat wel?
08.02 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, dit thema kwam al aan bod tijdens de plenaire vergadering van vorige week, maar in de commissie hebben we toch altijd iets meer tijd om een en ander te bespreken.
Ik stel u dus graag een vraag met betrekking tot de NAVO-top in Ankara van enkele dagen geleden. Kunt u nog eens toelichten welke concrete beslissingen en engagementen daar voor ons land uit zijn voortgekomen? Welke standpunten heeft België tijdens die besprekingen verdedigd en op welke punten heeft ons land voorbehoud gemaakt?
Welke afspraken werden er ook gemaakt? U hebt daar eigenlijk al deels op geantwoord. Dat was maar een kort antwoord, dus misschien kunt u toch toelichten welke afspraken er werden gemaakt over de uitvoering van de nieuwe NAVO-uitgavennorm richting 2035. Heeft België nieuwe tussentijdse doelstellingen of financiële engagementen onderschreven? Welk is nu eigenlijk het concrete groeitraject en welke financiering stelt u daarvoor voorop?
Werden een aantal capacitaire doelstellingen voor België gewijzigd of geconcretiseerd? Welke bijkomende capaciteiten zal dit land moeten leveren, binnen welke termijn en tegen welke geraamde kostprijs?
Welke afspraken werden er gemaakt over een grotere Europese verantwoordelijkheid binnen de NAVO en een mogelijke vermindering of herschikking van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa? Welke concrete gevolgen heeft dat voor België, voor onze operationele inzet en voor de oostflank van de NAVO?
De engagementen ten aanzien van Oekraïne werden daar uiteraard ook besproken. Dat hebben we allemaal kunnen lezen, maar misschien kunt u daarover ook enige toelichting geven.
Ook over de defensie-industrie, de gezamenlijke aankopen en de versterking van de Europese defensie-industrie hebben we al veel gesproken in deze commissie. Wat is daar nu concreet uit voortgekomen in Ankara?
Daarnaast wil ik graag meer weten over de lucht- en raketverdediging, de plannen van de NAVO daaromtrent, de militaire mobiliteit en de bescherming van kritieke infrastructuur. Dat is voor iedereen, ook voor onze partij, uiteraard heel belangrijk.
Ten slotte, welke concrete beslissingen van deze NAVO-top zal België nu uitvoeren en volgens welke timing? Wanneer zult u het Parlement een volledig overzicht bezorgen van de Belgische engagementen, de kostprijzen en de gevolgen voor de toekomstige militaire programmering?
08.03 Minister Theo Francken: De NAVO-top in Ankara bevestigde de voortzetting van de transformatie van het bondgenootschap naar een model waarbij de Europese bondgenoten en Canada een grotere verantwoordelijkheid opnemen. De bondgenoten bevestigden daarbij hun blijvende verbondenheid middels artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag, het trans-Atlantisch verband en de collectieve verdediging.
Op politiek vlak stond de eensgezindheid centraal. De bondgenoten bevestigden hun langdurige steun aan Oekraïne en onderstreepten dat Rusland de belangrijkste en meest directe bedreiging blijft voor de veiligheid van het bondgenootschap. Ook werd aandacht besteed aan de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten, de bescherming van de vrije scheepvaart in de Straat van Hormuz, hybride dreigingen en de strategische concurrentie met de PRC.
Op militair vlak lag de nadruk vooral op de uitvoering van de eerder overeengekomen defensieplannen en capaciteitsdoelstellingen. Daarbij ligt de focus niet op het formuleren van bijkomende ambities, maar wel op het realiseren van de al overeengekomen capaciteiten. De bondgenoten bevestigden hun engagement om de vastgestelde capaciteitstekorten prioritair weg te werken.
De bondgenoten bevestigden daarnaast ook hun engagement om de noodzakelijke defensie-investeringen verder op te voeren, teneinde de uitvoering van de NAVO-verdedigingsplannen en capaciteitsdoelstellingen mogelijk te maken. Daaruit vloeit voort dat er tijdens de NAVO-top geen nieuwe capaciteitsdoelstellingen werden vastgesteld. Nieuwe doelstellingen, de NATO Capability Targets, zullen in 2028 worden vastgelegd en in 2029 worden verdeeld.
De dag vóór de top vond ook het NATO Defence Industry Forum plaats, een belangrijk event. Er werden verschillende initiatieven gelanceerd om de defensieproductie binnen het bondgenootschap te verhogen en de samenwerking met de industrie te verbeteren. De bondgenoten benadrukten de noodzaak van een nieuwe industriële aanpak, waarbij productie sneller en op grotere schaal moet plaatsvinden.
Tijdens dit forum werd aandacht besteed aan verschillende initiatieven, gericht op het versterken van de defensieproductiecapaciteit binnen het bondgenootschap. Verschillende multinationale projecten op het vlak van bewaking, luchttransport, luchtverdediging, munitie en langeafstandscapaciteiten werden besproken of ontwikkeld.
Voor België biedt de deelname aan het NATO Defence Industry Forum kansen om verder deel te nemen aan multinationale capaciteitsprojecten, onder meer inzake luchtverdediging, luchttransport, surveillance en logistieke ondersteuning. Daarnaast kunnen Belgische ondernemingen profiteren van de sterkere nadruk op coproductie, industriële samenwerking en de uitbreiding van de productiecapaciteit voor munitie en defensiesystemen.
De top bevestigde tevens het belang van een verhoogde operationele gereedheid en van de verdere paraatstelling met het oog op de in 2023 goedgekeurde regionale verdedigingsplannen. Daarbij lag de nadruk op het sneller kunnen inzetten van troepen en middelen, het verhogen van de beschikbaarheid van operationele eenheden en het versterken van de afschrikkings- en verdedigingscapaciteit van de NAVO.
Op het vlak van lucht- en raketverdediging werden initiatieven aangekondigd om betere bescherming te bieden tegen drones, kruisraketten en andere luchtbedreigingen. Er werden bijkomende luchtwaarschuwings- en surveillancecapaciteiten voorzien via gezamenlijke NAVO-programma's. De NAVO lanceerde ook het initiatief NATO’s Drone Edge, dat investeringen in onbemande systemen, opleidingen voor droneoperatoren en capaciteiten tegen vijandelijke drones moet bevorderen.
De bondgenoten benadrukten eveneens het belang van militaire mobiliteit, zodat troepen, materieel en voorraden sneller kunnen worden verplaatst. Die capaciteit wordt beschouwd als een essentiële voorwaarde voor een geloofwaardige collectieve verdediging. Daarnaast werd bijzondere aandacht besteed aan de bescherming van kritieke infrastructuur tegen sabotage, cyberaanvallen en andere hybride dreigingen. Voor Defensie bevestigen die beslissingen voornamelijk de bestaande investeringsprioriteiten, met name op het vlak van lucht- en raketverdediging, onbemande systemen, mobiliteit, logistieke ondersteuning en weerbaarheid tegen hybride dreigingen.
08.04 Annick Ponthier (VB): Dank aan de minister voor zijn antwoord op de vele vragen.
Het is natuurlijk een belangrijke NAVO-top als het gaat over de eventuele bijsturing op capacitair, militair en mobiliteitsvlak en op het vlak van de bescherming van kritieke infrastructuur. Ik denk dat luchtverdediging een heel belangrijk thema is. U hebt eigenlijk weinig meer informatie gegeven dan in de plenaire vergadering over de financiële inspanningen die van ons worden gevraagd. Er zijn geen bijkomende ambities, hebt u gezegd, op tal van vlakken. Op de top ging het grotendeels om een herbevestiging van de top van Den Haag van vorig jaar.
In elk geval denk ik dat we kunnen stellen dat het bijzonder interessante begrotingsbesprekingen zullen worden in het najaar. U hebt vorige week gezegd dat de 2%-norm voor u non-negotiable is. Voor u, zeg ik erbij, want blijkbaar blijft er in de hoofden van een aantal coalitiepartners van deze regering toch nog twijfel bestaan. U hebt dus vooral de opdracht om hen te overtuigen van die minimumnorm van 2 %, die blijkbaar nog altijd ter discussie staat. Sommige mensen vinden bepaalde defensie-uitgaven zelfs "klote" – ik citeer wat de partijvoorzitter van Vooruit heeft gezegd.
Het is ook problematisch, zoals u vorige week letterlijk hebt gezegd, dat we geen verder groeitraject hebben voor de noodzakelijke defensie-investeringen voor de komende jaren. Als u om die 2 % nu al te halen veel kunst- en vliegwerk aan de dag moet leggen, dan denk ik dat we nog niet aan de nieuwe patatjes zijn. Er moet vooral worden gekeken naar structurele maatregelen en naar de structurele financiering van de noodzakelijke budgettaire middelen om ons defensieapparaat draaiende, maar vooral operationeel te houden op de vlakken waar dat nodig is. Ik wens u op dat vlak heel veel goede moed en succes.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09.01 Kristien Verbelen (VB): Het fregat Leopold I heeft wekenlang stilgelegen in Norfolk, met een defect aan een koelsysteem. Het is een schip dat net uit onderhoud kwam en dat zou deelnemen aan een NAVO-inzet. Intussen is ook de Louise-Marie in gepland onderhoud. We hebben dus een marine zonder inzetbaar fregat. Nog niet zo lang geleden hebben we het in de commissie gehad over dat risico, en kijk, het is al van dat. Daarbovenop komt het grotere probleem dat de nieuwe ASW-fregatten jaren vertraging oplopen. Het eerste nieuwe fregat zullen we in het beste geval tegen 2034 zien. Iedereen weet dat we met niet zomaar de huidige fregatten kunnen blijven varen. Recent gaf u nog aan dat de verschillende opties bekeken worden, want we kunnen geen tien jaar overbruggen zonder geloofwaardige fregatcapaciteit. Dat is gewoon geen optie.
Vandaar mijn volgende vragen voor u.
Wat is de stand van zaken inzake de Leopold I? Is dat schip volledig opnieuw inzetbaar? Of word het enkel voldoende hersteld om veilig terug te varen?
Welke impact heeft dit incident gehad op de geplande NAVO-engagementen? Het lijkt mij niet realistisch, maar lijkt het u realistisch met de huidige fregatten te wachten tot er nieuwe schepen komen?
Welke overbruggingsopties liggen er concreet op tafel? Gaat het alleen om het rekken van het gebruik van de huidige fregatten, of bekijkt u ook samenwerkingen met andere marines, bijvoorbeeld via leasing of aansluiting bij een ander Europees programma?
Tegen wanneer neemt de regering een beslissing ter zake? We kunnen niet blijven rondjes draaien tot de capaciteit helemaal wegvalt.
09.02 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik zal het niet te veel over het incident zelf hebben. We hebben het daarover immers ook al gehad in de commissie Opvolging militaire missies. Ik wil het vooral hebben over de toekomst en over de keuzes waar we voor staan.
We hebben een tijdje geleden samen met Nederland gekozen voor anti-submarine warfare frigate (ASWF), wat op het eerste gezicht een heel mooi project leek, en voor mijnbestrijders, maar we zitten daar echt mee in de shit, om het cru zeggen. Onze M-fregatten, die de afgelopen decennia geweldig werk geleverd hebben, zijn aan het einde van hun Latijn. Dat blijkt nog maar eens uit een nieuw defect. De Louise-Marie is in onderhoud. Het is sowieso al lastig met twee fregatten om voldoende operationeel te zijn. We hebben er sowieso drie nodig. Als we dan voortdurend horen dat het dossier van de aankoop van ASWF helemaal in het slop zit, dan maak ik mij echt zorgen. De tijdslijn en de opleveringsdatum – mevrouw Verbelen spreekt over 2034, maar dat is heel optimistisch - zijn zelfs niet meer in zicht en zoals het er vandaag uitziet, gaan we een lange periode zonder capaciteit tegemoet. Voor de Belgische marine is dat totaal ondenkbaar en bovendien zou het in deze tijden ook onverantwoordelijk zijn.
Mijnheer de minister, welke alternatieve oplossingen worden er onderzocht om een eventuele transitieperiode te overbruggen? Betekent dat dat de M-fregatten een zoveelste update krijgen of worden opgelapt? Ze zijn echt wel aan het einde van hun Latijn. Zult u anders fregatten van andere landen leasen? Welke alternatieve tussenoplossingen ziet u?
De belangrijkste vraag, hoe staat het met het ASWF-dossier? In het recente actualiteitsdebat hebt u verklaard dat alle opties op tafel moeten liggen. Hebt u daar al onderzoek naar gedaan? Ik heb ook vernomen dat een deel van de marine in Turkije geweest is. Turkije produceert zeer snel. Is dat een optie? Wordt er samen met Nederland gekeken naar alternatieven of gaan we toch verder op de oorspronkelijke piste? Indien we dat zullen doen, welke garanties hebben we dat de Belgische marine geen lange periode zonder fregatten zit?
09.03 Minister Theo Francken: De BNS Leopold I kreeg tijdens zijn ontplooiing af te rekenen met problemen aan de koudwatermakers, het koelsysteem van het schip. De problemen worden onder controle gehouden via een ingescheept koelsysteem op het dek. Daarnaast werden ook problemen vastgesteld met de hogedrukluchtcompressoren. De herstellingen daarvoor zijn uitgevoerd. Het schip heeft koers gezet richting Den Helder, geëscorteerd door een Canadees fregat, met verwachte aankomst in Den Helder in de late avond van 22 juli. Momenteel wordt in samenspraak met Nederland een plan opgesteld om de nodige vervolgherstellingen zo snel mogelijk uit te voeren, zodat het vastgestelde programma voor 2026 maximaal kan worden uitgevoerd. De impact op de planning zal echter pas duidelijk worden na validatie van de planning en de herstellingen.
De huidige technische toestand van de Leopold I bevestigt, naast de capacitaire noodzaak, ook de technische noodzaak van een vervangende capaciteit. Daarbij houden we nog steeds vast aan een oplossing om over een valabele surfacecombatantcapaciteit te beschikken, volgens de afspraken die zijn vastgelegd in het MOU.
Zoals ik al aangegeven heb tijdens de vergadering van de commissie op 1 juli, blijft de toekomst van het ASWF-programma momenteel nog onzeker. Er is op dit moment nog geen duidelijkheid over de definitieve planning, noch over de budgettaire impact. Nederland moet wat de verschillende punten betreft nog met meer concrete opties komen, waarbij de factor tijd van primordiaal belang blijft, onder meer gelet op de recente gebeurtenissen met de Leopold I.
De schepen zijn gewoon op. Alle mogelijke opties liggen momenteel nog op tafel. Om een duidelijke beslissing te kunnen nemen, ontbreken nog cruciale elementen, die de komende tijd nader worden onderzocht. Een duidelijke, haalbare en valabele oplossing voor het ASWF-programma en voor de marine dringt zich op. Ik ben mij daarvan bewust. Ik ben daar volop mee bezig. In het najaar zal daar meer nieuws over komen.
09.04 Kristien Verbelen (VB): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister, maar de kern blijft natuurlijk dat de marine vandaag met een structureel capaciteitsprobleem zit doordat de Leopold I is uitgevallen, de Louise-Marie niet beschikbaar is en het feit dat toekomstige fregatten veel te laat zullen worden geleverd. Een tussentijdse oplossing volstaat dus niet.
De samenwerking met Nederland blijft belangrijk. Ik ben daar een groot voorstander van, maar onze situatie verschilt natuurlijk sterk van die van Nederland. Tijd en budget spelen daar helemaal anders dan bij ons. Wij dreigen veel sneller zonder inzetbare fregatcapaciteit te vallen.
Ons belang moet vooropstaan. We hebben geen nood aan een perfect fregat op papier over tien jaar, maar aan een geloofwaardige marinecapaciteit binnen een haalbare termijn en tegen een beheersbaar budget. We kunnen niet blijven wachten. Onze marine heeft een concreet overbruggingsplan nodig. Zo niet riskeren we dat we straks niet alleen zonder fregatten zitten, maar ook zonder mensen en zonder kennis om ermee te varen.
09.05 Kjell Vander Elst (Anders.): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
In het vorige debat, op 1 juli, onderstreepte ik al het belang van interoperabiliteit met Nederland en bepleitte ik het principe van samen uit, samen thuis, maar Nederland moet dan natuurlijk ook thuis geven. Als ik u opnieuw hoor zeggen dat de situatie nog altijd onzeker is, dat er nog geen definitieve planning is en dat er nog geen impactanalyse is, dan wordt het dringend tijd dat Nederland zijn kaarten op tafel legt.
Wij zijn een goede leerling wat het programma rond de mijnenbestrijders betreft, hoewel dat niet altijd even gemakkelijk is. Dat is allemaal goed verlopen, volgens plan en volgens timing. Met het fregattenprogramma is het echter bijzonder problematisch. Als het zo doorgaat, zitten we echt in een fregattencrisis. Ik reken er dan ook op dat u samen met Nederland stilaan knopen doorhakt, want we hebben inderdaad niet veel tijd meer te verliezen. We kampen vandaag al met een capaciteitsprobleem. Met twee fregatten in plaats van drie is het sowieso al zeer moeilijk werken voor onze Belgische marine, laat staan wanneer er ook nog defecten optreden. We moeten dus dringend knopen doorhakken.
U spreekt over meer nieuws in het najaar. Ik hoop dat het niet december wordt, maar veeleer september. De tijd dringt immers, mijnheer de minister. We kunnen ons niet permitteren nog maanden te verliezen in een programma dat al zoveel vertraging heeft opgelopen. De tijdslijn is de voorbije jaren alleen maar verder opgeschoven, waardoor we nu met onze M-fregatten, die bijzonder goed werk hebben geleverd, maar echt aan het einde van hun Latijn zijn, in de shit zitten.
Ik hoop dan ook dat we de komende zomer nog iets zullen vernemen over de gesprekken met Nederland, de impactanalyses en de definitieve planning, anders vrees ik dat de situatie problematisch zal blijven.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10.01 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, les évènements géopolitiques depuis 2022 ont un message unique pour l'Europe: elle doit développer son autonomie stratégique.
Ainsi, développer une industrie de défense européenne indépendante capable de rivaliser dans tous les domaines avec ses concurrents doit être notre objectif stratégique à moyen et long terme. C'est l'objectif que poursuivent aussi légitimement les États-Unis! Même s'ils coopèrent sur certains programmes, ils ne se précipitent pas pour acheter européen car ils ne veulent pas dépendre de nous.
Cet objectif européen explique la présence d'une certaine préférence européenne dans des législations européennes récentes concernant la défense.
Or, parallèlement au sommet de l'OTAN, s'est tenu le Forum des industries de défense. Parmi les annonces, on peut se réjouir du remplacement de nos vieux AWACS par une solution canado-suédoise, une coopération pour développer la flotte des A400M européens ou l'accord belgo-néerlandais sur une défense anti-aérienne digne de ce nom.
Mais l'OTAN a également poussé au renforcement des coopérations industrielles transatlantiques. Des projets y ont été annoncés, notamment en matière de missiles. Il y a également actuellement un important lobbying américain pour limiter les règles de préférence européenne. De même, des joint ventures ou des filiales d'entreprises américaines en Europe sont créées pour contourner les règles de préférence européenne. Ce sont autant d'actions qui, au final, pourraient entraver notre autonomie stratégique.
Monsieur le ministre, on peut comprendre qu'à court terme la coopération avec l'industrie de défense américaine est indispensable. Mais elle doit se faire sous conditions. Elle doit être un tremplin pour l'autonomie européenne et non une cage dans laquelle nous serions enfermés.
La Belgique continuera-t-elle à appuyer les règles de préférence européenne pour les futures législations en matière de Défense? Comment éviter une concurrence ou des contradictions entre les initiatives de l'OTAN et celles de l'Union européenne? Dans les contacts que vous avez eus, notamment pour la production de missiles américains en Europe, avez-vous insisté sur la nécessité du transfert de connaissances et technologies vers l'Europe? Comptez-vous insister pour que les matériels américains produits en Europe soient complètement contrôlés par les États acheteurs?
10.02 Theo Francken, ministre: Merci, monsieur Lasseaux. La réponse est en partie en néerlandais.
Via de DIRS beschikt België over een strategie om de Belgische defensiegerelateerde technologische en industriële basis te versterken en bedrijven te positioneren binnen Europese defensieprogramma's.
De concrete contractopportuniteiten zullen verder worden uitgewerkt tijdens de implementatiefase van de EDPCI’s, de European Defence Projects of Common Interest. De DIRS zal ondersteunen via informatieverstrekking, netwerkvorming, partnerschappen en begeleiding. Daarnaast voorziet de Europese Commissie in ondersteuning en coördinatie voor het European Defence Industry Programme.
Concrete ondersteuningsmaatregelen zullen verder worden afgestemd op de definitieve vormgeving van de verschillende projecten en de betrokken industriële partners. Op dit ogenblik is het nog te vroeg om een exacte timing voor de afsluiting van de verkoopcontracten vast te leggen. De Europese Commissie heeft de vijf EDPCI’s voorgesteld, maar de formele goedkeuring door de Raad en de verdere uitwerking moeten nog plaatsvinden. Pas daarna kan men van dat geld gebruikmaken.
Defensie beschouwt het IAMD-project, Integrated Air and Missile Defence, grotendeels als een duplicatie van de al bestaande NAVO-C2-capaciteit, temeer omdat het project uitdrukkelijk bepaalt dat alles wat eruit voortkomt compatibel moet zijn met de NATO Integrated Air and Missile Defence in Europa en die laatste niet mag vervangen. Aangezien intussen vrijwel alle andere Europese projecten tot dat project zijn toegetreden, heb ik de defensiestaf gevraagd om eveneens aan te sluiten.
Actuellement, la directive européenne relative aux marchés publics dans les domaines de la sécurité et de la défense ne prévoit pas de clause de préférence européenne et rien ne permet de dire que ce sera le cas dans le futur.
La complémentarité entre les initiatives de l'OTAN et celles de l'Union européenne doit demeurer un principe fondamental. L'objectif est d'éviter toute duplication inutile. L'OTAN reste la pierre angulaire de notre défense collective européenne et une Europe forte au sein de l'OTAN renforce notre sécurité.
Dans le contexte géopolitique actuel, les partenariats industriels visent en priorité à accroître rapidement les capacités de production dans le domaine de la défense. Cet objectif répond à la nécessité de renforcer la résilience des chaînes d'approvisionnement et de production de l'OTAN et des États membres. Une telle montée en puissance implique nécessairement des transferts de connaissances. Ces transferts permettent aux entreprises belges de renforcer leur expertise, de s'intégrer davantage dans les chaînes de valeur des futurs programmes de défense, qu'ils soient transatlantiques ou européens, et de contribuer ainsi au renforcement technologique et industriel de l'Europe.
10.03 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Il est clair que la vision de la stratégie que Charles de Gaulle avait développée en son temps pour la France devrait s'appliquer au sein de l'Europe, car nous ne pouvons évidemment pas nous permettre de dépendre totalement des États-Unis. Je me réjouis que vous ayez insisté sur ce point. Nous devons bâtir un pilier européen fort au sein de l'OTAN. Pour nous, il est clair que l'OTAN constitue également une priorité que nous ne pouvons laisser de côté.
Au-delà de ces considérations, il importe que nous puissions nous développer et réunir les conditions pour pouvoir parler d'égal à égal. Il est en effet nécessaire que les décisions européennes soient prises à Bruxelles, au siège de l'Union européenne, et non au boulevard Léopold. Il faut que ces décisions européennes soient prises en commun.
Il est également nécessaire que nous puissions travailler avec les Américains et que ces derniers nous apportent du travail. C'est une très bonne chose. Nous ne pouvons cependant pas nous contenter d'être de simples usines d'assemblage de matériel US, que nous construirions sous licence. Nous devons aussi pouvoir être acteurs et opérateurs, et ce de manière beaucoup plus précise.
Nous continuerons d'insister en faveur de l'autonomie stratégique européenne et nous comptons évidemment sur vous pour défendre cette position. Je vous remercie d'ores et déjà pour le suivi.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11.01 Darya Safai (N-VA): Mijnheer de minister, de ontwikkelingen in de Straat van Hormuz en de Perzische Golf evolueren zo snel dat de nieuwsberichten elkaar inhalen.
Momenteel zien we dat de Straat van Hormuz opnieuw dicht is. Iran heeft de MoU gewoon geschonden. Momenteel zien wij dat de blokkade van kracht is en dat er geen schepen meer door de Straat van Hormuz kunnen varen.
Natuurlijk zijn er stemmen die opwerpen dat alles wat Amerika heeft gedaan, eigenlijk voor niets is geweest en niets heeft opgeleverd. Mijn mening is dat wat eerder is gebeurd, wel degelijk heel belangrijk was. Wij zien immers heel duidelijk dat het Iraanse regime geen luchtverdediging meer heeft. Wij zien duidelijk dat de F-35's van de Amerikanen zelfs tot in het hart van Iran kunnen vliegen. Zelfs in Semnan, een noordelijke provincie, is dat vastgesteld. Ook de Iraanse marine is verdwenen.
Hoewel het duidelijk enorm is verzwakt, zet het Iraanse regime de strijd tegen het Westen voort. Vorige week stuurden zij gesmokkelde goederen naar Syrië om veel materieel, wapens en zelfs drones aan Hezbollah in Libanon te bezorgen. Dat werd uiteindelijk in Irak tegengehouden. Zij proberen ook wapens aan de Houthi's in Jemen te bezorgen, die door Jemen zelf in beslag zijn genomen. We zien dus dat de asymmetrische oorlog bijzonder hevig voortduurt. Het Iraanse regime probeert op de een of andere manier niet alleen de Straat van Hormuz en de Perzische Golf, maar ook de Bab el Mandeb onveilig te maken en het voor het Westen onmogelijk te maken om daar nog te varen.
Het Westen is duidelijk. Het stelt net als de Amerikanen dat het Iraanse regime op geen enkele manier een nucleair wapen mag verkrijgen. Dat is uiteraard een terechte eis. Er wordt minder gesproken over allerlei andere gevaren, zoals proxies die opnieuw worden ingezet en bewapend. Ook de Straat van Hormuz is echter een belangrijk element in het geheel.
De stelling dat Iran nooit aan een kernwapen mag komen, is één zaak. Hoe willen wij dat echter realiseren? Uiteindelijk is het, zoals ik al heb aangegeven, onmogelijk dat het Iraanse regime iets zal ondertekenen wat vastlegt dat het zal stoppen met zijn nucleaire ambities. Dat zal nooit gebeuren.
Mijnheer de minister, welke gesprekken hebben de Europese leiders en het Westen vorige week op de NAVO-top gevoerd om de heropening van de Straat van Hormuz te bekomen en de nucleaire ambities en de langeafstandsraketten van het Iraanse regime tegen te houden?
11.02 Minister Theo Francken: Mevrouw Safai, net zoals u volgen ik en de regering de defensiesituatie in en rond de Straat van Hormuz met bijzondere interesse. Ook achter gesloten deuren hebben we vorige week in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies een zeer interessante briefing gekregen van de ADIV over wat daar precies allemaal gebeurt. In die zin is dat ook voor Defensie bijzonder belangrijk.
U stelde een vraag over Amerikaanse sancties, de uitvoer van olie, tolheffingen, bevroren tegoeden, het gebruik van het Saoedisch luchtruim en nog meer, maar die zaken vallen voornamelijk onder de bevoegdheden van de ministers van Buitenlandse Zaken, Energie en Economie. Dat is niet rechtstreeks een bevoegdheid van de minister van Defensie. Wat ik wel kan zeggen, is dat we de afgelopen dagen op het Aspen Security Forum veel over Iran hebben gesproken. Dat was een van de hoofdthema's. Ook vandaag is in Aspen een zeer interessante werkgroep over het Midden-Oosten aan de gang; dat is u bekend.
Ik kan u zeggen dat men in de Verenigde Staten een volledig andere inschatting maakt dan aan deze kant van de oceaan. Men vindt daar dat men in een zeer sterke positie zit. Hier wordt algemeen aangenomen, onder meer door onze media en linkse opiniemakers, dat Amerika zwaar verslagen en vernederd is. Dat is daar totaal niet de beoordeling. Men vindt dat het ballistische programma zwaar is teruggedrongen, dat Iran economisch zeer zwak staat, met een hoge inflatie en een grote interne verdeeldheid binnen de Islamitische Republiek. Wat de Amerikanen over Iran zeggen, verschilt dus opmerkelijk zeer sterk van wat wij daarover denken en van wat hier algemeen wordt aangenomen en gedacht.
Ook het eerder gesloten akkoord beschouwt men daar als opgezegd en onbestaande. Het wordt gezien als unfinished business. Het is dus duidelijk dat er op dit moment geen bestand of vredesakkoord meer is. Ik verwacht om die reden persoonlijk ook niet dat er op korte termijn opnieuw onderhandelingen zullen starten. Ik denk niet dat dat het geval zal zijn.
Wat de capaciteit betreft, onze mijnenjager Primula is aanwezig in de regio. Die bevindt zich daar samen met de Britten, de Fransen en nog een aantal andere naties. We zijn klaar om ingezet te worden als daarvoor groen licht wordt gegeven en als de omstandigheden het toelaten. Gelet op de nieuwe agressie van Iran, is dat uiteraard niet vanzelfsprekend. Als ik me niet vergis, worden we momenteel beschermd door een Brits fregat. Ik denk dus dat onze mensen relatief veilig zijn. Het blijft uiteraard een moeilijke situatie. We zijn klaar om in die multinationale coalition of the willing onze rol op te nemen, ook samen met onder meer de Nederlanders. Tot op vandaag is evenwel nog niet over de inzet beslist. Dat hangt af van de situatie, we volgen die dag na dag op.
11.03 Darya Safai (N-VA): Dank u wel, mijnheer de minister. Uiteraard vind ik ook dat alles wat is gedaan om het regime te verzwakken, wel degelijk resultaat heeft opgeleverd. Het is belangrijk om te weten dat alle acties niet voor niets zijn geweest.
Het is evenwel ook belangrijk om te beseffen dat we er alleen met luchtaanvallen niet zullen geraken. Momenteel is de Straat van Hormuz volledig afgesloten. Het kan zijn dat er in de toekomst andere operaties nodig zullen zijn. Dat mag geen taboe zijn, voor het Westen in het algemeen, ik bedoel niet louter voor België. Mogelijk moeten er zelfs grondtroepen worden gestuurd om de Straat van Hormuz, bijvoorbeeld ter hoogte van Kharg en Bushehr, de zuidelijke steden van Iran, open te houden. Dat is op dit moment heel belangrijk.
Als we echt willen optreden tegen de nucleaire ambities van het Iraanse regime, zal dat zonder inzet van grondtroepen volgens mij niet zomaar lukken. Uiteraard zullen we dat samen met u blijven opvolgen. We moeten die debatten levend houden, wat ik zeker ook in het NAVO-parlement zal doen. Ik zal opvolgen waartoe de andere Europese en westerse landen bereid zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12.01 Annick Ponthier (VB):Mijnheer de minister, tijdens enkele vragensessies geleden, hebt u ons verzekerd dat de uitvoering van het sociaal akkoord strak op schema zat. De belangrijkste maatregelen zouden worden gebundeld in een wetsontwerp en in uitvoeringsbesluiten. U stelde toen dat het dossier op 3 juli aan de ministerraad zou worden voorgelegd, waarna de Raad van State en vervolgens het Parlement aan zet zouden zijn. De inwerkingtreding zou volgens u haalbaar blijven op 1 januari 2027.
Nu, intussen blijkt dat binnen het kernkabinet geen consensus kan worden gevonden over het dossier en dat er dus geen groen licht kan worden gegeven. Daarmee komt volgens ons de vooropgestelde timing opnieuw onder druk te staan. Dat is natuurlijk bijzonder problematisch voor het personeel binnen Defensie. Het zogenaamde sociaal akkoord wordt slechts door één vakorganisatie gesteund en het moet volgens u het sociaal evenwicht herstellen dat door de ingrijpende pensioenhervorming werd verstoord. Nu dreigt ook de concrete uitvoering van de compensatiemaatregelen vertraging op te lopen. Ik wil u graag de volgende vragen stellen.
Wat is de precieze stand van zaken van het sociaal akkoord? Waarom werd het dossier, in tegenstelling tot uw eerdere aankondiging, niet goedgekeurd door de ministerraad?
Welke onderdelen van het sociaal akkoord liggen nog moeilijk? Waar bestaat nog onenigheid over? U zult er waarschijnlijk niet op antwoorden, maar ik stel toch de vraag. Hebben bepaalde regeringspartijen bijkomende budgettaire, juridische of inhoudelijke bezwaren geformuleerd?
Welke gevolgen heeft dit uitstel voor de verdere procedure bij de Raad van State en voor de behandeling in het Parlement? Mogelijk is er een gevolg voor de geplande inwerkingtreding op 1 januari 2027. Welke maatregelen dreigen vertraging op te lopen?
Wat is de stand van zaken van de dossiers die volgens uw vorige antwoord nog in de conceptuele fase zaten, waaronder de toelage voor militaire knelpuntberoepen, de inkomensgarantie bij definitieve lichamelijke ongeschiktheid en de aanpassing van de weddenschalen op het einde van de loopbaan? Daarbij stel ik ook de vraag hoe het op dit moment zit met de eventuele verhoging van de maaltijdcheques? Klopt het dat er wordt gewacht op een bijsturing inzake het openbaar ambt?
Welke stappen zult u binnen de regering ondernemen om dit akkoord alsnog te bereiken? En binnen welke concrete termijn verwacht u alsnog groen licht?
12.02 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik denk dat heel wat militairen zeer geïnteresseerd waren in de ministerraad van 3 juli. Ze zullen niet elke week bijzonder geïnteresseerd naar de ministerraad of de notulen daarvan kijken, maar uw sociaal akkoord met een vakorganisatie stond dan geagendeerd. Er is echter geen akkoord bereikt. Ik denk dat heel wat militairen zich zorgen maken. Ik denk dat heel veel militairen begrip hebben voor het feit dat iedereen zijn steentje moet bijdragen en langer moet werken, maar dan moest er ook boter bij de vis komen. Voor bepaalde militairen en vakorganisaties volstaat wat u hebt voorgesteld niet, maar iedereen kan het er wel over eens zijn dat het een stap in de goede richting is en voor velen het minimum minimorum.
Ik ken jonge militairen die net gestart zijn en op dat sociaal akkoord en die maatregelen rekenen. Zij willen bij Defensie tewerkgesteld worden en een opleiding volgen, maar wel onder de voorwaarden die u al in september of oktober 2025 hebt aangekondigd. Daar stonden een aantal goede zaken in, zoals de uitbreiding van de opspremie en een hogere vergoeding wanneer men 24 uur van huis is, zodat men meer uren betaald krijgt dan vandaag nog steeds het geval is. In die zin was de ministerraad van 3 juli een heel belangrijk moment voor Defensie en de militairen.
Mijnheer de minister, waarom is dit niet goedgekeurd op de ministerraad van 3 juli? Waar zit de onenigheid? Kunt u, rekening houdend met de huidige vertraging, nog steeds garanderen dat alle geplande maatregelen onverkort op 1 januari 2027 in werking zullen treden? Dat is wat u altijd hebt gezegd. U hebt verklaard dat het uw ambitie en uw plan is om, parallel met die pensioenhervorming, uw sociaal akkoord in werking te laten treden. Dat betekent dat er in het najaar nog heel wat werk door het Parlement zal moeten passeren. Ik hoop dan ook dat dit hier snel zal worden geagendeerd.
Welke concrete stappen zult u zetten om binnen de regering alsnog zo snel mogelijk een consensus te bereiken? Binnen welke termijn verwacht u dat het kernkabinet u groen licht zal geven?
Ik kijk uit naar uw antwoord en ik denk heel veel militairen samen met mij.
12.03 Minister Theo Francken: Als u mij hier laat vertrekken, kan het binnen dit en een paar uur in orde zijn. Het staat immers op de agenda van de ministerraad en van het kernkabinet. En het kernkabinet komt nu samen.
(…): (…)
12.04 Minister Theo Francken: Dat is juist. Ik had gehoopt dat het kernkabinet vóór de commissie zou plaatsvinden, zodat ik u heel mooi nieuws kon geven. U zult ongelooflijk enthousiast zijn als dat wordt beslist. Aangezien u zo begaan bent met het belang van en de behartiging van de belangen van alle militairen, zult u mij ongetwijfeld feliciteren met dat sociaal akkoord. Ik kan u dat goede nieuws spijtig genoeg nog niet brengen, want ik ben nog niet geroepen om mijn dossier te verdedigen en men is op dit moment nog met andere zaken bezig.
Ik sta dus ter beschikking van de Kamer. Nadat ik hier ter beschikking heb gestaan, sta ik ter beschikking van het kernkabinet om mijn dossier toe te lichten. Hopelijk wordt het vandaag goedgekeurd. Dan zult u daarover vandaag zeker nog lezen.
12.05 Annick Ponthier (VB): Minister, uw stilzwijgen zegt natuurlijk heel veel. U hebt hier een aantal weken geleden gezegd: "Tot spijt van wie het benijdt, zitten we heel strak op schema. Hopelijk zullen mijn lieve collega's in het kernkabinet akkoord gaan." Tot nader order zitten we echter allemaal, samen met heel veel militairen, met een visadempje te wachten op dat akkoord, op de uitvoering en op de goedkeuring.
Dat pensioendossier heeft een heel zware impact op militairen, zeker op militairen tussen 35 en 45 jaar, net als op militairen die nog maar enkele jaren van hun pensioen verwijderd waren. Ik heb u altijd gezegd dat het pensioendebat voor het Vlaams Belang een loopbaandebat moet zijn. Dat sociaal akkoord, dat die loopbaan sterk zou kunnen verbeteren, moet dus een heel sterk akkoord zijn. Een evenwichtig sociaal akkoord is namelijk cruciaal voor de aantrekkelijkheid van het militair beroep, dat zwaar onder druk staat. Dat kunnen we allemaal beamen.
Helaas is er, ook met het sociaal akkoord dat u hebt voorgesteld, nog altijd geen gelijkstelling met andere veiligheidsberoepen in dit land. Daar is op dit moment geen sprake van, noch voor de militairen op straat, noch voor de andere actieve militairen. Uw sociaal akkoord was op dat vlak al beperkt en wordt nu en cours de route ook nog bijgestuurd. We zullen zien wat het uiteindelijke resultaat zal zijn.
Militairen die instaan voor ons aller veiligheid, die heel vaak lijf en leden riskeren, die doen wat ze kunnen en moeten doen in vaak abominabele omstandigheden, zijn blijkbaar wel goed genoeg om, door de contractbreuk van uw regering, 11 jaar langer te werken, maar niet goed genoeg om die noodzakelijke compensaties te krijgen. Zij worden, net als op 3 juli het geval was, als pasmunt gebruikt in een koehandel binnen uw regering, waarbij dossiers ofwel worden geblokkeerd, ofwel aan elkaar gekoppeld en er zo wordt voorbijgegaan aan de verantwoordelijkheidszin die ter zake zo noodzakelijk is.
Een uur is nog altijd geen uur voor de militairen. Op mijn vraag over de verhoging van de maaltijdcheques hebt u gewoonweg niet geantwoord. Volgens mijn informatie kan die verhoging pas worden besproken op voorwaarde dat dat ze ook voor het openbaar ambt gebeurt. U weet dat de verwijderingstoelage stevig werd bijgestuurd, weliswaar in negatieve zin, en ze wordt ook niet in reële kilometers berekend.
Collega's, de conclusie is dat het sociaal akkoord al een veel te licht akkoord was en nu meer en meer neerkomt op een budgettaire besparingsoperatie, een koehandel binnen deze regering veeleer dan een volwaardige sociale hervorming. Wij zullen dit debat van nabij blijven opvolgen en de druk opvoeren waar nodig, zoals het hoort.
12.06 Kjell Vander Elst (Anders.): Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
Ik hoop oprecht dat u vandaag een akkoord vindt binnen de regering. Het zou er nog aan moeten mankeren dat er geen akkoord komt voor de zomer, want u hebt nog heel veel werk om dat tegen begin 2027 in werking te laten treden.
U weet dat het pensioen voor de militair eigenlijk een achterafbetaling was voor wat de militair gedurende een hele loopbaan heeft gedaan en waarvoor hij tijdens die loopbaan niet werd vergoed. Is dat een gezond principe? Nee, dat is geen gezond principe. Ik denk dat iedereen vergoed moet worden voor het werk dat men op dat moment doet. Daarom is dat sociaal akkoord zo belangrijk. Het sociaal akkoord zal die pensioenhervorming sowieso niet compenseren, maar voor de militair is het wel een stap in de goede richting.
Voor mij zijn dat twee debatten die hand in hand gaan. Dat heb ik altijd gezegd. Ik denk dat alle militairen en iedereen in dit land beseffen dat we langer moeten werken. Iedereen moet zijn steentje bijdragen, ook defensie. Dat moet echter hand in hand gaan met een sociaal akkoord, want militair is het slechtst vergoede veiligheidsberoep van allemaal.
Zet een militair naast een politieagent, een private bewakingsagent of zelfs een cipier: de militair wordt slechter betaald en loopt in veel gevallen veel meer risico tijdens zijn loopbaan. Het wordt dus ook tijd dat militairen worden vergoed voor het werk dat ze doen. Daarom is dat sociaal akkoord essentieel en gaat het hand in hand met de pensioenhervorming. Ik hoop echt dat u de belofte nakomt dat beide samen in werking treden begin 2027. U hebt echter nog veel werk en ik hoop oprecht dat u vandaag, vannacht of wanneer dan ook binnen het kernkabinet een akkoord vindt.
Op dit moment zijn er jongeren die aan hun opleiding beginnen. Zij moeten ook mee in die carrousel stappen. Zij moeten ook mee patrouilleren op straat en maken heel lange dagen. Zij zitten nog altijd met dat sociaal akkoord in hun hoofd, ervan uitgaand dat ze een betere premie zullen krijgen en beter zullen worden vergoed. Ze zijn immers 16 uur per dag aan het werk en kijken ernaar uit om meer uren betaald te krijgen. Als we er niet in slagen dat snel in orde te brengen, zullen we opnieuw jongeren afschrikken. Dat is iets wat we absoluut kunnen missen.
Mijnheer de minister, ik hoop dat u zich goed hebt voorbereid om uw dossier te verdedigen, want alle militairen kijken daarnaar uit en hebben daar ook gewoon recht op.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Ik ben blij dat ik het politieke jaar hier mag afsluiten met een vraag over de laserwapens. Mijnheer de minister, de technologie van de laserwapens stond, toen u als minister van Defensie begon en ik, een beetje groener achter de oren dan u, lid werd van de commissie voor Landsverdediging, nog in de kinderschoenen, maar gaat ondertussen met rasse schreden vooruit. De Duitse defensiebedrijven Rheinmetall en MBDA zijn een laserwapen aan het ontwikkelen voor de Duitse marine dat in 2029 operationeel moet zijn. Ook de Britse Royal Navy plant de DragonFire tegen 2027 te installeren. Die systemen bewijzen na duizenden succesvolle tests op zee hun technologische maturiteit. Herinner uw antwoord van een aantal maanden geleden dat Defensie de de ontwikkelingen nauwgezet opvolgt, maar dat er nog geen volledig operationeel, betrouwbaar, en efficiënt systeem op de markt is.
Ik meen dat we stilaan wel in die fase komen, zeker nu de Duitse marine en de Britse Navy stappen aan het ondernemen zijn om lasersystemen te ontwikkelen, te produceren, aan te kopen, en mee in hun verdedigingsarsenaal op te nemen als volwaardig wapen.
Hoe evalueert u de recente contracten in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk? Betekent het volgens uw diensten dat de operationele en betrouwbare inzetbaarheid van laserwapens stilaan realiteit wordt?
Welke concrete Belgische defensiebedrijven of onderzoekscentra zijn betrokken bij de ontwikkeling van lasertechnologie en op welke manier werken ze samen met Defensie?
13.02 Minister Theo Francken: De recente contracten die in dat kader werden gesloten in het Verenigd Koninkrijk en in Duitsland, wijzen er ontegensprekelijk op dat dergelijke wapensystemen inmiddels een bepaalde technische maturiteit hebben bereikt die toelaat de demonstratiefase te verlaten en over te gaan tot operationalisering.
Desalniettemin dient te worden opgemerkt dat de technische maturiteit afhankelijk blijft van het inzetscenario van dergelijke wapensystemen. Zo lijkt de maturiteit onder gunstige meteorologische omstandigheden al hoog te zijn in het kader van een counter-drone-inzet maar blijft ze nog relatief beperkt in het kader van een inzet tegen bijvoorbeeld kruisraketten. Het blijft dan ook belangrijk de evoluties op dat vlak in de toekomst op te volgen.
Ondernemingen die behoren tot de Defensiegerelateerde Technologische en Industriële Basis of DTIB en die actief zijn in het domein van sensortechnologie, optronica, geavanceerde elektronica en systeemintegratie, volgen de internationale ontwikkelingen inzake lasertechnologie ongetwijfeld aandachtig op. Ik heb trouwens een aantal vertegenwoordigers ervan ontmoet tijdens de economische missie naar Turkije.
Bovendien beschikt Defensie via de Koninklijke Militaire School en meer bepaald via de onderzoeksgroep Laser & Optronics over eigen expertise op het vlak van lasers, optronische sensoren en aanverwante technologieën. Vanuit hun respectieve onderzoeks- en innovatieactiviteiten kunnen zowel academische als industriële actoren bijdragen aan toekomstige samenwerkingsinitiatieven met Defensie.
De onderzoeksdomeinen Sensor Technologies en Advanced Weapons Systems maken bovendien deel uit van de prioritaire technologiegebieden in de Defence, Industry and Research Strategy (DIRS) van Defensie.
Wij zijn er dus volop mee bezig. Wij hebben in België knowhow over die interessante technologieën en bedrijven die daar ook heel actief mee bezig zijn.
13.03 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
Ik ben blij te horen dat we dit blijven opvolgen.
Het is een antwoord dat u al vaker hebt gegeven, maar de Duitse marine en het Verenigd Koninkrijk zijn volop bezig met de ontwikkeling en productie van laserwapens, en met de opname ervan in hun verdedigingsarsenaal. Ik denk dat laserwapens een belangrijke ontwikkeling voor de toekomst kunnen zijn, zeker als ze de veiligheid van ons defensiepersoneel ten goede komen. Ze kunnen volgens mij een doeltreffend en efficiënt instrument zijn. Ik hoop dan ook dat we deze evolutie nauwgezet blijven opvolgen. Ik ben ook blij dat de KMS daarbij betrokken is. Daar zitten heel wat knappe koppen die daar veel meer van kennen dan ik.
Ik zal dit dossier eveneens blijven opvolgen, want ik denk dat we de boot niet mogen missen nu Europese bedrijven deze technologie volop ontwikkelen. Dat biedt volgens mij ook kansen voor onze kmo's. We beschikken over heel wat technologisch sterke bedrijven. Ik hoop dat onze Belgische kmo's mee aan het stuur kunnen zitten van deze ontwikkeling en zo ook een en ander kunnen verdienen aan Defensie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Dank u wel, collega's, voor uw vragen en dank u wel, mijnheer de minister, om tot de finish te blijven en de vragen te beantwoorden.
Dat betekent dat, mocht de Kamervoorzitter nu het jaar afsluiten, hij wel gelijk zou hebben. We zijn aan het einde gekomen van de laatste commissievergadering voor het zomerreces. Het is een heel boeiend parlementair jaar geweest. Er stond heel veel op de agenda en Defensie stond in het middelpunt van de aandacht. Iets zegt mij, ook gelet op de teneur van sommige conclusies bij de vragen, dat dat ook volgend jaar het geval zal zijn. Ik reken op de inzet van deze commissie, maar nog meer op de inzet van de minister en zijn beschikbaarheid voor deze commissie om op dat goede elan te kunnen blijven voortgaan. Ik kijk er alleszins naar uit.
Collega's, de vergadering en het parlementaire jaar zijn gesloten.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.35 uur.
La réunion publique de commission est levée à 15 h 35.