|
Commissie
voor Buitenlandse Betrekkingen |
Commission
des Relations extérieures |
|
van Woensdag 15 juli 2026 Namiddag ______ |
du Mercredi 15 juillet 2026 Après-midi ______ |
De behandeling van de vragen vangt aan om 14.20 uur. De vergadering wordt voorgezeten door mevrouw Els Van Hoof.
Le développement des questions commence à 14 h 20. La réunion est présidée par Mme Els Van Hoof.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
De voorzitster: Collega's, wat betreft de mondelinge vragen, los van het actualiteitsdebat, wil ik nog meegeven dat, aangezien het zomerreces eraan komt, het mogelijk is om voor het einde van de vergadering te verzoeken om uw vragen schriftelijk te laten behandelen. Volgens het Reglement moet dat op het einde van de vergadering gebeuren, maar als u dat wenst, dan kunt u dat nu al bij mij meedelen.
Wat betreft het actualiteitsdebat, als u meerdere vragen hebt ingediend, krijgt u vier minuten spreektijd. Als u één vraag hebt, krijgt u twee minuten. Wie geen vraag heeft ingediend, kan indien gewenst aansluiten bij ofwel de vragen ofwel de repliek. Dan bedraagt de spreektijd twee minuten voor de vraag of het antwoord.
01.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb drie vragen ingediend en zal de essentie van mijn vragen kort toelichten.
De eerste vraag betreft de Israëlische minister Ben-Gvir en is intussen deels gedateerd. Daarover werd al heel veel gezegd, maar ik heb de vraag op de agenda aangehouden omdat ik die initieel had ingediend ter attentie van onze eerste minister, maar het is veelzeggend dat hij ze niet heeft beantwoord en naar u heeft doorgespeeld. Eind mei postte de Israëlische minister Ben-Gvir een video waarin geboeide activisten, waaronder ook Belgische burgers, in de haven werden bespot en vernederd. U noemde dat toen heel terecht een schending van de meest elementaire menselijke waardigheid. U had volkomen gelijk, maar de premier zwijgt. Als het gaat over Israël, dan zegt hij dat België andere katten te geselen heeft. Als het gaat over sancties, dan zegt hij dat het gaat over ruis in de buitenwereld.
Dat stoort mij een beetje, omdat we altijd twee geluiden horen, van u in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen en van de premier in de commissie voor Europese Aangelegenheden. Als u die uitspraken doet, ook ten aanzien van minister Ben-Gvir, dan vragen wij ons af of u dan spreekt namens de regering dan wel of dat vooral een persoonlijk standpunt is. Steunt u de Europese sancties tegen de Israëlische minister al dan niet?
Mijn tweede vraag gaat over de erkenning van de Palestijnse Staat. We weten allemaal dat de regering daarover heel verdeeld. Cd&v en Vooruit pleiten nu opnieuw voor de erkenning, wat op zich toch een beetje bizar lijkt. Ik herinner mij immers nog de hoeraberichten in september dat er een akkoord was. Op sociale media werd toen zelfs gepost dat de Palestijnse Staat als het ware al was erkend. Dat bleek achteraf toch heel voorwaardelijk te zijn en een beslissing waarover iedere partij uit de meerderheid toch zijn eigen lezing had.
Nu staan we hier terug. U zei vorige week in de plenaire vergadering dat dit dossier jammer genoeg gekoppeld zou zijn aan een ander dossier. Als ik mij niet vergis, is dat het dossier over de flexi-jobs, maar ik durf dat niet met zekerheid te zeggen.
Mijnheer de minister, zal de regering de Palestijnse Staat effectief erkennen? De voorwaarden zijn vervuld, dus we moeten daarmee vooruit. Ik weet dat u daar persoonlijk ook van overtuigd bent, maar wat is het standpunt van de regering? Wanneer zal die erkenning een feit zijn? Zal die erkenning er komen? Waarom wel of waarom niet?
In mijn derde vraag ga ik in op de Europese sancties tegen de illegale nederzettingen. Ook dat is een belangrijk punt. In de Raad Buitenlandse Zaken lagen er drie opties op tafel, namelijk een importban, hogere tarieven of een soort licentiesysteem. Ik heb begrepen dat er geen doorbraak is gekomen, omdat de Europese Commissie zou hebben geweigerd die opties al in echte wetteksten te gieten. Daarbovenop is er ook nog een discussie over de procedure, met name omdat de Europese Commissie blijkbaar vasthoudt aan unanimiteit, terwijl de juridische dienst van de Raad en Kaja Kallas stellen dat een gekwalificeerde meerderheid zou volstaan, precies omdat het over de nederzettingen gaat en niet over de staat Israël zelf.
Mijnheer de minister, ook daaromtrent heb ik duidelijke vragen voor u. Welke van de drie opties, een effectieve importban, een systeem van hogere tarieven of een licentiesysteem, steunt ons land? Volgt u de lijn van Kaja Kallas dat een gekwalificeerde meerderheid eigenlijk volstaat, zodat het niet mogelijk is dat één land de besluitvorming blokkeert? Wat is dus uw positie in die drie domeinen? Ik vraag niet alleen uw persoonlijke positie, maar vooral die van de regering, goed wetende dat bepaalde zaken gevoelig liggen en blijven liggen tussen u en uw coalitiepartners.
De voorzitster: Mevrouw Almaci, u krijgt het woord en hebt eveneens vier minuten spreektijd.
01.02 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, ik begin met een bericht dat ik u vorige week heb gemaild. Vorige week vrijdag heb ik u als commissievoorzitter een expliciete vraag gesteld. U hebt die vraag correct doorgestuurd naar de premier. Ik heb expliciet en met aandrang gevraagd om, naar aanleiding van een verwacht actuadebat over de erkenning van Palestina, voorafgaand een volwaardige gedachtewisseling te kunnen houden in aanwezigheid van de premier. Ik heb ook aangegeven dat dat voor mij op maandag of op dinsdag kon plaatsvinden.
De objectieve vaststelling is dat er, naar aanleiding van de plenaire vergadering van vorige week, diametraal tegenovergestelde communicatie is geweest vanuit verschillende regeringspartijen. We hebben de heer Bouchez in de Vlaamse pers heel duidelijk horen zeggen dat dat debat eigenlijk niet zo belangrijk is, dat het slechts geruis in de marge is en dat we andere katten te geselen hebben. We hebben het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken gehoord. Vervolgens heb ik vastgesteld dat de premier opnieuw niet wilde antwoorden. Dat is intussen al maanden het geval. Elke vraag ter zake wijst hij af of weigert hij te beantwoorden. Een van mijn twee vandaag geagendeerde vragen, de vraag over de importban, is ook gericht aan de premier. De minister van Buitenlandse Zaken beantwoordt niet alle doorgestuurde vragen. Hij kan ook niet namens de regering antwoorden. Hij antwoordt dus ten persoonlijken titel.
We hebben ook vastgesteld dat er een ongeoorloofde koppeling is gemaakt tussen het dossier van de importban, dat deel uitmaakt van een afgeklopt politiek akkoord van een jaar geleden, maar nu opnieuw in vraag wordt gesteld, en het dossier van de annualisering van de arbeidstijd.
Ondertussen talmen individuele ministers van de MR en de N-VA met de uitvoering van andere elementen van het Palestina-akkoord van een jaar geleden. Sommige ministers weigeren zelfs ronduit om ze uit te voeren.
Ik ga ervan uit dat de minister namens de regering antwoordt, wel te verstaan namens de voltallige regering. De fundamentele vraag die vandaag voor ons als parlementsleden rijst, is wat het Palestina-akkoord van de meerderheid van een jaar geleden vandaag in de feiten nog betekent. Wat houdt dat akkoord nog in?
Ik wil van de minister namens de regering vernemen welke elementen zijn uitgevoerd en over welke elementen nog een gedeelde positie bestaat, in het licht van wat zich vorige week heeft afgespeeld en gezien het feit dat de premier opnieuw de vraag naar een gedachtewisseling over het regeringsstandpunt heeft afgewezen.
Daarom druk ik mij even heel expliciet uit; dat is nodig. Het heeft immers geen zin om hier vragen te stellen aan de minister van Buitenlandse Zaken als er een kakofonie bestaat over de manier waarop die maatregelen al dan niet worden uitgevoerd met regelrechte weigeringen, met tegenovergestelde posities, met maatregelen die deels wel en deels niet worden uitgevoerd en met een importban waarover nog altijd wordt onderhandeld en die aan iets anders wordt gekoppeld. Dus ofwel voert de regering uit wat ze heeft beslist, ofwel doet ze dat niet, maar daaraan nieuwe voorwaarden koppelen is du jamais vu.
Dus, où est-ce qu'on en est? Is er eigenlijk nog een Palestina-akkoord? Bestaat dat in de feiten nog? Dat is een heel eenvoudige vraag met een heel eenvoudig antwoord, namelijk ja of nee. Welke elementen van dat akkoord zijn vandaag in uitvoering en van kracht? Blijft het dossier van de importban al dan niet gekoppeld aan het dossier van de annualisering? Wat is de timing voor de oplevering van het akkoord over de diplomatieke posten en de nieuwe voorwaarden voor de terugtrekking van Hamas uit Gaza? Als dat rapport er is volgens de vooropgestelde timing, zal de erkenning dan effectief worden gerealiseerd als de diplomatieke post de terugtrekking bevestigt? Dat zijn heel eenvoudige vragen.
Mevrouw de voorzitster, als lid van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en als parlementslid in het algemeen, sinds de start van mijn parlementaire carrière in 2007, heb ik nog nooit zoiets meegemaakt. Een meerderheid communiceert iets, en een jaar later blijkt dat gewoon één grote kakofonie te zijn die op geen enkele manier wordt uitgevoerd. De minister van Buitenlandse Zaken wordt daarbij buiten gehangen om iedereen scudraketten op hem te laten afvuren, terwijl een akkoord gewoon niet wordt gehonoreerd. De premier geeft bovendien niet thuis. Ik vind dat getuigen van een dedain voor de commissie, voor de minister en voor het Parlement dat het thema en het Parlement onwaardig is.
Als er in Europa geen doorbraak komt, dan komt het deze regering toe om haar woorden waar te maken.
Ik vraag me dus af wat er vandaag in de feiten nog overblijft van het akkoord. We zien een importban zonder tanden, waarin aankoop- en verbodsaspecten ontbreken. We zien een akkoord waarvan individuele ministers, zoals Clarinval en Van Bossuyt, zeggen dat ze het niet zullen uitvoeren. We zien dat het wordt gekoppeld aan de annualisering van de arbeidstijd.
Kijk de mensen in de ogen en zeg ons wat er na een jaar van dat akkoord nog is overgebleven. Dank u wel.
01.03 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, neuf mois après l'engagement du gouvernement d'interdire l'importation des produits issus des colonies israéliennes illégales dans les territoires palestiniens occupés, aucune mesure concrète n'a encore été adoptée. Cette inaction intervient un an après le génocide, alors qu'un récent rapport d'Amnesty International conclut à une accélération, à une intensification de la politique de nettoyage ethnique menée par le gouvernement israélien dans les territoires palestiniens occupés. L'organisation souligne notamment l'accélération de l'annexion de facto de la Cisjordanie, l'augmentation des déplacements forcés de Palestiniens et l'intensification des violences commises par des colons avec le soutien de l'État israélien.
Dans ce
contexte, Amnesty International appelle les États, dont la Belgique, à mettre
un terme aux relations commerciales de coopération et d'investissement qui
contribuent au maintien de l'occupation illégale de l'apartheid et du nettoyage
ethnique et à imposer des sanctions aux responsables impliqués. Le gouvernement
s'est récemment réuni en comité restreint afin de dégager un accord sur ce
dossier.
Alors,
monsieur le ministre, quelles conclusions ont-elles été adoptées à l'issue de
cette réunion et quelles mesures concrètes le gouvernement entend-il mettre en
œuvre? Comment le gouvernement justifie-t-il qu'aucune mesure n'ait encore été
adoptée près de neuf mois après cet engagement, alors même que les politiques
de colonisation, d'annexion et de déplacement forcé, dénoncées par les
différentes organisations, se poursuivent et s'intensifient? Le gouvernement
entend-il aller au-delà de la seule interdiction des importations et mettre fin
à toute relation commerciale avec les colonies israéliennes illégales, y
compris les exportations de biens et de services vers celles-ci? Le
gouvernement envisage-t-il d'interdire ou de restreindre les investissements,
les services financiers et toute autre activité économique belge liée aux
colonies israéliennes illégales? Et pour finir, le gouvernement considère-t-il
que le maintien de la relation commerciale et financière avec les colonies
israéliennes illégales est compatible avec les obligations de la Belgique au
regard du droit international et des avis récents des juridictions
internationales?
Sur un autre sujet, vous avez annoncé que le gouvernement pourrait, enfin, engager la procédure de reconnaissance de l'État de Palestine. C'est une décision que nous réclamons depuis des années, mais soyons clairs: cette reconnaissance ne peut pas devenir un simple geste symbolique destiné à masquer l'inaction de votre gouvernement!
Les conditions de votre majorité, qu’elle-même avait fixées, sont aujourd'hui remplies: les otages ont été rendus, le Hamas ne gouverne plus Gaza. Pourtant, pendant que vous hésitez encore, Israël continue ses bombardements, affame la population, détruit les infrastructures civiles et continue de violer le droit international en toute impunité.
Reconnaître la Palestine est une nécessité politique et juridique, mais cela ne protégera pas les Palestiniens des bombes. Cela ne mettra pas fin au blocus. Cela n'empêchera pas les crimes qui se poursuivent chaque jour.
Au-delà de la reconnaissance de l'État de Palestine, quelles sanctions concrètes votre gouvernement est-il prêt à prendre contre Israël? Êtes-vous enfin prêt à instaurer un embargo économique et à interdire les importations en provenance des colonies?
Pour terminer, monsieur le ministre, il serait inutile de nous relire le même accord que vous avez lu, ici, il y a neuf mois. Y a-t-il du nouveau? Les partis qui bloquent cette question au sein de votre gouvernement ont-ils une marge de progression? Va-t-il enfin arriver quelque chose de concret ou sera-ce encore du blabla? Voilà des mois et des mois que l'on n'entend que des paroles sans voir aucune mesure concrète contre l'État génocidaire.
01.04 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Vooraleer te beginnen aan mijn vraag, mijnheer de minister, wil ik mij aansluiten bij de vraag die collega Almaci heeft gesteld aan de voorzitter. Ik ben blij dat de voorzitter die duidelijk heeft laten klinken, maar ben zeer teleurgesteld dat de premier hier niet is.
Collega’s, deze kwestie is voor veel mensen een dossier geworden, maar wat er elke dag gebeurt in Palestina – voor alle duidelijkheid, het gaat om veel meer dan Gaza alleen – en intussen ook in Zuid-Libanon, gaat niet over cijfers. Het gaat over leven en dood, en toch durven partijen dat aan een ander dossier te koppelen, dat ze leuk vinden of waar ze bijvoorbeeld op willen besparen. Mijnheer de minister, dit gaat over mensen die al jaren in een situatie van onrecht leven, mensen die al jaren op z’n minst een signaal van erkenning verwachten vanuit het vrije Westen, dat zoveel normen en waarden heeft, die wij bijvoorbeeld in België altijd naar voren schuiven. We spreken over mensen die sterven tijdens een zogenaamd staakt-het-vuren, wat elke dag gebeurt, ook vanmorgen nog: kinderen, mama’s, papa’s, het maakt niet uit. We weten het en zien het gebeuren.
Mijnheer de minister, in Gaza hebben de Palestijnen nog maar 30% van hun grondgebied. Het vredesplan wordt niet nageleefd. Terwijl er duidelijk was afgesproken dat er een neutraal bestuur moet komen, staat dat bestuur klaar, maar mag het Israël niet binnen. In Zuid-Libanon is exact hetzelfde aan het gebeuren. Toch kijkt Europa weg. We zagen het gisteren weer gebeuren. In de EU-Raad Buitenlandse Zaken hoorden we weer hetzelfde liedje over de importban, met eindeloos overleg, maar er zal opnieuw niets gebeuren en geen compromis komen.
Dat bewijst voor de zoveelste keer dat we niet mogen wachten op een Europese consensus. Als Europa verlamd is, moet ons land het voortouw nemen. Daar staan we voor bekend en daar staat ons land voor. Collega’s, we moeten nu ingrijpen voordat – ik durf het hier te zeggen en ik denk dat iedereen het beseft – er geen tweestatenoplossing meer mogelijk is.
Mijnheer de minister, belofte maakt schuld. Ik heb in de politiek geleerd dat je je aan gemaakte afspraken moet houden. Dat geldt binnen de meerderheid en in de politiek. Het akkoord ligt er. De juridische argumenten zijn al van tafel geveegd. Voer het akkoord dan uit. Waarop wachten we eigenlijk?
Mijnheer de minister, ik waardeer u enorm, maar het is ook uw verantwoordelijkheid om met de vuist op tafel te slaan. U weet dat mijn ministers in deze regering en ikzelf u volop zullen steunen. De tijd van zalven en heel lief zijn, is voorbij. Het akkoord ligt al bijna een jaar op tafel. Wat is een politiek akkoord waard als niet alle partijen het willen uitvoeren? Het valt mij ook op welke partijen hierover vandaag géén vraag stellen en niet deelnemen aan dit actualiteitsdebat. Die stilte zegt meer dan genoeg.
Mijnheer de minister, ik heb twee duidelijke vragen. Erkent u dat de EU-route gisteren definitief is vastgelopen en dat er op nationaal niveau moet worden opgetreden? Bent u bereid om nu, conform ons akkoord van een jaar geleden, actie te ondernemen en onmiddellijk het koninklijk besluit voor een nationaal importverbod op producten uit illegale Israëlische nederzettingen in te dienen?
Mijnheer de minister, ik hoop dat dat KB na het reces klaar ligt om goedgekeurd te worden.
01.05 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, le 30 juin dernier, un arrêt de la cour d'appel de Bruxelles a revêtu une importance particulière, puisqu'il a décidé de saisir la Cour de justice de l'Union européenne de questions fondamentales concernant la possibilité, pour les États membres, de respecter leurs obligations découlant de la Convention pour la prévention et la répression du crime de génocide et des Conventions de Genève lorsque le droit de l'Union européenne apparaît comme un obstacle à l'adoption de mesures à l'égard d'Israël.
Or, depuis des mois, le gouvernement belge justifie notamment son absence de mesures plus ambitieuses par les limites du cadre européen et par la nécessité d'une action coordonnée de l'Union.
Aujourd'hui, la cour d'appel de Bruxelles elle-même met en cause cette lecture et interroge directement la primauté des obligations internationales de prévention du génocide sur certaines dispositions du droit de l'Union européenne.
Dès lors, comment pouvez-vous expliquer que la Belgique continue à invoquer les contraintes du droit de l'Union européenne alors que la cour d'appel estime précisément que celles-ci pourraient être incompatibles avec les obligations découlant des Conventions de Genève et de la Convention sur le génocide?
Considérez-vous que la Belgique a, aujourd'hui, rempli l'intégralité de ses obligations internationales en matière de prévention du génocide et de faire respecter le droit international humanitaire, alors même que la cour d'appel a déjà constaté une première fois une défaillance de l'État belge dans ce domaine?
Le gouvernement entend-il défendre devant la Cour de justice de l'Union européenne une interprétation ambitieuse qui permettrait aux États membres d'adopter des sanctions et des mesures restrictives à l'égard d'Israël lorsque le respect du droit international l'exige?
Si la Cour de justice de l'Union européenne confirmait que les États membres peuvent, voire doivent, écarter certaines dispositions du droit de l'Union afin de prévenir un génocide, la Belgique s'engagera-t-elle à prendre des mesures unilatérales, notamment concernant le transit de biens à double usage, les relations commerciales et l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël?
Plus fondamentalement, la Belgique va-t-elle continuer à se retrancher derrière l'absence de consensus européen ou reconnaîtra-t-elle que les États membres disposent d'une responsabilité propre et directe lorsqu'il existe un risque sérieux de génocide et de violations massives du droit international humanitaire?
01.06 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, l’annonce par le Hamas de la dissolution de ses instances dirigeantes à Gaza ouvre la voie à un comité technocratique pour administrer le territoire. On le sait, la Belgique a annoncé à New York, en marge de l’Assemblée générale de l’ONU en 2025, qu’elle reconnaissait l’État de Palestine. Juridiquement, cette reconnaissance n’a pas encore été inscrite dans un arrêté royal. Deux conditions devaient être remplies: la libération du dernier otage détenu par le Hamas et la mise à l’écart des organisations terroristes – telles que le Hamas – de la gestion de la Palestine. Très logiquement, vous avez donné instruction à votre administration de préparer la reconnaissance formelle de la Palestine en tant qu’État.
Sauf que, nous le savons tous, il faut arrêter avec les faux-semblants et les annonces de diversions et de vérifications sur le terrain. Il faut regarder la réalité politique en face. Au moins un de vos partenaires, le MR, bloque cette reconnaissance, et il va continuer à le faire. C’est clair comme de l’eau de roche. Vous ne pouvez pas le confirmer, mais vous le savez très bien! Vous ne pouvez pas le confirmer parce que cela signifierait que ce qu’une partie de l’opposition – dont votre serviteur – vous répète depuis un an, et depuis cet accord conclu en Kern, est vrai. Ceci n’est pas une condition suspensive, ceci est un verrou. Parce qu’il sera toujours possible de dire qu’elle n’est pas remplie, si on a envie de considérer qu’elle n’est pas remplie.
Dès lors, je n'ai qu'une seule question: pouvez-vous au moins reconnaître, aujourd’hui, que cette seconde condition est un verrou, que vos collègues ne céderont jamais sur ce sujet et que ce gouvernement ne prendra donc jamais l’arrêté de reconnaissance de la Palestine?
01.07 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, comme chaque semaine, je reviens vers vous pour savoir où en est l’application de l’accord de votre gouvernement concernant la reconnaissance de la Palestine par le biais de l’arrêté royal, mais également les sanctions économiques et la fin de l’importation des produits issus des colonies. Aujourd’hui, monsieur le ministre, je ne sais pas comment vous pouvez supporter le manque de respect de vos partenaires dans ce dossier. On vous fait payer deux fois l’addition et vous, vous dites merci! C’est incompréhensible!
Vous avez un accord avec des conditions extrêmement restrictives qui ont été adoptées il y a un an. Aujourd’hui, ces conditions sont remplies et il faut que vos partenaires de majorité poursuivent le blocage en amenant autour de la table des négociations des dossiers qui n’ont absolument rien à voir, tels que l’annualisation du temps de travail, autrement dit des marchandages abjects, et du temps qui est perdu. Et chaque jour, ce sont des vies qui sont perdues en raison du temps qui s’écoule.
S'il s'agissait d'un blocage, par exemple, autour de la SNCB, cela aurait pour effet de créer des tensions entre la STIB, De Lijn, le TEC ou la SNCB, et les usagers en pâtiraient. Certes, mais personne ne serait mort.
En l'occurrence, cela a des conséquences concrètes sur le terrain. D’une part, c’est chaque jour un état génocidaire qui continue des exactions sur le terrain, qui continue à voler des terres en Cisjordanie, à bombarder, à empêcher les aides humanitaires de parvenir à Gaza. Ce sont également des journalistes qui ne peuvent toujours pas faire leur travail. Et d’autre part, c’est un sentiment d’impunité qui se renforce chaque jour dans le chef d’un état génocidaire à qui, en fait, on laisse tout faire.
Et donc, aujourd’hui, il faut que cela cesse. Il faut mettre fin à ces marchandages ignobles, alors que vous avez un accord qui, aujourd’hui, doit être respecté sans contrepartie. Aussi, monsieur le ministre, où en sont les négociations et quand pensez-vous pouvoir atterrir?
01.08 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, de humanitaire situatie in Gaza blijft bijzonder schrijnend. Elk onschuldig burgerslachtoffer is er een te veel, ongeacht aan welke zijde van het conflict het zich bevindt. Ook de recente militaire operaties van Israël, onder meer tegen de terroristen van Hezbollah, doen de spanningen verder oplopen en brengen de stabiliteit in de regio in gevaar.
De Kamer keurde vorig jaar resolutie 0859 goed. Die resolutie koppelt een eventuele erkenning van een Palestijnse Staat uitdrukkelijk aan een aantal duidelijke voorwaarden. Hamas moet verdwijnen uit het bestuur van Gaza, terroristische organisaties moeten volledig worden ontwapend, de Palestijnse Autoriteit moet grondig worden hervormd en gedemocratiseerd en er moeten veiligheidsgaranties zijn voor alle betrokken partijen.
Intussen kondigde Hamas wel aan zijn bestuursorgaan in Gaza te ontbinden. Internationale media en verschillende veiligheidsanalisten wijzen er echter op dat dit geenszins betekent dat Hamas als organisatie verdwijnt. De militaire vleugel blijft actief en de beweging behoudt haar wapens. Volgens verschillende waarnemers blijft Hamas achter de schermen een belangrijke machtsfactor. Er lijkt dus allerminst sprake van een volledig gedemilitariseerd of democratisch bestuur.
Daarnaast gaan er in België stemmen op om economische sancties of een invoerverbod tegen Israël in te voeren. Dergelijke maatregelen moeten echter niet alleen principieel verdedigbaar, maar ook doeltreffend zijn en deel uitmaken van een bredere internationale strategie. Zonder aantoonbaar effect dreigen ze vooral onze eigen economie en consumenten te treffen, terwijl verschillende Arabische landen hun economische relaties met Israël vandaag nog altijd behouden. Daarom heb ik de volgende vragen.
Deelt u de analyse dat de voorwaarden voor een erkenning van een Palestijnse Staat vandaag nog niet zijn vervuld?
Op basis van welke objectieve criteria zal de Belgische regering beoordelen wanneer wel aan die voorwaarden is voldaan?
Overweegt de federale regering een Belgisch of Europees invoerverbod of bijkomende economische sancties tegen Israël? Zo ja, welke? Is daarvan een impactanalyse gemaakt?
Hoe zult u ervoor zorgen dat eventuele economische maatregelen niet in de eerste plaats onze eigen burgers en ondernemingen treffen, terwijl het effect op Israël zeer beperkt zou zijn?
01.09 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, ik heb er alle respect voor dat u hier steeds spitsroeden moet lopen, hoewel ik ook wel weet welke overtuiging u ter zake hebt.
Ten eerste, tijdens de Europese Raad Buitenlandse Zaken van maandag 13 juli 2026 werd een options paper van de Europese Commissie verspreid waarin verschillende opties werden besproken inzake de illegale nederzettingen, een regime voor importvergunningen, hogere tarieven of een volledig handelsverbod. Ik vraag mij, ten eerste, af welke optie wij hebben verdedigd, wetende dat wij op Belgisch niveau bijna een akkoord hebben. Ik hoop dat wij dat akkoord inzake de importban nog voor het reces zullen kunnen bereiken.
Bij de aanvang van de Europese Raad gaf u echter aan dat het voorstel van de Europese Commissie veeleer een zoethoudertje is en ruim onvoldoende blijft. Ik had u daar graag meer over horen uitweiden. Wij horen dat er een spanning bestaat tussen de Europese Raad en de Europese Commissie. Terwijl de Europese Raad pleit voor een gekwalificeerde meerderheid, pleit de Europese Commissie voor unanimiteit inzake sancties.
Een ander dossier betreft uiteraard de formele erkenning van Palestina. Daarover hebben wij u vorige week ook al bevraagd. U antwoordde dat u de diplomatieke diensten zou vragen snel een rapport op te stellen over de situatie ter plaatse om te bekijken of de verklaringen van Hamas ook tot daden leiden. Wij weten natuurlijk allemaal dat dat geen deel uitmaakt van het akkoord van september, omdat de ontbinding van het bestuursorgaan ruim voldoende moet zijn om over te gaan tot de formele erkenning zonder bijkomende voorwaarden te introduceren. Daarom heb ik de hiernavolgende vragen.
Welke concrete maatregelen heeft België gevraagd op de Europese Raad van 13 juli 2026?
Hoe ver staat het met de importban op Belgisch niveau?
Hebt u ondertussen al concrete resultaten inzake het rapport over de situatie in Gaza? Zo niet, binnen welk concreet tijdskader verwacht u die?
01.10 Maxime Prévot, ministre: Merci mesdames et messieurs les députés de m’interroger une nouvelle fois sur ce sujet. Nombre de ces questions sont récurrentes et bien connues. Les questions étant les mêmes, vous ne serez pas surpris que les réponses le soient également. D'autres aspects nouveaux et complémentaires sont évoqués, auxquels je répondrai.
Je crois sincèrement que toutes celles et ceux d’entre vous qui m’interpellent sur ce sujet, non seulement aujourd’hui mais depuis longtemps, sont mus par la sincérité de leurs convictions. Indépendamment du fait que, la politique étant ce qu’elle est, un usage à visée politique est évidemment souvent fait tant de votre séquence de questions que de ma séquence de réponses.
Mais nous avons le loisir de vivre dans une démocratie qui offre cette faculté et cela fait partie du décor, même si parfois, je serais désireux qu'on prenne un petit peu de recul, si pas de hauteur, quand j'entends certains des propos qui sont tenus de manière caricaturale, indépendamment évidemment de leur finalité politique.
Pour commencer par évoquer une série des questions posées aujourd'hui et qui le furent déjà il y a six jours en séance plénière – et, après seulement six jours, vous ne serez pas surpris que mes réponses demeurent cohérentes –, j'y reviendrai en détail avant d'apporter quelques éléments complémentaires.
La reprise des hostilités en Iran et dans la région ne doit certainement pas faire perdre de vue la situation en Palestine. Et alors que la situation continue de se détériorer en Cisjordanie, elle ne s'améliore pas à Gaza, c'est peu dire, près de neuf mois après le début du prétendu cessez-le-feu.
Je comprends bien la constance de votre intérêt sur le suivi des mesures décidées en septembre par notre gouvernement et, d'ailleurs, cet intérêt constant est tout à fait légitime. Comme déjà répété à maintes reprises, je suis moi-même extrêmement attaché à leur mise en œuvre. Vous le savez, madame Almaci, monsieur Boukili – la presse et la société civile s’en sont d’ailleurs fait l’écho en détail –, j’ai déjà veillé à déployer toutes les mesures relevant de mes compétences propres. Je continue, par ailleurs, à plaider auprès de mes collègues du gouvernement et à agir afin que nous puissions avancer rapidement sur les dernières mesures restant à exécuter.
Au sujet de la reconnaissance, tout d'abord, le début sera similaire à la semaine dernière, probablement pas la conclusion que je vous livrerai ensuite. J'ai rappelé, lors de la séance plénière de jeudi dernier, l'approche en trois temps qui est prévue à ce sujet dans l'accord que j'ai forcé en septembre dernier.
Tout d'abord, la reconnaissance politique et diplomatique de l'État de Palestine par un message clair et sans équivoque à la tribune des Nations unies. Ce message a été passé urbi et orbi à New York en septembre dernier par notre premier ministre. Ce message a bien été entendu, je peux vous l'assurer.
À chaque fois que je me déplace et que le dossier suscite l'attention de mes interlocuteurs, mes homologues étrangers nous en félicitent. Aux yeux du monde, y compris aux yeux des autorités palestiniennes, cette reconnaissance par la Belgique est acquise. D'ailleurs, je viens encore de faire le test en tapant sur internet "pays qui reconnaissent la Palestine". Vous verrez que la Belgique est listée parmi ces pays qui reconnaissent la Palestine.
Cette reconnaissance, qui est attendue et souhaitée depuis des années, est, sur la scène diplomatique, acquise depuis New York l'an dernier. Sa légitimité a été affirmée et elle est assumée par notre gouvernement. Sur la place internationale, elle ne fait donc pas débat.
Je sais que cela irrite quand je dis que la question de l'arrêté royal relève essentiellement d'un débat interne, mais c'est la réalité. Aucun de mes interlocuteurs étrangers ne m'interpelle en me demandant: "Tiens, où en êtes-vous dans l'adoption de votre arrêté royal qui doit être soumis en Conseil des ministres?" C'est effectivement l'une des subtilités de notre position adoptée en septembre dernier.
À l'échelle internationale, cet élément n'est pas de nature à remettre en cause notre reconnaissance politique et diplomatique de l'État de Palestine. Cela tient précisément au fait que nous nous sommes inscrits, à l'époque, à la tribune des Nations unies, dans l'initiative franco-saoudienne visant à garantir, au travers de reconnaissances plurielles de certains États lors de ce momentum, un appui massif à la solution à deux États.
Vervolgens voorziet het akkoord inderdaad in een tweede fase, een meer technische en juridische stap, namelijk de formalisering van die erkenning in het nationaal recht via een koninklijk besluit. Het akkoord van september legt daarvoor twee voorwaarden vast.
Enerzijds gaat het om de vrijlating van alle gijzelaars en anderzijds om de uitsluiting van terroristische organisaties zoals Hamas van het bestuur van Palestina. In de praktijk gaat het om de uitsluiting van Hamas van het bestuur van Gaza, aangezien de Westelijke Jordaanoever al wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit. Meer nog, het betreft het deel van Gaza dat niet onder Israëlische controle staat.
La libération de tous les otages, qu'ils soient vivants ou décédés, est confirmée depuis janvier, tandis que les autorités du Hamas, après 20 années au pouvoir, viennent d'annoncer le 6 juillet dernier leur renonciation à administrer la bande de Gaza, la dissolution de l'organe en charge de cette administration et la démission de son responsable, précisément dans le but de laisser pleinement la gestion de Gaza au Comité national pour l'administration de Gaza, organe validé par le Conseil de sécurité de l'ONU et composé d'experts technocrates et apolitiques, actuellement basé au Caire.
Quelle que soit donc la sensibilité de chacun sur ce dossier – et je respecte la pluralité de ces sensibilités –, l'honnêteté impose donc de reconnaître que cette annonce amène a priori à pouvoir bel et bien cocher la deuxième condition.
C'est pour cette raison que j'ai pris l'initiative de demander à mon administration de préparer un dossier permettant l'adoption de l'arrêté royal. Cet arrêté est prêt. Même si vous connaissez ma conviction concernant cette deuxième condition, puisque c'est moi-même qui ai tenu la plume de l'accord à l'époque, la même honnêteté intellectuelle m'impose de dire qu'on ne peut pas se baser exclusivement sur une déclaration de presse faite par un groupe terroriste pour considérer que la messe est dite – si vous me permettez cette expression.
Dès lors, pour éviter que d'aucuns tirent prétexte du fait qu'il ne s'agirait que d'une déclaration de presse pour douter du remplissage de la deuxième condition et au risque de se faire remballer avec l'arrêté au Conseil des ministres, j'ai demandé à mes postes diplomatiques d'examiner la situation effective sur place, d'ici la fin de l'été, pour s'assurer que les paroles sont bien suivies d'actes concrets, et qu'il n'y ait donc plus de doute quant au fait que le Hamas a bien renoncé à toute gouvernance effective de Gaza.
J'espère dès lors que lorsque cette renonciation aura été démontrée, ce qui sera le cas, je l'espère, dans les prochaines semaines, chacun des membres de la majorité honorera les termes de l'accord politique, que je ne conçois pas comme un verrou.
Pour répondre d'ailleurs à votre autre question, monsieur De Smet, nous sommes en contact régulier avec d'autres États membres, tant sur la question de la reconnaissance de la Palestine que sur une série d'autres mesures, notamment des mesures visant à faire respecter le droit international par toutes les parties.
Ter herinnering, de normalisering van onze betrekkingen, bijvoorbeeld door de opening van een ambassade, zal pas in een derde fase plaatsvinden, naarmate de demilitarisering van Hamas vordert. Die demilitarisering staat overigens los van de tweede fase, mevrouw Huybrechts, zoals duidelijk is bepaald in het akkoord van september.
Et c'est là où j'ai envie, contrairement au temps dont je disposais la semaine dernière, de compléter mon propos en commission. J'ose au moins espérer que dans cette commission, personne ne doute de ma volonté de vouloir rendre effective le plus vite possible la reconnaissance de l'État de Palestine sur le plan juridique, puisque, je le rappelle, sur le plan politique et diplomatique, elle est déjà acquise.
Mais il faut aussi éviter un emballement politique aux Belges sur la seule question de la reconnaissance, de sorte que ce soit l'arbre qui cache la forêt. Et c'est pourtant quelqu'un qui souhaite cette reconnaissance, qui agit pour l'obtenir rapidement avec cet arrêté royal, qui a tout fait politiquement, y compris durant l'été dernier – souvenez-vous qu'une commission spéciale avait même été organisée pendant le mois d'août –, qui le dit. J'ai politiquement veillé à arracher cet accord, parce que pour aller à la tribune de l'ONU lors de l'Assemblée générale de septembre, il était indispensable que nous puissions le faire en délivrant ce message de reconnaissance de la Palestine.
Mais quand j'entends qu'on fait le lien entre cette reconnaissance et les morts à déplorer chaque jour qui passe où elle n'a pas lieu, même si nous validions l'arrêté royal demain matin, je crains que ce n'est pas cela qui empêchera des morts additionnels.
La mobilisation de la communauté internationale, dont 158 États, dont le nôtre, reconnaissent la Palestine n'a pas mis fin au conflit. Le fait qu'aujourd'hui 158 États reconnaissent la Palestine n'a pas empêché qu'il y ait encore des attaques et des tués. Donc, est-ce qu'au moins on peut s'accorder sur le fait que cette reconnaissance est évidemment indispensable, parce que c'est le droit à la dignité des Palestiniens? C'est la légitimité de leur État et de leur territoire. Elle est essentielle à acquérir pour préserver une solution à deux États. En effet, comment plaider une solution à deux États s'il n'existe même plus un deuxième État? Mais ayons au moins l'honnêteté de ne pas penser naïvement que cette seule reconnaissance va sauver les vies des Palestiniens. Ce qui va permettre, je l'espère, d'avoir un impact plus grand, ce sont notamment des mesures qui sont prises sur le plan commercial, économique ou politique à l'égard du gouvernement israélien. Je rappelle que nous n'avons rien contre le peuple d'Israël, encore moins contre les Juifs, contrairement aux amalgames qui sont parfois faits. Dénoncer l'attitude d'un gouvernement, ce n'est pas dénoncer son peuple.
Lorsque nous nous sommes insurgés contre l'attitude de Viktor Orbán en Hongrie, personne n'a imaginé que c'est parce que nous étions anti-hongrois.
Lorsque nous dénonçons l'attitude du régime taliban en Afghanistan, personne n'imagine que c'est parce que nous sommes contre les pauvres Afghans! Quand nous dénonçons la tyrannie du régime iranien, personne n'imagine que c'est parce que nous sommes contre le peuple d'Iran! Et donc, ce sont aussi ces raccourcis insupportables, portés par certains, qui laissent penser que quand on dénonce le gouvernement d'Israël, c'est parce qu'on serait contre la communauté juive ou contre le peuple israélien. Il nous faut évidemment d'abord agir là où la préservation de l'intérêt palestinien et de la vie des Palestiniens est le plus important, c'est-à-dire en faisant cesser les extensions de colonies, et en faisant en sorte de débloquer au bénéfice de l'autorité palestinienne, par le pouvoir de négociation diplomatique, les fonds en milliards qui sont actuellement gelés et bloqués par Israël.
Il faut que nous puissions travailler sur le volet de l'aide humanitaire et garantir son accès, c'est cela qui sauvera des vies, et non pas, en soi, la question de la reconnaissance, aussi importante soit-elle. Et donc, ensemble, évitons d'être pris dans une bulle politico-médiatique belgo-belge, focalisée uniquement sur la question de la reconnaissance, en oubliant que ce n'est pas cela qui résoudra la question du conflit. Elle est pourtant nécessaire. Elle n'est pas suffisante, mais elle est nécessaire.
Du reste, aux nombreux représentants de formations politiques dans cette salle ayant également des homologues européens: je ne peux que plaider d'activer vos réseaux – les internationales de ceci ou de cela –, pour que les gouvernements qui ont des formations politiques proches des vôtres – il y a par exemple des socialistes dans le gouvernement allemand – puissent aussi faire bouger les lignes. Entendons-nous bien: je ne vise pas une formation politique plus qu'une autre, mais je ne connais pas l'internationale écologiste, raison pour laquelle je ne l'ai pas citée en exemple.
Parce que la difficulté est aussi celle-là: une série de mesures n'auront un impact réel que si elles sont prises à l'échelle, au minimum, européenne. Nous sommes dans un schéma où la petite Belgique – même si je considère qu'il n'y a pas de petit pays, seulement de petits esprits – seule, est aujourd'hui parmi les plus expressives en Europe sur le sujet. Je suis confronté à des sarcasmes à chaque fois que je le dis parce que vous n'auriez aucun intérêt à reconnaître que nous faisons effectivement partie de ce groupe de pays en Europe que l'on entend le plus. C'est toujours comique: quand je viens en commission, on me dit que la Belgique est nulle, naze et qu'elle ne fait rien. Or, dans la bulle européenne, la Belgique est citée par les observateurs internationaux parmi les pays à l'avant-garde de la défense de mesures permettant de préserver la vie de Palestiniens.
Deux salles, deux ambiances. Disons deux réalités politiques. C'est de bonne guerre, si je puis dire. Mais parfois, ce type de raccourcis sont un petit peu fatigants et usants.
L'Espagne! On ne peut quand même pas considérer que l'Espagne soit le moins en pointe sur cette question. Combien d'entre vous n'ont-ils pas applaudi? Pourtant, je pose une question: la vocalité de l'Espagne et les mesures prises ont-elles changé quelque chose à la réalité quotidienne des Palestiniens sur le terrain?
Une quelconque autre grande puissance européenne, toute seule, est-elle parvenue jusqu'à présent à changer sur le terrain l'attitude du gouvernement Netanyahou? Et vous attendez de la Belgique ce que les autres grandes puissances ne parviennent pas à faire? Pourquoi?
Tant que nous serons désunis, nous serons juste une coalition de grenouilles et pas un bœuf. Le seul moyen, sur le plan géopolitique, d'avoir cet effet bœuf, c'est d'être unis. Tant qu'au niveau européen, il subsistera une telle divergence de positionnements politiques, pour des questions idéologiques, pour des questions économiques ou pour des questions historiques, nous n'arriverons pas à peser avec suffisamment d'impact pour faire changer la donne.
Est-ce que je le regrette et je le dénonce? Oui, tout comme vous. J'aimerais inventer une autre histoire, tout comme vous souvent. Mais je ne peux pas travestir ce qu'est la réalité, même si elle ne me plaît pas, même si la regarder est douloureux.
Je ne m'en accommode pas pour autant. Au sein du gouvernement, nous avons œuvré. Des engagements ont été obtenus. Je salue tous les partenaires de gouvernement qui ont permis d'obtenir ces engagements en septembre. J'attends maintenant que chacun veille à les respecter.
Mais nous sommes effectivement dans un schéma où nous avons engrangé, déjà avec cet accord de septembre, plus de résultats qu'avant 2025, date à laquelle nous sommes arrivés. Or, que je sache, tout a commencé en 2023. Je ne crois pas qu'entre 2023 et 2025, il y avait moins d'intérêt à prendre attitude, à reconnaître la Palestine, à adopter des mesures que vous me réclamez ici à cor et à cri. Pourtant, nulle d'entre elles n'a été mise en œuvre avant 2025.
Ayons au moins, chers amis de la précédente majorité, l'humilité de reconnaître que, s'il n'a pas été facile pour vous de le mettre en œuvre, c'est probablement parce qu'il ne suffit pas de claquer des doigts. Il est toujours un peu comique de se voir reprocher aujourd'hui la non-atteinte d'objectifs que nous avons eu le bénéfice politiquement d'engranger et de fixer, ce qui n'était pas le cas antérieurement.
Wat het verbod op invoer uit de Israëlische nederzettingen betreft, verwijs ik u voor de inhoudelijke aspecten naar mijn collega’s, minister Jambon en minister Clarinval. Het dossier lijkt in beginsel rijp voor een politieke goedkeuring door de ministerraad, maar het is een publiek geheim – ik heb het al gezegd – dat het momenteel politiek wordt gekoppeld aan een ander dossier. Dat betreur ik.
J'espère
seulement pour quelques jours encore.
Mevrouw Huybrechts, voor zover ik weet heeft België geen economische impactanalyse uitgevoerd over de gevolgen van een mogelijk importverbod op producten uit de nederzettingen, hoewel ik denk dat de impact heel beperkt zou zijn. Ik wil graag benadrukken dat – wanneer het om de verdediging van het internationaal recht gaat, of het nu in verband is met Israël of welke andere staat dan ook – onze beslissingen in de eerste plaats worden ingegeven door onze principes en onze gehechtheid aan waarden, en niet zozeer door economische overwegingen. We zijn overigens van mening dat een coherent internationaal beleid en de verdediging van het internationaal recht voor België een essentiële garantie vormen voor economische stabiliteit op lange termijn.
Monsieur Boukili, je vous prie de noter que, lorsque je mentionne les colonies israéliennes, je ne parle pas de colonies illégales – vous l'avez d'ailleurs souligné. Ne nous méprenons pas toutefois, toutes les colonies israéliennes en Cisjordanie sont illégales au regard du droit international. Il serait donc tautologique de le repréciser à chaque fois. C'est précisément parce qu'elles sont illégales que nous travaillons à une interdiction nationale des produits des colonies.
S'agissant des restrictions des investissements et des services, je vous confirme en toute transparence que les discussions actuelles au sein du gouvernement ne les incluent pas à ce stade. Ce n'est d'ailleurs pas mentionné expressis verbis dans l'accord de septembre. La situation est similaire dans d'autres pays européens, pourtant aussi avancés que la Belgique, notamment en raison de la complexité de leur mise en œuvre.
Je note toutefois que la Belgique, contrairement à d'autres pays, ne compte aucune entreprise dans la base de données du Haut-Commissariat aux droits de l'homme des Nations Unies, qui reprend les entreprises investissant dans les colonies. Si d'autres pays européens ont bien des entreprises qui investissent dans les colonies, ce n'est pas le cas des Belges.
Mevrouw Van Hoof, mijnheer Di Nunzio, tijdens de bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van vandaag hebben wij inderdaad een uitgebreide discussie gevoerd over de beperking van de handel met de nederzettingen op basis van een optiedocument dat de Europese Commissie enkele dagen eerder had rondgestuurd. Het document heeft de verdienste dat het verschillende opties presenteert, waaronder een verbod op producten uit de nederzettingen, zoals verschillende Europese landen dat al hebben ingevoerd, en waartoe België hopelijk snel zal overgaan.
Ik heb er nogmaals op gewezen dat wij voorstander zijn van een verbod op producten en diensten uit de nederzettingen. Ik pleit bovendien ook voor de opschorting van het handelsdeel van het associatieakkoord tussen de EU en Israël.
Mais là aussi, si vous me le permettez, la proposition d'une suspension partielle de cet accord avait déjà été évoquée et formulée par la Commission européenne voici plusieurs mois, et elle n'a simplement pas recueilli de majorité. De même, aujourd'hui, le banning de certains ministres – mesure pour laquelle l'unanimité est requise – est une mesure qui n'est pas rencontrée. Certains pays européens refusent, en effet, de prendre ce genre de mesures, au motif de surcroît que les élections sont proches en Israël et qu'il convient de ne pas victimiser certains ministres extrémistes au risque de donner du fuel à leur campagne.
Si vous êtes parfois contrariés et énervés, chers collègues, par les réunions de nos commissions, je n'ose imaginer quel serait votre sentiment si vous assistiez aux réunions du Conseil européen des Affaires étrangères de l'Union européenne en entendant les prises de position qui sont véhiculées autour de la table.
Helaas beperkt het document van de Commissie zich tot een loutere opsomming van de opties. Zoals te verwachten viel, bleef de discussie bij gebrek aan concrete voorstellen beperkt tot een reeks overwegingen van elke lidstaat over de verschillende opties. Ik heb gevraagd dat die opties worden omgezet in concrete voorstellen die we kunnen bestuderen en vergelijken, voorstellen op basis waarvan onderhandelingen en beslissingen kunnen plaatsvinden.
Mijnheer Di Nunzio, zoals al werd vermeld met betrekking tot minister Ben-Gvir, heb ik zijn optreden tegen de leden van de vloot veroordeeld. Ik herinner u eraan dat we hem allang voor die gebeurtenis in België tot persona non grata hadden verklaard. We blijven bij onze Europese partners pleiten voor het opleggen van sancties tegen hem. Ik heb ook onmiddellijk de recente Israëlische wetgeving inzake de doodstraf veroordeeld.
Monsieur Lacroix, dans la procédure en cours devant la Cour d'appel de Bruxelles, l'État belge ne s'est pas opposé au fait que la juridiction pose des questions préjudicielles relatives au transit de biens à double usage. Au contraire, l'État belge partage le souhait de la cour d'appel d'obtenir des éclaircissements de la part de la Cour de justice de l'Union européenne.
Initialement, les biens à double usage étaient, d'ailleurs, inclus dans le projet d'arrêté royal. Cette inclusion s'est, toutefois, heurtée à l'avis de la section législation du Conseil d'État. Ce dernier s'est, en effet, posé une série de questions quant à la compatibilité de cette inclusion avec le règlement (UE) 2021/821 du 20 mai 2021 établissant un régime de l'Union pour le contrôle des exportations, du courtage, de l'assistance technique, du transit et du transfert de biens à double usage. Ces interrogations portaient précisément sur des questions qui sont aujourd'hui également soumises à la Cour de justice de l'Union européenne par la cour d'appel de Bruxelles. Ne nous méprenons pas: nous l'avions initialement prévu et intégré, et c'est le Conseil d'État qui nous a retoqués.
L'État belge a constaté que ce règlement imposait des procédures lourdes et des conditions d'interdiction restrictives. Celles-ci ne permettaient pas de répondre de façon suffisamment rapide et adaptée à l'urgence de l'intervention recherchée. Si nous avions dû attendre d'obtenir des certitudes sur cette question avant d'adopter l'arrêté, nous aurions donc postposé davantage l'adoption de cet arrêté qui, à défaut de tout couvrir, couvre déjà une bonne partie. Il y avait à l'époque une volonté politique urgente de l'adopter.
Nous avons donc décidé d'avancer, malgré tout, sur l'arrêté royal interdisant le survol de l'espace aérien national et
prohibant les escales techniques des aéronefs qui transportent du matériel militaire depuis la Belgique vers Israël ou ls territoires palestiniens. La question des biens à double usage devrait donc être réglée dans un arrêté royal distinct, une fois résolues les différentes difficultés juridiques et pratiques que pose le règlement 2021/821.
Je rappelle, par ailleurs, l'accord interfédéral du 8 octobre 2025, qui réaffirme la volonté des Régions et de l'État fédéral de parvenir à une interdiction s'appliquant aussi aux biens à double usage. Si nous attendons une clarification juridique, la volonté politique, elle, est déjà là. Elle a été actée et entérinée.
Il est raisonnable d'envisager que la Belgique participe aux procédures préjudicielles. Nous ne pouvons, pour le moment, pas préjuger du contenu d'une éventuelle intervention. Cela dépendra des questions effectivement examinées par la Cour et de l'analyse juridique menée par les autorités compétentes.
En résumé, chers collègues, j'insiste à nouveau sur le fait que non, nous ne nous retranchons ni derrière des obstacles juridiques, ni derrière un manque de consensus européen pour ne pas prendre de décisions. Nous continuons de plaider pour des mesures au niveau européen tout en mettant en œuvre des mesures nationales, dont certaines sont spécifiquement vouées à pallier l'absence d'unanimité européenne.
01.11 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoorden. Bedankt ook voor de duidelijkheid waarmee u uw positie over minister Ben-Gvir hebt herbevestigd. Het is belangrijk dat u dat doet, ook al was mijn vraag al ouder en had u er al op geantwoord.
Wat de illegale nederzettingen betreft, heb ik begrepen dat u de op Europees niveau voorgelegde opties nog openlaat. Ik heb u dus geen voorkeur voor een bepaalde optie horen uitspreken. We wachten af welke optie verder zal worden uitgewerkt of door ons land wordt gesteund.
Ik denk ook niet dat u zich hebt uitgesproken over de te volgen procedure, namelijk unanimiteit of een gekwalificeerde meerderheid. Misschien heb ik dat gemist, maar ik denk niet dat u daar iets over hebt gezegd. Goed, dan is er geen antwoord op dat punt.
01.12 Maxime Prévot, ministre: J'ai effectivement oublié d'en parler. C'est tout sauf neutre! Certains autour de la table européenne disent que l'interdiction de commerce avec les colonies est une sanction qu'ils souhaitent prendre à l'égard d'Israël. Et une sanction nécessite l'unanimité. D'autres disent qu'ils s'inscrivent dans une démarche commerciale, pour laquelle ils restreignent les facultés commerciales. Si cela relève de la trade policy, il faut une majorité qualifiée. Mais, même à ce sujet, pour le moment, aucune décision n'est prise.
01.13 Sandro Di Nunzio (Anders.): Alors la grande question est: que disons-nous, en définitive, autour de cette table?
Mijnheer de minister, wat de erkenning van Israël betreft, bent u heel goed in het geven en onderbouwen van uw antwoorden. U geeft allemaal zaken aan waarmee wij het bezwaarlijk oneens kunnen zijn.
U bent uw uiteenzetting eigenlijk begonnen met het feit dat wij die vragen blijven stellen vanwege onze overtuiging. Dat klopt deels. Uiteraard voeren wij hier niet tegen beter weten in altijd hetzelfde debat. De belangrijkste reden waarom die vragen blijven terugkomen, is, zoals u heel goed weet, dat er op politiek vlak duidelijk verdeeldheid is binnen de regering. Die verdeeldheid is er gewoon.
Ik begrijp dat u stelt dat het op internationaal vlak duidelijk is dat die erkenning een feit is. Eigenlijk geeft u bijna letterlijk aan dat het koninklijk besluit een detail is of een formaliteit waaraan nog moet worden voldaan. Als dat koninklijk besluit zo een detail is, waarom leidt dat dan tot blokkering en discussie binnen de regering? Waarom worden daaraan andere interpretaties gegeven? Zo een detail kan dat dan toch niet zijn? Zolang die voorwaarden niet officieel ingevuld lijken te zijn, wordt dat koninklijk besluit immers niet goedgekeurd. Op dat vlak is er toch wel een probleem.
Daarom blijven wij die vragen stellen. Wij doen dat niet om u te ergeren of om ons hier bezig te houden, maar omdat daar juist het politieke probleem en de verdeeldheid liggen. De heer El Yakhloufi vraagt zich terecht af wat een politiek akkoord waard is als de partijen het niet uitvoeren. Ik zal u het antwoord geven. Dat akkoord is dan niets waard. Zolang het niet wordt uitgevoerd, is het niets waard.
Dat is ook typerend. Er is een akkoord waarbij iedere partij binnen de meerderheid haar eigen weg kan gaan en haar eigen verhaal over kan vertellen. Zo was het ook met de energiesteun aan de pomp, die uiteindelijk niets bleek te zijn. Zo ging het ook met de btw. Zo ging het met het paasakkoord. Er worden altijd akkoorden gesloten, maar finaal duurt het heel lang vooraleer er effectief uitvoering aan wordt gegeven. De losse eindjes blijven vaak losse eindjes. Dat is de modus operandi van de regering.
Ik weet dat dat niet aangenaam is om te horen, maar dat is de realiteit. Het is dan ook ongelooflijk jammer dat, wanneer wij die vragen aan u richten, maar vooral ook aan de premier, die duidelijkheid moet geven over het standpunt van zijn ploeg en van de regering, hij niet thuis geeft. Meer nog, wanneer het over dat thema gaat, antwoordt hij letterlijk dat hij andere katten te geselen heeft, dat hij op Europese toppen zit en dat hij er zelfs niet over wil spreken.
Ik heb sympathie voor uw standpunt en voor de positie die u verdedigt, maar de regering geeft niet thuis.
01.14 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Ik ga beginnen waar collega Di Nunzio is gestopt. Ik heb u gevraagd of het Palestina-akkoord van Arizona in de feiten nog bestaat. Eigenlijk is het antwoord neen. Dit is mijn frustratie, mevrouw de voorzitster en collega's. Ik ga dat ook in de plenaire vergadering zeggen.
U verwijst naar uw persoonlijke positie. U zegt dat u uw deel hebt gedaan. Jammer genoeg moet u een van de belangrijkste elementen die jullie zelf op tafel hebben gelegd, waarover jullie zelf verwachtingen hebben gecreëerd, waarover jullie grotesk en groot hebben gecommuniceerd, namelijk de importban, een ordinaire koehandel, benoemen om het gebrek aan vooruitgang te kunnen duiden. Dat is aan niemand anders toe te wijzen dan aan deze regering.
Het is ook overduidelijk dat de communicatie, die bij de vorige regering trouwens zeer scherp en veel meer pro-Palestijns diplomatiek gericht was, versus de totale verdeeldheid van de arizonaregering, ook op Europees vlak voelbaar is. Wat zegt deze regering eigenlijk tegen u als minister van Buitenlandse Zaken? U mag scherp zijn in Europa, maar in eigen land gaan we niet te veel bewegen. Dat is niet alleen hypocriet, maar ook ongelooflijk cynisch. Dat is de manier om geen enkele vooruitgang te moeten boeken, wetende hoe de situatie in Europa is. Ondertussen hebben 156 van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties Palestina zonder voorwaarden erkend.
Vandaag is er een wapenfeit gebeurd dat een tweestatenoplossing onmogelijk maakt. De hele erkenning van Gush Etzion snijdt Bethlehem, Jeruzalem en Hebron af van de Palestijnse bevolking en maakt haar ook economisch dood, want Hebron is het economische hart. Dat betekent dat een tweestatenoplossing, de vorige regering zei nog dat we Palestina tijdig moesten erkennen, vandaag in de feiten onmogelijk is.
Met jullie akkoord maken jullie de mensen gewoon iets wijs. Er is niet eens een regering met een gedeeld standpunt, laat staan een Palestina-akkoord dat die naam waardig is. Negentig procent daarvan ligt in handen van andere ministers die weigeren iets te doen en er een platte koehandel van maken. U hebt niet geantwoord op mijn vraag welke elementen concreet ingevoerd zijn. Dat is uiteraard omdat ze eigenlijk niet bestaan, tenzij om de mensen iets wijs te maken.
U hebt aangegeven dat het dossier van de importban, zij het impliciet, nog altijd gekoppeld blijft aan die koehandel in het dossier van de annualisering.
Ik heb u gevraagd wat uw timing is voor het rapport van de diplomatieke posten ter plaatse. Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Dat kan dus nog een jaar, drie jaar of vier jaar duren, terwijl de kolonisatie ondertussen gewoon kan verdergaan.
Hoe u het zult doen? Geen idee. Wanneer? Geen idee. Of de erkenning van Palestina, als er pas over zoveel jaar, op het einde van de legislatuur, uiteindelijk een rapport ligt, dan een feit zal zijn? Geen idee.
Mijnheer de minister, u wordt gewoon vernederd door uw eigen coalitie. U mag in Europa dat andere stemmetje laten horen, omdat dat in lijn is met wat we vroeger deden.
De voorzitster: Bedankt, mevrouw Almaci.
01.15 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Hier betekent u echter niets. Dat vind ik voor u persoonlijk en voor de positie die u inneemt heel erg. Ik vind het echter vooral erg voor de Palestijnse bevolking, die (…)
De voorzitster: Bedankt.
01.16 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): (…) Ik hoop echt dat u de boodschap die ik hier vandaag breng, ook in de Conferentie van voorzitters zult brengen, want dit is eigenlijk niet aanvaardbaar. Parlementsleden krijgen gewoon geen regeringsantwoord op hun vragen. Dat kan niet meer. Dat is ook de reden waarom dit debat blijft terugkomen.
01.17 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je répète que nous nous cachons à nouveau derrière l'Europe. Nous savons que l'Union européenne est le premier partenaire économique d'Israël. Lorsqu'Israël a lancé son génocide à Gaza, les hauts responsables européens l'ont soutenu sans condition. Ils ont considéré qu'il s'agissait d'une guerre légitime et ont affirmé qu'Israël avait le droit de se défendre en attaquant les Gazaouis.
Voilà ce qu'est aujourd'hui l'institution européenne. Cette institution demeure, après 1 000 jours de génocide à Gaza, le premier partenaire économique d'Israël. Il est donc hypocrite de nous faire croire qu'elle est empêchée d'agir par certaines procédures. Non, il s'agit d'un choix politique! Oui, ne pas agir dans ce cadre, c'est se cacher derrière l'Union européenne! Car la Belgique peut prendre des mesures en dehors de l'Union européenne. Conformément aux articles 82 et 79 de l'accord d'association, elle peut suspendre unilatéralement ce même accord.
Pourquoi ne le fait-elle pas? Parce qu'au sein même de la Belgique, certains partis politiques, à l'image de ceux qui siègent au niveau européen, soutiennent Israël de manière inconditionnelle. M. le premier ministre De Wever, lui-même, a déclaré qu'Israël représentait le camp de la lumière et lui apporte son soutien inconditionnel. C'est sans doute pour cela qu'il se cache et n'a pas voulu venir répondre à cette question. Le MR aussi est un soutien inconditionnel à Israël, par la bouche de son propre président.
Nous avons donc, en Belgique, au sein du gouvernement, des complices de l'État génocidaire d'Israël, tout comme au sein de l'Union européenne. Dès lors, attendre qu'un consensus se dégage ou qu'une majorité qualifiée soit atteinte revient à se retrancher derrière l'Europe.
Par ailleurs, j'ai failli tomber de ma chaise lorsque vous avez affirmé que la Belgique ne comptait aucune entreprise engagée dans la colonisation. Pourtant, les banques belges telles que Belfius, ING, KBC ou BNP Paribas Fortis ont toutes réalisé des investissements dans les colonies.
Solvay est impliqué dans les colonies. Syensqo fournit des matériaux composites utilisés dans la fabrication des drones militaires Hermes 450 et Hermes 650 par Elbit Systems. Toutes les deux sont des entreprises belges.
Vous nous avez donc donné de fausses informations en affirmant qu'aucune entreprise belge n'est impliquée dans les colonies. Des rapports de spécialistes, d'ONG, et d'experts ont étudié l'affaire.
Ils ont établi une liste d'entreprises belges impliquées dans les colonies. Ne nous dites pas qu'il n'y a pas d'entreprises belges. Comme gouvernement, vous êtes actionnaire. L’État est actionnaire, par exemple, de la SNCB, qui a conclu un contrat avec CAF, une entreprise impliquée dans les colonies israéliennes. Et il ne s’agit pas d’une implication accessoire. (…)
01.18 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijnheer de minister, dank u om uw standpunt hier opnieuw te brengen. Ik ken uw standpunt, ik respecteer u enorm als persoon en ik respecteer uw standpunt. Ik ga eerst op uw vraag antwoorden over waarom wij daar vragen over stellen.
Mijnheer de minister, ik meen het ernstig als ik zeg dat het voor mij niet over een politiek verhaal of symbool gaat. Voor mij gaat het erom dat het onrecht is wat daar gebeurt. Voor alle duidelijkheid, het is evengoed onrecht voor mij wat er in Iran gebeurt. Het is evengoed onrecht voor mij wat er in Sudan gebeurt. Voor al die zaken zal ik pleiten, voor allemaal. Waarom? Dat is de manier hoe ik hier ben opgevoed, in ons onderwijs, in onze normen, in onze waarden.
Daarom stel ik die vraag aan u, mijnheer de minister. Ik wil de vraag gerust ook aan alle andere partners stellen. Ik dien ook vragen in voor de premier of andere partners. Wat ik echter wel aan u vraag, mijnheer de minister, is dat u samen met mij, samen met ons in deze regering ervoor zorgt dat we een gemaakt akkoord gewoon uitvoeren. Ja, dat vraag ik wel aan u. Ik vraag dat ook onze coalitiepartners van de N-VA en van de MR mee een akkoord gewoon uitvoeren. Want het is politiek. C’est un accord, het is een akkoord, het is een afspraak die gemaakt is. Ik vraag dat we die afspraak gewoon uitvoeren. Ik weet dat we die niet meer zullen krijgen. Je sais. Ce n’est pas possible, het is niet mogelijk met deze regering. Ik vraag echter dat we op z'n minst de afspraken die we hier hebben gemaakt, kunnen uitvoeren.
Collega's van de N-VA, collega's van de MR, ik spreek jullie rechtstreeks aan. Ik weet dat veel collega's van de N-VA en de MR zeggen dat ze het hier niet mee eens zijn en dat dit verdomd zou moeten worden uitgevoerd. Spreek met uw ministers. Spreek met uw partijleiders. Het is heel gemakkelijk. Ik hoop dat u zo dadelijk de tijd neemt om daarop te reageren.
Mijnheer de minister, wat het associatieakkoord betreft, heb ik een investeringsverbod klaarliggen. Ik ben het met u eens. De erkenning is te weinig. U heeft gelijk. Het is te weinig. Maar het is een begin. Het is een begin, een eerste stap die we moeten zetten. Wat mijnheer Boukili zegt is terecht. Er zijn Belgische bedrijven die daarin mee investeren. Er zijn banken enzovoort die mee investeren in bulldozers die elke dag, toujours, ervoor zorgen dat het minder en minder wordt. Ze zeggen letterlijk ‘tot hier loopt Israël’. Weet u dat Israël het enige land ter wereld is dat zijn grenzen niet wil aangeven? Dat is echt waar. Het enige land dat zijn grenzen niet wil aangeven, want het plan van Israël is heel duidelijk. Israël wil geen tweestatenoplossing. Israël wil geen oplossing.
Mijnheer de minister, ik zal het nog eens zeggen dat ik u enorm respecteer. Ik vraag u echter in uw rol als minister en in mijn rol als parlementslid om overal – en ik zal dat ook doen… U hebt de vraag gesteld aan onze Europese contacten, om ook binnen de regering…
De voorzitster: Dank u wel, dank u wel.
01.19 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Ik zal afronden, mevrouw de voorzitster.
De voorzitster: Ik geef iedereen evenveel tijd, dus ik ga de vragen afronden.
01.20 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Ik zal afronden, ik wil gerust de tijd erbij nemen.
De voorzitster: Ik pas dit bij iedereen toe. Het is drie minuten in plaats van twee minuten, ja. Ik geef iedereen drie minuten, dus ik denk dat ik u ook drie minuten heb gegeven. Ja, iedereen blijft maar afronden, dat blijft duren. Ik merk dat die afronding maar blijft duren. Ik vraag ook aan mijn secretaris om mij te doen afronden. Mijnheer Lacroix, u hebt het woord.
01.21 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour la réponse que vous avez apportée à ma question. J'ai cru comprendre de celle-ci que, effectivement, si la Cour de Justice de l'Union européenne venait à confirmer que les États membres peuvent ou doivent écarter certaines dispositions du droit de l'Union pour prévenir un génocide ou des violations graves des Conventions de Genève, la Belgique s'engagerait à prendre des mesures.
En outre, vous avez notamment expliqué qu'un avis du Conseil d'État vous avait empêché, pour l'instant, d'inscrire le transit de biens à double usage dans votre projet d'arrêté royal. C'est tout à votre honneur: quelque part, il y a encore quelqu'un dans le gouvernement qui respecte le Conseil d'État. J'ai en effet cru comprendre que la ministre de l'Asile et de la Migration n'a que faire des décisions du Conseil d'État, elle n'a que faire des décisions de justice. Plus grave encore, elle n'a que faire des décisions de la Cour constitutionnelle. Mais vous, vous êtes un parfait légaliste. Quelque part cela ne vous sert pas, mais sur le long terme, cela vous servira, et vous faites honneur à cette démocratie.
Deuxièmement, vous avez été très clair aussi sur le gouvernement israélien: ce n'est pas parce que l'on condamne le gouvernement israélien que l'on est antisémite. Au contraire! Je pense que c'est plutôt même renforcer et faire honneur au peuple israélien que de dénoncer les exactions de ce gouvernement composé d'ultrareligieux et de membres de l'extrême droite.
Enfin, monsieur le ministre, je pense que vous êtes arrivé au bout de votre logique. Bien sûr, l'opposition vous donne des leçons, c'est clair – je vous en ai parfois donné aussi – mais ce qui commence à m'agacer dans cette commission, ce sont les partenaires de la majorité qui demandent ce que fait tel ou tel au gouvernement. Des textes sont déposés devant cette commission pour la reconnaissance de l'État palestinien! Le ministre vous dit qu'il s'agissait finalement d'un point de détail. Prenez donc vos responsabilités dans la majorité! Ce n'est pas cela qui fera tomber le gouvernement! Aujourd'hui, votez avec nous les textes pour la reconnaissance de l'État palestinien et arrêtez de nous abreuver ici de discours qui montrent votre versatilité et une forme de faiblesse, peut-être même de lâcheté dans le chef de certains.
01.22 François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Je suis un des premiers à considérer que vous n'avez pas tous les jours un rôle facile. En général, je vous le dis franchement, vous faites vraiment de votre mieux. J'ai quand même été décontenancé par le début de votre réponse – et ça m'avait aussi fait tiquer la semaine dernière en séance plénière – quand vous commencez par dire: "Oh, j'ai regardé sur Google, on me dit que la Belgique reconnaît la Palestine sur le plan international. Et donc, si internet le dit, c'est vrai."
Mais non, il y a être et percevoir tout de même. Nous savons bien que, dans notre langage juridique, ce n'est pas suffisant. Et je ne peux pas concevoir qu'un homme de votre valeur se contente de cette double approche. C'est un compromis à la belge, on le sait bien. Les uns peuvent voir ce qu'ils veulent en regardant la figure d'un côté ou de l'autre, mais ce n'est pas complètement satisfaisant et vous le savez.
Alors, vous nous annoncez une sorte de clause de rendez-vous avec vos partenaires, dont acte. Moi, je fais le pari que le verrou ne sautera pas, mais je serai le premier à vous applaudir si vous me donnez tort. Et je suis d'accord sur une large partie de votre analyse quand vous rappelez que la reconnaissance de la Palestine ne va pas tout arranger. On est bien d'accord. La reconnaissance de la Palestine, on aurait aimé que ce soit dans une solution à deux depuis longtemps, en vertu des accords d'Oslo mais, aujourd'hui, elle est surtout vitale pour permettre qu'un jour, cette solution à deux États soit toujours viable.
Dès lors, si certains de vos partenaires, par exemple, demain, dans l'hypothèse où il peut être établi notamment par les analyses de terrain que le Hamas ne joue plus aucun rôle dans la gestion de Gaza, continuent à s'opposer à la reconnaissance de la Palestine, il faudra leur poser la question ici, mais aussi au Conseil des ministres: "Êtes-vous encore, oui ou non, pour la solution à deux États?"
01.23 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, d'abord, vous nous faites systématiquement un commentaire sur l'attitude de l'opposition à votre égard, et vous nous dites: "Ah, on est vraiment bien mieux reçus à l'international." Certes, je suis consciente du climat au niveau européen ou international: des salons feutrés, des mots qu'on utilise, mais qui ne mettent pas vraiment les bons mots sur la situation, on enrobe toujours tout élégamment. Mais en fait, nous, les partis de l'opposition au niveau belge, je suis désolée mais nous ne sommes pas là pour vous dorloter.
Il y a un accord au sein de votre gouvernement qui n'est pas mis en œuvre en raison des blocages internes. Oui, c'est notre rôle – nous en sommes désolés – de vous demander des comptes, de vous demander où en sont les blocages, et de vous demander comment vous comptez sortir de cette situation. C'est notre travail, et vous faites le vôtre.
Autre élément, vous nous dites: "Cette reconnaissance de la Palestine est symbolique, arrêtez un peu de vous agiter avec cela." Si c’est si symbolique que cela, pourquoi ne pas le faire, tout simplement? Cela couperait court aux discussions et nous pourrions passer à autre chose.
Par ailleurs, si ce n'est pas cela qui va aider les Palestiniens sur le terrain, nous avons également posé de multiples questions sur d'autres aspects, notamment les accords commerciaux et l'importation de produits. Je pense que ce sont des éléments qui peuvent faire mal à Israël et envoyer un signal clair. Il me semble que cela peut faire poids. S’il y en a d'autres, s'il y a d'autres leviers que vous identifiez, nous vous en prions: allez-y.
Ce que nous vous reprochons, en effet, c'est l'immobilisme à tous les étages. Chacun se renvoie la balle, ce n’est jamais la faute de personne, et à la fin, la situation se déroule froidement. Les violences continuent, les morts continuent sur le terrain. C'est pour cela que nous sommes obligés de vous interpeller chaque semaine.
Encore aujourd'hui, des visas ne sont pas exécutés. En tant que députés, nous recevons tous les jours des messages sur Instagram, sur Facebook, des emails de personnes palestiniennes qui n'en peuvent plus, soit d'attendre que des visas de leurs proches restés bloqués là-bas soient exécutés, ou bien de personnes là-bas qui nous expliquent à quel point la situation est catastrophique.
Nous aussi, nous sommes interpellés; et moi, je ne réponds pas aux gens: "Écoutez, vous êtes quand même un peu embêtants à me poser tout le temps les mêmes questions."
Chacun son rôle. Chacun ses leviers. Chacun ses responsabilités. Vous levez les yeux au ciel, monsieur le ministre, mais nous continuerons inlassablement à vous interpeller sur le dossier jusqu'à ce que les choses bougent. C'est notre rôle!
01.24 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, voor onze partij is het duidelijk. Wij kiezen voor vrede, stabiliteit en respect voor het internationaal recht. Vrede bouw je echter niet alleen op met goede intenties. Vrede vraagt ook wederkerigheid. Daarom mag België vandaag geen stappen vooruitzetten zolang bepaalde voorwaarden niet zijn vervuld.
Hamas is niet volledig ontwapend, de Palestijnse Autoriteit is nog steeds niet democratisch hervormd en er is vooral nog altijd geen echte wederzijdse erkenning. Vrede betekent immers niet alleen dat Israël bereid moet zijn een Palestijnse staat te aanvaarden. Een toekomstige Palestijnse staat en de Arabische wereld moeten evenzeer het bestaansrecht van Israël ondubbelzinnig erkennen.
Pas wanneer beide volkeren elkaars bestaansrecht respecteren – ik weet dat dat voor sommige partijen blijkbaar moeilijk is – kan werk worden gemaakt van een onderhandelde tweestatenoplossing, waarbij zowel Israël als Palestina een eigen soevereine staat vormen binnen internationaal erkende en door beide partijen aanvaarde grenzen, overeenkomstig de VN-uitgangspunten van 1967.
Ten slotte vraag ik u niet te vervallen in symboolpolitiek. Een Belgische importban die onze eigen ondernemingen en consumenten treft, terwijl het effect op Israël minimaal is, brengt ons geen stap dichter bij vrede. Laten we kiezen voor een realistisch buitenlands beleid dat zowel de belangen van onze eigen bevolking als de stabiliteit in het Midden-Oosten dient.
01.25 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, ik zal proberen te doen wat u zei. Het is inderdaad een intern probleem, want op verschillende websites staat dat België Palestina erkent. Daarom zou het niet lang mogen duren om die erkenning concreet te maken in een KB. Vorige week hoorde ik een voorzitter in Terzake zeggen dat we andere katten te geselen hebben. Dat klopt. Maar alles ligt gereed, het kan in een minuut geregeld zijn. Ik wil daarom oproepen om die erkenning voor het einde van de zomer, zoals u ook stelde, te concretiseren in een KB, dat trouwens al klaarligt.
Het is geen gewetensprobleem, maar een kwestie van geloofwaardigheid, ook op het internationale toneel. Landen in Afrika zeggen dat we met twee maten en twee gewichten meten. Dat klopt en u erkent ook dat het heel moeilijk is daarmee om te gaan. Het is echter ook een beschavingsprobleem. Hoe gaan we om met genocides?
Die genocide kan ongestraft gebeuren en wie heeft daarmee te maken? Niet alleen de moordenaars, de génocidairs, maar ook de toeschouwers. En dat zijn wij. Ik vind het een globaal beschavingsprobleem dat we er niet in slagen een eind te maken aan genocides, in Gaza, maar ook in Soedan. Het is onze plicht daar telkens op te wijzen, keer op keer. Wat hebt u gedaan op dat moment?
Ik meen, mijnheer de minister, dat u alles in staat stelt om dingen te kunnen doen, maar dat u wordt gelimiteerd door andere regeringspartners. Ik hoop dat u voor het einde van het reces erin slaagt minstens één van de maatregelen concreet te maken. Dat is een oproep die we vorige week al in de plenaire vergadering gedaan hebben. Ik herhaal dat nu. Of het de importban is of de erkenning, ik hoop dat we het akkoord kunnen naleven.
Het was een goede oproep van u om ook met andere lidstaten te spreken. Ik heb dat onlangs gedaan met de Duitse ambassadeur. Het was heel opvallend dat hij stelde, ten aanzien van mij, dat zij in Duitsland ook verdeeld zijn. Het is goed dat we op die verdeeldheid inspelen. Het is een oproep aan mijn collega’s om te spreken met hun zusterpartijen en de verdeeldheid te vergroten, om er op die manier in te slagen landen als Duitsland en Italië op de juiste lijn te krijgen.
01.26 Sam Van Rooy (VB): Wees gerust, ik zal niet over de drie minuten gaan.
Dit was het zoveelste actuadebat over jullie obsessie, Palestina. Als we de traditionele partijen hier bezig horen, is de Palestijn voor hen belangrijker dan de Vlaming en de Europeaan. Waarom, dames en heren, wordt hier nooit zo gedebatteerd over de Turkse bezetting van Noord-Cyprus? Die bezetting bestaat uit niet minder dan 200.000 Turkse kolonisten en is illegaal bevonden door de VN-Veiligheidsraadresoluties nrs. 541 en 550. Toch drijft de EU handel met Noord-Cyprus, dat reeds sinds 1974 wordt bezet door Turkije. Waar zijn alle sancties, alle veroordelingen, alle boycots? Het is duidelijk, jihadregimes als het Turkse worden met fluwelen handschoentjes aangepakt. No jews, no news, dat is het verwerpelijke credo, de weerzinwekkende dubbele moraal in dit Parlement en van minister Prévot.
Dat een importban voor Samaria en Judea ook tienduizenden Palestijnen zou treffen, – ik heb het daar met eigen ogen gezien – zal jullie worst wezen. Is dit ingegeven door antisemitische sentimenten of door electorale berekening? Er zijn in België immers 25 keer zoveel moslims als joden.
Ook over de christenen die in Afrika en in het Midden-Oosten wekelijks, soms dagelijks, worden afgeslacht door moslimterroristen, zijn jullie muisstil. Van de beleidspartijen die steeds meer wijken in dit land doen verworden tot geïslamiseerde Gazastrookjes kan helaas niets anders worden verwacht.
Tot slot, dames en heren, als jullie het echt menen, wees dan niet hypocriet en voeg de daad bij het woord. Stop dan onmiddellijk met het gretige, soms dagelijkse gebruik van de vele producten die u hebt dankzij de Joodse staat: usb-sticks, firewalls, Waze, chips voor uw laptops en smartphones, en diverse medicijnen en moderne technologieën in de medische wereld, die elke dag levens redden. Wees niet hypocriet, voeg de daad bij het woord.
01.27 Michel De Maegd (Les Engagés): Monsieur le ministre, je pense comme vous que certains raccourcis sont insupportables. Non, dénoncer l'attitude du gouvernement Netanyahu, Ben-Gvir, Smotrich à Gaza comme en Cisjordanie, ce n'est pas être contre le peuple israélien, encore moins une position contre les juifs dont j'ai toujours défendu et je défendrai toujours le droit élémentaire à vivre librement et en paix, ici comme ailleurs. Cela me choque de devoir le préciser, mais c'est le résultat d'amalgames faits par certains députés ici.
La reconnaissance politique et diplomatique par la Belgique de l'État de Palestine a eu lieu il y a près d'un an. La reconnaissance juridique, qui doit survenir par un arrêté royal – et vous nous confirmez que vos services y travaillent –, doit suivre, puisque les deux conditions très claires de l'accord d'il y a près d'un an par tous les partis du gouvernement sont en passe de se réaliser. La première, depuis un certain temps, car tous les otages israéliens ont été libérés, toutes les dépouilles des victimes des actes terroristes du 7 octobre ont été transférées en Israël. La seconde a eu lieu il y a quelques jours, avec la renonciation du Hamas à administrer Gaza, ce qui doit bien entendu être suivi d'effets vérifiables sur le terrain.
Cette renonciation du Hamas et le départ de ses leaders doivent être de nature à pacifier la région, à permettre aux Israéliens, qu'ils soient juifs ou arabes, de vivre en paix en Israël et aux Palestiniens de Gaza comme de Cisjordanie de vivre en paix chez eux également. La reconnaissance juridique est donc aboutie par notre gouvernement. Ce n'est en rien se positionner contre l'État d'Israël ou le peuple d'Israël, c'est au contraire donner une chance à la paix dans la région et reconnaître que pour une solution pacifique à deux États – c'est du pur bon sens – il faut deux États.
Monsieur le ministre, je sais que vous travaillez ardemment dans cette direction, pendant que d'autres bavardent, bavardent et encore bavardent avec toujours les mêmes arguments, pour tenter de récupérer politiquement la dramatique situation au Proche-Orient et que d'autres brillent par leurs absences successives au débat et se taisent publiquement dans toutes les langues.
01.28 Kathleen Depoorter (N-VA): Dank u om het regeringsstandpunt toe te lichten, mijnheer de minister. Ik ben echt heel tevreden dat een diplomaat, die naam waardig, op de stoel van Buitenlandse Zaken zit, want wat heb ik hier allemaal gehoord. Ik heb er echt wel een probleem mee dat, ook binnen de regering en de meerderheid, bepaalde vrome maagden plots bepaalde economische dossiers aan dit dossier zijn gaan koppelen.
Collega's, dit gaat om mensen, om Palestijnen. Het gaat om zelfbeschikkingsrecht voor de Palestijnen. Dat hebben we vorig jaar in september met de arizonaregering in een akkoord bezegeld. De verklaring van de Verenigde Naties was niet zomaar iets. Het was een politiek gedragen verklaring van de arizonaregering.
Ik ben dan ook heel blij, mijnheer de minister, dat u hier heel duidelijk aangeeft dat men de juridische erkenning niet zomaar kan koppelen aan een persbericht van een terroristische groepering. Dat is gewoon niet verantwoord. Dat werk moet heel degelijk worden uitgevoerd en dat doet u. Ik heb er alle vertrouwen in dat we, door die grondige analyse te maken, tot een akkoord kunnen komen en dat we, wat we hebben afgesproken, ook daadwerkelijk zullen kunnen uitvoeren.
Collega's, hier wordt heel veel gescandeerd, maar dat heeft heel weinig impact op het terrein. Met de meerderheid hebben we deze crisis altijd pragmatisch en genuanceerd benaderd. We hebben steeds gekeken naar de impact voor de Palestijnen en voor de bevolking.
Vorige week sprak ik met de ambassadeur van Egypte over al die vrachtwagens die aan de grens met Gaza geblokkeerd staan. Ik vraag mij af waarom niemand daarover vandaag is tussengekomen. Misschien zouden we daar beter aan werken dan te proberen om een goed werkende regering uit elkaar te spelen.
01.29 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Ik heb een formele vraag, niet in het kader van het debat, maar wel naar aanleiding van wat er is gebeurd. De minister heeft daarnet gezegd dat er mogelijk nog enkele dagen nodig zijn voor de importban. We zitten nu in de laatste week. Als de timing van de minister klopt en mocht de importban er komen, dan ga ik ervan uit dat we volgende week een extra commissie organiseren. Dat lijkt me niet meer dan respectvol tegenover het Parlement.
Ik heb ook een heel expliciete vraag gesteld. Ik zou graag schriftelijk vernemen wat al effectief is uitgevoerd van het Palestina-akkoord. Ik richt me tot u als voorzitster, omdat ik van de regering geen antwoord krijg en geen zin heb om elke minister opnieuw te bevragen. Ik wil van het kabinet van de minister de lijst krijgen van de maatregelen uit het Palestina-akkoord die de regering op 1 juli 2026 heeft ingevoerd.
De voorzitster: Goed, de vraag is gesteld. We zullen zien wat het antwoord is.
Wat de extra commissie betreft, het zijn de commissies voor Economie en Financiën die dan moeten worden bijeengeroepen. Dat behoort niet tot onze bevoegdheid als het over de importban gaat. De vraag moet dus daar worden gesteld.
We gaan nu over tot het volgende debat, over Iran en de Straat van Hormuz.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Collega's, in februari 2026 hebben de Verenigde Staten en Israël zonder internationaal mandaat een roekeloze oorlog gestart. Op 17 juni 2026 werd vervolgens een voorlopig memorandum of understanding gesloten, dat 60 dagen later moest uitmonden in een deal. Het is nu juli 2026. Het staakt-het-vuren bestaat niet meer. De deal is een illusie en het aantal burgerdoden in Iran blijft oplopen.
President Trump heeft beslist dat we voortaan allemaal tol moeten betalen voor de doorvaart door de Straat van Hormuz. We staan dus verder van een tolvrije doorgang dan ooit tevoren. Onze economie, onze bevolking, maar vooral de Iraanse bevolking lijden zwaar.
Er is een ongeziene humanitaire en psychologische crisis in Iran. Zo heeft 60 % van de Iraniërs totaal geen hoop voor de toekomst. De inflatie staat er op het hoogste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog. Voedsel zoals rijst, brood en eieren, is voor miljoenen gezinnen onbetaalbaar geworden. De economie is ingestort. Er heerst extreme hitte, maar er is geen elektriciteit. Er is een groteske handhaving van de regering op een gruwelijke manier ten koste van de gewone bevolking. Op dit ogenblik bevinden zich 78 mensen in de dodencel, onder wie 3 minderjarigen en 11 vrouwen, zoals Arghavan Fallahi. Iran is bovendien het land dat koploper is wat betreft het executeren van vrouwen.
Mijn vraag is wat de situatie is en hoe de regering die situatie inschat. Die vraag had ik overigens aan eerste minister Bart De Wever gesteld, die wel naar de plenaire vergadering komt om een vraag van mevrouw Safai beantwoorden, maar niet om een vraag van mij over Iran te beantwoorden. Dat is opnieuw een interessante vaststelling.
Op welke concrete manier zullen wij de burgerbevolking beschermen? Op welke concrete manier zal België, binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties, maar ook als individuele lidstaat, zowel de plaatselijke bevolking beschermen als zijn economische en humanitaire belangen vrijwaren?
02.02 Darya Safai (N-VA): Mijnheer de minister, er staat bijzonder veel op het spel. We zien dagelijks veranderingen in het nieuws. Elk uur is er wel een nieuwe ontwikkeling.
Ik begrijp mijn collega echter niet. Zij verwijst naar een memorandum of understanding dat niet meer wordt nageleefd. Wie heeft dat eigenlijk geschonden? Wie heeft het akkoord over een wapenstilstand geschonden? Ik weet heel goed wie dat was en u weet dat ook. Toch legt u opnieuw alle schuld bij één partij, namelijk de Verenigde Staten, terwijl het Iraanse regime het memorandum of understanding heeft geschonden.
Vorige week moesten wij allemaal naar Turkije afreizen voor een NAVO-top, terwijl het Iraanse regime besliste om weer schepen aan te vallen in de Straat van Hormuz.
Ik heb er altijd voor gewaarschuwd dat het Iraanse regime geen enkele afspraak respecteert en dat was ook hier het geval. Het duurde niet lang, want amper twee weken na het MOU toonde het Iraanse regime al dat het geen zin heeft om een stap richting vrede te zetten. Dat was ook te verwachten. Dit is een regime dat al 47 jaar lang hetzelfde doet. Ik weet niet wat men anders had kunnen verwachten.
Ze hebben de schepen aangevallen, ook al hadden ze hun handtekening gezet en beloofd dat ze dat niet meer zouden doen. Dat was een waardeloze afspraak. Wat kan men anders verwachten van een regime dat een dodenlijst publiceert waarop leiders van Europese landen te zien zijn met een schietschijf op hun voorhoofd? Een paar dagen geleden was er een manifestatie met hardliners. Hoe weinig het er ook zijn in Iran, zij beheersen het land. Ze toonden president Trump en enkele Europese leiders, waaronder Macron, Starmer en Merz, met een schietschijf op het voorhoofd om te laten zien dat ze hen zullen vermoorden. Ze verbergen niet dat ze terroristen zijn, ook al wil de wereld dat niet inzien. The Wall Street Journal schrijft over de terreurplannen van president Trump in Turkije. Het regime heeft gewoon gepland hem te vermoorden. Dat is de boodschap die ze willen laten horen, de boodschap die het Westen en Europa moeten horen, namelijk dat ze niet zullen stoppen met terreur zaaien in de Straat van Hormuz en dat ze ons zullen komen halen.
Zo bericht ook Mojtaba Khamenei, een leider waarvan men niet eens weet of hij nog leeft. Hij heeft de hele wereld een brief gestuurd om te laten zien dat Iran gewoon verdergaat met allerlei terreuracties, waaronder ook het vermoorden van die leiders, en dat het nooit zal stoppen.
02.03 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, le cessez-le-feu entre les États-Unis et l'Iran est désormais rompu. Nous assistons à une nouvelle escalade militaire autour du détroit d'Ormuz. Cette situation constitue un revers stratégique majeur pour les États-Unis: après des mois de guerre, Washington n'a ni obtenu de capitulation du régime, ni sécurisé durablement le détroit, ni imposé un nouvel accord. Au contraire, l'Iran conserve l'initiative sur le détroit d'Ormuz et oblige les États-Unis à négocier sur un terrain moins favorable. Nous constantons que la voie militaire a renforcé le régime, au lieu de le détruire.
Cette escalade se traduit également par des attaques contre des infrastructures civiles et contre le peuple iranien. Les dernières frappes américaines ont notamment visé deux ponts reliant Téhéran et Mashhad. Dans ce contexte, les déclarations du secrétaire général de l'OTAN, Mark Rutte, affirmant que ces frappes étaient absolument nécessaires sont profondément préoccupantes. Comment peut-on qualifier d'absolument nécessaires des frappes touchant des infrastructures civiles et risquant d'alimenter davantage d'escalades régionales? C'est complètement irresponsable.
Ma première question, monsieur le ministre, est de savoir quelle position vous inspirent de telles déclarations. Les partagez-vous ou les condamnez-vous?
Le gouvernement belge, dans cette situation, condamne-t-il ces nouvelles frappes israéliennes, notamment au Liban, ainsi que les frappes américaines en Iran? Les considère-t-il comme incompatibles avec le cessez-le-feu en vigueur qui est à présent rompu?
Encouragerez-vous une solution diplomatique comme avaient réussi à l'obtenir notamment les efforts du Pakistan et d'autres pays de la région? Pousserez-vous à un accord diplomatique pour sortir de cette impasse?
Nous voyons très clairement que la voie militaire n'est pas du tout une solution. Que fera la Belgique dans ce contexte?
02.04 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, de Verenigde Staten en Iran hebben hun aanvallen in alle hevigheid hervat. President Trump verklaarde dat het staakt-het-vuren van juni afgelopen was, maar herriep dat ’s anderendaags weer. Er woedt een enorme strijd rond energievoorziening en een hele regio verkeert in een diepe, diepe crisis.
Mijn vraag ging in feite over de 20 % tolheffingen, maar ook dat is alweer veranderd door toedoen van president Trump. Wat echter niet verandert, is de oorlogstaal en de aanhoudende oorlog. Volgens president Trump zullen we volgende week “echt eens iets zien”. Of beter gezegd: Iran zal echt iets zien. Ik kan nog wel even doorgaan met zaken die de ene dag zo zijn en de andere dag anders. Er is evenwel één baseline: het is oorlog.
Ik heb hierover enkele vragen. Ten eerste, welke diplomatieke stappen onderneemt u binnen de Europese Unie om aan te sturen op een hernieuwd overleg tussen de VS en Iran?
Ten tweede, welke concrete steun verleent België aan de Verenigde Naties om de veiligheid en evacuatie van gestrande internationale zeevaarders in de regio te garanderen?
Ten derde, bent u bereid om via de Belgische diplomatieke kanalen in Teheran rechtstreeks te pleiten voor een onmiddellijke stopzetting van de raketaanvallen op buurlanden en op commerciële schepen?
Ten vierde, hoe stemt u het Belgische standpunt af met de Europese partners, om te vermijden dat de militaire escalatie de humanitaire situatie in de bredere regio, onder meer in Libanon en Jemen, verder doet ontsporen?
Mijn laatste vraag vat in feite alles samen. Mijnheer de minister, gelooft u nog in een einde op korte termijn van deze vreselijke oorlog, van dit verschrikkelijke conflict, of zijn we voor jaren vertrokken?
02.05 Michel De Maegd (Les Engagés): Madame la présidente, le planning de nos travaux étant très chargé, je m'en référerai donc à ma question écrite.
Monsieur le ministre, lors de nos derniers
échanges, nous commentions avec prudence l'émergence d'un cessez-le-feu entre
les Etats-Unis et l'Iran et les pourparlers engagés entre Washington et
Téhéran.
Depuis lors, comme nous le redoutions, la
situation s'est malheureusement à nouveau dégradée.
Plusieurs navires commerciaux ont été
attaqués dans le détroit d'Ormuz et les Etats-Unis ont rétabli leurs sanctions
sur les exportations pétrolières iraniennes et mené de nouvelles frappes contre
de nombreuses cibles militaires en Iran.
Téhéran a répliqué en visant des
installations américaines dans plusieurs États du Golfe et affirme avoir de
nouveau fermé le détroit d'Ormuz.
Une nouvelle escalade qui met à nouveau en
péril la liberté de navigation, la stabilité des Etats du Golfe et
l'approvisionnement énergétique mondial.
Dans le même temps, la population iranienne
reste prise entre la répression d'un régime qui poursuit les exécutions, les
arrestations et les restrictions des libertés fondamentales, et les
conséquences humaines et économiques des opérations militaires.
J'aimerais donc vous poser quelques
questions.
Tout d'abord, quelle est votre analyse de la
reprise actuelle des hostilités et considérez-vous que le cessez-le-feu ainsi
que l'accord intérimaire conclu en juin sont désormais caducs ou peuvent-ils
encore être sauvés?
Avez-vous eu des contacts, depuis les
dernières attaques, avec les autorités iraniennes, les États-Unis, les pays du
Golfe et les médiateurs régionaux, notamment le Pakistan, le Qatar et Oman?
Quelles initiatives la Belgique entend-elle
défendre au sein de l'Union européenne afin d'obtenir la cessation immédiate
des attaques contre les navires civils et le rétablissement complet et durable
de la liberté de navigation dans le détroit d'Ormuz?
Enfin, comment la Belgique et l'Union
européenne entendent-elles contribuer à la reprise des négociations sur le
programme nucléaire iranien?
Je vous remercie.
02.06 Els Van Hoof (cd&v): Ik voel me geneigd om collega De Maegd te volgen.
Mijnheer de minister, er lijkt
een einde te zijn gekomen aan het broze staakt-het-vuren tussen de
Verenigde Staten en Iran. De Verenigde Staten voerden de voorbij dagen
tientallen bombardementen uit op Iran, dat op zijn beurt verschillende
doelwitten aanviel in de Golfstaten. Volgens Iran is de Straat van Hormuz ook
opnieuw gesloten. De Verenigde Staten melden dan weer dat de Straat open is,
maar in praktijk is het scheepvaartverkeer er opnieuw ernstig verstoord.
Het is onduidelijk hoe het nu verder
moet, al zouden Qatarese onderhandelaars naar Iran gereisd zijn om de situatie
te de-escaleren en de gesprekken tussen Iran en de VS te hervatten. Ook Europa
kan daarin een rol spelen zoals Hoge Vertegenwoordiger Kallas op de Raad
Buitenlandse Zaken van vorige maand al aangaf.
Ik heb voor u de volgende vragen:
Welke concrete initiatieven worden op
EU-niveau genomen om tot een de-escalatie te komen en de onderhandelingen
opnieuw op te starten?
Welke maatregelen neemt de EU om de
tolvrije doorvaart in de Straat van Hormuz te verzekeren?
Hoe wordt de veiligheid van Belgen in de
Golfregio concreet gemonitord?
02.07 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, naar aanleiding van wat er al gezegd is en zoals ik in het verleden al benadrukt heb, is het regime in Iran natuurlijk een misdadig regime, dat het op zich verdient ten val te worden gebracht. Als we zien hoe dat regime de eigen bevolking onderdrukt en het aantal executies opvoert, moeten we dat niet alleen verachten, maar ook wensen dat het verdwijnt.
Daarnaast moeten we vaststellen dat de aanval die de Amerikanen samen met de Israëli’s op Iran hebben uitgevoerd, nog niet zoveel heeft opgeleverd. Als we de situatie vergelijken met die van voordien, zien we niet veel beterschap. De eventuele nucleaire capaciteit of capaciteit in opbouw is misschien nog meer vernietigd, wat op zich niet slecht is, maar het regime zit stevig in het zadel en gaat nog radicaler tekeer tegen de eigen burgers. Het ziet er niet naar uit dat het zal worden omvergeworpen.
De escalerende situatie in de Straat van Hormuz is daar een voorbeeld van. We kunnen erover discussiëren of dat aan Iran of aan de VS te wijten is, maar het staat vast dat er weer een escalatie is en dat het akkoord van 18 juni, dat ons enige hoop gaf, dode letter is en in het slechtste geval rijp is voor de prullenmand. Het is verbijsterend wat president Trump daar plots over vertelde: hij wierp zich op als de beschermheer van de Straat van Hormuz en kondigde een tol van 20 % aan. Die trok hij weliswaar meteen weer in nadat de olieprijzen stegen en hij deals kon sluiten met de Golfstaten, maar de achterliggende eis van betaling voor bescherming blijft wel overeind, net als de blokkade van de Iraanse schepen. Het is ontstellend in wat voor wereld we terechtgekomen zijn. Wij als Europese lidstaten worden als het ware gegijzeld door onze bondgenoot, want de economische druk op onze regio wordt daarmee opgevoerd.
Anderzijds drijft het Iraanse regime de binnenlandse repressie verder op. Intussen staren we ons blind op de olietankers die vastzitten in de Straat van Hormuz. Ik maak mij echter vooral zorgen over de gevangenen die door het regime worden vastgehouden. Ik denk in het bijzonder aan professor Djalali, die daar nog altijd gevangenzit. Ook zijn lot is onzeker en misschien moeten we het ergste vrezen. Laten we hopen van niet…
Mijn conclusie is dat de situatie escaleert en dat we geen oplossing zien. We zijn vertrokken voor weken, maanden en misschien zelfs jaren.
Hoe schat u de situatie inzake de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz in? In welke mate zitten we effectief gekneld en worden we bijna gechanteerd in die koehandel van Trump? Welke stappen kunnen we ondernemen, als land en binnen de Europese Unie, om te voorkomen dat deze chaos het doodvonnis wordt voor professor Djalali en andere politieke gevangenen in Iran?
De voorzitster: Aangezien niemand zich wenst aan te sluiten, geef ik het woord aan de minister.
02.08 Minister Maxime Prévot: Dank u, mevrouw de voorzitster. Beste Kamerleden, tijdens de commissievergadering van 17 juni had ik de gelegenheid om het recente memorandum of understanding tussen Iran en de VS te verwelkomen. Niet omdat het perfect was, zeker niet, maar omdat het tijdelijk een einde maakte aan de oorlog en een venster van diplomatieke kansen opende, niet alleen in Iran, maar ook in Libanon en de hele regio.
Les négociateurs devaient encore traiter, dans un délai très serré de 60 jours, heureusement prolongeable, un grand nombre de paramètres: programme nucléaire, uranium enrichi, allongement des sanctions américaines.
D'autres points,
importants à nos yeux, tels que la question du programme balistique, celle de
taxes ou d'un péage pour l'utilisation du détroit d'Ormuz, la situation des
droits humains ou les détentions arbitraires, ne figurent pas dans le protocole
d'accord, alors qu'ils doivent absolument être traités.
Malheureusement,
depuis fin juin les négociations sont particulièrement fragilisées par une
série d'incidents maritimes dans le détroit d'Ormuz, dont des attaques
iraniennes contre des navires commerciaux qui ont déclenché une séquence
d'action-réaction. Les États-Unis ont mené des frappes ciblées contre des
infrastructures militaires iraniennes, auxquelles Téhéran a riposté en visant
des installations américaines au Koweït et au Bahreïn. J'ai pu exprimer toute
ma solidarité à mon homologue koweïti à l'occasion d'une rencontre en marge du
Sommet de l'OTAN à Ankara et à mon homologue de Bahreïn, pas plus tard que
lundi dernier au Forum informel de haut niveau sur la sécurité régionale et la
coopération entre l'Union européenne et le Conseil de coopération des pays du
Golfe. Le Qatar, Oman, la Jordanie et les Émirats arabes unis ont également
signalé de nouvelles frappes.
Elke keer dat Iran een schip aanvalt dat probeert om langs de kust van Oman te varen, trekt president Trump een van de voordelen, vastgelegd in het memorandum of understanding van 17 juni, terug uit Teheran.
De Verenigde Staten raken Iran steeds harder en duwen het steeds verder weg. De VS trokken de vergunning voor olie-export in. Maandag kondigde de president van de Verenigde Staten aan dat hij opnieuw een Amerikaanse blokkade oplegt aan schepen die Iran bedienen, met een bijdrage van 20 % van de vervoerde waarde om die schepen te beschermen. Ironisch genoeg verwelkomde de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken die aanpak onmiddellijk door aan te bieden hetzelfde te doen, maar dan voor minder geld. Gisteren, dinsdag, had de Amerikaanse president het idee al laten vallen.
In een dergelijke onstabiele context kan niet volledig worden uitgesloten dat de Verenigde Staten op een gegeven moment het eiland Kharg zouden willen innemen, waarmee ik antwoord op een vraag van mevrouw Almaci. Naar mijn mening zou dat opnieuw een gevaarlijke en betreurenswaardige escalatie zijn.
Dans le contexte actuel, des dérapages sont également possibles: frappes sur une infrastructure énergétique ou civile majeure, incident maritime mal interprété, pertes humaines des deux côtés…
Mevrouw Van Hoof, ons diplomatieke netwerk staat in nauw contact met de Belgen in de Golf. We volgen de veiligheidssituatie in de landen van de regio nauwlettend op en ons reisadvies wordt zeer regelmatig bijgewerkt. Momenteel hebben we geen bijzonder zorgwekkende informatie ontvangen over onze landgenoten, maar we manen wel aan tot voorzichtigheid.
Mevrouw Safai, zoals ik al heb gezegd, weigerden verschillende landen, waaronder Saudi-Arabië, officieel de Verenigde Staten of Israël toe te staan om hun luchtruim of grondgebied te gebruiken voor aanvallen op Iran. Het feit dat er een Amerikaanse militaire basis op hun grondgebied is gevestigd, volstaat niet om die staten partij te maken in het conflict. Als slachtoffers van Iraanse aanvallen, ook op burgerdoelen en dus in strijd met het internationaal humanitair recht, kunnen de Golfstaten zich terecht beroepen op het recht op individuele of collectieve zelfverdediging op basis van artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties. Dat doen ze niet, en ik wil hun veerkracht dan ook prijzen.
À court et à moyen termes, plusieurs scénarios sont possibles. Dans le meilleur des cas, les partis cessent les hostilités et reprennent les négociations. Dans le pire des cas, on reviendrait à un conflit ouvert, comme il y a quelques mois, susceptible de durer encore plusieurs mois, si ce n’est davantage. Il en résulterait de lourdes conséquences sécuritaires, politiques et économiques pour la région bien entendu, mais également pour la Belgique. Rappelez-vous notamment les répercussions directes sur le prix des carburants.
Ce serait encore plus vrai pour les pays qui dépendent des importations d'engrais pour leur sécurité alimentaire. Il s'agit là d'un élément dont on parle trop peu, mais il existe une réelle angoisse actuelle, pas seulement des pays africains, mais de beaucoup de pays asiatiques aussi, quant au blocage de tous les engrais et les répercussions dramatiques que ce blocage peut provoquer à brève échéance, notamment en termes de sécurité alimentaire mondiale. On peut aussi imaginer une situation intermédiaire, où les escarmouches entre parties se poursuivent, mais en veillant à ne pas dépasser un certain seuil, avec ou sans négociation directe ou indirecte en parallèle. Un tel conflit à intensité moyenne resterait très délicat, d'une part à cause des risques sécuritaires et des perturbations du trafic maritime international et, d'autre part, parce que les capacités de résistance iraniennes sont certes affaiblies, mais restent non négligeables.
Par ailleurs, nous savons malheureusement que la rhétorique intérieure s'est encore durcie autour de la résistance et du rejet de tout compromis. Les factions conservatrices en Iran se sont encore radicalisées, et des tensions existent en interne vis-à-vis des composantes les plus modérées. Enfin, la situation économique aggrave cette fragilité. L'inflation en Iran est très élevée: le pouvoir d'achat s'effondre, et les prix alimentaires progressent plus vite que les salaires. La population souffre par ailleurs de coupures d'électricité et d'eau dans plusieurs régions.
Mijnheer Di Nunzio, we blijven pleiten voor de vrijlating van politieke gevangenen, onder meer van professor Djalali, maar zoals ik al gezegd heb, bemoeilijkt de huidige situatie ons werk.
Alors que faisons-nous? Lors de la réunion du Conseil Affaires étrangères de l'Union européenne lundi dernier, nous avons insisté sur la nécessité d'éviter une nouvelle escalade au Moyen-Orient. Il est en effet impératif de revenir à un cessez-le-feu et de reprendre les négociations.
Ik heb al herhaaldelijk gezegd dat de Europese Unie nu en tijdens de onderhandelingsfase niet mag worden buitengesloten. De Europese Unie zet haar eigen belangen en hefbomen op het spel, met name omtrent de sancties die Iran opgeheven wil zien, maar ook technische nucleaire expertise. Dat blijkt in de context van de onderhandelingen over het nucleair akkoord van 2015.
Nous continuerons donc à défendre, envers et contre tout, le respect du droit international par toutes les parties, y compris le droit de la mer. La Belgique, l'Union européenne et les pays du Golfe, ainsi qu'une très large majorité des pays du monde, sont alignés sur ce point. Un blocage ou la perception de taxes pour transiter par le détroit d'Ormuz constituerait un précédent désastreux pour tous les pays de la planète. Par conséquent, il n'en est pas question.
Nous continuerons également à défendre les instances internationales, les Nations Unies, comme cadre de résolution pacifique des conflits, et notamment l'Organisation maritime internationale.
Vrijheid van navigatie is niet onderhandelbaar. Het internationaal maritiem recht moet worden gegarandeerd. Ik heb onlangs niet nagelaten om dat te melden aan mijn Iraanse tegenhanger, toen ik hem telefonisch sprak. Dat betekent vrije navigatie zonder voorwaarden of beperkingen, inclusief het recht op doorvaart in overeenstemming met het zeerecht.
Aux principes et aux valeurs, nous ajoutons les actes, dans une logique purement défensive, en prépositionnant nos capacités de déminage, afin de contribuer, le moment venu, à l'initiative internationale pour le détroit d'Ormuz emmenée par la France et le Royaume-Uni.
We consulteren voortdurend onze partners als onderdeel van die multinationale missie.
Nous maintenons également les sanctions européennes contre le régime iranien, mais nous soutenons bien évidemment le peuple d'Iran. La Belgique soutient un dialogue critique avec les autorités iraniennes, mais nous n'hésitons pas à durcir le ton lorsque cela s'avère nécessaire, comme le démontrent les nombreuses sanctions additionnelles adoptées au plan européen ces derniers mois à l'encontre de certains individus et entités affiliés à la République islamique.
La surenchère concentrée sur le Golfe a également ravivé les tensions au Liban, où Israël a poursuivi les opérations contre le Hezbollah.
Naar aanleiding van het MoU tussen de VS en Iran werd nochtans op 26 juni een trilaterale overeenkomst bereikt tussen Libanon en Israël onder sponsoring van de Verenigde Staten.
Cet accord est une étape nécessaire vers une désescalade du conflit et une expression de la souveraineté des autorités libanaises. Il ouvre une nouvelle séquence diplomatique bienvenue, mais il reste déséquilibré par certains aspects. Je resterai également attentif aux provisions de l'accord qui semblent restreindre les recours aux mécanismes internationaux, car le respect du droit international public – y compris le droit international humanitaire – et la responsabilité pénale internationale des violations présumées constituent une pierre angulaire pour la construction d'une paix juste et pérenne dans la région.
Desalniettemin zal het succes van de uitvoering ervan vooral afhangen van de naleving van resolutie 1701 van de Veiligheidsraad en van de steun aan het Libanese leger, dat een monopolie moet hebben op het gebruik van geweld op Libanees grondgebied om de interne stabiliteit van het land te waarborgen.
C'est la raison pour laquelle j'ai salué l'adoption en juin par le Conseil de l'Union européenne d'une quatrième mesure bilatérale d'assistance dans le cadre de la Facilité européenne pour la paix afin de renforcer les capacités de défense des forces armées libanaises. Cela porte le soutien total de la Facilité européenne pour la paix au Liban à 182 millions d'euros à ce jour. Une future mission européenne est également envisagée dans le cadre de la politique de sécurité et de défense commune.
Je terminerai en rappelant que la Belgique
n'oublie évidemment pas les peuples iranien et libanais, qui ont payé le prix
fort de la guerre ces derniers mois. Nous continuons à défendre leurs
aspirations légitimes pour la paix, pour l'exercice de leurs droits et à œuvrer
en ce sens. S'agissant des répercussions du conflit régional sur l'économie
belge, l'approvisionnement et l'état de nos réserves, je vous renvoie vers mon
collègue en charge de l'Économie. Je vous remercie.
02.09 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Ik dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Het is overduidelijk dat, om een internationaal conflict van deze omvang te stoppen, we enerzijds een president in de Verenigde Staten nodig hebben met wie kan worden samengewerkt en die voorspelbaarheid is, maar dat is op dit moment helaas niet het geval, en anderzijds een regime dat zijn woorden nakomt, maar met het Iraanse regime is het tegendeel waar. We zitten dus, zoals men het in het Engels zo mooi zegt, stuck between a rock and a hard place, en dat is in dit geval een understatement.
Ik ben het met u eens dat Europa zich moet laten gelden en dat we aan tafel moeten gaan zitten en met één stem moeten spreken. Dat is niet evident, zeker ook vanwege de dubbele verhoudingen, bijvoorbeeld ten aanzien van het regime van Trump. We moeten gebruikmaken van de hefbomen die we hebben. Als we als land beslissen om bijvoorbeeld een mijnenjager klaar te houden, dan is dat een hefboom om in Europa, maar ook ten aanzien van zowel de VS als Iran, onze eisen op tafel te leggen.
Ik ben het met u eens dat we de internationale verplichtingen inzake de vrijheid van navigatie op economisch vlak, maar ook inzake alles wat met mensenrechten te maken heeft, zoals inzake professor Djalali, op tafel moeten blijven leggen. Het is aan ons om op een volwassen manier te zoeken hoe we dat ook kunnen afdwingen en wat we concreet kunnen doen om het conflict te stoppen.
Die geopolitieke druk moet leiden tot gerichte acties, want vandaag betaalt de bevolking in zowel Libanon als Iran de prijs voor een gevecht tussen twee mogendheden, dat meer op een strijd van ego's lijkt dan op iets anders, waar de hele wereld onder lijdt en waarvan het ernaar uitziet dat we nog jaren zullen worden geconfronteerd met absolute, diepgaande ellende.
02.10 Darya Safai (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Uiteraard, het klopt dat het Iraanse volk de prijs. Ze betalen die prijs al 47 jaar. Ze zijn niet de slachtoffers van Trump. Ze zijn niet de slachtoffers van het Westen. Ze zijn niet de slachtoffers van België. Ze zijn de slachtoffers van de ayatollahs. Laten we daarover duidelijk zijn. Dat is de boodschap van het Iraanse volk. Het vraagt gewoon om een definitieve oplossing, maar dat is met het Iraanse regime niet mogelijk.
De sancties moeten behouden blijven. Hoe ellendig de economie in Iran vandaag ook is, u vergist zich als u ook maar één seconde denkt dat het opheffen of verlichten van de sancties het Iraanse volk kan helpen.
Het Iraanse regime verkoopt al jaren, zelfs in tijden van sancties, meer dan een miljoen barrels olie per dag en van die opbrengst is nooit iets tot bij het Iraanse volk geraakt. Weet u waar het naartoe gaat? Kijk maar eens in de ondergrondse tunnels. Het is allemaal naar missiles gegaan, naar de laatste technologie, naar Shaheddrones, naar de beste technologie om nucleaire wapens te maken waarmee ze uiteindelijk de Europeanen en de westerlingen bedreigen. De opbrengsten van de olie- en gasexport gaat niet naar het Iraanse volk, maar wel naar de financiering van terrorisme. Hezbollah, Hamas en de Houthi's die de vrije wateren aanvallen, worden stuk voor stuk gefinancierd met het geld van het Iraanse volk. U moet niet naïef zijn en u moet die economische sancties behouden om het Iraanse regime te breken. Dat geld komt nooit bij het volk terecht. Laten we alstublieft duidelijk stellen dat diplomatie heeft gefaald. U kunt dat wel eisen van Araghchi of van wie dan ook die iets betekent, maar uiteindelijk beslist Mojtaba Khamenei, als die nog leeft, of de IRGC, als Mojtaba Khamenei niet meer bestaat. Wij moeten voortdoen voor het Iraanse volk, voor de vrijheid, zodat al die problemen voor eens en voor altijd worden opgelost. Daar gaan we voor.
02.11 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Je ne sais pas par où commencer, mais j’ai l’impression qu’il y a une inversion des responsabilités. Selon moi, le problème principal de cette guerre est d’abord une guerre illégale menée par les États-Unis contre le peuple iranien. C’est là l’origine du problème. À cet égard, une condamnation s’impose, monsieur le ministre, notamment concernant les attaques américaines menées aujourd’hui contre l’Iran. Il s’agit également d’une violation qui doit être condamnée, et non pas chercher à la justifier.
D’ailleurs, il est assez frappant de constater que, lorsqu’il s’agit de sanctions contre l’Iran, il ne semble pas y avoir de problème de consensus au sein de l’Union européenne. En revanche, la question du consensus devient nettement plus compliquée lorsqu’il s’agit d’Israël. Par ailleurs, lorsque l’on évoque les actions d’Israël au Liban, on reprend souvent les éléments de langage du gouvernement israélien selon lesquels il s’agirait uniquement d’attaquer le Hezbollah.
J’étais au Liban il y a un mois, monsieur le ministre. C'est l’ensemble du peuple libanais qui souffre de la guerre menée par Israël. Toutes les communautés et toutes les confessions sont touchées. On compte plus d’un million de personnes réfugiées et déplacées, peut-être même près d’un million et demi. Elles dorment dans leur voiture, au bord des routes, sous des tentes ou dans des écoles. Des établissements scolaires ne peuvent plus assurer leur mission parce qu’ils sont devenus des centres d’accueil pour les personnes déplacées. Voilà la réalité du Liban aujourd’hui.
Dire qu’Israël agit uniquement pour combattre le Hezbollah ne permet pas d’expliquer l’ensemble de la situation. Ils ont un projet colonial. Sinon, comment expliquer qu’Israël occupe aujourd’hui près de 10 % du territoire libanais? Comment expliquer l’absence de condamnation de cette colonisation illégale d’une partie du territoire d’un État souverain? Franchement, notre attitude interroge. Pourquoi Israël mettrait-il fin à ses actions lorsqu'il constate les réactions de l’Union européenne, des États européens et, plus généralement, de l’Occident? Quelle raison aurait-il de s’arrêter?
À chaque fois, nous avons l’impression qu’un chèque en blanc lui est accordé pour poursuivre les actions qu’il souhaite mener. Aucune prise de position sérieuse ne semble remettre en cause cette politique coloniale. Dès lors, cette politique se poursuit. Et cela me paraît profondément scandaleux, monsieur le ministre. Lorsque je compare le premier débat au second, j’ai le sentiment que l’on observe une différence de traitement. Il y a une forme de partialité (…)
02.12 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord.
Een militaire oplossing voor dit conflict bestaat niet, die zal enkel tot meer oorlog leiden. Alleen onmiddellijke diplomatie leidt tot de-escalatie en herstel van de vrije en veilige doorgang of doorvaart in de Straat van Hormuz. Dat alleen kan de totale regionale oorlog voorkomen.
België moet met de Europese Unie zijn diplomatieke gewicht in de schaal leggen om beide partijen, namelijk de Verenigde Staten en Iran, opnieuw aan tafel te krijgen.
Zoals u ook hebt aangegeven, mag de Europese Unie niet worden buitengesloten. Wij hebben eigen belangen en eigen hefbomen. Wij kunnen dus ook een stem in het conflict hebben.
Velen hier in België, maar ook in de hele Europese Unie, beseffen immers nog niet ten gronde wat de impact van die oorlog is, niet alleen voor de levens en de mensen daar, maar ook hier bij ons in België voor onze koopkracht en voor de prijzen aan de pomp. Als die oorlog blijft duren, komen wij daar allemaal heel erg veel slechter uit. Daarom houd ik een pleidooi voor diplomatie op EU-niveau en vraag ik u om daarvoor te blijven pleiten.
02.13 Michel De Maegd (Les Engagés): Monsieur le ministre, merci pour ces éléments de réponse. La situation évolue chaque jour et, si j'ose dire, nous naviguons à vue. Ces derniers mois, vous avez tenu une ligne claire, qui est la vôtre dans de nombreux dossiers: ferme sur le respect du droit international, en l'occurrence sur le droit de la mer, qui est non négociable, prudent sur les emballements diplomatiques et lucide sur la nature du régime iranien. Il faut maintenir ce cap, notre pays, au sein de l'Union européenne, doit pousser pour une désescalade et être prêt, le cas échéant, à participer au déminage du détroit d'Ormuz.
Gardons toujours à l'esprit, chers collègues, qu'au-delà des énormes enjeux énergétiques ou maritimes, il y a un peuple iranien qui paye le prix fort, celui de la répression intérieure, celui d'une guerre qu'il n'a pas choisie. Notre diplomatie doit donc aussi porter la voix de ces Iraniens qui n'ont ni les armes du régime ni celles de ses adversaires, comme la voix du peuple libanais, pris en étau dans un conflit qu'il ne souhaite pas.
02.14 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Het Iraanse volk lijdt onder het vreselijk Iraanse regime. U hebt ook een negatief toekomstbeeld geschetst en de analyse gemaakt dat het containmentbeleid van de Trumpadministratie heeft gefaald. Het is een catastrofe. Geen enkel doel werd bereikt. We zitten nu met een oorlog en een handelsconflict zonder voorgaande. We moeten beschermen wat vroeger niet moest worden beschermd, namelijk de Straat van Hormuz, waar de escalatie zich op een enorme ladder van wederzijdse blokkades, tolheffingen en aanvallen bevindt.
Alles moet dus in de schaal worden gelegd om op Europees vlak voldoende gewicht te krijgen en de vrijheid van navigatie te vrijwaren. Vandaag schijnt de zon nog en hebben we geen verwarming nodig, maar ik houd mijn hart vast voor de winter. We staan ook voor moeilijke begrotingsbesprekingen en worden door de situatie aldaar eveneens geraakt.
Mijn oproep aan de Europese Unie is dan ook om sterk aanwezig te zijn tijdens de onderhandelingen en ervoor te zorgen dat we hier niet dezelfde prijs moeten betalen als de Golfregio vandaag. Alles moet in de schaal worden gelegd, zoals de zaken die u hebt opgesomd, zoals ontmijning en individuele sancties. U hebt dan ook mijn volle steun om via Europa zo veel mogelijk gewicht in de schaal te leggen.
02.15 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoorden, ook over professor Djalali. Het is belangrijk dat zijn situatie verder wordt opgevolgd. Ik begrijp dat de huidige omstandigheden dat veel moeilijker en risicovoller maken, maar het is belangrijk dat we ons zijn lot blijven aantrekken. Het is goed dat u dat hier ook bevestigt.
Als ik de situatie en de tussenkomsten beschouw, kan ik maar één ding concluderen. Het Iraanse regime hebben we altijd als vijandig en onbetrouwbaar moeten beschouwen. Dat is al heel lang het geval. Vroeger konden we echter terugvallen op het internationaal recht en de gebruikelijke diplomatieke kanalen om op de een of andere manier te onderhandelen en het Iraanse regime onder druk te zetten om het in een bepaalde richting te bewegen.
Ik vrees echter dat we stilaan moeten concluderen, en dat dat ook het oordeel van de geschiedenis zal zijn, dat de VS met deze president een cruciale fout heeft gemaakt. Door de bekende paden van het internationaal recht en de gebruikelijke diplomatieke wegen te verlaten, spelen we het spel van het Iraanse regime. Door dat spel te spelen zijn we nog slechter af. De commissievoorzitter stelde terecht dat geen enkel doel werd bereikt en we zitten in een zodanige positie dat, als we ooit een compromis kunnen bereiken, we nooit een situatie zullen bereiken die zelfs maar even gunstig is als de startpositie. Het is ongelofelijk in wat voor miserie we gestort zijn. Ik wil graag geloven in het ideaal dat sommigen koesteren om dat regime te verwijderen, maar ik vrees dat we moeten vaststellen dat het tegendeel waar is.
Nu is het Iraanse volk slachtoffer, met een regime dat nog steviger in het zadel zit, maar bij uitbreiding is de wereldeconomie en is onze Europese welvaart het slachtoffer. Daarom sluit ik mij aan bij de oproepen die zijn gedaan. We moeten spreken als Europese Unie, zoals u zegt, niet als kikkers, maar als een buffel; we moeten één vuist maken als Europa en niet verdeeld zijn. Dat is de enige manier om te wegen op deze situatie, waar we allemaal onder lijden, en om onze belangen te vrijwaren.
De voorzitster: De heer Van Rooy wenst aan te sluiten bij de replieken.
02.16 Sam Van Rooy (VB): Bij de debatten over Iran valt mij telkens op dat behalve Darya Safai geen enkel parlementslid echt weet waarover hij of zij spreekt. Sommigen verdenk ik ervan o mstiekem de islamitische republiek te steunen, al is het maar uit haat tegenover de VS of Israël.
In het vorige debat, over Palestina, had iedereen het hier over apartheid, genocide en bezetting. Nu het over Iran gaat, hoor ik die termen niet, terwijl Iran een bezet land is, een gestolen land, namelijk bezet door de islamitische jihad, gestolen door de ayatollahs en de moellahs; bezet en geïslamiseerd door die zogenaamde islamitische republiek die sharia-apartheid oplegt en genocidaal geweld pleegt tegen het Iraanse volk.
Bovendien exporteert het Iraans regime jihadistische terreur naar de rest van de wereld, inclusief naar het Westen en naar ons land, België. Er zijn vele voorbeelden. De doodsfatwa van ayatollah Khomeini en de jihadistische aanslagen tegen Salman Rushdie hebben toch niet helemaal niets betekend? Is iedereen dat al vergeten?
Die islamitische ayatollahs, die jihadisten in Iran, vermoorden massaal de Iraanse bevolking. Stel u dus toch eens voor wat die islamonazi's, want dat zijn het, met ons zouden doen, mochten ze daartoe in staat zijn, bijvoorbeeld met vele duizenden ballistische raketten of nucleaire wapens. Velen hier zien dat niet in of willen dat niet inzien. Ik weet waarom, omdat hun haat tegen de VS, tegen Israël en tegen het vrije Westen, tegen onszelf dus eigenlijk, groter is dan hun bekommernis voor het Iraanse volk. Ik vind dat een weerzinwekkende houding.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03.01 François De Smet (DéFI):
Depuis le déclenchement de la guerre d'agression contre l'Ukraine, la Russie
a multiplié les détentions et les condamnations de ressortissants étrangers et
de binationaux, souvent au terme de procès dont l'équité est plus que douteuse
et qui s'apparentent à une forme de diplomatie de l'otage. Ces dossiers placent
les chancelleries occidentales devant un dilemme connu : assurer une protection
consulaire effective tout en refusant de céder à toute instrumentalisation
politique.
Selon une dépêche Belga du 2 juin dernier ,
un citoyen belgo-russe vient d'être condamné à seize ans de camp pénitentiaire
en Russie, au terme d'un procès qualifié de « parodie ».
Cette peine d'une sévérité extrême,
prononcée contre un ressortissant possédant la nationalité belge, appelle une
réaction claire de notre diplomatie et soulève la question plus générale de
notre capacité à protéger nos concitoyens détenus dans des régimes
autoritaires.
En conséquence, Monsieur le Ministre peut-il
me faire savoir:
si le gouvernement dispose d'informations
confirmées sur l'identité, la situation et les conditions de détention de ce
ressortissant belgo-russe
les démarches consulaires et diplomatiques
entreprises ou envisagées, et si la
Belgique bénéficie d'un accès consulaire effectif, sachant que la Russie ne
reconnaît généralement pas la double nationalité ?
La Belgique entend coordonner sa réponse avec ses partenaires
européens, notamment face à ce qui s'apparente à une politique de détention
arbitraire de binationaux ?
Combien de ressortissants belges ou
belgo-russes sont actuellement détenus
en Russie, et quel suivi le SPF Affaires étrangères en assure-t-il 5. 5. les
recommandations adressées à nos
concitoyens binationaux susceptibles de se rendre en Russie ?
03.02 Maxime Prévot, ministre: Mes services suivent ce dossier très attentivement. Notre ambassade à Moscou et nos services à Bruxelles sont en contact régulier avec la famille de notre compatriote ainsi qu'avec ses avocats. Notre ambassade a en outre déjà entrepris plusieurs démarches afin que l'état de santé de l'intéressé fasse l'objet d'un suivi attentif. Notre ambassade a également demandé à pouvoir effectuer une visite consulaire auprès de l'intéressé. Cette demande a toutefois été refusée jusqu'à présent en raison de sa double nationalité.
Conformément au Règlement général sur la protection des données et compte tenu de la sensibilité de ce dossier, aucune information complémentaire ne peut être communiquée à ce stade, et certainement pas en commission.
En ce qui concerne le nombre de Belges détenus en Russie, le SPF Affaires étrangères n'est actuellement informé que d'un seul cas.
Je précise toutefois que nous ne sommes informés d'une détention à l'étranger que lorsque la personne concernée demande explicitement à bénéficier de l'assistance consulaire. Il n'est donc pas exclu qu'il existe un certain nombre de cas non recensés. Dès lors, nous ne disposons pas de données certaines quant au nombre de ressortissants belges actuellement détenus en Russie.
Enfin, en ce qui concerne les communications du SPF Affaires étrangères à destination des citoyens belges, il est toujours recommandé à nos concitoyens de consulter attentivement les avis de voyages du ministère avant tout déplacement à l'étranger. L'avis de voyage actuel déconseille tous les déplacements vers la Russie.
03.03 François De Smet (DéFI): Je vous remercie, monsieur le ministre.
Je comprends le caractère prudent de votre réponse au regard des enjeux actuels. Je vous sais attentif au sort des ressortissants détenus à l'étranger, fussent-ils binationaux, ce qui, je le conçois aisément, ne rend pas les choses faciles.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
04.01 François De Smet (DéFI): En audience de la Cour d’appel de Bruxelles relative au
contentieux portant sur le rapatriement d’une enfant de 10 ans détenue en Syrie
depuis 2017, l’État belge a déclaré par la voix de son conseil qu’il ne
prévoyait pas de condition de rapatriement pour cette fille de moins de douze
ans, même si elle devait être rapatriée seule. "L’État belge ne
prend pas de disposition particulière pour une personne détenue dans un camp
syrien", a encore ajouté l’avocate de l’État fédéral, sans faire de
distinction entre les combattants djihadistes belges, présumés ou coupables,
les femmes belges de ces combattants et leurs enfants de nationalité belge ou
qui peuvent y prétendre. La justice interroge l’État belge sur l’enjeu
spécifique du retour des enfants mineurs, puisque l’accord de gouvernement
fédéral ne donne aucune position politique à cet égard. Or, comme le rapporte
la défense de l’enfant détenue en Syrie avec sa mère belge depuis 2017, vous
aviez déclaré, le 10 avril 2025 , Monsieur le ministre, que l’État belge
aiderait activement au retour des enfants de moins de douze ans qui se trouvent
encore dans un camp en Syrie. Cette situation interroge les obligations de la
Belgique envers ses ressortissants mineurs et le respect de l'intérêt supérieur
de l'enfant.
En conséquence, monsieur le ministre peut-il
me faire savoir si il confirme la position de l'État belge dans ce dossier et
peut en exposer les motifs Comment cette position se concilie avec les
engagements internationaux de la Belgique, notamment la Convention relative aux
droits de l'enfant et le principe de l'intérêt supérieur de l'enfant Combien
d'enfants belges se trouvent encore dans les camps du nord-est syrien, et
quelle est la doctrine actuelle du gouvernement en matière de rapatriement des
mineurs Quelles démarches diplomatiques et consulaires sont menées pour assurer
la protection de ces enfants, et envisagez-vous une révision de la doctrine de
rapatriement?
si l’État belge respectera l’arrêt prochain de la Cour d’Appel de Bruxelles si celle-ci ordonne le rapatriement de cet enfant?
04.02 Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer de minister, het Brusselse hof van beroep heeft in juni beslist dat de Belgische Staat maatregelen moet nemen zodat een vrouw die zich heeft aangesloten bij IS kan terugkeren naar ons land. Die vrouw heeft de Belgische nationaliteit en moet volgens de rechtbank samen met haar tienjarige dochter kunnen terugkeren naar België vanuit het Syrische gevangeniskamp Al-Hol.
De overheid heeft van de rechtbank een maand de tijd gekregen om de nodige stappen daartoe te zetten. Vorige week hebben we in de pers kunnen lezen dat het vonnis ondertussen is betekend. Als geen gevolg wordt gegeven aan het arrest, zal de Belgische Staat een dwangsom van 2.500 euro per dag vertraging moeten betalen. Dat bedrag zou worden gestort op de bankrekening op naam van de minderjarige dochter.
In het regeerakkoord staat heel duidelijk het volgende, en ik citeer: "Wij zorgen ervoor dat, in het belang van onze nationale veiligheid, terroristische strijders niet naar ons land kunnen terugkeren." Die vrouw is natuurlijk een terroristische strijder. Laat ons daar absoluut geen verwarring over zaaien. Ik heb daarover een aantal vragen. Die had ik oorspronkelijk gericht aan de minister van Justitie, maar zij heeft mij doorverwezen naar u, de minister van Buitenlandse Zaken.
Ten eerste, wat is uw reactie op die uitspraak? De minister van Justitie heeft de gewoonte te zeggen dat zij daarover geen reactie heeft. Ik vind echter dat politici en ministers daar wel degelijk een standpunt over moeten innemen. We moeten wel degelijk een visie hebben wat we daarover denken.
Ten tweede, zal het arrest van het hof van beroep nog worden aangevochten? Zal bijvoorbeeld cassatieberoep worden ingesteld? Zo ja, welke stappen zult u daartoe zetten of werden daarvoor al gezet? Zo niet, welke stappen zal de regering dan zetten om de terugkeer van die IS-strijdster en haar dochter mogelijk te maken? Als het arrest moet worden uitgevoerd, wat zal er dan met hen gebeuren bij hun terugkeer? Bovenal, hoe rijmt u dat met de duidelijke belofte die in het regeerakkoord is opgenomen?
Ten derde, we weten intussen wanneer de termijn van een maand afloopt. Aangezien het arrest vorige week is betekend, is dat op 10 augustus.
Ten slotte, en dat is misschien wel de meest fundamentele vraag, mijnheer de minister, zal de Belgische Staat, indien die termijn van een maand wordt overschreden, daadwerkelijk overgaan tot de betaling van de dwangsommen? Zo niet, hoe zult u ervoor zorgen dat er geen cent belastinggeld naar die Syriëstrijdster gaat?
04.03 Sam Van Rooy (VB): Het feit dat mijn goede collega Alexander Van Hoecke en ik hier allebei een vraag stellen over dezelfde kwestie, toont hoeveel belang we hieraan hechten. Dit dreigt immers een schandalige zaak te worden voor België en de Belgische regering.
Ik zal de prima vragen van mijn collega niet herhalen, maar ik wil er nog aan toevoegen dat het om een vrouw gaat met Turkse roots, die afreisde naar het IS-kalifaat en daar – toch een pittig detail – bij de shariapolitie heeft gewerkt. We weten hopelijk allemaal wat dat betekent: weerzinwekkende, tirannieke praktijken tegen vrouwen, holebi’s, atheïsten en niet-islamitische minderheden. Vervolgens huwde ze er met een jihadist en kreeg ze kinderen. Hoe kon het ook anders, aangezien de islam vrouwen helaas als broedmachines beschouwt.
Mijnheer de minister, ik ben zeer benieuwd naar de antwoorden op onze vragen. Ik hoop dat dit niet het zoveelste geval wordt waarbij België een gevaarlijke jihadist uit Syrië terughaalt.
04.04 Maxime Prévot, ministre: Messieurs, nous prenons acte de l'arrêt qui a été rendu par la cour d'appel, qui nous a été formellement signifié le 9 juillet. Nous sommes toujours en train d'analyser l'arrêt avec nos conseils et je ne peux donc pas commenter cet arrêt davantage en détail pour le moment.
Je peux vous confirmer que, comme le prévoit l'accord de gouvernement et au regard des conditions sécuritaires qui sont difficiles dans la région, il n'est pas dans l'intention du gouvernement de réitérer des opérations de rapatriement.
La Belgique respecte ses engagements internationaux. La prise en compte de l'intérêt supérieur de l'enfant n'équivaut pas à une obligation de rapatriement pour l'État belge.
Er moet in deze context rekening worden gehouden met een groot aantal factoren, zoals de mogelijkheden voor België om op te treden gezien de politieke en veiligheidssituatie ter plaatse of het eventuele veiligheidsrisico dat de betrokken personen kunnen vormen. We moeten voorzichtig blijven met cijfers gezien de voortdurende veranderingen in de situatie ter plaatse en de mogelijkheden om volledig betrouwbare en actuele gegevens te verkrijgen. Mijn diensten volgen de situatie in de regio op de voet.
Entre nous, ce ne sont pas les parents qui m'intéressent, mais le sort des enfants, qu'on pourrait peut-être soustraire à cet environnement extrêmement criminogène dans lequel ils vont subsister. Alors, j'entends qu'on ne peut pas non plus jouer les MacGyver et aller les chercher. J'entends la complexité de la situation, mais je crois que la Convention internationale de protection des droits de l'enfant doit aussi pouvoir s'appliquer.
Je n'en dirai pas plus et je reviendrai sur ce dossier lorsque le ministre et ses services seront en mesure de nous en dire plus.
04.06 Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer de minister, net als collega De Smet ben ik verrast door uw bondige antwoord, maar eerlijk gezegd begrijp ik het niet. De Belgische Staat heeft nu een maand de tijd om ervoor te zorgen dat die vrouw en haar kind kunnen terugkeren naar ons land. U zegt dat u het arrest zult analyseren, maar dat het niet de bedoeling is om actief te repatriëren. Wat gaat u dan wel doen? U hebt een maand om een beslissing te nemen. Ofwel gaat u dwangsommen betalen, ofwel gaat u die vrouw en haar dochter geen strobreed in de weg leggen, zodat ze naar België kunnen terugkeren. Dat is een fundamentele beslissing die u moet nemen. Als u beslist hen geen strobreed in de weg te leggen – en daar lijkt het op, want u zegt dat u niet zult repatriëren en het arrest verder zult analyseren, zonder daar verder op in te gaan – dan is dat bijzonder problematisch in het licht van het regeerakkoord.
In het regeerakkoord staat heel duidelijk dat we in het belang van onze nationale veiligheid geen terroristische strijders naar België terughalen. Wanneer mensen wijzen op het belang van de kinderen, kan ik daar tot op zekere hoogte begrip voor opbrengen. Toch kunt u die twee niet van elkaar loskoppelen. Laat ons vooral niet vergeten over wie het hier gaat. Er wordt vaak gesproken over de vrouwen van IS alsof zij slachtoffers zijn of alsof zij naar Syrië zijn meegesleurd. Het gaat over mensen die ten volle voor het kalifaat hebben gekozen en die dat in al zijn aspecten hebben omarmd. Zij wisten perfect wat ze wilden en ze hebben daar bewust voor gekozen. Dit zijn terroristen, niet de vrouwen van terroristen. Het zijn terroristen die bewust een keuze hebben gemaakt en die nu ons rechtssysteem misbruiken, zich nu op ons rechtssysteem beroepen om ervoor te zorgen dat wij hen moeten terughalen en vervolgens ook nog eens voor hen moeten betalen wanneer zij opnieuw in ons land zijn.
Ik had dan ook een veel duidelijker antwoord verwacht, mijnheer de minister. Ik vrees dat we nu zullen moeten wachten tot 10 augustus om te zien welke beslissing wordt genomen. Als u niet actief zult repatriëren, zie ik nog maar twee mogelijkheden. Ofwel gaat u dan dwangsommen betalen, ofwel gaat u hen gewoon laten terugkeren. Ik zou het bijzonder jammer vinden als we op 11 augustus in de krant zouden moeten lezen welke keuze uiteindelijk is gemaakt. Ik denk dat u maar al te goed weet wat u van plan bent te doen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat u nog een maand nodig hebt om dit arrest te analyseren. U hebt een maand om een beslissing te nemen en die beslissing zou u nu al moeten nemen.
04.07 Sam Van Rooy (VB): Minister, dit is echt een misselijkmakend dossier, typerend voor onze overgejuridiseerde maatschappij. Een rechter verplicht België om een Syrië-jihadiste terug te halen, die naar het IS-kalifaat was afgereisd en er bij de shariapolitie werkte. Als België dat niet doet, moeten we zelfs een dwangsom van 2.500 euro per dag betalen. De burger in dit land verliest dus altijd. Ofwel komt de jihadiste terug, ofwel moet België betalen. Het is het een of het ander.
Leg dat maar eens uit aan alle goede burgers in dit land met een klein pensioen. Leg dat maar eens uit aan alle mensen die dringend steun van de overheid nodig hebben, maar op een wachtlijst staan. Minister, al te vaak blijkt dat terreur in dit land uiteindelijk loont.
04.08 Maxime Prévot, ministre: Je me permets de réagir parce que les deux réactions du Vlaams Belang, qui vocifère à chaque fois qu'il en a l'occasion, illustrent bien pourquoi il faut quitter les slogans faciles dans lesquels vous aimez vous complaire pour faire une analyse. En effet, la décision de la Cour n'impose pas à la Belgique le rapatriement. Ça, c'est votre slogan, votre raccourci, parce que vous préférez vous en tenir à deux articles de presse plutôt qu'à l'analyse fine d'une décision. Oui, on va analyser la décision juridique qui ne dit pas que la Belgique est condamnée à rapatrier. Mais cela demande de la nuance, et je sais que vous n'en êtes pas familiers.
04.09 Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer de minister, ik vind het heel bizar. U zegt dat we niet weten waarover het gaat, maar kunt u ons dan uitleggen waartoe België veroordeeld is? In de pers stond dat België moet zorgen dat er die vrouw niets in de weg wordt gelegd om te kunnen terugkeren. Klopt dat of niet? Als u zegt dat we verkeerd zijn, dan weet u toch wat er in dat arrest staat? Ik hoop alleszins dat u dat weet en zal het u niet kwalijk nemen als u ons corrigeert, maar dan moet u wel zeggen wat er precies in dat arrest staat en niet zeggen dat we niet weten waarover we praten, want dat houdt absoluut geen steek.
04.10 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, het is nu aan u. U denkt ons te kunnen verbeteren. Mijn collega stelt…
04.11 Maxime Prévot, ministre: L'arrêt n'impose pas que la Belgique soit forcée d'organiser le rapatriement. Chaque mot a toujours une importance, surtout dans les actes juridiques. Je ne suis pas juriste et je m’exprime de mémoire, sous toute réserve, dans l’attente de l’analyse complémentaire que nous devons encore effectuer, puisque ce document ne nous est parvenu que récemment, le 9 juillet.
La Cour a exigé que la Belgique prenne attitude et position endéans un mois, ce délai commençant à partir de la notification, donc le 9 juillet, pour pouvoir statuer sur ce dossier, estimant qu'il n'avait pas été traité avec célérité par rapport à la demande qui était faite de pouvoir organiser le retour. Cela ne signifie pas que la Belgique s'est vu condamnée à organiser ce retour.
C'est bien pour cela que je dis qu'il ne faut pas faire de tels raccourcis. J'ai rappelé dans la réponse que l'accord de gouvernement était clair et que nous n'avions aucune intention d'organiser un quelconque rapatriement de ces combattants terroristes étrangers (FTF). Je ne vois pas où il subsiste un quelconque manque de clarté.
04.12 Alexander Van Hoecke (VB): Het Parlement krijgt het laatste woord. Dat heb ik mij ooit laten vertellen.
Mijnheer de minister, uw woorden zijn heel accuraat. Dat is absoluut hetzelfde als wat ik heb gezegd. Ik heb nooit beweerd dat de Belgische Staat is veroordeeld tot het repatriëren en het terughalen uit Syrië. Ik heb gezegd dat België ertoe is veroordeeld om ervoor te zorgen dat die vrouw kan terugkeren.
U stelt nu dat het regeerakkoord vandaag in die zin wordt geïnterpreteerd dat wij geen militairen naar Syrië zullen sturen om die mensen terug te halen, maar dat wij die mensen ook geen strobreed in de weg zullen leggen om terug te keren. Als u het regeerakkoord op die manier interpreteert, is dat heel bijzonder.
U legt mij woorden in de mond. U stelt dat ik beweer dat wij met een vliegtuig naar Syrië moeten vliegen en die vrouw daar moeten ophalen. Dat is voor alle duidelijkheid niet wat ik heb beweerd. U maakt er een juridisch spel van. U merkt op dat het eigenlijk om een nuance gaat tussen mensen geen strobreed in de weg leggen en hen actief terughalen. In essentie komt dat op hetzelfde neer, namelijk dat die vrouw opnieuw voet op de grond zou kunnen zetten en opnieuw zou worden opgenomen in onze samenleving.
Dat is waar ik en mijn hele partij ons altijd tegen zullen verzetten. Ik vermoed dat het overgrote merendeel van onze landgenoten daar precies hetzelfde over denkt.
04.13 Sam Van Rooy (VB): Mea culpa, mijn goede collega heeft het over hen laten terugkomen en hen toegang verschaffen tot het land. Ik heb het gehad over terughalen.
Weet u, mijnheer de minister, ik zal mijn woord ‘terughalen’ intrekken en vervangen door ‘terug laten komen’ want daar speelt u nu op. U speelt op semantiek, hoewel het resultaat voor ons land en onze bevolking inderdaad wellicht hetzelfde zal zijn, namelijk dat een jihadist opnieuw op ons grondgebied is. Of wij die persoon nu zelf gaan halen dan wel of die persoon zelf naar hier komt, maakt voor de burger echt niets uit.
De voorbeelden stapelen zich op. Ik heb enkele weken geleden de minister van Justitie nog ondervraagd over Fatima C., nog een dergelijk geval van een jihadiste die ondertussen alweer op ons grondgebied is. Mijn conclusie is en blijft dat deze regering jihadisten laat terugkomen naar ons land.
De voorzitster: Wordt vervolgd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, sinds januari 2026 buigt een regeringstaskforce, met u als vicepremier, zich over de toekomst van Volvo Car Gent, onze allerlaatste autofabriek met 6.500 jobs. In mijn ingediende vraag ga ik daar dieper op in, dus ik beperk me vandaag tot de kern.
U reisde zelf naar China voor overleg met de top van Geely over nieuwe modellen voor Gent. Ik heb begin juni mijn vraag ingediend omdat er toen een staking aan de gang was bij toeleverancier Plasman. Vandaag is er echter een update – een goede update. Ik hoop dat u die ook hebt zien passeren. Vlaanderen en de federale overheid ondertekenen een intentieverklaring, waartegenover voor het eerst een belofte van Volvo staat. Dat is op zich goed nieuws, maar taskforces en verklaringen volstaan pas als er echt zekerheid is.
Ik heb mijn vragen enigszins aangepast op basis van de recentste updates. Hebt u zicht op wat die intentieverklaring concreet inhoudt? Gaat het om harde, afdwingbare toezeggingen over nieuwe modellen en de nodige investeringen in Gent, of gaat het alleen om intenties op papier? Draagt Geely dat engagement mee vanuit China of engageert alleen Volvo Car zich ertoe?
Mijnheer de minister, we moeten hier alles doen wat nodig is opdat onze laatste autofabriek geen belofte op krediet wordt die ver van hier, in de Chinese bestuurskamers, alsnog kan worden afgeschreven.
Voorzitster:
Katrijn van Riet.
Présidente: Katrijn van Riet.
05.02 Minister Maxime Prévot: Het klopt dat ik als vicepremier betrokken was bij de werkzaamheden van de door de eerste minister opgerichte taskforce. Mijn rol, evenals die van mijn administratie, richt zich in de eerste plaats op de externe dimensie en op het promoten van de aantrekkelijkheid van ons land. In dat kader heb ik tijdens mijn recente missie naar China een bezoek gebracht aan het hoofdkantoor van Geely in Hangzhou. Daar had ik een gesprek met de CEO van Geely. Ik heb daarbij de sterke troeven van ons land benadrukt, zoals de hoge productiviteit, het sterke ecosysteem op het vlak van onderzoek en ontwikkeling, en onze positie als logistieke hub binnen Europa.
Voor vragen over de impact van de sociale acties bij toeleverancier Plasman Gent en over de aspecten die verband houden met het industrieel beleid verwijs ik u graag door naar de eerste minister en de bevoegde collega-ministers, inclusief die van de Vlaamse regering. Ik twijfel er niet aan dat u met vreugde kennis hebt genomen van de positieve aankondiging die Volvo vanmiddag heeft gedaan over de toekomst van Gent.
05.03 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, dit is inderdaad nieuws heet van de naald. Ik zal dat verder opvolgen en de vragen richten aan de bevoegde ministers. Ik dank u voor uw antwoord en laat ons hopen dat dit een voorafname is op een lange toekomst van Volvo in ons land.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06.01 Katrijn van Riet (N-VA): De Belgische consument heeft in 2025 voor 18,3 miljard euro aan onlineaankopen gedaan. Dat is een enorm bedrag en een stijging met 5,4 % ten opzichte van 2024. Voor de onlineaankopen via SHEIN en Temu gaat het zelfs om een stijging van 20 à 30 %, wat echt heel veel is.
Er komen ongeveer 4 miljoen pakjes per dag België binnen. Die pakjes voldoen niet allemaal aan de productveiligheidsnormen die wij hanteren. Ook de consumentenbescherming, de arbeidsvoorwaarden en de duurzaamheidsvereisten worden bij die pakjes niet altijd gerespecteerd. Dat zorgt niet alleen voor oneerlijke concurrentie ten opzichte van onze Belgische en West-Europese bedrijven, maar houdt ook veiligheids- en gezondheidsrisico's in voor onze eigen bevolking. Daarom heb ik de volgende concrete vragen.
Wordt er binnen de Europese Unie gepleit voor een bijsturing, aangezien niet alleen België, maar heel ons continent overspoeld wordt met Chinese artikelen? Zo ja, over welke diplomatieke initiatieven gaat het dan, naast de pakjestaks die de federale regering heeft ingevoerd? Welke diplomatieke of handelsinitiatieven neemt België concreet om ervoor te zorgen dat derde landen hun export naar de Europese Unie afstemmen op de geldende Europese normen en verplichtingen?
06.02 Minister Maxime Prévot: Dank u wel, mevrouw van Riet. U haalt zelf al twee belangrijke aspecten aan met betrekking tot de stijgende invoer van Aziatische e-commerceproducten. Enerzijds is er de oneerlijke concurrentie, anderzijds zijn er de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor de eigen bevolking. Wat dat laatste betreft, verwijs ik u graag door naar mijn collega Rob Beenders, de minister van Consumentenbescherming.
Wat de oneerlijke concurrentie betreft, zijn er belangrijke stappen gezet, zowel op nationaal als op Europees niveau. Een eerste belangrijke stap was de afschaffing, eind maart, van de douanevrijstelling voor pakjes met een waarde van minder dan 150 euro, als onderdeel van de grote douanehervorming. Die treedt in werking vanaf juni 2028.
Sinds juli 2026 wordt per pakje een vast bedrag van 3 euro invoerrecht geheven. Daarnaast komt er vanaf november van dit jaar een handling fee op alle e-commercezendingen.
Daarmee wil men de extra kosten dekken die de Europese douanediensten moeten maken, als gevolg van de sterk stijgende e-commerceactiviteiten, zoals de extra administratie en de investeringen in IT-systemen. Het exacte bedrag van de handling fee moet na de zomer nog door de Europese Commissie worden vastgelegd. België wil die handling fee zo snel mogelijk toegepast zien.
In Europees verband zal België blijven pleiten voor een versterking van het markttoezicht in de EU, met onder meer de verplichte aanduiding van een verantwoordelijke marktdeelnemer voor producten uit derde landen, een uitbreiding en harmonisatie van de testcapaciteit en strengere controles op e-commerce en invoerstromen. Daarnaast zet België in op een modernisering van het kader voor conformiteitsbeoordeling.
België neemt deze kwestie ernstig, maar dit probleem moet binnen een gemeenschappelijk EU-kader worden aangepakt.
06.03 Katrijn van Riet (N-VA): Dank u, mijnheer de minister. Ik noteer dat er toch wel wat acties zullen worden ondernomen. Natuurlijk moet die handling fee de extra kosten voor de douane financieren, maar met vier miljoen pakjes per dag heeft men heel wat douaniers nodig. Er zullen nog altijd heel wat pakjes door de mazen van het net glippen, maar we kunnen dat niet zomaar ongecontroleerd laten gebeuren. Alle acties in dat verband zijn welkom.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07.01 Katrijn van Riet (N-VA): Ik vrees dat het nu een Katrijn-van-Riet-kwartiertje is, maar ik kan er niets aan doen dat mijn vragen allemaal bij elkaar staan.
Ik had eerder al een vraag ingediend over de politiek van de Volksrepubliek China ten aanzien van Noord-Korea. Begin juni bracht Xi Jinping een staatsbezoek aan Noord-Korea. Het was zeven jaar geleden dat hij het land nog had bezocht. Dat is op zijn minst significant te noemen. We weten ook dat zo'n bezoek heel veel symboliek heeft. Het gaat niet om een louter beleefdheidsbezoek. Zowel aan Noord-Koreaanse als aan Chinese zijde kan uit zo'n bezoek heel wat worden afgeleid. Anderzijds lezen we in recente berichtgeving dat de Volksrepubliek China en de Russische Federatie hun strategische samenwerking verder zullen uitbouwen, niet alleen op politiek vlak, maar ook militair en economisch.
Voor mijn concrete vragen verwijs ik naar mijn ingediende teksten.
President van Volksrepubliek China Xi
Jinping kwam voor het eerst in zeven jaar op staatsbezoek in Noord-Korea.
Tijdens dat bezoek prees hij de “onoverwinnelijke vriendschap” tussen beide
regimes en riep hij op tot gezamenlijke weerstand tegen wat hij omschreef als
“hegemonisme” en “militarisme”. Waarnemers interpreteren deze uitspraken als
een kritiek op de Verenigde Staten en haar bondgenoten. Tegelijk lijkt China
zijn invloed op Pyongyang te willen versterken in het licht van de groeiende
militaire samenwerking tussen Noord-Korea en Rusland.
Volgens verschillende analyses zou Xi’s
bezoek bovendien de deur kunnen openen naar een nieuwe topontmoeting tussen de
Amerikaanse president Donald Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un.
Daarbij bestaat de mogelijkheid dat Noord-Korea internationale erkenning
nastreeft zonder afstand te doen van zijn immer uitbreidend nucleair arsenaal.
Gelet op het belang van een op regels
gebaseerde internationale orde en de gevolgen die deze evoluties kunnen hebben
voor de mondiale veiligheid, stel ik u graag de volgende vragen.
Mijnheer de minister,
1. Hoe beoordeelt u het bezoek van
president Xi Jinping aan Noord-Korea en de bevestiging van de strategische band
tussen beide landen?
2. Deelt u de analyse dat de
Volksrepubliek China hiermee bewust een tegengewicht wil vormen voor de
Verenigde Staten en hun bondgenoten in Oost-Azië?
3. Welke impact kan een verdere
Chinees-Noord-Koreaanse toenadering volgens u hebben op de internationale
veiligheidsarchitectuur? Hoe evalueert u de samenwerking die lijkt te zijn
ontstaan tussen Noord-Korea, de Volksrepubliek China en de Russische Federatie?
4. Volgt België, deze ontwikkelingen
actief op? Zo ja, hoe?
5. Acht u het wenselijk dat er opnieuw
rechtstreekse gesprekken plaatsvinden tussen Washington en Pyongyang zoals
eerder aangekondigd?
6. Welke positie zal België innemen
indien een wanneer Noord-Korea als nucleaire mogendheid zich al dusdanig wil
laten erkennen?
Volgens recente berichtgeving, gebaseerd
op gelekte interne documenten, zouden de Volksrepubliek China en de Russische
Federatie hun strategische samenwerking verder verdiepen met als expliciet doel
de westerse invloed terug te dringen en de internationale orde fundamenteel te
hervormen. Daarbij zou niet alleen sprake zijn van militaire en economische
coördinatie, maar ook van een steeds nauwere diplomatieke afstemming tegen de
Verenigde Staten en hun bondgenoten.
Deze berichtgeving past in een bredere
evolutie waarbij deze landen zich steeds nadrukkelijker profileren als
revisionistische machten die het huidige (Westerse) internationale systeem
uitdagen. Voor Europa rijst daarbij de vraag in welke mate een strategie die
vandaag in eerste instantie tegen de Verenigde Staten lijkt te zijn gericht,
zich uiteindelijk eveneens tegen de Europese Unie en haar lidstaten zal keren.
Mijn vragen voor de minister:
1. Hoe beoordeelt de minister de
geloofwaardigheid en de diplomatieke betekenis van de recent gelekte documenten
over de strategische samenwerking tussen de Volksrepubliek China en de
Russische Federatie?
2. Beschouwt de Belgische regering deze
berichtgeving als een wezenlijke wijziging in de geopolitieke context, of
bevestigt zij eerder bestaande analyses van onze diplomatieke en
inlichtingendiensten?
3. Was de inhoud van deze documenten of
de daarin beschreven strategische intenties reeds bekend bij de Belgische
diplomatie, de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of via NAVO- en EU-kanalen?
4. De documenten lijken zich expliciet te
richten op het terugdringen van de Amerikaanse invloed. Is de minister van
oordeel dat deze strategie onvermijdelijk ook gericht is tegen Europa en de
Europese Unie, gelet op de trans-Atlantische veiligheidsarchitectuur?
5. Welke concrete diplomatieke,
veiligheids- of strategische conclusies trekt de Belgische regering uit deze
ontwikkelingen, zowel in het kader van het Belgische buitenlands beleid als
binnen de Europese Unie en de NAVO?
07.02 Minister Maxime Prévot: Het bezoek van president Xi en de herbevestiging van de strategische banden tonen aan dat China Noord-Korea blijft beschouwen als een belangrijke partner en bufferstaat. China poogt met deze toenadering zijn positie in Oost-Azië te versterken en een tegengewicht te bieden aan de invloed van de Verenigde Staten en hun bondgenoten.
De Verenigde Staten blijven immers een aanzienlijke militaire aanwezigheid hebben in Zuid-Korea. Ook de recente toenadering tussen Noord-Korea en Rusland zal een rol hebben gespeeld in de Chinese berekeningen.
De toenemende samenwerking tussen Noord-Korea, China en, in tweede instantie, Rusland kan de strategische verhoudingen in deze regio verder doen verschuiven, wat leidt tot meer geopolitieke spanningen. De afwijzing van denuclearisatie in de verschillende verklaringen in het kader van dit bezoek is hopelijk geen indicatie van een wijziging van de Chinese positie rond dit belangrijke thema.
Via ons postennetwerk en via de gespecialiseerde werkgroepen van de EU en de NAVO blijven we de situatie volgen. De uitwisselingen en de samenwerking met onze partners ter plaatse, waaronder Japan, Zuid-Korea, Australië en Nieuw-Zeeland, gaan verder. België verwelkomt elke dialoog die bijdraagt tot de-escalatie. Het is echter belangrijk dat er concrete stappen worden gezet richting denuclearisatie en dat dit samen gebeurt met internationale partners, met als doel een duurzame vrede op het Koreaanse schiereiland.
Hoewel in sommige recente verklaringen niet langer systematisch wordt verwezen naar de noodzaak van denuclearisatie, blijft dit een doelstelling van de internationale gemeenschap en van alle belangrijke spelers in de regio. De nauwere banden en samenwerking tussen Rusland en China waren al net voor de start van de Russische invasie in Oekraïne beklonken met het no-limits partnership tussen beide grootmachten.
De concurrentie met het Westen en het westerse model hebben uiteraard meegespeeld in de Chinese berekeningen. Het verdere verloop van het conflict heeft de banden tussen de twee landen alleen maar versterkt, zowel op economisch als op politiek en zelfs militair vlak. De recente berichten over de opleiding van Russische soldaten in China en de zeer intensieve samenwerking en coördinatie op bepaalde militaire gebieden beschouwen we als een verdere escalatie van de Chinese steun aan Rusland.
Dat zal zonder twijfel een impact hebben op de banden tussen China en Europa. In een gecoördineerde demarche met 16 andere EU-lidstaten hebben mijn diensten die duidelijke boodschap dan ook overgemaakt aan de Chinese autoriteiten en specifiek aan de Chinese ambassadeur.
Ik dank u.
Voorzitster:
Els Van Hoof.
Présidente: Els Van Hoof.
07.03 Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, ik kan daar eigenlijk heel weinig op zeggen. Ik dank u gewoon dat u zich daarvan bewust bent en dat u dat samen met ons zult blijven opvolgen. Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
08.01 Katrijn van Riet (N-VA): Ik verwijs naar de ingediende vraag.
We vernemen dat de Volksrepubliek China
twee toch wel belangrijke overlegmomenten met de Europese Unie heeft
geannuleerd. Dat gebeurde op een ogenblik waarop de relaties tussen onder druk
staan door o.a. discussies over oneerlijke handelspraktijken, de afhankelijkheid
van kritieke grondstoffen en de steun van de Volksrepubliek China aan de
Russische Federatie in de oorlog met Oekraïne.
Hierbij willen wij pleiten voor een
constructieve dialoog en een respectvolle relatie met de Volksrepubliek China
met dien verstande dat deze enkel mag gebaseerd zijn op wederkerigheid, respect
voor internationale regels en de bescherming van onze strategische belangen.
Mijn vragen voor de minister:
Hoe beoordeelt u de beslissing van de
Volksrepubliek China om twee belangrijke overlegmomenten met de Europese Unie
te annuleren, en welke impact heeft dit volgens u op de toekomstige dialoog?
Lopen de gesprekken op een iets minder hoog niveau verder?
Welke initiatieven ondersteunt België
binnen de Europese Unie om de afhankelijkheid van de Volksrepubliek China voor
kritieke grondstoffen te verminderen en tegelijk de economische weerbaarheid
van Europa te versterken?
Op welke wijze zal België er binnen de EU
op aandringen dat de relatie met de Volksrepubliek China gebaseerd blijft op
wederkerigheid, eerlijke handelsvoorwaarden en respect voor het internationaal
recht?
Welke plaats krijgt in deze dialoog de
Chinese steun aan de Russische Federatie binnen de huidige geopolitieke
spanningen?
Zijn er indicaties dat lokale spanningen
in het grensgebied tussen de Volksrepubliek China en de Russische Federatie
toenemen? Een gelekt document van de Russische inlichtingendiensten wijst
immers op een toenemende inmenging van Chinese actoren.
08.02 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, toen Peking vorige maand op één week tijd twee overlegmomenten op hoog niveau met de Europese Unie schrapte, was dat geen agendaongelukje, maar een politiek signaal. China gebruikt de toegang tot zijn top als drukmiddel, net nu Europa zijn eigen macht en industrie beter wil beschermen. Ondertussen voelen onze chemie-, metaal- en autosector de druk elke dag toenemen. U zei vanmorgen zelf in de krant dat een gezamenlijke Europese Chinastrategie ontbreekt. Een Europa dat sterk klinkt, maar zwak handelt, schrikt Peking helaas niet af.
Mijnheer de minister, welke duiding kreeg België over die annuleringen? Welke lijn verdedigde ons land op de Europese Raad van juni en met welk concreet resultaat? Hoe houdt u de-risking en open diplomatieke kanalen in evenwicht, zonder dat het ene het andere ondergraaft? Erkent u dat Europa hier vooral strategische autonomie predikt, maar er in de praktijk nog weinig naar handelt ten aanzien van China?
08.03 Els Van Hoof (cd&v): Ik verwijs naar de ingediende vraag.
In juni annuleerde China plots twee
geplande ontmoetingen op EU-niveau, over digitale kwesties en een ontmoeting
met de EU diplomatieke dienst. Officieel werd er geen reden gegeven, maar
aangenomen wordt dat toenemende handelsspanningen aan de basis liggen,
veroorzaakt door het hoge EU-handelstekort in goederen van 360 miljard euro in
2025 en de Europese pogingen om de markt te beschermen tegen de vloed van
goedkope Chinese exportproducten.
U pleitte bij u terugkeer uit China zelf
voor een bescherming van strategische industrieën tegen Chinese overproductie,
bijvoorbeeld in de metaal, auto of kritieke grondstoffensector. Daarbij riep u
de Europese Commissie op tot beschermende maatregelen. Eerder had ook premier
De Wever al opgeroepen tot een strategisch China plan op EU-niveau.
Ik heb voor u de volgende vragen:
Kent u de reden voor het annuleren van de
twee EU-China ontmoetingen. Werden deze intussen opnieuw ingepland?
Voor welke concrete maatregelen ten
aanzien van China pleit België op EU-niveau? Welke concrete maatregelen staan
op de EU-agenda?
08.04 Minister Maxime Prévot: Mevrouw van Riet, mijnheer Di Nunzio, mevrouw Van Hoof, China heeft recent twee bijeenkomsten geannuleerd: de EU-China High-level Digital Dialogue, die voorzien was op 23 juni, en een bezoek van EU Deputy Secretary-General Olof Skoog.
Inmiddels zijn de handelsgesprekken op het niveau van commissaris Šefčovič en de Chinese minister van Handel Wentao hervat. Op 29 juni hebben zij meer dan tien uur samengezeten en afgesproken om vier werkstromen op te starten binnen een nieuw Trade and Investment Consultation Mechanism. Het gaat om de herbalancering van de handelsrelatie tussen de EU en China, exportcontroles, intellectuele eigendom en de hervorming van de Wereldhandelsorganisatie. Ze zullen elkaar opnieuw in oktober in Beijing ontmoeten. Hoewel Eurocommissaris Šefčovič tegen dan concrete resultaten heeft beloofd, gaf DG TRADE recent aan dat we hiervan nog niet te veel mogen verwachten en ons moeten voorbereiden op de volgende stappen.
De analyse van de Belgische en Europese economische kwetsbaarheid is bekend en wordt breed gedeeld. China’s grootschalige gesubsidieerde staatseconomie zet zowel onze industriële basis als ons bredere economische weefsel onder druk. Dat probleem is des te belangrijker in de zogenaamde maaksectoren die essentieel zijn voor onze digitale en groene transitie. We kunnen alleen concluderen dat de huidige handelsrelatie niet langer in balans is, noch houdbaar. Het volledige industriële weefsel van de Europese Unie staat onder druk, en daarmee ook onze handels- en economische belangen.
België pleit daarom voor een tweeledige aanpak: onze eigen economische systemen en industriële basis versterken en de bestaande handelsbeschermingsinstrumenten versterken en inzetten waar nodig om de Europese economie en handel te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. De EU moet eensgezinder, sneller en vastberadener optreden ten aanzien van China. België verwacht in dat kader binnenkort concrete voorstellen van de Europese Commissie. Onze strategie ten aanzien van China is ook gebaseerd op de diversificatie van onze aanvoerkanalen door bredere partnerschappen aan te gaan.
Op die manier kunnen we een te grote afhankelijkheid van China verminderen, zeker in cruciale economische sectoren. Het gaat hier om de-risking, niet om decoupling. Daarom moeten we blijven inzetten op dialoog met China, gezien de belangrijke rol die het land speelt in vele geopolitieke dossiers, zoals in het Midden-Oosten en Oekraïne. China blijft een van onze belangrijkste handelspartners, investeerders en partners op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en technologische innovatie.
Handelsbeschermingsmaatregelen zullen echter niet volstaan. België steunt daarom het voortdurende werk aan nieuwe interne initiatieven om de concurrentiekracht van onze bedrijven en belangen beter te beschermen.
Wat uw vraag over concrete initiatieven van België betreft, verwijs ik in de eerste plaats naar de brief van premier De Wever aan Commissievoorzitter von der Leyen van enkele weken geleden, die het interne reflectieproces binnen de Commissie en de Raad duidelijk heeft aangezwengeld.
Ook tijdens mijn recente bezoek aan China ben ik herhaaldelijk in gesprek gegaan met de Chinese autoriteiten om onze boodschappen aan Beijing over de behoefte aan een nieuw evenwicht in onze handelsrelatie duidelijk te maken en kracht bij te zetten. Net zoals de Europese Commissie gelooft België in een constructieve dialoog en niet in escalatie. Het is echter duidelijk dat er snel concrete vooruitgang zal moeten worden geboekt en dat de EU op korte termijn het recht, en zelfs de plicht, heeft om de nodige maatregelen te nemen om onze industrie, onze werknemers en onze burgers te beschermen.
08.05 Katrijn van Riet (N-VA): Dank u wel, mijnheer de minister. Het is duidelijk dat de pers het altijd maar over het negatieve heeft. Over het urenlange samenzitten van de EU met de Chinese trade top wordt dan weer weinig gezegd. Het is goed dat dat er is, maar u zei het daarnet zelf we moeten daar niet al te veel van verwachten.
Dat België zijn eigen economie en zijn eigen economische systeem moet versterken en dat de EU eenduidiger moet handelen, spreekt voor zich, maar dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik ben het met u eens dat we moeten inzetten op de-risking en niet op decoupling, want daar zijn veel risico’s aan verbonden.
We zullen het samen met u blijven opvolgen. Dank u wel.
08.06 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. Zoals u hebt gezegd, is het van belang met één stem te kunnen spreken. Ik hoop dat u de collega's uit de andere Europese lidstaten, die soms wat meer aarzelen omdat ze meer afhankelijk zijn van Chinese investeringen en meer onderhevig zijn aan de invloed daarvan op hun economie, over de brug kunt trekken en ervan kunt overtuigen dat de voordelen op lange termijn van een Europese Unie die met één stem spreekt zwaarder doorwegen dan een-op-een bilateraal met China te moeten onderhandelen.
08.07 Els Van Hoof (cd&v): Dank u wel, mijnheer de minister. Mijn repliek gaat in dezelfde richting. We hadden het in een eerder gesprek al over het feit dat China probeert om de Europese Unie, ook wat de standpunten betreft, uit elkaar te spelen. We moeten dus vooral vermijden dat dat gebeurt en dat men zich beperkt tot bilateraal overleg.
We zijn wel in staat om opnieuw een toolbox te ontwikkelen die reageert op die oneerlijke handelspraktijken en op de grote afhankelijkheid van China. Vooral de Duitsers lijden daar momenteel zwaar onder, wegens een gebrek aan innovatie in hun automobielsector.
We zijn te lang beschermd geweest, ook door de Europese Unie, en dragen daar nu de gevolgen van. We moeten ervoor zorgen dat producten ons niet overspoelen. We kijken dan ook uit naar de gezamenlijke reactie van de Europese Commissie en hopelijk ook van de Europese Raad.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): De Europese onderhandelaars hebben een akkoord bereikt
over een strengere terugkeerverordening. Een van de meest opvallende en
omstreden vernieuwingen in deze tekst is de juridische basis die wordt
gecreëerd voor het sluiten van akkoorden over zogenaamde 'terugkeerhubs' in
landen buiten de Europese Unie. Terwijl een informeel clubje van vijf
EU-lidstaten, waaronder Nederland en Duitsland, al volop diplomatieke contacten
legt met landen om pilootprojecten op te starten, heeft ons land al aangegeven
hieraan niet mee te doen.
Mijn vragen aan u:
Hoe beoordeelt u de juridische en
operationele haalbaarheid van deze terugkeerhubs in derde landen?
Is België momenteel betrokken bij de
verkennende diplomatieke gesprekken die de Europese lidstaten voeren met
specifieke derde landen?
Zo ja, met welke landen?
Zo neen, waarom niet? Is het niet beter
om van in het begin aan te sluiten om duidelijke waarborgen voor het respect
van mensenrechten en controle af te spreken met geïnteresseerde landen? Missen
we - door niet aan tafel te gaan zitten - niet net de kans om onze eisen rond
mensenrechten van in het begin op te nemen met derde landen?
Hoe rijmt u de onthouding van België in
de Raad met de belofte van deze regering om het strengste migratiebeleid ooit
te voeren?
Onlangs hebben Europese lidstaten,
waaronder België, een gezamenlijke brief ondertekend waarin wordt opgeroepen om
werk te maken van zogenaamde 'terugkeerhubs' in derde landen voor afgewezen
asielzoekers. Uit verschillende antwoorden blijkt echter dat België, in
tegenstelling tot de andere ondertekende Europese lidstaten, deze verordening
niet gaat steunen, maar zich zal onthouden wegens gebrek aan eensgezindheid
binnen deze meerderheid.
Als Minister bevoegd voor Buitenlandse
Zaken bent u verantwoordelijk voor de diplomatieke lijn en de geloofwaardigheid
van ons land op het internationale toneel. Een situatie waarin de premier een
Europese alliantie ondersteunt, terwijl de diplomatieke vertegenwoordiging die
u aanstuurt daarop dreigt te remmen, is onhoudbaar. Door deze tegenstrijdige
signalen en statements vanuit de federale regering is het voor het publiek en
onze Europese partners bijzonder onduidelijk geworden hoe België zich nu écht
zal positioneren.
Mijn vragen aan u:
Was U als minister van Buitenlandse Zaken
op de hoogte van de ondertekening van de brief door België?
Zo neen, waarom werd u hier niet vooraf over geconsulteerd?
Steunt u de inhoud van de door België
ondertekende brief inzake terugkeerhubs?
Heeft deze officiële ondertekening door
de premier op enige wijze impact op het uiteindelijke stemgedrag van België in
de Raad van de Europese Unie inzake de Terugkeerverordening?
Is het, gelet op de expliciete
ondertekening door het regeringshoofd, nog wel verdedigbaar dat België zich bij
de finale stemming in de Raad van de Europese Unie onthoudt, of zal u uw
positie herzien om het engagement van de premier te honoreren en de Europese
Terugkeerverordening te steunen?
09.02 Britt
Huybrechts (VB): De Europese onderhandelaars
hebben onlangs een akkoord bereikt over een nieuwe terugkeerverordening. Een
van de meest opvallende elementen daarin is de mogelijkheid om zogenaamde
terugkeerhubs op te richten in derde landen buiten de Europese Unie.
Voor het Vlaams Belang is één zaak
duidelijk: een geloofwaardig migratiebeleid staat of valt met een effectief
terugkeerbeleid. Vandaag krijgt een groot aantal personen een bevel om het
grondgebied te verlaten, maar slechts een beperkt deel vertrekt ook daadwerkelijk.
Dat ondermijnt niet alleen het draagvlak voor het asielbeleid, maar ook de
geloofwaardigheid van de rechtsstaat.
Terugkeerhubs kunnen daarbij een
bijkomend instrument vormen. Opvallend is echter dat België zich in de Raad
heeft onthouden, terwijl deze regering tegelijk beweert het strengste
migratiebeleid ooit te willen voeren. Bovendien zijn verschillende Europese
lidstaten ondertussen al gestart met verkennende contacten om dergelijke
systemen concreet uit te werken.
Hoe beoordeelt u de juridische en
operationele haalbaarheid van terugkeerhubs in derde landen?
Op welke concrete onderdelen van de
terugkeerverordening heeft België zijn onthouding gebaseerd?
Is België momenteel betrokken bij de
verkennende diplomatieke gesprekken die Europese lidstaten voeren met derde
landen over mogelijke terugkeerhubs? Zo ja, met welke landen? Zo neen, waarom
niet?
Deelt u de mening dat België door afwezig
te blijven bij deze gesprekken ook de mogelijkheid mist om zelf voorwaarden
inzake toezicht, terugnameafspraken en andere garanties mee vorm te geven?
Welke rol ziet u voor het Belgische
diplomatieke netwerk bij het onderhandelen van toekomstige akkoorden over
terugkeerhubs?
Welke bijkomende diplomatieke hefbomen
zal België inzetten om die medewerking af te dwingen? Bent u bereid om daarbij
ontwikkelingssamenwerking, visumbeleid of andere bilaterale voordelen expliciet
te koppelen aan terugnameverplichtingen?
Hoe rijmt u de Belgische onthouding bij
deze verordening met de ambitie van deze regering om het strengste
migratiebeleid ooit te voeren?
De Kamer keurde een resolutie goed die
een eventuele erkenning van een Palestijnse staat uitdrukkelijk koppelt aan een
aantal duidelijke voorwaarden. Zo moet Hamas verdwijnen uit het bestuur van
Gaza, moeten terroristische organisaties worden ontwapend, moet de Palestijnse
Autoriteit grondig worden hervormd en gedemocratiseerd en moeten
veiligheidsgaranties voor alle betrokken partijen worden verzekerd.
Intussen kondigde Hamas wel aan zijn
bestuursorgaan in Gaza te ontbinden. Internationale media en verschillende
veiligheidsanalisten wijzen er echter op dat dit geenszins betekent dat Hamas
als organisatie verdwenen is. De militaire vleugel blijft actief, de beweging
behoudt haar wapens en volgens verschillende waarnemers blijft Hamas achter de
schermen een bepalende machtsfactor. Er lijkt dus allerminst sprake van een
volledig gedemilitariseerd of democratisch bestuur.
Daarnaast gaan ook in België stemmen op
om economische sancties of een importverbod tegen Israël in te voeren.
Dergelijke maatregelen moeten echter niet alleen principieel verdedigbaar zijn,
maar ook doeltreffend zijn en deel uitmaken van een bredere internationale
strategie. Zonder aantoonbaar effect dreigen zij vooral onze eigen economie en
consumenten te treffen, terwijl zelfs verschillende Arabische landen vandaag
economische relaties met Israël onderhouden.
Deelt u de analyse dat vandaag nog niet
aan alle voorwaarden uit de resolutie is voldaan voor een eventuele Belgische
erkenning van een Palestijnse staat, in het bijzonder wat betreft de effectieve
ontwapening van Hamas, de democratisering van de Palestijnse Autoriteit en de
veiligheidsgaranties voor alle betrokken partijen?
Op basis van welke objectieve criteria
zal de Belgische regering beoordelen wanneer aan die voorwaarden wel is
voldaan?
Overweegt de federale regering een
Belgische of Europese importban of bijkomende economische sancties tegen
Israël? Zo ja, welke economische impactanalyse werd hierover gemaakt voor
België en acht u dergelijke maatregelen daadwerkelijk doeltreffend als ze niet
kaderen binnen een breed internationaal draagvlak?
Hoe zal u ervoor zorgen dat eventuele
economische maatregelen niet in de eerste plaats onze eigen burgers en
ondernemingen treffen, terwijl het effect op het beleid van Israël beperkt zou
kunnen blijven?
09.03 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, j'ai besoin de votre aide, parce que je ne comprends rien à la position de notre pays sur les hubs de retour, ces structures d'externalisation des retours d'étrangers qui exercent une pression considérable sur les droits fondamentaux. La position belge est incompréhensible. La Belgique s'abstient au Conseil des ministres de l'Union européenne. Nous avons le président d'un parti – pas n'importe lequel: le président de votre parti, M. Verougstraete – qui, en sa qualité de député européen, a voté contre le règlement et a appelé la Belgique à rejoindre l'Espagne dans le camp des opposants. Et surtout, nous avons un premier ministre qui a cosigné, le 19 juin dernier, un courrier de dix-neuf dirigeants s'engageant, lui, au contraire, à montrer personnellement la voie vers les hubs. Avouez qu'il y a quand même de quoi s'y perdre!
Voici mes questions. Comment la position de la Belgique en matière de hubs de retour est-elle coordonnée et exprimée au sein du Conseil de l'Union européenne? Dans l'affirmative, qui parle au nom de la Belgique sur ce dossier et sur la base de quel mandat formel?
En tant que ministre chargé des Affaires européennes, avez-vous été consulté et avez-vous validé la signature, par le premier ministre, du courrier du 19 juin 2026? Peut-on considérer que ce courrier exprime la position officielle de la Belgique ou s'agit-il d'un engagement personnel du premier ministre? Je crois que nous avons le droit de savoir, aujourd'hui, lequel des deux il représente.
La Belgique a-t-elle entamé ou envisage-t-elle d'entamer des démarches diplomatiques auprès de pays tiers en vue d'y établir des hubs de retour? Dans l'affirmative, avec quels États et selon quel calendrier? Comment conciliez-vous la ligne du premier ministre, avec lequel vous travaillez, et la position publiquement défendue par le président de votre parti, avec lequel vous travaillez aussi, j'imagine, qui appelle la Belgique à s'opposer au texte aux côtés de l'Espagne? Laquelle de ces deux lignes le gouvernement entend-il porter au Conseil?
Enfin, la Belgique conditionnerait-elle son soutien à tout dispositif éventuel de hubs de retour au plein respect de la Convention européenne des droits de l'homme et de la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l'homme, en ce compris le principe de non-refoulement et l'interdiction de la détention d'enfants à des fins migratoires?
09.04 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, mevrouw Huybrechts, ik kan hierover kort en duidelijk zijn. Ons regeerakkoord voorziet zeker in een efficiënt, kordaat maar humaan terugkeerbeleid. Wanneer een definitieve beslissing vaststelt dat iemand geen recht heeft op verblijf in België, moet deze beslissing uitgevoerd worden. Dit moet beter en het regeerakkoord stelt een reeks maatregelen voor die dat mogelijk maken.
Het klopt dat er binnen onze regering geen overeenstemming was over elk element van de terugkeer en dat België zich daarom onthouden heeft.
Ce qui est, a priori, monsieur De Smet, assez fréquent. Certains considèrent d'ailleurs que la Belgique s'abstient trop souvent parce que, dans le mécanisme de coordination DGE, qui nécessite un accord entre tous les partis composant l'ensemble des gouvernements, il arrive régulièrement, en cette matière comme dans d'autres, qu'il y ait des divergences. Il n'y a donc effectivement pas eu, au niveau fédéral, de convergence entre l'ensemble des formations politiques sur ce sujet, ce qui a conduit à cette abstention.
De premier heeft de brief van 19 juni inderdaad ondertekend, maar het Belgische standpunt over de terugkeerverordening blijft ongewijzigd. Ik kom daar zo meteen op terug. Dat neemt niet weg dat de terugkeerverordening van kracht zal worden. Voor alle duidelijkheid, de verordening bevat veel meer bepalingen dan alleen de juridische basis voor eventuele terugkeerhubs. Dat is weliswaar een element dat in de media bijzonder veel aandacht heeft gekregen.
Het is inderdaad zo dat de juridische en operationele haalbaarheid van akkoorden met derde landen om daar personen naartoe te sturen die geen enkele band met die landen hebben, absoluut niet evident is. België is momenteel niet betrokken bij eventuele verkennende diplomatieke gesprekken die sommige Europese lidstaten zouden voeren met specifieke derde landen. Er zijn dus geen concrete pistes waarover wij ons op dit moment moeten uitspreken.
Monsieur De Smet, il est évident que la Belgique conditionne son soutien à tout dispositif qui mettrait en œuvre le règlement relatif au retour au plein respect de la Convention européenne des droits de l'homme et de la jurisprudence de la Cour de Strasbourg. Il est, en tout cas, important de constater que, non seulement moi-même, mais aussi le règlement relatif au retour lui-même, conditionnons strictement ces partenariats au respect des droits fondamentaux des personnes concernées. Une chose est d'activer éventuellement l'option des hubs de retour, mais si l'intention des uns ou des autres est d'envoyer également des familles et des enfants mineurs vers ces centres de retour, permettez-moi de rappeler ma position et celle de ma formation politique à ce sujet: nous nous opposons toujours fermement à la détention de mineurs.
Je comprends donc que des expressions plurielles aient eu lieu, mais elles l'ont été dans des rôles différents. Les expressions d'un président de parti agissant comme député européen n'emportent pas la position du gouvernement. Du reste, quand on voit la multitude d'expressions de certains présidents de parti, on ne peut parfois que s'en réjouir. Le courrier a effectivement été signé. Nous en avons été avisés a posteriori. Le premier ministre a estimé que son contenu, qui évoque la perspective de concrétisation de ces hubs de retour, était conforme à l'accord de gouvernement, dès lors qu'il avait veillé à supprimer de la version initiale du courrier toute référence à la possibilité d'y enfermer des familles avec enfants, connaissant la ligne rouge que cela représentait également pour nous.
Om de terugkeer werkelijk te bevorderen, hanteren we met deze regering een whole-of-government approach. Die omvattende regeringsaanpak moet de samenwerking met de landen van herkomst optimaliseren op het vlak van effectieve terugkeer. Ik ben ervan overtuigd dat daar nog veel winst te boeken valt en dat we hiermee tot een echt efficiënt, kordaat maar ook humaan terugkeerbeleid zullen komen.
09.05 Sandro Di Nunzio (Anders.): Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister. Zoals bij het eerste actualiteitsdebat geeft u een zeer degelijk antwoord, maar er blijft toch een tegenstrijdigheid bestaan. We hebben een terugkeerverordening waarover op Europees niveau is onderhandeld, waarvan de terugkeerhubs daadwerkelijk deel uitmaken.
Ik heb begrepen dat dit aspect binnen de regering en de meerderheid problematisch is of zou zijn voor Les Engagés, uw partij. Tenzij ik mij vergis, is dat ook de reden waarom ons land zich bij die verordening onthoudt. Precies daar liggen de gevoeligheid en moeilijkheid. Het is dan toch bijzonder vreemd om vast te stellen dat namens de regering een brief wordt verstuurd om te bekijken hoe werk kan worden gemaakt van die terugkeerhubs. Het is toch niet meer dan normaal dat we daarin een zekere paradox zien.
Onze regering onthoudt zich omdat Les Engagés zich tegen terugkeerhubs verzet, maar er wordt wel een brief verstuurd om daarvan werk te maken en de mogelijkheid verder te onderzoeken. Ik ben ook lid van de commissie voor Binnenlandse Zaken, waarin ik asiel en migratie opvolg. We hebben een minister van Asiel en Migratie die zeer fel communiceert over het strengste asiel- en migratiebeleid ooit, die de terugkeerverordening verwelkomt en voor wie terugkeerhubs eveneens een te onderzoeken piste zijn.
Ik vind dat zeer vreemd. Voor mij illustreert dit opnieuw hoe deze meerderheid op zich geen meerderheid vormt, minstens niet in dit dossier. Ik vind het jammer te moeten vaststellen dat er geen eenduidig standpunt is en dat jullie niet aan hetzelfde zeel trekken. Dat is mijn conclusie over die terugkeerverordening.
09.06 Britt Huybrechts (VB): Dank u wel, mevrouw de voorzitster. Mijnheer de minister, het is jammer dat België claimt het strengste, efficiëntste, humaanste migratiebeleid te hebben, maar niet eens deelneemt aan verkennende gesprekken. Bij zulke gesprekken babbel je erover, maar ga je nog geen verbintenissen aan. Het lijkt me logisch dat je daaraan meedoet als je gaat voor het strengste migratiebeleid.
Ik hoor collega Di Nunzio erop wijzen dat de minister van Migratie vaak sterke uitspraken doet, maar dat is dan ook het enige. Woorden en daden zijn bij die partij ver uiteengegroeid.
Voor het Vlaams Belang is de kern van de zaak eenvoudig. Een bevel om het grondgebied te verlaten, moet effectief uitgevoerd worden, altijd en vanaf het eerste moment, en niet na bevel nummer 19 of 20. Doe je dat niet, dan blijf je een aanzuigeffect creëren, wat we nog altijd zien.
Het concept van de ontwikkeling van die terugkeerhubs komt dan ook geen dag te vroeg. Ik vind het jammer dat België niet deelneemt aan verkennende gesprekken. Je zou verwachten dat een land dat claimt het strengste migratiebeleid te hebben, dat efficiënt en humaan is, daar net wel aan meedoet.
09.07 François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses. Première réflexion, même le langage hub, moi, me paraît suspect. Hub, c'est gentil, c'est presque mignon. C'est presque un langage d'aéroport, c'est comme si les gens qui y passaient le faisaient de manière volontaire. J'attends toujours qu'on m'explique - ce sera plutôt à votre collègue chargé de la Migration de nous le dire -, en quoi un hub de retour, en soi, serait compatible avec la Convention européenne des droits humains. J'entends votre explication sur l'abstention, et je vous comprends. Mon problème, ce n'était pas vraiment l'abstention de la Belgique, mon problème c'est le courrier du premier ministre, et ça l'est toujours. J'ai introduit une question à ce sujet adressée au principal intéressé, et il ne se presse pas énormément pour me répondre.
Je crois que c'est important parce que les dix-sept ou dix-huit homologues de notre premier ministre qui ont signé son courrier ne partageraient ni les arguments du président des Engagés, ni ceux des autres. La preuve, vous nous apprenez - c'est une information importante - que le courrier a été expurgé de certaines mentions concernant notamment les enfants. C'est important parce que c'est cela qui va marquer la position de la Belgique.
Pour reprendre un débat précédent, si je m'amusais à aller sur internet et à demander à Google la position de la Belgique sur les hubs de retour, à mon avis je tomberais d'abord sur la lettre signée par le premier ministre. Est-ce que cela vaudra vis-à-vis de la position internationale? Je crains que oui et c'est donc inquiétant. Tout comme il est inquiétant de constater que le premier ministre signe des courriers d'une telle importance, qui engagent tout le gouvernement, et qu'il vous tient au courant seulement a posteriori. Comme quoi, on n'a même plus besoin du président du MR pour mettre le bazar dans la ligne diplomatique de ce pays.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, wij zijn blij dat de elfde top tussen de Europese Unie en de Republiek Korea heeft plaatsgevonden. In essentie vraag ik u wat daaruit voortvloeit.
Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend en hoor graag wat u ons daarover kunt vertellen.
Op 10 juni 2026 vond de 11e top plaats
tussen de EU en de Republiek Korea. In een geopolitiek turbulente periode is
het hoopgevend dat de EU en Seoul zich profileren als betrouwbare en
gelijkgestemde bondgenoten. De top resulteerde in een ambitieuze gezamenlijke
verklaring waarin de bilaterale samenwerking in handel, economische veiligheid,
digitalisering en defensie aanzienlijk wordt verdiept.
De meest concrete resultaten zijn het
Partnerschap voor Concurrentievermogen en de Overeenkomst inzake Digitale
Handel. Gezien de geopolitieke druk op mondiale toeleveringsketens en de
noodzaak tot strategische diversificatie, biedt deze versnelde samenwerking met
Zuid-Korea enorme economische opportuniteiten, ook voor onze Belgische
deeptech-, energie- en onderzoekssectoren. De bilaterale handel groeide de
afgelopen vijftien jaar al met gemiddeld 5,3 procent per jaar; dit nieuwe kader
kan die dynamiek alleen maar versterken. Naast het economische luik was de top
ook politiek en defensief van cruciaal belang. Beide partners spraken een
vlijmscherpe veroordeling uit over de illegale militaire samenwerking tussen
Rusland en Noord-Korea (DVK), en herbevestigden hun steun aan de soevereiniteit
van Oekraïne. Ook de toenemende spanningen in de Indo-Pacifische regio stonden
hoog op de agenda. Aangezien België traditioneel een vurig verdediger is van
internationale orde en het multilateralisme, is het essentieel dat we deze
Europese engagementen ook operationeel vertalen naar ons eigen nationale
beleid.
Mijn vragen aan u:
Hoe evalueert u de resultaten van deze
11e EU-Zuid-Korea-top?
Op welke manier zal België proactief
inspelen op het nieuw opgerichte Partnerschap voor Concurrentievermogen?
Welke concrete opportuniteiten ziet u
hierin voor ons land en onze economie?
Welke concrete synergieën ziet u voor de
Belgische economie, digitalisering en academische wereld dankzij de nieuwe
Overeenkomst inzake Digitale Handel? Hoe gaat men dit concreet maken?
Hoe zal België bijdragen aan het hernieuwde Veiligheids- en Defensiepartnerschap met Zuid-Korea, in het bijzonder wat betreft de aanpak van cyberdreigingen, maritieme veiligheid en de bestrijding van buitenlandse informatiemanipulatie?
10.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, de top tussen de Europese Unie en Zuid-Korea was een belangrijke en succesvolle gelegenheid om het strategische partnerschap tussen de Europese Unie en de Republiek Korea verder vorm te geven. Het nieuwe competitiviteitspartnerschap, de overeenkomst rond digitale handel en het gezamenlijke engagement inzake informatieveiligheid zijn belangrijke stappen.
Het partnerschap creëert een kader voor samenwerking rond het afbouwen van strategische afhankelijkheden, met name op het vlak van kritieke grondstoffen, halfgeleiders en batterijen. Dat moet leiden tot concrete projecten zoals investeringen en onderzoeksprojecten.
België beschikt over belangrijke publieke en privéspelers, onder meer op het vlak van de recyclage van grondstoffen, onderzoek naar halfgeleiders, basisonderdelen van batterijen en producenten van elektrolyses. Daardoor is ons land goed geplaatst om vorm en uitwerking te geven aan dergelijke samenwerkingen. Ons land zal die opportuniteiten in Team Europe- en Team Belgium-verband van nabij opvolgen.
Voor de nieuwe overeenkomst rond digitale handel streeft België naar een ambitieuze digitale handelspolitiek op alle niveaus via akkoorden die rechtszekerheid, voorspelbaarheid, transparantie en een versterkt concurrentievermogen garanderen.
Op EU-niveau moet dat bijdragen tot internationale normen voor gegevensbescherming, privacy, de consumentenbescherming en het ethisch gebruik van onder meer AI en kwantumtechnologie.
De overeenkomsten dragen bij tot het creëren van een gelijk speelveld voor actoren op de Belgische en Europese markten.
Daarnaast moet de coherentie van het EU-beleid in de dialoog met partnerlanden worden gewaarborgd, onder meer op het vlak van kwaliteits- en veiligheidscontroles, digitale handel, digitaal afval en de effecten van grootschalige B2C-e-commerce.
De overeenkomst die op 10 juni 2026 werd gesloten, voldoet aan de hoogste EU-normen.
Voor de synergieën voor de Belgische economie, digitalisering en de academische wereld verwijs ik naar mijn collega David Clarinval en naar de gewesten.
De Republiek Korea wordt door ons beschouwd als een like-minded partner met wie uitstekende relaties worden onderhouden.
Met betrekking tot het veiligheids- en defensiepartnerschap tussen de Europese Unie en Korea draagt België zowel op bilateraal als op Europees niveau bij. Er is een accreditatie van een defensieattaché voorzien, wat de mogelijkheid zal bieden om samenwerkingsdomeinen te identificeren. Daarnaast blijft België lid van het United Nations Command en neemt het deel aan de halfjaarlijkse oefeningen.
10.03 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Het is hoopgevend dat we toch stappen vooruitzetten in die samenwerking.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Eerder dienden we een vraag in naar aanleiding van de ronduit ijzingwekkende berichten uit Afghanistan in de internationale media die ons bereikten. In de West-Afghaanse stad Herat heeft de zedenpolitie van de taliban minstens 30 vrouwen opgepakt omdat ze de strikte kledingvoorschriften zouden hebben geschonden. Toen burgers vreedzaam de straat op gingen om te protesteren tegen die willekeurige arrestaties en te pleiten voor onderwijs, werk en vrijheid, reageerden de taliban met buitensporig geweld.
Ooggetuigen en VN-organisaties meldden dat de taliban scherpe munitie, zwepen en stokken inzetten om de menigte uiteen te drijven. Daarbij zouden doden gevallen zijn. Ik denk dat dit recente optreden aantoont dat de weinige moedige stemmen die zich nog durven te laten horen voor de fundamentele mensenrechten in Afghanistan letterlijk met de kogel het zwijgen worden opgelegd.
Richard Bennett, de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Afghanistan, heeft zijn diepe bezorgdheid geuit en eiste dat de verantwoordelijken verantwoording afleggen.
Ik heb daarover een aantal vragen aan u gericht. Ik hoor graag uw bevindingen en wat u daarover hebt vernomen. Ik hoor graag uw antwoorden daarop.
11.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, de gebeurtenissen die in de stad Herat in Afghanistan zijn gemeld, zijn buitengewoon schokkend. Ik veroordeel elke aanval op vrouwenrechten in het bijzonder en op de vrijheid van meningsuiting in het algemeen, of het nu Afghanistan, Iran of een ander land betreft. Er valt geen vergelijking te maken tussen verschillende nationale contexten. Het internationaal recht moet overal worden gerespecteerd, punt uit!
Zoals ik al eerder in mijn antwoorden heb gezegd, volgt onze ambassade in Islamabad de situatie zeer nauwlettend op. Gezien de voortdurende verslechtering van de situatie blijft internationale betrokkenheid essentieel om de rechten van Afghaanse vrouwen te ondersteunen. Naast belangenbehartiging, bewustmaking en het versterken van de stem van de Afghaanse vrouwen zet België zich ook in voor de strijd tegen de straffeloosheid. België steunt volledig de sancties van de VN en de EU, die in het bijzonder gericht zijn tegen de personen die betrokken zijn bij de afkondiging van repressieve decreten tegen vrouwen en meisjes.
11.03 Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank u wel voor uw antwoord. Het is jammer dat de EU niet altijd even snel even krachtige woorden spreekt, maar het verheugt me dat u er werk van maakt om die stem te laten klinken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12.01 Sam Van Rooy (VB): Mijn vraag gaat over de seksuele misdaden van Hamas en consorten op 7 oktober 2023. Daarover verscheen in mei een rapport van 300 pagina's dat uitgebreider dan ooit de ongeziene en systematische seksuele barbarij door deze meedogenloze jihadisten documenteert. Het rapport bevat gedetailleerde en geverifieerde getuigenissen van honderden vrouwen, tienduizend foto's, videofragmenten, 1.800 uur aan beeldmateriaal en 430 getuigenissen en interviews met overlevenden, gijzelaars, getuigen, experts en familieleden. Niet minder dan 53 verschillende nationaliteiten behoren tot de slachtoffers. Belangrijk om toe te voegen is dat aan het rapport twee jaar lang werd gewerkt door een team van onafhankelijke experts volgens internationaal erkende normen. Daarnaast verscheen in juni ook een rapport van de Verenigde Naties over het geweld van Hamas en consorten tegen Palestijnen in Gaza, waaronder zware misdaden zoals verminking, marteling en openbare executies.
Mijnheer de minister, hebt u kennisgenomen van dat rapport van 300 pagina's? Ik zou graag weten of u begrijpt dat de seksuele misdaden die Hamas en consorten hebben gepleegd tegen niet-moslims, met name Joden, maar ook tegen vermeende collaborateurs met de Joden, volgens sommigen worden gelegitimeerd door islamitische religieuze bronnen, met name de Koran en de Hadith. Bent u het met mij eens dat zowel het VN-rapport als het rapport over de seksuele barbarij van Hamas en consorten bevestigen dat Hamas de Palestijnse variant is van Islamitische Staat en dus volledig moet worden geëlimineerd? Volgens dezelfde redenering zou dat trouwens ook voor Hezbollah gelden.
In welke mate verwerpen uw Palestijnse contacten – en dat zijn er toch heel wat, als ik uw activiteiten op sociale media volg, ik denk recent nog met de Palestijnse premier Mohammad Mustafa – deze weerzinwekkende sharia- en jihadpraktijken? Kunt u voor elk Palestijns contact dat u sinds 7 oktober 2023 hebt gehad, concreet toelichten in welke mate zij de sharia, de jihad, de seksueel barbaarse daden van Hamas en consorten verwerpen?
Ik ben zeer benieuwd naar uw antwoord, mijnheer de minister.
12.02 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijnheer de minister, 260 kinderen zijn gedood sinds het staakt-het-vuren. Honderden raakten gewond. Dat zijn geen cijfers, dat zijn kindergraven. De VN zegt het zwart op wit. Israël kiest kinderen doelgericht als doelwit. Dat is geen ongeluk in een oorlog, maar een pure oorlogsmisdaad.
Er is meer. Als je een rapport goed leest, dan maak je daar een juiste analyse van. Elke vorm van seksuele uitbuiting is degoutant, ongeacht of die van Hamas of van Israël uitgaat. Het rapport is daar heel duidelijk over. Daarom is het heel verrassend hoe eenzijdig de vorige spreker daarover was.
Israël is op een zwarte lijst geplaatst wegens seksueel geweld in een conflict, met name verkrachting, groepsverkrachting en gedwongen naaktheid, gepleegd tegen gevangenen en tegen minderjarige jongens en meisjes door het Israëlische leger en de veiligheidsdiensten.
Mijnheer de minister, dit is opnieuw een rapport dat niet in een lade mag verdwijnen. We houden die straffeloosheid mee in stand als we blijven zwijgen. Ik heb u in uw antwoord op de vorige vraag horen zeggen dat u tegen straffeloosheid bent en dat u daar altijd tegen zult ingaan.
Welke diplomatieke stappen onderneemt u om de Israëlische regering ertoe te dwingen de medische evacuatie van honderden gewonde Palestijnse kinderen onmiddellijk toe te staan?
Welke concrete sancties stelt u op Europees niveau voor tegen de Israëlische functionarissen die verantwoordelijk zijn voor het gedocumenteerde seksuele geweld tegen gevangenen?
Hoe ondersteunt België het Internationaal Strafhof specifiek bij het onderzoek naar en de vervolging van dit gerichte geweld tegen minderjarigen in Gaza?
Op welke manier veroordeelt u de beslissing van Israël om de diplomatieke contacten met het kantoor van de VN-secretaris-generaal te bevriezen?
Welke stappen zet u binnen de Europese Unie om de druk op te voeren en het associatieakkoord met Israël onverwijld op te schorten vanwege de opeenvolgende schendingen van het internationaal humanitair recht?
12.03 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Van Rooy, mijnheer El Yakhloufi, de recent gepubliceerde rapporten over de situatie in Israël en het bezette Palestijnse gebied waarnaar u verwijst, zijn mij bekend. In eerdere rapporten van de Verenigde Naties en ngo's zoals Amnesty International werd ook al het gebruik van onder meer seksueel en gendergerelateerd geweld vastgesteld, evenals ernstige schendingen van de rechten van het kind in conflictsituaties. Mijn diensten volgen de situatie op de voet op.
De barbaarse daden van Hamas zijn uiteraard een schande. Elk geval van seksueel misbruik, tegen wie dan ook en door wie dan ook, is onaanvaardbaar. De heer Van Rooy mag niet vergeten dat zich onder de gijzelaars die door Hamas werden ontvoerd, ook verschillende Arabische en islamitische Israëliërs bevonden. Hamas is dus een terroristische groep die Israël vijandig gezind is en iedereen schaadt, joden en moslims.
Daarom vechten wij tegen Hamas.
Ik zie er verder op toe dat België zich telkens uitspreekt over dit rapport en over de situatie in de regio wanneer er een opportuniteit bestaat op multilateraal niveau. Zo kwamen wij bijvoorbeeld tussen tijdens het jaarlijkse open debat over kinderen in conflictsituaties in de VN-Veiligheidsraad in New York. Buiten het benoemen van misbruiken en schendingen roept België telkens op tot respect van het internationaal recht. Dat staat ook telkens op de agenda van elke bilaterale ontmoeting met actoren uit de regio. België spreekt zich multilateraal en bilateraal ook altijd uit voor het belang van de Verenigde Naties. We steunen expliciet het mandaat van actoren die onder vuur komen te liggen, zoals onder andere de Speciaal Vertegenwoordigers van de secretaris-generaal van de VN voor kinderen in conflictsituaties en voor seksueel geweld in conflictsituaties. Dit geldt eveneens voor het Internationaal Strafhof. Het hof moet zijn werk onafhankelijk en autonoom kunnen doen.
Mijnheer El Yakhloufi, wat de evacuatie van kinderen betreft, wil ik u eraan herinneren dat België zelf zorg heeft gedragen voor de medische evacuatie van kwetsbare kinderen uit Gaza. Wat betreft uw vraag over onze stappen op EU-vlak, zoals al meerdere malen gezegd, pleit ik binnen de EU voor onder andere de opschorting van de handelsgerelateerde bepalingen van de Associatieovereenkomst met Israël, in overeenstemming met het besluit van de ministerraad van september 2025.
12.04 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, het is goed dat u opmerkt dat er onder de slachtoffers en gijzelaars ook moslims waren. Weet u wat? Israël heeft die mensen gelijk behandeld, net zoals de joodse en andere gijzelaars. Meer zelfs, Israël heeft hen bevrijd en als helden binnengehaald in Israël, want zo is de Joodse staat, zo is Israël.
Andersom is het tegenovergestelde het geval. Een jood in Ramallah, op die zogenaamde Westbank, of in Gaza, is ten dode opgeschreven.
Ik vermeld dat maar even om de clash of civilizations scherp te stellen, zijnde het fundamentele verschil in beschaving tussen enerzijds Israël en,anderzijds de islamitische woestijn daarrond.
Mijnheer de minister, de ongeziene seksuele barbarij door de meedogenloze jihadisten van Hamas en co., een rape-jihad, staat nu dus gedetailleerd beschreven in een rapport van 300 pagina's waaraan twee jaar lang werd gewerkt. Aan dat rapport, aan die jihadistische praktijken en seksuele gruweldaden tegen vrouwen in Israël op 7 oktober 2023, is echter nauwelijks aandacht besteed. De meeste journalisten, academici en politici zijn kennelijk veel meer verontwaardigd over minister Ben Gvir en ocharme wat producten uit Samaria en Judea dan over verkrachte, gemartelde en verminkte Joodse vrouwen.
De ongemakkelijke waarheid is dat de meerderheid van de Palestijnen, ook die in ons land, die seksuele barbarij, de rape-jihad van 7 oktober 2023, vergoelijken of toejuichen, inclusief Palestijnen met wie de huidige regering soms ook contact heeft.
12.05 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijnheer de minister, alle vormen van seksueel geweld en barbaars gedrag mogen wij nooit toelaten. Ik ben blij dat ik u dat hoor stellen, ongeacht of het nu gaat over de radicale terroristische beweging Hamas of over de Israëlische autoriteiten. Wij mogen dat niet toelaten.
Zij die daarin willen differentiëren, doen dat maar. Dat is echter niet waar wij voor staan. Het is degoutant wat daar gebeurt. Wij spreken over kinderen, over vrouwen, over moeders en over zussen die worden misbruikt door Israëlische zotten van het leger en door radicalisten van Hamas. Dat mogen wij nooit toelaten. Er mag geen verschil zijn.
Andere leden willen hier beweren dat het alleen maar om de ene kant gaat. Het loopt echter mis langs twee kanten. Daarin moeten wij enorm streng zijn. Mijnheer de minister, het is uw taak en de taak van ons land om dat altijd te blijven veroordelen en daar altijd heel streng tegen te reageren.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Aan de orde zijn de samengevoegde vragen nrs. 56017145C van de heer De Smet en 56017216C van mevrouw Almaci, maar de vragenstellers zijn afwezig.
13.01 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, als iets goed is, wil ik dat zeker ook zeggen.
Ik citeer even in het
Engels: "Belgium joins 21 countries in condemning threats and
attacks linked to Iranian security services against dissidents, journalists and
Jewish communities in Europe and beyond, including the recent HAYI-claimed
attacks. State-sponsored intimidation and violence have no place in our
societies."
Dat lees ik op uw website, mijnheer de minister. Ik heb die tekst ook volledig opgenomen in mijn ingediende vraag. U hebt dat bovendien aangekondigd op uw X-account. Nogmaals, dat klinkt goed, vandaar mijn vragen.
Kunt u toelichten hoe, waar en wanneer die gezamenlijke verklaring van 22 landen tot stand is gekomen? Kunt u toelichten wat de praktische gevolgen zijn van die gezamenlijke verklaring? Kunt u een overzicht geven van de feiten van de afgelopen tien jaar in België en Europa die tot op vandaag kunnen worden gelinkt aan de Islamitische Republiek?
Tot slot kom ik tot mijn belangrijkste vraag. U spreekt over verdere maatregelen. Welke verdere maatregelen, waarvan sprake in uw bericht, zullen worden genomen tegen de criminele en terroristische praktijken van de Islamitische Republiek op ons grondgebied?
13.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Van Rooy, België coördineert op regelmatige basis met zijn partners over de kwestie van grensoverschrijdende dreigingen, waaronder dreigingen die uit Iran afkomstig zijn. Die coördinatie vindt plaats via frequente vergaderingen. Bovendien wordt de uitwisseling van informatie permanent verzekerd.
In het verlengde daarvan hopen de landen die de gezamenlijke verklaring hebben ondertekend, waaronder België, dat het publiekelijk onder de aandacht brengen van de activiteiten van de Iraanse veiligheidsdiensten ertoe zal bijdragen dat die handelingen stoppen of op zijn minst afnemen.
Voor meer specifieke operationele aspecten van uw vraag nodig ik u uit zich te richten tot mijn collega's, de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie.
13.03 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik zal me met deze vraag uiteraard richten tot de ministers die u hebt genoemd.
Nogmaals, het is goed dat België zich heeft aangesloten bij 21 landen om de jihadistische terreurpraktijken van de Islamitische Republiek Iran aan te pakken en te bestrijden.
Dat gezegd zijnde, moet mij toch iets van het hart. Ik vind dat we achter de feiten aanhollen. Al 47 jaar probeert de Islamitische Republiek haar islamitische revolutie naar het Westen te exporteren. Denk aan de moordfatwa die de Islamitische Republiek heeft uitgesproken tegen Salman Rushdie. Er werden ook verschillende jihadistische aanslagen tegen hem gepland en gepleegd.
Laat ons bovendien nooit vergeten dat openlijke dissidenten op Europees grondgebied, ook bij ons, persoonsbeveiliging nodig hebben. Dat toont aan dat de jihadistische vijand zich al lang binnen onze poorten bevindt. Dit komt dus niets te vroeg. Ik zal me echter richten tot uw collega’s voor verdere vragen hierover.
L'incident est
clos.
Het incident is gesloten.
14.01 Michel
De Maegd (Les Engagés): Monsieur le ministre, la
Moldavie reste confrontée à de fortes pressions russes, notamment à travers des
opérations de désinformation, de financement politique occulte et de déstabilisation
de ses institutions démocratiques.
Le 15 juin dernier, le Conseil de l'Union
européenne a imposé de nouvelles sanctions contre six personnes accusées
d'actions visant à déstabiliser, affaiblir ou menacer la souveraineté et
l'indépendance de la République de Moldavie, y compris par des actions visant à
subvertir ses processus démocratiques.
Dans ce contexte,
Disposez-vous d'informations récentes et
concrètes sur l'intensification des tentatives russes de déstabilisation en Moldavie?
Estimez-vous que les sanctions européennes
adoptées le 15 juin sont suffisantes ou faut-il préparer de nouvelles mesures
ciblées contre les réseaux d'influence russes?
Comment l'Union européenne peut-elle
soutenir davantage la résilience démocratique de la Moldavie, notamment en
matière de cybersécurité, de lutte contre la désinformation et de sécurisation
de son parcours européen?
14.02 Annick Lambrecht (Vooruit): De Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk hebben een akkoord gesloten over een gezamenlijke lening van 90 miljard euro aan Oekraïne. Dit financiële pakket zorgt voor steun voor defensie, maar ook voor steun aan de overheid. Tegelijk roept een coalitie van 35 landen in Parijs op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en de start van onmiddellijke vredesonderhandelingen onder internationale begeleiding.
Ik heb daarover de volgende vragen, mijnheer de minister.
Ten eerste, welk aandeel neemt België op zich in de financiering van en de garanties voor de nieuwe Europese lening van 90 miljard euro aan Oekraïne?
Ten tweede, hoe positioneert België zich tegenover de recente oproep van de internationale coalitie in Parijs om te komen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en de start van onderhandelingen?
Ten derde, welke concrete voorwaarden stelt u op diplomatiek niveau om te garanderen dat eventuele vredesonderhandelingen de territoriale integriteit en het internationaal recht respecteren?
Ten vierde, welke humanitaire engagementen gaat België aan om de zwaar getroffen Oekraïense burgerbevolking tijdens de komende wintermaanden te ondersteunen als de oorlog dan nog niet beëindigd is?
14.03 Maxime Prévot, ministre: Dank u, mevrouw Lambrecht. Merci, monsieur De Maegd. Dans la nuit du 14 au 15 juin, une frappe a gravement endommagé la cathédrale de la Dormition, joyau du complexe orthodoxe historique de la laure des grottes de Kiev. Au-delà de la condamnation de cette frappe, la Belgique soutient la documentation des dommages causés au patrimoine culturel ukrainien et les efforts visant à garantir la redevabilité des auteurs de violations du droit international. La Belgique est en effet membre de la Commission internationale des réclamations pour l'Ukraine et soutient le Tribunal spécial pour le crime d'agression contre l'Ukraine.
Malheureusement, cette attaque délibérée contre l'un des lieux les plus sacrés du monde orthodoxe confirme une nouvelle fois la nécessité de maintenir la pression sur la Russie et sur son économie de guerre, pour qu'elle puisse mettre fin à son agression brutale contre l'Ukraine. La Belgique contribue par conséquent, au niveau européen, à la poursuite du développement des sanctions de l'Union européenne à l'encontre de la Russie. À ce jour, 20 paquets de sanctions ont déjà été adoptés.
Dans ce contexte, je n'ai pu que regretter assez vivement, en début de semaine, que le 21e paquet de sanctions n'ait pas encore pu être adopté. Je signale qu'il n'y a actuellement pas de discussion au sein de l'Union européenne sur la question des avoirs russes immobilisés.
Het is duidelijk dat Oekraïne een momentum heeft gevonden in zijn zelfverdediging tegen de Russische agressie. Oekraïne brengt Rusland op het terrein zware verliezen toe. Per maand verliest Rusland ongeveer 35.000 gewonde of gedode militairen. De Russische opmars vertraagt en kost Rusland steeds meer.
In de lucht slaagt Oekraïne erin de Russische infrastructuur die nodig is voor de oorlog tot diep in Rusland te treffen. De impact van de oorlog wordt in Rusland economisch en psychologisch steeds meer voelbaar, ook door brandstoftekorten en droneaanvallen. Rusland bevindt zich ook in een situatie van toenemende budgettaire en economische erosie. We zien aan Russische zijde echter nog geen bereidheid tot oprechte onderhandelingen.
Op de Krim blijft de Russische bezetter de fundamentele rechten en vrijheden van de plaatselijke bevolking schenden. Internationale organisaties blijven melding maken van repressie tegen tegenstanders van de bezetting, willekeurige detentie, foltering en vervolging van onder meer activisten, journalisten en de Krim-Tataarse gemeenschap.
Oekraïne heeft ondertussen de druk op de Russische bezetter van de Krim opgevoerd door met succes aanvallen uit te voeren op onder andere belangrijke logistieke verbindingen met het vasteland. De psychologische impact van die druk op de Krim, een populaire vakantiebestemming voor veel Russen, valt niet te onderschatten.
Wat de steun van de Europese Unie betreft, die verloopt vooral via de Ukraine Support Loan van 90 miljard. Op dit moment wordt die gefinancierd via gezamenlijke EU-leningen, gedekt door de begrotingsmarge van de Europese Unie. De Belgische bijdrage maakt dus deel uit van de collectieve financiering door de Europese Unie, zonder afzonderlijke nationale garantieverbintenis.
De hiervoor geschetste context noopt mij tot de volgende conclusie. Ons tweesporenbeleid van maximale steun aan Oekraïne en maximale druk op Rusland werkt en moet worden voortgezet en versterkt.
Het doel is om met de steun aan Oekraïne en de druk op Rusland, Oekraïne uiteindelijk in een zo sterk mogelijke positie aan de onderhandelingstafel te brengen.
België ondersteunt volledig de doelstellingen van de Coalition of the Willing om de vijandelijkheden te beëindigen en een geloofwaardig vredesproces op gang te brengen. Tegelijk is België van mening dat elke onderhandeling moet steunen op solide veiligheidsgaranties voor Oekraïne.
In dit kader nam premier Bart De Wever deel aan de bijeenkomsten van de coalitie in Parijs en bevestigde hij dat België zal bijdragen aan de multinational force voor Oekraïne. Het is cruciaal dat de Europese Unie mee aan tafel zit wanneer er wordt onderhandeld over vrede in Oekraïne, enerzijds ter ondersteuning van Oekraïne en anderzijds om ook de eigen veiligheidsbelangen te verdedigen. Beslissingen die een impact hebben op de Europese veiligheidsorde mogen niet zonder de Europese Unie worden genomen. Dat neemt het belang van een nieuwe coördinatie met de Verenigde Staten niet weg. Hierbij is het belangrijk om vooraf intern af te toetsen wat de veiligheidsbelangen van de Europese Unie zijn, onder welke voorwaarden een gesprek met Rusland mogelijk is en met welk mandaat er met Moskou kan worden onderhandeld.
Het is op dit moment nog niet nodig om vast te leggen wie de Europese Unie uiteindelijk vertegenwoordigt op het moment dat er daadwerkelijk wordt onderhandeld. Wel is het belangrijk dat die persoon de nodige politieke autoriteit heeft om die rol geloofwaardig te kunnen vervullen. Idealiter wordt die persoon ondersteund door een team dat de onderhandelingen kan omkaderen en op technisch niveau kan overleggen.
België levert binnen de Europese Unie een actieve bijdrage aan de inspanningen om landen uit het mondiale zuiden te betrekken bij initiatieven voor een rechtvaardige en duurzame vrede in Oekraïne, onder meer via een politieke dialoog en multilaterale diplomatie.
Tegelijk zet ons land zich in om het respect voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne breed te blijven ondersteunen, ondanks de groeiende vermoeidheid die bij sommige partnerlanden ten aanzien van het Oekraïnedossier merkbaar is.
België ondersteunt de Oekraïense bevolking al lange tijd met humanitaire hulp en energiehulp, onder meer via de levering van generatoren, verwarmingssystemen, zonne-installaties voor ziekenhuizen en programma's voor de wederopbouw van de energiesector. Daarnaast draagt het bij aan de nucleaire veiligheid en pleit het voor een nauwe internationale coördinatie om tijdens de komende winters doeltreffend in de behoeften van de bevolking te voorzien.
En ce qui concerne la Moldavie, la guerre hybride menée par la Russie pour déstabiliser le pays s’est intensifiée ces derniers mois. La Russie cherche à instaurer un climat de peur, notamment par des incursions de drones dans l’espace aérien moldave, et à alimenter une campagne permanente de désinformation, y compris au moyen de l’intelligence artificielle. L’objectif est clair: entraver le parcours européen de la Moldavie.
Les sanctions adoptées le 15 juin dernier constituent une étape importante. Toutefois, les réseaux d’influence de Moscou adaptent constamment leurs méthodes, ce qui exige de notre part une réponse tout aussi agile. Face aux cyberattaques visant les infrastructures critiques, l’Union européenne doit continuer à fournir un soutien technique adapté.
Depuis 2023, la mission civile EU Partnership Mission contribue au renforcement de la résilience de la Moldavie face aux menaces hybrides. Le soutien européen a, d’ailleurs, joué un rôle important dans le bon déroulement des élections de 2024 et de 2025. À travers la mise en place du plan de croissance de l’Union européenne, doté de près de 2 milliards d’euros, nous rapprochons progressivement la Moldavie du marché intérieur européen et créons des avantages tangibles pour la population. L’ouverture des négociations d’adhésion à l’Union européenne, le 15 juin dernier, a marqué une étape majeure dans ce processus. Les autorités moldaves font preuve d’une forte volonté de poursuivre les réformes nécessaires, lesquelles bénéficient d’un soutien important de la population. Je suis convaincu que ces efforts contribueront à renforcer davantage l’État de droit et la résilience du pays, notamment face aux menaces hybrides en provenance de Russie. Je vous remercie de votre attention
14.04 Michel De Maegd (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre, pour cette réponse très complète, notamment en ce qui concerne l’Ukraine. Je partage bien sûr votre déception quant à la non-adoption du 21e paquet de sanctions.
Concernant la Moldavie, je voudrais saluer la constance de la Belgique et de l’Union européenne sur ce dossier. Les sanctions adoptées le 15 juin ainsi que les avancées dans les négociations d’adhésion à l’Union européenne constituent un signal clair: nous ne laissons pas la Moldavie seule face à la pression exercée par la Russie. Ce qui se passe aujourd’hui démontre que Moscou est prêt à mobiliser des moyens considérables et à s'adapter. Nous savons que d’importants scrutins se tiendront dans les mois à venir, notamment chez nos voisins français. Nous devons donc faire preuve d’une vigilance particulière. Nous devons également plaider au sein du Conseil pour que le régime de sanctions puisse couvrir explicitement les nouvelles formes de fraude et de manipulation ciblant directement les citoyens, et non plus seulement les réseaux politiques et financiers classiques.
14.05 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, het klopt dat er nu een momentum is voor Oekraïne. Er zijn 35.000 gewonden en veel doden in Rusland, maar ik zie toch nog heel veel leed in Oekraïne. De oorlog moet stoppen. De weg die we volgen van maximale steun aan Oekraïne en maximale druk op Rusland is volgens mij de juiste. De diplomatieke dynamiek moet worden verwelkomd. Indien we duurzame vrede willen, moeten we blijven hameren op het internationaal recht, op de VN-mensenrechten en op het respect voor de soevereiniteit van Oekraïne. Ik vraag daarom aan de federale regering om erover te waken dat de Europese initiatieven niet enkel focussen op de militaire bijstand. Die is zeker nodig, maar daarnaast moeten we blijven aandringen op het diplomatieke luik. We kunnen op die manier zeker ook veel bereiken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitster: De vragen nrs. 56017180C en 56017181C van mevrouw Huybrechts worden schriftelijk behandeld.
15.01 Pierre Kompany (Les Engagés): Monsieur le ministre, la présence économique, industrielle et stratégique de la République populaire de Chine sur le continent africain connaît une certaine croissance depuis plusieurs années. Pékin investit massivement dans les infrastructures, les secteurs minier et énergétique ainsi que dans les chaînes d'approvisionnement de matières premières critiques, qui sont indispensables à la transition énergétique et numérique. Cette implantation lui permet de consolider sa sécurité d'approvisionnement, tout en accroissant son influence géopolitique auprès de nombreux États africains. Cette présence accrue de la Chine sur le territoire africain ne fait pas la une, mais suscite pourtant de nombreuses inquiétudes, au vu du retard relationnel en matière d'investissement qu'a pris l'Union européenne en à peine trois décennies.
Dans ce contexte, monsieur le ministre, quelle est l'évaluation du gouvernement belge de l'influence croissante de la Chine en Afrique et de ses conséquences potentielles pour les intérêts stratégiques européens et belges? La Belgique dispose-t-elle d'une analyse spécifique concernant la présence chinoise dans les secteurs africains des matières premières critiques? Comment la Belgique contribue-t-elle à la stratégie européenne de sécurisation des chaînes d'approvisionnement en matières premières critiques face à la montée en puissance de la Chine sur le continent africain? Cette question est-elle abordée dans le cadre des travaux du Conseil de l'Union européenne et du partenariat UE-Afrique? Si oui, quelles initiatives sont-elles actuellement soutenues par la Belgique afin de promouvoir des partenariats équilibrés avec les pays africains? Enfin, le gouvernement estime-t-il nécessaire de développer davantage les partenariats économiques, industriels et de développement entre la Belgique, l'Union européenne et les pays africains, afin d'offrir des alternatives crédibles aux investissements chinois?
15.02 Britt Huybrechts (VB): De voorbije twee decennia heeft China zijn economische,
industriële en strategische aanwezigheid op het Afrikaanse continent
aanzienlijk uitgebreid. Via grootschalige investeringen in infrastructuur, energieprojecten,
mijnbouw en industriële zones is China uitgegroeid tot de belangrijkste
handelspartner van vele Afrikaanse landen.
Europa wil volop inzetten op de groene en
digitale transitie, maar daarvoor hebben we net grote hoeveelheden kritieke
grondstoffen nodig. Als China steeds meer controle krijgt over de ontginning en
verwerking daarvan, dreigen we opnieuw in een afhankelijkheidspositie terecht
te komen.
Daarnaast kunnen we ook niet blind zijn
voor de bredere context. Er bestaan al langer ernstige bezorgdheden over
arbeidsomstandigheden, milieuschade en mensenrechten in bepaalde delen van de
Chinese productieketen. Denk bijvoorbeeld aan de berichten over dwangarbeid in
Xinjiang. Tegelijk zien we dat China een steeds grotere greep krijgt op de
productie van batterijen, zonnepanelen en andere technologieën die voor onze
economie en energietransitie van cruciaal belang zijn.
1. Deelt u de bezorgdheid dat Europa
strategisch terrein verliest aan China in Afrika en daardoor steeds
afhankelijker dreigt te worden van Chinese controle over kritieke grondstoffen?
2. Welke concrete gevolgen ziet u voor de
Europese strategische autonomie indien China zijn positie in de Afrikaanse
mijnbouw- en grondstoffensector verder versterkt?
3. Hoe verantwoordt de regering dat de EU
steeds strengere milieu-, klimaat- en duurzaamheidsverplichtingen oplegt aan
onze landbouwers en industrie, terwijl zij tegelijk handel blijft voeren met
landen waar veel lagere normen gelden en waar Chinese bedrijven vaak actief
zijn onder voorwaarden die Europese ondernemingen nooit zouden krijgen?
4. Deelt u de bezorgdheid dat deze
ongelijke concurrentiepositie leidt tot delokalisatie van productie, verlies
van economische activiteit in Europa en een verdere afhankelijkheid van invoer
uit landen die onze normen inzake milieu, arbeidsrechten en eerlijke
concurrentie niet respecteren?
5. Zal België binnen de Europese Unie
pleiten voor een handels- en industriebeleid dat Europese landbouwers en
bedrijven beter beschermt tegen oneerlijke concurrentie uit landen die
profiteren van lagere standaarden en van door de Chinese staat ondersteunde
economische praktijken?
15.03 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Huybrechts, mijnheer Kompany, China heeft de laatste jaren inderdaad een sterke positie in Afrika opgebouwd, zeker op het vlak van de ontginning en verwerking van grondstoffen die cruciaal zijn voor de groene transitie, maar ook voor de defensiesector. China heeft die dominante positie opgebouwd via een doelgericht industriebeleid over de volledige waardeketens, vaak ondersteund door niet-marktconforme praktijken. Onze afhankelijkheid van China verminderen is dan ook een uitdaging op lange termijn, waarbij partnerschappen met Afrika cruciaal zijn.
Afrikaanse landen hebben het recht hun handels- en politieke partners te diversifiëren, zoals wij dat ook doen. Ons aanbod verschilt echter van dat van China. We streven naar duurzame en wederzijds voordelige partnerschappen die bijdragen aan de ontwikkeling van lokale waardeketens, transparantie, goed bestuur en respect voor sociale en milieunormen.
Veel Afrikaanse landen willen trouwens de Chinese dominantie in de grondstoffensector beperken. Er liggen dus kansen voor samenwerking, op voorwaarde dat we een geloofwaardig alternatief bieden dat wordt ondersteund door investeringen en een sterke betrokkenheid van de private sector. Een verdere concentratie van de ontginning, verwerking of logistieke controle in handen van één niet-Europese actor zou de Europese strategische autonomie verzwakken.
Daarom steunt België de uitvoering van de Europese Critical Raw Materials Act en het RESourceEU-actieplan, die onder meer inzetten op diversificatie, recyclage en verwerking in Europa. In dat kader sluit de EU ook strategische partnerschappen af met grondstofrijke landen, waaronder landen in Afrika. België ondersteunt die aanpak en vult hem bilateraal en via internationale samenwerking aan.
Onze speciale gezant voor energiebevoorradingszekerheid en kritieke grondstoffen speelt daarbij een belangrijke rol. Via internationale samenwerking zet België daarnaast in op transparantie, duurzaam mijnbeheer en waardig werk in de mijnbouwsector, onder meer via steun aan de Wereldbank, het Extractive Industries Transparency Initiative, Enabel en het Belgische onderzoeksinstituut IPIS. Daarnaast wil ik dat Belgische instrumenten zoals Credendo en BIO Invest een grotere strategische rol spelen bij de ontwikkeling van wederzijds voordelige partnerschappen rond energie of kritieke grondstoffen.
La Belgique soutient également l'approche Global Gateway, notamment au travers de partenariats avec des pays tels que la République démocratique du Congo (RDC) et la Zambie. Ces partenariats ne visent pas seulement à garantir l'accès aux matières premières, mais également à favoriser leur transformation locale, le développement des infrastructures, une production durable, la recherche et le renforcement des capacités.
S'agissant de la dimension commerciale, je reconnais que les normes européennes élevées ne peuvent être maintenues que si elles s'accompagnent de conditions de concurrence plus équitables. La solution ne réside, néanmoins, pas dans un abaissement de nos standards – il s'agit justement d'une plus-value que nos partenaires africains recherchent –, mais bien dans le renforcement des instruments européens de lutte contre la concurrence déloyale, le travail forcé, la déforestation, les fuites de carbone, les subventions créant des distorsions de marché et les pratiques de dumping.
La Belgique continuera également à plaider au sein de l'Union européenne en faveur d'une politique commerciale et industrielle qui conjugue l'ouverture et la résilience et qui assure une concurrence loyale, des règles de durabilité contraignantes et effectivement applicables, ainsi qu'une application cohérente de nos normes à tous les produits mis sur le marché européen.
J'estime enfin qu'il est nécessaire de développer davantage les relations économiques, industrielles et de développement entre la Belgique, l'Union européenne et les pays africains. Pour être crédible, l'offre européenne doit être plus visible, plus rapide, mieux coordonnée, tout en restant fidèle à nos principes. C'est dans cette voie que la Belgique continuera à agir au sein de l'Union européenne et dans ses relations bilatérales avec nos partenaires africains.
15.04 Pierre Kompany (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses rassurantes par rapport à ce que la Belgique peut trouver, à ce niveau, comme économies à travers l'Union européenne. Je sais que vous avez parlé d'alternatives crédibles: diversification commerciale et aussi la capacité de la Belgique d'avoir des points forts, dont, par exemple, le recyclage. Je sais que la Belgique, par exemple, a le deuxième port européen, le port d'Anvers. Mais, j'imagine que de nombreux Belges le savent: le Congo est en train de développer un port en eau profonde sur l'océan Atlantique. Cela signifie que, désormais, tout ce qui traverse l'Atlantique venant d'Europe et d'Amérique arrivera au Congo. Et cela, c'est une bonne affaire pour la Belgique. J'y ajoute le recyclage, parce que je sais que la Belgique est reconnue en la matière, du moins ici en Europe, où elle occupe la troisième position des pays où le recyclage est bien réalisé.
Là, ce sont les ponts économiques, les ponts socio-économiques, que la Belgique peut établir aussi. Il est vrai qu'il faut regarder l'histoire des mines et autres, mais là, c'est en toute amitié que la Belgique peut le faire plus facilement qu'un autre. Cela amènerait la sécurité d'approvisionnement.
Notre ministre a été déclaré hier, lors d'auditions en commission, le champion des négociations. Vous avez été cité comme tel hier et c'était formidable pour moi de l'entendre. La Belgique voudra une concurrence loyale et la pratiquera contre le dumping, contre beaucoup de choses. La Belgique agira au sein de l'Union européenne, peut-être comme un catalyseur. Voilà ce que j'ai entendu, monsieur le ministre, et je crois que celles et ceux qui, en Afrique, vous entendent en seront assez naturellement preneurs.
15.05 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, we mogen de Chinese opmars in Afrika niet onderschatten. China is de economische en strategische wedloop op het Afrikaanse continent aan het winnen en dat heeft gevolgen die veel verder reiken dan alleen de handel. Voor Europa betekent dat een groeiende afhankelijkheid van kritieke grondstoffen en strategische waardeketens die essentieel zijn voor onze industrie, onze technologie en onze energietransitie.
Maar ook voor Afrika zelf is het zeer zorgwekkend. Waar Europa samenwerking vaak koppelt aan voorwaarden inzake goed bestuur, transparantie en mensenrechten doet China dat veel minder tot zelfs niet. Daardoor dreigt de positie van kwetsbare bevolkingsgroepen en minderheden verder onder druk komen te staan in landen waar de rechtsstaat eigenlijk al onder druk staat. Daar moet Europa veel meer inzetten op een eigen strategische autonomie. We moeten onze bevoorrading van kritieke grondstoffen diversifiëren, meer investeren in eigen ontginning, verwerken en recyclage waar dat mogelijk is en ervoor zorgen dat we niet opnieuw afhankelijk worden van één bepaalde dominante speler. De afhankelijkheid van Russisch gas heeft ons al geleerd hoe kwetsbaar Europa is. Het zou een grote fout zijn om die afhankelijkheid nu in te ruilen voor een nieuwe afhankelijkheid van China.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16.01 Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer de minister, het Europese gezondheidsbudget ligt me nauw aan het hart en zou ons allemaal nauw aan het hart moeten liggen. Ook de Europese gezondheidsgemeenschap heeft begin juni, dus al even geleden, een oproep verspreid in een brief aan de voorzitters von der Leyen en Costa, waarin ze een heel duidelijke boodschap heeft gegeven. Europa heeft in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) nood aan drie adjectieven die alle drie belangrijk zijn: een robuust, beschermd en geoormerkt gezondheidsbudget.
Die oproep werd gedaan net voor de Europese Raad van 18 en 19 juni, waarin werd gesproken over de contouren van de langetermijnbegroting, dus het MFK. De beslissingen die de komende maanden worden genomen, zullen immers bepalen of de Europese Unie de middelen zal hebben om bijvoorbeeld de strijd tegen kanker voort te zetten met het Europe's Beating Cancer Plan, onze gezondheidsveiligheid te respecteren en te garanderen en de paraatheid te versterken bij toekomstige crisissen, die ongetwijfeld zullen plaatsvinden.
Mijnheer de minister, België heeft altijd een voortrekkersrol gespeeld in het Europese gezondheidsbeleid, zeker tijdens ons laatste EU-voorzitterschap. Het behouden van sterke Europese gezondheidsmiddelen, bijvoorbeeld het EU4Health-programma, is essentieel om ook onze nationale gezondheidszorg te ondersteunen.
Daarom heb ik drie vragen voor u, mijnheer de minister. Wat is uw oordeel over de noodkreet, de oproep van die meer dan 500 gezondheidsorganisaties, waarvan ook een 25-tal uit België? Ben u het ermee eens dat een afzwakking van het Europese gezondheidsbudget een risico vormt voor de patiëntveiligheid en de crisisparaatheid van de Europese Unie en dus ook van België?
Welk standpunt heeft België ingenomen op de voorbije Europese Raad van 18 en 19 juni met betrekking tot de financiering van de gezondheidszorg binnen het nieuwe MFK?
Zal België actief pleiten voor een specifiek geoormerkt gezondheidsbudget?
Bent u ten slotte bereid om naar Europese gewoonte een noodzakelijke coalitie te vormen met gelijkgestemde EU-lidstaten om te vermijden dat gezondheidszorg wordt ondergesneeuwd door andere budgettaire behoeften?
16.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Bertels, de Europese Commissie wil met een vereenvoudigd en flexibel meerjarig financieel kader 2028-2034 de vele uitdagingen van een veranderende wereld kunnen aangaan. Daarbij worden de doelstellingen van het huidige EU4Health-programma opgenomen in enerzijds het Europees Concurrentiefonds en anderzijds het versterkte EU-mechanisme voor civiele bescherming. De discussie over de precieze architectuur en de budgettaire invulling van deze instrumenten zal de komende maanden verder worden gevoerd.
Tijdens de Europese Raad van juni vond een eerste algemene gedachtewisseling plaats tussen de staatshoofden en regeringsleiders over het voorstel van de Commissie. In het najaar zullen de onderhandelingen meer in detail ingaan op de verschillende beleidsprioriteiten en de bijbehorende financiering.
Ik begrijp de bezorgdheden van de actoren uit de Europese gezondheidssector. Europese gezondheidsmiddelen zijn cruciaal. Gezondheid blijft voor België een belangrijke beleidsprioriteit. De Europese Unie dient ook in de toekomst over de passende instrumenten te beschikken om gezondheidsuitdagingen aan te pakken, de paraatheid voor crisissen te versterken en de samenwerking tussen de lidstaten verder te ondersteunen. België zal de dialoog aangaan met gelijkgestemde lidstaten en waar mogelijk en opportuun gezamenlijke standpunten innemen, dit om ervoor te zorgen dat er in het meerjarig financieel kader duidelijk rekening wordt gehouden met de financiering van de gezondheidszorg.
16.03 Jan Bertels (Vooruit): Dank u wel, mijnheer de minister. Ik ben blij dat u de ambitie uitspreekt om het beleid voort te zetten dat we hebben gevoerd tijdens ons Europees voorzitterschap en dat u letterlijk zegt dat Europese gezondheidsmiddelen cruciaal zijn. Dat zijn ze inderdaad, ook voor de gezondheid in België, zoals u zelf al aangaf. We moeten de nodige middelen hebben om de paraatheid te versterken en de instellingen die daarvoor opgericht zijn te kunnen laten functioneren.
Ik ben ook blij dat u uitdrukkelijk aangeeft dat België een partner zal zijn voor gelijkgestemde lidstaten.
Dat moeten we doen, denk ik, want we moeten een front vormen om die gezondheidsmiddelen te vrijwaren. Het is een goede zaak dat er een vereenvoudigd en flexibel meerjarig financieel kader komt. We moeten er wel voor zorgen dat EU4Health wordt opgenomen in het fonds en ook in het kader van de oefening met betrekking tot civiele bescherming. Civiele bescherming en gezondheid maken daar immers absoluut deel van uit. Dat hebben we nodig om onze autonomie te versterken. Zo houden we Europa ook op de kaart wat het gezondheidsbeleid betreft. Daar kunnen we als Europeanen en als Belgen alleen maar baat bij hebben.
Ik wens u veel succes, mijnheer de minister, en de Vooruitfractie geeft u alle steun om te gaan voor een noodzakelijk, robuust en geoormerkt gezondheidsbudget binnen Europa.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De vraag nr. 56017215C van mevrouw Almaci wordt schriftelijk behandeld.
17.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, het Cypriotische voorzitterschap heeft op 19 juni een nieuw onderhandelingskader voor de Europese meerjarenbegroting, het MFK, voorgesteld. Dat verschuift de prioriteiten sterk, waarbij de middelen voor concurrentiekracht, grensoverschrijdende infrastructuurprojecten, veerkracht, veiligheid en defensie worden verminderd.
Die verschuiving maakt het voor de Belgische regering niet eenvoudiger. We weten dat de uitdagingen voor onze eigen begroting al groot zijn, laat staan als we extra middelen moeten ophoesten voor de Europese meerjarenbegroting. De eerste minister wil focussen op het competitiviteitsluik, terwijl anderen vinden dat het budget voor landbouw en cohesie minstens op het huidige niveau moet blijven. Daarbij spelen ook de regionale verschillen een rol. Intussen tikt de klok onverbiddelijk verder en wachten de Europese debatten niet op onze interne verdeeldheid.
Mijnheer de minister, hoe evalueert u die fundamentele verschuiving van prioriteiten? Is die verschuiving al binnen het kernkabinet besproken, of zal dat nog gebeuren?
Wanneer mogen we een unaniem standpunt van ons land over het MFK verwachten? Ik weet dat het niet eenvoudig is om daartoe te komen. Op een bepaald moment moeten we er toch op kunnen rekenen dat ons land met een eenduidig standpunt aan tafel kan zitten als we een stevige onderhandelingspositie willen innemen over die meerjarenbegroting.
Wat is tot nu toe de positie van de regering ten aanzien van de eventuele optie om nieuwe Europese eigen inkomsten aan te boren? Wat is de stand van zaken? Kunt u ons daarover iets meer vertellen?
17.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, het Cypriotische voorzitterschap heeft inderdaad voor de Europese Raad van juni een eerste compromistekst voor het volgende meerjarig financieel kader met cijfers verspreid. In vergelijking met het voorstel van de Europese Commissie daalt het volume van de begroting met 2 %.
Dat is een lichte daling, die meer uitgesproken is in de tweede en derde pijler, respectievelijk het Europees Fonds voor Concurrentievermogen en Globaal Europa, dan in de eerste en vierde pijler, de nationale en regionale partnerschappenplannen en administratie.
Het gaat veeleer om een heroriëntering dan om een fundamentele verschuiving van de prioriteiten. U mag niet alleen vergelijken met het oorspronkelijke commissievoorstel. Hoewel daarin een lichte daling voor de nieuwe prioriteit zichtbaar is, toont een vergelijking met het huidige budget nog steeds een aanzienlijke stijging van de middelen voor deze nieuwe prioriteit.
Het Ierse voorzitterschap zal de komende maanden intensief consultaties voeren op verschillende niveaus met het oog op de verspreiding van een herziene compromistekst tegen de Europese Raad van oktober. Dat is wellicht zeer ambitieus. Het is de ambitie van Ierland en van voorzitter Costa om tegen eind 2026 een akkoord over het meerjarig financieel kader te bereiken.
Ik ben het volledig met u eens dat België in deze nieuwe fase zijn rol moet kunnen spelen. De impact van het MFK op de federale begroting is daarbij een van de centrale vragen. Het is mijn ambitie dat de interne Belgische coördinatie op administratief en politiek niveau de komende maanden wordt opgedreven, zodat ons land ten volle kan wegen op de Europese besluitvorming.
Sinds de Europese Raad van juni is het duidelijk dat de discussie over eigen middelen intensiever zal worden gevoerd.
17.03 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik hoop inderdaad dat het geen maanden meer zal duren vooraleer het Belgische standpunt rond is. Er liggen immers een aantal belangrijke vraagstukken op tafel. Ik heb begrepen dat onder meer Duitsland er geen voorstander van is om nog nieuwe leningen aan te gaan. In dat geval kijken we onvermijdelijk naar bijdragen van lidstaten en eventuele eigen inkomsten, zoals onze douane-inkomsten, waarvan onze premier namens ons land al heeft laten verstaan dat er zo min mogelijk aan mag worden geraakt, aangezien we daar anders middelen verliezen.
Het is dus noodzakelijk dat we daar met een stevig mandaat en een stevige onderhandelingspositie aan tafel kunnen zitten. Ik wens u toe dat u de besprekingen die daartoe moeten leiden, goed gecoördineerd krijgt.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
18.01 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le ministre, Médecins sans frontières alerte tous les responsables politiques de l'aggravation massive de l'épidémie Ebola à l'est de la RDC. Selon eux, la situation devient complètement incontrôlable et les moyens à disposition sont largement insuffisants pour contrer la progression du virus dans les cas confirmés. Les décès augmentent exponentiellement alors que les acteurs de terrain s'accordent pour dire que les chiffres ne sont que la pointe de l'iceberg. Dans un contexte de conflits sans perspective d'apaisement, l'action humanitaire est déjà trop compliquée et les moyens sont insuffisants. Dans ce contexte, la population subit la guerre et la maladie sans espoir de paix, sans espoir de santé, dans un cercle vicieux qui nourrit mutuellement les calamités.
Selon MSF, personne ne connaît l'ampleur réelle de l'épidémie et le virus progresse plus vite que les moyens humanitaires mis à disposition. Le rappel se conclut par l'urgence d'agir car il n'est pas trop tard, mais la fenêtre de tir se réduit dramatiquement.
Dans ce contexte, monsieur le ministre, des moyens supplémentaires sont-ils prévus pour freiner l'épidémie qui risque de devenir incontrôlable? Quels résultats et retours vos services font-ils de la réponse humanitaire jusqu'à présent? Quels contacts avez-vous avec les autorités congolaises sur cette problématique? Constatez-vous des contacts approfondis entre les belligérants pour mettre en place un cessez-le-feu afin de permettre un meilleur accès aux soins et un meilleur déploiement humanitaire, ou en prenez-vous l'initiative?
18.02 Maxime Prévot, ministre: Madame la députée, la Belgique suit avec une grande attention l'évolution de l'épidémie d'Ebola dans l'Est de la RDC. Notre soutien repose sur des financements flexibles accordés aux agences des Nations unies, au Comité international de la Croix-Rouge et à plusieurs ONG belges qui sont actives sur le terrain. Cette approche permet une réponse rapide et adaptée aux besoins, combinant prise en charge sanitaire, prévention, sensibilisation des populations, surveillance épidémiologique et amélioration de l'accès à l'eau, à l'hygiène et à l'assainissement.
La réponse humanitaire a déjà produit des résultats concrets, notamment en matière d'assistance alimentaire et nutritionnelle, de renforcement des capacités logistiques, de pré-positionnement de matériel et de soutien aux chaînes d'approvisionnement dans la région des grands lacs.
Toutefois, les besoins restent importants et les interventions demeurent confrontées à de sérieux défis liés à l'insécurité, à l'accès aux populations et aux contraintes logistiques.
La Belgique soutient également les efforts de coordination internationale conduits par l'Organisation mondiale de la santé, les centres africains de contrôle et de prévention des maladies, et les autorités congolaises. À travers l'Institut de médecine tropicale d'Anvers et d'autres partenaires belges, nous contribuons au renforcement des capacités de diagnostic, de surveillance épidémiologique et de recherche clinique.
Nous entretenons, par ailleurs, un dialogue régulier avec les autorités congolaises afin d'adapter la réponse à l'évolution de la situation.
S’agissant de l’accès humanitaire, notre pays appuie les initiatives diplomatiques et les processus de médiation en cours visant au respect des cessez-le-feu et à l’amélioration de l’accès aux populations affectées. Nous privilégions le renforcement de ces démarches existantes, notamment dans le cadre de l’Union européenne et des enceintes multilatérales, afin de garantir une action cohérente et efficace.
Enfin, cette crise rappelle l’importance de poursuivre les investissements dans la prévention, la préparation et la réponse aux pandémies, ainsi que dans le renforcement durable des systèmes de santé.
18.03 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. Peut-être serai-je amenée à vous interroger ultérieurement sur le budget réel que représentent, pour nos finances, toutes les actions que vous venez d’évoquer.
Je suis une fanatique de football. Des personnes présentes sur le terrain m’ont appris que, malheureusement, dans l’Est de la République démocratique du Congo à cause du virus Ebola, les rassemblements publics ont été interdits par les rebelles. Cela peut paraître anecdotique, mais dans le contexte de guerre que connaît actuellement la RDC, le football constitue un facteur d’unité. Toute la population se rassemble derrière l’équipe nationale. Pourtant, les personnes vivant dans l’Est du pays n’ont même pas pu se réunir et se réjouir en raison de la présence du virus Ebola.
Cela illustre à quel point le virus continue de progresser petit à petit et si nous n’accompagnons pas davantage le gouvernement et les populations, nous risquons de déplorer un nombre de morts qu'on ne pourra même pas enterrer correctement. Je vous encourage à continuer d'œuvrer pour que nous puissions continuer à accompagner ces populations.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19.01 Ellen Samyn (VB): Ik verwijs naar de schriftelijk ingediende versie van mijn vraag.
Vorige week verboden de Franse
autoriteiten op het laatste ogenblik een grote manifestatie van Iraanse
opposanten in Parijs tegen executies en mensenrechtenschendingen door het
Iraanse regime. Als motivering verwees men naar een “gespannen nationale en internationale
context" en een mogelijk risico op confrontaties.
Opvallend is dat het verbod pas werd
uitgevaardigd nadat de manifestatie reeds geruime tijd was aangekondigd.
Volgens de organisatoren werd het besluit bovendien genomen slechts enkele uren
na een telefoongesprek tussen de Franse minister van Buitenlandse Zaken
Jean-Noël Barrot en zijn Iraanse ambtgenoot Abbas Araghchi.
Dit roept vragen op over de bescherming
van fundamentele democratische vrijheden in Europa. Het recht op vreedzaam
protest behoort tot de kern van onze democratische rechtsstaat. Wanneer
uitgerekend tegenstanders van een autoritair regime verhinderd worden om hun
stem te laten horen, ontstaat de indruk dat Europese regeringen eerder rekening
houden met de gevoeligheden van Teheran dan met de rechten van dissidenten.
Het Iraanse regime blijft nochtans
verantwoordelijk voor politieke repressie, executies, gijzeldiplomatie en steun
aan terroristische organisaties in het Midden-Oosten. Tegen die achtergrond
lijkt een dergelijke beslissing bijzonder moeilijk te verantwoorden.
Heeft de Belgische regering kennisgenomen
van het Franse demonstratieverbod en de motivering ervan?
Acht u een dergelijk laattijdig verbod op
een vreedzame manifestatie verenigbaar met de vrijheid van vergadering en
meningsuiting?
Deelt u de bezorgdheid dat dergelijke
maatregelen de indruk wekken van een toegeeflijke houding tegenover het Iraanse
regime?
Heeft België hierover contact gehad met
de Franse autoriteiten of binnen Europees verband?
Welke concrete initiatieven neemt België
om Iraanse dissidenten en democratische oppositiebewegingen diplomatiek te
ondersteunen?
Bent u bereid dit dossier aan te kaarten op Europees niveau en het belang van de vrijheid van meningsuiting en demonstratie voor Iraanse opposanten expliciet te verdedigen?
19.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Samyn, ik heb ook via de pers vernomen dat de demonstratie die op 20 juni jongstleden gepland was in Parijs op initiatief van Iraanse oppositieleden, door de politieprefectuur van Parijs verboden was. De politie was van mening dat gelet op de internationale context de organisatie van deze demonstratie een ernstig risico vormde voor de handhaving van de openbare orde.
Dit besluit is genomen door de bevoegde autoriteiten in Parijs. Het is niet aan mij daar commentaar op te geven. Frankrijk is een rechtsstaat en de organisatoren konden tegen deze beslissing in beroep gaan. Het besluit is overigens bevestigd door de administratieve rechtbank van Parijs na het beroep dat door de organisatoren ingesteld was.
De vrijheid vreedzaam te demonstreren is een grondrecht, maar geen absoluut recht. Frankrijk veroordeelt regelmatig de autoritaire en repressieve maatregelen van Teheran en ik kan u verzekeren dat het al zijn diplomatieke invloed aanwendt om de situatie ten gunste van de Iraanse burgers te veranderen.
Op het Belgische en Europese niveau hebben we meermaals de Iraanse autoriteiten publiekelijk opgeroepen de rechten op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering te waarborgen.
19.03 Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Mijn bezorgdheid betreft het fundamenteel democratische principe dat vreedzame opposanten tegen autoritaire regimes in Europa hun stem moeten kunnen laten horen.
U hebt het daarnet zelf gezegd, het Iraanse regime maakt zich al jaren schuldig aan politieke repressie, willekeurige arrestaties, executies en gijzeldiplomatie. Precies daarom is het belangrijk dat de democratische landen een duidelijk signaal geven dat ze de fundamentele vrijheden van Iraanse dissidenten beschermen.
Nu, wanneer deze manifestatie, die reeds geruime tijd was aangekondigd, op het allerlaatste moment verboden wordt, werpt dat toch wat vragen op. Het is niet per se kritiek op de Franse rechtsstaat, maar wel een bekommernis over de perceptie die hierdoor ontstaat.
Nu, ik weet dat u het Iraanse regime vaak ook veroordeelt. Ik hoop ook dat u dat zult blijven doen, op alle mogelijke fora. Ik dank u daar alvast voor.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
20.01 Annick Lambrecht (Vooruit): De recente geschiedenis herhaalt zich in Soedan op de gruwelijkste wijze. Milities van de Rapid Support Forces (RSF) omsingelen momenteel de stad El-Obeid. Een half miljoen burgers, onder wie 100.000 ontheemden, zitten daar als ratten in de val.
België sloot zich onlangs aan bij de Coalition for Atrocity Prevention and Justice for Sudan. Soedanese artsen en experts wijzen er echter op dat de internationale gemeenschap behoorlijk hypocriet is. De Verenigde Arabische Emiraten blijven de Rapid Support Forces namelijk ongestoord voorzien van geld en moderne drones.
Zonder gerichte diplomatieke druk op die toeleveranciers blijven internationale verklaringen zonder verdere consequenties. De Vooruitfractie vraagt dat ons land zijn positie binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties gebruikt om de financiering en bewapening van deze milities te stoppen.
In december 2025 keurde de Kamer unaniem de Vooruitresolutie over de crisis in Soedan goed. We vroegen u en de regering om dringende diplomatieke druk en humanitaire actie. Welke stappen zijn al ondernomen?
Welke concrete diplomatieke stappen onderneemt men binnen de Europese Unie om de Verenigde Arabische Emiraten rechtstreeks aan te spreken op hun wapenleveringen aan de Rapid Support Forces? Wanneer is het tijd voor naming and shaming?
Welke specifieke acties plant de Coalition for Atrocity Prevention and Justice for Sudan op korte termijn om de militaire opmars in El-Obeid te stuiten?
Bent u bereid om op Europees niveau te pleiten voor gerichte economische sancties tegen entiteiten die de illegale smokkel van de milities via de grens met Tsjaad faciliteren?
Hoe garandeert u dat de Belgische humanitaire hulp de overlevenden daadwerkelijk bereikt?
Welke stappen zet u om bewijsmateriaal van deze genocide te verzamelen en een latere vervolging door het Internationaal Strafhof mogelijk te maken?
20.02 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le ministre, nous nous souvenons tous du massacre d’El-Fasher, au Soudan, en octobre 2025. Après des mois de siège impitoyable, la prise de la ville par les rebelles des Forces d’appui rapide, soutenues par les Émirats arabes unis, a conduit au massacre de dizaines de milliers de civils, parfois filmés, au viol de milliers de femmes et de filles, ainsi qu’au saccage d’hôpitaux et de mosquées. Les flaques de sang étaient si étendues qu’elles étaient visibles sur des images satellites.
Ces crimes innombrables ont donné lieu à des commissions d'enquête de l'ONU. Amnesty International a qualifié le massacre d’El-Fasher de génocide ayant ciblé en particulier les populations arabes. Pourtant, l’horreur d’El-Fasher risque aujourd’hui d’être éclipsée par une autre ville de plus de 500 000 habitants, accueillant plus de 100 000 réfugiés Ces populations manquent de tout: eau, nourriture, médicaments et abris. Elles sont assiégées par un nombre croissant de rebelles des Forces d'appui rapide (FAR). Je parle de la ville d'El-Obeid.
Si nous ne faisons rien et que nous restons silencieux, El-Obeid sera bientôt synonyme du pire massacre que cette guerre insensée a produit. Si nous n’agissons pas, les milliers de morts innocents seront à nouveau synonyme de l'impuissance et de l'incapacité de la communauté internationale à prévenir un autre génocide.
Face à l’urgence de la situation et à la nécessaire prise en main de nos responsabilités internationales, mes questions sont les suivantes, monsieur le ministre. Quel message la Belgique porte-t-elle au sein des instances européennes concernant la guerre au Soudan et la situation urgente d'El-Obeid? Quelle est l’analyse de vos services? Sont-ils conscients des risques encourus par les populations civiles? Soutenez-vous une mission européenne de monitoring à El-Obeid? Êtes-vous favorable à l’adoption de sanctions envers les FAR, leurs commanditaires, y compris leurs soutiens extérieurs, notamment les Émirats arabes unis, fournisseurs d'armes et de mercenaires ou encore l'Ethiopie?
Quelle est votre position concernant un éventuel embargo sur les armes à destination des Émirats arabes unis et autres États impliqués dans le conflit? Soutiendriez-vous le déploiement d’une force internationale de protection au Soudan? Quels contacts entretenez-vous avec ces deux pays concernant le soutien documenté aux FAR? Enfin, qu’en est-il des contrats d’armement qui lient l’Union européenne et la Belgique avec les UAE considérant le risque que nos armes soient utilisées par les FAR pour commettre des crimes pouvant être qualifiés de génocidaires? Je vous remercie.
20.03 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Op 3 juli heeft de VN-Mensenrechtenraad
een spoedzitting gehouden over een nakende ramp in El Obeid, de hoofdstad van
de Sudanese regio Noord-Kordofan. VN-Mensenrechtencommissaris Volker Türk
waarschuwt voor een nieuwe mensenrechtenramp, nu de Rapid Support Forces (RSF)
de stad omsingelen en er steeds meer gewapende troepen rond verzamelen.
Inwoners kunnen geen kant meer op omdat de enige uitweg door drones onder vuur
wordt genomen. Al zeker 45 burgers kwamen om, maar de tol ligt wellicht veel
hoger. In de stad zelf zijn intussen ernstige tekorten aan voedsel, brandstof,
drinkwater, gezondheidszorg en transport.
De VN vrezen dan ook voor een herhaling
van het genocidaire geweld dat in oktober plaatsvond in al-Fashir. De
VN-Fact-Finding Mission for Sudan meldde vorige week dat de campagne van RSF
daar neerkwam op genocide. Ook zouden ze zich schuldig hebben gemaakt aan
uithongering als oorlogsmisdaad. Een herhaling moet dan ook absoluut vermeden
worden. Sinds het door het Soedanese leger verworpen vredesvoorstel door de
'Quad' in november lijkt er op vlak van politieke onderhandelingen tussen de
strijdende partijen weinig te bewegen. Wel hebben verschillende politieke en
middenveldgroepen in mei in Nairobi een roadmap voor vrede aangenomen, los van
de strijdende partijen.
In december nog nam de Kamer een
resolutie aan waarbij het geweld resoluut veroordeeld werd en de regering
gevraagd werd diplomatieke inspanningen te ondersteunen om tot een politieke en
inclusieve oplossing van het conflict te komen, de humanitaire hulp te verhogen
alsook om de straffeloosheid te beëindigen.
Ik heb voor u de volgende vragen:
Welke concrete inspanningen worden
geleverd op Belgisch en Europees niveau om een nieuwe ramp te voorkomen?
Welke demarches worden ondernomen ten
aanzien van invloedrijke actoren als de Verenigde Arabische Emiraten? Welke
bijkomende humanitaire inspanningen werden geleverd op Belgisch en op
EU-niveau?
Welke concrete inspanningen worden
ondersteund om de straffeloosheid te beëindigen?
Hebt u zicht op lopende vredesprocessen
en -initiatieven, bijvoorbeeld in het kader van de Quad? In welke stadium
bevinden deze zich concreet?
20.04 Maxime Prévot, ministre: Mesdames, la situation au Soudan est en effet dramatique et, plus inquiétant encore, la spirale de violence continue de s'aggraver. Pendant ce temps, les initiatives diplomatiques, telles que celles du Quartet ou du Quintet, se poursuivent, mais peinent à offrir une solution immédiate.
Or, comme vous l'avez toutes les trois souligné, la population civile d'El-Obeid est aujourd'hui exposée à un risque imminent d'atrocités de masse. J'ai publiquement dénoncé cette situation dès le 24 juin dernier en tirant la sonnette d'alarme avec d'autres partenaires, tels que le Secrétaire général des Nations Unies et le Haut-Commissaire des Nations Unies aux droits de l’homme. C'est d'ailleurs un message que je ne cesse de porter, tant auprès de nos partenaires européens qu'au niveau international.
En début de semaine encore, à l'initiative de la Belgique, le Conseil des Affaires étrangères de l'Union européenne s'est penché sur la situation au Soudan; un conflit dont la gravité contraste malheureusement avec l'attention insuffisante qu'il reçoit. C'est notre pays qui a inscrit ce point à l'ordre du jour. De concert avec l'Allemagne, les Pays-Bas et l'Irlande, nous avons lancé un appel fort: tout doit être mis en œuvre pour prévenir de nouvelles atrocités et mettre fin aux violations massives des droits humains. Nous devons également mobiliser tous les leviers diplomatiques disponibles auprès des acteurs extérieurs qui soutiennent les parties au conflit, afin qu'ils cessent toute assistance contribuant aux violences et usent de leur influence pour favoriser une solution politique.
J'attire également votre attention sur l'adoption, le 10 juillet 2026, d'une déclaration de l'Union européenne et de ses États membres sur la situation à El-Obeid. Là aussi, le message adressé aux belligérants, aux Forces de soutien rapide (RSF) en particulier, ainsi qu'à leurs sponsors, est clair, fort et sans ambiguïté. J'ai moi-même relayé ce message lors de mes récents échanges avec plusieurs dirigeants de la région et du Golfe.
Dans le cas présent, je reste convaincu qu'une diplomatie active, exigeante mais discrète, a davantage de chances de produire des résultats qu'une stratégie de naming and shaming. Je suis également persuadé que c'est en préservant les canaux de dialogue que nous pourrons faire passer nos messages et encourager des évolutions positives. L'alternative consisterait à se voir fermer les portes, sans pour autant avoir la capacité d'améliorer concrètement la situation sur le terrain.
We willen echter niet alleen gebruikmaken van diplomatieke kanalen. We hebben ook gepleit voor nieuwe Europese sancties, die de Raad Buitenlandse Zaken gisteren heeft goedgekeurd. Die richten zich op de economische pijlers die het conflict in stand houden en in het bijzonder op de goudhandel. Dat is een belangrijk signaal. Wie voordelen haalt uit de oorlog of bijdraagt aan de financiering ervan, moet weten dat daaraan gevolgen verbonden zijn. We zullen die instrumenten ook in de toekomst gericht blijven inzetten afhankelijk van de evolutie van de situatie op het terrein.
Over de strijd tegen straffeloosheid heeft België zich al meermaals uitgesproken. Dat was recent nog het geval tijdens de interactieve dialoog met de Fact-Finding Mission for the Sudan op 15 juni in de VN-Mensenrechtenraad. Daarbij hebben wij onze volledige steun herhaald en aangedrongen op onbelemmerde toegang tot het Soedanese grondgebied. De werkzaamheden van de Fact-Finding Mission zijn van essentieel belang. Het verzamelen van informatie en bewijsmateriaal draagt bij tot de bestrijding van straffeloosheid en kan op termijn een belangrijke rol spelen in de internationale rechtsbedeling. Daarnaast pleiten wij voor een uitbreiding van het mandaat van het Internationaal Strafhof tot het volledige grondgebied van Soedan.
Tijdens een andere vergadering van de Mensenrechtenraad op 18 juni nam België deel aan een gezamenlijke verklaring van de Coalition for Atrocity Prevention and Justice for Sudan over het risico op gruweldaden in El Obeid in het bijzonder. We hebben een dringend debat op 3 juli in de Mensenrechtenraad over de situatie in en rond El Obeid gesteund, met een resolutie als resultaat.
De humanitaire steun van België aan Soedan is voornamelijk gebaseerd op onze financiering van verschillende flexibele humanitaire fondsen. Zo draagt België 11 miljoen euro bij aan het humanitaire fonds voor Soedan voor de periode 2025-2026. Daarnaast verleent ons land meerjarige en voorspelbare steun voor een bedrag van 17 miljoen euro aan het Centraal Noodhulpfonds, waarbij Soedan tot de prioritair begunstigde landen behoort.
Daarnaast draagt ons land in 2026 ook 5 miljoen euro bij aan het Immediate Response Account-mechanisme. In dat kader is onlangs een IRA-toewijzing van 18,5 miljoen dollar ten gunste van Soedan aangekondigd. Dankzij die steun kunnen humanitaire organisaties de noden op het terrein rechtstreeks beoordelen en middelen toewijzen aan de operationele partners die het best geplaatst zijn om doeltreffend op te treden, met inbegrip van lokale actoren.
Daarnaast zijn er monitoringmechanismen opgezet die ons in staat stellen om de doeltreffendheid van onze steun te evalueren, de interventiegebieden op te volgen en na te gaan in welke mate wordt tegemoetgekomen aan de behoeften van de getroffen bevolkingsgroepen.
Enfin, madame Mutyebele, concernant les exportations d'armes, je vous renvoie à la compétence régionale. Cela dit, nous n'avons d'indication qui laisserait penser que les armes produites en Belgique soient tombées indirectement dans les mains des belligérants, mais nous restons évidemment vigilants.
20.05 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. De situatie is dramatisch en de geschiedenis blijft zich maar herhalen. We kunnen niet anders dan te blijven inzetten op diplomatie, maar altijd in samenhang met nieuwe Europese sancties. Dat gebeurt ook. We kunnen alleen maar hopen dat ook daar de oorlog ten einde kan komen.
20.06 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Une fois n'est pas coutume, monsieur le ministre, je n'ai pas de réplique. Je transférerai bien évidemment mes questions sur les armes aux assemblées concernées. Je vous remercie pour vos réponses complètes.
20.07 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, u gaf een volledig antwoord op het vlak van humanitaire inspanningen, de aanpak van straffeloosheid, de onderhandelingen – niet met naming and shaming, maar discreet – maar toch in relatie tot de partners in de Golf. Het is een goede zaak dat u de problematiek aankaart. Het grootste aantal doden ter wereld valt in Soedan, niet in Gaza, namelijk 800.000 tegenover 80.000. Je mag nooit naar de cijfers kijken, maar ze zijn hallucinant.
De organisatie Geneva Call heeft gezegd dat RSF de enige rebellenorganisatie ter wereld is waar ze geen contact mee krijgt om humanitaire toegang te verkrijgen. Wie humanitaire inspanningen levert, geraakt gewoon niet ter plekke. Soedan is inderdaad een hel op aarde. We moeten dat, zoals bij andere conflicten, bij elke vragenronde opnieuw ter sprake brengen. U neemt dat goed op, ook binnen de Europese Unie, en dat moet u vooral ook blijven doen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
21.01 Ellen Samyn (VB): Ik verwijs naar de schriftelijk ingediende versie van mijn vraag.
Vandaag werd de Armeense oppositiefiguur
Chalabyan opnieuw opgepakt door de Armeense autoriteiten. Chalabyan,
medeoprichter van de National Agenda Party en een uitgesproken verdediger van
de rechten van de Armeniërs van Artsakh, was de voorbije jaren actief binnen
verschillende burgerinitiatieven die zich verzetten tegen het beleid van de
Armeense regering inzake Artsakh, de relaties met Azerbeidzjan en de toekomst
van de Armeense diaspora.
De precieze redenen voor deze nieuwe
arrestatie zijn op dit ogenblik nog niet volledig duidelijk. De zaak roept
echter vragen op, gelet op de eerdere gerechtelijke procedure tegen de heer
Chalabyan, die de voorbije jaren internationale aandacht kreeg en aanleiding
gaf tot opmerkingen van verschillende mensenrechtenorganisaties en
internationale instellingen over de
toepassing van de betrokken strafbepalingen en de waarborgen inzake
fundamentele vrijheden en rechtsbescherming.
Zo verwees de Amerikaanse ambassade in
Armenië in haar mensenrechtenrapport naar de zaak als voorbeeld van een
mogelijke willekeurige arrestatie. Ook de Parlementaire Assemblee van de Raad
van Europa stelde zich kritisch op tegenover de strafbaarstelling van het
aanmoedigen van deelname aan manifestaties en noemde de toepassing van de
betrokken wetsbepaling verontrustend. Freedom House uitte op zijn beurt kritiek
op het verbod dat aan Chalabyan werd opgelegd om gedurende een periode deel te
nemen aan publieke manifestaties.
Volgt u de zaak van Avetik Chalabyan op
via de Belgische diplomatieke vertegenwoordiging of via de Europese
instellingen?
Heeft u de voorbije periode in bilaterale
contacten met Armenië aandacht gevraagd voor de bescherming van politieke
vrijheden, de rechten van oppositiefiguren en de onafhankelijkheid van de
rechterlijke macht?
Hoe verzoent de Europese Unie haar
toenemende samenwerking met Armenië met de bezorgdheden die door verschillende
internationale organisaties worden geuit over de behandeling van opposanten en
kritische stemmen?
Zal u binnen de Europese Unie pleiten op
blijvende aandacht voor fundamentele vrijheden, politieke pluraliteit en een
onafhankelijke rechtspraak in Armenië?
21.02 Minister Maxime Prévot: Tegen de achtergrond van de Armeense parlementsverkiezingen van 7 juni jongstleden werden beschuldigingen geuit aan het adres van de heer Chalabyan. Het komt België evenwel niet toe zich uit te spreken over een individuele gerechtelijke procedure die onder de bevoegdheid van de Armeense autoriteiten valt.
België blijft via zijn ambassade in Jerevan en in nauw overleg met de Europese Unie aandacht besteden aan het respect voor de rechtsstaat, de mensenrechten en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Die fundamentele beginselen kwamen ook aan bod in de dialoog met de Armeense autoriteiten in de aanloop naar de verkiezingen. De mensenrechten en fundamentele vrijheden vormen ook een vast onderdeel van de dialoog tussen België en Armenië. Deze thema's komen regelmatig aan bod tijdens het bilaterale contact met de Armeense autoriteiten.
De versterkte samenwerking tussen de Europese Unie en Armenië weerspiegelt een gedeeld engagement voor nauwere betrekkingen en een wederzijds voordelige samenwerking. Zowel de EU als Armenië heeft er belang bij de stabiliteit, welvaart en veerkracht in de zuidelijke Kaukasus te bevorderen. Deze samenwerking creëert tevens ruimte voor een open en constructieve dialoog over thema's van gemeenschappelijk belang, waaronder de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. België moedigt ook in EU-verband de inspanningen van Armenië aan om hervormingen in deze domeinen verder te zetten. Een versterkte samenwerking en een eerlijke, kritische dialoog zijn daarbij complementair en gaan hand in hand.
21.03 Ellen Samyn (VB): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik begrijp natuurlijk dat u zich niet moeit in een ander land en ik spreek me uiteraard ook niet uit over de schuld of onschuld van de heer Chalabyan. Zoals u zei, is dat aan een onafhankelijke rechter.
De zaak roept echter vragen op over de manier waarop politieke opposanten in Armenië worden behandeld. Het is bovendien ook niet de eerste keer dat hierover internationale bezorgdheid wordt geuit. Ook eerdere procedures tegen de heer Chalabyan werden kritisch bekeken vanuit het oogpunt van de fundamentele vrijheden en procedurele waarborgen.
De EU investeert vandaag sterk in haar partnerschap met Armenië en ondersteunt het land ook politiek en financieel. Dat is op zich verdedigbaar, maar precies daarom mag men toch ook verwachten dat de democratische beginselen, de politieke pluraliteit en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht onverkort worden gerespecteerd.
Ik hoop dan toch dat u de zaak van nabij blijft volgen, zonder vooruit te lopen op het gerechtelijk onderzoek, en dat u binnen de Europese Unie blijft benadrukken dat een nauwer partnerschap zeker hand in hand moet gaan met blijvende aandacht voor de rechtsstaat, de bescherming van de oppositie en de fundamentele vrijheden, want dat is uiteindelijk in het belang van de Armeense democratie zelf.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitster: Mevrouw van Riet, ik heb begrepen dat u uw vraag nr. 56017405C schriftelijk zult laten behandelen, waarvoor dank.
22.01 Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, deze vraag betreft een nieuwe wet die op 1 juli in de Volksrepubliek China in werking is getreden. Die nieuwe wet wil de etnische eenheid en de vooruitgang bevorderen. Volgens de Chinese autoriteiten moet die wet de nationale eenheid versterken. Opvallend is echter dat die wet ook een expliciete extraterritoriale bepaling bevat, waardoor personen en organisaties buiten China juridisch aansprakelijk kunnen worden gesteld wanneer ze volgens die wet de etnische eenheid zouden ondermijnen of etnisch separatisme zouden aanwakkeren. Dat is toch wel opmerkelijk, omdat die bepaling extraterritoriaal zou gelden. De Volksrepubliek China schermt zich altijd af met het argument dat niemand zich mag bemoeien met de Chinese aangelegenheden, maar wil die wet nu zelf wel extraterritoriaal toepassen of uitvoeren. Tijdens een persconferentie verklaarde de Chinese viceminister van Justitie bovendien uitdrukkelijk dat China zich gerechtigd acht die bepaling ook toe te passen ten aanzien van personen in het buitenland.
Mijn vragen zijn de volgende:
Ten eerste, hebt u deze nieuwe wet geanalyseerd, in het bijzonder de extraterritoriale bepalingen ervan? Welk belang hecht u aan die bepalingen?
Ten tweede, deelt u mijn bezorgdheid dat deze wet een bijkomende juridische basis kan vormen voor transnationale repressie van minderheden? Wij kennen voornamelijk de Oeigoeren en de Tibetanen, maar er zijn ook heel wat andere Chinese minderheden die in België of elders in Europa verblijven.
Ten derde, heeft België hierover overleg gepleegd met andere Europese partners of binnen de Raad Buitenlandse Zaken van de Europese Unie?
Ten vierde, zult u deze kwestie ook aankaarten in de bilaterale contacten met de Volksrepubliek China en binnen de relevante multilaterale fora, waaronder de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties?
Ten vijfde, beschikken onze veiligheids- en politiediensten over voldoende instrumenten om personen in België te beschermen tegen eventuele intimidatie of druk die voortvloeit uit deze nieuwe Chinese wetgeving?
22.02 Britt Huybrechts (VB): Ik verwijs naar de schriftelijk versie van mijn vraag:
Vandaag treedt in China de nieuwe
Wet ter Bevordering van Etnische Eenheid en Vooruitgang in werking. Volgens de
Chinese overheid moet deze wet de nationale eenheid versterken, maar tal van
internationale waarnemers waarschuwen dat zij vooral een wettelijke basis
creëert voor een verdere assimilatie van etnische minderheden. De wet legt een
sterke nadruk op één nationale Chinese identiteit, de bevordering van het
Mandarijn en de loyaliteit aan de Communistische Partij.
Die evolutie komt niet uit het niets. De
voorbije jaren zagen we al hoe de Tibetaanse taal steeds verder uit het
onderwijs verdwijnt, hoe Tibetaanse kinderen worden ondergebracht in internaten
waar zij van hun cultuur en familie worden losgekoppeld, hoe in Binnen-Mongolië
het onderwijs steeds verder wordt 'verchineesd' en hoe ook in Hongkong
fundamentele vrijheden stelselmatig werden afgebouwd onder het mom van de
nationale veiligheid.
Verschillende VN-experts waarschuwden dat
deze nieuwe wet het risico inhoudt op een verdere uitholling van culturele,
religieuze en taalkundige rechten van minderheden. Ook het Europees Parlement
veroordeelde de wet omdat zij de systematische onderdrukking van etnische
identiteiten dreigt te versterken.
Ten eerste, hoe beoordeelt u de nieuwe
Chinese Wet ter Bevordering van Etnische Eenheid en Vooruitgang, die vandaag in
werking treedt?
Ten tweede, deelt u de bezorgdheid dat
deze wet de culturele, religieuze en taalkundige rechten van minderheden zoals
Tibetanen, Mongolen en Oeigoeren verder zal inperken?
Ten derde, heeft België deze bezorgdheden
reeds overgemaakt aan de Chinese autoriteiten, hetzij bilateraal, hetzij in
Europees of multilateraal verband?
Ten vierde, zal België binnen de Europese
Unie pleiten voor een gezamenlijke reactie op deze nieuwe wet en de verdere
achteruitgang van de positie van etnische minderheden in China?
Ten vijfde, op welke wijze zal België de
gevolgen van deze wet opvolgen, en bent u bereid hierover ook binnen de
Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties verdere initiatieven te ondersteunen?
22.03 Els Van Hoof (cd&v): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag:
Op 1 juli 2026 is een nieuwe
Chinese wet over etnische eenheid ingegaan. De wet werd al in maart aangenomen
en is bedoeld om een "gedeelde nationale identiteit" tussen etnische
groepen te smeden en de samenhang onder de bevolking te versterken. Daarbij wordt
het Mandarijn "bevorderd als een gemeenschappelijke taal".
Wereldwijd leidt deze wet tot grote
ongerustheid bij mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International,
omdat ze zou kunnen leiden tot gedwongen assimilatie van minderheden zoals de
Oeigoeren, Tibetanen en Mongolen. Bovendien zou de wet ook kunnen worden
ingezet tegen activisten en dissidenten buiten China.
Ik heb vorig jaar een resolutie ingediend
om onder meer de gedwongen culturele assimilatie in Tibet te veroordelen en om
de eigenheid van de identiteit, taal, cultuur en religie van het Tibetaanse
volk te erkennen.
Ten eerste, heeft uw administratie deze
nieuwe wet al geëvalueerd en deelt zij de bezorgdheden van Amnesty
International en andere mensenrechtenorganisaties?
Ten tweede, hoe beoordeelt u de
extraterritoriale dimensie van de wet en de mogelijke gevolgen voor Belgische
ngo's, academici, politici of mensenrechtenverdedigers die zich over de
situatie in China uitspreken?
Ten derde, welke concrete diplomatieke
initiatieven zal België nemen om het respect voor de culturele, religieuze en
taalkundige rechten van de Oeigoeren, Tibetanen en andere minderheden te
verdedigen?
Ten vierde, bent u bereid om binnen de
Europese Unie te pleiten voor een gezamenlijk en krachtiger standpunt ten
aanzien van deze wetgeving en de bredere mensenrechtensituatie in China?
Ten vijfde, zal u in uw bilaterale
contacten met China aandringen op het stopzetten van de politiek van gedwongen
culturele assimilatie en op het respecteren van vrijheid en religie van
religieuze minderheden in China?
22.04 Minister Maxime Prévot: Ik verwijs graag naar mijn eerdere antwoord op een vraag van collega Lambrecht over hetzelfde onderwerp, maar mijn antwoord stopt daarmee niet.
België volgt de mensenrechtensituatie in de Volksrepubliek China, en meer bepaald die van etnische en religieuze minderheden, met bijzondere aandacht. De recente inwerkingtreding van de wet inzake de zogenaamde etnische eenheid is een element in de analyse van mijn diensten in Brussel en in China. De extraterritoriale dimensie verdient bijzondere aandacht. Daardoor zouden ruime en vaag geformuleerde begrippen gebruikt kunnen worden om de vrije meningsuiting, de academische vrijheid of andere fundamentele mensenrechten in het buitenland te onderdrukken.
Ook het Europees Parlement heeft in april 2026 ernstige bezorgdheid geuit over die wet en haar extraterritoriale bepalingen. België blijft het dossier regelmatig aankaarten via diplomatieke kanalen. Onze bezorgdheden over de situatie van de verschillende minderheden in China, waaronder nieuwe wetgevende initiatieven die ingaan tegen de vrijheid van religie of geloof en culturele rechten, worden overgemaakt aan de Chinese autoriteiten. Daarbij benadrukken we het belang van respect voor de mensenrechten. Ook in relevante multilaterale fora kaart ons land de mensenrechtensituatie in China aan, zowel in EU-verband als bilateraal. Zo formuleerde België in de VN-Mensenrechtenraad tijdens de universele periodieke doorlichting van China in januari 2024 vragen en aanbevelingen aan de Chinese overheid, ook over het recht van minderheden om hun eigen culturele identiteit te beleven en deel te nemen aan cultuur.
België neemt signalen van transnationale repressie zeer ernstig. De bescherming van personen die zich op Belgisch grondgebied bevinden, waaronder mensenrechtenverdedigers, valt onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde veiligheids- en inlichtingendiensten. Voor meer informatie over de specifieke acties van die diensten om de rechten van deze mensen te garanderen, verwijs ik u graag naar mijn collega's van Binnenlandse Zaken en Justitie.
22.05 Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, ik ben blij dat u mijn bezorgdheid deelt, dat u dit al hebt aangekaart en dat ook bij de Europese Commissie het bewustzijn daarover leeft. We moeten onze veiligheids- en politiediensten niet alleen alert maken op de zogenaamde mensenrechtenverdedigers. Het gaat ook vaak om etnische minderheden die we minder goed kennen en van wie we niet weten dat ze zomaar onder druk kunnen komen te staan. Ik heb trouwens weet van Amerikaanse politici die onder druk van de Volksrepubliek het doelwit zijn geweest van megacampagnes, waardoor ze niet meer verkozen raakten. Die druk leeft dus echt binnen die bevolking.
22.06 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, het is goed te weten dat uw diensten daarmee bezig zijn. Deze wet toont nog maar eens aan hoe de Chinese Communistische Partij systematisch probeert om eigen volkeren en minderheden onder één staatsideologie te brengen. Wie zijn eigen taal, cultuur of religieuze identiteit wil behouden, wordt steeds meer onder druk gezet. Dat is een evolutie die we niet kunnen aanvaarden. België en Europa mogen hierover geen dubbelzinnige houding aannemen. We zijn vaak bijzonder streng voor onze eigen lidstaten, maar wanneer een wereldmacht als China fundamentele vrijheden beperkt, blijft het vaak te stil en vooral te voorzichtig. Dat heeft heel vaak te maken met de economische belangen die gelinkt zijn aan China. Ik denk dat we ook verwachten dat België en Europa blijven pleiten voor een veel assertiever beleid tegenover China. Vrijhandel en diplomatie zijn belangrijk, maar ze mogen nooit betekenen dat we de ogen sluiten voor de systematische onderdrukking van minderheden.
22.07 Els Van Hoof (cd&v): We moeten dit blijven aanklagen. Ik denk dat we in het Parlement op dat vlak een goede trackrecord hebben, of het nu over de Oeigoeren of Taiwan gaat. Ik heb zelf nog een resolutie ingediend over de assimilatie van de Tibetanen, waarover we nog heel weinig horen. Hun onderdrukkingspolitiek werkt dus wel op de een of andere manier. We moeten dit ernstig nemen en er bijzondere aandacht aan geven, zoals u zelf al zei. Ze hebben de facto wat ze allang doen geïnstitutionaliseerd in een wet. Het is geweten dat ze een verdoken politiekantoor hebben om mensen in de gaten te houden, gemeenschappen buiten China onder druk te zetten en om critici in het buitenland lastig te vallen. We mogen dat nooit aanvaarden. Ik denk dat we daar hier in het Parlement alert voor zijn, maar het is goed dat u, uw diensten en andere diensten dat ook zijn.
L'incident est
clos.
Het incident
is gesloten.
De voorzitster: De samengevoegde vragen nrs. 56017502C, 56017548C, 56017562C en 56018060C van de dames Kathleen Depoorter, Ellen Samyn, Annick Lambrecht en Els Van Hoof over de aardbeving in Venezuela zullen schriftelijk behandeld worden.
23.01 Michel De Maegd (Les Engagés): Monsieur le ministre, depuis plusieurs semaines,
l'Albanie est secouée par un important mouvement de contestation populaire,
désormais surnommé la « Révolution des flamants roses ». Ce mouvement, né de
l'opposition à un vaste projet immobilier de luxe sur des sites naturels
protégés de Sazan et de Zvërnec, a rapidement dépassé les seules préoccupations
environnementales.
Il cristallise désormais une contestation
plus large contre la corruption, le manque de transparence, la captation de
l'État par des intérêts privés et les atteintes à l'État de droit. Les
manifestations rassemblent des dizaines de milliers de personnes, tandis que le
parquet anticorruption a ouvert une enquête sur certaines opérations foncières
liées au projet.
Dans le même temps, l'Albanie poursuit ses
négociations d'adhésion à l'Union européenne. Or le respect de l'État de droit,
la lutte contre la corruption et la protection de l'environnement constituent
des critères fondamentaux du processus d'élargissement.
Monsieur le ministre,
Quelle analyse le gouvernement belge fait-il
de cette vague de manifestations et des accusations de corruption et de manque
de transparence qui visent les autorités albanaises?
Estimez-vous que ces événements sont
susceptibles d'avoir un impact sur le processus d'adhésion de l'Albanie à
l'Union européenne?
Comment la Belgique soutiendra-t-elle une
vigilance accrue de la Commission européenne concernant le respect de l'État de
droit et la transparence dans les grands projets processus décisionnels en
Albanie?
23.02 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, ik wil even kort ingaan op de flamingoprotesten, die wijzen op een zware inbreuk op de democratie van een land dat tot de EU zou willen toetreden.
Mijnheer de minister, welke diplomatieke stappen zet u binnen de EU en andere Europese instellingen om de Albanese regering te herinneren aan haar engagementen inzake de Europese natuurwetgeving?
Bent u bereid om de stopzetting van de bouwactiviteit expliciet als voorwaarde te stellen voor het openen van nieuwe onderhandelingshoofdstukken in het EU-toetredingsproces van Albanië?
Hoe evalueert u de recente wijzigingen in de Albanese wet op de beschermde natuurgebieden?
Welke signalen hebt u ontvangen over het buitensporige geweld en het gebruik van traangas tegen vreedzame betogers van de flamingobeweging?
Op welke manier kan de Belgische ontwikkelingssamenwerking of de diplomatieke post in de regio de Albanese ngo's en milieubeschermers ondersteunen in hun strijd voor het behoud van een uniek ecosysteem, dat onder meer familieleden van president Trump zomaar willen volbouwen met hoogbouw?
23.03 Minister Maxime Prévot: Mijnheer De Maegd, mevrouw Lambrecht, de manifestaties getuigen van een actieve civiele samenleving en een levendig democratisch debat. Die beweging is ontstaan vanuit bezorgdheden over een nieuw bouwproject in natuurgebied, maar inmiddels brengt ze ook bredere vragen naar voren over transparantie, bestuur en het vertrouwen in de instellingen.
Het is legitiem dat burgers om opheldering vragen. Het komt de bevoegde autoriteit en de Albanese justitie toe om de vermeende feiten grondig te onderzoeken en volledige duidelijkheid te verschaffen.
Pour la Belgique, l'essentiel est que les principes de l'État de droit et de transparence soient pleinement respectés. Le processus d'adhésion est fondé sur le respect de critères clairs, notamment en matière d'État de droit, de lutte contre la corruption et de bonne gouvernance. Tout développement pertinent est donc susceptible d'être pris en considération dans l'évaluation globale du pays. Comme vous le savez, le rythme des négociations à l'adhésion est déterminé par des progrès en matière des fondamentaux. À ce stade, l'objectif de l'adhésion de l'Albanie n'est pas remis en cause. J'en suis et j'en demeure un fervent défenseur. Mais il importe aussi d'observer comment les autorités albanaises répondront aux préoccupations exprimées. La Belgique soutient de manière constante le rôle de la Commission européenne dans le suivi des critères d'adhésion et de l'État de droit dans les pays candidats. Il ne s’agit pas nécessairement de créer de nouveaux mécanismes de surveillance, mais de veiller à l'application rigoureuse des instruments existants et au respect de la méthodologie d'élargissement. Les développements actuels rappellent l'importance de la transparence, de la redevabilité des pouvoirs public et d'un contrôle effectif des décisions ayant un impact majeur sur l'intérêt général.
23.04 Michel De Maegd (Les Engagés): Comme vous, monsieur le ministre, j'en suis convaincu, l'Albanie est un candidat sérieux à l'adhésion à l'Union. Elle a beaucoup à nous apporter et nous avons certainement beaucoup à lui apporter en retour. Je reste convaincu que notre avenir est commun.
Cependant, cette conviction ne doit jamais nous faire tergiverser sur les valeurs et les conditions d'adhésion à l'Union. Ce n'est pas à nous, bien sûr, de nous prononcer sur la politique intérieure albanaise, mais cela ne m'empêche pas d'apporter mon soutien à un peuple qui manifeste pacifiquement depuis plus d'un mois maintenant, pour ses droits, pour la transparence et pour la démocratie, car ses aspirations sont complètement européennes. Notre message à Tirana doit être, je pense, sans ambiguïté: il existe des règles pour intégrer l'Union européenne et pour y demeurer. L'Europe doit rappeler avec fermeté et respect à la fois que l'État de droit, la lutte contre la corruption et le respect de l'environnement ne sont pas des options dans ce processus, mais bien des conditions. C'est en tenant cette ligne que nous rendrons service à l'Albanie elle-même et à ceux qui portent aujourd'hui, dans les rues de Tirana, le rêve européen bien plus haut, semble-t-il, que certains de leurs dirigeants.
23.05 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, we waren na de verkiezingen allemaal heel verheugd dat de president, die toch wel westersgezind is, het daar heeft gehaald. Volgens mij is hij ook een grappige en fijne man om als collega te hebben. Dat neemt niet weg dat Albanië ook Europese regels moet volgen. Vanuit de Europese Unie moeten we er heel goed op toezien dat dat ook gebeurt.
Er kan natuurlijk geen sprake zijn van corruptie, antidemocratische praktijken of aantasting van de rechtsstaat. Wat we nu zien, en wat onderzocht moet worden, zoals u terecht hebt gezegd, zijn we niet gewoon van landen die we graag bij de Europese Unie willen hebben.
We moeten Albanië zeer duidelijk maken dat toetreding tot de EU veel rechten met zich meebrengt, maar ook heel wat plichten. Wordt dus vervolgd.
L'incident est clos.
Het incident is
gesloten.
24.01 Michel De Maegd (Les Engagés): Monsieur le président, comme plusieurs éléments ont évolué depuis que j'ai déposé cette question, je vais me permettre de la lire.
Monsieur le ministre, la sécurisation des matières premières critiques est devenue un enjeu majeur de souveraineté européenne. Nous l'avons encore évoqué récemment en séance plénière. Le Critical Raw Materials Act, en vigueur depuis mai 2024, avait pour ambition de réduire notre dépendance aux fournisseurs uniques et de renforcer nos capacités d'extraction, de transformation, de recyclage et de diversification, avec des objectifs précis à l'horizon 2030. Deux ans après son entrée en vigueur, force est de constater que sa mise en œuvre reste poussive: manque de financement, les délais d'autorisation dépassant souvent les 27 mois réglementaires, sans compter les taux de recyclage qui sont dérisoires.
Dans le même temps, les restrictions chinoises sur certaines terres rares ont rappelé la vulnérabilité de nos chaînes industrielles, notamment pour l'automobile, la défense, les batteries ou encore les technologies vertes. Le G7 a de son côté adopté, le 17 juin dernier, une déclaration des dirigeants sur la sécurisation des chaînes d'approvisionnement en minéraux critiques.
Quelle est l'analyse de la Belgique sur la dépendance européenne persistante à la Chine pour l'approvisionnement en matières premières critiques? Notre pays soutient-il la mise en place d'une stratégie européenne plus offensive, incluant des partenariats avec des pays fiables, des stocks stratégiques et une diversification obligatoire des chaînes d'approvisionnement?
Comment l'Union européenne compte-t-elle décliner concrètement la déclaration du G7 sur la sécurisation des chaînes d'approvisionnement? Enfin, comment notre diplomatie économique peut-elle contribuer à sécuriser ces approvisionnements essentiels pour nos entreprises, notre industrie et notre autonomie stratégique? Je vous remercie.
24.02 Maxime Prévot, ministre: Monsieur De Maegd, il n'y a pas le moindre doute sur la position dominante de la Chine et sur la dépendance européenne et belge vis-à-vis d'elle. Ainsi, pour 17 des 34 matières premières critiques identifiées par l'Union européenne, la Chine contrôle au moins 70 % de la capacité globale de production ou de raffinage. Pour certaines, comme les terres rares lourdes, le gallium ou encore le germanium – tous primordiaux pour l'industrie belge –, la Chine contrôle jusqu'à quasiment 100 %.
Il ne peut y avoir de doute non plus sur la volonté de la Chine d'user et d'abuser de sa position dominante dans ses chaînes de valeur à des fins économiques et politiques. Elle l'a démontré par le passé. Notre pays, disposant de secteurs métallurgiques et chimiques essentiels, se trouve dans une situation de vulnérabilité certaine. En même temps, ces secteurs font que notre pays fera aussi partie de la solution.
Nous travaillons au niveau fédéral, aussi bien qu'européen et régional, à une compréhension précise de ces dépendances afin de développer des mesures et des politiques ciblées visant à renforcer la résilience de nos chaînes d'approvisionnement et notre autonomie stratégique.
La Belgique soutient pleinement les initiatives européennes visant à renforcer la résilience des chaînes d'approvisionnement en matières premières critiques, en particulier, vous l'avez évoqué, le Critical Raw Materials Act (CRMA) et le plan d'action Resources EU.
L'approche européenne repose sur trois piliers complémentaires. Premièrement, l'Union européenne entend renforcer ses capacités propres d'extraction, de transformation et de recyclage. Deuxièmement, elle poursuit une diversification accrue des sources d'approvisionnement. Troisièmement, elle développe des partenariats stratégiques avec des pays fiables, renforce le monitoring des risques d'approvisionnement et travaille à la constitution de stocks stratégiques.
Dans ce contexte, la Belgique est associée, avec plusieurs autres États membres et la Commission européenne, à un projet pilote visant à explorer les modalités de constitution de stocks stratégiques pour certaines matières premières critiques.
Nos efforts ne se limitent toutefois pas au niveau européen. Ainsi, dans le cadre de la diplomatie économique que je souhaite renforcer, et en coopérant étroitement avec les secteurs industriels concernés et les collègues fédéraux et régionaux, notre réseau diplomatique est mobilisé afin d'atténuer autant que possible les conséquences des restrictions à l'exportation qui sont imposées.
Grâce au dialogue avec les autorités concernées, nous défendons les intérêts de nos entreprises et contribuons à garantir un accès plus stable et plus prévisible aux matières premières essentielles. Notre stratégie consiste à contribuer à diversifier et à renforcer nos chaînes d'approvisionnement en développant des partenariats avec des pays riches en ressources naturelles.
En outre, un envoyé spécial pour la sécurité d’approvisionnement énergétique et les matières premières critiques a été nommé. Celui-ci fait le lien entre les pouvoirs publics et l'industrie et contribue à assurer une action belge et européenne cohérente et coordonnée dans le domaine de la diplomatie énergétique et des matières premières. Je vous remercie de votre attention.
24.03 Michel De Maegd (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse. Les chiffres de dépendance que vous évoquez sont évidemment éloquents.
L'Union européenne a pourtant eu la lucidité, dès 2024, de se doter d'un cadre ambitieux avec le Critical Raw Materials Act. Le problème n'est donc pas la boussole, mais la vitesse, car c'est bien là que le bât blesse. Deux ans après l'entrée en vigueur de ce règlement, nous en sommes toujours à moins de 1 % de recyclage pour les terres rares, à des délais d'autorisation qui dépassent largement les standards que nous nous sommes pourtant fixés et à un manque de financement chronique.
Pendant ce temps, évidemment, la Chine n'attend pas. Elle ajuste ses restrictions au gré de ses intérêts géopolitiques, comme elle vient encore de le démontrer au début de ce mois de juillet.
Nous avons la stratégie sur papier, mais c'est l'exécution qui nous échappe. Chaque année de retard dans la mise en œuvre du CRMA est une année de dépendance supplémentaire pour notre industrie, pour notre défense, pour nos technologies. Pour aller vers cette autonomie stratégique dont on parle tant, nous n'avons pas le choix. Il faut évidemment accélérer.
Je sais, monsieur le ministre, que vous y êtes attentif. En effet, la nomination d'un envoyé spécial sur la question est une excellente nouvelle. Je vous encourage bien sûr à poursuivre en ce sens. Merci à vous.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
25.01 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le ministre, 3 700 Coréens et Coréennes ont été adoptés par des familles belges dans les années 1970 et 1980, principalement par l'intermédiaire d'agences privées qui ont fait de l'adoption d'enfants un commerce lucratif, le tout par le biais de pratiques illégales telles que l'enlèvement forcé, la falsification de documents, des visas délivrés de façon irrégulière, des abus sexuels et d'autres violations des droits humains à la pelle.
Outre le caractère profondément ignoble de telles pratiques, que nous avons déjà dénoncées avec l'affaire des enfants métis en République démocratique du Congo ou celle des adoptions illégales d'enfants sud-américains, le cas des Coréens présente la même similitude inquiétante, celle d'une complicité passive, voire active, de l'État belge et de ses représentants de l'époque.
Face à de telles négligences institutionnelles et administratives, les victimes de ces adoptions illégales demandent désormais justice. La Corée du Sud ayant elle-même reconnu l'existence de ce système frauduleux dont 200 000 enfants ont été victimes, il est temps que la Belgique se mobilise également, non seulement pour reconnaître ses responsabilités, mais aussi pour mettre en place des mesures permettant aux victimes de trouver des réponses et également la paix.
Parmi les mesures demandées, citons par exemple l'instauration d'une commission d'enquête parlementaire, des aides juridiques et la mise en place d'une cellule de contact entre les Affaires étrangères et les autorités coréennes.
Monsieur le ministre, reconnaissez-vous des manquements graves de la part des autorités belges dans cette affaire?
Avez-vous eu des contacts sur ce sujet avec les autorités coréennes?
Soutenez-vous les demandes des associations des victimes coréennes d'adoptions illégales, à tout le moins celles qui vous concernent directement?
Enfin, ces demandes étant directement liées à la résolution 0461/005 portant sur les adoptions illégales internationales, pouvez-vous m'indiquer si vous avez avancé dans la mise en place des recommandations qu'elle contient?
25.02 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, ik verwijs voor mijn beide vragen naar de tekst zoals ingediend.
De voorbije dagen verschenen
verschillende berichten over Belgische slachtoffers van vermoedelijk onwettige
interlandelijke adopties uit Zuid-Korea. Uit onderzoek van de Zuid-Koreaanse
waarheidscommissie blijkt dat het Zuid-Koreaanse adoptiesysteem gedurende
decennia ernstige tekortkomingen kende, waaronder vervalste
identiteitsgegevens, onjuiste registratie van kinderen en adopties zonder
geldige toestemming van de biologische ouders.
Ook in België vragen geadopteerden
vandaag meer duidelijkheid over de rol van de Belgische overheid. Zij wijzen
onder meer op mogelijke onregelmatigheden bij de afgifte van visa, de beperkte
toegankelijkheid van historische dossiers en het gebrek aan samenwerking met
bijvoorbeeld de Zuid-Koreaanse autoriteiten om de waarheid te achterhalen.
Hoewel verschillende bevoegdheden
uiteraard bij andere overheden liggen, beschikt ook de FOD Buitenlandse Zaken
mogelijk over archieven, diplomatieke contacten en instrumenten die kunnen
bijdragen aan waarheidsvinding en internationale samenwerking.
Bent u op de hoogte van de recente
bevindingen van de Zuid-Koreaanse autoriteiten over de historische
interlandelijke adopties naar België?
Heeft uw departement reeds contact
opgenomen of plant u overleg met de Zuid-Koreaanse autoriteiten over de
gevolgen van deze vaststellingen voor de Belgische geadopteerden?
Welke historische documenten of archieven
met betrekking tot deze adopties bevinden zich vandaag nog bij de FOD
Buitenlandse Zaken of de Belgische diplomatieke posten, en hoe kunnen betrokken
geadopteerden daar toegang toe krijgen?
Bent u bereid om, indien nodig samen met
de andere bevoegde ministers en overheden, na te gaan hoe België kan bijdragen
aan de waarheidsvinding en de ondersteuning van Belgische slachtoffers die hun
afkomst of oorspronkelijke identiteit willen achterhalen?
Ziet u een rol voor de Belgische
diplomatie binnen het dossier van interlandelijke adoptie?
Naar aanleiding van een mondelinge vraag
die ik recent aan minister Matz stelde over de interlandelijke adopties uit
Zuid-Korea, kondigde zij aan dat zij samen met minister Verlinden en het
Rijksarchief een gezamenlijk onderzoek zal opstarten naar de beschikbare
archieven en informatie met betrekking tot deze adoptiedossiers. Dat initiatief
is een belangrijke eerste stap om meer duidelijkheid te scheppen voor de vele
Belgische geadopteerden die al jarenlang op zoek zijn naar hun afkomst en de
waarheid over hun adoptiedossier.
Tegelijk lijkt het mij essentieel dat dit
onderzoek zo volledig mogelijk gebeurt. De FOD Buitenlandse Zaken en de
Belgische diplomatieke posten kunnen immers beschikken over historische
diplomatieke correspondentie, consulaire documenten of andere archieven die
relevant zijn voor de waarheidsvinding. Daarnaast kan ook de Belgische
diplomatie een belangrijke rol spelen in de samenwerking met de Zuid-Koreaanse
autoriteiten, onder meer bij de uitwisseling van archieven en andere relevante
informatie.
Zal de FOD Buitenlandse Zaken actief
deelnemen aan het gezamenlijke onderzoek dat minister Matz naar aanleiding van
mijn vraag heeft aangekondigd? Zo ja, op welke wijze?
Heeft de minister reeds overleg gepleegd
of plant hij overleg met minister Matz en minister Verlinden om na te gaan
welke bijdrage Buitenlandse Zaken aan dit onderzoek kan leveren?
Zal de minister alle relevante archieven,
consulaire dossiers en diplomatieke documenten waarover de FOD Buitenlandse
Zaken of de Belgische diplomatieke posten beschikken, laten screenen zodat deze
kunnen worden opgenomen in het gezamenlijke onderzoek?
25.03 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Mijnheer de minister, sinds de jaren
zestig zijn zo'n 3700 Koreaanse kinderen in België aangekomen als deel van een
winstgevend systeem dat Zuid-Koreaans kinderen naar het buitenland bracht met
allerlei vormen van bedrog, zoals het vervalsen van de burgerlijke stand of
juridische status van de kinderen, ontvoeringen of andere
mensenrechtenschendingen. De Zuid-Koreaanse overheid heeft deze wantoestanden
al erkend, maar belangenorganisaties die de slachtoffers vertegenwoordigen
wijzen ook op de verantwoordelijkheid van de Belgische staat, die bijvoorbeeld
visa afleverde of de kinderen liet passeren bij grenscontroles. Zij vragen dan
ook een parlementaire onderzoekcommissie, juridische bijstand, het openen van
archieven, financiering voor de zoektocht naar hun herkomst en het oprichten
van een speciale bilaterale cel tussen België en Zuid-Korea.
De Kamer nam aan het begin van deze
legislatuur een tweede resolutie aan over illegale adopties, waarbij een
globaal-historisch onderzoek werd gevraagd, maar ook een reeks
herstelmaatregelen. De uitvoering situeert zich vooral bij Minister Verlinden.
Voor een aantal zaken, bijvoorbeeld op vlak van archieven, bent u bevoegd.
Ik heb voor u de volgende vragen:
Kan u ons een update geven over
maatregelen die genomen zijn binnen uw administratie ter uitvoering van de
Kamerresolutie?
Staat u in contact met Belgian Korean
Rights Group, die de belangen van de geadopteerden uit Zuid-Korea behartigt?
Hoe staat u tegenover de maatregelen die
zij van ons land vragen, in het bijzonder de oprichting van een officiële bilaterale
cel tussen de FOD Buitenlandse Zaken en de Zuid-Koreaanse overheid om de
systematische overdracht van originele akten van de burgerlijke stand en andere
archieven te organiseren?
25.04 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, fin juin, la presse a remis en lumière la situation de Belges adoptés depuis la Corée du Sud dans des conditions extrêmement contestables. Ces témoignages s’inscrivent dans un contexte plus large de reconnaissance progressive, en Corée du Sud mais aussi au niveau international, de pratiques frauduleuses ayant marqué l’adoption internationale pendant plusieurs décennies.
Ces adoptions illégales pourraient concerner un nombre important de personnes parmi les 3 700 personnes adoptées en Belgique depuis la Corée du Sud. La Commission vérité et réconciliation sud-coréenne a mis en évidence de graves violations des droits humains au sein de ce système: falsification d’identité et d’état civil, fabrication d’orphelins, absence de consentement éclairé des parents biologiques, enlèvements d’enfants, manque de contrôle des agences privées et logique lucrative.
En Belgique, plusieurs personnes concernées dénoncent des irrégularités tant administratives qu’institutionnelles, notamment la délivrance de visas inadaptés, l’entrée sur le territoire avant l’âge légal requis, des procédures d’adoption non finalisées, l’absence ou l’insuffisance de suivi des familles adoptantes ainsi que des contrôles lacunaires des organismes agréés. Elles dénoncent aussi des difficultés majeures pour accéder aux archives et aux documents administratifs permettant de retracer leur histoire personnelle. Les éléments aujourd’hui soulevés interrogent directement la responsabilité de l’État belge. Les demandes que je relaie ici sont notamment formulées par le collectif Belgian Korean Rights Group, qui défend les droits des Belges adoptés depuis la Corée du Sud. Cette question relève sans doute pour partie de vos compétences et, pour partie également, de celles de la ministre de la Justice.
Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance de cette situation et des demandes portées par les personnes concernées? Avez-vous déjà rencontré les organisations, dont ce groupe que je viens de citer, qui portent ces revendications ou envisagez-vous de le faire? Constatez-vous également l’existence d’irrégularités, parfois graves, dans certaines adoptions de personnes originaires de Corée du Sud vers la Belgique ainsi que la nécessité d’établir les responsabilités, y compris celles des autorités belges? Quelles initiatives pourriez-vous prendre auprès des autorités sud-coréennes dans ce cadre? Enfin, pourriez-vous nous informer de l’état d’avancement de la mise en œuvre de la résolution adoptée par la Chambre l’an dernier concernant les adoptions internationales illégales?
25.05 Minister Maxime Prévot: Geachte dames volksvertegenwoordigers, ik verwijs naar de antwoorden die al zijn gegeven op de eerder gestelde vragen over hetzelfde onderwerp in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen en tijdens de plenaire vergaderingen van de Kamer.
De Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in het buitenland hebben de permanente instructie om uiterst alert te blijven voor de gevoelige kwestie van internationale adopties en om een nauw contact te onderhouden met alle betrokken actoren binnen hun rechtsgebied.
In verband met de archieven van de FOD Buitenlandse Zaken hebben we al onze medewerking en volledige transparantie toegezegd aan de taskforce van de Commissie van overleg en opvolging inzake Adoptie binnen de FOD Justitie, die momenteel de voorstudie van het historisch onderzoek uitwerkt. Mijn diensten nemen actief deel aan de bijeenkomsten van die taskforce.
Nos postes ainsi que l'administration centrale ont également reçu l'instruction claire d'aider autant que possible les personnes adoptées dans leurs recherches, de faciliter les contacts lorsque cela est possible et, si nécessaire, de les orienter vers les autorités compétentes.
Aangezien de bevoegdheid voor internationale adoptie bij de FOD Justitie ligt, meer bepaald bij de federale centrale autoriteit, en bij de gemeenschappen, nodig ik u dan ook uit om uw vragen daarover te richten aan mijn collega's die bevoegd zijn voor deze autoriteiten.
Il leur appartient, par ailleurs, de procéder aux concertations qui relèvent de leurs compétences.
25.06 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Vous savez que ce problème n'est pas nouveau. Depuis des décennies, des mères et des enfants de nombreux pays demandent de l'aide. L'adoption de la résolution par le Parlement, en début de législature, pour répondre à toutes ces demandes, était une avancée très positive. Maintenant que le Parlement a vraiment fait son travail, je sais que vous êtes conscient du problème et volontaire pour agir, mais je réitère ma demande d'accompagner les associations et les personnes, parce qu'on a une part de responsabilité dans ces adoptions. Nous savons que nous avons trop peu fait, que nous avons été laxistes par le passé. C'est une erreur qui mérite réparation et une réaction à la hauteur du préjudice des personnes adoptées illégalement. Ces familles comptent vraiment sur vous parce que le temps presse. Il n'y pas longtemps, j'ai reçu certaines personnes d'origine chiliennes qui avaient peur, parce que leur parents, ayant atteint un certain âge, risquent de mourir, mais ils ne parviennent toujours pas à les retrouver. S'il vous plaît, je vous demande que l'on répare ensemble les torts qui ont été causés à ces familles, que l'on applique la résolution votée par le Parlement et que vous souteniez la société civile qui accomplit un travail formidable.
25.07 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, ik heb al de bevoegde ministers, mevrouw Verlinden en mevrouw Matz, daarover vragen gesteld. Omdat ik aldus vernomen heb dat er een taskforce en een groot onderzoek komen, heb ik een extra vraag ingediend. Helaas is dat pas voor januari of februari 2027, dus bijna twee jaar na de goedkeuring van de resolutie in het Parlement. Voor zeer veel slachtoffers en mensen die daarmee bezig zijn, voelt dat wrang aan. Ik denk dat zij daarom nogmaals hun bezorgdheden hebben geuit.
Het is goed om te weten dat u volledige transparantie zult bieden en zult meewerken. De slachtoffers en experten die ermee bezig zijn, geven ook toe dat het goed is dat al die archieven zullen worden opgelijst. Een erg groot probleem ligt echter net bij de archieven die niet zullen deelnemen. Het is wel goed dat uw archieven, gelinkt aan de diplomatieke posten, meewerken. Dat is opnieuw een stap vooruit. Hopelijk komt zo ooit de hele waarheid aan het licht en kunnen de slachtoffers hun afkomst kennen. Misschien kunnen zij dan nog worden herenigd met hun biologische familie.
25.08 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik spreek mijn dank uit voor de permanente instructie die u hebt gegeven aan de buitenlandse posten en aan de archieven om hun volledige medewerking daaraan te verlenen.
Die historische globale studie zal inderdaad erg belangrijk zijn om ook voor de andere elementen waarnaar wordt gevraagd een hefboom te vormen. Het is jammer dat het tot begin 2027 zal duren, maar ik denk dat het noodzakelijk zal zijn om ook daar ondersteuning te bieden aan de zoektocht van de slachtoffers.
De concrete oprichting van een officiële bilaterale cel tussen Buitenlandse Zaken en de Koreaanse autoriteiten lijkt mij echter iets erg concreet, waarvoor niet hoeft te worden gewacht tot begin 2027. Er zijn 3.700 Zuid-Koreaanse kinderen in België aangekomen. Dat is een enorm aantal. Voor de metissen hebben we ook aardig wat initiatieven genomen. Ik denk dat we ons daaraan moeten durven spiegelen, ook wat de Zuid-Koreaanse kinderen betreft. We zullen daar inderdaad verschillende ministers over blijven bevragen. Hopelijk wordt er iets gedaan om de slachtoffers concreet te ondersteunen in hun zoektocht.
25.09 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci pour vos réponses, notamment concernant le groupe de travail au sein du SPF Justice et l'étude que vous mentionnez, même si elle n'est pas encore tout à fait prête à aboutir, ainsi que pour la volonté que vous exprimez, de collaborer notamment sur le volet des archives. Je pense que ça pourrait être pertinent et constructif que vous rencontriez les associations qui nous contactent, pour leur expliquer cela de vive voix. Elles pourraient ainsi se sentir entendues et reconnues. Nous savons que les adoptions illégales ont déjà été qualifiées par l'ONU de crime contre l'humanité. Ici, on parle d'un système, comme l'a dit ma collègue à l'instant, qui a mené à l'exportation d'environ 200 000 enfants sud-coréens via des agences souvent privées. La Corée du Sud a reconnu les faits et la Belgique y porte une responsabilité. Elle a notamment failli dans sa mission de protection des enfants. Sous la précédente législature, grâce notamment au travail du collègue M. De Maegd, que je salue, le gouvernement fédéral avait reconnu les adoptions illégales qui se sont déroulées en Belgique. On parlait alors surtout d'enfants originaires du Guatemala, du Chili, du Sri Lanka et d'Inde, mais on voit que la liste est ici beaucoup plus longue. J'entends à quel point, pour les victimes et les personnes concernées, l'établissement des responsabilités des différents acteurs est important, à savoir les organismes d'adoption, mais aussi l'État belge lui-même. Comme c'était évoqué, la cellule bilatérale demandée entre le SPF Affaires étrangères et les autorités sud-coréennes pour organiser une transmission systématique d'archives pourrait probablement être mise sur pied sans attendre 2027. Proposer des processus de réparation, faciliter l'accès aux dossiers et faire toute la lumière sur le contrôle, la validation et le suivi de ces adoptions sera à mon sens fondamental.
25.10 Michel De Maegd (Les Engagés): En effet, c'est un dossier que j'ai amené personnellement au Parlement, madame Hugon, merci pour vos remerciements. Juste pour réactualiser et recadrer le débat, je souhaite signaler que je remercie tant le Parti Socialiste que le parti Ecolo de finalement faire une magnifique volte-face dans ce dossier. En effet, à l'époque, deux partis ont essayé, en faisant auditionner des constitutionnalistes – M. Marc Uyttendaele, pour ne pas le nommer –, de faire en sorte que je n'aie pas la possibilité d'amener ce sujet hautement sensible devant le Parlement.
Il s'agissait du Parti Socialiste et d'Écolo. Aujourd'hui, je vois, et vous n'y êtes pour rien parce que je ne pense pas que vous étiez là à l'occasion, donc ce n'est pas un grief personnel, mais je vois aujourd'hui que le Parti Socialiste et Ecolo s'intéressent à ce sujet sous le prisme des adoptés sud-coréens qui étaient déjà compris, je tiens à le dire, dans les travaux de notre commission, puisque nous avions même une victime venant de Corée du Sud qui était venue témoigner.
Dès lors, je ne peux que m'en réjouir et voir que, finalement, ce combat percole au sein de toutes les familles politiques, alors qu'il y a quelques années, ces mêmes familles voulaient l'occulter tout simplement. Voilà, merci à vous.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
26.01 Fatima Lamarti (Vooruit): Mijnheer de minister, de Amerikaanse regering zette de financiering voor de behandeling van hiv en aids in Zuid-Afrika definitief stop. Tot vorig jaar bedroeg de jaarlijkse Amerikaanse bijdrage aan het President's Emergency Plan for AIDS Relief 400 miljoen euro. Het tijdelijke overbruggingskrediet liep afgelopen maart af.
De officiële Amerikaanse motivering steunt op ontkrachte theorieën over de vervolging van witte burgers. Zuid-Afrika telt wereldwijd het hoogste aantal mensen met hiv en verliest daarmee een cruciale pijler van zijn gezondheidszorg. Die beslissing creëert een acuut financieringstekort dat miljoenen levens rechtstreeks bedreigt. Tegelijkertijd kampt de regio met toenemend racistisch geweld tegen migranten, wat door de VS compleet wordt genegeerd. Meerdere Afrikaanse landen repatriëren momenteel hun burgers uit angst voor racistische groepen die het heft in eigen handen nemen. De mondiale strijd tegen de aidsepidemie wordt uitgehold.
Mijnheer de minister, welke diplomatieke stappen zet u binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties om het acute financieringstekort in de Zuid-Afrikaanse gezondheidszorg gezamenlijk op te vangen?
Bent u bereid om een deel van de Belgische middelen voor internationale gezondheidsorganisaties specifiek te heroriënteren naar hiv- en tbc-programma's in zuidelijk Afrika?
Hoe schat u de impact in van die Amerikaanse beslissing op de bredere geopolitieke stabiliteit en de volksgezondheid in de regio?
Welke signalen hebt u ontvangen van de Zuid-Afrikaanse overheid over haar responscapaciteit? Hoe kunnen Belgische initiatieven daarop aansluiten?
De grote donoren vallen weg in het land met de zwaarste hiv-last ter wereld. Dat kost levens en daar moeten we zeker iets aan doen.
26.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Lamarti, de gevolgen van de Amerikaanse besparingen op gezondheidsprogramma’s zijn aanzienlijk, zeker voor landen met een grote hiv-prevalentie zoals Zuid-Afrika. PEPFAR vertegenwoordigde naar schatting ongeveer 20 % van de financiering van de Zuid-Afrikaanse hiv-respons, terwijl de Zuid-Afrikaanse overheid zelf instond voor het grootste deel van de financiering. De Amerikaanse steun was daarbij vooral gericht op preventie en op kwetsbare groepen.
De EU en haar lidstaten spelen reeds een belangrijke rol in de mondiale gezondheidsfinanciering. Samen dragen ze ongeveer een derde van de middelen van het Global Fund, dat actief is in de strijd tegen hiv, aids, tuberculose en malaria. Daarnaast ondersteunt dat fonds organisaties zoals WHO, UNAIDS, Unicef en UNFPA.
België blijft inzetten op die multilaterale aanpak. Ons land heeft zijn bijdragen aan de WHO verhoogd en blijft een actieve partner van UNAIDS en het Global Fund in de strijd tegen hiv, tuberculose en malaria. De Zuid-Afrikaanse overheid heeft ondertussen maatregelen genomen om de gevolgen van het wegvallen van Amerikaanse middelen op te vangen en werkt aan een plan om haar financiering verder te versterken.
Voor de periode 2026-2028 voorziet het Global Fund bijna 403 miljoen USD voor Zuid-Afrika, waarvan 344 miljoen USD voor hiv-preventie en -behandeling. Ook de Zuid-Afrikaanse overheid levert een eigen financiële bijdrage aan die programma’s.
Mijn administratie volgt samen met de Europese partners de impact van de Amerikaanse beslissingen nauwgezet op. Daarbij wordt een bijzondere aandacht besteed aan de gevolgen voor de volksgezondheid, de duurzaamheid van gezondheidsstelsels en de bredere stabiliteit in de regio. Tevens wordt de evolutie opgevolgd van de afspraken die verschillende Afrikaanse landen met de Verenigde Staten maken over de geleidelijke overname van de financiering van gezondheidsprogramma’s.
26.03 Fatima Lamarti (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord.
U hebt echter niet gezegd wat er gebeurt met de migranten die uit Zuid-Afrika moeten vluchten naar andere Afrikaanse landen. Ik vraag mij af hoe België en Europa reageren op de racistische aanslagen op Afrikaanse migranten.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitster: Vraag nr. 56017628C van mevrouw Lambrecht wordt schriftelijk behandeld.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
27.01 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, environ 1 400 Palestiniens se trouveraient encore à Gaza alors qu’ils disposent d’un visa leur permettant de rejoindre la Belgique. Ils ont donc reçu l’autorisation d’entrer sur notre territoire, mais restent bloqués dans une zone où leur vie est quotidiennement menacée par les bombardements israéliens et le génocide qui se déroule sous nos yeux. Ces familles sont désespérées, elles se sont même déclarées prêtes à financer elles-mêmes leur évacuation.
Il y a aussi des étudiants admis dans des universités belges pour la rentrée académique prochaine, certains ayant même obtenu des bourses d'études. Après avoir vu leurs écoles et universités bombardées à Gaza, ils risquent aujourd'hui de perdre leur place en Belgique, non par faute de mérite, mais parce qu'aucune évacuation n'est organisée.
Je vais citer ici Raed Almalwani, dont l'épouse et les enfants sont toujours bloqués à Gaza: "Mon seul souhait est de revoir mes enfants vivants. Je ne demande pas un traitement de faveur, je souhaite simplement pouvoir serrer ma femme et mes enfants dans mes bras, en sécurité, en Belgique. C'est mon seul rêve." C'est le rêve de n'importe quel papa, monsieur le ministre, de retrouver sa famille et ses enfants. Ses enfants ont pourtant le droit d'être en Belgique et on ne fait rien pour les ramener.
La dernière fois que je vous ai interrogé sur cette question, vous nous avez dit que les évacuations se faisaient dans des circonstances exceptionnelles. Mais, si ce que nous voyons à Gaza ne peut être considéré comme exceptionnel, c'est quoi l'exception? La dernière fois, vous avez été honnête. Vous avez dit que la véritable raison pour laquelle ces évacuations ne sont pas organisées, ce sont les divergences au sein du gouvernement concernant ces évacuations. Nous savons tous que le MR et la N-VA les bloquent et préfèrent poursuivre leur soutien inconditionnel au génocide et au projet colonial d'Israël.
Monsieur le ministre, le kern a-t-il pris une décision concernant la reprise des évacuations des personnes se trouvant à Gaza et titulaires d'un visa belge? Si oui, quelle est cette décision? Si non, pourquoi aucune décision n'a-t-elle encore été prise?
Si les évacuations sont considérées comme une mesure exceptionnelle, pourquoi le gouvernement estime-t-il que la situation actuelle à Gaza ne justifie pas la mise en œuvre de cette exception?
Quelles démarches concrètes le gouvernement entreprend-il aujourd'hui pour permettre l'évacuation de ces personnes déjà autorisées à rejoindre la Belgique?
27.02 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, internationale studenten die worden toegelaten tot een Belgische universiteit, hebben een visum D nodig voor studiedoeleinden, dat ze moeten aanvragen bij de dichtstbijzijnde Belgische ambassade of het consulaat. Voor studenten uit Gaza is het onmogelijk om naar de Belgische ambassade in Jeruzalem te gaan. Daardoor dreigen verschillende studenten hun studies niet op tijd te kunnen aanvatten of zelfs hun studiebeurs, die ze al hebben verdiend, te verliezen.
Artikel 60 van de vreemdelingenwet bepaalt expliciet dat de visumaanvraag fysiek moet worden ingediend. De Belgische ambassade in Jeruzalem weigert voorlopig om aanvragen per mail te registreren zolang ze daarover geen instructies heeft ontvangen vanuit ons land. Visumaanvragen voor gezinshereniging kunnen vandaag wel al per mail worden ingediend, maar daar kampen we met een andere problematiek die we hier ook al hebben besproken.
Eind mei heeft de rechtbank van eerste aanleg in Brussel geoordeeld dat een student uit Gaza zijn visumaanvraag wel degelijk op afstand moet kunnen indienen, zoals dat al mogelijk is voor gezinshereniging. Mijn vragen zijn dan ook heel eenvoudig.
Bent u bereid om de instructie te geven om de indiening van visumaanvragen voor studenten uit Gaza op afstand mogelijk te maken? Waarom wel of waarom niet?
Is de visumaanvraag van de betrokken student die naar de rechtbank is gestapt na de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg inmiddels geregistreerd?
Hebt u de mogelijkheid om visumaanvragen uit Gaza digitaal in te dienen al besproken met minister Van Bossuyt? Wat zijn de conclusies daarvan?
Hoe zult u voorkomen dat internationale studenten uit Gaza geen studievertraging oplopen of hun beurs verliezen?
27.03 Maxime Prévot, ministre: C’est un sujet qui a déjà eu l’occasion d’être abordé à plusieurs reprises. Afin de ne pas répéter trop longuement ce que j’ai déjà eu l’occasion d’expliquer précédemment, je rappelle que le fait de bénéficier d’un visa octroie, comme vous l’avez indiqué, monsieur Boukili, le droit de séjourner en Belgique. Cela n’ouvre pour autant, un droit à ce que la Belgique soit tenue responsable de l'organisation d'une opération d’évacuation.
C’est là que réside manifestement une confusion, ou en tout cas une attente qui peut paraître évidente pour certains mais pour d'autres moins. La Belgique n'octroie pas par le visa le droit de bénéficier d’un mécanisme d’évacuation organisé par l’État belge depuis Gaza jusqu’au territoire belge. C’est ce que j’ai voulu exprimer lors de ma précédente intervention en rappelant que les évacuations sont certes, dans l'absolu, exceptionnelles, mais qu’elles sont surtout, dans le contexte spécifique de Gaza, exceptionnellement compliquées à mettre en œuvre. C’est la raison pour laquelle, indépendamment des divergences d’opinion qui peuvent exister au sein du gouvernement sur cette question, nous ne sommes actuellement pas en mesure, au vu des circonstances, d’organiser une telle opération.
Selon les services compétents, il ne s’agit pas, à ce stade, d’une option considérée comme réaliste, indépendamment même de la volonté éventuelle de l’organiser. C’est un sujet dont j’ai déjà discuté avec mes collègues et je continuerai à le faire. Le gouvernement s’est déjà prononcé favorablement en faveur de l’évacuation d’un certain nombre d’enfants malades. Pourtant, nous ne sommes pas encore parvenus à l'opérationnaliser. En effet, entre la volonté politique et la réalité du terrain, ainsi que la capacité à agir dans un contexte aussi complexe, il existe souvent un écart important qu’il n’est pas simple de combler.
Ce qu’il nous faut, c’est pouvoir disposer d’une perspective claire, qu’il s’agisse de cibler certains profils particuliers, comme les étudiants, ou d’envisager une approche plus large concernant différents ayants droit. Dans les deux cas, une validation politique est nécessaire avant même de pouvoir déterminer si une telle opération serait envisageable ou réalisable. C’est également là que réside la difficulté. Je comprends évidemment, sur le plan humain, le drame que représente pour certaines familles le fait de savoir que leurs proches disposent d’un visa mais ne sont toujours pas parvenus à rejoindre la Belgique.
Mais je rappelle l’honnêteté qui impose de dire à nouveau que le bénéfice d’un visa ne signifie pas l’obligation pour l’État d’organiser l’évacuation et le rapatriement.
Il y a effectivement aussi des enjeux un peu "Kafka" sur le plan administratif – Mme Almaci l’a relevé – avec des contraintes réglementaires ou légales sur les modalités selon lesquelles les visas doivent être sollicités ou octroyés. Ce sont des principes généraux applicables, mais il est vrai qu’ils sont difficilement transposables pour le moment dans la situation qui est vécue à Gaza. C’est un autre élément factuel à mettre en exergue.
Mevrouw Almaci, inzake de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg kan ik bevestigen dat de visumaanvraag van de betrokken student effectief werd geregistreerd door het consulaat-generaal van België in Jeruzalem. Mijn diensten staan voortdurend in dialoog met de diensten van minister Van Bossuyt over visumaanvragen en delen de vaststelling dat het principe van een persoonlijke verschijning voor visumaanvragen dient te worden aangehouden, aangezien het wettelijk en organisatorisch kader dat voorschrijft. Aanvragen op afstand kunnen alleen worden aanvaard voor visumaanvragen voor gezinshereniging, in het kader van de uitvoering van het betreffende arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Ik besef uiteraard dat het problematisch is dat studenten die een beurs hebben om in België te komen studeren, die niet kunnen opnemen, omdat ze Gaza niet kunnen verlaten. Ik hoop daarom ook voor hen een oplossing te kunnen vinden binnen het kader van de bredere structurele oplossingen die ik nastreef.
27.04 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Dank u wel, mijnheer de minister.
De visumaanvraag van de betrokken student is dus geregistreerd. Dat is natuurlijk een precedent. Tegelijkertijd zegt u immers dat de wetgeving een visumaanvraag op afstand niet toelaat, behalve voor gezinshereniging. U hebt dat besproken met minister Van Bossuyt. Het precedent van de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg en de registratie van de visumaanvraag van de betrokken student, maakt echter dat dat op losse schroeven staat en dat deze regering daar een antwoord op moet geven.
Ik ben het wel met u eens dat mensen met een visum daarom nog niet in ons land zullen geraken. Dat hebben we vastgesteld met de bevriezing van de evacuaties en vormt de kern van het probleem. Ik hoop dat deze regering de zomer kan gebruiken om daarin eindelijk vooruitgang te boeken, want het is een politieke keuze om die evacuaties te bevriezen, zodat mensen die een visum hebben verkregen, niet van de regen in de drop terechtkomen en niet blijven hopen hun gezin te kunnen zien of hun studie te kunnen aanvatten.
Het is effectief surrealistisch en kafkaiaans, maar die mensen leven in de hel. Wij kunnen ons daar niets meer bij voorstellen. De gruwel is onbevattelijk. Men kan het niet meer verdragen om ernaar te kijken, laat staan wat het moet zijn om daarin te leven. Ik vrees dat het een intergenerationeel trauma is voor nog ettelijke generaties.
Intussen is het echter wel de verdomde plicht van ons land om te doen wat het kan en niet alleen gewoon het surrealisme en de kafkaiaanse situatie vast te stellen, maar ook oplossingen voor de toestand te vinden.
Dat is de oproep die ik aan u en de regering doe. Gezien het precedent kunt u niet anders dan het kader herbekijken. Gezien het precedent en uw eigen vaststelling dat wij mensen niet van de regen in de drup moeten laten belanden, moeten de evacuaties worden hervat, zodat wij mensen met een visum het perspectief kunnen geven dat zij verdienen op basis van de mensenrechten.
27.05 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, l'octroi du visa n'implique pas forcément l'organisation d'une évacuation, mais nous parlons ici d'une situation qui est complexe et exceptionnelle. Le fait est que la Belgique a le devoir, comme tous les États signataires de la Convention pour la prévention et la répression du génocide, d'agir pour prévenir ces génocides.
Quand on sait que l'armée israélienne, le régime israélien cible délibérément les enfants en raison de son projet génocidaire et que ces enfants sont ses premières victimes – à ce jour, 22 000 enfants ont été tués par le régime israélien, on doit faire le maximum pour les évacuer, et discuter avec les États de la région et avec les autres États qui ont déjà procédé à des évacuations. La Belgique a elle-même déjà évacué des personnes de Gaza. La dernière évacuation a eu lieu en décembre 2025. Pourquoi n'en organise-t-on plus? À l'époque, la situation était probablement plus intense qu'aujourd'hui, et nous avions pourtant réussi à le faire. Pourquoi ne réussit-on plus aujourd'hui? D'un point de vue organisationnel, c'est possible. On l'a déjà prouvé, puisqu'on l'a fait! Et si le blocage est politique, nous devons mettre la pression pour pouvoir nous regarder dans le miroir.
Aujourd'hui, des personnes sont quotidiennement entre la vie et la mort. Je vous ai parlé de Raed tout à l'heure. Voici ici sa fille, qui tient en main la balle à laquelle elle a échappé de justesse. Vous voyez ici son père qui a été blessé pendant cette période-là et qui est mort depuis. J'ai rencontré ces familles. On ne peut pas comprendre leur douleur. On peut l'imaginer, mais on ne peut pas la comprendre, parce qu'il faut la vivre pour la comprendre.
Je ne peux pas concevoir que, comme État belge, aujourd'hui, nous ne remuions pas ciel et terre pour sauver ces enfants, alors qu'ils pourraient être chez nous; Ils ont le droit d'être sur notre territoire. Or, nous ne nous démenons pas pour les évacuer. Je ne peux le concevoir.
Là où il y a complexité, il y a solution. Des évacuations de Gaza ont eu lieu. Pourquoi n'est-ce plus possible aujourd'hui, pour ces personnes-là? C'est juste désespérant!
Si on ne parvient pas à le faire, aurons-nous encore le courage de nous regarder dans le miroir glace en disant: "Oui, quand il y avait un génocide, nous avons fait notre maximum?" Je ne le pense pas! Franchement, cela me déchire le cœur!
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitster: De hiernavolgende vragen zullen schriftelijke behandeld worden: vraag nr. 56017648C van mevrouw Depoorter over de controle van het Sahelgebied, vraag nr. 56017679C van mevrouw Huybrechts over de EIB-investeringen en vraag nr. 56017739C van de heer D’Amico over de Belgische positie tegenover diepzeemijnbouw.
28.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): De Europese Chips Act 2.0 markeert een verschuiving
naar een strategisch en veiligheidsgericht Europees beleid, gericht op het
afbouwen van afhankelijkheden. Met de miljardeninvestering in de nieuwe
NanoIC-proeflijn in Leuven bezit België een unieke strategische troef.
Tegelijkertijd kampt onze industrie met een toenemende importafhankelijkheid
van niet-EU-landen, hoge loon- en energiekosten en een nijpend tekort aan
STEM-talent. Gezien uw rol in het bepalen van de Belgische diplomatieke en
geopolitieke koers, heb ik hierover de volgende vragen:
Hoe ziet de Belgische diplomatieke
strategie eruit om onze toenemende afhankelijkheid van landen buiten de EU
(zoals China en de VS) af te bouwen en af te stemmen op de Europese ambitie van
de Chips Act 2.0?
Hoe verdedigt u de belangen van de
Belgische industrie op EU-niveau om te verzekeren dat onze bedrijven, ondanks
hun concurrentienadeel qua loon- en energiekosten, kunnen integreren in de
versterkte interne markt via de nieuwe 'Demand Accelerators'?
Hoe zet u de technologische
koploperspositie van de NanoIC-proeflijn in Leuven actief in als diplomatieke
hefboom om internationaal STEM-talent aan te trekken?
Hoe treedt u op Europees niveau op tegen
staatssteun door grote buurlanden, zodat het Europese beleid niet leidt tot
oneerlijke concurrentie bínnen de EU die onze Belgische bedrijven schaadt?
Nieuwe Europese soevereiniteitsregels
brengen certificaten, risico-analyses en administratieve lasten met zich mee.
Hoe garandeert u dat de Chips Act 2.0 voor onze ondernemers een economische
springplank wordt en geen nieuw bureaucratisch moeras?
Mijnheer de minister, de recente
politieke inmenging van de VS in de tech-sector baart grote zorgen. We zien
willekeurige 'kill switches' voor geavanceerde AI-modellen van Anthropic,
terwijl OpenAI overweegt 5 procent van zijn aandelen (41 miljard dollar) aan de
Amerikaanse regering te schenken om politieke obstakels te vermijden. Mede
onder impuls van Frankrijk klinkt de roep om Europese digitale soevereiniteit
dan ook steeds luider. Europa heeft een update van haar digitale strategie
gelanceerd, met onder meer de Cloud and AI Development Act (CADA).
Ik heb volgende vragen:
Hoe evalueert u de toenemende
afhankelijkheid van onze bedrijven van de willekeur van de Amerikaanse
overheid?
Welke concrete stappen onderneemt de
Belgische diplomatie om effectief werk te maken van sterke, onafhankelijke
EU-alternatieven?
Steunt u de richting van het digitale
soevereiniteitspakket, namelijk minder afhankelijkheid op vlak van cloud, AI en
chips?
Welke maatregelen zijn een stap vooruit
en welke betreurt u?
Is het volgens u realistisch om van
Europa alsnog een “AI-continent" te maken?
De nieuwe Cloud and AI Development Act
introduceert een soevereiniteitskader voor clouddiensten. Wat is uw oordeel
over de haalbaarheid van dit systeem voor onze eigen bedrijven?
Hoe gaat u op Europees niveau vermijden
dat dit ontaardt in een protectionistische rem op onze innovatie?
Experts benadrukken dat we de markt pas kunnen kantelen als overheden het goede voorbeeld geven door zelf Europese AI-systemen aan te kopen. Welke concrete acties zal u ondernemen om effectief een versnelling hoger te schakelen richting digitale soevereiniteit?
28.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, ten eerste wens ik op te merken dat de Technology Sovereignty Package met zowel de European Chips Act 2.0 als de Cloud and AI Development Act nog maar recentelijk gepubliceerd werden door de Europese Commissie. Op Belgisch niveau is de analyse van deze wetgevende teksten nog volop bezig.
Desalniettemin heeft België in aanloop naar de European Chips Act 2.0, volgend op een constructieve intra-Belgische coördinatie om onze belangen in kaart te brengen, een position paper opgesteld. België erkent dat de huidige geopolitieke context de kwetsbaarheid van Europa voor externe afhankelijkheden blootlegt, ook op digitaal vlak.
De EU is nu voor meer dan 80 % afhankelijk van derde landen voor essentiële digitale producten, diensteninfrastructuur en intellectuele eigendom. Recente ontwikkelingen als het veranderde Amerikaanse beleid en de Nexperia chipkwestie hebben het belang onderstreept van het versterken van de Europese technologische weerbaarheid, diversificatie van toeleveringsketens en het verder uitbouwen van strategische autonomie inzake kritieke technologieën.
België ondersteunt dan ook de doelstellingen van de European Chips Act en de Cloud and AI Development Act, die ook gevat kunnen worden onder het begrip van open strategische economie. België pleit ervoor dat Europa zich concentreert op die segmenten van de afgeleide waardeketen waarin het een technologisch leidende of onmisbare positie kan uitbouwen, eerder dan alle capaciteiten van een derde land te dupliceren.
België beschikt over sterke troeven om mee vorm te geven aan een Europese AI Continent, sterke AI-onderzoekscapaciteiten, innovatieve start-ups en een relatief hoge AI-adoptie bij bedrijven. Ook Europa heeft sterke troeven om een AI Continent te worden. Zowel het level playing field als vereenvoudiging en het verminderen van administratieve lasten, met name voor kmo’s, is een belangrijk horizontaal aandachtspunt op het Europese niveau.
Mijn diensten zullen verder nauw blijven coördineren met de betrokken administraties om op dit proces te blijven wegen en onze positie actief uit te dragen naar zowel de Commissie als naar de andere EU-lidstaten.
28.03 Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank u wel, mijnheer de minister. Ik denk dat het inderdaad belangrijk is dat we dat dossier goed opvolgen en dat uw diensten het ook grondig analyseren. In tegenstelling tot wat we soms zouden durven denken, is de trein nog niet gepasseerd. We staan nog maar aan het begin. Het is nu aan ons en aan Europa om snel en goed te schakelen.
We zullen dat dossier dus goed blijven opvolgen en u en andere leden van de regering daarover in de toekomst verder bevragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: De vragen nrs. 56017744C en 56017752C van mevrouw Kathleen Depoorter zullen schriftelijk behandeld worden.
29.01 Dieter Keuten (VB): Mijnheer de minister, de Europese Commissie heeft eind vorige maand de Pax Silica ondertekend. Dat is een Amerikaans initiatief met het oog op de beveiliging van de toeleveringsketens voor artificiële intelligentie, halfgeleiders, kritieke mineralen, energie en geavanceerde productie en de vermindering van de afhankelijkheid van coercive leveranciers.
Kunt u bevestigen dat België in de Raad van Europa zijn goedkeuring heeft verleend en mandaat aan de Europese Commissie heeft gegeven om ons hierbij aan te sluiten? Welk standpunt hebt u of de regering hierbij ingenomen? Welke implicaties heeft dat volgens u voor onze chiptechnologie? In hoeverre versterkt – wat ik hoop – of ondermijnt dit initiatief het streven naar meer technologische soevereiniteit?
Welke voordelen of kosten zijn er hieraan verbonden voor België? Welke opportuniteiten zijn er voor onze chipindustrie?
Bent u van plan om net als Nederland en Duitsland een bilaterale samenwerking middels de Pax Silica na te streven?
29.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Keuten, de toetreding van de Europese Unie tot het Pax Silica-initiatief werd in de Raad unaniem gesteund, dus ook door België. Pax Silica beoogt de samenwerking tussen partnerlanden te bevorderen voor het uitbouwen en beveiligen van de waardeketen rond AI, de kritieke afhankelijkheden af te bouwen en een technologische voorsprong in dat domein te behouden.
Aansluiting bij het niet-bindend initiatief verplicht de leden niet tot specifieke acties, maar biedt wel een platform om die belangrijke thema's te bespreken, informatie uit te wisselen, waar wenselijk beleid op elkaar af te stemmen en gezamenlijk projecten te ontwikkelen. De voorwaarde voor de EU-toetreding en de Belgische steun hiervoor was dan ook dat het de regelgevende autonomie of ontwikkeling van het EU-digitale beleid niet tegen mag gaan, noch de samenwerking in andere platformen, zoals de G7, ondermijnen.
België heeft verder benadrukt dat het initiatief tevens WHO-compatibel dient te blijven. De Commissie en België zijn van mening dat het initiatief kan bijdragen aan de doelstellingen van de Europese technologische soevereiniteit, met name door het versterken van internationale waardeketens en het afbouwen van kritische afhankelijkheden.
Welke concrete initiatieven uit de alliantie zullen volgen, dient nog afgewacht te worden. Overleg in het kader van de Pax Silica kan Europa en België helpen om kwetsbaarheden in onze aanvoerketens voor kritieke technologieën te identificeren en aan te pakken, of om samen te werken om economische dwang tegen te gaan. Anderzijds kan het een platform bieden om bijvoorbeeld investerings- of innovatieprojecten op te zetten of het delen van betrouwbare technologieën te promoten. Het initiatief kan dus kansen voor de eigen industrie en toegang tot Amerikaanse technologie bieden.
Europa zal erover blijven waken dat het werk van Pax Silica in het wederzijds belang van de EU en de VS is. Aangezien België nog geen formele uitnodiging heeft ontvangen om op bilaterale basis lid te worden van Pax Silica, heeft de regering hier nog geen standpunt over ingenomen. Aangezien België al indirect lid is via de onderschrijving door de Commissie namens de EU, zou dat alvast geen bijkomende verplichtingen impliceren. De toetreding van Europa tot de Pax Silica past in de bredere economische veiligheidsstrategie van de EU en van België om enerzijds onze aanvoerketens voor kritieke technologieën te beveiligen en onze kwetsbaarheid voor economische dwang te verminderen. We werken hiervoor waar mogelijk samen met betrouwbare partners in plaats van een onrealistisch doel van volledige autonomie na te streven. Anderzijds verhogen wij onze veiligheid door opportuniteiten voor innovatie samen met partners te omarmen en toegang te verzekeren tot de technologie van partners die essentieel is voor onze economische groei en veiligheid.
Dat vermindert op geen enkele manier onze steun aan bijvoorbeeld de maatregelen van het EU Technological Sovereignty Package, die onze Europese technologische capaciteit moeten versterken.
29.03 Dieter Keuten (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.
Ik begrijp dat het initiatief niet-bindend is en dat het op dit moment vooral gaat over informatie-uitwisseling en een internationaal forum. Laten we hopen dat uit het initiatief snel concrete projecten en eventuele verbintenissen kunnen volgen en dat wij die dan ook van u mogen vernemen.
Ik ben blij dat u nog geen standpunt hebt ingenomen om ook bilateraal toe te treden. Nederland stelt zich alvast ter zake veel offensiever op, omdat het de eigen machinechipbouwindustrie wil ondersteunen. Wij beschikken met Imec ook over een speler op wereldniveau. Dus is het misschien nuttig om met dat onderzoekscentrum in overleg te gaan over de vraag of het ook voor België nuttig kan zijn om op bilateraal niveau aan het initiatief deel te nemen.
Tot slot ben ik tevreden met uw realistische en gezonde visie op technologische soevereiniteit, waarbij we inzetten op samenwerking met sterke partners. In dat licht ben ik heel opgetogen over het feit dat de handelsbelemmeringen die sommigen aan een hoogtechnologische natie zoals Israël willen opleggen, gelukkig van de baan zijn.
L'incident est clos.
Het incident is
gesloten.
La présidente: M. Lacroix n’est pas présent pour poser sa question n° 56017798C.
30.01 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, het is niemand ontgaan dat president Trump rechtstreeks bij de FIFA tussenbeide is gekomen en erin geslaagd is om een rode kaart van een speler van het Amerikaanse elftal te laten schrappen.
Ten eerste, welk standpunt neemt u in tegenover de politieke inmenging door een bevriend staatshoofd in een internationale sportcompetitie?
Ten tweede, welke stappen kan of zal België in de Europese Unie ondernemen om gezamenlijk de druk op de FIFA te verhogen, zodat zij haar eigen regels inzake politieke onafhankelijkheid strikt naleeft?
Ten derde, hoe ondersteunt u de Belgische voetbalbond in zijn juridische en ethische stappen om de beslissing aan te vechten?
Ten vierde, op welke manier stimuleert u het overleg tussen onze nationale voetbalbond en bonden uit andere continenten wereldwijd om een front te vormen tegen de politisering van de sport?
Ten vijfde, welke concrete initiatieven kan de Belgische diplomatie ontplooien om de waarden van fair play en ethisch sportbestuur in onze bilaterale en multilaterale betrekkingen te gebruiken?
30.02 Maxime Prévot, ministre: Monsieur Kompany, j'ignore ce qui vous surprend le plus: le fait que j'aie été arbitre ou jeune et en forme.
Il m'a toujours tenu à cœur de faire respecter les règles, de veiller à ce que les décisions prises soient les plus justes possible et qu'elles soient rendues de manière impartiale.
La décision que vous évoquez suscite effectivement de nombreuses interrogations. On a d'ailleurs vu, sur les réseaux sociaux, à quel point l'indignation était grande et combien le nombre de supporters des Diables Rouges, lors du match concerné, était grandissant.
Si un simple appel téléphonique a réellement pu conduire à cette décision difficilement compréhensible, cela reviendrait à porter atteinte aux règles les plus fondamentales du football. Une telle situation serait particulièrement grave. Je crois savoir que plusieurs enquêtes vont finalement être menées afin de tirer cette affaire au clair.
En tout cas, depuis cet épisode, on ne peut que légitimement nourrir de sérieux doutes quant à la capacité de la FIFA à continuer de défendre, de manière crédible, les principes du fair-play, qui constituent pourtant le fondement même de la compétition sportive.
Il faut bien reconnaître que cet épisode a largement entaché la crédibilité de l'institution et de son président.
Het is echter niet de taak van de regering, maar wel van de bevoegde sportinstanties om desgevallend stappen in de kwestie te ondernemen.
Ik ben alvast verheugd dat onze nationale
ploeg op het terrein het best mogelijke antwoord heeft gegeven. Met zijn inzet,
vastberadenheid en overtuigende overwinning heeft de Belgische voetbalploeg
aangetoond dat sport in de eerste plaats op het veld wordt beslist. Ik verwijs
naar mijn woorden tijdens een interview aan Bloomberg News in Ankara: “Finally,
it was a victory for the rule of law. And maybe that's the best answer we can provide
at that time.”
30.03 Annick Lambrecht (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik denk dat niemand in de zaal eraan twijfelt dat u wel de regels naleeft. Hopelijk ondernemen de bevoegde sportinstanties stappen.
Misschien heeft een en ander niet te maken heeft met de FIFA als instelling, maar wel met de voorzitter van de FIFA, en de president van de Verenigde Staten. Het blijft wel belangrijk dat we onze afkeuring daarover blijven uiten. De Rode Duivels hebben dat inderdaad op de best mogelijke manier gedaan. Het stemt mij ook zeer tevreden dat u als minister uw sympathie voor de Rode Duivels durft te uiten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
La présidente: La question n° 56017916C de M. Kompany est retirée.
Les questions n° 56017919C de M. Kompany et n° 56017938C de M. Boukili seront traitées par écrit.
31.01 Sam Van Rooy (VB): De sterk geïslamiseerde landen Turkije en Egypte hebben onlangs geweigerd een cruiseschip met 2.000 lgbtqia+-passagiers aan boord te laten aanmeren. Dat is helaas niet zo onlogisch, omdat mensen die tot de lgbtqia+-gemeenschap behoren in Turkije en Egypte als haram worden beschouwd en worden gediscrimineerd. Ik zou zeggen, in het beste geval worden ze gediscrimineerd. Vaak is het helaas nog veel erger wat die mensen daar moeten verduren.
Minister, ik ben zeer benieuwd naar uw reactie daarop. Zult u de Turkse en de Egyptische ambassadeur daarover ontbieden? Zo niet, waarom niet? Ik kwam er pas nadat ik deze vraag had geschreven achter dat u onlangs in Turkije bent geweest. Als ik de chronologie goed heb, is dat gebeurd op het moment dat u zelf in Turkije aanwezig was. Hebt u dat daar aangekaart of plant u dat nog te doen? Zult u dus de Turkse en ook de Egyptische ambassadeur ontbieden?
31.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Van Rooy, het is opmerkelijk dat u mij vragen stelt over de lgbtqia+-gemeenschap en haar bescherming. Voor zover ik me herinner, gebeurt dat niet vaak en daar ben ik blij om. Ik hoop alleen dat het geen eenmalige gebeurtenis is. Laten we eerlijk zijn, wie oprecht de rechten en de waardigheid van lgbtqia+-personen verdedigt, doet dat consequent. Niet alleen wanneer discriminatie plaatsvindt in landen die men om andere redenen al graag bekritiseert, maar evenzeer wanneer het gaat over de rechten van diezelfde mensen dichter bij huis. Principes zijn pas geloofwaardig wanneer ze universeel worden toegepast en niet selectief, naargelang van de politieke opportuniteit van het moment.
Dat neemt uiteraard niet weg dat het weigeren van een schip alleen omdat de reizigers zich identificeren als lgbtqia+ ernstige vragen oproept. Het betreft een vorm van discriminatie die ik ten zeerste veroordeel. Die boodschap zal ook op te gepasten tijde aan de betrokken overheden worden meegedeeld, niet door de ambassadeurs te ontbieden, maar wel via de gebruikelijke diplomatieke kanalen.
31.03 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, u moet mij dringend wat beter leren kennen, want zolang ik al aan politiek doe, neem ik het op voor mensen die tot welke groep dan ook behoren, ook voor de groep die wordt samengevat onder de lgbtqia+-terminologie. Dat doe ik consequent, zowel in de Antwerpse gemeenteraad als hier. Het is inderdaad de eerste keer tegenover u, dat klopt, maar vraag het gerust aan uw collega-ministers, ik doe dat regelmatig.
U weet natuurlijk wel wat ik opnieuw ga zeggen. Hoe gretig u bent om de Israëlische ambassadeur op het matje te roepen, zo terughoudend bent u om de ambassadeurs van islamitische landen te ontbieden. Deze regering, en ook u, heeft de mond vol van lgbtqia+-rechten, tot het over de islam gaat. Dat merk ik ook wanneer het over het binnenland en onze wijken gaat. Is dat uit lafheid of uit electorale overwegingen? Wie zal het zeggen? Het blijft toch frappant.
Sterk islamiserende landen, in dit geval Turkije en Egypte, weigerden een schip met 2.000 lgbtqia+-personen te laten aanmeren en u doet eigenlijk niets. U zegt dat u dat op het gepaste moment zult aankaarten. Goed, mijnheer de minister, ik wil dat allemaal nog wel zien. Wat u zou moeten doen, is duidelijk stelling innemen en de ambassadeurs ontbieden, zoals u dat regelmatig hebt gedaan met andere ambassadeurs. U was nota bene in Turkije toen het gebeurde. Misschien hebt u het toen niet onmiddellijk meegekregen, dat wil ik nog aanvaarden. Stel u voor dat niet Turkije of Egypte, maar Israël een dergelijk schip had geweigerd. Hoe zou u dan hebben gereageerd op uw sociale media en in het Parlement?
Dat zou natuurlijk ook nooit gebeuren, want Israël is het enige land in het Midden-Oosten waar lgbtqia+-personen meer dan welkom zijn. Recent vond in Tel Aviv een van de grootste pride-evenementen ter wereld plaats. Misschien moeten we dat toch wat meer in rekening brengen. Dan bedoel ik vooral ook voor u wanneer u opnieuw Israël wilt bashen en tegelijk de ogen sluit voor andere landen in die regio.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
32.01 Els Van Hoof (cd&v): De oorlog in Oost-Congo blijft aanslepen. Ondertussen wordt ook het Congolese politieke landschap onzekerder. Er duiken steeds meer signalen op dat de president een derde termijn ambieert. Voorlopig is dat in strijd met de grondwet. Recent werd een wet goedgekeurd die het mogelijk maakt een referendum over een nieuwe grondwet te organiseren. Gevreesd wordt dat daarbij ook de beperking tot twee ambtstermijnen zal worden geschrapt.
De president zegt daar zelf over dat hij de wens van het volk zal respecteren. Dat roept herinneringen op aan het regime onder president Kabila. Het is uiteraard het recht van elk volk om zijn grondwet te wijzigen. Een dergelijke wijziging moet echter plaatsvinden binnen een democratisch, inclusief en vreedzaam kader. Vandaag is Congo een politiek verdeeld land, waarbij het huidige Parlement meteen ook de rol van grondwetgevende vergadering op zich zou nemen. De wijziging zou bovendien gebeuren in een land dat in oorlog verkeert, en dat mag eigenlijk niet.
De Conférence Episcopale Nationale du Congo (CENCO) en de protestantse bisschoppen roepen daarom op tot een nationale dialoog. Ze stellen daarvoor een Pacte Social pour la Paix et le Bien-Vivre Ensemble voor. Middenveldorganisaties vragen dan weer om op betekenisvolle wijze bij dat proces te worden betrokken.
Hoe kijkt u naar de huidige politieke ontwikkelingen inzake de mogelijke grondwetsherziening, die op 22 juli mogelijk tot protest zal leiden?
Welke diplomatieke boodschappen brengt België, zowel bilateraal als binnen de Europese Unie, over het respect voor de Congolese grondwet?
Ondersteunt België het Pacte Social van de CENCO? Zal België ook pleiten voor een betekenisvolle betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de politieke hervormingen?
32.02 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, ik deel uw bezorgdheid over de situatie in de Democratische Republiek Congo. Er is een immense ebola-uitbraak in het oosten van het land, maar er is ook de humanitaire en politieke situatie in zijn geheel. Het recht op vreedzame vergadering, de vrijheid van meningsuiting en andere fundamentele vrijheden staan ernstig onder druk. De recente signalen over de mogelijke grondwetsherzieningen, de toenemende politieke spanningen, de politieke manifestaties en de veiligheidscrisis op het terrein doen alle alarmen afgaan. De bevolking heeft de afgelopen decennia, eigenlijk al sinds het ontstaan van het land, heel veel veerkracht getoond, maar moet vooral ook heel veel verduren.
Mijnheer de minister, gelet op onze bijzondere relatie met Congo zijn mijn vragen aansluitend bij en deels overlappend met de vragen van de collega's. Hoe evalueert u de situatie in de Democratische Republiek Congo, meer bepaald met betrekking tot die geplande grondwetsherziening en de oplopende politieke spanningen in aanloop naar de aangekondigde manifestaties? Welke diplomatieke stappen hebben wij ondernomen of wilt u ondernemen ten aanzien van de autoriteiten in Congo, rechtstreeks of via de Europese Unie, wat betreft de situatie en het oproepen tot respect voor de Congolese grondwet, de democratie en de rechtsstaat, de fundamentele vrijheden en het recht op vreedzaam protest?
Op welke manier kunnen we dat mee vrijwaren? Bent u op de hoogte van het initiatief Pacte Social pour la paix et le bien-vivre ensemble van CENCO en de ECC? Hoe beoordeelt u dat initiatief? Hoe kunnen wij mee de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld mogelijk maken en bevorderen? Bent u op de hoogte ook van de berichten over de betrokkenheid van leden van La Force du progrès bij intimidatie, geweld ten aanzien van politieke opposanten, religieuze actoren en burgers? Dat is een jongerenbeweging die gelieerd is aan de regeringspartij UDPS en dat is een reden voor grote bezorgdheid. Zal ons land, al dan niet samen met de Europese Unie, bij de lokale autoriteiten aandringen op een onafhankelijk onderzoek naar de acties van La Force du progrès? Zullen we blijven pleiten voor de bescherming van de democratische ruimte en voor het aanpakken van de leden die uit de bocht gaan?
Het is uitermate belangrijk dat we het niet alleen bij woorden laten als het over duurzame vrede gaat, maar ook sterke democratische instellingen ondersteunen en mee mogelijk maken, en een veiligheidsoplossing vinden met respect voor het Congolese middenveld en voor de grondwet as is.
32.03 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, de Democratische Republiek Congo staat voor een gevaarlijke politieke beproeving. President Tshisekedi stuurt immers aan op een grondwetsherziening, wat voor interne spanningen zorgt. De oppositiecoalitie plant een protest op 22 juli. Daarnaast zijn er anderen die bemiddelen en zou het maatschappelijk middenveld helemaal buitenspel staan.
Tegelijkertijd escaleert op het terrein het geweld. De jongerenafdeling van de partij van de president intimideert burgers, viseert de oppositie en valt gebedshuizen aan, waaronder het hoofdkwartier van de bisschoppenconferentie. Die acties tasten de democratische ruimte aan. België moet als bevoorrechte partner zijn stem verheffen om de rechtsstaat daar te beschermen.
Ik heb de volgende vragen.
Welk standpunt neemt u in tegenover de geplande grondwetsherziening en hoe kaart u de risico's daarvan aan bij de Congolese autoriteiten?
Welke diplomatieke stappen zet u, zowel bilateraal als via de Europese Unie, om het recht op vreedzaam protest en de bescherming van de betogers op 22 juli te garanderen?
Hoe ondersteunt u het sociaal pact van de kerken en hoe dwingt u af dat het Congolese maatschappelijk middenveld daadwerkelijk wordt betrokken?
Hebt u de Congolese regering aangesproken op het geweld door de regeringsgezinde militie Force du progrès? Vraagt u een onafhankelijk onderzoek naar hun acties?
Hoe trekt u op Europees niveau aan de kar om de bescherming van de mensenrechten en de democratische ruimte als voorwaarde te stellen in de partnerschapsdialoog met Kinshasa?
32.04 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Almaci, mevrouw Van Hoof, mevrouw Lambrecht, dank u voor uw vragen. Ik benadruk in de eerste plaats dat België zich niet mengt in de grondwettelijke keuzes van een soevereine staat. België heeft zijn Grondwet vaak gewijzigd. Het zou paradoxaal zijn om dit recht niet aan andere naties toe te kennen. België blijft wel consequent het belang van de rechtsstaat, het respect voor de wetten, ook de grondwet, en eerlijke en inclusieve verkiezingsprocessen onderstrepen. Ons standpunt blijft ongewijzigd: respect voor de procedures, de wettigheid en de internationale verplichtingen. Ik ben er bovendien van overtuigd dat een debat over dergelijke fundamentele vraagstukken het best wordt gevoerd in een klimaat van open en inclusief maatschappelijk en politiek overleg.
Dat de politieke spanningen hoog oplopen, bleek tijdens de betoging van 12 juni tegen het wetsvoorstel inzake de organisatie van een referendum en de plannen voor een grondwetsherziening. Op verschillende plaatsen in Kinshasa kwam het daarbij tot gewelddadige confrontaties. Ik heb onmiddellijk daarna publiek mijn bezorgdheid geuit over dit geweld en over het buitensporige optreden dat daarbij werd gemeld. Volgens verschillende bronnen zou ook la Force du progrès hierbij betrokken zijn geweest. Het recht op vreedzaam protest blijft een fundamenteel democratisch beginsel, met inachtneming van de wetten van de republiek.
We nemen kennis van het feit dat de Congolese autoriteiten een onderzoek hebben aangekondigd. België blijft aandringen op een objectief, onafhankelijk en transparant onderzoek, evenals op een passende opvolging van de vaststellingen. België onderhoudt een regelmatige en open dialoog met de Congolese autoriteiten. Daarbij brengen we ook onze bekommernissen over de politieke situatie en de mensenrechtensituatie in de DRC ter sprake.
We volgen de ontwikkelingen in aanloop naar de aangekondigde betogingen van 22 juli nauwgezet op. Dit onderwerp zal aan bod komen in onze contacten met zowel onze Congolese autoriteiten als de oppositie. Onze boodschap is duidelijk: iedereen moet de nodige terughoudendheid aan de dag leggen om nieuwe gewelddadige confrontaties te voorkomen.
Tot slot wil ik meegeven dat ik goed op de hoogte ben van het Pacte Sociale. Ik heb hierover reeds meermaals contact gehad met vertegenwoordigers van de CENCO en de ECC. België steunt ten volle het idee van een inclusieve interne dialoog met de betrokkenheid van alle relevante politieke actoren en het middenveld. Een dergelijke dialoog kan bijdragen tot meer nationale cohesie en een gunstig klimaat creëren voor de organisatie van geloofwaardige verkiezingen.
Daarom moedigen we president Tshisekedi aan zich ten volle in een dergelijk proces te engageren.
32.05 Els Van Hoof (cd&v): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Het laatste element is heel belangrijk, die inclusieve politieke dialoog met alle actoren, wat ook het voorstel is van de CENCO en van de ECC. Daarnaast moet er een dialoog zijn met het georganiseerde middenveld. Het is goed dat u daarop blijft aansturen, zeker in een land dat vandaag nog voor een deel in oorlog is. Ik meen dat het belangrijk is dat meningsverschillen vooral democratisch en inclusief worden aangepakt en dat demonstraties vreedzaam kunnen verlopen.
De oorspronkelijke betoging was op 8 juli gepland. Ze is uitgesteld tot 22 juli. Ik meen dat we alert moeten zijn voor hoe de situatie verder evolueert. Het is inderdaad het recht van iedere staat om een grondwetsherziening uit te voeren, maar het is belangrijk dat dit vreedzaam, inclusief en democratisch gebeurt. Ik meen dat we daar toch op kunnen toezien zonder dat we paternalistisch zouden overkomen.
32.06 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Ik sluit mij bij dat laatste aan. De grote vraag is natuurlijk of dit een oefening is om het land democratischer te maken en aan te passen aan de tijd, waarvoor grondwetswijzigingen nodig zijn, of dat het gewoon gaat om het mogelijk maken van een derde ambtstermijn voor de huidige leider, de heer Tshisekedi. Die derde ambtstermijn is natuurlijk de reden waarom er zoveel politieke spanningen zijn, zeker als men weet dat er bij verkiezingen in Congo regelmatig corruptiefraude en onregelmatigheden worden vastgesteld. Dan kan men zich ernstig de vraag stellen waar het met dat referendum naartoe gaat.
Het is niet onlogisch dat het bij zo'n grondwetswijziging voornamelijk gaat over de aspiraties van een zittend leider en dat daarrond politieke spanningen ontstaan. Als een jeugdbeweging gelieerd aan de grootste politieke partij overgaat tot geweld is dat een heel slecht voorteken. Het is dus belangrijk dat dat onafhankelijk onderzoek effectief wordt gevoerd en dat we het middenveld daarbij betrekken. Het is belangrijk dat we mee die push doen naar een vreedzame manier van organiseren van het meningsverschil, maar vooral ook van inspraak en debat rond de zin of onzin van een grondwetswijziging.
Wat dat betreft, bevinden we op een kantelpunt. Congo zou potentieel het rijkste land ter wereld kunnen zijn, maar wordt al decennialang geconfronteerd met een heel moeilijk conflict en met verschillende gewapende groepen over zijn lucratieve grondstoffen. De gewone bevolking lijdt daar al heel lang onder. Enerzijds is er de rebellengroep M23, die door Rwanda wordt gesteund, en anderzijds is er ebola. Dan is deze politieke spanning het laatste wat de bevolking kan gebruiken. Ik roep dus echt op om als land actief mee te werken aan een beleid dat een meer democratische richting uitgaat, eerder dan mee de politieke ambities van deze of gene te ondersteunen.
32.07 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, het is diplomatiek correct dat we ons niet zullen bemoeien met de soevereiniteit om de grondwet aan te passen, maar wij moeten toch toezien op het belang van de rechtsstaat en op het respecteren van wetten.
Het is een heel goed signaal dat u publiek uw bezorgdheid blijft uiten omtrent het geweld en in dat kader is het onderzoek waarnaar u verwees heel belangrijk. We moeten kijken wat daaruit komt, want het recht op vreedzaam protest is universeel en fundamenteel.
Voor het overige begrijp ik dat we hier volop de kaart van de dialoog trekken. Ik denk dat dat correct en goed is, maar dat we ook goed moeten blijven kijken dat de grondwet niet gewijzigd wordt om een heleboel redenen die de democratie helemaal niet ten goede komen en de bevolking nog veel minder.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitster: De vragen nrs. 56017961C en 56017963C van mevrouw Lambrecht worden schriftelijk behandeld.
33.01 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, ik zal deze keer niet naar mijn schriftelijk ingediende vraag verwijzen, om de eenvoudige reden dat ik een van de slachtoffers ken. Mijn echtgenoot en ikzelf zijn heel goed bevriend met zijn zoon. We zijn ook zelf enkele jaren geleden op de plaats geweest waar hij is omgekomen, dus ik ken de context en de situatie heel goed.
Het raakte mijn echtgenoot en mij vorige week zeer persoonlijk toen we het nieuws vernamen. Wat ons vooral raakte, waren de eerste nieuwsberichten van de kranten, gebaseerd op informatie van de Spaanse autoriteiten. Dat is geen kritiek op de Belgische pers, want ze heeft dat rechtgezet.
De Spaanse autoriteiten beweerden dat de mensen die daar zijn gestorven, onder wie iemand die ik ken, zouden zijn omgekomen omdat ze zogezegd de bevelen niet hadden opgevolgd en misschien uit naïviteit of paniek waren gevlucht naar een zone waar ze niet naartoe mochten vluchten.
Zijn zoon is naar Spanje gereisd omdat hij de stoffelijke resten van zijn vader via DNA moest identificeren. Hij heeft daar gesproken met overlevenden en buren. Daaruit is een heel ander verhaal naar voren gekomen. Vooreerst zagen zij het vuur niet aankomen. Dat klopt ook, want als men naar de heuvelruggen kijkt waar het huis gelegen is, kon men eventueel wel rook zien, maar het vuur werd pas zichtbaar toen het te laat was.
Op het moment dat zij het vuur zagen, zijn ze onmiddellijk in een auto gesprongen en hebben ze geprobeerd weg te rijden via de enige, dus ook de officiële vluchtroute. Het gaat om een doodlopende straat. Er was dus maar één route, die al volledig door het vuur was ingenomen, zodat zij moesten terugkeren.
Op dat moment hebben ze nog met de zoon gebeld om te bekijken wat ze moesten doen. De enige andere mogelijkheid was een andere route, die eveneens doodliep. Daar zijn de wagens later ook teruggevonden. Amper vijf minuten nadat hij zijn wagen had verlaten, werd het contact verbroken en is hij waarschijnlijk gestorven.
Als die feiten bevestigd worden – zoals ik al zei, ik vertrouw de zoon voor 100 % – dan staat dat volledig haaks op de eerste communicatie van de Spaanse autoriteiten. Het is zeer ridicuul en gevaarlijk dat de Spaanse autoriteiten zo'n verhaal verspreidden, terwijl dat absoluut niet waar bleek te zijn. Ik heb dan ook verschillende vragen daarover. Aangezien mijn spreektijd is verstreken, verwijs ik daarvoor naar mijn schriftelijke vraag.
De zware bosbrand in het Spaanse Bédar
heeft minstens 12 mensen het leven gekost. Onder de slachtoffers bevindt zich
ook minstens één Belg. De gebeurtenissen hebben niet alleen diepe indruk
gemaakt, maar roepen ook steeds meer vragen op over het optreden van de Spaanse
autoriteiten tijdens de evacuatie.
In de eerste berichtgeving werd de indruk
gewekt dat een aantal slachtoffers de officiële instructies niet zouden hebben
gevolgd en daardoor in de vuurzee terechtkwamen. Intussen wordt die lezing
echter uitdrukkelijk betwist door de zoon van één van de Belgische
slachtoffers. Volgens hem werden zijn vader en de andere bewoners nooit
gewaarschuwd dat het vuur hun richting uitkwam en ontvingen zij geen enkele
instructie om binnen te blijven of te evacueren. Pas toen de vlammen zich op
enkele minuten van hun woningen bevonden, probeerden zij zichzelf in veiligheid
te brengen.
De groep zou eerst via de officiële
hoofdweg vluchten, maar die bleek reeds door de brand te zijn afgesneden. Omdat
de woningen aan een doodlopende straat lagen, waren de bewoners verplicht terug
te keren en een laatste alternatieve uitweg te zoeken. Ook die werd
uiteindelijk door de vlammen overspoeld.
Als deze feiten bevestigd worden, dan
staat dit haaks op de eerste communicatie van de Spaanse autoriteiten en rijzen
ernstige vragen over de waarschuwingen aan de bevolking, de evacuatie en de
crisiscoördinatie.
1. Welke informatie hebben de Spaanse
autoriteiten officieel aan de Belgische overheid bezorgd over de omstandigheden
waarin de Belgische slachtoffer(s) om het leven kwamen?
2. Stemmen de recente publieke
getuigenissen van nabestaanden overeen met de informatie waarover uw
administratie beschikt? Zo niet, heeft België hierover bijkomende
verduidelijking gevraagd?
3. Zal België erop aandringen dat de
volledige toedracht van de evacuatie en de afgesloten vluchtroutes grondig
wordt onderzocht, zodat de nabestaanden volledige duidelijkheid krijgen?
4. Mogelijk zijn er ook Britse
slachtoffers onder de doden. Zal u contact opnemen de bevoegde Britse
autoriteiten om na te gaan welke informatie zij hebben ontvangen over het
verloop van de evacuatie en de crisisaanpak? Bent u bereid, indien ook daar gelijkaardige
aanwijzingen bestaan, gezamenlijk bij de Spaanse autoriteiten aan te dringen op
volledige opheldering over de toedracht en na te gaan of er tijdens de
evacuatie of de crisiscoördinatie langs Spaanse kant tekortkomingen zijn
geweest?
Ik moet nog één aanpassing maken over het feit dat er niet alleen Britse slachtoffers waren, maar ook Franse slachtoffers en of u eventueel ook met uw Franse collega's overleg zou kunnen plegen.
Ik dank u alvast voor uw antwoord.
33.02 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, de tragedie toont natuurlijk aan hoe kwetsbaar reizigers zijn bij acute natuurrampen in het buitenland en hoe cruciaal een snelle opsporing en identificatie is.
Ik heb bij u niet zo lang geleden cijfers opgevraagd waaruit blijkt dat tussen 2020 en 2025 slechts een fractie van de reizigers zich heeft geregistreerd via het vrijwillige platform Travellers Online. Bij een acute evacuatie telt elke minuut. Het ontbreken van een sluitend zicht op de aanwezige landgenoten bemoeilijkt de proactieve crisiscommunicatie en de opsporing door onze consulaire diensten aanzienlijk. Uiteraard moet ook worden gezegd dat de informatie waarover onze consulaire diensten beschikken, ook afhankelijk is van de Spaanse autoriteiten. Mijn concrete vragen zijn de volgende.
Kunt u een stand van zaken geven over de drie Belgische slachtoffers? Ik had in mijn vraag nog geschreven dat het vermoedelijk om drie slachtoffers ging, maar intussen is dat bevestigd.
Welke specifieke bijstand verlenen onze consulaire diensten momenteel aan de familieleden?
Hoe verloopt de samenwerking met de Spaanse forensische en gerechtelijke autoriteiten om de officiële identificatie van de slachtoffers zo snel mogelijk te laten verlopen?
Welke beleidsmatige lessen trekt u uit deze crisis om de registratiegraad op Travellers Online structureel te verhogen?
Ziet u opportuniteiten om binnen de Europese Unie te pleiten voor een betere integratie van lokale noodnetwerken, naar het voorbeeld van BE-Alert, zodat buitenlandse toeristen bij evacuaties automatisch en in hun eigen taal kunnen worden bereikt?
33.03 Minister Maxime Prévot: Dank u, mevrouw Huybrechts en mijnheer Di Nunzio.
Men zegt altijd dat vergelijken niet altijd terecht is. Dat weet ik. Ik wil zeker niet de indruk wekken dat ik het leed van de families van de slachtoffers tot het mijne maak. Aangezien ik mijn vader 30 jaar geleden ook plotseling in Spanje heb verloren bij een vliegtuigramp, begrijp ik de shock en de pijn van de families, evenals de moeilijkheden om de juiste informatie tijdig te verkrijgen.
De bosbranden in Spanje hebben drie landgenoten het leven gekost. De Guardia Civil van de provincie Almería heeft aan onze ambassade in Madrid de identificatie van de Belgische slachtoffers bevestigd.
Dat heeft uiteraard enkele dagen geduurd. Het is beter de nodige tijd te nemen om 100 % zekerheid te hebben, onder meer aan de hand van DNA- en gebitsonderzoek. Dat is uiteraard zeer pijnlijk, maar ik kan de pers en de families pas officieel informeren nadat we de officiële informatie van de Spaanse autoriteiten hebben ontvangen.
Ik neem deze gelegenheid te baat om opnieuw mijn oprechte medeleven te uiten aan de families en de naasten van de slachtoffers. Ik dank de consulaire diensten van het consulaat in Alicante en in Brussel voor hun inspanningen om de families bij te staan. Mijn gedachten gaan ook uit naar Spanje, naar iedereen die door de branden is getroffen en naar de brandweerlieden en hulpverleners die zich met gevaar voor eigen leven hebben ingezet.
Er zijn volgens mij een tiental nationaliteiten onder de slachtoffers. Ik heb dagelijks rechtstreeks contact gehad met mijn Spaanse ambtgenoot, maar nog niet specifiek met de andere landen waaruit slachtoffers afkomstig zijn. Het zal volgens mij nuttig zijn om op Europees niveau na te denken over specifieke actieplannen en maatregelen om de solidariteit bij dergelijke bosbranden te vergroten.
België beschikt bijvoorbeeld niet over Canadair-blusvliegtuigen. Het zou interessant zijn om over een vorm van Europese civiele bescherming te beschikken, met het nodige materieel om in dergelijke gevallen de vereiste hulp te bieden.
33.04 Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik wil ook mijn christelijke, innige deelneming betuigen bij het verlies van uw vader, ook al is dat al heel lang geleden.
Ik kreeg helaas een beetje een déjà-vugevoel. Bij de modderstromen in Valencia, bijna een jaar geleden, waren het immers ook de Spaanse autoriteiten die vooral tegen de eigen inwoners zeiden dat er geen probleem was en dat ze gewoon konden gaan werken. Het zijn net voornamelijk de mensen die zijn gaan werken die uiteindelijk het slachtoffer zijn geworden van die modderstromen. Ik heb dat nieuws van heel nabij gevolgd, omdat mijn zus op dat moment in Valencia als Erasmusstudente aanwezig was. Zij spreekt zeer goed Spaans en heeft de situatie van dichtbij opgevolgd. Zij vertelde mij ook dat de Spaanse autoriteiten 's ochtends zus zeiden en 's avonds zo. Dat kan natuurlijk gebeuren in een crisissituatie. Dat de autoriteiten vervolgens hun eigen fouten telkens opnieuw in de doofpot proberen te stoppen, maakt het echter extra pijnlijk.
Dat was hier ook het geval. De Spaanse autoriteiten waren hierop onvoldoende voorbereid. Natuurlijk is het bijzonder moeilijk om zich volledig voor te bereiden op een bosbrand van die omvang. Daar heb ik alle begrip voor, een noodgeval is een noodgeval. Achteraf kan men de genomen beslissingen echter niet voorstellen alsof die nooit hebben plaatsgevonden, zeker niet wanneer mensen door die beslissingen – ook al waren ze niet zo bedoeld – het slachtoffer zijn geworden.
Ik ben gerustgesteld door uw antwoord dat u dit dossier verder zult blijven opvolgen. Dat is ook belangrijk, vooral in naam van de nabestaanden. Ik hoop bijvoorbeeld dat de zoon van het slachtoffer dat ik persoonlijk ken, ten minste – al was het maar voor zichzelf – ooit openlijk zal kunnen zeggen dat zijn vader niets verkeerds heeft gedaan, dat hij foutief werd geïnformeerd en dat hij in de veranderende context van die noodsituatie heeft geprobeerd te vluchten. Ik hoop vooral dat Spanje hieruit lessen trekt, niet alleen voor toekomstige noodsituaties, maar ook door te leren erkennen wanneer er fouten zijn gemaakt, in plaats van achteraf te beweren dat de verantwoordelijkheid volledig bij de slachtoffers lag.
33.05 Sandro
Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ook
ik dank u voor uw antwoord. Ik had nog heel kort een vraag vanuit de invalshoek
van Travellers Online en in welke mate dat een rol speelt of kan spelen. Ik
denk echter niet dat u daar echt op bent ingegaan. Ik zal dat later nog verder
bevragen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
34.01 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, ik zal mijn vraag kort toelichten, omdat wij in november een voorstel van resolutie hebben ingediend over de bescherming van het Internationaal Strafhof. In dat voorstel vroegen wij de federale regering om proactief beschermingsmaatregelen te treffen en de onafhankelijkheid van het Hof te garanderen.
De escalatie vanuit Washington bewijst nu dat de Belgische resolutie dringender is dan ooit en dat België binnen de Europese Unie het voortouw moet nemen om dat onmisbare rechtscollege te beschermen tegen externe politieke druk en economische chantage, zoals gisteren of eergisteren werd geuit door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, de heer Rubio. Hij kondigde een ongeziene gecoördineerde overheidscampagne aan tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag.
Mijnheer de minister, ik zou u het volgende durven te vragen.
Welke diplomatieke stappen hebt u al gezet ten aanzien van de Amerikaanse regering om uw diepe bezorgdheid te uiten over die campagne tegen het Internationaal Strafhof?
Denkt u eraan om de Amerikaanse ambassadeur, die wij ondertussen goed kennen, op het matje te roepen voor die zware aanfluiting?
Hoe evalueert u de specifieke dreiging van de Verenigde Staten om de relaties te herzien met partnerlanden die het Internationaal Strafhof steunen en om rechters en personeelsleden, onder wie veel Europeanen, ook in derde landen, te sanctioneren? Wat betekent die dreiging concreet voor de Belgisch-Amerikaanse samenwerking?
Bent u bereid om tijdens de komende Europese Raad Buitenlandse Zaken te pleiten voor een gezamenlijke en gecoördineerde Europese beschermingsstrategie voor het Internationaal Strafhof en zijn medewerkers?
Op welke manier wenst u uitvoering te geven aan de aanbevelingen uit onze resolutie om de operationele en juridische werking van het Internationaal Strafhof structureel te vrijwaren?
Pleit België binnen de Europese Unie voor de inzet van een blokkeringsverordening tegen die sancties?
Welke concrete budgettaire of logistieke engagementen kan België op korte termijn aangaan om het Internationaal Strafhof te beschermen tegen de vijandige Amerikaanse maatregelen?
34.02 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, toen ik gisteren de uitlatingen van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, zag passeren, vond ik die echt crazy. Wat hij verklaart en aangeeft, is onvoorstelbaar. Wij wisten al welke richting het uitging met de huidige administratie in de Verenigde Staten, maar het was onvoorstelbaar. Ik wist niet wat ik zag passeren. Ik moet eerlijk bekennen dat wij ook binnen onze fractie elkaar berichten stuurden met de vraag waar dat eigenlijk naartoe gaat.
Meer dan dat zal ik er niet over zeggen. Ik heb mijn vragen ingediend. Ik luister heel graag naar uw reactie, naar wat wij kunnen doen, welke de gevolgen zijn en wat uw analyse is van de uitlatingen.
Het is onvoorstelbaar, want men negeert niet alleen het internationaal recht in de feiten, maar brengt ook verklaringen uit en zet die aanval in. Het is ongelooflijk, onvoorstelbaar.
34.03 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Lambrecht en mijnheer Di Nunzio, zoals u weet, ligt het Internationaal Strafhof mij nauw aan het hart als sluitsteen van het internationaal rechtssysteem dat we sinds de Tweede Wereldoorlog hebben opgebouwd. Ik betreur de karakterisering van het Internationaal Strafhof als een instelling die de soevereiniteit van staten zou ondermijnen. Dat is een fundamenteel verkeerde voorstelling van zaken. Soevereiniteit is belangrijk, maar is geen blanco cheque. Aan soevereiniteit zijn ook verantwoordelijkheden verbonden. Eén daarvan is de naleving van het internationaal recht en ervoor zorgen dat de zwaarste misdrijven worden bestraft.
Ook het beeld dat wordt opgehangen van machtige, anonieme bureaucraten die het gemunt zouden hebben op de Verenigde Staten, doet geen recht aan de realiteit. Het Internationaal Strafhof bestaat uit onafhankelijke rechters, verkozen door de staten die partij zijn bij het Statuut van Rome. Hun taak is niet politiek, maar juridisch, namelijk het recht toepassen op basis van feiten en bewijzen. Internationaal recht is geen vrijblijvende theoretische constructie. Het gaat niet om een mening of een politieke voorkeur. Het gaat om afspraken en regels die landen samen hebben opgebouwd om conflicten vreedzaam op te lossen en te voorkomen dat de sterkste altijd zijn wil kan opleggen.
Slachtoffers van de meest ernstige misdaden over de hele wereld rekenen erop om gerechtigheid te verkrijgen. Landen zoals België doen er dagelijks een beroep op om hun veiligheid, belangen en rechten te beschermen.
Dat de Verenigde Staten aankondigen om maatregelen te nemen tegen het Internationaal Strafhof is dan ook een bijzonder jammerlijke zaak. Toch komt dat niet helemaal onverwacht. De houding van president Trump ten aanzien van het Hof is altijd al bijzonder kritisch geweest. Er wordt al lang gespeculeerd over bijkomende sancties.
Ook het Hof weet dat en het is dan ook aan een proces van autonomisering begonnen. België steunt dat proces ten volle. Ik durf dan ook te hopen dat de operationele gevolgen van bijkomende sancties beheersbaar zullen zijn.
België zal zich in elk geval blijven uitspreken voor een onafhankelijke, onpartijdige en doeltreffende internationale rechtspraak en voor het behoud van het Internationaal Strafhof als hoeksteen van de strijd tegen straffeloosheid wereldwijd. We zullen ook blijven bijdragen aan de versterking van de weerbaarheid en de institutionele onafhankelijkheid van het Hof. Op die manier wil België, ondanks die ongeoorloofde dreigingen en sancties, mee de toekomst en de effectieve werking van het Hof veiligstellen. Morgen is voorzien dat de Europese landen een gezamenlijk statement uitbrengen.
34.04 Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, dank u om nog eens te duiden hoe belangrijk het Internationaal Strafhof is voor België en voor veel andere landen. Het valt ten zeerste te betreuren dat de VS op een dergelijke manier omgaan met een instelling die instaat voor het internationaal recht en ervoor zorgt dat de zwaarste misdrijven worden bestraft.
Al siert het misschien uw diplomatieke aanpak, het is een beetje jammer dat u nog geen stappen zult zetten om de VS via de ambassadeur daarop aan te spreken en duidelijk te maken dat wij niet gediend zijn van dergelijke uitspraken.
Ik kijk uit naar dat gezamenlijk statement. Ik hoop dat het voldoende druk zal uitoefenen, want wij vragen ons echt af wat er nog allemaal uit de VS zal volgen om de democratie te ondermijnen.
34.05 Minister Maxime Prévot: Ter info, de Amerikaanse ambassade in Brussel heeft al contact opgenomen met mijn kabinet om een vergadering te beleggen. Ze hebben vanuit Washington D.C. de instructie gekregen om overal ter wereld hun standpunt toe te lichten aan de andere hoofdsteden. Ik ben er niet van overtuigd dat dat nuttig is, maar we kunnen hun standpunt aanhoren. Wij hebben een andere opinie en we zullen die ook duidelijk herhalen.
34.06 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, dank voor uw antwoord. Il faut rester vigilant. Het is goed om dat in diplomatieke termen af te keuren, maar ik denk dat we op de gepaste momenten duidelijk moeten tonen dat we vinden dat hier ernstig een grens wordt overschreden.
We rekenen dus op u. Het internationaal recht en het Internationaal Strafhof vormen een sluitstuk waarvoor we, zeker als klein land, des te meer moeten vechten en strijden. Ik wens u veel succes. Ik hoop dat het daarbij zal blijven en dat het niet nog erger wordt. We zien elkaar ongetwijfeld nog terug.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitster: Vraag nr. 56018093C van mezelf wordt schriftelijk behandeld.
In ieder geval was dit de laatste commissie voor het reces. Normaal zien we elkaar terug op 16 september voor een nieuwe sessie mondelinge vragen. Ik hoop dat we elkaar inderdaad pas dan terugzien, want er gebeurt veel in de wereld. De voorbije jaren was er telkens nog een bijkomende commissie. Ik hoop dat dat dit keer niet het geval zal zijn. Dat zou betekenen dat er meer rust en vrede in de wereld is. Laten we daar vooral op hopen.
Dank aan de diensten en aan u, mijnheer de minister, voor deze lange sessie en de zeer uitgebreide antwoorden.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 21.28 uur.
La réunion publique de commission est levée à 21 h 28.
De antwoorden werden door de
Les réponses ont été fournies par
Il me
revient qu’une citoyenne belge , Suzon Doppagne résidant au sein de la
communauté de Prosfygika, à Athènes, en Grèce, qui a entamé depuis le 1er mai
2026 une grève de la faim mettant sa vie en danger.
La
communauté de Prosfygika constitue un ensemble de bâtiments historiques
construits dans les années 1930, aujourd’hui classés et reconnus pour leur
valeur historique, sociale et architecturale. Depuis plus de quinze ans, ce
lieu abrite une communauté d’environ 400 personnes, comprenant des familles,
des enfants, des personnes âgées, des malades, ainsi que des personnes en
situation de migration et des personnes précarisées. Cette communauté a
développé des structures essentielles (pharmacie sociale, hébergement, espaces
éducatifs, soutien aux personnes malades pour l’accès aux soins de santé),
comblant les
lacunes
des services publics dans un contexte de crise sociale.
Or, un
projet de « réaménagement » porté par la Région de l’Attique, financé notamment
par des fonds européens, prévoit l’expulsion forcée des habitants sans
consultation préalable ni solution de relogement adaptée. Cette situation
soulève de graves préoccupations au regard du droit européen et international.
La
jurisprudence de la Cour européenne des droits de l’homme exige que toute expulsion
soit proportionnée, précédée d’un examen individuel de chacun des situations
des personnes et accompagnée de garanties procédurales effectives ;
Les
principes de l’Union européenne encadrant l’utilisation des fonds structurels
imposent la consultation des populations concernées et le respect des droits
fondamentaux, conditions qui semblent ici ignorées.
Par
ailleurs, la menace d’expulsion affecte une population vulnérable et
diversifiée ayant construit, au fil des années, des liens sociaux, culturels et
communautaires essentiels, ce qui engage également les principes juridiques de
non-discrimination et de protection des groupes vulnérables.
La gravité de la situation et du danger immédiat
que représente cette grève de la faim pour la vie d’une citoyenne belge,
d’intervenir
auprès des autorités grecques afin de garantir la protection de Madame
Doppagne.
En
conséquence, Monsieur le Ministre peut-il me faire savoir:
si la
Belgique entend intervenir auprès des autorités grecques pour venir en aide à
notre ressortissante qui a droit à une protection consulaire?
si la
Belgique entend prôner le respect des droits fondamentaux des habitants de la
communauté Prosfygika et encourager l’ouverture d’un dialogue
conforme aux obligations européennes en matière de droits humains et de
participation démocratique.
Antwoord - Réponse:
Mevrouw
Almaci, Monsieur De Smet,
La grève
de la faim de cette citoyenne belge a été signalée à l’ambassade de Belgique à
Athènes le 22 mai 2026.
L’Ambassade
a tenté de contacter la personne concernée, mais sans succès.
Via de
consulaire diensten in Brussel werd haar familie geïnformeerd dat zij bij de
ambassade een verzoek om consulaire bijstand kon indienen.
Aucune
demande consulaire n’a été soumise par cette citoyenne ou sa famille, ni à
l’ambassade de Belgique à Athènes, ni aux services consulaires à Bruxelles.
Mijn diensten vernamen via de pers op 24
juni jongstleden dat de betrokkene een einde had gemaakt aan haar
hongerstaking.
Un
communiqué de presse des autorités grecques mentionne que ces dernières
seraient parvenues à un accord avec les groupes impliqués.
Wat uw andere vragen betreft, wil ik
erop wijzen dat er momenteel niets is dat erop wijst dat er in dit dossier
sprake is van een ernstige schending van de rechtsstaat of van het Europees
recht in Griekenland.
Il ne
nous appartient dès lors pas de faire publiquement des remarques au
gouvernement grec dans ce dossier.
In Kirgizië wordt de sneeuwluipaard, ook
wel de 'geest van de bergen' genoemd, op handen gedragen. Het land heeft het
dier onlangs officieel uitgeroepen tot nationaal symbool en de mascotte van de
komende World Nomad Games, de sneeuwluipaard 'Batay', prijkt op alle officiële
affiches.
Maar achter deze symboliek schuilt een
bittere realiteit. Terwijl de sneeuwluipaard wordt gevierd, dreigt hij ook te
worden verdreven. Een nieuw onderzoeksrapport, getiteld "Vanishing
Tracks", trekt aan de alarmbel over de geplande China-Kirgizië-Oezbekistan
(CKU) spoorweg. Dit
miljardenproject moet de regio ontsluiten, maar de route loopt dwars door de
meest kritieke hooggebergte-habitats van deze kwetsbare diersoort.
Onderzoekers
waarschuwen dat tunnels en dijken geen 'neutrale' infrastructuur zijn, maar
onoverkomelijke barrières die het leefgebied versnipperen en de deur openzetten
voor stroperij in voorheen ongerepte gebieden.
Bent u
op de hoogte van dit probleem?
Kirgizië
geniet van de GSP+-status van de EU, een handelsprivilege dat expliciet
verbonden is aan de effectieve naleving van internationale verdragen, waaronder
verdragen over biodiversiteit (CBD) en de handel in bedreigde diersoorten
(CITES). Hoe rijmt u de steun voor dit spoorwegproject met de
duurzaamheidsvoorwaarden die wij als EU stellen aan onze handelspartners?
In
Europese politieke kringen, zoals de Raad van Europa, klinkt de roep om dit
project niet langer als een randfenomeen te beschouwen, maar als een prioriteit
voor politiek toezicht. Is België bereid om binnen de
EU aan te dringen op een kritische evaluatie van de ecologische safeguards van
het CKU-project?
Zult u dit thema aankaarten in uw
diplomatieke contacten met de Kirgizische autoriteiten? Kunnen we van een
partner verwachten dat zij een dier niet enkel als mascotte gebruiken voor
toerisme, maar ook de noodzakelijke ecologische corridors beschermen die
essentieel zijn voor het overleven van de soort?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Huybrechts,
Mijn diensten volgen de uitbouw van de
transportinfrastructuur in Centraal-Azië aandachtig op, dus ook de aanleg van
de spoorweg China-Kirgizstan-Oezbekistan (CKU).
Grote
infrastructuurprojecten in de bergen van Kirgizstan, zoals de CKU-spoorweg,
verhogen de druk op kwetsbare ecosystemen en de habitat van de
sneeuwluipaard.
Het
GSP+-kader voorziet in mechanismen om toe te zien op de naleving van de
aangegane verbintenissen. Daaronder het Biodiversiteitsverdrag (CBD) en het
CITES-verdrag ter bescherming van bedreigde dieren- en plantensoorten.
Indien ernstige en aanhoudende
tekortkomingen zouden worden vastgesteld, kan uiteindelijk worden overwogen om
de preferenties tijdelijk op te schorten. Laat me duidelijk zijn: De nadruk
ligt echter in de eerste plaats op dialoog, opvolging en ondersteuning om de
uitvoering van deze verbintenissen te versterken.
Kirgizstan engageert zich voor “mountain
diplomacy”, die focust op de duurzame ontwikkeling van berggebieden;
organiseert in oktober 2027 onder VN-vlag de “Global Mountain Summit”; en
beschikt ook over een Nationaal Actieplan voor het behoud van de sneeuwluipaard.
Deze initiatieven bieden interessante mogelijkheden om het gesprek aan te gaan
over gedeelde doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling en
biodiversiteitsbescherming.
Tijdens de bilaterale consultaties met
Kirgizstan in Bishkek in de tweede helft van 2026 zal dan ook onder meer de
regionale stabiliteit, economische samenwerking en duurzame ontwikkeling aan
bod komen, gelet op de rol van Kirgizstan als partner van België en de Europese
Unie in Centraal-Azië.
Recent verscheen in het Verenigd
Koninkrijk het omvangrijke Rape Gang Inquiry Report, waarin wordt beschreven
hoe gedurende tientallen jaren duizenden minderjarige meisjes het slachtoffer
werden van georganiseerde seksuele uitbuiting door criminele netwerken. Het
rapport legt niet alleen de gruwelijke feiten bloot, maar wijst ook op ernstige
tekortkomingen bij overheidsinstanties die signalen jarenlang negeerden of
onvoldoende opvolgden.
Wat bijzonder verontrustend is, is de
internationale dimensie van het fenomeen. Het rapport verwijst naar gevallen
van grensoverschrijdende mensenhandel, gedwongen huwelijken, slachtoffers die
naar het buitenland werden gebracht en netwerken die actief waren over meerdere
landen heen. Verschillende aanbevelingen richten zich daarom expliciet tot de
diplomatieke en consulaire diensten.
Hoewel het rapport betrekking heeft op
het Verenigd Koninkrijk, zijn seksuele uitbuiting van minderjarigen,
mensenhandel en gedwongen huwelijken uiteraard geen exclusief Britse problemen.
Ook binnen Europa worden dergelijke fenomenen vastgesteld en is internationale
samenwerking cruciaal.
Heeft de Belgische regering
kennisgenomen van de bevindingen van het Britse rapport en werden hieruit
lessen getrokken voor de Belgische diplomatieke en consulaire diensten?
Welke rol speelt Buitenlandse Zaken
vandaag bij de opsporing, identificatie en ondersteuning van Belgische
minderjarigen die in het buitenland slachtoffer worden van seksuele uitbuiting,
mensenhandel of gedwongen huwelijken?
Beschikken onze diplomatieke en
consulaire posten over specifieke richtlijnen of opleidingen om signalen van
dergelijke vormen van uitbuiting tijdig te herkennen?
Op welke wijze werkt België samen met
Europese partners, Europol en derde landen om grensoverschrijdende netwerken
van seksuele uitbuiting van minderjarigen op te sporen en te ontmantelen?
Is de minister bereid binnen de Europese
Unie te pleiten voor een versterkte samenwerking inzake de identificatie van
slachtoffers, de uitwisseling van informatie over daders en de repatriëring van
slachtoffers?
Worden ontwikkelingssamenwerking,
visumbeleid of andere diplomatieke instrumenten vandaag ingezet tegenover
landen die onvoldoende meewerken aan de bestrijding van mensenhandel, gedwongen
huwelijken of de terugname van veroordeelde daders?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Huybrechts,
In juni 2025 werd op verzoek van de
Britse regering een nationale audit uitgevoerd, gevolgd door de lancering van
een onafhankelijke onderzoekscommissie, naar de aanpak van het seksueel
misbruik van minderjarigen door grooming gangs; het eindrapport wordt tegen
eind 2028 verwacht.
Ons Ambassade zal dit blijven opvolgen
om relevante lessen voor ons land en op vlak van internationale samenwerking te
kunnen trekken.
Wanneer Belgische minderjarigen,
slachtoffer worden van seksuele uitbuiting, mensenhandel of gedwongen
huwelijken, zijn onze diplomatieke en consulaire posten overal ter wereld in
nauw contact met de lokale overheden in hun jurisdictie.
In 2024 heeft het Directoraat-generaal
Consulaire Zaken een opleiding georganiseerd over het
omgaan met slachtoffers van seksueel geweld. Dit gebeurde in
samenwerking met het Zorgcentrum na Seksueel Geweld uit Roeselare. Daarnaast
werd het personeel van de diplomatieke en consulaire posten via circulaires en
informatiefolders op deze problematiek gewezen, met name om mogelijke
slachtoffers te identificeren wanneer zij zich aanmelden voor een consulaire
aangelegenheid.
In de strijd tegen mensenhandel en
seksuele uitbuiting werken de Belgische autoriteiten nauw samen met Europese en
internationale partners. Via Europol, EMPACT (European Multidisciplinary
Platform Against Criminal Threats), Eurojust en Interpol worden gegevens
uitgewisseld, gezamenlijke operaties opgezet en grensoverschrijdende
onderzoeken gevoerd. Daarnaast wordt bijzondere aandacht besteed aan de
bescherming van slachtoffers, onder meer via gespecialiseerde opvang en
ondersteuning.
België
ondersteunt bovendien actief internationale initiatieven tegen mensenhandel
binnen de Verenigde Naties, de Raad van Europa en de OVSE. Als penhouder voor de EU binnen de OVSE
draagt België bovendien bij aan de coördinatie van de Europese aanpak van
mensenhandel.
Zoals ik reeds eerder in deze Commissie
heb aangegeven, hanteert de regering in haar relaties met derde landen een
"whole-of-government"-aanpak. Dat betekent dat verschillende
beleidsdomeinen en middelen, waaronder diplomatie, ontwikkelingssamenwerking,
migratie, justitie en veiligheid, op een samenhangende wijze worden ingezet om
duurzame en op vertrouwen gebaseerde partnerschappen uit te bouwen.
Binnen deze benadering worden thema's
zoals de strijd tegen mensenhandel, gedwongen huwelijken, de terugname van
eigen onderdanen en samenwerking tussen justitiediensten besproken in het kader
van een brede dialoog met de betrokken partnerlanden.
Geachte
minister,
Op dit
moment onderhandelt de EU een vrijhandelsakkoord met de Filipijnen. Een
bindende voorwaarde voor zo een vrijhandelsakkoord is het naleven van het
internationaal humanitair recht en de mensenrechten. De situatie in de
Filipijnen is echter kritiek: ondanks de meer gepolijste reputatie van
president Ferdinand Marcos Jr, zet het huidige regime het repressieve beleid
van diens voorganger Rodrigo Duterte onverbiddelijk voort. Op 19 april richtte het Filipijnse leger als het ware een bloedbad
aan in Toboso, op het eiland Negros, waarbij 19 mensen vermoord werden. Hoewel
de situatie in de Filipijnen alle alarmbellen zou moeten doen afgaan, zet
Europa de onderhandelingen verder voor een vrijhandelsakkoord dat nog in 2026
zou afgerond worden.
Minister,
Bent u hiervan op de hoogte? Wat is het
standpunt van België?
Wat zijn de huidige stand van zaken over
deze onderhandelingen?
Zal een onafhankelijk internationaal
onderzoek plaatsvinden?
Welke voorwaarden zijn bepalend voor uw
stem?
Alvast dank voor uw antwoorden.
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Almaci,
Volgens officiële verklaringen vond op
19 april 2026 in Toboso , een gewapende confrontatie plaats tussen
een eenheid van het Filipijnse leger en leden van de
New People's Army (NPA), de gewapende vleugel van de
Communistische Partij van de Filipijnen.
Het leger stelde dat het ging om een
veiligheids- en opsporingsactie tegen een gezochte NPA-commandant. Hierbij
kwamen 19 mensen om het leven.
Inmiddels werden resoluties
ingediend in het Filipijnse parlement voor het opstarten van een parlementair
onderzoek. Daarnaast
heeft de Filipijnse Commissie voor de Mensenrechten aangekondigd
een onderzoek naar de gebeurtenissen op te starten.
We wachten de resultaten van dit
onderzoek af. Voor zover bekend werd nog geen internationaal onderzoek
aangekondigd.
Mijn
diensten blijven dit uiteraard nauwgezet opvolgen.
De
onderhandelingen van het handelsakkoord tussen de EU en de Filipijnen verlopen
goed. Recent vond de zesde
onderhandelingsronde plaats.
Er werd
hier aanzienlijke vooruitgang geboekt en de verwachting is dat de
onderhandelingen mogelijks binnenkort worden afgerond. Inmiddels
zijn 18 hoofdstukken afgesloten, en de
besprekingen richten zich nu vooral op de markttoegang.
De diversificatie
van onze handelspartnerschappen is essentieel, niet
alleen om ervoor te zorgen dat onze bedrijven toegang hebben tot snelgroeiende
markten, maar ook binnen het kader van economische veiligheid. Zuidoost-Azië is een snelgroeiende en
dynamische regio die niet alleen
een interessante economische partner vormt, maar
ook van strategisch belang is voor de versterking van
de veerkracht van onze toeleveringsketens. We
staan daarom positief tegenover de onderhandelingen van
het Vrijhandelsakkoord met de Filipijnen.
Dit
onderhandelingsproces wordt trouwens ook gebruikt als hefboom
om vooruitgang te boeken op het gebied van mensenrechten, de
rechtsstaat en goed bestuur.
Daarnaast hecht
België er belang aan dat het hoofdstuk over
handel en duurzame ontwikkeling ambitieus is.
Zoals gebruikelijk zal
België haar positie ten aanzien van het akkoord tussen de EU
en Filipijnen vastleggen nadat we het
hele finale akkoord ontvangen hebben van de Commissie, en
overeenkomend onze interne procedures.
Geachte minister,
Volgens recente berichtgeving wordt de
zelfgeorganiseerde wijk Prosfygika in Athene, Griekenland bedreigd met
uitzetting. Deze gemeenschap biedt al meer dan vijftien jaar onderdak aan
ongeveer 400 mensen, waaronder gezinnen met kinderen, ouderen en personen in
kwetsbare omstandigheden. Uit protest tegen de dreigende ontruiming zijn
Belgische burgers die daar wonen in hongerstaking gegaan. Zij stellen dat alle pogingen tot
dialoog met de betrokken autoriteiten zonder gevolg zijn gebleven dus de
situatie vraagt internationale aandacht.
Los van
de juridische en politieke discussies rond de toekomst van deze wijk, roept
deze zaak vragen op over de bescherming van fundamentele rechten, de
behandeling van kwetsbare bewoners en de verantwoordelijkheid van Europese
staten wanneer hun burgers betrokken raken bij dergelijke acties. Belgische
burgers zetten hun gezondheid op het spel om aandacht te vragen voor een
situatie die kan uitmonden tot een humanitaire crisis.
Vandaar:
Wat is uw reactie op de situatie?
Heeft België via zijn diplomatieke
vertegenwoordiging in Griekenland informatie ingewonnen over de
gezondheidstoestand van deze Belgische burgers en over de geplande
uitzettingen?
Heeft ons land reeds contact gehad met
de Griekse autoriteiten over deze zaak?
De EU engageren zich voor de bescherming
van mensenrechten, sociale rechten en menselijke waardigheid. Welke rol kan
België volgens u spelen om erop toe te zien dat eventuele maatregelen in
overeenstemming zijn met deze principes?
Alvast dank voor uw antwoorden.
Antwoord - Réponse:
Mevrouw
Almaci, Monsieur De Smet,
La grève
de la faim de cette citoyenne belge a été signalée à l’ambassade de Belgique à
Athènes le 22 mai 2026.
L’Ambassade
a tenté de contacter la personne concernée, mais sans succès.
Via de
consulaire diensten in Brussel werd haar familie geïnformeerd dat zij bij de
ambassade een verzoek om consulaire bijstand kon indienen.
Aucune
demande consulaire n’a été soumise par cette citoyenne ou sa famille, ni à
l’ambassade de Belgique à Athènes, ni aux services consulaires à Bruxelles.
Mijn diensten vernamen via de pers op 24
juni jongstleden dat de betrokkene een einde had gemaakt aan haar
hongerstaking.
Un
communiqué de presse des autorités grecques mentionne que ces dernières
seraient parvenues à un accord avec les groupes impliqués.
Wat uw andere vragen betreft, wil ik
erop wijzen dat er momenteel niets is dat erop wijst dat er in dit dossier
sprake is van een ernstige schending van de rechtsstaat of van het Europees
recht in Griekenland.
Il ne
nous appartient dès lors pas de faire publiquement des remarques au
gouvernement grec dans ce dossier.
Diverse studies en rapporten benadrukken
de verbanden tussen de productie van silicium/ zonnepanelen enerzijds en de
systematische onderdrukking en gedwongen tewerkstelling van Oeigoeren, o.a. in
de Chinese provincie Xinjiang anderzijds.
De Verenigde Staten hanteert sinds 2021
de Uyghur Forced Labor Protection Act waarbij uitgegaan wordt van een vermoeden
dat deze producten uit Xinjiang met dwangarbeid tot stand komen. Daardoor
worden aanzienlijke hoeveelheden van die goederen, waaronder zonnepanelen,
geweerd van de Amerikaanse markt.
De Europese Unie keurde in 2024 eveneens
een verordening goed die producten die vervaardigd werden met dwangarbeid moet
weren van de Europese markt. Maar de sector van de zonnepanelen is bezorgd over
de effectiviteit en snelheid van de Europese aanpak omdat zo stellen zij: “De
bewijslast ligt in de praktijk puur bij de Europese bedrijven”, klinkt het.
Effectieve maatregelen tegen de invoer van goederen die het resultaat zijn van
dwangarbeid laten daarom nog mogelijks jaren op zich wachten.
Mijn
vragen voor de minister:
1. Hoe
beoordeelt u de aanhoudende berichten over de betrokkenheid van dwangarbeid van
Oeigoeren bij de productie van silicium en zonnepanelen bestemd voor de
Europese markt? Welk belang hecht u aan dergelijke studies?
2. Heeft
België binnen de Europese Raad of in bilaterale contacten met de Volksrepubliek
China aandacht gevraagd voor de mensenrechtensituatie in Xinjiang en de
mogelijke link met Europese toeleveringsketens? Zo ja, op welke wijze gebeurde
dit?
3. Bent
u van oordeel dat de Europese verordening inzake producten vervaardigd met
dwangarbeid voldoende robuust is om dergelijke goederen van de Europese markt
te weren? Zo neen, wat zal u ondernemen of voorstellen?
4. Op welke wijze worden
mensenrechtencriteria vandaag meegenomen in de Europese handelsbetrekkingen met
de Volksrepubliek China, en acht u bijkomende instrumenten noodzakelijk?
5. Welke gevolgen ziet de minister voor
de strategische autonomie van Europa indien de Europese productie van kritieke
grondstoffen, zoals silicium, en van producten zoals zonnepanelen,
verder wordt verdrongen door invoer uit regio’s waar ernstige
mensenrechtenrisico’s bestaan?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Van Riet,
De berichten inzake ernstige
mensenrechtenschendingen in Xinjiang, waaronder mogelijke dwangarbeid in
toeleveringsketens voor silicium en zonnepanelen, worden door België ernstig
genomen.
België heeft deze problematiek
aangekaart binnen het bredere Europese China-beleid, zowel via de Raad
Buitenlandse Zaken als via EU-verklaringen, mensenrechtendialogen en in de
relevante multilaterale fora.
Ook de EU heeft in haar dialoog met
China herhaaldelijk bezorgdheid geuit over fundamentele vrijheden,
arbeidsrechten, dwangarbeid en de situatie van minderheden, waaronder
Oeigoeren.
De Europese verordening inzake producten
vervaardigd met dwangarbeid is een belangrijke stap vooruit. Haar
doeltreffendheid zal afhangen van snelle en consequente operationalisering.
België pleit ervoor om bijzondere aandacht te besteden aan sectoren en regio’s
met een verhoogd risico, waaronder de sector van de zonnepanelen.
Wat betreft de strategische autonomie
van Europa, roept een te grote afhankelijkheid niet alleen morele vragen op
maar het creëert economische en geopolitieke kwetsbaarheden.
Daarom moet Europa verder investeren in
diversificatie van toeleveringsketens, betrouwbare partnerschappen, recyclage,
innovatie en Europese productiecapaciteit voor kritieke grondstoffen en schone
technologieën.
Venezuela werd getroffen door een zware
dubbele aardbeving met grote menselijke en materiële schade tot gevolg.
Verschillende landen hebben inmiddels gespecialiseerde zoek- en reddingsteams
gestuurd om de lokale autoriteiten bij te staan.
Volgens de beschikbare informatie
onderzoekt België momenteel de inzet van een B-FAST-team. Tegelijk coördineert
de Europese Unie de internationale hulpverlening en zijn reeds honderden
Europese reddingswerkers ter plaatse. Ook vernemen we dat de geregistreerde
Belgische reizigers in Venezuela in veiligheid verkeren.
In dergelijke crisissituaties is snelle,
doeltreffende en goed gecoördineerde humanitaire hulp van groot belang. België
beschikt met B-FAST over een internationaal gewaardeerde capaciteit, maar het
is belangrijk dat de Kamer duidelijkheid krijgt over de geplande Belgische
bijdrage.
Daarom
heb ik de volgende vragen:
1. Heeft de federale regering intussen
een definitieve beslissing genomen over de eventuele inzet van een Belgisch
B-FAST-team in Venezuela?
2. Zo ja, welke capaciteiten zullen
worden ingezet, hoeveel personeelsleden worden uitgezonden en welke opdracht
zullen zij uitvoeren?
3. Indien nog geen beslissing werd
genomen, welke elementen worden momenteel nog afgewogen alvorens een definitief
besluit te nemen?
4. Op
welke manier wordt de Belgische hulp afgestemd met de Europese Unie, de VN en
de Venezolaanse autoriteiten om overlapping te vermijden en de hulp zo
efficiënt mogelijk in te zetten?
5. Heeft
België daarnaast beslist om bijkomende humanitaire of financiële steun vrij te
maken voor de getroffen bevolking?
6. Kan
de minister bevestigen dat alle Belgische onderdanen in Venezuela veilig zijn
en welke consulaire opvolging momenteel wordt voorzien?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Depoorter, Mevrouw Samyn,
Mevrouw Lambrecht, Mevrouw Van Hoof,
Na de zware aardbevingen in Venezuela
heeft de federale regering op 26 juni beslist om via B-FAST positief te
reageren op de Venezolaanse hulpvraag die werd ingediend via
het European Union Civil Protection Mechanism (UCPM).
De humanitaire impact van de
aardbevingen is bijzonder groot, met het zwaartepunt in de regio
La Guaira.
De Belgische bijdrage
bestaat uit drie luiken,
namelijk expertise en materiële steun via B-FAST,
alsook financiële steun via de gekende noodfondsen.
Zo vertrok op 27 juni een ervaren
B-FAST-expert met 10 andere experts uit andere EU-lidstaten naar
Venezuela als lid van een Europees team (EUCPT, European
Union Civil Protection Team), dat mee instaat voor de
coördinatie van de internationale noodhulp.
Daarnaast werd een donatie van tenten
ter waarde van 100.000 euro goedgekeurd.
Een
eerste deel werd reeds in zeer nauwe
samenwerking met Luxemburg naar het getroffen gebied gebracht.
België
draagt bovendien bij aan de humanitaire respons via internationale
noodfondsen.
Zo
maakte het VN Central Emergency Response Fund (CERF) 15 miljoen dollar vrij
voor levensreddende noodhulp, waaronder gezondheidszorg, onderdak, voedselhulp
en watervoorziening. België behoort tot de tien grootste donoren van dit fonds
en voorziet in 2026 een bijdrage van 17 miljoen euro.
Daarnaast heeft het Disaster Response
Emergency Fund (DREF) van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode
Halve Maanverenigingen een bijdrage van 2 miljoen Zwitserse frank vrijgemaakt.
België ondersteunt ook dit fonds al
jarenlang met 3,5 miljoen euro per jaar.
In het getroffen gebied zijn hulpteams
uit minstens 27 landen actief, samen goed voor ongeveer 2.200 hulpverleners en
meer dan 160 reddingshonden.
Het EUCPT en een UNDAC-team (United
Nations Disaster Assessment and Coordination) zorgen voor een
efficiënte en gecoördineerde inzet van de beschikbare hulp.
De voornaamste noden situeren zich
momenteel op het vlak van voedselhulp en water, gezondheidszorg
en sanitaire voorzieningen.
De samenwerking met internationale
partners verloopt volgens de beschikbare informatie vlot.
Dankzij gedeelde ervaringen en goede
werkrelaties tussen onder meer Luxemburg en de Europese Commissie
verloopt deze samenwerking naar behoren.
Wat de consulaire bijstand betreft,
slaagde de Belgische ambassade in Bogotá erin om alle twaalf Belgische
reizigers die via Travellers Online hun aanwezigheid in Venezuela hadden
geregistreerd, te contacteren.
Met hulp van de ambassade konden vier
van hen via een Spaanse repatriëringsvlucht terugkeren naar Europa.
De overige reizigers bevonden zich in
veiligheid of wensten Venezuela niet te verlaten.
Daarnaast wonen ongeveer 240 Belgen
permanent in Venezuela.
Tot op heden werden geen verzoeken om
consulaire bijstand ontvangen en zijn er geen aanwijzingen dat Belgische
onderdanen gewond raakten of om het leven kwamen bij de aardbevingen.
België
benadrukt hiermee zijn engagement voor internationale solidariteit en blijft de
situatie in Venezuela nauwgezet opvolgen om indien nodig verdere steun te
kunnen verlenen.
Vijf
dagen na de verwoestende aardbevingen in Venezuela blijft de humanitaire
situatie bijzonder ernstig. Volgens de meest recente
berichten zijn inmiddels meer dan 1.450 mensen om het leven gekomen, raakten
duizenden mensen gewond en worden nog steeds tienduizenden personen vermist. De
reddingsoperaties verlopen moeizaam en de kans om nog overlevenden terug te
vinden neemt met het uur af.
Opvallend zijn bovendien de beelden en
getuigenissen van inwoners die uit frustratie militairen dwongen om hun wapens
neer te leggen en mee puin te ruimen. Vrijwilligers klagen aan dat militairen
aanvankelijk nauwelijks deelnamen aan de reddingsoperaties, terwijl de
bevolking wanhopig op zoek is naar overlevenden. Dat roept vragen op over de
organisatie van de noodhulp en de situatie ter plaatse.
België heeft ondertussen via B-FAST
gereageerd op de internationale hulpvraag door onderdakmateriaal ter
beschikking te stellen en Belgische experten in crisisbeheer uit te sturen.
Graag
verneem ik van de minister:
Hoe
beoordeelt u de huidige humanitaire situatie in Venezuela? Beschikt u over
recente informatie over de reddingsoperaties, de noden op het terrein en de
algemene veiligheidssituatie?
Welke concrete Belgische steun is
inmiddels geleverd via B-FAST? Welk materiaal werd verzonden, hoeveel Belgische
experten zijn momenteel ter plaatse en welke opdrachten voeren zij uit?
Hebben de Belgische experts die reeds in
Venezuela aanwezig zijn een eerste evaluatie kunnen maken van de situatie?
Welke noden worden prioritair vastgesteld en welke obstakels ondervinden de
internationale hulpverleners?
Wordt overwogen om de Belgische steun
verder uit te breiden indien de humanitaire noden blijven toenemen? Zo ja,
welke bijkomende vormen van ondersteuning behoren tot de mogelijkheden?
Verloopt de samenwerking met de
Venezolaanse autoriteiten en de internationale partners, waaronder de Europese
Unie en de Verenigde Naties, naar behoren, of worden er problemen vastgesteld
die de hulpverlening bemoeilijken?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Depoorter, Mevrouw Samyn,
Mevrouw Lambrecht, Mevrouw Van Hoof,
Na de zware aardbevingen in Venezuela
heeft de federale regering op 26 juni beslist om via B-FAST positief te
reageren op de Venezolaanse hulpvraag die werd ingediend via
het European Union Civil Protection Mechanism (UCPM).
De humanitaire impact van de
aardbevingen is bijzonder groot, met het zwaartepunt in de regio
La Guaira.
De Belgische bijdrage
bestaat uit drie luiken,
namelijk expertise en materiële steun via B-FAST,
alsook financiële steun via de gekende noodfondsen.
Zo vertrok op 27 juni een ervaren
B-FAST-expert met 10 andere experts uit andere EU-lidstaten naar
Venezuela als lid van een Europees team (EUCPT, European
Union Civil Protection Team), dat mee instaat voor de
coördinatie van de internationale noodhulp.
Daarnaast werd een donatie van tenten
ter waarde van 100.000 euro goedgekeurd.
Een
eerste deel werd reeds in zeer nauwe
samenwerking met Luxemburg naar het getroffen gebied gebracht.
België
draagt bovendien bij aan de humanitaire respons via internationale
noodfondsen.
Zo
maakte het VN Central Emergency Response Fund (CERF) 15 miljoen dollar vrij
voor levensreddende noodhulp, waaronder gezondheidszorg, onderdak, voedselhulp
en watervoorziening. België behoort tot de tien grootste donoren van dit fonds
en voorziet in 2026 een bijdrage van 17 miljoen euro.
Daarnaast heeft het Disaster Response
Emergency Fund (DREF) van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode
Halve Maanverenigingen een bijdrage van 2 miljoen Zwitserse frank
vrijgemaakt.
België ondersteunt ook dit fonds al
jarenlang met 3,5 miljoen euro per jaar.
In het getroffen gebied zijn hulpteams
uit minstens 27 landen actief, samen goed voor ongeveer 2.200 hulpverleners en
meer dan 160 reddingshonden.
Het EUCPT en een UNDAC-team (United
Nations Disaster Assessment and Coordination) zorgen voor een
efficiënte en gecoördineerde inzet van de beschikbare hulp.
De voornaamste noden situeren zich
momenteel op het vlak van voedselhulp en water, gezondheidszorg
en sanitaire voorzieningen.
De samenwerking met internationale
partners verloopt volgens de beschikbare informatie vlot.
Dankzij gedeelde ervaringen en goede
werkrelaties tussen onder meer Luxemburg en de Europese Commissie
verloopt deze samenwerking naar behoren.
Wat de consulaire bijstand betreft,
slaagde de Belgische ambassade in Bogotá erin om alle twaalf Belgische
reizigers die via Travellers Online hun aanwezigheid in Venezuela hadden
geregistreerd, te contacteren.
Met hulp van de ambassade konden vier
van hen via een Spaanse repatriëringsvlucht terugkeren naar Europa.
De overige reizigers bevonden zich in
veiligheid of wensten Venezuela niet te verlaten.
Daarnaast wonen ongeveer 240 Belgen
permanent in Venezuela.
Tot op heden werden geen verzoeken om
consulaire bijstand ontvangen en zijn er geen aanwijzingen dat Belgische
onderdanen gewond raakten of om het leven kwamen bij de
aardbevingen.
België
benadrukt hiermee zijn engagement voor internationale solidariteit en blijft de
situatie in Venezuela nauwgezet opvolgen om indien nodig verdere steun te
kunnen verlenen.
Meneer de minister,
Twee zware aardbevingen brachten
Venezuela op 24 juni in een nationale noodtoestand. De officiële balans
bedraagt vandaag 4.561 dodelijke slachtoffers en meer dan 16.740 gewonden.
Tienduizenden burgers blijven vermist onder het puin. Internationale
reddingsteams zoeken onafgebroken naar overlevenden, maar de hoop slinkt met
het verstrijken van de uren.
De
kuststaat La Guaira incasseert de zwaarste klappen van deze catastrofe. Lokale
rapporten bevestigen dat tachtig procent van de infrastructuur daar volledig is
ingestort. De situatie buiten de hoofdstad Caracas verschilt fundamenteel door
een acuut gebrek aan medische faciliteiten en logistieke capaciteit. Internationale hulpgoederen bereiken deze getroffen kustregio
nauwelijks. Lokale diensten kunnen de toestroom van lichamen niet verwerken,
waardoor slachtoffers noodgedwongen op straat liggen. Deze onhygiënische
situatie vormt een directe bedreiging voor de volksgezondheid.
België stuurde via B-FAST tenten en
detacheerde één expert in crisismanagement naar Caracas. De Europese Unie
mobiliseerde reeds 500 reddingswerkers. De gigantische noden op het terrein
overstijgen deze initiële bijdragen. Vooruit vraagt een actieve Belgische rol
om de Europese solidariteit op te schalen.
Daarom
stel ik graag de volgende vragen:
Welke
actuele inschatting maakt u van de humanitaire impact en de specifieke noden in
de zwaarst getroffen kustregio La Guaira?
Welke
diplomatieke initiatieven neemt u binnen de Europese Unie om de distributie van
de Europese noodhulp beter te coördineren, zodat deze ook de gebieden buiten de
hoofdstad bereikt?
Hoe stemt België haar nationale
hulpverlening af met de andere lidstaten en welke extra capaciteit of
gespecialiseerde experts kan B-FAST op korte termijn leveren?
Hoe verloopt de operationele
samenwerking tussen de Belgische crisisexpert en de lokale Venezolaanse
overheidsdiensten om een veilige en eerlijke verdeling van hulpgoederen te
garanderen?
Hoeveel Belgische landgenoten hebben
zich geregistreerd in het rampgebied, welke informatie heeft u over eventuele
Belgische slachtoffers en welke specifieke consulaire bijstand biedt onze
diplomatieke post aan hen?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Depoorter, Mevrouw Samyn,
Mevrouw Lambrecht, Mevrouw Van Hoof,
Na de zware aardbevingen in Venezuela
heeft de federale regering op 26 juni beslist om via B-FAST positief te
reageren op de Venezolaanse hulpvraag die werd ingediend via
het European Union Civil Protection Mechanism (UCPM).
De humanitaire impact van de
aardbevingen is bijzonder groot, met het zwaartepunt in de regio
La Guaira.
De Belgische bijdrage
bestaat uit drie luiken,
namelijk expertise en materiële steun via B-FAST,
alsook financiële steun via de gekende noodfondsen.
Zo vertrok op 27 juni een ervaren
B-FAST-expert met 10 andere experts uit andere EU-lidstaten naar
Venezuela als lid van een Europees team (EUCPT, European
Union Civil Protection Team), dat mee instaat voor de
coördinatie van de internationale noodhulp.
Daarnaast werd een donatie van tenten
ter waarde van 100.000 euro goedgekeurd.
Een
eerste deel werd reeds in zeer nauwe
samenwerking met Luxemburg naar het getroffen gebied gebracht.
België
draagt bovendien bij aan de humanitaire respons via internationale
noodfondsen.
Zo
maakte het VN Central Emergency Response Fund (CERF) 15 miljoen dollar vrij
voor levensreddende noodhulp, waaronder gezondheidszorg, onderdak, voedselhulp
en watervoorziening. België behoort tot de tien grootste donoren van dit fonds
en voorziet in 2026 een bijdrage van 17 miljoen euro.
Daarnaast heeft het Disaster Response
Emergency Fund (DREF) van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode
Halve Maanverenigingen een bijdrage van 2 miljoen Zwitserse frank
vrijgemaakt.
België ondersteunt ook dit fonds al
jarenlang met 3,5 miljoen euro per jaar.
In het getroffen gebied zijn hulpteams
uit minstens 27 landen actief, samen goed voor ongeveer 2.200 hulpverleners en
meer dan 160 reddingshonden.
Het EUCPT en een UNDAC-team (United
Nations Disaster Assessment and Coordination) zorgen voor een
efficiënte en gecoördineerde inzet van de beschikbare hulp.
De voornaamste noden situeren zich
momenteel op het vlak van voedselhulp en water, gezondheidszorg
en sanitaire voorzieningen.
De samenwerking met internationale
partners verloopt volgens de beschikbare informatie vlot.
Dankzij gedeelde ervaringen en goede
werkrelaties tussen onder meer Luxemburg en de Europese Commissie
verloopt deze samenwerking naar behoren.
Wat de consulaire bijstand betreft,
slaagde de Belgische ambassade in Bogotá erin om alle twaalf Belgische
reizigers die via Travellers Online hun aanwezigheid in Venezuela hadden
geregistreerd, te contacteren.
Met hulp van de ambassade konden vier
van hen via een Spaanse repatriëringsvlucht terugkeren naar Europa.
De overige reizigers bevonden zich in
veiligheid of wensten Venezuela niet te verlaten.
Daarnaast wonen ongeveer 240 Belgen
permanent in Venezuela.
Tot op heden werden geen verzoeken om
consulaire bijstand ontvangen en zijn er geen aanwijzingen dat Belgische
onderdanen gewond raakten of om het leven kwamen bij de
aardbevingen.
België
benadrukt hiermee zijn engagement voor internationale solidariteit en blijft de
situatie in Venezuela nauwgezet opvolgen om indien nodig verdere steun te
kunnen verlenen.
Meneer de minister,
De Amerikaanse ambassade organiseerde
afgelopen zondag het Freedom 250-feest
in het Brusselse Jubelpark. Tijdens dit
evenement hebben medewerkers van de
ambassade twee erkende journalisten van
het medium The European Correspondent
laten verwijderen door de Belgische
politie. De journalisten stelden voorafgaand
kritische vragen aan ambassadeur Bill
White over vermeende dreigmails aan een
burger.
De ambassadeur weigerde te antwoorden, waarna de protocoldienst de
politie inschakelde met een melding over
zogezegd bedreigend gedrag. Acht
Belgische politieagenten in burger
hebben de journalisten vervolgens omsingeld,
ondervraagd en van het terrein begeleid.
De Vlaamse Vereniging van Journalisten
veroordeelt dit incident scherp. De
persvrijheid geldt zonder uitzondering
op Belgisch grondgebied, ook tijdens
evenementen van buitenlandse
diplomatieke vertegenwoordigingen. De inzet van
Belgische politiediensten om kritische
pers ervan te weerhouden verslag uit te
brengen tast onze democratische
principes aan. Typerend is dat de ambassadeur
achteraf een e-mail stuurde waarin hij
de betrokken journalisten uitschold voor losers.
De
Amerikaanse administratie minacht de vrije pers. We
moeten er alles aan doen
om te zorgen dat onze Belgische politie
in onze Europese hoofdstad hier geen deel
van uitmaakt.
Daarom stel ik graag de volgende vragen:
1. Welke stappen onderneemt u om de
Amerikaanse ambassadeur te wijzen
op het absolute respect voor de
persvrijheid in ons land?
2. Hoe beoordeelt u het optreden van de
Belgische politie, die zich liet
instrueren door een buitenlandse
protocoldienst om legitieme journalisten
te verwijderen?
3. Welke garanties gaat u afdwingen bij
buitenlandse ambassades zodat
journalisten in de toekomst veilig en
ongehinderd hun werk kunnen doen
bij diplomatieke evenementen op
Belgische bodem, in het bijzonder bij
evenementen van vertegenwoordigingen
vijandig gezind ten opzichte van
journalisten?
4. Bent
u bereid om de ambassadeur formeel om excuses te vragen voor het
intimiderende
gedrag en de beledigende e-mails aan het adres van de
pers?
5. Hoe
overlegt u met de minister van Binnenlandse Zaken om te voorkomen
dat onze
politiediensten als onrechtmatig instrument worden ingezet door
andere staten?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Lambrecht,
Ons land draagt de vrijheid van mening
en meningsuiting hoog in het vaandel, met inbegrip van de vrijheid van
informatie en de persvrijheid, die van essentieel belang zijn voor de goede
werking van een democratische samenleving die op de rechtsstaat is gebaseerd.
Het recht op vrijheid van meningsuiting
is een grondrecht dat wordt gewaarborgd door de Belgische Grondwet en door
diverse bepalingen in mensenrechtenverdragen. Journalisten die hun beroep in
alle veiligheid en onafhankelijkheid kunnen uitoefenen, vormen een essentiële
schakel in het goed functioneren van een open democratie.
Aan de legitimiteit van de betrokken
journalisten wil ik allerminst twijfelen, maar evenmin aan het werk van onze
politiediensten in verband met ordehandhaving op een privé-evenement.
Volgens de door het Crisiscentrum aan
mijn diensten meegedeelde informatie werd het Jubelpark op 28 juni ter
beschikking gesteld van de Ambassade van de Verenigde Staten voor de
organisatie van een privé-evenement, waarvan de toegang volledig door de organisator
werd beheerd.
Bij een dergelijk evenement, met enkele
duizenden deelnemers, is het normaal dat politiediensten aanwezig zijn om,
indien nodig, in te grijpen bij onvoorziene omstandigheden. De ordediensten
zouden op verzoek van de organisator twee personen naar de uitgang hebben
begeleid. Op basis van deze informatie kan ik echter niet afleiden dat de
persvrijheid op enigerlei wijze werd aangetast.
Krachtens de internationale rechtsregels
zoals vastgelegd in het Verdrag van Wenen van 1961 inzake Diplomatiek Verkeer
dient de gaststaat alle faciliteiten te verlenen aan een diplomatieke zending
om deze toe te laten haar representatiefunctie te vervullen. Een diplomaat is
overeenkomstig het verdrag onschendbaar en de gaststaat moet erop toezien dat
dat zijn persoon, vrijheid of waardigheid niet in gevaar wordt gebracht.
Op grond van de voor mij bekende feiten
kan ik mij niet uitspreken over enige fout inzake ordehandhaving in dit
dossier. Voor meer details dien ik u door te verwijzen naar mijn collega de
minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.
In uw beleidsnota en ook deze van
defensie wordt verwezen naar de situatie in sub-Sahara Afrika en wijst u er
terecht op dat deze regio niet vergeten mag worden. Dit ondanks de meerdere
geopolitieke brandhaarden die meer media-aandacht opeisen. We moeten
vaststellen dat de invloed van Frankrijk in dit gebied zwaar verminderd is – en
dan in het bijzonder in de Sahel. De invloed van Islamitische groeperingen
waaronder Boho Haram en milities gelieerd aan IS en Al-Qaida is sterk
toegenomen. Het zijn vooral Chinese en Russische groepen die de controle
proberen te verwerven over de logistieke lijnen die het mogelijk maken om
grondstoffen te exporteren. In het verlengde hiervan heb ik voor u volgende
vragen:
Mijn
vragen voor de minister:
Wat is
de huidige situatie in Mali aangaande de machtsstrijd tussen Russische en
Islamitische groeperingen? Welke bijzondere
ontwikkelingen noteerde u?
In welke landen ten zuiden van de Sahara
en boven de evenaar heeft Frankrijk nog diplomatieke invloed? Welke prognose
heeft u hierover?
Welke facties controleren op dit moment
de logistieke lijnen in deze landen voor de respectievelijke grondstoffen:
·
Goud
·
Petroleumproducten
·
Bauxiet
·
Tropisch hout
·
Diamanten
Hoe rijmt u de controle die door andere
actoren wordt uitgeoefend met het streven van het versterken van het Global
Gateway-initiatief?
Mochten Europese actoren een gedeelte
van deze logistieke stromen onder controle hebben: hoe wil u deze controle
beschermen tegen eventueel geweld van de actoren in vraag 1?
Hoe
beschouwt u op dit moment de situatie in Benin? Welke
belangrijke ontwikkelingen zijn volgens u relevant?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Depoorter,
De gecoördineerde aanvallen van 25 april
en 4 juli vormen inderdaad een van de ernstigste episodes van het conflict
sinds 2012.
Ze
werden uitgevoerd door de Groep ter ondersteuning van de islam en de moslims
(JNIM) en het Front de Libération de l’Azawad (FLA).
De inname van Kidal op 25 april heeft
een grote symbolische betekenis gehad. Ook het overlijden van minister van
Defensie Camara heeft diepe indruk gemaakt.
Het Russische Afrika Korps heeft het
Malinese leger tijdens deze aanvallen aanzienlijk ondersteund.
Daarnaast verleent het ondersteuning aan
de Malinese autoriteiten, onder meer door escortes te verzorgen voor
brandstoftransporten.
Ik constateer een toenemende druk op de
Malinese strijdkrachten vanuit de terroristische organisaties, een oorlog van
lage intensiteit die waarschijnlijk zal voortduren evenals spanningen tussen de
jihadistische groeperingen onderling.
Frankrijk heeft zich inderdaad moeten
aanpassen aan de nieuwe realiteit in de regio.
De betrekkingen met Niger en, meer
recent, met Burkina Faso zijn verbroken, terwijl de relaties met Mali gespannen
blijven.
Tegelijk onderhoudt Frankrijk nog steeds
uitgebreide diplomatieke relaties met tal van Afrikaanse landen.
Dat bleek onder meer uit het recente
bezoek van president Macron aan Kenia en Ethiopië.
Het komt mij niet toe een oordeel te
vellen over de diplomatieke invloed van Frankrijk.
Wel stel ik vast dat Frankrijk Afrika
hoog op de agenda blijft plaatsen. Dat kan ik alleen maar toejuichen, gezien
het strategische belang van dit continent voor de toekomst van Europa nog al te
vaak wordt onderschat.
Wat de controle van toeleveringsketens
van grondstoffen in de Sahel betreft, zou een gedetailleerd overzicht het
bestek van een mondeling antwoord te buiten gaan.
Ik wil echter benadrukken dat het niet
de bedoeling van de Europese Unie is om deze grondstoffenstromen te controleren
of te monopoliseren.
Ten eerste strookt dat niet met de
filosofie van Global Gateway, die gebaseerd is op wederzijds voordelige en
gelijkwaardige partnerschappen.
Ten tweede is de uitrol van Global
Gateway in de landen van de centrale Sahel, gezien de huidige politieke
context, bijzonder moeilijk.
En ten derde zou een dergelijke aanpak
ingaan tegen de tendens in verschillende landen van de regio om meer greep te
krijgen op hun natuurlijke rijkdommen en hun soevereiniteit daarover te
versterken.
Om één voorbeeld te geven: Mali probeert
opnieuw meer controle te verwerven over zijn goudsector, die een van de
belangrijkste bronnen van nationale rijkdom vormt.
Daarbij werd aanzienlijke druk
uitgeoefend op buitenlandse ondernemingen, waaronder Canadese bedrijven die in
het land actief zijn.
De wens van staten om meer
soevereiniteit uit te oefenen over hun natuurlijke rijkdommen is op zich
legitiem.
Deze evoluties moeten echter
plaatsvinden met respect voor het internationaal recht, evenals voor de rechten
van werknemers en investeerders.
Tot slot wil ik de recente
ontwikkelingen in de relaties tussen Benin en de landen van de centrale Sahel
onderstrepen.
Sinds het aantreden van president
Wadagni is de dialoog met deze landen opnieuw op gang gekomen, met bezoeken aan
Niger, Burkina Faso, Mali en Mauritanië.
Dat is een belangrijke stap vooruit voor
de regionale samenwerking.
Die samenwerking is niet alleen
wenselijk, maar ook dringend noodzakelijk om de uitdagingen waarmee de regio
wordt geconfronteerd het hoofd te bieden.
Ik kan deze positieve dynamiek alleen
maar verwelkomen en aanmoedigen.
De
Europese Investeringsbank (EIB), waarvan de EU-lidstaten aandeelhouder zijn en
België volgens de EIB 5,2% bezit, profileert Marokko als strategische partner
en financiert er o.m.r transportinfrastructuur. Voor de Rabat-Salé-tram
vermeldt de EIB een totale projectkost van ongeveer 346 miljoen euro. Voor de
uitbreiding van lijn 2 tekende zij in 2018 nog een lening van 40 miljoen euro,
gedekt door de Marokkaanse overheid, voor 7 km bijkomende tramlijn, 12 haltes
en bijkomende tramstellen. De Europese Commissie vermeldt daarnaast binnen
Global Gateway ook de verdere uitbreiding van het openbaar vervoer in
Rabat-Salé-Témara via EIB- en AFD-leningen en een Europese subsidie.
Dat is hallucinant. Terwijl onze burgers
in België kapot worden belast, terwijl gezinnen en zelfstandigen besparingen
voelen en terwijl onze wegen en infrastructuur zelf grote noden kennen, pompt
de Europese investeringsmachine middelen in openbaar vervoer in Marokko. Dat
land scoort volgens Transparency International slechts 39 op 100 op de
corruptie-index en staat op plaats 91 van 182 landen. Bovendien blijft de
samenwerking rond de terugname van illegale en criminele Marokkaanse onderdanen
voor België een structureel probleem.
Welk standpunt neemt België in binnen de
EIB en de EU over nieuwe of bijkomende financiering voor Marokkaanse
transportinfrastructuur?
Welk rechtstreeks of onrechtstreeks
Belgisch financieel risico, via kapitaal, garanties of EU-budgetten, hangt aan
de EIB-financiering van dit tram- en openbaarvervoersproject?
Bent u bereid te pleiten voor het
bevriezen of minstens conditioneren van EIB-, EU- en ontwikkelingsfinanciering
voor Marokko aan aantoonbare resultaten inzake terugname, veiligheids- en
justitiesamenwerking? Zo neen, waarom niet?
Marokko ontvangt reeds aanzienlijke
Europese financiële steun, onder meer via de EIB voor infrastructuurprojecten,
en krijgt daarbovenop tijdens deze legislatuur nog ongeveer 30 miljoen euro
Belgische ontwikkelingshulp. Waarom zou België daar nog bijkomende nationale
middelen aan besteden? Bent u bereid deze Belgische ontwikkelingsfinanciering
stop te zetten zolang Marokko zijn terugnameverplichtingen tegenover België
niet volledig en aantoonbaar nakomt? Zo neen, waarom niet?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Huybrechts,
Marokko is een belangrijke partner in de
zuidelijke nabuurschap van de Europese Unie.
Wat specifiek het tramproject in
Rabat-Salé betreft kan ik alvast meegeven dat de Europese Investeringsbank
(EIB) heeft het oorspronkelijke project reeds in 2009 ondersteund. Ook werd in
het kader van het Global Gateway-initiatief een nieuwe investering aangekondigd.
De beoordeling daarvan is gebeurd op basis van de beginselen die de Raad zelf
heeft bevestigd: inbegrepen wederzijds voordeel, schuldhoud baarheid,
transparantie, en goed bestuur.
Deze regering hecht groot belang aan een
doeltreffende samenwerking met Marokko op het vlak van migratie, terug
keer, terugname, veiligheid en justitie.
Maar de relatie tussen de Europese Unie, haar lidstaten en Marokko is veel
ruimer dan deze thema’s alleen.
Daarom pleit ik voor een “whole of
government” aanpak waarbij een evenwicht gevonden wordt, en waarbij de relatie
in zijn geheel wordt bekeken in een kader van een alomvattend en wederzijds
voordelig partnerschap.
Deze “whole of governement” aanpak is de
basis van de gemeenschappelijke verklaring en de gedetailleerde afspraken die
ik met mijn Marokkaanse homoloog op 23 oktober 2025 maakte en die momenteel
worden uitgevoerd. Er is nog een lange weg te gaan, maar we hebben al
vooruitgang geboekt, onder andere op het gebied van migratie.
Onze Samenwerkingsprogramma voor de
periode 2024-2028 focust op de versterking van de werkgelegenheid voor vrouwen
en jongeren, rurale ontwikkeling, de modernisering van de openbare
dienstverlening, waardig werk en de ondersteuning van de wederopbouw na de
aardbeving. Deze interventies creëren bijkomende economische kansen, bevorderen
sociale inclusie en versterken de maatschappelijke weerbaarheid. En zetten dus
ook in op de bestrijding van de diepere oorzaken van irreguliere en gedwongen
migratie.
Het stopzetten van deze samenwerking zou
in de eerste plaats gevolgen hebben voor de beoogde begunstigden van de
programma's en zou niet noodzakelijk bijdragen tot een effectievere
samenwerking inzake terugname.
Geachte minister,
In juli start een nieuwe zitting van de
Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) in Jamaica, waar België met een
delegatie aanwezig zal zijn.
1. Welke standpunten zal België in de
Raad en de Assembly van de ISA verdedigen?
Naar aanleiding van unilaterale
mijnbouwpogingen vanuit de Verenigde Staten loopt er bij de ISA een onderzoek
naar enkele bedrijven met een exploratiecontract, over mogelijke
contractbreuken. Verschillende rechtsgeleerden beschouwen vergunningsaanvragen voor
diepzeemijnbouw via de Verenigde Staten – die ingaan tegen internationale
wetgeving – als zo'n contractbreuk. Zij stellen bovendien dat ISA-contractanten
NORI en TOML de voorwaarden van hun exploratiecontract schenden door hun nauwe
banden met The Metals Company, dat via de Verenigde Staten een vergunning voor
diepzeemijnbouw heeft aangevraagd.
2. Hoe zal België hierover tussenkomen?
3. Hoe kan België ervoor zorgen dat een
schending van internationale wetgeving niet onbestraft blijft?
4. Zal België aandringen op de
opschorting van de exploratiecontracten van NORI en TOML?
Antwoord - Réponse:
Mijnheer D’Amico,
Ons land neemt inderdaad deel aan de
zitting van de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA) in Kingston.
De Belgische delegatie zal er
constructief bijdragen aan de werkzaamheden van zowel de Raad als de
Vergadering, met als voornaamste doel vooruitgang te maken in de
onderhandelingen over het regelgevend kader voor eventuele
exploitatieactiviteiten in “the Area”, de diepzeebodem buiten de nationale
rechtsmacht.
België blijft zich inzetten voor een
wetenschappelijk onderbouwde, transparante en op consensusgerichte benadering
van de onderhandelingen.
We benadrukken daarbij het belang van
een robuust, doeltreffend en juridisch sluitend regelgevend kader dat een hoog
niveau van bescherming van het mariene milieu waarborgt en tegelijkertijd
rechtszekerheid biedt aan alle betrokken actoren.
Wat betreft de kwestie van de vermeende
niet-naleving door bepaalde ISA-contractanten, volgt België de ontwikkelingen
van nabij op.
Het is
evenwel belangrijk te onderstrepen dat het in eerste instantie toekomt aan de
Juridische en Technische Commissie van de ISA om dergelijke dossiers te
onderzoeken en hierover advies uit te brengen. Deze
Commissie is het bevoegde deskundigenorgaan binnen de Autoriteit.
In het algemeen is België van mening dat
iedere redelijke twijfel over de naleving van contractuele of internationale
verplichtingen aanleiding moet geven tot verder onderzoek door de Juridische en
Technische Commissie.
Zolang er onzekerheid bestaat over de
naleving van dergelijke verplichtingen, kan ons land zich ook moeilijk vinden
in een verlenging van de betrokken contracten en zullen wij blijven pleiten
voor een opschorting totdat voldoende duidelijkheid is verkregen.
Indien verder blijkt dat internationale
wetgeving of contractuele verplichtingen geschonden werden, moet nagegaan
worden welke maatregelen kunnen worden genomen.
In elk geval zal België zich blijven
verzetten tegen iedere vorm van unilaterale exploitatie buiten het regime van
de Internationale Zeebodemautoriteit om.
Ik wens ten slotte te benadrukken dat
mijn diensten en ikzelf de werkzaamheden van de Internationale
Zeebodemautoriteit van nabij blijven opvolgen.
We zullen erop toezien dat België zich
blijft inzetten voor de bescherming van het mariene milieu, de eerbiediging van
het internationaal recht en een goed functionerend multilateraal beheer van de
diepzeebodem.
Nog dit
jaar wordt de tiende secretaris-generaal van de Verenigde Naties aangeduid. Het mandaat van António Guterres loopt af op 31 december 2026 en
zijn opvolger treedt in januari 2027 aan. De selectieprocedure, formeel gestart
op 25 november 2025, is intussen volop bezig: de kandidaten hebben hun visie
voorgesteld tijdens publieke hoorzittingen voor de Algemene Vergadering, en de
Veiligheidsraad zal in de komende maanden tot een aanbeveling komen.
Twee elementen springen in het oog.
Enerzijds de informele regel van regionale rotatie, die deze keer in de
richting van Latijns-Amerika wijst. Anderzijds de brede oproep, ook vanuit
verschillende Europese regeringen, om voor het eerst in de geschiedenis een
vrouw aan het hoofd van de organisatie te plaatsen.
Graag verneem ik het volgende van u:
Welk standpunt neemt België in bij deze
selectieprocedure? Verdedigt ons land een uitgesproken positie, en zo ja,
dewelke?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Depoorter,
België volgt de lopende
selectieprocedure voor de benoeming van de volgende secretaris-generaal van de
Verenigde Naties met bijzondere aandacht.
Momenteel zijn zes kandidaten bekend,
maar het is niet uitgesloten dat zich in de komende weken nog bijkomende
kandidaten aandienen.
Het is dan ook voorbarig om nu al
publiekelijk steun uit te spreken voor een specifieke kandidaat.
België hecht in de eerste plaats belang
aan een transparante, inclusieve en op verdiensten gebaseerde
selectieprocedure, overeenkomstig de relevante resoluties van de Algemene
Vergadering.
Ons land verwelkomt de inspanningen die
de voorbije jaren zijn geleverd om het selectieproces open te stellen, onder
meer via publieke hoorzittingen met de kandidaten.
Bij de beoordeling van de kandidaten
zijn volgende kwaliteiten volgens mij van essentieel belang: leiderschap,
onafhankelijkheid, een ruime diplomatieke ervaring, het vermogen om bruggen te
bouwen en consensus te bevorderen, en een sterke inzet voor de waarden en
doelstellingen van het VN-handvest.
De toekomstige secretaris-generaal zal
de organisatie ook verder moeten hervormen en financieel beter verankeren.
In het internationale debat worden
verschillende overwegingen naar voren geschoven, waaronder het principe van
regionale rotatie en de wens om de vertegenwoordiging van vrouwen op het
hoogste niveau binnen de VN te versterken.
Deze elementen maken uiteraard deel uit
van de bredere reflectie over de toekomst van de organisatie.
De uiteindelijke beoordeling van de
kandidaturen dient evenwel te gebeuren op basis van een afweging van alle
relevante criteria.
België zal de verdere ontwikkelingen
binnen de bevoegde VN-instanties nauwgezet blijven opvolgen en zijn standpunt
bepalen in het licht van het verdere verloop van de selectieprocedure.
Sinds het uitbreken van het conflict in
Gaza wordt regelmatig verwezen naar het hoge aantal omgekomen journalisten.
Internationale organisaties, media en overheden hebben deze cijfers vaak
gebruikt om de ernst van het conflict te duiden en om politieke standpunten in
te nemen. Het Committee to Protect Journalists (CPJ) verklaarde dat het zijn
volledige databank van journalisten die tijdens het conflict om het leven zijn
gekomen opnieuw zal onderzoeken.
Aanleiding daarvoor zijn nieuwe
aanwijzingen dat een aantal personen die als journalist waren geregistreerd,
tegelijkertijd lid zouden zijn geweest van Hamas of de Palestijnse Islamitische
Jihad (PIJ). CPJ bevestigde bovendien dat eerder reeds een aantal namen uit de
databank werd verwijderd nadat bijkomende informatie beschikbaar kwam.
Graag verneem ik het volgende van u:
1. In de voorbije maanden verschenen
verschillende analyses waaruit zou blijken dat de demografische samenstelling
van de geregistreerde slachtoffers in Gaza mogelijk afwijkt van eerdere
berichtgeving, onder meer wat betreft het aandeel volwassen mannen van
militaire leeftijd ten opzichte van vrouwen en minderjarigen.
a.Over welke cijfers beschikt de
regering vandaag? Lopen deze gelijk met deze die door het Hamas-bestuur werden
vrijgegeven?
b.Bevestigen deze dat een aanzienlijk
deel van de geregistreerde gedode personen bestaat uit mannen van militaire
leeftijd?
c. Hoe beoordeelt u de betrouwbaarheid
van verschillende bronnen?
2. Heeft u kennisgenomen van de
beslissing van het CPJ om zijn databank van gedode journalisten in Gaza
volledig te herzien?
3. Bevestigt de informatie waarover u
beschikt dat namen uit deze databank werden verwijderd omdat zij niet langer
als burgerjournalist konden worden beschouwd?
4. Doet u beroep op een eigen analyse
van deze ontwikkelingen, of baseert U zich hoofdzakelijk op de cijfers van
internationale organisaties zoals het CPJ en de VN?
5. Welke impact kan een eventuele
herziening van deze databank volgens u hebben op eerdere analyses en
beleidsstandpunten die op deze cijfers waren gebaseerd?
6. Zal U, mocht blijken dat uit de
lopende evaluatie blijkt de databank op belangrijke punten moest worden
gecorrigeerd, ook nagaan of eerdere verklaringen of diplomatieke standpunten
moeten worden herbekeken?
7. Welke maatregelen neemt u zeker te
zijn dat informatie afkomstig uit conflictgebieden voldoende onafhankelijk
wordt geverifieerd alvorens zij als basis dient voor diplomatieke communicatie
of beleidsvorming?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Depoorter,
Ik wil graag van de gelegenheid
gebruikmaken om nogmaals te benadrukken dat ons land een grote voorstander is
van het recht op vrijheid van mening en van meningsuiting.
Daaronder vallen ook de vrijheid van
informatie en de persvrijheid, zaken die essentieel zijn voor het goed
functioneren van een democratische samenleving gebaseerd op de rechtsstaat.
België is in dit verband lid van de
“Coalitie voor mediavrijheid” (Media Freedom Coalition - MFC) die in augustus
2025 een verklaring uitbracht over de toegang van buitenlandse media tot Gaza.
In deze verklaring wordt Israël
opgeroepen om de bescherming te waarborgen van journalisten die in Gaza
werkzaam zijn, evenals de naleving van het internationaal humanitair recht, dat
voorziet in bescherming van journalisten tijdens gewapende conflicten.
Het is onaanvaardbaar dat journalisten
een doelwit zijn.
Het Committee to Protect Journalists
(CPJ) heeft zijn cijfers voor Gaza in juni inderdaad herzien – wat niet belet
dat er nog steeds 209 journalisten op staan.
Acht namen werden geschrapt omwille van
banden met Hamas of met de Palestijnse Islamitische Jihad-beweging.
Dit is op zich niets nieuws.
Verder blijkt uit tal van betrouwbare
bronnen, zoals de VN, de organisatie Verslaggevers zonder Grenzen (RSF) of de
Internationale Federatie van of Journalisten (IFJ) duidelijk dat het conflict
in de Gazastrook voor journalisten een van de dodelijkste ter wereld is.
Daarom moeten we blijven benadrukken dat
deze vermeende misdrijven onmiddellijk moeten stoppen.
U spreekt ook van de burgerlijke
slachtoffers in Gaza. U vraagt in welke mate het daarbij gaat om mannen van
dienstplichtige leeftijd, maar dit is irrelevant.
Dit soort categorisering heeft volgens
het internationaal recht geen enkele betekenis.
Burgers zijn burgers, en zij moeten
worden beschermd, ongeacht hun leeftijd of geslacht.
Monsieur
le Ministre,
Le Mali,
le Burkina Faso et le Niger ont officiellement notifié leur retrait du Statut
de Rome, traité fondateur de la Cour pénale internationale (CPI). Ces trois
États membres de l'Alliance des États du Sahel (AES) accusent la Cour d'être
devenue un instrument « sélectif », « politisé » et « instrumentalisé à des
fins politiques ». Conformément au Statut de Rome, ce retrait prendra effet en
juin 2027.
Cette
décision intervient dans un contexte de recul démocratique et de multiplication
des violations des droits humains dans la région sahélienne. Plusieurs
organisations internationales, dont Amnesty International, ont exprimé leur
inquiétude, estimant que ce retrait risque de priver les victimes de crimes
graves d'un accès à la justice et de renforcer l'impunité.
La
Belgique a historiquement été un soutien constant de la justice pénale
internationale et de la CPI, qu'elle considère comme un pilier essentiel de
l'ordre international fondé sur le droit.
Dès
lors, je voudrais vous poser les questions suivantes :
Quelle
est la réaction officielle du gouvernement belge à la décision du Mali, du
Burkina Faso et du Niger de se retirer de la Cour pénale internationale ?
La
Belgique a-t-elle entrepris, seule ou avec ses partenaires européens, des
démarches diplomatiques auprès de ces trois pays afin de les inciter à revenir
sur cette décision ou à maintenir leur coopération avec la CPI ?
Comment
notre pays entend-il soutenir les victimes de crimes internationaux commis dans
la région du Sahel si ces retraits aboutissent effectivement en 2027 ?
Cette
évolution sera-t-elle abordée dans le cadre du dialogue entre l'Union
européenne et les pays de l'AES, notamment sous l'angle du respect du droit
international, de la lutte contre l'impunité et de la protection des droits
humains ?
Enfin,
la Belgique soutient-elle des initiatives visant à renforcer l'universalité du
Statut de Rome et à préserver la crédibilité de la justice pénale
internationale face à la multiplication des contestations dont la CPI fait
aujourd'hui l'objet ?
Je vous remercie.
Antwoord - Réponse:
Monsieur
Lacroix,
En tant
qu’Etat partie au Statut de Rome, nous pensons évidemment qu’il est regrettable
que le Mali, le Burkina Faso et le Niger aient choisi de se retirer de la Cour
Pénale Internationale mais c’est une décision qui leur appartient.
J’espère
sincèrement qu’ils pourront reconsidérer ce choix le moment venu car la porte
leur sera toujours ouverte.
En
concertation notamment avec la Belgique et d’autres États parties, des
démarches ont été entreprises par la Présidente de l’Assemblée des États
parties (AEP) au Statut de Rome auprès des trois pays concernés.
Malgré
plusieurs sollicitations, la Présidente de l’AEP n’est parvenue à organiser
qu’une seule démarche auprès du Burkina Faso, sans résultat significatif.
Après
leur sortie effective de la CPI et comme c’est le cas avec les autres pays
non-membres, c’est à travers les instruments classiques de la diplomatie
bilatérale ou multilatérale qu’il conviendra d’agir pour rappeler les
obligations de chaque Etat de protéger leurs citoyens contre les crimes les
plus graves.
La
Belgique continuera à favoriser un dialogue sur ces questions de droit
international, droits humains et d’impunité, y compris avec les pays du Sahel,
en format bilatéral comme européen.
Nous
veillons à nous assurer que ce dialogue se fasse dans le format adéquat en
prenant en compte toutes les sensibilités.
La
Belgique continuera à soutenir les initiatives visant à promouvoir
l’universalité du Statut de Rome, y compris les démarches organisées par le
Service européen pour l’action extérieure (SEAE).
Nous
réfléchissons d’ailleurs à une implication plus active des postes belges dans
les démarches menées par le SEAE.
Enfin,
la Belgique promeut la ratification du Statut de Rome par le co-parrainage
d’événements parallèles, l’inscription de la CPI à l’ordre du jour des
rencontres bilatérales ou encore par un soutien politique aux ONG œuvrant en
faveur de l’universalité du Statut de Rome.
Monsieur
le ministre,
Ce mardi
16 juin 2026, un sommet important s'est tenu à Abidjan. Il réunissait les deux
premiers producteurs mondiaux de cacao, la Côte d'Ivoire et le Ghana à eux
seuls, représentent 60 % de la production mondiale de cacao. À l'issue de ce
sommet de l'initiative cacao, deux décisions majeures ont été annoncées.
Dans un
premier temps, l'harmonisation des prix du cacao entre le Conseil Café-Cacao
ivoirien et le Cocobod ghanéen. Ils devront désormais se concerter pour fixer
les prix ensemble.
Dans un
deuxième temps, l'alignement des calendriers de commercialisation. Les deux
pays démarreront leur campagne à la date du le 1er septembre, pour éviter les
distorsions de marché.
Pourquoi
ces mesures ? Parce qu'il y a un problème structurel : la volatilité du marché
du cacao.
Lors des
surproductions de fèves, les stocks s'accumulent. Ces réserves sont exposées à
des vols, à des pertes, et parfois les fèves pourrissent faute de débouchés.
C'est une réalité dramatique pour des pays dont l'économie dépend largement de
cette culture.
Or, une
partie de cette volatilité implique directement des acteurs belges. Des
entreprises belges achètent ces fèves, les transforment, et produisent des
produits finis à haute valeur ajoutée. La Belgique est donc au cœur de cette
filière, à la fois comme acheteur majeur et comme partenaire économique de ces
pays.
C'est
pourquoi, Monsieur le Ministre, je souhaite vous poser les questions suivantes.
Quelle
est la position de la Belgique face à cet accord ? Et si oui, soutient-on cette
initiative, et de quelle manière ?
Comment
la Belgique peut-elle contribuer à stabiliser ce marché ? Des engagements
d'achat à des prix stables de la part des entreprises belges pourraient-ils
être encouragés ?
Je crois
qu'Enabel est actif dans la filière Cacao en Côte d'Ivoire. Notre action s'y
inscrit-elle dans ce type de démarche ?
Je vous remercie.
Antwoord - Réponse:
Monsieur
Kompany,
Le
Sommet de haut niveau d’Abidjan du 16 juin sur le cacao s’est tenu sous l’égide
de l’Initiative Cacao Côte d’Ivoire–Ghana.
Il
s’agit d’une plateforme conjointe des gouvernements ivoirien et ghanéen pour
mieux répondre aux défis économiques, sociaux et environnementaux de la filière
cacao et de faire du cacao africain une source durable de revenus, d’emplois,
d’innovation, de protection des forêts et de la biodiversité, avec le
producteur au centre.
La
Belgique ne peut en être membre mais elle en soutient pleinement les ambitions.
Dans un contexte marqué par une forte volatilité, nous avons intérêt à des
chaines de valeurs plus stables, plus durables et plus équitables. C’est
bénéfique pour les producteurs africains comme pour nos entreprises.
C’est
dans cet esprit que la Belgique, consciente de son rôle dans l’économie du
cacao, a soutenu tout récemment l’organisation à Bruxelles dans notre Palais
d’Egmont, les 22 et 23 juin, d’une réunion de crise des pays producteurs sur le
prix du cacao.
Mais
notre engagement est plus large. Notre pays a toujours accordé une attention
particulière aux enjeux de la filière de cacao.
Et cet
engagement reste inchangé. Notre approche est globale et s’inscrit dans la
démarche de l’Initiative Cacao Côte d’Ivoire-Ghana.
Il
mobilise l’ensemble de la Team Belgium : coopération, création de valeur
locale, investissements, diplomatie économique, recherche et partenariats avec
le secteur chocolat privé belge.
Le
projet d’Enabel en Côte d’Ivoire en faveur d’un cacao durable en est un bon
exemple. Il accompagne plus de trente coopératives dans leur
professionnalisation vers davantage de durabilité, de traçabilité et une
meilleure rémunération des producteurs.
Mais
l’engagement de la Team Belgium va bien au-delà.
Il
comprend aussi les investissements de BIO Invest et de Kampani. Il s’appuie
aussi sur le travail d’organisations telles que Rikolto et Fairtrade Belgium,
sur la collaboration avec le secteur privé dans le cadre de l’initiative Beyond
Chocolate.
Et dans
la suite de l’organisation de la World Cocoa Conference organisée à Bruxelles
en 2024, nous continuons notre engagement au sein de l’Organisation
Internationale du Cacao, notamment via un soutien à la recherche sur
l’adaptation du cacao au changement climatique, sur la diversification des
revenus des producteurs et sur le développement de nouveaux marchés.
Je peux
donc vous confirmer que la Belgique continuera à être un partenaire engagé pour
une filière cacao durable, résiliente et créatrice de valeur pour tous, tout en
privilégier une approche conjointe avec des autres états membres européens.
Monsieur
le Ministre,
Les
révélations des « Israël Files » sont particulièrement préoccupantes pour notre
État de droit.
Fondée
sur des documents internes du ministère israélien de la Justice, cette enquête
décrit une stratégie coordonnée des autorités israéliennes visant à empêcher ou
à limiter des procédures judiciaires ouvertes à l'étranger contre des
responsables israéliens. En Belgique, ces documents font état de démarches
répétées auprès du parquet fédéral, du SPF Affaires étrangères, de responsables
politiques et même du cabinet du Premier ministre de l'époque afin d'empêcher
l'ouverture d'instructions judiciaires.
Ces
révélations ne concernent pas des initiatives isolées. Elles décrivent l'action
d'un département spécialisé du ministère israélien de la Justice dont la
mission est précisément de suivre les procédures ouvertes à l'étranger et de
tenter d'en empêcher l'aboutissement.
Ce n'est
d'ailleurs pas la première fois que des procédures judiciaires belges donnent
lieu à des interventions israéliennes. Plus récemment, dans le cadre de
l'enquête visant plusieurs mohels à Anvers, le ministre israélien des Affaires
étrangères est intervenu publiquement , tandis que le rabbin Moshe Friedman, à
l'origine de certaines plaintes, a affirmé que des pressions avaient également
été exercées en coulisses afin d'en limiter la portée.
Dès
lors, je voudrais vous poser trois questions très simples :
Condamnez-vous
les tentatives d'ingérence révélées par les « Israël Files » dans le
fonctionnement de la justice belge ?
Le
gouvernement belge a-t-il interpellé ou demandé des explications aux autorités
israéliennes à la suite de ces révélations ?
Enfin,
quelles mesures concrètes le gouvernement entend-il prendre afin de prévenir et
de combattre toute tentative d'ingérence étrangère dans les procédures
judiciaires belges, quelle que soit son origine ?
Antwoord - Réponse:
Monsieur
Boukili,
Comme
vous le savez, j’ai déjà eu l’occasion de répondre à votre question au sujet
des Israël Files lors de la dernière séance en date de questions orales au sein
de cette Commission, le 17 juin dernier.
Je vous
confirme à nouveau que mes services ont été sollicités dans le cadre de
l’enquête. Ils ont répondu à plusieurs questions d’un journaliste.
Les
démarches épinglées des autorités israéliennes ont donc eu lieu sous un
précédent gouvernement, bien avant ma prise de fonction.
Notez
qu’il n’y a en soi rien d’étonnant à ce que des représentants d’un pays tentent
de faire valoir des arguments en leur faveur ou en faveur de l’image de leur
pays.
Il
s’agissait à l’époque, je le répète, non d’un représentant diplomatique
classique, mais d’une haute autorité judiciaire ou quasi-judiciaire, pour un
dossier judiciaire.
De façon
générale, nous restons bien entendu vigilants face à tout risque d’ingérence
éventuel d’un pays étranger, quel qu’il soit.
Meneer de
minister,
De lidstaten
van de NAVO hebben tijdens de top in Ankara bevestigd om de defensie-uitgaven
te verhogen vijf procent van het bruto binnenlands product tegen 2035. In onze
verwaarloosde defensie investeren is noodzakelijk voor onze veiligheid, maar
tegelijk waakt Vooruit over de balans tussen militaire investeringen en de
diplomatieke slagkracht van ons continent en bondgenootschap. Grote budgettaire verschuivingen mogen de middelen voor
ontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulp en preventieve diplomatie niet
tegenhouden. Stabiliteit ontstaat door sterke internationale partnerschappen.
België moet binnen de alliantie de nadruk leggen op conflictpreventie,
menselijke veiligheid en dialoog met het Globale Zuiden om verdere geopolitieke
polarisatie tegen te gaan.
Daarom
stel ik graag de volgende vragen:
Kunt u
verzekeren dat België tegelijk noodzakelijke middelen voor de Belgische
diplomatie en ontwikkelingssamenwerking blijft vrijmaken?
We zijn tevreden dat er in de marge van
deze top een bijeenkomst plaatsvond met Arabische partners over de
veiligheidssituatie in het Midden-Oosten. Welke diplomatieke initiatieven heeft
u tijdens deze bijeenkomst genomen om de escalatie in het Midden-Oosten via
politieke weg te verhelpen?
Op welke manier garandeert u dat de
hernieuwde focus op militaire afschrikking, bijvoorbeeld ook nucleaire, de
diplomatieke dialoog met partners in het Globale Zuiden niet structureel
beschadigt?
Welke standpunten heeft u ingenomen
tijdens de NAVO-Oekraïneraad om te verzekeren dat militaire steun gekoppeld
blijft aan een heldere langetermijnstrategie voor een rechtvaardige politieke
vrede?
Hoe
evalueert u de geopolitieke implicaties van de gaststatus van Turkije voor de
interne democratische cohesie en het respect voor de rechtsstaat binnen de
alliantie?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Lambrecht,
Deze regering erkent dat diplomatie een
essentiële pijler van onze veiligheid is, zowel om conflictrisico’s in te
dammen als om conflicten op te lossen. Onze internationale samenwerking blijft
een belangrijke pijler van ons buitenlands beleid. Ik blijf pleiten voor meer
middelen voor de Belgische diplomatie.
De NAVO-top verliep zeer goed, ondanks
de spanningen in de voorgaande weken.
De Europese bondgenoten en Canada zullen
geleidelijk meer verantwoordelijkheid opnemen. Verschillende landen gaven aan
hun defensie-uitgaven versneld te willen verhogen. Een aantal bondgenoten halen
reeds de doelstelling van 5% van het bbp (bruto binnenlands product) of willen
het uiterlijk tegen 2030 bereiken.
Het is belangrijk te weten dat de
aandacht daarbij steeds meer verschuift van budgettaire inspanningen naar de
omzetting ervan in concrete militaire capaciteiten.
Vele bondgenoten kondigden bijkomende
gezamenlijke productie- en aankoopinitiatieven aan. Tegelijk werd gewezen op de
noodzaak voor de defensie-industrie om de productiecapaciteit aanzienlijk op te
schalen.
De top stond tevens in het teken van de
verslechterende veiligheidsomgeving. Er bestaat een breed gedeelde bezorgdheid
over de toenemende Russische provocaties en het reële risico op verdere
escalatie.
Daarnaast herhaalde de Amerikaanse
president Donald Trump zijn oproep aan de Bondgenoten om meer bij te dragen aan
de veiligheid in de Straat van Hormuz.
Samen met mijn collega's, de ministers
van Buitenlandse Zaken, had ik ook een onderhoud met de vertegenwoordigers van
vier Golfpartnerlanden — Bahrein, Koeweit, Qatar en de Verenigde Arabische
Emiraten. We bekeken hoe hun samenwerking met de NAVO kon verdiept worden.
Ik heb de solidariteit van België met de
schade en de slachtoffers in de betrokken Golfstaten uitgedrukt en eraan
herinnerd dat wij ook lid zijn van het Frans/Britse initiatief om de vrije
scheepvaart in de straat van Hormuz te ondersteunen.
Ik brak ook een lans om de aandacht voor
Libanon en Israël-Palestina niet te verzwakken, als men tot een stabiel en
veilig Midden-Oosten wil komen.
De NAVO heeft overigens wereldwijd
partners en werkt met sommige partners in het zuiden, zoals Mauritanië en
Jordanië, samen aan de versterking van hun defensiecapaciteiten – een
initiatief dat België ook ondersteunt. Daarnaast beschikt de NAVO over een specifiek
beleid ten aanzien van haar zuidelijke buurlanden.
Ons land houdt ook regelmatig contacten
met grote spelers zoals India.
Ik wil nogmaals benadrukken hoe
belangrijk en positief het is dat tijdens de NAVO-top de onverminderde steun
aan Oekraïne opnieuw werd bevestigd. De Europese bondgenoten en Canada
engageerden zich om in 2026 voor 70 miljard euro aan militaire steun te voorzien,
met een gelijkaardig engagement voor 2027.
Tijdens de NAVO-Oekraïneraad verklaarde
ik dan ook dat België Oekraïne onverminderd en op lange termijn blijft steunen,
niet alleen uit solidariteit, maar ook omdat dit een investering is in de
Europese en trans-Atlantische veiligheid.
Tot slot waarschuwde ik ervoor dat
Rusland, zelfs bij een staakt-het-vuren of vredesakkoord, een ernstige
bedreiging zal blijven vormen door zijn militaire capaciteiten, hybride
activiteiten en strategische ambities, wat blijvende waakzaamheid en een geloofwaardige
afschrikking noodzakelijk maakt.
Doorheen de Top beklemtoonde België het
belang van een sterke en eensgezinde NAVO, waarbij niet alleen de
defensie-uitgaven maar vooral de ontwikkeling van concrete militaire
capaciteiten centraal staan. Daarbij werd gewezen op investeringen in defensie,
internationale samenwerking en specifieke Belgische expertise die kan bijdragen
aan de collectieve veiligheid.
Ons land benadrukte ook dat eenheid,
solidariteit en wederzijds respect tussen de bondgenoten essentieel blijven om
de maatschappelijke steun voor de noodzakelijke veiligheidsinspanningen te
behouden.
De Turkije heeft zijn rol als gastheer
van deze NAVO-top in Ankara uitstekend vervuld, onder andere door de eenheid
van het Bondgenootschap in deze moeilijke tijden te helpen bewaren.
De slotverklaring van Ankara herinnert
eraan dat het Bondgenootschap ook een waardengemeenschap is, die namelijk
steunt op de gemeenschappelijke democratische waarden en tot doel heeft de
kracht en de weerbaarheid van deze waarden verder te versterken.
De interne situatie in Turkije stond
uiteraard niet op de agenda van deze top. Ik kan u echter zeggen dat de
situatie op het vlak van de rechtsstaat en de fundamentele rechten ons
vanzelfsprekend zorgen baart. Deze kwestie wordt zowel bilateraal als in de Europese context en in de
daarvoor geëigende multilaterale fora aan de orde gesteld.
Meneer de
minister,
De Europese
Unie start het onderhandelingscluster met Oekraïne over buitenlandse
betrekkingen, handel en veiligheid. Dit besluit volgt op de eerdere opening van
het eerste cluster over de rechtsstaat en mensenrechten. De Europese lidstaten
geven ook groen licht aan Moldavië om deze volgende stap te zetten. Hongarije
hief zijn veto op na een akkoord over minderhedenrechten, waardoor de
toetredingsgesprekken nu snel vorderen.
Vooruit
steunt de Europese ambities van Oekraïne en Moldavië. Deze
uitbreiding versterkt onze gezamenlijke democratische waarden en biedt
geopolitieke stabiliteit. Vooruit bewaakt de strikte naleving van de
toetredingscriteria op het vlak van corruptiebestrijding en de rechtsstaat.
Vooruit vraagt binnen de EU dat de interne hervormingen in de
kandidaat-lidstaten daadwerkelijk standhouden. Een overhaaste toetreding zonder solide
garanties verzwakt de Europese Unie.
Daarom
stel ik graag de volgende vragen:
Welk
standpunt neemt u in binnen de Europese Raad over het tempo van de
opeenvolgende onderhandelingsclusters met Oekraïne en Moldavië?
Welke concrete garanties eist u op het
vlak van corruptiebestrijding en rechterlijke onafhankelijkheid voordat een
volgend cluster kan worden afgerond?
Op welke manier ondersteunt de Belgische
diplomatie de capaciteitsopbouw in Moldavië om te voldoen aan de strenge
Europese normen?
Hoe beoordeelt u de risico's van
buitenlandse desinformatie en inmenging in de kandidaat-lidstaten tijdens dit
toetredingsproces?
Welke stappen zet u om de overige
kandidaat-lidstaten op de Westelijke Balkan op een gelijke en rechtvaardige
manier te behandelen in dit proces?
Hoe schat u de standpunten van de andere
Europese lidstaten in inzake het openen van toetredingsgesprekken en nieuwe
clusters?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Lambrecht,
België blijft een geloofwaardig en op
verdiensten gebaseerd uitbreidingsbeleid van de Europese Unie ondersteunen. De
afgelopen periode werden verdere stappen gezet in de toetredingsprocessen van
verschillende kandidaat-lidstaten.
Zo boeken Montenegro en Albanië de
meeste vooruitgang in de onderhandelingen, terwijl ook Oekraïne en Moldavië hun
toetredingstraject verderzetten na de opening van de onderhandelingen
Voor België blijft het principe van
strikte conditionaliteit centraal staan: vooruitgang richting lidmaatschap moet
gebaseerd zijn op concrete hervormingen en aantoonbare resultaten.
Ik ben van oordeel dat uitbreiding naast
een strategische, ook een geopolitieke keuze is. Tegelijk moet de Europese Unie
ervoor zorgen dat wijzelf ook klaar zijn voor uitbreiding. Uitbreiding en
interne hervormingen van de Unie moeten daarom hand in hand gaan.
Wat de Westelijke Balkan betreft, blijft
België de Europese toekomst van de regio ondersteunen en moedigt het de
betrokken landen aan hun hervormingsinspanningen voort te zetten. Servië blijft
een aandachtspunt. Het land boekt vooruitgang, maar voor zijn Europese traject
is het noodzakelijk dat het duidelijkheid verschaft over de keuzes, met name
wat betreft de afstemming op het buitenlands en veiligheidsbeleid van de
Europese Unie. Voor Oekraïne en Moldavië erkent België de belangrijke
vooruitgang die reeds werd geboekt, ondanks de bijzonder moeilijke
omstandigheden waarin deze landen zich bevinden.
Kortom, België ondersteunt verdere
stappen in het uitbreidingsproces, maar benadrukt dat elk kandidaat-land op
eigen merites moet worden beoordeeld en dat toetreding pas mogelijk is wanneer
aan alle voorwaarden is voldaan.
Mijnheer de Minister,
De twee zware aardbevingen die Venezuela
troffen op 24 juni hebben een zware tol geëist. Het aantal slachtoffers is
intussen geraamd op minstens 3800 personen, meer dan 16700 personen zijn gewond
geraakt en meer dan 17900 personen ontheemd. Gevreesd wordt dat die cijfers nog
zullen stijgen. De Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisaties waarschuwt intussen
ook voor gezondheidsrisico's door het wegvallen van gezondheidsvoorzieningen en
watervervuiling. Er worden reeds huidziektes en diarree gerapporteerd en er is
een tekort aan medicatie voor chronische ziektes en hoge bloeddruk.
Ons land besloot alvast om humanitaire
hulp te zenden en hulp via B-FAST te sturen.
Ik heb voor u de volgende vragen:
Kan u concretiseren welke vormen van
humanitaire hulpgoederen werden gedoneerd? Hoe werden zij concreet verdeeld?
Hoe werd B-FAST concreet ingezet?
Worden op Europees niveau concrete
maatregelen genomen om Venezuela ook op lange termijn bij te staan, ook wat
betreft de economische uitdagingen waar het land al langer mee kampt?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Depoorter, Mevrouw Samyn,
Mevrouw Lambrecht, Mevrouw Van Hoof,
Na de zware aardbevingen in Venezuela
heeft de federale regering op 26 juni beslist om via B-FAST positief te
reageren op de Venezolaanse hulpvraag die werd ingediend via
het European Union Civil Protection Mechanism (UCPM).
De humanitaire impact van de
aardbevingen is bijzonder groot, met het zwaartepunt in de regio
La Guaira.
De Belgische bijdrage
bestaat uit drie luiken,
namelijk expertise en materiële steun via B-FAST,
alsook financiële steun via de gekende noodfondsen.
Zo vertrok op 27 juni een ervaren
B-FAST-expert met 10 andere experts uit andere EU-lidstaten naar
Venezuela als lid van een Europees team (EUCPT, European
Union Civil Protection Team), dat mee instaat voor de
coördinatie van de internationale noodhulp.
Daarnaast werd een donatie van tenten
ter waarde van 100.000 euro goedgekeurd.
Een
eerste deel werd reeds in zeer nauwe
samenwerking met Luxemburg naar het getroffen gebied gebracht.
België
draagt bovendien bij aan de humanitaire respons via internationale
noodfondsen.
Zo
maakte het VN Central Emergency Response Fund (CERF) 15 miljoen dollar vrij
voor levensreddende noodhulp, waaronder gezondheidszorg, onderdak, voedselhulp
en watervoorziening. België behoort tot de tien grootste donoren van dit fonds
en voorziet in 2026 een bijdrage van 17 miljoen euro.
Daarnaast heeft het Disaster Response
Emergency Fund (DREF) van de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode
Halve Maanverenigingen een bijdrage van 2 miljoen Zwitserse frank
vrijgemaakt.
België ondersteunt ook dit fonds al
jarenlang met 3,5 miljoen euro per jaar.
In het getroffen gebied zijn hulpteams
uit minstens 27 landen actief, samen goed voor ongeveer 2.200 hulpverleners en
meer dan 160 reddingshonden.
Het EUCPT en een UNDAC-team (United
Nations Disaster Assessment and Coordination) zorgen voor een
efficiënte en gecoördineerde inzet van de beschikbare hulp.
De voornaamste noden situeren zich
momenteel op het vlak van voedselhulp en water, gezondheidszorg
en sanitaire voorzieningen.
De samenwerking met internationale
partners verloopt volgens de beschikbare informatie vlot.
Dankzij gedeelde ervaringen en goede
werkrelaties tussen onder meer Luxemburg en de Europese Commissie
verloopt deze samenwerking naar behoren.
Wat de consulaire bijstand betreft,
slaagde de Belgische ambassade in Bogotá erin om alle twaalf Belgische
reizigers die via Travellers Online hun aanwezigheid in Venezuela hadden
geregistreerd, te contacteren.
Met hulp van de ambassade konden vier
van hen via een Spaanse repatriëringsvlucht terugkeren naar Europa.
De overige reizigers bevonden zich in
veiligheid of wensten Venezuela niet te verlaten.
Daarnaast wonen ongeveer 240 Belgen
permanent in Venezuela.
Tot op heden werden geen verzoeken om
consulaire bijstand ontvangen en zijn er geen aanwijzingen dat Belgische
onderdanen gewond raakten of om het leven kwamen bij de
aardbevingen.
België
benadrukt hiermee zijn engagement voor internationale solidariteit en blijft de
situatie in Venezuela nauwgezet opvolgen om indien nodig verdere steun te
kunnen verlenen.
De afgelopen jaren hebben de
betrekkingen tussen België en Armenië een opmerkelijke vooruitgang geboekt, van
politieke dialoog tot militaire samenwerking. De Kamer heeft unaniem
verschillende resoluties aangenomen waarin steun wordt uitgesproken voor Armenië
en wordt opgeroepen tot een versterking van de bilaterale samenwerking. Het
openen van een consulaire afdeling binnen de ambassade in Jerevan illustreert
het groeiende belang van Armenië binnen de prioriteiten van het Belgische
buitenlands beleid. De recente verkiezingsoverwinning van premier Pashinyan
bevestigt bovendien de pro-Europese koers van het land.
Na de Azerbeidzjaanse inname van
Nagorno-Karabakh moest Armenië meer dan 121.000 ontheemde Armeniërs opvangen,
wat een grote druk zet op de overheid. Deze ontheemde personen ervaren vandaag
nog steeds sociale moeilijkheden en kwetsbaarheden. De vraag rijst of België de
Armeense autoriteiten hierin verder kan bijstaan, bijvoorbeeld via Enabel.
Ik heb
voor u dan ook de volgende vragen:
1. Op
welke wijze ondersteunt België Armenië bij de opvang en integratie van de
Armeniërs van Nagorno Karabach?
2. Kan
Enabel volgens u hierin een rol spelen? Zijn er plannen om de samenwerking met
Armenië te versterken via Enabel?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw van Hoof,
Zoals u terecht opmerkt, hebben de
betrekkingen tussen België en Armenië de afgelopen jaren een opmerkelijke
vooruitgang geboekt. Binnen onze
Ambassade in Jerevan werd inderdaad een consulaire afdeling geopend. Begin mei bracht Premier De Wever een
werkbezoek aan Jerevan in het kader van de Europese Politieke Gemeenschap
aldaar. België steunde het democratisch
verloop van de Armeense Parlementsverkiezingen van juni door
verkiezingswaarnemers te sturen in OVSE kader.
België blijft ook de EU missie in Armenië steunen met gedetacheerde
experts.
Armenië is echter geen partnerland van
de Belgische ontwikkelingssamenwerking.
Via het Disaster Response Emergency Fund van de Internationale Federatie
van het Rode Kruis levert België wel onrechtstreeks humanitaire hulp aan
Armenië.
Zoals ik al heb gezegd op een eerdere
vraag over een “strategisch” partnerschap: Over het algemeen sluit België geen
omvattende Strategische Partnerschappen met andere landen omwille van onze
gesofisticeerde federale structuur.
Maar we hebben Armenië voorgesteld een
Memorandum of Understanding af te sluiten over de versterking van onze
regelmatige Bilaterale Politieke Consultaties.