|
Commissie
voor Economie, Consumentenbescherming en Digitalisering |
Commission de l'Économie, de la Protection des
consommateurs et de la Digitalisation |
|
van Dinsdag 7 juli 2026 Namiddag ______ |
du Mardi 7 juillet 2026 Après-midi ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.19 uur en voorgezeten door mevrouw Meyrem Almaci.
La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 19 et présidée par Mme Meyrem Almaci.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
De voorzitster: De vragen nrs. 56016172C, 56017057C, 56017059C, 56017060C, 56017061C, 56017062C, 56017063C en 56017112C van de heer Patrick Prévot worden schriftelijk behandeld.
01.01 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de minister, mijn vraag gaat over het actieplan E-commerce PLUS. Dit initiatief werd uitgewerkt door de taskforce e-commerce onder leiding van uw collega Clarinval. Ik heb een aantal vragen over uw visie op de uitvoering van dit actieplan, meer bepaald in het kader van de bredere federale digitaliseringsstrategie, die onder uw specifieke bevoegdheden valt. Dat is dan wel niet per se e-commercegerelateerd, maar uiteraard wel gerelateerd aan de digitalisering van de overheidsdiensten.
Welke concrete initiatieven haalt u uit dit actieplan?
Welke bijkomende middelen worden vrijgemaakt dankzij het actieplan E-commerce PLUS?
Op welke manier worden federale overheidsbedrijven en administraties ingeschakeld om de concurrentiepositie van lokale ondernemingen en de e-commerce te versterken?
01.02 Minister Vanessa Matz: Mijnheer Keuten, het actieplan E-commerce PLUS past binnen mijn bredere digitaliseringsbeleid. Voor mij moet digitalisering een positieve kracht zijn. Ze moet het leven van burgers eenvoudiger maken, onze ondernemingen versterken en de overheid efficiënter maken.
E-commerce biedt kansen voor onze ondernemingen, maar die kansen moeten eerlijk zijn. Sommige spelers misbruiken onlineplatformen om onze regels te omzeilen. Dat is niet aanvaardbaar. Wie op onze markt verkoopt, moet onze regels respecteren. Dat geldt ook voor onlineverkoop. Daarom zet ik samen met mijn administratie sterker in op data, digitale controles en een betere gegevensuitwisseling. Zo kunnen risicovolle zendingen, verdachte websites en malafide dropshipping sneller worden opgespoord. Binnen mijn bevoegdheden bekijk ik ook hoe het BIPT hierin kan bijdragen, onder meer bij de identificatie van onlinespelers en de controles op slimme en elektronische toestellen.
Dit plan is zeer recent. De betrokken diensten brengen de impact nu in kaart. Bij het BIPT loopt al een modernisering van de controleprocessen. Zodra de noden duidelijk zijn, bekijken we welke bijkomende middelen nodig zijn. Voor mij is het doel duidelijk. We moeten consumenten beschermen en Belgische ondernemingen een eerlijk speelveld geven. Onze lokale webshops respecteren de regels. Zij mogen niet benadeeld worden door spelers die dat niet doen.
01.03 Dieter Keuten (VB): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.
We zijn het eens met de doelstelling dat er een gelijk speelveld moet komen, maar wij zien alleen een evolutie in de omgekeerde richting. Ik wil u dan ook herinneren aan de initiatieven die onder uw auspiciën vallen, namelijk de digitaks die op stapel staat en recenter ook de pakjestaks van minister Jambon. Ik denk dat u daarover ook bent geconsulteerd. De pakjestaks en de digitaks zullen het onze eigen ondernemingen ook moeilijker maken, zeker de kleine spelers op de markt. De grote buitenlandse spelers kunnen daar gemakkelijk mee omgaan. De kleine zelfstandigen die online ook een graantje willen meepikken, worden hierdoor eerlijk gezegd benadeeld.
Ik heb genoteerd dat u hoopt om risicovolle zendingen, verdachte websites en malafide dropshipping sneller te kunnen opsporen. Dat zijn drie heel goede initiatieven en we zullen mee opvolgen of dat effectief lukt. Ik heb ook goed genoteerd dat u voorlopig geen bijkomende middelen hebt gedefinieerd. We zullen later zien of dat nodig is.
We delen dus uw mening dat e-commerce een opportuniteit betekent voor onze ondernemingen, maar we blijven een beetje op onze honger wat betreft concrete maatregelen om onze eigen handelaars te steunen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitster:
De vragen nrs. 56017412C van de heer De Smet en 56017194C van mevrouw
Oru zijn uitgesteld. De collega's Van Hoof en Schlitz zijn op dit moment
weerhouden in een andere commissie, dus we moeten even wachten tot ze daar
klaar zijn voor we verder kunnen gaan. We wachten ook nog op de heer Nuino.
01.04 Vanessa Matz, ministre: Je souhaiterais simplement que l’on évite de me faire attendre 30 minutes, étant donné que j’étais présente ici en temps et en heure pour répondre aux parlementaires. Avec mes équipes, nous avons préparé l’ensemble des réponses pour la quinzaine de questions qui était prévue, mais seulement une ou deux seront posées. Cette situation est donc toujours un peu frustrante pour les équipes.
La présidente:
Je vous comprends parfaitement. Vous avez raison mais, malheureusement, nous ne
pouvons pas maîtriser la dynamique des autres commissions. On m’a toutefois
indiqué que nous pourrons recommencer dans cinq minutes. Nous ne vous ferons pas attendre une
demi‑heure.
02.01 Els Van Hoof (cd&v): Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Mevrouw de minister, in de regio Leuven
en het Hageland zijn er sinds enige tijd geregeld internetproblemen. Veel
inwoners maken melding van wegvallende verbindingen, instabiel internet en
langdurige storingen. Het spreekt voor zich dat dit voor ongemakken zorgt,
bijvoorbeeld voor studenten die midden in de blok zaten. Gezien het om een
structureel probleem lijkt te gaan, werd in verschillende gemeenten actie
ondernomen. In Boutersem werd bijvoorbeeld een meldpunt opgericht en in
Rotselaar hebben 110 gezinnen klacht ingediend bij verschillende
internetoperatoren. Verschillende operatoren werden al meermaals aangeschreven,
maar de problemen blijven helaas aanhouden, tot frustratie van inwoners en
gemeentebesturen.
Het BIPT (Belgisch Instituut voor
Postdiensten en Telecommunicatie) is de federale regulator die bevoegd is voor
de elektronische-communicatiemarkt, en werkt samen met de Ombudsdienst voor
telecommunicatie die gebruikers in geval van moeilijkheden kan bijstaan.
Ik heb voor u dan ook de volgende vragen:
Bent u op de hoogte van deze aanhoudende
internetproblemen? Heeft u zicht op de concrete oorzaak hiervan?
Zal u er bij de verschillende
internetoperatoren aandringen op een snelle en structurele oplossing te bekomen
voor de getroffen regio's?
Hoeveel klachten kwamen over het probleem
reeds binnen bij de Ombudsdienst voor telecommunicatie? Welke maatregelen
hebben de Ombudsdienst en/of het BIPT al concreet genomen?
02.02 Minister Vanessa Matz: Mevrouw Van Hoof, de voorbije weken kregen het BIPT en de ombudsdienst meerdere meldingen over problemen met de internetverbinding in verschillende zones in Vlaams-Brabant en omgeving. Die problemen lijken te worden veroorzaakt door werken in het openbaar domein of door de kwaliteit van de kabels. We hebben daarover contact gehad met Telenet. De operator bevestigt dat variaties in temperatuur soms de kwaliteit van de kabels kunnen beïnvloeden. Voor andere gevallen is de oorzaak nog niet bekend en is verder onderzoek nodig. Op basis van die onderzoeken kunnen kabels worden hersteld of vervangen. Telenet bevestigt dat de interventies worden versneld. Het bedrijf heeft daarvoor ook meer personeel ingezet, ongeveer 40 % extra.
Het BIPT volgt de situatie op, zodat de operatoren de nodige maatregelen nemen. Als de dienstverlening langdurig verstoord is, bestaat er een wettelijke compensatie. Dit jaar heeft de ombudsdienst al ongeveer duizend klachten ontvangen over internetstoringen. In al die gevallen heeft de ombudsdienst bemiddeld en in bijna alle dossiers is een akkoord bereikt. Dat betekent meestal dat de storing werd opgelost en dat de klant een redelijke compensatie kreeg. Ook bij herhaalde korte storingen kan een compensatie aangewezen zijn.
Ik vraag de operatoren daarom om, waar dat kan, ook op eigen initiatief een commerciële geste te doen. Zo'n klantgerichte aanpak versterkt het vertrouwen van de consument en helpt vooral kwetsbare gebruikers, die zelf minder snel om compensatie vragen.
02.03 Els Van Hoof (cd&v): Dank u wel, mevrouw de minister.
Uit uw antwoord blijkt dat zowel het BIPT als de ombudsdienst ermee bezig zijn en dat compensaties mogelijk zijn. Vermoedelijk is niet iedereen daarvan op de hoogte. Het gaat inderdaad om de regio Leuven en het Hageland. Ik ben van Leuven en ik merkte na de indiening van de vraag dat ik zelf thuis problemen had, want de televisie en het internet vielen uit. Het is dus een reëel probleem.
Het is interessant om te vernemen dat het ook met het klimaat en de temperatuurschommelingen te maken heeft. Dat is misschien een uitleg die mensen zullen begrijpen. Met een uitbreiding van het personeel met 40 % wil men het probleem verhelpen.
Zonder internet is het leven moeilijker, vooral het werk. Veel mensen werken nu van thuis uit. Als men dan geen internet heeft, in dit geval geen Telenetverbinding, is dat heel moeilijk. Dat leidt tot grote frustraties.
Het is dus goed dat u het dossier nauwgezet blijft opvolgen. Ik verneem dat de problemen zich vooral in Vlaams-Brabant voordoen. Ik vraag me dan ook af wat de situatie is in de andere regio’s, maar dat verneem ik misschien later.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03.01 Ismaël Nuino (Les Engagés): Je vous remercie pour votre souplesse, madame la présidente. J’étais également retenu dans une autre commission.
Je serai bref et renverrai en grande partie à ma question écrite. Je souhaite simplement rappeler que je mesure l’engagement qui est le vôtre sur ces questions, madame la ministre.
Comme beaucoup, je me demande comment il se fait qu’aujourd’hui des sites aussi abjects, permettant l’accès à des images pornographiques, prises à l’insu de femmes et se revendiquant comme telles, puissent continuer d’exister et d’être accessibles, en Belgique en particulier? C’est l’objet plus large de ma question.
J’écouterai avec une grande attention votre réponse, madame la ministre.
03.02 Vanessa Matz, ministre: Je vous remercie pour cette question, évidemment essentielle.
Comme vous l'avez évoqué, il y a eu des révélations issues d’une enquête menée par la VRT et la RTBF sur la diffusion non consentie d’images intimes de femmes belges. Ces faits appellent une réponse ferme et coordonnée. Ces actes, d’une gravité extrême, portent atteinte à la dignité, à la vie privée et à l’intégrité des victimes.
La Belgique dispose déjà d’une législation contre le revenge porn, que j’ai fait adopter en 2020, afin de mieux protéger les victimes. Cette législation permet de poursuivre la diffusion non consentie de contenus à caractère sexuel et d’obtenir rapidement le retrait ou le blocage des images diffusées illégalement.
Cependant, les chiffres cités dans l’enquête montrent que seulement 4 % des victimes portent plainte et que 13,5 % des plaintes aboutissent à une condamnation. Ces données démontrent l’urgence d’agir. Les victimes ne doivent pas rester seules face à ces violences.
L’Institut pour l’égalité des femmes et des hommes peut les accompagner, les conseiller et, avec leur accord, entreprendre les démarches en leur nom. Il s'agissait d'une des avancées de la loi sur le revenge porn que nous avons fait adopter en 2020.
Au niveau européen, le Digital Services Act impose aux plateformes des obligations strictes: lorsqu’un contenu illicite est signalé, elles doivent agir rapidement. La Belgique a franchi une nouvelle étape importante avec la désignation officielle de l’Institut comme signaleur de confiance par l’IBPT.
Grâce à ce statut, l’Institut peut désormais faire traiter en priorité ses signalements par les plateformes. Il renforce ainsi son action contre la diffusion non consentie de contenus intimes, les deepfakes, le harcèlement ou les discours de haine fondés sur le sexe ou le genre.
Je tiens à rappeler que le DSA ne prévoit pas de surveillance généralisée des contenus, mais qu'il responsabilise les plateformes et exige qu’elles prennent leurs obligations au sérieux. La supervision des très grandes plateformes, comme Meta ou TikTok, relève principalement de la Commission européenne et du coordinateur irlandais.
J’ai pris contact avec mes collègues des ministères de l’Intérieur et de la Justice afin que ces violences numériques ne restent pas sans réponse. Par ailleurs, j’encourage les autorités compétentes à utiliser pleinement leurs prérogatives pour faire supprimer les contenus illégaux dès qu’ils sont portés à leur connaissance.
Chaque utilisateur est également invité à signaler immédiatement tout contenu illégal ou préjudiciable aux plateformes et aux autorités compétentes. Chaque heure compte dans la lutte contre les violences sexistes et sexuelles numériques. Avec le DSA et la désignation de l’Institut comme signaleur de confiance, nous disposons d’outils concrets pour agir vite, retirer les contenus rapidement et mieux protéger les victimes.
Je vous remercie de
votre attention.
De voorzitster: Mevrouw de minister, ik geef eerst het woord aan de heer Nuino voor zijn repliek en daarna aan mevrouw Schlitz, die zich voor het antwoord bij deze vergadering heeft gevoegd.
03.03 Ismaël Nuino (Les Engagés): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Je pense que vous faites en effet ce que vous pouvez contre ce phénomène. À l'échelle nationale, la coordination avec les différents ministres est essentielle et elle l'est encore plus au niveau européen.
Comme vous le faites régulièrement – et c'est un combat pour lequel vous savez que je vous soutiens à 100 % – nous devons rappeler que la responsabilité n'est pas individuelle. Ce n'est pas aux femmes d'entreprendre toutes les démarches, d'identifier la personne ayant publié, de déposer plainte, etc. Ces procédures sont longues, éprouvantes, parfois coûteuses et peu efficaces.
Nous devons agir politiquement sur ces plateformes. Elles ont une responsabilité. Si elles ne respectent pas leurs obligations et ne se conforment pas à la loi, elles doivent être suspendues ou supprimées.
Je sais que je m'adresse à quelqu'un qui est déjà convaincu de cette nécessité, mais nous devons faire tout ce qui est en notre pouvoir pour qu'Internet ne soit pas un Far West.
Madame la ministre, soyez assurée que nous continuerons à vous soutenir dans cette démarche et à rester particulièrement vigilants sur ces enjeux essentiels.
Le scandale qui nous occupe aujourd’hui et qui a également eu un retentissement international est à la fois choquant, mais pas étonnant. Songeons à l’affaire Pelicot voici quelques mois, ainsi qu’aux nombreuses révélations concernant des groupes d’hommes s’organisant sur différentes plateformes afin de harceler des femmes ou de diffuser des images sans leur consentement. Ce dossier s’inscrit donc dans la continuité d’un ensemble de violences commises en ligne à l’encontre des femmes.
J’entends votre volontarisme ainsi que les différentes mesures et actions qui sont souhaitées. Toutefois, je pense qu’il faut aller plus loin. D’une part, une concertation est nécessaire, tant avec les entités fédérées qu’au niveau européen. D’autre part, il me semble indispensable de prendre de véritables sanctions à l’encontre de ces plateformes qui permettent la diffusion de ces contenus et facilitent l’exercice de ces violences. Ces plateformes hébergent et rendent possibles des activités qui sont manifestement illégales. Elles doivent donc être tenues pour responsables et doivent prendre des mesures en matière de modération, de détection de ces comportements, avec des sanctions effectives à la clé. Par ailleurs, l’Institut pour l’égalité des femmes et des hommes accomplit un travail exceptionnel. Notre pays dispose d’une expertise solide sur ces questions.
Je voudrais également insister sur un autre aspect qui me paraît essentiel et qui doit être davantage soutenu: l’éducation à la vie relationnelle, affective et sexuelle (EVRAS). Nous ne parviendrons pas à résoudre durablement ce problème si nous ne nous attaquons pas aux racines, à savoir la haine et le mépris envers les femmes et les filles. Il est donc fondamental d’apprendre, aux enfants, et en particulier aux garçons, le respect d’autrui, en particulier des femmes et des filles. C’est notamment par la mise en œuvre de programmes EVRAS performants dès le plus jeune âge que nous pourrons y parvenir.
Je vous remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 14.50 uur.
La réunion publique de commission est levée à 14 h 50.
De antwoorden werden door de
Les réponses ont été fournies par
Madame la Ministre,
Depuis le 1er mai,
trois des cinq abonnements mobiles de Proximus ont hérité de quelques gigas
supplémentaires de data (4G/5G).
Ça n'a rien d'un
cadeau pour les consommateurs puisque les statistiques des régulateurs des
télécoms européens montrent que le Belge n'est pas spécialement friand de data
(10,1 GB par mois comme 16 GB en France).
Les associations de
défense des consommateurs plaident à la place de ce cadeau qui n'en est pas
pour trois options qui réduiront la facture : la réduction du tarif mensuel;
l'application du Data Jump (soit la possibilité de reporter au mois suivant les
datas inutilisés); et enfin l'externalisation de la carte SIM des packs.
Madame la Ministre,
Pourrions-nous
avoir votre retour sur la stratégie déployée par Proximus depuis le 1er mai
ainsi que sur les trois options proposées par les associations de défense des
consommateurs ?
Je vous remercie
pour votre réponse.
Antwoord -
Réponse:
Monsieur
Prévot,
La loi télécom, qui
transpose le cadre européen applicable, encadre strictement l’intervention sur
les tarifs de détail.
Une régulation
directe des prix de détail n’est possible, par l’IBPT en tant que régulateur
indépendant, que sous des conditions exigeantes et cumulatives.
L'Institut ne peut
imposer des obligations aux entreprises puissantes sur un marché de détail, que
lorsqu'il constate que ce marché n'est effectivement pas concurrentiel et qu’il
estime que les obligations imposées sur le marché de gros ne permettraient pas
d'atteindre les objectifs.
En raison de ce
niveau élevé de conditions, la régulation des tarifs de détail n’est plus
pratiquée en Europe.
Les opérateurs sont
donc libres de fixer le prix et le contenu des plans tarifaires qu’ils
commercialisent.
Naturellement,
cette liberté est limitée par la pression concurrentielle exercée par les
autres opérateurs sur un marché concurrentiel et transparent.
Les adaptations
récentes des offres mobiles de Proximus s’inscrivent dans sa stratégie
commerciale visant à rester compétitif et à répondre aux attentes des
clients.
Suite aux
évolutions du marché en 2026, Proximus a fait le choix d’augmenter les volumes
de données sans modifier les prix, conformément à des pratiques courantes dans
le secteur.
Ces décisions ont
été prises dans le respect strict des règles de gouvernance interne, incluant
transparence et analyse préalable de leur impact sur la rentabilité.
Cette évolution
bénéficie au consommateur, qui dispose de davantage de data pour un prix
inchangé.
Les trois options
proposées par les associations de défense des consommateurs ne sont pas
envisageables au regard de ces contraintes.
Il est toutefois
recommandé aux consommateurs qui ne se satisfont pas des nouveaux plans
tarifaires de Proximus de comparer les plans tarifaires disponibles sur le
marché au moyen de comparateurs, tels que celui de l’IBPT
via www.meilleurtarif.be.
Comme les
opérateurs baissent rarement leurs tarifs, ils offrent une plus grande capacité
de données pour le même prix, il est conseillé aux utilisateurs de vérifier si
le volume de données souhaité n'est pas accessible sur base d'une formule
tarifaire inférieure.
Je vous
remercie.
Madame la Ministre,
Le déploiement de
l'IA force les géants de la tech à construire de nouveaux data centers ou à
agrandir ceux déjà ancrés sur un territoire.
Le 16 juillet 2025,
je vous interrogeais au sujet sur la durabilité de ces data centers. Comme
vous, je pense que progrès numérique et durabilité écologique peuvent aller de
pair. Comme vous, je considère qu'il peut exister un équilibre qui permette la
pérennité des centres de données comme la résilience de nos systèmes
électriques et hydrauliques.
À travers le globe,
notamment aux États-Unis d'Amérique, la construction de data center déclenche
de vives contestations, en raison du caractère très énergivore de ces centres
de données.
Entre l'été 2025 et
aujourd'hui, une année s'est presque écoulée et c'est pourquoi plusieurs
questions méritent de recevoir une réponse actualisée.
Madame la Ministre,
En 2024, une
stratégie de data center a été élaborée dans le cadre de la gouvernance
fédérale G-Cloud : cette stratégie est-elle en cours de révision face au
déploiement de l'IA et de son impact sur les data centers ?
La question de la
durabilité des data centers était une priorité de l'IBPT dans son plan de
travail 2026 : comment l'institut réagit-il et agit-il face à cette question ?
Afin de garantir la
résilience de nos systèmes énergétiques, la transparence de la consommation des
GAFAM est indispensable. Une obligation de transparence devrait se concrétiser
« dans les années à venir », me disiez-vous en juillet 2025 et ce, via la directive
européenne Corporate Sustainability Reporting. Où en est cette directive ? Quel
est l'agenda prévu ?
Je vous remercie
pour vos réponses.
Antwoord -
Réponse:
Monsieur le
Député,
Je vous remercie
pour votre question.
Comme vous le
soulignez, le développement rapide de l’intelligence artificielle entraîne une
augmentation importante des besoins en capacité de calcul et de stockage, avec
un impact croissant sur la consommation énergétique et les infrastructures
numériques.
Il est essentiel de
concilier innovation numérique, souveraineté technologique et durabilité
environnementale.
Je travaille
actuellement à l’élaboration d’une stratégie fédérale relative aux centres de
données et à l’intelligence artificielle, deux enjeux étroitement
liés.
Dans ce cadre,
j’accorde une attention particulière à l’évaluation de l’impact de ces
évolutions sur les infrastructures numériques fédérales ainsi qu’à la mise en
œuvre de solutions structurelles visant à réduire l’empreinte environnementale
des datacenters.
Mon objectif est de
garantir un équilibre entre les exigences de performance,
de cyberrésilience, de souveraineté numérique, de maîtrise des coûts et
de durabilité environnementale, afin d’assurer le développement
d’infrastructures numériques à la fois efficaces, résilientes et
responsables.
Concernant l’IBPT,
une étude spécifique sur la durabilité des centres de données est prévue, mais
elle sera menée ultérieurement, l’étude actuellement en cours étant
consacrée au secteur des télécommunications.
Aucun calendrier
précis ne peut encore être annoncé à ce stade.
Cette future
analyse tiendra compte des travaux européens en cours.
La
directive Corporate Sustainability Reporting Directive
(CSRD) a été transposée en droit belge par la loi du 2 décembre 2024 et
plusieurs adaptations ont été encore adoptées au niveau européen
afin de simplifier certaines obligations de reporting pour les
entreprises.
Pour plus de
détails sur les discussions en cours à propos de cette directive,
et comme je vous l’avais déjà indiqué dans ma précédente réponse lors de la
Commission du 14 janvier dernier, je vous renvoie vers mes
collègues compétents en la matière, à savoir le Ministre Jambon, le Ministre
Clarinval et le Ministre Beenders.
Madame la Ministre,
Ce vendredi 12
juin, l'administration Trump a décidé de suspendre les modèles d'IA les plus
avancés de la société Anthropic aux ressortissants non-américains. L'argument
avancé est la « sécurité nationale ».
Cette décision est
un sérieux signal d'alerte.
L'Europe crie au
scandale. En France, le ministre délégué chargé de l'Europe parle plus de
bataille géopolitique que de prétendue sécurité nationale. Au Royaume-Uni, des
députés fustigent cette décision unilatérale qui prive soudainement les
chercheurs, entreprises et hôpitaux du modèle d'IA le plus avancé du monde.
Madame la Ministre,
Pourrions-nous
avoir votre retour concernant la décision de l'administration Trump de
suspendre les IA les plus avancés d'Anthropic ?
Cette suspension
a-t-elle des effets concrets dommageables sur la recherche scientifique, le
fonctionnement de certains services et autres ?
Comment l'UE
compte-t-elle répondre à cette décision ?
Je vous remercie
pour vos réponses.
Antwoord -
Réponse:
Cette décision est
en effet un signal d’alerte.
Quand un pays tiers
peut faire couper du jour au lendemain l’accès à des modèles d’IA très avancés,
cela montre une dépendance stratégique.
Et cette dépendance
peut avoir des effets sur la recherche, sur l’innovation et sur certains usages
sensibles, notamment en cybersécurité.
Les développements
récents ont confirmé que l’accès à certains modèles d’IA de pointe peut être
limité ou rétabli de manière sélective par les autorités de pays
tiers.
Les restrictions
initiales visant certains modèles d’Anthropic ont été partiellement
assouplies pour un nombre limité d’organisations considérées comme partenaires
de confiance.
Cela ne change
toutefois pas le constat de fond.
La leçon
politique demeure claire et elle n’est pas nouvelle.
L’Europe ne peut
pas rester excessivement dépendante, pour des capacités aussi
stratégiques, de décisions unilatérales prises ailleurs.
La réponse passe
par davantage de coordination, de sécurisation et d’investissement dans des
capacités propres, tant au niveau européen qu’au niveau national.
C’est pourquoi je
poursuis une politique qui renforce notre résilience, soutient l’innovation et
réduit les dépendances critiques.
L’objectif est de
garder la maîtrise de notre transition numérique, pour qu’elle reste sûre,
souveraine et pleinement au service de l’intérêt général.
Au niveau européen,
je travaille avec mes administrations sur plusieurs dossiers structurants,
notamment l’acte législatif sur le développement du cloud et de
l’intelligence artificielle.
En parallèle, sous
le pilotage de BOSA, nous lançons aussi des projets pilotes autour de solutions
numériques souveraines, notamment dans le domaine de l’intelligence
artificielle.
C’est essentiel
pour préserver notre compétitivité, notre sécurité et notre souveraineté
numérique.
Madame la Ministre,
À partir du 2 août
2026, l'application de l'AI Act franchit une nouvelle étape. A cette date,
entrera en vigueur un système de « tatouage » numérique permettant d'identifier
les contenus générés ou modifiés par IA.
Cette obligation
découle de l'article 50 de l'AI Act et vise à lutter contre les deepfakes,
l'usurpation d'identité et les manipulations de l'information qui font
régulièrement l'actualité ces derniers mois. Ceci permettra au public de
distinguer un contenu authentique d'un contenu synthétique, à l'heure où les
pistes sont brouillées.
Or la Commission
européenne a ouvert jusqu'au 3 juin 2026 un appel à commentaires, accessible à
tous pour se prononcer sur une exception à ce nouveau système de « tatouage »
numérique. Des dispenses pourraient être accordées dans le cas où une
publication a fait l'objet d'une vérification humaine ou d'un contrôle
éditorial préalable.
Madame la Ministre,
mes questions sont simples :
Quels sont les
résultats de cet appel à commentaires qui s'est clôturé le 3 juin 2026 ?
Des exceptions à
l'application de l'article 50 de l'AI Act sont-elles prévues ? Si tel est le
cas, pour qui ? Pour quoi ? Comment peut-on s'assurer d'une vérification
humaine réalisée pour chacune des publications ? Ensuite, toute exception
sera-t-elle réévaluée endéans une période précise ?
A-t-on connaissance
des entreprises, sociétés ou organismes ayant demandé une dispense qui n'a pas
été accordé ? Cette liste (et la motivation de la décision qui en découle)
sont-elles publiques ou restent-elles confidentielles ?
Je vous remercie
pour vos réponses.
Antwoord -
Réponse:
La consultation de
la Commission sur le projet de lignes directrices relatives aux obligations de
transparence prévues par l’AI Act s’est en effet clôturée le 3
juin.
Mais, les résultats
ne sont pas encore publiés.
En revanche, la
Commission a déjà publié, le 10 juin, un code de bonnes pratiques sur la
transparence des contenus générés par IA.
Ce code est
volontaire et vient compléter les lignes directrices.
L’article 50 doit
mieux protéger le public contre les deepfakes, l’usurpation d’identité et
les manipulations.
Les citoyens
doivent pouvoir savoir si un contenu a été généré ou modifié par une
intelligence artificielle.
C’est une question
de transparence et de confiance.
L’article 50
prévoit, en effet, certaines exceptions prévues par la loi
mais aucune dispense n’est accordée sur simple demande.
Par exemple, pour
certains textes d’intérêt général, il n’y a pas d’obligation de label si le
texte a fait l’objet d’une vérification humaine ou d’un contrôle éditorial, et
si une responsabilité éditoriale claire existe.
Cependant, cela
devra pouvoir être démontré et contrôlé.
Il n’existe donc
pas de liste publique d’entreprises ayant demandé une exemption refusée,
puisque ce mécanisme n’existe pas en tant que tel.
Le marquage et
l’étiquetage des contenus générés par IA sont des outils essentiels pour
protéger les citoyens, la confiance dans l’information et l’intégrité du débat
public.
C’est
pourquoi, je tiens particulièrement à ce que ces obligations de
transparence soient appliquées de manière claire
et rigoureuse.
Quand le doute
s’installe entre le vrai et le faux, c’est la confiance du citoyen qui est en
jeu.
Madame la Ministre,
De plus en plus de
voix s'élèvent contre le pillage des œuvres culturelles et des travaux
journalistiques comme scientifiques par les logiciels d'IA génératives.
Début de ce mois,
le patron du New York Times a dénoncé le comportement des géants de la tech
qui, je cite, « pillent sans autorisation ni compensation ».
Même son de cloche
du côté des artistes.
Selon l'UNESCO,
l'essor de l'IA générative pourrait entraîner d'ici 2028 des pertes de revenus
mondiales de 24% pour les créateurs de musique et de 21% pour les créateurs
audiovisuels, soit près de 8,5 milliards d'euros par an cumulés. L'association
BELGIAN VOICES (BELVA) réclame d'urgence que l'on légifère.
C'est également ce
qu'ont dit certains experts auditionnés au sein de ce parlement en Comité
d'avis des questions scientifiques et technologiques.
Au niveau européen,
vous avez voté « contre » un code de conduite non contraignant car vous disiez
vouloir travailler avec vos services à un plan concret qui protégerait toutes
les victimes (et elles sont nombreuses) du pillage toujours en cours.
Madame la Ministre,
Pouvez-vous nous
présenter les grandes lignes de ce plan ?
En réponse à une
question comparable en commission de l'Economie, le Ministre Clarinval a estimé
que le RGPD et l'AI Act sont des armes suffisantes pour contrer le pillage que
dénoncent les acteurs de terrain ainsi que les experts en matière d'intelligence
artificielle. Partagez-vous cette position ? Le gouvernement a-t-il examiné ce
dossier ?
Comment
comptez-vous travailler à protéger les autrices et auteurs d'œuvres culturelles
dont le travail est accaparé par les logiciels d'IA ?
Je vous remercie
pour vos réponses.
Antwoord -
Réponse:
Monsieur le Député,
je partage vos préoccupations.
L’intelligence
artificielle ne peut pas se développer au prix d’une captation du travail des
auteurs, des artistes, des journalistes et des créateurs, sans
consentement et sans une juste rémunération.
L’UNESCO alerte, en
effet, sur un risque réel de perte de revenus dans la musique et
l’audiovisuel.
En tant que
ministre du Numérique, je soutiens l’innovation.
Mais je refuse une
innovation qui fragilise les droits des auteurs, des artistes, de la presse et
des éditeurs.
Pour protéger les
auteurs du pillage par l’IA, des outils existent déjà, comme
l’AI Act, le RGPD et la législation existante en matière de
propriété intellectuelle.
Cependant,
ces textes donnent des leviers utiles, mais ils ne suffisent que s’ils
sont appliqués de manière réelle et efficace pour les titulaires de
droits d’auteur.
Concernant le
mécanisme de l’opt-out, il existe bien en droit
européen.
L’AI Act oblige
les fournisseurs de modèles d’IA à usage général à identifier et à respecter
les réserves de droits d’auteur.
Le Code européen de
bonnes pratiques reprend ce principe mais la mise en œuvre concrète n’est
pas encore achevée.
A mon initiative,
la Belgique s’est d’ailleurs abstenue au niveau européen concernant ce Code de
bonnes pratiques, jugeant que le texte proposé n’était pas assez protecteur en
matière de juste rémunération.
Concrètement, pour
protéger les autrices et les auteurs, je veux faire respecter strictement les
obligations déjà prévues, rendre l’opt-out réellement simple et opérationnel,
et continuer à porter au niveau européen le besoin d’une protection
plus forte des créateurs, y compris sur la question de la juste
rémunération.
L’IA doit respecter
le travail humain.
Elle ne peut pas se
construire sur le pillage des œuvres.
Madame la Ministre,
Le weekend dernier,
le Conseil des ministres a approuvé une extension du régime d'utilisation des
brouilleurs en Belgique.
Jusqu'à présent
réservés à certains services publics (police, Défense, services de
renseignement, OTAN, SHAPE), ces dispositifs pourront désormais être utilisés à
proximité de certains sites sensibles comme les centrales nucléaires, les
prisons, les entreprises classées Seveso et certaines institutions européennes.
L'objectif est de
renforcer la protection contre les survols de drones susceptibles d'être
utilisés à des fins d'espionnage, de sabotage ou d'introduction d'objets
illicites.
Chaque utilisation
devra faire l'objet d'une autorisation de l'IBPT, d'une analyse de risque
préalable et d'une notification rapide aux autorités compétentes.
Madame la Ministre,
L'utilisation de
brouilleurs était jusqu'à présent strictement encadrée car ces dispositifs
peuvent perturber les communications électroniques, les services d'urgence,
certains équipements médicaux ou encore des systèmes de navigation.
Pourriez-vous nous expliquer l'analyse risques/bénéfices de l'élargissement de
ce dispositif ?
Concrètement,
comment se déroulera la procédure au sein de l'IBPT, de la demande à
l'autorisation ?
En cas
d'autorisation, qui sera habilité à utiliser ces brouilleurs ?
Je vous remercie
pour vos réponses.
Antwoord -
Réponse:
Monsieur
Prévot,
L’utilisation de
brouilleurs est et reste strictement encadrée au niveau légal.
Elle est interdite
sauf pour certaines catégories d’utilisateurs particuliers.
Certains
utilisateurs sont tenus d’obtenir une autorisation préalable de l’IBPT
avant l’utilisation, d’autres sont tenus de procéder à une
notification auprès de l’IBPT après l’utilisation du brouilleur, et
d’autres encore sont tenus de respecter ces deux formalités.
L’élargissement du
droit d’utiliser des brouilleurs anti-drones aux entités critiques,
installations nucléaires, entreprises SEVESO, prisons et institutions de
l’Union Européenne a pour objectif de leur permettre de protéger leurs propres
installations.
Puisqu’ils sont les
premiers responsables de la sécurité de leur infrastructure, et que les
risques et menaces à l’égard de ces catégories ne font
qu’augmenter.
Leur rôle est donc
essentiel dans la prévention de tout événement de nature à entraîner une
interruption de leur fonctionnement ou leur destruction.
Avant de demander
une autorisation à l’IBPT, les utilisateurs doivent réaliser une analyse de
risques relative aux menaces liées à des drones
malveillants.
Ils doivent aussi
établir des procédures d’utilisation des brouilleurs anti-drones qui prennent
en compte, entre autres les risques pour l’aviation habitée.
En effet, dans tous
les cas, les brouilleurs anti-drone ne doivent pas être utilisés en
dehors d’une « géozone ».
Et dans l’attente
d’un cadre réglementaire sur l’utilisation des mesures C-UAS
(Counter-Unmanned Aircraft Systems),
l’IBPT doit consulter le Service Public Fédéral Mobilité et
Transports avant de délivrer une autorisation.
Il faut aussi noter
qu’après l’autorisation, la date de mise en service du produit est notifiée au
préalable à l'IBPT.
Ceci permettra à
l’IBPT d’effectuer au mieux sa surveillance.
Et enfin, dans les
2 heures suivant l’utilisation des brouilleurs anti-drones, l’IBPT pourra
également assurer une surveillance a posteriori.
Madame la Ministre,
Selon une étude
menée par Terra Nova et Harris Interactive, 16 % des Français ont utilisé une
IA pour choisir leur candidat aux dernières élections municipales. L'IA est
déjà considérée comme un enjeu crucial à l'approche de la présidentielle de
2027.
Or, derrière cette
intelligence artificielle se trame une intelligence humaine loin d'être neutre
et qui a les moyens de perturber nos processus électoraux.
Nul besoin de
rappeler divers précédents. La menace qui pèse sur nos démocraties est réelle.
La Belgique
participe au tout nouveau Centre européen pour la résilience démocratique, une
nouvelle plateforme destinée à fédérer l'expertise et les ressources de ses
membres afin, je cite le communiqué de la Commission européenne, « de renforcer
la capacité collective à anticiper, détecter et contrer les menaces pesant sur
nos démocraties, telles que les activités de manipulation de l'information et
d'ingérence menées depuis l'étranger ».
Madame la Ministre,
Quelle est
l'expertise ainsi que les ressources déployées par la Belgique au sein de ce
nouveau Centre de résilience démocratique ? Ces ressources sont-elles amenées à
évoluer dans les prochains mois et prochaines années vu l'importance de l'enjeu
?
Quelle est la
coordination entre le niveau fédéral et les entités fédérées sur ce dossier ?
Existe-t-il plutôt une convergence ou une divergence ?
Une réunion avec
les points de contact nationaux a eu lieu le 20 mai dernier, juste après une
première rencontre le 15 avril : où en est le déploiement et la fédération de
ces divers points de contacts ? Quel est celui qui a été choisi pour notre pays
?
Je vous remercie
pour vos réponses.
Antwoord -
Réponse:
Monsieur le Député,
Je vous remercie
pour votre question concernant la participation de la Belgique au Centre
européen pour la résilience démocratique.
Je suis informée de
cette initiative importante au niveau européen.
Cependant, celle-ci
n’est pas traitée dans la filière télécom et digitale au
niveau européen et ne relève pas non plus de ma compétence en tant
que Ministre du Numérique.
Je vous invite dès
lors à adresser votre question au Premier Ministre.
Madame la Ministre,
Fin avril, vous
avez promis qu'un système de vérification de l'âge des utilisateurs des réseaux
sociaux verrait le jour d'ici l'été.
Nous sommes à la
mi-juin et pour l'heure, aucun projet de loi n'a encore été proposé.
Deux éléments sont
à prendre en compte dans la rédaction de ce projet de loi.
D'une part, on ne
peut faire fi du premier bilan de l'expérience australienne. Comme vous le
savez, le 10 décembre 2025, l'Australie est devenue le premier pays à interdire
les réseaux sociaux aux moins de 16 ans. Or, le premier bilan est plus que mitigé
: nous observons un contournement massif du dispositif, notamment via
l'utilisation de VPN, la falsification, l'utilisation de filtres ou l'aide de
proches majeurs. D'autre part, le gouvernement flamand, par la voie de sa
ministre des Médias Cieltje Van Achter (N-VA) considère votre proposition de «
Big Brother » et souhaite contraindre les plateformes telles que TikTok et
Snapchat à instaurer un contrôle de l'âge des utilisateurs.
Madame la Ministre,
Comptez-vous tenir
votre promesse et présenter un projet de loi visant à instaurer un système de
vérification de l'âge sur les réseaux sociaux dans les prochaines semaines ou
revenez-vous sur votre promesse ?
Le niveau fédéral
et les entités fédérées auront-ils une position commune sur la façon de lutter
contre les dérives constatées sur les réseaux sociaux ?
Que le projet de
loi soit présenté cet été ou plus tard, quel est votre retour sur le premier
bilan très mitigé observé en Australie ?
Je vous remercie
pour vos réponses.
Antwoord -
Réponse:
Monsieur
Prévot,
Vous le savez, je
suis une femme de parole.
Je travaille actuellement sur
mon projet de loi concernant la vérification de l’âge et l’anonymat en
ligne.
Mon objectif reste
de présenter ma note d’orientation au gouvernement avant le
21 juillet.
Celle-ci sera
discutée en réunion intercabinet cette semaine.
Ma proposition sera
ensuite affinée pour servir de base
lors d’une consultation plus large que je
souhaite mener notamment avec la Commission européenne et avec les
entités fédérées.
Des échanges
réguliers ont lieu avec les entités fédérées, il y a
quelques semaines encore, je me suis entretenue à nouveau avec la
Ministre flamande des médias pour discuter de nos propositions en matière de
protection des mineurs et de vérification de l’âge.
Je ne vais pas
préjuger maintenant de l’issue des discussions en cours, mais soyez assuré que
nous travaillons à renforcer une approche commune au niveau de la Belgique et
que nous partageons les mêmes objectifs.
Le bilan mitigé de
l’Australie montre l’importance d’une approche commune au niveau européen et
nous invite également à mettre en place un modèle plus contraignant pour les
plateformes tant sur les méthodes de contrôle de
l’âge utilisées que sur l’obligation de les mettre en
œuvre.