|
Commissie
voor Landsverdediging |
Commission de la Défense nationale |
|
van Woensdag 1 juli 2026 Namiddag ______ |
du Mercredi 1 juillet 2026 Après-midi ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 15.56 uur en voorgezeten door de heer Peter Buysrogge.
La réunion publique de commission est ouverte à 15 h 56 et présidée par M. Peter Buysrogge.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
01.01 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, dit is een opvolgingsvraag over het ASWF-programma, onze nieuwe fregatten. In een vorige vragensessie, denk ik, hebben we het daarover gehad bij een actualiteitsdebat. De minister heeft toen gezegd dat er midden juni meer duidelijkheid zou zijn. We zijn ondertussen 1 juli, dus ik stel een opvolgingsvraag en vraag de minister of er inmiddels meer duidelijkheid is.
De voorzitter: Dat is natuurlijk het nadeel van voortdurend vragensessies te hebben: opvolgingsvragen.
01.02 Minister Theo Francken: Vandaag bevindt het ASWF-programma zich in moeilijk vaarwater – ongetwijfeld een bewuste woordspeling.
Het project dat binationaal met Nederland wordt uitgevoerd binnen het kader van de BeNeSam, kampt met technische en ontwerpgerelateerde problemen. De marges van het oorspronkelijke rompontwerp bleken uiteindelijk onvoldoende, wat leidde tot een ontwerpcrisis. In (…) 2026 werd een nieuw, groter ontwerp voorgesteld, dat echter bijkomende kosten en verdere vertragingen met zich meebrengt. Een belangrijk beslissingsmoment over het programma wordt verwacht wanneer Nederland met concrete opties zal komen.
Wat de leveringsplanning betreft, bestaat er momenteel geen definitieve of betrouwbare timing. Een eerdere planning mikte op een indienststelling rond 2031. Na een eerdere verlenging wijzen recente signalen echter op verdere vertragingen van twee tot drie jaar.
De juridische en contractuele hefboom waarover België beschikt om te vermijden dat extra kosten eenzijdig worden doorgeschoven, is het niet aanvaarden van contractuele aanpassingen voor kostenstijgingen die niet contractueel voorzien waren. België neemt dergelijke beslissingen namelijk samen met Nederland bij unanieme stemming in de Joint Steering Committee, zoals voorzien in het memorandum of understanding.
Deze zomer moet blijken of het huidige samenwerkingsmodel met Nederland kan worden verdergezet, dan wel of België andere strategische keuzes moet maken om een ernstige kloof inzake maritieme capaciteiten te vermijden.
Samengevat blijft de situatie vandaag zeer onzeker. Er is nog geen duidelijkheid over de definitieve planning. De budgettaire impact is nog onderwerp van onderhandelingen en alternatieve oplossingen worden onderzocht, maar zijn nog niet geconcretiseerd. Dus nee, ik verwacht dat niet. We hebben al vergaderd, Nederland heeft een aantal voorstellen gedaan, er moeten nog bijkomende studies gebeuren en we zullen ons daarover buigen in de zomer en het najaar.
01.03 Axel Weydts (Vooruit): Dank u, mijnheer de minister.
Ik ben blij dat u ermee bezig bent. Er was niets in mij dat ervan uitging dat u er niet mee bezig zou zijn, voor alle duidelijkheid. Het Parlement doet uiteraard zijn werk. Ik zal die vragen blijven stellen. Ooit zult u wel een beslissing kunnen communiceren, vermoed ik.
Het belangrijkste is nog altijd, collega's, dat er geen capaciteitskloof ontstaat. We mogen straks in België niet zonder full operational capable fregatten komen te zitten. Als maritieme natie kunnen we ons dat niet permitteren. Dank voor de prioriteit die u daaraan geeft. Ik wens u veel succes toe met een mogelijke oplossing in dezen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
02.01 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, de realiteit heeft mijn vraag intussen een beetje ingehaald. Nadat ik deze vraag had ingediend, werd een nieuwe service dress voorgesteld. De meningen daarover zijn verdeeld. Sommigen vinden het een mooi uniform, anderen niet. Ik ben er alvast best tevreden over. Het ziet er goed uit, maar daarover gaat mijn vraag niet.
Ik was namelijk verwonderd over een bericht van het Koninklijk Militair Instituut voor Lichamelijke Opvoeding, dat op sociale media een oproep deed aan collega's die nog over een oude service dress beschikten en die konden missen, om die aan het instituut te schenken zodat het aan nieuwe rekruten kon worden gegeven.
Ik vond dat eerlijk gezegd een vreemde oproep. Ik begrijp dat men alles doet om onze mensen zo goed mogelijk uit te rusten, maar publiekelijk verkondigen dat er een tekort is aan uniformen en op die manier een oproep doen, vond ik toch opmerkelijk.
Ik vraag me af of het probleem echt zo groot is dat we op dit moment geen huidige uniformen meer ter beschikking hebben en ons dus moeten behelpen. Als dat zo is, wanneer mogen we dan beterschap verwachten? Wanneer mogen we verwachten dat de nieuwe uniformen effectief beschikbaar zullen zijn?
02.02 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, aujourd'hui, le nouveau "Service Dress" de la Défense a été présenté à la presse à l'Ecole royale militaire. Après près de 30 ans sans changement, la Défense souhaite donc avancer vers une tenue plus contemporaine et mieux adaptée, en commençant par la force Terre.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me donner davantage de détails sur la mise en œuvre de ces nouveaux uniformes et son calendrier, par force et service, ainsi que son budget?
Qu'en sera-t-il pour les autres forces et qu'en est-il de l'ancienne composante médicale et de l'École Royale Militaire? Sont-elles concernées également?
Selon quels critères et normes sociales et environnementales ces nouveaux vêtements ont-ils été produits? Où sont-ils produits et qu'adviendra-t-il des actuels uniformes – une fois que l'on aura retrouvé ceux qui manquent?
Cette mise en œuvre a-t-elle été concertée avec les syndicats militaires? Il s'agit en effet de vêtements pour nos militaires. Dès lors, je souhaitais savoir si les représentations des travailleurs avaient été consultées?
Selon quels critères d'inclusivité ces vêtements seront-ils déployés? Selon quelles conditions les différents éléments seront-ils mis à disposition des militaires sur le long terme (renouvellement, etc.)?
Il s'agit de questions très pratiques, mais je pense qu'elles intéressent au plus haut point nos militaires, quelle que soit la composante et quel que soit leur genre ou leur sexe.
02.03 Annick Ponthier (VB): Inderdaad, mijnheer de minister, ook ik werd gealarmeerd door een oproep die via sociale media gebeurde. Die werd als bijzonder vreemd ervaren, omdat we inderdaad niet op die manier te werk kunnen gaan als u het ons vraagt. Nieuwe rekruten zouden afhankelijk moeten zijn van giften van gewezen militairen. Sta me toe te zeggen dat dat een beetje lachwekkend overkomt als we willen dat Defensie door de buitenwereld als professioneel wordt gezien.
Ik herhaal daarom mijn vragen.
Kunt u toelichten waarom die oproep werd gelanceerd? Was u daar al van op de hoogte? Waarom moest er effectief een oproep worden gedaan om oude uniformen in te zamelen? Wat geeft dat aan? Duidt dat op een ernstig tekort binnen Defensie?
Wat is de actuele stand van zaken van de invoering van de nieuwe service dress, waarover binnen Defensie heel wat discussie bestaat? De reacties waren immers uiteenlopend. De ene zei dat we terug naar de jaren 30 evolueren, anderen hadden het over oude douane-uniformen en nog anderen noemden ze spuuglelijk.
Ik wil ook vragen of daarover een bevraging werd gedaan. Hoe is die verlopen? Wat waren de reacties op die bevraging? Kunt u daar iets meer over vertellen?
Mijn laatste vraag gaat over de eventuele vertraging. Waaraan ligt die vertraging, als die er is? Is dat een gevolg van problemen bij de aanbesteding, de productie of de levering, of misschien van het beschikbare budget?
Welke maatregelen zult u nemen, of hebt u al genomen, om te voorkomen dat nieuwe militairen in de toekomst nog afhankelijk zouden zijn van oude of gedoneerde uniformen?
02.04 Minister Theo Francken: Het initiatief waarbij via sociale media een oproep werd gelanceerd om oude uniformen te doneren, was een lokaal initiatief. Het kwam voort uit goede bedoelingen, maar was helaas niet correct. Het gebeurde zonder voorafgaand overleg en zonder medeweten van de Defensiestaf. Zodra dat werd vastgesteld, is onmiddellijk contact opgenomen met de betrokken eenheid en werd het bericht verwijderd. U hebt dat waarschijnlijk al gezien.
De aanleiding voor dit initiatief ligt in de vertraging bij de gunning van het contract voor de nieuwe service dress. Daardoor konden nieuwe rekruten tijdelijk niet worden uitgerust met een service dress, aangezien militairen die normaal pas aan het einde van hun eerste dienstjaar ontvangen. Door een tekort in de stock kon die regel echter niet worden gerespecteerd.
Begin 2024 werd beslist tijdelijk geen service dress meer uit te reiken aan rekruten die sinds januari 2023 zijn ingestroomd en ook niet aan kandidaat-officieren vanaf augustus 2024. Dat werd gedaan om te vermijden dat bijkomende kosten zouden worden gemaakt voor tijdelijke oplossingen met onderdelen die op korte termijn toch vervangen zouden moeten worden. Die keuze maakt deel uit van een doordachte en budgettair verantwoorde aanpak. In afwachting van de levering van de nieuwe kledij zal geen beroep worden gedaan op gedoneerde uniformen. Als dat nodig is, kunnen rekruten formele activiteiten bijwonen in gevechtskledij, tot de nieuwe service dress beschikbaar is.
Het nieuwe Belgian Defence Service Dress Contract voorziet in een geïntegreerde oplossing voor de volledige militaire kleerkast en omvat onder meer kledij, schoenen, hoofddeksels en medailles. Dat betekent een duidelijke verbetering ten opzichte van het verleden, toen per afzonderlijk artikel werd gewerkt.
De opgelopen vertraging was hoofdzakelijk van administratieve aard. Inmiddels werd het contract op 15 januari 2026 gegund. Na die gunning werd het definitieve ontwerp van de nieuwe eenkleurige service dress voor de Landmacht afgewerkt en gevalideerd. Op 8 juni zijn de maatnames voor de militairen van de Landmacht gestart. Daar zijn we volop mee bezig. Die zullen plaatsvinden op maximaal drie locaties tegelijk, met als doel tegen begin september voldoende gegevens te verzamelen om de productie van het landmachtuniform op te starten. De eerste individuele leveringen worden begin 2027 verwacht.
Voor de militairen van de andere machten volgt na de zomer van 2026 een tweede fase van maatnames, met als doel iedereen tegen de zomer van 2027 uit te rusten. Zij beschikken wel nog over een service dress en hebben dus meer tijd, wat de invoering van de nieuwe service dress betreft.
Concernant la mise en œuvre du nouveau Service Dress pour la Force terrestre, les organisations syndicales militaires ont été informées de ce nouveau projet lors d'une réunion d'information. Pour la Force terrestre, une première dotation complète est prévue tandis que, pour les autres forces, il s'agit surtout d'amélioration du confort et d'une harmonisation des tailles. Les articles soumis à l'usure seront ensuite renouvelés via le système existant. Le Service Dress des autres forces et les tenues de gala de l'École royale militaire restent globalement inchangés, même s'ils sont intégrés dans le nouveau contrat.
Eu égard aux critères environnementaux et sociaux, plusieurs rectifications ont été exigées: la production des différents articles est répartie entre plusieurs pays, dont une grande partie en Europe. Les uniformes actuels seront collectés lors de la distribution des nouvelles tenues ou via les stocks encore existants. Ils seront ensuite recyclés en nouveaux produits textiles et/ou valorisés par downcycling en matériaux de remplissage ou d'isolation.
02.05 Christophe Lacroix (PS): Merci, monsieur le ministre, pour les réponses précises aux questions posées.
02.06 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Een bevraging op zich is niet echt gebeurd maar u hebt wel gesteld dat de vakorganisaties werden ingelicht. Ik neem daaruit mee dat er geen substantiële commentaren waren of aanpassingen moesten gebeuren. In de publieke opinie of op sociale media was dat wel anders.
Het is dus belangrijk dat nieuwe rekruten in de toekomst over een adequate basisuitrusting beschikken die ook tijdig beschikbaar is. Het kan niet dat nieuwe rekruten afhankelijk moeten zijn van giften van gewezen militairen, maar ik heb uw antwoord goed gehoord. Midden 2027 zou het in orde moeten zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
03.01 Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Geachte meneer de minister, recente
analyses van het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie tonen aan dat het
fenomeen van “cognitieve oorlogsvoering" snel aan belang wint. Dat zit zo:
steeds meer tegenstanders proberen niet langer via militaire middelen hun
doelen te bereiken, maar proberen de perceptie, het vertrouwen en de
besluitvorming van onze burgers te beïnvloeden. Technologie, desinformatie en
gerichte beïnvloeding worden in dat geval strategische instrumenten die door de
tegenstander worden ingezet.
Voor een open democratie zoals de onze is
dit een belangrijke uitdaging om te counteren. Vrije meningsuiting,
transparante instellingen en een open informatieomgeving zijn onze sterktes,
maar worden tegelijk door buitenlandse actoren misbruikt om de polarisatie in
onze samenleving te versterken en onze maatschappelijke samenhang te
verzwakken. België, als gastland van zowel de NAVO als de Europese
instellingen, blijft daarbij een belangrijk strategisch doelwit.
Hierover stel ik u graag volgende vragen:
1. Bent u zich bewust van deze toenemende
bedreiging van cognitieve oorlogsvoering? Hoe past u die binnen de bredere
trend van hybride oorlogsvoering?
2. Welke initiatieven onderneemt u om
onze weerbaarheid tegen zulke cognitieve aanvallen structureel te versterken?
3. Hoe wordt er binnen de NAVO en de EU
vandaag al samengewerkt rond cognitieve veiligheid? Welke rol neemt België
hierin op?
4. Hoe kan een samenwerking tussen
Defensie, academische instellingen en veiligheidsdiensten onze cognitieve
veiligheid versterken? Ziet u concrete opportuniteiten daartoe?
5. Welke initiatieven zijn er binnen
Defensie om onze bestaande detectie en monitoringcapaciteiten op vlak van
desinformatie en cognitieve operaties verder uit te bouwen?
6. Welke maatregelen vindt u prioritair
om de federale overheidsinstellingen beter te beschermen tegen zulke cognitieve
beïnvloeding door buitenlandse actoren?
7. Welke innovatieve technologieën,
civiel of militair, ziet u als veelbelovend om cognitieve aanvallen sneller te
detecteren en te neutraliseren?
Alvast bedankt voor uw antwoorden.
03.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Metsu, we zijn ons bewust van een toenemende dreiging van cognitieve oorlogsvoering, met als doel de perceptie en de opinie van zowel beleidsmakers als de bevolking (…) te beïnvloeden. Er wordt een uitbreiding vastgesteld in de variatie van het soort acties die worden uitgevoerd alsook van het aantal actoren. Men probeert op alle mogelijke manieren de cognitieve laag te bespelen, vaak op een erg opportunistische manier.
Informatiemanipulatie behoort inderdaad tot de mogelijke tools binnen hybride oorlogsvoering. Om onze weerbaarheid te versterken, nemen we verschillende initiatieven. Sinds 2021 is de ADIV de voortrekker van de interfederale werkgroep SIIMI, die voornamelijk focust op buitenlandse informatie- en beïnvloedingsoperaties. In dat kader voert het Cyber Command een continue monitoring uit van het Belgische informatielandschap, waarbij die informatie wordt gedeeld met de federale partners.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De heer Frank woont momenteel een andere commissie bij.
04.01 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, la mobilisation sociale et syndicale fut particulièrement forte ces dernières semaines pour s’opposer à l’adoption, par la majorité MR-Les Engagés, du décret-programme imposant des économies drastiques dans l’enseignement en Fédération Wallonie-Bruxelles. Des manifestations ont ainsi eu lieu aux quatre coins de cette dernière, ainsi qu’aux abords de la zone neutre entourant le Parlement de la Fédération Wallonie-Bruxelles. Plusieurs médias, dont la RTBF, qui couvraient ces événements, ont fait état d’un important dispositif policier qui aurait été, selon leurs termes, “appuyé par l’armée”.
Vous ne serez donc pas surpris que cette information, si elle se révèle exacte, soulève plusieurs questions importantes. D’une part, un tel appui s’écarte des missions habituelles de nos militaires ainsi que de leur formation, en particulier au regard de la nature de cette manifestation et de la présence de nombreux jeunes parmi les participants. D’autre part, cela sort également du cadre de l’accord conclu avec le ministre de l’Intérieur concernant la sécurisation des sites sensibles.
Monsieur le ministre, confirmez-vous cette information? Le cas échéant, dans quel cadre cet appui a-t-il été fourni? Combien de militaires ont-ils été mobilisés à cette occasion?
04.02 Theo Francken, ministre: Monsieur Lacroix, ce n’est pas exact. Il ne s’agissait pas de militaires déployés dans le cadre de l’accord avec le ministre de l’Intérieur pour la sécurisation de certaines gares ou la protection des quartiers juifs. Il s’agissait de militaires affectés au Palais de la Nation. Comme ici, ils sont chargés de la surveillance de la zone neutre. C’est leur mission habituelle. Cela n’a donc rien à voir avec l’accord conclu avec le ministre de l’Intérieur relatif au déploiement de militaires à la gare du Nord ou dans d’autres lieux sensibles.
La polémique née des images diffusées concernait en réalité des membres du détachement militaire affecté au Palais de la Nation, qui assure également une présence au Parlement de la Fédération Wallonie-Bruxelles. Oui, c'étaient des MP. À ce titre, il est utile de préciser que la police militaire présente au Parlement ne dépend pas de l’autorité militaire opérationnelle, mais bien du commandement du Palais de la Nation. La situation est d’ailleurs identique au Parlement flamand, où des MP sont également présents.
04.03 Christophe Lacroix (PS): Merci, monsieur le ministre.
La précision est importante, parce que je pense qu'il y a eu beaucoup de confusion sur la présence de militaires à l'occasion de ces différentes manifestations. Certains militaires étaient postés à la Gare centrale, donc en dehors de la zone neutre. Ceux-là, je pense qu'ils appartiennent au corps des militaires qui fait partie de l'accord entre le ministère de l'Intérieur et vous-même. Et puis, vous me dites maintenant qu'il s'agissait d'autres militaires, en soi des policiers militaires qui sont là pour garder le Palais de la Nation et les parlements des entités fédérées. En effet, je me souviens que, lorsque j'étais ministre en Wallonie, le Parlement wallon était également gardé par la police militaire nationale.
C'est donc une information importante que vous me communiquez là. Selon moi, en cas de manifestation, il est essentiel que la sécurité soit garantie par la police au sens strict, qu'elle soit locale ou fédérale. Cela éviterait de mettre nos militaires également face à d'énormes responsabilités alors qu'ils sont lourdement armés.
Je vous
remercie.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, met deze vraag blijven we bij de betoging waarover collega Lacroix het zojuist had. Het gaat er bij betogingen steeds driester aan toe. Telkens opnieuw misbruiken jongeren rechtmatige betogingen en de rechtmatige sociale strijd om Brussel in een oorlogszone te herschapen door straatmeubilair te vernielen. Het is echt triest om te zien. Sommige jongeren ontsporen echt. Voor alle duidelijkheid, ik wil niet veralgemenen. Het gaat over een kleine minderheid die de boel verziekt voor een grote meerderheid die al dan niet terecht gebruikmaakt van haar recht om op straat te komen, wat op zich een recht is.
Telkens volgt de reactie dat men die ontspoorde jongeren maar naar het leger moet sturen. Ik vind, voor alle duidelijkheid, niet dat het leger een beroep moet doen op krapuul. Bij Defensie hebben we mensen nodig die stabiel zijn, gemotiveerd zijn en overtuigd zijn van de zaak om hun land te dienen.
Ik ben er wel van overtuigd dat Defensie misschien een rol kan spelen in het opnieuw op het juiste pad brengen van een aantal van die sujetten. Zo is er het programma Reboot4You, dat is opgestart onder de vorige minister van Defensie, mevrouw Dedonder. Het programma zorgt er samen met een aantal partners voor dat kwetsbare jongeren opnieuw aansluiting vinden bij de maatschappij.
Mijnheer de minister, kunt u Reboot4You eens schetsen? Hoe ziet het programma er vandaag uit? Wordt het positief geëvalueerd? Welke lessen trekken we daar vandaag uit? Is het een programma dat kan worden uitgebreid? Kunnen de opgedane ervaringen met het programma als basis dienen voor mogelijke uitbreidingen of andere programma's, uiteraard in samenwerking met heel veel partners?
05.02 Minister Theo Francken: Reboot4You is een programma voor jongeren van 18 tot 25 jaar, dat hen begeleidt naar een socioprofessionele re-integratie. Het traject combineert militaire omkadering met opleiding en praktijkervaring. Sinds april 2024 zijn 144 jongeren in het traject gestapt. 70 % van hen vond een opleiding of een job, waarvan 50 % bij Defensie. Dat is toch niet slecht.
De ervaring met Reboot4You toont aan dat een gestructureerd en veeleisend traject, ingebed in de waarden van Defensie, zoals discipline, stiptheid, samenwerking en verantwoordelijkheidszin, voor bepaalde jongeren een belangrijke hefboom kan zijn om opnieuw aansluiting te vinden bij de maatschappij.
De methodiek van Reboot4You, met een sterk gestructureerde omgeving, duidelijke regels en een nadruk op discipline en verantwoordelijkheid, bevat elementen die inspirerend kunnen zijn bij het nadenken over andere vormen van begeleiding voor jongeren die dreigen af te glijden.
In dat kader is het een interessante denkoefening om na te gaan of een dergelijk traject ook kan worden uitgebreid, om de scope te verruimen van socioprofessionele integratie naar het bieden van een ruimer perspectief. Een traject waarin ook burgerzin, respect voor normen en waarden en het opnemen van verantwoordelijkheid centraal staan.
Reboot4You is vandaag een vrijwillig traject waarin de motivatie van de deelnemer en het perspectief op opleiding of werk centraal staan. Een denkoefening die momenteel wordt gevoerd, bestaat erin na te gaan hoe we dat binnen het huidige wetgevende kader kunnen uitbreiden. Uiteraard gebeurt dat in nauwe samenwerking met de bevoegde partners, met respect voor de kerntaken en de operationele inzetbaarheid van Defensie. Net daarom lanceren we geen bijkomend initiatief, maar maken we gebruik van een traject dat al bestaat binnen Defensie en dat, mits enige bijsturing en heroriëntering, een meerwaarde kan creëren.
We zijn daarmee bezig. Binnenkort volgt meer nieuws.
05.03 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, dank dat u dat effectief ter hand neemt. Ik denk dat we daarin inderdaad een rol kunnen spelen met Defensie, niet om die jongeren zomaar naar het leger te sturen, zoals nogal vaak bij wijze van boutade wordt gezegd, maar wel via een programma waarin structuur, discipline, veeleisendheid en sport aan bod komen. Ik denk dat dat nuttig kan zijn voor een deel van die jongeren. Dus bedankt om dat ter harte te nemen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56016733C van collega Vander Elst wordt op zijn verzoek uitgesteld. De vragen nrs. 56016762C van de heer Weydts en 56017017C van de heer Boukili zullen, als ik het goed heb begrepen, schriftelijk worden behandeld.
05.04 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, sta me toe om daar nog iets aan toevoegen – zoals ook vermeld in de tekst van mijn vraag.
Als dat achter gesloten deuren moet gebeuren, is dat voor mij geen probleem. Ik zie de minister trouwens bevestigen. Ik stel daarom voor dat we dat volgende week behandelen tijdens de commissie voor de Opvolging van de militaire missies. Die zal plaatsvinden parallel met de plenaire vergadering. Dat is vanmiddag goedgekeurd door de Conferentie van voorzitters.
De voorzitter: We beschouwen die vragen als behandeld. Ze zullen volgende week in besloten zitting worden behandeld.
06.01 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, de vraag gaat over de dringende levering van materiaal aan Oekraïne. Wij hebben daarvan akte genomen via de sociale media en via een aantal gespecialiseerde defensiekanalen. U hebt ook zelf bevestigd dat wij daar te hulp zijn gesprongen. U bent ook persoonlijk bedankt door de minister van Defensie van Oekraïne, naar ik heb gezien op de sociale media.
Het moet dus iets betekenisvols zijn geweest wat onze mannen en vrouwen van de 15de Wing hebben gedaan. Wellicht hebt u daar zelf ook een rol van betekenis in gespeeld, gelet op de felicitaties die u hebt ontvangen. Meer weten wij daar echter ook niet over en ik hoef ook niet alle details te kennen. Het is immers niet de bedoeling dat wij hier voor de hele wereld kenbaar maken om welk materiaal het precies ging. Dat willen wij niet doen. Wij willen de kat niet bij de melk zetten.
De informatie waarover wij vandaag beschikken, is echter wel heel karig. Misschien kunt u wat meer informatie geven over wat daar precies aan de hand is geweest, wat daar is gebeurd en of wij bereid zijn om nog dergelijke zaken te doen. Alle steun die wij aan Oekraïne kunnen leveren, moeten wij leveren, op welke manier dan ook. Dat kan logistiek, financieel, militair of wat dan ook zijn. Ik heb de indruk dat wat onze militairen daar hebben gedaan echt een job well done is geweest. Dat verdient misschien ook meer aandacht.
06.02 Minister Theo Francken: Recent ontving België een verzoek om ondersteuning te verlenen bij het transport van specifieke uitrusting ten behoeve van Oekraïne. Reeds minder dan 27 uur later kon die opdracht met succes worden afgerond. Dat was niet erg evident.
Gelet op de gevoeligheid van dergelijke operaties kan evenwel niet nader op de inhoud daarvan worden ingegaan. Wel kan worden benadrukt dat de planning, uitvoering en opvolging van de opdracht op militair vlak bijzonder efficiënt en zorgvuldig zijn verlopen. De inzet, reactiviteit en flexibiliteit van het betrokken personeel hebben het mogelijk gemaakt om in een heel korte tijdspanne en tijdens het weekend de eerste operationele acties op te starten. Die elementen weerspiegelen het professionalisme en de inzet die kenmerkend zijn voor Defensie.
In dat verband hebben de medewerkers van de 15de Wing en het 19de Bataljon Logistiek met ondersteuning van de Defensiestaf een belangrijke bijdrage geleverd aan het dringende transport van materieel vanuit de Canadese voorraden naar Oekraïne. In de periode van juni 2025 tot juni 2026 werden in totaal een vijftiental vluchten met militaire toestellen uitgevoerd ten behoeve van Oekraïne of van bondgenoten die Oekraïne ondersteunen. Die vluchten passen in het bredere internationale engagement ter ondersteuning van Oekraïne en staan los van de specifieke rol van België binnen de NAVO-planningsprocessen. We hebben dat eerder al gedaan, maar zoveel vluchten in 27 uur, dat was iets speciaals.
06.03 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik wil mijn repliek gebruiken om de mensen van Defensie die bij die operatie betrokken waren uitvoerig te bedanken. Ik neem mijn hoedje af voor hen, omdat ze zo snel en flexibel hebben geschakeld in het belang van Oekraïne.
De voorzitter: Ik sluit me daar graag bij aan.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
07.01 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Uit een internationaal onderzoeksproject
waaraan ook VRT NWS en De Tijd deelnamen, blijkt dat Rusland
beveiligingsagenten met een militaire of paramilitaire achtergrond inzet op
schepen van de schaduwvloot. Volgens het onderzoek monitoren zij de bemanning,
volgen zij communicatie op en moeten zij voorkomen dat schepen meewerken aan
controles of inbeslagnames.
Het onderzoek identificeerde tientallen
voormalige militairen, huurlingen en personen met banden met organisaties zoals
Wagner en Moran Security Group. Opvallend is bovendien dat tientallen van deze
schepen ook door de Belgische Exclusieve Economische Zone voeren.
Kan de minister toelichten in welke mate
Defensie en de inlichtingendiensten aanwijzingen hebben dat personen met een
militaire of paramilitaire achtergrond worden ingezet op schepen van de
Russische schaduwvloot die onze wateren doorkruisen, en welke gevolgen dit
heeft voor de risicoanalyse en de operationele voorbereiding van eventuele
toekomstige inspecties of enteringen van dergelijke schepen?
07.02 Minister Theo Francken: De aanwezigheid van specifiek veiligheidspersoneel aan boord van schepen is geen nieuw gegeven. Gelijkaardige initiatieven werden reeds eerder genomen voor de bescherming van schepen tegen piraterij voor de Hoorn van Afrika.
Ook voor de schaduwvloot is dit een bekend fenomeen. Dat hiervoor gerekruteerd wordt bij mensen met een militaire of een paramilitaire achtergrond is op zich niet verrassend. De potentiële aanwezigheid van dergelijk veiligheidspersoneel aan boord van sommige schepen van de zogenaamde schaduwvloot maakt integraal deel uit van de risico-inschatting bij de planning van operaties. Operaties tegen deze schaduwvloot vragen daarom een terdege analyse en voorbereiding, en specifiek getrainde groepen met gespecialiseerde middelen om deze en andere risico’s tot een minimum te beperken.
Tijdens de Europese top in Cyprus werd de volledige steun uitgesproken voor het aanpakken van de Russische schaduwvloot. Daarbij werd meer toelichting gegeven over de aanpak en het verloop van de Belgische boarding van het schip Ethera, die plaatsvond op 1 maart, evenals over de complexiteit van de operatie en de verdere afhandeling.
Daarnaast werd benadrukt dat het uitoefenen van druk op vlagstaten van groot belang is. Ik heb op Europees niveau gepleit voor een versterkte aanpak van de Russische schaduwvloot, onder meer via steun voor een Europese databank van verdachte schepen, zodat informatie sneller gedeeld kan worden en er gerichter opgetreden kan worden binnen de Europese Unie.
Daarnaast heb ik het belang benadrukt van de systemische uitwisseling van best practices tussen de lidstaten, waarbij België zijn operationele ervaring actief deelt. Ik heb ook onderstreept dat rechtstreeks engagement van vlagstaten essentieel blijft en dat bestaande samenwerkingsrelaties daarbij een belangrijke hefboom kunnen vormen om meer verantwoordelijkheid op te nemen.
Zoals onze premier gepreciseerd heeft tijdens de vergadering van het adviescomité voor Europese Aangelegenheden, op 15 juni, viseren we steeds meer schepen van de Russische schaduwvloot en we doen dat op een steeds pertinentere manier.
07.03 Axel Weydts (Vooruit): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Blijven doen, zou ik zeggen. We lezen in de gespecialiseerde media dat het helpt, dat het effectief pijn doet waar het pijn moet doen bij de Russen, namelijk in de portemonnee. Go on!
L'incident est
clos.
Het incident
is gesloten.
De voorzitter: Vraag nr. 56016812C van de heer De Smet wordt geschrapt, want hij is afwezig.
08.01 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, régulièrement je vous interroge sur les
investissements au sein du Musée royal de l'armée et la programmation de
celui-ci ainsi que du War Heritage Institute pour mettre en valeur leurs
collections, expertises et les valeurs de paix à l'heure de la montée des
extrêmes. J'ai été heureux d'apprendre que les quatre Institutions muséales
installées au Cinquantenaire – Autoworld, Institut royal du Patrimoine
artistique (IRPA), Musées royaux d'Art et d'Histoire (MRAH) et le WHI –
ont signé une déclaration d'intention visant à renforcer leur collaboration.
Les signataires, qui accueillent ensemble environ 500 000 visiteurs par
an, ont comme objectif de développer davantage le site en tant que pôle
culturel, scientifique et touristique de référence en Belgique et au-delà.
Monsieur le ministre, dans ce cadre, quelles
sont vos intentions concernant le Musée royal de l'armée? Pouvez-vous me faire
le point sur les effectifs de celui-ci ainsi que les entrées enregistrées en
2025 et 2026 (au 1er juin) et vos espoirs de voir ces chiffres augmenter
notamment chez les jeunes? Pouvez-vous me faire le point sur les travaux sur le
site du Cinquantenaire? Pouvez-vous me faire le point sur les expositions
temporaires à venir, les budgets qui y sont consacrés ainsi que sur les
préparatifs du Bicentenaire? Enfin, lorsque votre majorité a rejeté mon texte
visant à reconnaître le Fort de Huy comme Mémorial national, il m'a été argué
que vous viendriez avec un cadre légal global pour les sites de Mémoire. Où en
êtes-vous et avez-vous rencontré des acteurs dans ce cadre et si oui, lesquels?
Je vous remercie pour vos réponses.
08.02 Theo Francken, ministre: Le Musée royal de l'Armée s'inscrit dans la vision développée par le War Heritage Institute (WHI) et est défini dans la loi portant création de celui-ci. Le WHI emploie actuellement 190 agents relevant de différents statuts. Vu la rationalisation des effectifs entre les différents sites du WHI, il n'est pas possible de déterminer le nombre exact d'agents affectés exclusivement à un site, car la plupart d'entre eux ont des missions transversales au bénéfice de l'ensemble des sites de l'Institut.
Le Musée royal de l'Armée a accueilli 115 000 visiteurs en 2025 et 41 000 visiteurs au cours des cinq premiers mois en 2026. Les systèmes de comptage ne permettent pas de déterminer de manière fiable l'âge des visiteurs. Le WHI a toutefois orienté une partie de sa communication vers un public plus jeune. Il poursuit également l'organisation d'expositions itinérantes dans les écoles et continue d'accueillir des groupes scolaires dans le cadre de visites guidées.
En ce qui concerne les travaux sur les bâtiments du Musée royal de l'Armée, le remplacement de l'éclairage standard dans les bureaux et dans la halle aéronautique, ainsi que l'installation d'une salle climatisée destinée aux serveurs informatiques ont récemment été achevés. Le remplacement des canalisations d'eau dans la halle aéronautique et les sanitaires attenants, ainsi que la rénovation des conduites d'eau d'extinction et la mise en conformité des dévidoirs sont en cours de réalisation. L'étude préparatoire à la phase 3 de la restauration des façades est en phase finale. Sa réalisation devrait avoir lieu en 2027-2028.
08.03 Christophe Lacroix (PS): Je remercie monsieur le ministre pour les éléments de réponse qu'il a bien voulu m'apporter. Cependant, je reste sur ma faim en ce sens qu'il n'a pas abordé le volet de ma question relatif à la définition d'un cadre légal pour obtenir un statut pour les sites de mémoire dans le pays. C'est à la suite d’une résolution que j'avais portée pour le fort de Huy, qui est un mémorial de la Résistance. Il m'avait été répondu par la majorité que celle-ci travaillerait à la définition de critères pour permettre une reconnaissance à travers le pays des sites de la mémoire.
Je crois qu’il est très important aujourd'hui d'activer tout le réseau patrimonial autour de la mémoire citoyenne et de la mémoire de la Résistance, mais je vois qu'à ce stade, cela n'entre dans aucun projet malgré les déclarations de la majorité.
Je veux être très sincère avec le ministre: ce n'est pas le ministre qui avait pris cet engagement, c'était la majorité parlementaire qui avait fait obstacle à ma résolution, mais la majorité parlementaire ne vient toujours avec aucun élément, et je le regrette vivement.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56016821C van de heer Van den Heuvel wordt op zijn vraag uitgesteld.
09.01 Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Geachte meneer de minister, de
ministerraad van 29 mei 2026 gaat op uw voorstel akkoord met de plaatsing van
een overheidsopdracht betreffende de levering van artikelen voor militaire
uitrusting, ten gunste van Defensie.
Het betreft een nieuwe overheidsopdracht
van zes jaar voor de aankoop van uitrustingsartikelen die militairen
ondersteunen bij activiteiten in de buitenlucht. De opdracht, verdeeld in drie
percelen, zorgt voor een vlotte herbevoorrading van rekruten en de BeMilShop,
meer mogelijkheden voor herstellingen en een uitbreiding van het gamma, onder
meer voor koude en tropische omstandigheden.
Hierover stel ik u graag volgende vragen:
Welke militaire uitrustingen zullen er
precies worden aangekocht?
Kunt u toelichten hoe deze opdracht
inspeelt op de specifieke operationele noden van de Landcomponent, in het
bijzonder voor militairen die langdurig in buitenomstandigheden opereren?
In welke mate worden de opgedane
ervaringen van de Landcomponent in het verleden meegenomen bij het bepalen van
de functionele vereisten van de nieuwe uitrustingsartikelen?
Welke kwaliteitscriteria hanteert
Defensie om te garanderen dat de nieuwe artikelen duurzaam, herstelbaar en
geschikt zijn voor intensief gebruik in uiteenlopende terreinomstandigheden?
Kunt u toelichten welke types uitrusting
voorzien worden voor koude weersomstandigheden en jungle‑operaties? Hoe worden deze gespecialiseerde artikelen getest op
geschiktheid voor de realistische inzetprofielen van de Landcomponent?
Hoe zal deze opdracht ervoor zorgen dat
rekruten en eenheden sneller hun materiaal krijgen? Hoe werken de BeMilShop, de
logistieke diensten en de Landcomponent daarbij samen om alles vlot beschikbaar
te houden?
Hoe past deze meerjarige opdracht in de
moderniseringsplannen voor de Landcomponent, en hoe verhoudt het voorziene
budget zich tot de meerwaarde die Defensie hiermee wil bereiken?
Voorziet u nog soortgelijke aankopen in
het kader van de modernisering van Defensie?
Alvast bedankt voor uw antwoorden.
09.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Metsu, de ministerraad van 21 mei heeft ingestemd met de opstart van de aanbestedingsprocedure om een raamovereenkomst van zes jaar ter beschikking te stellen voor de levering van diverse militaire uitrusting.
Het betreft drie percelen. Het eerste perceel, outdoor equipment, omvat commerciële uitrusting en artikelen die verband houden met het buitenleven en het optreden te velde, en die eveneens op de civiele markt beschikbaar zijn. Het gaat onder meer om slaapzakken, kompassen, messen, eetgerei en EHBO-sets. Het tweede perceel, tactical equipment, omvat specifiek militair materieel voor tactische toepassingen of met camouflagevereisten, zoals tactische rugzakken, gevechtshandschoenen, basha's en individuele gecamoufleerde tenten. Het derde perceel, cold weather equipment, betreft gespecialiseerde uitrusting voor operaties in koude klimaten, zoals winterhandschoenen, tenten voor koude weersomstandigheden, sneeuwschoenen en plooibare ski’s. Het is bovendien mogelijk om bijkomende artikelen uit de catalogus op te nemen. De overeenkomst is flexibel en toekomstgericht.
Met het voorziene budget wordt het mogelijk gemaakt om jaarlijks meer dan 4.000 rekruten en 2.000 ontplooide militairen uit te rusten in diverse klimatologische omstandigheden.
Deze overheidsopdracht past in de moderniseringsplannen van Defensie, waarbij raamovereenkomsten van lange duur moeten zorgen voor flexibiliteit en schaalvoordelen, en waarbij wordt ingezet op duurzame, kwalitatieve en toekomstgerichte uitrusting.
Het is een lopende overheidsopdracht, de aanbesteding heeft nog niet plaatsgevonden. Het gaat om een zeer groot contract.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56017008C van de heer Boukili wordt uitgesteld.
10.01 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, hoera, het 1ste Bataljon Fuseliers is opgericht. Met de oprichting van een bataljon in naam zijn wij er echter nog niet om de territoriale reserve ook effectief volledig operationeel te krijgen. De oprichting van de territoriale reserve staat in het regeerakkoord en in de Strategische Visie. Ze is zelfs als voorwaarde opgenomen in het regeerakkoord om militairen op straat in te zetten voor de bewaking van onze kritieke infrastructuur.
Nood breekt wet. Wij doen dat momenteel niet met de territoriale reserve maar met onze reguliere militairen. Het is wat het is.
Mijn belangrijkste vraag, samenvattend en om een en ander wat te versnellen, is de volgende. Wanneer zullen wij kunnen rekenen op een territoriale reserve die groot genoeg is, zodat ze die opdrachten effectief kan uitvoeren en er niet langer een beroep hoeft te worden gedaan op militairen voor de collectieve defensie?
10.02 Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, ik sluit mij aan bij de vragen van collega Weydts.
Kunt u wel toelichten hoe de opleiding binnen het militaire dienstjaar precies opgebouwd wordt? Welke elementen in het bijzonder dragen bij aan de vorming van de nieuwe reservisten?
10.03 Minister Theo Francken: De territoriale reserve wordt stapsgewijs vanaf nul opgebouwd. De territoriale reserve is uitsluitend bedoeld voor inzet op het nationale grondgebied en zal een breed spectrum van territoriale opdracht uitvoeren, waaronder de beveiliging van gevoelige infrastructuur, de bescherming van transportassen, de ondersteuning bij crisissituaties en logistieke operaties en hulp aan de natie bij natuurrampen.
In de huidige planning van de Landmacht zullen vijf fuselierbataljons samen ongeveer 2.500 manschappen tellen. Die aantallen kunnen echter nog evolueren.
De uitrol gebeurt gefaseerd. Tegen maart 2027 wordt een initiële operationele capaciteit verwacht van 12 pelotons. De volledige operationele capaciteit wordt beoogd tegen 2030. De verdere opbouw zal niet volgens een strikt vooraf bepaalde timing verlopen, maar zal worden afgestemd op de lessen, trainingen, oefeningen en operaties op het nationale grondgebied, evenals op het succes van de instroom en de retentie tijdens het vrijwillige militaire dienstjaar, wat een van de grote levensaders van de territoriale reserve moet worden.
De sturing van de administratieve en logistieke ondersteuning en van de planningsondersteuning wordt vooral verzekerd door actief militair personeel. In de huidige conceptfase wordt uitgegaan van een verhouding van ongeveer 12 % actief personeel tegenover 88 % reservisten. Ook die verhouding kan worden aangepast.
Fuselierbataljons functioneren binnen bestaande structuren en zijn voor hun ondersteuning afhankelijk van onder meer het sustainment- en enablementregiment. De exacte bijkomende noden inzake infrastructuur en personeel bevinden zich nog in de studie- en ontwikkelingsfase en worden verder verfijnd naargelang de uitrol vordert. Op basis van de huidige planning blijven de noden beheersbaar.
Operaties vallen onder de ACOS Operations and Training. De samenwerking met civiele partners wordt afgestemd met het Crisiscentrum en de FOD Binnenlandse Zaken, afhankelijk van de opdracht.
Naast de fuselierbataljons spelen ook gespecialiseerde eenheden als de Movement Control Group en de Field Accommodation Unit een rol binnen het nationale kader. Ze werken eveneens aan de integratie van de reservisten in de werking. Het vrijwillige militaire dienstjaar vormt een belangrijke instroombron.
Men zal daar ook op trainen. De opleiding wordt verzorgd door instructeurs uit zowel het actief kader als de reserve. Het 11de geniebataljon in Burcht, het bataljon Jagers te Paard in Heverlee en het 4de bataljon Genie in Amay leveren een deel van het actief kader en van de instructeurs. Die eenheden leveren ook een deel van de administratieve en logistieke ondersteuning.
Voor de Marine en de Luchtmacht wordt de opleiding voor het vrijwillig militair dienstjaar respectievelijk in Brugge en Beauvechain gegeven. Daarna worden de deelnemers embedded in de eenheden van de Luchtmacht en de Marine. Tijdens het dienstjaar ligt de nadruk op vorming, discipline en groepscohesie.
Een belangrijke succesfactor is de aantrekkelijkheid van het dienstjaar. Daarom zullen we proberen om dat zo goed mogelijk te organiseren. Het vermogen om deelnemers na afloop van het dienstjaar te behouden als reservist of te laten instromen in het actief kader, is daarbij een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van de beoogde capaciteit van de territoriale reserve.
Ik wil wel duidelijk stellen dat het vrijwillig militair dienstjaar niet het enige instroomkanaal voor de territoriale reserve vormt. Alle burgers die voldoen aan de wettelijke en reglementaire voorwaarden, kunnen zich aanmelden om als reservist in de territoriale reserve te dienen. In de toekomst zullen ook daarvoor gerichte wervingscampagnes worden opgezet. Misschien kunnen wij ons ook kandidaat stellen.
10.04 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik stel de vraag uiteraard, omdat ik het maatschappelijk zeer belangrijk vind, maar ik ben ook persoonlijk echt geïnteresseerd om mij als reservist eventueel te heroriënteren naar de territoriale reserve. Als ik mijn diensten daarvoor ter beschikking kan stellen, dan zal ik dat heel graag doen.
10.05 Minister Theo Francken: Een burgemeester of schepen staat ten dienste van de bevolking. Of men een kakiuniform draagt of een kostuum, dat is eigenlijk een beetje hetzelfde.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: De vragen nr. 56017209C van de heer Van den Heuvel en nr. 56017366C van de heer Vander Elst zijn uitgesteld.
11.01 Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Geachte meneer de minister, op 22 juni
werd via officieel bericht bevestigd dat de ministerraad, op uw voorstel,
akkoord gaat met de aankoop van de voormalige RTT-site te Lessive in de
gemeente Rochefort. Deze verwerving past
binnen het Kwartierplan, dat voorziet in een uitbreiding van de militaire
oefenterreinen.
De site van 50 hectare wordt omgevormd
tot een militair trainingscentrum waarop technologie intensief zal worden
gebruikt, en waar ongeveer 400 militairen dagelijks zullen op oefenen.
Graag stel ik u hierover de volgende
vragen:
Vanaf wanneer verwacht u dat het
trainingscentrum in Lessive operationeel zal worden ingezet – al dan niet
gefaseerd?
Welke capaciteiten of trainingsmodules
zullen prioritair op de site worden uitgerold? Wellicht gebeurt dit in functie
van de noden van de Landcomponent?
Hoe draagt deze nieuwe infrastructuur bij
aan de modernisering van Defensie zoals voorzien in het Kwartierplan? Welke
concrete vooruitgang verwacht u op korte termijn?
Hoe zal de nieuwe trainingssite in
Lessive de dagelijkse opleiding en paraatheid van de Landcomponent versterken?
Welke specifieke technologie‑intensieve infrastructuur wordt er voorzien?
Welke voordelen ziet u voor de
Landcomponent doordat ongeveer 400 militairen dagelijks op één moderne site
kunnen trainen – bijvoorbeeld op het vlak van interoperabiliteit, veiligheid en
efficiëntie?
Hoe past deze investering in Lessive
binnen de bredere Europese samenwerking rond defensiecapaciteiten – en welke
specifieke meerwaarde ziet u voor de EU‑defensie‑inspanningen?
Alvast bedankt voor uw antwoorden.
11.02 Minister Theo Francken: Het militaire Kwartierplan, dat kadert binnen de Strategische Visie, voorzag in de mogelijkheid tot aankoop van de voormalige RTT-site van Lessive, een deelgemeente van de stad Rochefort, met als doel de site uit te bouwen tot een praktisch trainingscentrum dat onder andere over capaciteiten inzake virtual reality zal beschikken. Dat plan is goedgekeurd door de ministerraad, zoals u hebt kunnen lezen. Tegelijk kan het overleg met het lokaal bestuur en de andere betrokken actoren worden opgestart. We hebben al contact met de burgemeester en de diensten van de stad Rochefort. De burgemeester is al gecontacteerd en binnenkort zullen we ook met de diensten van de stad samenzitten.
De definitieve militaire aanwending van de
site moet evenwel nog nader worden bepaald, evenals de capaciteiten die er
zullen worden ondergebracht. Niettemin kan de site al op korte termijn worden
ingezet als trainingszone. Het is dan ook de intentie van Defensie om de site
in een eerste fase hoofdzakelijk aan te wenden als bijkomend oefenterrein,
gelet op de aanzienlijke mogelijkheden die ze biedt om onze paraatheid te
trainen. Het is dus een bijzonder interessant gebied om te trainen. Ook de gebouwen die er staan, zijn daarvoor
interessant.
Les zones boisées environnantes permettent le développement de techniques d'utilisation de drones.
Men zou daar ook heel goed met drones kunnen trainen, mijnheer Metsu.
We kunnen het terrein ook ter beschikking stellen van andere NAVO- of EU-partners.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
12.01 Koen Metsu (N-VA): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Geachte meneer de minister, via officiële
Defensiepublicatie van 15 juni l.l. vernamen we dat tijdens BEL EXTO, een
vier weken durende oefening in Leopoldsburg, de Landcomponent voor het eerst
haar nieuwe Scorpion‑capaciteiten
volledig samenbrengt op het terrein.
Tientallen Griffon-, CLV Falcon- en
Buffalo‑voertuigen
worden ingezet om de nieuwe digitale systemen, sensoren en procedures in één geïntegreerd
concept te testen. Volgens luitenant‑kolonel Dries Van der Avert, stafchef van de 1ste Brigade, vormt
deze oefening een echt “kantelmoment". Daar waar de transformatie
tot nu toe vooral bestond uit plannen, voorbereiden en studiewerk, wordt ze
hier voor het eerst concreet en operationeel toegepast.
Hierover stel ik u graag volgende vragen:
Op welke manier ondersteunt deze oefening
de versterking van de veiligheid en mobiliteit voor de betrokken eenheden?
Kunt u aangeven welke
infrastructuurprioriteiten voor de Landcomponent momenteel bovenaan staan, in
het licht van de Scorpion‑transformatie?
Hoe evalueert u het verloop van deze BEL
EXTO oefening?
Hoe draagt deze oefening bij aan de
operationele paraatheid en de verdere uitbouw van de Scorpion-capaciteiten
binnen de landcomponent?
Hoe wordt met deze oefening de mobiliteit
van de Landcomponent versterkt en de inzetbaarheid van Scorpion‑eenheden verhoogd, zowel nationaal als binnen NAVO en EU‑kader?
Alvast bedankt voor uw antwoorden
12.02 Minister Theo Francken: BEL EXTO staat voor Belgium Expérimentation Technico-Opérationnelle. Het betreft een technisch-operationele experimenteeroefening in het kader van de Scorpiontransformatie, waarbij nieuwe middelen, digitale systemen, procedures en tactische werkwijzen in realistische omstandigheden worden getest.
BEL EXTO 2026 had als doel voor het eerst een infanteriecompagnie en een beperkte bataljonscommandopost in een Belgische Scorpionconfiguratie te ontplooien, inclusief nieuwe communicatiesystemen zoals Synaps-radio’s en het CIS-informatiesysteem.
De oefening versterkt de veiligheid, onder meer omdat ze leidt tot een verbeterd common operational picture en een snellere informatieverwerking, met een verminderd risico op friendly fire.
De oefening kan als een succes worden beschouwd, aangezien de meeste vooropgestelde doelstellingen werden bereikt. Zo werden onder meer de principes van collaboratief gevecht binnen het Scorpionconcept gevalideerd. De gebruikers rapporteerden over het algemeen zeer goede prestaties van de ingezette systemen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
13.01 Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Volgens berichtgeving via het
Belga-persagentschap van 16 juni ondersteunen recente contracten, die Belgische
defensiebedrijven op Eurosatory hebben afgesloten, rechtstreeks de officiële
Belgische defensiestrategie om industriële return te maximaliseren. Concreet
gaat het onder meer over de Franse bestelling van 5.000 FN Evolys‑machinegeweren.
De huidige federale regering, maar ook
het Rekenhof en Defensie bevestigen dat België inzet op industriële
partnerschappen en exportgroei. Dat kan een belangrijke economische boost
betekenen. De nieuwe deals van FN Herstal, Thales Belgium en Euromac vormen
daarvan een concreet en positief voorbeeld.
Hoe evalueert u zelf het belang van deze
Franse bestelling voor de verdere versterking van onze Belgische defensie‑industrie?
Het Rekenhof bevestigt dat dergelijke
contracten een grote economische meerwaarde kunnen opleveren. Kunt u aangeven
welke voordelen deze bestelling biedt voor de bredere Belgische industrie?
Welke evolutie verwacht u op het vlak van werkgelegenheid en productiecapaciteit
in België?
Ziet u concrete voordelen voor de
Belgische landmacht als een belangrijke partner zoals Frankrijk kiest voor
Belgische wapensystemen? Kunt u toelichten hoe deze bestelling de samenwerking
tussen de Belgische en Franse landmacht versterkt?
Hoe ziet u deze Franse bestelling binnen
de bredere Belgische strategie om onze defensie‑industrie structureel te versterken en industriële
return te maximaliseren?
13.02 Minister Theo Francken: De Franse bestelling van machinegeweren bij FN Herstal is niet alleen vanuit economisch oogpunt belangrijk, maar wijst ook op een bredere samenwerking die zich tussen onze beide naties manifesteert en hopelijk in de toekomst tot andere en bijkomende bestellingen bij economische operatoren mag leiden.
De betreffende machinegeweren worden in België geproduceerd, wat uiteraard rechtstreekse economische toegevoegde waarde creëert. Daarnaast mag ook de onrechtstreekse impact van een dergelijke bestelling niet worden onderschat. De Franse militairen zullen onze wapens immers gebruiken en er de militair-operationele meerwaarde van kunnen ervaren, hetgeen bij tevredenheid enigszins nog groeipotentieel biedt voor eventuele bijkomende bestellingen. Dat is op zich ook heel goed. Ook de munitie voor die wapens wordt door FN Herstal geproduceerd. De economische meerwaarde is dus zeer hoog.
De productie van de wapens, de munitie en de wisselstukken vertegenwoordigt een equivalent dat op 100 voltijdsequivalenten per jaar wordt geraamd. Dat is zeer aanzienlijk. FN Herstal is heel sterk aan het boomen. Het bedrijf is voor 100 % Waalse eigendom. Het is jammer dat we in Vlaanderen geen vergelijkbaar bedrijf hebben, want dat is wel interessant.
Gelet op de al intensieve samenwerking tussen beide landmachten wat CaMo betreft, kan een dergelijke bestelling alleen maar worden toegejuicht. Beide naties zijn overeengekomen om bestellingen bij elkaars defensie-industrie op te volgen volgens het global balance-principe en daarover op structurele en regelmatige basis overleg te plegen, om eventueel bij te sturen waar nodig.
Zoals ik zei in de vergadering samen met de premier eerder vanmiddag, heb ik nogal stevig op mijn strepen gestaan, wat de compensaties voor CaMo betreft. Dit is een heel mooie compensatie. Er zijn er nog een aantal en er komen er nog een paar aan, maar ik ben zeer tevreden dat we dat contract hebben binnengehaald. Ik heb daar achter de schermen heel hard voor gelobbyd, geloof me. Ik doe dat constant. Er wordt dan gevraagd of dat allemaal wel mag. Sorry, maar als ik het niet doe… Bovendien, iedereen doet het. Men moet dus ook een beetje pragmatisch en realistisch zijn. Het is een heel mooi contract vanuit Frankrijk bij onze FN Herstal. Ik ben daar zeer tevreden mee.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
14.01 Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Geachte meneer de minister, de
ministerraad van 5 juni heeft, op uw voorstel, ingestemd met een
overheidsopdracht voor Defensie, meer specifiek voor de aankoop en het
onderhoud van datadiodes.
Dat zijn beveiligingsonderdelen die
worden ingezet voor hoogbeveiligde omgevingen zoals de ADIV‑netwerken en geclassificeerde Defensiesystemen. Ze spelen een
cruciale rol in kritieke militaire en inlichtingeninfrastructuur. Dat komt
omdat ze voorkomen dat externe netwerken toegang krijgen tot interne en
geclassificeerde systemen. In de praktijk is het een van de meest robuuste en
betrouwbare vormen van cyberbeveiliging die vandaag beschikbaar zijn.
Hierover stel ik u graag volgende vragen:
1. Hoe zullen deze datadiodes de
bescherming van onze militaire en geclassificeerde netwerken concreet
verbeteren?
2. Welke onderdelen van Defensie zullen
als eerste voordeel halen uit deze nieuwe beveiligingscomponenten?
3. Hoe sluit deze investering aan bij de
bredere cyberstrategie die u voor Defensie uitrolt?
4. Welke voordelen biedt deze meerjarige
overeenkomst als het gaat over de continuïteit en betrouwbaarheid van onze
beveiliging?
5. Op welke manier helpt deze investering
België om te voldoen aan de geldende NAVO‑normen op vlak van netwerkbeveiliging?
6. Zal deze versterkte netwerkbeveiliging
ook de informatie‑uitwisseling
met NAVO‑partners
veiliger maken?
7. Hoe zal Defensie opmeten of deze
datadiodes al dan niet de gewenste veiligheidswinst opleveren in de praktijk?
Alvast bedankt voor uw antwoorden.
14.02 Minister Theo Francken: De aankoop van datadiodes zal de bescherming van onze militairen en geclassificeerde netwerken op een zeer concrete manier versterken. Die systemen laten enkel eenrichtingsverkeer van data toe, waardoor externe netwerken geen enkele toegang meer kunnen krijgen tot interne en gevoelige systemen. Het maakt ze tot een van de meest robuuste beveiligingsoplossingen die vandaag beschikbaar zijn en beperkt het risico op data-exfiltratie en datalekken aanzienlijk.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
15.01 Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Geachte meneer de minister, op 20 juni
ging de ministerraad akkoord met uw voorstel voor het plaatsen van een
overheidsopdracht voor de uitbesteding van geavanceerde opleidingen en
certificeringen op digitaal gebied ten behoeve van het cyber Command van
Defensie.
De Landcomponent wordt voortaan
structureel ondersteund door beter opgeleid cyberpersoneel, veiligere digitale
systemen en een sterkere integratie met het Cyber Command. Dit versterkt zowel
de operationele paraatheid van de brigades als de Belgische bijdrage aan EU‑defensie.
Moderne landoperaties steunen immers in
toenemende mate op digitale commandovoering, sensoren, communicatie en
netwerkgebaseerde systemen. Door deze investering krijgt Defensie toegang tot
gespecialiseerde cyberexpertise die noodzakelijk is om de digitale weerbaarheid
van de Landcomponent te versterken. Dit omvat onder meer het veilig inzetten
van nieuwe C2‑systemen
binnen de Scorpion‑transformatie
en het kunnen reageren op cyberdreigingen tijdens operaties. Tegelijk sluit
deze opdracht aan bij de Europese prioriteiten rond cyberdefensie en
strategische autonomie, waardoor België zijn bijdrage aan EU‑initiatieven en gezamenlijke operaties verder kan versterken.
Graag stel ik u hierover de volgende
vragen:
1. Welke rol ziet u voor België binnen
toekomstige EU‑oefeningen
of EU‑missies op
het vlak van cyberdefensie – en hoe sluit deze overheidsopdracht daarop
aan?
2. Hoe worden deze opleidingen afgestemd
op de specifieke noden van de brigades binnen de Landcomponent?
3. Worden de nieuwe cybercompetenties
geïntegreerd in de opleidingstrajecten van rekruten en onderofficieren van de
volledige Landcomponent?
4. Welke voordelen ziet u van deze
certificeringen voor de 'dagelijkse werking' van onze eenheden door deze
cyberopleidingen?
5. Kunnen de brigades rekenen op
praktische trainingen die meteen inzetbaar zijn op het terrein?
6. Hoe versterkt deze opdracht de
interoperabiliteit met onze Europese partners op het niveau van de brigades?
7. Welke eerste verbeteringen verwacht u
al op korte termijn voor de Landcomponent, als gevolg van deze opleidingen?
Alvast bedankt voor uw antwoorden.
15.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Metsu, de Cybermacht staat in voor de paraatstelling van al het cyberspacepersoneel in Defensie, ongeacht of het tewerkgesteld is binnen de Cybermacht, en voor de bescherming van alle personeel van Defensie in cyberspace door middel van onder andere vormingen. Het volledige pakket van cybervormingen omvat externe vormingen met partners of bedrijven, en interne vormingen via mobiele trainingsteams en de vormingsinstelling van Defensie.
De overheidsopdracht waarvan sprake maakt daar deel van uit. Het contract heeft tot doel om hoofdzakelijk hooggespecialiseerde opleidingen aan te bieden aan cyberspacepersoneel dat voornamelijk maar niet exclusief werkzaam is binnen de Cybermacht. De Cybermacht neemt actief deel aan het PESCO-project EU Cyber Rapid Response Team en stuurt punctueel personeel naar internationale NAVO- en EU-oefeningen.
Naarmate de Cybermacht verder groeit zal het aandeel van de Belgische deelname toenemen binnen die oefeningen en missies. Deze overheidsopdracht staat hierbij garant voor het opbouwen en borgen van gespecialiseerde kennis die vereist is om een bijdrage te kunnen leveren aan de hoogtechnologische vereisten van dergelijke missies en oefeningen.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
16.01 Luc Frank (Les Engagés): Monsieur le président, je renvoie au texte de ma question déposée.
Monsieur le ministre, la récente vague de
chaleur a démontré une fois de plus que le changement climatique n'est pas une
lubie de quelques scientifiques en mal de notoriété. Au contraire, le
renouvellement régulier de ces épisodes en sont un signe révélateur et
inquiétant.
Ce changement climatique a des conséquences
en matière de sécurité comme la hausse du niveau des mers, l'ouverture de
nouvelles routes maritimes, des catastrophes humanitaires, la pénurie des
ressources alimentaires ou aquifères, l'extension géographique de certaines
maladies, la dégradation des infrastructures Toutes peuvent conduire également
à des déplacements incontrôlés de populations.
La situation sécuritaire dramatique dans le
Sahel ou celle du Soudan sont certainement aussi liées aux conséquences des
évolutions climatiques dans ces régions.
L'OTAN et l'Union européenne en tiennent
d'ailleurs compte dans leurs travaux.
Au niveau Belge, le changement climatique
fait partie des risques et menaces envisagés par la récente stratégie de
sécurité nationale. Personnellement, je regrette qu'il n'ait pas été mis plus
en avant car son impact à long terme sera très important. La nécessité de faire
face à cette menace est tout aussi grande que celles liées à l'agression russe
ou le désengagement américain.
La Défense elle-même tient compte de la
protection de l'environnement dans sa politique d'infrastructure. Elle tente
aussi de les adapter au changement climatique. De même, elle a étudié les
conséquences que ce changement pourrait avoir sur la conduite des opérations.
Monsieur le ministre :
Quelles conséquences le changement
climatique ou les épisodes climatiques extrêmes ont-ils sur l'opérationnalité
de la Défense?
Quelles sont les mesures adoptées par la
Défense pour faire face au changement climatique?
Quelles nouvelles initiatives avez-vous
lancé ou envisagez-vous de lancer dans ce domaine?
Je vous remercie.
16.02 Theo Francken, ministre: Les changements climatiques font partie des tendances structurelles qui influencent l'environnement de sécurité actuel. Ils amplifient les vulnérabilités existantes et peuvent contribuer à l'augmentation des tensions, des mouvements migratoires et à l'instabilité des conflits.
Cette analyse rejoint celle de la vision stratégique 2025, qui relève que les changements climatiques peuvent exacerber les tensions sociales et politiques et créer un terrain propice à l'instabilité, à la radicalisation et aux mouvements migratoires incontrôlés.
Ik heb dat trouwens vorige week nog gemerkt.
Au niveau stratégique, ils influencent l'environnement de sécurité dans lequel la Défense exécute ses missions. Au niveau opérationnel et tactique, les phénomènes météorologiques tels les vagues de chaleur, les sécheresses, les inondations peuvent avoir un impact sur le personnel, les infrastructures, le matériel, l'entraînement et les opérations.
La Défense dispose d'une stratégie climatique, dont la mise en œuvre se poursuit de manière progressive. Un principe central guide cette démarche: garantir l'opérationnalité des forces armées et la sécurité du personnel.
Les mesures mises en œuvre visent à mieux comprendre l'impact du changement climatique sur l'environnement, la sécurité, les missions de la Défense et les opérations militaires; renforcer la résilience des infrastructures, de la logistique, du matériel, du personnel; intégrer les aspects liés au climat dans la planification, la formation, l'entraînement, le développement des capacités; renforcer la sécurité énergétique et l'autonomie opérationnelle des unités, notamment en étudiant et en testant des solutions énergétiques innovantes, qui contribuent à l'efficacité opérationnelle et à la résilience des forces armées.
Hulp aan de natie is geen gedimensioneerde opdracht voor Defensie. Defensie ontwikkelt haar capaciteiten in de eerste plaats voor haar militaire kerntaken. Zoals vermeld werd in de Strategische Visie, biedt Defensie ondersteuning aan diensten die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de bevolking. De steun kan worden geleverd wanneer de civiele middelen ontoereikend zijn of wanneer bepaalde unieke capaciteiten van Defensie onontbeerlijk zijn.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
17.01 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le président, je renvoie au texte de ma question déposée.
Monsieur le ministre, alors que le
thermomètre explose, que les Belges suffoquent et que la chaleur frappe
d'autant plus durement les personnes plus fragiles, le Centre de crise national
dit aux Belges de boire de l'eau ou, dans votre cas, une Stella dans sa
piscine.
Pourtant, face aux conséquences du
dérèglement climatique, les autorités publiques ont le devoir d'agir. Les
communes ont, une nouvelle fois, dû pallier l'absence du Fédéral. Alors que
plusieurs provinces ont été durement touchées par les chaleurs et les
intempéries qui s'en sont suivies ce week-end, vous avez préféré avec le
Premier ministre aller au méga concert à la gloire de l'administration Trump.
Pourtant votre gouvernement a de nombreux
leviers et évidemment la Défense doit répondre présente comme elle l'a fait
notamment durant la crise sanitaire face à la COVID 19 par exemple dans les
maisons de repos.
Monsieur le ministre, via la composante
médicale, l'hôpital royal militaire, la compagnie PROTER et l'ensemble des
moyens duaux de notre armée, quelles mesures ont été prises en appui aux
autorités civiles? Une communication proactive en ce sens a-t-elle été faite par
exemple en appui au secteur hospitalier ou des gouverneurs? Pourquoi ne pas
avoir, par exemple, ouvert gratuitement les salles fraîches du Musée royal de
l'armée ou de certains quartiers militaires durant les heures les plus chaudes?
Quelles mesures ont été prises pour les militaires déployés sur le territoire
national? Plus structurellement, quelles mesures comptez-vous prendre pour
renforcer les missions d'aide à la nation lors de tels épisodes caniculaires et
des catastrophes naturelles mais aussi pour que la Défense contribue à limiter
ce réchauffement climatique via des mesures de durabilité?
Cependant, cet appui ne se matérialise que lorsque les ressources civiles sont insuffisantes ou lorsque certaines capacités spécifiques de la Défense sont indispensables. La Défense n'a pas vocation à se substituer aux services de secours, aux autorités civiles compétentes et n'intervient donc pas comme First Responder, mais en appui des autorités civiles compétentes dans le respect des procédures et cadres de coordination. À l'heure actuelle, aucune demande n'a été introduite auprès de la Défense pour porter une assistance en l'espèce.
La Défense participera toutefois au groupe d'action interfédéral sur les phénomènes météorologiques extrêmes dirigé par mon collègue Crucke et qui, du reste, se réunit aujourd'hui pour la première fois, maintenant, à 16 h. Comme tout employeur, la Défense prend les mesures de prévention nécessaires pour préserver la santé et le bien-être du personnel, que celui-ci soit déployé en opération, engagé dans un exercice ou occupé dans un régime de travail normal au sein d'un quartier.
La loi sur le bien-être au travail permet aux chefs de corps d'analyser l'impact des conditions thermiques extrêmes sur le travail et de déterminer les mesures appropriées telles que des temps de pause accrus, un renforcement du télétravail, une ventilation naturelle ou artificielle, airco, ou encore la fourniture de boissons fraîches.
(Rires)
Par ailleurs, la Défense poursuit la mise en œuvre de sa stratégie climatique. Celle-ci vise notamment à permettre aux Forces armées belges de continuer à opérer de manière efficace et sûre dans un environnement subissant les changements climatiques, tout en faisant évoluer l'organisation de manière réaliste, en tenant compte des objectifs climatiques et énergétiques de la société.
Enfin, la Défense contribue à la mise en œuvre du Plan national énergie-climat, ainsi que du Plan fédéral de développement durable à travers le projet d'actions relevant de ses compétences.
Je voudrais ajouter un élément qui me semble très important. J'ai même accordé une interview à La DH à ce sujet. On m'a demandé quel était le rôle de la Défense. J'ai répondu que nous ne sommes pas les premiers intervenants civils, mais que, lorsque la Défense est sollicitée, elle répond toujours présente, comme elle l'a fait il n'y a pas si longtemps. Dat is trouwens nog niet zo lang geleden.
À cet égard, Le premier hélicoptère est arrivé la semaine dernière à Beauvechain. Nous allons acheter des Bambi Buckets, des réservoirs d'eau pour lutter contre les feux de forêt, parce que nous disposons de peu de capacités en ce domaine. Vous avez posé des questions à ce propos, ainsi que M. Courard, Ce sera une très bonne chose, et je pense qu'ils devraient nous parvenir assez vite.
17.03 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie.
Je sais que, pour une boisson fraîche, il n'y a aucun problème avec vous: vous êtes toujours le premier à inviter. C'est votre sens de la convivialité, sur lequel je ne me prononcerai pas. Je suis un peu de la même opinion que vous lorsqu'il s'agit, dans d'autres circonstances, de boire une bonne bière ensemble.
Vous replacez le contexte de la Défense comme étant un partenaire essentiel au service de la protection de la Nation, y compris à l'occasion de crises climatiques. Votre département l'a montré lorsqu'il y a eu de graves inondations en Wallonie – dans un tout autre contexte. Pour avoir été bourgmestre d'une commune sinistrée, je peux dire à quel point l'aide de la Défense a été fondamentale, notamment en termes d'évacuations de personnes menacées et d'appui aux services des pompiers et de la Protection civile, ainsi que de la police.
Je crois en effet que vous n'en avez pas encore fini avec le réchauffement climatique et tout ce que cela peut générer en matière de politique migratoire, mais également chez nous.
Je vous remercie également de vous être soucié du bien-être du personnel, parce qu'il est clair que, dans de telles conditions, certaines fonctions devaient être particulièrement difficiles à gérer.
Le seul reproche que je peux faire ne s'adresse ni à vous ni à ce gouvernement. Malheureusement, et vous le dites vous-même, c'est la Défense qui devra se charger d'acheter du matériel pour lutter contre les feux de forêt, alors qu'auparavant la Protection civile en était responsable et le faisait très bien. Or la réforme de la Protection civile a fait qu'aujourd'hui il n'y a plus que deux casernes en Belgique. De plus, les services de secours ne disposent pas des équipements nécessaires et n'ont pas toujours reçu la formation adéquate pour pallier cette carence des services de la Protection civile.
Je vous remercie beaucoup.
17.04 Theo Francken, ministre: Les cinq Bambi Buckets sont déjà là. Il s'agit maintenant de former les pilotes pour qu'ils sachent les manipuler. En raison de leur poids, leur utilisation n'est pas simple pour les pilotes d'hélicoptère et nécessite une formation supplémentaire. L'arrivée de ces dispositifs constitue un point particulièrement positif.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Collega’s, we moeten de vergadering hier afsluiten, want de minister heeft andere verplichtingen.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.58 uur.
La réunion publique de commission est levée à 16 h 58.