Commissie voor Landsverdediging

Commission de la Défense nationale

 

van

 

Woensdag 1 juli 2026

 

Voormiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 1 juillet 2026

 

Matin

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.14 uur en voorgezeten door de heer Peter Buysrogge.

La réunion publique de commission est ouverte à 10 h 14 et présidée par M. Peter Buysrogge.

 

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

 

De voorzitter: Goedemorgen collega's, ik open de vergadering, ik heet iedereen van harte welkom. Vandaag hebben we een drukke dag, met in de voormiddag een actualiteitsdebat en een reeks mondelinge vragen. Om 14.00 uur vergaderen we samen met de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen over de NAVO-top. Na die gemeenschappelijke vergadering zetten we de vragensessie voort, in de hoop om een grote reeks vragen te kunnen afhandelen.

 

We starten met het actualiteitsdebat.

 

01 Actualiteitsdebat over de stopzetting van het FCAS-programma en toegevoegde vragen van

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het einde van het SCAF/FCAS-programma" (56016778C)

- Kjell Vander Elst aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De stopzetting van het FCAS-programma" (56016797C)

- François De Smet aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het FCAS-programma" (56016851C)

- Koen Van den Heuvel aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De stopzetting van het FCAS-programma" (56016916C)

- Kristien Verbelen aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De gevolgen van het failliet van het Frans-Duitse FCAS-programma voor de EU-defensiesamenwerking" (56017591C)

- Stéphane Lasseaux aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De Belgische strategie na de stopzetting van het FCAS-programma" (56017593C)

01 Débat d'actualité sur l'arrêt du programme SCAF et questions jointes de

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La fin du programme SCAF/FCAS" (56016778C)

- Kjell Vander Elst à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'arrêt du programme SCAF" (56016797C)

- François De Smet à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le programme SCAF" (56016851C)

- Koen Van den Heuvel à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'arrêt du programme SCAF" (56016916C)

- Kristien Verbelen à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Les conséquences de l'échec du projet franco-allemand SCAF sur la coopération UE en matière de défense" (56017591C)

- Stéphane Lasseaux à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La stratégie de la Belgique après la fin du programme SCAF" (56017593C)

 

De voorzitter: Collega Vander Elst is voor de hele vergadering verontschuldigd.

 

01.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, we houden vandaag een actualiteitsdebat over het FCAS-programma, maar wat we zien, is eigenlijk de kroniek van een aangekondigde begrafenis. Ik heb daarover ondertussen al vier of vijf keer vragen gesteld, net als vele andere collega's. Er hangen dan ook al een hele tijd donkere wolken boven het programma. Het is echter een belangrijk programma. Het had een toonbeeld moeten zijn van Europese samenwerking, zowel op het vlak van defensie als op het vlak van de defensie-industrie. Het had een toonbeeld moeten zijn van de manier waarop we in Europa werken aan onze strategische autonomie, zodat we een Europese fighter jet van de zesde generatie zouden kunnen ontwikkelen, na die van de vijfde generatie waaraan we nu werken en die stilaan operationeel wordt.

 

Die fighter jet van de zesde generatie was natuurlijk meer dan alleen een fighter jet. Het project had betrekking op de integratie van heel wat wapensystemen en was ook in die zin bijzonder belangrijk.

 

Nu is heel duidelijk dat de nationale belangen de bovenhand halen, wat zeer te betreuren is. Ik wil geen steen werpen naar het ene of het andere land, maar het is toch wel duidelijk dat de vrij forse communicatie vanuit Parijs er mee voor heeft gezorgd dat dit project nu dood is. Ik denk dat we dat vandaag wel zo sterk kunnen stellen.

 

In principe loopt er ook nog een alternatief, namelijk het project GCAP/Tempest. Dat alternatief wordt uitgewerkt door Italië, het Verenigd Koninkrijk en Japan.

 

Mijnheer de minister, wat is de houding van België, nu we weten dat het FCAS dood en begraven is? Hoe zullen we ons heroriënteren? Welke keuzes zullen we maken? Ook in de Strategische Visie wordt immers gesproken over het feit dat we willen meestappen in de ontwikkelingsfase. Hoe ziet u dat? Wat brengt de toekomst?

 

01.02  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, la France et l’Allemagne ont renoncé au programme bilatéral SCAF (Système de combat aérien du futur) dans sa configuration actuelle. Ce n’est pas une bonne nouvelle et c’est même assez désespérant, tant pour la construction européenne que pour la défense européenne. Rappelons que le programme SCAF, lancé en 2017 et rejoint par l’Espagne en 2019, visait le développement d’un avion de combat de sixième génération à l’horizon 2040. Même si je suis l’un des premiers à critiquer l'achat “cher et vilain” des F-35, il faut reconnaître que l’absence d’un projet européen unique n'aide pas les pays européens à se détacher du grand frère américain dans ses choix industriels. En réaction à cette situation, vous avez appelé à regrouper les efforts européens autour d’un programme aérien unifié. En ce sens, vous avez défendu publiquement le concept de zone "Schengen militaire" et confirmé la modernisation de la base navale de Zeebruges.

 

Monsieur le ministre, quel est l’état exact des négociations autour du programme SCAF? Quelle est la position officielle de la Belgique quant à une architecture européenne unifiée en matière de combat aérien? Comment cette position s’articule-t-elle avec l’engagement déjà pris en faveur des F‑35? Que recouvre concrètement le concept de zone "Schengen militaire" que vous avez défendu? Quelle serait la base juridique européenne de ce projet? Quelles en seraient les implications pour les obligations de la Belgique au sein de l’OTAN? Enfin, la modernisation de la base navale de Zeebruges s’inscrit-elle dans ce cadre stratégique européen? Dans l’affirmative, quel en est le coût estimé et quel est le mode de financement envisagé?

 

01.03  Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, mijn vraag loopt grotendeels gelijk met die van de twee vorige sprekers. Ik zal niet alles herhalen, want ik kan me aansluiten bij wat zij duidelijk hebben gesteld.

 

Het is geen goed nieuws voor wie pleit voor Europese strategische autonomie en meer Europese samenwerking, zeker wanneer de twee belangrijkste landen binnen de Europese Unie voor een dergelijk strategisch project niet tot een akkoord kunnen komen en hun nationale belangen niet kunnen overstijgen.

 

Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar de impact van het mislukken van het FCAS-project? Hoe kunnen we er als middelgroot land in de toekomst toe bijdragen dat dergelijke strategische projecten meer kans op slagen hebben?

 

U hebt op 10 december in de commissie gezegd dat als het project zou mislukken, de opties zouden worden bekeken. Bent u daarmee volop bezig en wat zijn de mogelijke alternatieven?

 

Daarnaast is er het alternatieve GCAP van het Verenigd Koninkrijk, Italië en Japan. Hoe staat u daartegenover? Heeft ons land interesse om daarin een grotere rol te spelen?

 

01.04  Kristien Verbelen (VB): Het FCAS-programma moest uitgroeien tot hét Europese gevechtsvliegtuig van de zesde generatie. Jarenlang werd het voorgesteld als een belangrijke stap naar meer Europese strategische autonomie en meer samenwerking binnen de Europese defensie-industrie. De berichten dat de ontwikkeling van het gevechtsvliegtuig binnen dat programma wordt stopgezet, zijn dan ook bijzonder ernstig. Een project dat symbool moest staan voor Europese samenwerking dreigt te stranden omdat de meningsverschillen tussen de betrokken landen en industrieën zwaarder doorwegen dan de wil om samen te werken.

 

Voor ons land is dat bijzonder relevant. In de Strategische Visie werd al verwezen naar de ambitie om een volwaardige partner van dat programma te worden. Er werd ook budget voorzien voor de ontwikkelingsfase. Het vormde dus een belangrijke bouwsteen van het beleid met betrekking tot toekomstige luchtmachtcapaciteiten en industriële participatie.

 

Daar wringt het schoentje. Ons land zegt namelijk dat we meer Europese strategische autonomie willen, maar tegelijk worden we met de F-35 sterk gebonden aan Amerikaanse technologie. Nu een belangrijk Europees traject wegvalt of op zijn minst ernstig verzwakt, moeten we weten welke richting we zullen uitgaan.

 

Mijnheer de minister, hoe beoordeelt u de impact van die stopzetting op de Europese defensiesamenwerking en op de positie van ons land daarin? Wat betekent dat voor de ambitie om deel te nemen aan het FCAS en voor het budget dat daarvoor werd voorzien?

 

Worden er ook alternatieven onderzocht? Ik denk bijvoorbeeld aan het GCAP of een andere gerichte samenwerking tussen Europese partners, zodat wij onze technologische soevereiniteit en industriële participatie nog kunnen verzekeren.

 

Hoe zult u vermijden dat onze bedrijven opnieuw achteraan in de rij moeten staan wanneer de grote defensiecontracten worden verdeeld?

 

01.05  Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, nous en discutions lors d'une précédente réunion de commission, mais maintenant c'est officiel: le programme Système de Combat aérien du Futur (SCAF) est mort dans sa version imaginée au départ. Tel que l'a dit notre premier ministre le 9 juin dernier: "C'est de la pure stupidité".

 

Pour le moment, nous ne savons pas trop ce qui pourra être sauvé de ce programme. Peut-être le cloud de combat? Une partie des recherches? En tout cas, nous pouvons dire que les grands industriels européens ont sans doute raté une occasion.

 

Néanmoins, il faut maintenant se tourner vers l'avenir et voir comment la Belgique, avec ses industries aéronautiques et autres, peut participer au développement d'un système de combat aérien de sixième génération. En effet, nous parlons d'un système qui est bien plus vaste qu'un simple aéronef militaire.

 

Plusieurs possibilités sont envisageables, dont tenter de participer aux développements se produisant aux États-Unis. Nous savons que le programme du F-47 est très avancé, mais il n'est pas certain qu'il sera disponible à l'exportation. Donald Trump a un moment parlé d'un F-47 moins performant pour ses alliés. Nous savons aussi que cela ne favoriserait sans doute pas l'autonomie stratégique européenne.

 

Une autre possibilité serait de maintenir la coopération avec la France, qui semble se rapprocher de la Suède et pourrait développer un système ou simplement un avion de combat avec ce pays. Nous pourrions également rejoindre le programme concurrent du Global Combat Air Programme (GCAP) tournant autour du Tempest. Certains ont évoqué un rapprochement de l'Allemagne avec les États partenaires que sont le Royaume-Uni, l'Italie et le Japon.

 

Bref, monsieur le ministre, la situation est actuellement très fluide. La Belgique ne doit pas se précipiter et doit, dans un premier temps, garder toutes les portes ouvertes.

 

Quelles sont les conséquences financières pour la Belgique de l'arrêt du programme SCAF? Avez-vous déjà des informations sur ce qui pourra être sauvé dans ce programme?

 

Quels contacts avez-vous eus depuis l'annonce de la fin du programme avec les industriels belges concernés, d'une part, et avec les partenaires étrangers, d'autre part?

 

Quelle stratégie comptez-vous poursuivre pour positionner la Belgique dans le cadre des programmes dits de sixième génération?

 

01.06  Peter Buysrogge (N-VA): Collega's, ik wens aan te sluiten bij de mondelinge vragen. Met uw goedvinden doe ik dat van op de voorzittersstoel.

 

Mijnheer de minister, u weet nog heel goed dat we in de vorige legislatuur met de N-VA-fractie hebben aangedrongen op een degelijk onderzoek, als er een vliegtuig van de zesde generatie komt, om te bekijken welke keuze we het best kunnen maken, op een objectieve basis. Er was het Tempestprogramma, er was het FCAS-programma, en misschien waren er ook andere zaken. Om politieke redenen heeft uw voorgangster, toenmalig minister Dedonder, beslist om in te stappen in het Frans-Duitse project, wellicht ook op vraag van de Fransen.

 

We moeten vandaag vaststellen dat dit project, het SCAF-programma, volledig dood is.

 

België nam aan dat programma deel als waarnemer. Is het moment niet rijp om als waarnemer uit dat project te stappen?

 

Wat heeft het ons gekost tot hiertoe?

 

Wat zijn nu de vervolgstappen?

 

01.07 Minister Theo Francken: Collega's, we zitten vandaag de hele dag samen en ik hoop dat dat goed verloopt, zoals gewoonlijk.

 

In mijn antwoord op een gelijkaardige vraag in de commissie voor Landsverdediging, enkele weken geleden, sprak ik de hoop uit dat er tegen de start van de Internationale Lucht- en Ruimtevaartbeurs in Berlijn duidelijkheid zou komen. Dat is nu effectief gebeurd, want Duitsland gaf daar aan dat het de stekker uit dat programma wilde trekken, althans wat het luik gevechtsvliegtuig van de zesde generatie betreft. Frankrijk nam daar akte van.

 

La Belgique n'a toutefois pas encore été formellement informée de cette décision. À ce jour, notre pays n'a reçu aucune information officielle quant à l'état précis de la situation ni quant aux modalités envisagées par les pays partenaires.

 

We hebben wel zitting in een werkgroep, maar die is al heel lang niet meer samengekomen. Vandaar dat we vragen om de werkgroep opnieuw bijeen te roepen, zodat we een stand van zaken kunnen krijgen. Misschien weten de andere actoren het zelf nog niet of misschien pas sinds kort, aangezien de Duitsers op de defensiebeurs in Berlijn duidelijk hebben verklaard dat ze niet verdergaan met het jachtvliegtuig van de zesde generatie in het FCAS-programma.

 

Het feit is dat er vandaag geen andere Europese of trans-Atlantische flagshipontwikkelingsprogramma's voor een toekomstig gevechtsvliegtuig bestaan waaraan België op dit ogenblik kan deelnemen. Tegelijk is er veel speculatie over de verdere ambities van Duitsland. Er komen ook signalen dat het Brits-Italiaans-Japanse GCAP (Global Combat Air Programme) op termijn open zou kunnen staan voor bijkomende partners. Het gegeven dat de stichtende GCAP-landen tegen gigantische ontwikkelingskosten aankijken, is waarschijnlijk een motiverende factor om het programma voor anderen open te stellen. De ontwikkelingskosten van een gevechtsvliegtuig van de zesde generatie zijn bijzonder hoog. Daarom is het aangewezen zoveel mogelijk partners te zoeken om de kosten te delen en schaalvoordelen te realiseren via een grotere productie. Dat gold eveneens voor het FCAS-programma.

 

Comme indiqué précédemment, la Belgique reste, dans ce domaine, un fervent partisan de la coopération européenne, idéalement avec une dimension transatlantique.

 

La Défense suit dès lors de très près les développements futurs et déterminera la manière dont notre pays pourra se positionner au mieux afin de permettre à la base technologique et industrielle de défense belge de jouer un rôle significatif.

 

Op industrieel vlak blijft ons strategisch doel dan ook ongewijzigd, namelijk de Belgische defensiegerelateerde luchtvaartsector positioneren in de mondiale waardeketen van de volgende generatie luchtgevechtscapaciteit. Daartoe hanteren we een drievoudige strategie. Ten eerste willen we de Belgische defensiegerelateerde technologische en industriële basis (BDTIB) positioneren in grote internationale ontwikkelingsprogramma’s in dat domein. Ten tweede willen we waar nodig en mogelijk nationale O&O-projecten opzetten om sterke uitgangsposities te verwerven in dergelijke programma’s. Ten derde willen we ook Belgische ondernemingen positioneren in de toeleveringsketen van Tier 1-leveranciers en original equipment manufacturers.

 

Dans ce cadre, au cours des deux dernières années, la Belgique a participé en qualité d’observateur au programme SCAF.

 

En 2025, 15 projets de recherche et développement dans le domaine des technologies de Next Generation Combat Aircraft ont, en outre, été attribués pour un montant total de 60 millions d’euros. Plusieurs projets d’industrialisation ont été concrétisés.

 

L’inauguration récente de BeLightning dédiée à la production d’empennages horizontaux pour les F‑35 en constitue un exemple à la fois concret et significatif.

 

Die opening vond enkele weken geleden plaats in Charleroi.

 

Dans ce cadre, concernant l’affirmation selon laquelle le choix du F-35 saperait structurellement son intégration future à une plateforme européenne, laissez-moi vous citer Yves Delatte, président du groupe BeLightning et CEO de la Sonaca: "BeLightning est un investissement stratégique."

 

Les retombées liées au choix du F-35 permettent d’acquérir des compétences et des capacités industrielles uniques, leviers indispensables pour nos entreprises afin de leur permettre de s’inscrire dans le futur programme.

 

Le F-35 deviendra dans les prochaines années l’avion le plus utilisé en Europe et constituera l’épine dorsale de nombreuses forces aériennes européennes. Le système continuera à jouer un rôle de premier plan en Europe au cours des prochaines décennies et aux côtés de ces autres forces aériennes.

 

Avec cet avion, nous sommes bien placés pour développer l’interopérabilité avec les systèmes futurs.

 

De komende maanden zal onder leiding van de national armament director (NAD) en het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie worden onderzocht hoe we onze positie moeten herzien. Daarbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar de ontwikkeling van de Collaborative Combat Aircraft (CCA), een gevechtsdrone die ontworpen is om samen met een gevechtsvliegtuig te opereren. Buurlanden zoals Duitsland en Nederland, evenals andere F-35-gebruikers, zijn in dat verband bijzonder interessante partners, aangezien zij gelijkaardige systemen en ambities ontwikkelen. België heeft overigens eerder al aangegeven bijzondere aandacht te zullen besteden aan samenwerking rond CCA.

 

Met betrekking tot de budgettaire middelen, het budget voor het FCAS-programma voor de periode 2026-2029 werd vastgelegd in overleg met de luchtvaartindustrie. Daarbij werd rekening gehouden met de Defence, Industry and Research Strategy of DIRS-middelen, de evolutie van het FCAS-ontwikkelingsprogramma en de absorptiecapaciteit van de Belgische Defensie Technologische en Industriële Basis (BDTIB).

 

À la lumière de ces évaluations récentes et compte tenu de l'importance stratégique des CCA, la Défense évaluera dans quelle mesure les budgets prévus peuvent être réorientés vers des programmes concrets dans ce domaine. Une telle réaffectation devra contribuer au positionnement du secteur aéronautique belge dans ce domaine de haute technologie et tourné vers l'avenir, tout en répondant aux besoins opérationnels de la Défense.

 

Des premiers contacts avec l'industrie, il ressort d'ailleurs un très grand intérêt en ce qui concerne le CCA, d'autant plus qu'il sera sans doute possible d'y participer dès le début, vu l'état d'avancement actuel des programmes.

 

Defensie zal de ontwikkelingen dan ook uiterst nauwgezet blijven opvolgen, zowel wat de evolutie van een toekomstig gevechtsvliegtuig als de ontwikkeling van bijhorende drones betreft.

 

Concernant la question relative au concept de zone Schengen militaire, il convient de dire que ce concept désigne un ensemble cohérent de mesures visant à faciliter et à accélérer la circulation des forces armées en Europe, en transposant au domaine militaire la logique de libre circulation propre à l'espace Schengen.

 

Die debatten lopen dus nog.

 

Wat is de conclusie? We zitten natuurlijk in slechte papieren. Gelukkig zijn we alleen observator en hebben we er ook nog geen geld aan besteed. Er is wel een kleiner budget gebruikt voor BeLightning, in het kader waarvan enkele weken geleden in Charleroi een nieuw centrum werd geopend voor de productie van staartvlakken voor de F-35. Dat loopt goed en hierdoor konden we ook heel wat jobs creëren.

 

De werkgroep draait niet goed en komt ook bijna niet meer samen. We hebben daarin zitting, we vragen informatie, maar we krijgen die niet.

 

Nous n'avons pas reçu d'informations récentes. On peut lire les journaux.

 

We worden dus niet correct behandeld. Ik denk dat de toekomst vooral ligt in CCA, de onbemande capaciteiten die eventueel jachtvliegtuigen van de vijfde generatie zoals de F-35, kunnen begeleiden. Daar liggen heel wat ontwikkelingskansen. Daar is iedereen heel hard mee bezig. Dat kon men ook zien op BEDEX en op andere beurzen, zoals op Eurosatory twee weken geleden. Dat was daar echt wel het item.

 

Het lijkt ons verstandig om onze observatorrol als lid van het SCAF stop te zetten, want dat heeft op dit moment weinig meerwaarde. Integendeel, ik denk dat we de handen wat meer vrij zullen hebben om rond de CCA te werken, met eventueel een deel van de SCAF-middelen. Ik wil dus aan de regering voorstellen om formeel te laten weten dat we geen observator meer willen zijn in het SCAF-programma. Het is een project van de vorige regering en het opzet, het idee dat de volgende generatie fighter jets best Europese toestellen zouden zijn en om daar dan ook heel snel bij zijn en daarvan zoveel mogelijk economische, industriële en technologische return krijgen – ik zal niet alles van de vorige regering afbranden –, was prima. Ik meen zelfs dat we de vorige legislatuur een resolutie hebben goedgekeurd om ervoor te zorgen dat we van bij het begin in een ontwikkelingsproces zouden zitten. Dat was met het SCAF niet helemaal het geval. We waren observator, dus we zaten er niet helemaal in. We kunnen onze positie best herbekijken en wat vrijer zijn in onze rol.

 

Ik noteer de opmerkingen van een aantal collega's om echt voor Europese ontwikkeling te gaan. Ik heb begrepen uit mijn contacten van de afgelopen uren dat dat ook is wat een aantal collega's in de regering wensen. Dat is voor mij geen probleem, ik heb daar niks tegen. Sommige mensen zeggen de hele tijd dat ik de Amerika-express van de regering ben, dat ik voor 34 miljard euro in Amerika koop. Dat zijn pure leugens.

 

Il est incroyable que l'on continue à répéter ces mensonges en disant que j'achète tout américain. Ce n'est pas le cas.

 

Dat zijn pure leugens. Dat de PTB dat beweert, dat is begrijpelijk, want dat zijn extremisten. Dat ook de PS die bewering volhoudt, vind ik intellectueel bijzonder oneerlijk.

 

Hoe dan ook moeten we kijken naar een Europees verhaal rond CCA of andere opportuniteiten, ik denk aan het Britse programma. Observator blijven in een programma dat dood is, is toch niet echt wat we willen. Ik betreur dat wel, want dat geeft voeding aan de stelling van sommigen dat Europese defensiesamenwerking een lege doos is. Ik denk dat het iets genuanceerder is, ten bewijze het hogere aantal standhouders, plus 30 %, het hogere aantal bezoekers, plus 30 %, en het hogere aantal ondertekende contracten, plus ruim 30 % op Eurosatory, waar ik fantastische dingen heb gezien. Dat is bijna allemaal Europees. Het is dus niet omdat het SCAF-programma niets wordt, dat de Europese defensiesamenwerking dood is. Dat een prestigeproject als het SCAF slecht eindigt, bevestigt Amerikanen en al wie pro-Amerikaans is in hun stelling dat Europese defensie op niets trekt. Mijns inziens staat of valt Europese defensiesamenwerking niet met het voortbestaan van SCAF. Er zijn zoveel goeddraaiende projecten.

 

Il y a beaucoup de projets industriels de défense européenne qui sont très bons et qui se passent très bien. Il y a des discussions, mais c'est aussi le cas quand on collabore avec les Américains. C'est normal, car ce sont des budgets qui s'élèvent à des milliards d'euros.

 

Il est en effet dommage que ce projet prestigieux s'arrête, mais cela ne veut pas dire que l'évolution vers une collaboration industrielle européenne tombe. C'est n'importe quoi! La Belgique sera toujours un moteur pour la collaboration industrielle européenne en matière de défense. Et c'est l'American Express qui vous le dit!

 

Ik geef het maar mee. Het is een American Express die dat stelt, dus de visakaart, rechtstreeks uit Washington, rechtstreeks van het feestje in het Jubelpark.

 

01.08  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, niemand twijfelt daaraan.

 

Collega’s, ten eerste, het is goed dat nog geen middelen aan het project zijn besteed en dat geen geld verloren is gegaan. Mijnheer de voorzitter, dat is een eerste goede zaak.

 

Mijnheer de minister, een tweede goede zaak is dat wij inderdaad onze handen vrijhouden en bekijken wat een mogelijke andere positionering zou kunnen zijn. Ik heb gehoord dat u naar het GCAP kijkt, dat vandaag blijkbaar nog niet openstaat voor externe partners. Dat zou echter in de toekomst mogelijk wel het geval zijn. Dat is een goede zaak om verschillende redenen.

 

Ik voel ook wel een sentiment om op dat vlak samen te werken met de Britten. Het is naar mijn mening nog altijd heel erg jammer dat de Britten de Europese Unie hebben verlaten. Wij merken dat zij nu heel nadrukkelijk toenadering zoeken tot het continent om sterk samen te werken op defensievlak. We zien dat bijvoorbeeld bij de coalition of the willing als het gaat over de beveiliging van de Straat van Hormuz, waar zij heel duidelijk samen met Frankrijk de leiding nemen. Het is een goede zaak dat wij de Britten ook meer mee aan boord hebben in onze defensie-unie. Dat is een interessant aspect van het hele GCAP-verhaal.

 

Ook het feit dat u verder naar het CCA-verhaal kijkt, is positief. Hoe zal de fighter jet van de zesde generatie eruitzien? Zullen wij nog volledig met bemande systemen werken? Hoogstwaarschijnlijk zal dat niet gebeuren. Ik meen zelfs dat wij in afwachting van die zesde generatie met onze huidige F-35's evoluties zullen zien waarbij wij samen zullen opereren met onbemande systemen. Dat is zo goed als zeker. Het is dus ook goed dat in die richting wordt gekeken.

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, wat voor mij en voor ons ook absoluut van belang is, is dat wij er van bij het begin bij zijn. Als er een ontwikkeling komt van een nieuw project, moeten wij daar van bij het begin bij zijn. Wij mogen niet dezelfde fout maken als in het verleden destijds met de Joint Strike Fighter, die uiteindelijk geresulteerd heeft in de F-35. Toen wilden wij mordicus niet deelnemen aan de ontwikkeling, wat ervoor heeft gezorgd dat wij die later hadden en dat ze voor ons duurder werden. Die fout mogen wij niet meer maken. We moeten er dus van bij het begin bij zijn, zeker als het om een Europees toestel gaat.

 

01.09  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Vous avez été assez clair sur le fait que la Belgique a globalement été tenue à l'écart. En vous écoutant, je me demande tout de même ce qui n'a pas fonctionné dans le cadre du programme SCAF. Est-ce un manque de vision industrielle ou un manque de vision politique? Faut-il en conclure que les grandes puissances européennes, telles que la France, l'Allemagne, l'Italie ou le Royaume-Uni, n'ont pas encore pris la mesure de l'importance de bâtir une véritable autonomie européenne, tant sur le plan de la défense que de l'industrie? En tous cas, il s'agit d'une occasion manquée.

 

Il faut constater que personne ne souhaite prendre le lead politique sur cette question, ce que je regrette. Vous voulez vous joindre comme observateur du programme SCAF, ce que je comprends. À ce stade, cela nous offrira en effet davantage de liberté et de marge de manœuvre.

 

Je comprends aussi que vous restez ouvert à tout projet européen valable en la matière, d'autant que nous avons des cartes à jouer sur le plan de nos compétences techniques et industrielles en Wallonie, mais aussi ailleurs. Il faudrait sans doute qu'une initiative politique de haut niveau relance un mouvement. Il est peut-être temps que les petits pays cessent d'attendre que les grands pays bougent, car aujourd'hui ceux-ci me semblent paralysés, inertes et incapables de dépasser la vision de leurs intérêts à court terme. Je vous remercie.

 

01.10  Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik ben heel blij dat u op het einde van uw uiteenzetting hebt aangegeven dat u met deze regering een leidende rol in de Europese defensiesamenwerking wilt spelen. Ik denk dat dat een belangrijke uitspraak is, ondanks het eerder teleurstellende verloop van het FCAS-programma. Op termijn is dat volgens mij de enige of toch een belangrijke weg die we moeten bewandelen om aan onze strategische autonomie te kunnen blijven werken.

 

We weten allemaal dat de Europese samenwerking enigszins versnelt. Dit is niet alleen een prestigeproject in de nauwe betekenis van het woord, maar ook een belangrijk element in de luchtcapaciteit. Het inzetten van drones en allerlei nieuwe technologieën is zeer waardevol, maar dat gevechtsvliegtuig is toch wel de kers op de taart en de bekroning van het hele verhaal. Het is dan ook te betreuren dat dit zo is afgelopen.

 

Mijnheer de minister, ik kan alleen maar zeggen dat u moet blijven volharden en blijven geloven dat werken aan een Europese strategische autonomie alleen kan door een versterkte Europese samenwerking. Als middelgroot Europees land kunnen we een strategische rol spelen om de grotere landen – we weten allemaal om welke landen het gaat – hun nationalistischere trekjes te laten overstijgen.

 

01.11  Kristien Verbelen (VB): Dank u voor uw antwoord, minister. De bezorgdheid blijft natuurlijk. De situatie wordt opgevolgd. Er wordt gekeken naar alternatieven. Dat is nodig, maar dat zal niet volstaan. Het FCAS werd echt voorgesteld als een van de grote bouwstenen van de toekomstige Europese defensiearchitectuur. Als dat programma wegvalt, moet er snel duidelijkheid komen over de gevolgen voor ons land, voor onze industrie en voor de middelen waarin daarvoor voorzien was.

 

Het FCAS-programma is dood. Daar is nu duidelijkheid over gekomen, maar er wordt weinig richting gegeven. We moeten in de komende maanden kijken welke richting het uitgaat. Het wordt nauw opgevolgd. Ik vraag u hier snel klaarheid in te scheppen, niet in het algemeen, maar met concrete keuzes over welke richting ons land nu zal uitgaan.

 

01.12  Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, merci pour votre réponse. Il est clair que suite aux prises de position du président Trump et de l'Amérique, il était nécessaire d'avoir plus d'Europe, d'avoir une défense et une industrie de défense européennes fortes au sein de l'OTAN. Construire des coopérations, vous y travaillez de manière régulière.

 

Certes, la Belgique est petite mais vous pouvez aussi prendre l'initiative pour faire avancer des choses, ne pas attendre que les choses se passent et louper le fait de monter dans le train. J'ai encore pu le constater ce week-end d'ailleurs au Belgian Air Force Days à Florennes. Merci à vous.

 

Je retiens le fait que nous n'avons même pas été consultés, que nous n'avons même pas reçu d'informations de la part du programme SCAF ou, en tout cas, de ses deux coopérateurs principaux. Ce n'est pas normal parce que même si nous ne sommes qu'un petit pays simplement observateur, il faut informer les collaborateurs et les partenaires.

 

Pas de retrait d'argent, pas de dépense: vous l'avez annoncé, c'est une très bonne nouvelle, qui nous permettra de pouvoir développer d'autres programmes. N'hésitez pas à être à l'initiative pour cela, avec des partenaires fiables, qui ne voient pas uniquement leurs intérêts nationaux et qui voient plutôt une grande Europe demain au niveau de la défense.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La parole est à M. Courard pour sa question n° 56014501C sur la répartition linguistique au sein de la Défense nationale.

 

01.13  Philippe Courard (PS): Monsieur le président, ayant reçu la réponse écrite à la question, je ne souhaite pas la poser afin de nous faire gagner du temps.

 

Le président: Parfait!

 

02 Question de François De Smet à Frank Vandenbroucke (VPM Affaires sociales, Santé publique, chargé de la Lutte contre la pauvreté) sur "Le statut des ayants droit des victimes des attentats de Bruxelles du 22 mars 2016" (56014702C)

02 Vraag van François De Smet aan Frank Vandenbroucke (VEM Sociale Zaken, Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding) over "De status van rechthebbende voor de slachtoffers van de aanslagen in Brussel van 22 maart 2016" (56014702C)

 

02.01  François De Smet (DéFI): Monsieur le président, monsieur le ministre, c’est un aspect particulier du suivi des attentats de Bruxelles, dont nous avons récemment commémoré le 10e anniversaire. L’association Life for Brussels a demandé, lors de cet anniversaire, que le monde politique agisse mieux sur la recommandation de la commission Attentats concernant le statut des ayants droit, et plus particulièrement les enfants à charge.

 

Je cite l’association: "Le cadre actuel crée une discrimination insupportable. Alors que les victimes adultes bénéficient d'une pension à vie, les enfants ayant perdu un parent lors des attentats voient leur droit à réparation s'interrompre brutalement à l'âge de 18 ans. Cette limite arbitraire est une négation du traumatisme de l’orphelin. Alors que la France protège ses enfants à vie via le statut de pupille de la Nation, la Belgique impose une date d’expiration à la solidarité nationale dès l'âge de 18 ans. L'absence d'un parent est pourtant une peine perpétuelle. Nous demandons une révision immédiate de la loi pour garantir à ces enfants une protection durable, à l'image de celle accordée aux autres victimes, relative à la reconnaissance du statut de pupille de la Nation suite à des actes de terrorisme."

 

En ce qui me concerne, j’ai redéposé sous cette législature une proposition de résolution relative à la reconnaissance du statut de pupille de la Nation à la suite d'actes de terrorisme et de l’actualisation du statut d’orphelin de guerre.

 

Monsieur le ministre, le gouvernement a-t-il pour projet d’actualiser la législation sur le statut d’orphelin de guerre afin d’instaurer un statut de pupille de la Nation, d’une part, pour les enfants victimes d’actes de terrorisme commis en Belgique comme à l’étranger et, d’autre part, pour les enfants des victimes décédées ou blessées à la suite de tels actes?

 

Dans l’affirmative, pareil projet aura-t-il pour objectif d’assurer un soutien matériel et moral à charge de l’État au bénéfice des pupilles de la Nation jusqu’à l’âge de 21 ans ou, le cas échéant, jusqu’à la fin de leurs études? Je vous remercie.

 

02.02  Theo Francken, ministre: Monsieur De Smet, le cadre légal actuel prévoit déjà un statut de solidarité nationale pour les victimes d'actes de terrorisme, y compris les enfants en tant que victimes indirectes. Conformément à l'article 2, alinéa 5 de la loi du 18 juillet 2017, l'enfant à charge d'une victime directe décédée est reconnu comme ayant droit. À ce titre, il peut bénéficier d'une pension de dédommagement, d'indemnités, ainsi que du remboursement des soins médicaux et psychologiques liés à l'attentat.

 

La comparaison avec le statut d'orphelin de guerre ou avec le modèle français de pupille de la Nation n'est toutefois pas pertinente. Il n'existe pas de statut autonome d'orphelin: les droits découlent du statut de reconnaissance nationale du parent, selon un équilibre propre au législateur. Dès lors, une assimilation complète ou la création d'un nouveau statut ne s'impose pas et pourrait même créer un déséquilibre entre les différentes catégories de victimes.

 

Par ailleurs, une clarification de l'application de la loi est en préparation au sein du gouvernement, afin de garantir que les droits à la pension ne s'éteignent pas automatiquement à 18 ans, mais qu'ils restent liés à la situation au moment de l'attentat.

 

Enfin, sans remettre cet équilibre en cause, une réflexion pourra être envisagée quant à un remboursement ciblé de l'accompagnement, notamment en matière de soutien éducatif, en concertation avec les entités compétentes.

 

02.03  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

Je ne suis pas d'accord avec vous sur le manque de plus-value d'un statut de pupille de la Nation. En revanche, je salue la clarification de l'application de la loi pour éviter que les droits ne s'éteignent à 18 ans. Nous suivrons évidemment cela avec intérêt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Vraag van Koen Metsu aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De actuele cyberbeveiliging en de bescherming van onze infrastructuur" (56015488C)

03 Question de Koen Metsu à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La cybersécurité actuelle et la protection de nos infrastructures" (56015488C)

 

03.01  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, de oorlog in Oekraïne maakt duidelijk dat moderne conflicten zich niet langer alleen fysiek afspelen op terrein, maar ook in het cyber- en ruimtedomein.

 

Ik heb deze vraag ingediend in april, maar door omstandigheden kan ik ze nu pas stellen. Ik wil verwijzen naar mijn vraag zoals ingediend.

 

Geachte meneer de minister, de oorlog in Oekraïne maakt treffend duidelijk dat moderne conflicten zich niet langer enkel fysiek afspelen op het terrein, maar ook in het cyber- en ruimtedomein. In dat verband verschijnen er regelmatig berichten over  Russische activiteiten en door hen ingezette capaciteiten in dit cyberdomein, vaak onder het mom van hybride oorlogsvoering. Om die bedreigingen het hoofd te bieden, heeft Belgische Defensie een eigen structurele cybercapaciteit uitgebouwd. Naast technische beschermingsmaatregelen werd er ook talentontwikkeling opgezet, met ook heuse Cyber Defence Factories in Charleroi en Brugge. Multilateraal nemen we deel aan onder meer de Cyber Rapid Response Team-capaciteit. De verdere uitbouw van die robuuste capaciteiten zijn cruciaal in de huidige context en verdienen onze aandacht.

 

Daarom aan u de volgende vragen:

 

Hoe evalueert u de bestaande initiatieven ondernomen door Belgische Defensie om een eigen cybercapaciteit uit te bouwen?

 

Als u kijkt naar de actuele ontwikkelingen en bedreigingen, hoe kwetsbaar zijn onze communicatie- en satellietsystemen vandaag?

 

Werkt u aan bijkomende maatregelen om onze kritieke infrastructuur te blijven beschermen tegen hybride dreigingen?

 

Hoe verloopt de samenwerking tussen Defensie en andere overheidsdiensten en partners in het beschermen van onze infrastructuur tegen hybride dreigingen?

 

Welke rol ziet u voor België in Europese initiatieven op het vlak van cyber en ruimte?

 

Op welke andere manieren draagt België verder bij aan de Europese strategische autonomie op het vlak van ruimte-, cyber- en satellietsystemen?

 

03.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Metsu, de Strategische Visie 2025 voorziet middelen voor de uitbouw van een efficiënte cybercapaciteit. De nieuwe wapensystemen en communicatiemiddelen met verhoogde graad van digitalisatie zullen nieuwe digitale blootstellingsvlakken introduceren. De nieuwe initiatieven zijn inhoudelijk zodanig opgesteld en gepland dat de benodigde cybercapaciteit klaar is om te beveiligen tegen nieuwe dreigingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de nieuwste technologieën.

 

Communicatiesystemen zijn een prioriteit voor cyberspionage. Recente ontwikkelingen in het dreigingslandschap benadrukken de kwetsbaarheid van deze sector. Het voornaamste voorbeeld hiervan is Salt Typhoon, een wereldwijde campagne tegen telecommunicatiebedrijven en -netwerken door de Chinese inlichtingendiensten. Defensie en Cyber Command zijn bij verder nazicht niet geïmpacteerd.

 

Bescherming van kritieke infrastructuur is geen verantwoordelijkheid van de Cybermacht. Cyberbeveiliging van kritieke infrastructuur is een verantwoordelijkheid van het CCB. De samenwerking tussen Defensie en andere overheidsdiensten en partners loopt goed, met enerzijds lokale contacten met de overheden en anderzijds structurele contacten op rationeel en strategisch niveau.

 

Vanuit het standpunt van de Cybermacht zijn er drie redenen waarom België moet investeren op het vlak van cyber en ruimte. Allereerst omdat het Cyber Security Operations Centre van het European Space Agency zich binnen de European Space Security and Education Centre te Redu bevindt. Daardoor is het ESA een partner van de Cybermacht, wat de Belgische Defensie toelaat een rechtstreekse link te genereren tussen cyber en ruimte. Daarvoor werd al een samenwerkingsakkoord afgesloten.

 

Op termijn zal er een fysieke aanwezigheid van personeel van de Cybermacht in Redu worden opgebouwd. De aanwezigheid van het ESEC laat een ruimtegerelateerde doorontwikkeling in de Belgische industriële sector toe. Ook neemt de afhankelijkheid van een ononderbroken beschikbaarheid van ruimteapplicaties in vele sectoren toe. Een doorontwikkeling van de weerbaarheid van het ruimte-ecosysteem is daarom cruciaal.

 

U weet dat we een van de grootste investeerders in het ESA zijn. Ik denk dat we de op twee na grootste contribuant zijn. We doen daar dus meer dan ons deel.

 

Naast de ontwikkelingen in Redu hebben we ook nog heel wat andere plannen met het ESA, ook voor bedrijven. Er zijn enorm veel bedrijven actief in de ruimtevaart. Dat loopt dus goed.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

04 Samengevoegde vragen van

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De handelsmissie naar Turkije en de defensiesamenwerking" (56015929C)

- Christophe Lacroix aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De koninklijke economische missie naar Turkije" (56016079C)

04 Questions jointes de

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La mission économique en Turquie et la coopération en matière de défense" (56015929C)

- Christophe Lacroix à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La mission économique royale en Turquie" (56016079C)

 

04.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, het is al een tijdje geleden dat u op handelsmissie bent geweest in Turkije. Tijdens die missie kwam naar ik veronderstel ook een belangrijke defensiecomponent aan bod.

 

Kunt u de commissie meer toelichting geven over de afspraken die u daar hebt kunnen maken op het vlak van de defensie-industrie en defensiesamenwerking? Turkije is al lang een trouwe NAVO-partner. Ik vroeg me af of u ons wat meer informatie kunt bezorgen over dat ongetwijfeld zeer interessante bezoek aan Turkije.

 

De voorzitter: Collega Lacroix had daar ook een vraag over. (De heer Lacroix is niet aanwezig.)

 

04.02 Minister Theo Francken: De economische missie naar Turkije had vooral tot doel Belgische bedrijven te ondersteunen in hun internationale ambities, hun connecties met potentiële partners te versterken, hen te laten kennismaken met een dynamische defensie-industriële markt en hun positie in internationale toeleveringsketens te helpen versterken. Dat is precies wat in Turkije is gebeurd. Tegelijk bood de missie ons als organisatie de gelegenheid om te prospecteren, de stand van zaken bij Turkse partners af te toetsen en een goed beeld te vormen van hoe we ons als land verhouden tot andere landen die actief zijn in dat landschap.

 

Bijzondere aandacht ging naar mogelijke samenwerkingen op het vlak van defensie en veiligheid. Mijnheer Weydts, er werden verkennende contacten gelegd met onder meer Baykar, Sedef Shipyard, TAI (Turkish Aerospace Industries), en de voertuigenfabrikanten BMC Automotive en FNSS, gericht op de identificatie van opportuniteiten en de aftoetsing van wederzijdse interesse. Er werden geen bindende defensieakkoorden gesloten. Wel werden bedrijven ondersteund bij het sluiten van overeenkomsten. Er zijn heel wat contracten ondertekend, maar ik heb zelf niets ondertekend. Het gaat om overeenkomsten b2b, tussen bedrijven.

 

De missie heeft bevestigd dat er voor Belgische bedrijven reële perspectieven bestaan via deelname aan internationale toeleveringsketens, de ontwikkeling van nichecapaciteiten en gerichte technologische partnerschappen. Daarbij blijft het essentieel dat België zijn strategische belangen en technologische soevereiniteit bewaakt. Samenwerking kan alleen worden overwogen als ze onze eigen defensiecapaciteit versterkt, past binnen onze Europese engagementen en gebeurt binnen een kader dat ongewenste afhankelijkheden vermijdt. De missie vormt een eerste doelgerichte stap om de mogelijkheden en de grenzen van samenwerking met de Turkse defensie-industrie beter te begrijpen. In een volgende fase zullen verdere stappen telkens zorgvuldig worden afgewogen. Er lopen nog verschillende dossiers. Tijdens Eurosatory werd een contract ondertekend tussen Havelsan en Euramec, een bedrijf uit Hamme. Er zijn ook andere projecten in voorbereiding. Als ik het goed heb begrepen, zal er binnenkort nog een groot contract volgen.

 

Volgende week trekken we opnieuw naar Turkije. Er zijn heel veel bedrijven aanwezig op Eurosatory, het is een gigantisch evenement. Ik denk dat dat positief is. Het zou trouwens interessant zijn als de commissie ooit ook eens aan een handelsmissie zou deelnemen. Ik heb dat voorgesteld voor de port call in Saoedi-Arabië. Ik weet niet of dat zal lukken. Een evenement met 500 à 600 ondernemers creëert een bijzonder sterke vibe. We nemen ook veel defensieondernemers mee, meestal tussen 50 en 80. U kunt hen allemaal op één avond ontmoeten. Dat levert een grote tijdwinst op. Uiteraard beslis ik niet over de parlementaire agenda.

 

De voorzitter: Wij staan fundamenteel positief tegenover dergelijke uitnodigingen.

 

04.03  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik kan me daarbij aansluiten. Er gaat geen commissievergadering voorbij of de minister steekt de hand uit om iets op het terrein te bezoeken. Dat kunnen we alleen maar toejuichen. We zijn hier in Brussel heel theoretisch bezig, maar het is goed om af en toe ook eens boots on the ground te zetten, zij het dan misschien eerder met stapschoenen.

 

Mijnheer de minister, het is goed dat er samenwerkingen zijn met Turkije. Dat is een land waarmee heel veel kan worden samengewerkt. U hebt niet gesproken over het bouwen van fregatten, maar dat komt straks misschien nog aan bod, want ik heb begrepen dat Turkije daar ook nogal sterk in is. Bedankt voor de toelichting bij dat bezoek.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Samengevoegde vragen van

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De opening van een derde Cyber Defence Factory in Hasselt" (56015930C)

- Koen Metsu aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De investeringen in nieuwe cyber defense factories" (56016342C)

05 Questions jointes de

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'inauguration d'une troisième Cyber Defence Factory à Hasselt" (56015930C)

- Koen Metsu à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Les investissements dans de nouvelles usines de cyberdéfense" (56016342C)

 

05.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik was aanwezig op de opening van de Cyber Defence Factory in Brugge, in samenwerking met Howest, een van de mooiste hogescholen van ons land, met excuses omdat ik even de chauvinistische toer opga. Het is een zeer belangrijk project. Ik geloof heel sterk in samenwerkingen tussen Defensie en ons hoger onderwijs. In het geval van Howest kan ik echt wel zeggen dat die school zeer ver staat op het vlak van alles wat met cyber te maken heeft, maar ook op andere terreinen, zoals gaming, technologie en ontwerp. Het is dus zeer goed dat zulke samenwerkingen worden opgezet. Er zijn er ondertussen drie, als ik mij niet vergis.

 

Mijnheer de minister, hoe worden de al bestaande Cyber Defence Factories geëvalueerd? Er is er een in Brugge, maar ook in Charleroi. Wat zijn de bevindingen? Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat die positief zijn.

 

Wat zijn de doelstellingen voor de toekomst? Komen er nog dergelijke Cyber Defence Factories? Ik geloof daar heel sterk in, tenzij u hier een negatieve evaluatie brengt, dan kan ik misschien mijn mening bijsturen, maar ik denk niet dat dat nodig zal zijn.

 

05.02  Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de voorzitter, ik beaam alles wat collega Axel Weydts zegt en sluit mij graag aan bij zijn vragen.

 

05.03 Minister Theo Francken: De oprichting en de ingebruikneming van de Cyber Defence Factories in Brugge en Charleroi is vlot verlopen. De activiteit wordt door de Cyber Force gemeten aan de hand van indicatoren die gezamenlijk zijn vastgesteld met de actoren uit de defensiesector en de partnerecosystemen, op basis van een benchmarking. Ik geef een paar voorbeelden van indicatoren. Het gaat om een aantal opgestarte projecten, georganiseerde Defensie-evenementen, gegenereerde sollicitaties, ontmoetingen tussen het Defensiepersoneel en het ecosysteem, interne vergaderingen ter plaatse, publieke communicatie, gemelde veiligheidsincidenten en het aantal ontvangen regionale en federale partners.

 

Op dit moment overtreft de belangstelling de verwachtingen. Er zijn 37 aanvragen ontvangen, terwijl er 20 werden verwacht. De grote belangstelling voor de Cyber Defence Factories is dus bevestigd. Sinds de inauguratie in april 2024 hebben minstens zes entiteiten verzocht om de vestiging van een Cyber Defence Factory op hun locatie.

 

De doelstellingen van de derde Factory, die in Hasselt geopend werd, sluiten naadloos aan bij die van de andere Cyber Defence Factories. De missie is duidelijk de innovatie op het gebied van cyberdefensie en beveiliging te versnellen om de nationale veiligheid te versterken.

 

Er is bewust gekozen om geen strikt gescheiden taakverdeling tussen de verschillende Cyber Defence Factories te hanteren, omdat we een grote flexibiliteit willen behouden, wat essentieel is voor de ontwikkeling van projecten op het gebied van operationele innovatie. De aanpak bestaat er dan ook in de sterke punten van elke locatie te benutten, en een wederzijdse meerwaarde te creëren voor Defensie. Ze fungeren als katalysator door de toegang tot geavanceerde infrastructuur te vergemakkelijken, met name door onderzoekers van de KMS in contact te brengen met 5G-laboratoria en geavanceerde rekencapaciteiten zoals supercomputers.

 

Er is een bijzonder sterke uitwisselingsdynamiek ontstaan tussen Defensie en het civiele ecosysteem. Concreet neemt Defensie actief deel aan evenementen als banenbeurzen of open dagen, om talenten aan te trekken en zichtbaarheid te versterken.

 

Cyber Defence Factories maken het tevens mogelijk nieuwe rekruten en reservisten aan te trekken om de Cybermacht van Defensie te versterken. Het onderzoek voor een vierde Cyber Defence Factory is nu aan de gang. Het verloopt volgens dezelfde procedure als op de andere locaties.

 

05.04  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, zoals ik dacht, is het een positief verhaal. Ik heb wel nog een kleine bedenking. Aan die hogescholen studeren ook heel vaak buitenlandse studenten. Daar kan mogelijk een veiligheidsprobleem ontstaan. Ik denk dat we dat in het achterhoofd moeten houden. Ik zou niet graag hebben dat Chinese studenten aan onze hogescholen worden opgeleid in de manier waarop we onze cybercapaciteit moeten beschermen.

 

05.05 Minister Theo Francken: Ik denk niet dat we daar Chinezen toelaten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De tests met Unmanned Ground Vehicles" (56015931C)

06 Question de Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Les tests de véhicules terrestres sans pilote" (56015931C)

 

06.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, over drones hebben wij het al heel vaak gehad. Dat komt natuurlijk door de ontwikkelingen op het slagveld in Oekraïne.

 

Wanneer wij over drones spreken, denkt iedereen automatisch aan wat in de lucht hangt. Of het dan drones zijn of iets anders, laten we in het midden. Er bestaan echter ook gronddrones en uiteraard maritieme drones. Die maritieme drones kennen we al iets beter, omdat we inmiddels de mijnenjager M940 Oostende in gebruik hebben genomen. Die werkt volledig met maritieme drones, zijnde drones die boven, onder en op het water opereren. Dat betekent overigens een heel grote verbetering voor de veiligheid van het personeel van de mijnenjagers.

 

Daarnaast zijn er de landdrones. Die zijn misschien iets minder bekend, maar op het slagveld in Oekraïne winnen ze ook aan belang. Ze worden voor allerlei doeleinden ingezet, zoals de bevoorrading van troepen, het aanbrengen van materieel, bewakings- en beveiligingsopdrachten, maar ook voor medische evacuaties. Die drones worden dus een heel belangrijk aspect voor de oorlogsvoering van de toekomst. Het bataljon Bevrijding - 5 Linie heeft daar onlangs op het terrein mee geëxperimenteerd.

 

Wat was de evaluatie daarvan? Worden er al stappen gezet, wat ik wel vermoed, om onze doctrines voor het landgevecht aan te passen aan de nieuwe dronesystemen? Zijn er al intenties om in die zin materieel aan te kopen?

 

06.02 Minister Theo Francken: Recente testen met UGV’s bij het bataljon Bevrijding - 5 Linie hadden voornamelijk tot doel ervaring op te doen en te analyseren hoe onze tactische procedures aangepast moeten en kunnen worden bij de inzet van UGV's in onze eenheden.

 

De evaluatie is in grote mate gebaseerd op precieze feedback van de gebruikers in het veld en gebeurt in nauwe samenwerking met de staf van de Landmacht, die de testen ondersteunde.

 

Bij de Belgische infanterie werd bovendien een community of experts opgericht, waarbij elk bataljon samen met de infanterieschool het voortouw neemt in een specifiek expertisedomein.

 

De integratie van de landrobots bij de landstrijdkrachten is momenteel in belangrijke mate gericht op de ondersteuning van eenheden bij opdrachten met een uitgesproken DDD-karakter, dat wil zeggen dirty, dangerous and dull. Dat zijn taken die vuil, belastend, gevaarlijk en repetitief zijn.

 

Uit de uitgevoerde testen blijkt dat UGV's vooral een meerwaarde kunnen bieden in de meest risicovolle of belastende fasen van een infanterieoperatie, bijvoorbeeld bij verkenning, langdurige observatie, beveiliging van vooruitgeschoven posities of het optreden als vooruitgeschoven sensor of kopelement. Ook bij de logistieke ondersteuning bij verhoogde dreiging, bij casualty evacuation support, de evacuatie van gewonde of zelfs dode soldaten, bij perimeterbewaking en bij het transport van munitie, water, batterijen of andere zware lasten kunnen UGV's de fysieke en operationele belasting van militairen verminderen. Door dergelijke systemen in te zetten in momenten waarop militairen sterker worden blootgesteld aan detectie, vijandelijk vuur, hinderlagen of andere dreigingen, kan het risico voor het personeel worden verminderd. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de autonomie en de gebruiksvriendelijkheid van het systeem, zodat de cognitieve belasting van operatoren in stressvolle crisissituaties vermindert. De integratie van die nieuwe technologie in de doctrine zal de komende jaren met een continue feedbackloop regelmatig worden getest en geactualiseerd.

 

Ja, in de strategische visie zijn ook middelen opgenomen om die systemen voor het landdomein te verwerven. De resultaten van die testen en de daarbij opgedane inzichten zijn ook nuttig voor het aankoopdossier. De integratie van die systemen in de eenheden vormt een van de capacitaire prioriteiten van de landmacht voor de komende jaren.

 

Generaal Van Goethem is de nieuwe commandant bij de landmacht. Hij is helemaal doordesemd van het idee dat we drones, drones, drones veel meer in de landmacht moeten integreren om onze militairen beter te beveiligen, om onze weerbaarheid te verhogen en om bepaalde DDD-opdrachten door robots te laten uitvoeren, zodat het risico op slachtoffers vermindert. Als men een hachelijke operatie door robots kan laten uitvoeren, zijn er misschien tien robots kapot, maar dan verliest men geen tien mensen. Dat zou een heel ander verhaal zijn. Dat hoef ik hier in de commissie niet uit te leggen.

 

We zijn daarmee dus volop bezig. Dat maakt deel uit van de Strategische Visie. Binnenkort volgt daarover meer nieuws.

 

De voorzitter: DDD staat dus niet voor drones, drones, drones, voor alle duidelijkheid.

 

06.03  Axel Weydts (Vooruit): Welkom in de wereld van de afkortingen. Men kan een militair in burger herkennen aan het feit dat hij meer afkortingen gebruikt dan gewone woorden in zijn zinnen.

 

Het is goed dat er werk gemaakt wordt van de integratie van drones. Het belangrijkste aspect is absoluut dat daarmee levens kunnen worden gered. Als we ervoor kunnen zorgen dat zeer gevaarlijke taken kunnen worden uitgevoerd door robots in plaats van mensen, dan spreekt het voor zich dat dat een grote verbetering is voor de veiligheid van onze mensen op het terrein. Dat is het belangrijkste aspect.

 

Een aspect dat vandaag niet aan bod is gekomen, maar wel belangrijk is, is het ethische aspect wanneer het gaat over de inzet van bewapende drones voor beveiligings- en bewakingsopdrachten en het human-in-the-loop-principe. Dat verdient volgens mij een debat op zich, dat we vandaag hier niet zullen openen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De rekrutering door Defensie in Brussel" (56015932C)

07 Question de Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le recrutement par la Défense à Bruxelles" (56015932C)

 

07.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik had via een schriftelijke vraag de rekruteringscijfers opgevraagd en die waren goed. Dat verwonderde mij niet, want heel veel mensen zijn geïnteresseerd in een carrière bij Defensie. Dat is ook logisch. Defensie heeft heel veel te bieden op heel veel vlakken. Defensie is zoveel meer dan soldaatje spelen bij de Landmacht. Er bestaan nog zoveel andere profielen, zoals technische, medische en logistieke profielen.

 

Het verwonderde mij dan ook niet dat heel veel mensen bereid zijn om zich in te zetten voor onze defensie en dat de rekruteringscijfers ronduit goed te noemen zijn. Ik heb die ook zo gecommuniceerd in de media. Wat niet alleen mij, maar ook de journalisten die mij daarover hebben gecontacteerd, echter opviel, is dat er wel een groot regionaal verschil is. Als we kijken naar de rekruteringscijfers per 100.000 inwoners, dan zien we dat het in Brussel gaat om 25 rekruteringen per 100.000 inwoners, terwijl dat in andere provincies veel hoger ligt. Dat is een alarmsignaal.

 

Ik denk niet dat dat nieuw is voor de diensten van HR binnen Defensie, maar ik vind het wel opvallend. Het is niet dat er in Brussel geen werkloosheid is, het is niet dat er in Brussel geen mensen zijn die een zinvolle dagbesteding zouden kunnen gebruiken, het is niet dat er in Brussel geen mensen rondlopen die wat discipline en structuur in hun leven zouden kunnen gebruiken. In die zin vond ik dat nogal opvallende cijfers.

 

Is onze DGHR daarvan op de hoogte? Ik ben vrij zeker van wel, maar kunnen we detecteren waaraan dat ligt? Hoe komt dat? Zijn er moeilijk te overwinnen hindernissen in Brussel? Maken we daar minder reclame? Ligt het aan ons? Ik weet het niet, maar hopelijk hebt u wel een antwoord op deze vragen. Of zijn er andere factoren die ervoor zorgen dat we die mensen minder goed bereiken of dat ze minder bereid zijn om een carrière te starten bij Defensie? Wat kunnen we daaraan doen? De belangrijkste vragen zijn dus of die analyse wordt gedeeld, of we weten hoe dat komt en of we er iets aan kunnen doen.

 

07.02 Minister Theo Francken: Sollicitanten bij Defensie moeten, om ingelijfd te kunnen worden, voldoen aan de nationaliteitsvoorwaarden. Ze moeten afkomstig zijn uit een land van de Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland. Om redenen die verband houden met de GDPR-wetgeving en de non-discriminatiewetgeving, wordt geen profiel van sollicitanten bijgehouden.

 

Binnen de Algemene Directie Human Resources houdt de sectie Governance zich onder meer bezig met de strategische positionering van Defensie op de arbeidsmarkt om talent aan te trekken en te behouden. In dat kader past ook een analyse van de redenen voor de iets moeizamere rekrutering in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

 

Defensie levert aanzienlijke inspanningen om jongeren in Brussel warm te maken voor een carrière binnen de organisatie. De active recruiters van Defensie organiseren dagelijks informatiesessies in het informatiecentrum zelf. Daarnaast bezoeken ze regelmatig basis- en secundaire scholen, hogescholen, universiteiten enzovoort.

 

Verder richt Defensie zich expliciet op schoolverlaters via samenwerking met lokale partners als Actiris, Bruxelles Formation en andere relevante organisaties. In dat kader worden bijkomende initiatieven ontwikkeld om de instroom van Brusselse jongeren te stimuleren.

 

We nemen ook deel aan jobbeurzen, jobdagen, studiekeuzeavonden en andere. Daarnaast participeert Defensie aan gerichte projecten, waaronder Aviato in Zaventem en de Journées de l'Industrie. Tot slot is Defensie een vaste deelnemer aan het Salon van de SIEP (Service d'Information sur les Etudes et les Professions) dat jaarlijks in november plaatsvindt in Tour & Taxis.

 

Natuurlijk staat Defensie ook steeds volop in de kijker tijdens de nationale feestdag op 21 juli. Dat is hét moment om kennis te maken met onze active recruiters. Eventuele bijkomende inspanningen worden continu geëvalueerd, zeker voor stedelijke contexten. We zullen dat dus verder bekijken.

 

Ik heb dit opgenomen met de Brusselse minister-president. Ik heb enkele weken geleden op mijn kabinet een bilateraal overleg gehad met Boris Dilliès. Ik heb hem ook gezegd dat die cijfers voor Brussel niet goed zijn. Hij zou dat mee opnemen en verder opvolgen. Ik heb hem trouwens ook gevraagd naar het samenwerkingsakkoord. Uiteindelijk hebben alle deelstaten dat ondertekend, behalve Brussel, omdat er toen nog geen Brusselse regering was.

 

J’ai reçu plusieurs questions du PS concernant l’absence de la Région de Bruxelles-Capitale dans l’accord de coopération. J’ai eu l’occasion d’en discuter avec M. Dilliès et il m’a indiqué qu’il inscrirait ce point à l’agenda du Conseil des ministres bruxellois. J’espère donc pouvoir obtenir une réponse le plus vite possible. À ce stade, je n’en ai pas encore reçu. J’espère que les discussions se dérouleront de manière positive et constructive.

 

Je suis conscient qu’il existe certains défis à relever. Je suis convaincu que de nombreux jeunes Bruxellois ignorent encore qu’ils peuvent rejoindre des unités bilingues, par exemple à Peutie, Vilvorde, Melsbroek, Steenokkerzeel, Heverlee-Louvain ou Beauvechain. Ces unités sont relativement proches de Bruxelles.

 

Op 10 minuten raakt men met de bromfiets van Schaarbeek in Peutie. Die afstand is dus zeer klein. Het betreft een tweetalige eenheid, al lijkt men dat in Brussel niet te weten.

 

M. Boris Dilliès m'a dit qu'il y avait peu de casernes à Bruxelles.

 

We hebben wel kazernes in Brussel, we hebben het hoofdkwartier in Evere. Er zijn nog heel wat andere kwartieren in Brussel. In de grote kwartieren, zoals in Peutie, komen allerlei zaken samen, namelijk alles wat transitie betreft en territoriale elementen. U zult mij nooit horen zeggen dat Vilvoorde Brussel is, want dan word ik vermoord. Maar Vilvoorde is toch heel dichtbij. Misschien zijn er bepaalde misverstanden ontstaan. Sommigen zeggen dat ze niet naar Vilvoorde kunnen gaan, omdat ze daar Nederlands moeten spreken.

 

Il est préférable de parler néerlandais, mais ce n’est pas une obligation puisqu’il s’agit d’une unité bilingue. Vous pouvez donc également vous exprimer en français.

 

De voorzitter: Onbekend is onbemind.

 

07.03  Axel Weydts (Vooruit): Absoluut, mijnheer de voorzitter, maar hier liggen ongelooflijke kansen. Ik ben ervan overtuigd dat er kansen liggen voor Defensie, maar ook voor de jeugd. Mijnheer de minister, het is goed dat u zich daarvan bewust bent. Het is ook goed dat u daarover bilateraal overleg hebt opgestart met de minister-president van het gewest. Er zijn hier echt mogelijkheden. Het is goed dat dit besef er ook is bij Defensie en dat daaraan gewerkt kan worden. Anders dreigen we een aantal mensen of zelfs een generatie te verliezen. Mogelijk ligt hier ook een oplossing in rekrutering door Defensie in Brussel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56015933C van de heer Weydts kan niet worden beantwoord door de minister tijdens een openbare vergadering. Ze wordt behandeld in de eerstvolgende besloten vergadering.

 

08 Vraag van Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De deelname aan de Joint Expeditionary Force (JEF)" (56015955C)

08 Question de Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La participation à la Force expéditionnaire conjointe (JEF)" (56015955C)

 

08.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik was een beetje verwonderd toen ik de oprichting van de Joint Expeditionary Force zag, want daarvoor staat het letterwoord JEF. De Joint Expeditionary Force is een belangrijk initiatief van het Verenigd Koninkrijk en negen andere NAVO-landen aan de noordelijke zeegrens met Rusland.

 

Heel vaak zegt men dat België een transit nation is, een host nation. Via onze Noordzee zijn we echter ook een frontline nation. De open zeegrens met Rusland ligt daar. Het verdedigen van ons land en van onze kritieke infrastructuur via de Noordzee is absoluut belangrijk. Het verwonderde me dan ook heel erg dat België geen deel uitmaakt van de Joint Expeditionary Force, terwijl Nederland dat wel doet.

 

Wetende dat we via BeNeSam, de samenwerking tussen de Belgische en de Nederlandse marine, een bijna geïntegreerde marine hebben, vind ik het heel verwonderlijk dat België geen lid is van de JEF.

 

Ik vraag me af waarom dat zo is. Is dat iets definitiefs of zal België nog lid worden? Mijnheer de minister, kunt u ons daar wat meer info over bezorgen?

 

08.02 Minister Theo Francken: De JEF is veel breder dan enkel de maritieme component en omvat alle dimensies. Voor het maritieme aspect werd op 27 januari 2025 een eerste contact gelegd in Londen door vertegenwoordigers van de Marine. Er werd bekeken of België kan deelnemen aan JEF-activiteiten via het JEF+-model.

 

Het JEF+-model heeft voor Defensie het grote voordeel dat we kunnen deelnemen aan alle JEF-activiteiten within means and capabilities, zolang België zelf beslist en de middelen steeds onder nationale controle blijven. Daarenboven kan dit forum zeker in het maritieme domein nuttige informatie en/of samenwerkingen opleveren met de Noordzeelanden over de bescherming van kritieke infrastructuur.

 

Onder het statuut van JEF+ heeft België bijvoorbeeld van 24 tot 28 maart 2025 deelgenomen aan de hybrid threats awareness course in Helsinki en van 1 tot 26 oktober heeft een schip van de Marine deelgenomen aan de oefening Tarassis. Het VK doet een beroep op het JEF-kader voor de bescherming van de kritieke infrastructuur in de Noordzee. België kan in de toekomst verder samenwerken met de JEF in dit domein. Niet-deelname aan een JEF-activiteit impliceert geen verhoogd risico voor onze kritieke onderzeese infrastructuur. Een zogenaamde JEF-bank is niet gekend. Wel is er weet van een Multilateral Defence Mechanism, een initiatief van het VK, Nederland en Finland.

 

Met betrekking tot de Russische schaduwvloot kan worden gesteld dat de informatie-uitwisseling via de JEF-contacten complementair is aan die in andere fora, waarvan België al lid is. Acties tegen deze vloot blijven een echter een nationale bevoegdheid.

 

08.03  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik heb begrepen dat geen lid zijn van de Joint Expeditionary Force niet echt een probleem vormt voor onze veiligheid, gelukkig maar, maar ik begrijp nog altijd niet goed waarom we er geen effectief lid van zijn geworden, vooral omdat Nederland er wel bij is.

 

08.04 Minister Theo Francken: Ze moeten ons natuurlijk willen.

 

08.05  Axel Weydts (Vooruit): Zijn we niet gewenst? Dat is natuurlijk een andere zaak. Kennen we de reden waarom we niet gewenst zijn?

 

08.06 Minister Theo Francken: In een openbare vergadering zal ik daarop geen commentaar geven.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56015980C van de heer Lasseaux wordt op zijn verzoek uitgesteld.

 

09 Vraag van Koen Van den Heuvel aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het ELSA-project en de Europese deep strike-capaciteiten" (56016076C)

09 Question de Koen Van den Heuvel à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le projet ELSA et les capacités européennes de frappe à longue portée" (56016076C)

 

09.01  Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, het ELSA-project is, zoals u weet, een intentieverklaring in het kader van het European Long-Range Strike Approach-programma tussen verschillende landen. In februari 2026 hebben uw collega's uit Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk een intentieverklaring ondertekend.

 

Wij weten allemaal dat ELSA een belangrijk project is. De oorlog in Oekraïne toont ook aan hoe cruciaal Precision Strike-capaciteiten zijn om vijandelijke infrastructuur te raken. We weten eveneens dat de Amerikaanse steun af en toe wankelt en afhankelijk is van het humeur van de Amerikaanse president. Op dat vlak is het goed dat wij ook werken aan Europese strategische autonomie.

 

Mijnheer de minister, overweegt ons land om toe te treden tot het ELSA-programma? Wij krijgen informatie dat Nederland en Noorwegen dat zouden overwegen. Als dat het geval is, hoe ziet u dan de rol van onze Belgische industrie? Is het programma een opportuniteit?

 

Hoe bekijkt u de samenwerking met Oekraïne op dat vlak? We weten allemaal dat Oekraïne, in plaats van een last te zijn, wellicht mee aan de spits zou kunnen staan van de versterking van de NAVO en van de innovatie van onze capaciteiten.

 

Acht u ook samenwerkingsverbanden mogelijk met andere partners, zoals Turkije, of zelfs met landen buiten de NAVO, zoals Zuid-Korea?

 

09.02 Minister Theo Francken: België is momenteel observator bij ELSA, die als voornaamste doel heeft een Europese langeafstandscapaciteit voor precisieaanvallen te ontwikkelen, gebaseerd op missiles, en de Euro Multi Missile Launcher, een concept voor een gestandaardiseerd Europees lanceersysteem.

 

Hoewel dat programma relevant is, ligt het waarschijnlijk buiten het directe bereik van onze BDTIB. Toch kan België wel de indirecte betrokkenheid van onze defensiebedrijven en onderzoekscentra in de waardeketen van de grote Europese fabrikanten faciliteren. Een dergelijke indirecte betrokkenheid zou zonder twijfel een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van een eigen deelexpertise in dat domein.

 

Onverminderd het voorgaande en gelet op onze huidige status als observator, hebben we momenteel geen weet van een eventuele samenwerkingsmogelijkheid die wordt onderzocht met NAVO-partners, zoals Turkije, of met landen als Zuid-Korea.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van Peter Buysrogge aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het schietincident met een A400M" (56016116C)

10 Question de Peter Buysrogge à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Un A400M atteint par des tirs" (56016116C)

 

10.01  Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, op 25 april liet u weten dat er een schietincident heeft plaatsgevonden met een vlucht van onze A400M, ons transportvliegtuig, dat op weg was naar Port-au-Prince, Haïti. We vernamen ook dat zich 80 militairen uit Tsjaad aan boord van dat toestel bevonden. Over de exacte omstandigheden hebben we nog niet veel kunnen vernemen, als ik me niet vergis.

 

Mijn vraag is dan ook of we ondertussen al meer weten over de oorsprong van de blijkbaar twee kogelinslagen, hoe het incident is verlopen, wie daarvoor verantwoordelijk is, welke herstellingswerken moesten worden uitgevoerd en welke lessen we uit dat schietincident kunnen trekken.

 

Mijnheer de minister, ik kijk uit naar uw antwoord.

 

10.02 Minister Theo Francken: Volgens mijn laatste informatie is de oorsprong van de kogelinslagen nog niet bekend bij Defensie. Het onderzoek loopt en is in handen van het federaal parket. Defensie heeft op 19 mei een verklaring benadeelde persoon neergelegd bij het federaal parket.

 

Vermoedelijk heeft het incident zich tijdens de landingsfase voorgedaan. Om de terugvlucht naar België mogelijk te maken, werden in Santo Domingo tijdelijke herstellingswerken uitgevoerd. De crew die tijdens het incident aan boord was, heeft het vliegtuig ook terug naar België gebracht.

 

In Melsbroek werden bijkomende voorlopige herstellingen uitgevoerd om het toestel zo snel mogelijk opnieuw operationeel te krijgen. Na de uitvoering van die herstellingen en na een succesvolle motortest is het vliegtuig sinds 20 mei opnieuw beschikbaar. Tijdens het volgende geplande onderhoud zal het toestel definitief worden hersteld.

 

De beveiligingsmaatregelen worden steeds afgestemd op de omgeving waarin de vliegtuigen opereren en variëren dus naargelang de specifieke context. Vooraf wordt een grondige analyse uitgevoerd om passende maatregelen te bepalen, met als doel om de risico's zo veel mogelijk te beperken en te beheersen. Zonder in te gaan op concrete details kan worden bevestigd dat in dit specifieke geval zowel het vliegtuig als de bemanning wel degelijk adequaat beschermd waren.

 

Mijnheer Buysrogge, op dit moment staan er in het kader van die VN-vredesmissie geen vluchten meer gepland naar Haïti.

 

Dan doen we eens iets voor de VN, wat sommigen absoluut eisen, en dan krijgen we kogels. Karma.

 

10.03  Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, over de omstandigheden is er dus nog niets meer bekend. Dat er deelgenomen wordt aan vredesmissies van de VN is niet slecht, maar zodra er meer nieuws is, wil ik dat toch graag vernemen. Het is immers zorgwekkend dat dergelijke incidenten zich voordoen. Gelukkig waren alle nodige veiligheidsmaatregelen genomen en is er op geen enkel ogenblik enig risico geweest voor ons personeel of de bemanning uit Tsjaad, die ook aan boord was. Dit verdient echter verdere opvolging en ik kijk uit naar verdere resultaten, die door het federaal parket zullen worden gecommuniceerd.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Kristien Verbelen aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De civiel-militaire samenwerking in de gezondheidszorg" (56016145C)

11 Question de Kristien Verbelen à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La coopération civilo-militaire dans le domaine de la santé" (56016145C)

 

11.01  Kristien Verbelen (VB): Mijnheer de minister, zonder vrede en veiligheid komt onze gezondheidszorg onder druk te staan. Door de oorlog in Oekraïne zien we elke dag hoe ziekenhuizen, geneesmiddelenvoorraden en logistieke medische diensten terechtkomen in de vuurlinie. Ook hybride dreiging, sabotage, cyberaanvallen of crisissen kunnen onze zorg ernstig verstoren.

 

Gezondheidszorg wordt vaak bekeken als een louter civiele sector, maar civiele gezondheidszorg en Defensie kunnen bij uitzonderlijke veiligheidssituaties niet los van elkaar functioneren. Ziekenhuizen, spoeddiensten, ambulancediensten, de Medische Component en het Militair Hospitaal moeten op voorhand weten wie welke rol zal opnemen. Tijdens crisissen is er namelijk geen tijd om te improviseren of te kijken wie wat moet doen.

 

De civiel-militaire samenwerking in de gezondheidszorg is net daarom een belangrijk onderdeel van de nationale weerbaarheid. Of het nu gaat om militairen die gewond raken tijdens operaties, dan wel om burgers die getroffen worden door aanslagen, sabotage, cyberaanvallen of stroomuitval, in elk scenario moeten we ervoor zorgen dat de zorg gegarandeerd blijft.

 

Hoe beoordeelt u vandaag de samenwerking tussen Defensie en de civiele gezondheidszorg op het vlak van crisisparaatheid?

 

Bestaan er structurele afspraken tussen Defensie, Volksgezondheid, ziekenhuizen en andere zorgactoren?

 

Worden civiele ziekenhuizen en medische actoren betrokken bij oefeningen van Defensie of bij bredere nationale crisisoefeningen?

 

Welke rol ziet u voor de Medische Component van Defensie en het Militair Hospitaal in die samenwerking?

 

Plant u bijkomende initiatieven om de samenwerking te versterken, zodat zorgcontinuïteit ook in uitzonderlijke veiligheidssituaties gegarandeerd blijft?

 

11.02 Minister Theo Francken: De samenwerking is vandaag nog niet op het niveau van een volledig geïntegreerde en effectieve aanpak inzake crisisparaatheid en nationale weerbaarheid, maar ze is in volle ontwikkeling.

 

Met de oproep via het document Rising Health Shield zet Defensie bovendien in op een verdere structurele versterking van de samenwerking en de gezamenlijke crisisparaatheid. We hebben trouwens ook het Shield Plan ondertekend, de heer Frank Vandenbroucke was daarbij aanwezig. We evolueren dus wel degelijk naar een zeer structurele samenwerking. Het document heeft tot doel dat Defensie haar behoeften kan toelichten en dat civiele organisaties die actief zijn in de medische sector hun voorstellen tot samenwerking kunnen voorleggen.

 

Op dit moment worden civiele ziekenhuizen en andere zorgactoren nog niet systematisch betrokken bij de oefeningen van Defensie of bij nationale crisisoefeningen. Er zijn concrete plannen om dat vanaf 2027 wel te doen, door hun deelname aan oefeningen zoals Steadfast Defender, de grootschalige NAVO-oefenreeks die de snelle ontplooiing en versterking van de collectieve verdediging in Europa test, en EBURON, een nationale oefening gericht op crisisrespons, waarin de samenwerking tussen militaire, civiele en maatschappelijke actoren centraal staat.

 

De Medische Dienst en het Koninklijk Militair Hospitaal vervullen in de civiel-militaire samenwerking voornamelijk een ondersteunende en faciliterende rol. Aangezien een groot deel van het personeel bij een grootschalige crisis in het buitenland zou worden ingezet, ligt de nadruk vandaag vooral op de voorbereiding van de civiele sector om die afwezigheid op te vangen. Dat gebeurt via coaching, de bevordering van samenwerking en het delen van gespecialiseerde expertise. In een operationele context blijft de directe inzetcapaciteit in België beperkt, waardoor de focus veeleer ligt op de versterking van het geheel dan op het opnemen van een leidende rol.

 

Daarnaast worden initiatieven genomen om de civiel-militaire samenwerking te versterken. Zo werd een overleg opgestart tussen de FOD Volksgezondheid en de Medische Dienst, aangevuld met overleg met de gemeenschappen, de gewesten en het Rode Kruis. Dat moet leiden tot de uitbouw van robuustere samenwerkingsmechanismen om de zorgcontinuïteit in crisissituaties te garanderen.

 

We zijn er dus volop mee bezig. U haalt een zeer terecht punt aan.

 

11.03  Kristien Verbelen (VB): Ik ben heel blij met uw erkenning dat de samenwerking nog niet op punt staat, maar dat eraan wordt gewerkt. Het betreft natuurlijk geen bevoegdheid van Defensie alleen. Ook Volksgezondheid, Binnenlandse Zaken, ziekenhuizen en andere sectoren spelen daarin een rol. Net daarom is die coördinatie zo belangrijk. Zeker in een crisissituatie hebben we niets aan versnippering en onduidelijkheid over wie wat wanneer precies moet doen.

 

Ik noteer dat er contact is met andere actoren en dat er ook deelname is aan oefeningen. Dat zijn allemaal goede zaken. Ik hoop dat het thema niet verdwijnt in overlegstructuren en dat hiervan bij Defensie echt een duidelijke prioriteit wordt gemaakt.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

12 Questions jointes de

- Philippe Courard à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'ex-Composante médicale" (56016230C)

- Hervé Cornillie à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La réalité et les perspectives en ce qui concerne les médecins au sein de la Défense" (56016386C)

12 Samengevoegde vragen van

- Philippe Courard aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De vroegere Medische Component" (56016230C)

- Hervé Cornillie aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De realiteit en de perspectieven met betrekking tot de artsen bij Defensie" (56016386C)

 

12.01  Philippe Courard (PS): Monsieur le ministre, depuis votre entrée en fonction, nous n'avons de cesse de dénoncer le peu d'importance réservée à la désormais ex-composante médicale devenue un service. Pourtant, son rôle est central. Au regard de vos ambitions en termes de recrutement et de votre prolongation de plus de 10 ans de la carrière militaire, son importance ne fera que croître. Il faut à la Défense, l'un des plus grands employeurs du pays, une expertise interne indispensable concernant le bien-être au travail et le déploiement de nos militaires à l'étranger. Ceux-ci vont devoir en effet de plus en plus participer à des opérations. Dès lors, il faudra évidemment une composante médicale de qualité. Ce service est indispensable aussi pour les missions d'aide à la nation, notamment lors d'une catastrophe ou d'une crise sanitaire, qui malheureusement frappent souvent à nos portes.

 

Dans un entretien accordé au Vif, la générale de brigade An Van Rompay, désignée à la tête du service médical de la Défense, dresse un constat très préoccupant sur la médecine militaire belge. Elle indique que la Défense ne dispose aujourd'hui que d'une cinquantaine de médecins opérationnels, alors que l'OTAN – qui est souvent notre référence en commission – fixe à 450 – ou 400 + – le nombre de médecins militaires opérationnels que la Belgique devrait pouvoir mobiliser d'ici 2040.

 

Elle souligne aussi que la guerre en Ukraine oblige à repenser la médecine militaire, notamment face aux blessures causées par les drones, aux difficultés d'évacuation des blessés et au besoin de maintenir des compétences chirurgicales adaptées au champ de bataille.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous m'indiquer les mesures que vous allez prendre sur le plan humain pour répondre au déficit de personnel médical? Quelle priorité réservez-vous à ses missions et adaptations aux évolutions en termes de bien-être et de santé au travail et d'opérations?

 

Pouvez-vous m'indiquer les investissements humains, matériels et en infrastructures qui seront spécifiquement dédiés à ce service d'ici la fin de la législature? Qu'en est-il des évolutions au regard des missions d'aide à la nation et du futur hub médical?

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, u hoeft strikt genomen niet te antwoorden op de vragen van collega Cornillie, die niet aanwezig en niet verontschuldigd is.

 

12.02  Theo Francken, ministre: Monsieur Courard, la Défense fait face à des défis importants dans le domaine médical, tant en matière de ressources humaines que de capacités opérationnelles. La Vision stratégique détermine les actions à entreprendre. Cette évolution s'inscrit notamment dans un contexte plus large de difficultés en ce qui concerne le recrutement de personnel technique. Outre la rareté des profils sur le marché, la concurrence avec le secteur civil est importante.

 

Bien que la Défense éprouve des difficultés à attirer des candidats déjà titulaires d'un master en médecine et d'une spécialisation, le recrutement de jeunes souhaitant suivre leur formation médicale via la Défense se déroule bien. À l'heure actuelle, 84 étudiants sont inscrits en master de médecine et 31 en formation de médecin spécialiste ou de médecin généraliste. Pour atteindre le niveau d'ambition attendu par l'OTAN, l'effort de recrutement devra être poursuivi et, dans la mesure du possible, augmenté.

 

Le nombre de diplômés qui quittent la Défense varie au fil du temps. La majorité des départs constatés a lieu durant la période de rendement, qui correspond à 1,5 fois la durée des études. Par la suite, ceux qui restent ont tendance à effectuer une carrière complète au sein de la Défense.

 

Dans ce contexte, comme souligné dans la Vision stratégique, la Défense reconnaît la nécessité d'un renforcement du service médical, tant pour le soutien aux forces que pour la préparation aux crises, notamment dans le cadre du Medical Action Plan de l'OTAN.

 

Sur le plan humain, les efforts se concentrent sur le recrutement et la fidélisation du personnel médical, notamment avec le renforcement des campagnes et de la présence dans les universités, l'augmentation du nombre de places de formation et la diversification des profils, y compris expérimentés. En parallèle, une attention particulière est réservée à l'onboarding individualisé, en particulier pour les fonctions critiques ayant des parcours de formation adaptés. Par ailleurs, des actions sont menées afin d'améliorer l'attractivité globale de la profession, notamment à travers des propositions visant une rémunération plus compétitive et l'introduction de l'accord social.

 

La visibilité de la médecine militaire est également renforcée grâce à des journées de l'emploi, à des actions de promotion, à l'intégration de contenus spécifiques dans les programmes universitaires, ainsi que par la participation à des événements et congrès.

 

La collaboration avec le secteur civil constitue un autre axe majeur de développement. Celle-ci se renforce notamment à travers des partenariats avec les universités qui adaptent progressivement leurs programmes pour mieux préparer les étudiants aux réalités de la médecine militaire. En matière de collaboration, l'initiative de la Défense a également été lancée vers le secteur civil via Rising Health Shields, initiative collaborative de résilience en matière médicale, qui vise un renforcement structurel de la coopération entre la Défense et le secteur médical civil. Ce document a pour objectif de permettre à la Défense d'expliquer ses besoins et aux organisations civiles actives dans le secteur médical de présenter leurs propositions de coopération.

 

D'ici la fin de la législature, des investissements en matériel et en infrastructures sont également prévus, notamment à travers la création d'un medical hub sur le site de Neder-over-Hembeek. Des efforts complémentaires sont aussi poursuivis, notamment en ce qui concerne le stock. Oui, je suis fort occupé avec le service médical. Depuis hier, nous avons un nouveau général: An Van Rompay.

 

12.03  Philippe Courard (PS): Merci, monsieur le ministre, pour les éléments de réponse.

 

Je constate que la situation est quand même relativement dramatique. Le chiffre de 50 sur 450 le prouve. Cela dit, tout n'est pas de votre responsabilité. Je mesure que, par le passé aussi, des erreurs ont été commises et qu'on n'a pas été suffisamment attentifs à cette composante. Ce n'est d'ailleurs plus une composante, mais un service qui est indispensable. Quand on observe l'évolution de la situation internationale, je crois qu'on ne doit vraiment pas se payer le luxe de ne pas être capables de remplir les missions qui pourraient être celles que cette composante médicale devrait pouvoir remplir.

 

Votre analyse me laisse quelque peu perplexe quand vous évoquez les collaborations avec le secteur civil. C'est compliqué, parce que celui-ci est aussi problématique. Hier au conseil communal, un médecin généraliste me dit: "il y a de nouveau un médecin qui arrête ses activités. J'ai eu dix-sept nouvelles demandes sur deux heures pour avoir de nouveaux patients." Il y a un déficit de médecins généralistes un peu partout, en tous cas certainement dans ma province, mais je crois que c'est un phénomène que l'on retrouve ailleurs. Et pour obtenir un rendez-vous chez un médecin spécialiste, c'est encore pire. Il faut parfois un an, voire deux ans. Donc, je ne pense pas que le secteur civil va pouvoir venir à la rescousse du secteur militaire. Je suis particulièrement inquiet pour l'avenir, mais je souligne les efforts qui sont fournis. Nous y resterons attentifs.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Samengevoegde vragen van

- Kjell Vander Elst aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De nieuwe NAVO-marktplaats voor C-UAS" (56016239C)

- François De Smet aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De ontwikkeling van het antidronesysteem DroneShield" (56017106C)

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het testen van counterdrone-innovaties" (56017122C)

13 Questions jointes de

- Kjell Vander Elst à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le nouveau marché de l'OTAN pour les systèmes antidrones" (56016239C)

- François De Smet à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le développement du système antidrone DroneShield" (56017106C)

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'expérimentation d'innovations en matière de lutte antidrones" (56017122C)

 

13.01  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, nous avons appris que la société australienne DroneShield, spécialisée dans les contre-mesures anti-drones – notamment le brouillage des radiofréquences, les systèmes de détection et la neutralisation d'aéronefs sans pilote – produit désormais en Belgique ce qui est présenté comme le premier système anti-drone de fabrication européenne.

 

La Belgique développe ses capacités anti-drone dans le cadre du plan capacitaire "Strategic Autonomy for Resilience" (STAR) ainsi que des orientations de l'OTAN adoptées lors du sommet de Vilnius en 2023 et réaffirmées à Washington en 2024.

 

Monsieur le ministre, quelle est la nature exacte des liens contractuels entre le gouvernement belge et DroneShield? S'agit-il d'un marché public ferme, d'un accord-cadre ou d'une simple implantation industrielle sans commande initiale de la Défense belge? Quelles garanties de contenu belge – emplois, sous-traitance locale, transfert technologique – ont été négociées? Enfin, comment cette implantation s'articule-t-elle avec le plan capacitaire STAR, les engagements pris par la Belgique vis-à-vis de l'OTAN et le calendrier de livraison aux forces armées belges?

 

13.02  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, mijn vragen zijn van een heel andere aard, maar hebben natuurlijk ook te maken met counterdronesystemen.

 

Ik ben lid van het Benelux-parlement en samen met collega Luc Frank heb ik onlangs een zeer interessant bezoek gebracht aan het Luxemburgse bedrijf LUXUAV. Dat bedrijf wordt gerund door een Oekraïner, een veteraan. Er zijn ook heel wat andere veteranen aan het werk, vaak mensen die een letsel hebben opgelopen, mensen die in een rolstoel zitten. Het is mooi om te zien hoe ze zich na hun inzet aan het front tegen Rusland nog altijd dienstbaar maken voor hun land door drones te produceren en te ontwikkelen. Ze doen dat in Luxemburg.

 

Een van de toestellen die we daar gezien hebben, was een zeer zware jammer die werkelijk alle types van drones uit de lucht kan halen. De counterpart van het hele gegeven is echter dat die jammer zo zwaar is en zo ingrijpend is dat hij op dit moment niet getest kan worden in de Benelux.

 

Ze hebben duidelijk gemaakt aan de vele wetgevers die daar aanwezig waren dat dit voor hen een groot probleem is. Ze testen die jammer nu bijvoorbeeld in Oekraïne. Het zou natuurlijk handig zijn, mochten dergelijke systemen getest kunnen worden binnen de Benelux.

 

Ik begrijp heel goed dat de regelgeving ter zake Defensie overstijgt. Ik weet echter ook dat we oefenterreinen hebben, polygonen hebben, op ons grondgebied, die groot genoeg zijn voor het testen van die jammers zonder schade aan civiele toepassingen. Zo’n jammer stelt men niet op in het centrum van Brussel, want dan is daar de helft van alle elektronica verstoord. Dat kan niet de bedoeling zijn. Op onze militaire terreinen, die vaak afgelegen zijn en die groot zijn, die gebruikt worden om vuurwapens en dergelijke te testen, zijn er misschien wel mogelijkheden.

 

Ten eerste, bent u zich bewust van deze kwestie?

 

Ten tweede, kunnen we met onze Defensie iets betekenen voor die snelgroeiende poot van de defensie-industrie?

 

13.03 Minister Theo Francken: Op zich ligt het nieuwe initiatief volledig in lijn met enerzijds het strategische partnerschap dat Defensie beoogt en waarvoor de aanbestedingsprocedure inmiddels al volop loopt, en anderzijds met het E-CUAS-dossier (European Counter Unmanned Aerial System).

 

Via een mededeling van de Belgische Permanente Vertegenwoordiging bij de NAVO werden de aangekondigde testcampagnes op de Innovation Range in Letland kenbaar gemaakt aan de professionele organisaties, met de gewesten in kopie. Aan hen werd gevraagd kandidaten aan Defensie voor te stellen. Volgens de beschikbare informatie bij Defensie, heeft geen enkel Belgisch bedrijf een dossier ingediend om aan die testcampagnes deel te nemen.

 

Vanuit personeelsoogpunt is het belangrijk dat dergelijke initiatieven niet alleen worden beoordeeld als een prospectie-instrument met het oog op verwerving, maar ook als een middel om sneller ervaring op te bouwen met nieuwe C-UAS-oplossingen in realistische scenario's. De dreiging evolueert immers zeer snel, wat betreft de types drones, de gebruikte tactieken, saturatie-effecten, autonomie en elektronische tegenmaatregelen. Voor Defensie is het daarom essentieel dat toekomstige C-UAS-capaciteiten modulair, schaalbaar en interoperabel zijn. Ze moeten kunnen worden geïntegreerd in een bredere gelaagde bescherming van onze eenheden, installaties, kritieke infrastructuur en ingezette detachementen. Test- en leaseformules kunnen daarbij nuttig zijn om technologieën operationeel te valideren.

 

Een Belgische deelname aan de voorgestelde mechanismen, waaronder test- en leaseformules, wordt momenteel niet uitgesloten. Tegelijkertijd worden ook alternatieve pistes en verwervingsstrategieën verder geëvalueerd om een zo doeltreffend mogelijke capaciteitsopbouw, samen met maatschappelijke return, te kunnen verzekeren.

 

Les ambitions belges en matière de développement des capacités anti-drones vont, avec la vision stratégique, bien au-delà de celles affichées par l'ancien plan STAR. De fait, un des trois objectifs stratégiques de la vision stratégique est justement d’anticiper le combat du futur. C'est fondamental.

 

Dans ce cadre, la guerre en Ukraine démontre la nécessité de pouvoir s'adapter très rapidement aux évolutions technologiques.

 

La création d'une task force pilotée par un général des drones traduit l'ambition d'une approche transversale et proactive. L'intégration des drones dans la formation de base des militaires s'inscrit également dans cette approche.

 

Les acquisitions effectuées par la Défense s'inscrivent dans le cadre de la vision stratégique et de la loi de programmation. Ces investissements répondent à plusieurs besoins convergents et s'inscrivent pleinement dans les priorités nationales ainsi que dans celles de l'OTAN en matière de lutte contre les systèmes aériens sans pilote.

 

Pour ce qui est de la société DroneShield, la Défense dispose de matériel fabriqué par DroneShield, acquis soit via la NSPA, soit directement auprès de COBBS Belux dans le cadre des achats urgents C-UAS. L'ancrage en Belgique est assuré via COBBS Belux, qui intervient comme partenaire belge dans la chaîne d'acquisition et de soutien.

 

België is zich bewust van de problematiek van het testen van systemen onder realistische omstandigheden. België is dichtbevolkt en dat is dus niet evident. Zo heeft bijvoorbeeld krachtige jamming heel veel effect op het dagelijkse leven, maar ook op mobiele communicatie en zorgt het voor een beperkte bereikbaarheid van de hulpdiensten en het luchtvaartsysteem.

 

Defensie is dan ook bereid om dit overleg samen met de bevoegde federale diensten verder te structureren. Het doel moet immers zijn om veilige, gecontroleerde en juridisch correcte testkaders te creëren, zodat innovatieve bedrijven hun systemen kunnen valideren zonder risico's voor civiele effecten. Dit geldt niet alleen voor de C-UAS-systemen, maar ook voor het testen van drones in het algemeen.

 

13.04  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.

 

13.05  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor de heel duidelijk uitgestoken hand.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

14 Question de François De Smet à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'application de la loi du 11 mai 2007 relative à l'interdiction d'armements à l'uranium appauvri" (56016309C)

14 Vraag van François De Smet aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De toepassing van de wet van 11 mei 2007 wat betreft het verbod op wapensystemen met verarmd uranium" (56016309C)

 

14.01  Theo Francken, ministre: Cette question ne relève pas de mes compétences. Il faut s'adresser au ministre de l’Économie.

 

14.02  François De Smet (DéFI): Je pensais que cette question relevait du ministre de la Défense. Cela étant, si vous me renvoyez vers le ministre de l’Économie, je m’adresserai à lui.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

15 Question de François De Smet à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'achat de missiles pour équiper les F-35" (56016333C)

15 Vraag van François De Smet aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De aankoop van raketten voor de F-35's" (56016333C)

 

15.01  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, nous avons appris que l’État belge aurait engagé un investissement de l'ordre de 700 millions d'euros pour l'acquisition de missiles de croisière destinés à équiper nos fameux F-35 ainsi que des drones. Bien que ces acquisitions stratégiques s’inscrivent dans le cadre d’une initiative plus large de notre pays visant à renforcer son infrastructure de défense nationale au regard du contexte géopolitique de plus grande menace sécuritaire sur le continent européen, cette dépense majeure intervient dans un contexte de fortes tensions budgétaires.

 

Pouvez-vous nous faire connaître le coût total – y compris les coûts de maintenance et d'intégration sur les plateformes F-35 et drones – sur l'ensemble du cycle de vie de ces missiles?

 

Des alternatives industrielles, en particulier européennes, ont-elles été examinées avant la décision d'achat, et sur la base de quels critères ont-elles été écartées? Vous allez évidemment me répondre en termes d'adéquation aux F-35, et c'est tout le problème.

 

Comment cette acquisition s'inscrit-elle dans le plan pluriannuel d'investissement de la Défense soumis à la Chambre? Le gouvernement entend-il, comme cela s'est fait pour d'autres dossiers majeurs, accepter un audit de la Cour des comptes sur la passation et l'exécution du marché?

 

15.02  Theo Francken, ministre: Les missiles dont il est question sont les Joint Strike Missiles (JSM) fabriqués par la firme Kongsberg Defence & Aerospace en Norvège, Europe. Cet armement est en cours d'intégration sur les F-35A par le Joint Program Office (JPO) et sera utilisé entre autres par la Belgique. Le coût de l'intégration est partagé entre les différents pays faisant l'acquisition du JSM. Cette contribution restera toutefois limitée en raison de la mutualisation des coûts au sein du programme F-35 ainsi que de la similarité de configuration avec les partenaires. Ces coûts sont couverts par le dossier initial d'acquisition des F‑35.

 

Le JSM n'est pas intégré à ce stade sur les avions pilotés à distance MQ-9B exploités par la Défense belge. Une étude de faisabilité est en cours.

 

Les alternatives industrielles européennes ont été évaluées en tenant compte de la maturité des solutions disponibles dans cette catégorie d'armement. Le JSM est aujourd'hui le seul missile air-sol européen de moyenne portée intégré en soute interne du F-35, ce qui permet un emploi opérationnel immédiat.

 

Les achats de munitions sont effectués au moyen de crédits de fonctionnement qui ne font pas partie du plan pluriannuel d'investissement en matériel majeur de la Défense. Par conséquent, les munitions ne sont pas incluses dans les 34 milliards d'euros, car cela n'a jamais été le cas. Il s'agit d'un budget de fonctionnement et non d'un investissement.

 

La première commande belge de JSM a été passée via un accord intergouvernemental avec le gouvernement américain. En effet, le gouvernement américain a, lui aussi, acheté ces missiles européens pour ses propres F-35. Nous nous sommes associés à la commande américaine afin de pouvoir disposer plus rapidement des premiers missiles.

 

La deuxième commande a été passée directement auprès du gouvernement norvégien. Ces dossiers ont été présentés à la commission chargée du Contrôle des achats et des ventes militaires de la Chambre des représentants. Pour être clair, nous avons acheté des missiles européens via les Américains pour les obtenir plus vite. J'ai lu dans la presse et dans les commentaires de collègues politiques que j'apprécie beaucoup, des affirmations selon lesquelles il était scandaleux que nous ayons acheté pour 600 ou 800 millions d'euros de missiles American Express de Trump. J'ai vu cela passer sur votre Facebook. Vous me suivez mais je vous suis également! Ce sont les propos de nombreux collègues francophones ainsi que de la presse – je le dis pour les journalistes ici présents.

 

Ce sont des missiles européens produits en Norvège, le JSM, Joint Strike Missile, que nous avons achetés via les Américains pour accélérer le processus, mais ils sont fabriqués en Europe. Même les Américains achètent en Europe. Incroyable! Le discours que je tiens ne vous convient pas, monsieur De Smet.

 

15.03  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je suis ravi que vous ayez eu l’occasion de clarifier les choses et de nous expliquer que nous achetons des missiles européens par l’intermédiaire des Américains, afin de les utiliser sur des avions américains. Au moins, nous disposons désormais de davantage d’informations que celles parues dans la presse.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

16 Question de Philippe Courard à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'épidémie d'Ebola" (56016359C)

16 Vraag van Philippe Courard aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De ebola-uitbraak" (56016359C)

 

16.01  Philippe Courard (PS): Monsieur le ministre, le chef de l’Organisation mondiale de la Santé (OMS) a alerté que la République démocratique du Congo était confrontée à une épidémie d’Ebola "extrêmement grave et difficile", appelant les pays voisins à agir "immédiatement". Ce dernier s'est d'ailleurs rendu sur place, et la situation est vraiment inquiétante.

 

Au sein de la Défense belge, quelles sont les mesures prises pour les militaires belges déployés dans la région ou de retour de celle-ci? S'agissant de B-FAST, la Défense est-elle mobilisée pour une éventuelle mission coordonnée par les Affaires étrangères afin d'apporter un soutien aux pays de la région en vue de faire face à cette épidémie? Quels moyens humains, matériels et logistiques sont-ils mobilisables, et selon quels délais? Quant à la composante médicale, quelles sont les mesures prises tant pour la santé des militaires que pour d'éventuelles mesures en matière d'aide à la nation sur le territoire européen? Enfin, une coordination avec le SPF Santé publique est-elle en cours?

 

16.02  Theo Francken, ministre: Monsieur Courard, la situation épidémiologique en République démocratique du Congo fait l'objet d'une attention soutenue au sein de la Défense, en étroite coordination avec les autorités civiles compétentes.

 

Concernant les militaires belges déployés dans la région ou de retour de celle-ci, la Défense a mis en place, dès l'alerte de l'OMS, un dispositif renforcé de suivi et de prévention.

 

La situation fait l'objet d'un suivi quotidien par la cellule MEDINTEL et l'État-major du Service médical de la Défense. Des rapports de situation sont diffusés régulièrement afin de permettre une adaptation rapide des directives. Des consignes préventives strictes ont été communiquées au détachement en République démocratique du Congo ainsi que des informations détaillées sur les symptômes de la maladie. Les unités ont également reçu l'instruction de se tenir prêtes à un déploiement rapide, si nécessaire. Par ailleurs, toute nouvelle mission vers les provinces les plus touchées – notamment l'Ituri et le Nord-Kivu – est fortement déconseillée et soumise à une autorisation préalable.

 

S’agissant d’une éventuelle mobilisation dans le cadre de B-FAST, il convient de préciser qu’à ce stade, la Défense n’a pas été sollicitée et qu’aucun tasking opérationnel n’a dès lors été donné. Un déploiement a été effectué vers le Venezuela à la suite du tremblement de terre. En revanche, il n’existe à ce stade aucune activation de B-FAST concernant la République démocratique du Congo.

 

Enfin, s'agissant du Service médical, les mesures s’inscrivent pleinement dans le dispositif national coordonné avec le SPF Santé publique. L’accent est mis sur le triage rapide, l’isolement des patients et le strict respect des procédures hospitalières en vigueur. Ces éléments constituent les principaux points de vigilance.

 

La Défense contribue à cet effort tant par la protection de son personnel que par sa capacité d'appui à la nation, notamment via ses moyens chimiques, biologiques, radiologiques et nucléaires (CBRN), ses capacités médicales spécialisées et son soutien logistique. Une coordination étroite avec le SPF Santé publique est organisée, tandis qu'une évaluation continue de la situation est assurée. Pour l'instant, tout est sous contrôle.

 

Par ailleurs, je souhaite à la République démocratique du Congo une belle victoire ce soir pour le match de foot. C'est incroyable et historique!

 

16.03  Philippe Courard (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie. Nous avons reçu une réponse complète quant aux sources d'inquiétude. Nous restons évidemment en période de veille, parce que les choses peuvent toujours évoluer, mais je crois que ce qui est mis en place correspond aux besoins actuels. Merci beaucoup.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

17 Vraag van Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De Belgische betrokkenheid bij de Arctische veiligheid" (56016396C)

17 Question de Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'implication de la Belgique dans la sécurité de l'Arctique" (56016396C)

 

17.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, binnen anderhalve week heb ik de eer om de zeer gewaardeerde collega Philippe Courard te vervangen tijdens een missie van de NAVO Parlementaire Assemblee in Canada, die volledig in het teken staat van de Arctische veiligheid. We starten in Ottawa, maar gaan ook naar Iqaluit in het Hoge Noorden.

 

Dat wordt dus zeker een boeiende missie, vooral omdat ik ook met andere collega’s en NAVO-partners in contact kan komen. Ik wil die missie uiteraard zo goed mogelijk voorbereiden. Daarom stel ik er ook een vraag over in deze commissie.

 

De Arctische regio wordt steeds belangrijker, ook voor onze veiligheid. Door de klimaatverandering en het ontstaan van nieuwe belangrijke zeeroutes wint de regio aan belang. Ook de aanwezigheid van kritieke grondstoffen en de toenemende militaire activiteit van zowel Rusland als China maken dat het Arctische gebied van groot belang wordt voor de NAVO en dus ook voor ons, Belgen.

 

Ik vraag mij af hoe we ons daartegenover positioneren. Hoe kunnen we bijdragen aan de veiligheid in het Arctische gebied, eventueel met onze capaciteiten? Hoe ziet u dat? Kunt u mij wat extra informatie geven die ik kan meenemen naar die missie binnen anderhalve week?

 

17.02 Minister Theo Francken: Door de toegang tot de Atlantische Oceaan heeft de Arctische regio een aanzienlijk strategisch belang voor zowel het Amerikaanse als het Europese continent en dus ook voor België. Als bondgenoot op de noordwestelijke flank van de NAVO en als transit- en maritieme natie is België bovendien rechtstreeks betrokken bij de veiligheidsdynamiek in het Hoge Noorden. Voor Defensie vormt deze regio dan ook een blijvend aandachtspunt.

 

De meerderheid van de Arctische staten zijn NAVO-bondgenoten, terwijl Rusland als grootste destabiliserende factor in de regio wordt beschouwd en een directe bedreiging vormt voor de trans-Atlantische veiligheid en stabiliteit. De sterk toegenomen interesse van grootmachten in de Arctische regio illustreert die geopolitieke impact. Er ontstaan nieuwe handelsroutes en potentiële militaire inzetgebieden.

 

Intussen bepaalt de strijd om toegang tot strategische grondstoffen mee de agenda van de grootmachten, worden de machtsverhoudingen beïnvloed en neemt het risico op conflicten toe. Om potentiële dreigingen het hoofd te bieden, heeft de NAVO haar aanwezigheid in de regio versterkt, onder meer via initiatieven zoals Arctic Sentry. Ook de Belgische Defensie draagt daaraan bij via deelnames aan Standing Naval Forces, Icelandic Air Policing met F-16's, oefeningen met bondgenoten in de regio en het tijdelijk ter beschikking stellen van stafpersoneel.

 

In de toekomst zal de Defensiestaf de opportuniteiten blijven onderzoeken om bij te dragen aan activiteiten die gericht zijn op afschrikking ten aanzien van Rusland en op de verdediging van die strategisch belangrijke regio. Daarbij kijken wij niet alleen naar Europese samenwerking maar ook naar mogelijke samenwerkingen met gelijkgezinde landen aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan, zoals Canada.

 

In die zin is uw bezoek heel belangrijk, ook vanuit diplomatiek standpunt. Ik wens u dan ook veel succes.

 

De samenwerking met de Arctische bondgenoten vandaag en morgen onderstreept de ambitie van België om als betrouwbare partner bij te dragen aan de veiligheid van het trans-Atlantische gebied, inclusief de Arctische regio.

 

17.03  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik wil u danken voor uw antwoord. Ik kijk alvast uit naar de nieuwe inzichten die ik ginds mogelijk zal opdoen en waarmee wij ook hier in de commissie aan de slag kunnen gaan.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

18 Samengevoegde vragen van

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Europese noodscenario’s bij een mogelijke Amerikaanse terugtrekking uit de NAVO-commandostructuur" (56016398C)

- Kjell Vander Elst aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De Amerikaanse afbouw van de strategische en maritieme capaciteiten binnen de NAVO" (56016410C)

- Koen Metsu aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa" (56016602C)

- François De Smet aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het voornemen van de VS om de NAVO-steun in Europa terug te schroeven" (56017029C)

18 Questions jointes de

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Les scénarios d'urgence européens face au retrait possible des États-Unis du commandement de l'OTAN" (56016398C)

- Kjell Vander Elst à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le désengagement américain des capacités stratégiques et maritimes au sein de l'OTAN" (56016410C)

- Koen Metsu à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La présence militaire américaine en Europe" (56016602C)

- François De Smet à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Les vélléités de désengagement des USA en matière de soutien à l'OTAN en Europe" (56017029C)

 

18.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, we hebben het al vaak over dit onderwerp gehad. Het is op zich geen nieuws, maar recent verscheen er een artikel in The Economist waarin stond dat de Europese lidstaten van de NAVO aan een plan B werken. Als het aantal troepen dat door de Amerikaanse bondgenoot uit Europa wordt teruggetrokken een bepaald niveau bereikt, zullen we immers een versnelling hoger moeten schakelen.

 

We stellen ook vast dat er in het Amerikaanse Congres bipartisane wetgeving tot stand komt om de president en de checks-and-balances enigszins in evenwicht te houden. Zo is er een wet die bepaalt dat het aantal militairen nooit lager mag zijn dan een bepaald niveau en dat de president daarover niet alleen kan beslissen.

 

Het is een niet onrealistisch scenario waarmee we steeds meer rekening moeten houden. Ik vraag mij dan ook af welke lessen we daaruit trekken, mijnheer de minister. Hoe en hoe hard wordt er op dit moment gewerkt aan de Europese pijler binnen de NAVO? Volgens ons moet dat meer zijn dan alleen een theoretisch begrip. Daar moeten we de komende jaren echt werk van maken. Ik denk dat dit dé strategische uitdaging voor de Europese lidstaten van de NAVO wordt.

 

18.02  Koen Metsu (N-VA): Voorzitter, ik stel dezelfde vragen als collega Weydts, dus ik verwijs naar de ingediende vraag.

 

Geachte meneer de minister, al ruim een decennia voert de Amerikaanse overheid een beleid om haar aanwezigheid van troepen in Europa, en meer bepaald in Duitsland, stapsgewijs af te bouwen. Recent kwam die afbouw nogmaals in de media, met ook haar beslissing om niet langer de geplande langeafstandswapens in Europa te gaan stationeren.

 

Als kernlid van de NAVO en gastland voor cruciale militaire infrastructuur zoals Kleine Brogel en USAG Benelux, is België sterk verweven met de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa. Het Amerikaanse beleid van versnelde afbouw creëert weliswaar een onzekerheid op het Europese vasteland als het gaat over de conventionele afschrikking tegenover Rusland. Tegelijk versterkt dit de druk op de Europese bondgenoten – België inbegrepen – om meer eigen militaire capaciteiten te ontwikkelen, bijvoorbeeld als het gaat over langeafstandswapens en strategische autonomie creëren.

 

Deze beweging is een illustratie van het feit dat de trans-Atlantische veiligheidsarchitectuur stilaan verandert, en dat België zich hier tijdig en doordacht moet op aanpassen.

 

Hierover stel ik u graag volgende vragen:

 

Welke impact verwacht u op de Belgische NAVO‑infrastructuur, zoals Kleine Brogel en USAG Benelux, ingevolge een verminderde Amerikaanse aanwezigheid?

 

Welke maatregelen zijn voor u prioritair om als lidstaat binnen de EU en NAVO bij te dragen tot meer strategische autonomie op defensievlak?

 

Hoe wil België de coördinatie met de NAVO en de Verenigde Staten verzekeren om  de stabiliteit van de Europese veiligheidsarchitectuur te blijven garanderen?

 

Welke investeringsdomeinen binnen onze Defensie zijn volgens u prioritair gelet op de Amerikaanse beleidswijziging?

 

Krijgt België via haar bondgenootschappen intussen duidelijkheid over de militaire en operationele inzet die van ons wordt verwacht binnen de veranderende trans‑Atlantische context? Met andere woorden, ziet u bepaalde capability gaps opduiken als gevolg van de Amerikaanse afbouw?

 

Alvast bedankt voor uw antwoorden

 

18.03  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, les États-Unis envisageraient de réduire leur soutien aux opérations de l’OTAN en Europe. Bien sûr, on peut ne pas prêter attention aux déclarations erratiques quotidiennes de l’administration Trump. Toutefois, il existe une tendance de fond au désengagement américain, qui ne date d’ailleurs pas spécifiquement de cette administration. Il convient donc d’en prendre pleinement conscience.

 

Cette évolution, si elle se confirme, intervient alors que la Belgique s’est engagée à consacrer 2 % de son PIB aux dépenses de défense et que notre pays planifie d’importants investissements dans ses capacités militaires. Elle renforce la question de l’autonomie stratégique européenne et soulève la question de la redistribution des charges au sein de l’Alliance.

 

Monsieur le ministre, je souhaiterais connaître votre avis. Pouvez-vous nous indiquer quelles informations précises le gouvernement aurait reçues de ses homologues américains ou via les canaux de l’OTAN concernant cette réorientation? Cette annonce est-elle de nature à modifier la trajectoire ou la nature des investissements de dépense prévus dans la programmation militaire belge? Une réponse coordonnée est-elle envisagée par les partenaires de l’OTAN? Si tel est le cas, quel rôle la Belgique est-elle appelée à y jouer? Enfin, ce désengagement partiel des États-Unis renforce-t-il aux yeux du gouvernement la nécessité d’accélérer la construction d’une défense européenne commune?

 

18.04 Minister Theo Francken: De Verenigde Staten hebben al tijdens de NAVO-top in Den Haag duidelijk gemaakt dat ze een burden shifting voor ogen hebben. Dat werd bevestigd in de Nationale Veiligheidsstrategie van 5 december. De VS blijven zich echter engageren voor artikel 5 van het NAVO-verdrag en voor de nucleaire afschrikking, maar verwachten dat de Europese en Canadese bondgenoten in grotere mate de conventionele verdediging van het Europese grondgebied op zich nemen.

 

In januari 2026 werd al overeengekomen om de Joint Force Commands door Europese generaals te laten leiden. De VS zullen gebruikmaken van de bestaande NAVO-processen voor defensieplanning om die burden shifting op een gecoördineerde manier te laten verlopen.

 

In die context dient België blijvend in te zetten op de drie belangrijkste uitdagingen van de NAVO. Dat zijn, ten eerste, het verhogen van de defensie-uitgaven, zoals overeengekomen op de top van Den Haag, ten tweede, het versterken van de defensieproductiecapaciteit en, ten derde, het bestendigen van de steun aan Oekraïne. Met betrekking tot de defensieproductiecapaciteit en de steun aan Oekraïne is de Europese Unie een sleutelpartner, die talrijke initiatieven ontwikkelt.

 

Op 22 mei werden de bondgenoten door de VS geïnformeerd over de concreet geplande vermindering van hun bijdrage ten voordele van het NATO Force Model. Die aanpassing werd in nauw overleg met de SACEUR uitgewerkt en vormt een eerste stap in een langer traject. Op de korte termijn blijft de impact van die aangekondigde Amerikaanse afbouw beperkt en kan die door de bondgenoten worden opgevangen. De impact op de middellange termijn zal verder worden geanalyseerd in de tweede helft van het jaar, ter voorbereiding van de volgende defensieplanningscyclus, die in 2027 van start gaat. Voor zover ons bekend, zal de graduele Amerikaanse afbouw geen directe gevolgen hebben voor de tewerkstelling in België.

 

Voor een analyse van de inspanningen op de korte termijn moet rekening worden gehouden met de nood aan capaciteit voor de verdediging van het nationale grondgebied in het licht van artikel 3 van het NAVO-verdrag en met de capaciteiten die nodig zijn voor de rol van België als reception and transit nation in geval van een crisis. Het is duidelijk dat luchtverdediging en logistieke ondersteuningsmiddelen daarbij een belangrijke plaats innemen.

 

Coördinatie met de NAVO en de Verenigde Staten blijft voor alle Europese bondgenoten absoluut noodzakelijk om de burden shift succesvol uit te voeren. In dat kader communiceren de Verenigde Staten duidelijk welke conventionele capaciteiten Europa in de toekomst zal moeten overnemen.

 

Wat de impact op de operationele inzet betreft, bekijkt Defensie nu al met welke middelen bepaalde opdrachten die de Amerikanen momenteel nog uitvoeren, kunnen worden overgenomen, zonder daarbij andere engagementen af te bouwen.

 

Il est donc clair que les États-Unis tiennent les alliés de l'OTAN informés de leur intention de retirer certaines capacités du NATO Force Model. Les capacités concernées relèvent toutefois d'informations classifiées et ne peuvent pas être communiquées dans ce cadre. L'impact de cette décision sur les investissements belges à court et à moyen terme a également été précisé.

 

Pour l'OTAN, pour les alliés, pour la Belgique, une communication claire et transparente de la part des États-Unis est essentielle afin de permettre une reprise des capacités par les partenaires européens de l'OTAN et le Canada de manière optimale et coordonnée.

 

L'OTAN demeure la pierre angulaire de notre dissuasion et de notre défense collective. Le fait que les partenaires européens doivent investir davantage dans la sécurité européenne s'en trouve une nouvelle fois souligné. Toutefois, remplacer l'OTAN par une autre forme de défense commune, fondée sur une approche strictement européenne, n'est pas à l'ordre du jour.

 

De voorzitter: Geen van de leden vraagt nog het woord voor een repliek.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

19 Question de François De Smet à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La découverte de deux mines à bord d'un navire méthanier" (56016402C)

19 Vraag van François De Smet aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De ontdekking van twee zeemijnen op de romp van een lng-tanker" (56016402C)

 

19.01  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, la presse rapporte cette curieuse affaire: la découverte de deux mines à bord d'un navire méthanier en provenance d'Anvers. Cette information, dans le contexte de la guerre en Ukraine et du renforcement des contrôles maritimes en mer du Nord, soulève des préoccupations en matière de sécurité.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous confirmer les faits?

 

Quels sont les protocoles de contrôle aujourd'hui appliqués aux marchandises sensibles quittant les ports belges et le rôle respectif de la Défense, des douanes – même si je poserai la question à votre collègue – et de la police de la navigation dans ce dispositif?

 

Une enquête judiciaire, avec un signalement aux partenaires européens, notamment OTAN et Frontex Maritime, a-t-elle été ouverte?

 

19.02  Theo Francken, ministre: La sécurisation du port d'Anvers relève des autorités civiles et non des compétences de la Défense. Le maintien de l'ordre dans le port d'Anvers et le contrôle des marchandises entrantes et sortantes relèvent de la compétence de la police de la navigation et des services des douanes. La Défense n'est pas impliquée dans cette procédure.

 

Une éventuelle enquête judiciaire relève exclusivement des compétences des autorités judiciaires compétentes, mais le SGRS a toutefois analysé les images disponibles. Sur la base de cette analyse, il est considéré comme probable qu'un objet se trouvait fixé à la coque du navire concerné au moment où celui-ci a quitté le port d'Anvers. Le SGRS souligne néanmoins qu'il n'est pas possible d'établir s'il s'agissait d'explosifs ni de déterminer à quel moment précis cet objet aurait été placé.

 

19.03  François De Smet (DéFI): Dont acte.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

20 Samengevoegde vragen van

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De plannen van de NAVO voor een nieuw korpshoofdkwartier in Estland" (56016415C)

- Luc Frank aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het opzetten van commandocentra in de Baltische landen door Duitsland en Nederland" (56016784C)

20 Questions jointes de

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Les plans de l’OTAN pour un nouveau quartier général de corps d’armée en Estonie" (56016415C)

- Luc Frank à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'ouverture de centres de commandement dans les pays baltes par l'Allemagne et les Pays-Bas" (56016784C)

 

20.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, recente plannen van de NAVO, die mogelijk al in uitvoering zijn, beogen in Estland een nieuw hoofdkwartier te installeren.

 

Als ik mij niet vergis, hebben de Nederlanders daaraan sinds gisteren ook een bijdrage geleverd. Dat kadert natuurlijk in de toenemende dreiging aan de oostflank.

 

De Baltische staten zijn in dat opzicht natuurlijk de eerste NAVO-lidstaten die in het vizier komen van eventuele verdere imperialistische plannen van Poetin. Dat dossier is dus belangrijk.

 

Is een bijdrage van België aan die NAVO-plannen mogelijk, al is het maar met een kleine stafcapaciteit, met liaisonofficieren of gelijkaardige profielen? Kunnen wij daar ook aan deelnemen?

 

20.02  Luc Frank (Les Engagés): Monsieur le ministre, l'Allemagne et les Pays-Bas ont récemment annoncé qu'ils allaient mette en place un état-major tactique conjoint dans les pays baltes. Le centre de commandement germano-néerlandais, connu sous le nom de 1 German-Netherlands Corps (1GNC), a été créé en 1995 et est capable de diriger jusqu'à 50 000 militaires.

 

Désormais, par ce nouveau déploiement, "il assumera un rôle de commandement et de contrôle des unités terrestres de défense de l'OTAN ainsi que des forces nationales stationnées en Estonie et en Lettonie", a indiqué le ministre allemand de la Défense dans un communiqué. Il s'agit d'une importante responsabilité à tenir dans la direction des exercices et autres activités préparatoires et, en cas d'urgence, dans la défense du flanc est de l'OTAN. Le but de ce nouveau déploiement est également de renforcer la cohésion de l'OTAN et de permettre à cette précieuse alliance de disposer de capacités accrues et de réagir plus rapidement.

 

Actuellement, les forces de l'OTAN déployées dans la région de la Baltique sont placées sous l'autorité d'un unique quartier général installé dans la ville polonaise de Szczecin. Il me semble que la Belgique fournit du personnel à ce quartier général en Pologne. Pourriez-vous nous préciser le nombre de militaires belges qui y sont impliqués? Est-ce là la contribution précise de la Belgique à la défense du flanc est de l'OTAN?

 

La Belgique compte-t-elle participer d'une manière ou d'une autre à cette nouvelle force de dissuasion dirigée par l'Allemagne et les Pays-Bas qui, si je comprends bien, ne sera pas responsable du territoire lituanien?

 

Cette actualité démontre les bénéfices des coopérations renforcées au sein de l'Union européenne. La Belgique envisage-t-elle de participer à de nouvelles coopérations de ce type, au-delà de ce qui existe actuellement?

 

20.03 Minister Theo Francken: Defensie is op de hoogte van de ontplooiing vanuit het hoofdkwartier van het eerste Nederlands-Duitse korps naar Estland. Dit past in de concrete uitwerking van het nieuwe NATO Force Model, waarbij de negen geïdentificeerde korpsen In Europa vooruitgeschoven commandocapaciteiten moeten voorzien. Die versterking van de NAVO-commandostructuur vormt een belangrijke voorwaarde voor de implementatie van de nieuwe afschrikkings- en verdedigingsplannen in het kader van de Deterrence and Defence of the Euro-Atlantic Area.

 

Een performante commando- en controlestructuur is essentieel. Het feit dat het een inzet betreft van een reeds bestaand hoofdkwartier verklaart naar alle waarschijnlijkheid waarom ons land niet is vertegenwoordigd. De korpsen waar wij wel in de commandostructuur vertegenwoordigd zijn, werden nog niet bevraagd om vooruitgeschoven commandocapaciteit in de plaats te stellen. België werd tot op heden niet gevraagd om bij te dragen aan dit initiatief.

 

La Défense belge ne fournit pas de personnel au quartier général du Multinational Corps Northeast, en Pologne. Concrètement, la Belgique met du personnel militaire à disposition pour les missions de soutien à l’Ukraine en Pologne. Elle contribue également aux Forward Land Forces, au moyen de quelques officiers d’état-major déployés sur une base permanente, ainsi que d’une unité ISTAR (Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance) sur une base régulière. Par ailleurs, elle déploie régulièrement un détachement de F-16 dans le cadre des missions de Baltic Air Policing (BAP) ou de l'Enhanced Air Policing (EAP).

 

La coopération militaire avec les Alliés constitue l’un des piliers fondamentaux de l’OTAN. Toute participation à de nouvelles initiatives fait l’objet d’une analyse systématique, tenant compte à la fois des besoins propres de la Défense et des engagements déjà pris. La Belgique a l’ambition d’assumer ses responsabilités en tant que partenaire crédible, tant au sein de l’OTAN que de l’Union européenne. Cela implique une contribution proportionnée au renforcement du pilier européen au sein de l’OTAN.

 

20.04  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, alle begrip, ik vind niet dat we aan elk initiatief moeten deelnemen, want we doen al heel veel. We zijn een trouwe partner als het gaat over de versterking van de oostflank, de Forward Land Forces en het leveren van militairen aan staven en hoofdkwartieren.

 

Mijnheer de voorzitter, toen we een bezoek brachten aan de Sigonella Air Base, hebben we gemerkt dat op het niveau van dergelijke staven en hoofdkwartieren elke militair die daar aanwezig is, zelfs al gaat het om kleine aantallen, zeer waardevol wordt geacht. Nogmaals, ik wil niet zeggen dat we overal aanwezig moeten zijn, maar ik wil wel de boodschap meegeven die we in Sigonella hebben gekregen dat zelfs de aanwezigheid van twee officieren op een staf of een hoofdkwartier wordt gewaardeerd en een bijdrage vormt.

 

20.05  Luc Frank (Les Engagés): Vielen Dank für die Präzisierung.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Mevrouw Lanjri is er niet, dus haar vraag nr. 56016485C vervalt.

 

21 Samengevoegde vragen van

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De inslag van een Russische drone op NAVO-grondgebied in Roemenië" (56016499C)

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Verontrustende drone-incidenten aan de oostelijke flank van Europa" (56016761C)

21 Questions jointes de

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'incursion d'un drone russe sur le territoire de l'OTAN en Roumanie" (56016499C)

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Les incidents inquiétants impliquant des drones sur le flanc oriental européen" (56016761C)

 

21.01  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, drone-incidenten aan de oostflank zijn legio. In Roemenië is een Russische drone ingeslagen in een appartementsgebouw, met gewonden tot gevolg. Later is ook in Moldavië een drone neergestort. Dat gebeurde uiteraard allemaal dicht bij de grens met Oekraïne. Ook in Letland zijn er al incidenten geweest en blijven er plaatsvinden. Het kan natuurlijk gaan om in het conflict in Oekraïne ingezette en afgeweken drones. Dat is ook de verklaring door de Russen, maar ik ben daar niet zo zeker van. Ik beschik natuurlijk niet over de informatie waarover u beschikt. Vandaar dat ik deze vragen stel.

 

Vinden die incidenten accidenteel plaats? Komt dat door het feit dat er in Oekraïne veel droneactiviteiten zijn en dat er af en toe een drone afwijkt? Ik kan me echter niet van de indruk ontdoen dat daar mogelijk ook een intentie achter zit en dat die incidenten intentioneel zijn. Ik heb hier al vaker verwezen naar de strategie van de Russen om ons te testen en te pesten, om te kijken hoe we reageren op dergelijke incidenten, zowel militair als politiek.

 

Kunt u daarover wat meer informatie geven? Als er informatie is die niet in openbare vergadering kan worden gegeven, kunt u mij die misschien in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies, achter gesloten deuren geven. Ik denk in ieder geval dat er meer aan de hand is dan een accidenteel neerkomen van een drone en dat er af en toe ook intenties achter zitten. Ik vroeg me af of we daarover wat meer informatie kunnen krijgen.

 

21.02 Minister Theo Francken: In de NAVO wordt het drone-incident van een maand geleden in Roemenië als een nieuwe escalatie beschouwd. Hoewel Rusland ontkent dat de drone Russisch was, bestaat daarover in de NAVO geen twijfel. Ook de Belgische Defensie volgt die zienswijze. Er zijn echter geen bewijzen dat de inslag van de drone beschouwd kan worden als een deel van de Russische strategie de NAVO-defensie aan de oostflank te testen.

 

Verklaringen als interferentie met navigatie- of steunsystemen, dan wel een technisch defect, kunnen niet uitgesloten worden. Zoals bij eerdere incidenten bevestigt het voorval het belang van blijvende waakzaamheid en een adequate bescherming van het NAVO-grondgebied.

 

De drone-incidenten begin juni in Letland en Moldavië passen in een groeiend patroon van grensoverschrijdende schendingen van het luchtruim als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Op 8 juni 2026 werd in Letland een drone die vanuit Rusland het Letse luchtruim was binnengedrongen, door een Frans jachtvliegtuig onderschept en neergehaald. Op hetzelfde moment stortte in Moldavië een drone neer die explodeerde, evenwel zonder slachtoffers te veroorzaken. In beide gevallen blijft de exacte herkomst onduidelijk.

 

Drones geraken geregeld uit koers door elektronische verstoring, waardoor ze het luchtruim van een derde land kunnen binnendringen. In de NAVO wordt dat type incident beschouwd als een structureel risico dat samenhangt met de oorlog in Oekraïne en niet als een geïsoleerde gebeurtenis. Het gaat meestal over onbedoelde overschrijdingen met beperkte directe impact. Er is wel zeker een risico van escalatie, zeker wanneer er slachtoffers vallen of een militaire reactie nodig is.

 

De incidenten benadrukken de groeiende kwetsbaarheid van het Europese luchtruim voor kleine, moeilijk detecteerbare drones en de impact van elektronische oorlogsvoering. De NAVO blijft daarom inzetten op verhoogde waakzaamheid, versterkte luchtpatrouilles en verdere ontwikkeling van antidronecapaciteit, met als uitgangspunt dat elke schending van het NAVO-luchtruim ernstig wordt genomen en dat het bondgenootschap in staat blijft zijn grondgebied te verdedigen.

 

21.03  Axel Weydts (Vooruit): Blijvende waakzaamheid is inderdaad de boodschap. We moeten koel reageren, het hoofd koel houden en oppassen voor escalatie. Ik blijf alleszins de indruk hebben dat er iets meer aan de hand is.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

22 Questions jointes de

- François De Smet à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le déploiement de drones belges en Méditerranée" (56016511C)

- Annick Ponthier à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le déploiement opérationnel des drones SkyGuardian MQ-9B au-dessus de la Méditerranée" (56017588C)

22 Samengevoegde vragen van

- François De Smet aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het inzetten van Belgische drones boven de Middellandse Zee" (56016511C)

- Annick Ponthier aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De operationele inzet van de Belgische MQ-9B SkyGuardiandrones boven de Middellandse Zee" (56017588C)

 

22.01  François De Smet (DéFI): Monsieur le président, monsieur le ministre, deux drones de l’armée belge sont déployés depuis le 29 mai 2026 au-dessus de la mer Méditerranée dans le cadre de la lutte contre l’immigration illégale et les activités criminelles comme le trafic d’armes. Ce déploiement s’inscrit dans le cadre de l’opération Silent Spear, via laquelle la Belgique participe au programme Sea Guardian de l’OTAN.

 

Vous avez déclaré à cet égard: "Les menaces ne s’arrêtent pas aux frontières de l’Europe. Ce qui se passe en Afrique du Nord, au Sahel ou au Moyen-Orient a un impact direct sur les flux de migration illégale en direction de notre pays."

 

D'accord, mais tout déploiement de moyens militaires à l'étranger engage la responsabilité internationale de la Belgique et appelle à un contrôle démocratique rigoureux.

 

Monsieur le ministre, confirmez-vous le mandat OTAN de cette mission de surveillance et ses objectifs opérationnels? Quel est le cadre juridique de ce déploiement, notamment au regard des règles d'engagement et du droit international applicable en cas de collecte de données ou d'interception? Quelle est la durée prévue de cette mission et quel en est le coût pour le budget de la Défense? Les données collectées par ces drones seront-elles partagées avec des partenaires ou agences (Frontex, OTAN ou pays tiers)? Dans l'affirmative, selon quelles garanties?

 

22.02  Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, u hebt onlangs de eerste buitenlandse operationele inzet van onze MQ-9B SkyGuardian-drones in het kader van Operation Silent Spear aangekondigd, waarin de strijd tegen de illegale migratie een absolute prioriteit vormt en waarbij de drones worden ingezet om de illegale migratiestromen naar Europa te bestrijden.

 

We mochten onlangs, waarvoor nogmaals dank, een interessant werkbezoek aan Sigonella in Sicilië brengen. Daar kregen we een beeld van de operatie en heel wat informatie. Daaruit bleek vooral de brede maritieme inlichtingen- en situational awareness-opdracht van Operation Silent Spear in het kader van de NAVO-operatie Sea Guardian. De operationele focus ligt daarbij vooral op het monitoren van uiteenlopende veiligheidsdreigingen, waaronder, terecht, de activiteiten van de Russische schaduwvloot, die overal opduikt. Dat is alleen maar logisch.

 

De opvolging van de illegale migratie werd daar eigenlijk wat onderbelicht, mijnheer de minister. Daarom wil ik u een aantal vragen stellen.

 

Kunt u nogmaals verduidelijken wat de precieze operationele hoofdopdrachten van Operation Silent Spear zijn en welk aandeel de strijd tegen de illegale migratie daarin daadwerkelijk vertegenwoordigt?

 

Kunt u zeggen hoeveel operationele vluchten onze MQ-9B's inmiddels boven de Middellandse Zee hebben uitgevoerd? Welke opdrachten werden daarbij uitgevoerd, eventueel opgesplitst naar de verschillende missietypes?

 

Hoeveel migrantenboten hebben de Belgische drones sinds de start van hun inzet daadwerkelijk gedetecteerd of opgevolgd, eventueel in een breder kader binnen Operation Sea Guardian?

 

Hoeveel waarnemingen hadden betrekking op andere veiligheidsdreigingen, zoals de Russische schaduwvloot, verdachte scheepvaart, terrorisme, wapensmokkel of andere maritieme veiligheidsincidenten?

 

Kunt u ook zeggen op welke wijze de door België verzamelde inlichtingen al concreet tot NAVO-operaties of -interventies hebben bijgedragen?

 

Bevestigt of erkent u dat de strijd tegen de illegale migratie binnen Operation Silent Spear slechts één onderdeel van een veel bredere maritieme veiligheidsmissie vormt en dus niet de voornaamste operationele opdracht van onze SkyGuardiandrones is?

 

22.03 Minister Theo Francken: Collega's, ik herinner mij niet te hebben gezegd dat dat de enige opdracht zou zijn van die operatie of dat de prioriteit alleen daar zou liggen. Mevrouw Ponthier, u vraagt al de hele tijd wanneer Defensie iets zal doen aan de Middellandse Zee. U zegt dat in elk betoog, bij de bespreking van de begroting, de Strategische Visie en de militaire programmeringswet. Bij elke beleidsnota vraagt u wanneer ik iets zal doen aan die illegale migratie, want dat ik mij als staatssecretaris van Migratie dik heb gemaakt over die migratie en dat ik nu minister van Defensie ben.

 

Ik heb gezegd dat we nu onze nieuwe prachtige capaciteit, de MQ-9B, hebben en in Sigonella zitten en deelnemen aan die operatie op de Middellandse Zee. Ik heb nooit gezegd dat dat het enige zou zijn waarmee die zich zouden bezighouden. Uiteraard is dat ISR. Die kijken ook naar Russische tankers, naar smokkelwaar, naar illegale visserij. Weet ik veel wat ze allemaal doen. U weet het nu waarschijnlijk beter dan ik, want ik kon jammer genoeg niet meegaan.

 

Ik heb nooit gezegd dat ze er alleen daarvoor waren. Ik heb gewoon gezegd dat u krijgt waarnaar u al de hele tijd hebt gevraagd en waarmee ik het eens ben. Zodra we met onze MQ-9B konden meedoen aan een operatie heb ik ook let's go gezegd tegen mijn mensen. Ze zijn volledig operationeel ready en ze staan er al. U vraagt, wij draaien. Ik denk dat dat toch is wat u hebt gevraagd, dus op dat vlak zitten we op dezelfde pagina en zijn we zeker niet elkaars tegenovergestelden, integendeel.

 

Le déploiement belge des MQ-9B SkyGuardians dans le cadre de l'opération Silent Spear fait partie de la contribution belge à l'opération Sea Guardian de l'OTAN en Méditerranée. L'opération Sea Guardian est une opération de sécurité maritime de l'OTAN axée notamment sur la maritime situational awareness, le soutien antiterroriste et le renforcement des capacités avec les partenaires.

 

La mission Silent Spear a déjà été brièvement expliquée en commission de Suivi des missions militaires à huis clos le 20 mai. Le 10 juin, la mission a été de nouveau discutée plus profondément avec les storyboards nécessaires. Les objectifs opérationnels et les tâches de l'opération Sea Guardian ont également été discutés ainsi que le rôle belge dans cette mission et la manière dont les images du MQ-9B sont traitées et partagées dans le cadre de l'OTAN. Le 16 juin dernier, vous avez eu l'occasion de constater de vos propres yeux ces activités lors de la visite de travail de cette commission à la base aérienne de Sigonella où les MQ-9B étaient déployés.

 

En ce qui concerne la question sur les règles d'engagement, le traitement concret des images et les modalités de partage de l'information, je tiens à souligner que ces éléments sont sensibles sur le plan opérationnel. Ils ne peuvent donc pas être traités en détail lors d'une audience publique.

 

De Belgische bijdrage moet worden gezien als onderdeel van een bredere maritieme veiligheidsopdracht. De strijd tegen illegale migratie is daarbij een relevant aandachtspunt, maar Operation Silent Spear past tegelijk binnen de bredere doelstelling van Operation Sea Guardian, waaronder maritiem situational awareness en het opvolgen van uiteenlopende veiligheidsdreigingen in het Middellandse Zeegebied.

 

Mevrouw Ponthier, de missie heeft als doel alle illegale activiteiten in het Middellandse Zeegebied te bestrijden. Illegale migratie is een van die illegale activiteiten, maar niet de enige. Bovendien weet u maar al te goed dat details van operaties worden besproken in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies. In die commissie wil ik zeker toelichting daarbij geven.

 

Ce déploiement est prévu dans la proposition pour le déploiement opérationnel belge 2026. Le coût total est estimé à 733 000 euros net – 2,4 millions d'euros brut – et est inclus dans le budget planifié pour les opérations 2026. Le personnel concerné est déployé pour toute la durée de l'opération.

 

De eerste elementen in het kader van Operation Silent Spear werden rond 20 april 2026 ontplooid. De laatste elementen zullen naar verwachting volgende week terugkeren.

 

Aangezien het personeel nog niet volledig is teruggekeerd en de operationele afwikkeling van de opdracht nog moet plaatsvinden, zijn definitieve gegevens over het aantal uitgevoerde vluchten, de verdeling per type opdracht en de vastgestelde effecten nog niet beschikbaar.

 

Op het moment dat het personeel is teruggekeerd en wij een analyse kunnen maken, kunnen we die ook agenderen in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies en eventueel laten toelichten door iemand die aan de operatie heeft deelgenomen of door kolonel Comhair.

 

Een overzicht van het aantal uitgevoerde vluchten heb ik al gegeven.

 

22.04  François De Smet (DéFI): Je remercie le ministre pour ses réponses.

 

22.05  Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik noteer dat we na de afsluiting van de missie de cijfers en de evaluatie van de operatie, natuurlijk achter gesloten deuren, toegelicht krijgen, waarvoor dank.

 

Ik heb niet gezegd dat u verklaard hebt dat de strijd tegen illegale migratie het enige doel is van Operation Sea Guardian. U hebt wel in de media gezegd dat dat wel een absolute topprioriteit zou zijn. Als er één ding is waarover wij het eens zijn, dan is het wel daarover natuurlijk. Wij hebben dat thema niet voor niets al jaren op de agenda geplaatst. Ik denk dat we elkaar daar zeker in kunnen vinden, in tegenstelling tot met uw voorganger, Steven Vandeput, mijn vriendelijke buurman in de Kamer, die destijds natuurlijk een andere opdracht had. Hij pikte met onze schepen illegale migranten op en zette ze dan af op het Europese continent. Dat is volgens ons niet de goede manier van werken. Integendeel, als er met de MQ-9B’s waarnemingen gedaan worden, op allerhande vlakken, ook op het vlak van illegale migratie, dan moeten we nog veel daadkrachtiger optreden in plaats van enkel te observeren en melding ervan te maken aan de nationale instanties ter zake.

 

Waar blijven trouwens de pushbacks na de waarnemingen van de marine en de MQ-9B's? Dat gaat natuurlijk een stap verder dan wat we op dit moment doen. Ik heb de vraag gesteld, omdat uit het werkbezoek bleek dat de strijd tegen de illegale migratie maar een heel klein onderdeeltje vormde van de aanpak van de illegale praktijken op de Middellandse Zee. Dat stelde mij teleur, want ik had gehoopt dat daar meer op zou worden ingezet. Ik begrijp uit uw antwoord dat u die hoop deelt. Ik kijk uit naar resultaten van die missie, die we dus binnenkort, achter gesloten deuren, zullen vernemen. Waarvoor dank.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

23 Question de Anthony Dufrane à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le Quartier du Futur à Marchienne-au-Pont" (56016448C)

23 Vraag van Anthony Dufrane aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het Kwartier van de Toekomst in Marchienne-au-Pont" (56016448C)

 

23.01  Anthony Dufrane (MR): Monsieur le ministre, le Conseil des ministres a arrêté son choix: le quartier du futur de Charleroi, décidé en juillet 2021, s'implantera sur 27 hectares d’anciennes friches industrielles du site Duferco Carsid à Marchienne-au-Pont. Ce projet, estimé à 550 millions d’euros, prévoit la construction de 150 000 m2 de bâtiments, un centre médical, un centre de tir, une crèche ainsi que des zones partagées à vocation civile et militaire. En juin 2025, un avis de pré-information relatif au marché a été publié et le masterplan a été approuvé en septembre 2025. L’adjudication des services ainsi que l’obtention du permis sont attendues en 2026 et 2027. Les travaux devraient ensuite se dérouler entre 2028 et 2032, pour une mise en service progressive jusqu’en 2035. Ce chantier stratégique, destiné à accueillir 1 500 militaires et civils, suscite de grandes attentes en matière d’emploi et de revitalisation du bassin carolo.

 

Monsieur le ministre, où en est la procédure Design, Build, Maintain (DBM) lancée en 2025? Des candidats ont-ils été présélectionnés? Selon quel calendrier prévoyez-vous l’attribution définitive du marché? Les demandes de permis d’urbanisme ont-elles été introduites auprès des autorités? Des obstacles administratifs ou environnementaux, liés à la dépollution du site, ont-ils été identifiés? Sont-ils susceptibles de retarder le calendrier prévu? Le coût a été évalué entre 500 et 550 millions d’euros. Disposez-vous d’une enveloppe budgétaire définitive? Quelles sont les unités militaires confirmées pour s’installer dans ce quartier, et à quel horizon leur déploiement effectif est-il prévu? Comment la coordination entre la Défense, la Région wallonne, la Société de Reconversion des Sites Industriels de Charleroi (Soresic) et la Ville de Charleroi s'articule-t-elle pour la gestion des espaces partagés? Enfin, des mesures sont-elles prévues pour favoriser l'accès des entreprises locales aux marchés de sous-traitance générés par ce chantier?

 

23.02  Theo Francken, ministre: Monsieur Dufrane, en préparation d'un marché unique de type Design, Build, Maintain (DBM), couvrant les études et les travaux du Quartier du futur à Charleroi, un avis de pré-information a été publié en juin 2025. Le processus pour la présentation du dossier au Conseil des ministres est en cours, afin de permettre un appel à candidatures en 2026. L'attribution du marché est planifiée en 2027. Les demandes de permis d'urbanisme n'ont pas encore été introduites auprès des autorités. C'est l'adjudicataire du marché qui mènera la conception et l'obtention de permis en associant les autorités compétentes à chaque étape.

 

Les risques identifiés pour la réalisation du projet portent sur la disponibilité foncière liée à l'assainissement en cours, la procédure de marché public et les permis urbanistiques et environnementaux. Les mesures de mitigation consistent en un suivi régulier du planning d'assainissement, avec le cédant. L'application rigoureuse des principes de la commande publique pour sécuriser la procédure de marché et un suivi de coordination étroite avec les autorités compétentes pour la délivrance de permis.

 

Tel que mentionné dans l'avis de pré-information publié en juin 2025, l'estimation du budget est comprise entre 500 et 700 millions d'euros. Un marché DBM sera attribué conformément à la législation en vigueur relative aux marchés publics. Toute entreprise pourra introduire sa candidature et participer au marché, pour autant qu'elle soit dans les conditions requises par la législation en vigueur et dispose des capacités techniques, professionnelles et financières requises pour répondre aux exigences du marché. Le marché devrait également offrir des opportunités aux sous-traitants, notamment dans la région de Charleroi.

 

Le planning d'occupation du quartier prévoit l'accueil progressif de plusieurs unités, dont le 1er/3e Bataillon de lanciers et le 8e Bataillon logistique, ainsi que des éléments de la police militaire, du Movement Control Group, de la Cyber Force, du Service médical et de la Marine, pour un effectif total d'environ 1 500 militaires et civils à terme.

 

La mise en service se fera progressivement au fil des réceptions partielles, sans perturber le chantier. La première occupation est visée à partir de 2031, sous réserve du phasage des travaux, avec une disponibilité complète des infrastructures en 2033 et une pleine capacité à l'horizon 2040.

 

Un modèle de gouvernance structurée a été mis en place afin d'assurer, entre autres, une coordination efficace et un suivi continu de la gestion des espaces à usage civil et militaire partagés. Ce dispositif repose sur plusieurs groupes de travail thématiques, notamment dédiés aux infrastructures, au déploiement local et aux aspects juridiques, qui permettent d'assurer une coordination opérationnelle et technique entre les différentes parties prenantes.

 

Ces travaux sont encadrés par une instance plénière réunissant les principaux acteurs institutionnels, notamment des représentants du cabinet du ministre de la Défense, du cabinet du bourgmestre de Charleroi, de l’État-major de la Défense, de la ville de Charleroi ainsi que de Soresic.

 

Ce mécanisme de gouvernance joue de facto le rôle de comité de suivi, garantissant la concertation, la prise de décisions partagées et le pilotage global du projet.

 

La collaboration entre les acteurs concernés, dont la ville de Charleroi et la Défense, est excellente. Il existe une réelle volonté d’accueillir ce nouveau quartier de la Défense.

 

23.03  Anthony Dufrane (MR): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, pour votre investissement dans ce dossier et aussi pour ces bonnes nouvelles.

 

Depuis le dépôt de ma question, le Quartier du futur a aussi beaucoup fait parler de lui dans la presse, avec le lancement d’une partie des travaux ou, à tout le moins, des avancées significatives.

 

Je vous remercie encore une fois pour vos réponses et pour le suivi. Ce quartier représente, comme vous le savez, beaucoup pour Charleroi, en particulier grâce aux emplois que la Défense va apporter. Je resterai donc attentif au suivi de ce dossier. Merci encore, monsieur le ministre.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

24 Vraag van Koen Metsu aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De meerjarige ICT-consultancyopdracht voor Defensie (MRC&I, ADIV en CIO)" (56016523C)

24 Question de Koen Metsu à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "La mission pluriannuelle de consultance en TIC pour la Défense (MRC&I, SGRS et CIO)" (56016523C)

 

24.01  Koen Metsu (N-VA): Geachte meneer de minister, de ministerraad van 22 mei 2026 heeft op uw voorstel ingestemd met het opstarten van een meerjarige overheidsopdracht voor Defensie. Het dossier betreft de verwerving van gespecialiseerde onderzoeks-, advies-, vergelijkende analyse- en consultancydiensten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie.

 

Deze ondersteuning is bedoeld voor de Divisie Material Resources Communication & Infrastructure (MRC&I), de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV) en de Chief Information Officer (CIO), met het oog op het versterken van hun digitale capaciteiten en strategische IT‑ondersteuning.

 

Hierover stel ik u graag volgende vragen:

 

Hoe zal deze meerjarige adviesopdracht bijdragen aan het versterken van de cyberweerbaarheid van Defensie, in het bijzonder tegen geavanceerde en hybride dreigingen? Ik denk bijvoorbeeld aan ondersteunende AI-detectiesystemen en geavanceerde encryptie-technologieën inrichten.

 

Consultancy-opdrachten voor de overheid liggen soms gevoelig bij het brede publiek. Zijn we zeker dat deze kennis niet al aanwezig is op het departement Defensie zelf? Met andere woorden, voor welke specifieke noden heeft Defensie vandaag geen personeel om dit in te vullen?

 

Zijn er plannen om in de nabije toekomst via rekrutering deze noden zelf in te vullen?

 

Kunt u meer informatie verschaffen over hoe deze adviesopdracht specifiek ADIV zal ondersteunen? Ik denk bijvoorbeeld aan betere cyberinlichtingen en kritieke militaire informatiesystemen beter beschermen.

 

Bevat de overheidsopdracht ook specifieke risicoanalyses en beveiligingstesten, die bijvoorbeeld verhinderen dat gevoelige informatie lekt  en die kwetsbaarheden binnen Defensie sneller opsporen?

 

Hoe zal deze opdracht de CIO versterken?

 

Analoog: Hoe zal de MRC&I dankzij deze opdracht haar beveiligde communicatie‑ en infrastructuursystemen verder kunnen moderniseren en beschermen tegen digitale aanvallen?

 

Worden binnen deze overheidsopdracht ook specifiek verbeteringen voorzien voor incidentrespons, eenmaal cyberaanval gedetecteerd is?

 

Alvast bedankt voor uw antwoorden.

 

24.02 Minister Theo Francken: De meerjarige overheidsopdracht waarvan sprake is een ondersteunende contractuele vector die Defensie toegang geeft tot externe kennis, onderzoek en benchmarking in het ICT-domein. Het gaat niet zozeer om een klassieke consultancy, waarbij taken worden uitbesteed, maar om een combinatie van onderzoeks- en adviescapaciteiten, met als doel de interne kennis binnen de betrokken diensten te versterken. De opdracht zal op die manier bijdragen aan hun cyberweerbaarheid door diensten zoals Cyber Command en de divisie Material Resources Communication & Infrastructure te voorzien van internationale inzichten en best practices die helpen om systemen en processen te verbeteren.

 

Ze voorziet niet in de operationele implementatie van technologie, maar ondersteunt vooral de besluitvorming binnen de betrokken diensten. De externe ondersteuning vervangt de interne expertise niet, maar vult deze aan. Eventuele consultancy blijft beperkt en is gericht op kennisoverdracht naar de eigen organisatie. Tegelijk blijft Defensie sterk inzetten op eigen rekrutering, ondanks een competitieve arbeidsmarkt in dit domein. De opdracht ondersteunt onder meer de ADIV, de CIO en MRC&I.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

25 Samengevoegde vragen van

- Axel Weydts aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De stand van zaken met betrekking tot het sociaal akkoord" (56016532C)

- Christophe Lacroix aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "Het uitblijven van het sociaal plan" (56016641C)

- Annick Ponthier aan Theo Francken (Defensie, belast met Buitenlandse Handel) over "De stand van zaken m.b.t. het sociaal akkoord bij Defensie" (56017590C)

25 Questions jointes de

- Axel Weydts à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'état de la situation en ce qui concerne l'accord social" (56016532C)

- Christophe Lacroix à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "Le plan social toujours attendu" (56016641C)

- Annick Ponthier à Theo Francken (Défense, chargé du Commerce extérieur) sur "L'état de la situation en ce qui concerne l'accord social au sein de la Défense" (56017590C)

 

25.01  Axel Weydts (Vooruit): Het sociaal akkoord is natuurlijk heel belangrijk. Het is hier al heel vaak aan bod gekomen. Een aantal zaken zijn intussen al van kracht of worden binnenkort van kracht. Zo is er bijvoorbeeld de verwijderingstoelage, iets waar al jarenlang vraag naar was bij onze militairen. Die is er nu. Verder gaat het onder andere over de uitbreiding van de maaltijdcheques tot bijkomende personeelscategorieën.

 

We gaan gestaag verder, mijnheer de minister. U hebt via de sociale media gecommuniceerd dat het overleg goed loopt.

 

Kunt u het Parlement een update geven van huidige stand van zaken van het sociaal akkoord? Acht u het nog steeds haalbaar om het door het Parlement te krijgen voor het einde van het jaar, zodat de maatregelen begin volgend jaar effectief kunnen ingaan? Heel veel militairen kijken daar – terecht – reikhalzend naar uit. Het zou goed zijn dat we de teksten na het zomerreces kunnen behandelen in het Parlement.

 

25.02  Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, où est le plan social promis aux militaires pour tenter de faire oublier la réforme des pensions de votre gouvernement qui prolongera leur carrière de plus de 10 ans sans tenir compte de la dangerosité et de la pénibilité de leurs missions au service de notre pays?

 

Dans la presse, je lisais encore aujourd’hui le témoignage d’un militaire qui se plaignait de ne pas pouvoir partir à l’âge initialement prévu dans son contrat de travail. Il avait construit toute sa carrière sur cette perspective. À quelques mois de sa prise de retraite effective, on lui annonce finalement qu’il devra travailler 11 années supplémentaires.

 

Telle est la question alors que la réforme des pensions, elle, a bel et bien été adoptée par votre majorité. Force est de constater que si des raisons sont toujours trouvées pour acheter "en urgence" du matériel militaire, la même urgence ne prévaut pas (…)

 

De voorzitter: Mijnheer Van den Heuvel, kunt u de zaal alstublieft verlaten?

 

25.03  Christophe Lacroix (PS): Là se trouve la difficulté. Monsieur le ministre, vous êtes toujours très pressé – et l’on peut comprendre pourquoi – d’acheter du matériel militaire. En revanche, la même urgence ne se fait pas sentir lorsqu’il s’agit de répondre aux exigences sociales des militaires, des hommes et des femmes qui composent notre armée.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous me faire sérieusement le point sur le calendrier budgétaire et législatif de la mise en œuvre de ce plan social? Pouvez-vous me faire le point sur le nombre de personnes concernées par la réforme des pensions au sein de votre ministère et l'information qui leur a été fournie? Pouvez-vous par ailleurs me faire le point sur vos réunions avec les syndicats militaires depuis la conclusion de cet accord? Quels dossiers sont sur la table?

 

25.04  Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, we hebben een tijd geleden een hoorzitting gehad met een aantal vakorganisaties. Zij gaven toen aan dat het sociaal akkoord dat werd voorgesteld allerminst op een breed draagvlak kon rekenen.

 

Slechts één vakorganisatie heeft nadien het akkoord onderschreven. Andere vakorganisaties blijven op dezelfde nagel kloppen en stellen dat het akkoord het sociaal evenwicht, dat door de pensioenhervorming van uw regering werd verstoord, niet herstelt. Zij wijzen onder meer op de niet-integratie van de loopbaantoelagen in de wedden, de zwaar bekritiseerde OPS-premie en het uitblijven van oplossingen voor diverse sociale dossiers.

 

Er blijven dus een aantal essentiële knelpunten onopgelost en volgens diezelfde vakorganisaties gaat het eerder om een budgettaire operatie dan om een sociale hervorming. Bovendien laat de concrete uitrol van een aantal sociale overgangs- en compensatiemaatregelen op zich wachten en blijven veel zaken in onzekerheid gehuld.

 

Daarom wil ik u graag de volgende vragen stellen. Kunt u een geactualiseerd overzicht geven van de maatregelen uit het sociaal akkoord die al zijn uitgevoerd, die momenteel in uitvoering zijn of die nog vóór 1 januari 2027 zullen worden gerealiseerd?

 

U gaf ook aan dat het belangrijkste pakket nog vóór het zomerreces aan de ministerraad wordt voorgelegd. Welke stappen moeten daaromtrent nog worden doorlopen? Blijft de inwerkingtreding op 1 januari 2027 haalbaar?

 

Welke onderdelen van het sociaal akkoord zijn vandaag nog niet definitief uitgewerkt en wachten dus nog op uitvoeringsbesluiten?

 

Kunt u voor de goede orde nog eens toelichten waarom de integratie van de loopbaantoelagen in de wedden uiteindelijk niet werd opgenomen, ondanks de vraag van diverse vakorganisaties?

 

Bent u ook bereid om de regeling rond de OPS-premie te herbekijken, gelet op de kritiek op de forfaitaire berekening, de laattijdige uitbetaling en het verlies van de premie bij een vroegtijdig vertrek?

 

Tot slot, bent u alsnog bereid het sociaal akkoord op essentiële punten te heronderhandelen, mocht daar vraag naar zijn? U zult ongetwijfeld weten dat die vraag leeft. Dan zou het akkoord uiteindelijk op een breder draagvlak binnen defensie kunnen rekenen.

 

25.05  Theo Francken, ministre: L'accord social contient un large éventail de mesures visant à renforcer l'attractivité et la spécificité du métier militaire. Depuis le dernier état des lieux que j'ai présenté ici le 25 février dernier, de nombreuses avancées ont été réalisées.

 

Wat reeds gerealiseerd is op korte termijn, wordt uitgevoerd. De verwijderingstoelage werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en is van kracht sinds 1 juni 2026. Het koninklijk besluit dat de maaltijdcheques uitbreidt naar de kandidaat-militairen, de aalmoezeniers en de morele consulenten werd  gepubliceerd en zal vanaf 1 augustus 2026 van kracht zijn. Het koninklijk besluit houdt ook rekening met de specifieke situatie van het personeel dat in ploegdiensten werkt.

 

De verhoging van het bedrag zal volgen zodra een gelijkaardige maatregel binnen het federaal openbaar ambt wordt getroffen. Dat is op die manier opgenomen in het sociaal akkoord.

 

Het voorontwerp van wet tot verhoging van het aantal kansen voor het taalexamen van de kandidaat-hoofdofficier wordt voorbereid om aan het Parlement te worden voorgelegd. Dat dossier is ook al gepasseerd en komt er dus aan. We zullen het echter niet meer ter stemming kunnen voorleggen vóór 21 juli 2026. Dat zal dus voor het najaar zijn.

 

Les principales mesures de l'accord seront regroupées dans un projet de loi et ses arrêtés d'exécution. Ces textes sont principalement basés sur le fait que chaque heure prestée doit être payée, plus spécifiquement pour les militaires en exercice et en opérations. Les mesures portent notamment sur l'allocation opérationnelle, l'introduction d'un crédit de compensation épargné et forfaitaire, la compensation complète des prestations lors des opérations et des exercices, allocation opérationnelle incluse, des jours de congés supplémentaires à partir de 56 ans, le renforcement de l'extension des allocations de fonction, l'augmentation de l'allocation pour le personnel rappelable ainsi que pour le travail de week-end ou de jour férié.

 

Het totale dossier werd onderhandeld met de vakorganisaties op 11 en 15 februari 2026. We kregen een akkoord van de grootste militaire vakorganisatie, het ACMP, de onafhankelijke vakbond.

 

De IKW is ondertussen tweemaal samengekomen en het dossier zal worden besproken op de ministerraad van komende vrijdag, 3 juli 2026. Daarna worden de teksten voor advies voorgelegd aan de Raad van State en vervolgens worden ze ingediend bij de Kamer. Wij zitten dus op schema voor een inwerkingtreding op 1 januari 2027.

 

Gezien de ondertekening door het ACMP, de grootste militaire vakorganisatie, kan het akkoord al rekenen op een breed draagvlak binnen Defensie. Een heronderhandeling met de vakorganisaties over bepaalde onderdelen is niet aan de orde en zou de geplande tijdlijn in gevaar brengen. Ik ben dat ook totaal niet van plan. Dat zullen wij niet doen.

 

Er zijn, ten slotte, een aantal dossiers die zich nog in de conceptuele fase bevinden, zoals het dossier over de toelage voor militaire knelpuntberoepen, het dossier 'inkomensgarantie', wanneer een militair definitief lichamelijk ongeschikt wordt verklaard, en het dossier betreffende een aanpassing van de weddenschalen op het einde van de loopbaan.

 

Enfin, l'ensemble du personnel qui, le 1er janvier 2027, appartiendra au cadre actif, est concerné par la réforme des pensions et par cet accord social qui constitue un tout et qui n'est pas une simple déclaration d'intention. Étape par étape, l'accord sera traduit en améliorations concrètes pour le personnel militaire dans le respect des procédures et avec des progrès clairs sur le terrain. Dans le contexte géopolitique actuel, la spécificité du métier et du statut militaire n'est pas un vague concept. Il importe de valoriser les devoirs spécifiques et contraignants des militaires qui en font une catégorie de fonctionnaires à part.

 

Tot spijt van wie het benijdt, zitten we dus heel strak op schema. Hopelijk gaan mijn lieve collega's morgenavond in het kernkabinet akkoord. Dan zal dat vrijdag passeren en dan zijn we klaar om dat in het najaar in de Kamer te bespreken, want het moet eerst nog naar de Raad van State. Er zijn nog een paar andere zaken, onder meer rond ongevallen, pensioenen en dergelijke, maar daar zijn we eigenlijk ook quasi door. Dat loopt dus ook heel goed.

 

25.06  Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord, maar ook voor de actie die u ondertussen al hebt ondernomen. Ik ben zeer blij te vernemen dat het sociaal akkoord nu vrijdag wordt besproken in de ministerraad. Laat ons hopen dat het daar inderdaad kan passeren.

 

Beste collega's, ik ben ervan overtuigd dat dit een goed akkoord is. Ik hoor dat ook van de militairen op het terrein, van de mensen die ik spreek tijdens de vele bezoeken die ik afleg en in de contacten die ik nog heb bij Defensie. Heel veel mensen zijn echt tevreden met dit akkoord, maar ze verwachten nu wel dat er boter bij de vis komt en dat er effectief wordt overgegaan tot de uitvoering van dat akkoord. We moeten dat dus met bekwame spoed voortzetten, zodat we de teksten effectief in het najaar in het Parlement kunnen bespreken en het akkoord kan ingaan op 1 januari 2027. Dat is alleszins ook uw ambitie, wat zeer goed is.

 

Mijnheer de minister, er zullen er altijd zijn die zeggen dat dit niet genoeg is. Dat is mogelijk. Ik ben echter een aanhanger van het adagium progress above perfection. Is alles perfect? Nee, zeker niet. Is dit een grote stap voorwaarts? Absoluut wel. Wie dat ontkent, ontkent het licht van de zon.

 

25.07  Christophe Lacroix (PS): Je suis allé retrouver mes notes des auditions des syndicats puisqu’effectivement un seul syndicat avait marqué son soutien à votre projet d'accord social. Je revois, à travers les notes que j’avais prises à l’époque, qu’aucune des mesures que vous proposez ne sont similaires à celles qui ont été proposées aux policiers, aux gardiens de prison et aux pompiers. Et donc finalement, selon vous, les militaires restent du personnel de seconde catégorie par rapport aux autres fonctionnaires qui s’occupent de missions régaliennes.

 

D’autre part, l’allongement de la carrière de plus de 11 ans fait en sorte que cela devrait coûter 600 millions d’euros en plus en 2029. Quelque 600 millions d’euros en plus pour le département de la Défense, sans tenir compte de l’accord social, dont on ne connaît pas encore définitivement le montant global. Pour finir, vous allongez le temps de carrière des militaires, vous leur accordez certains avantages, mais ceux-ci ne sont pas comparables à ceux des policiers, par exemple, alors qu’ils font un métier dangereux également. En fonction des évolutions géopolitiques, on voit à quel point ce métier deviendra encore dangereux plus tard. Vous n’avez toujours pas les financements, vous n’avez pas encore l’accord au niveau du kern. On est à plus d’un an d’attente pour les militaires et pendant ce temps, un militaire sur deux travaillera au minimum 7 ans de plus sur sa carrière. Je crois donc qu'aujourd’hui, c’est un désastre social et pas un accord social que vous proposez aux militaires.

 

25.08  Annick Ponthier (VB): Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het Vlaams Belang heeft altijd gezegd dat het pensioendebat een loopbaandebat moet zijn.

 

We ontkennen niet dat er in het sociaal akkoord stappen worden gezet in de goede richting. Dat is absoluut waar. U moet echter ook erkennen dat er nog heel wat werk aan de winkel is.

 

We blijven het betreurenswaardig vinden dat slechts één vakbond het akkoord heeft ondertekend, dat de andere vakbonden op hun honger blijven met betrekking tot hun uitdrukkelijke vraag naar verder overleg met u als bevoegd minister en dat u dus niet openstaat voor een verdere dialoog. Wij vinden dat een evenwichtig sociaal akkoord cruciaal is voor de aantrekkelijkheid van het militaire beroep, dat zwaar onder druk staat. Een gelijkstelling met andere veiligheidsberoepen in dit land blijft uit. Er is dus nog heel wat werk aan de winkel.

 

Ik had gehoopt dat u nog een aantal losse eindjes zou willen herbekijken of heronderhandelen. Daarvoor is er nog tijd. Als er voor 21 juli geen akkoord komt, dan kunt u dat nog doen, indien u daartoe de wil hebt. Ik maak uit uw antwoord op dat dat niet het geval is. Er blijven dus nog een aantal essentiële knelpunten onopgelost.

 

Het gaat dan ook om een budgettaire besparingsoperatie van de regering veeleer dan een echt volwaardige sociale hervorming. Dat blijf ik betreuren.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.55 uur.

La réunion publique de commission est levée à 12 h 55.