|
Commissie
voor Energie, Leefmilieu en Klimaat |
Commission de l'Énergie, de l'Environnement et du
Climat |
|
van Dinsdag 30 juni 2026 Namiddag ______ |
du Mardi 30 juin 2026 Après-midi ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.28 uur en voorgezeten door de heer Jeroen Soete.
La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 28 et présidée par M. Jeroen Soete.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
01.01 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, ik steun het plan van de regering om de kerncentrales over te nemen. Dat is strategisch belangrijk voor de productie van elektriciteit. De elektriciteit moet vervolgens ook getransporteerd worden. De jongste decennia is het zeer centralistische elektriciteitsnetwerk, opgebouwd rond de kerncentrales, geëvolueerd naar een meer decentraal netwerk met windmolens, zonnepanelen, gascentrales en kerncentrales. Als we niet alleen de levensduur van de twee huidige centrales verlengen en eventueel zelfs extra centrales heropenen, rijst de vraag of ons elektriciteitsnet daarop voorzien is.
Vandaag staan in Vlaanderen en Wallonië heel wat bedrijven in de wachtrij en geraken niet aangesloten op het elektriciteitsnet, omdat de capaciteit onvoldoende is. Elia talmt met de netinvesteringen en heeft een investeringsplan opnieuw moeten maken. Voormalig minister Bonte antwoordde in het Vlaams Parlement dat het bedrijf extra investeringen moet doen.
Is het elektriciteitsnet toereikend of zullen we extra moeten investeren? Als we extra zullen moeten investeren, worden de kosten dan verrekend via de factuur van burgers en bedrijven?
De voorzitter: De heer D'Amico is verontschuldigd.
01.02 Kurt Ravyts (VB): In het kader van het Auroraproject, de onderhandelingen tussen de Belgische Staat en Engie over een mogelijke directe of indirecte overname van de nucleaire activiteiten van Engie, zijn de betrokken actoren een intentieverklaring overeengekomen en het is de bedoeling om na de huidige fase van onderhandelingen en duedilligenceonderzoek op 1 oktober tot een head of terms te komen.
Om het onderhandelingsteam vanuit de regering te begeleiden en te ondersteunen, is er een technisch-economische adviesraad opgestart. Ik had daarover graag wat meer concrete uitleg gekregen. Wat is de stand van zaken rond de juridische, financiële, fiscale en technische aspecten van het dossier? Wat zijn de aandachtspunten? Wat zijn de risico’s?
De eerste minister heeft vorige week al wat uitgelegd welke instanties en externe consultants de strategische transactie zullen begeleiden, met name Rothschild & Co (strategisch en commercieel), Arthur D. Little, KPMG en Eubelius voor de juridische kant van de zaak. Eubelius is uiteraard geen verrassing. Ik had graag toch tussentijds wat informatie gekregen over de due diligence.
01.03 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, na een eerdere vragensessie met u, gaf de eerste minister op mijn vragen over de expertise en de due dilligence in verband met het Auroraproject wat uitleg en wekte hij tegelijk toch enige ongerustheid. Er is namelijk nog geen technische partner voor de due diligence.
Gelet op het belang van de technische evaluatie van de deal heb ik volgende vragen aan u. De eerste minister gaf zelf aan dat Tractebel en EDF misschien niet de meest geschikte partijen daarvoor zijn, omdat zij ook betrokken zijn bij de deal. Wie is dan wel geschikt?
Is de Europese aanbesteding voor de technische expertise al in voorbereiding of gepubliceerd? Hebt u weet van potentiële kandidaten met voldoende technische expertise? Ik las in De Standaard dat er een aantal pistes circuleren.
Naar welke technische expertise bent u specifiek op zoek? Gaat het om nucleaire veiligheid, reactor- en kerntechnologie, elektromechanica, instrumentatie, civiele bouwkunde, afvalbeheer of ontmanteling? Welke van die expertises wilt u bevragen?
Daarnaast, de ministerraad heeft een tweetal weken geleden een technisch-economische raad opgericht voor het Auroraproject. Wie heeft er zitting in die raad, in het bijzonder voor het technische, maar ook voor het economische aspect? Wat is de wettelijke grondslag van die raad, hoe wordt hij gefinancierd en wat is zijn mandaat?
Ten tweede – het enige verband is dat deze vraag ook te maken heeft met het nucleair park –, naar verluidt moesten EDF en andere uitbaters tijdens de hittegolf die de voorbije week Europa teisterde verscheidene nucleaire installaties in Frankrijk en Zwitserland stilleggen omdat het koelwater niet koel genoeg meer was. Ook in België heeft men een dergelijk scenario al eens overwogen, met name in Tihange tijdens de droogte van 2018, als ik mij niet vergis. Dat was toen niet wegens de warmte, maar wegens de lage waterstand van de Maas. Men beschikte inderdaad niet meer over voldoende koelwater. Helaas zullen dergelijke extreme weersomstandigheden door de klimaatverandering nog vaker voorkomen. Gelet op de nucleaire plannen van de regering rijst de vraag in welke mate die veranderende weersomstandigheden worden meegenomen in de economische analyse en de risicoanalyse van een eventuele verlenging of uitbreiding van de nucleaire capaciteit.
Wat zijn de geldende ecologische normen voor de watertemperatuur van de Maas? In hoeveel gevallen zou Tihange 3 in het huidige scenario moeten terugschakelen of afschakelen, zolang geen koelwater meer in de Maas kan worden geloosd, tot en met 2035?
Dan hebben we natuurlijk een klein raakvlak met Aurora. Houdt het onderzoek in het kader van de mogelijke overname van de kerncentrales van ENGIE Electrabel rekening met de verminderde mogelijkheid om koelwater in de Maas te lozen voor Tihange 1 en 2 als gevolg van de klimaatverandering en de bijkomende thermische installaties die nu operationeel zijn aan de Maas? Hebt u klimatologen en hydrologen gecontacteerd om de analyses in het kader van de due diligence voor de Auroradeal te onderbouwen?
01.04 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, la directrice générale de l'Agence fédérale de contrôle nucléaire (AFCN) a indiqué que celle-ci travaillait actuellement à l'identification d'éventuels éléments (show-stoppers) susceptibles d'empêcher la prolongation ou le redémarrage de certains réacteurs, notamment Doel 3 et Tihange 2, où des composants non remplaçables pourraient poser problème. Elle a également précisé que l'AFCN ne serait en mesure de préciser les principaux enjeux de sûreté qu'à l'automne et que le dialogue technique avec l'exploitant n'aurait pas encore réellement commencé.
Dans ce contexte, alors que le gouvernement a signé une lettre d'intention – que mon groupe soutient, comme vous le savez – avec Engie, en vue d'une éventuelle reprise des activités nucléaires et qu’il mène actuellement une procédure de due diligence, plusieurs questions se posent quant aux informations dont disposera l'État avant de prendre une décision.
Le gouvernement disposera-t-il, avant toute décision définitive quant à une éventuelle reprise des activités nucléaires d'Engie, d'une évaluation complète des éventuels éléments bloquants identifiés par l'AFCN pour chacun des réacteurs concernés?
Le Parlement pourra-t-il être informé des conclusions intermédiaires de l'AFCN au fur et à mesure de l'avancement de ses analyses?
Si certains réacteurs devaient finalement se révéler impossibles à redémarrer ou nécessiter des investissements trop élevés pour répondre aux exigences de sûreté, quelles conséquences cela aurait-il sur les négociations en cours avec Engie?
01.05 Marie Meunier (PS): Monsieur le ministre, j’ai deux questions que je vais synthétiser.
Le gouvernement s’est engagé dans des négociations avec ENGIE en vue d’une éventuelle reprise par l’État du parc nucléaire belge. Les enjeux sont considérables, tant pour les finances publiques que pour notre sécurité d’approvisionnement et – c'est ce qui nous importe – pour la facture d’électricité des citoyens. Le premier ministre a récemment indiqué que plusieurs cabinets de conseil externes avaient été mandatés pour accompagner le gouvernement dans ces différentes négociations, notamment Rothschild & Co et Arthur D. Little, pour les aspects financiers et commerciaux, ainsi qu'Eubelius pour le volet juridique. En revanche, il semble qu’aucun conseiller technique indépendant n’ait encore été officiellement désigné, alors même que l’évaluation de l’état des installations constitue l’un des éléments les plus déterminants de toute l'opération de reprise.
Cette évaluation technique est d’autant plus essentielle que le changement climatique est appelé à modifier durablement les conditions d’exploitation des centrales nucléaires. Les vagues de chaleur ainsi que les phénomènes météorologiques extrêmes rappellent que ces installations sont elles aussi vulnérables aux conséquences du réchauffement climatique. Ces derniers jours encore, plusieurs réacteurs français ont dû réduire leur puissance ou interrompre temporairement leur production en raison de températures trop élevées des cours d’eau utilisés pour leur refroidissement. Une situation comparable s’est déjà produite en Belgique en 2022 avec Doel 1 et Doel 2.
Or les projections climatiques montrent que ces épisodes seront fréquents, plus longs et plus intenses dans les prochaines décennies. La capacité des centrales à fonctionner dans ces nouvelles conditions, les investissements qui pourraient être nécessaires pour adapter les installations ainsi que leur impact sur la disponibilité future des réacteurs sont finalement autant d'éléments qui sont susceptibles d'influencer directement la valeur économique du parc nucléaire et dès lors les conditions d'une éventuelle reprise par l'État.
On a bien compris que le gouvernement souhaitait parvenir à un accord d'ici le mois d'octobre mais très peu d'informations ont jusqu'à présent été communiquées sur l'état d'avancement des discussions. Compte tenu des montants en jeu, des risques potentiels pour les contribuables et des enjeux de sécurité d'approvisionnement, il nous semble qu'une plus grande transparence apparaît indispensable.
Monsieur le ministre, sur la reprise du parc nucléaire belge, pouvez-vous nous dire où en sont précisément les négociations avec ENGIE? Est-ce que vous pouvez nous communiquer un calendrier précis des différentes étapes qui sont prévues dans les mois qui viennent? Quels consultants externes interviennent pour le compte de l'État dans chacun des volets du dossier? Quel est le coût par mois de ces consultants? Pourquoi aucun consultant technique n'a-t-il encore été officiellement désigné? Quels critères seront utilisés pour sélectionner ces experts afin de garantir leur indépendance vis-à-vis d'ENGIE?
On évoque la consultation future d'acteurs de la SFPIM, de la Banque nationale, de la CREG, du SCK ou encore de l'ONDRAF. Comment vont-ils être consultés et dans quel cadre? Enfin, quel est votre rôle et celui de votre cabinet, étant donné que le dossier a été repris par le premier ministre? Comme je le disais, ceci porte sur la reprise du parc nucléaire belge.
S'agissant de l'impact du réchauffement
climatique, les négociations menées avec ENGIE intègrent-elles une évaluation
sérieuse des risques que le changement climatique fait peser sur l'exploitation
des centrales nucléaires belges? Le gouvernement envisage-t-il que les
éventuels accords de reprise prévoient des investissements pour adapter les
installations nucléaires aux conditions climatiques, notamment en matière de
refroidissement? Est-ce qu'une analyse économique a été réalisée afin d'évaluer
le coût de ces adaptations? De manière plus large, quelle est votre vision et
votre stratégie en termes de résilience climatique de l'ensemble du système
électrique pour assurer la sécurité d'approvisionnement? Je vous remercie pour vos réponses.
De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de minister voor zijn antwoord.
01.06 Minister Mathieu Bihet: Zoals ik reeds eerder in de commissie heb gezegd, zijn er momenteel gesprekken met ENGIE lopende over een mogelijke overname van de Belgische nucleaire activiteiten.
Je peux indiquer que, concernant l’évaluation technique, nous nous sommes adjoint les services des sociétés Framatome et Westinghouse pour nous assister. Ces deux noms sont à ajouter à ceux qui ont été communiqués par le premier ministre la semaine dernière.
Comme il l’a indiqué également, à ce stade, le gouvernement doit encore préciser la répartition budgétaire liée à ces études. Compte tenu du caractère inédit du projet, aucune estimation définitive ne peut encore être communiquée à ce stade.
Dès lors que les travaux auront suffisamment progressé et que les circonstances le permettront, les informations appropriées seront bien évidemment communiquées au Parlement concernant les étapes importantes de ce dossier.
Mijnheer Ravyts, in antwoord op uw vraag kan ik u mededelen dat de ministerraad op 20 juni 2026 de invoering heeft goedgekeurd van een gouvernementskader ter ondersteuning van de lopende onderhandelingen in het kader van het Auroraproject. Het doel is eenvoudig, namelijk de Staat de best mogelijke voorwaarden bieden om in het belang van het Koninkrijk te onderhandelen.
En parallèle, une structure de gouvernance permet de clarifier les rôles de chacun, les circuits de décision et les modalités de rapportage vers le gouvernement. L'objectif est de garantir une conduite rigoureuse, coordonnée et sécurisée des discussions.
L'idée centrale est donc de disposer du maximum d'expertise et de coordination dans un dossier complexe et stratégique. Le Conseil consultatif n'intervient pas dans la prise de décision. Son rôle est exclusivement d'apporter un appui technique et stratégique aux négociations. Les décisions restent de la compétence du gouvernement et des instances habilitées à les prendre.
En ce qui concerne la notion d'opérateur nucléaire, monsieur Lejeune, il convient de rappeler que l'opérateur, c'est-à-dire l'exploitant, est la personne physique ou morale qui détient les autorisations d'exploiter. Cela peut paraître basique, mais c'est comme cela. Une personne morale dans laquelle l'État pourrait détenir une participation serait chargée de détenir ces autorisations d'exploiter et donc d'être l'exploitant.
Monsieur Lejeune, vous nous dites que Mme la directrice générale de l’AFCN affirme ne pas encore avoir été sollicitée. C’est logique, car c’est à l’opérateur qu’il revient de la solliciter. Et actuellement, l'opérateur, c'est toujours ENGIE. Voilà ce qui explique la situation actuelle.
En ce qui concerne d'éventuels partenariats, toutes les options demeurent ouvertes, et aucune décision n'a été prise à ce stade. Je ne peux donc fournir davantage d'informations concernant d'éventuels partenaires ou modalités de coopération.
Wat uw vraag over congestie betreft, mijnheer Coenegrachts, herinner ik u eraan dat de due diligence met betrekking tot een eventuele overname van de nucleaire activiteiten van ENGIE Electrabel nog steeds loopt. Het is dan ook voorbarig om al conclusies te trekken over de verschillende technische, economische en veiligheidsaspecten die u aanhaalt. Die maken immers net deel uit van de lopende analyses. Ook congestie is een van de elementen die daarbij worden onderzocht.
Les études ont pour objectif de fournir une base d'analyse objective au gouvernement avant toute décision. Je vais donc m'abstenir d'anticiper les conclusions et de commenter en détail les experts y contribuant.
Cependant, dans ce contexte, Elia réalise actuellement, dans le cadre du Plan fédéral de développement du réseau 2028-2038, une analyse des besoins fondée sur différents scénarios, notamment en termes de capacité nucléaire à long terme.
De versterking en uitbreiding van het net zijn noodzakelijk om de toenemende elektrificatie op te vangen en nieuwe productiecapaciteit aan te sluiten, ongeacht de gekozen technologie. De behoeften verschillen echter naargelang de gebruikte productietechnologie. De analyses zullen toelaten de meest aangewezen investeringen te bepalen.
Les investissements dans le parc nucléaire et ceux consacrés au réseau poursuivent des objectifs complémentaires et répondent à des logiques de financement distinctes. Les investissements dans le réseau sont financés via les tarifs du réseau – sous contrôle de la CREG, le régulateur. Les renforcements du réseau, notamment les grands projets tels que Ventilus ou Boucle du Hainaut, restent indispensables pour accompagner l'électrification et raccorder les nouvelles capacités de production. Ces investissements dans le réseau ne sont en aucun cas remis en question par des investissements dans le parc nucléaire, qui contribueront à renforcer, de leur côté, la sécurité d'approvisionnement.
Étendre la capacité de production nucléaire peut n'avoir qu'un impact limité sur le réseau en fonction de la localisation, voire contribuer à limiter les développements et les coûts de réseau par rapport aux solutions alternatives qui peuvent nécessiter des extensions et des renforcements de réseau plus importants.
Les
études en cours sur le coût et les bénéfices de l'extension et le nouveau
nucléaire en Belgique porteront une attention particulière au calcul des coûts
totaux pour le système électrique, qui est une mesure du coût qui sera
supportée par le consommateur final, à moyen et à long termes. Les résultats de ces études guideront nos orientations.
Zoals ik al aangegeven heb, heeft Elia op mijn verzoek een scenario opgenomen dat rekening houdt met een uitbreiding van de nucleaire capaciteit. Concrete investeringsbeslissingen zullen genomen worden in de toekomstige netontwikkelingsplannen, of indien nodig bij de herziening of aanpassing daarvan.
Dans le contexte de la décarbonation et du renouvellement des infrastructures existantes, des investissements supplémentaires dans le réseau de transport seront indispensables. J’ai toujours été clair sur un point: chaque investissement doit représenter un coût-bénéfice positif pour le consommateur belge, et c’est cette logique qui continuera à guider l’ensemble de mes décisions. Les grands projets d’infrastructure feront donc l’objet d’un suivi particulièrement rigoureux afin de garantir leur nécessité, leur efficacité et leur maîtrise des coûts. Dans le cadre du nouveau plan de développement d’Elia, nous poursuivrons ce travail en étroite collaboration avec la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG). L’impact tarifaire de chaque investissement sera évalué afin de garantir que les bénéfices apportés en matière de sécurité d’approvisionnement, de compétitivité et de décarbonation soient bien au rendez-vous.
Concernant vos questions, madame Meunier et monsieur Van Lysebettens, je voudrais d’abord distinguer deux choses que l’on confond souvent dans le débat. La première, c’est la question de la sûreté. Je l’ai déjà dit à de nombreuses reprises dans cette commission, mais la sûreté relève de l’AFCN, l’autorité fédérale indépendante, qui relève de mon excellent et estimé collègue et ami le ministre de l’Intérieur. Les centrales belges sont conçues, exploitées et réévaluées selon les exigences de sûreté, qui couvrent notamment les éléments naturels extrêmes, la perte de source froide et les revues périodiques de sûreté. Je vous renvoie à ce sujet vers le ministre Bernard Quintin, n’étant moi-même pas compétent en la matière.
La seconde chose est la contrainte environnementale liée au rejet d’eau chaude dans le milieu naturel. Elle relève principalement des permis environnementaux et donc des autorités régionales compétentes pour la source froide, les prélèvements d’eau et les rejets thermiques. Lorsque la puissance d’un réacteur est réduite en période de canicule, il ne s’agit généralement pas d’un problème de sûreté du réacteur, mais du respect des limites environnementales destinées à protéger le milieu aquatique. Cela ne démontre donc pas que le nucléaire serait inadapté au changement climatique, mais qu’un système électrique sérieux doit intégrer les contraintes climatiques, hydrologiques et environnementales dans sa planification. Sur ce point, il faut rappeler que le nucléaire fonctionne déjà dans des pays beaucoup plus chauds que la Belgique. La centrale de Barakah, aux Émirats arabes unis, par exemple, a été conçue pour fonctionner avec une eau de mer du Golfe nettement plus chaude que dans les sites de référence, avec des échangeurs pompe-conduite et des systèmes de ventilation adaptés. Aux États-Unis, la centrale de Palo Verde, en Arizona, fonctionne en plein désert et utilise des eaux usées traitées pour son refroidissement.
Deze voorbeelden tonen aan dat koeling een kwestie is van engineering, vergunningen en investeringen en geen technologische onmogelijkheid. Kernenergie is dus niet kwetsbaarder voor de klimaatverandering dan andere technologieën. We zijn overigens verheugd dat we sinds enkele maanden in belangrijke mate kunnen rekenen op Franse elektriciteitsinvoer, die hoofdzakelijk nucleair is, om het gebrek aan windenergie tijdens de nacht op te vangen.
Dans tous les cas de figure, et malgré les limitations que vous évoquez, les facteurs de charge des centrales nucléaires françaises ou suisses que vous citez en exemple demeurent largement supérieurs à ceux de l'éolien ou du photovoltaïque intermittent.
Le nucléaire est donc un domaine sérieux, dans lequel l'ensemble des risques est pris en compte, qu'ils soient d'origine interne ou externe, notamment ceux liés aux phénomènes naturels extrêmes. C'est dans cette optique qu'une due diligence technique approfondie est menée.
Celle-ci est complétée par une due diligence énergétique et stratégique, qui intégrera également les paramètres économiques. Ces travaux étant en cours, il m'est donc impossible de vous communiquer davantage d'informations à ce stade.
01.07 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, dank u wel. Ik vind het wat moeilijk te geloven dat u als Atomic Boy nog nooit nagedacht hebt over wat het aan congestieproblemen op het net zou geven als we extra kerncentrales bijbouwen of bestaande langer openhouden. Ik meen dat u daar wel min of meer een antwoord op hebt, of dat toch in uw hoofd hebt. Dat hoop ik toch. Ik zal u de vakantie laten ingaan met het positieve beeld dat ik van u heb. Ik denk niet dat u hier twee, drie, vier, of vijf jaar zit te zeggen dat er meer kerncentrales moeten komen zonder dat u doorhebt dat dit ook gevolgen heeft voor de investeringen in het elektriciteitsnet. Ik ga ervan uit dat u die gevolgen nog even achter de hand houdt omdat het elementen zijn die in de besprekingen met ENGIE belangrijk zullen zijn en dat u ze hier daarom niet wilt delen.
Ik zal er wel zeker op terugkomen, want, laten we eerlijk zijn, ik kan me moeilijk voorstellen dat als men Tihange I langer wil openhouden, en men in de buurt ook gascentrales wil creëren – eigenlijk staan ze er al – dat kan zonder extra te investeren in het net aldaar. Ik zou niet weten hoe dat kan, als men ziet wat de situatie is in Vlaanderen én in Wallonië, hoe zwaar het elektriciteitsnet onder druk staat en hoe hard dit weegt op onze economie.
Ik kan me bijna niet voorstellen dat men op een bepaalde plaats gewoon een extra kerncentrale op het net kan aansluiten zonder dat dit gevolgen heeft. Als een gewone kmo wil aansluiten op het net, wordt dat vaak geweigerd en moet die in de wachtrij gaan staan.
Kortom, ik meen dat daar toch nog wat geld voor vrijgemaakt zal moeten worden in de toekomst. Dan is de vraag: wie zal dat betalen?
01.08 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik heb Westinghouse onthouden als technische consultant. Dat is de logica.
01.09 Minister Mathieu Bihet: Het gaat om allebei, dus om Westinghouse en om Framatome.
01.10 Kurt Ravyts (VB): Dat zijn inderdaad technische consultants. Dat is ondertussen een nieuw element in vergelijking met vorige week.
Alle duediligenceonderzoeken lopen dus. Ik heb er begrip voor dat u ter zake inhoudelijk misschien nog geen echte stand van zaken kunt geven.
Ik zou echter niet graag meemaken wat we de laatste tijd zien inzake het Auroraproject met betrekking tot andere aspecten die verband houden met de onderhandelingen. Voorzitters van instellingen, instanties of commissies zoals de Commissie voor nucleaire voorzieningen (CNV) vertellen in de pers heel interessante zaken waarmee ik het eens ben, maar waarvan wij in het Parlement geen weet hebben. Vervolgens voeren wij hier bijna hilarisch aandoende debatten over zaken die door die voorzitters in de pers worden gesteld.
Ik hoop dus dat wij in de loop van de zomer niet allerlei verklaringen krijgen van u of van de premier over de inhoudelijke stand van zaken van de due diligence en dat wij dan bijna krampachtig het Parlement of de commissie zouden moeten samenroepen in de loop van de maand augustus. Ik zie het al voor mij.
01.11 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer Ravyts, ik dank u voor de tip. Ik zal mijn vakantie annuleren zodat ik tijd en ruimte heb om hier te zijn.
Alle gekheid op een stokje, er is inderdaad een nieuw element. Er zijn namelijk technische partners gevonden. U hebt wel geen antwoord gegeven op de vraag of dat via een aanbestedingsprocedure is verlopen. Ik veronderstel van niet. Collega's, dat betekent dat de procedure allicht onder een bestaand kader is uitgeschreven of dat ze gewoon illegaal is, maar daar ga ik niet van uit. Er zal wel een bestaande raamovereenkomst gebruikt zijn om die consultancy aan boord te halen.
Dat betekent echter ook dat die consultancy beperkt is tot een bepaald bedrag. De vraag is natuurlijk hoe grondig de analyse kan gebeuren als er maar voor een beperkt aantal dagen een analyse kan worden uitgevoerd. Dat is zeker op technisch vlak het geval, waarbij de minister toch al verschillende keren de analyses uit het verleden van ENGIE, Tractebel en EDF heeft betwist.
U zegt dat het niet waar is dat de reactoren die men zou willen overnemen niet meer rendabel zijn. U moet het mij vergeven, maar ik zal dat pas geloven als daar een degelijke technische analyse tegenover staat. Zo'n analyse vergt natuurlijk tijd en budget. Ik betwijfel ten zeerste of dat mogelijk is binnen de raamovereenkomsten waarin de consultancy is opgenomen. Goed, we zullen zien. Ik hoop dat die analyse ook aan het Parlement wordt overgemaakt en dat we daarover een discussie ten gronde zullen kunnen voeren.
Mijnheer de minister, als het gaat over de klimaatafhankelijkheid van de kerncentrales, probeert u collega Meunier en mij een beetje weg te zetten, maar eigenlijk bevestigt u in uw antwoord onze vrees. U geeft voorbeelden van kerncentrales die onder extreme omstandigheden kunnen opereren, zoals in Saoedi-Arabië en Arizona, als ik het goed heb gehoord. Misschien is dat laatste niet geheel toevallig. De essentie is natuurlijk dat die kerncentrales ontworpen en gebouwd zijn voor dat klimaat.
Zeker de oude reactoren hier in België zijn gebouwd voor ons klimaat en houden dus rekening met een Maas die een bepaalde waterstand heeft en met rivieren die een bepaalde temperatuur hebben, waardoor men er koelwater met een hogere temperatuur kan achterlaten. We weten allemaal dat ons klimaat verandert.
Mijn vraag was dan ook niet of het technisch mogelijk is om nieuwe reactoren te bouwen, mijn vraag is of men in de businesscase rond Aurora rekening houdt met die veranderende klimaatomstandigheden. Elk uur dat die reactoren minder kunnen draaien en minder stroom kunnen leveren door klimaatomstandigheden, betekent natuurlijk een verlies voor een toch al wankele businesscase.
ENGIE en co zeggen dat er geen businesscase is. U probeert nu wel een businesscase te vinden, maar het is natuurlijk van belang dat dit gebeurt op basis van reële parameters. Ons klimaat is veranderd en zal nog verder veranderen.
Daarom vroeg ik of u klimatologen en glaciologen hebt geraadpleegd om te zien wat dat betekent voor onze waterstromen, voor het koelwater en voor de koeling van de kerncentrales. U danst daar handig omheen, omdat het antwoord natuurlijk neen is. Die oude centrales zijn niet voorzien op veranderende klimaatomstandigheden. U neemt dat dus niet mee in uw businesscase rond Aurora. Daardoor zult u een businesscase opstellen die per definitie niet te vertrouwen is. Dat zullen we hier in het Parlement stap voor stap blootleggen.
01.12 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, nous avons une partie de nos réponses. Nous comprenons bien que le reste des informations viendra au fur et à mesure des négociations que vous avez entreprises avec ENGIE. Nous vous souhaitons plein succès. Merci beaucoup.
01.13 Marie Meunier (PS): Monsieur le ministre, j'entends que vous ne pouvez pas nous donner d'estimation sur les négociations ni sur les prochaines étapes importantes. C'est dommage parce que, comme souvent, tout est en cours, mais tels sœur Anne, nous ne voyons jamais rien venir au sein de cette commission.
C'est finalement à se demander si vous êtes encore au courant de l'avancement du dossier, étant donné que le premier ministre l'a repris.
Merci de nous donner des exemples à l'étranger de centrales nucléaires qui fonctionnent malgré les chaleurs importantes. Je ne doutais pas que cela existait. Bel exercice de noyage de poissons.
Ce que je vous demandais aujourd'hui, c'était vos solutions à vous, en Belgique, pour adapter nos centrales à ces nouvelles chaleurs importantes que nous connaissons et qui ne vont que s'intensifier; et surtout le prix de ces aménagements, parce que, in fine, nous savons que cela aura un impact sur la facture du citoyen.
Si je récapitule: sur les aides aux ménages pour la crise énergétique, vous avez abandonné. Sur le nucléaire, on va enlever le dossier. Sur la canicule, on ne fait rien. Mais où est Atomic Boy? Que fait-il? Nous entend-il seulement?
Monsieur le ministre, à l'heure des évaluations dans l'enseignement, je ne vais pas vous mentir, votre bulletin aujourd'hui n'est pas fameux.
De voorzitter: Wenst iemand zich nog bij het debat aan te sluiten? Mijnheer Wollants?
01.14 Bert Wollants (N-VA): Dank u wel voor het antwoord, mijnheer de minister. Ik denk dat het duidelijk is dat die due diligence op een ernstige manier wordt aangepakt en dat stappen worden gezet om ervoor te zorgen dat we er zo goed mogelijk voor staan op het moment dat de beslissing moet worden genomen of we die centrales al dan niet kunnen overnemen. Ik vind het een beetje bizar dat sommige collega's hier, zonder ook maar een letter van die due diligence te hebben gezien of gelezen, nu al de conclusie trekken dat het op niets zal trekken.
Mijnheer Van Lysebettens, u moet niet door de zaal beginnen te roepen. Dat heeft geen zin. Ik denk dat het absoluut van belang is dat dit onderzoek goed wordt gevoerd.
Ik vind het ook een beetje bizar dat als het gaat over hittefenomenen, alleen kerncentrales onder de loep worden genomen voor het vermogen. Weet u wat bij hitte minder vermogen kan transporteren? Hoogspanningsleidingen. Dat was ongeveer het concept van Tinne Van der Straeten om op die manier zoveel mogelijk stroom in te voeren. Wat levert bij hitte nog minder vermogen? Gascentrales. Omdat de dichtheid van de lucht nu eenmaal lager is, kan er minder rendement worden geboekt. Wat levert nog minder energie? Windturbines. Door de problemen die zij met de interne koelsystemen kunnen hebben, kunnen ze gewoon minder vermogen produceren. Laten we dus alstublieft stoppen met de vinger te wijzen naar die ene technologie die men bij Groen toevallig niet graag heeft.
Mijnheer de minister, u zit op het goede spoor. Die due diligence moet inderdaad op een goede manier worden uitgevoerd, met de juiste partners. Ik heb het gevoel dat u helemaal op de juiste lijn zit. We kijken heel erg uit naar de resultaten daarvan, zodat we die, zodra ze er zijn, in het Parlement kunnen bespreken. Ik denk dat we dat aan onszelf en onze burgers verplicht zijn. Ga dus vooral verder, ondanks wat sommigen hier vanuit een ideologisch standpunt door de zaal proberen te roepen.
01.15 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer Wollants, u moet mij toch vergeven dat ik het in het actualiteitsdebat over de Auroradeal over kernenergie heb. Het zou pas vreemd zijn, mocht ik beginnen over windenergie. Ik ben heel geïnteresseerd in een actualiteitsdebat over de hittebestendigheid van ons energiesysteem en we kunnen daarover eens een grondig debat voeren in alle openheid.
Wat betreft het beoordelen van de due diligence, ik heb net aan de minister gevraagd of hij dit zal meenemen in de due diligence, maar hij antwoordt daar niet op. Ik trek daaruit de conclusie dat hij het niet zal meenemen in de due diligence, en als hij die parameters niet meeneemt, dan zal die studie niet te vertrouwen zijn. Zo simpel is het, maar het staat de minister vrij om mij tegen te spreken.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
02.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Collega’s, Elia heeft recent toegegeven dat er een fout is geslopen in het algoritme voor de berekening van de onshorewindenergie sinds eind november 2025. Daardoor werd het energieverbruik structureel overschat en werd onterecht een historisch verbruiksrecord gerapporteerd.
Uiteraard maakt iedereen fouten, ook organisaties, maar wanneer een organisatie als Elia dat doet, waarvan we toch redelijk afhankelijk zijn voor de data die zij aanlevert, rijzen daarover toch enkele vragen. Zo gebruiken we de adequacy and flexibility studies voor de nucleaire verlenging en de CRM-mechanismen.
Mijnheer de minister, ik vraag mij dan ook af in hoeverre die vervuilde – als ik dat zo mag noemen – historische data van de afgelopen winter al werden geëxtrapoleerd naar toekomstige scenario’s. Overigens heeft de CREG in het verleden regelmatig kritiek gegeven op de conservatieve aannames van Elia.
Hebt u de CREG al opdracht gegeven om een onafhankelijk auditrapport op te stellen over de omvang van die rekenfout en de implicaties ervan?
Bent u van plan om de berekeningen voor de capaciteitsbehoeften voor 2030-2035 te herbekijken nu gebleken is dat de operationele data van de netbeheerder gedurende maanden blijkbaar onbetrouwbaar waren?
02.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Seuntjens, er werd geen enkele cruciale beslissing genomen op basis van die vertekende gegevens. De fout in het algoritme van Elia dateert van eind november 2025 en heeft op bepaalde momenten geleid tot overschattingen van de lokale productiecapaciteit van onshorewindenergie met meerdere honderden megawatt. De adequaatheids- en flexibiliteitsstudie van Elia en de opstelling van de CRM-scenario’s dateren van voor het ontstaan van die fout in het algoritme. Zoals Elia aangeeft, was er dus geen impact op de recente middellange- of langetermijnprognoses van het verwachte elektriciteitsverbruik in België.
Er dient tevens te worden opgemerkt dat mijn administratie maandelijks een opvolging van het elektriciteitsverbruik uitvoert op basis van de methodologie van Eurostat, waarin die fout niet voorkwam. Het maandelijks elektriciteitsverbruik dat door mijn administratie en Eurostat wordt bezorgd, is namelijk gebaseerd op reële metingen en maakt geen gebruik van de door Elia geraamde windproductie, noch van de daaruit afgeleide verbruiksgegevens.
Ten tweede, wat een eventueel onafhankelijk auditrapport betreft, lijkt het mij perfect mogelijk dat het Parlement de CREG met een dergelijke opdracht belast indien het dat noodzakelijk acht. Ik wens opnieuw te benadrukken dat de gegevens van Elia niet de enige gegevens zijn waarmee rekening wordt gehouden bij onze beslissingen en dat hun gegevens en hypotheses voortdurend worden geanalyseerd en indien nodig in vraag gesteld door mijn administratie, evenals door de CREG, bijvoorbeeld bij de opstelling van de CRM-scenario's. Volgens Elia bedroeg de omvang van die fout, afhankelijk van de situatie, meerdere honderden megawatt aan windproductiecapaciteit. Op basis van de gegevens van mijn administratie vertegenwoordigt dat een overschatting van het reëel verbruik van minder dan 3 %.
Ten derde, zoals ik al heb uitgelegd heeft de fout in het algoritme van Elia geen impact gehad op het opstellen van de CRM-scenario's. Het is dus niet nodig om de berekeningen met betrekking tot de capaciteitsbehoeften voor de periode 2030-2035 te herzien.
02.03 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, nogmaals, het kan de besten overkomen om een fout te maken. Ik ben blij te vernemen dat de impact van die fout beperkt blijft. Ik blijf echter bij mijn standpunt dat die fout opnieuw een kwetsbaarheid blootlegt. Als overheid zou het goed zijn zelf wat meer de controle in handen te hebben over de data die we gebruiken om beslissingen te nemen over de richting die het energiebeleid uit moet gaan, hetzij via een versterking van het Federaal Planbureau, hetzij via de oprichting van een hoge raad voor energiebevoorradingszekerheid. Dat zou een aantal onzekerheden in ons energiebeleid kunnen wegnemen. Die fout, hoe beperkt ze ook is, legt dat element nogmaals bloot.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
03.01 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, de heer Coenegrachts heeft er daarnet al aan gerefereerd dat hoogspanningsnetbeheerder Elia een hogere vergoeding in het vooruitzicht stelt voor het kapitaal dat Elia in het net investeert. Als gevolg daarvan dreigt een hogere energiefactuur voor gezinnen en bedrijven. Dat komt door de hoge kosten van wat ik een razendsnelle en dogmatische elektrificatie noem. Die elektrificatie moet razendsnel gebeuren ten behoeve van de zogenaamde klimaatneutraliteit. Dat vereist zware netinvesteringen, zowel voor de hoogspanning als voor de laagspanning.
Mijnheer de minister, wat is uw reactie op dat bericht van Elia? Bent u het met ons eens dat we te allen prijze moeten vermijden dat de factuur voor gezinnen en bedrijven omhooggaat? Zo ja, wat onderneemt u om dat te bewerkstelligen?
03.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Van Rooy, ik verwijs u graag naar het antwoord dat al werd gegeven tijdens de commissie voor Energie van 21 april, op een vraag van uw partijgenoot Kurt Ravyts. Dat antwoord is opgenomen in het integraal verslag, op pagina 8 en 9, dat beschikbaar is op de website van de Kamer.
Het enige nieuwe element is dat het ontwerp van de tariefmethodologie door de CREG niet meer uiterlijk tegen 5 juni, maar tegen 25 juni aan de Kamer werd bezorgd.
03.03 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, ik heb u toch een duidelijke vraag gesteld, dacht ik. Ik twijfel er sterk aan of ik het antwoord daarop in het verslag zal lezen, want mijn vraag is heel duidelijk. Bent u het met mij eens – dat is een eenvoudige ja-neevraag – dat de energiefactuur van onze bedrijven en burgers op geen enkel moment en om geen enkele reden hoger mag worden, al zeker niet ten behoeve van de CO2-dogmatiek en de klimaatneutraliteit?
Ik begrijp natuurlijk dat u daarop niet wenst te antwoorden, want dat is waar we naartoe gaan. Daar waarschuw ik al jaren voor. Ook in de vorige legislatuur heb ik dat gedaan, in het Vlaams Parlement. Het CO2-dogma, de onzin van de klimaatneutraliteit, waarin ook deze regering gelooft, leidt ertoe dat men onze samenleving razendsnel – veel te snel – wil elektrificeren.
Daarvoor moet het elektriciteitsnet dusdanig snel en intensief worden verzwaard dat burgers en bedrijven daarvoor de prijs zullen betalen, wat in de huidige economische context natuurlijk waanzin is. Wij zeggen – en ik zal dat hier in deze commissie ook blijven zeggen, –dat niet de CO2-reductie en de daaruit voortvloeiende elektrificatiedrang en -dwang centraal moeten staan, maar wel de verlaging van de energiefactuur van onze burgers en bedrijven. Dat zou de topprioriteit– en eigenlijk de enige prioriteit – moeten zijn van u en deze regering.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
04.01 Sam Van Rooy (VB): België en Nederland hebben een memorandum of understanding afgesloten op het congres BENENUC26, waarbij werd besloten over te gaan tot een intensivering van de samenwerking op het gebied van kernenergie. De nadruk ligt daarbij op kennisuitwisseling, onderzoek en ontwikkeling en gezamenlijke initiatieven op het gebied van het beheer van radioactief afval.
Ik zou zeggen: beter laat dan nooit, na meer dan 20 jaar kernenergie te hebben gedemoniseerd als baarlijke duivel. Kernenergie moest worden afgebouwd. Het was een lijk dat niet meer te reanimeren viel enzovoort. Nu heeft men eindelijk het licht gezien. Ik heb daar natuurlijk een aantal vragen over. Wij zijn voor samenwerking met buurlanden en met andere Europese landen, zeker op het vlak van kernenergie.
Mijnheer de minister, wat is voor ons de meerwaarde? Kunt u dat eens toelichten? Zijn er begrotingsmiddelen nodig om dit memorandum of understanding uit te voeren? Welke voordelen zijn er aan het delen van expertise tussen België en Nederland? Kunt u die concretiseren?
Mijn laatste vraag is de hamvraag. In hoeverre en hoe zal dit memorandum of understanding ervoor zorgen dat België sneller nieuwe performante nucleaire reactoren heeft? We moeten immers heel wat schade inhalen na meer dan 20 jaar demonisering van de beste energievoorziening die er is, namelijk nucleaire energie.
De heer Wollants heeft het daarnet nog gezegd. Het is inderdaad de energiebron met de allerhoogste energiedichtheid, by far and large. Niets komt nog maar in de buurt. Ik hoop dus dat dit memorandum of understanding zal leiden tot snellere, performantere, nucleaire reactoren in dit land.
04.02 Steven Coenegrachts (Anders.): Collega Van Rooy, u ziet dat elektrificatie toch veel voordelen heeft. Men kan met goede elektriciteit zelfs lijken reanimeren.
Mijnheer de minister, u bent in Nederland geweest en u bent daarover zeer positief. U hebt met de Nederlandse minister een memorandum of understanding afgesloten. What's in a name? De bedoeling is om beter samen te werken en meer kennis uit te wisselen. Voor mij mocht dat nog iets verder gaan. Daarover gaat ook mijn vraag.
We hebben onze kerncentrales in Europa altijd per land gebouwd, meestal op de grens met de buurlanden, zodat als er ooit iets zou gebeuren, het buurland minstens evenveel last zou hebben van een incident als wij. De vraag rijst of het in een eengemaakt Europa nog past dat elk land zijn eigen kerncentrale op de grens met het buurland bouwt. Nederland wil een centrale bouwen op de grens met België. België wil dat overnemen op de grens met Nederland en Duitsland. Is dat in een eengemaakt Europa en vanuit de Benelux-gedachte waarmee onze premier aan politiek doet, nog van deze tijd? Ik weet dat Luxemburg daar wat kritischer tegenover staat. Laat ons dan BeNe-akkoorden maken.
Is er met de Nederlandse minister ook over gezamenlijke projecten gesproken? Nederland staat al vrij ver met de vennootschap die waarschijnlijk met de bouw van een nucleaire centrale in Nederland zal worden belast. Is daarover gesproken om een gezamenlijk project op te starten, bijvoorbeeld door op termijn in die vennootschap te stappen, zodat we samen tot nucleaire centrales kunnen komen, waarbij er een kabel naar België komt zodat we ook onze industrie en onze inwoners van nucleaire energie kunnen voorzien? Laat ons eerlijk zijn, Nederland is Rusland niet en Nederland is Bahrein niet. Dat zijn partners waarop we meestal min of meer kunnen rekenen. Is met de Nederlandse regering dus over gezamenlijke nucleaire projecten gesproken?
04.03 Minister Mathieu Bihet: Collega’s, het spijt me, maar ik moet u opnieuw verwijzen naar het antwoord dat al werd gegeven tijdens de commissie van 19 mei, in antwoord op de vraag van mevrouw Van Keymolen. Dat antwoord staat ook in het integraal verslag dat beschikbaar is op de website van de Kamer.
04.04 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, het is de dag van de non-antwoorden. We stellen toch allebei concrete vragen. Het lijkt mij een kleintje om daarop te antwoorden. Dat mag in één minuut, dat hoeft geen heel lang antwoord te zijn, maar goed.
Ik kan u zeggen dat we er alleszins niets op tegen hebben om samen te werken met Nederland ten behoeve van kernenergie. Ik heb het gezegd en ik zal dat nooit vergeten. Ik zal ook blijven herhalen dat, na meer dan 20 jaar kernenergie te hebben gedemoniseerd en onze kernreactoren grotendeels kapot te hebben gemaakt, traditionele partijen eindelijk het licht hebben gezien.
Ik noem de kernuitstap wel degelijk een van de grootste fouten in de Belgische geschiedenis en ik zal dat ook blijven zeggen. Burgers en bedrijven zullen daar nog heel lang een hoge prijs voor betalen.
Het is zuivere wetenschap, maar men heeft zich natuurlijk laten misleiden door de Anuna's en de Greta's van deze wereld. Kernenergie heeft de allerhoogste energiedichtheid, zeker tegenover wind- en zonne-energie. De partijen en politici die die kernuitstap beslist of jarenlang gesteund hebben, zouden eigenlijk onder de grond moeten kruipen van schaamte.
04.05 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, ik zou toch een lans willen breken om met Nederland concreter samen te werken rond nucleaire projecten, niet alleen door kennis en expertise uit te wisselen, maar door zeer concreet samen te werken rond de bouw van nieuwe nucleaire centrales, zowel grote als SMR's. Het heeft namelijk geen zin dat we allemaal op ons eigen stukje grond, aan de grens met het buurland, een eigen centrale bouwen met alle investeringskosten die daarmee gepaard gaan, als we ook gewoon samen een centrale kunnen bouwen, een kabel kunnen trekken naar elkaars grondgebied en elkaars economie op die manier versterken. Dat zou pas Europese samenwerking zijn.
Laten we beginnen met België, Nederland en Luxemburg, waarmee het in Europa allemaal begonnen is.
04.06 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Van Rooy, mijnheer Coenegrachts, moet ik de antwoorden van vorige maand herlezen? Het is precies dezelfde vraag. De heer Coenegrachts was niet aanwezig, maar de heer Van Rooy wel. Ik verzoek u de verslagen te lezen. Ik kan de antwoorden van vorige maand herlezen, maar dat is geen goed bestuur. Ik blijf echter beschikbaar.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, dit is een poging om een nieuwe vraag te bedenken voor de minister over een nieuw thema.
Een paar dagen geleden is hier in België de 250ste verjaardag van de Verenigde Staten gevierd. Daarbij kwam inderdaad Bill White in beeld, waarnaar de heer Ravyts al verwees. Iedereen kent hem intussen. Iemand die ik wellicht door mijn eigen gebrek aan kennis niet kende, is de ambassadeur van de Verenigde Staten bij de Europese Unie. Dat is Andrew Puzder. Dat is een moeilijke naam. Ik kende hem niet maar hij heeft wel gelijkaardige eigenschappen als Bill White. Ook hij dreigt graag wanneer een overheid, in dit geval de Europese Unie, niet doet wat Amerika graag wil dat ze zou doen.
Meer concreet heeft hij gedreigd dat de Verenigde Staten geen gas meer zouden leveren aan de Europese Unie als wij onze klimaatmaatregelen met betrekking tot methaan zouden verstrengen. Die beslissing is nochtans logisch, want methaan is een broeikasgas dat over een tijdspanne van 20 jaar 80 keer sterker werkt dan CO2. Het vormt dus een groot risico voor de klimaatopwarming dat wij zeker ernstig moeten nemen.
Wanneer een ambassadeur begint te dreigen dat zijn land geen gas meer wil leveren, is dat heel erg bijzonder. Gelukkig heeft Europees commissaris Dan Jørgensen verklaard dat hij zich daar weinig van zal aantrekken en dat de Europese richtlijn nog altijd zal worden uitgevoerd.
Ik ben echter benieuwd hoe u als minister van Energie reageert op de dreiging van de heer Andrew Puzder.
05.02 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de voorzitter, de EU-methaanverordening is al in werking maar voert geleidelijk verplichtingen in op het gebied van monitoring, rapportage en verificatie voor de invoer van fossiele brandstoffen. Met name worden methaanvereisten opgelegd voor olie, gas en steenkool die worden geïmporteerd.
Uit een onderzoek van Wood Mackenzie blijkt dat, mocht de verordening strikt worden geïnterpreteerd, er een groot tekort aan gas en olie zou kunnen ontstaan. De gas-, olie- en dieselprijzen zouden tussen 2027 en 2030 kunnen stijgen met tot wel 50 % voor gas en tot wel 24 % en 16 % voor respectievelijk benzine en diesel.
Mijnheer de minister, ik heb bij u zes vragen ingediend. Ik zal die niet allemaal voorlezen, maar ik wil u nog een zevende vraag stellen, die ik niet had ingediend. Ik hoop dat u op die vraag wilt antwoorden, want ondertussen zijn er evoluties gaande op het niveau van de Europese Unie.
Het verzet tegen de methaanverordening groeit. Inmiddels hebben niet minder dan 17 lidstaten, waaronder Duitsland, een brief aan de Europese Commissie ondertekend met de vraag om die methaanverordening aan te passen. Zij zien natuurlijk wat de gevolgen zullen zijn voor de burgers en de bedrijven. Als die methaanverordening strikt wordt geïmplementeerd, roept u bijna een economische crisis over u af. Overigens hebben die lidstaten zelf de methaanverordening mee goedgekeurd. Vandaag trekken ze aan de alarmbel. Dat zien we wel vaker: ideologisch en dogmatisch ondertekenen ze iets, en wanneer ze de gevolgen zien, trekken ze aan de alarmbel.
Mijn vraag is heel eenvoudig, mijnheer de minister. Wat doet u in dat verband? Wat doet België met die methaanverordening? Wilt u zich aansluiten bij die lidstaten om die verordening op zijn minst aan te passen? Dank u wel.
05.03 Minister Mathieu Bihet: België onderschrijft ten volle de doelstelling van de Europese methaanverordening. Het terugdringen van methaanemissies is belangrijk in de strijd tegen de klimaatverandering. Het is evenwel niet de bedoeling dat de Europese Unie haar regelgeving aanpast onder druk van derde landen. Europese wetgeving moet worden bepaald op basis van de Europese belangen en doelstellingen.
Mijnheer Seuntjens, er zijn twee ambassadeurs, een voor bilaterale zaken en een voor multilaterale zaken.
Tegelijk moeten we vaststellen dat er in de huidige geopolitieke context reële bezorgdheden bestaan over de praktische uitvoering van bepaalde onderdelen van de methaanverordening, met name de importvereisten en de mogelijke impact daarvan op de bevoorradingszekerheid van Europa. België verwelkomt de inspanningen van de Europese Commissie om oplossingen uit te werken. De ontwerpaanbevelingen inzake het boeteregime die momenteel in voorbereiding zijn, vormen een stap in de goede richting, maar bieden nog onvoldoende rechtszekerheid.
Wat betreft uw zevende vraag, mijnheer Van Rooy, België heeft vorige week tijdens de Europese Energieraad samen met 16 andere Europese lidstaten gepleit voor een pragmatische aanpak, waarbij wordt gevraagd om gerichte aanpassingen van de importvereisten en een uitstel van drie jaar voor de deadlines. Deze aanpak maakt integraal deel uit van de Belgische positie, die binnen de federale regering en in overleg met de gewesten werd onderschreven. Verder overleg met de Europese Commissie en de andere lidstaten zal noodzakelijk zijn om dit dossier verder vorm te geven en tot werkbare oplossingen te komen.
Het is belangrijk om op te merken dat de studie van Wood Mackenzie, waarnaar u verwijst, mijnheer Van Rooy, werd uitgevoerd in opdracht van Concawe en IOGP, de internationale belangenvereniging van de olie- en gasproducenten. Tegelijk moet rekening worden gehouden met de verschillende risico's voor de Europese bevoorradingszekerheid, waaronder de huidige geopolitieke spanningen, de geplande importban van Russisch lng vanaf 1 januari 2027 en de invoering van de rapporteringsverplichtingen, die mogelijk kunnen leiden tot verstoringen van de bevoorrading of prijsstijgingen.
Wat betreft de noodplannen, België beschikt over een crisisplan inzake de bevoorradingszekerheid, dat publiek raadpleegbaar is op de website van de FOD Economie en maatregelen bevat voor verschillende crisisniveaus.
De regering volgt de mogelijke gevolgen van de methaanverordening voor de Belgische industrie nauwgezet op. Op dit moment is het evenwel niet mogelijk om de impact van de verordening op de Belgische brandstof- en energieprijzen afzonderlijk te kwantificeren, aangezien deze prijzen door een veelheid van factoren worden beïnvloed. De regering erkent wel dat bijkomende verplichtingen voor importeurs een risico kunnen vormen voor de energieprijzen.
Ten slotte, de regering is van oordeel dat de doelstellingen van de methaanverordening op een proportionele en pragmatische wijze moeten worden gerealiseerd, zonder onnodige lasten voor onze ondernemingen en onze burgers.
05.04 Oskar Seuntjens (Vooruit): Dank u wel, mijnheer de minister, om het systeem van de ambassadeurs in Europa nog eens toe te lichten. Ik heb hier vandaag toch iets bijgeleerd.
Ik kan goed geloven dat er, zoals bij elke regel, een aantal risico's aan verbonden zijn en dat we goed moeten opletten wat de effecten zijn in de praktijk en of we al dan niet moeten bijsturen. Dat is allemaal goed mogelijk, maar als we dat effectief willen doen, moet dat zo zijn omdat we ervan overtuigd zijn dat het goed is voor Europa, voor onze industrie en voor onze burgers, niet omdat een zoveelste Amerikaanse ambassadeur denkt beter te weten wat goed is voor ons.
We moeten daar zeer waakzaam voor blijven, maar bedankt voor uw antwoorden.
05.05 Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, derde keer, goede keer. Ik ben zeer tevreden met uw uitgebreide antwoord op deze gekoppelde vraag.
De Green Deal van de EU, waar deze methaanverordening bij aansluit, is in feite een green steal. Mijnheer Wollants, ooit gebruikte de N-VA die term, maar vandaag voert ze samen met de traditionele partijen die green steal gewoon slaafs uit.
Deze methaanverordening van de EU, een onderdeel van die green steal, heeft het potentieel om een energiecrisis te veroorzaken en gas en benzine opnieuw fors duurder te maken. De Green Deal tast onze energiezekerheid aan, schaadt onze economie en vernietigt de welvaart van de burgers en bedrijven. Minister, stop met die klimaatwaanzin!
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
06.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik wilde even polsen naar de lang aangekondigde daling van de transmissienettarieven voor energiegrootverbruikers in dit land. De CREG en Elia dienden samen de nodige stappen te zetten om via gedifferentieerde tarieven op basis van het verbruikersprofiel kortingen op de transmissienettarieven te verlenen. Voor de andere gebruikers zou er in een compenserende accijnsverlaging worden voorzien, maar naar verluidt was er enkele weken geleden nog steeds discussie in de regering over de voorstellen inzake de accijnsverlaging. U zou de klimaatontvangsten uit ETS1 namelijk doorstorten naar de deelstaten, waaronder de Vlaamse regering, die instaan voor de uitvoering van het CISAF-mechanisme (Clean Industrial Deal State Aid Framework), maar in de Nationale Klimaatcommissie is er nog altijd discussie tussen de federale regering en de gewesten over de verdeling. De Vlaamse regering heeft gezegd dat ze daar niet langer op zal wachten. Vanaf het emissiejaar 2026, met uitbetaling vanaf het begrotingsjaar 2027, zullen in Vlaanderen 20 nieuwe sectoren aanspraak kunnen maken op de steun, waaronder chemie, bepaalde keramische activiteiten, houtverwerking en delen van de voedingssector. Dat is een goede zaak.
In dit Huis zijn we geïnteresseerd in de stand van zaken rond de federale korting op de transmissienettarieven. Begin juni werd een voorontwerp van wet goedgekeurd op voorstel van uw collega Jambon. Dat kadert in de energienorm en gaat over aanpassingen van het bijzonder accijns, accijnsverlagingen. Betreft dat hetgeen waarover we het hier hebben? Als dat zo is, dan is dat goed nieuws, maar ik weet het niet zeker en daarom vraag ik u om bevestiging.
06.02 Marie Meunier (PS): Monsieur le ministre, depuis plusieurs semaines, les travailleurs du site de Thy-Marcinelle sont inquiets. Ils n'obtiennent pas de réponse quant à l'avenir du site suite à l'annonce de la fermeture de la filière à chaud, dont le laminoir et l'aciérie électrique, et du licenciement de 179 personnes.
Derrière ce dossier, c'est l'avenir industriel wallon qui se pose. Dans le même temps, le site sidérurgiste de NLMK est en effet également dans l'inquiétude avec l'interdiction à partir de 2028 de l'approvisionnement de brames d'acier russes.
Dans les pistes de sauvetage étudiées de NLMK, il y avait la possibilité de construire une toute nouvelle aciérie électrique à La Louvière. Les prix de l'énergie rendraient cette option impossible. Une autre option moins coûteuse serait un rapprochement entre le site de Thy-Marcinelle et NLMK pour transformer l'outil.
Derrière ces problématiques se joue l'avenir de l'industrie en Wallonie. Avec Thy-Marcinelle, nous parlons d'un four électrique parmi les plus performants du secteur, à la pointe de la technologie et pleinement en phase avec les exigences de la transition industrielle.
Au-delà de ce dossier, c'est aussi la question du coût de l'énergie et des politiques mises en œuvre pour garantir un avenir à notre industrie qui est posée.
Chaque jour, les gouvernements fédéral et wallon rappellent la nécessité de réindustrialiser notre économie et de renforcer notre souveraineté industrielle.
Avec votre collègue ministre de l'Économie en Wallonie, qu'allez-vous faire pour sauver nos industries en Wallonie? Comment allez-vous faire pour maintenir nos aciéries? Quelles sont vos solutions pour que ces acteurs disposent d'une énergie à des prix compétitifs?
06.03 Mathieu Bihet, ministre: Madame Meunier, je me réjouis que votre formation politique s'inquiète de l'état de l'industrie en Wallonie. C'est précisément pour faire face à ce type de situation qu'une norme énergétique est nécessaire. Les coûts de l'énergie représentent en effet un enjeu majeur pour les industries. J'agis donc dans le cadre de mes compétences – le ministre Clarinval répondra concernant les siennes. Quelle ne fut pas ma surprise lorsque nous avons passé le texte relatif à la norme énergétique au Parlement de constater que le PS ne l'a pas soutenu.
Mijnheer Ravyts, zoals u ongetwijfeld opgemerkt hebt, wordt naar aanleiding van de wetswijziging waarbij een tarifair richtsnoer werd ingevoerd in het ontwerp van beslissing tot vaststelling van de tariefmethodologie van de CREG, een tariefverlaging in het vooruitzicht gesteld. Het komt de onafhankelijke regulator toe binnen zijn exclusieve bevoegdheid te bepalen wanneer die tariefverlaging in werking treedt.
Ik wens erop te wijzen dat hoewel het ontwerp van beslissing te maken heeft met de reguleringsperiode 2028-2031, dat de regulator geenszins belet de tariefverlaging reeds vanaf 2026 toe te passen.
De CREG zal zeer binnenkort, na afloop van de openbare raadpleging, haar beslissing over de tariefmethodologie bekendmaken.
Mais le texte passé en première lecture au gouvernement est bien la compensation en termes d'accises pour les autres secteurs qui ne sont pas concernés par la norme, mais pour lesquels il ne doit pas y avoir d'augmentation tarifaire.
Quant au rôle des régions, qui sont évidemment impliquées dans cette question de norme énergétique, vous êtes évidemment bien conscients de la décision du gouvernement de soutenir à la fois techniquement mais aussi financièrement les régions dans le cadre de l'autre volet de la norme énergétique, à savoir le CISAF, qui soutient la compétitivité de nos entreprises dans un souci de réindustrialisation, mais également de décarbonation et de résilience.
Pour rappel, la norme énergétique s’articule autour de deux volets: la piste tarifaire et la piste CISAF. Le volet tarifaire repose sur une modification de la méthodologie tarifaire de la CREG, des compensations, ainsi qu'un texte déjà validé en première lecture par le gouvernement en matière d'accises. Des moyens sont transférés aux régions ainsi que le texte de loi que nous avions préparé. Ces moyens – 45 % du montant – sont répartis et les régions sont actuellement en discussion pour en définir la clé de répartition. Chacune des régions adoptera le régime qu'elle souhaitera, parce que l'autorité peut choisir d'étendre le nombre de secteurs concernés par cette réduction. C'est d'ailleurs ce qu'a fait le gouvernement flamand. Le gouvernement wallon et le gouvernement bruxellois continuent. Et les discussions de répartition des moyens entre les régions sont toujours en cours.
06.04 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, dank u om de stand van zaken mee te geven en de globale contouren te schetsen. Ik ben natuurlijk tevreden dat mijn interpretatie over het wetsontwerp in eerste lezing, dat begin juni in de ministerraad is goedgekeurd, klopt, want het was een beetje cryptisch geformuleerd. Het gaat dus de goede richting uit. Wij kijken uiteraard uit naar de openbare raadpleging en naar het voorstel van de CREG ter zake. We hopen dat een en ander zo snel mogelijk wordt geïmplementeerd.
06.05 Marie Meunier (PS): Monsieur le ministre, on n'a pas soutenu votre proposition parce c'était une solution complètement bancale. D'ailleurs, vous n'avez toujours pas réglé le problème CISAF. Je vous rappelle aussi que la première version de votre texte a été recalée par le Conseil d'État. C'est bien beau de systématiquement faire la leçon au Parti Socialiste, mais votre parti a l'économie wallonne dans les mains depuis 10 ans et donc on pourrait aussi se demander ce que vous avez fait. Maintenant sur le fond, je vous avais demandé ce qu'allaient devenir nos aciéries et je n’ai pas eu de réponse. Comme d'habitude.
06.06 Mathieu Bihet, ministre: Vous dites à nouveau qu'on ne donne pas de réponse. On vous a donné une réponse sur le CISAF. C'est une compétence régionale. Quand on a mis le texte sur la table et qu’on l'a envoyé au Conseil d'État, nous avions des avis juridiques qui nous confirmaient que le CISAF était de la compétence du gouvernement fédéral. Je ne l'ai pas fait en me disant que cela allait marcher par incantation magique. Donc, nous l'avons fait.
Concernant les aciéries wallonnes, tout comme les aciéries flamandes d'ailleurs, il y a une série de consommateurs qu'on appelle intensifs. Mais je me souviens – et ce n'est pas un reproche – que c'est M. Lacroix qui était là quand nous en avons parlé et il disait d'ailleurs que le dispositif était pro-flamand et surtout pro-anversois, en citant un exemple qui n'était pas à Anvers mais à Gand – ce qui n'avait pas manqué de me faire sourire, soit.
Les entreprises intensives en électricité bénéficient d'une réduction, mais ce n'est pas le gouvernement fédéral qui détermine qui en bénéficie. Sinon, on m'aurait fait le reproche de choisir telle entreprise plutôt que telle entreprise. La CREG a fait une méthodologie tarifaire qui est adaptée et qui a été publiée en consultation publique. Et il existe une réduction tarifaire.
Pour éviter que les autres utilisateurs payent l'addition de cette réduction, il y a une diminution d'accises pour les autres consommateurs. Il s’agit de la partie fédérale. Donc la solution n'est pas bancale. Elle est approuvée. Elle est d'ailleurs votée. Vous allez me dire que ce n'est pas parce que c'est voté que ce n'est pas bancal. Je peux suivre le raisonnement. Mais la CREG l'a validée et l'a publiée. La méthodologie tarifaire a été mise en œuvre par la CREG.
Donc, on ne peut pas dire que c'est bancal si la CREG a participé à la confection du mécanisme. Ou alors, la prochaine fois que vous voyez la CREG, vous leur dites que le système qu'ils ont mis en place est bancal. Mais j'assisterai donc à l'audition de la CREG avec une grande curiosité et avec un grand intérêt.
Tout cela pour dire que la partie fédérale est réalisée. Par contre, il est clair qu'il reste la partie régionale. Et à ce stade-ci, aucune des trois régions n'a adopté un décret ou une ordonnance pour valider le mécanisme CISAF tel quel. Mais on leur a donné les dispositifs légaux, les contacts avec la Commission européenne et, encore mieux en période de disette budgétaire, on a donné des moyens aux régions parce qu'on ne voulait pas que les entreprises ne bénéficient pas de la totalité du budget sous un motif obscur de répartition des compétences dans notre beau pays.
Donc tout cela a été validé et mis sur la table, que ce soit la piste tarifaire ou la piste CISAF, et nous attendons évidemment avec grande impatience que les régions concrétisent cela et dépensent l'argent du fédéral.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
07.01 François De Smet (DéFI): La presse fait état de la préparation d'un éventuel plan
d'urgence belge face à une crise pétrolière, présenté comme "une stratégie
pour des situations exceptionnelles".
Sur le site Belgium Be, il est fait état
d’un projet d’arrêté royal qui "vise à transposer partiellement l’article
20 de la directive 2009/119/CE du Conseil du 14 septembre 2009 faisant
obligation aux États membres de détenir des stocks stratégiques de pétrole".
Il est également précisé que "ce projet
se fonde sur l'article 108 de la Constitution, qui confère un pouvoir général
d’exécution du Roi, et sur la loi ASEVA qui requiert l’établissement d’un plan
de gestion de crise. Cette voie a été choisie afin que le plan d’urgence puisse
couvrir tous les aspects de la gestion de crise d’approvisionnement pétrolière
pour laquelle le gouvernement fédéral est compétent".
Dans un contexte géopolitique tendu, la
sécurité d'approvisionnement énergétique relève d'une responsabilité fédérale
directe et engage la résilience économique du pays.
En conséquence, M. le ministre peut-il
me faire savoir:
Pourquoi une initiative législative incluant
un contrôle parlementaire direct n’a pas été privilégiée?
Ce que contient l’obligation nationale de
stockage pour 2026 en millions de tonnes de pétrole brut détenus par ASEVA et
si cela couvre les obligations minimales (90 jours) prévues par le cadre
européen et de l'Agence internationale de l'énergie?
comment s’organise la coordination entre le niveau fédéral, les Régions et les
acteurs du secteur en cas de rupture d'approvisionnement?
les mesures de rationnement, de priorisation
ou de soutien sont envisagées, et selon quels critères d'équité pour les
ménages et les secteurs essentiels?
S'agissant de votre deuxième question, l'obligation totale de stockage pour l'année allant du 1er juillet 2026 au 30 juin 2027 s'élève, accrochez-vous, à 3 416,81 kilotonnes d'équivalent pétrole brut. Nos réserves de stocks stratégiques, quant à elles, couvrent bien les obligations minimales européennes et je peux même vous dire qu'elles les dépassent.
Pour votre troisième question, les dispositions
de l'arrêté royal du 5 décembre portant création et réglant la composition, les
missions et le fonctionnement du Bureau national du pétrole, prévoient que les
fédérations sectorielles Energia et Brafco siègent au sein de la cellule
consultative du bureau national du pétrole, l'organe consultatif du ministre de
l'Énergie, dans le cadre d'une éventuelle interruption de l'approvisionnement
en pétrole brut et/ou en produits pétroliers.
En outre, la Direction générale de l'Énergie
peut coordonner et/ou faciliter une concertation ad hoc avec un ou
plusieurs opérateurs du secteur pétrolier en Belgique. La politique
d'approvisionnement en pétrole brut et en produits pétroliers relève de la
compétence de l'autorité fédérale.
En cas de perturbation de l'approvisionnement
du pétrole brut et/ou des produits pétroliers, la concertation avec les
autorités locales et régionales a principalement pour but d'évaluer les
incidences de la perturbation de l'approvisionnement sur les autres secteurs
concernés et de garantir un échange d'informations efficace entre les
différents niveaux de gouvernance.
En effet, le projet de plan d'urgence pétrole
prévoit la mise en place d'un comité interministériel de crise "pétrole",
organe consultatif de crise par lequel le ministre de l'Énergie consulte les
ministres compétents pour l'intérieur et l'économie ainsi que les experts dont
la connaissance est jugée nécessaire à l'appréciation de la situation. En
fonction de la nature, de l'ampleur ou de l'impact de la crise, le ministre de
l'Énergie peut également inviter tout autre membre du gouvernement fédéral et/ou
des gouvernements régionaux à participer à ce comité interministériel.
Au cas où le centre de crise national assumerait la coordination de la gestion de crise en phase fédérale, les différentes autorités sont réunies au sein des cellules de crise du Centre de crise national, conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 26 avril 2024 portant fixation du plan d'urgence.
Enfin, quatrième question que vous me posiez: ce type de mesures relève de la compétence des différentes autorités de différents niveaux. En ce qui concerne la réduction de la consommation de produits pétroliers, le ministre de l’Énergie peut formuler des recommandations sur la base des propositions et avis de l’Agence internationale de l’énergie et/ou de la Commission européenne. Je vous remercie de votre attention.
07.03 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses, qui apportent objectivement une série d’informations. La question était certes un peu datée, mais les réponses que vous fournissez pourraient valoir pour des crises à l’avenir.
Nous savons tous que les perturbations sur les prix que nous avons connues n’ont pas été générées par une pénurie, mais par une pression sur les prix à cause du conflit au Moyen-Orient. Du reste, nous ne savons pas vers quelles autres crises nous nous orientons.
Tant que nous serons dépendants du pétrole, même si nous espérons tous que ce sera pour un laps de temps limité, il faudra continuer à nous assurer d’avoir des réserves afin de pouvoir gérer toute crise éventuelle de l’approvisionnement. Merci pour vos réponses.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
De voorzitter: Voor deze samengevoegde vragen is alleen collega Van Lysebettens aanwezig.
08.01 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, désolé, ik heb niet gecheckt of de vragen van de collega's in dezelfde trant zijn. Minister Van Bossuyt heeft mijn vraag naar u doorverwezen.
De context is dat de CREG de sociale tarieven met 15 % heeft verhoogd. Het is zomer, dus een hogere gasprijs heeft nog niet onmiddellijk gevolgen, maar die zal wel een impact hebben in het najaar.
Daarover heb ik een schriftelijke vraag gesteld aan minister Van Bossuyt, omdat de regering een aantal maatregelen heeft genomen en dit jaar 21 miljoen euro zou aanwenden om de accijnzen op elektriciteit extra te laten dalen voor de doelgroep met het sociaal tarief voor elektriciteit. Er zou ook een onderzoek worden verricht naar een budgettair neutrale hervorming van het sociaal energietarief en de financiële bijdragen van het sociaal stookoliefonds, met het oog op een transparantere forfaitaire bijdrage, gebaseerd op inkomen, vermogen en technologieneutraliteit. Voor mijn vragen daarover verwijst minister Van Bossuyt mij naar u door.
Mijnheer de minister, wat is de stand van zaken van dat onderzoek?
Hoe beoordeelt u de effectiviteit van de aangekondigde steunmaatregelen?
Zullen de voorziene middelen de stijging van de energiekosten voor de doelgroep volledig compenseren, of zijn extra budget en/of maatregelen nodig?
Hoe kan de overheidssteun er ook toe leiden dat mensen worden aangespoord om hun energievraag te elektrificeren en structureel minder fossiele energie te verbruiken, wat ook de belasting op de algemene begroting zou kunnen verminderen?
08.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Van Lysebettens, de vragen van uw collega's zijn ongeveer dezelfde.
J’avais évidemment préparé la réponse dans les deux langues. Pardonnez-moi si je m’y perds un peu; nous allons la parcourir ensemble.
Het onderzoek naar een hervorming van de sociale energiemaatregelen is momenteel lopende. Daarbij worden verschillende pistes geanalyseerd, rekening houdend met adviezen van onder meer de CREG en sociale organisaties, evenals de momenteel beschikbare gegevens. Het doel is om het sociale energiebeleid verder te optimaliseren. Op basis van de resultaten van dat onderzoek zullen concrete beleidsopties worden uitgewerkt, met bijzondere aandacht voor zowel sociale rechtvaardigheid als budgettaire haalbaarheid.
De wetgeving betreffende de verlaging van de accijnzen op elektriciteit voor beschermde klanten tot 1 euro per megawattuur is aangepast. Het tarief voor de beschermde residentiële afnemers daalt vanaf 1 augustus naar 1 euro per megawattuur. Aangezien het een accijnsmaatregel betreft, valt dat onder de bevoegdheid van de minister van Financiën.
Une telle réduction des accises peut rendre la transition énergétique plus attractive pour un groupe cible, en rendant l’électricité relativement plus avantageuse que les sources d’énergie fossiles carbonées. En parallèle, cette mesure offre une protection supplémentaire afin d’éviter que les ménages vulnérables ne basculent dans la précarité énergétique. En rendant l’électricité plus abordable, elle encourage les ménages à poursuivre l’électrification de leur consommation d’énergie et à réduire leur dépendance aux combustibles fossiles. Cette mesure n’a donc pas seulement un effet de soutien à court terme; elle contribue également, de manière structurelle, à la transition énergétique. Combinée aux mesures régionales de soutien existantes en matière d’efficacité énergétique, elle peut jouer un rôle majeur dans le passage des énergies fossiles à l’électricité.
Les mesures relatives à l’efficacité énergétique relèvent toutefois de la compétence des Régions. Dans une approche holistique, on peut dès lors considérer que, tandis que l’autorité fédérale offre une marge financière supplémentaire permettant de mettre en œuvre des mesures de transition nécessaires, les Régions assurent un soutien ciblé au financement d’investissements concrets en faveur de l’efficacité énergétique.
Samen met de bestaande sociale energiemaatregelen, zoals het sociaal tarief, het Sociaal Gas- en Elektriciteitsfonds en het Sociaal Verwarmingsfonds, vormt dat een uitgebreid beschermingskader voor een brede groep kwetsbare consumenten.
Daarnaast heeft de federale overheid, als reactie op de recente stijging van de energieprijzen in het kader van het conflict in Iran, een bijkomende enveloppe van 15 miljoen euro voorzien voor het Sociaal Gas- en Elektriciteitsfonds en het Sociaal Verwarmingsfonds. Die middelen zijn specifiek bedoeld om de OCMW's toe te laten om kwetsbare huishoudens bijkomend te ondersteunen bij de betaling van hun energiefacturen, onder meer via gerichte financiële tegemoetkomingen.
Ce renforcement des fonds existants constitue un important filet de sécurité pour les ménages confrontés à des hausses soudaines des prix de l'énergie et qui ne sont pas, ou insuffisamment, couverts par des dispositifs automatiques tels que le tarif social.
Grâce à l'ancrage local des CPAS, cette aide peut, en outre, être accordée de manière très ciblée et adaptée aux besoins spécifiques de chaque ménage, en tenant compte de sa situation concrète. Cette approche permet non seulement d'atténuer les conséquences financières de la précarité énergétique, mais aussi de la combattre de manière plus structurelle grâce à des mesures d'accompagnement et de prévention.
Entre-temps, un accord de paix a été conclu, ce qui se traduit progressivement par une normalisation des prix de l'énergie. Néanmoins, comme constaté ces derniers jours, la situation demeure incertaine et reste soumise aux évolutions géopolitiques.
Ensuite, la Belgique n'a pas récemment procédé à une mise à disposition de ses stocks stratégiques de pétrole. Dès lors, aucune reconstitution de ces stocks n'est actuellement nécessaire.
Het niveau van de strategische voorraden van ruwe aardolie en aardolieproducten is momenteel hoger dan de voorgeschreven Europese minimumdoelstelling.
C'est ce que je disais à l'instant à M. De Smet.
Pour ce qui concerne les stocks de gaz, il faut rappeler que les capacités de stockage sont définies par des contraintes géologiques. Les contraintes en Belgique ne nous permettent pas de disposer de vastes capacités de stockage. En ce sens, le remplissage des capacités de stockage belges, à savoir 7,6 TWh minimum, ne peut à lui seul sembler avoir un impact direct sur les prix du gaz.
Par ailleurs, pour lutter contre une inflation trop élevée du prix au remplissage des stocks à l'échelle européenne, la Commission a souligné la flexibilité possible, en particulier pour certains États membres, quant à l'objectif à atteindre. Pour les pays disposant de très grandes capacités de stockage, cette flexibilité peut contribuer à réduire la pression sur les prix.
Zoals reeds meermaals is benadrukt, heeft de Belgische regering aan de Europese Unie haar bereidheid kenbaar gemaakt om actief mee te werken aan de totstandbrenging van een robuust Europees kader wat de belasting op de winsten van multinationale oliemaatschappijen betreft. België zal de uitwerking van de voorwaarden dan ook actief ondersteunen.
Un cadre européen solide est absolument
nécessaire pour éviter l'exécution de mesures incohérentes entre États membres
au sein de l’Union et pour assurer un cadre légal solide et, ainsi, éviter les
fragilités légales expérimentées lors de la crise énergétique de 2022. Je vous remercie de votre attention.
08.03 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord op de vele vragen, ook op de vragen die ik niet heb gesteld.
Alle gekheid op een stokje, u zegt dat het onderzoek loopt. Is er ook een einddatum voorzien?
Mijn essentiëlere vraag was de volgende. U hebt 15 miljoen euro voorzien. Ondertussen stijgen de gasprijzen voor het sociaal tarief met 15 %. Dekt die 15 miljoen euro die stijging? Met andere woorden, zal het verwarmingsfonds voldoende gespijsd zijn om de tegemoetkoming die we vandaag toekennen te kunnen blijven financieren? Daarop heb ik geen antwoord gehoord. Volgens mij kan dat nochtans worden berekend.
U zei wel dat er een vredesakkoord is, dat zich hopelijk in de prijzen vertaalt. Optimisme is natuurlijk een deugd, maar in dezen ben ik niet zo optimistisch. Als men ziet hoe het vredesakkoord niet wordt gerespecteerd, vrees ik dat we ons moeten voorbereiden op een impact die ook in het najaar nog voelbaar zal zijn.
Mijnheer de minister, daarom denk ik dat het goed is om na te gaan hoe onze sociale fondsen worden gefinancierd en of die de stijging inderdaad zullen aankunnen.
08.04 Mathieu Bihet, ministre: Monsieur le président, voici comment le fonds social
fonctionne la plupart du temps. Les CPAS octroient une aide et, une fois cette
aide accordée, vont chercher dans le fonds les moyens nécessaires à son
financement. Il y a donc des ressources disponibles dans ce fonds s'il y a de
la demande. Actuellement, celui-ci a été doté de moyens supplémentaires afin de
pouvoir faire face à d’éventuels besoins. Nous avons veillé à ce qu’il dispose
des ressources suffisantes pour éviter qu’un ménage vulnérable ne se retrouve
dans une situation où le CPAS serait contraint de refuser une aide, ou de ne
pas l’accorder, au motif que les moyens financiers seraient épuisés. Le fonds est donc bien doté des
moyens.
08.05 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Ik dank u voor de verduidelijking, mijnheer de minister. Ik begrijp daaruit dat de financiering verzekerd is en dat niemand in de kou zal blijven staan.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
09.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): De Japanse techgigant SoftBank Group heeft aangekondigd een investering van 75 miljard te doen in het noorden van Frankrijk, om daar datacenters te bouwen. Die zijn tegenwoordig niet meer weg te denken. Ik zal me niet uitspreken over het feit of die investering goed of slecht is. We zijn hier in de commissie voor Energie. Feit is dat datacenters heel veel energie verbruiken. Feit is ook dat er in Europa veel interconnectie is tussen de verschillende energienetten en dat wij, Belgen, veel goedkope energie importeren uit Frankrijk.
Men kan dus stellen dat investeringen in datacenters die gebouwd worden in het noorden van Frankrijk, vlakbij onze grens, energie zullen slurpen, wat een impact kan hebben op ons energieverbruik, onze bevoorradingszekerheid, onze energieprijzen. In dat opzicht heb ik twee vragen voor u, mijnheer de minister.
Ten eerste, hebt u de CREG of Elia een opdracht gegeven een impactstudie te doen naar de gevolgen van de bouw van nieuwe datacenters vlakbij onze grens?
Ten tweede, wat is uw inschatting op dit moment? Moeten de Belgische burgers zich zorgen maken over bijvoorbeeld de stroomprijzen in de winter? Zullen die door het dak gaan? Hoe moeten we kijken naar die aangekondigde investeringen in datacenters in het noorden van Frankrijk?
09.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Seuntjens, voorzichtigheid is geboden bij dergelijke aankondigingen, zeker in de sector van artificiële intelligentie en datacenters. We kunnen onze bevoorradingszekerheid of de ontwikkeling van ons elektriciteitsnet niet baseren op investeringsbeloftes, zeker niet wanneer het gaat om investeringen in buurlanden.
Het project waarnaar u verwijst, werd aangekondigd tijdens de recente top Choose France. Ter herinnering, tijdens diezelfde top in mei 2024 had Microsoft een investering van 4 miljard euro aangekondigd in Noord-Frankrijk, onder meer voor datacenters. Verschillende van die projecten werden intussen stopgezet, onder meer in Calais en Duinkerke. Bovendien kreeg de groep achter het project waarnaar u verwijst onlangs bijvoorbeeld geen lening van 6 miljard euro toegekend.
Het is juist dat het energielandschap volop in transitie is. Ik kan u verzekeren dat die nauwlettend wordt opgevolgd door mijn kabinet, mijn administratie, de netbeheerder en de regulator. De ontwikkeling van datacenters in haar geheel en niet aankondiging per aankondiging, wordt meegenomen in de studies over de bevoorradingszekerheid enerzijds en in de studie inzake netwerkplanning anderzijds.
België importeert onder normale omstandigheden veel elektriciteit uit Frankrijk. In de studies die de voorbije jaren werden uitgevoerd voor de kalibratie van onze behoeften en ook voor de nabije toekomst, besteedt de regering bijzondere aandacht aan de noodzaak om de bevoorradingszekerheid te beschermen tegen buitenlandse risico's.
Wat bepaalde hypotheses met betrekking tot Frankrijk betreft, gaan we tijdens de wintermaanden, met andere woorden tijdens de periodes waarin de bevoorradingszekerheid onder druk staat, uit van een vrijwel volledige onbeschikbaarheid van invoer uit Frankrijk. Dat komt doordat onze tekortsituaties sterk met elkaar gecorreleerd zijn. We gaan ervan uit dat wanneer wij met een spannende situatie worden geconfronteerd, Frankrijk zich in een gelijkaardige situatie bevindt en ons dus geen elektriciteit kan leveren.
Daarnaast worden bijkomende voorzorgsmaatregelen genomen. Zo wordt er rekening gehouden met een verminderde beschikbaarheid van het Franse nucleaire park.
09.03 Oskar Seuntjens (Vooruit): Dank u voor uw antwoord. Ik heb begrepen dat u ervan uitgaat dat we in de winter geen stroom uit Frankrijk kunnen halen. Is het de eerste keer dat we die hypothese aannemen? Neen? Oké.
Ik ben het ermee eens dat we ons energiebeleid niet mogen afstemmen op de aankondiging van één project. Als we ons echter de vraag stellen of er in de toekomst meer of minder datacenters zullen komen, dan is het antwoord uiteraard meer. Frankrijk heeft ook aangekondigd dat het daarop effectief wil inzetten. Hoe snel dat zal gaan, moet nog blijken, maar er zal ook druk komen op de energie die wij uit Frankrijk importeren.
Ik denk dat we ons daar echt op moeten voorbereiden. Ik ben blij te horen dat u dat ook zult doen. We zullen dat zeker blijven opvolgen, maar ik denk dat we de impact daarvan op lange termijn zeker niet mogen onderschatten.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56016892C van collega Lejeune wordt omgezet in een schriftelijke vraag, mijnheer de minister.
10.01 Phaedra Van Keymolen (cd&v): Mijnheer de minister, wij zagen de factuur van het energie-eiland van ongeveer 2 miljard euro naar 7 à 8 miljard euro stijgen. In een rapport stelde de CREG dat minstens 1,6 miljard euro van die stijging rechtstreeks voortvloeide uit de technische keuzes die Elia eenzijdig maakte. Omdat de netbeheerder dergelijke investeringen in principe mag doorrekenen via de nettarieven, dreigt de rekening uiteindelijk bij de gezinnen en de bedrijven terecht te komen.
In haar recente advies vraagt de CREG daarom om bevoegd te worden voor de finale goedkeuring van het federaal ontwikkelingsplan, waarbij de strategische keuzes en de te volgen scenario’s nog steeds bij u als minister zouden liggen. Daaraan koppelt de CREG evenwel een verplichte kosten-batenanalyse voor projecten vanaf 100 miljoen euro, een snellere alarmbelplicht voor Elia bij budgetstijgingen of vertragingen, een opmaak van het plan elke twee in plaats van elke vier jaar en het principe dat niet-verantwoorde overschrijdingen niet langer op de factuur van de verbruiker worden afgewenteld maar door de aandeelhouders worden gedragen. Voor cd&v is een degelijk beheer van de miljardeninvesteringen met de bescherming van de consument als uitgangspunt van groot belang.
Deelt u de analyse van de CREG dat de huidige procedure onvoldoende waarborgen biedt om een nieuwe kostenontsporing zoals bij het energie-eiland het geval was, te voorkomen?
Bent u bereid de finale goedkeuring van het federaal ontwikkelingsplan aan de CREG toe te vertrouwen? Indien niet, om welke redenen verkiest u het huidige model te behouden?
Steunt u de verplichte kosten-batenanalyse voor projecten vanaf 100 miljoen euro, de versterkte waarschuwingsplicht voor Elia en een tweejaarlijkse opmaak van het ontwikkelingsplan?
Onderschrijft u het principe dat niet-gerechtvaardigde budgetoverschrijdingen niet in de nettarieven mogen worden doorgerekend maar ten laste van de aandeelhouders komen?
Ik heb een versnelling hoger geschakeld omdat ik even vergeten was dat er een tijdslimiet geldt.
10.02 Mathieu Bihet, ministre: Je suis le premier à ne pas respecter mon temps de parole, donc il ne faut pas… De la sorte, nous avons des réponses plus complètes et des questions plus nombreuses! Je vois que M. Lejeune et Mme Meunier ne sont pas là. J’avais à nouveau préparé ma réponse en deux langues, mais soit.
Ik zal heel duidelijk zijn. De saga rond het energie-eiland mag zich niet herhalen. De kostenontsporing van het project dat door mijn voorgangster werd gedragen, heeft geleid tot een grondige herevaluatie van het project. Die evaluatie heeft geleid tot de bekende beslissing, namelijk de opschorting van het gelijkstroomgedeelte van het energie-eiland. Ze heeft ons ook toegelaten een aantal belangrijke lessen te trekken.
Je partage l’objectif de fond poursuivi par la CREG et que vous évoquez, madame Van Keymolen: davantage de transparence budgétaire, une analyse économique rigoureuse des grands projets et, surtout, des mécanismes de contrôle efficaces. Chaque investissement réalisé sur le réseau doit démontrer un bénéfice clair pour le consommateur.
C’est dans cet esprit que mes équipes travaillent déjà à des réformes visant à renforcer la gouvernance et le contrôle de ces investissements. À cet égard, les propositions de la CREG relatives au cadre juridique applicable au plan de développement fédéral sont analysées. Je n’ai pas attendu cette publication pour lancer un travail avec mes équipes sur ce sujet.
Je souhaite mettre en place des outils de bonne gouvernance qui permettent au régulateur d’exercer pleinement son rôle et de garantir une utilisation responsable de l’argent des consommateurs et des entreprises qui financent ces infrastructures.
La définition de la politique énergétique, quant à elle, relève de la responsabilité du gouvernement belge.
Wat Nautilus betreft, lopen de gesprekken tussen de CREG en haar Britse tegenhanger Ofgem nog. Ik kan u geen informatie geven over de stand van die gesprekken, maar zoals ik al heb aangegeven, zullen zij bepalend zijn voor de beslissing die de regering in het dossier zal moeten nemen.
10.03 Phaedra Van Keymolen (cd&v): Dank u wel voor de antwoorden, mijnheer de minister. Voorlopig heb ik daarover geen bijkomende vragen meer.
L'incident est
clos.
Het incident
is gesloten.
11.01 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, la presse relevait récemment que la Belgique importe aujourd'hui davantage de gaz russe qu'avant l'invasion de l'Ukraine en février 2022, ce qui peut surprendre. Le terminal de gaz naturel liquéfié de Zeebrugge continue en effet de jouer un rôle de hub de transit pour des cargaisons de GNL russe à destination d'autres marchés européens. Voilà qui interroge sur la cohérence entre la politique de sanctions affichée par la Belgique et l'Union européenne à l'égard de la Russie et la réalité des flux gaziers transitant par le territoire belge.
Les sanctions européennes adoptées depuis 2022 à l'encontre de la Russie n'ont à ce stade pas inclus d'interdiction générale des importations de GNL russe, contrairement au pétrole et au charbon. La Commission européenne a toutefois fixé, dans sa feuille de route REPowerEU, l'objectif d'une sortie complète des importations d'hydrocarbures russes au sein de l'Union d'ici 2027 – donc tout prochainement –, objectif que la Belgique a publiquement soutenu au Conseil européen. Le statut de Zeebrugge comme point d'entrée majeur de GNL pour le marché européen place la Belgique dans une position particulière et sans doute difficile au regard de cet objectif.
Monsieur le ministre, quels sont les volumes de gaz russe ayant transités par le terminal de Zeebrugge en 2025 et au premier semestre 2026, comparés aux volumes de la période antérieure à février 2022? Quelle est la position défendue par la Belgique au Conseil de l'Union européenne concernant une éventuelle extension des sanctions au GNL russe, et le calendrier soutenu par l’État belge pour atteindre l'objectif de sortie en 2027? Enfin, quelles sont les mesures nationales envisagées pour réduire le rôle de transit de Zeebrugge pour le GNL russe, indépendamment d'une décision européenne contraignante?
11.02 Mathieu Bihet, ministre: Monsieur De Smet, entre 2019 et 2024, environ 90 % des volumes chargés pour l'exportation provenaient de transbordements de GNL russe. Depuis le 27 mars 2025, le transbordement de GNL d'origine russe ou exporté depuis la Russie est interdit au sein de l'Union Européenne. Dans ce prolongement, la réglementation européenne prévoit une suppression progressive des importations de gaz russe ainsi qu'un renforcement de la surveillance des dépendances énergétiques.
À partir du 1er janvier 2027, avec REPowerEU, l'importation de GNL originaire de la Fédération de Russie ainsi que de GNL exporté directement ou indirectement depuis la Russie ou produit à partir de gaz extrait en Russie sera interdite, y compris le transit de GNL russe.
Dans ce contexte, la Belgique souscrit pleinement à l'objectif de mettre fin à sa dépendance au gaz russe d'ici le 1er janvier 2027, conformément à nouveau à REPowerEU et au régime de sanctions européen en vigueur. Le gouvernement fédéral prend d'ores et déjà les dispositions nécessaires pour soutenir cette sortie progressive.
Par ailleurs, la Belgique soutient l’approche européenne consistant à renforcer la pression sur la Russie au moyen de sanctions économiques ciblées, en vue d’assurer la mise en œuvre effective des objectifs européens en matière d’énergie et de sécurité, tout en soulignant l’importance d’une approche coordonnée au niveau européen.
En synthèse, depuis début 2026 – fin du premier trimestre –, il n’y a plus de transbordement possible, mais les bateaux provenant de Russie ont aussi un contrôle douanier. Par contre, il s’agit d’une interdiction d’importation de pétrole (gas ban) à partir du 1er janvier 2027, tandis que l’interdiction des services (service ban) n’était pas concernée par REPowerEU. Ce qui est appelé des activités de terminalling étaient dès lors toujours autorisées. Il a donc fallu un paquet de sanctions supplémentaires de l’Union européenne – le 20e ou 21e –, qui visait les entreprises elles-mêmes, pour suspendre l’exploitation de terminaux et de slots gaziers en Europe par des entreprises russes. Cependant, il demeure des trous dans la raquette, et ceux-ci doivent être corrigés. Mais, l’activité de terminalling est concernée par un régime de sanctions, alors que la sortie du gaz russe est concernée par REPowerEU. La grande différence juridique entre les deux est que les régimes de sanctions peuvent s’arrêter demain, rendant les activités de terminalling toujours possibles et leur permettant de reprendre. Au niveau de REPowerEU par contre, le gas ban étant inscrit dans un règlement, même si la guerre devait s’arrêter, le règlement demeure. Il y a donc une différence nette entre la molécule elle-même et l’activité de services.
11.03 François De Smet (DéFI): Je vous remercie pour votre réponse. Nous avons appris quelque chose aujourd'hui et j'y vois plus clair. Je comprends l'objectif à moyen et à long terme. C'est une chose d'imaginer que du gaz russe puisse à nouveau transiter par la Belgique; c'en est une autre de considérer que, pour des raisons à la fois climatiques et géostratégiques, il est rationnel de viser un avenir où nous pourrons nous passer totalement du gaz lui-même.
Vous nous avez apporté des informations utiles et permis d'introduire davantage de nuance.
Het incident
is gesloten.
L'incident est
clos.
12.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, misschien zult u heel kort op deze vraag antwoorden, maar ik wil dit toch onder de aandacht brengen. Op 19 juni organiseerde het studiecentrum Jean Gol, het studiecentrum van uw partij, de MR, een regeringspartij, in uw aanwezigheid een internationaal colloquium over energiesoevereiniteit onder de titel Uit de illusie stappen, macht opbouwen. Daar werd het volgende gezegd – mijnheer Van Lysebettens, het zou interessant zijn als u dat ook eens zou lezen. Ik citeer: “Il faut revenir à une exploitation rationnelle, raisonnable et environnementale des énergies fossiles en Europe, plutôt que de dépendre de façon excessive des sources extérieures.” Er werd dus een pleidooi gehouden om in het kader van de energiesoevereiniteit opnieuw meer fossiele brandstoffen te exploiteren binnen Europa.
In een van de panels werd ook gezegd dat men er in een aantal modellen van uitgaat dat in de komende decennia wereldwijd nog altijd een aanzienlijk deel fossiele brandstoffen zal worden gebruikt en dat dit een kwestie van logica is. Aangezien dat natuurlijk partijstandpunten en geen regeringsstandpunten zijn, roept dat enkele vragen op.
Zult u de kwestie van een hernieuwde exploitatie van fossiele energiebronnen in Europa en de op het colloquium geventileerde visie op energiesoevereiniteit in het Belgisch energiebeleid trachten te implementeren en dus ook op de regeringstafel brengen?
Op welke manier zult u die visie desgevallend binnen de EU-gremia uitdragen? Mijnheer de minister, als u of de MR op colloquia dergelijke standpunten ventileert, hoop ik toch dat u die ook wilt implementeren. Anders vraag ik mij af wat het nut van die colloquia is.
12.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Ravyts, eerst wil ik verduidelijken dat het citaat dat in uw vraag wordt aangehaald, niet van mij afkomstig is. Het betreft uitspraken van mijn collega, vice-eersteminister en minister van Economie David Clarinval, in een interview dat op 17 juni werd gepubliceerd in Trends-Tendances.
Het colloquium van het Centre Jean Gol van 19 juni, waaraan ik heb deelgenomen, had als doel de reflectie te voeden over de Europese energiesoevereiniteit in een context gekenmerkt door toenemende geopolitieke spanningen, sterke internationale concurrentie en terechte bezorgdheden over het concurrentievermogen van onze economie. De debatten brachten politieke verantwoordelijken, academische experts, industriële actoren en vertegenwoordigers van de energiesector samen rond strategische vraagstukken die essentieel zijn voor de toekomst van Europa. Ik ben verheugd dat dergelijke debatten kunnen plaatsvinden en de mogelijkheid bieden om verschillende analyses en visies op de energie-uitdagingen waarmee Europa kampt met elkaar te confronteren.
In haar energiebeleid legt de federale regering de prioriteit bij het garanderen van betaalbare, beschikbare en koolstofarme energie. Dat gebeurt onder meer via de versterking van onze bevoorradingszekerheid, herinvesteringen in kernenergie, de ontwikkeling van hernieuwbare energie en de modernisering van de energie-infrastructuur. België pleit niet voor de heropstart van de exploitatie van fossiele hulpbronnen op zijn grondgebied.
We moeten echter realistisch blijven. Fossiele brandstoffen en aardgas vertegenwoordigen nog steeds het overgrote deel van ons jaarlijks energieverbruik. Dat eenvoudige feit zal niet van vandaag op morgen veranderen, gelet op de natuurkundige realiteit en de investeringscycli die eigen zijn aan die sector. Dat betekent dat zij tijdens de transitieperiode een rol zullen blijven spelen in de wereldwijde energiemix. Dat is een constante in alle ernstige modellen.
Daarom is het essentieel om onze strategische afhankelijkheden te verminderen, onze bevoorradingsbronnen te diversifiëren en onze energiesoevereiniteit te versterken, ook voor die energiedragers.
Op Europees niveau zal ik een pragmatische aanpak blijven verdedigen die gericht is op de uitbouw van de energiesoevereiniteit van ons continent. De versterking van onze autonomie is een van de meest zekere manieren om de bevoorradingszekerheid, het industriële concurrentievermogen en de decarbonisatiedoelstellingen te waarborgen, zodat de energietransitie een bron van welvaart en een hefboom voor Europese slagkracht wordt.
12.03 Kurt Ravyts (VB): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. De citaten die ik gegeven heb in de tekst van mijn vraag zoals ingediend, waarvan ik er een heb aangehaald in mijn mondelinge vraag, komen van de webstek van de heer Bouchez. Ik kan ze u tonen. Het zijn citaten uit de panels. Ik beweer dus niet dat u ze hebt uitgesproken, in de pers of elders.
Ik ben het eigenlijk volledig eens met de besluiten van het colloquium. Ik feliciteer u daarvoor. Ik heb ook de heer Bouchez gefeliciteerd. Hij zei vriendelijk: dank u. Alleen weet ik niet of al uw coalitiepartners zo enthousiast zullen zijn als een bescheiden Kamerlid van het Vlaams Belang.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
13.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, de ministerraad keurde op 22 mei 2026 twee ontwerpen van koninklijk besluit goed tot benoeming, enerzijds, van de leden van het investeringscomité en het technisch comité van Hedera en, anderzijds, van de federale regeringsvertegenwoordigers bij die instelling. Er werden ook drie onafhankelijke experts benoemd, zowel voor het investeringscomité als voor het technisch comité.
Hedera belegde de afgelopen twaalf maanden vooral in kortetermijnleningen met onderpand en veilige total return futures (TRF). De bedoeling was dat Hedera tegen deze maand een strategie zou hebben vastgelegd, waarbij de verwachting was dat het een institutionele beleggingsvennootschap zou oprichten waarvan het dagelijks beheer in samenwerking met de banken zou gebeuren. Het is ook wettelijk geregeld dat Hedera in gepaste mate moet investeren in de Belgische economie en in bedrijven die bij ons gevestigd zijn, met het oog op hun blijvende verankering in België. Hedera zou bijvoorbeeld in de financiële sector de rol van stabiele langetermijnverankeraar gedeeltelijk kunnen overnemen met betekenisvolle investeringen, mocht de regering bepaalde participaties willen verkopen.
Hoever staat het met de benoemingen bij Hedera? Zijn alle functies in het directiecomité ingevuld en operationeel? Zijn het investeringscomité en het technisch comité volledig operationeel?
Heeft de regering al kennis kunnen nemen van het voor de komende zomer aangekondigde asset and liability management, het ALM-model, dat cruciaal is voor richtinggevende conclusies over de langetermijninvesteringsstrategie?
13.02 Minister Mathieu Bihet: De regeringsvertegenwoordigers werden op 24 juni benoemd, overeenkomstig artikel 60, § 1, tweede lid, van de wet van 26 april 2024 houdende de oprichting, organisatie en werking van een publiekrechtelijke instelling die tot doel heeft de financiële verantwoordelijkheid voor bepaalde nucleaire verplichtingen te dragen.
Conformément aux articles 52, § 2, et 54, § 2, de cette même loi, les trois experts indépendants auprès du comité technique ainsi que les trois experts indépendants auprès du comité d’investissement ont été nommés par arrêté royal du 28 juin 2026. Les deux comités disposent désormais des membres requis pour assurer leur mise en place opérationnelle définitive.
Wat het directiecomité betreft, Hedera is een autonome publiekrechtelijke instelling opgericht bij de wet van 26 april 2024 om de financiële verantwoordelijkheid voor bepaalde nucleaire verplichtingen te dragen.
Hedera bestaat sinds 25 februari 2025. De selectieprocedure voor de leden van het directiecomité behoort tot de interne governance van de instelling, met eerbiediging van de autonomie die de wet haar toekent. Overeenkomstig artikel 39, § 3, van de Hederawet benoemt de Koning bij een in de ministerraad overlegd besluit, de voorzitter en de andere leden van het directiecomité voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
Hedera dispose de ressources et d’un budget de fonctionnement propre. Le financement des procédures de recrutement constitue une charge d’exploitation qu’elle doit supporter. Du point de vue de la gouvernance, il serait inapproprié que l’État prenne en charge ces coûts. Un financement par le gouvernement pourrait engendrer un risque de conflit d’intérêts et ne serait donc pas conforme à l’autonomie prévue par la loi. Afin de permettre le lancement de cette procédure, Hedera a reçu les précisions nécessaires concernant les critères de qualification et de compétences requis pour la fonction de directeur financier. Un travail analogue devra encore être mené, en concertation avec mes collègues, pour la fonction de président.
Op basis daarvan heeft Hedera, met de ondersteuning van een daartoe aangesteld rekruteringsbureau, een functiebeschrijving opgesteld voor de functie van financieel directeur. Hedera heeft mij meegedeeld dat die functiebeschrijving uiterlijk op 15 juli 2026 in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Kandidaturen kunnen tot uiterlijk 15 augustus worden ingediend. Begin september zal Hedera mij het selectieverslag bezorgen, samen met de lijst van geselecteerde kandidaten, gerangschikt in alfabetische volgorde.
Pour la deuxième partie: Hedera est aussi placé sous le contrôle du Parlement. Je vous fais lecture de l’article 5 de la loi du 26 avril 2024: "L’organisme est placé sous le contrôle de la Chambre des représentants, tel que précisé dans la présente loi." Cette responsabilité de contrôle n’est donc pas la mienne. Je pense que c’est Mme Meunier qui m’avait posé cette question.
Wat uw vraag over het asset and liability management-model betreft, mijnheer Ravyts, kan ik u meegeven dat Hedera door de commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat werd uitgenodigd voor een hoorzitting op 7 juli 2026. Dat is volgende week. Dat biedt de instelling de gelegenheid om een stand van zaken te geven over haar operationalisering en de voortgang van haar werkzaamheden.
13.03 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, het is vriendelijk dat u het aan Hedera overlaat om het Parlement in te lichten over de stand van zaken van het ALM-model.
Het is ook goed dat ik de vraag over de governance hier heb gesteld. Zo ben ik voorbereid op wat volgende week volgt.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
14.01 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de afgelopen week hadden we een extreme hittegolf. Tegelijkertijd waren er op bepaalde momenten ook extreem hoge energieprijzen. Er wordt soms wat mist gespuid met betrekking tot de oorzaak, maar eigenlijk is het redelijk eenvoudig. Bij het vallen van de avond valt structureel 8 gigawatt aan zeer goedkope zonne-energie weg en er is vandaag niet voldoende flexibiliteit in het net aanwezig om dat snel en prijscompetitief op te vangen. De vraag naar energie is 's avonds nochtans lager is dan 's middags. Men doet soms alsof mensen 's avonds massaal hun airco aanzetten, maar uit de statistieken blijkt dat er eigenlijk 's avonds minder energie wordt verbruikt dan 's middags.
De oplossing is dan ook duidelijk, namelijk het stimuleren van extra capaciteit en flexibiliteit die prijscompetitief kunnen worden ingezet om de schommelingen in vraag en aanbod op te vangen. Ik denk dan aan batterijparken en, in de toekomst, de batterijen van elektrische wagens.
Een cruciaal instrument om de bevoorradingszekerheid kostenefficiënt te garanderen, is het CRM, het capaciteitsremuneratiemechanisme. Dat houdt maar liefst 6 gigawatt in de markt voor ongeveer 150 miljoen euro per jaar. Collega’s, vergelijk dat maar eens met de gigawatts die we misschien via kernenergie zouden willen realiseren. Dat zal veel duurder zijn. Net dat CRM duwt de federale regering, met de mogelijke overname van de kerncentrales, in juridische onzekerheid.
Over de hoge prijzen en de rol van het federale energiebeleid heb ik de volgende vragen.
Krijgen flexibiliteitsoplossingen voorrang bij Elia voor aansluitingen op het hoogspanningsnet?
Duiden de extreem hoge prijzen volgens u op de nood aan een aanpassing van het volume van te contracteren capaciteit in het CRM?
Is er soms iets fout gelopen in de kalender, waardoor te veel grote centrales vandaag tijdens deze hittegolf in onderhoud zijn wegens vernieuwingswerken?
14.02 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, het is een beetje raar dat de heer Van Lysebettens zegt dat er 's avonds geen piek is, terwijl ik de ene na de andere expert hoor zeggen dat men 's avonds de airco een beetje moet terugschroeven nadat men hem de hele dag heeft aangelaten. Dat is heel merkwaardig.
De benaming voor een extreme Kühlkraftkrise, een extreme tijdelijke stijging van de stroomprijs, werd uitgelegd door collega Van Lysebettens, maar wat hoor ik diezelfde experts zeggen? Slim aansturen via slimme meters, of energy management-systemen, die automatisch stroom verbruiken wanneer de tarieven op hun laagst zijn in een periode van een hittekoepel, waarin het 's avonds en 's nachts zeer warm blijft. Men zegt ook dat bidirectioneel laden een van de oplossingen is, of België volbouwen met grote batterijparken. Opslag is ook een van de oplossingen.
Nergens wordt er echter gevraagd waar de baseloadenergie is. Er zijn vandaag in België geen kerncentrales operationeel en de interconnectie vanuit Frankrijk zit op een bepaald moment aan zijn limieten. Mijnheer de minister, welke oplossing ziet u hiervoor? Is het stimuleren van extra capaciteit en flexibiliteit die prijscompetitief ingezet kunnen worden, dixit collega Van Lysebettens, om de wisselingen in vraag en aanbod op te vangen een oplossing in de praktijk? Dat klinkt wel als een goede theorie. Zijn een proliferatie van batterijparken en bidirectioneel laden hier de enige oplossingen? Zou een permanent en stabiel draaiend nucleair park voor baseloadenergie hier ook geen soelaas kunnen bieden? Wat is uw mening over deze stresstest? Volgens mij is dat een stresstest voor de energietransitie waar de ecologisten een orgasme van krijgen.
14.03 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, de kranten staan vol met de Hitzeflaute en de Kühlkraftkrise. De vraag is natuurlijk op welke manier we hiervoor oplossingen kunnen voorstellen. Minister Prévot heeft die vragen in de plenaire vergadering voorgeschoteld gekregen, maar kon daar gelet op de hoeveelheid misschien wat minder diep op ingaan. Dat kunnen we in deze commissie echter uiteraard wel.
De prijs liep de afgelopen week in de avonduren inderdaad sterk op, tot meer dan 1.000 euro per megawattuur vorige woensdag. Tegelijkertijd waren er ook in de dagen daarna nog pieken. Er waren eveneens pieken te zien in andere landen, maar die waren veel minder uitgesproken.
De aanleiding is de combinatie van het wegvallen van de zonnestroom in de avonduren en hoge verbruikspieken op het net. Vorige woensdag piekte het verbruik op het transmissienet in de avonduren inderdaad tot bijna 9 gigawatt. Het totale verbruik piekte op de middag, maar de piek op het transmissienet lag wel in de avonduren.
Die 9 gigawatt die toen van het transmissienet werd gehaald, was natuurlijk ook niet extreem hoog. Tegelijkertijd – en dat is de laatste dagen nog eens aangekaart door een aantal experts – werd onze importcapaciteit op dat moment eigenlijk ook niet volledig gebruikt, en dat is natuurlijk een bijzondere situatie.
Dat leidt tot een aantal vragen, mijnheer de minister.
Ten eerste, wat was volgens u de concrete aanleiding voor de zeer hoge prijzen?
Ten tweede, welke maatregelen zijn mogelijk om dat in de toekomst te vermijden?
Ten derde, wat is de rol van de zomerstilstanden van Doel 4 en Tihange 3?
Ten vierde, hoe wenst u dit verder aan te pakken?
Ik dank u alvast voor uw antwoorden.
14.04 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Van Lysebettens, dank u voor uw vraag. Met uw uitspraak "bij het invallen van de avond verdwijnt ongeveer 8 gigawatt aan zonne-energie structureel uit het systeem”, toont u precies aan waarom we in ons land nood hebben aan kernenergie om de intermitterende productie van hernieuwbare energie op te vangen. Uit de mond van uw politieke fractie doet het toch enigszins plezier om dat te horen.
De aansluitingsaanvragen worden door Elia behandeld volgens transparante en niet-discriminerende regels, die zijn opgenomen in de door de CREG opgestelde gedragscode. De regering ondersteunt uiteraard de ontwikkeling van flexibiliteitsoplossingen, met name batterijopslag en vraagsturing, aangezien die een steeds belangrijkere rol zullen spelen bij de integratie van hernieuwbare energie, zonder dat ze evenwel de enige oplossing vormen.
Het CRM werd precies ontworpen om de beschikbaarheid van voldoende capaciteit te garanderen tijdens periodes van spanning op het elektriciteitssysteem. De huidige situatie laat op zich echter niet toe te besluiten dat het noodzakelijk is om het ontwerp van de vraagcurve voor de capaciteitsveilingen aan te passen.
De eerste doelstelling van het CRM is het waarborgen van de bevoorrading en die doelstelling werd bereikt. De oorzaken van de zeer korte prijspieken zijn veelzijdig en zullen uiteraard worden geanalyseerd door de bevoegde autoriteiten. De werking van de elektriciteitsmarkten is complex.
Ik wil u er bovendien op wijzen dat er ook geregeld negatieve elektriciteitsprijzen worden genoteerd. De uitdagingen worden nauwgezet bestudeerd door de netbeheerders en de regulator.
Tot slot, de huidige onderhoudswerken aan de kerncentrales vinden net plaats tijdens deze zonnige periode.
14.05 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik ben wat teleurgesteld in uw technisch-economische kennis. Ik heb in mijn vraag nochtans al aangegeven waarom kernenergie hier geen oplossing is. U weet dat zelf ook, want u hebt dat al gecommuniceerd. Kernenergie kan niet 's avonds worden aangezet en 's ochtends weer worden uitgezet. Men moet kerncentrales gedurende langere periodes laten draaien. Dat betekent dat de kerncentrales ook overdag in gebruik zijn, terwijl er negatieve stroomprijzen worden genoteerd. Dat betekent dat de businesscase van de kerncentrales nog verder achteruit zou gaan als men extra capaciteit bouwt. Terwijl Elia al overweegt – de heer Seuntjens heeft ernaar verwezen – om capaciteit tijdens de dag af te schakelen, wilt u in uw visie nog meer capaciteit creëren. Dat zou het probleem alleen maar groter maken.
U hebt geklaagd over het gebrek aan opbrengsten van kernenergie in de BE-NUC-constructie. Dat gebrek aan opbrengsten zou alleen maar groter worden als u tijdens deze dagen nog meer nucleaire capaciteit toevoegt. De heer Wollants zei al dat het hier niet gaat om een piek in het verbruik, maar om een piek in de transmissie. Wat moeten we doen? De transmissie verminderen. Hoe kunnen we dat doen? Door lokale flexibiliteitsoplossingen in het net in te bouwen. Dat betekent dat u een kader schept voor lokale batterijparken en niet de grote batterijparken, waar de heer Ravyts om welke reden ook blijkbaar voor bevreesd is.
Lokale oplossingen zouden dus soelaas bieden. Bidirectioneel laden van elektrische wagens kan daar een oplossing zijn. Dat is niet voor iedereen, want niet iedereen heeft een elektrische wagen en voor hen moeten we een andere oplossing uitwerken. Ook een lokale batterij op wijkniveau kan een oplossing zijn. Dat alles vereist wel een beleidsvisie waarbij ook de beheerder van het hoogspanningsnet Elia wordt betrokken. Die beleidsvisie mis ik vandaag volledig. Ik reken erop dat u daarvan werk maakt, mijnheer de minister.
14.06 Kurt Ravyts (VB): In uw ideologie, mijnheer Van Lysebettens, bepleit u een beleidsvisie die doorgetrokken moet worden naar de beheerder van het transmissienetwerk, maar dat is niet onze ideologische insteek. Wij zien kernenergie als baseload. Het gevolg daarvan wordt dan dat men minder op hernieuwbare energie inzet.
14.07 Bert Wollants (N-VA): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik meen dat er verschillende elementen zijn.
Hebben we meer nood aan flexibiliteit? Absoluut. Die hebben we in elke situatie nodig. Is de afwezigheid van kernenergie de oplossing? Ik meen van niet. Ook in Duitsland was er een gigantische piek in de cijfers, terwijl dat niet het geval is in Frankrijk, waar men veel kernenergie heeft.
Ik meen dat het antwoord dus elders ligt. We moeten bekijken hoe we een en ander kunnen aanpakken en de ontwikkeling van het energienet kunnen versnellen om een antwoord op dit probleem te bieden.
Mijns inziens zullen we in de toekomst veel meer nood hebben aan productiecapaciteit en daar speelt kernenergie een belangrijke rol in. Zo niet zal men bij het wegvallen van zonne-energie voor de avonduren en ’s nachts nog meer moeten inzetten op die verfoeilijke gascentrales, die we helemaal niet willen, maar waarop door bepaalde partijen blijkbaar wel wordt aangestuurd – een mening die ik in ieder geval niet deel.
Ik meen dat we een aantal verschillende dingen zullen moeten doen en toetsen of we de juiste weg inslaan. Het is natuurlijk te betreuren dat net de komende zomer de centrales van Doel 4 en Tihange 3 eruit liggen. Waarom is dat? Dat is omdat de vorige regering veel te laat gestart is met de verlengingsoperatie. Zo niet hadden de werken uitgevoerd kunnen worden tijdens de reguliere stilstand. Dat ging niet meer op het moment dat minister Van der Straeten met het mes op de keel wou beslissen de levensduur van de kerncentrales te verlengen. Het gevolg zien we vandaag. De basis van de problemen die we nu zien, liggen voor een stuk in het verleden, en jammer genoeg bij uw voorgangster.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
15.01 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, een hele tijd geleden hebben wij al vragen gesteld over het al dan niet gebrekkig vullen van de gasopslagen, waaronder de gasopslag in Loenhout. U hebt toen aangegeven dat u vooralsnog vooral naar de markt kijkt om het nodige te doen.
De huidige situatie is dat de gemiddelde vullingsgraad op Europees vlak ongeveer 48,3 % bedraagt, maar dat Loenhout er zo goed als geen volume heeft bij gekregen. Daar blijft de vullingsgraad hangen op 22,7 %, ook al weet ik dat het om een relatief kleine opslag gaat.
De vraag is natuurlijk of wij aankijken tegen een behoorlijk stevig vultempo, wat opnieuw prijseffecten zou kunnen hebben in de komende maanden. De communicatie die ik vandaag zie verschijnen, is dat experts aangeven dat wij tegen de winter op Europees vlak wellicht slechts een vullingsgraad van 75 % zouden kunnen bereiken terwijl de Europese norm eigenlijk 90 % bedraagt. Ik heb natuurlijk een aantal vragen.
Ten eerste, hoe kijkt u aan tegen de huidige lage vulgraden van de gasopslagen?
Ten tweede, meent u dat maatregelen nodig zijn om op Europees niveau tot een tijdige vulling van de gasopslagen te komen?
Ten derde, hoe kijkt u aan tegen de situatie van Loenhout? Wat zijn de verklaringen voor de atypische vullingsgraad aldaar?
Ten vierde, welke evoluties verwacht u op dat vlak de komende maanden?
15.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Wollants, voor aardolie bedraagt het niveau van de strategische voorraden van ruwe aardolie en aardolieproducten momenteel het equivalent van 96 dagen netto-invoer van ruwe aardolie en aardolieproducten. Het niveau van de strategische voorraden van ruwe aardolie en aardolieproducten is niet onder de door de Europese Unie opgelegde minimumdrempel van 90 dagen gedaald. Het is dan ook niet nodig de strategische aardolievoorraden opnieuw aan te vullen.
De internationale marktprijs van ruwe aardolie, aardolieproducten en andere energieproducten wordt, zoals wij reeds meermaals hebben mogen vaststellen, beïnvloed door de geopolitieke situatie, waaronder ook de conflictsituatie tussen de Verenigde Staten en Iran.
De huidige vulgraden van de Europese gasopslagen liggen lager dan in dezelfde periode van de voorbije jaren. Dat is voornamelijk het gevolg van gewijzigde marktomstandigheden, waarbij de economische prikkel om gas op te slaan gedurende de zomer, vandaag beperkter is dan voordien.
Du point de vue belge, nous suivons la situation de très près, tant au niveau européen qu'en ce qui concerne l'installation de stockage de Loenhout. Le faible taux de remplissage de Loenhout s'inscrit dans une tendance plus large observée à l'échelle européenne et peut notamment s'expliquer par l'attractivité commerciale actuellement limitée du stockage de gaz. Les écarts de prix relativement faibles entre l'été et l'hiver rendent en effet moins intéressant pour les acteurs du marché de réserver et de remplir des capacités de stockage dès le début de la saison.
De situatie wordt voortdurend opgevolgd, zodat indien nodig passende maatregelen kunnen worden genomen. Daarbij wordt onderzocht welke instrumenten desgewenst op een proportionele manier en in overeenstemming met de goede werking van de markt kunnen worden ingezet om de bevoorradingszekerheid te waarborgen. We staan voortdurend in contact met de belangrijkste betrokken partijen, zodat we eventueel snel kunnen handelen. Op dit moment functioneert de markt nog steeds normaal, maar zoals gezegd staan we klaar om zo nodig op te treden.
Pour les prochains mois, nous nous attendons à une augmentation progressive des taux de remplissage, puisque les capacités de stockage ont bien été réservées. Il faut donc distinguer les capacités de réservation du remplissage lui-même, puisque les capacités de stockage ont bien été réservées.
Cette évolution dépendra dans une large mesure de l'évolution des prix du gaz, des approvisionnements en GNL, du contexte géopolitique, comme on l'a dit cet après-midi, ainsi que des conditions météorologiques. La Belgique continue de suivre la situation avec la plus grande attention, en étroite collaboration avec la Commission européenne et les autres États membres, le régulateur et les gestionnaires d'infrastructures concernés.
Op dit moment hebben we geen specifieke reden om tekorten in de bevoorrading te vrezen. Uiteraard kunnen ingrijpende geopolitieke ontwikkelingen de situatie altijd veranderen.
15.03 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, ik wil er toch voor waarschuwen dat een zeer lage vullingsgraad bij het ingaan van de winter gevolgen kan hebben. Herinner u 2022, toen de door Gazprom gereserveerde capaciteit structureel niet werd ingevuld, met als gevolg al eerste prijspieken in september en oktober 2022. Dat is dus wel een risico. Het feit dat capaciteit werd gereserveerd, is niet noodzakelijk een garantie dat die ook wordt ingevuld. We moeten daar grondig naar kijken.
Loenhout heeft de voorbije maanden nagenoeg geen enkele vulling gekend, terwijl op Europees niveau de opslag wel werd gevuld, zij het aan een laag tempo. We moeten dat dus goed in het oog houden. Voor onze gasprijs zijn de Europese vullingsgraden uiteraard veel belangrijker, omdat Loenhout in Europese context zo klein is dat de impact veel beperkter is. We moeten dat dus goed in het oog houden.
Het feit dat momenteel wordt gewaarschuwd dat we mogelijk slechts een vullingsgraad van 75 % zullen bereiken, doet mij toch de wenkbrauwen fronsen. Ik vraag mij af welke gevolgen dat kan hebben voor de gasprijzen die we dit najaar zullen bereiken. Net als u ben ik niet goed in het voorspellen van de toekomst. We zullen dus moeten afwachten hoe de situatie evolueert. Ik vraag u om er in elk geval met de neus bovenop te blijven zitten.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
16.01 Phaedra Van Keymolen (cd&v): Mijnheer de minister, het stookoliefonds Promaz helpt gezinnen die geconfronteerd worden met bodemverontreiniging door een lekkende mazouttank. Die saneringskosten lopen vaak op tot tienduizenden euro's. Ik hoef u niet uit te leggen dat dat voor veel mensen onhaalbaar is en net daarom werd het fonds destijds opgericht.
We stellen echter vast dat de financiering hapert. Sinds januari 2026 geldt een bijdrage van 0,2 cent per liter. Promaz zegt zelf dat dat onvoldoende is om de werking op langere termijn te verzekeren. De sector en de gewesten vragen daarom een verhoging tot 1 cent.
De federale overheid gaf echter een negatief advies. Op dit moment blijven ongeveer 155 al goedgekeurde terugbetalingsdossiers geblokkeerd, met een gemiddeld bedrag van 46.000 euro per dossier. Dat is een aanzienlijke som per dossier. Het gaat om gezinnen die de sanering op hun grond hebben voorgeschoten en nu al maandenlang wachten op een financiële bijdrage. De getuigenissen bereiken mij en iedereen, aangezien er via het commissiesecretariaat ook nog zijn doorgestuurd.
Mijnheer de minister, waarom gaf de federale overheid een negatief advies, terwijl de gewesten wel hun goedkeuring gaven?
Bent u bereid om de hernieuwde aanvraag van Promaz wel goed te keuren? Zo niet, welk alternatief ziet u om een oplossing te bieden voor de geblokkeerde dossiers? Hebt u daarover al overleg gepleegd met minister Clarinval? Welke concrete vooruitzichten kunt u de getroffen gezinnen bieden?
16.02 Minister Mathieu Bihet: Mevrouw Van Keymolen, ten eerste heeft de federale overheid geoordeeld dat er nog elementen in het dossier waren die verder onderbouwd moesten worden om de noodzaak van de verhoging beter te begrijpen. Ten tweede is de nieuwe aanvraag nog in behandeling. Ondanks een eerste analyse blijven een aantal antwoorden op onze vragen onbevredigend. Die worden momenteel grondig onderzocht in nauwe samenwerking met Promaz. Ten slotte is mijn collega, minister van Economie David Clarinval, ook bevoegd voor de doorrekening van de bijdrage in de maximumprijs van huisbrandolie. Daarom wordt de aanvraag gezamenlijk behandeld.
16.03 Phaedra Van Keymolen (cd&v): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, al ben ik er niet veel wijzer van geworden. Een volgens mij terechte vraag is tegen wanneer er duidelijkheid zal zijn. Hebt u daar enig idee van? Moeten we rekenen op weken of maanden? Uit uw reactie maak ik op dat het geen jaren zullen zijn.
Ik denk dat het belangrijk is dat er snel werk van wordt gemaakt. Dat maakt een groot verschil voor de betrokken gezinnen die op dat bedrag wachten.
Misschien zullen we aan minister Clarinval ook eens een stand van zaken moeten vragen.
16.04 Minister Mathieu Bihet: Sta me toe om nog een kleine opmerking toe te voegen.
On discute actuellement des montants au-delà de cette deadline. Le fonds est approvisionné financièrement. Par rapport à Promaz, la discussion est double. D'une part, le fonds contient-il suffisamment d'argent? D'autre part, un accord de coopération prévoit que les régions financent des assainissements avec de l'argent prélevé par le niveau fédéral sur le litre à la pompe.
La question présente est donc que le fédéral applique, à ce stade-ci, le prélèvement tel que convenu et partagé. Par ailleurs, il existe une demande d'augmentation du prix à la pompe. En conséquence, la question qui reste à trancher est de savoir si cette augmentation du prix à la pompe est nécessaire pour financer le fonds au-delà de 2029 ou si le financement de base est suffisant. C'est ce point qui reste à trancher. Pour le moment, il ne faut pas s'inquiéter.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56017539C van mevrouw Marie Meunier is uitgesteld.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.05 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17 h 05.
De antwoorden werden door de
Les réponses ont été fournies par
Monsieur
le Ministre,
Le
mercredi 3 juin dernier, la Commission européenne a adressé à la Belgique ses
recommandations spécifiques pour 2026 et 2027. Dans ces recommandations, elle
pointe plusieurs faiblesses de notre pays en matière d'énergie : une dépendance
encore importante aux combustibles fossiles importés, des efforts insuffisants
en matière d'efficacité énergétique et un retard dans le développement des
infrastructures électriques.
Dans le
même temps, la Commission envoie aussi un signal positif. Elle permet désormais
aux États membres de disposer de davantage de souplesse budgétaire pour
investir dans leur sécurité énergétique et réduire leur dépendance aux énergies
fossiles.
Concrètement,
l'Europe autorisait déjà les États membres à s'écarter des règles budgétaires
pour financer davantage leur Défense, jusqu'à 1,5 % du PIB. Désormais, une
partie de cette marge pourra aussi être utilisée pour des investissements
énergétiques. Les États pourront consacrer jusqu'à 0,3 % du PIB par an, avec un
maximum de 0,6 % du PIB entre 2026 et 2028, à des projets qui renforcent leur
sécurité énergétique et réduisent leur dépendance aux énergies fossiles
importées.
C'est
une évolution importante, car nous savons que la transition énergétique ne se
fera pas sans investissements massifs dans nos réseaux, dans le stockage de
l'énergie ou encore dans l'électrification de notre économie.
Monsieur
le Ministre,
1. Cette
nouvelle marge de manœuvre budgétaire constitue-t-elle, selon vous, une
opportunité pour accélérer certains investissements énergétiques en Belgique ?
2. Quels
sont les projets ou les priorités que vous souhaitez voir avancer en priorité
grâce à cette flexibilité européenne ? La Commission a par exemple pointé le
renforcement des réseaux électriques, stockage de l'énergie, efficacité
énergétique ou encore décarbonation de l'industrie.
Antwoord
- Réponse:
Nous
évaluerons du mieux possible les investissements utiles afin de renforcer notre
sécurité énergétique, de réduire notre dépendance aux combustibles fossiles
importés et de soutenir la transition énergétique, dans le respect du cadre
européen.
Le
renforcement et la modernisation des réseaux électriques, le développement de
la flexibilité et la présence d’une capacité de production réglable intérieure
suffisante figureront bien entendu parmi nos priorités.
Nous ne
devons toutefois pas nous faire d’illusions. Compte tenu du contexte budgétaire
difficile dans lequel se trouve notre pays (et de l’effort supplémentaire qui
nous attend dans le cadre des prochaines négociations budgétaires), il n’y a
pas de marge budgétaire pour des investissements à grande échelle
supplémentaires, à moins que ceux-ci ne présentent, outre une forte valeur
ajoutée sociale, un modèle de rentabilité correct.
Quoi
qu’il en soit, le gouvernement continuera à investir dans la résilience de
notre système énergétique et à encourager les acteurs du marché à faire de
même. Un système énergétique robuste et résilient constitue un objectif
politique clair.
La
prolongation des centrales nucléaires existantes, le développement de nouvelles
capacités nucléaires et la réalisation de projets d’infrastructure stratégiques
tels que la ZPE1, Ventilus, Boucle du Hainaut et Nautilus contribuent tous à
renforcer la résilience du système énergétique.
Par
ailleurs, la mise en œuvre de la directive CER et de la directive NIS2
contribuera également à une protection renforcée des infrastructures
énergétiques critiques et, partant, à un système énergétique encore plus
résilient.