|
Commissie
voor Economie, Consumentenbescherming en Digitalisering |
Commission
de l'Économie, de la Protection des consommateurs et de la Digitalisation |
|
van Woensdag 17 juni 2026 Namiddag ______ |
du Mercredi 17 juin 2026 Après-midi ______ |
De behandeling van de vragen vangt aan om 16.14 uur. De vergadering wordt voorgezeten door mevrouw Nele Daenen.
Le développement des questions commence à 16 h 14. La réunion est présidée par Mme Nele Daenen.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
01.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik heb deze vraag al een hele tijd geleden ingediend.
Begin 2026 werd duidelijk dat er aan de aandeelhoudersstructuur binnen Wyre wel een en ander zou kunnen veranderen. Daarover is enige communicatie heen en weer gegaan. In een deel van die communicatie erkent u dat een dergelijke infrastructuur niet louter als een commercieel activum kan worden beschouwd. Tegelijk wijst u erop dat het geliberaliseerde marktmodel, het bestaande regulatoire kader met toezicht door het BIPT en het screeningmechanisme voor buitenlandse directe investeringen voldoende waarborgen zouden moeten bieden.
De vraag is natuurlijk de volgende. Als de aandeelhoudersstructuur van Wyre effectief wordt aangepast, dan zou het kunnen dat belangrijke telecominfrastructuur in buitenlandse handen komt en misschien zelfs in handen van investeerders die geen kaas hebben gegeten van de telecomsector, maar uitsluitend actief zijn op de kapitaalmarkt.
Mevrouw de minister, hoe beschouwt u de manier waarop wij omgaan met de cruciale telecominfrastructuur in ons land op lange termijn? Is het huidige model, waarbij de overheid vanop de zijlijn monitort en bekijkt of alles goed verloopt, een model dat wij duurzaam kunnen voortzetten in de komende jaren, of zullen we daarop toch meer grip moeten krijgen?
Wat is uw positie, mochten buitenlandse investeerders zonder telecomknowhow het netwerk in handen krijgen?
Overweegt u bijkomende beleidsinitiatieven om in te grijpen en om de positie van ons land te versterken?
01.02 Minister Vanessa Matz: Mijnheer Vandemaele, Telenet was al sinds 2013 voornamelijk in handen van de Amerikaanse speler Liberty Global. In 2023 werd dat bedrijf zelfs voor 100 % eigenaar. Wyre, de Belgische joint venture voor glasvezel tussen Telenet en Fluvius, is dus voor een meerderheid in handen van een buitenlands bedrijf.
De recente aankondigingen zouden weinig verschil maken. Er gelden talrijke reguleringen voor alle telecomoperatoren die diensten aanbieden op de Belgische markt.
Die leggen verplichtingen op inzake veiligheid en weerbaarheid. Een screeningsmechanisme voor buitenlandse directe investeringen laat de federale en regionale overheden toe om buitenlandse investeringen in kritieke infrastructuur, essentiële sectoren en strategische technologieën te onderzoeken. Wanneer een investering een risico vormt voor de nationale veiligheid, de openbare orde of strategische belangen, kunnen voorwaarden worden opgelegd of kan de overname worden tegengehouden. Daarnaast verplicht de NIS-wetgeving telecomoperatoren om de nodige cybersecuritymaatregelen te nemen en de continuïteit van hun diensten te verzekeren. Ook de CER-wetgeving biedt de overheid de mogelijkheid om telecomoperatoren te verplichten maatregelen te nemen zodat essentiële telecomdiensten blijven functioneren tijdens crisissen, sabotage, stroomuitval, natuurrampen of andere hybride dreigingen. Bovendien verplicht de telecomwetgeving operatoren om alle noodzakelijke en ook preventieve maatregelen te nemen om de beschikbaarheid van hun diensten maximaal te garanderen bij een uitzonderlijke netwerkuitval of overmacht. De bestaande regelgeving bevat voldoende waarborgen en staat de bevoegde autoriteiten toe om in te grijpen wanneer dat nodig is.
01.03 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik ben het grotendeels met u eens. Als Fluvius vandaag mee aandeelhouder is - Fluvius is geen overheid, maar is er wel aan gelinkt - wil dat zeggen dat we op dat moment toch een vinger in de pap hebben. Als Fluvius eruit stapt en het volledig kapitaalspelers worden, niet langer spelers die een publieke functie nastreven en ook telecomkennis hebben, dan maak ik me daar wel zorgen over. Aan de andere kant zou men kunnen zeggen dat we met Proximus een overheidsbedrijf hebben, dat ook over een netwerk beschikt. Dat is in Belgische handen en staat onder overheidstoezicht. À la limite zou men kunnen zeggen dat we daar eigenlijk voldoende veilig zitten.
Uit uw antwoord maak ik op dat u vindt dat de huidige waarborgen voldoende zijn en u niet naar nieuwe wetgevende initiatieven kijkt om onze garanties als overheid te versterken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02.01 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de minister, ik ben blij dat ik mijn vraag, die ik twee maanden geleden indiende, eindelijk – het is een tijd geleden dat we de kans hadden om u in commissie te ondervragen –kan stellen.
Sinds twee maanden wordt er een nieuwe functionaliteit in Microsoft 365, een softwarepakket dat door heel wat federale administraties wordt gebruikt en met Copilot over mogelijkheden inzake artificiële intelligentie beschikt, toegepast, waardoor de verwerking van prompts automatisch, dus zonder de expliciete toestemming van de gebruiker, kan plaatsvinden in de Verenigde Staten, Canada of Australië. Dat brengt natuurlijk risico’s met zich.
Graag krijg ik uw reactie op de nieuwe functionaliteit van software die door uw administraties wordt gebruikt. Plant u maatregelen om te garanderen dat gevoelige data in de Europese Unie kunnen blijven? Plant u een opt-out? Kunnen we eventuele alternatieve Europese oplossingen verwachten, met name voor overheidsdiensten en overheidsopdrachten?
02.02 Minister Vanessa Matz: Mijnheer Keuten, ik ben inderdaad op de hoogte van de activering van de functionaliteit Flex Routing voor Microsoft 365 Copilot dankzij een continue opvolging van de technologie. De beschikbare informatie hierover wordt momenteel onderzocht.
Ter informatie, de federale overheid werkt volgens een gedecentraliseerd model. Elke instelling beheert conform de vigerende regels zelf haar Microsoft 365-omgeving. Op federaal niveau gebeuren de kennisdeling en de samenwerking inzake ICT in de G-Cloud. Ik wil die samenwerking nog versterken. Daarom komt er op beslissing van de ministerraad van 23 december vorig jaar en conform het regeerakkoord een digitaal agentschap.
Het gebruik van Copilot bij de FOD BOSA blijft beperkt tot een klein aantal licenties.
Daarvoor kan de technologie op een gecontroleerde manier worden geëvalueerd. Ik blijf de ontwikkelingen van nabij volgen en, indien nodig, zal ik extra maatregelen nemen om de bescherming van gegevens en de naleving van de regelgeving te garanderen.
02.03 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is goed dat er een onderzoek lopende is. Hopelijk komen er daar snel resultaten uit. Het is ook gunstig dat het gebruik van de tool bij de FOD BOSA vrij beperkt is. We hebben wel vernomen dat de tool ook gebruikt wordt door Defensie. Dus ik denk dat de resultaten van het onderzoek heel belangrijk kunnen zijn en hoop dat u die kennis snel zult delen met uw collega van Defensie.
Dat gezegd zijnde, het blijft wachten op een concreet kader om te kunnen evolueren naar meer Europese digitale soevereiniteit, een eigen soevereine cloud, waaraan minister Francken zegt te werken. We moeten kritieke data van onze overheid en van Defensie beschermen tegen verwerking buiten de EU, zoals dat nu blijkbaar al zonder toestemming mogelijk is geworden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03.01 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de minister, de Europese roadmap, genaamd One Europe, One Market, werd eind april 2026 goedgekeurd. De roadmap bevat een strategisch luik met daarin engagementen voor de European Business Wallet, een European cloud, de gigafactories, de Cyber Security Act en digitale netwerken, dus een pakket aan Europese initiatieven die onze Europese digitale en AI-competitiviteit moeten versterken.
Ik ben benieuwd hoe u die dossiers en de uitvoering daarvan voorbereidt. Welke maatregelen plant u om investeringen in Belgische bedrijven klaar te stomen?
De belangrijkste vraag is hoe u garandeert dat België maximaal zal kunnen profiteren van die initiatieven. Hoe coördineert u dat met de gewesten?
03.02 Minister Vanessa Matz: Mijnheer Keuten, de European Business Wallet wordt momenteel besproken in de Raad van de Europese Unie. Het doel is om tegen eind juni 2026 een globaal akkoord te bereiken.
Het is nog te vroeg om concrete uitvoeringsmaatregelen te nemen. België bereidt zich wel voor op een goede uitvoering zodra de definitieve tekst is goedgekeurd.
Voor de Digital Networks Act bestaat een federale werkgroep. Daarin werken de belangrijkste federale administraties samen. Mogelijk zijn nationale maatregelen nodig, onder meer om de telecomwetgeving aan te passen.
Het Centrum voor Cybersecurity België volgt de besprekingen over de herziening van de cyberveiligheidswet van nabij op. Het Centrum onderzoekt de impact van de voorgestelde maatregelen.
De besprekingen over de toekomstige Europese oproep voor gigafactories lopen nog. Er is al een belangrijke stap gezet met de financiering van de Belgische AI-antenne. Die antenne zal het Belgische ecosysteem ondersteunen bij een meer geavanceerd gebruik van AI-toepassingen.
De federale regering volgt ook de vooruitgang van de Cloud and AI Development Act van dichtbij op. Momenteel analyseren wij de inhoud van het Europese voorstel, dat een paar dagen geleden is gepubliceerd. Op die manier kunnen wij ons standpunt afstemmen en invloed uitoefenen tijdens de onderhandelingen.
Samen met mijn regeringscollega's zetten wij in op ondersteuning, coördinatie en strategische investeringen. We maken daarbij gebruik van de beschikbare Europese financieringsinstrumenten.
Mijn doel is om Belgische organisaties te helpen om succesvol deel te nemen aan Europese oproepen en die ook binnen te halen.
In 2026 zullen op Europees niveau verschillende projectoproepen worden gelanceerd, in het bijzonder rond artificiële intelligentie. Dossiers die verschillende beleidsdomeinen raken, worden behandeld in ICEG, het overlegorgaan tussen de federale overheid en de deelstaten. Ik blijf mij inzetten voor die Europese dossiers, die mee de digitale regels van de toekomst bepalen.
03.03 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor de timing van die verschillende Europese initiatieven, zodat we die samen met u kunnen blijven opvolgen. Laten we hopen dat kmo's zullen kunnen profiteren van die Europese projectoproepen en van uw ondersteuning, en dat er concrete investeringen naar onze kmo’s kunnen vloeien.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04.01 Dieter Keuten (VB): Over digitaal inclusieve overheidsdiensten hadden we het net nog, mevrouw de minister. In het recente rapport van imec en de UGent, het Digimeter-rapport, werd de Vlaming expliciet bevraagd over de overheidsdienstverlening bij burgerzaken. Dat rapport stelt dat maar liefst 43 % van de Vlamingen zich geforceerd voelt door digitale technologieën.
Welke maatregelen neemt u nog om bij de verdere digitalisering van de overheidsdiensten de ondersteuning van analoge kanalen te garanderen. Ik heb onthouden dat u daarstraks hebt geantwoord dat u werkt binnen het huidige budgettaire kader, maar ik ben toch benieuwd of u in verdere ondersteuning voorziet.
Welke resultaten mogen we nog dit jaar verwachten? Die vraag is zeker nog actueel. Hoe coördineert u dit met de gewesten? Het is ook belangrijk om te weten hoe u dat verder coördineert met de gewesten, als het wetsvoorstel dat we daarnet hebben besproken, wordt goedgekeurd.
04.02 Minister Vanessa Matz: Mijnheer Keuten, ik deel uw bekommernis. Digitalisering van de overheidsdiensten mag nooit leiden tot uitsluiting. De digitale evolutie moet de toegang tot rechten en diensten makkelijker maken. Ze mag niemand uitsluiten die geen digitale middelen of vaardigheden heeft.
Dat is precies het doel van het wetsontwerp dat ik u eerder in de commissie heb voorgesteld. Ik ga de inhoud daarvan niet opnieuw toelichten, want we hebben dat al besproken. Zoals u weet, zorgt die tekst ervoor dat elke burger over een niet-digitaal alternatief kan beschikken in zijn contact met federale overheidsdiensten en overheidsbedrijven.
Ik voorzie in begeleiding voor burgers bij het gebruik van digitale procedures. Er komen ook controles om te zien of die verplichting wordt nageleefd. In de toekomst zal geen enkele burger verplicht zijn om alleen digitale kanalen te gebruiken. Concreet betekent dit dat de federale digitale diensten altijd meerdere kanalen moeten aanbieden.
Deze aanpak vindt plaats in overleg met de deelstaten binnen de bestaande overlegstructuren voor e-government en digitale inclusie. Mijn doel is een geleidelijke en inclusieve digitale evolutie die vertrekt vanuit de leefwereld van elke burger.
04.03 Dieter Keuten (VB): Ik dank u voor het uitvoerige antwoord op deze vraag van twee maanden geleden.
Als enige opmerking of suggestie wil ik nog meegeven dat het belangrijk is om voldoende analoge back-ups te voorzien. Ook al voorziet u in een niet-digitale dienstverlening, die digitale dienstverlening kan ooit uitvallen. In dat geval zullen we nood hebben aan back-ups.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Dieter Keuten (VB): Het Hof van Beroep te Amsterdam heeft geoordeeld dat Meta zijn gebruikers een persistente, niet-geprofileerde chronologische nieuwsfeed moet aanbieden. We kunnen dat arrest uitbreiden naar TikTok en andere vormen van AI-gegenereerde desinformatie. Het hof oordeelde dus dat het automatisch resetten van de keuze en het moeilijk toegankelijk maken van chronologische opties in strijd zijn met de DSA-regels rond dark patterns, transparantie van aanbevelingssystemen en gebruikersautonomie.
U hebt gereageerd op die uitspraak. Ik ben dan ook benieuwd welke follow-up u aan die oproep hebt gegeven. Ik ben ook benieuwd hoe u de kwestie verder coördineert met het BIPT en de gewesten.
Plant u bijkomende audits, een melding bij de Europese Commissie of sancties op federaal niveau, zodat Belgische burgers beter beschermd worden tegen dark patterns en de verspreiding van desinformatie?
05.02 Minister Vanessa Matz: Op 24 maart heb ik een brief gestuurd aan Roberto Viola, directeur-generaal van DG Connect. Daarin heb ik het belang benadrukt van een doeltreffende toepassing van de DSA ten opzichte van Meta.
Het toezicht op zeer grote onlineplatformen zoals Meta en TikTok valt vooral onder de Europese Commissie en de Ierse coördinator. België werkt actief mee in de Europese structuren, onder meer via het Europees Comité voor Digitale Diensten en via de uitwisseling van informatie tussen nationale coördinatoren.
Het BIPT heeft de kwestie die werd opgeworpen door het arrest van het Hof van Beroep in Amsterdam tijdens de vergadering van de Europese Raad voor digitale diensten van 18 april 2026, die werd georganiseerd om vragen aan de Ierse coördinator en de Europese Commissie te stellen, voorgelegd.
De Europese Commissie voert momenteel verschillende onderzoeken, onder andere een naar Meta over de naleving van de DSA-regels.
De samenwerking tussen het BIPT en de gemeenschappen gebeurt in de bestaande overlegstructuren tussen bevoegde autoriteiten.
Er is momenteel geen specifieke audit of extra sanctieregeling op federaal niveau gepland voor zeer grote platformen. De bevoegdheden ter zake liggen bij de Europese Commissie en de betrokken nationale coördinatoren. België blijft dat Europese kader ondersteunen. Zo willen we burgers beter beschermen tegen misleidende technieken, voor meer transparantie over algoritmes zorgen en de strijd tegen desinformatie versterken.
05.03 Dieter Keuten (VB): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. We zitten volledig op dezelfde golflengte. U hebt een oproep gedaan, die vervolgens is opgevolgd door het BIPT. Mijn enige bemerking is dat we heel wat acties zien op nationaal niveau. Er is het arrest van het Hof van Beroep in Amsterdam. Nadien heeft de Ierse regulator nog extra onderzoeken opgestart.
We missen in elk geval communicatie over concrete audits vanuit het BIPT, dat nochtans, zoals u net ook hebt gezegd, als nationale coördinator daarvoor verantwoordelijk is. We hopen dus in de volgende presentaties van de jaarverslagen van het BIPT daar kennis van te kunnen nemen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06.01 Dieter Keuten (VB): Ik kom tot een volgende vraag over risicovolle AI-modellen. Opnieuw een vraag van april, mevrouw de minister. Ik denk dat er geen maand voorbijgaat zonder dat we vaststellen dat er weer nieuwe risicovolle AI-modellen op ons worden losgelaten.
Eind vorig jaar hebt u preventief het Chinese AI-model DeepSeek verboden. Begin dit jaar nam u stappen tegen Grok, het AI-model van X. In april ontstond er opschudding rond het AI-model Mythos, dat de financiële sector, die nochtans sterk vertegenwoordigd is in ons land, zou kunnen bedreigen. Nog deze week is er heel wat opschudding ontstaan rond een ander model van Anthropic, namelijk Fable 5 en Mythos 5, dat enkele dagen geleden door de Amerikaanse overheid werd verbannen overzees, ook in Europa, wegens veiligheidsoverwegingen.
Er komen voortdurend nieuwe AI-modellen op ons af met nieuwe risico's. Welke lessen trekt u uit die opeenvolgende dossiers? Wanneer mogen we een duidelijk kader verwachten voor de omgang met toekomstige AI-modellen die nog op ons af zullen komen, meer bepaald op het vlak van systematische screenings, whitelisting en blacklisting? Plant u nog bijkomende verboden, restricties of verplichte audits? Mogen we eventueel ook sectorale richtlijnen verwachten? Dan kijk ik vooral naar onze financiële sector en de kritieke infrastructuur. Ik ben benieuwd.
06.02 Minister Vanessa Matz: De snelle evolutie van generatieve AI en AI-systemen met hoge risico's vraagt om een continue opvolging van technologische, veiligheidsgebonden en geopolitieke risico's. In die context zijn al verschillende maatregelen genomen. Binnen de G-Cloud worden sinds 2024 federale richtlijnen voor generatieve AI uitgewerkt. Die richtlijnen worden regelmatig bijgewerkt om de risico's te beheersen. Daarnaast zijn op mijn initiatief specifieke richtlijnen gepubliceerd, zoals een omzendbrief over DeepSeek. Vorig jaar heb ik ook een AI-charter voorgesteld, dat door alle federale overheidsdiensten werd ondertekend.
Voordat een AI-oplossing in een bepaalde context wordt gebruikt, moeten overheden een risicoanalyse en een analyse van de impact op de gegevensbescherming uitvoeren. Zo worden de mogelijke gevolgen voor de overheid, burgers en bedrijven beoordeeld. Op basis daarvan wordt beslist of het gebruik wenselijk is en onder welke voorwaarden.
De evolutie van AI-capaciteiten maakt ook een verdere versterking van de cyberweerbaarheid van de overheidsdiensten noodzakelijk. AI-bedreigingen kunnen zich sneller, meer geautomatiseerd en op een grotere schaal voordoen. Daarom blijft een sterke basisbeveiliging essentieel. Die moet worden aangevuld met continue monitoring, snelle updates, sterke authentificatie en een risicogebaseerde bescherming van de digitale infrastructuur.
In het kader van de invoering van de NIS2-wetgeving en de naleving van het AI-charter geldt vandaag al een algemene verplichting tot risicoanalyse. AI-oplossingen moeten, net als andere digitale systemen, systematisch op hun impact, risico's en mogelijke gevolgen worden geëvalueerd.
06.03 Dieter Keuten (VB): Dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister. Het ethisch gebruik van AI-tools door overheidsdiensten is geruststellend. Daarvoor bestaan richtlijnen die regelmatig worden bijgewerkt, dat is zeer goed, maar ik denk dat de burger zit te wachten op een snellere communicatie. We zien bijvoorbeeld dat de overheidsdiensten in de Verenigde Staten in staat zijn om binnen enkele dagen te reageren en bepaalde nieuwe tools te bannen of te verbannen in derde landen.
Uw eerste bevoegdheid is uiteraard het gebruik door overheidsdiensten en federale administraties, maar ik denk dat u als minister van Digitalisering ook een rol te spelen hebt in de bredere communicatie aan de bevolking over wanneer nieuwe modellen op onze burgers worden losgelaten. Het zou nuttig zijn dat daarover een screening wordt gedeeld. Ik denk dat dat een stap in de goede richting zou zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07.01 Dieter Keuten (VB): Vervolgens heb ik een vraag over het uitstel van de AI Act. Die vraag is gelukkig achterhaald, want op 7 mei werd er een akkoord bereikt voor het uitstel van die verplichtingen omtrent de AI Act, die ook wel de digitale omnibus wordt genoemd. We hebben er lang op moeten wachten, er was veel onzekerheid, maar uiteindelijk is men toch geland en zijn er heel wat verplichtingen uitgesteld tot december ‘27 en augustus ‘28.
De vragen zoals die schriftelijk zijn ingediend zijn niet meer relevant, maar ik ben wel nog steeds benieuwd naar hoe u zal omgaan met dat uitstel. Ik ga ervan uit dat u dat een goede zaak vindt, dat u dat ondersteunt heeft en vraag me af welke impact dat volgens u kan hebben op onze bedrijfswereld.
07.02 Minister Vanessa Matz: Er is op donderdag 7 mei tijdens een trialoog een politiek akkoord bereikt over de omnibusrichtlijn rond AI. België heeft het voorstel van de trialoog gesteund. Deze steun ging wel gepaard met een statement over enkele punten.
Ten eerste is het belangrijk dat er een bepaling werd opgenomen voor een verbod op AI-systemen die beelden kunnen maken met seksueel expliciete en niet-consensuele inhoud. Deze maatregel komt tegemoet aan een recente situatie die is veroorzaakt door de toepassing Grok. De opname van deze bepaling was een voorwaarde voor België om het voorstel te steunen.
Toch zullen de voorstellen over de afstemming tussen de AI-wet en sectorale wetgeving met extra aandacht worden opgevolgd. Ze kunnen namelijk leiden tot een reductie van de inhoudelijk verplichtingen die van toepassing zijn. België heeft de Europese Commissie opgeroepen om ambitieuze gedelegeerde handelingen aan te nemen, zodat er geen risico ontstaat dat de verplichtingen van AI-systemen worden afgezwakt.
Tot slot heeft België benadrukt dat het overhevelen van sectorale wetgeving geen precedent mag vormen, ook niet in toekomstige onderhandelingen over de herziening van bepaalde sectorale regels. Het akkoord van donderdag 7 mei toont de wil van alle Europese instellingen om te komen tot een publicatie voor augustus 2020. Dit akkoord moet nog formeel worden goedgekeurd door de Raad van de EU en het Europees Parlement voordat het kan worden gepubliceerd.
07.03 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Het is goed te horen dat u dit initiatief tot uitstel hebt gesteund op Europees niveau. We gaan ervan uit dat dit geformaliseerd zal worden en ik wil u oproepen om van dit uitstel gebruik te maken om de omzetting van de verplichtingen van de AI Act zo duidelijk en zo simpel mogelijk te maken voor onze digitale sector, voor onze bedrijven. Er blijft immers heel wat onzekerheid over de interpretatie van de AI Act en over wat er precies wel of niet valt onder high risk modellen.
Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om iemand te citeren die gisteren op bezoek was in het Adviescomité Wetenschappelijke en Technologische Vraagstukken. Die zei dat de omnibusrichtlijn een gemiste kans is om de AI Act fundamenteel te vereenvoudigen. De AI Act blijkt veel te ingewikkeld en onduidelijk. Het is een stap in de goede richting dat dit nu wordt uitgesteld, maar het is een gemiste kans dat men niet fundamenteel heeft vereenvoudigd. Ik hoop dat u in de extra tijd die we hebben gekregen kunt meehelpen aan de vereenvoudiging ervan.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.01 Nele Daenen (Vooruit): België en de Europese Unie zijn vandaag sterk afhankelijk van een beperkt aantal voornamelijk Amerikaanse, technologiebedrijven voor cloudopslag, kantoorsoftware en interne communicatiesystemen. Die afhankelijkheid roept belangrijke vragen op over de digitale soevereiniteit van onze overheden en strategische overheidsbedrijven.
De Amerikaanse CLOUD Act laat Amerikaanse autoriteiten toe toegang te vragen tot gegevens die worden beheerd door Amerikaanse ondernemingen, zelfs wanneer die data in Europa zijn opgeslagen. Voor federale administraties en vitale overheidsbedrijven kan dat risico's inhouden voor de vertrouwelijkheid van gevoelige informatie en de operationele autonomie.
Nochtans tonen verschillende Europese voorbeelden aan dat alternatieven mogelijk zijn. Zo vervangt de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein ongeveer 30.000 Microsoftlicenties door opensourceoplossingen zoals LibreOffice, Thunderbird en Nextcloud. Ook het federale openDeskproject zet in op Europese software en opensourcesoftware voor overheden. Frankrijk, Italië en Nederland sloten zich al bij dat initiatief aan.
Welke concrete maatregelen neemt u samen met de FOD BOSA om federale overheidsdata juridisch en technisch maximaal af te schermen van extraterritoriale wetgeving zoals de Amerikaanse CLOUD Act?
Wordt onderzocht of bepaalde digitale diensten en kantoorsoftware bij de federale overheid kunnen worden vervangen door Europese alternatieven of opensourcealternatieven?
Bent u bereid een opensource-firststrategie op te nemen in het federale aankoopbeleid en de overheidsopdrachten voor digitale toepassingen?
Heeft de federale regering al overleg gepleegd met Europese partners over deelname aan initiatieven zoals openDesk?
Hoe evalueert u de veiligheidsrisico's die verbonden zijn aan de huidige afhankelijkheid van niet-Europese softwareleveranciers?
In welke mate worden strategische overheidsbedrijven zoals Proximus en bpost aangemoedigd om bij hun digitale transformatie prioriteit te geven aan Europese oplossingen of opensourceoplossingen?
08.02 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Digitale weerbaarheid en technologische
onafhankelijkheid zijn belangrijk voor de continuïteit van onze
overheidsdienstverlening en veiligheid, zeker gezien de laatste geopolitieke
ontwikkelingen. De federale overheid is voor haar werking afhankelijk van
diverse technologieleveranciers, waarvan een aanzienlijk deel niet-Europees is.
Die afhankelijkheid is gevaarlijk voor de
strategische autonomie, databescherming en de weerbaarheid van de digitale
infrastructuur. Gezien het steeds toenemende belang van de cloud, is dit met
name bij clouddiensten een acuut probleem.
Tijdens de toelichting van uw beleidsnota
Digitalisering voor 2026 sprak u ervan “de mogelijkheden van een federale
cloudstrategie te onderzoeken”. Daarvoor
zou u werk maken van een totaaloverzicht van de cloudoplossingen die momenteel
door federale instanties worden gekozen alsook van de bestaande oplossingen.
Het doel zou “niet een systematische
vervanging, maar een strategie van geleidelijke
ontwikkeling van Europese alternatieven en oplossingen zijn”.
Daarom volgende vragen, mevrouw de
minister:
1.
Wat is de stand van zaken van de opmaak van de federale cloudstrategie?
Ben u zeker dat u deze gaat opstellen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is de
timing?
2.
Van welke technologiebedrijven is de federale overheid momenteel afhankelijk voor wat
betreft cloud-diensten?
3.
Hoeveel van die bedrijven zijn Amerikaans, hoeveel zijn Europees of
Belgisch, en uit welke andere landen komen eventuele overige leveranciers?
4.
Bestaan er richtlijnen binnen de federale overheid voor welke gegevens en welke applicaties er wel en
voor welke zeker niet op clouddiensten
beroep gedaan mag worden? Zo ja, welke richtlijnen?
5. Voorziet de regering extra middelen om voor Europese alternatieven te kunnen kiezen, en hoe verhoudt dit zich tot de jaarlijkse bijkomende besparing van 1.8 procent op werkingsmiddelen (inclusief ICT-middelen) van de meeste overheidsdiensten?
08.03 Vanessa Matz, ministre: Madame Daenen, monsieur Vandemaele, tout d'abord, comme je l'ai déjà dit plus tôt, l'administration fédérale fonctionne selon un modèle décentralisé dans lequel chaque institution est responsable de la gestion et de la gouvernance de ses applications. Les organisations fédérales sont néanmoins tenues de respecter la réglementation européenne et belge et matière de protection des données, de sécurité de l'information et de marchés publics. Dans le choix d'une solution numérique, une attention particulière est portée à la sensibilité des données traitées et aux exigences de sécurité, aux garanties contractuelles ainsi qu'au respect du cadre réglementaire appliqué.
Hiervoor wordt systematisch een risicoanalyse gemaakt. Ik wil de principes tijdens deze legislatuur bundelen in een coherenter federaal kader bij het Digitaal Agentschap. Een gecentraliseerd overzicht van alle cloudleveranciers bestaat nog niet. Daarom loopt een eerste inventarisatie. Die bevestigt nu al dat een groot deel van de cloudoplossingen Amerikaans is.
Dans le cadre du renforcement de notre souveraineté numérique, mes services ont entamé une première analyse visant à identifier les alternatives possibles à certaines plates-formes et services numériques actuellement utilisés. Cette analyse inclut notamment l'examen de solutions européennes et open source. Les solutions numériques sont évaluées sur la base de critères objectifs tels que la sécurité, la durabilité, le rapport coût-efficacité, l'interopérabilité et l'autonomie stratégique.
Die aanpak moet de rode draad zijn voor elke beslissing over technologische keuzes. Op dit moment past de regering geen algemeen principe toe, waarbij automatisch de voorkeur wordt gegeven aan een bepaald technologisch model.
Néanmoins, la dépendance à un nombre limité de fournisseurs constitue un facteur important dans l'évaluation globale des risques numériques. Cette dépendance peut se traduire par des contraintes contractuelles accrues, une hausse des coûts de licence, des difficultés de migration, une exposition à des législations extraterritoriales, une perte de maîtrise sur certaines chaînes technologiques ou encore une concentration excessive de fonctions critiques.
We moeten dat verminderen waar het strategisch te belangrijk is. De risico’s betekenen niet dat de huidige oplossingen onvoldoende zijn.
Il souligne toutefois la nécessité de poursuivre une stratégie fondée sur la diversification des fournisseurs, la réversibilité des solutions, la souveraineté des données et la réduction des verrouillages technologiques. Parallèlement, mes équipes suivent de près plusieurs initiatives européennes en matière de souveraineté numérique, de logiciels open source et d’environnement collaboratif. À cet égard, des projets tels que le Digital Commons EDIC font l'objet d'une attention particulière. L’objectif est d’évaluer les possibilités de coopération européenne et de recenser les enseignements susceptibles de bénéficier à l’administration fédérale. Dans le contexte actuel, il est essentiel de maintenir un équilibre entre performance, sécurité, innovation et autonomie stratégique.
Daarom kies ik voor een aanpak met realistische oplossingen, die echt werken.
08.04 Nele Daenen (Vooruit): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Ik ben alvast tevreden te horen dat er bij de federale overheid aandacht bestaat voor de beveiliging van overheidsgegevens, de opvolging van Europese regelgeving en de evaluatie van alternatieve digitale oplossingen waar dat relevant is. In een snel evoluerende technologische en geopolitieke context is het essentieel dat de overheid die ontwikkelingen proactief blijft opvolgen. Uw antwoord doet mij concluderen dat u daar zeker mee bezig bent. We zullen dat dossier vanuit Vooruit ook verder opvolgen.
08.05 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Dank u wel, mevrouw de minister. Ik maak mij toch iets meer zorgen. De Amerikaanse Cloud Act van 2018 maakt het eigenlijk mogelijk dat de Amerikaanse autoriteiten technologiebedrijven verplichten gegevens te delen, zelfs als die buiten Europa worden opgeslagen, zelfs al gaat het om gegevens van bondgenoten of van landen die als bondgenoten worden beschouwd. Daarnaast hebben de Amerikanen in hun eigen wetgeving ingebouwd dat zij private bedrijven die in Amerika zijn gevestigd, kunnen verbieden bepaalde diensten aan te bieden aan buitenlandse staten en bedrijven. Aangezien Amerika zich in de huidige geopolitieke context steeds minder gedraagt als een bondgenoot, vind ik dat bijzonder verontrustend. De man die aan het hoofd staat van de VS, is knettergek en verandert elke dag van gedachten.
In die context is het voor ons bijzonder belangrijk dat we zo snel mogelijk streven naar Europese autonomie. Dat kan het enige echte antwoord zijn. U kunt dat uiteraard niet alleen als Belgische minister realiseren, daarmee ben ik het eens. Ook de privésector moet meestappen in dat verhaal. In ieder geval moeten we op Europees niveau veel sneller handelen. Als morgen de gekke oranje man beslist dat hij Groenland moet inlijven, dan zou hij kunnen ingrijpen. Hij heeft eigenlijk alle tools in handen om de soevereiniteit in de cloud aan banden te leggen. Vandaar mijn nadrukkelijke vraag om daar onverwijld werk van te maken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
09.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, ik dank u voor de geweldige flexibiliteit om mij het woord te verlenen voor deze vraag. Ik volg twee commissies tegelijk en dat is niet heel erg handig.
Mevrouw de minister, deze vraag gaat over internet op de trein. Dat is een oud zeer. Ik heb daarover al een aantal keer vragen gesteld. Uit de meest recente rapporten van het BIPT blijkt nu echter dat de operatoren wel degelijk voldoen.
Collega's, ik weet niet of jullie vaak internetten op de trein. Ik zit kennelijk altijd op treinlijnen zonder internet. Dat zijn de lijnen tussen Kortrijk en Gent, tussen Gent en Brussel, tussen Kortrijk en Brussel via Oudenaarde, maar ook tussen Gent en Antwerpen. Ik neem heel vaak de trein. Al die genoemde lijnen zouden prioritair in orde moeten zijn, maar zijn dat niet. Ik ga ook al eens op uitstap bij mijn Waalse vrienden. Daar is de situatie zeker niet beter. De feiten zijn wat ze zijn, ik kan alleen maar vaststellen dat internet op de trein bijzonder problematisch blijft. De situatie verbetert ook niet.
Het BIPT had vroeger een meetmethode met een bakje om te meten of er internet was op de trein. Dat bakje werd vroeger aan de buitenkant van de trein geplaatst. Dat was een heerlijke methode om te meten of er internet was. De meetmethode is ondertussen aangepast. Door de nieuwe meetmethode stelt het BIPT vast dat er toch wel extra technische uitdagingen zijn. Dat gaat dan over de beglazing van de NMBS en dergelijke. Ik snap dat allemaal wel.
Ik neem ook regelmatig de trein in het buitenland. Het is ongelooflijk, ik rijd de Franse grens over en plots is er internet. Om het even waar ik reis in Frankrijk, tot in het kleinste boerendorp, er is internet op de trein, de hele tijd. Ik bedoel niet op de trein zelf, waar ik moet inloggen bij een Franse provider. Neen, er is gewoon voortdurend internet. Dat roept vragen op.
Het BIPT zal opnieuw een studie uitvoeren. Daar zijn ze goed in. Er wordt gestudeerd. Ik wou dat mijn tienerkinderen zoveel studeerden als het BIPT, want dan zouden ze met glas slagen. Mijn kinderen doen dat trouwens goed.
In plaats van te studeren, vrienden van het BIPT, is de tijd misschien rijp om tot actie over te gaan?
Mevrouw de minister, mijn heel eenvoudige vraag is dan wat u zult doen om ervoor te zorgen dat ik hier volgend jaar niet opnieuw zit om mijn beklag te maken over het gebrek aan internet op de trein.
09.02 Minister Vanessa Matz: Mijnheer Vandemaele, de telecomnetwerken langs de spoorlijnen zijn vandaag niet sterk genoeg om veel reizigers simultaan van een hoogwaardige en stabiele internetconnectie te voorzien. Het regeerakkoord voorziet er wel in om witte en grijze zones langs het spoor te elimineren. Zo moeten reizigers overal vlot kunnen bellen en surfen op de trein.
Daarom heb ik het BIPT gevraagd om een studie te maken om samen met de NMBS, Infrabel en de telecomoperatoren te bekijken hoe de dekking kan worden verbeterd. De NMBS is al begonnen met de behandeling van de ramen van de treinen om ze transparanter te maken voor radiosignalen. De studie onderzoekt verschillende oplossingen, zoals 5G, satelliettechnologie en samenwerking tussen bedrijven.
Een mogelijke optie is een neutraal hostnetwerk, een gedeeld netwerk dat door meerdere operatoren samen wordt gebruikt. Ook proefprojecten uit andere landen worden meegenomen in de studie. De bestaande dekkingsverplichtingen voor operatoren liggen vast in hun vergunningen en kunnen niet zomaar aangepast worden, omdat dat tot een contractbreuk zou kunnen leiden. Daarom wordt gezocht naar andere oplossingen die de burger ten goede komen.
09.03 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.
Ik herinner mij nog dat de operatoren in de vorige legislatuur zeiden dat die treinlijnen door dunbevolkt gebied lopen en dat het eigenlijk niets opbrengt om daarin te investeren. Ik weet ook dat de NMBS en Infrabel zeiden dat ze zelf in een netwerk moeten voorzien op de treinen voor hun conducteurs, maar dat ze een samenwerking met de operatoren ook niet zagen zitten.
Ik ben blij dat er nog eens gestudeerd wordt. Ik hoop, zoals ik al zei, dat mijn kinderen ook zo goed studeren. Maar ik denk dat we er met studeren niet gaan geraken. We zullen de arm moeten omwringen.
U zegt dat u contractueel niet de mogelijkheid hebt en dat klopt, maar een van de leuke dingen aan minister zijn is dat u wetten mag maken. Wij mogen dat trouwens ook, collega's. U kunt wetten maken waarin u opneemt dat de dekkingsverplichting moet worden uitgebreid langs meer lijnen en dat het te behalen niveau moet worden opgeschaald. Als wij dat wettelijk regelen, dan maakt de houding van de operatoren geen enkele indruk meer. Dat is de manier waarop u de operatoren kunt verplichten om te doen wat ze moeten doen, namelijk ervoor zorgen dat mensen kunnen werken op de trein. Het lijkt me iets heel eenvoudig.
Ik kan u ook voorstellen om eens op bezoek te gaan in het buitenland. Het is in veel landen, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Polen, Italië, ongeveer overal beter dan in België. Zoveel studiewerk vergt dat niet.
Als u het mij vraagt, denk ik dat beleefd vragen niet werkt. Wij hebben dat in de vorige legislatuur ook gedaan, of zijn zo dom geweest om dat te doen. Dat heeft niet gewerkt. We kunnen dus nu nog een rondje vriendelijk vragen en studeren, maar dat zal niet werken, want we weten dat dat niet werkt. We zullen die operatoren moeten verplichten om het dekkingsniveau omhoog te krijgen, want anders zal het niet gebeuren. Ik zou daar werk van maken, mocht ik in uw plaats zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitster: De vraag nr. 56016172C van de heer Patrick Prévot is uitgesteld.
10.01 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de voorzitster, als u het goed vindt, geef ik voorrang aan de heer Troosters en zal ik hem kort bijvallen.
10.02 Frank Troosters (VB): Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de ingediende vraag.
Op vraag van de Vlaams Belang-fractie
werd recent een hoorzitting in de Kamercommissie Mobiliteit georganiseerd met
Ombudsrail. Daarbij werd opnieuw uitgebreid ingegaan op de problematiek waarbij
de NMBS reizigers die een administratieve boete opliepen enkel via eBox
contacteert. Reizigers die echter niet meer weten dat ze een eBox hebben
geactiveerd of hun emailadres intussen wisselden beseffen op die manier pas dat
ze effectief een boete bij de NMBS hebben lopen wanneer ze finaal een door de
NMBS ingeschakelde deurwaarder voor hun woning hebben staan.
Waar andere overheidsinstanties (zoals
bijvoorbeeld bij verkeersboetes) bij het uitblijven van een reactie door de
overtreder nog een papieren herinneringsbrief sturen gebeurt dit bij de NMBS
niet.
Recent keurde de ministerraad een
voorontwerp van koninklijk besluit goed tot wijziging van enkele bepalingen ter
zake waarbij zich volgende vragen opdringen:
1. Kan de minister duiden waarom de verplichting
voor openbare diensten die jaarlijks minstens 20.000 berichten versturen om
eBox te gebruiken uitgesteld heeft tot 1 juni 2026?
2. Eén van de wijzigingen bepaalt dat het
versturen van een herinnering binnen een maand nadat de ontvanger het bericht
niet heeft gelezen gebeurt op initiatief van de afzender en uitsluitend indien
deze dit nodig acht. Waarom laat de minister hiervoor de vrije keuze aan de
afzender? Welke criteria bepalen wanneer een herinnering 'nodig' is? Houdt de
minister met deze afzwakkende bepaling het probleem bij de afhandeling van de
NMBS-boetes niet in stand? Vindt de minister dat ze met deze ontwerpbepaling tegenmoet
komt aan de principes van behoorlijk bestuur en de beginselen van
zorgvuldigheidsplicht van de overheid? Heeft de minister overleg gepleegd met
haar collega-minister van Mobiliteit, de spoorbedrijven, Ombudsrail en/of
andere instanties? Zo ja, met welk resultaat? Zo neen, waarom niet?
3. Zal de minister de definitieve tekst
van haar koninklijk besluit ter zake nog bijsturen zodat het sturen van
papieren communicatie bij het niet lezen van Ebox-berichten verplicht wordt?
Zal er gekozen worden voor een uniforme verplichting van alle overheidsdiensten
en bedrijven om burgers systematisch te herinneren aan ongelezen berichten die
juridische, financiële of administratieve gevolgen kunnen hebben?
4. Wat is de verdere voorziene timing
inzake het koninklijk besluit ter zake? Is de minister zich ervan bewust welke
de gevolgen het uitblijven van het definitieve KB heeft voor de burgers die in
een administratieve boeteprocedure bij de NMBS belanden?
10.03 Dieter Keuten (VB): Mevrouw de voorzitster, ik sluit me daarbij aan.
Uit een artikel van 22 mei blijkt dat de
NMBS en andere overheidsdiensten burgers via My eBox sanctioneren zonder dat
zij het beseffen, met dramatische gevolgen. Reizigers die bijvoorbeeld een
administratieve boete krijgen, worden daarna uitsluitend via hun eBox
aangeschreven. Iedereen die niet regelmatig zijn eBox nakijkt of correct heeft
ingesteld riskeert aanmaningskosten en deurwaarderskosten, waardoor een kleine
boete snel tot vele honderden euro's kan aangroeien.
De Ombudsdienst van het Spoor klaagt dit
al jaren aan in haar jaarrapporten. Ook bij verkeersboetes wordt kritiek geuit
dat de eerste kennisgeving vaak alleen via eBox gebeurt.
U kondigt nu aan dat een eBox die zes
maanden niet wordt geopend (in plaats van twaalf maanden), zal worden
afgesloten om het risico op gemiste berichten te beperken. Tegelijk pleit de
ombudsvrouw voor een actiever gebruik van leesbevestigingen: wanneer een
bericht niet wordt gelezen, moet de overheid verplicht overschakelen naar een
andere communicatiemethode (post, e-mail, sms).
1. Bent u het ermee eens dat het
onaanvaardbaar is dat burgers via een digitaal kanaal dat zij niet actief
gebruiken effectief rechten verliezen en hoge bijkomende kosten oplopen, zonder
dat zij daarvan tijdig op de hoogte zijn?
2. Bent u bereid om, in overleg met
ministers van Justitie en Mobiliteit, een verplichting in te voeren dat bij
niet-lezen van een belangrijk bericht binnen een redelijke termijn automatisch
een fysieke brief wordt verstuurd?
3. Hoe staat u tegenover het voorstel van
de Ombudsdienst om leesbevestigingen actiever in te zetten als trigger voor
alternatieve contactname?
4. Kunt u een gedetailleerd overzicht
bezorgen van het aantal dossiers bij NMBS, politie en FOD Justitie waarbij
burgers pas via een deurwaarder op de hoogte kwamen van een eBox-boete, en wat
het gemiddelde kostenplaatje was?
5. Ten slotte: bent u van plan om de
termijn van zes maanden effectief in te voeren, en zo ja, vanaf wanneer, en met
welke bijkomende veiligheidsmaatregelen om te vermijden dat dit probleem gewoon
verplaatst wordt?
10.04 Minister Vanessa Matz: Mijnheer Keuten, mijnheer Troosters, eerst wil ik benadrukken dat de nieuwe regels de bescherming van burgers bij het gebruik van de eBox versterken. Sinds de inwerkingtreding van het koninklijk besluit op 1 juni 2026 moet er binnen maximaal een maand een extra herinnering worden gestuurd wanneer een bericht met juridische gevolgen niet werd gelezen. Dat geldt ook als de burger de gewone meldingen heeft uitgezet. Die maatregel moet voorkomen dat belangrijke berichten onopgemerkt blijven.
De overheidsdienst die het bericht verstuurt, blijft wel verantwoordelijk om te bepalen of een bericht juridische gevolgen heeft en welke verdere stappen nodig zijn. Verzenders kunnen bovendien nagaan of een bericht werd geopend. Als dat niet het geval is, kunnen zij beslissen om op een andere manier met de burger contact op te nemen, bijvoorbeeld per brief of telefonisch.
Om te vermijden dat burgers berichten missen, wordt de eBox automatisch gedeactiveerd na 12 maanden zonder activiteit. Bij de laatste controle bleek dat slechts 162 gebruikers op bijna 3.500.000 binnenkort zouden worden gedeactiveerd. Deze wijzigingen zijn gebaseerd op de ervaringen en opmerkingen die de voorbije jaren werden verzameld.
De klachten in 2025 kwamen vooral van burgers die berichten in de eBox niet hadden gelezen en met wie pas later contact werd opgenomen door een gerechtsdeurwaarder. Daarnaast bleek dat sommige eBoxen gekoppeld waren aan foutieve contactgegevens. Dat probleem werd in het najaar van 2025 opgelost.
Met de nieuwe regeling wordt gekozen voor een gerichte aanpak. Extra herinneringen worden vooral gestuurd voor de belangrijkste berichten. Zo wordt vermeden dat burgers overspoeld worden met automatische meldingen in een al volle mailbox.
De nieuwe regels verplichten niet om automatisch een papieren brief te sturen wanneer een bericht in de eBox niet wordt gelezen. Die beslissing ligt bij de overheidsdienst die het bericht verstuurt. De FOD Beleid en Ondersteuning (BOSA) kent de inhoud van de berichten in de eBox niet, om de privacyregels te respecteren.
Tot slot wil ik eraan herinneren dat het gebruik van de eBox een vrije keuze is. Burgers kunnen de eBox op elk moment uitschakelen en terugkeren naar de klassieke communicatie via de post of andere traditionele kanalen.
10.05 Dieter Keuten (VB): Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoorden. Ik heb goed gehoord dat er nu dankzij het koninklijk besluit een extra herinnering wordt gestuurd. Dat is een goede zaak, maar of dat in de realiteit veel zal oplossen, durf ik te betwijfelen. We zullen blijven opvolgen of het aantal mensen dat om die reden een deurwaardersexploot krijgt – digitaal of fysiek in de bus, of zelfs aan de deur – gunstig evolueert.
Het blijft een gebrek dat de afzender kan bepalen of een bericht belangrijk is of niet en welke rechtsgevolgen daaraan worden gegeven. U hebt gezegd dat de afzender kan beslissen om een brief te sturen als een bericht niet geopend wordt. Er moet een kader worden uitgewerkt waarmee de afzender dat moet beslissen en waarmee er verplicht een brief wordt nagestuurd als een belangrijk bericht in de eBox niet wordt geopend.
Ten slotte dacht ik dat u had aangekondigd dat een eBox die 6 maanden niet wordt geopend, gedeactiveerd zou worden, terwijl dat nu nog steeds 12 maanden is. Ik blijf dus zitten met de vraag of u die termijn van 12 naar 6 maanden zult verkorten, zoals u had aangekondigd.
10.06 Frank Troosters (VB): Ik dank de minister voor haar antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11.01 Dieter Keuten (VB): In het regeerakkoord is sprake van de geleidelijke afbouw van de externe consultancy, om de kosten te beheersen en de interne expertise te versterken. Ik had dan ook graag een stand van zaken over de afbouw. Hoever staat het ermee? Welke concrete – meetbare – doelstellingen hebt u bepaald? Kunt u al cijfers delen over wat er tot nu toe is bereikt?
Hoe wilt u ervoor zorgen dat de overgang naar meer interne expertise snel en goed verloopt? Wordt er een verplicht kader ingevoerd? Daarbij denk ik aan een centraal consultancyregister zoals daar in Vlaanderen aan wordt gewerkt.
Hoe evalueert u ten slotte de rol van Smals en eGov in dit traject?
11.02 Minister Vanessa Matz: Na het rapport van het Rekenhof over het gebruik van externe consultants werd een werkgroep opgericht. Die werkgroep bestaat uit mijn beleidscel, de Inspectie van Financiën en de FOD BOSA. De groep onderzoekt de aanbevelingen uit het rapport en werkt een actieplan uit. Daarin komt ook een duidelijke omschrijving van wat onder consultancy wordt verstaan. Er is een reductie met 10% tegen 2029 voorzien. Men moet waken over een evenwicht tussen de ontwikkeling en het gebruik van interne expertise enerzijds en de continuïteit van de dienstverlening anderzijds.
Het Digitaal Agentschap zal bijdragen aan een betere mutualisering van IT-expertise, een betere inzet van interne middelen en minder externe consultancy. Dat zal gebeuren via een combinatie van overdracht, rekrutering, opleiding en de continue ontwikkeling van de expertisecentra. Wanneer men een beroep wil doen op externe consultancy, moet dat worden gemotiveerd aan de Inspectie van Financiën. Het actieplan voorziet erin dat concept uit te breiden naar IT-consultancy. Ik wil ook dat alle uitgaven worden opgevolgd via een centraal platform. De tool e-Procurement kan daarin voorzien.
Ik werk aan een omzendbrief om de federale administratie te verplichten alle overheidsopdrachten in dat systeem te rapporteren, ongeacht de drempels. Die maatregelen moeten de kwaliteit van de rapportering verbeteren en een transversale visie en sturing op federaal niveau mogelijk maken. Voor toekomstige noden inzake IT-expertise zal een proces worden ingevoerd om de beste oplossingen te kiezen in functie van de vereiste en beschikbare competenties, de kosten en de dienstverlening.
11.03 Dieter Keuten (VB): Bedankt voor de duidelijke stand van zaken. Ik onthoud dat de werkgroep bezig is een actieplan uit te werken. Er zijn dus nog geen concrete resultaten om te delen, aangezien zelfs de duidelijke omschrijving van wat onder externe consultancy wordt verstaan, nog moet volgen.
U hebt wel één duidelijke KPI genoemd, namelijk -10 % tegen 2029, als ik dat goed heb begrepen. Dan ben ik benieuwd welk beginpunt u kiest. Is dat het begin van de legislatuur of het jaar 2025 of 2024? Op welk cijfer mogen we ons baseren om de beoogde daling van 10 % tegen 2029 te beoordelen?
Ik hoor ook dat er een belangrijke rol is weggelegd voor het nieuwe digitale agentschap. Ik hoop natuurlijk dat u dat agentschap goed zult kunnen bemannen met zo veel mogelijk interne medewerkers en dat u daarvoor niet opnieuw een beroep zult moeten doen op extra externen. Het is ook goed om te horen dat u de uitgaven plant op te volgen via een centraal platform. We kijken die omzendbrief tegemoet.
Kunt u mij misschien nog net zeggen welk beginpunt u hanteert voor de -10 %?
11.04 Vanessa Matz, ministre: C’est toujours en discussion.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
12.01 Dieter Keuten (VB): Over de AI Factory Antennas heb ik u natuurlijk al verschillende keren bevraagd. Het gaat nu opnieuw over de stand van zaken van die uitrol. Dit kwam opnieuw op mijn radar omdat ik een eerder kritisch artikel in Politico las, waarin die Europese investering kritisch bekeken wordt. Vanuit Europa wordt 20 miljard euro gealloceerd om te investeren in AI-fabrieken. Dat is een gigantisch bedrag, maar wanneer het wordt afgezet tegen de investeringen in andere werelddelen gaat die 20 miljard euro in het niets op.
De vraag is wat er concreet zal gebeuren met die 20 miljard euro. Wat is de vraag vanuit de markt? Hoe zal Europa zich met die 20 miljard differentiëren? Wat zullen we hier creëren wat elders nog niet bestaat? Dat is eigenlijk de kernvraag. Voor de rest verwijs ik naar de vragen zoals ik die schriftelijk heb ingediend.
In uw beleidsnota Digitalisering kondigt
u aan dat de AI Antenna in 2026 volledig operationeel moet worden na afronding
van de voorbereidende werkzaamheden en de ondertekening van de
kaderovereenkomst met EuroHPC. Er is reeds 4,3 miljoen euro goedgekeurd.
In uw antwoord op mijn schriftelijke
vraag nr. 596 (European Data Spaces) stelt u bovendien dat het BE-AI Factory
Antenna-project op 1 april 2026 van start is gegaan. Het moet Belgische KMO's,
start-ups en onderzoekers ondersteunen via gefedereerde datasets en
verbindingen met diverse Europese dataruimten.
Op 4 mei verscheen in Politico een
artikel dat het hele Europese AI Antennas en Gigafactories-initiatief (20
miljard euro) bestempelt als potentiële verspilling: gebrek aan business case,
risico op “cathedrals in the desert", onvoldoende Europese vraag en een te
late en te kleine schaal tegenover de VS en China.
Wat is de actuele stand van zaken van de
BE-AI Factory Antenna sinds de start op 1 april 2026? Wanneer wordt de
kaderovereenkomst met EuroHPC precies ondertekend? Welke concrete stappen zijn
er reeds gezet inzake governance, financiering en samenwerking met LUMI en
JUPITER? Wanneer kunnen Belgische KMO's, start-ups en onderzoekscentra
effectief terecht voor ondersteuning en toegang tot HPC-capaciteit?
Welke concrete marktanalyse of
vraagbepaling ligt aan deze Antenna ten grondslag? Hoeveel Belgische bedrijven
of instellingen hebben reeds een duidelijke behoefte aan extra AI-rekenkracht
gemeld?
Hoe reageert u op de kritiek in Politico
over het ontbreken van een duidelijke business case en het risico op dure,
onderbenutte infrastructuur?
Welke KPI's en safeguards hanteert u om
te vermijden dat federale middelen verloren gaan aan een prestigeproject in
plaats van een echt nuttige tool voor onze economie? Bent u bereid, indien de
vraag onvoldoende blijkt, eerder te focussen op toepassingsgerichte AI,
data-soevereiniteit, trustworthy AI en maximaal gebruik van bestaande Europese
capaciteit? Hoe wordt hierbij samengewerkt met de gewestelijke partners (o.a.
Digitaal Vlaanderen en IMEC) om overlappingen en versnippering te vermijden?
12.02 Minister Vanessa Matz: Ik wil eerst een belangrijke nuance maken. Het Politico-artikel waar u naar verwijst, gaat specifiek over de geplande Europese AI-gigafactories, dus over zeer grote, nieuwe rekeninfrastructuur. Dat is iets helemaal anders dan onze Belgische AI Factory Antenna. Die bouwt geen nieuwe grote infrastructuur, maar verbindt ons met bestaande Europese capaciteiten.
Dat project is effectief op 1 april gestart en is het resultaat van een goede interfederale samenwerking. De overeenkomst met Europa werd op 16 april ondertekend, sneller dan in de meeste lidstaten. Begin juni was er al een eerste ontmoeting met Belgische bedrijven en onderzoekers. De officiële lancering is voorzien in september.
Een studie uit 2025 toonde aan dat er een groot potentieel is, maar dat bedrijven ondersteuning nodig hebben om artificiële intelligentie effectief toe te passen. Belgische actoren, in het bijzonder onderzoekers, hadden al toegang tot supercomputing via de Finse supercomputer LUMI. Die capaciteit wordt vandaag versterkt en beter afgestemd op AI-toepassingen.
Sinds begin deze maand is ook de website van de Antenna online. Daar kunnen Belgische kmo’s, start-ups en onderzoekscentra gemakkelijk informatie vinden en ondersteuning aanvragen. Zo kunnen bedrijven, kmo’s en onderzoekers de capaciteiten en opportuniteiten ten volle benutten.
Laat mij duidelijk zijn, dit is geen prestigeproject. We kiezen bewust voor een pragmatische en Europees soevereine aanpak. Met deze Antenna geven we onze bedrijven en onderzoekers een echte hefboom om sterker te staan in de AI-economie.
12.03 Dieter Keuten (VB): Dank u wel, mevrouw de minister.
Een pragmatische en soevereine aanpak kan ik ten volle ondersteunen. Ik ga samen met u uitkijken naar de lancering van de Antenna in september. Laat ons hopen dat hier zoveel mogelijk toepassingsgerichte AI-oplossingen uit voortkomen. Ik wil vooral benadrukken dat ik hoop dat dit een bottom-upscenario wordt in plaats van een top-downverhaal.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
13.01 François De Smet (DéFI):
Microsoft et Proximus NXT annoncent une nouvelle étape dans leur partenariat
stratégique visant à accélérer le développement et le déploiement de solutions
de cloud souverain en Belgique et au Luxembourg, à destination des
organisations, tant publiques que privées, confrontées à des enjeux croissants
en matière de souveraineté, de sécurité et de conformité. Cette collaboration
indique Proximus sur son site:” s'inscrit dans la continuité de l'accord
stratégique conclu entre les deux partenaires, avec une ambition commune :
permettre aux organisations de concilier innovation cloud, conformité
réglementaire et contrôle renforcé des données. “
En conséquence, Madame la Ministre peut-elle
me faire savoir:
Si l'État, en tant qu'actionnaire de
référence de Proximus, a-t-il été consulté avant la signature de ce
partenariat, et la note d'orientation pourrait-elle être transmise à la Chambre
?
les garanties contractuelles ont été
obtenues sur la non-application du Cloud Act, du FISA 702 et de l'Executive
Order 12333 aux données belges hébergées dans le cadre de ce partenariat ?
Si ces solutions seront labellisées «
SecNumCloud » ou répondent- au “niveau élevé”
du futur schéma européen EUCS, dans sa version la plus protectrice ?
la cohérence de ce partenariat avec la
participation belge à Gaia-X et avec la stratégie cloud publique de la BOSA ?
la position du gouvernement sur la
trajectoire de désengagement progressif des administrations fédérales par
rapport aux hyperscalers extra-européens pour les données sensibles ?
13.02 Vanessa Matz, ministre: Monsieur De Smet, mes équipes n'ont pas été impliquées dans la mise en place de ce partenariat commercial entre Microsoft et Proximus NXT. Cela relève de l'activité commerciale de l'entreprise, les garanties contractuelles relèvent de la responsabilité des parties concernées.
À ma connaissance, le standard de Microsoft Azure et de Microsoft 365 ne répond actuellement pas à la certification française SecNumCloud.
Parallèlement, les administrations fédérales veillent à ce que chaque solution cloud soit évaluée en tenant compte des exigences applicables en matière de sécurité, de protection des données, de confidentialité et de souveraineté numérique.
Des échanges réguliers ont lieu entre mes équipes stratégiques et les représentants de Proximus, notamment pour aligner nos ambitions en matière de souveraineté numérique et de développement technologique.
Au sein du gouvernement, je mène effectivement une stratégie visant à renforcer les initiatives en matière de cloud souverain au travers de AIX mais également au travers de la mise en place d'un groupe de travail au sein du G-Cloud.
Le travail en ce sens a fixé les contours techniques d'une accréditation de cloud souverain, qui permettra de certifier les solutions répondant à un certain nombre de critères. Cette approche est parallèlement discutée au niveau européen, ce dont je tiens pleinement compte dans les travaux en cours.
Mon objectif principal est de développer et de proposer un nombre suffisant de solutions permettant de répondre aux besoins des utilisateurs et d'assurer la transparence sur leur qualité technique et leur degré de souveraineté. Cette volonté n'est donc pas contraire à l'initiative de Proximus. L'essentiel est que chaque solution utilisée soit adaptée au niveau de criticité des données concernées.
13.03 François De Smet (DéFI): Madame la présidente, je remercie simplement la ministre pour les compléments d'information qu'elle apporte.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14.01 François De Smet (DéFI):
Madame la ministre, le gouvernement a annoncé une série de mesures
visant à lutter contre le spoofing et l'usurpation d'identité numérique,
phénomène en forte croissance qui touche particulièrement les entreprises de
services comme les banques, les assurances ou les fournisseurs d'énergie, les
escrocs parvenant à usurper le numéro de téléphone de l'entreprise et à obtenir
ainsi des informations confidentielles de la part de l'interlocuteur, qui croit
s'adresser à cette entreprise. La mesure annoncée permettrait aux entreprises de disposer de numéros
d'assistance qui ne fonctionnent que dans un sens : seul le client peut appeler
le service.
Concrètement, les entreprises dont les
numéros sont particulièrement exposés à la fraude pourront inscrire leurs
numéros sur une liste "do-not-originate" instaurée par l'IBPT; dans
l’hypothèse où un fraudeur tente malgré tout d'appeler des personnes à partir
d'un tel numéro, l'appel sera bloqué par les opérateurs de télécommunications.
Il est également question de mesures pour améliorer l'échange de
données entre les banques et les opérateurs de télécommunications afin de
pouvoir détecter les fraudes encore plus rapidement.
En conséquence, madame la ministre, confirmez-vous
précisément les mesures retenues, et selon quel calendrier d'entrée en vigueur?
Les moyens humains et budgétaires sont-ils affectés à leur mise en œuvre,
notamment du côté de l'IBPT et des services de police spécialisés dans la
cybercriminalité? Comment ces mesures s'articulent-elles avec les obligations
des opérateurs télécoms (filtrage des appels usurpés, authentification des
numéros)? Des obligations contraignantes leur seront-elles imposées, et avec
quelles sanctions?
14.02 Vanessa Matz, ministre: Monsieur De Smet, la liste Do Not Originate ne pourra être mise en place qu'après l'adoption de la loi portant des dispositions diverses en matière de communications électroniques. Cette loi est actuellement soumise aux communautés, au Comité de concertation et pour avis au Conseil d'État et à l'Autorité de protection des données. Le dépôt au Parlement est prévu pour l'automne 2026. L'IBPT doit ensuite définir les procédures concrètes et les règles détaillées au moyen d'une décision, puis créer le registre. Ce système devrait pouvoir être opérationnel d'ici la fin du deuxième trimestre 2027.
Une telle liste peut être mise en place sans moyens budgétaires supplémentaires. En termes de moyens humains, l'impact sera minime. L'objectif sera de mettre en place ce système de la manière la plus efficace possible pour toutes les parties concernées, à savoir l'IBPT, les opérateurs et les entreprises souhaitant faire figurer leurs numéros sur cette liste, sans alourdir la charge administrative.
La cyberfraude doit être combattue sur plusieurs fronts, les criminels adaptant en permanence leurs méthodes et développant continuellement de nouvelles techniques pour tromper les citoyens et détourner des fonds. Les mesures existantes, telles que le filtre anti-smishing et la lutte contre la falsification des numéros, restent pleinement applicables. La loi relative aux communications électroniques prévoit des sanctions en cas de non-respect des obligations contraignantes.
14.03 François De Smet (DéFI): Madame la ministre, j'attends cette législation avec beaucoup d'intérêt, tant je vois émerger partout autour de moi des affaires d'usurpation d'identité. Les États, de manière générale, ont souvent du retard par rapport aux escrocs. C'est encore plus vrai dans les questions numériques dont vous êtes en charge plus particulièrement. Nous verrons donc à l'automne, et je serai ravi de vous soutenir si cette initiative va dans le sens que vous indiquez.
L'incident est clos.
Het incident is
gesloten.
15.01 Serge Hiligsmann (Les Engagés): Madame la ministre, longtemps perçues comme un gadget futuriste, les lunettes connectées s'installent progressivement dans notre quotidien. Elles pourraient à terme devenir un successeur potentiel du smartphone. Pour un prix équivalent de l'ordre de 500 euros, vous pouvez chez Oakley, mais aussi chez Ray-Ban par exemple, acheter ce nouveau gadget. Toutefois, contrairement au smartphone ou à la montre connectée, ce gadget interpelle et pose des questions en matière de vie privée, de consentement et de sécurité dans l'espace public.
Nous avons d'ailleurs vu dans les médias récemment des témoignages de femmes ayant été filmées à leur insu avec une paire de lunettes connectées. Hier soir, pendant le journal télévisé de la deuxième chaîne française, l'invité – le directeur d'une start-up d'intelligence artificielle – a, d'un simple geste comme ceci, pris une photo du plateau avec ses lunettes connectées. S'il ne l'avait pas dit, personne ne s'en serait rendu compte.
Dès lors, comment garantir que le développement de ces technologies ne crée pas un climat de méfiance généralisé dans les espaces publics, notamment pour les femmes et les publics vulnérables? Vous avez demandé au Comité européen de la protection des données d'entamer une réflexion sur les risques liés à l'essor des lunettes connectées et des dispositifs capables de capter ou d'identifier des personnes à leur insu. Ce comité a-t-il déjà fixé un calendrier de travail ou recensé des premières recommandations sur ce sujet?
La Belgique plaidera-t-elle pour une interdiction de certaines fonctionnalités?
Enfin, une réflexion est-elle menée concernant l'obligation d'intégrer des signaux visibles ou sonores permettant d'indiquer clairement lorsqu'un enregistrement est en cours?
Merci d'avance pour vos réponses.
15.02 Vanessa Matz, ministre: Je partage pleinement votre préoccupation concernant l'intégration croissante de l'intelligence artificielle dans les lunettes connectées. Cette technologie offre des opportunités réelles. Elles peuvent notamment être utiles pour certains usages professionnels ou pour certains publics comme les personnes malvoyantes, mais soulèvent également des questions importantes en matière de vie privée, de consentement et de libertés individuelles.
Je suis particulièrement attentive aux fonctionnalités de reconnaissance faciale et d'identification biométrique. Les citoyens doivent pouvoir évoluer librement dans l'espace public, sans crainte d'être identifiés, suivis ou analysés à leur insu.
Il n'existe pas de vide juridique, le cadre existe, l'enjeu est de le faire respecter efficacement. Le RGPD, le droit à l'image, le Code pénal et l'AI Act européen prévoient déjà plusieurs protections.
Face à des technologies qui évoluent rapidement, il est essentiel d'anticiper plutôt que de subir. C'est pour cette raison que j'ai pris contact avec le Comité européen de la protection des données (CEPD) afin d'ouvrir une réflexion spécifique sur les risques liés aux lunettes connectées et aux dispositifs capables de capter ou d'identifier les personnes à leur insu.
Les enjeux dépassent les frontières nationales et nécessitent une réponse coordonnée au niveau européen. Ma priorité est de permettre l'innovation, tout en protégeant efficacement la vie privée et les libertés fondamentales.
Au-delà du cadre légal, j'appelle également à une responsabilité collective des utilisateurs: informer les personnes autour de soi lorsqu'un enregistrement est en cours, désactiver les fonctions de captation lorsqu'elles ne sont pas nécessaires, ne pas utiliser ces dispositifs dans des lieux sensibles ou inattendus, demander le consentement avant de publier une photo ou une vidéo impliquant d'autres personnes et ne pas masquer ou désactiver les mécanismes de signalement – comme les lumières LED.
La loi protège la population contre les abus, mais pour préserver une société apaisée, libre et sûre, il faut également des comportements responsables. Le respect de la vie privée ne peut pas dépendre uniquement d'une petite lumière sur une branche de lunettes: des campagnes de sensibilisation seront organisées afin d'informer les citoyens sur les usages responsables de ces dispositifs ainsi que sur les droits existants en matière de vie privée.
Dans le cadre de mes compétences du numérique et de la vie privée, je continuerai à travailler pour que l'intelligence artificielle reste au service des citoyens et ne devienne jamais un outil de surveillance banalisée.
15.03 Serge Hiligsmann (Les Engagés): Madame la ministre, je vous remercie pour votre proactivité, vos réponses et vos démarches conjointes avec vos collègues à l'échelle européenne.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16.01 Dieter Keuten (VB): Meta heeft aangekondigd dat WhatsApp binnenkort een nieuwe methode voor de identificatie van gebruikers zal invoeren. Ik heb daaromtrent enkele vragen ingediend, want die nieuwe methode zou het gebruik van fake accounts kunnen verhogen, met de bijhorende phishing en identiteitsdiefstal. Plant u daar maatregelen tegen? Ik ben ook benieuwd naar het gebruik van WhatsApp door federale overheidsdiensten.
16.02 Minister Vanessa Matz: De regering volgt via het CCB continu de evolutie van phishing en identiteitsfraude op en past haar sensibilisering daaraan aan. Burgers worden aangemoedigd om verdachte berichten te melden. Dat levert een concreet resultaat op, want er zijn bijna 39.000 meldingen per dag.
De federale overheid geeft voor professionele mobiele communicatie de voorkeur aan publieke kanalen. In dat kader wordt BEAM, een versleutelde applicatie, geleidelijk uitgerold als een soevereine oplossing. Het gebruik van commerciële apps voor professionele communicatie wordt dan ook afgebouwd. Om onze digitale soevereiniteit te versterken, kies ik voor een pragmatische aanpak gebaseerd op risicoanalyses.
Voor burgers en ondernemingen heeft de Europese Commissie enkele dagen geleden nieuwe normen vastgesteld. Op mijn verzoek bereiden de bevoegde diensten de nodige maatregelen voor om die uit te voeren. De toestemming voor de overname van WhatsApp was gekoppeld aan de verbintenis van Meta om geen gegevens uit te wisselen met dat platform. Daarnaast verplicht de IAA de aanbieders om burgers duidelijk te informeren en hun rechten te beschermen. Tot slot is het aan de meldingsautoriteiten om te beoordelen welke gevolgen de integratie van Metadiensten heeft voor kleinere Europese aanbieders.
16.03 Dieter Keuten (VB): Dank u voor uw antwoorden, mevrouw de minister. Ik onthoud vooral dat het professionele gebruik van die diensten wordt afgebouwd.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17.01 Dieter Keuten (VB): Mijn volgende vraag gaat opnieuw over de impact van nieuwe AI-modellen. Ik denk dat u die vraag eerder al grotendeels hebt beantwoord, maar ik wil toch heel kort peilen naar hoe u staat tegenover het gebruik van AI-agenten en autonome taakuitvoering binnen overheidsdiensten.
17.02 Minister Vanessa Matz: De nieuwe generatie AI-modellen toont vooral aan dat artificiële intelligentie zeer snel evolueert. Dat biedt kansen voor een modernere overheid, maar het vraagt ook waakzaamheid. We moeten die innovatie gebruiken, maar altijd op een veilige, verantwoorde en soevereine manier. Niet blind, niet naïef en zeker niet ten koste van de bescherming van gevoelige gegevens van burgers.
Er is nog geen aparte federale studie over de impact van die nieuwste modellen, maar we zitten niet stil. Met mijn team en de administratie werken we aan de juiste omkadering, op Europees en internationaal niveau, maar ook binnen onze eigen overheidsdiensten. Zo is er het charter voor verantwoord AI-gebruik in overheidsdiensten, waarbij de mens centraal blijft staan.
Ook de digitale soevereiniteit van de overheid is voor mij een prioriteit. De overheid mag niet zomaar afhankelijk worden van systemen waarover ze geen controle heeft. Daarom lopen nu al soevereine initiatieven op lokale infrastructuur, onder meer bij de FOD Beleid en Ondersteuning (BOSA). Ik ben ervan overtuigd dat we AI kunnen gebruiken om de overheid beter en efficiënter te maken.
17.03 Dieter Keuten (VB): Dank u wel voor dit antwoord. Ik heb daarover geen verdere repliek. Als u het goed vindt, ga ik naar mijn laatste vraag voor vandaag.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18.01 Dieter Keuten (VB): Ik werd getriggerd deze vraag in te dienen na het lezen van de nieuwsbrief van de FOD Economie, waarin triomfantelijk stond dat België tot de Europese koplopers behoort op het vlak van artificiële intelligentie. Diezelfde dag of week las ik echter dat Apple zijn nieuwe Siri-AI-tool lanceert in de Verenigde Staten en andere landen, maar nog niet in Europa.
We stellen dus vast dat verschillende grote technologiebedrijven bepaalde geavanceerde AI-functionaliteiten later of slechts gedeeltelijk beschikbaar maken binnen de Europese Unie. Ik heb daarstraks ook al verwezen naar Fable 5 van Anthropic, waarvoor dat eveneens het geval is. Dat roept toch enkele vragen op over de vraag of we werkelijk koplopers zijn op het vlak van innovatie en concurrentiekracht.
Hoe beoordeelt u het feit dat verschillende functionaliteiten pas later of slechts gedeeltelijk bij ons beschikbaar worden gemaakt? Hebt u daarover al een impactanalyse laten uitvoeren naar de economische gevolgen? Op welke vlakken kunnen we volgens u wel excelleren met onze eigen Europese AI-oplossingen? Hoe ziet u dit evolueren in het licht van de productiviteitsgroei en de concurrentiekracht van onze bedrijven?
18.02 Minister Vanessa Matz: België doet het goed op het vlak van AI. Ons land behoort tot de Europese top vijf wat betreft het gebruik van AI door bedrijven. Tegelijk zien we dat andere regio's, zoals de Verenigde Staten en China, op sommige vlakken vooroplopen.
Voor mij zijn ambitie en regelgeving geen contradictie. Europa kiest bewust voor innovatie, maar ook voor veiligheid, vertrouwen en respect voor de grondrechten. Dat is de juiste keuze. De regels moeten wel duidelijk en werkbaar zijn. Als geavanceerde AI te laat beschikbaar is, kan dat wegen op onze productiviteit en ons concurrentievermogen, zeker voor kmo's en start-ups. De precieze impact daarvan is vandaag nog moeilijk volledig te meten.
Op dit moment is er ook geen specifieke federale impactanalyse. De AI Act is bovendien nog niet volledig van toepassing. Het is dus nog te vroeg om daar vandaag definitieve conclusies uit te trekken.
Mijn lijn is duidelijk, België zal blijven pleiten voor een evenwichtige toepassing van de Europese regels. We investeren ook in concrete oplossingen. De Belgische AI Factory Antenna is daarin heel belangrijk. Die geeft bedrijven, onderzoekers en overheden toegang tot Europese rekenkracht, data, expertise en opleiding. Dat is de juiste weg. Bedrijven, onderzoekers en overheidsdiensten begeleiden, talent versterken en onze toegang tot Europese technologie uitbouwen. België wil niet alleen AI gebruiken, maar moet ook mee de toekomst van AI vormgeven.
18.03 Dieter Keuten (VB): Dank u voor uw antwoorden, mevrouw de minister. Dat zijn zeer mooie woorden. Ik zou de FOD Economie willen aanraden om de volgende keer iets genuanceerder te zijn, wanneer dergelijke triomfantelijke berichten via de e-mailnieuwsbrief de wereld worden ingestuurd.
Ik heb gisteren in het adviescomité voor Wetenschappelijke en Technologische Vraagstukken toch andere geluiden gehoord over de adoptie van AI door onze ondernemingen, die achterop zouden hinken. Ten slotte werd daar ook de nadruk gelegd op AI-geletterdheid door van AI-kennis een basisvaardigheid te maken. Ik weet dat onderwijs geen federale bevoegdheid is, maar ik denk dat u, gezien uw bevoegdheden, daarin een rol kunt spelen en daarop kunt blijven hameren.
Tot daar. Ik dank u voor uw antwoorden vandaag.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
19.01 Funda Oru (Vooruit): Vorige week deelde Sonja Vertriest het aangrijpende verhaal van haar 16-jarige dochter, die uit het leven is gestapt. Dat verhaal heeft veel mensen geraakt, omdat het voor heel veel ouders herkenbaar is. Uit haar getuigenis bleek hoe haar dochter op TikTok alsmaar meer video's te zien kreeg die zelfverminking en zelfdoding normaliseerden. Het jonge meisje ging online op zoek naar steun voor haar depressie, maar kreeg almaar extremere video's te zien. Zo zag ze een video over omgaan met een depressie, waarbij stap één wandelen was en stap vijf de dood.
Dat is geen toeval. Het is ondertussen algemeen bekend hoe de algoritmes werken. Die worden zo ontworpen om jongeren zo lang mogelijk verslaafd aan het scherm te houden. Daardoor kunnen kwetsbare jongeren terechtkomen in een stroom van steeds extremere video's en content. Voor jongeren die al met mentale problemen worstelen, kan dat bijzonder gevaarlijk zijn. Geen enkele ouder kan 24 uur per dag, zeven dagen op zeven, meekijken over de schouder van zijn kind. Heel veel ouders staan vandaag machteloos tegenover die zeer sterke algoritmes. Veel ouders denken dat hun kind veilig op de kamer zit, met vrienden aan het praten is of huiswerk aan het maken is. Helaas kan een jongere vandaag via dat kleine schermpje binnen enkele uren terechtkomen in een wereld vol zelfverminking en wanhoop.
Sinds de invoering van de DSA zijn platformen nochtans wettelijk verplicht schadelijke en illegale content te weren. De DSA werkt daarvoor met trusted flaggers, erkende instanties die met één druk op de knop prioritaire meldingen kunnen doen, zodat gevaarlijke video's meteen offline worden gehaald. In ons land heeft het BIP, de federale regulator, er al drie erkend, onder meer voor kindermisbruik en discriminatie, maar voor content rond zelfdoding, de grootste mentale crisis waarmee onze jongeren vandaag kampen, is er in België nog altijd geen trusted flagger actief.
De expertise rond suïcidepreventie is een bevoegdheid van de regio’s, maar de erkenning van de officiële waakhond bij het BIPT en de aanpak van de techreuzen zijn federale materies.
Mevrouw de minister, klopt het dat er op dit moment in België nog geen enkele officiële trusted flagger is aangeduid die specifiek toeziet op internetcontent over zelfdoding, automutilatie en zware depressie bij minderjarigen? Welke concrete stappen zet u om de expertise die aanwezig is op het niveau van de deelstaten, zoals die van de gespecialiseerde expertisecentra voor suïcidepreventie, via het BIPT de officiële status van trusted flagger te verlenen? Hoe zult u de dwingende instrumenten van de DSA gebruiken om de verslavende algoritmes van de platformen voor minderjarigen aan te pakken en de techreuzen te responsabiliseren?
19.02 Minister Vanessa Matz: Momenteel zijn er drie organisaties officieel erkend als trusted flagger: Unia, het VMRI en Child Focus. Geen van die organisaties heeft een specifieke expertise in zelfmoordpreventie.
De erkenning als trusted flagger is geregeld door de Digital Services Act. Op federaal niveau is het BIPT bevoegd voor de procedure. De voorwaarden voor de erkenning zijn op Europees niveau vastgelegd. Het BIPT kan alleen een organisatie beoordelen als die zelf een aanvraag indient. Het kan geen organisaties aanduiden die zich niet kandidaat stellen. Helaas heeft geen enkele organisatie met expertise in zelfmoordpreventie zich kandidaat gesteld. Daarom moedig ik hen aan om dat alsnog te doen.
De bescherming van minderjarigen is een essentieel onderdeel van de Digital Services Act. De wet bepaalt dat grote onlineplatformen verantwoordelijk zijn voor potentiële negatieve gevolgen voor kinderen en jongeren. Sinds februari 2024 loopt er een procedure tegen TikTok. Als de voorlopige vaststellingen worden bevestigd, kan de Europese Commissie beslissen dat TikTok de regels niet naleeft. In dat geval kunnen boetes worden opgelegd tot 6 % van de wereldwijde omzet.
Ik beklemtoon dat de beoordeling van concrete online-inhoud meestal niet onder de DSA valt. Daarvoor zijn in de eerste plaats de nationale autoriteiten bevoegd. Ik moedig alle bevoegde instanties aan hun bevoegdheden ten volle te gebruiken en die inhoud, waar mogelijk, te laten verwijderen. Daarnaast roep ik elke gebruiker op illegale of schadelijke inhoud onmiddellijk te melden aan het platform of aan de bevoegde autoriteiten.
19.03 Funda Oru (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. U bent soms aan handen en voeten gebonden bent door wat op hogere beleidsniveaus, zoals het Europees, wordt beslist, maar elke dag dat we niets doen, schuiven honderden jongeren en kinderen af in de krochten van het internet en verliezen wij hen en daar zullen we in de toekomst allemaal collectief de prijs voor betalen.
Ik begrijp dat de organisaties zich dus zelf kandidaat moeten stellen. Ik hoop dat zij gehoor geven aan de vele getuigenissen over jongeren en kinderen wie mentaal welzijn in het gedrang komt door sociale media. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen; elke druppel telt. Ik hoop dus dat ook de instanties hierin de nodige stappen zullen willen zetten.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitster: De vragen nrs. 56017057C, 56017059C, 56017060C, 56017061C, 56017062C, 56017063C en 56017112C van heer Prévot worden uitgesteld. Vraag nr. 56016200C van de heer Aouasti wordt als ingetrokken beschouwd conform artikel 126, tiende lid van het Reglement van de Kamer.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.49 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17 h 49.