|
Commissie
voor Energie, Leefmilieu en Klimaat |
Commission
de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat |
|
van Dinsdag 16 juni 2026 Namiddag ______ |
du Mardi 16 juin 2026 Après-midi ______ |
De behandeling van de vragen vangt aan om 16.43 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Jeroen Soete.
Le développement des questions commence à 16 h 43. La réunion est présidée par M. Jeroen Soete.
De voorzitter: Mevrouw Dillen is momenteel niet aanwezig, dus u hebt het woord, mijnheer Seuntjens.
01.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mevrouw de minister, de strijd tegen internationale drugscriminaliteit in onze havens is prioritair, moet dat zijn en ook blijven. Dat de veiligheidsscreenings begin 2025 zijn aangescherpt, is dan ook begrijpelijk.
Ik zou u graag een vraag stellen omdat er signalen komen van de werkvloer en van de vakbonden, die toch wat ongerust zijn. Intussen zijn immers meer dan 300 werknemers geschorst omdat ze door de mazen van het net zijn geglipt. Hoewel veiligheid cruciaal is, trekken de vakorganisaties aan de alarmbel over de manier waarop die maatregelen in de praktijk uitdraaien. Ik heb daarom enkele vragen voor u.
Eerst en vooral ben ik benieuwd naar uw reactie op de kritiek die wordt geuit door de arbeiders en de vakbonden. De opmerking die het vaakst terugkomt, is dat er bij de screening soms geen duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen een zware drugscrimineel die nog actief is in het drugsmilieu en iemand die vroeger op een festival of ooit door een jeugdzonde werd betrapt met een joint en daarom ook de toegang tot de haven wordt ontzegd. Bent u bereid om de screening verder te verfijnen, zodat dat onderscheid duidelijker wordt?
De Antwerpse havenschepen, de heer Klaps, gaf aan dat er contact is geweest over een oplossing om de controles minder rigide te maken. Kunt u bevestigen of dat contact heeft plaatsgevonden? Zijn desgevallend de vakbonden als sociale partners ook betrokken geweest om een evenwicht te vinden tussen veiligheid en werknemersrechten?
01.02 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, ik deel die bedenkingen. Veiligheid in onze havens is essentieel. Daarover bestaat absoluut geen discussie. Veiligheid mag echter geen schaamlapje worden voor beleid dat de verkeerde mensen treft.
Vandaag zien we in onze havens een fundamenteel onevenwicht. Aan de ene kant is er een steeds strenger screeningbeleid. Sinds 2025 worden duizenden werknemers doorgelicht en kregen honderden mensen al een negatief veiligheidsadvies, vaak op basis van feiten uit het verleden. Mensen die al 10 of 20 jaar hun job doen, verliezen plots hun werk, niet omdat ze vandaag een risico vormen, maar omdat ze ooit – soms jaren geleden – in aanraking kwamen met drugs. Soms gaat het zelfs over relatief beperkte feiten waarvoor ze toen al gesanctioneerd werden. De vakbonden spreken in dat verband over maatregelen die met een kanon op een mug schieten.
Dat is de ene realiteit. Er is echter ook een andere realiteit: de georganiseerde criminaliteit. De drugsmaffia viseert onze havens. Netwerken infiltreren niet alleen, maar zetten ook druk. Havenarbeiders worden geïntimideerd en bedreigd. Zelfs hun familie wordt thuis onder druk gezet. Daar zit de echte scheeftrekking. Voor die mensen is er vandaag te weinig bescherming, te weinig opvolging en te weinig zichtbare daadkracht.
Als iemand ooit een fout heeft gemaakt, hoe klein ook en hoe lang geleden ook, dan is die persoon plots wel een probleem. Werkgevers waarschuwen zelf dat die druk reëel is en dat havenarbeiders soms het doelwit worden van criminele bendes. Daar wringt het schoentje, want terwijl de werkmens streng wordt aangepakt, lijkt het systeem nog altijd onvoldoende grip te krijgen op de grote georganiseerde criminaliteit.
Mevrouw de minister, uw partij, cd&v, heeft in de vorige legislatuur mee het kader goedgekeurd dat deze verregaande screening vandaag mogelijk maakt. Opvallend is dat cd&v historisch zelf waarschuwde voor overdreven algemene screening van havenarbeiders, omdat die ook mensen zou treffen die geen enkel risico vormen. Vandaag zien we net dat gebeuren. Hoe rijmt u dat met het huidige beleid en hoe kijkt u naar de verantwoordelijkheid van uw eigen partij?
Acht u het proportioneel dat havenarbeiders hun job verliezen vanwege beperkte of oude feiten, zonder aantoonbaar verband met hun huidige functie? Uw partij heeft dit kader mee mogelijk gemaakt. Erkent u dat dit beleid vandaag te ver doorschiet? Bent u bereid om dat expliciet te evalueren?
Welke concrete resultaten kunt u voorleggen in de strijd tegen de georganiseerde drugscriminaliteit in onze havens? Hoeveel criminele netwerken zijn effectief ontmanteld? Hoe verklaart u dat de focus zo sterk ligt op de screening van werknemers, terwijl werkgevers en vakbonden zelf aangeven dat criminele netwerken nog steeds actief druk uitoefenen op personeel? Bent u bereid het screeningsbeleid bij te sturen, zodat het opnieuw proportioneel wordt en zich richt op reële risico’s in plaats van op feiten uit het verre verleden?
Hoe kan het dat havenarbeiders die onder druk worden gezet of zelfs thuis bedreigd worden vandaag onvoldoende bescherming krijgen, terwijl diezelfde mensen wel hun job verliezen als er iets in hun verleden zit? Waar ligt voor u de prioriteit? Tot slot, we vernemen dat de deur voor overleg met de vakbonden over dit dossier gesloten zou zijn. Klopt dat? Zo niet, wanneer hebt u recent nog overleg gepleegd met de vakbonden? Wanneer staat dit opnieuw op uw agenda? Indien dat wel het geval is, bent u dan bereid om de deur opnieuw open te zetten?
01.03 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Seuntjens, mevrouw Van den Bosch, de voorbije jaren hebben we inderdaad belangrijke stappen gezet om de maritieme sector en alle medewerkers beter te beschermen tegen dreigingen als terrorisme, spionage en georganiseerde misdaad. Met de wetten van 13 oktober 2022 en 16 mei 2024 werd het Belgisch Scheepvaartwetboek aangepast met als doel een robuust veiligheidskader uit te bouwen.
Een van de kernmaatregelen daarbij is de invoering van veiligheidsverificaties voor medewerkers die in onze havens een kritieke functie uitoefenen. Onze havens vormen inderdaad een cruciale economische motor voor ons land, maar net om die reden zijn ze ook bijzonder kwetsbaar voor criminele infiltratie. Met het herziene Scheepvaartwetboek, en in het bijzonder met de invoering van veiligheidsverificaties voor personeel in kritieke functies, wordt beoogd om bij te dragen aan het wegwerken van bepaalde kwetsbaarheden en zo de mazen in het net verder te dichten.
Ik deel als minister evenwel ook de bezorgdheden die leven binnen de havengemeenschap. Daarom hebben we de voorbije maanden verschillende overlegmomenten gehad met havenpartners en havenbedrijven, met de vakbonden van de havenarbeiders en andere sociale partners. Alleen via een constructieve dialoog kunnen we komen tot een evenwicht dat zowel de veiligheid in onze havens en van alle medewerkers garandeert alsook de rechten van medewerkers beschermt.
Met betrekking tot de verdere verfijning van de screening kan ik bevestigen dat de huidige procedures al belangrijke waarborgen bevatten. Daarnaast ben ik in januari 2026 samen met mijn diensten in overleg gegaan met de federale politie en het kabinet van Binnenlandse Zaken en Veiligheid. Op basis van die gesprekken zijn de screenings verder verfijnd. We maken daarbij een duidelijk onderscheid tussen een kleinere overtreding en de betrokkenheid bij drugshandel of georganiseerde criminaliteit, zonder in te boeten op veiligheid. Voor die situaties werd immers de alternatieve categorie van een positief advies met individuele waarschuwing ingevoerd, die automatisch gepaard gaat met een herhaalde screening op korte termijn.
Ik heb de voorbije maanden veel valse geruchten en stemmingmakerij gehoord, dus het is goed om bij de feiten te blijven. De nuchtere cijfers tonen immers aan dat de resultaten binnen de lijnen van de verwachtingen liggen. Amper 1 % van de screenings van de havenmedewerkers leidt tot een negatief advies. Tegelijkertijd gaat het bij die individuele weigeringen niet om willekeurige gevallen. Het gaat om dossiers waarin bijvoorbeeld sprake is van een band met een criminele organisatie of ettelijke veroordelingen. Ik neem toch aan dat we het allemaal aanvaardbaar vinden dat dergelijke gevallen tot een negatieve screening aanleiding kunnen geven. Mijn doel is immers om onze havens, de havengemeenschappen, maar ook de samenleving daarbuiten en onze welvaart doeltreffend te beschermen en structureel weerbaarder te maken.
De wetswijziging die recent door mij in de Kamer werd ingediend en binnenkort zal kunnen worden behandeld, toont net aan dat we daarin het juiste evenwicht zoeken. Enerzijds gaat het om de veiligheid van onze havens en van alle medewerkers binnen de havens, en anderzijds om de gepaste strijd tegen georganiseerde criminaliteit en de bescherming van de economische activiteit en de duizenden jobs die onze havens creëren. Ik zal dat dossier uiteraard verder blijven opvolgen.
01.04 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik was vooral benieuwd of de mensen die door het systeem worden gevat, werkelijk grote criminelen zijn, al is dat misschien een zware term, maar minstens personen die een risico binnen het systeem zouden kunnen vormen, en dat het dus niet gaat om mensen die ooit in hun jeugd een misstap hebben begaan, zoals wel de ronde deed. Als u hier kunt bevestigen dat dat niet het geval is, dan is dat een belangrijk antwoord op mijn vraag. Daarvoor wil ik u bedanken.
01.05 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik heb weet van acht havenarbeiders die onterecht een negatief advies hebben gekregen. Hun dossiers liggen nu terecht bij de arbeidsrechtbank. Dat sleept spijtig genoeg al maanden aan. Ondertussen zitten die mensen zonder job en zonder inkomen, want zij hebben geen recht op een werkloosheidsuitkering of iets anders.
Ik ben vrijdag ook op bezoek geweest in het Havenhuis om te spreken over de beveiliging van onze havens. Daar hoorde ik steeds hetzelfde terugkomen, namelijk te weinig mensen en te weinig middelen. Nochtans doen de douane en de havenpolitie keihard hun best om er iets aan te doen.
Wat men daar ook vooral zegt, is dat we gewoon tien jaar achterlopen. De kartels zijn ongelooflijk inventief. De vangsten die gebeuren, zijn eigenlijk maar een peulschil. Als er op internationaal vlak inzake samenwerking rond de beveiliging niet veel verandert, zullen we blijven achterlopen.
De strenge screening van havenarbeiders die geen toegang hebben tot gevoelige informatie, lijkt me dan ook sterk overdreven en een doekje voor het bloeden. Ondertussen zijn die mensen hun job kwijt, zonder recht op een uitkering. Dat moet volgens mij worden herbekeken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
02.01 Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, de Belgische kandidatuur voor het secretariaat van het oceaanverdrag gaat al enige tijd mee. Begin april 2026 werd melding gemaakt van het feit dat u deze kandidatuur nog kracht hebt bjigezet bij de VN in New York. België stelt Brussel voor, maar er is ook concurrentie van China en Valparaíso in Chili.
U benadrukte de Belgische troeven, zoals bereikbaarheid en wetenschappelijke kennis, met het Vlaams Instituut voor de Zee, en deed volgens de pers enkele beloftes om landen te overhalen op België te stemmen. Het oceaanverdrag is officieel in werking getreden, wat betekent dat er grote conferenties – COP’s – zouden worden georganiseerd voor de bescherming van de internationale wateren, zoals er nu al klimaat- en biodiversiteit-COP’s bestaan. Officieel gaat het om het BBNJ-verdrag voor de bescherming van de biodiversiteit op volle zee.
Kunt u toelichting geven bij uw pleidooi in New York? Is nu reeds officieel beslist dat een eerste COP voor half januari 2027 is gepland? Zullen daar al beslissingen worden genomen met betrekking tot het uittekenen van grote beschermde gebieden, Marine Protected Areas (MPA)? Zal op deze COP formeel worden beslist waar het secretariaat komt? Klopt het dat België zich ertoe engageert om de eerste vijf jaar de kosten van het gebouw op zich te nemen, "zodat het geld dat naar het secretariaat vloeit helemaal aan de oceaan kan worden besteed en niet verloren gaat aan andere kosten"? Klopt het dat het historische Residence Palace met stip genoteerd staat als Brusselse locatie?
02.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Ravyts, begin april 2026 heb ik inderdaad bij de Verenigde Naties in New York de Belgische kandidatuur toegelicht om het secretariaat van het BBNJ-verdrag in Brussel te vestigen. De presentatie maakte deel uit van de officiële kandidatuurprocedure waarbij alle kandidaat-landen hun dossier konden voorstellen.
Tijdens de toelichting heb ik drie elementen centraal gesteld, namelijk, ten eerste, de sterke positie van Brussel als internationale hub met een uitgebreide diplomatieke aanwezigheid en logistieke capaciteit; ten tweede, de Belgische expertise op het vlak van marien onderzoek en marien beleid en, ten derde, het engagement van ons land voor ocean governance en voor een ambitieuze implementatie van het verdrag.
Het verdrag is op 17 januari 2026 in werking getreden nadat in september 2025 de kaap van 60 ratificaties werd bereikt. De eerste Conferentie van de Partijen, COP1, zal plaatsvinden van 11 tot 22 januari 2027. Die eerste conferentie zal in de eerste plaats in het teken staan van de institutionele en operationele opstart van het verdrag. Dat omvat onder meer de goedkeuring van het reglement van orde, financiële afspraken, de werking van de verschillende organen en de afstemming met bestaande internationale en sectorale kaders. Voor de marien beschermde gebieden zal COP1 zich vooral richten op het vastleggen van procedures, consultatiemechanismen en beoordelingskaders. Concrete beslissingen over grootschalige beschermde gebieden worden daarom pas in een latere fase verwacht, vermoedelijk vanaf COP2 of COP3.
Voor de vestiging van het secretariaat is het gebruikelijk dat de Conferentie van de Partijen daarover beslist. Ook in dit dossier wordt verwacht dat COP1 daarover een beslissing neemt, zodat het secretariaat nadien snel operationeel kan worden. In aanloop naar die beslissing blijven wij de Belgische kandidatuur actief verdedigen. De komende maanden zijn daarbij cruciaal. Wij zetten onze diplomatieke campagne voort, blijven in gesprek met partnerlanden en benadrukken consequent de meerwaarde van Brussel als vestigingsplaats. Dat doe ik uiteraard niet alleen maar samen met de administratie, ons diplomatiek netwerk en leden uit de regering.
België heeft in het kader van zijn kandidatuur aangegeven bereid te zijn in gunstige gastvoorwaarden te voorzien om een snelle en efficiënte opstart mogelijk te maken. Dat omvat onder meer ondersteuning op het vlak van infrastructuur en huisvesting. Zoals u aangaf, schuiven wij concreet Residence Palace inderdaad naar voren als vestigingslocatie, gelet op de aanwezigheid van conferentie- en vergaderinfrastructuur en de nabijheid van Europese en andere internationale instellingen. Dat versterkt de snelle operationele efficiëntie van het secretariaat.
In het kader van onze kandidatuur stellen we inderdaad voor om de gebouwkosten voor de eerste vijf jaar op ons te nemen, zodat het secretariaat zich maximaal op zijn kerntaken kan concentreren, maar geld is zeker niet het enige overtuigende argument, gelet op de andere kandidaturen.
02.03 Kurt Ravyts (VB): Dank u voor uw uitgebreide antwoord, mevrouw de minister. U hebt de procedure van de kandidatuurstelling toegelicht. De eerste stap in januari zal daadwerkelijk doorgaan, waarna wellicht een beslissing zal worden genomen. Wat de beschermde gebieden betreft, lijkt het mij ook evident en logisch dat consultatiemechanismen en procedures zullen worden afgesproken.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03.01 Kurt Ravyts (VB): Het is hier al even aan bod gekomen, de Europese Commissie heeft een oceaanwet in het leven geroepen die het oceaanpact van vorig jaar moet concretiseren. Met die Europese oceaanwet wil de Commissie de governance rond zee- en oceaangebieden binnen de EU stroomlijnen. Men wil eigenlijk één overkoepelend kader creëren voor economische, klimaat-, milieu- en sociale doelstellingen met betrekking tot de bescherming en het duurzame gebruik van mariene hulpbronnen. Men wil de bestaande EU-regels beter op elkaar afstemmen en de administratieve lasten en rapportageverplichtingen verminderen.
Heel concreet gaat het om een modernisering van de maritieme ruimtelijke planning. Daarnaast wil men de zogeheten zeegebiedbenadering versterken, zorgen voor een betere coördinatie tussen sectoren en een juridisch kader ontwikkelen voor het Europese oceaanobservatiesysteem dat al bestaat, het OceanEye-project. Ook wil men aansluiten bij de lopende herziening van de kaderrichtlijn Mariene Strategie.
Het klopt dat het oceaanbeleid vandaag wat versnipperd is en onvoldoende afgestemd. De vraag naar ruimte op zee neemt toe, wat leidt tot meer conflicten tussen activiteiten. Ook het bestuur, de governance dus, en de oceaanobservaties zijn enigszins versnipperd.
Kunt u wat meer toelichting geven bij de Belgische insteek in het kader van de openbare consultatie die heeft plaatsgevonden over de voorgenomen European Ocean Act?
03.02 Minister Annelies Verlinden: Collega, we volgen de voorbereiding van de Europese oceaanwet uiteraard nauwgezet op en bereiden ook actief input voor in het kader van de openbare consultatie. Die input wordt gecoördineerd via de bestaande overlegstructuren, waaronder de bevoegde CCIM-werkgroep en stuurgroepen en de bestaande groep rond het Ocean Observation Institute.
Voor België moet de Europese oceaanwet in de eerste plaats bijdragen aan een meer geïntegreerd, coherent en uitvoerbaar Europees oceaanbeleid, waarbij bescherming, duurzaam gebruik en economische ontwikkeling beter op elkaar kunnen worden afgestemd.
Wat de modernisering van de mariene ruimtelijke planning betreft, leggen we daarbij de nadruk op onder meer een verdere integratie van klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen, een ecosysteemgebaseerde benadering, duidelijke Europese richtsnoeren om beleidsdoelstellingen op zee, zoals natuurbescherming, offshore-energie, scheepvaart en visserij, beter met elkaar in evenwicht te brengen, een versterkte regionale samenwerking, onder meer via het Greater North Sea Basin Initiative, en voldoende flexibiliteit voor de lidstaten bij de concrete invulling van hun eigen mariene planning.
Onze kernpunten voor de herziening van de kaderrichtlijn Mariene Strategie zijn bindende doelstellingen en drempelwaarden voor de belangrijkste drukfactoren op het mariene milieu, een betere afstemming tussen de Europese wetgevingskaders, een vereenvoudiging van de rapportageverplichtingen, voldoende financieringsmogelijkheden, een versterkte transnationale wetenschappelijke samenwerking en tot slot sterkere instrumenten om destructieve visserijpraktijken aan te pakken.
Op het vlak van oceaanobservatie en de ontwikkeling van OceanEye staat België positief tegenover een sterker Europees juridisch kader voor nationale coördinatie dat bestaande samenwerkingsverbanden kan verankeren en stroomlijnen. Oceaanobservatie is immers niet alleen essentieel voor wetenschappelijk onderzoek, maar levert ook cruciale gegevens voor klimaatbeleid, maritiem beheer, economische activiteiten en maatschappelijke weerbaarheid. Een versterkte oceaanobservatie biedt ons ook de kans om de rol van de Belgische actoren verder te onderstrepen in een Europese en mondiale context, inclusief voor het VN-Oceaanverdrag.
Daarom ondersteunen we een versterking van de Europese capaciteit voor oceaanobservatie via een nauwere samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en de private sector, met bijzondere aandacht voor Europese technologieën, sensoren, data-infrastructuur en observatiesystemen, omdat dat bijdraagt aan de strategische autonomie van Europa.
Tot slot zal België ook zijn bereidheid uitspreken om partner te worden van de internationale alliantie die de Europese Commissie rond dit initiatief voorbereidt.
03.03 Kurt Ravyts (VB): Bedankt voor uw uitvoerig antwoord, mevrouw de minister. Ik denk dat het VLIZ ook een cruciale rol speelt in het OceanEyeverhaal.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
04.01 Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, de ministerraad heeft op uw voorstel op 29 mei een samenwerkingsakkoord goedgekeurd tussen de federale staat en het Vlaams Gewest. Dat akkoord bepaalt vanaf welke drempels bepaalde activiteiten zijn vrijgesteld van een vergunningsplicht voor activiteiten in de Belgische zeegebieden.
Kunt u wat meer toelichting geven bij de vastgelegde drempelwaarden?
Welke activiteiten behelst dat precies? Ik ga ervan uit dat het gaat over baggerwerken, zandsuppletie, onderhoud en kustinfrastructuur.
Is het voorontwerp van instemmingswet al voorgelegd aan het Overlegcomité?
04.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Ravyts, de drempelwaarden die worden bepaald in het samenwerkingsakkoord waar u naar verwijst, hebben inderdaad betrekking op het baggeren van vaarwegen naar de kusthavens, het baggeren van de kusthavens zelf, het storten van zand en slib afkomstig van die baggerwerken, zandsuppleties in het kader van zeewering en het onderhoud en herstel van bestaande infrastructuur zoals staketsels, havendammen en strandhoofden.
Het Vlaams Gewest voert die werken al gedurende lange tijd uit, en dat in overleg met de federale overheid. Het samenwerkingsakkoord heeft dan ook als doel om die activiteiten blijvend mogelijk te maken zonder onnodig tijdrovende procedures, maar met behoud van voldoende waarborgen voor de bescherming van het marien milieu.
Voor elk van die activiteiten werd een drempelwaarde vastgelegd. Activiteiten die onder de drempel blijven, vereisen een machtiging of toelating. Boven de drempel moet de federale milieuvergunningsprocedure worden toegepast.
Voor het baggeren van de aanvaarroutes naar de kusthavens werd de drempelwaarde per kusthaven bepaald. Die bestaat uit de maximale diepte tot waar kan worden gebaggerd en is vastgesteld op basis van de diepte die nodig is om een veilige toegang te kunnen garanderen, rekening houdend met een maximaal toegelaten scheepsdiepgang.
Voor het baggeren en storten van baggerspecie werd de drempel bepaald op basis van de som van de historisch maximale stortingen van onderhoudsbaggerspecie per jaar en per stortzone in de Belgische zeegebieden, bekeken over de afgelopen twintig jaar.
Voor zandsuppleties in het kader van zeewering bestaat de drempelwaarde uit de maximale hoeveelheid zand die is vastgelegd op basis van het historisch maximum van de suppleties voor beide basislijnen, de zogenoemde vooroeversuppleties, die de afgelopen tien jaar werden uitgevoerd. De daadwerkelijk noodzakelijke hoeveelheden gesuppleerd materiaal hangen sterk samen met het stormklimaat, waarvan wordt verwacht dat zowel de frequentie als de intensiteit in de toekomst zullen toenemen.
Voor het onderhoud en herstel van infrastructuur wordt limitatief bepaald op welke constructies dat betrekking heeft. Voor die werken is in principe geen milieuvergunning vereist.
Zowel het samenwerkingsakkoord als de bijbehorende instemmingswet werden, na goedkeuring door de ministerraad, op dezelfde dag, namelijk 29 mei, voorgelegd aan het Overlegcomité.
04.03 Kurt Ravyts (VB): Het was een eerder technische vraag. Bedankt voor het antwoord, mevrouw de minister.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Kurt Ravyts (VB): Dit is een dossier dat al enige tijd meegaat, mevrouw de minister. U hebt in de commissie in november vorig jaar verklaard dat tegen drie beslissingen voor het project bij de préfet du Nord zogenaamde recours gracieux werden ingediend: tegen de milieuvergunning voor de elektrische aansluiting van het park, tegen de milieuvergunning voor het windmolenpark zelf, in februari 2025 was het zo ver, en tegen de concessieovereenkomst voor het gebruik van het maritiem openbaar domein.
Aangezien de préfet du Nord zich vorig jaar niet uitsprak over de ingestelde beroepen binnen de daarvoor vastgestelde termijn van twee maanden, werd binnen de daaropvolgende termijn van twee maanden, dus op 4 juli 2025, tegen elk van de drie beslissingen afzonderlijk een beroep ingediend in de vorm van recours sommaires bij de Franse Raad van State. Binnen een termijn van drie maanden konden die worden aangevuld met een zogenaamde mémoire complémentaire, wat blijkbaar op 3 oktober voor elk van die drie procedures gebeurde. Ze hebben geen schorsende werking, maar u hebt gezegd dat ze een aanzienlijke impact op de geplande bouwwerken zouden kunnen hebben, gelet op de mogelijke uitkomst van die procedures. Tegelijkertijd hebt u aangestipt dat er nog steeds inspanningen werden geleverd om via diplomatieke contacten toch tot een onderhandelde oplossing te komen.
Naar verluidt, maar ik ben voorzichtig, en volgens berichtgeving van februari dit jaar zouden de aanvangswerken uiteindelijk nog niet zijn begonnen en aanzienlijke vertraging hebben opgelopen. Ze zouden met enkele maanden zijn uitgesteld. Kunt u dit bevestigen? Kunt u een stand van zaken geven van de juridische procedures en het diplomatiek overleg?
05.02 Charlotte Verkeyn (N-VA): Mevrouw de minister, hoe ver staat het met de diplomatieke onderhandelingen. De vorige keer hebt u ook verklaard dat u zou overwegen artikel 259 toe te passen. Werden de methodes ondertussen opnieuw onderzocht? Welke juridische procedures plant u nog?
05.03 Minister Annelies Verlinden: Collega’s, u vraagt mij een stand van zaken te geven van de juridische procedures, het diplomatieke overleg en de stand van zaken op het terrein inzake het geplande Franse windmolenpark ter hoogte van Duinkerke. Uiteraard blijven zowel ikzelf als mijn diensten dat dossier nauwgezet opvolgen.
Over de juridische procedure kan ik mededelen dat de Belgische Staat op 6 februari 2026 nog een mémoire en réplique heeft ingediend bij de Raad van State in Frankrijk. Het gaat om één gezamenlijke replieknota voor de drie lopende procedures, met name tegen de milieuvergunning van het windmolenpark, de milieuvergunning voor de elektrische aansluiting en de concessieovereenkomst.
Momenteel wachten wij op de bekendmaking van een zittingsdatum. Naar verwachting zal die zitting na de zomer kunnen worden gepland.
Ook inzake de diplomatieke contacten om alsnog tot een onderhandelde oplossing te komen, worden blijvend inspanningen geleverd. Voor dat diplomatieke overleg staan mijn diensten en ikzelf in nauw contact met de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken, die daarvoor in eerste instantie bevoegd zijn. Alle diplomatieke acties, de juridische procedures en de bijkomende juridische pistes om in het dossier alsnog een gunstige afloop af te dwingen, maken vanzelfsprekend ook het voorwerp uit van de coördinatie met de eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken.
Op 13 maart 2026 heeft de ministerraad zijn akkoord gegeven om een inbreukprocedure tegen de Franse Staat op te starten op basis van artikel 259 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De nodige gesprekken daarover lopen momenteel.
Wat de situatie op het terrein betreft, beschikken we over informatie waaruit blijkt dat de werkzaamheden van het windturbinepark nog niet van start zijn gegaan.
05.04 Kurt Ravyts (VB): Mevrouw de minister, ik noteer dat de er op 13 maart 2026 de principiële beslissing werd genomen om op basis van artikel 259 de inbreukprocedure op te starten. We blijven het dossier aandachtig opvolgen en hopen nog altijd op een verandering in het Franse concept.
05.05 Charlotte Verkeyn (N-VA): Ik dank de minister voor haar antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.15 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17 h 15.