|
Commissie
voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken |
Commission
de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières
administratives |
|
van Woensdag 3 juni 2026 Voormiddag ______ |
du Mercredi 3 juin 2026 Matin ______ |
De vergadering wordt geopend om 10.05 uur en voorgezeten door mevrouw Maaike De Vreese.
La séance est ouverte à 10 h 05 et présidée par Mme Maaike De Vreese.
01.01 Minister Anneleen Van Bossuyt: Goedemorgen, mevrouw de voorzitster, en collega's.
Vandaag komen we samen voor het derde deel van de hoorzitting over transmigratie.
Mijn kabinet en ikzelf hebben uiteraard de voorbije hoorzittingen over het thema gevolgd. Hoewel ik als minister van Asiel en Migratie nauw betrokken ben bij de aanpak van transmigratie, viel mijn mond op bepaalde momenten open van verbazing bij het zien van sommige beelden die tijdens de vorige hoorzitting werden geprojecteerd. Ik denk bijvoorbeeld aan het filmpje dat tijdens de eerste bijeenkomst werd getoond, waarop te zien was hoe er in kampen van transmigranten met oorlogswapens wordt geschoten, of aan andere beelden waarop te zien is hoe politiediensten door transmigranten worden aangevallen. Die praktijken moeten we absoluut een halt toeroepen. Wanneer ik dan hoor dat sommigen in de commissie durven te beweren dat het probleem ligt bij een te repressief beleid, val ik bijna van mijn stoel.
Hoewel er de afgelopen periode opnieuw een piek blijkt te zijn in het aantal opgemerkte en geïntercepteerde transmigranten, mogen we niet uit het oog verliezen dat de problematiek in het verleden veel grotere proporties aannam. Dat werd ook door de heer Roosemont tijdens de hoorzitting van vorige week toegelicht. Ik verwijs onder meer naar het jaar 2018, toen maar liefst 12.848 personen als transmigrant werden geïntercepteerd.
Dit jaar werden tot en met 26 mei 474 personen als transmigrant gemeld bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Dat aantal ligt nu al hoger dan in heel 2025, wat ons er als regering toe heeft aangezet passende maatregelen te nemen. Ik licht straks graag toe welke maatregelen we vanuit Asiel en Migratie hebben genomen.
Ik geef echter eerst een kort overzicht van mijn bevoegdheden inzake transmigratie.
Het wettelijke kader betreft zowel de wet op het Politieambt als de vreemdelingenwet. Het zijn de politiediensten, die toezien op de naleving van de wettelijke bepalingen van de vreemdelingenwet. Zij kunnen een vreemdeling zonder identiteitsstukken of documenten controleren, onderscheppen en vervolgens bestuurlijk aanhouden in afwachting van een beslissing van de DVZ. De vrijheidsbeneming mag niet langer dan 24 uur duren.
Een gerechtelijke aanhouding primeert steeds op een bestuurlijke aanhouding. De cijfers die wij kunnen weergeven, betreffen dus enkel de personen die door de politie overeenkomstig de wettelijke bepalingen worden aangeboden aan de DVZ.
Hoe verloopt dat in de praktijk? De politie controleert een persoon die verklaart niet Belg te zijn en geen identiteitsdocumenten bezit. Vervolgens neemt de politie die persoon mee naar een politiekantoor om een administratief verslag vreemdelingencontrole op te stellen. Dat verslag bevat biometrische gegevens, zoals een foto en vingerafdrukken, maar ook de verklaarde identiteitsgegevens, de nationaliteit, een inventaris van documenten en antwoorden op enkele vragen over onder andere de reden van het verblijf in België, familieleden en medische gegevens.
Daarna stuurt de politie het verslag digitaal naar de DVZ. Vanaf de administratieve aanhouding, dus de vaststelling dat iemand mee moet naar het commissariaat, heeft de DVZ 24 uur de tijd om een beslissing te nemen. De DVZ verifieert of de persoon bekend is in de beschikbare Europese databanken en ook in de eigen elektronische databank, dus EVIBEL voor het administratief dossier en Printak voor de vingerafdrukken. Op basis van de gegevens van het dossier, plus de databanken en het verslag, neemt de DVZ dan een beslissing. Dat kan variëren van een late beschikking, bijvoorbeeld als de persoon een lopende procedure heeft of toch verblijfsrecht heeft, een bevel om het grondgebied te verlaten, tot een beslissing tot vasthouding in een gesloten centrum. Ik benadruk dat een vasthouding geen strafmaatregel is en enkel kan op basis van de vreemdelingenwetgeving, als er een reëel vooruitzicht op terugkeer is.
Op 11 februari van dit jaar contacteerde ik korpschef Paelinck van politiezone Westkust. Naar aanleiding van zijn berichtgeving in de pers stelden we een overleg voor en boden we onze steun aan. De korpschef gaf aan dat er een taskforce was samengesteld met de gouverneur, het parket en de federale politie. Op 12 maart volgde een gezamenlijk bezoek aan de kust met mijn goede collega minister Quintin. De dag daarna, op 13 maart, vond in Koksijde een overleg plaats met de DVZ, waarbij we onze steun uitspraken. Nadien was er telefonisch contact met gouverneur Decaluwé, waarin we aangaven dat de DVZ een verbindingsambtenaar zou aanstellen en ook ondersteuning ter plaatse zou voorzien. Op 11 mei volgde op ons kabinet een overleg met de gouverneur en het kabinet van minister Quintin. Op 22 mei nam mijn kabinet deel aan de Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en mensenhandel. Mijn kabinet en ik staan regelmatig in contact met alle betrokken diensten van de DVZ en met de door hen aangestelde liaison om de situatie ter plaatse op te volgen.
Binnen mijn bevoegdheden werden verschillende maatregelen genomen om de problematiek van transmigratie aan onze kust in te dammen. Zoals ik al zei, werd vanuit de DVZ een verbindingsambtenaar aangesteld. In combinatie met de steun van de DVZ ter plaatse zorgt dat voor een vlottere afhandeling en wordt er sneller gevolg gegeven aan het werk van de politiediensten. Om geïntercepteerde transmigranten te kunnen opsluiten in een gesloten centrum, wordt sinds april ook plaats vrijgehouden in het gesloten centrum van Brugge. Op die manier moet de politie niet langer het halve land doorkruisen om een gesloten centrum te bereiken. De verplaatsingstijd van de politie wordt hierdoor ingekort. Beide maatregelen werpen hun vruchten af.
Daarnaast werd tijdens de afgelopen zittingen meermaals geopperd om akkoorden te sluiten met herkomstlanden. Zoals u allen weet, werden sinds de start van de regering verschillende akkoorden afgesloten met herkomstlanden, zeker ook met het oog op de terugkeer van hun onderdanen. Ik verwijs onder andere naar het akkoord met Algerije en naar de verbeterde afspraken met Marokko naar aanleiding van het brede akkoord dat op 23 oktober vorig jaar werd gesloten. Daarnaast zetten we sterk in op het onderhouden van contacten met andere landen van herkomst. Ook de whole-of-governmentaanpak, dus het principe voor wat hoort wat, werd op administratief niveau opgenomen tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en de FOD Buitenlandse Zaken. Mijn initiatief op Europees niveau om criminele Afghanen te kunnen terugsturen kadert eveneens daarin.
Er zijn nog akkoorden gepland waarover ik u, gelet op de onderhandelingen, nog niet meer nieuws kan geven. Ik hoop dan ook dat ik, gelet op uw aandacht voor deze problematiek – al moet ik vaststellen dat die aandacht eerder pover is – op brede steun voor het goedkeuren van deze akkoorden zal kunnen rekenen.
Il a été convenu au sein du gouvernement d'élaborer une approche coordonnée. Dans ce cadre, le ministre de l'Intérieur, la ministre de la Justice et le bureau de l'Asile et de la Migration se consulteront très prochainement. Les besoins identifiés pourraient être pris en compte dans le dialogue avec le Royaume-Uni.
J'en conclus que nous observons une tendance à la hausse du nombre de transmigrants interceptés et qu'une vigilance accrue s'impose effectivement. Toutefois, la situation actuelle n'est certainement pas comparable aux chiffres enregistrés entre 2016 et 2019.
En ce qui concerne mes compétences, je prends d'ores et déjà des mesures proportionnées à l'ampleur du phénomène observé.
01.02 Minister Bernard Quintin: Mevrouw de voorzitster, dames en heren volksvertegenwoordigers, collega's van de regering, ik dank u voor de uitnodiging om vandaag van gedachten te wisselen over de transmigratieproblematiek aan onze kust.
Sta mij toe te beginnen met één duidelijke vaststelling. Sinds begin 2026 zien wij een duidelijke toename van pogingen om via small boats het Verenigd Koninkrijk te bereiken. Dat toont aan dat mensensmokkelaars hun activiteiten steeds meer naar ons grondgebied verleggen. Die netwerken zijn flexibel, georganiseerd en bijzonder vindingrijk. Wanneer de druk in Frankrijk toeneemt, zoeken zij andere routes. Dat is het zogenaamde waterbedeffect. Daarom volstaan losse maatregelen niet. Wij hebben nood aan een gecoördineerde, volgehouden en internationale aanpak.
Daarom hebben wij de voorbije maanden niet stilgezeten. Om een beter beeld te krijgen van de realiteit op het terrein, woonde ik begin maart 2026 samen met mijn collega Anneleen Van Bossuyt, minister van Asiel en Migratie, en met de Britse minister van Asiel en Grensveiligheid Norris, een grootschalige actie bij.
Eerst en vooral is de coördinatie versterkt. In West-Vlaanderen zijn heel wat actoren betrokken, met name lokale politiezones, de federale politie met inbegrip van de scheepvaartpolitie, het parket, bestuurlijke overheden en buitenlandse partners. Als iedereen inspanningen levert zonder voldoende afstemming, verliezen wij slagkracht. Daarom werd begin april 2026 een gold commander aangeduid. Het doel is duidelijk, namelijk operationele aansturing, snellere informatiedeling en een efficiëntere inzet van mensen en middelen op het terrein.
Ook de samenwerking en de solidariteit tussen de lokale en federale politie blijven essentieel. De lokale politie kent het terrein terwijl de federale politie hen versterkt met capaciteit, expertise en coördinatie.
Cette action conjointe fonctionne. Depuis le 1er mai, il n’y a plus eu de départs depuis notre littoral. Cela prouve que nos équipes sont présentes, qu’elles occupent le terrain et mettent la pression sur les passeurs.
Mais l’interception seule ne suffit pas. Lorsqu’il s’agit de groupes importants, les personnes doivent être correctement identifiées, enregistrées et faire l’objet d’un suivi administratif, comme l’a souligné ma collègue Anneleen. Cela demande de l’organisation, de l’expertise et une capacité de traitement.
Een tweede grote pijler is technologie. Camera’s, ANPR-systemen, drones en luchtsteun zijn belangrijke middelen in de strijd tegen mensensmokkel, niet omdat technologie op zichzelf alles oplost, maar omdat ze helpt om bewegingen in kaart te brengen, voertuigen te identificeren en sneller te reageren.
Met het koninklijk besluit van 18 december 2025 werden middelen vrijgemaakt om politiezones te ondersteunen bij bijkomende investeringen in camera’s. Ook hier geldt echter dat technologie alleen werkt als ze gecoördineerd wordt ingezet. Camera’s, drones, helikopters en andere middelen mogen niet naast elkaar werken, maar moeten deel uitmaken van één geïntegreerde aanpak. Sinds vorige week zijn de ANPR-camera’s van de PZ Westkust aangesloten op het systeem Focus.
Ook op het vlak van luchtsteun moeten we efficiënter werken. De politiehelikopter, drones, het Frontex-vliegtuig en andere middelen hebben elk hun eigen meerwaarde. De oplossing is niet automatisch meer materiaal aankopen, maar vooral het bestaande materiaal beter op elkaar afstemmen.
Met betrekking tot tussenkomsten op zee wil ik duidelijk zijn. Ik begrijp de vraag waarom small boats niet gewoon worden tegengehouden. De zee is echter geen gewone operationele omgeving. Elke tussenkomst houdt risico’s in, voor de transmigranten en voor onze hulp- en politiediensten. Ook in Frankrijk is dwang op zee geen standaardreactie. De eerste prioriteit blijft overal dezelfde, namelijk mensenlevens redden en slachtoffers vermijden. Tussenkomsten op zee kunnen deel uitmaken van de aanpak, maar alleen binnen een duidelijk juridisch en operationeel kader, met de juiste middelen en goed getrainde mensen.
Les informations échangées concernent les départs, les réseaux de trafic, les véhicules, le matériel nautique et les organisations criminelles. La coopération avec la France est également très forte: échange quotidien d'informations via le Centre de Coopération policière et douanière (CCPD) à Tournai, coopération via le réseau d'information aux frontières, contrôle coordonné, patrouille mixte et recours à la surveillance aérienne.
Par ailleurs, la Belgique, la France et le Royaume-Uni coopèrent via Europol et au sein des groupes de travail opérationnels. La lutte contre le trafic d'êtres humains ne s'arrête pas aux frontières, notre coopération non plus. Le futur accord bilatéral de coopération policière avec le Royaume-Uni constituera un pas en avant important à cet égard.
Il doit à nouveau renforcer l'échange d'informations après le Brexit et permettre, entre autres, l'échange de données de référence par la reconnaissance automatique des plaques d'immatriculation (ANPR). La Belgique jouera ainsi un rôle de pionnier au sein de l'Union européenne.
Wat de financiële steun vanuit het Verenigd Koninkrijk betreft, klopt het dat bepaalde lokale politiezones in het verleden Britse steun hebben ontvangen. Daarmee zijn concrete investeringen gebeurd, onder meer in ANPR-camera's, drones en patrouillevoertuigen.
Internationale samenwerking is essentieel, maar men mag niet afhankelijk worden van samenwerking. Financiële of materiële steun moet altijd tegen onze wettelijke verplichtingen, onze onafhankelijkheid en de zorgvuldigheid van onze procedures worden afgewogen. België staat open voor samenwerking, maar we gaan niet met de pet in de hand klaarstaan. Ik ben geen bedelaar en België is geen bedelaar die haar veiligheidsbeleid van kleine, buitenlandse cheques laat afhangen.
Geld is hier niet het probleem en ook niet de oplossing. Als Britse financiële steun de transmigratieproblematiek zou oplossen, dan was het probleem in Frankrijk vandaag al opgelost. Frankrijk heeft de voorbije jaren al aanzienlijke steun ontvangen, tientallen miljoenen ponden, en toch blijven de boten vertrekken.
De deur staat dus wijd open voor operationele samenwerking, informatie-uitwisseling, gezamenlijk onderzoek en expertise. We moeten echter onze onafhankelijkheid en rechtsstaat blijven bewaken.
Enfin, nous devons oser penser en termes structurels. Le trafic d’êtres humains ne s’arrête pas aux limites d’une commune ou d’une zone de police.
Pourtant, notre organisation policière reste trop fragmentée à certains endroits. C’est pourquoi nous devons oser envisager des fusions de zones de police. Des zones de police plus grandes et plus fortes garantissent davantage de capacités, plus d’expertise, une meilleure permanence et une coordination renforcée sur le terrain. Ce qui vaut pour les villes – et certainement pour Bruxelles – doit valoir aussi pour le reste du pays. Il faut oser le dire.
Par ailleurs, nous devons agir plus en amont. La lutte contre la migration clandestine ne commence pas seulement sur nos plages. Elle commence par le démantèlement de la logistique des passeurs: l’approvisionnement en bateaux, en moteurs, en matériel, en canaux de communication et en flux financiers.
De transmigratieproblematiek aan onze kust is ernstig, de druk neemt toe en de mensensmokkelaars passen zich aan, maar de overheid kijkt niet weg. We zetten extra capaciteit in, investeren in technologie, stemmen luchtsteun beter af, werken aan een voorzichtig en juridisch correct kader voor tussenkomsten op zee en versterken de samenwerking met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
We moeten echter ook het aanzuigeffect van het Verenigd Koninkrijk durven benoemen. Zolang mensensmokkelaars mensen kunnen overtuigen dat de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk het perspectief biedt dat men daar snel papieren kan krijgen en zich daar gemakkelijk kan vestigen, blijven we dweilen met de kraan open. Dat moeten we in alle vriendschap, maar ook in alle duidelijkheid tegen onze Britse partners durven zeggen. Een zaak is duidelijk, we geven de strijd tegen mensensmokkelaars niet op.
Nos ennemis ne sont pas les personnes vulnérables qui se trouvent dans ces bateaux, mais bien les passeurs qui exploitent leur désespoir et s’enrichissent honteusement. Derrière les chiffres se cachent des drames humains. C’est précisément pour cette raison que nous devons nous attaquer à ces réseaux criminels et briser leur modèle économique. Nous devons les frapper là où cela fait mal: leur portefeuille, leur logistique et leurs ramifications internationales.
Cela ne se fera pas par des slogans ou des postures, mais bien par une coopération, une coordination et un engagement sans faille de tous les niveaux impliqués.
01.03 Minister Annelies Verlinden: Collega’s, over het justitieluik hebben de gerechtelijke politie, het parket van West-Vlaanderen, het federaal parket en de interdepartementale cel u tijdens de voorbije twee hoorzittingen al uitgebreid toelichting gegeven met betrekking tot de huidige situatie, de oorzaken en de voor Justitie toegepaste strategie. Ik zal vandaag dus proberen niet in herhaling te vallen, maar vanuit justitieperspectief mijn prioriteiten toe te lichten om de problematiek van mensensmokkel aan onze kust ten gronde aan te pakken.
Vooreerst moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende uitdagingen. Enerzijds de strijd tegen mensenhandel en mensensmokkel, die onder de gerechtelijke en dus mijn bevoegdheid valt, en anderzijds het beheer van migratie en transmigratie, wat een bestuurlijke bevoegdheid is van zowel de politie als de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). De collega's van Asiel en Migratie en van Binnenlandse Zaken hebben daarnet al toelichting gegeven bij die uitdaging. Ik zal mij dus focussen op de gerechtelijke component.
Het fenomeen van transmigratie is een complex verschijnsel, zoals hier al vaak is gezegd, met een sterke Europese en internationale dimensie. Het fenomeen beperkt zich niet tot de small boats die de voorbije maanden aan onze kust en ver daarbuiten opnieuw tot grote bezorgdheid hebben geleid. Het omvat ook andere werkwijzen, zoals transport met gevaarlijke middelen of hulp bij illegale migratie, soms in combinatie met mensensmokkel of andere criminele activiteiten.
Achter de personen die het Verenigd Koninkrijk proberen te bereiken, opereren gewetenloze criminele organisaties. Hun enige doel is financieel gewin, waarbij zij de risico's voor zichzelf zo veel mogelijk beperken en migranten in precaire omstandigheden de open zee opsturen en soms zelfs de dood injagen. Die organisaties zijn complex en opereren in een Europese en internationale context, wat gerechtelijke onderzoeken nog complexer maakt.
Le trafic d’êtres humains n’est pas un phénomène nouveau. Il évolue et s’adapte en fonction des mesures prises par les autorités. Ainsi, les mesures de sécurité mises en place au port de Zeebrugge ont permis de réduire fortement les transports clandestins par camion ou conteneur. De la même manière, les mesures des autorités françaises ont potentiellement contribué à ce qu’une partie du phénomène se déplace récemment vers les plages belges.
Vanuit deze vaststelling van het fenomeen steunt de strategie van Justitie op een duidelijke doelstelling, namelijk de criminele organisaties en hun bovenbouw ontmantelen en hun crimineel economisch model doorbreken. Ook de medewerking van de transmigranten zelf kan uiteraard bijdragen tot een beter inzicht in en een ontmanteling van de betrokken netwerken.
Les constatations de terrain démontrent aujourd’hui qu’au‑delà du littoral belge, des préparatifs logistiques sont organisés plus à l’intérieur du pays ainsi qu’à l’étranger afin de faciliter les départs vers le Royaume‑Uni. Dans ce contexte, il est primordial de pouvoir agir de manière coordonnée et efficace avec l’ensemble des partenaires concernés.
Het voornaamste doel van die criminele organisaties blijft financieel gewin met een minimum aan risico's. De strijd tegen mensensmokkel volgt dan ook dezelfde logica als deze die wordt toegepast op andere vormen van georganiseerde criminaliteit, namelijk het doorbreken van het criminele economische model, met name door zich te richten op financiële stromen en informele geldtransfersystemen zoals Hawala. De identificatie en tracing van de financiële circuits die verband houden met mensensmokkel blijven bijzonder complex, vooral gelet op het internationale karakter ervan.
Welke aanpak hanteert Justitie ten aanzien van dit fenomeen? Sinds 2018 passen de parketten een strafrechtelijk beleid toe dat rond deze prioriteit is opgebouwd, zoals bepaald in de nationale omzendbrief die de richtlijnen vastlegt inzake opsporing en vervolging. We leren van ervaringen uit het verleden en starten bij Justitie dus niet van een wit blad. Bij de behandeling van dossiers onderscheidt het parket twee benaderingen: de zogenaamde strategie van de ‘korte klap’ en de bovenbouwonderzoeken die gericht zijn op de hogere structuren van de criminele organisaties.
De strategie van de ‘korte klap’ richt zich op de runners, met andere woorden de personen die rechtstreeks op het terrein betrokken zijn bij de smokkeloperaties. Tegen deze personen wordt een aanhoudingsmandaat uitgevaardigd en zij worden zo snel mogelijk voor de rechtbank gebracht. Het doel is hier een snelle, efficiënte en zichtbare strafrechtelijke reactie als er voldoende bewijs is. Parallel daarmee worden, op basis van de verzamelde elementen, onder meer dankzij telefonische of technische analyses, diepgaandere onderzoeken gevoerd om de hogere structuren van de criminele organisaties te identificeren. Deze onderzoeken worden toevertrouwd aan de federale gerechtelijke politie.
Mensensmokkel steunt doorgaans op georganiseerde netwerken waarin talrijke actoren tussenkomen: ronselaars, reisfacilitatoren, runners, chauffeurs, huisvesters, vervalsers en financiers. Sommige van deze personen werken soms ook gelijktijdig voor meerdere netwerken. Het is dan ook essentieel om niet alleen de organisatoren van de smokkelroutes te viseren, maar ook de lokale dienstverleners die deze organisaties op het terrein doen functioneren.
Le démantèlement de cette chaîne d’approvisionnement criminelle est primordial. Il s’agit notamment d’intervenir en amont pour empêcher les départs et limiter les risques, tant pour les migrants eux-mêmes que pour les services de police.
L’analyse des systèmes de communication et des réseaux sociaux constitue aujourd'hui un élément essentiel de la lutte contre ces organisations criminelles. Ces analyses ciblées et le recoupement de données, y compris avec des informations provenant d’autres pays, permettent en effet aux enquêteurs et aux magistrats d’identifier, de démanteler et de poursuivre ces réseaux.
Daarbij zijn uiteraard een groot aantal stakeholders betrokken. Deze materie vereist immers specifieke expertise, gedragen door onder meer de referentiemagistraten die in elk parket zijn aangeduid, evenals door de coördinatie op het niveau van het federaal parket. Die nationale coördinatie is vandaag essentieel.
Daarom werden afspraken gemaakt tussen de federale procureur en de procureur des Konings van West-Vlaanderen over de huidige situatie aan de kust. Concreet worden heterdaadsituaties behandeld door het parket van West-Vlaanderen, waarbij de dossiers worden gecentraliseerd in de afdeling Veurne, terwijl het federaal parket zich richt op de criminele netwerken en hun hogere structuren. De snelle behandeling van heterdaadzaken is belangrijk, zowel vanwege het ontradende effect als vanwege de informatie die daarmee kan worden verzameld om de criminele structuren nog beter in kaart te brengen.
U begrijpt dat een doeltreffende gerechtelijke aanpak een zekere capaciteit vereist. Die capaciteit is uiteraard niet onbeperkt. Ik heb de signalen gehoord en ook maatregelen genomen voor de capaciteit van het parket van West-Vlaanderen. Ik volg uiteraard ook de beschikbare capaciteit bij de federale gerechtelijke politie nauwgezet op. Recent, kort na de start van de nieuwe crisis, heb ik ook overleg gepleegd met de procureur en de directeur van de FGP van West-Vlaanderen om samen met hen het fenomeen en onze gezamenlijke reactie daarop te bespreken en oplossingen te zoeken.
De capaciteit wordt gemonitord en we bekijken of een gerichte versterking, al dan niet tijdelijk, mogelijk is. Daarnaast wordt technische ondersteuning aan de FGP geleverd door andere FGP’s. Aangezien het om georganiseerde criminaliteit gaat, zullen de voorziene versterkingen van de DGE worden ingezet in functie van de prioriteiten en behoeften, ook tijdelijk op het vlak van mensensmokkel.
Enfin, en ce qui concerne la cellule interdépartementale sur la traite et le trafic des êtres humains, sa représentante vous a déjà expliqué la semaine dernière son rôle ainsi que les initiatives entreprises. Je ne peux que souscrire à la plus-value d'une coordination stratégique interfédérale, interdépartementale et multidisciplinaire en la matière.
La cellule interdépartementale s'est récemment réunie à ma demande. Les pistes de solutions évoquées lors de la réunion du 22 mai, notamment la simplification administrative des procès-verbaux initiaux, l'élargissement des possibilités technologiques d'analyse ainsi que la création d'un centre de traitement ou d'orientation, font actuellement l'objet d'une analyse approfondie et déboucheront sur une mise à jour du plan d'action contre le trafic d'êtres humains.
Comme le ministre de l'Intérieur l'a indiqué, le partage d'informations et la coopération internationale sont cruciaux. En ce qui concerne l'échange d'informations, notamment au niveau international, celui-ci s'opère, sur le plan judiciaire, sous différentes formes et à différents niveaux complémentaires. Il s'effectue entre autres par l'intermédiaire de l'ECAMS, le Centre européen de lutte contre le trafic de migrants, dont l'efficacité est renforcée par la mise en avant de quatre thèmes: l'approche fondée sur les données; le soutien opérationnel; la coopération; la désorganisation des réseaux criminels. Il s'effectue également via Europol, par le biais d'échanges d'informations opérationnelles via SIENA ainsi que par l'appui opérationnel du programme Impact Migrant Smuggling de la task force opérationnelle avec la France, l'Allemagne et les Pays-Bas et par des actions opérationnelles. Cette coopération internationale se poursuit avec Eurojust par le biais des Joint Investigation Teams, qui disposent en outre d'un focus group Migrant Smuggling.
Wat zijn nu de voorlopige resultaten? De dynamische coördinatie tussen de verschillende betrokken componenten en de specialisatie werpen vandaag alvast hun vruchten af en leveren al significante resultaten op. Er waren op 26 mei 2026 bijvoorbeeld niet minder dan 40 gerechtelijke onderzoeken inzake mensensmokkel geopend binnen de federale gerechtelijke politie van West-Vlaanderen. Die onderzoeken hebben intussen geleid tot 55 gerechtelijke arrestaties.
Het is uiteraard op dit ogenblik nog onmogelijk om met zekerheid aan te duiden wat het oorzakelijk verband is, maar de arrestatie op 21 mei 2026 in Duitsland van een grote leverancier van draagbare boten aan smokkelaars in het kader van een Belgisch gerechtelijk onderzoek heeft wellicht een belangrijke rol gespeeld in het feit dat de organisatie van die mensensmokkelaars werd verstoord, waardoor het aantal pogingen tot oversteek de voorbije weken drastisch is verminderd. We zullen dat uiteraard blijven opvolgen, want criminelen vinden altijd een nieuwe weg. Het is echter wel door dergelijke verstoringsoperaties dat wij mensenlevens kunnen redden.
Geachte leden, ik besluit mijn inleiding met de boodschap dat het uiteraard te vroeg is om victorie te kraaien, maar wel met de vaststelling dat we resultaten boeken en kunnen boeken in onze gezamenlijke en gerechtelijke aanpak, die leidt tot een verbetering van de situatie op het terrein.
Samen met de collega's van Asiel en Migratie en Binnenlandse Zaken, die instaan voor de bestuurlijke aanpak en het migratiebeheer, zullen wij er alles aan doen om te blijven samenwerken om in die richting door te gaan.
Ik blijf uiteraard graag ter beschikking voor uw bijkomende vragen.
De voorzitster: Mevrouw de minister, ik dank u hartelijk.
Dan kunnen wij overgaan tot de ronde van de fracties. Ik stel voor dat wij starten met het Vlaams Belang en dat ik, aangezien ik voorzit, namens de N-VA als laatste spreekster aansluit.
Mevrouw Van Belleghem, de heer Ortwin Depoortere had ook een aantal vragen gesteld. Ik weet niet of u ze meeneemt in uw betoog, want ze vervallen normaal gezien na de vergadering van vandaag.
01.04 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de voorzitster, ik weet niet of het mogelijk is om voor de heer Depoortere te verwijzen naar de tekst van zijn vragen zoals ingediend, zodat ik er zeker geen oversla? (Nee)
Het probleem aan de Vlaamse kust dreigt meer en meer het speelterrein te worden van maffiose mensensmokkelaars. Terwijl onze mensen, gezinnen, kinderen, zeker met de zomervakantie in het vooruitzicht, zouden moeten kunnen genieten van een onbekommerde vakantie, dreigen ze nu geconfronteerd te worden met de gevolgen van een falend beleid.
Ik wil graag een belangrijk misverstand de wereld uithelpen. Het staat buiten kijf dat de Vlaamse kust niet mag verworden tot een uitvalsbasis voor illegale immigratie naar Engeland. Sommigen durven weleens te zeggen: laat ze maar vertrekken. Neen, dat is niet de oplossing. We hebben er alle belang bij dat illegale migratie naar het Verenigd Koninkrijk zoveel mogelijk tegengegaan wordt, want iedere migrant die erin slaagt om dat eiland te bereiken, vormt levende reclame voor de nu al populaire Engelandroute. Dat is wel degelijk een groot probleem. Het zorgt voor een aanzuigeffect, met alle gevolgen van dien.
Wat zich in de afgelopen maanden manifesteerde, komt niet uit de lucht vallen. Vorig jaar waren er vanuit Noord-Frankrijk 41.000 geslaagde oversteken. Dat is veel meer dan het jaar voordien, want toen waren er een dikke 36.500.
Het grootste deel van de oversteken vorig jaar vond plaats vanuit Duinkerke, dus niet meer vanuit Calais. Dat wil zeggen dat men toen al afgezakt was richting de Vlaamse kust. Zeker gelet op de huidige verscherpte Franse controles, met een inzet van meer dan 1.000 agenten, was het voorspelbaar dat het fenomeen zich verder, over onze grens heen, zou verplaatsen.
De lokale politie was totaal niet verbaasd dat het fenomeen plots aan onze kust opdook. Eigenlijk gebeurde dat niet plots, het was al aangekondigd. Ik citeer korpschef Paelinck, die zei dat de Engelse collega’s hen al hadden gewaarschuwd dat de Belgische stranden het volgende doelwit zouden worden.
Ondertussen heeft de regering wel al een paar maatregelen genomen, zoals ondersteuning door de federale politie, de verbindingsofficier bij de Dienst Vreemdelingenzaken en ook de drones. Dat konden we afgelopen weekend in de krant lezen.
De vraag die ik aan elk van u wil stellen, is of die genomen maatregelen hun nut intussen al hebben bewezen. Hebben die maatregelen geholpen?
Wij vinden ook dat de maatregelen sneller hadden kunnen worden genomen. Begin dit jaar werd voor de zoveelste keer gewaarschuwd en toen werd aangekondigd dat het nu echt zou gebeuren. Op dat moment hadden die maatregelen genomen moeten worden.
De hoorzittingen waren ook zeer interessant. We hebben daaruit veel kunnen leren, maar ze waren ook ontluisterend.
Samengevat kunnen we stellen dat de lokale politiezones volledig op hun tandvlees zitten, zowel op vlak van personeel, materieel als financiën. Zij hebben veel meer ondersteuning nodig. Er dreigt deze zomer bovendien een personeelstekort, aangezien het personeel nu al zo zwaar wordt ingezet. Zal dat personeelstekort deze zomer nog toenemen? Daarvoor willen we zeker waarschuwen.
Ik zal mijn vragen per minister overlopen. Dat lijkt mij het meest overzichtelijk en het gemakkelijkst voor jullie.
Voor de minister van Asiel en Migratie gaat mijn eerste vraag over Eurodac. De politiediensten aan de Vlaamse kust stellen vast dat Eurodac, de Europese databank, niet beschikbaar is na 17.00 uur en in het weekend. Transmigranten ondernemen hun oversteekpogingen echter natuurlijk net op de momenten dat de databank niet beschikbaar zou zijn. Hoe verklaart u dat de beschikbaarheid van die cruciale tool in de strijd tegen illegale migratie beperkt is tot de kantooruren?
Ik heb tijdens de hoorzittingen ook gehoord dat dit probleem na 12 juni opgelost zou moeten zijn. Kunt u bevestigen dat het probleem dan volledig van de baan zal zijn, of heb ik dat verkeerd begrepen? Kunt u dat verder verduidelijken?
inzake de opgepakte transmigranten staat ook vast dat slechts een uiterst kleine minderheid daadwerkelijk wordt teruggestuurd naar het land van herkomst. Tijdens de hoorzittingen werd dat aangeduid als een zeer belangrijk probleem. Een bevel om het grondgebied te verlaten, blijft op die manier natuurlijk een vodje papier. Geruchten verspreiden zich dan onder transmigranten dat het wel degelijk loont om aan transmigratie te doen.
Hoeveel van de opgepakte transmigranten werden dit jaar en vorig jaar effectief teruggestuurd? Bij het antwoord wil ik graag verduidelijkt horen of het gaat om terugsturen naar het land van herkomst, dan wel terugsturen in het kader van de Dublinprocedure, dus naar een ander Europees land. We zien immers dat transmigranten die worden teruggestuurd in het kader van de Dublinprocedure, hier binnen de kortste keren opnieuw zullen staan. Om die reden is dat een zeer belangrijke opdeling.
Met betrekking tot terugkeer spreekt u vaak over de verdubbeling van de capaciteit van de gesloten terugkeercentra. Die is meer dan welkom. Als we de cijfers in andere landen bekijken, denk ik dat we nog heel veel te leren hebben en dat een verdubbeling alleen niet voldoende zal zijn. Maar goed, we zijn al blij dat er een verdubbeling zou komen. Hoe staat het met die verdubbeling van de beloofde plaatsen?
U zei ook dat er plaatsen worden vrijgehouden in het gesloten terugkeercentrum in Jabbeke. Ik denk echter niet dat u hebt gezegd over hoeveel plaatsen dat gaat. Kunt u verduidelijken of het gaat over één plaats of over tien plaatsen? Hoeveel plaatsen worden daar vrijgehouden voor transmigranten?
Overweegt u ook, in afwachting van die verdubbeling van de capaciteit, andere tijdelijke oplossingen, zoals de inzet van gevangenisboten of bijvoorbeeld uit de vaart genomen schepen? Ik weet dat er in Gent, uw stad, een asielcentrum is dat zich in een oude gevangenisboot bevindt. We weten dus dat voor asielcentra ook al gevangenisboten worden gebruikt. Voor gesloten terugkeercentra zouden evengoed gevangenisboten kunnen worden gebruik.
Wordt er ook werk gemaakt van een echt afhandelingscentrum? Dat werd ook gevraagd door gouverneur Decaluwé, die vroeg naar een specifiek afhandelingscentrum. Zo ja, wat is de stand van zaken daarvan?
We weten ook, en dat is een zeer groot probleem in de wetgeving, dat men opgepakte illegale transmigranten alleen mag vasthouden als terugkeer naar het land van herkomst daadwerkelijk mogelijk is. Dat heeft ervoor gezorgd dat de wegpolitie in één week tijd drie keer dezelfde transmigranten hebben opgepakt, telkens in een ander landsdeel. Dat zorgt ervoor dat die mensen gewoon kunnen voortdoen waarmee ze bezig zijn. Jean-Marie Dedecker sprak bijvoorbeeld over een transmigrant die al achttien keer is opgepakt door de politie. Er is alleen vasthouding mogelijk als terugkeer mogelijk zou zijn. Ziet u daar een probleem? Zouden we de wetgeving niet kunnen aanpassen, zodat we daar harder en strikter kunnen optreden?
Mijn volgende vraag gaat over de terugkeer. Heel wat landen weigeren stelselmatig om hun illegale onderdanen terug te nemen, zoals u zelf al zei. Met welke landen rijzen de meeste problemen op het vlak van terugname? We zien dat transmigranten voornamelijk komen uit landen waarnaar niet wordt teruggestuurd. Ik denk bijvoorbeeld aan Eritrea. Hoe pakt u dat probleem aan?
U zei dat deze regering al terugkeerakkoorden heeft gesloten en verwijst naar de verbeterde samenwerking met Marokko en het nieuwe terugkeerakkoord met Algerije. Dat is inderdaad een goede zaak. Marokko en Algerije zijn echter, als ik me niet vergis, niet de voornaamste herkomstlanden van de transmigranten. Op het vlak van transmigratie zal dat dus allicht weinig zoden aan de dijk brengen, hoewel wij voorstander van die terugnameakkoorden zijn, zoals u weet.
Overweegt u voor de voornaamste herkomstlanden van transmigranten andere, strengere maatregelen, zoals de koppeling van de afgifte van visa, of handelsakkoorden? Zult u daar, specifiek met de landen van herkomst van transmigranten, meer op inzetten? Ik vraag dat in het kader van deze hoorzitting.
Ik heb nog één vraag, specifiek voor u, hoewel het niet volledig binnen uw bevoegdheid valt. Ik wil graag van u weten of u binnen de regering voor grenscontroles hebt gepleit. Wat is uw visie daarop in het kader van de transmigratieproblematiek?
Minister Quintin, voor u heb ik een vraag over de grenscontroles.
Provinciegouverneur Decaluwé vroeg op 9 maart dringend tijdelijke grenscontroles aan de Frans-Belgische grens. Op 19 maart heeft hij die vraag nogmaals herhaald. Als de informatie in de pers juist is, hebt u de vraag van de gouverneur afgewezen, omdat dat op dit moment niet aan de orde is. Kunt u bevestigen dat u die vraag al dan niet hebt afgewezen? Of ziet u dat anders, vindt u dat grenscontroles geen oplossing bieden? Wat is uw visie daarop? Is uw visie ter zake het standpunt van de regering, of uw persoonlijk standpunt als minister?
Op welke gronden weigert u grenscontroles in te voeren, terwijl het regeerakkoord daarin expliciet voorziet en de gouverneur van West-Vlaanderen– ik noem hem de sheriff van West-Vlaanderen – daarom vraagt. Aan welke specifieke voorwaarden moeten er voldaan zijn om wel grenscontroles uit te voeren? Wanneer zijn er te veel problemen door transmigratie? Bent u bereid om uw positie te herzien?
Elke lokale politiezone heeft verklaard op haar tandvlees te zitten. Hoeveel federale politiemensen worden er op dit moment effectief ingezet aan de Vlaamse kust? Acht u dat voldoende, gelet op de ernst van de situatie? Is de bijkomende mankracht die de federale politie ter beschikking stelt van de lokale politie, voldoende, bijvoorbeeld ook voor de komende zomer?
Wat de Britse financiering betreft, ik vond uw uiteenzetting bijzonder interessant. Op dit moment ontvangt Frankrijk ongeveer 700 miljoen euro van het Verenigd Koninkrijk in de strijd tegen illegale transmigratie. Er worden in Frankrijk ook 1.200 voltijdse equivalenten te werk gesteld. We hebben in de media interessante verklaringen gelezen over de financiële steun van het Verenigd Koninkrijk aan België. Op 28 mei pleitte de sheriff van Vlaanderen inderdaad voor een Britse financiering zoals Frankrijk die ontvangt. Ik citeer uit dat krantenartikel: “Het is hoog tijd dat we opnieuw Britse middelen ontvangen, als de Belgische overheid dat tenminste toelaat.” Hoe rijmt u het pleidooi van de gouverneur met uw stelling dat als er financiële steun komt, dat geen afhankelijkheid mag inhouden? Dat klinkt alsof er niet meteen een nieuwe deal in de maak is. Of zou u die twee standpunten tegenover elkaar kunnen zetten? Hebt u de Britse autoriteiten al formeel om financiële ondersteuning gevraagd?
Collega Depoortere en ik hebben de politiezone Westkust al bezocht. We hebben het materiaal gezien dat de Britten destijds hebben geschonken en begrijpen dat dat een meerwaarde kan zijn. Het feit dat hun materiaal hier wordt ingezet, biedt volgens ons duidelijke voordelen. We pleiten nooit voor afhankelijkheid en willen zeker onze soevereiniteit bewaken, maar als de Britten ons daarmee kunnen helpen, dan beschouwen we dat wel als een meerwaarde. Kunt u dat kaderen, zeker in het licht van het standpunt van de gouverneur?
Is het correct dat de Britten bereid zouden zijn dit land financiële hulp te bieden, maar dat u dat niet wilt vragen? Houdt u dat misschien tegen?
U hebt kort de kwestie van het innovatieve materiaal aangekaart. Zowel de provinciegouverneur als de lokale politiediensten vragen de inzet van meer innovatief materiaal, zoals moderne warmtecamera's. Zijn die camera's al aangekocht? Is daarvoor budget uitgetrokken? Zou Britse steun eventueel nuttig kunnen zijn om dat materiaal aan te kopen? Is er ook ander concreet materiaal dat we zouden kunnen aankopen? Wat houdt het innovatieve materiaal precies in?
Wat de fusie van de politiezones betreft, vel ik hier geen waardeoordeel over hoe dat moet verlopen. Mijn vraag is hoe u de fusie van de politiezones aan de kust ziet. Zonder de burgemeester van Middelkerke woorden in de mond te willen leggen, denk ik dat er in bepaalde politiezones, bijvoorbeeld in Middelkerke, aanzienlijke weerstand bestaat tegen een fusie. Ziet u verplichte fusies als een oplossing? Hoe wilt u die fusies concreet realiseren?
Uit de eerdere hoorzittingen bleek ook dat de identificatie van transmigranten twee à drie uur per persoon duurt. Dat vertegenwoordigt een enorme werklast. Wanneer bijvoorbeeld negentien transmigranten tegelijk worden opgepakt, leidt dat tot een zeer grote belasting voor de politie. Hoe kunnen we de duur van de identificatieprocedure verkorten en dus de werklast verminderen?
Ziet u concrete mogelijkheden? Werkt u daaraan? Hoe kunnen we de politiezones helpen, zodat de identificatie minder tijd in beslag neemt?
Tot slot, mevrouw Verlinden, dank voor uw uiteenzetting. In eerdere hoorzittingen hebben we het al gehad over het uitlezen van gsm's van transmigranten. Die gsm's zijn natuurlijk een bron van waardevolle informatie in de strijd tegen de netwerken. Is het vandaag juridisch mogelijk om de gsm's van opgepakte transmigranten systematisch uit te lezen? Gebeurt dat systematisch bij elke transmigrant of maakt men een selectie op basis van bepaalde informatie? Klopt het dat gsm's alleen nog in Dendermonde kunnen worden uitgelezen of heb ik dat verkeerd begrepen? Waar worden de gsm's concreet uitgelezen? Zijn er bepaalde wettelijke aanpassingen nodig om dat systeem beter te laten functioneren? Bent u daartoe bereid?
U bent ook bevoegd voor de Noordzee. Welke middelen worden momenteel ingezet voor de bewaking van de Belgische kustwateren met het oog op de detectie van illegale oversteekpogingen? Zijn dat de drones waarvan men het afgelopen weekend de inzet heeft aangekondigd? Is er op dat vlak ook coördinatie met de Britse kustwacht?
Ten slotte heb ik nog een vraag voor minister Quintin. Mijnheer de minister, uit vorige hoorzittingen heb ik geleerd dat Frontex dagelijks onze kust overvliegt. In Frankrijk heeft men rechtstreeks contact met Frontex, maar hier zou dat niet mogelijk zijn wegens onenigheid tussen de federale en de lokale politie. Bent u op de hoogte van het probleem of is er dat helemaal niet? Is het mogelijk om actie te ondernemen met het oog op rechtstreeks contact met Frontex, zoals Frankrijk dat heeft?
01.05 Julie Taton (MR): Madame la ministre de la Justice, en quoi consiste concrètement la coopération entre le parquet fédéral et ses homologues en France et au Royaume-Uni? À quelle fréquence les concertations ont-elles lieu?
Quelles sont les conséquences du phénomène de la transmigration sur la côte pour la capacité tant du parquet local que du parquet fédéral? Êtes-vous actuellement en mesure d’absorber l’afflux de dossiers?
Madame la ministre de l’Asile et de la Migration, quelle est la coopération entre vos services et les services au Royaume-Uni et en France? Êtes-vous en contact avec vos homologues européens afin de lutter contre ce phénomène?
Monsieur le ministre de l’Intérieur et de la
Sécurité, pouvez-vous nous donner un état des lieux des actions menées par la
police fédérale?
De voorzitster: Collega, dat was kort en krachtig. Zijn er nog mensen die willen tussenkomen?
01.06 Fatima Lamarti (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, ik had ook een aantal vragen over de mensensmokkelaars, de mensenhandel en de opvolging daarvan.
Het is belangrijk om het principe follow the money toe te passen want uiteindelijk betalen die mensen om hier te geraken. Het is dan ook cruciaal het hawalasysteem te onderzoeken dat al meermaals ter sprake is gekomen in de pers. Wij moeten nagaan hoe de volledige financiering verloopt en ervoor zorgen dat dat wordt opgevolgd. Daarom is mijn vraag aan de minister ook om dat heel consequent op te volgen.
Ook is er de veiligheid op het terrein en van de mensen die in onze kuststreek aankomen. Ook dat is een belangrijk punt. Wij kunnen niet streng genoeg zijn voor mensensmokkelaars. Ik hoop dat zowel justitie als alle ministers hier aan tafel zwaar zullen inzetten op de bestrijding van die misdaden.
01.07 Tine Gielis (cd&v): Ministers, ik heb enkele heel concrete vragen over de problematiek van de Franse stranden, die zich nu naar onze stranden heeft verplaatst.
Er zijn ondertussen wel een aantal maatregelen genomen, bijvoorbeeld de aanduiding van een gold commander, in de persoon van een DirCo, en het aanstellen van een verbindingsofficier tussen de politie en de Dienst Vreemdelingenzaken, wat allemaal zeer toe te juichen is, maar daarmee zijn we er nog niet.
Er zijn drie vragen die telkens terugkeren. In de hoorzittingen die we in de voorbije weken gehouden hebben, klonk telkens geef ons meer middelen, geef ons meer mensen en pas waar mogelijk de wet en de regelgeving aan.
Ik wil dieper ingaan op de vraag om meer middelen. Men wil vooral inzetten op innovatie, op innovatieve camerasystemen en drones om de stranden en de duinen te kunnen bewaken. Daar is al over geantwoord. Ook wil men meer inzet van AI, voor de analyse van gerechtelijke informatie, of ANPR-gegevens. Die zijn van uitzonderlijk belang om de doorvoer van materieel vanuit vooral Duitsland aan te pakken. Het zijn de doorvoerroutes die we moeten doorbreken, om ervoor te zorgen dat de bootjes überhaupt niet op onze stranden geraken. Dat is de beste preventie. Onze vraag is of daar ook naar gekeken wordt.
Een andere vraag is hier ook al door de collega’s aangehaald. De Britten en de Fransen hebben recentelijk een nieuwe driejarige samenwerkingsovereenkomst afgesloten. De Britten stellen daarbij 766 miljoen euro ter beschikking. Met die middelen zou Frankrijk meer kunnen investeren in de innovatieve middelen waarvan sprake.
Ook onze politiediensten en de kustburgemeesters hebben voor de minister van Binnenlandse Zaken een lijstje opgesteld van innovatieve middelen waarin ze willen investeren om de problematiek van de transmigratie en small boats aan te pakken. De gouverneur van West-Vlaanderen wees er vorige week op dat het kostenplaatje daarvan ongeveer 8 miljoen euro bedraagt. Dat is 1 % van de middelen die de Britten aan de Fransen ter beschikking stellen.
De Britse regering is bereid ons land financieel te ondersteunen, maar België weigert die steun, zoals u al geantwoord hebt, mijnheer de minister. Ik hoorde u duidelijk zeggen dat u geen bedelaar wilt zijn en dat we op veiligheidsvlak onafhankelijk moeten zijn. Nochtans stellen we vast dat deze middelen toch tot resultaten leiden, uiteraard stap voor stap, en dat de Britten hun verantwoordelijkheid willen nemen door het probleem bij de bron aan te pakken, maar dat ze tegelijkertijd beseffen dat het probleem zich verplaatst naar onze stranden. Onze vraag is dus of u uw positie wil heroverwegen. Bent u daartoe bereid? Welke andere mogelijkheden ziet u om innovatie en technieken zoals camera’s en AI meer te ondersteunen?
Mijn volgende vraag gaat over de miljoenen toeristen die ook deze zomer naar de kust zullen trekken, waaronder waarschijnlijk ook wij allemaal. Dat vraagt veel inzet van de politiediensten. Men stelt echter dat de huidige federale ondersteuning die men krijgt onvoldoende zal zijn om dat op te vangen als ook de transmigratieproblematiek verder toeneemt. Men wendt de HYCAP aan, maar ook daar stoot men op de limieten. Dat kan ik als burgemeester alleen beamen. De vraag moet dus niet zijn of, maar welke bijkomende politionele steun er nog zal worden voorzien voor de zomermaanden.
Dan ga ik nog even terug naar de procureur van West-Vlaanderen. Die verwees ook naar de nood aan versterking bij de FGP in West-Vlaanderen, omdat er nu keuzes moeten worden gemaakt waardoor er voor bepaalde criminaliteitsfenomenen minder capaciteit beschikbaar is. Er wordt gewerkt aan een werklastmeting van de 14 gedeconcentreerde directies van de federale gerechtelijke politie. De eindresultaten daarvan werden tegen juni, dus deze maand, verwacht. Wat is de laatste stand van zaken? Wanneer mogen we die werklastmeting verwachten? Ziet u mogelijkheden of de noodzaak om de federale gerechtelijke politie en het parket in West-Vlaanderen te versterken?
Minister Verlinden heeft in de vorige legislatuur de inzet van Frontexmedewerkers op ons grondgebied wettelijk mogelijk gemaakt voor grenscontroles, toezicht en bewaking. Minister Quintin heeft daarvoor deze legislatuur de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten genomen. De gouverneur van West-Vlaanderen vroeg vorige week zeer duidelijk om te bekijken of die mensen ook in West-Vlaanderen ter ondersteuning zouden kunnen worden ingezet. Wordt die mogelijkheid onderzocht?
We moeten er inderdaad voor zorgen dat de mensen die er zijn efficiënt worden ingezet. Dat geeft u ook aan. Er gaat ook veel kostbare tijd verloren met de lange administratieve procedures die men moet doorlopen bij de vaststelling van mensen in illegaal verblijf. Vanuit alle hoeken werd tijdens de hoorzittingen de vraag gesteld naar de oprichting van een specifiek afhandelingscentrum, zodat de lokale politie kan worden ontlast. Is er bereidheid om zo'n centrum op te richten?
Mijn volgende vraag gaat over aangepaste wettelijke en regelgevende kaders. In de eerste plaats gaat het dan om het wegwerken van barrières voor de inzet van innovatieve technieken en onderzoeksmethoden. Er is echter meer dan dat alleen.
Vanuit skeyes hoorden we de oproep om betere afspraken over het luchtverkeer vast te leggen met betrekking tot de inzet van drones. De gouverneur van West-Vlaanderen wees op een aantal pistes waarmee ook de positie van de gouverneur zou kunnen worden versterkt. Wordt er door de regering overwogen om ook hier wetgevende of regelgevende initiatieven te nemen?
Tot slot hebben de diensten op het terrein in deze commissie ook aangetoond dat ze op de best mogelijke manier samenwerken. Dat werd door u nogmaals bevestigd. Zij doen allemaal het maximale met de middelen waarover zij beschikken. Er moet dus inderdaad op twee sporen verder worden gewerkt.
Er moet gerechtelijk worden opgetreden, zoals al werd aangegeven, door de mensensmokkelaars aan te pakken en zo vroeg mogelijk in te grijpen, onder meer via het opsporen van de doorvoer van nautisch materiaal. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat op bestuurlijk vlak de middelen en de mensen beschikbaar zijn die nodig zijn om deze problematiek het hoofd te bieden. Dat doen we door te blijven inzetten op innovatie en internationale samenwerking. De verbeterpunten zijn de afgelopen weken zeer duidelijk blootgelegd. Als cd&v roepen wij dan ook op om daar met gepaste spoed mee aan de slag te gaan. U hebt daar overigens al blijk van gegeven.
01.08 Sandro Di Nunzio (Anders.): Vooreerst wil ik de ministers bedanken voor hun aanwezigheid; vooral minister Van Bossuyt, na toch een moeilijke nacht. Ik wil ook sprekers die al zijn tussengekomen bedanken voor het delen hun bijzondere interessante inzichten.
Tot enkele maanden geleden was de problematiek van de transmigratie aan onze Westkust immers zo goed als verdwenen. Dat die problematiek zich nu opnieuw naar onze kust verplaatst, trekt onze aandacht en moet die ook trekken. Ik ben dan ook blij te horen dat de regering daar zeker aandacht aan besteedt. In die zin wil ik in het bijzonder ook de diensten op het terrein danken voor hun inzet. We kunnen hier debatteren over capaciteit en over de manier waarop zaken moeten worden geregeld en ondersteund, maar de mensen die dagelijks op het terrein het werk verrichten verdienen alle lof.
Wij zijn voorstander van het maximaal afsluiten van terugkeerakkoorden. Deze regering heeft dat nu gedaan met Algerije en de vorige regering heeft een terugkeerakkoord gesloten met Marokko, wat een goede zaak is. Zoals ik al eerder heb gezegd, is een terugkeerakkoord één zaak, maar het ten volle benutten van zo’n akkoord is een andere zaak.
Ik heb een paar weken geleden cijfers daarvan opgevraagd. Ik heb ze nu niet bij, maar ik meen mij te herinneren dat wij er tot op heden niet in slagen om de volle capaciteit te benutten. Als wij bijvoorbeeld Marokkanen willen terugsturen naar hun land van herkomst, dan benutten wij niet de capaciteit die wij dagelijks of wekelijks zouden kunnen benutten.
U bent hier met uw collega-minister van Justitie. Ik verwacht geen cijfers, maar wil gewoon weten of wij erin slagen om de volle capaciteit voor terugkeer te benutten. Als dat niet het geval is, waar schort het dan juist? Wiens competentie is dat dan juist? Wat is de reden waarom wij niet meer gebruik kunnen maken van de terugkeerakkoorden om de volle capaciteit te benutten?
Minister Quintjn, u noemt terecht de internationale samenwerking zeer belangrijk en ik ben blij te horen dat die nu heel goed verloopt. U zei letterlijk dat wie beweert dat die niet goed verloopt, niet weet waarover hij spreekt. Het is hoopvol om dat hier te vernemen. De samenwerking verloopt goed, maar zijn er nog verbeterpunten? Bij een waterbedeffect, dus wanneer bepaalde routes worden afgesneden en er andere in de plaats komen, kan ik mij voorstellen dat u en uw diensten een aantal pijnpunten en tegelijk opportuniteiten ter verbetering voor de samenwerking ziet.
Ik heb gehoord dat u niet met de pet wil rondgaan om geld te ontvangen, maar waarvoor bent u dan wel vragende partij en waar ziet u opportuniteiten voor een betere internationale samenwerking? We zullen er inderdaad niet geraken, als elk land voor eigen deur veegt en de problemen op die manier op andere landen afwentelt. In dat verband wil ik ook graag vernemen, in de mate dat u daar iets over kunt vertellen, of de ondersteuning vanuit Eurojust en Europol volstaat. Hoe verloopt de samenwerking? Volstaat die ondersteuning? Of zijn er ook op dat vlak nog verbeterpunten mogelijk?
U liet zich ook iets ontvallen over de fusie van de politiezones. Met het goedgekeurde wetsontwerp wordt een vrijwillige fusie aangemoedigd. Dat was ook een van de topics die werden besproken op de vorige hoorzitting. Ik heb hier een bepaalde deskundige – ik weet niet meer wie, maar het was zeker iemand van het parket – horen zeggen dat één lokale zone langsheen de kust een slecht idee zou zijn. Ik zeg niet dat u dat wilt of niet, maar als u spreekt over fusies van politiezones, hebt u dan een idee hoe dat dan de specifieke problematiek van de transmigratie zou kunnen aanpakken?
Ik neem aan dat daar onder leiding van de gouverneur van West-Vlaanderen ook werk van wordt gemaakt. Als u spreekt over vrijwillige fusies, op welke manier denkt u dan vanuit uw dienst en bevoegdheid dat die in West-Vlaanderen het best vorm zouden kunnen krijgen, zodat de middelen daar op de meest efficiënte manier kunnen worden ingezet om de transmigratie effectief aan te pakken?
Het leek mij ook opportuun om nog even in te gaan op de terugkeerproblematiek en het verlenen van visa. De voorzitter van Vooruit, Conner Rousseau, verklaarde enkele dagen geleden in Humo dat onze gevangenissen overvol zitten met buitenlandse gevangenen en suggereerde dat men, als de landen van herkomst de betrokkenen niet terug wou nemen, wij ook geen visa meer voor personen uit die landen zouden moeten uitreiken. Dat ligt wel enigszins buiten de scope van de hoorzitting, maar we spreken hier toch ook over terugkeer en terugkeerakkoorden. Het klinkt alvast zeer logisch dat men, als landen hun gevangenen niet terug willen nemen, niemand uit dat land nog toelaat. De voorzitter van Vooruit stelt het wel simplistisch voor, maar zo’n uitspraak is we populair. Hebt u daar een mening over? Is het voorstel van de voorzitter van Vooruit volgens u haalbaar? Waarom wel of niet?
Ten slotte, wat de internationale samenwerking betreft, gisteren vernamen we dat er akkoord over de EU-terugkeerverordening zou zijn bereikt. Er zou wel nog discussie zijn over de hubs en in de regering zou er geen eensgezindheid zijn over de vraag of ons land dat zal steunen. Naar verluidt zou België zich bij de stemming onthouden. Dat aspect gelinkt aan het thema van vandaag brengt me bij de vraag of u die EU-terugkeerverordening al hebt kunnen bekijken? Ik neem aan van wel. Welke opportuniteiten biedt de verordening die gisteren groen licht heeft gekregen, volgens u om de transmigratie aan onze Westkust beter aan te pakken?
01.09 Maaike De Vreese (N-VA): Ministers, dan neem ik nog even het woord vanop de voorzittersstoel.
Zeker vanuit onze fractie was er een grote vraag om hoorzittingen te organiseren. We zijn de sprekers dankbaar voor de vele informatie die zij ons hebben bezorgd. Wij willen ook alle diensten op het terrein bedanken die zich dagelijks inzetten in de strijd tegen mensensmokkel, de mensen bij de Dienst Vreemdelingenzaken, de lokale en federale politie en het parket. Ik denk dat we die hoorzittingen ook voor hen houden, om op politiek niveau, u uitvoerend en wij vanuit het Parlement, te bekijken op welke manier we die problematiek nog beter kunnen aanpakken.
Ik ben alvast voorzichtig optimistisch als ik van minister Verlinden en minister Quintin hoor dat er de afgelopen periode een drastische vermindering van het aantal boten was. Daarbij wil ik wel onmiddellijk een kanttekening maken, want wij weten dat er in de zomer altijd meer transmigranten de oversteek zullen wagen. Daarom heb ik tijdens de hoorzittingen ook gevraagd of er volgens de betrokken partijen op het terrein nog extra maatregelen nodig waren en of er een soort zomerplan moest worden opgesteld. Dat idee werd bij hen met enthousiasme onthaald, omdat zij ook willen bekijken hoe zij zich nog efficiënter kunnen organiseren.
Het ging dan onder meer, collega's hebben het ook al vermeld, over de administratieve afhandelingsprocedure. Ik ben een groot voorstander om die zeer correct uit te voeren. Alle bestuurlijke informatie voedt immers ook het gerechtelijk onderzoek. Voor mij is de identificatie van vreemdelingen en mensen in illegaal verblijf op het terrein een kerntaak van zowel de lokale als de federale politie. Daarbij is het ook belangrijk dat de Dienst Vreemdelingenzaken de mensen op het terrein zo veel mogelijk bijstaat, zowel vanuit de kantoren in Brussel als op het terrein zelf.
Het was dan ook een goed idee om onmiddellijk een verbindingsambtenaar aan te stellen, minister Van Bossuyt. Daarover hebben we uitsluitend positieve feedback gekregen. Men koppelde daar echter onmiddellijk ook het administratief afhandelcentrum aan. Een administratief afhandelcentrum terwijl er geen transmigranten meer worden aangetroffen, lijkt mij geen goed idee. Dat is geen efficiënte inzet van middelen.
Is de regering wel bezig te bekijken of, mocht het nodig zijn, een directe uitrol daarvan mogelijk is? Wij hebben dat in het verleden ook gedaan onder de Zweedse regering met dezelfde partijen die hier nu aanwezig zijn en dus de bevoegdheden in handen hebben. Dat was toen met minister Geens op Justitie. Alle diensten waren daar heel positief over, omdat ze dan een plaats hebben waar ze terechtkunnen en ook heel wat politiecapaciteit kunnen vrijmaken. De politie hoeft zich dan niet langer bezig te houden met de afhandeling. Een of twee mensen van de zone blijven daar aanwezig en de rest kan ondertussen opnieuw andere taken opnemen. U weet immers dat de zomermaanden aan onze kust ongelooflijk druk zijn. Ik heb dat ook al in mijn betoog tijdens de plenaire vergadering aangegeven. Voor onze politiediensten daar is het dus een en-en-enverhaal.
Mijn vraag is dan ook de volgende. Bent u klaar voor de zomer? Bent u klaar om tijdig op te schalen? Volgens mij is het immers een en-enverhaal.
Zijn er gesprekken lopende met Frankrijk en Groot-Brittannië? De Fransen zullen inderdaad opschalen tegen 2029 met 766 miljoen euro die door de Britse autoriteiten ter beschikking wordt gesteld. Zij zullen inzetten op handhavingspersoneel, drones, helikopters en uitgebreidere camerasystemen. Dat wordt gefinancierd door de Britten. Net doordat zij daar zoveel middelen tegenover zetten, kan het waterbedeffect zich manifesteren. Dan moeten wij klaarstaan met heel goede contacten met uw Britse tegenhangers om daarmee in overleg te gaan en die contacten te onderhouden. Het doel is na te gaan op welke manier wij ook zullen worden ondersteund.
Mijnheer de minister Quintin, u mag het mij niet kwalijk nemen, maar ik hoor u hier verklaren dat u niet wilt bedelen en dat u geen bedelaar bent. Dat is frappant. Ik zie de Fransen immers niet als bedelaars. Ik zie ter zake een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de Britten en de Fransen. In die gedeelde verantwoordelijkheid zie ik een samenwerking om de problematiek samen aan te pakken.
Dat is ook wat wij onder de Zweedse regering hebben gedaan, toen uw partij de premier leverde. De minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Asiel en Migratie zijn toen tweemaal samen naar Londen getrokken om er in goed overleg met de Britten te spreken over de manier waarop kon worden samengewerkt en om te voorzien in de nodige middelen en capaciteit om de strijd aan te gaan.
Mede daardoor is er natuurlijk ook een publiek-private samenwerking tot stand gekomen en is onze haven en de bedrijven errond beginnen te investeren in de veiligheid in het havengebied, naast de vele andere initiatieven die daar zijn genomen. Ik zie dat dus niet als iets waarbij de soevereiniteit van ons land te koop wordt gezet. Ik zie dat als een goede samenwerking tussen buurlanden, ook al is dat buurland inderdaad geen lid meer van de Europese Unie.
Op dit moment hebben wij ook geen hefboom om het beleid van de Britten te bepalen. Vaak krijgen mensen daar geen documenten en leven zij in de illegaliteit. Ik zou ook liever hebben dat daarop meer wordt gecontroleerd. Zolang ze dat niet doen en dat aanzuigeffect blijft bestaan, zitten wij natuurlijk met de gebakken peren en met de impact van hun beleid. Dan is het zaak om samen te werken.
Als u dat in eerste instantie niet wilt doen via financiering, kunt u ook bekijken op welke manier er met de Britse Border Force en andere diensten nog nauwer kan worden samengewerkt, bijvoorbeeld door bijstand op het terrein te verlenen. Soms wordt gewerkt met teams waarin beide politiediensten vertegenwoordigd zijn, maar ook technologie kan bijvoorbeeld ondersteuning bieden op het terrein. Onze kustburgemeesters en de lokale politiediensten zijn daar toch duidelijk in geweest. Zij hebben een brief gestuurd met een verlanglijstje van wat zij op dit moment nog nodig hebben. Minister, u hebt daarop ook een antwoord bezorgd. Er is bovendien verder overleg geweest binnen de volledige regering om de transmigratieproblematiek aan te pakken.
Ik zie dus veel positieve signalen. Alleen zou ik geen taboes willen in de oplossingen die naar voren worden geschoven, omdat ik weet welke miserie dit soort problematieken met zich mee kan brengen als het zover komt. Het gaat om mensenlevens. Er zijn ook kinderen bij betrokken. Daarom is het alle hens aan dek, in een goede samenwerking waarin we elkaar als evenwaardige partners beschouwen.
Het is dus een en-enverhaal. We doen bijvoorbeeld ook een beroep op Frontex. Ik zie ons daarvoor ook niet bedelen bij de Europese Unie. Ik zie dat als een goede samenwerking met de mensen van Frontex. Als dat nodig is, leveren wij als land ook steun in de zones waar dat nodig is.
Ik wil voor de rest met betrekking tot de verschillende akkoorden niet in herhaling vallen. Mevrouw de minister Verlinden, ik heb inderdaad ook de vraag van de procureur van West-Vlaanderen, de heer Filiep Jodts, heel goed gehoord. U hebt echter eigenlijk al gezegd dat het parket van West-Vlaanderen wordt versterkt en dat u ook de FGP tijdelijk versterkt. Ik ben u daarvoor dankbaar, samen met waarschijnlijk ook de mensen daar.
Dan heb ik nog een bijkomende, heel specifieke vraag. Ik sprak daarnet over kinderen. De vraag gaat over de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en is gericht aan ministers Verlinden en Van Bossuyt. We weten dat dit een moeilijke problematiek is. We weten ook dat de dienst Voogdij niet 24/7 beschikbaar was. Zit daar vooruitgang in? Kunnen de politiediensten er op elk moment met een niet-begeleide minderjarige vreemdeling, die wel degelijk minderjarig is, terecht om die jongere verder op te volgen? We weten immers dat er niet in elke zone cellen zijn die specifiek beschikbaar zijn voor kinderen en jongeren. Dat is een probleem op het terrein, waar de diensten vaak met de handen in het haar zitten. Ik ben al jaren voorstander om daarvoor een oplossing te vinden.
Mevrouw de minister Van Bossuyt, dan heb ik nog een vraag in verband met de Eurodac-databank. Dat is nog zo’n probleem in verband met 24/7-beschikbaarheid. Die is niet altijd beschikbaar, maar daarin zou normaliter wel verandering moeten komen. Door het migratiepact zal die beter toegankelijk worden. Hoe zult u daarover zelf ook waken?
Dit zijn mijn voornaamste bekommernissen, beschouwingen en vragen.
De voorzitster: Het woord is aan de ministers voor hun antwoorden.
01.10 Minister Anneleen Van Bossuyt: Geachte leden, dank jullie wel voor jullie vragen. Ik zal ze beantwoorden in de volgorde waarin ze gesteld zijn.
Mevrouw Van Belleghem, u vroeg of de genomen maatregelen al hun nut bewezen hebben. Ik verwijs daarvoor graag naar wat ik onder andere op 22 april gezegd heb, tijdens de vorige vragensessie in de commissie Binnenlandse Zaken, namelijk dat de inzet van de verbindingsofficier van de DVZ sterke resultaten oplevert en dat mijn diensten op het terrein administratieve ondersteuning geven waar nodig.
Het aantal vasthoudingen in het gesloten centrum voor illegalen in Brugge stijgt enorm. Ik herinner u aan de binnenkomstcontroles die we sinds de zomer van 2025 hebben ingesteld op het hele Belgische grondgebied. U hebt daar tijdens onze nachtelijke vergadering heel smalend over gedaan, alsof die niets voorstellen, maar ik kan enkel vaststellen dat toen Nederland controles invoerde en wij niet, we daar een daling zagen van 20 % van het aantal asielaanvragen, en bij ons een stijging van 20 %. Men ziet dus onmiddellijk het waterbedeffect waarnaar collega Quintin ook verwees. Om die reden hebben we beslist om binnenkomstcontroles uit te voeren.
Gisteren had u het over wat voor jullie het model zou moeten zijn. U sprak over slimme controles. Dat deed me heel erg denken aan de binnenkomstcontroles die we nu uitvoeren. Zo sprak u over mobiele controles, maar ik stel vast dat we die al effectief doen, op die plaatsen waarvan we weten dat er een weg is voor illegale migratie, bijvoorbeeld in bussen of in treinen en ook in de luchthavens. Ik zou daar dus niet zo smalend over doen.
Bovendien heeft Nederland de grenscontroles aan de buitengrenzen, waarvan u eerder voorstander was, al aangepast. Nederland heeft binnenkomstcontroles ingevoerd zoals wij die hebben. De Europese Commissie stelt dat ook andere lidstaten die grenscontroles willen doen, dat kunnen doen op dezelfde manier als België, met inachtname van de mogelijk negatieve effecten op de Schengenzone. We hebben het gisteren – of vannacht, ik weet het niet meer – gehad over de mogelijke economische gevolgen van dergelijke grenscontroles. Enfin, er is een hele resem redenen waarom wij wel geloven in die binnenkomstcontroles, niet alleen wegens het repressieve karakter ervan, maar minstens evenveel wegens het ontradende effect dat ze hebben.
Ik kom nu tot uw vragen in verband met Eurodac; ook mevrouw De Vreese heeft daarover een vraag gesteld. U vroeg hoe wij verklaren dat die tool enkel beperkt is tot de kantooruren. Zoals ik eerder ook al zei, zal die tol vanaf 12 juni, dus vanaf de inwerkingtreding van het pact, ook buiten de diensturen te consulteren zijn. We zullen daarover straks wellicht verder discussiëren tijdens de bespreking van wetsontwerp nr. 1401. Het zal dus sowieso van toepassing zijn, gelukkig maar, ondanks de uren die u hier misschien nog verder zult volpraten. Op 12 juni zal dat dus in werking treden, evenals de Eurodacverordening, waardoor Eurodac ook buiten de diensturen consulteerbaar zal zijn. In een eerste fase zal dat nog een manuele tussenkomst vragen. Wij zetten ondertussen extra middelen in voor de digitalisering, zodat dat op middellange termijn volledig automatisch zal gebeuren.
Het is trouwens bijzonder dat u die vraag hier nu stelt in het kader van deze commissievergadering, terwijl u met uw fractie hier niets anders hebt gedaan dan dat de hele tijd af te breken, maar goed.
Wat uw vraag betreft over de opgepakte transmigranten en uw stellingen dat slechts een kleine minderheid wordt teruggestuurd, dat het bevel om het grondgebied te verlaten slechts een vodje papier is en uw vraag hoeveel personen er effectief zijn teruggestuurd, waarbij u ook een opsplitsing vroeg tussen terugkeer naar het herkomstland en terugkeer via Dublin, kan ik het volgende meegeven.
Van de 474 opgepakte personen in de periode van januari tot 26 mei werden er 89 vastgehouden. Wij houden inderdaad enkel personen vast van wie wij haast zeker zijn dat wij hen ook zullen kunnen terugsturen. Er zijn immers altijd meer zogenaamde aanbiedingen dan dat er plaatsen beschikbaar zijn in de gesloten centra. Dat is trouwens ook een van de redenen waarom wij het aantal plaatsen in de gesloten centra willen verdubbelen. Van de 474 geïntercepteerden werden er dus 89 vastgehouden.
Van hen werden er intussen 59, dus twee derde, gerepatrieerd. Daarvan gebeurde 52,5 % via de Dublinprocedure, 32,2 % via bilaterale overname en 15,3 % via rechtstreekse terugkeer naar het land van herkomst. Duitsland was met 16 dossiers de voornaamste partnerstaat in het kader van de Dublinprocedure, terwijl Griekenland met 14 dossiers de belangrijkste partner was voor de bilaterale overnames.
Ik kom tot uw vraag over het extra aantal plaatsen dat is gecreëerd in de gesloten centra in het kader van het masterplan Gesloten Centra en over het aantal plaatsen dat in het gesloten centrum van Brugge wordt vrijgehouden. Naargelang de vooruitzichten van de politie met betrekking tot de overtochten, die vaak afhankelijk zijn van de weersomstandigheden, houden we een tiental plaatsen vrij in het gesloten centrum van Brugge voor geïntercepteerde transmigranten. Door inbreiding heb ik al 70 extra plaatsen beschikbaar gesteld in de gesloten centra. Daardoor is het aantal plaatsen van 480 naar 550 naar gegaan. Eind dit jaar voorzie ik ook de opening van het vertrekcentrum in Steenokkerzeel, met 50 bijkomende plaatsen in individuele kamers. Dat is een groot verschil met de huidige situatie in de gesloten centra. Ik denk dat dat zowel voor het personeel als voor de betrokkenen een duidelijke verbetering is. Daarnaast worden de werken voor de nieuwe gesloten centra van Jabbeke, als vervanging van het verouderde centrum van Brugge, en van Jumet onverminderd voortgezet. In totaal gaat het om ongeveer 400 plaatsen.
U vroeg ook of een gevangenisboot wordt overwogen als tijdelijke oplossing voor de opsluiting van transmigranten. Daar is momenteel geen nood aan. Er zijn voldoende plaatsen in de huidige gesloten centra.
Wat het afhandelingscentrum betreft, waarover ook mevrouw De Vrese een vraag stelde, ben ik voorstander van een multidisciplinair centrum waar alle bevoegde instanties aanwezig zijn en binnen hun bevoegdheden ageren.
Ik heb daarnet al even gewezen op het feit dat we opgepakte transmigranten enkel opsluiten als we zicht hebben op terugkeer. Mevrouw Van Belleghem, als ik mij goed uit het hoofd herinner, zijn drie van de vijf nationaliteiten in de top vijf van geïntercepteerde transmigranten nationaliteiten waar we vandaag geen terugkeer voor kunnen organiseren. Het gaat om Irak, Iran en Soedan, waarnaar om begrijpelijke redenen nu geen terugkeer mogelijk is. In dat kader wil ik u nogmaals herinneren aan de initiatieven die we nemen om terugkeer naar Afghanistan mogelijk te maken.
Mevrouw Van Belleghem, wat betreft de vragen over de terugkeerakkoorden, die ook de andere collega’s hebben gesteld, u vroeg welke landen het meest problematisch zijn op het vlak van terugname en hoe dat wordt aangepakt. U weet dat deze regering het whole-of-governmentprincipe hanteert. Zo hebben we al verschillende akkoorden gesloten. Het akkoord met Marokko van eind oktober 2025 is daarvan een voorbeeld, net als het akkoord met Algerije. We werken ook samen met onder andere Buitenlandse Zaken, maar ook met andere collega’s binnen de regering, om de landen volgens dat whole-of-governementprincipe te benaderen. Ik ben dus zeker van plan om verder in te zetten op die landen waarmee de samenwerking heel moeilijk verloopt of zelfs onbestaande is. Ik heb daarnet al het voorbeeld van Afghanistan gegeven.
Wat Irak betreft, werkt de DVZ wel goed samen met de Irakese ambassade. Daar blijkt een kopie of een foto van het identiteitsdocument wel cruciaal om tot identificatie over te gaan. Daarom rekenen we op de politiediensten om maximaal informatie te delen, als zij tijdens hun onderzoek bijvoorbeeld uitkomen op foto's van identiteitsdocumenten.
Mijnheer Di Nunzio, u had daaromtrent een vraag gesteld naar aanleiding van het interview met Conner Rousseau in Humo, met toch wel speciale foto's. Conner Rousseau spreekt inderdaad over visa. Ik denk dat u daar een onderscheid moet maken. In het kader van whole-of-government is het inderdaad zo dat het visumbeleid een drukkingsmiddel kan zijn. Het kan zowel als wortel als als stok gebruikt worden, in die zin dat het gaat om de visumvrijstellingen. Het gaat niet over visa in het algemeen, maar het gaat over visumvrijstellingen. Wat was bijvoorbeeld in het akkoord met Algerije de wortel voor het terugnameakkoord? Dat was een dubbel akkoord, enerzijds een akkoord rond de visumvrijstellingen voor dienstenpaspoorten en anderzijds het terugnameakkoord. Het is in die zin dat men het visumbeleid mee kan gebruiken in het kader van die terugnameakkoorden.
Ik denk, mevrouw Van Belleghem, dat ik daarmee op de meeste van uw vragen heb geantwoord.
Mevrouw De Vreese, u vroeg wanneer ik de laatste keer contact heb gehad met mijn Franse en Britse collega-ministers rond de transmigratieproblematiek. Er zijn contacten met zowel de Britse als de Franse collega's. Ook op administratief niveau vindt er geregeld overleg plaats met betrekking tot de problematiek van de transmigratie en de small boats.
Er worden ook concrete stappen genomen met het oog op de organisatie van een Calaisgroep. De Calaisgroep bestaat uit de landen rond de Noordzee, dus het Verenigd Koninkrijk, België, Nederland, Duitsland en Denemarken. In die groep zal de problematiek van de transmigratie uitvoerig besproken worden.
U vroeg ook welke bijkomende maatregelen er volgens mij nodig zijn en hoe de samenwerking op het terrein tussen de diensten verloopt. We bekijken hoe we naast de maatregelen die we al genomen hebben, de strijd nog kunnen opvoeren. Daartoe brengen we samen met de instanties van de andere betrokken federale beleidsdomeinen de eventuele noden in kaart.
U vroeg ook naar de laatste stand van zaken van het aantal geïntercepteerde transmigranten. Hoeveel aanhoudingen zijn er gebeurd? Hoeveel personen zijn naar het gesloten centrum overgebracht? Dat heb ik daarnet ook beantwoord. Er werden tot en met 26 mei 474 transmigranten geïntercepteerd en 89 personen vastgehouden, waarvan er intussen 59 zijn gerepatrieerd. Ik heb daarnet ook de opdeling per herkomstland gegeven en de cijfers in het kader van Dublin toegelicht. Een interessant cijfer in dat kader is het feit dat slechts 13 van de 474 geïntercepteerde personen meermaals zijn aangetroffen. Daaruit kunnen we toch afleiden dat onze maatregelen niet alleen doeltreffend zijn, maar ook een ontradend effect hebben.
Uw vragen over het afhandelingscentrum, de Eurodac-databank en het sluiten van terugnameakkoorden heb ik beantwoord.
U had ook nog een vraag over Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Volgens die organisatie speelt het strenge Dublinregime een rol in het feit dat mensen de overtocht willen maken. Zij zeggen dat hiermee de realiteit wordt ontkend. U vroeg of ik het eens ben met die stelling. Dat is natuurlijk een zeer simplistische redenering. De problematiek wordt door hen gebruikt om een pleidooi te houden voor het afschaffen van de Dublinregels, die asielshoppen moeten tegengaan. België kent een zeer hoge secundaire migratiedruk. De mensen over wie het hier gaat, willen geen asiel aanvragen in het eerste land van binnenkomst en evenmin in België, bij uitbreiding nergens binnen de Europese Unie. Dit framen als gevolg van de Dublinregels is eigenlijk het instrumentaliseren van deze problematiek voor de eigen agenda. Wij weten dat mensensmokkelaars mensen gaan instrumentaliseren, maar goed, ik ga hen niet vergelijken met mensensmokkelaars.
Quant à la coopération européenne, il existe des contacts très étroits aux niveaux politique et administratif. La Commission européenne élabore actuellement un plan d'action sur la route du canal, qui sera publié à court terme.
De plus, un sommet Union européenne - Royaume-Uni se tiendra prochainement.
Ces développements sont suivis de près. Comme je viens de le dire, un groupe de Calais sera partie prenante.
Mevrouw Lamarti, u had een vraag over mensenhandel en mensensmokkel. Ook al is Justitie bevoegd voor de strijd daartegen, ik noemde dergelijke praktijken in de commissie voor Binnenlandse Zaken naar aanleiding van een vragensessie al erg verwerpelijk gelet op het feit dat men zich daarbij verrijkt op de rug van mensen die al in miserie zitten. Ik heb in mijn inleiding meegegeven dat mijn kabinet op 22 mei 2026 heeft deelgenomen aan de Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en mensenhandel, waarin wij ook rond die problematiek werken.
Mijnheer Di Nunzio, u merkte op dat er onder de vorige regering al een terugkeerakkoord was. Dat hebben wij met de huidige regering eind oktober 2025 nader verfijnd en we hebben concretere afspraken uitgewerkt bijvoorbeeld over de duur van de identificatieprocedure. Wij hebben daar een termijn op geplakt waarbinnen de identificatie zou moeten plaatsvinden. Dat was namelijk niet geregeld in het akkoord dat door de vorige regering was gesloten. Wij zien ook dat dat resultaten oplevert.
Wij blijven natuurlijk voortdurend in contact met de Marokkaanse autoriteiten, zowel op administratief als op politiek niveau, om het akkoord permanent te evalueren en, waar nodig, bij te sturen.
Wij werken met de rest van de regering, inzonderheid de ministers Quintin, Verlinden en Prévot, nauw samen rond de terugnameakkoorden.
U had ook een vraag over de terugkeerhubs gesteld, meer bepaald welke opportuniteiten de terugkeerverordening biedt in het kader van de aanpak van transmigratie. Zoals ik de voorbije dagen al heb gezegd, ben ik positief over de totstandkoming van de terugkeerverordening. Dat was een heel belangrijk sluitstuk, dat we eigenlijk misten in het Europees Migratie- en asielpact.
De verordening legt meer de nadruk op de plichten in plaats van op rechten, focust op veiligheid en definieert meer detentiegronden en langere detentietermijnen. Ze maakt de werkwijze met terugkeerhubs ook juridisch mogelijk en het zal er nu op aankomen in de regering te bespreken op welke manier we die mogelijkheid eventueel toepassen.
Mevrouw de voorzitster, ik denk dat ik hiermee alvast op de meeste gestelde vragen een antwoord heb gegeven.
01.11 Minister Bernard Quintin: Mevrouw de voorzitster, ik zal proberen alle vragen per thema te beantwoorden.
Wat de cijfers in verband met transmigratie betreft, in vergelijking met 2025, 2024 en 2023 met respectievelijk 8, 11 en 13 small boats, werden er sinds begin dit jaar aan de Belgische kust al 33 small boats gesignaleerd, de meest recente op 1 mei. Daarbij werden 426 personen onderschept, onder wie 34 minderjarigen. De grootste groepen zijn afkomstig uit Afghanistan, Soedan, Irak, Iran en Somalië.
In totaal werden 27 effectieve afvaarten en 5 pogingen vastgesteld. Honderddrieënzestig personen kregen onmiddellijk een bevel om het grondgebied te verlaten. Eenentachtig personen werden opgepakt en zes belandden in de gevangenis. Daarnaast werden 55 mensensmokkelaars gerechtelijk aangehouden.
Samengevat krijgt ruim 70 % een bevel om het grondgebied te verlaten of wordt vrijgelaten. Voorts wordt 18 % vastgehouden door Asiel en Migratie en wordt 1 % naar de gevangenis gestuurd.
Bij de FGP West-Vlaanderen lopen meer dan 30 onderzoeken naar de smokkelaars. Daarbij zijn meer dan 50 personen gearresteerd. De precieze cijfers kunt u opvragen bij Justitie.
Bij de acties door de politie werden de volgende voorwerpen in beslag genomen: voertuigen, zwemvesten, opblaasboten, jerrycans, leeg of met benzine, smeerolie, GPS-trackers, handpompen, buitenboordmotoren, wapens, cutters vooral, slaapzakken, dekens, verpakkingsmateriaal, kledij en gsm’s.
Met betrekking tot transmigratie werkt de federale politie met een risicogerichte aanpak. Groen betekent geen verhoogd risico. Oranje betekent risico op passage. Rood betekent groot risico op passage. Op oranje en rode dagen is steeds een officier van de federale politie aanwezig om de inzet te coördineren. Die officier zorgt voor afstemming tussen de betrokken diensten op het terrein.
Op zulke risicodagen vraagt de CSD West-Vlaanderen bijkomende ondersteuning via DAO. Daarbij gaat het onder meer om medewerkers met expertise in administratieve procedures na onderscheppingen. Dat is noodzakelijk, want bij grote groepen volstaat onderschepping alleen niet. De personen moeten correct worden geïdentificeerd, geregistreerd, administratief verwerkt en opgevolgd. Dat vraagt voldoende mensen, expertise en organisatie.
Beaucoup de questions ont été posées concernant les technologies disponibles dans la lutte contre la transmigration. Il y a les caméras, les systèmes ANPR, les drones et l’appui aérien. Le recours aux drones policiers par les zones de police locale et par la police de la navigation reste essentiel, mais présente des limites évidentes.
Ces limites sont tout d'abord techniques, avec une autonomie réduite, un rayon d’action et de couverture limité, des possibilités de déploiement restreintes en cas de conditions météorologiques défavorables ainsi que l’impossibilité d’assurer une observation continue en raison des interruptions entre les vols.
Il y a également des limites opérationnelles car le déploiement est principalement axé sur les incidents, le focus reste local et limité à la propre zone de police et l’outil est difficilement utilisable pour une surveillance prolongée de vastes zones.
À cela s’ajoute une dépendance aux capacités et aux opérateurs disponibles ainsi qu'aux priorités locales. Nous observons également des limites en matière de coordination: absence de vue d’ensemble systématique des déploiements – lieux, moments, durées –, interopérabilité limitée entre les zones de police et absence d’intégration dans une vue aérienne centralisée.
Ma conclusion est que les drones policiers sont adaptés au soutien tactique, mais insuffisants pour assurer une couverture aérienne continue, à grande échelle et stratégique.
En revanche, la valeur ajoutée de la technologie des caméras dans la lutte contre la transmigration est incontestable. Nous avons demandé aux zones de police de nous fournir un aperçu de leurs besoins à cet égard. L’appui aérien constitue également un élément important de cette approche.
Soyons clairs, la solution ne consiste pas automatiquement ni systématiquement à acheter davantage de drones. Elle consiste avant tout à mieux coordonner les drones, les hélicoptères et les avions existants. Un peu d’efficacité et d’efficience dans l’action publique ne font jamais de tort.
Un hélicoptère de police, par exemple, a un rôle différent de celui d’un drone. Un drone peut être utile pour une observation de longue durée sur une zone délimitée, tandis qu’un hélicoptère offre une mobilité rapide, une vue d’ensemble en temps réel et un soutien tactique dans des situations urgentes ou complexes. L’avion de Frontex permet, quant à lui, une observation encore plus large.
Wat betreft het Frontex-vliegtuig, de huidige vlieguren zijn 22.30u tot 02.00u. Het Frontex-vliegtuig heeft van begin januari 2026 tot en met 29 mei 2026 116 uur en 46 minuten gevlogen voor België.
Wat betreft de consultatie van de beelden van het Frontex-vliegtuig, die verloopt via het CIC, waarbij er in geval van een incident een URL wordt geactiveerd. Vanaf dan volgt men live. U weet dat het CIC zorgt voor de ondersteuning van de politieploegen op het terrein. Elke zone krijgt dus informatie via het CIC.
Wat betreft de drone van Defensie. Defensie onderzoekt momenteel ook de mogelijke inzet van een MQ-9B drone, in combinatie met het Frontexvliegtuig. Daarbij moeten uiteraard de operationele, organisatorische en luchtvaarttechnische voorwaarden zorgvuldig worden bekeken. Met het koninklijk besluit van 18 december 2025 werden federale middelen vrijgemaakt, zodat politiezones extra kunnen investeren in camera’s, zoals ik al heb gezegd in mijn inleiding. Deze subsidie vormt een aanvulling op de investeringen die lokale besturen zelf doen binnen hun veiligheidsbeleid. De gouverneur speelt een belangrijke rol in de bovenlokale afstemming van camera-inzet en de coördinatie tussen de betrokken politiezones.
Technologie levert alleen maximale resultaten op wanneer ze geïntegreerd en gecoördineerd wordt ingezet. Camera’s, ANPR-systemen, drones en andere technologische middelen moeten deel uitmaken van een gezamenlijke aanpak. Camera’s en ANPR-systemen zijn cruciale instrumenten in de strijd tegen mensensmokkel. Ze maken het mogelijk om bewegingen in kaart te brengen, voertuigen te identificeren, verbanden te leggen en sneller op te treden tegen mensensmokkelaars.
Wat betreft warmtecamera’s, de federale politie en meer bepaald het Technisch Steunteam van de Scheepvaartpolitie, beschikt reeds over warmtecamera’s. Ook bij de Directie Luchtsteun is dit het geval. Deze camera’s worden op vraag ingezet. Mijn diensten laten mij weten dat er voorlopig geen nood is aan bijkomende aankopen. Wij bekijken intussen ook hoe we kunnen samenwerken met andere diensten die eveneens over warmtecamera’s beschikken, zoals de Civiele Bescherming en Defensie.
Pour les caméras ANPR, il existe aujourd'hui une coopération intensive avec la France en matière de données ANPR. Les services de police français demandent très régulièrement l'accès aux données ANPR belges dans le cadre d'enquêtes sur le trafic d'êtres humains. Cela se produit beaucoup moins souvent dans l'autre sens, notamment parce que le réseau ANPR français est moins étendu que le réseau belge. De plus, les consultations belges de données ANPR françaises nécessitent généralement une demande formelle d'entraide judiciaire. Il en résulte aujourd'hui un déséquilibre manifeste dans l'échange réciproque de données ANPR.
La France demande également un accès en temps réel aux données ANPR belges par la voie policière. La législation belge ne le permet pas à l'heure actuelle. Une telle pratique reviendrait à effectuer une observation transfrontalière au moyen de dispositifs techniques en Belgique. Cela relève des règles relatives aux méthodes particulières de recherche, qui nécessitent l'autorisation préalable des autorités judiciaires. Ce n'est pas une question de mauvaise volonté, comme j'ai pu l'entendre sinon le subodorer, mais d'État de droit, qui paraît quand même une notion relativement importante si l'on continue à prétendre vouloir être une démocratie libérale. Même sous forte pression, les garanties légales continuent de s'appliquer.
Je rajouterai aussi, comme ancien diplomate et ministre des Affaires étrangères, qu'en matière de relations internationales, il y a un principe fondamental qu'il me semble bon de rappeler aujourd'hui qui est la réciprocité. La réciprocité est un élément fondamental des relations internationales. Je pense qu'il est bon, même lorsque l'on parle de politique intérieure, de s'en souvenir. J'y reviendrai évidemment également dans le cadre des questions de financement.
Tegelijkertijd zoeken we naar pragmatische oplossingen binnen het wettelijke kader. Er loopt momenteel een pilootproject waarbij Belgische ANPR-gegevens worden geanalyseerd om voertuigen te identificeren die mogelijk nautisch materiaal vervoeren tussen Duitsland en Frankrijk. Die informatie wordt via het GCPD in Doornik gedeeld met de Franse autoriteiten.
Wanneer een link met mensensmokkel wordt vastgesteld, kunnen de betrokken nummerplaten worden opgenomen in een Belgische blacklist. Op die manier kunnen onze diensten verdachte voertuigen sneller detecteren en onderscheppen.
Verschillende acties werden ondernomen op het vlak van cameraondersteuning: de uitbouw van het lokale ANPR-systeem van de PZ Westkust met 40 camera's, de premigratie van tien federale snelwegcamera's ter dekking van blinde vlekken aan de kust en de creatie van een blacklist transmigratie, die intussen al resultaten heeft opgeleverd en aanleiding heeft gegeven tot effectieve intercepties van voertuigen met transmigranten aan boord.
Pour être très clair, cela marche.
Le projet de traité de coopération policière avec le Royaume-Uni contient déjà une disposition visant à permettre à l’avenir l’échange de black lists destinées au système ANPR. Ce traité doit toutefois encore être signé et ratifié. C’est fait du côté belge. Nous attendons que le côté britannique ait fini de consulter les îles de Man, Jersey et Guernesey. Comme quoi, il n’y a pas que la Belgique qui a un système complexe de consultation interne. Dès que ce sera fait, j'espère pouvoir signer ce traité. J’y reviendrai aussi début juillet.
Er waren enkele vragen over de versterking aan de kust tijdens de zomermaanden. Om de druk van transmigratie tijdens de zomermaanden op te vangen, werd in het voorjaar een oproep gelanceerd voor de detachering van politiemensen naar de kustzones tijdens de maanden juli en augustus. Die oproep gebeurde op basis van een bevraging bij de kustpolitiezones naar hun concrete noden. Op basis van de ervaringen van de voorbije jaren en in overleg met de korpschefs van de kustpolitiezones werd geëvalueerd hoeveel mensen nodig zijn voor welke opdrachten - interventie, toezicht of openbare orde - en met welk taalprofiel.
Voor de zomer van dit jaar gaat het om een totale vraag van 38 fte's voor de volledige kust. De opdrachten situeren zich binnen de openbare orde, de eerstelijnswerking, de dringende hulpverlening en interventie, bescherming en beveiliging en operationele steun. De oproep tot detachering werd ondersteund met een promotiecampagne van de politiezones aan de kust en werd afgestemd met de federale politie. Uiteindelijk waren er elf vrijwilligers die aan alle selectievoorwaarden voldeden. Het engagement van de federale politie bestaat erin dat, bij een tekort aan kandidaten, tot 25 fte's afkomstig uit het CIK Oost-Vlaanderen en het CIK West-Vlaanderen worden gedetacheerd. De politiezone Brugge wenste geen betalende detachering en zag bijgevolg af van de initiële vraag tot detachering van vier personeelsleden.
Outre les détachements, la police fédérale apporte son soutien aux zones de police côtières: assistance quotidienne de la cavalerie, intervention du Corps d'intervention (CIK) pour le maintien de l'ordre public et renforcement de la police des chemins de fer (SPC). Il est également prévu de suspendre temporairement, pour les zones de police côtières, la fourniture d'ICAP pendant les mois d'été.
On notera également que la zone de police Damme/Knokke-Heist fait appel pendant l'été à l'assistance des polices néerlandaise et française.
Ik kom tot uw vraag over de afhandelingsteams transmigratie. Het administratief afhandelen van een groep transmigranten is in de eerste plaats een opdracht voor de eerstelijnsdiensten, in concreto dus vooral de lokale politie. De administratieve afhandeling neemt, zoals eerder in deze commissie aangehaald, bijzonder veel tijd in beslag. In die fase rekent de politie vaak op de ondersteuning van DVZ of van Justitie wanneer het om minderjarigen gaat. Daarom is een snelle aanwezigheid en reactie van DVZ en Justitie essentieel. Zij kunnen de politie ontlasten, hun eigen expertise sneller inbrengen en de afhandelingstijd aanzienlijk verkorten. De procedures moeten gevolgd worden.
La prise en charge initiale reste avant tout une mission de première ligne. De plus, et je tiens à le dire ici très clairement, je n'ai pas le luxe de pouvoir poster en permanence dix ou vingt policiers fédéraux dans un bâtiment, dans l'attente d'un éventuel groupe important de transmigrants. Il ne vous aura pas échappé, au fur et à mesure des réunions de commission, qu'on me demande de renforcer la police fédérale à peu près partout en Belgique. C'est ce que j'essaie de faire. Mais, comme je l'ai déjà dit à certains de mes collègues, je n'ai pas trouvé l'imprimante 3D qui me permette d'imprimer la nuit 20 policiers, 10 policiers ou 50 policiers en fonction des demandes.
À cela s'ajoute le fait qu'un soutien local est également nécessaire. Je dois également trouver un bourgmestre disposé à accueillir un tel poste d'accueil ou de prise en charge sur son territoire, sachant qu'une grande partie des personnes concernées sera ensuite libérée avec un ordre de quitter le territoire. De plus, comme je l'ai dit, aucun groupe important de transmigrants n'a été intercepté depuis le 1er mai.
Ik sluit me aan bij de inschatting van de korpschef van Oostende, die in de commissie voor Binnenlandse Zaken heeft aangegeven dat er momenteel geen nood is aan een dergelijk afhandelingscentrum. Mocht die nood in de toekomst wel rijzen, dan ben ik bereid om te laten onderzoeken hoe de federale politie kan bijdragen aan een afhandelingscentrum, waarin ook de lokale politie en de DVZ een duidelijke rol opnemen. Voorlopig geloof ik meer in een snelle ontplooiing van de DVZ en justitie op het terrein, zodra transmigranten worden aangetroffen. Zo werkt het nu op een goede manier.
Nu wil ik het hebben over de internationale samenwerking met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Ik begin met onze vrienden van het Verenigd Koninkrijk. De samenwerking met het Verenigd Koninkrijk is nog nooit zo intensief geweest als vandaag. De federale politie heeft zeer nauwe contacten met alle politiediensten van het Verenigd Koninkrijk. Er is wekelijks contact met de NCA over onderzoeken naar illegale immigratie en mensensmokkel. Er zijn meetings van de federale politie met de UK Border Force, de National Crime Agency en de Britse ambassade in het CCPD in Doornik. Twee weken geleden was er nog een vergadering tussen de federale politie, de Border Security Commander en de directeur International van de NCA. Ik vernam dat België expliciet werd bedankt voor de vruchtbare samenwerking en de uitstekende resultaten van meerdere onderzoeken, die werden afgesloten met zware veroordelingen van mensensmokkelaars en voor de samenwerking met betrekking tot transmigratie.
Ik geef een aantal voorbeelden van de huidige samenwerkingsvormen met Frankrijk en het VK. Wekelijks worden tussen de drie landen tientallen berichten uitgewisseld. Dat gebeurt via verschillende kanalen, zoals het CCPD in Doornik, via Europol-SIENA-berichten tussen INTERPOL Brussel en INTERPOL Manchester en via de verbindingsofficieren van het Verenigd Koninkrijk in Brussel en onze verbindingsofficier in Londen.
Sinds 31 maart wordt het Verenigd Koninkrijk via het CPDS in Doornik zo snel mogelijk op de hoogte gebracht van elk vertrek vanuit België, zelfs wanneer het bootje in kwestie eerst naar Frankrijk vaart. Op die manier kan het Verenigd Koninkrijk de beschikbare capaciteit prioritair inzetten voor bootjes die uit België komen en bezorgen zij ons proactief informatie.
De Belgische politie wisselt sinds maart 2021 informatie over mensensmokkel uit met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk via de unités de renseignement in Coquelles. Op regelmatige basis is de DJSOC van de federale politie daar aanwezig.
Er is een structurele uitwisseling van beeldvorming en analyse met de Joint Fusion Cell in het Verenigd Koninkrijk. De verbindingsofficier in Londen neemt systematisch deel aan de meetings die het Small Boats Operational Command organiseert voor de Near Europe Partners, namelijk België, Frankrijk, Nederland en Duitsland.
Er is ook een structurele en systematische uitwisseling van intelligence met betrekking tot de supply chain voor de aanvoer van nautisch materiaal.
Bijkomende initiatieven worden momenteel bekeken. Er komt een meeting tussen DG SOC, de FGP West-Vlaanderen en de NCA om eventuele intelligence gaps te identificeren, expertise te delen voor de identificatie en het onderzoek van nautisch materiaal en om een studiebezoek in Londen rond OSINT voor te bereiden.
Het Verenigd Koninkrijk zal ook een briefing verzorgen aan onze Belgische verbindingsofficier in Turkije om de supply chain te verstoren in samenwerking met de Turkse politie.
Tevens zou op basis van gezamenlijke informatie een bilateraal joint investigation team met het Verenigd Koninkrijk kunnen worden opgericht, maar het initiatief daartoe ligt bij het federaal parket.
Notre police de la navigation a effectué une visite en France dans le cadre d’un échange d’expérience et d’expertise concernant les interventions en mer. Des patrouilles mixtes sont organisées avec la France sur les principaux axes de circulation utilisés pour l’acheminement de migrants et de matériel nautique. Citons, pour terminer, la collaboration en place par le biais d’Europol.
Les trois pays collaborent activement dans le projet European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats (EMPACT) traitant des trafics d’êtres humains et dans les Operational Task Forces, où ils se concentrent – avec le soutien d’Europol et d’Eurojust – sur les High Value Targets opérant dans le cadre de l’immigration illégale et des trafics d’êtres humains.
Comme je l’ai déjà dit, celles et ceux qui semblent croire que la coopération ne se passe pas bien ou de manière vlot, soit ne savent pas de quoi ils parlent, soit savent très bien de quoi ils parlent et tordent le bras à la réalité; ce que je trouve extrêmement dommageable.
Ik wil nog iets zeggen over Frankrijk voor ik op het bilaterale politieverdrag met het Verenigd Koninkrijk terugkom. De nieuwe deal tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk dateert van enkele weken geleden. We moeten voorzichtig blijven, maar op basis van informatie van de diensten verwacht ik dat er geen verdere verschuivingen meer zullen komen. We zullen onze inspanningen zeker blijven aanhouden.
Ik kom terug op het bilaterale politieverdrag met het Verenigd Koninkrijk. We zullen dat binnenkort sluiten. Onze ambitie is om het verdrag in juli, dus volgende maand, te ondertekenen om de samenwerking met het Verenigd Koninkrijk te versterken.
Het verdrag is in de eerste plaats bedoeld om de Belgische politie dezelfde mogelijkheden tot politionele informatie-uitwisseling met het Verenigd Koninkrijk te geven als met onze andere buurlanden en de overige EU-lidstaten. Het geeft de politie de mogelijkheid om autonoom alle voor haar rechtstreeks beschikbare en toegankelijke gegevens te verstrekken aan de Britse politiediensten, net zoals dat vóór de Brexit het geval was, zonder voorafgaande toestemming van de magistratuur.
Het creëert ook een solide rechtsbasis voor de uitwisseling van ANPR-referentiegegevens. Daarnaast maakt het verdrag het mogelijk om via politionele weg informatie uit te wisselen ten behoeve van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit en die te delen met de bestuurlijke overheden. Het voorziet tevens in de mogelijkheid om een gemeenschappelijk centrum voor politiesamenwerking op te richten, zoals we dat nu al hebben met onze buurlanden in Kerkrade, Doornik en Luxemburg.
Het creëert ook een solide rechtsbasis voor de organisatie van grensoverschrijdende operaties met het Verenigd Koninkrijk en bevat een regeling voor dringende grensoverschrijdende observaties. Ik wens hierbij te benadrukken dat België het eerste land binnen de Europese Unie zal zijn dat na de Brexit een dergelijk verdrag met het Verenigd Koninkrijk zal sluiten.
Ik kom nu tot de financiële steun vanuit het Verenigd Koninkrijk.
J’ai compris que cela amenait beaucoup de questions, pour ne pas dire attisait beaucoup d’appétit.
Verschillende lokale politiezones hebben in het verleden Britse financiële steun ontvangen. Politiezone Westkust sloot in december 2021 een protocolakkoord met het Britse Home Office. Sindsdien ontving die zone bijna 2 miljoen euro. Met die middelen werden onder meer ANPR-camera’s in de haven van Nieuwpoort, een drone met uitrusting, elektrische fietsen en wagens voor strandpatrouilles aangekocht. Ook de politiezone Doornik en politiezone Veurne ontvingen Britse steun, respectievelijk 30.000 en 100.000 euro. Die steun heeft lokaal dus concrete investeringen mogelijk gemaakt.
Op federaal niveau wordt terecht een voorzichtiger lijn gevolgd. In 2020 werd wel een protocolakkoord afgesloten met het Britse Home Office voor de gedeeltelijke terugbetaling van aankopen ter waarde van ongeveer 800.000 euro. Dat ging onder meer om een drone, detectiemateriaal, voertuigen en ICT-materiaal.
De federale politie ging niet in op een voorstel van de UK Border Force om krachtige computers te schenken aan de FGP West-Vlaanderen. Die computers zouden dienen voor het uitlezen van mobiele telefoons van onderschepte migranten. Reden één, zo’n schenking is moeilijk verenigbaar met de Belgische wetgeving inzake overheidsopdrachten. U weet hoe belangrijk die is. Reden twee, België moet zijn onafhankelijkheid bewaren en mensensmokkel objectief kunnen blijven analyseren. We mogen niet in een situatie terechtkomen waarin druk ontstaat om meer informatie te delen dan wettelijk toegelaten. Ik durf op dat punt te insisteren. Het is geen kwestie van fierheid aan het einde van de dag, de onafhankelijkheid van onze politie en justitie lijkt mij belangrijk.
Internationale samenwerking is essentieel, maar samenwerking mag geen afhankelijkheid worden. Het Verenigd Koninkrijk blijft financiële en materiële steun aanbieden. Op federaal niveau blijft de lijn voorzichtig en terughoudend. Dat standpunt werd meegedeeld aan minister Norris en minister Cooper, en opnieuw bevestigd na de laatste politieoperatie aan de Westkust en in de marge van mijn bezoek aan Cambridge een paar weken geleden.
Geld is hier niet het probleem en ook niet het wondermiddel. Als Britse financiële steun de transmigratieproblematiek zou oplossen, dan was het probleem in Frankrijk al opgelost, met de meer dan 600 miljoen euro dat het van het Verenigd Koninkrijk heeft gekregen.
De deur staat wijd open voor operationele samenwerking, informatie-uitwisseling, gezamenlijke onderzoeken, expertise en best practices.
Financiële of materiële steun moet echter altijd worden afgewogen tegen wettelijke verplichtingen, onafhankelijkheid en de zorgvuldigheid van onze procedures.
Ook op regeringsniveau wordt dit dossier nauw opgevolgd. Op initiatief van de eerste minister vond afgelopen vrijdag overleg plaats met de verschillende betrokken kabinetten over de transmigratieproblematiek en bijkomende noden.
Je rappelle les chiffres. L'accord conclu entre la France et le Royaume-Uni porte sur un peu moins de 800 millions d'euros. Il s'agit d'un accord d'État à État. Je reviendrai sur le soutien aux polices locales. Toutefois, les accords internationaux ne se nouent pas entre une commune et un État. Il existe, en relations internationales, un certain nombre de principes que l'on doit pouvoir comprendre et respecter, y compris à la côte belge.
Quid des corps de police locale qui seraient empêchés d'entretenir des contacts directs avec les services de police de nos pays voisins? Je ne parle plus ici d'argent, mais de contacts. Pour être très clair, c'est tout simplement faux. Rien n'empêche les services de police locale d'entretenir de tels contacts. Aucune communication indiquant que cela n'était pas permis n'a été émise, ni en interne ni à l'égard des services de police étrangers, que ce soit à partir de la CGI ou depuis mon cabinet. Il est en revanche exigé et demandé que le point de passage central CGI-SPOC soit utilisé pour l'échange des informations ou qu'il soit à tout le moins informé ou mis en copie. C'est ce que prévoit l'article 1er, §2, de l'arrêté royal du 23 août 2014 relatif à l'organisation et aux compétences de la police fédérale. Cette façon de procéder n'est donc pas motivée, comme j'ai pu le lire, par le positionnement de la CGI ou par une centralisation de la collaboration policière internationale, mais est intégrée dans les législations et réglementations européennes et nationales.
Je pense notamment à la convention d'application de l'accord de Schengen, à l'arrêté royal du 23 août 2014 relatif à l'organisation de la police fédérale, à la directive ministérielle commune MFO-3 relative à la gestion de l'information de police judiciaire et de police administrative – que l'on appelle la bible de la gestion de l'information policière –, aux traités bilatéraux de coopération policière, à la réglementation Europol et Interpol ainsi qu'à la directive européenne relative à l'échange d'informations entre les instances répressives des États membres.
Toutes ces règles reposent sur le même principe de base: l'échange d'informations est assuré par le biais des SPOC centraux des États membres, soit la CGI-SPOC en Belgique.
Wanneer informatie in uitzonderlijke gevallen toch rechtstreeks wordt uitgewisseld, moet de CGI SPOC daarvan onmiddellijk op de hoogte gesteld worden. Dit is dus geen interpretatie van de federale politie of van wie dan ook, maar een verplichting die voortvloeit uit Europese en nationale wet- en regelgeving. De wet is de wet, hier in Brussel, in Londen en ook in De Panne.
Waarom is dit zo? Door de passage langs de doorgangspunten kan men in één centrale het nationale overzicht behouden op alle informatie die met het buitenland uitgewisseld wordt. Dit voorkomt parallelle informatie uitwisselen tussen verschillende diensten en vermijdt dus het risico dat noodzakelijke verbanden niet gelegd worden, dat er parallelle onderzoeken worden gevoerd, dat tegenstrijdige informatie wordt verstrekt en dat er geen cross-check kan gebeuren met andere beschikbare informatie bij andere diensten.
Mensensmokkel start en eindigt niet in de politiezone Westkust of in de provincie West-Vlaanderen. Door centrale doorgangspunten kan men toezicht houden op de kwaliteit van de informatie-uitwisseling de wenselijkheid vanuit nationaal en internationaal opzicht en de eerbiediging van de wettelijke bepalingen en voorwaarden, ook op het vlak van dataprotectie bijvoorbeeld.
Je me permets de revenir sur le rapport de la commission d'enquête parlementaire chargée d'examiner les circonstances qui ont conduit aux attentats terroristes de 2016. Des recommandations sont formulées et défendent l'intérêt d'une gestion intégrée pour l'échange international d'informations. Je vous en lis deux passages.
Point 84: "Au sein de la police, il faut parvenir à imposer plus d'uniformité et de cohérence si l'on veut poursuivre dans la voie d'une coopération de qualité avec les services étrangers. À défaut, on s'expose à un risque de morcellement qui pourrait compromettre la cohérence de l'approche policière belge."
Point 82: "Les services de la police locale sont également tenus de respecter la réglementation et les accords conclus en matière de coopération internationale. Ainsi, la zone de police d'Anvers ne pourra pas partager en toute autonomie, sur la base d'un protocole d'accord, des informations sur des signalements BNG liés au terrorisme avec les départements de police de New York (NYPD)."
Pour moi, et je suppose pour tout le monde dans cette salle, c'est clair: les contacts directs entre les services de police locale et leurs homologues étrangers ne sont pas interdits, mais ils doivent être correctement encadrés.
Wanneer informatie rechtstreeks wordt uitgewisseld, moet de CGI SPOC daarvan op de hoogte worden gebracht. Dat is geen bureaucratie, maar een noodzakelijke waarborg voor overzicht, legaliteit en coherentie. Ook de parlementaire onderzoekscommissie Terroristische Aanslagen heeft gewezen op het belang van voorzichtigheid en duidelijke afspraken bij internationale informatie-uitwisseling. Politiesamenwerking met het Verenigd Koninkrijk gaat dus niet over financiële middelen of materieel alleen. De kern ligt bij informatie-uitwisseling, grensoverschrijdende samenwerking, gezamenlijke onderzoeken, expertise en best practices. Die samenwerking loopt vandaag volop. Laat daarover geen twijfel bestaan. België neemt hierin geen afwachtende houding aan, maar speelt net een voortrekkersrol in de internationale aanpak van mensensmokkel.
Et pour être très clair, il s'agit de financement, et quand je dis "ik will geen bedelaar worden", je vous rappelle les chiffres: 766 millions d'euros pour la France, deux millions dispersés pour la Belgique en fonction du soutien de quelques zones de police locale pour acheter un petit peu de matériel dont nous pouvons disposer par ailleurs.
Je ne suis pas celui qui dira qu'il ne faut pas aller chercher des moyens là où il y en a si on veut bien nous les donner – car nous devons trouver quelques milliards d'euros lors du prochain conclave budgétaire –, mais il faut le faire sérieusement, de manière coordonnée. À ce moment-là, on ira, bien alignés, demander les éventuels moyens nécessaires conséquents au Royaume-Uni.
J'allais faire part de mon expérience de négociation, mais je ne sais pas si c'est très utile. En termes de négociation internationale, il y a aussi une question de poids des acteurs. Je pense que l'État fédéral, qu'on le veuille ou non, a quand même encore un peu plus de poids vis-à-vis du Royaume-Uni que des zones de police locale ou des communes. Je trouve que cela tombe sous le sens, mais manifestement, il faut le répéter ici, parce que j'ai dû entendre dans les auditions et aussi dans la presse un certain nombre de considérations que je trouve particulièrement étranges sur ce sujet. Donc, je ne suis pas contre un bon accord avec le Royaume-Uni, qui peut aussi déboucher sur un soutien financier, pourquoi pas, mais alors, on le fait sérieusement et on parle de financement sérieux aussi. C'est dit, c'est clair, c'est écrit, je suis content.
Ik wil ook kort iets zeggen over ons actieplan Mensenhandel en Mensensmokkel 2026-2030. Dat plan legt de strategische prioriteiten vast voor de komende jaren. Het focust op vier grote pijlers: opsporing en vervolging van criminele netwerken, bescherming van slachtoffers, sensibilisering van risicogroepen en versterkte internationale samenwerking. Voor de politie betekent dit concreet betere opleiding rond mensensmokkel, sterkere eerstelijndetectie, een referentiepersoon per politiezone, meer digitale opsporingscapaciteit en betere informatie-uitwisseling tussen gerechtelijke en bestuurlijke diensten.
Une importante partie de ce plan d'action est le projet Mitra de la police fédérale. Celui-ci se base sur le constat que les small boats ne constituent pas un simple phénomène côtier, mais le point final d'une chaîne criminelle organisée qui opère dans tout le pays. C'est pourquoi il ne faut pas uniquement s'attaquer aux départs, mais aussi au transport des migrants, à l'approvisionnement en matériel nautique, aux facilitateurs locaux, aux flux financiers ainsi qu'aux ramifications internationales.
Le projet Mitra entend réunir tous les services de police fédéraux concernés: police judiciaire fédérale, police de la route, police de la navigation, DAO Migration, DJSOC et CGI pour la coopération internationale.
Ainsi, la pression sur la Flandre occidentale est réduite et les réseaux peuvent être ciblés plus en amont dans la chaîne. Cela confirme que la lutte contre le trafic d'êtres humains ne s'arrête pas à un renforcement de la présence policière sur la plage. Nous devons cibler l'ensemble de l'écosystème criminel: la logistique, le financement, la communication et les ramifications internationales. Ce n'est qu'ainsi que nous pouvons briser structurellement le modèle économique des passeurs.
Tot slot geef ik nog enkele bedenkingen mee.
Mensensmokkel stopt niet aan de grens van een gemeente of politiezone. Toch blijft onze politieorganisatie op sommige plaatsen te versnipperd. Aan de kust worden verschillende politiezones geconfronteerd met dezelfde netwerken, dezelfde fenomenen en dezelfde operationele druk. Daarom moeten we fusies en schaalvergroting durven te overwegen. Grotere politiezones betekenen meer capaciteit, meer expertise, betere permanentie, sterkere analyse en meer slagkracht. De criminaliteit opereert op schaal; onze politieorganisatie moet dat ook kunnen.
Om duidelijk te zijn, ik heb misschien één keer gesproken over één politiezone voor de kust, maar dat was een lapsus. Mijns inziens is een enige zone voor de kust geen goede oplossing. Ik ben voorstander van fusies, ook in West-Vlaanderen, maar ik zie die veeleer landinwaarts gebeuren.
Fusie van de politiezones is in Brussel om redenen die bekend zijn, verplicht en wordt aangemoedigd in de rest van het land. Ik begin binnen twee weken aan een rondgang langs de provincies en ik zal op de op mijn vraag door de gouverneurs georganiseerde vergaderingen met de burgemeesters hen aanmoedigen om over fusies na te denken. Dat is een kwestie van efficiëntie van de organisatie van onze geïntegreerde politie op twee niveaus.
Hoe dan ook blijft de aantrekkingskracht van het Verenigd Koninkrijk een belangrijke factor. We moeten eerlijk blijven. Zolang mensensmokkelaars mensen ervan kunnen overtuigen dat de oversteek perspectief biedt, blijft een aanzuigeffect bestaan. We moeten dus niet alleen de pushfactoren bestrijden, maar ook werk maken van de vermindering van het pulleffect van het Verenigd Koninkrijk. Ik had het daarover met mijn Franse collega Retailleau. Iedereen moet de nodige inspanningen leveren, inclusief het Verenigd Koninkrijk. Dat vormt trouwens ook onderdeel van mijn gesprekken met mijn Britse collega ‘en vriend.
We moeten dus blijven samenwerken met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk en dat doen we ook. Daarnaast werken we samen in de Calaisgroep met het oog op een globale en geïntegreerde aanpak. Dat betekent onder andere ook ingrijpen hoger in de keten, met dus uitwisseling van informatie en maatregelen op het vlak van de logistiek van de mensensmokkelaars en mensenhandelaars, bijvoorbeeld tegen de aanvoer van boten en motoren, en op het vlak van de geldstromen – we moeten het verdienmodel van de mensensmokkelaars breken.
01.12 Minister Annelies Verlinden: Ik antwoord op de vragen in verband met het luik van justitie.
Mevrouw Van Belleghem, u had vragen over de algemene aanpak, onder andere over het uitlezen van mobiele telefoons. Zoals ik al in mijn inleiding heb gesteld, is het probleem van de transmigratie helaas niet nieuw. We hebben ook in het verleden al strategieën ontwikkeld om daarmee om te gaan. We blijven die natuurlijk aanpassen waar nodig om een antwoord te kunnen bieden op de op het terrein vastgestelde evolutie van het fenomeen. We boeken trouwens met de gezamenlijke gerechtelijke aanpak successen, zoals de recente arrestatie in Duitsland aantoont.
Het uitlezen van mobiele telefoons kan gebeuren in het kader van strafrechtelijke onderzoeken op basis van artikel 39bis van het Wetboek van strafvordering. Er is dus een juridische basis om dat te doen. De gegevens van die mobiele telefoons worden ook systematisch verzameld. Uiteraard wordt rekening gehouden met de capaciteit van de federale gerechtelijke politie voor de keuze voor grondigere analyses. Soms worden bijvoorbeeld mobiele telefoons van runners of tussenpersonen nader onderzocht.
De analyse van die mobiele telefoons kan plaatsvinden bij de gerechtelijke politie in West-Vlaanderen. Daarnaast is er bepaalde technische ondersteuning, waarop ik om redenen van vertrouwelijkheid niet verder kan ingaan. Die ondersteuning wordt geleverd door de gerechtelijke politie van Antwerpen en Oost-Vlaanderen. Het doel is altijd om via die mobiele telefoons alle informatie te verzamelen die nodig en relevant is voor de gerechtelijke onderzoeken.
Wat de operationele inzet voor de bewaking van onze kusten en de drones betreft, verwijs ik graag naar de toelichting van collega Quintin.
Notre collègue Taton n’est plus là, mais je vais quand même répondre à ses questions.
Le parquet fédéral entretient une très bonne coopération avec la France, l’Allemagne, le Royaume‑Uni et les Pays‑Bas depuis 2022. L’arrestation récente en Allemagne, dans le cadre d’une enquête belge, en est un exemple très concret, comme je l’ai déjà souligné. Le parquet fédéral et les services de police organisent également des concertations directes, par exemple avec la National Crime Agency (NCA) anglaise.
En ce qui concerne Europol, des réunions mensuelles sont prévues dans le cadre des Operational Task Forces dédiées aux small boats, dont l’Operational Task Force Sands. Pour ce qui est de la plateforme European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats (EMPACT), un nouveau groupe de travail a été mis en place pour intensifier la coopération judiciaire, et le parquet fédéral en fait partie.
Dans le cadre des Joint Investigation Teams, les contacts sont bien entendu permanents. Le parquet fédéral participe également au Focus Group on Migrant Smuggling au sein d’Eurojust, qui comprend deux sous‑groupes: Balkan Roots et "Pays de la Mer Méditerranée".
Concernant le flux de dossiers entre le parquet fédéral et le parquet de Flandre occidentale, comme je l’ai précédemment expliqué, chaque parquet traite un type de dossier: les dossiers de flagrants délits pour le parquet local et les dossiers de plus grande ampleur pour le parquet fédéral. Dans sa sphère de compétences, ce flux, mis en place depuis des années, reste actuellement sous contrôle.
Par ailleurs, le 13 mai, j'ai rencontré personnellement le procureur du roi de Flandre occidentale à ce sujet. Nous avons décidé d’ouvrir trois places pour renforcer ce parquet.
Mevrouw Lamarti, u hebt 100 % gelijk wanneer u zegt dat we de focus moeten leggen op de slachtoffers en dat we onze gerechtelijke inzet moeten richten op de criminele smokkelnetwerken. We geven, in samenwerking met alle betrokken collega's, ook de gepaste prioriteit aan mensensmokkel in het algemeen en specifiek aan de problematiek van de small boats.
Naast de gerechtelijke aanpak, die ik al uitgebreid heb toegelicht en waarbij we focussen op de criminele organisaties en het doorbreken van hun financieel verdienmodel, werkt de Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en mensenhandel ook aan de actualisering van het actieplan Mensensmokkel. Daarbij zal de nodige aandacht uitgaan naar het streng aanpakken van die criminele netwerken en mensensmokkelaars. Het ontmantelen van die organisaties en het kraken van hun verdienmodel blijft ook voor Justitie een doelstelling. Mensensmokkel kadert immers in de georganiseerde criminaliteit.
De aanpak volgens het principe follow the money of follow the value wordt ook in die dossiers toegepast, net zoals in alle andere dossiers inzake georganiseerde criminaliteit. De 100 extra rechercheurs die aan de federale politie worden toegewezen, zullen dus ook in dat kader worden ingezet om over voldoende capaciteit te beschikken.
Mijnheer Di Nunzio, wat uw vraag over de terugkeerakkoorden betreft, kan ik alleen maar onderschrijven dat er een goede samenwerking is met minister Van Bossuyt en alle betrokken diensten om de terugkeer van gedetineerden zonder wettig verblijf te verhogen. Dat blijft een grote uitdaging, in de eerste plaats vanwege de positie en soms ook het gebrek aan medewerking van derde landen. We werken daar samen hard aan verder. Dat gaat breder dan de transmigratieproblematiek, die we hier vandaag bespreken, maar u weet ook dat we er alles aan doen om die landen te overtuigen om met ons samen te werken, ook in het kader van die whole-of-governmentaanpak. Als alleen deze ministers zich naar het buitenland begeven zonder een globaler kader, is dat immers een veel moeilijkere strategie.
Marokko blijft in het kader van de terugkeer een grote prioriteit, al valt dat eerder buiten de scope van dit debat, aangezien de migranten die de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk wagen veelal een andere nationaliteit hebben dan de Marokkaanse. Ik heb bovendien plannen om binnenkort naar Rabat te reizen om daar de terugkeer te bespreken met mijn Marokkaanse collega, omdat we er alles aan moeten doen om de terugkeer te bespoedigen van personen van Marokkaanse afkomst of met de Marokkaanse nationaliteit die zonder wettig verblijf in onze gevangenissen verblijven.
Mevrouw De Vreese, ik herhaal dat het afhandelingscentrum is besproken tijdens de interdepartementale cel van 22 mei 2026. Op dit moment bespreekt het bureau de piste met alle mogelijke partners en wordt ook bekeken welke informatie daarvoor nog noodzakelijk is. Op basis van die bespreking en de verzamelde informatie kunnen wij dan beslissen of en in welke vorm een dergelijk oriëntatie- of afhandelingscentrum kan worden ingevoerd en of dat mogelijk, nodig en wenselijk is.
Op uw vraag over de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen kan ik meegeven dat de Dienst Voogdij vandaag beschikbaar is tot 22 uur en vervolgens opnieuw vanaf 7 uur 's ochtends. Ik ben het met u eens dat een permanentie van 24 uur wenselijk is omdat een en ander op het terrein soms tot veel problemen kan leiden en mogelijk ook bijkomende trauma's kan veroorzaken. Bovendien is wegens die situatie vandaag een verhoogde beschikbaarheid van andere diensten nodig.
Natuurlijk zou de capaciteit dan moeten worden verhoogd. Dat kost echter uiteraard geld en moet ook worden bekeken in het kader van de voorgenomen oprichting van de FOD Migratie. Er is een werkgroep opgericht tussen mijn kabinet, de diensten van de FOD Justitie en de medewerkers en diensten van Asiel en Migratie die met een plan zal komen. Wij moeten dat alles samenleggen.
In 2019 heeft de Dienst Voogdij een specifieke pool van voogden opgericht, zoals u wellicht weet, die kan worden ingezet wanneer er signalementen zijn van niet-begeleide minderjarige transmigranten aan de kust. Die voogden hebben een specifieke opleiding gekregen om met die doelgroep te werken. Vandaag zijn er elf voogden die deel uitmaken van de kustpool en zij wonen allen in West-Vlaanderen. De pool was actief tussen januari 2019 en januari 2020. Na een analyse van het aantal signalementen in West-Vlaanderen is de pool vanaf augustus 2023 opnieuw leven ingeblazen.
De Dienst Voogdij kan de voogden uit de kustpool onmiddellijk oproepen wanneer een signalement van de politie wordt ontvangen. Op dat moment gaat de voogd ter plaatse om met de minderjarigen te praten over mogelijke verdere begeleiding.
Collega's, het aantal vragen voor Justitie was enigszins beperkter, maar het is goed dat wij het debat kunnen voeren en ook voortzetten. In elk geval wordt vanuit Justitie veel aandacht besteed aan de problematiek en zullen wij de komende weken en maanden de globale aanpak van transmigratie, maar ook van mensensmokkel nader uitrollen.
Uiteraard blijven wij ook op een hoger niveau de snel evoluerende georganiseerde criminaliteit bestrijden van de bovenbouw van die criminele organisaties en mensensmokkelaars tot en met de bewegingen op de Noordzee. Zoals ik al aangaf in mijn inleiding, zullen wij ook alle gerechtelijke diensten en de magistratuur daarbij blijven ondersteunen en waar mogelijk en nodig versterken.
De voorzitster: Ik dank de ministers voor hun antwoorden.
We gaan over tot de replieken. Het is inmiddels 12.50 uur. Ik wil vragen om kort te zijn, zeker omdat een aantal mensen, in het bijzonder de minister van Asiel en Migratie, hebben gevraagd om toch een uurtje pauze te krijgen. Bedankt om daar met welwillendheid rekening mee te houden.
01.13 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de voorzitster, rekening houdend met uw opmerking zal ik het alleen kort hebben over de deal met het Verenigd Koninkrijk, omdat dat toch wel nieuwe informatie is.
Eerst en vooral wil ik minister Quintin op een bepaald vlak gelijk geven. We mogen de pooleffecten naar het Verenigd Koninkrijk zeker niet vergeten. Wij kunnen daar op zich heel weinig aan doen, behalve ervoor zorgen dat er vanuit ons land geen transmigranten vertrekken. Ik denk dat dat de eerste prioriteit moet zijn. Op termijn moet daar natuurlijk op een andere manier naar worden gekeken. De pooleffecten naar het Verenigd Koninkrijk moeten in rekening worden gebracht en het Verenigd Koninkrijk moet daar ook op worden aangesproken. In dat opzicht geef ik minister Quintin gelijk.
Waarin ik hem geen gelijk geef, is zijn stelling dat wij een voortrekkersrol zouden spelen. Op dit moment is het immers duidelijk dat de problematiek zich van de Franse kust naar onze kust heeft verplaatst. Mochten wij daadwerkelijk een voortrekkersrol spelen, dan zou dat helemaal niet het geval zijn. Op dat punt geef ik u dus geen gelijk.
Ik blijf ook pleiten voor een financiële deal met het Verenigd Koninkrijk, naast andere mogelijke operationele akkoorden. Als men de Frankrijkdeal van 766 miljoen euro afzet tegen wat wij hebben ontvangen – 2 miljoen euro, 30.000 euro, 100.000 euro voor de lokale politiezones en 800.000 euro federaal – dan komt men zelfs nog niet aan 3 miljoen euro. Dat is maar een habbekrats, als men die twee deals naast elkaar legt.
We hebben dat geld wel degelijk nodig. U zei dat geld geen probleem is, maar als er een probleem is in dit land, dan is het wel geld. We hebben zeer veel geld tekort. Het feit dat Frankrijk zo'n deal heeft gesloten, doet de vraag rijzen of Frankrijk zijn onafhankelijkheid ten opzichte van de Britten heeft verloren. Ik denk nog altijd van niet. Daarom denk ik dat we zeker voor een financiële deal moeten gaan.
01.14 Minister Bernard Quintin: (…)
01.15 Francesca Van Belleghem (VB): Dat is een andere zaak. De kern van de zaak is dat deze federale regering een financieel akkoord met het Verenigd Koninkrijk zou moeten sluiten. U zei ook dat er in juli een overeenkomst zal worden ondertekend, als ik dat juist heb begrepen. Ik hoop dat daaraan ook een financieel luik gekoppeld zal zijn.
Wij verwachten dat ook van u, maar ik hou het kort zodat de minister van Asiel en Migratie nog een korte pauze heeft.
De voorzitster: Mevrouw Taton is niet meer aanwezig, maar ik ben er zeker van dat ze uw antwoorden met aandacht zal beluisteren.
Mevrouw Lamarti, u hebt het woord.
01.16 Fatima Lamarti (Vooruit): Ik wil kort het woord nemen om de ministers te bedanken voor hun duidelijke antwoorden over de aanpak van de smokkelaars zelf. Voor ons ligt de juiste focus niet enkel bij het onderscheppen van mensen onderweg, maar vooral bij het aanpakken van de criminele organisaties die geld verdienen aan de wanhoop van mensen en hun levens in gevaar brengen. Daarvoor wil ik de ministers bedanken.
01.17 Tine Gielis (cd&v): Dames en mijnheer de minister, ik dank u wel voor de antwoorden.
01.18 Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank aan de ministers voor de antwoorden.
Ik wil nog iets zeggen dat buiten het bestek van het onderwerp valt. Vandaag zitten nog altijd veel Marokkanen in onze gevangenissen. Het is goed dat er werk wordt gemaakt van hun effectieve terugkeer. Onze kritiek en vraag blijven echter waarom Marokko vandaag een grotere terugnamecapaciteit heeft en bereid is die te benutten, terwijl ons land die capaciteit niet ten volle invult. Zolang er veel Marokkanen in onze gevangenissen zitten, kan het niet dat we de gehele terugkeercapaciteit niet benutten. Maak daar werk van. U kunt naar Rabat gaan om te onderhandelen over een uitbreiding van de terugnamecapaciteit, maar dat heeft geen enkele zin als we de bestaande terugkeercapaciteit niet geheel benutten.
Ook dank aan minister Van Bossuyt om in te gaan op het akkoord over de terugkeerverordening dat op Europees niveau is gesloten. Mijn partij volgt daarin uw standpunt volledig. Die verordening is een noodzakelijk sluitstuk van een goed asiel- en migratiebeleid. Dankzij de terugkeerverordening gaan we naar een strenger terugkeerbeleid. Zonder een streng terugkeerbeleid – humaan en rechtvaardig, maar wel streng – kunnen we geen degelijk asiel- en migratiebeleid voeren. De essentie van dat akkoord is dat wanneer iemand zonder de juiste papieren een terugkeerbesluit ontvangt, die persoon het grondgebied moet verlaten, niet alleen van ons land, maar van de hele Europese Unie. Die verordening zal ervoor zorgen dat de versnippering wordt tegengegaan, dat er een betere coördinatie is en dat die effectiever kan plaatsvinden. Ik ben zeer blij dat u dat onderschrijft en dat u die verordening steunt.
Doodzonde is dan wel dat we een aantal uren geleden in De Standaard moesten lezen dat als de Raad daarover moet stemmen, België zich alweer zal moeten onthouden omdat minstens één partij zal dwarsliggen. Op zich vind ik het goed dat u pleit voor het strengste asiel- en migratiebeleid ooit, met een communicatie die pakt, en wij ondersteunen die aanpak, maar in de feiten blijven we monddood en kunnen we niet de lead nemen in Europa. Dat is enorm spijtig. In die zin wordt u door uw collega-ministers in uw hemd gezet, want u zegt waar u voor staat en pleit, maar ons land zal zich onthouden, terwijl er een broodnodig akkoord voorligt dat we als land behoren te steunen en correct uit te voeren. Ik hoop dat u uw collega’s, en in het bijzonder de ministers van Les Engagés, daarop aanspreekt. We moeten dat als land steunen en in de Raad goedkeuren.
01.19 Maaike De Vreese (N-VA): Ministers, hartelijk bedankt voor alle antwoorden.
U weet, omdat we er vaak over van gedachten wisselen, dat de problematiek me na aan het hart ligt, eerst en vooral omdat ik zelf heel wat van die controles op het terrein gedaan heb. Vaak is het ploeteren.
Ik heb gezien dat er ondertussen een bericht in de pers verschenen is dat we het grondig oneens zouden zijn met elkaar inzake een eventuele overeenkomst met het Verenigd Koninkrijk, maar ik hoor u hier duidelijk zeggen dat we dat op een ernstige manier moeten aanpakken. We moeten dat gealigneerd doen, we moeten die onderhandelingen slim aanpakken, want we willen zeker en vast het signaal geven dat er bepaalde pooleffecten zijn, waarvan we verwachten dat die eveneens aangepakt worden, aangezien ons land daar slachtoffer van is, evenals alle diensten op het terrein, die zich eigenlijk echt graag met andere zaken willen bezighouden.
Dames en mijnheer de minister, op dat vlak hebt u dus zeker en vast een bondgenoot in het Parlement, om te onderhandelen en met een zeer goede deal terug te komen. Die kunnen we dan ook bespreken in het Parlement.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.58 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12 h 58.