|
Commissie
voor Landsverdediging |
Commission
de la Défense nationale |
|
van Woensdag 27 mei 2026 Voormiddag ______ |
du Mercredi 27 mai 2026 Matin ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 8.08 uur en voorgezeten door de heer Peter Buysrogge.
La réunion publique de commission est ouverte à 8 h 08 et présidée par M. Peter Buysrogge.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
De voorzitter: Collega’s, ik heet iedereen welkom op dit vroege uur. We kregen de mogelijkheid om vandaag een vragensessie te organiseren. We zullen wel onze werkzaamheden beëindigen, zodra de plenaire vergadering start, zodat iedereen enthousiast tijdens die plenaire vergadering het woord kan voeren.
Op de agenda vandaag staan drie actualiteitsdebatten en een reeks vragen.
01.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, over het effect van de Iranoorlog kunnen we een heel breed debat voeren, maar wij zijn hier niet in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen, maar in die voor Landsverdediging. Opnieuw stellen dat de wereld in brand staat, is vandaag een understatement voor een absoluut gerechtvaardigde oorlog in Iran, zo verklaarde u. Ik stel vast dat die absoluut gerechtvaardigde oorlog ons al heel veel heeft opgeleverd, namelijk heel veel ellende en nog niet veel succes. Dat betekent niet dat ik niet hoop dat er zo snel mogelijk een einde aan komt en dat situatie voor de Iraniërs zo snel mogelijk verbetert. Ik twijfel er elke dag alsmaar meer aan dat de oorlog die Trump en Netanyahu zijn gestart, een oplossing zal bieden voor de mensen in Iran, laat staan voor de situatie hier in Europa.
Mijn vraag gaat niet over Iran, maar over de levering van militair materieel aan Oekraïne. Alles is nu eenmaal aan mekaar gekoppeld. Door die” prachtige, absoluut gerechtvaardigde oorlog” – opnieuw niet mijn woorden – is het vizier van Trump ook geswitcht en is de focus van de Amerikanen op onze oorlog en dus de oorlog in Oekraïne sterk verzwakt ten opzichte van een aantal jaar geleden.
Die oorlog met Iran werpt een donkere schaduw over de defensiecapaciteiten van Oekraïne. President Zelensky heeft weliswaar zijn steun uitgesproken voor de Amerikaanse interventie, maar de strategische risico's nemen toe en de bezorgdheid groeit. De grootste bezorgdheid betreft de voorraad Patriotluchtafweerraketten. Nu de Verenigde Staten en de bondgenoten in het Midden-Oosten die systemen zelf intensief moeten inzetten ter zelfverdediging tegen Iraanse aanvallen, dreigt er een tekort voor Kiev.
Klopt het dat Oekraïne bezorgd is over de mogelijke terugval in de levering van de Patriotraketten? Hebt u daarover al contact gehad met de beleidsmensen aldaar?
Beschikt u over informatie of en in welke mate de Amerikaanse leveringen van Patriotinterceptors aan Oekraïne momenteel worden vertraagd of opgeschort? Heeft het nieuwe conflict gevolgen voor de Belgische of collectieve Europese inspanningen om extra capaciteit aan Oekraïne te leveren?
Oekraïne heeft voorgesteld om een eigen antidronetechnologie te ruilen met landen in het Midden-Oosten voor luchtverdedigingsraketten. Op welke manier zal de Europese Unie daarin een rol kunnen spelen?
De voorzitter: Collega’s, voor de goede orde en het goede praktische verloop van de vergadering, ik stel voor dat ik vandaag nauw toezie op de spreektijd en het woord aan de spreker ontneem, wanneer hij of zij die overschrijdt. Ik leg u dat voor, zodat er daarover achteraf geen discussie is. (Instemming)
01.02 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, l’année dernière, en commission des achats militaires, nous avons soutenu d’importants marchés publics concernant l’achat de divers types de munitions, dont certaines proviennent d’entreprises américaines. Le déclenchement des opérations contre l’Iran, appelées "troisième guerre du Golfe" par l’hebdomadaire The Economist entraîne une consommation importante de munitions par les États-Unis et Israël. Ceux-ci devront reconstituer leurs stocks et, si le conflit devait se prolonger, pourraient également avoir besoin de mobiliser rapidement de nouvelles capacités de production. Cela pourrait entraîner des conséquences directes sur la capacité des fabricants américains à répondre à toutes les demandes dans les délais prévus. L’Ukraine pourrait être la première concernée, mais cette situation pourrait également s’étendre à d’autres clients des industries américaines. Des annonces concernant des commandes estoniennes ou ukrainiennes vont d’ailleurs dans ce sens. Cela retarderait le réarmement nécessaire des États européens membres de l’OTAN, alors même que nous connaissons tous l’urgence de reconstituer nos stocks.
Monsieur le ministre, avez-vous des garanties quant aux délais de livraison des commandes de munitions déjà effectuées? Existe-t-il toujours, pour le gouvernement américain, la possibilité de réquisitionner les lignes de fabrication, ce qui pourrait retarder certaines livraisons, notamment à destination de la Belgique? Des dispositions spécifiques de compensation sont-elles prévues dans l’hypothèse où de tels retards surviendraient?
01.03 Axel Weydts (Vooruit): Dat de oorlog in Iran heel veel gevolgen heeft, beseft iedereen. Vooralsnog zijn er helaas geen positieve gevolgen voor het Perzische volk. Wie net als ik had gehoopt dat die oorlog de start kon inluiden van de bevrijding van het Perzische volk, is er voorlopig aan voor de moeite. Laten we echter hopen dat het volk daar alsnog snel onder een vrij regime kan leven. De signalen zijn op dit moment weliswaar niet echt hoopvol.
De oorlog in Iran heeft natuurlijk wereldwijde gevolgen voor de economie. Experts waarschuwen dat we wel eens te maken kunnen krijgen met een langdurige energiecrisis. Er zijn echter ook tastbare gevolgen voor de mensen thuis, die hun wagen moeten voltanken terwijl de prijzen aan de pomp flink verhoogd zijn. Ze worden nu wat getemperd, maar het is duidelijk dat er veel gevolgen zijn van die oorlog.
Die oorlog heeft vooral ook gevolgen voor Oekraïne. Er zijn immers signalen dat er een verschuiving is van de inspanningen van de Verenigde Staten naar de oorlog in Iran, waardoor de steun aan Oekraïne flink kan verminderen.
Er zijn ook gevolgen voor de wereldwijde munitiestocks, zo wordt gesignaleerd door verschillende bronnen. Dat heeft mogelijk ook voor ons gevolgen, en voor de wederopbouw van niet alleen de Belgische defensie, maar die van alle strijdkrachten in Europa. Elk Europees land is zijn defensie op dit moment aan het heropbouwen. Iedereen is ijverig op zoek naar munitie om de stocks opnieuw op peil te brengen. Als we de signalen mogen geloven, dreigt er een probleem te zijn door de vele munitie die verbruikt wordt in de oorlog in Iran. We dreigen die straks dus duurder te moeten aankopen. Kortom, de gevolgen zijn niet min.
Mijnheer de minister, hoe schat u een en ander in? Wat zijn de gevolgen op het terrein voor Oekraïne? Wat zijn de gevolgen voor de heropbouw van onze defensie?
01.04 Luc Frank (Les Engagés): En juillet 2022, l'OTAN a lancé la Prioritised Ukraine Requirements List (PURL). Il s'agit d'un mécanisme d'approvisionnement pour fournir à l'Ukraine du matériel militaire issu des stocks américains pour se défendre de l'agression russe. Il comprend un système de financement commun. Il a été mis en place sous l'égide du Département de la Défense des États-Unis et de l'OTAN. À la fin de 2025, 25 nations avaient rejoint l'initiative.
Actuellement, en raison du refus de l'administration Trump de fournir directement de l'aide à l'Ukraine, il est pratiquement le seul moyen pour fournir une aide en munitions et en matériels américains. Ceux-ci sont donc désormais financés uniquement par les États de l'OTAN non-américains et des pays partenaires comme l'Australie et la Nouvelle-Zélande. La Belgique participe à cette initiative: en août 2025, elle a ainsi débloqué 100 millions d'euros. Une participation similaire est prévue en 2026.
Cependant, selon un article du Washington Post du 26 mars 2026, le Pentagone a notifié au Congrès le lundi 23 mars 2026 son intention de transférer 750 millions de dollars de financement fourni par l'OTAN pour ce programme PURL. Cet argent permettrait au Pentagone de reconstruire ses propres inventaires de munitions entamés par la troisième guerre du Golfe.
Monsieur le ministre, cette somme de 750 millions de dollars provient-elle d'un financement européen ou de sommes provenant du budget des États-Unis? S'il s'agit de fonds européens, y-a-t-il eu la moindre information officielle du gouvernement des États-Unis envers ses partenaires de l'OTAN? De même, s'il s'agit de fonds européens, quelle réaction commune est prévue? Enfin, quelles seront les conséquences de cette redirection des fonds sur l'aide à l'Ukraine?
01.05 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik ben blij dat ik mijn vraag die dateert van maart eindelijk kan stellen, en ik ben niet de enige of zelfs niet de eerste, want ook andere collega’s hebben al eerder vragen ingediend. We zijn nu twee maanden later en kunnen hier nu eindelijk een actualiteitsdebat over voeren.
Jammer genoeg is het nog altijd actueel en is het nog altijd een zeer pijnlijke historie in Iran. Als we het standpunt van België willen kennen en dat in het Engels opzoeken, komen we nog altijd uit bij de Engelstalige boodschap van minister Francken dat “the joint military action by Israel and the United States against Iran is entirely justified. Defence Minister Theo Francken backs the strike without reservation”. Dat zijn de oorspronkelijke, verregaande uitspraken die hier nadien werden genuanceerd toen hij werd teruggefloten door zijn coalitiepartners. Het is echter niet onlogisch dat dat nog altijd de boodschap is die in het Engels te vinden is, want ook op de website van de N-VA staat ze nog altijd. De Nederlandstalige versie werd na de feiten aangepast, maar de Engelstalige versie luidt nog steeds “Defence Minister Theo Francken backs the strike without reservation”.
Het is ondertussen overduidelijk dat de oorlog in Iran Rusland een strategisch voordeel biedt. De budgetten stijgen, want de olieprijs stijgt. De VS versoepelen de sancties en een aantal luchtafweerraketten wordt nu aan Iran besteed in plaats van dat Oekraïne ermee wordt gesteund.
Ik heb daarom de volgende vragen. Mijnheer de minister, wat is uw inschatting van de gevolgen van de oorlog tegen Iran op de illegale aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne? Wat zijn de extra budgetten die Rusland nu kan inzetten voor de oorlog tegen Oekraïne vanwege de verminderde sancties en de hogere olieprijzen? Welke indicaties hebt u dat de wereldwijde financiële en militaire steun aan Oekraïne in het gedrang komt vanwege de oorlog tegen Iran? Ten slotte, welke stappen zult u ondernemen om de Belgische en Europese aandacht voor Oekraïne voldoende hoog te houden?
01.06 Kristien Verbelen (VB): De recente berichten uit de Verenigde Staten zijn enigszins verontrustend voor onze Europese veiligheid. Er zijn berichten dat de Amerikaanse regering duizenden militairen uit Duitsland wil terugtrekken. Ook de geplande stationering van Amerikaanse langeafstandsraketten lijkt niet door te gaan. Dat knabbelt aan onze geloofwaardigheid in het kader van de afschrikking van de NAVO. Het roept ook de bredere vraag op in welke mate we afhankelijk willen blijven van Amerikaanse politieke keuzes, leveringsprioriteiten en munitievoorraden. Die vraag is eigenlijk heel concreet. Ons land koopt of plant de aankoop van belangrijke defensiecapaciteiten bij Amerikaanse leveranciers. Ik denk aan de F-35, maar ook aan luchtverdediging en munitie. De geplande NASAMS-capaciteit steunt op raketten van Amerikaanse makelij. Als Washington beslist om eigen noden of andere conflictgebieden voorrang te geven, heeft dat gevolgen voor onze eigen paraatheid. Zeker voor luchtverdedigingsraketten is de internationale vraag enorm. Daardoor wordt leveringszekerheid een belangrijk aandachtspunt in ieder defensiedossier.
Mijnheer de minister, we moeten onze NAVO-verplichtingen uiteraard ernstig nemen. Daarom moeten we ook kijken hoe we die afhankelijkheden correct in kaart kunnen brengen en waar mogelijk afbouwen. De vraag is of we in crisistijd echt kunnen beschikken over middelen die we op papier hebben aangekocht. Ik heb daarover een aantal vragen.
Hoe beoordeelt u de Amerikaanse beslissing om troepen uit Duitsland terug te trekken en de geplande stationering van langeafstandsraketten niet uit te voeren? Welke impact heeft dat op de afschrikking in Europa?
Heeft België signalen ontvangen dat Amerikaanse leveringen van wapensystemen, munitie en dergelijke aan Europese bondgenoten vertraging zouden kunnen oplopen? Wat is de concrete impact op Belgische dossiers, in het bijzonder de F-35, maar ook luchtverdediging, wisselstukken, munitie en dergelijke?
Blijft de geplande Belgische NASAMS-capaciteit afhankelijk van Amerikaanse raketten? Worden er Europese alternatieven onderzocht om die afhankelijkheid te verminderen?
01.07 Darya Safai (N-VA): Collega’s, we weten dat het islamitische regime van Iran altijd een destabiliserende factor is geweest voor de hele regio en de wereld. Dat heeft verstrekkende gevolgen gehad.
Het is alsof u dat nu pas beseft, terwijl u weet dat de appeasement van alle regeringen voor ons – de regeringen van De Croo, Biden, Obama en het Westen in het algemeen – van het Iraanse regime zo’n sterk monster heeft gemaakt. Dat is het resultaat van die appeasementpolitiek en van die zogenaamde diplomatie waarvan het Westen nog altijd denkt dat ze een oplossing zal bieden. Zonder militaire actie was en is het nog altijd onmogelijk dat Iran een positief antwoord geeft op de meest normale eisen van de wereld.
U betreurt dat het Iraanse volk nog niet bevrijd is, net als ik, maar dat komt omdat u blijft geloven in een mirakel, alsof er vanzelf een oplossing zal komen. Dat zal niet gebeuren. Waar waren de westerse en Europese landen op het moment dat er actie moest worden gevoerd? Ze waren allemaal afwezig. Langs de zijlijn staan en zeggen wat wel en niet mag, is gemakkelijk. Doe er dan iets aan, onderneem actie. Dat hebt u nooit gedaan.
U hebt altijd gerekend op de steun van Amerika. Op het moment dat Amerika zegt dat het voor hen moeilijker wordt om steun te geven, ontstaat er plots paniek. Maak uzelf dan sterker. Dat is nog altijd niet het geval, als ik zie hoe u blijft geloven dat er zonder militaire actie iets mogelijk is.
Mijn boodschap is eenvoudig: vandaag is het moment waarop we ons sterker moeten maken. Oekraïne heeft onze hulp nodig en we moeten Oekraïne blijven steunen, met of zonder Amerikaanse steun. Het is belangrijk dat we onszelf sterker maken en dat we geloven dat het Iraanse regime ooit moet verdwijnen. Anders blijven we voor altijd met hetzelfde probleem zitten.
01.08 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de voorzitter, het is duidelijk dat de Verenigde Staten in het conflict met Iran een eigen koers vaart. Dat is hun recht, maar we stellen toch vast dat die zonder medeweten van de Europese landen is bepaald. Het is dan ook niet verrassend dat de EU nu een beetje op de rem staat.
Voor ons is het ook heel belangrijk dat we via diplomatieke weg op zoek blijven gaan naar de-escalatie, wat nu ook de politieke lijn in Europa is. Er kan dan wel een bijdrage volgen wanneer het conflict gede-escaleerd is. Dan kan Europa mee instaan voor vrije doorvaart van de Straat van Hormuz, maar dat kan alleen wanneer het conflict in vreedzamer water terechtgekomen is.
Naar aanleiding daarvan is het duidelijk geworden dat de Amerikaanse stocks momenteel heel laag zijn, door het conflict in het Midden-Oosten. Die stocks moeten opnieuw worden aangevuld. Het is dan ook duidelijk dat dit voor de VS voorrang heeft. Dat heeft natuurlijk repercussies voor Europa, ook voor ons land.
Hoe schat u die langere wachttijden in? Is dat niet problematisch voor de defensie-investeringen momenteel in ons land, maar ook in Europa?
Ten slotte heb ik nog een opmerking over de repercussies voor de situatie in Oekraïne. We hebben daarover vorige week al een debatje gehad. Gelukkig is de Oekraïense defensie-industrie echt innovatief bezig. Het is heel belangrijk dat het land op die manier toch ook meer op eigen kracht kan steunen.
01.09 Minister Theo Francken: Goeiemorgen allemaal. Excuses dat ik een paar minuten te laat was. Ik ben blij dat we hier zijn.
Sta me toe te beginnen met het feit dat ik hier wat kritiek krijg. Ik heb ook begrepen dat er vanuit de PS-fractie een brief is gestuurd, zelfs naar de Kamervoorzitter, over hoe ik omga met de commissie en hoe de werkzaamheden hier worden georganiseerd. Ik voel mij daar persoonlijk door aangesproken, want ik vind dat niet correct.
Er wordt hier gezegd: we hebben een vraag ingediend in maart en die komt nu pas aan bod. U doet precies alsof ik hier twee maanden niet ben geweest. Excuses, mijnheer Aerts, maar ik ben hier heel veel geweest.
Er was een Pano-reportage. Daar waren heel veel vragen over. Ik heb daar op een correcte en hoffelijke manier op proberen te antwoorden. Die antwoorden staan u misschien niet aan, maar dat is natuurlijk nog iets helemaal anders. U insinueert precies dat ik geen antwoorden geef. Ik heb antwoorden gegeven. Dat zijn misschien niet de antwoorden die u wilt horen, maar dat is natuurlijk het spel van meerderheid en oppositie. Het is nog altijd mijn prerogatief als minister om te antwoorden wat ik zelf wil antwoorden.
Dat is dus gewoon niet correct. Er zijn heel veel vragen geweest over de Pano-reportage. Er zijn daar opnieuw vragen over ingediend. Dat mag natuurlijk. U dient de vragen in die u wilt, u stelt de vragen die u wilt. Ik heb vragen beantwoord. We hebben actualiteitsdebatten omdat Defensie nu eenmaal hot is en er heel veel vragen zijn. We proberen dat te bundelen, zodat er ook veel aandacht voor is, zodat de parlementsleden hun werk kunnen doen en er ook media-aandacht voor is, wat toch altijd ook leuk is.
Er zijn immers elke week vragensessies met urenlang vragen aan ministers, maar helemaal geen output. Ik ben al veel langer parlementslid dan veel mensen in de zaal en heb dus veel langer aan de andere kant van deze tafel gezeten. Ik denk dat het leuk is als er ook wat media-aandacht is, met een actualiteitsdebat waar men zijn punt kan maken en zijn standpunt kan formuleren. Dan is uw fractieleider content, dan bent u zelf content, dan zijn ze thuis content en dan is uw partijvoorzitter content. Dan denk ik dat u toch goed werk doet als parlementslid. Of ze daar thuis van wakker liggen, is een andere zaak. Dat is bij mij ook niet zo, maar u begrijpt wat ik bedoel.
Die actualiteitsdebatten beginnen echter een eigen leven te leiden. Nu zijn er opnieuw drie actualiteitsdebatten omdat er veel vragen zijn. Er staan vandaag 102 vragen op de agenda. We zullen daar vandaag waarschijnlijk ook niet door geraken. Ik zit al 16 jaar in deze commissie en heb het nog nooit meegemaakt dat een commissie om 8 uur start – wel bij commissievergaderingen achter gesloten deuren, maar niet bij een open commissievergadering – om vragen te beantwoorden.
Ik was van plan om de hele dag aanwezig te blijven tot alles afgerond was, maar vorige week werd er op de Conferentie van voorzitters beslist dat om 12 uur de plenaire vergadering begint en dat er geen parallelle commissievragen kunnen worden gesteld. Nogmaals, dat is niet het prerogatief van de minister, maar het prerogatief van de Kamer om haar eigen werkzaamheden te organiseren. Ik was echter beschikbaar om de hele tijd aanwezig te zijn.
We hebben in mei al twee keer een plenaire vergadering gehad op woensdag, met als gevolg dat de vragensessie niet kon plaatsvinden. We hebben sinds maart ook een week reces en de paasvakantie gehad.
Daarnaast zijn er heel veel vragensessies geweest waarbij de aandacht vooral ging naar drones, counterdrones en alles wat daarmee te maken heeft.
Ik vind het niet correct dat men mij verwijt dat men maanden moet wachten vooraleer ik de tijd heb om vragen te beantwoorden. Ik heb hier al meermaals gezegd dat ik bereid ben om elke vrijdag, ‘s namiddags of voor mijn part ’s avonds, alle vragen van de parlementsleden te beantwoorden. We kunnen om 18.00 u. beginnen en doorgaan tot middernacht. Ik wil ook op maandag komen. Ik kan niet op donderdagen tijdens de plenaire vergadering en ook niet op vrijdagvoormiddagen tijdens de ministerraad. Voor de rest zegt u het maar. Ik zal hier zijn en ik zal vragen beantwoorden, maar verwijs dan niet allemaal naar uw schriftelijke vraag om daarna niet aanwezig te zijn en te zeggen dat u wel iets anders te doen hebt op vrijdagavond dan in het Parlement vragen te beantwoorden. Nogmaals, ik vind dat niet correct. Ik probeer respect te hebben voor het parlementaire metier. Ik ben zelf zeer lang parlementslid geweest en ik probeer dat altijd goed te doen. Ik heb daar ook al wat goede rapporten voor gekregen. Ik weet hoe frustrerend het kan zijn als de minister niet beschikbaar is, maar dat is gewoon niet het geval.
Ja, ik ben inderdaad een aantal dagen mee geweest op de economische handelsmissie met koningin Mathilde. Dat is nu eenmaal mijn taak. Ik ben ook een paar dagen naar de VS en naar Canada geweest voor de internationale relaties en voor de voorbereiding van de NAVO-top in Ankara. Ook dat is mijn taak. Ik denk eerlijk gezegd niet dat daar iets mis mee is. Die zaken moeten nu eenmaal gebeuren. Dat toch even ter verduidelijking. Voor het overige is het aan de organisatie van de commissie en de commissieleden. De PS stuurde zelfs een brief naar de Kamervoorzitter om zijn beklag te doen dat deze commissie niet zou functioneren. Ik vind niet dat deze commissie niet werkt. Ik vind zelfs dat de commissie voor Landsverdediging nog nooit zo hard gewerkt heeft, maar iedereen heeft daar natuurlijk zijn eigen appreciatie over.
Ik kom tot mijn antwoord op uw vragen. Over de kwestie van het conflict en de gerichte bombardementen in Iran, stelt u dat ik heb gezegd dat het een absoluut gerechtvaardigde oorlog is. Dat heb ik inderdaad gezegd en ik neem daar ook geen woord van terug. Dat persbericht werd aangepast omdat daar ‘onvoorwaardelijk’ stond, terwijl ik dat woord nooit gebruikt heb. Bij de rechtzetting daarvan werd meer aangepast dan eigenlijk mijn bedoeling was. Ik heb dus nooit publiek gesproken over onvoorwaardelijke steun. Ik heb echter wel gezegd dat het totaal gerechtvaardigd is. Dat heb ik gezegd en daar neem ik niets van terug.
Weet u waar ik een hekel aan heb? Ik heb een hekel aan de appeasement politics die onder de afgelopen regeringen heeft plaatsgevonden. Daar heb ik een hekel aan. De vorige regering sloot een deal met het Iraanse regime waarbij Assadollah Assadi werd vrijgelaten in ruil voor Olivier Vandecasteele, die specifiek daarvoor gegijzeld werd en achteraf werd niemand op het matje geroepen. Men deed gewoon niets.
Het stemt me inderdaad tevreden dat er operaties plaatsvinden om te voorkomen dat het verschrikkelijke Iraanse regime, dat tienduizenden van zijn eigen ongewapende burgers koelbloedig vermoordt, geen nucleaire wapens en geen massale ballistische capaciteiten ontwikkelt die tot 4.000 km ver reiken en dus ook het hart van Europa en Brussel kunnen raken. Ik sta daar achter.
Wat de uitkomst zal zijn, moeten we nog zien. Het is nog niet voorbij. Er wordt altijd gezegd dat de uitkomst vreselijk is. Het is een zeer moeilijke situatie. Met de Straat van Hormuz hebben ze de hele Golfregio in de tang. Dat hebben ze heel verstandig aangepakt. Iran is natuurlijk ook niet zomaar een regime, zoals mevrouw Safai zegt. Dat regime heeft zich tientallen jaren verfijnd in alle mogelijke guerrillabewegingen. Het heeft ook guerrillabewegingen over het hele Midden-Oosten, wat zorgt voor instabiliteit. Men heeft aanslagen gepleegd, ook hier in Brussel. Dat maakt de situatie vandaag bijzonder moeilijk. Dat geef ik toe.
Als u mij vraagt of ik het gerechtvaardigd vind dat ervoor wordt gezorgd dat Iran geen nucleair wapen heeft om tegen ons te gebruiken, dan zeg ik ja. Als ze dat op een kernkop met een bereik van 4.000 kilometer plaatsen, hebben we een gigantisch probleem. Het is sowieso geen goed idee dat nog meer landen in het Midden-Oosten nucleaire wapens hebben. Israël heeft ze al. Als Iran ze heeft, volgen Saudi-Arabië, Egypte en Turkije misschien ook. Ik denk niet dat dat de oplossing is. In die zin vind ik dat een goede zet. U vermeldt dat hier vijf keer, maar dat is mijn mening over de situatie.
Is het momenteel een moeilijke situatie? Ja. Zijn wij bereid te helpen? Ja, want die internationale vaarwateren moeten opnieuw open. Maritieme veiligheid en maritieme vrijheid zijn cruciaal. Dat weten we. Wij zijn een maritieme natie. We zullen het straks over onze fregatten hebben. Dat is nog een interessant dossier. Ja, ik vind dat wij ook daar onze verantwoordelijkheid moeten nemen, want dit conflict raakt ons allemaal. Dat weet ondertussen iedereen. Zo werken conflicten vandaag nu eenmaal. Alles hangt met alles samen, spijtig genoeg.
Dan was er nog een vraag over de Amerikaanse wapensystemen. Die krijg ik ook voortdurend. Ik heb zondag nog een aantal partijvoorzitters op VTM Nieuws horen zeggen dat wij massaal Amerikaanse wapensystemen kopen. Dat klopt niet. Misschien kunt u uw partij daarover informeren. Het is niet omdat je iets tien of honderd keer herhaalt dat het daarom waar wordt. De heer Van Grieken zei dat. Dat is dezelfde man die aanwezig was bij de eedaflegging van de heer Trump, maar die sindsdien blijkbaar niets meer van de Amerikanen moet hebben en elk Amerikaans wapensysteem er een te veel vindt. Wat een hypocrisie. Dan moet je ook niet naar die eedaflegging gaan en daar zwaar mee uitpakken. Blijkbaar mocht hij zelfs niet binnen op dat feestje, als ik het goed heb begrepen. Dat was pas pijnlijk.
01.10 Kristien Verbelen (VB): (…)
01.11 Minister Theo Francken: Dat is toch zo? Ik probeer gewoon te antwoorden. U bevraagt mij over Amerikaanse wapensystemen. Nogmaals, u vraagt wat u wilt, ik antwoord wat ik wil.
01.12 Kristien Verbelen (VB): (…)
01.13 Minister Theo Francken: Jawel, u hebt gevraagd of er alternatieven zijn voor de NASAMS, waarom ik NASAMS koop, waarom Amerikaanse... Ik begrijp dat u het niet leuk vindt dat ik u aanspreek op het feit dat Tom van Grieken de grote held ging uithangen bij Donald Trump en nu nog maar zo groot is…
01.14 Kristien Verbelen (VB): (…)
01.15 Minister Theo Francken: Ik heb nu het woord, als ik mij niet vergis.
De voorzitter: Mijnheer de minister, gaat u verder.
01.16 Minister Theo Francken: Ik stel gewoon vast dat de koers van het Vlaams Belang tegenwoordig blijkbaar is dat alles wat Amerikaans is, slecht is. Er wordt gezegd dat wij massaal Amerikaanse wapensystemen kopen. Uw partijvoorzitter zegt dat.
01.17 Kristien Verbelen (VB): (…)
01.18 Minister Theo Francken: Ik probeer antwoorden te geven. U hoeft zich niet zo op te winden. Ik had natuurlijk liever gehad dat uw partijvoorzitter hier zelf aanwezig was, maar hij zetelt niet in deze assemblee. Ik zal hem nog wel eens op een debat zien.
Gaan wij voor dat NASAMS-contract? Ja, omdat dat een Nederlands contract is en omdat we daarmee snel luchtverdedigingssystemen kunnen kopen. Dat is immers uiterst belangrijk omdat zij al het voortraject hebben gedaan. Dat is iets voor de komende weken. Zijn dat AMRAAM-missiles? Ja, dat zijn AMRAAM-missiles. Dat zijn Amerikaanse missiles. Duurt dat lang? Het duurt altijd lang, voor alle missiles. Die missiles komen eraan. We zullen proberen om een eerste NASAMS-systeem te hebben tegen het begin van of in de loop van volgend jaar. Dat is de bedoeling, zodat we op zijn minst toch iets van bescherming hebben voor onze luchtverdediging.
Voor alle duidelijkheid, die missiles, en zeker ook de PAC-3-missiles van Patriot, allebei Amerikaans, iedereen vraagt die. Ze zijn superieur en het zijn ook de enige die de Kinzjal- en Iskanderraketten van de Russen uit de lucht kunnen halen. Daarom vraagt Oekraïne ze ook massaal. Ze zijn ook in Turkije gebruikt door de NAVO bij het conflict met Iran. Er zijn een aantal wapensystemen of missiles richting Turkije gegaan en die zijn daar uit de lucht gehaald. Dat werkt fantastisch.
Maar we hebben nog niet alles. De Oreshnik, waar nu zoveel rond te doen is, kan bijvoorbeeld niet door een PAC-3 uit de lucht worden gehaald. Daar hebben we voorlopig niks voor. Daarvoor moet men een THAAD-systeem of een Arrow 3-systeem hebben, maar dat hebben we niet. Daarom is er dus zoveel te doen over die Oreshnik. Dat is een show of force van de Russen, daarmee tonen ze wat ze kunnen. Die gaat boven de stratosfeer, dus tot in de ruimte. Daar hebben we op dit moment nog niets voor.
Als er morgen een Amerikaans systeem daartegen beschikbaar wordt, zullen we dan zeggen dat we dat niet nodig hebben omdat het Amerikaans is? We moeten toch een beetje pragmatisch zijn. We moeten proberen om dat Europees te ontwikkelen. Als het van mij afhangt, komt er zo snel mogelijk een Europese co-productie, zodat hier ook jobs bijkomen. Die AMRAAM”s worden hopelijk hier geproduceerd. Er loopt een dossier. Die co-productie in Europa, en zelfs in België, loopt volop. Daarover wordt dit jaar een beslissing genomen. Ik ben daarmee heel hard bezig. Dat zou een goede zaak zijn. Hetzelfde geldt voor de F-35. Die zal worden gecoproduceerd in Italië, in Cameri.
Het is dus niet zo dat we alles massaal bij de Amerikanen kopen. Dat klopt gewoon niet. En we proberen om Amerikaanse systemen zo veel mogelijk in Europa te produceren, samen met die Amerikaanse bedrijven, in co-partnerschap met Belgische en Europese bedrijven. Dat is de agenda.
We zijn er nog niet, maar het loopt redelijk goed. Er worden ook al Patriot PAC-2's geproduceerd in Duitsland. De Amerikanen produceren meer en meer samen met Europese bedrijven in Europa, ook hun vernuftigste technologische systemen, zoals bepaalde missielen, die natuurlijk superieur zijn en vol technologie zitten. De vrees was steeds dat ze die niet zouden afgeven omdat het van hen is en die niet zouden delen met Europeanen, maar Amerikaans zouden houden. Ook daar stappen ze van af. Ik denk dus dat dit positief is.
Ik pleit op dat vlak voor pragmatisme en realisme. We moeten pragmatisch zijn en ook proberen realistisch te zijn. Ik weet dat we massaal moeten proberen zo veel mogelijk Belgisch, Vlaams, Waals en ook in Brussel en Europees te produceren. Zaken die we niet hebben, doen we Europees. We moeten dan proberen onze bedrijven in die Europese procedure te krijgen, zodat ze ook kunnen toeleveren. Een stuk zal Amerikaans zijn, omdat het niet anders kan, maar ook dan moeten we inzetten op co-productie in Europa. Ik denk dat dat de agenda moet zijn. Als anderen betere ideeën hebben, luister ik natuurlijk altijd.
Sinds de nieuwe Russische inval in 2022 herhaalt Oekraïne op regelmatige basis de vraag om te kunnen beschikken over bijkomende capaciteiten, vooral op het vlak van luchtverdediging. Hoewel inmiddels verschillende systemen werden geleverd, hinkt de aanvoer van munitie achterop en dit vanwege het hoge verbruik ervan.
Het conflict in het Midden-Oosten, dat gepaard gaat met een intensief gebruik van vergelijkbare munitie, verhoogt de druk op de beschikbare voorraden van het soort luchtverdedigingsmunitie waar Oekraïne sterk om vraagt. Het door Oekraïne meest gevraagde wapen is de Patriot-missiele, specifieker de PAC-3-variant, omdat dit vooralsnog het enige wapen blijkt te zijn waarmee Oekraïne de geavanceerdste Russische missielen kan counteren, dus onder andere die Iskanders en die Kinzjals. De levering van Patriot-interceptoren aan Oekraïne gebeurt via bilaterale bijdragen van partnerlanden of via PURL, het Prioritised Ukraine Requirements List-mechanisme.
De levering via het PURL-mechanisme verliep tot nu toe volgens de afspraken, in tegenstelling tot wat soms wordt beweerd. Het artikel in The Washington Post klopt niet. Alles via PURL is volgens de afspraken geleverd. Er is geen vertraging. Ik weet niet waar dat artikel vandaan komt. Er is geen probleem met PURL. Dat loopt correct. De Amerikanen houden zich aan alle afspraken.
Immédiatement après la publication de l'article du Washington Post sur le déploiement présumé de capacités militaires au Moyen-Orient destinées à l'Ukraine et qui seront achetées au moyen de contributions fournies par l'OTAN via PURL, la délégation belge auprès de l'OTAN a pris contact avec ses homologues afin de se renseigner sur la situation. L'OTAN et les États-Unis ont confirmé que les équipements achetés grâce aux contributions financières des alliés ont été livrés ou le seront à l'Ukraine. Cela m'a également été personnellement confirmé par les responsables ukrainiens.
Er is dus geen probleem. Dat klopt niet.
Le mécanisme PURL consiste à livrer immédiatement du matériel en stock aux États-Unis vers l'Ukraine ou à acheter du nouveau matériel s'il n'est pas en stock. Le matériel en provenance des stocks américains et qui est directement fourni à l'Ukraine doit être reconstitué. Dans ce cas, les contributions PURL des alliés peuvent servir à la reconstitution du stock américain. Cette utilisation s'inscrit dans la logique opérationnelle du mécanisme PURL et permet d'assurer la continuité des livraisons à l'Ukraine tout en facilitant leur mise à disposition en temps utile.
Sinds 2025, nog voor de oorlog in het Midden-Oosten, is de druk op partnerlanden om luchtverdedigingsmiddelen ter beschikking te stellen aan Oekraïne verder toegenomen. Het conflict in het Midden-Oosten heeft die druk nog verder versterkt, omdat dezelfde capaciteiten zowel in Oekraïne als in de Golfregio intensief worden ingezet.
Het is evident dat de verhoogde operationele noden in het Midden-Oosten de leveringen van die middelen kunnen bemoeilijken, met name voor Patriot PAC-3 en vooral voor nieuwe nog te plaatsen bestellingen via PURL. De Verenigde Staten moeten met dezelfde schaarse middelen nu zowel de eigen militaire capaciteiten beschermen als de installaties van de partners van de VS in het Midden-Oosten. Het gevolg is dat Oekraïne momenteel niet meer alleen op de prioriteitenlijsten staat.
Dat verhoogt ontegensprekelijk de druk op de partnerlanden en zet Oekraïne aan om de eigen productiecapaciteit verder te ontwikkelen. Het opschalen van de munitieproductiecapaciteit vormt daarom een steeds dringender wordende prioriteit, maar dat was eigenlijk al het geval vóór de crisis in het Midden-Oosten. Productie is trouwens ook prioriteit nummer één van de NAVO-top in Ankara.
Alles wat met productie te maken heeft, is topprioriteit nummer één. Het zal vooral gaan over coproductie, meer wapenproductie, militaire productie en innovatieve technologie. Als u vraagt waar de top van Ankara voornamelijk over zal gaan, dan is dat vooral daarover. Natuurlijk zijn er altijd nog andere thema’s. Ik denk bijvoorbeeld dat er tussen de VS en Spanje wel discussies zullen zijn, ook over de kwestie in Iran. Op de agenda is alles wat met productie te maken heeft echter prioriteit nummer één.
Het voorstel van Oekraïne om eigen antidronetechnologie te ruilen tegen luchtverdedigingsmissiles wordt in eerste instantie besproken via bilaterale contacten tussen Oekraïne, de Verenigde Staten en verschillende landen in het Midden-Oosten.
Oekraïne heeft in dat kader recent enkele akkoorden gesloten om zijn technologie- en productiecapaciteit ten dienste te stellen van de landen van de Gulf Cooperation Council, vanuit zijn expertise op het vlak van counterdrone. Tot op heden heeft de Europese Unie, voor zover ik weet, geen formele vraag ontvangen om daarin een rol op te nemen.
Voor België blijft het uitgangspunt onveranderd. België wil als betrouwbare partner Oekraïne militair blijven steunen, onder meer via zijn bijdrage aan de internationale coalities en via zijn materiële steunpakket.
La Belgique s'est engagée à contribuer à hauteur de 100 millions d'euros en 2026 pour un nouveau paquet PURL au profit de l'Ukraine. Cela doit à nouveau permettre à l'Ukraine de répondre à ses besoins militaires les plus urgents. Parallèlement, l'Union européenne continuera à soutenir l'Ukraine de manière constructive notamment par le biais du prêt de soutien à l'Ukraine (Ukraine Support Loan) de 90 milliards d'euros.
Une question portait sur les délais de livraison annoncés par l'administration américaine dans le cadre de nos contrats Foreign Military Sales (FMS) relatifs à certains types de munitions. À ce stade, la Défense belge n'a pas reçu d'indication de l'administration d'un éventuel report de certains délais de livraison depuis le déclenchement des opérations récentes contre l'Iran. La situation est néanmoins suivie de près par la Défense afin de pouvoir réagir en temps utile auprès de l'administration américaine. Des consultations ont lieu régulièrement à ce sujet avec les différentes autorités américaines compétentes.
Contacten met Baltische en Poolse overheden hebben de Verenigde Staten inderdaad gemeld dat er leveringsproblemen zijn, vooral voor toekomstige orders. Vertragingen van bestaande bestellingen zijn er vooral voor HIMARS. Nieuwe bestellingen zullen waarschijnlijk achteraan in het orderboek worden genoteerd en men zal er lang op dienen te wachten. HIMARS hebben wij niet, voor alle duidelijkheid. Dat geldt dus niet voor ons.
Het versterken van de Europese defensieautonomie, en in het bijzonder het opschalen van de munitieproductie is daarom een kernprioriteit van de NAVO en van de EU. Dat thema zal dus, zoals ik al zei, prominent aan bod komen op de NAVO-top.
L'Union européenne a pris et prendra des initiatives visant à renforcer son autonomie stratégique au sein de l'OTAN. La Belgique s'inscrit et s'inscrira dans cette dynamique. Comme je l'ai déjà souligné, une très grande partie de nos investissements majeurs sont européens et cela devrait encore s'accentuer dans le futur. L'un de nos objectifs est le développement et la consolidation de la base technologique et industrielle de défense belge du TTIP. Pour chaque acquisition, nous évaluerons la possibilité de la renforcer davantage.
Le choix d'une munition particulière repose sur une évaluation approfondie des besoins opérationnels et des performances des munitions disponibles. Dans ce cadre, les options européennes et non européennes sont toujours prises en considération. L'objectif final reste toujours de garantir la capacité la plus performante et la plus fiable pour l'exécution des missions de la Défense.
Or, l'Europe ne produisant pas ou pas encore l'ensemble des équipements et des munitions nécessaires pour assurer rapidement sa propre défense, il pourrait s'avérer inévitable de se procurer une partie de ce matériel en dehors du continent.
En ce qui concerne l'étude de faisabilité relative à l'implantation éventuelle d'une ligne de production d'AMRAAM par Raytheon en Belgique, l'entreprise et les autorités américaines poursuivent actuellement leurs analyses techniques et industrielles. Les nations ayant exprimé leur intérêt pour l'accueil de cette capacité attendent un retour de leur part dans les prochains mois dès que leurs travaux permettront d'envisager des conclusions concrètes.
Outre le retour économique que cela générerait pour notre pays, ce sera un excellent signal de renforcement des liens transatlantiques et de développement des capacités de défense européennes.
Dat er een AMRAAM-assemblagelijn komt in Europa, is bijna zeker. De vraag is alleen waar. We hopen natuurlijk dat het bij ons is. Naast die assemblagelijn is producent RTX ook zeer op zoek naar bijkomende leveranciers van AMRAAM-componenten, omdat die in de praktijk vooral de limiterende factor blijken te zijn. Ook daarvoor hopen we dat Belgische bedrijven mee aan boord worden genomen.
De leveringstermijn van zeer gespecialiseerde bewapening is altijd een kwestie van meerdere jaren. Dat geldt evenzeer voor Amerikaanse als voor Europese bewapening. We hebben vorig jaar bijvoorbeeld Europese bewapening aangekocht voor onze F-35’s en voor onze drones. Ook de levering van die wapens zal nog een paar jaar op zich laten wachten.
De toekomstige productielijn voor AMRAAM, waar ze ook komt, zal voor dit type van missiles op termijn sowieso een positieve impact hebben voor zowel de F-35’s als voor de NASAMS-luchtafweer. Hoe meer er geproduceerd wordt, hoe sneller men kan leveren, natuurlijk, maar het zal nog even duren.
Pour terminer, je ne sais pas d’où viennent ces rumeurs concernant les hélicoptères MH-60. Quoi qu'il en soit, le MH-60 ne répond pas aux besoins de la Défense pour l’hélicoptère de transport médium ou lourd qu’il est prévu d’acquérir dans la loi de programmation.
01.19 Kjell Vander Elst (Anders.): Dank u, mijnheer de minister, voor uw antwoord.
U zegt dat u niets terugneemt van uw uitspraak. Dat is zeker uw goed recht. Alleen is uw partijvoorzitter, Valerie Van Peel, het daar niet mee eens. Nog niet zo lang geleden heeft zij gezegd dat die oorlog geen moreel gerechtvaardigde oorlog, maar een onbezonnen oorlog is. Absoluut gerechtvaardigd tegenover onbezonnen, daar zit toch wel een redelijk groot verschil op. Dat verschil kan dus zeker tellen.
Ten tweede, mijnheer de minister, u laat hier uitschijnen dat mensen, parlementsleden en partijen die vragen hebben bij de werkwijze van Trump en Netanyahu in Iran, per definitie niet tegen het Iraanse regime zijn. Dat is natuurlijk klinkklare onzin. Ik denk dat de brute kracht van de afgelopen weken in Iran niet tot het resultaat heeft geleid dat men allemaal wou, namelijk dat het regime valt doordat men het land binnenvalt, en alles dus opgelost is. Een vrij en democratisch Iran, dat wil ik ook. Ik wil dat terreurregime weg. Ik denk dat heel veel partijen in het halfrond het erover eens zijn dat dat regime moet verdwijnen. Ik plaats wel vraagtekens bij de werkwijze van Trump en Netanyahu in Iran. Ik denk dat de afgelopen weken duidelijk hebben gemaakt dat die werkwijze nog niet tot resultaat heeft geleid. U doet hier alsof wij ineens ook pro-Iran zijn of niet tegen het Iraanse regime. Ik ben wel tegen dat Iraanse regime. Ik ben ook tegen de werkwijze van Trump en Netanyahu. Ik ben het eens met uw partijvoorzitter die zegt dat het een onbezonnen oorlog was.
Mevrouw Safai, u zegt daarnet dat Biden, Obama en zelfs De Croo dat monster hebben gecreëerd. Hallo! What the actual fuck! U zegt hier letterlijk dat Alexander De Croo ervoor gezorgd heeft dat het monster in Iran is opgestaan. Dat is klinkklare onzin. Het is een schande dat u die uitspraak doet. Ik hoop dat u nog beseft dat u in het Belgische Parlement zitting hebt.
01.20 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, tout d’abord, merci pour vos réponses et pour les éclaircissements que vous avez pu nous apporter par rapport aux différentes questions que j’ai posées. Vous nous paraissez en tout cas rassurant, sur la base du suivi de l’approvisionnement. Vous suivez le dossier. Nous le suivrons aussi. Comme vous le savez, nous y sommes très attentifs.
Je me permets de revenir sur vos premières interventions tout à l’heure, par rapport aux reproches qui vous sont faits sur la présence en commission. Je peux dire, monsieur le ministre, que vous êtes tout à fait disponible. Vous êtes régulièrement présent dans cette commission.
Il est clair que, parfois, des questions traînent. Il y a des questions qui ont été introduites il y a très longtemps, parfois sur des petits sujets. Néanmoins, il y a des débats qui prennent beaucoup de place, parce que nous accordons énormément de crédit à la presse. Dès lors, elle revient ici, dans cette enceinte où des débats prennent énormément de place. Quelque part, cela nous empêche parfois de nous concentrer sur l’important, sur le fond. Mais en tout cas, merci pour vos réponses.
01.21 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, vooreerst, ook al had de minister het in zijn eerste deel over de regeling van de werkzaamheden, het was niet minder interessant. Inderdaad, ik ben al langer van mening dat een vergadering van de commissie voor Landsverdediging per week in deze tijden niet volstaat. Kijk maar naar het aantal vragen dat wordt ingediend. Als de minister inderdaad beschikbaar is voor het Parlement, denk ik dat we met onze commissie af en toe ook eens op een andere dag dan woensdag moeten kunnen vergaderen. De uitgestoken hand van de minister zou ik in deze dus zeker willen aanvaarden.
Voorts verwijs ik al wie vragen heeft over de massale wapenaankopen in de Verenigde Staten vandaag naar het antwoord op mijn schriftelijke vraag daarover. Misschien moet die eens in de commissie worden rondgestuurd, al maak ik mij niet veel illusies dat dat veel effect zal hebben. De cijfers zijn heel duidelijk – ik ken ze intussen van buiten –: 7 % is beslist Amerikaans. 42 % is al zeker Europees en over de rest, de 51 %, moet nog beslist worden. Daarover is in de regering de afspraak gemaakt dat we zoveel mogelijk Europees zullen kopen, tenzij er geen alternatief is. Ik heb dat hier waarschijnlijk al vijf of zes keer gezegd, ook in de plenaire vergadering, maar dat heeft blijkbaar niet veel effect, zeker niet in de partijhoofdkwartieren.
Wat de oorlog in Iran betreft, we zullen de uitkomst ervan moeten afwachten. Het ziet ernaar uit dat we heel binnenkort resultaten zullen zien. Of die resultaten goed zullen zijn, is een debat op zich waard. Misschien moeten we daar ook eens achter gesloten deuren een debat over voeren. Ik denk dat onze eigen militaire inlichtingendienst misschien wel een assessment zal maken wat de doelstellingen van de oorlog zijn en of ze zijn bereikt. Ik vrees, al beschik ik misschien niet over alle informatie, die u wel hebt, mijnheer de minister, dat niet alle doelstellingen verwezenlijkt werden. Ik vraag mij zelfs af wat de doelstellingen initieel eigenlijk waren. In het begin van de oorlog was al heel duidelijk dat daarover ook wel wat discussie bestond.
We blijven hopen dat het Perzische volk ooit in vrijheid zal mogen leven. We blijven hopen dat de oorlog zo snel mogelijk stopt, zodat onze economie en onze koopkracht er niet meer onder lijden.
Ik ben zeer blij te vernemen dat die alsnog geen groot effect heeft op de oorlog in Oekraïne, want die oorlog mogen we niet vergeten. Het is inderdaad een neveneffect van de oorlog in Iran dat de spotlights al een tijdje niet meer op Oekraïne zijn gericht. Dat is te betreuren en dat mogen we zeker niet zomaar laten passeren; we mogen Oekraïne absoluut niet vergeten.
J'aimerais aussi intervenir quant à l'ordre des travaux. Mon collègue Stéphane Lasseaux a fait remarquer que nous nous trouvions dans une situation un peu particulière. Comme je l'ai dit au CHOD, que j'ai rencontré ce week-end, vous êtes un bon ministre, vous accomplissez bien votre travail – oui, c'est ce que je pense – et vous essayez de faire le maximum et de répondre aux questions.
Ensuite, s'agissant des achats, il faut être réaliste. Le collègue Weydts l'a dit: nous achetons 7 % aux États-Unis, mais nous sommes aussi une nation d'exportation et nous souhaitons également vendre. On m'a toujours appris qu'il ne fallait pas seulement prendre, mais aussi donner. Un certain équilibre est donc nécessaire. Je vois qu'il est plus que respecté. Je comprends qu'en politique, il faille parfois vendre sa propre parole, mais je me rappelle un ancien ministre-président socialiste qui m'avait dit naguère: "Un jour, je siège dans l'opposition; un autre jour, je fais partie de la majorité." Je pense que nous allons nous revoir sans doute en d'autres occasions.
01.23 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik zal uw uitgestoken hand aanvaarden en u geloven wanneer u zegt dat u meer aanwezig wilt zijn in de commissie en dat vrijdagen en maandagen daarvoor beschikbaar zijn. Wat mij betreft ook dinsdagen of, stel u voor, woensdag een hele dag. We moeten wel vaststellen dat het aantal commissies waarin we vragen hebben kunnen stellen, beperkt is geweest. Ook de tijd voor mondelinge vragen was telkens beperkt tot twee à drie uur, omdat die vergaderingen telkens na de commissie voor de Opvolging van de militaire missies werden ingepland. De voormiddagen werden dus elke keer al gehalveerd.
In andere commissies, bijvoorbeeld de commissie voor Justitie, komt de minister elke week de vragen beantwoorden. Ik denk dat dat hoogstnoodzakelijk is. Ik heb daar begin april ook al een mail over gestuurd naar de voorzitter. Het is hoogstnoodzakelijk dat we meer tijd krijgen om onze vragen te kunnen stellen en verder te kunnen reiken dan alleen de actualiteitsdebatten.
Nu kom ik tot de inhoud van uw antwoord. Tijdens het vorige actualiteitsdebat over Iran hebt u gezegd: “Ik ga vandaag mijn tekst aflezen.” Dat had u misschien beter gedaan, want toen hebt u zich echt aan het regeringsstandpunt gehouden en zelfs aan het partijstandpunt. Deze keer hebt u dat duidelijk niet gedaan. Dat is blijkbaar al terug vergeten. De schijnwerpers zijn er misschien wat af, maar collega Vander Elst heeft al verwezen naar hoe uw partijvoorzitter dat vooral een onbezonnen oorlog noemt. Zij zegt nog: “Het is gerechtvaardigd dat dit misdadige Iraanse regime ten val wordt gebracht,” – daar zijn we het allemaal over eens – “maar deze oorlog is niet de manier. Hij dient wellicht ook andere belangen. Niemand die het weet. Wat Trump doet, is volledig onverantwoord.”
Ik denk dat we dat allemaal merken wanneer we in de winkel of aan de pomp staan. Die oorlog is totaal onverantwoord en zonder plan gestart. Laten wij ons er alstublieft niet zomaar onbezonnen in meeslepen.
01.24 Kristien Verbelen (VB): Ik zou graag een en ander verduidelijken. Misschien is het verkeerd geïnterpreteerd, maar mijn voorzitter heeft een pleidooi gehouden voor Europese aankopen, dus niet tegen Amerikaanse aankopen. Eerlijk gezegd denk ik, als ik de anderen hier hoor in de zaal, dat we daarin niet alleen staan.
Bovendien heb ik me in mijn vragen niet tegen Amerikaanse aankopen uitgesproken. Ik heb gewoon gevraagd of er vertraging is opgelopen. Ik heb gevraagd of er alternatieven worden bekeken. Dat lijkt me toch een heel andere insteek. Ik heb het ook gehad over het feit dat het verontrustend is dat er militairen teruggetrokken worden uit Duitsland.
Ik heb heel wat antwoorden gekregen op vragen die ik nooit heb gesteld. In dat verband denk ik dat het beter was geweest om meteen concrete antwoorden te geven over de dronesaga, maar dat is iets anders.
Ik denk dat de Verenigde Staten voor ons een cruciale bondgenoot blijven binnen de NAVO. Net daarom moeten we de situatie nuchter bekijken, zeker met de evolutie die zich vandaag aftekent.
01.25 Darya Safai (N-VA): Bedankt voor uw antwoord, mijnheer de minister.
Aan een collega van een partij die zich liberaal noemt, moet ik niet herinneren dat zijn regering, zijn premier, die zich een liberaal noemde, de terrorist Assadollah Assadi heeft teruggegeven aan het Iraanse regime. Als ik zeg dat uw appeasement politics in een eeuw lang van diplomatie een monster heeft gecreëerd van het Iraanse regime, dan heb ik duizend procent gelijk.
Wat heeft onze partij gedaan? Wij hebben de Revolutionaire Garde van het islamitische regime rechtstreeks op de terreurlijst van België geplaatst en ervoor gezorgd dat dat ook in Europa gebeurt. Dat is het verschil tussen onze regering en de vorige regering. De monsters die de vorige regering heeft gecreëerd, vermoorden koelbloedig 40.000 mensen op straat in twee nachten tijd. Elke dag opnieuw, vandaag, gisteren, eergisteren, executeren ze één, twee of drie mensen. Ik hoor jullie niet. U bent muisstil. Het kot was altijd te klein als het over Gaza ging. Weet u waarom de Gazanen slachtoffer zijn? Van welk regime zijn zij slachtoffer? Van het islamitische regime van Iran.
Van welke regime zijn de Oekraïners het slachtoffer? Ook van het Iraanse regime. Het Iraanse regime zaait overal moord. Het probeert ook onze economie te verzwakken en de dieperik in te jagen. Collega’s, u spreekt altijd over appeasement, alsof dat oeverloos praten iets zou opbrengen. Ik raad u aan om u niet te ergeren aan mijn kritiek op de zogenaamde liberale manier om de communicatie open te houden met het monster dat uzelf hebt gecreëerd.
De voorzitter: Collega Van den Heuvel, u vraagt het woord. Normaliter kan een lid dat geen vraag heeft ingediend voor het actualiteitsdebat slechts één keer het woord nemen, hetzij bij de vraagstelling, hetzij bij de repliek. Om dat u echter zo sympathiek bent, wil ik wel wat coulant zijn en u het woord verlenen.
01.26 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de voorzitter, ik zal het heel kort houden. Ik hoop dat u mij na mijn tussenkomst nog even sympathiek vindt.
Eerst wil ik ingaan op de regeling van de werkzaamheden. Die brief vind ik een beetje overdreven. Ik vind dat de minister de voorbije maanden hier voldoende aanwezig is geweest. We moeten pragmatisch omgaan met de situatie.
Nu ga ik in op de vraagstelling zelf. Ik moet zeggen dat ik sterk betreur dat geïnsinueerd wordt dat diegenen die de oorlog van Trump in Iran niet voor 100 % steunen, aanhangers zijn van het moellahregime. Dat vind ik toch echt een beetje te kort door de bocht. Als je het na enkele maanden bekijkt, weet ik niet wat de doelstellingen van Trump waren. Ik weet ook niet of het moellahregime de voorbije maanden zo sterk verzwakt is.
Daarover kunnen we volgens mij in een sterk bondgenootschap in alle openheid praten. Welke zijn de doelstellingen? Welke zijn de repercussies voor Europa en voor ons land? Elke Vlaming voelt de repercussies van die oorlog in zijn portemonnee.
Ook voor Oekraïne is die oorlog niet zonder gevolgen, bijvoorbeeld op het vlak van de stocks. Als je het plaatje in zijn geheel bekijkt, alles in beschouwing neemt en evalueert, dan is dat een oorlog die veel teweegbrengt en waarvan het resultaat nog niet duidelijk is, laat staan welke doelstellingen bereikt zijn.
Voor ons is het heel duidelijk dat we langs diplomatieke weg een de-escalatie moeten bereiken. Dan kunnen we samen ervoor zorgen dat de noodzakelijke opening van de Straat van Hormuz, die niet te vergeten voor de oorlog trouwens open was, wordt hersteld voor een sterke Europese economie.
De voorzitter: Mijnheer de minister, u vraagt nog het woord, maar het debat is in principe afgerond. Als het over een technische kwestie gaat, dan verleen ik u het woord om dat te verduidelijken zonder opnieuw een debat te starten. Ik zal daarop toezien, want ik vrees dat we opnieuw vertrokken zijn als ik u het woord verleen.
01.27 Minister Theo Francken: Er werd gevraagd of de ADIV of andere diensten een toelichting kunnen geven over de objectieven van de oorlog en waar we nu staan, eventueel achter gesloten deuren, om een soort van assessment te maken.
Voor alle duidelijkheid, de oorlog of militaire operatie is niet gedaan, die is nog lopende. Dat is een eerste element.
Welke waren de objectieven? Waren die duidelijk? Dat kan allemaal geduid worden. Ja, er waren objectieven. Het nucleaire was objectief nummer één. Waar staan we nu? Waar staan we met de ballistische systemen? Dat kan allemaal uitgelegd worden, zodat met wat meer kennis van zaken naar die situatie kan worden gekeken.
Ik denk dat dat niet slecht zou zijn. We proberen altijd goed te informeren. Ik denk niet dat ADIV dat in een publieke vergadering kan doen. Misschien kan dat wel eens achter gesloten deuren gebeuren. De objectieven van regime change zijn er duidelijk niet. Zijn een aantal andere militaire objectieven en dreigingen voor het Westen, voor de regio, maar zeker ook voor Europa, nu verminderd? Het antwoord daarop is duidelijk ja. Hoe, wat en wie, dat kan allemaal eens toegelicht worden. Ik krijg die briefings uiteraard, maar dat kan misschien ook eens achter gesloten deuren worden toegelicht.
Dat technisch aspect wilde ik nog meegeven.
De voorzitter: Dat behoeft geen verder debat. We kunnen die uitgestoken hand aanvaarden en in overleg met de commissievoorzitter van de commissie voor de Opvolging van de militaire missies bekijken hoe we dat verder aanpakken.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
02.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, we kunnen stilaan stellen dat we in een fregattencrisis zitten. Het is niet de eerste keer dat we daarover spreken, maar het verhaal doet al langer de ronde dat er problemen zijn bij de producent Damen. Al een aantal maanden en jaren blijkt dat deadlines niet gehaald zullen worden. Enkele weken geleden kwam het bijzonder verontrustende nieuws dat niet alleen deadlines niet gehaald worden, maar dat er eigenlijk nog geen deadline in het zicht is. Dat is bijzonder problematisch voor onze marine en onze capaciteit op zee. Ook toekomstgericht is dat een probleem.
We kampen met twee zeer grote problemen en mogelijk zelfs potentiële crisissen. Het eerste probleem is dat we er op dit moment geen zicht op hebben wanneer de twee nieuwe Anti-Submarine Warfare-fregatten (ASW) geproduceerd en opgeleverd zullen worden. Dat is problematisch, omdat vernieuwing noodzakelijk is. Daarnaast staat in heel wat intentieverklaringen, maar ook in het regeerakkoord, de beleidsverklaring en de militaire programmeringswet dat we een derde ASW-fregat zullen aankopen. Het is echter bijzonder problematisch dat we vandaag nog niet weten waar we staan.
Mijn eerste reeks vragen gaat over de situatie in de toekomst. Hoe zit het precies? Hebben we op dit moment een tijdlijn waarmee we min of meer rekening kunnen houden voor de oplevering en de ingebruikname? Hoe zit het met de contractuele verplichtingen? Daarnaast hebt u niet zolang geleden met de Nederlandse minister van Defensie gesproken. Had dat gesprek betrekking op de ASW-fregatten?
U had het ook over alternatieve pistes. Wat bedoelt u precies met alternatieve pistes? Betekent dat dat u kijkt naar noodoplossingen voor de tussentijd, of betekent dat dat u eventueel kijkt naar andere producenten voor dat ASW-fregat, omdat dit dossier toch muurvast lijkt te zitten?
Het tweede onderdeel van mijn vraag gaat over de huidige situatie, met andere woorden over de gap die er wellicht zal ontstaan. Onze M-fregatten zijn bijzonder lang in dienst geweest, maar zitten nu echt aan het einde van hun levensduur. Overal wordt aangegeven dat er een gap zal ontstaan en dat we op een bepaald moment, mogelijk gedurende een aantal maanden of zelfs jaren, zonder fregatten zullen vallen. Dat is opnieuw problematisch voor de marine, maar ook voor onze rol, die we nochtans versterkt opnemen op maritiem niveau binnen internationale organisaties. Hoe staat het daarmee? Kijkt u ook daarvoor naar noodoplossingen voor de tussentijd, bijvoorbeeld om de M-fregatten beter uit te rusten of langer in dienst te houden? Welke andere opties liggen er op tafel?
We mogen dit probleem absoluut niet onderschatten. Het is een grote aderlating voor onze marine. De marine vraagt al jaren om een vernieuwde fregattenvloot en kijkt ernaar uit.
Het is heel belangrijk dat we hierover duidelijkheid krijgen. Ik kijk uit naar uw antwoord.
02.02 Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, twee weken geleden hebben we in dit Parlement een resolutie goedgekeurd over de Benelux-samenwerking, iets wat ons allemaal na aan het hart ligt. Er waren geen tegenstemmen, maar jammer genoeg wel een paar onthoudingen. De samenwerking met Nederland is voor ons cruciaal, ook op het vlak van de marine.
In heel het verhaal van de marine zijn de fregatten essentieel. We hebben de twee oude fregatten. Minister Vandeput heeft indertijd beslist om twee nieuwe fregatten aan te kopen. Ondertussen loopt dat dossier al een hele tijd en heeft deze regering in haar regeringsverklaring gezegd dat om een deftig systeem op poten te zetten, we een drieslagstelsel en een derde fregat moeten hebben.
De afgelopen jaren moesten we al vernemen dat er een aantal problemen zijn in het dossier van de aankoop en bouw van die twee bestelde fregatten. Op financieel vlak is er een ferme prijsstijging geweest en ook op technisch vlak zouden er problemen zijn. De CHOD is hier een paar maanden geleden geweest en heeft dat ook erkend en gezegd dat hij daarmee verder aan de slag zou gaan om naar een oplossing toe te werken.
Recentelijk kwam weer in het nieuws dat het niet echt de goede richting uitgaat. U hebt daarover ook gesproken met uw Nederlandse ambtsgenoot. Mijn vragen gaan dus in dezelfde richting als die van collega Vander Elst. Wat is de exacte status? Hoe zullen we de zaken verder aanpakken?
02.03 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik ben blij dat we dit debat eindelijk kunnen aanvatten. Mijn vraag is al op 24 april ingediend. Dit is voor alle duidelijkheid geen verwijt aan de minister. We moeten als commissie ook eens naar onszelf kijken.
De berichten over de vertragingen inzake de fregatten staan al veel langer op de niet-reguliere media, Marineschepen.nl bijvoorbeeld, of Defense in Brief. Bij dezen doe ik een shout-out naar de mensen die dat allemaal opvolgen.
Het heeft geduurd tot de VRT erover bericht heeft eer voldoende collega’s een vraag ter zake hebben ingediend zodat er vandaag een actualiteitsdebat kon plaatsvinden. Het is een zeer belangrijk debat. Er blijkt immers opnieuw vertraging te komen voor het ASW-programma. Het grootste probleem is de capaciteitsgap. We kunnen het ons absoluut niet veroorloven, als maritieme natie, om straks geen escortecapaciteit meer te hebben.
Er zijn hier ooit communisten komen zeggen dat we geen drie fregatten nodig hebben omdat we maar 67 kilometer kust hebben. Gelukkig komen de betrokken communisten niet vaak meer naar onze commissie. Dat verbetert de debatten.
We zijn een maritieme natie. Als het vandaag niet duidelijk is, nu we zien wat er gebeurt in de Straat van Hormuz, zal het nooit duidelijk zijn dat het belang van escorteschepen zeer groot is.
Mijnheer de minister, mijn vraag is vooral: bent u bereid om alle mogelijke alternatieven te onderzoeken en out of the box te denken? Kunnen we spreken over andere producenten? Kunnen we eventueel zelfs spreken over een ander type fregat, een ander type platform waarmee we werken? Kunnen we spreken over de leasing van dergelijke capaciteiten? U hebt het zeer goede idee gehad NASAMS te leasen. Bestaat er ook zoiets voor deze capaciteiten?
Mijn enige vraag is om alstublieft de alternatieven te onderzoeken, het liefst binnen een multinationale samenwerking. Ik heb er heel veel begrip voor dat dit voor de Nederlanders niet evident is. Damen Naval is een Nederlands bedrijf. Ik begrijp dat dit voor hen geen evidente zaak is, maar wij zijn niet getrouwd met Damen Naval. We kunnen het ons absoluut niet permitteren dat we die capaciteitsgap hebben.
02.04 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, het gaat om verschillende redenen om een heel belangrijk debat. Ten eerste, u hebt al verwezen naar de Benelux-samenwerking. Die samenwerking is heel belangrijk in de wereld van vandaag. Voor ons is dat ook een duidelijke lijn. Wij moeten binnen Europa en zeker binnen de Benelux onze capaciteiten optimaliseren en efficiënt handelen. Dat is belangrijk.
Ten tweede, als maritieme natie is het ook belangrijk dat wij over moderne en juiste capaciteiten beschikken. Zeker gelet op de geopolitieke spanningen vandaag is dat iets waarmee wij niet kunnen treuzelen. Wij moeten die capaciteiten moderniseren en op peil brengen.
De voorbije weken is duidelijk geworden dat er opnieuw vertraging is. Dan is natuurlijk de vraag hoe wij daar het best op inspelen. Het is heel belangrijk om de verschillende doelstellingen, namelijk maritieme natie en samenwerking met Nederland, op een geloofwaardige manier te behouden. Wij moeten bekijken hoe wij dat op een goede manier kunnen oplossen. Wij hebben ook op Twitter allerlei mogelijkheden gelezen. Is dat juist? Is dat niet juist? Hoe verhoudt zich dat tot de relatie met Nederland?
Het is heel erg belangrijk dat er een duurzame relatie is, gebaseerd op vertrouwen. Wij moeten daar ook rekening mee houden. Wij zijn niet gehuwd met bepaalde producenten. Het is en blijft anderzijds belangrijk dat wij blijven investeren in een duurzame Benelux-relatie. Het is echter ook heel erg belangrijk dat wij zo snel mogelijk over een geloofwaardige capaciteit beschikken om onze maritieme faam te behouden.
02.05 Philippe Courard (PS): Monsieur le ministre, la frégate est un magnifique oiseau qui peut survoler durant des semaines l'océan avec les courants ascendants pour planer. Dans le dossier frégate, pour planer, on plane. Cet oiseau a une vitesse de pointe de 150 km/h, dont nous sommes loin dans ce dossier pourri puisque, piloté par nos voisins néerlandais, cela semble virer au cauchemar industriel et financier.
Le coût du programme ASWF pour la défense a doublé, bondissant d'un milliard à plus de deux milliards d'euros, tandis que les retards s'accumulent, alors que lors de la signature de l'accord de coopération avec les Pays-Bas où l'on nous avait annoncé une mise en service à partir de 2027, l'échéance est désormais repoussée à une date inconnue, au-delà de 2030. Pour ne rien arranger, le constructeur Damen Naval est visé par des procédures judiciaires pour corruption et violation présumée des sanctions contre la Russie, risquant ainsi l'exclusion des marchés publics. Face à cette situation, l'Allemagne, qui est confrontée au même problème, envisage de changer de chantier naval.
Ce week-end, nous avons appris que notre pays pourrait connaître "un trou capacitaire" inédit suite à un retard de 7 ans avec de lourdes conséquences financières et opérationnelles. Potentiellement jusque 320 militaires, donc 160 par frégate, se retrouveraient ainsi sans outil de travail. Lorsque j'entends les déclarations concernant les volontés de s'impliquer dans cette guerre au détroit d'Ormuz, je m'inquiète notamment pour nos militaires et leur sécurité, et pour le matériel que l'on pourrait amener.
Monsieur le ministre, le 12 décembre dernier, vous nous promettiez une planification de livraison actualisée pour fin mars 2026. Alors que l'échéance approche à grands pas, avez-vous déjà des signaux préliminaires des Pays-Bas ou de Damen? Peut-on enfin espérer une date de livraison fiable? Avez-vous déjà eu une réunion à ce sujet avec votre nouveau collègue néerlandais? Quelle est la stratégie concrète pour maintenir une capacité frégate opérationnelle, sachant que les navires actuels ont près de 40 ans et qu'un incident technique s'est déjà produit il y a 2 ans lors d'une mission en mer Rouge? Le budget belge a déjà plus que doublé, passant d'un à deux milliards d'euros. À combien évaluez-vous désormais l'enveloppe totale que la Belgique sera amenée à investir dans ce programme? Enfin, compte tenu des difficultés que rencontre le programme, envisagez-vous toujours d'acquérir une 3è frégate auprès de Damen? Selon quelle procédure cette ligne de la loi de programmation sera-t-elle exécutée et quel est agenda? Quelle est votre attitude face l'Allemagne?
02.06 Kristien Verbelen (VB): De vertraging van de fregatten loopt nu echt op. Het eerste schip voor ons land zou er pas in 2034 komen, zeven jaar later dan oorspronkelijk gepland. Dat is toch echt problematisch als we weten dat de Leopold I en de Louise-Marie verouderde schepen zijn. Die naderen het einde van hun technische en operationele mogelijkheden. Die fregatten vormen toch ergens de ruggengraat van onze Marine.
De timing komt ook echt niet goed uit. De dreiging op zee neemt toe. Kritieke infrastructuur in de Noordzee moet beschermd worden. Onze vaarroutes staan onder druk. De verplichtingen binnen de NAVO mogen we toch ook niet uit het oog verliezen.
De kernvraag is eigenlijk de volgende. Hoe gaat u vermijden dat onze Marine tijdelijk zonder volwaardige fregatcapaciteit valt? We hebben het dan over operationele zaken, maar ook de kosten lopen verder op. Volgens berichtgeving gaat het van 600 miljoen naar 1 miljard per schip en komen er nog miljoenen extra bij. Nederland leidt dat dossier, maar wij betalen natuurlijk mee. Tevens gaat het industriële werk eigenlijk ook vooral naar Nederlandse spelers. Er rijzen dus vragen over budgetcontrole, industriële return en de verdediging van onze eigen belangen.
Mijnheer de minister, wat lijkt u de meest realistische opleveringsdatum voor het eerste en tweede fregat voor onze Marine? Wat is de budgettaire impact voor ons land?
Hoe lang kunnen wij die fregatten nog veilig gebruiken? Hoe lang kunnen die nog in dienst blijven op een verantwoorde manier?
Hebben wij een noodoplossing klaarliggen als ze uit dienst moeten voordat nieuwe schepen beschikbaar zijn? Is daar een oplossing in zicht?
Vindt u het verantwoord om deze legislatuur nog een derde fregat van hetzelfde type te bestellen, zonder dat we volledige duidelijkheid hebben over de kosten, de timing en de operationele risico’s?
02.07 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, je ne sais pas ce qu'il se passe avec M. Weydts, et même avec M. Francken, quant ils parlent des communistes et d'armement. Monsieur Francken, j'ai vu votre post. Franchement, vous n'avez pas besoin des communistes pour perturber vos fantasmes d’achats d'armements. La réalité s'en charge très bien.
Dans le dossier des frégates, il y a sept ans de retard et le budget a pratiquement doublé, ce qui est une marque de fabrique des contrats de M. Vandeput. Nous l’avons vu avec les CaMo, où c'était fois dix; maintenant, pour les frégates, c’est fois deux. Une augmentation de peut-être 250 millions supplémentaires est encore prévue. Par ailleurs, l’entreprise retenue est accusée de corruption. Le ministère public néerlandais soupçonne l'entreprise de corruption. Selon les accusations, la société aurait eu recours à des intermédiaires pour faire parvenir de l'argent sous le radar à des fonctionnaires chargés de décider de grands contrats de défense. L'État roumain aussi n'est pas satisfait des pratiques du constructeur naval Damen Shipyards Group. Il accuse l'entreprise d'avoir illégalement détourné 55 millions d'euros d'un chantier naval roumain vers ses propres filiales.
Notre gouvernement décide d'acheter une troisième frégate à cette même entreprise. Ma question est donc très simple. Maintenez-vous l'achat de cette troisième frégate, malgré les soupçons de corruption, malgré le retard, malgré les budgets qui doublent à chaque fois? Ou bien allez-vous être réalistes et renoncer à ce projet qui nous mène droit dans le mur?
02.08 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, je ne reviendrai pas sur l’ensemble des éléments déjà évoqués par mes collègues. Toutefois, il faut bien constater qu’il existe un problème réel. Le ministère néerlandais de la Défense a d’ailleurs confirmé l’existence de problèmes de livraison, avec le risque, à un moment donné, de se retrouver sans frégate. Cela constitue pour nous un gros souci, tant pour notre propre protection que pour le respect de nos engagements à l’égard de l’OTAN. Nous devons impérativement trouver des solutions.
Par ailleurs, certaines informations évoquent des pistes de coopération potentielles avec la France. Ce point a-t-il été évoqué? Pouvez-vous préciser les raisons invoquées par Damen pour justifier ces retards? La Défense a-t-elle pu en vérifier la véracité de ces éléments? Quelles sont les conséquences contractuelles pour l’entreprise Damen, et éventuellement pour Thales? Des indemnités sont-elles prévues? Une réduction du prix est-elle envisagée ou, au contraire, une augmentation des coûts? À cet égard, le montant de 250 millions d’euros supplémentaires a été évoqué. Pouvez-vous le confirmer?
Des solutions alternatives sont-elles actuellement envisagées? J’évoquais la possibilité de recourir à des frégates françaises. Cette piste est-elle réaliste pour pouvoir assurer nos missions? Comment assurer le maintien de nos capacités jusqu’à l’entrée en service des nouvelles frégates? La durée de vie des frégates actuelles peut-elle éventuellement être prolongée? À défaut, l’option de la location d’un navire intermédiaire est-elle envisagée pour pouvoir solutionner temporairement ce problème? Enfin, quels contacts avez-vous eus avec vos homologues néerlandais sur ce dossier?
02.09 Staf Aerts (Ecolo-Groen): De collega’s hebben de situatie reeds duidelijk geschetst. De levering van de fregatten ondervindt duidelijk een grote vertraging. Daar staan heel wat extra uitgaven tegenover, zowat een verdubbeling van de prijs indien men de toekomstige kosten ook in rekening brengt. Bovendien is de levensduur van de fregatten die we vandaag hebben, overschreden. Mogelijk dreigen we in een impasse terecht te komen waarbij we zonder fregatten komen te zitten en onze Marine niet meer zou kunnen uitvaren.
Mijnheer de minister, het gaat natuurlijk over de Nederlands-Belgische samenwerking. Ik heb begrepen dat u eerder deze maand gesprekken hebt gehad met uw Nederlandse collega, de minister van Defensie. Wat was de insteek van die gesprekken? Binnen welke termijn wilt u tot een oplossing komen? Ik vraag mij ook af wat de financiële gevolgen en de effecten op de leveringstermijn van de fregatten zouden zijn, indien België uit de samenwerking met Nederland zou stappen.
Dan is me nog iets opgevallen. In een van de krantenartikelen stond dat er binnen de investeringsbudgetten van de Marine zal moeten worden geschoven. Ik beschouw Defensie altijd als een geheel, maar wordt de kwestie van de fregatten als een probleem van de Marine of als een probleem van Defensie beschouwd? Met andere woorden, moet er een oplossing worden gevonden binnen de budgetten van de Marine of binnen de budgetten van Defensie in globo? Dat is niet hetzelfde. De budgetten voor Defensie zijn zeer ruim, dus mogelijk kan daarbinnen worden geschoven en hoeft men geen oplossing te vinden binnen één tak van Defensie.
02.10 Minister Theo Francken: Dank u, collega's en mijnheer de voorzitter, dank u voor de vragen.
Die fregattenkwestie is een moeilijke kwestie, omdat er inderdaad veel vertraging op lijkt te zitten en ze ook nog extra kosten met zich zal meebrengen. Er is al een prijsverhoging geweest. We zijn daarover in overleg met de Nederlandse regering. Alle opties liggen wel degelijk op tafel, zoals ik zei. Het is dus niet zo dat we dat dossier laten liggen. We begrijpen de urgentie ervan, veiligheid is natuurlijk essentieel. In die zin moeten we voor die kwestie de komende weken en maanden een oplossing vinden, en die zullen we ook vinden.
Comme vous vous en souvenez peut-être, j'ai déjà fait part les 19 novembre et 12 décembre dernier, devant cette commission, de mes vives inquiétudes concernant le programme de lutte anti-sous-marin – Anti-Submarine Warfare, ou programme ASWF.
Entre-temps, nous avons une vision un peu plus claire de la situation, mais ces inquiétudes n'ont pas été dissipées, bien au contraire. Le programme ASWF est un programme de coopération binationale entre la Belgique et les Pays-Bas, portant sur la conception, le développement, la construction et la préparation du soutien en service du remplaçant de la frégate de classe M, dans le cadre duquel les Pays-Bas agissent en tant que nation chef de file, – lead nation – et intégrateur de système.
Une répartition des tâches est établie entre, d'une part, ce programme ASWF et, d'autre part, le programme de renouvellement de la capacité de lutte contre les mines dans lequel la Belgique agit en tant que lead nation. Il s'agit d'un choix délibéré visant à approfondir encore la coopération de longue date entre la Belgique et les Pays-Bas. Dans ce contexte, la Belgique a délibérément choisi de confier la réalisation du projet de frégate à la direction néerlandaise, en se fondant sur des critères d'efficacité, d'économie d'échelle et d'interopérabilité.
Il est donc clair que nous nous chargeons respectivement des chasseurs de mines et les Pays-Bas, de leur côté, des frégates.
Les chasseurs de mines sont bien prévus dans le budget et suivent le timing prévu. Dans le cadre du BeNeSam, ces deux dossiers renforcent la coopération au sein du Benelux et confèrent une image politique positive quant à l'intégration européenne au sein du pilier défense de l'Union européenne. Ils s'appuient en outre sur une coopération navale existante considérée en Europe comme très progressiste et innovante.
De basis van het ASWF-project werd gelegd in de Strategische Visie 2016 en de letter of intent van 2016, geconcretiseerd via de ondertekening van het MoU in 2018, waarbij parallel ook het MoU voor de vervanging van de mijnbestrijdingscapaciteit werd getekend, waarvoor België dus de rol van lead nation vervult.
Het MoU voor de fregatten betreft twee plus twee schepen, twee voor België en twee voor Nederland. Voor de kostenraming en de financiële kaders van het fregattenprogramma heeft België zich gebaseerd op de door Nederland aangeleverde kostenramingen uit 2015, op basis van het Nederlandse kostenmodel, dat rekening hield met het budgettaire kader van de Belgische Strategische Visie van 2016.
Dat budgettaire kader werd nadien verankerd in de militaire programmatiewet van mei 2017. Die initiële kostenraming bedroeg 1,06 miljard euro in 2017, wat overeenkomt met 1,327 miljard euro aan het prijspeil van 2022. Er zijn constante en courante euro, dat is u wel bekend, en in 2022 ging het over 1,3 miljard euro. Het zal u dadelijk duidelijk worden waarom we het prijspeil van 2022 vermelden.
Daarbij dient vermeld dat COMMIT, de Nederlandse tegenhanger van onze DGMR, het Directoraat-Generaal Material Resources, een design aan scheepsbouwer Damen had aangereikt en dat Damen daarbij ook bepaalde door COMMIT aangeleverde subsystemen, zoals sensoren en bewapening, diende te integreren. In het jargon staat die praktijk bekend als government furnished equipment. Dat wil zeggen dat de overheid een industrie contracteert, maar zelf apparatuur levert die ze apart heeft aangekocht en die de contractant moet integreren. Eenmaal het schip is opgeleverd, zal de finale integratie en certificatie kunnen plaatsvinden, alvorens het schip aan de marine kan worden overgedragen.
Het is ook belangrijk om te benadrukken dat beide MoU's van 2018 met hun bijbehorend budgetplafond uitgingen van een billijke verdeling van de economische activiteiten, waarbij het ASWF-dossier vooral de Nederlandse industrie ten goede zou komen en de vernieuwde mijnbestrijdingscapaciteit vooral de Belgische.
In 2023 werd het MoU uit 2018 geactualiseerd op het vlak van het budget en de termijnen om een onevenwicht tussen het gewicht en de capaciteit van het schip op te vangen. De gewijzigde ontwerpeisen, zoals zwaardere bewapening en extra sensoren, en de toen torenhoge inflatie zorgde voor aanzienlijk hogere kosten.
Via het amendement werd het Belgische MoU-plafond met 39 % verhoogd tot 1,842 miljard euro aan het prijspeil van 2022. Het klopt dus niet dat het voorziene budget voor ASWF nu al verdubbeld is, zoals sommigen beweren. De verhoging bedraagt 39 %.
In 2023 werd een vergelijkende studie van gelijkaardige fregattenprogramma's uitgevoerd, waarbij werd aangetoond dat het ASWF-programma, zelfs met het toen nieuw vastgestelde kostenplafond, de beste keuze bleef op het gebied van kosten versus operationele capaciteit.
Toen werd ook beslist om de looptijd van het MoU met één jaar te verlengen, tot 2031. Er was een MoU in 2018 en in 2023 werd een amendement toegevoegd. Het MoU van 2017 bedroeg 1,06 miljard euro. Op prijspeil 2022 is dat 1,327 miljard euro. In 2022 zitten we aan 1,842 miljard euro. Er is dus ongeveer 500 miljoen euro bij gekomen tussen 2017 en 2022. Dat is een verhoging met 39 %. Daar staan we vandaag.
Dat geamendeerde MoU, dat nog loopt nog tot 2031, blijft eigenlijk nog binnen de redelijke kostenplafonds, gelet op onder andere de grote inflatie. We hebben ook veel meer eisen gesteld: zwaardere bewapening en meer sensoren. Als het eisenpakket ineens veel groter wordt, begrijpt u dat de scheepsbouwer zegt dat de prijs stijgt. Het schip was ook te klein en moest groter worden. Dat heeft natuurlijk ook gevolgen voor het gewicht en de diepgang. Dat moest allemaal worden geherkalibreerd. Het is dus een verhaal met vele kanten.
En raison de cette augmentation budgétaire, un document-cadre sur le retour sociétal a été signé en 2023 par les deux ministres de la Défense. Un retour sociétal pour l’industrie belge d’une valeur de 355 millions d’euros a été prévu.
Ces nouveaux engagements néerlandais en matière de retombées sociales découlant de la modification du mémorandum d'entente ont entretemps été pleinement respectés, notamment par l’achat de mitrailleuses MAG et de munitions auprès de la FN Herstal.
Er werd dus in 2017 onder toenmalig minister Vandeput een MoU opgesteld. In 2022 werd die aangepast, omdat het schip groter moest worden en er meer bij moest komen, waardoor er ongeveer een half miljarduro extra bij kwam. Het project werd toen, in 2022, dus 39 % duurder. In 2023 heeft toenmalig minister Dedonder vervolgens een soort kaderdocument ondertekend, met daarin 355 miljoen euro economische return. Omdat het project veel duurder werd, moest er immers ook meer naar de Belgische economie terugvloeien. De basisafspraak was dat de Belgische Defensie de mijnenbestrijdingsvaartuigen zou bestellen en daar alles voor zou doen en daarvan de economische return zou genieten, terwijl de Nederlanders voor de fregatten zouden instaan en daarvan de economische return zouden genieten.
Vijf jaar later bleek dat echter plots veel duurder te worden. Daarom heeft minister Dedonder toen gezegd dat wij ook economische return moesten krijgen inzake de fregatten. Vervolgens is er een contract gekomen van 355 miljoen euro voor FN Herstal voor onder meer MAG-mitrailleurs en munitie. Tot daar lijkt mij dat allemaal nog wel behapbaar en niet zo slecht uitlegbaar.
À l’heure actuelle, il n’existe pas encore d’accord concernant les retombées sociales liées à une éventuelle augmentation supplémentaire du mémorandum d'entente ou à la commande d’une troisième frégate belge.
Kort na de goedkeuring van het bijkomend visum in maart 2023 en het amendement aan de MoU van mei 2023 werd in juni 2023 het bouwcontract ondertekend door de Nederlandse defensie met de scheepsbouwer Damen Naval, in naam van en voor ondertekening door beide landen. Dat contract vertegenwoordigt circa 50 % van het MoU-bedrag.
België werd door Nederland grondig ingelicht over de contractuele voorwaarden en het voorafgaande prijsonderzoek door de Auditdienst Rijk, waarop een formele instemming voor de ondertekening van het contract werd gegeven door de Belgische defensiestaf. Het contract zelf werd in 2023 ondertekend na goedkeuring door de Auditdienst Rijk.
Sinds de ondertekening van het amendement aan de MoU in 2023 is het project op contractueel vlak ondertussen vergevorderd. Ongeveer 92 % van het fregattenprogramma is momenteel gecontracteerd, waaronder zowel de hoofdcontracten met de Nederlandse scheepswerf Damen Naval en Thales Nederland als met leveranciers van de overige government furnished equipment, zoals wapensystemen en communicatiesystemen. Met andere woorden, 92 % van alles in het schip is ondertussen al gecontracteerd. Die contracten vertegenwoordigen ongeveer 85 % van het totale MoU-budget. Tot op heden werd al 18 % van die contractwaarden effectief betaald aan de contractanten. Dat betekent dat ongeveer een vijfde van 1,8 miljard al betaald is.
De huidige problemen zijn ontstaan in de loop van 2025 en kunnen zeer duidelijk worden gereconstrueerd. In eerste instantie gaf de scheepsbouwer begin 2025 aan dat de voorziene marges van het ontwerp van de romp inzake gewicht en ruimte onder druk stonden. In april 2025 volgde een cruciale vaststelling, namelijk dat het draagvermogen van de romp ongeveer 180 ton te laag was, waardoor bestelde en voorziene systemen niet langer binnen de voorziene ruimte konden worden geïntegreerd en de stabiliteit van het platform in het gedrang kwam.
In juni 2025 leidde dat tot een volledige ontwerpcrisis, waarna beslist werd om de start van de productie uit te stellen. Tegen oktober 2025 werd duidelijk dat een herbalancering van het schip noodzakelijk was om het programma technisch levensvatbaar te houden, maar dat daarmee tegelijk een aanpassing van de bouwplanning noodzakelijk is. Het schip blijkt dus te klein en heeft niet voldoende draagcapaciteit, waardoor het opnieuw groter moet worden gemaakt om het veilig te houden.
In de loop van 2026 werd die situatie verder verduidelijkt. In februari 2026 werd een nieuw design van het schip voorgesteld, waarbij het schip een zevental meter langer, 0,5 meter breder en 10 % zwaarder werd, inclusief grotere marges, wat het technische probleem in principe moet oplossen.
Nederland heeft daarbij aangegeven dat daardoor een sterk verhoogd risico ontstaat op het overschrijden van het MoU-kostenplafond en dat er een significante vertraging optreedt, waarbij de levering van het eerste fregat pas wordt voorzien in 2033. In de binationale overlegorganen heeft België steeds aangehaald dat de essentiële voorwaarden op het gebied van tijd en kosten, zoals vastgesteld in het amendement van 2023 aan het MoU, gehandhaafd moesten blijven. In april 2026 werd door Nederland bevestigd dat het herontwerp van het ASWF de enige haalbare piste is. Er is toen ook een binationale opdracht uitgezet om na te gaan wat de mogelijke pistes zijn om alsnog vier ASWF-fregatten te bouwen binnen de afspraken van het MoU.
Die opdracht wordt momenteel verder uitgewerkt, waarbij medio juni 2026, dus over een paar weken, een beslissing zal worden genomen over het vervolg van het fregattenprogramma. De uitwerking van hybride oplossingen, zoals het parallel laten bouwen van die schepen bij verschillende scheepsbouwers om ze sneller te verkrijgen, of de eventuele bijbestelling van één Belgisch ASWF-fregat samen met twee Nederlandse, zullen eveneens worden onderzocht. Wij willen dus drie fregatten, Nederland wil er vier. De verwerving van recent gebouwde en gecertificeerde fregatten om de operationele noden op te vangen, zal in die analyse niet a priori worden uitgesloten.
Die evolutie wijst op een combinatie van structurele oorzaken. De systeemintegratie bleek complexer dan voorzien, waarbij de verschillende subsystemen een groter beslag legden op gewicht, ruimte en energie. Daarnaast heeft de keuze van Nederland om via COMMIT zelf als systeemintegrator met een groot aantal afzonderlijke contracten op te treden, geleid tot een verhoogde complexiteit om het project te realiseren.
Het gevolg van die factoren is aanzienlijk. Op het vlak van planning wordt vandaag uitgegaan van een vertraging van 2,5 tot 3 jaar, waardoor de eerste oplevering verschuift naar ten vroegste 2033. Daarbij is verschillende keren aan Nederland gemeld dat die vertraging onaanvaardbaar is voor de Belgische marine, aangezien België zo op termijn niet langer in staat is om zijn wereldwijde handelsbelangen te verdedigen, noch de capacitaire verplichtingen binnen de NAVO na te komen.
Sur le plan budgétaire, une hausse significative du coût du programme ASWF se profile. Il n'est pas possible pour l'instant de fournir davantage d'informations à ce sujet, étant donné que l'analyse du surcoût exact est toujours en cours et qu'elle est également liée à des négociations avec différentes parties industrielles.
Sur les plans contractuel et juridique, il convient de souligner que, bien que la Défense belge ait accepté les conditions contractuelles et la valeur du contrat lors de la signature de celui-ci avec le constructeur en juin 2023, aucune hausse de coût ne s'inscrivant pas dans le cadre du mémorandum d’entente amendé n'a été acceptée à ce jour. Étant donné que le contrat a été signé au nom et pour le compte de la Belgique, celle-ci dispose d'un droit de regard à part entière sur la suite des négociations contractuelles.
Tegen die achtergrond hanteert België een duidelijke en consequente lijn. Het uitgangspunt blijft dat het programma moet resulteren in een realisatie binnen het financiële kader, zoals vastgelegd in het amendement van het MoU van 2023, dus 1,8 miljard. Daarnaast wordt een latere oplevering alleen aanvaard als die gepaard gaat met een operationeel relevante oplossing die de continuïteit van de maritieme fregattencapaciteit garandeert. Met andere woorden, de vertraging is geen aanvaardbare uitkomst zonder een volwaardige operationele mitigatie.
Die vertraging heeft immers directe gevolgen voor de inzetbaarheid van de marinecapaciteit in de komende jaren en brengt bijkomende maatregelen met zich mee om de operationele relevantie van onze fregattencapaciteit te behouden. Daarbij moet wel duidelijk rekening worden gehouden met de levensduur van de huidige M-fregatten en de mogelijkheid om ze al dan niet operationeel relevant te houden mits gerichte ingrepen.
We moeten beseffen dat fregatten ons de minimale maritieme capaciteit bieden die in het volledige geweldsspectrum kan worden ingezet en dus over voldoende middelen beschikken voor de bescherming van onze maritieme belangen in het lucht-, oppervlakte- en onderwaterdomein. Die capaciteit kan niet worden ingevuld door een ander type kleinere schepen.
Voor de marine en Defensie is een potentiële periode van operationele onbeschikbaarheid, een zogenaamde operational gap, onaanvaardbaar op een moment waarop de vrijheid van scheepvaart en de veiligheid in maritieme chokepoints onder grote druk staan en de Russische maritieme dreiging zich steeds nadrukkelijker manifesteert, zelfs tot net voor onze kust.
Het belang van onze Belgische koopvaardij en bij uitbreiding onze maritieme industrie is bekend. België moet dus voor de bescherming en veiligheid van onze zeelui een geloofwaardige bijdrage aan maritieme veiligheid kunnen blijven leveren. Daarvoor zijn operationeel relevante fregatten een absolute noodzaak.
In de context van de huidige onzekerheden over het ASWF-programma moet ook de vraag naar een derde fregat worden geplaatst, zoals voorzien in de Strategische Visie 2025. De relevantie van de operationele drieslag, zoals eerder toegelicht, en dus de noodzaak om over drie fregatten te beschikken, om op elk moment minstens één schip operationeel inzetbaar te hebben voor een langere periode, waar ook ter wereld, blijft ongewijzigd.
De prioriteit ligt momenteel op het stabiliseren van de verwerving van de eerste twee fregatten en het vermijden van een periode zonder relevante fregattencapaciteit, om vervolgens de gesprekken verder te zetten over een derde Belgisch fregat.
De komende weken en maanden zullen bepalend zijn om duidelijkheid te krijgen over de kosten, de planning en toekomstige scenario’s, met als centrale doelstelling om tot een oplossing te komen, bij voorkeur binnen de BeNeSam, die zowel budgettair beheersbaar als operationeel volwaardig is.
Dat is een heel lang antwoord, waarnaar zeker goed geluisterd zal worden, online en ook in Nederland.
Staat u me toe dat ik resumeer. Er is een akkoord gesloten.
J’ai compris que, pour certains, il s’agirait d’un accord "bricolé" et que ce serait toujours pareil avec M. Vandeput. Ce n’est absolument pas juste. Nous avions besoin d’investissements dans la défense en 2014. Le gouvernement Charles Michel I a, pour la première fois depuis des décennies, lancé un programme d’investissements de 10 milliards d’euros. Ce programme a été repris par Mme Dedonder et même augmenté à 12 milliards d'euros. Maintenant, nous en sommes à 34 milliards d'euros.
Je suis souvent présenté comme "la Visa américaine Francken" ou comme "l’American Express". C’est un discours populiste et tout à fait incorrect, puisque seule une petite partie de ces 34 milliards d’euros est destinée aux États‑Unis.
Votre collègue continue à répéter cela. Certains Wallons y croient, mais ce n’est pas parce que vous le répétez 100 fois que cela devient la vérité.
Het is niet omdat men iets honderd keer herhaalt, dat het ineens waar wordt. Zo werkt het natuurlijk niet.
Alors, pour être clair, il ne s’agissait pas d’un contrat "bricolé". À ce moment-là, le budget était disponible. On avait fixé un prix. En 2023, Mme Dedonder a constaté que l’on allait intégrer des systèmes d’armes plus lourds, davantage de capteurs et que cela entraînerait une augmentation significative des coûts, de l’ordre de plus de 39 %. Mme Dedonder a alors accepté un amendement au mémorandum d'entente, mais en demandant des compensations sociétales pour l’industrie belge. À l’époque, je ne m’y étais pas opposé. J’étais alors dans l’opposition, comme vous le savez, mais j’avais reconnu que, même si une hausse de 39 % est importante, elle pouvait se justifier s’il y avait des retombées concrètes pour les entreprises belges. Aujourd’hui, on constate toutefois que le concept initial n’est plus respecté.
Le bateau doit pouvoir porter davantage de tonnes. À cet égard, on nous dit que ce n'est pas possible, qu'il faut beaucoup plus de temps et un budget plus conséquent. À ce moment-là, j'ai dit que je n'étais plus d'accord. Moi, je veux l'accord de 2023, le mémorandum d’entente incluant cet amendement, et pas davantage.
J'ai récemment rencontré mon homologue néerlandaise aux Pays-Bas. La Belgique entretient une collaboration intense avec les Pays-Bas, non seulement sur le plan maritime mais aussi pour tous les autres dossiers. Les deux parties ont clairement exprimé leur volonté d’aller de l'avant. La situation est quelque peu embarrassante pour les Néerlandais, parce que nous nous occupons des chasseurs de mines, et eux des frégates, et ils sont confrontés à un problème de taille. Cela pose des problèmes budgétaires des deux côtés.
De nombreuses discussions sont en cours. Je devrais recevoir une proposition à la mi-juin.
Ik zal midden juni een voorstel over de opties krijgen. Op 2 juni vertrekt onder andere het hoofd van de marine, admiraal Botman, naar Turkije. Ik heb in het kader van de handelsmissie ook een scheepswerf bezocht. Men bouwt daar voor heel wat landen fregatten. Zweden bestellen fregatten in Frankrijk fregatten. Er worden er ook in Italië besteld. Kortom, voor mij liggen alle opties op tafel.
Natuurlijk werken wij met een geïntegreerde marine op één platform. We hebben dezelfde fregatten. Toen we onze marine zoveel jaren geleden hebben samengebracht, hadden we twee andere platformen. Dat was niet evident. Nu hebben we hetzelfde type fregatten. Het zou goed zijn om dat te behouden voor de integratie.
Er zijn verschillende strategische doelstellingen. We hadden het daarnet over de strategische doelstellingen voor Iran van Trump. Meestal heeft men meerdere doelstellingen. Wij ook. De integratie met Nederland is superbelangrijk, net zoals binnen de prijs blijven en ervoor zorgen dat men niet zonder fregatten valt en dus de vooropgestelde timing respecteert ter voorkoming van een operational gap. Men zou ervoor kunnen kiezen om op twee verschillende platformen te werken, terwijl we toch als marine geïntegreerd blijven, maar dat wordt moeilijk met het oog op de communicatie tussen beide systemen. Men moet dus op meerdere borden schaken en dat is een moeilijke situatie. We zullen zien of we eruit geraken.
Ik heb vertrouwen in de Nederlandse regering. Ze is zeker van goede wil. Ik heb absoluut niet het gevoel dat er weerbarstigheid is of dat er andere agenda’s spelen, maar het is wel echt een probleem. Meer nieuws volgt. Ik zal u zeker op de hoogte houden, wanneer ik naar de commissie kom om vragen te beantwoorden, desnoods op vrijdagavond om 22 uur.
02.11 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw heel uitgebreid antwoord. Dat was ook nodig.
U hebt tegen de producent Damen Naval gezegd dat de vertraging onaanvaardbaar is voor de Belgische marine. Ik juich dat toe. Die is inderdaad onaanvaardbaar, want we kunnen niet in een situatie terechtkomen waarbij onze marine door gap geen fregatten ter beschikking heeft. Dat is slecht voor onze eigen veiligheid, maar ook voor onze internationale positie en situatie. Zeker als land dat pretendeert en probeert een marineland te zijn, met een deftige en sterke marinemacht, is het bijzonder belangrijk dat we de gap te allen prijze proberen te vermijden.
Midden juni wordt dus een belangrijk moment. We kijken allemaal uit naar het voorstel dat op tafel zal komen. Ik ben ook blij u te horen zeggen dat u geen taboes hebt, dat u alles bekijkt, dat u alle opties op tafel legt. U spreekt over Italië, Turkije en Frankrijk. Het is belangrijk dat we inderdaad, zoals Defensie altijd te werk gaat, niet alleen een plan A hebben, maar ook een plan B, C, D en E.
Waar ik het ook eens mee ben, is dat het in een ideaal scenario inderdaad het best samen uit, samen thuis is met Nederland. We doen dat al heel goed met Nederland, wat de marine betreft. Er mag geen speld tussen te krijgen zijn. Het is heel belangrijk dat we het principe samen uit, samen thuis met Nederland behouden. We moeten overigens niet alleen voor onze marine veel meer geïntegreerd samenwerken.
Hierover is dus zeker het laatste nog niet gezegd. Wij kijken uit naar het voorstel midden juni, dat zeker voer is voor een nieuw debat.
02.12 Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.
U spreekt duidelijke taal. Dat is ook nodig, hoewel er nog heel wat onbekenden zijn. Zo weten we nog altijd niet wat de vertraging zal kosten en wanneer het materieel nu eindelijk zal worden geleverd. U spreekt over 2033. Dat is bijzonder lastig.
Voor ons is het heel duidelijk. Het voorkeursscenario is en blijft de samenwerking met Nederland. Wij hopen dat er een degelijke oplossing komt waar voldoende brood in zit, niet alleen op technisch-militair maar ook op economisch vlak.
Wij hopen vooral dat wij op korte termijn duidelijk vernemen wat exact de meerkosten en het uiteindelijke tijdspad worden, hoe we een eventuele gap kunnen vermijden en welke oplossingen er worden gekozen omwille van het operationeel blijven van de marine. Daarom is het voor ons ook belangrijk dat de commissie op de hoogte wordt gehouden. Wij dringen erop aan dat u snel duidelijkheid verschaft in de gemaakte keuzes, bij voorkeur voor samenwerking met Nederland, waarbij het doel steeds moet zijn dat we ook op termijn over die marinecapaciteit beschikken. Dat is voor ons essentieel.
02.13 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, u gaf inderdaad een zeer uitgebreid antwoord, met ook heel wat cijfers. Is het mogelijk dat we het antwoord schriftelijk kunnen ontvangen, mijnheer de minister? Dat zou me zeker plezieren. In een mondelinge vraagstelling is het moeilijk om al die cijfers bij te houden.
De prijsstijging is inderdaad een zeer belangrijk aspect dat we goed in de gaten moeten houden. De multinationale samenwerking met Nederland is zeer belangrijk. Onze voorkeur gaat daar ook naar uit. Zonder fregatten vallen is mogelijk nog een belangrijker aspect. Dat moeten we absoluut te allen tijde proberen te vermijden. We moeten echt alles uit de kast halen, alle opties resultaatgericht beoordelen en bekijken. Het is duidelijk dat vrije scheepvaart in tijden waarin men die belemmert, cruciaal is voor onze economie en onze koopkracht. Zeker als maritieme natie moet België zeer alert blijven en alles uit de kast halen om te vermijden dat we zonder fregatten vallen. Ik heb begrepen dat alle opties nog openliggen en dat alle alternatieven worden onderzocht. Ik heb ook begrepen dat er binnenkort mogelijk meer nieuws komt. U zult ongetwijfeld de commissie daarvan ook op de hoogte houden. We zullen ook vragen blijven indienen over het thema. Het belang ervan is immers enorm.
De voorzitter: Ik zal er alleszins voor zorgen dat de door de minister aangehaalde cijfers zoals gewoonlijk in het verslag zijn opgenomen.
02.14 Koen Van den Heuvel (cd&v): Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw uitgebreide antwoord. Het betreft inderdaad een delicate, maar ook zeer belangrijke zaak van strategisch belang. De maritieme component in de Benelux is zeer belangrijk. Dat ziet u ook in de geopolitieke spanningen. Wanneer men naar ons kijkt, dan is dat inderdaad om een bijdrage te leveren met de maritieme component. Vandaar dat het goed is dat we daarop blijven inzetten.
Het is goed dat er verschillende opties zijn. Voor ons is het eveneens zeer belangrijk om de band met Nederland te behouden. Ik denk dat we daar duurzaam in moeten investeren. De samenwerking met Nederland is veruit de beste oplossing, zeker ook op lange termijn. U hebt daarnet zelf nog de nadelen van het op eigen kracht werken aangehaald. Dat zouden we zeker aan efficiëntie inboeten, wat eveneens een prijskaartje heeft. Dat verlies is nu misschien verborgen, maar op termijn zal dat zeker spelen. We moeten dat mee in beschouwing nemen.
Kortom, ik houd een duidelijk pleidooi voor een duurzame relatie met Nederland en de inzet op efficiëntie en uniforme systemen. Natuurlijk moet er dan ook wel een mooi voorstel komen. Dat betekent dus niet dat we blindelings moeten volgen. Ik denk dat er een oplossing voor de operational gap moet komen.
Wij kijken uit naar midden juni. Ik wens u veel succes om de juiste voorstellen uit te werken, samen met Nederland. Dat is belangrijk. Voor ons blijft dat op termijn toch wel de beste keuze.
02.15 Philippe Courard (PS): Monsieur le président, je pense qu’un temps de parole de deux minutes pour intervenir dans un débat comme celui‑ci est un peu court. Je suis désolé d’avoir légèrement dépassé, mais je trouve que c’est disproportionné: le ministre dispose de trente minutes alors que les autres intervenants n’ont que deux minutes chacun. Enfin, je suppose que ce sont les règles. Rassurez-vous, je vais respecter mon temps de parole.
Monsieur le ministre, dans le dossier des frégates, je ne sais pas si votre ancien collègue ministre était un oiseau de mauvaise augure ni si le dossier était vraiment bien ficelé puisque, au fond, on a commandé une coque sans peut‑être avoir une vision d’ensemble de ce qu’il fallait faire à ce moment‑là.
C’est pourquoi je pense qu’il faut absolument tirer les leçons du passé. Vous allez me dire que, petit à petit, l’oiseau fait son nid, mais je crois qu’il faut vraiment apprendre du passé, sinon, à un moment donné, on devient un oiseau pour le chat.
Je vous invite, dans le dossier des drones notamment, à insister pour que la Cour des comptes puisse également remettre un avis, afin d’éviter qu’à l’avenir nous rencontrions les mêmes problèmes. Parce qu’ici, pour les frégates, vous en êtes victime, et il faut que, dans le futur, ce type de problème soit réglé. Je vous remercie.
02.16 Kristien Verbelen (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor het lange, gedetailleerde antwoord. Wat een verhaal!
Dat neemt niet weg dat de onzekerheid groot blijft. De huidige fregatten zijn oud en hun opvolgers zijn nog niet klaar, dus we zitten met een gat in de capaciteit.
We kunnen wel terugkijken op een lange, mooie samenwerking met Nederland. Dat is een logische, geprefereerde partner. Ondanks dat succesverhaal, moeten we oog blijven hebben voor de timing, de kosten en de industriële return, zodat we niet gewoon een toeschouwer blijven in dat hele dossier.
In dat opzicht is het natuurlijk wel belangrijk dat we alle opties openhouden. U belooft ons de komende weken en maanden nog nieuws en ik hoop snel meer te horen over de oplossingen die uit de bus komen, zowel wat de aankoop betreft als wat dat gat in de capaciteit betreft.
02.17 Minister Theo Francken: Er was een opmerking over het Rekenhof over de dronecapaciteit. Ik zie dadelijk om 12 uur de baas van de FIA, zoals ik vorige week in de commissie beloofd. Als de FIA alsnog weigert, zullen we kijken of het Rekenhof kan worden betrokken.
Ik wil toch ook even in herinnering brengen dat het Rekenhof in 2022 een zeer uitgebreide studie heeft gedaan naar de overheidsopdrachten van Defensie en dat die werd geactualiseerd op 3 juli 2025. Het Rekenhof heeft mijn mensen dat ook even bezorgd, waarmee ik niet gezegd wil hebben dat het Rekenhof een en ander niet moet onderzoeken.
Ik begrijp dat de vraag specifiek over het dossier gaat en ik stel u gerust, want binnenkort komt er meer nieuws in verband met het lopende gerechtelijk onderzoek. Ik wil alleen meegeven dat er al heel veel gebeurd is en dat het Rekenhof al heel veel studies heeft gedaan over overheidsopdrachten. Veel van die auditdiensten hebben heel veel werk. Er zijn heel veel vragen. Het is ook goed dat wij door u en door auditdiensten worden gecontroleerd. Ik heb daar geen enkel probleem mee.
Ik wil gewoon even benadrukken – want dat is in het debat nog niet ter sprake gebracht – dat er zeer recent al zeer grondige audits zijn geweest over alle overheidsopdrachten van Defensie, niet specifiek over dit dossiertje – ik besef dat het voor sommigen om het grootste dossier gaat, maar een dossier van 50 miljoen euro is globaal gezien, niet zoveel – maar wel over onder andere de algemene procedures.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
03.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, de Defensiecodex is een document waarop men al heel lang wacht. Kort voor 7 mei, datum van de indiening van mijn vraag, verschenen in de media een aantal details over de richting die die Defensiecodex uitgaat. Ik begrijp heel goed dat het in een sterk veranderende wereld, met heel wat hybride dreigingen en cyberaanvallen, veel moeilijker in te schatten is of we ons in vredestijd dan wel in oorlogstijd bevinden. Er zijn in dat verhaal heel wat tussenfases bijgekomen vanwege hybride vormen van oorlogsvoering.
Ik juich toe dat een poging wordt ondernomen om de situatie tussen vrede en oorlog te definiëren en daar een bepaald gevolg aan te geven. Ik heb gelezen dat die definitie van militaire crisistijd bijzonder scherp en duidelijk geformuleerd moet worden. Het is niet zo evident om militaire crisistijd in een aantal zinnen of paragrafen te omschrijven. Voor ons is het heel belangrijk dat heel duidelijk wordt omgeschreven wat militaire crisistijd is en wat er in dat geval kan en mag gebeuren. Het is absoluut cruciaal in heel dat verhaal rond de Defensiecodex dat die definitie glashelder is en dat er een limitatieve lijst wordt opgesteld van wat er in die situatie dan mag en kan gebeuren. Het mag geen vrijgeleide zijn om eender wat te doen.
Mijnheer de minister, ik heb dus de volgende vragen.
Wanneer zal de Defensiecodex naar het Parlement komen voor een grondige bespreking?
Hoe definieert u het begrip militaire crisistijd? Hoe waarborgt deze regering dat dat begrip objectief wordt vastgesteld? Welke parlementaire controle is voorzien op de beslissing om die status te activeren?
Er zou ook sprake zijn van een mogelijkheid tot opvordering van burgers. Kunt u toelichten wat uw plannen concreet zijn?
03.02 Kristien Verbelen (VB): Defensie heeft nood aan een duidelijke wettelijke basis. Daarover bestaat geen discussie. Hybride dreigingen, cyberaanvallen, sabotage van kritieke infrastructuur en conflicten aan de rand van Europa maken dat ons land niet langer kan denken in eenvoudige tegenstellingen tussen vrede en oorlog.
Net daarom moeten we natuurlijk voorzichtig en zorgvuldig zijn. Volgens berichtgeving over de nieuwe Defensiecodex zou een nieuwe categorie worden ingevoerd, de zogenaamde militaire crisistijd. In die fase zou Defensie bijkomende bevoegdheden krijgen zonder dat ons land formeel in oorlog is.
Het leger zou voorrang kunnen krijgen op wegen, spoorlijnen, goederen, infrastructuur en datacenters. Zelfs personen zouden in bepaalde omstandigheden kunnen worden opgevorderd. Militairen zouden bovendien ruimere bevoegdheden krijgen in het binnenland.
Ik wil daarover duidelijk stellen dat de nationale veiligheid een kerntaak van de staat is. In crisissituaties moet de overheid snel en kordaat kunnen handelen. Hoe verder die bevoegdheden gaan, hoe duidelijker de grenzen ook moeten worden afgebakend, zeker wanneer burgers, bedrijven en essentiële sectoren rechtstreeks geraakt kunnen worden. De vraag is dus hoe we vermijden dat een noodzakelijk crisisinstrument te ruim, te vaag of te weinig gecontroleerd wordt toegepast.
Mijnheer de minister, op basis van welke criteria zou zo’n militaire crisis kunnen worden uitgeroepen?
Welke rol zal het Parlement daarin krijgen? Krijgt het Parlement inspraak bij de afkondiging, de verlenging en de beëindiging ervan of blijft dat volledig in handen van de regering?
Welke waarborgen worden voorzien tegen disproportionele opvorderingen van goederen? Hoe zullen getroffen burgers en bedrijven worden vergoed?
Tot slot, waar ligt de grens tussen Defensie en politie wanneer militairen bijkomende bevoegdheden krijgen in het binnenland?
03.03 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, selon des informations publiées dans De Morgen, le gouvernement travaille à un code de la Défense qui introduirait, aux côtés du temps de paix et du temps de guerre, une troisième catégorie, celle de la période de crise militaire, qui, selon vous, est déjà en cours. Vous avez d’ailleurs déclaré, le 11 octobre 2025, que nous nous trouvions déjà dans une telle situation. Cette période pourrait être déclenchée en cas de graves perturbations de l’ordre public, de menaces hybrides ou de conflits proches du territoire national. Dans ce cadre, la Défense disposerait de pouvoirs exceptionnels, notamment la réquisition de biens, d’infrastructures et même de personnes. Les militaires pourraient également se voir confier des missions de police supplémentaires. Avant tout commentaire, je souhaiterais mieux comprendre le fond de ce code.
Monsieur le ministre, quelle évaluation le gouvernement a-t-il réalisée quant à l’impact de ce code de la Défense sur les droits fondamentaux, tels que la liberté d’expression, le respect de la vie privée et la liberté professionnelle? Pourquoi le gouvernement estime-t-il acceptable que des citoyens comme des informaticiens, des infirmiers, des chauffeurs ou des techniciens puissent être réquisitionnés à des fins militaires, sous peine de sanctions telles que de lourdes amendes ou des peines de prison en cas de refus? Quels critères concrets permettront-ils de déterminer l’existence d’une grave perturbation de l’ordre public? Qui en fera précisément l’évaluation? Comment entendez-vous éviter que ce code de la Défense ne conduise à une militarisation accrue de secteurs de la société, tels que les soins de santé, les transports, les médias ou encore les technologies? Enfin, quelles initiatives le gouvernement a-t-il déjà prises en matière de prévention des conflits et de diplomatie afin de garantir notre sécurité et d’éviter d’en arriver à une telle situation?
03.04 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de Defensiecodex is inderdaad al een tijd aangekondigd. Die is ook cruciaal voor de bewakingsopdrachten die vandaag in het binnenland worden uitgevoerd.
Wat ons betreft, moet die situatie zo kort mogelijk duren en telkens opnieuw een uitzondering blijven. Volgens de krantenberichten voorzien de ontwerpteksten van die nieuwe Defensiecodex ook in de mogelijkheid om de zogenaamde militaire crisistijd uit te roepen. Volgens de omschrijving zou dat mogelijk zijn in geval van een internationaal gewapend conflict dicht bij het nationale grondgebied, evenals bij hybride bedreigingen of hybride aanvallen.
Zodra de militaire crisistijd is uitgeroepen, krijgt Defensie ook meer armslag. Wegen, spoorlijnen, mediakanalen, maar ook personen kunnen worden opgevorderd. Meer nog, wie zonder reden dat opeisingsbevel naast zich neerlegt, kan een gevangenisstraf van een aantal dagen tot twee jaar riskeren en/of een boete van 2.000 tot 40.000 euro. Bij buitengewoon gevaar kan dat ook nog eens verdubbelen.
De goedkeuring van die militaire crisistijd zou niet bij het Parlement, maar wel bij de regering worden gelegd. Ik maak mij eerlijk gezegd ernstige zorgen, zowel over de draagwijdte als over de democratische controle op dat instrument, dat in alle situaties een uitzondering moet blijven.
Ik heb dus een reeks vragen. Waarom acht u een afzonderlijk statuut van militaire crisistijd noodzakelijk, terwijl België dat tijdens de Koude Oorlog bijvoorbeeld niet nodig heeft gehad?
Hoe definieert u een internationaal gewapend conflict dicht bij het nationale grondgebied? Welke objectieve criteria zullen daarvoor gelden?
Welke bevoegdheden zouden de regering en Defensie precies verkrijgen tijdens zo’n militaire crisistijd? Worden er inderdaad boetes voorzien? Kloppen die berichten?
Waarom wordt niet voorzien dat het federaal Parlement ten minste vooraf of binnen een korte termijn verplicht moet instemmen met de afkondiging van zo’n militaire crisistijd?
Welke garanties bestaan er om te vermijden dat de uitzonderingsmaatregelen langdurig, quasi permanent van kracht blijven? Wat is de stand van zaken en wanneer kunnen we dat hier in het Parlement bespreken?
03.05 Axel Weydts (Vooruit): Dank u, mijnheer de voorzitter, ik zal het zeer kort houden. Ik vraag mij gewoon af wanneer het wetsontwerp aangaande de militaire codex naar het parlement komt.
03.06 Minister Theo Francken: Overeenkomstig het regeerakkoord en de strategische visie werkt Defensie momenteel aan de opstelling van een Defensiecodex, die tot doel heeft het juridisch kader dat van toepassing is op de krijgsmacht te moderniseren. Over de eerste twee delen hiervan werden de voorbije weken onderhandeld met de vakorganisaties, waarbij al één vakorganisatie haar akkoord heeft gegeven.
Het eerste deel beoogt in de eerste plaats de begrippen oorlogstijd, militaire crisistijd en vredestijd, die in de huidige wetgeving soms zonder samenhang naast elkaar bestaan, te harmoniseren. Het verankert ook de opdrachten van defensie in binnen- en buitenland.
La seconde partie du texte du code en projet entend donner un cadre juridique détaillé et solide aux missions de maintien de l’ordre sur le territoire national. Il n’est pas prévu que les militaires se substituent aux services de police dans le cadre de la mission générale de sécurisation de l’espace public.
Die eerste twee delen beogen dus de creatie van een solide wettelijke basis en het op punt stellen van definities. De operationele uitwerking van begrippen zoals ‘militaire crisistijd’ zal in belangrijke mate het onderwerp uitmaken van latere delen van de codex, die uiteraard op gepaste tijd eveneens allemaal aan het Parlement zullen worden voorgelegd na de stemming van de eerste twee delen. Het begrip ‘internationaal gewapend conflict’ is een feitelijke situatie waarvan de definitie brede consensus geniet binnen het internationaal recht. De nabijheid tot het nationale grondgebied moet worden overgelaten aan de beoordeling van de regering, zodat zij over de nodige flexibiliteit beschikt en tegelijk een democratische controle wordt gewaarborgd.
Naast die eerste delen van de codex bestudeert de Defensiestaf momenteel hoe de wet van 12 mei 1927 op de militaire opeisingen kan worden gemoderniseerd. Die wet, daterend van vóór de Tweede Wereldoorlog, maakt het vandaag mogelijk om onder bepaalde omstandigheden personen en goederen op te eisen, maar is niet meer aangepast aan de huidige politieke en geopolitieke situatie. Voor alle duidelijkheid, in die Defensiecodex werden geen nieuwe begrippen uitgevonden. Het begrip ‘periode van crisis’ komt al voor in talrijke wetteksten, zoals de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht, die die periode definieert als de periode die, in geval van een ernstige nationale of internationale crisis, begint en eindigt op de tijdstippen die door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, worden bepaald. Het vaststellen van de staat van oorlog en de afkondiging van de militaire crisistijd is een bevoegdheid van de Koning die hem door artikel 167 van de Grondwet wordt toegekend. Op het moment dat niet meer aan de voorwaarden is voldaan, zal de Koning opnieuw via een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad het einde van die periodes bepalen.
Tous les textes relatifs au code de la Défense seront, comme prévu dans le processus législatif, soumis en temps utile au Parlement, qui pourra pleinement exercer son rôle de contrôle démocratique.
Er zijn twee delen. De eerste twee hoofdstukken zijn klaar. Dat ligt momenteel bij de vakbonden. Een vakbond heeft al laten weten dat het in orde is. De anderen moeten nog advies geven. Daarna gaat dat naar de regering en naar de Raad van State. Vervolgens komt dat naar hier. Dat zal tegen het einde van het jaar zijn.
Over al die andere zaken inzake opeisingen enzovoort, waarover zoveel te doen was, heb ik nog geen wetteksten gezien. Dat ligt nog bij de staf. Ze zijn die nog aan het opstellen. Daarna komt dat naar mijn kabinet. Daar wordt dat opnieuw bekeken en eventueel aangepast. Vervolgens gaat dat naar het IKW, naar de vakbonden en vervolgens opnieuw naar de Raad van State. Pas daarna komt het tweede deel van de Defensiecodex naar hier. Dat zal dus pas volgend jaar zijn.
Er zijn overigens geen nieuwe begrippen. Alles bestaat al in wetten. Zaken worden alleen geactualiseerd en aangepast aan de samenleving waarin we vandaag leven. We staan daar bovendien niet alleen in. Veel landen zijn hiermee bezig. Laat dat heel duidelijk zijn. Al onze buurlanden werken hieraan. Heel wat Europese landen doen hetzelfde.
Nogmaals, de democratische controle zal uiteraard gerespecteerd worden. Dat is besproken in de ministerraad. Ik ga niet op mijn eentje een crisissituatie uitroepen om het leger dan met ijzeren hand de macht te laten overnemen of een soort semi-staatsgreep te plegen. Ik snap niet dat sommigen daar een enorme vrees voor hebben of vermoeden dat ik dat zou doen. Ik ben nochtans een heel grote democraat. Sommigen in deze Kamer dromen daar misschien van, maar ik zeker niet. Ik zou zoiets nooit durven te dromen. Dat is zeker niet de bedoeling. Dat zal ook niet gebeuren.
Ik vind het trouwens opmerkelijk dat sommige commentatoren echt lijken te denken dat de regering-De Wever via de militaire macht een soort staatsgreep mogelijk zou maken. Ik vind het opmerkelijk dat men zoiets denkt. Dat zegt ook iets over hoe men zelf in het leven staat, als men denkt dat wij zoiets zouden overwegen. Natuurlijk gaat dat niet gebeuren. Natuurlijk zal daar altijd overleg over zijn. Natuurlijk zal het Parlement daarbij betrokken worden. Het is toch evident dat, wanneer men een kader creëert, er voldoende controles en checks and balances worden ingebouwd voordat zoiets wordt ingevoerd. Dat gebeurt toch niet zomaar even. Wat zullen we vandaag doen? Ik denk dat ik dat artikel activeer, het leger op straat zet en het Parlement sluit. We zijn hier toch geen West-Afrikaans land, denk ik.
De voorzitter: Uw democratische reflex siert u, mijnheer de minister.
03.07 Kristien Verbelen (VB): Mijnheer de minister, ik erken ook dat Defensie niet mag vastzitten in verouderde regels en dat de wetgeving moet worden aangepast aan cyberdreigingen en de sabotage die we ervaren van de kritieke infrastructuur. Net omdat die dreiging groter wordt, moeten de spelregels natuurlijk helderder worden. Wij gaan akkoord met het idee van meer bevoegdheden voor Defensie, maar dan moeten er duidelijke grenzen en parlementaire controle zijn.
Als ik uw antwoord goed heb beluisterd, is er nog niet veel concreet, zit dat er niet meteen aan te komen en wordt er vooral nog veel bestudeerd. Ik ben dus benieuwd naar het vervolg.
03.08 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, als ik het goed begrijp, bestaat uw antwoord uit twee delen. Het eerste deel gaat over binnenlandse taken, binnenlandse opdrachten. Los van het feit dat ik hoop dat het een tijdelijke opdracht blijft, is het wel goed dat er gewerkt wordt aan een juridisch sluitend wettelijk kader voor onze militairen in het binnenland.
Het volgende is mij echter niet duidelijk. U zegt dat het gaat over de definities en de aanpassing van de wet houdende militaire ‘opeischingen’, zo staat het er nog, in verouderde spelling. Komt dat eerste deel nog voor de zomer naar het Parlement of gaat dat ook niet lukken?
03.09 Minister Theo Francken: Ik heb gesproken over vóór het einde van het jaar. Het moet nog naar de Raad van State en de regering. Voor de zomer zal dus niet lukken. Dat eerste deel komt voor het einde van het jaar naar hier. Voor alle duidelijkheid, die opeisingen zitten in het tweede deel en niet in het eerste deel. Dat zal dus pas voor volgend jaar zijn.
03.10 Kjell Vander Elst (Anders.): U hebt in het regeerakkoord aangekondigd dat die binnenlandse taken zouden worden uitgevoerd mits een juridisch kader en mits de territoriale reserve. Dat betekent dat tegen het einde van het jaar militairen toch weer minstens zes maanden zonder duidelijk of gemoderniseerd juridisch kader op straat zullen staan. Dat lijkt mij geen goede zaak.
Ik ben wel blij met het feit dat het twee gesplitste delen zijn. Ik begrijp de nuance. U moet echter ook begrijpen dat er commotie is als er zaken instaan zoals gevangenisstraffen voor burgers die niet meewerken en de opvordering van burgers. Ik weet dat het een wet uit 1938 of 1939 is, maar we leven ondertussen wel in een andere wereld. Ik begrijp dat het met betrekking tot bepaalde gevallen ergens in een wet moet staan, maar u moet ook begrijpen dat daar vragen over komen, dat heel wat burgers daarmee bezig zijn en er op een bepaald moment angstig van worden.
Ik ben al blij dat de twee delen worden gesplitst. Nogmaals, ik roep u op om met dat eerste deel vaart te maken, zodat onze militairen op straat een duidelijk juridisch kader hebben.
03.11 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Vos explications ne clarifient pas tout. Après avoir entendu tout ce qui a été dit sur ce Code militaire, j'attendrai avec impatience le texte pour que la situation soit matérialisée et que nous sachions réellement de quoi on parle. En effet, si on se limite à ce qui est dit dans les articles et les intentions – vous en avez d’ailleurs confirmé certaines –, je dirais la même chose qu’Orry Van de Wauwer de Pax Christi: "J'en ai des frissons".
J'en ai des frissons, car ce qui est présenté aujourd'hui comme relevant de la sécurité ouvre la porte à une société qui pense en permanence en termes de crise, de menace et de contrôle. Je ne pense pas que ce soit là le genre de société auquel on aspire. J'attendrai donc de disposer de textes plus concrets pour avoir un débat plus concret mais, en tout état de cause, les réponses que je viens d’obtenir n’augurent rien de bon.
03.12 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Het is goed dat er verder wordt gewerkt aan het statuut van de militairen. Van mij mag er al voor het einde van dit jaar duidelijkheid komen over hun opdracht. In het allerbeste geval zal de opdracht van de militairen op straat dan al weer afgerond zijn. Laten we hopen dat daar zo snel mogelijk van af te kunnen stappen en dat niet meer nodig hebben
Wat de militaire crisistijd betreft, verwees u naar de Grondwet, die bepaalt dat de regering bevoegd is om de oorlog af te kondigen. In de Grondwet staat echter wel oorlog, niet militaire crisistijd. Ik hoed mij ervoor om ook de militaire crisistijd door de regering te laten afkondigen. Ik snap de urgentie als het over oorlog gaat. Ten tijde van de Duitse blitzkrieg had men vanzelfsprekend geen tijd om eerst nog het Parlement bijen te roepen. De regering moet in zulke gevallen onmiddellijk kunnen beslissen en dat is ook de taak van de uitvoerende macht.
Een militaire crisistijd is echter van een andere orde, aangezien die een conflict betreft dat al langer aan de gang is. Aan hybride aanvallen is een ander soort urgentie gekoppeld, die volgens mij absoluut aan het Parlement toekomt. Dat is ook niet niks. De criteria die tot hiertoe vermeld zijn roepen vragen op, zoals “in geval van een gewapend conflict dicht bij het nationale grondgebied.” Wat is dichtbij? Is Oekraïne dichtbij? Het conflict tussen Rusland en Oekraïne is al bezig sinds 2014, toen Rusland de Krim annexeerde. Evengoed kunnen hybride aanvallen een argument zijn om een militaire crisistijd uit te roepen. Wat mij betreft, is het echter goed mogelijk dat hybride aanvallen de komende 10, 20 of 30 jaar niet meer stoppen. Ik wil ons echt behoeden voor een samenleving waarin we continu in militaire crisistijd leven, waarin defensie voortdurend extra mogelijkheden krijgt om burgers op te vorderen of communicatiekanalen op te vorderen. Ik denk niet dat dat de samenleving is waar we naartoe willen. Ik waak er dus over dat dit via het Parlement kan worden beslist, in plaats van via de regering.
03.13 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses. On doit en effet certainement espérer le meilleur mais il faut toujours se préparer au pire. Ce qui m'interpelle un peu, c'est qu'on est en train de poser des questions sur un texte que nous n'avons pas encore. Pour ce qui me concerne, j'attends le texte, et puis après on pourra réagir. Je ne suis absolument pas choqué par le délai nécessaire pour l'élaborer car il est important. Ce texte doit être un bon texte afin qu'on puisse en discuter.
J'entends – c'est essentiel aussi, monsieur le ministre – que des concertations sont menées avec les syndicats, et ce dialogue est aussi extrêmement important pour nous. C'est ce qui permet d'avoir de bons textes qui sont évidemment entendus et concertés par tous.
C'est la première fois qu'on entend parler d'un code et qu'on va le voir arriver, et je pense qu'il est nécessaire de prendre le temps. Lorsqu'on modifie le Code civil ou qu'on modifie le Code pénal, cela prend aussi du temps, et c'est tout à fait nécessaire. Aussi, je suis assez surpris de l'empressement des membres de l'opposition. Ils veulent impérativement un texte pour, une fois qu'il arrivera, pouvoir le retarder par tous les moyens. Cela aussi, c'est un mode parlementaire qui n'est pas le meilleur.
De voorzitter: Mijnheer de minister, u wenst nog een kleine aanvulling te geven.
03.14 Minister Theo Francken: Ik wil gewoon een dienstmededeling geven, omdat er ook vragen zijn gesteld over militairen op straat.
Op dit moment zijn er militairen op straat in Antwerpen en in Brussel in het kader van de operatie Green Shield voor de bescherming van de Joodse wijken en de Joodse gemeenschap. Er zijn dus militairen op straat in Antwerpen, in Brussel, in Luik en nu heel recent ook in Charleroi, waar het om elf militairen gaat.
Dat wou ik nog even mededelen ter informatie.
De voorzitter: Collega’s, daarmee zijn al de actualiteitsdebatten afgerond.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
04.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de voorzitter, collega’s, nog een fantastisch Europees defensiedossier betreft het sixth generation Europees gevechtsvliegtuig dat wij al jaren proberen op poten te zetten met twee platformen die zichzelf beconcurreren. Het gaat echter nog verder. Zelfs binnen hetzelfde project is er concurrentie tussen Frankrijk en Duitsland. Wij mogen allemaal de mond vol hebben van Europese samenwerking, gezamenlijke Europese aankopen en gezamenlijke Europese productie. Als wij echter daarin nog niet slagen, zijn we daar nog heel ver van verwijderd.
Recente politieke verschuivingen of ontwikkelingen tonen aan dat er met SCAF of FCAS grote problemen zijn.
Bondskanselier Merz heeft opgemerkt dat het programma dood is en heeft aangegeven dat hij er misschien voor openstaat om over te schakelen naar GCAP of Global Combat Air Programme dat het Verenigd Koninkrijk, Italië en Japan hebben opgestart.
Mijnheer de minister, wat is de concrete waarde van onze huidige status in het programma, ook als observator, binnen FCAS?
Is er reeds formeel contact geweest met de overgebleven partners, Frankrijk en Spanje?
Als Duitsland daadwerkelijk de overstap maakt naar het GCAP-programma, onderzoekt Defensie dan momenteel of in de toekomst de modaliteiten voor een Belgische aansluiting bij dat consortium, in de hoop dat dat project wel levensvatbaar is?
04.02 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, er hangen weer donderwolken boven FCAS. Ik denk dat we stilaan de begrafenis van dat project mogen aankondigen. Ik ben van nature een optimist, maar hier zijn de signalen toch niet echt hoopgevend en dat is een understatement.
Er is nog een programma, namelijk het GCAP-programma, waarin de Britten, de Italianen en de Japanners heel nauw samenwerken.
Mijnheer de minister, ik heb eigenlijk maar één vraag. Denkt u ook dat FCAS ten dode is opgeschreven? Bent u bereid om eventueel te kijken naar dat andere programma, GCAP?
04.03 Peter Buysrogge (N-VA): Collega's, tijdens de vorige legislatuur hebben wij vanuit de oppositie een resolutie ingediend om te vragen om een eerlijke en objectieve vergelijking te maken van het zesdegeneratiegevechtsvliegtuig, om te bekijken welke richting we daarmee uit moesten en aan welk karretje we zouden kunnen aanhaken. Bij de F-35 waren we te laat om in de ontwikkelingsfase nog aan te pikken. We mochten die fout niet opnieuw maken. Misschien moesten we ons ergens als waarnemer aansluiten.
De regering-De Croo heeft dat toen van tafel geveegd en heeft gezegd dat men geen objectieve vergelijking zou maken. Om politieke redenen werd op initiatief van mevrouw Dedonder toen gekozen voor het Franse FCAS-dossier. Ondanks het feit dat we wekelijks door de topman van Dassault worden uitgelachen, moesten we ons toch als waarnemer voor dat FCAS-dossier inschrijven. We hebben daar ook, als ik me niet vergis, redelijk wat geld voor betaald.
Mijnheer de minister, ondertussen hebt u publiek en misschien ook achter de schermen een aantal uitlatingen gedaan over het FCAS-dossier gedaan. Blijkbaar staat dat dossier intussen nog meer op de helling. Ik sluit me dan ook aan bij de vragen die door mijn collega's zijn gesteld. Hoe staat het daarmee? Wat is onze positie? Hoe zit het met het FCAS-dossier? Wat zijn de verschillende opties die nu op tafel liggen?
04.04 Minister Theo Francken: Het Next-Generation Weapon System, het Future Combat Air System, het FCAS-programma, is momenteel niet formeel stopgezet. België behoudt met andere woorden op dit ogenblik nog altijd zijn status als observator binnen dat programma. We hopen desalniettemin dat er binnenkort eindelijk duidelijkheid komt over de toekomst van dat programma.
Ons land heeft tot dusver immers nog geen officiële informatie ontvangen over de stand van zaken, noch over hoe de partnerlanden het verdere verloop van dat programma zien. Vanaf 10 juni gaat in Berlijn de tweejaarlijkse internationale luchtvaarttentoonstelling van start, die alternerend met de editie in Le Bourget wordt georganiseerd. Laten we hopen dat de betrokken partnerlanden bij die gelegenheid eindelijk duidelijkheid verschaffen.
In afwachting daarvan kan ik u alleen meedelen dat wij geen concrete aanwijzingen hebben dat Duitsland zou overstappen naar het GCAP. Daarnaast zijn er momenteel geen andere Europese of trans-Atlantische flagship-ontwikkelingsprogramma’s voor dergelijke gevechtsvliegtuigen waaraan België zou kunnen deelnemen. Zoals ik eerder heb aangegeven, blijft België in dit domein voorstander van Europese samenwerking, idealiter aangevuld met een trans-Atlantisch onderdeel.
België volgt de verdere evoluties nauwgezet op en zal bepalen hoe het zich het best kan positioneren om de Belgische defensiegerelateerde technologische en industriële basis een betekenisvolle rol te laten spelen. In elk geval zou het, onder meer om de ontwikkelingskosten onder controle te houden, verstandig zijn om de deelname van Europese landen zo groot mogelijk te maken en het aantal afzonderlijke projecten te beperken.
Los daarvan wordt in het bijzonder gedacht aan samenwerking rond Collaborative Combat Aircraft, CCA. In het kader van de letter of intent die België en Duitsland hebben ondertekend in de marge van BEDEX, zal België dan ook onderzoeken welke samenwerkingsmogelijkheden bestaan voor de defensiegerelateerde luchtvaartsector.
Het budget voor het FCAS-programma voor de periode 2026-2029 werd bepaald in overleg met de luchtvaartindustrie. Daarbij werd rekening gehouden met de beschikbare DIRS-middelen, de evolutie van het ontwikkelingsprogramma en de absorptiecapaciteit in het licht van de recente evoluties, of beter gezegd het uitblijven daarvan, en met het strategisch belang van de CCA voor Defensie.
Die Collaborative Combat Aircraft zijn drones die meevliegen met de F-35. Defensie zal evalueren in welke mate de voorziene budgetten kunnen worden herbestemd naar concrete programma's binnen het CCA-domein. Die heroriëntatie moet bijdragen aan de positionering van de Belgische luchtvaartsector binnen dat hoogtechnologische en toekomstgerichte domein en tegelijk inspelen op de operationele behoeften van de luchtmacht met betrekking tot CCA.
Defensie zal zowel de ontwikkeling van een toekomstig gevechtsvliegtuig als de ontwikkeling van de daaraan gekoppelde drones, met name de CCA, dan ook zeer nauwlettend opvolgen.
Dat zijn veel woorden om te zeggen dat ik niet weet waar dat FCAS-programma naartoe gaat. Ik meen niet dat daar nog veel leven in zit, maar het wordt niet officieel kaltgestellt. Dus we wachten gewoon, als observators. We zijn daarover ook niet op de hoogte gesteld. We zullen binnenkort misschien wel horen dat er eindelijk een beslissing genomen is.
Het is natuurlijk pijnlijk voor het verhaal van de Europese Defensie-industrie. Ik hoor hier veel partijen pleiten voor een Europese Defensie, en geloof me als ik zeg dat ik daar ook hard voor wil gaan. We zijn echt voortrekkers in vele dossiers. Dat waren we voor de AM400, dat waren we voor de MRTT, dat waren we voor CAMO, dat waren we voor onze mijnenbestrijdingsvaartuigen. Dat is allemaal Europees. Dat is allemaal gebeurd met integratie en samenwerking, nooit alleen. We zijn geen eiland; we geloven in multilateralisme. Dat is een hoeksteen van ons regeerakkoord. We delen dat dus. Ik heb er dan ook geen enkel probleem mee om dat te verdedigen. Ik vind dat we niet mogen stellen dat alles wat Amerikaans is, is vals. Ik vind dat we daar ook op een objectieve manier naar moeten kijken. Het FCAS-programma is op papier een mooi programma, maar het wordt helemaal niets, vrees ik.
Wat er van overschiet? We zitten met die Colaborative Combat Aircraft, een soort drones die met de F-35 meevliegen. Daarvoor is in een budget voorzien in de Strategische Visie. Het staat ook in de Militaire Programmeringswet. Misschien kunnen we ons daar vooral op toespitsen, en bekijken of we mooie Europese ontwikkelingen kunnen doen, waarbij België initieel bij betrokken is, zoals we met de ontwikkeling van de F-16 helemaal mee zijn, en mooi aan innovatie kunnen doen. Dat is een idee. We zullen zien. Maar het ei is nog altijd niet definitief gelegd.
FCAS is natuurlijk een symboolverhaal geworden voor de Europese defensie-industrie, zodat de grote leiders van Europa het heel pijnlijk vinden om dat programma officieel dood te verklaren. Het zal waarschijnlijk weer een compromis à l’Européenne zijn dat het programma niet echt dood is maar dat het meer naar drones gaat, of zo. Het zal waarschijnlijk wel zoiets worden. We zullen zien.
We zijn dus nog observator. Er is nog geen beslissing genomen. Vorig jaar hebben we het budget ervoor geheroriënteerd. Wat moesten we anders doen? Anders haalden we de 2 %-norm niet. Dit jaar houden we ook in het achterhoofd dat dat opnieuw nodig kan zijn als er geen evolutie is, maar we zullen nog even afwachten.
04.05 Kjell Vander Elst (Anders.): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. U zegt het goed: op papier is het weer een mooi project, zoals veel in Europa. Er is heel veel papierwerk en er zijn heel veel mooie woorden, maar als het erop aankomt, wordt er niet geschakeld. Dat is zeer jammer.
Ik denk dat die CCA inderdaad iets is waarin we met de Europese partners, liefst met zo veel mogelijk, stappen vooruit moeten zetten, maar ik blijf er ook bij dat het eventuele stopzetten van het FCAS-programma, waar wij niet voor kunnen zorgen, ook een opportuniteit kan zijn om hetzij massaal met Europese landen in GCAP te stappen, hetzij in een ander toekomstig Europees platform.
We moeten immers blijven inzetten op en blijven pleiten voor een Europees gevechtstoestel van de toekomstige generatie. Dat zal niet van vandaag op morgen gebeuren en ook niet binnen vijf jaar, maar we moeten er wel aan werken. We hebben heel wat technologie en innovatie in Europa. Ik vind dus dat we daar een prioriteit van moeten blijven maken, want we hebben de afgelopen jaren al veel te veel tijd verloren.
04.06 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. Ik denk dat het belangrijk is dat er een Europees alternatief komt voor een fighter jet van de zesde generatie, maar nog belangrijker is dat we er deze keer van bij het begin bij zijn, van bij de ontwikkeling, zodat we de boot niet missen. Het is dus goed dat dat in de gaten wordt gehouden. We zullen een beslissing moeten afwachten, maar als die beslissing er nooit komt, zullen we toch ooit een keuze moeten maken. Ik hoop dat die keuze er dan ook komt.
04.07 Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, ik heb niet zo heel veel meer toe te voegen aan wat u hebt gezegd. In het F-16-dossier waren we lange tijd geleden wel betrokken in de ontwikkelingsfase. Dat heeft ertoe geleid dat we zowel op technisch als op inhoudelijk vlak mee waren in het verhaal en dat we daar ook op economisch vlak decennialang de vruchten van hebben kunnen plukken.
In het F-35-dossier hebben we bij wijze van spreken off the shelf gekocht en zaten we niet mee in de ontwikkelingsfase. Bijna iedereen was het erover eens dat we dat scenario bij een volgende generatie moesten vermijden.
We hebben dan het karretje aangehaakt aan het FCAS-dossier. Waar we nu staan, is weinig opbeurend, als we horen en vernemen wat er allemaal gebeurt. Ik hoop echter dat er achter de schermen door de mensen van Defensie goed wordt gekeken naar de mogelijkheden en opportuniteiten en dat ook de andere opties grondig worden bestudeerd. Kom dus gerust tijdig naar onze commissie als u het licht hebt gezien. Aan ons hebt u alvast een bondgenoot.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Deze vraag gaat over Belgische F-16’s voor Oekraïne. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de leveringen en de eventuele tijdsschema’s?
05.02 Philippe Courard (PS): Monsieur le ministre, selon Le Vif, la Défense planifierait une livraison à l'Ukraine de ses 53 F-16, soit l'intégralité de sa flotte, à l'horizon 2029, en fonction de la livraison et de la mise en œuvre des 34 F-35, dont le programme connaît plusieurs retards. Visiblement, certains partenaires de votre majorité ne partagent pas cette annonce faite par votre cabinet.
Monsieur le ministre, pouvez-vous faire le point sur la position du gouvernement concernant la livraison (quantité, planning, budget et composants) des F-16 belges à l'Ukraine? Comment allez-vous vous assurer que cette livraison importante ne compromette pas les missions de la Force aérienne belge, notamment les Quick Reaction Alert (QRA).
Pouvez-vous faire le point sur la formation des militaires ukrainiens, des pilotes et techniciens F-16, par notre pays, ainsi que sur la livraison de matériel? Des entreprises belges sont-elles impliquées dans ce cadre?
Pouvez-vous faire le point sur la livraison et la mise en œuvre des F-35 commandés par le gouvernement Michel? Quels retards par rapport au programme de base sont-ils enregistrés?
Enfin, pouvez-vous faire le point sur votre procédure d'achat de 11 F-35 supplémentaires, telle que figurant dans votre loi de programmation et dans son agenda?
05.03 Minister Theo Francken: Ik bevind me in een wat moeilijke situatie, want het is een probleem om in deze vergadering al die gegevens te verstrekken. De Russische ambassade is zeker aan het meeluisteren, ze zijn niet hier, maar ze luisteren gelukkig allemaal mee naar wat hier gezegd wordt.
Ik wil achter gesloten deuren die leveringstabel en informatie over de hoeveelheid en data wel bezorgen. Er is geen vertraging ten opzichte van de beloftes, dus die informatie is niet juist. We doen maximaal wat we kunnen, ook de opleiding van de piloten loopt, dus dat zit eigenlijk best goed.
Het is echter niet verstandig om in deze vergadering te zeggen wanneer we nu juist waar wat zullen leveren. Dus ik heb hier een antwoord, dat ik kan voorlezen in de commissie voor Buitenlandse Missies achter gesloten deuren, of kan meegeven onder vertrouwelijkheid of laten inkijken. Ik weet niet wat de procedure is, maar ik kan dat hier echt moeilijk voorlezen. Ik heb het antwoord hier nu eens gelezen en zal dat zo niet meegeven, want dat is echt een probleem.
05.04 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, het is geen enkel probleem om dat achter gesloten deuren te bespreken.
05.05 Philippe Courard (PS): Je suis d'accord de faire comme le ministre le propose.
De voorzitter: Op de volgende vergadering van de commissie voor Buitenlandse Missies van 10 juni zal dat dan worden meegenomen in de toelichting.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
06.01 Axel Weydts (Vooruit): Ik verwijs naar de schriftelijke voorbereiding van mijn vraag.
Recent verscheen een uitgebreid artikel
over de International K9 Day in België in het Magazine 'Hondensport en
Sporthonden', waarin de cruciale rol van diensthonden bij politie en defensie
wordt belicht.
Ook binnen onze strijdkrachten spelen
deze honden een belangrijke rol, onder meer bij explosievendetectie, speciale
operaties en patrouilles binnen het Special Operations Regiment en andere
eenheden.
Het artikel eindigt met een duidelijke
oproep: “De politiek is nu aan zet voor de volgende stap: de hond erkennen als
volwaardige collega, met een passend statuut en bescherming."
Wie ooit met militaire eenheden gewerkt
heeft, weet dat deze dieren geen gewone hulpmiddelen zijn. Ze maken integraal
deel uit van de operationele capaciteit en riskeren, net als hun geleiders,
dagelijks hun leven in operaties.
Daarom heb ik volgende vragen.
Hoeveel diensthonden zijn vandaag actief
binnen Defensie, en in welke eenheden of capaciteiten worden zij voornamelijk
ingezet?
Welk statuut en welke bescherming
genieten deze honden vandaag binnen Defensie, zowel tijdens hun operationele
inzet als nadien?
Wordt er binnen Defensie of op
regeringsniveau gewerkt aan een meer formele erkenning van diensthonden,
bijvoorbeeld via een specifiek statuut of bijkomende beschermingsmaatregelen?
06.02 Minister Theo Francken: Momenteel zijn er 227 honden met begeleider bij Defensie actief, verspreid over verschillende eenheden.
Defensie beschikt over twee capaciteiten, namelijk 80 % patrouille-guarddogs of bijt- of aanvalshonden en 20 % explosive detection dogs voor de opsporing van explosieven. De Special Forces hebben honden die beide capaciteiten combineren. We spreken hier over dual-purposehonden.
De honden hebben geen afzonderlijk statuut. Ze worden door Defensie aangekocht volgens de wet op de overheidsopdrachten, net zoals andere wapensystemen, en worden beschouwd als een niet-letaal wapen.
Er gelden strikte en diverse beheersregels voor het inzetten en houden van de honden. Die hebben onder meer betrekking op welzijn, voeding, gezondheidszorg en andere essentiële aspecten.
We blijven echter aandachtig luisteren naar de operationele noden en de ervaringen uit het werkveld en zullen, waar nodig, wenselijk en binnen onze middelen, bijkomende aanpassingen of verbeteringen doorvoeren om dat kader verder te optimaliseren.
06.03 Axel Weydts (Vooruit): Bedankt voor uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
07.01 Axel Weydts (Vooruit): Een Tinder voor de artillerie. Ik vond dat nogal een catchy titel, maar het lijkt er ook echt op. Iets wat we geleerd hebben tijdens een van de vele briefings die we krijgen bij de NAVO PA - ik kan niet verwijzen naar de spreker vanwege de daar geldende Chatham House Rule - is dat de innovatie bij de Oekraïense defensie zo ver gaat dat er zelfs een app bestaat waarmee doelaanduidingen kunnen worden gedaan voor de artillerie. Voor de collega's die de werking van artillerie misschien wat minder goed kennen, in het klassieke systeem werkt men met voorwaartse waarnemers die vooruitgestuurd worden. Zij hebben de specifieke taak om doelaanduidingen te doen voor een bataljon artillerie dat dan engageert, of zelfs voor close air support van de luchtmacht enzovoort. Het mooie en innovatieve aan die app bestaat erin dat de historische hiërarchische commandostructuur enigszins wordt doorbroken, omdat bijna iedereen op het terrein met de technologie van vandaag heel eenvoudig doelaanduidingen kan doen. Als een doel wordt aangeduid, komt dat terecht in een soort databank waarin de artillerie-eenheden onmiddellijk kunnen zien waar mogelijke doelen zich bevinden. De app berekent ook automatisch de coördinaten, de vuurkracht die moet worden ingezet enzovoort. De app is innovatief op alle vlakken en zorgt ervoor dat er zeer snel kan worden geëngageerd.
Ik vond die ontwikkeling dermate interessant dat ik mij afvroeg of dat zaken zijn die wij ook met onze defensie onderzoeken. We hebben een generaal aangesteld voor drones en innovatie binnen defensie. Staat de app ook op onze radar? De Oekraïners boeken daar naar eigen zeggen veel succes mee, vooral omdat de snelheid van handelen aanzienlijk wordt opgedreven. De app doorbreekt enigszins de hiërarchie en zorgt ervoor dat er zeer snel kan worden geëngageerd en geschakeld op het terrein.
07.02 Minister Theo Francken: Oekraïne maakt gebruik van het GIS Arta-softwarepakket, dat de gegevens integreert van diverse sensoren, gekende doelen en artillerie-eenheden. GIS Arta verwerkt variabelen zoals doeltype, positie en bereik van de wapensystemen om vervolgens vuuropdrachten toe te wijzen aan beschikbare artillerie-eenheden.
Zowel het Special Operations Regiment als de gemotoriseerde capaciteit beschikken over vergelijkbare specifieke command-and-controlsystemen, C2, die diverse sensoren en mogelijke effectoren rechtstreeks met elkaar koppelen. De integratie van een mogelijke nieuwe sensor of effector in de vuurketen is voor defensie een van de bijzondere aandachtspunten bij elk aankoopdossier, om zodoende de sensor-to-shootercyclus maximaal te verkorten.
07.03 Axel Weydts (Vooruit): Ik ben blij dat het op de radar van defensie staat.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
08.01 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, het eerste incident aan boord van onze nieuwe mijnenjager, de Oostende, heeft zich ondertussen voorgedaan. Inmiddels is er ook een tweede incident geweest en zijn er ook incidenten geweest aan boord van de Vlissingen, die als eerste aan de Nederlandse marine werd geleverd.
Voor alle duidelijkheid, ik ga ervan uit dat het om kinderziektes gaat. Dat is ook logisch bij de ingebruikname van een gloednieuwe capaciteit. Ik maak me daar dus niet al te veel zorgen over, maar ik had graag van de minister de bevestiging gekregen of er al duidelijkheid bestaat over de precieze oorzaken. Zijn we bijvoorbeeld zeker dat er geen sabotage in het spel is? We hebben daarover ook onrustwekkende berichten gekregen vanuit de Duitse marine, waar mogelijk sabotageacties op een scheepswerf hebben plaatsgevonden. Kan sabotage voor deze incidenten uitgesloten worden? Wat zijn de oorzaken? Gaat het inderdaad maar om kinderziektes die kunnen worden verholpen? Ik vermoed dat het inderdaad om kinderziektes gaat, maar ik had dat graag bevestigd gekregen van de minister.
Ik raad de collega's trouwens aan om het socialemedia-account van de Oostende eens te bekijken. Ik zie dat het schip al enkele weken op zee is om full operational capable te worden. Het is zeker de moeite om die beelden te bekijken.
08.02 Minister Theo Francken: Na het eerste incident aan boord van de Oostende op 3 februari in Zeebrugge werd een technisch onderzoek opgestart. De vaststellingen wijzen op een lokale oververhitting in de zone van het uitlaatsysteem, meer bepaald ter hoogte van de selective catalytic reduction installatie, die deel uitmaakt van het emissiebeheersysteem van het schip. Er was op geen enkel moment sprake van een brand.
Het tweede voorval aan boord van de Oostende was gelinkt aan het niet volledig correct aanbrengen van nieuwe isolatie aan de schouw na het eerste incident en vond dus plaats in dezelfde technische zone. Ook dit incident werd onderzocht. Daaruit is gebleken dat er geen aanwijzingen zijn van sabotage.
Betreffende het incident aan boord van de Vlissingen en de door u gestelde vragen kan ik u melden dat tijdens het afmeren van het desbetreffende schip een incident plaatsvond in een van de elektrische kasten. Het achterhalen van de oorzaak van het incident en de inschatting van de schade namen enige tijd in beslag, gezien de complexiteit van het systeem en de betrokkenheid van de machinetoeleveranciers en onderaannemers. Inmiddels werd het schadebeeld opgemaakt, werd de oorzaak bepaald – namelijk een losgekomen element dat op de spanningsrail is terechtgekomen – en werden de nodige herstellingswerken aangevat, in samenspraak met en door de industrie.
De incidenten op beide schepen staan volledig los van elkaar. Het gaat om andere systemen en er is geen enkel verband tussen de oorzaken. We kunnen dus zeker niet zeggen dat er sprake zou zijn van een structureel ontwerpprobleem, absoluut niet. In overleg met de industriële partners werden de nodige voorzorgsmaatregelen genomen, onder meer met betrekking tot de betrokken installatie en de thermische monitoring ervan.
De reparaties aan boord van de Oostende werden ondertussen uitgevoerd en de introductie van de nieuwe mijnbestrijdingscapaciteit binnen de Belgische Marine wordt onverminderd voortgezet. Deze incidenten hebben geen impact op het leveringsschema van de resterende platformen. De opwerktrajecten van beide schepen werden aangepast naar aanleiding van de incidenten en de nodige herstellingswerken. De nodige maatregelen worden genomen om de impact op het opwerktraject maximaal te beperken.
Wat de Oostende betreft, werden lessen getrokken inzake procesbeheer en installatie van materiaal. Wat de Vlissingen betreft, worden extra kwaliteitscontroles gevraagd aan de industrie op de platformen in aanbouw om de kans op dergelijke incidenten te verkleinen.
08.03 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, dat zijn geruststellende antwoorden. Ik hoop dat de media daar evenveel aandacht aan zullen besteden als aan de incidenten zelf.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56014016C van de heer Lacroix wordt op zijn verzoek uitgesteld.
09.01 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, Beam is een applicatie van de federale overheid die enerzijds de communicatie tussen de federale overheidsdiensten moet vergemakkelijken en er anderzijds voor moet zorgen dat die communicatie op een veiligere manier verloopt. Mijn vraag is of Defensie daar ook in zal meestappen en of Defensie ook met Beam werkt. Ik denk dat het antwoord ja is, want u hebt daar in eerdere antwoorden al een aantal keer naar verwezen. Voor het overige verwijs ik naar de tekst van mijn vragen zoals ingediend.
09.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Weydts, een beperkt aantal personeelsleden van Defensie is het doelwit geweest van die campagne. Het in kaart brengen van die gevallen is momenteel lopende, zo werd mij gemeld. In de tot nu toe gekende incidenten is er blijkbaar geen enkele aanwijzing dat accounts, toestellen of persoonlijke gegevens zijn gecompromitteerd. Een analyse is nog aan de gang en gebeurt in samenwerking met buitenlandse partners. Verder onderzoek zal uitwijzen of er effectief meer aan de hand is.
Binnen Defensie bestaan aparte richtlijnen voor het gebruik van commerciële communicatieapplicaties. Die applicaties zijn in geen geval bedoeld voor de uitwisseling van geclassificeerde informatie.
Ten slotte wordt binnen Defensie ingezet op cyberawareness, wat de beste verdediging vormt tegen onder meer dat soort phishingcampagnes. Ook de eigen communicatiemiddelen worden tegen het licht gehouden, op zoek naar optimalisaties.
Momenteel wordt de mogelijkheid onderzocht om Beam, een product van de overheidsdienst BSC, binnen Defensie te gebruiken voor interne professionele communicatie die niet geclassificeerd is, maar wel gevoelig kan zijn. Vandaag wordt er binnen Defensie gewerkt met Microsoft Teams. Defensie raadt aan om, binnen de geldende gebruiksrichtlijnen, de officiële communicatiemiddelen te gebruiken die Defensie ter beschikking stelt.
Naar aanleiding van de wijziging van de wet van 11 december 1998 en uitvoering ervan in 2024 heeft Defensie haar beleid rond het omgaan met niet-geclassificeerde informatie binnen en buiten de organisatie bijgewerkt. De regels, onder meer over de manieren van kennisneming, markering, dragersvernietiging en de omgevingen waarin geclassificeerde informatie mag worden verwerkt, zijn herhaald of aangepast.
Voor de verwerking van geclassificeerde informatie geldt dus een strikt en uniform kader, ongeacht de vorm, de drager of de bestemming van de informatie.
Voor alle duidelijkheid: ik zit op Beam. Ik ben misschien de enige van de hele regering, maar mijn volledige kabinet zit op Beam. Alles van Ops en dergelijke zit daar nu op. Vroeger gebeurde dat via Signal, maar we zitten nu op Beam.
09.03 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik weet dat operationele veiligheid of operational security voor u belangrijk is. Dat is ook voor mij het geval. Het is heel goed dat minstens uw kabinet al op die manier te werk gaat. Dat stelt mij gerust.
Voor de vele luisteraars wil ik nog het volgende meegeven. Mijn vraagstelling was misschien enigszins verwarrend. Ik heb mijn tweede vraag hier niet mondeling gebracht. Die vraag ging over de phishingcampagne die heeft plaatsgevonden ten aanzien van een aantal mensen van Defensie. U hebt op die vraag geantwoord. Ik wil daarom voor de luisteraars nog even verduidelijken dat uw antwoord daarover ging. Mijn twee vragen waren aan elkaar gekoppeld.
Ik wil u danken voor uw antwoord en voor uw blijvende interesse en aandacht voor het OPSEC-gebeuren.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
10.01 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de EU Critical Raw Materials Act is opgezet om de toelevering voor strategische sectoren te versterken en benoemt daarbij expliciet ook defensie. Volgens de Europese Commissie worden 26 van de 34 materialen op de EU-lijst van kritieke grondstoffen gebruikt in defensiematerieel. Hoewel sommige grondstoffen slechts beperkt worden toegepast voor defensietoepassingen, worden andere op grote schaal gebruikt door de luchtvaart- en defensie-industrie, zoals aluminium, beryllium, koper, grafiet, nikkel en metallisch titanium.
Tegen deze achtergrond pleitte u voor de aanleg van een strategische voorraad van kritieke grondstoffen. Strategische stockpiling kan bijdragen aan toeleveringszekerheid in een context van geopolitieke spanningen en kwetsbare toeleveringsketens, maar roept ook vragen op in een context van schaarste op de internationale grondstoffenmarkt.
Overweegt de Belgische regering de aanleg of uitbreiding van strategische voorraden van kritieke grondstoffen specifiek met het oog op defensietoepassingen? Zo ja, in welk kader, nationaal of Europees, wordt dit overwogen, en binnen welke termijn? Welke grondstoffen worden daarbij als prioritair beschouwd en op basis van welke criteria? Hoe verhoudt dat zich tot initiatieven op Europees niveau?
Hoe wordt bij de eventuele opbouw van strategische voorraden rekening gehouden met transparantie en democratische controle? Welke rol speelt het Parlement in de besluitvorming hieromtrent? Worden er vertrouwelijke procedures overwogen of is een openbare rapportering voorzien?
Hoe worden de mogelijke effecten op de mondiale grondstoffenmarkten en op producerende landen in rekening gebracht? Bestaat er beleidscoördinatie daarrond met andere departementen?
Wordt er een geïntegreerde strategie ontwikkeld die zowel defensiebehoeften als klimaatdoelstellingen omvat of worden deze sporen afzonderlijk beheerd?
Welke beleidskeuzes worden gemaakt om de concurrentie tussen defensietoepassingen en civiele toepassingen, zoals hernieuwbare energie, batterijen en netinfrastructuur, zo goed mogelijk te beheersen?
10.02 Minister Theo Francken: Wat de vraag over onze strategische voorraden van kritieke grondstoffen betreft, weet dat de grondstoffenstrategie binnen de FOD Economie wordt opgevolgd en gecoördineerd. De FOD Economie neemt deel aan de EU Critical Raw Materials Steering Board en wordt daarbij ondersteund door Defensie, FOD Buitenlandse Zaken, de gewesten en het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling (FIDO), op basis van regelmatig informatief overleg. De FOD Buitenlandse Zaken heeft zelfs een speciaal gezant, Geert Muylle, zoals u weet.
De strategische risicoanalyse van de Belgische afhankelijkheid van buitenlandse raffinage en verwerking van kritieke mineralen is gebaseerd op studies en gegevens afkomstig van de NAVO en het Europees Defensieagentschap (EDA). Daarnaast werd mij ook bevestigd dat er binnen de FOD Economie een continue monitoring gebeurt van producten en grondstoffen die als kritisch beschouwd worden.
Met de European Critical Raw Materials Act wil de EU zorgen voor een veilige en duurzame aanvoer van kritieke grondstoffen voor de Europese industrie en tegelijk de afhankelijkheid van invoer uit één enkel land aanzienlijk verminderen.
Ten slotte kan ook verwezen worden naar het actieplan MAKE 2025-2030 dat begin dit jaar door onze premier, de minister van Economie en de regionale minister-presidenten is goedgekeurd. Een van de actiepunten betreft het uitwerken van een nationale strategie voor grondstoffen.
Momenteel worden alle data en informatie verzameld. In de tweede jaarhelft zal dan gestart worden met stakeholderconsultaties, interactie met de academische wereld en het bedrijfsleven en overleg met de regio’s, om zo tot een blueprint van een echte strategie te komen. De beoogde maatregelen richten zich op het versterken en stabiliseren van de toeleveringsketens binnen de EU, evenals op het vergroten van de internationale betrokkenheid via wederzijds voordelige partnerschappen met landen buiten de EU.
De studies van het EDA en de NAVO houden rekening met de mogelijke klimaatimpact, vermits er ook wordt ingezet op recyclage en het gebruik van alternatieve grondstoffen. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met de mogelijke impact op de globale grondstoffenmarkt en op producerende landen.
10.03 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Ik heb niet veel antwoorden gekregen met betrekking tot de situatie inzake defensie. Ik zal mijn vragen richten aan de FOD Economie, in de hoop daar meer informatie te verkrijgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
11.01 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, u schrijft zelf zowat 900 miljoen euro tot 1 miljard euro militaire steun aan Oekraïne in. De totale federale steun bedraagt 1,1 tot 1,3 miljard euro. Dat is nagenoeg hetzelfde als in 2025 en ongeveer hetzelfde als wat België binnenkrijgt via de vennootschapsbelastingen op de winsten bij Euroclear op de Russische tegoeden.
Ik heb het al vaker aangehaald. Op zichzelf betreur ik het dat de Belgische regering geen extra steun op het vlak van gezondheidszorg of energie of militaire en humanitaire hulp levert. De Oekraïense noden zijn immers uiteraard gigantisch en de Amerikaanse steun lijkt toch wat terug te vallen.
Vanuit de hele Europese Unie wordt 90 miljard euro uitgetrokken voor Oekraïne, maar het land geeft zelf aan dat het nog zeker 30 miljard euro tekortkomt om het functioneren van staat en maatschappij te garanderen. De deelstaten kunnen ook een steentje bijdragen maar dat steentje wordt alsmaar kleiner. De Vlaams-Oekraïense steun bedroeg in 2023 nog 4 miljoen euro en is ondertussen geslonken tot 500.000 euro. Dat bedrag zou dankzij de Ooststrategie worden opgeschroefd tot 1 miljoen euro, maar dat is nog altijd een pak minder dan de eerdere 4 miljoen euro en uiteraard nog veel minder dan de federale inspanningen.
De Raad van State heeft al aangegeven dat er inzake Ontwikkelingssamenwerking een parallelle bevoegdheid bestaat, waarbij zowel de gemeenschappen en gewesten als de federale overheid hun rol te spelen hebben. Hoe staat u tegenover de beperkte steun vanuit bijvoorbeeld Vlaanderen voor Oekraïne? Hebt u daarover contact gehad met uw collega’s in de deelstaten?
Hebt u de ambitie om tot een echt nationaal plan te komen voor steun aan Oekraïne over verschillende departementen en beleidsniveaus heen om op die manier substantieel meer en gerichtere steun te voorzien? Hebt u daarover nog contact gehad met uw collega van Buitenlandse Zaken om, enerzijds, een gecoördineerd federaal steunbeleid rond Oekraïne uit te werken en, anderzijds, een gecoördineerd nationaal en dus interfederaal steunbeleid rond Oekraïne uit te werken?
11.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Aerts, België blijft Oekraïne steunen. Als minister van Defensie zetten we daar maximaal op in. Onze prioriteit is duidelijk operationele militaire steun aan Oekraïne zo sterk mogelijk maken via capaciteiten, opleiding en samenwerking met onze partners. Dat is de bijdrage waar Defensie in deze fase van het conflict het meest concrete verschil kan maken en daar blijven we de komende periode sterk op inzetten, met een nieuw Oekraïnepakket.
Via deelname aan expertengroepen onder leiding van de Europese Commissie kijken we mee naar de versterking van de Oekraïense defensie en industriële capaciteit. België is een federale staat waarin verschillende beleidsniveaus binnen hun bevoegdheden een rol kunnen spelen. Voor mij zijn er bij Defensie andere focussen dan die op diplomatieke steun of humanitaire, economische en ontwikkelingsgerichte steun Dat zijn ook andere bevoegdheden, zowel federaal als bij de deelstaten.
Er is uiteraard regelmatig overleg en coördinatie, zowel in de federale regering als met de deelstaten. Zelf steek ik ook op verschillende vlakken bewust de hand uit naar collega's om waar mogelijk tot een meer structurele samenwerking te komen. Ik wil echter ook duidelijk zijn. Het is niet aan mij, vanuit mijn bevoegdheid als minister van Defensie, om de volledige federale of interfederale coördinatie van alle steun aan Oekraïne op mij te nemen. Als er nood is aan een meer geïntegreerde aanpak over verschillende beleidsniveaus en departementen heen, dan gebeurt die logischerwijs op het niveau waar die bevoegdheden samenkomen. Voor Defensie betekent dat heel concreet dat we onze inspanningen blijven versterken en Oekraïne zo sterk mogelijk maken en ondersteunen waar we het verschil kunnen maken op het vlak van militaire en operationele steun.
11.03 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, wanneer ik correct tussen de lijnen lees, verwijst u mij dus door naar minister Prévot.
Ik denk alleszins dat we de inspanningen ten opzichte van Oekraïne moeten opschroeven en wij hebben in die zin ook al amendementen ingediend. We moeten dat doen, omdat we er dankzij de bevroren middelen bij Euroclear eigenlijk goed vanaf komen. Het zijn immers die middelen, die we rechtstreeks weer investeren in Oekraïne. De extra inspanningen zijn echter beperkt en we zien dat, zeker op Vlaams niveau, de steun alleen maar daalt, terwijl Oekraïne duidelijk aangeeft dat het net extra steun nodig heeft in plaats van minder. Het is tijd om een tandje bij te steken en nog meer steun te bieden aan Oekraïne.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
12.01 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, voici quelques semaines, la Défense et le Centre de crise national organisaient des webinaires sur le Plan national de défense belge à l'intention des autorités communales. Si j'ai bien compris, la volonté était d'apporter des éclaircissements sur le contexte du plan, les objectifs poursuivis ainsi que sur les implications pour les autorités locales, notamment pour protéger la population.
Des échos nous sont parvenus de certains bourgmestres néerlandophones mais aussi francophones qui, tous, sont un peu tombés des nues à propos des demandes qui leur sont adressées. Cela démontre sans doute que le nouveau contexte sécuritaire n'a pas encore été compris par tous. Il y a eu par ailleurs de sérieux problèmes de connexion, voire des déconnexions, comme certains bourgmestres francophones me l'ont précisé.
Les communes doivent ainsi tenir compte de ce nouveau contexte budgétaire car, à un moment ou l'autre, elles devront intervenir, ce qui leur coûtera clairement de l'argent. De même, des petites communes, notamment rurales, n'auront pas nécessairement immédiatement les moyens humains ou matériels de répondre à toutes ces demandes.
Monsieur le ministre, je ne conteste évidemment pas la nécessité de se préparer, avec la Défense, à la défense de notre territoire à tous les niveaux de pouvoir, y compris au niveau des autorités communales. Et il faut le faire rapidement. Néanmoins, il faut également tenir compte du contexte communal, tel qu'il est aujourd'hui. Pourriez-vous dès lors nous résumer ou nous donner des exemples de demandes qui seront adressées aux communes, pour autant que cela ne soit pas classifié? Le pouvoir fédéral soutiendra-t-il les communes dans la mise en œuvre de ces demandes, tant financièrement que par l'expertise apportée par l'armée? Quel sera le rôle de la Défense dans ce cadre?
Enfin, j'insiste sur les problèmes de connexion, voire de déconnexion, qui ont fait en sorte que les bourgmestres n'ont pas pu recevoir toute l'information ni poser leurs questions. Une séance de rattrapage sera-t-elle organisée pour pouvoir les informer correctement?
12.02 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik heb een aantal weken geleden de LNG-terminal in Zeebrugge bezocht. Het is een open deur intrappen dat het kritieke infrastructuur betreft. Het was een vrij indrukwekkend bezoek, met indrukwekkende installaties, maar ik had daar een wat fort Eben-Emael-gevoel. Ik zal mij nader verklaren.
Er zijn zeer uitgebreide veiligheidsprocedures om binnen te geraken en het terrein is via land zeer goed afgesloten. Vanuit de lucht daarentegen, met drones en dergelijke, is dat een ander verhaal. Vandaar mijn Eben-Emael-gevoel van een zogezegd oninneembaar fort dat dan door middel van zweefvliegtuigen toch in enkele uren werd ingenomen. De LNG-terminal in Zeebrugge is ook kwetsbaar vanuit de lucht, laten we daar duidelijk over zijn.
Dat is problematisch. We mogen er niet aan denken dat er een sabotageactie zou plaatsvinden op dergelijke kritieke infrastructuur. Ik heb daar een zeer goed gesprek gehad met de mensen van de LNG-terminal. Een van de belangrijkste vragen die zij vandaag hebben, is de volgende. Zij geven aan bereid te zijn om zelf heel wat te doen om onze weerbaarheid tegen sabotageacties te verhogen. Daar wordt grondig over nagedacht, er bestaan plannen en men is daar actief mee bezig.
Een van de grootste vragen die mij daar echter werd gesteld, was de volgende. Waar begint onze verantwoordelijkheid en waar eindigt onze verantwoordelijkheid? Waar begint dan de verantwoordelijkheid van de overheid, van de federale politie en van Defensie? Er moet duidelijkheid worden verschaft over tot waar zij inspanningen moeten leveren en vanaf wanneer de overheid, Defensie of de federale politie het overneemt. Dat is de meest pertinente vraag die mij daar werd gesteld.
Voor het overige kan ik mijn collega's alleen maar aanraden om die site te bezoeken. Het is echt een indrukwekkende installatie.
12.03 Theo Francken, ministre: La défense et la résilience de notre pays doivent être rapidement renforcées. Dans ce cadre, l’accord de coalition ainsi que la vision stratégique ont mandaté la Défense pour élaborer un plan national de défense et un plan national d’enablement.
La Défense s’acquitte de cette tâche en collaboration avec les autres acteurs concernés, tant au niveau fédéral qu’avec les entités fédérées. Pour que ce plan puisse être mis en œuvre, il est indispensable que la société belge tout entière comprenne et soutienne ces efforts; c’est pourquoi la communication est importante. Afin de garantir l’intégrité de notre pays en cas de crise ou de conflit, il est nécessaire de pouvoir compter sur un engagement large de la société. Le plan SHIELD, c’est-à-dire le plan national de défense, ne sera activé que dans des circonstances particulières. Il met l’accent sur l’importance d’une préparation adéquate afin de créer les conditions optimales pour sa mise en œuvre. Cette préparation se fait par thèmes.
C'est dans la protection de la population et des institutions que les bourgmestres et les gouverneurs jouent un rôle primordial. Les webinaires organisés le 4 mars pour les autorités locales néerlandophones et le 13 mars pour les autorités locales francophones doivent être compris dans ce contexte. Le plan SHIELD exploite au maximum les ressources, les procédures et les processus existants. Il n’est pas lié à un budget spécifique. La mise en œuvre des lignes directrices stratégiques doit se faire à travers les plans d’action des autorités concernées, qui doivent utiliser les budgets nécessaires disponibles au sein des enveloppes existantes, en ajustant les priorités si nécessaire. Dans cette optique, les différentes administrations et autorités doivent élaborer leur propre plan de mise en œuvre afin de contribuer, pour ce qui les concerne, au plan national de défense, en tenant compte de leurs pouvoirs, de leurs possibilités et des circonstances particulières.
Dans une première étape, le ministère de la Défense et le Centre de crise national guideront les autres partenaires fédéraux et régionaux dans ce processus, en leur apportant leur expertise. Le rôle de la Défense sur le territoire national, dans une situation de crise ou de conflit exigeant l’activation du plan national d’enablement, s’articulera principalement autour des fonctions de Sending, Reception, Transit et Host Nation. En tant que Sending Nation, la Défense déploiera ses propres forces et son matériel vers les zones d’opération. En tant que Reception Nation, elle assurera l’accueil des contingents alliés entrant sur le territoire, notamment via les points d’entrée aériens, maritimes et terrestres. En tant que Transit Nation, elle garantira le passage fluide et sécurisé des forces alliées. Enfin, en tant qu'Host Nation, elle fournira l’ensemble du soutien logistique, administratif et infrastructurel nécessaire aux quartiers généraux situés en Belgique ainsi qu’aux forces alliées présentes sur le territoire, en veillant à minimiser autant que possible les obstacles administratifs et techniques.
Ces rôles seront mis en pratique à la mi‑2026, en préparation de l’exercice de l’OTAN Steadfast Defender 2027, prévu l’an prochain.
Het onderwerp van de beveiliging van kritieke infrastructuur werd reeds behandeld in de schriftelijke parlementaire vragen van 12 augustus en 18 september van de heer Lasseaux. Volgens de Belgische en Europese regelgeving zijn uitbaters van kritieke infrastructuur in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het opstellen van beveiligingsplannen. Deze plannen worden gecontroleerd door de bevoegde sectorale overheden. In België legt de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en bescherming van kritieke infrastructuur de verplichting op om zowel publieke als private kritieke infrastructuur adequaat te beschermen.
Deze wet werd recentelijk vervangen door de wet van 18 december 2025 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten. Het beleidskader is hiermee vastgelegd. Het Nationaal Crisiscentrum coördineert de risicoanalyses, de sectorale beveiligingsplannen en de samenwerking tussen overheden, veiligheidsdiensten en private actoren. Defensie vervult hierbij een ondersteunende rol.
Voor de betrokken sites worden de nodige maatregelen getroffen en is een strategie opgebouwd volgens een gelaagd model: preventie, detectie, reactie en herstel. Het NCCN fungeert als centrale coördinator. Elke minister die bevoegd is voor een bepaalde sector speelt een rol in de aanduiding en opvolging van kritieke entiteiten binnen zijn domein. De lijst van deze entiteiten is geclassificeerd en wordt beheerd door het NCCN. De sectorale overheidsdiensten vormen een schakel tussen het NCCN en de uitbaters die verantwoordelijk blijven voor het opstellen van hun specifieke veiligheidsplannen. In geval van gewapende aanval, in de zin van artikel 51 van het VN-Handvest op ons land, zal Defensie uiteraard moeten instaan door de militaire verdediging tegen zo’n aanval.
12.04 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses et vos éclaircissements.
J'entends bien qu'il n'y a pas de budget prévu pour les communes, même si des missions supplémentaires leur seront attribuées, missions qu’elles devront intégrer dans leur plan de sécurité. J'entends également que l'expertise de la Défense sera apportée. Toutefois, la communication est essentielle, nous avons impérativement besoin d’informations précises. Il faut éviter de gérer les choses de manière désinvolte.
À cet égard, il y a eu un réel problème de communication, puisque la session et la visioconférence ont été soudainement interrompues. Les bourgmestres m’ont donc signalé qu’ils n’avaient pas reçu toutes les informations escomptées, mais qu’on leur avait indiqué qu’ils recevraient les diapositives. Les diapositives, c'est bien, mais ce ne sont pas des informations complètes. Serait-il possible d'organiser une session, ou à tout le moins d'informer correctement les bourgmestres, pour qu'ils soient bien conscients de toutes les tâches et missions qu'ils devront opérer?
12.05 Theo Francken, ministre: Nous avons procédé à ce briefing. À ce sujet, quand j'étais bourgmestre – même si je suis encore bourgmestre en titre à Lubbeek –, j’ai engagé un conseiller en prévention à temps plein. Certes, ce poste représente un coût non négligeable, mais il est possible de faire une mise en commun et de partager les frais entre deux communes. Nous sommes une commune de 15 000 habitants, autrement dit une commune de taille moyenne. Les plus petites communes ont la possibilité de faire des mises en commun et de partager les frais. C’est une question de choix.
12.06 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Je partage tout à fait votre avis. Ainsi, dans la commune de Florennes, par exemple, nous avons cette même personne qui est responsable de la sécurité.
Néanmoins, pour ce qui est de l'information communiquée lors de la séance du 11 mars, il y a eu un réel problème de communication. La visioconférence a été coupée, la bande passante était mauvaise, etc. Dès lors, les participants n'ont pas pu obtenir toutes les informations souhaitées. Plusieurs bourgmestres ont d’ailleurs déploré cette situation sur la messagerie instantanée de la visioconférence, et on leur a répondu qu’ils allaient recevoir la présentation. Mais un powerpoint, ce n'est pas une discussion claire. Je pense donc qu'il est nécessaire d’informer correctement, même si chacun doit pouvoir assumer sa politique, en effet.
12.07 Theo Francken, ministre: Je communiquerai cela au Chef de la Défense, demain.
12.08 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Je vous remercie.
12.09 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik wil gewoon een bedenking maken.
Op dit moment staan militairen in voor de bewaking van onze nucleaire sites. Niemand stelt in vraag dat dat kritieke infrastructuur is. Toen ik rondliep op die LNG-terminal in Zeebrugge, zag ik echter ook kritieke infrastructuur. Ik pleit er voor alle duidelijkheid niet voor dat militairen straks ook daar moeten bewaken. Dat is niet mijn pleidooi. Het is gewoon een bedenking.
Laten wij hopen van niet, maar ik kan u verzekeren dat, als een sabotageactie aan een LNG-terminal zou plaatsvinden, onze kust zou kunnen worden herschapen in iets waarop ik niet nader zal ingaan. Iedereen ziet wel het belang in van de combinatie van gas in dergelijke hoeveelheden.
Dat was een kleine bedenking.
12.10 Minister Theo Francken: Dat is natuurlijk een interessant debat.
Er is ook een reden waarom wij de counterdronemiddelen dringend aankopen. Wij zijn ons bewust van de problematiek. Er zijn nog dergelijke sites, zoals de petrochemische cluster in Antwerpen. Als daar met een grote Shahed wordt binnengevlogen, is Antwerpen weg. Ik weet dat allemaal.
Wij zullen dus ook voor de politie maatregelen moeten treffen. Er was immers een hele discussie tijdens de debatten rond counterdrones over de vraag of dat nu een taak voor Defensie of voor de politie is. Defensie is bevoegd voor de militaire kwartieren. Wat is er dan voor de politie? Het lijkt dan wel alsof de rest van het grondgebied niet belangrijk is.
Ook voor de politie is 69 miljoen euro ingeschreven voor counterdronemiddelen. Ook daar is dus heel wat geld voor uitgetrokken. Wij hebben onze NASAMS. Ze zullen begin 2027 ook luchtbescherming bieden voor heel wat kritieke infrastructuur.
Wij zijn er dus mee bezig en meer dan terecht.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
13.01 Nele Daenen (Vooruit): Beste minister, recent, weliswaar met het voorbehoud dat mijn vraag al een tijdje geleden is ingediend, konden we lezen dat het Amerikaanse ministerie van Defensie samenwerkt met OpenAI om artificiële intelligentie te gebruiken in militaire toepassingen. Tegelijkertijd stapte een andere speler, Anthropic, uit dat dossier wegens ethische bezwaren, onder meer inzake massasurveillance en autonome wapens.
Dat illustreert hoe snel artificiële intelligentie een strategisch instrument wordt in moderne oorlogsvoering. AI kan defensiecapaciteiten versterken, bijvoorbeeld voor inlichtingenanalyse, logistiek of cyberverdediging, maar het gebruik van AI in oorlog roept ook belangrijke vragen op over menselijke controle, verantwoordelijkheid en de risico's van autonome systemen.
Voor België is dat eveneens relevant. Ons land investeert steeds meer in hoogtechnologische defensiecapaciteiten, waaronder AI, vaak in samenwerking met NAVO- en Europese partners. Tegelijkertijd vallen militaire AI-systemen grotendeels buiten de Europese AI-wetgeving, waardoor de lidstaten zelf verantwoordelijk blijven voor de regels.
Mijnheer de minister, wat is de houding van de federale regering tegenover het gebruik van artificiële intelligentie in militaire operaties?
Hanteert België specifieke ethische richtlijnen voor de ontwikkeling of inzet van AI binnen defensie?
Hoe positioneert België zich binnen de NAVO en de EU in het debat over autonome wapensystemen en AI-gestuurde oorlogsvoering?
Hoe kijkt de regering naar de recente samenwerking tussen technologiebedrijven zoals OpenAI en militaire organisaties?
13.02 Minister Theo Francken: Mevrouw Daenen, de Strategische Visie bepaalt dat Defensie op verantwoorde wijze zal gebruikmaken van opkomende technologieën als AI. In het algemeen zal AI een enabler worden in zowel alle militaire capaciteiten als in administratieve processen. Zoals in andere organisaties speelt generatieve AI nu al een generieke rol in de bedrijfsondersteuning. Die technologie biedt aanzienlijke opportuniteiten om de productiviteit van medewerkers te verhogen, ook al is die niet altijd meetbaar.
We zetten daarbij in op twee belangrijke elementen: snellere innovatiecycli, en schaalverbreding van productie, zodat de duurzaamheid en slagkracht van onze strijdkrachten verzekerd blijft. Dat geldt vooral voor oorlogsdomeinen als cyberspace en elektronische oorlogsvoering, drones en counterdrones, die in alle operationele dimensies worden geïntegreerd, land, zee, lucht, ruimte, en cyberspace.
Ai en machine learning zullen een steeds grotere rol spelen. Wel blijft de menselijke interactie, met de controle over de systemen, uiteraard cruciaal.
België wenst altijd en overal het internationaal humanitair recht te respecteren. Er bestaan actueel geen bindende juridische richtlijnen specifiek voor het gebruik van AI in het militaire domein.
Daarom hanteert België de elf guiding principles van de groep van regeringsexperts betreffende dodelijke autonome wapensystemen van de Verenigde Naties en de zes NATO Principles of Responsible Use of AI als richtsnoer. Binnen de NAVO lopen initiatieven, eveneens de ontwikkeling van toolkits, om dat soort van ethische richtlijnen in de praktijk te kunnen brengen.
Ons land verdedigt in alle multilaterale instellingen de positie dat autonome wapensystemen op elk ogenblik van hun levenscyclus betekenisvolle menselijke controles moeten toelaten. Daardoor is het belangrijk dat we beschikken over voldoende kennis om nieuwe technologieën te beheersen. Daarom zet Defensie in op awareness rond de voordelen en risico's van AI en op de algemene digitale geletterdheid van het personeel.
Dergelijke evoluties moeten nauw worden opgevolgd, zowel vanuit juridisch, ethisch als veiligheidsperspectief.
Defensie dient steeds te handelen binnen de vastgestelde wettelijke en beleidsmatige regelgevingen.
13.03 Nele Daenen (Vooruit): Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoord. Het antwoord maakt duidelijk dat er een plan van aanpak bestaat en dat u dat verder nauw opvolgt. Het is in elk geval een belangrijk issue.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
14.01 Anthony Dufrane (MR):
Monsieur le ministre, un exercice grandeur nature impliquant une centaine de
militaires s'est tenu début mars au camp de Lagland à Arlon, marquant une
nouvelle étape dans la montée en puissance des véhicules blindés Griffon au
sein de nos forces armées. Ces engins sont décrits par les cadres de l'école
d'infanterie d'Arlon comme de véritables ordinateurs sur roues capables de
remplir des fonctions aussi diverses que le transport de troupes, le
commandement, l'observation d'artillerie ou l'évacuation sanitaire blindée.
Leur interopérabilité avec les forces
françaises, qui utilisent les mêmes véhicules, constitue un atout stratégique
indéniable dans le cadre des engagements OTAN et européens de la Belgique. Sur
les 473 blindés commandés, seuls 10 sont actuellement en service à Arlon
et à Tournai et ne seront pleinement opérationnels qu'à l'horizon 2027.
Les livraisons s'échelonneront par vagues
jusqu'en 2030, ce qui soulève des questions légitimes sur la planification
des formations, la répartition géographique des déploiements et la capacité de
notre armée à absorber ces nouvelles capacités dans les délais annoncés, dans
un contexte de réarmement accéléré.
Mes questions sont:
1. Quel est le calendrier précis des
formations prévues pour les bataillons appelés à être équipés des Griffon,
quelles unités sont prioritairement concernées, selon quel ordre de passage?
Les écoles d'infanterie d'Arlon et de logistique de Tournai disposent-elles des
capacités d'encadrement et des infrastructures suffisantes pour absorber le
volume de formations requis d'ici à 2027?
2. Dans quelles casernes et sur quels
sites militaires belges les Griffon seront-ils progressivement déployés au fur
et à mesure des livraisons? Une planification géographique tenant compte des
besoins opérationnels des différents bataillons d'infanterie et de logistique
a-t-elle été arrêtée? Certaines implantations régionales étant-elles
prioritaires dans ce schéma de déploiement ?
3. Le calendrier de livraison des
473 véhicules commandés, étalé par vagues jusqu'en 2030, est-il
susceptible d'être accéléré au regard du contexte géopolitique actuel et des
engagements de rehaussement capacitaire pris par la Belgique au sein de l'OTAN?
Des négociations sont-elles en cours avec le constructeur pour anticiper
certaines tranches de livraison?
14.02 Minister Theo Francken: De industriële deelname binnen het CaMo-project gaat verder in stijgende lijn. Het zal evolueren naargelang de aanschaf van nieuwe bijkomende systemen. Naast het bestendigen en opvolgen van de al gerealiseerde business-to-businessprojecten tussen de constructeurs en Belgische bedrijven, is verdere economische return op de al goedgekeurde aankopen gelinkt aan hun exportpotentieel naar derde landen, waarbij België aanspraak maakt op een deel van de economische return. De technische kennis uit de deelname aan het programma versterkt de betrokken bedrijven en positioneert hen in de toeleveringsketens van sommige van de grootste industriële spelers in Europa. Het onderhoud van alle CaMo-voertuigen zal gedurende de volledige levensduur uitgevoerd worden door het zogenaamde LS2-programma, waar drie Belgische partners, John Cockerill Defense, FN Herstal en Thales, deel van uitmaken. Zij zullen dan ook de technologische ontwikkelingen kunnen volgen.
Tenant compte de la livraison, l’objectif est d’engager un détachement du volume d’une compagnie en 2027, puis un détachement du volume d’un bataillon en 2029.
Enfin, la brigade motorisée médiane devrait être engageable dès 2030, conformément à la vision stratégique. Les premiers éléments à se transformer seront ceux du bataillon d’infanterie Bevrijding - 5de Linie, qui seront suivis par les éléments du bataillon de cavalerie, le bataillon de Lanciers 1/3 L. Les unités d’appui recevront leurs véhicules de manière synchronisée et cohérente.
14.03 Anthony Dufrane (MR): Je vous remercie, monsieur le ministre, pour ces chiffres et pour toutes vos explications. Je note qu’un tel outil nécessite une formation accrue, étant donné la complexité du Griffon. Mais cela montre aussi la polyvalence et la modernisation de notre défense. Je vous en félicite.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
15.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Recente berichten bevestigen dat de NAVO een
grootschalig, meerjarig onderzoekstraject is gestart onder de naam “High North
Scenarios for Wargaming and Analysis — Winter Storm 2030". Dit initiatief,
geleid door de VS en Noorwegen, heeft als doel om tegen 2029 de mogelijke
conflictscenario's met Rusland in de Arctische regio in kaart te brengen.
Belangrijk initiatief om ook onze samenwerking met de VS in het Arctisch gebied
op te schalen om zo de dreiging ten aanzien van Groenland in te dammen.
Naast de VS en Noorwegen hebben ook Canada,
Tsjechië, Frankrijk, Italië, Zweden en Turkije toegezegd deel te nemen aan de
simulatie van de veiligheid in het Noordpoolgebied. Experts waarschuwen voor
hybride dreigingen en specifieke scenario's, zoals de mogelijke bezetting van
de Svalbard-archipel of de Åland-eilanden door Russische troepen. Momenteel
(van 9 tem 19 maart) vindt ook de tweejaarlijkse oefening Cold Response plaats
in Noorwegen, waarbij 25.000 militairen van 14 landen trainen op Arctische
oorlogsvoering.
Gezien de strategische verschuiving van
de NAVO en de noodzaak voor Europese lidstaten om voorbereid te zijn op
dreigingen aan de noordflank, is het essentieel om de positie en bijdrage van
België in dit dossier te verduidelijken.
Hierbij de volgende vragen:
1.
Is België op dit moment betrokken bij de onderzoekstaskforce “Winter
Storm 2030"?
Zo ja, op welke manier nemen we deel?
Zo neen, zijn er plannen om experts
inzake het Arctisch gebied te detacheren naar dit strategische analyseproject?
2.
Neemt de Belgische Defensie deel aan de oefening Cold Response of
aanverwante Arctische trainingen, en zo ja, met welke capaciteiten en
manschappen?
3.
In hoeverre wordt de noodzaak voor Arctische inzetbaarheid en specifiek
materieel voor operaties in het Hoge Noorden meegenomen in de huidige Belgische
investeringsplannen voor Defensie? Houden de geplande aankopen hier voldoende
rekening mee volgens u?
4.
België is momenteel geen lid van de Joint Expeditionary Force (JEF), in
tegenstelling tot Nederland. Overweegt u, gezien de verschuivende dreiging naar
het Hoge Noorden, om een nauwere structurele samenwerking of aansluiting bij
JEF?
15.02 Minister Theo Francken: Defensie neemt niet deel aan de taskforce Winter Storm 2030. Daarentegen nam Defensie wel deel aan de oefening Cold Response met een Very Shallow Water Team in het kader van mijnenbestrijding, met een forward logistics site en met een marineofficier op het Deense fregat HDMS Vædderen. Daarnaast nam één militair als waarnemer deel aan de Deense wintertraining op Groenland en werd de oefening Dynamic Mariner ondersteund met een officier Naval Cooperation and Guidance for Shipping uit het Britse Northwood. In totaal waren 15 militairen betrokken bij oefeningen in de Arctische regio.
Op dit moment plant Defensie geen bijkomende investeringen voor Arctische inzetbaarheid of specifiek materieel voor operaties in het Hoge Noorden. De deelname aan activiteiten in de regio gebeurt met capaciteiten en middelen die in staat zijn om in die regio te opereren. We zijn geen lid van de JEF. De Belgische strategische visie benadrukt dat België zijn veiligheid verankert via strategische samenwerking met de NAVO als primair kader voor collectieve verdediging. In dat verband wordt het belang van partnerschappen bevestigd, maar zonder verwijzing naar toetreding tot of structurele aansluiting bij de JEF. Defensie onderzoekt steeds hoe de deelname aan internationale veiligheidsinitiatieven kan worden versterkt. Zo wordt ook gekeken naar mogelijkheden voor beperkte of projectmatige participatie in JEF-verband. Momenteel kan Defensie al via het JEF Plus-mechanisme deelnemen aan oefeningen en operaties van de JEF, zoals onze marine in het verleden al heeft gedaan. We zijn nu geen lid van de JEF, maar het zou natuurlijk wel interessant kunnen zijn om dat te worden. We zullen zien of dat lukt.
De Icelandic Air Policing zullen we ook nog doen.
15.03 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, we hebben het hier vaak over de oostflank en de zuidflank, maar onze noordflank is minstens even belangrijk. Dat gaat dan over het Arctische gebied. Het wordt steeds belangrijker, dus we mogen dat zeker niet uit het oog verliezen. Dat Arctische gebied is echt cruciaal, ook voor Europa. Het is dus goed dat België toch deelnam aan Cold Response.Ik hoor een opening om toch structureel lid te worden van de JEF, wat ik toejuich. Ik denk dat dat een goede zaak zou zijn voor onze marine. Ik weet dat dat operationeel en capacitair gezien allemaal moet passen in een breder geheel. Ik denk echter dat daar ook een groot deel van onze focus zou moeten liggen. Dat Hoge Noorden is zeer belangrijk voor het noorden van Europa, maar zeker ook voor België met de Noordzee.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
16.01 Kjell Vander Elst (Anders.): De recente aankondiging dat Oekraïense militaire
adviseurs de Duitse Bundeswehr gaan trainen, is een belangrijke shift in hoe
samenwerkingsverbanden met Oekraïne vormkrijgen. De Duits-Oekraïense
samenwerking richt zich op domeinen zoals drone-oorlogsvoering, elektronische
oorlogsvoering en grootschalige artillerie-operaties. Urgentie is groot:
Duitsland stelt 2029 als streefdatum om volledig paraat te staan tegen een
mogelijke grootschalige dreiging.
De lessen die Oekraïne leert zijn van
vitaal belang voor álle Europese strijdkrachten, niet enkel voor Duitsland. Het
risico bestaat dat er nu een lappendeken van bilaterale akkoorden ontstaat,
terwijl een gecoördineerde Europese aanpak veel efficiënter zou zijn.
Hierbij de volgende vragen:
Hoe evalueert u het initiatief van
Duitsland om Oekraïense instructeurs in te bedden in hun militaire scholen?
Ziet u ruimte om een gelijkaardig model voor de Belgische Defensie te hanteren?
Gaat u op Europees pleiten voor meer
strategische Europees gerichte aanpak, met als doel de Oekraïense
expertiseoverdracht te structureren via bestaande militaire EU-initiatieven?
Gaat u onze Duitse en Oekraïense partners hier ook over aanspreken?
3. Op welke wijze kunnen we met Duitsland
in overleg treden om hun bilaterale ervaringen onmiddellijk te ontsluiten voor
andere Europese partners, zodat we dubbel werk vermijden en de
interoperabiliteit versterken?
16.02 Minister Theo Francken: Mijnheer Vander Elst, Duitsland en Oekraïne hebben midden februari een formeel akkoord gesloten waardoor Oekraïense onderrichters worden geïntegreerd in de Duitse legeropleiding. De kernreden daarvoor is dat de Bundeswehr frontline expertise van Oekraïense soldaten rechtstreeks wil integreren in haar eigen doctrine en opleidingssystemen, vooral inzake moderne gevechtstechnologie en droneoorlogvoering.
De Oekraïense instructeurs worden ingezet in Duitse troepenscholen en gevechtstrainingscentra. Dit omvat zowel klassieke opleidingscentra als oefenterreinen waar tactische trainingen plaatsvinden. In elk geval sluit deze benadering aan bij bredere Europese inspanningen om lessen uit de Oekraïense oorlog systematisch te verwerken, onder meer via de EU Military Assistance Mission (EUMAM) en de NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU).
Oekraïne, Duitsland en onze andere partners delen reeds operationeel relevante inzichten via deze NAVO- en EU-kaders, onder meer doordat het Special Training Command in Strausberg de EUMAM-activiteiten op het Duitse grondgebied coördineert en onze Belgische militairen daar ook sinds 2023 aanwezig zijn om vormingen en trainingen te ondersteunen. De Belgische Defensie streeft ernaar om zo ook haar eigen vormingen up to date te houden met de realiteiten. Dit Duitse initiatief zal in ieder geval verder onderzocht en geanalyseerd worden.
16.03 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank voor uw antwoord. Ik pleit ook al langer voor een strategisch partnerschap met Oekraïne. We leiden al heel wat Oekraïners op, bijvoorbeeld gericht op F-16's, maar ik denk dat we stilaan ook in de omgekeerde richting moeten beginnen werken. De Oekraïners beginnen heel wat knowhow en expertise binnen te rijven. Dat is natuurlijk het perverse effect van oorlogsvoering. Het zou een heel goede zaak zijn als we een strategisch partnerschap zouden kunnen afsluiten dat gaat over training, opleiding, maar ook over industrie en productie. Zeker als men ziet wat zij dankzij experimenteren met drones allemaal al hebben kunnen realiseren, dan denk ik dat wij heel wat kunnen leren van onze Oekraïense vrienden en dat een partnerschap een goede zaak zou zijn, ook voor België. Het is goed dat u het Duits-Oekraïense initiatief evalueert en opvolgt en ik hoop dat we snel kunnen volgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
17.01 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Finland hebben aangekondigd dat ze een nieuwe internationale financiële instelling willen oprichten, het zogenaamde Multilaterale Defensiemechanisme. Dat zou tegen 2027 operationeel zijn. Dat mechanisme zou landen met een sterke kredietwaardigheid – ik weet niet of België bij die landen hoort – toelaten gezamenlijk defensiematerieel en munitie aan te kopen en financiering te verstrekken via leningen.
Volgens de initiatiefnemers gaat het om een aanvulling op bestaande Europese initiatieven met een duidelijke focus op een kerngroep van gelijkgestemde NAVO-bondgenoten, waarbij ook niet-EU-landen zoals het Verenigd Koninkrijk betrokken zijn. Dat roept een aantal fundamentele vragen op voor België, zowel op budgettair, industrieel als strategisch vlak.
Ten eerste, heeft België al formeel of informeel beslist om deel te nemen aan het Multilaterale Defensiemechanisme? Wat is de huidige houding van de regering ten aanzien van het initiatief?
Ten tweede, hoe verhoudt het nieuwe mechanisme zich volgens u tot bestaande Europese instrumenten voor gezamenlijke defensieaankopen? Dreigt hier volgens u geen versnippering of parallel circuit buiten de EU-structuren om te ontstaan?
Ten derde, welke implicaties ziet u voor de Belgische defensie-industrie en onze strategische autonomie? Zal een deelname aan dergelijke gezamenlijke aankoopmechanismen onze afhankelijkheid vergroten of verkleinen?
Ten vierde, wat zijn de budgettaire gevolgen voor België indien wij zouden toetreden, in het bijzonder in het kader van de tot nader order stijgende defensie-uitgaven en de druk op de federale begroting?
Tot slot, acht u het wenselijk dat België zich aansluit bij een dergelijk initiatief dat buiten het EU-kader wordt opgezet of pleit u veeleer voor een versterking van de reeds bestaande Europese instrumenten?
17.02 Minister Theo Francken: Het idee van een multilateraal defensiemechanisme werd al in 2025 voorgesteld.
Een van de belangrijkste doelstellingen van dit mechanisme is NAVO-landen de mogelijkheid te bieden om samen met het VK gezamenlijk defensiematerieel aan te kopen en dat via een soort bank voor te financieren, wat binnen het huidige EU-kader niet mogelijk is. Het zou eigenlijk een bijkomende optie vormen naast de bestaande EU-instrumenten zoals SAFE en het European Defence Industry Programme (EDIP). Een eventuele deelname zou kansen bieden voor de Belgische defensiegerelateerde technologische en industriële basis om deel te nemen aan grootschalige gemeenschappelijke programma's met het Verenigd Koninkrijk.
Tot op heden heeft Defensie geen formele of informele uitwisselingen gehad met andere landen over dit initiatief. Evenmin werd dit onderwerp op regeringsniveau besproken. Aangezien er tot op heden geen dergelijke uitwisselingen hebben plaatsgevonden, is het niet mogelijk een onderbouwde evaluatie te maken van de potentiële budgettaire impact. Er wordt evenwel verwacht dat deelname aan zulke gemeenschappelijke aankopen een positief effect zou hebben op de totale kosten en leveringstermijnen.
Defensie bestudeert sowieso alle initiatieven op het vlak van financiering van defensie-inspanningen met bijzondere aandacht. Beslissingen omtrent deelname worden genomen op basis van een grondige evaluatie, onafhankelijk van het institutionele kader waarbinnen deze initiatieven plaatsvinden.
17.03 Annick Ponthier (VB): Dank u, mijnheer de minister, voor uw kort en bondig antwoord. Ik heb begrepen dat er op dit moment geen stappen worden ondernomen binnen Defensie of binnen de regering om eventueel deel te nemen aan dit multilateraal defensiemechanisme, hoewel u zegt dat het eventueel kansen zou kunnen bieden op het vlak van defensieaankoopmechanismen.
Ik neem dus mee dat we niet meteen voorstander zijn van het creëren van een parallel circuit buiten de bestaande EU-structuren. Ik denk dat we dat in de toekomst zeker verder zullen opvolgen.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
18.01 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, tijdens een gedachtewisseling in het Benelux-parlement over het Europese concurrentievermogen werd door Nederlandse partners, meer bepaald vanuit het ministerie van Economische Zaken, de organisatie aangekondigd van een eerste Benelux Defensie Industrie Dag. Ik heb begrepen dat België daar sowieso aan zal deelnemen. Mijn vragen betreffen meer concrete details over dat mogelijk relevante initiatief. Een defensiebeleid handelt vandaag niet alleen meer over capaciteiten, maar ook over industriële verankering, toeleveringsketens, innovatie en strategische autonomie. Dat hoef ik u waarschijnlijk niet te vertellen.
Mijnheer de minister, wat wordt met betrekking tot de organisatie concreet van België wordt verwacht in de voorbereiding of de deelname aan dat evenement? Op welk niveau nemen we deel, politiek, eerder administratief of ook op industrieel niveau?
Welke defensiebedrijven uit België of welke industriële clusters zullen op dat evenement naar voren worden geschoven? Op basis van welke criteria zouden die bedrijven worden geselecteerd? Gaat het over technologische meerwaarde, exportpotentieel, strategische relevantie, deelname aan Europese programma’s of andere criteria?
Kunt u ook meegeven op welke basis de Belgische deelname verdeeld zal worden tussen Vlaamse, Waalse en Brusselse ondernemingen of vestigingen? Zult u bij de Belgische vertegenwoordiging waken over een evenwichtige regionale spreiding tussen de drie gewesten?
Welke concrete kansen ziet u in die Benelux Defensie Industrie Dag om onze eigen defensie-industrie te versterken? Ik denk dan aan innovatie, schaalvergroting, gezamenlijke aanbestedingen, misschien toegang tot productieketens of export.
Ik denk ook dat het belangrijk is om te weten of u het initiatief als een eenmalig netwerkevenement ziet dan wel als een opstap naar een meer structurele Benelux-samenwerking op het vlak van de defensie-industrie.
Een laatste niet onbelangrijke vraag, zult u de Kamer informeren over de Belgische inzet, de deelnemende bedrijven en de concrete beleidsdoelstellingen die België op dat evenement wil verdedigen?
18.02 Minister Theo Francken: Mevrouw Ponthier, de Belgische Defensie staat samen met de Nederlandse partner aan de basis van de conceptie van die dag. De eerste Benelux Defensie Industrie Dag vindt plaats op 24 juni in het NAVO-hoofdkwartier. De organisatie van die editie wordt opgenomen door Nederland via zijn ambassade, terwijl de handelsagentschappen FIT in eerste plaat en AWEX in tweede lijn instaan voor de mobilisatie aan Belgische kant. Daarmee is de regionale betrokkenheid structureel ingebouwd, niet als een bijgedachte, maar als een onderdeel van de opzet. Dat doen we trouwens altijd.
De achterliggende redenering is politiek even eenvoudig als industrieel urgent. De Belgische, Nederlandse en Luxemburgse defensie-industrieën zijn in grote mate complementair. In die zin moeten we best samenwerken. Het optrekken van harde industriële grenzen is contraproductief. In het kader van de Europese strategische autonomie moeten we die samenwerking net versterken. Door de drie ecosystemen beter met elkaar te verbinden, dragen we op een zeer praktische manier bij aan die autonomie: niet via grote beleidsdocumenten, maar door bedrijven concrete kansen te geven om elkaar te vinden, ketens te versterken en mogelijkheden te ontdekken die vandaag misschien nog niet eens duidelijk zichtbaar zijn.
De politieke wil om dat project kracht bij te zetten, is aanwezig. De drie landen zullen elk op politiek niveau vertegenwoordigd zijn. Het programma is nog niet volledig gevalideerd, maar de inhoudelijke pijlers liggen vast.
Deelnemende bedrijven krijgen inzicht in de aankoopprogramma's die in de drie landen op stapel staan. Daarnaast wordt een denkoefening opgezet over mogelijke gezamenlijke projecten, vertrekkend van suggesties van de drie National Armaments Directors. Via matchmakingsessies worden bedrijven uit de drie landen met elkaar verbonden.
Deelname staat open voor alle relevante spelers uit de drie landen. Bedrijven schrijven zich in via een onlineplatform. Communicatie en mobilisatie verlopen via de regionale handelsagentschappen. In onderling overleg wordt bij de samenstelling van de deelnemersbasis gelet op technologische expertise, strategische relevantie en potentieel voor samenwerking.
Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar kmo's, nichebedrijven en dualusespelers, precies die bedrijven die in grote internationale programma's minder zichtbaar zijn, maar die in een Benelux-context gestimuleerd moeten worden om hun weg naar relevante partners, aankopers en programma's te vinden.
18.03 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw algemeen antwoord. Ik heb op een aantal concrete vragen geen antwoord gehoord. U zegt wel dat het industrieel urgent is, met name voor onze defensie-industrie. Dat lijkt me een absolute meerwaarde van die defensie-industriedag op Benelux-niveau.
U hebt ook niet aangegeven of u dat als een eenmalig netwerkevenement ziet, dan wel als een opstap.
18.04 Minister Theo Francken: De bedoeling is om dat elk jaar te doen.
18.05 Annick Ponthier (VB): Goed.
U hebt gezegd: het is belangrijk voor onze strategische autonomie dat gezamenlijke projecten worden belicht. Dat lijkt me allemaal heel belangrijk. Ik denk dat het positief is dat daar specifiek aandacht naar gaat, zeker wat Vlaanderen betreft. U weet dat Vlaanderen een kmo-regio is en dat kmo’s en dualusebedrijven gestimuleerd worden op die manier verder te investeren, ook op het vlak van defensie-industrie. Een evaluatie naderhand lijkt me zeker aan de orde en ik zal er dan ook op terugkomen, uiteraard na 24 juni.
Het incident is gesloten.
De voorzitter: Aan de orde zijn de samengevoegde vragen nr 56014415C van de heer De Smet; nr 56014417C van mevrouw Maouane; nr 56014512C van de heer De Smet; nr 56014556C van de heer Aouasti; nr 56016086C van de heer Boukili en nr 56016324C van de heer Aerts over Palantir.
18.06 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer Buysrogge, er is twee minuten spreektijd om de vraag nog maar te introduceren.
Over drie minuten start de plenaire vergadering. Het lijkt me dan ook aangewezen om conform de afspraken in de Conferentie van voorzitters, mij naar de plenaire vergadering te begeven om daar tijdig aanwezig te zijn.
De voorzitter: U bent de enige vraagsteller en de minister heeft laten weten dat hij beknopt zal zijn in zijn antwoord.
Waarom behandelen we die vraag dan niet? In de commissie voor Binnenlandse Zaken zijn ze ook nog bezig.
18.07 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Dat is gewoon niet mogelijk, dus ik stel die liever uit.
18.08 Minister Theo Francken: Als ik het goed begrijp, weigert de heer Aerts om zijn vraag te stellen. De commissievoorzitter beslist toch over de werkzaamheden?
Ik stel vast dat mevrouw Maouane Rajae, die het vorig jaar had over de Kalasjnikovs op BEDEX, de topexperte Defensie, niet aanwezig is. Ik stel vast dat de heer De Smet, die ik nooit in mijn leven gezien heb, behalve als het over de F-35 gaat, nu blijkbaar iets nieuws gevonden, namelijk Palantir. Het zal geen toeval zijn dat dat ook weer een Amerikaans thema is. Mevrouw Charlotte Deborsu en de heren Khalil Aouasti en Boukili zijn hier toch allemaal in de Kamer, want zij moeten hier over een minuut zijn. Zij zijn hier dus toch ergens, maar zij vinden het niet nodig om hierheen te komen, terwijl ik hier aanwezig ben.
De heer Aerts is dan de enige van heel dat clubje opposanten – ik zal braaf blijven – aanwezig en die weigert om zijn vraag te stellen. Dat vind ik echt kras.
De voorzitter: Mijnheer Aerts, stel uw vraag.
18.09 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Nee, ik zal mijn vraag niet stellen. Ik wil nog toevoegen dat mevrouw Maouane niet in de plenaire vergadering aanwezig is wegens ziekte. Het woord clubje vind ik heel denigrerend.
We kunnen de vraag, inclusief het antwoord en mijn repliek, niet behandelen voor twaalf uur. Het is ondertussen zelfs twaalf uur. Ik vind het dus evident dat we die vraag verplaatsen.
Dat zou ook niet gelukt zijn op het moment dat ik het woord kreeg. Ik ben hier bewust blijven zitten om te zien of het mogelijk was. Ik stelde vast dat het niet mogelijk was. Daarom vraag ik om mijn vraag tot de volgende keer te verdagen. Ik denk niet dat dat zo'n abnormale vraag is. Ik vind dat eigenlijk redelijk evident.
De voorzitter: Dan zal de vraag worden uitgesteld.
18.10 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le président, voyant la tournure des débats, je pensais que nous allions respecter la décision de la Conférence des présidents qui est d'arrêter à midi afin que tout le monde puisse aller en séance plénière, je constate néanmoins que ce n'est pas le cas. C'est pour cette raison que je suis présent, mais comme l'a dit mon collègue, il convient de respecter la décision (…)
De voorzitter: Het gaat mij niet om het respecteren van de ene of andere beslissing. Er was nog perfect de nodige tijd om de vraag te beantwoorden. De minister zou ook kort antwoorden. De vraag met één vraagsteller had dus nog perfect kunnen worden behandeld.
Nu kan dat dus ondertussen niet meer. De tijd is immers verstreken en volgepraat met een discussie over procedures. Ik stel dan ook voor dat wij de vragen hernemen bij een volgende commissievergadering.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 12.01 uur.
La réunion publique de commission est levée à 12 h 01.