|
Commissie
voor Buitenlandse Betrekkingen |
Commission
des Relations extérieures |
|
van Dinsdag 26 mei 2026 Voormiddag ______ |
du Mardi 26 mai 2026 Matin ______ |
La réunion publique de commission est ouverte à 8 h 59 et présidée par M. Michel De Maegd.
De openbare commissievergadering wordt geopend om 8.59 uur en voorgezeten door de heer Michel De Maegd.
01.01 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer Prévot, ik heb een nieuwe vraag – we hebben het daar inderdaad al een paar weken geleden over gehad – over de nu al meer dan een jaar geleden bevoren evacuaties uit Gaza. Reeds bij de eerste keer toen ik daarover een vraag stelde en ook nadien – er verscheen ook persartikels – vond ik tientallen berichten in mijn mailbox onder andere van mensen die namens 225 betrokkenen en hun gezin contact met mij opnamen om de problematiek aan te kaarten. Ook onderwijsinstellingen en universiteiten contacteerden mij en klaagden aan dat studenten die op basis van hun academische merites waren geselecteerd, door een gebrek aan politieke wil niet in ons land geraken. De geblokkeerde evacuatie voor Gazanen, waardoor personen met een visum om naar ons land te komen momenteel vastzitten, is dus op meerdere vlakken een prangend probleem, in de eerste plaats omdat hun fysieke integriteit op het spel staat en hun leven in gevaar is.
De mails blijven binnenkomen. Op 8 mei stond er in een voorpagina-artikel dat er sinds februari dit jaar opnieuw structurele evacuaties zouden kunnen plaatsvinden. Volgens COGAT, de Israëlische legerafdeling die de grensovergangen controleert, kunnen mensen met een visum Gaza wel verlaten. Dat is een belangrijk aandachtspunt voor wie de problematiek niet kent. Het argument dat evacuatie niet kan, omdat Israël mensen tegen zou houden, klopt dus niet. De evacuaties zijn wel degelijk mogelijk, zoals COGAT zelf ook heeft aangegeven. De voorwaarde is wel dat de ambassades meewerken. Evacuaties zijn mogelijk, maar er moet een politieke beslissing worden genomen om ze opnieuw op te starten, zodat ook de ambassades hun werk kunnen doen.
Onder de vorige regering, de vivaldiregering, is het gelukt om een aanzienlijk aantal mensen te evacueren. In het artikel werd ook vermeld dat u ondertekende mails hebt ontvangen van 255 families van Gazanen met een visum, ik vermoed gelijkend op dewelke ik ontving. Vorige keer hebt u mij geantwoord dat u de zaak aan het kernkabinet zou voorleggen – u zou de mails hebben meegenomen – en moedigde u mij aan om een vraag te stellen aan mevrouw Van Bossuyt over de eventuele verlenging van de visa. Die vraag is helaas nog niet aan bod gekomen, maar ik heb die vraag wel direct ingediend.
Mijn vragen zijn heel eenvoudig. Die vergadering van het kernkabinet heeft intussen plaatsgevonden. Zowel uit uw antwoord van de vorige keer als uit het feit dat u de zaak op het kernkabinet wilde brengen, blijkt duidelijk dat het eigenlijk een kwestie van politieke wil is. Ook de positie van COGAT, de Israëlische legerafdeling, maakt duidelijk dat, aangezien men verwijst naar de medewerking van de ambassades, er vanuit Brussel een signaal moet komen om de evacuaties opnieuw op te starten.
Wat is er dus beslist op het kernkabinet? Is er een akkoord?
Als er geen akkoord is, wat zijn dan de problemen?
Wat is uw projectie? Hebt u contact gehad met de Israëlische autoriteiten over de heropstart van de evacuaties?
Wat is uw reactie op de stelling van COGAT dat personen met een visum Gaza zouden kunnen verlaten als hun ambassade, in casu dus de Belgische, zou meewerken? Welke beslissing werd daarna genomen gericht aan de ambassades?
Wanneer zullen personen met een visum om naar ons land te komen, effectief worden geëvacueerd?
Sindsdien heb ik ook de vraag met betrekking tot studenten gekregen. Daarom stel ik een aanvullende vraag. Gelet op de communicatie van 27 mei 2025 dat het in het licht van het recht op onderwijs onlineaanmeldingen ook in andere dossiers mogelijk is om visa te verkrijgen, hoe zult u omgaan met de studenten vanuit Gaza die Belgische instellingen selecteren om hier hun opleiding te volgen of hun doctoraat voort te zetten? Zullen zij hun beurs kunnen omzetten in een evacuatie naar ons land om hier te kunnen studeren?
01.02 Greet Daems (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, in Gaza speelt zich voor de ogen van de hele wereld een ongeziene humanitaire ramp af. Al 27 maanden, sinds oktober 2023, pleegt Israël een genocide op onschuldige burgers.
De situatie escaleert elke dag verder. Volgens een recente studie gepubliceerd in The Lancet, werden in de eerste 15 maanden van de genocide minstens 75.000 mensen met geweld omgebracht. Daarbovenop stierven zeker nog eens 16.000 mensen een “niet-gewelddadige” dood, door ontbering, honger, ziekte of gebrek aan medische zorg. De meerderheid van die slachtoffers zijn kinderen, vrouwen en ouderen. Volledige steden zijn vernietigd, waaronder Rafah een stad met meer dan 100.000 inwoners. Dat is ongeveer zo groot als uw eigen stad Namen, mijnheer de minister. Khan Younis, vroeger een stad van meer dan 200.000 inwoners, vergelijkbaar met een stad als Charleroi, is van de kaart geveegd. Vandaag zijn dat puinhopen.
Mijnheer de minister, de voorbije weken kregen we opnieuw uiterst verontrustende getuigenissen van deelnemers aan de jongste Flotilla naar Gaza. Zij spreken van systematische foltering en vernedering door Israëlische autoriteiten en van een aparte folterboot, waar deelnemers een voor een in containers werden mishandeld. Zij werden geslagen en geschopt, moesten urenlang een stresspositie aanhouden en ondergingen vernederende naaktfouilles, seksueel geweld en zelfs verkrachtingen. Als dat al gebeurt met Europese burgers, met internationale zichtbaarheid, wat moet dat dan zijn voor Palestijnen die vastgehouden worden? De Palestijnse gevangenen ondergaan voortdurend gelijkaardige behandelingen. Volgens mensenrechtenorganisaties bevinden zich vandaag meer dan 9.000 Palestijnen in Israëlische hechtenis, ook kinderen. Volgens Save the Children wordt 69 % van de kinderen in Israëlische detentie het slachtoffer van seksueel geweld.
Voor wie niet in Israëlische hechtenis zit, is het leven niet veel beter. Gezinnen leven in tenten tussen het puin van hun huizen. Kinderen groeien op zonder school, zonder veiligheid, zonder toekomstperspectief. Dat is de realiteit waaraan Gazanen proberen te ontsnappen. Dat is ook de context van honderden mensen met een Belgisch visum die nog altijd in Gaza vastzitten. Dat zijn mensen aan wie België officieel toestemming gaf om naar ons land te komen, maar die vervolgens niet door ons land worden gerepatrieerd. Daarover gaat deze interpellatie.
Op 5 mei hebben we hier in het Parlement mensen uit Gaza ontmoet die al maanden actie voeren aan uw kabinet. Zij bevinden zich in dezelfde situatie. België heeft hun families een visum gegeven, maar daarna stopt alles. De minister van Asiel en Migratie verwijst naar Buitenlandse Zaken. U hebt op uw beurt verwezen naar de regering. De regering wijst opnieuw naar de Dienst Vreemdelingenzaken. Zo draait deze regering in cirkels, terwijl families wachten in barre oorlogsomstandigheden, maar ondertussen verstrijkt de tijd.
Mijnheer de minister, voor die families is de tijd op. Tijd bepaalt vandaag letterlijk wie leeft en wie sterft. Ik heb hier de verhalen gehoord. De vader van iemand met wie ik sprak, had een visum. Hij wachtte op repatriëring, maar hij is intussen gestorven omdat hij geen toegang meer had tot de medicatie die hij nodig had. Ik heb ook iemand horen vertellen over de kinderen van iemand die een visum had. Zij wachtten op repatriëring, maar stierven tijdens het wachten door een Israëlische bom.
Mijnheer de minister, volgens cijfers die in de pers verschenen, gaat het om ongeveer duizend Palestijnen. Duizend Palestijnen hebben een Belgisch visum, maar worden niet gerepatrieerd. De laatste Belgische evacuatie dateert van december 2025. Sinds april 2025 zou niemand meer aan de evacuatielijst zijn toegevoegd.
Nochtans gebeurden er de voorbije maanden wel opnieuw evacuaties uit Gaza via internationale coördinatie. Ierland deed het. Australië deed het. COGAT, de Israëlische instantie die de grensovergang controleert, heeft ook publiek verklaard dat visumhouders Gaza kunnen verlaten wanneer ambassades meewerken. Mijnheer de minister, als Australië het kan, als Ierland het kan, waarom kan België het dan niet?
Het is heel belangrijk om vandaag ook enkele namen uit te spreken hier in het Parlement. Achter elk dossiernummer zit immers een gezin, een kind, een ouder: Rayan, visumnummer 19.398; Janat, visumnummer 19.399; Malak, visumnummer 19.423; Samahir, visumnummer 19.424. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Dat zijn maar enkele namen van de ongeveer duizend mensen die vandaag wachten om te worden geëvacueerd.
Wij krijgen onnoemelijk veel getuigenissen binnen van mensen in gelijkaardige situaties. Het zijn wanhoopskreten. Ik wil u één getuigenis voorlezen van een moeder die ons het volgende schrijft: “Sinds drie jaar woont mijn man in België terwijl ik met onze jonge kinderen in Gaza achterblijf onder uiterst moeilijke humanitaire en psychologische omstandigheden. Ons huis werd tijdens de oorlog verwoest en sindsdien leven mijn kinderen in angst en onzekerheid. Die moeilijke omstandigheden hebben een diepe impact gehad op ons leven en op het emotionele welzijn van mijn kinderen. Elke dag vragen zij wanneer zij eindelijk zullen worden herenigd met hun vader en opnieuw als gezin in veiligheid en waardigheid zullen kunnen samenleven. Een hereniging van ons gezin zou mijn kinderen de kans geven om op te groeien in veiligheid, stabiliteit en emotionele rust naast hun vader.”
Mijnheer de minister, wat antwoordt de regering daarop? Deze mensen vragen immers geen privilege. Zij vragen dat België gewoon uitvoert wat België zelf heeft goedgekeurd.
In het artikel van De Standaard waarover ik daarnet sprak, heeft uw kabinet ook gereageerd op de evacuatielijst. De reactie luidde: “Wij willen mensen in een bijzonder moeilijke en stresserende omgeving geen valse hoop geven.”
Mijnheer de minister, die valse hoop werd echter niet gecreëerd door die families. Die valse hoop werd gecreëerd door een regering die visa uitreikt, maar vervolgens geen evacuaties organiseert. Voor die families betekent een goedgekeurd visum vandaag niets zolang België hen niet in veiligheid kan brengen. Daarom heb ik enkele heel concrete vragen.
Over hoeveel Palestijnen met een Belgisch visum gaat het vandaag exact? Hoeveel van hen wachten op gezinshereniging? Hoeveel minderjarige kinderen zitten vandaag vast in Gaza ondanks een Belgisch visum? Hoeveel van die mensen hebben ondertussen het leven verloren terwijl zij wachtten op evacuatie?
Waarom werden sinds april 2025 geen nieuwe mensen toegevoegd aan de evacuatielijst? Waarom vonden sinds december 2025 geen Belgische evacuaties meer plaats?
Wanneer werd deze kwestie besproken binnen de kern of ministerraad? Welke beslissingen werden daar genomen?
Hebt u formeel contact opgenomen met de Israëlische autoriteiten om evacuaties van visumhouders te organiseren en, zo ja, wanneer was dat precies?
Klopt het dat er in de regering weerstand bestaat tegen het vrijmaken van logistieke middelen voor evacuaties?
Waarom slagen andere landen er wel in evacuaties te organiseren terwijl België dat blijkbaar niet kan? Bent u bereid onmiddellijk opnieuw evacuaties op te starten voor Palestijnen met een Belgisch visum en bent u bereid eindelijk duidelijke communicatie te geven aan de betrokken families zodat zij niet langer maandenlang in complete onzekerheid moeten leven?
Ik dank u alvast voor uw antwoorden. Dank u wel.
Alors que la situation reste extrêmement préoccupante et que des voies de sortie restent, selon de nombreux témoignages, de facto fermées, il apparaît essentiel d'assurer la transparence quant à la position actuelle du gouvernement belge ainsi qu'aux perspectives concrètes offertes aux personnes concernées qui sont aujourd'hui au nombre de plusieurs centaines.
Dans ce contexte, j'aimerais vous poser six questions, monsieur le ministre. Disposez-vous d'informations actualisées relativement à la situation aux postes-frontières, notamment à Rafah et à Kerem Shalom? Pourriez-vous confirmer quels sont les habitants de Gaza qui ne disposent toujours pas de moyens effectifs de quitter le territoire?
Le gouvernement envisage-t-il de prendre une nouvelle décision visant à relancer les évacuations depuis Gaza, en particulier pour les bénéficiaires d'un visa délivré par l'Office des étrangers et par la Belgique, pour les membres de familles proches de Belges et de personnes bénéficiant sur notre territoire d'une protection internationale? Dans la négative, quelles sont les conditions qui justifient l'absence de poursuite des évacuations, alors que la situation humanitaire reste critique et que les intéressés ne disposent pas d'alternative crédible pour quitter Gaza?
Il ressort également des communications du centre de crise ainsi que de vos précédentes déclarations que le SPF Affaires étrangères examine toutes les options possibles pour venir en aide aux personnes concernées. Quelles sont précisément ces pistes et ces options de rechange? Sur quels mécanismes reposent-elles: diplomatiques, humanitaires, logistiques? Existe-t-il des perspectives concrètes de mise en œuvre à court et à moyen termes?
Afin de nous éclairer, il est également essentiel de disposer d'une estimation du nombre de personnes qui sont actuellement bloquées à Gaza et titulaires d'un droit d'entrée en Belgique. Combien de visas de regroupement familial ont-ils été accordés à des ressortissants palestiniens entre mai 2025 et mai 2026? Parmi ceux-ci ou celles-ci, combien concernent-ils des demandes introduites via le poste consulaire de Jérusalem?
Disposez-vous d'une estimation, même approximative, du nombre de bénéficiaires résidant actuellement à Gaza?
Combien de personnes disposant d'une autorisation de séjour en Belgique ont-elles contacté le centre de crise depuis la clôture de la liste d'évacuation en avril 2025?
Enfin, vous avez indiqué précédemment que la recherche de solutions structurelles restait une priorité, "aucune option n'étant exclue" selon vous. Or, en l'absence de perspectives concrètes à ce stade, ne pensez-vous pas qu'un débat politique clair s'impose quant à la poursuite ou non de ces évacuations, qui ont, malgré les difficultés, démontré leur faisabilité entre 2023 et 2025?
Le président: Monsieur le ministre, vous avez la parole. Vous disposez de 20 minutes pour répondre aux deux interpellations et à la question.
01.04 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Almaci, mijnheer Aouasti, mevrouw Daems, zoals ik al aangaf in mijn antwoord van enkele weken geleden aan mevrouw Almaci over dit onderwerp, ik besef heel goed hoe dramatisch de situatie is voor alle betrokkenen. Mijn diensten houden mij op regelmatige basis op de hoogte van de extreem moeilijke en gevaarlijke omstandigheden waarin de inwoners van Gaza nog steeds moeten leven. De humanitaire situatie in Gaza blijft een belangrijk aandachtspunt in mijn beleid. Op mijn aandringen nam de ministerraad op 12 september 2025 een reeks maatregelen om een verbetering van deze situatie te bekomen. We blijven volop werken aan de volledige uitvoering van die maatregelen.
Je me permets d'attirer de nouveau votre attention sur les très grands efforts que le gouvernement belge a déjà réalisés en matière d'évacuations de Gaza.
Le gouvernement actuel a pris l'engagement, en mai 2025, d'évacuer environ 500 personnes de Gaza, et il a mis tous les moyens à disposition pour honorer cet engagement. Non seulement les services du SPF Affaires étrangères, mais aussi de nombreux autres services comme la police fédérale, le SPF Santé publique, la Croix-Rouge et plusieurs services aéroportuaires ont travaillé d'arrache-pied pour honorer cet engagement. Je saisis cette occasion pour remercier de nouveau ces services pour leurs efforts coordonnés.
L'évacuation de ce groupe d'environ 500 personnes était terminée en décembre dernier. Elle a porté le nombre de personnes que la Belgique a évacuées de Gaza depuis octobre 2023 à un total d'environ 1 000 personnes: des Belges et des réfugiés reconnus, les membres de leurs famille ainsi que des enfants gravement malades et leurs accompagnants.
Même si cela peut vous surprendre, il me plaît de souligner que cette réalité chiffrée nous place parmi les pays de l'Union européenne qui ont organisé le plus grand nombre d'évacuations de Gaza. Je vous entendais, madame Daems, évoquer l'Australie. L'Australie a fait quelques centaines. Elle a fait moins que nous. Il y a des grandes puissances européennes qui ont fait des évacuations de seulement quelques dizaines de personnes. Nous sommes grosso modo à un millier de personnes qui ont été évacuées. Nous n’avons pas à en rougir.
Nous avons toujours tendance, dans cette Assemblée, à tout peindre en noir et à considérer que la Belgique ne fait jamais rien correctement. Je me permets, à un moment donné, de profiter de l'occasion pour remettre un peu les choses en perspective.
Est-ce pour autant un élément dont nous devons nous satisfaire et nous gargariser? Certainement pas. J’ai toujours eu une attitude modeste. Vous ne m'avez jamais vu dans les gazettes courir partout pour montrer les biscottos et dire que nous serions les meilleurs en évacuations. Mais honnêtement, nous n’avons pas à rougir. Nous sommes parmi les pays ayant procédé au plus grand nombre d'évacuations depuis Gaza.
Ik dien te benadrukken dat het organiseren van evacuaties geen routinetaak is voor de FOD Buitenlandse Zaken. Evacuaties zijn steeds uitzonderlijke tussenkomsten, die aanzienlijke middelen vereisen en grote druk zetten op de vele betrokken diensten. Dit is ook de reden waarom ik als minister van Buitenlandse Zaken niet zelf over dergelijke operaties beslis. De beslissing tot het opstarten van een evacuatie, het ter beschikking stellen van de nodige middelen en het bepalen van de categorieën van begunstigden gebeurt steeds binnen de regering.
Il convient également de souligner – et c'est un élément sur lequel je veux insister – qu'il n'y a pas de droit à l'évacuation. Le fait que l'Office des étrangers ait accordé à un ressortissant étranger la possibilité d'accéder à notre territoire, en octroyant un visa, n'implique pas que la Belgique a l'obligation d'évacuer cette personne.
Ce ne peut pas être un automatisme. Et, excusez-moi, vous entretenez parfois de faux espoirs auprès d'une série de ces interlocuteurs en faisant penser l'inverse, en leur faisant croire que parce qu'ils ont un visa, cela veut dire qu'ils ont un droit automatique à être évacués. Ce n'est pas le cas. Ils reçoivent le droit d'accéder à notre territoire. Ce n'est pas la même chose! Cela ne veut pas dire que nous devons tout mettre en œuvre pour systématiquement organiser leur évacuation. C'est un élément important pour éviter de créer de la confusion, des attentes, des frustrations et des déceptions.
Le fait que ce droit automatique n'existe pas ne signifie évidemment pas pour autant que nous devons rester indifférents aux souffrances des personnes qui sont bloquées à Gaza ni aux souffrances des membres de leur famille qui sont ici en Belgique. Nous sommes conscients que pour chacun, la pression psychologique doit être énorme. Et, comme vous le mentionnez dans votre interpellation, monsieur Aouasti, ces familles demandent à juste titre une transparence sur les perspectives concrètes que le gouvernement belge peut leur offrir.
Aujourd'hui, madame Daems, à peu près 1 400 personnes à Gaza disposent d'un accord de l'Office des étrangers pour un visa pour la Belgique. Pour environ 1 000 d'entre elles, le contact a déjà été pris par le Centre de crise du SPF Affaires étrangères. Il s'agit pour la plupart, des cas de figure de visas de regroupement familial. Et le fait que la Belgique héberge une grande communauté palestinienne fait évidemment que ce nombre de demandes de regroupement familial ne cesse d'augmenter. Une petite partie sont des visas pour des chercheurs universitaires et des étudiants boursiers, comme cela a été évoqué par Mme Almaci.
Mevrouw Almaci, u vermeldt de mededeling van de Israëlische autoriteiten dat buitenlandse ambassades opnieuw de mogelijkheid hebben om evacuaties te organiseren via de grensovergang van Kerem Shalom. Dat klopt. Daarbij moet echter ook vermeld worden wat een dergelijke organisatie precies inhoudt. Het gaat onder meer om het verkrijgen van de nodige toelatingen van de Israëlische en Jordaanse overheden voor alle betrokken personen, het organiseren van het transport binnen Gaza, doorheen Israël en vanaf de Israëlisch-Jordaanse grens naar Amman, de opvang in Amman, de vliegtuigreis van Amman naar Brussel en de ontvangst van die personen in België. Dat moet gebeuren binnen een voortdurend veranderende veiligheidssituatie, met onvoorspelbare evoluties op het terrein en een groot aantal verschillende parameters die vaak buiten onze controle vallen. Een nieuwe evacuatieoperatie van die aard voor zo’n hoog en steeds stijgend aantal personen is vandaag geen realistische optie.
Monsieur Aouasti, c'est pour cette raison que mes services analysent également des alternatives à une évacuation, et ce depuis décembre 2025. Par exemple, faciliter la sortie de Gaza afin qu'une fois hors de ce périmètre, les familles aient le loisir de pouvoir organiser leur venue par leurs propres moyens. L'évolution du contexte sécuritaire dans la région est également un élément problématique et qui crée de l'incertitude. Aucune des options envisagées jusqu'à présent n'a pu se concrétiser avec facilité. Je préfère ne pas détailler toutes les options – notamment pour leur donner les chances de pouvoir être rendues possibles – mais l'objectif demeure une solution structurelle, qui s'applique à toutes les personnes détenant un accord pour un visa pour la Belgique, et qui ne doit pour autant pas prendre la forme d'une évacuation qui n'est pas garantie, n'est pas automatique et n'est pas un droit.
Mesdames et messieurs les députés, vous m'avez également posé des questions très claires et précises quant à la réponse que le gouvernement belge peut donner à de très nombreuses familles qui savent que leurs proches vivent dans des conditions épouvantables, et qui nous demandent de les aider. J'espère que les réponses apportées, à défaut de vous satisfaire, sont transparentes et claires. Il n'existe pas de réponses faciles à ces questions. On doit se prémunir de donner de faux espoirs à des gens par des promesses que nous ne pourrons pas être certains de tenir. Le seul engagement que je peux prendre est de continuer – avec mes services – de chercher une solution réaliste et soutenue par l'entièreté du gouvernement. Je rappelle que ce que la Belgique a fait jusqu'à présent, elle l'a fait conformément à ses convictions, que ce soit sous le gouvernement Vivaldi ou le gouvernement Arizona, et que nous avons procédé à un nombre d'évacuations parmi les plus importants des différents pays impliqués.
Ik heb daarom aan al mijn collega’s van het kernkabinet kenbaar gemaakt dat ik dit dossier opnieuw met hen wil bespreken. Ondertussen heeft een eerste IKW plaatsgevonden met de betrokken kabinetten om deze discussie voor te bereiden. Ik houd u uiteraard graag op de hoogte van het resultaat van deze discussies.
01.05 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, u weet dat ik u waardeer. Ik zetel ondertussen 18 jaar in het Parlement. Als de minister 20 minuten nodig heeft om te vertellen wat er gebeurd is, maar voorlopig geen antwoord kan geven op wat er nog zou gebeuren, is dat wel illustratief voor het probleem van deze regering, in alle dossiers die te maken hebben met Israël en Gaza: de volledige gespletenheid en het gebrek aan bereidwilligheid bij een groot deel van het kernkabinet en van de regering om effectief actie te ondernemen.
In de krant stond dat minister Francken weigerde vliegtuigen ter beschikking te stellen. Mevrouw Van Bossuyt had heel gemakkelijk de visa die dreigen te vervallen kunnen verlengen. Daar hebben we het de vorige keer over gehad. Het kernkabinet had dit dossier allang kunnen vastnemen, maar u moet naar een IKW gaan en er is nu nog niet eens een resultaat van die IKW beschikbaar. Tussen de vorige vraag die ik hierover gesteld heb en nu is er nochtans enige tijd verlopen.
Ik kan niet anders dan de mails bekijken die binnengekomen zijn van voor mijn initiële vraag tot nu, waarin mensen noodkreten slaken. Ze schrijven bijvoorbeeld: ik schrijf u als een vader die dagelijks ondraaglijke angst ervaart. Eén van de meer dan 500 mensen die officiële toestemming hebben gekregen van deze regering. U zegt dat wij hen geen valse hoop mogen geven, maar het is deze regering die deze mensen valse hoop gegeven heeft. Het gaat ondertussen om 1.400 dossiers. Het zijn intussen 1.400 dossiers van mensen die in orde zijn, die hier zijn en die hun kinderen daar zien, in tentenkampen waar het elke dag Russische roulette is of die kinderen het overleven of niet, of die partners het overleven of niet, of die studenten het overleven of niet.
01.06 Minister Maxime Prévot: (…)
01.07 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Dan komt u en zegt: het is moeilijk, moeilijk, zwaar, zwaar, het is allemaal toch niet zo evident. We weten dat het niet evident is. In het Engels zegt men: I’ll cut you some slack. Het is zo, het is aartsmoeilijk, maar we hebben het al eerder gedaan. De enige reden waarom het nu niet gebeurt, is omdat het ondertussen een jaar bevroren is. Dat is gewoon een politieke beslissing geweest van deze regering. U mag dus nog zoveel zeggen over alles wat er gebeurd is, wat er gebeurd is, is dat deze regering op een bepaald moment actief besloten heeft om te zeggen: stop, nu doen we even niets meer.
Sinds die stop is er geen enkele goal meer gekomen. Ervoor was het moeilijk, maar het leidde toch tot evacuaties. Dat is nu helemaal niet veranderd, het is en blijft even moeilijk. Het enige verschil is dat Arizona heeft beslist om de evacuaties de facto te bevriezen. In plaats van zich elke dag in te zetten om iets mogelijk te maken, doet deze regering al meer dan een jaar niets.
Mijn vraag is dus eenvoudig. Wanneer zullen we het resultaat kennen van die IKW? U zegt hier nu dat er vergaderingen van de IKW lopen. Wanneer zullen we resultaat hebben van die IKW? Is het een kwestie van materieel? Wil de heer Francken geen vliegtuigen ter beschikking stellen? Zal mevrouw Van Bossuyt die visa verlengen? Zal er coherentie zijn binnen de regering of zal een aantal ministers met de voeten slepen en gewoon staan kijken tot de lijst misschien vanzelf kleiner wordt? Zo cynisch wordt het wel in de feiten. Ik wil u de foto’s niet doorsturen – zo plat op de buik wil ik niet gaan – maar daar gaat het wel over.
We voeren hier een heel debat met elkaar en ik apprecieer u enorm. U kunt echter niet om het feit heen dat hier een politieke beslissing is genomen om dat allemaal te bevriezen en dat uw antwoord heel veel wolligheid bevat. De keuze om die bevriezing ongedaan te maken, is door deze regering niet gemaakt. Voor alle mensen die volgen: Arizona says no. Dat is een heel eenvoudige keuze. Daarvoor heeft men geen IKW’s nodig. U zou moeten zeggen: we gaan er alles aan doen om dat opnieuw op gang te brengen, want de situatie – voor zover dat nog mogelijk is – is op het terrein nog veel schrijnender geworden. We hebben een verantwoordelijkheid ten aanzien van die mensen aan wie we visa hebben gegeven, aan wie Arizona visa heeft gegeven en wier situatie is goedgekeurd. Hoe diep kan de regering in deze dossiers zinken?
Mijnheer de minister, ik vraag u heel concreet het volgende: wanneer zal het resultaat van de IKW er komen? Zult u er zich als minister van Buitenlandse Zaken garant voor stellen dat die bevriezing ongedaan wordt gemaakt? Als Palestina een prioriteit is voor u, ook binnen uw bevoegdheid van Ontwikkelingssamenwerking, verwacht ik niet anders van u. Graag kreeg ik daarop nog een antwoord.
01.08 Greet Daems (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, mijn interpellatie ging eigenlijk over een heel concrete situatie. Het gaat over mensen met een goedgekeurd recht op gezinshereniging of een visum voor België die vandaag vastzitten in Gaza zonder duidelijk perspectief op evacuatie. Achter die dossiers zitten gezinnen hier in België, mensen die elke dag leven met de angst dat hun partner, hun kinderen, hun ouders, hun broer of hun zus zullen sterven, voor er eindelijk een evacuatie komt. Die mensen kijken dag en nacht naar hun telefoon, hopend op nieuws, maar tegelijk bang om slecht nieuws te krijgen.
Het probleem is niet nieuw. Ik heb hierover in juli vorig jaar al een interpellatie gehouden bij minister van Asiel en Migratie Van Bossuyt. Toen al leefde die wanhoop bij de gezinnen over de geblokkeerde evacuaties van hun families die in Gaza vastzaten, terwijl hun dossier goedgekeurd was. Bijna een jaar later sta ik hier opnieuw en nog altijd wachten de betrokkenen; nog altijd is er geen duidelijk perspectief en nog altijd blijven gezinnen in onzekerheid achter. Dé kernvraag vandaag is natuurlijk wanneer België effectief evacuaties voor die groep mensen zal opstarten. Dat wilde ik heel concreet weten, maar daarop heb ik geen antwoord gekregen.
Wat hebt u wel gedaan? U werpt op dat ik niet over Australië moet beginnen, omdat dat land nog niet zoveel evacuaties heeft uitgevoerd. U sust ook dat wij niet hoeven te blozen, aangezien we goed scoren onder de landen die evacuaties uitvoeren, maar wat betekent dat concreet voor mensen die nog in Gaza vastzitten? Niets. Wat is de realiteit? Sinds december zijn er geen evacuaties meer uitgevoerd, terwijl Australië en Ierland dat wel hebben gedaan.
U zegt dat u wel veel inspanningen levert en herinnert aan de inspanningen in oktober. Niemand betwist dat er inspanningen gebeuren of dat het geen eenvoudige oefening is. Met inspanningen alleen geraakt men er echter niet. Wat nodig is, zijn resultaten. Er staan 1.000 mensen op de evacuatielijst. De enige relevante vraag voor de betrokken families is of de inspanningen effectief leiden tot evacuaties. Op dat vlak moeten we vaststellen dat er vandaag geen heropstart is van structurele evacuaties voor mensen met een goedgekeurd dossier, mensen met een visum.
Het klopt dat mensen met een visum niet automatisch recht hebben op een evacuatie. U zegt ook dat u hun geen valse hoop wilt geven. Wel, mijnheer de minister, ik heb op 5 mei gesproken met enkele Palestijnen, met Raed, Ismail en Ahmed.
Zij vroegen ons om hulp, omdat u hen niet te woord wilt staan. Zij vragen simpelweg informatie over wanneer zij hun vrouw, kinderen of ouders kunnen terugzien. Zelfs dat doet u niet, mijnheer de minister. Wat vandaag ontbreekt, is een politieke beslissing om de betrokkenen effectief in veiligheid te brengen.
Daarom zal ik een motie van aanbeveling indienen met een heel duidelijke oproep: start onmiddellijk de evacuaties op van alle Palestijnen in Gaza die beschikken over het nodige visum om naar België te komen en zet daarvoor alle diplomatieke en logistieke middelen in.
01.09 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le ministre, je vous avouerai que je suis un peu fâché de vous avoir entendu, pour deux raisons.
Je le suis d’abord parce que vous nous confrontez en disant qu’il ne s’agit pas de faire de l’autosatisfaction ni de donner de faux espoirs. Il n’a jamais été question de moi, de nous, ni de vous ici. Lorsque nous en avons discuté il y a plusieurs semaines et plusieurs mois, il était question des membres de la famille de ressortissants palestiniens qui sont bloqués sur un territoire bombardé, où l’accès à l’eau, aux soins et à la nourriture est mis en péril, et où il y a encore aujourd’hui des décès causés par ce non-accès à des besoins fondamentaux.
Lorsque vous m'aviez répondu, vous m'aviez dit que vous examiniez toutes les options possibles. Sachant que vous êtes sensible à la problématique, je vous ai laissé le temps de travailler. Votre réponse d'aujourd'hui consiste à dire qu'il faut arrêter de donner de faux espoirs au gens. Je suis désolé de vous dire que je la trouve extrêmement déplacé. Elle est extrêmement déplacée parce que nous vivons aujourd’hui une situation humanitaire.
Vous l’avez dit vous‑même, 1 400 personnes ont reçu des visas de la part de l’Office des étrangers. En ayant rencontré certains Palestiniens, j’ai obtenu une liste de 250 personnes – et non pas 1 400 – avec date de naissance, nom, prénom, numéro de visa et email de contact. Ces 250 personnes ne demandent même pas à être évacuées. Elles demandent simplement à être placées sur une liste pour pouvoir sortir de Gaza, que ce soit par le poste de Rafah ou celui de Kerem Shalom, ni plus ni moins. Elles sont prêtes à se débrouiller par elles-mêmes pour arriver ensuite en Belgique.
Cependant, le problème actuel – et c’est ce que rapportent les autorités israéliennes aux intéressés – est que les Affaires étrangères belges ne transmettent même pas ces noms pour inscription sur la liste permettant leur sortie du territoire. Or cela constitue le minimum minimorum parmi les options envisageables.
Vous avez le droit de ne plus souhaiter organiser des évacuations avec votre gouvernement. J’ai entendu le bilan sur lequel vous fondez votre politique, bilan qui est en réalité celui des Affaires étrangères et des décisions prises avant l'entrée en fonction de votre gouvernement. La seule décision véritablement imputable à votre gouvernement est de ne plus organiser aucune évacuation. C’est un choix politique, et il faut pouvoir le nommer comme tel, sans le dissimuler derrière l’affirmation inexacte selon laquelle vous auriez évacué plus de 1 000 personnes et seriez, pour la Belgique, ceux qui en auraient évacué le plus. Je le répète, cette décision d'évacuation était un choix politique du gouvernement passé. La décision politique de votre gouvernement est de ne plus évacuer. Dont acte.
Mais si vous faites le choix de ne plus évacuer, permettez au moins à toutes ces personnes qui ont un droit à rentrer en Belgique de sortir du territoire de Gaza, de sortir du territoire israélien, de rejoindre soit l'Egypte, soit la Jordanie, et de pouvoir, par leurs propres moyens ou les moyens de leur famille, arriver sur le territoire belge. Parce que ces personnes ont un droit, et c'est le droit au visa. Or, avec l'impossibilité d'évacuer la bande de Gaza se pose un autre problème; vous le savez aussi bien que moi, et peut-être que votre collègue Van Bossuyt le sait aussi bien que nous aussi – c'est encore pire si c'est délibéré. Ce problème, c'est que les visas ont une date d'expiration. Qu'il s'agisse des visas pour regroupement familial ou études, ils ont tous une durée de validité comprise au maximum entre six mois et, quand l'Office des étrangers daigne y consentir, un an. Cela signifie que les personnes disposant d'un visa déjà octroyé à partir du mois de mai 2025 n'ont probablement même plus le droit d'entrer sur le territoire belge, parce que la Belgique, en n'organisant simplement pas l'inscription d'un nom sur une liste de sortie du territoire, a fait en sorte que le visa qui a été délivré est aujourd'hui expiré. La seule manière d'obtenir un nouveau visa, c'est de réintroduire une procédure à Jérusalem, et de recommencer tout à zéro, en apportant des documents, et dans une situation bien compliquée. Mais ce droit-là, ils l'ont. Pas le droit à l'évacuation?
01.10 Maxime Prévot, ministre: (…)
Le président: Monsieur le ministre, si vous souhaitez intervenir, allez-y.
01.11 Maxime Prévot, ministre: Je me permets de vous interrompre, pas pour être désagréable, mais pour apporter un élément de mise en perspective. Je viens de faire la vérification auprès de mon collaborateur spécialisé du suivi de ces matières. Il n'existe pas de fameuse liste, comme vous le dites, du droit à la sortie, sur laquelle inscrire des gens. Aujourd'hui, l'autorité israélienne n'accepte de sortie de Gaza que dans le cadre d'évacuations organisées par des États tiers. C'est précisément la raison pour laquelle, quand vous dites que "des gens ici demandent d'être inscrits sur une liste, et honteusement, la Belgique refuse même de le faire, alors que ça leur permettrait de sortir", ce n'est pas vrai.
Ce type de liste sur laquelle le fait d'être inscrit consisterait à dire "vous avez le droit de sortir" n'existe pas. Sinon, pour quelles raisons empêcherait-on les 1 400 personnes qui ont des visas belges de figurer sur ces listes, quitte à considérer qu'il leur revient de se débrouiller pour sortir? Aujourd'hui, cette évacuation n'est autorisée par les autorités israéliennes que s'il y a la certitude d'une prise en charge par l'État sous forme d'une évacuation.
Le président: Merci, monsieur le ministre, pour ces précisions. La parole est à M. Aouasti pour clôturer sa réplique.
01.12 Khalil Aouasti (PS): Monsieur le ministre des Affaires étrangères, je vous remercie. J'entends ce que vous dites. Ces évacuations ont néanmoins existé, indépendamment des évacuations ayant eu lieu par le passé, et ces sorties du territoire, sans évacuation par état tiers, ont bien existé. La question est de savoir où nous en sommes aujourd’hui. C'est le problème du chat qui se mord la queue: vous délivrez des visas ayant des dates d'expiration bien réelles, sans quoi ils deviennent caducs, et vous avez pris la décision de ne plus organiser d'évacuation, indépendamment du bilan.
À ce jour, il nous est par ailleurs indiqué – à vérifier peut-être, vos services sont bien plus professionnels que mes sources – que, par le passé, certaines personnes ont pu quitter le territoire par les points de passage de Rafah ou de Kerem Shalom, parce qu'elles étaient inscrites sur une liste d'évacuation ou de sortie pour leur permettre de quitter le territoire par leurs propres moyens et d'arriver sur le sol européen. Je ne vais pas être plus long, mais j'ai une liste de 250 personnes que je peux vous fournir – même si je présume que vous l'avez. Je vais également déposer une motion de recommandation à l'attention des services.
Motions
De voorzitter:
Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.
En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.
Een eerste motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Greet Daems en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van mevrouw Greet Daems en de heer Khalil
Aouasti
en het
antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en
Ontwikkelingssamenwerking,
- na reeds eerder een interpellatie te hebben gericht aan mevrouw Anneleen Van Bossuyt, minister van Asiel en Migratie;
- gezien het aanhoudende geweld van de Israëlische staat tegenover de Palestijnen in de Gazastrook;
- gezien de grootschalige verwoesting van civiele infrastructuur in de Gazastrook;
- gezien het gebrek aan toegang tot basisvoorzieningen zoals onderdak, voeding, drinkbaar water en medische hulp voor de Palestijnen in de Gazastrook;
- gezien de voortdurende belemmering van humanitaire hulp aan Palestijnen in de Gazastrook door de Israëlische autoriteiten;
- gezien de ontelbare gedocumenteerde schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht;
- overwegende dat volgens berichtgeving in De Standaard een duizendtal Palestijnen beschikken over een geldig visum om naar België te reizen;
- overwegende dat een aanzienlijk deel van deze mensen familieleden zijn van Belgische burgers of personen met verblijfsrecht in België;
- overwegende dat sinds april 2025 geen nieuwe personen meer werden toegevoegd aan de evacuatielijst;
- overwegende dat verschillende andere Europese landen recent wel evacuaties vanuit Gaza organiseerden;
- overwegende dat COGAT, de Israëlische legerafdeling die de grensovergangen controleert, verklaarde dat personen met een geldig visum Gaza kunnen verlaten indien hun ambassade meewerkt aan de evacuatie;
- overwegende dat families in België al maanden, en in sommige gevallen meer dan een jaar, in onzekerheid leven over het lot van hun echtgenoten, kinderen, ouders, broers en zussen die nog steeds vastzitten in Gaza;
- overwegende dat verschillende familieleden van personen met een geldig Belgisch visum reeds overleden zijn terwijl zij wachtten op evacuatie;
- overwegende dat deze situatie leidt tot zware psychologische gevolgen voor zowel de mensen in Gaza als hun familieleden in België;
vraagt de regering:
- onmiddellijk de evacuaties op te starten voor alle Palestijnen in Gaza die beschikken over het nodige visum om naar België te reizen;
- alle diplomatieke en logistieke middelen in te zetten om de evacuaties zo snel mogelijk uit te voeren."
Une première motion de recommandation a été déposée par Mme Greet Daems et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mme Greet Daems et M. Khalil Aouasti
et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,
- après avoir déjà adressé précédemment une interpellation à Mme Anneleen Van Bossuyt, ministre de l’Asile et de la Migration;
- vu les violences persistantes commises par l'État israélien à l'égard des Palestiniens dans la bande de Gaza;
- vu les destructions à grand échelle d'infrastructures civiles dans la bande de Gaza;
- vu le manque d'accès à des équipements de base tels qu'un toit, de la nourriture, de l'eau potable et une aide médicale pour les Palestiniens de la bande de Gaza;
- vu les entraves incessantes imposées par les autorités israéliennes à l'aide humanitaire destinée aux Palestiniens de la bande de Gaza;
- vu les innombrables violations documentées des droits humains et du droit international humanitaire;
- considérant qu'un millier de Palestiniens détiennent un visa valide pour se rendre en Belgique, selon les informations communiquées par le quotidien De Standaard;
- considérant qu'une grande partie de ces personnes sont des membres de la famille de citoyens belges ou de titulaires d'un droit de séjour en Belgique;
- considérant que plus aucun nouveau nom n'a été ajouté à la liste des évacuations depuis avril 2025;
- considérant que plusieurs autres pays européens ont récemment organisé des évacuations depuis Gaza;
- considérant que COGAT, l'agence militaire israélienne qui contrôle le passage des frontières, a déclaré que les détenteurs d'un visa valide pouvaient quitter Gaza si leur ambassade coopérait aux évacuations;
- considérant que des familles résidant Belgique vivent depuis des mois, et depuis plus d'un an dans certains cas, dans l'incertitude quant au sort réservé à un époux, à des enfants, à des parents, à des frères et à des sœurs, qui sont toujours bloqués à Gaza;
- considérant que plusieurs membres de la famille de ressortissants titulaires d'un visa belge valide sont déjà décédés tandis qu'ils attendaient une évacuation;
- considérant que cette situation a des conséquences psychologiques graves tant pour les personnes à Gaza que pour les membres de leur famille en Belgique;
demande au gouvernement:
- d'entamer sans délai les évacuations de l'ensemble des Palestiniens de Gaza qui détiennent le visa nécessaire pour se rendre en Belgique;
- d'engager tous les moyens diplomatiques et logistiques afin de procéder aux évacuations dans les meilleurs délais."
Een tweede motie van aanbeveling werd ingediend door de heer Khalil Aouasti en luidt als volgt:
"De
Kamer,
gehoord
de interpellaties van mevrouw Greet Daems en de heer Khalil
Aouasti
en het
antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en
Ontwikkelingssamenwerking,
- overwegende
dat er een genocide aan de gang is en dat de humanitaire situatie in de
Gazastrook uitermate zorgwekkend is;
- overwegende
dat velen die het recht hebben om België binnen te komen (houders van een
visum, familieleden van Belgen of begunstigden van internationale bescherming)
momenteel ter plaatse vastzitten, zonder dat ze daadwerkelijk de mogelijkheid
hebben om het grondgebied te verlaten;
- overwegende
dat de evacuatieoperaties die in de periode van 2023 tot 2025 niettegenstaande
grote moeilijkheden uitgevoerd werden, aangetoond hebben dat dergelijke
evacuaties haalbaar zijn;
- overwegende
dat er in dit stadium geen duidelijke perspectieven zijn met betrekking tot de
hervatting van de evacuaties of de implementatie van concrete
alternatieven;
verzoekt de
regering:
- het
Parlement op regelmatige basis en op transparante wijze op de hoogte te houden
van de situatie aan de grensovergangen vanuit Gaza en van de mogelijkheden voor
burgers om de Gazastrook te verlaten;
- haar
standpunt te verduidelijken over het al dan niet voortzetten van de evacuaties;
- zo
spoedig mogelijk de voorwaarden te onderzoeken voor een hervatting van gerichte
evacuaties, in eerste instantie van:
1. houders
van een Belgisch visum;
2. naaste
familieleden van Belgen;
3. familieleden
van begunstigden van internationale bescherming.
- de
vermelde 'andere mogelijkheden' snel te verduidelijken en te operationaliseren,
door concrete mechanismen te bepalen op basis waarvan de betrokkenen Gaza
kunnen verlaten;
- een
raming te geven van het aantal personen die in Gaza vastzitten en het recht
hebben om België binnen te komen;
- werk
te maken van een verbeterde gegevensinzameling en -koppeling tussen de bevoegde
administraties (FOD Buitenlandse Zaken, Dienst Vreemdelingenzaken, Nationaal
Crisiscentrum), met name wat de rechthebbenden op gezinshereniging betreft;
- de
invoering van een systematische registratie te bestuderen die het mogelijk zou
maken om de rechthebbenden die in Gaza verblijven te identificeren;
- de
diplomatieke inspanningen met de internationale partners op te voeren teneinde
de openstelling van veilige en voorspelbare grensovergangen voor de betrokken
burgers te faciliteren;
- die
inspanningen op Europees niveau te coördineren om ze op die manier efficiënter
te maken.”
Une deuxième motion de recommandation a été déposée par M. Khalil Aouasti et est libellée comme suit:
"La Chambre,
ayant entendu les interpellations de Mme Greet Daems et M. Khalil Aouasti
et la réponse du ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement,
- considérant le génocide en cours et la situation humanitaire extrêmement préoccupante dans la bande de Gaza;
- considérant que de nombreuses personnes disposant d'un droit d'entrée en Belgique (titulaires d'un visa, membres de famille de Belges ou de bénéficiaires de protection internationale) demeurent actuellement bloquées sur place, sans possibilité effective de quitter le territoire;
- considérant que les opérations d'évacuation menées entre 2023 et 2025 ont, malgré des contraintes importantes, démontré leur faisabilité;
- considérant l'absence de perspectives claires à ce stade quant à la reprise des évacuations ou à la mise en œuvre d'alternatives concrètes;
demande au gouvernement:
- de communiquer régulièrement et de manière transparente au Parlement sur la situation aux points de passage hors de Gaza et sur les possibilités de sortie pour les civils;
- de clarifier sa position quant à la poursuite ou non des évacuations;
- d'examiner, dans les plus brefs délais, les conditions d'une reprise des évacuations ciblées, en priorité pour:
1. les titulaires d'un visa belge,
2. les membres de famille proche de Belges,
3. les membres de famille de bénéficiaires de protection internationale.
- de préciser et d'opérationnaliser rapidement les "autres pistes" évoquées, en définissant des mécanismes concrets permettant la sortie de Gaza pour les personnes concernées;
- de fournir une estimation du nombre de personnes bloquées à Gaza disposant d'un droit d'entrée en Belgique;
- d'améliorer la collecte et le croisement des données entre les administrations compétentes (SPF Affaires étrangères, Office des étrangers, Centre de crise), notamment en ce qui concerne les bénéficiaires de regroupement familial;
- d'étudier la mise en place d'un enregistrement systématique permettant d'identifier les bénéficiaires résidant à Gaza;
- d'intensifier les efforts diplomatiques avec les partenaires internationaux afin de faciliter l'ouverture de voies de sortie sûres et prévisibles pour les civils concernés;
- de coordonner ces efforts au niveau européen afin de renforcer leur efficacité."
Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Michel De Maegd.
Une motion pure et simple a été déposée par M. Michel
De Maegd.
Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.
Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.
01.13 Maxime Prévot, ministre: Puis-je apporter un petit complément d'information, pour l'information des parlementaires sur la question des visas qui expirent?
Y compris lorsque nous avons procédé, les mois écoulés, à des opérations d'évacuation, cela visait des personnes dont le visa avait pu être écoulé. Nous avons alors veillé au préalable à avoir les contacts utiles avec l'Office des étrangers, qui n'a jamais posé de problème pour alors redélivrer le visa.
L'enjeu n'est donc pas de savoir si le visa est expiré ou pas. C'est de savoir si, oui ou non, il y a des opérations d'évacuation; parce que s'il n'y en a pas, que le visa est expiré ou pas a peu d'incidence.
La réunion publique de commission est levée à 9 h 48.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 9.48 uur.