Commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken

Commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la Migration et des Matières administratives

 

van

 

Woensdag 20 mei 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 20 mai 2026

 

Après-midi

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 15.09 uur en voorgezeten door de heer Ortwin Depoortere.

La réunion publique de commission est ouverte à 15 h 09 et présidée par M. Ortwin Depoortere.

 

01 Actualiteitsdebat over vakbonden en politie en toegevoegde vragen van

- Barbara Pas aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De stand van zaken met betrekking tot de Randpremie" (56015244C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De komende acties van de politievakbonden" (56015275C)

- Matti Vandemaele aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De levensverwachting van politiemensen" (56015306C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De nieuwe omzendbrief over prioritair rijden" (56015543C)

- Matti Vandemaele aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De uitvoering van het loonakkoord voor het politiepersoneel en de hervorming van de NAVAP-regeling" (56015568C)

- Éric Thiébaut aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De betoging van de politieagenten" (56015580C)

- Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het vakbondsprotest voor de tweede fase van het sectoraal akkoord en tegen de pensioenhervorming" (56015603C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De Randpremie" (56015612C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De beloften van MR-voorzitter Bouchez aan de politievakbonden" (56015657C)

- Catherine Delcourt aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Regels voor politieachtervolgingen" (56016115C)

- Catherine Delcourt aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De aantrekkelijkheid van het politieambt, de eindeloopbaanregeling en de randpremie" (56016118C)

- Éric Thiébaut aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het alarmerende sociale klimaat bij de politie" (56014843C)

01 Débat d'actualité sur les aspects syndicaux et la fonction de police et questions jointes de

- Barbara Pas à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La situation concernant la prime pour les policiers des zones de police de la périphérie bruxelloise" (56015244C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les prochaines actions des syndicats policiers" (56015275C)

- Matti Vandemaele à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'espérance de vie des policiers" (56015306C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La nouvelle circulaire sur la conduite prioritaire" (56015543C)

- Matti Vandemaele à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'exécution de l'accord sur les salaires du personnel de police et la réforme du régime NAPAP" (56015568C)

- Éric Thiébaut à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La manifestation des policiers" (56015580C)

- Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'action syndicale pour la deuxième phase de l'accord sectoriel et contre la réforme des pensions" (56015603C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La prime pour le personnel de police employé dans la périphérie bruxelloise" (56015612C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les promesses faites aux syndicats de police par le président du MR, M. Bouchez" (56015657C)

- Catherine Delcourt à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'encadrement des poursuites" (56016115C)

- Catherine Delcourt à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "L'attractivité de la fonction policière, la fin de carrière et la prime "périphérie"" (56016118C)

- Éric Thiébaut à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le climat social alarmant au sein de la police" (56014843C)

 

01.01  Barbara Pas (VB): Mijnheer de voorzitter, ik wil mij eerst excuseren omdat ik het antwoord niet kan afwachten. Ik moet meteen terug naar de commissie voor Grondwet en Institutionele Vernieuwing, maar ik wilde mijn vraag toch komen stellen.

 

Mijnheer de minister, in het regeerakkoord staat: "Om de aantrekkelijkheid van specifieke politiezones in de rand rond Brussel te verhogen, voeren we een premie in voor deze politiemensen." U bent daarover al eerder ondervraagd. Uit uw antwoorden hebben we al mogen leren dat u daarover een studie wilt laten opstellen en dat u met de betrokken actoren zult overleggen. Op 29 april 2025, nu al meer dan een jaar geleden, zei u: "Ik hoop u binnenkort te kunnen meedelen wanneer die premie zal worden ingevoerd en naar het Parlement te komen met de resultaten van de studie."

 

We zijn nu meer dan een jaar verder. 'Binnenkort' blijkt dus relatief te zijn. Op 12 november 2025 hebt u wel samengezeten met de burgemeesters van Halle-Vilvoorde. Eind vorig jaar verwees u naar een conclaaf met betrekking tot die premie, maar naderhand is gebleken dat die daar eigenlijk niet ter sprake is gekomen.

 

Mijnheer de minister, welke stappen zijn er sindsdien al gezet? Hoe zit het nu met die studie? Wat zijn de bevindingen? Is er al zicht op de modaliteiten van die premie? Wat is de doelgroep? Welke politiezones zullen in aanmerking worden genomen? Wat is de omvang van die premie?

 

Wanneer denkt u dat de premie op het terrein een feit zal zijn? Zal ze, zoals de burgemeesters van de Rand hopen, vanaf 2027 kunnen worden ingevoerd?

 

Kunt u verzekeren dat de premie mee zal helpen om het tekort aan politiemensen in de politiezones van de Rand op te lossen, of dat ze minstens voor een betere werving en retentie in de Rand zal zorgen?

 

01.02  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik had drie vragen ingediend. Ik zal beginnen met mijn eerste twee vragen, die betrekking hebben op de actie van de politievakbonden. Op 24 april kwamen de politievakbonden op straat om te protesteren tegen het tweede deel van het nog uit te voeren loonakkoord, over het al dan niet afschaffen van de NAVAP-regeling en tegen de bredere statutaire onzekerheid bij de politie. Laten we ook niet vergeten dat bij het sectoraal akkoord ook een kwalitatief luik hoort waarbij men het beroep van politieagent opnieuw aantrekkelijk wil maken, ter uitvoering van het regeerakkoord.

 

Spijtig genoeg hebt u door uw zeer drukke agenda geen delegatie van die politievakbonden kunnen ontvangen op uw kabinet. Zonder uw drukke agenda zou u dat ongetwijfeld wel gedaan hebben. In uw plaats heeft de heer Bouchez dat op zich genomen. Dat lijkt mij wel vreemd, maar het zij zo, de zaken zijn nu eenmaal zo verlopen.

 

Aangezien de heer Bouchez aan de politievakbonden heeft beloofd dat het tweede luik van de loonsverhoging zal worden uitgevoerd, met daarbovenop zelfs nog maaltijdcheques, en dat de NAVAP-regeling absoluut nog niet zal worden afgeschaft, vraag ik me af of hij daar namens de regering sprak en of er daarvoor budgetten vrijgemaakt zullen worden, dan wel dat hij dat alles uit eigen zak zal betalen. Blijkbaar zou tijdens dat overleg ook een kabinetschef van u aanwezig zijn geweest. Zullen al die beloftes – belofte maakt schuld – ook effectief worden uitgevoerd?

 

Mijn derde vraag staat daar enigszins los van en gaat over de omzendbrief met betrekking tot prioritair rijden. Ik hoor van het werkveld daarover niet al te veel positieve signalen. Ik weet dat de bedoeling nobel is – daarvan ga ik toch uit – maar het moet ook praktisch blijven voor onze politiemensen op het terrein. Ik hoor evenwel niet altijd positieve signalen, zeker niet vanuit de vakorganisaties.

 

Klopt het dat de politievakbonden geen akkoord hebben gegeven met betrekking tot die nieuwe omzendbrief over prioritair rijden?

 

Ik heb ook een technische vraag, maar die is even belangrijk. Klopt het dat de minister van Justitie weigert om die omzendbrief mee te ondertekenen, wat wettelijk nodig is?

 

De grootste bezorgdheid van de politievakbonden is dat de omzendbrief geen juridische bescherming zou bieden aan politiemensen en zelfs integendeel tegen politiemensen zou kunnen worden gebruikt wanneer zij een achtervolging inzetten, soms met kwalijke gevolgen. U kent de uiterst moeilijke omstandigheden waarin onze politiemensen moeten functioneren. Het komt al te vaak voor dat politieagenten zeer zwaar gecontroleerd worden. Dat sleept soms maanden en zelfs jaren aan en uiteindelijk vernemen ze dan dat ze in hun recht waren. Die aanslepende procedure – u zult het van mij willen aannemen – moet toch verholpen kunnen worden.

 

Zult u samen met de politiediensten en de vakorganisaties herbekijken of de omzendbrief kan worden verfijnd?

 

01.03  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, we zijn het er allemaal over eens dat politiewerk een aanzienlijke fysieke en mentale belasting met zich meebrengt. Daarover zal in deze commissie niemand discussiëren. Er is daarover al wat studiewerk verricht, zowel in eigen land als internationaal. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat een op zeven politieagenten last heeft van posttraumatische stresssymptomen. Vier op tien agenten heeft geregeld last van acute stress ten gevolge van gebeurtenissen op het werk. Internationale studies tonen ook aan dat er een lagere levensverwachting is na pensionering. Dat is een belangrijke nuance in dit debat.

 

We weten ook dat langdurig nachtwerk en langdurige ploegenarbeid grote gezondheidsrisico's met zich meebrengen. In een artikel in Het Nieuwsblad werden cijfers gepresenteerd waaruit blijkt dat politieagenten die met pensioen gaan, gemiddeld tot 72,5 jaar leven. Dat cijfer ligt een pak lager dan de levensverwachting van u en mij. Zeker bij parlementsleden zal die wellicht veel hoger liggen.

 

De federale politie heeft die cijfers genuanceerd. Zij is immers zeer goed in het nuanceren en wegmasseren. Ze heeft dat herberekend en kwam uit op een levensverwachting van 78 jaar. Laten we ervan uitgaan dat de federale politie die berekening correct heeft gemaakt. De gemiddelde levensverwachting na pensionering van andere ambtenaren bedraagt evenwel 82,5 jaar. Er bestaat dus een aanzienlijke kloof tussen beide groepen.

 

Mijnheer de minister, mijn vragen zijn dan ook de volgende. Ten eerste, erkent u die cijfers, al dan niet voorlopig? Bent u van mening dat er meer onderzoek nodig is om dat daadwerkelijk vast te stellen?

 

Ten tweede, hoe verklaart u die verschillen?

 

Ten derde – misschien wel de belangrijkste vraag – bent u van plan om met die verschillen iets te doen, zodat onze agenten na hun pensionering een soortgelijke levensverwachting hebben? Het lijkt mij logisch dat we het werk zo organiseren dat het geen, of zo weinig mogelijk, impact heeft op hun levensverwachting na pensionering.

 

Dat hangt natuurlijk samen met het hele debat over het einde van de loopbaan. De collega heeft dat daarnet ook al aangehaald. Ik zal niet alle vragen over de NAVAP-regeling herhalen, maar die vragen zijn meer dan terecht. De kernvraag is of u effectief deel twee van het sectoraal akkoord zult uitvoeren, zoals u hebt beloofd, en met welke middelen u dat zult doen. U hebt immers geld nodig daarvoor. Voor zover ik weet, is dat budgettair niet voorzien. Als uw voorzitter dan ook nog maaltijdcheques belooft, dan is dat werkelijk te gek voor woorden.

 

Dus de eerste vraag is of het tweede deel van het sectoraal akkoord zal worden ingevoerd en, zo ja, wanneer. Ten tweede, hoe zult u omgaan met het NAVAP-stelsel? Wordt dat gewoon voortgezet? We horen ook de ambitie om het NAVAP-stelsel van vier jaar tot twee jaar te beperken. Klopt dat? Wat is uw standpunt daarover? Op welke manier zal het sociaal overleg plaatsvinden? Wanneer mikt u op een akkoord? Denkt u dat een akkoord met de vakorganisaties mogelijk is? Of vermoed u dat dat totaal niet kan, want met lege zakken aan tafel zitten zal voor een heel moeilijk gesprek zorgen. Ik kijk uit naar uw antwoorden.

 

01.04  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, fait assez rare, ce gouvernement fait même défiler les policiers désireux de défendre leurs droits. C'est assez exceptionnel, même si c'est déjà arrivé – quoique pas souvent, il faut bien l'avouer. À l'appel du front syndical commun, plusieurs centaines de policiers ont ainsi manifesté dans les rues de Bruxelles pour protester contre les réformes du gouvernement Arizona, notamment celle qui vise les pensions et qui ne tient nullement compte de la dangerosité de leurs missions. Du reste, nous avons déposé un amendement à cette fin en commission des Affaires sociales.

 

Après la manifestation, certains représentants syndicaux ont été reçus au siège du MR par votre président de parti, accompagné de votre chef de cabinet. Apparemment, d'après ce que nous avons entendu, sans vous, la réunion fut plus constructive que les derniers rounds de négociations. Je vous avoue que cela m'a fort étonné parce que je vous connais quand même assez bien et que je vous sais un homme de consensus et de dialogue – et peut-être un peu plus que votre président de parti, sans vouloir le critiquer ici. Il aurait donc répondu favorablement à une grande partie de leurs revendications. Je me suis dit que la Toison d'Or était peut-être devenue la nouvelle rue de la Loi.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous me dresser l'état de vos réunions passées et à venir avec les syndicats policiers? Quels engagements votre chef de cabinet a-t-il pris lors de cette réunion? Quand ceux-ci seront-ils transposés dans les faits? Selon quel budget? L'impact de votre volonté d'un double saut d'index partiel a-t-il été évoqué? Combien de membres de la police intégrée sont-ils concernés par celui-ci? Quels sont vos engagements pour les fins de carrière, alors que l'accord de gouvernement prévoit la fin de la non-activité préalable à la pension (NAPAP), sans autre mesure, malgré la pénibilité de la fonction? Des engagements ont-ils été pris en matière de recrutement au sein de la police fédérale, notamment pour la police des chemins de fer et la DAB? Enfin, des engagements ont-ils été pris concernant les CALog?

 

Je consulte mes notes, en essayant de ne pas lire la question d'un collègue… Je suis taquin, mais c'est tellement facile. C'est quand même assez exceptionnel, avouons-le!

 

01.05  Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, ook mijn vragen gaan over de politiebetoging in Brussel. Die had betrekking op de beslissing over de tweede fase van het sectoraal akkoord. Er werd ook betoogd tegen de pensioenregeling, de berekeningswijze en de NAVAP-regeling.

 

Tijdens de onderhandelingen over het regeerakkoord is daar uiteraard uitvoerig over gesproken. In het regeerakkoord werd bepaald dat de onderhandelingen met de politievakbonden opnieuw zouden worden opgestart, zodat het tweede luik van het sectoraal akkoord kon worden afgerond. Ook werd bepaald dat het NAVAP-stelsel zou worden herzien.

 

Na afloop van de betoging verklaarden de vakbonden dat uw voorzitter, de voorzitter van de MR, de heer Bouchez, had beloofd om middelen vrij te maken voor de tweede fase van de loonsverhoging en dat er extra maaltijdcheques zouden komen. Volgens de voorzitter van de MR moet de NAVAP worden bevroren en blijven bestaan tot er een degelijk alternatief is uitgewerkt.

 

Wij willen dan ook graag weten of de mening van uw voorzitter ook uw mening is, want ik denk dat daarover duidelijke afspraken zijn gemaakt.

 

Mijnheer de minister, zijn de onderhandelingen met de vakbonden over de tweede fase van het sectoraal akkoord afgerond? Wat is concreet afgesproken? Wat zijn de budgettaire kosten van die afspraken?

 

Bevestigt u de afspraken uit het pensioenakkoord van de regering? Hoe worden die concreet vertaald voor de NAVAP? Binnen welke termijn wilt u het NAVAP-systeem laten uitdoven en onder welke voorwaarden?

 

Komen er extra maaltijdcheques voor de politie? Ook daarover krijgen wij immers vragen, mijnheer de minister.

 

01.06  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, mijn vraag gaat over een heel ander aspect, namelijk de randpremie. We hebben daarover al verschillende keren vragen gesteld. Het gaat om een zeer belangrijke belofte uit het regeerakkoord waarover we al vaak hebben gesproken.

 

Hebt u al meer informatie over de stand van zaken van de uitwerking daarvan? Wanneer kunnen we de randpremie in het Parlement verwachten? Welke budgetten zullen daarvoor worden vrijgemaakt.

 

01.07  Catherine Delcourt (MR): Monsieur le ministre, je reviens sur la circulaire "poursuites", à la suite du décès du jeune Fabien qui nous avait tous profondément émus et des débats que nous avons menés dans cette commission. Vous avez annoncé une nouvelle circulaire sur la conduite prioritaire. Cette circulaire, fruit d'un travail au sein de la police fédérale, doit selon moi concilier deux exigences absolues: la sécurité des usagers et la sécurité juridique des policiers qui interviennent dans des circonstances très difficiles.

 

De quelle manière cette circulaire prend-elle en compte la vulnérabilité particulière des piétons, des cyclistes et des usagers de trottinettes, notamment en milieu urbain? Pouvez-vous nous présenter les principaux apports de cette circulaire et expliquer comment elle renforce concrètement la protection juridique des agents qui interviennent en urgence? Les recommandations du Comité P de 2019 sur l'encadrement des poursuites ont-elles été intégrées à ce nouveau cadre normatif? Une formation spécifique des agents accompagnera-t-elle son entrée en vigueur? Enfin, quelles modalités de suivi et d'évaluation prévoyez-vous afin d'ajuster le dispositif au regard de l'expérience de terrain, puisque cette circulaire doit, selon moi, constituer un véritable outil à l'usage des policiers?

 

Je souhaitais ensuite aborder le sujet de l'attractivité de la fonction policière. Plusieurs chantiers structurants pour la police intégrée sont actuellement sur votre table: la mise en œuvre de la deuxième phase de l'accord salarial, l'évolution du régime de fin de carrière (NAPAP) et la concrétisation de la prime "périphérie" prévue dans l'accord de gouvernement.

 

Ces sujets touchent évidemment à l'attractivité même de la profession, à un moment où les zones de police – particulièrement dans la périphérie bruxelloise – peinent à recruter et à retenir leurs effectifs.

 

Monsieur le ministre, dans ce contexte, les négociations avec les syndicats sur la deuxième phase de l'accord sectoriel sont-elles clôturées? Qu'a-t-il été concrètement convenu? Selon quel agenda comptez-vous poursuivre la concertation avec les syndicats – si c'est encore nécessaire? Qu'est-il prévu concrètement concernant le régime NAPAP? Quel est l'état d'avancement de la prime "périphérie"? Quels sont les objectifs chiffrés de recrutement à court et moyen terme, et quels profils ou fonctions sont prioritairement ciblés? Selon quels critères ces nouveaux effectifs seront-ils répartis entre la police fédérale et la police locale, et quels territoires sont identifiés comme prioritaires au regard des besoins?

 

De voorzitter: Wensen collega's aan te sluiten bij de vragen in dit debat?

 

01.08  Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, op 24 april vond een betoging plaats, waarna een ontvangst volgde door uw partijvoorzitter. De leden van de vakbonden en de politie hadden veel vragen, zoals wat er verder zal gebeuren met de NAVAP-middelen en de tweede fase van het sectoraal akkoord. Uw partijvoorzitter heeft beide vragen positief beantwoord en ook extra maaltijdcheques beloofd. Eerlijk gezegd, ik vind dat onze politiemensen de beste verloning en de beste omkadering verdienen. Cd&v staat dan ook aan hun zijde en waarschijnlijk ook aan de zijde van de beloften van de heer Bouchez.

 

Het enige wat ik hier wens te weten te komen, is of die beloftes ook zullen worden gehonoreerd. Werd dat al verder besproken met de vakorganisaties? Werd het besproken met de steden en gemeenten, met betrekking tot de lokale politie? Hoe zit het financieel?

 

Met betrekking tot het voorstel van de heer Bouchez in verband met de NAVAP-regeling, bevestigt u die toezegging van uw partijvoorzitter? Komen er extra maaltijdcheques?

 

Ten slotte, wat is de stand van zaken met betrekking tot de invoering van de randpremie voor de zones in de rand van Brussel?

 

01.09 Minister Bernard Quintin: Geachte volksvertegenwoordigers, ik stel voor om de vragen over de syndicale aspecten en de functieambten te bundelen.

 

Ik zal beginnen met de randpremie. Ik hoor het ongeduld van de leden die zich uitspreken over dat onderwerp en van de randburgemeesters. Ik wil duidelijk zijn, de werkzaamheden vorderen concreet. Op 12 maart jongstleden vond een eerste IKW plaats, gewijd aan de uitwerking van die premie. Daarin werden de technische en juridische aspecten van het project grondig behandeld, werd de perimeter van de betrokken zone verduidelijkt en werden de nodige arbitrages gemaakt. Een tweede IKW staat gepland voor begin juni, in het verlengde van deze werkzaamheden.

 

Met betrekking tot doelgroep, betrokken politiezones en opbouw van de premie lopen de besprekingen nog, in het kader van de formele reglementaire procedure. Het komt mij niet toe om op de uitkomst vooruit te lopen. Ik kan wel bevestigen dat het voorstel de politiezones omvat die grenzen aan het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en dat het eveneens een component voor de federale politie in die zone bevat.

 

Mijn doelstelling is duidelijk, namelijk het ontwerp van koninklijk besluit vóór – avant – de zomer aan de regering voorleggen, zodat de maatregel effectief, hopelijk, kan worden ingevoerd in de loop van 2026. Dat is het engagement dat ik aanga en ik doe er alles aan om dat te halen.

 

Die premie maakt bovendien deel uit van een bredere agenda rond de aantrekkelijkheid van het politieberoep, waarvoor een gestructureerde kalender voor onderhandelingen met de vakorganisaties in de komende maanden is vastgelegd.

 

Mijnheer Depoortere, mevrouw Delcourt, nu kom ik tot de nieuwe omzendbrief met betrekking tot prioritair rijden. De politievakbonden hebben inderdaad, tot mijn grote verrassing, moet ik zeggen, geen akkoord gegeven op de nieuwe omzendbrief over prioritair rijden en achtervolgingen. Enerzijds werd rekening gehouden met de verschillende fundamentele opmerkingen en aanvullingen die tijdens de meer dan zeven vergadermomenten werden opgeworpen door de syndicale organisaties. Anderzijds vallen sommige verzoeken, zoals het verhogen van de straffen voor burgers die niet gehoorzamen aan de bevelen van een beëdigd ambtenaar en de vlucht nemen, buiten mijn bevoegdheidsdomein. Dat weten ze, ik ben immers geen minister van Justitie. Dergelijke voorstellen hebben geen plaats binnen dit ontwerp van omzendbrief en zouden leiden tot juridische onduidelijkheid.

 

Dit ontwerp van omzendbrief betreft een dwingende richtlijn die kan worden opgesteld door de minister van Binnenlandse Zaken of de minister van Justitie. Gelet op het feit dat die louter de wijze van optreden van de personeelsleden van de politie in het kader van prioritair rijden en achtervolgingen betreft, behoort die materie tot de bevoegdheid van Binnenlandse Zaken.

 

Ik heb ook gehoord en gelezen wat de syndicaten hebben gezegd, maar zoals we in het Frans zeggen: ce n’est pas parole d’évangile. Dat is geen absolute waarheid. Ze zeggen dat de minister van Justitie heeft geweigerd. Dat is niet waar. Ik betreur dat dergelijke zaken zijn gezegd. Er werd ook gezegd dat er geen juridische bescherming is. Dat is ook niet waar. We versterken de juridische bescherming van de politiemensen.

 

En effet, ce projet de circulaire respecte le cadre actuel, tant réglementaire que légal. Il concerne la sécurité de l’ensemble des usagers, qui doit être améliorée, y compris – et je dirais même prioritairement – celle des policiers qui conduisent ces véhicules et qui doivent être protégés sur la base d’un principe de précaution. Nous savons bien que, dans la réalité, lorsqu’une course-poursuite doit être engagée, cela se décide sur le moment, et que ce nest pas forcément le contexte le plus facile pour prendre une décision.

 

Het ontwerp van omzendbrief probeert daarin een bijkomende ondersteuning te bieden. Dat ontwerp van omzendbrief verduidelijkt het beginsel dat al bij de meeste politiemensen is gekend, maar nog niet bij iedereen, namelijk dat in beweging blijven met een prioritair voertuig dat een dringende opdracht uitvoert, primeert boven snel rijden. Het sluitstuk daartoe betreft het uniformiseren van de rijvaardigheidsopleidingen binnen de geïntegreerde politie, naast de al bestaande specifieke opleidingen die hun nut hebben bewezen en ook blijven bestaan in hun huidige vorm. Het doel is de rijvaardigheidsopleiding standaard te integreren in de basisopleiding en die stapsgewijs verder uit te rollen binnen de operationele eenheden, zodat iedere bestuurder van een prioritair politievoertuig over een minimale basisvaardigheid beschikt.

 

Het ontwerp van omzendbrief krijgt geen nieuw juridisch kader, maar uniformiseert en verduidelijkt de huidige richtlijnen. Het is correct dat beredeneerd gebruik dient te worden gemaakt van het rijden in prioritaire modus. Achtervolgen maakt slechts een beperkt deel uit van de opdrachten waarbij de politie zich in prioritaire modus verplaatst, al dan niet in opdracht of op eigen initiatief. 

 

Er werd al heel wat overleg en inspraak georganiseerd bij de totstandkoming van het ontwerp van omzendbrief, zowel aan de kant van de overheid als aan de kant van de syndicale organisaties. Het ontwerp heeft een gunstig advies gekregen van de Raad van Burgemeesters en werd voorgesteld en gedragen door de leidinggevenden van de geïntegreerde politie op twee niveaus: de federale politie en de lokale politie.

 

Nous avançons donc sur le sujet. Nous avons tenu compte des différentes remarques qui avaient été faites préalablement, madame Delcourt, ainsi que des remarques que nous avons reçues, y compris de la part des organisations syndicales.

 

S’il y a bien quelqu’un qui est sensible à cette question, c’est moi, car je suis allé sur place quand le petit Fabien a été écrasé par une voiture de police, et je suis allé voir la maman quelques jours plus tard. C’est moi qui suis allé à Anvers voir les parents du petit Jidel. C’est moi aussi qui suis allé, quelques semaines plus tard, dans la province de Luxembourg, pour parler avec les policiers, les camarades de Guillaume Kip, qui avait également perdu la vie dans une coursepoursuite – certes en dehors de notre territoire.

 

Je trouve très dommage d’avoir l’impression que les syndicats confondent un combat qui est le leur – sur lequel je n’ai rien à dire – avec les mesures que prend ce gouvernement, et qu’ils mettent tout dans un même sac, créant ainsi des confusions. Le cadre renforce la protection des policiers. Ce cadre prévoit un renforcement de la formation.

 

Puis-je le faire maintenant? Non! Mais, comme jaurai encore loccasion de le dire dans dautres débats, jai pris mes fonctions le 3 février 2025. Il est donc dommage que lon fasse comme si toutes ces questions se posaient depuis le 3 février 2025.

 

Aussi, j’appelle tout le monde au dialogue.

 

Ik denk dat dialoog belangrijk is. We hebben veel opmerkingen van de vakbonden ter harte genomen. Als zij echter denken dat een akkoord alleen goed is wanneer we hun voorstellen voor 100% overnemen, dan is dat niet mijn idee van overleg. Dat is niet hoe ik een onderhandeling zie.

 

Mijnheer Vandemaele, met betrekking tot de levensverwachting heb ik kennisgenomen van het geciteerde krantenartikel. Ik deel de bezorgdheid van de federale politie over de conclusies die in het artikel worden getrokken en wens die te nuanceren. De directie Personeel van de federale politie staat in contact met de Federale Pensioendienst om op basis van de cijfers van die dienst een objectieve, statistisch correcte analyse te maken. Die analyse zal worden meegenomen in het debat over een eindeloopbaan- en pensioenbeleid voor de politiediensten.

 

De soms gerapporteerde tevredenheidsniveaus bij de betrokken werknemers moeten genuanceerd worden geïnterpreteerd. Die kunnen deels worden verklaard door het zogenoemde healthy worker effect, waarbij enkel personen die zich aan dat type organisatie aanpassen in functie blijven, terwijl anderen afhaken, wat de rekruteringspool verkleint en het welzijnsonderzoek vertekent. In dat kader lijkt een benchmarking met andere sectoren die in een continu of semi-continu regime functioneren aangewezen om duurzamere organisatiemodellen te identificeren, met behoud van de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van het personeel.

 

Daarnaast beschikt de federale politie over verschillende ondersteunende maatregelen inzake welzijn op het werk, zoals risicoanalyses waarin nacht- en ploegenarbeid worden meegenomen, specifieke risicoanalyses in het kader van afwijkingen op de arbeidstijd en een interne dienst voor preventie en bescherming. Die dienst omvat onder meer arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde, psychosociale preventie, ergonomie en industriële hygiëne, evenals een netwerk van vertrouwenspersonen, een stressteam en een kenniscentrum rond posttraumatische stress.

 

J'en arrive au dernier point, relatif aux négociations syndicales.

 

Voor de betoging van de politiemensen van enkele weken geleden ben ik voor één keer zeker dat de organisatoren en de politie dezelfde cijfers hebben gemeld. Dat is al positief.

 

Comme je vous l'ai déjà précisé lors de votre précédente question sur le sujet, après ma prise de fonction en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur en février 2025, je me suis immédiatement consacré à la mise en œuvre de l'accord de coalition fédéral qui prévoit – et je vais le citer pour être bien certain de ce dont on parle – que "nos services de police doivent se sentir respectés. Nous veillons donc à conclure un nouvel accord sectoriel pour la police intégrée afin que la deuxième partie de l'accord sectoriel pour la police intégrée puisse être conclue, afin que la police puisse se profiler comme un employeur attractif."

 

En marge de cette manifestation, lors de laquelle je n'étais pas en Belgique, car j'avais une mission prévue de longue date que je ne pouvais pas reporter, le président du MR a reçu une délégation. Je ne vois pas où est le problème; un président de parti est tout à fait libre, me semble-t-il, de recevoir une délégation syndicale pour entendre ce qu'elle a à dire, qu'il s'agisse d'un président de la majorité ou d'un président d'un parti d'opposition. Je ne vois aucun problème de ce point de vue-là, d'autant moins que nous sommes en Belgique. Nous connaissons le poids et le rôle des présidents de parti dans notre système, mais au-delà de cela, je ne dis rien de plus.

 

Le président du parti MR a eu des échanges avec les syndicalistes. J'en ai, en effet, été informé en toute transparence par mon chef de cabinet, qui était présent, au titre d'avoir une représentation du ministre de l'Intérieur et surtout un "éclairage technique". Par ailleurs, le reste appartient aux structures de l'État et au fonctionnement normal de l'État.

 

La police intégrée est confrontée à une pression structurelle grandissante sur le plan des ressources humaines: déficit d'attractivité, allongement des carrières, difficultés à attirer et retenir des profils spécialisés, vacance persistante de postes opérationnels, mais aussi nécessité de moderniser les pratiques de ressources humaines.

 

Deze situatie onderstreept het belang van een proactief talentbeheer, permanente opleiding, competentieontwikkeling en een beleid inzake welzijn op het werk dat gericht is op het versterken van de geloofwaardigheid, het werkgeversimago en de retentie van het personeel. Daarnaast moet het HR-model beantwoorden aan de uitdagingen inzake operationele performantie en budgettaire houdbaarheid, met inachtneming van het begrotingskader, het sociaal overleg en de eigen juridische beperkingen.

 

Concernant la deuxième phase de l'accord sectoriel, après plusieurs contacts informels avec mon cabinet, un calendrier pour ces négociations sectorielles a été établi lors du CNSP 636 du 22 avril 2026 avec les quatre syndicats reconnus et représentatifs. En ce qui concerne les négociations sectorielles, je signale au passage que c'est bien la mise en œuvre d'accords précédents, c'est-à-dire un accord sectoriel conclu lors de la législature précédente et qui doit se développer en deux phases, la première phase ayant été définitivement conclue lors de la législature précédente.

 

Les négociations sectorielles qui débutent demain, ce jeudi 21 mai 2026, concernent la deuxième phase de l'accord sectoriel qui a été conclue en 2022, si ma mémoire ne me trompe pas. On commence donc demain et des négociations sectorielles auront lieu tous les 15 jours jusqu'au jeudi 16 juillet 2026. Ces dates peuvent évidemment toujours être ajustées en fonction de l'évolution des discussions.

 

Conformément à l'accord de gouvernement et à la suite des résultats du conclave sur l'attractivité du métier de policier des 15 et 16 décembre derniers, nous avons rédigé, en concertation avec les responsables de la police intégrée à deux niveaux, un mémorandum contenant plusieurs propositions que je souhaite soumettre à la table des négociations. Il importe de préciser que, lors de ce conclave, j'ai écouté les différentes parties prenantes – la police intégrée, locale comme fédérale, les autorités locales, les autorités judiciaires, les syndicats, le monde académique et j'en passe. Nous proposerons aux syndicats plusieurs mesures dont voici les principales. Je parle bien de l'attractivité et non plus de l'accord sectoriel sur une éventuelle augmentation salariale.

 

Ces mesures sont:

- une exonération fiscale pour un nombre déterminé d'heures supplémentaires pour les membres de la police intégrée à deux niveaux, ainsi qu'une augmentation progressive des salaires poche du personnel opérationnel;

- une extension du plan cafétéria;

- une adaptation du système de recrutement avec digitalisation complète de la procédure assortie d'un objectif de 90 jours pour le délai de recrutement.

- une attention particulière à la facilitation de la mobilité interne en cours de carrière.

 

Toutes ces mesures, nous les proposons dans un cadre budgétaire que je vais qualifier de compliqué. Mais ce gouvernement a fait le choix d'investir dans la sécurité. Il est crucial de renforcer les effectifs de notre police et d'avoir chaque jour sur le terrain davantage d'agents pour nous protéger et garantir notre sécurité.

 

Puisque la phase actuelle de démarrage des négociations concerne des propositions pour lesquelles des estimations provisoires des coûts budgétaires supplémentaires sont en cours de calcul, il me semble, comme vous le comprendrez aisément, prématuré d'entrer dans ce sujet spécifique. Je m'adresserai au gouvernement en temps voulu avec les propositions sectorielles concrètes et les budgets y associés.

 

Concernant la réforme des pensions, des négociations avec les syndicats ont eu lieu au Comité A sous la direction du ministre des Pensions. Celle-ci s'applique également au personnel de police. En réponse aux questions des syndicats, plusieurs clarifications techniques sont attendues de la part du ministre compétent pour les pensions.

 

Les négociations sur la NAPAP sont en cours au sein du comité de négociation des services de police. Un premier ordre du jour pour un arrêté royal NAPAP, établi conformément à l'accord de gouvernement avec des dispositions transitoires, était déjà prévu pour le CNSP 636 du 22 avril 2026, mais il n'a pas pu être finalisé. En effet, les syndicats avaient plusieurs questions techniques légitimes sur le nombre moyen d'années de retraite des anciens policiers, l'âge moyen des décès, les chiffres actuels de la NAPAP et les prévisions pour les années à venir. Des analyses plus affinées en consultation avec le Service fédéral des Pensions sont toujours en cours. Il a donc été convenu de poursuivre la négociation de ce point dès que toutes les précisions attendues pourront être communiquées aux syndicats.

 

Par ailleurs, la position de mon parti sur la prolongation de la NAPAP a toujours été claire. Elle est un élément important dans notre programme électoral.

 

Concernant l'augmentation des chèques-repas, qualifiés en ma présence par les syndicats de cherry on the cake, ce point n'est pour le moment pas à l'ordre du jour des négociations. Cela ne veut pas dire que ce point n'existe pas, mais nous ne sommes pas occupés à le négocier puisque nous négocions l'accord sectoriel.

 

Je ferai le point en fonction de l'évolution des discussions sur les deux autres mesures citées ci-dessus dans le cadre de la deuxième phase de l'accord sectoriel: l'augmentation progressive des salaires du personnel opérationnel et la défiscalisation d'un certain nombre d'heures supplémentaires pour les membres de la GPI. J'espère avoir répondu à toutes vos questions sur ce sujet d'importance.

 

01.10  Ortwin Depoortere (VB): Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden. Het samenvoegen van zoveel uiteenlopende vragen leidt er uiteraard toe dat ik iets langer reageer dan voorzien.

 

Laat mij beginnen met te stellen dat er toch één positief punt in uw antwoorden zat: er is een duidelijke kalender om verder te onderhandelen met de vakorganisaties. U begint morgen en ergens eind juni zult u proberen tot een akkoord te komen. Ik wens u daar veel succes bij, want de vragen die vandaag worden gesteld – niet alleen door mij, maar ook door verschillende leden van meerderheid en oppositie – bewijzen net dat er toch een verschil bestaat tussen waar u naartoe wilt en de kritiekpunten die de vakorganisaties naar voren brengen. Ik heb de indruk, mijnheer de minister, dat u niet helemaal op dezelfde lijn zit.

 

Laat mij dan beginnen met het prioritair rijden en die omzendbrief. U kunt hier wel zeggen dat die dient ter bescherming van de politieagenten, maar u maakt het nog verwarrender door de bevoegdheden van de minister van Justitie uit die omzendbrief weg te halen en te stellen dat die omzendbrief enkel betrekking heeft op uw eigen bevoegdheden. Dat maakt het voor de politieagenten op het terrein niet duidelijker.

 

Als u hierover in het verleden zeven vergadermomenten hebt gehad met de vakorganisaties, dan wil ik zeggen dat dit een zeer gevoelig punt is. Als men zeven keer moet vergaderen over zoiets en u vervolgens zegt dat u de meeste opmerkingen hebt overgenomen in de omzendbrief en daarom zeer verrast bent dat de vakorganisaties vandaag niet tevreden zijn, dan denk ik dat er iets schort aan de communicatie tussen u en de vakorganisaties.

 

Ik denk dat ook in dit geval, met die omzendbrief, verder moet worden onderhandeld met de politiemensen op het terrein. U zegt wel dat u het akkoord hebt van de Raad van Burgemeesters, maar met alle respect, het zijn niet de burgemeesters die achtervolgingen inzetten. Het zijn onze politieagenten op straat, op het terrein, die die omzendbrief aan den lijve zullen ondervinden.

 

Ik roep u alleen op, mijnheer de minister, om geen olie op het vuur te gooien bij de vakorganisaties en ook hierover, met die omzendbrief, verder te onderhandelen met de politievakbonden.

 

Ik blijf het wat vreemd vinden en u geeft daarvoor, zou ik zeggen, een uitleg à la belge: een partijvoorzitter kan blijkbaar, ter verontschuldiging van een minister, in overleg gaan met politievakbonden en daar een aantal beloftes doen. Wat nu plots blijkt, is dat niet alle beloftes die daar genoteerd zijn ernstig moeten worden genomen. U verwijst zelf naar de maaltijdcheques, wat blijkbaar niet op het programma van de onderhandelingen staat.

 

Nogmaals, de constructieve sfeer moet opnieuw worden opgebouwd met de politievakbonden. Daar ben ik van overtuigd. U verwijst terecht naar het sectoraal akkoord dat in de vorige legislatuur werd afgesloten en waarvan u nu de verdere gevolgen moet dragen. Ik druk me misschien wat negatief uit, maar het is wat het is en u moet daar het beste van maken.

 

Alleen, mijnheer de minister, trap niet in dezelfde val als uw voorgangster, minister Verlinden. Doe niet veel beloftes zonder dat daar budgetten tegenover staan. We zullen hier binnenkort de eerste aanpassing van de begroting bespreken en die zal natuurlijk meerderheid tegen oppositie goedgekeurd worden – daar maak ik mij geen illusies over – maar daarin staan geen extra middelen voor het akkoord waarover u nu onderhandelt.

 

Als u zegt dat het tweede deel van het sectoraal akkoord en die loonsverhoging er zullen komen, dan is dat zeer mooi, maar dan wil ik zien waar u het geld vandaan zult halen. Show us the money. Daarmee bedoel ik niet een verschuiving van middelen die nu al naar de politie gaan en die elders worden afgeroomd om binnen hetzelfde kader te worden herverdeeld. Ik bedoel extra middelen, extra budgetten om al die beloftes die nu worden gemaakt ook effectief uit te voeren.

 

Dat zal uiteraard de proof of the pudding zijn voor deze federale regering. U gaat er steevast vanuit dat u de beste regering in tijden bent om de veiligheid van de burger te waarborgen, maar ook hier zal de proof of the pudding in de praktijk moeten blijken, mijnheer de minister. Als er geen extra budgetten komen voor onze politiediensten en veiligheidsdiensten, dan blijven dat loze woorden. Dan maakt u op het terrein niet waar wat u hebt beloofd. U zult zich dat sterk moeten aantrekken en het zal u ook kwalijk genomen worden als u die beloftes niet kunt waarmaken.

 

01.11  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, u hoorde ongeduldige collega's over de randpremie. Ik hoor vooral ongeduldige agenten. Zij willen eindelijk weten hoe het zit met deel twee van het sectoraal akkoord, hoe het zit met de NAVAP en hoe het zit met de door uw partijvoorzitter beloofde maaltijdcheques. Op die laatste vraag hebben we vandaag al een antwoord gekregen. Die loze belofte van de heer Bouchez is dus duidelijk een verhaaltje, een praatje. Daarover wordt niet onderhandeld.

 

We willen ook weten welke eindeloopbaanmaatregelen er komen. Hoe zullen we het ambt van politieman of politievrouw opnieuw aantrekkelijk maken? Iedereen kan hier wel iedere keer opnieuw zeggen dat de politie superbelangrijk is, dat we moeten investeren en dat het belangrijk is. Iedereen is het daarover eens, maar als het alleen maar woorden zijn, doen we natuurlijk niets en moeten die mensen blij zijn met een dode mus.

 

Wat de levensverwachting betreft, ben ik blij dat u zegt dat u dat verder zult onderzoeken. Ik denk dat dat een goede zaak is. Ik hoop alleen dat de federale politie zich laat begeleiden door academici, want anders houd ik mijn hart al vast voor de conclusies die daaruit zullen worden getrokken. Laten we daarover duidelijk zijn, collega's: als er een verschil is in levensverwachting na pensionering en dat te relateren is aan het werk dat onze agenten hebben gedaan om onze veiligheid te beschermen, dan moeten wij daarin interveniëren, zowel tijdens de loopbaan als met eindeloopbaanmaatregelen en met een degelijk pensioen.

 

Uiteraard ben ik het ermee eens dat uw partijvoorzitter mag overleggen met wie hij wil. Ik ben ook blij dat er een kalender is. Een politieagent kan echter geen kalender eten. Er moet niet alleen een kalender zijn, er moet ook geld zijn. U hebt een heel duidelijke zin uitgesproken: “Binnen de grenzen van de begroting.” Beste collega's, die begroting hebben wij goedgekeurd en daar staat nul euro in. Nul.

 

Dat is wel tof, een kalender. Het is tof om veel te vergaderen, maar als men met lege zakken aan tafel gaat zitten, kan men niets geven. Dan leiden al die onderhandelingen tot niets. Mijnheer de minister, ik hoop in juni, juli of augustus – ik weet niet wanneer u met uw finale voorstel zult komen – te kunnen zeggen: u bent de minister van daden, u hebt hier ook iets gedaan. Voorlopig gaat het echter vooral over aankondigingen en aan tafel gaan zitten zonder geld.

 

01.12  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses et pour le caractère très complet de vos explications. J'espère sincèrement, que vos négociations avec les syndicats seront fructueuses. Je reconnais vos qualités de concertation. Je l'ai d'ailleurs dit dans ma question.

 

Mais la clé, ici, c'est le budget; c'est l'argent, encore une fois. Nous avons entendu aujourd'hui votre collègue Prévot qui parle des sept milliards à retrouver, qui dit que les caisses sont vides.

 

Vous promettez quand même des budgets, des moyens pour une prime. Vous parlez de la révision de la norme KUL et donc, sans doute, de moyens supplémentaire nécessaires. Sinon, vous allez devoir diminuer des budgets pour certains pour les augmenter pour d'autres; et politiquement, cela va être un peu compliqué.

 

Nous avons dépensé beaucoup d'argent sous la précédente législature, et peut-être même gaspillé de l'argent dans le dossier i-Police. Ce n'est pas ici que je dois vous l’expliquer. Nous en avons déjà parlé pendant des heures; et tout cela, sous la responsabilité de la précédente ministre de l'Intérieur.

 

Vous dites que la sécurité est la priorité de votre gouvernement. Manifestement, ce n'est pas la sécurité intérieure. La sécurité extérieure et la défense sont quand même beaucoup plus gâtées que vous; puisque, manifestement, c'est open bar pour le ministre de la Défense et c'est disette pour le ministre de l'Intérieur, pour l'instant.

 

Enfin, vous ne me dites pas non, mais vous ne me dites pas oui. Votre non-verbal est toujours assez significatif, monsieur le ministre.

 

Vous dites qu’il n’est pas anormal qu’un président de parti reçoive une délégation. C'est vrai.

 

(…): (…)

 

01.13  Éric Thiébaut (PS): Oui, il est député fédéral. Ce n’est pas anormal.

 

01.14  Ridouane Chahid (PS): Ce n’est pas en cette qualité-là qu’il l’a reçue.

 

01.15  Éric Thiébaut (PS): Par contre, qu'il prenne des engagements au nom du gouvernement, c'est un peu plus problématique. D'ailleurs, la collègue de la N-VA vous a demandé ce qu’a promis votre président. Cela prouve bien que, quelque part, la démarche pose un peu problème au niveau de votre gouvernement. Un président de parti peut faire une promesse au nom de son parti, mais pas au nom d'un gouvernement, par principe, me semble-t-il. Cela me pose malgré tout un problème.

 

Nous ne sommes également pas du tout rassurés en matière de fins de carrière pour les policiers et en matière de prise en considération de la dangerosité spécifique à leur fonction. On peut quand même se dire que nous n’allons pas demander à un policier d'aller dans le combi jusqu'à 67 ans. Physiquement, ce n'est pas possible. Ce n'est pas possible pour un policier. Ce n'est pas possible pour un pompier. Je pense que nous pouvons comprendre qu'ils soient inquiets par rapport à la réforme annoncée concernant leurs futures pensions. Là-dessus, vous n'êtes pas rassurant. Vous allez me dire que vous n'êtes pas ministre des Pensions, mais vous êtes quand même le ministre des policiers. Je pense qu'ils attendent des gestes de votre part.

 

Manifestement, le président du MR aurait promis une augmentation des chèques-repas. J'ai entendu quand même ça, mais pas vous. C'est la cerise sur le gâteau, mais bon.

 

(…): (…)

 

01.16  Éric Thiébaut (PS): Oui, mais vous l'avez répété ici. Ne vous inquiétez pas, ils ne l'oublieront pas.

 

(…): (…)

 

01.17  Éric Thiébaut (PS): En fait, monsieur le ministre, j'espère d’une part que vos négociations seront constructives et d'autre part, que vous allez pouvoir convaincre votre gouvernement de financer toutes les promesses que vous faites maintenant au personnel des zones de police et de la police fédérale. Je vous remercie.

 

01.18  Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, er is inderdaad niets mis mee dat een partijvoorzitter een delegatie van de politievakbond ontvangt. Integendeel, daarmee toont een partij dat ze respect heeft voor wat onze politiemensen doen en dat men naar hen wil luisteren, zoals ook wij dat doen. Het spreekwoord luidt wel om geen beloftes te doen die men niet waar kan maken, want belofte maakt schuld. Daarmee verzwakt men trouwens de positie van degene die moet onderhandelen.

 

Mijnheer de minister, u herinnert er terecht aan dat u de minister van Binnenlandse Zaken bent en dat u zult onderhandelen. Morgen start u met de onderhandelingen voor de tweede fase van het sectoraal akkoord. Ik denk dat u ons vandaag belangrijke zaken, waaronder de timing, hebt meegegeven.

 

Het zullen inderdaad moeilijke besprekingen worden, want ook de loonsverhogingen zullen aan bod komen. U zult in een moeilijke budgettaire context moeten werken. Daar wijzen sommige partijen liever niet naar, onder andere de PS, jammer genoeg de partij die ons in deze situatie heeft gebracht, omdat ze helemaal niet begaan was met de begrotingen of met de betaalbaarheid van de pensioenen, van alle pensioenen, niet alleen van onze politiemensen, maar ook van onder andere onze leraars. Als men geld verbrast, is er gewoon geen geld voor de pensioenen. Ook daarmee moet u rekening houden.

 

Ik ben ook tevreden dat u ook werk wilt maken van een ander aspect, namelijk de interne mobiliteit. Immers, ik hoor wel vaker dat politiemensen er niet zozeer de brui aan geven wegens de verloning, maar wegens het feit dat er onvoldoende mogelijkheden tot interne mobiliteit voorhanden zijn, zodat zij taken kunnen uitoefenen die beter bij hun interesses aansluiten. Dat is inderdaad een zeer belangrijk aspect voor de aantrekkelijkheid van het politieberoep.

 

01.19  Jeroen Bergers (N-VA): Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Die timing maakt mij zeer hoopvol. Ik kijk uit naar de resultaten.

 

01.20  Catherine Delcourt (MR): Merci, monsieur le ministre.

 

On parle beaucoup de promesses, mais ce que moi je vois, c'est que vous travaillez, vous négociez, sur des dossiers extrêmement complexes. Vous avez été interrogé sur des tas de questions différentes. Ces dossiers touchent à la fois au statut des agents, à l'organisation de la police intégrée, mais aussi à la soutenabilité des finances publiques. Tout cela appelle un dialogue approfondi avec l'ensemble des parties concernées. Je n'ai aucun doute sur le fait que vous travailliez dans ce sens-là sérieusement. Chacun doit prendre ses responsabilités, les syndicats aussi. La concertation, le dialogue, ce n'est pas faire des promesses pour ne pas les tenir, etc. Non, c'est la construction commune d'une solution qui va être applicable, raisonnable pour tout le monde. Vous le faites, mais tout le monde doit prendre ses responsabilités, les syndicats aussi.

 

Restaurer durablement l'attractivité de la fonction policière est un travail de fond. Ce n'est pas en quelques mois que vous pouvez le faire, par un coup de baguette magique, tout seul. Donc vous avancez, j'en suis convaincue, et vous venez encore de le démontrer par la qualité de vos réponses. Cela doit faire partie d'un ensemble cohérent de décisions et cela doit s'inscrire dans la durée.

 

Plus précisément, concernant l'encadrement des poursuites, j'entends que les syndicats s'opposent, font circuler des informations qui ne sont pas correctes. Ce n'est pas une bonne manière de travailler, ce n'est pas raisonnable, alors que, très clairement, votre volonté est de doter les policiers d'un cadre clair qui les sécurise d'un point de vue juridique, avec la formation adéquate. Mais l'attention se porte évidemment aussi sur la protection des usagers vulnérables. Nous suivrons l'évolution de ce dossier au niveau de sa transparence et de la manière dont vous associez les services de police. Je ne doute pas que ce soit un travail commun si les syndicats montent dans le même bateau.

 

01.21  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Merci, monsieur le ministre, pour votre réponse.

 

Vous avez dit qu'il y a effectivement des difficultés de recrutement, des départs précoces, de la surcharge de travail. Vous avez aussi parlé de perte d'attractivité. En fait, vous avez soulevé exactement les mêmes constats que ceux que les syndicats mettent en avant. Nous en avions déjà discuté lors de la séance plénière de jeudi dernier.

 

Vous n'y voyez pas de problème, mais je vois aujourd'hui le président du MR à l'avenue de la Toison d'Or, non pas rencontrer les syndicats, ce qui est tout à fait normal, mais leur promettre monts et merveilles. Je trouve que c'est un peu fort de café. En effet, quand on parle de pénibilité, de fins de carrières, de NAPAP et de pensions, il faudrait rappeler les responsabilités politiques. En 2014 déjà, il y a douze ans, les syndicats policiers avaient réveillé chez lui le ministre Bacquelaine, MR, pour sa réforme des pensions.

 

Le MR était déjà dans le gouvernement quand le ministre Jambon avait réduit les capacités de formation à peau de chagrin, capacités que l'on peine à retrouver aujourd'hui. Le MR était dans le gouvernement quand le même ministre Jambon avait retiré une dizaine de primes, et donc touché à l'attractivité du métier. Et cela, les syndicats ne l'ont pas oublié.

 

Aujourd'hui, votre réponse sur la NAPAP ne rassure pas beaucoup. Après cela, il est difficile de s'étonner qu'il y ait effectivement des tensions avec les syndicats. Les policiers le disent eux-mêmes, et je les cite: "Arrêtez de démolir notre statut et les tensions s'apaiseront d'elles-mêmes." Je sais que vous êtes conscient de la réalité du métier. Vous la connaissez: ce sont des horaires irréguliers, du travail de nuit, une exposition permanente à la violence, un stress chronique, des traumatismes, des risques psychosociaux qui sont énormes.

 

Les policiers, en fait, ne demandent pas des privilèges, monsieur le ministre, vous le savez. Ils demandent ce qui est juste. Cela veut dire des effectifs suffisants, des conditions de travail humaines, un statut qui est respecté, une meilleure reconnaissance de la pénibilité du métier et une fin de carrière digne.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Actualiteitsdebat over de nieuwe uniformen van de politie en toegevoegde vragen van

- Matti Vandemaele aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het nieuwe politie-uniform" (56015234C)

- Ridouane Chahid aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De nieuwe politie-uniformen" (56015235C)

- Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De stand van zaken met betrekking tot de uitrol van het nieuwe politie-uniform" (56015624C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De onduidelijkheid rond het nieuwe politie-uniform (vertraging, meerkosten, draagvlak)" (56015656C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De nieuwe politie-uniformen" (56016095C)

- Franky Demon aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het nieuwe politie-uniform" (56016100C)

- Catherine Delcourt aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het nieuwe uniform van de geïntegreerde politie" (56016119C)

02 Débat d'actualité sur les nouveaux uniformes de la police et questions jointes de

- Matti Vandemaele à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le nouvel uniforme de la police" (56015234C)

- Ridouane Chahid à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les nouveaux uniformes de la police" (56015235C)

- Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le point sur le déploiement du nouvel uniforme de police" (56015624C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les incertitudes concernant le nouvel uniforme de police (retard, surcoût, adhésion)" (56015656C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les nouveaux uniformes de police" (56016095C)

- Franky Demon à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le nouvel uniforme de police" (56016100C)

- Catherine Delcourt à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le nouvel uniforme de la police intégrée" (56016119C)

 

02.01  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, het hele verhaal over de nieuwe uniformen heeft wat weg van een deurenkomedie. Ik herinner mij mijn eerste vragen over het uniform, meer dan een jaar geleden. Ik ben fan van deurenkomedies, maar ik weet niet of wij onze politie echt een cadeau doen met die vaudeville.

 

Er was immers een uniform. Alles lag klaar, alles stond in de startblokken. Toen bleek het uniform te Vlaams. Het was een te Vlaams uniform. Toen werd beslist een alternatief uniform te ontwerpen. Vervolgens is men met dat alternatieve uniform naar de kandidaat-leveranciers gestapt. Zij opperden echter dat dat uniform technisch gewoon niet kon en dat zij het niet waterdicht konden maken. Het nieuwe uniform, een dubbel nieuw uniform dus, moest opnieuw naar de tekentafel. Ondertussen zijn wij een jaar later. Er is onwaarschijnlijk veel tijd verloren en onwaarschijnlijk veel geld verspild door een discussie die ons brengt waar wij nu staan.

 

Komt er nu een nieuw uniform of niet? Wie beslist daarover? Waar wordt die beslissing genomen? Op basis van welke criteria wordt beslist?

 

Hoe zullen we de vervanging aanpakken? De vervanging zal immers veel geld kosten. Hoe zullen wij ervoor zorgen dat ze zowel federaal als lokaal in één keer gebeurt?

 

Hoe zullen wij ervoor zorgen dat arme zones niet achterblijven?

 

Ik heb daarnet immers al opgemerkt dat u met lege zakken aan tafel zit. Ook voor de nieuwe uniformen is geen euro uitgetrokken.

 

Mijnheer de minister, enlighten me. Waar staan wij nu in de hele klucht van de nieuwe uniformen?

 

02.02  Ridouane Chahid (PS): Monsieur le ministre, après l'uniforme 100 % flamand de la ministre Verlinden, on a pu découvrir dans la presse la nouvelle version de l'uniforme 2.0, l'uniforme Stabilo, qui permet d'identifier le policier depuis un certain nombre de kilomètres, un modèle bleu foncé avec des bandes jaunes flashy très ressemblant à celui de la police d'Anvers, voire de la police des Pays-Bas.

 

Au-delà du design, monsieur le ministre, la question principale est la question budgétaire pour ces uniformes. Quid de leur prise en charge par le fédéral ou par les entités locales, les zones locales en l'occurrence? On nous parle de nouveaux uniformes plus pratiques, plus visibles, plus adaptés, comme si ceux dont le cahier des charges avait été rédigé par votre prédécesseur ne l'étaient pas. Qu'est-ce qui fait qu'aujourd'hui vous arrivez avec un nouveau modèle? Pourquoi a-t-on perdu autant de temps par rapport à cette question-là?

 

Monsieur le ministre, quel sera le coût total estimé pour ces uniformes et sur quel budget comptez-vous l'inscrire, dans la mesure où, à l'heure actuelle, il n'y a pas de budget supplémentaire pour votre département, comme on a pu déjà le dire? Quel sera l'agenda de livraison pour ces nouveaux uniformes? J'espère qu'ils seront bien identifiés en fonction des différentes langues nationales de ce pays, puisqu'on n'est pas à une bavure près dans les dossiers de police. Comment la police fédérale et les zones pourront-elles se les procurer? Par quels moyens? Allez-vous vous assurer que les entreprises qui délivrent ces uniformes et qui les confectionnent sont bien agréées? En effet, je peux vous dire que dans certaines zones, certaines ne le sont pas. Enfin, selon quelles normes sociales et environnementales ces nouveaux uniformes seront-ils produits?

 

Je vous remercie d'ores et déjà pour les réponses que vous apporterez.

 

02.03  Maaike De Vreese (N-VA): Minister, we hebben al heel wat vragen gesteld over het politie-uniform. Het is niet dat ik niet graag over uniformen spreek, maar ik doe dat liever onder vriendinnen dan hier in een actualiteitsdebat in de Kamer.

 

Het begint inderdaad wat hilarisch te worden. In november hadden we nog het feit dat de kleuren van de politie-uniformen te Vlaams zouden worden bevonden. Nochtans waren er toen een aantal zones die dat uniform ook hadden uitgetest. Dat was in uitrol. Er waren ook een aantal Franstalige, Waalse zones bij. Toen was er ook discussie over de taal die op het uniform gedrukt stond.

 

U hebt toen gesteld dat er nog een aantal stappen moesten worden genomen, namelijk een duidelijke rechtsgrond, een koninklijk besluit, het normenboek, technische specificaties en natuurlijk ook een budgettaire analyse, die werd gemaakt. Begin april 2026 konden we lezen dat last minute ook een aantal wijzigingen aan het ontwerp werden besteld, niet omdat het uniform te Vlaams was, maar omdat het te veel op het Nederlandse uniform zou lijken.

 

Twee jaar lang werd er al vergaderd over het uniform en de technische kwaliteit. In mei 2024 was iedereen – minister, politiebazen en vakbonden – het eens en werd het uniform officieel voorgesteld met de bedoeling het op 1 januari 2027 in te voeren.

 

Laat me het belang van het uniform niet minimaliseren, want het is wat de politie dagelijks moet dragen. Het moet van goede kwaliteit zijn en de politiemensen moeten daarin gerespecteerd worden en ook met veel plezier en trots hun uniform kunnen dragen.

 

Kunt u een stand van zaken geven? Ik denk dat er al tijd genoeg over gegaan is. Zijn er opnieuw wijzigingen? Welke wijzigingen werden besteld? Waarom werd de budgettaire analyse al gemaakt? Wat is het resultaat? Op welke datum verwacht u de definitieve goedkeuring en publicatie van het koninklijk besluit? Hebt u inmiddels duidelijkheid over de financiering van de uitrol? Welk deel wordt federaal gedragen en welk deel komt ten laste van de lokale politiezones? Bedankt, minister.

 

02.04  Ortwin Depoortere (VB): Ik zal niet in herhaling vallen, mijnheer de minister. De context is geschetst. U hoort stilaan bij de ministers die het slachtoffer worden van dossiers uit de vorige legislatuur. Dit is er dus ook eentje van. Minister Verlinden heeft het dossier opgestart en dat was ook nodig, na 25 jaar hetzelfde politie-uniform.

 

Wat zien we in de geïntegreerde politie? Ook hier werkt men met twee snelheden. Lokale zones proberen te remediëren wat er te remediëren valt, en dan is er een federale politie die niet in staat is om een gemeenschappelijke aankoop te realiseren voor alle politieagenten.

 

Het wordt inderdaad een soap of een opendeurenkomedie, noem maar op. Dat verdienen de politieagenten niet. Politieagenten verdienen respect. Dat respect komt ook deels door het dragen en het uitstralen van gezag. Dat gezag wordt uitgestraald door een uniform. Daarmee is de cirkel rond, mijnheer de minister.

 

Mijn vragen zijn dus gelijklopend met die van mijn collega’s. Uiteraard gaat het over de timing. Die is vooropgesteld op 1 januari 2027. Dat is over goed een halfjaar. Mag ik hopen, mijnheer de minister, dat u daarvoor het nodige zult doen en ook de nodige budgetten zult uittrekken?

 

Alstublieft, verzeil niet in een soort communautair spook waarbij sommigen de kleuren dan weer te Vlaams vinden of dan weer vinden dat de kleuren te veel lijken op die van de Nederlandse politie. Er is een Europese richtlijn die duidelijk stelt dat de zichtbaarheid van veiligheidsdiensten het best gewaarborgd is met geel en blauw. Ik geef u dat maar mee. Ik hoop straks dus op duidelijke antwoorden.

 

02.05  Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, de politievakbonden uitten recent in de media opnieuw hun bezorgdheid over de nieuwe politie-uniformen. In de vorige legislatuur was er, na een uitgebreid overlegtraject, een breed gedragen ontwerp vastgesteld dat – zoals hier al gezegd – vanaf 1 januari volgend jaar zou worden uitgerold. Er moest echter een nieuw ontwerp komen omdat het te veel zou lijken op het Nederlandse politie-uniform.

 

Ik lees dat vakbondsvertegenwoordigers het nieuwe ontwerp beschrijven als spuuglelijk en vrouwonvriendelijk. In antwoorden op eerdere parlementaire vragen hieromtrent gaf u aan dat er nog een koninklijk besluit moest komen voor de technische vereisten.

 

De bedoeling van een nieuw uniform is volgens mij dat onze politiemensen een moderne en comfortabele uitrusting krijgen die ze verdienen. Die uitrusting moet mijns inziens ook gezag uitstralen. De tijd is gekomen om te stoppen met discussiëren over de vraag of het te blauw, te geel of te Vlaams is. Laat ons daarmee stoppen. Niemand wacht daarop. Er lag een gedragen ontwerp voor. Laat ons daar misschien op voortwerken.

 

Mijn vragen zijn de volgende. Hebt u intussen een definitief ontwerp vastgelegd voor het nieuwe uniform? Zo ja, wijkt het ontwerp af van het ontwerp dat tijdens de vorige legislatuur, na twee jaar overleg, werd vastgesteld, en op welke manier? Zo neen, wanneer plant u het definitieve ontwerp vast te stellen en welke wijzigingen acht u vooraf nog nodig?

 

Werd of wordt hieromtrent nog bijkomend sociaal overleg georganiseerd? Werden het – volgens uw eerdere antwoorden – noodzakelijke KB en het bijhorende normenboek inmiddels opgemaakt? Zo neen, welke timing hanteert u? Kunt u verduidelijken op welke manier de kosten voor de uitrol van het nieuwe uniform zullen worden verdeeld tussen de federale en de lokale zones?

 

02.06  Catherine Delcourt (MR): Oui, trop flamand, trop néerlandais, trop jaune, trop court, trop long, enfin je ne sais pas. Cela nous éloigne quand même quelque peu de l'essentiel, qui est doter notre police intégrée d'une identité visuelle unifiée et immédiatement reconnaissable par chaque citoyen à travers tout le pays. On constate d'ailleurs que chacune des différentes zones de police a développé ses propres pièces d'équipement, et non plus un uniforme. Il n’est plus question d’uniforme mais plutôt d’une espèce d'hétérogénéité, peut-être d’effet de mode, je ne sais pas.

 

Monsieur le ministre, j’ai quelques questions liées à l’opérationnel. Quels sont les critères objectifs qui ont présidé au choix des couleurs? Répondent-ils bien aux considérations opérationnelles telles que la cohérence européenne et la haute visibilité? Comment la transition des pièces d'uniforme actuelles vers le nouvel uniforme va-t-elle s'organiser? Quelle est la période transitoire? Où en est la procédure de marché public? Comment les zones pourront-elles se rattacher dans des conditions équivalentes à ces marchés? Enfin, pouvez-vous nous repréciser le cadre juridique qui consacrera cette nouvelle identité visuelle?

 

02.07  Bernard Quintin, ministre: Merci, mesdames et messieurs les députés, pour l'ensemble de vos questions concernant ce sujet qui passionne les foules.

 

En préambule, je voudrais rappeler qu’en tant que ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, je suis chargé du maintien de l'ordre. Je pense qu’il convient, dans ce cadre-là, de faire les choses dans l'ordre. Dès lors, si en effet nous n’avons pas avancé aussi vite que je voulais sur ce dossier, c'est parce que je voulais remettre les choses en ordre et dans l'ordre. Je pense que si l'État – et singulièrement le ministre de l'Intérieur – ne fait pas les choses dans l'ordre, avec des bases légales solides, c’est qu’on tourne en rond ou plutôt qu’on marche sur notre propre tête.

 

Zoals ik al heb kunnen toelichten op eerdere vragen over hetzelfde onderwerp, lijkt het mij na 25 jaar evident dat het, al was het maar op technisch vlak, noodzakelijk is om het uniform van onze politieagenten fundamenteel te herzien om het aan te passen aan de huidige normen.

 

Je parle bien des 25 dernières années, il y a une ligne de temps. J'aurais bien voulu en effet que cela puisse être mis en œuvre à partir du 1er janvier 2027, mais ma foi, après 25 ans, et vu qu'il faudra quand même remplacer les uniformes de plus de 40 000 personnes, je pense – même si en tant qu'historien du Moyen-âge, j'ai peut-être une vision plus extensive de la ligne du temps – qu'il faut malgré tout tenir compte de la réalité qui est celle dans laquelle nous travaillons.

 

Het is eveneens van essentieel belang dat onze politie niet langer verschillende uitrustingen heeft, afhankelijk van het goeddunken van bepaalde politiezones.

 

Het dossier dat ik van mijn voorgangster heb geërfd, kon om twee bijzonder prangende redenen niet ongewijzigd worden voortgezet, namelijk het ontbreken van een wettelijke basis en van een budget. Wat de wettelijke basis betreft, heeft de federale politie mij eind september 2025 een ontwerp van koninklijk besluit voorgelegd, met als bijlage een normenboek waarin alle technische details en kleuren van elk onderdeel van het uniform zijn opgenomen. Het belangrijkste doel van de wettelijke norm is het opleggen van één uniform voor de gehele Belgische geïntegreerde politie op twee niveaus. Dat ontwerp moet nog worden afgerond op basis van het ontwerp dat zal worden goedgekeurd na afloop van het administratief parcours.

 

Wat het budget betreft, het is altijd heel duidelijk geweest dat de federale Staat alleen het nieuwe uniform van de federale politie financiert en ook dat dat slechts gespreid over meerdere jaren zal kunnen gebeuren. Voor de lokale politie zijn we momenteel in gesprek met de Vereniging van Steden en Gemeenten.

 

Quant au design, il a fait l'objet de nombreuses propositions pour le motif évoqué ci-avant. Suite à une dernière réunion, une nouvelle version semble toutefois se dégager. Celle-ci tient compte des discussions avec les syndicats et des remarques sur la couleur et la technique résultant des tests.

 

Je ne sais pas si vous retrouverez là où j'ai écrit ou dit que c'était trop flamand, trop néerlandais. Je signale que les couleurs noir et jaune se retrouvent tout autant en Espagne qu'au Royaume-Uni ou aux Pays-Bas. Des études européennes, notamment Vias, en Belgique, ont en effet déterminé que le bleu foncé et le jaune étaient les couleurs les plus visibles, singulièrement en milieu urbain. Sans parler du fait que – cela va peut-être vous surprendre – le jaune et le rouge sont mes deux couleurs préférées. Vous voyez qu'on peut avoir des goûts qui ne sont pas forcément liés à sa couleur politique, ce qui, je trouve, est humainement rassurant. (Rires dans l'assemblée).

 

Par ailleurs, et vous l'avez dit aussi, il faut un uniforme moderne et confortable. Les uniformes ont 25 ans. Entretemps, la qualité et le confort des tissus ont évolué. Il est donc très important de pouvoir doter nos policiers d'un nouvel uniforme après 25 ans. J'insiste sur le mot "uniforme". Les polices locale et fédérale partageront en effet un seul uniforme. Peu importe à nos concitoyens de savoir si c'est un membre de la police locale ou de la police fédérale qui vient assurer leur protection. Ce qu'ils veulent, c'est pouvoir reconnaître immédiatement un policier quand il est là – je mets, bien entendu, un certain nombre d'unités à part.

 

Relativement à ces discussions et à ces tests, il va de soi que j'ai lourdement insisté pour que la législation sur l'emploi des langues soit strictement respectée.

 

Cette version définitive sera à nouveau présentée aux organisations syndicales lors du comité de négociation du 27 mai prochain – donc dans quelques jours – afin que nous puissions ensuite suivre son parcours administratif comme précisé ci-dessus. Cela permettra ensuite de lancer les marchés publics, le but étant toujours, comme le confirme la police fédérale, de pouvoir livrer les premiers nouveaux uniformes dès le 1er janvier 2027. Je vous le concède, c'est fort ambitieux, mais c'est ce que nous voulons essayer de faire.

 

Zoals u ongetwijfeld beseft, zal het gelet op het budgettair aspect en de technische uitvoering alleen mogelijk zijn om het nieuwe uniform gefaseerd te leveren per eenheid voor de federale politie en per politiezone voor de lokale politie.

 

Cela répond aussi à la question budgétaire. Pour le moment, et nous devons étudier ce volet en fonction des marchés publics, l'idée en termes de budget est que, de toute façon, même si l'on ne changeait pas d'uniforme, un uniforme doit se remplacer régulièrement. Il faut donc voir ce que l'on peut puiser dans les budgets prévus pour les remplacements d'uniformes, fussent-ils anciens.

 

Er is al in budgetten voorzien voor de hernieuwing van de huidige uniformen, omdat we om de drie of vier jaar de uniformen moeten vervangen. Met die budgetten moeten we werken. Of er extra middelen nodig zijn, zullen we zien bij de uitvoering van het boeiende dossier van de uniformen.

 

Néanmoins, toute blague à part, cette question de l’uniforme est primordiale pour moi. C'est également pour cette raison que j'ai pris le temps de faire les choses correctement. Premièrement, une base légale solide, donc un arrêté royal avec un cahier de normes solide, ce qui nous évitera d'avoir, comme c’est le cas pour le moment, au moins une dizaine d'uniformes différents. Cela signifie que dans la situation actuelle, il n'y a plus d'uniforme, ce qui met nos policières et nos policiers en danger tout en ouvrant la porte à toute possibilité de fraude. Si on ne sait plus quel est exactement l'uniforme du policier, on voit tout ce que cela peut entraîner comme conséquences néfastes.

 

Il faut donc un uniforme qui reflète – et vous savez combien j'attache de l'importance à la police intégrée à deux niveaux – une police unique. En Belgique, il y a une police. Il s’agit de la police belge, qu'elle soit fédérale ou locale, qui est là pour protéger tous nos concitoyens, qu'ils soient belges ou étrangers, sur notre territoire. À cet égard, l'uniforme est un élément fondamental.

 

Dès lors, croyez bien que je suis le premier à vouloir clôturer politiquement ce dossier – si j’ose m’exprimer ainsi – pour avancer sur la mise en œuvre pratique de ce nouvel uniforme, qui sera très beau.

 

02.08  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister. Rood en wit zijn mijn lievelingskleuren in eerste klasse, groen en wit mijn favoriete provinciale kleuren. Enfin, dat doet er hier niet toe.

 

U brengt een historisch overzicht van het debat. U gaat wel een beetje voorbij aan het feit dat we een jaar verloren hebben met allerhande discussies die werkelijk nergens op sloegen.

 

Ik hoor u zeggen dat u een normenboek heeft moeten maken. Volgens mij lag dat normenboek gewoon klaar. Ik hoor van de mensen op het terrein dat de technische voorbereiding helemaal klaar lag, gemaakt door uw voorgangster, een vrouw met vele talenten en vele gebreken. Het lag gewoon klaar. Ik begrijp dus gewoon niet het circus van het afgelopen jaar.

 

Ik meen dat de collega’s het er allemaal over eens zijn dat onze mensen gewoon zo snel mogelijk een degelijk uniform moeten hebben. Het feit dat er één soort uniform is voor iedereen is een goede zaak. Er is echter ook hier geen geld en er moet een overgang zijn. Zullen we intussen federale politiediensten hebben met verschillende uniformen, in de ene zone zus en in de andere zone zo? Ik zou toch proberen de overgang zo beperkt mogelijk te houden, zodat het, voor de duidelijkheid van de burger, rap vooruit kan gaan.

 

02.09  Ridouane Chahid (PS): Merci pour vos réponses, monsieur le ministre. Certaines sont satisfaisantes, d'autres évidemment moins. Pour commencer, je suis d'accord avec vous sur le fait qu'il faut un uniforme pour l'ensemble du pays. Je ne suis pas sûr toutefois que d'autres formations politiques, qui sont dans votre propre majorité, le soient.

 

Je citerais à titre d'exemple l'article de Sudinfo qui reprenait une réaction de la police de Rochefort. Celle-ci s'étonnait d'avoir reçu des échantillons d'uniformes marqués uniquement du mot "Politie". On peut comprendre que cela choque les hommes de terrain. C'est peut-être banal pour vous et pourtant, un policier qui ne se sent pas bien dans son uniforme, c'est un policier qui risque de ne pas bien faire son travail. L'uniforme revêt une fonction très importante dans cette fonction.

 

Deuxièmement, il y a la question du budget. Si je comprends bien, il n'y a, à l'heure actuelle, pas de montant précis pour le budget. C'est pour nous important qu'il y ait une clarification à cet égard, et qu'on sache quel montant sera réellement investi.

 

Troisièmement, sur la question de l'achat, il n'y a pas de centrale d'achat au fédéral, ce qui est un problème. Nous vous demandons de veiller à ce que les zones qui passeront le marché, notamment pour l'ensemble du pays, le fassent dans la langue appropriée, que ce soit en français, en néerlandais ou en bilingue pour la future zone bilingue de la Région de Bruxelles-capitale. Cet aspect est important pour nous.

 

Enfin, s'il est effectivement nécessaire de renouveler les uniformes tant pour les policiers que pour les chauffeurs de bus, de tram et de métro, il importe également de tenir compte d'un certain nombre de critères et de facteurs, et notamment de la question des normes sociales et environnementales, de façon à ce que ces uniformes ne soient pas fabriqués je ne sais où, là où les critères qui sont les nôtres ne sont pas respectés.

 

02.10  Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, ik vind het goed dat u vasthoudt aan de ambitieuze timing. U hebt vandaag niet gezegd dat er opnieuw een half jaar uitstel zal komen en dat is positief. De timing is echter wel zeer ambitieus, gezien de vertraging die is opgelopen. We zullen dat dan ook nauwgezet opvolgen.

 

Ik volg u ook in uw stelling dat een uniform belangrijk is, in die zin dat het gemoderniseerd moet worden en comfortabel moet zijn om te dragen onder alle weersomstandigheden. Op dat vlak zijn al heel wat innovaties doorgevoerd.

 

Ik denk dat er nu geen enkele reden meer is om geen knopen door te hakken. Alles is ondertussen aangeleverd om dat op een goede manier te doen. Ik ben dan ook benieuwd naar de reactie van de vakbondsafgevaardigden op 27 mei. Ik hoop dat u hen dan kunt overtuigen van uw nieuwe uniform.

 

02.11  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, voordat ik een repliek geef, wil ik graag een verduidelijking vragen, ook naar aanleiding van wat de heer Vandemaele daarnet zei. Is het koninklijk besluit van september 2025 afgerond, of moet het nog worden goedgekeurd?

 

02.12 Minister Bernard Quintin: Het koninklijk besluit is afgerond, maar mijn bedoeling was dat het normenboek wettelijk gekoppeld zou zijn aan dat koninklijk besluit. We moeten dus wachten tot het einde van de onderhandelingen en tot er een definitief uniform is. De politieke discussie over het koninklijk besluit is afgerond, maar ik kan dat besluit niet ondertekenen zonder het normenboek. Dat normenboek komt er, maar pas wanneer er een definitief akkoord is. Het is dus een kwestie van vandaag of van weken.

 

02.13  Ortwin Depoortere (VB): Dat is wel een belangrijk detail in dit verhaal. Mijnheer de minister, ik dank u voor die extra toelichting.

 

Ik blijf wat op mijn honger zitten. Het is niet omdat dit dossier al 25 jaar aansleept, dat men nu plots kan spreken van een ambitieus plan. Het lijkt mij veeleer een aanslepende soap waar maar geen einde aan komt.

 

Ik deel wel de doelstelling dat het uniform, zoals het woord zelf zegt, een uniform geheel moet vormen. Daar ben ik het mee eens.

 

Ik wil wel dat de taalwetgeving wordt gerespecteerd. Dat is een ander probleem, dat ik hier vandaag niet verder zal bespreken. Daarover zal ik nog aparte vragen indienen.

 

Ik hoop dat de vakbonden op 27 mei welwillend zullen staan tegenover het normenboek, zoals u het zegt.

 

Het blijft echter wat jammer dat ook hiervoor de nodige budgetten niet kunnen worden vrijgemaakt en dat u zeer gefaseerd te werk zult moeten gaan om dat uniform in te voeren: eerst federaal, waarbij het in een eerste fase dan nog alleen om bepaalde federale diensten zal gaan, en vervolgens zult u pas bekijken hoe het lokaal zal worden gefinancierd.

 

Het ziet ernaar uit dat het einde van de tunnel nog niet in zicht is. Ik wens u niettemin veel succes met uw ambities.

 

02.14  Franky Demon (cd&v): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

U zult het waarschijnlijk niet vreemd vinden dat mijn lievelingskleuren tegenwoordig blauw en zwart zijn. Ik heb uw voorkeur gehoord.

 

Alle gekheid op een stokje, ik onderschrijf wat heel veel collega's aangeven, namelijk dat het goed is dat u doorgaat. Comfortabele, moderne uniformen die gezag uitstralen, zijn belangrijk.

 

Ik maak mij evenwel wat zorgen over het financiële aspect en over het aantal jaar waarover de uitrol zal worden gespreid. Iedereen wist dat de uitrol zou worden gespreid, maar we weten nog niet over hoeveel jaar. Het gaat over zowat 30.000 uniformen voor de federale politie en daarna komt nog de lokale politie.

 

Daarover moeten we op korte termijn duidelijkheid krijgen, zodat er ook enige rust komt op straat bij de mensen.

 

02.15  Catherine Delcourt (MR): Le bleu, c'est bien, monsieur le ministre!

 

L'ancrage dans un arrêté royal est vraiment important, ainsi que la symbolique et l'autorité que doit revêtir l'uniforme. Vous avez également rappelé qu'il y a des considérations opérationnelles pratiques, de visibilité et finalement, toutes les querelles que certains ont voulu y projeter sont un peu inutiles, puisque vous serez le ministre qui fera aboutir ce nouvel uniforme. Félicitations!

 

02.16  Bernard Quintin, ministre: Je vous remercie pour vos réactions. J'ai déjà signé l'arrêté royal pour le Battenburg, believe it or not, même s'il y a beaucoup de Battenburg, il n'y avait pas encore d'arrêté royal, mais celui-là est signé. Le Battenburg, c'est bien jaune et bleu, donc même si ce ne sera pas le même bleu, je pense que c'est également une bonne chose. Même si je suis un peu daltonien (…)

 

02.17  Ridouane Chahid (PS): (…)

 

02.18  Bernard Quintin, ministre: Enfin, il y a des limites, monsieur Chahid!

 

Het feit dat dit gefaseerd is, is niet alleen een kwestie van budget, maar ook van fysieke en operationele mogelijkheden. We hebben al met de industrie gepraat. Zij zeggen dat het niet mogelijk is om van de ene dag op de andere dag voor 35.000 mensen voor een nieuw uniform te zorgen. Dat is ook een reden voor de fasering.

 

La troisième chose que je voulais mentionner va au-delà du sujet: oui, il faut une centrale d'achat. Je trouve que notre pays souffre de sous-localisme. Et c'est l'historien du Moyen Âge, sensible à l'autonomie communale qui le dit: je pense que ce sous-localisme est une grande maladie, on va trop loin en la matière, tant au niveau de la police que des pompiers. J'ai régulièrement l'occasion d'en parler avec M. Thiébaut, je pense qu'avoir des centrales d'achat et des marchés publics un peu plus importants pourrait nous permettre d'être plus efficaces et de réaliser des économies sur des budgets très limités.

 

Je profite de ce sujet pour formuler une réflexion plus générale: je ne dis pas qu’il faudrait un marché public unique, mais je pense qu’il est nécessaire, dans notre pays, de développer davantage des centrales d’achat et de tendre vers une approche plus uniforme. Cela permettrait de mutualiser les volumes et, in fine, de réduire les coûts. Ce serait une bonne chose. Pour parler d'un autre sujet, je prends souvent cet exemple: le même camion de pompiers en Belgique coûte 30 % plus cher qu'en France, parce que, contrairement à nos voisins, nous ne recourons pas aux achats groupés.

 

02.19  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Die aankoopcentrale is volgens mij een goed idee. Er bestaan bij de overheid zeer veel uniformen voor allerlei functies, niet alleen voor de politie en brandweer. Minister Matz is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van zulke aankoopcentrales. We zullen haar vragen of zij met uw uitstekende idee aan de slag gaat.

 

02.20  Ridouane Chahid (PS): Monsieur le président, comme je l'ai dit, nous ne disposons pas de centrale d’achat, ce qui aurait été la meilleure solution.

 

Dans votre dernière intervention, vous dites que nous souffrons de souslocalisme. Personnellement, jai envie de vous dire que les zones locales sadaptent à la réalité institutionnelle de notre pays. Ce nest pas de leur faute si elles se retrouvent dans une situation où elles doivent, effectivement, parfois lancer des marchés chacune de leur côté.

 

Cependant, il existe, déjà aujourd’hui, des collaborations, dans notre pays. Cela fera sans doute plaisir à certains. Dans ma zone de police, nous nous sommes à maintes reprises associés avec la zone de police dAnvers pour effectuer des achats de véhicules et dautres équipements.

 

Un travail se fait donc déjà entre certaines zones de police pour se regrouper afin de créer des volumes plus importants et réaliser des économies budgétaires. Cela existe, mais les zones de police ne font que s'adapter aux situations politiques qui sont particulières.

 

02.21  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, niemand hier zal u hier verplichten om van de ene dag op de andere 40.000 uniformen te vervangen. Dat heeft ook niemand beweerd of gevraagd. Tussen dat en het spreiden en faseren over verschillende jaren is er toch nog een zekere bewegingsvrijheid. Ik zou dat zo snel mogelijk uitgerold willen zien. Uiteraard moet u rekening houden met een aanbestedingsprocedure waaraan een aantal voorwaarden gekoppeld zijn. Dat begrijp ik wel. Wat in andere landen mogelijk is, zou toch ook in ons kleine land mogelijk moeten zijn.

 

Het idee van een centrale aankoopdienst is waar ik mijn vraagstelling mee ben begonnen, namelijk de twee snelheden, waarbij lokale politiezones overgaan tot samenwerking om eigen groepsaankopen te ontwikkelen, terwijl de federale overheid hier eigenlijk in gebreke blijft, zodat we met verschillende uniformen geconfronteerd worden en ook met verschillende maatstaven. Ik ben zeker vragende partij om dat kluwen opgelost te krijgen. Nogmaals, dat moet sneller kunnen dan het faseren over verschillende jaren. Uiteraard heeft dat deels te maken met budgetten.

 

02.22  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Monsieur le président, je tenais à dire un mot au sujet du défilé printemps-été.

 

Comme vous, monsieur le ministre, je trouve important que les policiers aient un uniforme adapté à leur travail de terrain qui assure leur sécurité. Cela dit, ce n'est pas le fond du dossier. Chaque jour, le gouvernement nous répète, et vous l'avez encore fait aujourd'hui avec votre voix de baryton, que nous vivons une situation budgétaire compliquée. Les caisses sont vides, sauf pour la guerre, mais c'est une autre histoire. Il faut se serrer la ceinture. Dans ce dossier, on fait tout le contraire, on fait marche arrière toute.

 

L'ancienne ministre avait développé, avec les syndicats, un nouvel uniforme. La phase-test était quasiment achevée. Les officiers avaient presque fini de mettre des autocollants jaunes flamboyants sur les voitures. Tout était prêt. Les policiers locaux allaient pouvoir porter leur nouvel uniforme à partir du 1er janvier 2027. Tout ce processus a coûté de l'argent et du temps. Or, nous allons en connaître un nouveau, avec un nouveau budget dans de nouveaux délais. Pour quel résultat? Le même. On change seulement de couleur. La collègue de la N–VA salue l'ambition du timing. Dans votre réponse, j'avais plutôt entendu l'historien parler d'une ligne du temps un peu expansive. Nous verrons. En tout cas, ce sera plus cher, vu qu'on a déjà dû commencer une nouvelle phase-test.

 

Les syndicats décrivaient la première mouture comme affreuse, mais visible. J'espère que vos designers, pour la deuxième, parviendront à un résultat qui les rassurera. Dans ce dossier, on jette l'argent du contribuable, l'argent public et du temps à la poubelle. Du temps et de l'argent qui auraient pu servir à autre chose. Je pense à la revalorisation du métier ou aux conditions de travail pénibles des agents.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Actualiteitsdebat over I-Police en toegevoegde vragen van

- Matti Vandemaele aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Consultancy en andere bijkomende kosten in het kader van het mislukte i-Policeproject" (56015515C)

- Matti Vandemaele aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het i-Policeproject, een straatje zonder einde" (56015893C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het vertrek van de externe technologieconsultant bij de federale politie" (56015968C)

- Ridouane Chahid aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "i-Police" (56016026C)

- Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De digitalisering van de politie" (56016091C)

- Catherine Delcourt aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het project i-Police" (56016112C)

03 Débat d'actualité sur I-Police et questions jointes de

- Matti Vandemaele à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La consultance et autres coûts supplémentaires dans le cadre du projet i-Police avorté" (56015515C)

- Matti Vandemaele à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le dossier i-Police, un projet dans l'impasse" (56015893C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le départ du consultant technologique externe de la police fédérale" (56015968C)

- Ridouane Chahid à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "i-Police" (56016026C)

- Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La numérisation de la police" (56016091C)

- Catherine Delcourt à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le projet i-Police" (56016112C)

 

03.01  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, mijn eerste vraag gaat over de consultancyopdrachten en de bijkomende kosten die werden gemaakt in de afwikkeling van het i-Police-dossier. In de kranten konden we lezen dat er 1.185.542,72 euro extra kosten zijn gemaakt, bovenop de 75,8 miljoen euro die al aan Sopra Steria werd betaald.

 

Kloppen die bedragen? Is dat dan voor bijkomende audits, crisismanagement en juridische ondersteuning in het kader van i-Police? Kunt u daar wat toelichting bij geven? Hoe komen we aan dat bedrag? Kunt u een overzicht geven van de uitgaven die we sinds het stopzetten van i-Police hebben gedaan met betrekking tot audits, externe consultancy, juridische kosten en advocatenhonoraria?

 

Er is het bekende advocatenkantoor Stibbe dat al regelmatig van zich heeft laten horen en dus ook al regelmatig aan de kassa is gepasseerd. Welke taken heeft dat kantoor op zich opgenomen en voor welke honoraria? Wie besliste over dergelijke procedures en aanbestedingen? Verloopt dat via gunningsprocedures of wordt dat op goed geluk beslist?

 

Mijn tweede vraag heeft te maken met de nieuw aangestelde CTO en twee van zijn adjuncten. Die CTO werd onder deze regering aangesteld door de huidige commissaris-generaal. Dit is dus geen verhaal uit het verleden, maar wel uit het heden. Het is een beetje onduidelijk of zijn contract niet werd verlengd of dat hij werd ontslagen, afhankelijk van wie daarover communiceert.

 

Werden de CTO en zijn twee luitenants ontslagen of werd hun contract niet verlengd? Wat is daarvoor de reden? Welke taken namen die mensen binnen de federale politie op in de afwikkeling van i-Police? Hoeveel verdienden zij? Er doen immers heel wat geruchten de ronde over de heel hoge bedragen die minstens een van die heren op dagbasis mocht factureren. Dat zijn bedragen die zelfs een parlementslid doen duizelen.

 

Een van de betrokkenen zegt in de media dat hij een nieuwe audit initieerde. Dat is een audit waarover ik precies nog niets heb gehoord. Kunt u daarbij wat toelichting geven? Over welke audit gaat dat precies? Wat onderzoekt die audit precies? Wanneer krijgt men de resultaten daarvan? Krijgen wij die resultaten ook of zal de Fedpol die audit proberen te begraven naast de vele andere audits?

 

In zijn argumentatie in de krant gaf die man ook aan dat er binnen de federale politie geweldige spanningen bestaan tussen de verschillende diensten. Ik ben geen communautarist, dat weet u. Blijkbaar zijn er ook spanningen tussen de verschillende taalgroepen. Er zouden ook geweldige spanningen zijn tussen de federale politie en de lokale politie. Die spanningen zouden de oorzaak zijn dat men maar niet uit het i-Policemoeras geraakt.

 

Zoals ik daarnet heb gezegd, zijn de aanstelling van die man, de aansturing van die man en het ontslag van die man volledig gebeurd door commissaris-generaal Snoeck. Ergens konden we ook lezen dat er belangenvermenging in het spel zou zijn. Dat wist men blijkbaar op voorhand niet. Mijn vraag is of commissaris-generaal Snoeck volgens u nog wel de man is om het debacle met i-Police recht te trekken en onze federale politie te leiden?

 

03.02  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik zal proberen niet in herhaling te vallen.

 

De peperdure Franse consultant, die vorig jaar werd aangesteld bij de federale politie om het debacle met i-Police te reanimeren en te mediëren, is nu vertrokken. Er zou - ik spreek in de voorwaardelijke wijs - een klacht tegen hem zijn ingediend wegens belangenvermenging. Kunt u dat al dan niet bevestigen? De man in kwestie ontkent dat. Hij zegt dat hij zelf is opgestapt. Eigenlijk schuift hij alle verantwoordelijkheid terug door naar de federale politie, waar er blijkbaar een kluwen is tussen diensten, tussen Franstaligen en Nederlandstaligen, tussen diensten onderling en tussen de federale politie en de lokale politie. Alles wat fout kan lopen, loopt er fout, volgens de man in kwestie. Naar verluidt factureerde hij 2.000 euro per dag. Klopt dat bedrag of is dat uit de lucht gegrepen?

 

Het contract is stopgezet eind april. Wat is de concrete reden voor die stopzetting? Gebeurde dat op initiatief van de federale politie, van de betrokkene zelf of van u, mijnheer de minister?

 

Wat is de kostprijs van die opdracht geweest? Welke concrete resultaten heeft die opdracht opgeleverd? Ik hoop dat we niet opnieuw een hoorzitting moeten organiseren om te weten te komen waar belastinggeld naartoe is gevloeid zonder dat daar verantwoordelijken voor kunnen worden aangeduid en zonder dat de opdracht resultaten heeft opgeleverd.

 

Er zou inderdaad een nieuwe interne audit zijn opgesteld of aangevraagd. Klopt dat? Zo ja, wat zijn de resultaten daarvan? Bent u bereid om daarover de nodige rapporten en informatie aan het Parlement over te maken? Wat is de actuele stand van zaken?

 

Tot slot, een vraag over de toekomst. We hebben geen glazen bol, maar ik hoop toch dat u plannen hebt in verband met de digitalisering van de politie. Ook daarover krijg ik graag een stand van zaken.

 

Dank u wel alvast voor uw antwoord.

 

03.03  Ridouane Chahid (PS): Monsieur le ministre, cinq mois se sont écoulés depuis que vous avez mis fin au projet i-Police: 75 millions d'euros de fonds publics ont été dépensés sans quasiment aucun résultat opérationnel. Depuis lors, des auditions ont eu lieu et une information judiciaire a été ouverte par le parquet pour des faits présumés de détournement de fonds publics et de prise illégale d'intérêt. Depuis lors, la police fédérale a assigné la société française en question et lui réclame 179 millions d'euros de dommages et intérêts ainsi qu'un remboursement de 65 millions d'euros de factures. Par la suite, cette même société a introduit une demande reconventionnelle qui conteste sa responsabilité et réclame le paiement des présumées factures impayées.

 

Monsieur le ministre, nous sommes donc en plein imbroglio. Nous restons dans le flou sans savoir comment nous allons avancer dans ce dossier qui est clairement un fiasco inqualifiable. Par conséquent, je m'associe évidemment aux différentes questions qui ont été posées. Je voudrais surtout savoir où l'on en est dans ce dossier i-Police. Quid du rapport de la Cour des comptes? Qu'avez-vous pris comme initiatives pour éviter qu'un tel dérapage ne se reproduise? Quel suivi allez-vous donner au rapport du Comité P relatif aux marchés publics au sein de la police intégrée? Enfin, j'en viens à la question que nous nous posons tous et à laquelle nous n'avons pas encore obtenu de réponse: comment envisagez-vous de poursuivre la modernisation du système informatique policier? Quels éléments neufs allez-vous apporter afin de nous aider à avoir une vue structurelle de l'avenir de la numérisation au sein de la police fédérale?

 

03.04  Maaike De Vreese (N-VA): U was zelf de persoon die de stekker uit het project i-Police heeft getrokken, meer dan terecht. U zei daarover dat het een paard was dat al enige tijd overleden bleek toen de dierenarts langskwam.

 

We hebben gisteren een hoorzitting gehad met de federale politie en de lokale politie van onze kust over de transmigratieproblematiek. Ook daar, minister, bleek opnieuw hoe belangrijk het is om niet alleen in te zetten op innovatie, maar ook op verdere digitalisering, hoe belangrijk licenties zijn en hoe belangrijk software is voor onze politiediensten. U hebt gezegd dat we om die verdere digitalisering mogelijk te maken ook de federale politie structureel moeten hervormen. U wilt de structuur van de DRI dan ook fundamenteel herzien, zodat die evolueert naar een echte dienstverlenende organisatie.

 

U wilt in uw model natuurlijk ook verder inzetten op partnerschappen met de lokale politie. Ik denk dat dat zeer belangrijk is, net als andere politie-eenheden met elk hun eigen specifieke expertise. Er zou ook een plan zijn om de migratie van de gegevens van de ANG op een gecontroleerde en veilige manier te laten verlopen.

 

Het laatste verzoek van de federale politie tijdens die hoorzittingen was ook om extra middelen. Daar hebt u volgens ons terecht gezegd, minister, dat er geen middelen worden vrijgemaakt zolang de projecten niet goed zijn afgebakend, met duidelijke mijlpalen en resultaten op korte termijn. U wacht daarvoor op een gedetailleerd overzicht en verwacht van de commissaris-generaal een niveau van opvolging en nauwkeurigheid dat ons een gecontroleerde digitalisering garandeert.

 

Dan komen we inderdaad bij de consultant die werd binnengehaald om de puinhoop van i-Police op te ruimen. Die is intussen alweer vertrokken, maar hij zou ook een audit besteld hebben. Die man zegt dat de politie een organisatie vol conflicten is die niet wil veranderen.

 

Als we even uitzoomen, minister, dan zien we dat er tien jaren verloren zijn gegaan. Volgens onze fractie kunnen we ons echt geen tien extra jaar meer permitteren vooraleer we die digitalisering op punt krijgen.

 

Daarom heb ik de volgende vragen. Hoe en waarom moet de structuur van de federale politie worden hervormd om die digitalisering mogelijk te maken? Wat zijn de plannen die daarvoor voorliggen? Welke structuur krijgt de DRI in die plannen? Hoe ziet u het model met de partnerschappen met de verschillende politie-eenheden? Wat is het plan voor de migratie van de gegevens van de ANG? Ik heb u daarover al verschillende vragen gesteld, ook over de kostprijs daarvan.

 

Ontving u inmiddels die gedetailleerde overzichten? Garandeert de commissaris-generaal een adequaat niveau van opvolging voor een gecontroleerde digitalisering? Bevestigt u dat de CTO de federale politie heeft verlaten? Waarom? We horen zaken over belangrijke belangenvermenging. Klopt dat? Welke audit heeft de CTO besteld en waarom? Is die opgeleverd? Wanneer zou die worden opgeleverd? Wat waren de conclusies, de aanbevelingen en het doel?

 

03.05  Catherine Delcourt (MR): Monsieur le ministre, nous avons organisé des auditions au sein de cette commission consacrées à iPolice, qui ont permis d’éclairer certains aspects. Il reste toutefois pas mal de zones dombre, il faut bien le reconnaître. Je pense que ce nest pas le moment de refaire tout le débat ici.

 

Nous attendons beaucoup du rapport de la Cour des comptes ainsi que de lenquête judiciaire en cours. Le dossier continue à évoluer. La presse rapporte notamment que le CTO et certains de ses collaborateurs auraient été démis de leurs fonctions. Nous avons donc encore besoin d’informations de votre part.

 

Monsieur le ministre, quelles mesures structurantes ont été mises en place afin d’assurer, malgré la fin d’iPolice, un avenir pour la digitalisation des missions de police? Il semble essentiel de se tourner vers lavenir. Quels efforts ont été menés pour assurer la budgétisation et la concordance des projets financés au regard des besoins du terrain? Existetil une feuille de route, établie en concertation avec la police fédérale et vousmême, jusqu’à la fin de cette année?

 

03.06 Minister Bernard Quintin: In 2025 heeft de federale politie een Digitale Transformatieorganisatie (DTO) opgericht met als doel de digitale processen binnen de politie verder te moderniseren. De oprichting van de DTO voert voort uit de aanbevelingen van de Deloitte-audit om de digitale transformatie binnen de federale politie te garanderen. De DTO is samengesteld uit zowel politiepersoneel als uit externe consultants voor expertise die de politie niet in huis heeft. Deze consultants moeten beschikken over specifieke competenties inzake digitale transformatie en ze ondersteunen de politie bij het uitbouwen van haar digitaliseringstraject.

 

Drie consultants, waaronder de chief technology officer waarnaar u verwees, werden geëngageerd voor een tijdelijke en afgebakende opdracht. De betrokken consultants voerden opdrachten uit met een ondersteunend en adviserend karakter. Hun werkzaamheden hadden te maken met de ondersteuning van de digitale transformatie, onder meer door bij te dragen aan de reflectie over de technologische visie, het versterken van de samenhang tussen de verschillende IT-initiatieven en het ondersteunen van de verdere structurering van het IT-portofolio. Ze leverden ook ondersteuning bij de analyse en de intake van IT-aanvragen, de prioritering van projecten en het opvolgen van de middelen die worden ingezet voor prioritaire digitale en IT-projecten. De betrokken consultants hadden geen operationele rol binnen i-Police en waren evenmin betrokken bij de verdere afwikkeling ervan.

 

De politie laat weten dat externe adviseurs voor de DRI worden gerekruteerd via de kaderovereenkomst Smals, die een prijsvoorkeur per profiel voorziet, in lijn met de gangbare tarieven op de arbeidsmarkt. Die zijn afhankelijk van het profiel soms wel heel erg hoog.

 

Het management van de federale politie heeft na een evaluatie van de werking beslist de contracten van de drie consultants waarvan sprake stop te zetten. De beslissing werd genomen binnen de federale politie zelf, die aangeeft alle nodige maatregelen te hebben genomen om een correcte overgang te verzekeren en de continuïteit van de lopende projecten te waarborgen.

 

De digitale transformatie van de politie wordt voortgezet. De politie heeft dus wel degelijk nood aan hoog gespecialiseerde IT-profielen op punctuele en tijdelijke basis. Tegelijkertijd moet de federale politie inzetten op het versterken en internaliseren van kritieke IT-competenties met het oog op een geleidelijke vermindering van de afhankelijkheid van externe consultancy.

 

Par conséquent, j'ai demandé qu'un inventaire approfondi soit réalisé afin de recenser toutes les activités de consultance et, dans la mesure du possible et lorsque cela s'avère souhaitable, de les réduire. En ce qui concerne les questions relatives à un éventuel nouvel audit, aucun nouvel audit n'a été lancé. Mais constater qu'il y a un problème est une chose, apporter une solution en est une autre.

 

Om de voornaamste bevindingen van de audit van Deloitte uit 2023 in de praktijk om te zetten, namelijk dat een strategische visie en een deugdelijk project management office nodig zijn, bestelde het DTO wel een opdracht voor een beperkte duur van 12 weken, met als doel een target operating model uit te werken voor de toekomstige organisatie van de IT-functies in de nieuwe DRI.

 

J'ai moi-même demandé à la police de transformer la DRI en une organisation de service, où la cocréation deviendra un concept clé. Vous avez d'ailleurs approuvé – pour ceux qui ont voté pour bien entendu – la modification législative nécessaire dans le cadre du même processus que la loi Fusion. Cette mission a abouti à l'identification d'une trentaine d'actions concrètes et d'une feuille de route correspondante que la police intégrée présente comme son plan stratégique. Sa mise en œuvre nécessite du temps, de la stabilité et un pilotage cohérent. Je pense qu'il pourrait être utile, en effet, de transmettre ce plan aux membres de la commission une fois qu'il sera finalisé. C'est en tout cas ce que je demanderai à la police de faire.

 

Après i-Police, l'accent est désormais mis sur le rétablissement de la confiance grâce à des réalisations concrètes et surtout rapidement déployables. Il ne s'agit plus de projets Big Bang à grande échelle, mais de projets ciblés avec un déploiement par étape en cocréation avec les utilisateurs. L'objectif est une mise à disposition rapide et efficace.

 

Je peux citer ici, par exemple, le système national des caméras ANPR qui s'impose comme un modèle d'innovation utile et une véritable mine d'or sur le terrain, ainsi que l'outil PoliceSearch qui rassemble l'ensemble des procès-verbaux du pays, pour ne nommer que ces deux-là. On pourrait également y ajouter l’application FOCUS, qui permet véritablement de donner tout son sens au système ANPR sur le terrain, au bénéfice de l'ensemble de nos policières et de nos policiers.

 

Voorbeelden van prioritaire werven zijn de stabilisatie van kernsystemen, de vermindering van administratieve lasten via het nationaal arrestatieregister en de verdere digitale ondersteuning van de operationele processen, zoals de exploitatie van de ANPR-data.

 

Wat de facturatie rond i-Police betreft, is de situatie ongewijzigd ten opzichte van de informatie die eerder tijdens de parlementaire hoorzittingen werd toegelicht en die ook schriftelijk aan het Parlement ter beschikking is gesteld. Ook het Rekenhof heeft in het kader van zijn auditopdracht toegang gekregen tot alle gevraagde informatie.

 

Wat de bedragen betreft die in het kader van het i-Police-contract werden uitgegeven aan audits en advocaten, worden sinds de ontbinding nog een aantal gerichte opdrachten uitgevoerd met het oog op de afronding en opvolging van het dossier.

 

Voor kortlopende ondersteunende consultancyopdrachten werd sinds 24 december 2025 een bedrag van 109.440 euro besteed. Daarnaast bedragen de juridische kosten en advocatenhonoraria sinds de ontbinding 216.719 euro. Die uitgaven houden verband met de verdere behandeling van het geschil en de noodzakelijke juridische opvolging ervan.

 

Die bijstand heeft betrekking op strategisch juridisch advies, het opstellen van procedurestukken en de vertegenwoordiging en verdediging van de belangen van de federale politie, zowel in gerechtelijke als in buitengerechtelijke procedures. De interne juridische dienst van de federale politie blijft instaan voor de algemene juridische analyse en advies.

 

Voorafgaand aan de stopzetting werd sinds de start van het project nog eens 202.415 euro aan advocatenkosten gemaakt. De inschakeling van advocatenkantoren verloopt conform de wet op de overheidsopdrachten. Aan de eerdere audits van Deloitte in 2023 werd 479.765 euro gespendeerd. De crisismanager die in 2024 werd aangesteld, heeft de federale politie 308.830 euro gekost.

 

03.07  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, u hebt op een groot aantal vragen geantwoord, waarvoor ik u dank.

 

Op een aantal vragen hebt u echter niet geantwoord. U verklaart dat er een stopzetting is geweest door de federale politie. De vraag is natuurlijk waarom. Is er sprake van belangenvermenging? Op die vraag antwoordt u niet.

 

U hebt ook niet echt geantwoord op wat de betrokkene publiek heeft verklaard over wat volgens hem de oorzaken zijn van de problemen met de digitalisering bij onze politie.

 

U zou kunnen stellen dat dat geroddel is van iemand die ontslagen is. Dat zou een argument kunnen zijn. Uit alle hoorzittingen die wij hebben gehad, komt evenwel dezelfde conclusie naar voren. Uit de audit van Deloitte en uit alle audits in het hele dossier blijkt dat de clans, de manier van werken, de relaties tussen de lokale en de federale politie en de werking binnen de federale politie een heel grote driver van de problemen zijn. Ik had dus gehoopt om daar meer antwoorden op te krijgen.

 

Ik heb de bedragen die u noemde niet allemaal kunnen noteren, maar afhankelijk van hoe wij tellen, heeft de afwikkeling van i-Police ons ondertussen al een half miljoen tot één miljoen euro gekost. De collega's die het dossier goed kennen, weten dat de kans heel erg klein is dat wij dat proces zullen winnen. Dat zal ons dus nog vele miljoenen euro kosten om uiteindelijk op het einde van de rit alles te verliezen. Daar gaan wij immers denkelijk naartoe. We zullen de conclusie van het Rekenhof nog moeten afwachten. Ondertussen zijn we echter alweer meer dan een half miljoen euro kwijt.

 

Ik kan alleen maar concluderen dat het geld over de balk blijft gaan als het over i-Police gaat en over de manier waarop de federale politie wordt aangestuurd. Blijkbaar is een eurootje meer of minder belastinggeld vermorsen voor de heer Snoeck geen enkel probleem.

 

De vraag is dan ook hoeveel schandalen er nog nodig zijn voor u ingrijpt aan de top van de federale politie. Ik begrijp het niet.

 

03.08  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik trek eigenlijk een beetje dezelfde conclusie. We hebben een hoorzitting over het i-Police-debacle gehad, waarbij de Franse firma Sopra Steria 80 miljoen euro betaald kreeg, zonder enig resultaat te kunnen voorleggen. Daarover loopt nu een gerechtelijke procedure. Nu zitten we opnieuw met een Franse consultant die het digitaliseringsproces verder moet opzetten. Nu wordt door de federale politie plots beslist om het contract stop te zetten. De reden daarvoor komen we niet te weten. We weten alleen dat het zeer duur was. Ik heb een déjà-vugevoel, mijnheer de minister. Opnieuw wordt iemand aangetrokken, opnieuw wordt zeer veel geld gespendeerd, zonder concrete resultaten te hebben gezien.

 

Ik hoop twee zaken, mijnheer de minister. Ten eerste, u hebt gezegd dat u een inventaris van de resultaten van de consultancy hebt opgevraagd. Ik hoop dat de federale politie u wat beter en sneller inlicht dan nu het geval is. Ik hoop ook dat het Parlement op die manier inzage kan krijgen in alle documenten die daartoe behoren. Die inventaris zou het Parlement ook moeten kunnen inkijken. Ik zal dat zeker opvolgen.

 

Ten tweede, even belangrijk is het plan van de federale politie over de herschikking van haar organisatie. U spreekt over het ambitieuze project om DRI tot een cocreatieplatform om te vormen. Dat is zeer belangrijk. Ik denk dat dit een goede zaak is, maar ook hier zouden de plannen van de federale politie toch eens ter inzage mogen worden voorgelegd. Ik zou aan de commissie willen voorstellen om de federale politietop uit te nodigen om daarover een toelichting te geven. Ik denk dat dat politiek en democratisch nodig is.

 

03.09  Ridouane Chahid (PS): Monsieur le ministre, ce gouvernement est entré en fonction il y a plus ou moins 15 mois. Il en est déjà à deux informations judiciaires ouvertes, toutes deux liées à des marchés publics dans le cadre de la sécurité intérieure de la Belgique. Je me pose vraiment des questions quant à la manière dont ces marchés publics sont menés par les Services publics fédéraux.

 

Pour ce qui est de la numérisation, votre réponse m'inquiète un peu, mais peut-être ne l'ai-je pas bien comprise. Quand vous dites que votre volonté n'est plus d'équiper la police fédérale d'un outil qui permettrait des investissements pour la police fédérale en tant que telle au niveau national, mais que vous allez plus dans la logique d'une cocréation, je me demande qui est à la coordination de la cocréation et si cela ne va pas creuser encore plus le fossé entre certaines zones de police qui auront la possibilité d'aller vers des cocréations et d'autres qui n'en auront pas. Et nous savons très bien qui on vise en disant cela.

 

C'est paradoxal. Tout à l'heure, vous parliez d'une vision nationale concernant l'achat de matériel et d'uniformes pour faire en sorte que l'ensemble des policiers aient les mêmes outils de travail et soient efficaces avec les mêmes éléments en leur possession. Ici, je crains qu'on ne fasse que créer des disparités entre les zones de police. Quand vous dites qu'on va réformer la DRI et lui donner la possibilité d'avoir des projets plus précis – je suppose pour ne pas se perdre dans des projets mastodontes, comme il en existe aujourd'hui –, cela m'inquiète car vous continuez à être dans une logique de police fédérale qui sera désinvestie, qui n'aura plus les moyens de faire son travail au niveau national.

 

J'espère donc avoir mal compris votre réponse, monsieur le ministre, et que votre volonté n'est pas de continuer à déstructurer les services de la police fédérale, mais plutôt d'avoir une vision qui lui permettrait d'être plus efficace, au même niveau que les zones de police, et de ne faire qu'un, malgré qu'on soit dans le cadre de la police intégrée.

 

03.10  Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, ik zie geen tegenspraak in uw aankondiging dat u met cocreaties wilt werken. Een van de grote problemen van de geïntegreerde politie momenteel is namelijk dat ze niet geïntegreerd werkt en dat er dus twee aparte entiteiten naast elkaar staan, namelijk de lokale en de federale politie. U wilt daarentegen een meer geïntegreerde manier van werken, waarbij de expertise die lokaal wordt opgebouwd, zoals in het verleden in een stad als Antwerpen, ook ten goede komt aan de federale politie en iedere lokale politiezone. Die laatsten staan immers voor heel grote uitdagingen op het vlak van digitalisering. Volgens mij is dat dus een stap in de juiste richting.

 

We kijken uit naar het concrete plan van de federale politie betreffende de Directie van de politionele informatie en de ICT-middelen (DRI). Ik noteer dat u aan de federale politie zult vragen om dat ook aan ons, parlementsleden, ter kennis te geven. Ik denk dat dat geen geheime documenten zijn, minister, en als die gewoon aan ons kunnen worden bezorgd, des te beter, zodat ik ze rustig aan mijn bureau kan bestuderen en ze niet hoef te memoriseren, zoals de documenten in het kader van het i-Policeproject, die we ter plaatse moeten inkijken.

 

Mijnheer de voorzitter, het Rekenhof is met een audit bezig en we wachten ook op het resultaat van de gerechtelijke procedures. Zal het Rekenhof het dossier blijven opvolgen, nu het contract met de nieuwe consultant door een beslissing van de federale politie is stopgezet?

 

We wisten dat het geschil geld zou kosten; ik val daar niet van achterover. Natuurlijk betreuren we dat wel ten zeerste. De N-VA-fractie vindt dat de beslissing al veel eerder had moeten worden genomen. Wij vergeleken het project met een lijk dat niet meer te reanimeren viel. Het is voor ons inderdaad gissen waarom de consultancyopdracht werd stopgezet. Ik kijk uit naar de inventaris en de resultaten van de consultancy.

 

Jammer genoeg zijn u, de politie en heel veel diensten afhankelijk van de kennis en expertise van mensen extern aan de organisatie, omdat alles tegenwoordig zo gespecialiseerd is geworden. Dat kost handenvol geld, maar dan moet dat zeker ook resultaten opleveren.

 

De voorzitter: Ik pik nog even in op de concrete vraag van mevrouw De Vreese. Ter verduidelijking, de commissie heeft zelf de contouren van het onderzoek van het Rekenhof vastgelegd. Ik weet niet of de minister daar zelfs bij betrokken was, maar dat laat ik nu even in het midden.

 

03.11  Catherine Delcourt (MR): Merci, monsieur le ministre, pour les éléments de réponse et pour la décision courageuse que vous avez prise. Merci pour la clarté et la transparence que vous accordez à ce dossier difficile. Vous continuez à vouloir faire la transparence, avec les démarches que vous menez par rapport à la consultance. C'est très important.

 

Ce que je retiens, c'est votre volonté de tourner la page d'une approche qui a montré complètement ses limites, pour privilégier des projets plus ciblés, plus proches du terrain et qui produisent des résultats, peut-être en commençant petit, mais en se développant sur des bases solides. C'est une orientation que je pense saine, qui répond à une demande de longue date des hommes et des femmes qui composent nos services de police.

 

Je tiens également, comme vous l'avez fait, à rappeler le lien avec l'autre réforme majeure qui est la fusion des zones de police. Les deux chantiers sont complètement liés puisque la réussite de la fusion suppose à terme des outils numériques qui parlent la même langue d'une zone à l'autre. La cocréation est consacrée dans ce texte de fusion. La digitalisation pourra trouver de nouvelles structures dans un cadre qui est plus cohérent pour se déployer. Si certaines zones de police ne sont pas en mesure, comme le laissait entendre M. Chahid, de s'attaquer à des projets de cocréation, peut-être faut-il qu'elles se posent aussi la question de leur viabilité, et donc qu'elles ouvrent la réflexion sur d'éventuelles fusions volontaires dans ce cas.

 

03.12  Bernard Quintin, ministre: Ce que Mme Delcourt vient de dire me permet de rassurer ou de clarifier mes propos. En fait, il y a deux grands volets.

 

I-Police, c'est fini, en tout cas pour ce qui est du côté pratique, car un volet judiciaire est en cours. Et je l'ai dit d'emblée, mon objectif n'est évidemment pas d'arrêter la digitalisation de la police. Au contraire, mon objectif est d'avoir une véritable digitalisation de la police.

 

Un énorme morceau, dont nous aurons l'occasion de reparler, est constitué par la Banque de données Nationale Générale (BNG), qui est un outil extrêmement important. D'une part, il faut gérer ce gros dossier et, d'autre part, il y a, en effet, la cocréation. Celle-ci est, en quelque sorte, pilotée aussi par la police fédérale. L'idée, c'est aussi exactement, comme l'a dit Mme Delcourt, de répondre aux nécessités du terrain. On l'a déjà fait en nationalisant l'ANPR, en y introduisant Focus, en faisant en sorte que les procès-verbaux de toutes les zones soient disponibles pour toutes les zones. Un certain nombre de zones locales et d'unités de la police fédérale sont occupées à développer des projets. Je pense à certaines unités, sans rentrer dans les détails, de la police judiciaire fédérale, qui ont besoin d'avoir des outils informatiques particuliers. Il est assez intéressant qu'on en ait la propriété intellectuelle en Belgique, plutôt que d'acheter des licences, qui non seulement coûtent très cher mais posent également toutes sortes de questions de propriété des données. Je suis certain que dans les semaines et les mois qui viennent, j'aurai l'occasion de venir vous parler de cela.

 

La police intégrée à deux niveaux est occupée à se mettre d'accord sur la structure qui va permettre de donner vie à cette cocréation, et de donner le plus rapidement possible les outils à nos policières et nos policiers, qu'elles et qu'ils soient de la police locale ou de la police fédérale. Je pense à la police judiciaire, qui est évidemment aussi très dépendante des outils informatiques pour faire son travail.

 

03.13  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw aanvullende verklaringen. Ik kan alleen maar vaststellen dat de digitalisering op dit moment opnieuw fout aan het lopen is. Er wordt iemand ontslagen, er is sprake van belangenvermenging. Wij stellen vragen en als parlementsleden krijgen wij geen antwoorden.

 

Met alle respect, mijnheer de minister, maar het is precies door geslotenheid in i-Police dat het fout is gelopen. Nu horen wij opnieuw dat er een probleem is. Belangenvermenging is geen detail. Wij stellen daar vragen over en krijgen daarop geen antwoorden. Iedereen kan blij zijn. Het is goed dat u het project hebt stilgelegd, maar het moet vandaag wel werken. Het moet nu goed zijn, want we hebben geen kansen meer. Onze agenten op het terrein hebben nu degelijk materiaal nodig. Wij horen dan dat het opnieuw fout aan het lopen is.

 

Ik had gehoopt dat we daarop antwoorden zouden krijgen. Ik betreur het bijzonder dat u ons geen antwoord hebt gegeven over het ontslag van de CTO, over wat daar precies is gebeurd en over de belangenvermenging. Dat kan de kiem vormen voor een volgend digitaliseringsprobleem bij de federale politie.

 

03.14  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik ben minder kritisch en hoopvoller voor de projecten die voor de toekomst op stapel staan, vooral de kleinschalige projecten en de cocreatie. Ik denk dat dat de toekomst is en dat u daarmee het juiste pad bewandelt. Ik maak me wel zorgen over het feit dat een zeer dure externe consultant werd betaald, zonder dat we vandaag mogen vernemen waarom hij ontslagen werd en wat hij concreet heeft opgeleverd. Daarom sprak ik in mijn vraagstelling van een groot déjà-vugevoel. Ik hou u evenwel aan uw woorden dat u alle beschikbare documenten, die u van de federale politie ongetwijfeld zult ontvangen, ook met het Parlement zult delen.

 

03.15  Ridouane Chahid (PS): Tout d'abord, je voudrais préciser à ma collègue Catherine Delcourt, qui semble ne pas avoir compris mon expression, que je n'ai jamais dit que les zones de police n'étaient pas capables de faire de la cocréation en soi. Si ces zones veulent fusionner volontairement, c’est leur problème, pas le mien. Ce que j'ai dit, c'est qu'on sait que sur certains projets, pour la cocréation, il ressort clairement de plusieurs éléments que l'argent fédéral a servi à faire non pas de la cocréation, mais de la création unique pour certaines zones de police, notamment celle d'Anvers. Ne tournons pas autour du pot!

 

Ce que je dis simplement, monsieur le ministre, c'est que je compte sur vous pour veiller à ce que l'argent de la police fédérale ne soit pas utilisé à des fins uniques pour certaines zones de police.

 

Pour le reste, monsieur le ministre, pour ce qui concerne le dossier i-Police, j'estime que vous avez pris vos responsabilités. Vous avez estimé à un moment donné qu'il fallait retirer la prise, vous l'avez fait. Vous avez ouvert les livres qu'il fallait, vous nous avez transmis les informations qu'il fallait, vous ne vous êtes pas opposé aux auditions et aux documents qu'il fallait, au fait que la Cour des comptes allait procéder à un audit. Moi, honnêtement, de vous, je n'attends plus rien sur ce dossier, parce que j'estime que vous avez fait votre job.

 

J'ose espérer que dans d'autres dossiers – notamment sur la question des drones –, la N-VA nous soutiendra lorsque nous demanderons à la Cour des comptes de s'intéresser à cette question-là. J’espère donc que le ministre en question sera aussi ouvert et aussi impliqué que vous dans le cadre de ce dossier.

 

03.16  Maaike De Vreese (N-VA): De commissie heeft inderdaad het onderzoek door het Rekenhof afgebakend. Ik zal de scope van de opdracht zowel in tijd als in inhoud opzoeken. Het Rekenhof is er nu natuurlijk volop mee bezig.

 

De hoorzittingen hebben ons geleerd dat bepaalde zones goed werk hebben geleverd en bepaalde expertise hebben opgedaan. Ik denk dan aan het FOCUS-programma bij de politiezone Antwerpen. De zone heeft daar ook heel wat middelen in gestoken. Er moet worden bekeken hoe een structurelere samenwerking zal worden aangepakt.

 

Ik meen mij ook te herinneren dat de PS dat tijdens die hoorzittingen heeft toegegeven, daar positief tegenover stond en het als een mogelijke basis zag om op voort te werken. Ik zie daar geen probleem in, integendeel. Ik zie het als een positieve evolutie, waarbij men leert  uit het verleden hoe men te werk kan gaan en hoe men structureel kan samenwerken. Daarvoor moet dan inderdaad een wettelijke basis worden uitgewerkt en dat hebt u gedaan, mijnheer de minister. Ik zie dus echt geen probleem.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

04 Débat d'actualité sur la situation à Brussels Airport et questions jointes de

- Ridouane Chahid à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La sécurité dans les aéroports" (56015558C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La sécurité à l'aéroport de Zaventem" (56015606C)

- Jeroen Bergers à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "La situation 10 ans après l'attentat de Zaventem" (56015614C)

- Matti Vandemaele à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les contrôles frontaliers à Brussels Airport" (56015882C)

- Matti Vandemaele à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le personnel affecté aux contrôles frontaliers à Brussels Airport" (56016083C)

- Ortwin Depoortere à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les contrôles et les délais d'attente à l'aéroport de Zaventem" (56016097C)

- Michael Freilich à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le problème persistant des longues files d’attente à Brussels Airport" (56016105C)

- François De Smet à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les contrôles frontaliers à l'aéroport de Bruxelles-National" (56016121C)

- Maaike De Vreese à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les files d'attente persistantes aux contrôles frontaliers à Brussels Airport" (56016131C)

04 Actualiteitsdebat over de toestand aan Brussels Airport en toegevoegde vragen van

- Ridouane Chahid aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De veiligheid in onze luchthavens" (56015558C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De veiligheid op de luchthaven van Zaventem" (56015606C)

- Jeroen Bergers aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De situatie 10 jaar na de aanslag in Zaventem" (56015614C)

- Matti Vandemaele aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De grenscontroles op Brussels Airport" (56015882C)

- Matti Vandemaele aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De personeelsbezetting aan de grenscontrole op Brussels Airport" (56016083C)

- Ortwin Depoortere aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De controles en wachttijden op de luchthaven van Zaventem" (56016097C)

- Michael Freilich aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De aanhoudende problemen met de lange wachtrijen op Brussels Airport" (56016105C)

- François De Smet aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De grenscontroles op Brussels Airport" (56016121C)

- Maaike De Vreese aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De aanhoudende wachtrijen aan de grenscontrole op Brussels Airport" (56016131C)

 

04.01  Ridouane Chahid (PS): Monsieur le ministre, la saga de ces dernières semaines met Brussels Airport au cœur de l'actualité et au cœur de certaines situations qui vous ont fait réagir, d'ailleurs, il y a deux jours, si je ne me trompe pas.

 

À Brussels Airport, monsieur le ministre, les voyageurs attendent parfois plus longtemps au contrôle des passeports que pour leur vol. Pendant ce temps-là, on connaît toute la question des réseaux criminels qui, eux, semblent continuer à circuler dans les angles morts d'un système que certains qualifient désormais de trous noirs sécuritaires. Ces propos ne sont pas les miens mais ceux du CEO de Brussels Airport, qui a lui-même dénoncé dans la presse un chaos absolu au contrôle frontalier, évoquant des heures d'attente, des centaines de passagers ayant raté leur vol et un manque structurel d'effectifs de la police fédérale.

 

Vous avez d'ailleurs vous-même expliqué dans la presse que le problème serait multifactoriel, pointant à la fois le sous-effectif policier, le problème linguistique de certains agents qui sont plus néerlandophones que bilingues, les portiques électroniques défaillants et les infrastructures vieillissantes. La question est donc très simple, monsieur le ministre: si tout le monde connaît désormais le problème, pourquoi avons-nous encore l'impression que personne ne pilote la solution?

 

Au-delà de la question du chaos pour les voyageurs, Le Soir évoque un rapport dans lequel il est question de défaillances systémiques dans la sécurité aéronautique belge et d’un véritable trou noir au niveau de la sécurité. En outre, la CGSP pointe des manquements graves dans les contrôles et la passivité inquiétante de l'administration chargée de surveiller le respect des règles en matière de sécurité aérienne. Nous avons vu et entendu le ministre-président flamand, partenaire de votre majorité – cette majorité qui a coupé dans la sécurité aérienne en 2016 –, réclamer aujourd'hui des renforts urgents de la police fédérale, alors que, disons-le, M. Jambon et la N-VA sont les seuls responsables de ce chaos actuel.

 

Monsieur le ministre, quelles mesures concrètes et immédiates avez-vous prises depuis les déclarations alarmantes du CEO de Brussels Airport, qui évoque un chaos absolu aux contrôles frontaliers?

 

Confirmez-vous le déficit structurel d'effectifs au sein de la police aéronautique? Combien d'agents manquent-ils aujourd'hui à Bruxelles-National et à Charleroi pour assurer un fonctionnement normal et sécurisé?

 

Vous avez parlé de dix agents supplémentaires et de soixante agents en formation qui seront là d'ici l'été. Confirmez-vous que tel sera bien le cas? En effet, le CEO lui-même dit que si une solution n'est pas trouvée d'ici l'été, certaines destinations devront être annulées. Ce n’est pas moi qui le dis mais le CEO lui-même.

 

Enfin, avez-vous pris connaissance du rapport dans lequel il est question d’un trou noir sécuritaire? Que pouvez-vous nous dire sur ce rapport et avez-vous des solutions concrètes à proposer pour faire en sorte que la sécurité aérienne dans notre pays soit assurée?

 

04.02  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, de luchthaven van Zaventem en de problemen die daar al lang rijzen, gaan ons allemaal aan en zijn belangrijk. De luchthaven is niet alleen de tweede grootste economische motor van dit land, maar het is ook het eerste beeld dat heel veel mensen, buitenlanders, diplomaten, investeerders, maar ook onze eigen burgers krijgen.

 

Het eerste element is het probleem van de grenscontrole, waar zeer lange wachtrijen zijn. De CEO heeft ook aan de alarmbel getrokken voor de zomer die er aankomt. We hebben het daar al verschillende keren over gehad. De luchtvaartpolitie moet 40 mensen leveren om tijdens de piekmomenten de grenscontrole met een volledige bezetting te kunnen uitvoeren. Dat lukt niet. Het is toch wel heel schabouwelijk dat dat niet lukt.

 

Wat zullen uw maatregelen zijn om daarvoor structureel een oplossing te bieden? Dat is echt hoognodig. Uw zomerplan van vorige zomer heeft positieve effecten gehad, maar zulke tijdelijke maatregelen kunnen niet permanent werken. Er is dus echt nood aan een permanente oplossing.

 

U hebt ook gezegd dat ook andere mensen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Daarin volg ik u deels. Ik denk dat het zeker geen kwaad kan dat er extra boxen voor de grenscontrole worden geïnstalleerd, maar dat heeft natuurlijk pas nut wanneer de bemanning volledig is.

 

Iets waarmee onze fractie niet akkoord gaat, is dat u zegt dat de vluchten op andere tijdstippen moeten worden georganiseerd. Dat grijpt in op het economisch model. We zeggen ook niet tegen de NMBS dat er ’s avonds geen treinen naar Brussel mogen rijden omdat het in Brussel-Zuid en Brussel-Noord niet veilig is. Ik stel voor dat we dat ook niet doen bij de luchthaven.

 

Een tweede zeer prangende probleem is het probleem van drugsverslaafde illegalen en daklozen op de luchthaven.

Daarover hebben we ook al verschillende keren gesproken. U kent onze voorstellen om een vipteam van de politie in te zetten. Ik denk dat het echt tijd is voor een maatregel die weinig kost, namelijk het opstellen van een koninklijk besluit, specifiek voor de luchthaven, waarin we de private veiligheidsdiensten van de luchthaven de bevoegdheid geven om mensen die geen ticket hebben en dus eigenlijk geen enkele reden hebben om op de luchthaven te zijn, behalve om overlast te veroorzaken, de toegang tot de luchthaven te weigeren.

 

Ten derde is er een recent rapport van de ACOD waarin een zorgwekkende evolutie wordt geschetst. Er zijn blijkbaar heel veel twijfels over de vraag of de uitgifte van de veiligheidsbadges op de correcte manier gebeurt en of dat door interim-krachten gebeurt. Wat is uw beoordeling van dat rapport? Klopt het dat die veiligheidsbadges op de luchthaven door interim-krachten worden uitgedeeld?

 

Tot slot, het is enige tijd geleden dat we elkaar in deze commissie hebben gezien. Dat ligt uiteraard aan de planning van de plenaire vergadering, want normaal gezien bent u zeer beschikbaar voor de commissie. Daarover wil ik dus zeker geen slecht woord zeggen.

 

Naar aanleiding van de trieste tiende herdenking van de aanslagen in Zaventem had ik ook een vraag ingediend over de stand van zaken van de uitvoering van de aanbevelingen uit het evaluatierapport dat daarover werd opgesteld. We merken bijvoorbeeld dat de oprichting van de kruispuntdatabank Veiligheid nog altijd niet is voltooid. Daarnaast zijn er aanbevelingen die al zijn uitgevoerd, maar ook een aantal die nog niet zijn uitgevoerd. Wat is uw beoordeling daarvan? Welke aanbevelingen uit het rapport wilt u deze legislatuur nog realiseren?

 

Daarmee ben ik, denk ik, redelijk alomvattend geweest.

 

04.03  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, wij staan aan de vooravond van de zomervakantie en dus zal het drukker worden op onze nationale luchthaven. Heel belangrijk is ook de vaststelling dat onze nationale luchthaven een economische motor is. Wij hebben er dus alle belang bij dat een en ander daar op een goede manier wordt georganiseerd.

 

Het klopt dat de wachtrijen aan de grenscontroles op Brussels Airport steeds langer worden. Wij krijgen steeds vaker mededelingen, ook van de uitbater, dat er op dat vlak echt een probleem is en dat mensen daar soms drie à vier uur staan aan te schuiven. Dat is absoluut niet normaal.

 

De heer Feist van de luchthaven stelde zelf ook dat het komende zomer echt tot problemen zal leiden als wij nu niet ingrijpen. Ik meende dus dat wij er dankzij het mooie overleg tussen de regio's en het federale niveau uit zouden raken. Als ik echter naar de conclusies kijk, merk ik dat jullie niet verder zijn gekomen dan een rondje zwartepieten. Vlaanderen stelt dat uw boxen niet vol zitten. Dat is ook de info die wij krijgen. Er zijn 6 boxen en dus 12 plekken maar zelfs op piekmomenten zijn ze gewoon niet volledig bemand. Het is heel sympathiek om te beslissen een aantal extra boxen te plaatsen. Als u echter geen personeel hebt om 6 boxen te bemannen, zult u zeker geen personeel hebben om 10 of 20 boxen te bemannen. Wij mogen ter zake inspanningen verwachten van de federale politie en van de luchtvaartpolitie. Het dossier sleept nu al maandenlang en zelfs meerdere jaren aan. Het gaat gewoon over personeelscapaciteit.

 

Mijn eerste vraag is dan ook heel eenvoudig. Hoe zult u ervoor zorgen dat er voldoende personeel voorhanden is, ook op de piekmomenten?

 

Ik hoorde u verklaren dat de vluchten moet worden gespreid. De andere sprekers hebben daar ook naar verwezen. Slots spreiden op luchthavens verloopt echter ook niet heel erg vlot. De oplossing ligt dus niet daar.

 

U kijkt naar de luchthavenuitbater, Vlaanderen kijkt naar u en op de duur kijkt iedereen naar elkaar. Komende zomer gaan wij echter naar chaos. Wat zult u dus doen om die chaos te voorkomen? Hoe zult u ervoor zorgen dat als er in de boxen 12 plaatsen zijn, op piekmomenten ook 12 agenten die bemannen? Ik herhaal het, u kunt hier 100 keer herhalen dat er meer boxen moeten komen maar het kalf ligt daar niet gebonden. Het probleem is dat er gewoon te weinig agenten beschikbaar zijn.

 

Kunt u ons een overzicht geven van het aantal agenten dat u daadwerkelijk inzet op de piekmomenten? Zijn de boxen tijdens die piekmomenten volledig bemand of niet? In het andere geval blijven wij immers gewoon in cirkels draaien.

 

Welke bijkomende maatregelen zult u nemen voor de zomer?

 

Ik las hier en daar al suggesties om tegen het einde van de zomer met oplossingen te komen. De heer Feist geeft echter zelf aan dat de chaos er zal zijn vanaf de eerste vakantiedag of zelfs een paar dagen eerder. Wij moeten dus nu oplossingen hebben.

 

Mijn tweede vraag gaat over het EES. Ik zal daarover heel kort zijn. Ook dat kan een element zijn om tot oplossingen te komen. Hoever staan wij op dat vlak? Wanneer zullen wij ter zake doorbraken krijgen? Kunt u daarover even uw licht laten schijnen?

 

04.04  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, dit is een dossier dat niet nieuw is. Het sleept al jaren aan. Ik herinner me dat ik hierover ook al de nodige vragen heb gesteld aan minister Verlinden in de vorige legislatuur. Het probleem is dus zeker niet nieuw, maar een oplossing blijft uit. Dat baart mij zorgen en niet alleen mij. Het zal ook de reizigers de komende maanden veel zorgen baren, zeker wanneer de vakantieperiode aanbreekt.

 

Dan helpt het absoluut niet om de zwarte piet naar elkaar door te schuiven. De Vlaamse overheid verwijt u dat er onvoldoende personeel is. Wellicht klopt dat voor een deel. Omgekeerd zegt u dat er maar zes boxen zijn en dat u de personeelsleden moeilijk op elkaar kunt stapelen. Dat alles brengt ons in mijn ogen echter geen stap dichter bij een oplossing, maar de problematiek is daarmee wel geschetst. U hebt uw problemen en Vlaanderen heeft de zijne, maar daarmee is er nog geen oplossing. Het is zelfs zo erg dat het Overlegcomité evenmin een oplossing heeft opgeleverd. Het enige resultaat is de oprichting van een werkgroep die alles opnieuw zal bestuderen.

 

Mijnheer de minister, zo boeken we geen vooruitgang. Binnen een maand begint de zomer en dan verwachten niet alleen ik, maar ook heel veel reizigers concrete oplossingen. U bent bevoegd voor de luchtvaartpolitie. Er zijn ook nog andere problemen. De heer Vandemaele heeft verwezen naar het EES-systeem. De heer Bergers heeft gewezen op de problematiek van daklozen en drugsverslaafden die van Brussel-Zuid naar de luchthaven afzakken en in het luchthavengebouw voor de nodige overlast zorgen. Dat zijn allemaal bijkomende problemen waarover ik u trouwens ook al heb ondervraagd.

 

Vandaag wil ik echter vooral van u weten wat u, als minister bevoegd voor de capaciteit van de luchtvaartpolitie, zult doen om de capaciteit van het personeel van de luchtvaartpolitie op Brussels Airport te verhogen.

 

De voorzitter: De heer Freilich is niet aanwezig.

 

04.05  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, nous sommes dans une forme de compte à rebours puisque, à quelques semaines de la haute saison estivale, les contrôles aux frontières de Brussels Airport restent affectés par une situation chaotique récurrente, au point que vos services et le gouvernement flamand se sont concertés pour tenter d'éviter une nouvelle débâcle.

 

Dans une interview parue récemment, vous avez appelé, je cite, la Flandre à prendre aussi ses responsabilités. Voilà une expression qui m'a un peu surpris, parce que je pensais naïvement que Brussels Airport était encore une infrastructure aéroportuaire fédérale, consacrée par la loi de réformes institutionnelles, et que, de toute façon, le contrôle des frontières extérieures de Schengen relève de la police fédérale, ses missions étant depuis plusieurs étés sous tension structurelle.

 

Quelques questions simples. Combien de policiers fédéraux sont-ils aujourd'hui affectés au contrôle des frontières à l'aéroport? Combien de postes sont-ils vacants? Quel est le calendrier exact de recrutements et de mises en service prévus d'ici l'été? Quel est le budget supplémentaire effectivement dégagé en 2026 pour ce dispositif par rapport à 2025? Les fameux portails biométriques annoncés seront-ils opérationnels, et à quel taux de disponibilité? Que recouvre concrètement votre appel à la Flandre à prendre ses responsabilités sur ses compétences? Je vous remercie.

 

04.06  Maaike De Vreese (N-VA): Minister, de wachtrijen aan onze luchthaven zijn inderdaad geen nieuwe problematiek, maar ze zijn natuurlijk wel problematisch, omdat onze luchthaven economisch van zo’n groot belang is dat we niet willen dat mensen onze luchthaven mijden. We willen juist dat ze er veel van gebruikmaken.

 

Piekmomenten zijn nu eenmaal eigen aan onze luchthaven. Het is op die piekmomenten dat we de capaciteit van onze politie ten volle zullen moeten inzetten en daar een oplossing voor moeten vinden. De onderbezetting van de luchtvaartpolitie is ook niet nieuw.

 

Op 11 maart 2026 heb ik u daar al over bevraagd. U zei toen dat er een tekort was van 21 % en dat u in een capaciteitsversterking via de scheepvaartpolitie, de spoorwegpolitie en DAS wilde voorzien. Die is sinds 15 september 2025 structureel verankerd. U hebt de ambitie om de luchtvaartpolitie, de LPA Brussel-Nationaal, tegen eind 2026 met 60 extra politieleden te versterken. Dat juichen wij zeker toe, minister. Dat is een goede beslissing.

 

Het zomerplan leidde tot een versterking. Een zestigtal agenten rondt nu de opleiding af. We vragen ons wel af of dat nog voor deze zomer gebeurt en wanneer die mensen zullen worden ingezet.

 

We moeten inderdaad vaststellen dat het probleem de wereld niet uit is. Op 18 mei 2026 berichtte de VRT opnieuw over de wachtrijen, die blijven bestaan. Men wees opnieuw naar de inzet van het beschikbare personeel. Agenten worden over verschillende ploegen verspreid. Wie ingezet wordt op het vertrek, wordt niet ingezet op de aankomst.

 

Een ander gekend probleem bij de LPA is het ziekteverzuim. Het absenteïsme wegens ziekte bij de luchtvaartpolitie liep begin 2023 op tot 12 %. Ik had daar ook graag recente cijfers over gekregen.

 

Dergelijke wachtrijen zijn natuurlijk nefast voor het imago van onze luchthaven, dat weet u ook, minister. Ze brengen bovendien de veiligheid van de reizigers in het gedrang. We zien en horen allemaal de verhalen van mensen met kinderen die daar moeten wachten.

 

De zomerwachtrijen zijn bovendien niet het enige probleem. U zegt dat u mensen van de scheepvaartpolitie zult inschakelen. We hebben hier gisteren ook hoorzittingen gehad, minister. Ik heb toen gepleit voor een zomeractieplan aan onze kust. Het is dan natuurlijk ook van belang dat daar mensen worden ingezet. U zit dus inderdaad met een zomerprobleem.

 

Minister, hoe zult u dat zomerprobleem aanpakken? Hoe groot is het personeelstekort momenteel bij de LPA Brussel-Nationaal? Wanneer ronden die 60 mensen hun opleiding af, zodat ze daar inzetbaar zijn? Is dat dan ook een oplossing voor bijvoorbeeld de scheepvaartpolitie? Zullen die mensen dan aan de kust kunnen worden ingezet? Welke impact heeft die inzet op de reguliere werking van de diensten?

 

Wat de operationele inzet op het terrein betreft, hoe komt het dat personeel dat instaat voor de vertrekcontroles vandaag niet wordt ingezet voor de aankomstcontroles? Is dat effectief zo? Bent u bereid de werkschema’s en de operationele planning te herbekijken of te vragen om die te laten herbekijken? Minister, u moet geen micromanagement voeren, maar u kunt wel met de federale politie bekijken wat nog mogelijk is op dat vlak, om optimaal in te zetten tijdens die piekuren.

 

Hoe evolueert het ziekteverzuim bij de luchtvaartpolitie de laatste drie jaar? Welke afspraken werden onlangs in het Overlegcomité gemaakt over de inzet van de federale politie aan de grenscontrole op Brussels Airport? Het lijkt me inderdaad dat het een samenwerking zal moeten worden, een en-enverhaal, om de problematiek op onze luchthavens aan te pakken, minister. Het gaat uiteraard ook over veiligheid. Ik denk dat collega Bergers de problematiek zeer mooi geschetst heeft. Hij volgt die van zeer nabij op.

 

Kunt u ons ook meer vertellen over de inzet van de politie, de tweetalige politie en de Nederlandstalige politie, voor de burgers die gebruikmaken van onze luchthavens?

 

04.07 Minister Bernard Quintin: Collega’s, ook dit is een boeiend dossier.

 

In dit actualiteitsdebat komen verschillende onderwerpen aan bod: de luchtvaartveiligheid, de Europese vereisten in het kader van het EES-systeem, de wachttijden op Brussels Airport en de algemene veiligheid in en rond de luchthaven.

 

Ten eerste, wat de luchtvaartveiligheid betreft, zoals u weet, valt dit rechtstreeks onder de bevoegdheid van de Luchtvaartinspectie en dus van het DGLV, dat onder het departement Mobiliteit valt en niet onder Binnenlandse Zaken.

 

Au sujet des badges dont nous avons parlé, il s'agit d'une compétence de la DGTA et du SPF Mobilité. Un avis de sécurité positif est requis pour accéder aux zones de sécurité de l'aéroport, airside. Cet avis constitue une condition parmi d'autres pour accéder aux zones de sécurité de l'aéroport.

 

La police fédérale effectue les vérifications de sécurité sur la base des listes d'identité des personnes communiquées par la DGTA. Elle ne fait appel à aucun acteur privé pour effectuer des vérifications.

 

Pour ce qui est du rapport de la CGSP sur la sûreté de l'aéroport, il recouvre uniquement des problématiques relevant des compétences du ministre de la Mobilité. Vous pouvez éventuellement l’interroger sur le sujet.

 

Ik heb al gesproken over de luchtvaartveiligheid. Dat valt niet onder mijn bevoegdheid, maar dat neemt uiteraard niet weg dat we uiterst waakzaam blijven wat betreft de algemene veiligheid van de infrastructuur. Dat is een punt waarop ik zo meteen ook terugkom.

 

Ten tweede, het EES-systeem wordt sinds 12 oktober 2025 geleidelijk uitgerold in België, overeenkomstig de Europese planning. Hoewel de registratie vandaag voor honderd procent in het EES gebeurt, werd de registratie van biometrische gegevens op 30 maart jongstleden, in overleg met mijn collega van Asiel en Migratie, tijdelijk opgeschort, vanwege technische en infrastructurele problemen, die met name aanleiding gaven tot onaanvaardbare wachttijden.

 

Met betrekking tot de concrete timing, de Europese verordening laat een zekere flexibiliteit toe bij de uitvoering. We volgen dit kader, net zoals andere Europese lidstaten. Dit werd ook zo aan de Europese Commissie meegedeeld. Indien de registratie van beide biometrische gegevens niet voor de zomerperiode kan worden gerealiseerd, geldt september als uiterste termijn, overeenkomstig de Europese regelgeving. Dat doet overigens geen afbreuk aan het hoge veiligheidsniveau dat de politiediensten blijven garanderen bij de grenscontrole.

 

Ten derde, met betrekking tot de wachtrijen die het imago van ons land en de ervaring van de passagiers negatief beïnvloeden, zijn er tal van oorzaken. Hoewel ik alleen bevoegd ben voor Veiligheid en Binnenlandse Zaken, kan ik u zeggen dat die zich vooral op drie niveaus situeren, namelijk het personeel, de infrastructuur en de automatisering van de ICT-apparatuur op de luchthaven.

 

Les effectifs de la police de l’aviation sont sous pression depuis un certain temps déjà. Ce problème ne date donc pas de février 2025. Comme cela a été souligné, c’est lié à une pénurie structurelle au sein de la LPA BruNat.

 

Ik wil eraan herinneren dat vanaf het voorjaar van 2025 een rekruteringsplan is opgesteld. Ik kan u bevestigen dat er al drie extra agenten zijn aangeworven en dat ongeveer 60 personen worden opgeleid, die tegen het einde van dit jaar als grenscontroleurs zullen kunnen werken.

 

Il est évident qu'en attendant ces nouveaux recrutements structurels – parce que j’ai franchement l'impression d'être le seul à travailler à des solutions structurelles – nous devons aujourd'hui procéder à du renforcement interne entre les services de la police administrative, notamment pendant les périodes de pointe. Ce sont les jours dits oranges et rouges; et même dans ces jours-là, il y a des tableaux avec les heures où nous le faisons.

 

Je tiens d'ailleurs à remercier ici tous les agents qui se mobilisent, au-delà même de l'aéroport. J'étais à l'aéroport de Londres hier, et le contrôleur était un contrôleur de l'aéroport de Liège. Il y a donc une vraie flexibilité, et je tiens quand même à le souligner. Parfois, quand je lis dans la presse ou quand j'entends un certain nombre de choses, c'est comme si les policiers étaient rigides et assis à leur place. Ils sont extrêmement flexibles, et vraiment, je les en remercie. Ce n'est pas si évident.

 

Ik heb bovendien een koninklijk besluit laten aannemen dat versterking door Frontex-agenten mogelijk maakt. Dat komt momenteel neer op zestien extra controleurs, wat niet te verwaarlozen is.

 

De kwestie van de personeelsbezetting beperkt zich echter niet tot politiemensen. Het is absoluut noodzakelijk dat de reizigers ook worden begeleid door onthaal- en veiligheidspersoneel, met andere woorden door personeel van de uitbater van de luchthaven. Versterking op dat vlak is essentieel, met name in het kader van de automatisering van de controles en gezien de toename van de passagiersstromen.

 

Wat betreft uw vraag, mevrouw De Vreese, over de ontwikkeling van het ziekteverzuim bij de LPA in de afgelopen drie jaar. Het verzamelen en analyseren van die gegevens zou een aanzienlijke hoeveelheid werk vergen. Ik nodig u daarom uit om eventueel schriftelijke parlementaire vragen over dit onderwerp in te dienen.

 

Hoewel er op politieniveau talrijke maatregelen worden genomen om de tekortkomingen uit het verleden te verhelpen, is het dus onontbeerlijk dat ook de andere betrokken partijen de nodige maatregelen nemen. Ik heb nog eens de LTT van minister-president Diependaele gehoord, als zou het gaan om een kwestie die enkel de politie aanbelangt. Dat is niet waar. Dat is gewoon niet waar. Ik ben het een beetje beu om dat telkens opnieuw te moeten horen.

 

In dat kader heeft het departement Asiel en Migratie twee besluiten genomen met betrekking tot de automatisering van de controles van reizigers van buiten de Schengenzone: een eind december 2025, enkele maanden geleden, en een midden maart, enkele weken geleden, om een geautomatiseerde grenscontrole mogelijk te maken via een voorafgaande registratie voor de passage door de e-gate.

 

BAC is momenteel bezig met de installatie van apparatuur voor geautomatiseerde controles onder toezicht van politiemensen. Eind april werd ons een planning voorgelegd waarover met name met de politiediensten overleg wordt gevoerd. De uitbater heeft de installatie gepland tot begin 2027.

 

Mesdames et messieurs les députés, venons-en à un point critique qui devrait largement contribuer à réduire les files d'attente, qu'on veuille l'entendre ou non: celui de l'infrastructure. Je vais donner quelques exemples, parce qu'il faut parler chiffres, et pas seulement de ceux de la police, wat ik een beetje te gemakkelijk vind.

 

En préambule, je vous signale que, selon les informations transmises par la police, un remplissage total des boxes, soit 12 policiers à l'arrivée, permet de contrôler entre 500 et 600 personnes par heure. On compte ainsi une moyenne de 45 à 50 passagers par heure, car le contrôle des passeports et de l'entrée dans notre pays est une chose sérieuse, le rythme dépendant évidemment des profils à l'arrivée.

 

Le 23 avril 2026, 2 065 passagers sont arrivés en l'espace d'une heure, dont environ 50 % étaient des citoyens hors espace Schengen. La durée d'attente maximale ce jour-là a malheureusement atteint 258 minutes, ce qui est évidemment beaucoup trop. Le 8 mai 2026, 3 433 passagers sont arrivés en une heure. La durée d'attente maximale à ce jour s'est alors élevée à 128 minutes. C'est donc moins que lorsqu'il y a eu moins de passagers à l'arrivée, ce qui prouve que le rythme fluctue sensiblement selon les profils à contrôler à l'entrée de notre territoire. Je ne suis pas mathématicien, comme vous le savez, mais il ne faut pas être grand clerc pour comprendre que le nombre très limité de boxes offerts par l'infrastructure, à savoir 12, ne permet tout simplement pas d'absorber les flux de milliers de passagers internationaux, dans un aéroport qui a pourtant vocation à renforcer son statut de hub Bruxelles.

 

La situation est ce qu'elle est; elle n'est pas viable à long terme. Même s'il y a des difficultés, que je prends à bras-le-corps, continuer à vouloir faire croire que le problème réside uniquement dans le staffing de la police est tout simplement faux. C'est pourquoi il faut préparer un nouveau plan d'été afin de garantir le remplissage des boxes durant la période estivale. Je l'ai déjà dit, et j'ai eu l'occasion de le répéter lors du Comité de concertation, sans entrer dans les détails; oui, il y a encore du travail à faire au niveau de la police; oui, il faut encore renforcer la police aéronautique; oui, nous le faisons; et non, ce n'est pas facile.

 

Ik zal nooit aanvaarden dat de taalwet wordt afgezwakt. Dat mag niet gebeuren.

 

We weten waar onze nationale luchthaven ligt. Dat is heel belangrijk. Het is echter niet zo gemakkelijk. Het is niet eenvoudig om mensen te vinden om daar te werken.

 

In de pers heb ik daarover al het volgende verklaard.

 

Comme je l'ai dit à la presse, même si ce sont des policiers, et peut-être parce que ce sont des policiers, il est plus difficile de leur mettre un flingue sur la tempe et de les obliger. On ne peut pas non plus les empiler les uns sur les autres pour en avoir plus. Et – je sors un peu de mon texte – dire qu'on ne va pas mettre plus de guichets tant qu'il n'y a pas plus de policiers, c'est vraiment prendre les choses à l'envers. Je renforce.

 

Mais c'est facile. Si l'on veut comparer avec les autres aéroports, il faut aller jusqu'au bout. Il faut être à tout le moins, sinon politiquement, intellectuellement honnête. Politiquement honnête, je sais que c'est parfois difficile. Mais intellectuellement honnête, on doit pouvoir l'être. Si on veut faire la comparaison avec les aéroports qui entourent Bruxelles-National, cela ne me pose pas de problème, mais il faut tenir compte de tous les éléments. Il y a 52 points de contrôle à l'aéroport Charles de Gaulle. Il y en a 12 à Bruxelles-National et 52 à Charles de Gaulle.

 

À Charles de Gaulle, l'arrivée n'est pas un couloir. J'ai beaucoup voyagé dans ma vie et dans ma carrière et j'ai vu beaucoup d'aéroports, mais je n'en ai pas vu beaucoup où l'on arrive, en non-Schengen, à un contrôle obligatoire dans un couloir. C'est la réalité et ce n'est pas ma responsabilité. Je ne fuis pas ma responsabilité quand je dis chacun doit prendre les siennes. Mais cessez de pointer du doigt la police et son ministre, en disant qu'il faut plus de policiers. Oui, c'est vrai. Mais chacun doit faire son job.

 

Je l'ai dit, monsieur De Smet, juste avant que vous ne partiez, la Flandre – j'aurais pu dire le gouvernement fédéral mais j'ai dit la Flandre dans un élan d'enthousiasme comme j'en ai souvent dans mes contacts avec les journalistes – qui est actionnaire. Brussels Airport Company (BAC) est une société privée, avec des actionnaires, et qui doit donc investir dans son infrastructure. Si nous travaillons tous ensemble à trouver des solutions structurelles, nous trouverons des solutions structurelles.

 

Nous devons accepter que cela prendra du temps, à la fois pour le renforcement de la police et pour les travaux d'infrastructure. Je ne suis pas stupide, je sais bien que si on doit multiplier le nombre de guichets, les travaux d'infrastructure requis prendront du temps. Mais si je dois recevoir un grand nombre d'appels à chaque fois qu'il y a des files, ou me faire attaquer dans la presse à chaque fois qu'un homme d'affaires avertit, à juste titre, qu'il cessera de venir par Zaventem mais passera dorénavant par Schiphol, nous ne parviendrons jamais à réaliser l'ambiance constructive nécessaire pour arriver à nos fins. Le groupe de travail est en place.

 

De Franstalige en de Nederlandstalige pers begrijpen de zaken niet op dezelfde manier. De werkgroep is al bezig. Ik ben zelf drie keer naar de luchthaven gegaan voor werkvergaderingen. De werkgroep vergadert in mijn kabinet.

 

Laten we dus samenwerken, op een rustige manier, misschien rustiger dan ik vandaag, om oplossingen te vinden. Er moeten oplossingen komen, maar iedereen moet samenwerken. Wij moeten aanvaarden dat het nog een tijdje zal duren.

 

Zoals u hebt gezegd, mevrouw De Vreese, zijn de uitdagingen groot. De situatie aan onze kust is heel zorgwekkend. Dat onderwerp is hier nu niet aan de orde, maar ik heb aan de commissaris-generaal opgedragen om daar het maximum waarover we beschikken naartoe te sturen. We moeten de kop van die slang afhakken.

 

Il faut couper la tête de ce serpent le plus vite possible.

 

Alles wat we hebben, moet worden ingezet.

 

On ne peut pas tout faire en même temps. Je vais retourner à mes notes pour retrouver un peu de sérénité.

 

Tot slot, wat de veiligheid van de site betreft, ook heel belangrijk, tien jaar na de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 is het niet alleen gepast om te herdenken, maar ook om eerlijk te bekijken wat er structureel is veranderd op het vlak van veiligheid op Brussels Airport. Ik ben het totaal met u eens, mijnheer Bergers. Sinds die dramatische dag werd de luchthaven grondig hertekend volgens een meerlagig veiligheidsmodel, gebaseerd op risicobeheersing. Absolute veiligheid bestaat niet, maar het risico wordt vandaag maximaal beheerst.

 

Concreet werd een systeem van vier veiligheidsniveaus uitgevoerd. Daardoor is het vandaag onmogelijk om met een niet-gecontroleerd voertuig tot aan het terminalgebouw te komen. Slagbomen, roadblockers en camerabewaking zorgen ervoor dat enkel bevoegde voertuigen toegang krijgen tot gevoelige zones. Dat geldt ook voor parkeergelegenheden, met een curvezone waar ANPR-camera’s systematisch nummerplaten registreren en controleren.

 

Rond en op de luchthaven is er bovendien een uitgebreid ANPR-schild aanwezig. Gestolen of gesignaleerde voertuigen worden onmiddellijk gedetecteerd en opgevolgd door de politie- en interventieploegen. Die maatregelen worden gecombineerd met fysieke beveiliging en met versterkt cameratoezicht, zowel aan de land- als de airside.

 

De politieaanwezigheid op de luchthaven is vandaag zowel zichtbaar als discreet. Explosievenhondenbegeleiders controleren achtergelaten bagage, terwijl daarnaast behavioral detection officers in burgerkledij actief zijn. Die speciaal opgeleide politiemensen detecteren afwijkend gedrag in drukke omgevingen, zonder het normale luchthavenleven te verstoren. Daarnaast werd ook voorzien in extra investeringen in gespecialiseerde expertise teneinde de beschikbare onderzoeks- en analysecapaciteit te verhogen.

 

De genomen maatregelen worden bovendien regelmatig geëvalueerd en geoefend. Dat gebeurt via multidisciplinaire oefeningen, table-top oefeningen en concrete scenario's zoals bommeldingen, schietincidenten, vliegtuigkapingen en CBRN-dreiging. Ook het gebruik van een gestructureerd bomb threat assessment system zorgt ervoor dat evacuaties niet automatisch maar doordacht en proportioneel gebeuren.

 

De samenwerking tussen alle betrokken partners, de federale politie, LPA en DAB BruNa, Brussels Airport Company, douane, skeyes, NMBS, Defensie en private actoren, verloopt daarbij intens en gestructureerd. Via overlegplatformen en een duidelijke commandostructuur volgens het gold-silver-bronzemodel is de eenheid van het terrein en commando bij incidenten verzekerd.

 

Voor de toekomst blijft de visie duidelijk: blijvend investeren in mensen, samenwerking en technologie met aandacht voor nieuwe dreigingen, maar altijd binnen een correct juridisch kader.

 

Tot slot wil ik daaraan toevoegen dat de algemene veiligheid van de site niet alleen een taak is van de LPA en de DAB, maar ook een nauwe samenwerking met andere diensten vereist, met name met de douane en justitie. Er is bovendien een nieuw veiligheidsplan voor de luchthaven in opmaak.

 

Bovendien ben ik van mening dat men zich in dit verband moet afvragen welke bijdrage de lokale politiediensten kunnen leveren. Aan de luchthaven grenzen verschillende kleine politiezones. Het is zeker nuttig om de vraag te stellen of op dat niveau een schaaloptimalisatie mogelijk is teneinde een doeltreffende samenwerking met de diensten van de federale politie in de omgeving van de site te waarborgen en zo overlast en criminaliteit beter te kunnen bestrijden.

 

Mijnheer Bergers, uw formuleerde een voorstel voor een specifiek koninklijk besluit. Ik ben bijna klaar met een aanpassing van de wet op de private veiligheid. Ik veronderstel dan ook dat het beter is om dat op te nemen in het kader van die wetswijziging. Ik weet dat ik daarbij op uw steun en die van de N-VA kan rekenen.

 

Maintenant, vous me connaissez un peu mieux. De temps en temps, je m'anime, je m'échauffe, mais mon message principal, même si je sais qu'il ne sera pas repris comme tel, est "travaillons ensemble".

 

Laten we samenwerken om structurele oplossingen te vinden. Ik gebruik de woorden van iemand anders, die ik niet zal  noemen, omdat dat niet nuttig is. Soms doe ik het omdat ik het beu ben of omdat ik zenuwachtig ben.

 

Pointer les autres en leur demandant de trouver les solutions dont on sait qu'elles sont impossible à mettre en œuvre ne fera pas avancer les choses dans le domaine de la sécurité dans l'aéroport et dans celui du rôle fondamental que l'aéroport joue. Il joue ce rôle au même titre que la gare du Midi, comme M. Chahid le rappelle régulièrement, et j'en suis tout à fait conscient. Il joue non seulement le rôle de point d'entrée très important pour notre pays, mais il joue aussi un rôle évidemment pour l'image de notre pays.

 

Ik excuseer mij nogmaals voor mijn enthousiasme.

 

De voorzitter: Enthousiasme, dat hebben wij graag, mijnheer de minister.

 

04.08  Ridouane Chahid (PS): Monsieur le ministre, si ça peut vous rassurer, j'ai déposé la même question, orientée sur le volet DGTA, pour M. Crucke, en même temps que celle-ci. Elle n'a pas encore été mise à l'ordre du jour de la commission de la Mobilité, mais j'y reprends un certain nombre de points concernant la sécurité aérienne et la DGTA.

 

Je n'ai malheureusement pas reçu de réponse à ma question de savoir si nous allons éviter le chaos en juillet-août 2026. Je l'espère. Vous avez parlé d'un plan de recrutement qui a été lancé en mars 2025. J'espère qu'il commencera à produire ses effets dès maintenant et surtout que nous ne serons pas dans une situation de vases communicants qui déforcerait certains aéroports pour renforcer celui de Bruxelles-National. Si on prend des agents à Charleroi pour les mettre à l'aéroport de Bruxelles-National, on n'aura rien gagné dans l'affaire, on aura juste transféré le problème vers un autre endroit.

 

Ensuite, vous avez parlé de tempérament lorsque vous avez dit avoir évoqué la Flandre parce que vous étiez quelque peu énervé, comme je le suis maintenant. En fait, je ne pense pas que c'était instinctif de votre part de parler de la Flandre. La Flandre, grâce à vous, est devenue le premier actionnaire de l'aéroport de Brussels Airport. Grâce à la non-action du gouvernement fédéral, la Flandre est devenue le premier actionnaire. Et pour vous, comme la Flandre est devenue le premier actionnaire de Brussels Airport, vous estimez que le propriétaire doit faire ce qui lui incombe en tant que propriétaire, c'est-à-dire réaliser les investissements nécessaires pour participer à la sécurité de cette infrastructure.

 

Effectivement, gérer une infrastructure comme celle-là n'est pas facile. Et peut-être que le ministre-président flamand se rend compte aujourd'hui que ce n'est pas facile de gérer un aéroport comme celui de Bruxelles-National. Je vous invite, dès lors, à prendre les contacts nécessaires au-delà du Comité de concertation, de rencontrer le patron de Brussels Airport, M. Feist, et de voir avec lui quelles sont les solutions que vous pouvez mettre ensemble sur la table pour trouver une issue rapide, afin d'éviter que nous ne devenions la risée du monde au moment où les Belges partiront en vacances.

 

04.09  Jeroen Bergers (N-VA): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Het is jammer dat de heer De Smet niet meer aanwezig is, want in tegenstelling tot hem vind ik het geen enkel probleem dat u over Vlaanderen spreekt. Ik vind het trouwens zeer veelzeggend dat de heer De Smet het blijkbaar erger vindt dat het V-woord wordt gebruikt dan de problemen die zich effectief op de luchthaven voordoen. Het is een kwestie van prioriteiten.

 

Dat mag ook wel worden gezegd over de heer Chahid. Hij steekt hier zonet een riedeltje af dat het onaanvaardbaar is dat Vlaanderen aandelen heeft in de luchthaven. Mijnheer Chahid, ik wil u eraan herinneren dat de luchthaven van Charleroi voor 100 % eigendom is van de Waalse overheid. De Vlaamse overheid bezit niet 100 % van de aandelen van de luchthaven van Zaventem. In alle eerlijkheid, ik zie ik het probleem dus niet.

 

Die instap van de Vlaamse overheid heeft ervoor gezorgd dat onze tweede grootste economische motor van het land niet in handen van een pensioenfonds is gekomen. Ik denk dat we daar blij om mogen zijn, en Brussel zeker, want de luchthaven van Zaventem is de grootste private werkgever van Brussel. Enkel de overheid is groter. Er is geen enkele private speler die in Brussel meer jobs genereert dan de luchthaven van Zaventem.

 

Het gedrag van de PS, zowel wanneer het in deze commissie over de veiligheid gaat als wanneer het over de vliegroutes gaat, is compleet waanzinnig. Het toont vooral aan dat de PS het niet belangrijk vindt dat de mensen in Brussel een job hebben, maar dat wisten we al. Bij dezen heb ik totaal niet geluisterd naar uw oproep om mij niet op te winden, mijnheer de minister.

 

Ik wil wel benadrukken dat niemand stelt dat alle problemen op de luchthaven uw fout zijn. Ik denk dat het zeker legitiem is om te zeggen dat er ook andere maatregelen moeten worden genomen. Vorige maand is er bijvoorbeeld een extra grenscontrolebox geïnstalleerd. Zowel de luchthaven zelf als de nieuwe stoute aandeelhouder, genaamd Vlaanderen, zijn echt wel bezig met investeringen in de luchthaven.

 

Het is uiteraard ook legitiem om te zeggen dat er nog meer moet gebeuren. Daar sta ik volledig achter. Er is een ambitieus investeringsprogramma van BAC dat de economie – ook de Brusselse economie, mijnheer Chahid – ten goede zal komen.

 

Het klopt natuurlijk ook, dat is een frustratie die leeft, dat alleen het plaatsen van extra boxen niet voldoende zal zijn. Er moet ook een volledige bemanning zijn. Dat betekent dat er in de toekomst 40 mensen moeten zijn voor de controles. Het moet voor een westers land mogelijk zijn om op de grootste luchthaven, de tweede grootste economische motor van het land, ervoor te zorgen dat 40 mensen op piekmomenten de controle kunnen uitvoeren.

 

De voorzitter: Wilt u afronden, mijnheer Bergers?

 

04.10  Jeroen Bergers (N-VA): Mijn excuses, ik probeer steeds kort en bondig te zijn, maar de minister heeft een zeer lang antwoord gegeven.

 

De voorzitter: Er is een verschil. Ministers onderbreek ik niet als ze antwoorden, maar vraagstellers onderbreek ik wel.

 

04.11  Jeroen Bergers (N-VA): Ik had trouwens twee vragen.

 

Het is op dat vlak een goede zaak dat er nu 16 Frontex-agenten worden ingezet. Het is een goede zaak dat er al drie extra agenten zijn doorgestroomd. Onze vrees is echter dat het niet voldoende zal zijn voor de zomer en dat extra maatregelen nodig zullen zijn.

 

Ik ben zeer blij met uw oproep om de taalwet te respecteren. Ik ben zeer blij met uw engagement en dat u zegt dat u het in de wet wilt opnemen, dat u het niet via een koninklijk besluit wilt doen, maar in de wet wilt opnemen. Ik kijk uit naar dat initiatief. Dat zal volgens mij een goede zaak zijn.

 

U weet dat ik over schaalvergroting hetzelfde denk als u. Ook op dat vlak zijn we het eens. Ik denk wel dat het een en-en-enverhaal zal moeten zijn en dat is zeker niet alleen voor u, dat onderschrijf ik.

 

04.12  Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, dank u voor uw bevlogen antwoord. Ik vind het altijd tof als er wat bevlogenheid is in de commissie.

 

Uiteraard focus ik hier vandaag op het politionele, omdat ik federaal Kamerlid ben. Ik kan een brief schrijven of een mailtje sturen naar Matthias Diependaele, maar daar stopt het dan. Uiteraard ben ik het ermee eens dat het een en-en-en-oplossing zal zijn. De vragen die wij aan u stellen, hebben natuurlijk te maken met de politie.

 

Dan is er de vaststelling dat twaalf plekken vandaag op piekmomenten gewoon niet ingevuld raken. Het kan zijn dat een van de oplossingen is dat er meer boxen moeten komen. Geen enkel probleem, daar kunt u niets aan doen. U bent daar niet voor verantwoordelijk. U bent er natuurlijk wel voor verantwoordelijk dat de twaalf voorziene plekken op piekmomenten opgevuld moeten zijn. Dat is nu niet het geval.

 

Daarom stelt uw antwoord mij niet gerust. U zegt dat er voor deze zomer eigenlijk geen oplossing is. De zestig extra mensen komen er pas tegen het einde van het jaar. Dan is de vraag ook nog of we die zestig aan boord kunnen houden. Als er veel ziekteverzuim is, is er ook vrij veel uitval. Hoe zorgen we ervoor dat we bijna meteen een nieuwe aanwervingsgolf installeren, zodat we niet op het einde van het traject opnieuw moeten vaststellen dat we alweer mensen verloren zijn en we er niet geraken. Dergelijke vragen hebben te maken met de inzet van de politie en ik kan die vragen alleen maar aan u stellen, het spijt me.

 

We moeten effectief evolueren van iedereen kijkt naar elkaar naar iedereen werkt samen. Daar ben ik het volledig mee eens. Uw deel van het werk bestaat erin extra agenten te voorzien en ervoor te zorgen dat die extra agenten worden opgeleid en aan boord blijven. Dat is uw taak, daarvoor kijken we naar u. We zullen u daarnaar blijven vragen. Ik wens u daar alvast heel veel succes mee.

 

04.13  Ortwin Depoortere (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

U hebt terecht aangehaald dat er een probleem is op het vlak van personeel, infrastructuur en veiligheid. Over de infrastructuur moeten we inderdaad andere ministers en andere niveaus bevragen. Het EES-veiligheidssysteem moet opgelost geraken. Dat systeem kampt met mankementen en we moeten in de eerste plaats naar minister Van Bossuyt kijken.

 

Wij stellen u vandaag de vraag over het personeel. Het gaat over de capaciteit bij de luchtvaartpolitie en daar is er ook een probleem. U kunt zich niet verschuilen achter de problemen van andere niveaus of diensten zonder ook te kijken naar uw eigen bevoegdheden, zoals de LPA. Ik heb heel veel respect voor de agenten op het terrein die onder heel grote werkdruk moeten presteren en het uiterste van zichzelf geven. Daar zit net het probleem. We moeten die capaciteit dringend opkrikken. U stelt een aantal structurele maatregelen voor, waarmee ik blij ben. Tegen het einde van het jaar zullen er 60 extra personeelsleden bijkomen. Dat is heel goed. Samenwerken met Frontex, ook dat is heel goed. Dat ontlast de LPA een klein beetje, wat zeker goed is.

 

Waar er volgens mij nog ruimte voor verbetering is, is de starre manier waarop de federale politie werkt. U hebt de commissaris-generaal gevraagd om u mensen te sturen van waar dat maar kan, om soepel te zijn. Die souplesse ontbreekt vandaag. Daar is vandaag vooral een mentaliteitswijziging voor nodig. Bij de federale politie ontbreekt de souplesse om mee te denken, bijvoorbeeld over wat mevrouw De Vreese zei, namelijk waar we de federale politieagenten moeten inzetten wanneer dat nodig is. Dat zal in de zomermaanden aan de kust en op Brussels Airport zijn. Momenteel ontbreekt die mentaliteit bij de federale politie. Men doet maar wat, men is heel star, men blijft op zijn eigen eiland en denkt niet mee over hoe wij onze politiemensen op een efficiënte manier kunnen inzetten.

 

Ik wil besluiten met een Vlaams spreekwoord, zoals mevrouw De Vreese dat ook deed: "Als elk veegt voor eigen deur, is de straat proper."

 

04.14  Maaike De Vreese (N-VA): Minister, inderdaad, de flexibiliteit deze zomer om mensen van de federale politie in te zetten waar de nood het hoogst is, zal zeer belangrijk worden. We horen inderdaad ook dat de scheepvaartpolitie en de federale politie die aan onze kust worden ingezet, noodzakelijk zullen zijn, net als bijkomende inzet op onze luchthaven om die wachtrijen te vermijden.

 

Dan hoor ik een collega van de PS zeggen dat het toch niet kan dat politieagenten van de federale politie uit Charleroi op onze luchthaven in Zaventem worden ingezet. Mensen moeten zelfs van de kust komen, terwijl zich over onze volledige kuststreek georganiseerde criminaliteit voordoet en men daar eigenlijk ook moet kunnen bijspringen. Ook daar zullen we dus flexibel moeten zijn.

 

Minister, wij vragen die flexibiliteit van de federale politie, zeker om tijdens de ochtenduren – want daar schort het – aanwezig te zijn op onze luchthaven om die piekmomenten op te vangen.

 

We hebben allemaal onze vragen gesteld en ik hoorde inderdaad dat we elkaar zijn tegemoetgekomen, minister. Ik hoorde immers dat u heel wat van onze vragen positief hebt beantwoord. Dat geldt ook voor het voorstel van collega Bergers, die met een zeer interessant voorstel is gekomen om private veiligheid in te zetten. Ik hoop dus dat daar werk van wordt gemaakt, minister.

 

Ik weet niet wat de timing is van uw wetgeving inzake private veiligheid, maar de zomer komt natuurlijk snel dichterbij. We zijn ondertussen al mei.

 

04.15  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je vous remercie. Nous lisons dans la presse et sur les réseaux sociaux que des passagers de l'aéroport de Zaventem doivent subir des files d'attente interminables, à tel point que certains ratent leur vol. Comme vous l'avez dit, et nous en avons beaucoup parlé ici, la raison est que la police fédérale manque d'effectifs. Vous avez parlé de renforts. C'est une très bonne chose, et nous attendrons donc.

 

Toutefois, les voyageurs ne sont pas les seules victimes de cette situation, loin de là. Les travailleurs de l'aéroport subissent aussi ce chaos et continuent à endurer des conditions de travail indignes. Nous les dénonçons depuis de nombreuses années: sous-effectifs, vestiaires trop petits, toilettes cassées, manque d'espace. La liste est fort longue. C'est intenable dans des circonstances normales. Aujourd'hui, c'est insoutenable. Je n'ose même pas imaginer la situation cet été pour tous ces travailleurs. Pourtant, l'argent existe, puisque l'aéroport a enregistré un chiffre d'affaires record l'an dernier: 828 millions d'euros. Au lieu d'investir dans les travailleurs, l'infrastructure et la sécurité, l'aéroport va distribuer 41 millions d'euros de dividendes, dont une grande partie reviendra à l'État. Je sais que ce n'est pas votre portefeuille, monsieur le ministre, mais nous demandons au gouvernement que cet argent revienne aux travailleurs de l'aéroport pour de bonnes conditions de travail, des effectifs en suffisance et des salaires décents, mais aussi pour la sécurité des voyageurs et un service de qualité.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Daarmee kan ik de werkzaamheden voor vandaag afronden en de vergadering sluiten.

 

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw aanwezigheid.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.29 uur.

La réunion publique de commission est levée à 18 h 29.

 

Schriftelijk behandelde mondelinge vragen

Questions orales traitées par écrit

 

05 Question de Ridouane Chahid à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les "laissez-passer" à Blegny" (56015469C)

05 Vraag van Ridouane Chahid aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De 'laissez-passers' in Blegny" (56015469C)

 

Monsieur le Ministre,

Le 1er mai, le MR organisera des « festivités » sur le site de Blegny-Mine. La fête s'annonce en tout cas très privée puisque le bourgmestre n'a pas hésité à imposer aux citoyens du périmètre des « laissez-passer communaux » aux habitants et à leurs éventuels proches et visiteurs pour… rentrer et sortir de chez eux. C'est marqué noir sur blanc dans un courrier signé par le bourgmestre et diffusé sur les réseaux sociaux.

Monsieur le Ministre, il s'agit d'une dangereuse dérive et d'une entrave à la liberté de circulation sur l'espace public. Les mesures de sécurité doivent toujours être proportionnelles et dans ce cas, il y de quoi se poser des questions. En vertu de ses compétences de police administrative, le bourgmestre pourrait aussi – si les menaces pour l'ordre public étaient si importantes – décider d'annuler ledit évènement ou le déplacer.

Monsieur le Ministre,

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

 

Antwoord - Réponse:

 

Het antwoord werd niet tijdig door de regering bezorgd.

La réponse n'a pas été fournie par le gouvernement dans les délais.

 

06 Question de Ridouane Chahid à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Le suivi des armes au sein de la police intégrée" (56015520C)

06 Vraag van Ridouane Chahid aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "Het toezicht op het wapenbestand bij de geïntegreerde politie" (56015520C)

 

Monsieur le Ministre,

Via VRT, à nouveau, on apprend qu'au moins 26 armes à feu, des dizaines de gilets pare-balles et des centaines de cartes d'identification auraient été perdus ou volés à la police au cours des cinq dernières années.

Le nombre réel pourrait cependant être plus élevé, mais en raison de la tenue de registres insuffisante, la police ne pourrait visiblement affirmer avec certitude la quantité de matériel disparu, sa destination, ni s'il a été retrouvé.

Ces informations sont inquiétantes et c'est notamment pour cette raison que nous portons avec mon Groupe une proposition visant à garantir un meilleur contrôle des achats et ventes de matériel et d'armements par la Police fédérale à l'instar de ce qui existe au niveau de la Défense.

Une nouvelle fois, cette information met en lumière les « trous » et autres zones d'ombres dans les chiffres et bases de données de la police intégrée.

Monsieur le Ministre,

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

 

Antwoord - Réponse:

 

Het antwoord werd niet tijdig door de regering bezorgd.

La réponse n'a pas été fournie par le gouvernement dans les délais.