Commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat

Commission de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat

 

van

 

Dinsdag 19 mei 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mardi 19 mai 2026

 

Après-midi

 

______

 

De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.06 uur en voorgezeten door de heer Jeroen Soete.

La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 06 et présidée par M. Jeroen Soete.

 

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

 

01 Gedachtewisseling over de tender voor de eerste offshorekavel in de Prinses Elisabethzone (PEZ 1) en toegevoegde vragen van

- Bert Wollants aan Mathieu Bihet (Energie) over "De principes van de offshore tender" (56016020C)

- Phaedra Van Keymolen aan Mathieu Bihet (Energie) over "De VITO/EnergyVille-studie over energieonafhankelijkheid" (56016032C)

- Bert Wollants aan Mathieu Bihet (Energie) over "Het energie-eiland" (56016040C)

- Phaedra Van Keymolen aan Mathieu Bihet (Energie) over "Het Light Hybridscenario voor het Prinses Elisabetheiland" (56016054C)

01 Échange de vues sur l’appel d’offres pour la première parcelle offshore de la zone Princesse Elisabeth (PEZ 1) et questions jointes de

- Bert Wollants à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Les principes de l’appel d’offres pour l'éolien offshore" (56016020C)

- Phaedra Van Keymolen à Mathieu Bihet (Énergie) sur "L’étude de VITO/EnergyVille sur l’indépendance énergétique" (56016032C)

- Bert Wollants à Mathieu Bihet (Énergie) sur "L'île énergétique" (56016040C)

- Phaedra Van Keymolen à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Le scénario Light Hybrid pour l'île Princesse Élisabeth" (56016054C)

 

01.01 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik dank u voor de organisatie van een gedachtewisseling over de versnelling van de ontwikkeling van offshore windenergie.

 

De federale regering heeft offshore windenergie, naast kernenergie en de ontwikkeling van onze netinfrastructuur, tot een belangrijke pijler van onze energiestrategie gemaakt.

 

Voici moins d'un an, nous avons pris la décision de suspendre le processus d'appel d'offres pour le lot 1 de la zone Princesse Élisabeth. Cette décision était nécessaire au vu des risques sérieux que présentait la procédure: incertitude juridique quant au cadre réglementaire, calendrier irréaliste étant donné les renforcements nécessaires du réseau onshore et offshore et cadre financier flou. Le maintien de cette procédure aurait exposé l'État à de lourds risques juridiques et à une dérive budgétaire importante.

 

Notre gouvernement a choisi une autre approche, ambitieuse mais aussi crédible et abordable car, sans éolien offshore, il n'y a pas de sécurité énergétique durable. Mais sans cadre juridique et financier robuste, ce sont à nouveau les ménages et les entreprises qui paient la facture, comme je le disais encore la semaine dernière à l'occasion des questions en séance plénière.

 

De onmiddellijke prioriteit is de herlancering van de aanbesteding voor de eerste kavel van de Prinses Elisabethzone. Het is essentieel om bij de herlancering van de aanbestedingsprocedure over een duidelijk, robuust en volledig regelgevend kader te beschikken. Dat kader wordt momenteel afgerond, terwijl de recente verkrijging van de vergunningen voor Ventilus door transmissienetbeheerder Elia bijkomende duidelijkheid heeft gebracht.

 

Nous avons réaffirmé notre ambition en matière d'éolien offshore en avançant sur l'appel d'offres relatif à la PEZ 2 afin d'assurer la sécurité d'approvisionnement d'électricité à partir de 2035. Nous regardons déjà au repowering de la zone orientale et travaillons activement à la coopération avec les autres pays de la mer du Nord afin, conformément à l'accord de gouvernement, d'examiner les opportunités au-delà des eaux territoriales belges.

 

01.02  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, er is inderdaad een doorbraak bereikt rond de verschillende principes van die tender, waarin wel wat wijzigingen werden aangebracht. Er is ondertussen geen sprake meer van een carve-out met PPA’s en ook de verplichte burgerparticipatie wordt eruit verwijderd. De tender zal ook volledig gebaseerd zijn op het contract for difference, of het bijpascontract, zoals dat zo mooi in het Nederlands heet. Ook de bouwtijd wordt verlengd van vier naar vijf jaar. Die termijn van vier jaar was immers eerder wishful thinking van uw ambtsvoorganger en nergens op gebaseerd. Het is wel belangrijk ook de motivatie te kennen waarop bepaalde stappen zijn gezet, hoe die wijzigingen tot stand zijn gekomen en wat de beoogde impact daarvan is.

 

Daarnaast zijn er wel wat vragen over de procedure die nu nog moet worden gevolgd om dit rond te krijgen. Van 20 april tot 30 april vond de consultatieronde plaats, waar ongetwijfeld ook een aantal zaken uit naar voren zijn gekomen. Kunt u toelichten welke aspecten daarbij naar voren zijn gekomen en wat de belangrijkste conclusies zijn? Sommigen halen aan dat er nog een procedure bij de Europese Commissie noodzakelijk is om hier stappen vooruit te zetten. Die procedure zou mogelijk tot vier maanden kunnen duren. In het kader van de versnellingsoefening is het belangrijk om te weten of inderdaad nog een procedure bij de Europese Commissie moet worden doorlopen en hoelang die zou duren. Hoe ziet u het verdere tijdsverloop om ervoor te zorgen dat we inderdaad tot de Prinses Elisabethzone, of in ieder geval de eerste kavel daarvan, kunnen komen?

 

Daarnaast moet die stroom ook aan land worden gebracht en de infrastructuur van MOG II is daarvoor belangrijk, evenals de achterliggende infrastructuur. Ik denk hierbij onder andere aan de ondertussen genomen beslissing over Ventilus. Of dat het einde van het tracé is, is nog een andere vraag. Ook Boucle du Hainaut moet nog van verder komen in dit verhaal. Als beide projecten niet worden gerealiseerd, komen we in de problemen. Kunt u meer informatie over het verdere verloop geven en laten weten of er op dat vlak ook verdere stappen voorwaarts kunnen worden gezet? Dat lijkt mij toch wel van belang.

 

Mijn andere vraag gaat specifiek over het energie-eiland dat daaraan is gelinkt. Wij weten dat er ondertussen duidelijkheid is. Men zou voorstander zijn van een herwerking van het project naar de light-hybridvorm, waarbij onder andere de verbinding van 1,4 gigawatt zou verminderen naar 1,2 gigawatt, waardoor de andere aspecten grotendeels zouden kunnen worden behouden.

 

Er is sprake van dat het project daardoor 2 miljard euro goedkoper zou worden, hoewel vandaag niet 100 % duidelijk is ten opzichte van welk bedrag dat moet worden gezien. Spreken wij dan over het bedrag van 8 miljard euro dat op een gegeven moment werd genoemd en dat daardoor zou worden teruggebracht tot 6 miljard euro in die fase? Dat is nog altijd een behoorlijke som om alles te realiseren. Vandaag weten wij natuurlijk ook nog niet of die 6 miljard euro tijdens de constructie niet stiekem opnieuw 8 miljard euro zal worden. Dat is toch wel iets waarover wij ons zorgen maken.

 

De pers heeft aangegeven dat u de aanpassing genegen bent en dat u misschien ook andere aanpassingen wenst door te voeren. Vandaag is ons echter niet geheel duidelijk wat die aanpassingen zijn. De aanpassing werd immers in de kranten naar voren geschoven als een grote doorbraak, maar de aanpassing naar de light-hybridvorm met de verbinding van 1,2 gigawatt ligt eigenlijk al meer dan een jaar op tafel, als het niet langer is. Kunt u daarover meer informatie geven?

 

Ik had daarnaast nog een aantal vragen geformuleerd.

 

Ten eerste, welke evolutie heeft het energie-eiland conceptueel doorgemaakt? Wat is het effect op de kostprijs en de functionaliteit van het eiland? Wat zijn de mijlpalen die verder dienen te worden gezet in het dossier? Wanneer verwacht u dat daarover een beslissing mogelijk is? Ook is natuurlijk de vraag welke verdere stappen ter zake worden gezet want in de pers wordt ook verwezen naar het feit dat er een positieve kosten-batenanalyse is geproduceerd. Ik weet natuurlijk niet waarop die analyse exact is gebaseerd. Is dat echter niet iets wat wij ook hier in het Parlement op een goede manier tegen het licht moeten kunnen houden?

 

U weet dat de parlementsleden destijds mede de drijvende kracht waren om het energie-eiland toch eens grondig door te lichten. U hebt dat zelf als parlementslid nog heel uitvoerig gedaan om na te gaan wat er ter zake exact aan de orde was. Het lijkt mij dan ook interessant om de parlementsleden op een goede manier te betrekken bij het vervolg van het traject, zodat wij daar heel diep op kunnen ingaan en er nader naar kunnen kijken.

 

Dan kom ik aan de andere elementen. Er is in het geheel sprake van de repowering van de oostelijke zone. Ik kaartte dat al aan bij uw voorganger. We moeten ons daarop voorbereiden, zodat we dat op een goede manier kunnen doen en niet op een bepaald moment tot de vaststelling moeten komen dat die oostelijke zone in een aantal jaren tijd verdwijnt en dat die capaciteit plots op een andere manier moet worden voorzien.

 

Hoe wilt u die repowering concreet in zijn werk zien gaan? Welke studies denkt u dat daarvoor noodzakelijk zijn? Welke kalender hebt u in gedachten met betrekking tot die repowering? Wenst u daarvoor een globaal kader dat wordt toegepast op alle parken die daar aan de orde zijn? Of wordt er een situatieschets gemaakt per park, om te bekijken wat de mogelijkheden zijn en dergelijke? Zal die repowering ook worden ‘getenderd’? Of zal het eerder gaan over concessieverlengingen, die u zou toepassen voor de parken die er vandaag al staan? Dat zijn allemaal elementen die van belang zijn en om te bekijken hoe we daarmee verder gaan.

 

Dat zijn mijn vragen en opmerkingen met betrekking tot de eerste kavel en het plan dat u naar voren hebt geschoven. Natuurlijk komen ook kavel 2 en kavel 3 eraan. Op welke manier wenst u dat aan te pakken? In de pers waren er al uitlatingen van partijen, die aangeven dat we niet alleen ervoor moeten zorgen dat de tender van kavel 1 zo snel mogelijk wordt gerealiseerd, maar dat we er ook voor moeten zorgen dat we zo snel mogelijk kavel 2 en kavel 3 mogelijk maken. Dat hangt natuurlijk ook samen met het energie-eiland, we moeten bekijken wat daar de mogelijkheden zijn en of die capaciteit daar ook voorhanden is.

 

U weet dat we in het verleden toch wel wat kritisch waren over de capaciteit die in die drie kavels zou moeten worden gerealiseerd. We weten dat de vorige regering niet zozeer keek naar het beperken van de ondersteuning voor die parken, maar vooral naar hoe een zo groot mogelijke capaciteit kon worden gerealiseerd in die zone, wetende dat er onder andere door wake-effecten en dergelijke, effecten zijn op de strike price, die toch wel omhoog werd geduwd. Er werd ook het nodige studiewerk gedaan om aan te tonen dat er toch nog wat bezorgdheden zijn op dat vlak.

 

Is die situatie ondertussen aangepakt? Hebt u die kavels opnieuw tegen het licht gehouden of behoudt u de capaciteit zoals die door toenmalig minister Van der Straeten naar voren is geschoven, wel wetende dat dat voor die kavels wellicht zal leiden tot een zeer hoge densiteit en daardoor ook een zeer hoge strike price en dat soort dingen meer?

 

Als we overgaan tot tendering van bepaalde zaken, is het natuurlijk van belang dat we een goed zicht krijgen op de eigenlijke doelstelling. Hebt u zicht op het aantal potentiële deelnemers aan de tender die u beoogt? Dat is natuurlijk van belang, want hoe meer deelnemers aan die tender, hoe meer de concurrentie kan spelen en in principe hoe lager de prijs qua ondersteuning zou kunnen worden. Dan moeten we natuurlijk wel weten in welke richting u daarmee wenst te werken.

 

In het verleden werd met minister Van der Straeten destijds ook gemikt op een maximale biedprijs. De vraag is natuurlijk of die vandaag nog altijd realistisch is. In het verleden werd al de vraag gesteld of die biedprijs niet hoger moest zijn. Er werd onder andere verwezen naar de tenders die hebben plaatsgevonden in het Verenigd Koninkrijk, waar op een gegeven moment geen inschrijvers zijn gevonden omdat men de biedprijs te laag vond. Hoe gaat dat hier in zijn werk? Zullen de aanpassingen die u doet aan de tender ertoe leiden dat we die biedprijs moeten kunnen zien dalen of denkt u dat het al mooi zal zijn als de toenmalig naar voren geschoven maximale biedprijs van 95 euro alsnog kan worden gehaald? Dat zijn toch wel enkele elementen die voor ons van belang zijn en waarover u mogelijk wat meer informatie kunt geven.

 

We zijn vooral op zoek naar de motivatie voor een aantal zaken en de doelstellingen die daaraan zijn gekoppeld. Onder uw beleid zijn dat mogelijk andere doelstellingen dan die van uw voorganger. Het zou ons interesseren waar de verschilpunten zitten.

 

De voorzitter: Collega Ravyts, gelet op de tijd die collega Wollants voor zijn betoog in beslag nam, en op het belang van het onderwerp, zullen we afwijken van de spreektijd van tweeënhalve minuut., anders zou het niet echt eerlijk zijn. Ik zou u wel willen vragen om het bij een dikke vijf minuten te houden.

 

01.03  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de voorzitter, ik vind het een beetje merkwaardige werkwijze, want ik had, net zoals ongetwijfeld de collega’s, verwacht dat de minister, aangezien er hier een gedachtewisseling aan de orde is, in zijn exposé zou hebben aangegeven waarom hij bepaalde keuzes bij de totstandkoming van de tender maakte. Hij heeft dat niet gedaan en wordt nu geconfronteerd met een karrenvracht vragen van onder andere de heer Wollants, en terecht. Ik wilde die ook stellen, maar wees gerust, ik zal ze niet allemaal herhalen. Het antwoord zal dus wellicht volgen, nadat alle collega's hun vragen hebben gesteld. Hoe dan ook vind ik het een rare manier van werken.

 

Verrast was ik ook door de frontale aanval van Vooruit in persberichten vorige week naar aanleiding van de publicatie van een rapport over de energievoorziening via hernieuwbare energie op de minister dat hij niets deed en dat alles veel te laat kwam, terwijl die op 20 april nog in de pers toelichtte wat hij allemaal zou ondernemen en aankondigde dat de tender eindelijk in de markt zou worden gezet, uiteraard na een aantal procedures.

 

Mijnheer de minister, ten eerste, de publieke consultatie van de sector is afgelopen op 30 april. Wat was het resultaat?

 

Ten tweede, wat is het verdere verloop van de procedure? De CREG moest immers een advies geven over het ontwerp van koninklijk besluit.

 

Ten derde, wij konden allemaal kennisnemen van de principes. Zo komt er geen carve-out. Waarom komt die er niet? Voorts zouden er voorlopig geen power purchase agreements of PPA’s komen bij gebrek aan consensus in de regering. Waar ligt precies het probleem? Wie is het met wie oneens?

 

Dan is er de kwestie van de repowering. Dat is allemaal goed en wel, ik ben daar ook een voorstander van. Is er evenwel al begonnen aan het beleidskader daarvoor? Ik heb dat al aan minister Verlinden gevraagd, maar die gaf daarop een zeer vaag, algemeen antwoord. Hoe ver staat het met de uitwerking van het beleidskader voor repowering?

 

Ik heb ook nog wat detailvragen. Kiest u voor een verlenging van de concessie dan wel voor een tender?

 

Sinds de vorige legislatuur is er heel wat te doen rond de densiteit van de kavels 2 en 3. De pro's en contra's daarvan hebben we met voormalig minister Van der Straeten ook uitgebreid bediscussieerd. Hoe zit het daar precies mee? Bent u van plan om wijzigingen aan de capaciteitsdoelstellingen aan te brengen? Kunt u daar wat meer uitleg over geven? Verwijst u misschien naar de studies rond maritieme veiligheid bij de Directie-generaal Scheepvaart van minister Verlinden? Dat is toch wel belangrijk voor kavels 2 en 3.

 

Waarom hebt u geen maximumbedrag voor ondersteuning vastgelegd? Daarmee is uw keuze verschillend dan die van de vorige minister. Ik zou graag de redenen kennen waarom u voor het systeem van de vrije prijszetting kiest. De vorige regering redeneerde dat de steun aan de ontwikkelaars niet te hoog mocht oplopen en stelde daarom een maximum in. Nu is de redenering blijkbaar dat, als u een maximum vastlegt, de prijs toch te hoog zal oplopen. Kunt u wat meer uitleg geven over uw redenering? Uiteindelijk houden we hier in commissie een gedachtewisseling over het hoe en waarom van de tender zoals u die in de markt zult zetten.

 

Projectontwikkelaars moeten zich ertoe engageren dat maximaal 25 % van hun windturbines afkomstig is uit China. Ik vind dat een goede zaak, maar ik zou daar graag wat meer uitleg over krijgen. Voor zeldzame magneten zou maximaal 85 % uit China afkomstig mogen zijn.

 

Tot slot heb ik, net als de heer Wollants, kennisgenomen van de ontwikkelingen rond het energie-eiland. U gaat voor een light hybrid. De heer Van Lysebettens en  de parlementsleden van Vooruit zullen daarover heel tevreden zijn.

 

U had kunnen kiezen voor een point-to-point maar de Britten willen dat niet. U behoudt dus het hybride karakter of zo wordt het althans gecommuniceerd en in de markt gezet, weliswaar verminderd naar 1,2 GW.

 

Mijnheer de minister, ik wil u toch ook nog even confronteren met de PATHS2050-studie, de dada van Groen en misschien zelfs ook van Vooruit. Ik denk dat collega Van Lysebettens het er straks in alle hevigheid over zal hebben. Als een en het ander niet is gerealiseerd tegen 2030, zou het tekort aan energieproductie worden opgevangen door gascentrales, wat enorme kosten met zich brengt, om nog maar te zwijgen van het feit dat de CO2-uitstoot van de elektriciteitssector zou stijgen. Wat vindt u van die studie, zeker gelet op het feit dat de CREG in haar advies naar aanleiding van het voorstel van resolutie van de heer Van Lysebettens toch wel kritische bedenkingen maakt bij de in de PATHS2050-studie vooropgestelde CO2-prijs?

 

Het Vlaams Belang vindt ook dat er in lokale energieproductie geïnvesteerd moet worden, dat dat een strategische troef is van ons land en dat we dus vooruit moeten met de Prinses Elisabethzone. Heel belangrijk voor het Vlaams Belang zijn de maatschappelijke kosten, de totale kosten van heel het verhaal. We mogen niet vergeten dat de kosten, of die nu 5, 6, 7 of 8 miljard bedragen, in de federale nettarieven zullen worden doorgerekend. Collega Seuntjes heeft daarover trouwens zeer interessante uitspraken gedaan. Hij had het over een publieke verankering bij netbeheerder Elia, zodat de zeggenschap over onze strategische energie-infrastructuur in publieke handen blijft en het algemeen belang primeert boven een puur commerciële logica. Dat klinkt mij als muziek in de oren.

 

Mijnheer de minister, hoe wenst de regering dat concreet te maken? Daar worden we immers geconfronteerd met het vraagstuk van de nettarieven.

 

01.04  Christophe Bombled (MR): Monsieur le ministre, tout d'abord, merci pour votre exposé introductif. Merci également d'avoir rappelé que le gouvernement avait fait de l'énergie éolienne offshore un axe majeur de notre stratégie énergétique, aux côtés du nucléaire, bien entendu, et du développement de nos infrastructures de réseau.

 

Vous avez également reprécisé que la décision de suspendre le processus d'appel d'offres pour le lot 1 de la zone Princesse Élisabeth était nécessaire, étant donné les risques sérieux que présentait la procédure.

 

Monsieur le ministre, cet appel d'offres pour la première parcelle de la zone Princesse Élisabeth sera bientôt relancé, et c'est en effet une priorité. Toutefois, pour garantir la sécurité d'approvisionnement à partir de 2035, il faut également avancer sur l'appel d'offres pour le lot 2 de la zone Princesse Élisabeth et sur le repowering de la zone orientale.

 

Pouvez-vous dès lors nous partager les dernières avancées sur ces dossiers? Pouvez-vous également nous préciser si la décision attendue prochainement concernant Nautilus aura un impact sur le lot 3 de la zone Princesse Élisabeth? Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

 

01.05  Éric Thiébaut (PS): Merci, monsieur le ministre, pour votre exposé introductif. Comme mes collègues, j'ai découvert hier à travers un communiqué de presse toute une série d'informations. Il n'en demeure pas moins que je pense qu’il manque des précisions. D'ailleurs, les précédentes interventions, en particulier celle de mon collègue de la N-VA, démontrent que de nombreuses questions restent en suspens.

 

Pour nous, en tant que parlementaires, il est nécessaire de comprendre plusieurs choses. La première, c'est de comprendre le scénario technique que vous avez choisi, et de comprendre comment cela va se répercuter sur notre sécurité d'approvisionnement; de savoir ainsi combien d'énergie renouvelable nous allons potentiellement produire ou pouvoir importer; de connaître l'avenir de la connexion potentielle avec le Royaume-Uni et de l'évolution du partenariat avec ce pays, qui va peut-être redevenir européen; de savoir si la troisième parcelle de l'île énergétique sera ou non soutenue par votre gouvernement.

 

La deuxième chose, c'est de comprendre comment vous allez calculer cette réduction des coûts. Vous nous annoncez 2 milliards d'euros en moins, mais comment exactement? Quels sont les postes en réduction? Quelles seront les conséquences?

 

Monsieur le ministre, j'aimerais aussi comprendre l'évolution du coût total. On est passé de 2,2 milliards d'euros à une estimation de 7 à 8 milliards il y a un an. Pouvez-vous nous donner les dernières estimations du projet? Pouvez-vous également nous parler de l'impact que cela aura sur les coûts supportés par les consommateurs?

 

Ma troisième interrogation porte sur le soutien global à l'éolien offshore. Les industriels de l'éolien ont fait des sorties dans la presse. Nous en avons déjà parlé précédemment dans cette commission. Ils redoutaient fortement l'évolution du cadre de soutien à l'offshore. On aimerait comprendre ce qui dicte vos choix et quelles seront les conséquences concrètes de votre nouveau régime de soutien. Enfin, toutes ces réflexions doivent s'intégrer dans un cadre européen. J'aimerais savoir comment ces évolutions s'intègreront dans ce cadre, en particulier pour notre stratégie d'autonomie industrielle. Quel type d'éolienne va-t-on choisir? Avec quel partenariat et avec quelle intervention et avis de la Commission européenne?

 

01.06  Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, tout d'abord, je vous remercie pour les informations ainsi que pour la présentation que vous nous avez faite. 

 

Pour contextualiser, la guerre en Iran et l'explosion des prix de l'énergie ont démontré, une nouvelle fois, la nécessité d'investir dans les énergies renouvelables et de renforcer notre souveraineté énergétique pour garantir aux ménages et à notre industrie une énergie verte, abondante et bon marché.

 

Avec le PTB, nous avons toujours dit que nous devions reprendre en main un secteur aussi essentiel que celui de l'énergie pour y réaliser des investissements 100 % publics. Le 30 avril dernier, l'État belge et le groupe ENGIE ont annoncé entamer des négociations pour acquérir des centrales nucléaires, y compris celles qui ne fonctionnent pas actuellement.

 

Lors de la séance plénière du même jour, l'enthousiasme était grand pour contrôler publiquement le nucléaire de la part des autres partis qui, d'habitude, ne jurent que par le marché. Le premier ministre a même déclaré: "La reprise du contrôle de notre mix énergétique peut bien sûr constituer un levier stratégique important." C'est ce que nous disons. Et vous-même, monsieur le ministre, avez déclaré: "Notre pays décide de reprendre en main son avenir énergétique pour garantir sa sécurité d'approvisionnement." Je suis d'accord, nous devons reprendre en main notre avenir énergétique. Et la reprise du contrôle de notre mix énergétique peut, bien entendu, constituer un levier stratégique important; raison pour laquelle nous pensons, avec le PTB, qu'il ne faut pas seulement socialiser les pertes du nucléaire mais reprendre en main l'ensemble du secteur énergétique.

 

Aussi, monsieur le ministre, si vous voulez nationaliser le nucléaire, pourquoi ne nationalisez-vous pas l'éolien offshore et l'ensemble du secteur énergétique en Belgique tant qu'à faire? À la place, vous faites le choix de subventionner le secteur de l'éolien offshore, comme les autres unités de production d'ailleurs, en mettant en place des mécanismes CFD (contrats pour différence). Après avoir suspendu la procédure d'appel d'offres relative au lot 1 de la zone éolienne offshore Princesse Elisabeth en 2025, vous alliez rédiger un nouvel appel d'offres pour la fin du mois de mars. Or, à ce jour, cet appel d'offres n'a, à ma connaissance, toujours pas été publié. Si je me trompe, corrigez-moi, monsieur le ministre!

 

Par ailleurs, le secteur éolien offshore a partagé publiquement ses vives inquiétudes quant au cadre actuellement en préparation et indique la possibilité que votre appel d'offres échoue, faute de candidats.

 

Monsieur le ministre, voici un mois, vous avez annoncé soumettre votre projet d'arrêté royal modifié à la CREG. Avez-vous reçu un nouveau retour de la CREG? Vous avez annoncé avoir débuté la consultation du secteur. Quels en sont les retours? Pourquoi avoir étendu le délai de construction de quatre à cinq ans? À quelle échéance estimez-vous que vous pourrez publier l'appel d'offres?

 

Pour ce qui est de l'île énergétique, voici un an, vous annonciez l'abandon de la composante courant continu de l'île énergétique. Dans le nouveau scénario, on parle d'une configuration light hybrid. Pouvez-vous nous expliquer en quoi cette version light consiste? Comment êtes-vous revenu au plan initial, alors que vous prétendiez que la partie en courant continu était trop chère? On parle, dans la presse, d'une économie de 2 milliards sur un total de 10 milliards d'euros. Pouvez-vous nous indiquer quel sera le coût total de cette nouvelle version du projet? Quelle partie du projet concerne l'île énergétique et quelle partie concerne l'interconnexion Nautilus? Sur quelles décisions techniques ou modifications de conception repose l'économie annoncée de 2 milliards d'euros? Quelles en sont les conséquences concrètes sur les fonctionnalités de l'île énergétique, notamment la possibilité de raccorder des interconnexions supplémentaires dans le futur? Enfin, la presse indique que la capacité du câble reliant la Grande-Bretagne et la Belgique sera revue à la baisse. On passerait de 1,4 à 1,2 gigawatt. Quelles seront les capacités respectives des câbles AC et DC reliant l'île énergétique à la côte belge? La production des parcs éoliens et l'interconnexion avec la Grande-Bretagne pourront-elles être utilisées toutes les deux à leur capacité maximum?

 

01.07  Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour les précisions apportées sur l’appel d’offres de la zone 1, qui est à présent en bonne voie, et nous nous en félicitons. Je ne répéterai pas toutes les questions relatives à sa finalisation et à son déroulement, car je sais que vous y répondrez avec beaucoup de bonne volonté. En ce qui concerne les zones 2 et 3, pensez-vous vous y attaquer rapidement? Si je me souviens bien, la zone 3 avait été mise en suspens le temps de trouver une solution face à l’augmentation des coûts. Quel est aujourd’hui le projet pour cette zone 3? Quelle est la capacité offshore prévue? Existe-t-il déjà un rétroplanning, sachant que tout est lié?

 

L’appel d’offres pour les zones éoliennes et leur rentabilité dépendent du coût total du projet. Le projet d’une île, plutôt qu'une plateforme, a déjà fait beaucoup parler de lui, notamment parce que ce choix a contribué à l’augmentation des coûts. Pouvez-vous nous donner une estimation, récente si possible, des coûts de cette île? Quel est l’état d’avancement du chantier? Par ailleurs, la CREG, que nous avons reçue ici à plusieurs reprises, a pointé différentes lacunes de gouvernance dans le projet d’île énergétique sous la Vivaldi. Avez-vous pu mettre en place des balises afin d’éviter que les erreurs du passé et de tels dépassements ne se reproduisent? Comme vous le savez, Les Engagés soutiennent le développement de l’éolien offshore. Nous ne sommes pas les seuls dans cette enceinte. Le gouvernement doit en maximiser la production. Je souhaiterais donc savoir s’il existe d’autres possibilités de développement dans les eaux belges. Par ailleurs, des projets de développement conjoints avec d’autres pays, en dehors de nos zones territoriales, sont-ils toujours d’actualité?

 

01.08  Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik zei het vanochtend ook in de commissie voor Mobiliteit, de reden dat ik echt hard hoop dat wij de verkiezingen zullen winnen, is omdat wij dan eens eerst aan het woord mogen komen tijdens zo’n bespreking. Het is immers heel moeilijk, alle vorige sprekers hebben al de vragen gesteld die ik eigenlijk ook wil stellen. Het kan inderdaad nog erger, collega Coenegrachts, het kan inderdaad nog erger.

 

Ik ben ook heel blij dat het Vlaams Belang veel interesse heeft in ons voorstel. Het is natuurlijk ook een heel interessant voorstel.

 

De realiteit is vandaag heel schrijnend. We hebben cijfers opgevraagd met betrekking tot onze energieafhankelijkheid. We importeren opnieuw meer gas uit Rusland, terwijl er in 2027 een definitieve stop komt. In de lijst met cijfers met betrekking tot hernieuwbare energie bungelen we helemaal achteraan als het gaat over het energieaandeel dat uit hernieuwbare energie komt. De absolute prioriteit van deze regering moet dus zijn om meer energiecentrales te bouwen.

 

Ik vind het dan ook een goed idee dat er onderhandeld wordt met ENGIE over een overname van het nucleaire park. Ik vind het heel vreemd dat Groen nog geen uur na die aankondiging al direct zei dat dit een slecht idee is. Ik denk dat het niet per se een slecht idee is. Ik hoop dat deze regering met het mes tussen de tanden gaat onderhandelen en een goede deal zal bekomen.

 

Verder moet er ook werk worden gemaakt van hernieuwbare energie. Ik ben blij te horen dat er een akkoord is over de tender. Mijnheer de minister, ik dank u ook voor de uitleg. Ik heb begrepen dat er aanpassingen zijn, die ik in principe wel kan steunen. Er rijzen daaromtrent nog vragen, maar die zijn al door de collega’s gesteld.

 

Een ander fundamenteel probleem is dat het niet voldoende zal zijn om die windmolens op zee te bouwen als we er uiteindelijk niet in slagen om die elektriciteit ook aan land te krijgen. Er is een akkoord over Ventilus, maar ik las in De Standaard dat de Waalse regering daar niet in slaagt met betrekking tot de Boucle du Hainaut of er geen prioriteit van maakt. Ik vermoed dat u goede contacten hebt met de Waalse regering. Kunt u daarover meer informatie geven? Die Boucle du Hainaut zal ook heel belangrijk zijn voor het slagen van uw project, mijnheer de minister.

 

Kunt u nog een concreet tijdpad geven met betrekking tot de Prinses Elisabethzone? Wanneer zullen die windmolens er effectief zijn? Wat zijn de volgende stappen? Kunt u concrete data geven?

 

01.09  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Mijnheer de voorzitter, ik ben het eens met collega Seuntjens. Het zou ook voor ons leuk zijn om de verkiezingen te winnen en daardoor meer vooraan in het debat te komen. Het is sowieso interessant om de stellingen van de verschillende partijen hierover ook eens te horen.

 

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting. Offshore windenergie is geen ideologisch project en staat niet, zoals hier soms wordt beweerd, haaks op de terechte ambitie om opnieuw sterker in te zetten op nucleaire energie. Beide zijn nodig, zowel om de competitiviteit van onze ondernemingen te vrijwaren en de koopkracht van onze gezinnen te beschermen als om ons onafhankelijker te maken van onbetrouwbare leveranciers van fossiele brandstoffen. Het is belangrijk om dat ook hier te blijven herhalen.

 

De PATHS2050-coalitie is glashelder, bij een vertraging van vijf jaar in de uitrol van de Prinses Elisabethzone betalen gezinnen en bedrijven 4 tot 7 % meer voor hun elektriciteit, of ruwweg 400 miljoen euro extra in 2030 alleen al. Dat is een reëel koopkracht- en competitiviteitsverlies voor gezinnen en industrie, die al sterk onder druk staan. Laat ons ook vooral de bijdrage aan de strijd tegen de klimaatverandering niet vergeten. Offshore wind zal gascentrales uit de markt prijzen en op die manier onze broeikasgasuitstoot verminderen. Wij staan dan ook positief tegenover de stappen die u zet of al gezet hebt, mijnheer de minister.

 

Het herziene tenderkader komt tegemoet aan reële bezwaren. De bouwtermijn wordt verlengd van 48 naar 60 maanden en de verplichting van burgerparticipatie vervalt, maar de optie blijft uiteraard wel bestaan. Het mag, net als de verplichting voor alle inschrijvers om bij indiening een borgsom over te schrijven. De tender wordt bovendien een volledig prijsgebaseerde veiling, waarbij de laagste strike price wint. Dat zijn rationele keuzes die de rechtszekerheid versterken en de drempel voor investeerders verlagen.

 

Maar we weten ook allemaal dat we er nog niet zijn. Er werd advies gevraagd aan de CREG over het ontwerp van wijzigingsbesluit en er werd een sectorconsultatie opgestart. Daarna moet het dossier nog worden afgerond en aan de ministerraad worden voorgelegd voor definitieve goedkeuring. Er is dus geen tijd te verliezen als u de aanbesteding nog deze zomer wilt lanceren.

 

Ik had al twee vragen ingediend die ik nu zal integreren in mijn tussenkomst.

 

Ze gingen over het feit dat wij eergisteren vernamen of lazen dat u een aangepast light hybrid-scenario hebt uitgewerkt voor het energie-eiland. Dat scenario zou ongeveer 2 miljard euro goedkoper uitvallen dan het oorspronkelijke project.

 

Kunt u daarbij de huidige stand van zaken toelichten van de onderhandelingen tussen de CREG en het Office of Gas and Electricity Markets of Ofgem over de kostenverdeling? Wanneer verwacht u daarover een definitief voorstel aan de regering te kunnen voorleggen?

 

Ik had nog een andere vraag, omdat VITO EnergyVille op 12 mei 2026 een nieuwe studie publiceerde binnen het PATHS2050-kader. Daaruit blijkt dat ons land zijn afhankelijkheid van energie-invoer kan terugbrengen van zowat 75 % vandaag tot ongeveer 40 % tegen 2050.

 

De studie maakt tegelijk heel duidelijk dat elke vertraging in de uitbouw van cruciale infrastructuur, ongeacht of het nu gaat over offshore windenergie, CO2-afvang dan wel netversterking, telkens leidt tot hogere kosten voor gezinnen en bedrijven en tot een grotere afhankelijkheid van fossiele import. Hoe vertaalt u de conclusies van de studie naar uw energiebeleid? Welke concrete stappen plant u om de uitbouw van de noodzakelijke infrastructuur te versnellen?

 

Mijnheer de minister, voor het overige zijn alle andere vragen over bezorgdheden die ik ook deel al door de andere sprekers gesteld, onder andere over de vergunningen voor Ventilus die nog kunnen worden aangevochten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen en ook over de Boucle du Hainaut. Wanneer verwacht u bijvoorbeeld dat die laatste volledig vergund en operationeel zal zijn?

 

01.10  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Collega's, ik hoop natuurlijk ook dat wij de verkiezingen winnen. Het tegendeel zou verbazen. Het is op zich niet zo erg om op het einde aan het woord te komen, want dat laat mij toe om de collega's te bedanken voor hun uitstekende vragen. Die vragen bewijzen ook hoe zinvol een dergelijke gedachtewisseling kan zijn, zelfs als die wordt georganiseerd naar aanleiding van een eenvoudig voorstel tot resolutie.

 

De heer Wollants is begonnen met het meest fundamentele punt. Deze tender, die is uitgeschreven, bevat een aantal verschillen ten opzichte van de vorige, maar tot vandaag ontbreekt de onderbouwing van die verschillen. Mijnheer de minister, op welke studies is die tender gebaseerd? U verschijnt in de media met een aantal slogans, maar veel verder dan uw buikgevoel kan ik daar niet uit afleiden. Mijn specifieke vragen daarbij sluiten aan bij de vragen die de collega's al hebben gesteld.

 

Een eerste vraag gaat over burgerparticipatie. Dat element is geschrapt. U zegt dat dat de strike price zal verlagen. Dat vind ik op zich vreemd en ik zal uitleggen waarom. Ik zal het u bekennen, mijnheer Coenegrachts: ik ben aandeelhouder van ENGIE en ik ben ook aandeelhouder in een aantal burgerparticipaties. Ik heb zelfs nog aandelen bijgekocht op 30 april. Ik ben dus aandeelhouder van beide. Op mijn aandelen van ENGIE heb ik een veel hoger dividendenrendement dan op mijn burgerparticipaties. Burgerparticipaties verlangen een veel lager rendement op hun kapitaal alvorens te investeren ten opzichte van private spelers.

 

Mijnheer de minister, u zegt dat u meer aan private spelers wilt gunnen, maar die streven naar een hoger rendement op hun kapitaal. Hoe zal dat dan voordelig zijn voor de prijs? Graag krijg ik daar wat toelichting bij.

 

Een tweede vraag, die daarbij aansluit, is hoe u de meerwaarde van burgerparticipatie zult valideren. Naar aanleiding van de Hormuzcrisis heeft de Europese Commissie de lidstaten meegedeeld dat het voordelig is om hun burgers rechtstreeks te laten participeren in energieproductie. Wij hadden daarvoor een instrument voor windenergie op zee, maar dat schrapt u. Op welke manier zult u die meerwaarde dan toch valideren, of ontkent u die voordelen?

 

Voor de carve-out PPA verwijs ik naar de collega's.

 

U schrapt de maximale biedprijs. Hoe onderbouwt u die beslissing? Mijn bijvraag daarover is de volgende. De oorspronkelijke bedoeling van de maximale biedprijs was om biedingen boven een bepaalde prijs te kunnen weigeren.

 

Stel dat alle biedingen die u ontvangt een heel hoge strike price hebben, hebt u dan nog een grond om die te weigeren of moeten we gunnen tegen die prijs, waardoor er zich in theorie een soort oligopolistische situatie kan voordoen?

 

Meer fundamenteel is er natuurlijk ook de vraag naar de timing. U hebt advies gevraagd over de tender. Men kon advies geven tot 30 april. Sindsdien heb ik niets meer gehoord over het verdere verloop. Welke adviezen zijn binnengekomen? Overweegt u aanpassingen? Legt u dat aan de Europese Commissie voor ter goedkeuring? Wanneer wordt de veiling gelanceerd? Welke timing stelt u voorop voor de selectie van de ontwikkelaar en voor de uiteindelijke productie van elektriciteit?

 

In dat verband – ik maak daarmee de brug naar het energie-eiland – verwijs ik ook naar het advies van de CREG dat is binnengekomen over mijn voorstel van resolutie. In dat advies wordt het parcours geschetst dat u met die tender hebt afgelegd en dat is bijzonder bochtig. Het oorspronkelijke voorstel dat u aan de CREG hebt voorgelegd, bevatte immers niet eens het tweezijdige CfD. Op advies van de CREG hebt u dat vervolgens geschrapt en volledig aangepast, waardoor opnieuw een aantal maanden verloren zijn gegaan.

 

Ik vraag me dan ook af welke lessen u daaruit trekt. Hoe zult u die toepassen op het energie-eiland? Ook daar wordt immers – zonder dat we alle details kennen, maar vanop afstand bekeken – opnieuw een zeer bochtig parcours afgelegd. Eerst luidde het dat het veel te duur was, dat de oorspronkelijke insteek van het hybride eiland de kosten opdreef en dat we dat niet mochten doen. Toch konden we gisteren lezen dat u opnieuw gaat voor het hybride eiland, het plan van voormalig minister Van der Straeten, zij het met een iets beperktere capaciteit. Op zich juich ik dat toe, want het komt overeen met mijn oorspronkelijke analyse. Het probleem is dat men eerst iets anders zegt, vervolgens de zaak maandenlang bestudeert en vervolgens tot de conclusie komt dat de vorige regering gelijk had. Kunt u dat duiden?

 

Aansluitend bij wat de heer Wollants zei, ik heb begrepen dat Elia vrijdagochtend een toelichting zal geven over wat er precies is gewijzigd in de technische analyse. Het zou interessant zijn om die toelichting ook met het Parlement, met deze commissie, te delen, zodat we kunnen nagaan welke elementen zijn bijgestuurd om tot die prijsverlaging te komen.

 

Wat de uitstaande kavels betreft, rond het nucleaire heeft de regering een aantal doelstellingen geformuleerd. Men wil 4 gigawatt aan nucleaire capaciteit realiseren. Dat is een heldere doelstelling. Kunt u een dergelijke heldere doelstelling ook voor de hernieuwbare energie formuleren?

 

01.11  Steven Coenegrachts (Anders.): Collega's, we doen voort met de ontboezemingen. Ook ik wil graag de verkiezingen winnen, natuurlijk, net als iedereen. Ik wil dat niet doen om sneller in de rij iets te kunnen zeggen, maar wel om meer impact te hebben op het beleid. U zit hier allen toch ook om die reden?

 

Ten tweede, ik heb geen aandelen, al helemaal niet van beursgenoteerde bedrijven. Zeg dat niet tegen de heer Van Quickenborne, alstublieft. Ik heb geen Einsteinrekening. Ik heb een paar coöperatieve aandelen, maar in een bank. Dat zal wellicht ook niet helemaal juist zijn. Enfin, ontboezemingen alom.

 

Ik kom tot de kern van de zaak, energie en energie op zee, waarin ik als Limburger natuurlijk een bijzondere positie inneem. Wij hebben als Limburgse belastingbetalers via Aspiravi en allerlei constructies via Nuhma, eigenlijk als eersten windmolens op zee geplaatst. Ik ben als Limburgse belastingbetaler dus al zeer lang betrokken bij alle projecten.

 

Mijnheer de minister, u bent hier vandaag door uw coalitiepartners opnieuw een beetje opgejaagd om sneller werk te maken van die windmolens op zee. Ik sta daarachter. Ik vind ook dat u dat sneller had kunnen doen en dat u na het intrekken van de tender sneller met een eigen voorstel had kunnen komen. Het is wel een beetje opvallend dat de heer Seuntjens u zit op te jagen voor nog meer windmolens op zee, terwijl zijn eigen minister op Vlaams niveau tot recordlaagtes komt wat betreft windmolens op land.

 

Nooit eerder ging het zo slecht met vergunningen voor windmolens op land en afhankelijk van de samenstelling van de regering en het beleidsniveau krijgt men daarop kritiek dan wel schouderklopjes.

 

Ik heb mevrouw Van Keymolen over Ventilus gehoord. U hebt gelijk. Het wordt tijd dat we daar een versnelling hoger schakelen. Het zou dan wel fijn zijn dat uw eigen burgemeester stopt met stokken in de wielen te steken. Ik stel voor dat op uw volgende partijraad ook eens over Ventilus wordt gesproken.

 

Mijnheer de minister, u hebt ons nog niet veel wijzer gemaakt over de keuzes die u hebt gemaakt. We hopen dat dat in uw repliek aan bod komt. Een kwestie die al helemaal niet werd aangekaart en waarvan ik tevergeefs hoopte te vernemen wie van de meerderheid ze op tafel had gelegd, is de schrapping van de verplichting tot vaste contracten die de industrie met de bouwheer of de exploitant van de windmolens kon sluiten. Ik vind dat vreemd, want als men de helft in vaste contracten voor de industrie kan steken, dan wordt de overheid slechts voor de helft blootgesteld om tussen te komen met belastinggeld als de prijs lager is dan de strike price. Ik begrijp die keuze niet goed en verwijs naar onze discussie over de overname van de kerncentrales van een paar weken geleden – eigenlijk was er weinig discussie, want we zaten allemaal op dezelfde lijn, behalve Groen – , discussie waarin een van de argumenten van u en de eerste minister net was dat we dan de industrie via vaste contracten elektriciteit zouden kunnen aanbieden, waardoor niet alleen de energiebevoorrading, maar de prijs op lange termijn verzekerd zou zijn. Waarom schrapt u dus die verplichting uit de tender? Dat is toch niet consequent?

 

Bovendien werd in de vorige tender, die goedgekeurd was door de Europese Commissie, expliciet opgenomen dat er een mogelijkheid van 50 % was om vaste contracten met de industrie te sluiten. Zult u nu opnieuw de Europese Commissie om haar fiat moeten vragen? Verwacht u dat zij die zal geven, nu men terugkomt op een expliciete afspraak? Ik vind dat een van de belangrijkste wijzigingen in de tender.

 

Voor het overige sluit ik mij aan bij de vele vragen over het energie-eiland, onder meer van collega Wollants. De belangrijkste en interessantste vraag betreft de door u aangekondigde besparing van 2 miljard euro. We weten immers niet ten opzichte van welk bedrag die besparing van 2 miljard euro zou worden gerealiseerd. De initieel geraamde kostprijs van dat project was 2,3 miljard euro. Daarna werd het 5 miljard euro, vervolgens 7 miljard euro en daarna 8 miljard euro. Bespaart men nu 2 miljard euro op 8 miljard euro? Ik dacht eigenlijk dat dat al enkele jaren geleden gebeurd was met de beslissing om nog even te wachten met de DC-verbinding. Gaat het nog steeds om die oorspronkelijke 2 miljard euro, of over een extra besparing van 2 miljard euro? Zo verzeilen we weer in een soortgelijk discussie als die over 2 GW plus 2 GW, en 4 GW plus 2 GW nucleaire energie. Nu gaat het over min 2 miljard euro, zonder te weten van welk bedrag die in mindering wordt gebracht. Ergens wordt er dus 2 miljard euro bespaard. Kunt u daar duidelijkheid over verschaffen?

 

01.12  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, j'ai ici quelques questions pour démarrer cet échange de vues.

 

Pour commencer sur le calendrier, vous nous avez dit il y a quelques semaines que vous alliez aboutir fin mars 2026. C'était la date annoncée. Vous étiez sûr de votre coup. Nous sommes en mai et il n'y a toujours rien qui arrive. Vous nous avez aussi dit par la suite que ce serait pour le printemps. La fin du printemps, c'est le 21 juin, dans 33 jours. Nous avons encore beaucoup trop peu d'éléments concrets susceptibles de nous rassurer concernant l'atterrissage, à ce moment-là, du relancement de l'appel d'offres.

 

Monsieur le ministre, dites-le nous maintenant: allez-vous parvenir à tenir ce délai? Ou bien sera-ce l'été, l'automne ou l'hiver? Dites-le nous. La situation en matière d'énergie est extrêmement préoccupante. Le Parlement a le droit d'être informé sur la date précise sur laquelle vous décidez de vous engager aujourd'hui devant nous.

 

Pouvez-vous nous informer également des différentes étapes encore nécessaires pour que cet appel d'offres puisse être enfin republié?

 

Qu'en est-il également du calendrier provisoire pour les zones 2 et 3? Avez-vous également des dates à nous communiquer à ce sujet?

 

Concernant la participation citoyenne, nous en avons déjà parlé. Nous regrettons que vous ayez retiré les éléments qui permettaient de soutenir la participation des citoyens, des Belges, à ce projet. Nous le regrettons parce que nous sommes dans une situation que vous décrivez vous-même, avec votre gouvernement, comme étant très complexe en termes budgétaires. Là, vous pouvez mobiliser l'épargne des citoyens et vous refusez de le faire.

 

Pour nous, c'est incompréhensible, d'autant plus qu’il est très important pour nous de faire en sorte de pouvoir mobiliser cette épargne, aussi dans une optique de participation des citoyens à la transition, et pas uniquement de laisser... Nous ne savons ce qui va se passer demain.

 

Avec le projet tel que vous nous le présentez, un consortium chinois pourrait venir casser les prix et s'accaparer une partie de notre indépendance énergétique. Est-ce cela que nous voulons aujourd'hui? Sont-ce les investissements pour l'éolien offshore dans notre pays que vous essayez de capter, monsieur le ministre? Vu les circonstances à l'international, je ne pense pas que cela soit ce dont nous avons besoin actuellement.

 

Pouvez-vous également nous éclairer sur les éléments concrets qui ont changé dans l'arrêté royal par rapport à la première version lancée par Tinne Van der Straeten? Quels sont les éléments tangibles que vous avez décidé de modifier?

 

D'autre part, nous n’avons toujours pas eu de réponse sur les raisons précises pour lesquelles vous avez débranché l'appel d'offres de votre prédécesseuse.

 

Vous n'avez pas toujours pas explicité les incertitudes juridiques. Dès lors, nous souhaiterions obtenir des réponses à cet égard.

 

Enfin, vous avez annoncé ce week-end le redémarrage de Nautilus et de l'île énergétique, avec un coût inférieur à 2 milliards d'euros. Pouvez-vous nous confirmer que cette baisse résulte d'une détente conjoncturelle du marché européen? Pouvez-vous également nous dire à quelle date la CREG et son équivalent britannique l'Office of Gas and Electricity Markets (OFGEM) auront conclu les discussions en cours? Je vous remercie de vos réponses précises.

 

De voorzitter: Mijnheer de minister, u hebt enkele vragen gekregen. U hebt meer dan 1 minuut en 24 seconden om erop te antwoorden.

 

01.13  Mathieu Bihet, ministre: Vous voyez, lorsqu’on gagne les élections, on part malgré tout en dernier. C’est tout de même un problème!

 

Quoi qu’il en soit, je vous remercie, chers collègues, pour vos nombreuses questions. Je vais tenter d’y répondre dans l’ordre dans lequel elles m’ont été posées, tout en regroupant naturellement celles qui portent sur les mêmes thématiques.

 

Wat de consultatie betreft, zoals u aangeeft, werd er een publieke consultatie georganiseerd inzake het ontwerp ter herziening van het koninklijk besluit inzake tender, om alle nodige duidelijkheid te verschaffen over het nieuwe regelgevende kader. We hebben de wijzigingen zelf aangeduid, met track changes om de vergelijking met de vorige aanbesteding te vergemakkelijken.

 

Madame Schlitz, vous m’avez demandé ce qui avait changé. Nous avons, pour les industriels eux-mêmes, publié l'arrêté royal en mode track changes, afin que chacun puisse clairement identifier les différentes modifications. Cest un exercice de transparence qui, à ma connaissance, a rarement eu lieu. Je tiens à le souligner tout en ajoutant que ce travail a été réalisé avec l’administration.

 

Le secteur a ainsi été consulté sur les modifications du principe de l’appel d’offres. L’objectif était d’obtenir un retour sur d’éventuelles zones d’ombre à éclaircir. Les réponses sont en cours d’analyse par la DG Énergie. Elles seront évidemment prises en considération, en même temps que l’avis de la CREG, attendu pour la fin du mois de mai.

 

S’agissant de la consultation auprès de la Commission européenne, comme je vous l’ai indiqué, une nouvelle décision est nécessaire. À cet égard – et je pense l’avoir déjà mentionné lors de notre précédente réunion de commission – les premières discussions ont déjà eu lieu et se poursuivent avec la Commission. Dans un souci d’efficacité, il a été décidé de soumettre en parallèle les critères du NetZero Industry Act (NZIA), qui constitue le dernier framework de normes européennes.

 

Wat de kosten- en batenanalyse betreft inzake het nautische project, werd overeenkomstig de regeringsbeslissing van juni 2025 een werkgroep opgericht, samengesteld uit mijn kabinet, de AD Energie, de CREG en Elia. Er vonden eveneens regelmatige contacten plaats met onze Britse partners.

 

Plusieurs options de design ont été développées. Souvenons-nous, ainsi que M. Wollants l'a indiqué, que nous avions reçu Elia en commission pour nous expliquer les quatre scénarios possibles en ce qui concerne l'île énergétique et les interconnexions. Elles ont été discutées avec ENGIE. De plus, des analyses coûts-bénéfices ont été entreprises. À l'issue de celles-ci, il est apparu que seule l'option light hybrid, mentionnée dans la presse – et je me permets de corriger M. Thiébaut, puisqu'il ne s'agit pas d'un communiqué de presse de ma part, mais d'un article que j'ai découvert lundi matin et qui allait plus loin que ce qui avait déjà été discuté –, présente une analyse coûts-bénéfices positive et est également compatible avec le cadre régulatoire en vigueur au Royaume-Uni. Pourquoi cette précision? Parce que, pendant tout un moment, il fut question d'un point to point avec ce pays comme alternative à un hybride par l'île. Or le point to point ne rentre pas dans le cadre régulatoire britannique. Donc, les Britanniques ne souhaitent pas s'engager dans cette voie.

 

Met betrekking tot de repowering, conform het regeerakkoord is het de bedoeling om tegen het einde van deze legislatuur te beschikken over een repoweringplan voor de oostelijke zone. Een eerste analyse werd al in 2024 uitgevoerd door een studiebureau. De AD Energie werkt momenteel aan een actualisering van die studie, inclusief de uitwerking van bijkomende scenario’s. Daarbij wordt onder meer onderzocht hoe de percelen opnieuw kunnen worden afgebakend om de productie te optimaliseren, zowel tijdens de overgangsfase van de repowering als na de voltooiing ervan.

 

Un projet de recherche BePowering, financé par le Fonds de transition énergétique, est en cours. Ce projet, également suivi par la DG Énergie, se concentre plus spécifiquement sur la modélisation des sources éoliennes et des effets de sillage.

 

Le plan de repowering de la zone orientale ne pourra voir le jour sans un dialogue structuré et une collaboration évidemment constructive avec le secteur. Pour cela, nous prévoyons de lancer les discussions prochainement avec le secteur lui-même.

 

Hoeveel deelnemers beoogt u? Mijnheer Wollants, dat was uw vraag. Door het voorzien in een juridisch robuust regelgevend kader wordt een gunstig en aantrekkelijk investeringsklimaat gecreëerd. Ik ben dan ook positief dat ontwikkelaars dat ook op die manier zullen ervaren en dat een aanzienlijk aantal inschrijvers zal deelnemen aan de aanbesteding.

 

Plusieurs collègues m'ont interrogé à propos des différents critères du tender. Comme je l'ai dit à Mme Schlitz concernant les modifications en track changes, les modifications apportées au principe de l'appel d'offres ont pour objectif de renforcer la concurrence et d'offrir davantage de flexibilité aux futurs participants à l'appel d'offres, ce qui aura un effet positif sur le strike price attendu. Les simplifications et clarifications apportées dans ce cadre poursuivent le même objectif.

 

Concernant le mécanisme de soutien en tant que tel, le gouvernement a décidé d'appliquer un mécanisme two-sided CfD pour l'ensemble des volumes de production. Dans ce mécanisme, il est toujours possible pour les industriels, par exemple, de signer des power purchase agreements (PPA), pour répondre à la question de M. Coenegrachts.

 

Pour ce qui est de la participation citoyenne, nous avons souhaité offrir la flexibilité aux soumissionnaires. Elle n'est donc pas interdite, contrairement à ce que j'ai pu lire à de nombreuses reprises. Elle n'est pas obligatoire, mais elle n'est pas exclue. Il est évidemment toujours possible d'avoir une part de participation citoyenne dans les projets et parmi  les candidats soumissionnaires.

 

Concernant la suppression du strike price maximum, cette modification s'inscrit également dans l'objectif de renforcer la concurrence et d'offrir davantage de flexibilité aux soumissionnaires. Ainsi, nous garantissons que le strike price sera le plus bas possible.

 

Les critères concernant la Chine viennent directement du NZIA et du règlement d'exécution du NZIA lui-même. Par conséquent, la Belgique est obligée d'appliquer ces règlements et les critères qui en découlent.

 

De principes van de aanbesteding vormen een belangrijk onderdeel van het regelgevende kader. Ook andere punten dienden echter nog te worden verduidelijkt om de robuustheid van het kader en de juridische stabiliteit te waarborgen.

 

À cet égard, nous avons clarifié également le régime d'indemnisation applicable en cas de mise en service tardive de l'extension du MOG, par la modification de l'arrêté royal du 16 juin 2024, permettant ainsi de lever les incertitudes et de garantir une plus grande sécurité juridique aux futurs participants à l'appel d'offres. Il s'agissait donc des liabilities qui ont été déjà clarifiées.

 

Enfin, il convient de souligner que l'obtention récente, par le gestionnaire de transport Elia, des permis pour Ventilus est venue apporter un élément de clarté supplémentaire. Je remercie évidemment mon collègue Jo Brouns pour la décision positive en ce sens. Nous attendons la décision concernant la Boucle du Hainaut, mais patience et longueur de temps, comme vous le savez… On y arrivera sans doute.

 

Mijnheer Ravyts, u vraagt welke impact de investeringen in offshore zullen hebben op de nettarieven. De offshore investeringen hebben geen impact op de nettarieven. Het zijn de investeringen in het MOG II, met name het energie-eiland en de aansluiting van de offshore windmolens op het onshore net, die een impact hebben op de nettarieven van Elia. Ik wil u herinneren aan de beslissing die wij in juni 2025 hebben genomen om het gelijkstroomgedeelte van het energie-eiland op te schorten, gelet op de explosie van de kosten van het energie-eilandproject.

 

Concernant les questions de M. Bombled, notamment, sur PEZ 2, les études relatives à la sécurité maritime dans la zone Princesse Élisabeth ont été finalisées par la DG Navigation et une consultation ciblée est en cours. Celle-ci prendra fin le 7 juin 2026. Sur cette base, des conclusions et recommandations politiques me seront adressées, ainsi qu'à mon excellente collègue Annelies Verlinden. Si ces études concluent à la nécessité de modifier la superficie des parcelles, un nouvel arrêté royal relatif aux parcelles devra être adopté. Une décision pourra ensuite être prise par le Conseil des ministres, après avis de la CREG et consultation d'Elia.

 

Enfin, concernant Nautilus, monsieur Bombled, la configuration hybride de l'interconnexion permet justement la réalisation d'une interconnexion supplémentaire avec le Royaume-Uni, ainsi que le raccordement d'un parc éolien offshore qui sera situé dans la parcelle 3 de la zone Princesse Élisabeth.

 

Monsieur Thiébaut, vous aviez une discussion concernant nos industriels. Nous comprenons évidemment l'impact et l'importance de la clarté pour le marché, mais il est également essentiel de pouvoir garantir la sécurité juridique nécessaire, la compétitivité, mais également l'accessibilité financière du tender, tant aujourd'hui qu'à l'avenir.

 

Monsieur D'Amico, on ne nationalisera pas tout le secteur énergétique, vous vous en doutez, même si j'ai donné un petit espoir il y a 15 jours. Monsieur D'Amico et notamment madame Schlitz, concernant les prochaines étapes, il était fondamental de disposer d'un cadre réglementaire clair, robuste et complet. Celui-ci est essentiel pour garantir la sécurité juridique, la compétitivité et l'accessibilité financière de ce tender. À cet égard, les travaux de révision de l'arrêté royal tender sur la base des décisions qui ont été prises concernant les principes eux-mêmes sont en cours et avancent de manière intensive.

 

Concernant les prochaines étapes, comme déjà dit, l'avis de la CREG sur le projet de révision de l'arrêté royal tender est attendu pour fin du mois. En outre, les réactions du secteur sur la consultation sont en cours d'analyse et seront compulsées ainsi que l'avis de la CREG afin d'être pris en compte. Le projet d'arrêté royal modifié devra également être soumis pour avis au Conseil d'État.

 

Monsieur Lejeune, vous aviez également une question sur PEZ 3. Ma réponse est identique. Si des modifications de la densité doivent être effectuées, il faudra repasser par le processus que je viens d'expliquer concernant l'arrêté royal lui-même.

 

Mevrouw Van Keymolen, wat betreft de studie van VITO EnergyVille waarnaar u verwijst, dat is niet nieuw. Ik heb reeds op 3 maart in de commissie geantwoord op vragen over de conclusies van deze studie.

 

Voilà, je crois que j'ai répondu ainsi à toutes vos questions.

 

01.14  Bert Wollants (N-VA): Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik het iedereen uiteraard gun om verkiezingen te winnen. Als iedereen evenveel wil winnen, is het ook goed…

 

Mijnheer de minister, ik denk dat al wel wat duidelijkheid is geschapen. Er zijn nog een aantal elementen die in de toekomst misschien verdere verduidelijking nodig zullen hebben. De link met de PPA’s is mij vandaag minder duidelijk. U zegt dat die mogelijk blijven, maar in welk kader zal dat dan juist plaatsvinden? Zal dat op dat moment nog een systeem zijn dat de nodige interesse zal opwekken bij degenen die de tender uiteindelijk winnen, zodat die PPA’s er effectief wel of niet komen? Dat is mij vandaag dus nog niet helemaal duidelijk.

 

Ik ben ook blij met de flexibele manier waarop u omgaat met burgerparticipatie. Als de heer Van Lysebettens het bij het juiste eind heeft, is die veel goedkoper en zal die dus gegarandeerd de tender winnen. Als een aantal andere mensen gelijk hebben, zou het misschien toch net iets complexer moeten zijn dan dat. Laten we kijken wat er uit die tender komt, dan kunnen we daar verdere stappen in zetten.

 

Wat het energie-eiland betreft, moeten we goed bekijken wat we daar exact gaan doen, hoe die wijzigingen eruitzien, wat de juiste bedragen zijn. Ik heb de indruk dat we dat verder moeten uitdiepen in volgende vragen. Het zou wel interessant zijn mochten de parlementsleden die maatschappelijke kosten-batenanalyse ter beschikking krijgen. Dat geeft toch wat comfort om verder in die materie te duiken. Mijnheer de voorzitter, misschien kunnen die documenten aan het secretariaat bezorgd worden?

 

Ik kijk in ieder geval vooral uit naar de verdere stappen die hier worden gezet. Het is duidelijk dat er nog wel wat werk aan de winkel is, zeker als er nog een traject via Europa moet verlopen. We kijken wel uit naar het oordeel op dat vlak. Ik ben daar minder kritisch over dan sommige andere collega’s, die zich afvragen of Europa het daar wel mee eens zal zijn. Als ik het altijd goed heb begrepen van de vorige minister, was er extra overtuigingskracht nodig om die carve-out uiteindelijk in de teksten te houden. Europa was niet echt vragende partij. Ik denk dus niet dat het verdwijnen daarvan een moeilijk element zal zijn voor Europa. Goed, we weten natuurlijk nooit wat daar exact uit zal komen. We kijken vooral uit naar het verdere traject, zodat we hier absoluut vooruit mee kunnen. Dat is toch wel aan de orde.

 

01.15  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden. U hebt op een aantal vragen concreet geantwoord. Wij kijken uiteraard nog uit naar het advies dat wij eind mei 2026 krijgen over het koninklijk besluit inzake de tender. U hebt ook meegegeven dat de resultaten van de publieks- en sectorbevraging nog worden verwerkt. De kwestie van China zit inderdaad in de NZIA. Dat klopt.

 

Nadat ik uw hele antwoord heb beluisterd en omdat de leden van Ecolo-Groen vooral met de timing bezig zijn, meen ik dat er voor de zomer wellicht geen sprake meer zal zijn van het in de markt zetten van de tender. Het zou mij verwonderen mocht alles plots heel snel samenvallen, ook bij de Europese Commissie. Wij zullen moeten afwachten.

 

Net als de heer Wollants vraag ik de MKBA of maatschappelijke kosten-batenanalyse rond de scenario's en de uiteindelijke keuze voor light hybrid. Dat is een belangrijke keuze.

 

Ik zou de kwestie van de nettarieven zeker niet al te veel nuanceren. Ze moet niet genuanceerd worden. Onze bevolking heeft er recht op te weten wat er allemaal nodig is in het kader van onze energiebevoorrading en onze strategische autonomie en welke prijs daartegenover staat. Daarover moet volledige transparantie bestaan.

 

Ik hoor dat het beleidskader voor repowering in normale omstandigheden wellicht pas tijdens de volgende legislatuur zal worden geconcretiseerd. Wij kunnen daar ook mevrouw Verlinden nog over bevragen. Zij heeft daar toch ook iets mee te maken.

 

Inzake de carve-out en alle andere aspecten, gedetailleerd dan, ook de burgerparticipatie van het koninklijk besluit betreffende de tender, zullen wij moeten zien wie de winnaar wordt. Ik ga daar niet op vooruitlopen. Uiteindelijk zullen wij pas een definitief oordeel kunnen vellen als wij zien wie wint en tegen welke prijs. Ik ga uw keuzes hier dus zeker niet afbreken. Ze zijn anders dan de keuzes van uw voorgangster.

 

Mijnheer D’Amico, inzake het debat over nationalisering volgt u hopelijk ook de realiteit van het aandeelhouderschap met betrekking tot het offshoregebeuren en de windparken.

 

Ik lees bijvoorbeeld dat de Federale Investeringsmaatschappij ook bezig is aandelen te nemen en dus te participeren. Ik vind het een goede zaak dat er zoveel mogelijk Belgische verankering komt in de offshore windenergie.

 

Ik wil mijn repliek afsluiten door nogmaals te zeggen, mijnheer de minister, dat wij voorstander zijn van bijkomende klimaatneutrale elektriciteitsproductie, dus offshoreproductie. De energietransitie is bezig, of we het graag hebben of niet. Ze vereist dus bijkomende volumes aan betrouwbare, betaalbare, en klimaatneutrale stroom. Dan is offshore windenergie een belangrijke optie. Omdat ze zo’n belangrijke optie is, moet ze volgens ons echter zo goedkoop mogelijk worden ontwikkeld.

 

Ik blijf het maar herhalen, ik hoop dat we niet naar een nieuw Jean-Marie Dedecker-verhaal gaan. Hij smult nog altijd van de royale overheidssteun die 20 jaar geleden aan de offshoreparken gegeven is, nietwaar, mijnheer Soete? U kent het dossier van een voormalig minister van de Noordzee uit Oostende.

 

Samengevat, wij willen dat de offshore netaansluiting tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten gerealiseerd wordt.

 

De voorzitter: Dank u wel, collega Ravyts. Ik onthoud vooral uw pleidooi voor een Belgische verankering. Dat zal uw collega Sam Van Rooy ongetwijfeld plezieren.

 

01.16  Christophe Bombled (MR): Monsieur le ministre, merci pour vos réponses. D'une part, il est en effet fondamental de disposer d'un cadre réglementaire clair, robuste et complet au moment de la relance de l'appel d'offre du lot 1 de la zone Princesse Élisabeth. D'autre part, en passant à un scénario light hybrid en ce qui concerne Nautilus, vous démontrez qu'on peut à la fois renforcer notre sécurité d'approvisionnement tout en limitant la facture pour les citoyens et les entreprises. Et c'est exactement ce que nous défendons: des investissements ciblés dans l'offshore et les interconnexions, mais avec une attention constante au coût, à la compétitivité et à la clarté réglementaire.

 

01.17  Éric Thiébaut (PS): Merci, monsieur le ministre, pour toutes ces précisions. Je crois qu'on ne doit quand même pas perdre de vue qu'on parle ici d'un projet énorme, qui a une importance énorme pour l'indépendance énergétique de notre pays. Aujourd'hui, la puissance maximale nécessaire au niveau de la consommation d'électricité dans notre pays est de 14,4 gigawatts. C'est le pic qu'on a constaté ces derniers temps.

 

Ici, on parle quand même d'une production d'électricité avec l'énergie renouvelable qui va de 3,5 à 8 gigawatts, d'après ce qu'on trouve dans la presse. Mais votre réaction est symptomatique du manque de précisions à ce sujet. Et toujours est-il que si on est à 3,5 ou à 4 gigawatts, on parle quand même d'une proportion énorme en matière d'approvisionnement en électricité de notre pays. C'est donc un projet vraiment fondamental pour notre autonomie. On attend évidemment avec impatience les résultats de la consultation du secteur, les précisions sur les mécanismes de soutien, l'avis de la CREG et les précisions sur les consultations avec la Commission européenne.

 

On a eu confirmation de l'option technique choisie, qui était dans la presse, mais on n'a pas plus de détails et on n'a pas l'évolution des coûts du projet total pour les utilisateurs. Donc, cela reste quand même un peu flou pour moi. On n'a pas beaucoup d'éléments concernant l'avenir des autres parcelles de l'île énergétique. Concernant la production totale, nous n'avons pas d'éléments. Finalement, de quelle puissance parle-t-on exactement aujourd'hui, monsieur le ministre?

 

01.18  Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, vous ne me décevez pas. Je connais quand même votre politique. La politique libérale, vous la connaissez mieux que moi: on nationalise les pertes et on privatise les bénéfices. Là, je ne vous apprends rien. On constate aussi que cette politique d'appel d'offres au privé nous coûte cher et prend beaucoup de temps, alors que ce sont des monopoles qui en récolteront les bénéfices. On a besoin de reprendre en main ce secteur essentiel pour assurer la transition.

 

Concernant l'île énergétique, vous dites ne pas avoir fait de communiqué de presse et qu'il s'agit d'une fuite. Ce qui est regrettable, c'est qu'on en apprend plus dans la presse que ce que vous nous avez dit aujourd'hui. Je n'ai pas obtenu beaucoup de réponses à mes questions sur ce futur projet. On ne sait toujours pas ce qu'il en est au niveau du budget ni des capacités énergétiques de cette version light.

 

01.19  Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour toutes vos réponses. En effet, l'avancement de l'île énergétique est extrêmement important, tant pour les parcelles 1 que 2 et 3, en maîtrisant bien entendu les coûts, sachant ce qui est arrivé dans le passé.

 

Je tiens à préciser pour nos collègues que la Région wallonne avance sur la Boucle du Hainaut. Nous avançons de façon conjointe, ce qui nécessitera une coordination rapprochée pour le rétroplanning, mais les choses bougent.

 

01.20  Oskar Seuntjens (Vooruit): Ik heb de verklaringen van alle fracties gehoord en heb het gevoel dat we allemaal dezelfde doelstellingen hebben, namelijk zo snel mogelijk werk maken van strategische autonomie en productie van duurzame energie. Alleen de richting verschilt wat. Groen wil liefst geen kerncentrales, andere partijen willen dat wel. De PVDA en het Vlaams Belang willen een Belgische nationalisering van de windmolens, maar ik denk dat dat vandaag niet per se nodig is, omdat die sector goed bezig is. Er zijn andere mogelijkheden om daar als land meer grip op te hebben. Ik heb daartoe een aantal aanbevelingen gedaan in een voorstel van resolutie, die aansluiten bij de aanbevelingen van de CREG.

 

Wat echter essentieel is, is het tempo. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat we nu zo snel mogelijk vaart moeten maken. Het dossier gaat nog naar Europa. Ik hoop, samen met u, dat dat advies positief zal zijn. Dat zal dan hopelijk het startschot zijn van een traject waarbij we voor onze energieproductie zo snel mogelijk minder afhankelijk worden van andere landen. Veel succes, mijnheer de minister. Dit is een belangrijke zaak.

 

01.21  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Dank u wel. Ik zal niet herhalen wat ik daarnet al heb gezegd. Ik wil heel kort samenvatten dat we inderdaad geen tijd te verliezen hebben. Dit dossier is echt heel belangrijk voor onze energiemix.

 

Ik wil nog even reageren op de opmerking van de heer Coenegrachts over Ventilus. Het klopt dat een aantal burgemeesters van mijn partij zich daartegen verzetten, maar de minister heeft ook al vermeld dat het ook een minister van mijn partij is, Jo Brouns, die de vergunning voor het Ventilus-project heeft verleend. Iedereen moet doen wat hij denkt te moeten doen. Iedereen heeft ook het recht om zijn rechten uit te putten en te laten gelden. Het standpunt van mijn partij is daarin duidelijk, we moeten daar heel snel mee vooruit.

 

01.22  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer Wollants, ik was een beetje verbaasd toen u zei dat de minister niet of onvoldoende heeft geantwoord op de vraag over de PPA. Mijn inschatting is dat hij daar wel op heeft geantwoord en het antwoord is hetzelfde als bij burgerparticipatie. Het is aan de indieners van de tender om daar iets mee te doen. Met andere woorden, de federale regering ontneemt zichzelf elke mogelijkheid om een PPA op te leggen, om burgerparticipatie op te leggen. Het zal van de goodwill van de industrie afhangen om dat te doen of niet. In die zin zit ik op dezelfde lijn als de heer Coenegrachts. Men kan hier van alles zeggen over goedkope energie voor onze industrie, maar als het gaat over het zichzelf de middelen geven om dat te doen, dan doet deze regering het tegenovergestelde. Men laat het gewoon los.

 

Als het dan gaat over het advies van de Europese Commissie, het zal niet op de PPA zijn dat men in de problemen komt. Waar men wel in de problemen zal komen, zal net zijn op het stuk van participatie, want er is een Europese verordening, een Europese EU-verplichting, de Renewable Energy Directive (RED III) en de Electricity Market Design (EMD), die België verplicht om energiegemeenschappen te ondersteunen.

 

Het aspect van de vorige tender, waarbij die energiegemeenschappen ondersteund werden door het stukje participatie, valt vandaag weg. U zult daarover vragen krijgen van de Commissie, mijnheer de minister, en u zult moeten verantwoorden op welke manier België daarmee aan de slag gaat. Daar ligt de grote dreiging voor dit beleid en daarop geeft u hier geen antwoord, behalve dan dat uw buikgevoel zegt dat het de prijs gunstig zal beïnvloeden. Ik kan u verzekeren dat dat niet zal volstaan voor de Commissie. U zult daar een ander antwoord voor moeten vinden. Anders zal er inderdaad, net zoals u zelf ietwat beetje schertsend zegt over de Boucle du Hainaut, patience et temps nodig zijn voor men hier tot resultaten komt.

 

01.23  Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, ik zou u danken voor uw antwoorden, maar ik weet niet of ik echt antwoorden heb gekregen.

 

Wat is nu de impact van die vaste contracten met de industrie, ook budgettair? Ik zie dat niet. U antwoordt daar niet veel op. U zegt dat ze dat maar moeten doen als ze dat willen doen.

 

Het probleem daarmee is het volgende. Als men dat binnen het project doet en koppelt aan een verplichting, kan men de industrie een vooruitzicht geven op stroombevoorrading aan stabiele prijzen voor een periode van tien tot vijftien jaar. Dat is natuurlijk fantastisch, dat is wat we willen. U schrapt dat en u zegt dat de energieleveranciers het maar zelf moeten doen. Een energieleverancier kan zich natuurlijk maar verzekeren tegen risico’s voor zover de futures op de groothandelsmarkten vooruitkijken, dat is drie tot vier jaar. Dus dat is eigenlijk wat we niet willen. We wilden meer. Dat is wat u beloofde te realiseren als we kerncentrales zouden overnemen, maar nu weigert u het in te voeren bij iets wat u zelf in de hand hebt.

 

Ik begrijp niet waar het probleem zit. Ik heb hier niemand van de meerderheid horen zeggen daarmee een probleem te hebben en toch is er minstens één iemand die er een probleem mee heeft, want ik neem aan dat u het anders gewoon zou hebben ingevoerd en bij de verplichtingen zou hebben gezet, zoals in de vorige tender. Ik weet niet wie zich nog wil outen als de grote tegenstander van dat systeem, maar dan weten we tenminste waar het zit.

 

Ik stel vast dat u het ene zegt als we kerncentrales overnemen en het andere doet als u tenders uitschrijft voor windmolens. Ik blijf met heel veel vragen achter. Ik weet niet wat er gebeurd is en waar het probleem zit. Ik weet ook niet wat de impact is. Ik weet niet wat de budgettaire impact is. Ik hoop u te overtuigen om daarover nog wat meer klaarheid te geven tijdens deze commissievergadering.

 

01.24  Kurt Ravyts (VB): Ik wil reageren op wat collega Van Lysebettens zei over burgerparticipatie. Hij waarschuwde dat de Europese Commissie daar een aantal voor het dossier cruciale vragen bij kan of zal stellen. Ik weet wel wat de CREG op 27 april 2026 gezegd heeft, toen de Europese wetgeving waarnaar verwezen werd reeds bestond.

 

Mijnheer Van Lysebettens, in zijn advies van drie weken geleden over uw resolutie zegt de CREG dat het niet aangewezen is om burgerparticipatie opnieuw op te nemen als gunningscriterium. Ik citeer: “Naast de prijs van de geboden strike price kan dit tot een aantal risico’s leiden. Enerzijds zal de burgerparticipatie de complexiteit voor het beheer van het project en de financieringskosten doen toenemen, wat tot een hogere strike price kan leiden. Om die reden zou de CREG verkiezen om de gunning enkel op basis van een prijscriterium te organiseren. Men kan er ook voor kiezen om burgerparticipatie op te nemen als selectiecriterium."

 

Ik meen dat de minister dus nogal goed naar de CREG heeft geluisterd. Het is een recent advies, het is niet verouderd.

 

Dat wil ik gewoon aanbrengen als argument. Ik ben hier niet om de minister te verdedigen. Ik wil gewoon wat kanttekeningen plaatsen bij zijn keuzes.

 

De voorzitter: Mijnheer Ravyts en mijnheer Van Lysebettens, ik stel voor dat jullie die discussie in de koffiekamer voortzetten, want we houden hier een gedachtewisseling met in de eerste plaats de minister. Mevrouw Schlitz krijgt nog het woord voor een repliek.

 

01.25  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, u kunt van mij toch niet verwachten dat ik die reactie onbeantwoord laat?

 

De voorzitter: In dit debat controleren we de regering. (…)

 

01.26  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Uiteraard. Mijn eerste vaststelling is alvast dat de heer Ravyts zijn argumenten beter onderbouwt dan de minister. Dat is waar.

 

Mijnheer Ravyts, ik moet wel opmerken dat mijn argument expliciet niet verwees naar het advies van de CREG, maar wel naar de Europese verordening. Die moeten met elkaar in balans gebracht worden; dat is waar. Ik vermoed dat die discussie in Europa gevoerd zal moeten worden, met de Commissie. Dan zal men toch iets meer argumenten moeten geven dan te zeggen dat het de prijs kan beïnvloeden. De Europese verordening bepaalt namelijk dat we onze energiegemeenschappen moeten stimuleren.

 

De voorzitter: Voilà. Ik meen dat jullie beiden gelijk hebben. Dat is zeer goed.

 

01.27  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, vous dites avoir répondu à l'ensemble des questions. En fait, non! Désolée de vous décevoir! Vous m'avez renvoyée à des track changes. Nous sommes au Parlement, je ne suis pas une étudiante en Sciences Po qui vient vous poser des questions dans votre bureau. Je demande des réponses précises à mes questions, lesquelles figureront par la suite dans un rapport parlementaire et dans des archives. Aussi, lorsque je vous demande les modifications que vous avez effectuées entre les deux documents, ce que je souhaite obtenir, ce sont des réponses, ici, au Parlement.

 

Par ailleurs, je vous ai interrogé de façon précise quant au timing. Voilà des semaines que nous attendons d'en savoir davantage à ce sujet! Nous sommes en pleine crise énergétique, les prix explosent et vous ne répondez toujours pas à la question de savoir quand cet appel d'offres sera lancé. Nous perdons des mois, des mois indispensables pour l'autonomie énergétique de la Belgique. Voilà ce qu'il se passe et ce sont les citoyens qui, au final, en payent le prix!

 

En matière de participation citoyenne, on nous explique qu’il faudra aller chercher le prix le plus bas. Mais que se passera‑t‑il réellement? Ce sont les géants de l’énergie qui remporteront le marché, c’est presque inévitable – et vous le savez très bien. Alors au nom de quoi devrions‑nous récompenser ces acteurs qui, à l’heure où nous parlons, engrangent des surprofits colossaux sur le dos des citoyens, et que vous refusez d'aller chercher? Évidemment, ces acteurs‑là auront la capacité financière de proposer le prix le plus bas. Mais pourquoi choisir cette logique, plutôt que de travailler avec celles et ceux qui, aujourd’hui, sont de véritables acteurs de confiance? Je parle des coopératives citoyennes qui permettent également l'ancrage citoyen de ce type de projets – ce qui est souhaité et recommandé au niveau européen. Ce sont des acteurs de confiance qui, dans la crise énergétique actuelle, ne pratiquent pas de surprofits et garantissent à leurs clients des tarifs stables. Nous ne comprenons pas que vous refusiez aujourd'hui de travailler avec les coopératives énergétiques et de leur donner une place dans ce marché indispensable pour notre autonomie.

 

01.28  Mathieu Bihet, ministre: Je souhaite intervenir, car j’ai assisté au débat entre M. Ravyts et M. Van Lysebettens, qui était très intéressant. Cela dit, il en ressort que M. Van Lysebettens critique mes arguments sans avoir, au préalable, pris connaissance des avis relatifs à sa propre résolution. Mais c’est un autre débat, qui relève davantage du travail parlementaire que d’une question orale.

 

Sur les PPA, je voudrais être très concret, car j’ai le sentiment qu’il y a une incompréhension. Le carve-out permet les PPA, mais en l’absence de carve-out, les PPA restent possibles. Ils peuvent exister au-delà du cadre des CFD et restent donc envisageables. Toutefois, un point important doit être clarifié – et nous avons déjà eu l’occasion d’en discuter avec M. Van Lysebettens en séance plénière: les PPA conclus à partir de l’offshore ne doivent pas être confondus, en termes de prix, avec des PPA destinés à des entreprises intensives en électricité. C’est d’ailleurs ce que M. Coenegrachts semble viser lorsqu’il évoque des entreprises qui souhaitent bénéficier d’un prix prévisible et bas à long terme afin de rester compétitives sur les marchés. Mais pour atteindre cet objectif, il faut un prix bas. Or, le type de PPA que vous évoquez – à l’image de ceux pratiqués par EDF en France, notamment pour des entreprises sidérurgiques dans le Nord, consistant à capter l’électricité à un niveau de prix  très bas – n’est pas transposable tel quel à l’éolien offshore, car, dans le cadre du tendering et du strike price, les industriels préféreront un système de type CFD, qui garantit un rendement. Les PPA resteront donc possibles, mais au-delà du mécanisme CFD. Ils resteront possibles – je persiste et je signe –, tout comme la participation citoyenne.

 

Madame Schlitz, vous dites que je ne vous ai pas répondu. Je vous ai répondu de manière générale en expliquant que nous avions fait preuve de transparence vis-à-vis du secteur. J’ai également répondu critère par critère à vos questions: sur les changements intervenus, sur le strike price maximum, sur le choix du mécanisme CFD, sur la participation citoyenne, et sur le carve-out, qui n’a pas été retenu faute de consensus pour le maintenir dans le tender. Je vous le redis aussi, monsieur Coenegrachts. Madame Schlitz, vous n’êtes peut-être pas d’accord avec ces réponses, et je peux parfaitement l’entendre, cela fait partie du débat, mais j’ai bien apporté des réponses point par point.

 

Enfin, pour répondre à M. Thiébaut concernant la capacité possible en mer du Nord: la zone orientale représente 2,3 GW. Avec le repowering, il est possible d’augmenter cette capacité, notamment grâce à l’installation de turbines plus puissantes. Je vous ai déjà expliqué l'effet de sillage; il faut éviter qu’une éolienne ne perturbe la production d’une autre, au risque de perdre en efficacité. Cela fait partie intégrante du travail de repowering. La zone PEZ a été conçue pour plus de 3 GW. La zone PEZ 3 était liée à Nautilus. C'est une question à laquelle j’ai également répondu aujourd’hui. On doit faire PEZ 1 et PEZ 2, respectivement pour 700 et 1 400 MW, et PEZ 3 dépend du permis, de la mise en œuvre de la partie en courant continu, etc.

 

Dans les plans des précédents gouvernements et de certains figurait également la volonté de développer une troisième zone offshore. En réalité, si l’on additionne le repowering de la zone orientale, la zone Princesse Elisabeth, une éventuelle troisième zone, et peutêtre même – comme le prévoit laccord de gouvernement – l’étude d'une implantation doliennes en eaux extraterritoriales – au sens non pas "international", mais bien "non belge" –,  tout cela relevant au départ de la compétence de ma collègue Annelies Verlinden, toujours excellente comme je lai rappelé tout à lheure, cet ensemble crée un potentiel offshore accru.

 

Il n’y a donc pas de contradictions. Ce sont simplement des éléments qui s’additionnent. C’est d’ailleurs la même question que celle posée tout à l’heure par M. Coenegrachts concernant notamment la réduction du coût total de MOG II, Nautilus et l’interconnexion. Souvent, des chiffres circulent mais ne parlent pas de la même chose. On nous annonce parfois une diminution de 2 milliards d'euros. Il faut savoir si c'est sur la part belge, car il faut aussi tenir compte de la part anglaise. À un moment, un coût de 2,2 milliards d'euros avait été annoncé. Il est ensuite passé à 8 milliards d'euros. Désolé, mais je n’en suis pas comptable, car cela relevait du précédent gouvernement; en revanche, je dois m’en occuper aujourd’hui. Une partie relevait du RoyaumeUni, une autre de la Belgique, avec une répartition des coûts qui fait précisément lobjet des discussions actuelles.

 

Monsieur D'Amico, concernant votre interrogation sur la diminution du prix, je dirais que Mme Schlitz a raison en disant qu'il y a, pour partie, un effet de marché. Il y a aussi une partie des choix de design et des décisions techniques. Il a été décodé de passer de 1,4 à 1,2. Nous sommes toujours en configuration hybride et non en point to point – implémentation qui serait moins chère, mais impossible avec les Britanniques. Toute une série d’éléments expliquent donc cette situation. Malheureusement, des fuites, des interprétations ou des déclarations de l'un ou l'autre créent de la confusion dans les chiffres.

 

Sur Nautilus, il y a bien une diminution liée à des choix politiques, à l’effet marché et aux discussions avec les Britanniques. Les deux régulateurs travaillent actuellement sur ce dossier. Pour la partie MOG, il y a également des discussions. Il faut éviter de mélanger Nautilus, la zone Princesse Elisabeth et l’île énergétique: ce sont trois projets liés en mer du Nord, mais distincts. Monsieur Thiébaut, les confondre crée – pardonnez l’expression – un "bordel sans nom", où chacun parle d’un élément différent en pensant évoquer le même sujet.

 

Voilà, j’ai tenté de résumer l’ensemble pour clarifier les points soulevés, en prévision des questions subséquentes que vous pourriez avoir, malgré les réponses déjà apportées. Je suis désolé d'avoir tout fait en français.

 

01.29  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, vous dites que cela crée un bordel sans nom. Mais justement, nous attendons de vous que vous mettiez un peu d’ordre dans ce bordel sans nom; qu’on s’y retrouve mieux, justement.

 

Comme vous le dites, nous avons tellement d’informations contradictoires. Nous le disons depuis tout à l’heure. Toutes les interventions sont allées dans ce sens. Nous attendons de vous que vous clarifiiez tout et qu’il n’y ait plus de zones d’ombres, et que nous sachions exactement vers où nous allons et de quoi nous parlons.

 

01.30  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, wij merken dat wij u eerst wat moeten kietelen vooraleer wij antwoorden krijgen. Ik dank u voor uw laatste repliek. Die bevat immers een aantal interessante elementen.

 

Begrijp ik u goed over de PPA’s? Ik heb daarnet opgemerkt dat het daarmee eigenlijk hetzelfde is als met burgerparticipatie: PPA’s zijn niet meer officieel opgenomen in de tender; indieners van de tender kunnen daar wel mee aan de slag, maar de federale regering kan ze niet meer afdwingen. Geeft u mij nu gelijk met mijn analyse of spreekt u ze tegen? Bepleit u nu deels het Frans model?

 

Mijn analyse was dat ze niet in de tender zitten en dat de federale overheid geen enkele methode heeft om de PPA’s af te dwingen. Klopt dat of klopt dat niet? Of gaat het eens te meer om desinformatie? Er wordt nu eenmaal van alles verklaard.

 

01.31  Mathieu Bihet, ministre: Je ne plaide pas pour un modèle français, je vous explique juste comment cela se passe, et que le carve out n'est pas une obligation, mais qu'ils ont la possibilité de le faire dans un deuxième temps, après le contract for difference (CFD), c'est toujours possible. Je vous explique simplement comment cela se passe en France, pour donner l'explication entre un carve-out qui serait fait au départ de l'offshore à x euros du mégawatt/heure.

 

Comme je l'ai expliqué en séance plénière, les entreprises veulent un prix de l'électricité bas, et c'est d'ailleurs pour cela que l'on a mis en place la norme énergétique pour les soutenir et pour diminuer le coût de l'électricité pour les entreprises intensives en électricité, mais le modèle français propose un prix bas pour l'industrie intensive, notamment pour l'industrie sidérurgique. Si demain, vous expliquez que le carve-out pour l'offshore est à 55 euros – alors que le strike price maximum était auparavant de 95 euros – avec un delta tellement grand, les entreprises lauréates du tender n'ont pas intérêt à vendre à ce prix-là.

 

Il faut distinguer les deux choses: je n'ai pas plaidé pour un modèle français, ce n'est pas du tout le point que l'on développe aujourd'hui, il s'agit de faire de la clarté sur les critères de l'appel d'offres revu tel que nous l'avons publié avec la consultation pour le secteur. Le carve out n'est pas obligatoire, il s'agit d'un système 100 % CFD, mais il est possible de faire un carve-out dans un deuxième temps si l'industriel, quel qu'il soit, dit qu'il conclut tout de même un carve-out avec des entreprises. Cela tombe alors sous le contrôle de la CREG, qui vérifie comment cela se passe, mais ce n'est pas imposé, tout comme la participation citoyenne. Si un industriel dit qu'il soumet une offre, et qu'il y a 1 % de participation citoyenne dans ladite offre, c'est tout à fait possible. On ne va pas l'exclure pour cela.

 

Nous avons ouvert portes et fenêtres, le carve-out n'est pas formellement dans le tender, c'est un 100 % CFD, et derrière, il est tout de même possible de faire un carve-out pour les entreprises quelles qu'elles soient, et qui acceptent de payer le prix de l'électricité à 100 euros du mégawatt/heure – et je dis cela au hasard, ne venez pas dire après que j'ai plaidé pour que ce soit ce prix-là ou autre. Il faudra trouver une entreprise qui dit "Moi, 100 euros du mégawatt/heure, j'achète!" Je n'en sais rien, je n'ai pas d'entreprise qui consomme de l'électricité de cette manière-là. Je souhaitais donc être tout à fait concret sur ce point.

 

01.32  Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, ik kom nog even terug op de PPA’s. Ten eerste, vandaag hebben sommige windmolenuitbaters al rechtstreeks contracten met industriële bedrijven. Dat de offshore energieproductie niet geschikt zou zijn voor dat soort contracten, is dus niet waar.

 

Ten tweede, dat de industrie hier niet op zit te wachten, is ook niet waar. Als ik de persberichten van onder andere het VBO zie, dan vraagt men zich af waarom dat soort contracten uit de tender zijn gehaald.

 

Ten derde – en dit is de echte vraag wat is nu de extra blootstelling van de belastingbetaler in de tender? Vroeger was er de mogelijkheid dat 50 % van de productie niet in CfD viel en dus geen blootstelling voor de belastingbetaler betekende. Vandaag hebben we, door naar 100 % CfD te gaan, daar geen zicht meer op. U noemt geen cijfers. Vroeger hadden we ongeveer een idee wat de geschatte kosten voor de belastingbetaler op tien of twintig jaar zouden zijn. Vandaag geeft u die niet. U noemt geen getal. Ik zou die dus wel eens met elkaar willen vergelijken. Wat is de blootstelling voor de belastingbetaler met uw nieuwe tender vergeleken met de vorige tender? Ik denk dat het vroeger ging over bijna 70  miljoen euro op twintig jaar of zoiets. De vraag is dus: wat kost uw tender.

 

01.33  Mathieu Bihet, ministre: Je vais encore une fois répondre. Ainsi, nous faisons la clarté.

 

Le prix dépend du strike price et du prix de l’électricité au mégawattheure sur le marché. Je n’ai pas de boule de cristal. Si, demain, le prix de l’électricité est, comme il y a 10 ans, de 40 ou 30 euros par mégawattheure, et que le strike price est à 95 euros, cela va coûter. Par contre, si le strike price est plus bas et que les prix de marché évoluent… En fait, c’est comme le mécanisme du CFD avec le strike price pour le nucléaire. C'est le même principe. Si le prix de l'électricité est haut, il y a un espèce d'écrêtage des surprofits. Cela fera plaisir à certains camarades.

 

01.34  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): (…)

 

01.35  Mathieu Bihet, ministre: Madame Schlitz sortez un peu des slogans, s'il vous plaît. J'essaie d'expliquer quelque chose d’un peu technique, en plus. Il serait peut-être bien d'écouter, parce qu'après, on me dit que je ne réponds pas aux questions, mais on n’écoute pas les réponses.

 

Cela dépend donc. Le mécanisme de soutien a coûté quelques milliards pour la zone orientale. Le mécanisme de soutien existe. En fait, il est basé sur le strike price et sur un two-sided CFD. Si c’est sous le strike price, il y a une compensation; si c’est au-dessus, il y a un écrêtage. C'est le mécanisme, mais cela dépend du prix du bid, de l'offre, et du prix du marché. C'est ça, en fait.

 

Il est impossible de vous dire aujourd'hui ce que cela coûte parce que cela dépend de deux éléments majeurs qui ne sont pas connus aujourd'hui, à savoir le prix de l'énergie dans 10 ans, par exemple, et le strike price auquel les entreprises vont faire leur offre.

 

De voorzitter: Mijnheer Van Lysebettens, we sluiten het format dan af.

 

01.36  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Dat is goed, mijnheer de voorzitter, maar het klopt wat de minister zegt. Het punt van de heer Coenegrachts is natuurlijk dat de markt op een groter volume speelt. In de vorige tender was er een deel uit het volume door die carve-out PPA, waarvoor we dat risico niet liepen. Vandaag zit het volledige volume in dat marktmechanisme en is dus onze blootstelling groter.

 

Ik wil daar nog aan toevoegen dat in de vorige tender ook in een maximumprijs was voorzien, waardoor de blootstelling aan de bovenkant werd begrensd. Dat is vandaag ook niet het geval. In die zin is de vraag van de heer Coenegrachts terecht en hoor ik opnieuw geen antwoord.

 

01.37  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer Van Lysebettens, het is natuurlijk allemaal veel complexer dan dat. Op een gegeven moment heeft voormalig minister Tinne Van der Straeten die maximale strike price van 95 naar voren geschoven. Men kwam toen tot de vaststelling dat er vanuit de sector signalen kwamen dat die 95 mogelijk een probleem zou zijn en dat men, net zoals in het Verenigd Koninkrijk, misschien wel geen enkele inschrijver zou hebben. In dat geval zou men onder het systeem-Van der Straeten nog veel meer vertraging hebben opgelopen dan onder het aangepaste systeem, dat daaraan veel minder blootstaat.

 

Aan elk dossier zijn meerdere kanten en die complexiteit is toch wel groter dan hier wordt voorgesteld. We moeten dus vooral verdergaan met het verhaal dat er vandaag ligt. Ik kijk ook erg uit naar het advies van de CREG, omdat we dat dan verder in detail kunnen bekijken.

 

We moeten er ook voor zorgen dat we niet in een situatie terechtkomen waarin we een systeem opbouwen dat zo complex is dat niemand het nog aandurft om een degelijke prijs te bieden en dat er een gigantische risicopremie wordt ingebouwd om met die complexiteit om te gaan. Dan hebben we ook zeker niet gewonnen en zullen we uiteindelijk nog veel meer betalen.

 

Berekeningen maken is allemaal goed en wel, maar als morgen de ETS-prijs naar 150 euro per ton stijgt, zoals sommigen dat heel graag zouden hebben, dan zal die strike price elke dag overschreden worden. Die prijs zal dan immers altijd veel hoger liggen en er zal continu betaald worden. Ik hoop van niet, maar er zijn anderen in deze zaal die dat wel hopen.

 

01.38  Steven Coenegrachts (Anders.): Ik dank u, mijnheer Wollants, voor de antwoorden. Het is echter niet zo dat die maximale strike price vasthing aan de optie om PPA's aan 50 % in de tender op te nemen. Mijn vragen gingen specifiek over die PPA's.

 

Als de minister gelijk heeft en men niet kan berekenen wat de blootstelling is, zelfs niet de vork van de blootstelling, dan garandeer ik u vandaag dat geen enkel bedrijf zal inschrijven. Als u dat niet kunt berekenen, kunnen bedrijven dat ook niet. Met dat soort onzekerheid kan geen enkel bedrijf omgaan. Als u het niet kunt berekenen, zal geen enkel consortium dat kunnen en zult u nul dossiers hebben.

 

Dat klopt dus niet. U kunt wel degelijk de vork van de blootstelling voor de belastingbetaler berekenen.

 

Dat kan perfect. De vorige regering kon het, deze ook.

 

De voorzitter: Wordt ongetwijfeld vervolgd. Ik dank alle aanwezigen voor hun deelname aan het debat en de minister. U mag echter nog niet weg, want er staan nog behoorlijk wat vragen aan de agenda.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Questions jointes de

- Roberto D'Amico à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Les mesures du gouvernement pour diminuer la consommation d'énergie face au risque de pénurie" (56015598C)

- Marc Lejeune à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Les prix de l'énergie et la logique de long terme" (56015617C)

- Éric Thiébaut à Mathieu Bihet (Énergie) sur "L'augmentation des prix de l'énergie" (56015849C)

- Roberto D'Amico à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Une taxe sur les surprofits réalisés durant la crise énergétique" (56015995C)

02 Samengevoegde vragen van

- Roberto D'Amico aan Mathieu Bihet (Energie) over "De regeringsmaatregelen om het energieverbruik te verminderen in het licht van een mogelijk tekort" (56015598C)

- Marc Lejeune aan Mathieu Bihet (Energie) over "De energieprijzen en het langetermijnbeleid" (56015617C)

- Éric Thiébaut aan Mathieu Bihet (Energie) over "De stijging van de energieprijzen" (56015849C)

- Roberto D'Amico aan Mathieu Bihet (Energie) over "Het belasten van tijdens de energiecrisis geboekte overwinsten" (56015995C)

 

02.01  Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, consécutivement à l'agression des États-Unis et d'Israël contre l'Iran, les prix du gaz ont augmenté de plus de 50 %, tandis que ceux des carburants ont flambé avec le diesel, qui a dépassé, le 12 mars dernier, la barre symbolique des 2 euros par litre. Nous apprenons que, demain, l'essence dépassera également les 2 euros par litre. Dans le même temps, les partis de la majorité ont décidé d'augmenter encore les accises sur le gaz; ce qui fera grimper encore davantage la facture des ménages. Vous avez également décidé d'abandonner la mesure du cliquet inversé et la baisse des accises sur le carburant à la pompe.

 

Pourtant, tout le monde ne souffre pas de cette crise. L'organisation Transport et Énergie indique que nous avons dépassé les 20 milliards de surprofits tout au long de la chaîne d'approvisionnement des carburants. Plusieurs pays européens ont récemment demandé, via une lettre à la Commission, l'instauration d'une taxe sur les surprofits des entreprises énergétiques. Cependant, la Commission européenne a déjà indiqué qu'il revient aux États membres de prendre l'initiative, vu que la fiscalité est une compétences nationale. En séance plénière du 23 avril, le ministre Clarinval a laissé entendre que la Belgique n'avait pas l'intention de taxer les surprofits des multinationales pétrolières.

 

Monsieur le ministre, la Belgique compte-t-elle, soit à l'échelle européenne soit au plan national, taxer les surprofits des multinationales du pétrole? Envisagez-vous de prendre de nouvelles mesures pour réagir à la hausse des prix du gaz et des carburants, qui ne s'arrêtera pas à la fin de l'été, contrairement à la petite hausse des indemnités kilométriques que vous avez décidée? Enfin, allez-vous prendre des mesures contraignantes ou incitatives pour diminuer la consommation d'énergie? Si oui, lesquelles?

 

02.02  Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le président, une solution au problème serait la sobriété énergétique. C'est sur ce thème que portera ma question.

 

Monsieur le ministre, il y a quelques semaines, le gouvernement a débloqué des montants financiers pour répondre à la hausse des prix de l'énergie et soutenir les ménages, les travailleurs et certaines catégories professionnelles. Ces mesures, temporaires et ciblées, étaient nécessaires pour permettre aux citoyens qui en ont besoin de faire face à la pression sur leur pouvoir d'achat.

 

Mais finalement, nous devons parler sobriété. Parallèlement à ces aides, ne devrions-nous pas nous inscrire dans une logique de moyen et long terme et agir, non seulement sur les prix, mais aussi sur la consommation d'énergie elle-même? Aussi longtemps que la demande reste élevée, nous restons dépendants des marchés et exposés aux tensions sur l'approvisionnement. En effet, l'Europe achète pour plus de 340 milliards d'énergie fossile hors de ses frontières. Pour nous, la sobriété énergétique ne peut donc pas rester un principe général ou un slogan. La meilleure énergie restera toujours celle que nous ne dépensons pas, raison pour laquelle toutes les mesures de sobriété énergétique doivent être mises en œuvre beaucoup plus qu'elles ne le sont aujourd'hui. Cette sobriété devrait devenir un axe de travail à part entière, structuré et suivi dans le temps, comme priorité dans l'action publique.

 

Dès lors, monsieur le ministre, comment le gouvernement compte-t-il intégrer la sobriété énergétique dans sa politique globale? Ne faudrait-il pas envisager de définir une trajectoire claire de réduction de la consommation d'énergie et, ainsi, aider tout un chacun à réaliser des économies dans tous les domaines possibles, autant pour l'État que pour les particuliers et les entreprises? Et comment éviter que les dispositifs d'aide ne viennent, même indirectement freiner les efforts en matière de maîtrise de la demande?

 

Président: Christophe Bombled.

Voorzitter: Christophe Bombled.

 

02.03  Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, cela fait maintenant plus de deux mois que les prix de l'énergie ont explosé et cela ne s'arrête pas puisqu'on apprend aujourd'hui que le seuil des 2 euros sera à nouveau dépassé pour l'essence et pour le diesel à la pompe.

 

Vous avez annoncé des mesures, une enveloppe de 80 millions d'euros pour aider les Belges, ce qui est bien peu au regard de ce que les pays voisins ont pu débloquer pour aider leurs citoyens à faire face à cette crise énergétique.

Dans le même temps, les surprofits des compagnies pétrolières, des sociétés qui profitent de la crise, continuent d'exploser.

 

Monsieur le ministre, quand prendrez-vous de véritables mesures pour soulager la facture des Belges? Quand bloquerez-vous les prix des carburants? Quand taxerez-vous enfin les surprofits des compagnies pétrolières qui explosent?

 

02.04  Mathieu Bihet, ministre: Messieurs, je vous remercie pour vos questions. Comme vous le savez, le gouvernement a décidé de soutenir concrètement, par des mesures ciblées et temporaires, les citoyens les plus durement touchés par la hausse des prix de l'énergie, à savoir les ménages vulnérables, d'une part, et les travailleurs confrontés à une augmentation des coûts de transport domicile-travail, d'autre part. Il s'agit donc bien de mesures spécifiques et maîtrisées, afin de soutenir les personnes qui en ont le plus besoin sans créer un déséquilibre qui, par la suite, impacterait négativement l'ensemble de notre population. Nous agissons donc avec le sens des responsabilités.

 

Concrètement, pour les ménages les plus vulnérables, un montant total de 15 millions d'euros est prévu via le Fonds Social Chauffage et le Fonds social gaz et électricité. Le gouvernement examine actuellement la manière dont ce soutien peut être mis en œuvre de façon concrète et pratique. Dans ce cadre, une collaboration est menée avec la ministre de l'Intégration sociale, Mme Van Bossuyt, afin de développer plus avant les différents scénarios possibles.

 

Comme vous le savez, les marchés de l'énergie sont globalisés. Il est évident qu'une réponse à l'échelle européenne est nécessaire afin de pouvoir réagir de manière efficace et proportionnelle aux coûts de l'énergie. C'est pour cette raison que ce gouvernement a déjà indiqué à plusieurs reprises s'inscrire pleinement dans le cadre européen pour la mise en œuvre de mesures coordonnées entre États, en ce compris pour la taxe sur lesdits surprofits.

 

Par ailleurs, le gouvernement n'a pas attendu de connaître une situation de tension géopolitique avec un impact sur notre sécurité d'approvisionnement pour travailler sur l'offre et la demande énergétique. C'est pleinement conscients de ces enjeux que nous travaillons sur l'indépendance énergétique de la Belgique, notamment par la pleine relance du nucléaire, dont on parlera juste après, et le développement du renouvelable, dont nous avons parlé juste avant.

 

Monsieur Lejeune, en ce qui concerne plus précisément, votre question sur la sobriété énergétique et l'utilisation rationnelle de l'énergie, il s'agit, comme vous le savez, d'une compétence régionale, pour laquelle je laisserai évidemment mes collègues ministres régionaux compétents s'exprimer lorsqu'ils en auront l'opportunité. Et c'est seulement par une vision rationnelle et à long terme, et non par des slogans, que nous pourrons soulager durablement la facture énergétique de nos concitoyens.

 

Le choix de cette approche confirme que ce gouvernement mise sur un soutien ciblé et socialement équitable, et selon mes informations, cela a d'ailleurs été voté ce matin, en commission des Finances. Il s'agit de la proposition de loi contenant les mesures de soutien. Je suppose que l'ensemble des partis ici représentés l'ont soutenue avec enthousiasme et bonne humeur.

 

Président: Jeroen Soete, président.

Voorzitter: Jeroen Soete, voorzitter.

 

Le président: Je ne sais pas, monsieur le ministre, mais en tous cas, monsieur D'Amico, la parole est à vous pour la réplique.

 

02.05  Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, on commence à se connaître, et 80 millions, comparé à ce que l'Espagne fait, ce sont vraiment des peanuts, si je peux parler en anglais. Ce n'est vraiment presque rien. Chaque fois, quand on vous parle de taxer les surprofits, vous nous ramenez à l'Europe. Mais l'Europe vous dit que vous avez la possibilité et le choix de le faire, et cependant vous citez chaque fois l'Europe comme prétexte. Vous serez conscients que je ne suis pas d'accord avec votre réponse. Je m'arrêterai à cela. Merci, monsieur le ministre.

 

02.06  Marc Lejeune (Les Engagés): La sobriété, c'est un peu partout qu'il faut s'en occuper. Je ne vous demanderai pas d’éteindre les néons aujourd'hui, mais je pense qu’à tous les étages des structures de notre pays, nous devons être attentifs. Bien entendu, la Région wallonne est sans doute en première ligne, mais nous pouvons aussi apporter notre pierre à l'édifice, à un moment ou l'autre. Merci pour vos réponses et pour l'attention que vous y porterez.

 

02.07  Éric Thiébaut (PS):  Merci, monsieur le ministre; mais aujourd'hui, nous sommes le 19 mai, plus de deux mois depuis le début de la crise énergétique. En pratique, il y a zéro euro d'aide pour les Belges, zéro euro pris sur les surprofits. Ce sont les faits.

 

Vous parlez des 80 millions. Vous parlez de 15 millions pour le fonds social. Mais là encore, vous nous expliquez que pour ces 15 millions – ce qui est très peu – on est en train de réfléchir à la manière de mettre les choses en œuvre. Or il faut arrêter de réfléchir. Il faut poser les actes maintenant. Je pense qu'il est temps. Tous les autres pays le font.

 

Par rapport aux surprofits, nous devons avoir un accord européen; mais comment expliquez-vous que le précédent gouvernement est parvenu à capter 600 millions sur les surprofits lors de la crise énergétique qui a résulté de la guerre en Ukraine? Ici, vous nous dites que vous allez utiliser 80 millions. 600 millions, c'était un peu plus que 80 millions.

 

Nous avons bien sûr vu la proposition déposée par la majorité; une proposition. Ce n’est pas un projet, puisque ce texte n'émane pas du gouvernement. Il s’agit d’une aide dans les frais de déplacement, selon la volonté des employeurs, qui devront avancer l'argent pour le récupérer après. Il faut quand même avouer que ce n'est pas un système très facile à mettre en œuvre, et qu’il ne va rencontrer les besoins que d'une toute petite partie de la population.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- Kurt Ravyts aan Mathieu Bihet (Energie) over "De mogelijke overname door de Belgische Staat van de nucleaire activiteiten van ENGIE en Electrabel" (56015695C)

- Kurt Ravyts aan Mathieu Bihet (Energie) over "De studie van consultant Aurora Energy Research over de overname van het Belgische nucleaire park" (56015803C)

- Bert Wollants aan Mathieu Bihet (Energie) over "Het project Aurora" (56016023C)

- Phaedra Van Keymolen aan Mathieu Bihet (Energie) over "Een herverdelingsmechanisme voor nucleaire opbrengsten naar het Franse model" (56016028C)

- Sarah Schlitz aan Mathieu Bihet (Energie) over "De nationalisatie van kernenergie en de kosten van het stopzetten van de ontmanteling" (56016059C)

03 Questions jointes de

- Kurt Ravyts à Mathieu Bihet (Énergie) sur "L'éventuelle reprise par l'État belge des activités nucléaires d'ENGIE et d'Electrabel" (56015695C)

- Kurt Ravyts à Mathieu Bihet (Énergie) sur "L'étude d'Aurora Energy Research concernant la reprise du parc nucléaire belge par l'Etat" (56015803C)

- Bert Wollants à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Le projet Aurora" (56016023C)

- Phaedra Van Keymolen à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Un mécanisme de redistribution des recettes du nucléaire inspiré du modèle français" (56016028C)

- Sarah Schlitz à Mathieu Bihet (Énergie) sur "La nationalisation du nucléaire et le coût de l'arrêt du démantèlement" (56016059C)

 

De voorzitter: Mijnheer Ravyts, u krijgt het woord voor uw beide vragen.

 

03.01  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, mijn eerste vraag betreft de intentieverklaring in het kader van exclusieve onderhandelingen over een mogelijke overname door de Belgische staat van alle nucleaire activiteiten van ENGIE Electrabel. Het is de bedoeling om tegen 1 oktober 2026 tot een head of terms te komen. Net als andere collega's beschouw ik deze vraag als een intakegesprek. We zullen het er nog over hebben.

 

Kunt meer toelichting geven bij die intentieverklaring? Wat betekent dat onder andere voor het debat over de oplopende ontmantelingskosten voor ENGIE met betrekking tot de centrales die buiten dienst werden gesteld? Hoe ziet de regering de financiering van de overname van die ontmantelingsfactuur? Ik formuleer het nu zo, ik spreek over overname van de ontmantelingsfactuur, omdat ik nog steeds wacht op honderd procent duidelijkheid. Ik ga ervan uit dat de Synatommiddelen wel degelijk bij ENGIE zullen blijven. Ik hoop dat we ons niet in een verhaal storten waarbij we ook nog eens de ontmantelingsfactuur van de historische centrales volledig zouden moeten overnemen. Ik hoop dat dit niet het geval is.

 

Hoe zit het aspect van de due diligence met betrekking tot de veiligheidsstudies in elkaar? Ik heb begrepen dat de heer Van Lysebettens daarover allerlei vragen heeft ingediend, terecht, en ik laat die vragen aan hem over.

 

Wat betekent heel die kwestie voor de implementatie van het Phoenixakkoord en de onderhandelingen rond de strike price voor Doel 4 en Tihange 3? Alles hangt immers aan elkaar in dit dossier. Welke veiligheidsstudies zult u opstarten rond een eventuele doorstart?

 

Ik had graag van gedachten gewisseld over alles wat met die aanbesteding te maken heeft.

 

Mijn tweede vraag betreft het onderzoek van energieconsultant Aurora Energy Research, dat een aantal prijssimulaties heeft gemaakt over de impact op de stroomprijzen, weliswaar vanuit de veronderstelling dat de opgewekte kernenergie op de dagelijkse groothandelsmarkt zou worden aangeboden.

 

Aurora Energy Research becijferde dat als tegen 2035 bijvoorbeeld vijf in plaats van twee kernreactoren operationeel zouden zijn, de Belgische stroomprijzen door het extra aanbod slechts beperkt zouden dalen. In het basisscenario verwacht de consultant dat de Belgische stroomprijzen met 3,6 % zouden dalen. Die prijsdaling zou wel kunnen oplopen tot 5,7 % als daarnaast offshore maximaal zou worden uitgebouwd.

 

Wat vindt u van de simulaties uit die studie? Ze zeggen wel terecht – laten we daar nooit demagogisch over spreken – dat de stroomfactuur in dit land jammer genoeg altijd voor twee derde uit heffingen en nettarieven bestaat. Dat is een realiteit waarmee we altijd zullen worden geconfronteerd. Hoe reageert u op het onderzoek van die energieconsultant, die het effect op de stroomprijzen per megawattuur lager inschat dan de federale overheid?

 

03.02  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, we hebben eerder al gesproken over het plan om de huidige kerncentrales over te nemen van ENGIE, wat een veelbelovende stap is, die we alleen maar kunnen toejuichen. We nemen dan opnieuw een belangrijk deel van onze energieproductie in handen, wat strategisch uiteraard interessant kan zijn.

 

De weg naar het finale akkoord is echter nog lang en er zullen nog wel wat dominosteentjes moeten vallen om tot een goed resultaat te komen. Voor ons is het dan ook belangrijk om te weten hoe het dossier verder wordt aangepakt en wat de volgende stappen zijn.

 

Mijnheer de minister, wat is de concrete, gedetailleerde tijdslijn om tot het uiteindelijke akkoord te komen?

 

Met welke externe en onafhankelijke instanties wilt u samenwerken om tot die due diligence te komen? Zal dat via een overheidsopdracht verlopen? Wordt die gelanceerd? Wat zijn daarvan de tijdslijn en de kostprijs?

 

Welke mijlpalen wilt u de komende maanden in het dossier bereiken om dat tot een goed einde te brengen?

 

03.03  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Mijnheer de minister, ik heb een vraag met nog een iets andere invalshoek. Uit de jongste CREG-prijsvergelijking van 13 mei blijkt dat Frankrijk zowel voor gezinnen als voor industriële verbruikers structureel lagere elektriciteitsprijzen kan aanbieden dan België. Een belangrijke verklaring daarvoor is le Versement Nucléaire Universel, het mechanisme dat Frankrijk sinds 1 januari 2026 hanteert. Dat principe is vrij eenvoudig. Wanneer de marktprijzen voor elektriciteit bepaalde drempels overschrijden, worden de overwinsten uit de nucleaire productie van EDF afgeroomd, namelijk 50 % boven 78 euro per megawattuur en 90 % boven 110 euro. Die opbrengsten worden automatisch herverdeeld onder alle eindverbruikers via een zichtbare korting op hun factuur.

 

Op 30 april kondigde de regering de start aan van de onderhandelingen met ENGIE over de volledige overname van alle nucleaire activiteiten in België. Als die overname doorgaat, wordt de Belgische staat eigenaar van alle kernreactoren en dus ook ontvanger van de opbrengsten uit de verkoop van nucleaire elektriciteit op de markt.

 

Mijnheer de minister, u voelt mijn vraag al aankomen. Onderzoekt u in het kader van die overname ook een mechanisme dat vergelijkbaar is met het Franse systeem, waarbij de opbrengsten uit onze kerncentrales structureel worden ingezet om de elektriciteitsfactuur voor Belgische gezinnen en bedrijven te verlagen?

 

03.04  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, le 30 avril dernier, vous nous annonciez la signature d'une lettre d'intention avec ENGIE pour le rachat potentiel de l'intégralité du parc nucléaire belge. Il s'agit d'une opération sans précédent dans notre histoire! Vous projetez de racheter sept vieilles centrales, parmi lesquelles cinq sont à l'arrêt définitif et dont le démantèlement a déjà commencé.

 

Pour nous, c'est une très mauvaise idée. L'opération s'annonce particulièrement coûteuse et, surtout, particulièrement risquée. Le secteur privé n'en veut plus. ENGIE a redit que "le nucléaire ne fait plus partie de sa stratégie", tandis qu'OPG a explicitement refusé de reprendre nos vieilles centrales. Quand tous les acteurs privés disent non, c'est rarement parce que l'opération est rentable ou intéressante. En définitive, c'est le contribuable belge – nos enfants et leurs enfants après eux – qui en paiera la facture pendant des décennies. Privatiser les profits pendant cinquante ans et socialiser les pertes au moment où elles deviennent les plus lourdes: ce n'est pas du pragmatisme; c'est un mauvais calcul. Le tout après avoir interrompu l'appel d'offres pour le projet éolien en mer, qui avance beaucoup trop péniblement depuis lors. Nous n'avons pas été informés d'une date pour le lancement de l'appel à projets en vue de faire enfin aboutir ce projet d'éolien en mer. Bref, nous ne trouvons pas la boussole de ce gouvernement.

 

Ma question est simple. Pour permettre ces négociations, ENGIE a accepté que tous les travaux de démantèlement en cours soient suspendus. ENGIE n'a pas accepté gratuitement – il y a un prix qui n'a pas été communiqué. Le contribuable a le droit de savoir ce que coûte, dès aujourd'hui, une opération dont nul ne sait si elle aboutira. Je n'ai donc qu'une question, monsieur le ministre: combien l'État belge a-t-il payé ou va-t-il payer à ENGIE pour compenser la suspension des travaux de démantèlement?

 

03.05  Mathieu Bihet, ministre: Chers collègues, les négociations relatives à la reprise éventuelle par l'État belge de l'ensemble des activités nucléaires d'ENGIE et d'Electrabel doivent être menées avec la sérénité et la confidentialité requises. Vous avez pu constater l'efficacité des discussions menées jusqu'à présent, rendues possibles notamment grâce au respect d'un cadre de confidentialité – que vous avez critiqué, et je peux le comprendre, mais que nous maintenons aujourd'hui. Il s'agissait de créer un climat de confiance et de travail en toute sérénité.

 

Vanaf 30 april heeft de regering er evenwel over gewaakt het Parlement onmiddellijk te informeren en uw vragen te beantwoorden. Gelet op de betrokken strategische industriële belangen, vereist dat soort bespreking echter een zekere mate van discretie en vertrouwelijkheid om de voorwaarden voor een succesvolle afronding van de gesprekken te vrijwaren. De gehanteerde methode heeft resultaten opgeleverd. Voor bijkomende informatie over de onderhandelingen moet ik mij op dit moment dan ook beperken tot de elementen die werden meegedeeld in het gezamenlijk persbericht van 30 april.

 

Sur la base de ce communiqué de presse, il peut être constaté que l’ensemble des éléments du dossier est pris en considération dans le cadre des négociations, y compris la question des coûts de démantèlement. La suspension des travaux de démantèlement ainsi qu’une éventuelle reprise de l’exploitation sont susceptibles d’impliquer une modification du scénario technique sous-jacent au démantèlement. Dans ce contexte, la Commission des provisions nucléaires (CPN) a décidé de suspendre temporairement les travaux liés à son exercice triennal de révision des provisions.

 

Als de lopende gesprekken tot een positief resultaat leiden, zal het technische referentiescenario inderdaad aanzienlijk wijzigen. Bij gebrek aan een akkoord zal het normale verloop van de werkzaamheden van de commissie worden hervat, waarbij de volledige prerogatieven worden behouden.

 

Vous l’aurez constaté, le communiqué de presse commun évoque la reprise des passifs nucléaires, mais également celle des actifs correspondants et donc des provisions associées. Ces différents éléments devront naturellement encore faire l’objet de discussions. Fournir davantage de détails à ce sujet porterait toutefois atteinte à la confidentialité précitée et reviendrait également à anticiper le résultat des négociations.

 

La signature de la lettre d’intention annoncée n’est que la conséquence de l’exécution de l’accord de gouvernement pour sa partie relative à l’énergie nucléaire. Nous avançons donc au pas de charge.

 

Comme indiqué dans le communiqué de presse, nous entendons progresser par étapes vers un éventuel accord. À ce stade, aucun engagement définitif n’a été conclu, mais une option existe aujourd’hui afin de maintenir ouverte une perspective pour l’énergie nucléaire en Belgique.

 

De volgende stap bestaat uit het sluiten van een head of terms. Daarvoor moeten verschillende duediligenceonderzoeken worden uitgevoerd, van onder meer technische, economische, juridische, financiële, energetische en strategische aard. Die analyses moeten het mogelijk maken om enerzijds, de situatie van de betrokken activa en installatie nauwkeurig te beoordelen en anderzijds, het exacte toepassingsgebied van de beoogde operatie af te bakenen.

 

Avec l'appui de la SFPIM, le gouvernement entend s'entourer des meilleures expertises disponibles pour chacune de ces thématiques, dans une approche comparable à celle retenue lors des accords Phoenix. Le calendrier est particulièrement exigeant et les travaux avancent à un rythme soutenu.

 

Ensuite, la mise en œuvre des accords conclus dans le cadre de l'accord Phoenix relatif à la prolongation de la durée de vie de Doel 4 et Tihange 3 se poursuit sans interruption. Dans la mesure où certains points doivent encore être discutés entre les parties concernées dans le cadre de la mise en œuvre, ces discussions sont menées en tenant dûment compte de l'ensemble des éléments pertinents et donc également des négociations relatives à la reprise éventuelle par l'État belge de l'ensemble des activités nucléaires d'ENGIE et d'Electrabel.

 

Ainsi, en ce qui concerne l'initial strike price actuellement appliqué à titre provisoire, les parties ont convenu de suspendre temporairement la procédure d'expert determination prévue et déjà engagée, afin de permettre que cet élément puisse être pleinement pris en considération dans le cadre des négociations relatives à la reprise éventuelle.

 

Ensuite, j'entends naturellement que les centrales soient exploitées en toute sûreté par l'opérateur. La Belgique dispose à cet égard de compétences et d'expertises reconnues. L'exploitant actuel dispose justement de ces compétences et l'a démontré de manière probante depuis plus de 50 ans.

 

Alors, comme indiqué dans le communiqué de presse conjoint du 30 avril, la lettre d'intention prévoit que, dans le cadre des négociations, l'État belge procède également à une due diligence complète des activités nucléaires concernées. Présenter dès à présent un plan relatif à l'exploitation des centrales nucléaires concernées reviendrait en fait à anticiper les conclusions de cette due diligence.

 

Je prends par contre acte de la position de certains groupes politiques sur ce dossier. Pour sa part, le gouvernement considère que l'énergie nucléaire constitue une source d'énergie décarbonée, pilotable et compétitive, et qui a un rôle à jouer dans le futur mix énergétique de la Belgique.

 

Contrairement à ce qui a parfois été affirmé, de nombreux pays européens et internationaux réinvestissent aujourd'hui dans le nucléaire, notamment au regard des enjeux climatiques, de sécurité d'approvisionnement mais surtout de souveraineté énergétique.

 

Nous n’avons aucune intention de dépendre davantage du gaz naturel, qu’il soit russe, américain ou en provenance du Moyen-Orient. C’est pourtant la trajectoire dans laquelle les politiques passées nous ont engagés depuis plus de 20 ans. Nous avons toutefois la possibilité de faire un autre choix, notamment parce que la Belgique a su préserver des compétences et des expertises reconnues dans le domaine du nucléaire. Il s’agit d’un choix rationnel, fondé sur des faits et non sur des postures dogmatiques. Le Parlement s’est d’ailleurs prononcé, le 15 mai 2025, à l’issue d’un large débat, en faveur du maintien de l’option nucléaire.

 

Stemmen de kosten die verband houden met de opschorting van de ontmantelingswerken, overeen met de kosten bij een mogelijke voortzetting van de gesprekken? Het totaalbedrag dat verschuldigd zal zijn door de opschorting, ter dekking van de kosten die ENGIE daardoor draagt, zal bepaald worden afhankelijk van de duur van de opschorting en het aantal betrokken eenheden. Indien de lopende gesprekken positief aflopen, zullen de bedragen geïntegreerd worden in de globale economische balans van de beoogde transactie. Dat verklaart eveneens de strakke timing waarbinnen de werkzaamheden uitgevoerd worden.

 

Enfin, même si M. D'Amico n'est plus là, il ne s'agit pas d'une nationalisation. Il n'y a pas d'expropriation ni de contrainte, mais nous parlons bien, en cas d'aboutissement positif des négociations, de la reprise en main de notre avenir énergétique, pour le bien de notre pays, de nos familles, de nos enfants et aussi de nos entreprises.

 

Mevrouw Van Keymolen, het is op dit moment nog te vroeg om een precies antwoord te geven op uw specifieke vraag over het Franse VNU-mechanisme. Wel maakt de wijze waarop de inkomsten gegenereerd zullen worden door de entiteit die kan voortvloeien uit de overname van de nucleaire activiteitsegment, in geval van een positieve afloop van de gesprekken, deel uit van de analyses, die nu worden uitgevoerd.

 

De heer Ravyts had een vraag over de studie van het Britse consultatiebureau Aurora Energy Research. Ik heb daarvan geen kennis behalve wat daarover in de pers werd vermeld. Het blijkt evenwel dat de conclusies van de studie reeds het onderwerp hebben uitgemaakt van discussies en betwistingen door verschillende experten, onder meer met betrekking tot de gehanteerde hypothese en methodologie.

 

Par ailleurs, il apparaît plus pertinent d'appréhender ces questions sous l'angle du coût total du système énergétique plutôt qu'à travers le seul coût unitaire par megawattheure. Nous serons évidemment attentifs à cet élément. Je vous remercie pour votre attention.

 

03.06  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Wat betreft Aurora Energy Research, kan ik uw mening voor een stuk delen, maar ik blijf ongerust over de clausule in de intentieverklaring dat de beoogde transactie geen onredelijke, negatieve noch positieve, impact mag hebben op de globale financiële situatie van ENGIE en Electrabel. Dat roept bij ons toch vragen op.

 

U hebt een paar concrete zaken gezegd, zoals dat de gesprekken over de definitieve strike price en de CNV-gesprekken over de ontmantelingsfactuur zijn stilgelegd omdat alles bij elkaar hoort. Ik hoop dat de Synatommiddelen, middelen van de exploitant zelf, naar de overheid gaan. Het zou er nog aan mankeren dat ze hier decennialang geëxploiteerd zouden hebben en dat de ontmanteling dan voor de overheid zou zijn.

 

Zelfs als een aantal kerncentrales operationeel zouden kunnen worden – en ik blijf heel voorzichtig, dat zullen er maximum twee of drie zijn, ik ben niet naïef – denk ik niet dat we binnen tien jaar zeven kerncentrales zullen hebben die opnieuw zullen draaien, mijnheer Wollants. Dat geloof ik niet. We zullen zien.

 

03.07  Bert Wollants (N-VA): Dank u wel, mijnheer de minister. Het is natuurlijk vooral van belang dat de doelstelling wordt behaald en dat we uitkomen op een grondig onderzoek van de due diligence en dergelijke. We volgen dat uiteraard op.

 

Er zijn de afgelopen tijd al een aantal elementen in de pers verschenen, onder meer over de 9 miljard euro aan fondsen, waarover ook de eerste minister al een aantal uitspraken heeft gedaan. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat dit op een goede manier zal gebeuren, maar we moeten dit dossier in elk geval goed en grondig opvolgen. We weten immers dat het met ENGIE niet altijd evident is om tot een degelijk akkoord te komen. Het vergt af en toe behoorlijk wat pagina's om alles uitgeschreven te krijgen.

 

Ik maak me minder zorgen over de passage dat dit geen onredelijke positieve of negatieve impact mag hebben op ENGIE. Als aandeelhouder, mijnheer Van Lysebettens, denkt u dat waarschijnlijk ook. Ik denk dat dat net garandeert dat het om een evenwichtige deal moet gaan. Het betekent ook dat centrales die vandaag voor ENGIE eigenlijk waardeloos zijn, in een mogelijk akkoord niet op een andere manier mogen worden voorgesteld. Voor mij is dat ook de betekenis van die passage.

 

Ik kijk in elk geval uit naar het resultaat en naar de verdere stappen daarnaartoe.

 

03.08  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw korte antwoord.

 

Ik begrijp dat mijn vraag hoe we later zullen omgaan met de opbrengsten als de kerncentrales van ons zouden zijn, misschien nog wat voorbarig is. U hebt daarop geantwoord dat het nog te vroeg is. Ik kom daar later dus zeker nog op terug, maar beter te vroeg dan te laat vragen stellen. Het is in elk geval iets om in het achterhoofd te houden op het gepaste moment.

 

03.09  Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse. Enfin, pour être honnête, je n’ai toujours pas obtenu de réponse à la seule question que j’ai posée. C’était déjà le cas lors du débat précédent: nous n’avons pas davantage de clarté sur les délais.

 

Dans le cas présent, la situation devient problématique. Le Parlement ne reçoit pas les éléments pourtant indispensables au suivi correct du dossier. Nous les attendons avec impatience et, je le répète, ils sont essentiels.

 

Vous nous avez également indiqué que nous n’étions pas dans le dogme. Permettezmoi donc dextrapoler: si les conditions de la négociation avec ENGIE savéraient défavorables pour les citoyens, votre gouvernement seraitil prêt à y renoncer? Cest cela, la vraie question! Allezvous vous entêter dans cette négociation, ou accepterezvous, si elle nous mène sur un terrain déraisonnable, dy mettre un terme? Pour ma part, jai des doutes.

 

J’espère que vous pourrez faire preuve du même pragmatisme que celui qui a guidé la Vivaldi. Nous avons à l'époque pris nos responsabilités. Vous dites qu’il aurait fallu agir il y a vingt ans. En effet! Et lorsque nous étions au gouvernement, nous avons prolongé les centrales qu’il était possible – et sûr – de prolonger.

 

J’ose espérer que vous ferez preuve du même sens des responsabilités et que, si les négociations dérapent ou deviennent défavorables à notre État, vous saurez y renoncer.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56015713C van de heer Oskar Seuntjens is uitgesteld.

 

04 Vraag van Sam Van Rooy aan Mathieu Bihet (Energie) over "De steeds talrijkere Vlaamse bedrijven die moeten wachten op elektriciteit" (56015745C)

04 Question de Sam Van Rooy à Mathieu Bihet (Énergie) sur "La hausse constante du nombre d'entreprises flamandes en attente d'électricité" (56015745C)

 

04.01  Sam Van Rooy (VB): De elektrificatiedwang - zo noem ik het - die blijkbaar razendsnel en dus ook ondoordacht moet plaatsvinden, zorgt in toenemende mate voor problemen bij burgers, maar zeker ook bij onze bedrijven. Het is bijna niet te geloven, maar vandaag wachten 1.824 Vlaamse bedrijven op een aansluiting of een verzwaring van hun elektriciteitsnet. De toestand is werkelijk hallucinant. In maart 2025 waren er 35 van dat soort dossiers. Eind maart 2026, een jaar later dus, wachten er 1.824 bedrijven op de aansluiting en de elektriciteit die ze nodig hebben. Ondernemingen in dit land, in Vlaanderen botsen daardoor op forse vertragingen of zien duurzame projecten zelfs stilvallen, wat uiteraard onze economische slagkracht ondermijnt en trouwens ook zeer nefast is voor ons ondernemingsklimaat. Ik citeer een ondernemer uit Vlaanderen: ʺWij vroegen 800 kilowatt aan en kregen maar 100 kilowatt aangeboden. Zo kunt u natuurlijk niet van start gaan.ʺ

 

Blijkens een persbericht van Elia worden maatregelen genomen, maar de vraag is in hoeverre die er op korte termijn voor zullen zorgen dat elk bedrijf de aansluiting en de elektriciteit krijgt die het nodig heeft om te ondernemen, te produceren en te leveren, met andere woorden om te floreren, want dat is uiteraard broodnodig in dit land. Minister, graag dus een toelichting over de maatregelen die worden genomen. Acht u die maatregelen voldoende? Tot slot natuurlijk de hamvraag, wanneer zal elk bedrijf de nodige aansluiting en elektriciteit geleverd krijgen?

 

04.02 Minister Mathieu Bihet: Collega's, wij worden inderdaad geconfronteerd met een sterke versnelling van de elektrificatie van onze ondernemingen. Dat is een goede zaak, maar uiteraard moeten ook de nodige middelen worden ingebouwd om die ondernemingen van voldoende elektriciteit te kunnen voorzien. Zoals u aangeeft, neemt het tempo van de aansluitingsaanvragen toe. Helaas is de realiteit dat netversterkingen niet even snel kunnen worden gerealiseerd, wat met name voor onze ondernemingen tot congestieproblemen leidt.

 

Op korte termijn bestaan er oplossingen via een optimalisatie van het gebruik van het bestaande net en uiteraard via flexibele aansluitingen waardoor meer ondernemingen op het net kunnen worden aangesloten. Die mogelijkheid bestaat al op het federale transmissienet van Elia en werd sinds begin 2026 ook mogelijk gemaakt op het niveau van de distributie- en lokale transportnetten in beide gewesten.

 

Op federaal niveau werden reeds verbeteringen aangebracht aan het aansluitingsproces in overleg met de regulator en de netbeheerder. Eind januari 2026 werd de gedragscode van de CREG aangepast om capaciteit vrij te maken voor ernstige projecten die momenteel in de wachtrij zitten. Het zal nodig zijn om samen met de CREG en Elia de impact van die aanpassingen te evalueren, maar daarvoor is het momenteel nog te vroeg. Dat neemt niet weg dat wij niet stilzitten. Binnen een werkgroep die op mijn initiatief werd opgericht, werken wij samen met de kabinetten van de gewestelijke energieministers aan structurele oplossingen voor het congestieprobleem.

 

Wij moeten, ten slotte, het net blijven versterken en optimaliseren waar dat mogelijk is. In dat verband verlopen de werkzaamheden rond het federaal ontwikkelingsplan 2028-2038 volgens planning. Tijdens de voorbereidende fase, die momenteel wordt afgerond, heb ik bovendien het initiatief genomen om de gewesten meermaals te consulteren over de scenario's die aan de basis liggen van het ontwikkelingsplan. Die scenario's zijn immers noodzakelijk om de behoeften correct te kunnen bepalen.

 

Elia overlegt ook regelmatig met de beheerders van de distributienetten. Bovendien zijn naast de inspanningen op federaal niveau structurerende projecten zoals Ventilus en Boucle du Hainaut noodzakelijk om onze ambities inzake offshorewind en kernenergie waar te maken en om de elektrificatie van onze ondernemingen en toepassingen mogelijk te maken.

 

Ik zal erop toezien dat het volgende netontwikkelingsplan rekening houdt met de essentiële noden van onze samenleving, inclusief die van onze ondernemers.

 

04.03  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, dank u voor uw antwoord. “We vroegen 800 kilowatt en kregen maar 100 kilowatt aangeboden. Zo kan men natuurlijk niet van start gaan.”, aldus een hardwerkende ondernemer in dit land. Ondertussen krijgen al meer dan 1.800 Vlaamse bedrijven niet de elektriciteit die ze nodig hebben, alsof ondernemers het in dit belastingland nog niet zwaar genoeg hebben.

 

Ik vroeg u wanneer elk bedrijf de nodige aansluiting en elektriciteit zal krijgen. Ik kreeg van u geen antwoord. De overheid faalt alweer in een kerntaak. We lijken soms wel een derdewereldland te zijn geworden, minister. Jarenlang heb ik ervoor gewaarschuwd dat de CO2-hysterie en de daaruit voortkomende elektrificatiedwang tot grote problemen en economische schade zouden leiden. Net zoals Vivaldi zet ook deze regering de CO2-hysterie boven onze bedrijven, boven onze economie en dus boven onze welvaart. Ik vind dat echt onbegrijpelijk.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van Jeroen Van Lysebettens aan Mathieu Bihet (Energie) over "De internationale conferentie tot uitfasering van fossiele brandstoffen" (56015753C)

05 Question de Jeroen Van Lysebettens à Mathieu Bihet (Énergie) sur "La conférence internationale sur l'abandon progressif des énergies fossiles" (56015753C)

 

05.01  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Al tijdens de gefaalde klimaattop van Belém vorig jaar kondigden Colombia en Nederland tijdens een persconferentie aan het over een andere boeg te gooien, namelijk: een nieuwe conferentie organiseren met landen die wél het klimaat serieus nemen en concrete maatregelen willen nemen. Ook uw collega, Minister Crucke, stond toen mee op het podium en toonde zo aan dat ook België een drijvende kracht achter dit nieuw initiatief wilde zijn.

 

Deze eerste conferentie tot uitfasering van fossiele brandstoffen vond inmiddels plaats van 24 tot 29 april in Santa Marta (Colombia). 53 landen, waaronder België, namen deel. Doel was om zo concreet en praktisch mogelijke acties en oplossingen te formuleren om de transitie weg van olie, gas en steenkool te versnellen. In aanloop naar deze conferentie gaf uw collega, Minister Crucke, aan bijzondere aandacht te willen besteden aan de rol van de internationale scheepvaart en aan mechanismen die een prijs zetten op CO-uitstoot, zoals het Europese ETS.

 

Tegelijk stelt het regeerakkoord dat het Belgische energiebeleid gericht is op het afbouwen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en het versterken van de open strategische autonomie, wat verdere aanknopingspunten met deze conferentie zou kunnen bieden. Zo ging de regering bv. onderzoeken in welke mate fossiele brandstoffen vandaag nog actief financieel moet worden ondersteund.

 

Ik heb de volgende vragen:

In welke mate was u, binnen uw bevoegdheden, betrokken bij de voorbereiding van deze conferentie?

Hoe evalueert u de resultaten ervan? Welke concrete engagementen werden bereikt?

Welke nieuwe engagementen heeft België zelf opgenomen naar aanleiding van deze conferentie?

Welke maatregelen zal u nemen om de Belgische economie minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen?

Wanneer mogen we een concreet Belgisch actieplan verwachten voor de uitfasering van fossiele brandstoffen, inclusief het afbouwen van subsidies?

Deze conferentie kadert in een breder initiatief voor een “Fossil Fuel Treaty” als aanvulling op het Akkoord van Parijs. Overweegt België zich hierbij aan te sluiten? Zo niet, welke bezwaren spelen en welke verdere stappen worden overwogen?

 

05.02 Minister Mathieu Bihet: België werd tijdens de conferentie van Santa Marta vertegenwoordigd door minister Crucke en de voorbereiding van die conferentie viel ook onder zijn verantwoordelijkheid. Hij heeft trouwens vanochtend in de commissie uw vraag beantwoord, net als die van de verschillende collega's.

 

05.03  Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, uiteraard heb ik de vraag ook gesteld aan minister Crucke. Hij heeft daarop onder andere geantwoord dat het een gedeelde regeringsverantwoordelijkheid is om maatregelen te nemen. Een deel van die verantwoordelijkheid ligt natuurlijk bij u. We geven veel subsidies aan fossiele brandstoffen en dus is het ook aan de minister van Energie om met een plan te komen om daarvan af te geraken.

 

Minister Crucke heeft vanochtend ook aangegeven dat er in de regering discussie is over de inzet van de ETS-middelen. Mijn suggestie, mijnheer de minister, is om alvast in die richting te kijken om structureel van de fossiele subsidies af te geraken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van Kurt Ravyts aan Mathieu Bihet (Energie) over "De regelgeving m.b.t. het vervoer van CO2 en de aspecten van het federale waterstofbeleid" (56015779C)

06 Question de Kurt Ravyts à Mathieu Bihet (Énergie) sur "La réglementation du transport de CO2 et les aspects de la politique fédérale en matière d’hydrogène" (56015779C)

 

06.01  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, er is zoiets als de Nationale Klimaatcommissie (NKC,) waarvan Vlaanderen dit jaar het voorzitterschap opneemt. Bij de NKC is er een specifieke werkgroep om de samenwerking inzake het vervoer van waterstof vorm te geven. De betrokken werkgroep zou daarover een nota opstellen, die dan zou worden voorgelegd aan de NKC.

 

U moet echter ook nog wetgeving ontwikkelen, mijnheer de minister. De CREG heeft in januari 2026 een studie gemaakt ter voorbereiding van het regelgevend kader voor waterstofterminals in België. De federale wet van 11 juli 2023 over het vervoer van waterstof door middel van leidingen zou dit jaar worden aangepast om haar in lijn te brengen met het Europese gaspakket.

 

U zou dit jaar het waterstofnetwerk verder doen ontwikkelen, afhankelijk van de behoeften van de markt. U zou daarbij rekening houden met de aanbevelingen van het interfederale plan MAKE 25-30.

 

Ten eerste, meent u dat inzake de ontwikkeling van een beleid voor CO2-afvang, -transport, -hergebruik en/of -opslag, er nog altijd verduidelijking moet komen over de bevoegdheidsverdeling tussen de federale en de gewestelijke overheden? Tinne Van der Straeten heeft daar haar tanden op stukgebeten in de vorige legislatuur. Komt er duidelijkheid?

 

Ten tweede, meent u dat wat waterstof betreft, in de bijzondere wet van 8 augustus 1980 een aantal elementen inzake de bevoegdheidsverdeling niet op de juiste wijze is verduidelijkt? Mevrouw Van der Straeten heeft daarover een nota doen maken en ze aan de bevoegde Vlaamse minister bezorgd, maar daar is verder niets mee gebeurd.

 

Ten derde, hoe ver staat het met de aanpassing van de wet van 11  juli 2023 en de uitvoering van de aanbevelingen uit MAKE 25-30? Heeft de NKC al vorm gegeven aan een nota ter zake?

 

06.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Ravyts, aangezien noch CO, noch CO2 als energiedrager beschouwd kan worden, valt vervoer ervan niet onder mijn bevoegdheid, met uitzondering van de vergunningen voor pipelines in de Noordzee, die door mijn administratie worden behandeld, bijvoorbeeld gaspijpleidingen.

 

Wat waterstof betreft, is de situatie inderdaad niet helemaal duidelijk. We zijn vragende partij voor constructief overleg op basis van concrete wetgevende teksten en voorstellen, zoals het waterstofdecreet, waaraan momenteel in Vlaanderen wordt gewerkt. We gaan ervan uit dat een dergelijk overleg te gepasten tijde zal plaatsvinden. Een theoretische benadering, aanvullend op bestaande rechtsspraak, heeft weinige meerwaarde.

 

De omzetting van het Europese gas- en decarbonisatiepakket is volop lopende, in overleg met mijn administratie. Onder andere met betrekking tot de terminals is er ook contact met de sector. Met betrekking tot enkele elementen die noodzakelijk zijn voor de bepaling van de tariefmethodologie voor het gebruik van het waterstofnetwerk van Fluxys hydrogen hopen wij sneller te gaan dan de vastgestelde omzettingstermijn. Die werkzaamheden passen volledig in het kader van de uitvoering van het MAKE-plan inzake waterstof.

 

06.03  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, vrij vertaald, wat de bevoegdheidsverdeling betreft, gaat u voor een pragmatische aanpak en spreekt u er zich niet echt over uit. Het is jammer dat er daaromtrent geen duidelijkheid komt. U zegt dat het vervoer van CO2 een Vlaamse bevoegdheid is. Ik vind dat raar. Waarom is er dan in de Nationale Klimaatcommissie sprake van intra-Belgische samenwerking daaromtrent in het kader van de ontwikkeling van de CCS-markt? We zullen de kwestie verder opvolgen. Ik dank u alleszins voor de update over de aanpassing van de wet van 11 juli 2023.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Samengevoegde vragen van

- Kurt Ravyts aan Mathieu Bihet (Energie) over "Het MYRRHA-project" (56015864C)

- François De Smet aan Mathieu Bihet (Energie) over "De bouw van de onderzoeksreactor MYRRHA" (56015875C)

- Bert Wollants aan Mathieu Bihet (Energie) over "MYRRHA" (56016031C)

- Marc Lejeune aan Mathieu Bihet (Energie) over "Het pauzeren van het MYRRHA-project en de verdere ontwikkeling ervan" (56016075C)

07 Questions jointes de

- Kurt Ravyts à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Le projet MYRRHA" (56015864C)

- François De Smet à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Le chantier du réacteur de recherche MYRRHA" (56015875C)

- Bert Wollants à Mathieu Bihet (Énergie) sur "MYRRHA" (56016031C)

- Marc Lejeune à Mathieu Bihet (Énergie) sur "La mise en pause du projet MYRRHA et les suites de son développement" (56016075C)

 

07.01  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, vorig jaar rond deze tijd stond er een vreemd artikel in de pers. De teneur was zoiets als: de arizonacoalitie geeft de voorkeur aan SMR's in plaats van aan het MYRRHA-project. U lachte dat toen een beetje weg. U ging er ook niet op in. Echter, op vrijdag 8 mei jongstleden bevestigden uw woordvoerder en de internationale vzw MYRRHA dat de bouw van de Belgische onderzoeksreactor MYRRHA, aangedreven door een deeltjesversneller, stilligt. We zitten dus nog altijd in de eerste van de drie grote fases.

 

Heel concreet, de bouw van het gebouw van de deeltjesversneller werd gepauzeerd. De reden daarvoor zou de herevaluatie van de Belgische nucleaire strategie door de regering zijn. Dat is inderdaad iets wat in het regeerakkoord en in de beleidsnota werd aangekondigd. In die context werd het contract voor de constructie van het gebouw voor de deeltjesversneller niet op tijd getekend.

 

Dat heeft natuurlijk consequenties voor de subsidies en dotaties aan de openbare instellingen in de nucleaire sector. Het gaat over strategische prioriteiten, financiële behoeften en begrotingsnoden. Ik herinner mij dat u in mei 2025 over MYRRHA hebt gezegd dat de internationale vzw er vooralsnog onvoldoende in was geslaagd om kapitaalkrachtige internationale partners voor dat miljardenproject aan te trekken.

 

Mijnheer de minister, kunt u meer toelichting geven bij die evaluatie van de subsidies en dotaties aan de openbare instellingen in de nucleaire sector? Wat betekent die herevaluatie van de nucleaire strategie voor het MYRRHA-project, zeker voor de tweede en derde fase?

 

Wil de regering meer prioriteit geven aan de financiële ondersteuning van het SMR-onderzoeksproject in het SCK? Dat is immers de kern van de zaak. Is dat de bedoeling? Zeg het dan gewoon, dan weten we het. Wij zouden graag zien dat u beide projecten financiert.

 

07.02  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, il y a les ratés de l’ancien nucléaire et, malheureusement, il y a déjà les ratés du nouveau.

 

Nous apprenons que la construction du réacteur de recherche MYRRHA est purement et simplement à l’arrêt. Le contrat du bâtiment principal n’aurait pas été signé, dans l’attente d’un arbitrage de votre gouvernement sur la stratégie nucléaire belge. Pourtant, MYRRHA constitue l’un des plus importants investissements fédéraux dans la recherche, financé sur fonds publics depuis plus d’une décennie, présenté comme une vitrine technologique européenne et comme un outil clé pour la médecine nucléaire et le traitement des déchets.

 

Monsieur le ministre, quel est, à ce jour, le calendrier précis de la décision stratégique nucléaire que votre gouvernement entend prendre, et dans quel délai ce calendrier sera-t-il transmis à la Chambre? Quel est le coût budgétaire des retards déjà accumulés sur le chantier MYRRHA, ainsi que l’impact estimé sur les engagements pris vis-à-vis de nos partenaires internationaux? Enfin, comment entendez-vous garantir que larbitrage à venir sur la prolongation des centrales et la reprise par l’État ne se fera pas au détriment des budgets de la recherche fédérale? Pouvez- vous nous en assurer?

 

Je vous présente déjà mes excuses si je ne peux pas entendre votre réponse ou y répliquer, car je dois être dans quatre minutes dans une autre commission.

 

07.03  Bert Wollants (N-VA): Het Myrrhaproject werd in dit huis al geregeld toegelicht en is een project dat grote ambities heeft op vlak van kernenergie van de volgende generatie, het produceren van medische isotopen en het transmuteren van kernafval waarbij de levensduur ervan met een factor 1000 zou worden verkort. Daarnaast zijn er ook synergieën met het SCK SMR project dat de vorige legislatuur werd opgestart.

 

Het regeerakkoord maakte al duidelijk dat er nood was aan evaluatie om op die manier de nodige beslissingen te kunnen nemen over het vervolg dat dient te worden gegeven aan het project. Daarbij werd aangehaald dat er o.a. diende te worden geëvalueerd voor wat betreft de IVZW Myrrha, de internationale financiering en de synergieën en complementariteiten met het SCK SMR-project. Het is dus nodig om deze grondig te doen om ook de juiste beslissingen te kunnen nemen.

 

Dit leidt tot een aantal vragen:

1) Wat is de stand van zaken van de verschillende evaluaties?

2) Wanneer zijn de resultaten bekend en zijn er vandaag al eerste conclusies die kunnen worden getrokken?

3) Wat is de tijdslijn voor het beslissen over het vervolg dat het project moet krijgen?

 

07.04  Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, chers collègues, le projet MYRRHA est reconnu comme l'un des projets de recherche nucléaire les plus innovants au monde, et pas seulement au niveau européen comme je viens de l'entendre. Il valorise les compétences de nos ingénieurs et de notre savoir-faire belge en sciences nucléaires. Il pourrait permettre à la Belgique de rester à la pointe dans des domaines stratégiques comme les réacteurs de quatrième génération – n'oublions pas que nos réacteurs ne sont que de deuxième génération.

 

Les enjeux et les atouts du projet MYRRHA sont les suivants: la réduction des déchets nucléaires – sa technologie permettant en effet une utilisation plus efficace du combustible, sa capacité à transformer les éléments de longue durée de vie et de réduire les quantités de déchets –, mais également la recherche et la production de radio-isotopes médicaux en vue du diagnostic et du traitement thérapeutique du cancer. Il y a également la recherche et le développement des réacteurs de quatrième génération et au-delà, avec des essais de nouveaux matériaux se rapprochant de la technologie de la fusion nucléaire. Ce type de réacteur est également vu comme un potentiel type de small modular reactor (SMR) au terme de son développement.

 

Chers collègues, ces derniers temps, nous avons appris comme vous dans la presse que le chantier était temporairement à l'arrêt, dans l'attente d'une clarification de la stratégie nucléaire fédérale. Il est vrai que beaucoup de choses sont en mouvement, ou en attente de décision. Cette situation intervient alors que notre gouvernement mène une réflexion plus large sur les priorités nucléaires de la Belgique, notamment le développement de SMR, la prolongation de centrales et de potentielles reprises.

 

En conclusion, MYRRHA ne doit pas être vu uniquement comme un coût budgétaire, mais comme un investissement stratégique en recherche, en innovation et en souveraineté technologique. À notre connaissance, très peu de pays disposent à ce jour d'un projet comparable.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous nous préciser les éléments qui expliquent aujourd'hui la suspension temporaire du chantier? Pouvez-vous nous indiquer quelle vision le gouvernement entend porter pour l'avenir du projet MYRRHA dans les prochaines années? Comment le gouvernement envisage-t-il l'articulation entre la stratégie belge en matière de SMR et le développement de MYRRHA, qui pourrait contribuer aux technologies nucléaires du futur?

 

07.05  Mathieu Bihet, ministre: Monsieur le président, chers collègues, le projet MYRRHA, et en particulier sa première phase MINERVA, constitue un projet scientifique et technologique important. Son potentiel en matière de recherche nucléaire est reconnu, comme le dit le collègue M. Lejeune, tant au niveau belge qu’international.

 

Het is echter normaal dat een project van deze omvang, dat aanzienlijke budgettaire engagementen inhoudt en kadert binnen een ruimer nucleair landschap, het voorwerp uitmaakt van een coherente en grondige analyse alvorens bepaalde verregaande beslissingen worden genomen.

 

Le gouvernement fédéral mène actuellement une réflexion globale sur les subsides, dotations et besoins financiers des différentes institutions publiques nucléaires. Cette réflexion ne vise pas uniquement MYRRHA, mais s’inscrit dans une approche plus large. Il s’agit de disposer d’une vision consolidée des priorités stratégiques, des besoins budgétaires, des synergies possibles également et des choix à opérer dans les prochaines années.

 

Concrètement, il ne s’agit pas d’un arrêt du projet MYRRHA ni d’une suspension générale de MINERVA. Les activités du projet se poursuivent. La décision qui a été postposée concerne l’attribution de certains contrats liés à la deuxième phase de construction de MINERVA.

 

De regering wil de nodige tijd nemen om dit dossier op een ernstige en verantwoordelijke manier te analyseren binnen een ruimer kader dan enkel het MYRRHA-project. De gevraagde informatie en budgettaire actualisaties worden momenteel door de verschillende betrokken partijen bezorgd en het analysewerk is reeds aan de gang.

 

À ce stade, je ne souhaite pas m’avancer sur un calendrier de résultats. L’objectif est évidemment d’apporter de la visibilité le plus rapidement possible, tant pour les équipes que pour les partenaires impliqués.

 

En résumé, il n’y a aujourd'hui aucune décision d’annulation du projet MYRRHA. C’est précisément parce que ce projet est important qu’il doit être examiné avec sérieux, dans un cadre plus large, responsable et cohérent avec les priorités nucléaires de notre pays.

 

07.06  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, bij een eerste, oppervlakkige beluistering zou men kunnen stellen dat het geruststellend is dat het MYRRHA-project doorgaat. Natuurlijk hoop ik dat de beslissing van de regering-Michel uit 2018 om de eerste fase met honderden miljoenen euro's te financieren tot in de puntjes verder wordt uitgevoerd. Ik hoop ook dat er snel een beslissing komt over de tweede en de derde fase van het MYRRHA-project.

 

Mijn ongerustheid is zeker niet volledig weggenomen, want de regering zit uiteraard met budgettaire beperkingen. Op de achtergrond speelt bovendien het SMR-verhaal dat binnen datzelfde Studiecentrum voor Kernenergie (SCK CEN) natuurlijk ook heel belangrijk is. We zullen moeten afwachten wat die re-evaluatie concreet zal opleveren.

 

Ik verzoek ten slotte de voorzitter van de subcommissie, die hier vandaag aanwezig is, om de mensen van het SCK CEN nog eens uit te nodigen. Het is al een tijd geleden dat we hen nog hebben gehoord over MYRRHA en het SMR-project.

 

07.07  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, het is een goede suggestie om het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK CEN) nog eens uit te nodigen in onze subcommissie. Er zijn meerdere dossiers die daartoe aanleiding geven.

 

We wisten sowieso dat er in het kader van het regeerakkoord evaluaties zouden komen. Wanneer er met grote budgetten wordt gewerkt, is het normaal dat er regelmatig wordt geëvalueerd om na te gaan of alles de juiste richting uitgaat. Op dat vlak volgen we dit verder op. Als dichtste vertegenwoordiger van de nucleaire Kempen neem ik dit dossier uiteraard heel graag ter harte.

 

07.08  Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie.

 

Je n'ai qu'un mot à dire: c'est une bonne nouvelle! Comme je l'ai indiqué, ce projet est capital pour la réduction des déchets, l'avenir des SMR et la recherche médicale. Vous nous avez dit que les activités du projet se poursuivaient. C'est une phase décisive. Je comprends la nécessité d'une réflexion plus large, qui peut constituer une sorte d'arrêt sur image. En tout cas, l'essentiel pour nous était d'entendre l'attention que vous réservez à ce dossier et la reconnaissance des activités concernées.

 

Je vous remercie encore et vous souhaite bonne chance. Longue vie à ce projet qui est essentiel à l'avenir du nucléaire!

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

08 Vraag van Kurt Ravyts aan Mathieu Bihet (Energie) over "De informele Energieraad van 12-13 mei 2026 in Nicosia (Cyprus)" (56015865C)

08 Question de Kurt Ravyts à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Le conseil informel de l'Énergie des 12 et 13 mai à Nicosie (Chypre)" (56015865C)

 

08.01  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, u hebt vorige week kunnen genieten van Grieks-Cyprus. U was in Nicosia, waar een informele energieraad plaatsvond, onder het Cypriotisch voorzitterschap van de Raad van de EU. Volgens de agenda kwam onder andere de taskforce Energie-unie aan bod en de acties uiteengezet in de mededeling AccelerateEU, met de noodzaak om de afhankelijkheid van Europa van geïmporteerde fossiele brandstoffen te verminderen.

 

Ook het onderwerp energiezekerheid kwam aan bod. We hebben vanochtend de eer en het genoegen gehad om collega Wollants op de radio te horen over het vulprobleem in Loenhout, de momenteel 25 of 26 % aan aardgasopslag. De ministers zouden een strategische discussie voeren over de rol van aardgas in de EU-energiemix na 2030, waarbij de ontwikkelingen op de LNG-markt zouden worden gepresenteerd en zelfs zou worden ingegaan op het potentieel van de Middellandse Zeeregio om betrouwbare aardgasleveringen aan de EU te garanderen. Rond Cyprus zit er blijkbaar ook wat gas, in de zeebodem, vermoed ik dan.

 

Naar verluidt zou op die informele raad ook gesproken zijn over de aankondiging van de Europese Commissie om een voorstel voor een hernieuwd raamwerk voor energieveiligheid en leveringszekerheid van aardgas te publiceren.

 

Kunt u verslag uitbrengen over alle agendapunten en de Belgische positiebepaling ter zake?

 

Zijn, meer in het algemeen, de gas- en oliereserves in andere delen van de EU, bijvoorbeeld in onze Noordzee, ter sprake gekomen?

 

08.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Ravyts, vooreerst wil ik aangeven dat ik door logistieke moeilijkheden, onder meer als gevolg van verstoringen in het luchtverkeer en stakingen, helaas niet fysiek aanwezig kon zijn op de informele Energieraad in Nicosia. België was er evenwel vertegenwoordigd en heeft volwaardig deelgenomen aan de besprekingen.

 

Ten eerste, er stonden drie algemene punten op het programma: de discussie over AccelerateEU, de rol van energieopslag en een debat over de aardgasproductie in de Europese Unie. Er was geen afzonderlijk agendapunt voorzien over het vernieuwde kader voor energieveiligheid.

 

Inzake AccelerateEU pleitte België voor het belang van een strikte monitoring en coördinatie op EU-niveau, in het bijzonder wat vliegtuigbrandstoffen betreft. Meer bepaald verwelkomde België het Fuel Observatory en het in kaart brengen van de raffinagecapaciteit, opdat de beschikbare voorraden en productie van dichtbij kunnen worden opgevolgd en de lidstaten een geïnformeerd beleid kunnen voeren.

 

Daarnaast wees België op het belang van het bewaren van een gelijk speelveld wanneer lidstaten nationale maatregelen nemen om de energiecrisis aan te pakken. België verzocht de Europese Commissie om de aanbevelingen in het kader van de methaanverordening snel te publiceren opdat de bevoorradingszekerheid gevrijwaard blijft, en herhaalde het verzoek om werk te maken van een robuust EU-rechtskader inzake buitengewone winsten.

 

Wat de sessie over het belang van energieopslag betreft, benadrukte België het belang van weerbare aanvoerketens, van de recyclage van materialen en van de standaardisering van componenten.

 

We kijken uit naar het sectoraal tripartiet contract on storage dat de Europese Commissie tegen de formele raad van juni wenst te finaliseren.

 

Ten tweede, het Cypriotische voorzitterschap heeft die kwestie inderdaad op de agenda geplaatst van de ministeriële werklunch, met als doel de importafhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Ook België wees op het belang van de ontwikkeling van lokale energieproductie om die afhankelijkheid te verminderen.

 

Andere EU-lidstaten met aardgasontginningsprojecten, zoals Roemenië, Bulgarije en Polen, hebben die boodschap ondersteund. Het belang van de verticale gascorridor voor de gehele zuidoostelijke EU-regio werd door die lidstaten onderstreept.

 

Hoewel de focus op lange termijn moet liggen op de ontwikkeling van schone energie in de Europese Unie, wees de Europese Commissie tevens op het belang van het verfijnen van analyses inzake toekomstige gasnoden, aanvoerroutes en EU-investeringen, ook verwijzend naar het European Alternative Fuels Observatory.

 

Aangezien Noorwegen eveneens vertegenwoordigd was op die informele raad, werden ook de gas- en oliereserves in de Noordzee ter sprake gebracht. Noorwegen benadrukte dat het een betrouwbare energieleverancier van olie en aardgas met lage emissies aan de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk blijft. De Noorse productie zal stabiel blijven tot 2030 doch daarna geleidelijk afnemen richting 2050.

 

08.03  Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik ben toch wel tevreden dat op EU-niveau, zij het Oost-Europa zij het Noorwegen, het belang van lokale gasproductie en de intra-Europese verdeling daarvan nog altijd als een belangrijk issue wordt beschouwd, ondanks het gebeuk daartegen van wie af wil van gas. Daarmee wordt niet alleen de afhankelijkheid van andere continenten bedoeld. Er wordt natuurlijk ook op de eigen Europese gasproductie gedoeld. Dat is dus een goede zaak.

 

In de marge van mijn vraag wil ik erop aandringen dat u ook Loenhout en de Belgische gasopslag in het oog houdt. Een collega heeft vanmorgen de mogelijke risico's toch even in de ether gebracht voor het brede publiek. Ook daarin hebt u een verantwoordelijkheid.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van Bert Wollants aan Mathieu Bihet (Energie) over "Het stookoliefonds Promaz en de REDIII-richtlijn" (56016022C)

09 Question de Bert Wollants à Mathieu Bihet (Énergie) sur "Le fonds mazout Promaz et la directive REDIII" (56016022C)

 

09.01  Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, een tijdje geleden heb ik u al vragen gesteld over het Promaz-fonds waarop u antwoordde dat voor de financiering van dit fonds enkel de toeslagen op de stookolieprijs konden worden gehanteerd die reeds voorzien waren in het samenwerkingsakkoord, maar dat er geen akkoord was over de toeslagen die volgens het fonds nodig zijn om alle dossiers af te handelen.

 

Op zeer korte termijn kan het fonds dus nog functioneren, maar dat is beperkt. U haalt als begrijpelijke reden aan dat u geen extra kosten wilt op de stookoliefactuur, maar tegelijkertijd is dit fonds er natuurlijk net wel gekomen om een hoop miserie bij de burgers op te lossen. Een evenwicht zoeken in de situatie lijkt toch wel aangewezen.

 

U bent ook bezig met het omzetten van RED III, waarover in de wandelgangen klinkt dat de voorstellen die op de tafel liggen wel eens vrij duur kunnen uitvallen voor de verbruikers. Er zou een deel goldplating in zitten, waardoor de kosten voor de verbruikers vele malen hoger zouden oplopen dan wat nodig is voor Promaz.

 

Op basis van deze signalen lijkt het alsof er met twee maten en gewichten wordt gewerkt. Het lijkt me dat we zeer voorzichtig moeten zijn in beide gevallen en dat we moeten bekijken wat we in ruil krijgen voor de middelen die van de burger worden gevraagd. Dat leidt tot een aantal vragen.

 

Ten eerste, zijn er nog evoluties in het Promaz-dossier, of is het louter wachten totdat het fonds ophoudt te bestaan door een gebrek aan middelen?

 

Ten tweede, wat is de stand van zaken van RED III? Klopt het dat er teksten op tafel liggen met een groot deel goldplating ten opzichte van de richtlijn en het regeerakkoord?

 

Ten derde, wat zou dit betekenen voor stookoliegebruikers en gebruikers van motorbrandstoffen, uitgedrukt in bijkomende kosten in eurocent per liter?

 

Ten vierde, bent u bereid een RED III in een afgeslankte versie te bekijken, wat de gebruikers een heel pak kan doen besparen?

 

09.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Wollants, de nieuwe aanvraag van Promaz om de bijdrage te verhogen van 0,2 cent naar 1 cent per liter wordt momenteel geanalyseerd. De procedure voor de inning van de bijdrage bij de oliemaatschappijen, gebaseerd op de volumes verwarmingsgasolie die in het eerste kwartaal van dit jaar in verbruik zijn gebracht, staat op het punt om van start te gaan. Promaz zal dus rechtstreeks kunnen genieten van de bijdrage.

 

Een voorontwerp van wet wordt momenteel inderdaad besproken op politiek niveau. Dit voorontwerp zet enerzijds de doelstellingen en subdoelstellingen om die door de RED III-richtlijn worden opgelegd en bevordert anderzijds de ontwikkeling van nieuwe sectoren, zoals waterstof van het type RFNBO. Dit gebeurt in overeenstemming met de bepalingen van de richtlijn en met de uitvoering van het regeerakkoord. Verbruikers van stookolie zullen inderdaad niet getroffen worden door RED III. Wat de impact op brandstofverbruikers betreft, er zal wel degelijk een effect zijn, aangezien de doelstellingen van de integratie van hernieuwbare energie in de transportsector, opgelegd door de Europese richtlijn, tussen RED II en RED III bijna verdubbeld zijn.

 

Het voorontwerp van wet dat momenteel op politiek niveau wordt besproken, heeft de impact op de brandstofprijs zoveel mogelijk beperkt. Tegen 2030 wordt deze impact, onafhankelijk van de evolutie van het verbruik en de prijzen op de internationale markt, geraamd op minimaal ongeveer 0,16 euro per liter. Het voorstel vormt een minimale omzetting van de door Europa opgelegde doelstellingen, in overeenstemming met het regeerakkoord dat de kosten voor de consument beperkt.

 

Ten slotte, het voorontwerp werd reeds vereenvoudigd in het licht van de vastgelegde doelstellingen, met name in vergelijking met de buurlanden. Zo ligt de doelstelling in de wegtransportsector in Nederland boven 40 %, tegenover 29 % in het voorontwerp van wet dat wij voorstellen. Dat percentage onder controle houden betekent ook de impact op de brandstofprijs aan de pomp beheersen.

 

09.03  Bert Wollants (N-VA): Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister. Wij kijken uit naar de verdere evolutie van het Promaz-dossier en tot wat dat zal leiden. Ik wil niet absoluut prijsverhogingen op brandstoffen gaan organiseren, maar aan de andere wil ik de miserie die daar vandaag aan is gekoppeld in het kader van Promaz ook niet laten voortbestaan.

 

We kijken ook uit naar de behandeling van RED III in het Parlement. Wij zijn uiteraard zeer blij dat er al stappen zijn gezet om ervoor te zorgen dat de impact zo beperkt mogelijk kan zijn en dat we een zo groot mogelijk resultaat bekomen voor zo weinig mogelijk meerkosten. Dat moet uiteindelijk onze bedoeling zijn.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Vraag van Phaedra Van Keymolen aan Mathieu Bihet (Energie) over "De intentieverklaring over de nucleaire samenwerking met Nederland" (56016029C)

10 Question de Phaedra Van Keymolen à Mathieu Bihet (Énergie) sur "La déclaration d’intention relative à la coopération nucléaire avec les Pays-Bas" (56016029C)

 

10.01  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Mijnheer de minister, we vernamen dat u een intentieverklaring hebt ondertekend met Nederland voor een nauwere nucleaire samenwerking. We weten ook dat vandaag al verschillende samenwerkingskaders bestaan. Het SCK CEN werkt binnen het Eagles Consortium aan de Leandra-demonstrator in Mol. Op Europees niveau is er de Industrial Alliance for SMR’s met meer dan 350 leden. Ook vindt jaarlijks het Belgisch-Nederlands Nucleair Congres plaats.

 

Kunt u toelichten welke meerwaarde deze intentieverklaring biedt bovenop de bestaande Europese en multilaterale samenwerkingen?

 

Worden in dat kader concrete gezamenlijke Belgisch-Nederlandse SMR-projecten overwogen?

 

Hoe verhoudt deze intentieverklaring zich tot de Belgische SMR-doelstellingen?

 

Is het de bedoeling dat dit traject de ontwikkeling of de implementatie van SMR’s in ons land concreet kan versnellen?

 

10.02 Minister Mathieu Bihet: Mevrouw Van Keymolen, de samenwerking tussen Nederland en België is niet nieuw. We hebben historische, culturele en economische banden en een gelijkaardige ambitie om kernenergie deel te laten uitmaken van een energieneutrale transitie naar een koolstofarm en duurzaam energiesysteem. De bestaande samenwerking werd al deels gekaderd door de politieke verklaringen inzake energiesamenwerking van 18 december 2022, maar door de ontwikkelingen van de laatste jaren werd duidelijk dat een ruimere samenwerking beide landen ten goede zal komen.

 

De nieuwe intentieverklaring verruimt en intensiveert de samenwerking op het vlak van kennisuitwisseling, behandeling van radioactief afval en materialen, onderzoek en ontwikkeling, ontwikkeling van menselijk kapitaal, versterking van de nucleaire toeleveringsketens en de productie van radio-isotopen. De intentieverklaring focust niet specifiek op samenwerking rond SMR’s. De intentieverklaring is een overkoepelend instrument en focust dus niet alleen op samenwerking rond SMR’s.

 

Nederland is al een paar jaar geleden gestart met de ontwikkeling van een kader voor de verdere ontplooiing van kernreactoren, zowel de klassieke grote centrales als small modular reactors (SMR's). Op dat vlak heeft het een voorsprong opgebouwd en kan de opgebouwde kennis omtrent de locatie, onderzoek, vergunningen en processen de implementatie van SMR's in ons land zeker ten goede komen.

 

10.03  Phaedra Van Keymolen (cd&v): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik onthoud dat het niet alleen om SMR's gaat. Samenwerking is zeker goed als we kunnen leren van elkaar. We hoeven dan niet het warm water opnieuw uit te vinden. 

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Bert Wollants aan Mathieu Bihet (Energie) over "De energienorm" (56016048C)

11 Question de Bert Wollants à Mathieu Bihet (Énergie) sur "La norme énergétique" (56016048C)

 

11.01  Bert Wollants (N-VA): We zouden onze vragensessie toch niet kunnen sluiten zonder een vraag over de energienorm?

 

Mijnheer de minister, ondertussen heeft het Parlement de tarifaire richtlijn goedgekeurd, waardoor natuurlijk ook onder andere de gesprekken met de CREG inzake de energienorm tot resultaten moeten leiden. In die zin is het belangrijk te vernemen hoe u met de CREG een aangepast tariefvoorstel zult formuleren.

 

Daarnaast blijft de CISAF-piste, die via de gewesten verloopt, nog altijd zeer belangrijk. Het is nog onvoldoende duidelijk hoe de middelen zullen worden verdeeld over de gewesten en welke tijdslijn zal worden gevolgd, terwijl die elementen van belang zijn voor de betrokken bedrijven om te kunnen inschatten wanneer de effecten van de energienorm voelbaar zullen zijn.

 

Ten eerste, hoe ver staat het met het overleg met de CREG om de daling van de transmissienettarieven te concretiseren? Wordt er een specifieke timing gehanteerd?

 

Ten tweede, wat is de stand van zaken van het CISAF-gedeelte? Kunt u toelichting geven bij de verdeelsleutel tussen de verschillende gewesten? Wanneer zal daarover worden beslist? Wat zijn de geplande bedragen per gewest, als die al bekend zijn?

 

Ten derde, welke criteria worden gehanteerd om de middelen tussen de gewesten te verdelen?

 

Ten vierde, worden bij de overdracht van de middelen voorwaarden gesteld hoe en binnen welke termijn de middelen moeten worden gebruikt? Hoe gebeurt dat?

 

11.02 Minister Mathieu Bihet: Ik dank u voor uw vragen, die raken aan de kern van de uitvoering van de energienorm, een van de prioriteiten van de regering.

 

Op 16 april heeft het Parlement het wetsontwerp inzake de energienorm goedgekeurd, waardoor de mogelijkheid werd gecreëerd voor de CREG de gedifferentieerde transmissienettarieven toe te passen op basis van het verbruiksprofiel. Die evolutie vormt een essentiële hefboom om de competitiviteit van energie-intensieve ondernemingen te verbeteren, en is een sterk signaal.

 

Er vinden inderdaad contacten plaats met de regulator, met respect voor diens onafhankelijkheid en exclusieve bevoegdheden.

 

Gelet op uw nauwgezetheid hebt u ongetwijfeld opgemerkt dat het ontwerpbesluit over de tariefmethodologie van de CREG, dat momenteel aan een publieke consultatie is onderworpen, een tariefverlaging bevat. Dat bewijst dat het dossier op de goede weg is en dat er constructief wordt gewerkt. Vervolgens zal het aan de CREG toekomen om de tariefverlaging operationeel te maken, wat mogelijk binnenkort kan gebeuren, met naleving uiteraard van de wettelijke beperkingen inzake de timing van de regulator.

 

Ten slotte, de gewesten hebben hun principieel akkoord gegeven voor de voorzetting van de werkzaamheden inzake CISAF, teneinde de federale financiële steun concreet vorm te geven. Uiteraard zal dat werk aanleiding geven tot politieke discussies, maar op dit moment wordt nog volop gewerkt aan de uitwerking van het mechanisme.

 

11.03  Bert Wollants (N-VA): Dank u wel, mijnheer de minister. Het is goed nieuws dat de CREG aan de slag is. Ik hoop dat we daar binnenkort de resultaten van kunnen zien. De sector kijkt daar heel erg naar uit. Wij moeten ervoor zorgen dat de bedrijven kunnen overleven in de competitieve omgeving waarin we vandaag zitten. Dat is zeer belangrijk voor mij en mijn partij.

 

Ik hoop ook dat we op het vlak van CISAF snel vooruitgang kunnen boeken. Ik begrijp dat de exacte verdeelsleutel en de criteria daarvoor vandaag nog niet bekend zijn. Ik kan alleen maar iedereen die bij dat dossier betrokken is, aansporen om vooruitgang te boeken. De sector heeft daar absoluut nood aan. Als we onze competitiviteit overeind willen houden, moeten we daar op korte termijn resultaten kunnen boeken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.24 uur.

La réunion publique de commission est levée à 17 h 24.