|
Commissie
voor Mobiliteit, Overheidsbedrijven en Federale Instellingen |
Commission de la Mobilité, des Entreprises publiques
et des Institutions fédérales |
|
van Woensdag 22 april 2026 Namiddag ______ |
du Mercredi 22 avril 2026 Après-midi ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 15.47 uur en voorgezeten door de heer Frank Troosters.
La réunion publique de commission est ouverte à 15 h 47 et présidée par M. Frank Troosters.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
01.01 Dimitri Legasse (PS): Nous sommes dans une situation – Mme la ministre était en colère la semaine dernière dans cette même salle, à cette même place – qui n’a que trop duré, de l’avis général, en ce compris et surtout de l’avis des postiers. Il est trop facile de compter sur la fatigue, l’usure, la perte de crédit ou sur une opinion publique qui désapprouverait ou ne soutiendrait pas la poste, pour laisser la situation s’enliser et perdurer.
Nous sommes dans une situation – nous l’avons dit la semaine dernière dans cette même enceinte – où le plan de transformation n’a rien de stratégique, sauf à considérer qu’une stratégie consiste à fatiguer les travailleurs, à les démobiliser et à leur faire perdre confiance dans l’entreprise publique pour laquelle ils travaillent parfois depuis plusieurs dizaines d’années, avec abnégation et même passion.
Nous sommes dans une situation où le plan de transformation propose aux uns, aux unes et aux autres de commencer certes plus tard, mais pour finir beaucoup plus tard, sans garantie de tournée, sans garantie de titularisation, sans garantie non plus d’un jour fixe lorsqu’on travaille à quatre cinquièmes, avec une planification imprécise, et avec des bureaux ou des dépôts d’attache où la situation peut changer le matin même, en fonction du volume, et vous envoyer à 30 kilomètres.
Aujourd’hui, il y aurait un préaccord. Celui-ci semble être intervenu jeudi dernier, à peine la séance parlementaire terminée. Ni Mme la ministre ni moi n’en avions l’information. Néanmoins, la base, les postiers, les travailleurs de terrain ne sont pas encore convaincus. C’est révélateur qu’ils ne le soient pas. Il est inutile de communautariser le débat – nous l’avons entendu également, sans utilité. Il faut convaincre les travailleurs, et non les convaincre par la menace. Il faut les convaincre en leur tendant la main et en les soutenant, madame la ministre.
Vous nous avez dit être pleinement engagée en ce sens. Je souhaite dès lors vous entendre sur la situation actuelle et sur l’engagement qui est le vôtre.
01.02 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, bij bpost stapelen de reorganisaties zich op en het personeel trekt steeds harder aan de alarmbel. Opnieuw liggen er plannen op tafel om de werkuren te verschuiven. Dit zou in de eerste plaats de werkdruk bij de steeds grotere volumes die de postbodes moeten bedelen nog maar eens vergroten. Ze staan nu al onder druk om alles klaar te krijgen, wat niet altijd lukt binnen de opgelegde tijd, en overuren worden niet uitbetaald.
Voor veel werknemers is dit niet meer houdbaar. De verhouding tussen het werk en het gezinsleven komt zwaar onder druk te staan. De dienstverlening aan de klanten verdwijnt als sneeuw voor de zon. De werksfeer is toxisch en postbodes met jaren ervaring worden weggepest om te worden vervangen door goedkope tijdelijke contracten. Is dit de strategie van bpost, waar het personeel kreunt onder de werklast en zijn werk niet meer naar behoren kan doen? Het personeel moet voor een zo laag mogelijk loon werken en in onhoudbare arbeidsomstandigheden, terwijl de CEO voor zijn harde beleid beloond wordt met meer dan 1 miljoen euro per jaar.
De voorbije jaren heeft bpost al tal van ingrijpende veranderingen doorgevoerd: de afbouw van klassieke postrondes, het verdwijnen van krantenbedeling en een steeds grotere focus op pakjes. In de nieuwe uurregeling kunnen ze nog meer pakjes meegeven. Werknemers geven aan dat ze alle dagen boven hun gemiddelde zitten en dat de auto waarmee ze rondrijden nu al te klein is. De bazen willen steeds meer. Hoelang zal dit nog duren? Is de werkdruk nog niet hoog genoeg? Het gevoel leeft sterk dat 'meer en meer' het enige managementprincipe is geworden, ten koste van werkbaarheid en kwaliteit van de openbare dienst.
Hoe evalueert u de impact van de opeenvolgende hervormingen bij bpost op de werkdruk en de arbeidsomstandigheden van het personeel?
Bent u bereid om in overleg te gaan met de directie van bpost en de sociale partners om deze plannen rond latere opstarturen te herbekijken, rekening houdend met de noden van zowel werknemers als dienstverlening?
Hoe garandeert u dat bpost een sterke openbare dienst blijft, met stabiele jobs, respect voor ervaren personeel en voldoende middelen om de groeiende pakjesvolumes op een kwalitatieve manier te verwerken?
01.03 Farah Jacquet (PVDA-PTB): Madame la ministre, les inquiétudes et la colère des postiers de bpost ne faiblissent pas. Depuis près d’un mois, ils se mobilisent contre la révision en profondeur des horaires et de l’organisation de leurs tournées. Un syndicaliste me disait que, si le plan de transformation voulu par la direction devait passer, c’est tout le secteur postal et les droits des travailleurs qui seraient nivelés vers le bas. Séléna, factrice dans la région namuroise, m’expliquait: "Pendant des années, je finissais en début d’après-midi, je pouvais aller chercher mes enfants à l’école et organiser ma vie. Maintenant, avec ces horaires décalés, je pourrais terminer à 17 h 30, alors que j’ai choisi de travailler plus tôt. Cela change tout. Il faut payer la garderie, parfois même une baby-sitter, et cela, la direction ne le prend pas en compte."
Pendant que les travailleurs de bpost triment dur, que certains doivent cumuler un second emploi en flexi-job pour boucler les fins de mois et que la direction demande toujours plus d’efforts, pour elle, c’est Byzance. Prenons l’exemple du CEO, Chris Peeters. L’an dernier, il a perçu un salaire de 1,1 million d’euros. Il y a donc, d’un côté, une rémunération maximale pour le CEO et, de l’autre, une pression maximale pour les travailleurs.
Mes questions sont les suivantes. La direction souhaite que la majorité des facteurs en Wallonie et à Bruxelles terminent leur travail à 17 h 45 ou plus tard, soit bien plus tard que dans d’autres régions. Pourquoi? Pourquoi ce qui est possible dans certaines villes ne le serait-il pas à Charleroi, Liège ou Bruxelles?
En ce qui concerne les tournées non denses, la direction souhaite que 25 % d’entre elles soient organisées sur une base flexible, c’est-à-dire que les facteurs en charge de ces tournées puissent varier d’un jour à l’autre. Pourquoi 25 %? À quelle réalité cela correspond-il?
La direction souhaite instaurer un cadre différencié entre tournées denses et non denses. Sur quels critères une tournée est-elle considérée comme dense ou non dense?
Enfin, la possibilité de mettre en place des équipes volantes sur une base volontaire, avec compensations, a-t-elle été analysée, sachant que de tels dispositifs existaient déjà durant certaines périodes de l’année?
01.04 Nele Daenen (Vooruit): Mevrouw de minister, de staking bij bpost is vandaag bijna een maand ver. Wat begon als een sociaal conflict is intussen uitgegroeid tot een probleem dat iedereen raakt. Postpunten zitten overvol, pakjes blijven liggen en vele burgers wachten op hun zending. Ook kleine zelfstandigen en webshops ondervinden elke dag opnieuw de gevolgen. Voor hen betekent dit niet alleen vertraging, maar ook inkomensverlies en onzekerheid.
Mevrouw de minister, dit gaat niet alleen over logistiek, dit gaat ook over werkbaar werk voor de postbodes en over een betrouwbare dienstverlening voor de burger. Als essentiële diensten stilvallen, dan brokkelt immers ook het vertrouwen af.
U hebt inderdaad al enkele initiatieven genomen. U hebt zelf voorgesteld om een bemiddelaar aan te stellen om het sociaal overleg opnieuw op gang te trekken, wat ondertussen ook gebeurd is. Dat is natuurlijk een belangrijke stap, maar tegelijk zien we ook dat de onderhandelingen vandaag nog vastzitten en dat de impact elke dag groter wordt. Er werd een voorstel gedaan door de CEO aan de vakbonden. Tot vandaag is er echter nog geen echt resultaat.
Mijn vraag is dan ook zeer concreet hoe u er op zeer korte termijn voor zult zorgen dat dit conflict wordt doorbroken en dat de continuïteit van de postbedeling opnieuw gegarandeerd wordt.
De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan de jarige heer Vandemaele, die ik feliciteer.
01.05 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik dank u. Ik had niet verwacht dat mijn verjaardag buiten mijn vaste commissie gekend zou zijn.
Mevrouw de minister, er is al weken sociale onrust bij bpost. Merkwaardig genoeg kwam de CEO eigenlijk heel laat in het spel tijdens de onderhandelingen. Er was toen plots een oplossing maar daarna bleek er dan toch geen oplossing te zijn. Hoe dan ook, vandaag is er sociale onrust bij bpost, en die lijkt nog maar het voorgerecht. Op dit moment wordt immers over de volgende beheersovereenkomst onderhandeld. Ik ga ervan uit dat u met die onderhandelingen bezig bent. De overeenkomst moet in 2027 ingaan, dus daar moet nu over gesproken worden. De overeenkomst zal bijvoorbeeld een impact hebben op de toekomst van de postkantoren. Ze zal ook een impact hebben op de manier waarop bpost in de komende jaren wordt georganiseerd. Het sociaal overleg zal dus nog veel steviger worden dan de uitdaging waar u vandaag voor staat.
Mijn vraag is vooral hoe het sociaal overleg binnen bpost zal worden vormgegeven, zodat de noodzakelijke hervormingen kunnen worden doorgevoerd. We kunnen immers niet blind zijn voor de economische logica waarin het bedrijf zich bevindt. De brievenpost daalt sterk en stort in, terwijl de pakjesvolumes toenemen. Het bedrijf moet dus transformeren. Bpost is echter een overheidsbedrijf en mijn fractie wil dat die transformatie op een sociaal en ecologisch verantwoorde manier gebeurt. Daarvoor zal stevig sociaal overleg nodig zijn tussen de werknemers enerzijds en uiteraard bpost als werkgever anderzijds, maar mogelijk ook met u als minister. Die drie partijen zullen samen de sociale dialoog vorm geven.
Hoe ziet u uw rol? Bent u een buitenstaander die toekijkt of zult u samen met de directie de kar trekken om tot oplossingen te komen?
Streeft u naar een groot sociaal pact tussen de werknemers van bpost en het bedrijf, zeker gelet op de grote en uitdagende hervormingen die op ons afkomen?
01.06 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Madame la ministre, on assiste depuis près d'un mois à un mouvement de grève en cours chez bpost. Ce mouvement dure en raison de l'attitude complètement fermée de la direction, qui a unilatéralement décidé de changements radicaux pour ses travailleurs. Ce qui est vraiment intéressant dans ce mouvement de grève, c'est qu'il ne s'agit pas d'un mouvement pour l'augmentation du prix des chèques-repas, ni contre une restructuration mais qui porte sur la question du temps et de l'organisation familiale.
Ce que disent aujourd'hui les travailleurs et les travailleuses c'est: "Comment vais-je faire pour aller chercher mes enfants à l'école?" Ces personnes ont choisi un métier qui a des contraintes, comme le fait de commencer tôt, mais il permet aussi, dans l'équilibre avec le conjoint ou la conjointe, de pouvoir assumer le rendez-vous chez le dentiste que l'on ne peut pas fixer à 20 h 00, ou d'aller chercher les enfants à une heure raisonnable. En imposant à des travailleurs – il est quand même question de 27 000 personnes – un changement de rythme de manière unilatérale sans aller chercher une discussion ou un compromis, il y a effectivement un blocage.
Au-delà de ces travailleurs qui sont très stigmatisés par certains, il est intéressant de sentir qu'une grande partie des réformes actuellement mises en place par ce gouvernement visent à instaurer un modèle de ce type dans l'ensemble de la société. Quand je vois les levées de bouclier à cette échelle-là, je pense que cela montre à quel point ce gouvernement est en train de faire fausse route.
Madame la ministre, quel est votre point de vue sur l'attitude de la direction dans cette séquence? Dans un contexte social déjà tendu, considérez-vous qu'il soit acceptable que la direction d'une entreprise publique ayant une responsabilité sociétale s'enterre dans un schéma si dur de négociation au lieu d'accepter un dialogue constructif? Quels sont les actes que vous allez poser pour que la situation puisse s'apaiser et que les droits sociaux des travailleurs et des travailleuses soient respectés?
J'enchaîne avec ma deuxième question. Madame la ministre, toute cette discussion nous amène à un questionnement plus large sur cette responsabilité sociétale de bpost. À ce jour, personne ne conteste que le rôle historique de distribution du courrier chez bpost ait changé. Mais ce plan de transformation sociale que tente d'imposer la direction est particulièrement dur et il est d'autant plus injuste au vu de certains choix qui sont posés par la direction, qui sont, eux, beaucoup plus risqués et, finalement, plus légers par rapport aux enjeux financiers qu'on nous décrit comme tendus pour justifier ces réformes. Je pense, par exemple, à des paris risqués en matière d'investissements, à des pertes ayant été liées à certains investissements aux États-Unis, au renflouement des filiales sans vraiment voir où cela nous mène. Par ailleurs, on pense à la rémunération du CEO de l'entreprise, qui a perçu plus d'un million d'euros en 2025. Il semblerait que ces montants pourraient encore considérablement augmenter dans les années à venir, lorsque le versement d'une prime débutera, à long terme.
Madame la ministre, quelle est votre vision pour le futur de bpost? Me rejoignez-vous sur le fait que son objectif de rentabilité ne doit pas être atteint en s'alignant sur les conditions de travail déplorables pratiquées par la concurrence? Vous engagez-vous à ce que bpost assume son caractère d'entreprise publique en dégageant une solution respectueuse des travailleurs et des travailleuses?
Quelles actions entreprendrez-vous pour ramener la sérénité au sein de cette entreprise publique et, plus largement, quelles actions entreprendrez-vous au sein de votre gouvernement pour assurer le respect de la législation économique et sociale pour tous les acteurs du secteur?
01.07 Lieve Truyman (N-VA): Goedemiddag, mevrouw de minister.
Dit dossier wordt normaal gezien door mijn collega Michael Freilich opgevolgd, maar hij had op dit moment een ander overleg, waardoor ik het even overneem. In eerste instantie wil ik zeggen dat bpost goed werk levert. Ik heb al een aantal filialen mogen bezoeken, zowel in mijn eigen regio als onlangs hier in Brussel, waar we te gast waren bij een avondwerking. Er wordt daar prachtig werk geleverd door de medewerkers van bpost.
We moeten echter ook naar de realiteit kijken. We hebben zowel in het lokale filiaal in mijn regio als in Brussel zeer duidelijk gezien dat het verwerken van brieven gigantisch is afgenomen. Tegelijk is de toevloed aan pakjes die in Brussel binnenstromen en verwerkt worden enorm groot. We kunnen daaruit alleen maar concluderen dat we in een veranderende wereld zitten, zowel wat betreft de functie van bpost als wat betreft onze economie. E-commerce is enorm toegenomen. Men kan daar voor of tegen zijn, maar we moeten die realiteit onder ogen zien.
Er bestaan standaarden voor het verwerken van brieven, maar voor pakjes zijn die er niet. De ene keer wordt een zak hondenvoeding via de post bedeeld, de andere keer een doos schoenen. Er zijn geen standaarden en dat maakt het complexer.
Wat wel duidelijk is, is dat de wereld verandert en dat we ons daaraan moeten aanpassen. Dat betekent ook dat bpost rekening moet houden met die veranderende realiteit. Als bpost dat niet doet, zullen andere spelers op de markt dat aandeel in het verwerken van pakjes zeker overnemen. Dan staat bpost veel verder van huis en dreigt er een groot sociaal drama, als bpost een onaantrekkelijk en onbetrouwbaar bedrijf zou worden. Dat signaal wordt nu gegeven: bpost is geen aantrekkelijk bedrijf. Leveranciers en economische partners houden dat zeer goed in de gaten. Ze stellen vast dat het momenteel gigantisch lang duurt om pakjes bij het juiste bedrijf te krijgen.
Mevrouw de minister, deelt u de mening dat bpost zich moet aanpassen aan de nieuwe realiteit en dat het verwerken van brieven en pakjes fundamenteel verschillend is, waardoor aanpassingen nodig zijn? Kunt u ook meer details geven over waar er vooral gestaakt wordt? In de media horen we dat 90 % van de stakingen in het zuiden van het land, in Wallonië, plaatsvinden en slechts 10 % in Vlaanderen. Waar zijn de meeste stakingen per regio? Hebt u meer informatie over de vragen die de werknemers op tafel hebben gelegd? Wat is het aanbod namens bpost? Wij krijgen die informatie alleen via de media en u kunt ons veel correctere info geven.
01.08 Vanessa Matz, ministre: Mesdames et messieurs les députés, beste collega's, comme je l'ai déjà indiqué de manière très complète en séance plénière jeudi dernier, j'accorde une attention toute particulière tant au bien-être de l'ensemble du personnel de bpost qu'au développement de l'entreprise. Mon rôle, comme ministre de tutelle en charge des Entreprises publiques, est de favoriser la bonne tenue du dialogue social et de mettre en présence les différentes parties. Il n'est pas dans mes compétences d'interférer sur le fond d'un accord.
C'est pour cette raison que depuis le début de ce mouvement – approximativement 48 heures plus tard – je suis restée pleinement à l'écoute en recevant les syndicats, en écoutant la direction et en essayant de trouver un chemin. J'entends et je comprends les inquiétudes qui ont été exprimées par les travailleurs et les organisations syndicales, notamment en ce qui concerne l'organisation du travail, les conditions de travail ainsi que l'équilibre entre vie professionnelle et vie privée.
Die zorgen zijn begrijpelijk en moeten serieus genomen worden. Ik weet goed dat de veranderingen een echte impact hebben op het dagelijks leven van de werknemers.
Pour celles et ceux qui ont construit leur
équilibre de vie autour de leurs horaires actuels, qu’il s’agisse de la garde
d’enfants, de l’organisation familiale ou d’activités complémentaires, ces
changements représentent une difficulté réelle. Cela devait être entendu et cela l’a été.
Daarom is het belangrijk om mensen goed en
menselijk te begeleiden. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn, bpost zit in
een periode van grote veranderingen. Ook de vakbonden hebben dat al meerdere keren gezegd.
La diminution continue du volume de courrier, combinée à la croissance de la distribution des colis, impose à l’entreprise d’adapter son organisation dans un environnement particulièrement concurrentiel.
Le développement rapide du commerce électronique a considérablement modifié le comportement des consommateurs. En 2024, 79 % des Belges ont effectué des achats en ligne, ce qui représente 179 millions de transactions et 17,4 milliards d’euros d’achats.
Le commerce en ligne n’est donc plus un phénomène marginal ni un comportement occasionnel. Il est impératif d’en tenir compte dans la stratégie de développement de nos entreprises.
Die veranderingen gaan verder dan België en spelen overal in de Europese postsector. Doel is dat het bedrijf zich kan aanpassen, zodat het werk voortgezet kan worden, de jobs behouden blijven en de dienstverlening ten aanzien van de burgers goed blijft.
Sinds het begin van het conflict heb ik meerdere keren gesproken met zowel de vakbonden als de directie om de standpunten dichter bij elkaar te brengen.
Malgré ces efforts, il est apparu que les discussions n'ont pas permis d'aboutir à une solution immédiate. C'est pourquoi j'ai décidé, il y a déjà une semaine, de solliciter le SPF Emploi pour que des conciliateurs sociaux puissent être désignés rapidement. Depuis une semaine, deux conciliateurs sont à l'œuvre pour accompagner les parties. Leur rôle a été essentiel. En tant qu'acteurs neutres, ils facilitent le dialogue et travaillent à la recherche de solutions équilibrées. Leur travail a permis d'obtenir, dès jeudi soir, un préaccord entre les parties, qui ont souhaité le signer elles-mêmes.
Maandag vond een nieuwe vergadering plaats
om het akkoord af te ronden. Het voorakkoord werd, in aanwezigheid van de
bemiddelaars, door de betrokken partijen ondertekend. Het zal ter stemming
worden voorgelegd. Dinsdag heeft elke vakbond het akkoord voor goedkeuring
voorgelegd aan zijn achterban. Dat
proces loopt nog.
Depuis la semaine dernière, les centres de tri sont à nouveau opérationnels grâce à la levée des piquets de grève. Depuis aujourd'hui, le travail a repris dans de nombreux bureaux. D'après les informations dont je dispose, environ 70 % des bureaux sont désormais opérationnels.
De directie van bpost, de vakbonden en de werknemers zullen alles doen om de situatie zo snel mogelijk te herstellen zodra het conflict voorbij is.
Ik wil de directie en de vakbonden bedanken voor hun positieve houding tijdens het overleg en om snel tot een akkoord te komen. Ik wil ook de sociale bemiddelaars bedanken voor hun inzet om uit deze crisissituatie te geraken.
Je mesure évidemment les impacts négatifs de la grève sur les citoyens et le secteur professionnel. Nous n'avons pour l'instant pas d'informations précises quant au délai utile pour retrouver une situation tout à fait normale, mais je fais confiance aux collaborateurs pour que celui-ci soit le plus court possible dans l'intérêt général. On me parle d'une quinzaine de jours pour absorber le retard.
Je resterai pleinement attentive à l'évolution de la situation et continuerai à assumer mon rôle avec détermination afin de favoriser un dialogue social responsable et de permettre l'émergence de solutions équilibrées dans l'intérêt de l'entreprise, de ses travailleurs et évidemment des citoyens.
Je tiens à vous préciser qu'il y a eu un accord jeudi soir. Comme la confiance, au bout de trois semaines, s'était un peu étiolée, les parties ont souhaité que cet accord puisse être signé. C'est ce qui a été fait lundi soir.
Les organisations syndicales sont retournées vers leurs travailleurs pour demander, bureau par bureau, si ceux-ci étaient prêts à recommencer. Pour 70 %, c'est déjà le cas; le travail a repris notamment dans l'ensemble de la province de Luxembourg et de la province de Namur. Il reste quelques poches dans le Hainaut et à Bruxelles, où la situation est particulièrement tendue. La Flandre a recommencé ce matin à travailler. Ils étaient aussi en grève, notamment hier et avant-hier.
Nous attendons maintenant certains syndicats, qui ont souhaité avoir un peu plus de temps pour convaincre leurs travailleurs de l'accord qu'ils avaient conclu avec la direction. C'est ce qui se passe pour l'instant.
Nous espérons que dans 48 heures, la situation sera normalisée, en tout cas au niveau de la reprise du travail. Il faudra quelques jours, comme je vous l'ai dit, pour que les courriers et les colis qui se sont accumulés puissent être distribués aux ménages et aux entreprises.
01.09 Dimitri Legasse (PS): Merci, madame la ministre.
Il s’agit d’un avant-projet de préaccord, qui doit encore être présenté bureau par bureau. Vous avez indiqué – à juste titre – qu’en Flandre également, des discussions ont eu lieu, qu’il y a eu des grèves et que la majorité des bureaux ont repris le travail. Ce n’est pas le cas partout: quelques bureaux à Bruxelles et en Wallonie sont encore à l’arrêt. Cela montre que le processus démocratique syndical fonctionne. Il s’agit bien d’un avant-projet de préaccord. Ne commettez pas la même erreur que M. Crucke en partant du principe qu’un avant-projet est signé et qu’il y a donc un accord, empêchant ainsi les syndicats de consulter leurs membres. Ce serait irrespectueux à leur égard.
Vous nous dites également avoir confiance dans les syndicats et les remercier. Il est important de le dire, car ce mouvement était spontané. Il n’était pas impulsé par les syndicats et, comme cela a été rappelé, il ne s’agissait pas d’un mouvement contre une restructuration, ni d’un mouvement visant à obtenir des avantages supplémentaires. Il s’agissait simplement de faire respecter un engagement contractuel de base lié au temps de travail.
Vous évoquez la concurrence, qui semble être le leitmotiv. Le choix sociétal d’un gouvernement, ou le vôtre, serait de s’aligner sur un modèle sociétal mondial où certaines entreprises de distribution de colis louent des camionnettes à l’étranger, emploient du personnel salarié le cas échéant à l'étranger dans d’autres conditions, et imposent une course permanente contre le temps. Si tel est le modèle vers lequel le CEO souhaite aller – celui que poursuit un dirigeant rémunéré à hauteur d’un million d’euros, pas trois milliards, ce n’est pas Steve Austin –, je pense que vous devez vous y opposer. Vos convictions, votre projet de société, votre programme électoral, celui des Engagés, ne correspondent pas à ce modèle de société. Je vous invite dès lors à l’affirmer clairement, madame la ministre, et à le réaffirmer.
01.10 Annik Van den Bosch (PVDA-PTB): Mevrouw de minister, u zegt dat aanpassen noodzakelijk is. Dat kan ik nog enigszins begrijpen, maar wat hier gebeurt, is geen onvermijdelijke modernisering, maar een bewuste keuze die volledig op de schouders van het personeel terechtkomt. Als deze koers wordt aangehouden, glijdt bpost af naar een model van tijdelijke, goedkope en onzekere arbeid en een uitgeholde dienstverlening, zoals we nu al zien in de retailsector. Dit neoliberale model werkt niet, niet voor de dienstverlening aan de klanten en al zeker niet voor de werknemers.
Voor de PVDA is het duidelijk. Een openbare postdienst moet in de eerste plaats de samenleving dienen en niet louter door rendabiliteit worden gestuurd. Dat betekent investeren in mensen, in werkbare jobs en in een organisatie die haar maatschappelijke rol ernstig neemt.
01.11 Farah Jacquet (PVDA-PTB): Madame la ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse.
La question qui se pose aujourd'hui est: "Quel modèle voulons-nous pour notre secteur postal?" Une entreprise publique qui défend ses travailleurs et ses usagers, ou une ultra-flexibilité, des salaires bas et des contrats précaires comme chez Amazon ou DHL? Pour le PTB, notre choix est fait: c'est un service public fort. C'est notamment pour cela que les travailleurs se sont mobilisés.
Au-delà de leurs horaires, ils s'interrogent également sur leurs tournées. Je vais citer Pierre, qui a 11 ans de service: "Ce qui nous inquiète aussi, c'est de ne plus avoir de tournées fixes. On peut les changer d'un jour à l'autre alors qu'une tournée ne s'improvise pas. Il faut des semaines pour bien la connaître, pour savoir où sont les boîtes aux lettrées et organiser son parcours. Si on doit tout réapprendre en permanence, la charge de travail explose. De plus, il n'y a aucune garantie que cela ne rebougera pas après car oui, la confiance avec la direction est rompue."
Madame la ministre, nous vous demandons une nouvelle fois de tout faire pour que les syndicats soient entendus et pour que les travailleurs soient respectés pendant cette séquence.
01.12 Nele Daenen (Vooruit): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw uitleg.
Het is duidelijk dat u die twee bemiddelaars hebt aangesteld. Dat is al een stap in de goede richting. Ondertussen is er ook al een preakkoord voorgesteld aan de vakbonden. Hopelijk hebben we binnenkort, nog deze week, een akkoord langs beide kanten. Ik denk dat we daar vooral naar moeten streven, zodat er opnieuw correct kan worden gewerkt.
De werknemers moeten tevreden zijn, dat is belangrijk. Vandaag zien we dat er heel wat overvolle postpunten zijn. Er is ook veel economische schade bij zelfstandigen en groeiende frustratie bij burgers. Er is natuurlijk ook frustratie bij de werknemers van bpost. Dat is echt wel heel belangrijk. Er moet dus snel resultaat komen. Wie werkt, verdient respect. Wie rekent op een publieke dienst, verdient zekerheid.
Mevrouw de minister, we wachten op een hoopvol antwoord van de kant van bpost.
01.13 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, laat het duidelijk zijn, wij geloven vanuit onze fractie sterk in het belang van een overheidsbedrijf met een postale dienstverlening. Wij vinden het belangrijk dat we dat hebben. Het klopt dat bpost zich moet aanpassen aan een economische realiteit. Het blijft echter een overheidsbedrijf waarvan we minimale standaarden mogen verwachten, zeker op sociaal vlak en wat het sociaal overleg betreft.
In uw uitleg zegt u dat u inhoudelijk helemaal niet kunt tussenkomen. Op basis waarvan zegt u dat? Er is geen enkele wet die u als minister van Overheidsbedrijven verbiedt om initiatieven te nemen. U zit erbij als een soort toeschouwer. De minister die verantwoordelijk is voor de overheidsbedrijven, is echter geen toeschouwer. U bent een actor. U kunt wel interveniëren en inhoudelijk tussenkomen. Twee sociale bemiddelaars aanstellen is geen inhoudelijke tussenkomst.
Ik kan u zeggen – u weet dat beter dan ik – dat er een nieuwe beheersovereenkomst aankomt. Daarin zullen zeer scherpe keuzes worden gemaakt, met een impact op duizenden mensen. Als u de rol van toeschouwer opneemt, gaan we naar een drama, naar een bloedbad.
U moet als minister zelf de regie in handen nemen. Ik sta met open mond te kijken naar het feit dat u zelf uw eigen bevoegdheden uit handen geeft. Wat is nog het nut van een minister van Overheidsbedrijven als dat de invulling is? Dan hebben we geen minister van Overheidsbedrijven meer nodig. Dan zegt u eigenlijk dat de raad van bestuur en de CEO alles zelf kunnen en dat er geen rol meer is voor de minister. Dat kan een model zijn, maar dat is niet het model waarin ik geloof.
Zolang bpost en Proximus overheidsbedrijven zijn, ook al zijn die beursgenoteerd, moet de minister die de voogdij heeft over die bedrijven niet als toeschouwer toekijken, maar actief mee het stuur in handen nemen, samen met de CEO en de werknemersvertegenwoordigers, om ervoor te zorgen dat het bedrijf een toekomst heeft. Dus, mevrouw de minister, eindig ik met een oproep. Neem uw eigen bevoegdheden ernstig en ga aan de slag, in plaats van een toeschouwer te zijn.
01.14 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Merci pour vos réponses, madame la ministre.
Dans cette course effrénée depuis au moins 10 ans dans un secteur ultra compétitif, il importe de rappeler que bpost a un rôle sociétal majeur à jouer. D'abord, parce qu'elle remplit une mission de service public, à savoir distribuer le courrier aux citoyens et aux entreprises. Et puis parce que bpost donne le la sur les conditions de travail dans le secteur de la distribution. C'est elle qui aujourd'hui tire les conditions de travail vers le haut. J'entendais un syndicaliste expliquer cela et s'inquiéter, alors qu'il travaille chez bpost, pour les sous-traitants d'Amazon, par exemple, qui, si bpost lâche et diminue ses conditions pour se lancer dans cette course folle, trinqueront encore plus.
Je vous entends dire que ce n'est pas un secteur anecdotique et qu'on ne peut pas laisser bpost en dehors de ce marché. Évidemment! Et c'est pour cela que nous avons besoin du politique, pour remettre de l'ordre dans ce Far-West. C'est un secteur qui épuise, qui écrase, qui fait en sorte que les travailleurs deviennent des esclaves modernes. Nous ne pouvons pas tolérer cela en Belgique! Et les clients qui commandent de plus en plus en ligne, en effet, ne vont pas se délocaliser à l'étranger ou sur un autre continent. Ils sont là! Et donc, nous avons la possibilité de remettre de l'ordre, des règles et des protections autour de ces travailleurs et de ces travailleuses qui méritent du respect.
Je voudrais avoir une pensée pour ces personnes qui, pendant un mois, ont tenu bon, ont perdu du salaire pour défendre des conditions de travail, et qui vont aussi permettre, en cascade, de défendre des conditions ailleurs, dans d'autres entreprises, où les travailleurs n'ont pas la possibilité de se mettre en grève.
L'incident est clos.
Het incident is
gesloten.
02.01 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Madame la ministre, en décembre, la République démocratique du Congo (RDC) et le Rwanda ont signé un accord de paix à Washington. L'idée était simple: en échange d'un accès privilégié des États-Unis aux minerais de la région et de la signature de deals avec des entreprises américaines, la RDC assurait sa sécurité ainsi que l'intégration économique régionale qui résoudrait 30 ans de conflit avec le Rwanda. Néanmoins, le M23 n'en a que faire et la question de la justice a encore été éludée.
Les accords de Washington sont donc tombés à l'eau. Je pense que les résultats ne sont pas vraiment palpables, au grand dam de millions de victimes congolaises qui souffrent dans le silence des États complices. La prédation pour les minerais congolais se poursuit.
Sous l'époque coloniale, les entreprises belges ont cartographié le sous-sol congolais pour encore mieux accaparer ses richesses et mieux les exploiter. Elles devaient vraiment avoir une connaissance parfaite de ce qui était dans le sous-sol.
Après l'indépendance, cette immense quantité de données a été confiée au Musée de l’Afrique centrale qui, en tant qu'organisme public, souhaite les rendre accessibles à tous mais sans vraiment vouloir s'en séparer. Parce que maintenant, ce sont les Américains qui veulent leur part du gâteau, par l’intermédiaire de l'entreprise minière KoBold Metals – financée notamment par Bill Gates et Jeff Bezos –, qui assure avoir l'accord de la RDC pour l'accès aux minerais. Or, les archives belges sont publiques et elles ne peuvent pas être exploitées de manière exclusive par une société privée.
À nos yeux, les archives publiques doivent rester publiques, mais les données produites sous la colonisation doivent être accessibles au gouvernement congolais.
Quel dialogue entretenez-vous avec les autorités congolaises et américaines à ce sujet? KoBold Metals avance que ces données appartiennent légalement à la RDC et le musée, quant à lui, dément l'information. Qui dit vrai et qui ment?
Où en sont les négociations pour la suite du projet panafricain PanAfGeo+? Plaidez-vous en faveur de l'accélération d'un financement du projet à la hauteur des enjeux?
Enfin, le 13 avril dernier, la France a adopté une loi pour la restitution des biens spoliés sous la période coloniale. La Belgique a une législation similaire depuis 2022, sous l'impulsion de Thomas Dermine. Mais où en est la mise en œuvre de cette législation aujourd'hui?
02.02 Vanessa Matz, ministre: Madame la députée, vos questions me permettent une nouvelle fois – et c’est sans doute la quatrième ou la cinquième fois – de clarifier la situation concernant les archives géologiques conservées au Musée royal de l’Afrique centrale.
S’agissant de la société KoBold Metals, je confirme que le Musée royal de l’Afrique centrale n’est lié par aucun accord contractuel avec cette entreprise et qu’aucune demande d’accès exclusif aux archives n’a été acceptée. Les éventuels partenariats conclus par la République démocratique du Congo avec des opérateurs privés ne créent aucune obligation pour la Belgique ni pour ses établissements scientifiques fédéraux, tel que le Musée royal de l’Afrique centrale.
S’agissant de la coopération avec la République démocratique du Congo, elle est réelle et active. Elle s’inscrit dans un cadre d’État à État, scientifique et transparent, en lien avec le service géologique national du Congo. Le projet PanAfGeo+ en constitue une illustration concrète. Son financement européen a été confirmé et une nouvelle phase a été lancée à Kinshasa le 19 mars dernier. Ce projet vise à renforcer l’accès partagé aux données géologiques et à structurer une coopération durable entre les partenaires belges et congolais.
Les archives géologiques conservées au musée font partie des collections publiques fédérales. À ce titre, elles sont consultables selon les règles applicables aux archives publiques. Elles ne peuvent faire l’objet d’aucune appropriation privative. Depuis 2010, elles font l’objet de campagnes régulières de numérisation, accompagnées de la transmission progressive de copies numériques aux partenaires scientifiques congolais, avec le soutien de financements européens et selon des priorités définies conjointement.
Sur la question plus large de la restitution, la Belgique dispose depuis 2022, comme vous l’avez indiqué, d’un cadre légal clair pour les objets provenant du Rwanda, du Burundi et de la RDC. Ce cadre est d’application. À ce jour, aucune demande officielle n’a été introduite. Si tel devait être le cas, elle serait examinée conformément à la loi, dans un cadre juridique rigoureux et transparent.
Je souhaite rappeler l’essentiel: notre responsabilité est de garantir l’accès public à nos collections, archives incluses, d’en préserver l’intégrité et d’en assurer la valorisation pour la recherche. Cela se fait au travers de coopérations scientifiques ouvertes et équilibrées, y compris dans un contexte international sensible et exigeant.
Je fais confiance à la communauté scientifique pour faire vivre ces connaissances et les collections fédérales par ses travaux. La connaissance se partage, elle ne se privatise pas.
02.03 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Merci beaucoup pour votre réponse, madame la ministre, qui me laisse un peu mitigée.
Regardez le Musée de l'Afrique – et je vais maintenant parler de manière assez globale. Êtes-vous consciente du taux de visite de ce musée? Celui-ci souffre d'un véritable désamour du public, justement à cause de toutes les polémiques au sujet de la restitution et au sujet de la provenance des œuvres de ce musée. C'est un peu le même problème pour les archives géologiques.
On se rend compte que le Musée de l'Afrique ne veut pas se séparer de ces archives, sur lesquelles ses droits sont pourtant questionnables d'un point de vue éthique, étant donné qu'elles sont le produit d'une pure exploitation coloniale de la Belgique visant à puiser dans les richesses de l'Afrique.
Pourquoi ne pas rendre ces archives au gouvernement congolais, qui est propriétaire du sol et du sous-sol? Vous les avez en effet obtenues à l'époque coloniale d'une manière – j'allais dire peu catholique – tout sauf éthique. Alors qu'on parle aujourd'hui de restitution, que des textes ont été votés, je pense qu'il serait correct que vous montriez votre bonne foi en permettant au gouvernement congolais de reprendre ces archives et d'effectuer lui-même la numérisation dans un délai raisonnable. Rendez ces archives pour que cessent les soupçons qui pèsent sur vous! On a, en effet, l'impression, à l'heure actuelle, que le musée de Tervuren veut garder ces éléments coûte que coûte, mais on ne sait pas pour quelles raisons – peut-être une certaine pression?
En ce qui me concerne, tout ce que je peux vous demander en tant que membre du gouvernement, c'est de rendre la propriété de ces archives géologiques aux propriétaires des minerais et de toutes les ressources.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
03.01 Anthony Dufrane (MR): Madame la ministre, l'annonce de l'installation de distributeurs automatiques par PostNL en Belgique dans le courant de cette année ainsi que l'extension de son réseau de distributeurs et de points de retrait représente un défi concurrentiel majeur pour bpost.
Alors que bpost compte déjà plus de 2 500 distributeurs automatiques et prévoit aussi une forte croissance de leur utilisation, il est essentiel de clarifier la stratégie de l'entreprise pour maintenir sa position sur le marché belge des colis face à cette nouvelle concurrence.
Madame la ministre, comment évaluez-vous l'impact de l'arrivée de PostNL dans le segment des distributeurs automatiques? Quels sont les atouts concurrentiels de bpost, notamment en termes de localisation stratégique, pour résister à cette offensive? Quelles mesures bpost envisage-t-elle pour conserver sa compétitivité en matière de colis? Existe-t-il des risques que PostNL capte une partie significative du marché, en particulier pour les colis et envois internationaux, grâce à son ancrage néerlandais? Comment bpost compte-t-elle répondre à l'offre commerciale de son concurrent ciblant à la fois les particuliers et les entreprises belges? Quelles collaborations bpost pourrait-elle développer avec des acteurs locaux pour renforcer le maillage territorial? Comment le SPF accompagne-t-il bpost dans cette période de concurrence accrue? Quels sont les objectifs fixés par bpost pour les prochaines années en matière de livraisons et d'usage de points de distribution?
03.02 Vanessa Matz, ministre: Monsieur Dufrane, je rappelle tout d'abord que bpost est une entreprise publique autonome, active dans un marché de colis pleinement concurrentiel. On l'a rappelé lors du débat d'actualité. Dans ce cadre, les choix relatifs à la stratégie commerciale, aux investissements, aux prix ou encore au développement du réseau relèvent de la gestion propre de l'entreprise.
Le rôle des pouvoirs publics consiste à garantir un cadre réglementaire neutre, équitable et transparent pour l'ensemble des opérateurs du secteur.
J'ai une double qualité: d’une part la tutelle sur l'entreprise publique, dans laquelle je ne peux intervenir sur les différents éléments que je viens de vous dire, et d’autre part ce qu'on appelle "ministre du postal", c'est-à-dire que je dois garantir un cadre réglementaire neutre et équitable pour l'ensemble des opérateurs du secteur.
Le marché belge des colis est en forte croissance, principalement sous l'impulsion du commerce électronique. Selon l'observatoire postal 2025 de l'IBPT, près de 408 millions d'envois express et de colis ont été traités en 2024 et une vingtaine d'acteurs sont aujourd'hui actifs dans la livraison du dernier kilomètre en Belgique.
Dans ce contexte, l'annonce d'un projet pilote de distributeurs automatiques de colis par PostNL s'inscrit dans une dynamique de marché normale. D'autres acteurs, comme Mondial Relay ou Vinted Go, sont également présents sur ce segment.
Bpost dispose toutefois d'atouts importants. Elle s'appuie sur le réseau de points de retrait le plus dense du pays, avec plus de 2 500 distributeurs automatiques de colis et plus de 5 000 points de retrait au total, incluant bureaux de poste, points poste et points colis.
Elle prévoit d'étendre encore ce réseau, notamment par l'installation d'environ 1 000 distributeurs supplémentaires. Cette couverture territoriale étendue est rendue possible notamment grâce à la collaboration avec de nombreux partenaires locaux. Elle constitue un avantage important en termes d'accessibilité et de qualité du service.
Enfin, bpost poursuit également ses efforts pour améliorer l'efficacité logistique et réduire l'empreinte environnementale de ses activités, notamment grâce à l'optimisation des tournées et au développement de solutions de livraison alternative.
Je continuerai pour ma part à veiller à ce que le cadre dans lequel opèrent les opérateurs postaux en Belgique reste équilibré et favorable à une concurrence saine, au bénéfice des citoyens et des entreprises.
03.03 Anthony Dufrane (MR): Merci pour vos réponses, madame la ministre.
Pour remettre dans le contexte, je précise que cette question avait été déposée il y a deux mois. Force est de constater aujourd'hui – et l'actualité nous le montre – que les distributeurs tiers risquent de profiter de certaines situations pour monter en puissance. Je vous remercie sincèrement d'avoir rappelé les nombreux atouts ainsi que les ambitions de bpost.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
04.01 Patrick Prévot (PS): Madame la ministre, la presse l'a annoncé, Proximus a vu son action s'effondrer en Bourse, perdant plus de 20 % après l'annonce de ses plans stratégiques. Cela ne reste pas sans conséquences, étant donné que l'entreprise de télécommunications prévoit de se réorganiser progressivement, avec à terme 1 200 emplois concernés d'ici 2030: des départs, des non-remplacements, vraisemblablement aussi des licenciements. Bref, ce ne sera pas indolore. Même si ce chiffre de 1 200 emplois ne concerne pas 1 200 licenciements secs, il fait néanmoins froid dans le dos.
Madame la ministre, que vous inspire la situation, dont vous avez évidemment pris connaissance? Je ne doute pas que vous ayez un avis éclairé à ce sujet, étant donné que vous avez certainement eu des contacts çà et là. Avez-vous envisagé une concertation sociale avec les syndicats? Surtout, quel avenir pour ces personnes qui portent dorénavant une épée de Damoclès au-dessus de la tête?
04.02 Farah Jacquet (PVDA-PTB): Madame la ministre, je me permets de revenir vers vous concernant la situation chez Proximus et la volonté de la direction de couper dans les effectifs. Je vous avais interrogé à ce sujet voici quelques semaines. Vous aviez pu apporter des réponses, mais certains points nécessitaient encore des précisions.
Pour rappel, Proximus, dont l'État belge est actionnaire majoritaire, a annoncé son nouveau plan stratégique qui implique la suppression nette de 1 200 équivalents temps plein d'ici 2030, principalement via le non-remplacement d'une partie des départs naturels, parmi lesquels les départs à la retraite. Cette suppression représente environ 12 % des effectifs en Belgique et pourrait se poursuivre au-delà de 2030. Cela constituerait une diminution structurelle et durable de l'emploi dans une entreprise publique stratégique.
La direction de l'entreprise justifie cette décision par la transformation numérique et l'intégration accrue de l'intelligence artificielle dans ses processus, notamment par l'automatisation d'une partie des interactions avec les clients au moyen d'un chat.
Madame la ministre, lors de mon interpellation du 12 mars, vous expliquiez que les non-remplacements seraient étalés dans le temps. Vous ajoutiez: "Je le redis fermement, sans plan de licenciements secs". Pouvez-vous nous préciser les plans de la direction concernant ces non-remplacements de postes? Quels sont les objectifs par an jusqu’en 2030? Pouvez-vous ventiler ces chiffres selon les métiers concernés?
Je vous ai également interrogée sur les conditions de travail du personnel restant, mais je n’ai pas pu obtenir de réponse. Qu’en sera-t-il des conditions de travail du personnel restant, notamment en matière de charge de travail? Quel retour avez-vous eu de la direction à ce niveau-là? Lui avez-vous imposé des lignes rouges? Si oui, lesquelles? Vous avez également expliqué avoir rencontré les syndicats. Quels engagements avez-vous pris avec eux ?
04.03 Vanessa Matz, ministre: Madame Jacquet, monsieur Prévot, tout d'abord, je tiens à souligner que j'ai déjà répondu à ces questions en séance plénière le 12 mars dernier. Comme j'ai pu le dire, mon objectif est bien de rendre les entreprises publiques plus solides et porteuses d'emplois de qualité. Vous connaissez mon engagement à cet égard: l'humain sera toujours placé au cœur de mon action politique.
Comme vous le savez, Proximus est une entreprise publique autonome. L'État exerce son rôle d'actionnaire par l'intermédiaire de la SFPIM, qui est sous la tutelle du ministre des Finances. Dans ce cadre, l'État veille à ce que l'évolution stratégique de l'entreprise reste cohérente avec l'intérêt général, sa solidité financière et son rôle stratégique pour la connectivité du pays.
La stratégie actuellement mise en œuvre par Proximus ne constitue pas une orientation nouvelle. Elle s'inscrit dans la continuité des choix qui ont été initiés sous la direction de l'ancien CEO, Guillaume Boutin. L'évolution de l'entreprise apporte son lot de changements dans le type d'emploi, les tâches à réaliser. Il s'agit ici, je le confirme, d'un non-remplacement partiel des départs naturels pour répondre à l'évolution de l'entreprise. Je tiens à être claire, aucun licenciement sec n'est prévu.
Dans ce contexte, les évolutions technologiques, telles que l'automatisation et le recours à l'intelligence artificielle, ainsi que d'autres leviers opérationnels propres à l'entreprise permettent de maintenir une charge de travail maîtrisée pour les collaborateurs.
À ce stade, cette transformation n’implique pas de modifications significatives des conditions de travail. Quoi qu’il en soit, tout impact spécifique éventuel fera l’objet d’une concertation systématique avec les partenaires sociaux.
Je rappelle que Proximus applique une politique claire en matière de prévention du stress lié au travail et en assure un suivi attentif. Une concertation sociale régulière est menée au sein du groupe de travail SOC par Proximus avec les syndicats. Depuis le début, les partenaires sociaux étaient d’ailleurs présents en commission aux côtés du nouveau CEO et du président de Proximus. Comme je l’avais annoncé, j’ai invité les syndicats de Proximus et cet échange aura lieu prochainement. Par ailleurs, je tiens à souligner que Proximus met tout en œuvre pour assurer l’évolution des employés, leur employabilité et la mobilité interne. L’entreprise met en place des politiques d’accompagnement importantes en matière de formation, de reskilling et d’upskilling.
Comptez sur moi pour rester attentive à l’évolution de Proximus et pour faire tout ce qui est en mon pouvoir afin d’assurer une évolution de la société qui soit humaine, équilibrée, juste et en accord avec les attentes de la société. Comme je l’ai fait dans la situation de bpost, je veillerai à ce que le dialogue social au sein de Proximus s’exerce pleinement.
04.04 Patrick Prévot (PS): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse, même si, soyons de bon compte, vous avez déjà répondu jeudi dernier à la faveur des questions d'actualité.
Vous avez raison, Proximus est une entreprise publique autonome et, à cet égard, nous devons évidemment pouvoir garder un œil attentif à sa situation. Je suis quelque peu rassuré de vous entendre confirmer qu’il s’agira de non-remplacements et qu'aucun licenciement sec n'est prévu. Par ailleurs, j'entends et je salue votre volonté de faire en sorte que la concertation sociale soit systématiquement maintenue, qu'on ne perde pas le fil de la concertation sociale. Vous savez à quel point c'est important pour moi et pour mon groupe.
Enfin, je retiendrai une de vos dernières phrases, dans laquelle vous nous demandez de compter sur vous pour rester attentive à la situation de Proximus. C'est donc ce que je ferai, mais je ne manquerai pas évidemment de revenir vers vous si la situation venait à se dégrader ou si d'autres éléments venaient à être portés à notre connaissance.
04.05 Farah Jacquet (PVDA-PTB): Merci, madame la ministre, pour vos réponses.
Nous saluons le fait que vous attachiez une certaine importance à la discussion avec les organisations syndicales. Vous êtes la ministre d'une entreprise publique et, dès lors, vous êtes également ministre des travailleurs. J'ai également travaillé en entreprise et je connais bien les CEO en général, et je pense, comme de nombreux travailleurs, qu'il serait préférable que vous fixiez des lignes rouges avec ce genre de direction – sans remettre en cause le management chez Proximus – notamment pour ce qui concerne les conditions de travail du personnel qui va rester.
Madame la ministre, j’aimerais vous demander d'exiger autant que possible la transparence de la part de la direction de Proximus sur les mesures envisagées et de veiller à ce que les organisations syndicales soient pleinement associées aux décisions tout au long du processus. Merci d'utiliser pleinement votre rôle d'actionnaire majoritaire afin d'examiner toutes les solutions alternatives possibles aux suppressions d'emplois annoncées, notamment en évaluant les effets de la sous-traitance, l'organisation du travail et les efforts pouvant être demandés à la direction.
Enfin, je vous demande d'encadrer le recours à l'intelligence artificielle dans les entreprises publiques afin qu'il ne se traduise pas par une dégradation du service aux citoyens ou par une pression accrue sur les travailleurs. Nous continuerons à suivre l’évolution de ce dossier.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
05.01 Els Van Hoof (cd&v): Mijnheer de voorzitter, omdat de minister moet vertrekken en ik de commissie voor Buitenlandse Zaken moet voorzitten, verwijs ik naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mevrouw de Minister,
In de commissie mobiliteit van 11 maart
2025 gaf u aan dat gesprekken lopende waren over de overdracht van het
Luxemburgcollege. Het gemeenschapsonderwijs dat destijds onteigend werd, heeft
de wens geuit om het wettelijk recht op wederoverdracht opnieuw uit te oefenen
aangezien het complex nooit gebruikt werd voor het oorspronkelijke
onteigeningsdoel, namelijk de uitbreiding van het Rijksarchief. Daarom waren
het gemeenschapsonderwijs en de Regie der Gebouwen aan het onderhandelen over
de wederoverdracht.
Zijn de gesprekken over de overdracht van
het Luxemburgcollege aan het gemeenschapsonderwijs nog steeds lopende?
Zo ja, in welk stadium bevinden de
gesprekken zich momenteel? Wanneer denkt u dat de overdracht kan gerealiseerd
worden?
Zo neen, werd een akkoord over overdracht
bereikt? Wanneer en onder welke voorwaarden zal de overdracht desgevallend
plaatsvinden?
05.02 Minister Vanessa Matz: Mevrouw Van Hoof, de wederoverdracht van het Luxemburgcollege aan het gemeenschapsonderwijs kadert in de gerechtelijke procedure die door het gemeenschapsonderwijs werd opgestart. De procedure heeft betrekking op meerdere dossiers. In dat kader lopen minnelijke onderhandelingen tussen de Regie der Gebouwen en het gemeenschapsonderwijs. Om die alle slaagkansen te geven, wordt de communicatie beperkt. De gesprekken lopen en zijn in een afrondende fase. Over de meeste modaliteiten is al een akkoord bereikt.
Er zijn intussen een ontwerp van dading en een ontwerp van verkoopakte opgesteld. Voor een aantal punten lopen nog besprekingen. De Regie der Gebouwen wil het dossier zo snel mogelijk afronden. Na een akkoord over de resterende punten worden de nodige administratieve en budgettaire goedkeuringen gevraagd, waaronder die van de Inspectie van Financiën. Na de goedkeuringen en de ondertekening van de dading krijgt het Federaal Aankoopcomité een mandaat om de authentieke akte te verlijden namens de Belgische Staat.
05.03 Els Van Hoof (cd&v): Dank u wel.
Het is inderdaad positief dat de besprekingen sinds vorig jaar, toen ik u daarover heb bevraagd, in een stroomversnelling zijn gekomen en dat er intussen al een ontwerp van dading klaarligt. Ik heb er ook alle begrip voor dat de communicatie beperkt wordt.
Het is van belang dat het Luxemburgcollege, een prachtig gebouw middenin de stad dat al tientallen jaren leegstaat, een bestemming krijgt, want we kunnen ons, zeker als Leuvenaars, niet veroorloven om zulke gebouwen te laten leegstaan.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: De vragen nrs. 56014250C van de heer Dufrane, 56014309C van mevrouw Daenen, 56014707C van mevrouw Pas, 56014952C van mevrouw Van Hoof, 56015285C, 56015395C en 56015430C van mevrouw Truyman worden schriftelijk behandeld. De andere vragen worden uitgesteld naar een volgende sessie.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.04 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17 h 04.
De antwoorden werden door de
Les réponses ont été fournies par
Madame la Ministre,
Cécile Coune
devrait succéder à Stefaan De Clerck à la présidence du conseil
d'administration de Proximus à l'issue de l'assemblée générale du 15 avril
prochain, ce sera la première fois qu'une femme occupera ce poste au sein de
l'opérateur public. Administratrice de Proximus depuis 2023, elle dispose d'une
solide expérience en gouvernance d'entreprise, ayant exercé plusieurs fonctions
de CEO dans le secteur de l'assurance et présidant depuis 2025 le conseil
d'administration de Square Trade Europe Insurance.
Cette transition
intervient dans un contexte stratégique chargé pour Proximus : déploiement de
la fibre et de la 5G, concurrence accrue, pression sur les missions de service
public et arrivée d'un nouveau CEO. La synergie entre la nouvelle présidente,
nommée par votre parti et la direction exécutive sera déterminante pour la
trajectoire de l'entreprise dans les années à venir.
Mes questions,
Madame la Ministre, sont les suivantes :
Comment
envisagez-vous la complémentarité entre la nouvelle présidente du conseil
d'administration et le CEO de Proximus, et quelles sont les priorités que
l'État entend porter au sein de la gouvernance de l'entreprise sous cette
nouvelle direction ?
Quels sont les
nouveaux objectifs stratégiques assignés à Proximus pour les prochaines années
notamment en matière de déploiement des infrastructures numériques, de
rentabilité et de missions de service public ?
Au-delà de la
gouvernance, comment l'État entend-il s'assurer que Proximus maintient un
équilibre entre ses impératifs de performance économique et ses obligations de
service universel, particulièrement dans les zones moins rentables du
territoire belge ?
Antwoord -
Réponse:
Monsieur Dufrane,
Madame Coune est
désormais présidente du Conseil d’administration de Proximus.
Je suis convaincue
qu’elle sera à la hauteur des défis auxquels Proximus est confronté.
Son expérience en
gouvernance et en stratégie d’entreprise, ainsi que son engagement pour la
promotion de la diversité, notamment l’égalité professionnelle font d’elle la
personne idéale pour assurer un pilotage solide et inclusif.
Il existe des
complémentarités de fond entre la Présidente et le CEO.
Monsieur Bijnens
apporte une forte expertise opérationnelle et technologique, issue de son
parcours dans le numérique, la cybersécurité et le développement d’entreprises
innovantes.
Il a une
orientation très marquée vers l’exécution stratégique et la
transformation.
Madame Coune, a
quant à elle un profil particulièrement solide en matière de gouvernance, de
gestion des risques et de supervision stratégique, forgé dans des secteurs
fortement régulés et à travers ses mandats d’administratrice dans divers
conseils d’administation, et en tant qu’administratrice indépendante chez
Proximus depuis 2023.
Cette articulation
entre une direction exécutive tournée vers l’innovation et la performance, et
une présidence du conseil centrée sur la rigueur et l’équilibre des intérêts,
constitue un atout important pour accompagner Proximus dans un contexte de transformation
technologique et de fortes exigences en matière de service public.
Madame Coune sera
capable de soutenir les orientations stratégiques de Proximus tout en veillant
à ce que l’entreprise remplisse pleinement ses missions de service public.
En ce qui concerne
la stratégie, vous avez eu l’occasion d’entendre et d’interroger le CEO et
l’ex-Président de Proximus lorsqu’ils sont venus récemment vous présenter la
nouvelle stratégie en commission.
Enfin, l’équilibre
entre les impératifs de performance économique et les obligations de service
universel est maintenu de différentes manières.
En tant
qu’actionnaire majoritaire, via la SFPIM, l’état exerce une influence
stratégique pour préserver cet équilibre.
Sur le plan
réglementaire, l'IBPT veille au respect des obligations de service universel et
publie un monitoring annuel.
Proximus reste
soumis à des obligations strictes d'accès à son réseau.
Enfin, là où la
logique de marché atteint ses limites, je pense notamment aux zones rurales peu
rentables, il peut y avoir le déploiement d’autre technologies équivalentes ou
encore des partenariats public-privé ciblés, comme le projet GoFiber en Communauté
germanophone.
Je veille dans tous
les cas à garantir une connectivité qui soit un droit universel pour chaque
citoyen belge et non un privilège géographique.
Toegankelijkheid is een fundamenteel
recht. Voor Vooruit is de overheid de eerste partij die barrières moet slopen,
zeker in haar eigen gebouwen. Wie een politiekantoor, een rechtbank of een
administratief centrum bezoekt, mag niet stranden aan de voordeur door een
gebrek aan inclusieve infrastructuur.
De Regie der Gebouwen erkent in een
antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 390 dat er momenteel geen globaal
overzicht bestaat van de toegankelijkheidsscores van het federale patrimonium.
De informatie ontbreekt in het kadaster en een eenduidig strategisch kader
ontbreekt eveneens. Hoewel u diagnoses aankondigt, stelt de timing teleur. De
uitvoering voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is reeds verschoven naar
2027, met een volledige afronding die pas tegen eind 2029 wordt verwacht.
Vooruit vindt dit tempo onvoldoende. We
kunnen het ons niet veroorloven om nog drie tot vier jaar te wachten op loutere
cijfers voordat de eerste fysieke aanpassingen gebeuren. Een proactieve
overheid anticipeert op de behoeften van personen met een beperking en stelt
prioriteiten op basis van de publieke functie van een gebouw. Een snellere,
gerichte aanpak voor de meest cruciale diensten is noodzakelijk om de ambities
uit het regeerakkoord waar te maken.
Daarom stel ik graag de volgende vragen:
Waarom kiest u voor een volledige
afronding van de diagnoses pas in 2029, en welke gevolgen heeft dit uitstel
voor geplande werken?
Welke concrete strategie hanteert de
Regie der Gebouwen in de tussenliggende periode om de meest prangende
toegankelijkheidsproblemen aan te pakken?
Bent u bereid om via kleinschalige,
gerichte overheidsopdrachten de belangrijkste publieke gebouwen versneld te
screenen op basis van hun functie en doelpubliek?
Op welke manier garandeert u dat
toegankelijkheid als harde parameter wordt verankerd in het centrale kadaster
van de Regie der Gebouwen?
Hoe gaat u de samenwerking met
gespecialiseerde organisaties zoals INTER structureel verankeren in plaats van
deze enkel op ad-hocbasis te consulteren?
Alvast bedankt voor uw antwoorden.
Antwoord - Réponse:
De Regie der Gebouwen had een
overheidsopdracht voorbereid voor de diagnoses van de gebouwen in de Regio
Brussel.
De offertes overschreden echter de
Europese drempels.
De Regie der Gebouwen wou daarom deze
opdracht opnieuw lanceren.
Ze heeft ook de scope van de opdracht
uitgebreid tot alle regio’s.
De opdracht is in voorbereiding om te
lanceren in november.
Zo kunnen de diagnoses volgend jaar
worden opgestart en de resultaten tegen eind 2029 beschikbaar zijn.
Deze timing houdt geen uitstel in van de
voorziene werken.
Lopende projecten, worden verdergezet
waarbij systematisch de meest recente reglementering inzake toegankelijkheid
wordt opgenomen.
Toegankelijkheid is bovendien een
verplicht criterium in alle bouw- en renovatieprojecten.
Het wordt vanaf de ontwerpfase
geïntegreerd en opgenomen in de specificaties, in overeenstemming met de
geldende normen.
Zo vorderen de verbeteringen op het vlak
van toegankelijkheid onafhankelijk van het algemene tijdschema van de
diagnoses.
De Regie blijft zich intussen inzetten
om de meest dringende situaties aan te pakken.
Kritieke problemen, vooral in gebouwen
met veel bezoekers of met een essentiële publieke functie, worden aangepakt
binnen lopende werken, zonder te wachten op de algemene diagnose.
De diagnoses dienen als basis voor
toekomstige actieplannen voor renovatie.
De gegevens over de toegankelijkheid
worden gefaseerd geïntegreerd in het centrale kadaster.
Tot slot beschikt de Regie der Gebouwen
over interne toegankelijkheidsadviseurs per regio en een contactpunt voor
personen met een handicap.
Waar nodig wordt een beroep gedaan op
gespecialiseerde externe organisaties, om de kwaliteit, samenhang en naleving
van de beste praktijken te verzekeren.
Naar jaarlijkse gewoonte heb ik bij u de
cijfers opgevraagd over hoe het staat met de tweetaligheid van de Brusselse
postbodes en bij de postbeambten in de Brusselse postkantoren (schriftelijke
vragen nrs. 539 en 540).
Uit de cijfers die u mij in dat verband
verstrekte, blijkt dat die tweetaligheid er verder op achteruitgaat, en wat de
postkantoren betreft er zelfs drastisch op achteruitgaat. In de postkantoren is
tegenwoordig nog maar één op de drie postbeambten tweetalig. En bij de
postbodes voldoet nog maar nauwelijks één op de tien aan de nochtans wettelijk
opgelegde tweetaligheid.
In de postkantoren halveerde op 10 jaar
tijd het aantal tweetaligen van bijna 58% (2017) naar nauwelijks 33% (2026). De
meest forse achtergang vond er echter het afgelopen jaar onder uw ministerschap
plaats met een achteruitgang van niet minder dan 6,5 procentpunt (van 40% in
2025 naar 33,5% in 2026). Bij de postbodes verminderde het aantal tweetaligen
op tien jaar tijd dan weer van 33% (2017) naar 11% (2026) nu.
Bovendien is duidelijk dat het nagenoeg
uitsluitend de Nederlandstaligen zijn die hiervan het slachtoffer zijn. 97
procent van de Brusselse postbodes is immers het Frans machtig, terwijl slechts
13,5 procent het Nederlands beheerst. Een Brusselse Vlaming heeft dus bijna
negen kansen op tien om een postbode aan zijn deur te krijgen die hem niet
begrijpt, terwijl een Franstalige zo goed als altijd in zijn taal kan worden
bediend. Voor de postkantoren heeft u mij ter zake geen recente cijfers
verstrekt, maar de situatie zal er ongetwijfeld gelijkaardig zijn.
Tweetaligheid, de vereiste te beschikken
over een taalbrevet over de kennis van de tweede taal, is een wettelijk
opgelegde voorwaarde om in Brussel deze ambten te mogen uitoefenen en die wet
is een wet van openbare orde. De Raad van State aanvaardt geen excuses zoals
'de continuïteit de dienst' om de taalwet te omzeilen.
Welke maatregelen neemt u om ervoor te
zorgen dat de tweetaligheid bij deze diensten er tegen 1 januari 2027 niet meer
opnieuw drastisch op achteruit is gegaan zoals nu al jaren het geval is, maar
er integendeel drastisch op voor zal zijn gegaan?
Antwoord - Réponse:
Ik vind dat de kennis van de taal van de
gebruiker essentieel is voor de kwaliteit van de openbare dienstverlening.
Dit raakt direct aan nabijheid,
vertrouwen en de band tussen de burger en de dienst.
Bpost moet in de eerste plaats de
taalwetgeving naleven.
In dat kader levert het bedrijf
blijvende inspanningen om de taalkennis van medewerkers te verbeteren.
Dat gebeurt via taalopleidingen,
medewerkers aanmoedigen om een taalattest van ‘Werken voor’ te halen en interne
communicatie en werking in beide landstalen.
Ik ben mij bewust van de evoluties in de
recente cijfers.
Die komen door een krapte op de
arbeidsmarkt.
Daardoor moet een evenwicht worden
gezocht tussen taalvereisten en de continuïteit van de dienstverlening.
De officiële cijfers moeten toch wel
gerelativeerd worden.
Hoewel niet alle werknemers officieel
tweetalig zijn met taalbrevet van “Werken voor”, betekent dit niet dat zij geen
Nederlands kunnen spreken.
Dit doet geen afbreuk aan de
doelstelling om de kennis van beide talen stap voor stap te versterken.
Ik zal erop toezien dat de wettelijke
verplichtingen worden nageleefd.
Ook steun ik initiatieven die de
dienstverlening in beide talen concreet verbeteren.
Mevrouw de minister,
Ik heb in het verleden meermaals de
problemen van het Leuvense gerechtsgebouw aangekaart. Ik kon die vorig jaar ook
zelf vaststellen: geen gescheiden toiletten, een ruimte van amper 10m2 per
persoon, geen aparte eetruimte, vloerbekledingen met een groot valrisico door
oneffenheden, geen ventilatie, geurhinder. Aanvankelijk werd de ontsluiting van
de zolderpiste onderzocht, maar die optie bleek niet haalbaar. Minister
Verlinden gaf intussen echter aan dat een renovatie van het Lovanium een
haalbaar alternatief is.
U gaf tijdens de commissie van 11 maart
2025 aan dat de renovatie van het Leuvense gerechtsgebouw is ingeschreven in
het meerjarig investeringsprogramma van de Regie der Gebouwen na 2027. Echter
was een behoefteprogramma goedgekeurd door de inspecteur van Financiën van de
FOD Justitie vereist om het project verder uit te werken. Minister Verlinden
gaf onlangs in antwoord op mijn schriftelijke vraag (nr. 1000) hierover echter
aan dat de voorbereiding van dit behoefteprogramma vertraging opliep doordat andere
dringende dossiers voorrang kregen in overeenstemming met het meerjarig
investeringsprogramma van de Regie der Gebouwen. In overleg met haar diensten
zou de Regie der Gebouwen momenteel werken aan een bijsturing van het meerjarig
investeringsprogramma, rekening houdend met de budgettaire ruimte en de
prioriteiten over het hele land.
Ik heb voor u de volgende vragen:
Wanneer mogen het nieuwe meerjarig
investeringsprogramma verwachten? Kan u al enig perspectief geven wat de timing
van de renovatie van het Lovanium betreft?
Hoeveel kleinere herstellingen werden
sinds maart 2025 nog uitgevoerd door de Regie der Gebouwen aan het Leuvense
gerechtsgebouw? Om welke herstellingen gaat het?
Kan u een concrete tijdlijn geven voor
de geplande renovatie van het cellencomplex van het Leuvense gerechtsgebouw?
Antwoord - Réponse:
Het meerjareninvesteringsprogramma wordt
nu aangepast, samen met de klanten van de Regie der Gebouwen.
De afgelopen weken heb ik de
belangrijkste werkgroepen en diensten samengebracht.
Mijn doel is om snel tot een nieuwe
versie van het programma te komen.
Dat hangt wel af van een akkoord over
wat eerst moet gebeuren, rekening houdend met de budgetbeperkingen en de
goedkeuring van de regering.
Omdat die update nog bezig is, kunnen we
vandaag nog geen duidelijke planning geven voor de renovatie van het Lovanium
en het cel complex van het Justitiepaleis van Leuven.
In afwachting daarvan, en los van de
geplande renovaties, blijft de Regie wel kleine werken uitvoeren in het
Justitiepaleis van Leuven.
Tussen maart 2025 en april 2026 zijn 19
dossiers voor kleine herstellingen opgestart.
Daarvan zijn er 15 al uitgevoerd en 4
zijn nog bezig.
Het gaat vooral om herstellingen aan
branddeuren, de vervanging van ketels, herstellingen aan liften, nieuwe pompen,
renovatie van het sanitair en dakwerken.
Beste mevrouw de minister,
Het CegeSoma is een onderdeel van het Rijksarchief.
Het is het expertisecentrum voor de geschiedenis van de conflicten van de 20ste
eeuw. CegeSoma is naast bewaarder van een waardevol historisch archief ook een
onderzoekscentrum dat deelneemt aan het maatschappelijk debat,
tentoonstellingen organiseert en het archief ten dienste van de bevolking en
diensten stelt.
Het spreekt voor zich dat deze kostbare
stukken een zorgvuldige behandeling vragen met een langetermijnvisie.
Graag stel ik u hierover de volgende
vragen:
1. In februari 2026 werd bij de Regie
der Gebouwen een dossier ingediend om de rationalisatie van de 4 gebouwen van
het Rijksarchief in Brussel te bekijken. Niet alleen om de ideale
omstandigheden voor de archieven zelf te
creëren maar ook om de documenten op een uniforme en voldoende toegankelijke
manier te kunnen blijven aanbieden aan het publiek.
Staat dit dossier inmiddels op de radar
van de Regie (werd het goed ontvangen)?
Welke stappen zijn hiervoor al genomen
en welke stappen worden er in het vooruitzicht gesteld?
2. Het Rijksarchief neemt actueel veelal
de regierol op zich om iedere Federale Overheidsdienst te contacteren en hun
archiefbeheer te coördineren.
Deze rol komt echter onder druk door de
toename van andere werklast en natuurlijke afvloeiing van personeel bij het
Rijksarchief. Bepaalde FOD’s hebben recent ook al eigen personeel aangeworven
om de regierol mee helpen te vervullen binnen de FOD zelf. Is het een piste om
dat binnen elke FOD te gaan voorzien? Welke andere maatregelen kunnen volgens
de minister worden genomen om de continuïteit van deze regierol te waarborgen
(binnen en/of buiten de diensten van het Rijksarchief)?
3. Wat het personeelsbeleid betreft, is
er de komende jaren een vrij grote uitstroom van personeel bij het
Rijksarchief. Op welke manier worden werknemers bij pensioen of ontslag
vervangen?
Is er een focus op het aanwerven van
technische profielen in het kader van het archiveren van “Digital Born
Archives” en het digitaliseren van bestaande papieren archieven?
Ik dank u voor uw antwoorden.
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Truyman,
Wat het samenbrengen van de gebouwen
betreft:
Dit dossier is goed gekend bij de Regie
der Gebouwen.
Op basis van een voorstel van de
Algemeen Rijksarchivaris wordt nu een plan onderzocht om de Brusselse sites
samen te brengen.
Er is een overzicht van de noden
opgesteld en dat wordt momenteel geanalyseerd.
Als dat wordt goedgekeurd, kunnen we
studies en budget inschattingen opstarten, om daarna de volgende stappen te
bepalen binnen het investeringsprogramma.
Wat de samenwerking betreft:
De rol van het Rijksarchief is zeer
belangrijk en mag niet opgesplitst worden.
Volgens de wet van 1955 blijft elke FOD
verantwoordelijk voor zijn eigen archieven, binnen een kader dat door het
Rijksarchief wordt vastgelegd en gecontroleerd.
Er bestaan al praktische samenwerkingen,
gefinancierd door de FOD’s zelf, waarbij expertise wordt gedeeld met respect
voor ieders rol.
Het federale archiefsysteem werkt als
een geheel.
Dat is een sterkte.
De prioriteit is dat het werk blijft
doorgaan.
Wat het personeel betreft:
De regels van het federaal openbaar ambt
zijn van toepassing, waarbij twee van de vijf vertrekkers worden vervangen.
De directies hebben daarbij de vrijheid
om hun aanwervingen aan te passen en hun opdrachten te blijven uitvoeren.
Tot slot
Het Rijksarchief is al volop bezig met
de overgang naar digitaal werken.
Sinds 2019 bestaat er een specifieke
dienst die verder is versterkt, onder meer via projecten en gespecialiseerde
teams.
Het beheer van digitale archieven is een
strategische prioriteit, zowel voor de overheid als voor het bewaren van ons
collectief geheugen op lange termijn.
Wat mij betreft, zal ik erop toezien dat
de kerntaken, de bewaring, toegankelijkheid, onderzoek en dienstverlening aan
het publiek gegarandeerd blijven.
Beste mevrouw de minister
Het Rekenhof heeft in 2023 een audit
uitgevoerd bij 4 FWI’s:
KBR-KMSKB-KMMA-KSB
Hier werden aanbevelingen geformuleerd
om een doeltreffend personeelsbeleid uit te voeren. In het opvolgverslag van
21/01/26 worden nog punten aangehaald waarvoor deze aanbevelingen niet of
onvolledig werden doorgevoerd en die noodzakelijk zijn voor een efficiënt en
autonoom personeelsbeleid.
Vandaar mijn vragen:
1. Het KB van 20/04/1965, dat de
voorwaarden vastlegt voor de functies van Operationeel Directeur en Directeur
Ondersteunende Diensten, werd nog niet herzien. Hoever staat dit proces? Tegen
wanneer zou het wijzigings-KB gepubliceerd (kunnen) worden?
2. De functies Operationeel Directeur en
Directeur Ondersteunende Diensten zijn nog niet volledig ingevuld bij deze
FWI’s. Werd voor de openstaande vacatures al de aanwervingsprocedure opgestart?
Wanneer precies en voor welk FWI? Wanneer zou elk van deze functies ingevuld
zijn?
3. In de FWIs staat het aantal gecertificeerde
personeelsleden om personeelsselecties uit te voeren nog niet op punt. De
dienst Rekrutering valt onder Belspo. Worden er stappen ondernomen om in de
FWIs zelf een dienst Rekrutering op te starten? Hoever staat dit proces?
4. Om budgettaire redenen, blijkt het
niet mogelijk om per FWI een opleidingsdirecteur per taalrol aan te duiden. Dit
wordt binnen Belspo opgelost door in 2024 de dienst ‘Identiteit en Individu’ op
te richten.
Hoe verloopt de werking van de dienst
‘Identiteit en Individu’. Leidt dit tot een efficiënt opleidingsbeleid?
Wat is de status van de
opleidingsplannen voor de personeelsleden van de FWI’s, incl opleidingen over
managementvaardigheden voor leidinggevenden?
5. FOD BOSA organiseert geen selecties
meer voor de functie van ‘vertrouwenspersoon integriteit’ voor elke taalrol
omwille van de zeer geringe belangstelling om deze rol op te nemen. In mei 2024
werd er binnen Belspo een ‘coördinator integriteit’ aangesteld. Hoeveel
meldingen werden er in 2023, 2024 en 2025 gedaan aan de vertrouwenspersonen die
momenteel actief zijn (graag cijfers per FWI en per taalrol)? Acht de minister
het nodig om de selectieprocedure voor vertrouwenspersonen integriteit opnieuw
op te starten?
6. Is de minister op de hoogte van de
inspanningen die geleverd worden om bij de FWIs het personeelsbeleid te
optimaliseren? Vindt de minister deze inspanningen voldoende? Welke stappen
moeten nog gezet worden?
7. Wat is de stand van zaken rond het
personeelsbeleid bij de overige FWIs? Zijn ook daar stappen gezet in functie
van de audit resp. het opvolgverslag van het Rekenhof? Zo ja, welke? Welke
acties moeten nog ondernomen worden in de toekomst, en wanneer worden die
verwacht?
Antwoord - Réponse:
Mevrouw Truyman,
Zoals u weet ben ik gestart met een
hervorming van het Wetenschapsbeleid.
Die hervorming voorziet dat de POD
Wetenschapsbeleid, behalve Belnet en de ondersteunende diensten voor de FWI's,
wordt opgenomen in de FOD Economie.
Daarnaast komt er ook een herorganisatie
van de federale wetenschappelijke instellingen, rond twee thematische groepen.
Deze herorganisatie zal de structuren
eenvoudiger maken en het aantal hiërarchische niveaus verminderen.
We willen ook de ondersteunende diensten
versterken en dubbel werk wegwerken.
Dat zal zorgen voor vlottere en
efficiëntere processen, onder andere op het vlak van personeel.
Deze hervorming vraagt ook aanpassingen
van de bestaande regels.
Die zijn voorzien tegen eind dit jaar en
zullen ook leiden tot een aanpassing van het functiekader Deze aanpassingen maken deel uit van een
bredere verandering die nu bezig is.
Het voorstel dat vandaag op tafel ligt,
voorziet steun van de FOD BOSA voor een aantal gemeenschappelijke processen.
Tegelijk houden we rekening met de
eigenheid van de instellingen.
Sommige taken blijven intern gebeuren,
zoals de aanwerving van wetenschappelijk personeel.
Dat vraagt een globaal personeelsbeleid
dat zowel samenwerking als specifieke noden respecteert.
Ook opleiding voor leidinggevenden,
vooral rond management, maakt daar deel van uit.
Door ondersteunende functies, zoals
personeelsbeheer, te bundelen in gespecialiseerde diensten, kunnen we het
personeelsbeleid verbeteren.
Deze nieuwe organisatie wordt voorbereid
op basis van een grondige analyse.
Daarbij houden we onder meer rekening
met de aanbevelingen van het Rekenhof.
Ik hecht veel belang aan integriteit
binnen de overheid en zal erop toezien dat de nodige systemen worden ingevoerd
binnen de instellingen.
Wat de cijfers betreft over meldingen,
bezorg ik u die graag via een schriftelijke vraag, zodat ik volledig en correct
kan antwoorden.
Geachte mevrouw de minister
Op 1 juli 2025 stelde ik in deze
commissie een vraag over het samenwerkingsakkoord tussen Regie der Gebouwen en
Agentschap Natuur en Bos wat het park van Tervuren betreft.
Het park staat voor meer dan 2/3de onder
beheer van ANB, het resterende gedeelte staat onder beheer van RdG.
Tijdens de legislatuur 2014-2019 werd
het voornemen opgevat om de taken anders te verdelen in een
samenwerkingsovereenkomst omdat het onderhoud van het parkgedeelte, onder
beheer van de Regie, een aanzienlijke achterstand heeft opgelopen.
ANB heeft immers meer middelen en
expertise in structureel natuurbehoud. Een aangepaste overeenkomst zou ten
goede komen om het parkbeheerplan ten volle in uitvoering te brengen.
Tijdens de commissie van 1 juli 2025
beantwoordde mevrouw de minister mijn vraag positief, met de mededeling dat de
overeenkomst eerst bij de Inspectie van Financiën wordt voorgelegd alvorens te
kunnen ondertekenen.
Tot op heden is er geen verder nieuws
bekend rond de ondertekening van dit samenwerkingsakkoord.
Vandaar mijn volgende vragen:
1. We zijn ruim 9 maanden verder.
Wat is de stand van zaken over de
federale goedkeuring van dit samenwerkingsakkoord?
Wanneer werd deze voorgelegd aan de
Inspectie van Financiën?
Wat is het advies van de Inspectie van
Financiën?
2. Tegen wanneer zal de minister het
akkoord kunnen ondertekenen?
3. Zal de vertraging een invloed hebben
op de geraamde jaarlijkse kosten en investeringen?
Zo ja, wat is hiervan de meerprijs?
4. Heeft de minister zicht op de
reden(en) waarom dit akkoord nog niet van start is kunnen gaan? Wat is/zijn die
reden(en)?
Ik dank u alvast voor uw antwoorden
Antwoord - Réponse:
De samenwerkingsovereenkomst met het
Agentschap Natuur en Bos werd aangepast naar het voorbeeld van die voor het
beheer van groene zones in het Brussels Gewest.
Ondertussen is gebleken dat de raming
van de kostprijs van het Agentschap Natuur en Bos hoger ligt dan de huidige
jaarlijkse kosten voor het onderhoud van het park.
Bovendien vraagt het Agentschap
garanties aan de Regie der Gebouwen met betrekking tot het dragen van
investeringskosten.
Door de besparingen opgelegd aan de
Regie der Gebouwen in het regeerakkoord, zowel op het vlak van onderhoud-als
investeringskosten, is deze bijkomende kost moeilijk te verantwoorden.
Bovendien moet de raming van het
Agentschap opnieuw geactualiseerd worden naar de prijzen in 2026.
Ook zouden de kosten en investeringen
nog verder stijgen.
In afwachting van een definitieve
regeling met het Agentschap Natuur en Bos heeft de Regie der Gebouwen een
nieuwe overheidsopdracht voor het onderhoud van het park gelanceerd.
De offertes werden op 6 maart 2026
geopend.
De gunningsbeslissing zal binnenkort
worden voorgelegd aan de Inspectie van Financiën.