|
Commissie
voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken |
Commission de l'Intérieur, de la Sécurité, de la
Migration et des Matières administratives |
|
van Woensdag 22 april 2026 Namiddag ______ |
du Mercredi 22 avril
2026 Après-midi ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 15.07 uur en voorgezeten door de heer Ortwin Depoortere.
La réunion publique de commission est ouverte à 15 h 07 et présidée par M. Ortwin Depoortere.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
01.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, u bent op reis geweest naar Congo. Het staat al heel lang op mijn bucketlist om zelf eens naar Congo te gaan, want dat lijkt me fantastisch, maar u was daar voor een ontradingscampagne. Ik ga ervan uit dat u daar veel gewerkt hebt en dat u veel mensen ontraden hebt om naar hier te komen. Heel Congo is nu waarschijnlijk aan het sidderen en aan het beven en denkt er niet eens aan om naar België te komen.
Dat formuleer ik zo, omdat er eigenlijk geen aantoonbare onderbouwing voor dat soort ontradingscampagnes is. Ik herinner me een hoorzitting – er is een tijd geweest waarin we hoorzittingen hielden over van alles en nog wat – met Freddy Roosemont, die zelf zei dat ontradingscampagnes eigenlijk niet werken, of als ze al mochten werken, dan misschien heel kort, een paar weken, maar dan is het effect weg.
UNDP trekt dezelfde conclusie. De Europese Commissie trekt dezelfde conclusie. Kortom, zowel academici als overheden trekken allemaal dezelfde conclusie: ontradingsbezoeken werken niet, en als ze al zouden werken, dan heel kortstondig.
Mevrouw de minister, hoe kijkt u daarnaar? Wat waren de concrete doelstellingen van uw bezoek?
Hoe zult u weten of die doelstellingen ook behaald zijn, of er resultaten zijn van uw ontradingsbezoek? Zullen er in de komende jaren tientallen procenten minder mensen uit Congo onterecht naar hier komen?
In welke mate zult u het resultaat van uw beleid opvolgen? Ik kijk uit naar uw antwoorden.
01.02 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Madame la ministre, votre politique migratoire est totalement dépourvue de boussole éthique. Vous affichez un mépris répété envers les décisions judiciaires, vous menez des discussions indignes avec des Talibans, et vous venez maintenant de mener une humiliante campagne de dissuasion en République démocratique du Congo (RDC). Vous multipliez les signaux inquiétants.
Quand je vous entendais dire: "Ça ne sert à rien de venir en Belgique, vous n'aurez pas l'asile", je ne pouvais m'empêcher de me demander si c'était aussi à moi que vous vous adressiez. Pour vous justifier cette fois-ci, vous avez affirmé, sans avancer de réelles preuves ou de chiffres, que de nombreux Congolais se rendent en Belgique avec un visa de tourisme pour ensuite y déposer une demande d'asile, beaucoup ne recherchant que le profit par leur venue en Belgique. Vous définissez ainsi les demandeurs d'asile congolais comme des chercheurs de fortune. C'est inacceptable, madame la ministre.
En effet, les faits sont clairs et beaucoup plus nuancés. Alors que la Fondation Roi Baudouin démontre que l'exil des individus des pays d'Afrique subsaharienne est avant tout motivé par des conflits d'une part et des liens familiaux d'autre part, sur quelles données vous basez-vous pour traduire ces trajectoires de vie tragiques et difficiles en une simple quête de profit?
Plus grave encore, vous présentez la RDC comme un pays globalement paisible. Cette vision est malheureusement loin de la réalité. Le conflit des Mobondo aux abords de Kinshasa, la très sanglante guerre à l'Est qui dure depuis plus de 30 ans et qui était soutenue au départ par le M23, l'AFC et le Rwanda, les problèmes en Ituri, etc.: tous ces conflits mènent à des situations humanitaires d'une extrême gravité.
Vous dites dénoncer une hausse de l'asile, mais vous ignorez volontairement les taux de retour effectifs et les différentes natures des demandes.
Quel a été exactement votre parcours au Congo? Quel était le contenu de vos discussions avec vos homologues du gouvernement congolais? Quelle réponse ont-ils donnée à votre message?
Pouvez-vous nous communiquer les chiffres précis concernant les demandes d'asile, leur nature, leurs caractéristiques et les caractéristiques des demandeurs?
Avez-vous tenu compte des analyses du service du Cedoca et des services compétents pour vous permettre de mieux comprendre la réalité et la complexité congolaises avant de prendre une décision?
Enfin, votre campagne de dissuasion respecte-t-elle les engagements belges de garantir un droit d'asile sûr et légal et de protéger les individus qui sont persécutés ou victimes de violences?
01.03 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, u bent inderdaad op ontradingscampagne gegaan naar de Democratische Republiek Congo. U bent daar ook in dialoog gegaan met de Congolese autoriteiten en met de pers. De boodschap die u daar zeer duidelijk hebt gegeven, is dat men niet in aanmerking komt voor bescherming in België als men om economische redenen komt.
Vaak vinden de autoriteiten van die landen het een heel goede stap dat u daar op bezoek gaat en dat signaal duidelijk geeft. Zij vinden het immers ook helemaal niet leuk dat landgenoten met bijvoorbeeld een toeristenvisum naar een land gaan waarmee goede contacten bestaan, en vervolgens misbruik maken van dat toeristenvisum om asiel aan te vragen.
We moeten zeer streng optreden tegen die vorm van visummisbruik. Daarvoor zijn die visa niet bedoeld. Bovendien is het ook humaan om ter plaatse duidelijk te maken dat mensen hun geld niet moeten steken in een ticket of evenmin aan smokkelaars moeten geven om uiteindelijk op een nuloperatie uit te komen.
Dergelijke ontradingsmissies worden al langer georganiseerd. We zien in de cijfers dat die vaak leiden tot een daling van het aantal aanvragen in ons land.
Naast het ontradende effect is het ook zeer belangrijk om met de lokale autoriteiten voldoende afstemming te hebben en een plan van aanpak uit te werken om bepaalde vormen van misbruik in het land van herkomst actief tegen te gaan. In sommige landen heeft de Dienst Vreemdelingenzaken zelfs verbindingsambtenaren die niets anders doen dan die afspraken maken.
Mevrouw de minister, kunt u ons meer uitleg geven over die ontradingsmissies? Welke afspraken zijn daar gemaakt? Welke missies zult u in de toekomst nog organiseren?
01.04 Francesca Van Belleghem (VB): Het afgelopen jaar, dus tijdens uw ambtsperiode, steeg het aantal asielaanvragen van Congolezen met een kwart. In vergelijking met 2023 gaat het zelfs om een verdubbeling. De overgrote meerderheid, 85 %, heeft geen recht op asiel. U stelde in de media dat de missie geslaagd is als het aantal asielaanvragen van Congolezen niet verder stijgt. Dat zou dus betekenen dat u tevreden bent met meer asielaanvragen van Congolezen dan onder de vivaldiregering. Kunt u dat bevestigen?
U stelde ook dat u alle middelen wilt inzetten om dat doel te bereiken. Aan welke middelen denkt u dan, los van deze ontradingsmissie?
Tegelijk verklaarde u dat wie de procedures volgt of op vakantie wil komen in België, welkom is in dit land. Dat is een wat ongelukkige boodschap, want op dit moment wordt de asielprocedure schaamteloos misbruikt, maar dat geldt ook voor de visumprocedure. U zei in uw eigen communicatie dat heel wat Congolezen met een toeristenvisum naar België reizen om vervolgens asiel aan te vragen. Gelet op de cijfers lijken steeds meer Congolezen de procedures maar al te goed te kennen en over de juiste informatie te beschikken. Een deel van die informatie is dat wie hier geraakt, hier ook kan blijven.
Daarmee kom ik bij mijn volgende vraag. Hoe verloopt momenteel de samenwerking met Congo met betrekking tot de terugname van illegale onderdanen? Bestaat er een akkoord ter zake en in hoeverre wordt dat nageleefd? Staat er iets op papier?
Ook op dat vlak laten de cijfers weinig goeds vermoeden. Congo staat namelijk al geruime tijd in de top 5 van het aantal asielaanvragen, maar komt niet voor in de top 10 wat terugkeer betreft. Vrijwillige terugkeer zal dus zeer beperkt zijn en gedwongen terugkeer eveneens, behalve wanneer het gaat over terugdrijvingen aan de grens. We weten dat de cijfers daardoor worden opgekrikt.
Kunt u zeggen hoeveel Congolezen er vorig jaar effectief werden gerepatrieerd? Welke maatregelen zult u nemen om de terugkeer op te krikken? Wat is uw streefdoel en wat houdt "alle middelen" concreet in?
Gisteren zou er een vlucht naar Kinshasa zijn vertrokken met uitgewezen Congolezen. Kunt u dat bevestigen? Over hoeveel personen gaat het? Gaat het om illegale criminelen of opnieuw gewoon om terugdrijvingen aan de grens, die de cijfers opkrikken?
Welke toezeggingen hebt u aan Congo gedaan?
Staat er iets op papier? Welke sancties zult u nemen als effectieve medewerking
opnieuw uitblijft? Graag
ook een tijdslijn.
01.05 Victoria Vandeberg (MR): Madame la ministre, comme mes collègues, je souhaiterais avoir de plus amples informations concernant votre visite et cette mission de dissuasion en République démocratique du Congo. Je pense qu'elle peut servir à prévenir certains abus et il est effectivement mieux de pouvoir donner les informations au plus tôt aux personnes qui se verraient de toute manière refusées un accueil dans notre pays.
Dans ce cadre, pouvez-vous nous donner davantage d'informations sur les échanges que vous avez eus et sur d'éventuelles pistes déjà plus concrètes de collaboration qui auraient pu émerger de ces échanges? Cette mission a-t-elle permis selon vous d'avoir un véritable impact sur les flux migratoires? Si oui, envisagez-vous également d'avoir ce même type de démarche dans d'autres pays?
De voorzitter:
Wensen er collega’s zich aan te sluiten bij dit debat? (Nee)
01.06 Minister Anneleen Van Bossuyt: Zoals u weet is het de doelstelling van de voltallige regering om de instroom in ons land te verminderen en zo de druk op ons opvangnetwerk en de asiel- en migratiediensten te verlichten. Die laatste kampen immers met een enorme werkvoorraad door het te lakse beleid van de vorige regering.
In een dergelijk beleid speelt ontrading een grote rol. Het is belangrijk om mensen geen valse hoop te geven; dat doen sommigen al genoeg door met valse beloften ons land aantrekkelijker te maken voor migranten dan het in werkelijkheid is. In het verleden bleken dergelijke ontradingscampagnes zeker al effect te hebben. Ik verwijs onder andere naar de ontradingscampagne onder voormalig staatssecretaris Francken, die gericht was op Irakezen.
Le Congo figure actuellement dans le top 3 des demandes d'asile après l'Afghanistan et la Palestine. Seules 14,9 % des demandes d'asile congolaises ont reçu une réponse positive en 2025. Pour les trois premiers mois de 2026, ce pourcentage n'était même que de 10,7 %. Et ce n'est pas moi qui prends ces décisions mais bien une instance indépendante, le CGRA.
Het klopt zeker dat de illegale migratie uit Congo geen nieuw fenomeen is. De afgelopen tijd zien we echter een sterke stijging van de instroom uit Congo. Zo bedroeg het aantal verzoeken om internationale bescherming van personen uit Congo in 2022 nog 889, terwijl dat in 2025 was gestegen tot 2.422. Wat nieuw is ten opzichte van de vorige regering is dat deze regering wel degelijk maatregelen neemt om het beleid inzake asiel en migratie opnieuw op de rails te krijgen.
La réalité est donc que de larges groupes de
personnes demandent chez nous un statut de protection internationale qui leur
est ensuite refusé par le CGRA indépendant. Il s’agit d’une situation qui n’est bonne pour
personne.
Vandaar dat ik door middel van gerichte ontrading wil vermijden dat personen hier in de illegaliteit moeten verdwijnen en de werkvoorraad voor onze asiel- en migratiediensten nodeloos zou oplopen. Op deze manier maken we tegelijkertijd ook duidelijk hoe onze officiële procedures in elkaar zitten, zodat zij zich niet laten misleiden door bedrieglijke mensensmokkelaars.
Au cours de notre visite, nous avons rencontré le président, M. Tshisekedi, le vice-premier ministre et ministre de l’Intérieur congolais, M. Jacquemain Shabani Lukoo, ainsi que la Direction Générale de Migration, l’équivalent congolais de l’Office des étrangers.
Outre la dissuasion, nous avons également renforcé, avec les autorités congolaises, la coopération en matière de politique de retour et de lutte contre la migration illégale.
Mevrouw Van Belleghem, u stelde een vraag die u niet had ingediend, over een terugkeervlucht. Ik kan inderdaad bevestigen dat er gisteren een vlucht vanuit België naar Congo is vertrokken. Het precieze aantal personen kan ik u niet uit het hoofd meedelen.
De ontmoetingen en de gesprekken verliepen in een positieve sfeer. Er zijn daarnaast ook regelmatig contacten tussen de collega’s van Buitenlandse Zaken en mijn diensten om problemen gezamenlijk te bespreken en, waar mogelijk, aan te pakken. Daarenboven zit er permanent een ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken als liaison in Kinshasa om de bilaterale samenwerking op te volgen. Ik weet niet of zij momenteel aan het kijken is, maar mocht dat het geval zijn, dan wil ik Katarina nogmaals bedanken voor al het werk dat zij ter plaatse verricht.
D’autres missions sont certainement encore prévues au cours de cette législature, madame Vandeberg.
Landen waarvan de onderdanen bij ons een zeer laag erkenningspercentage kennen bij het indienen van een asielaanvraag vormen logischerwijze mogelijkheden voor ontrading.
Madame Mutyebele, l’analyse de l’Office des étrangers s’appuie sur des informations provenant de différents services, y compris celles du Cedoca.
De onlinecampagne gericht op Congolezen staat online. De DVZ onderzocht eerst hoe onlinecampagnes gevoerd kunnen worden terwijl ze dienen te voldoen aan de nieuwe criteria van socialemediabedrijven. Er is een budget voorzien van 200 euro, wat een peulschil is voor wat we ermee kunnen bereiken. Die campagne loopt nu via YouTube.
Mevrouw Van Belleghem, u vroeg of ik vind dat België een opvangplicht heeft. Ik kan u alleen maar meegeven dat wij aan bepaalde internationale verplichtingen moeten voldoen.
Er werd ook gevraagd naar de kosten van de missie. Die zijn momenteel begroot op ongeveer 15.000 euro. Ter herinnering: onder de vorige regering, met daarin onder andere Ecolo-Groen en de PS, werd in het kader van de toenmalige bijzondere commissie Koloniaal Verleden een missie van maar liefst bijna 50.000 euro ondernomen, maar dat vergeet men blijkbaar snel.
De heer Vandemaele, die me meegedeeld heeft dat hij deze vergadering moest verlaten, citeerde Freddy Roosemont, directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken, die gezegd zou hebben dat ontradingscampagnes helemaal niet werken. Bij het citeren is volledigheid natuurlijk belangrijk. De heer Roosemont heeft wel degelijk altijd de meerwaarde van ontradingscampagnes onderschreven. Wat hij heeft gezegd, is dat het door sociale media vandaag moeilijker wordt. Hij zal echter de eerste zijn om overal met mij naartoe te gaan. Wij spreken soms van 'reizen Roosemont', omdat hij overal naartoe zou gaan om ontradingscampagnes te voeren. Indien u hem de woorden in de mond zou leggen dat ontradingscampagnes helemaal niet werken, zou u de waarheid oneer aandoen.
De voorzitter: De heer Vandemaele heeft zich laten verontschuldigen.
01.07 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Merci beaucoup, madame la ministre, pour vos réponses.
Je pense qu’il est normal d'informer les personnes, les futurs demandeurs d’asile, mais les humilier comme vous l’avez fait ne l’est pas. Je vous informe que la diaspora congolaise présente en Belgique et ailleurs s’est sentie humiliée par le ton que vous avez adopté. La nature des remarques formulées montre que votre campagne, en tout cas telle que vous l’avez menée, ne fonctionnera pas.
Vous avez donné des chiffres, et je vous en remercie, évoquant une augmentation depuis 2025. Or, dès janvier 2025 – je suis même intervenue en séance plénière pour le mentionner – l’AFC/M23 entrait à Bukavu et se dirigeait vers Goma, ce qui a engendré des flux massifs de population vers Kinshasa et d’autres régions. Je vous ai indiqué qu’il n’y a pas que le conflit à l’Est. Il y a également le conflit Mobondo, aux portes de Kinshasa. Il y a quelques mois, un ressortissant belge a été tué à Kinshasa. Son père habite à Woluwe-Saint-Lambert. Il était retourné dans son pays d’origine avec l’intention d’y entreprendre quelque chose et a été victime de ce conflit. Que s'est-il passé alors? Sa famille, qui vivait avec lui, a introduit une demande d’asile, ce qui est normal. C’est pourtant un conflit que vous semblez ignorer. Je vous ai aussi parlé des conflits en Ituri, qui sèment le trouble et des pertes humaines par milliers. Il est normal que ces personnes souhaitent venir en Belgique.
Ce dont nous parlons ici, ce sont certes des statistiques, mais ce sont avant tout des vies humaines. Ce sont des personnes qui cherchent à venir en Belgique pour trouver un monde meilleur. Il ne s’agit pas simplement de numéros ou de dossiers.
J’espère que vous trouverez une solution et que vous reviendrez sur vos propos.
01.08 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.
Collega Mutyebele, u verwijt de minister vernederende taal, maar ze heeft daar gewoon zo duidelijk mogelijk de boodschap willen overbrengen, wat natuurlijk ook noodzakelijk is. Ik was onder de Zweedse regering in Albanië. Daar vroeg men om zo duidelijk mogelijk te zijn en zeker geen opening of kier te laten, omdat elke sprankel hoop mensen er in feite toe aanzette om te vertrekken.
Mevrouw de minister, aangezien Congolezen helemaal geen aanspraak kunnen maken op een beschermingsstatuut of op asiel, is het niet vernederend dat u die boodschap brengt. Het is daarentegen terecht en noodzakelijk dat u die boodschap op die manier hebt gegeven. Anders heeft het geen zin om daarheen te gaan en wakkert u alleen maar verwachtingen aan.
U moet zeer duidelijk zeggen dat mensen niet naar ons land moeten komen, dat economische redenen geen reden zijn om hier te blijven en dat toeristische visa niet kunnen worden gebruikt om nadien asiel aan te vragen. Die correcte informatie is voor ons zeer belangrijk, net als het contact met de Congolese autoriteiten om daarmee samen te werken om daar ontradingscampagnes te voeren. Daarnaast is het noodzakelijk om ervoor te zorgen dat mensen die hier illegaal verblijven, ook effectief terugkeren. Een migratiebeleid werkt immers alleen met een goed terugkeerbeleid, en ook daarop moet worden ingezet. Ik ben benieuwd naar de impact die deze campagne in de komende weken en maanden zal hebben.
Ik wil daarbij ook benadrukken dat onze verbindingsambtenaar Katarina Smits daar al jaren werkt. Zij kent de context zeer goed en weet perfect welke toon een minister kan aanslaan. Zij adviseert ministers bij dergelijke bezoeken. Ik heb dan ook het volste vertrouwen in onze ambtenaar ter plaatse dat zij dat voor u in goede banen heeft geleid.
01.09 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik kan alleen maar concluderen dat voor u uw ontradingscampagne geslaagd is als het aantal asielaanvragen niet verder stijgt. U bent eigenlijk tevreden met een status quo. Een status quo wil zeggen dat er nog steeds een kwart meer asielaanvragen van Congolezen zijn ten opzichte van Vivaldi, ten opzichte van 2024, en een verdubbeling ten opzichte van 2023. Daarmee bent u blijkbaar dus tevreden.
Het is duidelijk dat er ook geen terugkeerovereenkomst is afgesloten, dat er niets op papier staat. Dat wil dus zeggen dat, zolang er geen goede terugkeer is van Congolezen die geen recht hebben om hier te blijven, zij nog altijd zullen blijven toestromen. Als zij massaal toeristenvisa blijven misbruiken, waarom vaardigt u dan geen visumsancties uit?
Over de opvangplicht stelt u dat het uw verdomde plicht is om te helpen. Mag ik u eraan herinneren dat het standpunt van de N-VA dan toch wel fors is veranderd? In 2018 zei Theo Francken nog letterlijk: wij hebben geen opvangplicht. Nu zegt u: het is mijn verdomde plicht. Uw standpunten veranderen dus sterk naargelang u al dan niet deel uitmaakt van de regering.
Mevrouw de minister, het is duidelijk dat het u ergert. Het is echter mijn taak om u daarop te wijzen. Als uw standpunten wijzigen, confronteren wij u daarmee. Het is duidelijk, de terugkeer van Congolezen die geen recht hebben om hier te blijven, blijft veel te laag.
01.10 Victoria Vandeberg (MR): Madame la ministre, merci pour vos réponses.
Il est effectivement de notre responsabilité d'informer correctement, y compris dans ces pays, grâce à ce type de visite. Je me tiendrai informée de la suite qui sera donnée à celle-ci et des accords que vous pourrez obtenir avec ce pays, et éventuellement avec d'autres pays qui seraient concernés par d'autres visites.
01.11 Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, vous êtes allée en République démocratique du Congo (RDC) pour expliquer aux Congolais qu'ils ne doivent pas venir en Belgique y chercher une vie meilleure, parce que les motifs économiques ne seraient pas valables. C'est très intéressant, parce que, pour la bourgeoisie belge, les motifs économiques ont toujours été parfaitement valables. Il y a eu le roi Léopold II, pour le caoutchouc, l'Union minière, pour l'uranium et, aujourd'hui encore, votre gouvernement et le ministre Francken regardent vers la RDC pour sécuriser le cobalt, le cuivre et le coltan. Ce serait bon pour l'économie belge et européenne, comme il dit.
Alors, il faut aller au bout du raisonnement, madame la ministre, parce que tous ces pillages, ces violences pour les ressources congolaises rendent en fait impossible pour de nombreux Congolais le fait de rester et d'y construire une vie sûre. Ils ne fuient pas par choix, parce que chacun voudrait rester chez lui, auprès des siens. Ils fuient parce qu'on ne leur laisse pas d'alternative. Et, lorsqu'ils fuient par nécessité, ils sont traités par votre gouvernement comme des criminels.
D'un côté, on prend les richesses; de l'autre,
on refuse les êtres humains. Voilà votre politique, madame la ministre, voilà votre hypocrisie!
01.12 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, ik heb altijd veel vragen gesteld over ontradingscampagnes en die manier van werken. Het is goed om duidelijkheid te scheppen, overeenkomstig de afspraak in het regeerakkoord om opnieuw grip te krijgen op migratie. Dat doen we door duidelijkheid te scheppen en dat doet u naar mijn mening goed. Ik blijf er natuurlijk altijd op aandringen dat men in gesprek gaat met de betrokken landen. Men moet dat op een fatsoenlijke manier aanpakken.
Ik heb hier twee interessante zaken gehoord. Aan de ene kant hebben we extreemrechts, dat natuurlijk zegt dat u onvoldoende doet. Wij hebben een regering die echt initiatief neemt om de migratieproblematiek opnieuw op de kaart te zetten, om terug duidelijkheid te creëren en opnieuw grip te krijgen op migratie. Ik moedig u daarin aan. Aan de andere kant hebben we extreemlinks, dat uw aanpak ook niet goed vindt. Het zal voor de extremen nooit goed zijn. Ik steun u als u ervoor zorgt dat we opnieuw grip krijgen op migratie, dat we duidelijkheid krijgen en dat we, zoals in het regeerakkoord staat, de instroom kunnen doen dalen.
Mensen van allerhande nationaliteiten komen naar hier, maar iedereen vergeet dat zij misbruikt worden, op alle vlakken. U moet het rapport van Myria maar eens bekijken. Ik ben in dat opzicht zeer tevreden dat we de mensen duidelijkheid geven. Alleen sta ik erop, mevrouw de minister, dat u dat altijd doet in gesprek, in dialoog en met respect voor alle mensen.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
02.01 Maaike De Vreese (N-VA): Mijnheer de minister, onlangs werden nog vijf taxiboten met 200 migranten aan boord richting Frankrijk begeleid. Dat zijn er toch heel wat en toont aan dat de problematiek aan de kust in West-Vlaanderen heel moeilijk onder controle te houden is. Daarom heeft onze fractie van in het begin zowel aan u als aan minister Quintin en minister Verlinden gevraagd om de krachten te bundelen en samen met de lokale spelers en de buurlanden Frankrijk en Groot-Brittannië de mensensmokkel krachtig aan te pakken.
Die verschuiving van mensensmokkel van Noord-Frankrijk naar onze kust zal niet zomaar verdwijnen. Daar moet met man en macht tegen worden opgetreden. Het gaat om zware georganiseerde criminaliteit waarbij met mensenlevens wordt gespeeld. Dat kunnen we absoluut niet toelaten.
Eerder antwoordde u dat er een verbindingsambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken zou worden aangesteld, de lokale politie met extra federale politiemensen zou worden versterkt en er extra capaciteit in het gesloten centrum van Brugge zou worden voorzien. Daarmee maakt u uw verklaring hard dat de aanpak van transmigratie voor u een beleidsprioriteit blijft, ook al moest u toegeven dat het aantal arrestaties weliswaar licht is toegenomen, maar nog onder het niveau van 2021 blijft.
Mevrouw de minister, kunt u toelichting geven bij de samenwerking tussen de Dienst Vreemdelingenzaken en de politiediensten? Is de verbindingsambtenaar er al? Wat doet die persoon? Wat zijn de resultaten op het terrein? Hoeveel transmigranten werden aangetroffen? Wat is er met hen gebeurd? Welke nationaliteiten hadden zij? Hoeveel transmigranten werden ondertussen, sinds de nieuwe maatregel, overgebracht naar het gesloten centrum in Brugge?
Terwijl de mensensmokkel door de verstrengde aanpak in Frankrijk naar onze kust verschuift, stelt Groot-Brittannië opnieuw middelen ter beschikking van de Franse autoriteiten. Wat is uw standpunt over de Britse financiering? Terwijl de minister van Binnenlandse Zaken zich nogal afwachtend opstelt, vind ik dat daar wel degelijk over moet worden onderhandeld met Groot-Brittannië, zoals wij dat indertijd met de 'Zweedse coalitie' hebben gedaan. We zijn daar twee keer geweest en dat heeft resultaat opgeleverd.
Wanneer hebt u nog overleg gepleegd met minister Quintin over de transmigratieproblematiek? Hoe verloopt het overleg met de verschillende spelers?
02.02 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, afgelopen weekend werden 5 boten met 250 transmigranten onderschept voor de Belgische kust. Het was de eerste keer dat er zo’n groot aantal voor onze kust werd gezien. Dat bewijst dat het niet langer om geïsoleerde incidenten gaat en dat de problematiek niet onder controle is.
Gouverneur Decaluwé waarschuwde dat de situatie aan het escaleren is en dat dringend ingrijpen noodzakelijk is. Hij trok nogmaals aan de alarmbel en zei dat hij zijn hart vasthoudt voor de komende weken en maanden. Deze week stond er crisisoverleg gepland om extra maatregelen te nemen. Heeft dat overleg intussen al plaatsgevonden? Wie was daarbij betrokken? Was u daarbij betrokken? Wat waren de resultaten daarvan? Of moet dat overleg nog plaatsvinden?
Heeft er na het eerdere overleg nog bijkomend overleg plaatsgevonden met uw Franse en Britse collega’s? Werden er nieuwe afspraken gemaakt? Wat hebben de fameuze binnenkomstcontroles al concreet opgeleverd in de strijd tegen transmigratie? Hoeveel transmigranten werden sinds 1 februari onderschept en hoeveel werden er gerepatrieerd?
Tijdens de vorige commissievergadering stelde u dat de beslissing over de invoering van effectieve grenscontroles moet worden genomen door minister Quintin. Wat is uw standpunt over de invoering van grenscontroles? Hebt u al een initiatief genomen om die maatregel op de regeringstafel te leggen?
02.03 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, 72 mensen die vertrokken waren vanuit België en Frankrijk, werden voor de kust van Calais gered van de verdrinkingsdood. Bijna waren we opnieuw getuige van een drama.
Iedereen is het erover eens dat niemand het verdient te verdrinken op zee. Het grote probleem is dat mensensmokkelaars telkens opnieuw geld proberen te slaan uit dergelijke transporten. Aan onze kust werden mensen van de bootjes gegooid, omdat ze nog niet betaald hadden. Anderen werden zonder reddingsvest in die bootjes bij elkaar geduwd. Dat is de realiteit ter plaatse. We moeten mensensmokkelaars hard aanpakken. Vooruit pleit daar al jaren voor. Mijn collega Ben Segers heeft daarrond in de bijzondere commissie Mensenhandel in de vorige legislatuur hard gewerkt.
Mevrouw de minister, we moeten de smokkelaars aanpakken waar het pijn doet. Welke concrete resultaten in termen van aantal aanhoudingen en administratieve meldingen hebben de gerichte controles aan de kust en op de snelwegparkings in 2025 tot nu toe opgeleverd?
Hoe verloopt de operationele samenwerking met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, specifiek om de inzet van taxiboten te verhinderen? Door de strengere Franse aanpak wordt de druk hier groter en dat is problematisch. Ook wij moeten ons beleid verstrengen en dergelijke praktijken verbieden.
Ten slotte, hoe ver staat het met de uitvoering van de aanbevelingen uit de bijzondere commissie Mensenhandel van de vorige legislatuur?
Alvast dank u wel voor uw antwoorden.
Le président: Des collègues souhaitent-ils intervenir? (Non) Je suis désolé, mais il n'est pas possible d'attendre l'arrivée de M. Dufrane.
02.04
Minister Anneleen Van Bossuyt: Dank u wel,
mijnheer de voorzitter. Dank
jullie wel voor jullie vragen.
Lors de la réunion de la commission du 1er avril, j'ai déjà répondu de manière détaillée à des questions concernant la problématique de la migration de transit. J'ai alors indiqué clairement que la lutte contre la migration de transit constituait pour moi une priorité en tant que ministre de l'Asile et de la Migration, et plus largement pour l'ensemble du gouvernement. Ainsi, j'ai notamment participé avec mon collègue Bernard Quintin, ministre de l'Intérieur, à une action de grande envergure contre, entre autres, la migration de transit sur la côte ouest, en présence du ministre compétent du Royaume-Uni.
Binnen mijn bevoegdheden heb ik maatregelen genomen om transmigratie tegen te gaan. Zo worden er onder andere in het gesloten centrum voor mensen in illegaal verblijf te Brugge specifiek plaatsen vrijgehouden om opgepakte transmigranten vast te houden met het oog op hun verwijdering.
Intussen werd er ook effectief een verbindingsofficier van de Dienst Vreemdelingenzaken aangesteld om de afhandeling vlotter te laten verlopen. Sinds het begin van dit jaar, tot en met 14 april, werden onder meer de volgende beslissingen genomen: 58 vasthoudingen, 101 bevelen om het grondgebied te verlaten en 3 bevestigingen van een eerder afgeleverd BGV.
Twintig personen waren minderjarig en werden overgedragen aan de Dienst Voogdij. Vijf personen werden overgebracht naar de gevangenis. Sinds de nieuwe maatregelen, en dus onder andere de aanstelling van de liaison van de DVZ, is er een stijging van 16 vasthoudingen tot en met maart naar 46 vasthoudingen tot en met 21 april voor het gesloten centrum in Brugge. Daar zien we dus een aanzienlijke stijging.
Daarnaast blijf ik sterk geloven in het ontradende effect van de binnenkomstcontroles, die sinds vorige zomer opnieuw worden uitgevoerd. Zo hebben we opnieuw meer controle over wie onze grenzen overschrijdt. Mevrouw Van Belleghem, sinds de start van de binnenkomstcontroles tot en met 13 maart van dit jaar werd door de Dienst Vreemdelingenzaken in 128 administratieve verslagen een beslissing genomen.
Voor het antwoord op uw vragen over de verkoop en de verdeling van nautisch materiaal, de aanpak van criminele netwerken en de samenwerking met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, dien ik u door te verwijzen naar de bevoegde ministers.
De aanbevelingen van de bijzondere commissie Mensenhandel vormen inderdaad een belangrijke leidraad voor het huidige beleid. Aangezien de strijd tegen mensensmokkel en mensenhandel een transversale bevoegdheid is, zijn meerdere ministers betrokken bij de uitvoering ervan.
Mijn diensten maken, zoals u weet, actief deel uit van de Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel. Begin deze maand kwam die cel samen om de nieuwe actieplannen inzake mensenhandel en mensensmokkel te bespreken, met het oog op goedkeuring in juni. Zodra die actieplannen gevalideerd zijn, zal ik toelichten welke concrete actiepunten binnen mijn beleidsdomein verder zullen worden uitgewerkt.
Daarnaast wordt ook ingezet op een verdere optimalisering van de opvang van minderjarige – al dan niet potentiële – slachtoffers van mensenhandel. Dat gebeurt in nauw overleg met Fedasil en de reeds bestaande gespecialiseerde opvangstructuren op regionaal niveau, met als doel een aangepaste en kwalitatieve begeleiding van die minderjarigen te garanderen. Mijn kabinet zit daarover deze week nog samen met die partners om dat verder te concretiseren.
Specifiek voor mensensmokkel worden ontradings- en sensibiliseringscampagnes ontwikkeld, zowel in België als in de herkomstlanden, om potentiële migranten bewust te maken van de risico’s van mensensmokkel en hen te informeren over veilige en legale alternatieven.
Tot slot blijft er bijzondere aandacht gaan naar de versterking van de eerstelijnsdiensten, via gerichte opleidingen.
Ik kan het niet genoeg benadrukken, en ik ben het helemaal eens met wat hier zonet ook gezegd is, jammer genoeg is de uitbuiting van mensen voor sommigen gewoon een businessmodel. Zij profiteren van de miserie van anderen. Ik weet zelfs niet welke woorden ik daarvoor moet gebruiken. We moeten daar zo streng mogelijk tegen optreden, want dat is het laagste dat men kan doen.
02.05 Maaike De Vreese (N-VA): Mevrouw de minister, West-Vlaanderen is de provincie die het hardst getroffen wordt door de transmigratieproblematiek. We zien ook dat onze lokale politiediensten voor een stuk wel weten wat zij moeten doen. Alleen ontbreekt het hen soms aan voldoende middelen, de juiste middelen en ook de juiste tactieken om ertegen op te treden.
We zien nu immers dat het bijna onmogelijk is om de mensen op een veilige manier eraf te krijgen eens die taxiboten in het water liggen. Die taxiboten worden nu richting Frankrijk begeleid. Wat er dan met die mensen gebeurt, is één groot vraagteken. Ik vermoed dat ze daar zelfs gewoon worden doorgestuurd richting Groot-Brittannië.
Zolang dat model niet wordt doorbroken, zullen mensen blijven vertrekken.
In Frankrijk rijden er gratis bussen naar ons land. Dat zijn zaken die absoluut moeten worden besproken met de Franse en de Britse autoriteiten. Zolang we dat niet aanpakken, maken we het te gemakkelijk. We moeten het zo moeilijk mogelijk maken.
U houdt plaatsen vrij in gesloten centra. Dat zijn goede maatregelen. De verbindingsambtenaar is belangrijk om onze politiediensten deels te ontlasten. Verbindingsambtenaren hebben kennis van zaken. Het is bijzonder frustrerend dat men mensen oppakt en hen weer moet laten gaan, om hen op een later moment opnieuw tegen te komen. Wat gebeurt er uiteindelijk met hen?
De grootste slachtoffers zijn vrouwen en kinderen. De adjunct-korpschef zei dat zij de grootste slachtoffers zijn en onderaan in die bootjes moeten zitten. Daar lekt brandstof die zich vermengt met zeewater, wat zorgt voor ernstige brandwonden. Er wordt driest en crimineel te werk gegaan.
Mevrouw de minister, u hebt onze volle steun om daartegen actief op te treden en dat in dit land niet te laten gebeuren.
02.06 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, mijn conclusie is dat de grenzen open en uw ogen gesloten blijven. Maandag is er in Calais een illegaal gestorven, vermoord of doodgestoken. Ik weet niet precies hoe, maar er heeft een vechtpartij plaatsgevonden en in dat illegale kamp in Calais is iemand om het leven gekomen. Als die illegalen overkomen, dan zullen die vechtpartijen en dat geweld ook naar ons land overkomen. Dat is slechts een kwestie van tijd.
De verbindingsofficier is voor de administratieve afhandeling, maar de pijnlijke realiteit is dat het allemaal administratief blijft. In de praktijk zien we dat illegalen niet worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Ze krijgen vaak gewoon een papier, het bevel om het grondgebied te verlaten, zonder dat daar iets mee wordt gedaan.
De grenscontroles staan in het regeerakkoord. MR-minister Quentin, die daarvoor bevoegd is, weigert dat duidelijk en klaarblijkelijk. U kijkt lijdzaam toe. Als de MR aan de regeringstafel dossiers kan blokkeren, bijvoorbeeld over de energieprijzen, omdat ze haar zin niet krijgt, dan kunt u dat ook doen op het vlak van asiel en migratie. U kunt dossiers blokkeren totdat er grenscontroles komen. Hebt u dat eigenlijk op de regeringstafel aangekaart? Daar heb ik geen duidelijk antwoord op gekregen.
De clou is dat al die illegalen en mensensmokkelaars de grens oversteken van Frankrijk naar dit land. We moeten die grenzen sluiten, op een slimme manier. We hebben die grenscontroles nodig, maar u weigert om doortastend op te treden. De N-VA moet op de regeringstafel kloppen, maar dat gebeurt niet.
De gratis bus van Frankrijk naar Vlaanderen is inderdaad het probleem. Zo zoeken en vinden mensen allerlei manieren om naar dit land te komen. Ze worden als het ware vanuit Frankrijk naar hier gestuurd. Mevrouw de minister, doe daar iets aan en sluit die grenzen.
02.07 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, de waarheid heeft haar rechten. Er werd zonet gesproken over de vechtpartij aan de kust. Daar zijn wel vijf mensen opgepakt en er loopt een gerechtelijke procedure. Er wordt dus wel degelijk iets gedaan. De partij die altijd zegt dat er niets gebeurt, moet erkennen dat er wel degelijk actie wordt ondernomen. Met deze regering, met Vooruit, Les Engagés, N-VA, MR en cd&v, willen we een duidelijk migratiebeleid voeren.
Mevrouw de minister, de realiteit vandaag is dat er mensen sterven op zee. Iedereen in ons land met een hart, met een beetje menselijkheid, vindt het niet oké dat er mensen, waaronder moeders en kinderen, sterven. Dat vindt niemand oké. Over die stervende mensen wordt langs de ene kant jammer genoeg niet gesproken.
Daarnaast zijn er, met excuses voor mijn woordkeuze, klootzakken die mensen met hoop op een beter leven uitbuiten en misbruiken, bijvoorbeeld door hen op boten te zetten, soms zonder een reddingsvest. Die misdadigers moeten we aanpakken. U merkt dat ik daar kwaad van word, mevrouw de minister, omdat het niet eerlijk is. Als we echt grip op migratie willen krijgen, moeten we dat op alle vlakken doen, ook door die smokkelaars hard aan te pakken, hun boten af te pakken, hen financieel te treffen en hen in de cel te steken. Die misdadigers zorgen er immers voor dat mensen dood in de zee eindigen, terwijl ze een beter leven willen. Het is dan beter dat we op voorhand, in die landen, aan de grens, duidelijk maken aan die mensen dat dat niet meer gaat. Die tijd is voorbij.
Ook de belangen van onze mensen aan de kust moeten worden beschermd. Ik ben volksvertegenwoordiger van dit land. Ik wil dat mensen, nu het mooi weer wordt, veilig naar zee kunnen gaan. Ik, mijn neefjes en nichtjes of wie dan ook, moeten veilig naar zee kunnen gaan.
Als een mensensmokkelaar iemand van een boot duwt, zijn die mensen in paniek. Ze doen dan dingen die ze eigenlijk niet willen doen. Zulke situaties gebeuren. Ik wil dat de mensen aan onze kust veilig zijn.
Mevrouw de minister, u verwijst naar de aanbevelingen van de commissie voor Mensenhandel en Mensensmokkel. Een daarvan was de structurele versterking van de FGP West-Vlaanderen. Dat personeel is er niet. Ik stel mijn vragen bewust aan u, maar ook aan minister Quintin en aan minister Verlinden. Er moet echt iets met die aanbevelingen gebeuren. Bijna alle partijen zijn het erover eens dat we die moeten opnemen. Hier staan immers mensenlevens op het spel. Dat wil ik als volksvertegenwoordiger niet op mijn naam hebben staan.
02.08 Anthony Dufrane (MR): Madame la ministre, je vous remercie pour votre réponse.
J'entends que vous n'avez pas perdu un instant et que vous vous êtes attelée à travailler à cette problématique en binôme avec le ministre Quintin, mais aussi avec le ministre britannique. Je trouve en effet important de lutter contre ces réseaux qui exploitent les migrants et qui les mettent en danger. De plus, la lutte contre les routes migratoires doit être une priorité pour la Belgique mais aussi pour les pays voisins, avec lesquels nous devons travailler en synergie étant donné la présence de ces réseaux tentaculaires.
Encore une fois, je vous remercie d'agir dans l'intérêt et en faveur de la sécurité de tous.
De voorzitter:
Vraagt iemand nog het woord voor een repliek? (Nee)
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
03.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, j'ai pu lire récemment dans la presse votre volonté, conjointe à celle du ministre Francken, de supprimer 4 000 places d'hébergement dans des centres d'accueil pour demandeurs d'asile d'ici au plus tard 2040.
Les premiers centres devraient fermer, si j'ai bien compris, d'ici la fin de cette année à Ypres et à Coxyde. La date de fermeture des autres centres (Arlon, Tournai, Florennes, Glons, Houthalen-Helchteren, Namur et Neder-over-Heembeek) ne serait pas encore connue. Vous avez justifié cette décision par le fait que vous constatez une baisse des arrivées sur notre territoire. Une baisse, faut-il le rappeler, que vous participez à organiser grâce à des décisions dont la légalité est actuellement contestée. Vous allez donc déjà fermer deux centres cette année pour des personnes qui ont besoin d'un hébergement maintenant et dans le futur proche.
Je me demande dans quelle mesure ce type de décision prend en compte la situation internationale, suite à l'invasion américano-israélienne en Iran et les bombardements continus d'Israël sur le Liban. Tout cela va entraîner des déplacements de population importants. Le Haut-Commissariat des Nations Unies pour les réfugiés rappelle que tant que les hostilités persisteront, les chiffres de personnes déplacées de force devraient continuer à augmenter. Cela pourrait évidemment avoir un impact sur les arrivées chez nous.
Votre décision pose donc plusieurs questions. Pouvez-vous donner davantage de détails sur le calendrier et la façon dont la mesure sera mise en place? Combien de personnes sont-elles actuellement accueillies au sein des centres qui fermeront dès 2026? Quelles alternatives leur seront-elles proposées? Comment allez-vous favoriser l'accès à un logement, une formation ou un travail?
Quelles mesures prenez-vous afin d'adapter la capacité d'accueil de la Belgique face à l'aggravation de la situation géopolitique internationale et l'augmentation probable de réfugiés sur notre territoire qu'elle pourrait provoquer?
03.02 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, u communiceerde onlangs dat in het kader van het Kwartierplan van Defensie enkele asielcentra, onder meer in Koksijde en Ieper, tegen het einde van dit jaar zullen sluiten wegens de noden van Defensie. Ik begrijp die nood. Wanneer die nood door mijnheer Francken wordt uitgesproken, heb ik daar de laatste tijd af en toe mijn twijfels bij, maar dat is een ander debat.
De realiteit is echter dat we een regeerakkoord hebben waarin staat dat we ervoor moeten zorgen dat de instroom daalt, zodat we de opvangplaatsen kunnen verminderen. We zijn daar volgens mij met een gezonde oefening bezig en boeken ook goede resultaten. In de praktijk hebben we gezegd dat we in deze regering grip op migratie willen krijgen. Dat is ons gezamenlijk plan. Ik heb u dat nog horen zeggen in een interview. Ik ben blij dat u aangeeft dat ook u meer grip op migratie wilt, mevrouw de minister. We moeten daarbij wel realistisch blijven in het licht van de geopolitieke situatie. Ik heb daarover vorige week een vraag gesteld aan de premier. Hij heeft mij naar u verwezen. Oorspronkelijk had ik de vraag aan u gesteld, maar ze is bij de premier terechtgekomen.
We moeten realistisch zijn wanneer we kijken naar wat er momenteel in Iran gebeurt, naar wat er nog steeds in Palestina gebeurt – dat gaat niet over anderhalf jaar, het is al bezig sinds 1948 – en naar wat er in Oekraïne aan de gang is. Overal ter wereld zijn er ontwikkelingen die aanleiding geven tot bezorgdheid. Daarom moeten we realistisch blijven en voorzien in bufferplaatsen. Het verdwijnen van die bufferplaatsen doet de mogelijke impact immers niet verdwijnen. Dat is niet realistisch.
Ik heb daarover dus enkele vragen, mevrouw de minister.
Op welke wijze en op welk tijdstip is het personeel van de centra in Koksijde en Ieper geïnformeerd over die beslissingen? Welk overleg is er gepland met de medewerkers en de lokale besturen om de transitie en de gevolgen voor de werkgelegenheid op deze locaties te begeleiden?
Het regeerakkoord bepaalt dat de afbouw van het opvangnetwerk pas kan starten wanneer de instroom structureel en significant is gedaald. Hoewel de instroom in februari 2026 is gedaald tot 1.964 geregistreerde aanvragen, kunnen dergelijke schommelingen sterk afhankelijk zijn van de internationale context, zoals ik net heb toegelicht. De ervaring leert ook dat de instroom klassiek stijgt vanaf het voorjaar door gunstige weersomstandigheden. Beschouwt u de huidige daling dan ook als voldoende stabiel om deze locaties definitief te sluiten? Hoe verhoudt dat zich tot de afspraak om pas af te bouwen bij een duurzame vermindering?
Het is ook de bedoeling om de lokale opvanginitiatieven af te bouwen. Veel lokale besturen zijn daar echter al mee gestart, zonder dat er een duidelijke federale visie is op vervangende transitiewoningen. Kunt u de timing en vooral de financiering van die transitie verduidelijken?
Hoe zult u de komende jaren de opvang van kwetsbare profielen garanderen? Vandaag gebeurt die opvang in de praktijk voornamelijk in de LOI’s. Waar bent u van plan om dergelijke kleinschalige, aangepaste centra te organiseren? Wanneer kunnen we die verwachten? Waar worden die profielen in de tussentijd opgevangen?
Tot slot, hoe wordt de wettelijk voorziene buffer van 5.400 plaatsen gegarandeerd als de capaciteit op Defensiesites wordt afgebouwd? Welke alternatieve locaties hebt u op het oog om fluctuaties in de instroom op te vangen zonder de druk op het reguliere netwerk te verhogen?
De voorzitter: Mevrouw de minister, de heer Dubois heeft ook nog een vraag over dit thema, namelijk vraag nr. 56015409C op punt 8 van de dagorde. Gaat u ermee akkoord dat hij zijn vraag nu stelt?
03.03 Anneleen Van Bossuyt, ministre: De quelle question s'agit-il?
Le président: Ce sont les questions jointes n° 56014977C de M. Lasseaux et n° 56015409C de M. Dubois, à propos de la fermeture de centres d'accueil pour demandeurs d'asile.
03.04 Xavier Dubois (Les Engagés): C'est exactement la même chose. Je peux, du reste, renvoyer aux questions posées par mes excellents collègues, pour aller plus vite. Mais je vais quand même dire un petit mot.
Madame la ministre, ma question fait suite à la décision du gouvernement relative au Plan quartiers de la Défense, impliquant la fermeture de 4 000 places d'accueil. Nous avons déjà reçu des informations à propos du timing pour Ypres et Coxyde. D'autres centres sont également pris en considération.
Comme mon collègue l'a relevé, vous justifiez ce choix par une baisse du nombre de demandeurs d'asile. Toutefois, nous savons très bien que ce facteur dépend d'enjeux géopolitiques qui nous dépassent et qu'une hausse soudaine peut, malgré toutes les mesures que nous prenons, se présenter devant nous.
Madame la ministre, quel est le calendrier précis de fermeture des centres concernés? S'agissant de la baisse du nombre de demandeurs que vous observez, quels sont les chiffres exacts et les plus récents que vous pouvez nous communiquer? Quels sont les indicateurs dont vous vous servez pour affirmer que nous nous situons dans la bonne tendance? Il faut en effet que cette baisse soit pérenne pour que nous soyons capables de fermer des places d'accueil. Et puis, quelles sont les garanties et les disponibilités que vous maintenez si jamais nous devons faire face à une hausse soudaine en raison des crises géopolitiques auxquelles nous assistons?
S'agissant des autorités locales concernées, car il est évident que les fermetures annoncées dans le cadre de ce plan ont des incidences sur la vie de ces communes, il importe de communiquer avec elles. Avez-vous eu des contacts avec ces autorités locales?
Ensuite, pour rejoindre le collègue El Yakhloufi qui évoquait les ILA, je reviens sur une question que j'ai déjà posée à plusieurs reprises. Il me semble essentiel d'obtenir au plus vite des informations. En effet, ces fermetures impliquent pour les autorités locales des décisions qui peuvent parfois prendre plusieurs mois. Je pense aux contrats de location de biens, mais aussi de personnel chargé de gérer toutes ces demandes. Il importe donc de pouvoir les prévenir le plus rapidement possible.
03.05 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer de voorzitter, ik zal de twee antwoorden samennemen, want de andere vragen waren nog iets specifieker.
Chers collègues, le planning plus précis des fermetures des centres d'accueil mentionnés dans le Plan quartiers de la Défense sera communiqué ultérieurement. Fedasil et les partenaires d'accueil planifieront et prépareront la fermeture des casernes en collaboration avec la Défense. Afin d'assurer un transfert en bonne et due forme de tous les sites, un groupe de travail opérationnel sera mis en place en collaboration avec Fedasil et la Défense.
Fin 2026, les sites de Coxyde et d'Ypres seront restitués à la Défense. Selon le rapport journalier du 30 mars dernier, ces centres d'accueil hébergent à Coxyde 193 personnes et à Ypres 372 personnes. Comme pour toute fermeture d'une structure d'accueil, un plan d'opérationnalisation sera mis en œuvre en concertation avec les différents services concernés.
Dit gebeurt ook wat betreft het personeel dat werkzaam is in beide centra. De personeelsleden van Koksijde en Ieper werden al op de hoogte gebracht van de voorziene sluiting eind 2026. Voor Koksijde gebeurde dit door Fedasil, voor Ieper door Rode Kruis Vlaanderen, de respectievelijke verantwoordelijke uitbaters. De verdere opvolging van de personeelsleden gebeurt volgens de interne HR-richtlijnen van elke operator. Zoals steeds zullen beide operatoren kijken welke arbeidsmogelijkheden aangeboden kunnen worden aan het personeel, bijvoorbeeld in omliggende opvangcentra van het Rode Kruis of van Fedasil.
Tout bénéficiaire de l'accueil de l'une de ces structures se verra proposé une nouvelle désignation vers une autre structure d'accueil où il bénéficiera de l'aide matérielle. Dans ce cadre, Fedasil tient compte, dans la mesure du possible, de certains éléments tels que les besoins médicaux, les situations de vulnérabilité et la scolarité des enfants.
Ma politique vise à offrir un accueil à ceux qui y ont droit. Par ailleurs, j'ai pris des mesures pour réduire les flux d'arrivée. Depuis la fin de l'année dernière, ces flux ont d'ailleurs déjà été considérablement réduits, une tendance à la baisse qui se poursuivra en 2026.
Nous suivons de près la situation géopolitique mondiale et la surveillons tant au niveau national qu'européen. Pour l'instant, rien n'indique que les demandes de protection internationale liées au conflit actuel au Moyen-Orient soient en augmentation pour certaines nationalités. Dans ce cadre, la faisabilité de fermeture sera analysée en permanence en fonction de l'évolution du taux d'occupation du réseau pour garantir l'accueil de tous les ayants droit.
We zijn momenteel bezig met het uittekenen van een realistisch en gefaseerd afbouwplan voor het opvangnetwerk, waarbij rekening gehouden wordt met de recentelijk aangekondigde sluitingen in het kader van het Kwartierplan. Dit plan vertrekt vanuit de noodzaak om het opvangsysteem stabiel, beheersbaar en kostenefficiënt te houden. Dankzij een taskforce van Defensie en Fedasil zal er een globale monitoring plaatsvinden van de realisatie van het Kwartierplan.
Bij de uitwerking van dit afbouwtraject houden we de evolutie van de instroom nauwgezet in het oog en voorzien we in de nodige waarborgen voor kwetsbare profielen. Op die manier blijft de menselijke waardigheid van de opvang te allen tijde gegarandeerd. Immers, zoals afgesproken in het regeerakkoord, zullen we maar afbouwen naargelang de daling van de instroom. Dat is heel duidelijk.
Wat de individuele plaatsen in de lokale opvanginitiatieven betreft, zullen we op korte termijn in overleg treden met de deelstaten over de contouren van een nieuw transitiemodel, met respect voor de bestaande bevoegdheidsverdeling. De gemeentebesturen zullen hierover te gepasten tijde geïnformeerd worden.
De aangekondigde sluiting van de opvang op sites van Defensie doet geen afbreuk aan een realistisch en gefaseerd afbouwplan en bufferbeleid. Dat wil ik heel graag onderstrepen. Dat blijft absoluut belangrijk.
Het agentschap beschikt op dit moment over meer dan 10.000 bufferplaatsen die in actief gebruik zijn en die binnen het afbouwplan mee in rekening genomen zullen worden.
Monsieur Dubois, en ce qui concerne les concertations avec les autorités locales, dans un premier temps, un groupe de travail Défense sera mis en place et, dans un second temps, une rencontre avec les autorités locales sera organisée. Voilà donc pour le Plan quartiers.
03.06 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci, madame la ministre, pour ces éléments de réponse.
J'ai bien noté les chiffres que vous nous avez communiqués et certaines réponses que vous avez apportées. Malgré tout, je continue à trouver très inquiétant que vous organisiez l'absence de toute capacité d'adaptation du réseau d'accueil en supprimant, sur la base des tendances d'une année, des centaines et, à terme, des milliers de places sans tenir compte des possibles fluctuations dans les arrivées. J'entends que vous nous annoncez que la tendance de l'année 2026 sera la même que celle de l'année 2025, mais nous ne sommes qu’en avril, de sorte que votre évaluation est peut-être quelque peu prématurée.
En tout état de cause, je pense qu'il faut cesser de se baser sur des théories qui n'ont pas de fondement factuel, comme celle qui suggère que la suppression des places d'accueil va diminuer le flux de migrants. Les personnes qui fuient des zones de guerre ou des zones où elles ne peuvent pas vivre en sécurité ou dans la dignité ne vont pas arrêter de venir en Belgique parce qu'il y a moins de places. Simplement, les mesures accentuent davantage la précarité dans laquelle ces personnes vont se retrouver ici.
Par ailleurs, vous indiquez que vous mettez tout en œuvre pour accueillir les personnes qui en ont le droit. Mais aujourd'hui encore, cela ne reflète pas exactement la réalité de l'accueil. Le rapport d'Amnesty International publié hier démontre qu'il n'y a toujours pas suffisamment de places dans le réseau d'accueil. Vous diminuez le budget de Fedasil, vous avez démantelé le réseau des initiatives locales d'accueil à votre arrivée alors que ce sont des solutions qui sont moins coûteuses que les grands centres, vous avez mis fin aux hébergements dans les hôtels qui, eux aussi, permettent de faire tampon. Aujourd’hui, vous rendez à la Défense des bâtiments.
Les listes d'attente contiennent toujours plus de 1 000 personnes dans l’attente d’un hébergement. Dès lors, cela me paraît vraiment prématuré comme fermeture, et il me semble également primordial de conserver une marge de manœuvre dans le cas où certaines de vos politiques de diminution seraient invalidées par la justice, comme c'est le cas actuellement. Je constate que vous allez persévérer, et cela ne m’étonne pas outre mesure.
03.07 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, chaos vermijden, dat is de reden waarom ik migratie opvolg in dit Parlement. Ik ben van Turnhout en die regio is op korte tijd sterk veranderd. Dat is de realiteit en men kan dan twee zaken doen. Men kan ervoor zorgen dat de chaos blijft bestaan, dat de mensen nergens terechtkunnen en op straat moeten blijven. Dat is ook voor de mensen die hier wonen een probleem, want zij hebben schrik en er is ook miscommunicatie.
Dat zijn de uitdagingen als het over migratie gaat. Ik wil niet dat de oppositiepartijen vandaag tegen u en mij we told you so zeggen. We hebben in het verleden al gezien dat geopolitieke oorlogen een effect hebben op Europa, vooral op West-Europa, op landen als België, Frankrijk, Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland. We moeten dus voorbereid zijn.
Als u tegen mij zegt dat die 5.400 plaatsen gegarandeerd zijn, dat de plaatsen die door Defensie ingenomen zijn er terug zullen zijn, dan hoop ik dat die er effectief zullen zijn op het moment dat we met die problemen geconfronteerd worden. U hebt mij op een vraag nog geen duidelijk antwoord gegeven. Ik ben heel benieuwd hoe dat in deze financieel moeilijke tijden bekostigd zal worden als we de 'gratis' plaatsen niet meer hebben en we ergens anders iets moeten huren. Dat zal ons heel veel geld kosten. Daar ben ik heel bezorgd over en dat wil ik vermijden. Geen chaos, we moeten echt grip krijgen op migratie. Er moet controle zijn en we mogen de fouten uit het verleden niet herhalen. Daar zijn de tegenstellingen alleen maar groter van geworden en dat wil ik te allen tijde vermijden.
03.08 Xavier Dubois (Les Engagés): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je vous remercie également d'avoir rappelé et confirmé ce qui se trouve dans l'accord de gouvernement, à savoir qu'on ne supprimera des places qu'à partir du moment où l'on pourra confirmer une réelle tendance à la baisse du nombre de demandes. Il faut bien entendu être vigilant par rapport à cela. C'est dans ce sens qu'un groupe de travail sera mis en place afin de pouvoir suivre la mise en œuvre du Plan quartiers de la Défense. S'il devait y avoir un souci, d'un côté comme de l'autre, et si la tendance n'était pas observée, cela poserait problème quant à l'objectif de la Défense de retrouver des disponibilités pour ses activités. Nous interpellerons alors à nouveau votre collègue.
Pour ce qui est des deux sites concernés, selon les chiffres que vous avez donnés, il est question de 500 personnes. Je m'étonne. Je suppose qu'on leur a déjà trouvé une place. Comme la fermeture aura lieu en 2026 – c'est confirmé –, je suppose – et j'espère – que des solutions sont déjà prévues pour toutes ces personnes. La task force n'aura pas son mot à dire sur le site.
Pour terminer sur les initiatives locales d'accueil, nous attendrons des informations plus précises quand le plan sera concrétisé. Je pense également répondre à la remarque de la collègue d'Ecolo-Groen: les ILA n'ont pas été définies maintenant et sont toujours bien présentes. C'est un objectif.
03.09 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): (…)
03.10 Xavier Dubois (Les Engagés): Mais non, elles ne sont pas supprimées. Les ILA sont toujours là. On les gère dans les communes et dans les CPAS.
Madame la ministre, nous attendons donc vos informations précises et concrètes quant au moment de leur suppression. Actuellement, elles sont toujours bien là. Elles ne seront supprimées que lorsqu'on pourra le faire. Il importe de dire la vérité. Nous serons très vigilants quant à la suite de ce projet.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
04.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, l'homosexualité est actuellement pénalisée dans 65 pays dans le monde.
Récemment, en Ouganda, la peine de mort a été requise pour homosexualité aggravée. En parallèle, une enquête de Reuters révèle qu'un travail de plaidoyer intense de la part d'un groupe ultraconservateur américain, MassResistance, a coïncidé avec le vote au Sénégal d'une loi anti-LGBT brutale, il y a quelques semaines. Cette loi double les peines réprimant les relations homosexuelles et a été promulguée récemment.
Cette même organisation ultraconservatrice américaine soutient activement une proposition de loi similaire au Ghana, et est en tout cas en contact proche avec des organisations sur place. J'ai lu qu'une députée du parti ultraconservateur au pouvoir au Sénégal avait déclaré ceci: "Je parle à l'opinion internationale: les homosexuels ne respireront plus dans ce pays."
La promulgation de cette loi au Sénégal a déjà eu un impact sur les personnes homosexuelles dans ce pays. Des témoignages évoquent des hommes contraints de se cacher ou de s'enfuir vers d'autres pays. Depuis le début de l'année, il est également fait état d'arrestations en série, de dénonciations dans les journaux et sur les réseaux sociaux, de manifestations, etc. Cette escalade, attisée par des groupes internationaux, contraint des personnes sénégalaises à trouver refuge ailleurs.
Un rapport de Human Rights Watch montre également qu'en Ouganda, les personnes LGBT sont victimes de menaces, de violences physiques, de rançonnements par la police. Selon une ONG sur place, DefendDefenders, il y a même des femmes qui sont violées pour être converties à l'hétérosexualité.
Je voulais donc vous demander, madame la ministre, si vous avez constaté une augmentation des demandes d'asile de personnes LGBT+ en provenance de l'Ouganda, du Sénégal ou du Ghana, par exemple? Vous attendez-vous à une telle augmentation dans les prochaines semaines ou mois?
Comment pouvez-vous faire en sorte que la Belgique soit un pays accueillant envers les personnes pourchassées dans leur pays pour leur genre ou leur sexualité?
Avez-vous des contacts à cet égard avec les ministres de l'Égalité des chances ou le ministre des Relations extérieures?
04.02 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Hugon Lecharlier, je vous remercie pour vos questions.
On ne constate actuellement aucune augmentation du nombre de demandes d'asile émanant de personnes originaires d'Ouganda, du Sénégal ou du Ghana invoquant une crainte liée à des motifs LGBT+. Le nombre des demandes d'asile de ces trois pays suit la tendance générale à la baisse.
En ce qui concerne le traitement des demandes d'asile, le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides (CGRA) porte une attention particulière aux demandes fondées sur l'orientation sexuelle et l'identité de genre. Le CGRA traite chaque demande de manière individuelle, en prenant en compte la réalité du pays d'où provient le demandeur. Concernant la situation des personnes LGBT+ au Sénégal, en Ouganda et au Ghana, le CGRA est conscient qu'elle est problématique.
En ce qui concerne plus spécifiquement l'accueil des demandeurs de protection internationale LGBTQI+, plusieurs initiatives ont été mises en place, tant à destination des bénéficiaires eux-mêmes que pour la formation des collaborateurs.
En 2023, deux projets financés par le Fonds Asile, Migration et Intégration (AMIF) ont permis de développer des modules de formation pour les collaborateurs de Fedasil et de créer des groupes d'experts francophones et néerlandophones dédiés à l'accueil des demandeurs d'asile LGBT+. Fedasil a, depuis cette année, repris la mise en œuvre de ces formations ainsi que l'animation de ces groupes. En 2025, les personnes LGBT+ au sein du réseau d'accueil ont également pu compter sur le soutien de l'association Rainbow Refugee Committee dans le cadre d'une convention d'expertise conclue avec Fedasil. Une prolongation de cette convention est en cours d'élaboration.
Pour conclure, je tiens à préciser que nous travaillons de manière constructive avec le ministre Beenders dans le cadre de l'élaboration et de la mise en œuvre des plans d'action interfédéraux pour la protection des droits des personnes LGBT+. Les administrations sont actuellement consultées afin d'évaluer la faisabilité des mesures proposées avant la poursuite de la validation politique via des concertations entre cabinets.
04.03 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Je remercie la ministre pour ses réponses.
L'incident est clos.
Het incident is
gesloten.
05.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Le gouvernement s'est accordé, le 4 avril dernier, sur une nouvelle version du fameux projet de loi sur les visites domiciliaires. Il était question – en tout cas dans ce que j'ai pu lire – d'adaptations qui auraient été apportées à l'exposé des motifs et aux commentaires des articles. J'ignore dans quelle mesure le dispositif aurait, lui aussi, été adapté, mais cela visait en tout cas à répondre aux très nombreuses critiques qui avaient été exprimées sur la première version.
Le texte est actuellement reparti pour une deuxième lecture au Conseil d'État. Madame la ministre peut-elle nous indiquer précisément quels changements ont été apportés et comment ces changements répondent aux critiques? En effet, bien que le projet soit toujours au niveau du gouvernement, la discussion vit déjà énormément dans la société. Je voulais aussi vous demander quelle est la suite du calendrier pour ce projet de loi.
05.02 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Madame Hugon Lecharlier, je vous remercie pour l'intérêt que vous portez à ce projet de loi essentiel, qui sera prochainement examiné au sein de cette commission de l'Intérieur. Compte tenu de cet intérêt, j'espère pouvoir compter sur votre plein soutien.
Les principales modifications concernent la marge d'appréciation du juge d'instruction et les garanties pour les mineurs. Le juge d'instruction disposera de davantage de temps – cinq jours au lieu de trois – pour statuer sur l'autorisation et aura accès, en plus de la requête motivée, à l'ensemble du dossier administratif. En outre, il pourra adapter entièrement la visite domiciliaire en fonction de la situation. Il pourra, par exemple, être lui-même présent, ordonner la présence d'un psychologue ou encore limiter la visite à certaines heures. Il évaluera également si l'autorisation est proportionnée au regard de la présence de mineurs ou de tiers. Le juge d'instruction n'est donc en aucun cas un juge tampon, comme cela a parfois été affirmé, mais il détermine les modalités de la visite domiciliaire.
Par ailleurs, l'intérêt supérieur de l'enfant est placé au centre de l'ensemble du processus. Vous constaterez que toutes les références et assimilations à l’agence américaine ICE ne sont pas pertinentes. Un juge indépendant se prononce préalablement sur l'opportunité de la mesure et en fixe les modalités d'exécution. En raison des modifications apportées, le projet de loi sera à nouveau soumis au Conseil d'État et nous parviendrons ainsi à un projet de loi juridiquement solide.
05.03 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci, madame la ministre, pour les précisions que vous apportez sur les modifications et les évolutions.
Au risque de vous décevoir, je crains que cela ne pourra pas – d'après les informations dont je dispose pour l'instant – emporter notre plein soutien ici lors de l'examen. On jugera sur pièce. Mais en tout état de cause, la légitimité et la nécessité de ce nouvel arsenal, je n'en suis pas davantage convaincue qu'avant, après vous avoir entendue.
D'après les dernières informations en ma possession, les juges d'instruction eux-mêmes ne sont pas du tout demandeurs de se voir confier ce rôle que vous voulez leur confier. De plus, énormément d'associations restent particulièrement inquiètes par rapport à ce projet, qui constitue une intrusion apparaissant comme disproportionnée dans les droits et libertés non seulement des personnes migrantes, mais aussi de tout un chacun qui voudrait se montrer solidaire.
Vous ne m'avez pas répondu – peut-être n’êtes-vous pas encore en possession de l’information à ce stade – sur le calendrier ultérieur. Lorsque le texte reviendra du Conseil d’État, y aura-t-il une dernière lecture avant qu’il ne soit transmis au Parlement? Je sais que vous attendez la réponse du Conseil d'État, mais j’aimerais savoir s’il y aura d’autres étapes avant la transmission du texte au Parlement.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Vraag nr. 56015409C van de heer Dubois is reeds beantwoord. Vraag nr. 56014977C van de heer Lasseaux is zonder voorwerp.
06.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, le 9 avril dernier, la Cour européenne des droits de l’homme a condamné la Belgique à indemniser quatre requérants. En tant que demandeurs d’asile, ils avaient été contraints de dormir dans la rue pendant plusieurs mois, et ce malgré des décisions de justice enjoignant l’État belge de leur octroyer une aide matérielle.
Vous avez rapidement réagi en indiquant que vous n’alliez pas payer ces indemnités, d’une part parce que vous ne seriez pas directement responsable de la situation litigieuse, et d’autre part parce que vous n’auriez pas les moyens de payer de telles indemnités, chaque euro devant être consacré à la politique d’accueil actuelle. Pourtant, une telle condamnation ne permet aucune appréciation de la part du gouvernement quant à l’opportunité de s’acquitter des sommes dues.
Je me permets, à cet égard, d’évoquer la réaction commune du pouvoir judiciaire – le Collège des procureurs généraux, le Collège des cours et tribunaux et la Cour de cassation – qui, en octobre dernier, avait réagi à vos déclarations selon lesquelles vous n’alliez pas payer les astreintes. Je voudrais les citer expressément ici. Ils avaient déclaré ceci: "La déclaration de la ministre est préoccupante et porte atteinte aux fondements constitutionnels de notre État de droit, en particulier la séparation des pouvoirs. Un État de droit est un État dans lequel tout le monde – y compris les autorités publiques – est lié par la loi et par les décisions définitives des juges qui appliquent cette loi. L’argument selon lequel l’argent provenant d’une astreinte définitivement imposée pourrait être mieux utilisé à d’autres fins ne peut jamais justifier le non‑respect des décisions judiciaires. Agir ainsi reviendrait à permettre à chaque citoyen de décider de ne pas payer une amende sous prétexte que cela lui conviendrait mieux."
Nous pouvons évidemment transposer ce raisonnement à la question des indemnités. En outre, une condamnation visant l’État belge n’est évidemment pas liée aux personnes du gouvernement qui étaient en place à ce moment‑là. Vous savez parfaitement qu’elle oblige également les représentants suivants.
Comment réconciliez-vous ce choix avec les principes de l'État de droit et de la séparation des pouvoirs? Cette décision de ne pas payer les indemnités est-elle prise par vous seule ou endossée par l'ensemble du gouvernement?
De quelle allocation de base du budget relève cette dépense? Est-ce le budget migration ou est-ce une allocation transversale?
Les indemnités dans cette affaire se montent à 31 870 euros, si je ne me trompe pas. Pouvez-vous m'indiquer à quel meilleur usage vous allez destiner cette somme que vous estimez ne pas pouvoir consacrer à respecter l'autorité d'une décision de justice?
06.02 Xavier Dubois (Les Engagés): Monsieur le président, je ne vais pas refaire tout le développement de la question. Je rappelle juste que les faits se sont déroulés en 2022, donc sous la Vivaldi. Je pense que c'est important aussi de pouvoir le rappeler.
Madame la ministre, mes questions portent de manière plus précise sur votre réaction à cette annonce et concernent le paiement des indemnités. On parle de 12 350 euros par requérant. Ce sont quand même des montants importants pour ces personnes. C'est une condamnation, qu’il faut effectivement prendre en compte.
D'autres questions portent sur les causes. Comment en sommes-nous arrivés à ces situations? Pour quelle raison les services n'ont-ils pas prévu à tout le moins un système ambulatoire pour garantir l'accompagnement des personnes concernées, pour qu'elles aient au moins réponse à leurs besoins de base?
J'ai aussi des questions sur l'état actuel des choses. D’autres litiges sont-ils encore pendants auprès de la Cour, dont vous auriez hérité du gouvernement précédent? Combien de demandeurs d'asile sont-ils sur la liste d'attente pour une place dans le réseau? Nous l’avons un peu évoqué tout à l'heure, mais je pense qu’il est bien de rappeler le chiffre exact. Depuis votre arrivée, d'autres dossiers ont-ils été portés auprès de la Cour pour défaut d'accueil? Si oui, combien?
06.03 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Cette condamnation concerne, comme cela vient d'être expliqué, une affaire qui remonte au gouvernement Vivaldi et non à l'actuel gouvernement. Elle résulte du chaos de l'asile créé sous la Vivaldi. Lors de la précédente législature, des centaines de mesures provisoires ont d'ailleurs été imposées par la Cour européenne des droits de l'homme – ce que l'on omet évidemment de mentionner.
La décision à laquelle vous faites référence concerne des personnes ayant introduit une demande de protection internationale durant la période 2022-2023 et auxquelles aucune place d'accueil n'a ensuite été proposée. Là encore, cela s'est produit sous la législature précédente. Actuellement, toute personne qui introduit une demande de protection internationale et qui a droit à l'accueil peut se voir proposer une place dans le réseau d'accueil.
Si je devais procéder au paiement d'astreintes individuelles ou de dommages et intérêts, cela aurait sans aucun doute des conséquences importantes pour Fedasil et pour le réseau d'accueil, avec par exemple la fermeture anticipée de certains sites d'accueil. Ma politique vise des solutions structurelles permettant de réduire les flux d'entrée et d'assurer une utilisation efficace des moyens consacrés à l'accueil.
Madame Hugon Lecharlier, vous me demandez à quoi je préfère consacrer les moyens publics. L'argent public ne peut être dépensé qu'une seule fois. Mon département fait face à d'importants besoins d'économie et je dois optimiser chaque euro. Je n'ai donc pas d'autre choix que d'investir dans la réduction des flux d'entrée et l'intensification des sorties plutôt que dans le versement de sommes importantes à des demandeurs d'asile individuels. Si je payais ces sommes, je devrais également fermer de nombreuses places d'accueil pour pouvoir financer ces astreintes. Je devrais ensuite refuser l'accueil à d'autres personnes qui pourraient à leur tour réclamer des astreintes. Je souhaite rompre ce cercle vicieux.
Je continue à œuvrer pour remettre de l'ordre dans le système d'asile afin de réduire le nombre de condamnations. Ce choix n'est pas évident, mais il est efficace. L'objectif reste zéro astreinte.
Monsieur Dubois, un accompagnement ambulatoire existe déjà. Depuis 2023, un point info est installé sur le site de l'ancien hôpital Bordet à Bruxelles.
Le point info est un lieu accessible situé à Bruxelles, où les demandeurs d'asile qui se trouvent en dehors du réseau d'accueil peuvent obtenir des informations et un accompagnement.
Je tiens à vous rappeler que le montant total des astreintes dues pour non-mise à disposition d'un accueil aux demandeurs d'asile a diminué de 54 % sous ma politique. En 2024, il s'agissait encore de 1 600 condamnations assorties d'astreintes. En 2025, ce nombre est descendu à 730 dossiers. En 2026, sur la base de données provisoires, il s'agirait de 95 dossiers. À ce jour, le montant encore dû au titre des astreintes s'élève à 4 060 700 euros. Sur ce montant, 3 670 650 euros résultent de condamnations prononcées durant la législature Vivaldi, soit 90 % du total! Un montant de 300 091 050 euros découle de condamnations intervenues au cours de la présente législature.
06.04 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Merci madame la ministre pour vos réponses.
Il ne s'agit pas ici de dire qui est responsable de la situation qui a mené à ce jugement. Je ne suis certainement pas là, par ailleurs, pour défendre la politique de vos prédécesseurs. Il s'agit ici de dire qui est responsable de l'exécution de la décision aujourd'hui. Et la réponse, c'est que c'est vous. Le fait que cela concerne une situation qui avait lieu sous la Vivaldi n'a aucun impact sur votre obligation à exécuter aujourd'hui cette décision. Et donc, vos arguments sont, et restent, irrecevables.
Vous dites que, si vous deviez payer ces sommes, vous ne pourriez pas faire ci ou ça. Mais il n'y a pas de "si", vous devez payer ces sommes! Les économies dans votre département dont vous parlez, c'est un choix politique de votre part, de la part de votre gouvernement. Et, donc, votre raisonnement ne tient pas la route juridiquement. Et je dois quand même vous dire en passant que c'est particulièrement frappant de vous entendre invoquer des questions de bonne gestion budgétaire pour ne pas payer des sommes qui sont juridiquement et légalement dues, quand on voit comment votre collègue Francken dilapide des dizaines de millions dans du matériel militaire, sans procédure.
J'ai quelques suggestions pour vous aider à dégager ces 31 870 euros, par exemple réduire les frais de justice encore liés à toutes ces procédures intentées contre l'État belge, qui découlent de vos instructions illégales; éviter les voyages de dissuasion vers les pays tiers, parce que, malgré ce que vous avez dit tout à l'heure, M. Roosemont a bien expliqué ici en audition que cela n'avait un effet qu'à très court terme et qu'à long terme cela ne fonctionnait pas.
Autre idée: d'après les informations qui ont circulé il y a quelques semaines, vous faites partie, madame la ministre, des membres du gouvernement fédéral qui cumulent une indemnité de logement défiscalisée avec un logement de fonction. En renonçant à ce cumul, qui est difficilement justifiable, pendant à peine 17 mois, vous dégageriez les fonds nécessaires. Il me semble que l'État de droit vaut bien ça!
Votre action ne relève pas de la bonne gestion, il est simplement illégal de décider que vous pouvez ne pas appliquer une décision de justice. Des acteurs de la justice, des académiques, des défenseurs des droits humains vous ont récemment qualifiée dans la presse de multirécidiviste du non-respect des décisions de justice. Voilà un dossier de plus que l'on mettra à votre actif en la matière.
Voorzitster:
Francesca Van Belleghem.
Présidente: Francesca Van Belleghem.
06.05 Xavier Dubois (Les Engagés): Merci pour vos réponses, madame la ministre.
Concernant le système ambulatoire, vous avez évoqué une mise en place en 2023, ce qui expliquerait que, les faits datant de 2022, un tel système n'existait pas à l'époque. Dans ce type de décisions, on peut estimer que ce système ambulatoire pourrait être enclenché.
Concernant l'évolution de la situation, vous avez donné une série de chiffres à propos du nombre de dossiers en lien avec les astreintes, qui montrent clairement que cela va dans le bon sens avec l'Arizona. On voit vraiment la différence par rapport à la Vivaldi. En revanche, il faudrait trouver une solution afin de pouvoir payer aux familles ce qui est dû à la suite de la condamnation de la Cour européenne des droits de l'homme et, ainsi, faire aussi la différence avec le précédent gouvernement. Nous devons absolument avancer sur cet élément.
Je n'ai pas eu de réponse à mes questions sur le nombre de dossiers qui seraient pendants au niveau de la Cour européenne actuellement, concernant ce défaut d'accueil. Y a-t-il encore des dossiers provenant de la Vivaldi qui sont encore au niveau de la Cour et qui risquent de sortir? Y en a-t-il eu d'autres depuis lors? Si vous n'avez pas ces informations maintenant, je reposerai la question plus tard.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
07.01 Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, er is goed nieuws, helaas niet vanuit België, maar wel vanuit de VS. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, waar ik ook persoonlijk echt een fan van ben en van wie ik hoop dat hij de volgende Amerikaanse president wordt, heeft aangekondigd dat hij de verblijfsvergunning, de zogenaamde Green Card, intrekt van buitenlandse staatsburgers die familiebanden hebben met het jihadistische terreurregime van de Islamitische Republiek in Iran.
Zo werd de verblijfsvergunning ingetrokken van Hamideh Soleimani Afshar en haar dochter. Afshar is de nicht van de uitgeschakelde Iraanse jihadist Qassem Soleimani, een IRGC-generaal. Hij was dat, hij is gelukkig uitgeschakeld. Zij is, hoe kan het ook anders als dochter, zelf ook een uitgesproken supporter van het moorddadige jihadistische regime van de Islamitische Republiek. Ze vierde zelfs openlijk aanvallen op Amerikanen en noemde de VS de grote satan. Dat komt recht uit het jargon van de Islamitische Republiek in Iran en de IRGC.
Mevrouw de minister, ik heb u eerder al bevraagd over het uitzetten van wat ik agenten en aanhangers van het jihadistische regime van de Islamitische Republiek in Iran noem. Uw antwoord is tot nader orde teleurstellend, maar ik zal u uiteraard blijven bevragen, want het probleem wordt alleen maar erger.
De eerste lijkt mij de eenvoudigste vraag, vindt u het een goede zaak dat de VS de verblijfsvergunning intrekt van familieleden van zulke IRGC-jihadisten, die zich dus zelf ook uitspreken voor de IRGC? Ik mag hopen van wel en ik hoop dat u dat ook expliciet wil en durft te zeggen in deze commissie.
Ook hier in België zijn er helaas familieleden van IRGC-jihadisten. Wilt u zich daarover informeren bij de veiligheidsdiensten? Wilt u ook hun nationaliteit of verblijfsvergunning intrekken? Zo neen, dan hoor ik u uiteraard graag waarom niet.
07.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Van Rooy, ik heb mij niet uit te spreken over het migratiebeleid van de Verenigde Staten. Wat ons beleid betreft, kan ik alleen maar bevestigen dat er in onze samenleving geen plaats is voor radicalisme en extremisme.
Vreemdelingen die een gevaar vormen voor onze openbare orde of nationale veiligheid, verliezen hun verblijfsrecht en moeten het land verlaten. Als de Dienst Vreemdelingenzaken door de veiligheidsdiensten op de hoogte wordt gesteld van dergelijke gevaarlijke figuren, zal de dienst het dossier bekijken, individueel beoordelen en waar mogelijk het verblijf beëindigen, zoals het ook hoort.
Ik hoop dan ook op uw steun morgen tijdens de plenaire stemming over het wetsontwerp dat het mogelijk maakt om een levenslang inreisverbod op te leggen.
Voorzitter:
Ortwin Depoortere.
Président: Ortwin Depoortere.
07.03 Sam Van Rooy (VB):
Mevrouw de minister, gisteren nog konden we deze misselijkmakende beelden uit
België, uit Brussel, zien, op ons grondgebied. (De heer Van Rooy laat een
beeldopname afspelen.)
Die persoon – ik druk me nu beleefd uit – verheerlijkt de jihadistische massamoordenaars vader en zoon Khamenei. Ze dreigt met jihadistisch geweld en zegt letterlijk, ik citeer, "dood aan de vijanden van de Islamitische Republiek." Ze voegt er nota bene uitdagend aan toe dat ze het oké zou vinden om gedeporteerd te worden.
Ik kan u verzekeren dat dat slechts het topje van de jihadistische ijsberg in ons land is. Ik vraag u dus waar u nog op wacht om dergelijk jihadistisch tuig eindelijk allemaal te deporteren en het land uit te zetten.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
08.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, le 3 avril dernier, en réponse aux interpellations que je vous ai adressées avec d'autres collègues en séance plénière, vous avez indiqué que vous aviez conclu de nouveaux accords avec Fedasil afin, selon vous, de traiter les dossiers des personnes sous statut M d'une façon qui respecterait l'arrêt rendu par le Conseil d'État et celui de la Cour constitutionnelle.
Je vous l'ai déjà dit plusieurs fois, selon ma compréhension des choses, la seule façon de respecter cet arrêt, c'est d'accueillir les personnes sous statut M. Mais bref, le 3 avril, vous n'avez pas communiqué de détails par rapport à ces accords et c'est la raison pour laquelle je vous pose aujourd'hui ces questions.
Je voudrais savoir quelle est précisément la teneur de ces accords et sous quelle forme ils ont été transmis à Fedasil. Je voudrais savoir précisément quels dossiers et quels publics ils concernent. En particulier, quel traitement sera réservé selon ces accords aux demandes de personnes sous statut M? Quels sont, avec précision s'il vous plaît, les fondements juridiques sur lesquels s'appuient ces nouveaux accords, et pourriez-vous nous en communiquer le texte?
J'ai une question que je n'ai pas déposée, donc je comprendrai si vous n'avez pas la réponse, mais au cas où vous disposez des chiffres, ça m'intéresserait également de savoir combien de personnes bénéficiant du statut M se sont vu refuser l'accueil depuis la mise en place de ces nouveaux accords de travail.
08.02 Xavier Dubois (Les Engagés): Madame la ministre, ma question fait suite au débat de la première semaine d'avril, lors duquel vous avez été questionnée à la fois en commission et en séance plénière. Pour rappel, ces interpellations font suite à l'arrêt du Conseil d'État qui suspend la décision qui a été communiquée à Fedasil le 2 mars dernier.
Vous avez répondu que vous alliez examiner avec les services les modalités de mise en œuvre de cet arrêt, tout en précisant qu'il ne serait pas ignoré, ce qui était le plus important dans votre réponse.
Mes questions visent plutôt la suite qui est donnée aux conséquences de cette suspension. Pour rappel, la directive européenne 2024/1346 qui établit une norme pour l'accueil des personnes précise dans son article 19 que les demandeurs doivent bénéficier des conditions matérielles d'accueil dès l'introduction de leur demande. Ma question, à la lumière de cette disposition, vise à savoir, au niveau des arrêtés, si vous confirmez que les bénéficiaires de statut M peuvent accéder à l'accueil dès l'introduction de leur demande de protection internationale.
Depuis l'arrêt du Conseil d'État, des bénéficiaires de statut M ont-ils pu accéder à ces structures d'accueil? Et à l'inverse, est-ce que certains ont fait l'objet d'un refus? Si oui, quels ont été les motifs invoqués?
Finalement, pouvez-vous confirmer que la suspension des dispositions légales prévues dans le paquet "mesures de crise" – dont on a parlé à l'époque – est bien maintenue jusqu'à ce que la Cour constitutionnelle se prononce définitivement?
08.03 Anneleen Van Bossuyt, ministre: À la suite de l'arrêt du Conseil d'État, j'ai convenu de nouvelles modalités de travail avec mes services afin de respecter cette jurisprudence et j'ai rappelé à Fedasil sa compétence discrétionnaire de limiter l'accueil de personnes sous statut M, moyennant une motivation individuelle. Cela peut donc être évalué au cas par cas et dépend des circonstances concrètes du dossier. En fonction des informations disponibles, il peut alors être vérifié si le droit à l'accueil de cette personne peut être limité.
La base juridique permettant de limiter le droit à l'accueil de manière individuelle est l'article 4, §1er, 3° de la loi sur l'accueil. Pour être claire, il ne s'agit donc pas d'un article qui aurait été suspendu par un arrêt de la Cour constitutionnelle.
Comme indiqué précédemment, seul l'article 4.5 de la loi sur l'accueil a été suspendu par la Cour constitutionnelle. Cette jurisprudence est suivie et ce point spécifique de la loi sur l'accueil n'est plus appliqué dans l'attente d'un arrêt définitif de la Cour de justice.
Monsieur Dubois, je peux vous confirmer que la possibilité d'accorder un accueil aux statuts M est ouverte, mais uniquement sur une base individuelle – par exemple à cause d'une vulnérabilité –, tout comme cet accueil peut être refusé. Toutefois, tant cette nouvelle directive d'accueil que la directive actuelle prévoient également clairement des exceptions ou des limitations au droit à l'accueil.
08.04 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Monsieur le président, je suis prise de court parce que je pensais que la ministre allait nous donner plus de détails vu les questions qu'on avait posées. J'avais en effet demandé que nous soit communiqué un peu plus précisément le contenu des accords. Je suis donc un peu surprise qu'on nous dise: "J'ai rappelé à Fedasil la compétence discrétionnaire et la base juridique – c'est ce fameux article 4, §1er, 3° de la loi sur l'accueil". Il faut bien sûr rappeler qu'il ne s'agit pas là de de l'article suspendu par la Cour constitutionnelle mais aussi que cette dernière a demandé à la Cour de justice d'examiner le principe même de refuser un hébergement à quelqu'un sur la base d'une demande ultérieure, c'est-à-dire le fait de considérer que les personnes qui ont un statut M auraient introduit une demande ultérieure. C'est ce principe-là, quelle qu'en soit la base juridique, qui est actuellement soumis à la Cour de justice.
Je maintiens dès lors que, selon moi, un refus sur cette base-là va à l'encontre des arrêts qui ont été rendus.
Madame la ministre, j'aurai l'occasion dans un instant de vous poser une question sur la pratique de l'Office des étrangers mais je suis à tout le moins surprise que vous ne soyez pas en mesure de nous donner plus de détails par rapport à cela. En effet, des accords de travail qui consistent juste à dire à Fedasil qu'il a une compétence discrétionnaire, ce n'est tout de même pas très précis.
08.05 Xavier Dubois (Les Engagés): Madame la ministre, merci pour les réponses fournies.
J'en conclus que vous confirmez bien que les modalités du paquet de crise sont suspendues jusqu'à ce que la Cour constitutionnelle se positionne de manière ferme et qu'en attendant, vous procéderez sur base de l'analyse et de décisions basées sur des motivations individuelles.
Je rappelle que la motivation individuelle ne peut pas simplement consister à dire que les personnes concernées sont sous statut M. Il faut vraiment faire une analyse précise et fine de la situation de ces personnes. Je demandais dans ma question si un accueil était fourni dès l'introduction de la demande. Nous savons que l'on n'attend pas que la décision soit prise sur base d'une motivation individuelle ou pas mais pouvez-vous confirmer effectivement que, dès l'introduction de la demande, l'accueil est fourni?
08.06 Anneleen Van Bossuyt, ministre: J'ai précisément dit: "Monsieur Dubois, je peux vous confirmer que la possibilité est offerte d'accorder un accueil aux statuts M, mais uniquement sur une base individuelle – par exemple, sur base d'un constat de vulnérabilité –, tout comme cet accueil peut être refusé".
08.07 Xavier Dubois (Les Engagés): Dès l'introduction de la demande, on doit leur fournir une aide matérielle, et la décision n'intervient qu'après. C'est en ce sens que je pose la question: la protection est-elle fournie dès l'introduction de la demande? Nous en reparlerons, alors.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
09.01 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, on vient encore de le voir, il a été beaucoup question ces dernières semaines de l'application de l'arrêt de la Cour constitutionnelle, et par ailleurs de celui du Conseil d'État, par l'agence Fedasil.
Je voudrais cette fois vous interroger à propos de l'application de ce même arrêt de la Cour constitutionnelle par l'Office des étrangers, parce qu'il me revient de plusieurs sources que l'Office des étrangers, postérieurement à l'arrêt de la Cour constitutionnelle du 26 février, continuerait à délivrer à des personnes sous statut M des annexes 26quinquies au lieu d'annexes 26. Cela signifie que l'Office des étrangers enregistre encore ces personnes comme ayant introduit une demande ultérieure, ce que ne permet pas l'arrêt de la Cour constitutionnelle, puisque la légalité de l'interprétation qui mène à considérer les personnes sous statut M comme ayant introduit une demande ultérieure est actuellement soumise à la Cour de justice de l'Union européenne. Une des conséquences, pour les personnes concernées, de recevoir la mauvaise annexe est qu'elles n'auront pas alors accès à la carte orange qui leur donne accès au marché du travail après quatre mois.
Madame la ministre, pouvez-vous me confirmer cette information concernant la pratique de l'Office des étrangers? Quel est actuellement le fondement juridique utilisé par l'Office des étrangers pour délivrer les annexes 26quinquies à ces personnes en particulier?
Un tel traitement des demandes des personnes sous statut M par l'Office des étrangers découle-t-il d'une instruction que vous auriez donnée à cette administration après le 26 février? Si oui, quelle est la teneur de cette instruction? Pouvez-vous nous la communiquer? Le cas échéant, avez-vous peut-être l'intention de la retirer également, puisqu'elle est en conflit avec des jurisprudences? Par ailleurs, ce traitement des demandes des personnes sous statut M par l'Office des étrangers fait-il actuellement l'objet de contestations judiciaires?
09.02 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Mme Hugon Lecharlier, l'Office des étrangers délivre une annexe 26quinquies aux personnes qui ont déjà introduit une demande d'asile dans un autre État membre – les statuts M. L'Office des étrangers suit le raisonnement selon lequel les statuts M constituent une demande ultérieure au sens de l'article 1.20 et de l'article 51/8 de la loi du 15 décembre 1980. En effet, ces personnes ont déjà fait l'objet d'une décision définitive concernant leur demande d'asile. Cette méthode de travail a été convenue avec l'Office des étrangers. Il ne s'agit pas d'une instruction formelle.
Je peux vous informer que plusieurs actions en justice ont été introduites contre l'Office des étrangers afin d'obtenir la délivrance d'une annexe 26 au lieu d'une annexe 26quinquies. Aucune décision n'a encore été rendue dans ces affaires.
09.03 Claire Hugon Lecharlier (Ecolo-Groen): Madame la ministre, une fois de plus, on devra être d'accord de ne pas être d'accord sur l'interprétation de la jurisprudence parce que, selon moi, si l'Office des étrangers continue à délivrer des annexes 26quinquies au lieu des annexes 26 aux personnes sous statut M en considérant qu'elles ont introduit des demandes ultérieures, c'est illégal par rapport à la décision de la Cour constitutionnelle. Je le dis, je le maintiens et je serai donc particulièrement intéressée de connaître l'issue des procédures judiciaires que vous avez mentionnées parce que je m'attends à ce qu'une fois de plus, malheureusement, la justice vous donne tort dans votre interprétation. Je pense qu'il n'y a pas d'autre interprétation possible que celle de cesser d'interpréter les statuts M comme ayant introduit une demande ultérieure, dans l'attente d'une décision définitive de la Cour constitutionnelle.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
10.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, u kondigde een terugkeerakkoord met Algerije aan en noemde dat historisch. U weet ongetwijfeld dat dit niet de eerste deal met Algerije is. Ook uw eigen collega en voormalig staatssecretaris van Asiel en Migratie, Theo Francken, kondigde onder de regering-Michel een doorbraak met dat land aan.
Jammer genoeg spreken de cijfers van de voorbije jaren dat tegen. Vorig jaar kregen 2.251 mensen die zeggen de Algerijnse nationaliteit te hebben een bevel om het grondgebied te verlaten. Uiteindelijk keerden echter slechts 85 Algerijnen effectief terug. Vandaag bevinden zich 780 mensen die zeggen Algerijnen te zijn in onze gevangenissen en 700 van hen hebben geen wettig verblijf.
De kernvraag, mevrouw de minister, is of dit akkoord effectief voor een ommekeer zal zorgen. We hopen het alleszins. U zegt dat Algerije voortaan sneller de nationaliteit zal bevestigen, dat de reisdocumenten 30 dagen geldig zullen zijn en dat meerdere personen tegelijk kunnen worden teruggestuurd. In het verleden hebben we geleerd dat terugkeer niet afhangt van verklaringen, maar van identificatie, reisdocumenten en effectieve terugname en ook van druk. Frankrijk halveerde zelfs het aantal visa als vergelding. Daarom heb ik een aantal vragen voor u.
Van de 780 personen die zeggen Algerijnen te zijn in onze gevangenissen, voor hoeveel van hen kan een terugkeer op korte termijn concreet worden opgestart?
Welke elementen van dit akkoord zijn juridisch afdwingbaar? Gaat het om strikte engagementen inzake identificatie, afgifte van reisdocumenten en effectieve terugkeer of vooral om politieke intenties?
U zegt, hoe meer terugkeer, hoe beter, maar hoeveel mensen wilt u dit jaar effectief nog kunnen terugsturen op basis van dit akkoord?
Minstens even belangrijk is de vraag wat de prijs is die België hiervoor betaalt. Zet u de deur open met officiële visadocumenten zonder bindende voorwaarden?
Ten slotte, houdt u ook een stok achter de deur wanneer Algerije zich niet aan de voorwaarden houdt? Draait u de visakraan in dat geval opnieuw dicht? Ik dank u.
10.02 Francesca Van Belleghem (VB): Ik sluit mij aan bij collega Di Nunzio. Eind vorige maand werd dat akkoord met Algerije gesloten. Dat is zeker geen overbodige luxe als men de cijfers bekijkt. Ik heb daarover zes concrete vragen.
Wanneer zal Algerije beginnen met de versnelde identificatie van 15 dagen? Hetzelfde geldt voor de verlengde geldigheid van die laissez-passers. Vanaf wanneer zullen die Algerijnse escorteurs kunnen worden ingezet?
Van de 2.251 Algerijnen die vorig jaar een bevel kregen om het grondgebied te verlaten, zijn er amper 85 teruggekeerd. Wat is uw streefcijfer, mevrouw de minister? Wanneer zal dat akkoord voor u geslaagd zijn? Het is natuurlijk niet moeilijk om beter te doen dan 85.
In ruil voor die vlottere terugkeer zouden Algerijnse diplomaten en overheidsfunctionarissen visumvrij naar dit land kunnen reizen. Werden er nog andere voordelen voor Algerije in het vooruitzicht gesteld?
De Algerijnse minister Ahmed Attaf zou hebben gezegd dat we gecontroleerde migratie nodig hebben. Wat bedoelde hij daarmee concreet? Doelt hij op het feit dat we nog soepelere voorwaarden moeten hebben voor Algerijnse staatsburgers om naar hier te komen? Betekent dit dat er meer legale migratie van Algerijnen naar dit land zal zijn?
10.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Di Nunzio, mevrouw Van Belleghem, Algerije is een van de vijf prioritaire landen binnen de whole-of-governmentwerkgroep. In dat kader heeft deze regering de contacten met Algerije sterk opgedreven met het oog op een breed samenwerkingsakkoord, waaronder ook het sluiten van het recente akkoord over het terugnemen van Algerijnen in onwettig verblijf.
Niettemin was er daarvoor al intensiever contact met de Algerijnse autoriteiten. Ik heb zelf twee maanden na mijn aantreden al een onderhoud gehad met de Algerijnse ambassadeur in ons land. Daarnaast hebben minister Prévot en de FOD Buitenlandse Zaken de nodige initiatieven genomen met het oog op een toekomstig samenwerkingsakkoord met Algerije. We doen dit samen met de hele regering, zoals het regeerakkoord dat ook heeft voorzien. Het is daarnaast cruciaal om de bilaterale relaties te blijven onderhouden. Om die reden had ik gisteren nog een overleg met de Algerijnse ambassadeur ter opvolging van het gesloten akkoord.
Momenteel zijn minister Prévot en ik bezig met het doorlopen van het administratieve ratificatieproces van de twee verdragen. Ook in Algerije moet dat proces worden doorlopen. We verwachten dat we nog voor het zomerreces deze verdragen aan het Parlement ter stemming kunnen voorleggen, zodat ze nadien in werking kunnen treden.
De Dienst Vreemdelingenzaken is momenteel bezig met het screenen van alle gedetineerden die verklaren de Algerijnse nationaliteit te hebben. Een deel van hen is in het bezit van reisdocumenten, maar een groot deel niet. Voor die groep is dit akkoord absoluut cruciaal. We moeten sneller weten welke nationaliteit iemand heeft, zodat de terugkeer kan worden georganiseerd.
Dit akkoord is verankerd in verdragen die in beide landen door de parlementen zullen worden goedgekeurd. Het terugnameakkoord en het visumvrijstellingsakkoord voor diplomaten hangen daarbij samen.
U vraagt mij daarnaast ook om een prognose te geven van het aantal personen dat op basis van dit akkoord van het grondgebied zou moeten worden verwijderd. Dat is een prognose die moeilijk exact te maken is. De doelstelling blijft in elk geval om het aantal verwijderingen te verhogen. Onder de vorige regering, van 2020 tot en met 2024, werden in totaal slechts 156 personen gedwongen verwijderd naar Algerije. In 2025 betrof dat 84 personen, dus op één jaar tijd. De ambitie is om dit aantal de komende jaren aanzienlijk te verhogen.
Daarvoor reken ik ook op de medewerking van de collega’s binnen de regering. De minister van Binnenlandse Zaken moet instaan voor de uitbreiding van het aantal escorteurs, zodat een gedwongen terugkeer binnen de vijf à tien dagen effectief kan worden uitgevoerd, als iemand weigert vrijwillig te vertrekken. De minister belast met de Regie der Gebouwen moet instaan voor de noodzakelijke renovaties in de bestaande centra en de bouw van nieuwe gesloten centra, zodat de detentiecapaciteit aanzienlijk kan worden verhoogd, zoals voorzien in het regeerakkoord. De minister van Buitenlandse Zaken moet samen met mij het akkoord verder uitwerken en de relaties met Algerije onderhouden. Dit zal onder meer gebeuren via een verbeterde identificatieprocedure aan Algerijnse zijde. Ik heb er vertrouwen in dat door onze verbeterde samenwerking de voorwaarden van het akkoord door beide partijen zullen worden nageleefd.
Wat de uitspraken van mijn Algerijnse collega betreft, mevrouw Van Belleghem, is het niet aan mij om mij daarover uit te spreken.
10.04 Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoorden.
Voor alle duidelijkheid, wanneer ik die vraag stel, is dat niet in de hoop dat u faalt, maar uiteraard in de hoop dat u slaagt in de opdracht die u uitvoert. Op het moment dat u dat aankondigt, is de eerste reflex dat regeringen in het verleden ook al akkoorden hebben gesloten en door parlementen hebben laten goedkeuren. Vandaar dat we toch denken dat het om forse aankondigingen gaat. Laat ons dus hopen dat ook de realisatie volgt.
Ik hoop echt van harte dat u daarin slaagt.
In die zin zullen we dat ook opvolgen en verder bevragen. Ik wens u alleszins veel succes en let's
hope it is going to be better in the future.
10.05 Francesca Van Belleghem (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister.
Volgens mijn cijfers keerden er vorig jaar 85 illegalen terug. U zegt dat het er 84 zijn. Dat betekent misschien dat er intussen opnieuw iemand naar ons land is teruggekeerd?
Amper 3,7 % van de illegale Algerijnen die zouden moeten terugkeren, doet dat momenteel ook effectief. De cijfers liggen veel te laag. Ik hoop dat u dat percentage kunt doen stijgen.
De realiteit blijft dat, zelfs als dat cijfer stijgt naar bijvoorbeeld 5 % of 10 %, de overgrote meerderheid nog altijd illegaal in ons land blijft. Daarom zijn we duidelijk. Nieuwe migratie moet zoveel mogelijk worden gestopt, zodat er geen nieuwe illegalen bij komen. We hebben al genoeg mensen, ongeveer 200.000 illegalen, die we moeten doen terugkeren. Stop dus de nieuwe migratie en werk aan de terugkeer van de illegalen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
11.01 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, bij Fedasil hebben honderden personeelsleden het werk neergelegd nadat een medewerker die mee aan de basis lag van een kritische open brief met ontslag zou zijn bedreigd. Volgens de vakbonden werden ook directeurs van opvangcentra ontboden, omdat zij die brief hadden ondertekend.
In hun open brief schrijven zij dat de schending van onze wetten door een minister en de weigering om gerechtelijke beslissingen uit te voeren, hen zorgen baart over de staat van onze democratie. Dat is een citaat uit die brief. Zij stellen ook dat medewerkers gedwongen worden om een onwettig bevonden beleid verder te zetten en vragen zich af in hoeverre hun werkgever hen nog indekt tegen juridische procedures.
Mevrouw de minister, hoe reageert u op die zware aantijgingen? Hoe verantwoordt u dat personeelsleden van Fedasil zeggen dat zij onder uw beleid keuzes moeten uitvoeren die strijdig zijn met de wet en rechterlijke uitspraken?
Kunt u uitsluiten dat personeelsleden of directeurs van Fedasil onder druk zijn gezet omdat zij zich kritisch hebben uitgesproken? Dat lijkt mij toch belangrijk, want die indruk wordt op zijn minst gewekt. Hopelijk kunt u dat tegenspreken.
Erkent u dat personeelsleden van Fedasil vandaag in een bijzonder moeilijke positie zitten wanneer zij beleid moeten uitvoeren dat al meerdere malen juridisch is teruggefloten of minstens op losse schroeven lijkt te staan?
Welke concrete garanties geeft u dat personeelsleden hun professionele en juridische bezorgdheden vrij kunnen blijven uiten zonder intimidaties of sancties? Uiteraard begrijpen we dat bepaalde leden van de administratie een uitvoerende rol hebben en loyaal moeten zijn. Dat is een gegeven. Ik neem echter aan dat u het met mij eens bent dat een zekere mate van meningsuiting zonder angst voor intimidaties of sancties mogelijk moet zijn.
11.02 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, we hebben in de plenaire vergadering al van gedachten gewisseld over die brief en dat zal ik dus niet herhalen. Kort daarna was er een moment waarop het werk werd neergelegd. Vervolgens zijn die twaalf centrumdirecteurs gevorderd om uitleg te komen geven of om uitleg te krijgen. Het is niet duidelijk wat daar precies is gebeurd.
In elk geval is voor iedereen duidelijk dat de grote uitdaging waarvoor Fedasil staat, gedragen zal worden door het management en het personeel van Fedasil. Zij zullen het moeten doen, om het even wat u beslist of wat de Kamer beslist. Het zijn die mensen op het terrein, die het elke dag opnieuw moeten waarmaken. Zij hebben een heel duidelijk signaal gegeven. Ik vond het positief en bevestigend dat een aantal punten die wij hier al geruime tijd aanbrengen, ook door het personeel worden gedeeld.
Hoe gaat u daar als minister mee om? Wat neemt u mee uit die brief? Hoe zult u ervoor zorgen dat u het vertrouwen van het personeel terugwint? De aanpassingen in de toekomst zullen immers door dat personeel gedragen worden. We kunnen veel missen in het beleid inzake asiel en migratie, maar een minister die op ramkoers komt met het eigen personeel, moeten we absoluut vermijden, want anders zijn we nog verder van huis.
Hoe reageert u op die brief? Hoe reageert u op dat duidelijke signaal van het personeel? Welke strategie zal worden gehanteerd om opnieuw in gesprek te gaan met het personeel, om elkaar terug te vinden en om opnieuw tot een situatie te komen waarin het personeel en de minister elkaar vertrouwen?
Kunt u bovendien bevestigen dat niemand onder druk is gezet of zal worden gezet, en dat er geen procedures tot ontslag zijn geweest of zullen komen voor mensen die zich kritisch uitlaten over uw beleid?
11.03 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Di Nunzio, mijnheer Vandemaele, ik heb kennisgenomen van de open brief en heb, zoals ik ook al in de plenaire vergadering heb gezegd, alleen maar respect en begrip voor de medewerkers van Fedasil, die vaak in moeilijke omstandigheden hun werk uitvoeren. Alle hulde voor hen.
Ik betreur dan ook ten zeerste dat sommige advocatencollectieven personeelsleden nutteloze angst inboezemen door te dreigen met strafrechtelijke vervolgingen. Ik herinner er graag aan dat de klacht tegen mij zonder gevolg werd geklasseerd door de procureur, aangezien er helemaal geen sprake is van een misdrijf.
Ik herinner u ook graag aan het feit dat in de vorige regeerperiode, toen uw partijen deel uitmaakten van de regering, er eveneens stakingen waren door het Fedasil-personeel. Tevens was er een veelvoud aan veroordelingen vanwege uw beleid.
Mijnheer Vandemaele, ik denk dat u nog niet aanwezig was toen ik de opsomming gaf van het aantal te betalen dwangsommen. Ik herhaal het graag nog eens, 90 % van het openstaande bedrag is toe te schrijven aan het vivaldibeleid. Onder ons beleid zijn de dwangsommen met 54 % gedaald.
De open brief van medewerkers van Fedasil werd intern bij Fedasil opgevolgd. De afhandeling daarvan komt toe Fedasil en daar kom ik als minister niet tussen.
De huidige migratiedruk zet het opvangnetwerk zwaar onder spanning. Ik ben mij ervan bewust dat dit een aanzienlijke persoonlijke en ook professionele belasting vormt voor de medewerkers van Fedasil, die dagelijks geconfronteerd worden met complexe situaties en juridische dreigementen. Het is dan ook onze doelstelling om de druk op het opvangnetwerk te verlichten, door onder andere de instroom te verlagen, zodat ook de medewerkers wat ademruimte krijgen.
In lijn met de recente rechtspraak werden nieuwe werkafspraken gemaakt met de diensten. Binnen het juridisch kader kan opvang geweigerd worden aan personen die al bescherming hebben verkregen in een andere EU-lidstaat, op voorwaarde dat dit individueel en voldoende gemotiveerd gebeurt. Elk dossier zal daarbij afzonderlijk worden beoordeeld.
11.04 Sandro Di Nunzio (Anders.): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Als ik de open brief lees en ook bekijk wat nadien daaruit is gevolgd, dan blijf ik achter met één grote bekommernis. Ik kan op zich begrijpen dat u als minister vanuit het beleid een bepaald voluntarisme hebt en een regeerakkoord moet uitvoeren. In het verleden zijn er nog ministers geweest die de lat hoog legden en vooruitgingen.
Het belangrijkste dat ik uit de zaak leer en waarvan ik hoop dat het ook gebeurt, is dat op momenten waarop er effectief onrust is bij het personeel, de administratie en bepaalde directeurs, u of uw beleidscel voldoende in overleg gaat met hen om uw beleidskeuzes goed uit te leggen, een draagvlak daarvoor te zoeken en ervoor te zorgen dat het personeel zich gerustgesteld voelt. Als er advocaten zijn die dreigen met bijvoorbeeld strafklachten, hoop ik dat het personeel daarover voldoende wordt geïnformeerd en intern wordt bijgestaan. Dat is het belangrijkste wat ik daaruit afleid. In die zin treed ik collega Vandemaele bij. Ik zie dat veeleer als een symptoom waarbij ik mij afvraag of alles daar wel goed verloopt en goed wordt aangepakt.
Dat is mijn belangrijkste oproep aan u. Als u bepaalde keuzes moet maken, bespreek ze grondig, zorg voor voldoende draagvlak en zorg ervoor dat de personeelsleden zich gerustgesteld kunnen voelen.
11.05 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, het eerste wat ik heb opgeschreven is: ‘pfff’. U komt opnieuw niet verder dan een rondje over het verleden, terwijl het over de toekomst moet gaan. Een minister is bezig met de toekomst en maakt beleid, maar u blijft stilstaan bij het verleden, met name bij wat toen fout is gegaan en waar wij toen de mist in zijn gegaan. Daarvoor bent u echter niet aangesteld. U bent aangesteld om beleid te voeren.
Ik heb u gevraagd hoe u reageert op de fundamentele kritieken in de brief. Ik krijg geen antwoord. Ik heb u gevraagd hoe u de relatie met het personeel zult herstellen. Geen antwoord. Ik heb u aangegeven dat u het personeel nodig zult hebben om uw beleid in de toekomst uit te voeren en vroeg u hoe u ervoor zult zorgen dat er opnieuw een dialoog ontstaat. Geen antwoord.
U wordt voorspelbaar. Dat moet ik toegeven. Ik had dus al iets voorbereid voor mijn repliek. Ik lees het even voor.
Een van de twaalf gevorderde directeurs schrijft mij: "Als er een nieuw managementplan is of er grote wijzigingen zijn, doen zij een DirCom Direct. Dat is een soort onlinemeeting in het Frans en het Nederlands met info en ruimte voor vragen.
Dat is allerminst volmaakt, maar wel een goede methodiek om de hele organisatie mee op sleeptouw te nemen. Ze zouden dat nu ook kunnen doen. Gewoon eens zeggen: we hebben jullie gehoord, we weten dat het moeilijk is, we nemen het mee naar de minister. Niets van. Het zou de gemoederen bedaren. Als dit zo doorgaat, staat het hier binnenkort goed in de fik."
Dat is de reactie op uw reactie, mevrouw de minister. Een minister moet dus niet bezig zijn met het verleden en niet telkens mekkeren en terugkomen op wat er vroeger is gebeurd. Een minister moet vandaag politiek voeren.
Door uw reactie, uw dedain tegenover het personeel, het wegduwen ervan, organiseert u niet de oplossingen van de toekomst, maar de miserie van de toekomst. Daarom nodig ik u uit om terug naar de tekentafel te gaan en met ernstige antwoorden te komen op de vragen van het personeel.
11.06 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, nu is het mijn beurt om pfff te zeggen. Hebt u eigenlijk zelfs wel de moeite gedaan om naar mijn antwoord te luisteren? U spreekt over dedain voor het personeel van Fedasil, maar hoe durft u dat zelfs te zeggen? Ik heb letterlijk gezegd, ik ben daarmee mijn antwoord begonnen, dat ik "alleen maar respect en begrip heb voor de medewerkers van Fedasil, die vaak in moeilijke omstandigheden hun werk uitvoeren. Alle hulde voor hen."
U zegt dat ik alleen maar naar het verleden kijk. Ik heb ook letterlijk gezegd dat we er net proberen voor te zorgen dat er minder druk is op het opvangnetwerk, zodat er meer ademruimte voor de personeelsleden komt. Misschien wilt u dat niet horen.
Ik laat het daarbij.
11.07 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, u hebt in uw antwoord inderdaad één keer gezegd dat u alle begrip en respect hebt voor het personeel, en hulde. Dat respect en die waardering voor het personeel moet u tonen op het terrein. Dat doet u niet door hier één keer hulde te roepen, op de wijze van Axel Ronse. U moet dat doen door in dialoog te gaan en door uw beleid te voeren.
In de plenaire vergadering hebt u omtrent die brief al gezegd dat ik het niet begrijp. Mevrouw de minister, het komt erop neer dat het personeel u niet begrijpt. Mevrouw de minister, lees die brief. Lees wat daarin staat, ga in gesprek en zorg voor oplossingen.
U blijft gewoon doorgaan, op uw buikgevoel, wat er ook wordt gezegd. Ik zal dat bestrijden tot de laatste dag dat ik hier zit. Daar mag u op rekenen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: De heer El Yakhloufi verzoekt om zijn vragen te mogen stellen. Als daar geen bezwaar tegen is, geef ik het woord aan de heer El Yakhloufi voor zijn vragen.
12.01 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mijn ouders zeggen dat ik het huis altijd op stelten zet, ik doe dat ook in het Parlement. Mijn excuses daarvoor. Ik zal het goedmaken, zoals ik dat thuis meestal doe, met de nodige chocolaatjes, die ik de volgende keer zal meebrengen.
Mevrouw de minister, een recht hebben is één ding, maar dat recht ook effectief kunnen uitoefenen in een oorlogszone blijkt vandaag een onmogelijke opdracht. Vandaag wachten er naar schatting 500 mensen in Gaza op hereniging met hun familie in België. Dat zijn geen mensen die de hiaten in de wet opzoeken, die foefelen of iets verkeerds doen. Het gaat om echtgenotes en kinderen van mensen die hier legaal verblijven, die de procedures hebben doorlopen, hier een officiële aanvraag hebben gedaan en van de Dienst Vreemdelingenzaken goedkeuring hebben gekregen.
Ik krijg mails. Mensen spreken mij daarover aan. Zij zeggen me dat ze hun papieren en de goedkeuring hebben, maar dat hun gezin vastzit in de hel van Gaza, die de extreemrechtse regering van Israël elke dag tot een nog grotere hel maakt. Voor alle duidelijkheid, het staakt-het-vuren wordt daar niet toegepast. Er sterven nog elke dag tientallen mensen, die worden vermoord in die genocide.
Mevrouw de minister, het is heel duidelijk, gezinshereniging is een wettelijk recht, dat is geen gunst. Als overheid moeten we dat visum toekennen. Het is onze morele en bestuurlijke plicht om de uitoefening van dat recht mogelijk te maken. We kunnen niet aanvaarden dat de administratieve goedkeuring dode letter blijft, terwijl er mensenlevens op het spel staan. Ik vraag geen speciale behandeling, ik vraag een gecoördineerde inspanning.
Wanneer komt er een concreet evacuatieplan?
12.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Dank u wel, mijnheer El Yakhloufi, voor uw vraag.
Voor alle vragen omtrent de evacuatie en de diplomatieke stappen die worden ondernomen, moet ik u doorverwijzen naar minister Prévot, die daarvoor verantwoordelijk is. Daar draag ik zelf geen verantwoordelijkheid of bevoegdheid in.
Wat het aantal toegekende visa gezinshereniging betreft, waarnaar u had gevraagd, meldt de Dienst Vreemdelingenzaken mij dat dat aantal enkel beschikbaar is per nationaliteit. Er is geen onderverdeling mogelijk volgens verblijfplaats.
Het is bovendien niet onmogelijk dat personen die een akkoord voor een visum hebben gekregen, op eigen houtje de Gazastrook hebben verlaten.
12.03 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Ik vraag ook naar de samenwerking tussen u en de minister van Buitenlandse Zaken. Mijn derde vraag betreft de coördinatie tussen uw diensten, Buitenlandse Zaken en het Crisiscentrum. Daar had ik graag een antwoord op gehad. Ik heb de vraag aan u beiden gesteld, dus ook aan de heer Prévot.
In ieder geval moeten we ervoor zorgen dat mensen die recht hebben op gezinshereniging, dat recht ook effectief kunnen uitoefenen. We zijn streng voor mensen die hier niet mogen blijven en die mensen sturen we terug. Die afspraak hebben we gemaakt om duidelijkheid te scheppen in de chaos. We moeten er evenwel ook voor zorgen dat mensen die recht hebben op gezinshereniging, dat recht krijgen om zich met hun gezin te herenigen. Dank u wel.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
13.01 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Mevrouw de minister, op Kreta zien we een
hallucinante stijging van het aantal aankomsten: van een kleine 800 naar 20.000
op amper twee jaar tijd. Terwijl de route via Turkije stagneert, draait de
route vanuit Libië op volle toeren. Dit is het levende bewijs van het
waterbedeffect in migratie.
Hoe analyseert u deze verschuiving naar
de route Libië-Kreta binnen de Europese Raad, en wat betekent dit voor de
Belgische inzet bij Frontex in 2026?
Het regeerakkoord legt de focus op de
implementatie van het Europees Migratiepact. Hoe garandeert u dat de
'verplichte solidariteit' ook effectief werkt wanneer de druk plotsklaps
verschuift naar nieuwe hotspots zoals Kreta?
In welke mate zet België druk op de
Europese Commissie om de afspraken met Libië te verscherpen, wetende dat
mensensmokkelaars daar vrij spel lijken te hebben?
Dank voor uw antwoorden.
13.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer El Yakhloufi, inzake de verplichte solidariteit kan ik enkel herhalen wat ik hier eerder heb verklaard. De huidige Dublin III-verordening wordt vanaf 12 juni vervangen door de nieuwe asiel- en migratiebeheerverordening, die deel uitmaakt van het Europese Asiel- en Migratiepact. Die verordening bevat aangepaste Dublinregels inzake verantwoordelijkheid enerzijds en een verplicht, maar flexibel kader voor solidariteit anderzijds.
Wij rekenen op de volledige toepassing van dit nieuwe wetgevende kader door alle lidstaten om een evenwicht te bereiken tussen solidariteit en verantwoordelijkheid en om de druk van secundaire migratie op België te verminderen. Dat blijft dit jaar cruciaal voor mij.
De effectieve operationele inzet is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van het agentschap Frontex, in samenwerking met de Griekse autoriteiten. De verplichte Belgische inzet in het Standing Corps wordt steeds vastgelegd in de besluiten van de Management Board van Frontex. Vervolgens wordt op basis van bilaterale onderhandelingen de concrete operationele inzet voor het volgende jaar bepaald. Dat mechanisme is flexibel en laat toe om bij te sturen wanneer zich plotse noden voordoen, zoals in dezen met de verschuiving van migratieroutes.
Op dit moment is de inschatting dat de huidige gevraagde inzet volstaat om op dergelijke wijzigingen te reageren. België ziet erop toe dat de uitgezonden personeelsleden effectief een meerwaarde bieden op het terrein.
Sinds 2024 onderhoudt de Europese Commissie een regelmatige technische dialoog met Libië om meer samenwerking en betere werkafspraken te bekomen, ook in het kader van antismokkel. Met Oost-Libië verloopt die technische dialoog niet altijd gemakkelijk. België steunt alleszins de pogingen van de Europese Commissie om in te zetten op technische contacten met Libië.
13.03 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden.
In 2015 hebben wij een enorme vluchtelingencrisis meegemaakt. Ik wil dat nooit meer meemaken. De mensen in ons land willen dat ook nooit meer meemaken.
Daarom moeten we ervoor zorgen dat onze Europese grenzen collectief, conform de internationale solidariteit, versterkt worden en dat er duidelijkheid komt. Er zijn partijen, zoals het Vlaams Belang, die zeggen dat we alleen onze eigen, Belgische grenzen moeten bewaken, maar zij houden geen rekening met de politieke realiteit.
U en ik, mevrouw de minister, willen chaos vermijden. We willen dat wat er in 2015 is gebeurd, zich nooit meer herhaalt, maar als er mensen blijven aankomen op Kreta, zal Griekenland ze niet allemaal in het land houden. We hebben dat in het verleden al gezien. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat de internationale solidariteit geen dode letter blijft en dat er echt iets gebeurt waardoor de migratie onder controle blijft, zodat de asielcrisis van 2015 zich nooit meer herhaalt in ons land.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
14.01 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Afgelopen week werden in de duinen van het Zwin 28 mensen en een gebruiksklare rubberboot aangetroffen dankzij een alerte burger. Dat roept vragen op over onze structurele bewaking, namelijk dat die niet goed zit.
De bijzondere commissie Mensenhandel en Mensensmokkel deed dan ook 100 aanbevelingen om het businessmodel van de mensensmokkelaars kapot te maken. Ik haal er kort drie uit. Aanbeveling 15 vraagt een versterking van de gespecialiseerde diensten, dus de federale gerechtelijke politie, in de strijd tegen mensenhandel en mensensmokkel. Hoeveel extra speurders zijn er sinds de goedkeuring van die aanbeveling effectief in die sectie bij gekomen? Aanbeveling 23 legt de focus op de logistieke keten van smokkelaars. In Knokke werd nautisch materiaal aangetroffen.
Hoe staat het met de uitvoering van het actieplan om de verkoop en het transport van rubberboten en buitenboordmotoren in de grensstreek beter te monitoren en te blokkeren? Wanneer wordt de beloofde jaarlijkse voortgangsrapportage over de uitvoering van die 100 aanbevelingen aan het parlement bezorgd, zodat we kunnen stoppen met een ad-hocbeleid?
14.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer El Yakhloufi, uw vragen gaan heel specifiek over zaken die betrekking hebben op onder meer de federale gerechtelijke politie. Die valt onder de bevoegdheid van de minister van Justitie. Daar kan ik zelf niets over zeggen. Uw vragen hebben betrekking op de bevoegdheden van de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken. U moet die vragen dus aan hen stellen.
Wat mijn rol betreft in alles wat te maken heeft met mensenhandel en mensensmokkel, heb ik in het actualiteitsdebat in het kader van transmigratie duidelijke antwoorden gegeven over de Interdepartementale Coördinatiecel ter bestrijding van de mensensmokkel en mensenhandel, die begin deze maand is samengekomen. De actieplannen die daarin worden gevalideerd, zullen we binnen mijn beleidsdomein verder uitwerken.
Wat de potentiële slachtoffers en specifiek de minderjarige potentiële slachtoffers betreft, zijn we met de bestaande gespecialiseerde opvangstructuren op regionaal niveau in overleg. Ook deze week nog hebben we overleg gehad om de opvang van die minderjarige slachtoffers verder te concretiseren enzovoort.
Maar uw drie specifieke vragen hebben dus betrekking op de bevoegdheden van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken.
14.03 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoorden, mevrouw de minister.
De aanbevelingen zijn over de bevoegdheden verdeeld. Mensenhandel en mensensmokkel staan in het akkoord, maar jammer genoeg onder Migratie, terwijl het duidelijk is dat de start en de trekkersrol bij Justitie moeten liggen.
Ik wil u in mijn repliek nog een vraag stellen, mevrouw de minister. Ik heb het gevoel, wanneer u daarover spreekt, ook eerder in het actualiteitsdebat, dat u het echt erg vindt voor die mensen.
Ik heb dat gevoel echt. Ik ken u nu anderhalf jaar sinds ik hier zetel en met u samenwerk. Ik zie dat aan u.
Goed, nu vraag ik u hier openlijk in deze commissie of u kunt antwoorden met ja of neen. Dan zou ik heel blij zijn. Wilt u er met mij voor zorgen dat alle aanbevelingen – die zeker makkelijk uitvoerbaar zijn, of uitvoerbaar met een kleine wijziging – en die binnen uw bevoegdheden liggen, uitgevoerd worden? Dat zou echt een stap zijn voor die mensen en vooral tegen de smokkelaars, die die mensen laten doodgaan in een boot.
14.04 Minister Anneleen Van Bossuyt: Ik kan daarop antwoorden, mijnheer El Yakhloufi. Er is nu op ons kabinet iemand aangesteld die specifiek bezig is met alles wat met kwetsbare profielen te maken heeft, onder andere met alles wat te maken heeft met mensenhandel en mensensmokkel. Hij maakt deel uit van de interdepartementale cel tegen mensenhandel en mensensmokkel en zal nog deze week samenzitten over alles wat te maken heeft met minderjarigen die daar het slachtoffer van zijn. Kortom, we trekken daar zeker en vast aan de kar.
14.05 Achraf El Yakhloufi (Vooruit): Dank u wel. Meer dan een jaar, dus ik ben heel blij met uw antwoord.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
15.01 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De federale migratiediensten werken al
geruime tijd aan het digitaliseringsproject eMigration, dat ervoor moet zorgen
dat alle diensten eenvoudig toegang hebben tot het administratief dossier van
een verzoeker om internationale bescherming. Tot enkele jaren geleden werden
nog papieren dossiers fysiek naar de verschillende diensten vervoerd.
Volgens Apache is Fedasil niet betrokken
bij dit project en staan ze dus digitaal geïsoleerd. Wanneer Fedasil
bijvoorbeeld via hun tool Match-it een verzoeker moeten toewijzen aan een
opvangplaats, moeten alle gegevens manueel ingevoerd worden. Die trage en
handmatige verwerking zorgt voor fouten, bijvoorbeeld een kwetsbare verzoeker
die niet in het juiste opvangtraject terechtkomt.
Een ex-medewerker getuigt ook over het
dagelijks gebruik van Excel waarin soms fouten in berekeningen sluipen of
gegevens foutief ingevoerd worden. De gevolgen hiervan zijn foute
rapporteringen aan het parlement.
Bij een eengemaakte migratiedienst rijst
de vraag of Fedasil voldoende voorbereid is om mee opgenomen te worden in deze
structuur. Het agentschap kampt jaarlijks met een te lage basisdotatie en de
komende jaren wordt er fors bespaard. Daardoor ontbreekt het aan middelen om te
innoveren en te investeren in langetermijnprojecten. Mijn vragen zijn:
Waarom wordt Fedasil niet betrokken bij
het eMigrationproject?
Is het volgens u wenselijk dat
medewerkers van Fedasil toegang krijgen tot het administratief dossier van een
bewoner? Waarom wel of niet?
Hoe zal u het agentschap digitaal
voorbereiden op de integratie binnen een eengemaakte FOD Migratie?
Welke concrete stappen zult u zetten om
de digitalisering binnen Fedasil te verbeteren? Zal het agentschap hiervoor
over voldoende budgettaire middelen beschikken?
15.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mijnheer Vandemaele, ten eerste, hoewel Fedasil initieel niet betrokken was bij de opstart van het eMigrationproject, is het sinds begin 2025 wel actief betrokken als ketenpartner. De bedoeling is dat Fedasil kan aansluiten op overkoepelende modules, zoals de identiteitsmodule. Op termijn moeten ook gegevens rond procedures digitaal kunnen worden uitgewisseld.
Wat uw tweede vraag betreft, het is zeker wenselijk dat medewerkers van Fedasil een zicht hebben op de stand van de procedure. Die informatie is cruciaal voor het bepalen van het recht op materiële hulp, waardoor de flow verbetert en er sneller plaats kan worden vrijgemaakt voor andere rechthebbenden. Zoals ik stelde, worden die ontwikkelingen gepland na de noodzakelijke digitale ontwikkelingen in het kader van het Europees Pact inzake Migratie en Asiel.
Om op uw derde vraag te antwoorden, merk ik op dat Fedasil de voorbije jaren al goede vooruitgang heeft geboekt inzake digitalisering. Naast verdere investeringen in Match-IT werden ook andere kernprocessen gedigitaliseerd, onder andere de facturatie voor medische hulp, de financiële bijdragen van de verzoekers in de opvang en de integratie van personen op de wachtlijst. Er was ook aandacht voor ondersteunende technische en infrastructurele aanpassingen. Fedasil is momenteel nauw betrokken bij de diverse ketenbrede trajecten die met het oog op de implementatie van de toekomstige FOD Migratie werden opgestart.
Ten slotte, in het kader van het Fedasilmanagementplan 2025-2030 is de digitalisering van kernprocessen als een aparte, specifieke operationele doelstelling opgenomen. Die doelstelling voorziet onder meer in de standaardisatie van de IT-uitrusting, het adequaat risicobeheer met inbegrip van de beveiliging van systemen en diensten en de focus op de overkoepelende IT-architectuur, met afstemming tussen interne applicaties en integratie met externe systemen, waaronder eMigration.
Net als bij andere overheidsinstellingen moeten bij Fedasil keuzes worden gemaakt naargelang van de beschikbare middelen. Om die keuzes op een zo oordeelkundig mogelijke manier te maken, hanteert het agentschap een portfoliocomité waarin projectvoorstellen worden beoordeeld door vertegenwoordigers van de diverse directies. Zo wordt steeds voorrang gegeven aan projecten met de grootste return on investment.
15.03 Matti Vandemaele (Ecolo-Groen): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord.
Ik ben tevreden dat Fedasil ondertussen wel betrokken wordt. Ik denk dat we grote kwaliteitssprongen vooruit kunnen maken en tijdswinst boeken voor alle betrokkenen in de hele keten door verstandig te digitaliseren. Ik ben daar absoluut voorstander van.
De vraag is natuurlijk, gezien de alsmaar dalende budgetten voor alle spelers in de keten, waaronder Fedasil, kortom voor het hele asiel- en migratiebeleid, of er voldoende financiële middelen voorhanden zijn om de broodnodige digitalisering niet alleen op papier door steering committees te laten uitwerken, maar ook echt op het terrein ingang te doen vinden. Het dossier i-Police heeft aangetoond dat papier zeer gewillig is. Als men het niet goed aanpakt, kan digitalisering een nachtmerrie worden. We zijn er allemaal ongetwijfeld van overtuigd dat digitalisering hier een geweldige stap vooruit kan betekenen, maar dan moet er ook met zekerheid voldoende budget voor worden uitgetrokken. Ook in het hele i-Police-dossier was de totale onzekerheid over het budget een van de grote pijnpunten.
Ik stel vast dat de budgetten voor alles wat te maken heeft met asiel en migratie, de komende jaren sterk worden ingekrompen. Is er dan wel voldoende geld voor digitalisering? Als het geld er niet is, dan zal de digitalisering zoals men die voor ogen heeft, in de praktijk misschien wel dik tegenvallen. Goede ambities volstaan niet. De digitalisering moet ook in de praktijk vorm krijgen, zodat de werkzaamheden op de vloer voor iedereen sneller, beter en efficiënter verlopen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
16.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, tien jaar nadat de nieuwkomersverklaring werd aangekondigd, is die nog altijd dode letter. Zolang er geen samenwerkingsakkoord is met de deelstaten, zal dat ook zo blijven en stellen de andere aangekondigde federale maatregelen op het vlak van integratie weinig tot niets voor.
Toen mevrouw Crevits van cd&v in de Vlaamse regering haar ambitie uitsprak om te komen tot een systematische en geautomatiseerde gegevensuitwisseling tussen de inburgeringsdiensten en de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) om de integratie-inspanningen te kunnen beoordelen in het kader van de verblijfswetgeving, voegde ze eraan toe dat het initiatief voor een samenwerkingsprotocol bij de federale collega ligt, dus bij u.
Mijn vraag is duidelijk. Werden de werkzaamheden in het kader van de nieuwkomersverklaring intussen opgestart? Welke stappen werden al gezet?
Welke stappen werden gezet om de integratie-inspanningen te kunnen beoordelen in het kader van de verblijfswetgeving?
16.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, streven naar voldoende integratie van nieuwkomers is en blijft een prioriteit voor de regering. Het is cruciaal dat nieuwkomers volwaardig deelnemen aan onze samenleving, met respect voor onze fundamentele waarden en normen. Ik kies er dan ook bewust voor om niet via losse maatregelen beleid te voeren, maar te werken met een coherent en ruimer pakket, waarvan de nieuwkomersverklaring integraal deel uitmaakt.
Zo volgen we de integratie-inspanningen op via inburgeringstesten vóór aankomst en de sterkere koppeling tussen integratieresultaten en de verkrijging van een duurzaam verblijfsrecht en monitoren we meer doorgedreven de nieuwkomers tijdens het verblijf.
Die aanpak vraagt veel tijd en afstemming, maar zorgt er net voor dat de uiteindelijke impact groter en duurzamer zal zijn. De voorbereidende fase is effectief lopende.
We moeten rekening houden met een complex Europeesrechtelijk kader, waarin per verblijfsstatuut verschillende rechten en plichten gelden en waarbij de ruimte om integratie-inspanningen te linken aan verblijfsrecht, verschilt. Daarnaast raken de maatregelen ook aan de bevoegdheidsverdeling met de gemeenschappen. Die elementen moeten zorgvuldig in kaart worden gebracht met het oog op een gedragen wetgevend initiatief.
In het begin van mijn aantreden waren er al verkennende contacten met de kabinetten van de deelstaten, gesprekken waarmee we tegemoetkomen aan onze ambitie voor een globaal en gedragen kader. Met het kabinet van Vlaams minister Crevits vonden er meer bepaald vier overlegmomenten plaats, onder andere met het oog op een continue afstemming met de vooruitgang op Vlaams niveau in de context van de parallelle ontwikkeling van de cursus maatschappelijke oriëntatie. Wij zullen nog voor de zomer het contact met de deelstaten opnieuw opnemen om de resultaten van het voorbereidende werk voor te leggen.
Mevrouw Van Belleghem, het gaat hier om complexe maar noodzakelijke trajecten. Net omdat wij willen dat de maatregelen effectief in de praktijk werken, kiezen wij voor een doordachte en samenhangende aanpak, die op termijn ook echt het verschil zal maken.
16.03 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord.
U beweert dat de verklaring een prioriteit is maar op 24 februari 2026 stelde Hilde Crevits het volgende. Ik citeer: "Mijn kabinet heeft al meermaals een overleg en voorstellen gevraagd. Sinds mijn antwoord op een eerdere vraag daarover in oktober 2025 zijn er nog geen verdere stappen ondernomen." Er zijn dus opnieuw maanden voorbijgegaan. De nieuwkomersverklaring is al tien jaar oud en u stelt dat het dossier complex is. Dat is het ook, maar wij zijn daar al tien jaar mee bezig. Dat zal niet plots veranderen of makkelijker worden, als er langer mee wordt gewacht.
U antwoordt ook dat u wilt werken met een geheel pakket aan maatregelen. Dat klinkt logisch, maar mijn vraag blijft dezelfde en ik heb daar geen helder antwoord op gekregen. Als de Franstalige Gemeenschap niet instemt met het samenwerkingsakkoord, kunnen wij dan nog eens tien jaar wachten? Kunt u zonder haar instemming vooruitgang boeken of moet u de instemming over de volledige lijn van elke entiteit hebben? Vlaanderen zal akkoord gaan met het dossier, maar als de Franstaligen blokkeren, zitten we vast. U kunt dan zoveel voorbereiden als u wilt, uw pakket maatregelen zal er in dat geval niet komen.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
17.01 Xavier Dubois (Les Engagés): Madame la ministre, à la fin de l'année dernière, nous avons pu échanger à propos du "Brussels Deal". J'en profite aujourd'hui pour revenir sur ce dossier. D'après vos explications, ce projet permet le financement de 2 000 places d’accueil en Région bruxelloise en vue d'accueillir les personnes en difficulté sur l'ensemble du territoire. Théoriquement, ce dispositif contribue à répondre aux besoins de celles qui sont inscrites sur une liste d'attente. À l'époque, on parlait de 1 653 personnes. Quel est, en ce cas, leur nombre exact à présent?
Vous aviez alors également répondu que vous disposiez de peu d'informations quant à l'application de l'accord et que vous alliez établir un cadastre pour connaître le nombre de demandeurs d'asile qui sont bénéficiaires d'un accueil dans le cadre du Brussels Deal.
Comme je n'ai pas accès à cet accord, j'aimerais en connaître la durée. Où en est-on? Un renouvellement est-il prévu? Disposez-vous de données chiffrées établies à partir du cadastre? Combien de demandeurs d'asile sont-ils concernés?
Plus précisément, quelles sont les conditions d'accueil dans le cadre de ce réseau particulier? Quelle est la durée moyenne d'hébergement des demandeurs d'asile? Le gîte et le couvert sont-ils garantis pendant le déroulement de la procédure d'asile dans ce réseau? Quelles sont les modalités d'accès à l'hébergement? S'agit-il d'une demande unique qui est acceptée pour toute la période de la procédure ou bien le demandeur doit-il introduire sa demande chaque fois qu'il souhaite venir dormir dans l'une des places proposées par ce réseau, à l'instar des personnes sans-abri? Fedasil collabore-t-il de la même manière qu'il le fait avec les autres partenaires en matière d'accueil?
S'agissant des 1 653 personnes inscrites sur la liste d'attente, leur nombre a-t-il évolué? Disposez-vous d'informations plus précises sur le profil de ces hommes, femmes et enfants, ainsi que sur leurs origines?
17.02 Anneleen Van Bossuyt, ministre: Monsieur Dubois, je souhaite clarifier deux éléments avant de répondre en détail à vos questions spécifiques.
Premièrement, je tiens à rappeler que le Brussels Deal a été mis en place lors de la précédente législature en raison d'un manque de places dans le réseau d'accueil pour les demandeurs d'asile. Cet accueil a donc été conçu uniquement pour des personnes ayant une procédure d'asile en cours et disposant d'un droit à l'accueil.
Deuxièmement, je souhaite réitérer ce que j'ai déjà indiqué dans cette commission: une inscription sur la liste de transit – parce qu'on l'appelle liste de transit – ne donne pas automatiquement droit à une place dans le cadre du Brussels Deal. En effet, de nombreuses personnes figurant sur cette liste disposent temporairement d'une solution de logement, par exemple chez des amis ou de la famille. Seules les personnes ne disposant d'aucune solution de logement prennent contact avec les organisations d'aide aux sans-abri. Les coordonnées de ce réseau sont clairement mentionnées sur la brochure remise aux demandeurs de protection internationale qui, à ce moment-là, ne reçoivent pas de place d'accueil. Les organisations d'aide aux sans-abri inscrivent ensuite ces demandeurs sur la liste de transit vers le réseau d'accueil de Fedasil. Par ailleurs, des concertations opérationnelles régulières ont également lieu entre Fedasil et les opérateurs du Brussels Deal.
Spécifiquement concernant vos questions, le dernier chiffre du nombre de personnes sur la liste est de 1 224 hommes isolés figurant sur la liste de transit, dont environ la moitié séjournent auprès de leur réseau personnel et l'autre moitié dans une structure d'accueil dans le cadre du Brussels Deal. Il s'agit principalement de personnes originaires de Palestine et uniquement d'hommes.
Concernant votre deuxième question, le contrat a été conclu en 2022 et est à durée indéterminée. Par ailleurs, les places sont réparties entre des places structurelles et des places temporaires, ces dernières pouvant être supprimées à court terme.
Concernant votre troisième question, le nouveau système de suivi et le rapport sur le premier trimestre 2026 sont actuellement en cours d'élaboration. Aucun chiffre n'est donc disponible pour le moment.
Concernant votre quatrième question, le Brussels Deal est un accord conclu entre Fedasil et le Service public régional de Bruxelles (SPRB). Dans la pratique, l'accueil est assuré par un réseau de quatre opérateurs humanitaires: la Croix-Rouge de Belgique, BelRefugees, Samusocial et Ukrainian Voices.
En décembre 2025, on comptait 20 centres actifs: 12 pour les hommes seuls, un centre mixte pour adultes, deux centres pour les femmes seules, quatre centres pour les familles, dont deux accueillent également des femmes seules et trois centres pour les mineurs étrangers non accompagnés (MENA). Ces centres d'accueil doivent respecter les normes minimales. Compte tenu de la nature spécifique de ces lieux d'accueil, seules les normes relatives aux éléments fondamentaux de l'aide matérielle, de la sécurité et des infrastructures sont d'application obligatoire.
Concernant votre cinquième question, les personnes inscrites sur la liste d'attente sont intégrées au réseau Fedasil en moyenne trois mois après avoir introduit leur demande.
Concernant votre sixième question, les personnes inscrites sur la liste d'attente seront intégrées dès que possible au réseau Fedasil. Il n'est en aucun cas prévu qu'elles restent hébergées dans les structures relevant du Brussels Deal pendant toute la durée de leur procédure d'asile.
Concernant votre septième question, ils doivent s'inscrire de la même manière que les autres personnes sans domicile pour y avoir accès.
Concernant votre dernière question, Fedasil a conclu un accord uniquement avec le SPRB et non avec les opérateurs eux-mêmes. Toutefois, des réunions opérationnelles mensuelles sont organisées par Bruss'Help auxquelles participent tant Fedasil que les opérateurs. Des consultations bilatérales entre un opérateur et Fedasil sont possibles, si nécessaire, pour examiner des cas individuels.
17.03 Xavier Dubois (Les Engagés): Je vous remercie pour toutes ces réponses.
Premièrement, c'est une bonne chose que le nombre de personne sur la liste diminue, vu qu'on était à plus de 1 600, voire à plus de 1 800 à l'époque. On est actuellement à 1 224 hommes seuls uniquement.
Deuxièmement, le cadastre ou système de suivi a effectivement été mis en place. Vous avez déjà certaines informations, et vous en aurez d'autres plus détaillées. On a parlé d'un rapport du premier trimestre qui est en cours de rédaction. Pourrons-nous obtenir ce rapport pour avoir ces informations précises? Sinon, je reviendrai avec une autre question.
Concernant le mode de fonctionnement, j'ai bien compris toutes les modalités qui ont été précisées, mais il s'agit toujours d'une solution temporaire. L'idée serait de passer par là afin d'accéder après au réseau de Fedasil, vous avez parlé de trois ou quatre mois avant d'y entrer effectivement.
Quant à ma dernière question, j'entends qu'il y a des réunions régulières avec les opérateurs et Fedasil, mais la question portait plus sur le fait de savoir s'il y avait des agents de Fedasil qui allaient effectivement dans ces milieux d'accueil, pour vérifier que l'accueil qui est donné aux demandeurs accueillis dans ces endroits est bien celui qui devrait être donné à tout demandeur d'asile pris en charge dans les milieux d'accueil de Fedasil. Du personnel se rend-il sur place dans les milieux d'accueil?
17.04 Anneleen Van Bossuyt, ministre: (…)
17.05 Xavier Dubois (Les Engagés): Non? Ne serait-il pas utile qu'ils puissent se rendre sur place pour voir ce qui s'y passe et pas seulement avoir des réunions de manière régulière avec les opérateurs? Je pense que ce serait une bonne chose pour vérifier que l'accueil qui est donné est le plus possible similaire à celui donné dans les milieux d'accueil classiques. Je pense que ce serait un point d'attention à garder en tête.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
18.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, dit is de negende keer dat ik u ondervraag over de terugkeer van illegale Afghanen. De vorige keer was op 1 april. Intussen is er toch heel wat gebeurd.
Euractiv berichtte dat voor de zomer een Talibandelegatie in Brussel was voor 'technische besprekingen' over de gedwongen terugkeer van illegale Afghanen. De formele uitnodiging zou uitgaan van de Europese Commissie, met Zweedse steun. Dit land neemt de rol van gaststaat op zich en verzorgt de visumfacilitatie. Als ik minister Prévot goed begrepen heb in de pers, moeten we dat doen.
Wij steunen natuurlijk elk initiatief om afgewezen asielzoekers en criminele vreemdelingen effectief terug te sturen naar het land van herkomst, ook al zijn de regimes die daar aan de macht zijn verwerpelijk of doen ze verwerpelijke dingen. We moeten illegale vreemdelingen terugsturen. Meer dan vier jaar na de machtsovername door de Taliban is er eigenlijk geen enkele Afghaan in illegaal verblijf gedwongen teruggestuurd. Dat is nochtans broodnodig.
De gekozen constructie waarover nu gesproken wordt, roept echter fundamentele vragen op. De uitnodiging komt immers niet van dit land, maar van de Europese Commissie. Dat is niet toevallig, want uw collega van Buitenlandse Zaken, minister Prévot van Les Engagés, weigert eraan mee te werken. Dat stond in Euractiv, maar het stond gisteren ook in De Morgen.
De woordvoerder van minister Prévot bevestigde uitdrukkelijk aan Euractiv dat België geen diplomatieke banden onderhoudt met de Taliban en hun vertegenwoordigers op geen enkel niveau uitnodigt. Minister, is dat een regeringsstandpunt? De Commissie lijkt zo te worden ingezet als schild om een intern politiek probleem binnen uw eigen coalitie te omzeilen. Ik heb een aantal concrete vragen voor u.
Bevestigt u dat de constructie waarbij de Commissie formeel uitnodigt, er gekomen is om de weerstand binnen uw eigen regering te omzeilen? Of komt de uitnodiging van deze regering? Wat is het standpunt van de regering over terugkeer naar Afghanistan?
Heel belangrijk is het antwoord op de vraag hoe u de opstelling van minister Prévot beoordeelt. Vormt zijn weigering een ernstige belemmering voor een effectief terugkeerbeleid naar Afghanistan?
België faciliteert de visa en fungeert als gaststaat. Draagt u daarvoor de politieke verantwoordelijkheid? Weet u al welke personen zullen deelnemen?
Ik heb u al vaak ondervraagd over het feit dat Duitsland wel al effectief Afghanen kan terugsturen. Duitsland onderhandelt wel rechtstreeks met de Taliban over een regulier terugkeermechanisme, zonder de Europese Commissie als tussenschakel. Dat heeft er al voor gezorgd dat er illegale Afghanen teruggestuurd zijn.
Waarom kiest dit land voor een omweg via de Europese Commissie, terwijl Duitsland bewijst dat bilateraal handelen wel mogelijk is? Duitsland heeft ook als eerste EU-land consulaire aanwezigheid van de Taliban op zijn grondgebied als onderdeel van de terugkeerovereenkomst. Is dat een piste die u voor België overweegt? Hoe staat minister Prévot daartegenover? Gisteren zei hij in de krant De Morgen, en ik vraag mij af of hij namens de regering sprak, dat die er niet komt. Of sprak hij alleen namens zichzelf?
Wanneer verwacht u
de eerste effectieve gedwongen terugkeervlucht vanuit België naar Afghanistan?
Of blijft het bij technische besprekingen zolang er geen eensgezindheid is in de
regering?
18.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: In antwoord op uw eerste vraag, Euractiv is niet betrokken bij gesprekken die plaatsvinden in onze regering, noch bij de gesprekken tussen lidstaten en de Europese Commissie over deze zeer belangrijke kwestie. Na de technisch-administratieve missie naar Kaboel werd inderdaad bekeken of een vervolgmissie op administratief-technisch niveau in Brussel opportuun is en hoe die het best georganiseerd kan worden. Op 21 april bevestigde de Zweedse minister Forssell overigens dat Zweden effectief de Afghaanse de-factoautoriteiten zal uitnodigen, samen met de Europese Commissie.
In antwoord op uw
tweede vraag, het standpunt van de regering kunt u terugvinden in de gemeenschappelijke
brief waarvoor ik het initiatief heb genomen en die op 16 oktober door 19 andere
landen werd ondertekend. Het belang van een oplossing voor zowel gedwongen als
vrijwillige terugkeer naar Afghanistan wordt daarin uitgedrukt, maar ook de
nood om dit te doen binnen een Europees kader. Afghanen die hier geen
bescherming, noch verblijf hebben gekregen, moeten wanneer mogelijk terugkeren.
Daarbij zal altijd een individuele beoordeling met betrekking tot een mogelijke
schending van artikel 3 van het EVRM worden uitgevoerd in geval van
terugkeer, zoals dat nu ook het geval is.
Wat uw derde vraag betreft, dat is het regeringsstandpunt en dat is exact wat we doen. U spreekt van een belemmering door minister Prévot, niet ik. We werken binnen de regering samen aan een oplossing voor die gevoelige problematiek en de vervolgmissie in Brussel is daarbij een belangrijke en noodzakelijke stap.
Wat uw vierde vraag betreft, zoals u in het artikel van Euractiv kon lezen, heeft Buitenlandse Zaken geduid dat als een Europese instelling zoals de Europese Commissie iemand uitnodigt, België via het zetelbeleid een visum moet afleveren. Als u daar nog vragen over hebt, kunt u die het best aan minister Prévot richten.
Wat uw vijfde vraag betreft, die heb ik al meermaals beantwoord. We deden de oproep op Europees niveau omdat we ons vragen stelden bij de huidige versnipperde aanpak, waarbij elke lidstaat zijn eigen aanpak heeft, terwijl Europese samenwerking juist de meest logische oplossing is.
Wat uw zesde vraag betreft, we gaan stap per stap te werk. Eerst moet de opvolgmissie in Brussel plaatsvinden. Daarna kunnen we binnen de regering bekijken welke oplossingen we op technisch niveau vinden voor identificatie en afgifte van noodzakelijke documenten, zonder dat we het regime erkennen. Hoe dan ook blijft België als initiatiefnemer een actieve rol spelen in de discussies op Europees niveau. Als er een regeringsbeslissing nodig is en het dossier rijp is, zal ik het naar de regering brengen.
Wat uw laatste vraag betreft, een timing van een eerste gedwongen terugkeervlucht kan ik nu uiteraard nog niet geven.
18.03 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik merk dat u zichtbaar gefrustreerd bent wegens de houding van minister Prévot. Dat is gewoonweg georganiseerde hypocrisie. Ik verklaar me nader.
De huidige regering mag wat betreft de terugkeer van illegale Afghanen zelf niets doen, omdat u niet mag van minister Prévot, omdat u niet mag van Les Engagés. U hoopt dat het op Europees niveau zal worden geregeld. Dat is net dezelfde situatie als met die lijst van veilige landen. Op nationaal niveau hebt u zich moeten onthouden, omdat Les Engagés u tegenhielden. Op Europees niveau zegt u dat het er dan toch zal komen, want er is toch een meerderheid gevonden. De conclusie is dat de Europese Commissie zelf een strenger migratiebeleid voert dan dat u mag voeren binnen de arizonaregering.
U werkt in de luwte verder. Dat kan wel zo zijn. Uit de luwte en voor de pers zegt minister Prévot evenwel dat de maatregel er eigenlijk niet zal komen en dat hij daar niet aan wil meewerken.
Die consulaire aanwezigheid bestaat in Duitsland al sinds begin dit jaar. In het verleden hebt u nooit geantwoord op mijn vragen daarover. Nu moeten we van minister Prévot in De Morgen vernemen dat dit er niet zal komen. Het is pijnlijk dat een minister van Buitenlandse Zaken ervoor zorgt dat u niet langer in de luwte kunt werken, omdat hij een standpunt inneemt namens de regering. Dat is althans wat hij zegt. Wat men in Duitsland doet, werkt wel degelijk. Ik begrijp niet waarom u daarvan geen werk maakt.
Alexander Dobrindt zei enkele dagen geleden dat men met Afghanistan een functionerend systeem heeft opgezet, dat bijna wekelijks tot repatriëringen van criminelen leidt. De repatriëringen gebeuren via chartervluchten, maar ook via lijnvluchten worden al illegalen naar het land van herkomst teruggestuurd. Hier kunt u niets doen omdat u vastzit in deze linkse regering. U kunt dan wel zeggen dat u op Europees niveau pleit voor een strenger migratiebeleid, maar ik vraag me af of uw regeringspartners ook op die kar zitten.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
19.01 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, ik heb het gevoel dat deze vraag gekoppeld had moeten worden aan vragen die eerder al aan bod zijn gekomen. Spijtig genoeg is dat niet gebeurd. Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.
Fedasil werd in totaal duizenden keren
veroordeeld door arbeidsrechtbanken en arbeidshoven omdat asielzoekers geen
opvang kregen, zowel onder de vorige regering maar ook onder deze regering.
Daarom volgende vragen:
Graag een laatste update van het aantal
veroordelingen. Sinds u minister bent, hoeveel keer werd u veroordeelden inzake
het niet opvangen van asielzoekers door hoven en rechtbanken?
Wat is het totale theoretische bedrag aan
opgelegde dwangsommen voor alle veroordelingen samen?
Welk bedrag werd intussen effectief in
beslag genomen, en welk bedrag werd daadwerkelijk uitbetaald; bij alle diensten
samen: uw kabinet, het kabinet van de premier, Fedasil, andere
overheidsdiensten?
Hebben intussen asielzoekers zelf een
dwangsom ontvangen? Zo ja, om hoeveel personen en hoeveel bedragen gaat het?
Hoeveel openbare verkopen hebben er
intussen plaatsgevonden? Wat hebben die opgebracht? Zijn er nog openbare
verkopen gepland?
Welke kabinetten of overheidsdiensten
werden intussen geviseerd door inbeslagnames?
Hoe reageert u op de strafklacht die bij
het parket-generaal van Brussel werd ingediend wegens niet-naleving van
rechterlijke beslissingen? Werd deze intussen zonder gevolg geklasseerd?
Het Europees Hof voor de Rechten van de
Mens veroordeelde België op 9 april 2026 voor schendingen van het verbod op
onmenselijke behandeling en het recht op een eerlijk proces. Werd u hier
veroordeeld tot het betalen van dwangsommen? Werden deze uitbetaald? Welk
bedrag? Bent u van plan deze uit te betalen?
19.02 Minister Anneleen Van Bossuyt: Mevrouw Van Belleghem, ik vrees dat ik bijna hetzelfde zal moeten zeggen als wat ik op eerdere vragen heb geantwoord.
U vraagt naar heel wat cijfers, maar zulke vragen kunnen het best schriftelijk ingediend worden. Ik geef echter graag een antwoord. Het totaalbedrag aan dwangsommen wegens het niet voorzien van opvang voor asielzoekers is sinds mijn aantreden met 54 % gedaald. Op het hoogtepunt van de asielcrisis, eind 2022, was de Belgische Staat 240 miljoen euro aan dwangsommen verschuldigd wegens het niet voorzien van opvang voor asielzoekers. In 2024 ging het nog om 1.600 veroordelingen waarbij dwangsommen verschuldigd waren. In 2025 klokte dat aantal af op 730 dossiers. In 2026 zou het op basis van voorlopige data gaan over 95 dossiers.
Ik benadruk dat ik die dwangsommen niet kan en zal betalen. Belastinggeld kan maar één keer worden uitgegeven. Mijn departement staat voor heel grote besparingen, waardoor ik elke euro drie keer moet omdraaien. Daarom investeer ik beter in het verstrengen van het asiel- en migratiebeleid, met een daling van de instroom en een verhoging van de uitstroom, zoals de kiezer het ook heeft gevraagd, in plaats van in het uitbetalen van grote sommen aan individuele asielzoekers. Die keuze is niet vanzelfsprekend, maar ze werkt wel. Daarom blijf ik inzetten op orde in het asielsysteem, zodat het aantal veroordelingen daalt, met als uiteindelijk streefdoel nul dwangsommen.
Op 2 april bedraagt het theoretisch verschuldigde bedrag 4.061.700 euro. Zoals eerder al aangehaald, is 90 % van dat bedrag afkomstig uit veroordelingen onder de vivaldiregering.
Door Fedasil en mijn kabinet werd nog geen enkel bedrag uitbetaald. Bijgevolg hebben er sinds mijn aantreden ook nog geen openbare verkopen plaatsgevonden.
Wat betreft de strafklacht heb ik eerder al geantwoord dat de procureur-generaal mij eind december 2025 heeft meegedeeld dat de desbetreffende klacht werd geklasseerd wegens geen misdrijf.
19.03 Francesca Van Belleghem (VB): Mevrouw de minister, dank u wel om dat nogmaals te willen herhalen.
Ik wens u nog een fijne avond.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 18.01 uur.
La réunion publique de commission est levée à 18 h 01.