|
Commissie
voor Landsverdediging |
Commission de la Défense nationale |
|
van Woensdag 22 april 2026 Voormiddag ______ |
du Mercredi 22 avril 2026 Matin ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 10.49 uur en voorgezeten door de heer Peter Buysrogge.
La réunion publique de commission est ouverte à 10 h 49 et présidée par M. Peter Buysrogge.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik herinner u aan mijn verzoek om meer tijd te voorzien voor de behandeling van de mondelinge vragen. Er staan vandaag 6 actualiteitsdebatten en 35 vragen op de agenda. Het Reglement bepaalt dat Kamerleden ministers wekelijks vragen kunnen stellen, maar hier gebeurt dat slechts maandelijks en beperkt in de tijd. Daardoor worden onze vragen waarschijnlijk opnieuw uitgesteld naar een volgende vergadering. Zeker wat het debat naar aanleiding van de Pano-reportage betreft, is dat uit den boze gelet op het feit dat vanochtend het centrale element van de verdediging, met name het zogezegd ontbreken van enige opmerkingen van de IF, onderuitgehaald werd en dat er mist gespuid wordt als zou het opnieuw om onbetrouwbare informatie gaan. Ik stel zelfs voor om dat debat naar voren te trekken. Ik wil niet om 15.00 uur vaststellen dat we daar niet aan toe gekomen zijn.
De voorzitter: Mijnheer Aerts, we beschikken vandaag over meer tijd dan gebruikelijk. De minister kan tot 15.00 uur. blijven, waardoor de individuele en samengevoegde vragen hopelijk ook aan bod kunnen komen.
01.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, nog niet zo lang geleden zei u dat het dom en onverstandig was om in publiek te spreken over de nucleaire paraplu. Kort daarna pakte president Macron met veel bombarie op een prachtige site uit met de verklaring dat we gevreesd moeten worden om vrij te zijn en machtig moeten zijn om gevreesd te worden, en dat de uitbreiding van het Franse kernarsenaal daarvan het bewijs is. Met die woorden kondigde Macron eigenlijk zijn plan aan om het Franse kernwapenarsenaal uit te breiden.
Terwijl u onderstreept dat daarover het best zoveel mogelijk gezwegen kan worden, wordt België wel als partner genoemd. Over de concrete invulling van dat partnerschap hebben we tot op heden geen informatie. Op welke manier België betrokken is bij dat hele Franse verhaal over de nucleaire capaciteit, weten we evenmin. Vandaar, mijnheer de minister, heb ik een aantal concrete vragen.
In februari in München noemde u het publieke debat over de Europese nucleaire paraplu nog onverstandig en te vermijden om de NAVO-eenheid niet te verstoren. Op 2 maart noemde president Macron België echter expliciet als een van de partners die betrokken kunnen worden bij de uitwerking van zijn nieuwe doctrine. Zal België mee aan tafel aanschuiven? Zal België meewerken aan het initiatief? Zal België dus aan die Europese nucleaire paraplu meewerken? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet? Heeft de Belgische regering al overleg gepleegd met de Franse regering over onze deelname aan de Nuclear Steering Group?
Ik kijk uit naar uw antwoord.
01.02 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je vais directement poser mes questions afin de gagner du temps.
Dans le cadre de la doctrine nucléaire française, quel est le rôle précis de la Belgique sur le plan opérationnel dans le dispositif de dissuasion avancée? Quelles obligations concrètes – militaires, logistiques ou financières – en découleraient pour notre pays, surtout au niveau de la compatibilité de nos équipements, plus particulièrement de nos avions, avec un parapluie nucléaire qui deviendra un parapluie nucléaire français et peut-être plus américain? Notre matériel américain conviendrait-il pour un parapluie nucléaire français? Quels avantages concrets la Belgique peut-elle attendre de cette coopération européenne? D'autres États membres sont-ils amenés à rejoindre ce mécanisme? Une coopération stratégique de ce niveau implique-t-elle une ratification ou une autre procédure par la Chambre des représentants?
Nous avons ici un débat d'actualité sur un sujet précis, mais à partir du moment où la doctrine nucléaire est évoquée, je crois que le débat devrait être beaucoup plus large et mériterait peut-être une procédure particulière au sein de la Chambre des représentants.
C'était une sorte de surprise, même si les débats sur une extension un peu plus formelle de la dissuasion française existent depuis longtemps. En fait, si je comprends bien, cela impliquerait que la Belgique puisse participer à l'accueil temporaire d'avions de la force aérienne stratégique française et participe aussi éventuellement à des missions communes. Toutefois, les armes elles-mêmes et la décision d'y recourir resteraient entièrement sous contrôle français. Par ailleurs, les modalités doivent encore être définies.
Il me semble important d'avoir deux types de débats bien encadrés: un débat public sur les principes et les conséquences de notre participation à la dissuasion française; un débat précis à huis clos sur les aspects techniques et ce qui pourrait être classifié. Ils devraient certainement avoir lieu en présence du premier ministre. Nous pourrions notamment y aborder les engagements souscrits par la Belgique, nos obligations et nos droits dans le cadre de ces engagements, les conséquences de notre participation à la dissuasion nucléaire dans le cadre de l'OTAN, l'information de la population et de la société civile, au sens large, quant à cette évolution notable de notre politique de Défense.
Monsieur le ministre, pourriez-vous me dire quels mécanismes de discussion vont être déployés à la suite de la proposition française, tant entre les différents partenaires concernés qu'en Belgique?
01.04 Koen Van den Heuvel (cd&v): President Macron heeft inderdaad, op zijn Macrons een aankondiging over de nucleaire paraplu gedaan. Laat ik echter het debat wat opentrekken gelet op de discussies vandaag in de NAVO na decennia van stabiliteit onder het leiderschap van de Verenigde Staten zeker sinds de komst van Trump II over de vragen wie betaalt wat, voor welke verdediging en hoe wordt die georganiseerd. In dat licht rijzen er vragen zoals welke rol Europa speelt, hoe we de versterking van de Europese pijler in de NAVO zien, kortom hoe we de Europese defensie zien.
In dat verband moeten we nagaan hoe het zit met de strategic enablers. Wat dat betreft, kunnen we niet om de grote afhankelijkheid van Amerika heen, zeker wanneer we het hebben over de conventionele strategie. Een ander element is de nucleaire afschrikking. Macron heeft ter zake een ballonnetje opgelaten. Hoe positioneren wij ons daartegenover? Welke rol kan België daarin spelen? We worden genoemd als partner. Is dat zo? Hoe ziet u dat in de toekomst evolueren? Hoe ziet u de positie van België ten opzichte van de uitbouw van de Europese defensie? We kijken uit naar uw standpunt en naar dat van de regering.
01.05 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, les déclarations du président Macron sont intervenues dans un moment très dangereux et très tendu. Je le cite: "Pour être libres, il faut être craints, et pour être craints, il faut être puissants".
Donc, pour être libre aujourd'hui, il faut être menaçant envers le reste du monde. Et notre premier ministre, M. De Wever, a salué cette initiative, en se disant être prêt à travailler ensemble.
Dès lors, monsieur le ministre, sous quel mandat le premier ministre soutient-il cette démarche? Avec quel contrôle démocratique? Le gouvernement a-t-il l'intention de participer à des exercices nucléaires avec des avions français, alors que notre matériel est maintenant pratiquement américain?
Cette expansion nucléaire se produit à un moment où le monde vit de nouveau sous une menace réelle de guerre nucléaire. Au cours des dernières années, le système international de contrôle des armes nucléaires a été systématiquement démantelé. Le traité ABM, le traité INF, le traité Open Skies et plus récemment le traité New START ont été abandonnés. Parallèlement, plusieurs puissances nucléaires modernisent et augmentent leurs arsenaux.
Et selon ICAN, les neuf États nucléaires ont dépensé ensemble en 2024 plus de 100 milliards de dollars, soit 274 millions de dollars par jour pour des armes capables de détruire la civilisation humaine. La Belgique héberge déjà des armes nucléaires américaines sur son territoire, sans contrôle démocratique. Aujourd'hui, notre pays pourrait s'engager dans un programme nucléaire supplémentaire. Pourtant, l'accord de gouvernement stipule que "le traité sur la non-prolifération demeure la pierre angulaire de notre politique de désarmement".
Monsieur le ministre, comment le gouvernement justifie-t-il son soutien au développement nucléaire français, tout en affirmant respecter le traité de non-prolifération et le principe de désarmement nucléaire?
De voorzitter: Mijnheer Weydts en mevrouw Verbelen wensen zich nog aan te sluiten bij dit actualiteitsdebat. Als er nog collega’s zijn die dat wensen te doen, dan hoor ik dat graag.
01.06 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, we hebben het al heel lang en met velen terecht over de noodzaak van Europese autonomie en een sterke Europese pijler binnen de NAVO. We zijn het daar zo goed als Kamerbreed over eens. Het gaat dan over de strategic enablers, die ik niet opnieuw zal opsommen.
Daarbovenop hebben we ook het gegeven van de nucleaire afschrikking, iets waar niemand graag over praat. Dat lijkt mij logisch, want het gaat over verschrikkelijke massavernietigingswapens. Het is echter wel een realiteit die we onder ogen moeten durven te zien. Ik ben het helemaal eens met de minister dat we het debat over de concrete uitwerking daarvan het best niet openbaar voeren, maar we kunnen uiteraard wel een debat zoals dit hebben in dit Parlement. Dat is ook noodzakelijk, net zoals het noodzakelijk is dat wij politiek uitspreken dat het belangrijk is om aan die Europese onafhankelijkheid en autonome strategie te werken.
Een gevolg van het feit dat we concrete zaken daaromtrent best niet publiekelijk bespreken, wat mij nogal wiedes lijkt, is dat er wel een vorm van democratische controle moet zijn. Ik vraag mij af in hoeverre wij als controlerend orgaan op het executief van de regering over dergelijke zaken kunnen debatteren. Ik ben heel benieuwd hoe men daarmee omgaat in de Assemblée nationale en het House of Commons. We mogen dat niet uit de weg gaan, want er moet daarop nog altijd een minimum aan democratische controle zijn. Ik wilde dat toch nog even toevoegen aan dit debat.
01.07 Kristien Verbelen (VB): Het Franse voorstel over de Europese nucleaire paraplu kadert natuurlijk in een bredere vraag. Hoe gaan we morgen nog onze veiligheid garanderen? We moeten eerlijk zijn, Europa heeft heel lang kunnen teren op de Verenigde Staten, maar dat model staat onder druk, om het zacht uit te drukken. De Europese landen zullen dus meer verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat is nu eenmaal de realiteit.
Dat betekent echter niet dat we blindelings achter elk Frans voorstel zouden moeten aanlopen. Frankrijk spreekt over Europese bescherming, maar tegelijk blijft de beslissing over de inzet exclusief in handen van de Franse president. Dan kunnen we ons toch de vraag stellen wat de partners precies krijgen. Wat moeten we in ruil op tafel leggen? In zo’n dossier mogen we geen figurant zijn.
Welke engagementen verwacht Frankrijk van ons land? Gaat het over financiering, infrastructuur, oefeningen of bijkomende militaire verplichtingen? Wat is dan de meerwaarde voor ons? Als de eindbeslissing toch volledig elders ligt, waar zit dan die meerwaarde? Blijft voor de regering de NAVO het centrale veiligheidskader of schuiven we op naar een soort parallel systeem? Tot slot, zal het Parlement zich hierover kunnen uitspreken voordat er engagementen worden aangegaan?
Onze positie is duidelijk. We moeten kiezen voor veiligheid en voor een geloofwaardige afschrikking, maar we mogen zeker niet naïef zijn. We mogen geen blanco cheque geven en mogen geen vage constructies en beslissingen aanvaarden die boven het hoofd van onze bevolking worden genomen.
01.08 Minister Theo Francken: U weet inderdaad dat ik over het nucleaire zo weinig mogelijk publiek verklaar. Ik ben nogal klassiek opgevoed op dat vlak. Ik denk dat dat niet verstandig is. Ik heb met grote ogen gekeken naar de verklaringen van sommige Europese politici de afgelopen maanden daarover.
Op 2 maart 2026 lichtte president Emmanuel Macron zijn visie op de Franse nucleaire afschrikking toe. In het veranderende geopolitieke en nucleaire landschap onderstreepte hij dat de veiligheid van Europa deel uitmaakt van de vitale belangen van Frankrijk. In dat kader stelt Frankrijk voor om via het concept forward deterrence nauwer samen te werken met Europese partners, waaronder België.
La Belgique a confirmé sa volonté de participer au dialogue proposé par la France. La Belgique adoptera une attitude proactive et constructive dans le cadre des consultations bilatérales avec la France.
Het Franse initiatief blijft volledig in overeenstemming met het non-proliferatieverdrag.
L’initiative française ne modifie par ailleurs en rien le rôle central de la mission nucléaire de l’OTAN. Elle ne crée aucun canal décisionnel parallèle et ne transfère aucune responsabilité nucléaire.
De toekomst van de Europese defensie zal complementair blijven met de NAVO en niet concurrerend ermee. De nucleaire afschrikking blijft primair een NAVO-verantwoordelijkheid. Op die manier versterkt de Europese Unie haar geloofwaardigheid als Europese pijler binnen het trans-Atlantische bondgenootschap.
Alle bijkomende details over de lopende gesprekken zal ik in de commissie achter gesloten deuren geven. Ik hoop dat daarbij ditmaal wel de vertrouwelijkheid zal worden gerespecteerd.
01.09 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw bondige antwoord.
Er is niet echt iets mis met het feit dat wij hier vragen stellen over uitspraken van Macron. U blijft stellen dat dat onverstandig is. Dat is mogelijk, maar het is wel belangrijk dat wij hier in de commissie vragen kunnen stellen wanneer zulke uitspraken worden gedaan en wanneer wordt beweerd dat België betrokken is bij dat initiatief.
Mevrouw Verbelen vroeg naar de meerwaarde van het initiatief. Ik denk dat de meerwaarde van het initiatief, zoals collega Weydts ook heeft aangegeven, de Europese autonomie is. Wij kunnen, enerzijds, niet voortdurend opwerpen dat wij meer op onze eigen benen moeten staan, dat wij van het veiligheidsinfuus van Amerika moeten kunnen loskomen en onze veiligheidsbroek moeten kunnen ophouden en, anderzijds, elk initiatief van Europese partners zomaar wegschuiven.
Belangrijk is dus dat wij mee rond de tafel zitten. U hebt dat hier naar voren gebracht met de woorden "participer au dialogue". Het is belangrijk dat wij daarbij betrokken zijn, zodat we niet opnieuw aan de kant worden geschoven, want dat gebeurt de laatste tijd wel vaker. Wanneer er Europese initiatieven rond veiligheid worden genomen, gebeurt dat steeds meer zonder ons.
Het is goed dat wij nu wel rond de tafel zitten, los van het feit dat kwesties rond kernwapens en nucleaire activiteit het best zo ver mogelijk worden weggehouden. Het blijft echter een realiteit waarvan we ons bewust moeten zijn.
Het is dus goed dat wij deelnemen aan de dialoog. Ik kijk in ieder geval uit naar de bijkomende informatie achter gesloten deuren.
01.10 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, vous avez été très laconique dans votre réponse, et je peux en comprendre certaines raisons. Toutefois, je ne voudrais pas qu’on renvoie le débat en commission à huis clos, parce qu’il n'y a pas qu'un débat technique. En fait, il y a un débat politique sur l’autonomie stratégique de l’Europe et la manière dont la Belgique s'inscrit dans cette volonté d'autonomie stratégique, et la construction d'une Europe de la défense avec éventuellement l’appui de la France comme parapluie nucléaire. Cela redéfinit aussi la doctrine de l'OTAN qui repose essentiellement sur le parapluie nucléaire américain.
Il y a donc des débats politiques à avoir. Je ne suis pas convaincu qu'à un moment donné l'Amérique ne réduira pas sa participation financière à l'OTAN en demandant aux Européens de prendre davantage en charge l'OTAN, ou même, je ne suis pas convaincu que Donald Trump ne décide pas que les états-Unis quittent l'OTAN. Il est vrai que ce dernier change d'avis le matin, le midi, le soir et pendant la nuit quand il se réveille pour aller faire pipi. À mon avis, il change quatre fois d'avis sur la journée au minimum. On ne sait pas à quoi s'attendre. Il faut donc un facteur de stabilisation, un facteur d'autonomie. Nos intérêts, nos valeurs ne sont pas celles des États-Unis. La défense du territoire européen doit être assumée de plus en plus par les Européens; nous sommes bien d'accord, mais nous devons en débattre politiquement.
Par ailleurs, vous n'avez pas répondu sur la compatibilité des équipements. Or, nous sommes enferrés dans des achats militaires, notamment les F-35, qui ne seraient peut-être pas compatibles avec le parapluie nucléaire français. Je me pose des questions sur le lien entre cette construction d'une collaboration avec la France sur un parapluie nucléaire partagé et la compatibilité de nos différents équipements, qui devraient peut-être – c'est un secret de Polichinelle – supporter et porter des charges nucléaires.
Je vous remercie.
01.11 Luc Frank (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses, ainsi que d’accepter de nous fournir, à huis clos, sans doute davantage de détails sur les aspects techniques. Il est, selon moi, important de savoir dans quelle direction nous allons, notamment au regard des remarques formulées par M. Lacroix concernant le choix des futurs avions. Cela peut avoir des répercussions si nous choisissons de porter des armes nucléaires françaises.
Je suis également d’accord pour dire que, sur le principe même, un débat public, politique, est nécessaire pour déterminer la direction que nous souhaitons prendre. Jusqu’à présent, nous faisons partie de la dissuasion nucléaire américaine dans le cadre de l’OTAN. Je répète qu’il est vraiment important que la possibilité pour notre pays d’avoir accès à ce type d’armement fasse partie de notre stratégie de sécurité.
Deuxièmement, nous voyons de plus en plus qu'il est crucial de disposer d’une autonomie stratégique importante, notamment face à un président américain dont on ne sait pas quelles décisions il peut prendre d’un jour à l’autre, et qui semble parfois changer d’avis plusieurs fois au cours d’une même journée. Il importe donc de disposer de notre propre autonomie stratégique.
Je pense que la proposition faite par la France est positive, mais, personnellement, j’irais beaucoup plus loin. Comme je l’ai déjà souligné, il faut véritablement réfléchir à la manière dont nous devons procéder à l’avenir sur ces questions d’autonomie stratégique nucléaire.
01.12 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, j’avoue que vos réponses ont été très limitées. Elles n’ont donc pas apporté de réponse à une grande partie des questions.
Je rejoins l’idée qu’il ne s’agit pas d’un débat technique, mais qu’il est d’abord politique.
Concernant la question des armes nucléaires en général, vous affirmez que cela ne serait pas contraire au Traité sur l'interdiction des armes nucléaires. Pourtant, le site web du SPF Affaires étrangères indique que la Belgique vise le désarmement nucléaire via ce traité. Cela me paraît donc contradictoire avec l’élargissement d’un arsenal nucléaire. Il y a donc une incompatibilité. On ne peut pas affirmer le contraire.
Je vous ai demandé avec quel mandat le premier ministre répond favorablement à la demande de M. Macron. Voilà pourquoi il s'agit d'une question politique. À quel moment cette question a-t-elle été discutée dans ce Parlement? Y a-t-il eu une décision politique, un vote ou un débat autorisant le premier ministre à présenter la Belgique comme étant favorable à cette proposition? La question est donc d’abord politique. Une fois cette question politique tranchée, alors seulement nous pourrons aborder les aspects techniques.
Enfin, on est dans un contexte où il faut gérer les tensions internationales et éviter de jeter de l’huile sur le feu. Or, cette attitude produit exactement l’effet inverse.
On entre dans un dilemme de sécurité, où il y a une course à l'armement. On a vu par le passé ce que cela a donné! Ne faut-il pas prendre un chemin davantage basé sur la diplomatie, sur la coopération avec les autres États, sur la sécurité collective, au lieu de courir chacun vers un armement massif, avec le danger d'une guerre nucléaire?
Non, avant d'avoir le débat technique, ayons d'abord le débat politique, pour lequel nous avons encore besoin de réponses, monsieur le ministre.
01.13 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister.
Het is duidelijk en het lijkt me voor de hand liggend dat we deze discussie niet moeten voeren met de fanfare op kop, maar dit is wel een politiek belangrijke discussie waarin we uiteindelijk een fundamentele keuze zullen moeten maken. De NAVO is al decennialang de beste waarborg voor onze veiligheid, maar tegelijk voelen we al enkele jaren aan, en dat is de voorbije maanden versneld, dat enkele zaken aan het verschuiven zijn.
De fundamentele vraag is of we naïef blijven geloven dat alles zal blijven zoals in de voorbije decennia, of dat we vinden dat de strategische autonomie binnen Europa moet worden versterkt. Dat laatste moet dan op een krachtige en vooral geloofwaardige manier gebeuren, zodat we onze afschrikkingsmacht tegenover potentiële vijanden behouden, want anders zetten we een stap achteruit in plaats van vooruit. In dat geval zijn de strategic enablers en de nucleaire afschrikking belangrijk. Men kan daarover filosoferen, maar dat blijft het kernpunt in de strategie die we willen hanteren.
Daarom kijk ik uit naar de toekomst en naar de manier waarop ons land zich daarin positioneert en hoe we samen met andere Europese landen stappen voorwaarts kunnen zetten, naar ik hoop bij voorkeur in samenspraak met de Verenigde Staten, voor de duidelijkheid. We mogen daarin echter niet naïef blijven, zeker niet als we bekijken hoe de Verenigde Staten zich, zeker onder het huidige presidentschap, in de toekomst zullen positioneren.
01.14 Axel Weydts (Vooruit): Ik dank u voor het antwoord, mijnheer de minister.
Ik zal er als voorzitter van de commissie voor de Opvolging van de militaire missies over waken dat, wanneer er concrete vervolgstappen worden gezet, we die ook achter gesloten deuren kunnen bespreken. Vooralsnog gaat die commissie zeer gedisciplineerd om met de vertrouwelijke informatie die we daar ontvangen en ik wou dat we dat over elke commissie konden zeggen. Ik hoop dat de vertrouwelijkheid blijft bestaan, want het gaat over zeer gevoelige materie.
01.15 Kristien Verbelen (VB): Ik wil de minister ook danken voor zijn toelichting en ik kijk met veel belangstelling uit naar de extra informatie die we achter gesloten deuren zullen krijgen.
Ik heb de indruk dat gesuggereerd wordt dat wij zonder meer tegen het voorstel zouden zijn. Dat wil ik wel even ontkennen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat we geen vragen stellen en dat we niet kritisch zijn. Wie beslist er, wat moet er geleverd worden, wat krijgen we daarvoor terug? Dat zijn toch vragen die we moeten stellen.
Wij zijn niet tegen een sterkere Europese defensiesamenwerking, integendeel. Als er evenwel geen controle is, als er geen wederkerigheid is, dan kunnen we niet echt spreken van een strategie. Dat zijn toch belangrijke vragen die we moeten stellen, want ik wil vermijden dat er een blanco cheque wordt uitgeschreven.
L'incident est clos.
Het incident
is gesloten.
02.01 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, le salon BEDEX, le premier salon de la défense, avec près de 300 exposants, s'est tenu il y a plusieurs semaines. J'ai appris que vous auriez fait appel à des militaires armés pour protéger cet événement sponsorisé par votre ministère. Ceux-ci auraient par ailleurs été déployés sans coefficient opérationnel. Je souhaiterais que vous confirmiez ou infirmiez cette information. Si oui, combien de militaires ont été déployés et selon quelles règles d'engagement et quel cadre légal? Qu'en est-il de leur coefficient opérationnel? Comment justifiez-vous ce recours à la Défense nationale et à ses moyens humains? Quel bilan tirez-vous de cet événement, plus largement? Quel a été le support financier, le support humain, le support logistique de votre ministère? Les entités fédérées ont-elles été impliquées également dans ce cadre?
Sur le site de l'événement, on pouvait lire que le samedi 4 mars, le salon autorisait l'accès aux mineurs de moins de 18 ans. Je suis un peu tombé de ma chaise. J'ai peut-être des valeurs trop anciennes mais il est surprenant d'inviter des mineurs à un salon qui met en avant la force brutale et virile des armes, alors qu'on est tous – en tout cas pour la plupart – des pacifistes et qu'on veut que nos enfants vivent dans un monde beaucoup plus pacifiste. J'étais quand même assez surpris de cette ouverture aux mineurs de moins de 18 ans. Comment justifier cette décision au regard de la nature même d'un tel salon?
02.02 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, selon un article de L’Echo, le salon de la Défense BEDEX n’aurait pas pu se tenir sans le soutien du gouvernement, du ministre de la Défense et de la Défense elle-même. Il est indiqué que la Défense a agi en tant que partenaire et a notamment occupé un stand d’environ 550 m2 où se sont présentés aux professionnels les différentes composantes de la Défense, un stand de relations humaines et des startups du Royal Higher Institute for Defence. Ce salon rassemble des fabricants d’armes, des entreprises militaires et des responsables politiques et a pour but de promouvoir l’industrie de la défense et de l’armement.
Compte tenu de ces informations, monsieur le ministre, nous avons quelques questions à vous poser. Quel rôle le ministère de la Défense a-t-il joué dans l’organisation ou le soutien du salon de la Défense BEDEX? Dans quelle mesure la Défense soutient-elle cet événement financièrement ou logistiquement? Pourquoi, en tant que ministre, considérez-vous comme relevant de la mission de la Défense de soutenir et de promouvoir un salon commercial d’armes? Sur quelle base et dans quel objectif politique la Défense a-t-elle décidé d’être présente comme partenaire à un salon de promotion d’armes?
Un deuxième élément concerne l’objectif
principal de ce salon, qui est de normaliser la militarisation en cours et de
promouvoir l’industrie de la Défense. Serge Rooman l’a d’ailleurs écrit dans Knack:
"BEDEX a ouvert ses portes au public lors de la dernière journée. Tout le
monde pouvait admirer le spectaculaire arsenal exposé. Les enfants
bénéficiaient d’un tarif réduit." Pourquoi les enfants de moins de 15 ans
bénéficient-ils d’une réduction pour visiter un salon de l’armement? Cela me paraît étonnant.
02.03 Axel Weydts (Vooruit): Ik wil graag weten hoe de minister de eerste defensiebeurs in ons land evalueert en hoe hij de concrete return ervan voor onze economie, onze bedrijven, onze jobs en welvaart inschat. Mijnheer de minister, kunt u ons daaromtrent wat meer informatie verstrekken?
02.04 Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, de afgelopen dagen was er heel wat aan de gang. Voor het eerst ontmoeten bedrijfsleiders elkaar dankzij de handelsmissie die de Koning voert. Ik herinner me dat er enkele weken geleden een grote beurs, de BEDEX-beurs, plaatsvond waar heel wat bedrijfsleiders elkaar konden ontmoeten. Ook de politieke wereld uit binnen- en buitenland was daar sterk vertegenwoordigd. Daarnaast kwamen er heel wat mensen uit de academische wereld, evenals mensen uit de maatschappij in het geheel, gewone geïnteresseerde burgers, op af. Wat aanwezigheid en opkomst betreft, kunnen we niet anders dan concluderen dat de beurs een succes was.
Ik ben vooral benieuwd naar het vervolg. Wordt die beurs effectief gunstig geëvalueerd? Moeten er conclusies worden getrokken? Kan dat resulteren in een versterkte samenwerking, in akkoorden en dergelijke? Wat is dus uw evaluatie van die beurs en wat is het vervolgverhaal?
02.05 Stéphane Lasseaux (Les Engagés): Monsieur le ministre, le salon BEDEX a été une grande réussite. J'ai pu, pour ma part, y participer le jeudi et j'ai eu l'occasion d'y faire des rencontres très intéressantes; notamment, j'ai pu rencontrer les partenaires actuels de la défense, tels que KNDS ou la FN, ou des partenaires potentiels tels que Kratos. Si l'on en croit votre compte Twitter, que nous suivons évidemment très particulièrement et de manière très attentive, vous avez eu l'occasion d'avoir des contacts bilatéraux: vous avez pu rencontrer des ministres des délégations arménienne, congolaise, ou encore du Monténégro. Évidemment vous avez rencontré de nombreux représentants de l'industrie de la défense, comme Airbus Defence ou des industries ukrainiennes.
Ces contacts sont évidemment essentiels pour établir et soutenir la mise en place de coopérations industrielles dans le domaine de la défense ou entre les forces armées de manière plus générale. Ils sont donc essentiels pour le renforcement de notre base industrielle et de technologie en matière de défense.
On a aussi constaté que ce salon était ouvert aux mineurs: mais je pense qu'on a toutes et tous à un moment ou à un autre un peu joué à la guerre, ce n'est pas pour autant qu'on est devenu des envahisseurs. Je pense que l'actualité que l'on peut constater tous les jours, malheureusement, est encore bien plus violente que ce qu'on peut rencontrer sur ce salon.
Monsieur le ministre, voici mes questions.
Quel bilan retirez-vous de ces différents contacts? Avez-vous pu lancer ou même conclure de nouvelles coopérations au profit de notre industrie? Des partenaires industriels et autres vous ont-ils fait part de difficultés particulières ou de demandes générales pour créer un environnement plus favorable au développement de notre base industrielle?
Merci pour
vos réponses.
De voorzitter: Mevrouw Deborsu is verontschuldigd.
02.06 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, de BEDEX-beurs was een mooie gelegenheid om de innovatie in de defensiesector in de kijker te zetten, contacten te versterken en de positie van België in de brede Europese defensienetwerken te onderbouwen en te verstevigen.
Mijn vraag sluit aan bij die van de andere collega’s: hoe evalueert u deze eerste editie? In het bijzonder, welke duidelijke meerwaarde heeft deze beurs opgeleverd voor de Belgische defensie-industrie en voor de strategische positionering van ons land in de Europese defensiegemeenschap? Welke opportuniteiten hebt u vastgesteld en welke beleidslessen trekt u met het oog op toekomstige samenwerkingen tussen de industrie en de overheid?
02.07 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, collega’s, de BEDEX-defensiebeurs was op bepaalde momenten veel meer dan een ontmoetingsplaats voor actoren uit de defensiesector. Ze leek soms eerder op een boekenbeurs dan op een wapenbeurs. Ik verwijs daarvoor naar het kortingstarief dat werd gehanteerd voor kinderen. Ik vind het heel problematisch dat kinderen en jongeren met dergelijke kortingen worden gelokt. Het resultaat daarvan konden we in de kranten zien: foto’s van achtjarigen met een kalasjnikov in de hand. Ik denk echt niet dat dat de bedoeling kan zijn van een defensiebeurs of van een initiatief dat door de regering wordt ondersteund. Ik heb daar dan ook heel wat vragen over.
Is dat een normaal beeld, een kind met een kalasjnikov in de aanslag? Is het normaal om kortingen te geven aan kinderen voor zo’n initiatief? Hoe staat u daar als minister tegenover?
Daarnaast heb ik informatie gekregen over de inzet van militair personeel in het kader van deze defensiebeurs. Blijkbaar zouden heel wat militairen de opdracht hebben gekregen om gedurende de volledige duur van de beurs stand-by te blijven. Kunt u bevestigen of die informatie correct is? Wie heeft die opdracht gegeven? Om hoeveel militairen ging het en gedurende welke periode? Bevonden zij zich in een staat van paraatheid en waren zij bewapend? Vanwaar kwam de vraag tot inzet? Werd die gesteld door de politie? Wie heeft uiteindelijk de beslissing genomen en welke procedure werd daarbij gevolgd? Tot slot ben ik zeer benieuwd wat de kostprijs van deze operatie was. Met andere woorden, op welke manier werden de betrokken militairen vergoed?
02.08 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, BEDEX, le premier salon de l'armement belge a eu lieu en mars. Ce salon a accueilli plus de 200 exposants, environ 70 délégations étrangères et près de 6 300 particuliers. La prochaine édition est d'ailleurs déjà lancée pour le mois d'avril 2027.
Ce salon a drainé beaucoup de ministres ayant plus ou moins de liens avec la thématique. On y a également vu des députés, certains nous ont également expliqué qu'ils y avaient rencontré pas mal de personnes intéressantes. Entre autres, nous avons pu y voir le premier ministre, le ministre fédéral de l'Emploi, le ministre fédéral du Climat, la ministre fédérale de la Politique scientifique, la ministre fédérale des PME, le ministre wallon de l'Économie, le secrétaire général de l'OTAN ainsi que le premier commissaire européen chargé de la Défense. En parallèle, des manifestants étaient présents sous la bannière "Stop militarisation" pour se positionner contre la tenue de cet évènement. Il me semble que la Défense fut partie intégrante de cet évènement.
Je ne sais pas si vous avez regardé le documentaire Pano à propos de la crise des drones, mais j'ai personnellement pu un peu le regarder. Nous y avons appris pas mal de choses intéressantes, y compris le fait que fin de l'année dernière, vous étiez en discussion avec le PDG de Senhive, à qui vous avez donné environ 10 millions d'euros de l'enveloppe de 50 millions d'euros du plan anti-drones ayant été voté en urgence par le gouvernement, sans transparence ni appel d'offres. Nous mènerons évidemment ce débat tout à l'heure.
Monsieur le ministre, quelle a été précisément votre implication dans l'organisation et la promotion de ce salon? Quelles ont été les étapes et les acteurs à l'origine de sa création? Des rencontres bilatérales ont-elles été organisées en marge de cet événement, notamment avec des entreprises actives dans le secteur de l'armement ou des technologies de défense? Si oui, lesquelles? Comment pouvez-vous nous expliquer, d'une part, le manque de transparence entourant certains financements publics dans le secteur de la Défense et, d'autre part, le rôle actif du gouvernement dans la promotion de ce type d'événements?
02.09 Kristien Verbelen (VB): BEDEX heeft veel aandacht gekregen. Dat is logisch, aangezien defensie en veiligheid opnieuw centraal staan in Europa. Voor onze fractie is het eenvoudig, een sterke defensie vraagt ook samenwerking met de industrie, technologie en innovatie. Daar is op zich niets mis mee.
De echte vraag is dus niet of zo’n beurs mag plaatsvinden, maar wel wat we daar concreet aan hebben. Een evenement met veel namen en bezoekers is mooi, maar uiteindelijk telt het resultaat. Daarom heb ik enkele vragen daarover.
Zijn er concrete dossiers voortgekomen uit BEDEX? Zijn daar investeringen aangekondigd, samenwerkingen opgestart of contracten in voorbereiding?
We hebben het hier regelmatig over, wat levert dit op voor Vlaamse bedrijven en kmo’s? Vlaanderen heeft sterke spelers in hoogtechnologische sectoren, de maakindustrie, elektronica en onderhoud. Hebben die daar ook nieuwe kansen gekregen?
Worden toekomstige defensieaankopen gekoppeld aan economische return? Dat lijkt mij logisch, want zo’n beurs kost natuurlijk wel wat. Als er miljarden worden geïnvesteerd, dan mag er ook iets terugkomen op het vlak van werkgelegenheid, kennisopbouw enzovoort.
Wilt u van BEDEX een terugkerend initiatief maken? Wat is daarvan de strategische doelstelling? Gewoon een beurs organiseren zal niet volstaan. We moeten weten welke plaats we willen innemen in de Europese defensie-industrie.
Het economisch beleid rond veiligheid is dus ook belangrijk, zodat we gericht, doordacht en met resultaat voor eigen bedrijven en werknemers kunnen werken.
02.10
Minister Theo Francken: Dank u voor de vele
vragen. Merci beaucoup
pour les questions.
BEDEX was een fantastisch succes. Dat wil ik toch even zeggen. Ik dank de organisatoren. Ik meen dat ze het ongelooflijk goed gedaan hebben. BEDEX is voor alle duidelijkheid door een privébedrijf georganiseerd. Dat heeft ook de ticketprijzen bepaald. Het was geweldig. Ik ben heel fier dat we het voor het eerst hebben kunnen realiseren. Ik ben ook heel fier door de aanwezigheid van zoveel mensen, zoveel industrie en zoveel hoge officials.
Of men korting moet geven aan minderjarigen? Als pedagoog meen ik dat men dat misschien beter niet had gedaan, maar ik heb de prijzen niet bepaald. Defensie heeft die beurs niet georganiseerd. Het is een privébedrijf, dat ook Batibouw en zo organiseert, als ik me niet vergis.
Mogen er op een defensiebeurs minderjarigen zijn? Iemand die 17 is, die Defensie en Veiligheid studeert en daar graag naartoe wil gaan om zich te informeren of hij misschien een job bij Defensie wil, of in de defensie-industrie – er zijn heel veel vacatures in die sector – daar vind ik totaal niets verkeerd aan. Een verbod voor minderjarigen zie ik dus niet.
Moet men minderjarigen echter een korting geven? Ik zou dat niet gedaan hebben. Dat neemt niet weg dat het een enorm succes was, en dat dit een klein puntje ter verbetering is. Dat zal ik zeker met hen bespreken.
Er wordt dan een beeld gezocht van een kind met een kalasjnikov. Het was trouwens geen kalasjnikov, want die was daar niet te koop. Het was een foto van een kind met een ander wapensysteem, maar het was echt gezocht. Men zag dat een paar van die journalisten echt op zoek waren naar kinderen. Daar waren helemaal niet zoveel kinderen. Ik heb daar drie dagen van ’s morgens tot ’s avonds rondgewandeld. Daar waren bijna geen kinderen. Ik heb daar bijna geen kinderen gezien, zeker geen echt kleine kinderen. Er waren wel veel scholieren van Defensie en Veiligheid, heel veel. Ik meen dat het ook goed was dat die er waren. Men krijgt dan echter zo’n zoektocht om dat dan groot in de krant te zetten. Zo werken de media, nietwaar, alles voor de sensatie en de clicks. Kortom, dat is een klein aandachtspuntje. Voor de rest zal ik het officiële antwoord voorlezen.
Vooreerst moet worden vastgesteld dat de organisatie en financiering van BEDEX volledig in handen lagen van een externe organisator. De eerste editie van BEDEX heeft inderdaad aangetoond dat België over reële troeven beschikt om een betekenisvolle rol te spelen binnen het Europese defensielandschap. Met meer dan 200 bedrijven uit 27 landen, een zeer brede variëteit aan deelnemers, van grote internationale spelers tot innovatieve kmo's en start-ups, en met meer dan 17.000 bezoekers, waarvan bijna 11.000 professionele, heeft deze beurs zich meteen gepositioneerd als een relevant en geloofwaardig platform.
Ce qui est particulièrement remarquable est que cet événement a été organisé en très peu de temps, tout en réussissant à se positionner dès sa première édition en tant que Salon européen de défense qui compte.
Een belangrijke verklaring daarvoor is de unieke ligging van Brussel, in het hart van de Europese Unie en in de onmiddellijke nabijheid van de Europese instellingen en de NAVO. Dit maakt het evenement uitzonderlijk toegankelijk voor een brede waaier van stakeholders, beleidsmakers, militaire vertegenwoordigers, industrie, diplomatieke delegaties en onderzoeksinstellingen. Die combinatie van nabijheid en bereikbaarheid vormt een absolute meerwaarde en onderscheidt BEDEX van veel andere beurzen.
Ik heb meermaals gehoord dat de ondernemers tevreden waren, want wie was daar? Het European Defence Agency (EDA), de NAVO, de NSPA, al die organisaties waren daar aanwezig en de ondernemers konden de bigshots, de officials van de industrie ontmoeten. Dat is gewoon dichtbij, dus ze moeten geen trein of vliegtuig nemen en zijn ’s avonds op tijd thuis. Dat is heel praktisch, want veel van die mensen reizen veel beurzen af en zijn blij dat ze in Brussel vlak bij hun kantoor die beurs even kunnen bezoeken en zo een aantal grote defensiespelers kunnen spreken over samenwerking.
We gebruiken onze geografische positie in mijn ogen nog te weinig als troef. We zouden dat wat meer moeten doen. We zijn het diplomatiek knooppunt van de wereld, zelfs nog meer dan Washington. We doen dat soms, maar nog te weinig. We zouden daar wat meer gebruik van kunnen maken om ons internationaal te positioneren.
Cette localisation constitue un avantage stratégique majeur. Bruxelles permet de réunir facilement des acteurs européens et internationaux, tant institutionnels qu'industriels, ce qui renforce fortement l'attractivité et la pertinence de BEDEX.
Een dergelijke beurs is bij uitstek een instrument om, voorbij de etalagefunctie, een concrete meerwaarde te realiseren.
Nous constatons aujourd'hui que BEDEX a effectivement contribué à renforcer l'écosystème de défense. Les entreprises belges, en particulier nos petites et moyennes entreprises, ont pu se positionner à l'international, mais aussi mieux se connaître entre elles, ce qui est essentiel pour renforcer leur compétitivité.
De ondertekening van 17 akkoorden en de vele business-to-businesscontacten tonen aan dat er een echte basis is gelegd voor nadere samenwerking. De aanwezigheid van meer dan 70 buitenlandse delegaties heeft onze bedrijven bovendien duidelijk op de kaart gezet.
Ik heb ook een aantal delegaties persoonlijk mogen ontvangen.
Ces contacts ne débouchent pas toujours immédiatement sur des contrats, mais ils constituent une base indispensable pour les projets futurs, notamment au niveau européen.
De benaming was ook de Brussels European Defence Exhibition and Conference. De klemtoon lag dus wel degelijk op het Europese aspect en op de Europese samenwerking.
Les gens qui se montrent très critiques à ce sujet sont les mêmes qui parlent tout le temps d'une plus grande coopération européenne et d'une intégration industrielle européenne plus étendue.
Dan organiseren we eens een beurs en is er grote kritiek. Ik zie daar de ironie van in. Het zal immers natuurlijk nooit goed zijn. In plaats van te applaudisseren en te zeggen dat we het goed gedaan hebben door eindelijk Europese topspelers bij elkaar te brengen in ons land, samen met onze ondernemers, onze kleine en middelgrote bedrijven en ons netwerk. Er zijn contracten en samenwerkingsakkoorden getekend. U zegt toch de hele tijd dat ik dat moet doen? Ik vind het vreemd dat er dan wordt gezegd dat u tegen bent.
Voor Defensie zelf was BEDEX geen passieve aanwezigheid, maar een actieve en zichtbare hefboom op meerdere vlakken. Met een stand van 550 m², centraal gelegen in het hart van de beurs, hebben wij bewust gekozen voor een positie, die zowel symbolisch als functioneel sterk was. Die centrale aanwezigheid liet toe om rechtstreeks in dialoog te gaan met de industrie, de operationele noden toe te lichten, internationale delegaties te ontvangen en zichtbaar te zijn voor het brede publiek.
Il ne s'agissait donc pas d'un simple stand, mais d'un véritable point de rencontre et de connexion, facilitant les échanges entre les forces armées, l'industrie et les partenaires internationaux.
Die aanpak sluit aan bij onze strategische doelen, waarbij innovatie en samenwerking vertrekken vanuit de noden van onze krijgsmacht. De gesprekken tijdens BEDEX hebben bevestigd dat die koers door de sector zelf wordt gedragen.
Cela confirme que notre stratégie, axée sur la recherche et le développement, des partenariats durables et le soutien aux PME et startups, est pertinente et soutenue par l'ensemble de l'écosystème.
Tegelijk bevestigt BEDEX ook een bredere strategische realiteit. België hoeft geen grote industriële speler te zijn om toch een belangrijke rol te spelen. Onze sterkte ligt in onze positie als verbindende schakel tussen landen, industrieën en beleidsniveaus. Het uitbouwen van onderlinge afhankelijkheden is een hefboom om de autonomie op langere termijn te consolideren.
Un exemple concret est la lettre d’intention signée avec l’Allemagne lors du Belgian-German Industry Day. Cette initiative vise à renforcer structurellement la coopération industrielle, à faciliter des projets conjoints et à mieux intégrer nos entreprises dans les chaînes de valeur européennes.
Dat gebeurde parallel met BEDEX. Op BEDEX vond de Belgian-German Defence Industry Day plaats, die trouwens een groot succes was. Ze past in een bredere dynamiek van versterkte Europese samenwerking, complementair aan het kader van de NAVO, die de hoeksteen blijft van onze collectieve verdediging. Dit is net de bedoeling van BEDEX: veel meer Europese defensie, samenwerking en integratie op industrieel niveau. Daarnaast wil ik benadrukken dat BEDEX ook bijdraagt aan een bredere maatschappelijke doelstelling. Door de aanwezigheid van het grote publiek en de interactie met Defensie wordt het begrip voor veiligheid, technologie en de rol van onze krijgsmacht versterkt.
Dankzij die sterke zichtbaarheid heeft BEDEX bovendien in belangrijke mate bijgedragen aan de rekruteringscampagnes. We breken dit jaar trouwens alle records op het vlak van rekrutering, met al 12.000 rekruten, terwijl het nog maar april is. Het jaar 2025 telde iets meer dan 11.000 rekruteringen, afgesloten na juni. Dergelijke activiteiten helpen dus.
Tijdens het weekend stond BEDEX open voor het publiek met demonstraties, interactieve tentoonstellingen en educatieve ruimtes. Zo krijgen bezoekers een beter zicht op de defensie-industrie, de gebruikte technologieën, de verschillende beroepen en de actuele veiligheidsuitdagingen. Het geheel vormt een verrijkende, leerrijke en inspirerende uitstap voor iedereen die geïnteresseerd is in defensie en, breder, in veiligheid.
Cela contribue également à faire connaître la Défense mais aussi à renforcer une culture de sécurité dans notre société, ce qui est essentiel pour bien cerner le contexte géopolitique actuel et comprendre pourquoi l’Europe et notre pays investissent plus dans leur sécurité.
Enfin, créer l’opportunité pour notre industrie d'entrer en contact avec d’autres industries ou d’autres acheteurs constitue des sources de retour sociétal.
Succes ligt dus niet alleen in de cijfers, maar ook in het gecreëerde potentieel. De uitdaging ligt nu in de verankering van die dynamiek door contacten om te zetten in projecten, samenwerking te consolideren en ervoor te zorgen dat onze bedrijven effectief in het Europese defensielandschap kunnen doorgroeien.
Si nous réussissons cette transition, BEDEX pourra devenir bien plus qu'un salon, une véritable plateforme structurante pour l'innovation, la coopération et le positionnement stratégique de la Belgique.
BEDEX was dus geen eindpunt, maar een begin. Er staat bovendien een datum gepland, namelijk 12, 13 en 14 april 2027. U bent allemaal welkom. Ik hoop u daar zeker ook te zien, ook de leden van de oppositie, zodat u kunt zien wat de beurs echt inhoudt.
Ten slotte, wat betreft de ondersteuning van de politie heeft Defensie op vraag van de politie tijdens BEDEX de volgende gerichte steun geleverd. Ten eerste, de inzet van negen teams met explosievendetectiehonden voor screening van gebouwen, controle van het galadiner en dagelijkse verificatie van persmateriaal. Ten tweede, de beveiliging van de infrastructuur, inclusief de controle van gebouwen, omgeving en daken met acht personeelsleden. Ten derde, de permanente bewaking van militair materieel en voertuigen met twee personeelsleden. Wegens redenen van operationele veiligheid kunnen de inzetregels niet publiek worden gemaakt, maar die kunnen natuurlijk indien gewenst in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies worden toegelicht.
Daarnaast heeft Defensie de permanent voorziene PROTER-compagnie, die op dat ogenblik werd geleverd door het Bataljon Jagers te Paard uit Heverlee, tijdelijk in verhoogde paraatheid geplaatst vanuit de kazerne van Heverlee. Die voorzorgsmaatregel werd genomen naar aanleiding van meldingen over mogelijke gerichte protestacties ten aanzien van BEDEX, gelijktijdig met een nationale stakingsactie in Brussel, en had als doel om, indien de politiediensten daarom zouden verzoeken, op korte termijn ondersteunend te kunnen optreden. PROTER is op verhoogde paraatheid gezet, maar hoefde dus gelukkig niet ingeschakeld te worden. Er waren natuurlijk extreemlinkse organisaties, Code Rood-achtig, die dreigden met ‘smash BEDEX’. Na de nationale betoging hebt u misschien ook op de Anspachlaan en op de Adolf Maxlaan al die tags ‘smash BEDEX’ gezien. Ook vanuit extreemlinks werd campagne gevoerd om BEDEX aan te vallen. Daartegen zijn natuurlijk preventieve maatregelen genomen. Hadden we dat niet gedaan, dan zou u wel andere vragen hebben gesteld, mocht het misgelopen zijn. Ze stonden op verhoogde paraatheid. Dat gebeurt nog, dat is niet uitzonderlijk. Dat is geen operationele inzet. Ik weet dat er daarover discussie is met de vakbonden. Dat is geen operationele inzet volgens het kader. Als dat kader moet worden toegelicht, kunnen we dat misschien doen in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies, ook al gaat het in dit geval om een binnenlandse operatie. We kunnen toelichten wat het criterium is om te bepalen wat operatie is en wat verhoogde waakzaamheid of paraatheid is. Dat is niet hetzelfde. Ik begrijp eerlijk gezegd de discussie met de vakbonden niet echt. Dat is ook een kwestie tussen de vakbonden en Defensie. Dat is niet zozeer iets dat direct het kabinet aanbelangt. Ik zal evenwel met plezier in de commissie de kolonel toelichting laten geven over wat eigenlijk juist de scheidingslijn is en wanneer wat wordt geclassificeerd en betaald.
Het betrokken personeel wordt vergoed overeenkomstig de geldende regelgeving inzake vergoedingen voor geleverde prestaties. De ondersteuning door Defensie bleef beperkt, doelgericht en ondersteunend, terwijl de organisatie en financiering van BEDEX volledig bij een externe organisator lagen, zoals ik daarnet heb meegegeven.
02.11 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.
S'agissant du soutien financier de votre département, sauf erreur de ma part, je n'ai pas obtenu de réponse. Comme j'avais vu le logo de la Défense, j'ai supposé que…
02.12 Theo Francken, ministre: Je viens de me renseigner car j'ai vu que cette information ne figurait pas dans ma réponse. Je vais donc essayer d'obtenir une réponse rapidement pour ce qui concerne le budget attribué à BEDEX. Veuillez m'en excuser.
02.13 Christophe Lacroix (PS): Je comprends. Simplement, je relevais ce fait. En effet, l'information sera importante parce qu'elle mesurera l'impact financier, à savoir qui paie et pourquoi?
Par ailleurs, vous prenez position sur l'accès aux mineurs et, surtout, sur les réductions accordées aux enfants en précisant que ce n'était pas très pédagogique, mais que vous n'y êtes pour rien. C'est à la fois vrai et faux. Vous êtes le ministre de la Défense et êtes un sponsor de l'organisation. Il n'est pas logique que les organisateurs ne vous aient pas communiqué cette information qui peut vous être reprochée politiquement et qui vous met en difficulté aujourd'hui. Ces organisateurs sont, du reste, proches d'un mouvement politique que nous connaissons et qui est le MR. MM. Joan Condijts et Yassine Rafik sont ou ont été membres du MR. Ce dernier y est même conseiller. Il convient donc de s'interroger à ce sujet.
Pour le plan de détachement de militaires, vous avez dit que vous préfériez en parler à huis clos, autrement dit dans le cadre de la commission de Suivi des missions militaires. Nous en avons eu une ce matin. Ni vous ni le lieutenant-colonel n'y avez évoqué le nombre de militaires qui avaient été détachés à BEDEX. Or c'était l'occasion de le faire.
02.14 Theo Francken, ministre: Monsieur Lacroix…
De voorzitter: Mijnheer de minister, laat de heer Lacroix zijn punt afwerken.
02.15 Christophe Lacroix (PS): Donc, je trouve qu'il y a encore beaucoup d'incertitudes, de non-dits, d'informations incomplètes.
Pour terminer, j'entends nombre de gens parler d'une radicalisation des mineurs, notamment dans les milieux d'extrême droite. Dans ces conditions, promouvoir un Salon de l'armement et de la Défense en lui trouvant des vertus pédagogiques pour les mineurs me semble assez paradoxal dans le chef d'un ministre et dans celui d'un État.
De voorzitter: Mijnheer de minister, u kunt heel kort reageren.
02.16 Minister Theo Francken: Er is gewoon een misverstand.
Monsieur Lacroix, excusez-moi, je vous fournirai le montant attribué aussi vite que possible, mais j'ai donné les chiffres.
De inzet van negen teams met explosievenhonden voor screening van gebouwen, controle van het galadiner en dagelijkse verificatie van persmateriaal, beveiliging van de infrastructuur, inclusief de controle van gebouwen, omgeving en daken met acht personeelsleden van Defensie en de permanente bewaking van militair materieel en voertuigen met twee personeelsleden.
J’ai donné les chiffres justes.
U moet wel luisteren wanneer ik die cijfers aanhaal. Het was wel in het Nederlands.
De operationele veiligheid geldt alleen voor de inzetregels. De inzetregels geef ik nooit in een commissie. Die wil ik wel in de commissie voor de Opvolging van militaire missies geven. Dat gaat echter alleen over de rules of engagement en niet over het aantal personeelsleden. Ik heb de aantallen daarnet genoemd. Misschien is het fout gegaan in de vertaling.
De voorzitter: De vertalers leveren uitstekend werk.
02.17 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, il y a beaucoup de choses à dire et j'espère y parvenir en deux minutes! Vous nous dites d'abord que c'est un événement qui n'est pas politique, alors qu'on a un engagement politique, que le premier ministre et le ministre de la Défense sont présents, qu'ils y vont avec fierté. Le BEDEX a été organisé, comme cela a été dit, par Yassine Rafik, qui est conseiller stratégique du MR et proche de son président. Vous-même étiez présent. Comme l'a rapporté L'Écho, le ministère de la Défense soutient l'événement sur le plan logistique, la Défense y occupe un stand de 550 m², d'autres stands de la Défense sont présentés, comme les ressources humaines. Eux-mêmes disent que cela n'aurait pas pu se tenir sans ce soutien-là.
Au salon, le premier ministre M. De Wever a coupé le ruban en déclarant "we are back", en ayant à ses côtés M. Rutte qui tient une mitraillette. Et vous me dites que ce n'est pas politique? Quand le premier ministre dit "we are back" en inaugurant un salon de l'armement, c'est un message politique! Sans le soutien du gouvernement, ce salon de la défense n'aurait pas pu se tenir.
Concernant les jeunes, c'est grave, dans une société comme la nôtre: on fait des réductions pour que des jeunes puissent aller à un salon de l'armement et poser avec des armes! La militarisation de la société et l'endoctrinement de la jeunesse vont beaucoup trop loin, monsieur le ministre! Après votre lettre, maintenant ce sont des réductions pour des salons de l'armement. Vous dites le regretter, mais à quel moment l'avez-vous condamné? Je ne vous ai pas vu twitter à ce sujet. Au lieu de vous attaquer aux médias qui "gonflent l'affaire"…
(…): (…)
02.18 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Non, c'est très grave! Je ne vous ai pas vu prendre position. Avez-vous notifié par écrit au salon de l'armement que ce qu'ils ont fait est grave? L'avez-vous fait publiquement? Non, bien sûr, parce que vous êtes d'accord avec cette vision-là.
C'est très grave et toutes vos réponses sont insuffisantes. C'est un événement politique, il n'aurait pas pu se tenir s'il n'y avait pas eu le soutien politique de notre gouvernement et, oui, c'est un endoctrinement et une militarisation de notre société à travers l'endoctrinement de ses jeunes.
02.19 Axel Weydts (Vooruit): Er ligt veel werk op de plank voor de commissie voor de Opvolging van de militaire missies. Het heet niet meer Buitenlandse Missies, omdat we ook de missies die op ons nationaal grondgebied plaatsvinden, kunnen opvolgen. We zullen dat ter harte nemen in deze commissie.
Ik vind het goed dat u zelf de reflex had dat het misschien niet nodig was om korting te geven aan minderjarigen. Anderzijds, collega’s, moeten we ook een beetje nuanceren. Ik was zelf 11 jaar, denk ik, toen ik voor het eerst op een Leopard 1-tank zat. Dat was een fantastische ervaring, met mijn nonkel destijds in de Belgische strijdkrachten in Duitsland. Ik heb daar de microbe opgedaan en ik wil mijn nonkel van hieruit, vanop de parlementaire banken, daarvoor bedanken.
Ik was 12 jaar toen ik voor het eerst naar een airshow ging in Kleine Brogel en Koksijde. Ik heb ze allemaal gedaan. Ook daar ben ik in contact gekomen met wapens en wapensystemen. Ik denk dat het goed gekomen is met mij. Ik ben ondertussen een sociaaldemocraat, een linkse politicus in dit Parlement. Op dat vlak moeten we dus niet overdrijven en geen spijkers op laag water zoeken.
Er zijn elk jaar duizenden mensen die naar evenementen van Defensie komen, zoals opendeurdagen van kazernes en airshows. Ik denk dat het goed is dat dat bestaat, ook op het vlak van rekrutering. Het belangrijkste, mijnheer de minister, is volgens mij dat een dergelijke beurs bijdraagt aan de Europese autonomie, waar we het hier zo vaak met z’n allen over hebben. Als zo'n beurs daartoe een steentje kan bijdragen, dan is dat geslaagd te noemen.
02.20 Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw
duidelijk antwoord, dat heel wat gedetailleerde informatie bevat.
Ik waardeer uw
pragmatisme. U ziet een aantal verbeterpunten. Nu u eens een pragmatisch
antwoord geeft, wordt u direct indoctrinatie voor de voeten geworpen. Het is
een eerste beurs, dus is het logisch dat niet alles rozengeur en maneschijn is.
Er zijn verbeterpunten, maar de algemene conclusie is heel positief. U noemde
de beurs een groot succes. In het
vervolgverhaal zullen we nog beter kunnen vaststellen dat de beurs effectief
een groot succes was. Ik heb alvast de datum voor volgend jaar in mijn agenda
genoteerd en dank u voor die informatie.
We kijken
alleszins uit naar de verdere samenwerking tussen de bedrijven, de politieke
wereld en de mensen van Defensie. Daar ligt toch een groot stuk van onze
toekomst.
02.21 Stéphane Lasseaux
(Les Engagés):
Monsieur le ministre, merci pour vos réponses.
On peut dire qu'il y a un intérêt marqué de la part de nos entreprises, qui ont été très nombreuses à participer, mais aussi des visiteurs. Nous pouvons être fiers de ce salon qui a été organisé sur notre territoire. Bien souvent, on lorgne sur des salons en France ou ailleurs. Ici, c'était à Bruxelles, ce qui a permis que les différents intervenants se rencontrent, et surtout les entreprises. Nous devons en effet leur permettre de créer des contacts afin de pouvoir se développer. Cela fait partie du business model.
Concernant les jeunes, fin juin il y aura un show aérien à Florennes, avec l'ouverture de la base militaire. Nous nous attendons à recevoir plus de 80 000 visiteurs, sans pour autant qu'il y ait des réductions de prix pour les jeunes. Les parents ont en effet la volonté d'amener leurs enfants à ces événements, les enfants en bas âge étant en général accompagnés des parents. Il en va de la responsabilité parentale. N'oublions pas cependant que les armes qui sont présentées servent d'abord à nous défendre, à défendre notre société, notre démocratie, et pas à attaquer.
02.22 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Een ontmoetingsplek organiseren voor wie in defensie actief is, is één ding. Ik zie evenwel niet in hoe het voor meer veiligheid zou zorgen om kinderen en jongeren te laten poseren met wapens. Ik ben alvast tevreden met uw verklaring dat u niet voor een kortingstarief zou hebben gekozen. Ik had wel een snellere en krachtigere reactie verwacht. Als de wapenbeurs niet zonder uw inspanningen kon worden georganiseerd, hadden we dat meteen als hefboom kunnen gebruiken om dat een halt toe te roepen. U haalt dan wel het voorbeeld aan van de 17-jarige die de daaropvolgende week 18 wordt en Defensie en Veiligheid studeert, maar het gaat evengoed over kinderen van 8 jaar en van 11 jaar. Dat vind ik problematisch. Een defensiebeurs is geen geschikt platform.
U hebt wel geantwoord op de vraag van de heer Lacroix naar de cijfers over het aantal personeelsleden dat ter plaatse was, maar we kregen geen informatie over de grote groep medewerkers die in een permanente verhoogde staat van paraatheid waren. We zullen moeten wachten tot de commissie voor de Opvolging van de militaire missies achter gesloten deuren samenkomt. Ik ben nog altijd benieuwd hoe een en ander concreet in zijn werk ging en of er effectief, op vraag van de politie of van eender wie, een opdracht is gegeven tot paraatheid van een aantal personen en, zo ja, hoeveel. Daarover heb ik vandaag geen uitsluitsel gekregen.
Ik begrijp dat militairen die verschillende dagen stand-by moeten staan en in hun kazerne moeten blijven, verwachten dat zij daarvoor op een degelijke manier worden vergoed. We zullen dat verder uitklaren in de commissie voor Opvolging van de militaire missies.
02.23 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses, même si elles me laissent un peu sur ma faim, étant donné qu’elles sont assez insatisfaisantes à plusieurs égards.
Pour revenir très brièvement sur quelques éléments, il s’agit d’un événement éminemment politique, et dire l'inverse serait se leurrer. J'ai cité les personnes qui étaient présentes à l'inauguration, c'était un défilé de grands noms. Ainsi, le ministre fédéral du Climat, si ce n’est pour faire la guerre contre le dérèglement climatique, je ne vois pas sa pertinence dans ce genre de salon. De même, le premier ministre et M. Rutte étaient également présents pour l'inauguration. C'est donc un message politique qui est envoyé.
Cela me permet de vous féliciter presque cyniquement, parce qu'en fait vous êtes l’un des grands vainqueurs de ce gouvernement, vous donnez le la. En fait, quel est le contexte? Vous avez envoyé un courrier à des milliers et des milliers de jeunes pour leur demander de venir faire la guerre. La guerre sévit un peu partout dans le monde, on voit des militaires dans la rue, on voit des enfants poser avec des kalachnikovs. En fait, c'est vous, le vrai vainqueur idéologique de ce gouvernement. À cet égard, on ne peut que cyniquement vous féliciter.
Personnellement, je me demande comment réagissent les autres partis et pourquoi ils laissent faire cette propagande militariste à outrance.
02.24 Darya Safai (N-VA): Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik zou ook heel graag in een wereld leven waarin het niet nodig is dat onze kinderen kennismaken met wat vandaag gebeurt dankzij onze dappere mannen en vrouwen. De realiteit is echter anders. Wij worden meegesleurd in een wereld die in oorlog is met ons en wij moeten ons daartegen verdedigen.
Het is niet ideaal, maar laat onze kinderen in contact komen met Defensie. Het is belangrijk dat zij weten wat onze militairen doen voor hun veiligheid en dat zij daar zelf ook kansen krijgen om hun land en hun landgenoten te beschermen. Ik zie daar geen negatief punt in.
Mijnheer de minister twijfelt als pedagoog of dat nodig is. De wereld verandert echter in een heel snel tempo. U allen volgt wat in Europa gebeurt, maar ik volg, behalve wat in Europa gebeurt, ook wat in het Midden-Oosten gaande is. Het is belangrijk dat onze kinderen zich bewust zijn van onze veiligheid.
Ik steun het initiatief en ben van mening dat wij nog meer moeten doen om onze kinderen te overtuigen dat er voor hen een toekomst is bij Defensie. Hoe aantrekkelijker wij dat maken, hoe beter dat is voor de verdediging van Europa en het Westen.
02.25 Minister Theo Francken: Ik wil heel graag nog kort reageren op een paar punten.
Qua kostprijs heeft Defensie niets betaald aan BEDEX. Ze heeft nul euro betaald.
Mijnheer Aerts, over de minderjarigen beweert u dat minderjarigen hebben geposeerd met wapens. Meent u werkelijk dat de organisatoren van BEDEX minderjarigen hebben laten poseren met wapens? Waar slaat dat op? Wat beweert u allemaal? Wij hebben die kinderen niet laten poseren met wapens. Kinderen alleen kunnen BEDEX niet binnenkomen. Zij zijn daar met hun ouders. Als ouders dat onder hun ouderlijke verantwoordelijkheid toelaten, dan is dat hun verantwoordelijkheid. Wij hebben die kinderen toch niet laten poseren met wapens? Welke verwijten zijn dat? U gooit dat zomaar in de lucht. Dat slaat nergens op.
Ik heb ook gesteld dat ik het niet erg vind dat minderjarigen daar aanwezig zijn. Links wil dat zij vanaf 16 jaar mogen stemmen. Zij mogen stemmen vanaf 16 jaar. Dat is geen enkel probleem. Daar heb ik nooit commentaar op gehoord. Ik heb evenmin ooit vragen gehoord over de aanwezigheid van kinderen op airshows of op opendeurdagen van Defensie of op familiedagen van Defensie. Ik heb dat nooit gehoord. Die familiedagen werden voor het eerst georganiseerd door de vorige minister. Ik wil die organisatie voortzetten. Dat is een goed initiatief.
Echter, doen alsof het om een wapenbeurs vol kalasjnikovs gaat, klopt niet. Mevrouw, er zijn geen kalasjnikovs op die beurs. Dat is Russisch materiaal. Dat verkopen wij toch niet? Wat beweert u toch allemaal? U bent hier nooit aanwezig, maar komt hier nu binnengewaaid en roept op om te stoppen met die kalasjnikovs.
Wat de minderjarigen betreft, ik zou die korting voor minderjarigen niet toekennen. Ik denk wel dat het goed is dat er minderjarigen aanwezig waren. Dat is trouwens helemaal niet de uitzondering. De meeste minderjarigen die er waren – het waren er niet zo veel – waren effectief 17 jaar, bijna 18. Studenten van de opleiding Defensie en Veiligheid waren daar bijvoorbeeld massaal aanwezig. Ik heb veel jongeren van Defensie en Veiligheid gezien, onder begeleiding van hun leerkrachten. Dat zijn jongeren van 16, 17 jaar, soms 18 jaar als ze zijn blijven zitten of al verjaard zijn. Dat is dus die groep.
Wat de compagnie PROTER betreft, dat zijn ongeveer 120 manschappen. U vroeg naar dat cijfer. Ik heb gezegd dat het om een compagnie PROTER gaat, dus ongeveer 120 mensen.
U stelde nog een vraag waarop ik volgens u niet geantwoord zou hebben, maar dat heb ik wel gedaan. U zegt dat u hebt geleerd goed te luisteren als u een antwoord krijgt. Dat lijkt mij inderdaad de bedoeling. Als u mij vragen stelt, luistert u best ook naar wat ik zeg.
Ik herhaal. Daarnaast heeft Defensie de permanent voorziene PROTER-compagnie, die op dat ogenblik werd geleverd door het Bataljon Jagers te Paard uit Heverlee, tijdelijk in verhoogde paraatheid geplaatst vanuit de kazerne van Heverlee. Die voorzorgsmaatregel werd genomen naar aanleiding van meldingen over mogelijke gerichte protestacties tegen BEDEX, gelijktijdig met de nationale stakingsactie in Brussel. Dat had als doel om, indien de politiediensten daarom zouden verzoeken, op korte termijn ondersteunend te kunnen optreden.
Al die andere capaciteiten, zoals explosievendetectiehonden en dergelijke, waren op vraag van de politie aanwezig. PROTER stond stand-by op onze vraag, op vraag van Defensie. We hebben ze niet moeten inzetten, des te beter. Ze stonden echter stand-by en in verhoogde paraatheid op vraag van Defensie, omdat er een concrete aanleiding was, namelijk dreigingen vanuit extreemlinkse hoek met acties zoals Smash BEDEX en campagnes daaromtrent. Uiteindelijk hebben we hen niet gezien, of misschien een paar; dat weet ik niet precies. Alleszins is alles goed verlopen, gelukkig maar.
De voorzitter: Uiteraard heeft het Parlement het laatste woord. Ik stel voor om uw replieken te beperken tot 1 minuut.
02.26 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, tout d'abord, vous dites qu'il n'est pas de la responsabilité ou de la faute des organisateurs de ce salon si des enfants ont posé avec des armes, mais de la responsabilité des parents. Êtes-vous sûr que cela ne relève pas de la responsabilité des organisateurs? Ont-ils formellement pris une position recommandant de ne pas prendre ce genre de photographie?
Puis-je vous rappeler, monsieur le ministre,
vous qui aimez tant les États-Unis, à quel point la détention d'armes par des mineurs font des
ravages aux États-Unis où ces mêmes mineurs armés entrent dans des collèges et tuent
et assassinent des professeurs, des condisciples? Des crimes de masse sont
perpétrés. Tout cela contribue à banaliser l’arme et son usage, en
s’appuyant sur des concepts masculinistes, suprémacistes et sur des stratégies
associées à des mouvances d’extrême droite.
Par conséquent, il importe d'être très, très prudent! Je ne vous accuse pas d'être d'extrême droite, mais il faut rester très vigilant. Les dérives sont visibles autour de nous, et nous savons à quel point les jeunes sont vulnérables.
02.27 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, vous affirmez que, concernant les jeunes, la responsabilité n'incombe pas au salon. Pourtant, lorsqu’on propose une réduction spécifique pour les moins de 15 ans, cela traduit clairement une volonté d’attirer cette jeunesse. Vous ajoutez qu'il n'y a pas eu de pose d'enfants avec des armes. Pouvez-vous l'affirmer? Je ne le pense pas!
Par ailleurs, s'il s'agit de la responsabilité
des parents, quelle est la part de responsabilité de l'État en la matière?
Pourquoi n'agissez-vous pas? Je suis désolé, il n'y avait aucune indication
dans ce salon qu'il était interdit aux enfants de poser avec des armes. Il n'y
avait aucune indication au niveau politique de prendre une position claire à ce
sujet. Non, c'est vraiment très grave! Et je suis complètement en désaccord
avec ceux qui trouvent qu'il s'agit d'une bonne idée d'habituer des enfants à prendre
des armes. Dans quelle société voulez-vous nous faire vivre? C'est vraiment
incroyable cette obsession! Ne voyez-vous pas les dégâts occasionnés par la
détention d'armes? Les armes ne sont pas faites pour les défilés, elles sont
faites pour tuer, faire des dégâts humains, faire des victimes. Est-ce cette
société-là que l'on veut offrir à notre jeunesse? C'est vraiment scandaleux de tenir de tels
propos!
02.28 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, als een kind op een wapenbeurs een wapen in handen krijgt om dan een foto mee te laten nemen, dan laat de wapenbeurs dat toe en dan is dat ook de verantwoordelijkheid van de deelnemende bedrijven. U spreekt over 16- of 17-jarigen die allemaal een opleiding bij Defensie volgen, maar de kinderkorting gold voor kinderen tot 15 jaar. Die groep die u beschrijft, behoort daar dus zelfs niet toe. Het gaat over kleine kinderen en die horen geen wapens te showen op een wapenbeurs. Dat is geen boekenbeurs.
Wat betreft de politie, u hebt een opsomming gegeven. Het is net daarom dat ik naar die details vroeg en ik heb nu dus vernomen dat die 100 agenten daar op eigen initiatief in permanentie stonden. Ik vind het belangrijk om te weten hoeveel mensen er in permanentie worden gezet voor een privéinitiatief.
02.29 Minister Theo Francken: Ik vind de hypocrisie hier onwaarschijnlijk.
Monsieur Lacroix, je ne prends pas position sur
la vente d'armes. Je ne suis pas pour. Le fait que des tueries soient commises
aux États-Unis n'est pas lié au fait que des bourses, des expositions ou des
exhibitions d'armes ou de la défense sont organisées, comme cela se fait dans
tous les pays européens. C'est dû au fait qu'on vend presque gratuitement,
qu'on donne des armes aux Américains et je ne soutiens absolument pas cette
politique, ni personnellement, ni en tant que ministre de la Défense. Jamais! Je suis absolument contre!
Als iemand geld aan wapens verdient, is het wel de Waalse overheid. FN Herstal is een van de grootste wapenproducenten in de hele wereld. Dat is voor 100 % een staatsbedrijf. Laat die lessen en die hypocrisie dus maar achterwege. Als u zo hard tegen wapens bent, stop dan met FN Herstal en verkoop het aan een privébedrijf. Waarom zijn jullie in godsnaam zo hypocriet hierover?
De voorzitter: Het Parlement heeft het laatste woord. Ik stel voor dat de tussenkomsten niet tot nieuwe replieken leiden.
02.30 Christophe Lacroix (PS): N’allumez pas de contre-feux sur la Région wallonne et sur la FN! Vous savez très bien que les licences d’exportation d’armes en vigueur en Wallonie sont les plus sévères d’Europe.
02.31 Theo Francken, ministre: (…)
02.32 Christophe Lacroix (PS): Vous ne produisez quasiment pas d’armes.
Ce que vous ne voyez pas, c’est la banalisation de l’arme. C’est sur cela que je tenais à attirer l’attention. Car à partir du moment où l’on autorise des mineurs, des enfants de moins de 15 ans, à poser pour des photos, cela banalise l’arme et cela peut dériver vers ce que l’on connaît aux États-Unis. Je n’ai jamais dit que vous étiez favorable au régime américain avec la vente libre d’armes. Je ne l’ai jamais dit! En réalité, vous mélangez tout, alors que je dis simplement qu’il existe actuellement un discours masculiniste et un discours militariste, dignes de l’extrême droite, qui poussent les jeunes vers une militarisation accrue. On oublie qu’une arme tue. Ce n’est pas un jeu.
02.33 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Encore heureux, monsieur le ministre, que vous n’êtes pas favorable à la vente libre d’armes comme aux États-Unis! C’est le minimum. J’espère que vous n’allez pas changer d’avis sur ce point.
La question est que cela commence lorsqu’on entrouvre la porte, lorsque l’on met en place un salon de l’armement auxquels on invite le public et que l’on prévoit même un tarif spécial pour des jeunes de moins de 15 ans, pour des enfants. Qui est présent dans ce salon? Ce sont des entreprises privées qui veulent vendre. Elles ne sont pas là uniquement pour exposer. Leur objectif est de vendre des armes et, parmi la clientèle qu’elles cherchent à attirer, figurent aussi les enfants. C’est là que réside le problème.
Vous avez fait un parallèle avec le vote à 16 ans, mais vous confondez la citoyenneté – le fait, à 16 ans, de participer au débat public et politique – avec le fait de manipuler des armes et de participer à une logique de militarisation. Cette comparaison est indécente, monsieur le ministre. J’ai le sentiment que vous ne mesurez pas la gravité et la dangerosité de la militarisation de notre société.
02.34 Darya Safai (N-VA): Ik had al die verontwaardiging in Europa en Brussel graag ergens anders gezien. Na 7 oktober waren er manifestaties met kinderen met een wapen in de hand. Ik heb jullie daarover nooit gehoord, of een reactie gezien op jullie social media, laat staan dat…
02.35 Nabil Boukili (PVDA-PTB): (…)
02.36 Darya Safai (N-VA): Ja, in Europa, en zelfs in Brussel. Uiteraard. Iedereen heeft dat gezien.
02.37 Nabil Boukili (PVDA-PTB): (…)
02.38 Darya Safai (N-VA): Omdat u het nooit zoekt. Ik kan u dat wel bezorgen.
Daarover, voor intifada of voor pro-Palestijnse manifestaties, mogen kinderen blijkbaar wel met een wapen op de rug van hun vader gezet worden. Dat is allemaal gewoon gelegitimeerd.
02.39 Nabil Boukili (PVDA-PTB): (…)
02.40 Darya Safai (N-VA): In Europa, zeg ik u, en in Brussel. Ja, daar moet men ook verontwaardigd over zijn. Het is gewoon altijd meten met twee maten. Dat is niet oké.
02.41 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Il est dangereux de tout mélanger. J’ai fait beaucoup de manifestations propalestiniennes, mais je n’ai pas vu d’enfants avec des armes à Bruxelles. Envoyez-moi la photo, et je la verrai avec plaisir. Je pense qu’il faut la dénoncer. Je n’ai pas l’impression qu’un salon qui se veut institutionnel puisse avoir envie de reproduire ce genre de processus.
Ce n'était effectivement pas une kalachnikov, monsieur le ministre. Ma langue a fourché. C'était des armes. Mais c'est tout aussi problématique qu'il y ait des enfants avec des armes. Ce que je dénonce, et ce que nous dénonçons ici avec les collègues, c'est la quasi-romantisation de la guerre.
Je le redis, nous sommes dans un contexte de militarisation, dans une gloire à la guerre, une gloire à l'idéologie violente. C'est une idéologie dangereuse. Nous ne sommes pas dans un jeu vidéo. Une arme, c'est pour tuer des gens. Permettre ce genre de propagande est extrêmement dangereux.
Je veux que nous protégions les enfants à tout prix, quels qu'ils soient et quelle que soit leur nationalité, quelle que soit leur origine, quel que soit l'endroit où ils sont nés dans le monde. Il faut à tout prix protéger les enfants des affres de la guerre.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
03.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, u weet dat ik een tegenstander ben van militairen op straat. Ik vind dat geen goede manier om militairen in te zetten. Militairen hebben andere kerntaken, zeker in de huidige geopolitieke context. Het feit dat militairen op straat worden ingezet, betreur ik.
Het feit dat de initiatieven als paddenstoelen uit de grond schieten, is echter nog veel erger. Eerst was er Operation Vigilant Protector, vervolgens Operation Urban Shield en daarna Operation Green Shield. Men gaat zo maar door. Ondertussen is er een aanzienlijk aantal operationele militairen dat in ons binnenland taken uitvoert. Dat is geen goede zaak. Hun kerntaak is defensie, namelijk de externe veiligheid, terwijl de politie instaat voor de interne veiligheid. Dat moet zo blijven.
We evolueren echter stilaan naar een maatschappij waarin militairen steeds meer taken in het binnenland uitvoeren. Dat is geen goede ontwikkeling. Ik sta niet alleen met die vaststelling. De chef Defensie heeft vorige week nog in een interview gesteld dat elke militair die vandaag op straat staat in Antwerpen, in Brussel of elders, zich niet kan voorbereiden op externe dreigingen, bijvoorbeeld de Russische dreiging. Dat laatste is nochtans de taak van Defensie, en niet wat vandaag gebeurt. Dat betreur ik ten zeerste.
Er zijn bovendien twee beloften gebroken. Het regeerakkoord spreekt over een sluitend juridisch-wettelijk kader. Dat bestaat niet, dat kader is er niet. U verwijst al maanden naar een Defensiecodex die klaar zou zijn, maar die er nog niet is en nog niet in het Parlement is voorgelegd. Er is dus geen sluitend juridisch-wettelijk kader voor militairen op straat.
Wat is de juridische basis voor het ingrijpen van militairen? Wat mogen zij doen in de straten en stations van Brussel en Antwerpen? Ik wil immers ten zeerste vermijden dat zij daar als kamerplanten staan en continu de politie moeten bellen in het geval van een incident.
Uw tweede belofte was de oprichting van een territoriale reserve, vooraleer er eventueel binnenlandse opdrachten zouden worden uitgevoerd. Hoe staat het daarmee? Ik hoor daar niets meer over. Wanneer zal er een territoriale reserve zijn? Wat zullen die doen? Zijn die uitsluitend aangesteld om binnenlandse opdrachten uit te voeren? Zal dat er uiteindelijk voor zorgen dat de actieve en operationele militair ontlast kan worden van die taken?
Mijn volgende vraag gaat over het statuut. U hebt heel wat maatregelen aangekondigd, waaronder de hervorming van het statuut van militairen. Het is een relevante vraag, want Operation Vigilant Guardian had een tijdelijke maatregel moeten zijn, maar duurde uiteindelijk zes jaar. Die opdracht heeft voor een leegloop gezorgd van militairen die daarmee belast werden, omdat ze uitgeblust waren – het is immers geen taak voor militairen – en omdat zij dezelfde taken uitvoerden als personeelsleden van andere veiligheidsdiensten, terwijl die veiligheidsagenten een pak meer verdienen en betere arbeidsvoorwaarden hebben dan de militairen. Daarom moet koste wat kost een nieuwe leegloop uit het leger van militairen op straat vermeden worden, gewoonweg omdat ze in een ander veiligheidsberoep meer kunnen verdienen voor hetzelfde werk. Hoe staat het met de hervorming van het statuut van militairen?
03.02 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, mijn vraag dateert van enige tijd geleden, toen er nog sprake was van politieke chaos omtrent de inzet van militairen op straat. Hoe dat akkoord uiteindelijk tot stand is gekomen, was allerminst een staaltje van transparantie en zal zeker geen schoonheidsprijs winnen. De beslissing is nu genomen en ik wil u daarover een aantal vragen stellen, omdat wij vinden dat militairen geen instrument zijn voor politieke improvisatie, waarvan u en uw collega-ministers blijk hebben gegeven, of voor onderlinge profilering in de regering.
Aangezien de beslissing zonder voorafgaand overleg werd genomen, vernam ik graag wat op dit moment de exacte status is van de beslissing. Hoe ver staat het nu met de inzet van militairen op straat? Is het dossier, dus de omkadering en de opmaak van de militaire codex, nu in zijn slotfase? U hebt recent opgemerkt dat de operationalisering van de territoriale reserve pas in 2027 gepland zou zijn. Bevestigt u dat?
Wat zijn de concrete modaliteiten van de inzet van militairen op straat? Wie heeft de operationele leiding als het gaat over gemengde inzet? Is dat de politie of is dat Defensie op het einde van de rit?
Welke bevoegdheden hebben militairen op dit moment in vergelijking met de politie? Wat zijn de rules of engagement voor de militairen die momenteel worden ingezet voor bewakingsopdrachten, niet alleen in de joodse wijken, maar ook op een aantal andere kritieke locaties in dit land? Onder welke voorwaarden mogen zij eventueel optreden?
Op welke wettelijke basis gebeurt de inzet? Er is op dit moment nog geen structureel wettelijk noch juridisch kader voor de binnenlandse inzet. Hoelang zullen militairen op straat worden ingezet? Oorspronkelijk was er sprake van dat de werkwijze na een aantal maanden zou worden geëvalueerd. Hoe zult u die exitstrategie vormgeven?
Een laatste, en niet onbelangrijke, vraag is wat de arbeids- en loonvoorwaarden zijn voor de militairen die op straat fungeren als politiemensen. Hoe kadert u het feit dat er voor hen andere voorwaarden gelden dan die die van toepassing zijn op de veiligheidsdiensten die zij worden geacht te versterken?
03.03 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, de maatschappij, deze keer in de vorm van de regering en de federale politie, vraagt en Defensie draait eens te meer. Dat zijn we gewoon van Defensie. Als er iets gevraagd wordt, dan voert ze die taken uit, ook al behoort dat niet altijd tot haar hoofdopdracht en kerntaken. Dat is nu eenmaal hoe het werkt in een democratie.
Het regeerakkoord voorzag in twee duidelijke voorwaarden om militairen in te zetten op straat. De eerste voorwaarde is de oprichting van een territoriale reserve, zodat daarvoor geen gewone beroepsmilitairen hoeven te worden ingezet en zij zich op hun kerntaak kunnen focussen. De tweede voorwaarde is de invoering van een wettelijk kader, zodat die militairen effectief instrumenten zouden hebben om te kunnen ingrijpen wanneer dat nodig is.
Allicht zal niemand het een groot probleem vinden dat die eerste voorwaarde niet vervuld is. Iedereen begrijpt toch dat we niet van vandaag op morgen een full operational capable territoriale reserve kunnen oprichten. Dat is gewoon praktisch onhaalbaar. De eerste bouwstenen voor die territoriale reserve zijn gelegd, onder meer door de invoering van het vrijwillige militaire dienstjaar. Die territoriale reserve komt er wel.
De tweede voorwaarde, de opmaak van de militaire codex of het wettelijk kader, is dringender en kan sneller ingang vinden. Daarom vraag ik om daar absoluut verder werk van te maken en dat kader zo snel mogelijk bij het Parlement in te dienen.
In de commissie hebt u achter gesloten deuren verklaard dat de rules of engagement – ik ga er voor alle duidelijkheid niet concreet op in – sterker zijn dan tijdens de inzet van Operation Vigilant Guardian. Wie dus beweert dat de militairen weer bloempotten zijn, is niet correct. Er is wel degelijk een sterker mandaat.
Ik heb naast de vraag naar de militaire codex nog twee bezorgdheden. Ten eerste maak ik mij echt zorgen over overstretching. Als blijkt dat de situatie langer aanhoudt, dan bestaat het risico dat dat onze eenheden ernstig zal overstretchen en overbelasten. Daarvoor moeten we zeer waakzaam zijn. We moeten het tijdelijke aspect van die inzet zeker en vast in de gaten houden.
Ten tweede is het in het belang van de militairen die vandaag al op straat staan dat het sociaal akkoord zo snel mogelijk tot stand komt. Dat betekent immers ook dat die militairen beter zullen verloond worden en betere arbeidsvoorwaarden zullen krijgen, als ze effectief worden ingezet.
03.04 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, hier soir, vos collègues Clarinval et
Verlinden et le premier ministre ont trouvé un terrain d’entente pour
officiellement "débloquer les dossiers de la surpopulation carcérale, du
déploiement de militaires en rue et de la réforme du Code pénal".
Une proposition sera soumise au gouvernement
en comité restreint, demain.
Ce "deal" aux contours flous aura
de lourdes conséquences pour la Défense et les militaires déployés loin de
leurs missions légales et opérationnels. Ce "deal" permettra à votre
collègue de l'Intérieur de déployer des militaires en rue mais ce ne sera qu'un
sparadrap pour la sécurité des Belges car, en temps de paix, c'est bien à la
police qu'il revient d'assurer la sécurité intérieure dans notre pays. Une "solution"
précaire et de court terme alors que les décisions du gouvernement pourraient
faire perdre 800 ETP d'ici 2029 à la police fédérale déjà sous financée.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me faire
le point sur l'ensemble des détails (agenda, effectifs, cadre légal, conditions
d'engagements, coûts pour la Défense, chaine de commandement et localisations)
de votre "deal" relatif aux militaires dans les rues? Une
concertation avec les syndicats militaires dans ce cadre est-elle prévue
d'urgence? Qu'en est-il de votre fameux "Codex"? Un point concernant
ce dispositif sera-t-il donné à la Chambre en commission spéciale des missions
militaires?
Je vous
remercie pour vos réponses.
03.05 Peter Buysrogge (N-VA): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
We vernemen dat de regering een akkoord
heeft gevonden om militairen in te zetten op straat en dat dit vanaf 23 maart
mogelijk zal zijn. Het zou dan gaan om een initiële inzet van maximaal 200
militairen die tegelijkertijd worden ingezet, en dat voor een periode van drie
maanden. Het zou dan het voornemen zijn om terug te vallen op 90 soldaten.
Mijn vragen voor de minister:
1. Kan u bevestigen dat het om deze
aantallen gaat? Hoeveel militairen zullen – los van zij die worden ingezet –
betrokken worden?
2. Waar worden deze ingezet en vanaf welk
tijdstip? Op welke tijdspanne wordt deze inzet herbekeken?
3. Wat zijn de Rules of Engagement voor
onze militairen?
4. Welk (indicatief) tijdspad ziet u voor
de codex?
De voorzitter: Ik geef nog even mee aan de toehoorders dat we vanochtend later zijn gestart omdat we daarvoor een commissie voor de Opvolging van de militaire missies hadden, waar we onder andere over de militairen op straat nog vertrouwelijke informatie hebben gekregen, die uiteraard vertrouwelijk blijft.
03.06 Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, op 23 maart besliste de regering om terug militairen in te zetten in het straatbeeld. Dat was een flashback, want dat was niet de eerste keer. Operatie Vigilant Guardian dateert van 2015, onder een liberale premier en met drie leden van Open Vld in de regering. We hebben dat toen vol vuur verdedigd, want die operatie was noodzakelijk op dat moment. Op dat vlak is het dus absoluut niet nieuw.
Ik ben het vaak eens met collega Vander Elst, maar vandaag niet wanneer hij zegt dat andere kerntaken van Defensie nu on hold komen te staan. De grote kerntaak van Defensie is de bescherming van het grondgebied en de inwoners, vaak tegen externe dreigingen. Ik vind terreur een externe dreiging, dus dat zou eigenlijk wel een kerntaak kunnen zijn van Defensie, maar dat zeg ik ten persoonlijken titel.
De militairen worden nu voornamelijk mee ingezet in de Joodse wijken en in de war on drugs, maar ik hoop dat die inzet niet een soort oplossing vormt voor de structurele tekorten bij de politie. Die moeten op een andere manier worden opgevangen.
Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Kunt u de taak en de rol van de militairen in onze straten definiëren? Hoe evalueert u de meerwaarde van de gemengde patrouilles? Ik krijg ook graag wat meer uitleg over de Defensiecodex en de aanpassing ervan.
03.07 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, le gouvernement a décidé de déployer des militaires dans la rue. Ce plan a d'abord été présenté comme une réponse à la criminalité liée à la drogue à Bruxelles, mais on voit qu'il est beaucoup plus large et qu'on a tendance à avoir recours aux militaires dès qu'il y a un problème de sécurité, notamment quand il y a des attentats et des attaques antisémites contre une synagogue.
Premièrement, les militaires ne sont pas formés pour ces missions. Ils n'ont ni la formation, ni les compétences légales nécessaires pour exécuter des tâches policières. Des syndicats tels que VSOA et ACV expriment de sérieuses réserves sur le cadre juridique. La lutte contre la criminalité et la protection des citoyens relève de la police, qui dispose des moyens adéquats et de la direction en matière de sécurité avec ses agents spécialisés. Pourquoi le gouvernement ne fait-il pas appel à ces structures?
Deuxièmement, cette mesure cache les véritables problèmes de la police et de la justice. Le procureur du Roi Julien Moinil alerte depuis des années sur les manques chroniques – trop peu de moyens, trop peu de juges, trop peu de policiers spécialisés – qui sont les conséquences directes d'un sous-investissement par les différents gouvernements, principalement de droite.
Au lieu de traiter ces problèmes de fond, le gouvernement opte pour un déploiement temporaire de militaires servant surtout une logique politique. Comment le gouvernement prévoit-il de résoudre ces carences de manière structurelle? Pourquoi privilégier plus de militaires dans la rue plutôt que d'opter pour des investissements ciblés dans la police et la justice?
Finalement, le gouvernement se base sur l'article 111 de la loi sur la police intégrée. Le 16 mars 2026, M. Quintin et M. Francken ont annoncé le déploiement de militaires pour la protection de la communauté juive. Or l'article 111 ne s'applique que si la police manque de moyens et si l'armée est la seule solution. La ministre Verlinden affirme pourtant que la police dispose de capacités suffisantes et demande des preuves des prétendues insuffisances. Pouvez-vous clarifier cette situation et indiquer sur quels éléments vous vous êtes basés?
03.08 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de voorzitter, de collega’s hebben al veel van mijn vragen gesteld. Vooral belangrijk is de huidige basis. Ik heb nog een vraag over de timing van de Defensiecodex. Kunt u daar al meer over zeggen?
03.09 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
Vijf jaar na de afloop van ‘Operation
Vigilant Guardian’ is het leger weer op straat te zien. Minstens drie maanden
lang zal het leger de wacht houden in Brussel, Antwerpen en Luik. Hoelang die
nieuwe opdracht moet duren, is nog niet helemaal duidelijk, maar in een eerste
fase is er sprake van een periode van drie maanden. Als die termijn verlengd
wordt, zou het aantal ingezette militairen volgens u afgebouwd worden.
Er is volgens ons echter een totaal
gebrek aan wettelijk kader. In principe mogen ze enkel doen wat ook burgers
mogen. Als ze iemand op heterdaad betrappen, mogen ze die staande houden, maar
moeten ze onmiddellijk de politie bellen. Schieten mag alleen uit wettelijke
zelfverdediging.
Bovendien is het zo dat militairen
volgens de defensietop ook helemaal niet opgeleid zijn voor statische
bewakingsmissies, en voor wat zij wel en niet mogen doen op straat.
Daarom volgende vragen, minister:
1. Wat is de stand van zaken van de
Defensiecodex?
2. Wat is het mandaat van de militairen
die op straat komen?
3. Hebben zij meer bevoegdheden dan
gewone burgers?
4. Wat zal de impact zijn op de
trainingsschema’s en andere verantwoordelijkheden van de militairen die worden ingezet?
5. Als er zich een incident voordoet –
een schietpartij in een burgeromgeving, nevenschade door bepaalde acties – wie
draagt dan de juridische verantwoordelijkheid?
03.10 Ridouane Chahid (PS): Je vais renvoyer à la version écrite de ma question, mais j'ai une question complémentaire, si vous le permettez.
La semaine dernière, le ministre de l'Intérieur, lors d'un débat d'actualité en commission de l'Intérieur, a affirmé devant les députés qu'il y avait une base légale pour le redéploiement des militaires en rue. Confirmez-vous ce que le ministre de l'Intérieur a affirmé la semaine dernière en commission?
Monsieur le ministre, vos collègues
Clarinval et Verlinden et le premier ministre ont trouvé un terrain d’entente
pour officiellement "débloquer les dossiers de la surpopulation carcérale,
du déploiement de militaires en rue et de la réforme du Code pénal".
Ce "deal" aux contours flous a de
lourdes conséquences pour la Défense et les militaires déployées loin de leurs
missions légales et opérationnels. Ce "deal" a depuis permis à votre
collègue de l'Intérieur de déployer des militaires en rue mais ce ne sera qu'un
sparadrap pour la sécurité des Belges car, en temps de paix, c'est bien à la
police qu'il revient d'assurer la sécurité intérieure dans notre pays. Une
"solution" précaire et de court terme alors que les décisions du
gouvernement pourraient faire perdre 800 ETP d'ici 2029 à la police fédérale
déjà sous financée.
Monsieur le ministre,
- Pouvez-vous me faire le point sur
l'ensemble des détails (agenda, effectifs, cadre légal, conditions
d'engagements, coûts pour la Défense, chaîne de commandement et localisations)
de votre "deal" relatif aux militaires dans les rues? Quel bilan
tirez-vous de ces premiers jours de déploiement? Qu'en est-il des logements des
militaires?
- Une concertation avec les syndicats
militaires dans ce cadre a-t-elle eu lieu?
- Qu'en est-il de votre fameux
"Codex"? Sur le plus long terme, ces militaires sont-ils amenés à
être remplacés par l'engagement de policiers fédéraux?
Je vous remercie pour vos réponses.
03.11 Luc Frank (Les Engagés): Monsieur le ministre, depuis le 23 mars dernier, des militaires sont déployés dans des missions de sécurisation de nos rues. Cela participe au soutien que la défense peut apporter à la Nation. Cependant, comme j'ai pu le dire auparavant, cela ne constitue pas une des missions de base de la défense. Celle-ci doit d'abord se préparer à faire face aux menaces externes. Au vu de la situation géopolitique, nous ne pouvons pas nous permettre de détourner trop de moyens. Cela empêcherait cette préparation.
C'est d'autant plus le cas actuellement, quand notre défense doit simultanément augmenter sa readiness, accueillir de nouvelles capacités tout en faisant fonctionner les anciennes avant que les nouvelles soient pleinement opérationnelles, trouver les moyens humains pour gérer l'augmentation progressive des effectifs, disposer des capacités pour faire face aux crises comme nous le voyons pour le moment dans le Golfe. Dans une interview récente de La Libre Belgique, le général Vansina a d'ailleurs rappelé à raison que ce soutien de la défense doit être limité en temps et en volume.
Donc, monsieur le ministre, un mois après les premiers déploiements, il est important de dresser un premier bilan de cette opération. Quel est l'accueil qui a été réservé à nos militaires sur le terrain? Avez-vous des retours sur ce point? Deuxièmement, il y a des remarques sur les conditions de logement des militaires: des progrès ont-ils été réalisés? Troisièmement, avez-vous des informations sur des retours concrets en matière de sécurité? Enfin, quels contacts avez-vous eu avec le ministre de l'Intérieur pour assurer la limitation dans le temps et en volume de ces déploiements?
03.12 Minister Theo Francken: Op 16 maart 2026 besliste de commissaris-generaal van de politie Defensie op te vorderen voor de bescherming van Joodse belangen, conform artikel 111 van de wet op de geïntegreerde politie. Dit artikel kan enkel worden ingeroepen wanneer twee voorwaarden vervuld zijn: de beschikbare middelen van de politie zijn ontoereikend en de krijgsmacht beschikt als enige over de noodzakelijke technische en menselijke middelen om de opdracht uit te voeren.
Deze inzet is effectief van start gegaan op 23 maart 2026. De duurtijd wordt, zoals voorzien in de vordering, vastgelegd in overleg tussen de bevoegde ministers. Factoren als geopolitieke ontwikkelingen, de evaluaties van het OCAD en het NICN en de impact op de kerntaken van Defensie spelen daarbij een belangrijke rol.
In de vergadering van 20 maart van de ministerraad werd tevens de steun van Defensie aan bepaalde opdrachten van de geïntegreerde politie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest goedgekeurd. Hier zal Defensie gemengde patrouilles op het prioritaire actieterrein van de spoorwegpolitie voeren en dispositieven bij zogenoemde FIPA-acties beveiligen. Er werd hiervoor een goedgekeurd protocolakkoord ondertekend dat geldt voor een periode van zes maanden.
Pour des raisons de sécurité opérationnelle, aucun détail supplémentaire ne peut être communiqué concernant le nombre de militaires déployés, les effectifs, la liste des localisations à sécuriser ou les conditions d'engagement. Ces éléments ont été présentés lors de la commission de Suivi des missions militaires qui s'est tenue le 25 mars 2026. Nous avons abordé ce sujet ce matin aussi.
À long terme, le Codex de la Défense deviendra le cadre de référence pour les missions et compétences de la défense, y compris pour les missions intérieures de la défense mentionnées dans l'accord de gouvernement. Compte tenu de l'importance des adaptations légales qui nécessitent une préparation approfondie, de la coordination indispensable entre les différentes parties prenantes et du parcours légal fixé comprenant plusieurs étapes, on s'attend à que ce nouveau cadre juridique soit entièrement finalisé au cours de l'année 2026.
Alors, oui, il existe actuellement une base légale, à savoir l'article 111 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, mais il est préférable que ce codex soit adopté et voté par le Parlement.
De Defensiecodex werd al besproken tijdens een vijftal informele interkabinettenwerkgroepen en wordt binnenkort onderhandeld met de militaire vakbonden. Op 17 april heeft een eerste technische vergadering over de Defensiecodex met de vakorganisaties plaatsgevonden. Een tweede technische vergadering is gepland op 24 april. Het Conego, het officiële overlegorgaan, is momenteel ingepland op 8 mei. Dat betekent dat dit niet over maanden gaat, maar dat we de komende weken effectief doorpakken.
In afwachting van de uitvoering van de Defensiecodex vindt een dergelijke inzet in België plaats wanneer dat noodzakelijk is. Alles gebeurt uiteraard binnen het bestaande wettelijke kader. Het gebruik van dwang en geweld door militairen gebeurt steeds conform de geldende wetgeving en binnen het wettelijk afgebakende kader.
De toepassing ervan gebeurt in overleg met de politie, die die afspraken heeft vertaald in concrete en duidelijke inzetregels, de rules of engagement. Die inzetregels zijn tijdens de parlementaire zitting van 25 maart achter gesloten deuren bovendien verder toegelicht door een jurist van Defensie. Om evidente veiligheidsredenen wordt daarop publiekelijk niet dieper ingegaan.
Zoals bij elke militaire operatie worden de betrokken militairen onder de deelstand operationele inzet geplaatst volgens het koninklijk besluit van 18 maart 2003 en hebben ze recht op gratis voeding en logement.
L'engagement des militaires a fait l'objet de différentes questions parlementaires et d'une présentation circonstanciée et détaillée lors d'une séance de la commission du Suivi des opérations militaires, qui est le forum le plus approprié pour permettre l'exercice du contrôle parlementaire tout en respectant la sécurité opérationnelle des personnels engagés et de leurs familles.
À ce stade, il est prématuré de tirer des conclusions définitives. Cette expérience confirme néanmoins la nécessité de disposer d'un cadre légal amélioré – les travaux d’élaboration d’un Codex de la Défense sont d’ailleurs en cours – ainsi que l'importance de poursuivre les investissements dans les infrastructures et les quartiers militaires. Ce type d'engagement se veut strictement temporaire, qu'il résulte d'une décision gouvernementale ou d'une réquisition par le commissaire général, et ne peut en aucun cas compromettre durablement l'entraînement, la préparation ou les engagements de la défense dans le cadre de la dissuasion et de la défense de la zone euro-atlantique, qui demeure une priorité.
Même si les organisations syndicales ne sont pas compétentes en matière opérationnelle, une séance d'information informelle, organisée dans un souci de transparence et soumise aux règles de confidentialité, s'est tenue le vendredi 17 avril, en marge des réunions officielles déjà prévues.
Tevens dient te worden benadrukt dat, zoals bij elke nieuwe operatie, de opstartfase onvermijdelijk gepaard gaat met praktische aandachtspunten en zogenaamde kinderziekten. Die worden nauwgezet opgevolgd binnen de commandostructuur. De omstandigheden waarin militairen worden ingezet, worden voortdurend geëvalueerd met het oog op de verenigbaarheid tussen operationele vereisten, de beschikbare infrastructuur ter plaatse en het tijdelijke karakter van de opdracht.
Militaire operaties vinden per definitie plaats in veeleisende en soms oncomfortabele omstandigheden. Dat is inherent aan een militair optreden en draagt bij tot missiefocus, paraatheid en operationele effectiviteit. Civiele comfortstandaarden kunnen in een operationele context niet een-op-een worden toegepast.
De inzet van militairen in het straatbeeld wordt georganiseerd via een weloverwogen rolbeurtsysteem tussen de verschillende eenheden. Daardoor blijft de effectieve inzet per militair beperkt in tijd en wordt vermeden dat dezelfde eenheden langdurig aan de opdracht gebonden blijven.
Dankzij die aanpak kan de impact op de operationele paraatheid en de geplande opleiding en trainingen tot een minimum worden herleid. De eenheden behouden voldoende ruimte om hun kerntaken, trainingstrajecten en voorbereiding op andere opdrachten verder te waarborgen. Ook bij een eventuele verlenging van de inzet wordt die systematiek aangehouden en blijft Defensie waakzaam voor een evenwicht tussen de ondersteuning van de binnenlandse veiligheid en het behoud van de operationele slagkracht van Defensie.
In dat kader vormt de oprichting van een territoriale reserve een belangrijke strategische pijler voor de komende jaren. Men is daar volop mee bezig. Het militaire dienstjaar is een van de projecten in dat kader. Dat start in september. De screening en de selectie zijn bezig. Meer dan 3.000 jongeren hebben zich daarvoor ingeschreven. We gaan daar volop mee aan de slag. Dat loopt relatief goed.
03.13 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
U verwijst naar een protocolakkoord. Het is goed dat er een aantal rules of engagement zijn gemaakt. Dat is al een stap vooruit.
U maakt werk van die rotatie, wat ook goed is. Wij moeten echt koste wat het kost vermijden dat bepaalde militairen daar maandenlang dezelfde taak, op dit moment een hersenloze taak, moeten uitvoeren, namelijk bewaken en zaken doorbellen naar de politie. Dat is geen taak die bij een militair hoort of waarvoor iemand bij Defensie gaat. Die taak komt hen niet toe.
Er wordt gewerkt aan de territoriale reserve, dat klopt. U hebt echter wel een aantal zaken omgedraaid. Het regeerakkoord spreekt van eerst een territoriale reserve en eerst een wettelijk kader. U hebt die zaken omgedraaid. Dat zijn gewoon feiten. U werkt nu andersom, terwijl het regeerakkoord het anders had vastgelegd.
Collega Metsu, u verwijst naar de periode 2015-2016. Toen had er een terreuraanslag plaatsgevonden op ons grondgebied die onze hele bevolking en onze veiligheidssituatie op haar grondvesten heeft doen daveren. Op een dergelijk moment moeten alle veiligheidsdiensten op scherp staan en worden ingeschakeld. Daar ben ik het volledig mee eens. Ik ben het honderd procent eens met de keuze om dan militairen mee in te schakelen om voor onze veiligheid te zorgen, net zoals alle veiligheidsdiensten op een dergelijk moment.
Vandaag gaat het niet over een terreuraanslag en zelfs niet over een terreurdreiging. Het gaat over bijstand bij de spoorwegpolitie. Is dat een kerntaak? Het gaat over politionele bijstand wegens drugs en georganiseerde criminaliteit in onze straten. Is dat een kerntaak van Defensie? Het gaat over bewakingsopdrachten bij nucleaire sites. Is dat een kerntaak voor Defensie? Dat zijn allemaal vragen die losstaan van een concrete terreuraanslag in 2015 en 2016. Ik twijfel daar sterk aan, ik ben daar niet van overtuigd. Ik ben van mening dat dat op dit moment geen kerntaak van Defensie is. Op dat vlak is de vergelijking tussen 2016 en de situatie vandaag dus niet een-op-een dezelfde.
03.14 Annick Ponthier (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.
U hebt gezegd dat u bezig bent met de militaire codex. Over de territoriale reserve hebt u niet concreet geantwoord, maar waarschijnlijk blijft het zoals u laatst hebt gecommuniceerd, met de uitvoering pas in 2027.
Met de regering spant u de kar voor het paard. U zou het andersom moeten doen en eerst moeten zorgen voor voldoende middelen voor onze politiediensten. Dat spreekt voor zich. Pas daarna zou u uw plannen moeten uitvoeren met betrekking tot de bijkomende inspanningen die militairen zouden moeten leveren om de veiligheid van burgers te garanderen of om, zoals in dezen, een vals gevoel van veiligheid te creëren. Als de rules of engagement – waar u in dezen niet op ingaat, wat enigszins begrijpelijk is in een openbare vergadering – betekenen dat militairen niet veel meer kunnen doen dan tegenover de eerste de beste burger optreden in het kader van zelfverdediging of in andere gevallen de politie bellen, dan staan we ver van huis op het vlak van veiligheid.
Ook op het vlak van arbeids- en logementvoorwaarden was u zeer summier. We weten dat de arbeids- en loonvoorwaarden op dit moment allerminst vergelijkbaar zijn met die van andere veiligheidsdiensten in dit land. U kunt stellen dat militairen niet te veel comfort mogen krijgen en dat dat nu eenmaal bij het beroep hoort, maar als u steeds op militairen rekent om bij te springen waar nodig en waar uw regering nog altijd tekortschiet, dan moet daar ook iets tegenover staan. Dat gaat niet over overdreven comfort, maar over basiscomfort en basisloonvoorwaarden. Die zijn op dit moment allerminst vergelijkbaar. Dat is betreurenswaardig. Op dat vlak pleegt de regering nog altijd schuldig verzuim. Er gaat nog steeds geen prioritaire aandacht naar bijkomende middelen voor de politie, terwijl veiligheid nochtans een basisrecht is voor onze burgers.
03.15 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je suis étonné que le Codex prenne autant de temps. Vous aviez précédemment annoncé qu'il serait prêt pour avril 2026. On nous dit maintenant que le travail sera poursuivi dans le courant de l'année 2026. Il faudrait tout de même que ce soit terminé rapidement, car, même si vous avez pris des précautions juridiques, je ne suis pas convaincu que nos militaires soient bien couverts sur le plan juridique en cas de souci, à travers la référence à des arrêtés royaux auxquels il a été fait mention en commission de Suivi des missions militaires, dont nous n'allons pas parler maintenant.
Ensuite, vous confirmez que des jeunes de 18 ans, issus de la réserve militaire, pourraient être envoyés dans les rues. Je rappelle que ces jeunes suivront une formation très courte, de six mois, dont une partie est assurée par une société privée parce que nous n'avons plus assez d'instructeurs. Cela pose un problème.
Je note que vous avez enfin convié les syndicats à une réunion informelle le 17 avril, même si vous dites que ce n'est pas vraiment leur compétence. Mais nous parlons ici de conditions salariales, de primes, de bien-être au travail, de leur propre sécurité. Il me semble tout à fait naturel que les syndicats qui représentent les militaires soient associés aux discussions. Je trouve que c'est un peu tard de ne les avoir invités qu'à partir du 17 avril. Mais vous l'avez fait.
Vous êtes en train de combler une lacune qui
devient structurelle, avec un bilan lamentable de l'ancienne ministre de
l'Intérieur, Mme Verlinden, et de l'actuel ministre de l'Intérieur,
M. Quintin, qui ne sont pas capables de recruter des policiers fédéraux en
suffisance. La manière dont l'État et ce gouvernement gèrent les compétences
régaliennes de ce pays et assurent la sécurité des citoyens est une
catastrophe! Et l'armée
redevient un sparadrap.
03.16 Koen Metsu (N-VA): Mijnheer de minister, bedankt voor uw antwoord.
8 mei is al kortbij, dus we kijken zeker uit naar die aanpassingen in de codex. We kunnen die dan ook verder bespreken.
Collega Vander Elst heeft gelijk, er is absoluut geen een-op-eenvergelijking mogelijk met 2015 en de dreiging van vandaag. In 2015 waren we reactief. Er was iets gebeurd, dus we gingen iets doen. In 2016 gebeurde helaas nog iets veel ergers, dus hebben we de capaciteit doen toenemen. Dat is puur reactief.
We proberen nu proactief en preventief te werken en het gevaar in de kiem te smoren. Dat is het grote verschil tussen beide visies. Er is iets gebeurd, dus we moeten iets doen. Wij zeggen nu dat er dreiging is, dus we moeten die dreiging counteren.
Welke zijn die dreigingen? Op 23 maart, nog niet zo lang geleden, was er een bompakket in het station Brussel-Zuid. Er was een bommelding in Antwerpen-Centraal en een aanslag op de Joodse synagoge in Luik. Dat zijn pertinente dreigingen. Dat komt niet uit de lucht vallen, dus daar is hulp nodig. Het gaat veel verder dan alleen de spoorwegpolitie. Nucleaire doelwitten en Joodse targets of hotspots zijn voor ons geen faits divers.
03.17 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, en deux minutes, je vais me concentrer sur deux choses que vous avez dites. La première, c’est la base légale. Vous parlez de l’article 111 de la loi de police. Mais cet article prévoit des conditions: prouver d’une part que la police n'a pas les capacités d'assumer la tâche en question, et d’autre part que le recours à l'armée est indispensable, c'est-à-dire qu'on ne peut pas faire autrement.
Il y a un doute sur ces conditions. C'est remis en question, et pas seulement par moi-même ou par le PTB, mais par la ministre Verlinden, qui est dans votre gouvernement. Elle siège au Conseil des ministres avec vous. Elle-même dit: "Je n'ai pas de preuve que l'article 111 soit d'application".
Vous nous avez juste dit, comme réponse à la base légale, que vous utilisiez l'article 111, mais vous n'avez pas donné les motivations qui vous poussent à l'utiliser. Vous ne prouvez donc pas votre soi-disant base légale. C'est d'ailleurs pour cela que vous avez besoin d'un codex, parce que pour l'instant, il n'y a pas de base légale. Les syndicats aussi le disent. Là-dessus, votre réponse est insuffisante.
La deuxième chose, ce sont les conditions dans lesquelles vous mettez ces militaires. Non seulement ils ne sont pas formés pour cela, non seulement ils n'ont pas l'expérience nécessaire pour faire face à ces tâches, mais en plus, vous les mettez dans les pires conditions pour le faire. Ils sont obligés de dormir dans des tentes.
Vous nous parlez des casernes et ainsi de suite qui ne sont pas conformes, qui ne sont pas dans de bonnes conditions. Mais c'est votre responsabilité en tant que ministre de la Défense. La Défense est responsable des militaires; et vous, vous les mettez dans des tentes. Eux-mêmes se plaignent de cette situation. Les syndicats nous disent que les militaires sont considérés comme des citoyens de seconde zone. Vous n'avez pas donné de réponse satisfaisante à cette question, monsieur le ministre.
03.18 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Collega’s, binnenlandse veiligheid is politiewerk, want zij zijn daarvoor het best opgeleid. Het bijstaan van de spoorwegpolitie en het uitvoeren van binnenlandse bewakingsopdrachten is geen taak voor militairen. Daarenboven ontbreekt het wettelijke kader daarvoor, waardoor zij niet beschermd zijn en te weinig mogelijkheden hebben om te interveniëren. Al het voorgaande in acht genomen, blijken militairen de pech te hebben dat ze flexibeler kunnen worden ingezet en goedkoper zijn dan de politie, niet omdat ze minder goed zijn, wel omdat de politie beter vergoed wordt. Het is zeer pijnlijk dat er op deze manier met onze militairen wordt omgegaan, temeer omdat uit de vorige operaties is gebleken dat dergelijke bewakingsopdrachten zeer demotiverend zijn voor hen. Laten we daar zo snel mogelijk komaf mee maken en ervoor zorgen dat de politie versterkt wordt, zodat ze voor de binnenlandse veiligheid zorgt. Dit is immers wat we in een democratie mogen verwachten: de politie zorgt voor de binnenlandse veiligheid.
03.19 Ridouane Chahid (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie, même si vos réponses m’inquiètent un peu.
Vous nous expliquez que vous vous appuyez sur l’article 111 de la loi sur la police intégrée – que vous interprétez à votre manière – pour justifier l’urgence et le déploiement de militaires dans les rues. En réalité, la seule justification que vous avancez est la confirmation de votre choix politique de poursuivre le désinvestissement – entamé par le ministre Jan Jambon – dans la police fédérale. Le fait que vous désinvestissiez dans la police fédérale constitue donc votre seule justification pour faire venir l’armée dans les rues.
C'est un réel problème. Il a d'ailleurs été relevé par la Cour des comptes, qui indique qu’avec la politique que vous menez en matière de sécurité intérieure, il manquera 800 équivalents temps plein d’ici 2029 au sein de la police fédérale.
J’entends notre collègue de la N‑VA nous affirmer que nous sommes réactifs. Pourtant, l’attentat contre la synagogue de Liège a eu lieu le 9 mars alors que le gouvernement a tenu un Conseil national de sécurité le 5 mars. Pouvez-vous m'expliquer où se situe la réactivité? Où sont les mises en œuvre des décisions que vous avez prises le 5 mars lors du Conseil national de sécurité? La réactivité n’est pas là.
La réactivité serait de donner des moyens à la police fédérale pour assurer les missions qui sont les siennes, et de faire en sorte que l’armée, la Défense nationale, soit là où elle doit être. C’est‑à‑dire qu'elle doit nous protéger des dangers extérieurs provenant d’autres États. Voilà la réalité. Il faut que chacun fasse son job, que l’armée soit valorisée et qu’elle ne soit plus sollicitée pour pallier les conséquences de vos politiques.
03.20 Luc Frank (Les Engagés): Monsieur le ministre, comme je l'ai déjà expliqué, ce doit être une décision momentanée. Et, puisqu'il s'agit d'une décision momentanée, cela ne me pose aucun problème.
Je vous remercie.
De voorzitter: De heer Vander Elst vraagt het woord voor een persoonlijk feit.
03.21 Kjell Vander Elst (Anders.): Collega Metsu, u laat uitschijnen dat ik de terreurdreigingen die u opsomt een fait divers vind. Dat is niet correct. U weet dat ik heel begaan ben met de veiligheid in ons land. De vraag die vandaag wordt gesteld, is wie wat doet en wanneer. Daarover gaat het. Het gaat er niet over of ik veiligheidszaken in vraag stel, maar wel over wie welke veiligheidstaak op welke moment uitvoert. We hebben een geïntegreerde politie en de Veiligheid van de Staat. Dit zijn binnenlandse taken en ik vind dat de politie die op zich moet nemen. Ik zeg niet dat dat niet moet gebeuren of dat dat niet ernstig moet worden genomen, maar wel dat de politie die taken moet uitvoeren.
Vandaag worden de militairen gebruikt om politietekorten op te vangen. Dat is de realiteit, nog altijd zonder een sluitend wettelijk kader. Ik neem elke terreurdreiging bijzonder ernstig en ik neem de veiligheidstaken in ons land, intern en extern, heel ernstig, maar hier laten uitschijnen dat ik de terreurdreigingen een fait divers vind, klopt niet. De vraag is wie wat en wanneer doet. De politie moet de binnenlandse taken op zich nemen en dat vereist middelen voor de politie. De militairen moeten zich met andere zaken bezighouden. Er zijn genoeg problemen voor onze militairen en voor de Belgische Defensie om hun rol te spelen.
03.22 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Tout le monde a le droit de vivre en sécurité, quelle que soit sa religion, son origine, son orientation ou autre. C'est un prérequis. Le secrétaire national du syndicat policier dit qu'il est extrêmement dangereux de mettre des militaires dans la rue. Ce sont deux métiers différents, qui n'ont pas les mêmes formations. Ni la police, ni l'armée ne sont favorables à retrouver des militaires dans la rue.
Vous avez évoqué l'article 111 de la loi organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux. Cet article dit qu'on peut requérir l'assistance des forces armées si celles-ci sont les seules à pouvoir fournir les moyens techniques et humains nécessaires. De deux choses l'une: soit il n'y a pas de moyens techniques et humains nécessaires suffisants dans la police, et c'est un véritable problème de sécurité intérieure et la responsabilité du ministre de l'Intérieur est réellement importante; soit il y a les moyens techniques et humains nécessaires au sein de la police, et l'armée n'a donc strictement rien à faire dans la rue. Il serait intéressant d'entendre ce que dit le gouvernement, car, quand on vous entend ainsi que Mme Verlinden, les discours ne sont absolument pas les mêmes.
Ce que je remarque, c'est une espèce de rustine, de campagne de communication suivie de conséquences réelles, tant sur la police que sur l'armée. Nous demandons de véritables mesures structurelles, basées sur les recommandations d'experts, qui augmentent réellement la sécurité des personnes dans nos quartiers et non pas une espèce de coquille vide, avec des militaires qui sont plantés là, qui n'ont pas demandé à être là et que la police ne souhaite pas non plus voir là.
03.23 Koen Metsu (N-VA): Ik wil niet provocerend zijn, maar ik denk niet dat de heer Vander Elst mij niet begrepen heeft, in tegenstelling tot de andere collega die mij duidelijk niet begrepen heeft.
Ik heb gezegd dat deze tijdelijke maatregel absoluut geen structurele vervanging voor het tekort bij de politie mag zijn. Dat is het credo, maar soms breekt nood wet en moeten we, zoals in 2015 en 2016 reactief maar nu proactief, ervoor zorgen dat we geen extra schade oplopen. Op dit moment is er immers sprake van een imminente dreiging.
Ik wilde dit nog toevoegen, om de puntjes om de i te zetten.
De voorzitter: Ik heb begrepen dat de minister nog een technisch aanvulling wil geven.
03.24 Minister Theo Francken: Voor de joodse instellingen geldt de juridische basis van de inzet volgens artikel 111 van de wet op de geïntegreerde politie. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Brussel, voor de stations, geldt de inzetbeslissing van de ministerraad, met goedkeuring van het protocolakkoord. Voor de operatie in de joodse wijken, in Brussel en Antwerpen, geldt artikel 111 van de wet op de geïntegreerde politie. Voor de inzet aan de stations in Brussel geldt de inzetbeslissing van de ministerraad, evenals het protocolakkoord tussen Defensie en de politie.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Collega’s, dan is het derde actualiteitsdebat afgerond en gaan we over naar het vierde actualiteitsdebat.
Mijnheer
Boukili?
03.25 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, je voudrais faire une suggestion si la commission en est d'accord. Vu l'avancement de l'heure, ne mènerions-nous pas le débat sur le reportage Pano maintenant avant le débat sur le conflit au Moyen-Orient?
Le président: Pourquoi?
03.26 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Parce que, vu l'heure, il est indispensable que nous abordions le débat sur le reportage Pano, d'autant que le sujet du conflit au Moyen-Orient sera abordé cet après-midi en commission des Relations extérieures.
De voorzitter:
We hebben tot 15.00 uur de tijd. Ik denk dat beide debatten nog aan bod
kunnen komen. We hebben
nog twee uur de tijd.
03.27 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Nous avons mené trois débats en deux heures et demie. Il ne nous reste que deux heures.
03.28 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le président, je voudrais appuyer la demande de M. Boukili, pour que nous ayons vraiment le temps d'entrer dans le débat et de prendre le temps nécessaire. Par ailleurs, j'imagine que certains collègues doivent être présents dans d'autres commissions cet après-midi. Dès lors, cela nous arrangerait de pouvoir mener le débat ici afin que nous puissions vraiment avoir le temps, mais ce n’est qu’une suggestion.
De voorzitter: Collega’s, er is geen enkel probleem. We kunnen zeker tot 15.00 uur de gedachtewisselingen organiseren. Op de agenda staat nu het actualiteitsdebat over het conflict in het Midden-Oosten. Ik kan mij voorstellen dat sommige vraagstellers zeer sterk vragende partij zijn om dat debat nu te kunnen houden. Het staat zo op de agenda en ik zal eisen dat de minister blijft voor het debat over de Pano-reportage, zodat we dat ten gronde kunnen voeren. Mijnheer de minister, u hebt mij gehoord.
Collega's, ik stel voor dat we de agenda aanhouden en dat we eraan beginnen.
03.29 Christophe Lacroix (PS): Je sais que le ministre a l’habitude de dire ce qu’il pense et de faire ce qu’il dit – même si nous ne sommes pas souvent d'accord –, mais il serait vraiment temps d’entamer le débat sur les drones. Cela doit être fait aujourd’hui, lors de cette séance-ci.
04.01 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
De oorlog in het Midden-Oosten escaleert
verder. Iran houdt Amerika en de hele wereld in een economische wurggreep door
de blokkade van de Straat van Hormuz en onderhandelen lijkt onmogelijk. De
kloof tussen de eisen van de partijen is onoverbrugbaar. President Trump
overweegt nu zelfs het ondenkbare: de inzet van een grondoffensief.
Er rijzen vragen vanuit de Golfstaten
zoals Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten voor militaire bijstand
tegen Iraanse aanvallen. Tegelijk stelt premier Bart De Wever dat België niet
zal deelnemen aan de oorlog, maar eventueel wel aan maritieme operaties onder
internationale vlag om de Straat van Hormuz te beveiligen na het conflict.
Wat steun aan de Golfstaten betreft
herinneren wij u aan het feit dat deze shariaregimes de ideologische
voedingsbodem hebben gelegd voor salafisme en jihadisme in Europa, die geleid
heeft tot de aanslagen van 22 maart 2016.
Tegelijk kan men vraagtekens plaatsen bij
wat wij überhaupt nu kunnen leveren aan materieel of logistiek in de Golf, dat
we zelf niet nodig hebben.
Heeft de regering intussen een definitief
standpunt ingenomen over de vraag van Saudi-Arabië, Qatar en de Verenigde
Arabische Emiraten om militaire bijstand? Wordt deze piste nog actief
overwogen?
Over welke systemen gaat het, en voorziet
u ook de inzet of stationering van Belgische militairen ter plaatse?
Wat is de impact van een eventuele inzet
op onze paraatheid, strategische stocks en lopende capaciteitsopbouw, in het
bijzonder inzake luchtverdediging en anti-dronecapaciteit?
Bestaat er een gecoördineerde Europese
strategie hierover, of dreigt hier een versnipperde aanpak waarbij lidstaten
individueel worden meegezogen?
Bestaat er binnen de regering een
duidelijke exitstrategie wat de missie in Hormuz betreft na een
staakt-het-vuren? Welke capaciteiten kunnen wij dan leveren, de beperkte
inzetbaarheid van onze fregatten indachtig? Wat met het risico dat het conflict
weer oplaait en België hier dan direct in meegezogen kan worden?
Deelt u de bezorgdheid dat België hier
stap voor stap in een conflict wordt gezogen zonder duidelijk nationaal belang,
en dat dit haaks staat op de prioriteit om onze eigen veiligheid en
defensiecapaciteiten te versterken?
04.02 Darya Safai (N-VA): Mijnheer de minister, wie het nieuws volgt, beseft dat de situatie in het Midden-Oosten er niet goed uitziet. Het Iraanse regime is verdeeld, zoals steeds. Enkele mensen willen wel onderhandelen, maar zelfs na onderhandelingen zullen ze geen enkele voorwaarde van de Verenigde Staten aanvaarden. Anderen willen zelfs niet aan dezelfde tafel zitten als JD Vance en de Verenigde Staten. Dat is de reden voor hun afwezigheid.
Onze veiligheid, in Europa en in ons land, is niet gewaarborgd en zal dat ook nooit zijn zolang het regime daar aan de macht blijft. We moeten momenteel onze eigen belangen voor ogen houden. Dat betekent dat we moeten voorkomen dat Iran een nucleair wapen ontwikkelt en ervoor moeten zorgen dat de Straat van Hormuz heropend wordt.
Ook al ziet het er voor het Iraanse regime niet rooskleurig uit, verandering zal niet voor de komende dagen of maanden zijn. Europa was tot op vandaag steeds afwezig, en dat terwijl we strategisch klaar moeten zijn en dus uitmaken wat we in de toekomst willen betekenen. Europa blijft inderdaad inzetten op diplomatie en spreekt over de-escalatie, terwijl het Iraanse regime niet bereid is om tot een diplomatieke oplossing te komen, laat staan te onderhandelen.
In die context komt Defensie in beeld. Wanneer diplomatie eindigt, moeten we klaarstaan om onze belangen te verdedigen en om een antwoord te bieden aan de komende uitdagingen in de regio, zeker nu de Straat van Hormuz volledig afgesloten is. Dat zal ons geld kosten. Mijnheer de minister, wat zijn de plannen? Wat kunnen we doen om de Straat van Hormuz opnieuw te openen?
04.03 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, la guerre en Iran qui a été déclenchée de manière illégale par les États-Unis et Israël montre les ravages qu'elle fait. Les conséquences de cette guerre jusqu'à aujourd'hui, en termes humains sur place, mais aussi au niveau économique pour les populations ici, sont évidentes. Je pense que le rôle de la Belgique est d'abord de rappeler le respect du droit international et de condamner toute violation de celui-ci, même si c'est un allié comme les Etats-Unis qui viole ce droit. On voit que cette guerre s'inscrit dans un schéma quelque peu classique, comme on l'a vu en Afghanistan, en Irak et en Libye, avec les conséquences que l'on connaît.
Vous, monsieur le ministre, dans ce contexte-là, au lieu d'aller vers une désescalade et vers un rôle diplomatique de la Belgique, vous avez annoncé le 18 avril l'envoi d'un chasseur de mines belge en mer Méditerranée, en préparation d'une opération militaire dans le détroit d'Ormuz. Ce n'est pas un détail technique, mais c'est une implication militaire de la Belgique dans ce qui se passe.
Ma première question est donc simple. Sur quel mandat fondez-vous la décision de mettre notre chasseur de mines en état d'alerte? Cette décision a-t-elle été prise par l'ensemble du gouvernement? Existe-t-il un mandat des Nations Unies ou une autre base juridique internationale pour cette opération militaire?
Je vous remercie.
04.04 Luc Frank (Les Engagés): Monsieur le ministre, le 18 avril, vous avez annoncé le redéploiement du chasseur de mines Primula de la mer Baltique vers la Méditerranée. Nous avons reçu ce matin certaines informations en commission de Suivi des missions militaires. Cependant, comme vous l’avez annoncé publiquement, il est important que des informations plus détaillées et non classifiées puissent également être fournies publiquement. C’est important pour la transparence vis-à-vis de nos citoyens.
Cette décision intervient alors qu’une conférence en ligne a été organisée le vendredi 17 avril par la France et le Royaume-Uni pour rassembler une coalition afin de garantir la liberté de circulation dans le détroit d’Ormuz. Une dizaine de pays non belligérants s’y sont dits prêts à lancer une mission neutre de sécurisation du détroit d’Ormuz et ont demandé sa pleine réouverture. L’actualité depuis ce week-end et le rejet de cette proposition par Donald Trump n’incitent pas à l’optimisme. Cette mission ne semble pas pouvoir être mise en place rapidement. Néanmoins, il est bon que la Belgique mette déjà des moyens en place si les conditions fixées par le gouvernement sont réunies, à savoir la fin de la guerre et une mission dans un cadre multinational.
Voici mes questions.
Quel engagement en termes de capacité la Belgique a-t-elle promis lors de cette conférence? Quels sont les moyens promis par les autres États? Que doit décider la réunion de planification militaire qui doit avoir lieu à Londres cette semaine? Comment s’exercera le commandement et le contrôle sur la mission? Enfin, comment cette mission sera-t-elle financée?
04.05 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le ministre, cela fait déjà 50 jours que le chaos règne au Moyen-Orient et dans la région du détroit d’Ormuz, à la suite de l’attaque israélo-américaine illégale contre l’Iran. On entend que les négociations sont toujours en cours. Le cessez-le-feu tient tant bien que mal. L’Iran a de nouveau annoncé fermer le détroit stratégique d’Ormuz et le blocus américain est toujours en cours. La veille pourtant, Téhéran avait annoncé la réouverture de ce passage stratégique aux navires commerciaux. Au Liban, un soldat français a été tué lors d’une attaque contre des Casques bleus, selon Emmanuel Macron. Pendant ce temps, Donald Trump souffle le chaud et le froid et les citoyens européens paient le prix de cette guerre qui n’est pas la nôtre, rappelons-le, pour se chauffer et même pour se déplacer.
De votre côté – pour parler un peu d’autre chose que des drones –, vous avez annoncé sur X que la Belgique allait redéployer le chasseur de mines Primula de la mer Baltique vers la Méditerranée en indiquant que nous sommes prêts à assurer nos responsabilités dans le détroit d’Ormuz. Mais de quelles responsabilités parlez-vous? Il s’agit pourtant d’une mission très risquée, tant pour la sécurité de nos militaires que pour notre implication dans la région.
Monsieur le ministre, pouvez-vous me donner tous les détails concernant le redéploiement du Primula, les règles d’engagement et le cadre de son intervention – au niveau humain, de la durée et de l'extension géographique? Le Primula est-il suffisamment équipé et protégé pour une telle mission? Ensuite, monsieur le premier ministre a indiqué que la Belgique était prête à contribuer dès que les conditions seraient réunies. De quelles conditions parlons-nous? Dans quel cadre multinational éventuel serait-on déployé et selon quel cadre onusien? Enfin, la Chambre serait-elle impliquée avant toute décision gouvernementale éventuelle, comme c'est la coutume dans notre pays?
04.06 Koen Van den Heuvel (cd&v): Ik verwijs naar mijn vraag zoals schriftelijk ingediend.
De Primula vertrok in maart voor een
missie van bijna drie maanden naar de Baltische zee om een bijdrage te leveren
aan operatie Baltic Sentry in de Baltische zee. Recent heeft u het bevel
gegeven om deze mijnenjager vanuit de Baltische zee naar de Middellandse zee te
sturen. In dezelfde tweet waarin u dit aankondigt, geeft u aan dat ‘We klaar
zijn om onze verantwoordelijkheid in de straat van Hormuz op te nemen wanneer
dat nodig is’.
De straat van Hormuz is cruciaal voor de
internationale energievoorziening en wereldhandel, maar is vandaag nog altijd
het toneel van de Iranoorlog. Sinds 7 april is er weliswaar een staakt het
vuren en zijn er gesprekken bezig om tot een vredesakkoord te komen, maar het
succes van deze gesprekken is allesbehalve zeker.
Daarom heb ik de volgende vragen:
Wat is de huidige opdracht en het mandaat
van de Primula? Wil dit zeggen dat het schip niet meer deelneemt aan operatie
Baltic Sentry? Is er een akkoord binnen de ministerraad over deze opdracht? Hoe
past deze inzet binnen de Belgische strategie rond de veiligheid in de Straat
van Hormuz? Wat bedoelt u concreet met ‘onze verantwoordelijkheid in de straat
van Hormuz op te nemen wanneer dat nodig is?
04.07 Kristien Verbelen (VB): Het gaat over de situatie in het Midden-Oosten. Ik heb nog een vraag over de mijnenjager Primula, die wordt verplaatst van de Baltische Zee naar de Middellandse Zee, zodat het schip sneller inzetbaar zou zijn indien een internationale operatie rond de Straat van Hormuz nodig zou zijn.
Daar moeten we toch een aantal vragen bij stellen. De veiligheidssituatie in die regio is zeer volatiel en kan van uur tot uur veranderen. Er is onzekerheid over een duurzaam staakt-het-vuren en er is geen volledige duidelijkheid over het concrete mandaat, de timing en de duur van een eventuele missie. Zo’n voorbereidende verplaatsing is niet zonder gevolgen.
Ik wil u daarom vragen wanneer en door wie beslist werd om de Primula al te verplaatsen en op basis van welke analyse dat is gebeurd en waarom dat aangewezen werd geacht.
Daarnaast verneem ik graag of u het, gelet op de onzekere geopolitieke context en het ontbreken van een duurzaam akkoord in de regio, niet voorbarig acht om onze schaarse maritieme capaciteit in die richting te heroriënteren. Kunt u toelichten welke scenario’s momenteel op tafel liggen voor een verdere inzet, de mogelijke duur, stationering, rotatie en eventuele terugkeer van het schip? Welke logistieke ondersteuning en bevoorrading zijn voorzien als die aanwezigheid langer zou duren dan vandaag wordt ingeschat?
Tot slot hoor ik graag welke impact deze beslissing heeft op de beschikbaarheid van onze mijnenbestrijdingscapaciteit voor opdrachten in de Noordzee en de Baltische Zee, waar we dus deels zijn weggetrokken. Zal het Parlement ook betrokken worden als de voorbereidende verplaatsing zou overgaan tot een operationele inzet? We hebben vanmorgen al wat informatie gekregen, maar ik vond het wenselijk om dat hier vandaag ook openbaar aan bod te brengen.
04.08 Axel Weydts (Vooruit): Vooruit vindt dat deelname aan een eventuele beveiligingsopdracht in de Straat van Hormuz mogelijk moet zijn. Een eventuele opdracht in het kader van ontmijning moet ook mogelijk zijn.
Daar zijn wel duidelijke voorwaarden aan verbonden. De eerste belangrijke voorwaarde is dat er een duurzaam staakt-het-vuren moet zijn. Dat dat absoluut nog niet het geval is en dat we daar nog ver van af zijn, is enkele uren geleden nog maar eens gebleken. We hebben namelijk het bericht gekregen dat enkele uren geleden twee civiele containerschepen onder vuur zijn genomen door Iraanse strijdkrachten. Van een duurzaam staakt-het-vuren kan dus absoluut nog niet worden gesproken. Dat is wel een absolute voorwaarde voor een eventuele deelname van een Belgisch schip aan deze operatie. Een tweede voorwaarde is dat het in een internationaal kader moet plaatsvinden, al kan dat moeilijk anders. Dat zal dus een voorwaarde zijn die zeker zal worden ingevuld. Ten derde, het moet gaan om een strikt defensieve beveiligingsopdracht die een veilige doorvaart door de Straat van Hormuz voor civiele schepen kan garanderen. Dat is in het belang van onze economie en onze welvaart. Die voorwaarden zijn dus zeer belangrijk.
Wat mij ook opgevallen is, zeker na de briefing van deze ochtend, is dat het absoluut geen luxe is om in de toekomst over meer mijnenjagers te beschikken. Het is goed dat we nu al beschikken over de M940 Oostende, maar die heeft nog geen full operational capability en kan dus nog niet worden ingezet. We verwachten nog vijf dergelijke platformen. We kijken daar met veel belangstelling naar uit zodat, wanneer we moeten beslissen om een schip te verplaatsen van het ene operatiegebied naar het andere, dat niet ten koste gaat van de veiligheid, in dit geval in de Baltische Zee.
04.09 Minister Theo Francken: Ten eerste, u weet dat een aantal landen steun heeft gevraagd. Daarover is nog geen beslissing genomen. Dus dat punt is nog hangende. We zullen zien.
In verband met de Primula is het belangrijk op te merken dat het schip gisteren in Zeebrugge is toegekomen. Het is uit de NAVO-operatie in de Baltische Zee teruggeroepen. In Zeebrugge wordt het schip nu klaargemaakt om naar de Middellandse Zee te vertrekken, opnieuw in een NAVO-context of NAVO-operatie. Het is daar geprepositioneerd, zoals dat heet, en is dus eventueel sneller in de Straat van Hormuz mocht er een beslissing zijn om deel te nemen aan die operatie om de Straat van Hormuz en de internationale wateren en vaarroutes aldaar te vrijwaren. Dat is nog af te wachten.
Dat zal ook in het Parlement aan bod komen. In de commissie voor Landsverdediging zullen wij samen met de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen een debat hebben, naar ik aanneem op basis van een resolutie.
Ten tweede, de overvluchten in het kader van operatie Epic Fury zijn niet mijn bevoegdheid. Daarvoor moet u bij de minister van Mobiliteit of bij de minister van Buitenlandse Zaken zijn. Ik ben daarvoor niet bevoegd. Buitenlandse Zaken geeft diplomatic clearances en Mobiliteit controleert permanent het luchtruim.
De militaire basissen zijn niet gebruikt. Daarvoor ben ik wel bevoegd. De Belgische militaire basissen zijn niet gebruikt in het kader van operatie Epic Fury.
Het op 8 april 2026 bereikte akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran voorziet in een tijdelijk staakt-het-vuren van 14 dagen en werd bemiddeld door Pakistan. Het akkoord omvat drie elementen, namelijk een opschorting van offensieve militaire acties, een tijdelijke heropening van de Straat van Hormuz en ruimte voor nadere onderhandelingen.
België beschouwt het bestand als noodzakelijk maar uiterst fragiel. Het is tijdelijk, beperkt en zonder garanties op verlenging. België steunt elke vorm van de-escalatie en bescherming van burgers, maar benadrukt dat duurzame stabiliteit alleen mogelijk is via diplomatie en respect voor het internationaal recht.
Over de reikwijdte van het bestand bestaan tegenstrijdige interpretaties. De Verenigde Staten en Israël sluiten Hezbollah uit terwijl Iran Hezbollah als deel van het conflict beschouwt. België deelt de analyse dat de rol van Hezbollah als door Iran gesteunde actor een belangrijke destabiliserende factor blijft. Het gebrek aan duidelijkheid ondermijnt de geloofwaardigheid van het bestand en verhoogt het risico op escalatie via proxy’s. Iedereen weet dat Hezbollah een proxy is van de IRGC, de Islamitische Revolutionaire Garde, die de kern uitmaakt van het Iraanse regime. Hetzelfde geldt voor de Houthi’s, Hashd al-Shaabi in Irak en een aantal andere, zoals Palestinian Islamic Jihad. Die worden allemaal aangestuurd vanuit het Iraanse regime. Dat wordt elke dag duidelijker, en dat is goed, want dan kunnen daaraan consequenties worden verbonden.
Wanneer het bijvoorbeeld gaat over het beschouwen van Hezbollah als een terroristische organisatie, stelt zich de vraag naar het onderscheid tussen de militaire en de politieke arm. De militaire tak staat op de terreurlijst. De vraag is hoelang het onderscheid tussen beide nog kan worden volgehouden. Daar moet verder over worden gesproken.
Ik ben alleszins tevreden dat de IRGC eindelijk op de terreurlijst van de Europese Unie staat. Dat is een belangrijke diplomatieke stap voorwaarts. Ik begrijp dat de Iraanse bevolking, in Teheran, Isfahan, Qom en andere steden, en op het platteland, daar op dit moment weinig boodschap aan heeft. Toch is het een sterk signaal dat het Iraanse regime op de Europese terreurlijst is geplaatst. Hoe beperkt ook, het is een overwinning.
Hezbollah staat met zijn militaire tak op de terreurlijst. Ook daar kunnen verdere vragen over worden gesteld en initiatieven worden genomen. Dat moet verder worden bekeken binnen de regering, binnen Europa en binnen de bevoegde organisaties. Dat is uiteraard ook een zaak van Buitenlandse Zaken.
De Belgische regering benadrukt dat NAVO-solidariteit geen automatische deelname aan militaire operaties buiten het verdragsgebied inhoudt. Buiten artikel 5 gebeurt elke eventuele Belgische bijdrage na bondgenootschappelijk overleg en op basis van een nationale beoordeling van het mandaat en internationaalrechtelijke randvoorwaarden.
België pleit consequent voor de-escalatie, diplomatie en multilaterale legitimiteit en erkent het cruciale belang van de Straat van Hormuz voor de mondiale energievoorziening en de internationale handel. Een heropening kan economische en strategische spanningen verminderen. België benadrukt evenwel dat vrije doorvaart duurzaam, veilig en onvoorwaardelijk moet zijn. Tijdelijke of conditionele oplossingen zonder solide juridische en veiligheidswaarborgen zijn onvoldoende.
Berichten over mogelijke Iraanse tolheffing zijn, indien bevestigd, onaanvaardbaar en strijdig met het internationaal zeerecht.
Wat de door president Trump opgelegde deadline betreft, hanteert België een voorzichtige en voorwaardelijke houding. Er is geen engagement aangegaan om gevolg te geven aan die deadlines, noch om onmiddellijk oorlogsschepen in te zetten. Elke Belgische militaire bijdrage vergt een duidelijk internationaal mandaat en voldoende garanties dat de situatie richting de-escalatie evolueert.
De veiligheidscontext moet een gecontroleerde en proportionele inzet toelaten, bij voorkeur in het kader van een verifieerbaar staakt-het-vuren. Dat is ook een van de voorwaarden. Er moet een duurzaam staakt-het-vuren zijn voordat we dat zouden doen. Mark Rutte heeft Europese bondgenoten aangespoord om concrete militaire bijdragen te leveren aan de zogenoemde Hormuz-coalitie en sluit niet uit dat de NAVO zelf een rol zal spelen.
België staat hierover in voortdurend contact met zijn EU-partners, zowel via bilaterale diplomatieke contacten als op het vlak van Defensie. Om veiligheidsredenen wordt hier niet verder op ingegaan, maar u weet dat premier De Wever afgelopen vrijdag ook overleg heeft gehad met onder andere de Britten, de Fransen en heel wat andere partnernaties. Ik meen dat het om tientallen partnernaties ging die bereid zouden zijn om eventueel in een coalition of the willing een actie op operationeel niveau te ondersteunen. Daarom hebben we beslist tot de prepositionering van de Primula naar de Middellandse Zee. Dat gebeurde in het kader van de vergadering van vrijdag die onze premier heeft bijgewoond.
België neemt de recente uitspraken van president Trump ernstig, maar ook nuchter op. Ze passen in een gekend patroon van politieke druk. Een snelle of unilaterale Amerikaanse NAVO-exit is juridisch en politiek zeer onwaarschijnlijk. De NAVO blijft een kerninstrument van trans-Atlantische veiligheid. Tegelijk benadrukken die uitspraken de verwachting dat Europa meer verantwoordelijkheid opneemt voor zijn eigen defensie binnen dat NAVO-kader, met een duidelijke Europese pijler. Dat neemt niet weg dat de uitspraken van president Trump een duidelijke politieke realiteit blootleggen, namelijk de verwachting dat Europese bondgenoten meer verantwoordelijkheid opnemen voor hun eigen veiligheid.
In dat opzicht beschouwt de Belgische regering die signalen als een aansporing tot een verdere versterking van de Europese defensiecapaciteiten binnen het NAVO-kader en niet als een reden om het bondgenootschap ter discussie te stellen. In deze context blijft België volledig geëngageerd in de NAVO als hoeksteen van de collectieve verdediging en werkt ons land samen met Europese partners aan een evenwichtigere lastenverdeling in complementariteit met de NAVO.
Lors de la conférence de Paris du 17 avril, la Belgique a indiqué sa disponibilité de principe à contribuer à une éventuelle mission multinationale de sécurisation maritime, par la mise à disposition de capacités navales spécialisées, en particulier dans le domaine de la lutte contre les mines. Cet engagement reste conditionné aux décisions politiques ultérieures, au mandat international et au cadre juridique de la mission.
Les autres États ayant participé à la conférence ont évoqué, à des degrés divers, des contributions possibles sous forme de moyens navals, de capacités de surveillance maritime, de soutien logistique ou de personnel d’état-major. À ce stade, ces annonces demeurent indicatives et devront être précisées lors des travaux de planification militaire.
La réunion de planification militaire prévue à Londres doit permettre d’examiner les objectifs, d’identifier les capacités nécessaires et les possibles contributions nationales. Plusieurs options sont à l’étude, notamment celle d’un commandement multinational ad hoc, possiblement adossé à une structure existante. Toute décision devra garantir une chaîne de commandement claire, une coordination étroite entre partenaires et le plein respect du droit international.
Le redéploiement du chasseur de mines Primula de la mer Baltique vers la Méditerranée s’inscrit dans une manœuvre de posture et de préparation. Je renvoie à la commission de Suivi des missions militaires, siégeant à huis clos, pour davantage de détails. Nous en avons déjà parlé ce matin.
Aucune décision définitive de déploiement dans le détroit d'Ormuz n’a été prise à ce stade. La Belgique n’agira pas de manière isolée. Elle s’inscrira exclusivement dans un dispositif multilatéral clairement défini et légitimé.
Conformément aux usages et aux principes démocratiques en vigueur dans notre pays, la Chambre des représentants sera pleinement informée de toute opération extérieure. Chaque mission fait l’objet d’un suivi au sein de la commission de Suivi des missions militaires, comme c’est le cas pour toutes les missions.
De BNS Primula nam sinds midden maart deel aan SNMCMG1 in de Noord- en de Baltische Zee, met een brede opdracht. Die omvat een bijdrage aan deterrence en enhanced vigilance, deelname aan ontmijningsactiviteiten en historic ordnance disposal activities, en daarnaast ondersteuning van Baltic Sentry om samen met NAVO-partners de maritieme veiligheid, situational awareness en de bescherming van kritieke onderzeese infrastructuren te versterken.
Het kernkabinet werd afgelopen vrijdag over de verplaatsing en de mogelijke toekomstige inzet van de Primula geïnformeerd. Een eventuele daadwerkelijke inzet in of naar de Straat van Hormuz zal het voorwerp uitmaken van een expliciet besluit binnen de ministerraad, conform de gebruikelijke grondwettelijke bepalingen.
De recente herpositionering van het schip richting de Middellandse Zee betreft een flexibele verplaatsing die toelaat snel in te spelen op evoluties. België onderschrijft het belang van de vrije en veilige doorvaart in strategisch maritieme knelpunten, waaronder de Straat van Hormuz, die cruciaal is voor de internationale handel en energievoorziening.
Met die uitspraak wordt bedoeld dat België bereid is om, als de internationale gemeenschap en onze partners daarom verzoeken en de situatie dat vereist, een proportionele en passende bijdrage te leveren aan de maritieme veiligheid en de vrije scheepvaart in de regio.
04.10 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, een aantal zaken wordt duidelijk, maar met betrekking tot het conflict heerst op dit moment vooral onduidelijkheid. We moeten erover waken dat België niet stap voor stap in een conflict wordt gezogen zonder duidelijk nationaal belang, met een belang dat haaks zou kunnen staan op onze eigen veiligheid en op de versterking van onze defensiecapaciteiten. Ik hoor dat we niet alleen staan met die mening, ook regeringspartijen delen die mening, zo blijkt.
In een volatiele context als deze, waarbij volgens de meeste analisten de kans op een duurzame vrede en stabiliteit in de regio op korte termijn zeer klein is, lijkt mij inderdaad dat voorzichtigheid geboden is. U hebt nu beslist om een van onze mijnenjagers te verplaatsen naar de Middellandse Zee, waardoor we onze missie in de Baltische regio niet kunnen voortzetten. Ik denk niet dat dit een goede beslissing is, maar de toekomst zal dat uitwijzen.
Eerder wilde u ook al de Golfstaten militair beschermen met luchtverdediging, met systemen die we zelf nog maar net paraat stellen voor ons eigen luchtruim. Ik vraag u om u te hoeden voor enige voorbarigheid, mijnheer de minister. Ons te snel willen mengen, dient onze veiligheidsbelangen niet en kan ons materieel, onze troepen en onze capaciteit elders wel degelijk in het gedrang brengen. Ik wil u vragen om het hoofd koel te houden. Dat is wat onze burgers en militairen van u verwachten in tijden van crisis.
04.11 Darya Safai (N-VA): Eerlijk gezegd begrijp ik het pleidooi niet van sommige collega’s dat we ver moeten blijven van de operatie, dat ze gevaarlijk is en dat ze onze belangen niet dient. Elke ochtend hoor ik op de radio over stijgende prijzen voor gas en olie, maar als het erom gaat de Straat van Hormuz te heropenen, dient zo’n operatie onze belangen niet en is ze gevaarlijk. Collega’s, ons leger is er niet voor de decoratie; het dient ergens toe. Kennelijk wilt u onze expertise op het vlak van ontmijning niet eens inzetten, terwijl bondgenoten, waaronder buurlanden, onze hulp vragen. Dat is dan niets voor ons en dan luidt het motto dat de anderen het maar zelf moeten oplossen en de Straat van Hormuz moeten heropenen. Collega’s, wij behoren op het vlak van ontmijning tot de beste specialisten. Wij moeten iets ondernemen.
Iran respecteert het internationaal recht niet. De Islamitische Republiek heeft haar buurlanden aangevallen. Waarom? Ze hebben niets verkeerds gedaan. Ze hebben zelfs geprobeerd een deal te sluiten, opdat Iran minder de gevolgen van eigen handelen zou voelen.
Het argument is nu dat een operatie te gevaarlijk is. Waarom investeren we dan nog in Defensie? Waartoe dient het dat we geld blijven uitgeven, maar geen acties ondernemen?
Collega’s, we hebben de NAVO ondermijnd door jarenlang niet te investeren. We hebben onze bondgenoten teleurgesteld door vast te houden aan het argument dat het onze oorlog niet is. We kunnen wel klagen over de prijs van olie en gas, maar we moeten dan ook handelen. België moet veel sterker dan vandaag de gruwelpraktijken van het regime van Iran veroordelen en meer doen omwille van de stabiliteit.
04.12 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le président, je pensais que ma réplique serait brève mais j'ai entendu certaines choses qui suscitent une réaction.
Monsieur le ministre, pensez-vous qu'il soit judicieux de répondre à l'appel de Mark Rutte à participer, à intervenir sur place? On connaît la loyauté, l'alignement et la soumission de Rutte à Donald Trump. Lui-même a d'ailleurs déclaré que "l'OTAN est la plateforme de la projection de la puissance américaine dans le monde". C'est donc ainsi qu'il nous voit et qu'il va nous utiliser pour participer à la projection de la puissance américaine dans le monde. Il nous utilise. Je ne pense dès lors pas qu'on doit répondre par allégeance à toutes ses demandes.
Par ailleurs, vous voulez sécuriser le détroit d'Ormuz. Parlez à vos amis américains et israéliens, parce qu'avant la guerre, le détroit d'Ormuz était libre! Il n'était pas miné et la circulation était libre. Le détroit d'Ormuz est devenu un problème à la suite de l'agression illégale américaine contre l'Iran. Les Américains sont les premiers responsables de cette situation et ils doivent assumer cette responsabilité.
J'entends certains dire: "À quoi bon acheter des armes et du matériel si c'est pour ne pas s'en servir? Si on continue à dépenser, il faut les utiliser." Franchement, monsieur le ministre, cela me fait peur d'entendre ce discours-là au sein de votre parti. Cela revient à dire: allons faire la guerre pour justifier nos dépenses! Participons à la guerre pour justifier nos dépenses! Utilisons les armes achetées pour justifier nos dépenses! Et, dans le cadre de notre participation au programme nucléaire du président Macron, ira-t-on aussi jusqu'à utiliser ces armes pour montrer pourquoi on y participe? C'est hyper dangereux, monsieur le ministre, et c'est votre parti qui dit de telles choses. Il y a vraiment un danger d'escalade.
04.13 Theo Francken, ministre: (…)
04.14 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Non, je parle de la logique. Avez-vous entendu votre députée? Ne faites pas le naïf, monsieur le ministre! Quand on dit que, pour continuer à dépenser, il faut utiliser les armes, cette logique peut s'appliquer à toutes les armes qu'on utilise, même les armes nucléaires. Sinon, pourquoi le faire? Cette logique est dangereuse. Et les premiers responsables, ce sont les Américains. Donc, si vous voulez libérer le détroit d'Ormuz, demandez-le à vos alliés mais n'envoyez pas notre armée et nos navires sur place!
De voorzitter: Mijnheer Boukili, ik dank u dat u niemand met naam hebt genoemd, waardoor niemand een persoonlijk feit kan inroepen.
04.15 Luc Frank (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie de votre réponse.
04.16 Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le ministre, je vais le répéter encore une fois, et ainsi que mes collègues l'ont dit, ce n'est pas notre guerre. Ce sont les Américains, en particulier M. Trump, qui allument la mèche. Je dis souvent à votre collègue Prévot, en commission des Relations extérieures, que le vassal européen court après que Trump a allumé la mèche. Protège-t-on une population en faisant la guerre? Ce n'est pas la guerre de l'OTAN, mais celle que M. Trump a déclenchée. C'est lui qui a ouvert les hostilités. Ce n'est pas notre guerre. Ce matin, je lisais que l'argent utilisé par les États-Unis dans ce conflit aurait pu sauver 87 millions de vies, s'il servait à autre chose qu'à balancer des bombes.
Souvent, monsieur le ministre, vous parlez de responsabilité. Or, à vos yeux, elle implique uniquement de participer directement ou indirectement à une guerre. Je ne pense pas que vous allez nous protéger en y participant. Et puis, de surcroît, cette guerre est illégale. Ses objectifs n'ont même pas été compris par M. Trump.
Je vous remercie.
04.17 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De acties met mijnenjager Primula zijn duidelijk. In overleg met de bondgenoten zijn de juiste prioriteiten gesteld. We keuren dat goed. Voor onze fractie zijn de werkelijke opdrachten in de Straat van Hormuz wel onderworpen aan de voorwaarden die zopas zijn vermeld: er moet een duurzaam staakt-het-vuren zijn en de operatie moet plaatsvinden in het kader van een coalition of the willing onder Europese coördinatie. Dat stemt overeen met de regeringsstandpunten. Zolang dat het geval is, keuren we de operatie goed.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, de Pano-reportage heeft een en ander in gang gezet en zaken onder de loep genomen. Ze heeft alvast één zekerheid geboden: u hebt valse beelden of fake news verspreid. Ik til daar zeer zwaar aan. Ik vind het hallucinant dat een minister van Defensie dit doet, terwijl die rust en koelbloedigheid zou moeten uitstralen.
Vorige donderdag verklaarde u in de plenaire vergadering doodleuk dat u zich vergist had. Het bleek geen drone, maar een helikopter te zijn en u stelde dat reactief, niet proactief, gebrieft te hebben. Potayto, potahto, proactief of reactief, kom daar alstublieft niet opnieuw mee aan. U hebt één nieuwsmedium verkeerde beelden gegeven. U hebt niet gezegd dat u een persmededeling zou doen omdat de situatie ernstig was en dat u de pers zou briefen over wat er aan het gebeuren was. U hebt een whatsappbericht gestuurd naar één nieuwsmedium, zonder het te checken, want het bleek verkeerd te zijn. Ik vind het hallucinant dat een minister van Defensie, die op een bepaald moment een dreigingsmelding krijgt en dus rust moet uitstralen en de bevolking moet kalmeren – dat verwacht ik van ministers die bevoegd zijn voor veiligheid of voor veiligheidsdiensten – het tegenovergestelde doet.
Ik heb hier drie essentiële vragen over. U hebt in de plenaire zitting gezegd: “Men heeft mij bevestigd dat het om een drone ging.” Wie heeft u dat bevestigd? Wie heeft u bevestigd dat dat beeld op de luchthaven van Zaventem die avond een drone was? Ik vind dat we daar duidelijkheid over moeten krijgen.
Wanneer hebt u de informatie gekregen dat het niet over een grote drone ging, maar over een helikopter? Wanneer bent u daarover gebriefd? Was dat een dag later, een week later of naar aanleiding van de Pano-reportage? Wanneer hebt u doorgekregen dat u fake news bij een nieuwsmedium hebt verspreid?
Waarom was er in godsnaam een Pano-reportage nodig opdat u toegeeft dat u verkeerde informatie hebt verspreid? Op een moment dat iedereen angstig is en er paniek heerst, verspreidt u een beeld dat achteraf verkeerd blijkt te zijn. Wanneer hebt u die informatie gekregen? Waarom bent u als minister van Defensie, bevoegd voor veiligheid, niet in staat geweest om die foutieve communicatie recht te zetten en te zeggen dat er geen reden tot paniek is? Dat hebt u niet gedaan. Waarom niet?
Mijnheer de minister, het tweede aspect van die Pano-reportage zijn de dronecontracten. Ik heb eerlijk gezegd niet genoeg tijd om al mijn vragen te stellen, want hoe langer en hoe meer ik naar dat dossier kijk, hoe meer vragen ik heb. U kijkt raar, maar er klopt echt iets niet in die tijdslijn, mijnheer de minister. Er klopt iets niet in die timing.
U hebt in april via de defensiestaf te horen gekregen dat de markt voor dronemateriaal concurrentieel is. Of het nu gaat over satellieten of over droneafweer, het betreft telkens een concurrentiële markt. Begin oktober waren er waarnemingen in Elsenborn. U vertrok op handelsmissie. Kort daarna werd dat dossier ingediend, want het advies van de IF kwam binnen voor begin november. In april kreeg u informatie dat de dronemarkt concurrentieel is. Begin november verspreidde u dan plots dat verkeerde, valse beeld en moest het ineens snel gaan. Een dag later moest de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopen samenkomen en moest de Nationale Veiligheidsraad samenkomen, terwijl dat dossier eigenlijk al klaar was, dat hoogdringende dossier.
Mijnheer de minister, geef ons alstublieft duidelijkheid over die tijdslijn van het dronedossier. Dit is immers voor niemand goed. Dit is niet goed voor u, dit is niet goed voor Defensie en dit is zeker niet goed voor het draagvlak voor Defensie bij de bevolking. Het is uw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat er voldoende draagvlak is bij de bevolking voor defensie-investeringen. Geef ons dus alstublieft duidelijkheid over die tijdslijn en de opbouw van dat dronedossier.
05.02 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, de Pano-reportage over de drone-incidenten doet inderdaad ernstige vragen rijzen. Zo is er momenteel nog steeds geen bewijs voor vijandige drones boven België, en al zeker niet voor hun attributie aan Rusland. U hebt nochtans net om die reden de hoogdringendheid ingeroepen om via een spoedprocedure antidronemateriaal te bestellen ter waarde van 50 miljoen euro. Er was geen sprake van een openbare aanbesteding, dus geen mededinging. Tegelijk bestaan er grote twijfels over de geschiktheid van het bestelde materieel. De technologie van het bevriende bedrijf Senhive en hun RF-antennes zijn niet voor alle vijandelijke drones geschikt. De prijs per unit zou ook vier keer hoger liggen dan elders verkrijgbaar materiaal.
Daarnaast is er ook uw communicatie. U beweerde stellig in commissie dat u geen paniek wilde zaaien en niet proactief communiceerde over die drone-incidenten. Naderhand, vorige week, bleek dat u zelf beelden aan de pers hebt bezorgd van een vermeende drone. De manier waarop u dat deed, laat ik in het midden.
Ik heb eigenlijk heel veel vragen voor u. Ik wil u vooral vragen op basis waarvan de analyse door uw kabinet en de CHOD werd voorgespiegeld dat het om vijandige, Russische drones ging. Welke aanwijzingen hadden onze veiligheidsdiensten daartoe, in tegenstelling tot onze buurlanden blijkbaar? Nederland heeft die analyse bijvoorbeeld niet gemaakt en heeft voorzichtiger gecommuniceerd ter zake.
U laat geen enkele kans onbenut om te communiceren. In deze zaak hebt u evenwel geweigerd om in te gaan op de vele vragen van onderzoeksjournalisten. Waarom?
Waarom koos u voor Senhive, terwijl hun technologie volgens experten niet geschikt is om vijandige drones te detecteren? Waarom hebt u de mededinging niet laten spelen?
Hoe rijmt u het doorspelen van informatie over een vermeende drone aan de pers met uw eerdere verklaringen over niet-proactief communiceren? Waarom hebt u die fout trouwens achteraf nooit rechtgezet?
Is er inderdaad te veel betaald voor die units?
Waarom kiest u op dit moment voor een interne audit en niet voor een onafhankelijke externe doorlichting?
Een laatste, heel belangrijke, vraag is of u bereid bent om alle betrokken documenten rond die affaire in het kader van de openbaarheid van bestuur over te maken aan het Parlement. Ik denk dat wij daar echt nood aan hebben.
05.03 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de Pano-reportage van vorige week over de dreiging van drones en over uw rol tijdens de dronecrisis is voor veel mensen een koude douche geweest. Overal werd over die reportage gesproken. Dat is begrijpelijk, want het gaat over onze veiligheid en over veel geld.
Ik begrijp dan ook niet dat u beslist om niet mee te werken aan die reportage, die een half jaar na de feiten is gemaakt. Sindsdien zegt u dat het allemaal fakenieuws is. U hebt alle mogelijke argumenten gebruikt en alle mogelijke excuses aangehaald om niet deel te nemen, waaronder dat u het te druk had. Met alle respect, mijnheer de minister, maar u bent continu aanwezig in de pers en op sociale media. Dat vind ik daarom een weinig geloofwaardig argument.
Een dag nadien heeft Defensie wel een verdediging rondgestuurd, die u ook zelf hebt gedeeld. Daarin staat toch een en ander. Een centraal element in die verdediging is: “Er vond vorig jaar een prijzencontrole plaats bij COBBS omtrent de levering van de BLAZE Dronehunter." Wat verder staat: "De Inspectie van Financiën maakte bij dit dossier geen opmerkingen.”
Vanochtend konden we in de pers lezen dat de Inspectie van Financiën over dit dossier juist wel uitdrukkelijk een negatief advies heeft gegeven. Waarom? Er zouden aankopen gedaan zijn in strijd zijn met de wetgeving op de overheidsopdrachten, er was geen marktbevraging en de prijzencontrole was niet grondig. De Inspectie van Financiën neemt de overeenkomst met COBBS zelfs als voorbeeld van alles wat fout is gegaan.
Dat roept opnieuw vragen op. Wat is uw rol? Wist u dat Defensie niet de waarheid vertelde? U hebt die communicatie ook zelf gedeeld. Wie heeft de opdracht gegeven om dat op die manier te verspreiden? Ik vraag me af wat daarachter zit. Waarom vertelt u zulke manifeste onwaarheden over dat advies? Is er mogelijk ergens nog een ander dossier of een ander advies van de Inspectie van Financiën verstopt, dat wij niet hebben kunnen inkijken?
Dan kom ik tot de aankoop van de antidronemiddelen. Vorige week konden we in De Tijd lezen dat ook de minister van Begroting een negatief advies heeft gegeven. Na de Inspectie van Financiën kwam er dus nog een negatief advies van de minister van Begroting. Vorige week werd ons gezegd dat iedereen daarachter stond. Dat blijkt alvast niet het geval te zijn voor de minister van Begroting. Dat is toch opvallend.
Wij hebben dat advies nooit te zien gekregen. Nu komt naar boven dat het zou bestaan, maar wij hebben het nooit kunnen inkijken. Waarom krijgen wij dat niet te zien? Waarom wordt dat achtergehouden? Ik vind het zeer problematisch dat een advies van een minister wordt achtergehouden.
Nog problematischer is dat de ministerraad dat advies overrulet en toch beslist om die aanbesteding te doen.
Wat is er in de tussentijd gebeurd? In die periode hebt u ook de beelden gelekt van een drone, die uiteindelijk een politiehelikopter bleek te zijn. U hebt ervoor gezorgd dat die beelden in alle media werden verspreid. Het ging om beelden van een politiehelikopter in Zaventem, maar dat werd verkocht als zijnde een drone.
Dat roept opnieuw een hele reeks vragen op. Als minister van Defensie moet u rust brengen, niet als een pyromaan de boel in lichterlaaie zetten.
Waarom hebt u die beelden bezorgd en waarom deed u dat anoniem? Met welke exacte boodschap is dat gebeurd? Hebt u die video spontaan gestuurd, of heeft een journalist u effectief gevraagd naar eventuele waarnemingen? Hoe concreet was die vraag? Hebt u op dat moment ook bevestigd dat het wel degelijk om een drone ging en niet om een politiehelikopter? Waarom hebt u dat nadien nooit rechtgezet?
Ik vind het bijzonder vreemd dat u dat nooit hebt rechtgezet. Zelfs na de factcheck van de VRT bij De Afspraak hebt u nog gezegd dat u niet bevoegd bent en dat men zich tot een andere minister moest wenden. Ik kan me inbeelden dat u op dat moment al wist dat het niet om een drone ging, maar om een politiehelikopter.
Tot slot kom ik bij de interne audit die u zelf hebt besteld. Daarover heb ik ook nog een hele reeks vragen. Wordt het Rekenhof of de Inspectie van Financiën daarbij betrokken? Wat is de opdracht? Wat is de timing? Heeft die dienst al laten weten dat ze op dat onderzoek ingaat?
Voor mijn overige vragen verwijs ik naar de
tekst zoals ingediend, want er blijven er nog heel wat openstaan. Ik ben zeer benieuwd naar de
antwoorden.
05.04 Ridouane Chahid (PS): Monsieur le ministre, il faut quand même avouer que vous avez un certain talent. Vous avez un certain talent pour obtenir ce que vous souhaitez pour appliquer la politique qui est la vôtre. Vous êtes un des seuls ministres régaliens de ce gouvernement à avoir obtenu de ce gouvernement des moyens pour atteindre votre objectif. C'est quand même assez incroyable, alors qu'en termes de sécurité intérieure ou de justice, on attend encore les premiers deniers en la matière.
Monsieur le ministre, il y a un an, vous avez réussi à avoir près de 34 milliards d'euros qui vont vous permettre d'acheter du matériel américain, faire plaisir à vos amis et pouvoir dépenser sans compter. C’est une chose.
Deuxième élément, en novembre 2025, vous arrivez à créer les conditions pour faire en sorte qu'il y ait une agitation au sein du gouvernement de sorte qu'on puisse vous donner 50 millions d'euros pour acheter un système anti-drones. À la base, ce système anti-drones devait aussi être utilisé par la police fédérale, et donc assurer la sécurité de la population.
Que nenni! Vous obtenez les 50 millions. Vous les prenez. La police fédérale peut passer son tour; et c'est encore une fois le ministre Francken qui tire le jackpot. Il tire le jackpot alors qu'il n'y a aucun contrôle sur les procédures d'urgence. Il n'y a que des protocoles. Les avis au vitriol de l'Inspection des finances ne sont même pas respectés.
Et puis arrive le travail journalistique de la VRT, qui a dénoncé les 50 millions d'euros dépensés sans marché public sérieux – on va le dire comme ça.
Monsieur le ministre, depuis la dernière séance plénière, qu'avez-vous à nous dire de plus? Vous avez annoncé un audit interne. Quel est le champ de cet audit et qui va le réaliser?
Avez-vous déjà eu des contacts avec le parquet, qui a annoncé l'ouverture d'une information judiciaire?
Pouvez-vous faire le point sur les achats et la mise en œuvre dans le cadre de ce dossier anti-drones? Quels sont les lieux qui vont être concernés? Vous parlez de bases militaires. Le ministre Quintin parle d'autres lieux. Êtes-vous d'accord sur les lieux qui seront concernés par ce système anti-drones?
Je vous
remercie d'ores et déjà pour vos réponses.
05.05 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de minister, ik ben er hoe langer hoe meer van overtuigd dat u een verkeerde inschatting hebt gemaakt door niet deel te nemen aan de Pano-reportage van VRT. Ik denk dat u daar echt een fout hebt begaan.
Ik maak mij immers heel erg ongerust over het o zo noodzakelijke draagvlak bij de bevolking voor de o zo noodzakelijke investeringen in onze Defensie. Vooruit heeft die investeringen in Defensie nooit in vraag gesteld. Wij zijn niet naïef. Wij behoren niet tot de partijen die denken dat we Poetin gaan overtuigen met een boeket bloemen aan de oostgrens. Wij zijn er echt van overtuigd dat de investeringen in onze Defensie absoluut noodzakelijk zijn, maar dan moeten ze natuurlijk op een zo transparant, correct en eerlijk mogelijke manier gebeuren.
Er zijn toch een aantal opmerkingen van de Inspectie van Financiën geweest. Een van de belangrijkste opmerkingen was dat de concurrentie moet kunnen spelen. De Inspectie van Financiën stelt dat er zelfs in een hoogdringende context als deze een mogelijkheid was om daadwerkelijk de concurrentie te laten spelen. Graag verneem ik uw standpunt daarover.
Ik heb u vorige week in de plenaire vergadering, als een van mijn laatste vragen, gevraagd of u bereid bent een kwaliteitscontrole te laten uitvoeren op de aankoopdiensten van Defensie en of u bereid bent om de aankoopdienst MRMP, een bijzonder belangrijke dienst die de komende maanden en jaren nog aan belang zal winnen, te versterken als dat noodzakelijk blijkt.
Ik ben dan ook verheugd dat u een interne audit hebt besteld. Wanneer zal die audit effectief starten en wanneer zal hij worden afgerond? Zal de audit ook aan het Parlement worden gerapporteerd en zullen we over de bevindingen een uitvoerig debat kunnen voeren in het Parlement?
Wat is precies de scope van de audit? Beperkt hij zich tot het aankoopdossier van de 50 miljoen euro aan hoogdringende drones of is hij breder? Mijn voorkeur gaat duidelijk uit naar een bredere benadering, met een grondige doorlichting van de aankoopdiensten van Defensie, met als enige doel de procedures waar mogelijk te verbeteren. Als er mogelijkheden zijn om zaken te verbeteren ten opzichte van vandaag, dan moeten we die benutten om het draagvlak bij de bevolking voor deze noodzakelijke investeringen te behouden.
Ik dank u.
05.06 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, depuis le reportage de Pano diffusé la semaine dernière, de nombreuses questions restent sans réponse, d'autant plus que, ce matin, le journal de la VRT a révélé que vous avez, encore une fois, déformé les faits au sujet d'un avis négatif de l'Inspection des finances. Vous aviez évoqué ici la présence possible de drones russes au-dessus de la Belgique, sans fournir la moindre preuve concrète. Vous avez en outre transmis à la presse des images d'un hélicoptère de la police, en affirmant qu'il s'agissait d'un drone.
Comment avez-vous obtenu ces images? Selon quelles sources s'agirait-il d'un drone? Pourquoi les avoir transmises à un journaliste sans en vérifier rigoureusement l'authenticité? Pourquoi cette communication erronée, ayant contribué à créer de l'inquiétude, n'a-t-elle jamais été corrigée par la suite? Pourquoi avoir, dès le premier jour, désigné la Russie? Comment savez-vous que ce pays est impliqué? Quelles preuves pouvez-vous apporter pour étayer cette affirmation?
La conséquence de cette stratégie alarmiste est que vous avez pu rapidement conclure des contrats de plusieurs millions avec des entreprises d'armement proches de vous, probablement à un prix largement surévalué. Vous avez jugé que les accusations de copinage étaient infondées. Comment les qualifier autrement, monsieur le ministre? Vous vous êtes déjà promené avec cette même personne dans les bois; vous avez emmené les CEO en voyage commercial en Californie; vous avez déclaré au journal Le Soir que votre rôle est de dépenser des milliards; et vous avez acheté du matériel dont une partie n'est en réalité pas efficace contre les drones que vous dénoncez.
Monsieur le ministre, tout ce dossier sent mauvais. Aujourd'hui, de nouvelles révélations de la rédaction de Pano viennent encore s'y ajouter. Vous avez également déformé les faits au sujet d'un avis négatif de l'Inspection des finances. Vous avez affirmé qu'il n'y avait aucune remarque, alors que cet avis est en réalité rempli de critiques. Cet avis cite même COBBS comme un exemple de ce qui ne fonctionne pas dans votre procédure. Pourquoi n'avez-vous pas dit la vérité sur ce sujet?
05.07 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, tout le monde parle, à juste titre, du documentaire Pano diffusé la semaine dernière sur ce qu'on appelle la crise des drones. Il soulève de très nombreuses interrogations quant à la gestion de cette séquence et de ce dossier de votre part.
Dès le départ, vous avez fait le choix de dramatiser, de mettre de l'huile sur le feu. Dans d'autres pays européens, les autorités ont fait preuve de prudence quant à l'interprétation des signalements de drones. En Belgique, à l'inverse, vous avez affirmé, dès le premier jour, qu'il s'agissait probablement de drones russes et professionnels qui avaient survolé nos installations. Aujourd'hui, ces affirmations semblent aller à l'encontre des différentes enquêtes européennes, y compris autour d'espaces aériens sensibles. Ces enquêtes européennes pour les autres pays européens concluent qu'il ne s'agissait pas de drones.
Dans ce même documentaire, on voit que vous avez transmis à la presse une vidéo d'un "drone". J'utilise les guillemets – c'était le 5 novembre dernier – car ce n'était pas des images de drones mais celles d'un hélicoptère de police. Malgré ces révélations, il n'y a toujours aucune rectification publique de votre part! Alors même que vous avez déclaré en commission "ne pas avoir communiqué de manière pro-active sur les incidents de drones dans la presse", en plénière, vous estimez avoir communiqué mais de manière réactive. Ce n'est pas très clair! Dès lors, je voudrais connaître le fin mot de cette histoire pour savoir à quel moment vous dites la vérité et à quel moment, vous ne la dites pas.
Je reviens à la date du 5 novembre 2025. Vous avez transmis en "off" ou en "on" – nous l'ignorons – cette vidéo à la presse. Deux jours plus tard, le 7 novembre, comme par hasard un plan anti-drone a été approuvé par le gouvernement avec un budget de 50 millions d'euros. Dans un gouvernement où chaque centime, où chaque euro comptent, ce montant de 50 millions constitue vraiment un chèque en blanc pour vous, malgré un avis négatif de l'Inspection des finances et une absence d'appel d'offres, soit une absence totale de transparence.
(Mme Maouane interrompt quelques instants
son intervention.)
J'attendais juste que vous soyez attentif, parce que ce sont des éléments extrêmement importants. J'imagine que vous avez reçu la question, mais je pense que c'est extrêmement important de pouvoir entendre.
Donc je le disais, le 7 novembre, un plan anti-drones de 50 millions a été approuvé, deux jours après que vous ayez transmis une vidéo, soi-disant de drones, mais qui se révélait être des images d'hélicoptère.
Une partie de ces fonds de 50 millions se sont retrouvés versés à des entreprises avec lesquelles vous avez des liens connus. Ce n'est pas grave de connaître des gens, mais là, certains liens posent question. Vous connaissez le nouveau PDG de Senhive depuis au moins un an, vous avez voyagé avec lui, tout comme avec le PDG de COBBS pour une mission en Californie en octobre dernier. D'autres entreprises, qui sont parfois des pionnières dans leur technologie, ont été écartées par l'absence d'appel d'offres, ce qui interroge encore une fois sur l'impartialité des décisions qui ont été prises.
Le reste de mes questions pourraient se libeller sous une seule question: sur la base de quels critères ces décisions ont-elles été prises?
Mais j'ai quand même des questions plus précises, monsieur le ministre. Sur quelle base factuelle vous êtes-vous appuyé pour évoquer dès le premier jour une implication russe dans les survols signalés? Pourquoi n'avez-vous pas rectifié le fait qu'il s'agissait en fait d'images d'hélicoptère? Concernant la séquence vidéo que vous avez transmise à la presse, pouvez-vous clarifier votre rôle exact? Était-ce un envoi proactif ou réactif? En quoi l'envoi proactif d'images qui s'avèrent fausses est-elle une position ou une réaction? Saviez-vous, à ce moment-là, qu'il s'agissait d'un hélicoptère? Je ne le pense pas, mais vous allez nous éclairer tout de suite. J'ai déjà demandé pourquoi vous n'avez pas rectifié publiquement, une fois que cette erreur a été soulignée.
Pourquoi n'y a-t-il pas eu d'appel d'offres, pour pouvoir élargir et garantir une impartialité?
J'ai d'autres questions. Qu'est-ce qui justifie votre volonté de flexibiliser davantage la manière dont les dépenses militaires seront engagées dans le futur? C'est une décision qui est aujourd'hui négociée avec le ministre du Budget, dans un contexte de rigueur budgétaire, où des sommes de plus en plus importantes sont attribuées à votre ministère.
Enfin, est-ce que vous estimez que votre communication a pu contribuer à amplifier inutilement l'inquiétude du public, voire à créer un sentiment de menace disproportionné, qui a mené à une dépense en urgence sans garde-fou? Pour moi, c'est une des questions centrales, parce qu'on se retrouve dans un contexte extrêmement compliqué, et que vous avez reçu des millions et des millions.
05.08 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, 34 milliards d'euros: c'est ce qu'il y a dans votre coffre-fort pour pouvoir acheter du matériel militaire. Vos achats militaires s'enchaînent et s'accumulent, ainsi que les polémiques autour de ceux-ci. Ces polémiques pèsent lourd sur les finances de l'État où le déficit est abyssal.
Après avoir organisé une réception qui a coûté 200 000 euros au contribuable pour l'arrivée des premiers F-35 américains – dont un est mystérieusement resté bloqué au milieu de l'océan – et après avoir négocié avec votre collègue ministre du Budget cd&v un protocole qui vous permettra dorénavant d'éviter l'Inspection des finances et le Parlement, on apprend dans le reportage Pano que les informations données à la Chambre étaient, au mieux, erronées, au pire, trafiquées. C'est grave, monsieur le ministre.
Vous avez cru bon de publier sur X la décision finale de la commission chargée du Contrôle des achats et des ventes militaires de fin 2025 qui se réunissait à huis clos. Tant qu'à faire, et je vous le dis de façon ironique, publiez le procès-verbal transmis à votre cabinet car les échanges étaient loin d'être collégiaux. Mais au niveau de la majorité, tout le monde s'est couché, et ce malgré l'avis très négatif de l'Inspection des finances. Les commissaires – dont je faisais partie – se sont prononcés sur la base des informations qui leur ont été fournies à ce moment-là. Des informations trompeuses visiblement comme quand votre collègue Quintin a dit en commissions réunies le 27 janvier dernier: "Selon les services de sécurité, il s'agissait d'une manœuvre d'intimidation et de perturbation, très probablement liée à la Russie (…)." La crédibilité de nos services est en jeu.
Que doit penser le citoyen de Lubbeek en lisant sa gazette, qui apprend que vous envoyez des images d'hélicoptères à la presse pour justifier un plan de 50 millions passé en urgence, sans concurrence et avec des avis négatifs? Que doit-il penser lorsqu'il remplit sa cuve de mazout?
Monsieur le ministre, pourquoi n'avez-vous pas répondu aux journalistes du reportage Pano?
Comment justifiez-vous d'avoir envoyé à la presse des images erronées de drones? Quand vous êtes-vous rendu compte de l'erreur? Quand avez-vous communiqué à propos de votre erreur, et quand l'avez-vous rectifiée publiquement et devant qui?
Qu'en est-il des informations qui ont été délivrées à l'époque à la commission chargée du Contrôle des achats et des ventes militaires?
05.09 Peter Buysrogge (N-VA): Mijnheer de minister, u zei vorige week dat u een achteraf gezien foutief filmpje bezorgde aan een journalist. U zei ook dat u dat reactief bezorgde en dat het, ondanks een dubbelcheck, achteraf een foutief filmpje bleek te zijn. Dat kan gebeuren.
De intenties die er vervolgens aan gekoppeld worden, zijn echter zeer verregaand. Het is alsof dat ene filmpje dat u toen bezorgde, ertoe heeft geleid dat het regeerakkoord stelt dat we moeten inzetten op drones en counterdrones. Als men de tijdslijn bekijkt, ziet men dat dit niet klopt, want het regeerakkoord was er toen al. Het lijkt ook alsof dat filmpje ervoor gezorgd heeft dat dit in uw beleidsnota en in uw strategische visie als prioriteit naar voren wordt geschoven. Ook dat klopt niet in de tijdslijn, want dat is voor het filmpje.
Er wordt gesuggereerd dat dit het voorwerp uitmaakt van belangrijke keuzes in de militaire programmeringswet, die eerder werd ingediend en nadien werd goedgekeurd, dat het de oorzaak is van een versneld droneplan, dat dit ene filmpje ertoe geleid heeft dat er plots onwettige aankopen gebeurden, terwijl de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopen zich daarover gebogen heeft en een gunstig advies heeft verleend. Het is alsof dat ene filmpje er ook toe heeft geleid dat alle luchthavens in heel Europa werden gesloten.
Collega’s, vorige week hebben wij in plenum een uitgebreid debat gehad tijdens het vragenuurtje. Er zijn blijkbaar nog steeds heel wat vragen die een antwoord verdienen. Defensie heeft ondertussen ook gereageerd. Het is goed dat wij hierover vandaag een gedachtewisseling kunnen hebben. Het lijkt mij echter ook relevant dat wij allemaal goed luisteren en op een intellectueel eerlijke manier omgaan met de antwoorden die de minister straks hopelijk zal geven, zonder verdere politieke spelletjes te spelen.
05.10 Koen Van den Heuvel (cd&v): Mijnheer de minister, als ik terugblik op mijn uiteenzettingen in deze commissie en in de plenaire vergadering, dan is er één rode draad, namelijk dat het in deze tijd, waar Defensie als enige heel wat meer kan besteden, heel belangrijk is om het draagvlak bij de bevolking te behouden en dat transparantie en efficiëntie van de uitgaven voorop moeten staan. Ik heb dat hier vorige week ook gezegd.
In een tijd waarin de premier zegt dat het geld op is, is transparantie noodzakelijk. We hebben vorige week gezegd dat de communicatie wat fout is gelopen, maar dat iedereen een fout kan maken. In die zin is het heel belangrijk dat er lessons learned zijn en dat een enthousiaste communicatie af en toe wat moet worden ingetoomd. Ik citeer de premier: “Onstuimige communicatie kan de zaak soms minder vooruithelpen dan de gedachte.” Dat is een duidelijke boodschap aan u, mijnheer de minister, en u hebt vorige week al laten kennen dat die boodschap is aangekomen en begrepen.
Wat betreft correctheid en efficiëntie, efficiëntie betekent voor ons minder versnippering en meer samenwerking en correctheid met voldoende checks and balances. Dat moet ook in dit dossier absoluut bewaakt worden. Vandaar dat onze fractie blij is dat er ook een interne audit is besteld. Ik kijk uit naar de resultaten daarvan, maar misschien kunt u ons al wat meer uitleg geven over hoe dat precies zal worden aangepakt. Wie zal daarbij betrokken worden vanuit het Rekenhof en de Inspectie van Financiën of is dat enkel Defensie zelf? Kunt u daarover wat duidelijkheid verschaffen?
Voor ons is het dus lessons learned en wees voorzichtig, duidelijk en transparant in de communicatie, wees niet te onstuimig en zorg voor correcte en transparante procedures.
05.11 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer de minister, u vliegt van de spookdrones naar de spookadviezen. U ziet Russische drones vliegen die politiehelikopters blijken te zijn. Daarmee zaait u bewust angst onder de bevolking om vervolgens miljoenencontracten af te sluiten met bevriende wapenbedrijven.
Als verdediging zegt u dat de Inspectie van Financiën geen enkele opmerking had en dat alles dus dik in orde was. Tot vandaag, natuurlijk. Vandaag brengen uw vrienden van de Pano-redactie dat advies van de Inspectie van Financiën naar buiten. Dat advies blijkt vol kritische opmerkingen te staan, onder meer over onnodig versnelde procedures. Het was dus niet nodig om zo snel te gaan. Er was geen concurrentie, want slechts één bedrijf kreeg de kans om te bieden. Er was geen grondige prijzencontrole. Dat schiet tekort binnen Defensie. Er is een risico op te hoge prijzen, waardoor de belastingbetaler te veel betaalt. Er was bovendien kritiek van de minister van Begroting.
Wat hebt u nog meer nodig om te snappen dat het geen goed idee was om daar onmiddellijk 50 miljoen euro aan te spenderen, 50 miljoen euro uit de zakken van de mensen?
De Inspectie van Financiën had ook opmerkingen bij het militaire steunpakket voor Oekraïne van 1 miljard euro, waarvan al meteen 120 miljoen euro naar COBBS gaat. De overeenkomst met COBBS wordt expliciet genoemd door de Inspectie als voorbeeld van wat er fout liep.
Wat hebt u nog meer nodig om uw fouten toe te geven, mijnheer de minister? Als u de wereld instuurt dat de Inspectie van Financiën geen opmerkingen had, dan doet u net hetzelfde als met dat filmpje van Het Laatste Nieuws: u verdraait de feiten. U maakt misbruik van uw macht.
Zelfs uw eigen controle binnen Defensie geeft aan dat ze haar werk niet naar behoren kan uitvoeren. Waarom versterkt u die dienst niet? U was daarvan op de hoogte. U en Defensie hebben namelijk beroep aangetekend tegen dat bewuste advies van de Inspectie van Financiën. Als de Inspectie van Financiën geen opmerkingen had, waarom tekent u dan beroep aan tegen dat advies?
Mijnheer de minister, denkt u daarmee weg te komen?
05.12 Theo Francken, ministre: Chers collègues, merci beaucoup pour vos questions.
J'ai déjà donné quelques réponses lors de la séance plénière la semaine dernière, et j'ai lu tout comme vous la réponse officielle de la Défense ainsi que des interviews comme celle qu'a donnée Bernard Phaleg, notre National Armament Director, et le chef de la DG Material Resources de la Défense, ce vendredi dans l'émission De Ochtend sur Radio 1 à la VRT.
Ik zal een aantal elementen van antwoord geven. Ik moet zeggen dat ik de soms heel persoonlijke aanvallen betreur. Ik probeer in het Parlement al een jaar en twee maanden als minister heel wat transparantie te bieden en aanwezig te zijn. Ik probeer openlijk te praten, te debatteren en te discussiëren. Ik ben zelf een kind van het Parlement en heb dus altijd veel respect gehad voor het metier van parlementslid. Ik probeer ook, zowel in de publieke commissievergaderingen als achter gesloten deuren, zo transparant mogelijk te zijn en antwoorden te bieden op de gestelde vragen. Dat probeer ik ook vandaag te doen. Ik heb niets te verbergen. Ja, dat filmpje was op zijn minst bijzonder vervelend, toen bleek dat het niet over een quadcopter maar over een helikopter ging. Dat is natuurlijk redelijk pijnlijk. Er zijn misschien nog een aantal andere elementen die vragen doen rijzen inzake die transparantie. Laten we vandaag proberen daar een aantal ophelderingen over te verschaffen.
Ik kan weinig waardering opbrengen voor uitspraken zoals dat ik te onstuimig ben om minister van Defensie te zijn, dat ik niet weet waarmee ik bezig ben, dat ik een halvegare ben, of dat er spookdrones waren en dat de Russen daar zeker absoluut niets mee te maken hebben. Zulke uitspraken kan ik weinig smaken. Ik denk dat men toch intellectueel eerlijk moet proberen te zijn. We hebben al heel veel debatten over dat thema gevoerd. U moet niet doen alsof we hier vandaag voor het eerst dat onderwerp bespreken. We zijn hier al maanden bezig over drones, zowel achter gesloten deuren als in alle openbaarheid wordt veel over die kwestie gesproken. Er zijn al veel discussies geweest en ook heel veel elementen aangedragen, zowel vanuit de Defensiestaf als vanuit skeyes, de politie en andere departementen, maar zeker ook vanuit Defensie. In die zin denk ik dat men alles op een intellectueel eerlijke manier moet benaderen. U hebt al heel veel informatie gekregen. U moet zich nu niet van de domme houden. U weet al heel veel en u hebt al heel veel informatie gekregen. Er kunnen natuurlijk nog vragen zijn, maar er zijn er al veel beantwoord.
In de nacht van 2 op 3 oktober 2025 werden voor het eerst drones gespot boven het militair domein van Elsenborn. Dat werd niet wereldkundig gemaakt door Defensie, maar door VRT-journalist Jens Franssen.
Dat incident kwam niet uit het niets. In de weken daarvoor waren er al meerdere drone-incidenten boven militaire installaties en luchthavens in verschillende Europese landen, waaronder Duitsland, Litouwen, Polen en Denemarken. In Kopenhagen moest de luchthaven zelfs tijdelijk sluiten door droneactiviteiten.
Die incidenten in het buitenland gaven aanleiding tot verschillende vragen in de commissie voor Landsverdediging op 24 september 2025, waarbij verschillende Kamerleden, hier aanwezig, terecht opriepen tot waakzaamheid en alertheid ten aanzien van de hybride dreiging vanuit Rusland en tot voorbereiding en het zetten van verdere stappen om paraat te staan. Soms is het goed om oude verslagen eens na te lezen.
Dès qu'il a eu connaissance de l'incident survenu à Elsenborn, le ministère de la Défense a constaté qu'il ne disposait pas des ressources suffisantes pour détecter ou neutraliser les drones. Il a également constaté que les informations sur les activités des drones étaient diffusées à différentes agences et qu'il n'existe pas de système central permettant de rassembler les informations.
Daarom werd een acuut actieplan opgesteld dat vier lijnen van actie bevatte: ten eerste, betere rapportage van drones; ten tweede, detectie van radiofrequentiesensoren; ten derde, integratie van alle informatie in één nationaal systeem; ten vierde, middelen voor militairen om drones te neutraliseren.
Dat actieplan, met bijhorende geplande aankopen, werd al op woensdag 22 oktober in de commissie voor de Opvolging van de militaire missies toegelicht. We gaven daarmee het Parlement de primeur, want pas op donderdag 30 oktober werd het volledige dossier aan de coalitiepartners bezorgd in de regering. Ik heb dat toen ook gezegd. Ik sprak over het plan dat ik zou voorstellen. Ik gaf alle elementen en zei dat ik daarmee nog eerst naar de regering moest. U zult het zich herinneren. Zij die beweren dat het Parlement niet op de hoogte werd gehouden, hebben het dus niet bij het rechte eind. In dit dossier is het Parlement zelfs ingelicht vóór de regering.
Na de dronemeldingen begin oktober werd een begin gemaakt. Dat gebeurde ook omdat heel veel leden vonden dat we dringend dingen moesten kopen, dat we actie moesten ondernemen, zeker ook materiaal moesten hebben en dat het geen jaren mocht duren, het was urgent en het was eigenlijk schandalig dat we niets hadden. Defensie heeft 25.000 personeelsleden, maar ze kunnen nog geen drone uit de lucht halen, remember alle cartoons en alle lacherige situaties op dat moment. Iedereen vond op dat moment dat we dringend capaciteiten moesten aanschaffen om ons niet verder belachelijk te maken. Remember it, ik weet dat het lang geleden is en in de politiek is een week een eeuwigheid, maar soms is het goed om toch nog een beetje geheugen te hebben voor wat er in het verleden is gezegd.
De attributie naar Rusland, of de zeer grote waarschijnlijkheid dat het ging om Rusland, maar ook de attributie dat we nu dingen moesten kopen en dat men daar geen jaren mee kon wachten, was zeer breed gedeeld in dit gremium. Zeer breed gedeeld, oppositie, meerderheid, ik denk dat iedereen ongeveer hetzelfde zei.
Dat is ook wat we van de VRT op dat moment hoorden. De VRT doet nu alsof dat allemaal te zot is. Jens Franssen verwijst in Humo naar een van die dronekwesties in het najaar. Humo vraagt: we zijn toch niet van gisteren? Jens Franssen: "We weten toch wie de drones op Brussels Airport heeft afgestuurd?" Humo wist het toen ook al.
Jens Franssen van de VRT, dat is dezelfde zender die Pano heeft uitgezonden: “De modus operandi, de timing, alles wijst naar Rusland en niet naar Andorra. Dat klopt. De dronecampagne viel in de aanloop naar een beslissing over Euroclear. We kunnen sterk vermoeden dat Moskou de druk op de regering wilde verhogen, maar we kunnen dat niet hardmaken. En zelfs als we de operatoren kunnen vatten, zullen dat geen kolonels zijn die Igor heten. Maar het waren ook geen prutsers, het waren geen kleine drones en ze waren uitgerust met software waardoor ze in de lucht konden blijven in de buurt van de luchthaven. Wij kunnen dat niet." Jens Franssen is al jaar en dag defensie-expert bij de VRT en weet waarover hij spreekt.
Na de dronemeldingen begin oktober werden begin november drones gemeld in de buurt van de luchtmachtbasis van Kleine-Brogel, niet door Defensie of door mijzelf, maar initieel door de burgemeester van Peer. De publieke druk op Defensie werd alsmaar groter om iets tegen die drones te ondernemen.
Op 4 november 2025 werd ons land geconfronteerd met heel wat dronemeldingen rond luchthavens en andere gevoelige sites. Dat leidde verschillende keren tot de opschorting van de vliegbewegingen boven verschillende luchthavens, namelijk Zaventem, Luik en Antwerpen. Dat gebeurde na een beslissing van skeyes, dat bevoegd is voor de safety procedures, waarover collega-minister Crucke in de gemengde commissie van 27 januari in het Parlement meer informatie heeft gegeven. Op geen enkel moment is er communicatie geweest vanuit mijn kabinet of vanuit Defensie met de vraag om een luchthaven te sluiten, wat overigens ook niet mijn bevoegdheid is.
Die avond werden ook verschillende drone-overvluchten vastgesteld boven militaire installaties in België. Ik ben toen vertrokken uit het programma De Tafel van Tine en heb onmiddellijk een crisisoverleg georganiseerd met de betrokken adviseurs op mijn kabinet, in aanwezigheid van generaal Wouters, die de CHOD vertegenwoordigde.
In de daaropvolgende dagen werden heel wat drones gesignaleerd boven gevoelige sites. De vliegoperaties boven verschillende luchthavens werden op de volgende momenten kortstondig stilgelegd door skeyes, dus niet door Defensie: op 6 november in Luik en Zaventem, op 7 november in Luik, op 8 november in Luik, op 9 november in Luik, op 12 november in Zaventem en op 24 november in Luik. In december gebeurde dat nog twee keer, op 5 december in Zaventem en op 9 december in Luik. Ook op andere gevoelige sites, zoals nucleaire installaties, militaire infrastructuur, havens, Seveso-bedrijven, enzovoort, werden drones gesignaleerd.
Op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken is het Nationaal Crisiscentrum begonnen met de inventarisering van de geloofwaardige meldingen. In de periode van 1 september 2025 tot 21 januari 2026 zijn er 558 waarnemingen geweest van drones boven gevoelige locaties. Dat betreft alle meldingen van burgers, politieagenten, militairen, maar ook detectie van drones met de RF-middelen die skeyes op dat moment al had.
Il est vrai que 80 à 90 % des rapports se sont révélés par la suite être de faux positifs. Ce n’est pas inhabituel lorsqu’il n’existe pas encore de système de détection étendu et que les rapports sont basés principalement sur des observations visuelles.
Echter, de inlichtingendienst van Defensie, ADIV, heeft verder onderzoek gedaan naar de meldingen van drones boven militaire kwartieren. Voor andere locaties is defensie immers niet bevoegd. Voor dezelfde periode, dus van 1 september 2025 tot 21 januari 2026, werden in totaal 249 rapporten geregistreerd onder de categorie drone-incident die betrekking hebben op militaire kwartieren, met een duidelijke piek van meldingen van week 44 tot week 47. In week 44 waren het er 19, in week 45 110, in week 46 48 en in week 47 30. Voor deze meldingen hanteert de ADIV de definitie dat zekerheid gelijk staat aan fysiek bewijs. Dit houdt in dat er pas sprake is van zekerheid wanneer ofwel de piloot wordt gevat, ofwel het dronetoestel zelf is teruggevonden of geneutraliseerd en in beslag genomen. Dat is tot op heden nog geen enkele dienst of land gelukt, met uitzondering van Zweden. Zweden heeft zich gepositioneerd naast een Russisch onderzoekschip en heeft een drone kunnen vatten. Dat was heel interessant. De Zweden waren bijzonder sluw en het is hen als enige land gelukt om een drone te vatten en ook te kunnen attribueren. Die drone kwam rechtstreeks van een Russisch onderzoekschip, dus van de Russische Federatie. Daar is geen twijfel over mogelijk.
Na verder onderzoek komt de ADIV wel tot de conclusie dat er in dezelfde referentieperiode 42 gevallen zijn waar “er geen andere plausibele verklaring voor de waarnemingen en geen indicaties van de aanwezigheid van enig vliegtuig of andere objecten is dan een drone”. In week 44 ging het om 3 gevallen, in week 45 om 11, in week 46 om 16 en in week 47 om 6 gevallen. De ADIV heeft al die meldingen van een drone boven een militair kwartier grondig onderzocht. Voor iets meer dan 16 % van die meldingen, dus enkele tientallen gevallen, zegt de ADIV dat er een heel hoge waarschijnlijkheid is dat het om een drone ging. Alleen als we de piloot of de drone kunnen vatten, kunnen we dat met 100 % zekerheid zeggen, maar u weet allemaal dat dat niet is gelukt. Dat had ik gehoopt, maar als men geen middelen heeft, is dat natuurlijk een kwestie van de kip of het ei.
Er werd de voorbije weken twijfel over gezaaid of het wel degelijk om drones ging, door instanties waarvan men dat op het eerste gezicht niet zou verwachten. Laten we duidelijk zijn, er waren drones. Het klopt dat een groot deel van de meldingen achteraf geen drones bleken te zijn, zoals dat vaak het geval is in een beginfase zonder detectiesystemen, maar dat verandert niets aan de kern van de zaak. Voor militaire kwartieren alleen al werden 249 incidenten geregistreerd, met een duidelijke piek in een zeer korte periode. Na analyse door de ADIV blijven er 42 gevallen over waarvoor er geen enkele andere plausibele verklaring bestaat dan de aanwezigheid van een drone.
Ik wil toch ook zeggen dat dat onze militairen zijn, onze mensen die dagelijks de wacht doen. Dat zijn professionals die daarvoor zijn opgeleid en die aangeven dat ze dat waarnemen. Natuurlijk is het donker en ben je nooit volledig zeker, dat weet ik ook wel. Het gaat wel om mensen die op dat moment al zeer gealerteerd waren en die alles al heel goed in de gaten hielden.
Die constante twijfel, waarbij wordt gesuggereerd dat al die mensen die de kwartieren bewaken een hoop onnozelaars en fantasten zijn, vind ik eigenlijk wel redelijk kras. Ik deel dat niet en u zult mij zoiets niet horen zeggen. Dat betekent niet dat zij zich nooit vergissen of dat er geen meldingen zijn geweest van buurtbewoners die achteraf niet bleken te kloppen. Er is echter ook een aanzienlijk deel van professionals die niets anders doen dan waken. Dat is hun taak.
Het klopt dat het onderzoek van het parket naar de mogelijke daders nog loopt en dat de attributie nog niet is afgerond.
Quiconque affirme aujourd'hui qu'il n'y avait pas de drones ignore les conclusions de notre propre service de renseignement. Soyons honnêtes, tant que nous ne disposons pas des moyens de détecter et de neutraliser les drones, il est logique que nous ne puissions pas présenter immédiatement de preuves physiques.
Dat is natuurlijk een zwakheid. Dat begrijp ik. Als u geen systemen hebt om drones uit de lucht te halen of te detecteren, dan is dat nu eenmaal zo.
Nogmaals, qu’est-ce que tu veux que je fasse? Wij zien drones, er ontstaat paniek en er zijn ook veel valspositieven. Iedereen zegt dat wij systemen moeten aankopen en dat het schandalig is dat wij ze niet hebben. Wij kopen ze dan ook aan. Hopelijk kunnen wij het de volgende keer beter aanpakken. Dat is ook de bedoeling van het hele concept.
Het klopt dat het onderzoek van het parket naar de mogelijke daders en de attributie nog loopt maar daaruit mogen geen verkeerde conclusies worden getrokken. Het parket heeft op geen enkel moment gesteld dat er geen drones waren. De moeilijkheid zit net in die attributie. Zonder de mogelijkheid om een drone neer te halen en te koppelen aan een operator, is het bijzonder moeilijk om een dader met 100 % zekerheid te identificeren. Dat is geen anomalie, maar de realiteit van deze hybride dreiging. Dat heb ik van bij het begin ook altijd op die manier aangegeven. Ik heb nooit iets anders gezegd, ook niet hier in het Parlement of in interviews.
Bovendien stonden de waarnemingen niet op zichzelf. Ze maakten deel uit van een bredere context waarin wij gelijktijdig een toename zagen van DDoS-cyberaanvallen in België op Belgische installaties, gelijkaardige drone-incidenten in andere Europese landen, een verhoogde dreigingsomgeving rond Euroclear, de aanwezigheid van Russische oppositiefiguren in Brussel en activiteiten in onze wateren van een Russisch schip dat wordt gelinkt aan spionage en hybride operaties.
In die context is het niet ernstig om deze feiten als losstaande of toevallige incidenten weg te zetten of zelfs te spreken van spookdrones en te beweren dat van dat alles niks aan is en dat alles onzin en verzonnen is. Er wordt beweerd dat men dat heeft verzonnen om 50 miljoen euro te kunnen vinden. Dat geld had ik al. Waarom zou ik dat in godsnaam verzinnen? Dat bedrag stond in mijn begroting. Het is heel straf dat wordt geïnsinueerd dat ik alles verzonnen heb om bijkomende middelen te krijgen, terwijl dat niet eens nodig was. Dat weet u ook. U weet dat. Een bepaalde partij vindt het blijkbaar ongelooflijk leuk om de zaak op die manier op te blazen maar u weet wel beter. Dat hoop ik toch.
In die periode was er een reële ongerustheid bij het brede publiek. Tegelijk was er een grote vraag vanuit de media en de politiek naar tastbaar fysiek bewijs van droneactiviteiten, zoals beeldmateriaal. In een context waarin zulke beelden schaars waren, werd daar begrijpelijk veel gewicht aan toegekend. Ik heb het dan ook als mijn verantwoordelijkheid gezien om zowel via de media als in de commissie voor Landsverdediging van de Kamer duidelijk en correct te communiceren over wat bevestigd was en wat niet en over de maatregelen die wij troffen om onze capaciteit te versterken. Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen proactieve communicatie en het beantwoorden van gerichte vragen van de media. In dat laatste kader hebben wij niet-geclassificeerd beeldmateriaal gedeeld van de avond waarop de luchthaven van Zaventem tijdelijk werd gesloten. Het is in dat verband essentieel om de juiste proporties te bewaren. Het beeldmateriaal werd pas de dag na de sluiting van de luchthaven overgemaakt en stond dus los van de beslissing van skeyes om het luchtverkeer tijdelijk stil te leggen. Die beslissing was gebaseerd op de op dat moment beschikbare meldingen en de geldende veiligheidsprocedures.
Op dat moment werd het beeld door verschillende diensten beschouwd als een drone. Er is ook gevraagd: wie heeft u gezegd dat het een drone was? Ik hoor hier dat ik de hele tijd fake news heb verspreid door valse beelden van een drone te verspreiden, maar dat wist ik toen niet. Ik ga toch geen valse dronebeelden verspreiden? Ik was toen in de overtuiging dat het om een echte drone ging, na checks door verschillende diensten. Ik heb dat niet zelf verzonnen. Ik heb hier een filmpje dat ik kan bezorgen, als u dat wenst.
Dat beeld kwam die avond binnen en werd uiteraard door experts gecheckt. Er is van alles gecheckt en dat is ook bezorgd. Wanneer later blijkt dat dat niet klopte, is dat op zijn minst gezegd bijzonder pijnlijk.
Op dat moment werd het beeld door verschillende diensten in deze materie wel beschouwd als een drone, in lijn met de beschikbare informatie en de context van verhoogde waakzaamheid. Nadien is gebleken dat het in dit specifieke geval ging om een politiehelikopter, die werd ingezet in het kader van de zoekactie naar een eerder gemelde drone of meerdere drones.
Dat illustreert de complexiteit van de situatie op dat moment, waarbij verschillende diensten niet op de hoogte zijn van elkaars handelen.
Il y a également eu des insinuations selon lesquelles cette menace aurait été exagérée ou que certaines communications auraient été délibérément envoyées pour accélérer les décisions d’achat, notamment pour ce qui concerne le paquet anti-drones.
Dergelijke beweringen zijn onjuist en doen geen recht aan de feiten of aan de ernst waarmee Defensie die dreiging heeft benaderd. De aankoop van het counterdronepakket was inmiddels al gepland en valt volledig binnen het Defensiebudget. De hoogdringendheid van de aankoop was al heel wat weken voordien bij de eerste melding rond Elsenborn ingeroepen, die werd niet ingegeven door de sluiting van de luchthaven en het aangehaalde filmpje. Wie het tegendeel beweert, is verkeerd.
U hebt gevraagd wie dat alles heeft gecheckt. Verschillende diensten hebben zich daarover gebogen. Ik weet niet of het nodig is om die hier voor de bus te gooien, ik heb daar eigenlijk geen zin in. Ik neem mijn verantwoordelijkheid ter zake.
U vraagt waarom we de info aan één persmedium hebben bezorgd. Ik vind die reactie nogal hypocriet. Het zal niet de eerste keer zijn dat journalisten van een politicus interessante informatie, een document, een mail of een filmpje die misschien alleen voor hen is bestemd ontvangen. Ik vind het nogal schijnheilig om daar nu zo ongelooflijk hysterisch over te doen. U bent kennelijk geschandaliseerd, maar veel Kamerleden of politici in het algemeen spelen al eens een keer een document door aan een journalist. Ik heb die niet-geclassificeerde info inderdaad doorgespeeld. Mevrouw Rutten zegt dat ik de info heb gelekt. Dat was geen lek, het ging niet om geclassificeerde informatie. Wanneer men het inspectieverslag van IF aan een journalist van een reportageprogramma bezorgt, dan is er sprake van een lek, want dat mag niet. Gewone info bezorgen, dat is niet iets lekken.
Men beweert dat ik daarmee paniek heb gezaaid. Hey guys, die paniek was er al. Ik vind dat eerlijk gezegd ook een heel rare herinterpretatie van de geschiedenis en van de gevolgen van de omstandigheden toen. Natuurlijk, iedereen vroeg wat er aan de hand was en wat het bewijs is voor de geleverde informatie. We hebben weinig detectiemiddelen. Zoals reeds gezegd, hebben we geen radar. Iedereen vroeg naar beelden. Die beelden waren vaak wazig en in het donker gemaakt. Dat was een verschrikkelijk vervelende situatie. Uiteindelijk kregen we dan toch beelden binnen. We vroegen ons af waarover het ging. Die beelden werden gecheckt en de conclusie luidde, nadat de beelden op alle mogelijke manieren door verschillende diensten werden gecheckt, dat het om een grote quadcopter ging, een drone. Ik heb die info aan Het Laatste Nieuws bezorgd. Ik kreeg de vraag waarom aan Het Laatste Nieuws en niet aan een ander persmedium. Alle media vroegen informatie. Er is één groot medium in Vlaanderen, dat weet u ook. Zullen we daarover nu een debat voeren? Ik vond die vraag ook al interessant toen ik ze las.
Ik kreeg vervolgens de vraag wanneer gebleken is dat de info vals was en waarom ik die info dan niet heb rechtgezet.
Ik heb die bezorgd, maar ik was daar niet bij betrokken. Hoe moet ik iets publiek rechtzetten waarvan niemand weet dat ik het heb bezorgd? Ik heb dat pas vernomen via de factcheck. Rien Emmery heeft dat zo’n twee weken later gefactcheckt. Vervolgens kregen we een telefoon met de vraag wat er aan de hand was en of het om een helikopter ging. Ik heb gezegd dat dat volgens mij niet zo was. Dat werd grondig gefactcheckt en daarna stond online bij VRT of Knack – ik weet het niet precies – dat het geen drone was, maar een politiehelikopter. Ik denk dat Het Laatste Nieuws dat toen ook offline heeft gehaald. Ik weet dat niet juist, want dat is niet aan mij, maar aan de redactie. Ik kan daar niet voor spreken. Wat moest ik dan rechtzetten? Ik begrijp de vraag niet goed. Ik wist dat ook pas nadat de factchecker dat geconcludeerd had.
Nogmaals, ik heb de dag nadien doorgegeven dat het een drone was, omdat iedereen dat zei, ook al had ik eerlijk gezegd mijn twijfels. De vaststelling dat het geen drone was, kwam pas weken later. Daarna verscheen online dat het geen drone was. Dat was uiteraard bijzonder vervelend. Dat Pano nu, maanden later, stelt dat ik dat toen heb bezorgd aan Het Laatste Nieuws, is uiteraard niet zo prettig en enigszins gênant, maar het is gelopen zoals het is gelopen.
Wat de aankoopprocedure betreft, stel ik eerst en vooral dat er geen regels of wetten zijn overtreden. In het dossier wordt expliciet verwezen naar artikel 25 van de wet van 13 augustus 2011, dat twee relevante uitzonderingen voorziet. De eerste uitzondering is die wegens crisis of dringende noodzaak, die een versnelde procedure toelaat wanneer een klassieke procedure met publicatie door de veiligheidssituatie niet kan worden gevolgd. De tweede uitzondering is ingegeven door technische redenen of exclusieve rechten. In bepaalde gevallen kan slechts één leverancier voldoen aan de technische vereisten, bijvoorbeeld omdat systemen compatibel moeten zijn met bestaande digitale infrastructuur en systemen of omdat een bedrijf exclusieve distributierechten heeft. Volgens Defensie was dat in het dossier het geval. Verschillende systemen moesten immers compatibel zijn met bestaande Belgische systemen en in sommige gevallen was er slechts één leverancier die het benodigde materiaal kon leveren binnen de vereiste termijn. De Inspectie van Financiën interpreteert dat evenwel strikter en stelt dat de crisis juridisch onvoldoende onderbouwd was. Dat verschil in interpretatie van wat als urgentie of crisis geldt, komt terug in meerdere adviezen van de Inspectie van Financiën en vormt mee de oorzaak van de negatieve adviezen in een groot aantal dossiers.
Ook tijdens de vorige legislatuur besliste de toenmalige regering in heel wat dossiers om ondanks het negatieve advies van de Inspectie van Financiën, over te gaan tot aankoop. Dat is dus niet zo uitzonderlijk of ongebruikelijk. Zo werden er toen meer dan veertig negatieve adviezen van de IF door de regering overruled. Aan dat aantal zit ik nog niet. Dus ik heb nog marge. Dat gebeurt best heel vaak. Een negatief inspectieverslag is niet het einde van de wereld. Daardoor staat ook de wereld niet in brand.
Uiteindelijk is de fundamentele vraag, die al heeft geleid tot talloze discussies tussen Defensie en de Inspectie van Financiën, wanneer er sprake is van een crisis, of de situatie urgent is en toelaat om materieel rechtstreeks bij een leverancier aan te kopen. Volgens Defensie is dat het geval wanneer na de dronemeldingen door de VRT boven Elsenborn wordt vastgesteld dat er geen middelen zijn om de taken uit te voeren die de regering haar toevertrouwt en dat wij de facto onbeschermd en machteloos zijn om iets te doen. De IF analyseert dat op haar beurt vanuit haar functie, louter vanuit de wettelijke basis.
Dat zijn natuurlijk twee tegengestelde en onverzoenbare visies. Het is dan ook aan de politici om een keuze te maken. Dat is een moeilijke beslissing, maar dat is voor mij en ook voor u de essentie van politieke verantwoordelijkheid. Vele hier aanwezige commissieleden, moesten – en moeten dat vaak doen – in eer en geweten inderdaad die keuze ook maken in de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en ‑verkopen, toen zij daar een positief advies verleenden, nadat ze net als de regering hadden vernomen dat er wel degelijk sprake was van een crisis en dat er urgent maatregelen moesten worden genomen.
Ik geef verder nog mee dat de selectie van bedrijven gebaseerd is op drie belangrijke criteria die in het dossier expliciet worden vermeld. Dat hebt u ook gelezen, tenminste als u lid van de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopen bent. Dat is, ten eerste, de garantie dat het materiaal effectief kan worden geleverd; ten tweede, de mogelijkheid om het materiaal op heel korte termijn te leveren en, ten derde, de compatibiliteit met bestaande systemen. Er is dus geen vierde criterium zoals het aantal keren dat iemand met Theo Francken is gaan wandelen in de prachtige bossen van Linden. U moet daar zeker eens gaan wandelen trouwens.
Senhive levert bijvoorbeeld een radiofrequentiedetectiesysteem dat al wordt gebruikt door skeyes en Proximus. Daardoor kan informatie uit die systemen met Defensie worden gedeeld. Het bedrijf gaf ook aan dat het tegen maart 2026 al de helft van de prioritaire militaire sites kon uitrusten.
Het bedrijf e-BO werd gekozen voor de integratie van software in het National Air Security Center, omdat het bedrijf al werkte aan een gelijkaardig project in het u welbekende Maritiem Informatiekruispunt of MIK in Zeebrugge. Bovendien beschikken het bedrijf en zijn personeel over de nodige veiligheidsmachtigingen, waardoor er ook snel kon worden gewerkt.
COBBS leverde de zogenaamde immediate response kits (IRK). Dat materiaal is identiek aan systemen die Defensie al gebruikt, wat standaardisatie mogelijk maakt. De BLAZE-drone wordt aangekocht in het kader van het steunpakket aan Oekraïne. De Oekraïense strijdkrachten vragen specifiek naar die BLAZE-drone. Die drone is combat proven en vormt de meest kosteneffectieve en efficiënte oplossing. De BLAZE is een kamikazedrone die botst met de geviseerde drone en die zo door kinetische kracht uitschakelt. Op die manier is er minder kans op collateral damage. COBBS is de exclusieve verdeler van die drone.
Saab levert de Giraffe 1X radar, een systeem dat al in verschillende landen wordt gebruikt en compatibel is met luchtverdedigingssystemen zoals Mistral, die ook worden aangekocht voor Defensie. Dat systeem vormt een aanvulling op de radiofrequentiedetectie van het Senhivesysteem. Ik lees dat we materiaal hebben gekocht dat niet doeltreffend is en waar we niets mee kunnen. Dat is niet waar. De Senhivedetectie is radiofrequentiedetectie – dat dekt het overgrote deel van de drones – en het Saabsysteem ziet veel meer. De systemen zijn dus compatibel en moeten samen worden bekeken. Ik denk zelfs dat dat zo is uitgelegd in de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopen, dat heb ik me laten vertellen. Nu zeggen dat we brol hebben gekocht en dat we er niets mee kunnen aanvangen, is totaal niet eerlijk. Dat is allemaal uitgelegd door de legerstaf. Achter gesloten deuren is gezegd dat er verschillende systemen zijn en dat de combinatie daarvan in het NASC in Bevekom, dat we zullen creëren, toelaat dat we het luchtruim veel beter in de gaten kunnen houden wat drones betreft. Dat is toch allemaal gezegd geweest? Er is hier precies toch wel veel amnesie.
Volgens Defensie waren dat de leveranciers met de grootste zekerheid op een snelle en effectieve inzetbaarheid.
Cette procédure d’achat a également été communiquée au Parlement et au grand public à plusieurs reprises.
Op woensdag 22 oktober vond de commissie voor Militaire Operaties plaats. De Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV) gaf daar een briefing over de incidenten. Het actieplan, de versnelde aankoop en de verschillende lines of effort werden toegelicht, met in het vooruitzicht een innovatief partnerschap op lange termijn, dat begin maart door de regering is goedgekeurd.
Dat langetermijnpartnerschap is veel belangrijker dan dit kleine aankoopdossier, omdat het gaat over een zeer omvangrijk partnerschap op lange termijn rond drones en antidrones, dat we absoluut nodig hebben. Kijk naar wat er gebeurt in de wereld: Oekraïne, Iran en de Golfregio. We zullen daar enorm op moeten inzetten. Dit is top of mind voor elke minister van Defensie en voor elke defensie in de wereld, niet alleen in het Westen of in het Midden-Oosten. Iedereen houdt zich hiermee bezig. Het is op zich een goede zaak dat we dat doen, het is the right thing to do.
Op donderdag 30 oktober werd het volledige dossier aan alle coalitiepartners bezorgd. Op zondag 2 november heb ik het plan toegelicht in de studio van VTM Nieuws. Op woensdag 5 november werd in de commissie voor Landsverdediging achter gesloten deuren een stand van zaken gegeven en werd het actieplan Acute hybride dronedreiging in groter detail toegelicht.
Nadien vond een publieke vergadering plaats, waarbij de informatie werd meegedeeld aan de talrijke in de zaal aanwezige media. Ook op woensdag 5 november werd het actieplan inzake acute hybride dronedreiging toegelicht door Defensie aan de commissie voor Legeraankopen. Die commissie gaf, op één onthouding na, een unaniem positief advies over het dossier.
Op donderdag 6 november werd het actieplan besproken op de Nationale Veiligheidsraad en op vrijdag 7 november keurde de ministerraad het dossier goed.
Het actieplan inzake acute hybride dronebedreiging is dus drie keer in het Parlement besproken. Daarnaast gaf de commissie voor Legeraankopen, op één onthouding na, een unaniem positief advies over de aankoop.
Cela ne peut pas être banalisé. La commission chargée du Contrôle des achats et ventes militaires peut inspecter tous les documents du dossier, y compris les conseils de l’Inspection des finances. Sur la base de ces documents, indépendamment des partis, majorité et opposition ont presque unanimement déclaré que ce dossier pouvait être soumis au Conseil des ministres sous cette forme pour approbation.
Enfin, il faut préciser qu’aucune firme n’a exercé son droit d’introduire un recours au Conseil d’État.
Als een bedrijf zich benadeeld voelt, kan het naar de Raad van State stappen en melding maken van vriendjespolitiek, zeggen dat er iets fout is gegaan en dat er sprake is van malversaties en dan kan men zijn rechten opeisen. Het kan zeggen dat de wet niet is gerespecteerd en de procedures niet zijn gevolgd en dat het recht heeft om in die tender mee te stappen en 50 miljoen euro antidronemateriaal te verkopen aan Defensie. Niemand heeft dat gedaan. Ook dat is een belangrijk element in het verhaal. Niemand is naar de Raad van State gestapt.
Als er sprake zou zijn van belangenvermenging, van een onoordeelkundige besteding van belastinggeld door Defensie of van de aankoop van ondoelmatig materiaal, dan hadden benadeelde firma’s zeker een dergelijke procedure opgestart, wat dus niet is gebeurd.
Ik kom nu tot de aantijgingen die in de Pano-reportage werden gemaakt over de aankopen bij Senhive. De openbare omroep insinueerde dat die er gekomen zouden zijn omdat de huidige CEO een kennis of zelfs een vriend van mij zou zijn. Ik ben nochtans selectief in het kiezen van mijn vrienden. Als bewijs werd een selfie getoond met hem tijdens een wandeling en een foto op het moment dat hij het podium opstapt tijdens BEDEX, met een sinister muziekje eronder gemonteerd. Het leek net een maffiafilm over Al Capone, genre The Godfather.
Je tiens à indiquer que la promenade mentionnée dans le reportage Pano a eu lieu le 14 janvier 2025, soit avant mon entrée en fonction en tant que ministre de la Défense et à une époque où l’actuel PDG de Senhive était encore scientifique à plein temps à la Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).
Hij was toen zelfs niet eens actief bij Senhive. Zulke insinuaties, waarbij zaken aan elkaar worden geplakt en daar vervolgens een filmpje van wordt gemaakt met zo’n toon en zoom… Als dat journalistiek is, dan is dat toch wel van een zeer bedenkelijk niveau.
Ken ik die man? Ja, ik ken die man. Ik ken veel mensen. Ik ken eigenlijk iedereen uit de defensie-industrie. Die is ook niet zo groot in België. Ik ben naar de Verenigde Staten geweest met 40 mensen uit de sector en over twee weken ga ik naar Turkije met 50 vertegenwoordigers van de defensie-industrie. Die mensen schrijven zich in. Dat mag ook. Daar is op zich niets mis mee. Het is het moment om onze defensie-industrie in de kijker te zetten en om belangrijke contracten binnen te halen. Ik denk dat dat goed is voor onze economie. Het is niet dat onze economie het zo goed doet. Er is geen of amper groei. Defensie wordt in elk land beschouwd als een economische sector en dat is ook in ons land het geval. Dat is in elk geval de visie van de regering, inclusief de deelstaatregeringen.
Ja, ik ken die mensen. Zijn dat vrienden? Nee, dat zijn geen vrienden. Ik ken hen. So what? Ik ken veel mensen. Ik ken heel veel ondernemers. Ik ben in elke provincie gaan spreken voor Voka en voor AKT, voor volle zalen met ondernemers, over Defensie en onze plannen. Er zijn ook foto’s genomen, foto’s met ondernemers, een selfie, met iemand gaan wandelen. Ho, ho, ho… Nee, ik was toen niet eens minister van Defensie, dus doe eens even normaal.
Ik ben al 25 jaar politicus en probeer te weten wat er leeft in de samenleving: bij arbeiders, studenten, landbouwers, gepensioneerden, ondernemers en onderzoekers. Tijdens mijn carrière heb ik met talloze mensen gesproken, groot en klein. Dat verruimt mijn blik en maakt mij, hoop ik, een betere politicus. Om daar dan de insinuatie aan te koppelen dat ik aan vriendjespolitiek zou hebben gedaan, vind ik van een heel laag allooi. Kom dan met bewijzen. Als ze dat allemaal insinueren, bring it on. Laat me zien waar er vriendjespolitiek of corruptie in het spel is. Dat zijn geen uitspraken die men zomaar kan doen. Die moet men kunnen hardmaken. Dat kan men niet met een toontje brengen alsof het over Al Capone gaat. Alstublieft zeg, wat een deontologie.
Ook nu heb ik bijvoorbeeld op BEDEX met
quasi elk bedrijf en elke standhouder gesproken. Zo houd ik de vinger aan de
pols en weet ik wat er speelt. Dat is mijn job.
Les allégations de Pano ne sont au final rien d’autre que des insinuations. Il n’y a aucun élément probant et je suis convaincu que tant l’audit que l’enquête (information judiciaire) du bureau du procureur du Roi de Bruxelles le prouveront. Cependant, il est très discutable que de telles allégations soient diffusées au détriment du contribuable.
Ik til daar dus zwaar aan. Ik vind dat ook een kwestie van integriteit. Insinueren dat ik corrupt ben en aan vriendjespolitiek doe, contracten bezorg aan vriendjes met wie ik eens gaan wandelen ben voordat die persoon iets met dat bedrijf te maken had, vind ik echt kras. Trouwens, zij wisten dat die foto werd genomen. Als iemand louche plannen zou hebben en stinkende zaakjes wil doen, zou men dan een foto online zetten met die persoon? Denkt u dat dat een goed idee is?
Pano heeft die foto gepubliceerd en kende de datum van 15 januari. Die staat immers op mijn socials. Ze wisten ook dat Steven Krekels op dat moment niets te maken had met Senhive. U kunt checken wanneer hij CEO is geworden bij Senhive. U weet toch dat ik op 15 januari nog geen minister van Defensie was? Waarom wordt die context niet meegegeven? Dat is toch niet juist? Wat voor journalistiek is dat? De openbare omroep krijgt 200 miljoen euro per jaar. Ik ben voor een nieuwsdienst van een openbare omroep. Ik heb daar geen probleem mee. Duiding is belangrijk en een openbare omroep is heel belangrijk, maar met zo’n insinuaties komen…
Ik ben een krokodil. Ik zit al lang in het vak. Als men met zo'n zware insinuaties van corruptie en vriendjespolitiek komt, dan moet men wel met harde bewijzen komen en niet met een foto vanop mijn eigen socials van een wandeling voordat ik minister van Defensie was met een persoon die toen niet eens iets te maken had met Senhive. Dat neem ik niet. Dat vind ik niet ernstig en dat neem ik hen echt kwalijk. Ik heb de afgelopen dagen tegen verschillende VRT-journalisten gezegd dat het mij echt hoog zit.
Over het product zelf stelt Pano dan weer dat RF-detectie niet zou werken. Ze gaan voorbij aan het feit dat meer dan 90 % van de drones in ons land drones zijn die aangestuurd worden met radiofrequentie. Met een dergelijke detectie herkennen we dus al het grootste deel van de drones. Bovendien is het altijd de bedoeling geweest om deze RF-detectie samen met radars te gebruiken, zoals de mobiele Giraffe radars van Saab, die in hetzelfde dossier werden aangekocht om zo een volledig beeld te krijgen.
Bovendien zijn de radiofrequentieantennes van Senhive die Defensie heeft aangekocht niet de basisversie waarvan sprake is in de Pano-reportage. Defensie heeft een andere versie besteld, de SEN PRO. De betaalde prijs is correct aangezien die antennes ook gebruikt worden binnen het CaMo-project en we via het partnerland de details en de prijzencontrole hebben gekregen.
Wat de BLAZE-interceptordrone betreft, Pano berekende de prijs aan de hand van een raming van de prijs van een Iraanse Shahed gedeeld door 10. Dat is lachwekkend. Pano insinueert daarmee dat Defensie meer dan zes keer de werkelijke kostprijs zou hebben betaald, maar wie weet hoeveel een Shahed echt kost? Wie heeft daar geloofwaardige, onafhankelijke en objectieve gegevens van? Dat is echt Hollandse rekenkunde.
De realiteit is anders. Wat Defensie aankoopt, is meer dan een interceptor. Het is een compleet systeem, training en ondersteuning inbegrepen. Defensie heeft trouwens referentiefacturen van andere landen waaruit blijkt dat de prijs die wij betalen zelfs lager ligt.
Daarnaast heeft Oekraïne, in het kader van het steunpakket 2026, aan België gevraagd om dit type drone voor hen aan te kopen. Ook in dat dossier werd een prijscontrole uitgevoerd, waaruit bleek dat de prijs marktconform is. Specifiek over die prijscontrole heeft de Inspectie geen opmerkingen gegeven. Over de prijscontrole van de BLAZE-drone in het Oekraïnepakket is geen opmerking gekomen, behalve dat het snel moest gaan. Dat is helaas vaak het geval. Er is veel nodig en het moet vaak snel gebeuren.
Ik kom nu tot nog iets anders. Pano heeft via een goede bron het verslag van de Inspectie van Financiën ontvangen. Van dat inspectieverslag bestaan twee versies. Er is de versie die wij hebben bezorgd in het kader van de openbaarheid van bestuur, waarin heel wat zaken zwart gemaakt zijn. Daarnaast is er de versie die Pano zelf in haar reportage toont, waarin elementen die in onze versie zwart gemaakt zijn, zichtbaar blijven. Die versie hebben zij dus niet van ons. Dat wijst erop dat er iemand gelekt heeft. Dat is interessant.
In die gelekte, niet-gecensureerde versie staat dat die BLAZE-interceptor een volledig systeem is. Waarom wordt dat dan niet meegenomen in de berekening? Waarom wordt dat afgezet tegen de prijs van een Shaheddrone? Dat begrijp ik niet. Ook dat is zeer betwistbaar.
Een journalist ziet dat het om meer gaat dan alleen die BLAZE, namelijk om het volledige systeem errond. Er staan afzonderlijke posten met aparte prijzen en dan neemt die toch het totaalbedrag om dat te vergelijken met één Shaheddrone en te concluderen dat er te veel wordt betaald. Die journalist ziet dat toch zelf, aangezien hij over het gelekte advies beschikt? Dat is zeer betwistbaar.
Waarom is er niet meegewerkt met Pano?
De voorzitter: Mijnheer de minister, voordat u aan dat punt begint, u hebt al tijd bijgekregen en…
05.13 Minister Theo Francken: Ja, iedereen heeft er tijd bijgekregen.
Pour commencer, je tiens à préciser qu'en tant que ministre, je suis responsable envers les citoyens de ce pays et devant les députés qui les représentent. Je suis constitutionnellement obligé de le faire. Je pense que c'est tout à fait normal et je ne m'en détourne pas.
In dat opzicht vind ik het kwalijk dat de VRT de ochtend na de reportage van Pano, nota bene in een interview met een verkozen Kamerlid, openlijk de vraag stelt of het Parlement wel de juiste plaats is waar een minister verantwoording moet afleggen. Ik wist niet wat ik hoorde.
De vraag van Pano kwam nadat op 27 januari in een gemengde commissie in het Parlement uitgebreid op alle vragen ter zake werd geantwoord. Ook in verschillende commissies werd eind vorig jaar uitgebreid over het thema gesproken, zoals ik al zei. Toen vroeg Pano om mee te werken.
Daarnaast waren de contacten met de redactie van Pano niet bijzonder vertrouwenwekkend. Dat is nog licht uitgedrukt. Men vroeg een interview van een uur voor een programma dat 40 minuten zou duren. We zouden alleen een zicht krijgen op de quotes die men zou gebruiken en we kregen alleen vage informatie over de brede context van de reportage. Ook wisten we niets over het frame van de reportage. Daar zijn de makers van de reportage alleszins ook zonder mijn aanwezigheid goed in geslaagd. Gelet op die elementen hebben we beslist om de reportage af te wachten. Trouwens, ook Defensie, skeyes en de federale politie hebben niet meegewerkt. Men is dus van een redelijk koude kermis thuisgekomen.
Toen na de reportage bleek dat de belangrijkste aantijgingen over de prijs van de aankopen bij Senhive en COBBS konden worden weerlegd, hebben we op de avond van de uitzending zelf voorgesteld om luitenant-generaal Phaleg, de National Armaments Director, de baas van de aankopen, de directeur-generaal van Material Resources, de verantwoordelijke voor het dossier en de expert van Defensie in de materie, aan het woord te laten. Dat werd toen geweigerd.
Ook de volgende ochtend werd aan de VRT opnieuw gevraagd om de luitenant-generaal te laten reageren namens Defensie over het dossier, bijvoorbeeld over het punt dat wij te veel zouden hebben betaald. Dat werd opnieuw geweigerd. De VRT verkoos iemand van het Vlaams Vredesinstituut het woord te geven. Wat die weet van het dossier, is mij nog altijd niet helemaal duidelijk. De omroep verkoos natuurlijk ook om de heer Aerts het woord te geven. Dat was natuurlijk de beloning.
Wij kunnen, ten slotte, niet anders dan vaststellen dat de reportage tot stand is gekomen door het gebruik van gelekte vertrouwelijke documenten. Met name het advies van de Inspectie van Financiën behoort tot het geheim van de beraadslaging en hoort niet op de straatstenen thuis. Wij kunnen dat stellen, omdat informatie uit het inspectieverslag die in de reportage wordt gebruikt en zelfs wordt getoond, onmogelijk uit het verslag kan komen dat in het kader van de openbaarheid van bestuur aan de redactie werd bezorgd en waarin bepaalde staatsgevoelige informatie uit werd geredigeerd, zijnde zwart werd gemaakt.
Que ceci ait été divulgué est blâmable, mais que ces sous-entendus aient été diffusés par une chaîne publique est bien pire.
Wie er heeft gelekt, kunnen we voorlopig niet achterhalen. Het valt wel op dat de Pano-reportage een sterke partijpolitieke inslag heeft en dat een Kamerlid, dat net door zijn rol in het Parlement toegang heeft tot al die documenten, daarin een prominente rol speelt.
Wat wel vaststaat, is dat de visuals van de politieke partij van dat Kamerlid al online stonden, ruim voordat de Pano-reportage op televisie en online verscheen. Die visuals werden seconden daarna verwijderd, maar een alerte socialemediagebruiker heeft die beelden vastgelegd.
U hebt dus de Pano-reportage gezien, daaraan meegewerkt en alles kunnen inkijken. Uw partij had alles klaar en plaatst die beelden in de namiddag, uren vóór de uitzending, online. Na enkele minuten of seconden worden ze opnieuw verwijderd, omdat dat te vroeg was. Verdorie, het is toch jammer dat iemand dat gezien heeft. Dat is ambetant, niet? Ik heb ook al ambetante dingen meegemaakt, zoals dat filmpje, maar dit is toch ook gênant. Het is geen sluitend bewijs, maar alleszins sterker dan wat Pano zelf in de reportage heeft aangebracht.
Ik rond af. Toen de eerste drones in ons land werden gesignaleerd, had Defensie haast geen middelen om drones objectief waar te nemen, laat staan om ze te neutraliseren. Laat dat even inzinken. Ondanks het feit dat drones al jaren een van de doorslaggevende systemen op het slagveld zijn, had de vorige regering nagelaten Defensie in staat te stellen de bevolking te beschermen tegen die dreiging, die in Oekraïne alomtegenwoordig is. Het rechtzetten van die historische vergissing en het opbouwen van drone- en counterdronecapaciteiten bij Defensie is dan ook een prioriteit van mijn beleid en zal dat blijven.
Toen eind vorig jaar, in oktober en november, verschillende drones werden gesignaleerd in een context van hybride dreiging, heeft Defensie in moeilijke omstandigheden en onder grote tijdsdruk, terwijl de druk van de publieke opinie om iets aan de dronedreiging te doen, steeds groter werd, een correcte procedure opgestart om tegen een marktconforme prijs counterdronemiddelen aan te kopen.
De voorzitter: Kunt u afronden, mijnheer de minister?
05.14 Minister Theo Francken: Ik ben bijna klaar.
Die middelen zijn voor een groot deel al
operationeel, wat bijzonder snel is, als we kijken naar de tijd tussen de
opmaak van het dossier en de operationalisering bij Defensie. Ook de timing van
de aankopen is zeer goed. Dat werd vanochtend in de commissie ook toegelicht.
We zitten volledig op schema en het materieel komt stelselmatig binnen. Een groot deel is trouwens al
geleverd.
La Défense, mon cabinet et moi-même sommes droits dans nos bottes. Nous avons agi correctement, avons demandé un audit au service Audit fédéral interne de notre propre initiative et coopérons pleinement à l'enquête du bureau du procureur.
Tot slot, wij hebben contact opgenomen met de onafhankelijke dienst Federale Interne Audit. Wij werken daar altijd mee samen. Defensie wordt voortdurend geaudit. We zullen specifiek een interne audit voor de aankoopdienst vragen. Dat is geen forensische audit, maar wel een grondige, breed geformuleerde en diepgaande controle. Dat lijkt mij een goede zaak. De komende week zullen we die vraag in een brief formaliseren en versturen.
05.15 Kjell Vander Elst (Anders.): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoord.
U formuleert hier allerhande verwijten, maar ik merk op dat er wel degelijk verkeerde beelden werden verspreid, waardoor er fake news het land rond is gegaan. Wat zegt u daar doodleuk op? U sust: it is what it is; dat was ongelukkig; dat kan gebeuren, maar u bent wel minister van Defensie. Weet u wat er kan gebeuren? Uw trein missen, dat kan gebeuren. Uw vlucht missen, dat kan gebeuren. Hier over een tapijt struikelen, dat kan gebeuren. Echter, dat u als minister van Defensie verkeerde beelden verspreidt op een moment dat er veel paniek en angst leeft in onze samenleving, dat is voor mij onaanvaardbaar. Ik til daar zwaar aan. Ik vind dat een minister onwaardig. Dat doet men niet. Als u er niet honderd procent van zeker bent dat beelden kloppen, dan verspreidt u die niet, zeker op een moment dat er veel angst is. Ik vind het bijzonder vreemd dat u dat normaal vindt en dat u dat allemaal toedekt met uitspraken dat zoiets kan gebeuren. It is what it is, we move on en we wel zullen zien.
Wat het dossier van de drones betreft, ik pik het echt niet dat u hier opnieuw de indruk wekt dat wij het niet begrepen zouden hebben. Ik aanvaard ook niet dat u de indruk wekt als zou ik niet voor drone-investeringen zou zijn en ik twijfel zaai over de aanwezigheid van drones. Ik heb dat nooit gezegd. Ik twijfel daar niet aan, net zoals ik niet twijfel aan de noodzaak van investeringen op dat vlak. U draait de rollen om, mijnheer de minister. U bent minister van Defensie. U hebt verkeerde beelden verspreid. U bent verantwoordelijk.
Het is onze taak als parlementsleden om u te ondervragen over de problemen van de voorbije week. Er is nog altijd onvoldoende geantwoord op heel wat vragen. Er blijft veel onduidelijkheid bestaan. Het dossier is zeker nog niet afgesloten.
Terwijl u ons schijnheiligheid en amnesie verwijt, bent u als minister verantwoordelijk voor uw departement. U bent er verantwoordelijk voor om kalmte te bewaren, rust uit te stralen en vertrouwen te geven. Dat vertrouwen heeft mijns inziens een zware knauw gekregen. De grootste gevolgen hiervan zullen voor Defensie zelf zijn. Het incident zal wegen op het draagvlak bij de bevolking voor de defensie-investeringen voor onze defensiediensten.
05.16 Annick Ponthier (VB): Mijnheer de minister, u weert zich hier als een duivel in een wijwatervat. Het is bijna aandoenlijk om u bezig te zien, maar u moet het mij vergeven: deze zaak stinkt van begin tot einde. Dat schandaal wordt almaar groter. Hoe meer u uw best doet om alles te ontkrachten, hoe meer en hoe talrijker de vragen worden.
U verklaart steevast dat er bewijzen zijn van de aanwezigheid van drones, maar niet van vijandige drones. Er is geen attributie aan Rusland, ondanks uw communicatie ter zake, die weinig aan de verbeelding overliet. Laten we ook de communicatie van de legertop niet vergeten, waarover eveneens veel te zeggen valt.
Een hoogdringende procedure, die niet hoogdringend bleek te zijn, hebt u, als hoofdverantwoordelijke, misleidend gebruikt om de mededinging uit te schakelen en om miljoenencontracten te gunnen aan een aantal bevriende bedrijven. Vooruitcoryfee en veroordeeld crimineel Willy Claes heeft u destijds goed geadviseerd.
De Inspectie van Financiën waarschuwde herhaaldelijk dat die aankopen indruisten tegen de wet op de overheidsopdrachten, dat er geen concurrentie was en dat het risico van zwaar overdreven prijzen bijzonder groot was. Zo bleek ook, mijnheer de minister. Viermaal te duur, en toch hebt u doorgeduwd.
(Onverstaanbaar)
Dan was er nog een negatief advies van uw eigen minister van Begroting. Daarover hebt u niets gezegd.
Daarnaast blijkt uit recente berichtgeving inmiddels dat ook in het miljardendossier rond de militaire steun aan Oekraïne, waarbij onder meer via het bedrijf COBBS voor honderden miljoenen euro's aan dronesystemen werden aangekocht, gelijkaardige bezwaren werden geformuleerd. Ook daar heb ik u niets over horen zeggen. U beweerde dat er toen geen opmerkingen waren van de Inspectie van Financiën, maar dat klopt niet. Ik wijs op een bijzonder opvallend element, namelijk de explosieve groei van het betrokken bedrijf. Het zogenaamd onmisbare bedrijf COBBS kende de voorbije jaren een spectaculaire winstgroei van meer dan 1.000 %. Dat roept, in dit verhaal althans, zeer ernstige vragen op over wie precies beter geworden is van die overheidscontracten.
U gaat nu over tot een interne audit, die volgens u onafhankelijk is. Ik wil wel, maar we zullen uiteindelijk zien wat daar de conclusies van zijn. Wij hebben u gevraagd waarom u niet overgaat tot een onafhankelijke externe doorlichting. Daar hebt u ook niet op geantwoord. We komen daar zeker nog op terug, want heel veel vragen blijven onbeantwoord. De bevolking verdient volledige transparantie en het Vlaams Belang eist die in dit dossier.
Mijnheer de voorzitter, ik reken daarvoor ook op u. Wij eisen inzage in alle relevante documenten: offertes, aankoopcontracten, interne nota's, sms- en mailverkeer, memoranda of understanding, prijsanalyses en alle communicatie met de betrokken bedrijven, de hele rimram. Alles moet hier op tafel komen. Dit dossier moet tot op de bodem worden uitgeklaard. Wij richten een verzoek aan deze commissie om alles uit te klaren.
05.17 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik meen dat iedereen het wel gevoeld heeft, dit was weer een antwoord vintage minister Francken. Het proces van Parlementsleden wordt gemaakt, het proces van journalisten wordt gemaakt en het Vlaams Vredesinstituut wordt door de mangel gehaald, want wat weten die er daar nu van? Ze hebben het niet goed begrepen. Het is riooljournalistiek.
Alles hebben we hier vandaag de revue zien passeren, maar keer op keer was het mist spuien. Keer op keer was het aanvallen lanceren om de aandacht af te leiden van de kern van de zaak: uw communicatie zit vol hiaten, halve waarheden en fake news.
Die beelden van die politiehelikopter zijn opnieuw gecheckt door HLN bij hun bron. Dat zegt het zelfs online: "Onze bron bevestigde nogmaals dat er op het moment dat de beelden gemaakt werden geen politiehelikopter in de nabijheid was." Ik kan me inbeelden dat er veel moeilijk te checken is, maar niet waar de politiehelikopters vliegen. Ik meen dat dit rapper gecheckt moet kunnen worden door Defensie en door de diensten van de politie dan dat het door de dienst factchecking van de VRT moet gebeuren. Ik snap niet hoe die er veel rapper in is.
Als die factcheck er dan is en u nadien in De Afspraak de vraag voorgeschoteld krijgt hoe het zit, is uw antwoord: dat is niet mijn bevoegdheid, de luchthaven is niet mijn bevoegdheid. Op dat moment was het ineens niet uw bevoegdheid, terwijl u zegt dat u uit die factcheck hebt moeten leren dat het om een politiehelikopter ging. U wist volgens mij op dat moment wel dat u die beelden verspreid had.
U doet daar nu heel laconiek over: ja, ik heb die beelden verspreid naar één bron. Ik val nu eigenlijk van mijn stoel. Ik vind dat niet zo onschuldig. Het gaat om een crisismoment in onze samenleving. Op dat moment beslist u om beelden te lekken. Een vraag waarop ik vandaag geen antwoord gekregen heb, is waarom dat anoniem moest blijven. Dat weten we nog altijd niet. Waarom hebt u dat niet rechtgezet? Dat weten we nog altijd niet. De factcheck was voor u duidelijk genoeg.
U wou 50 miljoen besteden als snelle reactie. U zegt dat u dat geld al had. Dat klopt, dat geld was al voorzien. Wat echter niet klopt, is dat u de toelating van de ministerraad al had. Meer nog, vlak daarvoor had u nog een vernietigende brief gekregen van de minister van Begroting, die zei: "Niet met mij." Na het negatieve advies van de Inspectie van Financiën zei hij: "Niet met mij."
Er was een negatief advies. Ik kan me inbeelden dat het dan wel geholpen heeft dat er wat extra beelden circuleerden om ervoor te zorgen dat het geld dat voorzien was, ook effectief besteed kon worden, want groen licht was er voor die opdracht absoluut nog niet. In de verdediging de dag na de uitzending van Pano staat heel duidelijk opnieuw dat de Inspectie van Financiën bij dit dossier geen opmerkingen maakte. Dat is dus niet correct gebleken. Opnieuw, niet correct. U volhardt dus ook nog eens in de boosheid.
We hebben een minister van Defensie nodig die kalmte predikt en niet de boel opnaait. We hebben een minister van Defensie nodig die uitgaat van waarheden, niet van onwaarheden of halve waarheden.
05.18 Ridouane Chahid (PS): Monsieur le ministre, votre réponse est hallucinante, inquiétante et grave. Vous avez pris 50 minutes pour accuser les journalistes de la VRT, dire que chacun était responsable, certains étaient fautifs, sauf vous. Oui, monsieur le ministre, ce n'est pas une erreur que vous avez commise, c'est une faute! Vous avez dit que vous êtes responsable devant les citoyens et devant les membres de ce Parlement. Moi, j'ai envie de vous dire que sur ce coup-là, vous êtes irresponsable! Vous n'êtes pas n'importe qui! Vous êtes un ministre de la Défense qui a jeté de l'huile sur le feu! Vous êtes un ministre de la Défense qui dit au sein de ce Parlement: "La panique était déjà là et je suis allé plus loin. J'ai divulgué une photo qui, pour moi et selon les experts, était vraie." Mais, monsieur le ministre, qu'elle soit vraie ou pas, vous n'avez pas à la divulguer cette photo! Vous êtes ministre, vous n'êtes pas un citoyen, vous n'êtes pas un journaliste, vous êtes celui qui doit garantir la sécurité de ce pays et rassurer les citoyens, et non leur faire peur.
Vous dites: "Vous êtes en train de pointer un directeur général d'une entreprise privée, avec qui je me suis baladé dans les bois de ma commune alors que je n'étais pas encore ministre". D'accord! Avez-vous signalé aux membres du gouvernement, selon le Code de déontologie, lorsque le marché a été attribué à cette entreprise, que vous connaissiez cette personne? Cela, c'est une vraie question! Parce que venir nous dire: "Je n'étais pas encore ministre de la Défense", certes, mais après, vous l'étiez! Vous aviez encore des contacts avec cette personne! Avez-vous signifié à vos collègues, selon le Code de déontologie, que vous connaissiez cette personne? Voilà la vraie question!
Ensuite, vous dites: "Je suis droit dans mes bottes". Ben, il faut croire que le parquet n'est pas d'accord avec vous, sinon il n'aurait pas ouvert une information judiciaire. Et cela, aujourd'hui, c'est le problème de ce gouvernement: deux ministres régaliens, deux informations judiciaires! E-police, système anti-drones, tel est votre bilan à l'heure actuelle! Et avec cela, qui protège nos citoyens? Personne! Et vous, vous êtes là et vous vous amusez avec votre téléphone. Moi, j'ai envie de vous dire: "Engagez quelqu'un à vos côtés et chaque fois que vous allez tweeter ou écrire un message, la personne vous retirera votre téléphone. Car j'ai l'impression que vous utilisez votre téléphone comme un jouet. Ce n'est pas un jouet!
Vous êtes ministre de la Défense, monsieur Francken! Soyez responsable! Ne soyez pas irresponsable!
05.19 Axel Weydts (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, u hebt mij vandaag nog meer bij mijn overtuiging gelaten dat u beter had meegewerkt aan de Pano-reportage. Wij verschillen daarover van mening, maar ik blijf daarbij. Het zou goed zijn geweest, mocht u daaraan hebben meegewerkt. U zou uiteraard niet zoveel spreektijd hebben gekregen op de VRT als u hier vandaag in het Parlement hebt gekregen. Dat begrijp ik ook heel goed. Niettemin was het beter geweest, mocht u daaraan hebben meegewerkt.
U bent een minister die veel en graag communiceert. Ik juich dat toe. Beleidsmakers moeten voor mij communiceren over het beleid dat ze voeren. Ik zal u dus niet verwijten dat u te veel communiceert. In dit geval was het misschien toch beter geweest om mee te werken aan de reportage.
Ik wil nog op één opmerking van de IF terugkomen, namelijk dat zelfs in hoogdringende situaties concurrentie had kunnen spelen. Dat is iets waarop ik in de toekomst graag nog wil terugkomen.
Collega’s, de audit zal nu echter heel belangrijk zijn. FIA is een onafhankelijk orgaan. Ik hoop dat wij het daar allemaal over eens zijn in een democratie. Het is een onafhankelijke federale instelling die de audit zal uitvoeren. Voor Vooruit is het heel belangrijk dat de audit grondig gebeurt en dat hij niet alleen betrekking heeft op het dossier dat hier aanhangig is, maar ook op de werking van onze aankoopdiensten binnen Defensie. Ik herhaal dat op die manier het draagvlak en de geloofwaardigheid van die diensten kan worden bevestigd of waar nodig verbeterd en versterkt, mocht uit de audit blijken dat dat nodig is.
Mijnheer de minister, ik maak nog een kleine zijsprong naar strategische communicatie, als ik nog even wat extra spreektijd mag nemen. Ook op dat vlak zijn er lessen te trekken. Over wat ik nu ga stellen, ben ik zelf nog niet helemaal zeker.
Wij hadden onlangs bij de Brussels meeting van de NATO PA een spreker. Ik kan hem niet bij naam noemen want daar gelden, zoals u weet, de Chatham House rules. Er mag wel worden gerefereerd aan de inhoud die daar ter sprake kwam. De spreker gaf aan dat het misschien te overwegen valt om zelfs geen attributie meer te doen, zelfs niet meer te verwijzen naar Rusland wanneer het gaat over acties in de hybride oorlog. Zijn uitleg daarbij was dat wij Rusland niet meer sterkte moeten toedichten dan het effectief heeft. Dat was een interessant inzicht. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er zelf nog niet uit ben of dat de juiste aanpak is, maar het is wel iets waar wij allen over moeten nadenken en waaruit wij lessen moeten durven te trekken wanneer het gaat over strategische communicatie.
In een hybride oorlogsvoering is de strategische communicatie van Defensie en van de regering immers primordiaal en heel belangrijk. Een evenwichtige, rustige en koele communicatie is daarbij van essentieel belang. Met alle respect, het verspreiden van beelden aan één specifiek medium hoort daar niet onder. U hebt ook toegegeven dat u dat misschien beter niet had gedaan. Dat past volgens mij niet binnen strategische communicatie.
Ik stel dat hier niet op een hysterische manier, maar op een heel rustige manier. Het gaat hier niet over het geven van een politieke primeur aan de ene of andere nieuwsdienst. Dat doen wij allemaal. Ik heb dat zelf ook al heel vaak gedaan. Ik ben ook al heel lang actief, ook in de lokale politiek. Daar gaat het niet over. Het gaat over hoe wij onze strategische communicatie in de toekomst op een rustige manier zullen voeren.
05.20 Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je ne sais pas par où commencer, je pense que ces questions méritent un échange de vues avec un temps de parole beaucoup plus large. Nous pensions que vous aviez atteint le fond, mais vous continuez à creuser. Vous commencez par attaquer les journalistes, qui font un travail journalistique, parce que vous n'êtes pas d'accord avec eux, parce que cela ne vous plaît pas, et vous n'avez même pas eu le courage d'aller sur leur plateau répondre à leurs questions. Vous venez ici les attaquer et attaquer leur déontologie.
En ce qui concerne le prix des drones, par exemple, vous dites qu'ils se sont trompés, qu'ils ont mal calculé ou qu'il y a eu de mauvaises interprétations, alors que c'est le fabricant des drones lui-même qui a déclaré dans les médias que ces appareils étaient dix fois moins chers que les drones Shahed. Si vous pensez qu'ils ont menti, vous n'avez qu'à dévoiler les prix pour savoir alors s'il s'agit de prix exacts ou pas. De même, vous dites qu’il faut arrêter de dire n'importe quoi sur la Russie, mais c'est vous qui parlez de la Russie. C'est vous qui avez dit que c'étaient des drones russes, sans aucune preuve. Vous venez ici affirmer des choses sans aucune preuve.
Il en va de même sur l'avis de l'Inspection des finances. Vous n'avez pas dit la vérité! En effet, vous avez affirmé que l'Inspection des finances n'avait pas été critique. C'est faux! Elle a exactement dit, à propos de l'appel d'offres de marché public, qu'il y avait largement le temps pour le faire, et vous n'avez pas respecté son avis. Votre excuse est de dire que vous avez l'habitude de ne pas respecter l'avis de l'Inspection des finances. Donc, reproduire une mauvaise habitude deviendrait normal? Est-ce là un argument suffisant pour ne pas respecter les conseils de l'Inspection des finances?
En outre, en ce qui concerne le conflit d'intérêts, vous dites que l’incident est antérieur à votre entrée en fonction. Savez-vous ce qu’il est écrit dans le tweet qui accompagnait la photo? Il est indiqué: "Discussion intéressante sur la technologie, l'innovation, l'environnement, l'espace et les applications industrielles. Nous vivons une période d'instabilité géopolitique. Nous devons d’urgence renforcer notre résilience." Tels sont les propos du CEO, qui poursuit: "La Défense doit tirer pleinement parti des technologies remarquables et des ressources dont nous disposons en interne. Le prochain gouvernement en fera une priorité." Il existait donc déjà une discussion à ce sujet! Dès lors, ne dites pas que c'était juste une promenade. Vous aviez déjà un contact et vous avez discuté. C'est le CEO qui le publie. Vous avez déjà discuté de tout ce dont nous sommes en train de parler ici.
Concernant la déontologie, monsieur le ministre, les règles disposent que les membres du gouvernement évitent toute situation qui pourrait donner lieu – ou être raisonnablement perçue comme donnant lieu – à un conflit d'intérêts. Vous auriez dû dire que vous connaissiez la personne. Cela aussi figure dans les règles de déontologie pour les ministres. Ces règles n'ont pas été respectées!
Vous venez ici pour raconter une histoire qui vous arrange, en attaquant les journalistes, en continuant de propager des fake news et des choses qui ne sont pas correctes. Monsieur le ministre, ce n'est pas correct! Vous êtes ici en commission, vous devez répondre aux questions des députés et vous ne l'avez pas fait correctement. C'est vraiment inacceptable!
05.21 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vais vous rassurer, j'aime bien le foot, mais je joue toujours le ballon, jamais l'homme.
Cette séquence est catastrophique pour vous, pour le gouvernement, pour la crédibilité de notre pays et pour nos finances. Pour vous, la meilleure défense, c'est l'attaque et vous dézinguez tout ce qui se trouve sur votre chemin. Vous dézinguez l'opposition, on va dire que c'est le jeu démocratique majorité/opposition, c'est normal, cela fait partie du métier. Vous dézinguez la presse car elle a osé mener une enquête, poser des questions qui vous dérangent et mettre en lumière des éléments qui vous prennent les doigts dans le pot de confiture. Vous dézinguez l'Inspection des finances parce qu'elle a rendu un avis défavorable alors que ses critiques sont légitimes. Je suis désolée, mais ce n'est pas une manière de travailler.
Ça devient vraiment une tendance dans ce gouvernement, où vous voulez faire ce que vous voulez, sans contrôle démocratique. Vous ignorez les signaux d'alarme des associations, de la société civile, de la presse, vous vous asseyez sur le Conseil d'État et sur les avis de l'Inspection des finances, vous contournez les arrêts de la Cour constitutionnelle et du Conseil d'État. C'est valable en Défense mais également dans les autres commissions, c'est donc vraiment la tendance de l'Arizona: zéro respect pour le travail parlementaire, pour la transparence démocratique, pour la société civile et pour les médias. Comment voulez-vous que l'on demande aux citoyens et aux citoyennes de respecter les règles si vous n'êtes vous-même pas fichu de les respecter et de les faire respecter? Ce n'est vraiment pas une façon de travailler.
Je me retrouve aujourd'hui face à un ministre de la Défense qui envoie des informations incorrectes à la presse. Vous jetez de l'huile sur le feu alors que vous êtes ministre de la Défense dans un contexte géopolitique extrêmement tendu. Vous semez la panique. Ce faisant, vous arrivez à débloquer 50 millions d'euros deux jours après l'envoi de ces images. De plus, vous ne daignez pas rectifier ces informations alors qu'on sait pertinemment qu'elles sont fausses.
On se retrouve également face à un ministre qui fait des offres en vitesse à des entreprises avec lesquelles il a des liens au lieu de faire des appels d'offres en toute transparence. C'est normal de connaître plein de gens et d'avoir un carnet d'adresses fourni dans notre métier, mais il faut respecter la transparence ainsi que les procédures. Vous ne le faites pas. Cette séquence vous dépeint au mieux comme un irresponsable, au pire comme vraiment dangereux; et je ne sais pas quelle est la meilleure position pour vous.
05.22 Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je suis interpellé, je suis surpris, je suis même inquiet et je commence à être sur mes gardes en entendant la réponse que vous avez donnée.
Je suis interpellé parce que vous avez diffusé de fausses informations et notamment une fausse image, mais quand il s'agit de démentir celle-ci et de la corriger, vous dites: "Ce n'est plus de ma responsabilité". Mais comme l'ont dit certains de mes collègues, vous êtes ministre de la Défense, vous n'êtes pas un simple citoyen qui s'est trompé. Vous avez donc participé au climat de panique qui a nécessité des investissements colossaux, dont ceux dont on parle.
Je suis surpris parce que vous dites que la commission Achats et ventes militaires s'est prononcée presque unanimement. Effectivement, j'étais présent à cette commission, mais il y a quand même eu une abstention, et je peux vous dire que les débats dans cette commission ont duré longtemps.
Vous nous faites croire que les avis de l'Inspection des finances sont négatifs mais que, très souvent, ce n'est pas grave si le ministre du Budget et donc le gouvernement ne les suivent pas. Sauf que pour l'instant, en commission Achats et ventes militaires, on a une succession de propositions d'achat avec des avis très négatifs de l'Inspection des finances. Et l'inspecteur des finances connaît la Défense nationale. Ce n'est pas un inspecteur des finances qui s'occupe des matières sociales ou des matières environnementales. C'est quelqu'un qui est spécialisé dans les marchés publics, mais spécifiquement également dans ce qui concerne la Défense nationale. Je trouve que vous êtes un peu trop rapide en disant que ce rapport négatif n'était pas grave.
Il y avait urgence, sauf que vous dites vous-même que ces achats, en tout cas en partie, étaient prévus dans la loi de programmation militaire qui avait été votée auparavant. Donc y avait-il urgence ou pas? Là non plus, je ne vois pas très bien où on en est.
Je suis quand même stupéfait et inquiet. Je ressens un sentiment malaisant. C'est malaisant ce que vous dites par rapport aux journalistes parce que vous avez eu l'occasion de riposter. Les journalistes de la VRT vous ont demandé de vous expliquer. Vous avez refusé. Et maintenant, vous nous expliquez toute une série de choses que vous auriez pu dire aux journalistes. Avec l'objectivité des journalistes, ceux-ci vous auraient cité. Vous auriez pu dégonfler l'histoire à ce moment-là selon votre point de vue. Vous ne l'avez pas fait.
Maintenant, c'est la faute de l'Inspection des finances. C'est la faute des journalistes. Et pire, c'est la faute des députés. Vous êtes en train de screener les réseaux sociaux des députés presque minute par minute. Mais qui fait ça? Vous? Quelqu'un dans votre cabinet? Payé par qui? Vous allez commencer à tous nous surveiller et à dire : "À partir du moment où vous effacez des choses, je vous menace". Ce n'est pas comme ça qu'on travaille, monsieur le ministre.
Vous avez été un député performant dans cette commission. Et si vous aviez eu un ministre en face de vous qui avait eu la même défense que celle que vous avez aujourd'hui, vous l'auriez étrillé. Alors, s'il vous plaît, continuez à faire votre job! Ne menacez pas les députés et ne menacez pas la presse!
05.23 Peter Buysrogge (N-VA): Collega’s, ik vraag aan iedereen om geen persoonlijk feit in te roepen. Ik zal ook proberen om mij aan mijn 2 minuten spreektijd te houden.
Mijnheer de minister, tegenstanders van uw beleid en tegenstanders van extra noodzakelijke investeringen in Defensie hebben zich de afgelopen weken in de handen gewreven. Het intentieproces dat werd gevoerd in de reportage van Pano was toch wel heel treffend. Dat u zich hier op een felle maar correcte manier verdedigt, lijkt mij niet meer dan logisch.
Collega’s, het is noodzakelijk en het is onze verantwoordelijkheid dat we het draagvlak behouden dat voor Defensie aan het groeien is. Ik doe een oproep aan u allen. We hebben er geen boodschap aan om een politiek spel te spelen of te proberen ministers in de gracht rijden, waardoor het beleid en de noodzakelijke investeringen in ons defensiebeleid opnieuw onder druk zouden komen te staan. Dat is echt noodzakelijk. We zitten hier urenlang te debatteren over de vraag of de minister dat filmpje al dan niet aan de journalist mocht bezorgen. Laat ons naar de essentie gaan. We moeten die investeringen, zeker in drones en counterdrones, waar in het verleden te weinig in geïnvesteerd is en die nu opnieuw worden opgebouwd, zien als een oplossing voor de toekomst. Laat ons proberen de neuzen in dezelfde richting te laten wijzen en te gaan voor die investeringen.
Het feit dat u zich hier verdedigt, lijkt mij niet meer dan logisch. Laat ons echter met die onterechte verdachtmakingen stoppen en de komende weken en maanden werken aan die investeringen en aan het beleid dat rond Defensie moet worden uitgewerkt. Daar moet onze prioriteit liggen en niet bij de vraag of dat filmpje aan alle pers moest worden bezorgd. Dat is niet de kern van de zaak. Een counterdrone- en dronebeleid is essentieel.
05.24 Robin Tonniau (PVDA-PTB): Mijnheer Francken, u begint meer en meer trekken te krijgen van Donald Trump. Ik weet niet of u dat zelf beseft. Trump stuurt ook regelmatig fake news rond, is superarrogant, geeft nooit zijn fouten toe en als hij ermee wordt geconfronteerd, gaat hij in de aanval tegen de pers. Wanneer de pers voor zijn neus staat en hij een kritische vraag krijgt, vraagt Trump van welke zender de journalist is. Aan de VRT antwoordt u niet, want zij brengen fake news. De mensen van ’t Pallieterke krijgen wel een interview, want die stellen geen kritische vragen. Zo werkt Trump en zo werkt u ook.
Trump heeft bovendien lak aan alle democratische controle. Dat zijn allemaal faits divers, want dat werkt de militarisering van de samenleving tegen. U hebt hier geïnsinueerd dat er Kamerleden zijn die informatie lekken vanuit de commissie voor Legeraankopen en de commissie voor Militaire Operaties, die achter gesloten deuren vergaderen. Ik ken hier echter maar één persoon die ooit geschorst werd uit de commissie voor Militaire Operaties omdat hij iets gelekt heeft. Slechts één! En die is vandaag minister van Defensie.
Mijnheer de minister, een beetje ernst graag. U zit op een berg geld. De bevolking wil dat dat geld op zijn minst correct wordt besteed. Wanneer u de media op die manier misbruikt om de bevolking angst aan te jagen om snel contracten toe te kennen aan bevriende – ik durf dat hier zeker te zeggen – bedrijfsleiders, bent u het niet waard om minister van Defensie te zijn. Ik denk dat ik spreek voor de meerderheid van de bevolking.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
De voorzitter: Goed, collega’s, daarmee is het actualiteitsdebat beëindigd. We zijn 40 minuten over tijd gegaan, maar ik heb mij geëngageerd om dit debat volledig te laten uitdiepen, hetgeen ook gebeurd is.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 15.42 uur.
La réunion publique de commission est levée à 15 h 42.