|
Commissie
voor Financiën en Begroting |
Commission des Finances et du Budget |
|
van Dinsdag 21 april 2026 Namiddag ______ |
du Mardi 21 avril 2026 Après-midi ______ |
De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.08 uur en voorgezeten door de heer Steven Vandeput.
La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 08 et présidée par M. Steven Vandeput.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
01.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, enkele van de vragen in mijn ingediende tekst zijn ondertussen al lichtjes achterhaald, daar er ondertussen veel gebeurd is. Mijn vraag over de begrotingscontrole is wel nog steeds relevant.
U hebt een paar weken geleden in de pers een technische begrotingscontrole aangekondigd, maar de begrotingscontrole die u tijdens de paasvakantie had moeten doen, heeft niet plaatsgevonden. U had aangekondigd dat u daarmee zeker niet tot de zomer zou wachten, maar ik zie dat het nu eind april is en dat er nog steeds geen begrotingscontrole geweest is. Mijn vraag is dus wanneer u eraan zult beginnen.
We hebben de documenten ontvangen in de Kamer, en we hebben de kalender gezien. Over welke bedragen spreken we evenwel? Gaat het nog steeds over een oefening van 3 tot 4 miljard? Gaat het alleen over de btw-hervorming, of gaat het om een bredere oefening bij uw begrotingscontrole, zoals de gouverneur van de Nationale Bank vraag? Wordt het die oefening van 11 miljard, of blijft u bij het cijfer dat de premier aangekondigd heeft, een oefening van 3 tot 4 miljard euro?
Ik wil ook graag een vraag stellen over het conflict in Iran. Erkent u dat de reële budgettaire afglijding in werkelijkheid nog groter zal zijn dan wat voorligt in het rapport van het Monitoringcomité? Aangezien de geopolitieke en energetische schokken van het conflict ontbreken in die cijfers, en we ondertussen een rapport hebben gezien over de kosten van dat conflict, zal de schatting hoger uitvallen. Bent u het eens met die schatting? Wat is uw eigen schatting van de impact van dat conflict op de begroting?
Beschikt u ondertussen over een geactualiseerde risicoanalyse van de energiecrisis op de begroting van 2026 en de komende jaren?
Hebt u of zult u een buffer voorzien om de impact op de begroting op te vangen?
Kortom, mijn vraag gaat niet over de energiesteunmaatregelen, maar wel over een buffer in de begroting.
01.02 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, enkele weken geleden maakte het Monitoringcomité bekend dat de begroting voor 2026 opnieuw uit koers is geslagen met een afwijking van ongeveer een half miljard euro.
Uit berichtgeving van uw regering blijkt nu dat de begrotingscontrole wel al zou zijn afgerond. U verklaarde onder andere bij de VRT het volgende. Ik citeer: "Wij doen het dubbele van wat het Monitoringcomité voorstelde, een inspanning van bijna 1 miljard euro. Zo creëren we een extra buffer en bevestigen we ons engagement aan Europa om de budgettaire afspraken na te komen." Dat waren uw woorden in de pers.
Daarbij heb ik een aantal vragen.
Kunt u die verklaringen ook bevestigen voor het Parlement?
Komt er een volwaardige begrotingscontrole? Daarmee bedoel ik het volgende. Beoogt de regering de ontwerpen tot aanpassing uiterlijk op 30 april 2026 in te dienen in de Kamer, zoals bepaald in de wet van 22 mei 2003?
Beoogt de regering ook om voor 30 juni 2026 de nodige aanpassingen aan de begroting goedgekeurd te krijgen door de plenaire vergadering, zoals eveneens is vastgelegd in de wet?
Zal de begrotingscontrole voor dit voorjaar een structurele sanering inluiden of blijft het beperkt tot een technische bijsturing?
Meent u dat de aanpassingen ook compenserende maatregelen moeten bevatten voor de inkomsten die de regering niet meer kan halen uit de door de Raad van State vernietigde btw-verhogingen op consumptie?
Een kritische benadering van wat u in de pers hebt verklaard, lijkt toch wel geboden. Uw regering, de regering-De Wever, probeert het gat vandaag te dichten, maar doet dat niet via echte structurele maatregelen. Integendeel, er wordt teruggegrepen naar vooral technische ingrepen en eenmalige meevallers.
Er wordt bijvoorbeeld onder meer gerekend op 400 miljoen euro aan niet-opgebruikte energiesteun uit het verleden, op toekomstige inkomsten uit de Europese pakjestaks en op het uitstellen van nieuw beleid. Dat konden we allemaal in de pers lezen. Daarnaast wordt de uitgavenkalender realistischer voorgesteld en wordt een eerder afgesproken maatregel, zoals de RSZ-korting voor de horeca, alsnog geschrapt.
Kunt u alle genoemde maatregelen bevestigen, niet alleen in de pers, maar ook in deze commissie?
U stelt dat daarmee meer wordt gedaan dan wat het Monitoringcomité vroeg, namelijk een half miljard. U zegt dat u tot één miljard bent gegaan en klopt zich op de borst. U geeft aan dat er zelfs een buffer wordt opgebouwd ten aanzien van Europa. De eerste buffer in de begroting moet ik nog vinden, die heb ik nergens gezien. Tegelijk weten we dat dit slechts een voorlopige oefening is, want de meerjarenbegroting vereist natuurlijk een veel grotere inspanning. De collega had het er al over. Premier De Wever spreekt over een inspanning van 3 à 4 miljard euro. Volgens het Monitoringcomité moet dat minstens 5 miljard euro zijn. Daarbij zijn twee effecten nog niet meegerekend, ten eerste, de Iran-oorlog en de aanbodschok die daarmee gepaard gaat en, ten tweede, de ratingverlaging en de mogelijke renteverhogingen. Die elementen zullen de begrotingsuitdaging voor deze regering mogelijk nog veel groter maken.
Mijnheer de minister, ik weet niet of u het hebt gelezen, maar volgens de economen Koen De Leus en Tom Simons in Het Laatste Nieuws is er zelfs 15 miljard euro nodig. Het gaat volgens hen dus niet om 3 à 4 miljard, niet om 5 miljard, maar om 15 miljard euro.
Die context bevestigt opnieuw dat de Belgische begroting structureel onder druk staat en dat de marge bijzonder beperkt is, zoals ook blijkt uit eerdere analyses van de begrotingstoestand en de aanhoudende ontsporing van de overheidsfinanciën in dit land.
Mijnheer de minister, kunt u verduidelijken welke concrete maatregelen u op korte termijn wilt nemen om die bijkomende begrotingsinspanning te realiseren?
Wie bepaalt finaal de begrotingsagenda in deze regering? Hoe wordt de coördinatie verzekerd tussen de verschillende betrokken ministers?
Acht u het realistisch om de begroting richting 2029 op koers te houden, gelet op de reeds vastgestelde verslechtering en de uiteenlopende inschattingen binnen de regering en natuurlijk ook gezien de geopolitieke toestand, die sterk aan het wijzigen is?
01.03 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, dans son rapport de mars, le Comité de monitoring prévoyait un déficit en 2029 de plus de 35,8 milliards et de plus de 41 milliards à l'horizon 2031, et cela avant l'impact de la crise énergétique dont mes collègues ont parlé. Pour 2029, un écart de plus de cinq milliards est donc constaté avec le solde annoncé par le premier ministre lors du discours sur l'état de l'Union en novembre. Le solde primaire se dégraderait également dès 2029.
Monsieur le ministre, quel est le calendrier du gouvernement concernant les travaux budgétaires? Quel effort budgétaire recommandez-vous? Quel solde budgétaire souhaitez-vous atteindre? Quel est in fine l'objectif budgétaire de ce gouvernement? Comptez-vous exonérer certaines dépenses en lien avec la crise énergétique et plaidez-vous pour la suppression des règles budgétaires ou d'une partie des règles budgétaires européennes à cet égard? Enfin, comptez-vous prendre de nouvelles mesures en recettes pour réduire le déficit ou épargnerez-vous largement les épaules les plus larges, comme c'est le cas depuis le début?
01.04 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, ce gouvernement était censé mettre les comptes en ordre. Or non seulement le déficit dérape mais il semble qu’il n’y ait pas d’accord sur ce que le gouvernement devrait faire lors du contrôle budgétaire qui va démarrer bientôt.
Selon vos propres déclarations dans Le Soir du 30 mars, le montant à corriger pour 2026 est de 1,4 milliard d’euros. Dans ce montant, on retrouve les 475 millions de la réforme incomplète de la TVA, les erreurs d’estimation concernant les recettes des accises et de la taxe d’embarquement, mais aussi le financement supplémentaire pour les CPAS dans le cadre de la réforme du chômage.
Il semble toutefois que le premier ministre veuille limiter l’ajustement à 300 millions d’euros pour ce contrôle budgétaire. Il l’a déclaré dans L’Echo du 28 mars. Le comble, c’est que malgré ces différences entre vous et le premier ministre, nous disposons déjà de l’agenda pour le contrôle budgétaire. Il devrait commencer le 22 mai prochain avec l’avis de la Cour des comptes.
Monsieur le ministre, qu’y a-t-il dans cet ajustement budgétaire? Après avoir voté un budget avec des erreurs de calcul et d’estimation des recettes, va-t-on voter aussi un contrôle budgétaire qui maintient ces erreurs? Les 300 millions de correction proposés par le premier ministre concernent-ils le financement des CPAS ou s’agit-il d’une partie de la correction sur les accises?
01.05 Vincent Van Peteghem, ministre: Comme je l’ai déjà indiqué ici, la discussion budgétaire commence chaque fois avec le rapport du Comité de monitoring, mais on ne sait jamais quand elle se termine. Je suis satisfait que nous ayons pu achever le contrôle budgétaire avant les vacances de Pâques. Nous pourrons en discuter au sein de cette commission au cours du mois de mai.
Het rapport van het Monitoringcomité, waarmee de controle is gestart, toont aan dat de budgettaire toestand van ons land zorgwekkend blijft. Het rapport is bovendien gebaseerd op de economische begroting van februari 2026 en houdt dus nog geen rekening met de latere ontwikkelingen waar u daarnet naar verwees, mevrouw Bertrand, zoals de recentste inflatievooruitzichten of de macro-economische gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten.
Door de grillige ontwikkelingen in dat conflict is het onmogelijk om vandaag al aan te geven wat de impact op de begroting zal zijn. Het mag duidelijk zijn dat die waarschijnlijk niet positief is. Eerdere ramingen van de Nationale Bank van België wijzen op een mogelijke impact op termijn variërend van een terugval van 0,10 % van het bbp in een realistisch scenario tot 0,85 % van het bbp in het worstcasescenario. Het is wel nog te vroeg om daar al een concreet cijfer op te plakken.
In het rapport staat ook dat de ontvangsten
dalen van 30,5 % van het bbp in 2026 naar 29,5 % in 2029. Tegelijk
blijven de primaire uitgaven relatief stabiel, rond 32,4 % van het bbp,
voornamelijk door een verhoging van de veiligheidsuitgaven en de doorwerking
van de vergrijzingskosten die in de begroting kristalliseert. Door die combinatie blijft de begrotingsdruk
structureel toenemen.
Par ailleurs, le Comité de monitoring souligne un écart cumulé de 4,9 milliards d'euros d'ici 2029 dans l'agrégat des dépenses, notamment en raison du traitement technico-budgétaire des dépenses de Défense, de l'indexation en centimes et de la baisse des recettes fiscales.
Dat is ook de kern van de uitdaging waar de regering vandaag voor staat. Die uitdaging vraagt een strikt begrotingstraject, dat begonnen is met de begrotingscontrole 2026, waarover we voor de paasvakantie een akkoord hebben bereikt, en dat we nadien uiteraard voortzetten met de opmaak 2027 en de volgende jaren.
Voor de begrotingscontrole hielden we, zoals al gezegd, rekening met een aantal technische correcties, zoals de Europese handling fee, die na een beslissing op Europees niveau ook een budgettaire impact zal hebben voor de deelstaten. We hebben een aantal gerichte ingrepen gedaan door nieuw beleid uit te stellen of uitgavenkalenders realistischer in te vullen. Denk daarbij aan investeringen in infrastructuur, de versterking van de douanediensten en de bijdragen aan ESA.
We zullen de begrotingscontrole, zoals daarnet al aangegeven, uiteraard nog verder in detail bespreken in deze commissie. Met het afronden van de controle zetten we de volgende fase in, namelijk een meer structurele fase. Dat is onze meerjarenoefening.
De begrotingsopmaak 2027-2031 bouwen we op een nullijnoefening waarin alle afgesproken maatregelen geëvalueerd worden en de beoogde opbrengsten geconfronteerd worden met de huidige inschattingen. Daarnaast hebben we aan het Federaal Planbureau en het College van voorzitters gevraagd om samen met andere kennisinstellingen concrete en onderbouwde beleidsopties uit te werken. Die zullen we meenemen in de besprekingen voor de begrotingsopmaak. Op het ogenblik dat we die ontvangen, zullen die ook de formele start van de opmaak inleiden.
Over de grootte van de inspanning heb ik gezien dat er straks nog vragen volgen, dus daar ga ik nu niet dieper op in. Ik denk dat dit een antwoord is op jullie voornaamste vragen.
01.06 Alexia Bertrand (Anders.): Ik schrok even van het antwoord, zoals ik ook schrik van het feit dat de begrotingscontrole al volledig afgewerkt is. Misschien heb ik het niet goed begrepen uit de pers of heeft de pers het niet goed begrepen. Het gaat hier om een technische controle, en dan is de regering verrast dat Moody’s degradeert. Dat kan toch niet. U staat voor de grootste uitdaging ooit. Vorig jaar hebt u al niets gedaan: een inspanning van slechts 224 miljoen euro. Dat was dus een verloren begrotingsjaar. Dit jaar bent u nog bezig met de uitvoering van vorig jaar en ook dit jaar levert u geen bijkomende inspanning.
Mijn medewerker vroeg mij daarnet of er geen bijsturing komt. Ik begrijp die vraag. Er komt evenwel geen bijsturing. U hebt drie maanden met voorlopige twaalfden gewerkt, met stilstand. Die btw-inkomsten bent u al kwijt, een kleine 500 miljoen euro. Daarnaast zijn er een heel pak andere maatregelen die minder opbrengen door latere uitvoering of vertraging. Ik heb ook aangetoond dat u tegen 2029 bijvoorbeeld 600 miljoen euro verliest in de pensioenen. Alleen al dit jaar gaat het om 90 miljoen euro. U lost dat op met technische correcties. U zult beginnen aan een nullijnoefening en een meerjarenbegroting. Dat de controle nu al afgerond is en dat u niet op zoek bent gegaan naar nieuwe inspanningen aan de uitgavenzijde, begrijp ik niet, mijnheer de minister.
Ik begrijp zeer goed waarom de ratingagentschappen reageren zoals ze doen. Ik heb hen zelf meermaals in mijn bureau gehad, telkens twee à drie uur. Ik heb nooit een degradatie meegemaakt, maar ik begrijp dat ze nu degraderen. U zegt zelf dat het om een technische controle gaat en dat het primair saldo verslechtert, in tegenstelling tot wat de heer Ronse vandaag op X zegt. Het gaat van 2 % naar 2,5 % in 2029. Dat is evident. Het gaat dus niet over de rentelasten, maar over het primair saldo. Hetzelfde geldt voor het structureel primair saldo. Als u de conjunctuur eruit haalt, is de situatie rampzalig. Wat doet u echter? Een technische begrotingscontrole met enkele correcties hier en daar. U legt dat uit aan Moody’s. Het is logisch dat die mensen niet overtuigd zijn als u niet zegt dat u de situatie zult aanpakken.
Na drie maanden voorlopige twaalfden moet u ingrijpen en corrigeren. We zijn al 500 miljoen euro kwijt aan btw. We zijn al een deel van de handling fee kwijt. We zijn de centenindex kwijt, omdat die later wordt ingevoerd. We zijn al 90 miljoen kwijt aan de pensioenen. Waarom dat voor Moody’s niet geloofwaardig is, is dus niet moeilijk te begrijpen.
S&P komt deze week langs. Misschien moet u een andere aanpak proberen, mijnheer de minister. Dat is een kleine aanbeveling van mij. Anders krijgt u hetzelfde resultaat. Als u die mensen moet overtuigen met voorlopige twaalfden gedurende drie maanden, een technische correctie en misschien een meerjarenbegroting die er pas vanaf volgend jaar komt, terwijl alle parameters op rood staan – kijk naar het rapport van het Monitoringcomité – dan denk ik dat we deze week nog een degradatie van S&P mogen verwachten.
01.07 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, wat hebben we vandaag geleerd?
Ten eerste, er komt een begrotingscontrole.
Ten tweede, die zal normaal gezien binnen de wettelijke termijnen plaatsvinden, dus ingediend in het Parlement vóór 30 april en goedgekeurd in deze plenaire vergadering vóór 30 juni. Dat is althans de bedoeling. Het geheel wordt waarschijnlijk ook voorzien van een verslag van het Rekenhof, zoals het hoort, conform de wet.
Ten derde, de begrotingscontrole is vooral een technische oefening. U hebt het niet gehad over structurele maatregelen. U had het wel over technische ingrepen en eenmalige meevallers. Dit is duidelijk niet het signaal dat de financiële markten op dit moment van u en uw regering verwachten. Ik hoop dus dat er niet veel kredietbeoordelaars naar deze commissie kijken, want zij zullen van een zeer ontgoochelende reis terugkomen.
De grote uitdaging, de meerjarenbegroting – en de vraag of het gaat het om 3, 4, 5 of 15 miljard euro, zoals dit weekend werd gezegd – wordt uitgesteld. U had het ook over de termijn van 2027 tot 2031, mijnheer de minister. Ik weet niet of u het beseft, maar uw regering heeft een mandaat tot 2029. Het is niet de bedoeling dat u bepaalt wat de volgende regering gaat doen of dat u zaken naar volgende regeringen doorschuift. Het is uw taak om ervoor te zorgen dat de boel tegen uiterlijk 2029 op orde is. Het is bijzonder verontrustend dat een minister die vanaf 2030 niet meer bevoegd zal zijn, nu al spreekt over 2031. De moeilijke keuzes die moeten worden gemaakt, worden door deze regering – dat zien we nu vele maanden – naar later doorgeschoven, naar een volgende regering, naar de volgende generaties. De waarheid is dat deze begroting, met de retoriek daarrond, nog altijd op optimistische aannames is gebouwd. Uiteindelijk zal de Vlaming daarvoor de rekening betalen.
De Raad van State heeft u en de regering-De Wever ondertussen teruggefloten voor de btw-verhogingen. Het is duidelijk geworden dat de terugverdieneffecten allemaal gebakken lucht zijn en dat er heel wat nieuwe belastingen in de lucht hangen, waarvan er al enkele zijn doorgevoerd door dit Parlement.
Mijnheer de minister, daarmee bewijst u opnieuw dat deze regering een zoveelste Belgische regering is die in dezelfde rij kan gaan staan en dat premier De Wever een premier is zoals De Croo, Leterme en Verhofstadt dat waren.
Er is ook geen duidelijk plan om de begroting aan te pakken. Als u in een begrotingscontrole teruggrijpt naar alleen wat structurele of technische ingrepen en eenmalige meevallers, dan hebt u geen groot plan om de boel op orde te krijgen. Als we dit weekend één signaal hebben gekregen van de financiële markten, dan is het wel dat iedereen van uw regering een duidelijk plan verwacht om de boel onder controle te krijgen. Met de cijfers die we vandaag zien, krijgt u de boel echter helemaal niet meer onder controle, ontspoort de schuld en gaat de intrest omhoog. Bovendien maakt de geopolitieke onrust de begrotingsuitdaging nog veel groter en komen we uiteindelijk in een vicieuze cirkel die politiek bijna niet meer te doorbreken valt. Ook het IMF is tot de conclusie gekomen dat we op de rand zitten van het politiek haalbare, maar daarover zullen we straks nog hebben.
Mijnheer de minister, ik hoop vanmiddag wat meer bemoedigende signalen van u te krijgen.
01.08 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, je serais tenté de dire, et vous ne serez pas surpris, que votre réponse ne nous rassure pas. Nous n'y voyons toujours pas plus clair. Face à des écarts aussi importants entre les projections et les annonces politiques, vous ne précisez ni le cap budgétaire, ni l'ampleur de l'effort à fournir, ni les choix concrets qui seront formés. Donc, l'incertitude reste préoccupante quant à la trajectoire budgétaire et à la manière dont votre gouvernement entend véritablement réduire le déficit.
01.09 Kemal Bilmez (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je dois malheureusement exprimer mon accord avec mon collègue. Ce gouvernement veut mettre de l'ordre dans les comptes, mais les coupes budgétaires énormes qui pénalisent tous les travailleurs de ce pays ne servent finalement même pas à cela. Le déficit continue de se creuser.
De plus, ce gouvernement qui avait annoncé qu'il allait tout gérer à la manière d'ingénieurs va de nouveau faire voter des chiffres qui ne sont pas exacts. Tout ce que vous pouvez répondre est: "Nous allons opérer des corrections techniques". Pour les grands trous, on verra plus tard, dans un prochain accord. La raison pour laquelle vous n'en trouvez toujours pas, ce ne sont pas les ultimatums d'un Bouchez ni le dogmatisme de certains autres. En réalité, vos mesures ne reçoivent aucun soutien. Vous sentez la pression et la colère des gens, qui n'ont pas voté pour la hausse de la TVA, pour le saut d'index ou pour l'augmentation des accises. Voilà pourquoi vous ne parvenez pas à aboutir à un accord. Croyez-moi, monsieur le ministre, cette pression ne va pas diminuer.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
02.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb een zeer eenvoudige vraag voor u. Het gaat over de zogenaamde stinkende kameel, namelijk de btw-verhoging van 475 miljoen euro. Ik had u daarover een paar weken geleden al een vraag gesteld en toen hebt u mij geantwoord dat u op zoek zou gaan naar een alternatief in de btw.
Is dat nog steeds het geval? Wanneer zal dat gebeuren? Dat is namelijk niet gebeurd tijdens uw technische begrotingscontrole. Wat betekent dat concreet? U verwees naar het Monitoringcomité, dat aangeeft dat de ontvangsten dalen. Dat klopt. Ik blijf er echter van overtuigd dat het probleem van de begroting eerder aan de uitgavenkant ligt dan aan de inkomstenzijde. Als dat voor u een bezorgdheid is, dan vermoed ik dat u zult vasthouden aan het zoeken naar een alternatief.
Als u vasthoudt aan het vooropgestelde
bedrag, hoe zult u dat dan op kortere termijn realiseren? Hebt u al pistes?
Komt er nog iets? Zal dat voor de zomer gebeuren? Dat zijn eenvoudige vragen,
maar ik vermoed dat we dat niet zullen bespreken tijdens de begrotingscontrole,
aangezien het daarin niet is opgenomen. Daar gaat het over meevallers, zoals
collega Vermeersch al zei, bijvoorbeeld de pakjestaks. Ik weet niet of u al
rekening hebt gehouden met de tegenvallers, zoals het MFK (Meerjarig Financieel
Kader). We weten allemaal dat België meer zal moeten bijdragen aan de Europese
begroting. Dat zullen we later nog bespreken bij de begrotingscontrole, maar
mijn vraag is hier specifiek gericht op de btw. Ik kijk uit naar uw antwoord.
02.02 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, ik wil nog even voortborduren op een aantal verklaringen, onder andere van uw partijvoorzitster en van de eerste minister wat de stinkende kameel betreft. Ik bied alvast mijn excuses aan, omdat mijn vraag nog naar begin maart verwijst, maar er zijn sindsdien geen vragensessies geweest met de nodige vertraging tot gevolg.
Mijnheer de minister, in een interview begin maart in Villa Politica kreeg u de vraag of de door de Raad van State vernietigde btw-verhoging gecompenseerd zou worden via de begrotingscontrole. U stelde toen dat de begrotingscontrole in maart gestart zou worden. U hebt duidelijk de cursus Ontwijken van Vragen zeer goed onder de knie. Er was ook sprake van een mogelijk uitstel van de accijnsverhogingen in de programmawet. Daarvoor hebben we ondertussen zelf gezorgd door er in de plenaire vergadering actie tegen te ondernemen.
Mijnheer de minister, beoogt u nog compenserende maatregelen te nemen voor de uitgestelde btw-verhogingen op consumptie? Wanneer zouden die maatregelen genomen moet worden?
Wat is de budgettaire impact van de compensaties en wat is de totale omvang van de compenserende maatregelen die u meent te moeten aannemen bij de begrotingscontrole?
In een interview in Het Laatste Nieuws verklaarde uw partijvoorzitter, de heer Mahdi, op 11 maart dat dit jaar alleen al meer dan 700 miljoen euro bespaard zou worden op asiel en migratie. Mijnheer de minister, kunt u dat bevestigen aan het Parlement? Kunt u ook de precieze omvang van de beoogde besparing duiden?
Kunt u toelichten op welke wijze de besparing gerealiseerd zal worden? Kunt u ons mededelen op welke basisallocaties de besparingen aangerekend zullen worden en kunt u verduidelijken in welke mate die al in de ontwerpbegroting voor 2026 werden opgenomen? Dat mag desnoods schriftelijk laten weten. Wij hebben die besparing van 700 miljoen euro in elk geval nog niet gezien.
Eveneens stelde uw partijvoorzitter dat in het terug-naar-werkbeleid minister Frank Vandenbroucke 200 miljoen euro zou besparen door langdurig zieke werknemers te activeren, wat zou moeten leiden tot een besparing van 1,9 miljard euro tijdens deze legislatuur. Mijnheer de minister, kunt u ook dat engagement bevestigen?
Kunt u de precieze omvang van de beoogde besparing duiden?
Kunt u toelichten hoe die besparing precies gerealiseerd zal worden? Kunt u desgevallend meedelen op welke basisallocaties de besparingen aangerekend zullen worden, en verduidelijken in welke mate die al in de ontwerpbegroting voor 2026 werden opgenomen?
02.03 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, la presse et vous-même avez fait à plusieurs reprises référence à des évaluations transmises au gouvernement concernant l'actualisation des rendements budgétaires des différentes décisions du gouvernement.
Mes questions sont les suivantes. Pourriez-vous transmettre cette actualisation au Parlement? Pourriez-vous faire un point d'actualisation des rendements des décisions du gouvernement, tant dans les recettes que dans les dépenses, ou transmettre ces données par écrit? Quelles mesures font-elles l'objet d'actualisations majeures par rapport aux rendements prévus par le gouvernement?
02.04 Minister Vincent Van Peteghem: Collega’s, ik heb u daarstraks naar aanleiding van de vraag over de begrotingscontrole al kort de timing voor de opmaak van de begroting voor de periode 2027-2031 toegelicht. Die periode overstijgt inderdaad de legislatuur. U verwijt mij dat ik verder kijk dan de volgende verkiezingen, maar onze situatie vandaag is precies te wijten aan het feit dat te veel regeringen alleen naar het daaropvolgende jaar keken. We moeten daarentegen vooruitkijken. Gelet op de bijzonder zware erfenis is het niet verkeerd om met een meerjarentermijn te werken.
Ik begrijp dat er vragen over de begrotingscontrole zijn. Uit het rapport van het Monitoringcomité hebt u geleerd dat een aantal opbrengsten niet worden gehaald. We hebben daarom een oefening gedaan om ervoor te zorgen dat het tekort dat we aan Europa hebben doorgegeven voor 2026, effectief wordt aangehouden en zelfs licht wordt verbeterd. Door technische aanpassingen, door een aantal verschuivingen en door een aantal voorgestelde bijsturingen zorgen we ervoor dat we ten opzichte van wat bij Europa is ingediend, een buffer opbouwen.
Tegelijk kijken we al verder naar de structurele oefening van de begrotingsopmaak vanaf 2027. Die zal worden gevoed door de nullijnoefening, zijnde de evaluatie van alle afgesproken maatregelen, dus de resultaten van de maatregelen in uitvoering en de beoogde en momenteel ingeschatte rendementen. De afspraken met betrekking tot de btw maken daar eveneens deel van uit.
Chers collègues, vous savez que je suis toujours disposé à partager les documents officiels avec le Parlement. Toutefois, cet exercice de ligne zéro est un exercice d'étalonnage interne du gouvernement qui, à ce titre, ne se prête pas à être partagé. Les résultats des décisions gouvernementales sont toutefois toujours mis à jour officiellement dans le cadre des rapports du Comité de monitoring.
Mijnheer Vermeersch, u hebt het over de uitspraken van mijn voorzitter over de verwachte besparingen op asiel en migratie en over het terug-naar-werkbeleid. Die kaderen ook in de nullijnoefening. Op het vlak van asiel en migratie kan ik verwijzen naar de beslissingen uit het regeerakkoord en naar de begrotingsopmaak 2025.
Wat het terug-naar-werkbeleid betreft, verwijs ik naar de derde en vierde golf, waarover al afspraken waren gemaakt in het kader van het regeerakkoord en recent in het kader van de begrotingsopmaak 2026. Werkgroepen zullen zich vanaf nu buigen over eventuele nieuwe voorstellen en besparingsplannen, die dan worden meegenomen in de bredere begrotingsoefening van 2027 en de volgende jaren.
02.05 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, u hebt niet geantwoord op mijn vraag over de btw. U bent 475 miljoen euro aan inkomsten kwijt. Ik begrijp dat dat ergens in een tabel staat, maar betekent dat dat u op zoek bent naar 475 miljoen? Zal dat in de btw zijn of zal dat ergens anders zijn?
02.06 Minister Vincent Van Peteghem: Die oefening zal moeten worden gemaakt op het moment dat we de begroting opmaken.
Dat die inkomsten er niet zijn voor 2026, is precies wat er in onze begrotingscontrole is vastgesteld; die inkomsten hebben we dus niet meegenomen. We hebben met respect voor de regels van de begrotingscontrole ervoor gezorgd dat de vooropgestelde cijfers gehaald kunnen worden. Bij een controle moet men inderdaad nagaan waar dat, als men het beoogde cijfer niet haalt, door een rendement op een andere post kan worden gecompenseerd. Bij een begrotingsopmaak kijkt men naar de structurele maatregelen die voor de komende jaren kunnen genomen worden.
U had het daarnet over het MFK. We moeten bij de huidige begrotingscontrole nog niet bezig zijn met bedragen die vanaf 2028 of 2029 zullen verhogen, omdat er een hoge bijdrage moet komen. Met die verhoging moeten we rekening houden bij de opmaak van de begroting voor 2027 en de volgende jaren.
02.07 Alexia Bertrand (Anders.): Dat klopt, maar het probleem is dat de btw-inkomsten structurele inkomsten zijn die u niet alleen voor 2025 moest binnenhalen, maar ook voor 2026, 2027, 2028 en 2029. U bent die dus niet alleen voor dit jaar kwijt, u bent ze kwijt voor alle opeenvolgende jaren. Dat is dus cumulatief.
Ik heb een aantal begrotingscontroles meegemaakt, met u erbij trouwens, en wij hebben toen wel extra inspanningen geleverd en niet alleen gekeken naar technische correcties. Tijdens onze begrotingscontrole in maart 2023 zijn we op zoek gegaan naar 1,8 miljard euro en tijdens onze begrotingscontrole in oktober 2023 zijn we op zoek gegaan naar 1,2 miljard euro, die we ook hebben gevonden.
Dat waren extra inspanningen, geen meevallers. Er waren ook een aantal technische correcties. Niemand klaagt wanneer er meevallers zijn, maar er zijn uiteraard ook altijd tegenvallers. Wij hebben echte extra inspanningen geleverd, zowel aan de uitgavenzijde als aan de inkomstenzijde, zonder de middenklasse extra te belasten. Dat is iets wat u niet doet. U komt telkens met extra belastingen wanneer u middelen zoekt, en die treffen de middenklasse.
Ik weet het eerlijk gezegd niet goed. U hebt een technische controle uitgevoerd met een aantal meevallers. U spreekt over een nullijnoefening, die u niet wilt delen met het Parlement. U zegt dat alles terug te vinden is in het rapport van het Monitoringcomité. Dat klopt niet helemaal, want we zullen die lijnen daar niet in terugvinden. Ik zal afzonderlijke vragen indienen, over elk van die besparingen en maatregelen. Het Parlement heeft namelijk recht op volledige transparantie. U wilt uw nullijnoefening niet delen, wat ik betreur, terwijl ik die wel al in de pers heb gelezen. Blijkbaar hebben de journalisten die oefening wel gekregen en wij als parlementsleden niet. Nochtans hebben wij het recht om onze controlefunctie uit te oefenen en die informatie ook te krijgen.
U had een aantal besparingen voorzien in het regeerakkoord en in uw eerste meerjarenbegroting. Ik wil weten of die gerealiseerd zijn en waar er eventueel bijkomende inspanningen nodig zijn.
Ik weet nog steeds niet hoe het zit met de btw. Ik vrees dat we daarop vandaag geen antwoord zullen krijgen. Ik zal u die vraag dus opnieuw stellen op het moment van de begrotingscontrole.
02.08 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, ik stel vast dat collega-volksvertegenwoordiger Mahdi de cijfers van de nullijnoefening ter beschikking heeft. Er zijn geen A- en B-parlementsleden. Als een bepaald parlementslid die cijfers heeft, dan verwachten wij, zeker als leden van de commissie voor Financiën, dat wij die ook ontvangen. Ik maak van de gelegenheid gebruik om u formeel namens de commissie te vragen om met het kabinet te overleggen en die cijfers aan ons te bezorgen.
Mijnheer de minister, u gaat er prat op dat u met uw beleid voor de periode 2027–2031 de lange termijn voor ogen houdt. Analyseren we het begrotingstekort van uw regering, dan ziet u in de grafiek dat het begrotingstekort toeneemt naar het einde van de legislatuur. Onder uw regering, onder de regering-De Wever, zal het tekort dus verder toenemen in dit land. U bereidt niets voor en schuift door naar de volgende regering en naar de volgende generaties.
Wat de btw betreft, stellen we vast dat er geen duidelijk antwoord komt op onze vragen. Het is zoals steeds met het begrotingsbeleid in dit land: uitstellen, compenseren en uiteindelijk waarschijnlijk opnieuw meer belasten. Als maatregelen worden uitgesteld, ontstaat er een gat in de begroting. De vraag is eenvoudig: hoe zal dat gat worden gevuld? Daar hebben wij geen duidelijk antwoord op gekregen. De vrees is dat de regering opnieuw naar de makkelijkste oplossing zal grijpen, namelijk nieuwe inkomsten zoeken bij de gezinnen en de bedrijven en dan vooral in Vlaanderen, terwijl het echte probleem elders zit, namelijk bij de overheid, die structureel te veel uitgeeft en die hervormingen, ook meer ingrijpende oplossingen, zoals een aanpak van de migratie, uitstelt of uit de weg gaat.
Ik heb u gevraagd naar de uitspraken van uw partijvoorzitter Mahdi. Dat blijkt pure gazettenpraat te zijn. Het is opnieuw een typisch Belgisch verhaal: grote aankondigingen in de media, maar de cijfers in de begroting krijgen wij niet eens te zien. De besparing van 700 miljoen euro, waar staat die concreet in de tabellen? Dat was mijn vraag, mijnheer de minister. Wij zien geen besparing van 700 miljoen euro. Zult u nog maar eens begroten op basis van interviews? Als wij daarop zouden afgaan, was de begrotingsknoop al lang opgelost in dit land. Besparingen op migratie worden hier dikwijls aangekondigd, maar tegelijk zien we geen echte kentering in het beleid en wordt er niet ingezet op effectieve terugkeer. Voorts zou er 1,9 miljard via activering worden opgehaald. Dat klinkt mooi, mijnheer de minister, maar waar zijn de garanties dat dat bedrag effectief zal worden gerealiseerd? Waar zijn de resultaten? Ook het Rekenhof heeft daar al heel wat kanttekeningen bij geplaatst.
U voert uiteindelijk geen begrotingsbeleid. Het is nattevingerwerk en goochelen met miljarden door partijvoorzitters. De waarheid is eenvoudig: deze regering en haar partijvoorzitters rekenen zich rijk, maar men betaalt met geld dat er niet is en dat er waarschijnlijk ook niet zal komen.
02.09 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, votre réponse reste assez vague.
Vous évoquez des actualisations des rendements budgétaires mais sans en partager le contenu ni en préciser les écarts par rapport aux prévisions initiales. C'est pourtant essentiel pour évaluer la crédibilité de votre trajectoire. Je regrette vraiment votre refus de transmettre ces actualisations aux parlementaires. Je suis heureux que mes collègues soient du même avis que moi et je ne manquerai pas de faire d'autres démarches en la matière.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
03.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, ik kom terug op de vraag over de grootteorde van de inspanning.
De premier zei dat we een inspanning moeten leveren van 3 à 4 miljard euro. U had vorig jaar grote ambities, want u verklaarde toen dat we eigenlijk een inspanning van 17 miljard euro zouden moeten doen. Dat is ondertussen niet gebeurd in de oefening die u eind november 2025 hebt gedaan. Het Rekenhof stelde dat de inspanning eigenlijk 17 miljard euro zou moeten zijn om terug naar 3 % te gaan. De gouverneur van de Nationale Bank sprak dan weer over 11 miljard euro, maar dat is om naar 4 % te gaan, wat nog steeds hoger is dan de Europese Maastrichtnorm.
Over welk bedrag gaat het nu? Arizona goochelt immers met cijfers. We hebben al bijna alle cijfers gehoord. Hoe groot zal de inspanning zijn?
Zult u naar de uitgavenkant kijken of opnieuw naar de inkomsten en dus extra belastingen invoeren? U hebt al zoveel belastingen ingevoerd. We zijn nu bezig met de bespreking van de programmawet, die opnieuw een pak belastingen op de middenklasse voorziet, namelijk een verhoging van de accijnzen op gas en brandstoffen, een verhoging van de vliegtaks, een verhoging van de verzekeringspremie via een extra taks, noem maar op.
Ik had graag een idee gehad van de grootteorde van de volgende inspanning en van de manier waarop u dat bedrag zult bereiken.
03.02 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, u hebt in datzelfde interview in Villa Politica van 5 maart gezegd dat de doelstelling die de regering wil bereiken, is dat de begroting op termijn duurzaam is en er effectief voor zorgt dat we naar een tekort van 3 % toe werken. Dat was begin maart. U hebt later, eind maart, een interview gegeven aan De Zondag. Daarin zei u dat het streefdoel van 3 % niet meer haalbaar was. Ondertussen hebt u die ambitie dus duidelijk losgelaten. Terwijl u die ambitie begin maart nog had, hebt u ze eind maart losgelaten.
In het jaarverslag van de Nationale Bank, dat verscheen op diezelfde dag, stond op pagina 182 het volgende te lezen: "Om de overheidsschuldgraad te stabiliseren, moet het begrotingstekort zo snel mogelijk worden teruggebracht naar 3 % van het bbp. Dat is een minimumvoorwaarde om de houdbaarheid van de schuld te waarborgen en te voorkomen dat de schuldgraad in het komende decennium verder toeneemt. Vervolgens moet het tekort onder 3 % uitkomen, zodat de schuldgraad geleidelijk een neerwaarts traject volgt." En verder: "Aanvullende ingrijpende maatregelen blijven dan ook noodzakelijk om het tekort spoedig en duurzaam onder de 3 % van het bbp te brengen en de opwaartse schulddynamiek om te buigen."
Mijnheer de minister, hoe rijmt u uw uitspraak met de stellingen in het rapport van de Nationale Bank?
Wat verstaat u onder het op termijn duurzaam maken van de begroting?
Binnen welke termijn wil deze regering effectief naar 3 % tekort toe werken?
Hoe interpreteert u de call to action van de Nationale Bank om zo snel mogelijk de overheidsschuldgraad te stabiliseren? Wat acht u mogelijk, en ook wenselijk?
Hoe beschouwt u de analyse van het ongewijzigde beleid zoals opgenomen in de grafieken van de Nationale Bank?
Welke bijkomende maatregelen zal deze regering nemen? Op welke termijn zal dat gebeuren?
De Nationale Bank stelde in haar rapport ook het volgende over de netto-uitgavengroeinorm. Ik citeer: "De naleving van de uitgavennorm garandeert niet dat het overheidstekort terugvalt tot 3 % van het bbp en evenmin dat het opwaartse schuldtraject wordt omgebogen. In de praktijk zal het naleven van de uitgavennorm naar verwachting niet volstaan om het beoogde saldo‑ en schuldtraject te realiseren en zal er dus een grotere begrotingsinspanning nodig zijn om het tekort duurzaam onder de 3 % te brengen en de schuldgraad structureel te doen dalen."
Men zegt dus heel duidelijk dat het uitgaventraject niet volstaat om de houdbaarheid te garanderen. De Nationale Bank maakte in haar rapport bovendien een uitgebreide analyse van het gebruik van de uitgavennorm.
Mijnheer de minister, hebt u kennisgenomen van die analyse? Hoe beoordeelt u die? Bent u het ermee eens dat we naar 3 % moeten evolueren in plaats van louter de uitgavengroeinorm te volgen? Hoe beoordeelt u de verschillende factoren op de pagina’s 183 en 185 van het besproken rapport? Zult u uw beleid aanpassen om de uitgavengroei verder te beperken dan vereist volgens de Europese regelgeving en gevraagd door de Europese Commissie? Zo ja, in welke zin? Meent u dat het, gelet op de ernstige begrotingssituatie, voorzichtiger zou zijn om niet langer gebruik te maken van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven, of daar minstens geen rekening meer mee te houden in de rapportering van de evolutie van het traject?
Dan heb ik nog een vraag over de bijkomende begrotingsinspanning. Zowel Fitch als Moody’s hebben de kredietwaardigheid van dit land ondertussen verlaagd, Fitch in juni vorig jaar en Moody’s nog dit weekend. Tegelijk wijzen internationale instellingen als het IMF op de bijzonder zwakke toestand van de Belgische overheidsfinanciën, waarbij dit land tot de slechtste leerlingen van Europa behoort, of zelfs de allerslechtste zou zijn, wat de begroting betreft. Die evoluties blijven uiteraard niet zonder gevolgen.
Een lagere kredietrating kan leiden tot hogere rentevoeten op de staatsschuld, wat bijkomende druk zet op de federale begroting. Bovendien kan de aanbodschok die gepaard gaat met de oorlog in Iran de druk nog verder opvoeren. Premier De Wever sprak over een bijkomende begrotingsinspanning van 3 à 4 miljard. Volgens het Monitoringcomité gaat het om 5 miljard en volgens economen dit weekend zelfs om 15 miljard.
Mijnheer de minister, kunt u ons meedelen welke bijkomende begrotingsinspanning de regering effectief zal moeten leveren om te voldoen aan de netto-uitgavengroeinorm? Blijft het 3 à 4 miljard of, zoals het Monitoringcomité zegt, 5 miljard, of ligt het ondertussen hoger als gevolg van de ratingverlagingen en de oorlog in Iran? Kunt u ook toelichten welke doelstelling u zichzelf stelt boven op de inspanning die vereist is om die uitgavengroeinorm te halen? Ik verwijs naar het rapport van de Nationale Bank.
Welke specifieke maatregelen plant de regering om die bijkomende inspanning te realiseren? In welke mate sluit u nieuwe belastingen uit? Hoe garandeert u tot slot een geloofwaardig pad richting gezonde overheidsfinanciën, gezien de negatieve signalen van zowel de ratingagentschappen als internationale instellingen?
Tot slot, mijnheer de voorzitter, kom ik terug op de rentesneeuwbal. Ik begrijp niet dat alles op één hoop wordt gegooid. Ik zal de vraag toch stellen, hoewel ze een apart debat verdient.
Het Federaal Planbureau stelde in de Economische begroting van februari het volgende: "De gemiddelde rente op de schuld stijgt elk jaar, maar blijft tot 2030 onder de nominale economische groei. In 2031 is dit niet langer het geval, waardoor er tegen die horizon een risico ontstaat op een sneeuwbaleffect", dus een zelfversterkende schuld.
We hebben het Rekenhof daarover ondervraagd en het Rekenhof zei dat men in de voorgaande jaren telkens kon stellen dat er op korte termijn geen rentesneeuwbal in het vooruitzicht was, maar dat er dit jaar toch een danige verslechtering van de prognoses op te tekenen viel. Volgens het Rekenhof zou 2031 het kantelpunt zijn en zou het verschil tussen de impliciete intrestvoet en de nominale groei dan nog slechts min 0,8 % bedragen, wat contrasteert met de min 1,45 % in 2025.
Trends berichtte eind maart dat KBC zijn groeivooruitzichten voor de Belgische economie naar beneden bijstelt, met minder economische groei en meer inflatie ten gevolge van de oorlog in Iran en de stijgende energieprijzen. Het risico op stagflatie, een lage economische groei in combinatie met een hoge inflatie, zou bijgevolg toenemen.
Waar KBC in februari nog uitging van een economische groei van 1,1 % voor dit jaar, wordt nu gemikt op een groei van 0,6 %. De vooruitzichten voor de inflatie werden opgetrokken van 1,9 % naar 3,3 %. Voor 2027 wordt een geleidelijk herstel van de groei verwacht.
De gouverneur van de Nationale Bank stelde dat, als de oorlog in Iran lang aanhoudt, we mogelijk naar een nulgroei of recessie zouden gaan. Dan komen we aan de start met een tekort van meer dan 5 % van het bbp en bij een langdurige crisis kan dat snel tot 6 à 7 % oplopen en dan zitten we diep in de problemen. Tijdens de hoorzitting met de Nationale Bank bevestigde gouverneur Wunsch dat eerdere sentiment en stelde hij dat de cruciale vraag is of de rente boven de potentiële groei zou komen te liggen. Het cruciale cijfer dat hij daarbij hanteerde, was een drempel van 3 %.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar de opeenvolgende waarschuwingen over een rentesneeuwbal? Meent u dat de dreiging voor een sneeuwbaleffect nog acuter is geworden nu de oorlog in Iran blijft aanslepen?
Denkt u dat de recente en mogelijk toekomstige ratingverlagingen, deze week misschien nog door S&P, een negatief effect zullen hebben op de rente en het sneeuwbaleffect nog zullen versnellen? Beschikt u over informatie die doet vermoeden dat het sneeuwbaleffect zich al vóór 2031 zal manifesteren? Welke cijfers gebruikt de regering momenteel voor haar berekeningen?
Welke maatregelen zal de regering nemen om dat sneeuwbaleffect te voorkomen? Welke maatregelen zult u nemen om de economische groei te stimuleren?
03.03 Minister Vincent Van Peteghem: Ik heb, net als u, met veel aandacht het jaarverslag van de Nationale Bank doorgenomen. De Nationale Bank schetst daarin een wereld met alsmaar meer geopolitieke spanningen, minder voorspelbare economische regels en een groeiend protectionisme. In die context blijft de wereldeconomie voorlopig veerkrachtig, maar nemen de structurele risico’s toe. Voor Europa en voor ons land ligt de kernuitdaging volgens de bank bij de verhoging van de economische dynamiek en vooral van de productiviteitsgroei. De Nationale Bank stelt dat ons land een relatief welvarende en stabiele economie blijft, maar dat de groeimotor steeds meer sputtert.
De prioriteit van het beleid moet daarom verschuiven naar een hogere productiviteitsgroei, meer economische dynamiek en een structurele sanering van de overheidsfinanciën. Ik ben het als minister van Begroting volkomen eens met die boodschap.
Ook al vond er op 31 maart al een uitgebreide vergadering over het verslag met de gouverneur plaats, ik ga graag in op de vragen die mij vandaag worden gesteld. Met betrekking tot de omvang van de inspanning, moeten we zoals gouverneur Wunsch eerder stelde, tegen 2029 vooral op zoek naar evenwichtige maatregelen die enerzijds een stabiliserende impact op de economie hebben en het vertrouwen van burgers en de bedrijfswereld vrijwaren en anderzijds een duidelijk signaal zijn dat we tegemoetkomen aan de nood aan houdbare overheidsfinanciën op middellange termijn.
Mijnheer Vermeersch, met betrekking tot de vragen over de uitgavennorm, moet ik er als minister van Begroting in de eerste plaats over waken dat de federale overheid haar doelstelling inzake uitgavengroei zal naleven, conform de doelstellingen die zijn opgenomen in het huidige nationaal budgettair structureel plan voor de middellange termijn. Dat zijn immers de ijkpunten voor het Europese begrotingstoezicht.
Voor entiteit I betekent dat, op basis van het recentste rapport van het Monitoringcomité, dat een bijkomende inspanning van ongeveer 4,9 miljard euro tegen 2029 moet worden gerealiseerd. In het kader van de begrotingscontrole zijn afspraken gemaakt om die oefening te objectiveren, onder meer door advies te vragen aan de kennisinstellingen van ons land, om de oefening te voeden. Enkele van de werven die daarnet al zijn aangehaald, zullen ongetwijfeld opnieuw door de kennisinstellingen worden opgeworpen.
De inspanning van 4,9 miljard euro werd berekend zonder rekening te houden met een eventuele verlenging van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven. Er is echter ook nog geen rekening gehouden met een eventuele bijkomende noodzakelijke inspanning ten gevolge van conflicten in het Midden-Oosten, zoals ik daarnet aangaf. De uitgavennorm is vastgelegd in nominale termen en wordt dus niet automatisch aangepast aan de inflatie. Het Monitoringcomité waarschuwde al dat een hogere inflatie een bijkomende inspanning op federaal niveau zal vereisen.
Wat de analyse van de Nationale Bank betreft inzake de samenhang tussen het structureel saldo en de uitgavennorm, klopt het dat het structureel saldo en de uitgavennorm kunnen divergeren. Op het moment van aantreden van een nieuwe regering zal telkens een nieuw nationaal budgettair structureel plan op middellange termijn moeten worden opgemaakt. Op dat moment zal de Europese Commissie een nieuw referentiepad bezorgen aan België, gebaseerd op haar eigen macro-economische parameters en inschattingen van de Belgische begrotingstoestand via het zogenaamde Debt Sustainability Analysis Risk Framework. Dat sluit aan bij de doelstelling van het nieuwe Europese begrotingskader, dat streeft naar een anticyclisch begrotingsbeleid.
Mevrouw Bertrand, het is ook mijn analyse dat het primair saldo ongunstig evolueert, onder meer door de sterk dalende trend in de ontvangsten. Die daling is te verklaren door enerzijds een minder gunstige economische omgeving en anderzijds de door verschillende experten genoemde lekken in de ontvangsten. Ik zal aan de regeringstafel blijven pleiten om de fiscaal gedreven vernootschappelijking en de verschillende alternatieve verloningsvormen die daaruit voortvloeien, steeds kritisch te evalueren.
Op het vlak van de uitgaven tonen de verschillende rapporten wel een duidelijke efficiëntieoefening bij de overheidsorganisatie. Ik verwijs onder meer naar grafiek 4.7 van het rapport van de Nationale Bank. Dat die inspanningen zich tegen 2029 niet vertalen in een daling van de uitgaven als percentage van het bbp, heeft twee oorzaken. Enerzijds manifesteren de kosten van de vergrijzing zich nu onvermijdelijk in de begroting, na jaren waarin die realiteit te vaak werd vooruitgeschoven. Anderzijds heeft de regering er bewust voor gekozen om ook de veiligheidsuitgaven te versterken.
Wat de rentelasten betreft, raamt het Monitoringcomité voor entiteit I de rentelasten op 1,9 % van het bbp voor 2026. Tegen het einde van de legislatuur zouden die oplopen tot 2,4 % van het bbp. In absolute cijfers gaat dat over een toename van 5,2 miljard euro. Die cijfers zijn trouwens ook in overeenstemming met de meerjarencijfers opgenomen in de algemene toelichting bij de initiële begroting van 2026. Die cijfers zullen helaas niet positief evolueren, gelet op de algemeen stijgende kosten van de herfinanciering van onze schuld op de wereldmarkt, het aanslepende conflict in het Midden-Oosten en eventuele gevolgen van de ratingverlaging, factoren die niet in de cijfers werden meegenomen. Dat alles onderstreept des te meer de grote uitdaging waarvoor we staan. Voorlopig is er evenwel nog geen sprake is van een rentesneeuwbal.
03.04 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, volgens de berekeningen van het Monitoringcomité moet er dus een extra inspanning van 4,9 miljard euro worden geleverd. U hebt geen antwoord gegeven op mijn vraag wat de omvang van de inspanning nu wordt? Zal die 17 miljard euro, 5 miljard euro of 3 à 4 miljard euro bedragen? U wees er enkel op dat er 4,9 miljard euro nodig is om de uitgavennorm te respecteren. Betekent zulks dat u zich aan de uitgavennorm zult houden of zult u toch proberen om verder te gaan? Het Rekenhof heeft immers opgemerkt dat de uitgavennorm niet volstaat om de overheidsschuld te stabiliseren of om het begrotingstekort tot 3 % te beperken.
Wat het primair saldo betreft, kijkt u naar de inkomsten. Dat is zeker interessant, maar net zoals uw coalitiepartner MR meen ik dat u ook naar de uitgavenkant moet kijken. Het overheidsbeslag in ons land blijft gigantisch groot en er is, zoals de MR zegt, nog veel vet op de soep. Momenteel wordt er echter niet gekeken naar het veel te vette overheidsapparaat. Minister Vandenbroucke vindt zelfs nog 29 miljoen euro voor deeltijds werkenden die een ziekte-uitkering kregen. In de sociale zekerheid is er blijkbaar wel nog geld te vinden voor langdurig zieken, terwijl net nu alle studies bewijzen dat er een pak profiteurs zijn onder de langdurig zieken – uit de steekproeven blijkt dat de helft of zelfs meer dan helft van hen kan werken – en dat er meer controles moeten worden uitgevoerd.
Wat doet u? U volgt minister Vandenbroucke in zijn nieuwe ideeën om nog meer geld uit te geven. Meer, meer, meer. Kijk naar de gezondheidszorg. Kijk naar de langdurig zieken. Kijk naar de vakbonden. Kijk naar de ziekenfondsen. Daar moet u naar kijken in plaats van naar de werkende middenklasse via extra belastingen. Tot nu toe is het nog maar alleen taks, taks, taks geweest. Dat is het enige wat u tot nu toe hebt doorgevoerd met de arizonaregering: extra belastingen. Als ik u goed begrijp, is dat opnieuw de richting die u de komende weken en maanden uit zult gaan. Ocharme, middenklasse!.
03.05 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, de analyse van de Nationale Bank is duidelijk: de uitgavengroeinorm, waarover uw premier zo fier in plenaire vergadering stond te pronken dat u die zou respecteren, volstaat simpelweg niet om het tekort onder controle te krijgen. Met andere woorden, zelfs als u de Europese regels volgt, blijft de Belgische begroting ontsporen. Dat is een bijzonder pijnlijke vaststelling, want uw regering en de premier presenteerden de uitgavengroeinorm in het halfrond als hét instrument om de begroting opnieuw op orde te zetten. Dat klopt dus niet. De Nationale Bank zegt nu eigenlijk het tegenovergestelde: het tekort blijft te hoog en de schuld blijft stijgen. Zelfs wanneer u de Europese doelstellingen haalt, zult u dus nog altijd geen gezonde begroting realiseren.
Het is voorts opmerkelijk, mijnheer de minister, dat u inzake de nationale ontsnappingsclausule hier iets anders verklaart dan wat u vroeger in de commissie hebt gezegd. In antwoorden op mijn eerdere mondelinge vragen stelde u dat we, zelfs als de ontsnappingsclausule in 2029 vervalt, nog altijd de uitgavengroeinorm halen. Heb ik het nu goed begrepen dat we de ontsnappingsclausule wel nog nodig zullen hebben om in 2029 de uitgavengroeinorm te kunnen respecteren?
De marges in uw begroting beginnen weg te smelten als sneeuw voor de zon. Er zit geen vet op de soep meer en de ruimte, de window of opportunity, wordt steeds kleiner. Wat niet wegsmelt als sneeuw voor de zon, is de rentesneeuwbal. In dit land is dat jammer genoeg geen theoretisch debat meer, maar een tikkende tijdbom onder uw begroting.
We hebben dat overal kunnen vaststellen, ook in de rapporten van het Federaal Planbureau, het Rekenhof en de Nationale Bank. Wat doet deze regering wanneer we daar vragen over stellen? Ze schuift het probleem vooruit, zoals Belgische regeringen dat steeds doen. Er is nu een concrete datum, namelijk 2031. Dat is niet ver meer in de toekomst. In begrotingstermen is dat morgen. Als de groei verder afkoelt, wat momenteel bezig is, komt dat kantelpunt dichterbij in de tijd. Dan kan het heel snel gaan en kan het veel vroeger vallen, mogelijk nog binnen uw termijn als minister.
Uw beleid rekent vandaag sowieso op te optimistische groeiscenario’s. De realiteit die we nu zien, is een lagere groei, een hogere inflatie en een stijgende rente. Dat is de perfecte cocktail, de perfecte storm voor een nieuwe schuldencrisis, die we te allen prijze moeten vermijden.
Mijnheer de minister, als de regering-De Wever geen echte keuzes maakt, dan zullen de financiële markten die morgen voor u maken. Dat is een scenario dat we te allen prijze moeten vermijden.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
04.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, op 10 maart van dit jaar publiceerde het Federaal Planbureau geactualiseerde inflatievooruitzichten voor de periode van maart 2026 tot en met december 2027. De evolutie van de energieprijzen en de wisselkoersen is daarbij gebaseerd op de termijnmarktnoteringen van 6 maart 2026, die ondertussen al sterk achterhaald zijn.
Voorzitster: Alexia Bertrand.
Présidente:
Alexia Bertrand.
Uit die vooruitzichten blijkt dat het Federaal Planbureau verwacht dat de inflatie gemiddeld 2,6 % zou bedragen in 2026 en 1,7 % in 2027. De gezondheidsindex zou respectievelijk 2,7 % en 1,9 % bedragen. Bovendien zou de spilindex worden overschreden in juli, met als gevolg dat de sociale uitkeringen en de wedden van het overheidspersoneel in oktober 2026 geïndexeerd zouden worden. De volgende overschrijding van de spilindex zou pas plaatsvinden in augustus 2027. Door de recente actualiteit zal dat waarschijnlijk vroeger gebeuren.
Mijnheer de minister, kunt u toelichten wat de impact is van de inflatievooruitzichten op de opbrengst van de centenindex? Welke opbrengst beoogt de regering met de invoering van de centenindex in de jaren 2026 tot en met 2028? Kunt u toelichten wat de impact van de inflatievooruitzichten is op de belastinginkomsten en wat de totale begrotingsimpact ervan is?
Uit diezelfde vooruitzichten blijkt ook dat het Planbureau verwacht dat de inflatie gemiddeld 2,6 % zou bedragen in 2026 en 1,7 % in 2027. In de algemene toelichting bij de ontwerpbegroting voor 2026 staat op pagina 135 het volgende te lezen: "De indexprovisie wordt verlaagd met 94,2 miljoen euro. Bij de initiële begroting 2025 werd verwacht dat de spilindex in januari en augustus 2025 zou worden overschreden, terwijl op basis van de economische begroting van september er in 2025 slechts één overschrijding van de spilindex werd verwacht." Als gevolg daarvan werd het provisioneel krediet, bestemd om de meerkosten ten gevolge van de index te dekken, verlaagd van 555 miljoen euro naar 485 miljoen euro in 2026. Voor 2027 werd eenzelfde bedrag geraamd.
Mijnheer de minister, meent u, rekening houdend met de geactualiseerde inflatievooruitzichten, dat dat provisioneel krediet zal volstaan in 2026 en 2027? Zo niet, in welke zin moet dat volgens u worden bijgesteld?
Verder kunnen uit datzelfde verslag een aantal hypothesen worden afgeleid, onder meer inzake de olieprijs, de aardgasprijs, de elektriciteitsprijs en de wisselkoers van de euro. In de algemene toelichting bij de ontwerpbegroting voor 2026 worden op pagina 89 andere basishypothesen opgenomen, onder meer voor de olieprijs en de dollar-eurowisselkoers.
Verder werd over de aardgas- en energieprijzen het volgende gesteld: "In 2024 kwam er einde aan de terugval van de energieprijzen en stegen deze prijzen weer. Die stijging wordt verklaard door de stijging in het energieverbruik voor verwarming en een hoger aardgasverbruik voor de elektriciteitsproductie, die de Europese reserves aan aardgas snel doen slinken. In 2025 en 2026 beginnen de energieprijzen weer te dalen. De onderliggende inflatie blijft daarentegen geleidelijk verder dalen in 2024-2026."
Mijnheer de minister, hebt u kennisgenomen van de gewijzigde vooruitzichten? Bent u het eens met de vooropgestelde hypothesen? Zullen de gewijzigde hypothesen worden verwerkt in de begrotingscontrole? Zal daarbij ook rekening worden gehouden met recente ontwikkelingen, zoals de Irancrisis en mogelijke ratingverlagingen?
Wat is volgens u de impact van de door het Federaal Planbureau gehanteerde hypothesen voor 2026 en 2027 op de begroting? Wat is de maximale impact van de door het Federaal Planbureau voorgestelde hypothesen indien de veronderstellingen inzake gemiddelde prijzen en inflatie zich effectief zouden voordoen zoals geschetst?
Zoals u weet, mijnheer de minister, is de situatie ondertussen nog wat erger geworden.
04.02 Minister Vincent Van Peteghem: Het Federaal Planbureau publiceert maandelijks inflatievooruitzichten. De recentste daarvan dateren van 7 april. Gezien de onzekere geopolitieke context worden die nog meer dan anders met aandacht gevolgd, zowel door mijn kabinet als door de administratie. Het Planbureau is een onafhankelijke instelling die haar hypothese in eigen naam publiceert. Ik ga ervan uit dat het Planbureau zijn uiterste best doet om correcte inflatieprognoses op te stellen, wat in deze onzekere tijden natuurlijk geen sinecure is.
De regering is voor de begrotingscontrole 2026 vertrokken van het rapport van het Monitoringcomité, dat op zijn beurt gebruikmaakt van de macro-economische hypothesen van de economische begroting van 12 februari. Dat is de normale werkwijze, die ons in principe ook moet toelaten om de wettelijke termijnen voor het indienen van begrotingsdocumenten bij het Parlement te respecteren. Het opmaken van een begroting of het doorvoeren van een begrotingscontrole is een zwaar administratief proces, dat vele maanden in beslag neemt alvorens de documenten hier worden ingediend. Dat proces kan niet om de haverklap worden heropgestart.
U stelt ook een aantal vragen over de impact van de recente inflatievooruitzichten op de centenindex, fiscale ontvangsten enzovoort. Op dit ogenblik ontbreekt het de verschillende administraties aan voldoende verfijnde vooruitzichten om de impact van de gewijzigde economische situatie in te schatten. Die impact zal telkens worden herberekend op basis van de parameters uit de economische begroting van het Federaal Planbureau.
Deze regering heeft aan het Federaal Planbureau en aan de Nationale Bank ook een impactanalyse gevraagd van de gewijzigde economische context, die dieper gaat dan een loutere aanpassing van de inflatiehypothesen. Beide instellingen gaan uit van een negatieve impact. Een concreet cijfer geven is minder zinvol, aangezien het in beide gevallen om inschattingen gaat die met een heel korte termijn werden opgevraagd en dus niet steunen op een volledig en in detail uitgewerkt macro-economisch kader. Op dit ogenblik blijft nog heel veel onzekerheid bestaan over het verdere verloop van het conflict in het Midden-Oosten en ook over de impact daarvan op onze en de globale economische context.
Uw vraag over de indexprovisie en de initiële begroting lijkt mij ondertussen wat achterhaald, aangezien binnenkort de begrotingsdocumenten voor de controle in het Parlement zullen worden ingediend. Op basis van die documenten kunnen we de discussie over die macro-economische uitgangspunten zeker voortzetten.
04.03 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, u hebt inderdaad in de pers aangekondigd dat er vanaf 19 maart een begrotingscontrole start. U bent daar ook mee gestart, maar niets verhindert u om meerdere begrotingscontroles en meerdere aanpassingen aan uw begroting te doen. De wet laat dat ook toe. Gezien de zeer snel evoluerende toestand zou ik u aanraden om die oefening continu te doen. Desnoods moeten we in deze legislatuur nog een aantal aanpassingen van de begroting doen. Dat is in vorige legislaturen ook regelmatig gebeurd, op basis van de zeer snel wijzigende toestand. Zodra de nieuwe cijfers er zijn, moeten we ernstig gaan bijsturen.
Dit bevestigt ook wat wij hier sinds lang zeggen, ook nog eerder dit jaar bij het bespreken van de begroting van 2026. Die begroting was op veel te optimistische hypothesen gebaseerd en dat zien we nu. Zodra het economisch tegenzit, beginnen de cijfers in uw begroting onmiddellijk te schuiven. Dan ontstaat er paniek en moeten er plots vele extra miljarden worden gevonden. Dat betekent dat er in uw begroting geen buffer zit. Wel integendeel, er zat gewoon veel lucht in.
Het risico is dat we voortdurend in hetzelfde scenario van veel te optimistische ramingen terechtkomen. Begrotingscontroles worden uitgesteld en vooruitgeschoven. Dat hebben we vorig jaar ook gezien, waardoor er een nieuwe factuur terechtkomt bij onze burgers, bij onze gezinnen, bij onze bedrijven, die uiteindelijk de rekening moeten betalen als het allemaal fout loopt. In die zin is uw begroting een van de vele begrotingen die ik hier heb gezien, mijnheer de minister, en verschilt een begroting van de regering-De Croo helemaal niet van een begroting van de regering-De Wever.
Ik herinner mij ook nog dat uw voorgangster, mevrouw De Bleeker, aanvankelijk zei dat de inflatie een positieve impact op de begroting zou hebben. We weten ondertussen dat een stijgende inflatie een grondige en negatieve impact op de begroting heeft, waardoor de uitdagingen in dit land nog groter worden. Ook toen moest er worden bijgestuurd.
Mijnheer de minister, ik roep u op om, los van de bespreking van de begrotingscontrole op 30 juni in het Parlement, bijkomende oefeningen te plannen om de begroting, die toch al zorgwekkend is, veel nauwgezetter te volgen en bij te sturen, waar nodig.
Voorzitter:
Steven Vandeput.
Président: Steven Vandeput.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, uit recente verklaringen in de media blijkt dat de voorzitter van de MR vasthoudt aan een strikt standpunt: geen nieuwe belastingen in het kader van de begrotingssanering. We kunnen hem daarin geen ongelijk geven In het regeerakkoord staat trouwens ook dat de belastingdruk niet zou mogen stijgen.
Tegelijk geeft u aan dat "een dergelijke positie niet realistisch is, gezien de omvang van de budgettaire inspanning waarvoor dit land staat." U stelt dat een combinatie van besparingen en nieuwe inkomsten noodzakelijk zal zijn om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Dat lijkt bovendien in lijn met eerdere saneringen, waarbij de regering-De Wever steeds nieuwe en bijkomende belastingen voorstelt. Bovendien bepaalt het regeerakkoord dat maximaal een derde van de totale inspanning, dus 11 %, dient te gebeuren via "een bijdrage van de sterkste schouders en diverse inkomsten", met andere woorden extra belastingen.
Binnen de regering lijkt er echter geen eensgezindheid meer te bestaan over de invulling van dat regeerakkoord en van die inspanning. Enerzijds wordt verwezen naar afspraken waarbij een deel van de sanering via nieuwe inkomsten zou gebeuren, anderzijds blijven bepaalde partijen vasthouden aan een absoluut veto tegen nieuwe belastingen.
Mijnheer de minister, bevestigt u dat de regering-De Wever bij de opmaak van de volgende begrotingsoefening extra belastingen niet uitsluit? Zo ja, over welke grootteorde aan nieuwe belastingen spreekt u dan?
Hoe verzoent u uw standpunt met het expliciete veto van coalitiepartners tegen nieuwe belastingen? Bestaat er binnen de regering nog een coherent begrotingskader? Staan de neuzen met andere woorden nog in dezelfde richting?
Kunt u verduidelijken welke concrete nieuwe inkomsten u voor ogen hebt? Gaat het om geheel nieuwe belastingen, om het verhogen van bestaande belastingen of eerder om eenmalige maatregelen?
Hoe garandeert u ten slotte dat de belastingdruk, die volgens het regeerakkoord niet mag stijgen, effectief niet verder zal toenemen?
05.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Vermeersch, als minister van Begroting houd ik mij aan de afspraken die we hebben gemaakt in het kader van het regeerakkoord. Op het vlak van de ontvangsten en eventuele belastingen wil ik ook citeren wat daarover is afgesproken: "De totale begrotingsinspanning gebeurt zonder verhoging van de belastingdruk, uitgedrukt in ontvangsten in % bbp." Die regel blijft gerespecteerd gedurende de hele legislatuur, en dus bij elke begrotingsopmaak en -controle."
Het rapport van het Monitoringcomité, waarnaar ik daarnet ook verwees, toont telkens duidelijk zowel het bbp als de ontvangsten in % bbp. Dat laat ons toe om de naleving van die afspraak te controleren. U zult met mij vaststellen dat er sprake is van afnemende ontvangsten in % bbp. Het zal u dan ook niet verbazen dat ik het debat over fiscaal gedreven vervennootschappelijking en alternatieve verloningsvormen zal blijven voeren, met het oog op het verzekeren van onze structurele ontvangsten.
05.03 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, in een land met de hoogste belastingdruk ter wereld is het compleet onaanvaardbaar dat u nog maar suggereert dat er extra belastingen zouden komen. Uw regeerakkoord belooft nochtans geen stijging van de belastingdruk. Vandaag zet u opnieuw de deur wagenwijd open. Dat is woordbreuk ten opzichte van uw regeerakkoord.
Het echte probleem in dit land is niet dat er te weinig inkomsten zijn, maar dat er te veel wordt uitgegeven. Daar wringt het schoentje. Zolang u en uw regering niet durven te snijden in de uitgaven, zal men de gemakkelijkste weg blijven bewandelen, zoals andere Belgische regeringen dat hebben gedaan, namelijk de factuur doorschuiven naar de hardwerkende Vlaming.
Wij zijn heel duidelijk: geen nieuwe belastingen, maar wel echte keuzes. Laen we een aantal taboes aanpakken. Laten we besparen op asiel en migratie. Laten we ook besparen op onze miljardenbijdrage aan de Europese Unie. Laten we een aparte sociale zekerheid creëren voor nieuwkomers. Laten we de ontwikkelingssamenwerking aanpakken. Ook op klimaatfinanciering kunnen heel wat middelen worden bespaard. Ten laatste, maar niet het minste, moeten we ook besparen op het politieke systeem zelf.
Uw regering sluit nieuwe belastingen opnieuw niet uit. Bart De Wever noemde de Vlaming de meest gepluimde kip van allemaal en staat op het punt om met zijn regering – dat heeft zijn minister hier net bevestigd – die Vlaming opnieuw extra te belasten. Dat zullen wij als Vlaams Belang blijven bekampen. Dit is niet de weg die we moeten volgen. Bespaar op asiel, maar niet op onze mensen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
06.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, de federale overheid, de gewesten, de gemeenschappen en de gemeenschappelijke gemeenschapscommissies zouden een samenwerkingsakkoord hebben gesloten rond de individuele verdeling van de budgettaire inspanningen. Het zou gaan om het eerste samenwerkingsakkoord met budgettaire trajecten voor elke entiteit.
Mijnheer de minister, kunt u toelichten wat dat samenwerkingsakkoord wijzigt aan de samenwerking tussen de verschillende entiteiten in dit land?
Kunt u ook toelichten welke inspanningen in het akkoord werden verdeeld en volgens welke verdeelsleutel dat uiteindelijk gebeurde?
Kunt u ook verduidelijken welke budgettaire trajecten per entiteit werden afgesproken?
Op welke wijze zal het samenwerkingsakkoord afdwingbaar zijn? Op welke wijze zullen de budgettaire trajecten afdwingbaar zijn? Zijn er sancties afgesproken voor entiteiten die zich daar niet aan houden?
Werden daarmee alle hangende interfederale dossiers ondertussen verdeeld? Indien ja, wat zijn de concrete verdelingen? Indien neen, waarom is dat niet het geval? Wanneer komt het Overlegcomité opnieuw samen om ze te verdelen en andere zaken af te spreken?
Heeft de Hoge Raad van Financiën een advies uitgebracht over het samenwerkingsakkoord? Indien ja, hoe luidde dat advies?
Ik heb nog een aantal vragen over de praktische toepassing en de toepasbaarheid van het akkoord.
Op welke wijze zal het samenwerkingsakkoord ervoor zorgen dat de inspanningen uit het meerjarenplan aan Europa effectief worden verdeeld? Daarin belooft u immers nog altijd om 3 % te halen voor de gezamenlijke overheid, wat op dit moment absolute begrotingsfictie is.
Zal het samenwerkingsakkoord ervoor zorgen dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ook concrete inspanningen zal dienen te leveren? Indien ja, wat zal de omvang van die inspanningen zijn volgens de in het samenwerkingsakkoord afgesproken verdeelregels?
Over de Europese sancties, waarnaar in artikel 8 van het samenwerkingsakkoord wordt verwezen, heb ik ook nog een aantal vragen.
Wat is de maximumomvang van de Europese sancties bij het niet naleven van de begrotingsvereisten?
Wat zijn de criteria voor de toewijzing van die sancties door de Europese Unie?
Kunt u ook toelichten op welke wijze een sanctionering voor België zou worden verdeeld op basis van het samenwerkingsakkoord?
Hoe zal die verdeling afdwingbaar zijn in het licht van het feit dat de Europese Unie naar de gezamenlijke Belgische begroting kijkt?
De voorzitter: De heer Dubois en de heer Somers zijn niet aanwezig.
06.02 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, en mars dernier, la presse annonçait qu'un accord avait été conclu concernant la révision de l'accord de coopération budgétaire et la notification du Codeco reprend cet accord en date du 27 mars 2026. J'ai dès lors quelques questions sur celui-ci.
Monsieur le ministre, confirmez-vous cet accord? Pourriez-vous en présenter les grandes lignes en même temps que le calendrier pour les mois à venir? Pourriez-vous transmettre cet accord au Parlement ainsi que la note qui l'accompagne?
Cet accord a-t-il fait l'objet d'un avis du Conseil d'État et de l'Inspection des finances? Cet accord reprendrait en effet des formules floues sur le fait que les entités doivent "tout mettre en œuvre pour parvenir au consensus" concernant la répartition de la norme de croissance des dépenses. Qui sera chargé d'en vérifier la mise en œuvre?
Ce nouvel accord répartirait la trajectoire des dépenses nettes sur la base d'une nouvelle clé mixte. Pourriez-vous préciser cette nouvelle clé et transmettre les simulations sur la base de cette nouvelle clé?
Cette nouvelle clé n'aurait pas pour effet d'obliger une entité ayant atteint un équilibre budgétaire et maintenant durablement cet équilibre à fournir un effort supplémentaire. Que veut dire "maintenir durablement un équilibre"? Quel organe évaluera l'aspect "durable"? Comment cela impacterait-il la clé et les efforts des autres entités? Pourriez-vous nous fournir des simulations à cet égard?
Concernant l'impact des décisions d'une entité sur les autres entités, comment l'accord règle-t-il ce problème? L'accord préciserait que la section Besoins de financement du Conseil supérieur des Finances (CSF) devrait tenir compte des effets non compensés des politiques budgétaires. Le confirmez-vous? Que veulent dire les termes "politiques budgétaires"? Qui sera chargé d'évaluer ces effets? À partir de quelle date le CSF devra-t-il tenir compte des effets des politiques budgétaires? Quid des politiques prises sous cette législature et/ou sous le gouvernement suédois qui pèsent toujours sur les finances des entités fédérées et des pouvoirs locaux?
Concernant le plan présenté par la Belgique, cette trajectoire reste-t-elle valable?
Cet accord nécessite une révision du Conseil supérieur des Finances. Quel est le calendrier à cet égard?
Concernant le compte de contrôle, le CSF devrait évaluer les mesures correctrices transmises par les entités en cas de dépassement. Le confirmez-vous?
Enfin, vous aviez évoqué une évaluation des conséquences des décisions de votre gouvernement sur les finances de l'entité 2 et de ses composantes. Avez-vous transmis cette évaluation au Codeco et pourriez-vous nous la transmettre?
06.03 Minister Vincent Van Peteghem: Collega's, in het kader van de versterking van de begrotingscoördinatie tussen de federale overheid en de gefedereerde entiteiten hebben we de voorbije maanden intensief overlegd over een nieuw samenwerkingsakkoord. Daarover hebt u mij al veel vragen gesteld, ook omdat u dacht dat we geen akkoord zouden vinden, maar dat overleg heeft uiteindelijk eind maart geleid tot een akkoord over een nieuw kader voor een effectievere begrotingscoördinatie binnen de gezamenlijke overheid.
Dans ce contexte, il a été convenu que chaque entité s'efforcerait de respecter la trajectoire des dépenses imposée pour l'ensemble des pouvoirs publics. Cet effort s'effectue, pour la période actuelle du plan, sur la base de la clé de répartition élaborée par le Conseil supérieur des Finances et retenue comme préférentielle par consensus, comme indiqué dans l'avis sur la répartition du plan budgétaire et structurel à moyen terme.
Dans cet avis, le Conseil supérieur des Finances explique également en détail pourquoi il privilégie cette clé de répartition en partant du principe que la répartition doit garantir la viabilité de la dette publique de chaque entité individuelle. Cette clé est d'ailleurs celle que nous utilisons au niveau de l'entité 1 dans les documents budgétaires pour vérifier le respect de la norme de dépenses et servira également à l'avenir à déterminer l'effort sur la base de cette norme.
De implicaties die dat voor Brussel heeft, kunt u afleiden uit het rapport van de Hoge Raad van Financiën, mijnheer Vermeersch. Voor toekomstige planperiodes wordt bepaald dat het Overlegcomité vóór de indiening van een budgettair structureel plan voor de middellange termijn bij de Europese Commissie zal beslissen over de verdeling van de uitgavennorm tussen de verschillende entiteiten. Die beslissing zal gebaseerd zijn op een advies van de Hoge Raad van Financiën, afdeling Financieringsbehoeften van de Overheid.
Daarnaast werd in het samenwerkingsakkoord ook een terugvalpositie verankerd, voor het geval dat er geen akkoord wordt bereikt over de verdeling. In dat scenario blijven bindende begrotingsdoelstellingen per entiteit gelden. Die terugvalpositie bestaat uit de combinatie van enerzijds de helft van de verdeelsleutels volgens de voorkeurssleutel van de Hoge Raad van Financiën en anderzijds de helft van de toegelaten uitgavennorm voor de gezamenlijke overheid.
Verder wordt ook bepaald dat de maximale toegestane afwijking op de controlerekening voor de gezamenlijke overheid, die door de Europese Commissie wordt beheerd, wordt verdeeld over de verschillende overheidsgeledingen volgens de overeengekomen verdeelsleutel. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de impact van maatregelen die door één entiteit worden genomen op de begrotingspositie van andere entiteiten, door een neutralisatiemechanisme via de controlerekening.
Het samenwerkingsakkoord voorziet in een afdwingingsmechanisme op drie wijzen. Ten eerste wordt er een verplichte rapportering ingevoerd aan het Overlegcomité over een remediërend traject om de begrotingsdoelstellingen te bereiken wanneer de toegelaten afwijking op de controlerekening overschreden wordt. Vervolgens wordt afgesproken dat bewarende maatregelen, zoals administratieve blokkeringen, moeten worden voorzien ten belope van de vastgestelde afwijking. Indien er uiteindelijk negatieve financiële gevolgen voortvloeien uit het niet-naleven van de afspraken, worden die verdeeld tussen de entiteiten in verhouding tot de vastgestelde tekortkomingen.
Dans ce nouveau cadre, la section Besoins de financement du Conseil supérieur des Finances se voit confier un rôle important. Cette section tiendra à jour le compte de contrôle par entité, veillera à ce que des mesures correctives soient prises lorsqu'une entité dépasse la marge autorisée et, le cas échéant, déterminera la répartition d'une éventuelle sanction de la Commission européenne sur la base des manquements constatés.
Niet-naleving van de voorwaarden onder een procedure van buitensporig tekort kan immers leiden tot boetes tot 0,05 % van het bruto binnenlands product, om de zes maanden te betalen door de betrokken lidstaat totdat de Raad bevestigt dat er effectief gevolg wordt gegeven aan zijn aanbevelingen.
Afin de mener à bien les tâches supplémentaires lors de l'élaboration du budget 2026, des moyens supplémentaires ont déjà été prévus au sein du Bureau fédéral du Plan pour héberger un secrétariat permanent du Conseil supérieur des Finances.
Ook op het vlak van de verdere samenwerking en rapportering zijn belangrijke afspraken gemaakt. Zo is ook overeengekomen dat Europese begrotingsdocumenten, waaronder het ontwerpbegrotingsplan, het jaarlijkse voortgangsverslag en het Nationaal Budgettair Structureel Plan voor de middellange termijn, vooraf worden voorgelegd aan en goedgekeurd door het Overlegcomité. Met dat akkoord wordt een belangrijke stap gezet naar een meer transparante, afdwingbare en effectieve begrotingscoördinatie tussen alle overheidsniveaus, in overeenstemming met de Europese begrotingsregels. Het samenwerkingsakkoord en de bijhorende instemmingsakten worden nu voorgelegd aan de Hoge Raad van Financiën en de Raad van State, waarna later dit jaar de verschillende parlementaire instemmingsprocessen kunnen plaatsvinden.
Tot slot, mijnheer Vermeersch, wat betreft de andere hangende interfederale begrotingsdossiers is afgesproken om die op een volgend Overlegcomité opnieuw op te pikken. Dat volgende Overlegcomité zal midden mei plaatsvinden.
06.04 Wouter Vermeersch (VB): Dank u, mijnheer de minister.
Het is toch opmerkelijk om vast te stellen dat de retoriek die u hanteert in de pers toch wat afwijkt van de retoriek die u hier in het Parlement hanteert. Ik heb er nog even het bericht van Belga bijgenomen. ʺOverheden werken nauwer samen rond de begrotingen. De verschillende regeringen van ons land gaan in de toekomst nauwer samenwerken rond het begrotingsbeleid. Ze sluiten immers een afdwingbaar akkoord met bindende budgettaire trajecten voor elke entiteit, meldt minister van Begroting Vincent Van Peteghem vrijdag. Hij heeft het over een historisch akkoord.ʺ Ik heb u het woord historisch hier niet meer horen vermelden.
U hebt ongetwijfeld ook De Tijd van 31 maart 2026 gelezen: ʺBegrotingsakkoord met deelstaten helpt federale regering nauwelijks vooruitʺ waarin men eigenlijk stelt dat het in de praktijk een papieren tijger dreigt te zijn die de federale regering niet zal helpen bij haar opdracht.
Experten maken brandhout van uw akkoord. Zij gaan niet akkoord met de euforie die u rond dat akkoord verkoopt. We kennen natuurlijk een beetje die Belgische tactiek: veel akkoorden, weinig resultaten, afspraken maken, maar niemand die echt verantwoordelijkheid opneemt. U spreekt over bindende trajecten, maar zonder sancties is dat natuurlijk gewoon vrijblijvend. Dat is de papieren tijger waar men ook naar verwijst. Dat is hoogst onvoldoende.
Ook inzake Brussel zegt u dat men de overeenkomst kan lezen in het document van de Hoge Raad van Financiën, maar Brussel heeft zich totaal nog niet duidelijk geëngageerd binnen dat akkoord, laat staan dat Brussel eventuele engagementen ook effectief zal nakomen.
Mijnheer de minister, wij kunnen ons alleen maar aansluiten bij de conclusie van de experts dat wat u als een historisch akkoord verkoopt, in de praktijk een papieren tijger is. Papier is gewillig, zegt men in West-Vlaanderen. Het is zeer gemakkelijk om akkoorden te maken, maar als ze niet of onvoldoende afdwingbaar zijn – wat hier het geval is – zult u daarmee weinig bereiken. Elke deelstaat, zeker het Zuiden van het land, doet lustig voort. Dat komt ten laste van de Vlamingen, die dan het gat moeten dichtrijden.
06.05 Frédéric Daerden (PS): Je vous remercie, monsieur le ministre, pour ces éléments de réponse et je vous remercie d'avoir confirmé cet accord.
Toutefois, vous précisez peu les impacts réels sur les entités. Des notions clés comme l’équilibre durable, la nouvelle clé de répartition et l’évaluation des politiques budgétaires restent floues. Sans transparence sur ces simulations, les avis et la note validée par le Comité de concertation, les parlementaires ne peuvent pas exercer leur contrôle. Pouvez-vous vous engager à transmettre rapidement et à clarifier ces éléments essentiels?
06.06 Wouter Vermeersch (VB): ik heb nog een opmerking, gelet op de laatste zin van de minister, met name dat er voor de onverdeelde facturen, voor de vele miljarden die tussen de entiteiten heen en weer worden geschoven, nog altijd geen oplossing is. Opnieuw wordt er naar een volgend Overlegcomité verwezen. Dat zullen we in de toekomst verder opvolgen.
06.07 Minister Vincent Van Peteghem: Ik begrijp dat die vraag wordt gesteld, maar die twee zaken horen niet bij elkaar. De ene zaak gaat over de manier waarop we het uitgaventraject van Europa vertalen naar de Belgische realiteit met de verschillende entiteiten. De andere zaak gaat over afspraken die in het verleden zijn gemaakt, waarbij er discussies zijn over wie bevoegd is. Die zaken mag men niet door elkaar halen. Anders komt men terecht in compromissen waarmee men niet vooruit geraakt. Ik heb altijd gezegd dat we ons eerst over de begrotingscoördinatie moeten buigen, alvorens in de diepte over die andere dossiers te spreken.
06.08 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, ik vrees dat u met die begrotingscoördinatie na een aantal jaren tot dezelfde vaststelling zult komen als bij de onverdeelde facturen, namelijk dat er geen uitweg wordt gevonden of dat een aantal entiteiten gewoon hun eigen gang blijven gaan, zoals de voorbije jaren is gebleken, waardoor schulden naar andere delen van het land worden doorgeschoven. Wanneer Vlaanderen zijn rekeningen min of meer op orde probeert te krijgen, maar Wallonië en Brussel dat niet doen, dan zullen de Vlamingen uiteindelijk via het federale niveau mee betalen.
Die zaken zijn dus wel gelinkt. Dat is het zogenaamde samenwerkingsfederalisme uit uw regeerakkoord waarin u gelooft, maar wij geloven daar niet in, voor alle duidelijkheid. Wij denken dat dit land niet meer werkt en dat het akkoord, ondanks dat u het historisch noemt, slechts een papieren tijger is. Het is het zoveelste bewijs dat begrotingscoördinatie in dit land niet werkt en ook nooit zal werken. Vlaanderen zou er in de toekomst beter aan doen om zijn eigen boontjes te doppen.
De voorzitter: Mijnheer Vermeersch, dat is een lichte herhaling, maar bij dezen is het incident gesloten.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
07.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, we horen zeer optimistische geluiden over de verwachte meeropbrengsten door het beperken van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Er circuleren cijfers over een meeropbrengst van meer dan 780 miljoen euro in één begrotingsjaar. Die bedragen roepen vragen op. We hebben dat ook gehoord van het Rekenhof. Het Rekenhof gelooft niet in die hypothese van 1/3, 1/3 en 1/3. Dat komt ook niet overeen met wat het vaststelt. We hebben vorige week in de pers ook gelezen dat slechts 10 % van de werklozen tot nu toe werk gevonden zou hebben, en dat er bovendien een verschuiving is naar de ziekteverzekering.
Ik heb dan ook een aantal vragen. Hoe
verklaart u de verwachte meeropbrengst bij de werkloosheidsuitkeringen? Hoe
rijmt u de optimistische ramingen met de meer bescheiden prognoses en
waarschuwingen van het Rekenhof? Voor welk bedrag zijn de onvermijdelijke
meerkosten door de stijging van het aantal zieken structureel ingeschreven in
de begroting? Ik kijk uit naar uw
antwoorden.
07.02 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, les réformes du marché du travail et des pensions entraîneront des économies importantes et auront des impacts sur le pouvoir d’achat des travailleurs et des pensionnés.
Concernant l’impact de ces réformes sur la trajectoire budgétaire, la Cour des comptes a, à plusieurs reprises, mis en doute les hypothèses retenues par le gouvernement et relevé les impacts de ces réformes non pris en compte sur les autres branches de la sécurité sociale. À ce titre, le Comité de monitoring prévoyait, dans son rapport de septembre 2025, un monitoring.
Monsieur le ministre, où en ce monitoring? Comment estimez-vous l’impact des réformes sur les autres branches de la sécurité sociale et notre budget? Comment allez-vous en assurer le suivi et les intégrer dans votre trajectoire?
07.03 Minister Vincent Van Peteghem: De verwachte meeropbrengsten ten gevolge van de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen volgen de raming van de RVA. Die geeft in dat kader aan dat bij de initiële raming van de maatregel door het beperkte tijdsbestek ervoor gekozen werd om de statistische werkloosheidsduur te gebruiken om in te schatten hoeveel bespaard zou worden met een beperking van de duur.
De RVA heeft nu vastgesteld dat voor een niet te verwaarlozen aantal werklozen de teller van de statistische duur op nul wordt gezet, als gevolg van een onderbreking van de uitkering, terwijl de onderbreking onvoldoende is voor een terugkeer naar de vergoedingsperiode 1.1. Voor die personen werd de werkloosheidsduur dus onderschat, waardoor de besparing ook werd onderschat.
Mijn collega Clarinval is in eerste instantie bevoegd voor de voorliggende materie. De onderliggende parameters van de ramingen bespreekt u dan ook beter verder met hem.
L’estimation faite par l'ONEM a été intégrée dans les chiffres sur lesquels s'appuie le rapport du Comité de monitoring. Le rapport doit donc toujours comporter un aperçu de l'état d'avancement actualisé de la mise en œuvre et du rendement estimé des mesures prises par le gouvernement actuel depuis son entrée en fonction. Pour chaque mesure ayant une incidence budgétaire, les hypothèses sous-jacentes sont également précisées. À chaque rapport du Comité de monitoring, l'ensemble des mesures est réestimé sur la base des informations alors disponibles.
Wat uw vraag over de stijging van het aantal langdurig zieken betreft, mevrouw Bertrand, moeten mensen effectief arbeidsongeschikt zijn alvorens zij recht kunnen hebben op een ziekte- of invaliditeitsuitkering. Ook in dat kader worden, met de derde en de vierde golf in het kader van Terug naar Werk, maatregelen genomen voor wie het werk al dan niet gedeeltelijk kan hervatten.
07.04 Alexia Bertrand (Anders.): Dank u wel, mijnheer de minister, maar dat is natuurlijk geen antwoord.
U voorziet middelen voor de OCMW’s voor de activering van die werklozen, maar dat is een open enveloppe en dat volstaat helemaal niet. Het Rekenhof heeft ons daarop gewezen. Uw eigen POD Maatschappelijke Integratie heeft berekend dat dat tegen 2029 1,5 miljard euro extra zal kosten. Die kosten hebt u blijkbaar niet in rekening gebracht tijdens uw begrotingscontrole.
Het Rekenhof heeft ook gezegd dat u geen rekening gehouden hebt met een verschuiving naar de langdurig zieken. U zegt dat minister Vandenbroucke maatregelen neemt. We hebben het resultaat gezien. Het kost alleen maar meer. Het aantal langdurig zieken stijgt sterk. Alle steekproeven van het RIZIV en van andere instellingen tonen dat bijna 60 % van die mensen eigenlijk kan werken. Ik ben er dus niet van overtuigd dat de oplossing daar ligt.
U kunt beter vermijden dat die mensen in het systeem van langdurige ziekte terechtkomen en daarna werk moeten zoeken. Ik vrees echter dat die cijfers helemaal niet kloppen, mijnheer de minister. Dat is een extra aandachtspunt voor uw begroting. U onderschat de uitgaven en overschat de inkomsten. Dat zeg ik niet alleen, dat zegt het Rekenhof en dat zeggen vele economisten.
Die ramingen lijken dus te optimistisch. U zou beter een buffer voorzien in uw begroting. De kosten voor de activering van die mensen via de OCMW’s zullen hoger liggen dan wat u tot nu toe hebt voorzien. Dat zullen we binnen een jaar opnieuw bespreken. Ik vrees dat we dan zullen vaststellen dat we achter de feiten aanlopen. We zullen het resultaat zien en dat zal niet overeenkomen met wat vandaag is voorzien. U rekent zich rijk met een meeropbrengst van meer dan 780 miljoen euro, maar u vergeet de extra kosten in rekening te brengen.
07.05 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, j'ai quelques réactions.
Tout d'abord, les hypothèses retenues sont contestées notamment par la Cour des comptes. Leurs effets indirects sur les autres branches de la sécurité sociale restent largement sous-estimés et non intégrés dans la trajectoire budgétaire.
Ensuite, le Parlement ne dispose pas d'une vision complète et fiable des conséquences budgétaires de ces choix politiques, ce qui pose évidemment un véritable problème de transparence.
Enfin, j'entends votre suggestion d'interpeller vos collègues pour avoir plus de détails. Nous ne manquerons pas de le faire.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
08.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, een van de doelstellingen van Arizona was de usurperende bevoegdheden weg te werken. Dat zijn kosten die betaald worden door de federale overheid, terwijl ze eigenlijk ten laste van de deelstaten moeten zijn. Dat is ook het geval voor de plasticbijdrage, die duidelijk een gewestelijke bevoegdheid is, maar al jaren wordt betaald door de federale overheid, aangezien zij het enige contactpunt met Europa is. Dit gaat niet over een klein bedrag, want het gaat om een factuur van 137 miljoen euro in 2026 en dat zal de komende jaren stelselmatig verder oplopen tot 145 miljoen euro in 2031.
Waarom wordt die factuur van 137 miljoen euro in de federale begroting ingeschreven, terwijl de bevoegdheid bij de gewesten ligt? In het rapport van het Monitoringcomité staat immers zeer duidelijk dat de plasticbijdrage vanaf nu ten laste van de federale overheid is.
Hebt u de ministers-presidenten de terugbetaling hiervan gevraagd? Hebt u dat besproken met het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Wat was het antwoord van de verschillende ministers-presidenten?
08.02
Minister Vincent Van Peteghem: Mevrouw Bertrand,
de werkwijze inzake de plasticbijdrage is al een aantal jaren ongewijzigd. Ik citeer uit het recente rapport van het
Monitoringcomité:
"La dépense concernant la contribution plastique pour les années 2026 à 2031 est, conformément à l'imputation des réalisations par l’ICN, reprise au niveau du pouvoir fédéral. Les montants sont estimés à 137 millions d'euros en 2026 et 2027, 141 millions d'euros en 2028, 143 millions d'euros en 2029, 144 millions d'euros en 2030 et 145 millions d'euros en 2031."
De volgende werkgroep met het oog op de definitieve verdeling van het dossier is aanstaande donderdag 23 april 2026 gepland. We hopen daarin, net zoals u dat in de vorige legislatuur hebt getracht, significante vorderingen te maken.
08.03 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, ik hoor dat u een en ander aanstaande donderdag zult bespreken. Het is niet de eerste keer dat ik u die vraag stel en uit uw antwoord leid ik af dat u dat nog niet hebt opgeëist bij uw collega’s, de minister-presidenten. Het is dus de allereerste keer dat u dat zult opvragen. Ondertussen staat het wel ingeschreven op rekening van de federale overheid in het verslag van het Monitoringcomité. Ik vermoed dat uw collega’s het rapport van het Monitoringcomité net zo goed als ik kunnen lezen. Dus die strijd hebt u al verloren.
U hebt een samenwerkingsakkoord gesloten met de deelstaten, maar ik stel mij vragen bij het nut van dat samenwerkingsakkoord als het zelfs geen betrekking heeft op de usurperende bevoegdheden en als zij niet moeten betalen voor wat hun factuur is en niet de factuur van de federale overheid.
Ik ga er dan van uit dat u die factuur zelfs niet hebt opgeëist, wat heel erg is. Als u mij niet tegenspreekt, begrijp ik dat u dat voor de allereerste keer aanstaande donderdag zult vragen. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Is het een nalatigheid? Bent u dat vergeten? Bent u er niet van overtuigd dat het om een gewestelijke materie gaat? Wat is het dan? Ik begrijp het echt niet.
Als usurperende bevoegdheden een prioriteit zijn van de regering, had ik verwacht dat u een en ander al veel vroeger zou hebben gevraagd aan de gewesten.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
09.01 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, er zou in de federale subsidies gesnoeid worden. Er werd een structureel besparingstraject naar voren geschoven. Dat moest oplopen tot 200 miljoen euro tegen het einde van de legislatuur en goed zijn voor een totale besparing van maar liefst 375 miljoen euro over de komende jaren. Wanneer we de huidige budgettaire realiteit bekijken, moeten we evenwel vaststellen dat er van die plannen vandaag nog maar weinig gerealiseerd is. Er is tot heden geen concrete invulling gegeven aan de vooropgestelde afbouw.
Vandaar mijn vraag. Klopt het dat er van de vooropgestelde totale besparing van 375 miljoen euro op federale subsidies vandaag nul euro effectief gerealiseerd is? Zo ja, waarom blijft een concrete invulling van die afbouw uit of kunt u een concrete invulling naar voren schuiven? Binnen welke termijn zult u duidelijk maken welke specifieke subsidies afgebouwd of geschrapt zullen worden om dat financiële traject alsnog te halen?
09.02 Jan Bertels (Vooruit): Mevrouw Bertrand, om u een beetje ter wille te zijn, zal ik al in de plaats van de minister antwoorden. In de begrotingsnotificaties van 3 april 2026 werd melding gemaakt van de lopende werkzaamheden van de werkgroep Spending Review, die u goed zou moeten kennen uit de vorige legislatuur, met betrekking tot de afbouw van de federale subsidies.
Mijnheer de minister, zoals gezegd is die oefening belangrijk voor de begrotingsdoelstellingen van de komende jaren. Daarom zou ik graag een stand van zaken krijgen. In die notificaties is vastgelegd dat die besparing verder geconcretiseerd moet worden op basis van de werkzaamheden van die werkgroep Spending Review. Die werkgroep Spending Review – ik ken de werkzaamheden daarvan een beetje – zou uiterlijk op 1 mei 2026 een voorstel van beslissing aan u en aan de ministerraad moeten voorleggen. Het is bijna 1 mei. Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat die timing gehaald wordt?
Ten tweede, is er al een volledig overzicht van de subsidies dat door die werkgroep werd opgemaakt? Is dat overzicht al gefinaliseerd? Zo ja, kunnen we dat krijgen?
Ten derde, in de meerjarenbegroting is effectief opgenomen dat de besparingsopbrengst zou stijgen van 49 miljoen euro tot – om heel precies te zijn, mevrouw Bertrand – 199 miljoen euro in 2029, dus net geen 200. Mijnheer de minister, kunt u toelichten of de huidige stand van zaken van de werkzaamheden van die werkgroep die oplopende besparingsdoelstellingen zal bevestigen?
09.03 Minister Vincent Van Peteghem: Er is op heden een besparing van 1 miljoen gerealiseerd door de subsidie aan Unia af te bouwen. In 2025 werd bijkomend 24 miljoen euro aan besparingen gerealiseerd door een onderbenuttingsdoelstelling voor de verschillende departementen op te nemen.
De door begrotingsnotificaties voorziene besparingsdoelstellingen met betrekking tot de afbouw van de federale subsidies blijven dus ook onverminderd van kracht. In het kader van de begrotingscontrole 2026 werd afgesproken om over de concretisering van de besparingen verder te beslissen in de komende weken.
Ik stel dan ook voor om hierop meer in detail in te gaan bij de bespreking van de begrotingscontrole, die hier in het Parlement zal plaatsvinden in de loop van de maand mei.
In de marge deel ik graag nog mee dat de eerste fase van het federale subsidieregister intussen zo goed als afgewerkt is en binnenkort ook gepubliceerd zal worden.
09.04 Alexia Bertrand (Anders.): Mijnheer de minister, u zegt dat er al 1 miljoen gerealiseerd is en dat 24 miljoen gerealiseerd moet worden via de onderbenutting. Die onderbenutting is geen structurele besparing, maar iets anders. Hoe zult u ervoor zorgen dat die subsidies op een structurele wijze worden afgebouwd? We kunnen uren discussiëren over een onderbenutting, maar dat is meestal geen structurele besparing. Kunt u mij verzekeren dat u de kredieten van de subsidies die deel uitmaken van de onderbenutting, zult neutraliseren voor alle komende jaren en dat ze nooit meer zullen terugkomen?
Ik begrijp niet goed dat u pas de komende weken zult samenzitten om te bepalen welke subsidies al dan niet zullen worden afgebouwd. Dat stond in uw regeerakkoord en het was al voorzien bij uw initieel traject vanaf 2025. Voor 2026 moet u 50 miljoen besparen op het vlak van subsidies. U begint er dus toch heel laat aan. Ik zie twee problemen. Aan de ene kant is er de onderbenutting voor 2025 en aan de andere kant is er het feit dat de subsidies nog niet concreet geïdentificeerd zijn. Ik kijk wel uit naar de lijst met subsidies zodra die door de werkgroep is opgesteld.
09.05 Jan Bertels (Vooruit): Mijnheer de minister, ik ben in dezen iets positiever dan mevrouw Bertrand.
Ik heb begrepen dat de werkgroep Spending Review – dat zijn mensen die weten hoe ze dat moeten doen – zijn werk zal hebben gedaan tegen mei. Die review zal worden gebruikt in het kader van de begrotingscontroles en we zullen in het kader van de begrotingscontrole bekijken of het bedrag van 49 miljoen voor 2026 dat in de notificaties werd afgesproken, zal worden gehaald of niet. We zullen daarop terugkomen tijdens de begrotingscontrole, maar ik neem aan dat u ervan uitgaat dat u dat bedrag zult halen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
10.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, dat is niet alleen mijn vaststelling, maar ook die van het IMF. Volgens het rapport van het Internationaal Monetair Fonds heeft België in 2025 het grootste begrotingstekort van de eurozone. Daarmee doet dit land het slechter dan Frankrijk, maar ook slechter dan Griekenland, dat zowel voor 2025 als 2026 een begrotingstekort zou optekenen. Voor de jaren 2026 tot 2028 is het IMF negatiever dan het Federaal Planbureau en het Monitoringcomité.
Het gemiddelde begrotingstekort in de eurozone bedraagt 3 % van het bbp, wat overeenstemt met de Europese norm. België zit daar heel ver boven en blijft ook de komende jaren, volgens het IMF, structureel ontsporen.
De cijfers bevestigen eerdere waarschuwingen dat de begroting van de regering-De Wever er bijzonder slecht voor staat en dat structurele hervormingen noodzakelijk zullen zijn. In de beleidsnota Begroting werd reeds erkend dat de Belgische begroting er niet goed voor staat en dat ingrijpende hervormingen nodig zijn om het tekort onder controle te krijgen. Daarnaast stelde het Monitoringcomité recent ook dat bijkomende inspanningen nodig zijn om de Europese uitgavennormen te respecteren. Zelfs als we die respecteren, krijgen we de situatie niet onder controle. Tegelijk beroept de regering zich op de slechte begrotingssituatie om een aantal steunmaatregelen voor gezinnen en bedrijven uit te stellen.
Mijnheer de minister, hoe reageert u op het rapport van het IMF? Hoe verklaart u dat België vandaag het grootste begrotingstekort van de eurozone heeft, ondanks de aangekondigde hervormingen van deze regering? Waarom slagen andere landen er wel in om hun tekort te verminderen, terwijl België verder achteruitgaat? Kijk bijvoorbeeld naar de rechtse regering van mevrouw Meloni, die de situatie wel onder controle krijgt. Kunt u verklaren waaraan de verslechterde prognoses voor de jaren 2026 tot en met 2028 te wijten zijn?
Hoe reageert u op het risico dat kredietbeoordelaars negatief over de Belgische begroting zullen oordelen, met mogelijke gevolgen voor de financieringskosten van onze staatsschuld? Dat was een profetische vraag, want ondertussen is die negatieve beoordeling een feit.
10.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Vermeersch, zoals ik hier altijd heb gezegd, zullen de hervormingen die we doorvoeren natuurlijk een weerslag hebben op onze begroting op de lange termijn. Daar komt boven op dat deze regering vanaf 2025 een aantal aanzienlijke bijkomende uitgaven heeft moeten doen op het vlak van veiligheid.
De begrotingssituatie in 2025 en het recente rapport van het IMF baren mij uiteraard zorgen. In plaats van terug te grijpen naar begrotingstechnisch boekhoudkundig opsmukwerk uit het verleden om koste wat het kost die laatste plaats te vermijden, heeft deze regering voor een andere aanpak gekozen. We kiezen ervoor houdbare overheidsfinanciën op middellange termijn na te streven, eerder dan bijvoorbeeld een voorlaatste plaats te behalen zonder dat vooruitzicht. Wie verder kijkt dan vandaag, ziet dat we fundamenteel de juiste richting uitgaan. Daar moet degelijk begrotingsbeleid ook om draaien. Die ombuiging zullen we moeten versterken bij de komende begrotingsopmaak. In de begrotingscontrole voor het reces hebben we daarover al een aantal duidelijke en bindende afspraken gemaakt.
Een duurzame stabilisatie van de schuldgraad kan natuurlijk alleen door het primaire tekort verder af te bouwen. Dat is de koers die we met deze regering moeten aanhouden.
10.03 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, u verwoordt het mooi. Waar andere regeringen nog trucs uithaalden om die laatste plaats te vermijden, neemt uw regering gewoon die laatste plaats in, zonder blikken of blozen. In essentie verschilt u daarin niet van andere regeringen, behalve dat u die trucs niet toepast.
Wat is uiteindelijk het excuus dat u hanteert? We komen er straks nog op terug bij het rapport van het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Daaruit blijkt duidelijk dat de extra uitgaven voor defensie geen grote rol spelen in het saldo van 2025. Toch zit u al in 2025 bij de slechtste begrotingen van Europa. Laten we dus raden hoe het in de toekomst zal zijn als de defensie-uitgaven wel op kruissnelheid komen.
Mijnheer de minister, het rapport van het IMF is geen detail. Het is een totale afrekening met het begrotingsbeleid van de regering-De Wever. België is niet zomaar een slechte leerling. België is de allerslechtste leerling, slechter dan Frankrijk, slechter dan Griekenland. Dat zegt alles.
U kondigt met uw regering al maanden maatregelen en hervormingen aan, maar in de cijfers zien we het omgekeerde. Het tekort stijgt, de vooruitzichten verslechteren en het vertrouwen van de financiële markten in u en uw regering zakt weg naar een dieptepunt.
Terwijl andere landen hun financiën wel op orde krijgen, blijft België verder wegzinken in een moeras van schulden en tekorten. Dat is geen pech, mijnheer de minister. Dat is het gevolg van duidelijke politieke keuzes en vooral van het gebrek aan politieke keuzes. U schuift de rekening door naar de volgende regering, naar de toekomstige generaties en naar de financiële markten. Die zullen u binnenkort – dat weet u – met de neus op de realiteit drukken. Als de rentes plots stijgen, dan komen we in een vicieuze cirkel terecht. Dan moeten er brutale saneringen gebeuren ten koste van de bevolking. Dat is een scenario dat absoluut vermeden moet worden.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
11.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, uit recent onderzoek blijkt dat het kankermedicijn Keytruda de Belgische gezondheidszorg de voorbije tien jaar een brutobedrag van ongeveer 2,6 miljard euro heeft gekost. Het geneesmiddel wordt terugbetaald voor verschillende indicaties en vertegenwoordigt een aanzienlijk aandeel in de totale geneesmiddelenuitgaven van het RIZIV.
Hoewel er door de overheid vertrouwelijke prijsafspraken en kortingen werden onderhandeld met de fabrikant, blijven de exacte netto-uitgaven en voorwaarden van die overeenkomsten onbekend voor het Parlement en het brede publiek. Tegelijk wijzen experten op structurele problemen zoals stijgende uitgaven voor oncologische behandelingen, onzekerheid over de klinische meerwaarde in bepaalde indicaties en het toenemende gebruik van vertrouwelijke contracten in het geneesmiddelenbeleid.
Die evolutie roept vragen op over de budgettaire houdbaarheid van het geneesmiddelenbeleid, de rol van de minister van Begroting bij de goedkeuring van dergelijke dossiers en de mate van democratische controle op de uitgaven, in een context waarin de federale begroting al onder zware druk staat. Binnen de huidige procedure moet een farmaceutisch bedrijf dat zijn geneesmiddel wil laten terugbetalen, eerst een aanvraag indienen bij de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen, die deel uitmaakt van het RIZIV. Het dossier wordt vervolgens onderworpen aan een budgettaire toets door de Inspectie van Financiën en vereist bovendien het expliciete akkoord van de minister van Begroting. Pas nadat die stappen zijn doorlopen, ligt de uiteindelijke beslissing over de terugbetaling bij de minister van Sociale Zaken.
Welke rol speelt u concreet bij de goedkeuring van terugbetalingsdossiers voor dure geneesmiddelen zoals Keytruda, en op basis van welke budgettaire criteria geeft u al dan niet uw akkoord? Hoe evalueert u de impact van dergelijke uitgaven op de houdbaarheid van de federale begroting op middellange en lange termijn, in het bijzonder gelet op de stijgende kosten in de gezondheidszorg?
Overweegt de regering maatregelen om de budgettaire risico's van dergelijke contracten beter te beheersen, bijvoorbeeld via strengere voorwaarden inzake bewezen effectiviteit of via bilaterale samenwerking inzake prijszetting? Bent u van oordeel dat het huidige systeem van vertrouwelijke prijsafspraken voldoende transparant en controleerbaar is voor het Parlement? Zo ja, hoe wordt die controle concreet georganiseerd?
11.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Vermeersch, zoals u weet, wordt het gezondheidsbudget jaarlijks vastgelegd door de regering. Heel eenvoudig uitgelegd gaat het om het bedrag van het gezondheidsbudget van het voorgaande jaar, met daarop de indexering en de groeinorm toegepast. Binnen dat budget is er ook een partiële begrotingsdoelstelling farmaceutische verstrekkingen. Dat is de uitgavenpost inzake alle door het RIZIV terugbetaalde geneesmiddelen.
Er wordt geconstateerd dat het aandeel van het partiële budget voor de farmaceutische verstrekkingen in de voorbije jaren steeds groter werd binnen het gezondheidsbudget. Om ervoor te zorgen dat het geneesmiddelenbudget niet disproportioneel zou blijven groeien, heeft de regering beslist om dat vast te leggen op maximaal 17,3 % van het totale gezondheidsbudget. Zo wordt er voor het eerst een gesloten meerjarenbudget voor de farmaceutische verstrekkingen gecreëerd. Verder blijven ook bestaande beheersingsmechanismen gelden, zoals de zogenaamde clawback, die geactiveerd wordt zodra de partiële begrotingsdoelstelling voor farmaceutische verstrekkingen wordt overschreden. Het spreekt voor zich dat de terugbetaling van bepaalde dure geneesmiddelen steeds een impact zal hebben op het nog beschikbare geneesmiddelenbudget. Er moeten vaak moeilijke keuzes gemaakt worden.
Met betrekking tot de procedure voor de terugbetaling van de geneesmiddelen verwees u in uw vraag terecht naar de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen. De procedure voor de terugbetaling van geneesmiddelen start vóór de indiening van een dossier bij de CTG.
Allereerst dienen de betrokken firma’s een dossier in te dienen bij de FOD Economie. Het is de Prijzencommissie van de FOD Economie die een advies uitbrengt omtrent een correcte prijszetting voor het geneesmiddel aan de minister van Economie. De minister van Economie kan op basis van dat advies een beslissing nemen. De vastgestelde prijs is een maximumprijs die als referentieprijs wordt gebruikt in de verdere procedure binnen de CTG.
De CTG speelt een cruciale rol in de terugbetalingsprocedure en is samengesteld uit vertegenwoordigers van alle betrokken stakeholders, zoals de verzekeringsinstellingen, de geneesmiddelenindustrie, de artsen en de apothekers, alsook de vertegenwoordigers van de minister van Begroting en de minister van Sociale Zaken. De vertegenwoordigers van de minister van Begroting en van de minister van Sociale Zaken hebben slechts een raadgevende stem in dit orgaan.
Het is de CTG die een advies formuleert op basis van de beschikbare gegevens inzake de werkzaamheid, de gebruiksvriendelijkheid, de bijwerkingen van al dan niet nieuwe geneesmiddelen, maar ook de meerwaarde ten aanzien van wat al beschikbaar is op de markt, alsook de kostprijs en de kostenefficiëntie. De minister van Begroting formuleert dan op basis van het advies van de CTG, van de Inspectie van Financiën en van vertegenwoordiger van de minister van Begroting in de CTG een akkoord, een voorwaardelijk akkoord of een niet-akkoord bij dat voorstel. Daarnaast zijn er de tijdelijke terugbetalingen van innovatieve geneesmiddelen onder conventie of de zogenaamde contractgeneesmiddelen.
Het klopt dat de inhoudelijke discussie binnen de procedures voor de tijdelijke terugbetaling van die contractgeneesmiddelen op heden weinig transparant is. Dat is echter de prijs die we betalen voor het afdingen van kortingen op de nieuwe geneesmiddelen bij de fabrikanten, net als de eventuele compensatiemechanismes. Het is een praktijk die ook in onze buurlanden toegepast wordt.
Ik wil benadrukken dat het hier steeds om tijdelijke terugbetalingen gaat, waarbij duidelijke afspraken worden gemaakt over de gegevensverzameling en -analyse om de doeltreffendheid van het geneesmiddel te monitoren en er dus ook steeds een herziening ingepland wordt. Bij die herziening wordt dan onder andere bekeken of het geneesmiddel effectief is en wat de reële impact is op het geneesmiddelenbudget. Op basis van die evaluatie kan dan bekeken worden of het geneesmiddel niet langer terugbetaald wordt, nog een periode tijdelijk terugbetaald wordt of definitief ingeschreven wordt en dus niet langer onder contract valt.
Wat de transparantie en de controlebevoegdheid van het Parlement in dezen betreft, verwijs ik naar de wet van 4 mei 2020 die het mogelijk maakt dat de Kamerleden onder bepaalde voorwaarden specifieke analyses van artikelen 111, 112 en 113-conventies kunnen vragen aan het Rekenhof. Het Rekenhof kan in die gevallen toegang krijgen tot de conventies en daarover rapporteren aan het Parlement, zonder weliswaar de vertrouwelijkheid van de conventie te schenden.
11.03 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, u vraagt inspanningen van de burger en u zult er in de komende maanden nog veel meer vragen. U spreekt over budgettaire discipline, maar toch worden in dit land miljardencontracten afgesloten met, laat mij eerlijk zijn, onvoldoende transparantie. Niemand betwist dat die medicijnen levens kunnen redden, integendeel, dat is een goede zaak en dat steunen we ook, laat daar geen twijfel over bestaan, maar het is belangrijk dat elke euro die daaraan wordt besteed, verantwoord wordt besteed.
U hebt het proberen uit te leggen, maar het blijft een zeer complex systeem, waarbij onzekerheid blijft bestaan. Prijzen zijn geheim en het is de belastingbetaler die uiteindelijk het gat moet dichtrijden. We pleiten voor het hanteren van meer transparantie en duidelijkheid.
Ik dank u alvast voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik ga het nog eens nalezen, want het was zeer uitvoerig.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
12.01 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, le gouvernement utilise souvent l'excuse de l’impact des crises sur le budget pour atténuer sa responsabilité dans l’accentuation du déficit. Selon le premier ministre, il n’y aurait plus d’argent pour aider les ménages et les travailleurs face à cette crise et à la flambée des prix.
Monsieur le ministre, quel est l’impact de la crise sur les recettes, les dépenses et sur notre solde? Avez‑vous évalué l'impact sur l’activité économique et sur l’emploi? Pourriez‑vous transmettre les évaluations réalisées au sein du gouvernement concernant l’impact de la crise face à l’explosion des coûts supportés par les ménages et les travailleurs? Allez‑vous, en tant que vice‑premier ministre et ministre du Budget, défendre ou déposer des propositions sur la table du gouvernement afin d’aller chercher de nouvelles recettes et de financer des mesures de soutien à la population?
12.02 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, over de begrotingsmaatregelen naar aanleiding van de energiecrisis is er de afgelopen weken en maanden heel wat inkt gevloeid. Uit ramingen van de FOD Financiën blijkt dat de btw-inkomsten via de hogere prijzen aan de pomp in maart en april 42 miljoen euro extra opleverden voor de begroting. Hoewel de regering stelt dat de energiecrisis globaal een negatieve impact heeft op het primair saldo, blijkt uit die ramingen van de FOD Financiën dat er op korte termijn wel degelijk bijkomende inkomsten zijn via indirecte belastingen.
Kunt u bevestigen dat de federale overheid op korte termijn effectief ongeveer 42 miljoen euro extra btw-inkomsten genereert uit die gestegen brandstofprijzen?
Bent u voorstander van het teruggeven van die middelen via bijkomende maatregelen?
Heeft de regering een volledige impactanalyse gemaakt van de maatregelen op het begrotingstekort, inclusief gedragseffecten zoals een daling van het brandstofgebruik?
Uit een advies van de Nationale Bank, het Federaal Planbureau en het Monitoringcomité zou blijken dat de energiecrisis op korte termijn enkele tientallen miljoenen euro aan meerinkomsten genereert voor de schatkist. De FOD Financiën raamt op zijn beurt de extra btw-inkomsten uit de verkoop van diesel en benzine op 42 miljoen euro voor de maanden maart en april, terwijl voor stookolie de meerinkomsten 30 miljoen euro zouden bedragen.
Volgens de VRT en adviesverlenende instanties zou de overheid 15 tot 45 miljoen euro extra btw-inkomsten kunnen ontvangen door de verhoogde brandstofprijzen. Hoe verhoudt die raming zich tot de 42 miljoen euro die volgens de FOD Financiën in maart en april zou worden gerealiseerd?
Kunt u de raming van 15 tot 45 miljoen euro toelichten? Wat verklaart de grote spreiding tussen die bedragen? Wat zijn de onderliggende assumpties van die raming? Welke evolutie verwachten we van de prijzen en het consumptiepatroon? Wat verwachten die adviesverlenende instanties concreet voor de volgende maanden?
Bevat het advies ook ramingen voor de meer- of minderontvangsten uit belastingen op aardolie- en energieproducten? Zo ja, kunt u die toelichten?
Verder berichtte de VRT dat er bij een daling van het brandstofgebruik met 5 % al sprake zou zijn van minderopbrengsten in de btw. Die stelling werd toegeschreven aan een zogenaamde bron. Hebben de adviesverlenende instanties de gedragseffecten in kaart gebracht? Kunt u toelichten hoe het advies op dat punt luidt?
Kunt u ook verduidelijken wat de precieze budgettaire impact zou zijn van een daling van het brandstofverbruik met 5 %? In welke mate is zo’n daling te verwachten en welke budgettaire impact zou die hebben?
Tot slot, mijnheer de minister, is er nog een verontrustender probleem, namelijk een mogelijke schaarste aan kerosine. Volgens ramingen van het Internationaal Energieagentschap zou Europa over zes weken – dus tegen eind mei – kampen met een tekort aan kerosine.
Binnen België zou er voorlopig nog geen probleem zijn, onder meer door de aanwezigheid van een NAVO-pijpleiding die de luchthaven van Zaventem verbindt met grote raffinaderijen in Antwerpen en Rotterdam, aldus een luchtvaarteconoom. Een tekort aan kerosine in landen als Spanje en Griekenland zou er evenwel toe kunnen leiden dat luchtvaartmaatschappijen aan bunkering doen, waarbij ze in landen als België extra brandstof aan boord nemen. Dat heeft tot gevolg dat er, ter compensatie van het extra gewicht, minder capaciteit beschikbaar is voor passagiers en bagage.
Bovendien hebben de stijgende prijzen en de beperkte voorraden in andere landen vandaag al een impact op de sector. Zo schrapte de Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM al 160 vluchten, omdat die niet langer rendabel zouden zijn door de toegenomen brandstofkosten. Lufthansa, waartoe Brussels Airlines behoort, kondigt op haar beurt aan de activiteiten van dochteronderneming CityLine volledig stop te zetten en 27 vliegtuigen buiten dienst te stellen. De moedermaatschappij zelf zou ook overwegen om 40 oudere toestellen buiten dienst te stellen.
Ook de topman van Ryanair waarschuwde dat tot een kwart van hun vluchten in gevaar zou komen, als de Straat van Hormuz eind april nog steeds geblokkeerd is. Dat is dus een niet te onderschatten probleem, mijnheer de minister.
Kunt u toelichten wat volgens u de budgettaire impact zou zijn van een kerosineschaarste in Europa? Kunt u verduidelijken wat de economische impact zou kunnen zijn? Wat is de geraamde impact van mogelijk geschrapte vluchten op de opbrengsten uit onder meer de inschepingstaks?
Welke impact zal die kerosineschaarste hebben op de 37 miljoen euro die volgens de begrotingsnotificaties van 14 februari 2025 bijkomend moest worden gerealiseerd via de verhoging van de inschepingstaks? Wat is de geraamde impact van de kerosineschaarste op de inkomsten uit accijnzen op kerosine?
Ik kijk uit naar uw antwoorden, mijnheer de minister.
12.03 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer de voorzitter, collega’s, velen onder u hebben vragen gesteld over de inhoud van de nota van de FOD Financiën. Het zal u niet verbazen dat ik dat graag overlaat aan mijn collega, minister van Financiën Jambon.
Dat de bedragen verschillen, hoeft niet te verbazen. De eventuele meeropbrengst hangt immers ook af van de geldende prijs aan de pomp, de mogelijke gedragseffecten en andere factoren.
Le Comité de monitoring, la Banque nationale et
le Bureau fédéral du Plan indiquent eux aussi qu'une grande incertitude règne
encore quant aux hypothèses à retenir. Pour cette raison, on envisage différents
scénarios.
Ook ik kan dus vandaag geen concreet cijfer geven van de budgettaire impact van een mogelijke kerosineschaarste, mijnheer Vermeersch.
Het klopt evenwel – dat blijkt uit cijfers van de FOD Economie – dat de bevoorrading van kerosine inderdaad het meest problematisch is, gelet op de relatief hoge importquote van jet fuel/kerosine naar de Europese Unie vanuit de Golfregio.
In de huidige budgettaire en geopolitieke context heeft de regering beslist om eventuele steun te beperken tot personen die geconfronteerd worden met stijgende kosten voor woon-werkverkeer, alsook tot de kwetsbaarste huishoudens. Daarbij zullen alleen de tijdelijk verhoogde fiscale ontvangsten worden ingezet. We moeten er daarbij voor zorgen dat mensen die werken en een wagen nodig hebben, ondersteund worden en dat aan de basisnoden kan worden voldaan zonder de budgettaire situatie verder te verslechteren.
Parallèlement aux mesures de soutien, des mesures supplémentaires sont en cours d'élaboration afin de modérer la demande en énergie dans la mesure du possible et de renforcer et de diversifier l'offre de manière structurelle. La Belgique va également se pencher sur la panoplie d'instruments que la Commission européenne est en train de mettre au point concernant les prix de l'énergie.
De precieze maatregelen worden, zoals u weet, vanavond besproken op de kern en in de schoot van de regering. Zodra er daar meer duidelijkheid over is, zullen we er hier ongetwijfeld ook nog op terugkomen.
12.04 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos éléments de réponse.
Vous invoquez l'impact des crises, mais sans donner une évaluation claire et transparente sur les recettes. J'entends que vous avez des prochaines réunions qui permettront peut-être d'avoir des informations qui reviendraient vers le Parlement. Nous insistons pour que les évaluations soient réalisées au sein du gouvernement et soient transmises au Parlement afin de disposer d'une base objective et complète en la matière.
12.05 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, doordat u niet kunt zeggen wat de exacte begrotingsimpact is van de extra inkomsten in maart en april van deze crisis, stellen we vast wat we ook al tijdens de vorige legislatuur hebben vastgesteld toen u minister van Financiën was. U hebt eigenlijk geen actueel zicht op uw inkomsten. U vaart in dat opzicht blind. U beschikt over te weinig tools en middelen om die inkomsten maand na maand te monitoren. Dat probleem is al jaren gekend in dit land. Wanneer zich een belangrijke geopolitieke schok voordoet, zien we dat u niet in staat bent die correct in te schatten en er adequaat op te reageren.
Dat brengt mij bij mijn tweede punt. Uw regering, de regering-De Wever, blijft talmen met al die steunmaatregelen. Er worden voortdurend vergaderingen van het kernkabinet aangekondigd waarin beslissingen zouden worden genomen, maar er worden helemaal geen beslissingen genomen. Tot vandaag hebben we nog geen enkele maatregel gezien, terwijl heel wat andere Europese landen al lang ingrijpende beslissingen hebben genomen. Uw regering is op dat vlak bijzonder traag. Ik verwijs naar Italië, Hongarije, Ierland, Frankrijk, Oostenrijk, Griekenland, Portugal, Kroatië, Australië, Polen, Zweden, Slovenië, Cyprus en Duitsland. Al die landen hebben ondertussen maatregelen genomen, maar niet België, niet de regering-De Wever.
De mensen zien de prijzen aan de pomp exploderen. De mensen zien de prijs exploderen wanneer ze stookolie moeten bijvullen. Voor de ministers van deze regering, voor de leider van deze regering, de premier, lijkt dat allemaal nog wat extra tijd te mogen vergen. Er is blijkbaar geen haast. Vlaams Belang wil dat dit land een voorbeeld neemt aan de andere Europese landen waar wel maatregelen worden genomen. Neem bijvoorbeeld Duitsland, waar men gedurende twee maanden de accijnzen op diesel en benzine structureel verlaagt. Waar wacht u eigenlijk nog op, mijnheer de minister?
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
13.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, ik had gehoopt dat meer collega’s aandacht zouden hebben voor wat zich dit weekend heeft voorgedaan, zeker in onze commissie. Wat er op vrijdag 17 april is gebeurd, mag niet worden onderschat. Kredietbeoordelaar Moody’s heeft de Belgische langetermijnrating verlaagd van Aa3 met negatieve vooruitzichten naar A1 met stabiele vooruitzichten. De voornaamste aanleiding is dat de schuldgraad gestaag blijft toenemen, ondanks de maatregelen van de regering. Het ratingagentschap wijst daarbij ook op de vergrijzingskosten en de toegenomen defensie-uitgaven als belangrijke uitdagingen.
Mijnheer de minister, hoe reageert u op de ratingverlaging? Acht u de beoordeling terecht? Wat is volgens u de impact van de verlaging op de houdbaarheid van de schuld? Wat zal de impact zijn op de rendementen en de couponrentes van staatsobligaties? Hoe verhoudt die rating zich tot de beoordeling door andere agentschappen? Verwacht u een verdere verlaging door Standard & Poor’s? En hoe verhoudt de rating zich tot die van de deelstaten? Zal Vlaanderen mee de gevolgen dragen en dus mogelijk een lagere rating krijgen en hogere financieringskosten ondervinden? Wanneer vond de laatste gegevensuitwisseling plaats tussen de regering en haar kabinetten en de kredietbeoordelaars?
In de uitgebreide toelichting stelt Moody’s bovendien dat deze regering "niet in staat zal zijn om voldoende maatregelen te nemen om de overheidsschuld te stabiliseren." Ze hebben dus heel veel vertrouwen in u en uw regering. Verder wordt gewezen op de combinatie van bescheiden groeivooruitzichten op middellange termijn en stijgende interestvoeten, waardoor de schuld zelfs in periodes van economische stabiliteit zou blijven toenemen, tenzij de budgettaire consolidatie sterker wordt opgevoerd dan politiek haalbaar wordt geacht.
Meent u dat de regering wel in staat is om de overheidsschuld te stabiliseren? Zo ja, met welke maatregelen en binnen welke termijn? Wat verstaat u onder een stabilisering van de schuld en wat is uw streefdoel? Hoe reageert u op de stelling dat er zelfs in een stabiele economische context een rentesneeuwbaleffect dreigt?
Daarnaast wijst Moody’s op belangrijke risico’s op tegenvallers, zoals een nieuwe energieschok of een aanhoudend conflict in het Midden-Oosten. Wat de institutionele structuur van ons land betreft, stelt het agentschap het volgende: "The fiscal challenge facing Belgium now appears to exceed the political and institutional capacity available to address it. Fiscal pressures have raised the adjustment required to stabilize debt beyond what the current system appears able to deliver. The government has enacted a substantial and politically difficult reform package, but the measures still fall short of what would be needed to stabilize debt and likely represent close to the maximum feasible consolidation this coalition can achieve." Dat is een belangrijk citaat, vandaar dat ik het bracht in de originele taal, mijnheer de minister.
Hoe reageert u op de stelling dat de budgettaire uitdagingen de politieke en institutionele capaciteit van dit land overstijgen? Acht u institutionele hervormingen aangewezen? Zo ja, welke, bijvoorbeeld met betrekking tot de bijzondere financieringswet? Hoe reageert u op de kritiek dat de al genomen maatregelen onvoldoende zijn voor de noodzakelijke budgettaire consolidatie? Hoe beoordeelt u de stelling dat er binnen de coalitie nauwelijks bijkomende maatregelen politiek haalbaar zijn?
13.02 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, l’agence de notation Moody’s a annoncé la dégradation de la notation financière de la Belgique. L’avis de Moody’s précise que "le processus budgétaire de fin d’année 2025 a mis en évidence les limites d’un assainissement budgétaire politiquement possible". L’agence de notation le dit poliment, mais cette dégradation constitue en soi un signal supplémentaire de la mauvaise gestion de ce gouvernement en matière de finances publiques. Cette dégradation est aussi le résultat de déclarations contradictoires, de mauvaises estimations du gouvernement, d’objectifs annoncés puis abandonnés après moins d’un an, ainsi que d’un manque de coordination et de soutien entre les entités. Cette dégradation ne tient pas seulement aux résultats financiers, elle résulte aussi, me semble-t-il, de la mauvaise gestion de ce gouvernement.
Monsieur le ministre, quel est l’impact de cette dégradation sur nos budgets et nos charges d’intérêts? Quel est l’impact estimé sur notre trajectoire budgétaire? Quel est l’impact sur notre accès au marché, sachant que le fédéral risque d’avoir accès à moins d’investisseurs? Un impact sur le spread est-il déjà envisagé par l’Agence Fédérale de la Dette? Pourriez-vous faire le point sur l’état d’avancement du financement de l’année 2026? Avez-vous, en collaboration avec le ministre des Finances, mandaté l’Agence Fédérale de la Dette pour adapter la stratégie de financement? Quels seront les impacts sur les entités fédérées? Enfin, comptez-vous réunir prochainement, en collaboration avec le ministre des Finances, la Conférence interministérielle (CIM) Budget et Finances, afin d’évoquer l’accès au financement des différentes entités?
13.03 Minister Vincent Van Peteghem: De verlaging van de kredietbeoordeling voor België door Moody's van Aa3 naar A1 nemen we uiteraard ernstig. Een kredietbeoordeling vormt immers een belangrijke externe evaluatie van de begrotingssituatie en van de economische vooruitzichten van een land. Pijnpunten waarop Moody’s wijst, moeten we dus ernstig nemen.
Een moeizaam verloop bij de aanpak van de budgettaire uitdagingen, zoals bij de begrotingsopmaak van 2026, moeten we absoluut vermijden. In oktober moet hier een ambitieuze begrotingsopmaak voor 2027 voorliggen die de uitdagingen verder aanpakt. Met het afronden van de begrotingscontrole voor Pasen hebben we de werkzaamheden voor die begrotingsopmaak ook aangevat.
Ik doe een oproep om de komende weken en maanden onze kostbare tijd nuttig te gebruiken. Het rapport wijst ook op de institutionele complexiteit van ons land en op de nood aan een betere begrotingscoördinatie tussen de verschillende beleidsniveaus. Dat is exact de reden waarom deze regering stappen heeft gezet om die samenwerking te versterken met het zojuist besproken samenwerkingsakkoord en waarom we dat werk de komende maanden voortzetten.
Moody’s bevestigt ook dat het akkoord de goede richting uitgaat, maar geeft aan dat het nieuwe akkoord nog niet in de praktijk getest is. Het is aan ons om dat de komende jaren te bewijzen.
We delen uiteraard de analyse dat de begrotingsuitdagingen aanzienlijk zijn. Tegelijk toont het rapport van Moody’s duidelijk aan dat een geloofwaardig en voortgezet begrotingsbeleid kan leiden tot een verbetering van de rating. In het rapport staat expliciet dat voldoende sterke inspanningen, gecombineerd met structurele hervormingen die de groei versterken en een betere samenwerking tussen de beleidsniveaus, een positieve druk op de rating kunnen uitoefenen.
De boodschap is dus duidelijk. De begrotingsuitdagingen zijn reëel en moeten ernstig worden genomen, maar tegelijk bevestigt Moody’s de fundamentele sterkte en veerkracht van onze economie, onze betrouwbare marktoegang en onze sterke institutionele basis.
Deze regering moet dan ook vastberaden blijven om de overheidsfinanciën verder te versterken, de groei te ondersteunen en de schulden op middellange termijn te stabiliseren. Dat is niet alleen nodig voor de kredietbeoordelaars, maar vooral in het belang van de economische stabiliteit, de houdbaarheid van onze welvaartsstaat en de toekomstige generaties, zodat het ook voor hen morgen effectief beter wordt.
13.04 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, uw optimisme siert u, maar is in deze context totaal misplaatst. Moody’s ziet geen politieke uitweg meer voor het probleem. Dat staat in het rapport, als u het goed leest. Dat is ook wat ik in mijn vraagstelling heb aangehaald. Dat is natuurlijk geen detail, mijnheer de minister, maar een duidelijk alarmsignaal. Dit is geen technische oefening, maar een afstraffing van een jarenlang Belgisch begrotingsbeleid. De financiële markten geloven uw regering en haar praatjes duidelijk niet meer. Moody’s zegt wat iedereen ziet: dit land en deze regering zitten politiek vast en kunnen niet meer leveren wat nodig is. Dit is een downgrade van België, een downgrade van uw beleid en een downgrade van de regering-De Wever.
13.05 Frédéric Daerden (PS): Monsieur le ministre, vous évoquez qu'il n'y a pas ou peu d'estimations des impacts à ce jour et qu'il n'y a pas encore de réelles incidences significatives de cette évolution de la notation. Je pense néanmoins que la dégradation de la note de la Belgique par Moody’s est un signal préoccupant; vous l'évoquez d'ailleurs quelque peu en disant que vous prenez la chose au sérieux. Je pense aussi que cela doit évidemment avoir des effets sur la crédibilité de la trajectoire budgétaire à revoir.
Het incident
is gesloten.
L'incident est
clos.
14.01 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de voorbije week is er heel wat te doen geweest over de antidronemaatregelen die begin november 2025 werden genomen. Ze stonden in de eerste week van november 2025 in de Kamer geagendeerd en nadien ook op de ministerraad.
Via de pers hebben we vernomen dat de Inspectie van Financiën een negatief advies had afgeleverd. In De Tijd van donderdag 16 april konden we bovendien lezen dat u als minister van Begroting eveneens een negatief advies had gegeven voor het dossier, maar dat de ministerraad uw advies heeft overruled.
Mijnheer de minister, daarom heb ik een aantal vragen over de data van de adviezen, zowel van u als van de Inspectie van Financiën.
Wat waren de centrale argumenten van uw begrotingsadvies? Wat waren de tegenargumenten van Defensie daarop? Op welke basis heeft de ministerraad uiteindelijk beslist om uw begrotingsadvies naast zich neer te leggen?
Kunt u bevestigen dat de sluiting van de luchthaven van Zaventem op 4 november 2025, dus exact tijdens die week, en de beelden van drones die achteraf een politiehelikopter bleken te zijn, geen rol hebben gespeeld in het besluit van de ministerraad?
Voor drie vragen verwijs ik naar de tekst zoals ingediend, omdat ik anders niet binnen de spreektijd zal kunnen blijven.
Er is vorige week ook een interne audit aangekondigd door de minister van Defensie over de procedure zelf. Als ik het juist heb, valt die audit onder uw bevoegdheid.
Heeft de Federale Interne Audit die vraag tot audit al gekregen? Wat is de inhoud van de vraag? Zal de dienst daarop ingaan? Wat zal de scope zijn? Wat is de vraagstelling? Welke timing wordt voorzien? Op welke manier zullen het Rekenhof en de Inspectie van Financiën worden betrokken?
Tot slot heb ik nog een algemenere, globale vraag over het protocol tussen Defensie en Begroting/Inspectie van Financiën.
U stelde eind februari tijdens de begrotingsbespreking op vraag van mijn collega Dieter Vanbesien dat de onderhandelingen over een dergelijk protocol nog lopen, maar dat naar een akkoord wordt toegewerkt.
Wat is de stand van zaken? Wanneer wenst u te landen? Hoeveel vergaderingen hebben al plaatsgevonden over het protocol? Hoe ver staan we op dit moment? Op welk niveau wordt het protocol onderhandeld? Wat zijn de knelpunten?
Ik herhaal dat ik in globo ook verwijs naar de tekst van mijn vragen zoals ingediend.
14.02 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de voorzitter, uit de recente reportage van het VRT-programma Pano blijkt dat de federale regering eind vorig jaar een contract ter waarde van ongeveer 50 miljoen euro voor een dronedetectiesysteem heeft toegekend aan het bedrijf Senhive zonder klassieke aanbestedingsprocedure. Volgens de beschikbare informatie zou er bovendien sprake zijn geweest van negatieve adviezen, zowel van de Inspectie van Financiën als van de minister van Begroting. Die adviezen zouden door de ministerraad naast zich neergelegd zijn. Tegelijk stelt de regeringspartij cd&v in de pers dat de regering werkt aan een budgettair afsprakenkader voor defensie-uitgaven.
Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat u een negatief advies hebt gegeven over dit contract van 50 miljoen euro? Wat waren de concrete budgettaire en procedurele bezwaren? Op basis van welke argumenten heeft de ministerraad uiteindelijk beslist om zowel het advies van de Inspectie van Financiën als uw advies naast zich neer te leggen? Hoe verhoudt die beslissing zich tot de noodzaak om de overheidsfinanciën onder controle te houden en zorgvuldig om te gaan met belastinggeld? Wat is het beoogde doel en de beoogde inhoud van het afsprakenkader? Tegen wanneer moet het afsprakenkader zijn overeengekomen? Welke garanties bestaan er dat toekomstige defensieaankopen zullen plaatsvinden binnen een transparant en budgettair verantwoord kader, zeker in het licht van het aangekondigde afsprakenkader met Defensie? Hoe wordt vermeden dat uitzonderingsprocedures, zoals het ontbreken van een aanbesteding, de regel worden in het kader van de sterk stijgende defensie-uitgaven in de komende maanden en jaren?
Mijnheer de minister, tijdens de bespreking van de begroting voor 2026 was er in onze commissie discussie over de mate waarin de regering het specialiteitsbeginsel naleefde bij de opmaak van de begroting.
Het Rekenhof maakte daarover een uitgebreide analyse in zijn commentaar bij de ontwerpbegrotingen, waarin het stelde dat dit beginsel voor de secties 'landverdediging', 'justitie' en 'federale politie' aanzienlijk werd verzwakt. Door de aantasting van dat beginsel zou het voor het Parlement onmogelijk worden om voorafgaande controle uit te oefenen op de door de regering beoogde bestedingen. Ook bevestigde het Rekenhof dat de aanwending van provisionele kredieten in dat opzicht problematisch blijft. Ondanks de kritiek was de regering van oordeel dat het niet noodzakelijk was de bepalingen te schrappen die een vergaande herbestemming van kredieten mogelijk maken en zodoende het specialiteitsbeginsel te eerbiedigen.
Mijnheer de minister, hoe kijkt u naar de kritiek van het Rekenhof over de naleving van het specialiteitsbeginsel in het licht van deze Pano-reportage? Vindt u dat het Parlement, en in het bijzonder de commissie voor Financiën en Begroting, een voldoende voorafgaande toetsing heeft kunnen uitvoeren van de omstreden defensie-uitgaven?
Gelooft u dat de transparantie ten aanzien van het Parlement, in het licht van deze reportage, moet worden verhoogd? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Hoe kijkt u naar de kritiek op het Defensieplan en op de strategische visie voor Defensie, die te veel ruimte zou laten voor het verschuiven van uitgaven?
Meent u dat een striktere en nauwkeurigere planning nodig is voor defensie-investeringen? Zult u dat ook op de ministerraad brengen?
14.03 Minister Vincent Van Peteghem: Mijnheer Aerts, mijnheer Vermeersch, het advies van de Inspectie van Financiën werd afgeleverd op 22 oktober 2025. Vervolgens werd mijn niet-akkoord uitgebracht op 6 november 2025. In dat niet-akkoord werden verschillende aandachtspunten benadrukt. In de eerste plaats werd gewezen op de algemene risico’s verbonden aan het plaatsen van een opdracht zonder mededinging en zonder voorafgaande marktbevraging. Daarnaast werd onderstreept dat de marktconformiteit van de prijzen moest worden aangetoond via een degelijke prijscontrole. Tot slot werd gevraagd dat binnen Defensie bijkomende maatregelen zouden worden genomen om de zorgvuldigheid en de robuustheid van de aankoopprocedures te verzekeren.
Defensie motiveerde het gebruik van onderhandelingsprocedures zonder voorafgaande bekendmaking door te verwijzen naar artikel 25 §1, lid e, van de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten voor Defensie en veiligheid, met name het bestaan van een militaire crisis. Daarnaast werd verwezen naar artikel 25 §1, lid g, van dezelfde wet, dat betrekking heeft op het bestaan van exclusieve rechten. Volgens Defensie ging het om noodzakelijke noodmaatregel om de Belgische verdedigingspositie te versterken in een verslechterde veiligheidscontext.
De ministerraad besliste uiteindelijk om het niet-akkoord niet te volgen op basis van de civiele en militaire risico’s die werden toegelicht, onder meer tijdens een vertrouwelijke briefing van de Nationale Veiligheidsraad. Daarbij werd door Defensie eveneens aangegeven dat het niet de bedoeling was om die werkwijze structureel te veralgemenen. Defensie engageerde zich bovendien om rekening te houden met de opmerkingen van de Inspectie van Financiën en om in de toekomst de nodige verbeteringen aan te brengen.
Inzake de mogelijke impact van de sluiting van de luchthaven van Zaventem op 4 november en de mediaberichten over drones boven de luchthaven op 5 november, kan worden gesteld dat de regering haar beslissing heeft genomen op basis van de civiele en militaire risico’s, zoals toegelicht tijdens de vertrouwelijke briefing binnen de Nationale Veiligheidsraad. Over de inhoud van de voorbereidende vergaderingen en de notulen van de ministerraad kan in dit kader geen verdere toelichting worden gegeven, maar de beslissing werd genomen in het licht van de bredere veiligheidscontext.
Om uitvoering te geven aan het regeerakkoord werd intussen een werkgroep opgericht met vertegenwoordigers van de Inspectie van Financiën, de defensiestaf en de betrokken beleidscellen. Die werkgroep heeft als doel de administratieve en begrotingscontrole te moderniseren en te versterken.
Tot op heden werden vier formele vergaderingen georganiseerd. De onderhandelingen vinden plaats tussen de betrokken administraties en de beleidscellen binnen dit kader. De werkzaamheden van de werkgroep steunen in het bijzonder op artikel 17 van het koninklijk besluit van 20 mei 2022. Daarnaast zijn er uiteraard verschillende andere wetten en besluiten die de algemene administratieve en begrotingscontrole regelen, die bij de uitwerking van een nieuw protocol in rekening moeten worden gebracht.
De werkgroep staat uiteraard voor een complexe evenwichtsoefening. Enerzijds vereist de verslechterde veiligheidscontext dat Defensie snel en reactief kan handelen. Anderzijds brengt de aanzienlijke groei van de defensie-uitgaven de noodzaak met zich mee om de controlemechanismen te versterken. Het gaat daarbij zowel om interne als externe controles en zowel om ex-ante- als ex-postcontroles.
De kern van het toekomstige protocol moet dan ook bestaan uit het moderniseren van de controleprocedures, met bijzondere aandacht voor het evenwicht tussen snelheid en zorgvuldigheid. Daarbij kunnen onder meer aspecten zoals drempelbedragen, behandelingstermijnen en prijzencontrole worden bekeken. Die elementen maken deel uit van lopende besprekingen en zijn dus ook nog niet finaal vastgelegd.
Voor de begrotingsspecialiteit sluit ik mij aan bij de analyse van het Rekenhof. De begrotingsspecialiteit blijft een fundamenteel principe van het begrotingsbeheer. Het gebruik van provisies en herverdelingen moet zo veel mogelijk worden beperkt, zodat de transparantie en de parlementaire controle over de begroting maximaal gewaarborgd kunnen blijven.
14.04 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, dank u voor het antwoord op twee van mijn drie vragen. Een antwoord op mijn vragen over de audit heb ik volledig gemist.
14.05 Minister Vincent Van Peteghem: Dat is een opdracht die bij de minister van Defensie ligt en die aan de FIA zal worden gegeven.
14.06 Staf Aerts (Ecolo-Groen): Goed, dan zal ik de minister van Defensie daarover ondervragen.
Ik denk dat het heel belangrijk is om die controles niet te zeer te versoepelen, want controle is maximaal nodig. Het gaat nu over een dossiertje van 50 miljoen euro. Het komende jaar gaat het over 11 miljard euro. Dat zijn gigantische bedragen. Dan hebben we het nog niet over wat er de jaren nadien op ons afkomt. Die controle is dus cruciaal. Dat is nu wel gebleken. We zullen daar ook nog tanden moeten bijsteken.
Bij een advies van de Inspectie van Financiën krijgen we wel een verweer van Defensie te zien, maar dan is er nog een beroep. Dat beroep komt bij u terecht, maar dat krijgen wij niet te zien. Het is cruciaal dat de commissie voor de Controle op de Legeraankopen en -verkopen zicht krijgt op uw argumenten op het verweer van Defensie.
Met betrekking tot de timing kan ik vooral vaststellen dat het allemaal zeer kort op elkaar is gekomen en dat moeilijk in te beelden is dat wat er in Zaventem gebeurde en de beelden die op dat moment verspreid werden, geen impact hebben gehad tijdens die nationale crisisvergadering. Vermoedelijk is dat dus wel degelijk een argument geweest om uw negatief advies opzij te leggen.
Het was een geheime briefing en dus antwoordt u uiteraard omfloerst, maar als men de hele timing bekijkt, dan lijkt dat toch wel echt een extra argument te zijn geweest om sneller veel geld uit te geven. Als we nu iets geleerd hebben uit de geschiedenis van defensieaanbestedingen, is het wel dat zo snel mogelijk zoveel mogelijk geld uitgeven, gemaakt is om accidenten te veroorzaken. Ik hoop dat we daarover kunnen waken. Ik dicht u daar een heel belangrijke rol toe, om die accidenten maximaal te voorkomen.
14.07 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, ik vind het fijn dat u zich aansluit bij de bezorgdheden van het Rekenhof met betrekking tot de begrotingsspecialiteit. Het Rekenhof heeft er echter nogmaals op gewezen dat het gebruik van die provisies, wat daartegen natuurlijk indruist, onder uw ministerschap is toegenomen. Als u dus de conclusie van het Rekenhof onderschrijft, dan roep ik u op om daarnaar ook te handelen, want tot nu toe is onder uw ministerschap exact het tegenovergestelde een feit.
Zoals de collega ook aanhaalt, staan we voor miljarden aan defensie-uitgaven. Mijnheer de voorzitter, ik denk dat ik u niet hoef uit te leggen wat er allemaal fout kan lopen bij defensieaankopen. Denk maar aan hoe het in tijden dat er helemaal geen of weinig defensiebudget of extra defensiebudget beschikbaar was, fout is gelopen, bijvoorbeeld bij de Franse scheurtjestanks die werden aangekocht. Dat waren nog kleine uitgaven. We gaan naar grotere en veelvuldigere uitgaven. Men ziet dat die uitdaging groot zal zijn en dat men daarvoor dus bijzonder veel aandacht moet hebben.
Dit dossier toont ook nog eens het probleem van deze regering-De Wever aan, namelijk grote woorden over discipline, maar achter de schermen zien we uitzonderingen, achterpoortjes en vriendendiensten. De transparantie is nihil. Er is geen budgettaire verantwoordelijkheid. Wel is 50 miljoen euro aan belastinggeld uiteindelijk weg zonder duidelijke controle.
Mijnheer de minister, we zien 50 miljoen euro zonder aanbesteding. Een negatief advies van uw diensten werd gewoon terzijde geschoven door uw eigen collega’s. De beslissing wordt gewoon doorgeduwd door deze regering-De Wever. Dat is geen beleid, dat is geknoei op kosten van de belastingbetaler.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
15.01 Wouter Vermeersch (VB): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.
De minister van Begroting engageerde zich
er eerder reeds toe om het Annual Progress Report tijdig neer te leggen bij de
Europese Commissie. In beginsel dient dit voor eind april te gebeuren.
Kan de minister bevestigen dat het
jaarlijks voortgangsrapport voor 30 april 2026 zal worden neergelegd bij de
Europese Commissie?
15.02 Minister Vincent Van Peteghem: Mijn administratie heeft begin deze week de voorbereiding van het jaarlijkse voortgangsverslag afgerond op basis van de gegevens die werden verkregen van verschillende administraties in ons land. Dat document werd voorgelegd aan de verschillende bevoegde regeringen. Niets staat dus een tijdige indiening voor 30 april in de weg.
Ik heb over het jaarlijkse voortgangsverslag op maandag 23 maart een overleg gehad met de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.
15.03 Wouter Vermeersch (VB): U ziet dat wij onze controlefunctie ter harte nemen, mijnheer de minister. Wij nemen akte van het feit dat u waarschijnlijk op tijd zult zijn en zullen het verder opvolgen.
Ik dank u voor al uw antwoorden.
Het incident is gesloten.
L'incident est clos.
De voorzitter: Collega’s, de agenda is uitgeput. Ik dank u allen voor uw volgehouden inspanningen en de minister voor zijn aanwezigheid. Ik wens u nog een prettige dag.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 17.10 uur.
La réunion publique de commission est levée à 17 h 10.