|
Commissie voor Energie, Leefmilieu en Klimaat |
Commission
de l'Énergie, de l'Environnement et du Climat |
|
van Dinsdag 21 april 2026 Namiddag ______ |
du Mardi 21 avril 2026 Après-midi ______ |
La réunion publique de commission est ouverte à 14 h 03 et présidée par M. Christophe Bombled.
De openbare commissievergadering wordt geopend om 14.03 uur en voorgezeten door de heer Christophe Bombled.
Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.
De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.
01.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik stond donderdag niet in het rijtje van collega’s dat u toen een leuke vraag stelde over de ministerraad van 3 april en de beslissing om een en ander budgettair tegen het licht te houden. U kreeg ook de opdracht om na te gaan of er gerichte steun kon worden ontwikkeld in het kader van "de door de crisis tijdelijke overtollige fiscale ontvangsten". Er zou rekening worden gehouden met het deel van de bevolking dat wordt geconfronteerd met stijgende kosten voor woon-werkverkeer en met de kwetsbaarste huishoudens die zich verwarmen met fossiele brandstoffen.
Op 17 april werd gezegd dat men de technische resultaten die men had ontvangen, onder andere van de ad-hocwerkgroep, nog verder zou bestuderen. Een en ander moest die avond leiden tot een beslissing van het kernkabinet over het eventueel gericht inzetten van de extra btw-inkomsten, die op maximaal 40 miljoen euro per maand worden geschat.
Kunt u een toelichting geven bij de resultaten van de opdracht waarmee u werd belast – de taskforce energie – rond de begrotingsimpact en de uitwerking van eventuele steunmaatregelen? Overweegt u concrete maatregelen met betrekking tot het bestaande sociaal tarief, het Sociaal Verwarmingsfonds en het woon-werkverkeer?
01.02 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, het thema is al enigszins ingeleid. U hebt de opdracht gekregen om gerichte maatregelen voor te bereiden voor kwetsbare gezinnen in het kader van de verwarmingsfactuur, en voor mensen die hun wagen nodig hebben voor woon-werkverkeer en geen alternatief hebben.
Tegelijk moeten we bekijken hoe een aantal zaken samengaan met bijvoorbeeld het sociaal tarief voor gas en elektriciteit en het Sociaal Verwarmingsfonds, onder meer voor stookolie. We weten dat in het sociaal tarief al maximale stijgingspercentages zijn voorzien om ervoor te zorgen dat dat niet te snel stijgt. We weten ook dat in de hoogste schaal van het Sociaal Verwarmingsfonds tot 300 euro kan worden verkregen.
Het blijft een uitdaging om in te schatten in welke gevallen een toelage in het kader van woon-werkverkeer aan de orde is. Een van onze collega’s, de heer Bouchez, gaf aan dat hij 50 miljoen euro vroeg. Met 50 miljoen euro kan men echter gedurende één maand de accijnzen op brandstof met 6 euro verlagen, waarna dat bedrag opgebruikt is.
Dat leidt tot een aantal vragen.
Ten eerste, bent u van plan om de doelgroep van het sociaal tarief aan te passen? Zo ja, hoe? Of wilt u andere aanpassingen doorvoeren in het sociaal tarief, zoals beperkingen van het maximale stijgingspercentage? Ten tweede, voor het Sociaal Verwarmingsfonds bestaat een tegemoetkoming op basis van de stookolieprijs. Die maximale tegemoetkoming geldt nu bij een prijs van 1,475 euro. Acht u daar aanpassingen nodig? Ten derde, toelagen in het kader van woon-werkverkeer bevinden zich op een eerder onontgonnen gebied. Welke principes wilt u hierbij hanteren en welke methodiek stelt u voor? Mijn vierde vraag is enigszins voorbarig.
01.03 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb deze vraag ingediend toen ik dacht dat er energiemaatregelen zouden worden genomen door de regering. Ze had dus beter "het uitblijven van energiemaatregelen" geheten.
U hebt inderdaad een opdracht gekregen, nadat u samen met uw voorzitter een persconferentie had gegeven om te vragen dat de omgekeerde cliquet zou worden ingevoerd.
Mijn eerste vraag is of die maatregel vandaag nog op tafel ligt. Is dat een van de maatregelen die uit uw onderzoek en opdracht naar voren is gekomen en die voorligt bij de regering?
Wat is er misgelopen? Waarom vond de regering daar afgelopen vrijdag geen consensus over? Vice-eersteminister Vandenbroucke verklaarde vandaag op de radio dat hij ook niet begreep waarom er geen akkoord werd gevonden. Iedereen was immers van mening dat de factuur van de werkende mensen verlicht moet worden, want de brandstofprijzen swingen nog steeds de pan uit. Hoever staat u met uw werk en wat legt u nu op tafel? Komt er een terugbetaling van het woon-werkverkeer of houdt u vast aan het systeem van de omgekeerde cliquet? Waar knelt het schoentje bij de regering? Wanneer komen er oplossingen voor het dringende probleem van de hoge prijzen aan de pomp?
01.04 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, op de ministerraad van 3 april kreeg u de opdracht om gericht te zoeken naar mogelijke energiemaatregelen om in de energiecrisis een aantal groepen te kunnen helpen. Concreet gaat het om mensen die met fossiele brandstoffen verwarmen en reeds van het sociaal tarief gebruikmaken, en om mensen die aangewezen zijn op persoonlijk, gemotoriseerd en niet-geëlektrificeerd vervoer voor hun woon-werkverplaatsingen. Op de ministerraad van 17 april zouden de maatregelen besproken zijn, evenwel zonder resultaat. Er zou nader studiewerk nodig zijn of moet ik zeggen 'massagewerk'?
Welke maatregelen hebt u geïdentificeerd voor de doelgroepen? Welke daarvan hebt u voorgesteld op de ministerraad? Het is belangrijk te weten wat er op tafel ligt. Hoe denken u en de werkgroep energie een aantal noden te lenigen?
Wat was de geschatte budgettaire impact van de maatregelen? Het budgettaire aspect komt in de discussie steeds weer naar voren. De initiële insteek van de regering was om de meerinkomsten voor de Staat door de hoge energieprijzen over die doelgroepen te verdelen. Los daarvan kwam minister Vandenbroucke vanochtend met een interessant voorstel. Europa staat nu voorstellen toe om de overwinsten van ondernemingen hiervoor te gebruiken. Hebt u dan een financieringsvoorstel uitgewerkt om die overwinsten te identificeren en te gebruiken voor gerichte maatregelen?
Ziet u, ten slotte, los van de steun voor de doelgroepen die werden bepaald op 3 april, nog andere mogelijkheden om de energiecrisis te temperen?
01.05 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, cela fait six semaines que les Belges doivent faire face à une crise énergétique, six semaines qu’un plein d’essence coûte presque 100 euros, six semaines que les Belges ne voient pas venir d’aide du gouvernement. Des engagements avaient pourtant été pris. Il y a presque un mois, le ministre de l’Économie David Clarinval s’était engagé à proposer le système de cliquet inversé pour soulager le prix à la pompe. Il avait annoncé aussi que vous proposeriez un blocage des prix. Mais, depuis, nous n’avons rien vu venir, à part des ultimatums émis depuis des semaines dans la presse par votre président de parti, sans résultats. On nous annonce aujourd’hui des mesures ciblées, dont vous pourrez nous dire davantage puisqu'un kern doit se prononcer sur la question en fin de journée.
On a le sentiment que le premier ministre essaie de gagner du temps depuis des semaines, espérant que la crise prenne fin toute seule. En attendant, ce sont les Belges qui paient la facture.
Monsieur le ministre, va-t-on enfin prendre des mesures pour soutenir les ménages dans cette crise énergétique? Nous sommes un des seuls pays européens à ne pas encore l'avoir fait. On nous dit qu’il n’y a pas d’argent, puis on nous annonce qu’il y aurait peut-être 50 millions. En attendant, les grands groupes énergétiques engrangent des surprofits colossaux. Certains groupes énergétiques feraient 2,3 millions d’euros de surprofit par jour. Exxon et Total auraient engrangé 15 milliards d’euros l’année dernière. Il y a donc de l’argent à aller chercher. Lors de la dernière crise énergétique, le gouvernement Vivaldi avait récupéré 600 millions d’euros sur les surprofits des groupes énergétiques. Il faut faire preuve de volonté et de courage politique et aller chercher de l’argent pour aider les citoyens à faire face à cette crise énergétique.
01.06 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, cela fait huit semaines que les citoyens voient leurs factures grimper et le prix à la pompe augmenter, et que ce gouvernement ne prend aucune mesure. On nous annonçait vendredi un kern, une grande réunion du gouvernement. Ça va, ça a été? N'était-ce pas trop difficile? Quelle n'a pas été ma surprise de découvrir dans ma boite mail, puisque je suis abonnée aux notifications du gouvernement, qu'il s'agissait en réalité d'un Conseil des ministres électronique! Il s'agit simplement d'une procédure silencieuse: les ministres s'installent derrière leur ordinateur, et, s'il ne se passe rien, les décisions sont prises. Tout cela, c'était du show! J'imagine que le communiqué de presse était prêt bien à l'avance pour expliquer le motif du report: le gouvernement a déclaré avoir besoin de plus de temps pour l'élaboration technique des mesures. Mais de qui vous moquez-vous? Cela commence à se voir que tout ce que fait ce gouvernement, c'est essayer de jouer la montre et de gagner du temps. En réalité, vous croisez les doigts pour que la crise s'arrête toute seule, sans lever le petit doigt.
Aujourd'hui, certaines entreprises profitent de cette crise – des rapaces – et font du profit sur le dos des citoyens en augmentant de manière scandaleuse et complètement exponentielle leurs prix, au-delà des hausses réelles qu'engendre cette crise. Rien qu'en Belgique, on estime que 2,3 millions de profits sont générés chaque jour sur la vente des carburants routiers par les grandes compagnies pétrolières. Monsieur le ministre, vous avez le pouvoir d'aller récupérer ces surprofits qui pourraient rapporter au moins 60 millions d'euros par mois, de quoi financer de nombreuses mesures ciblées pour soutenir les citoyens, qui sont les plus exposés à la crise.
Monsieur le ministre, quelles sont les propositions sur la table du kern de ce soir? Une taxation des surprofits des entreprises énergétiques qui profitent à ce jour de la situation sera-t-elle décidée? Par ailleurs, quelles solutions proposées par la Commission européenne votre gouvernement retiendra-t-il?
01.07 Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, le vendredi 3 avril, le gouvernement avait annoncé envisager de reverser les gains fiscaux liés à la hausse des prix de l'énergie pour financer des aides ciblées après le Conseil des ministres du 17 avril.
Lors de la dernière séance plénière, vous aviez indiqué faire confiance au premier ministre pour prendre des mesures, vendredi dernier. Mais finalement, aucune mesure n’a été prise.
Chaque semaine, nous voyons le même scénario se répéter. Le MR prétend déposer des mesures sur la table du gouvernement et pose des ultimatums, et puis, aucune décision n’est prise. J’ai l’impression que vous prendrez des mesures la semaine des quatre vendredis.
Monsieur le ministre, combien de temps tout ceci va-t-il encore durer? Allez-vous enfin prendre des mesures pour soutenir le pouvoir d'achat des ménages?
Étant donné que vous n’avez pas répondu clairement lors de la dernière séance plénière, je vous repose ma question: avez-vous, oui ou non, abandonné la baisse des accises sur les carburants?
01.08 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, ik heb u vorige donderdag tijdens de plenaire zitting reeds een vraag over steunmaatregelen gesteld, omdat ik vurig hoopte dat er vrijdag een akkoord zou gesloten worden in de kern om de mensen te ondersteunen in het kader van de energiecrisis. Helaas is men niet tot een akkoord gekomen. Vanavond doet er zich een nieuwe kans op een akkoord voor. Ik hoop dat de regering die kans zal grijpen, want sommigen worden vandaag nog steeds onevenredig hard getroffen zonder dat ze iets aan die situatie kunnen doen. Ik heb tijdens de plenaire zitting het voorbeeld gegeven van de dokwerker in de haven van Antwerpen die gewoon geen alternatief heeft om in de haven te geraken. Er zijn nog voorbeelden te bedenken, zoals thuisverplegers en huishoudhulpen die van huis naar huis crossen om mensen te ondersteunen. Het zijn die mensen die elke keer de volle pot aan de pomp betalen en dat is gewoon niet eerlijk.
Ik weet en ik hoop dat iedereen hier beseft dat de middelen van de overheid vandaag niet eindeloos zijn. Integendeel zelfs, men moet heel slim omgaan met die middelen. Er dient zich tegelijkertijd een kans aan, met name de overwinstbelasting. Een recente studie schatte dat in 2026 in Europa alleen al bijna 30 miljard euro aan overwinsten gemaakt zouden kunnen worden. Het is toch niet meer dan rechtvaardig dat we die middelen gebruiken om mensen te ondersteunen die dat het meest nodig hebben? Toen ik u donderdag de vraag stelde, werd er al verwacht dat Europa de overwinstbelasting zou goedkeuren. Nu is het ook echt officieel. Verschillende lidstaten mogen een overwinstbelasting vragen aan bedrijven die extreem hard profiteren van de energiecrisis.
Dus mijn vraag voor u is duidelijk. Zult u vanavond het voorstel op tafel leggen dat de gigantische energiebedrijven eerlijk zouden moeten bijdragen om gewone mensen te ondersteunen?
01.09 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, voilà six semaines que les citoyens sont frappés par la crise de l’énergie et que le gouvernement ne fait rien. Or, lorsqu’on lit la presse de manière croisée, on croit comprendre que des mesures étaient prêtes dès vendredi, mais qu’elles ne sortent pas encore parce que le premier ministre ne veut pas donner l’impression d’être d’accord avec votre président de parti. Intellectuellement, je peux le comprendre, mais il est quand même dommage que ce soient les citoyens qui commencent à payer ce genre de petits jeux politiques. Nous sommes donc un peu obligés de jouer aux devinettes avec vous concernant le kern de ce soir. Puisque des mesures sont quasiment prêtes, il y a peut‑être deux ou trois éléments que vous pourriez déjà nous confirmer. Par exemple, on parle d’aides ciblées et temporaires en réponse à la flambée des prix, de l’augmentation de l’indemnité kilométrique domicile-travail, d’un soutien accru au chauffage pour les ménages les plus précaires. Pouvez-vous déjà confirmer ces éléments?
Dans le même temps – et vous avez d’ailleurs reçu des encouragements, y compris de partis de votre majorité, en ce sens –, la possibilité de mettre à contribution les surprofits des compagnies pétrolières est-elle bien sur la table, comme cela avait été fait lors de la crise énergétique de 2022 par un gouvernement que vous souteniez alors comme député? Ce n’est donc pas une mission impossible. Cela ferait l’objet de divergences au sein du gouvernement. Pouvez‑vous nous éclairer à ce sujet? Y a-t-il un partenaire qui bloque, alors que cette mesure pourrait pourtant réellement permettre de dégager une aide accessible aux citoyens de ce pays, qui ont de plus en plus de difficultés à faire le plein d’essence ou à se chauffer?
01.10 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, je ne vais pas répéter tout ce qui a déjà été dit. Je crois que l’après‑midi sera assez longue et que nous aurons encore d’autres questions à vous poser au cours de celle‑ci.
Évidemment, nous attendons des nouvelles, notamment suite à nos dernières questions en séance plénière, sur des mesures ciblées et temporaires, voire des confirmations que vous pourriez déjà nous apporter aujourd’hui. Il est normal que nous nous posions tous des questions ici, en commission, concernant des mesures pour les ménages vulnérables et pour les personnes qui se déplacent pour leur emploi, ainsi que concernant le Fonds social. Vous savez un peu partout où le bât blesse, là où l’on attend, par exemple, de savoir si le montant forfaitaire déductible pour ceux qui déduisent les frais réels liés à leurs déplacements professionnels pourrait être revu. Il en va de même pour le chauffage. Bref, où en sommes-nous cet après‑midi? Devons‑nous absolument attendre le kern de ce soir? J'imagine que vous allez répondre entre-temps.
Le président: Je n'y vois aucun problème, si les deux collègues sont d'accord.
01.12 Kurt Ravyts (VB): Dat is inderdaad een praktische oplossing. Mijn vraag komt anders pas aan het einde van de vergadering aan bod, dus ik zal ze nu reeds stellen.
Veel partijen vragen een overwinstbelasting voor de oliemaatschappijen en de petroleumsector. Wij zijn daar niet principieel tegen. In 2022 hebben wij ook de overwinstbelasting voor de energieproducenten gesteund. We vragen ons wel af hoe we die overwinstbelasting op oliemaatschappijen in de Belgische context zullen realiseren.
Een groot deel van de extra winsten wordt immers geboekt door bedrijven met een hoofdkwartier buiten de EU. Dat is toch belangrijk. In België houden oliebedrijven zich niet bezig met productie, maar met raffinage, opslag en distributie van olieproducten. De marges voor die Belgische bedrijven zijn zeer volatiel, waarbij goede periodes worden afgewisseld door minder goede. Bovendien dienen die winsten als financieringsbron voor toekomstige investeringen.
We mogen eveneens niet vergeten dat in de periode van hoge energieprijzen in 2022 in België extra heffingen werden geïnd op energiebedrijven, maar ook op bedrijven in de fossiele sector. Dat gold dus ook voor oliebedrijven via een solidariteitsbijdrage die in twee jaar tijd ongeveer 600 miljoen euro heeft opgeleverd. Die solidariteitsbijdrage ligt nog altijd voor bij het Grondwettelijk Hof, dat een advies heeft gevraagd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het antwoord wordt dit najaar verwacht.
Mijnheer de minister, hoe evalueert u de vraag naar een overwinstbelasting, gelet op het feit dat de overwinsten vooral worden geboekt door bedrijven die zich buiten de EU bezighouden met het oppompen van olie en gas en niet zozeer door bedrijven verder in de waardeketen die geraffineerde producten op de markt kopen en veel meer prijsrisico's lopen? Dat is namelijk precies de Belgische context. Dank u wel.
01.13 Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, le premier ministre passe son temps à dire qu'il n'y a pas d'argent pour justifier le blocage de toute mesure d'aide aux ménages face à la hausse des prix de l'énergie. Mais tout le monde n'est pas perdant face à cette crise. Les cours boursiers des multinationales pétrolières s'envolent et plusieurs études chiffrent les surprofits qui sont en train d'être amassés. Par exemple, la Fédération européenne pour le transport et l'environnement estime que les compagnies pétrolières ont déjà réalisé aujourd'hui 8,8 milliards d'euros de bénéfices exceptionnels dans la chaîne d'approvisionnement du diesel et de l'essence en Europe. Si la guerre se prolonge, les bénéfices exceptionnels sont estimés à un montant faramineux de 86 milliards au total d'ici la fin de l'année.
Aujourd'hui, le journal Le Soir met en lumière les surprofits de ces compagnies pétrolières. Cinq pays européens ont récemment demandé via une lettre à la Commission l'instauration d'une taxe sur les surprofits des entreprises énergétiques. Et même le ministre Vandenbroucke demande ce matin au gouvernement belge de se joindre à cette demande.
Monsieur le ministre, la Belgique compte-t-elle défendre l'instauration d'une taxe sur les surprofits des entreprises énergétiques? Quelle est votre position à ce sujet? Allez-vous plaider pour une taxe sur les surprofits au niveau national si elle n'aboutit pas au niveau européen? Avez-vous demandé à votre administration de calculer les surprofits actuellement réalisés en Belgique? Enfin, envisagez-vous un texte, à l'instar de celui qui avait été adopté en 2022, pour financer les mesures d'aide aux ménages, si celles-ci finissent un jour par arriver?
01.14 Minister Mathieu Bihet: De verschillende mogelijke beleidsopties liggen nog steeds op tafel, van een versterking van de bestaande instrumenten tot de eventuele invoering van aanvullende beperkte en tijdelijke maatregelen.
Je dois apporter une précision quant aux questions qui m'ont été posées. Le mandat qui m'a été confié par le kern est d'élaborer des mesures portant sur la demande. Cependant, chaque parti de la coalition a déposé des fiches relatives à des mesures à prendre dans de nombreux domaines et compétences, principalement hors du champ de l'énergie, notamment de nombreuses dispositions fiscales. À cet égard, l'accent est mis sur le caractère ciblé du soutien et sur l'opérationnalité de ces mesures.
De kern heeft reeds over een aantal elementen beslist, bijvoorbeeld over de verschillende doelgroepen die door de maatregelen moeten worden geviseerd. Er wordt bijvoorbeeld gedacht aan werknemers die hun voertuig gebruiken om te werken, evenals aan kwetsbare gezinnen.
Je vous renvoie par ailleurs aux réponses du premier ministre la semaine dernière concernant les différentes mesures. Certains ici lui font un très mauvais procès à ce sujet!
Des mesures sont également sur la table en ce
qui concerne l’offre – notamment la sécurisation de l’approvisionnement en
gaz et le remplissage des stocks stratégiques – ou encore en ce qui concerne la demande,
pour laquelle des recommandations sont mises en avant, qui sont alignées sur
les positions de l’Agence internationale de l'énergie. À cet égard, nous
attendons bien entendu avec une certaine impatience la boîte à outils de
l’Union européenne, qui devrait être communiquée cette semaine en marge du sommet
de l’Union à Chypre, auquel participera notre premier ministre.
S’agissant
des surprofits, l’initiative mentionnée par M. D’Amico relève des
ministres chargés de l’Économie et des Finances et non du ministre de
l’Énergie. Cependant, les précédentes mesures d’urgence européennes relatives à
l’écrêtement des surprofits ont mis en évidence la complexité de leur mise en
œuvre, ce qui appelle à une certaine prudence. Si l’hypothèse d’une nouvelle
taxe sur les surprofits devait être envisagée, elle nécessiterait un cadre
solide et juridiquement robuste, surtout au niveau européen. La question
pourrait être abordée lors du Conseil européen des 23 et 24 avril
prochains auquel assistera donc le premier ministre, qui a participé à une
commission préparatoire ce matin.
Une
initiative comme celle de 2022 n’est pas exclue, mais une telle mesure doit
être suffisamment robuste d’un point de vue légal afin d’éviter tout risque de
recours, comme c’est le cas par rapport aux textes de 2022. Ces risques se
traduiraient par une obligation de restitution des montants perçus, mais aussi
d’intérêts sur ces montants. Je vous indique, pour mémoire, qu’à La Haye
sont plaidées aujourd’hui les questions en arbitrage sur les surprofits
réalisés sur l’électricité il y a quatre ans. Les plaidoiries ont lieu cette
semaine. Il faut donc balayer les incertitudes juridiques.
Je répète
donc qu'une évaluation juridique est nécessaire avant de prendre une telle
initiative car il est essentiel de bien cibler les entreprises qui ont
réellement réalisé ces surprofits sur le sol belge et d'avoir un dispositif
légal robuste afin d'éviter tout risque de recours.
Enfin, et comme je l'indiquais déjà jeudi, il ne m'appartient évidemment pas de prendre les décisions avant le kern lui-même et d'anticiper les décisions qui seront prises ce soir.
Je précise encore à Mme Schlitz que le Conseil des ministres s'est tenu de manière électronique et que le kern s'est évidemment bien réuni. Vous le savez, il y a eu suffisamment d'images à ce propos. Il n'y a donc pas eu de volonté de duper le citoyen. Le kern s'est bien réuni et j'y étais. Mais c'est le Conseil des ministres qui s'est déroulé par voie électronique sur les autres points ne nécessitant pas de débat, afin de nous laisser du temps pour discuter.
01.15 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, het gaat vooralsnog vooral over een oliecrisis. Dat betekent dat mensen, zeker in Wallonië, die met stookolie verwarmen, de dupe zijn. Het moet inderdaad een gerichte actie zijn, voor een aantal doelgroepen die u hebt toegelicht. Het Vlaams Belang vindt al veel langer dat de automobilist veel te veel accijnzen betaalt aan de pomp, ook los van de oliecrisis. Daarom pleiten wij voor een algemene accijnsverlaging.
Met betrekking tot de overwinsten sloot u zich een beetje aan bij wat ik heb gezegd, namelijk dat de zaak juridisch complexer is dan de meeste partijen voorstellen. Onze houding is dat we principieel niet tegen zijn, maar we wensen een juridisch zeer robuuste regeling, aangepast aan de Belgische context.
01.16 Bert Wollants (N-VA): Mijnheer de minister, het is meer dan duidelijk dat er grondig moet worden nagedacht vooraleer wordt ingegrepen, ook over de manier waarop men dat wil doen. We weten allemaal – ik heb het in mijn vraag aangehaald – dat men met 50 miljoen euro eigenlijk vrij weinig zal kunnen doen, namelijk gedurende één maand een daling van 6 eurocent toekennen. Ik weet niet of dat op het allergrootste applaus zou worden onthaald.
Als u voor grotere bedragen wilt gaan, rijst de vraag waar u die centen zult halen. We zien inderdaad dat in andere landen maatregelen worden genomen. Ik verwijs naar het Nederlandse voorbeeld. Daar neemt men energiemaatregelen en om die te financieren, verhoogt men een aantal andere taksen, onder andere de accijnzen op drank en dergelijke. De vraag is of men daarmee iemand helpt, tenzij de geheelonthouders.
Men moet dus heel grondig bekijken wat men doet. We zien dat de prijzen al een stuk anders zijn dan enige tijd geleden. Misschien moeten we daaruit lessen trekken. Een maatregel nemen om iets te doen en te kunnen zeggen dat men iets heeft gedaan, is misschien niet het grootste goed ter wereld.
01.17 Steven Coenegrachts (Anders.): Dank u wel, mijnheer de minister.
Uit uw antwoord kunnen we niet veel conclusies trekken, dus we zullen het morgen waarschijnlijk wel in de krant lezen. We weten immers nog altijd niet wat u op tafel hebt gelegd.
Ik hoor dat we daarover grondig moeten nadenken. Op 3 april hebt u een opdracht gekregen, we zijn nu de 21ste. Ik hoop dat u in die 18 dagen zeer grondig hebt kunnen nadenken, maar het wordt toch tijd om te beslissen.
Ik hoor tegelijk dat de middelen niet eindeloos zijn. Natuurlijk is dat niet zo. U bent het er wel allemaal over eens dat de groeinorm voor de gezondheidszorg naar 3 % per jaar moet gaan. Dat kost evenwel meer dan 1 miljard per jaar.
Collega Demesmaeker zei vandaag dat ze met een vingerknip 80 miljoen euro had gevonden. Ze zou die afnemen van de vakbonden. De heer Bouchez vraagt echter maar 50 miljoen. Er is dus ook wel iets mogelijk aan de uitgavenkant. Als u dat hier voorlegt, zullen wij dat steunen en dan hebt u 80 miljoen boven op de 50 miljoen die u al hebt gekregen. Dat is geweldig.
Langdurig zieken die kunnen werken, hoeven blijkbaar helemaal niet te gaan werken. We hebben daarover vorige week een rapport gelezen. Ze hoeven niet te werken en krijgen allemaal een uitkering van de overheid. Dat is blijkbaar niet erg. Voor sommigen zijn de middelen aan de uitgavenkant dus blijkbaar onbeperkt, maar voor mensen aan de pomp blijken de middelen plots niet eindeloos te zijn.
U kijkt altijd naar inkomsten. Wel, de vakbonden betalen geen belastingen. Ik hoor dat we het geld moeten halen waar het zit. Ga het daar dan halen. Leg dat hier voor, dan stem ik mee. Laten we de vakbonden belasten en de opbrengst aan de mensen aan de pomp geven. De werkende mensen zijn immers niet verantwoordelijk om het begrotingsprobleem te helpen oplossen. Zij moeten gewoon op een fatsoenlijke manier op hun werk geraken. Dank u wel.
01.18 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, het ziet ernaar uit dat we vanavond allemaal vol spanning voor de buis zullen zitten, niet voor de laatste episode van uw favoriete sitcom op Netflix, maar voor wat er uit de koker van de minister komt.
Als het gaat over budgettaire ruimte, zou ik toch aanraden om te kijken naar de mogelijkheden die de Europese Commissie ons geeft en te onderzoeken wat we kunnen doen. Ik hoor dat u daarin zeer terughoudend bent. Dat is niet altijd slecht, maar het begint uiteraard met te onderzoeken wat mogelijk is. Dat mis ik vandaag in het algemeen, al ga ik ervan uit dat u achterliggend wel een aantal pistes hebt.
Wat de maatregelen betreft, mis ik in de beperkte opsomming die u hebt gegeven vooral substitutiemaatregelen. Verschillende excellenties, met name van de N-VA, hebben terecht gesteld dat men in een aanbodcrisis het verbruik niet verder moet stimuleren, wat al te brede ondersteuningsmaatregelen wel zouden kunnen doen. Daartegenover staat dat het wel belangrijk is om maatregelen te nemen die substitutie bevorderen.
Het gaat dan onder meer over het goedkoper maken van het openbaar vervoer, het goedkoper maken van elektriciteit en het nemen van maatregelen om de elektrificatie te versnellen. Ik denk dat we daarvoor, zelfs met 50 miljoen euro, mijnheer Wollants, een aantal initiatieven kunnen nemen die ons op lange termijn structureel elk jaar meer opleveren dan wat we erin investeren.
Ik roep u en de ministerraad dan ook op om niet alleen te kijken naar begeleidende maatregelen voor de mensen die het vandaag nodig hebben, maar ook en vooral naar maatregelen waarmee we onze economie kunnen elektrificeren en ons structureel kunnen loskoppelen van het fossiele infuus.
01.19 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre, depuis la mise en place de votre gouvernement, celui-ci prend des mesures qui affaiblissent le pouvoir d’achat des Belges, alors que, dans notre pays, pratiquement 55 % de la richesse provient de la consommation intérieure. Cela n’a donc aucun sens d’appauvrir les ménages.
D’autres pays européens ont suivi un autre chemin pour faire face à la crise énergétique puisqu’ils prennent des mesures pour aider les ménages à faire face à l’explosion des coûts énergétiques. Or, cela fait déjà sept semaines que nous attendons des mesures. Vous évoquez le report des accises, ce qui n’est pas une mesure très courageuse, car augmenter les accises en pleine crise énergétique n’était pas une bonne idée. Vous mentionnez également un fonds social majoré et des interventions au niveau des indemnités kilométriques. J’espère que cela ne sera pas trop peu et trop tard pour les citoyens.
01.20 Sarah Schlitz (Ecolo-Groen): Vous nous renvoyez à l’Europe pour la taxation des surprofits. Or, l’Europe, d’après mes informations, a déjà renvoyé la question vers les États membres. À un moment donné, il faut se saisir du dossier et avancer.
Sous la Vivaldi, gouvernement dont votre parti était membre, nous avons pu aller rechercher 595 millions pour accompagner les ménages, et récupérer des montants que les compagnies avaient injustement prélevés sur la facture des ménages en profitant d’une crise et d’un conflit armé. Vous nous dites qu’il faut être prudent en raison d’un recours en cours. Quoi qu’il en soit, ces entreprises tenteront par tous les moyens d’échapper à cette taxation et le recours, vous n’y échapperez pas. La meilleure manière d’avancer consiste à évaluer les éléments afin de rendre le dispositif juridiquement le plus solide possible. Avez-vous déjà entamé ces travaux? Vous avez eu huit semaines pour le faire. Il ne s’agit plus de dire que vous allez réfléchir, car c’est maintenant que cela se joue. Rien qu'en Belgique, 2,3 millions d’euros de surprofits sont générés chaque jour par ces compagnies qui perçoivent illégitimement l’argent des citoyens lorsqu’ils passent à la pompe. Ce n'est pas normal: cet argent ne leur est pas dû, ils le prélèvent par aubaine et par effet d'opportunisme. C'est votre rôle de remettre de l'ordre là-dedans!
Par ailleurs, vous nous dites que vous attendez la toolbox de l'Union européenne. Il y a quand même déjà des éléments sur le contenu de la toolbox qui sont sortis dans la presse. Je vous questionne sur les éléments que vous pourriez reprendre et je pense qu'il y a déjà des choses dont vous pourriez nous parler: par exemple, la proposition de diminuer le prix des transports en commun pendant la crise en mettant leur prix ainsi que ceux des parkings des gares à un euro coûterait 60 millions d'euros. C'est justement le montant que l'on pourrait récupérer dans le cadre de la récupération des surprofits. Qu'attendez-vous pour mettre de véritables alternatives en place pour les citoyens?
01.21 Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, vous dites que les accises ne sont pas sur la table du gouvernement, mais dans les fiches des partis. Si je comprends bien, vous abandonnez donc cette idée et les aides que vous venez de mentionner, si elles arrivent – et j’insiste lourdement sur le si – sont minuscules.
En ce qui concerne les surprofits, je vous invite à lire l’article paru aujourd’hui dans Le Soir. Si vous le souhaitez, je peux vous le laisser: je vous le ferai à 3 euros au lieu de 3,30 euros, vous gagnez quand même 30 cents. Dans cet article, on vous explique très concrètement comment taxer au moment de la vente du brut et au moment du raffinage, puisque tout cela se passe en Belgique, que ce soit à Seneffe ou à Anvers.
Donc, vous dites que, pour taxer les surprofits – je reprends vos mots – c’est compliqué. En revanche, pour augmenter les accises, là, c’est facile!
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
02.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, in dit Parlement wordt er de laatste tijd veel gesproken over de nettarieven. Elia legt haar tarieven voor een regulatoire periode van vier opeenvolgende exploitatiejaren ter goedkeuring voor aan de CREG – die daarvoor bevoegd is – en dus niet aan u of de regering. Het totale aandeel van de transmissienetkosten in de factuur zal tegen eind 2027 evenwel verdubbelen. Daar stopt het echter niet, want de kostprijs voor de netinvesteringen zal in de daaropvolgende periode nog toenemen.
Elia, de gereguleerde monopolist, krijgt op de investeringen een gegarandeerd rendement, dat betaald wordt via een toeslag op de stroomfactuur van de gezinnen en bedrijven. Elia wil dat die vergoeding stijgt naar het Europese gemiddelde teneinde het kapitaal te vinden om de projecten voor de energietransitie te financieren. De voorbije maanden overlegden Elia en de CREG en volgens de pers zouden zij een compromis hebben bereikt. Er wordt ook gekeken naar hogere bijdragen door stroomproducenten en batterijparken. Er bestaat immers ook een mogelijkheid om te compenseren. Er is de energiekorting, waarvan de eerste fase al is ingevoerd. Andere stroomgebruikers zouden volgens u gecompenseerd kunnen worden via de accijnzen.
Hoe reageert u op de visie van Elia over het optrekken van het gegarandeerde rendement voor netinvesteringen in het licht van de al bestaande – grote – druk op de nettarieven, zeker voor de bedrijven? Wat is de stand van zaken in de discussie tussen de CREG en Elia over de volgende tariefperiode?
02.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Ravyts, de uitwerking van de tariefmethodologie en de goedkeuring van de transmissienettarieven op basis van die methodologie behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de federale regulator.
In het kader van de uitwerking van de tariefmethodologie voor de periode 2028-2031 heeft een officieel overleg plaatsgevonden tussen Elia en de CREG. Dat overleg heeft geleid tot een akkoord tussen beide partijen. De CREG heeft op 16 april een openbare raadpleging gelanceerd over de tariefmethodologie 2028-2031, waarin onder meer het proces-verbaal van dat officiële overleg zal zijn opgenomen. De raadpleging loopt tot 15 mei.
Wat de volgende stappen betreft, zal het ontwerp van tariefmethodologie uiterlijk op 5 juni aan het Parlement worden bezorgd. De tariefmethodologie zal uiterlijk op 30 juni door de CREG worden goedgekeurd.
02.03 Kurt Ravyts (VB): Dank u wel, mijnheer de minister.
Ik stel voor dat we, net zoals in de vorige legislatuur, een overlegmoment inplannen rond die tariefmethodologie en de toekomstige nettarieven voor de volgende tariefperiode. Ik zal daartoe een initiatief nemen met de CREG.
Ik heb hier een voorstel van resolutie van de heer Seuntjens bij de hand over een versnelde strategische energietransitie. Ik zie daarin heel wat elementen die direct of indirect verband houden met die nettarieven. Zo wordt de regering bijvoorbeeld gevraagd om de controle op Elia te verhogen via onder meer de regulator en om die regulator een dwingende rol te geven bij de validatie van de investeringsplannen, om te vermijden dat de burger alleen de rekening betaalt voor escalerende kosten zonder directe democratische inspraak. Dat is slechts één voorbeeld van de verzoeken die een meerderheidspartij in die resolutie opneemt.
We kunnen ons daarin vinden, maar we willen dat debat ook hier in de commissie voeren.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
03.01 Kurt Ravyts (VB): Dit is een heikel punt, waarover collega Wollants u enkele maanden geleden al heeft geïnformeerd. We weten dat in België voor elk aardolieproduct een maximumprijs geldt. Het is dus niet toegelaten om het te verkopen tegen een hogere prijs. De maximumprijs wordt berekend in functie van de bepalingen die zijn vastgelegd in de programmaovereenkomst. De correctiefactor werd begin maart geactiveerd, waardoor de prijsstijging voor de consument niet integraal werd doorgevoerd, maar een deel van de distributiemarge werd opgeofferd.
De Belgische Federatie der Brandstoffenhandelaars (BRAFCO) vraagt de regering nu om dringend een leefbare marge te verzekeren voor de pomphouders. Volgens BRAFCO brengt de huidige regeling de bevoorrading in het gedrang, omdat de pomphouders momenteel met verlies moeten verkopen. Hetzelfde geldt trouwens voor verwarmingsgasolie. U hebt een studie aanbesteed, die nu in uitvoering is, om de effectiviteit van de regeling voor de maximumverkoopprijzen te evalueren in het kader van de programmaovereenkomst.
Hoe reageert u op de visie van de brandstoffenhandelaars? Meent u dat het mechanisme van de maximumprijs voor elk aardolieproduct de beste bescherming biedt voor de consument? Wat is de stand van zaken met betrekking tot deze studie? Wat is het tijdpad, gelet op het feit dat dit al verschillende maanden geleden, eigenlijk al begin vorig jaar, werd aangekondigd?
03.02 Minister Mathieu Bihet: Collega, naar aanleiding van het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran begin maart zijn de internationale marktprijzen van ruwe aardolie en aardolieproducten sterk gestegen. Zo is de prijs van ruwe olie gestegen van 60 à 70 dollar per vat tot een piek van 110 dollar per vat, om vandaag terug te keren naar ongeveer 95 dollar per vat. Voor geraffineerde aardolieproducten, in het bijzonder jetkerosine en gasolie diesel, wordt sinds begin maart eveneens een prijsstijging tot het dubbele vastgesteld.
Dat heeft inderdaad geleid tot de activering van het correctiemechanisme, zoals bepaald in de programmaovereenkomst betreffende de bepaling van de maximumprijzen. Dat correctiemechanisme waarborgt een neerwaartse herziening van de maximumprijs. De consument betaalt dus een lagere prijs dan verwacht, wanneer dat mechanisme actief is.
Door de zeer plotse en sterke stijging was de correctiefactor op de maximumprijzen significant. Een belangrijk deel van de distributiemarge werd als het ware weggenomen van de handelaar. Die situatie was vooral ingrijpend voor de mazoutleveranciers, gelet op het geringe niveau van de distributiemarge. Het mechanisme van de maximumprijzen biedt, zelfs in normale tijden zonder spanningen op de markt, bescherming voor de consument omdat het prijsstijgingen begrenst.
Is dat de beste bescherming voor de consument? Dat valt nog te bekijken. Zoals u aangeeft, loopt er momenteel een studie van de programmaovereenkomst. Ik loop niet vooruit op de resultaten, maar ik kan wel bevestigen dat de maximumprijzen de consument in elk geval beschermen.
Ten tweede, de studie om de effectiviteit van de regeling van de maximumverkoopprijzen van aardolieproducten in het kader van de programmaovereenkomst te evalueren, werd aan de Algemene Directie Energie van de FOD Economie toevertrouwd. Een eerste beschrijvend deel werd begin december opgeleverd. De finale studie en de aanbevelingen worden in de komende maanden verwacht. We zullen er uiteraard op toezien dat de recente ervaring met de periode van marktvolatiliteit en de impact daarvan op distributeurs en consumenten, in rekening wordt gebracht.
03.03 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, de recente ervaringen in maart moeten inderdaad zeker in deze studie worden meegenomen. Het is daarnaast belangrijk een evenwicht te vinden tussen de belangen van de eindconsument en de brandstoffenhandelaars, voor wie het ook allemaal leefbaar moet blijven. Dat is zeker niet gemakkelijk in deze crisistijden en daarom is een pragmatische benadering aangewezen. Het Parlement moet dus aandacht hebben voor de eindresultaten van deze studie.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
04.01 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, we hebben het daarnet al gehad over de energieprijzen. Deze vraag gaat specifiek over de gasprijs. Ik had die dus ook in het debat kunnen integreren, maar het zij zo.
Mijn vraag is ook eerder theoretisch van aard. Na de aanval van Amerika op Iran en het afsluiten van de Straat van Hormuz schoten alle energieprijzen omhoog. Dat gold ook voor de gasprijs, al is die ondertussen enigszins gekalmeerd. Laten we hopen dat dat zo blijft. Hoe dan ook is het goed om een aantal mogelijke opties helder te bekijken.
De energiemarkten wereldwijd zijn volatiel. Ook de gasmarkt kan nog bewegen, zeker omdat de gasvoorraden opnieuw moeten worden aangevuld. Daarover volgen straks ook nog een aantal vragen.
Op lange termijn is de oplossing uiteraard duidelijk: we moeten af van de fossiele brandstoffen. Op korte termijn hebben we voor de energieprijzen nationale hefbomen, maar er is ook een Europese dimensie. De Europese Unie heeft tijdens de energiecrisis van 2022 immers al een gasprijsplafondmechanisme gecreëerd, door de uitwerking van een voorstel van de Raad Energie. Dat werd nooit toegepast, omdat de gasprijs al voldoende gedaald was voordat men daartoe kwam.
Mijn vragen zijn de volgende.
Bestaat dat destijds ingevoerde mechanisme nog steeds? Kan Europa de gasprijs vandaag plafonneren zonder bijkomende Europese akkoorden? Als dat zo is, vanaf welke prijs wordt dat geactiveerd? Ik dacht dat er destijds een prijs werd afgesproken, maar het is mij niet helemaal duidelijk of die vastligt, dan wel mee evolueert en opnieuw het voorwerp uitmaakt van een akkoord tussen de ministers van Energie. Hoe evalueert u dat bestaande mechanisme en ziet u verbetermogelijkheden?
04.02 Minister Mathieu Bihet: Collega, het Europese mechanisme in kwestie was het marktcorrectiemechanisme. De inwerkingtreding ervan was afhankelijk van een front-month TTF-prijs – de Nederlandse markt die als Europese referentie fungeert – van meer dan 180 euro per MWh gedurende drie opeenvolgende werkdagen en ten minste 35 euro per MWh boven een lng-referentieprijs in dezelfde periode. Dat mechanisme was tijdelijk, liep af op 31 januari 2025 en is nog nooit geactiveerd.
Bovendien ligt de prijs van 180 euro per MWh, vanaf wanneer dat mechanisme kon worden geactiveerd, aanzienlijk hoger dan de huidige prijs, die schommelt tussen 45 en 55 euro per MWh.
Het nieuwe gaspakket voorziet in een ander instrumentarium dat echter niet automatisch in werking treedt en politiek strakker wordt begeleid. Als de Raad op regionaal of EU-niveau een aardgasprijscrisis afkondigt, kunnen de lidstaten tijdelijke en gerichte maatregelen nemen met betrekking tot de detailhandelsprijzen voor gas.
Volgens het kader in richtlijn 2024/1788 houden die crisissen met name zeer hoge groothandelsprijzen in van ten minste 2,5 keer het gemiddelde van de voorgaande 5 jaar en ten minste 180 euro per MWh, met een verwachte duur van ongeveer 6 maanden en een aanzienlijke stijging van de detailhandelsprijzen, in de grootteorde van 70 %, die naar verwachting ten minste 3 maanden zal aanhouden.
Als een dergelijke crisis formeel wordt afgekondigd, kunnen de lidstaten voor een beperkte periode gerichte gereguleerde prijzen invoeren voor bepaalde afnemers, met name huishoudens, kmo’s en bepaalde essentiële sociale diensten, met waarborgen om marktverstoring en overconsumptie te beperken. Dat is dus niet automatisch, niet louter nationaal en kan niet worden geactiveerd bij een eenmalige overschrijding van een prijsdrempel.
04.03 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, dank u voor het gedetailleerde antwoord over het bijgestelde plafondmechanisme.
Ik begrijp daaruit dat het nog steeds bestaat, maar niet langer automatisch in werking treedt en dat er een aantal criteria zijn vastgelegd op basis waarop de Raad zich moet baseren om een dergelijke noodtoestand uit te roepen. Ik zal dat nader bekijken, maar mijn eerste reflectie is dat het automatisch in werking treden van een gasplafondmechanisme op zich al een signaal is naar de markten dat de prijs een bepaalde grens niet mag overschrijden.
Dat betreft bovendien een vrij hoge prijs. U hebt dat niet letterlijk zo gesteld, maar ik meen dat toch zo te mogen interpreteren. Voor huishoudens is een prijs van 150 euro per MWh in plaats van 180 euro al bijzonder zwaar. Tegelijk legt dat wel een duidelijk plafond op de Europese markt.
Ik heb nu enigszins de indruk dat het afhangt van discretionaire beslissingen van de Raad, weliswaar binnen een bepaald kader. Ik hoop dat het niet zover komt, maar als dat toch gebeurt, zal dat voor een korte periode onzekerheid op de markt creëren, wat de prijzen verder kan opdrijven. Het zal dan ook noodzakelijk zijn dat de Raad snel tot een beslissing kan komen en snel de nodige maatregelen kan nemen en die noodtoestand kan uitroepen.
Daarnaast stel ik vast dat er een zekere verschuiving is naar de nationale regeringen wanneer het gaat over het nemen van gerichte maatregelen. Het is dus niet zo dat, zodra de Raad die noodtoestand uitroept, automatisch een aantal maatregelen worden genomen. Ik kan u alleen maar oproepen om daarop voorbereid te zijn en te werken met een soort van noodplan, zodat we in zo'n situatie niet opnieuw drie maanden tijd verliezen met besprekingen in de ministerraad alvorens tot maatregelen te komen. Het lijkt mij verstandig en vooruitziend om vandaag al met een draaiboek te werken en duidelijk te bepalen welke maatregelen we zullen nemen als die situatie zich voordoet.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
05.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, er bestaat een SMR-werkgroep binnen MAKE 2025-2030. Het gaat om een interfederaal overlegplatform. Federaal is er het LEANDREA-project van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK CEN) in Mol, waarvan de commercialisering pas eind volgend decennium een aanvang zou nemen.
Ondertussen ontwikkelt de Vlaamse regering een langetermijnstrategie voor competitieve koolstofarme energie, waarin ook nucleaire technologie haar plaats heeft. De minister-president van Vlaanderen heeft in 2025 al een SMR-alliantie op touw gezet tussen de overheid, bedrijven en industrie, federaties, havens en kennisinstellingen. Er zijn al twee bijeenkomsten geweest.
Momenteel laat de Vlaamse regering zelfs een studie uitvoeren om vier locaties te zoeken waar small modular reactors (SMR’s) in Vlaanderen zouden kunnen worden geplaatst. De Vlaamse regering wil bovendien een financieel model uitwerken dat SMR’s moet toelaten rendabel te zijn. Ze onderzoekt ook wie naast de overheid zelf interesse heeft om mee te investeren. Het gaat zelfs om een concreet stappenplan dat door een consultant wordt uitgewerkt. Ze kijkt ook naar samenwerking met Nederland om schaalnadelen te ontlopen.
De Vlaamse regering neemt dat initiatief vanuit de ambitie om Vlaanderen als innovatiehub en kennisregio bij uitstek op de kaart te zetten. Mijn vraag vertrekt vanuit een zekere verwondering. Ik ben uiteraard verheugd dat de Vlaamse regering die initiatieven neemt. Is de federale regering daar echter bij betrokken?
Hoe verhoudt een en ander zich tot de federale bevoegdheden ter zake, waaronder de regelgeving en de veiligheidscontrole, bijvoorbeeld de betrokkenheid van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), om maar één punt aan te geven? De politieke vraag is vooral hoe een en ander zich verhoudt tot de federale ambities met betrekking tot SMR’s in België.
05.02 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, met dezelfde verwondering als de heer Ravyts las ik dat de Vlaamse regering op zoek is naar locaties voor SMR's. Daar is niets mis mee, maar in het kader van het samenwerkingsfederalisme waar we in dit land zo trots op zijn, zou men toch kunnen denken dat we dit samen organiseren. Misschien besliste de Vlaamse regering, toen er aan uw kant niet veel gebeurde, om het dan maar zelf te doen. Zij wist echter niet dat u enkele weken later zou verklaren dat er tegen de zomer een strategie zal zijn.
In welke mate bent u daarbij betrokken? Hoe kijkt u daarnaar? Is het de bedoeling dat er in Wallonië een soortgelijke studie gebeurt? Ik heb een lijst van twaalf vragen ingediend. Ik heb mezelf nog wat moeten intomen, want het knetterde wat in mijn hoofd toen ik het las. U hebt die vragen ontvangen en ik hoop dat ik zeer interessante inzichten kan opdoen uit uw antwoorden.
05.03 François De Smet (DéFI): Je pense que mes collègues ont bien dépeint le tableau. Je renvoie donc à la version écrite de ma question pour gagner un peu de temps.
Le 10 mars dernier, la Commission Européenne
a proposé notre stratégie pour les petits réacteurs modulaires en présentant
des actions qui permettent aux États membres de l'UE qui utilisent cette
technologie de déployer les premiers ERMG opérationnels au début des années
2030.
Il s’agit d’aider l'industrie à accélérer
son développement et son déploiement, notamment grâce aux travaux de l'Alliance
industrielle européenne sur les PRM (ndlr: petits réacteurs modulaires).
La Commission propose un complément InvestEU supplémentaire de 200
millions d'euros provenant du Fonds pour l'innovation jusqu'en 2028 afin de
soutenir le déploiement d'unités commerciales initiales de technologies nucléaires
innovantes au moyen de garanties de réduction des risques.
Lors de la plénière du 26 mars dernier, en
dépit de résultats pour le moins peu probants quant à une stratégie
nucléaire depuis votre entrée en
fonction , vous avez déclaré: "Nous allons relancer ce programme nucléaire
et retrouver cette souveraineté, non pas pour dix ans de plus dans une vision
fermée se limitant à prolonger au cas par cas le nucléaire, mais bien pour cent
ans, avec des prolongations qui constituent notre première priorité, en étroite
collaboration avec le premier ministre, avec des participations ou des droits
de tirage, mais aussi avec la construction de nouvelles capacités, comme cela a
déjà été fait et démontré dans les années 1970 et 1980, par l’élaboration d’un
programme national nucléaire, afin d’atteindre notre objectif d’indépendance et
d’autonomie stratégique"
En conséquence, monsieur le ministre peut-il
me faire savoir:
Quel sera le mandat de la Belgique dans le
cadre de cette stratégie de déploiement des SMR
au niveau européen?
si il entend par "construction de
nouvelles capacités" principalement des SMR?
05.04 Mathieu Bihet, ministre: Monsieur le président, je vais sans doute dépasser un peu mon temps de parole, mais vu la douzaine de questions de M. Coenegrachts, à qui j'aime à répondre de manière complète, la réponse risque d'être un peu longuette.
De federale regering is niet betrokken bij de Vlaamse SMR-alliantie. Wij hebben hierover evenwel contact met het Vlaamse Gewest. Ik heb hierover een onderhoud gehad met minister-president Matthias Diependaele.
Je suis en contact avec lui à ce sujet, mais pas seulement. Et pour répondre à votre sous-question, il existe une initiative similaire au niveau régional wallon, et nous sommes évidemment en contact également avec le ministre président wallon, mais pas seulement à ce sujet.
La Belgique est toutefois membre de l'alliance nucléaire européenne qui se concentre sur le développement de l'énergie nucléaire dans une optique de décarbonation, de sécurité énergétique et, évidemment, de compétitivité. Parmi les points importants, citons notamment le développement des SMR, le financement, et le renforcement de la chaîne d'approvisionnement industrielle européenne.
Il existe également une alliance industrielle européenne sur les SMR, réunissant entreprises, industries, fabricants et bureaux d'études. Elle a pour objectif de faciliter mais aussi d'accélérer le développement, la démonstration et la mise en œuvre des premiers projets SMR en Europe au début des années 2030. En effet, aucun SMR n'est en fonctionnement actuellement sur le sol européen.
Om de integratie van SMR’s in het federale
nucleair programma concreet voor te bereiden, heb ik op 14 april het
initiatief genomen om een grootschalig raadplegingsproces op te starten,
waarbij representatieve federaties van actoren uit de sector worden uitgenodigd
om hun ideeën, verwachtingen en bezorgdheden te delen en aanbevelingen te
formuleren. In deze groep zitten
ook vertegenwoordigers van de deelstaten.
Cette consultation est organisée au travers de la plateforme interfédérale MAKE 2025-2030, qui associe donc les régions. Je suis convaincu que ce processus permettra d'identifier clairement les recommandations utiles au déploiement de SMR pour la Belgique.
La comparaison des coûts de développement de SMR par rapport à la prolongation de centrales nucléaires existantes est un exercice délicat. En effet, comme aucun SMR n'a encore été déployé, construit et mis en service dans le monde – à l'exception de projets en Russie et en Chine – il s'agit automatiquement de projets first of a kind dont les coûts ne peuvent que difficilement être anticipés avec certitude, ceci au contraire des coûts de prolongation de centrales. Ces prolongations sont devenues courantes: plus de 100 réacteurs dans le monde ont été prolongés, m'avait d'ailleurs indiqué le directeur de l'Agence pour l'énergie nucléaire, William Magwood – que j'ai eu l'occasion de rencontrer à mon cabinet.
Nous envisageons le nucléaire dans la durée et de manière structurelle, mais surtout structurante. Ce n'est pas une énergie de transition, mais bien une énergie pérenne, pour le long terme. Nous déploierons les technologies en fonction de l'horizon: d'abord les prolongations de centrales actuelles sous des conditions de sûreté, éventuellement des participations croisées et droits de tirage, puis la construction de nouvelles unités, tant de grandes centrales que de SMR de troisième génération. Plus tard, pour envisager le nucléaire dans la durée, il faudra considérer la fermeture du cycle du combustible et donc le développement de réacteurs à neutrons rapides. Enfin, il est pertinent de continuer la recherche appliquée sur la fusion nucléaire.
Om investeerders te overtuigen om kernenergie te financieren, moeten de drie belangrijkste risico’s worden verminderd: onzekere inkomsten, kostenoverschrijdingen en politieke en regelgevende instabiliteit. We volgen nauwlettend de strategieën die elders in Europa worden toegepast en die projecten op lange termijn meer voorspelbaar, veilig en rendabel kunnen maken.
Aucune décision n’a encore été prise à ce stade, car nous comptons étudier de manière approfondie les mécanismes d’atténuation des risques dont je viens de parler, y compris d’éventuels mécanismes de rémunération spécifiques, afin d’identifier les modèles les plus pertinents pour notre pays. Ces mécanismes devront en effet être les meilleurs possibles pour les consommateurs, les ménages et les entreprises, mais aussi pour les contribuables, tout en garantissant que l’investissement soit suffisamment "dérisqué".
Concernant les restrictions de localisation, la question de l’implantation de SMR sur le territoire national fait évidemment partie des sujets auxquels les experts seront amenés à répondre dans le cadre de la consultation évoquée. Néanmoins, elle concerne, d’une part, des questions d’aménagement du territoire, mais aussi la localisation de la demande, qui relèvent de compétences régionales. C’est d’ailleurs pour cette raison que nous sommes en contact avec les entités fédérées et qu’elles sont parties prenantes du groupe SMR MAKE 2025-2030. D’autre part, ces questions touchent également au siting (implantation), au licensing (autorisation) et à la sûreté nucléaire, qui relèvent des compétences de mon collègue, le ministre de l’Intérieur. Celui‑ci fait d’ailleurs aussi partie du dispositif – car je vois déjà M. Ravyts me dire: "Oui, mais vous ne me répondez pas, vous me renvoyez vers votre collègue, le ministre de l’Intérieur." Pour éviter ce débat, nous l'avons pris avec nous, afin qu’il n’y ait plus de questions.
L’ONDRAF est l’organisme responsable de la gestion sûre de l’ensemble des déchets radioactifs en Belgique. Je n’ai aucun doute quant à la capacité de l’ONDRAF à assumer pleinement son rôle, y compris en ce qui concerne des flux de déchets spécifiques liés aux nouveaux types de SMR. Il conviendra évidemment d’adapter aux ambitions nouvelles les instruments stratégiques relatifs à la gestion des déchets radioactifs. Je pense en particulier au programme national de gestion du combustible usé et des déchets radioactifs.
Tot slot wil ik wat betreft het SCK CEN en de federale strategie voor de invoering van SMR’s een aantal zaken in herinnering brengen. Als we het over SMR’s hebben, worden vaak twee heel verschillende categorieën door elkaar gehaald. Enerzijds zijn er de SMR’s van de derde generatie die rechtstreeks zijn geïnspireerd op de klassieke waterreactoren en waarvan de commercialisering, bouw en mogelijke ingebruikname met rasse schreden dichterbij komen.
D'autre part, nous avons les réacteurs dits avancés et les réacteurs AMR de quatrième génération qui, eux, représentent une réelle avancée technologique, tant au niveau de la conception que des usages. Parmi ceux-ci, dans le cadre d'une vision durable et pérenne de l'énergie nucléaire, visant la fermeture du cycle du combustible dont je vous parlais juste avant, les réacteurs à neutrons rapides, RNR, m'intéressent beaucoup.
Le SCK CEN, d'ailleurs, étudie le développement d'une plate-forme technologique de réacteurs à neutrons rapides refroidis au plomb, qui viserait à soutenir la recherche nécessaire au déploiement de ces LFR, donc ces Lead Fast Reactors. Aucune commercialisation de ces LFR issus des technologies développées par le SCK CEN n'est toutefois attendue avant la fin des années 30, début des années 40. Il s'agit donc d'une option technologique possible, mais pas encore commercialisée à ce stade.
Il s'agit donc de deux choses distinctes. D'un côté, il y a la préparation d'une stratégie fédérale de mise en œuvre actuellement en cours, alimentée par les recommandations de la consultation notamment du secteur dont j'ai parlé juste avant, et de l'autre côté, nous avons de la recherche innovante, menée par le SCK CEN, qui permet à notre pays de réaliser un travail pionnier sur la scène internationale.
Le SCK est impliqué dans les discussions relatives à l'harmonisation des procédures et au développement de la chaîne d'approvisionnement nucléaire européenne. Il faut noter que les nouvelles capacités ne visent pas que les SMR. Elles recouvrent l'ensemble des options nucléaires possibles, à savoir la prolongation des unités existantes, la construction éventuelle de nouvelles grandes unités et le développement futur des SMR, lorsque ces technologies auront atteint un niveau de maturité suffisant. Les SMR constituent donc une option parmi d'autres, et sont complémentaires. Ces réacteurs ont leurs avantages, mais aussi, il faut le reconnaître, leurs inconvénients. Ils ne représentent pas à eux seuls le programme national nucléaire et les nouvelles capacités auxquelles je faisais référence. Pardon pour la réponse longue, mais je voulais être complet.
05.05 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik zal uw initiatieven met betrekking tot die raadplegingsprocedure positief benaderen. Ik vind het heel belangrijk dat u zegt dat die procedure voor het nucleaire programma in België breed is. Het is goed dat de lopende studies van de gewestregeringen via dat platform en ook in de raadplegingen worden geïntegreerd.
Ik ben helemaal geen voorstander van het alleen maar inzetten op SMR’s van de allernieuwste generatie, waarmee het SCK bezig is, maar ik ben heel geïnteresseerd in het zo snel mogelijk implementeren van een SMR-strategie zoals in Frankrijk, zodat we al bij de aanvang van het volgende decennium een en ander op het terrein kunnen realiseren. Voor onze fractie is het een en-enverhaal en is het een kwestie van urgentie en dus zo snel mogelijk handelen.
05.06 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
Op zich is het niet verkeerd dat in Vlaanderen wordt nagedacht over de locatie waar een SMR zou kunnen worden gebouwd. Als men ziet dat men in Vlaanderen een bouwvergunning nodig heeft om een boomschorspaadje naar zijn voordeur te leggen of een boomhut te bouwen voor zijn kinderen, dan begint men best op voorhand met het vergunnen van een kerncentrale, hoe klein dan ook. Zo gemakkelijk zal dat immers niet gaan.
Op zich is dat goed, maar als iedereen op zijn eilandje daaraan begint te werken, zonder kennis van zaken of zonder na te denken over technologie of veiligheidsnormen, dan lijkt het erop dat iedereen maar wat doet in de hoop een graantje te kunnen meepikken van alle communicatie die er rond de nucleaire strategie wordt verkocht. We moeten in dit land toch proberen iets ernstiger te werken, willen we de energiebevoorrading in de toekomst verzekeren.
Mijnheer de minister, ik hoop dus dat u erin slaagt om iedereen rond dezelfde tafel te krijgen en iedereen van dezelfde strategie te overtuigen. Dat hoeft niet uitsluitend een SMR-strategie te zijn, maar dat moet een nucleaire strategie zijn met een poot verlenging, een poot nieuwbouw en een poot SMR, over de jaren gespreid. Alle neuzen moeten in dezelfde richting wijzen en we moeten samen vooruit. Dat zal de enige manier zijn om effectief een SMR te kunnen realiseren.
05.07 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, je vous remercie pour votre réponse.
Nous verrons si ces chantiers aboutiront à quelque chose et si nous pourrons soit poursuivre dans la voie d’un nouveau nucléaire le plus rapidement possible, soit, à défaut, parvenir malgré tout à prolonger l’ancien. S’agissant des SMR, on ne peut pas dire que vous ne tentiez rien. Nous allons analyser votre réponse en détail.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
06.01 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, ik heb een vraag over de gasvoorraden en de impact van de crisis daarop.
Dit is de tweede gascrisis, ook al valt die beter mee dan de vorige. Toch zagen we op het moment dat Iran werd aangevallen, dat onze voorraden zeer laag stonden en dat er bezorgdheden waren over de toevoer, de bevoorrading en het aanvullen van die stocks. Hebben we dan wel genoeg geleerd uit de vorige crisis? Gouverner, c’est prévoir. De oorlog kwam op zich wel onverwacht, maar er was wel weken op voorhand een opbouw.
Welke acties hebt u genomen naar aanleiding van de Amerikaanse bombardementen en de troepenopbouw in de regio? Eerst werden immers de nucleaire bunkers aangevallen en daarna werden er troepen opgebouwd in de regio. Heeft dat iets getriggerd om die gasvoorraden aan te vullen? Welke opties hebt u om tegen de winter van 2026 al dat gas bij te vullen? Kunt u garanderen dat die voorraden voldoende zullen worden aangevuld?
Ik had graag ook wat meer toelichting gekregen over de impact van die Golfoorlog. Ik heb deze vraag al een tijd geleden ingediend, maar wat zal de impact zijn op de concurrentiekracht van onze bedrijven? Welk antwoord biedt de federale regering?
We weten ondertussen wanneer u een oplossing voorziet voor het uitblijven van het CISAF (Clean Industrial Deal State Aid Framework) en de energienorm, maar dat is helaas niet echt een oplossing.
06.02 Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, à la suite de la guerre illégale des États-Unis contre l'Iran, comment évaluez-vous le risque de pénurie de pétrole et de gaz pour la Belgique? Que pensez-vous du rapport de l'Agence internationale de l'énergie (AIE) ainsi que des mesures qu'elle recommande?
06.03 Mathieu Bihet, ministre: Chers collègues, lors de l'été 2025, notre stockage de gaz a largement dépassé les exigences réglementaires européennes. La prise de mesures par le gouvernement n'a donc pas été nécessaire. C'est aux acteurs de marché qu'il revient en premier lieu de s'assurer de l'approvisionnement suffisant en gaz pour satisfaire la consommation de leurs clients. Cela inclut la stratégie de stockage, en sachant que l'Europe a besoin de stocks suffisant durant l'hiver. Il est donc dans l'intérêt du marché de remplir les stocks. Les fournisseurs sont liés par contrat et mettent dès lors tout en œuvre pour éviter des difficultés de fourniture.
Op dit ogenblik laten we de markt zijn werk doen en volgen we de opslagsituatie van nabij op. Het klopt dat het aanvullen van de gasvoorraden complexer is dan gewoonlijk, maar momenteel kan dat niet als problematisch worden beschouwd.
À titre de comparaison, la situation en 2022 était encore plus défavorable, mais le marché est malgré tout parvenu à satisfaire les objectifs européens en matière de stockage. Pour ce faire, certaines mesures sont à disposition des acteurs. Si cela s'avère nécessaire, l'État pourrait intervenir directement pour garantir l'atteinte des objectifs européens. Le conflit actuel au Moyen-Orient exerce une pression à la hausse sur les prix de l'énergie, en particulier du gaz et du LNG, ce qui pèse directement sur les coûts de production des entreprises et donc sur la compétitivité, notamment dans les secteurs énergivores. À ce stade, il n'y a pas de pénurie physique d'approvisionnement en Europe, mais les tensions sur les marchés et la concurrence accrue pour le LNG créent une incertitude importante, susceptible de freiner les investissements et d'affecter l'activité économique, si et seulement si la situation perdure.
Gelet op die risico’s neemt de federale regering deel aan een gecoördineerde aanpak op Europees niveau die erop gericht is de bevoorradingszekerheid te waarborgen en tegelijkertijd de impact van de prijzen te beperken. Dat gebeurt door een betere coördinatie met internationale partners om de importstromen veilig te stellen.
Par ailleurs, des actions sont envisagées pour maîtriser la demande énergétique, améliorer l'efficacité énergétique et accélérer le déploiement des énergies renouvelables et de l'électrification afin de réduire structurellement la dépendance aux combustibles fossiles et de renforcer la résilience de l'économie face à ce type de choc.
À l'heure actuelle, il n'y a pas de problème avec l'approvisionnement en pétrole brut et/ou en produits pétroliers vers le marché belge. La Belgique ne produit pas de pétrole brut et dépend donc des importations en provenance de pays tiers. Toutefois, la politique d'approvisionnement en pétrole brut est largement diversifiée. En outre, la Belgique n'est pas directement dépendante de la région du Golfe pour ses importations en pétrole brut. En 2025, le pétrole brut importé en Belgique provient principalement de Norvège: à ce stade, l'approvisionnement est assuré. Je précise "à ce stade" car je n'ai pas de boule de cristal.
Wat afgewerkte olieproducten zoals diesel of benzine betreft, wordt België enerzijds bevoorraad via de invoer van aardolieproducten en beschikt België anderzijds dankzij de aanwezigheid van twee raffinaderijen eveneens over een eigen productie van aardolieproducten.
Plus particulièrement, nous constatons des difficultés à l’échelle européenne en matière d’approvisionnement en kérosène. Toutefois, la Belgique bénéficiant d’une position privilégiée sur l’axe Amsterdam‑Rotterdam‑Anvers, véritable porte d’entrée du pétrole en Europe, l’approvisionnement est à l’heure actuelle maîtrisé chez nous. Nous restons cependant particulièrement attentifs à la situation de ce produit en particulier.
Monsieur D’Amico, le plan de l’AIE dont j’ai parlé un peu plus tôt comprend plusieurs mesures visant à réduire la consommation de produits pétroliers. Certaines de ces mesures présentent une pertinence limitée pour la réduction de la consommation de pétrole en Belgique ou sont difficiles à mettre en œuvre en raison de contraintes techniques. Les mesures de réduction de la demande pertinentes pour les secteurs du transport et/ou du résidentiel peuvent néanmoins permettre une diminution effective de la consommation, pour autant qu’elles soient réellement suivies et appliquées par les consommateurs belges.
Tot slot, mijnheer Coenegrachts, zal ik straks nog afzonderlijk antwoorden op uw andere vraag over de energienorm. U hebt daarover immers nog een andere vraag. Ik dank u.
06.04 Steven Coenegrachts (Anders.): Bedankt, mijnheer de minister.
U monitort de situatie goed. Dat is blijkbaar het ordewoord van deze regering als het over energie gaat: er wordt gemonitord. U zegt echter terecht dat u de markt zijn werk laat doen. Wij hebben als liberalen dan ook meer vertrouwen in de markt dan in de overheid, dus op zich is dat een goede houding.
Als ik het goed begrijp, bekijkt u dus of we mogelijk in de problemen komen in het najaar wanneer we goedgevulde gasvoorraden nodig hebben. Misschien kan er dan op Europees niveau ingegrepen worden. We zullen de situatie samen met u verder monitoren.
06.05 Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Merci pour vos réponses, monsieur le ministre.
Pour faire baisser la demande, suite aux recommandations de l’AIE, vous avez évoqué le secteur des transports. À cet égard, nous pourrions nous inspirer du modèle lituanien. Je ne sais pas si vous l’avez lu, mais en Lituanie, ils ont décidé de diviser par deux les prix des transports en commun et, assez fatalement, diminuer le prix du transport.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
07.01 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, le vendredi 13 mars dernier, la directrice de l'Agence fédérale de contrôle nucléaire (AFCN), Pascale Absil, expliquait que son agence n'avait pas reçu ou recevrait peut-être une mission officielle du gouvernement pour préparer la construction de nouvelles centrales, ou une éventuelle prolongation de certains réacteurs existants. Le contexte est pourtant particulièrement important et difficile cette année, d’autant plus que la production d'électricité nucléaire en Belgique sera la plus faible de son histoire. Cette faible production est due au peu de centrales qui nous restent et aux maintenances en cours. Et la production sera toujours aussi faible l’année prochaine, confirmez-vous.
La question est vraiment au centre de l’actualité: peu de production nucléaire et des besoins croissants. Toutes nos communes et industries s’en inquiètent. En outre, les livraisons en électricité seront de plus en plus flexibles plutôt que fixes. Le dossier est donc très compliqué. À la fin du mois de septembre de l'année passée, je vous avais déjà interrogé. L’AFCN attendait déjà de savoir si elle serait consultée dans cette matière. Mais derrière tout cela, il y a aussi la question du financement de l’AFCN, puisqu'une partie importante de ses moyens risque de disparaître avec la disparition de ses missions et la fermeture progressive des centrales, alors que l’électricité nucléaire est plus que jamais nécessaire. On apprend par ailleurs dans la presse qu’il aurait été demandé à l’AFCN de rouvrir des dossiers pour Doel 1 et 2 et Tihange 1.
Monsieur le ministre, l’AFCN est une agence capitale puisqu’elle assure le contrôle et la sûreté nucléaire. A-t-elle reçu un mandat formel pour travailler sur ces dossiers? Le régulateur nucléaire ne devrait-il pas davantage être associé en amont à la préparation de la stratégie nucléaire du gouvernement? Comment le gouvernement entend-il garantir un financement pérenne de l'AFCN, alors que la fermeture (ou ouverture) de réacteurs risque de réduire (augmenter) ses ressources?
07.02 Mathieu Bihet, ministre: Cher collègue, l'AFCN, tout comme la compétence relative à la sûreté, relève évidemment de la tutelle du ministre de l'Intérieur. Cependant, pour ne pas vous laisser sur votre faim, il convient en effet que les questions énergétiques et économiques soient traitées de manière indépendante des questions de sûreté et de sécurité nucléaire. Malgré que je ne sois pas compétent pour elle, je ne peux que souscrire à ce que l'AFCN dispose d'un financement correspondant à ses missions légales et réglementaires. Il n'y a aucun doute là-dessus.
La relance du nucléaire implique bien évidemment une série de sujets qui concernent les compétences de mon collègue. Mon administration se concentrera bien entendu sur ces sujets avec les services du ministère de l'Intérieur et avec l'AFCN dans le respect de l'indépendance de cette dernière.
Le NEPIO (Nuclear Energy Programme Implementing Organization) qui s'appuiera sur les recommandations, les bonnes pratiques et les méthodes de l'Agence internationale de l'énergie atomique (AIEA), sera chargé de concerter avec les autorités compétentes.
Enfin, en ce qui concerne le dépôt d'un dossier auprès de l'AFCN – vous reprendrez d'ailleurs sans doute ma réponse de septembre –, il revient à l'opérateur lui-même de déposer un dossier en matière de sûreté. Dès lors, si Mme la directrice générale de l'AFCN dit qu'elle n'a pas ou pas encore été saisie d'une demande formelle, c'est que l'opérateur n'a pas encore déposé de dossier. Il appartient bien à l'opérateur de déposer un dossier en matière de sûreté.
07.03 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, j'ai bien entendu votre soutien à cet organisme essentiel pour notre pays, tant pour les avis qu'il donne que pour la sécurité nucléaire. Il revient effectivement à l'opérateur de poser ces questions mais avouons qu'à un certain moment, c'est un peu interpellant, bien que tout ne soit pas de votre ressort.
Je vous remercie pour vos réponses qui ont été claires.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
08.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik stel mijn vraag vanuit een zekere verbazing, omdat de federale minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, op 24 maart in Noorwegen tijdens een staatsbezoek van het vorstenpaar verklaringen aflegde over de mogelijke komst van extra lng. Hij zei dat het aan de minister van Energie is om te onderzoeken of Noors gas via de pijpleiding naar België kan worden getransporteerd. Hij voegde eraan toe dat het zijn taak was om deuren te openen, terwijl elders deuren dichtgaan. Noorwegen is inderdaad de belangrijkste gasleverancier van Europa. Ook in België komt het grootste deel van het gas rechtstreeks uit Noorwegen. Van het geconsumeerde gas in België is 36 % van Noorse herkomst.
Tegelijkertijd keurde de ministerraad op 20 maart een ontwerp van bilaterale overeenkomst goed tussen België en Noorwegen. Dat kwam er op initiatief van u en mevrouw Verlinden en behelst het transport van koolstofdioxide via een pijpleiding. Die overeenkomst kwam er in het kader van projecten rond koolstofafvang en –opslag (CCS), dus het juridische en administratieve kader rond een grensoverschrijdend pijpleidingssysteem. Wat de infrastructuur betreft, beschikt België over belangrijke CO2-emissiebronnen, maar heeft België zelf geen opslagcapaciteit. De infrastructuur zal worden gerealiseerd door Fluxys en Equinor via een pijpleiding van de haven van Zeebrugge naar opslaginstallaties in Noorwegen. De ministerraad heeft minister Prévot gemachtigd om die overeenkomst te ondertekenen.
Kunt u als minister van Energie meer toelichting geven bij dat dossier? Beoogt minister Prévot de komst van extra lng uit Noorwegen via de bestaande pijpleiding? U weet dat er een bestaande pijpleiding is die al sinds de jaren 90 operationeel is tussen het Sleipnerveld en de terminal in Zeebrugge. Of doelt de minister op het toekomstige CO2 Highway Europe-project dat Zeebrugge moet verbinden met Noorse CO2-opslaglocaties? Ik vind het heel verwarrend. Misschien kunt u daarover duidelijkheid geven.
08.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Ravyts, ik sta in nauw contact met minister Prévot en bestudeer continu verschillende opties om de Belgische energiebevoorradingszekerheid te garanderen en te diversifiëren.
Noorwegen is een betrouwbare partner en hier is het vooral zaak om de bestaande gaspijplijn met een optimale capaciteit te laten functioneren. Aangezien de productiecapaciteit momenteel reeds maximaal wordt benut, is bijkomende export noch via bijkomende pijpleidingen noch via lng aan de orde.
Wat het CO2 Highway Europe-project betreft, werd minister Prévot gemachtigd om tijdens het Belgische staatsbezoek in naam van de federale overheid een akkoord te ondertekenen dat de constructie van een CO2-pijplijn tussen België en Noorwegen mogelijk maakt. Dat akkoord creëert hoofdzakelijk een kader voor de grensoverschrijdende coördinatie tussen het Belgische en het Noorse rechtssysteem. De gewestelijke overheden ondertekenden die mee voor België.
08.03 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
De communicatie van minister Prévot vanuit Noorwegen was wat onduidelijk, maar u hebt dat hier verduidelijkt. Ik heb goed begrepen dat extra lng vanuit Noorwegen in eerste instantie via de bestaande pijplijn zal gebeuren en dat Highway Europe vooral een zaak van CCS is.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
09.01 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, vorige week hebben we een debat gevoerd over de energienorm. Voorlopig merken bedrijven echter nog weinig van wat daar is beslist. Ze blijven vragen om hun energiefactuur te zien dalen en om het nadeel ten opzichte van de buurlanden weg te werken.
Een van de maatregelen is het uitbreiden van de bevoegdheden van de CREG. Een andere is de zogenaamde CISAF-optie voor de ondersteuning van de industrie. Over die optie is de Raad van State zeer kritisch geweest, zoals hier al is besproken. Tegelijk noopt zij u ertoe om te onderhandelen met de gewesten.
Wat is vandaag de stand van zaken van die onderhandelingen met de gewesten? Hoe ziet u de overdracht van de budgetten? Zijn er nog juridische hinderpalen die moeten worden weggewerkt? Via welk instrument zullen die budgetten aan de gewesten worden overgedragen en welke verdeelsleutel zal daarbij worden gehanteerd?
Kunt u aangeven op welke termijn – dag, datum of periode – bedrijven effectief zullen kunnen genieten van die reeds twee jaar geleden aangekondigde korting op hun stroomfactuur?
Op welke manier kunt u waarborgen dat de CISAF-middelen worden geoptimaliseerd en geïntegreerd in bestaande systemen, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, zonder dat dit leidt tot extra administratieve lasten of een verneveling van de middelen? Of laat u die opdracht volledig over aan de gewesten?
Welke garanties kunt u afdwingen bij de gewesten om ervoor te zorgen dat die steun prioritair terechtkomt bij de meest energie-intensieve sectoren, die het meeste blootstaan aan internationale concurrentie? Dat is immers de doelgroep die federaal voor ogen werd gehouden en waarvoor de middelen zijn uitgetrokken.
09.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Coenegrachts, het wetsontwerp dat onder meer een nieuwe tarifaire richtsnoer invoert, werd, zoals u weet en met uw steun, op 16 april 2026 door de plenaire vergadering in de Kamer goedgekeurd. Wij hebben al de gelegenheid gehad om over het dossier te debatteren in de commissie op 1 april 2026, evenals tijdens de plenaire vergadering.
In drie werkdagen tijd moet ik u eerlijk bekennen dat het dossier niet fundamenteel is gewijzigd. Ik veroorloof mij dan ook u te verwijzen naar mijn antwoorden van voorbije donderdag 16 april 2026.
Ook wil ik u erop wijzen dat de CREG inmiddels haar publieke consultatie heeft gelanceerd over de ontwerpbeslissing tot vaststelling van de tariefmethodologie voor het transmissienet voor elektriciteit en voor elektriciteitsnetten met een transportfunctie voor de reguleringsperiode 2028–2031. Daarin is reeds een verwijzing opgenomen naar de recente toevoeging van een tarifaire richtsnoer in de elektriciteitswet. In dat kader wordt in het ontwerp van beslissing een tariefverlaging overwogen.
De besprekingen over het Clean Industrial Deal State Aid Framework (CISAF) zijn momenteel aan de gang. De werkzaamheden worden actief voortgezet om de ondernemingen in staat te stellen ten volle te profiteren van die steunmechanismen voor hun concurrentievermogen.
09.03 Steven Coenegrachts (Anders.): Mijnheer de minister, u stelt dat u in drie werkdagen nog niet veel hebt kunnen doen, maar blijkbaar kon de CREG dat wel. De CREG heeft op drie werkdagen wel een publicatie gedaan. U werpt op dat zij dat heeft voorzien, maar u had dat ook kunnen voorzien. U stelt dat u dat in drie werkdagen niet kon doen, maar op 24 maanden tijd hebt u dat ook niet gedaan. Alles neemt te veel tijd in beslag. Het gaat niet snel genoeg. U had wel degelijk mogelijkheden om sneller te schakelen en om niet elke keer bij elke stap die u neemt na te denken over wat de volgende eventueel zou kunnen worden.
De werkelijke reden dat hier vandaag geen akkoord met de gewesten voorligt, is dat die gesprekken gewoon heel lastig verlopen. Ik begrijp dat er een koppeling is gemaakt met de verdeling van de ETS-middelen, namelijk dat de federale component zou worden doorgestort naar de gewesten ter compensatie. Die onderhandelingen over de ETS-middelen zitten ook al jaren geblokkeerd op die verdeelsleutel. De aansluiting bij een onderhandeling die reeds geblokkeerd is, is mogelijk een belangrijkere verklaring voor het uitblijven van een akkoord dan het feit dat ik u die vraag stel na drie werkdagen.
We zullen ook dit dossier blijven monitoren, mijnheer de voorzitter.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
10.01 Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, suite au refus en décembre du budget initial proposé par ENGIE pour fixer le strike price des réacteurs Doel 4 et Tihange 3, une nouvelle proposition devait être soumise. Un article du journal L'Echo, paru au début de ce mois, indiquait que vous n’aviez toujours pas trouvé d’accord avec ENGIE sur le prix garanti que l’énergéticien recevra pour son énergie nucléaire.
Monsieur le ministre, quel est le montant actuel garanti pour l’électricité produite par Doel 4 et Tihange 3 depuis le redémarrage des deux réacteurs? Quelle est la nouvelle proposition faite par le gouvernement en ce mois d’avril?
Le journal L’Echo indique que le désaccord porte sur les coûts raisonnables qu’ENGIE est en droit de facturer. Quel est le montant de ces coûts que vous avez bloqué? Quelle est l’échéance fixée pour déboucher sur un accord avant que des experts indépendants soient désignés?
Le président: Monsieur Lejeune, comme vous avez deux questions sur cette thématique, je vous propose de poser les deux questions à la suite pour des raisons pratiques.
10.02 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le président, je vous remercie pour votre pragmatisme.
Monsieur le ministre, ma première question porte sur les leviers juridiques, notamment l’article 4bis, etc. Je renvoie à ce sujet à la version écrite de ma question.
La question du nucléaire revient aujourd'hui
avec force dans le débat énergétique, dans un contexte de prix élevés et
d'inquiétudes sur notre sécurité d'approvisionnement. Febeliec, qui représente
les grands consommateurs industriels, a plaidé clairement pour maintenir
ouvertes un maximum de capacités nucléaires et propose, si nécessaire, de
contraindre ENGIE par la loi. Au-delà des positions de principe, cela soulève
plusieurs questions fondamentales.
D'abord, une question de gouvernance: qui
décide réellement de l'avenir énergétique de la Belgique? L'État et le
Parlement, ou un acteur industriel privé? Ensuite, une question juridique:
alors que notre cadre légal organisait encore récemment la sortie du nucléaire,
peut-on aujourd'hui imposer l'inverse, et sur quelle base? Enfin, une question
économique: si le nucléaire peut contribuer à contenir les prix, il faut aussi
regarder de manière transparente les coûts, les délais et les risques associés.
Febeliec propose d'étendre l'article 4bis de la loi sur l'électricité pour
empêcher la fermeture de réacteurs nucléaires.
Cette piste a-t-elle fait l'objet d'une
analyse juridique approfondie, et est-elle réellement envisageable dans le
cadre actuel? En cas de refus de ENGIE de prolonger certaines unités, le
gouvernement est-il prêt à envisager des mécanismes contraignants, voire une
reprise des installations par un autre acteur? Enfin, sur l'impact économique,
le gouvernement dispose-t-il d'une évaluation chiffrée et indépendante du gain
réel sur les prix de l'électricité qu'apporterait une prolongation
supplémentaire, ainsi que de son coût total pour la collectivité?
J'en viens à ma deuxième question. La presse du jeudi 2 avril révélait que les négociations entre le gouvernement et ENGIE restaient bloquées sur le strike price. C’est bien entendu un point névralgique dans les discussions. J’ai également pu découvrir dans cet article que le gouvernement devrait remettre sa dernière offre à ENGIE et que faute d'accord, il serait envisagé de recourir à des experts indépendants pour trancher sur les "coûts raisonnables".
Monsieur le ministre, ces discussions s’inscrivent dans un contexte plus large d’incertitudes sur les coûts réels du nucléaire, qui sont en effet difficiles à chiffrer: il y a les déchets, la sécurité d'approvisionnement en électricité, les difficultés suite à la situation au Moyen-Orient, les petits réacteurs nucléaires modulaires ou SMR qui se font attendre, etc. Dans ce contexte très compliqué, pouvez-vous nous dire où en sont les discussions avec ENGIE concernant le strike price? La question des experts indépendants est-elle toujours d’actualité?
10.03 François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, nous allons essayer, une fois de plus, de comprendre ce qui se passe entre le gouvernement et ENGIE, ce qui semble relever d’un processus très secret et très discret.
Dans un article de L’Echo, nous apprenons qu’un désaccord persistant – ce qui prouve au moins que vous vous parlez, c’est déjà cela – oppose le gouvernement fédéral et ENGIE au sujet du prix garanti de l’électricité produite par les réacteurs nucléaires prolongés, à savoir Doel 4 et Tihange 3. Il apparaît que le montant des coûts raisonnables pouvant être répercutés par ENGIE dans le cadre de la joint-venture reste contesté et que, faute d’accord, des experts indépendants pourraient être désignés pour trancher cette question.
Par ailleurs, le gouvernement envisagerait d’utiliser différents leviers, notamment la question des provisions pour le démantèlement nucléaire, afin d’obtenir un accord global incluant une éventuelle prolongation supplémentaire des réacteurs concernés et la relance d’unités plus anciennes.
Monsieur le ministre, pouvez‑vous préciser l’état exact des négociations avec ENGIE concernant la fixation du prix garanti de l’électricité nucléaire pour Doel 4 et Tihange 3? Quels sont les principaux points de divergence relatifs à l’appréciation des coûts raisonnables invoqués par l’opérateur? Dans l’hypothèse où des experts indépendants seraient désignés, selon quels critères seront-ils sélectionnés afin de garantir leur impartialité et leur indépendance à l’égard des parties concernées? Le gouvernement envisage-t-il effectivement de conditionner ou de lier la question des provisions pour le démantèlement nucléaire aux négociations en cours sur la prolongation des centrales – en postulant bien sûr que ces négociations existent? Confirmez-vous que l’option d’une obligation légale imposant le maintien ou la relance de certaines unités reste à l’étude? Si oui, sur quelles bases juridiques et dans quels délais pourrait-elle être activée? Enfin, quel est le calendrier précis que vous fixez pour aboutir à un accord afin d’assurer la sécurité de l’approvisionnement électrique du pays?
10.04 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, het is een beetje door de mazen van het net geglipt, maar op de ministerraad van 3 april weerklonk er een zeker ongeduld bij de coalitiepartners tegenover u als minister van Energie over het nucleaire dossier. U moest dat dossier in een versnelling brengen, naast het offshoredossier, waarover enkele collega’s straks vragen zullen stellen. Daarnaast zijn er ook de kwesties van het verlengingsproject, de gegarandeerde stroomprijs voor ENGIE en de oplopende ontmantelingsfactuur voor ENGIE. Bovendien is er ook de mogelijkheid om ENGIE juridisch te dwingen om de centrales langer open te houden, wat de collega’s nog niet hebben vermeld.
Mijnheer de minister, hoe zit het met de onderhandelingen over de stroomprijs? De heren D'Amico, De Smet en Lejeune hebben de situatie al geschetst. Ik heb begrepen dat er bij BE-NUC nog altijd wordt gedebatteerd over de vraag welke redelijke kosten ENGIE in rekening mag brengen. De gegarandeerde stroomprijs is ook heel belangrijk voor de meerjarenbegroting van de Belgische Staat.
U hebt een eerste voorstel van ENGIE, op advies van de CREG, geweigerd. Ik denk dat dat terecht is. ENGIE kreeg drie maanden om de kostenraming te onderbouwen. Volgens de laatste berichten zou de motivering nog altijd niet volstaan. Men heeft nu onafhankelijke experts ingeschakeld.
Er is ook het debat over de oplopende ontmantelingsfactuur en de kwestie van artikel 4bis van de elektriciteitswet, waarbij de minister centrales als strategische reserve zou kunnen opvorderen.
Kunt u een toelichting geven bij de onderhandelingen over de gegarandeerde stroomprijs? Wat is de stand van zaken in het debat over de ontmantelingskosten? Hoe schat u de opportuniteit en de efficiëntie in van de wettelijke mogelijkheid om ENGIE te dwingen om meer kerncentrales open te houden? Of is dat alleen een fata morgana van FEBELIEC, die de federatie enkele weken geleden heeft gepubliceerd?
10.05 Mathieu Bihet, ministre: Chers collègues, je connais bien sûr la proposition de Febeliec concernant la réserve stratégique et mon administration examine actuellement cette proposition. Je vous rappelle qu'avec votre loi du 17 mai 2025, vous avez vous-même levé l'exception qui existait pour les centrales nucléaires, qui sont, depuis l'entrée en vigueur de cette loi, considérées comme toutes les autres centrales de production d'électricité. Néanmoins, il convient de noter que l'extension de l'article 4bis de la loi dite électricité proposée par Febeliec est loin d'être simple. L'article 4bis, c'est la loi, mais c'est Febeliec qui en a reparlé – que ce soit bien clair.
Il apparaît, en tout cas, impossible, sur la base de l'article 4bis actuel de la loi électricité, de donner à l'État belge la possibilité proposée de réquisitionner des centrales nucléaires en vue de disposer d'une réserve stratégique. L'article 4bis actuel de la loi prévoit essentiellement une obligation de notification, qui doit être également comprise en combinaison avec le mécanisme de rémunération de la capacité (CRM) bien connu.
Quant à l'idée de créer une possibilité de simplement réquisitionner des centrales nucléaires, l'équilibre entre les droits fondamentaux susmentionnés et l'objectif d'intérêt général poursuivi est tout à fait différent. Une question qui reste en suspens concernant cette idée est notamment l'équilibre entre les enjeux supérieurs de l'intérêt général, tels que la sécurité, l'approvisionnement ou les enjeux climatiques – et ce n'est pas rien –, et ceux du respect de la liberté d'entreprise, de la liberté contractuelle et du droit de propriété.
Sur ce point, j'ai encore une petite réaction, différentes questions m'ayant été déposées sur cet article 4bis juste après le débat que nous avons eu en séance plénière dernièrement. Mon avis n'a évidemment pas changé entre le débat en séance plénière et aujourd'hui.
De onderhandelingen over bijkomende levensduurverlengingen van Doel 4 en Tihange 3, evenals die van andere kerncentrales, zijn vertrouwelijk en worden samen met de eerste minister gevoerd. Om de gesprekken alle kansen op slagen te geven, wens ik daarop momenteel niet verder in te gaan.
Là non plus, je n'ai pas changé d'avis. J'ai beaucoup de défauts, mais je reste constant. Il est important de garder toutes les options ouvertes, y compris celle d'impliquer d'autres exploitants nucléaires comme alternative.
En ce qui concerne l'impact économique d'une prolongation supplémentaire de la durée de vie, son coût dépendra entre autres des accords sous-jacents et des exigences en matière de sûreté. Il convient de mettre cela en balance avec la sécurité d'approvisionnement, la réponse aux enjeux climatiques dont je parlais, mais également avec la maîtrise du total system cost et la contribution à la stabilité des prix de l'électricité.
Voor de driejaarlijkse herziening van de aan
te leggen voorzieningen om de toekomstige ontmantelingskosten te dekken, loopt
het wettelijk voorziene proces nog steeds binnen de daartoe bevoegde Commissie
voor nucleaire voorzieningen (CNV), waarvan de onafhankelijkheid en de
bevoegdheden door de vorige regering werden uitgebreid. De CNV bepaalt autonoom haar werkzaamheden en
agenda.
La Commission des provisions nucléaires (CPN) doit accomplir sa mission en toute indépendance. Tout comme vous, j’attends la prise de position de la CPN et je ne peux donc pas me prononcer sur le résultat auquel elle aboutira. Je rappelle, et ce n’est pas rien, que les travaux de la CPN se déroulent à huis clos et que le gouvernement n’y est pas représenté.
Concernant un point plus technique, et pour répondre à la question de M. D’Amico, à savoir les discussions relatives aux budgets servant de base au strike price et à l’expert determination, je précise qu’à ce jour Electrabel n’a soumis aucune nouvelle proposition concernant les budgets servant de base au calcul de l’initial strike price. Des discussions sont en cours avec Electrabel au sujet des propositions précédemment soumises, toujours basées sur l’ancienne version, notamment en ce qui concerne l’application de la procédure d’expert determination en cours afin d'évaluer ces propositions. Lors de ces discussions, aucun accord n’a encore été trouvé concernant les experts indépendants susceptibles d'être désignés dans le cadre de cette procédure et dont le rôle est de rendre une décision contraignante – c'est important –, qui s’imposera aux parties quant au montant concret des budgets servant de base au calcul de l’initial strike price, conformément aux modalités prévues dans l’exécution des accords Phoenix signés par le gouvernement précédent.
10.06 Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Merci, monsieur le ministre, pour les différentes réponses que vous avez apportées. Nous continuerons à effectuer un suivi.
J'avais posé une question sur la date limite qui avait été fixée pour déboucher sur un accord, mais je n'ai pas reçu de réponse. J'en prends acte.
10.07 Marc Lejeune (Les Engagés): Merci, monsieur le ministre, pour vos différentes réponses.
On comprend bien que l'article 4bis est extrêmement compliqué à mettre en œuvre. C'est un subtil équilibre entre nos droits et nos obligations, les droits des entreprises, la liberté d'entreprendre aussi. Il vaut certainement mieux travailler sur des leviers plutôt financiers ou des accords de coopération que sur des leviers purement légaux qui, finalement, pourraient ne pas suffire et ne pas être suffisamment costauds.
Concernant le strike price, comme vous l'avez dit, on attend. On espère que vous trouverez un accord, qu'il s'agira d'experts indépendants, et qu'Electrabel fournira les données pour pouvoir renégocier avec Engie et avancer sur la prolongation de nos centrales, la question étant extrêmement importante.
10.08 François De Smet (DéFI): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Vous invoquez les lois, même si une loi, cela se change. C'est vrai, vous en avez changé une. Vous invoquez la nécessité du secret de négociation, vous invoquez des procédures qu'il est compliqué de contourner. C'est fou, on découvre comme ce secteur est quand même beaucoup plus compliqué que ce que certains partis politiques nous disaient au moment de la campagne électorale! J'essaie d'imaginer ce que vous auriez répondu comme député si, après un an de prise de fonction, et alors que le nucléaire ne soulève même pas de débat au sein de la coalition, ce qui n'était pas le cas de la Vivaldi, la ministre Van der Straeten vous aurait répondu: "On négocie en secret avec Engie. Il faut attendre, et on ne sait pas combien de temps. Continuez à poser des questions autant que vous voulez." Je ne pense pas que vous vous en seriez contenté, et vous auriez eu raison.
10.09 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, het is goed dat u even de puntjes op de i hebt gezet en verduidelijkingen gebracht hebt inzake dat artikel 4bis van de elektriciteitswet.
Wat de andere aspecten betreft, de strike price, de ontmantelingsfactuur en het verlengingsproject, is het een beetje zoals de heer Lejeune heeft gezegd: alles hangt samen in die onderhandelingen. Men kan die zaken niet van elkaar scheiden, mijnheer de minister. Dat heeft de premier me dan ook geantwoord toen ik hem ongeveer een maand geleden interpelleerde naar aanleiding van zijn gesprek met mevrouw MacGregor in Parijs.
Alles hangt samen. Dit is een heel moeilijke opdracht. Het is nu eenmaal zo, mijnheer Van Lysebettens, dat deze regering door de vorige regering in een zeer moeilijke onderhandelingspositie terechtgekomen is.
10.10 Jeroen Van Lysebettens (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik word hier aangesproken op een onverwacht moment. Ik had me niet eens ingeschreven voor het debat, maar toch word ik vernoemd.
De verdienste van de vorige regering, mijnheer Ravyts, is dat er een akkoord is en dat de levensduur van de kerncentrales werd verlengd. Tot op vandaag moet de huidige regering dergelijke stappen nog zetten.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
11.01 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, c'est un sujet extrêmement important dans le combat contre le réchauffement climatique que nous menons. La Belgique vient de franchir une étape décisive avec la signature d'un accord avec la Norvège permettant le transport de CO₂ vers des sites de stockage en mer du Nord. C'est une avancée majeure qui ouvre la voie à une véritable chaîne de valeur du CO₂, indispensable pour des secteurs industriels comme les cimenteries ou la chimie, pour lesquels il n'existe pas d'alternative crédible à la capture carbone en vue d'atteindre la neutralité climatique.
Toutefois, un obstacle majeur subsiste: le modèle économique. En effet, les industriels attendent un prix clair avant d'investir. Les gestionnaires d'infrastructure, comme Fluxys, attendent des volumes garantis avant de construire. Par conséquent, chacun attend l'autre. Dans le même temps, le coût total du captage, transport et stockage est estimé entre 175 et 225 euros/t, soit largement au-dessus du prix du carbone dans le système ETS d'environ 65 à 75 euros/t. Cela pose donc un véritable problème de viabilité économique.
Monsieur le ministre, comment le gouvernement fédéral entend-il contribuer à faire émerger un modèle économique viable pour le transport du CO₂, notamment en matière de tarification et de partage des risques? Le gouvernement envisage-t-il un soutien public, direct ou indirect, pour sécuriser les premiers investissements, afin d'éviter que les pionniers ne soient pénalisés? Enfin, comptez-vous coordonner ce dossier avec les régions, compétentes pour la capture, afin d'éviter un blocage institutionnel qui retarderait des investissements pourtant urgents?
11.02 Mathieu Bihet, ministre: Monsieur Lejeune, le gouvernement fédéral est uniquement compétent pour les conduites sous-marines offshore de CO₂. Le financement de cette partie offshore du pipeline est intégralement pris en charge par Equinor et n'entraîne donc aucune implication financière supplémentaire du gouvernement fédéral. Le transport terrestre de CO₂ relève, quant à lui, exclusivement de la compétence des régions, où les régulateurs concernés élaborent ainsi le modèle tarifaire. Cependant, fait notable dans ce beau pays, les régulateurs du Nord et du Sud ont désigné le même GRT (gestionnaire de réseau de transport) pour le CO₂. Ce n'est pas plus mal, même si ce n'était pas garanti. Notons-le positivement.
En tant que gouvernement fédéral, nous avons tout de même apporté notre soutien au statut PMI du projet (projects of mutual interest) dans le cadre du règlement RTE-E. Désolé, c'est comme ça! Le PMI est en effet une condition préalable à toute demande de financement européen au titre de mécanisme pour l'interconnexion en Europe (CEF).
Un tel financement européen peut jouer un rôle important pour combler les déficits de financement de ce type de projet. La coordination avec les régions est effectivement primordiale et celle-ci doit être favorisée. Il existe déjà un groupe de travail sur le CCS (carbon capture and storage) au sein de la Commission Nationale Climat, au sein duquel le gouvernement fédéral et les régions se concertent à ce sujet.
J'évalue actuellement avec ma collègue en charge de la Mer du Nord si cette plateforme peut continuer à servir de cadre de concertation pour le développement d'un nouveau réseau et du pipeline offshore correspondant, ou si une autre plateforme serait plus appropriée. Je tiens d'ailleurs à souligner que c'est une des mesures du plan d'action MAKE 2025-2030 qui a été adopté au mois de janvier de cette année, plateforme durant laquelle les différents acteurs concernés ont eu l'occasion de s'exprimer exhaustivement, et donc c'est une concrétisation déjà de cette mesure dans le groupe MAKE 2025-2030.
11.03 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vois que vous êtes bien sur la balle. Vous nous rappelez quand même qu'on n'est pas dans un pays facile. On nous parle de plate-forme dont vous vous occupez, groupe de travail, financement européen, régulateur, régions et le fédéral qui essaient d'harmoniser toutes les mesures pour avancer. C'est tout ce que nous souhaitions entendre. Pour nous, c'est un dossier important et j'entends dire que de nombreux acteurs soutiennent ce fameux projet qui, je l'espère, avancera au cours de cette année.
Je vous remercie pour toutes ces réponses précises.
Het incident
is gesloten.
L'incident est
clos.
12.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, toen ik zelf nog commissievoorzitter was en u nog parlementslid, hebben we heel veel discussies gehad over het energie-eiland en de stijgende kosten ervan.
Ik moest onlangs nog eens terugdenken aan dat energie-eiland. Kunt u mij daarover een update geven?
12.02 Éric Thiébaut (PS): Monsieur le ministre,
Où en est le projet de l’île énergétique? Il
y a de nombreux mois, vous nous répondiez dans cette commission que pour le
début du printemps tout serait réglé. Le début du printemps, c’était il y a un
mois. Et on a toujours pas de réponse sur l’avenir de cette île énergétique.
Après les industriels de l’éolien offshore,
après les coopératives actives dans l’offshore, maintenant c’est Elia qui sort
dans la presse pour vous demander d’enfin prendre des décisions.
Où en est le dossier Monsieur le ministre? Est-ce
que l’objectif de 3 à 3,5 GW pour l’ensemble de la zone est maintenu? Parce
qu’on parle ici de la sécurité d’approvisionnement de notre pays.
Que va devenir la partie en courant continu
de l’île énergétique? Vous l’aviez suspendu en juin 2025, et depuis nous
attendons.
Elia évoque dans la presse une solution
possible pour Nautilus, le projet d’interconnexion avec le Royaume-Uni censé se
brancher sur l’infrastructure en courant continu de l’île. Frédéric Dunont
évoque une interconnexion hybride, c'est-à-dire capable de transporter de
l'électricité entre deux pays, mais aussi d'acheminer de l'électricité éolienne
produite en mer vers les côtes. Mais Elia dit que c’est au gouvernement fédéral
de trancher et que cela nécessite de construire la portion en courant continu de
l’île.
Monsieur le ministre, quelle est votre
position? Quand allez-vous trancher ? Elia nous dit que son projet présente un "business
case positif", mais on ne connait rien de l’estimation des coûts.
Allez-vous faire toute la transparence sur ce dossier?
Je vous remercie.
12.03 Mathieu Bihet, ministre: Messieurs, concernant la construction de l'île énergétique Princesse Elisabeth, qui est en cours, au cours de l'année 2025, les 11 premiers caissons ont été installés avec succès. Après une interruption temporaire durant la période hivernale, la phase de construction a repris et le 12e caisson a été déposé le 1er avril 2026.
Sur la base de la planification actuelle, l'installation de l'ensemble des caissons est attendue pour juillet. Par conséquent, le calendrier initialement prévu pour le projet demeure inchangé.
Wat het HVAC-gedeelte betreft, verwacht Elia op dit moment geen vertragingen en verloopt dat onderdeel conform de planning. Het HVDC-gedeelte van het eiland is nauw verbonden met de interconnector naar het Verenigd Koninkrijk. De onderhandelingen met de Britse partners zijn nog gaande, dus daarop kan ik nog niet verder ingaan.
12.04 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor deze update.
12.05 Éric Thiébaut (PS): Merci, monsieur le ministre. C'était un peu faible, comme réponse. Ce n’était pas très…
12.06 Mathieu Bihet, ministre: (…)
12.07 Éric Thiébaut (PS): Oui. Nous n’avançons pas beaucoup.
12.08 Mathieu Bihet, ministre: (…)
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
13.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, ik heb een vraag over de stand van zaken van de Prinses Elisabethzone. Gisteren zagen we een fijn persbericht waarin een akkoord werd aangekondigd over de eerste tender. Ik kijk daar zeer naar uit. U zei dat die zeer binnenkort zal worden gelanceerd. Kunt u dat nader preciseren? Hebt u ook al plannen om te werken aan de tweede tender, zodat we in de toekomst niet dezelfde vraag moeten stellen?
Dan ga ik meteen over naar mijn tweede vraag. Die betreft de Boucle du Hainaut. De Vlaamse regering heeft recent een deel van het ontwerp van de Boucle du Hainaut vastgesteld. Dat is een belangrijke doorbraak voor de ontsluiting van de bijkomende 3,5 GW offshore windenergie, die de Prinses Elisabethzone zou moeten genereren. Zonder de tijdige realisatie van die energiesnelweg op land dreigt de groene stroom op de Noordzee vast te lopen. In dat verband heb ik enkele vragen.
Was u op de hoogte van die beslissing? In welke mate biedt de Vlaamse beslissing rechtszekerheid voor de investeerders in de Prinses Elisabethzone?
Kunt u garanderen dat de timing van de Boucle du Hainaut synchroon zal lopen met de ingebruikname van de Prinses Elisabethzone en de bijhorende windparken?
Nu er planologische vooruitgang is op land, ziet u mogelijkheden om ook de verdere uitrol van de resterende capaciteit op de Noordzee te versnellen?
Dank u wel.
13.02 Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, la guerre en Iran et l'explosion des prix de l'énergie ont démontré une nouvelle fois la nécessité d'investir dans les énergies renouvelables et de renforcer notre souveraineté énergétique pour garantir aux ménages et à notre industrie une énergie verte, abondante et bon marché.
Après avoir suspendu la procédure d'appel d'offres relative au lot 1 de la zone éolienne offshore Princesse Élisabeth en 2025, vous deviez rédiger un nouvel appel d'offres pour la fin du mois de mars. À ce jour, cet appel d'offre n'a toujours pas été publié. Par ailleurs, le secteur éolien offshore a partagé publiquement ses vives inquiétudes quant au cadre actuellement en préparation et indique la possibilité que votre appel d'offres échoue faute de candidats.
Monsieur le ministre, vous avez annoncé hier que le gouvernement se mettait d'accord pour un nouveau cadre pour l'appel d'offres. Quand celui-ci sera-t-il publié? Avez-vous consulté le secteur éolien pour réaliser l'appel d'offres? Quels sont ses retours? Finalement, avez-vous reçu un avis favorable de la Commission européenne concernant ce projet d'appel d'offres ?
13.03 Marc Lejeune (Les Engagés): Monsieur le ministre, la crise énergétique que nous connaissons aujourd’hui rappelle à quel point il est important de diminuer notre dépendance par rapport aux pays voisins ou plus lointains, et qu'il est important d'augmenter notre souveraineté énergétique. Dans ce cadre, le développement de l'éolien offshore est tout à fait primordial et ma question concerne le développement de la zone Princesse Élisabeth, qui représente un enjeu important pour notre pays.
La Belgique dispose aujourd’hui de plus de 2 GW d’éolien offshore en service, avec un objectif d’atteindre de 6 à 8 GW. Il est excessivement important d'avancer dans les appels d'offres. Il est vrai que le communiqué de presse d'hier expliquant comment vous alliez avancer nous a rassuré.
Vous avez annoncé hier la dernière ligne droite – nous sommes très heureux de l'entendre – vers le nouvel appel d’offres pour la zone 1. Quand espérez-vous lancer l'appel d'offres? Quelles précisions pouvez-vous apporter à notre commission? Deuxièmement, vous avez confirmé l'ambition de mener à bien les zones 2 et 3 moyennant le résultat d'études sur la navigation. Quand espérez-vous pouvoir disposer de ces études et quel serait le timing pour les appels d'offres? Je sais bien que c'est une échéance un peu plus longue. Comment comptez-vous assurer que les dérives budgétaires rencontrées avec le projet MOG II ne se reproduisent plus? On croise les doigts pour vous, pour nous et pour notre pays.
13.04 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, il y a trois semaines, nous avons présenté ici même une résolution sur le développement de l’éolien en mer vu le contexte énergétique actuel, en grande tension suite à l’agression illégale des États‑Unis et d’Israël contre l’Iran. En synthèse, nos demandes étaient triples. Premièrement, accélérer et prioriser ce dossier, qui nous apparaît comme extrêmement important. Deuxièmement, assurer une place très significative à la participation citoyenne. Vous savez combien cet aspect est important pour nous. Troisièmement, garantir de la transparence dans le processus, avec un calendrier clair et réaliste.
Monsieur le ministre, je suis embêtée de devoir vous le dire, mais pour nous, c’est un échec sur toute la ligne. Nous n’avons toujours aucune visibilité sur la suite du processus, sur les dates, les délais ou les échéances à venir. Nous naviguons à vue dans un dossier qui est pourtant central pour notre sécurité et pour notre autonomie énergétique, comme l’actualité nous le rappelle cruellement. En outre, on fait totalement l’impasse sur la participation citoyenne, qui permet pourtant aux citoyens et aux citoyennes de s’approprier la transition énergétique et de bénéficier directement des retombées de cette production d’électricité, plutôt que de voir l’ensemble des revenus et des dividendes filer vers les poches des actionnaires de grandes multinationales.
Enfin, nous accumulons un retard important, qui sera loin d’être corrigé. Je vous avoue d’ailleurs que j’ai peu d’espoir que le délai annoncé pour le printemps soit tenu.
Monsieur le ministre, quand espérez‑vous relancer l’appel d’offres pour l’éolien offshore? Quand le secteur et l’ensemble de nos concitoyens pourront‑ils enfin disposer d’un calendrier clair, transparent et crédible, tant pour la première zone que pour les suivantes, ainsi que pour l’île énergétique que nous venons d’évoquer? Enfin, quelles sont exactement les raisons du retrait de la participation citoyenne, qu’elle soit directe ou indirecte? S’agit-il d’une décision fondée sur une analyse chiffrée ou uniquement sur une approche dogmatique? Si tel est le cas, ce serait réellement très regrettable.
13.05 Mathieu Bihet, ministre: Chers collègues, concernant la PEZ 1, les travaux pour la relance de l'appel d'offres sont en cours. Des étapes importantes ont été franchies dernièrement. En ce qui concerne l'arrêté royal Tender, comme on l'appelle, la proposition de la CREG a été reçue le 2 avril. Cette proposition a été intégrée par la DG Énergie dans le projet d'arrêté royal et une consultation du secteur sur ce projet d'arrêté royal a été lancée hier, le 20 avril. L'objectif de cette consultation est d'apporter toute la clarté nécessaire au secteur sur le cadre de l'appel d'offres.
Zonder in detail te treden over de aanbesteding, kan ik aangeven dat het kader overeenkomstig de politieke keuzes die door de regering werden gevalideerd stabiel, juridisch robuust en investeringsvriendelijk is.
Le 20 avril, un avis a également été demandé à la Commission de Régulation de l’Électricité et du Gaz (CREG), conformément au cadre légal. Après cela, le dossier pourra être soumis au Conseil des ministres pour approbation.
Monsieur D’Amico, dans le cadre des règles européennes en matière d’aides d’État, des discussions préliminaires ont déjà eu lieu avec la Commission européenne en vue de la notification du régime modifié. Parallèlement, en ce qui concerne la préparation de PEZ 2, elle se poursuit afin de pouvoir avancer rapidement vers un nouvel appel d’offres après l’attribution de PEZ 1.
Monsieur Lejeune, les études relatives à la sécurité maritime dans la zone Princesse Élisabeth sont en cours et menées par la DG Navigation. Sur cette base, des conclusions et recommandations politiques sont en cours de préparation. Comme vous le savez, nous vivons dans un pays où les compétences sont éclatées. Une consultation ciblée sera organisée après les vacances de Pâques néerlandophones.
Si ces études concluent à la nécessité de modifier les parcelles 2 et 3, un nouvel arrêté royal relatif aux parcelles devra être adopté. Une décision pourra ensuite être prise par le Conseil des ministres après avis de la CREG et consultation d’Elia. Cette décision interviendra sur proposition de la ministre chargée de la Mer du Nord en concertation avec moi-même, et portera sur la localisation, la superficie et le nombre de parcelles faisant l’objet d’une concession domaniale ainsi que la puissance minimale et maximale à installer sur chaque parcelle.
Enfin, en ce qui concerne la Boucle du Hainaut – ce qui n’est pas rien –, sa réalisation constitue une condition sine qua non – et j’insiste sur ce point – pour le développement des capacités offshore supplémentaires au-delà de PEZ 1. La disponibilité des infrastructures de réseaux terrestres reste un point d’attention essentiel. Concrètement, sans Boucle du Hainaut, nous ne pouvons pas connecter les éoliennes.
Aan Vlaamse zijde is inderdaad een beslissing genomen, wat positief nieuws is. Aan Waalse zijde van het project werd het milieueffectenrapport overgemaakt aan minister Desquesnes, die zich daarover binnen 60 dagen dient uit te spreken.
13.06 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, ik hoop echt dat die eerste tender het startschot is om de Prinses Elisabethzone zo snel mogelijk operationeel te krijgen. Het gaat immers over 3,5 GW, wat overeenkomt met 3,5 kerncentrales. Ik hoop dat we er snel werk van kunnen maken en ik ben blij met deze eerste stap.
13.07 Roberto D'Amico (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, je vous remercie pour vos réponses.
Je comprends que n'ayez pas donné de date, vu que la dernière fois que vous m'en avez donné une, c'était le 31 mars et, sauf erreur de ma part, on l'a dépassée.
13.08 Marc Lejeune (Les Engagés): Je suis satisfait de savoir que ce dossier avance et que la zone Princesse Élisabeth sera un peu plus opérationnelle, fournira plus d'énergie dans les mois et années qui viennent. Nous sommes très heureux d'entendre que les appels d'offres vont être lancés et que les études de navigation sont en cours. Nous suivrons avec intérêt vos travaux ainsi que l'avancement du dossier.
13.09 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, c'est véritablement un défi de répliquer alors que je n'ai pas eu de réponses claires à mes différentes questions, notamment sur la question du calendrier, qui nous paraît extrêmement importante. Je soulève à nouveau la déception qui est la nôtre – j'imagine que vous vous en doutiez – par rapport à cette suppression de la participation citoyenne, qui aurait été une occasion en or de renforcer cette participation mais surtout de faire en sorte que les dividendes ne partent pas dans les poches des multinationales et qu'elles restent dans les poches de nos concitoyens et de nos concitoyennes. Je pensais que cet enjeu serait important pour un ministre libéral. En l'absence de réponses claires, je reste assez déçue. Nous ne manquerons évidemment pas de vous réinterroger.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
14.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, ik heb de vraag over witte waterstof ook al gesteld aan de minister van Klimaat, maar ik ga ervan uit dat u als minister van Energie ook wel blij was toen u het nieuws las dat wij mogelijk een gigantische energiebron in onze grond hebben zitten. Dat nieuws is natuurlijk nog enigszins voorbarig, want er wordt een onderzoek uitgevoerd, naar ik heb begrepen.
Ik heb enkele informatieve vragen voor u als minister.
Hebt u al nagedacht over de impact die een en ander zou hebben op onze energiemix? Zou dat de transitie naar een koolstofarme maatschappij kunnen versnellen? Zijn er investeringen nodig om ons voor te bereiden op de mogelijke komst van witte waterstof? Welke sectoren zouden eventueel in aanmerking kunnen komen voor die energiebron?
14.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Seuntjens, witte waterstof, dus waterstof die van nature in de ondergrond aanwezig is, geniet vandaag veel belangstelling. Op termijn zou ze een interessante energiedrager kunnen vormen, maar het is nog te vroeg om het potentieel ervan precies in te schatten.
In het huidige stadium is nog niet bekend in welke hoeveelheden ze beschikbaar is en evenmin of ze op een rendabele en duurzame manier kan worden geëxploiteerd. Bijkomende onderzoeksinspanningen zijn dan ook noodzakelijk.
Overigens werd op voorstel van de regering de financiering van een eerste onderzoeksfase onder de bevoegdheid van minister Crucke goedgekeurd tijdens de ministerraad van 27 maart 2026.
Indien witte waterstof daadwerkelijk exploiteerbaar blijkt, zou ze onze energiemix kunnen aanvullen en bijdragen aan de vermindering van de CO2-uitstoot, met name in de industrie en in bepaalde vormen van transport die moeilijk te elektrificeren zijn. Ze zou bijvoorbeeld de overgang naar een koolstofarme economie kunnen ondersteunen zonder de huidige inspanningen op het vlak van hernieuwbare energie te vervangen.
De resultaten van het onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van witte waterstof in de Belgische ondergrond zijn noodzakelijk alvorens eventuele investeringen te overwegen. Indien die resultaten gunstig zijn, zouden investeringen inderdaad nodig kunnen blijken, onder meer om de beschikbare hulpbronnen beter in kaart te brengen en de vereiste infrastructuur voor de exploitatie ervan te ontwikkelen. Daarnaast zal het regelgevende kader verder moeten worden verduidelijkt.
De belangrijkste sectoren die van waterstof zouden kunnen gebruikmaken, zijn de sectoren van de staalindustrie, de chemie, de raffinage en het zwaar transport, zowel maritiem transport als de luchtvaart.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
15.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.
Beste minister,
Eurocommissaris Den Jorgensen heeft de
Europese lidstaten aanbevolen om hun olieconsumptie terug te schroeven. Hij
verwijst hierbij naar het plan van het Internationaal Energieagentschap om inspiratie
op te doen. Wat is de reactie van de minister hierop? Gaat u in op deze
aanbeveling? Welke maatregelen overweegt u te ondernemen? Hoeveel van ons
olieverbruik moeten we volgens u minstens besparen? Hoe wil u dit omzetten in
de praktijk?
Alvast bedankt voor uw antwoord.
15.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Seuntjens, de aanbevelingen, die op de regeringstafel werden gelegd, moeten beoordeeld worden op hun haalbaarheid, noodzakelijkheid en doeltreffendheid. Bovendien moeten ze, gelet op de gedeelde bevoegdheden, worden afgestemd met de hele regering en met de andere bestuursniveaus.
Hoeveel er minder moet worden verbruikt, zal afhangen van de omvang van de commerciële voorraden die momenteel op een normaal niveau liggen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
16.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Mijnheer de minister, de minister van Buitenlandse Zaken heeft laten verstaan dat hij heeft gesproken met de Algerijnse autoriteiten over aardgas. Eind deze maand zal een delegatie afreizen naar Algerije om het te hebben over aardgas, waterstof en kritieke mineralen. Was u daarvan op de hoogte? Hoe kijkt u naar een mogelijke samenwerking met Algerije? Wat zou de impact kunnen zijn op onze energiemix en -prijs? Welke risico's ziet u in een eventuele samenwerking?
16.02 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, naar aanleiding van de communicatie van uw collega Prévot wil ik u een gelijkaardige vraag stellen. Hij voerde gesprekken met Algerije over extra contracten voor gas, waterstof en kritieke mineralen en binnenkort zou een Belgische delegatie naar Algerije afreizen om te bekijken welke samenwerkingsmogelijkheden er zijn. Algerije is een oude partner van dit land inzake gasvoorziening. Eind vorige eeuw tot begin deze eeuw was Algerije goed voor zo'n 20 % van de Belgische gasvoorziening. Dat is al een tijdje geleden, maar misschien kan een en ander opnieuw worden geactiveerd in het kader van onze gasdiversificatie.
16.03 Minister Mathieu Bihet: Collega’s, de FOD Buitenlandse Zaken heeft mij laten weten dat de gezant voor kritieke grondstoffen en energievoorzieningszekerheid in het voorjaar naar Algerije zal reizen. De recente geopolitieke spanningen, met name de schade aan bepaalde energie-infrastructuur in de Golf als gevolg van het conflict in Iran, hebben de aandacht voor alternatieve producenten, zoals Algerije, vergroot. Algerije behoort tot de belangrijkste gasleveranciers van de Europese Unie. Sinds begin maart 2026 is de Algerijnse export van vloeibaar aardgas naar verschillende Europese landen overigens aanzienlijk toegenomen.
Toch blijft de huidige capaciteit ontoereikend om op korte termijn een volledig alternatief te vormen voor de bestaande bevoorrading. De mogelijkheid tot opschalen van de productiecapaciteit in Algerije is beperkt wegens de sterk verouderde infrastructuur. Alle slots van de lng-terminals in Zeebrugge zijn bovendien gecontracteerd en zullen momenteel alleen in de secundaire markt opnieuw worden aangeboden, waardoor alleen spotvrachten daarop kunnen intekenen. Algerije wil zich eveneens positioneren als partner van de Europese Unie bij de verwezenlijking van de decarbonisatiedoelstellingen, met name via de ontwikkeling van groene waterstof.
Er blijven evenwel verschillende belangrijke uitdagingen bestaan, waaronder het ontbreken van vaste langetermijnverbintenissen vanwege Europese afnemers, de neerwaartse herzieningen van de prognose inzake de vraag naar waterstof en de onzekerheden rond de financiering van de exportinfrastructuur. Gelet op die factoren, lijkt een versterkte samenwerking met Algerije een kans die in overweging moet worden genomen vanuit een pragmatische en evenwichtige benadering, maar daarbij zal rekening moeten worden gehouden met het eerder beperkte potentieel van het land en de bestaande onzekerheden.
16.04 Kurt Ravyts (VB): Ik ga akkoord met die voorzichtige benadering. De realiteit is dat de infrastructuur daar inderdaad wat verouderd is. We zullen u opnieuw kunnen ondervragen, wanneer die missie zich heeft voltrokken. U hebt niet gepreciseerd wanneer de missie zal plaatsvinden, maar we zullen die info ongetwijfeld nog wel vernemen in de pers. Dank u.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
17.01 Oskar Seuntjens (Vooruit): Ook voor deze vraag verwijs ik naar de tekst.
Beste minister,
De Europese Commissie heeft recent het
Citizens Energy Package gepresenteerd. Dit pakket stelt ambitieuze doelen om
schone energie betaalbaar te maken voor alle Europeanen. De focus ligt op vier
pijlers: het verlagen van de factuur door fiscale ingrepen, het versterken van
consumentenrechten, het aanpakken van energiearmoede en een snellere
elektrificatie.
België kampt al langer met
energiefacturen die zwaar wegen op huishoudens, waarbij de federale componenten
(zoals de federale accijns en de transmissietarieven) een aanzienlijk deel
uitmaken van de eindprijs. Bovendien blijft de overstap naar elektrische
alternatieven zoals warmtepompen voor veel burgers een te grote financiële
drempel.
Mijn vraag:
Hoe beoordeelt u de ambities van dit
nieuwe Europese pakket? Ziet u dit als een steun in de rug voor het Belgische
beleid, of zijn er onderdelen waar u vanuit Belgisch perspectief bezorgd over
bent?
Alvast bedankt voor uw antwoord.
17.02 Minister Mathieu Bihet: De federale overheid verwelkomt de ambities van het Citizens Energy Package. Het pakket legt een sterke nadruk op betaalbaarheid, de bescherming van kwetsbare consumenten en een duidelijke, transparante marktwerking.
Dat zijn allemaal domeinen waarin België al belangrijke federale hefbomen inzet, zoals het sociaal tarief, het sociale energiefonds en de federale markt- en tariefregulering. Voorts is er de geplande accijnshervorming, waarbij de accijnzen op elektriciteit zullen dalen en de accijnzen op fossiele brandstoffen zullen stijgen om de elektrificatie te versnellen.
Tegelijk is het belangrijk te benadrukken dat een groot deel van de thema’s uit het pakket, zoals renovatiebeleid en energiegemeenschappen, tot de regionale bevoegdheden behoort. Daarom is een nauwe samenwerking met de gewesten essentieel om ervoor te zorgen dat de federale en regionale beleidsmaatregelen elkaar versterken en dat we gezamenlijk een coherent antwoord bieden op de Europese ambities.
Het leave-no-one-behind-principe blijft een centrale leidraad. Vanuit onze federale rol blijven we kwetsbare gezinnen ondersteunen via onder meer het sociaal tarief en het sociale energiefonds. Ook het behoud van de verlaagde accijnzen voor beschermde klanten past daarin.
Via het Sociaal Klimaatfonds zal worden voorgesteld om de accijnzen op elektriciteit voor beschermde klanten te verlagen tot het Europese minimum om op die manier de elektrificatie bij die groep te bevorderen.
Die instrumenten zijn cruciaal om de energietransitie sociaal rechtvaardig te houden, zeker voor burgers die worden geconfronteerd met financiële en digitale drempels, marktcomplexiteit of beperkte investeringsmogelijkheden als huurder.
De controle en monitoring van de CREG waarborgen de effectiviteit van die maatregelen op langere termijn. Samengenomen zorgen de ingrepen ervoor dat consumenten bewuster en vaker voor de voordeligste energiecontracten kunnen kiezen, wat zich rechtstreeks vertaalt in lagere energiekosten en in een structurele ondersteuning van de koopkracht.
Tot slot erkennen we dat Europese aanbevelingen altijd moeten worden vertaald naar de specifieke context van elke lidstaat. België kent een uiteenlopende marktstructuur, een gedifferentieerde energiemix en een meerlagige bevoegdheidsverdeling. Dat vraagt om een zorgvuldige en realistische implementatie van de Europese richtsnoeren, in nauw overleg met alle betrokken niveaus.
Het Citizens Energy Package is dus positief. Het versterkt de federale prioriteiten en ondersteunt onze inzet voor betaalbaarheid en consumentenbescherming. Tegelijk blijven we aandachtig voor de uitvoerbaarheid en het respect voor de Belgische bevoegdheidsverdeling.
17.03 Oskar Seuntjens (Vooruit): Ik wil u bedanken om op te sommen wat er allemaal gebeurt voor de betaalbaarheid van energie in België.
Ik ben ook blij te horen dat u ook inzit met de koopkracht van de mensen. Ik denk dat u vanavond de ultieme kans hebt om nog eens in de verf te zetten hoe u energie voor gewone mensen betaalbaar kunt houden.
Ik wil u ook nog bedanken voor alle antwoorden die ik vandaag heb gekregen.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
18.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik vind het belangrijk dat we u regelmatig ondervragen over uw overleg op de informele en formele Raden van ministers van Energie. Een aantal zaken zijn vandaag al aan bod gekomen, onder meer de schaarste van kerosine voor vliegtuigen, wat een aantal problemen met zich meebrengt. Er is ook al gesproken over de opslag van gas voor het komende winterseizoen.
Mijnheer de minister, welke maatregelen worden genomen om de hoge prijzen te drukken en spanningen op de markten te voorkomen? U hebt in dat kader al geantwoord op vragen van de heren Coenegrachts en Van Lysebettens.
Kunt u ook wat meer uitleg geven over het tienpuntenplan van het Internationaal Energieagentschap (IEA), waar de Europese commissaris zich blijkbaar achter schaart. Er wordt onder meer opgeroepen om meer te telewerken en de maximumsnelheid op snelwegen te verlagen. Misschien is dat in de Belgische context te vroeg of te overdreven. Wat is uw visie hierop?
18.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Ravyts, de informele bijeenkomst past in het kader van de nasleep van de Europese Raad van 19 maart, waarin de Europese Commissie werd opgeroepen om met een EU-gereedschapskist van maatregelen te komen. Die communicatie van de Europese Commissie is gepland op 22 april en zal worden besproken op de informele Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders van 23 en 24 april. In voorbereiding daarvan heeft het Cypriotische voorzitterschap de energieministers informeel bijeengeroepen om EU-maatregelen vorm te geven en te coördineren.
Ik heb vooreerst het belang van een Europese coördinatie van crisismaatregelen benadrukt, zodat negatieve spill-overeffecten kunnen worden vermeden. Daarnaast heb ik op Europees niveau herhaaldelijk aangedrongen op het versnellen van de besluitvorming en op het voorleggen van concrete voorstellen, meer dan het houden van een loutere gedachte-uitwisseling.
In het bijzonder heb ik de Europese Commissie verzocht een versterkte monitoring en analysecapaciteit te ontwikkelen inzake de gas- en petroleumproductvoorraden, de wijzigende vraagpatronen en risico’s. Daarnaast dienen er scenario’s te worden ontwikkeld op EU-niveau, zodat onze collectieve weerbaarheid toeneemt en we voorbereid zijn, ook op het slechtste scenario. Tot slot dienen die scenario’s te worden omgezet in concrete operationele maatregelen, zodat een stabiele energiebevoorrading wordt gegarandeerd.
Ik heb gevraagd dat een reeks maatregelen voor aardgas worden uitgewerkt naar het voorbeeld van het tienpuntenplan voor aardolie. Ik vind het belangrijk dat er duidelijke criteria worden vastgelegd voor het activeren van de maatregelen, zodat ze alleen worden ingeschakeld wanneer de situatie dat vereist, en bij voorkeur op een gecoördineerde manier op EU-niveau. Ik dank u.
18.03 Kurt Ravyts (VB): Bedankt, mijnheer de minister.
Morgen wordt de toolbox inderdaad formeel gepresenteerd. Er zijn echter al verschillende zaken uitgelegd. We zullen zien wat er daarover op de EU-top in Cyprus wordt beslist.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
19.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, het zal velen niet opgevallen zijn, maar België zal het de volgende drie zomers zonder eigen productie van kernenergie moeten stellen. De reden is dat de centrales waarvan de levensduur werd verlengd, uiteraard moeten worden voorbereid op een langere levensduur tot 2035. Verbeteringswerkzaamheden wordt dat genoemd. Het gaat over Doel 4 en Tihange 3. Sinds 1 april produceren die niet meer.
Daardoor zijn we momenteel zeer afhankelijk van Frankrijk om het net stabiel te houden. Dat blijkt ook uit een studie van Elia. De netstabiliteit kan alleen onder controle blijven dankzij de sterke interconnectie met onze buurlanden. Tegelijk verhoogt dat onze afhankelijkheid van Frankrijk. Ook wordt de stabiliteitsmarge kleiner. Die moet van zeer nabij worden opgevolgd, in samenwerking met buitenlandse netbeheerders en gebruikers.
De studie geeft onder meer aan dat het voltage op het net op bepaalde momenten de grenswaarden zou kunnen overschrijden, bijvoorbeeld wanneer de productie van zonnepanelen tijdens daluren piekt. In dat geval kan het nodig zijn om als maatregel een groot volume aan kabels en lijnen zonder stroom te zetten.
Hoe evalueert u de studie van Elia?
Welke maatregelen rond netstabilisering worden desgevallend genomen?
19.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Ravyts, ik heb kennisgenomen van de studie van Elia. Zij bevestigt eveneens mijn voornemen om van de nucleaire eenheden die daarvoor in aanmerking komen, de levensduur maximaal te verlengen, uiteraard met de nodige nucleaire veiligheid. Dat zal enerzijds zorgen voor een grotere diversificatie van energieproductie-eenheden en anderzijds voor een stabielere werking van het net. We stellen vandaag al vast dat België in ruime mate wordt bevoorraad vanuit Frankrijk, met Franse nucleaire elektriciteit tot soms 4 GW, zoals tijdens het weekend van 18 en 19 april.
De studie van Elia onderstreept ook het belang van interconnecties, een element waarop België blijvend zal inzetten.
Het federale netontwikkelingsplan 2028-2038 is momenteel in opmaak. De noden voor de ontwikkeling van interconnecties, evenals de middelen die nodig zijn om het spanningsbeheer en de stabiliteit van het net te verzekeren, maken integraal deel uit van dat kader en krijgen bijzondere aandacht. De resultaten van de studie van Elia zullen dan ook worden vertaald in de nodige investeringen, zowel in bijkomende shuntreactoren als in een versterking van de interconnecties.
Hiermee bevestigt de regering bovendien haar intentie om de levensduur van de nucleaire eenheden die daarvoor in aanmerking komen, maximaal te verlengen en op langere termijn een nieuwe nucleaire capaciteit uit te rollen, zowel via grote als kleine reactoren, met de huidige technologieën en later ook met de geavanceerde modellen.
Ik zal binnenkort een nuclear energy programme implementing organization (NEPIO) oprichten, dat belast zal worden met de uitwerking van nieuwe nucleaire programma’s. Daarbij zullen de aanbevelingen en good practices van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) als inspiratie dienen. NEPIO zal zich eveneens baseren op de aanbevelingen die voortkomen uit de consultatie van de werkgroep rond SMR’s die recent van start is gegaan.
19.03 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, ik ben tevreden dat er nu eindelijk heel concrete zaken met betrekking tot de toekomstige nucleaire ontwikkelingen in België het licht zien. De studie van Elia toont nog eens de noodzaak daarvan aan. Ik hoop dat u tegen 2029 helemaal een atomic boy zult zijn.
Het incident is gesloten.
L'incident est
clos.
20.01 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, dit is een minder aangenaam, misschien heikel thema. De financiering van het stookoliefonds Promaz staat al enige tijd onder druk. U hebt in december geantwoord dat de vraag van Promaz om de solidariteitsbijdrage in de stookoliefactuur te verhogen, werd onderzocht. Het fonds komt steeds meer in de problemen en pleit nu zelfs voor 1 cent per liter, wat neerkomt op 20 euro per 2.000 liter. Het fonds stelt dat, als dat niet lukt, het niet kan garanderen dat alle dossiers tot terugbetaling zullen leiden. Er zijn dus heel wat problemen rond de solidariteitsbijdrage.
De werking voor de komende jaren is wel verzekerd, maar niet voor de volledige duur van het fonds, dat 20 jaar loopt. Momenteel worden enkel nog vergoedingen voorzien voor particulieren die al vóór mei 2022 zijn gestart met saneringswerken. Wie daarna startte, moet wachten. Dat geldt ook voor dossiers die geen particulieren betreffen, bijvoorbeeld verontreiniging bij winkels of kantoorgebouwen.
Ik begrijp dat u stelt dat het essentieel is om geen nieuwe bijkomende last op de literprijs van stookolie te leggen. Uw prioriteit blijft om het bestaande akkoord toe te passen en tegelijk de financiële situatie van het fonds te monitoren, zonder extra kosten voor de eindconsument. Het is een heel moeilijke evenwichtsoefening.
Mijnheer de minister, wat is vandaag uw reactie op de aanslepende kwestie rond de solidariteitsbijdrage?
Blijft u bij het standpunt dat u het nu houdt op enkel de toepassing van het bestaande akkoord en de monitoring van de financiële situatie?
20.02 Minister Mathieu Bihet: Mijnheer Ravyts, het is in geen geval de bedoeling om het Promazfonds af te schaffen. Dat fonds is noodzakelijk om personen en bedrijven te ondersteunen die bodemsaneringswerken moeten uitvoeren. Mijn zorg is echter om de gevolgen voor de rekening van de consument te beperken en de controle op het gebruik van de middelen te versterken.
De regering heeft zich aan de samenwerkingsovereenkomst gehouden en heeft de Promazbijdrage niet geblokkeerd. De samenwerkingsovereenkomst voorziet sinds 1 januari in een bijdrage van 0,2 eurocent per liter. Een verhoging van de bijdrage met 1 eurocent per liter zou extra kosten voor de eindconsument met zich brengen, zeker in de huidige context. De recente aanvraag van Promaz wordt nog bestudeerd. Het is immers van essentieel belang dat alle onderdelen van het dossier zo goed mogelijk worden onderbouwd. Dat heeft tot doel een optimaal beheer van het fonds te waarborgen.
20.03 Kurt Ravyts (VB): Mijnheer de minister, dank u voor het antwoord. We zullen dit verder opvolgen.
L'incident est
clos.
Het incident
is gesloten.
21.01 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, il est intéressant de terminer par ce point. Je souhaitais vous interroger sur la conférence qui s’ouvre ce vendredi à Santa Marta, en Colombie, à savoir la première conférence internationale dédiée à la transition hors des énergies fossiles. Il s’agit d’une initiative inédite visant notamment à dépasser les blocages liés au consensus des COP et à faire émerger une coalition d’États volontaires autour d’une sortie progressive, mais concrète, des combustibles fossiles. Compte tenu de l’actualité tragique que nous connaissons, il est particulièrement important de pouvoir aborder ce sujet aujourd’hui. La Belgique a indiqué qu’elle participerait à cette dynamique, notamment via la déclaration de Belém. Toutefois, au niveau fédéral, sauf erreur de ma part, je n’ai pas connaissance d’un plan clair de sortie des énergies fossiles, en particulier en ce qui concerne les subsides, malgré les demandes répétées de la Commission européenne et de la société civile.
Dans votre dernière note de politique générale, un paragraphe est bien consacré à l’abandon progressif des combustibles fossiles, mais celui-ci reste très succinct et n’aborde que le CRM et le contrat de programme. Cette approche me laisse donc sur ma faim. Par ailleurs, la crise actuelle nous rappelle chaque jour combien la transition hors des énergies fossiles est nécessaire, tant pour notre sécurité que pour notre autonomie, que ce soit pour la Belgique ou pour l’Europe. Il s’agit également, bien entendu, d’un enjeu climatique majeur.
Dès lors, pourriez-vous préciser quelle position la Belgique défendra lors de cette conférence? Si la Belgique s’engage dans une transition hors des énergies fossiles, envisagez-vous de signer le traité de non-prolifération des énergies fossiles, qui permet de concrétiser ces engagements? Enfin, et surtout, le gouvernement fédéral entend-il présenter une feuille de route crédible, chiffrée et alignée sur les objectifs climatiques afin d’organiser la sortie des énergies fossiles et de mettre fin à nos dépendances structurelles, ainsi qu’aux influences des grandes puissances qui donnent le la en matière de politique énergétique?
Je vous remercie pour vos réponses.
21.02 Mathieu Bihet, ministre: Madame Maouane, last but not least! La conférence qui se tient cette semaine à Santa Marta, en Colombie, organisée par la Colombie et les Pays-Bas, constitue une première réunion internationale spécifiquement consacrée à la sortie progressive des énergies fossiles. Elle s’inscrit dans le prolongement des décisions prises lors de la COP28 visant à s’éloigner des combustibles fossiles.
La participation de la Belgique à cette conférence s’inscrit dans notre engagement au plus large niveau – tant européen qu’international – en faveur de la transition vers une économie bas carbone, tout en veillant à la sécurité d’approvisionnement, à l’accessibilité financière et, évidemment, à la compétitivité.
En ce qui concerne la position et les engagements concrets de la Belgique lors de cette conférence, il convient de noter que c’est le ministre Crucke qui y participe. Il sera donc sur place. Dès lors, il est mieux placé que moi pour fournir des précisions quant aux positions plus spécifiques de la Belgique, ainsi que sur d’éventuelles initiatives complémentaires qui pourraient y être discutées ou approfondies.
S’agissant de la question plus large d’une stratégie de sortie des énergies fossiles, le gouvernement fédéral continue de privilégier une transition progressive et réaliste en ligne avec les objectifs européens et internationaux, et en tenant compte de l’impact socio‑économique des mesures. Dans ce cadre, des actions seront élaborées afin de réduire notre dépendance aux énergies fossiles tout en renforçant les sources d’énergie bas carbone et renouvelables, notamment l’électrification.
21.03 Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Je vous remercie, monsieur le ministre, pour vos réponses.
Nous nous doutions évidemment qu’une partie des enjeux relevait de M. Crucke. Le but est donc de lui poser également la question. Il était toutefois intéressant de vous entendre en votre qualité de ministre de l’Énergie.
Sur le fond, au niveau international, il y a de belles paroles et une volonté de s’engager – souvent de manière assez floue, je dois le dire. Pourtant, lorsqu’il faut avancer, cela coince. Il est plus que nécessaire aujourd’hui de progresser et de passer de ces engagements flous à des actes concrets, puisque vous savez bien qu'il faut absolument réduire notre dépendance aux énergies fossiles. Peut‑être ne sommes‑nous pas d’accord sur le chemin, sur l’intensité ou sur la manière d’y parvenir. En tout cas, nous sommes au moins d’accord sur la nécessité d’y arriver. Ce diagnostic, nous le partageons tous. Il faut maintenant nous accorder sur la façon d’y parvenir le plus rapidement possible.
J’espère que cette crise – enfin, ce que l’on appelle "crise", alors qu’elle découle d’une agression de deux États contre un autre – servira enfin d’électrochoc à notre gouvernement pour avancer rapidement et sortir de cette dépendance. Nous ne pouvons pas nous retrouver presque démunis dès qu’un des grands malades de ce monde décide d’attaquer un autre pays. Dans le cas contraire, nous serons condamnés à subir encore une telle crise.
Nous poserons évidemment aussi la question à M. Crucke, mais il était important de vous entendre sur ce point.
Je vous remercie.
L'incident est clos.
Het incident is gesloten.
Le président: Ainsi se clôt notre réunion de commission.
Hartelijk dank aan de leden van de commissie en aan de minister.
Je remercie aussi les services du Parlement.
La réunion publique de commission est levée à 16 h 54.
De openbare commissievergadering wordt gesloten om 16.54 uur.