Commissie voor Justitie

Commission de la Justice

 

van

 

Woensdag 15 april 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 15 avril 2026

 

Après-midi

 

______

 

Le développement des questions commence à 15 h 35. La réunion est présidée par M. Ismaël Nuino.

De behandeling van de vragen vangt aan om 15.35 uur. De vergadering wordt voorgezeten door de heer Ismaël Nuino.

 

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

 

01 Samengevoegde vragen van

- Paul Van Tigchelt aan Bart De Wever (eerste minister) over "De overbevolking van de gevangenissen" (56013162C)

- Alain Yzermans aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De recordcijfers die wijzen op de onstuitbare overbevolking van de gevangenissen" (56014965C)

01 Questions jointes de

- Paul Van Tigchelt à Bart De Wever (premier ministre) sur "La surpopulation carcérale" (56013162C)

- Alain Yzermans à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les chiffres records qui reflètent la situation persistante de surpopulation carcérale" (56014965C)

 

De voorzitter: De heer Van Tigchelt is niet aanwezig voor het stellen van zijn vraag nr. 56013162C

 

01.01  Alain Yzermans (Vooruit): Mevrouw de minister, de acute overbevolking in de gevangenissen is zoals een niet te stoppen trein; het dossier blijft wegen op de regeringstafel en zorgt voor een zeurende pijn bij Justitie. Begin februari 2025 waren er welgeteld 12.696 gedetineerden en 164 grondslapers in onze gevangenissen. De regering begon met een overbevolkingsratio van 115 %. Op 7 april 2026 tekende zich een nieuw record af van 13.763 gedetineerden, dat zijn er 1.067 meer dan vorig jaar. Ondanks de diverse maatregelen uit de noodwet van 1 augustus 2025 en het politieke akkoord dat u in de regering sloot, steeg de overbevolking tot 125 % vandaag, dus 10 % meer dan bij de aanvang. Vandaag slapen 742 mensen op de grond, ofwel 4,5 keer zoveel als bij de start van de regering. Het aantal mensen dat op de grond slaapt, komt ongeveer overeen met de capaciteit van de gevangenis van Lantin.

 

Die ongezonde cocktail zorgt permanent voor nefaste werkomstandigheden en legt een hypotheek op het welzijn en de levensomstandigheden van de gedetineerden, die verre van normaal en regulier zijn.

 

Wat is uw strategie om het aantal grondslapers effectief te verminderen? Ondanks de vele noodmaatregelen blijven de cijfers immers stijgen.

 

Wat is het aantal niet-uitgevoerde straffen? Met andere woorden, hoe lang is de lijst met openstaande celstraffen, de lijst waarop het politieke akkoord het meest op ingrijpt?

 

Ondanks de vernieuwde aanpak voor geïnterneerden in onze gevangenissen blijven ook wat dat betreft de cijfers onduidelijk. Hoeveel nieuwe interneringsbeslissingen zijn er vorig jaar genomen op nationaal niveau en hoeveel geïnterneerden zijn er momenteel in totaal in België?

 

01.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Yzermans, ik ben het uiteraard met u eens dat de situatie in de gevangenissen bijzonder ernstig is. Daarom werken we intensief samen met alle betrokken partners om concrete oplossingen te vinden en de druk op het systeem duurzaam te kunnen verlichten.

 

U verwijst terecht naar de noodwet, die vorig jaar werd aangenomen. Die had wel degelijk effect, met een grotere en snellere doorstroom via elektronisch toezicht en voorwaardelijke invrijheidstelling en een recurrent effect van ongeveer 600 veroordeelden in vervroegde invrijheidstelling wegens overbevolking. Zonder de noodwet zou het aantal grondslapers vandaag nog aanzienlijk hoger liggen dan nu het geval is.

 

Het klopt echter dat de noodwet niet tot de gewenste structurele daling van de overbevolking en het aantal grondslapers heeft geleid. Dat komt door het grote aantal kortgestraften dat in onze gevangenissen binnenkomt, onder meer dankzij het harde werk van politie en justitie, zonder dat voldoende capaciteit werd gecreëerd. We zochten daarom in het voorjaar van dit jaar een nieuw akkoord. Daarbij zoeken we constant naar een evenwicht tussen humane detentie enerzijds en de maatschappelijke veiligheid en de veiligheid van het personeel anderzijds, met uiteraard ook aandacht voor de ambities die de partners in het regeerakkoord hebben ingeschreven.

 

Op korte termijn werken we aan een wet die meer zal inzetten op het gebruik van elektronisch toezicht tijdens de strafuitvoering voor bepaalde categorieën van gedetineerden en op de verlenging van de maatregelen inzake de voorlopige invrijheidstelling wegens overbevolking voor een bepaalde categorie van gedetineerden. Daarnaast wordt gewerkt aan een snellere verwijdering van personen zonder recht op verblijf uit onze gevangenissen, aan de uitbreiding van de capaciteit, onder meer in gesloten centra, FPC’s en forensische zorghuizen, en aan extra personeel via versnelde aanwervingsprocedures en de mogelijkheid om aanwervingsreserves aan te leggen.

 

In samenwerking met collega Matz werken we intensief aan bijkomende capaciteit. Sinds mijn aantreden hebben we de capaciteit al met meer dan 250 plaatsen verhoogd, dankzij de opening van het detentiehuis in Olen en de uitbreiding van de capaciteit in de bestaande gevangenissen. Vanochtend openden we nog het nieuwe transitiehuis in Hamme.

 

Samen met de Regie der Gebouwen onderzoeken we hoe we op de sites van bestaande gevangenissen en FPC’s bijkomende plaatsen via modulaire units kunnen voorzien. Het gaat in totaal om meer dan 300 plaatsen op diverse sites in Vlaanderen en Wallonië. Om dat mogelijk te maken, werd in Vlaanderen alvast een versoepeling van de vergunningsregels verkregen.

 

Het is bijzonder moeilijk om die bijkomende capaciteit te creëren. We worden geconfronteerd met beslissingen uit het verleden om de straffen tot drie jaar uit te voeren. Dat is mee de oorzaak van de situatie waarin we ons vandaag bevinden.

 

De achterstand van de nog uit te voeren straffen bedroeg op 31 januari 2.377 dossiers, dat is de zogenaamde stock. Het akkoord dat we op 20 maart hebben bereikt, zal dus niet alleen een antwoord bieden op het probleem van de grondslapers, maar ook de achterstand, de stock met openstaande straffen – wat straffeloosheid in de hand werkt – wegwerken.

 

Wat de geïnterneerden betreft, waren er in december 2025 4.716 geïnterneerden. In 2025 stroomden 536 nieuwe geïnterneerden in de gevangenissen in, tegenover een totale uitstroom van slechts 467. De uitstroom ligt structureel lager, onder meer door wachtlijsten en een tekort aan plaatsen in extrapenitentiaire zorgsettings. Dat verklaart waarom vandaag nog ongeveer 1.080 geïnterneerden in de gevangenissen verblijven.

 

Op uw andere cijfermatige vragen wil ik zeker antwoorden, maar bij voorkeur schriftelijk.

 

01.03  Alain Yzermans (Vooruit): Ik ben blij met dat resultaat, dat ook in de cijfers duidelijk wordt. Toch denk ik dat we, om humane detentie waar te maken, moeten blijven inzetten op het samenspel en op het en-en-antwoord dat u al een jaar hanteert, zowel inzake infrastructuur als via een aantal andere oplossingen die moeten bijdragen tot de daling van de overbevolking. De inzet op kleinschalige detentie en de verdere uitbouw daarvan is belangrijk. Het is goed dat de parameters nauwgezet worden bijgehouden en dat we blijven aanjagen en aansturen op het probleem van de grondslapers, want dat is een belangrijke temperatuur en graadmeter voor de onmenselijke situatie in de gevangenissen. Die situatie is op dit moment onwaardig en daar moeten we samen aan blijven werken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

02 Samengevoegde vragen van

- Sam Van Rooy aan Bernard Quintin (Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris) over "De gevolgen van de beslissing om de IRGC officieel op de Europese terreurlijst te zetten" (56013544C)

- Jeroen Bergers aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De IRGC op de terreurlijst" (56014050C)

02 Questions jointes de

- Sam Van Rooy à Bernard Quintin (Sécurité et Intérieur, chargé de Beliris) sur "Les suites de l'inscription officielle du CGRI sur la liste européenne des organisations terroristes" (56013544C)

- Jeroen Bergers à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'inscription du CGRI sur la liste des organisations terroristes" (56014050C)

 

02.01  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, hoera, 47 jaar te laat staat de jihadistische IRGC, de Islamitische Revolutionaire Garde, sinds 19 februari officieel op de terreurlijst. Dat is niet alleen 47 jaar te laat, het zal ook nog heel veel werk vergen om die maatregel in beleid om te zetten en om de daad bij het woord te voegen, de praktijk bij de theorie.

 

Ik krijg vrijwel dagelijks berichten van Iraniërs op ons grondgebied, omdat ze te maken krijgen met agenten, aanhangers, supporters, infiltranten en spionnen van de IRGC; u kunt de term gebruiken die u wenst. Zij zijn hier op ons grondgebied aanwezig, woekeren hier en verspreiden jihadpropaganda. Zij intimideren, bedreigen en maken vrijheidslievende Iraniërs bang. Die stappen soms met die bedreigingen naar de politie, maar daarvan komt niets terecht, dat weten we.

 

Mijn vraag is dan ook heel duidelijk. Wat betekent het nu concreet op het terrein in dit land dat de IRGC nu eindelijk op de terreurlijst staat?

 

Wat betekent dat voor de Iraniërs op ons grondgebied die het goed menen met onze samenleving en die vandaag vaak in angst leven, omdat zij online zien dat IRGC-agenten en -aanhangers hier vrij hun gang gaan? Is geweten of wordt nagegaan hoeveel personen en organisaties in België banden hebben met de IRGC? Onderneemt België eindelijk stappen om elke persoon en organisatie die banden heeft met de IRGC, op te sporen, met het oog om hen het land uit te zetten? Ik zal hierover ook mevrouw Van Bossuyt ondervragen.

 

02.02  Jeroen Bergers (N-VA): Mevrouw de minister, sinds 19 februari 2026 staat de IRGC op de EU-terrorismelijst. Dat gebeurde in navolging van onder andere de Verenigde Staten, Canada en Australië. Dat is een goede evolutie, die eigenlijk al veel langer had moeten moeten zijn ingezet gezien het massale bloedvergieten door de IRGC en het Iraanse regime bij het onderdrukken van de protesten van vrijheidslievende Iraniërs.

 

De IRGC vormt natuurlijk ook het hart van een internationaal netwerk van terrorisme en criminaliteit. Het is een publiek geheim dat er ook tentakels zijn in België. De saga rond de zogenaamde diplomaat Asadollah Assadi in een niet zo ver verleden bewijst dat.

 

Onder impuls van de N-VA-fractie keurde de Kamercommissie voor Buitenlandse Betrekkingen op 2 juli 2025 een resolutie goed waarin de IRGC terecht als terreurorganisatie wordt bestempeld. Wij waren daarmee niet een van de eerste westerse, maar een van de eerste Europese landen. Wij zijn trots dat we die stap hebben gezet en dat de IRGC nu sinds 19 februari 2026 ook op de EU-terrorismelijst staat.

 

Onze fractie is al jaren van mening dat het gedaan moet zijn met de straffeloosheid rond de tentakels van het Iraanse regime en dat we dat regime veel harder moeten aanpakken. Die opname op de terreurlijst is een goede stap.

 

Mijn vragen aan u zijn concreet de volgende. Wat verandert er in de opvolging van de IRGC in ons land, nu die organisatie terecht op de terreurlijst staat?

 

Hoeveel mensen in ons land worden gelinkt aan de Iraanse Revolutionaire Garde? Welke stappen worden tegen die mensen ondernomen?

 

02.03 Minister Annelies Verlinden: Voor de Veiligheid van de Staat (VSSE) heeft de formele aanduiding van de IRGC als terreurorganisatie alleen een beperkte impact. Het werk van de VSSE is immers gebaseerd op de opvolging van dreigingen zoals bepaald in de organieke wet van 30 november 1998, en dat onafhankelijk van de wijze waarop actoren, personen of organisaties formeel worden aangeduid of geclassificeerd.

 

De VSSE communiceert om redenen van discretie geen concrete cijfers met betrekking tot haar onderzoeken. Zij werkt evenwel actief, met de steun van haar Belgische en buitenlandse partners, aan de identificatie van dergelijke individuen of groepen en van hun eventuele vijandige plannen.

 

Indien relevant, worden de beschikbare inlichtingen bezorgd aan de bevoegde autoriteiten, in het bijzonder aan de politie en de gerechtelijke diensten. Wanneer de VSSE kennis heeft van een potentiële dreiging, onderneemt zij, in overeenstemming met de organieke wet, de gepaste acties om die dreiging te identificeren, te analyseren en waar mogelijk te verstoren. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met Belgische en buitenlandse partners.

 

Indien nodig, bezorgt de VSSE de relevante informatie aan de bevoegde Belgische autoriteiten, zoals de politionele, gerechtelijke, administratieve en politieke instanties. De opvolging gebeurt altijd individueel en is afgestemd op de specifieke kenmerken van elke mogelijke dreiging. Om die reden kan geen eenduidig en algemeen antwoord worden gegeven op de vraag welke maatregelen in alle gevallen worden genomen.

 

Op gerechtelijk niveau kan iedereen die banden heeft met de aangehaalde organisatie, voortaan worden aangemerkt als lid van een terroristische organisatie en dus worden vervolgd voor deelname aan haar activiteiten, het verstrekken van materiële en financiële middelen of informatie. Aldus kunnen onderzoeken en vervolgingen wegens terrorisme ingang vinden.

 

In ons land is de strijd tegen terrorisme vastgelegd in de Strategie Extremisme en Terrorisme (Strategie T.E.R.). Die geldt op dezelfde manier voor de betreffende groep en zijn leden, als voor andere terroristische groeperingen en individuen.

 

02.04  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, dank u voor uw antwoord.

 

De Islamitische Revolutionaire Garde is een moorddadig jihadistisch terreurleger, net zoals Hamas en Hezbollah. De IRGC terroriseert niet alleen het Iraanse volk, maar ook de rest van de wereld, ook het Westen en in het bijzonder de vrijheidslievende Iraniërs op ons grondgebied. Dat gebeurt dagelijks.

 

Het globalistische, softe beleid van de traditionele partijen heeft ervoor gezorgd dat de IRGC ook aanwezig is op ons grondgebied. Dat is een schande. België en de Europese Unie hebben de IRGC decennialang met fluwelen handschoenen aangepakt. Opnieuw, dat is een schande. Uit uw antwoord blijkt dat, nu de IRGC eindelijk op de terreurlijst staat – 47 jaar te laat –, er de facto weinig of niets zal veranderen. Dat is opnieuw een schande voor dit land.

 

02.05  Jeroen Bergers (N-VA): Dank u wel, mevrouw de minister, voor uw antwoord.

 

Ik begrijp dat de Veiligheid van de Staat niet communiceert over het aantal personen dat zij opvolgt. Ik had wel gehoopt dat ze zou communiceren over het aantal genomen maatregelen en pv’s. Als blijkt dat er nog geen pv’s zijn opgesteld of acties tegen individuen zijn genomen – u hebt dat niet gezegd, maar ik hoop echt dat dat wel het geval is – dan is er een probleem.

 

Uw antwoord verbaast mij wel enigszins, in de zin dat de Veiligheid van de Staat enkel individuen opvolgt. Het OCAD heeft immers recent zijn methode gewijzigd en neemt nu ook expliciet maatregelen tegen groeperingen, die het ook expliciet opvolgt. Het is dus afgestapt van de werkwijze, waarbij alleen maatregelen tegen individuen worden genomen. Ik zou ervan uitgaan dat de Veiligheid van de Staat dat voorbeeld volgt. Als dat niet het geval is, dan pleit ik ervoor dat zij dat alsnog doet.

 

(…) Dan zou het wel aan de orde zijn dat de staatsveiligheid ook tegen de IRGC maatregelen neemt. De dreiging is namelijk zeer concreet. Zo kreeg een lid van de Iraanse oppositie op Al-Qudsdag stenen naar het hoofd gegooid en moest hij gewond naar het vliegveld worden afgevoerd. In ons buurland Nederland werd een man van de oppositie neergeschoten. Op betogingen van de Iraanse oppositie in ons land maken actoren van het regime beelden en leggen ze vast wie er allemaal deel uitmaakt van de oppositie. Dat er dus een dreiging is, lijkt me nogal redelijk vanzelfsprekend. Die dreiging moet worden opgevolgd en aangepakt.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Mme Reuter n'est pas présente pour poser sa question n° 56013773C. S'agissant des questions n° 56013819C de M. Van Tigchelt et n° 56014073C de Mme Schlitz, je vais considérer qu'elles sont reportées, et non transformées en questions écrites comme ils l'avaient demandé avant le début de la commission. Je fais ici preuve de souplesse, car le nouveau Règlement auquel nous devons nous habituer ne permet plus la transformation des questions orales en questions écrites. Reporter une question reste possible. M. El Yakhloufi n'est pas présent pour poser sa question n° 56014085C.

 

03 Samengevoegde vragen van

- Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Signalen dat Iran slapende terreurcellen activeert" (56014098C)

- Jeroen Bergers aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De terreurdreiging" (56014200C)

03 Questions jointes de

- Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les signes indiquant que l'Iran active des cellules terroristes dormantes" (56014098C)

- Jeroen Bergers à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La menace terroriste" (56014200C)

 

03.01  Alexander Van Hoecke (VB): De Amerikaanse inlichtingendiensten maakten na de start van de oorlog in Iran bekend dat ze versleutelde communicatie hadden onderschept. Het leek op zogenaamde number stations. Voor wie dat niet kent, dat zijn radiostations, een methode die voornamelijk in de Koude Oorlog werd gebruikt. Dat is heel interessante materie, maar dat terzijde. De vrees bestond dat die communicatie ertoe zou dienen om zogenaamde slapende cellen uit Iran in het buitenland te activeren.

 

Ondertussen zijn er aanwijzingen dat de signalen uit Europa zelf zouden komen, meer bepaald van een Amerikaanse militaire basis in Duitsland. De exacte inhoud van de berichten is niet bekend, maar dat neemt niet weg dat de oorlog in Iran een vrees heeft aangescherpt die al veel langer leeft, namelijk dat door Iran aangestuurde slapende terreurcellen aanwezig zijn in onder meer Europa.

 

Ook Europol waarschuwde aan het begin van het conflict met Iran voor een verhoogde terreurdreiging in de Europese Unie. Verschillende Europese landen, waaronder Frankrijk en Duitsland, hebben daardoor de veiligheidsmaatregelen in eigen land al aangescherpt. Europol stelt dat de belangrijkste risico’s een verhoogde dreiging van terrorisme en gewelddadig extremisme zijn, maar ook een toename van cyberaanvallen op de infrastructuur van de EU, een stijging van onlinefraude en de verspreiding van desinformatie en beïnvloedingscampagnes.

 

Wat is de inschatting van de veiligheids- en inlichtingendiensten met betrekking tot de toegenomen dreiging vanuit Iran in ons land? Hoe groot wordt het risico op terrorisme of sabotageacties, uitgevoerd door slapende cellen, ingeschat?

 

Zijn er aanwijzingen dat er ook op ons grondgebied zogeheten slapende cellen aanwezig zijn?

 

Zijn er de afgelopen tijd al dreigingen verijdeld die vermoedelijk afkomstig zijn uit, of gestuurd worden door Iran?

 

Wat wordt er voorts ondernomen om het risico tot een absoluut minimum te herleiden?

 

03.02  Jeroen Bergers (N-VA): Mevrouw de minister, ons land en Europa werden de afgelopen maanden opgeschrikt door verschillende aanslagen, die wellicht zijn aangestuurd vanuit het Iraanse regime, dat een oproep lanceerde aan al zijn slapende terreurcellen om aanslagen te plegen.

 

In ons land en in Nederland werden heel wat van die acties en aanslagen opgeëist door de terreurcel Harakat Ashab al-Yamin al-Islamia. Wellicht werden ook andere terreurcellen geactiveerd.

 

De strijd tegen terreur en tegen de hybride oorlog die het Iraanse regime blijkbaar tegenover het Westen wil voeren, is zeer belangrijk. We moeten de veiligheid van onze burgers garanderen.

 

Mijn vragen aan u zijn de volgende.

 

Hoe analyseert u die feiten, namelijk de oproep van het Iraanse regime en de aanslagen in ons land en in onze regio?

 

Zijn er bij uw weten andere terreurcellen dan degene die ik heb vermeld, geactiveerd in ons land?

 

In verschillende onderzoeksartikelen zagen we de hypothese van wegwerpagenten, die door het Iraanse regime worden ingezet om één aanslag te plegen. Wat is uw oordeel over die analyse?

 

Hoe beoordeelt de Staatsveiligheid de dreiging?

 

Welke extra maatregelen zal de regering nemen om onze bevolking te beveiligen?

 

03.03 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van Hoecke, mijnheer Bergers, de Veiligheid van de Staat (VSSE) en het OCAD zijn van oordeel dat de huidige context van het conflict rond de Islamitische Republiek Iran een potentiële veiligheidsimpact heeft op drie categorieën van belangen.

 

Ten eerste betreft het Amerikaanse, Israëlische en Joodse belangen, in het kader van het conflict zelf of vanuit bestaande ideologische motieven zoals anti-Amerikanisme, antizionisme of antisemitisme.

 

Ten tweede gaat het om Iraanse en sjiitische belangen wanneer het Iraanse regime of zijn vertegenwoordigers en aanhangers worden betwist.

 

Ten derde betreft het Iraanse oppositiebewegingen in het buitenland en hun aanhangers, gelet op de aanhoudende transnationale repressie door Iraanse veiligheidsdiensten.

 

De huidige context kan de dreiging ten aanzien van die groepen doen toenemen, al bestond de dreiging ook al vóór de militaire operaties van de Verenigde Staten en Israël.

 

Mogelijke dreigingsvormen zijn onder meer desinformatie, intimidatie, oproepen tot haat of geweld en fysieke aanvallen op goederen of personen. Dergelijke dreigingen kunnen in voorkomend geval worden gekwalificeerd als inmenging, extremisme of terrorisme in de zin van de organieke wet van 30 november 1998 betreffende de inlichtingen- en de veiligheidsdiensten.

 

De VSSE en haar buitenlandse partners stellen bovendien vast dat Iraanse inlichtingendiensten al jarenlang de intentie hebben om individuen of groepen in het buitenland te activeren voor gerichte acties tegen vooraf bepaalde doelwitten. In 2018 hebben de Belgische inlichtingen- en veiligheidsdiensten nog bijgedragen aan het verijdelen van een aanslagplan van de Iraanse veiligheidsdiensten in Europa. Gelet op hun capaciteiten en eerdere betrokkenheid bij aanslagen en aanslagplannen wereldwijd, beschouwt de Veiligheid van de Staat de Iraanse inlichtingendiensten, in het bijzonder de Revolutionaire Garde en ook de MOIS, als de voornaamste terroristische dreiging die uitgaat van de Islamitische Republiek Iran en van eventuele sympathisanten in België.

 

In hun werkwijze maken die diensten onder meer gebruik van personen uit het milieu van de georganiseerde criminaliteit of van sympathisanten binnen sjiitische, religieus-extremistische milieus. Die aanpak laat Iran toe om betrokkenheid bij de planning en uitvoering van aanslagen te ontkennen. Daarnaast houden de veiligheidsdiensten rekening met de mogelijkheid van een aanslag door een zogenaamde lone actor die geradicaliseerd raakt in reactie op de recente ontwikkelingen in Iran.

 

De Veiligheid van de Staat werkt, met steun van haar Belgische en buitenlandse partners, actief aan de identificatie van dergelijke individuen of groepen en van hun eventuele vijandige plannen. Indien nodig, maakt zij de relevante informatie waarover zij beschikt, over aan de bevoegde autoriteiten, met name de politie en de gerechtelijke autoriteiten.

 

Sinds de start van de operatie Epic Fury volgt het OCAD, op basis van informatie afkomstig van de ondersteunende diensten, de ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen ervan voor België nauwlettend op. Die voortdurende monitoring maakt het mogelijk om de dreigingsinschatting permanent te actualiseren en bij veranderingen gepast te reageren.

 

Waakzaamheid blijft daarom geboden, in het bijzonder met betrekking tot de Amerikaanse belangen en joodse en Israëlische sites en gemeenschappen, die in de huidige context symbolische doelwitten kunnen vormen. De diensten blijven nauw samenwerken met hun Belgische en buitenlandse partners om alle relevante signalen tijdig te detecteren en indien nodig ook de beschermingsmaatregelen te versterken.

 

03.04  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, u zegt dat die dreiging al bestond. Dat klopt, maar natuurlijk is die de voorbije weken aanzienlijk toegenomen. We mogen ervan uitgaan dat de voorbije jaren een aanzienlijk netwerk is opgebouwd vanuit Iran in Europa, en hoogstwaarschijnlijk ook in België. Dat hebt u ook erkend in uw antwoord.

 

Wat mij bijzonder verontrust en waarvoor ik ook heb gewaarschuwd in mijn vraag, is de mogelijkheid van een aanslag door een lone actor. Die mogelijkheid wordt ook erkend door de Staatsveiligheid en het OCAD. Daarvoor moeten we absoluut opletten. Er zijn de voorbije weken heel veel signalen geweest dat er wel degelijk iets op til zou kunnen zijn.

 

Het enige wat ik kan vragen, is dat u dat ernstig neemt, dat u daarover regelmatig terugkoppelt met het OCAD en de Staatsveiligheid en dat we bij een eventuele beëindiging van het conflict – wat er volgens mij niet zeer snel zit aan te komen – niet de naïviteit hebben om te denken dat die Iraanse sleeper cells ook verdwenen zijn. Dat netwerk is hier, het is hier ingebed en blijft hier aanwezig.

 

Ik hoop dat we niet de naïviteit hebben om te denken dat een beëindiging van het conflict in het Midden-Oosten die problemen zal verhelpen. Het is heel belangrijk dat we de komende jaren alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat het Iraanse netwerk dat hier is uitgebouwd, zowel in ons land als in heel Europa, met tak en wortel van ons grondgebied wordt verwijderd. Dat is de enige oplossing om ons op een fundamenteel niveau te wapenen tegen die dreiging.

 

03.05  Jeroen Bergers (N-VA): Dank u voor uw antwoorden, mevrouw de minister.

 

Ik vind het zeer interessant dat u de these bevestigt dat het regime gebruikmaakt van wegwerpagenten. Blijkbaar wordt de groeiende drugscriminaliteit en de drugsmaffia nu ook gebruikt en versterkt om ideologische terreur te plegen. Dat is een opvallende conclusie van de afgelopen maanden.

 

Dat zorgt ervoor dat de war on drugs nog belangrijker wordt dan hij al was, en die was al behoorlijk belangrijk. Het is zeer belangrijk dat ons land – los van de geopolitieke situatie die nu een beetje afgekoeld lijkt, maar morgen opnieuw kan escaleren met het moorddadige regime dat daar nog altijd zit – ervoor zorgt dat, in het licht van de terreurdreiging vanuit het regime, de tentakels ervan in onze maatschappij worden aangepakt, worden afgehakt en worden bestreden. Voor alle maatregelen die u daarvoor neemt, zult u op onze steun kunnen rekenen. Dank u wel.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La question n° 56014151C de Mme Vandeberg est retirée, à sa demande.

 

04 Samengevoegde vragen van

- Koen Metsu aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De steun aan slachtoffers en nabestaanden 10 jaar na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek" (56014194C)

- François De Smet aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het garantiefonds voor de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016" (56014650C)

- Julien Ribaudo aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het garantiefonds voor terreurslachtoffers" (56015108C)

04 Questions jointes de

- Koen Metsu à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le soutien aux victimes et aux proches 10 ans après les attentats à Zaventem et à Maelbeek" (56014194C)

- François De Smet à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le fonds de garantie pour les victimes des attentats du 22 mars 2016" (56014650C)

- Julien Ribaudo à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le fonds de garantie pour les victimes du terrorisme" (56015108C)

 

04.01  Sam Van Rooy (VB): Mijn vraag sluit naadloos aan op de vorige samengevoegde vragen. Het gaat evenwel niet over de sleeper cells van Iran, waarover ik trouwens ook al vragen heb gesteld aan de minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid. Het gaat evenmin over wegwerpcriminelen, als u dat zo zou willen noemen. Sleeper cells en criminelen houden verband met terreur en criminaliteit. Ze vallen door onze veiligheidsdiensten – zou ik hopen en denken – relatief gemakkelijk te detecteren.

 

Mijn vraag gaat eigenlijk over iets dat nog erger is. Ze gaat het over mensen die hier ooit het land zijn binnengekomen als migrant of als vluchteling en die zich vandaag geroepen voelen om zich niet alleen uit te spreken voor een jihadistische massamoordenaar als ayatollah Khamenei of voor de IRGC – een jihadistisch terreurleger – maar die zelfs oproepen op sociale media om een bomaanslag te plegen op mensen die demonstreren tegen het islamitische regime in Iran.

 

Voor alle duidelijkheid gaat het niet alleen over vrijheidslievende Iraniërs, maar ook over niet-Iraniërs die mee demonstreren, waaronder ikzelf. Volgens een Belgisch-Iraanse vrouw uit Sint-Truiden, die wellicht een dubbel paspoort heeft, zouden die mensen moeten worden aangevallen met een bomaanslag.

 

De vraag is heel evident, mevrouw de minister. Wat is de stand van zaken? Zijn die Belgisch-Iraanse dame en haar zoon opgepakt? Zitten zij nog altijd vast of zijn ze op vrije voeten? De burgers in dit land, en zeker ook de Iraniërs die in angst leven, hebben het recht om dat te weten.

 

In het algemeen, welke straf riskeren dat soort mensen eigenlijk? Welke straf riskeren mensen die zich uitspreken voor de Islamitische Republiek en voor de IRGC – die nu eindelijk op de terreurlijst staat – en die daaraan een bedreiging toevoegen met bijvoorbeeld een bomaanslag? Welke straf riskeren mensen in dit land die dat soort jihadistische dreigementen uiten? We lezen die elke dag op sociale media, mevrouw de minister. We horen ze ook op onze straten bij intifada-betogingen en pro-Palestijnse betogingen, maar dus ook bij dat soort supporters van de IRGC.

 

Ik kijk erg uit naar uw antwoord.

 

04.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van Rooy, zoals ik al heb aangegeven in het antwoord op uw vraag nr. 56013113C, is het openbaar ministerie onafhankelijk in de individuele opsporing en vervolging. Het is dus niet aan mij om in een individuele zaak op te treden of commentaar te geven op de beslissingen van de magistraten van het parket over de opportuniteit van vervolging.

 

Voor het overige kan ik erop wijzen dat de feiten voorlopig gekwalificeerd zijn als, ten eerste, mondelinge bedreigingen onder bevel of voorwaarde met aanslagen op personen of eigendommen waarop criminele straffen zijn gesteld en, ten tweede, valse berichten bij naamloos of ondertekend geschrift over gevaar voor aanslagen op personen of eigendommen waarop criminele straffen zijn gesteld.

 

De feiten, gekwalificeerd onder artikel 327, lid 1, en artikel 328 van het Strafwetboek zijn onder de thans geldende wetgeving strafbaar met respectievelijk een gevangenisstraf van 6 maanden tot 5 jaar en een geldboete van 100 tot 500 euro en met een gevangenisstraf van 3 maanden tot 2 jaar en een geldboete van 50 tot 300 euro.

 

Na de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek zullen de feiten strafbaar zijn onder artikel 232, 1°, van het nieuwe Strafwetboek als verzwaarde bedreiging met een aanslag op persoon of eigendom met een hoofdstraf van niveau 3, zijnde een gevangenisstraf van meer dan 3 jaar tot ten hoogste 5 jaar.

 

Ook zullen ze strafbaar zijn onder artikel 234 van het nieuwe Strafwetboek als het geven van een vals bericht met een hoofdstraf van niveau 2, zijnde een gevangenisstraf van 6 maanden tot ten hoogste 3 jaar of een straf onder elektronisch toezicht van 1 maand tot ten hoogste 1 jaar of een werkstraf van meer dan 120 uur tot ten hoogste 300 uur dan wel een probatiestraf van meer dan 12 maanden tot ten hoogste 2 jaar of een veroordeling bij schuldigverklaring.

 

04.03  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik weet niet in welke mate het bij de regering doordringt, maar de oorlog met en in Iran wordt steeds meer uitgevochten op ons grondgebied, op sociale media, maar ook op straat.

 

De opeenvolgende regeringen in dit land, waarvan uw partij heel vaak deel heeft uitgemaakt, hebben immers niet alleen fatsoenlijke mensen binnengehaald uit het Midden-Oosten, maar ook moslimfundamentalisten, salafisten, jihadisten en supporters van de islamitische jihad. Het zijn er veel. Ga maar eens kijken op de sociale media.

 

In het geglobaliseerde België anno 2026 dreigt een aanhanger van de islamitische republiek met een bomaanslag op vrijheidslievende demonstranten en op onze vrije samenleving. Ik ben dus erg benieuwd welk fopstrafje die persoon zal krijgen, want dat zal het wel weer worden. We kennen dat. Eigenlijk zou dergelijk jihadistisch tuig met de hele familie het land moeten worden uitgezet.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Samengevoegde vragen van

- Koen Metsu aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De steun aan slachtoffers en nabestaanden 10 jaar na de aanslagen in Zaventem en Maalbeek" (56014194C)

- François De Smet aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het garantiefonds voor de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016" (56014650C)

- Julien Ribaudo aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het garantiefonds voor terreurslachtoffers" (56015108C)

05 Questions jointes de

- Koen Metsu à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le soutien aux victimes et aux proches 10 ans après les attentats à Zaventem et à Maelbeek" (56014194C)

- François De Smet à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le fonds de garantie pour les victimes des attentats du 22 mars 2016" (56014650C)

- Julien Ribaudo à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le fonds de garantie pour les victimes du terrorisme" (56015108C)

 

05.01  Koen Metsu (N-VA): Mevrouw de minister, we gaan van Iran naar onze eigen terreurslachtoffers.

 

Drie weken geleden was het de tiende herdenking van de vreselijke terreurdaden in Maalbeek en Zaventem. In de weken voorafgaand aan dergelijke herdenking hebben we het allemaal nog eens over de maatregelen die we al hebben genomen en de stappen die we nog moeten doen. Het verheugt me – al is dat woord niet helemaal op zijn plaats – en motiveert me dat er collega's zijn die weken na herdenking op dezelfde nagels blijven kloppen.

 

De terreurslachtoffers voelen zich nog altijd enigszins in de steek gelaten, zowel administratief als financieel. In de plenaire vergadering heb ik u al een vraag gesteld over het garantiefonds. U legde toen de klemtoon op het uniek loket, wat een zeer goed initiatief is, want er is nood aan een administratieve en ook een financiële ontzorging. Het garantiefonds is ook in het regeerakkoord opgenomen. Dat houdt in dat de Staat veel daad- en slagkrachtiger handelt tegenover de verzekeringsmaatschappijen dan de individuele terreurslachtoffers. Net als u heb ik al met vele slachtoffers gesproken. Wanneer zij die strijd aangaan, is het vaak vechten tegen de bierkaai, waardoor ze uiteindelijk akkoord gaan of niet akkoord gaan, waardoor de situatie nog een jaar of langer blijft aanslepen. Dat was de reden waarom ik u in de plenaire vergadering bevraagd heb over het garantiefonds.

 

Ik hoop dat u in dat verband een bijkomend antwoord kunt geven. Daarnaast heb ik nog enkele andere vragen.

 

Hoeveel slachtoffers en nabestaanden van de terreuraanslagen van 22 maart 2016 zijn vandaag formeel als slachtoffers van een terreurdaad erkend?

 

Hoe evalueert u tien jaar na de aanslagen de ondersteuning die de slachtoffers en hun families hebben gekregen op juridisch, financieel en psychosociaal vlak? Zijn er nog knelpunten?

 

Hoe zorgt de regering ervoor dat de steun voor de slachtoffers en familieleden op lange termijn gegarandeerd blijft?

 

Zijn er binnen Justitie initiatieven gepland om de ondersteuning van de slachtoffers van terrorisme nog verder te versterken?

 

Op welke manier worden hulpverleners ondersteund, met name in het kader van terreuraanslagen?

 

Zijn er momenteel nog lopende of openstaande gerechtelijke dossiers die voortvloeien uit de terreuraanslagen van maart 2016?

 

Kunt u toelichten hoe de opvolging van de veroordeelde terroristen vandaag is georganiseerd, zowel binnen als buiten de gevangenis? Welke maatregelen worden genomen om recidive en verdere radicalisering te voorkomen?

 

05.02  François De Smet (DéFI): Madame la ministre, je vous ai également interrogée le 19 mars dernier en séance plénière, à l’occasion du dixième anniversaire des attentats de Bruxelles, sur le suivi des travaux de la commission parlementaire. Vous vous étiez alors montrée volontariste, sans toutefois apporter de réponse claire quant à la création du fonds de garantie, qui constitue pourtant la recommandation phare de la commission d’enquête Attentats terroristes et qui est, par ailleurs, inscrite dans l’accord de coalition fédérale.

 

Comme l’a rappelé fort justement l’association Life4Brussels, "le fonds de garantie, qui devait offrir une sécurité financière et juridique pérenne aux survivants, semble avoir été rayé de l’agenda politique. Pour les victimes, cet abandon n'est pas qu'une dérive administrative, c'est une rupture de confiance majeure avec l'État. On ne peut pas graver une promesse dans un accord de coalition et la laisser s'éteindre dans l'indifférence générale".

 

Comme je vous l’indiquais déjà le 19 mars dernier, en France, lorsqu’un attentat survient et qu'il y a des victimes, l’État prend en charge l’ensemble des démarches, y compris les négociations avec les assurances et les fonds privés.

 

Madame la ministre, le gouvernement est-il prêt à examiner concrètement la création d’un fonds assurant une réparation intégrale et structurelle, plutôt que de simples avances?

 

Étant donné que le délai d'introduction des demandes pour les victimes de terrorisme s'est éteint le 18 mars 2020 pour un grand nombre d'entre elles, créant une situation dans laquelle elles disposent de moins de droits que dans le régime de droit commun, entendez-vous harmoniser ces délais pour permettre aux victimes de solliciter une aide jusqu'à la clôture définitive des procès pénaux?

 

Enfin, l’association Life4Brussels, qui pallie les carences de l’État en accompagnant des centaines de victimes, bénéficiera-t-elle prochainement d’un soutien structurel ou financier au niveau fédéral? Je rappelle que le financement pérenne des associations de victimes figurait également parmi les recommandations de la commission.

 

05.03  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, dix ans après les attentats du 22 mars, les victimes continuent de faire face à un véritable parcours du combattant pour faire valoir leurs droits. Comme l’avait déjà souligné la commission d’enquête parlementaire, elles se trouvent confrontées à un parcours long, complexe et souvent éprouvant, dans lequel elles doivent sans cesse réexpliquer leur situation et défendre leur statut. Cette situation perdure malheureusement aujourd’hui.

 

Ces dernières semaines, plusieurs collègues vous ont interrogée sur vos intentions à l’égard des victimes. Vous avez notamment évoqué la création d’un guichet unique rattaché au secrétariat de la Commission pour l’aide financière aux victimes. Cette initiative répond à une demande réelle: mieux orienter les victimes dans un paysage institutionnel complexe, marqué par une multiplicité d’interlocuteurs et de démarches.

 

Par ailleurs, la commission d’enquête parlementaire avait formulé comme recommandation centrale la création d’un fonds de garantie, également inscrit dans l’accord de gouvernement, visant précisément à simplifier les procédures en centralisant l’indemnisation et en déchargeant les victimes des démarches auprès des différents assureurs. Un tel mécanisme permettrait de faire peser la charge des démarches sur les institutions plutôt que sur les victimes elles-mêmes, comme c’est actuellement le cas.

 

Madame la ministre, pouvez-vous préciser le calendrier de mise en œuvre du guichet unique que vous avez annoncé? Avec le budget d’un million d’euros prévu, combien de personnes pourront-elles concrètement être engagées pour accompagner les victimes? Enfin, au-delà de ce guichet, la mise en place d’un fonds de garantie figure dans l’accord de gouvernement et constitue une demande centrale des victimes ainsi que des associations de terrain. Pouvez-vous nous indiquer si ce fonds sera effectivement mis en place et, le cas échéant, selon quel calendrier​?

 

05.04 Minister Annelies Verlinden: Collega’s, momenteel zijn er in de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden nog 620 dossiers niet definitief afgesloten. Veel slachtoffers hebben al een voorschot gekregen, maar hun dossiers kunnen om verschillende redenen nog niet volledig worden afgehandeld.

 

Zo zijn in bepaalde gevallen de lichamelijke letsels nog niet medisch geconsolideerd, waardoor de omvang van de schade nog niet definitief kan worden bepaald. In andere gevallen is de schadevergoeding met de verzekeringsmaatschappij nog niet geregeld. Daarnaast komt het ook voor dat het slachtoffer of zijn advocaat voorbehoud heeft laten acteren voor bepaalde schadeposten, die nog niet definitief zijn. Over dossiers die nog hangende zijn bij de verzekering of bij de Federale Pensioendienst, kan ik mij niet uitspreken.

 

De parlementaire onderzoekscommissie (POC) formuleerde in 2017 honderden aanbevelingen over vier beleidsdomeinen heen: hulpverlening, slachtoffers, veiligheidsarchitectuur en radicalisering. Een overzicht bezorgen van alle aanbevelingen in het bevoegdheidsdomein Justitie en een actuele stand van zaken is binnen het tijdsbestek van de mondelinge vraag moeilijk haalbaar.

 

Je m'engage également résolument en faveur de l'accompagnement des victimes de terrorisme. Une cellule qui leur est dédiée a été mise en place au sein du parquet fédéral après les attentats du 22 mars 2016. Elle est chargée du suivi des victimes dans les dossiers liés au terrorisme. Par ailleurs, j'ai l'intention de mettre en place cette année encore le guichet unique destiné aux victimes de terrorisme. Cette mesure permettra de mettre en œuvre une recommandation importante de la commission d'enquête parlementaire suite aux attentats du 22 mars. Ce point de contact, rattaché à la Commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence, mettra fin à la fragmentation de l'aide, en accompagnant de manière proactive les victimes sur les plans juridique, administratif et psychosocial. Doté d'un budget d'un million d'euros, ce guichet mise sur un soutien structurel, un suivi spécialisé des dossiers et la numérisation afin que les victimes disposent d'un interlocuteur unique tout au long de leur parcours post-attentat.

 

Ik heb het grootste respect voor het uitzonderlijke werk dat de veiligheidsdiensten en hulpverleners tijdens en na de aanslagen hebben verricht om mensenlevens te redden. Hun inzet en professionaliteit verdienen onze blijvende waardering. Volgens de geldende rechtspraak worden zij evenwel niet als slachtoffers van de aanslagen beschouwd, omdat ze in het kader van hun opdracht na de feiten hebben gehandeld en niet rechtstreeks door de explosies werden getroffen. De ingrijpende ervaringen waarmee hulpverleners tijdens hun interventies worden geconfronteerd, maken deel uit van de psychosociale risico’s die inherent zijn aan hun beroep. Tegelijk verdient de impact ervan onze volle erkenning en aandacht. Het is dan ook essentieel dat hulpverleners kunnen rekenen op passende ondersteuning en kwalitatieve nazorg. Ondersteuning en nazorg voor hulpverleners vallen onder de verantwoordelijkheid van hun werkgevers, die daarbij een essentiële rol spelen.

 

Collega Metsu, op dit moment is er slechts één gerechtelijk dossier dat nog niet formeel werd afgesloten. Het betreft een dossier rond de terugkeer van een persoon naar België na een veroordeling in Irak, die in 2012 een tweede keer is vertrokken naar Syrië. De betrokkene werd reeds veroordeeld in het kader van de aanslagen in Parijs in november 2015 en in het kader van de aanslagen in Zaventem en Maalbeek. In augustus 2025 heeft het federaal parket in dat dossier een vordering tot buitenvervolgingstelling opgesteld op basis van het beginsel non bis in idem, dat bepaalt dat iemand niet tweemaal voor dezelfde feiten kan worden veroordeeld. De vaststelling van een rechtsdag voor de raadkamer van Brussel dient nog te gebeuren. Hoewel het dossier formeel nog openstaat, wordt verwacht dat dat in de komende maanden zal worden afgehandeld.

 

Het toezicht op personen die veroordeeld zijn voor terroristische feiten, wordt vóór, tijdens en na de detentie verzekerd door de verschillende politie-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Tijdens de detentie gebeurt dat in samenwerking met een gespecialiseerde cel van de centrale gevangenisadministratie en dat alles onder coördinatie van het OCAD via de nationale taskforce in het kader van de strategie T.E.R. De diensten van de deelstaten staan op hun beurt in voor alles wat te maken heeft met hulp aan gedetineerden tijdens hun detentie en voor de opvolging van hun re-integratie in de samenleving in de periode na detentie. De begeleiding door een psychosociale dienst in de gevangenis kan ook een belangrijke rol spelen. Elke gedetineerde kan aanspraak maken op begeleiding die kan bijdragen aan een proces van ontwrichting en dat op vrijwillige basis. De operationele werkgroep Gevangenissen, die wordt voorgezeten door de Veiligheid van de Staat, bespreekt alle personen die in de GGB T.E.R. zijn opgenomen, en dat zolang ze in de gevangenis verblijven.

 

Collègue De Smet, je tiens à préciser que le délai pour introduire une demande d'aide financière a été modifié par l'article 53 de la loi du 18 janvier 2024 visant à rendre la justice plus humaine, plus rapide et plus ferme. Cet article porte en effet à cinq ans le délai d'introduction des demandes et organise des mécanismes de suspension du délai, notamment en faveur des mineurs ou des personnes ayant introduit une procédure en justice pour obtenir une indemnisation. L'article 92 de la même loi prévoit que les personnes qui n'ont pas introduit des demandes avant le 19 mars 2020 peuvent encore le faire à titre transitoire dans un délai de 18 mois à compter de l'entrée en vigueur de cette loi. Cette disposition a donc créé une nouvelle période courant jusqu'au 6 août 2025, pour permettre aux victimes de rouvrir leur dossier. L'information a été diffusée auprès du public concerné.

 

Je tiens également à souligner que les victimes des attentats du 22 mars 2016, aussi bien à l'aéroport de Zaventem que dans le métro, étaient couvertes par les assurances souscrites par les exploitants de ces infrastructures et ce, déjà selon le régime en vigueur au moment des faits. En ce qui les concerne, la loi du 3 mai 2024 relative à l'indemnisation des victimes d'un acte de terrorisme et relative à l'assurance contre les dommages causés par le terrorisme, n'a pas modifié leur position.

 

Collègue Ribaudo, la Commission pour l'aide financière aux victimes dispose d'un fonds qui garantira les paiements aux victimes et qui a assuré ces paiements depuis 2016. La création d'un autre fonds est donc obsolète. Afin d'organiser le dédommagement et l'aide financière aux victimes de terrorisme, deux chambres spécifiques ont été créées en 2016 déjà au sein de la Commission.

 

Afin de statuer sur les paiements, il est vrai que toutes les procédures sur les victimes de terrorisme devraient être alignées afin de mieux accompagner les victimes. C'est la raison pour laquelle le comité de gestion organisé au sein du secrétariat de la Commission, comité qui rassemblera tous les points de contacts uniques (SPOC) du SPF compétent, se verra confier la mission principale de gérer, de simplifier et d'aligner au mieux le processus de traitement des dossiers des victimes de terrorisme, afin de faciliter autant que possible le travail des coordinateurs. Les expériences et recommandations des organisations de victimes serviront de fil conducteur dans ce travail.

 

05.05  François De Smet (DéFI): Monsieur le président, je remercie Mme la ministre pour l'ensemble de sa réponse.

 

Elle a été assez claire à propos du guichet unique. Ce ne l'est pas autant pour moi en ce qui concerne le fonds de garantie. C'est un élément que je vais devoir analyser plus en profondeur.

 

05.06  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Je vous remercie, madame la ministre, pour vos réponses.

 

Effectivement, nous analyserons vos réponses plus précises sur le guichet unique. Je sais que vous travaillez en étroite collaboration avec les acteurs de terrain. Aussi, je vous engage à continuer à le faire pour que leur expérience serve à créer un outil qui répondra réellement aux besoins des victimes.

 

Quant au fonds de garantie, nous analyserons vos réponses et continuerons à vous interroger sur le sujet.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Vraag van Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het Nationaal protocol voor detectie en disruptie van phishingdreigingen" (56014254C)

06 Question de Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le Protocole national pour la détection et la perturbation des menaces de hameçonnage" (56014254C)

 

06.01  Alexander Van Hoecke (VB): Wij zullen het later in de vragensessie nog over phishing hebben. Ik verwijs daarom nu naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

De Federale Gerechtelijke Politie, het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) en de Belgische cyberbeveiliger Secutec kondigden een 'Nationaal Protocol voor Detectie en Disruptie van Phishingdreigingen' aan. Het overheidsprotocol vloeit voort uit Phish Nemo, een project van de Federale Gerechtelijke Politie van Limburg dat sinds 2022 websites opspoort en blokkeert.

 

De Phish Nemo-applicatie wordt met het protocol overgedragen aan het CCB zodat het op grotere schaal kan worden toegepast. Phish Nemo zal door Secutec nauwer geïntegreerd worden met de Belgische phishingdatabank van het CCB. Tot voor kort moesten frauduleuze websites namelijk manueel toegevoegd worden aan de databank. Telecombedrijven kunnen een beroep doen op de databank, zodat zij internetgebruikers automatisch kunnen doorverwijzen naar een waarschuwingspagina.

 

Kan u wat verdere toelichting geven bij dit nieuwe protocol en wat is de verwachte impact op het aantal phishingwebsites dat gedetecteerd en vervolgens geblokkeerd kan worden?

 

Naast Phish Nemo stelt het CCB dat het ook nog samenwerkt met andere trusted partners om de Belgische phishingdatabank te actualiseren. Om welke partners gaat het concreet en hoe verloopt die samenwerking precies?

Maken alle Belgische telecombedrijven ten volle gebruik van de databank? Indien niet, welke telecomoperatoren niet en wat is de verklaring hiervoor?

 

Het protocol zou ook het delen van gegevens met betrekking tot frauduleuze sites formaliseren om phishingcriminelen eenvoudiger in kaart te brengen en een halt toe te roepen. Wat betekent dat concreet in de praktijk?

 

06.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van Hoecke, het Nationaal protocol voor detectie en disruptie van phishingdreigingen vindt zijn oorsprong in het project van de FGP Limburg, die een innovatieve aanpak ontwikkelde met als doel die domeinnamen tijdig te identificeren en efficiënt te blokkeren, nog vooraleer er slachtoffers kunnen vallen. Sinds 2022 heeft die aanpak geleid tot de blokkering van meer dan 1.600 phishingdomeinen, waarmee naar schatting meer dan 120.000 potentiële slachtoffers in België werden voorkomen.

 

Behalve aan detectie en blokkering werd de verzamelde data ook onderworpen aan diepgaande analyses, wat toeliet om intelligence op te bouwen en duidelijke clusters en structuren achter de phishinginfrastructuur te identificeren. Die inzichten vormden de basis voor gerichte onderzoeken die effectief hebben geleid tot de identificatie en arrestatie van betrokken actoren.

 

Het project werd overgedragen aan het CCB met het oog op de verdere nationale opschaling in aansluiting op het Belgian Anti-Phishing Shield (BAPS).

 

Om die samenwerking te structureren en te verankeren, werden in een protocol duidelijke afspraken gemaakt rond drie kerncomponenten.

 

Ten eerste, het regelt de overdracht van een applicatie van de federale politie naar het CCB voor het detecteren, blokkeren en opbouwen van intelligence met betrekking tot phishingdomeinnamen.

 

Ten tweede, de modaliteiten werden bepaald voor de koppeling van Phish Nemo evenals van toekomstige initiatieven van de federale politie aan het Belgian Anti-Phishing Shield. Dankzij die integratie zal het BAPS internetgebruikers automatisch doorverwijzen naar een waarschuwingspagina wanneer zij frauduleuze of kwaadaardige websites bezoeken. Die pijler zal een fundamentele impact hebben doordat het systeem voortaan automatisch werkt, terwijl dat vroeger meerdere uren of zelfs dagen kon duren.

 

Tot slot, het protocol formaliseert een akkoord over het delen van gegevens met betrekking tot kwaadaardige websites om phishingactiviteiten beter in kaart te brengen, te analyseren en uiteindelijk de criminelen achter de feiten te stoppen. Het gaat daarbij onder meer om technische indicatoren, tijdseinen van detectie en activiteit en analytische inzichten die voortkomen uit de dataverwerking afkomstig van de tool Phish Nemo.

 

Het gecentraliseerde en gestandaardiseerde delen van die informatie laat toe om sneller verbanden te detecteren tussen phishingcampagnes en om de onderliggende infrastructuren en modus operandi van de daders systematisch in kaart te brengen.

 

Daardoor kan niet alleen sneller worden overgegaan tot de blokkering van individuele frauduleuze sites, maar kunnen ook bredere criminele netwerken en clusters worden geïdentificeerd. De impact van de opschaling en de optimalisatie van het systeem is zichtbaar in de cijfers die het CCB ter beschikking heeft. Voor de samenwerking tussen het CCB en de andere trusted partners of de betrokken telecombedrijven, verwijs ik u naar het CCB.

 

06.03  Alexander Van Hoecke (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Mijn tweede en derde vraag, over de samenwerking met de andere trusted partners en de telecombedrijven, vormden het interessantste aspect van mijn vraag. De andere zaken die u hebt gezegd, wisten we eigenlijk al. Ik zal proberen die informatie bij het CCB te bekomen.

 

Hoe dan ook, als dat goed wordt uitgevoerd, kan het een grote stap voorwaarts zijn. Dat is een van de belangrijkste pijlers in de strijd tegen phishing. Het gaat erom ervoor te zorgen dat mensen geen slachtoffer kunnen worden van frauduleuze sites door die tijdig te blokkeren. U hebt een schatting gemaakt van het aantal slachtoffers dat vermeden zou kunnen worden. In het verleden heb ik ook al vragen gesteld over het Phish Nemo-project.

 

We moeten daar echt op blijven inzetten. We zullen dat verder opvolgen. Zoals ik zei, zal ik mijn andere, concretere vragen richten aan het CCB.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: La question n° 56014257C de M. Van Tigchelt est reportée.

 

Pour votre parfaite information, je rappelle qu’en ce qui concerne les reports, il n’est possible de reporter ses questions qu’une seule fois. Cela a aussi été précisé dans la nouvelle manière de traiter les questions en commission.

 

07 Samengevoegde vragen van

- Sandro Di Nunzio aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Lars De Smet" (56014265C)

- Stefaan Van Hecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De Belgische burger in buitenlandse detentie en de geblokkeerde overbrenging" (56014507C)

- Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De situatie van Lars De Smet" (56014873C)

07 Questions jointes de

- Sandro Di Nunzio à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Lars De Smet" (56014265C)

- Stefaan Van Hecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La détention d'un ressortissant belge à l’étranger et le blocage de son transfèrement" (56014507C)

- Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La situation de Lars De Smet" (56014873C)

 

De voorzitter: De heer Di Nunzio is niet aanwezig.

 

07.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, dit is een vraag over een dossier dat hier al aan bod is gekomen, namelijk over de situatie van een Belgische burger, Lars De Smet. Hij verblijft al meer dan vier jaar in detentie in Noord-Macedonië, onder omstandigheden die volgens internationale rapporten als bijzonder zorgwekkend worden omschreven.

 

Volgens de beschikbare informatie werd een overbrenging naar België in het kader van het Verdrag van Straatsburg inzake de overbrenging van gevonniste personen formeel goedgekeurd, maar blijft de effectieve uitvoering vandaag geblokkeerd. Tegelijk worden ernstige vragen gesteld bij de rol van de Belgische Centrale Autoriteit binnen de FOD Justitie. Er is sprake van mogelijke fouten in de communicatie met de buitenlandse autoriteiten, tegenstrijdige standpunten en een gebrek aan actie, ondanks herhaalde verzoeken en de aanhoudende detentie onder moeilijke omstandigheden. Volgens de familie zou hem maandenlang foutief zijn meegedeeld dat Noord-Macedonië definitief had ingestemd met de overbrenging, terwijl uit het dossier zou blijken dat dergelijke formele instemming nooit zou zijn verleend.

 

Er bestaat daarover heel veel onduidelijkheid, vandaar een aantal heel concrete vragen. Kunt u toelichten wat vandaag de exacte stand van zaken is van de overbrengingsprocedure in het dossier? Welke concrete stappen werden recent nog gezet door de Belgische Centrale Autoriteit? Klopt het dat er fouten zijn gemaakt of onduidelijkheden zijn geweest in de communicatie vanwege de Belgische diensten die mee aanleiding hebben gegeven tot de huidige blokkering? Zo ja, welke lessen trekt u daaruit?

 

Welke initiatieven heeft u of uw administratie genomen om het dossier te deblokkeren? Werd er overwogen om dat op ministerieel of diplomatiek niveau aan te pakken? Hoe wordt in het algemeen gewaarborgd dat Belgische burgers in het buitenland die in aanmerking komen voor overbrenging effectief en tijdig kunnen worden gerepatrieerd, zeker wanneer er aanwijzingen zijn van problematische detentieomstandigheden?

 

Ik hoop op heldere en duidelijke antwoorden.

 

07.02  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, dit dossier kwam inderdaad al aan bod in deze commissie, maar ook in de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen. De Belgische staatsburger Lars De Smet, een jongeman uit Aalst, verblijft al bijna vier jaar in onduidelijke omstandigheden in een gevangenis in Idrizovo in Noord-Macedonië, waar de leefomstandigheden zelfs door de Raad van Europa als mensonterend worden beschouwd.

 

Zoals al geschetst door mijn collega, werd een akkoord met Noord-Macedonië bereikt om Lars naar België over te brengen. Dat akkoord zou op 7 augustus eenzijdig door Noord-Macedonië zonder verklaring zijn opgezegd. Ondertussen heeft de familie van Lars laten weten dat zij de Belgische Staat in gebreke willen stellen omdat er onvoldoende actie zou zijn ondernomen om Lars terug te krijgen.

 

Volgens de informatie van de familie heeft de Belgische Centrale Autoriteit maandenlang foutieve informatie meegedeeld, met name dat Noord-Macedonië definitief met de overlevering van Lars naar België zou hebben ingestemd. Volgens hen zou dat niet kloppen en zou die formele instemming nooit zijn verleend. Klopt dat, mevrouw de minister? Wat is uw visie daarover?

 

Wat is er sinds 7 augustus exact ondernomen? Kunt u een duidelijke tijdlijn geven? Kunt u ons een volledige stand van zaken geven met betrekking tot het dossier?

 

Hebt u ondertussen ook nog contact over de kwestie gehad met de minister van Buitenlandse Betrekkingen? Is er nog contact geweest met de Noord-Macedonische autoriteiten? Wat kwam daaruit voort?

 

Bij een vorige vraag van mij en een aantal andere collega’s hierover hebt u gezegd dat de Noord-Macedonische autoriteiten op 7 augustus inderdaad hebben laten weten dat zij niet langer instemmen met de overbrenging van Lars. U zei toen dat dat een soevereine beslissing van de Noord-Macedonische autoriteiten was. Hebt u sinds die weigering om Lars over te brengen nog bij Noord-Macedonische autoriteiten aangedrongen om daarvoor een verklaring te geven? Kunt u ook meegeven hoe die weigering door de Noord-Macedonische autoriteiten exact werd meegedeeld en hoe die werd omkaderd?

 

07.03 Minister Annelies Verlinden: Collega's, op regelmatige basis wordt navraag gedaan bij de bevoegde rechtbank van Skopje en bij het ministerie van Justitie van Noord-Macedonië of de overbrenging opnieuw kan worden overwogen. Dat gebeurde de laatste keer op 11 maart, maar de positie van de rechtbank is niet gewijzigd en dat werd ook persoonlijk aan de heer De Smet meegedeeld.

 

De Noord-Macedonische autoriteiten blijven bij hun standpunt dat de intrekking van de instemming te wijten is aan de gunstigere datum tot mogelijke vervroegde invrijheidsstelling in België en dat dat gelet op de aard van de feiten geen mogelijkheid kan zijn. Bij een overbrenging dienen beide landen hun instemming te geven.

 

Het spreekt voor zich dat mijn diensten in nauw contact staan met Buitenlandse Zaken. De heer De Smet krijgt consulaire bijstand, zoals alle Belgen in buitenlandse detentie. Voor meer informatie daarover kunt u terecht bij de minister van Buitenlandse Zaken.

 

Ik kan verder bevestigen dat er geen fouten of onduidelijkheden zijn geweest in de communicatie. De Centrale Autoriteit heeft tot dusver alles in het werk gesteld om de overbrenging tot stand te brengen en dat zo snel mogelijk.

 

Indien Belgische burgers in buitenlandse detentie verzoeken om naar België te worden overgebracht, wordt hun aanvraag altijd met de nodige spoed en nauwlettendheid behandeld, hetzij door de Centrale Autoriteit voor landen buiten de Europese Unie, hetzij door het parket van de procureur des Konings van Brussel voor gedetineerden binnen de Europese Unie. Het finale akkoord blijft evenwel in handen van de buitenlandse autoriteit. Toch wordt er alles aan gedaan om de overbrenging zo snel mogelijk tot stand te brengen.

 

07.04  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoorden.

 

Er is echt een probleem met de communicatie met de familie over de stand van zaken in dit dossier. De informatie waarover de familie beschikt, is niet dezelfde als wat in parlementaire vragen wordt geantwoord. Ik roep dan ook op om vanuit het kabinet, de minister, de FOD en de administratie heel helder te communiceren met de familie en de advocaat. Naar we vernemen, zou er op een bepaald moment een volledige internationale transferoperatie zijn opgestart, inclusief vluchtplan, escorte en concrete overbrengingsdatum. Achteraf heeft het centraal aanspreekpunt evenwel moeten erkennen dat de vermeende goedkeuring geen instemming bleek te zijn.

 

Als ik uw antwoord goed begrijp, werd de instemming op een bepaald punt ingetrokken met als reden dat de betrokkene in ons land in aanmerking zou komen voor een vervroegde vrijlating. Dat heeft de rechtbank van Skopje van mening doen veranderen. Dat kan best zijn, maar werd dat ook aan de familie of haar advocaat gecommuniceerd? Kennen zij dat argument? Het probleem is dat de familie informatie krijgt die verschilt van de info die u geeft in uw antwoorden op parlementaire vragen en die blijkbaar ook niet overeenstemt met de informatie die in het dossier aanwezig is.

 

Er zijn dus veel onduidelijkheden en tegenstrijdigheden. Daarom roep ik u op om het dossier van heel nabij op te volgen en te bestuderen en alles in het werk te stellen om de situatie recht te trekken.

 

07.05  Alexander Van Hoecke (VB): Ik sluit me grotendeels aan bij wat collega Van Hecke poneert.

 

U hebt redelijk wat nieuwe elementen aangereikt: eerst en vooral de reden die Noord-Macedonië heeft opgegeven om de overbrenging van Lars in te trekken. Dat zou aan de gunstigere datum voor vervroegde invrijheidsstelling in België liggen. Ik vind dat bizar. Eerst geeft men toestemming voor de overbrenging en dan zegt de rechter dat hij het Belgisch rechtssysteem heeft bekeken en de overbrenging tegenhoudt omdat Lars hier vroeger zou kunnen vrijkomen.

 

Ik heb het gevoel dat veel elementen onduidelijk zijn. De essentie is dat de familie in complete onzekerheid verkeert. Men weet totaal niet wat er aan de hand is. Er is dus een probleem met de communicatie vanuit de Belgische overheid naar de familie. U zegt dat er geen fouten gemaakt zijn in de communicatie van de Centrale Autoriteit, maar ik sluit me aan bij collega Van Hecke. Weet de familie überhaupt welke redenen er op 7 augustus werden gegeven door de Noord-Macedonische autoriteiten om de toestemming voor de overbrenging in te trekken? Weet de familie dat er op 11 maart opnieuw aan de Noord-Macedonische autoriteiten werd gevraagd om hun beslissing te heroverwegen, maar dat dat opnieuw werd geweigerd?

 

De vader van Lars is 73 jaar. Hij betaalt elke maand 300 euro om zijn zoon van eten te voorzien in de gevangenis. Het minste dat we kunnen doen, is duidelijk communiceren met de familieleden van onze landgenoot en hen informeren over wat er gebeurt, zodat ze niet verloren lopen in de hoop informatie die u hen bezorgt. Misschien moet u die mensen uitnodigen voor een overleg op uw kabinet en hen duidelijk maken wat er aan de hand is.

 

Daarnaast wil ik u vragen om bij de Noord-Macedonische autoriteiten te blijven aandringen om onze landgenoot over te brengen naar ons land.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

08 Questions jointes de

- Éric Thiébaut à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les conditions de travail dangereuses des agents pénitentiaires de la prison de Mons" (56014274C)

- Julien Ribaudo à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La situation à la prison de Mons" (56014323C)

08 Samengevoegde vragen van

- Éric Thiébaut aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De gevaarlijke werkomstandigheden van de penitentiair beambten in de gevangenis van Bergen" (56014274C)

- Julien Ribaudo aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De situatie in de gevangenis van Bergen" (56014323C)

 

08.01  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, cette question a été introduite il y a un mois, dans un contexte où la situation à la prison de Mons suscitait de vives inquiétudes. Selon les informations relayées dans la presse et par les organisations syndicales, le 17 mars, jusqu’à 80 % du personnel d’une équipe était en arrêt maladie. La prison fonctionnait alors avec seulement quelques agents pour encadrer environ 470 détenus. Ces éléments mettaient en lumière des difficultés importantes en termes de conditions de travail, de sous-effectifs et de pression sur les équipes, dans un contexte de surpopulation déjà bien connu. Cette situation s’inscrit par ailleurs dans un environnement jugé insalubre, à tel point que la ville a envisagé la possibilité de prendre un arrêté d’interdiction d’occupation en raison de l’insalubrité et de la surpopulation.

 

Un mois plus tard, il est essentiel de faire le point sur l’évolution de la situation dans cet établissement, qui compte aujourd’hui 473 détenus pour une capacité de 307 places, soit un taux d’occupation de 151,8 %.

 

Madame la ministre, quelle est aujourd’hui la situation à la prison de Mons, notamment en termes de présence effective du personnel et d’organisation du travail? Quelles mesures ont été prises depuis un mois pour répondre aux difficultés constatées sur le terrain? Des renforts ont-ils été mobilisés entre-temps? Ces mesures ont-elles permis d’améliorer concrètement le fonctionnement de l’établissement?

 

08.02  Annelies Verlinden, ministre: Monsieur Ribaudo, lors de la semaine du 16 au 22 mars, la journée du mardi, la plus problématique, présentait la répartition suivante: 33 % du personnel de surveillance était présent, près de 44 % était absent pour des raisons ordinaires, environ 7 % était en maladie ou en accident de travail de longue durée et près de 16 % était en absence pour maladie de courte durée. Des constats similaires ont été observés les autres jours de la semaine.

 

Deux facteurs principaux expliquent les difficultés rencontrées. D’une part, les absences pour maladie de courte durée étaient concentrées sur une même pause. D’autre part, deux détenus étaient hospitalisés, ce qui mobilisait quatre agents de surveillance pénitentiaire par pause. Ainsi, le mardi soir, seuls neuf agents de surveillance pénitentiaire étaient présents dans l’établissement, tandis que quatre autres étaient affectés à la surveillance hospitalière. Les chiffres avancés publiquement sont donc inexacts.

 

Je souhaite également apporter les précisions suivantes. Pour assurer un fonctionnement normal, les effectifs requis sont fixés à 30 agents de surveillance pénitentiaire le matin et 33 le soir. La surpopulation carcérale entraîne une surcharge de travail, ce qui fatigue le personnel et peut expliquer en partie le taux d’absentéisme pour maladie. La prison dispose d’une capacité théorique de 307 places, mais hébergeait 466 détenus au 17 mars. Le cadre du personnel de surveillance n’est pas complet: au 20 mars, il comptait 202,5 équivalents temps plein pour un cadre prévu de 217.

 

Les visites ont été assurées chaque jour. Les repas ont été assurés, de même que les douches le matin. Deux préaux ont été organisés durant la période, afin de réduire la tension parmi les détenus. La direction a participé activement, en collaboration avec le personnel présent, à assurer le fonctionnement continu de la prison.

 

À l'exception de la suspension des formations pendant trois jours, l'établissement a retrouvé un fonctionnement normal depuis le 23 mars 2026. Aussi grave que soit la situation à la prison de Mons, le problème de la surpopulation touche actuellement toutes les prisons. Il n'est donc pas évident de prendre des mesures pour désengorger l'une ou l'autre prison spécifique, sans répercuter les problèmes sur les autres établissements.

 

De nouvelles mesures ont toutefois été décidées au sein du gouvernement et devraient avoir un impact positif sur la surpopulation. Les services s'emploient actuellement à traduire cet accord dans des textes concrets. J'espère que ceux-ci pourront ensuite entrer en vigueur rapidement.

 

Je tiens également à renvoyer aux autres questions auxquelles j'ai répondu aujourd'hui et qui concernent le plan social que j'ai conclu avec les syndicats, qui doit contribuer à rendre les emplois dans nos prisons plus attractifs.

 

La situation est aujourd'hui régularisée à la prison de Mons. Une rencontre a eu lieu dans le cadre d'un CCB extra et a permis d'éclaircir la situation. La situation de surpopulation reste difficile, comme dans l'ensemble des établissements pénitentiaires. Des recrutements sont en cours pour combler les cadres. Le fonctionnement de la prison a repris sans nécessité de renforts.

 

En ce qui concerne votre question sur les projets à moyen terme visant à améliorer les conditions de travail, je renvoie à mes réponses aux questions orales qui devraient apparaître ce soir dans le compte rendu de cette commission.

 

08.03  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, je vous remercie pour les éléments de réponse.

 

Effectivement, on peut voir quelque chose d'assez exceptionnel dans cette semaine de mars, mais elle est bien représentative de ce qui se passe au niveau national dans nos prisons. On constate à quel point la surpopulation détruit d'abord les détenus, mais surtout aussi les agents pénitentiaires et les bâtiments. Ce qui se passe à Mons est l'exemple de ce qui se passe un peu partout. Dès lors, j'attends de voir comment vous allez vous y prendre pour résoudre la situation.

 

La nouvelle prison de Mons sera un appel d'air véritable mais, en attendant qu'elle sorte du sol, on va devoir faire avec la prison actuelle qui est dans un piteux état.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Vraag van Alain Yzermans aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Internering" (56014293C)

09 Question de Alain Yzermans à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'internement" (56014293C)

 

09.01  Alain Yzermans (Vooruit): Mevrouw de minister, een van de pijnpunten met betrekking tot overbevolking betreft de 1.080 geïnterneerden, die niet op hun plaats zitten in onze Belgische gevangenissen. U richtte in het kader van een globale oplossing een taskforce interneringen op, wat zich vertaalde in een actieplan. Dat actieplan is nu in werking en u werkt samen met de ministers Vandenbroucke en Matz een aantal acties uit.

 

Ondanks die positieve signalen zeggen de Kamers voor de Bescherming van de Maatschappij (KBM) de wettelijke zittingstermijnen niet langer te kunnen halen door een te hoge werklast. Daardoor wachten geïnterneerden langer in de gevangenis op een eerste zitting en dat kan oplopen tot een jaar. Nochtans is het respecteren van de wettelijke termijn een expliciete maatregel, die ook opgenomen is door de taskforce interneringen.

 

Welke concrete stappen zult u zetten om die Kamers te versterken, zodat de wettelijke termijnen opnieuw gehaald worden?

 

In de batterij aan oplossingen voor internering stelt u de wet van 5 mei 2014 te willen evalueren en hervormen. Dat is inderdaad nodig. Tegen wanneer zal die wettelijke herziening klaar zijn? Hebt u daarvoor een timing?

 

09.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Yzermans, met betrekking tot de KBM’s hebben we in het kader van het hefboomplan 21 miljoen euro gereserveerd ter versterking van de rechterlijke organisatie, waarvan 12 miljoen voor de hoven en rechtbanken. Het is de bevoegdheid van het College van de hoven en rechtbanken om die middelen te verdelen volgens noodzaak en werklast, maar ze kunnen finaal, op basis van een af te spreken verdeling, ook bij de KBM’s terechtkomen.

 

Daarnaast is het inderdaad mijn bedoeling om de wet betreffende de internering van personen te wijzigen. We hebben een aantal noodzakelijke wijzigingen voor ogen, die nader geanalyseerd moeten worden in samenspraak met de administratie en waarover nog adviezen moeten worden ingewonnen. Het opzet is om tegen de zomer een conceptnota voor te leggen aan de regering en vervolgens in het najaar het wetgevend proces op te starten.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Samengevoegde vragen van

- Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De opschorting van zittingen van twee Franstalige strafuitvoeringsrechters te Brussel" (56014305C)

- Alain Yzermans aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De kinderziektes van JustCase" (56014961C)

- Ismaël Nuino aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "JustCase en de kamers van de strafuitvoeringsrechtbank" (56015000C)

- Claire Hugon Lecharlier aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De problemen bij de opstart van JustCase" (56015098C)

- Claire Hugon Lecharlier aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De keuze voor en de veiligheid van JustCase" (56015121C)

10 Questions jointes de

- Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La suspension d'audiences de deux juges de l'application des peines francophones de Bruxelles" (56014305C)

- Alain Yzermans à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les maladies de jeunesse de l'application JustCase" (56014961C)

- Ismaël Nuino à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "JustCase et les chambres du TAP" (56015000C)

- Claire Hugon Lecharlier à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les difficultés liées à la mise en oeuvre du programme JustCase" (56015098C)

- Claire Hugon Lecharlier à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le choix et la sécurité du programme JustCase" (56015121C)

 

10.01  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, de twee strafuitvoeringsrechters bij de Franstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel zagen zich enige tijd geleden genoodzaakt om hun zittingen voor onbepaalde tijd op te schorten. De reden daarvoor is een gebrek aan griffiers en administratief personeel dat ziek is gevallen, maar vooral de aanhoudende problemen met het computersysteem JustCase. Dat systeem werd destijds aangekondigd als het moderne dossierbeheersysteem dat de verouderde applicatie bij Justitie moest vervangen. Via dat platform zouden documenten sneller kunnen worden verwerkt en zouden juridische procedures efficiënter en gestroomlijnder kunnen verlopen. Zo klonk het althans in november 2025.

 

In de praktijk blijkt het computersysteem echter totaal onaangepast aan de noden van de rechtbank. Ik citeer: "Het systeem vertoont een heleboel dysfuncties en is enorm traag, wat de dagelijkse behandeling van dossiers sterk bemoeilijkt. Die technische moeilijkheden hebben een nefaste invloed op de werkomstandigheden op de griffie en het personeel is uitgeput." Verder stellen de strafuitvoeringsrechters dat de chaos die door het totaal onaangepaste systeem wordt veroorzaakt, ervoor zorgt dat de normale werking van dat rechtssprekend orgaan niet langer kan worden gegarandeerd. Door een tekort aan personeel is het voor de strafuitvoeringsrechters onmogelijk om nog uitspraken te doen, tenzij in uiterst dringende zaken.

 

Mevrouw de minister, het is niet de eerste keer dat ik u hierover ondervraag. Reeds in januari trok de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank in Brussel aan de alarmbel. Men waarschuwde voor de grote risico’s van het systeem. Zo was er sprake van dossiers en processen-verbaal die verdwenen, criminelen die geseind stonden, maar waarvan de politie niet op de hoogte was en stalkers die een contactverbod kregen zonder dat het slachtoffer werd geïnformeerd. Ook het College van procureurs-generaal had vooraf al voor die risico’s gewaarschuwd.

 

Mevrouw de minister, u bent intussen ongetwijfeld op de hoogte van de opschorting van de zittingen. Wat is de stand van zaken? We zijn door omstandigheden immers al enkele weken verder. Welke initiatieven hebt u genomen om een oplossing te bieden en de werking opnieuw te regulariseren?

 

Hebt u contact opgenomen met de ontwikkelaars van het computersysteem JustCase, om hen op de hoogte te brengen van de talrijke gebreken die het systeem vertoont en om hen te wijzen op hun verplichtingen om een kwaliteitsvol systeem af te leveren en binnen een zeer korte termijn de gebreken weg te werken?

 

De problematiek is ernstig. Een officiële ingebrekestelling lijkt me dus noodzakelijk. Zult u daartoe overgaan?

 

10.02  Alain Yzermans (Vooruit): Mijn vragen zijn ongeveer gelijkaardig, maar ik ga ze toch stellen.

 

Het nieuwe onlinedossierbeheersysteem JustCase werd voorgesteld als een stap vooruit naar een efficiëntere, snellere en veiligere werking van justitie. Stukken kunnen digitaal worden ingediend, beheerd en geraadpleegd. Het gaat om een investering van 40 miljoen euro.

 

Door kinderziekten wijkt het systeem echter af van de beoogde performante doelstellingen. In de eerste plaats hebben niet alle griffies toegang tot het platform. Proces-verbalen worden opgeladen, maar zijn niet altijd zichtbaar. Dat leidt tot mogelijke fouten in het kader van informatie-uitwisseling. Dat kan ook leiden tot ernstige vergissingen en risico’s, zoals het onterecht vrijlaten van personen. Een derde luik betreft de aanzienlijke toename van de werklast bij de griffies om het systeem operationeel te houden.

 

Ik heb daarover drie pertinente vragen. U neemt de problemen ernstig en neemt ook deze signalen ernstig. Met welke actoren van het terrein – griffies, magistraten, justitieassistenten, parketten, balies en IT-verantwoordelijken – en via welke kanalen bent u in overleg? Zijn er reeds evaluaties, voortgangsrapporten en risicoanalyses opgesteld over de werking van JustCase sinds de uitrol? Kan er inzage worden verleend in die documenten of hebt u ervan kennisgenomen? Welke concrete corrigerende maatregelen zijn er genomen of gepland?”

 

10.03  Ismaël Nuino (Les Engagés): Madame la ministre, voici quelques semaines que les deux chambres du tribunal francophone d'application des peines de Bruxelles ont suspendu leurs activités. Selon le tribunal, la cause déterminante serait le déploiement de l'application JustCase en novembre 2025, qui serait inadaptée aux besoins de cette juridiction et trop lente. De plus, elle aurait engendré un épuisement professionnel au greffe, conduisant à l'absence d'une partie significative du personnel.

 

Nul besoin de rappeler que, dans le contexte de surpopulation carcérale que nous connaissons, ces chambres sont censées fonctionner le mieux possible. C'est indispensable. Nous savons, par ailleurs, que la question de la numérisation de la justice constitue un enjeu important et complexe.

 

Madame la ministre, depuis la mise en œuvre de JustCase et les difficultés qui ont été mises en lumière, quelles mesures avez-vous déjà prises et quelles sont celles que vous comptez encore prendre pour rétablir le fonctionnement des chambres du tribunal d'application des peines à Bruxelles? Une évaluation de cet outil est-elle en cours? Sinon, à quelle échéance est-elle prévue et selon quelles modalités? Selon vous, quelles sont les causes de ces dysfonctionnements? Je pense que ce n'est pas le dernier déploiement d'une solution numérique qui aura lieu dans le grand monde de la justice. Comment éviter qu’ils ne se reproduisent? Quelles relations entretenez-vous avec les développeurs de ce type de solution? Permettent-elles d'avancer rapidement vers des adaptations? Nous trouvons-nous dans une situation agile qui soit susceptible de s'ajuster au jour le jour? Ou bien, d'un point de vue critique, pouvons-nous songer à l'améliorer?

 

10.04 Minister Annelies Verlinden: Zoals we al eerder hebben besproken in deze commissie, is de digitalisering van justitie geen luxe, maar een noodzaak. Bepaalde systemen zijn technisch verouderd en voldoen niet meer aan de moderne eisen van veiligheid en efficiëntie. JustCase moet versnipperde informatie en een veelheid van niet langer onderhoudbare systemen vervangen. JustCase is een complex project, gefinancierd met Europese RRF-middelen, dat de FOD Justitie met de nodige zorgvuldigheid realiseert.

 

Nous avons toujours pris très au sérieux les signaux émanant du terrain. La situation au sein du tribunal d’application des peines francophone de Bruxelles montre que la mise en œuvre ne se déroule pas de manière uniforme. Il est toutefois important d’aborder cette question avec nuance. Plusieurs facteurs entrent en ligne de compte, notamment les conditions de travail locales, la planification du personnel, ainsi que la complexité liée à la transition vers un nouveau système.

 

Dans le même temps, les partenaires concernés reconnaissent que le lancement aurait pu être mieux organisé.

 

Om het project zo goed mogelijk te implementeren, heb ik al sinds juni vorig jaar actief aangedrongen op een behoorlijke projectimplementatie. Ik gaf de FOD Justitie duidelijke instructies over het project Opvolging & Governance. De FOD verzekerde dat de implementatie van het project naar behoren kon verlopen. In december organiseerde ik een overleg met de administratie en de rechterlijke orde om verdere concrete afspraken te maken. In februari vroeg ik aan de FOD en de colleges om de JustCase-uitrol te evalueren en lessen te trekken, zodat concrete verbeteringen kunnen worden aangebracht in het vervolgtraject.

 

Il y a deux semaines, j’ai à nouveau explicitement chargé le SPF Justice de présenter un plan clair visant à améliorer la gouvernance de manière structurelle. Cet exercice doit nous permettre de mieux gérer les futurs projets de numérisation, en accordant une attention particulière tant aux aspects IT qu’aux ressources humaines, à la communication et aux changements organisationnels.

 

Voor de leverancierskeuze in het innovatiepartnerschap werden twee oplossingen grondig getest, een voor het Hof van Cassatie en een voor de strafuitvoeringsrechtbank en de bijhorende parketten. De evaluatiecommissie met de rechterlijke orde en de FOD Justitie, onder toezicht van een deurwaarder, beoordeelden beide oplossingen op basis van 13 criteria. De uiteindelijke keuze werd gemaakt op basis van onder meer de architecturale samenhang, de kosten voor de implementatie en het onderhoud van de applicatie en de schaalbaarheid voor het hele programma.

 

J’ai déjà exposé en détail devant ce Parlement les préoccupations relatives à la protection des données et à la souveraineté, mais je tiens à en rappeler les éléments essentiels. Toutes les données judiciaires sont stockées et traitées au sein de l’Union européenne, conformément au RGPD. Les accords contractuels prévoient à cet égard des garanties strictes. Nous suivons ici la même approche que la Commission européenne pour ses propres systèmes. Le CLOUD Act ne peut pas contourner les garanties européennes.

 

De kosten van het totale programma JustCase tot heden, inclusief de opleveringen tot juni, de opzet van de basisplatformen en de stelselmatige transformatie per type rechtbank, waarbij telkens een oude applicatie wordt vervangen, vertegenwoordigen een investering van ongeveer 40 miljoen euro uit het Europese RRF-fonds, verspreid over meerdere toepassingen. In een eerste fase omvat dat het Hof van Cassatie, de strafuitvoeringsrechtbanken, de burgerlijke rechtbanken, familierechtbanken en de ondernemingsrechtbanken. Vanaf 2027 komen daar structurele kosten bij voor onderhoud en verdere evoluties van ongeveer 10 miljoen euro per jaar. Er zal eveneens een budget voorzien worden voor de verdere uitrol naar andere entiteiten. Die investering is noodzakelijk om de gehele rechtsbedeling te moderniseren.

 

Des améliorations concrètes sont déjà mises en œuvre. Des mises à jour hebdomadaires du système permettent des ajustements rapides. Un groupe de travail est chargé d’optimiser l’expérience utilisateur et le helpdesk est renforcé, parallèlement à l’organisation de formations supplémentaires. Des points de contact locaux assistent les utilisateurs dans chaque ressort. Cette approche flexible permet de réagir rapidement aux signaux provenant du terrain.

 

Le SPF Justice collabore également avec des partenaires privés et veille au respect de l’ensemble des obligations contractuelles afin de garantir la qualité du système.

 

De uitrol naar andere jurisdicties gebeurt gefaseerd en met de nodige voorzichtigheid. De lessen van de eerste implementatie worden meegenomen. Een nog kleinschaliger aanpak en opbouw, een betere voorbereiding en nauwere begeleiding moeten toekomstige problemen maximaal voorkomen. De planning blijft gehandhaafd, maar met nog meer aandacht voor de menselijke kant van de digitale transformatie, onder meer met een betere doelgroepencommunicatie.

 

Je tiens à être claire sur la situation dans son ensemble. L’Europe investit dans notre transformation numérique par le biais du Fonds européen pour la relance, car celle-ci est essentielle pour un État de droit moderne. Nous devons saisir cette opportunité, mais de manière responsable. Les améliorations en matière de gouvernance que le SPF Justice doit mettre en œuvre doivent également garantir une meilleure gestion des futurs projets au sein de la Justice.

 

Ik durf erop te vertrouwen dat we met de juiste governance, expertise en nauwe samenwerking met de rechterlijke orde de transformatie goed kunnen voortzetten. De digitalisering is onomkeerbaar en ook noodzakelijk. We moeten dat samen waarmaken met respect voor de complexiteit, maar ook met de nodige voortvarendheid. Zo kunnen we het vertrouwen ten aanzien van onze medewerkers, de magistratuur, onze partners en de burgers herstellen. Dank u.

 

10.05  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, ik heb aandachtig naar uw antwoord geluisterd. U stelt terecht dat digitalisering binnen justitie geen luxe, maar een noodzaak is. Digitalisering is onomkeerbaar, dat klopt allemaal.

 

U hebt een hele theoretische uiteenzetting gegeven van wat er op dit ogenblik is gerealiseerd en wat er nog op de planning staat, mevrouw de minister. Toch kunnen we alleen maar vaststellen dat het systeem op dit ogenblik absoluut niet werkt. Heel veel loopt mis. Ik heb in uw antwoord gehoord dat u hebt aangedrongen op een behoorlijke projectimplementatie. Daaraan zou het nog maar moeten ontbreken.

 

Er is een heel plan uitgewerkt voor de toekomst. Daarover had ik toch wel graag meer toelichting gekregen, want het gaat over een grote investering. Of het nu betaald wordt met middelen van de Belgische begroting of met Europees geld, doet er eigenlijk niet toe. Gezien de omvang van die investering, moet ervoor gezorgd worden dat het systeem werkt. Het is toch onaanvaardbaar dat er criminelen vrij kunnen rondlopen, omdat ze niet geseind zijn bij de politie. Dat zult u met mij erkennen. Het is toch onaanvaardbaar dat er dossiers verdwijnen. Het zijn maar enkele voorbeelden.

 

Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag of de ontwikkelaars van dat programma ondertussen in gebreke werden gesteld. Dat lijkt me zeker noodzakelijk, gelet op de grote middelen die in dat systeem worden gepompt.

 

10.06  Alain Yzermans (Vooruit): Het transformatieproject JustCase is een belangrijk toekomstproject. Ik hoop dat de dysfuncties worden weggewerkt en dat de werklast voor de griffies ook wordt verlicht. Wij pleiten alleszins voor een toegankelijke, rechtvaardige en efficiënte justitie. Er moet steeds gestreefd worden naar een performant systeem dat robuust en zorgvuldig functioneert en bijdraagt tot meer rechtszekerheid en een rechtvaardiger systeem.

 

10.07  Ismaël Nuino (Les Engagés): Je vous remercie pour votre réponse, madame la ministre.

 

La situation n’est évidemment pas simple. Votre réponse met en évidence que mener des transformations aussi complexes que celle de la numérisation est d’autant plus difficile lorsque les bases sont déjà fragilisées par des contraintes en matière de ressources humaines et de moyens. C’est la raison pour laquelle il sera nécessaire de poursuivre les efforts. Nous serons d’ailleurs au rendez-vous pour soutenir toute initiative visant à renforcer les moyens de la justice, à améliorer son fonctionnement et à garantir que le personnel judiciaire dispose des ressources nécessaires pour absorber ces réformes d’ampleur. Tel est le premier axe.

 

Le second axe concerne la nécessité d’agir rapidement afin d’apporter les adaptations indispensables à l’utilisation concrète de cet outil. Il s’agit en effet d’un système pour lequel l’erreur n’est pas permise, mais également d’un instrument dont nous avons aujourd’hui besoin, notamment pour contribuer à la lutte contre la surpopulation carcérale.

 

Nous serons dès lors particulièrement attentifs aux suites qui seront données à ce dossier.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Vraag van Sam Van Rooy aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het plaatsen van alle geledingen van Hezbollah op de terreurlijst" (56014355C)

11 Question de Sam Van Rooy à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'inscription du Hezbollah dans son ensemble sur la liste des organisations terroristes" (56014355C)

 

11.01  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de minister, mijn vraag gaat over Hezbollah en is natuurlijk zeer actueel. Op dit moment voert Israël oorlog tegen Hezbollah in Libanon. Het ziet er goed uit. Hopelijk kan eindelijk korte metten worden gemaakt met die jihadistische terreurorganisatie die het Midden-Oosten terroriseert, niet alleen Israël, maar ook Libanon, dat gegijzeld en bezet wordt door Hezbollah.

 

Ik hoop ook dat de ministers van deze regering, zoals Prévot, daar niet te veel in de weg lopen en eindelijk beseffen wat het betekent om een jihadistische terreurorganisatie op het grondgebied te hebben, die zich heeft ingegraven, zich heeft verscholen in tunnels en gebouwen enzovoort.

 

In het regeerakkoord staat geschreven – en een aantal N-VA’ers hebben daar toen trots mee uitgepakt – dat Hezbollah eindelijk op de terreurlijst zou worden geplaatst en volledig zou worden verboden. Het fictieve onderscheid tussen de politieke en de terroristische vleugel wordt immers gebruikt om ons te misleiden en ons een rad voor de ogen te draaien. Dat lukt ook, want intussen staat Hezbollah al heel lang niet volledig op de terreurlijst.

 

Hoe staat het daar nu mee? Wat is de stand van zaken? Wordt er eindelijk iets ondernomen om Hezbollah volledig op de terreurlijst te plaatsen? Ik zou denken dat het tijd wordt, want als Israël er inderdaad korte metten mee maakt in het Midden-Oosten, valt te verwachten dat Hezbollah hier nog meer zal proberen te woekeren in het Westen, bij ons in Europa en in België.

 

Graag krijg ik dus een stand van zaken. Wanneer zal Hezbollah volledig op de terreurlijst staan en volledig worden verboden?

 

11.02 Minister Annelies Verlinden: Collega, de regering is zich bewust van de bezorgdheden omtrent de volledige aanduiding van Hezbollah als terroristische organisatie, inclusief de politieke vleugel. Dat thema wordt actief besproken binnen de bevoegde overlegstructuren.

 

De regering volgt intussen de situatie nauwgezet op en neemt daarbij zowel de veiligheidsadviezen als de relevante internationale context in acht.

 

Hezbollah op de terreurlijst plaatsen biedt op zich geen bijkomende garantie op een verminderde dreiging. De dreigingsevaluatie vloeit voort uit de huidige geopolitieke escalatie, niet alleen uit het al dan niet aanduiden als terroristische organisatie.

 

Uiteraard volgen alle veiligheids- en inlichtingendiensten de situatie op de voet, zowel in het buitenland als in het binnenland

 

11.03  Sam Van Rooy (VB): Dank u voor uw reactie, mevrouw de minister.

 

Weet deze regering eigenlijk wat Hezbollah betekent? Dat betekent “partij van Allah”. Dat is een levensgevaarlijke jihadistische organisatie. Het is de lange arm van de Islamitische Republiek Iran, die Libanon bezet en islamiseert en die elke dag dodelijke jihadistische aanslagen voorbereidt of uitvoert.

 

Terwijl Israël zichzelf, maar ook Libanon, probeert te bevrijden van het vernietigende juk van de Islamitische Republiek Iran en dus van Hezbollah, kan Hezbollah woekeren in Europa en in België. Aanhangers mogen hier vrij demonstreren op straat en krijgen zelfs een kritiekloos podium op de VRT; kijk maar naar De Afspraak, mevrouw de minister.

 

Hezbollah had al lang volledig op de terreurlijst moeten staan. Deze regering heeft echter andere prioriteiten en houdt zich liever bezig met het koeioneren van burgers, bijvoorbeeld met een zogenaamde flitsmarathon. Dat zijn blijkbaar de prioriteiten, niet de veiligheid van onze samenleving.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

12 Vraag van Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het akkoord over de overbevolking van de gevangenissen" (56014382C)

12 Question de Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'accord relatif à la surpopulation carcérale" (56014382C)

 

12.01  Marijke Dillen (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Er is een akkoord bereikt binnen de regering over de overbevolking in de gevangenissen. Er komt een celkorting van 18 maanden waarbij de celstraf zal worden omgezet in een enkelbandregime.  Dit is een gunst en verhoogt de straffeloosheid. Maar er blijven vragen wat de toepassing in de praktijk betreft. 

 

Volgens berichten zou wie een straf tot 18 maanden krijgt die volledig onder elektronisch toezicht uitoefenen. Bij straffen van 18 maanden tot 10 jaar zal de gedetineerde op 18 maanden voor het einde van zijn straf automatisch in aanmerking komen voor E.T. Kan hierover meer concrete toelichting worden gegeven? 

 

Behouden de strafuitvoeringsrechters en de SURB hun bevoegdheid ter zake en kan in bepaalde dossiers - die niet onder de uitzonderingen vallen - een negatieve beslissing worden genomen betreffende het toekennen van E.T.?

 

Volgens de berekeningen van de minister zullen er “enkele honderden" grondslapers minder zijn, zo werd verklaard in de pers. Maar er is momenteel een overbevolking van ongeveer 2000 gedetineerden en meer dan 2500 veroordeelden wachten om hun straf uit te zitten. Over hoeveel gedetineerden gaat het? Wat is het streefdoel?

 

Werd dit overlegd met de gemeenschappen? Zijn ze klaar dit concreet toe te passen? Ik herinner met uitspraken van minister Demir die wel bereid was 4000 enkelbanden te geven maar niet op kosten van Vlaanderen. Ze stelde onomwonden dat Vlaanderen de federale knoeiboel niet moet oplossen. Gaan hiervoor bijkomende middelen worden voorzien? Want in de begroting is hier niets over terug te vinden. 

 

Wanneer zullen de maatregelen in werking treden? Is deze beslissing in de tijd beperkt en zo ja, wat is de voorziene einddatum? Of is dit een permanente beslissing?

 

12.02 Minister Annelies Verlinden: Mevrouw Dillen, om het aantal grondslapers te verminderen en de achterstand aan niet-uitgevoerde gevangenisstraffen te kunnen wegwerken, heeft deze regering een aantal maatregelen beslist, zoals een bredere inzet op elektronisch toezicht en een verlenging in de tijd van de vervroegde invrijheidstelling overbevolking (VIO).

 

Concreet gaat het over de volgende maatregelen. Bepaalde veroordeelden met een straftotaal tot 18 maanden zullen hun straf voortaan uitzitten onder elektronisch toezicht. Dat zal hun van rechtswege worden toegekend. Bepaalde veroordeelden met een straftotaal tussen 18 maanden en 10 jaar zullen op 18 maanden vóór strafeinde automatisch kunnen overschakelen naar elektronisch toezicht. De VIO wordt verlengd tot eind 2027, maar alleen voor bepaalde veroordeelden met een straftotaal tot 3 jaar.

 

Er komen aanpassingen aan de tegenindicaties die opgenomen zijn in de huidige noodwet, zodat de SUR zich kan baseren op het advies van de directeur, de maatschappelijke enquête en advies kan inwinnen bij het openbaar ministerie inzake het toekennen van strafmodaliteiten.

 

Daarnaast wordt in maatregelen voorzien om ervoor te zorgen dat de DVZ in de mogelijkheid is om veroordeelden zonder recht op verblijf sneller te verwijderen. Voor straffen tot 3 jaar zal de DVZ na een derde van de straf kunnen overgaan tot verwijdering. Voor de veroordeelden tot een langere gevangenisstraf zal de DVZ op 12 maanden vóór het strafeinde de verwijdering kunnen organiseren, op voorwaarde dat zij een derde van hun straf hebben uitgezeten. In beide gevallen zal er geen tussenkomst van de SUR nodig zijn.

 

In de procedure tot automatische toekenning van het elektronisch toezicht voorziet het akkoord voor alle dossiers in een rol voor de SUR of de SURB naargelang het straftotaal dat de veroordeelde in kwestie in uitvoering heeft. Elk dossier zal worden voorgelegd aan de SUR of SURB die zal nagaan of het elektronisch toezicht goed verloopt.

 

De nieuw in te voeren procedure voor de toekenning van elektronisch toezicht vormt geen permanente beslissing. Het is een bijkomende noodmaatregel met een in de tijd beperkte geldigheidsduur die na evaluatie desgevallend kan worden verlengd. Het akkoord dat op 20 maart werd bereikt, voorziet in een divers palet aan maatregelen op korte, middellange en lange termijn, waarbij verschillende collega's zijn betrokken, zoals Asiel en Migratie en Buitenlandse Zaken – met het oog op de terugkeer – Volksgezondheid – met het oog op de aanpak van geïnterneerden – en de Regie der Gebouwen – met het oog op de gevangeniscapaciteit.

 

De exacte impact zal mede afhankelijk zijn van veel variabelen gelinkt aan individuele dossiers en beslissingnemende instanties in het proces. In elk geval zal de impact nauwgezet opgevolgd en gemonitord worden, ook met de deelstaten. Er is, zoals u vroeg, al overlegd met de deelstaten. Die gesprekken zijn nog aan de gang en verlopen in een constructieve sfeer.

 

12.03  Marijke Dillen (VB): Ik dank u voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Ik zal het verslag nog eens zeer aandachtig nalezen, want u hebt veel informatie gegeven.

 

Toch moet mij iets van het hart. Naar aanleiding van de voorstelling van dit akkoord hebt u in de pers verklaard dat volgens uw berekeningen het aantal grondslapers met enkele honderden zou verminderen. Met andere woorden, als die cijfers juist zijn zoals ze in de pers werden vermeld – u mag mij tegenspreken als dat een foutieve weergave is – zal dit absoluut geen oplossing bieden voor de problematiek van de overbevolking.

 

Ten tweede begrijp ik uit uw antwoord dat het overleg met de gemeenschappen nog bezig is. Dat verloopt volgens u in een constructieve sfeer, wat alleen maar positief is. Dat betekent dat Vlaams minister Demir zich blijkbaar iets soepeler opstelt dan in het verleden, toen zij aangaf wel te willen zorgen voor 4.000 enkelbanden, maar niet op de kosten van Vlaanderen.

 

Ten derde heb ik geen antwoord gekregen op de vraag of de strafuitvoeringsrechtbanken (SURB) hun bevoegdheid altijd behouden en dus een negatieve beslissing kunnen nemen over de toekenning van elektronisch toezicht. Klopt dat of zal dat altijd, behoudens de uitzonderingen, een automatisme blijven?

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56014396C van mevrouw Maaike De Vreese en de vragen nrs. 56014439C en 56014440C van mevrouw Charlotte Verkeyn worden uitgesteld.

 

13 Interpellatie van Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De open brief van de magistraten aan de bevolking" (56000245I)

13 Interpellation de Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La lettre ouverte des magistrats à la population" (56000245I)

 

13.01  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, de magistraten hebben opnieuw aan de alarmbel getrokken. Deze keer deden ze dat, merkwaardig genoeg, via een open brief aan de bevolking. Ze gaven een duidelijk signaal: "Een uitgeputte Justitie doet uw rechten wankelen." Terecht wijzen ze erop dat het structurele tekort aan mensen en middelen de rechtsstaat onder druk zet. Hun actie kadert in een reeks protesten die al meer dan een jaar aanslepen. De magistraten zijn duidelijk: hun boodschap wordt wel gehoord, maar onvoldoende gevolgd door concrete maatregelen. Problemen zoals onderbezetting, verouderde IT-systemen en verwaarloosde gebouwen blijven aanslepen.

 

Een aantal weken geleden heb ik u daarvoor ook heel duidelijk gewaarschuwd naar aanleiding van de begrotingsbesprekingen. De bijkomende middelen die zijn toegekend, zullen allesbehalve de problemen oplossen.

 

De magistraten richten zich deze keer expliciet tot de bevolking, omdat die uiteindelijk de gevolgen ondervindt. Slachtoffers moeten bijvoorbeeld langer wachten op erkenning, familiale conflicten blijven aanslepen en werknemers en zelfstandigen krijgen later pas duidelijkheid in juridische procedures. Ook voor kwetsbare groepen wordt het moeilijker om hun rechten af te dwingen.

 

De extra middelen zijn volgens de magistraten absoluut onvoldoende. Er werd een bedrag van 1 miljard aangekondigd, maar een groot deel daarvan gaat naar infrastructuur, zoals gevangenissen, en niet naar de werking van rechtbanken en parketten. De aanhoudende werkdruk en hervormingen, onder meer op het vlak van pensioenen, maken het beroep van magistraat bovendien steeds minder aantrekkelijk.

 

De magistratuur benadrukt terecht dat Justitie geen gewone overheidsdienst is. Ik citeer: "Justitie is een van de drie machten die garanderen dat iedereen, rijk of arm, machtig of kwetsbaar, zijn rechten kan laten gelden."

 

Mevrouw de minister, het is niet de eerste keer dat de magistraten aan de alarmbel trekken. In een eerdere open brief stelden zij ook heel duidelijk de vraag hoelang Justitie nog verder mag afbrokkelen, voordat er wordt ingegrepen en er in voldoende middelen wordt voorzien om haar sterk en doeltreffend te maken. Zij geven aan dat zij uit overtuiging hebben gekozen voor het beroep van magistraat, gedreven door het algemeen belang, en dat zij niets liever willen dan hun functie met waardigheid en onafhankelijkheid uitoefenen. Volgens hen is dat vandaag helaas onmogelijk geworden. De magistraten kunnen en willen de slechte financiële en materiële toestand waarin zij moeten werken, niet langer aanvaarden.

 

Mijn vraag is dan ook wanneer de regering eindelijk voldoende middelen zal vrijmaken om op structurele wijze tegemoet te komen aan de terechte eisen van de magistratuur. Hoelang moeten de magistraten die wansituatie nog aanvaarden? Wanneer zullen er eindelijk voldoende budgetten, meer dan het beloofde miljard, worden vrijgemaakt om alles aan te pakken?

 

13.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Dillen, ik wil vooreerst beklemtonen dat ik de bezorgdheden die in de open brief van de magistratuur worden geuit, zeer ernstig neem. De signalen over werkdruk, onderbezetting en de staat van de infrastructuur en IT-systemen zijn niet nieuw, maar bevestigen wel de urgentie van de situatie. Het is correct dat de problematiek al jarenlang aansleept en dat die een impact heeft op de werking van Justitie en op de rechtszoekenden.

 

Tegelijk wil ik duidelijk stellen dat de regering een structurele kentering heeft ingezet. In de beleidsverklaring van 2026 is de rechterlijke orde expliciet als prioriteit naar voren geschoven. De vrijgemaakte bijkomende middelen, in totaal ongeveer 1 miljard euro, maken deel uit van een meerjareninspanning die zowel de infrastructuur, de detentiecapaciteit als de werking van de rechterlijke orde omvat. Een deel van die middelen gaat inderdaad naar de infrastructuur, maar dat is noodzakelijk om fundamentele tekorten weg te werken, die ook onze rechtsstaat onder druk zetten.

 

Wat de werking van de rechtbanken en parketten betreft, verwijs ik eveneens naar het Hefboomplan dat met de rechterlijke orde werd afgesproken. Dat plan is net bedoeld om op structurele wijze de efficiëntie en de capaciteit van Justitie te versterken. Het plan omvat onder meer 21 miljoen euro aan bijkomende middelen voor personeelsuitbreiding, alsook maatregelen om de veiligheid van magistraten en gerechtspersoneel te verbeteren, en 7,5 miljoen euro om de aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten. Daarnaast heeft de regering bijkomende middelen uitgetrokken voor de oprichting van een financieel parket en, zeer recent, voor een gespecialiseerd haventeam voor het Antwerpse havengebied.

 

Het Hefboomplan is geen eenmalige ingreep, maar een traject met duidelijke doelstellingen en opvolgingsmechanismen, in nauwe samenwerking met de vertegenwoordigers van de rechterlijke orde zelf. Het is precies via die samenwerking dat we duurzame oplossingen willen realiseren, veeleer dan louter bijkomende middelen toe te kennen zonder verdere richting, onder meer in de vorm van minibeheersovereenkomsten. Met het Hefboomplan trachten we samen met de magistratuur antwoorden te bieden op de vele en diverse uitdagingen.

 

Een eerste voorontwerp tot uitvoering van het plan ligt momenteel voor advies voor bij de Raad van State. Dat voorontwerp bevat vooral een aantal financiële maatregelen die de ambten in de magistratuur en de functies van het gerechtspersoneel willen herwaarderen. Daarnaast vormt het een stap in de verdere verzelfstandiging van de rechterlijke orde, waarbij die autonomer beslissingen kan nemen over de inzet van magistraten en gerechtspersoneel waar zij dat zelf het meest nodig achten, evenals over het eenvoudiger organiseren van zittingen met een veiligheidsrisico.

 

Ook andere maatregelen die het mogelijk moeten maken om de personeelsmiddelen flexibeler en gerichter in te zetten, zodat extra capaciteit kan worden gecreëerd bij de entiteiten waar de nood het hoogst is, zitten in de pijplijn. Ik begrijp dat de verwachtingen hoog zijn en dat de noden op het terrein bijzonder groot blijven. Het is belangrijk te erkennen dat de huidige inspanningen een duidelijke breuk vormen met het verleden. De effecten van die investeringen en hervormingen zullen zich bovendien geleidelijk laten voelen.

 

Investeren in Justitie is geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een goed functionerende rechtsstaat. Een sterke rechtsstaat begint bij een degelijk gefinancierd en goed georganiseerd justitieel apparaat. We blijven dan ook in dialoog met de rechterlijke orde om de noden verder te monitoren en, waar nodig, bijkomende maatregelen te nemen.

 

Samen met de vertegenwoordigers van de rechterlijke orde blijven we daar elke dag aan werken.

 

13.03  Marijke Dillen (VB): Dank u, mevrouw de minister, voor uw antwoord.

 

U geeft vandaag opnieuw min of meer hetzelfde overzicht als bij de bespreking van de beleidsnota en de begrotingsbesprekingen enkele weken geleden. Ondanks al die aankondigingen blijft de magistratuur terecht de alarmbel luiden.

 

U zegt dat u de signalen ernstig neemt. Dat wil ik best geloven, maar ik heb toch de indruk, mevrouw de minister, dat de regering die signalen niet ernstig genoeg neemt. U hebt 1 miljard euro gekregen, waarvan een groot deel, zoals u vandaag opnieuw hebt erkend, naar infrastructuur gaat om problemen aan te pakken die zich al jaren opstapelen. Dat is op zich correct, maar van dat miljard gaat slechts een klein deel naar de verbetering van de werking van de magistratuur.

 

Ik vraag u, mevrouw de minister, om op tafel te slaan en ik hoop dat u dat zult doen bij de volgende begrotingsaanpassingen. U hebt recht op veel meer dan dat miljard.

 

Misschien vindt u het een afgezaagde plaat, maar ik blijf zeggen dat wat voor buitenlandse veiligheid mogelijk is, namelijk 4 miljard op jaarbasis, en 1 miljard voor Oekraïne – waarop ik geen kritiek geef – ook moet kunnen voor Justitie en binnenlandse veiligheid. Dat betreft immers zaken waarmee de burger dagelijks wordt geconfronteerd.

 

Mijnheer de voorzitter, ik heb ook een motie voorbereid.

 

13.04  Steven Matheï (cd&v): Ik dien een eenvoudige motie in.

 

Moties

Motions

 

De voorzitter: Tot besluit van deze bespreking werden volgende moties ingediend.

En conclusion de cette discussion, les motions suivantes ont été déposées.

 

Een motie van aanbeveling werd ingediend door mevrouw Marijke Dillen en luidt als volgt:

"De Kamer,

gehoord de interpellatie van mevrouw Marijke Dillen

en het antwoord van de minister van Justitie, belast met de Noordzee,

- overwegende dat er door de magistratuur al meer dan 10 jaar wordt gewezen op het structureel tekort aan mensen en middelen;

- overwegende dat talrijke problemen zoals onderbezetting, verouderde IT-systemen en verwaarloosde gebouwen maar blijven aanslepen;

- overwegende dat de extra middelen die werden aangekondigd voor Justitie voor een groot deel gaan naar infrastructuurwerken, en niet naar de werking van de rechtbanken en parketten;

- overwegende dat de aanhoudende werkdruk en hervormingen, o.m. op het vlak van pensioenen, ervoor zorgen dat het beroep van magistraat steeds minder aantrekkelijk wordt;

- overwegende dat voormelde enerzijds, en het gebrek aan actie vanuit de regering anderzijds, ervoor zorgt dat de rechtsstaat onder druk komt te staan;

vraagt de regering

per kerende – eindelijk – voldoende middelen en budgetten vrij te maken om op een structurele wijze tegemoet te komen aan de terechte eisen van de magistratuur."

 

Une motion de recommandation a été déposée par Mme Marijke Dillen et est libellée comme suit:

"La Chambre,

ayant entendu l'interpellation de Mme Marijke Dillen

et la réponse de la ministre de la Justice, chargée de la Mer du Nord,

- considérant que la magistrature attire l’attention depuis plus de dix ans déjà sur le manque structurel de personnel et de moyens;

- considérant que de nombreux problèmes, comme la situation de sous-effectifs, l’obsolescence des systèmes informatiques et le délabrement des bâtiments, tendent à s'éterniser;

- considérant que les moyens supplémentaires annoncés pour la Justice sont en grande partie destinés à des travaux d'infrastructure, et non au fonctionnement des tribunaux et des parquets;

- considérant que la charge de travail persistante et les réformes, notamment en matière de pensions, rendent la profession de magistrat de moins en moins attrayante;

- considérant que les éléments qui précèdent, d'une part, et l'inaction du gouvernement, d'autre part, exercent une pression sur l'État de droit; demande au gouvernement

de dégager – enfin –  et sans délai des moyens et des budgets suffisants pour apporter une réponse structurelle aux revendications légitimes de la magistrature."

 

Een eenvoudige motie werd ingediend door de heer Steven Matheï.

Une motion pure et simple a été déposée par M. Steven Matheï.

 

Over de moties zal later worden gestemd. De bespreking is gesloten.

Le vote sur les motions aura lieu ultérieurement. La discussion est close.

 

14 Samengevoegde vragen van

- Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De inzet van de private sector voor bewakingsopdrachten in de nieuwe gevangenis van Antwerpen" (56014452C)

- Stefaan Van Hecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De vertrouwensbreuk met het gevangenispersoneel over de privatisering van de bewaking" (56014463C)

- Julien Ribaudo aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De overbevolking van de gevangenissen" (56014614C)

- Julien Ribaudo aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De inschakeling van privébedrijven in de gevangenissen" (56014955C)

- Claire Hugon Lecharlier aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De staking van de penitentiair beambten tegen de privatisering van bewakingstaken" (56015126C)

14 Questions jointes de

- Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le recours au secteur privé pour les missions de surveillance dans la nouvelle prison d'Anvers" (56014452C)

- Stefaan Van Hecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La rupture de confiance avec le personnel pénitentiaire sur la privatisation de la surveillance" (56014463C)

- Julien Ribaudo à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La surpopulation carcérale" (56014614C)

- Julien Ribaudo à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le recours au privé dans les prisons" (56014955C)

- Claire Hugon Lecharlier à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La grève des agents pénitentiaires en lien avec la privatisation de la surveillance" (56015126C)

 

14.01  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, ondanks het feit dat deze vraag al enkele weken geleden is ingediend, is ze sinds de stakingsactie van eergisteren opnieuw zeer actueel. We kennen allemaal de problematiek. Het gevangeniswezen wordt al jarenlang geplaagd door een tekort aan penitentiaire beambten. De regering heeft op uw voorstel beslist om een bedrag vrij te maken om 30 werknemers uit de privésector in te zetten voor bewakingsfuncties in de nieuwe gevangenis van Antwerpen. Dat betekent een flagrante afbraak van het statuut van de penitentiaire bewakingsassistenten en zet de deur open naar contractualisering en privatisering van het statuut. Dat doet duidelijk afbreuk aan het nog recent bereikte sociaal akkoord.

 

We hebben een hoorzitting gehouden naar aanleiding van die voorstellen over de organisatie van penitentiaire diensten en het statuut. Daar hoorden we duidelijk dat er geen overleg is geweest met de vakbonden, die er radicaal tegen zijn op basis van gegronde argumenten, zoals u in de verslagen van de hoorzitting kunt nalezen. De wet stelt duidelijk dat de functies van directeur en penitentiaire bewakingsassistent gezagsfuncties zijn. Daarvoor dient de nationaliteitsvoorwaarde te worden behouden. Ook moeten vragen worden gesteld over de veiligheidsscreening. Hoe zal die gebeuren? Daarnaast is duidelijk dat de arbeidsvoorwaarden niet gelijk zullen zijn voor de statutaire penitentiaire beambten en de werknemers uit de private bewakingsfirma’s, die blijkbaar veel beter zullen worden verloond. De functie van penitentiaire bewakingsassistent moet voorbehouden worden voor statutaire medewerkers. Vandaar mijn vragen.

 

De beslissing stuit op zeer groot protest van de syndicale organisaties, die op geen enkele wijze betrokken werden, getuige de massale staking van maandag jongstleden. In zo'n belangrijk en gevoelig dossier is overleg absoluut noodzakelijk. U bent al enige tijd op de hoogte van het terechte protest. Waarom heeft dat overleg niet plaatsgevonden?

 

Ten tweede, er zijn een aantal praktische bezwaren, maar ook een aantal juridische bezwaren. Hebt u die onderzocht? Hebt u nagekeken of de inzet van privébewakers in gevangenissen juridisch wel kan?

 

Ten derde, voor welke functies zullen werknemers uit de privébewakingsfirma’s worden ingezet? Volgens berichten zou dat gebeuren in zones waar er weinig of geen contact is met gedetineerden, zoals het onthaal en de camerabewaking. Vandaag zijn er echter veel cipiers werkonbekwaam, omdat zij door negatieve ervaringen met gedetineerden mentaal en psychologisch nog niet in staat zijn om contact te hebben met gedetineerden. Waarom worden geen inspanningen geleverd om die cipiers te motiveren om opnieuw aan de slag te gaan in die zogenaamde koude zones? Dat kan de activering van die cipiers bevorderen.

 

Ten vierde, kunt u meer toelichting geven over de verloning en arbeidsomstandigheden van de werknemers van de privébewakingsfuncties die zullen worden ingezet? Zullen ze gelijk zijn aan de voorwaarden waaronder penitentiaire bewakingsassistenten werken? Wanneer dat niet het geval is, zult u dan zorgen voor een gelijkschakeling?

 

14.02  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Het sociaal overleg met het gevangenispersoneel staat zwaar onder druk. Naar aanleiding van het recente ontbijtoverleg met de representatieve vakbonden om de maatregelen tegen de overbevolking in de gevangenis toe te lichten, heeft de grootste vakbond, ACOD, het overleg verlaten en het vertrouwen in u opgezegd. Aanleiding is uw voornemen om privébewakingsbedrijven in te schakelen in gevangenissen, onder meer in de nieuwe gevangenis in Antwerpen, zonder voorafgaand overleg binnen het bevoegde sectorcomité.

 

Gevangenisdirecteuren zijn bezorgd want zij vrezen nieuwe sociale acties, terwijl de situatie in onze gevangenissen vandaag al bijzonder precair is door de aanhoudende overbevolking en personeelstekorten.

 

Hoe evalueert u zelf het mislopen van het overleg met de vakbonden, en hoe verklaart u dat een maatregel met zo'n grote impact niet vooraf binnen het sectorcomité werd besproken?

 

Welke stappen zal u zetten om het vertrouwen met de vakbonden en de gevangenisdirecties te herstellen en verdere escalatie, zoals stakingen, te vermijden?

 

Hoe past deze maatregel binnen het recent afgesloten sociaal akkoord en uw bredere strategie om het beroep van penitentiair beambte aantrekkelijker te maken?

 

14.03  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, les prisons belges sont en crise depuis longtemps, à tel point que notre pays est régulièrement condamné par la Cour européenne des droits de l'homme et par ses propres tribunaux pour la situation dans ses prisons.

 

Les chiffres parlent d'eux-mêmes: ce lundi 13 avril 2026, on comptait 13 757 personnes détenues pour 11 049 places disponibles, donc 21,4 % au-dessus de la capacité. Par ailleurs, 742 personnes dorment sur un matelas à même le sol. Mais ça, c'était lundi, parce qu'aujourd'hui, les chiffres que l'on vient de recevoir montrent qu'il y a 750 personnes qui dorment à terre.

 

Donc, comme le disait même un directeur de prison, il devient impossible de garantir les droits fondamentaux dans ces conditions. Et la dégradation est rapide. À l'entrée en fonction du gouvernement Arizona en février 2025, on comptait 12 686 détenus et 164 personnes au sol. En un peu plus d'un an, ce sont donc plus de 1000 détenus supplémentaires et près de 600 personnes qui doivent dormir à terre, et ce, malgré les mesures d'urgence prises par votre gouvernement.

 

Cette surpopulation a des conséquences importantes pour les détenus bien sûr, qui vivent dans des conditions inhumaines, mais aussi pour le personnel. En effet, cette crise touche de plein fouet le personnel pénitentiaire, avec des agents qui travaillent dans des conditions de plus en plus difficiles et dans des bâtiments délabrés, doivent courir partout, subissent un stress permanent et courent un risque accru d'agression – j'en veux pour preuve, notamment, les deux agressions survenues à quelques jours d'intervalle à la prison de Leuze.

 

Dès lors, que comptez-vous faire immédiatement pour faire baisser drastiquement le nombre de détenus au sol?

 

Face à l'augmentation des tensions et des agressions, quelles mesures concrètes comptez-vous prendre à court terme pour garantir la sécurité du personnel?

 

Enfin, pouvez-vous préciser le calendrier d'ouverture des nouvelles places annoncées?

 

Ma quatrième question porte sur le recours aux gardiens privés dans les prisons parce que, madame la ministre, début février, vous aviez déclaré en commission recourir aux services privés dans la nouvelle prison d'Anvers. Deux semaines plus tard, le 24 février, on vous entendait en commission évoquer un contrat cadre de 12 millions d'euros pour le recours à des services de sécurité privés dans trois prisons cette fois-ci: la nouvelle et l'ancienne prison d'Anvers, ainsi que celle de Saint-Gilles, afin de pallier la difficulté à recruter des gardiens de prison.

 

Un mois plus tard, à l'issue du dernier comité de négociation avec les syndicats, vous avez précisé que l'information publiée sur le site de la VRT News selon laquelle la privatisation concernerait trois prisons et 30 postes était incorrecte. Vous avez indiqué qu'il s'agissait en réalité de 15 postes, et uniquement dans le nouveau centre de détention d'Anvers.

 

Selon votre porte-parole, comme on peut lire dans De Morgen, les représentants syndicaux auraient mal compris. Je cite: "La ministre a parlé de 30  équivalents temps pleins pour couvrir ces 15 postes, 7 jours sur 7, 24 heures sur 24. Et donc il faut effectivement 28 à 30 équivalents temps pleins." Dans ce contexte, madame la ministre, pouvez-vous clarifier enfin quelle est la version exacte et définitive concernant le recours au secteur privé pour la surveillance dans les prisons, le nombre de postes ou équivalents temps pleins concernés, ainsi que le budget alloué?

 

14.04 Minister Annelies Verlinden: Eerst en vooral wil ik benadrukken dat ik begrip heb voor de bezorgdheden van de vakbonden. Vanuit hun rol zijn die bezorgdheden te verwachten, zeker in combinatie met andere hervormingen en maatregelen die door de regering worden genomen.

 

We worden echter geconfronteerd met een ongezien hoge druk op het gevangeniswezen, door zowel de overbevolking als de personeelstekorten. Daarom is het belangrijk om op korte termijn extra capaciteit te creëren. Tegelijk worden we geconfronteerd met een enorme krapte op de arbeidsmarkt, zeker in bepaalde regio’s en voor bepaalde functies. Daarom ben ik steeds op zoek naar oplossingen om snel extra personeel ter beschikking te hebben, niet alleen om de problematiek van de overbevolking aan te pakken, maar ook om de werkdruk en dus de veiligheid van het personeel te verbeteren.

 

Ik benadruk dat het niet mijn bedoeling is om langdurig en in alle gevangenissen private bewakingsagenten in te zetten. Wat we wel moeten doen, is ervoor zorgen dat de beschikbare capaciteit zo snel mogelijk in gebruik kan worden genomen. Daarom hebben we nu de mogelijkheid geopend om voor beperkte en welomlijnde taken tijdelijk een beroep te doen op ondersteuning van private bewakingsfirma’s voor bewakingsposten in de zogenaamde koude bewaking. De overheidsopdracht daartoe is door de ministerraad beslist, overeenkomstig het regeerakkoord.

 

Conformément à la loi du 2 octobre 2017 sur la sécurité privée et à la loi du 23 mars 2019 sur le statut du personnel pénitentiaire, cela concerne uniquement les postes de surveillance qui n'impliquent qu'un contact direct minimal avec les détenus.

 

Il s'agit des tâches suivantes: l'exécution du contrôle d'accès à la prison et du contrôle d'accès aux salles d'audience, l'exécution de rondes de surveillance, la réalisation de rondes de parking, de rondes extérieures, de rondes incendie et de services connexes à l'intérieur et autour de la prison, ainsi que l'exécution d'éventuelles rondes d'inspection et de contrôle. Le marché public correspondant a été lancé récemment. Il s'agit d'un contrat d'un an qui peut ensuite être reconduit jusqu'à six reprises pour une durée de six mois à chaque fois.

 

Sur la base d'un précédent contrat avec des sociétés de gardiennage privé au sein des palais de justice, le coût total de cette opération pour quatre ans a été estimé à 10,3 millions d'euros maximum, TVA incluse. Comme je l'ai indiqué, je n'envisage de faire appel aux services de sociétés de gardiennage privé que de manière temporaire. Il faudra bien sûr attendre de voir quelles offres seront soumises.

 

Vous me demandez s'il y a des enseignements à tirer d'autres collaborations avec des acteurs privés. L'exploitation de maisons de transition relève, toutefois, d'une collaboration et d'une définition des missions tout à fait différentes. Il n'y a actuellement aucun problème à signaler concernant la collaboration et les services fournis. La comparaison avec le recours à des sociétés de gardiennage dans les palais de justice est plus pertinente, car cela concerne des missions similaires. À cet égard, je peux affirmer que mon administration est satisfaite de la collaboration et des services prestés.

 

Gelet op de combinatie van een bijzonder moeilijke arbeidsmark met de ingebruikname van extra capaciteit wordt onderzocht of private bewakingsagenten ook kunnen worden ingezet in de oude gevangenis van Antwerpen en in de Brusselse gevangenissen. Op dat vlak werden nog geen definitieve beslissingen genomen.

 

Tot slot wil ik benadrukken dat de onderhandelingen met de vakbonden correct verlopen. De inzet van de private bewakingsagenten werd een eerste keer geagendeerd op het onderhandelingscomité van 27 november 2025. De besprekingen werden op 2 april 2026 voortgezet en lopen ook de komende weken nog door. In elk geval geldt dat we uiteraard blijven inzetten op de rekrutering van bewakend personeel. De private bewakingsagenten worden slechts ingeschakeld in afwachting van een volledig ingevuld personeelskader.

 

De rekruteringscampagnes worden onverminderd voortgezet. Om de rekrutering te bevorderen, werken we ook aan andere oplossingen, door bijvoorbeeld de functie van penitentiair bewakingsassistent toegankelijk te maken voor burgers van Europese lidstaten en door de selectieprocedures verder te optimaliseren.

 

14.05  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Ik begrijp dat u oplossingen moet zoeken voor het tekort aan penitentiaire bewakingsagenten en dat u graag snel meer personeel wilt, maar er zijn andere manieren om dat te doen. Ik heb u één oplossing aangereikt en kreeg daarop geen antwoord. Verbeter daarnaast het statuut van de penitentiaire beambten, dan zullen we ook veel meer kandidaten vinden.

 

U probeert nu uw beslissing te verantwoorden – waarvan ik begrijp dat ze nog niet definitief is –, maar wanneer uw plan erdoor komt, is en blijft dat een afbraak van het statuut. U zegt dat de onderhandelingen correct verlopen zijn. Ik moet zeggen dat de vakbonden daarover toch een ander standpunt innemen. Zij ervaren het niet als een correcte onderhandeling; ze spraken letterlijk over een vertrouwensbreuk.

 

Mevrouw de minister, ik blijf erop aandringen om andere manieren te zoeken om meer penitentiaire bewakingsassistenten te vinden en om het statuut aantrekkelijker te maken. Ik raad u aan om geen afbreuk te doen aan het statuut en geen private bewakingsagenten in te zetten, ook al gaat het maar om de zogenaamde koude zones, want ook dat blijft onaanvaardbaar.

 

14.06  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, we hebben de discussie al deels gevoerd bij de bespreking van het wetsvoorstel, waar ook het luik over de dreigende privatisering van een aantal taken werd besproken.

 

Het toelaten van privébewakingsfirma’s wordt voorgesteld als vrij onschuldig. Het zou maar tijdelijk zijn, slechts om een klein aantal gaan en om personen die niet in aanraking zullen komen met de gedetineerden. Op die manier zetten die private firma’s natuurlijk wel een eerste voet tussen de deur. U zegt wel dat het niet de bedoeling is om hen langdurig in te zetten. Eens die voet tussen de deur zit, zal men die echter niet zo snel kunnen weghalen. De kans dat de deur verder wordt opengeduwd en dat privébewakingsfirma’s steeds meer opdrachten krijgen of langer die zogezegd tijdelijke opdrachten uitvoeren, is vrij groot.

 

Dat is een gevaarlijke en onwenselijke evolutie. Dat verklaart ook de boosheid, de ontgoocheling en de achterdocht bij de vakbonden. Zij vrezen dat dit een eerste stap is om een belangrijke opdracht, namelijk het bewaken van gedetineerden door ambtenaren, deels te privatiseren. Wanneer er een probleem is met de aanwervingen – wat ik niet ontken – zijn er mogelijk ook andere oplossingen. Dat hebben we enkele weken geleden ook besproken. Eerst en vooral gaat het om het tijdig en sneller aanwerven wanneer geweten is dat er nieuwe gevangenissen worden geopend.

 

Daarnaast heb ik aan de vakbonden ook gevraagd hoe zij staan tegenover een systeem dat in sommige regio’s al wordt toegepast, namelijk lokaal of regionaal rechtstreeks aanwerven, wat veel sneller kan. Mensen kunnen dan in hun eigen regio solliciteren om in de gevangenis in de buurt te werken. Dat wordt als een succes ervaren en de vakbonden staan daar ook positief tegenover. Dat zijn mogelijke opties om het aanwervingsprobleem aan te pakken. Dat is een veel betere oplossing dan privatisering.

 

14.07  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Merci, madame la ministre, pour vos réponses.

 

Je tiens à rappeler que la situation dans les prisons est aujourd’hui catastrophique. Si l’on prend le chiffre de 750 détenus contraints de dormir au sol et que l’on place chaque matelas d'1m90 bout à bout, cela représente une distance de 1,4 kilomètre. Monsieur le président, en tant que Bruxellois, vous connaissez bien cette distance: elle correspond à celle qui sépare ce Parlement de la gare du Nord. Cela représente 1,4 kilomètre de détenus qui dorment au sol, madame la ministre. Cette surpopulation a des conséquences majeures, tant pour les détenus que pour le personnel. Dans ce contexte, au lieu d’investir massivement dans le personnel et dans l’amélioration des conditions de travail, vous faites un autre choix, celui de faire entrer des agents privés dans les prisons.

 

Vous le reconnaissez vous-même: il existe un manque de personnel. Pourtant, au lieu de rendre le métier plus attractif et de renforcer le service public, vous ouvrez la porte au privé. Vous évoquez un dispositif temporaire. Nous connaissons toutefois cette logique: il n'y a rien de plus définitif que le provisoire. D’ailleurs, cette extension du système est déjà perceptible. Vous avez d’abord indiqué que cela concernerait uniquement la nouvelle prison d’Anvers, puis, quelques semaines plus tard, vous avez évoqué trois établissements, avant de revenir à un seul en évoquant un malentendu face aux syndicats. Aujourd’hui, vous indiquez que ces annonces n’étaient pas encore pleinement abouties.

 

Ce que nous constatons, en réalité, c’est que ce qu'il se passe aujourd'hui est tout sauf anecdotique. Il ne s’agit pas d’un simple dispositif ponctuel, mais bien d’une orientation politique. Votre gouvernement a fait un choix. D’un côté, vous consacrez 10,3 millions à une trentaine de postes émanant du secteur privé. De l’autre, vous prévoyez à peine 23 millions d’euros pour améliorer les conditions de travail de plus de 7 000 travailleurs. Ce choix pose un problème fondamental. La sécurité et la détention ne sont pas des marchandises. Le recours au privé ne résoudra ni la surpopulation, ni le manque de personnel, ni les tensions dans les établissements pénitentiaires.

 

Vous affirmez qu’il n’y a pas de moyens disponibles, mais, dans le même temps, l’Arizona est prête à mobiliser des millions pour une trentaine de postes qui ne répondront pas aux besoins du terrain. Le recours au privé aura un coût élevé pour les finances publiques. Plus encore, vous utilisez la crise actuelle comme levier pour faire progresser une logique de privatisation à l’œuvre depuis plusieurs années, notamment à travers la différenciation des fonctions introduite par le ministre Koen Geens. Pendant ce temps, les agents sont à bout. Ils travaillent dans des conditions intenables, prennent des risques, subissent des agressions et voient leur statut fragilisé au lieu d’être renforcé.

 

Les organisations syndicales l’ont clairement exprimé. Elles parlent d’une ligne rouge et elles ont raison. Elles étaient encore mobilisées ce lundi à Anvers pour s’opposer à l’introduction du privé. Vous indiquez que les discussions se déroulent de manière constructive avec les syndicats. Ceux-ci évoquent pourtant une rupture de confiance avec vous, madame la ministre.

 

Investissez donc ces 10,3 millions d'euros dans le recrutement, dans les conditions de travail et dans le service public. Au fond, faire entrer le privé dans les prisons ne constitue pas une solution technique, mais bien un choix politique, un choix que nous refusons.

 

Nous soutiendrons les organisations syndicales dans leur combat.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: La question n° 56014453C de Mme Hugon Lecharlier est reportée.

 

15 Samengevoegde vragen van

- Stefaan Van Hecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het bezoekrapport van het nationaal preventiemechanisme in de detentiehuizen te Kortrijk en Vorst" (56014462C)

- Aurore Tourneur aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het NPM-rapport over de detentiehuizen" (56015009C)

15 Questions jointes de

- Stefaan Van Hecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le rapport du mécanisme national de prévention sur les maisons de détention de Courtrai et Forest" (56014462C)

- Aurore Tourneur à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le rapport du MNP sur les maisons de détention" (56015009C)

 

Mevrouw Aurore Tourneur is afwezig.

 

15.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, het nationaal preventiemechanisme publiceerde recent een bezoekrapport over de detentiehuizen in Vorst en Kortrijk. Het rapport is opvallend positief. Het stelt dat detentiehuizen een humaner alternatief vormen voor de klassieke gevangenissen, met meer aandacht voor re-integratie en herstel. Het nationaal preventiemechanisme pleit expliciet voor een uitbreiding van dat model en zelfs voor een verruiming van de doelgroep.

 

In het rapport worden vijf aanbevelingen geformuleerd voor u als minister van Justitie: de doelgroep verruimen en wettelijk verankeren, extra detentiehuizen openen, de nodige wettelijke aanpassingen doorvoeren voor een aangepast tuchtkader in de detentiehuizen en samenwerken met de andere bevoegde beleidsniveaus om de drugsproblematiek in detentie aan te pakken.

 

In de klassieke gevangenissen blijft de overbevolking structureel, met een recordaantal grondslapers tot gevolg. Er is duidelijk een contrast tussen enerzijds een positief geëvalueerd alternatief model en anderzijds een nijpende overbevolking in het klassieke gevangenissysteem.

 

Ik kom bij mijn vragen.

 

Ten eerste, hoe evalueert u zelf de conclusies van dat rapport over de detentiehuizen? Deelt u de analyse dat dat model een duidelijke meerwaarde biedt binnen ons detentiebeleid?

 

Ten tweede, bent u bereid om versneld werk te maken van de verdere uitrol van detentiehuizen, zowel wat capaciteit als geografische spreiding betreft? Ik weet dat er heel wat in de pijplijn zit, maar is het mogelijk om eventueel te versnellen?

 

Ten derde, hoe staat u tegenover de aanbeveling om de doelgroep van detentiehuizen te verruimen, bijvoorbeeld door minder strikt te focussen op strafduur en meer op risicoprofiel?

 

Ten vierde, hoe staat u tegenover de andere aanbevelingen in het rapport?

 

Tot slot, op welke manier wilt u dat model concreet inzetten in de strijd tegen de structurele overbevolking in de gevangenissen?

 

15.02 Minister Annelies Verlinden: Het recente rapport bevestigt in grote mate onze overtuiging en de inzichten die zowel vanuit het beleid als vanuit het werkveld zijn opgebouwd. Die kleinschalige en herstelgerichte aanpak maakt detentie menswaardiger en verhoogt de kansen op duurzame re-integratie, zonder afbreuk te doen aan de maatschappelijke veiligheid. Ik deel dan ook de analyse dat detentiehuizen een duidelijke meerwaarde vormen binnen een modern en gedifferentieerd detentiebeleid. Bovendien zorgen ze ook voor betere werkomstandigheden voor het personeel.

 

Het is duidelijk mijn ambitie om het aantal detentiehuizen te vergroten, zowel qua capaciteit als wat betreft geografische spreiding. Er zijn vandaag meerdere projecten in voorbereiding, met onder meer de opening van een nieuw detentiehuis, zoals u weet voorzien in Genk in de herfst van dit jaar. Samen met de Regie der Gebouwen werken de diensten van de FOD Justitie actief aan andere nieuwe projecten, onder meer in Antwerpen, Jemeppe, Doornik, Oostende, Zelzate en Ninove. Ook andere sites worden onderzocht.

 

Uiteraard is dat geen bevoegdheid van de federale overheid alleen. De lokale besturen en de gemeenschappen spelen daarin een cruciale rol, onder meer voor de aflevering van vergunningen, de keuze van locaties en het creëren van een draagvlak in de samenleving waar een detentiehuis is gepland. We hebben vastgesteld dat de ontwikkeling in bepaalde gevallen zeer goed kan verlopen dankzij een open samenwerking en constructieve communicatie. In andere dossiers botsen we echter op bezorgdheden, complexe juridische procedures en bijkomende vertragingen. Dat maakt dat de uitrol soms meer tijd vraagt dan initieel voorzien. Net daarom blijven we sterk inzetten op overleg met lokale partners en op transparante communicatie, zodat we stap voor stap kunnen blijven bouwen aan een gedragen en kwalitatief netwerk van detentiehuizen.

 

Wat de doelgroep betreft, was ik reeds bereid om het huidige kader kritisch te herbekijken, in overeenstemming met de aanbevelingen uit het rapport. Vandaag speelt de strafduur een te bepalende rol, terwijl factoren zoals risicoprofiel, motivatie en zelfredzaamheid vaak relevanter zijn. Die evolutie zetten we in de praktijk al voorzichtig in en willen we verder doortrekken, met behoud en zelfs versterking van een zorgvuldige selectie. Bij de verdere uitrol van nieuwe detentiehuizen wil ik die lijn doortrekken en meer inzetten op specifieke doelgroepen, conform het regeerakkoord en de aanbevelingen uit de praktijk.

 

Ook de andere aanbevelingen moeten zeer ernstig worden genomen en worden beschouwd als bouwstenen voor de toekomstige ontwikkeling van dat soort kleinschalige detentievormen. De doelgroep dient duidelijk te worden verankerd, desgevallend ook wettelijk, zodat het plaatsingsbeleid een bijzondere meerwaarde kan bieden en tegelijk een voordeel kan zijn voor de ontwikkeling van het concept.

 

Met betrekking tot de vraag over een aangepast kader voor het personeel kan ik u alvast meedelen dat een werkgroep is gestart om te onderzoeken of bepaalde wijzigingen van de basisprincipes nodig zijn. Het is heel belangrijk dat we voor die vorm van kleinschalige detentie samenwerken met de andere bevoegde beleidsniveaus, in het bijzonder in het kader van de strijd tegen verslaving in detentie.

 

Detentiehuizen werken beter omdat zij ingebed zijn in een geïntegreerd beleid dat aandacht heeft voor zorg, voor welzijn en voor mogelijke lokale partners. Met de oprichting ervan wordt een nieuwe invulling gegeven aan vrijheidsberoving, waarbij veroordeelden in betere omstandigheden worden voorbereid op re-integratie. Tegelijkertijd tonen de projecten aan dat maatschappelijke veiligheid kan worden gegarandeerd in minder zwaarbeveiligde omgevingen.

 

Op korte en middellange termijn blijkt de meerwaarde kwalitatief. Op basis van ervaringen in andere landen mag worden verwacht dat het model een positief effect zal hebben op recidive en zo kan bijdragen aan een daling van de gevangenispopulatie. Om die effecten objectief en onderbouwd in kaart te brengen, werkt het NICC momenteel aan een uitgebreide studie die de tendensen moet vertalen in volwaardige statistieken en beleidsrelevante bevindingen. Die inzichten zullen het mogelijk maken om het beleid verder te versterken en gerichter bij te sturen. De resultaten van de studie worden eind 2028 verwacht.

 

15.03  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, ik ben heel tevreden met uw positief antwoord. Het is belangrijk dat er een eerste rapport is dat een evaluatie maakt van de werking. Op de resultaten van de studie van het NICC moeten we immers nog wachten tot eind 2028. Eigenlijk wordt bevestigd wat heel veel mensen in het werkveld al aanvoelen, namelijk dat het een goede manier van werken is. Het rapport vormt een belangrijke stimulans om verder te gaan, te versnellen en het model te verbreden.

 

U hebt heel terecht gewezen op de belangrijke rol van lokale besturen bij het creëren van draagvlak. Ook tijdens de vorige legislatuur waren er een aantal locaties waar projecten helaas heel traag op gang kwamen, vertraagd werden of geblokkeerd zaten door tal van procedures die door lokale besturen werden geïnitieerd. Ik denk bijvoorbeeld aan Zelzate, dat u zelf ook hebt aangehaald. Het aantal besluiten dat daar door het lokaal bestuur werd genomen om het project te saboteren, is onwaarschijnlijk. Collega’s, de argumenten die daarbij werden gebruikt, heb ik al tijdens de vorige legislatuur aangehaald en ook hier mogen horen. Het argument om het in Zelzate tegen te houden, was dat Zelzate het hoogste aantal windmolens per inwoner of per vierkante kilometer heeft en dus al zwaar belast is. Dat was dus een argument dat werd gebruikt om een detentiehuis tegen te houden. Dat is verschrikkelijk.

 

We weten al er een breed draagvlak bestaat op nationaal niveau en dat iedereen de meerwaarde ziet. Ik hoop echt dat we de lokale besturen kunnen overtuigen om mee in te stappen in een goed overleg en zo meer projecten op een snelle manier mogelijk te maken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

16 Vraag van Stefaan Van Hecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De digitale handtekeningen en de werking van beëdigde vertalers en tolken" (56014493C)

16 Question de Stefaan Van Hecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les signatures numériques et le fonctionnement des traducteurs et interprètes jurés" (56014493C)

 

16.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Sinds de digitalisering van de werking van beëdigd vertalers en vertalers-tolken is de gekwalificeerde elektronische handtekening een essentieel onderdeel geworden van de rechtspraktijk. Sinds 1 december 2022 vervangt deze immers de fysieke stempel, en digitaal ondertekende vertalingen gelden sindsdien als volwaardige beëdigde vertalingen voor gebruik in België. Ook in strafprocedures volstaat vandaag de elektronische handtekening, zonder nood aan een papieren versie.

 

Tegen deze achtergrond zorgt het bericht dat de federale overheid vanaf 21 mei 2026 de elektronische certificaten van oudere generaties eID-kaarten zal deactiveren voor grote ongerustheid binnen de beroepsgroep. Indien deze certificaten wegvallen zonder tijdige en duidelijke alternatieven, dreigt dit niet alleen de werking van beëdigd vertalers en tolken te verstoren, maar potentieel ook de goede werking van justitie zelf.

 

Bovendien blijkt dat er voorlopig geen gerichte communicatie zou zijn vanuit de overheid of de FOD Justitie naar de betrokken beroepsgroep, terwijl zij rechtstreeks afhankelijk zijn van deze digitale infrastructuur.

 

Werd deze problematiek reeds besproken binnen de FOD Justitie, in het bijzonder met de diensten bevoegd voor het nationaal register en de legalisaties, en met vertegenwoordigers van de beroepsgroep? Zo ja, wat zijn de conclusies?

 

Hoe vaak wordt er vandaag nog gebruik gemaakt van eID-certificaten van oudere generaties die in 2026 en 2027 dreigen gedeactiveerd te worden?

 

Welke concrete alternatieven worden voorzien om de continuïteit van hun werkzaamheden te garanderen? Zal het platform eSign.belgium.be tijdig en operationeel beschikbaar zijn voor deze doelgroep?

 

Welke impact verwacht u op de werking van justitie, in het bijzonder in lopende strafprocedures, indien deze overgang niet tijdig en vlot verloopt?

Zal de FOD Justitie alsnog zorgen voor een gerichte en tijdige communicatie naar alle betrokken beëdigd vertalers en vertalers-tolken?

 

16.02 Minister Annelies Verlinden: Deze problematiek kadert in de uitvoering van de herziene Europese eIDAS-verordening en is binnen de federale regering uitvoerig besproken, onder meer tijdens de ministerraden van 22 maart 2024 en 19 december 2025. De FOD Justitie werd via technische overlegmomenten betrokken, samen met de FOD Binnenlandse Zaken en de FOD BOSA, die bevoegd zijn voor de ontwikkeling van de nieuwe dienst voor elektronische handtekeningen op afstand.

 

Voor de impact is het belangrijk een onderscheid te maken tussen twee deadlines. Op 21 mei 2026 verliezen alleen de handtekeningcertificaten op identiteitskaarten uitgereikt vóór 4 juli 2016 hun kwalificatie. De betrokken personen werden al uitgenodigd om hun identiteitskaart tijdig te vernieuwen. Het betreft uitsluitend kaarten die in juli 2026 sowieso vervangen moesten worden wegens het verstrijken van de geldigheidsduur. De tweede deadline volgt op 21 mei 2027 voor identiteitskaarten uitgereikt tussen 2016 en 2021. De impact van de eerste deadline is dus beperkt en er is voldoende tijd om de overgang naar de nieuwe dienst te organiseren.

 

De ministers van Binnenlandse Zaken en Digitalisering ontwikkelen de nieuwe dienst voor gekwalificeerde elektronische handtekeningen op afstand voor alle Belgische burgers. De technische ontwikkeling en uitrol vallen onder hun bevoegdheid. Ik nodig u dan ook uit hen te bevragen over de concrete modaliteiten, timing en beschikbaarheid van het platform.

 

Mijn kabinet en administratie zullen uiteraard alle mogelijke middelen inzetten om eventuele gevolgen voor lopende procedures te minimaliseren. De dienst Nationaal Register tolken en vertalers en de legalisatiedienst van de FOD Justitie zullen de beroepsverenigingen informeren zodra de nieuwe dienst operationeel is. Op dit moment komt het aan de bevoegde ministers toe om daarover te communiceren.

 

16.03  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Dank u wel voor uw antwoord en voor de verduidelijkingen rond de data.

 

Er leven wel wat vragen op het terrein over die wijzigingen. Het is belangrijk dat er een zeer goede communicatie is naar al die mensen die zich dagelijks inzetten om te vertalen en te tolken voor Justitie.

 

Het zou jammer zijn mochten er door moeilijkheden opnieuw mensen afhaken. Mijn oproep is dan ook – en ik weet dat het niet alleen uw verantwoordelijkheid is – om veel aandacht te besteden aan een duidelijke communicatie met die doelgroep, zodat de betrokkenen goed weten wat er aankomt, wat er verandert, wat zij kunnen doen en waar zij met hun vragen terechtkunnen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56014510C van de heer Van Hoecke en vraag nr. 56014625C van mevrouw Van Vaerenbergh worden uitgesteld.

 

17 Vraag van Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De te hoge door bpost gefactureerde bedragen in verband met het boeteplatform" (56014525C)

17 Question de Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La surfacturation par bpost liée à la plateforme des amendes" (56014525C)

 

17.01  Alexander Van Hoecke (VB): Ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Bpost staat in voor de verwerking van verkeersboetes via het zogenaamde boeteplatform. In 2025 werd de eindafrekening van bpost voor het uitvoeren van deze functies door jarenlange overfacturatie betwist. Daarop volgden onderhandelingen met bpost die, zo blijkt uit uw schriftelijk antwoord van 2 februari 2026, leidden tot een kredietnota van ±16 miljoen euro op een gefactureerd bedrag van ±59 miljoen euro. Het gaat om het volledige beheerscontract voor de financiële en administratieve behandeling van verkeersboetes.

 

Kan u nog bijkomende toelichting geven bij de samenwerking met bpost op vlak van het zogenaamde boeteplatform en de jarenlange overfacturatie?

 

Kunt u meedelen:

- welke exacte periode het gefactureerde bedrag van 59 miljoen euro waar u naar verwees omvat,

- op basis van welke feiten en overfactureringen de kredietnota van 16 miljoen euro precies is berekend, en

- of de kredietnota inmiddels is verwerkt, met andere woorden of de FOD Justitie uiteindelijk slechts 43 miljoen euro (in plaats van 59 miljoen) heeft betaald voor die periode?

 

17.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Van Hoecke, de FOD Justitie heeft economische experten aangesteld om de eventuele overcompensatie van bpost in kaart te brengen. Momenteel worden op basis van hun rapport verdere discussies gevoerd met bpost. Indien een minnelijk akkoord wordt bereikt, zal dat worden voorgelegd aan de ministerraad.

 

Ondertussen werden voor 2024 en 2025 protocollen gesloten tussen de partijen. Daarbij werd, onder voorbehoud van alle rechten en zonder enige nadelige erkenning, een voorlopige regeling uitgewerkt overeenkomstig de net avoided cost-methode, vermeerderd met een redelijke winstmarge. Dat is de door Europa aanbevolen methode voor de bepaling van de vergoeding waarop bpost recht heeft voor de diensten van algemeen economisch belang in het kader van het beheerscontract.

 

Bpost is een beursgenoteerd bedrijf waarvan de Belgische Staat hoofdaandeelhouder is. Het is dan ook belangrijk dat in deze fase de nodige vertrouwelijkheid kan worden gegarandeerd. Ik kan u wel meedelen dat de kredietnota in kwestie inmiddels door mijn administratie is verwerkt.

 

17.03  Alexander Van Hoecke (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. Het was mij niet volledig duidelijk. Ik zal uw antwoord nog eens grondig nalezen.

 

Misschien nog één punt: geldt die kredietnota voor 2024 en 2025? Anders bekijk ik het in het verslag en zal ik indien nodig een opvolgvraag stellen. Dank u wel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

18 Samengevoegde vragen van

- Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Een nieuw – het zoveelste helaas – geval van agressie in de gevangenis van Wortel" (56014546C)

- Julien Ribaudo aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Incidenten in de gevangenissen" (56014624C)

18 Questions jointes de

- Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Un nouveau cas d'agression – le énième, malheureusement – à la prison de Wortel" (56014546C)

- Julien Ribaudo à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les incidents dans les prisons" (56014624C)

 

18.01  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, het geweld in de gevangenis van Wortel lijkt niet te stoppen. Maandag 23 maart was er opnieuw een hevig incident met een gedetineerde – het zoveelste in een lange reeks – waarbij vier cipiers gewond zijn geraakt. Wat begon als een routinecontrole, escaleerde in een zeer agressieve uitbarsting. Eén cipier kreeg een harde stamp in het oog en raakte gewond aan de knie. Twee andere kregen slagen ter hoogte van de ribben en het scheenbeen en een vierde liep eveneens verwondingen op tijdens de confrontatie.

 

Dat zoveelste incident laat opnieuw diepe sporen na bij het personeel. De opeenvolging van gewelddadige incidenten doet de ongerustheid alleen maar toenemen. In de gevangenis groeit de frustratie en de roep om ingrijpen klinkt alsmaar luider.

 

Ik heb u daarover al verschillende malen bevraagd, mevrouw de minister. Er moet alleszins veel kordater worden opgetreden.

 

Ten eerste, wat is uw antwoord op de luide roep van het personeel in Wortel om eindelijk kordaat op te treden tegen gedetineerden die zich schuldig maken aan agressie? Wat zult u op korte termijn doen om tegemoet te komen aan de terechte noodkreet van het personeel in Wortel? Waarom krijgt de veiligheid en bescherming van het penitentiair personeel daar geen absolute prioriteit?

 

Ten tweede, welke initiatieven hebt u genomen ten aanzien van gedetineerden om hen duidelijk te maken dat dergelijk gedrag onaanvaardbaar is? Werd er een strafklacht ingediend bij de procureur? Wanneer wordt dat eindelijk een automatisme bij iedere vorm van agressie tegen penitentiair personeel?

 

18.02  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, un détenu s'en est pris aux agents qui venaient lui servir le repas en cellule. Pour une raison inexpliquée, il a saisi le stylo Bic d'un des agents et l'a frappé plusieurs fois au visage. "Si mon collègue n'avait pas tourné la tête, le dernier coup aurait atteint son œil. J'ai pu parler avec lui en visio. Il est en état de choc." Voilà le témoignage, madame la ministre, que nous pouvons lire dans la presse à la suite de l'agression d'un agent pénitentiaire à Haren la semaine dernière. 

 

Malheureusement, ce n'est pas un cas isolé. En effet, ces dernières semaines, plusieurs agressions ont eu lieu à Wortel, à Leuze, et j'en passe. Cette pression, les agents pénitentiaires la vivent chaque jour. La surpopulation rend la situation encore plus complexe tant à l'intérieur qu'à l'extérieur des prisons. Sur le terrain, les agents pénitentiaires nous disent venir travailler la boule au ventre, avec le sentiment de ne plus être protégés.

 

Madame la ministre, comment les agressions survenues à Wortel et à Leuze ont-elles été prises en charge? Quelles mesures immédiates ont-elles été prises pour garantir et renforcer la sécurité des agents concernés? Plus largement, dans un contexte de surpopulation carcérale croissante, quelles mesures comptez-vous prendre à court terme et durablement pour renforcer la sécurité des agents pénitentiaires? Le manque de personnel est criant et ces images d’agression constituent un frein évident au recrutement. Dès lors, quelles mesures comptez-vous prendre, à court terme et sur le long terme, pour améliorer concrètement les conditions de travail et rendre à nouveau la fonction d'agent pénitentiaire attirante?

 

18.03 Minister Annelies Verlinden: Voor gedetineerden die zich schuldig maken aan agressie ten aanzien van het personeel wordt een tuchtprocedure opgestart, overeenkomstig de bepalingen van de basiswet. Meestal wordt gedetineerden in afwachting van de hoorzitting een voorlopige maatregel opgelegd. Een tuchtsanctie wordt door de directeur na de hoorzitting uitgesproken. Aangezien feiten van agressie ook een strafrechtelijke inbreuk vormen, worden intentionele inbreuken ook ter kennis gebracht van het parket. Ook voor het incident in Wortel van 23 maart werd een klacht ingediend. Dat gebeurt dus wel degelijk en daaraan wordt binnen DG EPI duidelijk aandacht besteed.

 

Elk ernstig incident wordt daarom grondig bestudeerd en er volgen geregeld audits vanuit de centrale directie die bevoegd is voor de integrale veiligheidszorg. Onderdeel van die audits is dat per incident wordt nagegaan wat de mogelijke oorzaak is en hoe preventie naar de toekomst toe kan worden versterkt, zowel op structureel als op casuïstisch vlak. Tegen die achtergrond worden in ieder geval telkens opnieuw de aandachtspunten en veiligheidsvoorschriften bij een interventie of incident onder de aandacht gebracht.

 

Via het project rond een geweldloze cultuur in de gevangenissen en het integraal veiligheidsbeleid binnen het DG EPI wordt actief gewerkt aan de-escalerende communicatie. Er wordt ook gewerkt aan de verdere professionalisering van werkprocessen en aan het uittekenen van procedures voor bepaalde situaties. Ook in de opleiding wordt daaraan bijzondere aandacht besteed.

 

Collègue Ribaudo, à Wortel, la procédure d'incident critique a été déclenchée. Le directeur et l'assistant pénitentiaire se sont rendus sur place à la suite de l'incident. Les collègues concernés ont pu quitter l'établissement après le débriefing. L'équipe locale de soutien a été mobilisée.

 

Lors du débriefing, l'attention a été portée sur les procédures prescrites et sur la nécessité de les respecter. Une réunion avec les délégués syndicaux a été planifiée le lendemain. L'incident a été signalé au service de sécurité intégrale ainsi qu'à l'Académie afin de souligner et de rappeler une nouvelle fois certains points d'attention lors des interventions.

 

À Leuze aussi, la procédure d'incident critique a été activée. Les activités ont été interrompues pour analyser la situation et les agents blessés ont été pris en charge par l'équipe de soutien qui leur a apporté un accompagnement émotionnel. À Leuze, vu les deux incidents rapprochés et leur impact, un débriefing collectif avec un organisme externe a été mis en place.

 

Concernant les agressions survenues à Wortel et à Leuze, celles-ci ont fait l'objet d'un suivi immédiat sur le terrain, avec la prise en charge des agents concernés et l'activation des procédures internes visant à garantir leur sécurité et leur accompagnement. La sécurité et le bien-être de nos agents pénitentiaires constituent une priorité absolue. Comme vous le savez, un accord social a été conclu avec les organisations syndicales, portant à la fois sur l'attractivité de la fonction à court terme et l'amélioration des conditions de travail à moyen et à long termes. Cet accord prévoit notamment une amélioration des procédures de sélection et le renforcement de l'employer branding, un renforcement de la formation, une augmentation de la sécurité avec la mise en place de 48 cellules sécurisées dans 11 établissements pour les détenus présentant des problèmes d'agressivité, une amélioration de l'attractivité financière et, finalement, une attention particulière portée au bien-être du personnel, notamment en lui proposant davantage de soutien psychologique.

 

18.04  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

 

U stelt dat automatisch een tuchtprocedure wordt opgestart. De cipiers en de penitentiaire beambten dringen er echter op aan om de sancties die kunnen worden opgelegd, te verhogen.

 

Specifiek in Wortel voelen zij zich absoluut niet gesteund door de directie. Ik heb u daarover al bevraagd. Daar is er nog veel werk aan de winkel om die relatie opnieuw te verbeteren. Ik ben zelf in Wortel geweest naar aanleiding van de recentste actie en ik heb met hen gesproken. Veel cipiers bekijken op dit ogenblik of zij niet ergens anders kunnen werken. Ik vermoed dat u zich daarvan ook bewust bent. Zij solliciteren bijvoorbeeld bij de politie, omdat ze de situatie werkelijk grondig beu zijn. Om voldoende personeel te kunnen behouden, zijn ginds hardere en strengere initiatieven nodig.

 

18.05  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Merci, madame la ministre, pour vos réponses très précises.

 

Donc, si on prend un peu de hauteur, selon vos chiffres qu'on a pu lire dans la presse, 294 agressions ayant entraîné une incapacité de travail ont été commises dans les prisons du pays en 2024 et, vu la situation actuelle, les chiffres de 2025 vont montrer à quel point la situation est grave. "Oui, dans nos prisons, la sécurité, celle des agents et celle des détenus doit être renforcée." C'est ce que vous avez dit. Je le souligne: vous avez aussi parlé de "meilleures conditions de travail et donc là, vous rejoignez un agent pénitentiaire qui m'a dit, il n'y a pas plus tard que voici quelques jours: "en fait pour renforcer notre sécurité, il faut d'abord améliorer nos conditions de travail".

 

En effet, les agents sont à bout, madame la ministre, ils sont à bout physiquement et mentalement, et on sait que le personnel du SPF Justice s'en va. Il part non pour le privé, quand il s'en va, il s'en va pour d'autres SPF, et donc comment se fait-il qu'on n'arrive pas à les garder dans notre SPF? En fait, ne pas disposer de suffisamment de travailleurs a un impact sur la vie en prison bien sûr, mais cela a aussi un impact sur la vie privée des agents. Le manque de personnel est criant, vous l'avez dit, mais le recrutement actuel compense à peine les départs naturels. Mais qui voudrait travailler dans ces conditions, madame la ministre?

 

L'accord social dont vous parlez est effectivement un pas dans le bon sens mais, malheureusement, vous le torpillez, notamment avec le projet actuel de laisser le privé s'occuper de fonctions de sécurité, ou vous le torpillez quand les organisations syndicales réclament à corps et à cri de la concertation, et qu'en fait, ils se rendent compte qu'ils ne sont là que pour la forme.

 

Madame, si vous voulez garantir la sécurité de votre personnel, écoutez les organisations syndicales, travaillez réellement avec elles pour améliorer les conditions de travail des agents, parce que ces agents font un travail essentiel et méritent, au-delà de notre respect, des actes.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Mevrouw Eggermont is niet aanwezig om haar vraag nr. 56014680C te stellen. Mevrouw Schlitz heeft gevraagd haar vraag nr. 56014681C uit te stellen. De samengevoegde vragen nr. 56014685C van de heer Van Hoecke, nr. 56014842C van mevrouw Van Vaerenbergh en nr. 56014882C van mevrouw Dillen worden op hun verzoek uitgesteld.

 

19 Samengevoegde vragen van

- Stefaan Van Hecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het jaarverslag v.h. federaal parket en de vraag naar een gespecialiseerd onderzoeksrechter" (56014793C)

- Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het jaarrapport van het federaal parket" (56014812C)

- Aurore Tourneur aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De ontoereikende middelen voor de behandeling van universeelrechtelijke dossiers in België" (56014818C)

- Brent Meuleman aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De stijging van het aantal minderjarigen in terrorismedossiers" (56014883C)

19 Questions jointes de

- Stefaan Van Hecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le rapport annuel du parquet fédéral et la fonction de juge d'instruction spécialisé" (56014793C)

- Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le rapport annuel du parquet fédéral" (56014812C)

- Aurore Tourneur à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les moyens insuffisants en Belgique pour traiter les dossiers de justice universelle" (56014818C)

- Brent Meuleman à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'augmentation du nombre de mineurs dans les dossiers de terrorisme" (56014883C)

 

19.01  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Het jaarrapport van het federaal parket werd gepubliceerd. Twee evoluties komen duidelijk naar voor:

 

Enerzijds is er een sterke stijging van het aantal minderjarigen in terrorismeonderzoeken. Waar het in 2019 nog ging om 15 dossiers, waren dat er in 2025 al 51. Volgens het federaal parket hangt deze evolutie samen met radicaliseringsprocessen die zich steeds vaker online afspelen, waarbij jongeren in geïsoleerde, parallelle digitale werelden terechtkomen, gaande van jihadisme tot extreemrechts en nihilistisch extremisme. Die radicalisering blijft vaak lang onder de radar van ouders en omgeving en leidt in sommige gevallen tot ernstige feiten.

 

Daarnaast stelt het federaal parket een sterke toename vast van dossiers inzake internationale misdrijven zoals genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. In 2025 alleen al werden 83 nieuwe dossiers geopend, wat het totaal op 203 lopende onderzoeken brengt. Het parket waarschuwt uitdrukkelijk dat zonder bijkomende capaciteit tientallen dossiers onbehandeld dreigen te blijven, met mogelijke schendingen van internationale verplichtingen tot gevolg.

 

Hoe evalueert u de evoluties die naar voren komen in dit jaarrapport? Welke lessen trekt u hieruit en welke stappen zullen worden ondernomen om aan deze evoluties tegemoet te komen?

 

Erkent u de capaciteitsproblemen die het federaal parket signaleert met betrekking tot internationale misdrijven? Welke concrete versterkingen, zowel op vlak van personeel als middelen en gespecialiseerde eenheden, zijn reeds voorzien of gepland?

 

Zal u ingaan op de aanbeveling om te voorzien in een gespecialiseerde onderzoeksrechter en een aparte eenheid binnen de Federale Gerechtelijke Politie voor deze dossiers? Zo ja, binnen welk tijdskader?

 

19.02  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, uit het jaarverslag van het federaal parket komen opnieuw een aantal zeer verontrustende tendensen naar voren. Zo blijkt dat er opnieuw – dat is al een aantal jaren het geval – een forse toename is van het aantal minderjarige verdachten in zware terrorismeonderzoeken. In 2021 ging het, ter vergelijking, nog om 'slechts' 15 minderjarige verdachten. In 2025 waren het er 51. Het parket wijst expliciet op de rol van onlineradicalisering en merkt op dat er meerdere gevallen van zelftraining en zelfradicalisering opduiken.

 

Bijzonder verontrustend is bovendien dat het federaal parket de afgelopen maanden nog steeds personen naar Syrië of Irak zag vertrekken om zich bij de Islamitische Staat aan te sluiten. Sommigen ondernamen een poging. Twee personen werden daarvoor aangehouden.

 

Er wordt ook gewezen op een nieuwe dreiging, namelijk de dronedreiging. In 2025 werd in de media uitgebreid bericht over het opduiken van drones boven luchthavens en militaire basissen. Er werden vorig jaar dan ook 35 dronedossiers in verband met terrorisme en spionage geopend. Om dat alles te coördineren, werd een specifieke dronemagistraat aangesteld.

 

Tot slot wijst het parket ook op het toegenomen aantal dossiers inzake internationaal humanitair recht. Het parket vraagt daarom om een gespecialiseerde eenheid van onderzoekers op te richten en een functie van gespecialiseerde onderzoeksrechter te creëren.

 

Mevrouw de minister, ten eerste, hoe evalueert u het jaarverslag van het federaal parket in het algemeen? Hebt u met het parket al over dat jaarverslag overlegd?

 

Ten tweede, wat zullen u en de voltallige regering ondernemen om de stijgende dreiging van geradicaliseerde minderjarigen tegen te gaan?

 

Ten derde, welke richtlijnen hanteert het parket bij het vervolgen van minderjarigen in terrorismedossiers? Is er volgens u nood aan bijsturing?

 

Ten vierde, is er in sommige dronedossiers al een doorbraak? Ik heb vernomen dat er vanavond op VRT een interessante reportage van Pano over dat onderwerp te zien is. Hoeveel verdachten werden al geïdentificeerd? Volgens mijn info zijn dat er geen. Zal er tot vervolging kunnen worden overgegaan?

 

Ten vijfde, hoe staat u tegenover de vraag van het federaal parket om een gespecialiseerde eenheid van onderzoekers en een onderzoeksrechter te creëren?

 

19.03 Minister Annelies Verlinden: Geachte Kamerleden, de aanbevelingen die door het federaal parket werden geformuleerd in het hoofdstuk van zijn jaarverslag dat gewijd is aan het internationaal humanitair recht, hebben onze bijzondere aandacht genoten. Het voorstel om een functie van gespecialiseerde onderzoeksrechter in het internationaal humanitair recht te creëren, zal worden besproken met de bevoegde actoren van de rechterlijke orde.

 

Overeenkomstig het regeerakkoord zal ik erop toezien dat de nodige middelen worden toegekend om de strijd tegen straffeloosheid te intensiveren, onder meer door te werken aan effectieve vervolging van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en misdaden van genocide.

 

Wat de oprichting betreft van een gecentraliseerde eenheid van onderzoekers die gespecialiseerd zijn in humanitaire misdrijven, zijn de directeur van de federale gerechtelijke politie en de federale procureur samengekomen en hebben zich in 2021 al gebogen over de praktische organisatie van de opvolging van de dossiers in dat domein. Zij hebben vervolgens een akkoord gesloten om samen een specifieke opvolging te verzekeren van dat type dossiers, volgens welbepaalde modaliteiten. Dat heeft vorm gekregen in een dienstnota aan de FGP, die het belang van die onderzoeken onderstreept en ook aangeeft dat het federaal parket alle onderzoeken en alle nodige onderzoeksmaatregelen in principe toewijst aan de FGP in Brussel, die daarbij als referentie-eenheid wordt aangemerkt voor het federaal parket. Vanaf dan beschikt de FGP Brussel over een gespecialiseerd team om onderzoeken te voeren naar internationaal humanitair recht in die dossiers. Er is eveneens een systeem voorzien voor omstandigheden waarbij uitzonderlijke ondersteuning wordt gevraagd van andere PGF's. Op dit ogenblik hebben we geen aanwijzingen dat het nodig is om het systeem dat in het verleden is afgesproken aan te passen.

 

Wat de aanpak van minderjarigen in terrorismezaken betreft, geldt dat wanneer er aanwijzingen zijn van terroristische misdrijven ten laste van een minderjarige, in de regel een strafonderzoek wordt geopend. De regels van de JIC/JDC-procedure en van de Strategie T.E.R. gelden hier evenwel onverminderd. Die dossiers blijven doorgaans in handen van de parketten van eerste aanleg, desgevallend met coördinatie door het federaal parket. In geval er evenwel een onderzoek loopt met zowel meerderjarigen als minderjarigen, wordt dat doorgaans toevertrouwd aan het federaal parket, maar steeds in nauwe samenwerking met de parketten van eerste aanleg. De jeugdsecties van de parketten van eerste aanleg staan dan in voor mogelijke beschermingsmaatregelen ten aanzien van minderjarigen.

 

Sinds 2025 zijn er veranderingen gaande omtrent de regels voor de verdeling van bevoegdheden tussen het federaal parket en de bevoegde expertisenetwerken van het college van expertisenetwerken van het College van procureurs-generaal.

 

19.04  Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen): Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord.

 

Het betreft een belangrijk jaarverslag. In mijn vraag heb ik vooral gefocust op het luik internationale misdrijven, dat niet zo vaak aan bod komt, maar in het jaarverslag wordt duidelijk gevraagd om daar aandacht aan te besteden, onder andere met de vraag naar de gespecialiseerde onderzoeksrechter. Ik heb begrepen dat u daar niet afkerig tegenover staat en het nodige overleg zult opstarten. Dat lijkt mij een terechte vraag.

 

Als er meer van dergelijke dossiers komen, is er inderdaad specialisatie binnen de FGP noodzakelijk, terwijl dat momenteel de facto steeds bij de FGP Brussel terechtkomt, wat voor een aanzienlijke werklast voor hen zorgt. Dat zijn twee belangrijke aandachtspunten en ik hoop dat daaraan positief gevolg wordt gegeven.

 

19.05  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, dank u wel voor uw antwoord.

 

De evolutie van 15 minderjarigen in terrorismeonderzoeken in 2021 naar 51 in 2025 is naar ik vrees structureel. Ik denk niet dat die cijfers snel zullen dalen.

 

Onlineradicalisering speelt een grote rol bij bepaalde groepen jongeren, wat ook door het parket duidelijk wordt benadrukt. De focus moet daarom liggen op minderjarige terreurverdachten.

 

U bent niet ingegaan op de personen die naar Syrië of Irak zijn gereisd om zich aan te sluiten bij de Islamitische Staat. Dat was naar mijn mening een van de opvallendste bevindingen in het jaarverslag van het federaal parket. Dat zorgt voor een déjà vu naar de periode van tien jaar geleden. Er worden effectief pogingen ondernomen en twee personen werden aangehouden omdat ze naar Syrië of Irak trokken om zich daar bij terroristische groeperingen aan te sluiten.

 

Graag had ik vernomen hoe de opvolging van die mensen concreet verloopt. Ik zou ook graag weten – ik zal de cijfers schriftelijk opvragen – over hoeveel personen het precies gaat en of we weten waar zij zich momenteel bevinden. Er wordt immers gezegd dat sommigen een poging ondernamen, maar er wordt niet verduidelijkt hoeveel personen zijn vertrokken richting het Midden-Oosten, of dat vertrek geslaagd is en of zij zich daar hebben aangesloten bij een terroristische organisatie. We zullen dat zeker blijven opvolgen.

 

Dit is het zoveelste jaarverslag van het federaal parket waarin we dezelfde tendensen in dezelfde richting zien, namelijk een verhoogde terroristische dreiging, meer minderjarigen en blijkbaar nieuwe gevallen van personen die naar Syrië en Irak trekken. Dat jaarrapport stemt allesbehalve tot vreugde en ik vrees dat het volgend jaar nog erger zal zijn.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

20 Vraag van Wim Van der Donckt aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het pilootproject van de Franstalige orde van advocaten en de ondernemingsrechtbank van Brussel" (56014809C)

20 Question de Wim Van der Donckt à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le projet pilote de l'ordre français des avocats et du tribunal de l'entreprise de Bruxelles" (56014809C)

 

20.01  Wim Van der Donckt (N-VA): Mevrouw de minister, deze vraag werd mij ingefluisterd door Nederlandstalige advocaten die kennis hebben gekregen van een protocol dat werd afgesloten tussen de Franstalige orde van advocaten bij de balie van Brussel en de Franstalige ondernemingsrechtbank van Brussel.

 

Het betreft een protocol in verband met een pilootproject rond de beknoptheid van procedurestukken en debatten. Het komt er in essentie op neer dat, indien de omvang van de procedurestukken in een stukkenbundel wordt beperkt en de aangehaalde rechtspraak en rechtsleer tijdig aan de rechter worden overgemaakt, die rechtbank inspanningen zal leveren om de zaken in korte debatten te behandelen. Ik heb daar een aantal vragen bij.

 

Bent u op de hoogte van dat pilootproject en wat vindt u van een dergelijk initiatief, gelet op het feit dat er al wetsartikelen bestaan die een snelle behandeling van een zaak mogelijk maken?

 

Heeft het protocol bovendien niet tot gevolg dat een procespartij met een Franstalige advocaat aangesloten bij de Franstalige orde van advocaten bij de balie van Brussel, procedureel wordt bevoordeeld ten nadele van een procespartij met een advocaat die daar niet bij is aangesloten, in procedures voor de Franstalige ondernemingsrechtbank van Brussel? Mijn vraag is dan ook of dat protocol wel in overeenstemming is met de wet.

 

20.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van der Donckt, ik ben inderdaad op de hoogte van het pilootproject met betrekking tot de goede praktijken en de beknoptheid van procedurestukken en debatten dat de Franstalige ondernemingsrechtbank en de Franstalige orde van advocaten bij de balie van Brussel hebben uitgewerkt.

 

Dat protocol heeft geen normatieve draagwijdte, voegt geen nieuwe bepalingen toe aan het Gerechtelijk Wetboek en vult de bestaande bepalingen ook niet aan. Het werkt op strikt vrijwillige basis en er staan geen sancties tegenover de niet-naleving. De rechter behoudt de leiding over het proces en speelt een actieve rol bij de instaatstelling, de behandeling van de zaak en ook bij de toepassing van het recht.

 

In het kader van de uitvoering van de aangegane verbintenis in het regeerakkoord heb ik een werkgroep opgericht met zes academische deskundigen, gespecialiseerd in de burgerlijke rechtspleging. Die werkgroep heeft als opdracht praktische maatregelen te onderzoeken en voor te stellen die snel ten uitvoer kunnen worden gelegd om de gerechtelijke procedures te versnellen.

 

In maart vond een eerste bijeenkomst plaats tussen de deskundigen en leden van mijn kabinet en de administratie, waarbij het referentiekader werd vastgelegd. Tijdens die eerste bijeenkomst werd ook ingegaan op de impact van artificiële intelligentie op de kwaliteit en de omvang van de door advocaten opgestelde conclusies. De werkgroep wordt daarom verzocht zich te buigen over de te nemen maatregelen om het volume van de conclusies te kaderen. Er wordt in de loop van dit jaar een verslag verwacht en zodra de voorstellen zijn geformuleerd, zal mijn administratie ze bestuderen en desgevallend een wetsontwerp opstellen.

 

20.03  Wim Van der Donckt (N-VA): Mevrouw de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik heb uiteraard geen enkel bezwaar dat wordt onderzocht hoe men tot een efficiëntere en vooral snellere rechtsgang kan komen, vooral dan aan de Franstalige ondernemingsrechtbank in Brussel.

 

Wat ik me afvraag – maar waarop ik geen antwoord heb gekregen – is of dat geen ongelijkheid creëert in de rechtsbedeling. Een procespartij die een Nederlandstalige advocaat heeft die een procedure wenst op te starten voor de Franstalige ondernemingsrechtbank, kan in principe niet gebruikmaken van die mogelijkheid tot snelle behandeling. Dat zou dan wel eens kunnen zorgen voor een justitie met twee snelheden en dat was eigenlijk de vraag die niet alleen mij bezighoudt, maar ook de Nederlandstalige Orde van advocaten bij de balie van Brussel, en ik denk zelfs ook de hele OVB.

 

Ik zal uw antwoord analyseren en dat verder opvolgen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: Vraag nr. 56014851C van de heer Matheï wordt uitgesteld.

 

21 Samengevoegde vragen van

- Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De nieuwe actie Vijf voor twaalf" (56014878C)

- Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek en de samenwerking met de gemeenschappen" (56014879C)

21 Questions jointes de

- Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La nouvelle action Vijf voor twaalf" (56014878C)

- Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'entrée en vigueur du nouveau Code pénal et la coopération avec les communautés" (56014879C)

 

21.01  Marijke Dillen (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

"Wanneer je via het strafrecht meer veiligheid wil creëren, moeten alle schakels van de ketting sterk zijn. Dat zijn ze vandaag niet." Dit was op 2 april de duidelijke boodschap van een nieuwe actie van magistraten, griffiers, parketpersoneel en medewerkers van het Openbaar Ministerie en de hoven en rechtbanken Antwerpen-Limburg die kadert in de campagne “Vijf voor twaalf".

Het uitstel van de inwerkingtreding van het Strafwetboek lost het structurele probleem niet op. Een projectmatige aanpak ontbreekt: onvoldoende coördinatie en aansturing, geen grondige impactanalyse op vlak van personeel, IT, juridische aanpassingen en communicatie.

 

Heeft de minister inmiddels sinds haar aantreden initiatieven genomen om een grondige impactanalyse te maken om na te gaan wat de noden zullen zijn bij de inwerkingtreding op het vlak van personeel, IT, enz.? Heeft de minister de nodige middelen vrijgemaakt om erover te waken dat de toepassing in de praktijk probleemloos kan verlopen en dat de continuïteit wordt gegarandeerd? Heeft de minister kennis van de impact op werklasten en doorlooptijden?

 

Het ressort Antwerpen-Limburg vraagt in dat kader een permanentie naar het model dat voor de Politie bestaat, samengesteld uit vertegenwoordigers van de zetel en het Openbaar Ministerie bij de FOD Justitie en de minister om de link met het terrein te leggen bij hervormingen en op lange termijn te kunnen werken. Wat is hier de reactie van de minister? Is de minister bereid een initiatief te nemen om aan deze verzuchting tegemoet te komen?

 

Tijdens de nieuwe actie van magistraten en alle medewerkers van het Openbaar Ministerie en de hoven en rechtbanken Antwerpen-Limburg werd gesteld dat de inhoud van het nieuw Strafwetboek kansen verdient: meer maatwerk in straffen, een humaner strafrecht, alternatieven voor de gevangenisstraf. Maar een wet die humaner wil zijn, vereist dat de nodige middelen volgen. Wanneer magistraten alternatieven willen overwegen maar telkens op tekorten en wachtlijsten stoten voor werkstraffen, drughulpverlening, justitie-assistenten, hersteltrajecten, gespecialiseerde therapieën, dan leidt dit tot straffeloosheid of tot het teruggrijpen naar de gevangenisstraf bij gebrek aan alternatief. Strafrechtspleging is een keten. Enkel het theoretisch gedeelte verzorgen volstaat niet.  Een wet mag geen luchtkasteel zijn.

 

De verantwoordelijkheid hier van de federale overheid is beperkt. Het betreft hoofdzakelijk materies die onder de bevoegdheid van de gemeenschappen vallen. Maar de tekorten zijn hier groot. De wachtlijsten zijn helaas legendarisch. Het is belangrijk dat de minister deze problematieken van zeer nabij opvolgt en regelmatig met de bevoegde ministers van de gemeenschappen overleg pleegt om hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid.

 

Kan de minister mij mededelen of dergelijk overleg betreffende hogervermelde problematieken op regelmatige basis gebeurt? Graag een gedetailleerd overzicht.

 

Volgt de minister de evolutie op het terrein bij de gemeenschappen? Heeft de minister zicht op de vele tekorten en wachtlijsten?

 

21.02 Minister Annelies Verlinden: Mevrouw Dillen, ik kan u verzekeren dat mijn administratie en ik, in samenwerking met het College van het openbaar ministerie en het College van de hoven en rechtbanken, alsook met het Hof van Cassatie, nauw samenwerken om de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen. Werkgroepen komen zeer regelmatig samen, waarbij de verschillende aspecten worden besproken. Dat gaat over de stand van zaken met betrekking tot de digitalisering en het wetgevend kader, alsook over de uitbreiding van het personeelskader.

 

Zo wordt gezorgd voor een versterking van de probatiecommissie en de verdere professionalisering ervan, waarvoor in middelen is voorzien op de interdepartementale provisie. Ook voor digitalisering is in de nodige middelen voorzien om waar nodig de vereiste IT-aanpassingen te kunnen doorvoeren. Met betrekking tot de samenwerking met de gemeenschappen geldt dat er op regelmatige basis overleg plaatsvindt en dat zij worden gewezen op hun verantwoordelijkheden hierin.

 

U verwijst naar de problematiek van de legendarische wachtlijsten voor werkstraffen, drughulpverlening, justitieassistenten, hersteltrajecten en gespecialiseerde therapieën, en stelt terecht dat dat tot de bevoegdheid van de gemeenschappen behoort. Ik zou u dan ook willen aanraden om uw vragen te richten tot de bevoegde ministers van de deelstaten.

 

21.03  Marijke Dillen (VB): Dank voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Voor mij is het natuurlijk wel moeilijk. Ik heb wel twintig jaar in het Vlaams Parlement gezeteld, maar als federaal parlementslid kan ik daar natuurlijk geen vraag stellen. Ik kan ze dus laten stellen door een collega.

 

Ik had mij specifiek tot u gericht aangaand het overleg over de verschillende problematieken die ik heb aangehaald, onder andere de lange wachtlijsten voor werkstraffen, drughulpverlening, justitieassistenten.

 

Ik dank u ook voor uw antwoord op de eerste vraag, maar ik wil toch wijzen op de terechte waarschuwing van de magistratuur. De inwerkingtreding van het Strafwetboek is nu wel uitgesteld, maar de magistraten stellen dat de structurele problemen niet opgelost zullen worden. Zij verwijzen daarbij naar het feit dat een projectmatige aanpak ontbreekt. Er is onvoldoende coördinatie en aansturing en geen grondige impactanalyse op het vlak van personeel, IT, juridische aanpassingen en communicatie.

 

Mevrouw de minister, die waarschuwing moet u ernstig nemen en daar moet tussen vandaag en 1 september de nodige aandacht aan worden besteed.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

22 Vraag van Marijke Dillen aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Een app waarmee elke advocaat de zittingsrollen van de rechtbank kan volgen op zijn gsm" (56014880C)

22 Question de Marijke Dillen à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Une application permettant à tout avocat de suivre les rôles d'audience du tribunal sur son GSM" (56014880C)

 

22.01  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, we hebben vandaag al verschillende keren over digitalisering gesproken. Digitalisering in justitie en in rechtszaken is belangrijk. De overheid heeft daarin een grote verantwoordelijkheid en moet instaan voor de digitalisering van haar diensten, of die minstens ondersteunen. Helaas gebeurt dat te weinig.

 

De Orde van Vlaamse Balies heeft recent zelf een app ontwikkeld waarmee elke advocaat op zijn of haar gsm de zittingsrollen van de rechtbank kan volgen, zodat kan worden ingeschat wanneer de rechter de zaak in behandeling zal nemen. Het gaat om een praktische en toegankelijke app die gratis ter beschikking wordt gesteld.

 

Uit recente berichten van de OVB blijkt dat het College van de hoven en rechtbanken heeft laten weten niet geïnteresseerd te zijn. Dat is niet omdat men tegen dergelijke apps is, maar men hanteert het principiële standpunt dat het de federale overheid toekomt om dat te lanceren. Het project loopt vertraging op, naar verluidt omdat er wetgevende aanpassingen nodig zijn.

 

Zowel de OVB als het College van de hoven en rechtbanken zijn vragende partij. Bent u bereid om een initiatief te nemen om die app te lanceren? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

 

Indien er bereidheid bestaat, zouden volgens de OVB wetgevende aanpassingen nodig zijn. Kunt u daarover meer toelichting geven en zal er op korte termijn een initiatief worden genomen?

 

22.02 Minister Annelies Verlinden: De applicatie Court Agenda van de Orde van Vlaamse Balies, waarmee advocaten via hun smartphone de zittingsrollen kunnen opvolgen, is gekend en werd ook besproken in de stuurgroep ICT. Een formele beslissing daarover werd nog niet genomen. De betrokkenheid van zowel de OVB als het College van de hoven en rechtbanken toont aan dat er een reële nood is aan een betere informatiedoorstroming over de zittingsagenda’s.

 

Tegelijk rijst een fundamentele vraag. De zittingsdata zijn eigendom van de RO, een extern platform dat die gegevens beheert. Ook al is de app gratis voor de gebruiker, de gegevensverstrekking vereist een duidelijke wettelijke basis. Daarom werd door de DPO (data protection officer) en de gegevensbeschermingsverantwoordelijke aangegeven dat de uiteindelijke beslissing om justitiële data voor externe partijen in te zetten bij de RO moet liggen. De interne afstemming daarover is momenteel lopende.

 

Inzake de wetgevende basis bevatte de wet van 25 april 2024 inzake videoconferentie oorspronkelijk een functionaliteit om griffierstaken, waaronder de zittingsvaststelling, te ondersteunen. In de technische wijzigingen van die wet, die op 3 april jongstleden door de ministerraad zijn goedgekeurd, is de agendafunctionaliteit omgezet naar een facultatieve component, precies omdat dit nog niet in JustCourt, noch in een ander systeem is geïntegreerd.

 

Het is de ambitie om de zittingsagendafunctionaliteit, inclusief de mogelijkheid voor advocaten en partijen om zittingstijdstippen digitaal op te volgen, als een volwaardige functie op te nemen. De precieze invulling wordt verder bepaald in overleg met de RO en de FOD Justitie, maar de belangrijkste garantie moet zijn dat de rechterlijke data binnen een beveiligde omgeving blijft, met de vereiste wettelijke grondslag en de waarborgen van gegevensbescherming.

 

22.03  Marijke Dillen (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord.

 

Ik noteer dat u dat een positief initiatief vindt en dat er aan die wettelijke basis zal worden gewerkt. Ik hoop dat u dat op zeer korte termijn zult doen. De mogelijkheid om de zittingstijd digitaal te volgen, zal voor vele advocaten een grote tijdwinst opleveren. Op dit ogenblik verliezen ze zeer veel tijd als ze op de behandeling van hun zaak moeten wachten. Dat is tijd die ze aan andere dossiers kunnen besteden. Ik hoop dan ook dat op korte termijn een en ander kan worden gerealiseerd.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

23 Vraag van Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De veiling van cryptoactiva door het COIV" (56014884C)

23 Question de Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "La vente aux enchères de cryptoactifs par l'OCSC" (56014884C)

 

23.01  Alexander Van Hoecke (VB): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn ingediende vraag.

 

Uit een schriftelijke vraag die ik u onlangs stelde blijkt dat er in 2024 bijna 3 miljoen euro aan crypto-activa werden geveild, verspreid over 47 verkopen in 13 strafdossiers. Dat is meer dan vijf keer zoveel als in 2023.

 

Ik heb hieromtrent nog een aantal vragen.

 

Wat is de reden dat er in 2021 en 2022 geen veilingen van crypto-activa werden georganiseerd? Indien er geen crypto-activa in beslag werden genomen, welke verklaringen geeft u daarvoor?

 

Wat is de reden dat de veilingen sinds 2022 georganiseerd worden door Asset Reality en niet langer door Wilson's Auctions?

 

U stelde eveneens in uw antwoord dat in het geval van teruggave van de verkoopopbrengst het aan de begunstigde uit te keren bedrag wordt verhoogd met interesten. Kan u daarbij wat meer uitleg geven? Over welke interesten gaat het en waren deze van toepassingen op de teruggaven die u vermeldt in uw antwoord?

 

Zijn er ondertussen al cijfers beschikbaar voor 2025? Zowel op het vlak van veilingen als teruggaven?

 

23.02 Minister Annelies Verlinden: De toenmalige partner van het COIV (Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring), Wilsons Auctions, was begin 2021 niet langer in staat om die dienst te verlenen. Die dienstverlener beschikte slechts over een voorlopige erkenning. Wilsons Auctions had geen definitieve erkenning aangevraagd bij de bevoegde Britse autoriteiten en het COIV werd laattijdig ingelicht over die kwestie. Het COIV besliste vervolgens om opnieuw een weliswaar modernere ledger wallet te gebruiken voor de bewaring van cryptoactiva die in beslag waren genomen door politiediensten. De verkoop van cryptoactiva was echter niet langer mogelijk. In overleg met de FOD Justitie werd een snelle oplossing gezocht voor het probleem. Sinds september 2021 kan het COIV een beroep doen op een makelaar die bewaarportefeuilles kan openen bij diverse externe dienstverleners. De cryptoactiva bij Wilsons Auctions werden geleidelijk getransfereerd naar een nieuwe dienstverlener.

 

Ik merk overigens op dat enkel de magistraten die de cryptoactiva in beslag hebben genomen, bevoegd zijn om de vervreemding van cryptoactiva te bevelen. Artikel 9 van de COIV-wet bepaalt dat bij elke teruggave de beheerde geldsommen worden verhoogd met de netto-interest die ze hebben opgebracht. Die interest wordt niet berekend op basis van de wettelijke interestvoet. Het betreft interest die de geldsommen hebben opgebracht bij de Deposito- en Consignatiekas. Die interestvoet kan niet worden beschouwd als vergoedende interest. Eventuele publieke schulden van de begunstigden van de teruggave worden toegerekend op het door het COIV verschuldigde bedrag.

 

Het jaarverslag 2025 van het COIV zal eind april aan het College van procureurs-generaal en aan mij worden bezorgd. Een korte synthese van dat verslag zal opnieuw beschikbaar worden gesteld op de publieke webpagina van het COIV.

 

Voorzitster: Marijke Dillen.

Présidente: Marijke Dillen.

 

23.03  Alexander Van Hoecke (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister. Dat verheldert wel het een en ander. Ik zal uw antwoord nader bekijken.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitster: De samengevoegde vragen nrs. 56014944C van de heer Matheï en 56014980C van mevrouw Dillen worden uitgesteld.

 

24 Questions jointes de

- Julien Ribaudo à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Le classement sans suite dans les dossiers de phishing" (56014946C)

- Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'augmentation du nombre de dossiers liés au phishing et son impact sur le ministère public" (56015143C)

24 Samengevoegde vragen van

- Julien Ribaudo aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het sepot van phishingdossiers" (56014946C)

- Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Het stijgende aantal phishingdossiers en de impact ervan op het openbaar ministerie" (56015143C)

 

24.01  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, le phénomène de phishing explose littéralement en Belgique, et les chiffres les plus récents sont alarmants. Rien que durant les trois premiers mois de cette année, plus de 3,6 millions de cas ont été signalés via la plateforme suspect@safeonweb.be. Cela représente plus de 40 000 signalements par jour, soit une hausse de plus de 50 % par rapport à la moyenne de 2025. Dans le même temps, les montants volés restent colossaux: 49 millions d’euros rien qu’en 2024, et près de 188 millions d’euros depuis 2020.

 

Mais, derrière ces chiffres, il y a des victimes bien réelles. Certaines déposent plainte pour finalement recevoir une réponse extrêmement brutale: leur dossier est classé sans suite, faute de personnel et de moyens. Et ce n’est pas marginal. En 2024, sur plus de 11 000 dossiers de phishing ouverts par les parquets, près de 72 % ont été classés sans suite.

 

Madame la ministre, comment justifier que, face à une explosion aussi massive de cette criminalité, la justice ne soit pas en mesure de traiter les plaintes des victimes?

 

Combien de dossiers de phishing ont-ils été ouverts en 2025, et combien ont-ils été classés sans suite? Parmi ces classements, combien sont-ils explicitement dus à un manque de personnel et de moyens?

 

Pouvez-vous nous informer de l’état d’avancement de l’harmonisation du seuil de poursuite à 2 500 euros, ainsi que des mesures annoncées pour améliorer la prise en charge des dossiers de phishing?

 

Président: Ismaël Nuino.

Voorzitter: Ismaël Nuino.

 

24.02  Alexander Van Hoecke (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

De krant De Standaard maakte nieuwe cijfers bekend over de druk die phishing op het Openbaar Ministerie legt. In 2025 werden er meer dan 13.000 gerechtelijke onderzoeken naar phishing geopend door de correctionele parketten in dit land. Een stijging van 22 procent in vergelijking met 2024. Zoals al bekend wordt het grootste deel van de onderzoeken geseponeerd.

 

Het Openbaar Ministerie wijst erop dat de toename een ernstige impact heeft op de werkdruk voor zowel de parketten als de politiediensten.

 

Wat wordt er ondernomen binnen het Openbaar Ministerie om de stijgende werkdruk omwille van phishingdossiers aanvaardbaar te houden?

 

Hoe zal u ervoor zorgen dat de vervolging van andere vormen van criminaliteit niet lijdt onder de explosieve toename van het aantal phishingdossiers?

 

In januari stelde u dat er een aanpassing van de COL over phishing voorbereid is in het expertisecentrum Cybercrime van het OM. Die aanpassing moest nog ter goedkeuring worden geagendeerd op het College van procureurs-generaal, maar het stond vast dat er een grens zal worden bepaald waaronder men niet meer zou vervolgen.

 

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de aanpassing van de COL over phishing? Kan u een tijdlijn schetsen over hoe dit verder zal verlopen?

 

Kan u al iets kwijt over de financiële ondergrens die gehanteerd zal worden?

 

24.03 Minister Annelies Verlinden: Uit de recente cijfers kan worden afgeleid dat er van de 13.463 in 2025 geopende zaken met betrekking tot phishing reeds 7.985 werden afgesloten met een afhandeling zonder strafvervolging. Daarbinnen werden 2.326 zaken afgesloten met de motieven 'te weinig recherchecapaciteit' of 'andere prioriteiten bij opsporings- en vervolgingsbeleid', wat kan worden opgevat als een gebrek aan mensen en middelen.

 

Conformément aux directives d'enregistrement, ces affaires comprennent également celles concernant les mules financières, de sorte qu'il n'y a pas de lien univoque avec des faits concrets de phishing.

 

En ce qui concerne votre question relative à l'état d'avancement de l'harmonisation du seuil de poursuites à 2 500 euros ainsi que des mesures annoncées pour améliorer le traitement des dossiers de phishing, comme la révision de la circulaire de politique criminelle, je peux vous annoncer que celle-ci est actuellement examinée au sein du Collège des procureurs généraux. Je suis en contact avec le Collège pour suivre l'évolution des travaux de la COL (circulaire du Collège des procureurs généraux).

 

Ik wil daaraan toevoegen dat de strijd tegen phishing verder gaat dan alleen de repressieve aspecten. Het is ook belangrijk dat de verschillende bevoegde actoren preventief optreden om gevallen van phishing zo veel mogelijk te voorkomen. Vroegtijdige opsporing is noodzakelijk. Er moet daarom ook worden ingezet op voorlichting en informatie aan burgers en bedrijven, zodat zij alert zijn en de pogingen tot phishing kunnen opsporen waarmee zij worden geconfronteerd.

 

24.04  Julien Ribaudo (PVDA-PTB): Madame la ministre, je vous remercie pour vos réponses. Nous reviendrons vous interroger sur les mesures qui seront prises.

 

24.05  Alexander Van Hoecke (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mevrouw de minister.

 

Ik wil nog even kwijt dat het getal dat in de media is verschenen en dat u net hebt herhaald – namelijk dat 60 % van alle phishingdossiers wordt geseponeerd – betrekking heeft op 2025. Als we kijken naar de cijfers van 2024 die betrekking hebben op de afgehandelde dossiers, dan gaat het wel degelijk over meer dan 70 %. Dat blijkt uit cijfers die ik een tijdje geleden heb opgevraagd. Meer dan 70 % van de phishingdossiers wordt geseponeerd.

 

U hebt 100 % gelijk – dat heb ik ook bij mijn vorige vraag in deze vragenronde over phishing gezegd –het preventieve aspect is enorm belangrijk, net omwille van het feit dat de pakkans zo klein is. Het gaat over criminelen die opereren vanuit het buitenland. Het is zeer moeilijk om die te traceren. Dat betekent echter niet dat we het niet moeten proberen.

 

Daarmee kom ik tot de aanpassing van de COL, iets dat heel lang aansleept. Er is gesproken over een ondergrens die zou worden bepaald. Op dit moment hanteren de parketten immers allemaal een verschillende ondergrens. Dat is niet uit te leggen aan de mensen. Het is belangrijk dat er in het vervolgingsbeleid een duidelijke lijn wordt getrokken, zodat slachtoffers van phishing weten waar ze aan toe zijn en wanneer hun zaak al dan niet zal worden vervolgd. Zodra het gebeurd is, is preventie immers niet meer nuttig en moeten we kijken naar repressie. Ik zal daarvoor blijven pleiten. Ik hoop dat er snel schot in de zaak komt, want dit is iets dat al meer dan een jaar geleden is aangekondigd. Zo moeilijk kan het niet zijn om die COL aan te passen. Ik vraag u dus om er zo spoedig mogelijk werk van te maken. Dank u wel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

25 Vraag van Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De vzw Het Huis" (56014899C)

25 Question de Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "L'ASBL Het Huis" (56014899C)

 

25.01  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, hier zitten we dan opnieuw. Ik ben de tel kwijtgeraakt hoeveel keer we dat dossier ondertussen al hebben besproken in deze commissie. We wil het opnieuw hebben over vzw Het Huis, een vzw waar kinderen naartoe worden gestuurd om zogenaamd contactherstel te doen. Die kinderen worden in sommige gevallen geconfronteerd met een ouder die hen misbruikt heeft. In andere gevallen gaat het om een ouder met een verslavingsproblematiek. In zo goed als alle gevallen is er een gebrekkig toezicht en onvoldoende professionalisering binnen die vzw. Ondanks de signalen die nu al jaren opduiken – het eerste grote onderzoek daarover is verschenen en uitgebreid toegelicht in de media in januari 2023 –, verwezen in 2024 de familierechtbanken nog in meer dan 150 gevallen kinderen door naar Het Huis.

 

In het verleden hebt u steeds gezegd dat u geen weet had van officiële klachten tegen vzw Het Huis. Dat neemt niet weg dat er de afgelopen jaren en maanden heel wat informele klachten zijn geuit. Nu is er ook een effectieve klacht ingediend tegen vzw Het Huis. Heel veel ouders hopen dat die klacht een doorbraak kan betekenen in een dossier dat al veel te lang aansleept.

 

Ten eerste wil ik u daarom vragen of u kunt verduidelijken in hoeveel gevallen er nog werd doorverwezen door de familierechtbanken naar vzw Het Huis in 2025 en sinds begin 2026. De recentste cijfers die we hebben, gaan over 2024. Graag krijg ik ook een opdeling per arrondissement, dus van welke familierechtbanken er doorverwijzingen zijn naar vzw Het Huis.

 

Ten tweede, hoeveel klachten of berichten van betrokken ouders over die vzw hebt u zelf ontvangen sinds uw aantreden?

 

Ten derde, bent u bereid om naar aanleiding van de indiening van die klacht met burgerlijke partijstelling bij de familierechtbanken de samenwerking met vzw Het Huis stop te zetten? Indien niet, kunt u daar een grondige verklaring voor geven?

 

Tot slot – en dat is voor mij de fundamentele vraag in dit debat – waarom werd er sinds 2023, ondanks de belofte daartoe door de voormalige minister van Justitie, maar ook door de Vlaamse minister en heel wat andere betrokken actoren, geen enkele controle of inspectie uitgevoerd bij vzw Het Huis? Het is ook uw verantwoordelijkheid als minister van Justitie om dat te bekijken en om daar een visie over te hebben. Dank u wel.

 

25.02 Minister Annelies Verlinden: Mijnheer Van Hoecke, we hebben hier inderdaad al verschillende keren over het thema gesproken. Zoals ik eerder al heb benadrukt, moet de veiligheid van kinderen absoluut de prioriteit zijn en blijven.

 

De begeleiding van contactmomenten tussen kinderen en ouders in een context van hoogoplopende conflicten vraagt de grootste zorgvuldigheid en veiligheid. Neutrale bezoekruimtes vervullen daarin een essentiële rol binnen het jeugdhulp- en familierechtelijk kader, want zij maken veilige en begeleide ontmoetingen mogelijk, steeds met het belang van het kind als leidraad.

 

Door de beperkte beschikbare capaciteit van de neutrale bezoekruimtes en de toenemende wachttijden binnen de CAW's, wordt door de familierechtbanken een beroep gedaan op de bezoekruimtes van vzw Het Huis om contacten in complexe familiale situaties op een veilige en omkaderde manier te laten verlopen.

 

Volgens de informatie die ons steeds werd gegeven, verloopt de samenwerking met vzw Het Huis doorgaans goed. Op basis van recente informatie waarvan ik kennis kreeg, is er weliswaar sprake van een strafklacht tegen de vzw, ingediend bij het parket van Antwerpen, en werd er een gerechtelijk onderzoek gestart. Om een uitspraak te kunnen doen over de werking van vzw Het Huis en de aantijgingen, dienen we dus het gerechtelijk onderzoek af te wachten.

 

Als minister van Justitie kan ik, gelet op het principe van de scheiding der machten, geen uitspraken doen over een dergelijk lopend strafonderzoek.

 

Ik heb wel een schrijven gericht aan collega-minister Caroline Gennez, bevoegd voor de CAW's, met de vraag te onderzoeken of de huidige capaciteit van de neutrale bezoekruimtes van de CAW's volstaat om de stijgende vraag op te vangen. Bovendien heb ik haar gevraagd om bijkomende controles te laten uitvoeren bij de vzw, zodat de kwaliteit van de hulpverlening te allen tijde gewaarborgd blijft.

 

Het staat u uiteraard vrij om mevrouw Gennez te bevragen over de werking van de neutrale bezoekruimtes van de CAW's en het toezicht op de werking van vzw Het Huis.

 

Voor uw vraag over het aantal doorverwijzingen in 2025 en in het lopende jaar 2026 verzoek ik u om een schriftelijke vraag in te dienen.

 

25.03  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, ik heb hier een ongelooflijk déjà-vugevoel bij. U zegt dat u een schrijven hebt gericht aan Vlaams minister Gennez. Als ik mij niet vergis, hebt u dat al eens geantwoord op de vorige vraag over bijkomende plaatsen in de bezoekruimtes van de CAW’s.

 

U hebt die vraag dus al eens gesteld. Dat is een langetermijnoplossing, maar wat er bij mij absoluut niet in kan, is dat u zegt dat de informatie die u werd gegeven altijd inhield dat de samenwerking met vzw Het Huis positief was en goed liep. In 2023 is er echter al naar buiten gekomen dat daar van alles fout loopt, met talloze getuigenissen. Het zou mij enorm verbazen dat u als minister van Justitie of uw kabinet geen enkel signaal hebt ontvangen van verontruste ouders die aangaven dat daar heel wat misloopt en dat er moet worden ingegrepen. Dat u dan zegt dat u geen enkele informatie hebt gekregen dat daar iets fout zou lopen, snap ik echt niet.

 

In januari 2023 zijn er de eerste signalen gekomen via een artikel. Twee dagen later stond de politiek op zijn achterste poten en werd gezegd dat er moest worden ingegrepen en dat er een onderzoek zou komen. We zijn meer dan drie jaar later en vandaag is er eindelijk een klacht, maar u zegt als minister van Justitie dat u eigenlijk alleen maar signalen hebt ontvangen dat alles oké was en goed liep en dat er dus niets is gedaan. Dat kan er bij mij gewoon niet in.

 

Het gerechtelijk onderzoek moet worden afgewacht. Dat begrijp ik, maar het gaat hier om kinderen, kwetsbare kinderen die vaak uit een traumatische situatie komen. Die kinderen gaan we in afwachting van een gerechtelijk onderzoek toch niet langer naar die vzw sturen? Er moet worden ingegrepen. Dat u dat niet doet, gaat er bij mij gewoon niet in.

 

Ik zal de cijfers schriftelijk opvragen, maar ik kan niet anders dan de noodkreet vertolken die dagelijks in mijn mailbox terechtkomt – en ik vermoed ook in de uwe – van alle ouders die niet slapen omdat zij hun kinderen naar vzw Het Huis moeten sturen, een vzw die totaal niet professioneel werkt, waar het ene na het andere misloopt. Ik kan niet anders dan proberen u wakker te schudden, zodat u zorgt voor een tijdelijk moratorium op doorverwijzingen naar vzw Het Huis. Zorg ervoor dat geen kinderen meer het slachtoffer kunnen worden van vzw Het Huis tot het gerechtelijk onderzoek is afgerond. Daarna kunnen we verder zien.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

26 Vraag van Alain Yzermans aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De dronedropping in de gevangenis van Hasselt" (56014966C)

26 Question de Alain Yzermans à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les largages par drones à la prison de Hasselt" (56014966C)

 

26.01  Alain Yzermans (Vooruit): De gevangenis van Hasselt staat al enkele jaren onder hoogspanning wat betreft veiligheidsproblemen en personeelsproblemen. De cijfers inzake overbevolking zijn daar ook duizelingwekkend hoog. Vandaag zou het gaan om ongeveer 144 %. Ze behoort tot de top van Vlaanderen wat overbevolking betreft. Afhankelijk van het moment zijn er 30 tot 45 grondslapers, waaronder ook een aantal vrouwen.

 

Daarnaast is er een probleem van onderbezetting bij het personeel. Die situatie wordt verergerd door recente incidenten van dronedropping van gsm’s of smartphones, die vaak worden gebruikt om de drugshandel binnen de muren te organiseren. Er worden eveneens drugs over de muur gegooid.

 

U moet weten dat het aantal gsm’s dat sinds 2020 de gevangenis is binnengeraakt, is gestegen van 117 naar 359 in 2024. Dat betekent een verdrievoudiging en wijst op een ernstige problematiek.

 

Ik heb daarover drie pertinente vragen.

 

Ten eerste, waarom werkt het dronealarm dat al bijna 20 jaar aanwezig is, niet?

 

Ten tweede, waarom worden er geen netten geplaatst in de openlucht om het probleem te voorkomen? In de media verwijst de directie, naar aanleiding van een reactie van een vakbondsvertegenwoordiger, naar ontradende effecten of maatregelen die in die zin worden genomen. Men geeft ook aan dat men uit veiligheidsoverwegingen niet in detail mag treden. Ik vind dat een karig antwoord. Er zijn nochtans concrete maatregelen mogelijk, maar waarom worden die niet uitgevoerd?

 

Ten derde, wat wordt er gedaan om de veiligheid in de gevangenis te waarborgen? Het dossier rond camerabeveiliging loopt al zeer lang. Ik had daarover graag een stand van zaken gekregen. Dank u.

 

26.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Yzermans, de toestand in de gevangenis van Hasselt is mij goed bekend en ik volg met mijn diensten de situatie op de voet, net als de voortgang in verschillende lopende dossiers.

 

Wat de problematiek van drones betreft, moet ik eerst een misverstand rechtzetten. Er is momenteel geen anti-dronesysteem aanwezig in de gevangenis. Verder is het ook zo dat het wettelijk kader vandaag het gebruik van bepaalde systemen, zoals stoorzenders, niet toelaat. Nochtans zouden die een oplossing kunnen bieden voor de problematiek waar u op wijst. Door mijn diensten wordt daarom gewerkt aan een aanpassing van het koninklijk besluit ter zake.

 

Ook het plaatsen van netten lijkt een eenvoudige oplossing, maar is dat om allerlei redenen niet. Er zijn juridische beperkingen op het plaatsen van netten, omdat vanuit een mensenrechtelijk perspectief het recht op zicht naar buiten, waaronder de open lucht op de wandelplaatsen, moet worden gerespecteerd. Er zijn verder ook praktische bezwaren. Dergelijke installaties zijn bijzonder duur en veelal niet haalbaar binnen de bestaande gevangenisinfrastructuren, waarbij bijvoorbeeld muren niet noodzakelijk de juiste opstelling hebben om dat soort netten met hoge spanning aan te brengen. We weten overigens ook dat het plaatsen van netten op zich geen sluitende oplossing is, omdat het probleem zich gemakkelijk verplaatst en andere vormen aanneemt.

 

Het uitwerken van goede infrastructurele oplossingen om de overgooi- en droneproblematiek aan te pakken, maakt deel uit van voortdurend overleg van mijn diensten met de Regie der Gebouwen, die daarin uiteraard een belangrijke rol speelt. Ik werk hiervoor heel nauw samen met de minister belast met het gebouwenbeheer van de Staat, collega Vanessa Matz.

 

Dat is ook zo voor het cameradossier waarnaar u verwijst. De nodige kredieten werden hiervoor vrijgemaakt, zowel aan de kant van de Regie der Gebouwen als aan de kant van de FOD Justitie, en de overheidsopdracht voor het zwakstroomdossier werd gepubliceerd. De Regie der Gebouwen staat in voor de investeringen en de werken en de FOD Justitie zal vervolgens het onderhoud op zich nemen, in overeenstemming met de daarvoor geldende afspraken. De betrokken diensten doen er alles aan om dat met zo groot mogelijke spoed te realiseren.

 

Samengevat kan ik u dus zeggen dat er nood is aan een integrale aanpak van de problematiek en kan ik u verzekeren dat mijn administratie, in moeilijke omstandigheden, dag in dag uit, ernstig werkt. Ik wens hier dan ook nogmaals alle medewerkers uitdrukkelijk te danken voor hun niet-aflatende inzet.

 

26.03  Alain Yzermans (Vooruit): Ik denk dat veiligheid de prioriteit is van alle gevangenissen en zeker van die in Hasselt. Ik hoor dat er voortgang is en ik hoop dat we binnenkort een concrete timing ter zake zullen krijgen. Dank u.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

27 Vraag van Alain Yzermans aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "De geweldsincidenten met geïnterneerden in Haren" (56014971C)

27 Question de Alain Yzermans à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Les incidents dus à des actes de violence impliquant des personnes internées à Haren" (56014971C)

 

27.01  Alain Yzermans (Vooruit): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Het onthutsende nieuws heeft ons bereikt dat we de voorbije dagen een verontrustende stijging van geweldsincidenten in de gevangenis van Haren hebben vastgesteld. Een cipier raakte gewond aan het oog na een aanval met een balpen door een geïnterneerde, en dit is het tweede geweldsincident binnen een week. Ik stel me vragen over de veiligheid en het welzijn van zowel het personeel als de gedetineerden. De gevangenis kampt met een acute  overbevolking ( = 124%) en een groot personeelstekort, wat resulteert in een toename van agressie. Het personeel is deze situatie beu en overweegt opnieuw te staken.

 

Vragen aan minister Verlinden:

 

Hoe pakt u de veiligheid en agressie aan in Haren, gezien de recente geweldsincidenten?

 

De vakbond verwijst naar een relatie tussen de overbevolking in de gevangenis en een chronisch personeelstekort, waardoor de werkdruk onhoudbaar blijft. Wat is uw plan ?

 

Waar is het incident gebeurd? Was de betrokkene op de psychiatrische annex?

 

De maatregelen in "TF internering" die u zou uitvoeren, zijn 'in proces'. Welke acties zijn inmiddels afgerond? Wat is de status van de versterking en specialisatie van de ABM's?

 

Klopt het dat het Beveiligd Klinisch Observatiecentrum (BOCH) in Haren nog steeds niet in gebruik is?

 

27.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Yzermans, laat mij eerst en vooral duidelijk stellen dat elk geweldsincident er een te veel is. Ik wil dan ook mijn steun en medeleven uitspreken aan het personeelslid dat slachtoffer werd van dit incident.

 

Werken in onze gevangenissen is vandaag absoluut niet evident, zeker in een context van acute overbevolking en een nijpend personeelstekort. Net daarom hebben we op 20 maart binnen de regering een akkoord bereikt over bijkomende maatregelen op korte en middellange termijn, met als doel de druk op onze gevangenissen te verlichten.

 

Tegelijk zetten we sterk in op het aanpakken van het personeelstekort. De situatie, zeker in Brussel, is bijzonder uitdagend. We werken daarom aan efficiëntere aanwervingsprocedures. Daarnaast wordt voorzien in de mogelijkheid om EU-burgers aan te werven. In bepaalde gevangenissen waar de personeelstekorten groot zijn en de arbeidsmarkt krap is, zoals in de Brusselse gevangenissen, zullen we ook de inzet van private bewakingsagenten onderzoeken.

 

Het sociaal akkoord dat eerder werd bereikt met de vakbonden verhoogt bovendien de aantrekkelijkheid van het beroep, onder meer via financiële maatregelen en de inzet van decentrale recruiters om de selectiecapaciteit te verhogen. Dat alles moet de instroom van nieuwe medewerkers versterken.

 

Ik begrijp de bezorgdheid en de reactie van het personeel en de vakbonden na de incidenten. We zien dat de combinatie van overbevolking en personeelstekort leidt tot moeilijke werkomstandigheden en een verhoogd risico op incidenten.

 

Een belangrijk element daarin is de aanwezigheid van meer dan duizend geïnterneerden in detentie, een doelgroep die in principe niet thuishoort in een gevangenis en nood heeft aan een aangepaste zorgomgeving buiten de gevangenis. Vandaag is ongeveer een op drie incidenten gelinkt aan die doelgroep, die minder dan 10 % van de totale populatie uitmaakt.

 

De aanwezigheid van geïnterneerden en de onvoorspelbaarheid van hun gedrag legt extra druk op het personeel. Dat brengt mij bij het actieplan van de taskforce Internering, dat op 18 juli vorig jaar werd goedgekeurd. Dat actieplan bevat een reeks maatregelen om het aantal geïnterneerden in detentie te verminderen.

 

Tegelijk investeren we ook in betere zorg binnen de gevangenissen zelf, onder meer via de versterking en verdere specialisatie van de ABM’s (Afdeling tot Bescherming van de Maatschappij). Met middelen uit het IDP Overbevolking zal bijkomend zorgpersoneel worden voorzien. De selectieprocedures voor onder meer psychiaters, verpleegkundigen en opvoeders om de personeelskaders in te vullen, lopen momenteel.

 

Daarnaast werd binnen de administratie een werkgroep opgericht die onderzoekt hoe de ABM’s verder kunnen worden gedifferentieerd en versterkt. Die werkgroep gaat binnenkort in overleg met experts uit het werkveld en bekijkt hoe we goede praktijken verder kunnen uitrollen.

 

Wat het beveiligd klinisch observatiecentrum betreft, wil ik duidelijk stellen dat dat centrum al sinds 2019 bestaat en dus wel degelijk operationeel is. Momenteel verblijven er twee observandi. We zetten in op een verdere optimalisering van de werking, onder meer door een versterking met twee bijkomende vte’s en een gerichte communicatie naar de magistratuur over het bestaan en de mogelijkheden van deze afdeling.

 

27.03  Alain Yzermans (Vooruit): Dank u wel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: La question n° 56015059C de Mme Tourneur est reportée.

 

28 Vraag van Alexander Van Hoecke aan Annelies Verlinden (Justitie, belast met de Noordzee) over "Een zoveelste noodkreet van het Brusselse parket over het gebrek aan plaatsen in jeugdinstellingen" (56015134C)

28 Question de Alexander Van Hoecke à Annelies Verlinden (Justice, chargée de la Mer du Nord) sur "Un énième cri d'alarme du parquet de Bruxelles sur le manque de places en IPPJ" (56015134C)

 

28.01  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Afgelopen zaterdag zijn in Leuven, Brussel en Nijvel een tiental minderjarigen gearresteerd voor ernstige feiten en geweldsdelicten. Zo vatte de politie zaterdagavond een groep Brusselse jongeren die een gewelddadige overval hadden gepleegd op drie personen in Leuven. Nog dezelfde avond in Nijvel werden vier andere Brusselse minderjarigen gearresteerd voor het plegen van een gewapende overval. Ook drieminderjarige dealers konden worden opgepakt in de Brusselse Noodwijk. Allen dienden ze vrijgelaten te worden door een gebrek aan plaatsen in instellingen.

Het schrijnend gebrek aan plaatsen in instellingen voor delinquente jongeren en het gebrek aan alternatieven voor de opvang van deze jongeren die in conflict zijn met de wet, vormen een belangrijk probleem dat dringend aangepakt moet worden, aldus het parket van Brussel. Volgens Moinil spreken de cijfers voor zich. 162 Franstalige jongeren staan momenteel op de wachtlijsten van de gesloten jeugdinstellingen in Franstalig België. 98 Franstalige jongeren die onder de bevoegdheid van de Franstalige jeugdrechtbank van Brussel vallen, zijn in afwachting van een mobiel begeleidingsteam.

 

"In die omstandigheden moeten we niet hopen dat de schietpartijen zullen ophouden", stelt Moinil, die zich ernstige zorgen maakt over de legitimiteit en het vertrouwen in het rechtssysteem als er niet dringend opnieuw geïnvesteerd wordt in onder meer ook jeugdbegeleiding en rechtsbedeling ten aanzien van minderjarigen. De rechtspleging voor minderjarigen moet volgens de procureur des Konings "dringend opnieuw worden uitgerold om het nut ervan te garanderen, door fors te investeren in opvoeding en leerplicht, maar ook in de opvang na het plegen van feiten, om te vermijden dat bij die jongeren een gevoel van almacht ontstaat".

 

Wat is de reactie van de minister op deze verontrustende, aanhoudende vaststellingen van het Brusselse parket?

 

Is de minister hieromtrent reeds in overleg getreden met de bevoegde ministers op deelstatelijk niveau? Zo nee, waarom  niet? Zo ja, wanneer? Wat was het resultaat van deze gesprekken? Welke maatregelen werden er genomen om aan deze problematiek, op korte-, middellange en lange termijn tegemoet te komen?

 

Welke initiatieven kan, en zal de minister zelf ondernemen om ervoor te zorgen dat er een einde komt aan de straffeloosheid?

 

Moinil hekelt ook een "rechtspleging voor minderjarigen met twee snelheden" in het noorden en het zuiden van het land. Onderschrijft u die stelling en hoe verklaart u dit onderscheid?

 

28.02 Minister Annelies Verlinden: Collega Van Hoecke, als minister van Justitie betreur ik uiteraard de situatie zoals die opnieuw door de procureur des Konings van Brussel aan de kaak werd gesteld. Weliswaar kan ik nu al verwijzen naar het antwoord dat ik u op 14 november heb gegeven met betrekking tot dezelfde problematiek.

 

Voor de volledigheid en duidelijkheid wil ik u er – allicht ten overvloede – opnieuw aan herinneren dat de gesloten jeugdinstellingen en de creatie van bijkomende plaatsen in jeugdinstellingen volledig behoren tot de bevoegdheid van de gefedereerde entiteiten. Ik raad u bijgevolg aan om uw vragen aan de bevoegde minister te stellen.

 

Dat neemt echter niet weg dat ik de noodkreet inzake de problematiek van het plaatstekort in de jeugdinstellingen ten volle onderschrijf. Wanneer jongeren die ernstige feiten plegen niet tijdig in een aangepaste gesloten instelling kunnen worden geplaatst, is dat problematisch voor hun opvang en hun begeleiding en voor de veiligheid van de samenleving. Dat is een situatie die dringend moet worden aangepakt.

 

Bovendien heeft dat capaciteitsprobleem indirect ook een impact op de federale aangelegenheden. Jongeren die onvoldoende begeleiding krijgen, lopen een veel hoger risico om later in het volwassen strafrecht terecht te komen.

 

Bovendien geeft die situatie aanleiding tot heel veel extra werklast voor federale magistraten en medewerkers. Ik wens hierbij nogmaals het belang te benadrukken van een geïntegreerde ketenaanpak, waarin op elke schakel van de veiligheidsketen voldoende en tijdig wordt ingezet en geïnvesteerd.

 

Wat ons betreft, is het dus essentieel dat de bevoegde overheden in voldoende plaatsen voorzien en zorgen voor een snelle aangepaste opvang. Ik onderstreep daarbij het belang van het wegwerken van de wachtlijsten, zowel in het belang van de openbare veiligheid, als om toekomstig crimineel gedrag en detentie te voorkomen.

 

28.03  Alexander Van Hoecke (VB): Mevrouw de minister, u geeft exact hetzelfde antwoord als op de vraag die ik u in november heb gesteld. Toen ging het ook over een aantal minderjarigen die heel ernstige feiten hadden gepleegd, waaronder aanrandingen , verkrachtingen en drugs- en geweldsdelicten, maar die toch op vrije voeten werden gesteld omdat ze niet in een gesloten instelling konden worden ondergebracht vanwege plaatstekort. U antwoordde toen ook dat dat niet uw bevoegdheid was, maar een verantwoordelijkheid van de deelstaten. Dat klopt, dat is inderdaad niet uw bevoegdheid, maar de verantwoordelijkheid van de deelstaatministers. Zoals ik de vorige keer ook heb gezegd, neemt dat echter niet weg dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is. U hebt er zelf op gehint dat wanneer zij volwassen zijn, doorstromen naar criminele milieus, wat ervoor zorgt dat justitie, ook met hen wordt geconfronteerd, zeker als zij niet op tijd naar een gesloten instelling kunnen om te worden geholpen.

 

De vragen die ik heb gesteld, zijn volgens mij relevant, maar u hebt ze niet beantwoord. U zegt dat het een bevoegdheid van de deelstaatministers is. Hebt u daarover al overleg gepleegd met hen? Hebt u hen daarover aangeschreven? Het is het openbaar ministerie, de procureur des Konings van Brussel, die onder uw bevoegdheid valt, die aan de alarmbel trekt. Dan zou ik als minister van Justitie naar de ministers van de deelstaten bellen en hun zeggen dat we met een heel groot probleem zitten en hun vragen wat ze doen om daaraan te verhelpen.

 

U hebt ook niet geantwoord op de vraag of dat probleem totaal verschillend is in het noorden en het zuiden van het land, ook iets waarop procureur des Konings Moinil gehint heeft. Ik zou toch graag iets meer verantwoordelijkheidszin in dit dossier zien. Ik heb die vragen trouwens ook laten stellen aan de Vlaamse deelstaatminister, maar daar lijkt dezelfde mentaliteit te heersen. Men trekt de handen ervan af en het is altijd de verantwoordelijkheid van iemand anders. Zo geraken we nergens en blijven we met situaties geconfronteerd worden waarin tientallen jongeren vrijkomen omdat ze niet naar een gesloten instelling kunnen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

Le président: Pour rappel, je vais citer les questions qui sont déclarées sans objet au regard de l'article 127.10 du Règlement. Il s'agit des questions n° 56014275C de M. Legasse, n° 56014290C de M. Aouasti, n° 56014300C de Mme Oru et n° 56014680C de Mme Eggermont. J'ajoute que la question n° 56014085C de M. El Yakhloufi est reportée.

 

28.04  Annelies Verlinden, ministre: (…)

 

Le président: J'ai compté, il y a eu 22 reports aujourd'hui, ce qui est vraiment beaucoup.

 

28.05  Annelies Verlinden, ministre: (…)

 

Le président: Le problème, c'est que je ne fais la communication ici qu'aux bons élèves, qui étaient présents. C'est la raison pour laquelle j'ai rappelé qu'on ne pouvait reporter qu'une seule fois. Je crois que c'est la dérive du fait qu'on ne puisse plus transformer les questions en questions écrites. Du coup, maintenant, tout le monde va reporter, dans le doute. Je porterai ce point au président de la Chambre et à la Conférence des présidents pour voir s'il n'y a pas quelque chose à améliorer à ce sujet, mais je suis d'accord avec vous.

 

Merci aux services, à vos équipes, madame la ministre, et aux collègues qui sont encore présents.

 

La réunion publique de commission est levée à 19 h 05.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 19.05 uur.