Commissie voor Buitenlandse Betrekkingen

Commission des Relations extérieures

 

van

 

Woensdag 1 april 2026

 

Namiddag

 

______

 

 

du

 

Mercredi 1 avril 2026

 

Après-midi

 

______

 

La réunion publique de commission est ouverte à 13 h 51 et présidée par Mme Charlotte Deborsu.

De openbare commissievergadering wordt geopend om 13.51 uur en voorgezeten door mevrouw Charlotte Deborsu.

 

Les textes figurant en italique dans le Compte rendu intégral n’ont pas été prononcés et sont la reproduction exacte des textes déposés par les auteurs.

De teksten die cursief zijn opgenomen in het Integraal Verslag werden niet uitgesproken en steunen uitsluitend op de tekst die de spreker heeft ingediend.

 

La présidente: Bonjour à toutes et à tous, nous commencerons par le débat sur le Moyen-Orient. Nous donnerons cinq minutes à chaque groupe politique, que vous pouvez vous partager au sein de votre groupe.

 

01 Actualiteitsdebat over de situatie in het Midden-Oosten en toegevoegde vragen van

- Sam Van Rooy aan Bart De Wever (eerste minister) over "De oorlog met Iran: de houding van en de impact op België" (56013771C)

- Lydia Mutyebele Ngoi aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in het Midden-Oosten na de aanval van Israël en de VS" (56013806C)

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De repatriëring van Belgen" (56013859C)

- Ellen Samyn aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in de Evin-gevangenis en die van professor Ahmadreza Djalali" (56013861C)

- Kathleen Depoorter aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De stabiliteit in het Midden-Oosten" (56013883C)

- Darya Safai aan Bart De Wever (eerste minister) over "De politieke ontwikkelingen in Iran" (56013884C)

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De repatriëring van Belgen na de aanvallen op Iran" (56013929C)

- Ellen Samyn aan Bart De Wever (eerste minister) over "De situatie in Iran" (56013942C)

- Ellen Samyn aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De moeizame repatriëring van onze landgenoten uit de Golfstaten" (56013945C)

- Peter Mertens aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in het Midden-Oosten" (56013955C)

- Nabil Boukili aan Bart De Wever (eerste minister) over "De toestand in het Midden-Oosten" (56013956C)

- Peter Mertens aan Bart De Wever (eerste minister) over "De situatie in het Midden-Oosten" (56013957C)

- Sam Van Rooy aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het gesprek van de minister met de Iraanse ambassadeur" (56013964C)

- Darya Safai aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De landgenoten in Iran" (56014099C)

- Michel De Maegd aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De repatriëring van de Belgen die gestrand zijn in het Midden-Oosten" (56014113C)

- Michel De Maegd aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het Belgische standpunt over de oorlog in Libanon" (56014114C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De oorlog in Iran" (56014141C)

- Ellen Samyn aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De uitspraken van de Iraanse ambassadeur in België en de rol van de Iraanse ambassade" (56014142C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie van de Zweeds-Iraanse academicus Ahmadreza Djalali" (56014153C)

- Michel De Maegd aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het conflict in het Midden-Oosten" (56014168C)

- Lydia Mutyebele Ngoi aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Onze landgenoten en de politieke gevangenen in Iran" (56014175C)

- Nabil Boukili aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in het Midden-Oosten" (56014216C)

- Nabil Boukili aan Bart De Wever (eerste minister) over "De situatie in het Midden-Oosten" (56014217C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De politieke moord op een Iraanse activist in Canada" (56014287C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De Israëlische aanvallen op woonwijken in Libanon" (56014288C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in het Midden-Oosten" (56014317C)

- Darya Safai aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De gezamenlijke verklaring over de Straat van Hormuz" (56014363C)

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het plan van de regering om onze export en onze economische belangen te beschermen" (56014370C)

- Nabil Boukili aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De Belgische militaire steun in het Midden-Oosten" (56014392C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De Straat van Hormuz" (56014400C)

- Darya Safai aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het gebruik van ballistische raketten door Iran" (56014402C)

- Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De rampzalige situatie in Libanon" (56014658C)

- Pierre Kompany aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De gevolgen van de derde Golfoorlog voor de wereldwijde voedselzekerheid" (56014678C)

- Rajae Maouane aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in het Midden-Oosten" (56014710C)

- Rajae Maouane aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De dood van een blauwhelm in Libanon" (56014711C)

- Rajae Maouane aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in Libanon en de uitbreiding van een veiligheidszone" (56014712C)

- Charlotte Deborsu aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De alarmerende situatie in Libanon" (56014745C)

- Charlotte Deborsu aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De Belgische hulp bij het stabiliseren van de situatie in het Midden-Oosten" (56014746C)

- François De Smet aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De oorlog in Iran en het standpunt van de Belgische regering" (56014751C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De coalitie voor een Belgische missie in de Straat van Hormuz" (56014758C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De annexatieoorlog van Israël in Libanon" (56014760C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het Midden-Oosten en de rol van de minister van Defensie als schaduwminister van Buitenlandse Zaken" (56014762C)

- Pierre Kompany aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in het Midden-Oosten" (56014777C)

- Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De door Frankrijk gevraagde spoedvergadering van de VN-Veiligheidsraad" (56014785C)

01 Débat d’actualité sur la situation au Moyen-Orient et questions jointes de

- Sam Van Rooy à Bart De Wever (premier ministre) sur "La guerre avec l'Iran: la position belge et son impact sur notre pays" (56013771C)

- Lydia Mutyebele Ngoi à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Moyen-Orient à la suite de l'attaque d'Israël et des USA" (56013806C)

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le rapatriement des Belges" (56013859C)

- Ellen Samyn à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation à la prison d'Evin et celle du professeur Ahmadreza Djalali" (56013861C)

- Kathleen Depoorter à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La stabilité au Moyen-Orient" (56013883C)

- Darya Safai à Bart De Wever (premier ministre) sur "Les développements politiques en Iran" (56013884C)

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le rapatriement des Belges après les frappes sur l'Iran" (56013929C)

- Ellen Samyn à Bart De Wever (premier ministre) sur "La situation en Iran" (56013942C)

- Ellen Samyn à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le difficile rapatriement de nos compatriotes depuis les pays du Golfe" (56013945C)

- Peter Mertens à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Moyen-Orient" (56013955C)

- Nabil Boukili à Bart De Wever (premier ministre) sur "La situation au Moyen-Orient" (56013956C)

- Peter Mertens à Bart De Wever (premier ministre) sur "La situation au Moyen-Orient" (56013957C)

- Sam Van Rooy à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'entrevue du ministre avec l'ambassadeur d'Iran" (56013964C)

- Darya Safai à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les compatriotes se trouvant en Iran" (56014099C)

- Michel De Maegd à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les rapatriements des Belges bloqués au Moyen-Orient" (56014113C)

- Michel De Maegd à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La position belge sur la guerre au Liban" (56014114C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La guerre en Iran" (56014141C)

- Ellen Samyn à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les propos tenus par l'ambassadeur iranien en Belgique et le rôle de l'ambassade d'Iran" (56014142C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation de l'universitaire suédo-iranien Ahmadreza Djalali" (56014153C)

- Michel De Maegd à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le conflit au Moyen-Orient" (56014168C)

- Lydia Mutyebele Ngoi à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les ressortissants belges et les prisonniers politiques en Iran" (56014175C)

- Nabil Boukili à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Moyen-Orient" (56014216C)

- Nabil Boukili à Bart De Wever (premier ministre) sur "La situation au Moyen-Orient" (56014217C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'assassinat politique d'un militant iranien au Canada" (56014287C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les bombardements de quartiers résidentiels au Liban par Israël" (56014288C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Moyen-Orient" (56014317C)

- Darya Safai à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La déclaration commune concernant le détroit d'Ormuz" (56014363C)

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le plan du gouvernement en vue de protéger nos exportations et nos intérêts économiques" (56014370C)

- Nabil Boukili à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le soutien militaire belge au Moyen-Orient" (56014392C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le détroit d'Ormuz" (56014400C)

- Darya Safai à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'utilisation de missiles balistiques par l'Iran" (56014402C)

- Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation catastrophique au Liban" (56014658C)

- Pierre Kompany à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les conséquences de la troisième guerre du Golfe pour la sécurité alimentaire mondiale" (56014678C)

- Rajae Maouane à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Moyen-Orient" (56014710C)

- Rajae Maouane à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La mort d'un Casque bleu au Liban" (56014711C)

- Rajae Maouane à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Liban et l'extension d'une zone de sécurité" (56014712C)

- Charlotte Deborsu à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La sItuation alarmante au Liban" (56014745C)

- Charlotte Deborsu à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le soutien belge à la stabilisation du Moyen-Orient" (56014746C)

- François De Smet à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La guerre en Iran et la position du gouvernement belge" (56014751C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La coalition en faveur d'une mission belge dans le détroit d'Ormuz" (56014758C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La guerre d'annexion menée par Israël au Liban" (56014760C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le Moyen-Orient et le rôle du ministre de la Défense comme ministre fantôme des Affaires étrangères" (56014762C)

- Pierre Kompany à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Moyen-Orient" (56014777C)

- Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La réunion d'urgence du Conseil de sécurité de l'ONU demandée par la France" (56014785C)

 

01.01  Ellen Samyn (VB): Mevrouw de voorzitster, ik verwijs voor al mijn vragen naar de schriftelijke versie.

 

Volgens recente berichten heeft professor Ahmadreza Djalali - de Zweeds-Iraanse academicus die ook gastlessen gaf aan de VUB en al jaren in Iran vastzit - kort contact gehad met zijn echtgenote. In dat gesprek zou hij hebben gemeld dat de situatie in de Evin-gevangenis uiterst precair is: bewakers zouden verdwenen zijn, gevangenen zouden afgesloten zitten en er zouden ernstige problemen zijn met voedsel, water en basisvoorzieningen. Ook andere bronnen en families van buitenlandse gedetineerden wijzen op schade in de omgeving van Evin en toenemende onzekerheid over de veiligheid en toegang tot elementaire zorg.

 

Graag verneem ik van de minister:

Beschikt u op dit moment over informatie over de veiligheidssituatie in en rond de Evin-gevangenis: toegang tot voedsel, water, medische zorg, interne orde/veiligheid?

Heeft België via diplomatieke kanalen of partners rechtstreeks contact kunnen leggen met de Iraanse autoriteiten over Evin, en zo ja, welke garanties werden gevraagd of verkregen inzake behandeling, zorg en bescherming van de gedetineerden?

Heeft u recente informatie over de toestand en verblijfplaats van professor Ahmadreza Djalali? Beschikt u over informatie over zijn medische toestand, eventuele behandeling en de toegang tot medicijnen?

Verblijven er momenteel in de Evin-gevangenis Belgen, of personen met Belgische verblijfsstatus of nauwe banden met België (bv. langdurig verblijf, gezin, beroepsbanden, academische banden)?

Welke informatie heeft u over de aanwezigheid en toestand van andere westerse gedetineerden in Evin, en welke EU-coördinatie gebeurt hierover?

 

Sinds de gezamenlijke Amerikaanse en Israëlische interventies die op 28 februari 2026 begonnen, volgen de ontwikkelingen in Iran elkaar snel op. Meerdere militaire en politieke doelwitten werden geraakt, en volgens verschillende internationale berichtgevingen zijn verschillende Iraanse kopstukken om het leven gekomen.

Tegelijk zien we een snel wijzigend beeld op het terrein, met onzekerheid over de resterende slagkracht van het regime, mogelijke interne machtsstrijd en risico's op escalatie en bijkomende burgerlijke slachtoffers.

 

Graag verneem ik van de eerste minister:

Welke geverifieerde informatie ontvangt u vandaag via onze inlichtingendiensten, diplomatieke kanalen en EU/NAVO-partners over de interne machtsverhoudingen in Iran (revolutionaire garde, veiligheidsdiensten, interim-structuren)?

Heeft de regering een inschatting van de resterende politieke en militaire capaciteit van het regime - command & control, binnenlandse ordehandhaving, luchtafweer, raket- en dronecapaciteit -, en hoe vaak wordt die inschatting geactualiseerd?

Ziet u indicaties van lokale machtsvacua of gebieden waar burgers/actoren de controle proberen over te nemen, en welke scenario's hanteert België?

Hoeveel Belgische onderdanen bevinden zich volgens de meest recente gegevens nog in Iran, hoeveel zijn geregistreerd bij Buitenlandse Zaken, en welke concrete stappen zijn genomen om vertrek te faciliteren (advies, noodkanalen, evacuatieopties)?

Welke impactanalyse maakt de regering voor Belgische belangen: regionale veiligheid, energieprijzen, migratiestromen en het risico op gijzeldiplomatie?

 

De repatriëring van Belgen die vastzitten in de Golfstaten verloopt moeizaam en zorgt voor grote onzekerheid bij de betrokkenen en hun families. Op vrijdag 6 maart 2026 raakte bekend dat een geplande repatriëringsvlucht niet kon doorgaan omdat de nodige overvlucht- en/of landingsvergunningen onder meer met betrekking tot Egypte- uitbleven.

Tegelijk is de communicatie opvallend wisselend geweest: in de media leek het eerst wel te kunnen, vervolgens niet, en er ontstond ook een publiek spanningsveld in de berichtgeving tussen uzelf en minister Francken over de timing en het karakter van de operatie.

Bovendien zien we dat buurlanden sneller operationeel waren: sommige Belgen zijn intussen al via Nederland of via een Luxemburgse operatie gerepatrieerd.

 

Graag verneem ik van de minister

Wat is de exacte reden dat de vereiste diplomatieke en administratieve toestemmingen (met name m.b.t. het Egyptische luchtruim/landing) op 6 maart niet rond waren voor de Belgische operatie?

Hoe verklaart u dat onze buurlanden wél de nodige “clearance" en praktische doorvoer konden realiseren, terwijl België vastliep?

In welke mate is voorafgaand aan deze missie overleg geweest met EU-partners en bestaande mechanismen om overvluchtrechten, slots en doorvoer gezamenlijk te regelen, zodat lidstaten elkaar niet voor de voeten lopen maar juist versterken?

Er was publieke verwarring: eerst werd een militaire repatriëring aangekondigd, daarna werd bericht dat ze niet doorging, en vervolgens werd opnieuw gesproken over vluchten “morgen". Hoe verklaart u die tegenstrijdige communicatie, en wie had finaal de operationele lead in de externe communicatie; Buitenlandse Zaken, Defensie, of beiden?

Hoeveel Belgen zijn intussen op eigen initiatief teruggekeerd (commercieel, via omwegen), en hoeveel Belgen werden geholpen via andere landen? Hoe organiseert u de nazorg en registratie zodat families correcte info krijgen?

U gaf aan dat er o.a. een toestel richting Europa vertrok met Belgen aan boord en dat daarna opnieuw zou worden ingezet richting Muscat, met bijkomende evaluatie van opties vanuit o.a. de VAE en Libanon. Kan u de actuele planning voor de volgende dagen helder schetsen: aantallen, vertrekpunten, criteria voor prioritering en communicatielijnen voor betrokkenen?

 

In een interview met VRT NWS heeft de Iraanse ambassadeur in België, Seyed Mohammad Ali Robatjazi, recent de positie van het Iraanse regime verdedigd. Hij stelde onder meer dat Iran geen agressor zou zijn en dat westerse landen het internationaal recht selectief toepassen. Volgens hem plaatst België “politiek boven recht".

Daar komt nog bij dat Iran in het verleden al gelinkt werd aan terroristische activiteiten op Europees grondgebied, onder meer via de zaak-Assadi, waarbij een Iraanse diplomaat betrokken was bij het plannen van een aanslag. Recent werd bovendien nog een Iraans koppel in Sint-Truiden aangehouden dat dreigde met aanslagen in België.

 

Daarom heb ik de volgende vragen:

Hoe beoordeelt u de uitspraken van de Iraanse ambassadeur, die stelt dat westerse landen het internationaal recht selectief toepassen en dat België “politiek boven recht plaatst"?

Heeft u de Iraanse ambassadeur hierover gesproken?

Hoe beoordelen onze veiligheidsdiensten vandaag het risico dat kan uitgaan van de Iraanse diplomatieke aanwezigheid in België, in het licht van de eerdere terreurzaak rond diplomaat Assadolah Assadi en de recente arrestatie van een Iraans koppel dat dreigde met aanslagen? Is er een link met dit laatste incident?

 

01.02  Sam Van Rooy (VB): De operaties Roaring Lion en Epic Fury van de VS en Israël zijn nu ongeveer 4,5 weken bezig. Er werden al talloze moorddadige jihadisten geëlimineerd, onder wie ook de zogenaamde opperste leider, de jihadistische massaslachter, de moslimterrorist Ali Khamenei.

 

Tot wel 90 % van het wapenarsenaal en de militaire capaciteiten van de jihadistische Islamitische Republiek zou vernietigd zijn. Daarnaast worden ook de shariatirannen, de moordenaars van de Basij, uitgeschakeld, vooral door Israël. Iraniërs juichen en applaudisseren daar massaal voor – hoe zou u zelf zijn?

 

Al meer dan een maand blokkeert de Islamitische Republiek het internet, wat betekent dat het regime in Iran meer dan ooit martelt, verkracht en executeert. Daarvoor importeert de Islamitische Republiek zelfs jihadisten uit Irak en Afghanistan – het grootste tuig op aarde, minister.

 

De Duitse bondskanselier Merz verklaarde: "Iran is grotendeels verantwoordelijk voor de terreur van Hamas, Hezbollah en de Houthi’s. Iran is het centrum van het internationale terrorisme en dat centrum moet worden uitgeschakeld. De Amerikanen en Israëliërs doen dat op hun eigen manier." Dat zijn niet mijn woorden, maar die van de Duitse bondskanselier Merz.

 

De vraag die ik had willen stellen aan premier De Wever, die deze vraag helaas heeft doorgeschoven naar u, minister Prévot, is of hij, of u, of deze regering de mening van de Duitse bondskanselier deelt. Ik ben benieuwd naar het antwoord dat u ook in naam van premier De Wever zult geven.

 

In de commissie zei u enkele weken geleden dat u met de Iraanse ambassadeur zou spreken. Wanneer is dat gepland? Indien dat gesprek al heeft plaatsgevonden, wat hebt u hem gezegd en wat was zijn reactie? Hebt u hem aangesproken over Hezbollah, de jihadistische proxy van de Islamitische Republiek in Libanon? Zo nee, waarom niet? Zo ja, graag een toelichting. Ik hoop alleszins dat u die jihadistische smeerlap, die moordenaar, dat shariatuig op ons grondgebied, kritischer hebt bevraagd dan de jongens en meisjes van de VRT in Terzake.

 

01.03  Lydia Mutyebele Ngoi (PS): Monsieur le ministre, la guerre lancée par Israël et les USA contre l'Iran, qui devait être courte selon le président américain, entre dans son deuxième mois et aucun signe de désescalade n'apparaît à l'horizon. Les soldats américains se concentrent au Moyen-Orient, et les infrastructures énergétiques sont de plus en plus visées par les parties prenantes. Le détroit d'Ormuz continue à être bloqué par l'Iran, les prix de l'énergie en Belgique et ailleurs semblent chaque jour dépasser des records et les conséquences économiques risquent d'être ressenties pendant longtemps, particulièrement en Asie, en Afrique et en Europe. Les USA, eux, peuvent se réfugier derrière leurs propres réserves énergétiques, pendant qu'ils jettent le reste du monde dans le chaos.

 

Cette guerre illégale, rappelons-le, sans la moindre stratégie de sortie, sans plan de paix, sans concertation avec l'Union européenne ou l'OTAN, ne porte en elle aucune perspective de paix et d'émancipation pour le peuple iranien, qui est complètement ignoré par les trois belligérants qui n'ont jamais tenu leur bien-être comme priorité.

 

Récemment, les pays du Golfe ont demandé à la Belgique un soutien défensif pour faire face aux attaques des missiles et des drones iraniens. Vous avez décidé d'y répondre en rejoignant une mission de sécurisation du détroit d'Ormuz une fois que la paix sera rétablie durablement. Que la Belgique ne participe pas directement à cette guerre illégale est une très bonne chose. Ces États-Unis-là, qui ne ressemblent plus en rien à nos alliés, devraient s'estimer heureux qu'une coalition se crée pour pallier les conséquences de leur propre guerre, lancée unilatéralement, sans préparation. Mais les contours de cette intervention restent flous. Ce flou, dans cette période si trouble, est extrêmement dangereux pour nos ressortissants et nos éventuels soldats.

 

En Iran, les rapports, notamment ceux de Human Rights Watch, ont fait état d'une répression violente inouïe lors des manifestations de janvier et février derniers, qui a fait des milliers de prisonniers politiques, avec une systématisation de la torture, des condamnations à mort qui s'enchaînent dans un contexte de plus en plus répressif, à la suite des manifestations puis de la guerre. Le sort des prisonniers politiques demeure au cœur de nos préoccupations. Le prix Nobel de la paix Narges Mohammadi a été condamné à une nouvelle peine de prison dans des conditions de santé précaires, aggravées par une grève de la faim. Son cas emblématique ne doit pas faire oublier des milliers d'autres militantes et militants.

 

Au-delà des frontières iraniennes, nous sommes également préoccupés par une répression transnationale exercée par le régime. Des membres de la diaspora iranienne en Belgique rapportent des menaces, du harcèlement, des tentatives d'intimidation visant à faire taire toute voix dissidente sur notre sol.

 

Monsieur le ministre, pouvez-vous faire un point sur la situation des ressortissants belges ou binationaux encore présents dans le Golfe ou en Iran? Avez-vous des nouvelles concernant le docteur Ahmadreza Djalali? Comment la Belgique entend-elle peser pour exiger la libération immédiate inconditionnelle de Narges Mohammadi et de l'ensemble des prisonniers politiques?

 

Quelles mesures concrètes la Belgique prend-elle pour identifier et neutraliser les agents du régime impliqués dans la répression transnationale sur notre territoire afin de garantir la sécurité de la diaspora iranienne?

 

Pouvez-vous expliquer les contours, les objectifs, les moyens et les ressources mobilisées pour la participation belge à la sécurisation du détroit d'Ormuz? Quels sont les critères pour établir une situation qui sera pacifiée afin que nous puissions intervenir, comme vous l'aviez dit? Attendrez-vous un mandat international avant d'envoyer des Belges vers le détroit? Et, enfin, ferez-vous écho aux décisions italiennes, françaises, espagnoles d'interdire tout transit ou survol de ressources militaires américaines destinées à cette guerre illégale?

 

01.04  Christophe Lacroix (PS): Madame la présidente, je renvoie à la version écrite déposée de mes questions.

 

Monsieur le Ministre,

 

Depuis le 2 mars 2026, le Liban est plongé dans une spirale de violences d'une intensité inédite depuis des décennies. Les opérations militaires israéliennes se sont étendues du Sud-Liban jusqu'aux banlieues sud de Beyrouth, provoquant en seulement quelques jours plus d'un million de personnes, soit près d'un cinquième de la population libanaise, déplacées et plus de 1 000 civils tués, en grande majorité dans des zones densément peuplées frappées par les bombardements israéliens.

Le Haut-Commissariat aux droits de l'homme dénonce des attaques détruisant des immeubles résidentiels entiers, ainsi que des frappes touchant des tentes de déplacés et des installations médicales, ce qui pourrait constituer des violations graves du droit international humanitaire.

 

Dans un contexte où les ordres d'évacuation massifs, la destruction d'infrastructures civiles, le ciblage de zones densément peuplées et l'effondrement des services essentiels rappellent tragiquement les méthodes observées à Gaza ces dernières années, de nombreuses voix au Liban comme à l'international parlent désormais du « Liban comme nouveau Gaza ».

 

Monsieur le Ministre, au regard de ces éléments particulièrement préoccupants :

 

Comment qualifiez-vous l'évolution de la situation humanitaire et sécuritaire au Liban ?

Quelles initiatives la Belgique entend-elle prendre, tant au niveau européen que de l'ONU, pour exiger la protection des civils, pour demander le respect strict du droit international humanitaire par toutes les parties et pour éviter qu'un territoire déjà fragilisé ne devienne un nouveau théâtre de guerre totale comparable à Gaza ?

Enfin, la Belgique prévoit-elle d'intensifier son aide humanitaire au Liban, notamment pour soutenir les hôpitaux frappés, les familles déplacées et la garantie de l'accès à l'éducation pour les enfants réfugiés dans les écoles transformées en centres d'accueil ?

La Belgique compte-t-elle enfin renforcer le mandat de la Finul ?​

 

Monsieur le Ministre,

Hier, la France a officiellement demandé la tenue d’une réunion d’urgence du Conseil de sécurité des Nations unies, à la suite de la mort de plusieurs Casques bleus de la FINUL dans le sud du Liban, victimes d’explosions dont l’origine demeure inconnue. Comme l’a rappelé le ministre français Jean-Noël Barrot, ces attaques sont « inacceptables et injustifiables », et nécessitent une enquête complète et rapide afin d’établir les responsabilités et de garantir la sécurité du personnel onusien sur le terrain.

La France n’a pas attendu : elle a agi immédiatement, en condamnant fermement ces attaques et en mobilisant l’arène multilatérale pour protéger les Casques bleus et défendre le droit international.

Pendant ce temps, la Belgique – pays engagé dans le maintien de la paix, membre actif des Nations unies et fervent défenseur du multilatéralisme – reste silencieuse.

 

Monsieur le Ministre :

 

Qu’attend notre pays pour se joindre à cette initiative ?

 

Notre pays compte-t-il condamner fermement ces attaques contre le personnel onusien ?

 

La France, via son ministre des Affaires étrangères, a tenu des propos clairs et sans ambiguïté. La Belgique a-t-elle pris contact avec ses partenaires européens et onusiens pour envisager une réponse diplomatique coordonnée ?

Monsieur le Ministre, dans un contexte où la sécurité collective est mise à mal, notre silence devient un choix politique. Qu’attendons-nous pour bouger ?​

 

01.05  Darya Safai (N-VA): Mijnheer de minister, de oorlog in het Midden-Oosten gaat verschillende richtingen uit, waardoor het belangrijk is dat wij als westerse, Europese landen eindelijk beslissen aan welke kant wij staan. Uiteraard weet ik dat België aan de kant van het Westen staat en tegen het regime is. Belangrijk is echter dat we beseffen dat we ons momenteel in gevaarlijke tijden bevinden. Bij bepaalde collega's bestaan veel sentimenten tegen onze bondgenoot Amerika, maar we moeten in die context steeds onze eigen belangen centraal plaatsen. Daarom kunnen we die oorlog niet negeren of wegzetten met de redenering dat president Trump ermee is begonnen, dat wij nu niets meer kunnen doen, dat we ons luchtruim zullen moeten sluiten enzovoort. De gevolgen van die keuzes kunnen tegen ons werken.

 

Het regime van Iran vermoordt niet alleen dissidenten in eigen land, maar valt ook buurlanden aan, inclusief moslimlanden en zelfs zijn eigen bondgenoten, zoals Oman en ook alle andere Arabische landen in de Golfregio. Wat denkt u dan dat dat regime tegenover het Westen wil doen? Zelfs als België zich afzijdig wil houden, wat ik respecteer als dat de beslissing van de regering is, zal het regime van Iran ons niet sparen. Het is niet omdat we denken dat als we braaf zijn, het goed zal aflopen.

 

Het is van belang dat wij onze NAVO-bondgenoot steunen, en dat vergt diplomatie. Vandaag zien we dat bepaalde Europese landen tegen dat idee ingaan, terwijl de NAVO nog altijd ons bondgenootschap is. Men kan moeilijk tegen het openhouden van de Straat van Hormuz zijn. We moeten die heropenen en openhouden, want dat is in ons eigen belang. Daarvoor moeten wij ons inzetten. Men kan blijven stellen dat tegengas nodig is tegenover president Trump, maar dat brengt ons nergens. Uiteindelijk zal dit in een of andere vorm ook onze oorlog zijn.

 

Ook België moet zijn belangen verdedigen. Die liggen vandaag onder meer in de Straat van Hormuz, die wij mee moeten helpen openhouden. Tegen die plannen ingaan, betekent dat wij onszelf in de voet schieten.

 

Als president Trump vandaag verklaart dat de NAVO niets meer betekent als bondgenoten hem niet kunnen helpen en zelfs hun luchtruim sluiten in bijvoorbeeld Italië, dan is dat ergens begrijpelijk. Amerika investeert al jaren in die bases om ze op een bepaald moment te kunnen gebruiken. Ik kan weliswaar de kritiek begrijpen dat dat plan niet vooraf met de NAVO is besproken. De vraag is echter wat de oplossing nu is. Sommige collega's, en zeker bepaalde Europese landen, hebben altijd de mond vol over diplomatie. Dat is goed, maar zij willen diplomatie met het regime van Iran. Zodra het echter over de eigen bondgenoot gaat, de belangrijkste en grootste bondgenoot van Europa, namelijk Amerika, wordt ineens gesteld dat dat plan moet worden tegengehouden. Dat is heel controversieel. Ik begrijp dat niet. Wij hebben altijd gepleit voor diplomatie en nu is het ineens alles tegenhouden omdat Amerika ons niet vooraf op de hoogte heeft gebracht van een oorlog die ook in het belang van Europa is. Westerse landen hebben er immers alle baat bij dat het regime in Iran verandert.

 

Als kind moesten wij in Iran elke dag op de vlaggen van alle Europese landen stappen en jullie dood wensen. Als we nu denken dat zij langeafstandsraketten zullen hebben om ons te 'aaien', dan is dat gewoon verkeerd. Zodra ze de kans krijgen, zullen ze die tegen ons, Europeanen, gebruiken. Dat is belangrijk om te weten. Nucleaire wapens zijn bijzonder slecht voor de toekomst van de hele wereld. We moeten ze tegenhouden. Langeafstandsraketten zijn er al. Ze hebben al oefeningen uitgevoerd om eilanden te raken op meer dan 4.000 kilometer van Iran. Ze kunnen dus Brussel, Parijs en andere steden bereiken. We bevinden ons nu midden in die oorlog.

 

Collega’s, ik vind dat we onze strategie voor de toekomst moeten herdenken.

 

Mijnheer de minister, wat is het standpunt van de regering ter zake?

 

01.06  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la présidente, je vais essayer de ne pas dépasser les cinq minutes.

 

Monsieur le ministre, en ce qui concerne la guerre en Iran, il faut rappeler que cette guerre d’agression entamée par les ÉtatsUnis et Israël contre lIran est une guerre illégale, en dehors de toute règle du droit international. Elle a été déclenchée de manière unilatérale par ces deux armées, sans consulter leurs alliés.

 

Aujourd’hui, cette guerre a des conséquences sur place, pour les populations locales. Les bombardements touchent des civils. Je rappelle notamment que 150 fillettes d’une école ont été assassinées par des bombes américaines, alors même que les États-Unis avaient prétendu aller libérer le peuple iranien. Aujourd'hui, les conséquences ne se limitent pas aux victimes sur place mais elles affectent également l’économie mondiale, notamment en Belgique en ce qui concerne les prix de l’énergie.

 

La priorité pour notre pays doit être de savoir comment agir et comment mobiliser notre énergie pour arrêter cette guerre. Commençons par condamner cette guerre et son illégalité, mais aussi par réfléchir à la manière de contribuer à y mettre fin, plutôt que, comme le souhaitent certains – notamment la NVA –, de nous engager dans un conflit qui nest pas le nôtre. Cest une guerre déclenchée par les Américains pour des intérêts stratégiques et économiques. Nous navons rien à gagner à nous y engager.

 

Nous avons reçu une demande de pays du Golfe pour participer à des opérations dites défensives. Je ne sais pas ce que l’on entend par "défensives" lorsqu’il s’agit d’aller dans des pays qui abritent des bases militaires américaines participant aux attaques contre l’Iran. Estce vraiment défensif?

 

Monsieur le ministre, pouvezvous confirmer que la Belgique ne va pas sengager dans cette guerre et quelle nenverra ni armes ni militaires dans la région pour soutenir la guerre illégale des ÉtatsUnis?

 

Nous avons vu l’Espagne devenir aujourd’hui un exemple en matière de diplomatie. La Belgique ferait bien de s’en inspirer. L’Espagne a récemment fermé son espace aérien aux avions militaires américains. Ils ne discutent même pas d’une éventuelle aide. Ils ferment leur espace aérien – après avoir fermé leurs bases –, pour éviter qu’il ne soit utilisé dans cette guerre.

 

Selon des informations récentes, notamment du Wall Street Journal, les drones et les navires américains ayant mené des bombardements ont été ravitaillés, armés et déployés par le biais de différentes bases européennes. Pour la Belgique, la situation reste incertaine.

 

Monsieur le ministre, des vols militaires traversent-ils notre espace aérien en lien avec la guerre en Iran? Des ordres pour des opérations des États-Unis au Moyen-Orient sont-ils donnés depuis des quartiers généraux de l’OTAN ou belges situés dans notre pays? Voilà pour ce qui concerne la guerre en Iran.

 

Deuxièmement, au Moyen-Orient, parmi les agresseurs contre l’Iran figure Israël. Ce lundi, Israël a voté une loi qui autorise ou légalise la peine de mort contre les Palestiniens, une loi destinée spécifiquement à ces derniers. Cela signifie que tout ce qui se pratiquait déjà dans les prisons israéliennes en matière de torture, d’assassinats ou d’emprisonnements illégaux est aujourd'hui légal.

 

Nous avons entendu des réactions de la France et d’autres pays mais, à ma connaissance, la Belgique n’a pas pris position sur cette loi. Puisque nous sommes prêts à participer à des guerres pour défendre la démocratie – aux côtés de régimes comme les régimes saoudien ou émirati, qui sont de grandes démocraties, comme tout le monde le sait –, avons-nous réagi à cette loi d’apartheid votée par le Parlement israélien? Celle-ci met en place une peine de mort destinée spécifiquement à la population palestinienne et va leur permettre de continuer à les assassiner alors qu’un génocide est en cours. Désormais, ils mettent également en place des voies légales pour poursuivre ce génocide. Quelle est votre position, monsieur le ministre, sur cette loi d’apartheid?

 

01.07  Pierre Kompany (Les Engagés): Monsieur le ministre, le conflit au Moyen-Orient fait rage. Je voudrais, dans mon intervention, exprimer deux inquiétudes à ce sujet. La première concerne une éventuelle intervention militaire belge dans la région et la seconde concerne les conséquences de ce conflit en matière de sécurité alimentaire mondiale.

 

La question d'une éventuelle intervention militaire belge dans la région est à l'agenda du gouvernement. D'une part, certains partenaires de la Belgique (Arabie saoudite, Émirats arabes unis) ont demandé à bénéficier d'un soutien face à la réponse iranienne aux attaques israélo-américaines. D'autre part, la fermeture du détroit d'Ormuz entraîne des conséquences importantes sur l'approvisionnement énergétique et, plus largement, sur l'économie mondiale. Cela conduit à s'interroger sur le meilleur moyen de le rouvrir.

 

Dans le cadre d'une éventuelle opération de sécurisation du détroit, concrétisée par six pays dont la France et le Royaume-Uni, ce dernier a demandé officiellement à la Belgique d'y participer. Le kern a décidé que la Belgique pourrait y répondre favorablement, à deux conditions: un cessez-le-feu durable et une mission au cadre international clair.

 

Il n'y a pas encore eu de décision sur les demandes d'aide bilatérale. Comme vous le savez, Les Engagés y sont favorables. Si nous voulons continuer à exercer une influence sur la scène internationale, nous devons nous tenir prêts à prendre des décisions courageuses. La crédibilité et la fiabilité de notre pays sont également en jeu.

 

Monsieur le ministre, voici mes questions en ce qui concerne d'éventuelles interventions militaires belges. Pourriez-vous nous préciser les demandes d'aide bilatérale de nos partenaires et nous spécifier de quels moyens nous disposons pour leur répondre? S'agissant d'une éventuelle opération internationale dans le détroit, aux conditions fixées par le kern, pourriez-vous nous dire quelle participation de la Belgique serait envisagée et quelles seraient les conditions pour la fin de la mission?

 

Ensuite, le déclenchement de cette troisième guerre du Golfe est le blocage du détroit d'Ormuz, qui entraîne d'importantes conséquences en matière de sécurité alimentaire mondiale, spécialement en lien avec les engrais. En effet, environ un tiers de l'engrais transporté par voie maritime dans le monde transite par le détroit d'Ormuz. Ces intrants agricoles sont produits en grande partie avec du gaz présent en grande quantité dans la région, faisant des pays du Golfe de grands producteurs. En sens inverse, certaines denrées alimentaires passent aussi par le détroit d'Ormuz à destination des pays du Golfe. Ceux-ci importent jusqu'à 85 % de leurs besoins alimentaires. Avec le blocage du détroit, le Programme alimentaire mondial de l'ONU redoute que 45 millions d'habitants de la région se retrouvent bientôt en insécurité alimentaire.

 

Parallèlement, certains États ont pris des mesures face au danger de pénurie d'engrais. Ainsi, la Chine a décidé de bloquer les exportations d'engrais pour être certaine d'en garder suffisamment à des prix raisonnables pour son marché intérieur.

 

Monsieur le ministre, cette situation conduit à une forte augmentation des prix et à un risque important de pénurie.

 

La présidente: Monsieur Kompany, pouvez-vous conclure?

 

01.08  Pierre Kompany (Les Engagés): J'ai presque fini.

 

Ce seront, une fois de plus, les pays et les populations les plus faibles qui ne pourront pas se procurer ces intrants. Cela risque de conduire à une production beaucoup plus faible et donc, au final, à des famines.

 

Mes questions sont les suivantes en ce qui concerne la sécurité alimentaire mondiale. Monsieur le ministre, avez-vous eu des discussions sur ce problème dans le cadre bilatéral, européen ou international? Avez-vous eu des contacts avec des pays menacés par cette pénurie ou ces prix? Quelles démarches la Belgique et l'Union européenne entendent-elles réaliser pour faire face à cette situation?

 

01.09  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, het wordt steeds duidelijker dat er geen enkel plan is voor de roekeloze en illegale oorlog van de Verenigde Staten en Israël. Die leidt nergens toe en zorgt enkel voor meer chaos en sleurt iedereen met zich. Onschuldige burgers zijn de eerste en grootste slachtoffers van deze geweldspiraal. De mensen in dit halfrond die eerst stonden te juichen voor de acties van Trump en Netanyahu zien nu hopelijk in dat dit geweld nergens toe leidt.

 

Wat op dit moment vooral telt, is dat alle mogelijke middelen worden aangewend om mensen in nood te helpen en om een verdere ontsporing van deze humanitaire catastrofe te voorkomen.

 

Vooruit is blij dat deze regering inmiddels heeft beslist dat België op geen enkele manier zal deelnemen aan het conflict. Dit is niet onze oorlog. Wij zijn landen die hun eigen burgers schenden en die oorlogen in Jemen en Soedan sponsoren geen enkele militaire hulp verschuldigd. België zou enkel kunnen deelnemen aan een beveiligingsmissie in de Straat van Hormuz in geval van een staakt-het-vuren en onder internationaal mandaat. Alleen zo kunnen we voor vrede en veiligheid zorgen.

 

Ik heb de volgende vragen.

 

Ten eerste, wat doet u om de humanitaire hulp op te schalen en humanitaire corridors in te richten? Ten tweede, op welke manier zijn België en de EU betrokken bij stappen richting een concreet en onmiddellijk staakt-het-vuren? Ten derde, welke diplomatieke initiatieven neemt u om burgers, burgerinfrastructuur, civiele handel en scheepvaart te beschermen? Ten vierde, kunt u bevestigen dat België elke Europese militaire missie in deze regio blokkeert zolang er geen garanties zijn voor een politiek proces richting vrede? Ten vijfde, wat doet u om Europa te bewegen richting een eensgezind en krachtig antwoord tegen deze oorlog en escalatie?

 

Ik heb ook nog een vraag over Libanon, waarover ik graag uw visie zou vernemen. Wat is de houding van België ten aanzien van de escalatie aldaar, vooral vanuit Israël en de massa’s vluchtelingen en al meer dan 1.000 doden die dat met zich brengt?

 

Ik heb ook nog een vraag over professor Djalali die al tien jaar gevangen zit. Beschikt u over enige informatie over zijn toestand in de gevangenis?

 

01.10  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, le temps de parole étant limité, je vais tenter de regrouper mes questions en une seule intervention.

 

Depuis le début du mois de mars, la guerre illégale lancée par Israël et les États-Unis en Iran et au Moyen-Orient a plongé la région, et en particulier les populations civiles, dans une situation d’une extrême gravité. Au Liban, les frappes ont causé plus de 1 200 morts, dont plus de 120 enfants, et provoqué le déplacement de plus d’un million de personnes. Des familles vivent aujourd’hui dans des conditions indignes, avec un accès très limité à l’eau et aux installations sanitaires. Les infrastructures civiles sont massivement ciblées, notamment les infrastructures énergétiques et de transport, ce qui aggrave encore la crise humanitaire.

 

La situation a franchi un seuil supplémentaire: alors qu’un Casque bleu avait été tué au moment du dépôt de ma question, ce sont aujourd’hui trois soldats des Nations Unies qui ont perdu la vie dans une position de la FINUL, pourtant protégée par le droit international. Il ne s’agit donc plus uniquement de civils exposés, mais également de forces internationales mandatées par les Nations Unies. Par ailleurs, les annonces du gouvernement israélien relatives à "l’extension" d’une "zone de sécurité" jusqu’au fleuve Litani, accompagnées de destructions d’infrastructures et d’un isolement progressif de territoires entiers, suscitent de vives préoccupations. Nous sommes confrontés à une prise de contrôle territoriale de facto, à une colonisation supplémentaire, à des déplacements massifs de populations et à une modification durable du territoire libanais.

 

Dans ce contexte, des lignes rouges du droit international sont à nouveau franchies, un comportement dont l’État d’Israël est coutumier. Les principes fondamentaux du droit international humanitaire sont gravement mis à l’épreuve.

 

Monsieur le ministre, comment le gouvernement belge qualifie-t-il les opérations militaires israéliennes au Liban, qui frappent des zones civiles, provoquent des déplacements massifs et exposent également les forces des Nations Unies? Quelle est la position de la Belgique face à ces violations du droit international et aux déplacements forcés de populations libanaises? La Belgique est-elle prête à condamner explicitement cette stratégie de colonisation d'Israël et à soutenir les initiatives internationales visant à en empêcher la mise en œuvre? Considère-t-elle toujours Israël comme un pays allié? Enfin, quelles initiatives concrètes la Belgique entend-elle porter afin de garantir la sécurité des Casques bleus et d’exiger un cessez-le-feu immédiat, à l’instar d’autres pays européens?

 

Je m’arrête ici pour laisser la parole à ma collègue.

 

01.11  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, "The war in Iran has been disastrous. The US has left itself with no good options." Dan is de vraag hoe wij ons daartegenover opstellen en wat ons land zal doen.

 

Mijn eerste vaststelling is dat wij er nog altijd niet in geslaagd zijn om te zeggen wat de Duitse premier wel duidelijk heeft gezegd, namelijk dat dit desastreus en illegaal is geweest. Ons land krijgt dat nog altijd niet over de lippen. Ondertussen zit de bevolking tussen hamer en aambeeld. Dat is niet onlogisch, want er is een totale spagaat binnen de regering. De kakofonie blijft voortduren. In de buitenlandse berichtgeving over ons land verklaart de minister van Defensie Theo Francken: "The strike on Iran is fully justified". Men heeft het in het Nederlands aangepast op de website van de N-VA, maar de Engelstalige versie is nog niet gewijzigd.

 

Mijn vraag is dus wat de werkelijke positie van deze regering is met betrekking tot de oorlog in Iran. Is het de rol van de minister van Defensie om dergelijke uitspraken te doen? Is dat de officiële lijn? Bestaat er een verschil tussen de Nederlandstalige, Franstalige en Engelstalige communicatie? Wat een puinhoop! Wat is de positie van ons land ten gronde? Wat is de officiële positie? Dat is mijn eerste vraag.

 

Mijn tweede vraag betreft de humanitaire catastrofe. De vraag over de heer Djalali is al gesteld. De bevolking zit tussen bombardementen op onder meer farmaceutische bedrijven, scholen en energie-infrastructuur, met verstikkende lucht tot gevolg. Er vinden executies plaats onder het bewind van de volgende Khamenei. Hoe zullen wij die bevolking daadwerkelijk helpen? Wat zullen wij concreet doen?

 

Daarnaast heb ik een vraag over wat zich momenteel in Libanon afspeelt. Israël maakt gebruik van de situatie om, zoals het zelf aangeeft, zijn nationale grens te verleggen tot aan de rivier in Libanon. In dat verband verwijs ik naar de gezamenlijke verklaring die deze regering op Europees niveau heeft ondertekend, waarin staat: "the responsibility for this situation lies with Hezbollah".

 

Dat is een bijzonder signaal op een moment dat Israël al meer dan een maand het Gazamodel toepast, namelijk een genocidaal model van etnische zuivering in Libanon, met onder meer double tap-aanvallen en aanvallen op blauwhelmen. Kunt u verklaren waarom ons land deze communicatie heeft ondertekend?

 

Een volgend punt is de situatie in Gaza zelf. Op welke manier zult u daarmee omgaan? Zult u eindelijk uit het associatieakkoord stappen? Ons land kan dat eenzijdig doen.

 

Het zijn drie heldere vragen, waarop ik graag drie heldere antwoorden wil krijgen. Ik heb nog tientallen andere vragen, die ik allemaal schriftelijk zal indienen, want ik wil daar graag een antwoord op krijgen. Dit debat verdient veel beter dan een … in tweeënhalve minuut. Ik wil op die drie vragen vandaag een antwoord.

 

Waarom hebt u die positie ingenomen op het Europese niveau met de verwijzing naar Hezbollah in plaats van naar Israël? Wat zult u doen met het associatieakkoord? Hoe zult u de bevolking beschermen? Welke positie neemt ons land echt in over de illegale oorlog in Iran, waarover zelfs in de VS alle commentatoren vernietigend zijn en dit land nog altijd met meel in de mond praat?

 

01.12  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, we zien de oorlog in het Midden-Oosten dag na dag escaleren. De economische chaos die daardoor wordt veroorzaakt, is nu natuurlijk compleet. In enkele weken, las ik vanmorgen in De Tijd, verdampte naar schatting 12.000 miljard dollar aan beurswaarde op de wereldmarkten. De economische schade is dus enorm, onvoorstelbaar als we zulke bedragen horen.

 

In de vijfde week van de oorlog is de Straat van Hormuz op slot, schieten de olie- en gasprijzen omhoog en nemen de zorgen over tekorten aan diesel en kerosine toe. Intussen blaast de Amerikaanse president warm en koud over het eindspel en over de exitstrategie, al is het de vraag of er wel effectief één is.

 

Tot nader order is er geen staakt-het-vuren en ook geen plan om de economische chaos te beperken. Dat, mijnheer de minister, maakt de situatie zo gevaarlijk want vandaag weet niemand wat de Amerikaanse lijn echt is. De ene dag horen we Donald Trump zeggen dat he wants to take Iran’s oil en zegt hij dat de VS desnoods Kharg, Irans belangrijkste olie-exporthub, kan innemen; en de andere dag zegt hij dat de nieuwe Iraanse leiders zeer redelijk zijn en dat een akkoord nog altijd mogelijk is. Hij zegt dat niet eens op afzonderlijke momenten. Soms zegt hij dat in hetzelfde interview en soms zelfs in dezelfde zin. Ongelooflijk!

 

Nu de Houthi’s ook stap voor stap toetreden tot deze oorlog en aanvallen lanceren op schepen in de Rode Zee en in de Straat van Bab-el-Mandeb wordt de situatie alleen maar uitzichtlozer. Intussen, mijnheer de minister, blijft het regime in Iran ogenschijnlijk vrij stabiel zitten, werkt het militaire commando nog steeds naar behoren en behoudt het zijn aanvalscapaciteiten. Daar heeft het toch alle schijn van. Niemand weet dus waar dit conflict zal eindigen.

 

De inzet van het debat is dus niet alleen wat er gebeurt in Iran, maar vooral ook wat België gaat doen. Wat doet ons land om onze huishoudens, onze economie en onze belangen te beschermen? Andere lidstaten kiezen voor de vlucht vooruit. Spanje heeft 5 miljard euro vrijgemaakt om de energieschok op te vangen. Hongarije heeft de brandstofprijzen geplafonneerd. Italië en Ierland hebben de accijnzen op brandstof verlaagd. En Frankrijk heeft gerichte steun aan getroffen sectoren aangekondigd.

 

De Europese Commissie komt van haar zijde deze week al met bijkomende maatregelen, zoals steun voor de energie-intensieve industrie, soepelere staatssteunregels voor brandstofmaatregelen en compensatie voor de stijgende ETS-kost. De vraag is dus niet of de crisis ons land zal raken. Ze raakt ons land nu al volop.

 

Mijnheer de minister, daarom heb ik een prangende vraag voor u. Liggen er maatregelen op tafel die verder gaan dan algemene oproepen tot de-escalatie?

 

Ik wil nog een aantal concrete vragen stellen die ik grotendeels al in eerste instantie heb voorgelegd.

 

Ten eerste, wat is de Belgische lezing van de Amerikaanse lijn? Is er volgens u nog een geloofwaardig diplomatiek spoor of zitten wij vooral met een risico op verdere escalatie zonder plan? Waar legt ons land de rode lijn? Was de aanval op Iran een rode lijn op zich? Zijn eventuele Amerikaanse boots on the ground een rode lijn? Heeft ons land eigenlijk rode lijnen of wordt alles getolereerd onder de noemer van zogezegde rechtvaardigheid en reële politiek? Het is heel belangrijk dat u zich daarover als minister van Buitenlandse Zaken kunt uitspreken.

 

Ten tweede, welk economisch noodplan ligt vandaag concreet op de regeringstafel als de crisis aanhoudt? Ik stel u die vraag niet enkel in uw hoedanigheid van minister van Buitenlandse Zaken, maar ook van vice-eersteminister. Wat doet de regering om energieprijzen, brandstofkosten en bevoorrading aan te pakken? Ligt er een Belgisch pakket klaar? Overweegt u ook compensaties voor transport- en energie-intensieve bedrijven? Welke positie verdedigt België binnen Europa op dat vlak? Vraagt ons land actief soepelere staatssteunregels en extra steun voor sectoren die nu worden getroffen? Hoe vermijden we dat lidstaten elkaar straks kapot concurreren voor schaarse olie- en gasleveringen met nog hogere prijzen tot gevolg? Ook wil ik duidelijkheid over onze belangen in de Golf en over een mogelijke Belgische betrokkenheid aldaar.

 

Te, derde, welke concrete vragen tot steun hebt u intussen gekregen van de Golfstaten? Van welke landen precies hebt u die vragen gekregen, op welk niveau en met welke inhoud? Welke vorm van steun ligt eventueel op tafel: logistiek, militair, bescherming van infrastructuur of louter politiek? Van welke landen hebt u welke vragen gekregen? Wat ligt in dat verband concreet op tafel?

 

Tot slot heb ik nog een vraag over de consulaire dimensie. Zijn er vandaag nog landgenoten die wachten op effectieve hulp om de regio te verlaten? Waar bevinden onze landgenoten zich precies? Welke ondersteuning krijgen zij momenteel? Net zoals de collega van Vooruit vraag ik me af hoe het is gesteld met de toestand van de heer Djalali ter plaatse.

 

Ik dank u voor uw antwoorden.

 

01.13  François De Smet (DéFI): Monsieur le ministre, il y aurait tant à dire sur ce conflit qui paraît à la fois fou et inconséquent. À ma connaissance, c'est la première fois qu'une hyperpuissance improvise une guerre. C'est aussi la première fois que l'on a un dirigeant aussi peu compétent, avec des moyens de destruction aussi considérables. Nous sommes tous plongés dans un conflit aux conséquences graves et imprévisibles, avec une actualité qui bouge d'heure en heure. Et j'ai de la compassion pour vous, monsieur le ministre. En effet, comment mener une ligne claire avec des expressions américaines qui se contredisent tant chaque jour que l'on ne peut prévoir ce qui va nous tomber dessus le lendemain.

 

Ma principale préoccupation, ici, aujourd'hui, c'est de comprendre la position de la Belgique. Car elle non plus, même si elle est moins difficile à suivre que la position américaine, je ne la comprends pas toujours. Nous avons des prises de position publiques complètement divergentes au sein de votre majorité, certains responsables appelant à une contribution de la Belgique à des efforts de sécurisation et de soutien au Golfe, d'autres arguant que nous ne devons absolument pas nous mêler de ce conflit. Parmi les interventions les plus déroutantes, notons celle du président du MR, M. Bouchez, disant que "le combat contre l'Iran serait notre guerre et un combat pour les valeur occidentales". Alors, nous serions tous heureux, moi le premier, si le régime des mollahs tombait et s'il était tombé. Là, nous aurions bien été obligés d'applaudir.

 

Mais tout indique que non seulement ce ne sera pas le cas dans l'immédiat, mais qu'en plus M. Trump est déjà prêt à négocier avec ce même régime tout en nous disant qu'il n'est plus tout à fait le même et que donc, le job est fait. Par conséquent, il va abandonner la population. Et malheureusement, M. Trump se fiche royalement du sort des Iraniens.

 

Ensuite, il y a de la perplexité concernant la récente décision annoncée par le gouvernement belge de contribuer au sein d'une coalition internationale à la protection, à la stabilisation du passage stratégique du détroit d'Ormuz, notamment via des moyens tels que des forces de déminage, en soulignant l'impact du conflit sur la sécurité maritime.

 

Dès lors, monsieur le ministre, pouvez-vous clarifier la position officielle du gouvernement belge concernant le conflit au Proche-Orient et les relations avec l'Iran? Quelle est la ligne politique fédérale de la Belgique à ce sujet? Comment s'articule-t-elle avec les positions exprimées publiquement par les membres de votre majorité? Comment le gouvernement entend-il concilier solidarité avec les partenaires internationaux (respect du droit international) et éviter une implication qui pourrait être interprétée comme un engagement direct dans ce conflit?

 

En ce qui concerne la sécurisation du détroit d'Ormuz, pourriez-vous préciser les modalités, les objectifs et le cadre juridique de cette contribution annoncée au sein de la coalition internationale? Quelle est la volonté politique du gouvernement belge en matière d'engagement? S'agit-il d'une participation strictement défensive et limitée comme cela a été évoqué? Sous quelles conditions cette contribution sera-t-elle concrètement mise en œuvre? Comment le gouvernement entend-il assurer la cohérence de ses décisions avec la politique étrangère belge et européenne, notamment au regard des principes de neutralité stratégique et de diplomatie?

 

01.14  Charlotte Deborsu (MR): Monsieur le ministre, la situation au Moyen-Orient se dégrade de jour en jour. Elle nous place face à une réalité simple: nous ne pouvons pas rester spectateurs, mais nous ne pouvons pas non plus agir à l'aveugle.

 

Dans ce contexte, je veux d'abord saluer votre volonté affichée, même complètement assumée, de contribuer à la sécurisation du détroit d'Ormuz dans un cadre international. Je pense sincèrement qu’il s’agit d’une approche responsable, à la fois pour protéger nos intérêts économiques et donc l'intérêt de nos citoyens, et pour préserver la crédibilité de notre diplomatie.

 

Derrière cette intention, plusieurs zones d'ombre subsistent. D'abord sur le cadre: on évoque une coalition internationale de 32 pays, dont une grande partie d'Européens. Pouvez-vous préciser dans quel dispositif la Belgique s'inscrirait? S'agirait-il d'une mission de surveillance maritime existante telle que l'European Maritime Awareness in the Strait of Hormuz (EMASoH) ou d'une nouvelle coalition? Ensuite, sur les conditions, vous avez été très clair: pas d'engagement sans mandat international et sans situation stable. Mais concrètement, qu'entendez-vous par “situation stable” dans une région où les lignes bougent en permanence? Et surtout, qui décide du moment auquel ce seuil est atteint?

 

Le troisième point est le contenu de notre engagement. On parle beaucoup de déminage, et il est vrai que la Belgique a une expertise reconnue dans le domaine. Mais dans les faits, nos capacités actuelles impliquent des projections considérables et elles ne sont pas conçues pour faire face à certaines menaces nouvelles telles que les drones. Dès lors, que serions-nous réellement capables de déployer, dans quel délai et avec quel niveau de protection pour nos militaires? En outre, comment garantir que cette mission reste strictement défensive?

 

Au-delà du détroit d'Ormuz, il y a une autre ligne de fracture qui nous inquiète particulièrement, c'est le Liban. Un pays dont, on le sait, l'équilibre est déjà fragile et qui est aujourd'hui au bord du basculement avec une invasion complètement illégale de la part d'Israël. Les chiffres parlent d'eux-mêmes: plus d'un million de déplacés, des infrastructures détruites, des zones entières menacées d'encerclement et un risque réel de catastrophe humanitaire, notamment dans le sud du pays.

 

Dans ce contexte, il importe de rappeler que la Belgique a déjà répondu présente avec une aide humanitaire et un soutien via les Nations Unies. Mais aujourd'hui, la situation dépasse complètement l'urgence. Elle pose une question politique et stratégique de fond. L'État libanais est affaibli et il peine à exercer pleinement son autorité. Face à cela, le Hezbollah continue de jouer un rôle central à la fois politique, militaire et social – un véritable État dans l'État. Dès lors, quelle est aujourd'hui la position claire de la Belgique sur cette double nature du Hezbollah? Surtout, cette distinction entre branche politique et branche armée est-elle encore tenable au vu de l'évolution récente de la situation?

 

Par ailleurs, la présence internationale reste essentielle. Je pense notamment à la FINUL, dont le mandat arrive à échéance en décembre 2026. Quelle position la Belgique entend-elle défendre concernant son renouvellement, notamment à la suite du décès de Casques bleus dans la région? Avec quelles priorités: stabilisation, protection des civils ou redéfinition complète du mandat?

 

Enfin, il y a la question très importante de l'anticipation. On le voit, et on l'a trop connu: agir une fois que la crise est installée, c'est déjà trop tard. Or, on ne veut pas vivre un second Gaza. Comment la Belgique entend-elle concrètement contribuer à éviter un effondrement supplémentaire du Liban? Dans quel cadre: européen, multilatéral ou bilatéral?

 

01.15  Maxime Prévot, ministre: Bonjour à chacune et à chacun. Vous m'avez posé un grand nombre de questions, pas moins de 35, uniquement sur la situation au Moyen-Orient et à raison, parce que le nombre important de questions que vous m'adressez traduit une inquiétude sincère, que je partage, en raison notamment des aspects humains, des aspects humanitaires, de la dimension régionale du conflit, mais aussi de ses répercussions sur notre sécurité, sur notre économie et sur notre société.

 

J'aurais envie de remercier d'abord M. De Smet pour sa compassion parce qu'effectivement, il n'est pas simple de tracer une voie et de garder un cap dans un environnement international qui se trouve chamboulé grosso modo toutes les 24 heures, au gré d'une décision, d'une humeur, d'un tweet.

 

Si les investisseurs ont besoin de prévisibilité et de stabilité pour pouvoir décider d'un investissement, les hommes et femmes politiques qui exercent des responsabilités sont généralement aussi friands de pouvoir disposer d'un peu de prévisibilité et de stabilité. Mais on doit faire sans aujourd'hui.

 

J'entends plusieurs d'entre vous prétendre que la position de la Belgique n'est pas claire. Je peux entendre la critique lorsqu'il s'agit de relayer des divergences de positionnement ou d'appréciation de la part de membres du gouvernement. On ne va pas faire semblant que ça n'existe pas. Je rappellerai simplement que sur la scène géopolitique internationale, la parole qui fait foi est celle du premier ministre ou du ministre des Affaires étrangères.

 

Certains prétendent que notre position n'est pas claire uniquement parce que notre position n'est pas conforme à leurs souhaits. Ça, c'est autre chose. Et donc, on ne peut pas faire correctement et intellectuellement ce procès en manque de clarté uniquement parce que la ligne que nous adoptons n'est pas nécessairement celle que chacune des factions politiques souhaiterait que nous adoptions.

 

Initialement, parmi les 35 questions, un tiers concernaient les opérations de rapatriement. Je dois vous avouer que j'ai cinq pages de réponse, détaillées presque minute par minute. Je ne veux certainement pas en réduire l'intérêt. Simplement, dans la séquence actuelle, l'enjeu n'est pas tant de commenter de A à Z ce qui fut, mais de davantage commenter ce qui est et ce qui sera. Donc, si vous m'y autorisez, je suggèrerais aux parlementaires qui sont intrinsèquement intéressés par le détail des opérations de rapatriement de me réintroduire une question écrite. Ma réponse est déjà prête. De la sorte, nous gagnerons de précieuses minutes aujourd'hui pour nous concentrer avant tout sur l'actualité.

 

La position du gouvernement, qui est en ligne avec celle de nos partenaires européens, reste inchangée. Je la rappelle: la désescalade immédiate, un cessez-le-feu rapide, le retour aux négociations pour trouver une solution durable – et donc, activer la diplomatie pour faire taire les armes. La protection des civils et des infrastructures civiles est impérative. J'exprime à nouveau ma solidarité au nom du gouvernement envers les pays attaqués et je salue en particulier la retenue des pays du Golfe qui, pour certains d'entre eux, comptent déjà par milliers le nombre de drones et de missiles qu'ils ont reçus sur la tête et qui restent d'un calme olympien. Je ne suis pas certain que beaucoup d'opinions publiques accepteraient une telle retenue de la part d'un gouvernement. Selon moi, cela participe évidemment d'une attitude responsable pour préserver au maximum ce qui reste de stabilité dans la région et éviter un embrasement total alors même que ces pays du Golfe seraient légitimés, en vertu du droit international, à pouvoir se prévaloir de la légitime défense.

 

Depuis longtemps, notre pays s'oppose aux politiques de la République islamique d'Iran. Ces dernières semaines, nous avons condamné les attaques iraniennes. Monsieur Van Rooy, j'ai d'ailleurs fait convoquer, le 3 mars dernier, l'ambassadeur d'Iran pour condamner fermement les attaques iraniennes et les manœuvres visant à fermer le détroit d'Ormuz. Pour autant, les opérations conjointes américaines et israéliennes – je le répète pour ceux qui feignent ne pas vouloir l'entendre – se placent clairement en dehors du droit international. Aucune preuve d'une attaque armée iranienne imminente ne permettait d'incarner la légitime défense au sens de la Charte des Nations Unies. Le cadre multilatéral doit retrouver ses lettres de noblesse. C'est une conviction profonde que j'ai eu l'occasion d'exprimer il y a quelques semaines encore au secrétaire général des Nations Unies, M. Guterres, que j'ai rencontré dans mes bureaux à Bruxelles.

 

Sur le terrain, les hostilités se poursuivent avec intensité. L'Iran cherche à maximaliser sa riposte pour augmenter le coût politique et le coût économique du conflit pour les États-Unis, pour Israël, pour le Golfe et pour d'autres partenaires, espérant de la sorte pousser Washington à reculer. Ne négligeons pas que la capacité de riposte de l'Iran demeure à ce jour importante. Si la coalition américano-israélienne affirme avoir atteint des objectifs militaires – en l'occurrence, les déclarations du président américain varient entre l'annonce imminente d'une victoire totale, le report de l'annonce d'une victoire, la perspective de l'annonce d'une victoire –, toujours est-il que ces démarches conjointes américano-israéliennes n'ont pas provoqué de basculement du régime, malgré la mort de plusieurs de ses cadres. La nomination de Mojtaba Khamenei comme guide suprême indique au contraire un durcissement et la mainmise de la faction conservatrice, avec le renforcement des gardiens de la révolution. Gardiens de la révolution que nous avons, conformément à notre accord de gouvernement et conjointement avec nos alliés européens, placés sur la liste européenne des organisations terroristes.

 

Mevrouw Lambrecht, mevrouw Samyn, door de crisis in de regio is informatie over de toestand omtrent de Evingevangenis nog onzekerder dan voordien. Het recentste rapport van de onafhankelijke internationale Fact-Finding Mission inzake Iran, gemandateerd door de VN-Mensenrechtenraad (UNHRC), waarschuwt ervoor om gewapende aanvallen op de gevangenis, zoals door Israël in juni 2025, niet te herhalen.

 

Madame Mutyebele Ngoi, nous n'avons pas connaissance de la présence de détenus belges dans les prisons iraniennes, en ce compris celle d'Evin. L'Iran ne reconnaissant pas la double nationalité, l'assistance consulaire n'est pas autorisée par l'Iran aux détenus qui auraient la double nationalité belgo-iranienne.

 

Mesdames Samyn, Lambrecht et Mutyebele Ngoi, la seule détention ayant un lien connu avec la Belgique est celle du professeur Djalali. Toutefois, celui-ci n'ayant pas la nationalité belge, nous ne sommes pas non plus informés par les autorités iraniennes de ses conditions de détention actuelles.

 

Nieuws over de toestand van professor Djalali is moeilijk te verkrijgen, zeker nu. Mijn diensten en ik blijven echter met meerdere betrokkenen in contact en zeker ook met Zweden, aangezien hij de Zweeds-Iraanse nationaliteit heeft. Het Belgische standpunt blijft duidelijk: we verzoeken de Iraanse autoriteit om dokter Djalali vrij te laten, zijn doodstraf nietig te verklaren en zijn detentieomstandigheden te verbeteren. Naast dokter Djalali blijven er vandaag verschillende onschuldige Europeanen opgesloten in Iran. We blijven ijveren voor de vrijlating van hen allen.

 

Je me permets de rappeler que c’est notamment pour cette raison qu’il serait totalement inopportun de fermer nos ambassades ou d’expulser les diplomates iraniens de notre pays, comme cela m’est parfois suggéré. Une telle décision limiterait considérablement notre capacité d’action, notamment par le biais des réseaux diplomatiques, pour tenter d’influencer le sort de certains ressortissants européens, de nos compatriotes belges, et a fortiori du professeur Djalali.

 

Madame Mutyebele Ngoi, au-delà de la situation des ressortissants européens dans les geôles iraniennes, la Belgique n’oublie pas le peuple iranien. Notre pays soutient ses aspirations légitimes et appelle à la libération immédiate et inconditionnelle de l’ensemble des prisonniers politiques, en ce compris Mme Narges Mohammadi.

 

Vandaag staat het aantal ingeschreven Belgen in Iran op 236. Slechts 2 reizigers zijn aangemeld op Travellers Online. De FOD Buitenlandse Zaken raadt elke burger aan om zijn of haar aanwezigheid te melden, opdat onze consulaire dienstverlening op de best mogelijke manier georganiseerd kan worden. De cijfers kunnen nog veranderen, als meer Belgen hun aanwezigheid in Iran op een later tijdstip melden.

 

De Belgische diplomaten van de ambassade van België in Teheran bevinden zich op dit moment in Bakoe in Azerbeidzjan, maar blijven van daaruit volledig operationeel. De FOD Buitenlandse Zaken heeft er geen zicht op of de Belgen aldaar nog een andere nationaliteit hebben. Van alle geregistreerde Belgen in Iran is er een tiental minderjarig. Onze ambassade in Teheran staat in nauw contact met alle Belgen en heeft bijvoorbeeld op 28 februari een bericht uitgestuurd naar alle ingeschreven Belgen met veiligheidsadviezen en -richtlijnen. Op 1 maart gaf de ambassade aan dat één Belg het land wou verlaten en heeft die Belg geïnformeerd over de manier waarop hij dat kon doen via Turkije.

 

Mevrouw Safai en Samyn, we hebben geen aanwijzingen dat delen van het Iraanse grondgebied niet langer onder controle van de Iraanse autoriteiten staan.

 

De eerste indirecte contacten vonden plaats tussen Iran en de Verenigde Starten. Iran beraadt zich momenteel over een 15-puntenplan van de VS, maar zelfs als het diplomatieke pad bestaat, is verdere escalatie met extra militaire inzet ook mogelijk. Uiteraard geven wij de voorkeur aan de stilte van de wapens om een dialoog mogelijk te maken.

 

Mijn diensten volgen nauwlettend de Iraanse transnationale activiteiten op ons grondgebied, in nauwe samenwerking met onze veiligheidsdiensten en internationale partners. De dreiging beperkt zich niet alleen tot Canada en het is dus van essentieel belang de dialoog met onze partners voort te zetten. De kwestie wordt besproken in de daarvoor bestemde vertrouwelijke fora.

 

Je vous invite à adresser vos questions complémentaires à mes homologues de la Justice et de l’Intérieur pour les matières relevant de leurs compétences.

 

En ce qui concerne les éventuels déploiements de militaires belges dans la région, monsieur Boukili, je vous invite à vous tourner vers mon homologue de la Défense.

 

N’oublions pas le Liban, où la situation demeure extrêmement préoccupante. Les attaques du Hezbollah et les ripostes massives israéliennes ont déjà entraîné le déplacement de plus d’un million de personnes et causé la mort de plus d’un millier de personnes. Lors du dernier Conseil des Affaires étrangères de l’Union européenne, j’ai à nouveau appelé au désarmement du Hezbollah et à la cessation de ses attaques. J’ai également condamné fermement les frappes israéliennes sur les zones densément peuplées dans les banlieues sud de Beyrouth.

 

Je tiens, au nom du gouvernement, à exprimer la solidarité de la Belgique et du peuple belge envers le peuple libanais, une fois de plus pris au piège d’une escalade de violence dont il est la première victime. Je compte me rendre sur place dans les prochains jours. Dès le début de la crise, j’ai été en contact avec le ministre des Affaires étrangères libanais, M. Youssef Raji, afin de lui témoigner notre soutien et de déterminer les modalités par lesquelles la Belgique peut apporter son aide. Sur le plan humanitaire, le gouvernement belge a livré, dès le 23 mars, une aide en nature via B-FAST, comprenant des kits d’hygiène, des matelas, des couvertures et d’autres biens de première nécessité, pour une valeur d'un peu plus de 160 000 euros. Il s’agissait d’une première réponse d’urgence.

 

Les prépositionnements humanitaires réalisés par la Belgique permettent également d’alimenter l’appel éclair lancé par les Nations Unies le 13 mars et de contribuer à l’intensification rapide de l’assistance sur le terrain. Plusieurs fonds flexibles auxquels la Belgique contribue de manière structurelle ont été activés ces dernières semaines. Une allocation de 3 millions d’euros versée fin 2025 au Fonds humanitaire pour le Liban du Bureau de la coordination des affaires humanitaires des Nations Unies (OCHA) a permis de libérer, le 12 mars, près de 15 millions de dollars pour répondre à l’urgence. Une contribution supplémentaire de la Belgique de 2 millions d’euros sera versée tr!s prochainement pour réalimenter ce mécanisme essentiel. Par ailleurs, le Fonds central d’intervention d’urgence d’OCHA, auquel la Belgique a contribué à hauteur de 20 millions d’euros fin 2025, a débloqué, le 13 mars, un montant de 15 millions de dollars en soutien direct aux personnes déplacées au Liban. Une nouvelle contribution belge de 17 millions d’euros sera également versée prochainement pour réalimenter ce fonds.

 

België steunt ook de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen. De Belgische bijdrage van 3,5 miljoen euro, die eind 2025 werd uitbetaald, heeft het mogelijk gemaakt om meer dan 500.000 Zwitserse frank ten voordele van het Libanese Rode Kruis vrij te maken. Hetzelfde bedrag zal binnenkort voor 2026 worden uitgekeerd.

 

Daarnaast heeft het Wereldvoedselprogramma het IRA, het Immediate Response Account, ingezet, onder meer dankzij de Belgische bijdrage die eind 2025 werd gestort, zodat op 4 maart 12,5 miljoen dollar voor noodhulp kon worden vrijgemaakt. Een nieuwe Belgische toewijzing van 5 miljoen euro zal in 2026 eveneens aan IRA worden overgemaakt.

 

Dankzij ons voorafstandpunt konden humanitaire actoren hun respons onmiddellijk opstarten, zonder op onze fondsen te moeten wachten.

 

Par ailleurs, comme l'a décidé le kern, vendredi dernier, nous étudions encore d'autres options pour aider les Libanais à court et à moyen terme.

 

Au niveau politique, pour celles et ceux notamment qui me suivent sur Twitter, j'ai immédiatement condamné l'attaque qui a causé la mort d'un Casque bleu indonésien, suivie de deux autres, et rappelé que les attaques contre les soldats de la paix sont une grave violation du droit international et peuvent constituer des crimes de guerre. La Belgique soutient, sans ambiguïté, la FINUL dans la mise en œuvre de son mandat.

 

Monsieur Lacroix, vous m'aviez aussi initialement interrogé sur une possible réunion d'urgence du Conseil de sécurité des Nations Unies à la suite des attaques contre la FINUL. Cette réunion a eu lieu hier. La Belgique aurait, bien entendu, pu la réclamer mais, comme vous le savez, le fonctionnement du Conseil est soumis à certaines procédures et, à la différence de la France, par exemple, nous ne sommes pas membres du Conseil de sécurité. Nous pouvions donc difficilement initier cette session, comme vous le suggériez. La Belgique peut, par contre, intervenir lors de débats ouverts, ce que nous faisons régulièrement quand il s'agit du Moyen-Orient.

 

De conclusie op de Europese Raad van 19 maart jongstleden was dat een gecoördineerde actie van de Europese Unie noodzakelijk is, gelet op het risico op een regionale escalatie.

 

De manière plus générale, j’ai fait une déclaration très claire en début de semaine sur la situation au Liban, déclaration que j’ai proposée à la cosignature de plusieurs pays à travers le globe et qui sera publiée aujourd’hui. L’objectif de cette déclaration est de mobiliser l’attention, de fédérer une réaction collective et d’envoyer un message clair aux belligérants en vue d’une désescalade immédiate.

 

Contactée dans ce cadre, la France nous a d’ailleurs elle-même informés qu’elle avait une idée similaire, mais avec un texte et un public différents. Quand je l’ai appris, j’ai décidé de cosigner également ses déclarations, car nos déclarations ne sont pas antagonistes, elles se complètent et se renforcent.

 

Je condamne fermement la décision du Hezbollah d’attaquer Israël en soutien à l’Iran. Le Hezbollah doit cesser immédiatement toutes les actions hostiles contre Israël et le Hezbollah doit être désarmé. L’Union européenne considère la branche militaire du Hezbollah comme une organisation terroriste et, madame Deborsu, notre accord de gouvernement prévoit de demander la suppression de la distinction artificielle entre la branche politique et la branche militaire du Hezbollah.

 

Israël a l’obligation de respecter pleinement le droit international humanitaire. Les attaques contre les civils, contre le personnel de santé, contre des travailleurs humanitaires, des journalistes, des infrastructures et des installations civiles sont toutes injustifiées et inacceptables.

 

Pour rappel, pour répondre à une question de Mme Almaci, sur la proposition que j’ai formulée en septembre dernier dans le cadre du débat autour de la reconnaissance de la Palestine, le gouvernement m’a donné mandat pour pouvoir, au niveau européen, appuyer toutes les initiatives qui pourraient contribuer à sanctionner Israël et ses attitudes hors de toute proportion et hors de tout respect du droit international, y compris la question de l’accord d’association entre l’Union européenne et Israël. Force est de constater qu’il n’y a toujours pas aujourd’hui de volonté de la part des partenaires européens de mettre ce type de dossier sur la table.

 

Ce n’est pas un défaut de volontarisme ni de mandat dans mon chef, puisque celui-ci est clairement mentionné dans la décision du 12 septembre, si j’ai bonne mémoire, qui a été prise par le Conseil des ministres. Les attaques doivent donc cesser immédiatement. Elles ne sont pas acceptables au vu de leur caractère indiscriminé et disproportionné. Des enquêtes indépendantes sont importantes pour garantir la responsabilité.

 

Mevrouw Lambrecht, ik zou dus de oprichting van een VN-onderzoekscommissie voor Libanon steunen.

 

Les opérations militaires israéliennes au Liban et les attaques du Hezbollah doivent toutes deux cesser. Israël doit aussi clairement respecter la souveraineté et l'intégrité territoriale du Liban. Je salue les récents efforts de réformes du gouvernement libanais dans plusieurs domaines. Ces efforts doivent être davantage soutenus, plutôt que sapés. Toutes les parties doivent respecter l'accord de cessez-le-feu de novembre 2024 et appliquer pleinement la résolution 1701 du Conseil de sécurité des Nations Unies. J'encourage vivement Israël à accepter l'appel des autorités libanaises à tenir des négociations directes.

 

Par ailleurs, chers collègues, nos services ont aussi contacté l'ensemble des ressortissants belges présents au Liban pour évaluer leurs besoins et leur offrir une éventuelle assistance. À ce jour, environ 1 800 Belges sont enregistrés comme résidents ou voyageurs sur place, un nombre qui, vous l'imaginez bien, fluctue quotidiennement. Il n'y a pour l'instant aucune demande d'évacuation. L'espace aérien reste ouvert et les compagnies commerciales maintiennent leurs opérations. Nous continuons cependant de suivre la situation de très près.

 

De financiële middelen die België aan de Syrische crisis heeft toegewezen zullen eveneens bijdragen aan de respons van de humanitaire actor ten gunste van Syrische vluchtelingen die door de escalatie nu genoodzaakt zijn vanuit Libanon naar Syrië terug te keren. België heeft eind 2025 eerst 10 miljoen euro gestort in het humanitaire fonds voor Syrië. Voor 2026 is een bijdrage van 7 miljoen euro gepland, die zo spoedig mogelijk zal worden uitbetaald.

 

Par ailleurs, une enveloppe de trois millions d'euros de financement a été octroyée au HCR fin 2025, à laquelle s'ajoute une nouvelle contribution de trois millions d'euros en 2026. Ce soutien permettra également de renforcer l'aide et la protection apportée aux réfugiés syriens qui retournent en Syrie.

 

Monsieur Boukili, je n'ai pas oublié votre question sur la récente décision d'instaurer la peine de mort à l'égard des Palestiniens. J'apporterai simplement la réponse du gouvernement un peu plus tard cet après-midi, à l'occasion des questions portant spécifiquement sur ce sujet, par respect pour les députés qui ont introduit ces questions.

 

Mijnheer Di Nunzio, wat kan ik zeggen over de internationale impact en de impact op de Belgische economie van het conflict in het Midden-Oosten? We wilden die oorlog niet, maar we lijden wel onder de gevolgen ervan. Naast de dramatische menselijke gevolgen is er de ernstige verstoring van de scheepvaartroutes, toeleveringsketens en energiemarkten. De aanvallen op energie-infrastructuur in Iran en de Golf hebben al invloed op de aandelenmarkten en op onze belangen. De bijna totale stilstand van het scheepvaartverkeer in de Straat van Hormuz beïnvloedt de energiemarkten, die al stijgende prijzen ervaren, evenals andere handelsstromen, waaronder die voor meststoffen.

 

Ne nous y trompons pas, j'ai entendu les interrogations de certains collègues questionnant l'attitude du gouvernement quant à la hausse des prix, nous demandant si nous allions prendre une décision. Je comprends que les citoyens ont les yeux rivés sur le prix de l'essence et du diesel à la pompe. J'entends qu'il y a une aspiration à ce que le gouvernement puisse intervenir.

 

Premièrement, la question de la fluctuation du prix à la pompe est probablement l'arbre qui cache la forêt. Il appartient également au gouvernement d'avoir une vue générale sur cette forêt, c'est-à-dire sur le risque majeur en matière d'approvisionnement dans les mois qui viennent, dès lors que l'énergie qui nous provenait des pays du Golfe – je pense singulièrement au Qatar – va commencer à faire défaut. Parallèlement, nous avons des moteurs nucléaires qui sont à l'arrêt pour maintenance et la pression sur l'ensemble des fournisseurs à travers le globe est énorme. Il convient de ne pas perdre de vue l'enjeu essentiel à devoir résoudre afin d'éviter que la pression sur les prix soit encore plus énorme dans les semaines et les mois qui viennent, alors que nous aborderons à ce moment-là l'hiver et le problème du remplissage des cuves de mazout pour se chauffer.

 

Deuxièmement, vous entendez autour de moi de nombreux responsables – y compris européens – attirer l'attention quant au fait que des interventions d'État destinées à compresser le coût à la pompe laissant penser que le problème n'est pas la raréfaction de la matière première créera également un problème. À travers le monde, il y a des pays qui sont intervenus pour tempérer le prix – ce que la Belgique n'a pas encore décidé de faire –, mais d'autres appellent à réduire le volume de consommation du pétrole et du gaz. Même si le gouvernement devait intervenir financièrement demain pour tempérer le prix à la pompe pour nos concitoyens, la raréfaction de l'énergie fossile disponible va de facto engendrer une augmentation des prix, peu importe le mécanisme que mettrait en place le gouvernement. Nous devons être conscients qu'il ne suffit pas de répondre aux citoyens inquiets que le gouvernement envisage d'intervenir financièrement pour tempérer de quelques dizaines de centimes le prix à la pompe, mais bien qu'une crise plus large de disponibilité des matières énergétiques fossiles se profile à court et moyen terme. Nous devons tous contribuer à y faire face par une adaptation de nos comportements.

 

Monsieur Kompany, pour répondre à une question que vous aviez introduite, le conflit aura également un impact sur d'autres flux commerciaux, comme nous l'avons vu en 2022. Par exemple, un cinquième de tous les engrais du monde traversent le détroit d'Ormuz, avec des conséquences sur le prix des aliments et d'autres produits utilisant ces engrais comme intrants.

 

Les perturbations vont affecter en premier lieu les pays du Sud, en particulier le continent africain, dans l’ordre: le Soudan, la Tanzanie, la Somalie, le Kenya, le Mozambique. Sans compter qu'une augmentation des prix du pétrole entraîne aussi, simultanément, une augmentation des prix de la nourriture, ce qui affecte davantage encore les pays les plus pauvres.

 

Ne nous y trompons pas – mais j'y reviendrai plus tard: quand on prétend que ceci n'est pas notre guerre, on oublie que cette insécurité alimentaire entraînera des flux migratoires additionnels, provenant du continent qui nous est géographiquement le plus proche.

 

Mevrouw Lambrecht, mevrouw Safai, mevrouw Almaci, de bescherming van de scheepvaart in de Straat van Hormuz stond ook centraal in de besprekingen op de Raad van Buitenlandse Zaken en de Europese Raad. Het prioritaire doel blijft de beëindiging van de vijandelijkheden. Verschillende partners willen een versterkt internationaal mechanisme opzetten voor de bescherming van de scheepvaart in de regio zodra de omstandigheden dat toelaten, dat wil zeggen nadat een duurzaam staakt-het-vuren is bereikt, en binnen een gestructureerd internationaal kader in overeenstemming met het internationaal recht. Het Belgisch beleid ligt volledig in lijn met dat kader.

 

Vous me permettrez de prendre un peu plus de temps pour développer ce sujet

 

Je viens donc de la rappeler, notre position est claire. Il s'agit d'être disposé à prendre part à l'action d'une coalition internationale, mais pas maintenant alors que pleuvent encore les bombes, parce que ni nous ni l'immense majorité de celles et ceux qui se sont inscrits dans cette coalition internationale ne sont demandeurs d'intervenir en terrain hostile et de risquer de donner l'apparence de rentrer en guerre contre l'Iran. La Belgique s'inscrit dans la même logique. Nous sommes partie prenante de cette coalition aux côtés d'autres nations qui envisagent de protéger le détroit d'Ormuz et de le sécuriser une fois qu'il y aura de la stabilité, une fois qu'il n'y aura plus d'actes de guerre, précisément pour éviter que dans les semaines et les mois qui suivront, il y ait une velléité quelconque de l'Iran de vouloir à nouveau utiliser le détroit d'Ormuz comme outil de chantage, de menace ou de pression.

 

On est donc bien dans le schéma d'une intervention collective, internationale, de nature défensive, a posteriori de la cessation des hostilités. Et c'est dans ce cadre que la Belgique a rappelé au président Macron et aux autres nations impliquées dans cette coalition que nous étions disponibles, notamment parce que nous avons de l'expertise. Il reviendra évidemment au ministre de la Défense le moment venu de la préciser, et au gouvernement de la valider, mais je pense singulièrement à notre capacité de déminage.

 

Permettez-moi de rebondir quand même sur la phrase que j'entends régulièrement ces derniers temps et qui, au risque de heurter l'un ou l'autre d'entre vous, m'apparaît quelque peu simpliste, si pas ridicule: celle qui prétend que cette guerre n'est pas la nôtre. Entendons-nous bien. Si vous dites que cette guerre n'est pas la nôtre au motif que nous n'avons pas déclenché cette guerre, que nous n'étions pas désireux de cette guerre, alors je vous rejoins à 100 %. Mais dire que cette guerre n'est pas la nôtre pour sous-entendre que nous devons pas nous impliquer, la regarder depuis le balcon et uniquement accepter d'en subir les conséquences douloureuses pour notre économie, notre sécurité, pour les populations concernées là-bas, alors j'ai un problème.

 

En effet, qu'est-ce qui empêcherait alors les États-Unis de dire que l'Ukraine n'est pas leur guerre? Qu'est-ce qui empêcherait, de même, les autres pays à travers le monde, auprès desquels nous sollicitons de la solidarité pour éviter d'alimenter les caisses de la Russie, d'affirmer que ce n'est pas leur guerre? Qu'est-ce qui empêcherait certains de considérer que nous n'avons pas non plus à nous soucier du Liban ou des Palestiniens, parce que ce ne serait pas notre guerre? C'est avoir la mémoire courte, y compris en se remémorant que, voici plusieurs décennies, les Américains n'ont, fort heureusement, pas considéré que ce qui se passait en Europe occidentale n'était pas leur guerre. C'est aussi avoir une faible capacité de perspective. Nous considérons que ce qui se passe en Palestine doit nous mobiliser, que ce qui se passe au Soudan doit nous questionner, que ce qui se passe au Liban doit nous interpeller, que ce qui se passe au Moyen-Orient doit également nous concerner. Quand vous me questionnez au sujet d'un conflit à travers le monde, accepteriez-vous que, demain, je n'ai rien à vous partager comme opinion, car ce n'est pas notre guerre? Soyons sérieux.

 

Même si nous ne l'avons pas souhaité, même si nous déplorons l'infraction manifeste au droit international que constitue l'action conjointe des États-Unis et d'Israël, aujourd'hui, en vertu du danger des actes terroristes qui pourraient être commis sur notre territoire – peut-être davantage que sur le territoire américain, au demeurant –, en raison des impacts économiques majeurs pour notre pays, notre prospérité et notre population, nous ne pouvons pas nous laver les mains en considérant que ce n'est pas notre guerre et que nous devons détourner le regard. Nous ne pouvons pas continuellement nous plaindre que ces faits se déroulent hors des balises du droit international et que nous n'ayons pas été prévenus, pour justifier que nous ne nous en occupions pas ou que nous ne nous y impliquions pas.

 

J'ai aussi rappelé que l'impact de cette guerre sur les questions énergétiques et de sécurité alimentaire allait déstructurer les continents qui nous sont voisins, en Afrique et en Asie. Ces événements influeront également sur les flux migratoires. Ces centaines de milliers de personnes qui vont notamment quitter le Liban et s'orienter vers les pays voisins, qui pourraient être tentées de gagner l'Europe et vouloir transiter par la Turquie constituent aussi des préoccupations qui vont devoir être les nôtres.

 

Bien sûr, il ne s’agit pas pour autant de s’engager aveuglément dans une démarche qui aurait toutes les apparences d’une hostilité ou d’une participation active à cette guerre. Nous ne parlons pas de l’envoi de F-16 pour bombarder Téhéran. Nous ne sommes pas dans le schéma que nous avons connu à l’époque de la Syrie, où nous avons pris part activement au conflit. Nous questionnons aujourd’hui notre capacité d’intervenir en soutien, en solidarité à des pays qui sont des alliés, dans une démarche exclusivement défensive. Et oui, je continue de penser que refuser de les aider constituerait une erreur géopolitique majeure.

 

Je respecte la pluralité des sensibilités sur cette question. J’entends qu’au sein même de notre coalition, les opinions sont diverses, mais je suis convaincu – et ce n’est pas pour rien qu’autant de pays à travers le monde se mobilisent aussi, dont l’extrême majorité des pays européens – qu’il y a un enjeu de court terme, mais aussi de moyen et long terme, qui doit pouvoir être pris en considération dans les analyses auxquelles nous nous livrons.

 

A fortiori, si l’on devait porter crédit aux nouvelles menaces proférées encore aujourd’hui par le président Trump de se désengager de l’OTAN – menace que nous devons pouvoir prendre au sérieux tout en ne succombant pas au chantage –, à supposer même qu’un jour cela se mette en œuvre, je pense que chacun comprendra encore mieux l’impérieuse nécessité d’avoir des alliés et, en cas de danger, de pouvoir compter sur une solidarité que nous sommes en train de refuser à certains de nos partenaires.

 

Il n'en demeure pas moins que cette crise démontre une nouvelle fois la nécessité de diversifier nos approvisionnements et de renforcer notre sécurité économique. C'est le principal rendez-vous de l'Europe avec elle-même dans les mois et dans les années qui viennent.

 

Notre diplomatie économique s'inscrit clairement dans cette logique. Je l'avais déjà indiqué dans notre note de politique générale, et c'est la raison pour laquelle nous diversifions nos partenaires: le Brésil, l'Inde, le Chili, le Vietnam ou la Turquie, où nous allons faire une mission économique avant l'été. Pour mettre la donnée géopolitique en perspective, je rappellerai que la Turquie est la deuxième plus grande armée au sein de l'OTAN et que les échanges commerciaux entre l'Europe et la Turquie sont deux fois plus importants que ceux que nous avons avec l'ensemble des pays du Mercosur.

 

Madame Deborsu, messieurs Kompany, Boukili, Mertens et Di Nunzio, c'est aussi d'ailleurs dans ce cadre de la diversification de nos partenariats que j'ai veillé à avoir des politiques renforcées, notamment avec le Maghreb, avec le Maroc ou encore hier avec l'Algérie.

 

Les pays du Golfe, en particulier Oman et les Émirats arabes unis, ont joué un rôle majeur pour aider nos ressortissants à rentrer chez eux. De nombreux Belges y sont encore et ces pays veillent aussi à leur sécurité. Je rappelle que les Émirats arabes unis abritent la deuxième plus grande communauté belge dans le monde arabe.

 

Outre les pays du Golfe, il y a la Jordanie où je me rendrai d'ailleurs également lors de mon passage dans la région pour gagner Beyrouth. La Jordanie est un partenaire de très longue date, un partenaire et un allié militaire depuis plus de 20 ans. C'est avec la Jordanie que nous avons pu organiser la livraison d'aide humanitaire à Gaza. C'est aussi la Jordanie qui nous permet d'organiser les évacuations de Gaza. En tout cas, actuellement, je souhaite les remercier pour le soin qu'ils prennent de nos ressortissants et pour leur collaboration à chaque fois fructueuse.

 

Les pays du Golfe ont affirmé qu'ils n'autorisaient pas l'usage de leur territoire ni de leur espace aérien pour les attaques initiées par les États-Unis et Israël contre l'Iran, et rien ne permet d'en douter. Ils sont donc aujourd'hui injustement attaqués par l'Iran et se contentent jusqu'ici de se défendre, ce qui est tout à leur honneur, comme je l'évoquais tout à l'heure.

 

Le simple fait d’accueillir des bases américaines sur leur sol ne fait pas d’eux des belligérants. De même, la Belgique ne deviendrait pas partie au conflit uniquement en les aidant à se défendre. Plusieurs pays nous ont demandé de l’aide, surtout militaire, car le besoin est réel. Ils sont attaqués chaque jour et massivement. Nous étudions sérieusement leurs demandes et, à défaut de pouvoir peut-être atteindre un compromis sur la dimension militaire du soutien qui pourrait leur être apporté, je veille au moins à ce que nous puissions répondre à certains besoins d’assistance sur les plans logistique ou médical.

 

Je souhaite terminer par un élément complémentaire, puisque vous m’interrogez également sur l’attitude de la Belgique en écho à des initiatives prises par d’autres pays visant à interdire l'accès à leur espace aérien aux avions militaires américains, certains plaidant pour que nous fassions de même. Il n’est pas envisagé à ce jour d’édicter une telle interdiction, car nous sommes conscients que nombre de ces avions militaires américains transitent par nos pays afin d’apporter l’aide militaire nécessaire aux pays du Golfe, pour qu’ils puissent légitimement se défendre contre les attaques iraniennes. Cela constituerait donc une forme de double peine pour ces pays si, en plus de refuser de les aider militairement, nous entravions la capacité d’autres alliés à leur venir en soutien.

 

Voilà, madame la présidente, les éléments que je souhaitais partager pour répondre avec davantage de précision aux questions d’actualité sur ce sujet. Je renvoie, comme je l’ai indiqué, mes collègues au soin d’introduire des questions écrites s’ils souhaitent connaître dans le détail le bilan des opérations de rapatriement, afin d’éviter de présenter ici des informations essentiellement d’ordre statistique.

 

Je vous remercie.

 

La présidente: Je me demande si les pages en question ne pourraient pas être incluses dans le rapport de la commission.

 

01.16  Maxime Prévot, ministre: J’en serais ravi si cela pouvait constituer une jurisprudence, mais j’ai le sentiment que les parlementaires ont la faculté de se référer à leurs questions pour qu’elles figurent in extenso dans le compte rendu, alors que je ne bénéficie pas de cette possibilité et que seul ce que je dis y est repris. Si je me trompe et que cela est possible, il existe bien des cas où cela m’arrangerait.

 

La présidente: Il me semble qu’on m’a confirmé que c’était possible.

 

01.17  Maxime Prévot, ministre: Si l’ensemble de la commission est d’accord, je propose donc de joindre le détail des informations sur les opérations de rapatriement à la suite de ma réponse.

 

01.18  Darya Safai (N-VA): Dank u, mijnheer de minister, voor uw steun en voor de duidelijke lijnen.

 

Ik ben blij hier te horen dat, ook al wilden wij niet dat die oorlog begon, het nu eenmaal ook onze oorlog is. Het is goed dat we solidariteit tonen aan onze bondgenoten. Dat is vandaag absoluut nodig, want bondgenoten zijn daarvoor gemaakt.

 

Voor degenen die spreken over de slachtoffers in Iran, ik betreur dat zij eigenlijk niets van die slachtoffers weten. Waar waren zij toen in twee nachten tijd de echte slachtoffers, 40.000 jonge mannen en meisjes, zijn gevallen? Waar waren zij op het moment dat de ouders van de mensen die op straat protesteerden tegen de ayatollahs hun eigen kinderen in lijkzakken moesten zoeken? Ik ken veel mensen die dat zelfs niet wilden zien, omdat de beelden zeer hard en zogezegd niet aangenaam waren. Dat is een feit.

 

U kunt veel zeggen over Iraniërs die nu worden gebombardeerd, maar kijk eens naar de beelden die uit Iran komen; er zijn er heel weinig, maar ze bestaan. Mensen zien die raketten en bommen en zeggen: "Dank u wel. Misschien kunnen jullie ons redden." Het zou wel heel veel gevraagd zijn om van slachtoffers, zoals bij de Holocaust, te verwachten dat zij zichzelf redden en dat wij niets voor hen kunnen doen. Als zij blij zijn dat er eindelijk wordt ingegrepen om hen te beschermen, dan is het bijzonder dat sommige politici dat hier bestempelen als een daad tegen de Iraanse bevolking. Iraniërs danken de bondgenoten voor die bescherming. Zij zien daarin een soort bescherming. Zij hebben jarenlang in armoede geleefd en zijn jarenlang het slachtoffer geweest van executies en vrouwenonderdrukking. Nu hebben ze eindelijk hoop.

 

Een regimeverandering zal er uiteraard niet komen door bombardementen alleen. Als het regime echter zo verzwakt is als nu het geval is, laat ons dan hopen dat de Iraniërs, dapper als ze zijn, hun eigen toekomst in handen nemen.

 

Mijn vergelijking met Auschwitz of de Holocaust maak ik niet zelf. Dat zeggen Joden zelf. Zij noemen dit een Iraanse Holocaust.

 

Collega’s, wees alstublieft niet hypocriet en doe niet alsof u bezorgd bent om de Iraniërs. Zij worden misschien eindelijk geholpen om naar buiten te komen en te doen wat absoluut nodig is, ook voor ons in het Westen.

 

Dank u wel.

 

01.19  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, bedankt voor uw zeer uitgebreide antwoord, maar we moeten wel eerlijk blijven.

 

Uit alles wat hier vandaag blijkt, volgt vooral dat de situatie in Iran verder ontspoort, dat er bijzonder weinig zekerheid is over wat de komende weken zullen brengen en dat het regime vooral verhardt. Dat blijkt onder meer uit het feit dat Iran, midden in het oorlogsgeweld, executies blijft uitvoeren.

 

Dat de situatie in Iran bijzonder zorgwekkend is, staat buiten kijf. We zien een toenemende escalatie, een toenemende repressie en ook onzekerheid voor westerse gedetineerden. U zegt dat u geen enkele informatie hebt. Ik denk uiteraard ook aan professor Djalali en hoop dat u de lijnen met Zweden openhoudt om informatie te verzamelen over zijn toestand. Zijn situatie blijft levensbedreigend. In een context van oorlogschaos en een regime dat al jarenlang aan gijzeldiplomatie doet, is het reële risico groot dat opnieuw andere westerse gevangenen als pasmunt worden ingezet.

 

We stellen ook vast dat de communicatie binnen de regering soms moeilijk te volgen is. Er wordt warm en koud geblazen. Net op het moment dat de regering duidelijkheid, paraatheid en slagkracht moet tonen, blijft ze vaak steken in algemene diplomatieke formules.

 

We hebben bovendien gezien dat er bij de coördinatie van de repatriëring uit de Golf verwarring en gebrekkige communicatie is ontstaan. Opnieuw lijkt het alsof andere landen sneller schakelen. Onze burgers verwachten terecht dat de overheid in crisistijden goed functioneert.

 

Hetzelfde geldt voor Iran zelf. U zegt dat u de diplomatieke banden niet wilt doorknippen. Intussen verspreidt de Iraanse ambassadeur hier propaganda van een regime dat bloed aan de handen heeft. De vraag rijst dan hoelang België diplomatieke terughoudendheid blijft verkiezen boven duidelijkheid. U kent ons standpunt. U hoort dit niet graag, maar ik blijf het herhalen en suggereren: sluit de Iraanse ambassade in Brussel. Met alle respect, de diplomatieke inspanningen komen naar mijn mening uitsluitend van Belgische zijde, niet van Iran. Zolang er geen democratische transitie is, heeft het geen zin een ambassade te blijven dulden waarvan bekend is dat ze fungeert als spreekbuis van een regime dat zijn eigen bevolking onderdrukt en terroriseert.

 

01.20  Sam Van Rooy (VB): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, weet u waarom landen als Jordanië en Egypte van Israël niets te vrezen hebben? Omdat die zich niet laten gebruiken als uitvalsbasis voor continue jihadistische terreuraanvallen op Israël door middel van het afvuren van raketten en andere terreuraanslagen. Laat Israël met rust, probeer Israël niet voortdurend te vernietigen en u zult van Israël niets te vrezen hebben.

 

Dezelfde redenering geldt trouwens voor de moorddadige Palestijnse terroristen die voortaan de doodstraf kunnen krijgen en dus nooit meer onschuldige mensen – Joden en Arabieren – zullen kunnen vermoorden. Aan de politici die hier vandaag geen verontwaardiging tonen over onschuldige tieners, sporters en studenten die door de Islamitische Republiek Iran worden geëxecuteerd, maar wel verontwaardigd zijn over Israël, dat de doodstraf invoert voor dat soort moorddadig jihadistisch tuig: uw moreel kompas is kapot.

 

De Duitse bondskanselier Merz heeft gezegd dat Iran het centrum is van de internationale terreur – Hamas, Hezbollah, de Houthis – en dat dat centrum moet worden uitgeschakeld. De Amerikanen en Israëliërs doen dat op hun manier. De Belgische regering daarentegen is laf. Net zoals bijvoorbeeld Australië heeft de Libanese minister van Buitenlandse Zaken zonet de Iraanse ambassadeur persona non grata verklaard. Wat doet u? U blijft praten met die jihadistische massamoordenaar uit Teheran, die elke dag bezig is met het martelen, verkrachten en executeren van onschuldige tieners, studenten en sporters.

 

Minister, stop met die lafheid! Toon eindelijk moed en ga aan de kant staan van het vrijheidslievende Iraanse volk.

 

01.21  Christophe Lacroix (PS): Merci, monsieur le ministre, pour tous les éléments de réponse que vous avez bien voulu apporter.

 

Je vais rebondir sur un élément. Quand vous dites: "dire que ce n'est pas notre guerre confine à la stupidité", je vous avoue…

 

(…): (…)

 

01.22  Christophe Lacroix (PS): Vous avez parlé de "stupidité" ou "de propos parfois stupides dans le chef de certains".

 

(…): (…)

 

01.23  Christophe Lacroix (PS): Ah bon, "simplicité". Ou ridicule?

 

En tout cas, de mon côté, je l'ai pris comme étant le mot "stupide". Mais si vous ne l'avez pas dit, je le retire.

 

01.24  Maxime Prévot, ministre: Je ne l'ai pas dit.

 

01.25  Christophe Lacroix (PS): Donc ce sera simplicité et ridicule. Je vais vous dire pourquoi moi je trouve que ce n'est pas notre guerre. D'abord, et ça vous l'avez dit, je m'en souviens, vous avez dit: "je conçois qu'on le dise parce qu'elle est illégale". Et c'est vrai. Elle est totalement illégale. Et c'est un coup de force, comme on n'en avait plus vu dans le chef d'une démocratie occidentale, les États-Unis, depuis longtemps. Un coup de force qui déstabilise le monde entier. Et on n'est même pas sûr que ce n'est pas la dernière menée par Donald Trump, son empire et sa volonté de dominer le monde, d'écraser tous ceux qui lui résistent.

 

Elle a en outre été déclarée pour des motifs fallacieux. On fait croire au peuple iranien qu'on va le sauver. En attendant, on voit que les cours de la bourse jouent en faveur des amis de Donald Trump, en fonction des déclarations de son président.

 

On continue et on accélère la marche vers l'armement. On continue à "commander américain" partout. Les pays du Golfe sont ceux qui ont investi 6 % de leur PIB dans les dépenses militaires. Cela ne les protège pas pour autant de la guerre, que du contraire. En outre, ils ont acheté américain mais on ne peut pas dire qu'ils sont protégés par les Américains puisque ceux-ci les mettent en danger par leur guerre en Iran.

 

Mais notre devoir, puisque ce n'est pas notre guerre, c'est de faire en sorte que celle-ci cesse. Et pour qu'elle cesse, nous avons des moyens: le refus aux Américains d'occuper les bases américaines en Europe. C'est un moyen, un levier monumental qui couperait les ailes de Donald Trump. Refuser le survol de l'espace aérien. Ce sont des mesures que nous devrions prendre pour inciter Donald Trump à faire marche arrière, et surtout à ne plus répéter les mêmes erreurs. Parce que qui paye en partie ce conflit? C'est notre population, c'est l'Europe, c'est notre pays. Et ce n'est pas tout: nous avons un risque terroriste accru qui a été déclenché notamment par le président des États-Unis. C'est une honte et un scandale.

 

01.26  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, lorsque vous qualifiez de "simpliste et ridicule" l’expression selon laquelle ce ne serait pas notre guerre, je considère que la manière dont vous traitez cette formule est elle-même simpliste. Que signifie dire que ce n’est pas notre guerre? Qui a affirmé qu’il s’agissait de notre guerre? Le MR, par la voix de son président, l’a déclaré en séance plénière. La N-VA affirme également qu’il s’agit de notre guerre. Dans quel objectif? Pour intervenir dans ce conflit, pour y participer. Cela a été dit explicitement. Monsieur Bouchez a appelé à ce que la Belgique aide les Américains et les Israéliens dans cette guerre contre l’Iran.

 

Par contre, affirmer que ce n’est pas notre guerre ne signifie pas que nous ne sommes pas concernés. Cela ne signifie pas non plus que nous ne devons rien faire pour y mettre fin. Assimiler cette position à une volonté d’inaction est incorrect. Dire que ce n’est pas notre guerre signifie que nous ne devons pas être impliqués dans ce conflit.

 

01.27  Maxime Prévot, ministre: (…)

 

01.28  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Vous avez laissé entendre que ceux qui tiennent ce discours souhaiteraient rester les bras croisés. C’est inexact. Depuis le début de cette guerre, nous demandons que la Belgique condamne cette agression illégale. Cette condamnation des États-Unis et d’Israël n’a toujours pas été exprimée clairement. Nous demandons également que tout soit mis en œuvre pour parvenir à une désescalade, en privilégiant les voies diplomatiques plutôt qu’une intervention militaire comme la souhaitent certains. Voilà ce que signifie dire que ce n’est pas notre guerre.

 

Cette position ne traduit pas un désintérêt pour la situation au Moyen-Orient, bien au contraire. Elle repose sur la volonté de mettre fin au conflit, de limiter les conséquences humaines sur place et les répercussions économiques ici. Cela implique d’exercer une pression sur les États-Unis et Israël, qui sont agresseurs dans ce conflit. C'est à eux qu'il faut s'en prendre. Concrètement, il faut interdire les vols qui participent à cette guerre et qui transitent par notre espace aérien. Il faut interdire l’utilisation des bases américaines en Europe qui participent à cette guerre. L’Europe doit adopter une position responsable, au moins une fois. Un pays européen, l’Espagne, l'a déjà fait.

 

01.29  Maxime Prévot, ministre: (…)

 

01.30  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Pourquoi la Belgique ne fait-elle pas preuve du même courage? Pourquoi la Belgique se soumet-elle toujours aux États-Unis? Pourquoi approuver systématiquement les positions exprimées par Donald Trump? Donald Trump l'a d'ailleurs dit lui-même: la menace qu'il brandit contre l'OTAN est due au fait que l'OTAN ne le suit pas dans sa propre guerre contre l'Iran. Monsieur Rutte nous explique d’ailleurs très clairement ce qu’est l’OTAN, car c’est ainsi que les États-Unis la perçoivent: il s'agit d'une plateforme qui permet aux États-Unis de maintenir leur domination dans le monde. Ce ne sont pas mes propos, ce sont les siens. C’est le secrétaire général de l’OTAN qui l’affirme.

 

01.31  Maxime Prévot, ministre: (…)

 

01.32  Nabil Boukili (PVDA-PTB): C’est ainsi que les États-Unis conçoivent cette alliance. Aujourd’hui, ils brandissent cette menace parce que leurs alliés ne les suivent pas dans cette logique. À un moment donné, il faut se réveiller: soit on est naïf, soit on se rend complice de cette agressivité meurtrière des États-Unis et de cet impérialisme.

 

La présidente: Monsieur Kompany, vous avez la parole.

 

01.33  Maxime Prévot, ministre: (…)

 

01.34  Nabil Boukili (PVDA-PTB): (…)

 

La présidente: S’il vous plaît. Peut-on considérer l’incident clos et laisser la parole à M. Kompany?

 

01.35  Pierre Kompany (Les Engagés): Nous sommes réunis pour parler d'un problème sérieux et violent. J’en suis intimement convaincu après avoir écouté aujourd’hui M. le ministre des Affaires étrangères. Cela m'incite à paraphraser un certain Trotski.

 

Notre ministre est bien convaincu que cette guerre concerne l’ensemble du monde et qu’elle produit des dégâts pour tous. J'adapte un peu ici les paroles de Trotski: "vous ne vous intéressez peut-être pas à la guerre dans le Golfe, mais la guerre dans le Golfe s’intéresse à vous". C’est précisément ce que le ministre a indiqué dans son intervention. Il a mis en évidence les conséquences de ce conflit sur l’économie, sur l’alimentation et sur les vies humaines.

 

Les discussions étant longues, je me contenterai d’ajouter un élément de réflexion. J’ai lu récemment un ouvrage de physique abordant la question de l’antimatière. Rentrez dans ce livre et vous verrez ce que cette guerre dont on parle aujourd'hui pourra devenir. Il y a des gens qui s'y appliquent. Avec un gramme d'antimatière, on fait la bombe atomique. On dit que cette bombe-là n'est pas radioactive et n'a donc pas d'effet supplémentaire après qu'elle a tué des gens. Puisque nous en sommes à discuter de cette guerre, il ne nous reste qu'à dire: "faisons un effort, pensons que cette guerre, qui ne ressemble peut-être à rien pour certains, peut devenir violente demain avec l'usage de l'antimatière".

 

01.36  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, we zijn een paar weken verder. Het regime is niet omvergeworpen, het is conservatiever dan ooit. We kunnen niet genoeg zeggen hoezeer we het regime verafschuwen. Het is niet omdat men niet voor een militaire oorlog is, dat men een voorstander van het regime ter plaatse is. Vandaag is er een 15-puntenplan, maar morgen misschien niet. Escalatie is ook mogelijk en ik mis in uw discours heel erg het woord diplomatie, mijnheer de minister. Normaal gebruikt u dat om de zoveel zinnen. We moeten opletten dat we ons niet laten meedrijven in louter het militaire, terwijl we de diplomatie laten varen. U hebt gelijk dat er binnen de coalitie andere meningen zijn. We leven gelukkig niet in een land als Iran, waar andere meningen niet mogelijk zijn.

 

Ik volg u helemaal wanneer u het hebt over Libanon en de zorgwekkende toestand daar. Er zijn duizenden vluchtelingen, intussen al een miljoen, en al meer dan duizend doden. U zult daarom een VN-onderzoekscommissie voor Libanon actief steunen. Dat is nodig.

 

Die oorlog van Trump, van Israël, wilden wij niet. U hebt gelijk wanneer u zegt dat we lijden onder de gevolgen van die oorlog. Onze energiebevoorrading en onze koopkracht nemen af, meststoffen worden duurder. Daarom is het zeer belangrijk dat u nog eens hebt benadrukt wat het standpunt van de regering is inzake de Straat van Hormuz. We kunnen daar interveniëren als er een duurzaam staakt-het-vuren is en binnen een internationaal gestructureerd kader, in overeenstemming met het internationaal recht. In dat geval kunt u op onze volledige steun rekenen.

 

De hele het-is-niet-onze-oorlogdiscussie gaat over woorden. In ons opzicht is het niet onze oorlog. We moeten opletten, want er zijn verschillende standpunten. Het is belangrijk om bondgenoten te hebben, onder meer voor de diversificatie van energie. Eerst moeten we evenwel als Europa zelf veel meer doen. Bondgenootschappen zijn uiteraard noodzakelijk, maar niet ten koste van alles. Niet ten koste van mensenrechten, vrouwenrechten en het internationaal recht. Ik wil dat u die lijn blijft bewaken, mijnheer de minister. Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hebben ter zake nog heel veel stappen te zetten. Ik hoop dat u dat meeneemt op de missie die u daar binnenkort zult ondernemen.

 

Ik heb onvoldoende spreektijd, maar ik zou er nog zeer lang over kunnen doorgaan. Met de zin 'het is niet onze oorlog' moeten we opletten. Het is in elk geval geen oorlog die wij wilden beginnen. Nu is het chaos, chaos zonder einddoel. Daar passen wij voor.

 

Mijnheer de minister, u hebt gelijk dat u nog eens de puntjes op de i hebt gezet en hebt aangegeven dat wat u en de premier zeggen, ook het standpunt van de regering is. Als trouwe partner zal Vooruit zich daaraan houden. Daarom was het zeer belangrijk dat u dat nog eens hebt herhaald met betrekking tot de Straat van Hormuz. Al het overige zijn momenteel woorden.

 

01.37  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Merci monsieur le ministre pour vos réponses détaillées, qui ne m'ont toutefois pas convaincue.

 

Ce que nous voyons aujourd'hui, tant en Iran, qu'au Liban, sans parler de la Palestine occupée ou de Gaza, ce sont d'abord des opérations militaires illégales, qui frappent massivement des civils, qui touchent des enfants par centaines, qui tuent des secouristes, qui frappent des soldats de l'ONU; et les conséquences sont ici, mais avant tout là-bas, pour les populations civiles. Il ne faut pas inverser les rôles. Si le Hezbollah et l'Iran ripostent, c'est parce que les États-Unis et Israël ont décidé d'attaquer, de bombarder, sans stratégie claire, avec aucune sortie de guerre prévue!

 

On se réveille un matin avec deux des armées les plus puissantes du monde qui décident de bombarder un pays, de tuer des enfants, de frapper des hôpitaux, de faire déplacer des populations, d'assassiner des secouristes. Cela devrait toutes et tous nous indigner et nous effrayer, et on devrait condamner cela de manière ferme et explicite, mais ce n'est pas le cas dans ce gouvernement. Il n'y a pas de condamnation unanime, explicite et ferme de cette guerre illégale que mènent les États-Unis et Israël. C'est pour cela que je dis, avec mes collègues, que ce n'est pas notre guerre. Parce que nous refusons d'être les complices des États-Unis et d'Israël dans leur terrorisme. On refuse de se ranger derrière eux. Ce n'est pas notre guerre, parce que ce n'est pas aux Occidentaux non plus de choisir le régime ou les dirigeants d'autres pays. Ce n'est pas notre guerre, non plus, parce qu'on n'a jamais libéré des femmes, ni des peuples, en les bombardant.

 

01.38  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, oorlogen waarin geen enkele internationale rechtsregel meer geldt, zouden moeten worden veroordeeld door elke lidstaat die die internationale rechtsregels nog wel ter harte neemt. Maar zelfs zo’n simpele veroordeling kan deze regering niet uitspreken. Ondertussen blijft de spagaat bestaan. Minister Francken zegt – het staat nog altijd op de website, in het Engels – dat dit een perfect legitieme oorlog is. Ik begrijp met welk probleem u zit, mijnheer de minister, aangezien u deel uitmaakt van die regering.

 

Nu ga ik in op de antwoorden die u zojuist hebt gegeven.

 

Solidariteit met Libanon? U hebt alleen de bedragen opgesomd die al waren ingeschreven. Er is geen enkel feitelijk nieuw initiatief om Libanon te steunen. Er is werkelijk geen enkel nieuw initiatief om Israël op de vingers te tikken. Elke hefboom die u hebt, laat u liggen. U hanteert fluwelen handschoenen ten aanzien van Israël. Europa wil niet, zegt u, maar u legt het ook niet op tafel. Hoe weet u dat iemand iets niet wil als u het niet eens op tafel legt? Geen opschorting van het associatieakkoord, geen nieuwe initiatieven, geen geld. De materiële ondersteuning blijft beperkt tot wat al was toegezegd. Hoeveel lager moet de lat nog liggen terwijl die regio in brand staat? Israël schendt opnieuw de ene na de andere internationale rechtsregel. Syrië? Deze regering heeft de steun teruggebracht van 10 naar 7 miljard euro. Ontwikkelingssamenwerking krijgt slechts een fractie van wat minister Francken ontvangt. De Straat van Hormuz, met wie gaan we solidair zijn? U verwees daarnet naar Soedan en de genocide daar, maar zitten de Verenigde Arabische Emiraten daar dan misschien niet achter? En wat met het luchtruim? Zullen wij de Verenigde Staten toelaten om bijvoorbeeld gebruik te maken van ons luchtruim en en passant nog wat bommen voor Gaza aan Israël te leveren?

 

U zit volstrekt vast in uw regering, u hebt geen ondergrens meer. U kunt ons niet garanderen dat het hellend vlak waarop u start, niet zal leiden tot medeplichtigheid aan een illegale oorlog waarin een bevolking tussen hamer en aambeeld zit. Dat is de realiteit.

 

Ik ben niet van plan om dankjewel te zeggen als president Trump verklaart dat hij, hijzelf, Iran naar het stenen tijdperk zal bombarderen. Ik denk dat niemand in Iran daarvoor dankjewel zegt. Wij ook niet.

 

Er moet een staakt-het-vuren komen en deze regering moet een veel actiever beleid voeren. Stop met u te verschuilen achter allang genomen beslissingen. Ik  verwacht meer actie.

 

01.39  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, zoals ik in de plenaire al zei, heb ik wel empathie voor de onmogelijke situatie waarin u zit. U zei zonet dat het standpunt op het internationale toneel van ons land, van de Belgische regering, van uzelf en van de eerste minister helder en duidelijk is, en dat wil ik gerust geloven. Als echter regeringsleden of partijleiders van de meerderheid uiteenlopende geluiden de wereld insturen, dan geeft dat op zijn minst een zeer gemengd signaal, niet alleen in ons land, maar ook buiten onze landsgrenzen. Dat ondergraaft het eventuele heldere standpunt van ons land ernstig.

 

In de meerderheid zijn er enerzijds pro-Israëlische en pro-VS-stemmen en anderzijds mensen die zich aan de andere kant situeren. Dat moet ontzettend moeilijk voor u zijn. Gisteren zagen we daar een voorbeeld van. In een vergadering van de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen hoorden we een professor internationaal recht uitleggen hoe verscheiden vanuit hetzelfde internationaal recht naar de acties van Israël of naar Iran wordt gekeken. Als jurist stond ik toch wel te kijken van die vergelijking. Hij legde ook uit dat de voorwaarden die deze regering heeft uitgedacht voor de erkenning van de Palestijnse Staat, juridische fictie zijn en binnen die wereld worden bekeken als iets wat juridisch totaal geen steek houdt. Dat soort regeringsstandpunten zijn niet helder en zullen ons weinig geloofwaardigheid op het internationale toneel opleveren.

 

Nog belangrijker zijn de gevolgen voor de Belgische economie en de Europese Unie. In uw antwoord gaf u aan dat wij deze oorlog niet willen, maar wel onder de gevolgen ervan lijden. Over de vraag wat wij zelf kunnen doen, bleef u echter op de vlakte. U had het over de globale impact met betrekking tot de aanvoerketens, de bevoorrading en de interne concurrentie op Europees vlak, ook met de gasvoorraden voor de volgende winter in het vooruitzicht. Dat is interessant, maar weinig concreet. Het Parlement en de bevolking mogen van u en van de eerste minister verwachten dat er een pakket op tafel komt, zowel voor ons land als voor Europa, waarin wordt gespecifieerd hoe wij de verschillende scenario’s zien en hoe we ons daartegen zullen wapenen. Dat moet naar mijn mening behoren tot de kern van het buitenlandbeleid en de buitenlandstrategie die u de komende weken zult hanteren in het licht van het conflict in het Midden-Oosten en de repercussies daarvan voor ons land en de Europese Unie.

 

01.40  Charlotte Deborsu (MR): Merci monsieur le ministre pour vos réponses, très complètes, comme d'habitude.

 

Les pays qui nous ont récemment demandé de l'aide ne sont pas des inconnus. Ces pays du Golfe nous ont récemment aidés. Donc répondre favorablement à leur demande de soutien, c'est stratégique, c'est affirmer que la Belgique est un partenaire fiable. Et, oui, vous l'avez dit, je pense que ce serait une énorme erreur diplomatique de ne pas le faire, une faute diplomatique. Cela fragilise notre crédibilité dans une région qui est stratégique; qui plus est, vous l'avez dit, il y a une communauté belge importante sur place, et nos intérêts économiques y sont, en outre, très concrets, comme nos intérêts énergétiques.

 

Et donc, oui, l'inaction va avoir un coût réel, un coût énorme sur le court, moyen et même long terme. Surtout qu'on parle ici d'un soutien défensif: protection d'un espace aérien, déminage après le cessez-le-feu, appui logistique ou médical. La Belgique a déjà contribué à ce type de mission, que ce soit dans les années 1990 lors de la première guerre du Golfe, ou dans le cadre des opérations Aspides et Atalante. Et c'est ce type de contribution mesurée, dans un cadre multilatéral clair, que nous appelons de nos vœux.

 

Cependant, on reste tributaires de la situation sur place, surtout de la mise en place d'un cessez-le-feu, ou au moins de la désescalade des tensions, ce qui ajoute bien sûr de l'incertitude par rapport au calendrier d'une éventuelle mission. Surtout, nous devons être partie prenante de la protection du détroit d'Ormuz, en soutien, dans une démarche défensive, et non devenir partie prenante du conflit. Cette frontière est vraiment importante.

 

Même chose pour le Liban. Nous devons évidemment continuer à soutenir la population et les institutions, mais il faut aussi garder une ligne politique cohérente qui renforce l'État libanais, sans légitimer des acteurs qui les fragilisent et, donc, en exigeant la suppression de cette distinction entre branches armée et politique. Je suis heureuse de voir que le gouvernement est sur la même longueur d'onde.

 

Pour finir, je vais également souligner les fonds débloqués via différents canaux que vous avez cités en exemple, que ce soit pour la Croix-Rouge ou l'ONU. Mais je reste convaincue que la Belgique doit aussi jouer un rôle de premier plan dans le renouvellement du mandat de la FINUL.  

 

01.41  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Madame la présidente, je voudrais intervenir sur le déroulement du débat.

 

Je trouve, et je ne pense pas être le seul dans la commission, que le fait d'avoir une intervention réduite à cinq minutes, ce n'est vraiment pas idéal pour un débat aussi important.

 

Je comprends que le ministre a eu une heure de réponse et il pourrait encore parler plus, parce qu'il y a tellement de choses à dire. Mais nous ne pouvons pas, en cinq minutes, développer une idée dans la complexité actuelle. Pour ne pas être simpliste, monsieur le ministre, il faut quand même disposer d'un temps minimum.

 

Je pense que ce débat ne sera pas terminé aujourd'hui. À l'avenir, j'aimerais donc qu'on évite cette limitation de temps quand il y aura des échanges de vues aussi importants. Je sais que vous n'en êtes pas responsable, vu que vous n'êtes pas la présidente permanente de cette commission, je pense néanmoins qu'on devrait trouver avec le secrétariat un moyen pour qu'on puisse s'exprimer clairement sur ce genre de situation à l'avenir.

 

La présidente: Je vous rejoins là-dessus.

 

01.42  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mevrouw de voorzitster, ik ben u daarnet persoonlijk komen zeggen dat het eigenlijk onmogelijk is om debatten over Iran, de Straat van Hormuz en Libanon samen te behandelen. Ik had zes verschillende vragen ingediend. Drie daarvan heb ik expliciet gesteld. De overige vragen vervallen blijkbaar. De bedoeling van een actuadebat is dat het debat verrijkt wordt, niet verschraalt. We kregen nu een soort formeel debat waarbij de andere vragen vervallen en ons wordt gevraagd die opnieuw in te dienen. Dat is noch in het belang van de minister, noch in het belang van mijzelf en al zeker niet in het belang van het debat. Ik vind dat ongelooflijk spijtig. Ik weet ook niet hoe dat beslist is.

 

Mijn oproep is exact dezelfde. Nu moeten we binnen de twee minuten een repliek geven op zowel een ideologische reflectie als een feitelijk antwoord. Dat is intellectueel diep onbevredigend, volgens mij voor beide partijen. Ik vond dit een bijzonder pijnlijke manier om met zo’n zwaar en voor ons land belangrijk debat om te gaan. Dat heb ik daarnet ten persoonlijken titel aangegeven. Ik heb dat ook in mijn mail gemeld. Ik vind dat wel belangrijk. Ik wil hier geen herhaling van.

 

La présidente: Je vous rejoins sur ce point. J'avoue que c'était un peu nouveau pour moi. Je prends note pour la prochaine fois et je ferai passer le message à la présidente. C'est bien pour cela que je me suis permise d'être moins stricte quant au temps. Je sais néanmoins que ce n'était pas suffisant, et c'est regrettable quand cela concerne un débat aussi important. On fera mieux la prochaine fois. Je vous présente mes excuses à ce sujet.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

02 Questions jointes de

- Michel De Maegd à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le durcissement des peines visant les personnes homosexuelles au Sénégal" (56014101C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le recul des droits des personnes LGBTQ+ au Sénégal" (56014152C)

- Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation des personnes LGBTQIA+ au Sénégal" (56014228C)

- Hervé Cornillie à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La législation sénégalaise renforçant la répression contre les LGBTQIA" (56014332C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La persécution des personnes LGBTQIA+ au Sénégal" (56014496C)

- Ellen Samyn à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le durcissement des peines pour homosexualité au Sénégal" (56014728C)

- Pierre Kompany à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les droits des personnes LGBTQIA+ au Sénégal" (56014753C)

- Charlotte Deborsu à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La répression de l'homosexualité au Sénégal" (56014767C)

- Rajae Maouane à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La loi anti-LGBT au Sénégal" (56014775C)

02 Samengevoegde vragen van

- Michel De Maegd aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De zwaardere straffen voor homoseksuelen in Senegal" (56014101C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De achteruitgang van de lgbtq+-rechten in Senegal" (56014152C)

- Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie van lhbtqia+'en in Senegal" (56014228C)

- Hervé Cornillie aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De nog repressievere nieuwe Senegalese wetgeving tegen lhbtqia's" (56014332C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De vervolging van lhbtqia+'en in Senegal" (56014496C)

- Ellen Samyn aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De strengere straffen voor homoseksualiteit in Senegal" (56014728C)

- Pierre Kompany aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De rechten van lhbtqia+'en in Senegal" (56014753C)

- Charlotte Deborsu aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De repressieve antihomowetgeving in Senegal" (56014767C)

- Rajae Maouane aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De anti-lgbt-wet in Senegal" (56014775C)

 

02.01  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, in Senegal werden sinds februari van dit jaar tientallen mannen opgepakt die verdacht worden van homoseksueel contact, onder wie ook bekende Senegalezen. Verschillende mensenrechtenorganisaties hebben dat huidige beleid bekritiseerd. Het Senegalese parlement heeft onlangs ook gestemd om wetten gericht tegen lgbtq+-personen te verstrengen. Relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht zijn er voortaan strafbaar met een celstraf van vijf tot tien jaar. Naast celstraffen op homoseksuele relaties voorziet de nieuwe wet ook in straffen voor het zogezegde promoten en financieren van homoseksualiteit in Senegal.

 

Senegal is niet het enige land in Afrika dat homoseksualiteit criminaliseert. Zeker 32 van de 54 landen in Afrika hebben anti-lgbtq+-wetten. Dat is een intrieste realiteit anno 2026. In Oeganda, Somalië en Mauritanië staat zelfs de doodstraf op een relatie met iemand van hetzelfde geslacht.

 

Mijnheer de minister, wat vindt u van het voorliggende wetsvoorstel? Past dat binnen een nieuwe trend in Senegal? Hebt u al bezorgdheden geuit over dit voorstel via diplomatieke of andere weg? Zo ja, waar en hoe? Zult u uw bezorgdheid over dit voorstel bespreken in bilaterale contacten met Senegal?

 

02.02  Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, la situation des personnes LGBTQIA+ au Sénégal a connu ces dernières semaines une dégradation alarmante – c'est le moins qu'on puisse dire.

 

Depuis l'arrestation début février d'une trentaine de personnes accusées "d'actes contre nature", un climat de traque s'est installé dans le pays. Les noms des interpellés sont rendus publics, des agressions sont filmées et diffusées sur les réseaux sociaux et des amalgames dangereux sont entretenus entre homosexualité, pédophilie et séropositivité.

 

Sur le plan législatif, le gouvernement sénégalais a déposé un projet de loi visant à doubler les peines encourues pour relations homosexuelles, qui permettrait de désormais punir jusqu'au fait même de parler d'homosexualité, menaçant directement les ONG de défense des droits humains.

 

Enfin, les organisations de lutte contre le sida alertent sur l'effondrement de l'accès aux soins dans les communautés concernées. Ainsi, c'est l'ensemble de la chaîne de prévention et de traitement du VIH qui s'effondre, avec des conséquences qui dépassent les frontières sénégalaises, tant les dynamiques épidémiques sont transfrontalières, vous le savez.

 

Au-delà de l'impact humain, cette dégradation sanitaire pourrait également peser sur le développement économique du pays en fragilisant une population active déjà vulnérable, en augmentant la pression sur le système de santé et en compromettant les efforts de développement et de stabilité sociale à long terme.

 

Monsieur le ministre, quelles démarches diplomatiques la Belgique compte-elle entreprendre, bilatéralement ou au niveau européen, pour signifier son opposition à cette législation? La sécurité de nos ressortissants belges LGBTQIA+, présents ou à venir au Sénégal, est-elle garantie? Envisagez-vous d'émettre un avis de voyage négatif pour nos ressortissants se rendant au Sénégal?

 

Votre homologue luxembourgeois s'est publiquement désolé de la situation. Envisagez-vous également de publiquement condamner la traque aux LGBTQIA+ qui s'installe dans le pays? 

 

02.03  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, de vorige sprekers hebben het al aangehaald: de maximale celstraf voor consensuele homoseksuele handelingen wordt opgetrokken in Senegal en de repressie tegenover mensen uit de queergemeenschap neemt toe. Dat past in een bredere, verontrustende tendens waarbij heel wat landen hun reactionaire wetgeving verder aanscherpen.

 

De situatie is wereldwijd zeer zorgwekkend, zeker ook in Senegal. Dat heeft zware gevolgen op het vlak van vrijheid, veiligheid en toegang tot fundamentele rechten. Mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch hebben al gewezen op de gevolgen daarvan: ernstige schendingen van mensenrechten, waaronder het recht op privacy; bescherming tegen willekeurige arrestaties; het recht op een eerlijk proces. Het heeft ook een impact op het dagelijks leven van mensen, waarbij medeburgers in die wetgeving soms een reden vinden om hen het leven onmogelijk te maken. We zien een toenemende vervolging, discriminatie en onveiligheid.

 

Ik heb dan ook enkele vragen.

 

Heeft de federale regering kennis van deze recente verstrenging? Hoe beoordeelt zij die evolutie? Op welke manier zal zij, zowel bilateraal als in Europees verband, diplomatieke druk uitoefenen op Senegal? Hebt u contact met de Senegalese ambassadeur of met de Senegalese autoriteiten over de queerrechten van burgers in Senegal? Welke mogelijkheden ziet u om Senegalese queerorganisaties, mensenrechtenverdedigers en de lokale lgbtqia+-gemeenschap te ondersteunen en beter te beschermen? Welke maatregelen neemt de federale regering om te zorgen voor een snellere, meer toegankelijke en meer adequate bescherming van vluchtelingen uit Senegal met een lbgtqia+-achtergrond, rekening houdend met hun bijzondere kwetsbaarheid?

 

02.04  Ellen Samyn (VB): Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

Senegal heeft recent de strafmaat voor homoseksuele handelingen verder verstrengd, met gevangenisstraffen tot 10 jaar en bijkomende sancties voor het 'promoten' of financieren ervan. Daarmee sluit het land aan bij een bredere evolutie in verschillende Afrikaanse staten waar wetgeving tegen homoseksualiteit wordt aangescherpt.

 

Dit is des te relevanter omdat Senegal een partnerland is van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. België investeert aanzienlijke middelen in ontwikkelingshulp in dat land. Tegen die achtergrond rijst de vraag in welke mate België dergelijke beleidskeuzes van partnerlanden in rekening brengt bij de toekenning en voortzetting van ontwikkelingssteun.

 

Hoe beoordeelt u deze evolutie in het licht van de mensenrechtenprincipes die België zegt te verdedigen in zijn buitenlands beleid?

 

Over welke federale ODA-budgetten spreken we concreet in 2024 en 2025 richting Senegal?

 

Overweegt u, naar aanleiding van deze wetswijziging, om de ontwikkelingshulp aan Senegal te herbekijken, op te schorten of te heroriënteren?

 

Werd deze kwestie reeds aangekaart in bilaterale contacten met de Senegalese autoriteiten of binnen Europese fora?

 

Zal België binnen de Europese Unie pleiten voor een consequenter beleid waarbij ontwikkelingssamenwerking per definitie wordt stopgezet bij fundamentele schendingen van mensenrechten, zoals gevangenisstraffen voor homoseksualiteit?

 

02.05  Pierre Kompany (Les Engagés): Madame la présidente, monsieur le ministre, selon plusieurs informations relayées récemment par la presse internationale, le gouvernement sénégalais aurait transmis à l'Assemblée nationale un projet de loi visant à durcir les sanctions pénales réprimant les relations entre personnes de même sexe.

 

Ce projet prévoirait notamment de doubler la peine d'emprisonnement, la portant de cinq ans (ce qui était le cas depuis 1966) à 10 ans (nous sommes en 2026); d'introduire des sanctions pénales pour l'apologie de l'homosexualité, de la bisexualité et de la transsexualité et d'assortir les condamnations de la perte de droits civiques.

 

Ces annonces interviennent dans un contexte marqué par des agressions, des traques, des dénonciations et in fine plusieurs arrestations de personnes soupçonnées d'homosexualité, dans un climat de forte stigmatisation.

 

Le mercredi 11 mars, les résultats du vote à l'Assemblée nationale ont retenu toute notre attention: 135 pour, 0 contre et 3 abstentions. Cela dit l'esprit dans lequel tout un peuple avance, mené par ses dirigeants.

 

La loi devrait être promulguée par le président de la nation sénégalaise, mais l'ONU a exhorté ce dernier à ne pas le faire. Cette même organisation s'est d'ailleurs déclarée profondément préoccupée par les répercussions du durcissement d'une loi contre les personnes LGBTQ+ au Sénégal.

 

En effet, la criminalisation des relations consenties entre personnes du même sexe est régulièrement dénoncée par les Nations Unies, le Conseil de l'Europe et de nombreuses organisations internationales comme étant contraire aux principes fondamentaux de non-discrimination, de respect de la vie privée et de protection de la dignité humaine. Pour Les Engagés, ces répressions envers le droit fondamental qui assure le respect du vivre-ensemble ne peuvent en aucun cas être tolérées.

 

Monsieur le ministre, avez-vous connaissance de ce projet de loi et de son état d'avancement au Sénégal?

 

La Belgique a-t-elle ou va-t-elle, par la voie diplomatique ou dans le cadre de ses relations bilatérales avec le Sénégal, exprimer des préoccupations concernant l'évolution de cette législation? Cette question a-t-elle été abordée au niveau de l'Union européenne dans le cadre du dialogue politique avec le Sénégal ou dans les enceintes internationales pertinentes?

 

Enfin, de manière plus générale, comment la Belgique entend-elle promouvoir le respect des droits fondamentaux – y compris la protection des personnes LGBTQ+ – dans le cadre de sa politique étrangère et de coopération avec les pays partenaires?

 

02.06  Charlotte Deborsu (MR): Monsieur le ministre, cela a été dit et redit, le Parlement sénégalais a adopté une loi qui durcit fortement la répression de l'homosexualité. En plus de doubler les peines, qui passent ainsi de cinq à 10 ans d’emprisonnement, cette loi introduit de nouveaux délits, à savoir "l'apologie des actes contre nature" et "le financement de la promotion de l'homosexualité".

 

Ce texte ne vise pas que les individus mais aussi des associations, des acteurs de la santé, des programmes de prévention. On dénombre déjà de multiples arrestations à Dakar, et des ONG rapportent que la simple possession de préservatifs ou de traitements anti-VIH peut être utilisée comme preuve. Concrètement, ça signifie que des personnes vont éviter de se faire dépister ou arrêter leur traitement pour éviter toute condamnation. Dès lors, quand une loi pousse les citoyens à se cacher pour se soigner, il ne s’agit plus uniquement d’un problème de droits humains mais aussi d’un problème de santé publique.

 

Un autre élément essentiel qui mérite d’être souligné est le fait que la Belgique est un partenaire important du Sénégal. Au travers du programme Enabel, ce sont environ 40 millions d'euros qui ont été investis sur cinq ans, notamment dans le domaine de la santé, la prévention et l'accès aux soins. De même, au niveau européen, plus de 300 millions d'euros ont été alloués sur la période 2021 à 2027.

 

Dès lors, monsieur le ministre, la Belgique a-t-elle évalué l'incidence de cette nouvelle législation sur l'efficacité de ses programmes de coopération, en particulier en matière de lutte contre le VIH et d'accès aux soins?

 

Quelles garanties exigez-vous pour que les financements belges ne contribuent pas, même indirectement, à la stigmatisation ou à l'exclusion des personnes LGBTQIA+, et comment défendre nos principes fondamentaux sans compromettre l'efficacité de notre coopération?

 

Enfin, envisagez-vous de porter ce débat au niveau européen?

 

02.07  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je ne vous apprends rien, le Sénégal a adopté ce 30 mars 2026 une loi qui double les peines réprimant les relations homosexuelles, punies désormais de 10 ans de prison au lieu de cinq précédemment, dans un contexte marqué par une vague d'homophobie dans le pays et une série d'arrestations de personnes pour homosexualité présumée. La loi prévoit également des sanctions pénales concernant la promotion ou le financement de l'homosexualité dans ce pays.

 

Selon une enquête de Reuters, des partisans sénégalais d'une loi anti-LGBTQIA+ plus stricte ont discuté de leur stratégie de campagne et de leurs tactiques de mobilisation avec un groupe "pro-famille" basé aux États-Unis et qui qualifie l'homosexualité de menace pour la santé publique. Le plaidoyer intense de la part du groupe ultra-conservateur américain MassResistance a coïncidé avec le vote de cette loi brutale anti-LGBTQIA+ au Sénégal voici quelques jours.

 

Cette même organisation américaine soutient activement une proposition de loi similaire au Ghana et est en contact proche avec des organisations sur place.  Le directeur d'une ONG ghanéenne anti-LGBTQIA+ a même dit qu'il considérait Arthur Schaper, directeur de terrain du groupe MassResistance qui siège dans le Massachusetts, comme un collègue.

 

Ce même M. Schaper a annoncé "qu'on assiste actuellement à une nouvelle vague de pression visant à mettre en place ces interdictions strictes de la promotion et de la propagation de l'idéologie LGBTQIA+ car le président Trump n'a pas pour habitude de harceler et d'intimider les pays pour qu'ils adoptent ces idéologies destructrices". Le lien avec l'attitude de l'administration Trump envers les personnes LGBTQIA+ est donc mis en avant par l'association elle-même.

 

En parallèle, depuis le vote, une ministre wallonne a critiqué cette nouvelle loi sénégalaise. Le premier ministre sénégalais, vexé, a dit que la Belgique et ses financements pourraient "quitter le pays".

 

Monsieur le ministre, comment les canaux diplomatiques sont-ils utilisés pour que les droits fondamentaux de ces personnes soient respectés? Avez-vous eu des contacts avec l'ambassadeur du Sénégal au sujet de cette loi et des propos du premier ministre sénégalais? Quelles possibilités le gouvernement fédéral envisage-t-il pour soutenir et mieux protéger les organisations LGBTQIA+ sénégalaises, les défenseurs des droits humains et la communauté LGBTQIA+ locale? Comment voyez-vous l'ingérence d'associations américaines en Afrique pour faire passer des lois LGBT+phobes? Quelles mesures pourriez-vous prendre avec l'administration américaine à ce sujet?

 

La présidente: D'autres collègues souhaitent-ils prendre part au débat? (Non)

 

02.08 Minister Maxime Prévot: Collega’s, op 11 maart heeft het Senegalees parlement inderdaad een zorgwekkende wetswijziging aangenomen die de straffen voor consensuele relaties tussen personen van hetzelfde geslacht verhoogt. Het is duidelijk dat dit onze waarden sterk schendt en dat wij tegenover dit soort schokkende evolutie niet toegeeflijk kunnen zijn. Deze beslissing komt helaas niet uit het niets. Er is al geruime tijd een verhoogde stigmatisering van lgbtqi+-personen en het aantal arrestaties van personen die verdacht worden van homoseksualiteit gaat in stijgende lijn. Jammer genoeg maken deze ontwikkelingen deel uit van een breder gecoördineerd internationaal antigenderoffensief dat zich tegelijk in Afrika en op andere continenten manifesteert.

 

Mevrouw Maouane, de invloed van bepaalde religieuze organisaties, waaronder maar zeker niet beperkt tot actoren uit de Verenigde Staten, speelt daarin inderdaad een duidelijke rol.

 

Dit is bovendien geen nieuw fenomeen, maar een strategie die al jaren wordt ingezet om rechten en vrijheden terug te dringen. Mijn diensten zijn hier heel alert voor en waar nodig ondernemen wij actie, zoals onlangs in New York in de Commissie voor de Status van de Vrouw, waar België in naam van de EU actie ondernam tegen een Amerikaans initiatief om het gebruik van de term gender in te perken.

 

De recente verklaring van Hoge Commissaris van de VN Volker Türk bevestigt alvast de ernst van de situatie in Senegal. Hij toonde zich diep bezorgd en riep de Senegalese president op de wet niet te bekrachtigen en bestaande discriminerende bepalingen te herzien. Dat is volledig in lijn met de internationale verplichtingen die Senegal vrijwillig heeft onderschreven. Senegal is namelijk partij bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Dat verdrag verbiedt discriminatie en waarborgt gelijke bescherming voor iedereen. Ook binnen het Afrikaanse mensenrechtenstelsel is het non-discriminatiebeginsel verankerd. De Afrikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens en de Volkeren heeft in 2014 een resolutie aangenomen waarin zij geweld en discriminatie op basis van seksuele oriëntatie of genderidentiteit veroordeelt.

 

Cette évolution est donc, à nos yeux, bel et bien préoccupante, et même très préoccupante. Nous l'avons fait savoir à nos interlocuteurs sénégalais via différents canaux bilatéraux et européens. Pour autant, cela ne signifie pas que nous devions fermer la porte au dialogue, lancer des anathèmes ou brandir des menaces, y compris de suppression d'aide. Bien sûr, nous pourrions être tentés de nous draper dans une posture de principe ou de privilégier une diplomatie du mégaphone, mais ce n'est pas de cette manière que nous allons contribuer efficacement à la protection des personnes LGBTQIA+ sur le terrain. Bien au contraire. Je vous avoue qu'il a fallu que je m'en convainque moi-même. En effet, au départ, devant la décision qui m'a aussi heurté, le premier sentiment – que j'entends aussi dans les suggestions que d'aucuns me formulent – serait de suspendre ou de couper les aides. Cependant, à l'analyse, cela constituerait aussi et surtout une double peine pour leurs bénéficiaires finaux. Si certains sont stigmatisés et susceptibles d'être condamnés et que, de surcroît, le tissu associatif qui peut les accompagner officieusement s'en trouve lui-même préjudicié, cela n'aidera pas.

 

La relation de partenariat que nous entretenons de longue date avec le Sénégal est mûre, responsable, historiquement faite essentiellement de confiance et doit aussi nous inciter à continuer d'agir dans ce schéma, non pour taire nos messages, mais pour nous assurer que celles et ceux qui bénéficient de la coopération internationale de la Belgique ne s'en trouvent pas préjudiciés, quelles que soient les actions menées et quels que soient les publics visés. Dans notre diplomatie, nous appliquons avant toute chose le principe du Do no harm. Autrement dit, nos actions doivent être utiles sans créer de risque supplémentaire pour les groupes vulnérables. Nous savons très bien que les actions publiques fortes provenant de pays occidentaux peuvent être instrumentalisées et aggraver la vulnérabilité des personnes LGBTQIA+. C'est pourquoi nos échanges et interventions se déroulent avec prudence, dans la discrétion et en étroite coopération avec nos partenaires internationaux comme avec la société civile locale.

 

Il n'y a personne au Sénégal pour nous demander de rompre le dialogue ou de cesser notre coopération. Au contraire, il existe une compréhension largement partagée, y compris au sein de la société civile, de l'importance de préserver la coopération ainsi que ces espaces bilatéraux de discussion où nous pouvons échanger sereinement sur des divergences de vues comme celle-ci. Cela nous offre notamment la possibilité d'évoquer l'impact direct et indirect de ce type de législation sur la santé publique et d'explorer ensemble les solutions pour y remédier.

 

Il va de soi également que nos programmes de coopération sont fondés sur l'approche du leave no one behind. Cela signifie concrètement qu'il est veillé de façon très étroite à ce qu'il n'y ait aucune forme de discrimination dans la mise en œuvre des projets belges.

 

Je veux aussi souligner que nous ne sommes heureusement plus dans une logique d'imposition d'un modèle. C'est une leçon que nous avons tirée de ces dernières années. Cela ne doit toutefois pas nous enfermer dans le silence ou la complaisance.

 

Je suis convaincu qu'une voie médiane existe, celle d'un dialogue respectueux, patient, mené d'égal à égal, mais qui nous autorise pleinement à exprimer nos valeurs de manière claire et sans concession. Cela vaut pour le Sénégal comme pour l'ensemble des pays, en Afrique ou ailleurs, avec lesquels nous entretenons des relations politiques ou commerciales étroites et qui ne partagent pas notre vision en matière de droits des personnes LGBTQIA+, ce que je peux évidemment déplorer et même réprouver lorsqu'on en arrive à des décisions particulièrement stigmatisantes et préjudiciables.

 

Het is voor België dus niet aan de orde om de ontwikkelingssamenwerking met Senegal op te schorten of stop te zetten. Die bedroeg 21,65 miljoen euro in 2024 en 20,11 miljoen euro in 2025, over alle kanalen heen. We zijn evenmin van plan hierover te zwijgen of niets te doen. We zullen dit soort kwesties bij de autoriteiten blijven aankaarten.

 

België pleegt ook regelmatig overleg met het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN. Onze ambassade levert een actieve bijdrage aan de Europese initiatieven ter plaatse, zoals de gestructureerde dialoog tussen de EU en het maatschappelijk middenveld en de samenwerking in het kader van de Equal Rights Coalition, waarvan België een actief lid is, die de rechten van lgbtqia+-personen verdedigt.

 

Voor de bescherming van lgbtqia+-vluchtelingen verwijs ik naar het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, dat onafhankelijk beslist over de toekenning van een beschermingsstatus.

 

Quant à l'avis de voyage des Affaires étrangères, monsieur Lacroix, il mentionne déjà que les relations homosexuelles sont interdites au Sénégal, à titre d'information, et donc de prévention. Il faudra voir comment ce durcissement de la loi impactera concrètement la sécurité des touristes. Mes services procèdent bien sûr à une analyse en continu de la question et, le cas échéant et en temps utile, ils envisageront de revoir l'orientation de l'avis de voyage.

 

02.09  Annick Lambrecht (Vooruit): Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, liefde is liefde, maar niet in Senegal en ook niet in 32 van de 54 andere Afrikaanse landen. Ik ben blij dat u toch duidelijk zei dat het niet onze waarden zijn, dat het ook de waarden schaadt, dat we niet toegeeflijk mogen zijn tegenover die toenemende haat en dat u en België niet zullen zwijgen. Ik deel wat u zei.

 

Men zou ontwikkelingshulp kunnen stoppen, maar dan schaden we inderdaad heel veel mensen die daarmee niets te maken hebben. U bewandelt de weg van de dialoog, dat is belangrijk. We moeten blijven helpen en tegelijk duidelijke standpunten innemen zoals we ook daar pas gedaan hebben tegenover andere landen die mensenrechten schenden.

 

Mijnheer de minister, uw publieke veroordeling, heel luid en krachtig op alle fora waar u daartoe de mogelijkheid hebt, is zeer belangrijk. Ik hoop ook dat u dit zult blijven doen. Laten we immers wel wezen, dergelijke wetten die anno 2026 in voege treden om lgbtqi+-mensen te schaden, kunnen wij niet aanvaarden. Ik ben blij dat heel veel collega's hier aan het actuadebat hebben deelgenomen.

 

02.10  Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je voudrais vous féliciter pour la qualité de votre réponse et de votre approche.

 

Il faut effectivement poursuivre les aides afin de protéger les personnes vulnérables sur place et contribuer à l'émergence d'une société plus tolérante.

 

J'entends souvent dire de la part de certains Africains: "L'Occident veut nous imposer nos valeurs, et l'homosexualité n'en fait pas partie." Il n'y a rien de plus incorrect que ce raisonnement car, avant la colonisation, beaucoup de communautés ancestrales africaines considéraient les personnes homosexuelles comme étant des personnes tout à fait particulières, voire liées aux dieux. Ces personnes jouaient donc un rôle fondamental dans l'équilibre de cette société: un rôle culturel, un rôle de relation et de médiation avec les divinités. Ce sont les religions – catholique, protestante, et maintenant musulmane – qui, dans leur version la plus radicale, ont imposé un changement d'opinion et de point de vue chez les peuples africains.

 

Plus personnellement, je dédierai cette question et ce combat à Mbaye Wade. Mbaye Wade, originaire du Sénégal, a fui le pays au début des années 2000 à cause de son homosexualité et qu'on voulait l'assassiner. Il est venu en Belgique via l'Espagne, il était sans-papiers. J'ai fait sa connaissance vers 2006-2007, c'est son compagnon qui me l'a présenté: c'était un personnage magnifique, il a trouvé du travail et s'est intégré. Il a eu ses papiers et était tellement fier d'être Belge. Comme il était belge, il a pu retourner au Sénégal pour retrouver sa maman et une partie de sa famille, qui avait également été menacée à l'époque. Il est mort en 2020, assassiné par un sale homophobe blanc, belge, d'extrême-droite, sympathisant nazi.

 

Monsieur le ministre, l'homophobie fait des ravages. Même celles et ceux qui fuient leur pays retrouvent parfois des criminels ici, chez nous. C'est donc à Mbaye que je dédicacerai une partie de mon combat, et du moins cette question. Veuillez m'excuser pour mon excès d'émotion. (Applaudissements)

 

02.11  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Do no harm is inderdaad het slimste en tegelijk ook het meest menselijke dat men kan doen. Het is zowel op strategisch vlak slim, vanuit de Europese positionering, als op menselijk vlak de slimste benadering van deze trend, die op het Afrikaanse continent helaas al 32 van de 54 landen heeft besmet en die niet uit de lucht komt vallen. Er is een strategische dimensie aan, omdat het sentiment niet alleen vanuit de bevolking komt. Het wordt echt georganiseerd door buitenlandse invloeden. Het zijn de Amerikaanse evangelisten en Rusland die druk zetten en bepaalde meningen verspreiden om zo tweespalt te creëren met Europa – het progressieve Westen, de oude kolonisator. Zo wil men de invloed van de Europese Unie verzwakken en tegelijkertijd de eigen reactionaire agenda, die ten aanzien van homoseksualiteit bijzonder duidelijk is, doorvoeren. Wat in Rusland gebeurt, ziet men dus ook gebeuren in die landen.

 

De antimensenrechtencampagnes die ook door Amerikaanse organisaties worden opgezet, moeten ons zorgen baren. Daarnet zei mijn collega al dat dat tot geweld, zelfs dodelijk geweld, kan leiden. Recent heeft er in het Europees Parlement zelfs een echt anti-lgbtqti+-congres plaatsgevonden, georganiseerd door een Amerikaanse evangelistische groep, die zichzelf Political Network for Values noemt. Daar werd de man verantwoordelijk voor de invoering van de doodstraf voor homoseksuelen in Oeganda uitgenodigd. De situatie is dus bijzonder zorgwekkend.

 

We moeten er alles aan doen om op een slimme, strategische manier mensen met een queergeaardheid op het Afrikaans continent te helpen en veilig te houden en er bij ons voor zorgen dat die invloeden geen voet aan de grond krijgen.

 

02.12  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, deze beslissing komt inderdaad niet uit het niets. Goed dat u deze ernstige mensenrechtenschendingen hebt veroordeeld.

 

U vindt deze situatie bijzonder onrustwekkend, maar u sluit niet de deur voor dialoog, voor het afschaffen van hulp. U stelt wel dat u uzelf daarvan hebt moeten overtuigen om een principieel standpunt aan te nemen. Ik schrik daar niet echt van, mijnheer de minister. Het ligt een beetje in de lijn der verwachtingen. Er wordt 25 % bespaard op ontwikkelingshulp. We raken niet aan bestaande engagementen. Senegal blijft vooralsnog een partnerland. Die status is goed voor een blanco check van enkele miljoenen euro's aan ontwikkelingshulp per jaar. Daarvoor moeten ze niet de meest fundamentele basisrechten eerbiedigen. Ze mogen gewoon mensen op basis van hun geaardheid voor tien jaar opsluiten. Wat voor signaal sturen wij dan de wereld in?

 

Mijnheer de minister, u zult het niet doen, maar u had beter ons ontwikkelingsbeleid ten aanzien van Senegal herzien, of op zijn minst tijdelijk de hulp aan dergelijke regimes stopgezet. Denken dat hulp terechtkomt bij de mensen die het nodig hebben, dat is en blijft een illusie.

 

(…): (…)

 

La présidente: Monsieur Kompany, vous avez la parole. C'est toujours sur vous que cela tombe, décidément! Peut-on se calmer, s'il vous plait?

 

02.13  Pierre Kompany (Les Engagés): Je n'oserais pas dire qu'il s'agit de colères de dames, parce que c'est plus violent que chez les hommes! (Rires)

 

La présidente: Monsieur Kompany, concentrez-vous sur votre question, s'il vous plaît.

 

02.14  Pierre Kompany (Les Engagés): Il est vrai que j'ai entendu notre ami Lacroix et ce qu'il a exprimé. Il y a trop de souffrance à voir toute personne humaine souffrir. Il l'a vu, il l'a vécu.

 

Monsieur le ministre, j'ai beaucoup apprécié vos réponses, assez encourageantes pour l'avenir, car le pays dont nous parlons aujourd'hui est bien le Sénégal. Le Sénégal, c'est le pays de Sédar Senghor, qui a créé ce qui est aujourd'hui la francophonie. C'était l'une de ses premières propositions. Mais il était président quand la loi est passée, en 1966. Le Sénégal dont nous parlons, parce qu'il faut parfois remettre les choses en place, est le pays de Cheikh Anta Diop. Si, dans ma vie, je n'avais jamais connu Cheikh Anta Diop, je chercherais, ou pour ceux qui ne le connaissent pas, qu'ils aillent chercher. C'est l'homme qui a décrit l'histoire de l'homme noir et son antériorité dans la civilisation. Cela n'a jamais été contredit. À la Sorbonne, il a fait un mémoire où il parlait de ce que beaucoup de gens ne savaient pas. Il démontrait facilement que les Noirs étaient antérieurs, et ça ne se discute pas aujourd'hui.

 

Alors, comment le Sénégal peut-il participer à un truc pareil? C'est à vous, monsieur le ministre, de les raisonner, afin qu'ils reviennent à leurs valeurs antérieures, celles des hommes qui ont fait ce monde et ont donné la fierté et la dignité aux êtres humains. Monsieur le ministre, aidez le Sénégal à remonter la pente! Voilà ce que j’avais à dire. Et merci beaucoup, madame la présidente, pour cette interruption inattendue.

 

La présidente: Merci, monsieur Kompany, pour votre intervention ainsi que pour vos commentaires, qui permettent d'animer quelque peu le débat.

 

02.15  Charlotte Deborsu (MR): Je n'ai pas grand-chose à rajouter.

 

J'ai été très touchée par le témoignage de M. Lacroix. Forcément, quand on fait partie de la communauté, ce sujet reste sensible et cela résonne toujours de manière différente. On ne se rend pas compte de la chance qu'on a en Belgique, mais des mauvaises anecdotes et des faits divers comme celui-là nous rappellent qu'on n'est pas toujours à l'abri, bien que la situation soit meilleure que celle que vit le Sénégal.

 

Monsieur le ministre, j'aimerais revenir sur un point: je parlais du fait qu'il fallait jouer sur notre lien privilégié avec le Sénégal, mais je n’irai pas jusqu'à demander que l'on suspende l'aide pour la coopération au développement. Vous l'avez dit, les conséquences seraient plus désastreuses qu'autre chose. Il est primordial de maintenir le dialogue, mais jouer à tout le moins sur ce lien me semble tout de même important. C'est ce que vous faites et j'en suis satisfaite.

 

Merci, monsieur le ministre.

 

02.16  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je vous remercie de vos réponses.

 

Votre réaction est à saluer, car vous avez raison de ne pas suspendre les aides. C'est important pour celles et ceux qui, là-bas, subissent de l'homophobie et sont mis en danger tous les jours. Nous partageons votre priorité, à savoir la protection des personnes LGBTQIA+ sur place, d'autant que cette loi aura aussi des répercussions concrètes en termes de santé publique et d'accès à l'aide médicale et préventive. Les associations de terrain redoutent ainsi une recrudescence du VIH, faute d'accès. C'est un enjeu de santé publique essentiel. Les chiffres sont élevés. Par exemple, la prévalence nationale du VIH atteint 0,3 %, mais elle est nettement plus élevée dans les communautés LGBTQIA+, selon les chiffres gouvernementaux. Donc, il faut renforcer le soutien et le lien avec les associations de terrain. À ce titre, votre action diplomatique sera utile et nécessaire.

 

Par ailleurs, il convient de garantir un accueil de réfugiés digne de ce nom aux personnes qui vont venir chercher l'asile en Belgique. Du reste, ma collègue va interroger la ministre Van Bossuyt à ce sujet. Cela ne doit pas devenir un angle mort de notre politique diplomatique. Nous ne pouvons pas, d'un côté, dénoncer et, de l'autre, ne pas accueillir ces personnes.

 

Je tiens aussi à remercier M. Lacroix pour son poignant témoignage. C'est un rappel salutaire, car l'homophobie est un délit. Elle continue à tuer, et pas seulement en Afrique. Elle n'a ni couleur ni religion; elle tue partout, que ce soit en Arabie saoudite ou dans nos bonnes démocraties telles que la Belgique. Merci encore à M. Lacroix pour ce poignant témoignage.

 

La présidente: Je ne vois plus M. Van Rooy qui avait demandé la parole pour intervenir. Je clos donc le débat ici.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

03 Samengevoegde vragen van

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De hogere bijdrage aan de EU-begroting" (56013252C)

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het standpunt van de Belgische regering over het nieuwe meerjarig financieel kader" (56014065C)

- Britt Huybrechts aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het meerjarig financieel kader" (56014726C)

03 Questions jointes de

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'augmentation de la contribution au budget de l'UE" (56013252C)

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La position du gouvernement belge concernant le nouveau cadre financier pluriannuel" (56014065C)

- Britt Huybrechts à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le cadre financier pluriannuel" (56014726C)

 

03.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, dit is een heel ander onderwerp.

 

De onderhandelingen over het volgende Europese meerjarenbudget versnellen, maar België dreigt opnieuw te laat te komen. De Europese Commissie heeft een budget van bijna 2.000 miljard euro vooropgesteld voor de periode 2028-2034, goed voor 1,26 % van het Europese bruto nationaal inkomen, inclusief de afbetaling van de schulden van NextGenerationEU. Net nu de druk stijgt, zoeken de nettobetalers elkaar op. Hun boodschap vorige week in Berlijn was zeer helder. Het volgende budget moet worden gemoderniseerd, maar het commissievoorstel ligt veel te hoog en moet fors naar beneden, anders komt er geen akkoord. Dat is het signaal dat wij te horen hebben gekregen.

 

Mijn vraag is dan ook, wat met België? Wat is de positie van ons land? België heeft nog altijd moeite om een standpunt in te nemen, niet alleen in dit dossier, ook in vele andere. Nochtans, mijnheer de minister – u weet dit zeer goed – kan onze bijdrage oplopen van 4,4 miljard euro per jaar naar 7,21 miljard euro per jaar vanaf 2028. Dat is een stijging met 64 % of 2,8 miljard euro per jaar. Dat zijn toch zeer aanzienlijke bedragen. Zonder duidelijke positie dreigt ons land buitenspel te staan in een dossier met gigantische financiële gevolgen.

 

Enerzijds wil Europa meer doen op het vlak van defensie, migratie, concurrentiekracht en strategische autonomie, anderzijds is er vandaag een blokkering binnen de regering waarvan u deel uitmaakt. We weten dat de N-VA zich verzet tegen nieuwe middelen voor Europa, omdat volgens haar een machtsverschuiving naar het Europese niveau dreigt. De MR wil dan weer niet dat Europa grote ondernemingen extra zou belasten. Vooruit wil dat middelen voor gezondheidsbeleid niet in een competitiviteitsfonds terechtkomen. Cd&v stelt op haar beurt dezelfde vraag voor landbouwmiddelen.

 

Met andere woorden, de discussie gaat allang niet meer alleen over hoeveel België wil betalen. De discussie gaat over welk Europa deze regering wil. Precies omdat het binnen uw regering botst, raakt ons land helaas opnieuw niet vooruit. Meer nog, volgens de informatie die vandaag op tafel ligt, is België er zelfs niet in geslaagd de vragenlijst over het MFF van het Cypriotische voorzitterschap te beantwoorden.

 

Daarom heb ik een aantal concrete vragen.

 

Klopt het, mijnheer de minister, dat België als enige lidstaat die vragen van het Cypriotische voorzitterschap nog niet heeft beantwoord? Wanneer zal België eindelijk een eenduidige positie bepalen? Zonder duidelijke positie dreigen we geen enkele impact te hebben op de manier waarop dat budget uiteindelijk wordt opgebouwd.

 

Ik heb ook gezien dat onze premier gisteren een overleg heeft gehad met de bevoegde commissaris Fitto. Misschien kunt u daar iets meer over vertellen. Heeft hij daar feedback over gegeven? Wat heeft hij precies besproken? Dat interesseert ons zeker ook.

 

Concreet, mijnheer de minister, wil ik van u weten wat vandaag de Belgische onderhandelingspositie is in dit dossier. Is er een positie? Is er eensgezindheid? Wat is voor deze regering de financiële grens? Aanvaardt u principieel een hogere bijdrage? Hoe kijkt u naar de interne verdeling van de lasten? Blijft de federale overheid betalen terwijl de gewesten een groot deel van de baten opstrijken? Hoe ziet u dat?

 

De inzet is helder. Het gaat over miljarden voor België en over onze plaats aan de Europese onderhandelingstafel. De andere nettobetalers organiseren zich al. De Commissie heeft haar voorstel op tafel gelegd. De onderhandelingen lopen volop. De vraag is dus eenvoudig: waar blijft ons land?

 

03.02  Britt Huybrechts (VB): Ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.

 

De Europese Commissie heeft een voorstel gelanceerd voor het nieuwe Meerjarig Financieel Kader 2028-2034 met een omvang van bijna 2.000 miljard euro, een stijging met 800 miljard euro ten opzichte van de huidige begroting. U gaf zelf reeds aan dat dit voor België “buiten proportie" is en dat ook op Europees niveau budgettaire discipline moet gelden. Tegelijk wijzen verschillende lidstaten erop dat de lidstaten de centrale rol in de besluitvorming moeten behouden, terwijl het Europees Parlement net meer invloed opeist.

 

Daarnaast groeit de bezorgdheid bij regio's en lokale besturen dat deze nieuwe begroting gepaard gaat met een verdere centralisatie van beleid en een uitholling van hun rol. Zo wordt gewaarschuwd voor een nationalisatie van het cohesiebeleid en het samenbrengen van fondsen in nationale plannen, wat de directe betrokkenheid van regio's zou verminderen. Dit raakt fundamenteel aan vragen over subsidiariteit, vertegenwoordiging en de institutionele positie van deelstaten binnen de Europese Unie.

 

Kunt u het Belgische standpunt inzake de omvang van het voorgestelde Meerjarig Financieel Kader 2028-2034 nader toelichten? Welke concrete plafonds of aanpassingen verdedigt België in de lopende onderhandelingen?

 

Welke impact zou deze begroting hebben op de Belgische bijdrage en op de federale begroting? Welke raming hanteert de regering momenteel?

 

Hoe positioneert België zich in het debat over de machtsverhouding tussen de lidstaten en het Europees Parlement binnen het MFK? Steunt u een versterkte rol voor het Parlement of pleit België expliciet voor het primaat van de lidstaten?

 

Hoe beoordeelt u de signalen van regio's en lokale besturen over een mogelijke centralisatie en nationalisatie van Europese fondsen zoals cohesie-, landbouw- en visserijbeleid?

 

Welke garanties vraagt België op Europees niveau om de betrokkenheid van regio's en deelstaten - in het bijzonder in een federaal land als België - te waarborgen bij de uitwerking en uitvoering van deze fondsen?

 

Werd hierover reeds overleg gepleegd met de deelstaten binnen België, en zo ja, welke standpunten of bezorgdheden hebben zij geformuleerd?

 

03.03 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Huybrechts, mijnheer Di Nunzio, dank u voor uw vragen.

 

De Europese Commissie heeft in juli 2025 haar voorstel voor het volgende meerjarig financieel kader (MFK) gepresenteerd. De onderhandelingen lopen over meerdere jaren. Binnen de Europese Unie bestaat de ambitie om tegen het einde van dit jaar tot een politiek akkoord te komen. Dat is heel ambitieus.

 

België steunt een toekomstgericht MFK, met bijzondere aandacht voor concurrentievermogen, defensie en migratie, alsook klimaatverandering. Tegelijk blijven we het belang van het landbouw- en cohesiebeleid benadrukken, evenals het belang van gezondheid.

 

Daarnaast erkent ons land de noodzaak van een vereenvoudigd en flexibel budget, waarbij het juiste evenwicht wordt gevonden tussen voorspelbaarheid enerzijds en bestuur, met een correcte rol voor de Raad, anderzijds.

 

Het MFK is een uiterst belangrijk dossier met grote financiële implicaties voor België. Doorheen de jaren hebben we beslist dat bepaalde dossiers beter op Europees niveau worden gecoördineerd, wat betekent dat we ook een deel van ons budget afstaan aan de Europese Unie.

 

In lopende prijzen bedraagt de gemiddelde budgettaire impact van het huidige MFK 4,4 miljard euro per jaar. Met het nieuwe voorstel van de Commissie zou die budgettaire impact kunnen stijgen met 56,4 % tot 64 %. Het is dus belangrijk om in deze fase te wegen op het debat. Ik heb dit dossier daarom al meerdere keren aangebracht in het kernkabinet.

 

In dit stadium van de onderhandelingen heeft België nog geen positie bepaald over het volume van het MFK. Het nodige rekenwerk en de analyses hebben we wel al achter de hand, met dank aan de experten uit de verschillende administraties die het MFK mee voorbereiden en onderhandelen. De beperkte budgettaire marge op het federale niveau is een belangrijke overweging bij de bepaling van onze posities.

 

Laat ons eerlijk zijn, ik ben eurofiel, ik wil meer Europa en ik zou vandaag graag een positieve boodschap over het Europese budget brengen. Tegelijk ben ik echter realist. Wie gelooft vandaag dat we in onze huidige besparingscontext een veel hogere bijdrage kunnen betalen? De helderheid – of la lucidité in het Frans – dwingt ons te erkennen dat dat niet mogelijk is.

 

De discussie over nieuwe eigen middelen maakt integraal deel uit van de onderhandelingen over het MFK. De bespreking daarover op intra-Belgisch niveau moet nog plaatsvinden. De bijdrage komt vandaag volledig ten laste van de federale begroting. Ik erken daarbij wel de mogelijke impact van het voorstel van de Commissie over nieuwe eigen middelen op de gefedereerde entiteiten. Het is daarom belangrijk om in onze posities een onderbouwd evenwicht na te streven tussen het federale en het gefedereerde niveau.

 

Wat uw vragen over de federale bijdrage betreft, het is niet mogelijk die te beantwoorden zolang er geen beslissing genomen is over het volgende MFK en dus ook niet over onze precieze bijdrage. Wat uw vragen over de bijdrage van de gefedereerde entiteiten betreft, lopen de discussies nog.

 

03.04  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, u sprak over de deadline, het einde van dit jaar, voor het MFK. Ik ben van mening dat we niet pessimistisch zijn als we stellen dat we die deadline zeer waarschijnlijk niet zullen halen. Ik heb in uw antwoord geen concreet standpunt gehoord over wat ons land effectief wil. U zegt dat we realisme aan de dag moeten leggen en dat we in de besparingscontext waarin we zitten niet zomaar geld kunnen uitgeven, maar dat zegt niets over de positie die we innemen.

 

Daarmee kom ik terug op mijn initiële vraag: hoe positioneren we ons?

 

Over het volume en de berekeningen hoor ik u niet echt iets zeggen, terwijl andere landen, zoals Duitsland, Denemarken en Nederland, wel al duidelijke lijnen hebben uitgezet. In het verleden hebben we ons in heel wat dossiers onthouden of geen standpunt ingenomen, waardoor we aan de zijlijn zijn beland.

 

U zegt dat u nog moet overleggen met de gefedereerde entiteiten om de lijnen te bepalen. Dat spreekt voor zich.  Mijn oproep aan u is dan ook zeer helder: doe dat zo snel mogelijk en zorg ervoor dat er een eenduidig standpunt komt. Ik heb het al meermaals gezegd, u hebt vandaag de luxe dat in de twee grootste gewesten, Vlaanderen en Wallonië, spiegelregeringen aan de macht zijn. Die coalities zijn federaal vertegenwoordigd en ik veronderstel dat er ook met Brussel te spreken valt.

 

Alstublieft, dit is een bijzonder belangrijk dossier. De federale regering noemt zichzelf een besparings-, sanerings- en hervormingsregering. Dit dossier heeft een enorme impact. We kunnen het ons niet veroorloven zonder duidelijk standpunt en zonder duidelijke positie naar buiten te komen. Daarom roep ik u en alle meerderheidspartijen op om hier zo snel mogelijk werk van te maken.

 

03.05  Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, u erkent zelf dat u realistisch bent en dat we vandaag met een budgettaire krapte geconfronteerd worden. Dat klopt. Een stijging zal de belastingbetaler zeer hard voelen en dat zal moeilijk uit te leggen zijn. Onze mensen zitten daar vandaag niet op te wachten. Zij hebben hun limiet bereikt en verwachten dat er verstandig met hun geld wordt omgegaan. Zij verwachten niet dat we blanco cheques blijven geven aan een Europese Unie die verder uitdijt en tegelijk haar economisch fundament en haar economische welvaart ondergraaft.

 

Europa werd destijds opgericht als een economische unie, om de economische samenwerking te versterken. Dat is zeer goed, maar vandaag lijkt Europa zich meer te richten op politiek en allerlei randfenomenen dan op het versterken van die economische welvaart. Denk maar aan de EU-handelsakkoorden met India en waarschijnlijk binnenkort ook Mercosur. Dat is niet goed voor Europa, niet voor onze Europese industrie en niet voor onze landbouw. Het is dus ook niet goed voor onze mensen.

 

Opnieuw stel ik dus de vraag waar België de lijn trekt. Wanneer zegt u tot hier en niet verder? Dat is wat onze mensen willen weten.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

La présidente: La question n° 56013292C de Mme Depoorter est reportée.

 

04 Samengevoegde vragen van

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De onderhandelingen over een handelsdeal met Turkije" (56013298C)

- Ellen Samyn aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De onderhandelingen over de douane-unie met Turkije" (56014729C)

04 Questions jointes de

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La négociation d'un accord commercial avec la Turquie" (56013298C)

- Ellen Samyn à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les négociations sur l'union douanière avec la Turquie" (56014729C)

 

04.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, zoals u weet onderhandelt de Europese Commissie over een nauwere handelsrelatie met Turkije. De goederenhandel tussen de EU en Turkije is goed voor meer dan 150 miljard euro per jaar. Ter herinnering, dat is bijna dubbel zoveel als met de Mercosur-landen. De Commissie wil de goederenstromen tussen de EU en Turkije vlotter laten verlopen en werkt aan een nieuw akkoord rond handel, energie en transport. Voor België raakt dit rechtstreeks aan de export, de havens en uiteraard aan de landbouwers. België exporteert jaarlijks voor ongeveer 4,7 miljard euro aan goederen naar Turkije. Het gaat daarbij onder meer om kunststoffen, ijzer en staal, voertuigen en onderdelen, machines en chemische producten.

 

Zoals ik al meermaals zei, heeft ons land de laatste tijd geen goede reputatie op het gebied van het sluiten van vrijhandelsakkoorden. We blokkeren, nemen geen standpunt in, onthouden ons bij stemmingen en ratificeren vervolgens niet. Mercosur was daarvan een pijnlijk voorbeeld.

 

Ik kan me inbeelden dat dit – hopelijk nakende – akkoord geen eenvoudig dossier wordt voor de regering. Naast het economisch belang blijft Turkije immers een land met ernstige problemen op het vlak van de rechtsstaat en fundamentele vrijheden. Zal België actief mee aan tafel zitten om de Belgische economie te verdedigen? Bent u zelf voorstander van een nauwe relatie met Turkije op het gebied van handel, energie en transport? Welke belangen wilt u concreet veiligstellen in onze onderhandelingen, voor onze kmo's, exporteurs en havens? Welke harde garanties zal ons land eisen om de landbouw en de voedselketen te beschermen tegen oneerlijke concurrentie? En, tot slot, hoe wilt u voorkomen dat België opnieuw Europees meeonderhandelt, maar uiteindelijk blokkeert, met als gevolg reputatieschade en onzekerheid voor onze bedrijven?

 

04.02  Ellen Samyn (VB): Mevrouw de voorzitster, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.

 

Turkije blijft aandringen op een modernisering van de douane-unie met de Europese Unie. Die bestaande overeenkomst dateert van 1995 en Ankara beschouwt die vandaag als nadelig, onder meer in vergelijking met recente handelsakkoorden die de EU heeft gesloten met andere partners. Turkije wil de overeenkomst uitbreiden naar onder meer diensten en e-commerce.

 

Tegelijk is er binnen de Europese Unie verdeeldheid over het opstarten van onderhandelingen. Lidstaten zoals Griekenland en Cyprus blokkeren vooruitgang zolang Turkije geen stappen zet in gevoelige dossiers, waaronder de erkenning van Cyprus en de toegang van Cypriotische schepen tot Turkse havens. Daarnaast blijft de context bijzonder problematisch: de Turkse economie wordt gekenmerkt door lagere sociale standaarden, lagere loonkosten en aanhoudende problemen inzake corruptie, wat het risico op oneerlijke concurrentie aanzienlijk verhoogt. Bovendien blijven er ernstige vragen bestaan over de rechtsstaat, de democratie en de bescherming van minderheden in Turkije.

 

Verdere handelsliberalisering met Turkije is dus onwenselijk, ook al worden nu geopolitieke argumenten aangehaald om de banden te versterken.

 

Wat is het huidige Belgische standpunt over de onderhandelingen rond de modernisering van de douane-unie tussen de EU en Turkije? Zal België aandringen op diepgaande hervormingen door Ankara alvorens dit te overwegen?

 

Hoe evalueert u het risico op oneerlijke concurrentie voor Belgische en Europese bedrijven, gelet op de structurele verschillen in loonkosten, sociale bescherming en economische transparantie?

 

Bestaan er concrete impactanalyses voor België, met name voor sectoren zoals industrie, diensten en e-commerce?

 

Welke voorwaarden stelt België op vlak van sociale normen, arbeidsrechten en eerlijke concurrentie alvorens een uitbreiding van de douane-unie te overwegen?

 

Hoe beoordeelt u de blokkering door lidstaten zoals Griekenland en Cyprus, en in het bijzonder het feit dat Turkije Cyprus nog steeds niet erkent en Cypriotische schepen weigert?

 

04.03 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, mevrouw Samyn, de douane-unie is een akkoord dat onmiskenbaar voordelen heeft opgeleverd voor beide partijen en dat de Turkse economie in staat heeft gesteld zich te moderniseren en te integreren in de EU-economie.

 

Het akkoord dateert van 1995 – gisteren dus. Er is al lange tijd vraag naar modernisering. Ik geloof dat dat zowel in het belang is van onze bedrijven als in dat van Turkije en de Turkse samenleving. De douane-unie in haar huidige vorm heeft bijvoorbeeld alleen betrekking op goederen en verwerkte landbouwproducten; zij dekt geen diensten, geen overheidsopdrachten, geen onverwerkte landbouwproducten en beschikt niet over een specifiek mechanisme voor geschillenbeslechting. Het akkoord is verouderd in vergelijking met recentere handelsakkoorden die de Europese Unie heeft gesloten met partners die geografisch verder af liggen dan Turkije en met wie onze handelsrelaties minder intensief zijn.

 

In de huidige geopolitieke context is het in het belang van de Europese autonomie. De Europese Commissie onderhoudt regelmatig contact met de Turkse autoriteit om handelsproblemen op te lossen en om te voorkomen dat de sancties tegen Rusland worden omzeild.

 

Vandaag is er nog geen mandaat van de Raad toegekend aan de Commissie om de onderhandelingen op te starten. Daarvoor is een consensus nodig en die bestaat momenteel niet. Turkije, dat de Republiek Cyprus niet herkent, past de bepalingen van de douane-unie immers niet op dat land toe. Ik ben persoonlijk van mening dat het opstarten van technische onderhandelingen over een modernisering van de douane-unie een positieve dynamiek zou kunnen creëren om dit probleem, dat van uitgesproken politieke aard is, later op te lossen.

 

04.04  Sandro Di Nunzio (Anders.): Ik dank u voor uw antwoord.

 

04.05  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, ik ben iets minder positief dan u. Voor de intentie om een opening te laten voor een diepgaandere handel met Ankara, staan wij niet meteen te springen. Een versoepeling is wat ons betreft uiterst problematisch, omdat de Turkse economie wordt gekenmerkt door lagere sociale standaarden en lagere loonkosten, en door aanhoudende problemen inzake corruptie, wat het risico op oneerlijke concurrentie aanzienlijk verhoogt. Bovendien blijven er ernstige vragen bestaan over de rechtsstaat, de democratie en de bescherming van minderheden in Turkije. Verdere liberalisering van de handel met Turkije is wat ons betreft onwenselijk, ondanks de geopolitieke argumenten die nu worden aangehaald om de banden te versterken.

 

Wij hopen dat u daar in de Raad niet in zult meegaan en dat u in de EU en andere Europese instellingen een kordaat standpunt zult innemen ter bescherming van onze Europese markteconomie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

05 Vraag van Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het consulaat van Frankrijk in Groenland" (56013299C)

05 Question de Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le consulat de France au Groenland" (56013299C)

 

05.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, Frankrijk opent een diplomatiek consulaat in Nuuk, de hoofdstad van Groenland. Ik heb mijn vraag al begin februari ingediend, dus dat is niet echt hot news.

 

President Macron opent dat consulaat om een politiek signaal te geven, nadat president Trump opnieuw sprak over het inlijven van Groenland. Groenland is cruciaal voor de veiligheid van de hele Arctische regio, voor de strategische zeeroutes en voor de toegang tot kritieke grondstoffen. Deze symbolische daad houdt rechtstreeks verband met de Europese strategische autonomie.

 

Hoe beoordeelt België de Franse stap om daar een consulaat te openen? Steunt België dit signaal richting Washington en Moskou? Als Frankrijk zijn aanwezigheid in Groenland versterkt, wat doet België dan? Ziet België Groenland en de Arctische regio als een strategische prioriteit voor het Europees buitenlands beleid, ja of nee? Graag uw visie.

 

05.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, Frankrijk heeft inderdaad in februari een consulaat-generaal in Groenland geopend. Op dit moment is het de enige lidstaat van de Europese Unie die dat heeft gedaan. Het is niet aan mij om die beslissing van Frankrijk te beoordelen, maar het lijkt erop dat het signaal dat met de opening van dat consulaat-generaal werd gegeven werd gewaardeerd door de Groenlandse en Deense autoriteiten.

 

In de afgelopen maanden hebben België en zijn Europese partners herhaaldelijk hun steun betuigd aan de Deense territoriale integriteit en aan het recht van het Groenlandse volk op zelfbeschikking. België zet zich in voor de Arctische regio via meerdere multilaterale en bilaterale kanalen. Ons land is actief betrokken bij het overleg en de initiatieven van de Europese Unie en de NAVO, neemt deel aan de overlegmechanismen van de Arctic Circle en onderhoudt nauwe contacten met zijn partners in Europa en daarbuiten, in de eerste plaats met de Arctische landen.

 

Veiligheid en stabiliteit, respect voor de rechten van de lokale bevolking, klimaat en milieu, onderzoek en innovatie, evenals duurzame ontwikkeling zijn de domeinen waarin België zich engageert. Internationale samenwerking blijft essentieel om het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarmee deze regio wordt geconfronteerd. België beschikt over sterke economische, maritieme en wetenschappelijke troeven om betekenisvol bij te dragen aan de internationale inspanningen ten gunste van de Arctische regio.

 

We werken momenteel aan de finalisering en actualisering van onze Arctische strategie.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

06 Samengevoegde vragen van

- Katrijn van Riet aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het wegvallen van het New START-Verdrag" (56013307C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het einde van het New START-Verdrag" (56013679C)

- Nabil Boukili aan Bart De Wever (eerste minister) over "Het New START-Verdrag" (56013320C)

- Peter Mertens aan Bart De Wever (eerste minister) over "Het New START-Verdrag" (56013321C)

- Raoul Hedebouw aan Bart De Wever (eerste minister) over "Het New START-Verdrag" (56013322C)

06 Questions jointes de

- Katrijn van Riet à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le non-renouvellement du traité New START" (56013307C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le non-renouvellement du traité New START" (56013679C)

- Nabil Boukili à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le traité New START" (56013320C)

- Peter Mertens à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le traité New START" (56013321C)

- Raoul Hedebouw à Bart De Wever (premier ministre) sur "Le traité New START" (56013322C)

 

06.01  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, de wereld staat op een kantelpunt. Het New START-Verdrag tussen de Verenigde Staten en Rusland is officieel verlopen. Daarmee verdwijnt de laatste juridische barrière die het aantal strategische kernwapens wereldwijd beperkte. Sinds het aflopen van dat verdrag, ontbreekt elk onafhankelijk toezicht op de nucleaire arsenalen van de twee grootste kernmachten.

 

Ik ga onmiddellijk over tot mijn vragen.

 

Welke diplomatieke initiatieven neemt u binnen de Europese Unie om een gezamenlijk standpunt te formuleren tegen de hervatting van een nucleaire wapenwedloop en voor de heropstart van non-proliferatieonderhandelingen?

 

Hoe zult u de Amerikaanse regering herinneren aan haar verantwoordelijkheden binnen het non-proliferatieverdrag nu het New START-kader is weggevallen?

 

Op welke manier bevordert België de dialoog met China om het te betrekken bij toekomstige multilaterale wapenbeheersingsverdragen?

 

Welke concrete stappen zet u om de Belgische expertise op het vlak van verificatietechnieken aan te bieden als basis voor nieuwe onderhandelingen?

 

06.02  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, le traité New START, le dernier accord significatif de contrôle des armements entre les deux plus grandes puissances nucléaires – les États-Unis et la Russie – est arrivé à expiration le 5 février. Ce traité – ayant été prolongé une dernière fois en 2021 – a limité jusqu'à ce jour le nombre d'ogives nucléaires stratégiques et de lanceurs des deux pays.

 

Sa non-prolongation marque un retour de la guerre froide, dans une anarchie nucléaire où il n'existe plus aucune barrière de sécurité en matière de contrôle des armements entre les États dotés de l'arme nucléaire. Cela signifie que depuis le 5 février, les États-Unis et la Russie peuvent continuer à augmenter leurs arsenaux nucléaires sans aucune limite. Ils détiennent ensemble près de 90 % des armes nucléaires de la planète, ce qui rend le risque d'une nouvelle prolifération ou d'une course aux armements nucléaires très réel.

 

Depuis 2017, il existe le Traité sur l’interdiction des armes nucléaires (TIAN) visant à faire pression sur les États dotés de l'arme nucléaire et à leur rappeler leur engagement vis-à-vis du Traité sur la non-prolifération des armes nucléaires (TNP) de 1968, visant à un désarmement nucléaire effectif.

 

Monsieur le ministre, quelle est la position officielle du gouvernement belge quant à la dissuasion nucléaire et la non-prolongation de ce traité?

 

06.03  Maxime Prévot, ministre: Madame Lambrecht, monsieur Boukili, permettez-moi de rappeler un principe essentiel. La dissuasion nucléaire et le contrôle de l'armement ne s'opposent pas. Ils poursuivent une seule et même finalité: notre sécurité collective. La dissuasion vise à décourager toute agression, tandis que le contrôle des armements permet d'instaurer la confiance et de prévenir les postures dangereuses. C'est pourquoi la Belgique soutient à la fois une dissuasion crédible au sein de l'OTAN et un ordre international fondé sur les traités de désarmement et de non-prolifération.

 

Ik betreur dan ook het aflopen van het New START-verdrag. België heeft jarenlang opgeroepen tot een opvolgverdrag, waarbij we moeten erkennen dat Rusland al vóór de formele afloop zijn verplichtingen niet meer nakwam. Sinds de covidcrisis weigerde Moskou nog inspecties toe te laten, wat het verdrag al ernstig ondermijnde. In 2023 schortte Rusland zijn deelname zelfs op. In dat licht was het voorstel van president Poetin om het verdrag met een jaar te verlengen weinig geloofwaardig.

 

Het einde van het New START-verdrag betekent niet noodzakelijk de start van een wapenwedloop tussen de Verenigde Staten en Rusland. België en de Europese Unie roepen die landen op om daar niet aan te beginnen.

 

Ondertussen hertekent een derde speler echter het strategische landschap. China heeft zijn kernwapenarsenaal in enkele jaren tijd verdrievoudigd en blijft als enige van de vijf erkende kernwapenstaten nieuwe kernkoppen produceren. Het programma wordt weinig transparant beheerd en China weigert elke wapenbeheersingsdialoog.

 

Het strategische landschap is daardoor complexer geworden en moeilijker te beheren. België roept China al jaren op tot meer openheid en dialoog en dat is ook de boodschap van de Europese Unie. Voorlopig is dat echter zonder resultaat.

 

Daarnaast blijven Iran en Noord-Korea grote zorgen baren.

 

Les États qui ne sont pas dotés de l'arme nucléaire, comme la Belgique, ont un rôle essentiel: maintenir la pression pour que les puissances nucléaires fassent preuve de retenue et évitent une dynamique de course aux armements. Cette position sera portée avec force lors de la prochaine conférence d'examen du traité de non-prolifération.

 

Tegelijkertijd moeten we een positieve agenda blijven bevorderen door de nog bestaande verdragen, zoals het kernstopverdrag, te ondersteunen. Ook kunnen we vooruitgang maken op het vlak van de ontmantelingsverificatie, waarin België de jongste jaren actief investeerde.

 

Nous devons être lucides, une percée majeure est improbable dans le contexte géopolitique actuel, mais des progrès incrémentaux et concrets peuvent créer le climat de confiance indispensable à cette stabilité globale à laquelle nous aspirons.

 

06.04  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord, dat heel belangrijk is in het kader van de collectieve veiligheid en de geopolitieke situatie waarmee we nu te maken hebben.

 

Ik merk dat België blijft proberen te ontraden, ook binnen de Europese Unie, en blijft proberen ervoor te zorgen dat er nieuwe verdragen kunnen worden gesloten. Dat is een goede houding, maar ik meen uit uw antwoord ook te kunnen opmaken dat we behalve afwachten momenteel niet zoveel zelf kunnen doen. Dat leidt toch wel tot een heel gevaarlijke situatie. Meer kan ik daarover niet zeggen.

 

06.05  Nabil Boukili (PVDA-PTB): Monsieur le ministre, le rôle de dissuasion des armes nucléaires laisse à désirer quand on voit l'état du monde: la Russie en Ukraine, les États-Unis qui attaquent à tout va. Surtout, cela ne garantit en fait pas la sécurité. Ce qui garantirait la sécurité, ce serait la non-existence de ces armes nucléaires, pour ne pas répéter des situations comme celles d'Hiroshima et Nagasaki. C'est cela qu'il faut éviter; et ces catastrophes sont dues à l'utilisation de ces armes nucléaires.

 

Il y a aussi le principe, s’agissant de dissuasion, de prendre ses responsabilités au niveau international. La Belgique pourrait commencer par ratifier le traité de non-prolifération pour lancer un message au niveau international, parce que nous pourrions être victimes de ces armes nucléaires.

 

Nous sommes aussi face à ce qu'on appelle le dilemme de sécurité, monsieur le ministre. Par exemple, quand on voit au Moyen-Orient le danger d'armes nucléaires avec l'Iran, l'Iran aurait-il mis en place un programme nucléaire si Israël n'avait pas un programme nucléaire et n'avait pas l'arme nucléaire? La Russie et les États-Unis auraient-ils aujourd'hui autant d’ogives nucléaires si l'un des deux n'avait pas d'armes nucléaires?

 

Le problème est là, plus il y a d'armes nucléaires dans le monde, plus cela va pousser à augmenter la production d'armes nucléaires.

 

Aujourd'hui, quand on voit la politique américaine dans le monde, ils attaquent l'Iran, ils attaquent le Venezuela, mais ils n'attaquent pas la Corée du Nord, notamment parce que la Corée du Nord a l'arme nucléaire. C’est un mauvais message qui est donné au monde: "Si vous avez l'arme nucléaire, vous pouvez faire ce que vous voulez, vous ne serez pas inquiétés". Est-ce le message qu'on veut donner?

 

En termes de dissuasion, je ne vois pas de dissuasion aujourd'hui, quand je vois l'état du monde. Cela ne marche pas. Ce qui marche, c'est une désescalade et un désarmement nucléaire. C’est dans cette voie-là que la Belgique doit s'inscrire. Malheureusement, la Belgique n'a toujours pas le courage d'aller dans ce sens, ce qui est bien dommage.

 

Je rappelle que la plus grande manifestation que notre pays a connue, c'est la manifestation contre les armes nucléaires: 400 000 personnes ont défilé en Belgique contre les armes nucléaires. Je pense que c'est un message  qu'il faut honorer aujourd'hui, et que notre diplomatie pourrait assurer au niveau international.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

07 Vraag van Sam Van Rooy aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De waarschuwing voor de jihadistische activiteiten van Abou Jahjah" (56013309C)

07 Question de Sam Van Rooy à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'avertissement relatif aux activités djihadistes d'Abou Jahjah" (56013309C)

 

07.01  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken waarschuwt voor Abou Jahjah en diens jihadistische activiteiten in ons land en Europa. Zogenaamde activisten zoals Abou Jahjah "misbruiken liberale democratieën" en "zijn Hind Rajab Foundation fungeert als instrument voor juridische intimidatie en pesterijen tegen Israëliërs in het buitenland." Volgens het ministerie importeert Abou Jahjah de strijd van het jihadistische Hezbollah naar het Westen en dat via die Hind Rajab Foundation, dat overigens opereert zonder enige openbare transparantie over de financiering. Dat heb ik overigens ook al bij andere ministers aangekaart.

 

Mijnheer de minister, wat is uw reactie hierop? Wilt u hierover contact opnemen met het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken en onze minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid? Ik mag hopen van wel.

 

07.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Van Rooy, mijn departement beschikt niet over informatie die ons in staat stelt een financieel of organisatorisch verband te leggen tussen de heer Abou Jahjah of zijn stichting, de Hind Rajab Foundation, en een extremistisch-terroristische organisatie die op de Europese lijst staat. Ook hebben wij geen info dat hij opdrachten ontvangt.

 

Ik nodig u dus uit uw vraag te stellen aan de minister van Justitie, onder wiens autoriteit de Veiligheid van de Staat valt, en aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse. Voor het departement Buitenlandse Zaken hebben we geen specifieke informatie.

 

07.03  Sam Van Rooy (VB): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. U kunt er zeker op rekenen dat ik dat daar zal aankaarten.

 

U hebt wel informatie over Abou Jahjah, namelijk de informatie die we allemaal hebben. Laten we nooit vergeten hoe hij reageerde op de bloedige islamitische aanslagen van 9/11 in New York, waarbij 3.000 onschuldige doden vielen. Hij reageerde daarop met volgende uitspraak: "een gevoel van sweet revenge en blijdschap". Onlangs kreeg die openlijke aanhanger van Hezbollah – dat is hij immers – een kritiekloos podium bij VRT. Zo diep is dit land gezonken. Hij is een postmoderne jihadist, zoals er tegenwoordig wel meer zijn, die een geweldloze jihadistische strategie hanteren. Ze misbruiken ons tolerante systeem en buiten de zwaktes ervan uit voor hun sinistere agenda van ondermijning, verovering en onderwerping. Het is zo klaar als een klontje. Met zijn Hind Rajab Foundation voert Abou Jahjah een juridische jihad en importeert hij de strijd van het jihadistische Hezbollah in het Westen.

 

Ik kan alleen maar hopen, mijnheer de minister, dat de regering dat zeer ernstig neemt en een onderzoek laat uitvoeren. Als de regering niet in staat is om zelf die informatie te vinden, kan ze zich wenden tot onze collega’s in Israël, want zij zijn wel goed op de hoogte.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

La présidente: Je me permets de vous donner une petite explication de service. Il y a visiblement eu un malentendu avec le secrétariat. Je vous avais proposé que les réponses aux questions que vous n'auriez pas eu l'occasion d'exposer aujourd'hui se retrouvent dans le rapport, mais cela ne sera visiblement pas possible. J'imagine que les personnes intéressées peuvent prendre directement contact avec le ministre.

 

Président: Pierre Kompany.

Voorzitter: Pierre Kompany.

 

08 Samengevoegde vragen van

- Kathleen Depoorter aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in Gaza na de heropening van de grensovergang in Rafah" (56013319C)

- Rajae Maouane aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De controle van Israël op de Westelijke Jordaanoever" (56013429C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De protestbrief over de situatie in Gaza" (56013687C)

- Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in bezet Palestina" (56014226C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De escalatie van Israëlisch geweld in de bezette Palestijnse gebieden en de Belgische reactie daarop" (56014759C)

- Rajae Maouane aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het rapport van Francesca Albanese over Gaza" (56014789C)

08 Questions jointes de

- Kathleen Depoorter à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation à Gaza à la suite de la réouverture du poste-frontière de Rafah" (56013319C)

- Rajae Maouane à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le contrôle d'Israël en Cisjordanie" (56013429C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La déclaration conjointe concernant la situation à Gaza" (56013687C)

- Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation en Palestine occupée" (56014226C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'escalade des violences israéliennes dans les territoires palestiniens occupés et la réaction belge" (56014759C)

- Rajae Maouane à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le rapport de Francesca Albanese sur Gaza" (56014789C)

 

08.01  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, le gouvernement israélien a récemment approuvé de nouvelles mesures qui visent à renforcer le contrôle israélien en Palestine occupée, en Cisjordanie, y compris dans des zones qui relèvent aujourd’hui de l’Autorité palestinienne en vertu des accords d’Oslo. Concrètement, ces décisions facilitent l’achat de terres par des colons israéliens dans ces zones et permettent aux autorités israéliennes d’exercer une administration directe sur certains sites, y compris religieux, situés pourtant sous contrôle palestinien.

 

Dans un contexte où plus de 500 000 colons vivent déjà en Cisjordanie aux côtés de près de trois millions de Palestiniens, ces mesures risquent d’accélérer l’extension des colonies, de fragmenter davantage le territoire palestinien et de réduire encore la capacité de l’Autorité palestinienne à exercer ses compétences et à rendre de facto quasiment impossible la création d'un État palestinien. Par ailleurs, des informations font état de violences accrues de colons ainsi que du gel par Israël de fonds destinés à l’Autorité palestinienne, ce qui fragilise encore ses capacités administratives et économiques.

 

Dans ce contexte, monsieur le ministre, quelles démarches précises la Belgique a-t-elle entreprises, au niveau bilatéral ou européen, pour s’y opposer? Le gouvernement soutient-il, au niveau européen, des mesures concrètes en cas de poursuite de l’expansion des colonies, notamment en matière de coopération, de financement ou de différenciation entre Israël et les colonies? Enfin, quelles actions la Belgique soutient-elle pour protéger les civils palestiniens face à l’augmentation des violences de colons et à l’affaiblissement financier de l’Autorité palestinienne? Ceci nous mène à la question de l'accord d'association UE-Israël.

 

Ma deuxième question, monsieur le ministre, concerne le rapport sur Gaza de Francesca Albanese, la rapporteuse spéciale de l'ONU. Ce nouveau rapport publié alerte avec une gravité extrême. Elle décrit une situation où la torture ne serait plus marginale, mais systématique, institutionnalisée "comme une doctrine d’État". Francesca Albanese parle d’un système pénitentiaire transformé en "laboratoire de cruauté", de milliers de détentions sans procès, y compris d’enfants, et de pratiques qui, si elles sont avérées, constituent des violations absolues du droit international. Et on a vu ces images de soldats qui violent des détenus, de chiens qui violent des détenus.

 

Ces accusations sont évidemment graves. Elles engagent non seulement la responsabilité d'Israël mais aussi celle de la communauté internationale. Le droit international est clair: la torture est interdite en toutes circonstances et les États ont l’obligation de prévenir et de sanctionner ces crimes.

 

Monsieur le ministre, avez-vous pris connaissance de ce rapport, et considérez-vous qu’il appelle des initiatives diplomatiques, juridiques ou de sanctions spécifiques de notre pays? Quelle est la position de la Belgique face à ce rapport? Entendez-vous soutenir des enquêtes internationales indépendantes, notamment devant les juridictions compétentes comme la Cour pénale internationale? Envisagez-vous de renforcer ou de conditionner nos relations politiques, économiques ou militaires au respect du droit international humanitaire et des droits humains? Si tel est le cas, il faut clairement rompre les relations diplomatiques et économiques avec Israël qui viole de manière régulière, flagrante et explicite le droit international.

 

08.02  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, een aantal Europese lidstaten, waaronder Frankrijk, Denemarken en Luxemburg, heeft recent een gezamenlijke protestbrief ondertekend, waarin zij expliciet de uitbreiding van de Israëlische controle over de Westelijke Jordaanoever scherp veroordelen. Men heeft het over een versnelde illegale kolonisatie en een de facto annexatie.

 

De brief wordt door ons land niet meeondertekend. Dat is opmerkelijk, aangezien in het regeerakkoord staat dat elke actie die een tweestatenoplossing in gevaar brengt, aan de kaak zal worden gesteld. Intussen heeft de regering-Netanyahu het beleid van Smotrich en Ben Gvir inzake de uitbreiding en regularisering van de nederzettingen verder verhard. Israël is illegaal aanwezig en annexeert illegaal. Ondertussen doen het dat ook in Libanon.

 

Het geweld op de Westelijke Jordaanoever is sterk toegenomen, met als gevolg honderden doden, vernielde woningen, gedwongen verplaatsingen en gerichte executies. Dat is allemaal versneld na het zogenaamde staakt-het-vuren in Gaza, dat blijkbaar enkel geldt voor één partij en al zeker niet voor het Israëlische leger. Het expliciete doel van de Israëlische regering is door die acties de onomkeerbaarheid te installeren en een Palestijnse Staat volledig onmogelijk te maken.

 

Hoe komt het dat we die Europese protestbrief niet mee hebben ondertekend? Was dat een bewuste politieke keuze of het gevolg van interne verdeeldheid, of bent u er gewoon nog niet aan toe gekomen? Deelt u de kwalificatie van de briefschrijvers van de de facto annexatie van delen van de Westelijke Jordaanoever? Zo ja, waarom hebt u dat dan niet mee veroordeeld? Zo neen, waarom niet?

 

Hoe verzoent u het uitblijven van een duidelijke veroordeling door een deelname aan dat initiatief met het regeerakkoord, waarin staat dat elke actie die de tweestatenoplossing ondermijnt, benoemd en afgekeurd zal worden? Werd België überhaupt gevraagd om aan het initiatief deel te nemen? Zo ja, wat was het antwoord van ons land? Zo neen, hoe komt het dat ons land voor dergelijke essentiële initiatieven niet wordt gevraagd of zich achteraf niet spontaan aansluit?

 

Collega's, ik ga naadloos over naar mijn tweede vraag.

 

Het afgelopen jaar is de situatie nog erger dan onmenselijk geworden. De Israëlische autoriteiten verleggen grens na grens op het vlak van onwettigheid en de strafloosheid regeert. Niet alleen vindt er een genocide en etnische zuivering plaats in Gaza, men gaat ook in Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever steeds verder. Het gewelddadig optreden escaleert, zowel qua omvang als qua snelheid, zeker nu in het verlengde van de oorlog met Iran, waarover we daarstraks debatteerden. In de schaduw van de oorlog in Iran en Libanon is er sprake van ongestoord fysiek geweld tegen en moord op de bevolking van de Westelijke Jordaanoever, die ook nog eens de ene na de andere raid van illegale kolonisten moet ondergaan.

 

De omstandigheden in Gaza zelf zijn ondertussen nog altijd zeer precair. Ik zei het gisteren tijdens de bijzonder beklijvende hoorzitting over de Citizens' Bill: Gaza telt het grootste aantal kinderen met geamputeerde ledematen ter wereld. Op Gaza is een recordaantal bommen gevallen de afgelopen jaren, inclusief bommen die mensen doen verdampen, extreem zware bommen met de impact van een atoombom, om nog maar te zwijgen van de aantallen getargete journalisten en hulpverleners. Dezelfde tactieken worden nu ook in Libanon toegepast. Het regime in Israël is helemaal losgeslagen en gaat steeds verder.

 

Mijnheer de minister, wanneer is het genoeg? Wanneer zal de regering echt ingrijpen?

 

Zult u werk maken van de creatie van een nationaal sanctiemechanisme tegen personen en etniciteiten die betrokken zijn bij ernstige schendingen van het internationaal recht, bijvoorbeeld ook mensen in ons land die zijn gaan vechten en mee bijgedragen hebben aan de ellende ter plaatse?

 

Deelt u de mening van minister Van Bossuyt, die zegt dat haar onderdeel van het Palestina-akkoord niet uitgevoerd kan worden?

 

Wat met het volledig moratorium op de aankoop van Israëlisch militair materiaal door Defensie, zodat België op geen enkele manier kan bijdragen aan de versterking van de Israëlische defensie-industrie?

 

Wat is de stand van zaken van de analyse van mevrouw Matz met betrekking tot overheidsaankopen in België?

 

Wat is de stand van zaken rond een concreet beleidskader om bedrijven die bijdragen aan de instandhouding van de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, of die op andere manieren betrokken zijn bij ernstige schendingen, uit te sluiten van overheidsopdrachten en publieke aankopen?

 

Zullen er extra middelen komen, bijvoorbeeld voor de financiële ondersteuning van het Internationaal Strafhof en Palestijnse mensenrechtenorganisaties die de straffeloosheid en de misdaden ter plekke documenteren en op dit moment het leven zuur worden gemaakt door de VS en door Israël, zodat lopende procedures van het ICC, het Internationaal Gerechtshof goed kunnen worden beëindigd, de straffeloosheid kan stoppen en misdaden ter plekke kunnen worden gedocumenteerd?

 

08.03  Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, depuis plus de deux ans, les Gazaouis subissent ce que l'on peut appeler un génocide. Selon le dernier rapport du Haut-Commissariat des Nations Unies aux droits de l'homme, publié en février, près de 70 000 Palestiniens ont été tués depuis octobre 2023 – dont près d'un tiers étaient des enfants, parfois en très bas âge (de 0 à 1 an). Ce même rapport soulève des préoccupations graves quant à la commission de crimes de guerre et de crimes contre l'humanité et exprime explicitement des inquiétudes relatives à un nettoyage ethnique en cours à Gaza et en Cisjordanie.

 

Quant au plan de paix pour Gaza, celui-ci a déjà été violé par Israël à 1 620 reprises, selon le Bureau des médias du gouvernement de Gaza, attaquant le territoire sur 121 des 139 jours de cette prétendue trêve et causant la mort de 618 Palestiniens supplémentaires. Parallèlement, Israël continue d'entraver massivement l'acheminement de l'aide humanitaire. Seulement 43 % des camions prévus ont pu entrer à Gaza, une situation de blocus que dénonce l'ONU et qu'elle rattache à une possible famine organisée constituant un nouveau crime de guerre et un nouveau crime contre l'humanité.

 

Ne minimisons pas non plus la situation de la Cisjordanie, dont la souveraineté est aujourd'hui sérieusement compromise. En effet, en février 2026, Israël a adopté une série de mesures visant à étendre son contrôle administratif et foncier sur la région, au mépris flagrant des accords d'Oslo et du droit international. Dans le même temps, l'ambassade américaine à Jérusalem a annoncé qu'elle offrirait désormais des services consulaires dans des colonies israéliennes illégales en Cisjordanie, conférant ainsi une légitimité de fait à des implantations condamnées par le droit international. Je pense qu'on aura tout vu!

 

Face à cette accumulation de faits, votre gouvernement s'est jusqu'à présent distingué par ce que j'appellerais des contorsions diplomatiques. L'accord de septembre 2025 a, certes, produit une reconnaissance de la Palestine – mais conditionnelle, différée et dont les conditions semblent conçues pour ne jamais être remplies.

 

Monsieur le ministre, au regard de la politique israélienne qui vise manifestement un remplacement de la population palestinienne, quand le gouvernement belge cessera-t-il de tergiverser pour reconnaître enfin, sans condition ni délai supplémentaire, l'État de Palestine? En outre, comptez-vous enfin prendre de véritables sanctions à l'encontre d'Israël sans vous réfugier sempiternellement – et je parle de votre gouvernement, bien entendu – derrière l'Union européenne?

 

08.04  Maxime Prévot, ministre: Mesdames et messieurs les parlementaires, la situation en Iran et dans le Golfe ne doit pas nous faire oublier la dramatique situation en Palestine. Du reste, je le disais hier aussi lors d'une conférence de presse avec mon homologue algérien, nous ne devons pas non plus perdre de vue la situation également dramatique en Lybie, dont on ne parle plus guère, et celle au Soudan, dont on parle encore trop peu régulièrement.

 

Je suis en tout cas avec une grande inquiétude l'évolution de la situation en Cisjordanie, où la population palestinienne fait face à une multiplication de raids militaires, d'arrestations, de détentions, à des harcèlements et des violences de colons, ainsi qu'à des démolitions de maisons et des expulsions, entraînant des déplacements forcés. À cette dégradation de la situation en Cisjordanie s'ajoutent les dernières décisions israéliennes visant à élargir son contrôle et sa présence dans les territoires occupés. Celles-ci s'inscrivent dans une trajectoire claire, qui vise à changer la réalité sur le terrain et opérer une annexion de facto, tout à fait inadmissible. 

 

Ik heb die beslissingen, die in strijd zijn met het internationaal recht, resolutie 2334 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof, herhaaldelijk publiekelijk veroordeeld.

 

Aux côtés de plus de 80 pays, la Belgique s'est jointe au stakeout organisé par la Palestine aux Nations Unies le 17 février 2026. Cette déclaration, à laquelle la Belgique a souscrit, rappelait notre forte opposition à toute forme d'annexion et notre rejet de toute mesure visant à altérer la composition démographique, le caractère et le statut du territoire palestinien occupé depuis 1967, en ce y compris Jérusalem Est.

 

Il y a beaucoup de déclarations, et la Belgique quand elle ne les initie pas, s'y joint très régulièrement. Dans une question introduite, il était évoqué que nous n'avions pas cosigné un texte. Si nous n'avons pas signé cette déclaration-là, ce n'est pas parce que nous n'étions pas d'accord avec ce qu'elle dénonçait, mais uniquement parce que nous le dénoncions déjà au moment même, en participant au stakeout de New York.

 

La Belgique interpelle clairement Israël à ce sujet, tant au niveau bilatéral qu'au sein de l'Union européenne. Notre pays a de nouveau plaidé, lors du dernier Conseil des Affaires étrangères, pour que l'Union européenne envoie un message clair aux autorités israéliennes et use de son influence afin d'exhorter Israël à revenir sur sa politique actuelle. J'ai notamment reproposé l'imposition de nouvelles sanctions contre les colons extrémistes violents.

 

Par ailleurs, la Belgique conjointement avec les États membres partageant les mêmes vues demande un suivi opérationnel de l'avis rendu par la Cour internationale de Justice le 19 juillet 2024, qui réaffirme l'illégalité des colonies. Je continue aussi de plaider, notamment au sein des instances européennes, pour que la guerre avec l'Iran ne détourne pas l'attention internationale du désastre qui persiste dans la bande de Gaza. Nous continuons d'appeler au respect du cessez-le-feu et préconisons une mise en œuvre du plan de paix repris dans la résolution 2803 du Conseil de sécurité, à commencer par la délivrance d'une aide humanitaire massive et sans entrave, fournie par des acteurs humanitaires indépendants internationalement reconnus. Une situation, vous avez raison, monsieur Lacroix, qui n'est toujours pas rencontrée aujourd'hui.

 

Cela m'amène aux questions concernant la suspension de la licence de certaines ONG internationales qui sont actives en Israël et en Palestine, un sujet que je suis de très près.

 

De Verenigde Naties en donorlanden, waaronder België, hebben herhaaldelijk bevestigd dat internationale ngo’s onmisbaar zijn voor humanitaire operaties, en hebben Israël opgeroepen om op zijn besluit terug te komen. De schrapping van internationale ngo’s door de Israëlische autoriteiten dreigt te leiden tot een catastrofale ineenstorting van de humanitaire hulp in Gaza.

 

Plusieurs ONG internationales ont intenté une requête auprès de la Haute Cour israélienne afin de contester l'ensemble de la nouvelle procédure juridique de réenregistrement. La dernière audience de la Haute Cour israélienne s'est tenue le 23 mars dernier. De nombreux diplomates européens, dont nos collègues sur place, ont tenté d'y assister, mais en ont été empêchés par la Cour, qui a refusé l'entrée aux requérants eux-mêmes. À l'issue de l'audience, aucune décision n'a été rendue. On attend toujours un jugement sur le fond, ce qui pourrait prendre quelques jours à quelques semaines.

 

Dans l'attente de cette décision, la suspension accordée le 27 février dernier par la Cour reste en place et les ONG internationales continuent d'opérer sur la base des plans de contingence en application depuis le 1er janvier 2026.

 

Mesdames et messieurs les parlementaires, comme vous le savez bien, le gouvernement belge a pris une série de décisions en septembre de l'année dernière en réaction à la catastrophe humanitaire qui se déroulait à Gaza, mais aussi en raison de la détérioration de la situation en Cisjordanie et l'attitude inacceptable d'Israël. Les mesures qui relevaient de mes compétences sont prises et plusieurs autres sont également effectives.

 

Monsieur Lacroix, concernant votre question sur l'arrêté royal prévoyant l'interdiction nationale d'importation, j'y ai déjà répondu à plusieurs reprises et je ne peux que vous renvoyer vers le vice-premier ministre Clarinval.

 

La reconnaissance formelle de la Palestine au travers de la publication d'un arrêté royal est prévue, vous le savez, dès que les organisations terroristes telles que le Hamas auront été écartées de la gestion effective de la Palestine. L'arrêté royal est prêt sur le plan administratif et nous verrons donc quand viendra le moment de pouvoir dresser ce constat et l'activer.

 

J'ose espérer à cet égard d'ailleurs une évolution plus large du Board of Peace.

 

Ik ben van plan de opschorting van het EU-Israël Associatieakkoord opnieuw op de Europese tafel te leggen, zeker na de recente goedkeuring van de wetgeving over de doodstraf door Israël.

 

Mevrouw Almaci, voor uw vragen over de uitvoering van het akkoord door minister Van Bossuyt, de aankoop van Israëlisch militair materiaal door Defensie en de analyse van minister Matz met betrekking tot overheidsaankopen in Israël verwijs ik u door naar de bevoegde ministers.

 

Er is op dit moment geen vraag van het ICC om meer financiële middelen. Het heeft op dit moment vooral nood aan politieke signalen van steun voor de uitoefening van zijn mandaat en strategische ondersteuning in de verhoging van zijn weerbaarheid tegen sancties. België heeft de sancties van de VS tegen ICC-functionarissen de voorbije maanden meermaals veroordeeld. België blijft voorstander van de onmiddellijke activering van het blocking statute en heeft dat reeds meermaals bepleit bij de Raad van de EU.

 

Ik heb ook contacten gehad met financiële instellingen en andere dienstverleners in ons land om hen te herinneren aan de onvoorwaardelijke steun van België aan het ICC. De strijd tegen straffeloosheid blijft een prioriteit van het Belgisch buitenlands beleid.

 

Madame Maouane, la Belgique condamne toutes les formes de torture et autres traitements ou peines cruels, inhumains ou dégradants, où qu’ils aient lieu et en toutes circonstances. L’interdiction de la torture est absolue et fait partie du jus cogens, c’est-à-dire d’une norme fondamentale et contraignante du droit international, acceptée par la communauté internationale comme une règle contraignante pour tous les États. Le nouveau rapport de la rapporteuse spéciale Albanese contient des éléments supplémentaires qui documentent davantage ce problème.

 

Le climat d’impunité qui règne à cet égard en Israël et en Palestine est extrêmement préoccupant. L’Union européenne est donc intervenue, dans un contexte à 26, sans la Hongrie, une nouvelle fois, lors du dialogue interactif avec la rapporteuse spéciale sur son rapport, dans le cadre de la récente session ordinaire du Conseil des droits de l’homme à Genève. Entre autres, l’Union européenne a réaffirmé notre soutien au mandat pertinent de l’ONU qui surveille la situation des droits de l’homme dans le territoire palestinien occupé et en Israël.

 

Ces analyses nous forcent malheureusement à conclure qu’il nous faut poursuivre des mesures coercitives au niveau européen, dont la suspension de l’accord d’association Union européenne-Israël.

 

08.05  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Merci, monsieur le ministre, pour vos réponses.

 

J’hésite sur la manière de vous répondre, parce que j’ai parfois l’impression de vivre un jour sans fin dans cette commission sur ce sujet. Nous vous interpellons, vous condamnez effectivement, parfois avec plus de véhémence, et malgré tout, il n’y a pas beaucoup de changements.

 

Je voudrais savoir concrètement quelles actions la Belgique va enfin prendre pour qu’Israël ne reste pas impuni, au-delà des déclarations de principe et de l’indignation, qui est légitime et que j’entends également dans vos propos. Il y a eu l’accord de septembre 2025, annoncé en grande pompe, et aujourd’hui, en dehors de ce qui relève de vos compétences et de celles de M. Crucke, aucune autre sanction n’est appliquée dans les domaines relevant des autres ministres. C’est une honte et, sans vouloir parler à votre place, c’est aussi un manque de respect à votre égard.

 

Quel manque de collégialité gouvernementale. Au-delà de ce manque de collégialité, quelle honte surtout au regard de la situation sur le terrain, que la Belgique ne parvienne pas à poser des actes concrets alors que nous sommes confrontés à un État – je le rappelle – qui est un État d’apartheid, un État qui commet un génocide à Gaza, un État qui poursuit activement sa politique de colonisation en Cisjordanie. Pourtant, nous continuons à entretenir avec cet État des relations diplomatiques, économiques et militaires. Cela est tout simplement incompréhensible.

 

C’est incompréhensible pour nous ici, mais aussi pour les Belges. Je rappelle qu’une très large majorité de la population – selon des sondages publiés dans la presse et qui n'ont pas été commandés par Ecolo – se prononce en faveur de sanctions à l’égard d’Israël. On parle de sept à huit Belges sur 10.

 

Malgré cela, ces sanctions ne sont toujours pas mises en œuvre par les autres membres du gouvernement. Cette situation doit devenir un véritable enjeu politique au sein du gouvernement. Nous ne pouvons plus accepter que les choses restent en l’état.

 

08.06  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Gisteren getuigde Ahed Bseiso hier in het kader van de Citizens' Bill over hoe zij na een aanval door Israël als burgerslachtoffer een amputatie moest ondergaan zonder verdoving. De beelden waren bijna niet te bekijken, het was waanzin. De getuigenis was bovenmenselijk. Ik heb gisteren mijn excuses aangeboden voor het feit dat wij als land, als westers land, deze mensen in de steek laten. Wij falen.

 

De hele wereld kijkt toe hoe Israël telkens de grenzen steeds verder oprekt, en telkens als je denkt dat het niet onmenselijker meer kan, gebeurt het toch. Het regime is zeer creatief in het vinden van de gruwelijkste manieren om burgers onder druk te zetten. Die straffeloos toegepaste tactiek wordt nu ook op de bevolking van Libanon toegepast, met een miljoen mensen op de vlucht. U kent het beeld: gruwel, straffeloosheid en het schenden van elk mogelijk internationaal recht.

 

Je zou verwachten dat er op woorden daden volgen wanneer blijkt dat woorden totaal geen effect sorteren. Men kan zeggen dat we in het begin nog een diplomatieke weg proberen te bewandelen, maar dat werkt niet! We kunnen hier waardige debatten blijven voeren onder ons, maar na twee, drie, vier, vijf jaar is een bevolking volledig uitgemoord. Is dat de bedoeling?

 

Dus, met alle respect, een waardig diplomatiek debat met een regime dat ons gewoon uitlacht, terwijl alles wat we met belastinggeld hebben opgebouwd ter plekke in de vuilnisbak wordt gekeild en er wat noodpakketten worden gedropt ... De kloof tussen de woorden en daden van deze regering is ondraaglijk. Ondraaglijk!

 

Wij zijn medeplichtig aan een genocide die live wordt uitgezonden. Ik excuseer me daarvoor en vind het verschrikkelijk dat we deze regering blijkbaar niet tot enige daadwerkelijke actie kunnen aanzetten.

 

Uw falen blijkt ook uit uw antwoord. U bent de minister van Buitenlandse Zaken en u zegt dat we aan mevrouw Van Bossuyt moeten vragen waarom zij haar deel niet doet, of dat we mevrouw Matz over haar rol moeten ondervragen. En als het gaat over het moratorium op de aankoop van Israëlisch militair materiaal, verwijst u naar Defensie. Hoe duidelijker kan het gebrek aan lijn van een regering zijn?

 

Ondertussen zijn hier mensen met een dubbele nationaliteit die daar in het leger zijn gaan vechten. Maar de minister van Justitie doet ook niets. Kortom, we veroordelen, maar er zijn geen gevolgen.

 

Ik ben blij dat u het associatieakkoord opnieuw op tafel gelegd hebt. Eigenlijk zou u hier vandaag zonder gêne moeten kunnen zeggen dat we elke militaire samenwerking, elke diplomatieke samenwerking, elke culturele samenwerking, elke economische samenwerking opschorten. Want de enige boodschap die dit regime verstaat – dit extreme regime dat de doodstraf invoert voor Palestijnse gedetineerden en daar deze week feest bij viert, dit apartheidsregime dat aan etnische zuivering doet – is financiële druk, net als het vroegere apartheidsregime in Zuid-Afrika.

 

Ik hoop dus, mijnheer de minister – de minister van Buitenlandse Zaken is een zwaargewicht binnen de regering –, dat u uw gewicht in de regering effectief zult gebruiken en iedereen achter dat standpunt kunt krijgen. Dat is mijn hoop.

 

08.07  Maxime Prévot, ministre: Monsieur le président, me permettez-vous de réagir, si Mme Almaci est d'accord, puisqu'elle a finalement débordé de son temps, pour la dimension interactive de nos échanges – étant entendu que le dernier mot revient de toute façon au parlementaire? Je voudrais en effet remettre deux ou trois éléments en perspective.

 

On peut considérer à l'envi que notre pays est pleutre, nul, ne prend aucune décision et que le gouvernement est le pire qui soit, mais peut-on au moins se mettre d'accord sur le fait que la situation dramatique vécue en Palestine ne date pas d'il y a 12 mois, ni de 15, mais bien de plusieurs années, notamment lorsque Groen était au gouvernement? Peut-on au moins reconnaître que ce gouvernement a pris des décisions que les précédents n'avaient jamais adoptées?

 

Nous sommes l'un des rares pays en Europe – je pense qu'ils se comptent sur les doigts d'une main – qui se sont joints à l'initiative de l'Afrique du Sud dans sa procédure à l'égard d'Israël sur la question du génocide. Nous sommes à ma connaissance le seul pays à avoir pris des sanctions consulaires à l'égard de nos propres ressortissants, ce qui, croyez-moi, ennuie considérablement les autorités israéliennes qui ne manquent pas de me le faire savoir. Nous avons été l'un des rares pays européens à prendre des mesures d'empêchement total, comblant les trous dans la raquette, pour tout transit d'une quelconque nature, même double use, sur notre territoire. Nous avons plaidé – j'avais obtenu mandat pour ce faire – pour une grande diversité de sanctions au niveau européen. Nous avons donné instruction à la justice belge, par l'intermédiaire de la ministre de la Justice, de pouvoir instruire les dossiers qui concerneraient les Belges participant à des faits de crime de guerre là-bas. Je vous mets au défi de trouver beaucoup d'autres États qui l'ont fait.

 

On peut donc choisir de ne dépeindre la Belgique qu'avec le pire. Je ne suis pas en train de parader, en considérant que tout ce qui a été fait est génial et que la Belgique a fait tout ce qu'elle pouvait. Mais j'ai la fierté de pouvoir dire qu'elle a fait bien plus que beaucoup d'autres nations. Nous devons aussi pouvoir le reconnaître et l'entendre. L'insatisfaction que nous pouvons partager, y compris par rapport à la réponse européenne, ne signifie pas que la Belgique ne fait rien ou n'agit pas.

 

Il y a cependant une série d'enjeux, comme vous l'avez vous-même souligné. Le plus sensible d'entre eux est la relation économique. Lorsque demain les intercabinets seront terminés et que nous aurons instauré un import ban, croyez-vous que cela fera bouger Israël? Il est clair que nous devons prendre nos mesures mais considérons tout de même la situation à l'échelle du monde: la coalition de la plupart des grandes puissances du monde ne parviennent pas à faire fléchir Israël… Croyez-vous que l'import ban de la Belgique résoudra le problème? Non. Nous devons prendre notre part, et nous le faisons. Mais ayons aussi la lucidité de ne pas fantasmer que l’adoption de quelques mesures complémentaires à l’échelle belge va résoudre un conflit qui dure depuis des décennies.

 

C’est évidemment la diplomatie qui doit continuer d’agir, et nous le faisons partout où nous le pouvons. Et vous savez très bien que nous ne sommes pas aujourd’hui, dans les petits papiers d’Israël, considérés comme une nation particulièrement amie à son égard, alors même que nous n’avons aucune difficulté avec le peuple d’Israël, mais de vraies difficultés avec la manière dont le gouvernement israélien agit.

 

Je n’ai donc pas l’ambition de convaincre l’opposition. Même si je réalisais 10 grands travaux sur 12, on viendrait encore dire que les deux manquants sont un scandale. Je souhaite simplement que nous ayons un peu d’humilité et de hauteur de vue pour reconnaître que ce gouvernement fait des choses que le précédent n’avait pas faites, alors même qu’il les réclamait à cor et à cri.

 

La reconnaissance de la Palestine, pour ne prendre qu’un exemple, aurait très bien pu être actée avant l’Arizona, que je sache. Donc cessons de faire croire que le problème ne tiendrait qu’à ce gouvernement, et voyons ensemble comment avancer pour obtenir des résultats sur le terrain. Mais je crains qu’il soit stérile, pour les Palestiniens, que nous nous envoyions des invectives entre nous.

 

08.08  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Zit ik met de minister op veel vlakken ideologisch op dezelfde lijn? Ja. Heeft de vorige regering een heel duidelijk standpunt over dit dossier ingenomen? Ja. Wij waren een van de eersten in Europa. Wij waren heel moedig. Toen werden wij als progressief gezien. Er zijn toen ook moeilijke debatten gevoerd over de erkenning van Palestina. Ik heb heel hard geprobeerd, toen zelfs nog als voorzitter, om die erkenning erdoor te krijgen, met dezelfde moeilijkheden als deze regering. De situatie was toen al verschrikkelijk, maar vandaag is ze helemaal hallucinant.

 

Wat de vorige regering niet had en deze regering wel, is de volstrekte tweespalt tussen uw positie en die van andere ministers. Dat blijkt ook uit de antwoorden die u geeft. U gebruikt veel woorden voor een positie die eigenlijk die van de vorige regering voortzet. Uw regering heeft veel mensen hoop gegeven door te zeggen dat ze Palestina zou erkennen, om dan achteraf te zeggen dat hieraan voorwaarden verbonden zijn. Er is vorig jaar een enorme show opgevoerd over de moedige maatregelen, waaronder de importban, die er al had kunnen zijn. In Spanje is die er ondertussen wel. Hier is dat er niet van gekomen. Mijn partij is daar al heel lang voorstander van.

 

(…): (…)

 

08.09 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Drijf dan met de stroom mee. Doe dan niets. Dan zijn zelfs uw woorden niets meer waard. Is dat het relativisme dat u hanteert? Het maakt toch niet uit wat we doen?

 

Het voortouw nemen in Europa levert op. Dat heeft de vorige regering gedaan. Dat is het grote verschil met een premier die zegt dat Israël de kant van het licht is, die zegt dat als Netanyahu in België landt, hij niet wordt opgepakt, waarmee hij zelfs de internationale rechtsorde erodeert. Ook de minister van Defensie kent geen enkele ethiek bij de aankopen voor Defensie, evenals de minister bevoegd voor de vluchtelingen.

 

Dit is een belangrijk debat, maar het is duidelijk dat er voor deze regering geen rode lijn is, terwijl die er vóór Arizona heel duidelijk wel was. Dat maakt u ongemakkelijk. Als ik concrete vragen stel over wat u zult doen, zegt u dat we al goed bezig zijn.

 

Het is inderdaad een genuanceerd verhaal, maar we nemen helemaal niet het voortouw in Europa. Die claim kunt u absoluut niet maken. Het is ongelooflijk pijnlijk dat zelfs partijen die vlaggen zwaaien voor Catalonië hier op de rem gaan staan.

 

08.10  Christophe Lacroix (PS): Monsieur le ministre, je voudrais tout de même clarifier les choses.

 

Je voulais saluer votre action. Sur ce dossier, j'ai évoqué certaines contorsions dans ma question mais ce sont celles du gouvernement, et pas du ministre. Nous aurions pu aller plus loin sous le précédent gouvernement, et les éléments de blocage sont toujours les mêmes: le MR et Georges-Louis Bouchez. Lorsque nous étions au gouvernement, c'est lui qui a fait blocage, et ce malgré les accords négociés dans l'accord de gouvernement. C'est à mon avis encore le MR de Georges-Louis Bouchez qui empêche d'aller plus loin, devant un gouvernement qui a interdit 37 organisations humanitaires dans la bande de Gaza, dont Médecins Sans Frontières, Handicap international et Oxfam – ce ne sont pas des terroristes. Le ministre a bien explicité à quel point il ne partageait nullement les objectifs politiques de ce gouvernement d'extrême-droite, vu qu'il a lui-même autorisé l'expression "changer la réalité sur le terrain et annexion de facto".

 

J'ai deux éléments en tête qui permettraient d'aller plus loin. Premièrement, la Belgique pourrait elle-même se retirer de l'accord d'association entre l'Union européenne et Israël, et ce sans attendre l'Union européenne. Je ne saurais en prédire le résultat, je dois faire preuve d'humilité. Le deuxième élément est en rapport avec la décision du gouvernement et notamment au suivi de la ministre de la Justice quant aux binationaux qui se seraient rendus coupables de crimes de guerre, de génocides ou d'actes de colonisation. D'après l'audition d'hier, 471 Belges auraient commis des crimes de guerre ou de génocide et 500 Belges auraient participé à la colonisation en Cisjordanie. Ma collègue Mutyebele a interrogé la ministre Verlinden le 10 mars. Cette dernière lui a répondu qu'elle avait fait usage de l'injonction positive, mais que ce serait en fonction des moyens disponibles. J'attends de ce gouvernement et de la ministre Verlinden qu'ils mettent à disposition les moyens du parquet fédéral pour que nous combattions également l'impunité.

 

C'est là que réside un des nœuds du problème. On ne pourra pas reprocher au ministre d'avoir été inactif sur ce dossier. Ce serait faire preuve d'une méconnaissance totale de l'action politique et surtout lui faire un très mauvais procès.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

09 Samengevoegde vragen van

- Kathleen Depoorter aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het twintigste sanctiepakket tegen de Russische Federatie" (56013331C)

- Britt Huybrechts aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het Europees verbod op de import van Russisch gas en de gevolgen ervan voor België" (56013368C)

09 Questions jointes de

- Kathleen Depoorter à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le vingtième paquet de sanctions contre la Fédération de Russie" (56013331C)

- Britt Huybrechts à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'interdiction européenne des importations de gaz russe et ses conséquences pour la Belgique" (56013368C)

 

09.01  Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.

 

De Europese Unie heeft recent finaal groen licht gegeven voor een verbod op de import van Russisch gas, als onderdeel van het verdere sanctiebeleid tegen Rusland. België komt daarbij onder toenemende druk te staan, onder meer omdat ons land een belangrijke rol speelt als doorvoer- en handelsknooppunt voor vloeibaar aardgas. In plaats van minder voert België méér Russisch LNG-gas in dan voor de oorlog in Oekraïne, ondanks de sancties tegen Rusland.

 

De EU heeft de lidstaten nu opgelegd een nationaal diversificatieplan voor te leggen, om de afhankelijkheden te verminderen en de ban op Russische gasinvoer op te vangen.

 

Ik verneem van de minister graag het volgende:

 

Welke concrete positie heeft België ingenomen bij de finale goedkeuring van het Europese verbod op de import van Russisch gas?

 

Welke directe en indirecte gevolgen verwacht de minister van dit verbod voor de Belgische energiebevoorrading, energieprijzen en industriële concurrentiekracht?

 

In welke mate is rekening gehouden met de specifieke rol van België als invoer- en doorvoerland van LNG, onder meer via de haven van Zeebrugge?

 

Heeft België binnen de Europese Raad gepleit voor uitzonderingen, overgangsregelingen of flankerende maatregelen, en zo ja, welke?

 

Welke bijkomende maatregelen zal de regering nemen om te vermijden dat Belgische gezinnen en bedrijven opnieuw geconfronteerd worden met stijgende energieprijzen als gevolg van deze Europese beslissing?

 

Wat is de stand van zaken rond ons nationaal diversificatieplan?

 

09.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Huybrechts, België heeft zich tijdens de onderhandelingen over het twintigste sanctiepakket steeds constructief opgesteld en ging akkoord met de voorgelegde tekst. Wegens een veto van zowel Hongarije als Slovakije blijft een akkoord over het pakket voorlopig uit. Voor mij en voor zowat alle lidstaten is het onaanvaardbaar dat de aanname van het pakket hierdoor wordt vertraagd. Er wordt verder gezocht naar oplossingen.

 

Wat uw vragen met betrekking tot de evaluatie en de aanpak van lacunes betreft, kan ik u zeggen dat elk nieuw sanctiepakket in principe poogt om nog bestaande achterpoortjes voor sanctieomzeiling te sluiten en zo ook een evaluatie maakt van de voorgaande pakketten. In België is iedere administratie verantwoordelijk voor de implementatie van sancties binnen haar eigen domein. Dat geldt zowel voor de federale als voor de regionale administraties.

 

Indien een schending van de sancties wordt vastgesteld, voorziet de wet van 13 mei 2003 mogelijke straffen. Momenteel werkt België ook aan een verdere harmonisering van de strafrechtelijke definities en sancties voor het schenden of omzeilen van EU-sancties.

 

Wat betreft het verbod op de import van Russisch gas, heeft België vanaf het begin de Europese inspanningen gesteund om de afhankelijkheid van Russische energie stapsgewijs af te bouwen. Dat is niet alleen belangrijk voor onze economische weerbaarheid, maar ook een kwestie van geopolitieke verantwoordelijkheid. Het is essentieel te voorkomen dat een regime dat energie als wapen inzet via Europese afname verder middelen verwerft.

 

Dankzij de interconnecties via pijpleidingen en de strategische lng-terminal in Zeebrugge vervult België een belangrijke transitrol binnen het Europese gasnetwerk. Meer dan twee derde van de gasinvoer wordt doorgevoerd naar andere lidstaten. Tegen die achtergrond heeft België tijdens de onderhandelingen gewaakt over de juridische robuustheid van de handelsmaatregel en over de leveringszekerheid.

 

Dat is des te belangrijker in het kader van de huidige situatie in het Midden-Oosten en de mogelijke impact van het conflict op de wereldwijde olie- en gasmarkten. We volgen dit nauwlettend op om ook in deze context de continuïteit van onze energievoorziening te verzekeren. Deze ontwikkelingen onderstrepen opnieuw het belang van verdere diversificatie van onze gasimport en van de versnelling van de energietransitie.

 

Ten slotte heeft België zijn diversificatieplan tijdig ingediend, zoals gevraagd in de verordening.

 

09.03  Britt Huybrechts (VB): Ik dank u voor uw antwoord. Ik zal het wat vooruit laten gaan, dus ik laat het hierbij.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

10 Samengevoegde vragen van

- Dieter Keuten aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De censuur door de Europese Commissie" (56013338C)

- Katrijn van Riet aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het feit dat Freedom.gov indruist tegen de DSA" (56013712C)

- Dieter Keuten aan Bart De Wever (eerste minister) over "De vrijheid van meningsuiting" (56013345C)

- Dieter Keuten aan Bart De Wever (eerste minister) over "De democratische soevereiniteit" (56013346C)

10 Questions jointes de

- Dieter Keuten à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La censure exercée par la Commission européenne" (56013338C)

- Katrijn van Riet à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le fait que Freedom.gov enfreint le DSA" (56013712C)

- Dieter Keuten à Bart De Wever (premier ministre) sur "La liberté d'expression" (56013345C)

- Dieter Keuten à Bart De Wever (premier ministre) sur "La souveraineté démocratique" (56013346C)

 

10.01  Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, de Amerikaanse regering lanceerde het platform freedom.gov dat Europese burgers via VPN toegang verleent tot onlinecontent die binnen de Europese Unie werd geblokkeerd of verwijderd op basis van onder meer haatspraak, desinformatie of andere illegaliteitscriteria. Het initiatief past in wat de Amerikaanse president Donald Trump het bestrijden van de Europese censuur noemt. Europese regelgeving, zoals de Digital Services Act, wordt door de Amerikaanse administratie geframed als een aanval op de vrije meningsuiting. Ze beroept zich dus op freedom of speech.

 

Voor de N-VA is vrije meningsuiting een fundamenteel recht. Wij stellen wel vast dat er, zeker bij onlineplatformen, sprake is van haatzaaierij, racisme, terrorisme, propaganda en het bewust verspreiden van foutieve, valse en zelfgefabriceerde informatie. We denken bijvoorbeeld aan de hybride oorlogsvoering van de Russische Federatie of de propaganda van extremistische groeperingen.

 

Freedom.gov faciliteert het ondergraven van de Europese wetgeving door een buitenlandse overheid. Dat raakt onze digitale regulering, onze soevereiniteit en de trans-Atlantische verhoudingen, waarvan het respect voor het niet inmengen in interne politiek een hoeksteen is.

 

Mijnheer de minister, hoe beoordeelt u het Amerikaanse initiatief in het kader van de Europese digitale regelgeving en het principe dat wie actief is op onze markt zich aan onze regels moet houden?

 

Acht u freedom.gov een vorm van politieke druk of digitale inmenging in het Europese regelgevende kader en in de principes van de soevereiniteit?

 

Hebt u over dat platform overleg gepleegd met uw Europese collega’s of met de Europese Commissie? Wordt een gecoördineerde respons voorbereid?

 

Zal België bilateraal of in EU-verband duidelijk maken aan de Verenigde Staten dat het systematisch faciliteren van illegale content in Europa, uitgaande van de trans-Atlantische band, onaanvaardbaar is?

 

Indien de Amerikaanse regering aan de site vasthoudt, wordt dan voorzien om filters te installeren op de internetknooppunten die de toegang tot Europa beheren, teneinde die toegang te beperken?

 

10.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw van Riet, vrijheid van meningsuiting is een grondrecht in de EU en beschermt alle meningen, ook degene die provocerend of beledigend zijn. België en de EU dragen dat hoog in het vaandel.

 

Er is vandaag geen geloofwaardig bewijs om te concluderen dat de DSA aanleiding zou geven tot een disproportionele inperking van de vrijheid van meningsuiting. Zo bevestigt ook de Europese Commissie dat het toetsen van wetten aan de Grondwet en de daarin vervatte grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, een zaak is voor het Grondwettelijk Hof.

 

De DSA reguleert geen inhoud en geldt niet als rechtsgrondslag om specifieke standpunten online te censureren. De DSA stelt wel dat grote platformen online inhoud die aantoonbaar illegaal is binnen het nationale juridische kader van een EU-lidstaat moeten verwijderen. Door het transparanter maken van hoe en waarom platformen online inhoud modereren en aanbevelen, beschermt de DSA juist de vrijheid van meningsuiting. België steunt de kordate en objectieve toepassing van de DSA.

 

De handhaving van de DSA wordt gedeeld door nationale autoriteiten en de Europese Commissie, die allebei onderzoeks- en sanctiemaatregelen kunnen nemen. Voor België zijn vier bevoegde autoriteiten aangewezen, zijnde het BIPT, de Vlaamse Regulator voor de Media, de Conseil supérieur de l’audiovisuel voor de Franse Gemeenschap en de Medienrat voor de Duitstalige Gemeenschap. Elke autoriteit is verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van de DSA binnen haar rechtsgebied, met inbegrip van de samenwerking met de Europese Commissie. Vragen over de Belgische overlegstructuur met de Europese Commissie kunnen in de eerste plaats gericht worden aan het BIPT, als de aangewezen nationale coördinator.

 

Wat betreft het aangekondigde initiatief freedom.gov bestaat nog veel onduidelijkheid, waardoor het niet mogelijk is om er vandaag al uitspraken over te doen. België onderhoudt frequente contacten op hoog niveau met de VS en verdedigt daarbij consequent het Europese digitale acquis en onze aanpak ten aanzien van vrije meningsuiting. Indien zou blijken dat freedom.gov op een zeker moment effectief de toegang faciliteert tot content die illegaal is in de EU, zal België niet nalaten om dat bilateraal of in EU-verband aan te kaarten bij onze Amerikaanse partners.

 

10.03  Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

 

Ik begrijp dat u ook geantwoord hebt op de vragen van collega Keuten. Ik was daardoor even op het verkeerde been gezet, maar ik heb begrepen dat u zult ingrijpen als er onregelmatigheden worden vastgesteld.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

11 Samengevoegde vragen van

- Tine Gielis aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het EU-India-handelsakkoord, de vooruitzichten voor de chemiesector en de ratificatietiming" (56013362C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De partnerschappen met India en met landen uit het Globale Zuiden" (56013676C)

- Britt Huybrechts aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De impact van het vrijhandelsakkoord tussen de EU en India" (56014725C)

11 Questions jointes de

- Tine Gielis à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'accord commercial UE-Inde, les enjeux pour le secteur chimique et le calendrier de la ratification" (56013362C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les partenariats avec l'Inde et avec des pays du Sud global" (56013676C)

- Britt Huybrechts à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'impact de l'accord de libre-échange entre l'UE et l'Inde" (56014725C)

 

11.01  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, de recente ondertekening van het handelsakkoord met India op 27 januari markeerde een belangrijk en historisch moment voor het Europese netwerk van partners en onze plek in de wereld. Diversificatie is nodig om onze afhankelijkheid van de Verenigde Staten en China te doorbreken. België kan deze strategische doorbraak mee verzilveren door binnen de EU de motor te zijn voor gelijkaardige partnerschappen met opkomende landen in het globale zuiden en Zuidoost-Azië.

 

U stelt terecht in uw beleidsnota dat België een actieve rol moet spelen in het versterken van de Europese strategische autonomie. Het succes met India dient als blauwdruk voor een verdere verbreding van onze handelsrelaties. België beschikt namelijk met zijn havens en innovatiehubs over de ideale troeven om een Europese draaischijf voor nieuwe handelspartners te worden. Onze diplomatie moet die positie actief uitspelen. We mogen de kans niet laten liggen om onze economische weerbaarheid te verankeren en in een breed netwerk van stabiele bondgenoten te stappen.

 

Hoe zult u het India-akkoord gebruiken als hefboom om meer handelsakkoorden in de rest van de wereld mogelijk te maken? Welke specifieke strategie hanteert u om de diplomatieke en economische banden met landen in Zuidoost-Azië te versterken, gelet op hun cruciale rol in de wereldwijde waardeketens? Hoe garandeert u dat de snelle diversificatie van partners niet leidt tot verwatering van onze eisen rond het klimaatakkoord van Parijs en internationale arbeidsnormen? Welke concrete rol ziet u weggelegd voor de Belgische havens en de uitbouw van nieuwe strategische corridors met partners in het globale zuiden?

 

11.02  Britt Huybrechts (VB): Ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.

 

De Europese Unie en India hebben eind januari een politiek akkoord bereikt over een vrijhandelsakkoord met verregaande tariefverlagingen, vooral voordelig voor sectoren zoals auto-industrie, chemie, farmaceutica en diensten. Tegelijk werd ook een kader inzake mobiliteit uitgewerkt, met onder meer circulaire migratie voor hooggeschoolden, studenten en werknemers in knelpuntberoepen, en initiatieven zoals een “European Legal Gateway Office" voor onder meer de ICT-sector.

 

India kampt echter met structurele problemen inzake corruptie en fraude, onder meer met betrekking tot diploma's en kwalificaties. Een versoepeling van mobiliteit kan risico's creëren op misbruik en bijkomende migratiestromen. Daarnaast is het onduidelijk in welke mate dit akkoord daadwerkelijk voordelen oplevert voor Belgische sectoren, terwijl grote industriële spelers in andere lidstaten als voornaamste winnaars naar voren worden geschoven. Voor landbouw, KMO's en bepaalde dienstenactiviteiten blijven de effecten onzeker.

 

Wat is het Belgische standpunt over dit akkoord?

 

Welke elementen inzake mobiliteit en toegang tot de arbeidsmarkt zijn concreet opgenomen?

 

Hoe wordt misbruik inzake diploma's en kwalificaties voorkomen?

 

Welke impact verwacht u op de Belgische arbeidsmarkt en sociale zekerheid?

 

Welke sectoren in België winnen en welke verliezen volgens u bij dit akkoord?

 

Wat betekent dit concreet voor landbouwers, KMO's en de Vlaamse IT-sector?

 

Hoe realistisch is bijkomende export naar India gezien de geringe koopkracht van de Indiase consument?

 

Zal België zich verzetten tegen onderdelen die migratie versoepelen zonder voldoende garanties?

 

11.03 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Lambrecht, mevrouw Huybrechts, ik zal uw vragen beantwoorden, alsook de vraag van mevrouw Gielis.

 

België steunt de ambitieuze handelsagenda van de Europese Commissie. In de huidige geopolitieke omstandigheden is het van groot belang om strategische partnerschappen aan te gaan in het handelsdomein om onze economie te versterken. We verwelkomen de afronding van de onderhandelingen.

 

Op dit ogenblik zijn we de teksten grondig aan het analyseren. Mevrouw Huybrechts, het is in deze fase dus niet mogelijk om uw vragen al te beantwoorden. De federale regering en België hebben nog geen definitief standpunt over dit akkoord. Zoals bij elk handelsakkoord zal dit standpunt vastgelegd worden na grondige analyse van de teksten en in coördinatie met alle betrokken politieke autoriteiten in overeenstemming met ons lovely institutionele systeem.

 

Het handelsakkoord met India valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie. Dat betekent dat goedkeuring van de Raad en het Europees Parlement vereist is. Het akkoord dient niet te worden geratificeerd door de verschillende Europese lidstaten. De teksten worden nu juridisch nagekeken en vertaald in alle EU-talen voordat het akkoord voorgelegd wordt aan de Raad. Dit proces zal nog een hele tijd in beslag nemen. De Europese Commissie pleit voor een snelle inwerkingtreding van het akkoord. Er is echter nog geen datum bekend.

 

Zoals ook in het regeerakkoord staat, waken wij over het respect voor de mensenrechten en de opname van sociale en ecologische standaarden zoals die vandaag worden toegepast door de Europese Commissie, alsook over het respect voor de afspraken in internationale verdragen.

 

De bepalingen die zijn overeengekomen met India zijn een specifiek resultaat van de onderhandelingsdynamiek, maar dit resultaat is geen precedent voor de huidige of toekomstige onderhandelingen. We zullen blijven pleiten voor ambitieuze resultaten op deze gebieden, zodat onze noodzakelijke diversificatie niet ten koste gaat van onze normen en waarden.

 

Mevrouw Lambrecht, Zuidoost-Azië is inderdaad een regio van strategisch belang. De versterking van onze banden met de ASEAN-landen maakt deel uit van onze aanpak om de Europese strategische autonomie te verhogen en om kwetsbaarheden ten aanzien van China te verminderen. Naast de inspanning op Europees niveau, die wij begeleiden en ondersteunen, heb ik op Belgisch niveau een vastberaden strategie gelanceerd om onze relaties met de landen van Zuidoost-Azië te versterken. Dat moet onze economische betrekkingen met de landen in de regio stimuleren en ons netwerk van strategische handelspartners versterken en uitbreiden.

 

De Belgische havens, met name de Port of Antwerp-Bruges International, spelen een cruciale rol in het Global Gateway-programma van de Europese Unie door hun expertise en infrastructuur in te zetten voor internationale partnerschappen. Hun bijdrage richt zich vooral op de ontwikkeling van duurzame transportcorridors en energie-ecosystemen in partnerlanden, die de basis vormen van lokale waardeketens, economische ontwikkeling en jobcreatie. Zo wordt via samenwerkingen tussen het Belgische ontwikkelingsagentschap Enabel en de Port of Antwerp-Bruges International gewerkt aan het verbeteren van de efficiëntie en governance van havens in landen als Benin, Senegal en Guinee. Een concreet voorbeeld van een Global Gateway-project in het domein van de energietoelevering is de ondersteuning door de Port of Antwerp-Bruges International bij de uitbouw van een waterstofecosysteem in de haven van Walvisbaai in Namibië. Dergelijke projecten zijn ook belangrijk voor de rol van België als centrale energiehub in de EU.

 

Als de op één na grootste haven van Europa fungeert de Port of Antwerp-Bruges International tevens als een vitale toegangspoort voor goederenstromen van en naar de EU, wat essentieel is voor de Europese leveringszekerheid, bijvoorbeeld op het vlak van kritieke grondstoffen, en dus voor onze open strategische autonomie.

 

Belgische havens en overheidsinstanties, alsook Enabel, zijn actief op het vlak van capaciteitsopbouw inzake havenbeveiliging en douaneprocessen. Al deze initiatieven worden actief ondersteund door mijn diensten in Brussel en door onze diplomatieke posten in de betrokken landen.

 

Het is trouwens de bedoeling om in de toekomst nog meer in te zetten op een gecoördineerde Team Belgium-aanpak van de opportuniteiten die de Europese Global Gateway Strategy voor ons land biedt. De FOD Buitenlandse Zaken zal een belangrijke rol spelen in deze aanpak.

 

11.04  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, heel de commissievergadering ging vandaag over strategische afhankelijkheid en onafhankelijkheid. Uw antwoord stemt mij zeer positief. We steunen de handelsagenda van de Europese Unie en hopen op nog meer partnerschappen in de toekomst.

 

U hebt ook duidelijk gezegd dat mensenrechten, sociale rechten, standaarden en klimaatakkoorden van belang zijn. Dat is vandaag al ter sprake gekomen toen we het bijvoorbeeld over Saoedi-Arabië hadden. Het is echter een feit dat we moeten bekijken waar we kunnen uitbreiden om minder afhankelijk te worden van de Poetins, de Trumps en ook de Chinezen van deze wereld.

 

Ik volg ook uw analyse van de havens. Ik kom uit Brugge, dus de haven van Antwerpen-Brugge – ik zeg liever de haven van Brugge-Antwerpen – ken ik goed. Die speelt een grote rol en die moeten we goed koesteren.

 

11.05  Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, dit akkoord wordt wel verkocht als een economisch succesverhaal, maar in werkelijkheid gaat het niet alleen om handel alleen. Daar knelt het schoentje. Parallel met dit akkoord organiseert de EU actief arbeidsmigratie uit India. Dat is geen detail, maar een structureel nieuw migratiekanaal dat wordt opgezet buiten de macht van de nationale parlementen om. Dat is voor ons onaanvaardbaar. Arbeidsmigratie moet een nationale bevoegdheid blijven, gestuurd door het belang van onze eigen bevolking, niet door Europese deals achter gesloten deuren.

 

We zien opnieuw hetzelfde patroon als bij Mercosur: vrijhandel met lageloonlanden, zonder gelijk speelveld. Dat betekent dus druk op de lonen, druk op de jobs en druk op sectoren als textiel en bepaalde andere industrieën, terwijl de economische winsten voor België bijzonder beperkt blijven. Dan is de fundamentele vraag wie hier echt wint en wie de prijs betaalt.

 

Daarom roep ik u op om u te verzetten tegen dit akkoord zolang er geen garanties zijn op het vlak van migratiecontrole, eerlijke concurrentie en bescherming van onze eigen economie. Dit mag geen Mercosur bis worden.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

12 Question de Rajae Maouane à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Rojava" (56013427C)

12 Vraag van Rajae Maouane aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in Rojava" (56013427C)

 

12.01  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, depuis le début de l'année 2026, la situation sécuritaire dans le nord-est de la Syrie, en particulier dans la région autonome du Rojava, s'est fortement dégradée, les affrontements se sont intensifiés et les équilibres déjà fragiles se fissurent. Les lignes de front bougent et, dans certaines zones, l'autorité s'effondre. Cela crée un terrain propice aux exactions et aux déplacements forcés. Les tensions entre les autorités kurdes et le pouvoir central à Damas ont débouché sur une intensification des affrontements et ce, dans un contexte régional instable, marqué par des recompositions d'alliances et une pression accrue sur des zones hors contrôle gouvernemental.

 

Plusieurs offensives ont été menées pour reprendre des axes et des centres urbains stratégiques, tandis que l'autorité des forces démocratiques syriennes s'est fragilisée dans certaines zones, notamment à majorité arabe, où des troubles locaux ont été signalés. Cette fragmentation du contrôle territorial augmente les risques d'affrontements et d'exactions et cette dégradation sécuritaire a également des conséquences directes sur la gestion des camps et des centres de détention, puisque des informations récentes font état de failles sécuritaires, voire d'évasions de combattants de Daech ayant profité du chaos.

 

Selon les dernières données disponibles, douze ressortissants belges sont toujours détenus dans les prisons en Syrie. Par ailleurs, huit femmes belges et une quinzaine d'enfants de moins de douze ans se trouvent toujours dans les camps, dans des conditions humanitaires et sécuritaires extrêmement préoccupantes. Enfin, des informations en provenance de certaines zones passées sous contrôle du pouvoir central évoquent la libération d'enfants détenus en dehors de tout cadre légal, mais font aussi état de violations graves des droits humains commises par différents acteurs présents sur le terrain.

 

Monsieur le ministre, la situation est très compliquée sur le terrain. Je vous avais adressé cette question il y a quelques semaines et je ne sais pas si la situation a évolué entre-temps. C'est pourquoi je vous demande votre analyse actualisée de la situation et des conséquences pour les civils. Quelles initiatives la Belgique a-t-elle prises au niveau diplomatique, et notamment au niveau européen, pour répondre à cette escalade? Quelles actions concrètes ont-elles été soutenues par notre pays pour imposer ou aider au cessez-le-feu et protéger les populations civiles? Enfin, question bonus, quelle est aujourd'hui la position du gouvernement concernant nos ressortissants détenus là-bas, en particulier les enfants?

 

12.02  Maxime Prévot, ministre: Madame la députée, en net contraste, il faut bien le dire, avec le reste de la région et avec les événements du début d’année, la situation sécuritaire en Syrie et dans le Nord-Est du pays est globalement stable. La mise en œuvre de l’accord du 30 janvier entre Damas et les Forces démocratiques syriennes kurdes (FDS) – qui définit les grandes lignes des modalités de l’intégration du Nord-Est syrien au sein de l’État syrien – se poursuit lentement mais sans incident majeur. Récemment, un accord a par exemple été trouvé sur la nomination du commandant des FDS, Sipan Hamo, comme vice-ministre de la Défense pour lEst syrien. Un échange de prisonniers a également été annoncé. Pour autant, la mise en œuvre d’un tel accord n’est pas une sinécure et il reste des difficultés à aplanir entre les parties prenantes, notamment concernant les modalités d’intégration des brigades FDS au sein de l’armée syrienne.

 

Audelà de laccord du 30 janvier, les autorités kurdes estiment que dautres efforts devront être accomplis par Damas pour garantir une intégration complète et pérenne des Kurdes en Syrie. L’interdiction des discours haineux sur les médias nationaux et l’intégration des minorités dans la transition politique, avec une garantie de leurs droits politiques dans la future constitution, en sont deux exemples parmi d’autres. La confiance entre ces acteurs reste très fragile et doit être rebâtie. Cela nécessite du temps, et ce sont des points d’attention auxquels la Belgique et ses partenaires sont particulièrement attentifs.

 

Sur le plan humanitaire, nous constatons une amélioration dans le Nord-Est par rapport à la situation de janvier, bien que les besoins restent considérables. Une grande partie des personnes déplacées en janvier dernier ont pu retourner dans leurs communautés, mais plus de 100 000 personnes demeurent déplacées dans les gouvernorats dAlep et d'Hassaké. Les services essentiels sont progressivement rétablis, mais lapprovisionnement irrégulier en électricité continue de perturber le fonctionnement des stations de pompage, des hôpitaux et des réseaux d’eau, affectant ainsi des centaines de milliers de personnes.

 

La Syrie demeure une priorité essentielle pour l’aide humanitaire belge. En 2026, la Belgique poursuit sa ligne de financement humanitaire engagée en 2025, avec une attention particulière portée aux populations les plus vulnérables à travers l’ensemble du territoire syrien, y compris dans le Nord-Est du pays.

 

Audelà de notre engagement humanitaire, notre pays est engagé de manière récurrente avec les différents acteurs syriens. À ce titre, je peux vous citer le dernier exemple en date: une délégation belge, emmenée par notre directrice générale pour les affaires bilatérales et notre envoyé spécial pour le MoyenOrient, sest rendue fin février en Syrie. À cette occasion, ils ont eu l’occasion de s’entretenir avec les autorités syriennes intérimaires et celles du Nord-Est syrien.

 

La concertation avec nos partenaires européens et ceux de la coalition internationale contre Daech est naturellement permanente sur la question syrienne, et spécifiquement sur celle du Nord-Est.

 

12.03  Rajae Maouane (Ecolo-Groen): Monsieur le ministre, je reste sur ma faim car je n’ai pas obtenu de réponse à toutes mes questions, de sorte que je reviendrai vers vous par écrit pour plus de détails.

 

Je me fais ici le relais des personnes qui nous ont interpellés car elles sont réellement inquiètes. En effet, le Rojava est une entité autonome qui risque aujourd'hui de disparaître car le nouveau régime syrien a choisi de se rapprocher davantage de la Turquie et des États-Unis. Raison pour laquelle je relaie leurs doléances ici. Dans un contexte géopolitique qui évolue constamment, il importe de prendre conscience qu’il existe une voie diplomatique et des canaux ad hoc. Pour le reste, comme je l'ai dit, je vous adresserai des questions écrites.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

13 Vraag van Sam Van Rooy aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "VN-rapporteur Albanese zij aan zij met Hamas en het islamitische regime van Iran" (56013432C)

13 Question de Sam Van Rooy à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La présence de la rapporteuse de l'ONU aux côtés du Hamas et du régime islamique iranien" (56013432C)

 

13.01  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, de speciaal rapporteur van de VN Francesca Albanese was recent spreker op een Al Jazeera-forum in de jihadistische terreurstaat Qatar, waar ze het podium deelde met Hamas-topman Khaled Mashal en de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi.

 

Ik zal het nog maar eens herhalen, want dat blijkt in deze commissie nodig te zijn. Hamas is een genocidale jihadistische organisatie en het islamitisch regime in Iran, dat door die minister van Buitenlandse Zaken Araghchi wordt vertegenwoordigd, heeft de voorbije maanden vele tienduizenden onschuldige Iraniërs vermoord en gaat daar elke dag mee voort. Studenten, sporters, tieners, het maakt niet uit voor dat regime. Als ze dissident zijn, als ze iets doen wat dat regime niet bevalt, worden ze vandaag geëxecuteerd, al te vaak nadat ze zijn gemarteld of verkracht.

 

Mevrouw Albanese voelt zich duidelijk zeer op haar gemak in dat gezelschap. Daarom wil ik vernemen wat uw reactie daarop is.

 

Kunt u Francesca Albanese, die toch nog steeds speciaal rapporteur van de VN is, nog serieus nemen? Vindt u dat zo iemand, die speciaal rapporteur is van de VN, zich mag inlaten met zulke genocidale jihadistische terroristen? Laat de VN-gedragscode dat eigenlijk wel toe? Zult u dat in VN-verband aankaarten of, nog beter, zult u een klacht indienen over haar functioneren?

 

Is België indertijd akkoord gegaan met haar benoeming? Ik neem aan en vrees van wel. Graag kreeg ik een toelichting. Wanneer was dat precies? Waarom ging België toen desgevallend akkoord? Wanneer loopt haar mandaat precies af en zou België desgevallend haar herbenoeming steunen?

 

13.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Van Rooy, speciaal rapporteurs maken deel uit van de speciale procedures van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties en hebben een mandaat om te rapporteren en te adviseren over thematische of landenspecifieke mensenrechtensituaties. Er bestaan momenteel 46 thematische mandaten en 13 landenspecifieke mandaten. De integriteit en onafhankelijkheid van dat systeem in zijn geheel en van de individuele mandaathouders zijn voor België van groot belang. De mandaathouders zijn onafhankelijke experts die daarvoor geen salaris ontvangen. Hun ambtstermijn is beperkt tot twee termijnen van drie jaar, wat neerkomt op maximaal zes jaar. De selectie gebeurt via een competitief en transparant proces dat uit verschillende fasen bestaat en in goede banen wordt geleid door het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, dat het secretariaat van de Mensenrechtenraad verzorgt. Aan het einde van het selectieproces draagt de voorzitter van de Mensenrechtenraad de kandidaten voor de in te vullen mandaten voor, waarna de Mensenrechtenraad overgaat tot aanstelling. Dat gebeurt bij consensus.

 

De huidige speciaal rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de Palestijnse gebieden bezet sinds 1967, mevrouw Francesca Albanese, werd aangesteld in 2022 en haar mandaat werd verlengd in 2025.

 

De werking van speciaal rapporteurs wordt omkaderd door een gedragscode en een operationeel handboek. Aangezien speciaal rapporteurs onafhankelijk zijn en om de integriteit van het systeem te waarborgen, is dat mechanisme gebaseerd op toezicht door gelijken, met name door het Coördinatiecomité van de Speciale Procedures, en op zelfregulering. Belanghebbenden kunnen de werkwijze en het gedrag van een speciale rapporteur aan de orde stellen bij dat comité. Het comité onderzoekt vervolgens of de betrokken rapporteur zich heeft gehouden aan de gedragscode en het handboek.

 

Bij mijn weten loopt bij het comité geen enkele procedure die betrekking heeft op mevrouw Albanese, dus ook niet vanwege Israël, de VS of enig ander land. Ik acht het dan ook niet nodig om daar nog gedetailleerder op in te gaan.

 

13.03  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, de speciaal rapporteur zoals dat dan heet, Francesca Albanese, werkt voor de VN. VN lijkt almaar meer te staan voor verenigde nazi's, want zij heeft een trackrecord van antisemitisme en legitimering van Hamas en dodelijke jihadistische terreur.

 

Over integriteit gesproken – een woord dat u een paar keer hebt gebruikt –, mevrouw Albanese werd al meerdere malen betrapt op fakenieuws en ze werd wel degelijk veroordeeld wegens antisemitisme of holocaustinversie of het schenden van de VN-gedragscode door Frankrijk, Duitsland, het VK, de VS, Canada, Italië, Litouwen, Estland, Tsjechië, Hongarije, Argentinië en Nederland.

 

Zoals ik u zei, maar u negeert dat vrolijk, zij sprak recent op een forum van Al Jazeera van de jihadistische terreurstaat Qatar naast Hamas-topman Khaled Mashal en de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, die op dit moment Iraniërs massaal aan het afslachten zijn, antisemitische massamoordenaars dus. Met dat soort volk deelt zij het podium. Zij geeft hen trouwens ook gelijk.

 

Mevrouw Francesca Albanese krijgt morgen op 2 april, geen aprilgrap, van de universiteiten van Gent, Brussel en Antwerpen een eredoctoraat. Kunt u zich dat voorstellen? Een grote schande, zeker in het licht van het torenhoge antisemitisme in dit land.

 

Ik concludeer, mijnheer de minister, en u bekijkt zelf maar of u dit verwijt aan u gericht vindt, dat wie die antisemitische, jihadterreur verheerlijkende heks nog altijd blijft verdedigen, aan de verkeerde kant van de geschiedenis staat.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

14 Vraag van Katrijn van Riet aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De gevangenisstraf van 20 jaar voor de 76-jarige Jimmy Lai in Hongkong" (56013450C)

14 Question de Katrijn van Riet à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La peine de 20 ans de prison infligée à Hong Kong à Jimmy Lai, à l'âge de 76 ans" (56013450C)

 

14.01  Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, in een eerdere vraag over de veroordeling en strafmaat van de Hongkongse mediamagnaat en prodemocratische activist Jimmy Lai, wees ik op de verregaande gevolgen van de door de Volksrepubliek China ingevoerde nationale veiligheidswet. Die grijpt in op de autonomie van Hongkong, de persvrijheid en de fundamentele rechten van zijn burgers.

 

Intussen werd Jimmy Lai door een rechtbank in Hongkong veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar, onder de nationale veiligheidswet. Die straf kan nog tot levenslang worden verlengd. Lai ziet af van beroep, wat een verschuiving veroorzaakt naar diplomatieke inspanningen voor zijn vrijlating. Mensenrechtenorganisaties, journalistenverenigingen en buitenlandse regeringen spreken van een politiek gemotiveerd proces en een verdere uitholling van het principe 'one country, two systems'.

 

Die zware straf tegen een uitgever, wiens krant symbool stond voor vrije en kritische journalistiek, bevestigt dat de nationale veiligheidswet effectief en systematisch wordt ingezet om dissidente stemmen het zwijgen op te leggen. Dat geeft ook een indicatie van hoe de Volksrepubliek China omgaat met de burgers die ze onder haar controle heeft.

 

Daarom heb ik de volgende vragen.

 

Hoe beoordeelt u de veroordeling van Jimmy Lai en de bredere internationale verontwaardiging die ze teweegbrengt? In welke mate acht u het principe van reële autonomie voor Hongkong vandaag nog geloofwaardig, gelet op de opeenvolging van processen tegen journalisten, oppositiefiguren en middenveldorganisaties?

 

Welke concrete stappen onderneemt België, al dan niet in EU-verband, om die schendingen van de persvrijheid en de rechtsstaat aan te kaarten bij de Chinese autoriteiten? Welke diplomatieke pistes overweegt u in het dossier van Jimmy Lai? Worden die gebeurtenissen meegenomen bij het bepalen van de nieuwe EU-strategie ten aanzien van de Volksrepubliek China? Wordt er overwogen om die evoluties mee te nemen in diplomatieke relaties, economische samenwerking of andere contacten?

 

14.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw van Riet, de Europese Dienst voor extern optreden publiceerde op 9 februari een verklaring waarin de strafmaat van Jimmy Lai werd betreurd en waarin de Hongkongse autoriteiten werden opgeroepen het vertrouwen in de persvrijheid te herstellen en de vervolging van journalisten te staken. Die verklaring werd door België gesteund en verder verspreid via de socialemediakanalen van ons consulaat-generaal in Hongkong.

 

België volgt deze zaak en andere processen tegen mensenrechtenverdedigers in Hongkong met grote aandacht. Samen met andere EU-lidstaten en gelijkgezinde landen neemt ons consulaat-generaal in beurtrol deel aan het bijwonen van processen, om te tonen dat we belang hechten aan een correct verloop van de rechtsgang.

 

Ik wil benadrukken dat we de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht respecteren, maar tegelijk ernstige zorgen hebben wanneer strafrechtelijke bepalingen met een ruime of vage draagwijdte worden aangewend op een manier die de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en het recht op een eerlijk proces onder druk kan zetten. België heeft dat ook specifiek aangehaald tijdens het universele periodieke onderzoek van China in 2024. Ons land kaart de mensenrechtensituatie in China, en specifiek die in Hongkong, regelmatig aan in bilaterale ontmoetingen met de Chinese autoriteiten. Het principe 'one country, two systems' en de beloofde hoge mate van autonomie van Hongkong zijn de voorbije jaren onder druk komen te staan.

 

De EU heeft al in 2020 haar grote bezorgdheid geuit over de nationale veiligheidswet, onder meer wegens de verregaande erosie van rechten en vrijheden, de onduidelijkheid van bepalingen en de extraterritoriale reikwijdte. In juli 2020 nam de Raad van de EU dan ook conclusies aan met maatregelen zoals exportbeperkingen, de herziening van uitleveringsakkoorden en steun voor het maatschappelijk middenveld. Die zijn nog altijd van toepassing.

 

Binnen de EU pleit België ervoor dat deze situatie onder de diplomatieke aandacht blijft en dat het maatschappelijk middenveld steun blijft krijgen. De evoluties in Hongkong worden meegenomen in de bredere EU-strategie ten aanzien van China, met oog voor zowel samenwerking als kritische dialoog.

 

14.03  Katrijn van Riet (N-VA): Dank u, mijnheer de minister. Ik begrijp dat u niet te veel kunt zeggen.

 

We zijn zeer bezorgd over die nationale veiligheidswet. U kaart het aan in de bilaterale relaties, maar dat zal waarschijnlijk niet volstaan. Ik hoop dat we binnen Europa voldoende gewicht in de schaal kunnen leggen en samen met Europa kunnen wegen op die situatie. Ik weet dat China niet wil dat we ons mengen in de interne politiek, maar het principe 'one country, two systems' blijkt hoe langer hoe meer op losse schroeven te staan. We moeten dat van nabij blijven opvolgen en er blijvend aandacht aan geven.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

15 Samengevoegde vragen van

- Britt Huybrechts aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De benoeming van de Turkse minister van Justitie" (56013463C)

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Burgemeester İmamoğlu en de Belgische stilte" (56013698C)

- Sam Van Rooy aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De onderdrukking van Iraanse demonstranten in Turkije en hun uitlevering aan het islamitische regime" (56013858C)

15 Questions jointes de

- Britt Huybrechts à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La nomination du ministre turc de la Justice" (56013463C)

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le maire Ekrem İmamoğlu et le silence de la Belgique" (56013698C)

- Sam Van Rooy à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La répression des manifestants iraniens en Turquie et leur extradition vers le régime islamiste" (56013858C)

 

15.01  Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.

 

Wat zich de voorbije dagen heeft afgespeeld in het Turkse parlement is meer dan een incident. Tijdens de beëdiging van de nieuwe minister van Justitie, Akın Gürlek, zagen we hoe parlementsleden elkaar te lijf gingen nadat de oppositie probeerde de ceremonie te blokkeren. Dat geweld is betreurenswaardig, maar vooral symptomatisch voor een diepere democratische crisis.

 

De benoeming zelf roept ernstige vragen op. Gürlek was als aanklager nauw betrokken bij grootschalige vervolgingen tegen de oppositie, waaronder dossiers rond Ekrem İmamoğlu, een belangrijke politieke rivaal van president Recep Tayyip Erdoğan. Dat net zo iemand minister van Justitie wordt, versterkt de indruk dat justitie in Turkije steeds meer een politiek instrument wordt in plaats van een onafhankelijke macht.

 

Daarom heb ik volgende vragen:

 

Hoe beoordeelt u de benoeming van Akın Gürlek tot minister van Justitie in het licht van de onafhankelijkheid van justitie en de scheiding der machten in Turkije?

 

Vindt u dat de Europese Unie vandaag te terughoudend reageert op de toenemende politisering van justitie in Turkije?

 

Zal België pleiten voor een duidelijker en kritischer Europees standpunt, waarbij samenwerking met Turkije niet automatisch betekent dat we stil blijven over democratische achteruitgang?

 

15.02  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, op 19 maart 2025 werd de verkozen burgemeester van Istanboel, Ekrem İmamoğlu, gearresteerd op verdenking van corruptie en banden met terrorisme, wat volgens internationale waarnemers valse verdenkingen zijn. Sindsdien zit hij vast. Dat lijkt op het eerste gezicht een interne Turkse aangelegenheid, maar is dat overduidelijk niet, want het gaat om het uitschakelen van een verkozen oppositieleider, druk op de vrije meningsuiting, druk op de oppositie en druk op de lokale democratie.

 

We moeten helaas vaststellen dat tot op vandaag de Europese instellingen en ons land lijken weg te kijken van wat daar gebeurt. Daarom heeft Eurocities het initiatief genomen om die feiten openlijk te gaan aanklagen in Turkije, met een delegatie waar ook de Gentse burgemeester, Mathias De Clercq, deel van uitmaakte. Zij zijn naar Istanboel gereisd om de vrijlating te vragen van de burgemeester en de democratie te verdedigen.

 

Mijnheer de minister, wie zwijgt, verliest geloofwaardigheid om elders de rechtsstaat te gaan verdedigen. Wie dat blokkeert en die strijd niet actief steunt, maakt een keuze.

 

Steunt u het initiatief van de Eurocities-burgemeesters die naar Istanboel zijn gereisd om de democratie te verdedigen? Wat is uw boodschap aan die Europese burgemeesters, die hun nek hebben uitgestoken en in het bijzonder de burgemeester van Gent?

 

Vraagt België de vrijlating van Ekrem İmamoğlu en eist het dat het Turkse regime journalisten en oppositiefiguren met rust laat en processen openbaar en eerlijk voert?

 

Ondersteunen uw diensten het legitieme initiatief van de Eurocities-delegatie? Welke operationele steun verleent onze ambassade eventueel?

 

Wat doet België vandaag voor de vrije meningsuiting in Turkije? Welke stappen hebt u genomen ten aanzien van het regime van president Erdogan?

 

15.03  Sam Van Rooy (VB): Men zou het soms vergeten in deze commissie, in dit Parlement dat totaal geobsedeerd is door de enige democratie in het Midden-Oosten die minderheden beschermt, namelijk Israël, maar Turkije is een land dat systematisch minderheden onderdrukt, dat systematisch mensenrechten schendt, dat vrouwen onderdrukt, dat homoseksuelen onderdrukt, dat andere islamitische minderheden onderdrukt enzovoort.

 

Turkije onderdrukt op dit moment dus ook vrijheidslievende Iraniërs, die er ook in Turkije zijn en die willen demonstreren tegen het weerzinwekkende, moorddadige islamitische regime. Wel, Turkije verbiedt die demonstraties. Erger nog, we lezen berichten dat Iraanse critici van het islamitische regime door Turkije worden opgepakt en worden uitgeleverd aan de slachters van de Islamitische Republiek Iran.

 

Mijnheer de minister, mijn vraag is dus de volgende. U roept al eens graag ambassadeurs op het matje. Wilt u de Turkse ambassadeur hierover ontbieden? Zo neen, waarom niet?

 

15.04  Maxime Prévot, ministre: Dank u voor uw vragen, mijnheer Van Rooy, mijnheer Di Nunzio en mevrouw Huybrechts.

 

Mevrouw Huybrechts, op 10 februari 2026 zijn naar aanleiding van een ministeriele herschikking de Turkse ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken vervangen. De benoeming van de minister van Justitie is inderdaad gegaan naar de voormalige procureur van Istanboel, die verantwoordelijk was voor de strafrechtelijke vervolging van leden van de oppositie in Istanboel, te beginnen met de voormalige burgemeester, de heer Ekrem İmamoğlu.

 

Ik heb al de gelegenheid gehad om me in het Parlement uit te spreken over de arrestaties van leden van de Turkse oppositie. Het is in principe niet mijn rol commentaar te leveren op gerechtelijke beslissingen in een derde land. Ik merk op dat de toename van rechtszaken tegen leden van de oppositie in Istanboel en elders in Turkije weinig twijfel laat over hun politieke aard.

 

Op het niveau van de Europese Unie lijken die vaststellingen breed gedeeld. De jaarlijks gepubliceerde rapporten van de Europese Commissie over Turkije wijzen bijvoorbeeld op een achteruitgang op het gebied van de rechtsstaat en de mensenrechten, wat betreurenswaardig is.

 

Mijnheer Di Nunzio, ik ben op de hoogte van het bezoek van de delegatie van Eurocities, die werd voorgezeten door onze landgenoot en burgemeester van Gent, de heer Mathias De Clercq. Ik kan u mededelen dat ons consulaat-generaal in Istanboel de heer De Clercq heeft ontmoet en tijdens zijn verblijf in Istanboel beschikbaar was om eventuele vragen te beantwoorden. De Eurocities-delegatie heeft de heer İmamoğlu niet kunnen ontmoeten in de gevangenis. Er is wel contact geweest met zijn echtgenote, de waarnemend burgemeester. Ik verwelkom het initiatief van de delegatie van Eurocities en vind het belangrijk dat vertegenwoordigers van Europese steden hun solidariteit tonen met de vertegenwoordigers van de stad Istanboel.

 

Onze diplomatieke posten volgen de vrijheid van meningsuiting in Turkije van nabij op. Ons consulaat-generaal in Istanboel heeft bijvoorbeeld regelmatig zittingen bijgewoond in het kader van de processen tegen de heer İmamoğlu.

 

Behalve de zichtbare steun op lokaal niveau en de boodschappen die wij op bilateraal niveau overbrengen aan de Turkse autoriteiten, maken wij gebruik van de multilaterale instrumenten waarover wij beschikken om Turkije op zijn verantwoordelijkheden te wijzen.

 

Mijnheer Van Rooy, ik beschik niet over informatie waaruit blijkt dat demonstraties van Iraanse opposanten in Turkije verboden zouden zijn. Ik zie geen aanwijzingen dat er sprake is van een systematisch beleid in die richting. Dat geldt ook voor de beweringen over het terugsturen van politieke opposanten naar Iran.

 

15.05  Britt Huybrechts (VB): Dank u wel, mijnheer de minister.

 

Het is logisch dat u geen antwoorden of reacties geeft op een rechtszaak in een derde land. Wat ik wel vraag, is of de Europese Unie en België zich voldoende bewust zijn van de situatie in Turkije. We blijven immers handeldrijven met Turkije, terwijl dat land de rechten van minderheden en de mensenrechten niet ernstig neemt en ook de scheiding tussen de politieke en de rechterlijke macht niet respecteert.

 

Bovendien weten we dat Turkije een van de landen is dat de Europese sancties omzeilt. Het importeert goederen vanuit de Europese Unie om die vervolgens door te verkopen aan Rusland. U stelt dat we streng moeten zijn inzake de sancties tegen Rusland, maar dan is het wel vreemd dat u nog altijd landen zoals Turkije blijft steunen en de handel daarmee blijft toelaten.

 

15.06  Sandro Di Nunzio (Anders.): Dank u wel, mijnheer de minister, voor uw antwoorden.

 

Het is positief dat u het initiatief verwelkomt en steunt, alsook dat uw diensten en de ambassade de vrijheid van meningsuiting en de situatie in Turkije nauw opvolgen. Het belangrijke punt is echter dat er wel rapporten worden opgesteld en analyses gemaakt, maar dat er vandaag weinig nadruk op wordt gelegd, niet alleen door ons land, maar ook op Europees niveau. De vrees of het vermoeden bestaat dat wellicht ook geopolitieke redenen spelen en dat de moeilijke positie van Turkije in verschillende internationale relaties maken dat men terughoudend blijft. Dat is precies het punt dat wij en verschillende burgemeesters naar voren willen brengen. We stellen vast dat tientallen andere burgemeesters, journalisten en advocaten gevangen worden gezet, dat kritische rechters worden overgeplaatst naar andere delen van Turkije en dat bevriende rechters worden beloond met hogere functies. De situatie verergert.

 

De oproep van die burgemeesters is dan ook duidelijk. Er moeten verdere stappen worden gezet, ook op Europees niveau, om aan Turkije en het zittende regime duidelijk te maken dat dit onaanvaardbaar is. In een wereld waarin autocratische regimes almaar autocratischer worden, moeten wij als Europa minder rapporten schrijven en onze stem duidelijker laten horen en meer laten voelen waar het pijn kan doen. Wij hebben de plicht om helder te zijn wanneer het gaat over het internationaal recht en onze rechtsstaat.

 

Mijn oproep aan u en de regering is om daarover ten aanzien van Turkije iets duidelijker te zijn en maatregelen te nemen waar nuttig, in plaats van de situatie te analyseren en daarover te rapporteren.

 

15.07  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, u bent altijd gretig als het gaat om het op het matje roepen van de Israëlische ambassadrice of de Amerikaanse ambassadeur. Als we wat dat betreft uw trackrecord zien, dan zou de democratie en vrije samenleving Israël een groter probleem vormen dan Turkije, terwijl de islamitische tiran Erdogan de Moslimbroederschap steunt en zich regelmatig gedraagt als een jihadistische massaslachter. Met verwijzing naar Allah riep Erdogan pas nog op tot de vernietiging van Israël.

 

Minderheden, waaronder christenen, worden in Turkije systematisch gediscrimineerd en onderdrukt. Vrijheidslievende Iraniërs in Turkije slaken nu ook een noodkreet omdat Erdogan hen onderdrukt, arresteert en deporteert naar de slachters van Teheran, maar u kunt er uiteraard voor kiezen om dat te negeren. Uit lafheid of opportunisme, wie zal het zeggen?

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

16 Vraag van Sam Van Rooy aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De aanhoudende financiering van jihadistisch terrorisme door de Palestijnse Autoriteit" (56013464C)

16 Question de Sam Van Rooy à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La poursuite du financement du terrorisme djihadiste par l'Autorité palestinienne" (56013464C)

 

16.01  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, uit onderzoek blijkt dat de Palestijnse Autoriteit nog altijd moorddadige jihadterroristen en aanslagplegers betaalt. Op 26 januari alleen al betaalde de Palestijnse Autoriteit 6 miljoen dollar uit aan de families van jihadistische terroristen. Ahlam Tamimi, die de dodelijke jihadistische aanslag pleegde op restaurant Sbarro in Jeruzalem, kreeg bijna 2.000 dollar van de Palestijnse Autoriteit. Die jihadistische aanslag had vijftien doden tot gevolg, waaronder twee Amerikaanse burgers en acht kinderen. Dat is nog maar een voorbeeld.

 

Mijnheer de minister, ik heb u hier al eerder over ondervraagd. Zult u eindelijk actie ondernemen om dat te stoppen? Zo ja, welke actie? Zo nee, waarom niet? Ik hoor het graag.

 

Blijft de Belgische regering de Palestijnse Autoriteit steunen, ook financieel? Zo ja, waarom dan? Hoeveel geld krijgt de Palestijnse Autoriteit in totaal dit jaar en de komende jaren van de Belgische belastingbetaler, direct en indirect?

 

16.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Van Rooy, de Palestijnse Autoriteit heeft begin vorig jaar juridische stappen ondernomen om het prisoner payment system af te schaffen en in plaats daarvan een nieuw socialezekerheidssysteem te implementeren, waarbij premies worden uitbetaald door een onafhankelijke instelling, het Palestinian National Institution for Economic Empowerment. Dat socialezekerheidssysteem moet functioneren op basis van sociaal-economische indicatoren en niet langer op basis van het statuut van gevangenschap van de begunstigde.

 

Ik betreur ten zeerste dat er eind vorig jaar onregelmatigheden aan het licht kwamen. Sindsdien hebben de Palestijnse Autoriteit en de president echter stappen ondernomen om de fout recht te zetten. Niet alleen werd de vorige minister van Financiën, onder wiens toezicht de onregelmatige betalingen gebeurden, ontslagen, maar er kwam ook een verklaring van de president dat geen enkele andere instelling dan het Palestinian National Institution for Economic Empowerment verantwoordelijk is voor de betaling van de premies, met transparante criteria en sociaal-economische indicatoren.

 

Bovendien loopt er momenteel een audit, uitgevoerd door een Amerikaans consultancybureau, dat onderzoekt of het nieuwe mechanisme wel degelijk functioneert in overeenstemming met de doelstelling om een socialezekerheidssysteem op te zetten dat niet langer premies uitbetaalt op basis van gevangenschap. De hervorming van het prisoner payment system is een prioriteit voor België en de EU, waarop we nauwgezet toezien. We wachten daarom de resultaten van de onafhankelijke audit af.

 

De EU en België steunen de Palestijnse Autoriteit, ook omdat een sterke Palestijnse Autoriteit een zwak Hamas betekent. Terrorisme bestrijden is precies wat we willen.

 

PEGASE is sinds 2008 het eerste mechanisme van de EU en de lidstaten voor een directe financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit. Het voornaamste doel van PEGASE is de bijdragen aan de lonen en pensioenen van het Palestijns overheidspersoneel. Tussen januari 2025 en januari 2026 droegen de EU en de lidstaten 332,2 miljoen euro bij voor tien van de twaalf maandelijkse uitbetalingen. De volgende bijdrage van 40 miljoen euro is gepland voor dit jaar.

 

Het lopende bilaterale samenwerkingsprogramma tussen België en Palestina heeft een budget van 75 miljoen euro en heeft als doel jongeren mondiger te maken in een ecologisch, duurzaam Palestina. Het programma is opgebouwd rond twee grote pijlers: Youth Empowerment en Climate & Environment. Het focust daarbij op de versterking van lokaal bestuur. De acties worden uitgevoerd door Enabel, het Belgisch agentschap voor ontwikkelingssamenwerking, in samenwerking met de Palestijnse Autoriteit, technische instanties en lokale partners. Natuurlijk wordt elke euro streng gecontroleerd om ervoor te zorgen dat de middelen correct worden gebruikt.

 

16.03  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, het is niet de eerste keer, en het zal helaas ook niet de laatste keer zijn, dat ik u op de rooster leg over Belgisch belastinggeld dat direct of indirect wordt gebruikt om dodelijke jihadistische aanslagen te financieren. Via het pay-for-slaysysteem geeft de Palestijnse Autoriteit van negationist Abbas al vele jaren moorddadige Palestijnse jihadisten of hun families een maandelijks salaris. Met dat soort volk hebben wij te maken, minister. En jawel, dat walgelijke systeem bestaat nog steeds. Het is nu alleen onder de radar gegaan en u laat zich een rad voor de ogen draaien. Op 26 januari alleen al betaalde de Palestijnse Autoriteit 6 miljoen dollar uit aan de families van moslimterroristen.

 

De conclusie is dus dat de Belgische regering en dus de Belgische belastingbetaler in dit land in feite al jarenlang jodenmoordenaars financiert in het Midden-Oosten, in de Palestijnse gebieden.

 

Mijnheer de minister, dat is walgelijk, dat is crimineel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

17 Vraag van Sam Van Rooy aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "UNRWA en de ontmoeting met Philippe Lazzarini" (56013465C)

17 Question de Sam Van Rooy à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'UNRWA et la rencontre avec Philippe Lazzarini" (56013465C)

 

17.01  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, we blijven in dezelfde sferen. Recent hebt u de heer Philippe Lazzarini ontmoet, de baas van het door Hamas geïnfiltreerde UNRWA.

 

Wat hebt u met hem besproken? Hebt u hem er bijvoorbeeld op gewezen dat talrijke UNRWA-medewerkers Hamas-agenten of -supporters bleken te zijn of de genocidale, jihadistische aanslag van 7 oktober 2023 hebben toegejuicht? Zo ja, wat was zijn reactie? Zo niet, waarom hebt u dat niet aangekaart?

 

Hebt u hem erop gewezen dat in Gaza verschillende gebouwen en spullen van UNRWA zijn aangetroffen die door jihadisten van Hamas of Islamitische Jihad werden gebruikt?

 

Begrijpt u dat de eeuwige vluchtelingenstatus die UNRWA aan Palestijnen toekent, als enige bevolkingsgroep ter wereld en in de geschiedenis, een oplossing van het conflict in de weg staat? Hebt u dat met de heer Lazzarini besproken? Zo ja, wat was zijn reactie? Zo niet, waarom niet?

 

U hebt in de media aangegeven dat België UNRWA blijft steunen, zowel politiek als financieel. Kunt u toelichten wat dat concreet inhoudt en over hoeveel geld het gaat voor dit jaar en de komende jaren? Hoe weet u precies op welke manier UNRWA ons geld besteedt en hoe verhoudt de financiële steun van België aan UNRWA zich precies tot de steun die België aan andere bevolkingsgroepen wereldwijd verleent?

 

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

 

17.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Van Rooy, dank u voor uw vraag.

 

Op 5 februari heb ik inderdaad Philippe Lazzarini ontmoet, de commissaris-generaal van UNRWA. Ik herinner eraan dat dat VN-agentschap, opgericht in 1949 na het Arabisch-Israëlische conflict van 1948, tot taak heeft de meer dan 5,9 miljoen Palestijnse vluchtelingen, verspreid over Jordanië, Libanon, Syrië, de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, en Gaza, bij te staan en te beschermen. UNRWA verleent essentiële diensten zoals onderwijs, gezondheidszorg en sociale ondersteuning en is een belangrijke humanitaire actor in de regio.

 

Mijn gesprek met de commissaris-generaal ging voornamelijk over Gaza. We bespraken de toekomstperspectieven met de oprichting van het National Committee for the Administration of Gaza, evenals de intensieve operationele activiteiten van UNRWA in de Gazastrook, waar het agentschap een sleutelrol blijft spelen in de humanitaire inspanningen. We kwamen ook terug op de vernietiging van het UNRWA-complex door de Israëlische autoriteiten en de schending van de voorrechten en immuniteiten van UNRWA die dat met zich meebrengt. Ik vroeg hem naar de maatregelen die werden genomen om de aanbevelingen van het Colonna-rapport op te volgen. Hij gaf aan dat 29 van de 50 aanbevelingen volledig zijn uitgevoerd en dat de overige nog in behandeling zijn.

 

In dit verband herinner ik eraan dat als reactie op de beschuldigingen betreffende handelingen toegeschreven aan UNRWA-personeel, de Verenigde Naties onmiddellijk maatregelen hebben genomen, waaronder twee afzonderlijke onderzoeken: een intern onderzoek door het Office of Internal Oversight Services en een extern onderzoek uitgevoerd door een groep onafhankelijke deskundigen dat heeft geleid tot het Colonna-rapport. Het Colonna-rapport concludeerde dat UNRWA over de meest geavanceerde en rigoureuze mechanismen en procedures binnen het VN-systeem beschikt om de neutraliteit van zijn personeel te waarborgen. Het Colonna-rapport bevestigde bovendien dat UNRWA alle beschuldigingen van schendingen van neutraliteit heeft onderzocht en onderzoeken heeft geopend wanneer er prima facie bewijzen waren.

 

Deze beoordeling werd versterkt door het advies van oktober 2025 van het Internationaal Gerechtshof, waarin werd geoordeeld dat er onvoldoende bewijs was om te stellen dat UNRWA niet neutraal zou zijn of geïnfiltreerd door Hamas. Het hof concludeerde dat de Verenigde Naties, handelend via UNRWA, een onmisbare hulpverlener zijn in de Gazastrook en dat Israël verplicht is door de VN en hun entiteiten, waaronder UNRWA, verrichte hulpacties te accepteren en te faciliteren.

 

Er is dan ook geen enkele aanleiding om de punten die u in uw vragen aanhaalt verder te bespreken.

 

In feite vind ik het betreurenswaardig hoe u blijft volharden in het herhalen en verspreiden van aantoonbaar foutieve informatie, hoewel die hier al meermaals ondubbelzinnig rechtgezet is.

 

België ondersteunt UNRWA sinds 1953, zowel politiek als financieel. Deze steun wordt onder deze legislatuur voortgezet, overeenkomstig het regeerakkoord, waarin bepaald is dat de steun aan VN-agentschappen, waaronder UNRWA, behouden blijft. Deze politieke steun wordt verklaard door het belang van het aan het agentschap verleende mandaat zolang er geen alomvattende, rechtvaardige en duurzame politieke oplossing is gevonden voor het Israëlisch-Arabische conflict.

 

Die steun is om verschillende redenen onmisbaar. Ten eerste vanwege de humanitaire rol van UNRWA bij de ondersteuning van meer dan 5 miljoen Palestijnse vluchtelingen en bij de aanpak van de Syrische crisis. Ten tweede, omdat UNRWA een essentiële factor is voor de regionale stabiliteit. Ten derde, omdat de financiering van onderwijs, gezondheidszorg, hulpverlening en sociale diensten door UNRWA de vluchtelingen niet alleen in staat stelt om te overleven, maar ook om economische en sociale perspectieven te ontwikkelen.

 

In 2026 heeft België een flexibel bedrag van 7 miljoen euro aan UNRWA gestort voor zijn algemene middelen. Daarnaast is voor 2026 een bedrag van 4,5 miljoen euro gepland voor een programma dat noodonderwijsactiviteiten in Palestina, gezondheidsdiensten in Libanon en de ontwikkeling van de toegang tot de digitale archieven van UNRWA ondersteunt.

 

Wat controlemechanismen betreft, UNRWA wordt regelmatig en grondig onderworpen aan externe audits door de UN Board of Auditors. Bovendien beschikt UNRWA over een Department of Internal Oversight als intern controleorgaan.

 

Tot slot is erop gewezen dat de recente evaluatie van UNRWA door het Multilateral Organization Performance Assessment Network heeft geconcludeerd dat het agentschap in grote mate bevredigend functioneert en de capaciteit bezit om hoogwaardige diensten te leveren in steeds fragielere omgevingen. België ontvangt eveneens rapporten over de projecten die het financiert. Als lid van de Advisory Commission van UNRWA ontvangen wij specifieke briefings over de financiële situatie, de interne audits en de opvolging van de aanbevelingen uit het Colonna-rapport. De financiële en de operationele verslagen van het agentschap zijn openbaar.

 

Ten slotte, zoals u aangeeft, onderscheidt UNRWA zich door zijn langdurige inzet voor een specifieke groep vluchtelingen. Het agentschap past strikt het mandaat toe dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het in 1949 heeft verleend, volgens hetwelk Palestijnse vluchtelingen hun status behouden zolang er geen duurzame politieke oplossing is gevonden. Dit onderscheid vloeit voort uit een internationale politieke keuze die werd gemaakt onmiddellijk na het conflict van 1948, in het licht van het onopgeloste karakter van de Israëlisch-Palestijnse kwestie.

 

Hoewel opgericht als tijdelijk agentschap, is UNRWA al meer dan 75 jaar operationeel, met een mandaat dat door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties telkens opnieuw wordt verlengd. Het is echter essentieel te verduidelijken dat UNRWA geen politiek proces kan vervangen en ook niet kan verhinderen. Het beschikt hiervoor niet over de rol, de middelen of het mandaat. Het vult een humanitaire en institutionele leemte op in afwachting van een politieke oplossing.

 

17.03  Sam Van Rooy (VB): Mijnheer de minister, net zoals de VN zelf is UNRWA voor geen haar te vertrouwen. Philippe Lazzarini, de baas van UNRWA, poseerde voor de VN-vlag met Hamas-leider Hadj Riyad Mansour. U ziet hem hier. U ziet de VN-vlag en u ziet het Hamas-kopstuk Hadj of Hidj Riyad Mansour. Dat is het volk waarmee u zich inlaat en waarvoor de Belgische belastingbetaler geld moet afdokken.

 

Op 7 oktober 2023 werd de 21-jarige Yonathan Samerano doodgeschoten en gekidnapt door een medewerker van UNRWA. Talloze UNRWA-medewerkers bleken Hamas-agenten of Hamas-supporters te zijn. Dat u dat hier ontkent, is complete waanzin. In Gaza bleken diverse gebouwen en spullen van UNRWA gebruikt te zijn door de jihadisten van Hamas of Islamitische Jihad.

 

Door Palestijnen als enige bevolkingsgroep wereldwijd en in de geschiedenis de eeuwige vluchtelingenstatus te geven, houdt UNRWA het conflict in stand. Daaraan geeft deze Belgische regering jaarlijks miljoenen euro belastinggeld uit. Dat is compleet gestoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

18 Samengevoegde vragen van

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het EU–Australië-handelsakkoord en de Belgische inzet" (56013490C)

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De handelsdeal met Australië en de Belgische positie" (56014456C)

- Benoît Lutgen aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het handelsakkoord tussen de EU en Australië" (56014540C)

18 Questions jointes de

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'accord commercial UE-Australie et l'implication de la Belgique" (56013490C)

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'accord commercial avec l'Australie et la position de la Belgique" (56014456C)

- Benoît Lutgen à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'accord commercial entre l'UE et l'Australie" (56014540C)

 

18.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, over handelsakkoorden stel ik graag vragen, maar gelet op het late uur, verwijs ik naar de tekst van mijn vragen zoals ingediend.

 

De onderhandelingen over het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Australië gaan opnieuw vooruit. Maar na het afspringen van de deal in 2023 liggen dezelfde knelpunten opnieuw op tafel.

 

Het gaat opnieuw over: extra toegang voor Australisch rund- en lamsvlees tot de Europese markt, de bescherming van Europese geografische aanduidingen zoals parmesan, feta en prosecco, afspraken over kritieke grondstoffen zoals lithium en de Australische luxewagentaks.

 

Maar de EU als Australië zoeken sterkere economische partnerschappen om minder afhankelijk te zijn van China-import en om ons te wapenen tegen nieuwe Amerikaanse tarieven.

 

Handelsakkoorden zijn vandaag geen ideologische keuze meer. Ze zijn een strategische noodzaak.

 

Daarom mijn vragen:

 

Wat is de huidige stand van de onderhandelingen? Wil u een akkoord en op welke termijn?

 

Wat zijn onze prioriteiten in dit handelsakkoord? Waar ligt voor ons land de toegevoegde waarde, economisch én strategisch?

 

Waar ligt voor u de grens op landbouwvlak? Hoe vermijdt Europa dat bijkomende quota voor rund- en lamsvlees opnieuw tot zware interne spanningen leiden, zeker na het Mercosur-debat?

 

En vooral: zal België opnieuw kiezen voor onthouding zoals bij Mercosur? Of bent u bereid om kleur te bekennen?

 

Gaat België dit akkoord mee mogelijk maken of opnieuw toekijken terwijl anderen beslissen?

 

Commissievoorzitster Ursula von der Leyen heeft de lijn scherp getrokken: “dependencies can be weaponized." Daarom tekende ze een nieuw en ambitieus handelsakkoord met Australië.

 

De EU zoekt wijd naar nieuwe betrouwbare partners en koppelt handel aan kritieke grondstoffen, defensie en economische veiligheid.

 

Meer toegang tot grondstoffen die nodig zijn voor batterijen, technologie en defensie en ons minder afhankelijk maken van China. De handel met Australië is nu goed voor 87 miljard euro per jaar en er zit voor meer dan een derde extra uitvoer in de pijplijn.

 

Die nieuwe handelsdeal heeft enorm potentieel. Meer dan 1.500 Belgische bedrijven exporteren al naar Australië en onze uitvoer bedraagt meer dan 2,3 miljard euro.

 

Bij Mercosur heeft België zich als enige lidstaat onthouden en dat was een klap in het gezicht van onze KMO's en industrie. 

 

Daarom mijn vragen:

 

Gaat België dit keer wel de meerderheid volgen of kiezen we opnieuw tegen onze export, havens en jobs?

 

Waar rekent België precies op met dit handelsakkoord: toegang tot kritieke grondstoffen, strategische autonomie, bescherming van gevoelige sectoren of defensiesamenwerking?

 

Welke garanties zijn er volgens u zodat onze markt niet overspoeld wordt met goedkoop vlees en hebt u over het akkoord al overlegd met onze landbouwers?

 

Welke risico's lopen wij als België opnieuw aan de kant gaat staan en hebt u met de deelstaten samengezeten om één standpunt te bepalen?

 

18.02  Maxime Prévot, ministre: Monsieur Di Nunzio, merci de nous faire gagner un peu de temps. Je vais donc répondre à votre question ainsi qu’à celle que votre collègue, M. Benoît Lutgen, avait prévu de m’adresser.

 

Mijnheer Di Nunzio, mevrouw von der Leyen en de Australische premier Albanese hebben op 24 maart het afronden van de onderhandelingen over het vrijhandelsakkoord aangekondigd. Die onderhandelingen waren sinds 2018 aan de gang.

 

Zoals u weet, wordt de definitieve positie van België bepaald in coördinatie met alle bevoegde entiteiten van ons land, op basis van consensus en in overeenstemming met ons institutioneel systeem en dat op basis van de finale teksten.

 

Cette prise de décision se fait sur la base d’une analyse économique des textes finaux négociés et des impacts escomptés de l’accord, à la fois sur nos opportunités d’exportation et sur les effets pour notre marché. Il est donc prématuré aujourd’hui de prendre une position définitive sur l’accord avec l’Australie.

 

Sur le principe, notre pays a toujours soutenu ces discussions avec un partenaire like-minded, tant en raison de son poids économique que de son rôle géostratégique dans la région Indo-Pacifique. Cet accord commercial est en phase avec lambition de lUnion européenne – que la Belgique partage – de construire un réseau de partenaires fiables dans le monde entier, une ambition qui ne peut être vue séparément des développements géopolitiques et géoéconomiques de ces dernières années, et même de ces derniers mois. L’Australie est en outre un acteur de premier plan sur la question des matières premières. Bien sûr, tant la Belgique que l’Union européenne comptent sur cet accord commercial pour rendre notre approvisionnement en critical raw materials plus résilient. De ce point de vue, l’accord ne peut que contribuer à notre autonomie stratégique.

 

Tijdens de onderhandelingen hebben wij onze offensieve en defensieve belangen regelmatig aan de Commissie gecommuniceerd, in het bijzonder wat betreft de landbouwaspecten.

 

Nous sommes conscients des enjeux défensifs, en particulier pour les secteurs sensibles. En Belgique, les filières les plus exposées aux intérêts offensifs australiens sont le bœuf, le sucre et les ovins. Au niveau européen, ces produits restent protégés dans l'accord avec l'Australie par des quotas tarifaires stricts et progressifs ainsi que par un mécanisme bilatéral de sauvegarde. L'accord comporte aussi un chapitre SPS exigeant le respect des normes européennes, soumis aux règlements des différends. La Commission s'est engagée à renforcer les contrôles aux frontières et dans les pays tiers. Un chapitre spécifique vise également à coopérer avec l'Australie pour des systèmes alimentaires plus durables et résilients.

 

Au-delà des aspects défensifs, l'accord ouvre des opportunités pour plusieurs secteurs belges: légumes surgelés, porc, chocolat et l'ensemble de l'industrie agroalimentaire. Comme pour tout accord, nous évaluerons si l'équilibre entre ouverture et protection des filières sensibles est respecté. Les études d'impact cumulés, dont la dernière date de 2024, constituent une base d'analyse.

 

Nous restons attentifs aux préoccupations des agriculteurs et, si le commerce peut créer des tensions, ne perdons pas de vue non plus qu'il offre aussi des débouchés et contribue aux revenus du secteur.

 

18.03  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, dank u wel voor uw antwoorden.

 

Ik val in herhaling, maar ik hoop dat België effectief een duidelijk, helder standpunt zal innemen om dat tot een goed einde te kunnen brengen. Ik hoop eveneens dat er een evenwicht wordt gevonden tussen alle belangen die moeten worden gediend, niet enkel die van de landbouw, maar ook die van de andere sectoren. Ik reken dus op u en ons land om daarover een heldere positie in te nemen en ervoor te zorgen dat we een goed akkoord sluiten, want dat is in het belang van ons land.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

19 Vraag van Britt Huybrechts aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Antifaterreur" (56013552C)

19 Question de Britt Huybrechts à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le terrorisme antifasciste" (56013552C)

 

19.01  Britt Huybrechts (VB): Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

De gewelddadige dood van de 23-jarige student Quentin Deranque in Lyon heeft Europa opnieuw geconfronteerd met het harde en gewelddadige gezicht van antifascistische netwerken. Volgens talrijke getuigenissen en mediaberichten zouden militanten uit de Antifa-mouvance betrokken zijn bij een brute aanval waarbij een jonge man na een ogenschijnlijk vreedzame mobilisatie in een hinderlaag terechtkwam en letterlijk werd doodgeslagen. Dat zulke extreemlinkse straatgroepen al jaren geweld gebruiken en toch vaak geminimaliseerd worden, is bijzonder verontrustend. Nog alarmerender zijn de berichten over mogelijke banden tussen radicale activisten en politieke structuren.

 

Daarom volgende vragen:

 

Heeft u sinds deze feiten al contact opgenomen met uw Franse collega van Buitenlandse Zaken of met onze Belgische ambassadeur in Frankrijk om een duidelijk beeld te krijgen van de rol en de evolutie van gewelddadige antifascistische groepen?

 

Ontvangt u via diplomatieke kanalen signalen van andere Europese partners dat het geweld vanuit dergelijke netwerken de laatste jaren toeneemt of radicaliseert?

 

Bestaat er op Europees niveau overleg over hoe staten moeten omgaan met grensoverschrijdende links-extremistische groepen?

 

Welke concrete stappen overweegt u om ook vanuit Belgisch buitenlands beleid alert te zijn voor deze evolutie, en om de veiligheid van onze burgers te waarborgen?

 

19.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Huybrechts, de aangehaalde dramatische gebeurtenis en de politieke gevolgen daarvan worden inderdaad nauwlettend opgevolgd door onze ambassade in Parijs, die ons voortdurend informeert over de ontwikkelingen in de Franse politieke context.

 

De FOD Buitenlandse Zaken neemt actief deel aan verschillende nationale en internationale fora waar dreigingen en trends in terrorisme en gewelddadig extremisme worden besproken, inclusief gewelddadig links-extremisme. Daarnaast blijft de FOD Buitenlandse Zaken voortdurend in nauw overleg met zowel internationale als nationale veiligheidspartners om informatie uit te wisselen over relevante ontwikkelingen. Wanneer de situatie dat vereist, worden die trends verder opgevolgd in de Nationale Veiligheidsraad en de voorbereidende comités, waar alle bevoegde diensten, waaronder de FOD Buitenlandse Zaken, hun analyses en beoordelingen delen.

 

19.03  Britt Huybrechts (VB): Mijnheer de minister, laten we eerlijk zijn. Het gaat niet meer over losse incidenten of randfenomenen, maar om georganiseerde links-extremistische groepen die doelbewust geweld gebruiken om mensen te intimideren en het zwijgen op te leggen, zoals we in Frankrijk en vorige week in Leuven konden zien. Dat is geen onschuldig activisme meer.

 

Hoelang zullen we dat nog blijven minimaliseren en zelfs toelaten? Wanneer zult u daar concreet tegen reageren? Als groepen systematisch geweld gebruiken, mensen in elkaar slaan, betogingen verstoren en zelfs dodelijk geweld niet schuwen, dan moeten we durven te benoemen wat dat is en er ook naar handelen.

 

Daarom roep ik u op om niet alleen diplomatiek te handelen, maar ook in de regering het debat aan te gaan. U moet er bij uw collega van Binnenlandse Zaken op aandringen om Antifa op de terreurlijst te plaatsen, waar terroristen thuishoren. Wie geweld gebruikt om meningen te onderdrukken, ondergraaft onze democratie en ik hoop dat u het daarmee eens bent.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

20 Samengevoegde vragen van

- Katrijn van Riet aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De onenigheid tussen Trump en het Amerikaanse Congres omtrent de handelstarieven" (56013610C)

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De recentste Amerikaanse handelstarieven" (56013696C)

20 Questions jointes de

- Katrijn van Riet à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le désaccord entre Trump et le Congrès américain concernant les tarifs douaniers" (56013610C)

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les tarifs commerciaux américains les plus récents" (56013696C)

 

20.01  Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten oordeelde dat Amerikaans president Donald Trump niet het recht had om op basis van de International Emergency Economic Powers Act eenzijdig importheffingen op te leggen. Zo stelt het een grens aan de uitvoerende macht en wordt de positie van het Congres in fiscale aangelegenheden bevestigd.

 

In reactie hierop voerde Trump (tijdelijke) heffingen van wel 15% in gebaseerd op de 'Trade Act of 1974'. Trump laat zo verstaan dat hij zijn “tarievenmuur" desnoods zonder parlementaire betrokkenheid zal heropbouwen, al moet het Congres in juli opnieuw beslissen over de legitimiteit en dus een verlenging van de handelsmaatregelen. Secretary of the Treasury Scott Bessent meent dat de negatieve beslissingen van het Hooggerechtshof zullen leiden tot andere juridische middelen die voor het Amerikaans beleid - en voor de Trump-administratie - een nachtmerrie zijn. Bessent haalde op FOX News ook aan dat het Hooggerechtshof akkoord is met Trumps recht op het opleggen van embargo's.

 

Het Amerikaans economisch beleid zorgt voor blijvende onzekerheid in de wereldhandel. Dergelijke unilaterale stappen zijn bijzonder zorgwekkend. Belgische bedrijven hebben nood aan rechtszekerheid en voorspelbaarheid, niet aan het risico op terugkerende handelsspanningen.

 

Meneer de minister,

 

Hoe beoordeelt u de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in het licht van de rechtsstatelijkheid en de scheiding der machten in de VS?

 

Hoe beoordeelt u Trumps nieuwe plan in het licht van de Midterms in november dit jaar en de bredere politieke dynamiek in de VS?

 

Welke geluiden hoort u in de handelsbetrekkingen op het label Made in Europe" vanuit de VS?

 

Welke juridische of beleidsmatige pistes ziet u voor het vervolg van de Amerikaanse handelsmaatregelen, moeten we ons voorbereiden op een embargo aldus Bessent?

 

Welke impact verwacht u van de nieuwe Amerikaanse invoerheffingen op Belgische en Europese exporteurs, in het bijzonder in strategische sectoren?

 

Heeft u overleg gepleegd met uw Europese collega's en met de Europese Commissie, hoe staan zij hiertegenover? Wordt er gewerkt aan een gecoördineerde Europese aanpak?

 

Welke diplomatieke initiatieven zal België nemen, bilateraal of in EU-verband, om te waken over stabiele trans-Atlantische handelsrelaties en om onze economische belangen te beschermen? ​

 

20.02  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik verwijs ook naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Het tariefbeleid van Donald Trump is opnieuw in volle beweging. En voor onze bedrijven wordt het met de dag onvoorspelbaarder.

 

Washington voert een tijdelijke importtoeslag van 10% in, maar tegelijk dreigt de Amerikaanse president met een opstap naar 15%, “met onmiddellijke ingang", across the board.

 

Voor onze ondernemers is dit geen ideologisch debat, maar een factuur en een risico op rechtsonzekerheid: wat geldt vandaag, wat geldt morgen, en wie betaalt?

 

België leeft van export. Onze bedrijven voelen dat in hun omzet en uitvoer. De Belgische farmasector is sterk afhankelijk van de VS en moet zich wéér aanpassen aan een nieuwe realiteit. En we zien nu al effecten op sectoren zoals Antwerpse diamant en machines.

 

Mijn vragen zijn concreet:

 

Wat is vandaag officieel van toepassing op Belgische exporteurs richting VS: 10%, 15%, of een combinatie? Vanaf welke datum, voor welke goederen, met welke uitzonderingen? En vooral: is er cumulatie (“stacking") met andere Amerikaanse heffingen?

 

Welke Belgische sectoren zijn volgens u het meest blootgesteld in de komende 150 dagen, en kan u de geraamde kost voor onze exporteurs geven?

 

Welke concrete stappen zet u, samen met de Europese Commissie, om onze bedrijven rechtszekerheid en voorspelbaarheid te geven en gerichte schade te beperken, zeker voor de sectoren die nu al geraakt worden?

 

Welke praktische begeleiding krijgen bedrijven vandaag van de federale overheid? Is er één aanspreekpunt? Worden ondernemers ondersteund in de douane- en juridische afhandeling en bij contracten en prijszetting?

 

20.03 Minister Maxime Prévot: Mevrouw van Riet, mijnheer Di Nunzio, uw vragen zijn technisch. Ik probeer ze zo goed mogelijk te beantwoorden, maar ik verwijs u ook graag door naar mijn collega, minister Clarinval, voor uw vragen over de economische impact.

 

In zijn arrest van 20 februari vernietigde het Supreme Court het grootste deel van de rechten gebaseerd op de International Emergency Economic Powers Act, op grond van de scheiding der machten – de bevoegdheid om belastingen te heffen behoort tot het Congres – en van de interpretatie van de aan de uitvoerende machten toegekende bevoegdheden, krachtens de International Emergency Economic Powers Act.

 

Na de publicatie van het arrest kondigde Trump een aantal aanpassingen aan, waaronder de uitvoering van een nieuw tijdelijk regime op basis van een alternatieve rechtsgrondslag.

 

Ondanks de aankondiging van de president op Truth Social van de Most Favoured Nations en zijn wens om het universele tarief te verhogen tot 15 %, blijft het officieel toegepaste tarief van de Amerikaanse douane 10 % ad valorem, boven op het tarief van de Most Favoured Nations voor alle invoer, behalve voor de producten die expliciet in de vrijstellingslijst zijn opgenomen. De Amerikaanse autoriteiten hebben aangekondigd een stabieler douaneregime te willen invoeren, na het aflopen van het huidig tijdelijke mechanisme, voornamelijk via sectorspecifieke douanerechten.

 

Een nieuw onderzoek in het kader van sectie 301 werd bovendien op 11 maart opgestart, onder andere tegen de EU, om de structurele overcapaciteit en dwangarbeid aan te pakken.

 

Uit de vele contacten tussen de Belgische en Europese autoriteiten en hun Amerikaanse gesprekspartners blijkt dat de Verenigde Staten zich willen houden aan de verbintenissen van de gezamenlijke EU-VS-verklaring van Turnberry. Op korte termijn zou het effect voor de meeste Belgische export gering moeten zijn. Voor een aanzienlijk deel van de Belgische uitvoer zouden de douanerechten zelfs licht moeten dalen.

 

Vanuit België zijn we bezorgd over sommige producten die onder het vorige regime waren vrijgesteld en die niet in de nieuwe vrijstellingslijst zijn opgenomen, zoals de diamantsector. België heeft de Europese Commissie verzocht om van de Verenigde Staten te eisen dat alle producten die onder het eerdere regime van een vrijstelling genoten opnieuw in de huidige vrijstellingslijst worden opgenomen, in overeenstemming met de geest van de gemeenschappelijke verklaring.

 

Ik blijf pleiten voor een douanebehandeling voor Europese ondernemingen die rechtszekerheid en voorspelbaarheid biedt, en een verlaging van de douanerechten uit sectie 232 op staal, aluminium, koper en afgeleide producten, evenals voor een uitbreiding van de lijst met vrijgestelde producten.

 

Het concept Made in Europe is nog onderwerp van discussie binnen de EU, voornamelijk in het kader van de Industrial Accelerator Act. Er wordt onder meer gekeken naar een regime voor preferentiële handelspartners.

 

20.04  Katrijn van Riet (N-VA): Mijnheer de minister, ik moet uw antwoord even laten bezinken.

 

Voor de technische vragen verwijst u ons door naar uw collega Clarinval.

 

U pleit voor rechtszekerheid en voorspelbaarheid van douanerechten, maar zolang Donald Trump er zit, zal er geen rechtszekerheid en voorspelbaarheid zijn. We volgen het samen met u verder op.

 

20.05  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik vrees dat Donald Trump zelf niet voorspelbaar of rechtszeker is, dus dat is ijdele hoop.

 

Het is alleszins goed om te horen dat u ervoor zorgt dat de zaken of sectoren die vrijgesteld waren, maar nu niet meer, opnieuw worden opgenomen.

 

De economischere vragen zullen we stellen aan uw collega Clarinval. De technischere zaken zullen inderdaad nog moeten bezinken en geanalyseerd worden.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

21 Samengevoegde vragen van

- Ellen Samyn aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in Mexico en de veiligheid van onze landgenoten ter plaatse" (56013657C)

- Kathleen Depoorter aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in Mexico" (56013703C)

21 Questions jointes de

- Ellen Samyn à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Mexique et la sécurité de nos compatriotes sur place" (56013657C)

- Kathleen Depoorter à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation au Mexique" (56013703C)

 

21.01  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

In Mexico heerst grote onrust na de dood van “El Mencho", leider van het Jalisco New Generation Cartel (CJNG), tijdens een militaire operatie in Tapalpa (deelstaat Jalisco). Kartels zouden daarop heftig hebben gereageerd met onder meer brandstichtingen, wegblokkades en verstoringen van het openbare leven. In Puerto Vallarta en Guadalajara werden vluchten geschrapt/omgeleid; activiteiten zoals concerten, voetbalwedstrijden, busroutes en openbaar vervoer werden stilgelegd of afgelast; scholen zouden lessen hebben opgeschort.

 

Een lid van het CJNG zou tevens aan Reuters verklaard hebben dat de acties wraak zouden zijn voor de dood van de leider en waarschuwde voor verder bloedvergieten bij een mogelijke machtsstrijd binnen het kartel.

 

De Belgische ambassade in Mexico adviseert reizigers in Jalisco onnodige verplaatsingen te vermijden, zich via officiële en betrouwbare media te informeren, en in noodgevallen contact te nemen met 911 en de ambassade totdat de waarschuwing wordt opgeheven en het reisverkeer weer normaal is. Ook voor aangrenzende deelstaten wordt voorzichtigheid aanbevolen. Maar een blik op de website van de FOD volstaat om te merken dat men het reisadvies nog niet aangepast heeft op moment van dit schrijven. Men raadt Puerta Vallarta en Guadelajara zelfs expliciet niet af als reisbestemming.

 

Heeft de FOD Buitenlandse Zaken op dit moment zicht op hoeveel Belgen zich in de deelstaat Jalisco bevinden, en meer bepaald in de zones die in de berichtgeving genoemd worden?

 

Zijn er sinds het uitbreken van deze onrust aanvragen voor consulaire bijstand binnengekomen in Jalisco of aangrenzende deelstaten? Zo ja: hoeveel aanvragen betreft het, en hoeveel daarvan houden verband met terugkeer/repatriëring door de geschrapte of omgeleide vluchten?

 

Hoe schat u, op basis van de beschikbare informatie (o.a. de waarschuwing voor mogelijk verder geweld), de kans op verdere escalatie in Jalisco én eventueel in ruimere delen van Mexico in?

 

Wordt het bestaande reisadvies voor Mexico en specifiek voor Jalisco en aangrenzende deelstaten momenteel aangepast of aangescherpt? Waarom is dit niet onmiddellijk gebeurd? De communicatie vandaag, op 24 februari, raadt burgers expliciet niet af om naar zeer gevaarlijke gebieden als Puerto Vallarta en Guadelajara te reizen. Hoe wordt de communicatie hierover naar Belgische reizigers en residenten in Mexico concreet georganiseerd (bv. via kanalen van de ambassade en Buitenlandse Zaken)?

 

21.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Samyn, de incidenten na de arrestatie van El Mencho op 20 februari 2026 waren hevig, maar kort. Reeds de maandagochtend nadien was de rust vrijwel overal hersteld, met enkel Jalisco als uitzondering. Presidenta Sheinbaum verzekerde op 22 februari 2026 dat de situatie opnieuw onder controle was. De snelle stabilisering was te danken aan het gecoördineerde optreden van de veiligheidsdiensten en aan de vrijwel gelijktijdige uitschakeling van El Tuli, de rechterhand van El Mencho. Zijn dood ontregelde de logistieke aansturing van het kartel, dat zich nu moet hergroeperen.

 

De Belgische ambassade in Mexico-Stad heeft onmiddellijk het reisadvies aangepast. Zoals steeds wordt waakzaamheid aanbevolen in heel Mexico met bijzondere aandacht voor staten met een sterke aanwezigheid van georganiseerde misdaad. Hoewel toeristen niet specifiek worden geviseerd, blijven zij kwetsbaar voor criminaliteit. In Jalisco verbleven op het moment van de feiten enkele Belgen. Op 3 maart 2026 waren 456 reizigers geregistreerd op Travellers Online, waarvan 15 in Jalisco.

 

Er werden geen vragen gesteld voor consulaire bijstand. Wel waren er een twintigtal oproepen op de wachttelefoon van de ambassade en een vijfendertigtal mails met informatievragen van ongeruste Belgen, veelal over geschrapte of omgeleide vluchten.

 

Met het oog op de FIFA World Cup 2026, met wedstrijden in Mexico-Stad, Jalisco en Nuevo León, zijn er geen exacte inschattingen van het aantal Belgische supporters dat in de komende zomer naar het wereldkampioenschap voetbal in Mexico zal afreizen. De Mexicaanse autoriteiten hebben verklaard dat de veiligheid van buitenlandse bezoekers een prioriteit vormt.

 

Tegelijk blijft het belangrijk dat reizigers zich bewust zijn van de risico's die in het reisadvies worden uiteengezet. De campagnes van de FOD Buitenlandse Zaken, vooral op sociale media en op de website van de FOD, zijn net gericht op een sensibilisering van de reizende Belgen.

 

Inzake crisisvoorbereidingen plant de ambassade, die vorig jaar biometrische missies uitvoerde naar Guadalajara en Monterrey, om het contact met de Belgische gemeenschap te versterken en een terreinverkenning te doen. Daarnaast beschikt België over vijf ereconsuls verspreid over de belangrijkste regio's. Zij kwamen eind februari in Mexico-Stad samen ter voorbereiding van de World Cup 2026. Ten slotte vonden in februari gesprekken plaats tussen de ambassade, het verbindingsbureau van de federale politie en de Mexicaanse ordediensten om de veiligheid van Belgische reizigers en supporters maximaal te waarborgen.

 

21.03  Ellen Samyn (VB): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

22 Vraag van Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het dreigende vertrek van de VN-universiteit uit Brugge" (56013675C)

22 Question de Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le risque de voir l'université de l'ONU quitter la ville de Bruges" (56013675C)

 

22.01  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, ik ben Bruggeling en als er in Brugge iets gebeurt waarmee u kunt helpen, dan wend ik mij tot u.

 

Onlangs besliste de Vlaamse regering om de werkfinanciering voor het UNU-CRIS, een gerenommeerd onderzoeksinstituut van de Verenigde Naties dat zich specialiseert in regionale integratie en mondiaal bestuur, na 2026 volledig stop te zetten. Die besparing dwingt een unieke VN-instelling tot vertrek uit België. Vooruit stelt vast dat de beslissing van de Vlaamse regering onze internationale uitstraling en de wetenschappelijke diplomatie van ons land kan beschadigen. Het jaarverslag van 2024 bewijst hoe actief het instituut wel is, met 156 publicaties en 61 evenementen.

 

België profileert zich graag als een betrouwbare gastheer voor internationale organisaties, maar de Vlaamse regering knipt de banden nu eenzijdig door. Een vertrek uit Brugge hypothekeert de positie van ons land in het netwerk van de Verenigde Naties. De federale regering draagt de eindverantwoordelijkheid voor onze relaties met internationale instellingen en moet het dossier dringend bespreken met de deelstaten.

 

Mijnheer de minister, ik richt mij daarom tot u met de volgende vragen.

 

Ten eerste, heeft de Vlaamse minister van Wetenschapsbeleid u geconsulteerd over de diplomatieke gevolgen van de stopzetting voordat de beslissing werd genomen?

 

Ten tweede, welke signalen ontving u van de VN-hoofdzetel of de leiding van UNU-CRIS over de impact van het financieringsbesluit op hun verdere aanwezigheid in België?

 

Ten derde, hoe beoordeelt u de schade voor de Belgische diplomatieke geloofwaardigheid wanneer een VN-instelling gedwongen wordt ons land te verlaten door een gebrek aan begrotingssteun?

 

Ten vierde, bent u bereid om het dossier te agenderen op het Overlegcomité om een gezamenlijke oplossing te vinden die de verankering in Brugge kan garanderen?

 

Ten vijfde, ziet u in de federale begroting voor Buitenlandse Zaken of via internationale partners mogelijkheden om de financieringskloof te overbruggen en zo het voortbestaan van het instituut alsnog te verzekeren?

 

22.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Lambrecht, het Instituut voor Vergelijkende Regionale Integratiestudies van de Universiteit van de Verenigde Naties in Brugge werd in 2001 opgericht als een van de onderzoeks- en trainingsinstituten binnen het netwerk van de Universiteit van de Verenigde Naties. Het VN-systeem kampt in zijn geheel met een ernstige liquiditeitscrisis, waardoor ook de Universiteit van de Verenigde Naties moet besparen en hervormen.

 

De instituten in het netwerk worden niet door de VN of door de Universiteit van de Verenigde Naties gefinancierd, maar moeten zelf instaan voor hun basisfinanciering. De Vlaamse regering was hierin een centrale partner. De directeur van UNU-CRIS in Brugge informeerde mijn diensten begin dit jaar dringend op zoek te zijn naar cofunding ten belope van ongeveer 1 miljoen euro, waaronder de financiering van zeven voltijdse equivalenten, na de beslissing van de Vlaamse regering om de subsidiëring via een vijfjarenovereenkomst niet te hernieuwen.

 

Via het budget van het departement Buitenlandse Zaken zie ik echter geen mogelijkheid om bij te dragen aan de financiering van het personeel van het onderzoeksinstituut. Het label van de VN-instelling beperkt bovendien de toegang tot Europese middelen. Cofunding is zelfs uitgesloten.

 

Ik kan me niet uitspreken voor de Vlaamse regering of voor de Vlaamse minister van Wetenschapsbeleid, maar ik hoop dat de Universiteit van de Verenigde Naties er alsnog in slaagt om een financiële uitweg te vinden, zodat het instituut in Brugge kan voortbestaan. Ik ben altijd bereid tot overleg.

 

22.03  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, u brengt triestig nieuws. Ik besef ook dat u de miljoenen niet kunt toveren. Ik heb daar ook begrip voor. Het is wel jammer, omdat de knowhow van een dergelijk instituut leidt tot goede beslissingen. In de wereld waarin we nu leven, denk ik dat kennis over geopolitiek zeer belangrijk is. Dat is nu juist de kennis die aan die VN-universiteit in Brugge – het was niet in Brussel gehuisvest – werd opgebouwd. De betrokkenen zullen zeer ontgoocheld zijn.

 

Het is natuurlijk niet uw schuld. Het is de Vlaamse regering die de kraan dichtdraait, ook al hebben wij ervoor gepleit om dat niet te doen.

 

Het blijft jammer dat in tijden van besparingen ook gerenommeerde instituten ons land wellicht zullen verlaten. Het is een groot verlies voor het mooie Brugge.

 

Het voordeel van mijn vraag aan u, mijnheer de minister, is dat men nu in Brugge duidelijkheid heeft.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

23 Vraag van Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het recordaantal executies in Saoedi-Arabië" (56013678C)

23 Question de Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le nombre record d'exécutions en Arabie saoudite" (56013678C)

 

23.01  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, ik ben blij dat deze vraag aan bod kan komen. Saoedi-Arabië vestigde vorig jaar een bloederig record met meer dan 360 executies. Het regime gebruikt de doodstraf op industriële schaal na processen die elke vorm van rechtvaardiging tarten. De cijfers tonen aan dat de zogenaamde hervormingen van kroonprins Salman eigenlijk een rookgordijn vormen voor de internationale gemeenschap. Terwijl het land miljarden investeert in sport en toerisme om zijn imago op te poetsen, worden politieke opposanten en minderheden genadeloos ter dood gebracht.

 

België profileert zich internationaal als een voorvechter van de universele afschaffing van de doodstraf. Vooruit stelt vast dat de mensenrechtensituatie in Saoedi-Arabië niet verbetert, maar dramatisch verslechtert. We kunnen niet zwijgen over die executiegolf om diplomatieke relaties, laat staan handelsrelaties te sparen. De Belgische regering moet in de Europese Unie op tafel kloppen wat onze relaties met Saoedi-Arabië betreft. Een regime dat op die schaal de fundamentele rechten van de mens schendt, verdient een krachtig en gecoördineerd antwoord. Solidariteit met de slachtoffers van dat autoritaire beleid is voor Vooruit een absolute prioriteit.

 

Ten eerste, welke diplomatieke stappen onderneemt België bij de Europese Unie om een gezamenlijk en krachtig protest aan te tekenen tegen de recordstijging van executies?

 

Ten tweede, op welke manier kaart u de structurele schendingen van het recht op een eerlijk proces in Saoedi-Arabië aan bij uw Saoedische ambtgenoot?

 

Ten derde, zal de Belgische regering in de VN-Mensenrechtenraad aandringen op een onafhankelijk onderzoek naar de versnelde uitvoering van doodstraffen in Saoedi-Arabië?

 

Ten vierde, hoe garandeert u dat de koninklijke missie naar Riyad binnenkort niet wordt misbruikt door de Saoedische propaganda om de aandacht van de executies af te leiden? Welke garanties zal de Belgische regering vragen, zodat Belgische ondernemingen op geen enkele manier zouden bijdragen aan het Saoedische repressieapparaat, zoals we dat nu zien?

 

Tot slot, mijnheer de minister, bent u bereid om met gelijkgestemde partners te pleiten voor een moratorium op de doodstraf als een harde voorwaarde voor een verdere verdieping van onze bilaterale betrekkingen?

 

23.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Lambrecht, wereldwijd zet de trend naar universele afschaffing van de doodstraf zich voort. Toch zagen wij in 2025 een scherpe stijging van het aantal executies, vooral in een klein aantal landen die executies blijven uitvoeren. Helaas behoort Saoedi-Arabië tot die landen. Ik deel dan ook uw bezorgdheid.

 

Het blijft dus belangrijk in te zetten op de universele afschaffing van de doodstraf, al enige tijd een prioriteit voor ons land. Illustratie van onze inzet is mijn deelname vorig jaar aan een paneldebat over de doodstraf in de Mensenrechtenraad. Op initiatief van België nam de Mensenrechtenraad in Genève vorig jaar ook een nieuwe resolutie aan over de doodstraf.

 

Tijdens het recentste universele periodieke onderzoek van Saoedi-Arabië heeft België ook vragen en aanbevelingen over de doodstraf geformuleerd. Bilateraal staan mensenrechten systematisch op de agenda met Saoedi-Arabië. De bezorgdheden van België en de Europese Unie over de doodstraf en de stijging van het aantal executies werden in november vorig jaar aangekaart tijdens de politieke consultatie met ons land en tijdens de Mensenrechtendialoog EU-Saoedi-Arabië. Bij die laatste gelegenheid verwelkomde de EU sociaal-economische vooruitgang, vrouwenrechten, arbeidshervormingen en verbetering van het rechtssysteem, maar kaartte zij tegelijk een aantal zorgwekkende individuele dossiers aan.

 

Tijdens de bilaterale consultatie besprak België ook samen met de Saoedische overheden de Europese zorgplichtrichtlijn, die duurzaam en verantwoord ondernemingsgedrag in wereldwijde waardeketens wil bevorderen. België voert daarnaast een gecoördineerd pakket van maatregelen uit om het respect van bedrijven voor mensenrechten te versterken. Met ons tweede nationaal actieplan Ondernemingen en Mensenrechten integreren Belgische economische missies daarbij expliciet in hun officiële programma activiteiten die gericht zijn op de bewustmaking van mensenrechten in een economische context.

 

Een economische missie sluit een gelijkzijdige dialoog over mensenrechten met de Saoedische autoriteiten niet uit. Integendeel, ze versterken elkaar. In het kader van de economische missie werken mijn diensten ook aan de organisatie van een evenement over het thema 'ondernemingen en mensenrechten' voor de bedrijven die deelnemen aan de missie.

 

23.03  Annick Lambrecht (Vooruit): Dank u wel, mijnheer de minister.

 

Ik twijfel niet aan uw intenties, noch aan het feit dat u de afschaffing van de doodstraf, waar u voorstander van bent, te berde brengt. Ik heb uw bekommering om de kwestie kunnen vaststellen, onder andere met uw optreden in de Mensenrechtenraad. Ik vind het zeer belangrijk dat u het thema op de agenda blijft zetten.

 

Uw pleidooi tijdens het debat in het begin van de namiddag voor hulp aan Saoedi-Arabië, op basis van wederkerigheid in het kader van de oorlog met Iran, baart mij zorgen. Ik denk dat we zeer omzichtig moeten omspringen met de vraag om hulp. In ieder geval biedt de koninklijke missie de ideale gelegenheid om dat thema van de mensenrechten aan te kaarten. Ik kan alleen maar hopen dat, als er een evenement is met ondernemingen over het thema 'ondernemingen en mensenrechten', er niet alleen Belgische bedrijfsleiders, die sowieso al op onze lijn zitten, mag ik hopen, maar ook heel veel Saoedi-Arabische bedrijfsleiders in de zaal zitten.

 

Ik ben blij dat ik de aandacht heb kunnen vestigen op de problematiek van 360 executies. We moeten dat in het achterhoofd houden en opvolgen, zeker omdat we willen diversifiëren. We hebben nieuwe partners nodig, maar het blijft een zeer groot aandachtspunt wanneer een partner op die manier met de doodstraf omgaat.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

24 Vraag van Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het VN-mensenrechtenbudget voor 2026" (56013680C)

24 Question de Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le budget 2026 des Nations Unies pour les droits humains" (56013680C)

 

24.01  Annick Lambrecht (Vooruit): De Verenigde Naties hebben eind december het budget voor 2026 definitief vastgelegd. De cijfers bevestigen een zorgwekkende trend. De financiering voor de mensenrechtenpijler is disproportioneel hard getroffen door besparingen. Terwijl het aantal autoritaire regimes wereldwijd toeneemt, verzwakt de internationale gemeenschap de instrumenten om de universele rechten van de mens te beschermen. België en de EU hebben zich tijdens de onderhandelingen gelukkig verzet tegen die neerwaartse spiraal. De uiteindelijke uitkomst dwingt ons evenwel tot een scherpere koers.

 

De budgettaire inkrimping vormt een direct risico voor het lopende UN80-hervormingsproces. Vooruit weigert te aanvaarden dat mensenrechten verworden tot een post waarover kan worden onderhandeld wanneer de politieke welwillendheid afneemt. De bescherming van burgers en het toezicht op oorlogsmisdaden zijn afhankelijk van stabiele middelen, niet van onstabiele middelen. België profileert zich graag als kampioen van het multilateralisme. Die rol vereist dat we de leiding nemen in het corrigeren van die scheeftrekking. We moeten voorkomen dat de 80ste verjaardag van de VN het startschot wordt voor een uitgeholde organisatie – ik verwijs naar mijn vorige vraag, waarin ik al heb gewezen op het verdwijnen van die VN-universiteit in Brugge.

 

Welke specifieke programma’s voor veldonderzoek en rapportage over de mensenrechten worden door die besparingen direct bedreigd? Hoe zal België binnen de EU de druk opvoeren om alternatieve financieringsstromen te vinden voor de VN-Mensenrechtenraad? Op welke wijze waarborgt u dat het UN80-hervormingsproces niet resulteert in een structurele verzwakking van de derde VN-pijler? Bent u bereid om de Belgische vrijwillige bijdrage aan het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten te verhogen om dat tekort deels te dichten, of is daar geen geld voor? Welke diplomatieke initiatieven neemt België om gelijkgestemde landen te verenigen tegen blokvorming van autoritaire regimes die telkens het VN-budget gijzelen en naar omlaag halen?

 

24.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Lambrecht, ik dank u voor uw vraag, die raakt aan een pijnpunt waarover ik net als u zeer bezorgd ben.

 

De VN is gebouwd op drie pijlers: vrede en veiligheid, ontwikkeling en mensenrechten. Iedereen is het erover eens dat geen van de drie volledig kan worden gerealiseerd zonder de andere. Toch is er één pijler die chronisch en systematisch ondergefinancierd wordt en dat is de mensenrechtenpijler, met alle gevolgen van dien. Volker Türk, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, heeft het eerder al gezegd, zijn kantoor bevindt zich in survivalmodus.

 

Een aantal landen, in het bijzonder de VS en China, die samen goed zijn voor 42% van het reguliere VN-budget, hebben door het laattijdige of niet betalen van hun bijdrage de VN in een ernstige liquiditeitscrisis gebracht. In 2025 heeft het VN-Secretariaat, in het kader van het UN80-hervormingsinitiatief, besparingen van ongeveer 15% op het reguliere budget voorgesteld. De inzet was vooral om de impact van de besparingen op de werking van de VN op het terrein te beperken. Voor het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten kwam de besparing neer op een budgettaire vermindering van ongeveer 9 %, onder meer door het schrappen van een aantal posten, verspreid over de zes regionale kantoren en door efficiëntiemaatregelen, waaronder de herlokalisatie naar minder dure duty stations. Dat viel in zekere zin nog mee, aangezien de Hoge Commissaris rekening had gehouden met een veel ongunstigere uitkomst.

 

Het VN-mensenrechtenbeleid wordt gefinancierd zowel door verplichte bijdragen van de lidstaten – ongeveer 38% - als door vrijwillige bijdragen. Wat die vrijwillige bijdragen betreft, geeft België zelf het voorbeeld door zijn financiële steun aan het Commissariaat, maar ook door onze uitgesproken politieke steun. De Belgische positie over het cruciale belang van mensenrechten en hun nauwe samenhang met democratie is steeds duidelijk geweest. In een moeilijke begrotingscontext heb ik duidelijke keuzes gemaakt. De financiering van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten is behouden gebleven. Naast de niet-geoormerkte bijdrage van 10 miljoen euro voor de periode 2025-2028 zal België op het terrein ook het regionale kantoor van de Hoge Commissaris in West-Afrika blijven financieren en het project inzake overgangsjustitie in de Democratische Republiek Congo. Daarnaast blijft België er systematisch op aandringen dat alle lidstaten hun verplichte bijdragen tijdig betalen. Vrijwillige bijdragen blijven een soevereine beslissing van elke lidstaat.

 

Wat het hervormingsproces UN80 en de gevolgen voor de mensenrechtenpijler betreft, heeft België in de eerste plaats, samen met zijn Europese partners, alles gedaan om die pijler zo veel mogelijk te vrijwaren. Die inspanningen zullen op lange termijn moeten worden voortgezet. We moeten immers niet naïef zijn. Niet iedereen draagt de mensenrechten hoog in het vaandel. Niet iedereen streeft ernaar de monitoring op te drijven en degenen die het internationaal recht schenden, aansprakelijk te stellen.

 

Wat de Belgische diplomatieke initiatieven betreft, is België een geëngageerde en erkende speler binnen de Commissie van de Verenigde Naties die bevoegd is voor administratieve en begrotingskwesties. In het kader van het UN80-hervormingsinitiatief heeft ons land zich ook bijzonder actief opgesteld door al in een vroeg stadium op Europees niveau een reflectie op gang te brengen met concrete voorstellen. Dat blijft een prioriteit in ons VN-beleid. Ik dank u.

 

24.03  Annick Lambrecht (Vooruit): Dank u wel, mijnheer de minister.

 

Ik kan alleen uw lijn volgen en vragen dat u die pijler van de mensenrechten op alle mogelijke manieren blijft verdedigen. Die pijler is wereldwijd systematisch ondergefinancierd, terwijl er steeds meer Trumps en Netanyahu’s opduiken. België gaat blijkbaar meer engagementen aan dan andere landen. Ik vraag u om daar zeker niet op te beknibbelen.

 

Ik dank u voor uw antwoord.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

De voorzitter: De samengevoegde vragen nr. 56013690C van de heer Lacroix en nr. 56013764C van de heer Di Nunzio worden uitgesteld.

 

25 Samengevoegde vragen van

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De terugkeer van de Euroclear-piste na de blokkering door Hongarije" (56013695C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De financiële steun aan Oekraïne" (56014318C)

25 Questions jointes de

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le retour de la piste Euroclear après le blocage de la Hongrie" (56013695C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L’aide financière à l’Ukraine" (56014318C)

 

25.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, we horen het de laatste tijd opnieuw in het nieuws: Orban gijzelt Europa. Hongarije blokkeert de Europese lening van 90 miljard euro voor Oekraïne. Daarmee komt meteen het spook van plan A weer tevoorschijn, namelijk de bevroren Russische tegoeden bij Euroclear in Brussel. Dit is geen loze alarmkreet of ongegronde vrees, want de hoge vertegenwoordiger Kaja Kallas heeft die piste opnieuw expliciet naar voren geschoven. Dat is een politiek signaal. Het toont ook de druk bij de andere lidstaten om vooruit te gaan, met of zonder Hongarije.

 

U zult het vermoedelijk met mij eens zijn dat ons land opnieuw in een bijzonder moeilijke positie zit. De regering heeft zich terecht verzet tegen het gebruik van die tegoeden om een lening te financieren, uit vrees voor claims, instabiliteit en represailles.

 

Mijnheer de minister, ik wil graag weten of dat standpunt gehandhaafd blijft of dat het onder Europese druk kan of zal verschuiven of verharden. Bevestigt u vandaag dat België neen blijft zeggen tegen elke constructie die de bevroren hoofdsom bij Euroclear gebruikt als onderpand voor een lening aan Oekraïne? Als Hongarije blijft blokkeren, wat stelt België dan voor om ervoor te zorgen dat Oekraïne de financiering krijgt die het nodig heeft, eventueel zonder unanimiteit?

 

25.02  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, het is duidelijk dat we ons in een tijd bevinden waarin het belang van een sterke, gecoördineerde en planmatige Europese en Belgische aanpak van de steun aan Oekraïne is toegenomen. De houding van de Verenigde Staten en de ontwikkelingen in het Midden-Oosten, die Rusland versterken, maken duidelijk dat we ons op een geopolitiek scharniermoment in de geschiedenis bevinden, op verschillende vlakken maar ook in dit dossier. De Verenigde Staten hebben hun steun sterk afgebouwd, ondanks alle retoriek van de president. De verantwoordelijkheid komt daardoor steeds meer bij Europa te liggen. Ik heb vandaag veel collega’s horen spreken over onze bondgenoot, de Verenigde Staten, maar ik vraag mij steeds meer af of dat nog wederzijds is, gezien de boodschap over de uitstap uit de NAVO.

 

Met al die ontwikkelingen in het achterhoofd kan men alleen vaststellen dat onze bijdrage aan de steun voor Oekraïne op zijn minst gebrekkig is. Die haalde amper het niveau van de inkomsten die België zelf ontving uit de vennootschapsbelasting op bevroren Russische tegoeden van ongeveer 1,6 miljard euro, ondanks de gewijzigde politieke context.

 

In de begroting zien we ook geen significante toename van de steun. Onze fractie heeft daar amendementen voor ingediend, maar die zijn weggestemd. De steun die we geven, is bovendien weinig strategisch opgebouwd. De humanitaire financiële steun is afgebouwd ten voordele van militaire steun, om zo ook aan de NAVO-doelstellingen te kunnen voldoen. Op het terrein ziet men echter dat de coherentie en de effectiviteit daaronder beginnen te lijden.

 

Niet alleen de federale regering staat voor die uitdaging, ook de deelstaten. De minister-president van Vlaanderen zegt zelf dat we eigenlijk te weinig doen. Dat is een duidelijk mea culpa. Vlaanderen plant voor 2026 1 miljoen euro, ondanks de aanzienlijke bevoegdheden op dat niveau.

 

Mijnheer de minister, ik probeer te begrijpen hoe het komt dat we onze steun aan Oekraïne niet verhogen, ondanks de toenemende urgentie, en die op hetzelfde niveau houden, ondanks de aanzienlijke inspanningen die op militair vlak worden geleverd. We hebben dat debat in het begin van de dag gevoerd.

 

Hoe reageert u op de kritiek dat de steun wordt afgebouwd ten voordele van de militaire uitgaven, terwijl de noden op alle drie de vlakken hoog zijn? Hoe bewaken we die balans? Hoe verdedigen we dat onze steun samenvalt met het doorstorten van de inkomsten uit de bevroren Russische tegoeden?

 

Dan rijst ook de vraag over Euroclear zelf, want veel pijn doen we onszelf precies niet. Waarom wordt er geen werk gemaakt van een ambitieus en gecoördineerd Oekraïneplan, over alle bevoegdheden en beleidsniveaus heen?

 

25.03 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, mevrouw Almaci, niet alleen de Ukraine Support Loan, maar ook het twintigste sanctiepakket wordt momenteel door Hongarije en Slovakije geblokkeerd. Slechts twee van de drie noodzakelijke verordeningen voor de Ukraine Support Loan werden aangenomen. Daardoor was er geen unanimiteit en kon de Commissie geen leningen op de markt aangaan. Hongarije en Slovakije wensen eerst duidelijkheid over de status van de Droezjba-pijpleiding, na beschadiging door Russische bombardementen, en het herstel hiervan door Oekraïne.

 

Hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitster Kaja Kallas heeft tijdens een persconferentie inderdaad geopperd om de discussie over het gebruik van de geïmmobiliseerde goederen opnieuw te openen. Dit idee is echter niet verder opgepikt. Er zijn ook geen indicaties dat dit opnieuw op tafel zou worden gelegd. De Russische tegoeden zijn sinds december vorig jaar voor onbepaalde duur gemobiliseerd, tot Rusland de agressie tegen Oekraïne stopt en de schade vergoedt.

 

Tijdens ons bezoek aan Kiev in april 2025 heeft de premier zich geëngageerd om tijdens de huidige legislatuur jaarlijks minstens 1 miljard euro militaire steun aan Oekraïne te geven. Het zijn de bedragen die België ontvangt door de vennootschapsbelasting, geheven op de uitzonderlijke winsten die worden gegenereerd door de geïmmobiliseerde Russische tegoeden, die het mogelijk maken om onze militaire hulp aan Oekraïne te financieren. We zetten ook de civiele steun aan Oekraïne voort, onder andere via de ngo Save Ukraine, het BE-Relieve-programma van Enabel in Oekraïne en via BIO, de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden. In mei 2024 tekenden België en Oekraïne een tienjarig bilateraal veiligheidsakkoord, waarin een duidelijk kader wordt geschetst voor onze samenwerking met en steun aan Oekraïne. Naast deze bilaterale inspanningen steunt België Oekraïne onder andere ook via de EU en multilaterale kaders.

 

Mijn diensten organiseren regelmatig een interdepartementaal overleg waarin alle aspecten van steun aan Oekraïne door Belgische actoren en overheden worden overgelopen en gecoördineerd.

 

25.04  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, het is in elk geval geruststellend dat het idee om het hoofdsaldo van Euroclear als onderpand te gebruiken, niet meer is opgepikt en dat er ook geen indicaties zijn dat het terug op tafel zou komen. Ik heb u evenwel niet horen zeggen dat, als dat het geval zou zijn, ons land zich zou verzetten, maar ik durf dat eruit te verstaan. Ik hoop alvast dat dat zo zal zijn, maar het is op zich al goed dat er daarvoor geen indicaties zijn.

 

Zoals ik ook heb gezegd in het kader van de bespreking van uw beleidsnota vind ik het ook belangrijk – ik hoop daarop ooit een antwoord te krijgen – te vernemen in welke mate wij bezig zijn met de positie die we zullen innemen als we naar een eindfase van die oorlog evolueren en wat we zullen doen met die Eurocleartegoeden. Hebben we daar een strategie voor? Hoe zullen we die al dan niet inzetten als land, maar ook binnen de Europese Unie? Ik hoop dat u en onze regering ideeën en scenario’s hebben om dat dan goed kunnen aanwenden, zodat we een plaats hebben aan de tafel wanneer het zover komt.

 

Ik dank u alleszins voor uw enigszins geruststellend antwoord. Laat ons hopen dat het idee effectief niet meer wordt opgepikt.

 

25.05  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik wil geen lang debat voeren, maar het is duidelijk dat het evenwicht in de steun weg is. Het gaat toch echt ten voordele van militaire uitgaven, humanitaire en financiële noden.

 

Ik heb genoteerd dat er heel nauw overleg is met alle aspecten van de geleverde steun, maar ik maak me daar wel zorgen over, zeker aangezien de regering weinig meer doet dan gewoon doorstorten wat er verdiend wordt aan die tegoeden. Daar komt het eigenlijk op neer. De inkomsten die we zouden hebben uit de vennootschapsbelasting op die tegoeden is wat we geven aan Oekraïne en voor de rest is er niks anders mogelijk vanuit deze regering.

 

Daarnet hebben we een debat gehad over wat de vorige regering beter deed. Dit deed de vorige regering beter. De noden worden alleen groter, dus in die zin hoop ik dat naast het sanctiepakket en naast de resolutie die in deze commissie werd ingetrokken door de collega's van de N-VA, er toch wat beweging komt in de goede richting. We kunnen immers niet gewoon enerzijds blijven zeggen dat we niet zullen raken aan Euroclear – terecht, we moeten ons land beschermen – en anderzijds in de begroting geen extra inspanning leveren, terwijl die op het terrein broodnodig is.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

26 Samengevoegde vragen van

- Kathleen Depoorter aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in Cuba" (56013704C)

- Nabil Boukili aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in Cuba" (56013719C)

- Raoul Hedebouw aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie in Cuba" (56013720C)

- Raoul Hedebouw aan Bart De Wever (eerste minister) over "De situatie in Cuba" (56014401C)

- Sarah Schlitz aan Bart De Wever (eerste minister) over "De situatie in Cuba" (56014418C)

- Kathleen Depoorter aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De levering van Russische olie aan Cuba" (56014380C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De escalatie in Cuba" (56014306C)

26 Questions jointes de

- Kathleen Depoorter à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation à Cuba" (56013704C)

- Nabil Boukili à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation à Cuba" (56013719C)

- Raoul Hedebouw à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation à Cuba" (56013720C)

- Raoul Hedebouw à Bart De Wever (premier ministre) sur "La situation à Cuba" (56014401C)

- Sarah Schlitz à Bart De Wever (premier ministre) sur "La situation à Cuba" (56014418C)

- Kathleen Depoorter à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La livraison de pétrole russe à Cuba" (56014380C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'escalade à Cuba" (56014306C)

 

26.01  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, ik heb een vraag over Cuba.

 

President Trump heeft over Cuba verklaard dat Washington een imminente actie tegen het eiland overweegt. Hij stelde letterlijk dat hij met Cuba kan doen wat hij wil.

 

Die retoriek gaat gepaard met een verstikkende energieblokkade. Door vitale olieleveranciers te blokkeren, is het Cubaanse elektriciteitsnet volledig ingestort. Terwijl miljoenen Cubanen in het donker zitten zonder toegang tot basisvoorzieningen, dwingt de Amerikaanse administratie derde landen via sanctiebedreigingen om elke hulp stop te zetten. De sluiting van de ambassade van Costa Rica onder zware druk van Washington illustreert de agressieve strategie om het eiland volledig diplomatiek te isoleren.

 

Die politiek van maximale druk raakt niet de machtshebbers, maar stort de hele bevolking in een humanitaire catastrofe. Vooruit aanvaardt niet dat honger en armoede als politiek wapen worden ingezet. België móet binnen de Europese Unie opstaan tegen die extraterritoriale dwang, die ook onze eigen belangen van een wereld gebaseerd op regels ondermijnt.

 

Mijnheer de minister, hoe reageert u op de verklaringen van de Amerikaanse president over een imminente actie en de dreiging met een gedwongen regimewissel op Cuba?

 

Ten tweede, hoe evalueert u in het licht van die ontwikkeling de sluiting van de Belgische ambassade in Havana? Overweegt u een koerswijziging?

 

Ten derde, bent u bereid om bij de Amerikaanse administratie formeel protest aan te tekenen tegen het gebruik van energieblokkades?

 

Ten vierde, hoe waarborgt u dat Belgische ngo’s en humanitaire actoren nog steeds medische hulp en zonnepanelen naar Cuba kunnen verschepen zonder te worden getroffen door Amerikaanse sancties?

 

Ten vijfde, zult u op de volgende Raad Buitenlandse Zaken aandringen op een gezamenlijke Europese aanpak om de dialoog met Cuba open te houden en te voorkomen dat het eiland nog meer de speelbal wordt van de huidige Amerikaanse escalatiepolitiek?

 

26.02  Maxime Prévot, ministre: Merci beaucoup pour votre question, madame Lambrecht.

 

Cette question s'inscrivait au départ dans un groupe de questions de plusieurs parlementaires. Vous êtes la seule vaillante à être encore présente pour me poser vos questions. Ma réponse ayant été anticipativement préparée, elle intégrera aussi les éléments qui satisferont vos collègues à la lecture du compte rendu.

 

De humanitaire en energiecrisis in Cuba is ernstig en ik deel volledig uw bezorgdheid. België veroordeelt het Amerikaanse embargo en elke maatregel die strijdig is met het internationaal recht.

 

À ce jour, environ 90 Belges résident de manière permanente à Cuba, auxquels s'ajoutent une quarantaine de compatriotes en séjour temporaire. Leur prise en charge consulaire est désormais assurée par notre ambassadeur au Panama avec, toutefois, toujours la possibilité d'une intervention d'urgence de la part de notre ambassade à La Havane jusqu'à sa fermeture. Cette ambassade continuera donc à assurer une présence de liaison et reste en contact étroit avec les citoyens belges et les ambassades européennes présentes sur place.

 

Ik voeg eraan toe dat we geen toename van visumaanvragen hebben vastgesteld.

 

Dankzij onze flexibele financiële steun aan de humanitaire fondsen kan ons land op snelle en efficiënte wijze bijdragen aan de meest urgente noden. Daarnaast onderhoudt ons land ook een actieve samenwerking met zijn Europese partners om zo goed mogelijk te kunnen reageren op de situatie op het eiland.

 

L'Union européenne a mobilisé plus de 14 millions d'euros de soutien entre 2022 et 2025 et continuera en 2026 à se concentrer sur la santé, la sécurité alimentaire et l'accès à l'eau. Notre soutien concerne en outre le maintien de l'accord de dialogue politique et de coopération entre l'Union européenne et Cuba. Cet instrument est certes imparfait, mais il a prouvé son utilité et il est indispensable pour nos relations avec Cuba, en particulier dans le contexte de la situation socio-économique aggravée par l'embargo américain. Cette position a également été clairement exprimée auprès du gouvernement américain.

 

Vier Belgische ngo’s zijn nog steeds actief in Cuba. Ze worden geconfronteerd met internet- en elektriciteitsuitval, maar hun veiligheid wordt niet in gevaar gebracht.

 

La Belgique veille à ce que les ONG et les acteurs humanitaires puissent continuer à envoyer du matériel médical ou énergétique. À cet égard, nous appliquons strictement le droit européen qui ne reconnaît pas l'extra-territorialité des sanctions américaines et nous rappelons régulièrement, y compris dans le cadre de contacts européens et internationaux, que l'acheminement de matériel médical, d'équipements hospitaliers ou d'infrastructures énergétiques de base relève de l'aide humanitaire, qui doit pouvoir se poursuivre sans entrave. Nous défendrons également cette position lors des discussions au sein des Nations Unies sur la mise en place d'exemptions humanitaires effectives, notamment pour garantir l'accès au carburant destiné aux infrastructures vitales.

 

Wat betreft de Amerikaanse verklaringen over imminente actie is onze positie duidelijk. België verwerpt elk idee van inmenging of opgelegde regimewissel en verdedigt de de-escalatie en het respect voor het internationaal recht.

 

À ce stade, le scénario d'une intervention militaire américaine à Cuba est jugé peu probable par nos services et par nos partenaires européens. Toutefois, nous suivons les risques d'instabilité régionale avec la plus grande vigilance.

 

Wat de huidige dynamiek tussen Moskou, Havana en Washington betreft, blijkt volgens de pers dat een Russische tanker met brandstof op het punt staat Cuba te bereiken, zonder dat de regering van de Verenigde Staten daar zichtbaar op reageert.

 

Enfin, la fermeture de notre ambassade à La Havane résulte d'une réorganisation stratégique basée sur les priorités de notre pays et sur les ressources disponibles. J'ai déjà pu m'en expliquer: cela n'entretient aucun rapport avec le contexte actuel. Et je ne prévois, dès lors, pas de revenir sur cette décision.

 

26.03  Annick Lambrecht (Vooruit): Dank u wel voor uw antwoord, mijnheer de minister.

 

U hebt fel veroordeeld dat de VS in Cuba proberen om een soort regimewissel op te leggen, tegen het internationaal recht in. Het is goed dat u dat nog eens hebt gezegd.

 

Het blijft me ook bij dat uw diensten inschatten dat er geen militaire interventie van de VS zal komen. Uw diensten zijn veel slimmer dan ik, maar met Trump weet men nooit wat er zal gebeuren. Hij zei immers dat de oorlog in Iran na twee weken gedaan zou zijn, en dan heeft hij wellicht enkele mensen vrij om misschien naar Cuba te gaan. Wat daar gebeurt, is niet om te lachen en vraagt ernstige opvolging van ons.

 

U hebt gezegd dat u ook met Europa overlegt, wat volgens mij nodig is, België kan het immers niet alleen, en dat we ook de nodige hulp blijven geven aan Cuba. Dank u wel.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

27 Vraag van Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De brief van president Macron voor de opheffing van de door president Trump opgelegde sancties" (56013710C)

27 Question de Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le courrier du président Macron pour la suppression des sanctions imposées par le président Trump" (56013710C)

 

27.01  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, deze vraag gaat over de brief van president Macron over de opheffing van de sancties van president Trump.

 

Is de Belgische regering het eens met de formele stap die de Franse president heeft gezet in verband met die acties tegen Nicolas Guillou en Thierry Breton? Zult u in de Raad pleiten voor de activatie van een blokkeringsstatuut om de rechtsgevolgen van die sancties op Europees grondgebied te annuleren?

 

Welke stappen zet België om te voorkomen dat de financiële en digitale infrastructuur van Europese onderdanen worden gegijzeld door buitenlandse sancties?

 

Bent u bereid om de bescherming van het Internationaal Strafhof als prioriteit te agenderen op de komende Europese top? Die laatste vraag is eigenlijk de allerbelangrijkste. We zien immers dat Trump op alle mogelijke manieren het Internationaal Strafhof probeert tegen te werken.

 

27.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Lambrecht, de Belgische regering staat volledig achter de oproep van de Franse president aan president Trump om de sancties tegen Nicolas Guillou en andere functionarissen van het Internationaal Strafhof onmiddellijk op te heffen. België heeft die sancties de voorbije maanden herhaaldelijk en met klem veroordeeld.

 

Tijdens de recentste vergadering van de verdragspartijen bij het Statuut van Rome heb ik opnieuw het belang onderstreept dat ons land hecht aan het mandaat van het Internationaal Strafhof. Ik heb toen ondubbelzinnig onze steun uitgesproken, de sancties streng veroordeeld en de inspanningen van België benadrukt om het Hof te ondersteunen in deze uitdagende tijden.

 

Ons land blijft voorstander van de onmiddellijke activatie van het blocking statute en heeft dat binnen de Raad van de Europese Unie al meermaals bepleit. De Europese verordening die het blocking statute creëert, stelt de Europese Commissie in staat om een gedelegeerde handeling aan te nemen, waarmee zij de reikwijdte van het blocking statute mechanism kan uitbreiden naar Amerikaanse sancties tegen ICC-personeel. De Commissie moet daarom worden overtuigd om daarmee door te gaan, wat alleen kan als meer lidstaten dezelfde boodschap uitspreken.

 

Ik heb ook contact gehad met financiële instellingen en met andere dienstverleners in ons land om hen te herinneren aan de onvoorwaardelijke steun van België aan het ICC.

 

België onderhoudt ook goede contacten met het ICC zelf, in het bijzonder met de dienst van de griffier van het ICC, om het Hof te ondersteunen bij zijn inspanningen de gevolgen van sancties te mitigeren en te anticiperen op eventueel verdere escalatie van US sanctions, en de toekomst van het ICC veilig te stellen door zijn autonomie en weerstand te verhogen.

 

De strijd tegen straffeloosheid blijft een prioriteit van het Belgische buitenlands beleid. Het ICC is daarbij een sleutelactor in de globale rechtsorde. België zal dan ook verder blijven zoeken naar een zo ruim mogelijk draagvlak binnen de EU om efficiënte maatregelen ter ondersteuning van het ICC te nemen.

 

27.03  Annick Lambrecht (Vooruit): Dank u wel, mijnheer de minister.

 

Bedankt dat u meedeelt dat België de vraag van president Macron steunt. Dat verbaast niet, maar het is wel belangrijk, want het is blijkbaar voor niet iedereen even evident. Ik hoop dat meer lidstaten overtuigd kunnen worden van de oproep tot onmiddellijke activering van het blokkeringsstatuut.

 

Het Internationaal Strafhof is uiteraard zeer belangrijk. Onze ondubbelzinnige steun eraan kan niet genoeg herhaald worden.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

28 Questions jointes de

- Michel De Maegd à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les sanctions américaines à l’égard de l’armée rwandaise" (56014112C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les sanctions américaines contre le Rwanda" (56014133C)

- Lydia Mutyebele Ngoi à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le rapport de l’OHCHR sur les droits humains à l’est de la RDC" (56014176C)

- Lydia Mutyebele Ngoi à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La visite de la commissaire européenne à l'Égalité, État de préparation et Gestion des crises à Goma" (56014177C)

- Pierre Kompany à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les sanctions américaines et européennes contre le Rwanda" (56014768C)

- Michel De Maegd à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L’attaque de drone à Goma" (56014115C)

28 Samengevoegde vragen van

- Michel De Maegd aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De Amerikaanse sancties tegen het Rwandese leger" (56014112C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De Amerikaanse sancties tegen Rwanda" (56014133C)

- Lydia Mutyebele Ngoi aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het rapport van het OHCHR over de mensenrechten in Oost-Congo" (56014176C)

- Lydia Mutyebele Ngoi aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het bezoek van de EU-commissaris voor Gelijkheid, Paraatheid en Crisisbeheer aan Goma" (56014177C)

- Pierre Kompany aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De Amerikaanse en Europese sancties tegen Rwanda" (56014768C)

- Michel De Maegd aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De droneaanval in Goma" (56014115C)

 

28.01  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, de Verenigde Staten leggen sancties op aan het Rwandese leger en vier hoge bevelhebbers. Washington bevestigt daarmee wat onafhankelijke VN-experts al jaren aantonen: de Rwandese overheid steunt de M23-rebellen in Oost-Congo en bewapent en traint hen actief. De rebellengroep is verantwoordelijk voor grove mensenrechtenschendingen en massale vluchtelingenstromen. Terwijl de humanitaire crisis in Noord-Kivu verder escaleert, blijft Rwanda elke betrokkenheid ontkennen.

 

De Amerikaanse sancties vormen, na de poging tot vredesonderhandelingen, een breekpunt, dat de internationale druk op president Kagame fors verhoogt. België nam al eerder een forse houding aan tegenover Rwanda ter verdediging van de soevereiniteit van Congo. Dat leidde tot het einde van de diplomatieke betrekkingen. De feiten geven ons nu echter gelijk. Nu de VS eindelijk volgen, ontstaat een uniek moment om in de EU een gezamenlijk en dwingend front te vormen. De EU heeft nog steeds een grondstoffendeal met Rwanda en verleent financiële steun aan de Rwandese defensiemacht voor interventies in Mozambique. We moeten komaf maken met die dubbelzinnige houding. Alle partnerschappen met Rwanda moeten strikt worden gekoppeld aan de stopzetting van de steun aan de M23-rebellen.

 

Mijnheer de minister, hoe beoordeelt u de recente beslissing van de VS en welke impact heeft die op de Europese positie?

 

Zult u bij de Europese partners aandringen op een onmiddellijke opschorting van alle samenwerking met Rwanda, zolang het regime de M23-rebellen blijft steunen?

 

Welke garantie kunt u geven dat er momenteel geen Belgische of Europese middelen indirect bijdragen aan operaties in Oost-Congo?

 

Op welke manier zal België de druk op Rwanda verhogen om een effectieve stopzetting van de steun aan de rebellen af te dwingen?

 

Bent u bereid om samen met gelijkgestemde EU-lidstaten gerichte sancties tegen individuele Rwandese officieren die betrokken zijn bij operaties op het Congolese grondgebied, voor te stellen?

 

28.02  Pierre Kompany (Les Engagés): Monsieur le ministre, le 2 mars dernier, les États-Unis ont imposé des sanctions contre quatre hauts gradés de l’armée rwandaise ainsi que contre l’armée rwandaise elle-même, la force de défense du Rwanda (FDR ou RDF en anglais). Ces sanctions auront un effet important car les individus ciblés ainsi que toute entité détenue à 50 % ou plus par les RDF sont interdits de toute transaction en dollars américains. En outre, ces individus et ces entités sont interdits d’utiliser le système SWIFT, ce qui leur coupe l’accès à une grande partie des systèmes financiers internationaux et au crédit.

 

L’imposition de ces sanctions touchera également plus largement l’économie du Rwanda, car les investisseurs hésiteront à financer des projets dans ce pays. Par cette décision, les États-Unis reconnaissent les obstacles que les autorités rwandaises, en particulier les FDR, opposent à la poursuite du processus de paix dans l’Est du Congo, ainsi que leur soutien au M23. Ces mesures renforcent également le partenariat avec les autorités de la République démocratique du Congo.

 

Certes, nous savons que pour les États-Unis, ce partenariat est intéressé, nul n’en doute. Il vise à obtenir un meilleur accès aux richesses minières de la République démocratique du Congo, mais cela ne signifie pas nécessairement qu’il sera défavorable aux intérêts de ce pays lui-même.

 

Monsieur le ministre, où en est l’Europe sur ce point? Le 17 mars, elle a certes aussi renforcé ses sanctions contre des individus liés au M23 ou au Rwanda. Au total, actuellement, 32 individus et deux entités sont visés par ces sanctions. Cependant, ces sanctions n’ont pas le même effet que les sanctions américaines. Elles sont beaucoup plus faibles. Monsieur le ministre, l’Union européenne compte-t-elle s’aligner sur les sanctions américaines et sanctionner les FDR? Pouvez-vous confirmer que l’Union européenne ne reconduira pas son soutien aux FDR au Mozambique? Où en est la demande de suspendre l’accord conclu avec le Rwanda sur les matières critiques? Quelles nouvelles initiatives comptez-vous prendre pour accentuer la pression sur le Rwanda?

 

28.03 Minister Maxime Prévot: Collega’s, op 2 maart hebben de Verenigde Staten inderdaad sancties afgekondigd tegen vier Rwandese officieren aan de top van de militaire hiërarchie, evenals tegen het Rwandese leger in zijn geheel. Daarenboven kondigde het State Department op 6 maart ook aan dat het een visumbeperking oplegt aan verschillende hoge Rwandese functionarissen die ervan worden beschuldigd de instabiliteit in het oosten van de DRC aan te wakkeren. Deze maatregelen van een van de hoofdmediatoren vormen een duidelijk en krachtig signaal aan Rwanda om zijn troepen terug te trekken uit Oost-Congo en de steun aan de M23 stop te zetten.

 

Ik herinner eraan dat het op vraag van België was dat de situatie in het oosten van de DRC op 29 januari 2026 op de Raad Buitenlandse Zaken werd besproken. Tijdens die vergadering werd overeengekomen om de humanitaire diplomatie van de EU verder te mobiliseren – ik kom daar later op terug in mijn antwoord aan mevrouw Mutyebele – en om de bemiddelingsprocessen te ondersteunen en de druk op alle partijen te handhaven, zodat zij het staakt-het-vuren respecteren en hun verbintenissen nakomen. Iedereen was het er bovendien over eens dat een daadwerkelijk en controleerbaar staakt-het-vuren essentieel is, met een sleutelrol voor de MONUSCO in het monitoren ervan.

 

Dans ce contexte, il avait été convenu que des mesures incitatives positives et négatives, à savoir des sanctions, restent sur la table du Conseil et qu'elles soient activées en fonction des développements sur le terrain. Il faut se souvenir qu'à ce moment-là, il y avait déjà eu un retrait du M23 d'Uvira et que les Américains étaient dans une phase préparatoire à la prise de sanctions. Aux yeux de plusieurs États membres, ces deux faits plaidaient pour le maintien des options ouvertes, et donc la temporisation.

 

Étant donné les développements depuis lors, notamment la reprise des discussions à la mi-mars à Washington, qui ont reconfirmé les plans visant au retrait des troupes rwandaises et à la neutralisation des FDLR – preuve que la pression peut fonctionner –, il est clair qu'une prise de sanctions supplémentaires de l'Union européenne à ce stade serait à contretemps de l'avancée de la médiation. Du reste, les États-Unis, qui mènent les pourparlers, ne nous le demandent pas. J'ai toujours dit qu'il faut se calquer sur les efforts de médiation ainsi que sur la situation sur le terrain. Si ces deux facteurs venaient à se dégrader à nouveau, il est indubitable que la question des sanctions européennes se retrouverait inévitablement sur la table de l'Union européenne. Comptez sur moi pour plaider en ce sens.

 

J'en profite aussi pour préciser à nouveau ma vision.

 

Il est vrai que nous sommes très attentifs à la responsabilité qui incombe au Rwanda de stopper tout soutien au M23 et de retirer ses troupes. Je ne vais pas changer ma position là-dessus. Mais je veux aussi insister sur le fait que la RDC a également des responsabilités importantes. Mettre fin au soutien aux FDLR fait partie des engagements pris. Il est dès lors capital que la coopération entre les FARDC et les FDLR, y compris les livraisons d'armes, cesse immédiatement et que les opérations de neutralisation se matérialisent dans les zones contrôlées par les FARDC. J'ai suivi de près les annonces positives qui ont été faites récemment par le leadership des FARDC en vue du lancement de ces opérations et j'attends donc de voir. En cas de nouveau débat sur les sanctions, je n'hésiterai en tout cas pas à proposer des noms de responsables congolais qui participent à cette collaboration, si elle se poursuivait encore.

 

De impact van de sancties op de deelname van Rwanda aan internationale vredesoperaties en regionale missies wordt op dit moment geanalyseerd. Het Amerikaanse systeem voorziet in vrijstellingen die in dergelijke specifieke gevallen zouden kunnen worden toegekend.

 

Mevrouw Lambrecht, ik herinner eraan dat België geen bilaterale ontwikkelingssamenwerking meer heeft met Rwanda. Bijgevolg kunnen geen van onze middelen, rechtstreeks of onrechtstreeks, worden ingezet voor hun operaties in het oosten van de Democratische Republiek Congo. Wat de steun van de European Peace Facility aan het Rwandese leger in Mozambique betreft, is een van de voorwaarden voor de toekenning daarvan gekoppeld aan de afwezigheid van enige band tussen de twee operationele theaters.

 

Je peux également confirmer, monsieur Kompany, qu’il n’y a effectivement pas eu de nouvelle demande visant à prolonger le soutien à l’opération de l’armée rwandaise à Cabo Delgado, et que cela n’est pas à l’ordre du jour. De même, s’agissant de l’accord sur les minerais critiques entre l’Union européenne et le Rwanda, la Commission européenne nous a informés qu’il n’est actuellement pas mis en œuvre dans la pratique, ce qui correspond de facto à sa suspension.

 

België ondersteunt ten volle de bemiddelingsinspanningen van de Afrikaanse Unie. In dat verband verwelkomen we de hernieuwde inzet van de Angolese president Lourenço voor zijn inspanningen inzake een inclusieve nationale dialoog in de DRC. Ik heb dat uitgebreid besproken met mijn Angolese ambtsgenoot, minister Téte António, toen ik in februari jongstleden samen met hem de EU-Angola partnerschapsdialoog voorzat. Ik heb hem gezegd, zoals ik enkele dagen later ook aan de Congolese minister heb gezegd, dat dit naar onze mening essentieel is om de governance, de stabiliteit en de interne cohesie te versterken.

 

Avec le ministre angolais, nous étions d’accord sur le fait qu’il n’y a pas lieu d’attendre la fin du conflit pour travailler sur ces aspects. Le dialogue participera justement à la solution. Il convient donc d’aller de l’avant tout en écartant une bonne fois pour toutes l’option militaire. De même, les attaques de drones, d’où qu’elles viennent, doivent aussi être évitées par les parties. C’est un message constant que nous faisons passer avec nos partenaires internationaux, tout comme le besoin de désescalade.

 

Quant à l’attaque de drones à Goma, qui a tragiquement coûté la vie à une humanitaire française, nous disposons bien de renseignements nous donnant une idée des événements, mais il faut surtout laisser l’enquête suivre son cours afin qu’elle arrive à ses propres conclusions de façon vérifiée. J’ose espérer qu’elle se déroulera avec toute l’indépendance et le sérieux nécessaires.

 

Concernant la situation des droits de l’homme dans les zones contrôlées par l’AFC/M23 et le Rwanda, celleci reste extrêmement préoccupante. Cette réalité a été confirmée non seulement par les rapports d’ONG, mais également par des experts des Nations Unies qui, fin février, ont mis en lumière la gravité de la situation.

 

La Belgique continue de plaider sans relâche pour que ces questions restent inscrites à l’agenda des instances multilatérales et pour que les mécanismes de surveillance des violations des droits humains puissent faire leur travail. La mission d’établissement des faits du Conseil des droits de l’homme a déjà accompli un travail essentiel à cet égard, rassemblant des preuves déterminantes auprès des victimes, de témoins et de partenaires de l’ONU. Ces éléments devront nourrir des procédures judiciaires tant nationales qu’internationales.

 

De internationale onderzoekscommissie moet dit werk voortzetten. Het klopt dat haar installatie vertraging oploopt door de liquiditeitscrisis binnen de VN en dat is betreurenswaardig. België zal vastberaden blijven pleiten voor de noodzaak om deze mechanismen te voorzien van de middelen die zij nodig hebben om hun mandaat te vervullen. Dat hebben we opnieuw benadrukt tijdens de recente dialoog in de VN-Mensenrechtenraad. We steunen ook het werk van ngo’s, mensenrechtenverdedigers en het gezamenlijk Bureau voor de mensenrechten van de VN, met name op het vlak van de strijd tegen straffeloosheid en transitiejustitie, die voor ons prioriteiten vormen.

 

Enfin, concernant la récente mission de la commissaire Lahbib dans la région des Grands Lacs, je peux confirmer qu’elle a permis d’obtenir plusieurs avancées substantielles, en sus des 80 millions d’euros de financement humanitaire européen qui ont été annoncés.

 

Premièrement, un accord avec les autorités congolaises visant à établir un cadre formel pour améliorer la livraison des services de santé dans les zones contrôlées.

 

Deuxièmement, la formalisation de couloirs humanitaires ad hoc ainsi que l’établissement de nouveaux corridors. Ce point a été au cœur des discussions avec l’ensemble des parties, y compris le M23, qui a désigné un point de contact dédié à la sécurisation des couloirs.

 

Troisièmement, un nouveau Senior Humanitarian Access Advisor sera désigné sur place par la Direction générale de la protection civile et des opérations d’aide humanitaire européennes (DG ECHO) afin de faciliter le dialogue et l’accès humanitaire sur le terrain, notamment à Goma.

 

La commissaire Lahbib a également évoqué d’autres défis liés à l’accès humanitaire, notamment certaines contraintes administratives, telles que les visas. La frontière burundaise à Uvira a été rouverte peu après le passage de la commissaire au Burundi. En outre, j’espère que d’autres améliorations tangibles en matière d’accès humanitaire pourront se réaliser prochainement.

 

28.04  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, ik onthoud dat de sancties zouden worden geactiveerd in EU-verband, maar dat dit niet is gebeurd, dat men de verdere evolutie nog afwacht, met grote nadruk op dialoog, en dat militair ingrijpen zeker geen optie is.

 

28.05  Pierre Kompany (Les Engagés): Monsieur le ministre, je vous remercie.

 

Nous pouvons constater avec certitude que c'est de la Belgique qu'est partie une opinion qui a modifié complètement les allures trop lentes et parfois assez intrigantes de l'Union européenne. Elle vous a suivi.

 

Ma mère étant originaire de là-bas, je peux vous dire qu'il y a aujourd'hui un espoir. On a l'impression que, par-ci, par-là, les fameux M23 et autres groupes armés sont en train de reculer. Certains vont même jusqu'à vouloir demander pardon ou essayer de se rattraper. Mais la réalité est là. Il y a eu trop de morts: des millions par le passé, et encore des milliers aujourd'hui. Humainement, cette situation n'aurait jamais dû être acceptée par les grands de ce monde qui se sont beaucoup intéressés aux minerais.

 

Mais, monsieur le ministre, je crois en vous et je me dis que, même si ce n'est pas évident, il ne faut pas baisser les bras.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

29 Vraag van Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De Huaweilobby en de Belgische diplomatieke lijn" (56014064C)

29 Question de Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le lobby Huawei et la ligne diplomatique belge" (56014064C)

 

29.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, België is gastland van de Europese instellingen en draagt verantwoordelijkheid in geval van ernstige vermoedens van corruptie en buitenlandse beïnvloeding. België moet daarin vigilant zijn en dat goed opvolgen. Een jaar geleden voerden de Belgische autoriteiten huiszoekingen uit in een onderzoek naar vermeende corruptie ten voordele van Huawei. De onderzoeksrechter liet ook kantoren in het Europees Parlement verzegelen. Het Europees Parlement besliste om alle Huaweilobbyisten te weren uit zijn gebouwen. Dat is niet alleen een zaak voor justitie, mijnheer de minister. Dat raakt ook aan de diplomatieke boodschap die België geeft aan China over buitenlandse beïnvloeding en aan de veiligheid van kritieke telecominfrastructuur.

 

Welke concrete diplomatieke stappen hebt u gezet richting China en/of Huawei en hebt u een signaal gegeven dat buitenlandse beïnvloeding gevolgen heeft?

 

Hoe werkt Buitenlandse Zaken in dat dossier samen met Justitie en de bevoegde veiligheidsdiensten om risico’s van buitenlandse beïnvloeding en corruptie vroeg te detecteren en te counteren?

 

Wat is meer algemeen de Belgische lijn rond de veiligheid van kritieke telecominfrastructuur en hoe wordt die toegepast?

 

Welke extra maatregelen steunt België op Europees niveau om regels rond lobbying en transparantie te versterken en af te dwingen?

 

29.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, het lopende gerechtelijke onderzoek naar vermeende corruptie ten voordele van Huawei is een zaak van de onafhankelijke magistratuur. De regering onthoudt zich dan ook van inhoudelijke commentaar. Wel stel ik vast dat de Belgische autoriteiten op 13 maart 2025 huiszoekingen hebben uitgevoerd op diverse locaties en dat aansluitend daarop het Europees Parlement uit voorzorg de toegang voor Huaweilobbyisten tot zijn gebouwen heeft geschorst.

 

In onze diplomatieke contacten met China brengen wij de voor die zaak relevante Belgische en Europese principes onder de aandacht: respect voor de rechtsstaat, transparantie en nultolerantie voor buitenlandse inmenging. Tegelijk vragen we dat alle betrokkenen volledig meewerken met de bevoegde autoriteiten.

 

Om risico’s van inmenging vroegtijdig te detecteren en te counteren, werkt Buitenlandse Zaken structureel samen met Justitie, de Veiligheid van de Staat en andere bevoegde diensten.

 

De recente jaarverslagen van de Veiligheid van de Staat benadrukken dat spionage en inmenging opnieuw prioritaire dreigingen zijn, met expliciete verwijzingen naar de assertieve aanpak van onder meer China en het frequente gebruik van informele agenten. De dienst onderlijnt ook het belang van internationale samenwerking en de bijdrage van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten aan screenings- en beveiligingsprocessen.

 

Op Europees niveau steunt België maatregelen die transparantie en handhaving rond lobbyactiviteiten door of namens derde landen versterken. De Europese Commissie legde eind 2023 het Defence of Democracy package voor, inclusief een richtlijnvoorstel over transparantie van belangenvertegenwoordiging namens derde landen. Het Europees Parlement heeft in november 2025 zijn onderhandelingspositie daarover vastgelegd. Wij werken binnen de kanalen van de Europese Raad mee aan een evenwichtige tekst die buitenlandse beïnvloeding tegengaat en tegelijk ruimte laat voor legitieme diplomatie en het werk van het maatschappelijk middenveld.

 

De beveiliging van de kritieke telecominfrastructuur is een absolute prioriteit. Voor 5G past België sinds 2022 bijkomende veiligheidsmaatregelen toe, zoals voorafgaande ministeriële machtigingen voor het gebruik van 5G-netwerkelementen, lokalisatie- en uitbestedingsregels en de mogelijkheid om hoogrisicoleveranciers te beperken in lijn met de EU-5G-toolbox en eerdere beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad.

 

De Europese Commissie heeft in 2023 bovendien bevestigd dat restricties ten aanzien van bepaalde leveranciers, waaronder Huawei en ZTE, gerechtvaardigd zijn op basis van de criteria van die toolbox.

 

29.03  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, het is goed te horen dat die mogelijke vormen van spionage hoog op de agenda staan van onze inlichtingendiensten en veiligheidsdiensten en goed gemonitord worden. We zullen zien wat het verdere vervolg daarvan is.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

30 Samengevoegde vragen van

- Britt Huybrechts aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het standpunt van de regering over de onderhandelingen met Rusland" (56014230C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De uitspraken van de premier betreffende de normalisering van de betrekkingen met Rusland" (56014328C)

30 Questions jointes de

- Britt Huybrechts à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La position du gouvernement concernant les négociations avec la Russie" (56014230C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les propos tenus par le premier ministre sur la normalisation des relations avec la Russie" (56014328C)

 

30.01  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, ik zal niet het hele verhaal over Oekraïne herhalen. Mijn vraag gaat over een specifiek aspect van de oorlog in Oekraïne. Ik wil het hebben over de verklaringen van de eerste minister om de relaties met Rusland te normaliseren. We hadden daarover al een debat in plenaire vergadering.

 

Opvallend was toen de enthousiaste reactie vanuit Rusland. Dat die uitspraken diplomatiek desastreus zijn, is natuurlijk een understatement. Ze voeden buiten ons land in ieder geval de perceptie dat er wordt ingespeeld op wat Rusland wil bereiken, namelijk verdeeldheid in Europa op een moment dat we meer dan ooit als één man achter de Oekraïners moeten staan. Ze voeden ook het narratief dat de Russische overheid sinds de Amerikaanse en Israëlische aanval op Iran probeert te verspreiden, namelijk dat door de acties van Trump en Netanyahu Europa straks veel minder middelen zal aanwenden en minder zin zal hebben om Oekraïne te blijven helpen. Zo hebben we ons fameus in de voet geschoten.

 

Mijn vraag is heel eenvoudig. Hoe verhouden de uitspraken van de eerste minister zich tegenover de Belgische en de Europese posities, die precies inzetten op maximale druk op Rusland en op onverkorte steun aan Oekraïne, zeker gelet op de positie die Trump en Israël nu innemen?

 

Als de regering geroepen wordt of zich geroepen voelt om steun te leveren in de Straat van Hormuz en de Golfstaten of Trump te hulp te schieten, omdat er nu eenmaal een oorlog bezig is die ook onze belangen bedreigt, zult u dan ook de tegeneis op tafel leggen, namelijk dat we bij de onderhandelingen inzake Oekraïne betrokken worden? Of zult u de gebeurtenissen daar verder blijven ondergaan?

 

Het feit dat Trump aanstuurt op steun van andere NAVO-landen, kunnen we als middel gebruiken om eindelijk ook aan tafel inzake de Oekraïnecrisis uitgenodigd te worden.

 

Zijn er felicitaties gekomen, naast die van Rusland, vanuit de Hongaarse of Slovaakse diplomatie? Hoe reageert u daarop en hoe reageert de regering in haar totaliteit op de felicitaties van de Russische regering en van pro-Russische politici in de EU? Hoe reageren uw Europese collega’s?

 

Wat is het Belgische standpunt inzake Oekraïne dat u na die uitspraken aan Oekraïne meegedeeld hebt? Hebt u nog contact gehad met Oekraïense collega’s? Wat was de officiële mededeling aan hen? Wat is eigenlijk het officiële standpunt van de regering inzake steun aan Oekraïne?

 

Kunt u me bevestigen dat de enige manier waarop Poetin tot geloofwaardige onderhandelingen gebracht zal worden, erin bestaat dat België en Europa samen blijven stellen dat we Oekraïne blijven steunen, zolang het nodig is? Kortom, kunt u bevestigen dat u zich verzet tegen oproepen als die van de eerste minister?

 

30.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Almaci, de recente opmerkingen van de eerste minister vormen geen beleidswijziging noch een afwijking van de gezamenlijke regeringslijn. We zetten de steun aan Oekraïne voort en drijven de druk op Rusland verder op. Oekraïne weet zich verzekerd van onze niet-aflatende steun. De bilaterale relaties met Oekraïne zijn sinds de grootschalige invasie door Rusland alleen versterkt.

 

De EU moet een prominente rol spelen bij de vormgeving van de toekomst van ons continent. Daarvoor is diplomatie noodzakelijk. Dat vergt gesprekken, ook met wie men fundamentele meningsverschillen heeft. Om die reden zijn onze diplomatieke relaties met Rusland overigens niet verbroken.

 

Ik wil heel duidelijk zijn, dat is niet hetzelfde als normalisering. Dat standpunt heb ik ook naar voren gebracht en verduidelijkt op de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart. Als Rusland probeert de Belgische positie anders voor te stellen, maakt dat deel uit van een grotere propaganda-inspanning, die we moeten blijven bestrijden met duidelijke boodschappen.

 

Zolang Rusland het internationaal recht blijft schenden, de agressieoorlog tegen Oekraïne voortzet, vasthoudt aan zijn maximalistische illegitieme eisen en de Europese Unie geen plaats geeft aan de onderhandelingstafel, is normalisering niet aan de orde.

 

Met betrekking tot uw vragen over Russisch gas, verwijs ik naar mijn antwoord vandaag op andere vragen die u mij hebt gesteld.

 

Voorzitter: Sandro Di Nunzio.

Président: Sandro Di Nunzio.

 

30.03  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, er is natuurlijk wel degelijk een voor en een na, en woorden zijn niet zonder belang. De recente opmerkingen van de eerste minister betekenen niet dat het beleid is gewijzigd zegt u, maar ze hebben wel een verandering teweeggebracht buiten het Parlement en in de wereld. Als Rusland stelt dat er nog enig gezond verstand is naar aanleiding van de uitspraak van eerste minister De Wever, is dat eigenlijk een gigantische blaam voor ons land. Dat is dus geen kleine zaak.

 

Ik heb gevraagd in hoeverre u zich verzet tegen dat soort oproepen en uitspraken. Ik hoop dat er achter de schermen – u kunt dat uiteraard niet publiek bevestigen – toch een hartig woordje is gesproken.

 

Zoals ik eerder heb aangegeven, is de steun ten opzichte van Oekraïne, materieel gezien, onvoldoende om de uitdagingen van vandaag het hoofd te bieden. Ik heb dat in mijn vorige vraag al geïllustreerd. Als er wordt gesproken over niet-aflatende steun, betreft dat zowel woorden als daden en op beide vlakken schieten we tekort. In sommige gevallen hebben we zelfs ernstige schade toegebracht aan Oekraïne en aan Europa. Ook de diplomatieke positionering heeft hierdoor een zware knauw gekregen.

 

Ik kan enkel hopen dat de regering bijkomende inspanningen levert om de materiële en financiële steun ten opzichte van Oekraïne op te trekken. Daarnaast hoop ik dat de stappen die vandaag worden gezet in het kader van de Irancrisis, die de aanleiding was voor de uitspraken van de eerste minister, worden benut in de contacten met de Verenigde Staten, met het oog op het afdwingen van een plaats aan de onderhandelingstafel in de gesprekken over Oekraïne. Zo niet, zou het getuigen van grote naïviteit.

 

Dit is mijn oproep naar aanleiding van mijn vraag: ga niet zomaar mee met de stroom. Alleen dode vissen laten zich met de stroom meevoeren. Mensen die daadwerkelijk invloed willen uitoefenen, durven tegen de stroom in te gaan. Ook de dynamiek die door president Trump in gang is gezet, kan in die context worden benut om mee te wegen op de positie van Oekraïne in de onderhandelingen.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

31 Questions jointes de

- Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'interdiction des produits des colonies" (56014238C)

- Meyrem Almaci à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'exécution d'une interdiction d'importation nationale de produits des colonies israéliennes" (56014764C)

31 Samengevoegde vragen van

- Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het verbod op producten uit de nederzettingen" (56014238C)

- Meyrem Almaci aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De uitvoering van een nationaal importverbod voor producten uit de Israëlische nederzettingen" (56014764C)

 

Voorzitter: Pierre Kompany.

Président: Pierre Kompany.

 

31.01  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de voorzitter, eerder vandaag ben ik even uit de commissie gegaan omdat ik snel in de commissie voor Economie een vraag moest stellen aan de minister Clarinval. Mijnheer de minister, u voelt mij al komen. Ik ben benieuwd wat uw antwoord zal zijn op de vraag over de uitvoering van het nationaal importverbod op producten uit Israëlische nederzettingen.

 

Ik zal u niet in de val lokken. Ik heb het antwoord van minister Clarinval niet kunnen horen, omdat ik snel naar hier ben teruggekomen om uw antwoord op mijn eerdere gestelde vraag aan u te beluisteren. Ik zal achteraf wel lezen wat de heer Clarinval heeft geantwoord, maar ik stel de vraag grosso modo opnieuw aan u.

 

De regering had in september 2025 een akkoord gevonden over een pakket maatregelen dat met veel bombarie is gecommuniceerd. We hebben het daarover daarnet ook al even gehad. Communicatie is echter één zaak, de uitvoering is een andere. Ondertussen hebben we gezien dat er IKW’s zijn samengekomen terwijl Spanje ondertussen allang een importverbod heeft goedgekeurd en in werking laten treden.

 

Wanneer zal het nationale importverbod op producten uit Israëlische nederzettingen er komen? Wat is de timing van de werkzaamheden binnen de regering?

 

Zal dat verbod enkel van toepassing zijn op goederen of ook op diensten? Is dat nog onderwerp van discussie? Zal het gelden voor alle bedrijven of alleen voor Israëlische bedrijven? Is dat eveneens nog onderwerp van discussie?

 

Welke rechtsgrondslag, uitvoeringsmodaliteiten en controlemechanismen zullen als principes worden gehanteerd voor het importverbod?

 

Zult u daarvoor naar het Parlement komen of zult u via koninklijke besluiten werken en het Parlement omzeilen?

 

Ten slotte en eigenlijk ten zesde, is de Spaanse importban in dezen een inspiratiebron of niet?

 

31.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Almaci, ik nodig u uit om uw vraag over het koninklijk besluit dat voorziet in een nationaal importverbod te stellen aan vicepremier Clarinval. De FOD Economie heeft een eerste tekst opgesteld, na diepgaande technische consultaties met de FOD Financiën, waarvoor mijn diensten ook informatie hebben verstrekt. We zouden dit ontwerp zo snel mogelijk moeten ontvangen, zodat we het kunnen beoordelen en kunnen verdergaan met het wetgevingsproces. Het is dus eindelijk ongoing.

 

31.03  Meyrem Almaci (Ecolo-Groen): Mijnheer de minister, wat dat laatste betreft, ben ik het met u eens. Ik hoop dat u positieve druk kunt uitoefenen op de minister van Economie, zeker omdat verschillende ngo’s in een open brief in Le Soir, die u niet zal zijn ontgaan, hebben aangegeven dat het niet de technische expertise is die ontbreekt, maar wel de politieke wil. We hebben het daarover al eerder gehad. Laat ons zeggen dat collega’s van andere partijen in deze meerderheid de vooruitgang in dit soort dossiers wat afremmen.

 

U had al eerder gezegd dat het in de fase van de IKW’s zit. Ik zal het antwoord van de minister van Economie lezen na deze marathonsessie, maar ik hoop dat we daarover in elk geval een parlementair debat kunnen voeren, zoals dat ook hoort. Ik hoop ook dat de Spaanse case inspireert en dat het niet supereng wordt geïnterpreteerd. Het moet wel degelijk gaan over goederen en diensten en over alle import van alle bedrijven die handel voeren, niet alleen in de bezette gebieden, maar ook in Israël tout court. Er moet een ambitieuze importban op tafel liggen, die naam waardig.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

32 Vraag van Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Brussel als nieuwe basis voor de VN" (56014243C)

32 Question de Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Bruxelles en tant que nouvel ancrage de l'ONU" (56014243C)

 

32.01  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn ingediende vraag.

 

Mijnheer de minister,

 

De Verenigde Naties zoeken door zware budgettaire besparingen en de torenhoge kosten in New York en Genève naar betaalbare alternatieven. Verschillende agentschappen kijken nadrukkelijk naar Europa om hun operationele werking op pijl te houden. Steden zoals Bonn en Kopenhagen openden de afgelopen jaren al met succes hun deuren voor honderden VN-medewerkers door gerichte fiscale voordelen en infrastructuur aan te bieden. België heeft met Brussel een unieke troefkaart in handen. Onze hoofdstad fungeert al als het diplomatieke hart van de EU en NAVO en wereldwijd is Europa de grootste donor voor ontwikkelingssamenwerking. Een grotere verankering van de VN in

Brussel levert diplomatieke, politieke, economische en culturele voordelen op. Vooruit steunt de ambitie om agentschappen zoals de Wereldgezondheidsorganisatie of de Internationale Arbeidsorganisatie naar Brussel te halen. Geloofwaardigheid als gastland rust echter ook op de bereidheid om zelf een solidaire partner te blijven. Wie

de VN-instellingen wil huisvesten, moet ook de middelen blijven vrijmaken voor hun werking en voor ontwikkelingssamenwerking.

 

Daarom stel ik graag de volgende vragen:

 

Welk concreet actieplan hanteert de regering om VN-agentschappen die New York of Genève verlaten actief te overtuigen van de troeven van Brussel?

 

Welke specifieke faciliteiten, zoals kantoorruimte of fiscale omkadering, biedt België momenteel aan in de lopende gesprekken met de Wereldgezondheidsorganisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie?

 

Hoe reageert de minister op de concurrentie van steden als Nairobi en Istanbul, en waarin onderscheidt het Belgische bod zich van deze kandidaten?

 

Op welke manier garandeert de minister dat de ambitie voor dit zetelbeleid gepaard gaat met het behoud of de versterking van onze financiële engagementen aan de VN en ontwikkelingssamenwerking?

 

Welke timing hanteert de minister voor de verdere uitbouw van de VN- aanwezigheid aan de Regentlaan en de versterking van de diplomatieke cluster in onze hoofdstad?

 

Alvast bedankt voor uw antwoorden.

 

32.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Lambrecht, de federale regering voert een proactief, dynamisch en gecoördineerd zetelbeleid dat erop gericht is België en Brussel in het bijzonder, te positioneren als een aantrekkelijke locatie voor internationale organisaties. Dat beleid beoogt het behoud en de verdere uitbouw van de centrale diplomatieke positie van onze hoofdstad en de positieve impact daarvan op de Belgische economie.

 

Mijn departement werkt hiervoor nauw samen met het Interministerieel Comité voor het Zetelbeleid en andere betrokken diensten op alle bestuursniveaus. De laatste maanden gaat bijzondere aandacht uit naar VN-agentschappen in het licht van de relocatieplannen die voortvloeien uit het UN80-hervormingsproces. In dat kader wordt Brussel actief gepositioneerd als een aantrekkelijke en toekomstgerichte VN-zetelstad. Ook de lopende campagne om het secretariaat van het BBNJ-verdrag te huisvesten sluit aan bij die doelstelling.

 

VN-organisaties die overwegen hun aanwezigheid in New York en Genève te herzien, worden actief geïnformeerd over de troeven van Brussel, zijnde de reeds aanzienlijke bestaande VN-aanwezigheid met een dertigtal entiteiten, de nabijheid van de EU-instellingen, het uitgebreide diplomatieke ecosysteem, de strategische ligging in het hart van Europa en de hoge levenskwaliteit, met onder meer uitstekende gezondheidszorg en een sterk onderwijsaanbod.

 

Dankzij die inspanningen is er de voorbije maanden een positieve trend merkbaar. Zo heeft Unicef beslist om haar Brusselse kantoor tegen eind 2026 met ongeveer 60 tot 80 medewerkers uit te breiden.

 

Wat betreft de lopende gesprekken met de Wereldgezondheidsorganisatie en de Internationale Arbeidsorganisatie biedt België beide organisaties een concreet pakket aan faciliteiten aan. Voor de fiscale en administratieve omkadering wordt vertrokken van de bestaande zetelakkoorden. In samenwerking met de Regie der Gebouwen wordt logistieke begeleiding aangeboden bij het identificeren van moderne, volledig uitgeruste kantoorruimte op een strategische locatie alsook operationele ondersteuning bij de praktische voorbereiding van een eventuele verhuis naar Brussel.

 

België is zich bewust van de toenemende internationale concurrentie om VN-agentschappen en internationale organisaties aan te trekken. Verschillende landen zetten daarbij zeer verregaande financiële incentives of voordelen inzake infrastructuur in. In een periode van aangescherpte budgettaire discipline is dat voor België moeilijker te realiseren. Het aanbod van België onderscheidt zich dan ook eerder door stabiliteit, kwaliteit en structurele meerwaarde dan door uitzonderlijke of eenmalige voordelen.

 

België positioneert zich als een betrouwbare en voorspelbare gaststaat met een omgeving die organisaties toelaat om op lange termijn efficiënt, geïntegreerd en toekomstbestendig te opereren. Brussel beschikt immers over troeven die moeilijk te evenaren zijn, zoals de nabijheid van EU-instellingen en de NAVO, met belangrijke synergie- en coherentiemogelijkheden voor VN-entiteiten, het uitgebreide diplomatieke ecosysteem, de uitstekende internationale connectiviteit en een hooggekwalificeerde, meertalige arbeidsmarkt. Ook de sterke reputatie van België als betrouwbare multilaterale partner is een belangrijke troef.

 

Een geloofwaardig zetelbeleid kan verder enkel bestaan in combinatie met een stabiele en voorspelbare financiering van de VN. België blijft zich inzetten als solide donor van het multilaterale systeem, zowel via tijdig betaalde verplichte bijdragen aan het VN-budget als via onze grotendeels flexibele en niet-geoormerkte vrijwillige bijdragen aan specifieke fondsen en programma’s. Onze ambitie om de VN-aanwezigheid in Brussel te versterken, is complementair aan die engagementen.

 

Specifiek met betrekking tot de Regentlaan, het is juist dat deze zich de voorbije jaren heeft ontwikkeld tot een sterke VN-cluster, met meerdere agentschappen die er actief zijn. België zal zich de komende jaren blijven inzetten om deze VN-aanwezigheid in Brussel te consolideren en te versterken. Tegelijk merken wij dat het aanvankelijke momentum rond grootschalige relocalisaties wat is afgenomen. Lidstaten dringen aan op zorgvuldige keuzes die daadwerkelijk efficiëntiewinsten opleveren.

 

VN-relocalisering is dan ook geen now-or-neververhaal. Het is een proces dat zich de komende jaren stapsgewijs kan ontvouwen en concrete opportuniteiten voor België kan meebrengen. Mijn departement blijft hiertoe in nauw contact met de relevante gesprekspartners.

 

32.03  Annick Lambrecht (Vooruit): U brengt een positief verhaal, met veel welwillendheid om veel instellingen naar Brussel te halen. Wij hopen dat het lukt. Nu er ook een Brusselse regering is, hebben we nog een extra troef.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

33 Vraag van Ellen Samyn aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De falende consulaire bijstand aan Belgische burgers in noodsituaties in het buitenland" (56014263C)

33 Question de Ellen Samyn à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Les lacunes de l'assistance consulaire aux citoyens belges en situation d'urgence à l'étranger" (56014263C)

 

33.01  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Onze infodienst ontving een schrijnende klacht van Belgische burgers die al tien dagen vastzitten op Tenerife nadat hun rekeningen werden gehackt. Zij geven aan dat zij nergens terechtkunnen, dat het consulaat geen hulp biedt en dat hen letterlijk wordt gezegd om ‘hun plan te trekken’.

 

Het gaat hier niet om een banale situatie: de vrouw is zwanger en de man is hartpatiënt. Dit zijn kwetsbare landgenoten die zich in een acute noodsituatie bevinden, zonder financiële middelen en zonder ondersteuning van de Belgische overheid.

 

Dit dossier roept fundamentele vragen op over de werking van onze consulaire diensten. In crisissituaties - en zeker wanneer het gaat om medische kwetsbaarheid en financiële blokkering in het buitenland - mag men toch verwachten dat de Belgische staat zijn burgers effectief bijstaat.

 

Graag verneem ik van de minister:

 

Bent u op de hoogte van dit specifieke dossier en van gelijkaardige gevallen waarbij Belgen in het buitenland geen of onvoldoende consulaire bijstand krijgen?

 

Welke concrete hulp moet het consulaat volgens de richtlijnen bieden aan Belgen die door hacking of andere omstandigheden financieel volledig vastzitten in het buitenland?

 

Hoe verklaart u dat deze mensen aangeven dat zij geen enkele hulp krijgen en zelfs worden doorverwezen met de boodschap om hun plan te trekken?

 

Kan u een evaluatie maken van de procedure die de crisisdienst in deze gevolgd heeft? Hebben zij het maximale binnen hun mogelijkheden gedaan om te helpen?

 

Bent u bereid om dit dossier onmiddellijk te onderzoeken en ervoor te zorgen dat deze mensen, indien nog noodzakelijk, verder geholpen en begeleid worden?

 

33.02 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Samyn, ik verzeker u dat mijn diensten op de hoogte zijn van dat specifieke dossier en dat de betrokkenen voldoende consulaire bijstand aangeboden krijgen. Belgen die zich in een noodsituatie bevinden omdat ze door diefstal of hacking van de rekeningen niet meer over hun financiële middelen kunnen beschikken, kunnen zich melden bij de bevoegde post en naargelang de situatie zal gezocht worden naar een oplossing. In de meeste gevallen kan het probleem opgelost worden door de betrokkenen in contact te brengen met mensen uit hun eigen netwerk of derden, zoals hun verzekeraar, touroperators, ziekenfonds enzovoort.

 

In uitzonderlijke gevallen, wanneer alle andere hulpmogelijkheden zijn uitgeput, zal de post in samenwerking met de bevoegde dienst in Brussel de repatriëring van de betrokkenen naar België organiseren. De kosten die gemaakt worden in het kader van de consulaire bijstand zijn steeds terug te betalen voorschotten.

 

Het is niet de bedoeling dat ik in het kader van een parlementaire vraag gedetailleerd inga op een dergelijk persoonlijk dossier. Wel kan ik stellen dat mijn diensten de procedure hebben gevolgd en snel de nodige consulaire hulp hebben geboden. Het is echter de verantwoordelijkheid van de betrokkenen om daar al dan niet gebruik van te maken en transparant te communiceren over hun situatie. Gebeurt dat niet, dan is er een grens aan de consulaire hulp die geboden kan worden.

 

33.03  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, in ieder geval dank voor uw duidelijk antwoord. Het is goed dat het wordt opgevolgd, of misschien is het dossier intussen al afgehandeld.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

34 Samengevoegde vragen van

- Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Lars De Smet" (56014266C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De nood aan een doorbraak in het dossier-Lars De Smet" (56014280C)

- Ellen Samyn aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Lars De Smet" (56014738C)

34 Questions jointes de

- Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Lars De Smet" (56014266C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La nécessité de faire avancer le dossier Lars De Smet" (56014280C)

- Ellen Samyn à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Lars De Smet" (56014738C)

 

34.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, het spijt me dat ik opnieuw moet beginnen over het specifieke dossier van Lars De Smet.

 

In januari hebt u in een antwoord op mondelinge vragen een overzicht gegeven van de consulaire bijstand in het dossier van Lars De Smet. U had het toen over contact met de familie, een advocatenlijst, vijf consulaire bezoeken, interventies over de detentieomstandigheden en financiële hulp voor basisnoden. Tegelijk hebt u aangegeven dat de echte blokkering zich situeert op het niveau van de overbrengingsprocedure en dat daarvoor naar Justitie moet worden gekeken. Het resultaat blijft evenwel hetzelfde: het dossier zit muurvast. Justitie wijst op consulaire opvolging, maar een doorbraak blijft uit.

 

Daarom enkele opvolgingsvragen.

 

Ten eerste, welke bijkomende diplomatieke stappen hebt u nog gezet om dit dossier politiek los te trekken, boven op de klassieke consulaire opvolging?

 

Ten tweede, hebt u dit dossier intussen zelf formeel aangekaart bij uw Noord-Macedonische ambtsgenoot of bij de ambassadeur en wat heeft dat concreet opgeleverd?

 

Ten derde, erkent u dat in dit dossier tot nu toe te weinig met één stem werd gesproken? Bent u bereid om samen met Justitie eindelijk één duidelijke lijn uit te zetten, zodat de familie niet langer tussen twee ministers blijft hangen terwijl het dossier stilligt? Dat is immers de reden waarom we de vraag opnieuw stellen. Ik ben niet alleen. De familie van Lars De Smet en Lars zelf zoeken hopeloos hulp. Ze willen gehoord worden op alle mogelijke niveaus.

 

Het is niet aan mij, of aan ons, om in te gaan op de inhoud van de veroordelingsprocedure, maar het is wel zeer duidelijk dat zij het gevoel hebben verstoken te blijven van hulp in deze situatie, in het bijzonder wat betreft een eventuele overbrenging naar ons land. Ik meen dat zij vooral nood hebben aan duidelijkheid, goede communicatie en een goede opvolging. Vandaar dat ik hoop al een eerste antwoord te krijgen dat ter zake verheldering kan brengen.

 

34.02  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, Lars De Smet zit vast in een Noord-Macedonische cel. We stellen stelt vast dat de juridische en diplomatieke weg naar zijn overbrenging volledig geblokkeerd lijkt. Ook zijn familie stelt dat vast en is radeloos. Het dossier zit muurvast omdat Buitenlandse Zaken en Justitie naar elkaar blijven wijzen. Deze versnipperde aanpak laat een Belgische burger in heel slechte omstandigheden en zijn familie in totale onzekerheid achter. België treedt in dit dossier niet op als één actor, waardoor een doorbraak uitblijft.

 

Het is uiteraard niet mijn bedoeling, noch waarschijnlijk die van de collega, om te raken aan de scheiding der machten, maar we moeten toch vragen blijven stellen. Het volstaat niet om enkel de procedures te volgen wanneer die tot niets leiden. De familie van Lars De Smet mag niet de dupe worden van een gebrek aan coördinatie tussen twee federale departementen.

 

Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen.

 

Ten eerste, welke specifieke diplomatieke stappen hebt u de afgelopen maand ondernomen om dit dossier op politiek niveau los te trekken, los van de standaard consulaire bijstand?

 

Ten tweede, hebt u de overbrenging van Lars De Smet inmiddels persoonlijk besproken met uw Noord-Macedonische ambtsgenoot? Wat was het concrete resultaat van dit gesprek?

 

Ten derde, welke formele initiatieven heeft de Belgische ambassadeur in de regio genomen bij de regering in Skopje om de urgentie van deze zaak te onderstrepen?

 

Ten vierde, wanneer vindt het noodzakelijke overleg met de minister van Justitie plaats om tot een gezamenlijk actieplan te komen voor deze burger?

 

Ten slotte, bent u bereid om samen met Justitie een duidelijke deadline te stellen voor een formele reactie van de Noord-Macedonische autoriteiten wat betreft de overbrenging? Als de celstraf in België zou kunnen worden uitgezeten, zou dat al een enorme opluchting betekenen. Er is nood aan duidelijkheid.

 

34.03  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de voorzitter, ik verwijs naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend.

 

Al bijna vier jaar verblijft de Belgische staatsburger Lars De Smet in de gevangenis van Idrizovo in Noord-Macedonië. De detentieomstandigheden daar zijn onmenselijk, met ernstige tekorten op het vlak van veiligheid, medische zorg en basisrechten. De afgelopen vier jaar werden er vijf consulaire bezoeken georganiseerd. De zaak wordt dus consulair opgevolgd, maar door een probleem met de overbrengingsprocedure zit de zaak momenteel muurvast. Lars De smet lijkt een speelbal te zijn tussen de departementen van Justitie en Buitenlandse Zaken.

 

Kan u een stand van zaken geven in dit dossier? Wat is momenteel de gezondheidstoestand van Lars De Smet?

 

Hebt u contact opgenomen met uw Noord-Macedonische ambtgenoot over dit dossier? Zo ja, wat was hiervan het resultaat?

 

Hebt u intussen overleg gehad met uw collega-minister van Justitie over de overbrenging van de heer De Smet? Wat was het resultaat van dit overleg? Wanneer zou de overbrenging naar België kunnen plaatsvinden?

 

Vonden er recent nog consulaire bezoeken plaats? Werd de frequentie van die consulaire bezoeken verhoogd? Zo neen, kan u aandringen dat dit alsnog zal gebeuren?

 

34.04 Minister Maxime Prévot: Beste Kamerleden, ik verwijs naar mijn eerdere antwoorden in het dossier waarin ik aangaf dat mijn departement de nodige consulaire bijstand verleent aan de betrokkene en dat de FOD Justitie bevoegd is voor de overbrengingsprocedure. Ik verwijs u daarom graag naar mijn collega van Justitie voor alle vragen over die procedure. Mijn administratie blijft intussen vanzelfsprekend regelmatig contact houden met de administratie van de FOD Justitie inzake de opvolging van het dossier.

 

Midden maart 2026 heeft de Belgische ambassade in Bulgarije, bevoegd voor Noord-Macedonië, in het kader van een diplomatieke demarche een verbale nota overgemaakt aan de Noord-Macedonische autoriteiten. Daarin wordt erop gewezen dat de aanvraag tot overbrenging, die al in januari 2025 werd ingediend, voldoet aan de voorwaarden van de geldende overbrengingsconventie en dat men daarom graag spoedig een reactie van de lokale autoriteiten verneemt. Bovendien hebben mijn administratieve diensten van Buitenlandse Zaken nog deze week een afspraak vastgelegd met de Noord-Macedonische ambassadeur om voornoemde diplomatieke demarche ook in Brussel te ondersteunen.

 

Vanzelfsprekend blijven wij het dossier van nabij en nauwlettend opvolgen.

 

34.05  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

 

Het is goed om te horen dat die stappen effectief worden genomen. Ik heb gelijktijdig ook een vraag ingediend bij de minister van Justitie. Over die overbrenging en de stand van zaken in het dossier zal ik dus ook een vraag aan haar stellen.

 

Ik herhaal nogmaals dat het volgens mij heel belangrijk is dat uw diensten, zij het eventueel via Justitie, nauw contact hebben met de familie. De signalen die wij krijgen, zijn namelijk erg verontrustend. Zowel de mentale als de fysieke toestand van Lars en zijn naaste familie baren mij zorgen.

 

Ik ben dus blij te horen dat de nodige inspanningen gebeuren. Doe er alles aan om het dossier zo goed mogelijk op te volgen, de familie en Lars gerust te stellen en hem hopelijk ook naar ons land te krijgen.

 

34.06  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoorden.

 

Het is belangrijk dat wij het dossier hier op de agenda blijven plaatsen, al was het maar omdat de familie op die manier telkens meer informatie krijgt.

 

U hebt toch een paar zaken meegegeven. De contacten met de FOD Justitie zijn heel belangrijk, want wij kunnen de vraag nu wel opnieuw aan mevrouw Verlinden stellen maar het is toch enigszins archaïsch als wij dat telkens moeten doen. Wij gaan ervan uit dat u in zulke dossiers goede contacten hebt en dat wij bij u terechtkunnen.

 

Het is ook erg vreemd dat de aanvraag voor de overbrenging volledig voldoet en dat de overbrenging dan toch niet gebeurt. Dat frustreert ons en de familie ten zeerste.

 

Het is een goede zaak dat er deze week nog een afspraak is met de Noord-Macedonische ambassadeur. Laat ons hopen dat dat een versnelling kan brengen in de overbrenging. Ik betwist hier geen straffen, dat is niet mijn bedoeling. Het is echter zeker nodig dat de betrokkene als Belg zijn straf in België kan uitzitten, zeker nu wij hoorden dat alle geldende formaliteiten daarvoor in orde zouden zijn.

 

34.07  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw inspanningen en de stappen die worden gezet.

 

Collega Alexander Van Hoecke volgt het dossier op in de commissie voor Justitie.

 

De andere vraagstellers hebben het ook al aangegeven, het is vooral de familie, net als Lars zelf, die in onzekerheid leeft. Dat is al een paar keer opgemerkt. Los van de inhoud van het dossier zelf is het toch nodig dat er duidelijkheid wordt geschapen in het dossier. Wij hopen dan ook dat een overbrenging kan worden gerealiseerd tussen Macedonië en België.

 

Ik vertrouw erop dat u, en hopelijk ook minister Verlinden, het dossier van nabij opvolgt.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

35 Samengevoegde vragen van

- Ellen Samyn aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het dossier-Marc Moerman, de detentie in Marokko en de contacten met de Marokkaanse autoriteiten" (56014304C)

- Annick Lambrecht aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De situatie van Marc Moerman, die gevangenzit in Marokko" (56014327C)

35 Questions jointes de

- Ellen Samyn à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le dossier Marc Moerman, la détention au Maroc et les contacts pris avec les autorités marocaines" (56014304C)

- Annick Lambrecht à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation de Marc Moerman, détenu au Maroc" (56014327C)

 

35.01  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, ook voor deze vraag verwijs ik naar de tekst van mijn vraag zoals ingediend. Ik meen dat collega Lambrecht aansluitend het dossier nog zal verduidelijken.

 

Ik werd recent opnieuw gecontacteerd door de familie van de heer Marc Moerman, een Belg die sinds december 2021 gedetineerd is in Marokko.

 

Volgens de familie zit dit dossier vandaag volledig vast en blijft elke concrete terugkoppeling vanuit de Belgische autoriteiten uit, ondanks herhaalde contacten. De situatie voor de betrokkene zou ondertussen bijzonder zwaar zijn, zowel menselijk als psychologisch.

 

Op 12 januari 2026 bracht de Marokkaanse minister van Justitie een bezoek aan België voor overleg met het kabinet Justitie en de Belgische autoriteiten. Voor de familie rijst dan ook de zeer concrete vraag of dit dossier in dat kader werd aangekaart, en zo ja, met welk resultaat.

 

Daarom heb ik volgende vragen:

 

Heeft u hierover overlegd met uw collega de minister van Justitie? Heeft u weet of het dossier van de heer Marc Moerman tijdens dat overleg expliciet werd besproken? Zo ja, wat was de inhoud van dat gesprek?

 

Wat is de actuele stand van zaken in dit dossier? Waar situeert zich vandaag concreet de blokkering?

 

Zijn er sinds het bezoek van de Marokkaanse minister nog verdere contacten geweest tussen de Belgische en Marokkaanse autoriteiten over dit dossier?

 

Wordt er momenteel gewerkt aan een mogelijke overbrenging naar België of een andere oplossing? Zo ja, wat is de stand van zaken en welke obstakels stellen zich daarbij?

 

Gelet op de stilstand die de familie ervaart: welke bijkomende stappen zal u ondernemen om opnieuw beweging in dit dossier te krijgen?

 

Welke consulaire bijstand werd recent nog geboden?

 

35.02  Annick Lambrecht (Vooruit): Ik heb inderdaad met collega Samyn overlegd, omdat dit dossier gaat over iemand uit Brugge die gevangen zit in Marokko. Ook in dit dossier is de familie langzaamaan helemaal radeloos aan het worden. Nogmaals, ik wil de scheiding der machten zeker respecteren. Ik spreek me niet uit over straffen. Dit gaat over iets anders.

 

Marc Moerman is een Brugse ingenieur die sinds 2021 in een cel in Marokko zit. Hij werd opgepakt omdat hij er zijn zoontje wou terughalen van zijn ex-vrouw na een vechtscheiding. De radeloze papa slaagde daar niet in. Erger nog, toen hij naar Marokko ging, werd hij opgepakt, en veroordeeld tot acht jaar cel. Advocaten, de familie en ook de heer Moerman zelf, schreeuwen zijn onschuld al jaren uit. Ze beweren dat die straf op basis van valse beschuldigingen werd uitgesproken.

 

De realiteit is vandaag complex en onzeker. Volgens de familie zit het dossier na meer dan vijf jaar nog altijd vast. De situatie in de Marokkaanse cel is voor Marc bijna onhoudbaar, op alle vlakken. Indien er een vooruitzicht kon zijn, zou dat voor hem zeer veel betekenen.

 

Mijnheer de minister, ik heb volgende vragen voor u.

 

Ten eerste, kunt u stand van zaken geven van dat dossier?

 

Mijn tweede vraag is zeer belangrijk. Is er kans dat de heer Marc Moerman zijn verdere straf in België kan uitzitten? Zo ja, wanneer? Hebt u daar meer info over?

 

Ten derde, is er overleg met uw collega, minister Verlinden, over dit dossier? Kreeg de heer Moerman al consulair bezoek? Zo ja, hoeveel keer?

 

35.03 Minister Maxime Prévot: Mevrouw Samyn en mevrouw Lambrecht, de situatie van de heer Moerman wordt al jaren zeer van nabij door mijn diensten opgevolgd. Mijn diensten zullen dat ook blijven doen.

 

De heer Moerman werd op 28 november 2023 veroordeeld tot vijf jaar cel. Zijn vrijlating werd toen voorzien op 6 december 2026. Sinds zijn veroordeling vroeg de heer Moerman verschillende keren om overgebracht te worden naar België om hier zijn straf verder uit te zitten. Die verzoeken werden telkens door de Marokkaanse autoriteiten geweigerd, omdat ze geen garanties kregen dat de betrokkene zijn straf effectief in een Belgische cel zou uitzitten. Na een nieuwe weigering, eind 2025, introduceerde de heer Moerman opnieuw een verzoek tot overbrenging. Sinds 8 december 2025 is in Marokko een nieuw Wetboek van Strafvordering van kracht dat in strafvermindering voorziet voor gedetineerden. Ook de heer Moerman zou strafvermindering kunnen krijgen, mogelijk enkele maanden, waardoor het mogelijk is dat hij in vrijheid gesteld wordt vóór 6 december. De Marokkaanse autoriteiten gaven echter al aan dat er niet over de beslissingen in dit dossier gecommuniceerd wordt.

 

Het Belgisch consulaat in Rabat heeft steeds intensieve consulaire bijstand aan betrokkene geboden. Tijdens alle zittingen van de Marokkaanse rechtbank was onze consul aanwezig. Ook ontving de heer Moerman het voorbije jaar meer dan tien consulaire bezoeken. Het laatste consulaire bezoek dateert van 27 februari jongstleden.

 

Het dossier van betrokkene werd tijdens alle politieke consultaties van mijn diensten met de Marokkaanse autoriteiten aangekaart. Ik heb daarover persoonlijk een paar weken geleden met mijn Marokkaanse homoloog kunnen discussiëren.

 

Met betrekking tot de contacten van mijn collega, de minister van Justitie, mevrouw Verlinden, over dat dossier, verwijs ik u graag naar haar diensten.

 

35.04  Ellen Samyn (VB): Mijnheer de minister, ik dank u voor het feit dat u het dossier hebt besproken met uw ambtsgenoot. Het is een dossier dat ik al geruime tijd opvolg, al sinds vorige legislatuur.

 

Het treft niet alleen Marc, maar ook zijn familieleden, die eveneens leven in onwetendheid. Ik heb vernomen dat de gezondheidstoestand van de ouders niet zo goed is. In dat kader hebben hij en de familie verschillende brieven geschreven, om dat feit mee te nemen als omstandigheid, zodat hij kan worden overgebracht.

 

Ik heb de indruk dat er stilstand is en onwil aan Marokkaanse zijde, dat het vooral een eenzijdige inspanning is van België. Dat maakt me toch wel bezorgd. Ik weet dat er inspanningen worden geleverd. Ik hoop in ieder geval dat er toch ergens beweging kan komen. Ik zal niet nalaten om het dossier opnieuw op te volgen in de commissie voor Justitie of aan mijn collega vragen om een opvolgvraag te stellen.

 

35.05  Annick Lambrecht (Vooruit): Mijnheer de minister, dank voor het antwoord, maar het geeft niet veel hoop aan de familie. We horen eigenlijk ook niets concreets. Het is uiteraard wel goed dat er af en toe een consulair bezoek is, maar ik wil u meedelen dat de gezondheidstoestand van Marc Moerman zeer snel achteruitgaat.

 

U mag geen tweede keer antwoorden, maar ik zou toch graag weten of er enige kans is dat hij zijn straf in België zou kunnen uitzitten. We betwisten de straf niet, maar vragen dat hij ze zou kunnen uitzitten in een Belgische cel, waar de familie dan toch ten minste eens op bezoek kan komen. Zijn ouders zijn zeer oud en zijn bang dat ze hun zoon niet meer zullen zien. Het is echt een schrijnend verhaal.

 

Ik weet dat u doet wat u kunt, maar mag ik nog eens aandringen om in contacten met de Marokkaanse autoriteiten waar mogelijk die zaak op de agenda te blijven plaatsen? Vooral wat betreft de overbrenging naar België zou men moeten kijken wat zo vastzit en hoe dat kan worden opgelost.

 

Ik dank ook collega Samyn om dat dossier met mij mee op de agenda te zetten. We zullen het blijven vragen, maar wie weet komt er nu schot in de zaak. Laat het ons hopen.

 

Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

 

36 Vraag van Sandro Di Nunzio aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De detentie van Mikhaïl Loshchinin in Rusland" (56014458C)

36 Question de Sandro Di Nunzio à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La détention de Mikhaïl Loshchinin en Russie" (56014458C)

 

36.01  Sandro Di Nunzio (Anders.): Nous sommes tous fatigués. Je pense également aux interprètes qui sont toujours présents. On y est presque.

 

Ik verwijs naar de schriftelijke versie van mijn vraag.

 

In Rusland zit al maanden een Belgische burger, Mikhaïl Loshchinin, opgesloten. Sinds het begin van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne is het voor Europese burgers steeds moeilijker om in Rusland nog op elementaire rechtsbescherming te kunnen rekenen. Net daarom is een consequente consulaire en diplomatieke opvolging geen formaliteit, maar een plicht. Mikhaïl Loshchinin zit sinds juli 2025 vast in Rusland op verdenking van verraad en aantasting van de nationale veiligheid en riskeert volgens berichtgeving een straf tot 12 jaar. Hij werd tegengehouden aan de grensovergang Ubylinka en werd nadien achtereenvolgens vastgehouden in Pytalovo en zou zich nu in Pskov bevinden, waar hij voor de rechter zou verschijnen. Zijn familie spreekt bovendien over foltering en mishandeling en ernstige gezondheidsproblemen. Cruciaal hierbij is dat de Belgische ambassade sinds augustus consulaire toegang zou vragen, maar geen antwoord krijgt.

 

Mijn vragen:

 

Heeft België hem intussen zelf kunnen bezoeken in de gevangenis? Zo niet: hoe kan dat, en wat gaat u doen om dat wél af te dwingen?

 

Wat weet u vandaag over zijn gezondheidstoestand? Werd er medische hulp gevraagd en opgelegd? Heeft België bewijs of indicaties van mishandeling onderzocht?

 

Welke diplomatieke stappen werden al gezet richting Rusland? Heeft u een formele demarche gedaan? Is de Russische ambassadeur hierover aangesproken?

 

Staat België er alleen voor, of gebeurt dit in EU-verband, samen met andere lidstaten die vergelijkbare gevallen hebben?

 

36.02 Minister Maxime Prévot: Mijnheer Di Nunzio, om privacyredenen kan ik niet ingaan op de specifieke vragen die u stelt. Buitenlandse Zaken bevestigt wel op de hoogte te zijn van de situatie en blijft ze zorgvuldig opvolgen.

 

36.03  Sandro Di Nunzio (Anders.): Mijnheer de minister, ik had graag wat meer vernomen over de toestand en de opvolging van de persoon die daar onder moeilijke omstandigheden opgesloten zit.

 

Heeft het dan nog zin dat ik een vraag stel aan de minister van Justitie of denkt u dat ik daar niets meer te weten zal komen?

 

Ik begrijp dat daar niets over gezegd mag worden.

 

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.

 

Le président: Je remercie les interprètes dans les cabines. Je remercie également tous les techniciens ainsi que tous les membres des services de la Chambre.

 

La réunion publique de commission est levée à 21 h 43.

De openbare commissievergadering wordt gesloten om 21.43 uur.

 

Schriftelijk behandelde mondelinge vragen

Questions orales traitées par écrit

 

De antwoorden werden door de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking bezorgd.

Les réponses ont été fournies par le vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, des Affaires européennes et de la Coopération au développement.

 

37 Vraag van Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het Cypriotische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie" (56013689C)

37 Question de Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La présidence chypriote du Conseil de l'Union européenne" (56013689C)

 

Monsieur le Ministre,

 

La présidence chypriote du Conseil de l'Union européenne s'ouvre dans un climat préoccupant. Les révélations du projet Cyprus Confidential, mené par l'ICIJ et l'OCCRP, ont mis en lumière le rôle central joué par Chypre dans la dissimulation des avoirs d'oligarques russes. Selon ces données, au moins 96 Russes sous sanctions internationales ont bénéficié des services de cabinets chypriotes, faisant de l'île une véritable plaque tournante financière liée aux intérêts du Kremlin.

 

Si l'ancien président Anastasiades nie toute implication personnelle, ces enquêtes montrent que l'écosystème économique chypriote demeure profondément imbriqué dans les flux financiers russes, y compris après l'annexion de la Crimée et le début de la guerre en Ukraine. À cela s'ajoute une nouvelle source d'inquiétude : la vidéo publiée sur X en janvier, dans laquelle l'ancien ministre de l'Énergie décrit un système de financement occulte de la campagne du président Christodoulides. Ce dernier aurait bénéficié de sommes en liquide provenant notamment d'oligarques russes (Fridman, Aven, Kosogov) en échange d'un soutien actif pour éviter que l'Union européenne n'adopte de sanctions à leur encontre. Depuis, le chef de cabinet du président et la Première dame ont démissionné, et une enquête policière est en cours.

 

Dans ce contexte, Chypre détient aujourd'hui la responsabilité d'orienter l'agenda du Conseil de l'UE, alors même que des soupçons sérieux de corruption et d'ingérence étrangère pèsent sur ses plus hautes autorités. La confiance entre États membres est pourtant indispensable, particulièrement dans un moment où l'Europe doit faire preuve d'unité face aux ingérences russes.

 

Monsieur le Ministre, dès lors:

 

1. Pouvons-nous être certains que les liens officieux entre Moscou et Nicosie n'influenceront pas les orientations prises par le Conseil durant la présidence chypriote?

2. Si les faits révélés par la vidéo s'avéraient exacts, les ministres nommés par le président Christodoulides seraient-ils encore légitimes pour représenter leur État au Conseil de l'UE?

3. Enfin, la Belgique compte‑t‑elle demander à la Commission ou à la Cour de Justice de l'Union européenne d'examiner ces allégations et leurs implications institutionnelles?

 

Antwoord - Réponse:

 

Monsieur Lacroix,

 

Du point de vue général, il est communément établi que l’État membre qui assume la Présidence du Conseil de l’UE, agit en tant que  "honest broker" , c’est-à-dire dans un esprit d’impartialité et de neutralité. La Présidence facilitera des compromis qui servent l’intérêt commun de l’Union.

 

Il faut noter que le soutien continu à l’Ukraine dans sa défense contre la guerre d’agression de la Russie est l’une des priorités de la présidence chypriote. Depuis le début de sa présidence, Chypre a adopté une position proactive pour progresser à cet égard. Pensez par exemple au 20e paquet de sanctions ou au prêt de soutien à l’Ukraine.

Il n’existe à ce jour aucune preuve d’une implication directe de l’actuel gouvernement chypriote. Il n’y a donc pas de raison de considérer a priori que les ministres exerçant la présidence européenne ne seraient plus tenables ou légitimes.

 

Finalement, une enquête judiciaire est toujours en cours, menée par les autorités chypriotes compétentes, avec l’aide de partenaires internationaux et de l’Union européenne. Il convient d’attendre les résultats de cette enquête. 

 

38 Vraag van Katrijn van Riet aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De klimaatkoerswijziging van de VS" (56013739C)

38 Question de Katrijn van Riet à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le changement de cap climatique opéré par les États-Unis" (56013739C)

 

De Amerikaanse regering wil de zogenaamde Endangerment Finding van het Environmental Protection Agency intrekken. Die Endangerment Finding erkent sinds 2009 dat broeikasgassen zoals CO en methaan een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en vormt de wettelijke basis van bijna twintig jaar aan Amerikaans klimaatbeleid.

 

Indien deze wetenschappelijke basis effectief wordt geschrapt, dreigt een grootschalige deregulering van de Amerikaanse klimaatwetgeving, met versoepelde emissienormen voor onder meer de energie- en auto-industrie. Bovendien hebben de Verenigde Staten zich reeds teruggetrokken uit het VN-klimaatverdrag en nemen zij afstand van internationale klimaatfora zoals het IPCC.

 

Mijnheer de minister,

 

1. Hoe beoordeelt u de impact van deze koerswijziging van de VS op de mondiale klimaatgovernance, in het bijzonder op de internationale onderhandelingen binnen het VN-klimaatkader?

2. Acht u het risico reëel dat andere landen hun klimaatambities zullen laten afzwakken, en zo een domino-effect ontstaat op het behalen van de doelstellingen van het Akkoord van Parijs?

3. De VS wil op deze manier haar economische slagkracht verbeteren, gelooft u dat dit ten koste zal gaan van onze eigen slagkracht? Wat betekent dit specifiek voor onze concurrentieverhoudingen in de auto- en energiesector?

4. Hoe beïnvloedt dit de concurrentiepositie van Europa in het kader van klimaat- en energiebeleid?

 

Antwoord - Réponse:

 

Mevrouw van Riet,

 

De beslissing om de “Endangerment Finding” in te trekken, past in het bredere anti-klimaatbeleid dat door de regering Trump gevolgd wordt. En deze Amerikaanse koerswijziging inzake klimaat zet inderdaad druk op het stelsel van internationale klimaatactie.

 

Op dit moment kan ik evenwel niet zeggen dat er sprake is van een domino-effect. De eerdere aankondiging van de VS om zich uit het Akkoord van Parijs terug te trekken kreeg geen navolging. Geen enkel ander land gaf sindsdien formeel te kennen uit het Akkoord te willen stappen of de ingediende doelstellingen niet meer te willen honoreren. En omdat de VS-regering ook beslist heeft om uit het VN Kaderverdrag inzake klimaat en uit het Akkoord van Parijs te stappen,nemen ze niet langer deel aan de onderhandelingen en trachten ze het kader ook niet te wijzigen.

 

Indirect kan de free rider houding van de tweede grootste uitstoter van broeikasgassen wel ontmoedigend werken voor de inspanningen die de rest van de internationale gemeenschap moet leveren. Zo stellen mijn diensten een vertraging vast voor wat nieuwe doelstellingen betreft die moeten gelden voor de periode na 2030 en die formeel ingediend hadden moeten worden in het eerste semester van 2025: slechts 122 landen hadden ten tijdes van COP 30 in Belèm hun nieuwe klimaatdoelstellingen ingediend. Een aanzienlijk aantal ontbreekt dus nog.

 

U weet evengoed als ik dat we voor onze eigen veiligheid en welvaart ook afhankelijk zijn van sterke internationale samenwerking rond klimaat en leefmilieu. We moeten deze evolutie en haar mogelijke implicaties dus nauwgezet opvolgen. Het sterkt me ook in mijn ambitie om samen met de EU ons te blijven inzetten om te doen wat nodig is in het nastreven van een ambitieus klimaatbeleid. Via onze klimaatdiplomatie; via onze internationale samenwerking; en eveneens via ons handelsbeleid.

 

U vraagt naar de impact op ons concurrentievermogen. De VS-deregulering verhoogt het risico op carbon leakage, wat door de invoering van de koolstofgrensheffing (CBAM) kan worden tegengehouden worden. Daarnaast, verwelkomt België ook de recent gepubliceerde Industrial Accelerator Act, met als doel het versnellen van de industriële capaciteitsuitbouw gericht op Europese oorsprong en het stimuleren van decarbonisatie van strategische sectoren.

 

Specfiek voor de automobielsector, dreigen we terrein te verliezen op elektrische voertuigen en batterijtechnologie als Europa niet sneller innoveert en investeert. We moeten inzetten op snellere elektrificatie, AI-toepassing en versterking van batterijecosystemen.

 

Wat betreft de energiesector, toont de huidige geopolitieke situatie nog maar eens aan hoe kwetsbaar de EU is voor afhankelijkheden en hoge prijzen als gevolg. De VS blijft een belangrijke partner voor de EU op vlak van energie, maar met de VS-ambitie richting “energy dominance’ blijft waarkzaamheid even belangrijk.

 

39 Vraag van Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het bezoek van de Amerikaanse ambassadeur in Luik" (56014227C)

39 Question de Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La présence de l'ambassadeur des USA à Liège" (56014227C)

 

Monsieur le Ministre,

 

Dans la nuit du 8 au 9 mars 2026, une bombe artisanale de forte puissance a explosé devant la synagogue de la rue Léon Frédéricq à Liège. Cet attentat antisémite, heureusement sans faire de blessé, a suscité une condamnation unanime de la classe politique belge.

 

Parmi les nombreuses réactions, la venue de l'ambassadeur américain Bill White sur les lieux m'a particulièrement interpellé. Quelques semaines à peine après s'être ingéré dans nos affaires intérieures, le même diplomate s'est donc rendu à Liège pour rencontrer des membres de la communauté juive locale, et leur témoigner le soutien du peuple américain. Permettez-moi de vous dire — et je parle ici en tant que Liégeois — que chez nous, à Liège, on apprécie les gestes de solidarité : les Liégeois ont du cœur, mais aussi du caractère Si la solidarité envers les victimes d'actes antisémites est légitime, la démarche de M. White soulève des interrogations sur sa véritable nature, puisque celle-ci semble s'inscrire davantage dans une stratégie d'instrumentalisation de l'antisémitisme que dans une démarche diplomatique neutre.

 

Au-delà de cet événement, je tiens souligner - comme le bourgmestre Demeyer l'a lui-même rappelé – qu'il ne peut être question d'importer en Belgique les conflits extérieurs. Or, chacun sait que la montée des actes antisémites en Belgique est directement liée aux guerres menées par Israël au Moyen et Proche-Orient, en violation répétée du droit international et de la souveraineté d'États voisins.

 

Monsieur le Ministre,

 

- L'ambassadeur américain a-t-il été invité à se rendre sur place, et si oui, par qui et à quel titre ? Dans la négative, comment justifier ce déplacement alors qu'aucune victime américaine n'est à déplorer et que cette visite n'a pas été sollicitée par les autorités belges compétentes?

- Au regard des tensions diplomatiques récentes, le gouvernement entend-il rappeler formellement à l'ambassadeur les limites de son rôle et les règles de non-ingérence dans nos affaires intérieures?

- Dans la mesure où la meilleure protection de nos concitoyens juifs passe donc d'abord par un engagement résolu à mettre fin à ces conflits qui alimentent la haine ici, sur notre sol, le gouvernement envisage-t-il d'adopter des sanctions à l'encontre d'Israël pour ses violations du droit international et de la souveraineté d'autres États?

 

Je vous remercie d'avance pour vos réponses.

 

Antwoord - Réponse:

 

Monsieur Lacroix,

 

Comme vous, je condamne fermement l’attentat antisémite perpétré contre la synagogue de Liège. Un tel acte est inadmissible et heurte les valeurs fondamentales de notre société.

 

S’agissant de la présence de l’Ambassadeur américain, M. Bill White, je ne dispose pas d’information sur l’auteur de l’invitation qui lui a été adressée. En revanche, je peux rappeler le cadre juridique qui régit ce type de visite, tel qu’établi par la Convention de Vienne sur les relations diplomatiques.

 

Premièrement, une mission diplomatique – et donc son chef – est autorisée à "s’informer par tous les moyens licites des conditions et de l’évolution des événements dans l’État accréditaire" (article 3, d).

 

Deuxièmement, l’État hôte garantit aux membres de la mission " la liberté de déplacement et de circulation" sur son territoire, à l’exception des zones restreintes pour des raisons de sécurité nationale (article 26).

 

Troisièmement, l’article 41 précise qu’un agent diplomatique doit respecter les lois du pays d’accueil et s’abstenir de toute ingérence dans ses affaires intérieures.

 

Soyez assuré que, lors de ma rencontre avec l’Ambassadeur White le 24 février dernier, je lui ai rappelé de manière explicite le cadre et les limites de sa fonction.

 

Dans ce cas-ci, l’Ambassadeur White s’est rendu sur place, a rencontré les dirigeants de la communauté juive à Liège, auxquels il a exprimé sa solidarité face à une attaque antisémite qu’il a fortement condamnée. J’estime qu'il s’est tenu aux règles imposées par la Convention de Vienne.

 

Je partage toutefois votre préoccupation concernant l’importation de tensions extérieures sur notre territoire, surtout lorsqu’elles dégénèrent en actes criminels. C’est précisément pour cette raison que la Belgique continue de défendre une solution politique durable au Proche-Orient : la coexistence pacifique de deux États démocratiques, Israël et la Palestine. Une telle perspective contribuerait à apaiser les répercussions de ce conflit au sein de nos sociétés européennes. L’action du gouvernement, portée par notre diplomatie, dont les mesures adoptées en septembre 2025 font partie, s’inscrit pleinement dans cette volonté de promouvoir une paix juste et durable dans la région.

 

40 Vraag van Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De uiterst zorgwekkende situatie van Bahruz Samadov" (56014229C)

40 Question de Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La situation extrêmement préoccupante de Bahruz Samadov" (56014229C)

 

Monsieur le Ministre,

 

Nous vous avons déjà interrogé à plusieurs reprises au sujet de la situation extrêmement préoccupante de Bahruz Samadov, doctorant azerbaïdjanais à l’Université Charles de Prague et à l'ULB, détenu depuis 2024 en raison de sa vision sur le conflit entre l'Azerbaïdjan et l'Arménie, qui diffère de celle des autorités azerbaïdjanaises et qui est aujourd’hui réduit au désespoir et multiplie les appels à l’aide.

 

Dans sa lettre de mars 2025 adressée à la rectrice et à sa communauté académique, il évoquait déjà « la peur constante » dans laquelle il vivait et demandait que « sa voix ne soit pas laissée sans écho ». En décembre 2025, il alertait à nouveau sur « l’absence totale de perspectives de sécurité » et sur l’épuisement moral qui le gagnait. Enfin, dans sa lettre de janvier 2026 adressée à des médias, il dit explicitement qu’il ne sait plus « où tourner [sa] détresse » et supplie que son message « ne soit pas oublié ».

 

Ces lettres, que vous avez également reçues ou dont votre administration a eu communication, témoignent d’un état de détresse chronique et d’un risque accru pour sa sécurité si aucune protection internationale n’est mobilisée.

 

Dès lors, pouvez-vous nous indiquer:

 

1. Quelles démarches concrètes ont été entreprises par la Belgique depuis nos précédentes interpellations pour répondre à ses appels répétés ?

2. Si un contact a été pris avec les autorités tchèques, afin d’évaluer les options de soutien et de protection pour un ressortissant menacé sur leur territoire ?

3. Si la Belgique envisage d’activer des mécanismes de protection, notamment humanitaire ou consulaire, au vu de la gravité des faits qu’il expose ?

4. Comment le SPF Affaires étrangères traite aujourd’hui ce type de demandes lorsqu’elles émanent de chercheurs étrangers en situation de vulnérabilité avérée ?

 

Je vous remercie pour vos réponses.

 

Antwoord - Réponse:

 

Monsieur Lacroix,

 

Mes services et moi-même suivons attentivement la situation de M. Bahruz Samadov, tout comme notre ambassade à Bakou en coordination étroite avec la délégation de l’UE sur place. Depuis vos précédentes interpellations, nous avons soulevé ce cas à plusieurs reprises directement auprès des autorités azerbaïdjanaises, notamment lors d’entretiens de haut niveau en mai, novembre et décembre 2025, en insistant systématiquement sur le respect du droit à un procès équitable, et des normes internationales applicables en matière de détention.

 

En parallèle, la Belgique poursuit activement ses démarches au niveau de l’Union européenne, où le cas de M. Samadov a été discuté avec la Tchéquie.

 

Nous soutenons d’ailleurs les positions et interventions collectives de l’UE en faveur de l’État de droit en Azerbaïdjan.

 

Ensemble avec la délégation de l’UE et quelques pays européens, notre Ambassade était présente en tant qu’observatrice à l’audience d’appel du 5 février dernier. Veuillez noter que M. Samadov n’étant pas citoyen belge, ne peut bénéficier de l’assistance consulaire de notre part.

 

De manière générale et au niveau multilatéral, notamment au Conseil de l’Europe? la Belgique intervient régulièrement sur les dossiers relatifs à la liberté d’expression et à l’exécution des arrêts de la Cour européenne des droits de l’Homme. Dans le cadre de l’examen périodique universel des Nations Unies de l’Azerbaïdjan en 2023, la Belgique a formulé trois recommandations à l’Azerbaïdjan concernant la liberté d’expression, la lutte contre la violence domestique et la mise en œuvre des arrêts de la Cour européenne des droits de l’Homme.

 

Nous continuerons à suivre ce dossier avec la plus grande vigilance.

 

41 Vraag van Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het wereldwijde voedselvoorzieningssysteem" (56014281C)

41 Question de Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "Le système alimentaire mondial" (56014281C)

 

Monsieur le Ministre,

 

Le modèle de commerce agricole mondial est à bout de souffle. Les ruptures des chaînes d'approvisionnement durant la pandémie, la spéculation sur les marchés céréaliers après l'invasion de l'Ukraine, et le tournant protectionniste américain l'illustrent cruellement : les échecs du libre-échange néolibéral en matière alimentaire semblent être devenus le pain quotidien de notre système mondial, et ne garantit plus ni la sécurité alimentaire mondiale ni un revenu digne aux agriculteurs.

 

Selon un rapport d'Humundi, dans les Pays dits du Sud, des familles entières dépendent soit des importations de vivres pour se nourrir, soit de la commercialisation de leur production pour gagner leur pain quotidien, et se retrouvent prises en étau entre marchés déréglés et politiques commerciales qui leur ôtent toute marge de manœuvre. D'un côté, le prix du pain qu'ils mangent ou qu'ils produisent ne se décide pas dans leurs champs, mais dans les salles de marché de Chicago ou de Londres où les spéculateurs font fluctuer le cours des matières au gré de leurs intérêts. De l'autre, il leur est impossible de développer leur agriculture dans un contexte où leurs machés sont inondés de produits agricoles importés à bas coûts.

 

Chez nous, si les agriculteurs manifestent également leur opposition croissante à cette mondialisation débridée, en tant qu'Européen, nous devons surtout accepter notre rôle dans la perpétuation de ce système qui briment les agriculteurs du Sud en subventionnant massivement nos exportations agricoles. Dans ce contexte, la réforme de la PAC actuellement en discussion semblait être du pain béni pour repenser notre modèle agricole mais si cette dernière affiche de belles ambitions, ses orientations actuelles risquent de perpétuer un modèle exportateur fondamentalement incompatible avec un commerce mondial équitable.

 

Monsieur le Ministre,

 

- Même s'il reste du pain sur la planche avant d'aboutir à un véritable changement du système alimentaire mondial, quelles réformes la Belgique est-elle prête à soutenir afin d'instaurer un commerce agricole fondé sur la souveraineté alimentaire, la régulation des marchés et le respect des droits humains?

- Quel cadre multilatéral pourrait remplacer l'OMC afin de réaliser un commerce agricole plus juste et durable ?

- Soutenez-vous l'interdiction de la spéculation sur les denrées alimentaires, comme nous le demandons depuis des années?

- Comptez-vous vous entendre avec les acteurs de la coopération au développement afin de porter leurs revendications au niveau européen?

 

Merci d'avance pour vos réponses.

 

Antwoord - Réponse:

 

Monsieur Lacroix,

 

La Belgique s’inscrit, au sein de l’Union européenne comme dans les enceintes multilatérales, dans une dynamique orientée vers la transition durable des systèmes agroalimentaires.

 

D’une part, dans le cadre des Nations Unies notre pays contribue activement à la sécurité alimentaire mondiale et rappelle régulièrement son engagement en faveur:

 

du droit à une alimentation saine et adaptée ;

du renforcement des partenariats multi-acteurs pour transformer les systèmes agroalimentaires afin qu’ils soient résilients et durables;

et de la lutte contre le gaspillage et les pertes alimentaires;

 

D’autre part, via la Politique Agricole Commune (PAC) de l’Union Européenne, la Belgique soutient la transition vers une agriculture durable, compétitive et résiliente. Enfin, la politique belge au sein de l’Union européenne insiste sur le maintien d’une chaîne agroalimentaire efficace et durable.

 

Sur l’éventuel remplacement de l’OMC par un autre cadre multilatéral en matière agricole, la Belgique privilégie l’action au sein des cadres existants. L’OMC ne peut pas, à elle seule, garantir un système alimentaire juste et durable. Mais elle peut – et doit – continuer à créer un cadre où les règles du jeu encouragent la sécurité alimentaire, la transition écologique, et le développement inclusif.

 

Je tiens à rappeler que les difficultés rencontrées par certains agriculteurs ou les enjeux de sécurité alimentaire ne s’expliquent pas uniquement par le commerce international. Elles résultent aussi de facteurs locaux, géopolitiques et environnementaux. C’est pourquoi je suis en faveur d’une approche globale et cohérente, plutôt que limiter le débat à une critique du système commercial. Celui-ci doit certes continuer à évoluer, et nous y travaillons, mais il n’est qu’une pièce d’un puzzle beaucoup plus large.

 

S’agissant de la position de la Belgique concernant une interdiction de la spéculation sur les denrées alimentaires, la Belgique continue à soutenir un encadrement européen strict qui consacre des obligations en matière de gouvernance des instruments financiers.

 

Finalement, je peux vous confirmer que mes services travaillent déjà étroitement avec les acteurs de la coopération au développement – organisations internationales, ONG, monde académique et secteur privé. Cette concertation, notamment via la Plateforme sur l’Agriculture et la Sécurité Alimentaire (PASA), permet d’entendre leurs préoccupations et d’en tenir compte lors de l’élaboration des positions que nous défendons au niveau européen et multilatéral.

 

42 Vraag van Katrijn van Riet aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "Het nieuwe Chinese e-commerceplatform en de EU-visie" (56014351C)

42 Question de Katrijn van Riet à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "La nouvelle plateforme d'e-commerce chinoise et la vision de l'UE" (56014351C)

 

De recente lancering van het Chinese e-commerceplatform Joybuy in Europa, door moederbedrijf JD.com, toont aan dat de Volksrepubliek China zijn economische aanwezigheid in Europa verder versterkt. Het platform mikt expliciet op een groot marktaandeel en bouwt daarbij ook de nodige logistieke infrastructuur uit binnen de Europese Unie.

In het kader van deze uitbouw kunnen we een aantal bedenkingen maken omdat er uitdagingen zijn op economisch gebied, op vlak van diplomatie, gevolgen voor onze open strategische autonomie en gegevensbescherming.

 

Mijn vragen voor de minister:

1. Wat betekent voor u de toch wel aanzienlijke expansie van dit platform en eventueel andere toekomstige Chinese voor onze diplomatieke en economische relaties met de Volksrepubliek China?

2. Wordt dit en soortgelijke dossiers meegenomen binnen het bredere Europese kader van strategische positionering ten aanzien van de Volksrepubliek China?

3. Hoe verlopen de gespreken aangaande deze strategische positionering die momenteel gevoerd worden op Europees niveau? En welke aandachtspunten worden daar naar voren geschoven met betrekking tot eerlijke concurrentie, markttoegang en afhankelijkheden?

4. Hoe wordt gegarandeerd dat de opslag en verwerking van persoonsgegevens binnen Joybuy volledig conform de Europese regelgeving verloopt? Wordt dit actief opgevolgd en gecoördineerd op EU-niveau?

5. Hoe ver staat België – in samenwerking met de EU – in het ontwikkelen van een coherente strategie ten aanzien van China, en dit specifiek in sectoren zoals e-commerce?

6. Acht u bijkomende maatregelen nodig om onze economische en (open) strategische belangen te beschermen? Zo ja: welke initiatieven wil u ondernemen?

 

Antwoord - Réponse:

 

Mevrouw Van Riet,

 

De lancering van Joybuy midden maart in zes Europese landen — waaronder België — met een eigen logistiek netwerk en belofte van zeer snelle levering bevestigt de verdere verankering van Chinese e-commerce in onze markt. België beoordeelt dit in het licht van het Europese principe “derisking, niet decoupling”: open waar mogelijk, assertief beschermend waar nodig, met nadruk op een gelijk speelveld en het verminderen van strategische afhankelijkheden.

 

Ik verwijs ook naar mijn antwoord op uw eerdere vraag over de “gematigde economische groei voor China in 2026”, waarbij ik uitgebreid inga op maatregelen en strategieën om op Europees niveau in te zetten op eerlijke concurrentie, markttoegang en afbouw van afhankelijkheden tegenover China.

 

Wat gegevensbescherming betreft: Joybuy opereert in de EU via lokale entiteiten en is dus aan de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming gebonden, inclusief regels over datatransfer en de bescherming van persoonsgegevens van Europese burgers. Handhaving verloopt via de eigen nationale autoriteiten met coördinatie op Europees niveau door de European Data Protection Board. Dit mechanisme wordt verder geharmoniseerd voor snellere en consistentere grensoverschrijdende afhandeling. Klachten tegen grote platforms tonen aan dat deze handhaving reëel is en ook grote buitenlandse spelers raakt.

 

België werkt — samen met de EU — aan een coherente Chinastrategie die inzet op weerbaarheid, strategische autonomie en een eerlijk speelveld, ook in e-commerce, zoals eerder publiek toegelicht en verankerd in de Europese deriskingaanpak. In dat kader blijven wij, in EU-verband, prioritair inzetten op strengere en doelgerichte toepassing van handels en mededingingsinstrumenten, het verminderen van kritieke afhankelijkheden in waardeketens en consequente handhaving van privacy en consumentenregels voor alle platforms actief op onze markt.

 

43 Vraag van Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De toetreding van IJsland tot de EU" (56014657C)

43 Question de Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'adhésion de l'Islande à l'UE" (56014657C)

 

Monsieur le Ministre,

 

Le 29 août prochain, l'Islande organisera un référendum sur la reprise de ses négociations d'adhésion à l'Union européenne. Les sondages pointent vers une majorité favorable : Reykjavik pourrait ainsi devenir le 28e État membre de l'Union dans un avenir proche.

 

Cette perspective intervient dans un contexte européen particulier. Depuis le début de l'année, les six plus grandes économies de l'Union ont constitué un groupe informel — le "E6" — avec l'ambition de piloter les grandes réformes européennes. Dans ce cadre, les petits États membres risquent d'être tenus à l'écart des décisions structurantes, au moment précis où un dossier aussi significatif que l'adhésion islandaise se profile à l'horizon.

 

En tant que pays fondateur et hôte des institutions de l'Union, la Belgique a une légitimité particulière à s'exprimer sur ces questions. Or, à ce stade, notre position reste peu lisible.

 

Monsieur le Ministre,

 

- Quelle est la position du gouvernement belge sur la perspective d'adhésion de l'Islande à l'Union européenne?

- Avez-vous engagé des discussions avec nos partenaires pour que la Belgique puisse peser sur ce processus, notamment face à l'émergence du groupe E6?

- Plus largement, quelles initiatives concrètes le gouvernement entend-il prendre pour que notre pays joue un rôle actif sur les dossiers d'élargissement européen?

 

Merci d'avance pour vos réponses.

 

Antwoord - Réponse:

 

Monsieur Lacroix,

 

Merci pour votre question. Il y a tout d’abord lieu de se réjouir de ce renouement d’intérêt, qui démontre que l’Union européenne et les valeurs qu’elle porte continuent d’attirer.

 

La suite du processus dépendra en premier lieu de la volonté des Islandais à rejoindre l’UE et, en cas de réponses positives, des accords qui pourront être trouvés entre les deux parties. La Belgique continuera à mettre le mérite au centre de ces discussions, ainsi que l'évaluation d’opportunités géopolitiques - deux principes qui vont main dans la main.

 

En lien avec votre deuxième question, les discussions entre partenaires n’ont donc pas encore eu lieu, car il revient d’abord à l’Islande de se prononcer. Au niveau des initiatives concrètes, la Belgique joue un rôle déterminant dans tous les débats relatifs à l’élargissement. Elle contribue également activement à la mise en place de mesures de sauvegarde solides dans les futurs traités d’adhésion.

 

Parallèlement, nous entretenons des contacts avec tous les pays candidats à l’adhésion. J’ai notamment la chance de me rendre prochainement dans les Balkans pour rendre ce message : la porte de l’UE est ouverte, mais le parcours reste fondé sur le mérité et ancrée dans les valeurs qui font de notre Union une institution à laquelle il vaut la peine d’adhérer.

 

44 Vraag van Christophe Lacroix aan Maxime Prévot (VEM Buitenlandse Zaken, Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) over "De verplichting om genocide te voorkomen en de eerbiediging v.h. internationale humanitaire recht" (56014659C)

44 Question de Christophe Lacroix à Maxime Prévot (VPM Affaires étrangères, Affaires européennes et Coopération au développement) sur "L'obligation de la prévention du génocide et le respect du droit international humanitaire" (56014659C)

 

Monsieur le Ministre,

 

Le 16 mars 2026, la Cour d'appel de Bruxelles a rendu un arrêt majeur établissant que l'article 1 de la Convention de 1948 sur le génocide et l'article 1 commun aux Conventions de Genève ont effet direct en droit interne, et que l'État belge a failli à ses obligations internationales en ne prenant pas, en temps utile, les mesures raisonnablement à sa disposition pour prévenir le génocide à Gaza et les violations graves du droit humanitaire. La Cour constate notamment que la Belgique n'a pris aucune mesure effective pour empêcher le transit d'armes vers Israël avant l'arrêté royal du 18 janvier 2026, malgré les injonctions de la Cour internationale de Justice.

 

Elle ordonne en outre la réouverture des débats concernant les biens à double usage, faute pour l'État d'avoir démontré les mesures prises pour éviter leur transfert vers Israël ou les territoires occupés. Par ailleurs, l'arrêt rappelle que la Belgique demeure tenue de mettre en œuvre tous les moyens raisonnablement à sa disposition, ce qui concerne également l'obligation d'interdire les échanges commerciaux, investissements et services liés aux colonies illégales.

 

Or, selon les informations communiquées par le Cabinet de l'Économie, six mois pourraient encore s'écouler avant la publication de l'arrêté royal visant à interdire ces échanges, bien qu'un premier projet soit déjà rédigé. Ce délai est incompatible avec l'urgence juridique soulignée par la Cour et avec l'accord du Kern de septembre 2025. Le blocage de certains ministres compromet l'exécution d'un accord gouvernemental signé.

 

Dès lors, je souhaite vous poser les questions suivantes:

 

1. Comment entendez-vous vous conformer, sans délai, aux obligations internationales dont la Cour reconnaît désormais le caractère directement invocable devant les juridictions belges?

2. Quelles mesures immédiates prendrez-vous concernant les transferts de biens à double usage, avant la réouverture des débats du 30 mars?

3. Comment justifiez‑vous le retard pris dans la publication de l'arrêté royal interdisant les échanges avec les colonies, et quelles actions menez-vous pour garantir une première lecture politique rapide en IKW?

4. Quelles garanties structurelles entendez‑vous mettre en place pour que la Belgique ne se trouve plus en situation de manquement lorsqu'un risque de génocide ou de violations graves des Conventions de Genève est établi?

 

Antwoord - Réponse:

 

Monsieur Lacroix,

 

La Belgique veillera toujours à se conformer au droit international.

 

Dans son arrêt interlocutoire du 16 mars, la Cour note que la demande de “prendre toutes les mesures garantissant l’effectivité de l’interdiction pour tout transporteur acheminant des armes, des munitions, du matériel connexe et des technologies, en ce compris du matériel ou produits à double usage, à destination finale d’Israël, d’utiliser le territoire belge en ce compris son espace aérien” est partiellement sans objet.

 

L’Etat fédéral et les Régions ont en effet conclu un accord remontant au 9 février 2009, depuis lequel nous pratiquons un embargo sur les exportations d’armes qui renforceraient les capacités militaires des forces israéliennes ou du Hamas.

 

Au début de mon mandat, j’ai aussi pris l’initiative de réunir les Régions, afin d’étendre encore cette politique restrictive. Nous sommes ainsi parvenus à un accord le 8 octobre 2025, qui étend l’interdiction d’exportation aux biens à double usage à destination d’Israël ou du territoire palestinien occupé.

 

Nous souhaitions aller plus loin encore et inscrire également cette interdiction des biens à double usage dans l’arrêté royal que j’ai co-signé avec le Ministre Crucke en janvier, mais ce sont précisément des considérations juridiques qui nous en ont empêché. Elles sont techniques et je ne vais pas les détailler ici, mais nous les avons présentées à la justice, puisque comme vous le soulignez, la Cour d’appel avait refixé cette affaire à son audience du 30 mars. La Cour a maintenant remis ce dossier à son audience du 1er juin prochain pour clôture des débats.

 

Vous m’interrogez à propos de la Convention de 1948 sur le génocide, qui vise la bande de Gaza. Vous m’interrogez aussi sur l’interdiction d’importer les produits des colonies, qui concerne cette fois la Cisjordanie, et qui repose sur d’autres bases juridiques. Sur ce sujet, nous ne sommes pas non plus restés sans rien faire. Nous avons en effet décidé de publier un arrêté royal en la matière, afin de respecter nos obligations en droit international. Le Vice-Premier Ministre Clarinval et le Vice-Premier Ministre Jambon sont en charge du dossier. Mes services leur ont communiqué des éléments et je fais moi-même le suivi des progrès. Nous devrions pouvoir discuter prochainement d’une première version de texte.

 

Je l’ai dit et répété dans ce cénacle : la Belgique est un des pays au monde qui a pris le plus de mesures non seulement pour éviter un génocide, mais aussi pour lutter contre la colonisation illégale, en plus de venir en aide aux populations civiles.